<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl-BE">
                        <id>https://vilt.be/nl/nieuws/feed</id>
                                <link href="https://vilt.be/nl/nieuws/feed" rel="self"></link>
                                <title><![CDATA[Vilt RSS]]></title>
                    
                                <subtitle></subtitle>
                                                    <updated>2026-04-18T21:47:00+02:00</updated>
                        <entry>
            <title><![CDATA[Südzucker-dochter Beneo opent nieuwe fabriek voor peulvruchten in Duitsland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sudzucker-dochter-beneo-opent-nieuwe-fabriek-voor-peulvruchten-in-duitsland" />
            <id>https://vilt.be/57227</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het Duitse Obrigheim heeft voedingsbedrijf Beneo, onderdeel van de Südzucker Group, een nieuwe fabriek in gebruik genomen. Daar worden lokaal geteelde tuinbonen verwerkt tot ingrediënten voor voeding en diervoeder. Met de investering van 50 miljoen euro wil het bedrijf inspelen op de groeiende vraag naar plantaardige eiwitten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="peulvrucht" />
                        <category term="eiwitshift" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/aba1aef3-63e5-4598-9bb0-cccbc761cbea/full_width_biowanzebeneo-beneo.jpg</image>
                                        <content>BENEO produceert functionele ingrediënten die haalt uit natuurlijke bronnen. Die ingrediënten worden gebruikt in voeding, diervoeder en farmaceutische producten.&amp;nbsp;Het bedrijf is onderdeel van de Südzucker Group, waar onder meer de Tiense Suikerraffinaderij toe behoort. BENEO heeft productiesites in zes landen, waaronder in België. In Leuven haalt het bedrijf natuurlijke voedingsvezels uit cichorei en rijstingrediënten waarna de verschillende componenten kunnen ingezet worden in een brede waaier aan toepassingen. Zo kunnen ze gebruikt worden om romigheid toe te voegen aan vetarme voedingsmiddelen of andere voedingsmiddelen langdurig krokant houden.Energiezuinige productieMet deze nieuwe fabriek in Duitsland zet het bedrijf nu ook in op de trend naar meer plantaardige eiwitten. De fabriek is gebouwd naast een bestaande BENEO-site, waar onder meer een suikervervanger wordt geproduceerd, en beslaat ongeveer 4.000 vierkante meter. Volgens het bedrijf draait de productie volledig op hernieuwbare energie. Op het dak liggen zonnepanelen, het gebouw wordt verwarmd met restwarmte en voor de verwerking van de bonen is geen water nodig. Ook de grondstoffen zouden volledig worden benut, wat verspilling moet vermijden.Meer vraag naar plantaardige alternatievenSteeds meer mensen kiezen bewust voor minder vlees, argumenteert Beneo deze nieuwe stap. Het bedrijf verwijst daarbij naar cijfers uit 2023, waaruit blijkt dat ruim een kwart van de Europese consumenten zichzelf flexitariër noemt. Gezondheid, dierenwelzijn en milieuzorg spelen daarbij een belangrijke rol.Met de nieuwe fabriek wil het bedrijf inspelen op die trend. “Eiwitten, afgeleid van peulvruchten, zoals die van tuinbonen voor vlees- of zuivelalternatieven en ter vervanging van eieren, worden in de voedingsindustrie steeds populairder als alternatieven voor dierlijke eiwitten en spelen een cruciale rol in de evolutie van plantaardige producten”, zegt Beneo in een persbericht.De tuinbonen worden geteeld in de buurt van de fabriek en dragen volgens Beneo bij aan een duurzamere landbouw. De bonen zouden gecertificeerd zijn volgens strenge duurzaamheidsnormen.</content>
            
            <updated>2025-04-23T17:27:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Trouw, maar dodelijk: de verborgen impact van honden op de natuur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/lief-maar-dodelijk-de-verborgen-impact-van-honden-op-de-natuur" />
            <id>https://vilt.be/57234</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>We houden zielsveel van onze honden. Ze bieden liefde, gezelschap en maken ons gelukkiger. Maar achter die vrolijk kwispelende staart schuilt een minder rooskleurige waarheid: wereldwijd brengen honden verrassend veel schade toe aan het milieu en aan wilde dieren. Nieuw onderzoek toont aan hoe groot die impact werkelijk is – van aanvallen op vogels tot stikstofvervuiling en klimaatverandering.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ca54a447-8ff9-43f4-a219-12b5e6a31744/full_width_hondinbos.jpg</image>
                                        <content>Roofdieren in onze achtertuinWereldwijd leven er naar schatting een miljard honden. De meeste zijn huisdieren of werkhonden, nauw verbonden met mensen. Daarmee vormen ze het meest voorkomende roofdier op aarde. Katten – die vaak de schuld krijgen van de achteruitgang van bepaalde diersoorten – volgen op ruime afstand: er zijn ‘slechts’ zo’n 220 miljoen huiskatten wereldwijd.Toch blijken honden vaker en grotere schade aan te richten. Onderzoekers van de Curtin University in Australië stellen dat honden agressiever jagen, vooral wanneer ze loslopen. In Nieuw-Zeeland doodde één loslopende hond in amper vijf weken tijd zo’n 500 kiwi’s – meer dan de helft van de lokale populatie. In Tasmanië worden dwergpinguïns met uitsterven bedreigd door terugkerende aanvallen van hondenroedels.En het blijft niet bij jagen en bijten. Alleen al de geur of het geblaf van een hond kan wilde dieren verstoren. Trekvogels verspillen kostbare energie door herhaaldelijk op te vliegen, en broedende soorten – zoals de zeldzame strandplevier – verlaten hun nesten, met het verlies van eieren of jongen tot gevolg.Geursporen en uitwerpselen: de onzichtbare impactZelfs zonder fysieke aanwezigheid kunnen honden dieren op afstand houden. Hun geur – verspreid via urine en uitwerpselen – blijft lang hangen. Soorten als herten, vossen en lynxen vermijden hierdoor belangrijke leefgebieden, met negatieve gevolgen voor hun overleving.De afvalproductie van honden is bovendien niet min. Een gemiddelde hond produceert dagelijks 200 gram uitwerpselen en 400 milliliter urine. Over een hondenleven betekent dat ruim één ton uitwerpselen en 2.000 liter urine. Op wereldschaal resulteert dit in een immense afvalberg, die bodem, waterkwaliteit en volksgezondheid onder druk zet. Meer dan 80 procent van de ziekteverwekkers bij honden kan ook wilde dieren infecteren. Wat je hond eet, kost de planeetHet dieet van honden – voornamelijk vlees – heeft een zware ecologische voetafdruk. De uitstoot van de voederproductie is vergelijkbaar met die van een land als de Filipijnen. Voor de productie van hondenvoer is een landoppervlak nodig dat twee keer zo groot is als het Verenigd Koninkrijk. Dat is enorm – en vaak onbekend.Ook parasietenbestrijding heeft zijn prijs. Vlooien- en tekenmiddelen blijven vaak wekenlang in de vacht aanwezig, en spoelen in het water wanneer de hond zwemt. De werkzame stoffen zijn giftig voor waterorganismen zoals insectenlarven – cruciaal voor het ecosysteem.Zelfs hondenhaar blijkt problematisch. Vogels zoals mezen gebruiken het als nestmateriaal, maar onderzoekers ontdekten dat nesten met hondenhaar minder eieren bevatten en meer dode kuikens opleveren.Onze honden zijn niet het probleem, ons gedrag welHonden zijn geen kwaadwillige wezens. Maar hun aantal en instincten maken dat ze wél een aanzienlijke impact hebben op de natuur. De oplossing ligt bij ons: hun baasjes. Onderzoekers pleiten dan ook voor verantwoordelijk hondenbezit. Dat betekent: honden aanlijnen in natuurgebieden, afval opruimen, kritisch kijken naar voeding en kiezen voor milieuvriendelijke medicatie.</content>
            
