Bio-Energy Valley wil proefinstallatie groene chemie
nieuwsSoetaert is hoogleraar aan de Universiteit Gent en de motor achter het biotechnologieproject in Gent. Hij schetst de stand van zaken en maakt de vergelijking met de buurlanden. "Frankrijk en vooral Duitsland zijn volop bezig een nieuwe chemie te ontwikkelen, die niet langer op aardoliederivaten draait, maar op natuurlijke grondstoffen. Vlaanderen loopt achter", stelt hij.
"Op het niveau van de laboratoria zijn bedrijven en universiteiten wel bezig om nieuwe producten te ontwikkelen. We beschikken in Vlaanderen ook over voldoende kennis en bedrijven die op grote schaal dergelijke bioproducten kunnen maken. Wat ontbreekt is een installatie op pilootschaal", zegt Soetaert. Het is de bedoeling dat iedereen daar zijn labotesten op een meer industriële schaal kan uittesten. Zo maakt Gent zijn reputatie als biotechcluster in Vlaanderen waar.
Groene chemie of industriële biotechnologie biedt een steeds duidelijker antwoord op de schaarste aan aardolie. Het beantwoordt aan alle criteria voor duurzame ontwikkeling en speelt ook in op de dreigende schaarste aan klassieke brandstoffen. Vlaanderen mag die trein niet missen. Dat is in het kort de conclusie van een haalbaarheidsstudie industriële biotechnologie, die vrijdag werd voorgesteld. Onder het projet hebben de chemiefederatie Essenscia, FlandersBio en Ghent Bio-energy Valley hun schouders gezet, samen met bedrijven als Ecover, Genecor International, Avecom, DSM, Orafti uit Tienen en Syral, het vroegere Amylum uit Aalst.
De studie werd voor 80 procent gefinancierd door het IWT, de rest door de industriële partners. Een reeks essentiële producten zoals vitamines, enzymes, anti- biotica, aminozuren, maar ook kleurstoffen, kunststoffen en reinigingsproducten kunnen op basis van natuurlijke grondstoffen worden gemaakt. Dat proces is nu al volop gaande in Frankrijk en in Duitsland door grote bedrijven als Solvay, maar vooral doorkleine kmo's. Ook Proviron uit Oostende heeft al gezegd voortaan met de chemie die richting uit te willen en heeft er onderzoekers op gezet.
Uit de haalbaarheidsstudie blijkt verder dat de grondstoffen voor die groene chemie haast oneindig voorradig zijn. Het gaat niet langer om klassieke producten als tarwe en suikerbieten, die tot de voedingsketen behoren, maar om stro, grassen, hout en microalgen. Die groene chemie heeft in Europa een omzetpotentiëel van 300 miljard euro, berekenden Wesley Carpentier en Philippe Willems, de auteurs van de haalbaarheidsstudie.
Op dit ogenblik is die sector van de moderne industriële biotechnologie in Vlaanderen goed voor 310 miljoen euro en een tewerkstelling van 700 mensen. Daar hoort ook de sector van de biobrandstoffen bij. De gebruikers van die producten zijn sectoren als de zetmeelindustrie, suiker- en zeepbedrijven, papier en pulp, de veevoedersector.
Vooral algen zouden een bijna onuitputtelijke bron van grondstoffen voor die sector vormen. Een industriële photobioreactior op een oppervlakte van één hectare is in staat om 100.000 liter biodiesel te produceren. Bovendien hebben die photo-bioreactoren massaal CO2 nodig, die nu de lucht ingaat. Om aan de nodige 10 procent bijmenging van biodiesel te komen zou Vlaanderen slechts 7.000 ha van die reactoren nodig hebben. Om diezelfde hoeveelheid met koolzaadolie te produceren is 540.000 ha landbouwgrond nodig. Ook papierafval dat nu verbrand wordt, kan nog een nuttige stroom aan grondstoffen voor de groene chemiesector opleveren, zeggen Carpentier en Willems. Tussen die theorie en de praktijk zijn installaties op pilootschaal nodig. Die wil Ghent Bio-energy Valley nu opzetten.(KS)
Meer informatie: Ghent Bio-Energy Valley
Lees ook: geVILT: Wim Soetaert (UGent): "Binnen tien jaar verkopen boeren stoppels en kolven"
Bron: De Tijd