Oostenrijks verbod op GGO-maïs blijft gehandhaafd
nieuwsDe Commissie stapte toen naar de Europese Voedselautoriteit, die in maart 2006 een advies uitvaardigde waaruit bleek dat de maïssoorten geen enkel gevaar betekenen voor mens, dier noch milieu. Dus redeneerde de Commissie dat er geen wetenschappelijke argumenten waren om het vrij verkeer van de toegelaten producten verder onmogelijk te maken. Bij de ministerraad werd een nieuw voorstel ingediend om de Oostenrijksers in de pas te laten lopen.
Maar de ministerraad houdt dus voet bij stuk. Volgens de milieuministers hebben de GGO-maïssoorten in kwestie niet de risicoanalyses ondergaan die volgens de meest recente GGO-richtlijn vereist zijn. Volgens die richtlijn zouden lidstaten de teelt en de verkoop van GGO's mogen beperken in het kader van het voorzorgsprincipe. Bovendien zijn de ministers van oordeel dat de verscheidenheid aan landbouwstructuren en ecologische karakteristieken in de EU systematisch in rekening moet gebracht worden bij de milieubeoordeling van GGO's.
De twee variëteiten, Monsanto MON 810 en Bayer T25 zijn sinds 1998 toegelaten op de Europese markt. Oostenrijk moet er niet van weten uit vrees voor een besmetting van het biologische landbouwareaal. Een panel van de Wereldhandelsorganisatie veroordeelde eerder dit jaar het feit dat verschillende Europese landen een GGO-verbod handhaven.(KS)