            <updated>2025-04-23T11:08:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU bevestigt einde huidige handelsvoordelen voor Oekraïne: nieuw akkoord op komst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-bevestigt-einde-huidige-handelsvoordelen-voor-oekraine-nieuw-akkoord-op-komst" />
            <id>https://vilt.be/57237</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Begin juni vervallen de tijdelijke handelsmaatregelen tussen de Europese Unie en Oekraïne. Een tweede verlenging komt er niet, zo bevestigde de Europese Commissie. Met de deadline in zicht onderhandelen beide partijen nu over een nieuw handelsakkoord. Voor de EU wordt het balanceren tussen oorlogssolidariteit en de bescherming van haar eigen markt, met landbouw als heet hangijzer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Oorlog Oekraïne" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/acdcf108-0789-4920-86f5-4d0f2590d87d/full_width_oekraine-eu-eu.jpg</image>
                                        <content>De Europese Commissie en de Oekraïense regering zijn volop in onderhandeling over een nieuwe handelsdeal. Na de vele EU-boerenprotesten aan de Oekraïense grens, is landbouw een zeer omstreden onderwerp in de besprekingen. Europese boeren vrezen oneerlijke concurrentie, terwijl Oekraïne waarschuwt voor economische gevolgen als de export opnieuw onderworpen wordt aan hoge invoertarieven. Van vrijhandel naar voorwaardenNa de Russische invasie in 2022 schortte de EU tijdelijk invoertarieven en quota op voor Oekraïne en vindt er handel plaats onder de zogenoemde autonome handelsmaatregelen (ATM’s). Onder druk van boeren uit buurlanden voerde de Europese Commissie vorig jaar toch enkele beschermende handelsbeperkingen in. Zij klaagden over de onbeperkte instroom van Oekraïense landbouwproducten die de lokale markten onder druk zetten. Zo werd de tariefvrije import op onder meer eieren, gevogelte en suiker uiteindelijk beperkt met invoerquota.Deze handelsmaatregelen lopen op 5 juni af en zullen niet nogmaals verlengd worden. “Dit werd beslist binnen de Europese Raad”, verklaarde Europees Commissaris Christophe Hansen (EVP) onlangs. Maar welke vrijhandelsovereenkomst zal er in de plaats komen? Het doel is om economische stabiliteit en voorspelbaarheid te garanderen voor bedrijven en landbouwers, zowel in Oekraïne als in de EU Einde aan huidige markttoegang voor OekraïneHansen gaf aan dat de Commissie werkt aan een nieuwe voorstel met tariefquota, maar niet met dezelfde markttoegang als vandaag. “Ik denk dat het heel duidelijk is dat de quota en importvoorwaarden zullen verschillen van wat tot nu toe toegestaan was onder de autonome handelsmaatregelen&quot;, aldus Hansen tijdens een hoorzitting in het Europees Parlement. Volgens hem zal het EU-voorstel voor Oekraïne sowieso gunstiger zijn dan een terugkeer naar de pre-invasievoorwaarden van het bestaande handelsakkoord.Welke tariefquota op welke landbouwgoederen de Commissie voor ogen heeft, is voorlopig nog niet geweten. “Het doel is om economische stabiliteit en voorspelbaarheid te garanderen voor bedrijven en landbouwers, zowel in Oekraïne als in de EU”, gaf de Commissie-woordvoerder onlangs wel mee. “We ronden het voorstel af en zullen het zo snel mogelijk aan Oekraïne voorleggen.”Akkoord vol strategische belangenOm een vlotte overgang te garanderen tussen de ATM’s en het nieuwe voorstel, moeten de onderhandelingen uiterlijk op 5 juni afgerond zijn. Lukt dat niet, dan valt Oekraïne terug op het oude handelsakkoord, met opnieuw hoge invoertarieven. Een economische domper die het&amp;nbsp;land zich moeilijk kan veroorloven, zeker nu de Amerikaanse steun in de oorlog onzeker wordt.“Handelsliberalisering moet doorgaan, want de oorlog is nog steeds bezig,” verklaarde de Oekraïense vicepremier Oleksі Tsjernisjov recent. Oekraïense functionarissen en landbouworganisaties waarschuwen dat het wegvallen van de noodmaatregelen zonder vervangend akkoord de export met 3,3 miljard euro kan doen dalen en het bbp met 2,5 procent kan doen krimpen. Oekraïense minister van Landbouw Vitalii Koval gaf in een verklaring aan dat het belangrijk is om tot een evenwichtige overeenkomst te komen die rekening houdt met zowel de economische realiteit van Oekraïne als de gevoeligheden voor de Europese markten.Voor de EU wordt het een delicate evenwichtsoefening tussen steun aan Oekraïne, bescherming van de eigen landbouwmarkt en het veiligstellen van strategische toeleveringsketens uit het land dat bekend is als de graanschuur van Europa.</content>
            
