Uitbreiding West-Vlaams weerkundig meetnet bijna feit
nieuwsDe uitbreiding van het meetnetwerk dat landbouwrampen in kaart moet brengen, krijgt stilaan vorm in West-Vlaanderen. De provincie werkt samen met het KMI aan deze uitbreiding zodat het mogelijk is om de weersomstandigheden breed te monitoren. Een fijnmazig meetnet moet het gemakkelijker maken om vast te stellen of men al dan niet met een landbouwramp te maken heeft. De nood aan een uitgebreider netwerk ontstond na de grote Pinksterstorm in juni 2014.
Op 9 juni is het twee jaar geleden dat hagel- en regenbuien heel wat schade veroorzaakten in West-Vlaanderen. De afbakening van het rampgebied was voor heel wat landbouwers een tweede opdoffer want de meteorologen van het KMI gaven in hun advies aan de minister blijk van een in oppervlakte beperkte afbakening van het uitzonderlijk weersfenomeen. Achteraf bleek dat het KMI zich moest baseren op een beperkt aantal meetgegevens omdat er niet op het grondgebied van elke gemeente een meetpunt is. Daarop besloot de provincie om te investeren in een beter en ruimer meetnetwerk.
“Op dit moment is de ijking en vergelijking van de meetapparatuur die bij Inagro en het KMI voorhanden is, bijna rond. Na Vleteren en Lichtervelde heeft intussen ook Kortemark een positief advies gekregen van het KMI”, weet Wouter Vanlouwe, West-Vaams provincieraadslid (N-VA). Op die manier kan in de toekomst vermeden worden dat landbouwers in bepaalde regio's geen tegemoetkoming van het landbouwrampenfonds ontvangen omdat er niet kan aangetoond worden dat ze door uitzonderlijk weer zijn getroffen, of dat gemeentebesturen zelf in actie moeten schieten om de schade aan landbouwpercelen op hun grondgebied aan te tonen.
Beeld: Boerenbond