Landbouwers delen kennis op Bodemfestival van Inagro
nieuwsAl 70 jaar onderzoekt het West-Vlaamse Inagro de Vlaamse akkerbodems. Om die mijlpaal te vieren, bundelde de onderzoeksinstelling haar kennis en ervaring in een Bodemfestival. Geen ellenlange technische powerpointpresentaties, maar wel informele gesprekken en kennisuitwisseling. Niet alleen tussen experts en landbouwers, maar minstens even belangrijk: ook tussen landbouwers onderling. "Het is als adviseur soms wat confronterend dat mijn verhaal veel minder binnenkomt bij landbouwers dan hetzelfde verhaal van een collega-landbouwer", vertelt Brecht Catteeuw, adviseur bij Inagro en B3W.
Zo'n 300 bezoekers vonden op de laatste dag van juni de weg naar het Bodemfestival van Inagro. Over het terrein hing een gemoedelijke sfeer die veel weghad van een landelijk buurtbijeenkomst. Overal stonden groepjes landbouwers, onderzoekers en adviseurs die met elkaar in gesprek gingen. Daarbij kwam vaak dezelfde vraag bovendrijven: hoe kan een goede bodemgezondheid bereikt worden?
Met 70 jaar ervaring op de teller kan Inagro wel wat wijsheden meegeven over het thema. “Toch blijft bodembeheer complex en deels onvoorspelbaar”, geeft Dominique Huits mee. Huits is onderzoeksleider voor bodemthema’s bij Inagro. “De praktijk is geen rekenkundig model. We kunnen veel meten en sturen, maar externe factoren zoals neerslag of temperatuur blijven telkens een grote rol spelen.” Daarbij komt ook kijken dat Vlaanderen heel wat verschillende bodems heeft. “Kustpolders verschillen sterk van die verder in het binnenland”, aldus Huits. “Daarom is gebiedsgericht onderzoek en advies op maat altijd cruciaal.”
Van maximale opbrengst naar bodemgezondheid
Eén ding staat wel vast: het onderzoek naar de bodem is in de voorbije decennia erg geëvolueerd. “Toen ik startte bij Inagro lag de focus van het bodem- en bemestingsonderzoek op productie, met een maximale opbrengst”, aldus Huits. “Langzaamaan verschoof de focus naar kwaliteit met een goede bodemgezondheid. Intussen is dit geëvolueerd naar onderzoek waarin een geïntegreerde visie op bodemkwaliteit en -duurzaamheid centraal staat.”
“We vertrekken niet langer van één factor. Bemesting, bodembewerking, koolstofopbouw, teeltrotatie en waterhuishouding maken allemaal deel uit van hetzelfde geheel”, duidt Huits.
De bodem als één geheel
De grote verscheidenheid aan standen op de 'festivalnamiddag' toont meteen ook hoe breed bodemzorg vandaag is geworden. Bezoekers konden er terecht voor demo's over driftreducerend spuiten en voorzetwoelers, maar evengoed ontdekken welke groenbedekkers er bestaan, hoe je die opnieuw vernietigt, hoe je erosie voorkomt of renure toepast.
“Net dat is de sterkte van het festival. Alle kennis komt hier samen, waardoor bezoekers zelf de verbanden kunnen leggen. De informatie die ze over bemesting meekrijgen aan de ene stand, kunnen ze meteen aftoetsen bij de VLM of bij de stand over koolstof", zegt Huits.
Sommige bodempraktijken besparen me veel tijd en energie
Landbouwers onder elkaar
Eén van de bezoekers die op het festival zijn licht opstak, is Joris Bulke. “Ik ben 70 jaar, weet al veel maar nog niet alles”, vertelt de nog steeds actieve akkerbouwer. “Ik leer elke dag nog bij. En het loont, want sommige bodempraktijken bijvoorbeeld besparen me veel tijd en energie.” Terwijl hij met een collega-landbouwer de evolutie van bodemzorg bespreekt, wordt al snel duidelijk dat hij niet meer overtuigd hoeft te worden van het belang van een gezonde bodem. Onder meer biostimulanten staan op zijn radar en niet-kerende bewerking maakt al deel uit van zijn aanpak. “Waar mogelijk”, stelt hij duidelijk over niet-kerende bewerking. “Mijn bedrijf ligt in de polders, daar is het niet zo gemakkelijk om eender welke bodempraktijk uit te voeren. Maar ik ben ervan overtuigd dat er aandacht moet geschonken worden aan de bodem, des te meer door de klimaatwijzigingen. Het is al jaren geleden dat de poldergrond nog een goede vorst gekend heeft. Dat vermoeilijkt het hard om onze akkers in goede vorm en structuur te houden.”
"Niet te veel last gehad van onkruid dan?" klinkt het iets verderop. Een groepje landbouwers uit Poperinge, Diksmuide en Oudenburg geniet er van een ijsje terwijl ze ervaringen uitwisselen. "Het is fijn om hier nog eens collega's te ontmoeten", vertellen ze. Ze zijn benieuwd naar de machines en demonstraties, maar ook naar wat haalbaar is met hun eigen machinepark.
Het blijft zoeken, zeker naar de juiste machines
Ervaring als beste leermeester
Nog wat verderop verzamelt zich een dertigtal geïnteresseerden onder een tent rond melkveehouder Jurgen van Coppenolle. Hij vertelt hoe hij al 15 jaar zijn poldergrond bewerkt. “Toen ik 25 jaar geleden toekwam op de boerderij liet de grond het niet toe om drijfmest uit te rijden. Daarom besloot ik om mijn melkvee in een potstal te houden, zodat de stalmest op het land gevoerd kon worden”, klinkt het. Intussen heeft zijn jarenlange inzet voor bodemzorg de structuur van zijn bodem zichtbaar veranderd. De omslag ging niet zonder hindernissen. "Als iets minder goed uitdraaide, herviel ik soms in oude gewoonten", geeft hij eerlijk toe.
“Maar ondertussen ploeg ik al jarenlang niet meer op mijn lichte poldergrond en al vijf jaar niet meer op mijn zware poldergrond. Toch blijft het zoeken, zeker naar de juiste machines. Ik heb lang met ganzenvoeten gewerkt, maar ben later overgeschakeld op smalle beitels. Dat leverde voor mij een beter resultaat op. Onlangs heb ik ook een schijfeg aangekocht", geeft hij telkens alle voor- en nadelen mee. Ook zijn ervaringen met teeltrotatie en bemesting komen aan bod.
Zijn concrete praktische ervaringen slaan aan, want bij het einde van de uiteenzetting is de groep luisteraars verdubbeld. “Landbouwers die hun ervaringen delen, dat is superbelangrijk”, vertelt Brecht Catteeuw, adviseur bij Inagro en B3W. “Het sneeuwbaleffect is door de jaren heen echt opvallend. Vroeger was iemand die niet ploegde een vreemde eend in de bijt. Maar die pioniers hebben hun collega's kunnen tonen dat het werkt. Vervolgens gaven die collega's hun ervaringen weer door aan anderen. Zo is niet-kerende bodembewerking stilaan een veel gangbaardere praktijk geworden. Ik ben al 14 jaar adviseur, en soms is het wat confronterend dat mijn verhaal veel minder binnenkomt bij landbouwers dan wanneer ze hetzelfde verhaal van een collega-landbouwer horen.”
Het is altijd een euforisch moment als de spade de grond in gaat en we regenwormen tegenkomen
Toch komt uit het publiek nog één prangende vraag voor Van Coppenolle: Hoeveel regenwormen heb je nu in je bodem zitten? “De laatste keer dat ik woelde, zag ik meteen vier dikke”, antwoordt Jurgen al glunderend.
“Analyses van het bodemleven zijn vrij nieuw en moeilijk”, duidt Catteeuw hierna. “Vaak kijk ik samen met de landbouwer gewoon naar wat er zichtbaar veranderd is in de bodem. Regenwormen zijn daarbij een van de duidelijkste tekenen van een gezond bodemleven. Het is altijd een euforisch moment als de spade de grond in gaat en we regenwormen tegenkomen."
Veel landbouwers volgen meestal de voorstellen van hun toeleveranciers of adviseurs
Iedereen mee
Niet enkel land- en tuinbouwers zijn van de partij op het festival. Ook veel toeleveranciers kuieren rond, zo ook Ignace Desaele en Kurt Ganne. “Ik verkoop nutriënten en gewasbescherming aan landbouwers”, vertelt Desaele. “We zijn hier om kennis op te doen en vooral te zien wat de nieuwe tendensen zijn. We willen weten wat speelt en hoe we onze traditionele handel kunnen heroriënteren om binnen vijf jaar nog steeds mee te zijn met de markt.” Toeleveranciers hebben bovendien een grote rol, geeft hij nog mee. De toekomst brengt volgens hem niet alleen wat onderzoekers en beleid voorschrijven. “Veel landbouwers volgen meestal de voorstellen van hun toeleveranciers of adviseurs”, klinkt het.
Ook aanwezig op het Bodemfestival is West-Vlaams gedeputeerde voor landbouw Bart Nayaert (cd&v). Hij merkt op dat een gezonde bodemstructuur niet alleen cruciaal is voor landbouwers, maar evengoed voor burgers en bedrijven. “De provincie West-Vlaanderen legt dan ook de laatste hand aan een geïntegreerd bodemkwaliteitsactieplan”, geeft hij mee. Het plan zou er moeten komen tegen september en moet de verschillende uitdagingen zo geïntegreerd mogelijk aanpakken. “We willen onder andere de vele bodeminitiatieven in de provincie beter op elkaar afstemmen en verder versterken. Tegelijk willen we alle bodempartners overtuigen van wat een gezonde bodem kan betekenen. Daarbij richten we ons niet alleen op landbouwers, maar ook op bedrijven of burgers die bijvoorbeeld hun kiezelvoortuin of betonoprit zouden kunnen ontharden."
De omslag wordt gemaakt
En zo lijkt iedereen het over bodemgezondheid en bodemzorg te hebben. Al is een Bodemfestival natuurlijk niet de meest objectieve plek om te peilen hoe sterk het thema leeft in de sector. “We zien wel degelijk dat landbouwers steeds meer de omslag maken naar aangepaste praktijken zoals niet-kerende bodembewerking, het gebruik van groenbedekking en gerichte bemesting”, bevestigt Huits. “De toegenomen aandacht voor bodemkwaliteit is ook zichtbaar in cijfers. Zo stijgt het aantal bodemanalyses en individuele begeleiding door Inagro over de jaren.”
Blik op de toekomst: van kennis naar systeemverandering
Inagro wil de komende jaren nog sterker inzetten op langetermijn bodemzorg. De organisatie beoogt een netwerk van piloot- en voorbeeldbedrijven waar duurzame bodem- en bemestingspraktijken in realistische omstandigheden getest worden en over een langere periode opgevolgd. Daarnaast zal in het onderzoek ook meer expliciete aandacht gaan naar klimaatverandering en verdere kennisdeling binnen de landbouwsector.