            <updated>2025-04-21T18:08:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Trage beroepsprocedures ook in landbouw als wapen gebruikt: “Mijn langste dossier loopt al elf jaar”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/trage-beroepsprocedures-ook-in-landbouw-als-wapen-gebruikt-mijn-langste-dossier-loopt-al-elf-jaar" />
            <id>https://vilt.be/57239</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Panoreportage over de excessen van het procederen in bouwdossiers laat een zure nasmaak na bij ondernemers in heel Vlaanderen. De rechtsprocedures in Vlaanderen nemen veel tijd in, wat voor sommigen een wapen is om projecten zo lang mogelijk tot stilstand te dwingen. Een fenomeen dat zich niet enkel tot de woningbouw beperkt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wetgeving" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="agribashing" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6a30507b-57b5-4375-a7ca-1be02e8bdd18/full_width_omgevingsvergunning-oude-hoeve-afbraak-mieke-brusselle.JPG</image>
                                        <content>Carl De Braeckeleer van agrarisch adviesbureau DLV helpt land- en tuinbouwers in vergunningsdossiers. Wat voor de boer een bescheiden aanpassing is op het bedrijf, kan eindigen in een jarenlange procedureslag zonder einde. “Een omgevingsvergunning in eerste aanleg heeft een doorlooptijd van zes maanden”, zegt De Braeckeleer. “Dient er iemand een beroep in, dan komen er nog eens zes maanden bij en dan houden we nog geen rekening met bepaalde termijnverlengingen.&quot;Dat partijen eindeloos beroep kunnen aantekenen heeft een eenvoudige reden: krijgt de klager ongelijk in zijn argumentatie, dan is die steeds vrij om bij nieuw beroep een nieuwe motivering aan te halen. Zo ligt het dossier opnieuw maanden vast. “En als volgende stap kan men zich richten naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen, waar je nog eens anderhalf tot twee jaar wacht voor een uitspraak valt”, zegt De Braeckeleer. “Mijn langste dossier is een burenruzie. Die loopt al elf jaar.” Twee soorten klagersDe Braeckeleer kan de meeste klachtendossiers onderscheiden in twee categorieën. “Enerzijds heb je de klachten van buren en buurtcomités”, zegt De Braeckeleer. “En dan heb je organisaties zoals Dryade, Milieufront Omer Wattez en af en toe eens Natuurpunt, die bezwaar indienen vanuit – door hen omschreven als - hogere belangen.”De Braeckeleer werkt liefst van al met de eerste categorie, de buurtbewoners, om een eenvoudige reden: “Je kan ermee praten”, zegt de adviseur. “Zij hebben vaak erg concrete bezorgdheden zoals zicht, lawaai- of geurhinder. Zorgen die men kan verhelpen met &#039;kleine&#039; aanpassingen, zoals extra groen of de aanleg van alternatieve aanvoerwegen.” De Dryades van deze wereld trekken geldende normen en adviezen van deskundige personen systematisch in twijfel Die wil om samen tot een oplossing te komen, merkt De Braeckeleer niet bij iedereen. “Drukkingsgroepen weigeren naar de onderhandelingstafel te komen”, stel De Braeckeleer vast. “De Dryades van deze wereld trekken geldende normen en adviezen van deskundige personen systematisch in twijfel. Dat stoort me. Soms valt men de deskundigen persoonlijk aan. Of komt men met één enkele studie aanwaaien waarin beweerd wordt dat de rekenmethode voor emissies niet zou kloppen. Maar ik hoef niet uit te leggen hoe eenvoudig men online studies vindt om eender wat te weerleggen.”“Ik herinner me bijvoorbeeld een aanvraag voor een biologische kippenstal. Men zou denken dat dit maatschappelijk aanvaardbaar is, maar dan komt men af met een studie die stelt dat scharrelkippen meer stof produceren. Ze vrij laten rondlopen is dus niet goed, maar het omgekeerde is ook niet goed. Men vindt makkelijk een stok om mee te slaan.&quot;&quot;Drempel om beroep in te dienen ligt te laag&quot;Toch benadrukt De Braeckeleer dat hij met de bezwaren an sich geen probleem heeft. “Bezwaren kan je weerleggen, en het is aan de vergunnende overheid om daar al dan niet in mee te gaan&quot;, zegt hij. &quot;Maar eens een vergunning is afgeleverd, is de drempel veel te laag om opnieuw in beroep te gaan. De bewijslast wordt telkens weer bij de ondernemer gelegd, daarbovenop verliest men kostbare tijd.” Bij landbouwdossiers is men meestal niet uit op geld of een compromis. Men wil de zaken simpelweg stilleggen Dat ondernemers het zich vaak niet kunnen permitteren om projecten eindeloos uit te stellen, daar maken sommige partijen handig gebruik van. Zo illustreerde Pano hoe vele klachten eindigen met een dading. Dat is in vele gevallen een financiële schikking waarmee een proces wordt afgekocht. &quot;Het is een verdienmodel geworden&quot;, zegt voormalig Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck aan VRT Nws, &quot;Ik vind dit eigenlijk chantage.&quot;De Braeckeleer deelt die mening, al zijn dadingen bij landbouwdossiers vooralsnog zeldzaam. “De excessen die we zagen in de Panoreportage waar mensen een verdienmodel maken van dadingen, komen in de dossiers die wij behandelen slechts zelden voor”, zegt hij. “Al hoop ik dat de reportage niemand op ideeën brengt. Bij landbouwdossiers is men meestal niet uit op geld of een compromis. Men wil de zaken simpelweg stilleggen.”Traagheid als wapenDat neemt echter niet weg dat vele partijen handig gebruik maken van de traagheid van het gerecht. “Ik kan alleen maar vaststellen dat bepaalde organisaties telkens wachten tot het laatste nippertje om bezwaar in te dienen”, zegt De Braeckeleer. “Als een cliënt hoopvol is omdat er in de eerste 29 van de 30 dagen openbaar onderzoek geen bezwaar is ingediend, probeer ik dat altijd te temperen. Drukkingsgroepen wachten telkens tot de allerlaatste dag om toe te slaan. Waarom ze dat doen, daar kan ik me niet over uitspreken, maar ik kan wel vaststellen dat het gebeurt.” Als een cliënt hoopvol is omdat er in de eerste 29 van de 30 dagen openbaar onderzoek geen bezwaar is ingediend, probeer ik dat altijd te temperen. Drukkingsgroepen wachten telkens tot de allerlaatste dag om toe te slaan De Braeckeleer merkt ook op dat buurtbewoners zich steeds vaker laten adviseren door advocatenbureaus die zich specialiseren in agrarische dossiers. “We zien dan telkens dezelfde bureaus terugkomen, die alle mogelijke procedures uitmelken om een dossier zo lang mogelijk te laten aanslepen”, zegt hij. “Zelfs al halen ze aan het einde van de rit geen gelijk.” Dat tijdverlies heeft voor landbouwers zeer reële gevolgen. “Tijdverlies, geldverlies”, zegt De Braeckeleer. “Mensen die op de rand staan van hun veertigste verjaardag, en door het uitlopen van hun procedure belangrijke steun voor jonge landbouwers missen. Ik heb sommige procedures zeer slecht zien aflopen. Mensen die het gewoon opgeven. Al wil ik tegelijk zeggen dat ik altijd gecharmeerd ben door de weerbaarheid van onze Vlaamse ondernemers. Slikken en toch doorgaan.”Ook het menselijke aspect mag volgens De Braeckeleer niet vergeten worden. De boer, die het ene moment nog een geliefd dorpsfiguur is, wordt het andere moment verguisd binnen de gemeenschap. “Op een bepaald moment word je geïsoleerd als mens”, zegt De Braeckeleer. Dat cases vaak vele jaren aanslepen, en dus niet snel vergeten en vergeven zijn, maakt volgens de adviseur de zaken er niet eenvoudiger op. “Veel boeren zien het ook niet aankomen”, zegt hij. “Ze hangen een affiche op omdat ze hun stal willen uitbreiden, en plots zijn ze de vijand van het dorp. Dat is heel confronterend.” We zien telkens dezelfde bureaus terugkomen, die alle mogelijke procedures uitmelken om een dossier zo lang mogelijk te laten aanslepen Hoe valt dit op te lossen?De Braeckeleer ziet twee concrete maatregelen waarmee de Vlaamse overheid procedureslagen aanzienlijk kan verminderen. “Men kan iemand zijn recht op bezwaren niet gaan ontnemen. Dat begrijp ik maar al te goed. Maar dat iemand al zijn gerieven en bedenkingen tenminste in één keer moet formuleren vind ik heel belangrijk, en dan onmiddellijk tijdens het eerste openbaar onderzoek. Dan kan je niet langer in cirkeltjes draaien.” De Braeckeleer verwijst hier naar dossiers waarbij telkens opnieuw beroep wordt aangetekend met andere argumenten.“En tweede element: dat men de adviezen van deskundigen en de overheidsnormen niet systematisch in twijfel moet trekken”, zegt De Braeckeleer. “Als een erkend deskundige zegt: ‘het is zo’, dan is het zo. Dat zou al veel verduidelijken en oplossen.”“Ik vind het een goede zaak dat Pano de zaak aan de kaak heeft gesteld, maar tegelijk ook jammer”, zegt De Braeckeleer tot slot. “Want zolang er vanuit de overheid geen oplossing komt, kan het anderen inspireren om ook met het handje klaar te staan.”</content>
            
            <updated>2025-04-21T20:11:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[150 koeien overleden bij zware boerderijbrand in Alveringem]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/150-dieren-overleden-bij-zware-loodsbrand-in-alveringem" />
            <id>https://vilt.be/57240</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De ernstige loodsbrand bij een vleesveebedrijf in het West-Vlaamse Alveringem heeft het leven gekost aan 150 dieren. Dat meldt de brandweerzone Westhoek. Volgens de landbouwer overleefden 150 dieren de brand niet, 60 dieren konden gered worden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d2c8d131-9e9f-4ee5-acd4-7a811fefae94/full_width_filip-van-loo-stalbrand-2.jpg</image>
                                        <content>Brandweer Westhoek kreeg vrijdag om 14.50 uur een oproep voor een uitslaande loodsbrand in de Lostraat in Gijverinkhove, een deelgemeente van Alveringem. Ter plaatse bleken de vlammen al door het dak te slaan. Een grote rookpluim was van ver waarneembaar.&amp;nbsp;De brandweer kreeg het vuur rond 18.00 uur onder controle, maar moest nog de hele nacht nablussen. Kalfjes konden niet ontsnappenIn de loods bevonden zich ongeveer 200 koeien. Ongeveer 60 dieren konden geëvacueerd worden en werden ondergebracht in een weide. Een veearts kwam ter plaatse om pijnmedicatie toe te dienen aan de koeien die brandwonden hadden opgelopen. Volgens de landbouwer overleefden 150 dieren de brand niet, waaronder een vijftigtal kalfjes.Het dak van de bewuste loods bevat asbest, dat werd meegevoerd met de rook. Een adviseur gevaarlijke stoffen onderzocht ondertussen de vrijgekomen roetdeeltjes. Op basis van die analyse bleek er met de wind mee over een afstand tot 700 meter mogelijk asbest aanwezig te zijn. Bewoners krijgen de raad om eventuele roetdeeltjes binnen dat gebied te laten liggen en te melden via het nummer 0494/419230. Buiten dat gebied mogen roetdeeltjes in de vuilnisbak gegooid worden. Het is wel aangewezen om handschoenen te dragen en nadien de handen grondig met zeep te wassen.</content>
            
            <updated>2025-04-22T13:10:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Coöperatief ondernemen in de praktijk: vijf vragen aan REO]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/cooperatief-ondernemen-in-de-praktijk-vijf-vragen-aan-reo" />
            <id>https://vilt.be/57241</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bij REO in Roeselare is coöperatief ondernemen geen loze slogan, maar dagelijkse realiteit. Met 750 actieve vennoten, een sterke inspraakstructuur en een duidelijke focus op duurzaamheid en innovatie, toont de veiling hoe samenwerking in de landbouwsector rendeert. Algemeen directeur Filip Vanaken legt uit hoe de coöperatie werkt, welke voordelen telers genieten en waar de toekomst ligt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="coöperatie" />
                        <category term="groente" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0c1b5b9e-cb05-47de-ad77-790ec765d5d1/full_width_reoveiling-copyrightreo.jpg</image>
                                        <content>In 2025 heeft de VN het Internationale Jaar van de Coöperaties uitgeroepen. Dit jaar draait om het belang van coöperaties: organisaties waarbij leden samenkomen om gezamenlijke doelen te bereiken. Coöperaties komen in veel verschillende sectoren voor, zoals landbouw, energie en zorg, en helpen om dingen duurzamer, eerlijker en efficiënter te maken. In Vlaanderen spelen coöperaties een grote rol in het samenwerken tussen boeren, consumenten en andere partijen. In deze artikelenreeks kijken we naar hoe coöperaties werken, wat ze opleveren en welke uitdagingen ze tegenkomen in Vlaanderen. 1. Hoe is REO gestructureerd?“REO is een coöperatieve vennootschap met ongeveer 750 actieve vennoten. Zij zijn zowel leverancier als mede-eigenaar”, vertelt Filip Vanaken, algemeen directeur van REO. “Elke vennoot beschikt over één stem, ongeacht zijn of haar economische bijdrage. Dat weerspiegelt het basisprincipe van gelijkwaardigheid binnen de coöperatie.”De telers zijn verenigd in de algemene vergadering, die minimaal jaarlijks bijeenkomt. Daarin heeft elke vennoot stemrecht. Het bestuur telt zestien actieve telers-vennoten, verkozen voor een termijn van zes jaar. “Zij bepalen samen met de directie de strategische koers van de organisatie.”Met 150 medewerkers en een jaarlijkse afzet van zo’n 200.000 ton verse producten – voornamelijk sla en tomaten uit serreteelt – combineert REO schaalgrootte met een persoonlijke aanpak. “Onze professionele werking betekent niet dat de teler naar de achtergrond verdwijnt. Integendeel, hij staat centraal in alles wat we doen.”2. Hoe worden telers betrokken bij het beleid?“De betrokkenheid van telers is ingebakken in onze werking”, zegt Vanaken. “Naast stemrecht in de algemene vergadering, werken ze mee via productgroepen en productstuurgroepen.” In die commissies, die per teeltgroep bestaan, overleggen telers over verpakking, sortering, prijsvorming en marktbehoeften.Daarnaast organiseert REO regelmatig infomomenten en overlegavonden over investeringen, innovaties of marktstrategie. “We geloven sterk in transparantie: telers krijgen heldere info over prijzen, kostenstructuren en rendementen. Dat versterkt het wederzijds vertrouwen.”Ook de jongere generatie wordt actief betrokken via JongREO, een groep jonge telers met een eigen bestuur. “Hun voorzitter heeft een zetel in de raad van bestuur, wat hun stem rechtstreeks impact geeft op het beleid en de strategische keuzes.”3. Wat zijn de voordelen voor telers?“Aansluiten bij REO betekent veel meer dan afzetzekerheid”, aldus Vanaken. “Telers krijgen toegang tot een breed klantenbestand, logistieke ondersteuning, kwaliteitscontrole en tijdige betalingen. Wij nemen hen heel wat administratieve en commerciële zorgen uit handen.”De schaalgrootte van REO maakt investeringen in digitalisering, duurzaamheid en marketing mogelijk. “Voor een individuele teler zijn dat vaak te grote stappen. Samen kunnen we dat wel realiseren.”Verder stimuleert REO samenwerking en kennisdeling tussen telers. “Via opleidingen, begeleiding en innovatieprojecten helpen we hen vooruit, ook richting korte keten of nichemarkten.” Niet elk voor zich, maar in samenwerking. Daar ligt de kracht van REO 4. Hoe zorgt REO voor eerlijke prijzen?“Onze telers ontvangen een correcte prijs, dankzij een lage en transparante kostenstructuur”, zegt Vanaken. “REO rekent een vaste commissie aan, zonder verborgen marges.”De West-Vlaamse veiling hanteert meerdere verkoopsystemen: klokverkoop, bemiddeling en rechtstreekse contracten. “In elk model onderhandelen we in functie van de teler. Hun belang staat voorop.”Daarnaast worden opbrengstinformatie en marktanalyses gedeeld, zodat telers hun strategie kunnen afstemmen op actuele trends en rendementen.&amp;nbsp;5. Wat is de toekomstvisie van de coöperatie?“Wij willen ons verder ontwikkelen als draaischijf voor verse voeding in Noordwest-Europa”, aldus Vanaken. Dat betekent inzetten op duurzaamheid, digitalisering en klantgerichte dienstverlening.Concrete stappen zijn onder meer de implementatie van een nieuw ERP-systeem, geavanceerd track-and-tracebeheer en transparante productinformatie. “Zo kunnen we consumenten, retailers en verwerkers beter informeren over herkomst en kwaliteit.”Ook de diversificatie van verkoopkanalen blijft een speerpunt. “We investeren gericht om telers steeds toegang te bieden tot het juiste afzetkanaal en een optimale prijs.”Toch blijft het coöperatieve fundament de kern. “Onze kracht ligt in samenwerking. Niet ieder voor zich, maar samen vooruit.” Nieuwe voorzitter bij REO: Dirk Declercq volgt Rita Demaré opNa twintig jaar voorzitterschap geeft Rita Demaré de fakkel door aan Dirk Declercq (52), teler uit Gits en al 32 jaar actief binnen REO. Hij teelt samen met zijn zoon Deano fijne krulandijvie en andere slasoorten.Declercq zet zich al 18 jaar in als bestuurslid en wil als nieuwe voorzitter de strategische koers van REO verder uitrollen. “Onze visie focust op samenwerking, verduurzaming en professionalisering. Mijn ambitie is om REO én haar telers klaar te maken voor de toekomst”, aldus Declercq.Hij onderstreept het belang van luisteren naar de leden en samenwerken met alle schakels in de keten. Hoewel hij nu voorzitter is, blijft Declercq betrokken bij zijn tuinbouwbedrijf. “Tuinbouwer zal ik altijd blijven”, voegt hij toe. “Dat helpt om voeling te houden met de praktijk.”</content>
            
            <updated>2025-04-22T11:21:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nu er opnieuw welpen worden verwacht: "Risico op wolvenaanvallen neemt terug toe"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nu-er-opnieuw-wolvenwelpen-worden-verwacht-opnieuw-meer-risico-op-wolvenaanvallen" />
            <id>https://vilt.be/57242</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na een jaar zonder wolvenwelpen in Vlaanderen worden er binnenkort opnieuw jongen verwacht nu wolvin Noëlla opnieuw drachtig is. Wolf Fencing Team Belgium zegt dat het hoog tijd is om omheiningen die nog niet zijn aangepast, wolfwerend te maken. “Het voorbije jaar waren er veel minder aanvallen op vee en dat kan een vals gevoel van veiligheid geven”, waarschuwt de organisatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/13cdff33-cd26-413f-a815-c260dc4c983b/full_width_wolffencingteamwft.jpg</image>
                                        <content>Van 29 naar 3 wolvenaanvallen op 1 jaar tijdIn 2024 heeft het Wolf Fencing Team 28 kilometer aan omheiningen aangepast. Dat is een stijging van 27 procent in vergelijking met 2023. In totaal heeft het team al 70 kilometer aan omheiningen wolfwerend gemaakt bij in totaal 165 veehouders. Daarnaast gingen 579 veehouders zelf aan de slag om hun omheining wolfproof te maken, vaak op basis van advies van het Wolf Fencing Team. Veehouders die aanpassingen doen, krijgen een overheidssubsidie die 100 procent van de materiaalkosten dekt. De hulp van het Wolf Fencing Team is volledig gratis.Al deze inspanningen hebben er volgens het team toe geleid dat er in Limburg systematisch minder slachtoffers gevallen zijn door de wolf sinds 2020. Zeker nadat er na de dood van wolf August in de zomer van 2023, die samen met Noëlla een paar vormde, geen welpen werden geboren in 2024. Dat zorgde voor een daling in het aantal schadegevallen in Limburg van 29 in 2023 naar drie in 2024. In het najaar komen meest toegankelijke prooien in het vizier“Dit succes lijkt echter een averechts effect te hebben”, waarschuwt Wolf Fencing Team Belgium. &quot;In 2023 ontvingen we nog 220 aanvragen, terwijl dat er in 2024 slechts 159 waren. We begrijpen dat de afname van schadegevallen in Limburg een opluchting is, maar dat is geen reden om achterover te leunen. Integendeel, het is juist nu het moment om actie te ondernemen&quot;, klinkt het. Zeker nu er dit voorjaar opnieuw welpen worden verwacht in Limburg.Dat kan in het najaar leiden tot een aanzienlijke toename van het aantal wolvenaanvallen op vee in het najaar. Volgens het Wolf Fencing Team zullen de volwassen wolven zich toeleggen op de meest toegankelijke prooien wanneer de welpen vlees beginnen eten, maar zelf nog niet kunnen jagen. “Onbeschermde veestapels zijn dan een gemakkelijk doelwit en volgens onze schattingen is maar 18 procent van de omheiningen in Limburgs risicogebied wolfwerend gemaakt”, zegt Diemer Vercayie van Wolf Fencing Team. &quot;We willen veehouders oproepen: wacht niet tot het te laat is. Pas nu je omheining aan, voordat de aanvallen weer beginnen.&quot; Ook Antwerpen moet een tandje bijstekenWaar Limburg het aantal wolvenaanvallen zag afnemen, is in de provincie Antwerpen een stijging waar te nemen. In 2024 waren er 32 schadegevallen, maar liefst 2,5 keer zoveel als in 2023. &quot;We zijn in Antwerpen pas sinds begin 2024 bezig met het aanpassen van omheiningen. We hebben een goede start gemaakt, maar er is nog veel werk te doen&quot;, legt Vercayie uit. “De situatie in Limburg, waar we al langer actief zijn, laat zien dat onze aanpak werkt. We kunnen dezelfde positieve resultaten ook in Antwerpen bereiken, maar dan moeten veehouders in actie schieten. Wij staan klaar om te helpen.”Het Wolf Fencing Team Belgium is een initiatief van WWF-België, Natuurpunt en Natagora, met financiële steun van het Agentschap voor Natuur en Bos en de provincie Limburg.</content>
            
