"Italiaanse puree goedkoper dan onze eigen tomaten"
nieuwsDe 48-jarige Togolese boerin werkt bij Recherche, Appui et Formation aux Initiatives d'Autodéveloppement (RAFIA), een Togolese ngo die de boeren ondersteunt om hun landbouwproducten te bewaren en te commercialiseren. Daminka heeft een goede reden om hier in België te komen praten. "Brussel is de hoofdstad van de Europese Unie. Hier wordt gewerkt aan de EPA's die het onze boeren nog moeilijker gaan maken om een inkomen te hebben uit landbouw".
Voor Daminka is het niet moeilijk om de vinger op de wonde te leggen. "Het probleem is dat onze landbouw niet grootschalig genoeg is. Wij kunnen bijvoorbeeld geen tomatenconcentraat maken, want wij hebben daar de installaties niet voor. Zo kunnen wij niet concurreren met jullie producten, zeker niet als die nog eens gesubsidieerd worden door de Europese Unie. Het is een ongelijke strijd".
Maar de gedreven vrouw wil niet bij de pakken blijven zitten en is van plan om met de vrouwen uit haar gemeenschap tomaten te gaan drogen. Verse producten bewaren is geen evidentie in Afrika, maar wel een noodzakelijke sleutel om de productie op te drijven en zo sterker op de markt te staan. "Hier in België ben ik bij verschillende grote tomatenkwekers op bezoek geweest. Ze hadden wel begrip voor onze situatie, maar toch hebben we meer gepraat over wat ons bindt dan over wat ons verdeelt. De boeren vertelden me dat ze ooit ook zijn moeten overstappen op grootschaligere productie om te kunnen overleven als landbouwer".
Daminka is ervan overtuigd dat zij en de andere vrouwen van haar gemeenschap sterker staan dankzij haar ngo. Ze leren landbouwtechnieken, maar trekken ook naar de andere West-Afrikaanse landen om zich te organiseren tegen oneerlijke vrijhandelsakkoorden. "Ja, vrouwen zijn in de meerderheid in mijn ngo. Als je spreekt over landbouwers, spreek je over vrouwen. Wij vrouwen staan op als het licht wordt, halen water, maken eten klaar. Dan vertrekken we naar de velden om daar te werken. En als we thuiskomen, wacht het huishouden opnieuw".
Een zwaar leven, maar wat doen de mannen dan? "Bij ons in het dorp wonen bijna geen jonge mannen meer. Die zijn allemaal vertrokken om elders werk te zoeken en sturen ons geld. De mannen die er nog zijn, helpen ook wel eens op het veld en doen daar typische mannenklusjes". Armoede is voor Daminka geen loos begrip. "We hebben inderdaad honger gehad. Nu is het beter en dat hebben we vooral aan de westerse ngo's te danken".(KS)
Meer informatie: EPA's