ABS twijfelt aan neutraliteit biggenprijsbepaling
nieuwsIn 2009 nodigde het Algemeen Boerensyndicaat zichzelf uit in café La Tourelle in Anderlecht om er de marktpartijen gade te slaan die iedere week de prijs van varkensdelen op een bierviltje noteerden. De producenten hadden destijds niets in de pap te brokken. Dat is in de commissie die wekelijks de Vlaamse biggenprijs bepaalt wel even anders, en toch stelt ABS vragen bij de objectiviteit ervan. In ledenblad Drietand kaart belangenverdediger Bart Vergote aan dat de aankopers van biggen het overwicht hebben terwijl het opzet 11 jaar geleden een neutrale prijsbepaling was. Commissievoorzitter Joost Bultinck begrijpt de kritiek niet en maakt zich sterk dat de belangen van zeugenhouders en vleesvarkenshouders tot op de dag van vandaag op gelijke voet verdedigd worden. Hij wijst ook op het vertrouwen dat de Vlaamse overheid in de prijsnotering stelt.
In de verkoop van biggen had je 15 jaar geleden twee prijsnoteringen voor Vlaanderen: de biggenprijs van Sint-Truiden en die van veevoederfirma en integrator Danis. “Van de eerste wist niemand precies hoe deze prijs tot stand kwam en hoe men hierbij tewerk ging. De Danis biggenprijs wordt gemaakt vanuit het standpunt van een integrator die meestal de andere prijsnoteringen in Vlaanderen volgt”, begint Bart Vergote zijn Varkenspraatje in ABS-ledenblad Drietand. Lage biggenprijzen en grote onvrede bij vele varkenshouders hebben er toe geleid dat er een nieuwe prijsnotering vanuit de sector tot stand kwam, zonder inmenging van landbouworganisaties of overheid. Dit is een verwijzing naar de Vlaamse biggenprijs (VPB) die 11 jaar geleden gelanceerd werd. “Een prachtig initiatief”, aldus Vergote, “ware het niet dat je als nieuwe prijsnotering je bestaansrecht in de markt moet bewijzen.”
Het moet gezegd worden dat de Vlaamse biggenprijs hierin slaagde en uitgroeide tot de belangrijkste referentie in de markt, belangrijker dan de prijsnoteringen in Sint-Truiden en door Danis. Bij de opstart van VBP werd gestreefd naar een evenwichtige samenstelling van de commissie die wekelijks onderhandelt over de biggenprijs. Evenwichtig wil in deze zeggen evenveel aan- als verkopers van biggen. Op vrijwillige basis engageren zij zich om iedere woensdagavond samen te zitten en te discussiëren over een nieuwe prijsnotering. De juiste fluctuaties van de prijs hebben ertoe geleid dat meer en meer handelaren deze notering daadwerkelijk gingen gebruiken, en zo werd de VBP-prijs een begrip in de sector.
Als je het Vergote vraagt, dan heeft de VBP-prijs ondertussen veel van zijn pluimen verloren. Hij verklaart zich nader: “Door de crisis in de sector hielden vele varkenshouders ermee op, of ze lieten een integrator de stallen bevolken om een beetje garantie op hun bedrijf te creëren. Ook in de wereld van de handelaren vond een consolidatie plaats, zodat er steeds minder partijen op de markt zijn die zelfstandig biggen aan- en verkopen.” Wat heeft de commissie die de Vlaamse biggenprijs bepaalt daarmee te maken? Wel, volgens Bart Vergote vertroebelt deze consolidatiegolf de evenwichtige samenstelling van de commissie. “De handelaren halen de bovenhand in de commissie en dit maakt het zeer moeilijk om een goede prijs te bepalen.”
Bij het Algemeen Boerensyndicaat vallen ze ook over het gebrek aan transparantie, bijvoorbeeld als het gaat over de parameters die aan de basis liggen van de Vlaamse biggenprijs. “Gaan ze mee met buitenlandse prijzen of wordt er gekeken naar de varkensnoteringen? Hebben ze zicht op de effectieve handel van biggen?”, vraagt Vergote zich af. Hij bepleit een moderner systeem dat gebaseerd is op recente data van import, export en recent verhandelde biggen zodat, alsnog Vergote, “aan- en verkopers kunnen onderhandelen aan de hand van correcte gegevens om zo een correcte prijsnotering te bekomen die zijn geloofwaardigheid in de toekomst kan behouden”.
De prijsbepaling onderbouwen met marktdata is een suggestie die de voorzitter van de Vlaamse biggenprijscommissie, Joost Bultinck, graag in de praktijk zou brengen “maar die gegevens zijn niet beschikbaar”. De Vlaamse biggenprijs geeft weer wat een big in de lopende week waard is, terwijl marktgegevens pas enkele weken later beschikbaar zijn, en om interpretatie vragen. “Niemand zit te wachten op een biggenprijs met drie weken vertraging. Een zeugenhouder die betaald wil worden in de week na levering moet weten aan welke prijs.”
De aantijgingen met betrekking tot de samenstelling van de commissie vindt hij geen hout snijden. “De commissie telt tien leden: drie zeugenhouders als verkopers van biggen, drie vleesvarkenshouders en integratoren die biggen kopen, twee handelaars en twee personen die zich neutraal opstellen. Als zeugenhouder en voorzitter ben ik er daar één van, de andere persoon houdt zowel zeugen als vleesvarkens. Binnen de commissie krijg ik dus eerder het tegendeel te horen, dat de zeugenhouders licht de overhand hebben.” Deze groep van tien bespreekt de markttrend om vervolgens anoniem een prijsbeweging op papier te zetten. Daarna wordt de discussie voortgezet want er wordt gestreefd naar een consensus. Is dat niet haalbaar, dan hakt de voorzitter de prijs door.
Op de vraag waarom de neutrale commissieleden niet gezocht zijn bij de overheid of een onderzoeksinstelling antwoordt Bultinck: “Je moet actief zijn in de sector en voeling hebben met de markt om te mogen zetelen.” Hij vindt dit net de grote sterkte van de commissie: “Noem mij een andere commissie waarin de producenten zo goed vertegenwoordigd zijn.” Volgens de voorzitter functioneert de commissie in zijn huidige samenstelling bijzonder goed. Een hoge aanwezigheidsgraad op de wekelijkse bijeenkomsten is daar getuige van.
De Vlaamse overheid verleent extra geloofwaardigheid aan de Vlaamse biggenprijs door deze notering zelf als marktreferentie te nemen. “De landbouwadministratie rapporteert onze prijsnotering aan Eurostat, inbegrepen de inschatting die we viermaal per jaar op hun vraag maken van de toeslag die gangbaar is in de markt. De Vlaamse biggenprijs is immers een basisprijs want er zijn veel factoren die een toeslag kunnen verantwoorden: groepsgrootte, genetica, vaccinatiestatus, een selectie van de mooiste biggen of integendeel alle biggen laden, enz.”
De biggenprijs in de buurlanden is één van de criteria ter bepaling van de Vlaamse biggenprijs, laat de voorzitter in zijn kaarten kijken. Joost Bultinck daagt Vergote uit om de vergelijking te maken omdat hij maar tot één vaststelling kan komen, namelijk dat er geen abnormale afwijkingen zijn. “De Vlaamse biggenprijs is in korte tijd met 4 euro gedaald maar in Duitsland ging de prijs 5 euro onderaf. Het najaar is traditioneel een moeilijke periode voor de prijsvorming van de biggen. En we mogen niet vergeten dat een big nu 15 euro duurder is dan vorig jaar, toen de prijzen dramatisch laag waren.”
Tot slot wil Bultinck nog kwijt dat er na soortgelijke kritiek twee jaar geleden twee mandaten zijn uitgeschreven voor zowel ABS als Boerenbond. “Een aankoper van biggen hebben zij nooit aangedragen zodat we die mensen zelf zochten. Ik zou durven zeggen dat ze de kans hebben gehad en hebben laten schieten.” Om het draagvlak voor de Vlaamse biggenprijs blijvend te verzekeren, wordt momenteel de hand gelegd aan een online stemmodule zodat meer marktpartijen hun zeg kunnen doen. Nu reeds kan de biggenprijs online geconsulteerd worden of per sms. De ochtend na de commissiezitting op woensdag worden ook de overheid, de landbouworganisaties en de vakbladen op de hoogte gebracht.
Bron: Drietand / eigen verslaggeving