Varkenshouders staan er niet alleen voor
nieuwsVarkensbedrijven die veiligheidsmaatregelen nemen om insleep van de Afrikaanse varkenspest tegen te gaan, kunnen daarvoor steun krijgen van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds. Dat verklaarde minister Joke Schauvliege na een onderhoud met vertegenwoordigers van de varkenskolom over de crisissituatie. Ook over het vergoeden van producenten is gesproken in het bijzijn van de Waalse (Collin) en federale landbouwminister (Ducarme). Bedrijven in de besmette zone krijgen de kosten van ruiming integraal terugbetaald. Politieke bereidheid is er ook om tegemoet te komen in het inkomensverlies dat zal volgen uit de (mogelijk maandenlange) leegstand van de stallen.
Minister Schauvliege kondigt aan dat de varkensbedrijven in Vlaanderen kunnen rekenen op steun vanuit het Landbouwinvesteringsfonds voor het nemen van de nodige bioveiligheidsmaatregelen om de verspreiding van de Afrikaanse varkenspest tegen te gaan. Het gaat bijvoorbeeld over het aanbrengen van een dubbele omheining rond het bedrijf of het plaatsen van wildroosters. Uiterlijk op 30 september dienen varkenshouders hiervoor in te tekenen via het e-loket. De landbouwadministratie gaat de aanvragen snel behandelen.
De snelle tussenkomst vanuit het VLIF werd door Schauvliege meegedeeld tijdens een overleg met haar Waalse collega René Collin, federaal landbouwminister Willy Borsus en vertegenwoordigers van de varkenskolom. De drie ministers deden hun aanpak van de Afrikaanse varkenspest uit de doeken, die onderling goed afgestemd is. Momenteel wordt actief gezocht naar kadavers in de geïnfecteerde zone die met 63.000 hectare ruim bemeten is. Op basis van de laboresultaten en het aantal bevestigde haarden kan de zone preciezer afgebakend worden. Dinsdag werd een vijftiende door varkenspest overleden everzwijn teruggevonden, opnieuw in de provincie Luxemburg maar wel op enige afstand van de vorige haarden rond het dorpje Etalle. Trek je een cirkel rond de vindplaats van alle besmette kadavers, dan is een gebied van circa 2.300 hectare effectief besmet.
Om verspreiding tegen te gaan, wordt het publiek geweerd in een veel groter gebied van 63.000 hectare. Daar worden de everzwijnen ook door jagers met rust gelaten omdat het ongewenst is dat dragers van Afrikaanse varkenspest alle kanten opgejaagd worden. Er is door de Waalse autoriteiten een tijdelijk jachtverbod van een maand uitgevaardigd, en de verwachting is dat het nog verlengd zal worden. Zij volgen daarmee de aanbevelingen van Tsjechische experten die de virusuitbraak in hun thuisland met succes ingedamd hebben.
Op vraag van VILT licht Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV) toe welke aanpak gevolgd wordt inzake de jacht in het gecontamineerde gebied: “Tijdens de piek van de epidemie heeft bejaging geen enkele zin. Integendeel, zieke everzwijnen zonderen zich af en zijn weinig beweeglijk. Door een drijfjacht gaan ze op de vlucht en riskeer je de ziekte nog sneller te verspreiden. Na de epidemiepiek bij wilde varkens kan Afrikaanse varkenspest weer verdwijnen, maar meestal blijft de ziekte endemisch aanwezig in de populatie. Dan kan de jacht een oplossing zijn omdat het de populatie uitdunt.” Kathleen Van Huyse en Maarten Goethals van het HVV-kenniscentrum koppelen een aantal voorwaarden aan een succesvolle bestrijding door jacht: “Jagers moeten de nodige sanitaire voorzorgsmaatregelen nemen en afzien van een drijfjacht. In alle stilte jagen, met nachtkijkers en geluiddempers op de geweren, is de opdracht.”
In de Baltische staten is Afrikaanse varkenspest endemisch aanwezig en past men effectief bejaging toe om de populatie everzwijnen te reduceren. Hier in Vlaanderen bepleitte het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) het uitroeien van alle wilde zwijnen. Daar is weinig draagvlak voor, maar tijdens het overleg met de drie ministers genoot het meer genuanceerde Agrofront-voorstel wel bijval. Boerenbond, ABS en hun Waalse collega’s van FWA opperen gezamenlijk dat everzwijnen niet langer getolereerd mogen worden in Oost- en West-Vlaanderen. De populaties wilde zwijnen zijn in beide provincies klein en geïsoleerd, wat bejaging makkelijker maakt, terwijl het aantal varkensbedrijven in het westen van Vlaanderen net groot is. Wat Boerenbond betreft, dienen ook de populaties everzwijnen in de drie overige provincies sterk gereduceerd te worden, zeker in de gebieden met veel varkensbedrijven.
In de afgebakende zone van 63.000 hectare in de provincie Luxemburg beval federaal landbouwminister Denis Ducarme de ruiming van de daar aanwezige varkensbedrijven. Vertegenwoordigers van de varkenskolom waren (aangenaam) verrast door de snelheid waarmee dat besluit genomen werd. “Derde landen en andere EU-lidstaten kijken met een vergrootglas en de nodige argwaan naar de acties die België onderneemt om varkenspest in te dijken. Gelet op de impact op de handel was snel een krachtig signaal sturen nodig”, zegt Michael Gore, gedelegeerd bestuurder van slachthuizenfederatie FEBEV.
Door de uitbraak van Afrikaanse varkenspest in ons land is de varkensprijs gekelderd. Eind vorige week werd ongerust uitgekeken naar de nieuwe prijsnotering. Met een daling van 10 cent per kilo levend gewicht naar een basisprijs van 91 eurocent per kilo was de schade nog groter dan gevreesd werd. Uitgedrukt in geslacht gewicht ging er in één week 12,2 eurocent van de prijs af, wat ongezien is. Een Belgisch varken is nu aanzienlijk minder waard dan een varken dat vetgemest is in één van de buurlanden. Of dat terecht is, lijkt maar zeer de vraag. Michael Gore: “In de handel met derde landen lopen we vast op de voorwaarden (varkenspestvrij, nvdr.) die genegotieerd zijn in de exportcertificaten. Daar valt weinig op af te dingen, en toch merken we onderhandelingsbereidheid bij een aantal landen. De problemen met de intracommunautaire handel zijn daarentegen in veel gevallen te bestempelen als commercieel misbruik.”
De spreekbuis van de Belgische slachthuizen hoopt dat de problemen van de vleesindustrie gehoor krijgen, net zoals de verzuchtingen van de primaire sector. Ook voor slachthuizen is de uitbraak van varkenspest een horrorscenario. Gore geeft een situatieschets: “Stocks geraken niet verkocht. Van varkensvlees dat onderweg is, weten bedrijven niet of hun afnemer het nog wil. Ondertussen ontvangen zij al heel wat retourvrachten. Afnemers in andere EU-lidstaten beslissen op eigen houtje om de import van levende varkens of Belgisch varkensvlees stop te zetten.” Het stoort de FEBEV-bestuurder dat zusterfederaties, zoals de Italiaanse slachthuizenfederatie, hun leden de boodschap geven om de handel met België te staken. Bovendien wordt Belgisch varkensvlees met Italië als bestemming bij aankomst aan extra analyses onderworpen door de autoriteiten. “De uitslag is pas bekend wanneer de houdbaarheidsdatum bijna verstreken is”, illustreert Gore de moeilijkheden.
Het resultaat van dat alles is een grote disbalans tussen vraag en aanbod, met dramatische gevolgen voor de varkensprijs. Van een vergoeding voor het economisch verlies van alle varkenshouders is voorlopig nog geen sprake. De aandacht gaat nu prioritair naar de varkensbedrijven in de provincie Luxemburg die geruimd moeten worden omdat ze in de geïnfecteerde zone gelegen zijn. Samen houden zij circa 4.000 varkens. Voor het verlies van die dieren zullen de varkenshouders volledig vergoed worden, voor 50 procent door het Sanitair Fonds en voor 50 procent door Europa.
De landbouworganisaties steunen de uitgebreide opruimactie. "De varkenshouders in de getroffen regio konden met hun varkens toch nergens meer terecht. Niemand wilde ze nog", zegt Hendrik Vandamme van het Algemeen Boerensyndicaat. Na de ruiming volgt wellicht een maandenlange leegstand van de stallen, en bijgevolg een bijzonder moeilijk overbrugbare periode voor de bedrijfsleider en zijn gezin want al hun inkomsten vallen weg. Volgens Wouter Wytynck van Boerenbond toont de overheid bereidheid om daarin tussen te komen, “maar dat is gewestelijke materie zodat minister Collin een voorstel aan Europa moet doen dat in overeenstemming is met de staatssteunregels”.
Bron: eigen verslaggeving / Belga