duiding

Bert Bohnen - Boerenbond

duiding
"Snel resultaat door aanpak nitraatrijke zones"
3 januari 2009  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:52
Lees meer over:
Hoewel het bemestingsseizoen al een aantal weken aan de gang is, blijven er op het terrein een aantal onduidelijkheden. Die hebben deels te maken met ontbrekende uitvoeringsbesluiten, maar ook met de complexiteit van de wetgeving. Aan Bert Bohnen, dé mestspecialist van Boerenbond, vroegen we het ABC van de nieuwe mestregels uit de doeken te doen.

Heel Vlaanderen is voortaan kwetsbaar gebied, waar de bemestingsnorm van 170 kg dierlijke stikstof per hectare geldt. Wat zijn de gevolgen voor het mestoverschot op Vlaams niveau?
Bert Bohnen: Het mestoverschot dreigt nu weer toe te nemen tot meer dan een kwart van de totale productie. Gelukkig is in de nitraatrichtlijn een bepaling voorzien dat landen die in orde zijn met hun actieplan afwijkingen van de bemestingsnorm kunnen bekomen voor planten met een lang groeiseizoen en hoge stikstofbehoefte. Als Vlaanderen de verhoopte derogatie krijgt, kan er meer eigen mest gebruikt worden in plaats van aan te kopen kunstmest. In dat geval daalt het mestoverschot tot ongeveer twintig procent van het totale mestvolume. Voor individuele landbouwers zal het nieuwe mestdecreet niettemin ingrijpende gevolgen hebben.

Dat heeft te maken met de uitscheidingscijfers die de mestproductie per dier bepalen. Met name de melkveehouders lijken een kat in de zak gekocht te hebben?
Terwijl de wetgever vroeger het forfaitair uitscheidingscijfer van 97 kilo stikstof per koe hanteerde, geldt nu de melkproductie als basis voor die berekening. Hoe hoger de melkgift van een koe, hoe hoger het uitscheidingscijfer. Op die manier kan dat per koe oplopen tot meer dan 130 kilo. Sommige melkveehouders zullen dus op zoek moeten naar nieuwe afzetmogelijkheden voor mest. Dat zal ook gevolgen hebben voor varkensboeren die hun mest niet langer kwijtraken bij melkveehouders uit de buurt, omdat die voortaan zelf iedere morzel grond nodig hebben. Voor vleesvee geldt dan weer net het omgekeerde. Het uitscheidingscijfer van zoogkoeien is immers gezakt van 97 naar 65 kilo stikstof.

De melkveehouders zijn dus de dupe?
In landen zoals Nederland en Denemarken liggen de uitscheidingscijfers nog hoger. Maar daar is ook een logische verklaring voor: de daadwerkelijke uitscheiding van onze koeien is lager als gevolg van een voederrantsoen met meer maïs. Maar die landen zouden nooit instemmen met een derogatie voor Vlaanderen indien de Vlaamse overheid zou vasthouden aan de forfaitaire norm uit het verleden. Komt daarbij dat Europa de opsplitsing van het uitscheidingscijfer expliciet geëist heeft.

Op het terrein zal er behoorlijk moeten gepuzzeld worden aan de mestafzet. Hoe erg is dit?
(zucht) Het bekomen van de derogatie is van cruciaal belang. Maar sowieso wordt 2007 een erg moeilijk overgangsjaar. De wetgeving is er pas laat gekomen, er moeten nog uitvoeringsbesluiten volgen, en intussen moeten de landbouwers zich maar aanpassen aan de plots gewijzigde situatie. Veel varkenshouders zijn op zoek naar nieuwe afzetmogelijkheden en melkveehouders becijferen of ze zelf voldoende grond hebben om hun mest nog kwijt te raken. Ik vrees dat de prijzen op de mestmarkt daardoor wel wat kunnen stijgen. Om de gevolgen van het mestdecreet globaal in te schatten, is het nu echter nog wat te vroeg. Feit is dat er momenteel veel onzekerheid is bij de landbouwers. Er is dus een belangrijke taak weggelegd voor de voorlichters en hopelijk zullen minister Peeters en de Mestbank wat begrip tonen indien de puzzel nog niet meteen in de juiste plooi valt.

