nieuws

Populatie van akkervogels in Vlaanderen sinds 2007 met een kwart gekrompen

nieuws

De vogelpopulaties in het Vlaamse landbouwgebied blijven in sneltempo achteruitgaan. Sinds 2007 is hun aantal met 26 procent afgenomen. Vooral de veldleeuwerik, ooit een vertrouwde verschijning boven akkers en weilanden, is zwaar getroffen. Dat blijkt uit de nieuwe Vogelatlas van Vlaanderen, een gezamenlijk initiatief van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en Natuurpunt.

Vandaag VILT-redactie
Lees meer over:
gruttoakkervogel-1280

De nieuwe Vogelatlas van Vlaanderen brengt de verspreiding en aantallen van vogels in kaart, dankzij de samenwerking tussen professionele onderzoekers en honderden vrijwilligers. Het boek wordt voorgesteld tijdens de 'Belgische Vogeldag' op zaterdag 24 oktober. De resultaten schetsen een wisselend beeld van de Vlaamse vogelwereld. Terwijl verschillende soorten in landbouwgebieden en bepaalde bostypes sterk achteruitgaan, doen vogels van moerassen, rietlanden en gevarieerde loofbossen het op verschillende plaatsen beter. Ook de gevolgen van de klimaatverandering worden steeds duidelijker zichtbaar.

Veldleeuwerik bijna verdwenen uit het Vlaamse landschap

Vooral akkervogels krijgen het zwaar te verduren. De populaties van onder meer de patrijs, veldleeuwerik, ringmus, zomertortel en grauwe gors blijven dalen. Sinds 2007 is de gezamenlijke populatie van vogels in landbouwgebieden met 26 procent gekrompen. De achteruitgang van de veldleeuwerik springt daarbij het meest in het oog. In 1960 telde Vlaanderen nog ongeveer 180.000 broedparen. Vandaag blijven daarvan naar schatting slechts 6.000 tot 9.000 over. Dat betekent een afname van ongeveer 95 procent.

Ook soorten die afhankelijk zijn van natte graslanden gaan sterk achteruit. De aantallen van de tureluur, grutto en graspieper zijn sinds 2007 respectievelijk met 70, 67 en 52 procent gedaald. De cijfers tonen aan dat niet alleen akkergebieden, maar ook waardevolle graslandhabitats onder druk staan.

Naaldbossen in de Kempen verliezen hun typische vogels

Niet alleen het landbouwlandschap verandert ingrijpend. Ook vogelsoorten die kenmerkend zijn voor homogene naaldbossen in de Kempen, zoals de kuifmees, zwarte mees en goudhaan, zien hun aantallen fors teruglopen.

Een belangrijke verklaring ligt bij de veranderingen in deze bossen. Door klimaatgerelateerde sparrensterfte en plagen van de letterzetter, een schorskever die sparren aantast, verdwijnen bomen op grote schaal. Daarnaast worden naaldbossen op verschillende plaatsen omgevormd tot heide of loofbos, habitats die doorgaans meer kansen bieden aan inheemse natuur.

Die omschakeling kan ecologisch waardevol zijn, maar heeft ook gevolgen voor soorten die specifiek afhankelijk zijn van naaldbomen. De veranderingen in het landschap zorgen er zo voor dat sommige vogelpopulaties nieuwe leefgebieden moeten vinden.

Natuurherstel werpt vruchten af

Tegenover de negatieve trends staan ook hoopgevende ontwikkelingen. Gerichte beschermingsmaatregelen, aangepast natuurbeheer en grootschalige natuurinrichtingsprojecten blijken voor verschillende vogelsoorten een verschil te maken.

Vogels van moerassen en rietlanden, waaronder de rietzanger, blauwborst, bruine kiekendief en roerdomp, vertonen overwegend positieve trends. Ook soorten die in loofbossen leven, doen het beter naarmate die bossen ouder en gevarieerder worden.

Daarnaast profiteren pioniersoorten zoals de kluut, visdief en kleine plevier van grote natuurontwikkelingsprojecten. Het Sigmaplan in de Scheldevallei creëert onder meer nieuwe natte natuurgebieden waar deze vogels voedsel en geschikte broedplaatsen vinden.

Ook typische heidesoorten, zoals de nachtzwaluw en boomleeuwerik, zitten in de lift. Grootschalige herstelprojecten in militaire domeinen en in de Kempen zorgen ervoor dat hun leefgebieden opnieuw uitbreiden.

Klimaatverandering verschuift de vogelwereld

De nieuwe atlas maakt ook duidelijk hoe sterk de klimaatverandering de verspreiding van vogels beïnvloedt. Door de stijgende temperaturen verschuiven de leefgebieden van verschillende soorten steeds verder naar het noorden.

Zuidelijke broedvogels, zoals de Cetti's zanger, graszanger en steltkluut, worden daardoor vaker in Vlaanderen waargenomen. Tegelijk veranderen de overwinteringspatronen van soorten die traditioneel vanuit noordelijker gebieden naar de Lage Landen trekken.

Zo blijven noordelijke watervogels zoals het nonnetje, de brilduiker en de kleine zwaan door zachtere winters vaker dichter bij hun broedgebieden in Noord-Europa. Ze trekken minder vaak zuidwaarts naar Vlaanderen en omringende regio's.

De veranderingen tonen aan dat vogelpopulaties niet alleen reageren op de toestand van het directe leefgebied, maar ook op verschuivende klimaatomstandigheden over grotere afstanden.

Boeren beschermen 139 kievitsnesten dankzij aangepaste landbouwactiviteiten
Uitgelicht
Dankzij de samenwerking tussen 27 landbouwers en tientallen vrijwilligers werden dit voorjaar 139 kievitsnesten beschermd in het zuiden en midden van West-Vlaanderen. Landbouw...
4 augustus 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek