nieuws

Crevits werkt aan wettelijk kader tegen geurhinder

nieuws
De overheid krijgt jaarlijks duizend klachten over geurhinder. Sinds vorig jaar wordt in de schoot van de Vlaamse regering aan een visiedocument gewerkt, dat in de loop van 2008 tot een wettelijk kader moet leiden. Over de inhoud van het document wil minister van Leefmilieu Hilde Crevits vooralsnog niets kwijt. Ook de Europese Unie werkt aan een richtlijn. Intussen ging Het Nieuwsblad onder meer rondneuzen bij Rendac in Denderleeuw.
8 december 2007  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 14:40
De overheid krijgt jaarlijks duizend klachten over geurhinder, maar heeft geen wettelijk kader. Vlaams minister van Leefmilieu Hilde Crevits wil daar in 2008 verandering in brengen, afgestemd op Europese richtlijnen. Nu wordt elke klacht nog individueel behandeld. Het Nieuwsblad ging onder meer rondneuzen bij Rendac.

Vlarem I en II, de milieuvergunningsdecreten van de Vlaamse overheid, verplichten bedrijven "steeds de nodige maatregelen te treffen om schade en hinder te voorkomen". Bedrijven moeten "steeds de beste beschikbare technieken toepassen ter bescherming van mens en milieu". Anderzijds zijn er geen vastgelegde wettelijke normen voor geurhinder. "Geurhinder is namelijk nogal subjectief", verklaart Crevits. Sinds vorig jaar wordt wel aan een visiedocument gewerkt, dat in de loop van 2008 tot een wettelijk kader moet leiden. Over de inhoud van het document wil de minister vooralsnog niets kwijt. Ook de Europese Unie werkt aan een richtlijn.

Bij de inplanting van biogas- en mestverwerkingsinstallaties is de vrees voor mogelijke geurhinder nooit ver weg. Bij Rendac weten ze dat het onmogelijk is om ooit een geurloos bedrijf te worden. "Met onze activiteiten is dat een utopie", zegt directeur Karel Vermassen, die wel benadrukt dat het bedrijf de voorbije jaren forse inspanningen leverde om de geurhinder in te dijken met geurbestrijdingsinstallaties, luchtwassers, biofilters en hoge schoorstenen. Een speciale brander verbrandt de stankstoffen.

Ook bij het gemeentebestuur erkennen ze de inspanningen van Rendac. "Al zal er altijd wel een stukje overlast blijven", zegt schepen van Milieu Jan De Nul. "Maar we mogen niet vergeten dat Rendac ook voor werkgelegenheid zorgt. Daarom moet je de bluts met de buil nemen". Toch is de relatie tussen Rendac en de gemeente Denderleeuw de jongste jaren verzuurd en dat heeft te maken met de belasting die het vorige bestuur oplegde aan Rendac. "De belasting vind ik gewoon schandalig", zegt Vermassen. "Het voormalige schepencollege heeft ons een taks opgelegd waardoor we 400.000 tot 500.000 euro moeten betalen. Op die manier moeten ze de gemeentebelastingen niet optrekken met één procent".

"De belasting kwam er net op een moment dat wij zware inspanningen leverden om de overlast in te dijken. Dat noem ik een verkeerd signaal, zeker gezien wij een maatschappelijke functie hebben en voor werkgelegenheid zorgen. We hopen bij de Raad van State gelijk te krijgen. De jongste jaren steunen wij - als gevolg daarvan - geen evenementen meer in Denderleeuw. Dat doen we wel in Vlaams-Brabant waar ze de meeste hinder ondervinden", zo luidt het bij Rendac.(KS)

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek