"Bouwvrij agrarisch gebied hindert de landbouw niet"
nieuwsVlaams volksvertegenwoordiger Tinne Rombouts is ongerust over het bestemmingsvoorschrift 'bouwvrij agrarisch gebied' in de mate dat het landbouwers zou confronteren met beperkingen bij eventuele uitbreidingsplannen. "Slechts een peulschil (0,5%) van het agrarisch gebied is aangeduid als bouwvrij en er zijn mij geen bedrijven met problemen bekend", sust minister van Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters.
Bouwvrije gebieden worden aangeduid wegens het strategisch karakter van een aaneengesloten landbouwgebied of omwille van belangrijke landschappelijke kwaliteiten. Met de betrachting om open landschappen te beschermen, is Rombouts het eens. Maar ze vindt het problematisch dat het 'bouwvrij agrarisch gebied' soms ingekleurd wordt tot tegen de contouren van actieve landbouwbedrijven. "In bepaalde sectoren waar schaalvergroting noodzakelijk is om economisch te kunnen overleven, is dat uiteraard nefast voor de leefbaarheid van bedrijven", verduidelijkt het CD&V-parlementslid haar bezorgdheid.
"Tot vandaag werd er in gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP’s) in totaal 2.672 hectare aangeduid als bouwvrij agrarisch gebied. Het gaat om een peulschil, namelijk 0,5 procent van het agrarisch gebied", benadrukt Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters. In 1988 was het nog de bedoeling van de beleidsmakers om 38.000 hectare af te bakenen als 'bouwvrij'. Dat was toen ongeveer vijf procent van het totaal.
Bij de opmaak van een GRUP wordt vertrokken van het principieel uitgangspunt om geen bestaande landbouwbedrijven op te nemen in bouwvrije zones en om voldoende uitbreidingsmogelijkheden te laten buiten de als bouwvrije zone aangeduide gebieden. "Alle tot nu toe afgebakende bouwvrije agrarische gebieden zijn volgens dat principe aangeduid", verzekert Muyters. En hij voegt er aan toe dat met bezwaren van de betrokken landbouwbedrijven rekening wordt gehouden door de overheid.
In uitzonderlijke gevallen kan het zijn dat de grens van het bouwvrij gebied toch relatief dicht bij het landbouwbedrijf komt te liggen, bijvoorbeeld langs één zijde van de bebouwde kavel. Dat is vooral het geval indien er duidelijke fysieke grenzen zijn die deze aanduiding verantwoorden. Volgens de minister gaat het bijvoorbeeld om een beek, weg of overstromingsgebied. "Tot op vandaag zijn mij geen problemen bekend van landbouwbedrijven die hierdoor in hun uitbreidingsmogelijkheden beperkt zijn", alsnog Muyters.
Binnen het coördinatieplatform C-AGNAS zal nagedacht worden over een nieuwe methodiek. De vraag is in hoeverre er een specifiek stedenbouwkundig voorschrift kan worden uitgewerkt voor gebieden met specifieke landschapskenmerken, zonder hierbij de verdere groei van landbouwbedrijven te beknotten. Landbouwbedrijven binnen een dergelijk 'agrarisch gebied met landschappelijke kenmerken' zouden in principe steeds kunnen uitbreiden, als ze tenminste een aantal randvoorwaarden respecteren. Minister Muyters herhaalt dat dit nog maar een denkpiste is.