Veehouders zetten in de mate van het mogelijke hun mest af op eigen grond. Wanneer die mogelijkheid uitgeput is, zijn er nog diverse andere opties: mestafzet op grond van derden, transport op lange afstand en mestverwerking met de daaraan gekoppelde export. Zullen in dat patroon straks wijzigingen optreden?
Je moet rekenen dat veehouders ongeveer de helft van hun mest kwijt kunnen op bedrijfseigen gronden. Van die andere helft wordt ongeveer zestig procent afgezet bij collega’s. Meestal gaat het om een burenregeling, maar ook het mesttransport naar verafgelegen akkerbouwgebieden zal blijven bestaan. Hoewel grote veebedrijven niet langer wettelijk verplicht zijn om hun mest over lange afstand te vervoeren, zal het opgebouwde netwerk voor veel boeren nog goed van pas komen. De mest die dan nog overblijft, wordt uiteindelijk geëxporteerd of verwerkt Dat aandeel zal toenemen ten koste van de mestafzet op de grond van derden. De uitgevoerde mest belandt voornamelijk in Frankrijk en Duitsland. Met bepaalde bodemverbeteraars kunnen we nog naar Wallonië, maar de grens blijft grotendeels gesloten. We houden in de gaten of de Nederlanders er in slagen om die markt open te breken voor hun mestafzet. Als hen dat zou lukken, zit er in ons land iets grondig scheef (flauwe lach).

De Vlaamse landbouwers mogen de aangevraagde afwijking van de bemestingsnormen meteen toepassen. Wanneer verwacht je definitief uitsluitsel over de derogatie?
Vlaanderen heeft in het verleden al een derogatie toegepast in kwetsbare gebieden. Helaas was die niet aangemeld en dat heeft de besprekingen met de Europese Commissie zeker niet vergemakkelijkt. Vooraleer een nieuw derogatievoorstel kon ingediend worden, moest de Vlaamse overheid op de proppen komen met een actieplan en een goedgekeurd mestdecreet. In die optiek werd ook al een eerste uitvoeringsbesluit over emissiecijfers principieel goedgekeurd. De komende maanden zal het Europese nitraatcomité het Vlaamse derogatievoorstel bespreken. In juli weten we allicht meer. Denemarken, Nederland, Ierland, Duitsland en Wallonië hebben hun derogatie reeds beet, en dus hebben we er wel vertrouwen in. Ook al gaat het in de meeste andere landen om een bedrijfsgebonden derogatie in het voordeel van rundveehouders, terwijl Vlaanderen een teeltgebonden derogatie vraagt los van de soort mest. Stikstof is nu eenmaal stikstof. Van welk dier die afkomstig is, speelt voor de waterkwaliteit geen enkele rol.

Dat klopt. Maar die derogatie zorgt wel voor een extra nitraatbelasting van het water. Is dat geen gevaar?
Helemaal niet. Ik ben ervan overtuigd dat de nieuwe bemestingsnormen – inclusief de gevraagde derogatie – lager zijn dan hetgeen het water kan verdragen. Wel is het zo dat een aantal randvoorwaarden van belang zijn, bijvoorbeeld het tijdstip van bemesting, de wijze van toediening, enzovoort. Een belangrijke moeilijkheidsfactor bij dierlijke mest is de aanwezigheid van organisch gebonden stikstof. Die moet in de bodem eerst een natuurlijk nitrificatieproces ondergaan vooraleer de plant die nutriënten kan opnemen. Dat proces is dan weer afhankelijk van parameters zoals temperatuur en vochtigheid. Exacte wiskunde is iets anders.

Er wordt dus een groot stuk verantwoordelijkheid in de schoenen van de landbouwers geschoven?
Voor een stuk wel, maar het gaat om een geconditioneerde vrijheid. Landbouwers zullen voortaan met hun bemestingspraktijken geconfronteerd worden door steekproefsgewijze controles op reststikstof in het najaar. En uiteindelijk is die factor doorslaggevend voor de waterkwaliteit. Vroeger werden de papieren van de boeren gecontroleerd, nu kijkt men meer naar het eindresultaat. Door bovendien de middelen en maatregelen te concentreren in probleemgebieden worden de nitraatoverschrijdingen ook kordater aangepakt dan in het verleden. In dergelijke zones zal de Mestbank bij elke boer ieder jaar een dieptestaal nemen. Daarbij zal weliswaar rekening moeten gehouden worden met factoren zoals de teelt en grondsoort. Maar wie flink over de schreef gaat, haalt zich heel wat vervolgmaatregelen op de hals: een verplicht bemestingsregister, een bedrijfsdoorlichting door de Mestbank en drie bijkomende stalen op eigen kosten. Anderzijds zal de status van die hydrografisch afgebakende stroomgebieden jaarlijks herbekeken worden op basis van de lokale kwaliteit van het oppervlaktewater en later ook het grondwater. Daarmee wordt dus ook ingespeeld op de collectieve verantwoordelijkheidszin van elke boer in zo’n probleemgebied. Deze resultaatgerichte aanpak is de meest ingrijpende verandering in het mestbeleid van de jongste tien jaar. Het is een stap vooruit, op voorwaarde dat er geen blinde repressie mee gepaard gaat. In de eerste plaats moet het de bedoeling zijn om boeren een leerproces te laten doormaken. Bij die sensibilisering krijgt de Mestbank een belangrijke rol toebedeeld.

De nutriëntenhalte wordt omgezet in nutriëntenemissierechten. Wat betekent dat concreet?
Hierover moet nog een uitvoeringsbesluit uitgewerkt worden op basis van sectoraal overleg dat de komende weken zal plaatsvinden. Maar het is nu al duidelijk dat we een soepeler systeem krijgen. Het vorig jaar ingevoerde tussenschot tussen diersoorten zal weliswaar behouden blijven, om te vermijden dat de prijs enkel bepaald wordt door de sector waarin de meeste winst per kilo fosfaat gemaakt wordt. Op het eigen bedrijf mogen de rechten wel vrij aangewend worden tussen diersoorten, al is het nog de vraag hoe het dan precies moet bij de verkoop van diezelfde rechten. Maar wie vandaag koeien heeft, mag morgen dus varkens houden. Het decreet voorziet ook de mogelijkheid om de verkoop van nutriëntenemissierechten op maat toe te staan. Belangrijk is verder ook dat de vergunningenstop wegvalt. Daardoor wordt het systeem van de nutriëntenemissierechten de enige regulator van de mestproductie in Vlaanderen. Wie vroeger wilde uitbreiden, moest zowel de nutriëntenhalte als de milieuvergunning overnemen.

Bij elke transactie wordt nog altijd 25 procent van de nutriëntenrechten afgeroomd?
Dat is het basisprincipe, maar er zijn enkele belangrijke uitzonderingen. Zo is er geen sprake van afroming wanneer het gaat om een familiale bedrijfsovername of wanneer de overnemer een startende boer is. De rechten blijven ook volledig behouden wanneer de hoeveelheid nutriënten in kwestie naar de mestverwerking gaat. Dit is een goede beslissing, want eigenlijk heeft de afroming nooit gewerkt zoals de wetgever het oorspronkelijk bedoelde. In het verleden werd een kwart van de rechten afgeroomd bij de samenvoeging van bedrijven. In de praktijk voegden landbouwers hun bedrijven niet samen, maar creëerden ze een soort satellietbedrijven om te ontsnappen aan die regeling. Onnodig te zeggen dat zo’n constructies de bedrijfsstructuur niet ten goede kwamen. In het nieuwe decreet heeft minister Peeters dit probleem opgelost.

Bouwt het mestdecreet een beperking in op de verplaatsing van dieren naar concentratiegebieden?
Niet rechtstreeks. Maar in die gebieden is het voor veehouders wel duurder om van de mest af te raken: ofwel is de verwerkingsplicht hoger, ofwel moet de mest over langere afstanden vervoerd worden. Wie nog rechten naar concentratiegebieden wil doen vloeien, moet daar rekening mee houden. Er wordt wel werk gemaakt van een uitzonderingsmaatregel die ervoor moet zorgen dat boeren in veedichte gebieden autonoom kunnen groeien, zonder elders rechten weg te kopen. Dat zou mogelijk worden mits verwerking van de extra geproduceerde mest, met een toemaatje van 25 procent op dat volume. Wie niet verwerkt zoals het hoort, zal die verworven rechten meteen weer kwijtspelen. Bij die regeling zal dus een strakke regie gevoerd worden, maar anderzijds is het duidelijk dat het beleid zich vierkant achter de mestverwerking schaart. Dat was in het verleden anders, waardoor potentiële investeerders afgeschrikt werden. Je voelt heel duidelijk dat de stemming op het terrein intussen omgeslagen is, ook al is de wetgeving nog niet helemaal rond.

Een gevoelig thema is de mestverwerkingsplicht…
Een goed principe, met dien verstande dat een verwerkingsplicht van honderd of zelfs negentig procent technisch en economisch niet haalbaar is. Verwerkingsplichtige bedrijven mochten in het verleden ook geen extra grond verwerven en kregen aparte statuten opgekleefd. Wie zijn mest niet verwerkte, kreeg pas jaren later de superheffing in de bus. Enfin, er was een heel kluwen aan regels mee gemoeid waardoor zelfs de Mestbank nauwelijks nog het bos door de bomen kon zien. Het nieuwe mestdecreet concentreert de verwerkingsplicht in gebieden met een hoge mestdruk. Daar moeten veehouders tot dertig procent van hun netto stikstofoverschot verwerken, terwijl dat in andere streken slechts tien of twintig procent is. Bedrijven zien hun verwerkingsplicht aangevuld met 0,6 procent per volle schijf van duizend kilo netto stikstofoverschot. Kleinere veebedrijven met een te verwerken hoeveelheid van minder dan 5.000 kilo stikstof genieten daarentegen een vrijstelling.

Hoe zie je de mestverwerking in Vlaanderen evolueren?
Blijkbaar is het niet evident om op een rendabele manier energie te puren uit de vergisting van mest. Daardoor zijn momenteel eerder de biologische afbraakprocessen in opmars. Door de jaren heen is de kostprijs realistischer geworden. Vroeger zat de prijs voor mestverwerking boven de 25 euro per ton, nu is dat een stuk minder. In de toekomst verwacht ik dat de mest ook meer bewerkt zal worden in functie van de gebruiksmogelijkheden.

Op een nieuw rondje warme sanering zit Boerenbond niet te wachten?
Die mogelijkheid is wel degelijk voorzien in de wetgeving. Een warme sanering zou in de toekomst als vangnet kunnen fungeren voor bedrijven waar onoverkomelijke problemen opduiken. Maar een doel op zich mag het niet worden. Tenzij de waterkwaliteit niet verbetert, maar daar gaan we niet vanuit.

De superheffingen uit het vorige mestdecreet worden vervangen door administratieve geldboetes. Maakt dat voor de veehouders veel verschil?
Eigenlijk wel. Het geld van de superheffingen vloeide naar het Mina-fonds. Voortaan keren de boetegelden terug naar de veehouderij in de vorm van bijvoorbeeld extra steun voor staalnamen, mestopslag, enzovoort. Boetes geven de minister ook meer interpretatieruimte. Recidivisten zullen hun boete overigens zien verdubbelen.

De Mestbank gaat zichzelf in een boervriendelijk kleedje stoppen. Maakt die facelift kans op slagen?
Hoewel de Mestbank ook in het verleden een sensibiliserende taak had, leeft bij veel boeren het gevoel dat die instelling veel nadrukkelijker bezig was met controleren en bestraffen. Te dikwijls werden kansen gemist om een positieve bijdrage te leveren aan het mestprobleem. Controle is nodig, maar een goede adviesverlening kan voor een belangrijke kruisbestuiving zorgen: pas door mee te denken met de boeren zal het besef groeien dat oplossingen in de praktijk niet altijd voor de hand liggend zijn. Ik geloof er sterk in dat een goede begeleiding op het terrein een aanzienlijk deel van het mestvraagstuk kan oplossen. Adviseurs van de Mestbank kunnen bijvoorbeeld een rol spelen in de zogeheten waterkwaliteitsgroepen, die in een bepaald stroomgebied de nitraatwaarden in lokale waterlopen actief opvolgen. Wanneer zo’n groep boeren een onverbeterlijke stielbederver ontmaskert, kan de adviseur van de Mestbank er desnoods een collega-controleur op af sturen. Dat moet de nieuwe filosofie zijn.

Wat is het zwakste punt van het nieuwe mestdecreet?
(denkt lang na) Eén van de hoofdbetrachtingen was om een eenvoudig decreet te schrijven. Maar naarmate er meer uitvoeringsbesluiten verschijnen, zal blijken dat de wetgeving uiteindelijk toch weer erg ingewikkeld is en dat er nog behoorlijk wat papierwerk bij komt kijken. In die zin is het mestdecreet me eigenlijk wat tegengevallen.

Wanneer verwacht je de eerste significante verbetering van de waterkwaliteit?
Door kort op de bal te spelen in de probleemgebieden zouden er toch vrij snel zichtbare resultaten moeten zijn. Als Vlaanderen een derogatie krijgt, geldt die voor vier jaar. Het actieplan loopt tot 2011. Rond die tijd zal er dus een eerste belangrijke evaluatie plaatsvinden van het mestdecreet. Tegen dan moét de waterkwaliteit beter zijn. Er is geen weg terug.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek