Bart Staes (Groen!) en Mark Demesmaeker (N-VA)
duidingIs de vertrouwensrelatie tussen Groen! en de landbouwbevolking vier jaar na de eerste regeringsdeelname van de partij weer hersteld? En kijkt N-VA op agrarisch vlak verder dan de communautaire rellen rond de Plantentuin in Meise en de ggo-populieren in Zwijnaarde? In een bijwijlen erg geanimeerd debat trekken europarlementslid Bart Staes en Vlaams volksvertegenwoordiger Mark Demesmaeker ten strijde tegen de vooroordelen.
Heeft N-VA eigenlijk een landbouwprogramma?
Mark Demesmaeker: Het spreekt vanzelf dat dossiers met een communautair tintje ons op het lijf gegoten zijn. Zo is ook beleidscoherentie voor ons een belangrijk aandachtspunt. Ondanks de regionalisering van de landbouwbevoegdheden is er nog altijd versnippering omdat het federale niveau bevoegd is voor onder meer de landbouwrampen. Ook de afroming van Vlaamse investeringssteun door de federale fiscus is voor ons een doorn in het oog.
De Vlaamse en Waalse landbouw zijn totaal verschillend en ook de beleidsvisies lijken steeds verder uit elkaar te groeien. Een goed voorbeeld is het dossier rond de melkquota.
Mark Demesmaeker: Op die manier dreigt ons land straks helemaal geen stem meer te hebben op de Europese landbouwraden. Als er geen compromis gevonden wordt tussen de deelstaten moet de Belgische vertegenwoordiger zich sowieso onthouden, maar zelfs die afspraak houdt niet langer stand. Onlangs bakte de Waalse minister Lutgen het zo bruin dat hij op de bijeenkomst van Europese milieuministers zonder mandaat tegen het voorstel van de Commissie stemde om een eind te maken aan het verbod op de teelt van transgene maïs in Oostenrijk en Hongarije. Zijn argumentatie dat die stem niet van doorslaggevend belang was, bewijst alleen maar dat ons systeem tegen zijn grenzen aangebotst is. Met een onafhankelijk Vlaanderen zouden we in Europa actief coalities kunnen smeden met andere kleine lidstaten, en op die manier wegen op het debat.
CD&V heeft tijdens de voorbije legislatuur zware kanonnen zoals Yves Leterme en Kris Peeters aan het hoofd van het landbouwbeleid in Vlaanderen geplaatst. Het gevolg is dat de boeren weer zelfrespect hebben en dat de sector uit zijn harnas bevrijd is. Dat is toch een hele vooruitgang?
Bart Staes: (heftig) Eerlijk gezegd zie ik die vooruitgang niet wanneer ik een blik werp op de Europese landbouwstatistieken. De gemiddelde leeftijd van onze landbouwers is meer dan 55 jaar. Weinig sectoren kampen bovendien met hogere zelfmoordcijfers dan de landbouw en de boeren slagen er nauwelijks nog in om bedrijven over te laten aan hun kinderen. In veel sectoren worden onze landbouwers dan ook nog eens gedwongen om onder de productiekost te werken. Er is natuurlijk nog de beroepsfierheid, maar de boeren hebben het in de eerste plaats zeer moeilijk om zich te handhaven. Dat is de realiteit.
Mark Demesmaeker: Ik was vroeger actief in de mediasector, en het valt me toch op dat de journalisten de landbouw niet langer demoniseren. Ten tijde van de mestoverschotten portretteerden de televisiezenders de boerenstiel vrijwel uitsluitend met beelden van koeienvlaaien en mestkarren. Dat wekte weerzin bij de kijkers en woede bij de boeren. En dan kwam er ook nog eens een groene minister die de landbouwers afschilderde als vervuilers. Die beeldvorming heeft tijdens deze legislatuur gelukkig plaats geruimd voor de dialoog.
Bart Staes: De waarheid is dat eerst Norbert De Batselier een eerbare poging ondernomen heeft om de Europese nitraatrichtlijn op een correcte manier om te zetten, daarna beet ook Vera Dua in het zand. Een aantal boerenleiders heeft jarenlang met de toekomst van de boeren gespeeld door in het mestdossier zoveel tijd af te kopen. De ironie van het lot heeft gewild dat uiteindelijk Peeters en Leterme heel Vlaanderen moesten inkleuren als kwetsbaar gebied. Toen Dua in 2001 het voorstel lanceerde om ongeveer de helft van het landbouwareaal kwetsbaar te maken, was dat nog heiligschennis. Niet in het minst voor de liberalen, die in die periode wilden uitgroeien tot een grote volkspartij waar ook Boerenbond een plaats zou in krijgen. Van die tactische spelletjes werd onze partij het kind van de rekening.
Landbouwbedrijven werden door de nutriëntenhalte toch jarenlang in een keurslijf geduwd. Een rem op de groei leidt in iedere economische bedrijfstak onvermijdelijk tot defaitisme.
Bart Staes: Ik heb altijd gezegd dat een minderheid van de boeren de hele sector jarenlang opgezadeld heeft met een negatief imago. Dat de perceptie bij de buitenwereld intussen gekeerd is, heeft te maken met de nieuwe strategie die de landbouworganisaties de voorbije vijf jaar hebben toegepast. Vroeger hanteerden ze meteen de confrontatiestijl wanneer gepraat werd over milieu, dierenwelzijn of zelfs plattelandsontwikkeling. Vandaag voelen ze zich bij Boerenbond niet langer te beroerd om mee te onderhandelen over een label voor fair trade.
Mark Demesmaeker: Die context kan je enkel creëren op basis van dialoog. In mijn eigen gemeente stel ik vast dat Boerenbond en Natuurpunt met wederzijds respect samenwerken rond een ruilverkaveling. Tijdens de vorige legislatuur werden de landbouwers betutteld.
Bart Staes: Die betutteling kwam dan toch niet vanuit groene hoek.
Volgens minister Hilde Crevits is het onmogelijk om van de landbouwers nog meer milieu-inspanningen te vragen dan diegene die ze vandaag al leveren. Akkoord?
Mark Demesmaeker: Heeft Crevits dat op die manier verwoord? Bon, het is natuurlijk wel zo dat de landbouwers de voorbije jaren ernstige inspanningen geleverd hebben. Wat de uitstoot van broeikasgas betreft, heeft geen enkele sector beter gescoord. En in deze crisistijden moet je natuurlijk vermijden dat extra milieunormen het inkomen nog verder naar omlaag duwen. Anderzijds moet het mogelijk zijn om nog een aantal win-winsituaties te creëren, zoals de uitbouw van glastuinbouwzones met recuperatie van industriële restwarmte. Voor dat soort projecten zouden de regels op het vlak van ruimtelijke ordening veel soepeler moeten gemaakt worden.
Bart Staes: In ons ecologisch voedselplan benadrukken we dat alle schakels van de voedselketen nog vooruitgang kunnen boeken op milieuvlak, gaande van het versjacheren van veevoeder tot de distributiesector. Een structureel probleem is dat de hele voedselketen een agro-industriële aanblik krijgt, en dat terwijl de Vlaamse boer niet gebaat is bij grootschaligheid.
Mark Demesmaeker: Je moet landbouwbedrijven verdorie toch de kans geven om uit te breiden.
Bart Staes: Pas op, je hoort me niet beweren dat er geen vooruitgang geboekt werd. Vijf jaar geleden was de huidige samenwerking tussen de biologische en gangbare sector ondenkbaar. Ik heb al weet van vier boeren die door de gewijzigde houding van de landbouworganisaties plots wel durven om te schakelen. Waarmee ik niet wil zeggen dat alle landbouwers voor bio moeten kiezen, hé.
Dat lijkt een veel realistischer uitgangspunt dan de doelstelling om het aandeel van bio tegen 2010 te laten uitgroeien tot tien procent van het totale landbouwareaal. Maar heeft u het gevoel dat Groen! opnieuw geloofwaardig is voor de boeren?
Bart Staes: Vera Dua was zeker geen olifant in een porseleinkast. Piet Vanthemsche is trouwens nog haar kabinetsadviseur geweest. En heeft Magda Aelvoet niet het Voedselagentschap in de steigers gezet? Maar op een bepaald ogenblik heeft men een georkestreerde moddercampagne gelanceerd tegen Dua. Die is op een pijnlijke manier uitgemond in een betoging, waarin Jaak Gabriëls mee opstapte tegen de ‘groene hoer’. Toen zijn we onderuit gegaan, en is rond onze partij een verkeerde perceptie ontstaan. Ik ben me ervan bewust dat het nog jaren zal duren vooraleer die helemaal kan rechtgetrokken worden. Het enige wat ik kan doen, is iedere dag keihard werken en tonen waar we voor staan. En de vele nieuwe medewerkers in onze partij zal ik wel kneden.
Heeft u regelmatig contact met Boerenbond?
Bart Staes: In het Europees parlement heb ik in de commissie gezeteld die zich onder meer bezighoudt met voedselveiligheid. Het is logisch dat je dan wel eens van gedachten wisselt. Ik lees ook iedere week Boer&Tuinder. Regelmatig zie ik in dat blad zelfs mijn naam verschijnen, maar negen maanden voor de verkiezingen stopt dat plots. Binnen drie weken zullen ze mij misschien opeens weer kennen. (lacht)
Het landbouwinkomen is vorig jaar drastisch gedaald en een aantal marktprijzen zijn plots heel fel beginnen schommelen. Dus is het logisch dat de landbouwers meer dan ooit wakker liggen van de prijsvorming in de keten. Moeten ze hiervoor de supermarktketens, de verwerkende industrie of de politici aanspreken?
Mark Demesmaeker: Feit is dat de boeren geen eerlijke prijs krijgen. Maar hoe los je dat op? Er zou in de eerste plaats meer transparantie moeten komen. Als ik het goed begrijp, zal het prijzenobservatorium wel analyses maken, maar veel meer stelt het niet voor. Er moet natuurlijke politieke wil zijn om er iets aan te doen, en dat kan je van een liberale minister zoals Van Quickenborne allicht niet verwachten. De Vlaamse regering zal zelf het initiatief moeten nemen om de diverse schakels in de keten rond de tafel te roepen. Bij dat overleg moet ze dan wel de kaart van de boeren durven trekken.
Bart Staes: Het inkomensprobleem begint al bij de verdeling van de Europese landbouwsubsidies. Piet Vanthemsche verzet zich tegen de publicatie van die gegevens op een website, maar zou er nochtans interessante lessen kunnen uit trekken. Nu weten we tenminste dat tachtig procent van het geld niet bij boerende landbouwers terechtkomt. Zo strijkt bijvoorbeeld KLM meer dan 600.000 euro exportsubsidies op. Van hetgeen wel naar de boeren vloeit, belandt het merendeel bij de grote landbouwbedrijven. En dat terwijl we in Vlaanderen bijna uitsluitend kleine bedrijven hebben. Ik pleit niet voor een afbouw van de subsidies, maar wel voor een eerlijke verdeling.
Hebben de supermarktketens boter op hun hoofd?
Bart Staes: Het is duidelijk dat de grote ketens de boeren contracten opdringen voor de levering van varkens of bonen die vanuit ethisch standpunt onaanvaardbaar zijn. De boer mag geen loonarbeider worden, die zelf moet instaan voor alle risico’s die met het ondernemerschap gepaard gaan.
Mark Demesmaeker: Ik herhaal dat de Vlaamse overheid wel degelijk initiatieven kan nemen op dit vlak.
Het Europese landbouwbeleid heeft jarenlang zowel vanuit linker- als rechterzijde onder vuur gelegen. Nu het langzaam ontmanteld wordt, gaan er steeds meer stemmen op om dat proces weer om te keren. Waar moet het volgens jullie na 2013 naartoe?
Bart Staes: Positief is dat de tweede pijler van het Europese landbouwbeleid thema’s zoals kwaliteit, milieu, landschap en dierenwelzijn op de agenda geplaatst heeft. Die trend moet versterkt voortgezet worden. Soms hoor ik de Open Vld of Lijst Dedecker pleiten voor een daling van de landbouwsubsidies, of zelfs de afschaffing ervan. Maar daar kan absoluut geen sprake van zijn, want dan creëer je een leegloop van het platteland. Tegelijk moeten we natuurlijk wel onze verantwoordelijkheid opnemen. De voorbije tien jaar zijn de exportsubsidies gekrompen van 13,5 miljard naar 3,5 miljard euro. Op die manier beletten we dat boeren in arme landen het slachtoffer worden van dumping.
Mark Demesmaeker: Wij willen alle kansen geven aan een innovatieve landbouw die producten met hoge toegevoegde waarde commercialiseert. Dan is het logisch dat je niet gaat beknibbelen op de landbouwsteun. Maar er zal de komende jaren ook meer aandacht moeten gaan naar de diversificatie van de plattelandseconomie en de leefbaarheid van dat platteland.
Waarom moet men in landbouwmiddens op 7 juni massaal op uw partij stemmen?
Mark Demesmaeker: Een sterker Vlaanderen dat over bijkomende bevoegdheden beschikt, is veel beter gewapend om de crisis aan te pakken. Mirakeloplossingen bestaan natuurlijk ook op het Vlaamse beleidsniveau niet, maar het is duidelijk dat we daar veel meer mogen van verwachten dan het federale echelon, dat al twee jaar op apegapen ligt. Bovendien geloven we in de toekomst van onze landbouw. De sector moet ruimte krijgen voor ondernemerschap en innovatie. Waar mogelijk moet verbreding ondersteund worden en op basis van vrijwilligheid kan ook het agrarisch natuurbeheer nog stappen vooruit zetten. En van cruciaal belang is natuurlijk dat de landbouwers opnieuw het zout op de patatten verdienen. Andere prioriteiten voor de volgende legislatuur zijn administratieve vereenvoudiging en nog meer rechtszekerheid, bijvoorbeeld op het vlak van vergunningen.
Bart Staes: Groen! is de enige partij die de sociaaleconomische crisis, de financiële crisis en de klimaatcrisis geïntegreerd aanpakt. Indien we verstandig investeren in de landbouwsector, kunnen we op die manier ook een deel van het klimaatprobleem aanpakken. We hebben een doordacht plan, dat we trouwens doorgenomen hebben met vertegenwoordigers van landbouworganisaties. De boeren zijn onze bondgenoten.
Mark Demesmaeker: Daar ben ik het alvast volmondig mee eens.
Poll: Bent u tevreden over het Vlaamse landbouwbeleid dat de voorbije vijf jaar gevoerd werd?