3 op 10 landbouwbedrijven valt buiten landbouwgebied
nieuwsTussen 1994 en 2012 is de Vlaamse oppervlakte met landbouw als bestemming met 19.600 hectare afgenomen. Dat is minder dan de herbestemming van 57.600 hectare die vooropgesteld werd in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Daarnaast becijferde het Departement Landbouw en Visserij dat 70 procent van de landbouwbedrijven in landbouwgebied ligt.
Een nieuw rapport van de studiedienst van het Departement Landbouw en Visserij levert een berg cijfermateriaal op over het landbouwgebied in Vlaanderen. De onderzoekers baseerden zich op de ruimteboekhoudingen van het Departement Ruimtelijke Ordening en het geïntegreerd controle- en beheersysteem van het Agentschap voor Landbouw en Visserij.
Uit de verschillende ruimteboekhoudingen blijkt dat er in 2011 nog 788.000 hectare landbouw als bestemming had. Over de volledige planperiode van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen werd 13.145 hectare landbouwgrond groen ingekleurd, werd 5.279 hectare industrie en kreeg 2.538 hectare overige bestemmingen. Gemeenten en provincies hebben landbouwgrond vooral herbestemd naar industrie en recreatie en het Vlaams gewest voornamelijk naar groene bestemmingen.
In het kader van het AGNAS-planningsproces besliste de Vlaamse regering tot een beleidsmatige herbevestiging van de landbouwbestemmingen waarover consensus bestond tussen de natuur- en landbouwsector. Midden 2009 was circa 538.000 hectare herbevestigd agrarisch gebied (HAG) vastgelegd. Bij benadering was dat in 2012 nog 536.800 hectare. Het zijn voornamelijk gemeentelijke planningsprocessen die insnijden op HAG (70%). Wel merkt de landbouwadministratie op dat een deel van dat areaal gecompenseerd kan zijn via planologische ruil.
De uitgebreide databank van het Agentschap voor Landbouw en Visserij leert dat het areaal landbouwgrond dat effectief in gebruik is door professionele en hobbyboeren afneemt van 691.000 hectare in 2008 tot 685.000 hectare in 2011. Het verdwijnen van het landbouwgebruiksareaal uit de registratie kan verschillende oorzaken hebben: betere intekening door de landbouwer, hobbygebruik (verpaarding, vertuining), zonevreemd gebruik van landbouwbestemming (voor kantoren, bedrijven, enz.), zone-eigen gebruik van zonevreemde landbouw (bv. verdwijnen van landbouwgebruiksareaal in groene bestemming). Ook planningsprocessen kunnen leiden tot het verdwijnen van landbouwgebruiksareaal.
Momenteel heeft 89 procent van het (aangegeven) landbouwgebruiksareaal een landbouwbestemming. Daarvan ligt 63 procent in herbevestigd agrarisch gebied. Zes procent van het landbouwgebruiksareaal heeft een groene bestemming en vijf procent harde bestemmingen. 1,2 procent van het landbouwgebruiksareaal is in gebruik van terreinbeherende organisaties. Ongeveer 182.871 hectare van het landbouwgebruiksareaal (27%) heeft één of meerdere juridische randvoorwaarden. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met het natuur- of waterbeleid.
Van alle landbouwbedrijfszetels in Vlaanderen liggen er 27.506 (70%) in een landbouwbestemming. Twee procent (724 zetels) ligt in een groene bestemming en 28 procent (10.703 zetels) in een harde bestemming. Het hoogste aantal bedrijfszetels met een groene bestemming situeert zich in Oost-Vlaanderen. Van alle bedrijfszetels zijn er 7.468 met een juridische randvoorwaarde. De grote meerderheid ervan ligt in oppervlaktewaterwinningen, in een vogelrichtlijngebied of in een ankerplaats.
"De planologisch-juridische context is zeer belangrijk voor de rechtszekerheid van de bedrijven en exploitaties", zo staat in het rapport. Bedrijven of exploitaties die buiten de geëigende bestemmingszone liggen of randvoorwaarden hebben vanuit andere regelgeving kunnen immers gevolgen ondervinden bij het verkrijgen (of vernieuwen) van stedenbouwkundige of milieuvergunningen. Zo is er de verscherpte natuurtoets, de (voortoets tot) passende beoordeling, de watertoets, de wetgeving rond onroerend erfgoed, de mestwetgeving, de wetgeving op het wijzigen van kleine landschapselementen, enz.
De studie doet vier aanbevelingen. Ten eerste wordt voorgesteld de evolutie van het landbouwgebruiksareaal versus de landbouwbestemming te blijven monitoren om zicht te houden op de ruimtelijke transformaties in de open ruimte. Bovendien is het via monitoring mogelijk om in te schatten hoe snel het landbouwgebruik verdwijnt na een herbestemming, wat van belang is bij de voorbereiding van flankerend landbouwbeleid in die gebieden.
Ten tweede wordt voorgesteld om in het kader van het nieuw Beleidsplan Ruimte Vlaanderen een duidelijk behoefteonderzoek voor landbouw te voeren. Ten derde is het nodig een oplossing te zoeken voor de zonevreemde bedrijfszetels, bij voorkeur in het AGNAS-proces. Bijzondere aandacht dient daarbij te gaan naar die zetels gelegen in of tegen speciale beschermingszones, waarbij kan worden bekeken in hoeverre ze kunnen worden ingeschakeld in het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen.
Tot slot stelt de studiedienst van het Departement Landbouw en Visserij een aanpassing van de codex Ruimtelijke Ordening voor. Dat moet binnen de landbouwbestemmingen het landbouwgebruik maximaal behouden en vermijden dat de landbouwbestemmingen uitgehold worden of dat er ongewenste transformaties plaatsvinden.
Meer info: AMS-studie 'Bestemming en gebruik van landbouwgrond'
Bron: Nieuwsflash Landbouw en Visserij
Beeld: Landgenoten