Slabakkende biogassector heeft nood aan stabiel beleid
nieuwsTussen 2008 en 2010 verdubbelde de anaerobe vergistingscapaciteit in Vlaanderen van 32 MWe naar 64 MWe, maar de laatste twee jaar gaat het niet meer zo goed met de sector. De sombere vaststellingen in het nieuwe voortgangsrapport doen Biogas-E vzw aandringen op een duidelijk en stabiel beleid dat investeringszekerheid en een lange termijnvisie biedt.
In 2011 maakte biogas 9,2 procent uit van de totale netto groene stroomproductie. In 2010 was dit volgens cijfers van onderzoeksinstelling VITO nog meer dan 12 procent. Om tegen 2020 13 procent van het elektriciteitsverbruik in te vullen met groene stroom, zou biogas moeten instaan voor 1.600 GWh, oftewel een vijfde van de totale groene stroomproductie.
Het voortgangsrapport 2012 indachtig, waarschuwt Biogas-E vzw dat de vooropgestelde doelstellingen niet haalbaar zijn met een ‘business-as-usual’-scenario. "Enkel wanneer een duurzaam ondersteuningskader wordt gecreëerd voor de bestaande vergistingscapaciteit in Vlaanderen en de duurzame valorisatie van minder toegankelijke stromen (GFT, maaisels, oogstresten, enz.) een extra stimulans krijgt, zal de biogassector in Vlaanderen verder kunnen groeien."
De laatste twee jaren maakt de biogassector immers een ernstige crisis door. In 2011 gingen vier biogasinstallaties failliet, andere installaties stonden door overnames en technische problemen een tijdlang stil, de vergistingscapaciteit stagneerde op 88MWe terwijl de netto geproduceerde groene stroom uit biogasinstallaties daalde. Ook het stilvallen van vergunningsaanvragen voor nieuwe projecten, illustreert de malaise.
Het voortgangsrapport wijst diverse factoren aan als oorzaak van de problemen: moeilijk beschikbare en duurdere biomassa, moeizame afzet van digestaat en andere nevenstromen (o.a. door verstrengde mestwetgeving), bijkomende investeringskosten voor het verminderen van geur en andere emissies, lage vergoeding voor de geproduceerde elektriciteit en onvoldoende ondersteuning voor groene energie uit biogas. "Het onzekere subsidiekader, de beperkt beschikbare biomassa, de buurtprotesten, de veranderende milieuwetgeving, de aansluiting op het elektriciteitsnet en de financiering maken nieuwe projecten moeilijk", voorspelt Biogas-E.
Het kenniscentrum roept dan ook alle stakeholders op om een duidelijk en stabiel beleid uit te bouwen dat noodzakelijk is om investeringszekerheid en continuïteit te bieden aan de jonge ontwikkelende biogassector in Vlaanderen. Belangrijk is dat ondernemers en investeerders een duurzaam perspectief wordt geboden, zonder over- of ondersubsidiëring, maar met een lange termijnvisie", aldus Biogas-E.
De vergistingssector vraagt een snelle administratieve afwikkeling, eenvoudige en effectieve procedures en een zekere mate van pragmatisme ten aanzien van de producenten van de hernieuwbare energie. Als de maatschappelijke en economische voordelen van geïntegreerde afvalverwerking en hernieuwbare energieproductie in rekening worden gebracht, gelooft Biogas-E dat de sector zijn maatschappelijke rol als duurzame materialenbeheerder en hernieuwbare energieproducent kan blijven vervullen.
Het jongste voortgangsrapport is niet alleen kommer en kwel. Op de boerderij bedrijfseigen stromen mest, energiegewassen en voederresten vergisten, blijkt een nieuwe en veelbelovende trend. "Voor heel wat landbouwers is een pocketvergister de gedroomde oplossing om zelf in zijn energie te voorzien", meent Biogas-E. Bovendien maakt de kleinschaligheid de technologie aanvaardbaar voor buurtbewoners. Helaas is een pocketvergister lang niet op elk landbouwbedrijf haalbaar en zelfs op bedrijven met voldoende mest moet gewaakt worden over de rendabiliteit.
Meer info: Voortgangsrapport (2012) anaerobe vergisting in Vlaanderen