Slimme technologie luistert mee in boomgaard om vogelschade te voorspellen
nieuwsOnderzoekers ontwikkelen een model dat het risico op vogelschade in de fruitteelt kan voorspellen. In Limburgse boomgaarden brengen ze via geluidsopnames in kaart welke vogelsoorten aanwezig zijn en koppelen die gegevens aan gemeten schade aan de gewassen. Daarnaast testen ze slimme afschrikmethoden die enkel worden ingezet wanneer schadelijke soorten effectief aanwezig zijn. Zo krijgen telers gerichte en efficiënte tools om hun oogst tijdig te beschermen tegen vogelvraat.
Het Proefcentrum Fruitteelt (pcfruit) start samen met het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), UHasselt en UCLouvain een project dat de vogelschade in de Haspengouwse fruitteelt wil meten en beperken. Vogels zijn verlekkerd op (bijna) rijpe vruchten, maar kunnen ernstige oogstschade veroorzaken.
Houtduiven en spreeuwen zijn bijvoorbeeld sterk aangetrokken tot kersen, terwijl appel- en perenbomen populair zijn bij kraaiachtigen. “De dieren pikken met hun snavel in de vruchten, waardoor ze voor fruittelers onbruikbaar worden”, vertelt Dany Bylemans, algemeen directeur van pcfruit, aan Het Belang van Limburg.
Tijdelijke oplossingen en overlast
De schade aan de gewassen leidt tot inkomstenverlies. Fruittelers nemen daarom al langer maatregelen om vogels te verjagen. Ze plaatsen netten, schrikballonnen of bewegende vogelverschrikkers in de boomgaard. Veel telers gebruiken ook geluidskanonnen, die met luide knallen vogels op afstand houden.
Die techniek zorgt echter vaak voor overlast bij omwonenden en blijkt bovendien slechts tijdelijk effectief. “Er treedt gewenning op bij de vogels”, zegt Bylemans. “Daarom combineren boeren verschillende maatregelen, maar een dag of tien later keren de vogels vaak terug.”
Vogelsoorten in kaart via geluidsmonitoring
Binnen het LEADER-project willen onderzoekers niet alleen de schade meten, maar ook het gedrag van vogels analyseren. Eerst brengen ze in kaart welke vogelsoorten aanwezig zijn in de boomgaarden. Dat gebeurt onder meer via passieve akoestische monitoring (PAM).
INBO plaatst opnameapparatuur op de percelen die continu omgevingsgeluid en vogelgeluiden registreert. Een algoritme herkent automatisch de verschillende soorten. Naast deze digitale registratie volgen ook fysieke tellingen van vogels in de boomgaarden.
Na de identificatie meten onderzoekers de schade aan het fruit. Door al die gegevens te combineren, ontwikkelen ze een model dat het risico op vogelschade kan voorspellen. Daarbij worden ook omgevingsfactoren onderzocht die bijdragen aan de aanwezigheid van vogels en schade.
“Door die data te combineren, kun je zien welke risicofactoren bijdragen aan de schade”, klinkt het bij INBO. “Dat kan gaan om bossen, steden of akkers die vogels aantrekken, maar bijvoorbeeld ook om de afwezigheid van natuurlijke voedselbronnen, waardoor fruit aantrekkelijker wordt.”
Gerichter afschrikken
In een volgende fase testen de onderzoekers slimme afschrikmethoden die alleen worden ingezet wanneer schadeveroorzakende soorten effectief aanwezig zijn. Ook daarbij spelen geluidsopnames een belangrijke rol.
“Als we kunnen registreren wanneer bepaalde vogelsoorten in de boomgaard aanwezig zijn, kunnen we pas vanaf dat moment de geluidskanonnen inschakelen. Daardoor wennen vogels minder snel aan het geluid en daalt de overlast voor de buren”, aldus INBO.
De studie wil fruittelers ondersteunen met innovatieve en praktische tools voor een doeltreffend preventief beheer van vogelschade. Het project gaat deze zomer van start en ontvangt meer dan 200.000 euro subsidie via het LEADER-programma.
Bron: HBVL