nieuws

"Biobrandstoffen eisen vooral minder snobisme"

nieuws
In diverse EU-lidstaten laat de doorbraak van biobrandstoffen op zich wachten. "Snel is er een verwijt dat het beleid faalt. Hoe zit het echter met de economische sectoren, de agrarische en de petrochemische sectoren en industrieën? Wellicht is de benadering van die sectoren en industrieën te conservatief", schrijft Sip de Vries in een opinie-artikel in De Tijd. De auteur was van 1989 tot 2005 voorzitter van de Commissie 'Biotechnologie, bio-energie en agrarische grondstoffen' van Copa en Cogeca.
6 september 2007  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 14:39
In diverse EU-lidstaten laat de doorbraak van biobrandstoffen op zich wachten. "Snel is er een verwijt dat het beleid faalt. Hoe zit het echter met de economische sectoren, de agrarische en de petrochemische sectoren en industrieën? Wellicht is de benadering van die sectoren en industrieën te conservatief", schrijft Sip de Vries in een opinie-artikel in De Tijd. De auteur was van 1989 tot 2005 voorzitter van de Commissie 'Biotechnologie, bio-energie en agrarische grondstoffen' van Copa en Cogeca.

Het denken over biobrandstoffen wordt volgens de Vries door drie denkbeelden gekenmerkt. Het eerste denkbeeld is 'groot, groter, grootst'. "Daarmee zijn biobrandstoffen in het vaarwater van snobistisch economisch denken gekomen", luidt het. Een investering van 150 miljoen tot een kwart miljard euro moet ten minste de inzet voor investeringen zijn als een bedrijf wil meepraten in de wereld van bio-ethanol. Voor biodiesel zijn voorstellen in de orde van grootte van 50 miljoen tot 100 miljoen euro nodig, anders raakt een bedrijf niet binnen bij de bank.

Bij mega-investeringen hoort een reusachtige afzetmarkt. De kans is er natuurlijk dat die niet voortdurend aanwezig is. Die enorme afzetmarkt kan ook instabiel zijn onder invloed van mondiale concurrentie of wisselende economische groei. In het laatste geval hoort bij een mega-investering mogelijk een megafaillissement of het continu uitstellen van die omvangrijke investeringen, redeneert de Vries.

Een tweede kenmerk van de huidige biobrandstoffenbenadering is de 'te nemen of te laten'-mentaliteit. Overheden krijgen continu conservenachtige producten voor onze economie gepresenteerd. De Vries: "De agrarische en petrochemische sectoren en industrieën hebben een pasklare toepassing in het hoofd voor hun bio-ethanol en biodiesel en aan die toepassing moet niet getornd worden. Verbeteringen en veranderingen van de biobrandstoffen blijven achterwege omdat men die pasklare afzetmarkt beoogt".

Die pasklare afzetmarkt is het bijmengen van 5 tot 10 procent biobrandstof aan iedere benzinesoort of diesel. Of die bijmenging optimaal is, komt niet ter sprake. "Of een andere toepassing met een andere samenstelling van de biobrandstof wellicht beter scoort, komt evenmin ter sprake. De grote investeringen maken een eenvoudige afzet van de biobrandstof noodzakelijk. De maatschappij moet verder niet zeuren over andere markten en verbeteringen van de samenstelling".

Een gevolg van dat denken is dat niet gekeken wordt naar de inzet van bio-ethanol voor elektriciteitsproductie. Dat is volgens de Vries een gemiste kans, zeker voor kleinschaliger en zeer duurzame toepassingen in de agrarische industrie. Een gemiste kans eveneens voor economisch zwakkere landen waar elektriciteit en dus licht net zo goed tot de basisbehoeften behoren. Hetzelfde geldt voor biodiesel. Een andere afzetmarkt vereist een kwaliteitsverbetering, maar dat is lastig voor de investeringen. Dus men doet alsof zijn neus bloedt en er wordt niet meer over gepraat, zo luidt de analyse van de Vries.

Het derde kenmerk van de huidige denkcultuur is de vraag om een volledige accijnsafschaffing voor de biobrandstof - en dan het liefst voor de eeuwigheid. "Dat behoort tot de traditie om overheidsgeld op te eisen. Makkelijk bedacht, maar het vormt geen stimulans om te komen tot diverse toepassingen van biobrandstof. Ook daarin verschillen de agrarische en petrochemische sectoren niet van elkaar. Ze vissen in hetzelfde water naar dezelfde grote vis".

Slotconclusie van de Vries: "Die drie kenmerken van de ontwikkeling van biobrandstoffen zijn slechte uitgangspunten voor een duurzame economie - want dat was toch de doelstelling van biobrandstoffen. Het onderzoek naar kwaliteitsverbetering van de biobrandstoffen loopt daardoor gevaar. Eveneens worden initiatieven van groepen boeren uit de regio 'hier verderop' in de kiem gesmoord".(KS)

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek