43 procent van de landbouwers investeren en vernieuwen
nieuwsRuim vier op de tien land- en tuinbouwbedrijven heeft de voorbije twee jaar innovaties doorgevoerd. Volgens minister van Landbouw Joke Schauvliege gaat het vooral om procesinnovaties, zeg maar manieren om het productieproces zelf te vernieuwen. "Dergelijke innovaties komen voor op meer dan de helft van de bedrijven. Het gaat voornamelijk om investeringen in machines en infrastructuur zoals stallen en serres." Schauvliege merkt in de enquête die uitgevoerd werd door het Departement Landbouw en Visserij ook op dat innoverende bedrijven vaak een jongere bedrijfsleider en een grotere economische omvang hebben.
Het Departement Landbouw en Visserij organiseerde in maart 2014 een enquête bij een 750-tal land- en tuinbouwbedrijven. Uit de rondvraag blijkt dat 43 procent van de bedrijfsleiders in de sector de voorbije twee jaar een innovatie of vernieuwing heeft doorgevoerd. Dat percentage is het hoogst in de tuinbouwsector (52%) en het laagst in de rundveehouderij (35%). Binnen de tuinbouwsector heeft de sierteelt met 62 procent het hoogste aandeel innoverende bedrijven.
Procesinnovaties (voornamelijk nieuwe machines en infrastructuur) zijn de meest voorkomende vorm van vernieuwing in de land- en tuinbouwsector. Daarna volgen innovaties in de vermarkting, zoals de overstap naar een ander afzetkanaal of de verkoop via de korte keten. Op de derde plaats staan organisatorische innovaties, zoals de aanwerving van extra arbeidskrachten, de bedrijfsovername door een nieuwe bedrijfsleider en de aanpassing van de juridische structuur. Productinnovaties en andere innovaties komen minder vaak voor.
"De gemiddelde leeftijd van een bedrijfsleider van een innoverend bedrijf bedraagt 48 jaar, terwijl die van een niet-innoverend bedrijf 50 jaar is. Bedrijven die een innovatie doorvoerden, hebben gemiddeld een standaard output die bijna 90.000 euro meer bedraagt in vergelijking met bedrijven die dat niet deden: 389.650 euro tegenover 297.507 euro", citeert minister Schauvliege uit de studie.
De resultaten onderstrepen volgens de onderzoekers van de Vlaamse landbouwadministratie de nood aan een divers palet van beleidsinstrumenten. Met het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), het bedrijfsadviessysteem, demonstraties en de werking van onderzoeksinstelling ILVO en de praktijkcentra is er voor een grote groep bedrijven reeds ondersteuning om de bedrijfsvoering te verbeteren en duurzamer te maken.
Het nieuwe Vlaamse regeerakkoord en het plattelandsontwikkelingsprogramma PDPO III (2014-2020) zetten nog sterker in op innovatie. Via de steun in het kader van het Europees Innovatiepartnerschap en de projectmatige VLIF-investeringssteun worden bedrijven gestimuleerd om zelf aan de slag te gaan met hun ideeën en die daadwerkelijk om te zetten naar innovaties in de praktijk.
Meer info: beleidsdomein Landbouw en Visserij
Bron: Belga / eigen verslaggeving