Burgers kunnen meehelpen vogelgriep in kaart te brengen
nieuwsWandelaars die een dode vogel aantreffen, kunnen dat signaleren bij één van de vijf erkende Vlaams vogelopvangcentra (VOC). “Als het over een verdacht overlijden gaat, laten we het dier testen op vogelgriep. Zo brengen we de ziekte in kaart”, duidt Natuurhulpcentrum in Oudsbergen. Die monitoring moet helpen om uitbraken sneller op te sporen en zo ook sneller te kunnen ingrijpen.
Elke Vlaamse provincie heeft minstens één opvangcentrum voor vogels en wilde dieren en staat in voor de Vlaamse dierenziektebewaking. Voor zowel vogels, als andere dieren.
“Wij gaan ter plaatse stalen nemen van dieren die in verdachte omstandigheden gestorven zijn”, luidt het. “Die sturen we naar het labo om de doodsoorzaak te achterhalen.” En het gaat niet enkel om kadavers. “Ook van levende dieren die bij ons binnenkomen met verdachte symptomen, sturen we een staal op”, vertelt het Natuurhulpcentrum in Oudsbergen.
Op die manier worden ziektes opgevolgd die circuleren onder wilde dieren. “Voor vogelgriep neemt Sciensano de gegevens over om de besmettingen in België in kaart te brengen”, aldus het natuurhelpcentrum. “Die passieve ziektebewaking doen we al zo’n acht jaar op vraag van het Agentschap voor Natuur en Bos. Vanuit Europa bestaat namelijk de verplichting om bepaalde dierziektes bij wilde populaties te monitoren.”
Wanneer is een overlijden verdacht?
Niet elk dood dier wordt onderzocht. “Een dier dat tegen een raam is gevlogen of vlak bij een weg of in een jachtgebied ligt, beschouwen we niet meteen als een verdacht overlijden”, duidt het natuurhelpcentrum. “Een vos die dood in het midden van een bos ligt of vogels die zonder zichtbare verwondingen langs een wandelpad worden gevonden, zijn dat bijvoorbeeld wel.”
Wie zo'n verdacht overlijden opmerkt, kan rechtstreeks contact opnemen met een vogelopvangcentrum of een melding doen via de influenzalijn van het FAVV.