Landbouwprijzen dalen verder, kosten lopen op: marge van boer komt verder onder druk
nieuwsDe prijzen die Europese landbouwers voor hun producten ontvangen, dalen voor het derde kwartaal op rij. Tegelijkertijd lopen de kosten voor energie, meststoffen en andere productiemiddelen opnieuw op. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie. De combinatie zet de marges en inkomenspositie van landbouwbedrijven verder onder druk.
De Europese landbouw bevindt zich opnieuw in een ongemakkelijke prijsklem. In het tweede kwartaal van 2026 daalden de prijzen van landbouwproducten in de Europese Unie met gemiddeld 5,8 procent tegenover een jaar eerder. Het is al het derde kwartaal op rij dat landbouwers minder krijgen voor hun producten.
En de daling versnelt. Waar de prijzen in het vierde kwartaal van 2025 nog 1,7 procent lager lagen dan een jaar eerder, bedroeg de daling in het eerste kwartaal van 2026 2,9 procent. In het tweede kwartaal liep die op tot maar liefst 5,8 procent. Voor landbouwers is dat slecht nieuws. Want terwijl de opbrengsten onder druk staan, gaan de productiekosten opnieuw de andere kant op.
Vooral melkveehouders worden geconfronteerd met een forse prijsdaling. De gemiddelde melkprijs in de EU lag in het tweede kwartaal 16,6 procent lager dan een jaar eerder. Ook de graanprijs ging achteruit, met 5,6 procent.
Verkoopprijs omlaag, kostprijs omhoog
De gemiddelde prijs van landbouwinputs steeg in het tweede kwartaal met 4,7 procent. Onder inputs verstaat Eurostat de goederen en diensten die tijdens de landbouwproductie worden verbruikt, maar geen investeringen zijn. Denk aan energie, brandstoffen, meststoffen en veevoer. De combinatie is voor landbouwbedrijven weinig geruststellend: minder inkomsten per product, maar hogere kosten om dat product te maken. Na een periode van relatieve prijsstabiliteit in 2025 en het eerste kwartaal van 2026 draaien de inputprijzen opnieuw duidelijk hoger.
De prijs van energie en smeermiddelen steeg met 22 procent. Ook meststoffen en bodemverbeteraars werden fors duurder: 13,4 procent.
België krijgt mogelijk zwaardere klap
Voor België is het beeld volgens de cijfers nog scherper. De landbouwproductprijzen zijn in ons land met 12,5 procent gedaald. Dat is ruim twee keer de gemiddelde Europese daling van 5,8 procent. Dat betekent een bijzonder zware prijsdruk voor Belgische landbouwers.
Aan de kostenkant blijft België dan weer dicht bij het Europese gemiddelde. De inputprijzen zijn met ongeveer 5 procent gestegen, tegenover 4,7 procent in de EU.
Dat maakt de Belgische situatie extra precair: een veel sterkere daling van de opbrengstprijzen tegenover een vergelijkbare stijging van de productiekosten.
Geen Europese uitzondering
De prijsdruk is bovendien breed verspreid over Europa. In 20 van de 27 EU-lidstaten daalden de landbouwproductprijzen.
De grootste dalingen werden opgetekend in Denemarken (-17,2 procent), Ierland (-16,2 procent), Letland en Estland (beide -14,5 procent). Maar er zijn ook uitzonderingen. In Kroatië en Malta stegen de landbouwproductprijzen met 3,9 procent en in Cyprus met 3,5 procent. Maar aan de kostenkant is er nauwelijks een uitzondering: de prijzen van inputs stegen in alle EU-lidstaten.
Na jaren waarin landbouwers al geconfronteerd werden met sterke schommelingen in grondstofprijzen, energie en afzetprijzen, tonen de nieuwe cijfers opnieuw hoe kwetsbaar de landbouwmarge is voor bewegingen op de markt.
De Europese boer krijgt dus minder voor zijn product, terwijl produceren opnieuw duurder wordt. Voor landbouwbedrijven wordt het daarmee steeds belangrijker hoeveel er onderaan de streep overblijft – niet alleen hoeveel de marktprijs vandaag bedraagt.
Beeld: Cofabel