            <updated>2025-04-22T22:55:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns wil versnelling voor perenexport: dossier sleept al aan sinds 2012]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-wil-versnelling-voor-perenexport-dossier-sleept-al-aan-sinds-2012" />
            <id>https://vilt.be/57243</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) heeft tijdens een werkbezoek aan Japan de export van Belgische peren opnieuw hoog op de agenda gezet. In Tokio voerde hij overleg met de Japanse autoriteiten om het moeizaam lopende exportdossier nieuw leven in te blazen. “Onze fruittelers leveren topkwaliteit – die hoort ook op de Japanse markt thuis”, klonk het duidelijk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="export" />
                        <category term="fruitteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5b33b5c3-8a10-400a-a01c-2707fa7ed11b/full_width_conferenceperen.jpg</image>
                                        <content>Japanse markt toont potentieel, maar vooruitgang blijft traagDe exportaanvraag voor Belgische peren naar Japan loopt al sinds 2012, maar vordert traag door de strikte fytosanitaire eisen van het land. Momenteel bevindt het dossier zich in de tweede van vijf goedkeuringsfases, waarbij technische normen op elkaar worden afgestemd. Tijdens het overleg zegden de Japanse autoriteiten toe het dossier voortaan prioritair te behandelen. Brouns hoopt tegen de zomer op concrete feedback. De ontmoeting vond plaats in het kader van de Belgische bijdrage aan de Wereldexpo in Osaka. Ook vertegenwoordigers van Flanders Investment &amp;amp; Trade en de Belgische ambassade waren aanwezig. Brouns benadrukte dat Belgische peren geen bedreiging vormen voor de Japanse markt, die amper eigen productie kent. Hij onderstreepte het belang van exportdiversificatie in een wereld met toenemende handelsspanningen.Politieke steun blijft cruciaalHet overleg verliep volgens Brouns constructief. Hij rekent erop dat ook andere Belgische en Europese beleidsmakers het dossier blijven ondersteunen, onder wie Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) en Europees Commissaris Christophe Hansen, die later dit jaar Japan bezoeken. Van Limburgse boomgaarden tot Japanse eettafels, onze perentelers zijn er klaar voor België telt ongeveer 1.000 perentelers, vooral in Limburg. Onderzoekcentrum PC Fruit leidt de technische opvolging van het exportproces. Zowel in België als in Japan staat de sector klaar om te starten zodra de officiële toelating er is.“Dit gaat over meer dan fruit”, besluit Brouns. “Het gaat over vertrouwen, samenwerking en toegang tot gezonde voeding. Van Limburgse boomgaarden tot Japanse eettafels – onze perentelers zijn er klaar voor.” Later dit jaar zal hij de Japanse ambassadeur in België uitnodigen voor een bezoek aan een Limburgse fruitboer.</content>
            
            <updated>2025-04-22T11:43:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fruittelers leggen aanleg waterstofleiding tussen Gent en Antwerpen stil]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fruittelers-leggen-aanleg-waterstofleiding-tussen-gent-en-antwerpen-stil" />
            <id>https://vilt.be/57244</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De aanleg van een waterstofleiding tussen Zelzate en Kallo ligt voorlopig stil. Enkele fruittelers stapten naar de rechter uit vrees voor PFAS-vervuiling als gevolg van grondwaterbemaling. De Raad voor Vergunningsbetwistingen gaf hen voorlopig gelijk en schorste de vergunning. Netbeheerder Fluxys betreurt de vertraging, maar belooft overleg en compensatie. Boerenbond pleit voor duidelijke afspraken en een eerlijke vergoeding voor getroffen landbouwers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                        <category term="fruitteelt" />
                        <category term="PFOS" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bab70bf0-e4cc-43c6-9819-49bc6d07619e/full_width_pijpleiding.jpg</image>
                                        <content>Vrees voor PFAS in bekenDe fruittelers maken zich zorgen over mogelijk PFAS-houdend grondwater dat tijdens de werken zou worden opgepompt en afgevoerd naar nabijgelegen beken. Vooral de Waterloop van de Hoge Landen baart zorgen: daar worden de PFAS-normen nu al overschreden.Volgens de Raad is de potentiële milieuschade onvoldoende onderzocht, wat leidde tot een tijdelijke schorsing van de vergunning. Een definitieve uitspraak wordt ten vroegste in 2026 verwacht. Tot dan ligt de werf stil.Belangrijke schakel in waterstofnetDe geplande 35 kilometer lange leiding moet de havenzones van Gent en Antwerpen met elkaar verbinden. Volgens Fluxys is het project een essentieel onderdeel van het toekomstige Belgische waterstofnetwerk.“Deze verbinding vormt de ruggengraat van onze duurzame energieplannen”, zegt woordvoerder Tim De Vil. De Vlaamse overheid keurde het project vorig jaar goed. Het gaat om een investering van tientallen miljoenen euro.Op zoek naar oplossingenFluxys betreurt de vertraging, maar toont begrip voor de bezorgdheden. “We proberen de impact op landbouwers en omwonenden altijd zo klein mogelijk te houden”, aldus De Vil. “Bij schade voorzien we compensatie.”Samen met de Vlaamse overheid en landbouworganisaties zoekt het bedrijf naar oplossingen om het project alsnog op een verantwoorde manier te realiseren. Natuurgebieden worden vaak ontzien met boringen of aangepaste tracés, bij landbouwgrond gebeurt dat minder. Daarom is een correcte vergoeding essentieel Boerenbond vraagt duidelijkheid en vergoedingOok Boerenbond zit mee aan tafel. Woordvoerder Tessa De Prins benadrukt het belang van heldere afspraken. “We begrijpen het belang van infrastructuurwerken, maar de last voor landbouwers moet beperkt blijven.”Boerenbond werkte samen met ABS en FWA aan een nieuw protocol met FETRAPI, de federatie van pijpleidingbeheerders. Dat protocol moet zorgen voor duidelijke afspraken over uitvoering, impact en vergoeding. “Voor landbouwers biedt het zekerheid over hun rechten, voor uitvoerders duidelijke spelregels”, zegt De Prins.Volgens haar is het protocol ook in dit dossier relevant. “Onze consulenten staan klaar om landbouwers bij te staan. We merken dat natuurgebieden vaak ontzien worden via ondergrondse boringen of aangepaste tracés. Bij landbouwgronden gebeurt dat minder. Dan is een correcte vergoeding essentieel.”Over de lopende juridische procedure houdt Boerenbond zich op de vlakte. “We reageren niet op dossiers waarin we geen rechtstreekse partij zijn.”</content>
            
            <updated>2025-04-22T12:37:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bayer overweegt stopzetting productie Roundup door juridische druk in VS]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bayer-overweegt-stopzetting-productie-roundup-door-juridische-druk-in-vs" />
            <id>https://vilt.be/57245</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Duitse chemieconcern Bayer overweegt de productie en verkoop van glyfosaatproducten, zoals het bekende herbicide Roundup, volledig stop te zetten. De reden zijn de aanhoudende en dure juridische geschillen in de Verenigde Staten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/be44c691-809e-4a72-a082-5ebadd84f40c/full_width_gewasbeschermingsmiddelenherbicide.jpg</image>
                                        <content>In een interview met de Duitse zakenkrant Handelsblatt gaf CEO Bill Anderson aan dat de financiële druk op Bayer, en in het bijzonder op de landbouwtak Crop Science, toeneemt door de vele rechtszaken rond glyfosaat. De middelenfabrikant wordt in de VS al jaren geconfronteerd met duizenden claims waarin het gebruik van glyfosaat wordt gelinkt aan gezondheidsproblemen. Volgens Anderson leiden tegenstrijdige vonnissen van lekenjury&#039;s tot een gebrek aan rechtszekerheid. &quot;Ons doel is om tegen eind 2026 de juridische risico&#039;s aanzienlijk terug te dringen, onder meer via procedures bij het Amerikaanse Hooggerechtshof&quot;, verklaarde hij. Tegelijk benadrukt de topman dat glyfosaat een belangrijk hulpmiddel blijft voor de landbouwproductie, vooral in Noord-Amerika. Zonder het middel zouden de risico’s op mislukte oogsten en hogere voedselprijzen fors toenemen.Concurrentie van generieke productenToch stelt Anderson dat Bayer momenteel verlies lijdt op glyfosaatproducten. Dat komt niet alleen door schadevergoedingen, maar ook door de concurrentie van “kopieerproducten” die de markt overspoelen en waarvoor geen juridische procedures lopen.Volgens Handelsblatt overweegt Bayer om tijdens de komende aandeelhoudersvergadering toestemming te vragen om extra kapitaal te reserveren. Of dat geld daadwerkelijk bedoeld is voor eventuele schikkingen met eisers in de glyfosaatzaken, wilde Anderson niet bevestigen.</content>
            
            <updated>2025-04-22T13:34:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Geen vaart achter nieuwe grachtenkaart: uitstel met vier jaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geen-vaart-achter-nieuwe-grachtenkaart-uitstel-met-vier-jaar" />
            <id>https://vilt.be/57246</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Lokale besturen krijgen van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) vier jaar extra de tijd om de Vlaamse grachtenkaart te valideren. “Een politieke beslissing”, reageert VMM. “Na de bespreking ervan in de commissie Leefmilieu werden heel wat vraagtekens geplaatst bij de grachtenkaart vanuit de landbouwhoek.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgeving" />
                        <category term="water" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c70daae9-1e3a-4d92-b4f0-f60ef8f2269f/full_width_grachtbeekwaterloopdenderbelle.jpg</image>
                                        <content>De opmaak en validatie van een Vlaamse grachtenkaart zorgde de voorbije maanden voor heel wat opschudding. Omdat er geen eenduidige digitale bron bestaat van het Vlaamse grachtenbestand, besloten de bevoegde administraties in de vorige legislatuur een kaart te ontwikkelen. “De grachten zijn nog niet voldoende in kaart gebracht om ze efficiënt in te zetten voor het lokale waterbeleid”, aldus VMM, die vorig jaar het ontwerp van de kaart lanceerde. Dat ontwerp werd opgemaakt met behulp van artificiële intelligentie (AI) en bevat onder meer heel wat niet eerder aangeduide grachten. In de toekomst zou de kaart gebruikt kunnen worden voor onder meer het opsporen van waterverontreiniging en erosiebestrijding. “Louter een informatief document, waaraan geen juridische gevolgen aan verbonden kunnen worden”, benadrukte Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) toen het onderwerp besproken werd vorige maand tijdens een commissievergadering in het Vlaams parlement.Maar dit werd onthaald op heel wat scepsis. Zowel lokale besturen, landbouworganisaties als parlementsleden bleken weinig vertrouwen te hebben in de beloofde gevolgen van de kaart, maar ook op de validatie ervan. Gemeentes kregen vijf maanden de tijd om alle aangeduide grachten te verifiëren met de werkelijke situatie op het terrein. Daarbij kwamen opvallende fouten aan het licht in de AI-kaart, zoals een gracht die op een dak bleek te liggen, wat het belang van een grondige validatie onderstreepte.Uitstel tot volgende legislatuurTegen eind april moesten de lokale besturen aanvankelijk de validatie afgerond hebben. Maar minister Brouns liet weten dat de deadline uitgesteld ging worden. Dit werd nu ook bevestigd door VMM: de datum wordt van 30 april 2025 naar 30 november 2029 opgeschoven. Zo krijgen de lokale besturen niet een paar maanden respijt maar ineens vier jaar.“Wij staan nog steeds achter onze vraag om een grachtenkaart op te stellen”, reageert VMM. Het efficiënter opsporen van waterverontreiniging en erosiebestrijding is nog steeds van belang voor de instantie. “Dit is een politiek beslissing. Na de bespreking ervan in de commissie Leefmilieu werden heel wat vraagtekens geplaatst bij de grachtenkaart vanuit de landbouwhoek”, klinkt het korte antwoord.Weinig vertrouwenLandbouworganisatie Boerenbond blijft lokale besturen vragen om kritisch tegenover deze kaart te staan en hun bezwaren aan VMM te bezorgen. Volgens Boer Burger Belangen Limburg moeten niet enkel de lokale besturen kritisch staan tegenover de kaart, maar ook de landbouwers zelf. BBB Limburg gelooft niet dat de kaart geen juridische referentie kan worden. De partij gaat ervan uit dat er bijkomende beschermingszones zullen ontstaan, met economische gevolgen voor de landbouw. “Dit is voor ons grond- en broodroof”, aldus BBB-Limburg. “Van de onderhandelingen tussen de landbouw en de overheid na de boerenprotesten is niets overgebleven. Erger nog: nu komen ze er pas achter dat ze zijn uitverkocht en grond moeten inleveren in de vorm van nog meer beschermingsstroken. Landbouworganisaties, de minister en sommige vakbladen trachten onze boeren te sussen, maar intussen worden ze voorbijgestoken met wetgeving die ze zelf niet meer kunnen terugdraaien. Of de moed niet meer hebben om een verweer in te dienen.” Volgens BBB-Limburg zal het uitstel met vier jaar niet veel veranderen. “Uitstel van executie”, klinkt het scherp.</content>
            
            <updated>2025-04-22T21:05:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Paasklokken brengen verdere daling eierprijzen in België en VS]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/paasklokken-brengen-verdere-daling-eierprijzen-in-belgie-en-vs-in" />
            <id>https://vilt.be/57247</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Niet alleen de chocolade-eieren verzadigden tijdens de paasvakantie de markt, ook op de echte eiermarkt groeide het aanbod. Zowel in België als in de Verenigde Staten zakken de eierprijzen gestaag. De recordprijzen lijken voorlopig achter de rug, maar Landsbond Pluimvee waarschuwt: “De vogelgriep verklaart slechts de helft van de prijspieken. Ook het politieke beleid rond dierenwelzijn speelt een belangrijke rol.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ei" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="voedselprijzen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d181b555-02f5-4f58-bc19-db2a1402c171/full_width_eieren2.jpg</image>
                                        <content>Net als sommige paaseitjes afgelopen week, lijken ook de hallucinante eierprijzen te bezwijken onder de lentezon. Sinds het begin van de paasvakantie daalde in België de prijs voor een gemiddeld wit ei uit een verrijkte kooi met 20 procent naar 13,33 eurocent. Deze eieren worden vaak afgezet in de verwerkende industrie. Ten opzichte van de recordprijs in maart is de prijs ondertussen 26 procent gezakt. De prijsdalingen zijn gelijkaardig voor eieren in elke kleur en maat, zowel scharrel als verrijkte kooi.Het groeiende aanbod en de bijhorende prijsdaling komt volgens Martin Haerinck, de voorzitter van de eierprijzencommissie in Kruisem, niet door een herstel van de aanbodszijde maar eerder door een terugval in de vraag. “Wat niet uitzonderlijk is, deze daalt gewoonlijk tijdens en na de paasperiode”, legt Haerinck uit. “In de aanloop naar Pasen piekt de vraag vanuit de verwerkende industrie, die dan extra voorraden aanlegt om de productie te kunnen bolwerken. Na Pasen en tijdens de zomer is de vraag naar eieren traditioneel minder. Vroeger werd in de zomer al eens gespeculeerd. Dan werd een voorraad aan lage prijzen aangekocht om de eieren vervolgens in frigo’s te stockeren tot de duurdere winterperiode. Maar dit wordt niet meer gedaan.”Ten opzichte van vorig jaar ligt de prijs voor hetzelfde ei momenteel nog steeds 36 procent hoger. De voorzitter voorspelt dat de prijsdaling zich nog zal voortzetten, maar niet spectaculair. Daarvoor is er meer aanbod nodig, en dit heeft België niet meer. De zelfvoorziening staat al jaren onder druk. Daling in de VSOok in de Verenigde Staten is de dalende trend zichtbaar. Supermarkten hebben opnieuw volle schappen en consumenten betalen minder. In maart bereikte een dozijn eieren nog een recordprijs van 5,4 euro ($6,2), de hoogste in tien jaar. Ondertussen betalen de Amerikanen nog gemiddeld 3,4 euro ($3,9). De toegenomen voorraden van eieren is er net als België het gevolg van een afgezwakte vraag, maar ook door een herstel van aanbod. In maart werden in de VS 2,1 miljoen vogels getroffen met vogelgriep. Een serieuze daling in vergelijking met de 23 miljoen in januari en 13 miljoen in februari. Tegelijkertijd haken consumenten al een tijdje af door de hoge prijzen. Nochtans brengt Pasen er ook vaak een stijging in vraag en prijsacties met zich mee. Maar grote supermarktketens lieten dit jaar hun traditionele paasacties voor eieren achterwege uit vrees om een nog broos aanbod te ontregelen. “Beleid moet in eigen boezem kijken”In Vlaanderen werd met toegenomen belangstelling gekeken naar de Vlaamse en Amerikaanse recordprijzen. Volgens Landsbond Pluimvee werd het verhaal achter de oorzaken van de prijsstijgingen maar gedeeltelijk verteld. “Wereldwijde vogelgriep is slechts de helft van de verklaring”, aldus Landsbond Pluimvee. “Het huidige beleid haalt onze productiecapaciteit zelf onderuit. Dit voor een marginale winst op vlak van dierenwelzijn, terwijl het de ecologische voetafdruk sterk doet toenemen en de kostprijs voor de consument de hoogte injaagt. De geopolitieke spanningen van de laatste maanden lijken alleszins het kapot gereglementeerde Europa wakker te schudden, al dient dit precies nog uit te deinen tot in Vlaanderen.”Meer dierenwelzijn, duurdere kippenDe belangenorganisatie haalt de uitfasering van de verrijkte kooi aan. “Sinds 2012 is het in de EU verboden om klassieke kooi-eieren te produceren. Het Vlaams regeerakkoord voorziet nu ook een uitfasering van de verrijkte kooi”, aldus Landbond Pluimvee. “Ongeveer 36 procent van de Vlaamse leghennenstapel wordt gehouden in verrijkte kooisystemen. Een uitfasering zal in de meeste gevallen leiden tot een stopzetting, waardoor België afstevent op een zelfvoorzieningsgraad van 70 procent. Dat terwijl er wel nog volop klassieke kooi-eieren worden geïmporteerd.”Daarnaast haalt Landsbond Pluimvee ook de wens van Vlaanderen aan in het regeerakkoord om een einde te maken aan het doden van eendagshaantjes. Zodra het mogelijk is om vroegtijdig de geslachtsbepaling van kuikens in het ei te achterhalen, wil Vlaanderen dit opnieuw op de agenda plaatsen. In het kader van zelfvoorziening en prijsdruk stelt Landsbond Pluimvee ook het Better Chicken Commitment (BCC) in vraag. “Dit wordt onder druk van ngo’s zoals GAIA sterk gepromoot en is al tot in het regeerakkoord geraakt. Bij BCC wordt er onder meer gebruik gemaakt van trager groeiende kippen die een veel minder gunstige voederconversie hebben. Alsof je een elektrische Tesla zou omwisselen voor een vervuilende dieselbak van de jaren ’70”, sneert de sectororganisatie.Een studie van AVEC, de Europese organisatie van pluimveeverwerkers, &amp;nbsp;becijferde dat een volledige omschakeling naar BCC-kippen in Europa de productie met 44 procent zou doen dalen. Om dit te compenseren zouden er 9.692 nieuwe pluimveestallen nodig zijn. Het voeder- en waterverbruik zou elk met 35 procent stijgen en de productiekosten met 37 procent. Bovendien zou de milieu-impact sterk toenemen want Belgisch onderzoek wees al uit dat dergelijke dieren een ammoniakuitstoot hebben die drie keer hoger is dan reguliere vleeskuikens.“Ondanks deze bezwaren sprongen bepaalde retailers reeds op de kar en bieden dergelijk pluimveevlees vandaag al aan”, aldus de landsbond. “Begin maart stond dit bij één retailer geprijsd aan 13,73 EUR/kg, terwijl reguliere filet 9,39 EUR/kg kostte. Een kostprijsstijging van 46 procent. Nochtans is gevogelte één van de goedkoopste, en gezondste bron van dierlijke eiwitten. En nu zouden de minder welstellende gezinnen pluimveevlees niet langer kunnen betalen.”</content>
            
            <updated>2025-04-22T20:56:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meer mest, meer pollen? Studie over graslandbemesting stuit op kritiek bij landbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meer-mest-meer-pollen-studie-over-graslandbemesting-stuit-op-kritiek-bij-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/57248</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bemeste graslanden kunnen tot zes keer meer stuifmeel produceren, stuifmeel dat bovendien bij hooikoortspatiënten sterkere allergische reacties uitlokt, zo blijkt uit een nieuwe studie. Dat betekent volgens onderzoekers van de KU Leuven en Sciensano dat “stikstofvervuiling niet alleen gevolgen heeft voor het milieu, maar ook voor onze gezondheid”. In de landbouwsector klinkt er heel wat gemor over de studie, want grasland dat bemest wordt, wordt ook gemaaid voor het in bloei komt en dus pollen kan verspreiden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="mest" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="gras" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1553fcc7-511f-4e02-b521-b11d1ea6075a/full_width_grasgrasland-ilvo.jpg</image>
                                        <content>Dinsdagochtend verspreidde de KU Leuven een persbericht met als titel ‘Stikstofvervuiling maakt hooikoorts erger’. Het nieuws werd al gauw breed overgenomen door verschillende mediakanalen. De conclusie in het persbericht spreekt dan ook tot de verbeelding: “Het is al langer geweten dat stikstof een negatieve impact heeft op de biodiversiteit, maar dit onderzoek toont voor het eerst de mogelijke directe impact op de volksgezondheid”.Zes keer meer stuifmeel voor twee tot drie keer meer opbrengstIn de studie verzamelden de onderzoekers pollen uit graslanden in België. “Sommige van die graslanden kregen een stikstofbemesting, anderen kregen er geen”, aldus onderzoekster Paulien Verscheure, die samen met KUL-onderzoeker Robin Daelemans het leeuwendeel van het studiewerk verrichte. “Wat we vonden, was opvallend: graslanden die met stikstof waren bemest, produceerden zes keer meer stuifmeel.&quot; Wie denkt dat dit positief is voor de bijen, slaat de bal mis. Grassen zijn immers windbestuivers. Wat wel bleek: dat stuifmeel lokte sterkere immuunreacties uit bij hooikoortspatiënten. En nog een andere opmerkelijke vaststelling was volgens de onderzoekers dat de bemesting maar zorgde voor twee tot drie keer zoveel opbrengst.Hoe gingen de onderzoekers te werk? Een interdisciplinair team van ecologen, omgevingswetenschappers, immunologen en beleidsmakers vergeleek 50 Belgische graslanden: telkens één met en één zonder stikstofbemesting. Bij de onbemeste graslanden ging het om drie halfnatuurlijke graslanden die het meest voorkomen in België en bij uitbreiding in West-Europa. De bemeste graslanden waren typische productiegraslanden met een meer uniforme vegetatiesamenstelling en ook zij zijn representatief voor de meerderheid van de graslanden in België, aldus de onderzoekers.In elk van die gebieden werden pollen verzameld en geanalyseerd. Vervolgens werden de stuifmeelstalen getest bij bloedstalen van 20 volwassen hooikoortspatiënten. Daarbij onder meer gekeken naar hoe sterk hun afweercellen reageerden op de pollen en hoeveel antistoffen ze in hun bloed hadden. “Door deze manier van werken, waarbij dezelfde patiënten werden blootgesteld aan verschillende pollenstalen, konden we nauwkeurig bepalen welk stuifmeel het meest allergisch maakt, los van andere invloeden”, legt professor Raf Aerts, KU Leuven &amp;amp; Sciensano, uit. Minder stikstofvervuiling, minder allergieën?“De studie belicht een aspect van stikstofvervuiling dat tot nu toe onbekend was en toont nieuwe, negatieve gevolgen van stikstofverrijking”, vervolgt professor Tobias Ceulemans (UAntwerpen &amp;amp; KU Leuven). Al voegde hij er tijdens een interview met Radio 1 aan toe dat opvolgonderzoek nodig is omdat het onderzoek gebeurde op bloedstalen. “We moeten ook nagaan wat de ernst van de reactie op de graspollen bij de hooikoortslijders zelf is.”“Door stikstofvervuiling te verminderen, kunnen we mogelijk ook de last van allergieën terugdringen,” voegt professor Rik Schrijvers (UZ Leuven) toe. Volgens hem lijdt ongeveer 15 à 20 procent van de bevolking aan een pollenallergie. Dat gaat van heel milde klachten, zoals niezen en snuiten, maar ook tot heel extreme klachten. Zo kan de allergie in de luchtwegen doordringen en leiden tot astma.Schrijvers en Ceulemans noemen deze nieuwe bevindingen “belangrijke informatie voor gezondheids- én milieubeleid”. “Het is verstandig om door te zetten met het pad dat is ingezet met MAP7 waarbij wordt gekeken om bepaalde regio’s te ontlasten van bemesting”, zei Ceulemans daarover op Radio 1. Al geeft hij in datzelfde interview ook toe dat landbouw bemesting ook absoluut nodig heeft om aan voedselproductie te kunnen doen. Landbouwsector verontwaardigd over conclusiesVia sociale media en in Whatsapp-groepen regende het boze reacties van landbouwers over het onderzoek. “Dit is een theoretische studie die zich in de praktijk niet voordoet omdat onze boeren maaien voor het gras in bloei komt”, verwoordt Boerenbond het bezwaar dat ook bij veel landbouwers leeft. “Onze boeren hebben alle belang bij zo’n hoog mogelijke voederwaarde en eiwitinhoud. Daarom wordt er tijdig gemaaid of begraasd, nog voor het gras bloeit en dus pollen verspreidt.”Dat bevestigt ook Gert Van de Ven, onderzoeker bij het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV). “Het overgrote deel van het productief grasland in Vlaanderen wordt gebruikt om er voordroog of kuilgras van te maken en wordt dus gemaaid voor het in bloei komt. Slechts een klein deeltje blijft langer staan en wordt gehooid”, stelt hij. Om daar dan de conclusie aan te verbinden dat bemest grasland slechter is voor de gezondheid, dat vindt hij een brug te ver. “Je kan je ook de vraag stellen of we dan wel voorstander moeten zijn van campagnes als Maai Mei Niet.” Tot slot merkt hij nog op dat gras de belangrijkste eiwitbron is voor de rundveehouderij in België. “Als we die wegnemen, neemt onze afhankelijkheid van soja alleen maar toe.”Ook bij ABS klinken er boze woorden over het onderzoek. “Dit onderzoek is goedkope sensatiezucht die heel veel kapot maakt”, zegt beleidsmedewerker Mark Wulfrancke. “Het werd uitgevoerd met een zeer eenzijdige blik en de onderzoekers koppelen daar heel eenzijdige gevolgen aan.” Hij wijst er bovendien op dat eerdere studies al uitgewezen hebben dat kinderen die opgroeien op het platteland of in de buurt van een boerderij vaak minder allergisch zijn.</content>
            
            <updated>2025-04-23T12:03:28+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Toeristen zorgen voor overlast: Tulpenvelden zijn geen openbare bloemenweide]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ongewenste-tulpentoeristen-in-vlaanderen-vergroten-tulpenbollentekort-verder" />
            <id>https://vilt.be/57249</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De burgemeester van Sint-Gillis-Waas, Koen Daniëls (N-VA), is in de bres gesprongen voor een plaatselijke tulpenboer die schade ondervond van toeristen die zijn bloeiende tulpenvelden betraden. Daniëls liet een spandoek in het veld plaatsen met de oproep het veld niet te betreden en de eigendom van de landbouwer te respecteren. De oproep komt op het moment dat de tulpensector te kampen heeft met een tekort aan bollen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                        <category term="akkerbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cdc968df-f01e-4527-b5e3-8f8624c30841/full_width_koen-daniels-tulpenveld-in-meerdonk.jpg</image>
                                        <content>“Niet betreden. Geniet met uw ogen. Respecteer deze velden en gewassen. Ze zijn eigendom en de inkomsten van een landbouwer.” Zo luidt de tekst op een spandoek die N-VA Sint-Gillis-Waas enkele dagen geleden liet plaatsten aan een tulpenveld in Meerdonk. Het veld met bloeiende tulpen had in de dagen ervoor veel aandacht getrokken van mensen die langskwamen waardoor er tulpen werden vertrappeld en geplukt.&quot;Eigenlijk is het niet meer dan logisch dat je niet tussen de gewassen loopt op een akker, laat staan dat je ze plukt, uittrekt of vertrappelt.&amp;nbsp;Een aantal bezoekers geniet met respect van de pracht, maar er zijn helaas ook mensen die er zich niets van aantrekken.&amp;nbsp;Om die reden plaatsten we een spandoek om aan te geven dat de tulpen, maar ook andere landbouwgewassen, zowel de eigendom maar ook het inkomen zijn van onze landbouwers.&amp;nbsp;We hopen dat het toch een beetje tot nadenken stemt&quot;, zegt burgemeester Daniëls over het lokale N-VA-initiatief.&amp;nbsp;Navraag wijst uit dat de bloemen op het perceel eigendom zijn van bloembollenkweker Pieter Suy&amp;nbsp;uit het Nederlandse Absdale, net over de grens met Sint-Gillis-Waas in het Waasland. De Nederlander laat kort aan VILT weten tevreden te zijn met het initiatief van de burgemeester, maar stelt verder machteloos te staan tegenover toeristen. Een zoektocht op Google wijst uit dat Suy vaker overlast ondervindt van tulpentoeristen. In 2021 moest hij een tulpenperceel in Meerdonk afschermen met hekken en deelde de politie boetes uit aan fout geparkeerde auto’s.Plukken van tulpen vermindert bollenopbrengstVorig jaar was een veehouder uit Stabroek al in het nieuws omdat zijn bloeiende tulpenweide in april een heuse attractie was voor toeristen. Deze boer, die zijn areaal verhuurt aan een tulpenkweker uit Nederland, lanceerde de volgende oproep op Facebook om wildplukkers te ontmoedigen: “Geniet van het uitzicht, maar blijf van de tulpen af. Je mag gerust foto&#039;s nemen, maar dat hoeft niet in het veld.&quot;De bloeiende tulpen zijn maar een bijkomstigheid in de tulpenbollenteelt. Het plukken ervan vergroot de kans op ziektevorming en een verminderde knollenopbrengst. Het is pas na de bloei, als de boem afsterft, dat de knolvorming begint en de plant meerdere knollen aanmaakt. Deze knollen worden in juni gerooid en het jaar erop gebruikt voor de bloementeelt in de serre of als plantgoed voor volgend jaar.Alhoewel Nederland vooral bekend is om zijn bloembollenteelt, is het gewas ook steeds meer terug te vinden in Vlaanderen. In 2021 bedroeg het areaal 118 hectare. In veel gevallen gaat het om Nederlandse bloembollentelers die grond in Vlaanderen pachten. Bijkomend voordeel van de teelt in Vlaanderen is dat de risico’s geografisch meer gespreid worden. Bloembollentekort door misoogstDat dit nodig is door de steeds grilligere weersomstandigheden bleek in 2023 toen de oogst van tulpenbollen letterlijk in het water viel door de vele regen. Sierteler Christoph Pieters uit Laarne, met 3,7 hectare veruit de grootse tulpenbloementeler van Vlaanderen, liet eerder dit jaar in een interview met VILT weten dat dit een grote impact had op de beschikbaarheid van bollen. Volgens hem waren er tot 20 procent minder tulpenbollen op de markt, waren de bollen gemiddeld ook kleiner dan normaal en lag te prijs veel hoger.Bij het sorteren van de bloembollen, die in juni gerooid worden, gaan de grotere formaten naar de serretelers voor de bloementeelt. De kleinere maten worden normaal gebruikt als plantgoed voor het jaar erop. “Maar door het tekort en doordat de prijzen hoog lagen, zijn veel kleinere bollen ook naar de serretelers gegaan”, vertelt de veehouder uit Stabroek. Dit verklaart volgens hem waarom er op zijn perceel dit jaar minder tulpen werden geplant dan vorig jaar. “Het zou nog wel eens jaren kunnen duren voordat het effect van de slechte oogst in 2023 is weggewerkt”, aldus de boer. Tulpen uit AmsterdamDe statistieken bij het Agentschap van Landbouw en Zeevisserij lijken dit te bevestigen. Vorig jaar werd maar op 84 hectare in Vlaanderen bloembollen geteeld. Dat is het laagste areaal sinds 2019 toen het areaal 69 hectare bedroeg. Ook in Nederland daalde het bloembollenareaal in 2024 ten opzichte van 2023. Maar het Nederlandse areaal van 27.000 hectare doet de Vlaamse oppervlakte verbleken. Ruim de helft van het Nederlandse bloembollenareaal wordt gebruikt voor tulpen.</content>
            
            <updated>2025-04-23T15:11:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[De toekomst van plastic groeit in de Brusselse ondergrond]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/de-toekomst-van-plastic-groeit-in-de-brusselse-ondergrond" />
            <id>https://vilt.be/57250</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het gaat de Brusselse paddenstoelteler PermaFungi voor de wind. Al ruim tien jaar kweekt dit bedrijf zwammen in de kelders van Tours &amp; Taxis. Het gruis van de koffietjes die bovengronds gedronken worden, dient hier als voedingsbodem voor een lucratieve paddenstoelenkweek. Toch is het niet omwille van de eetbare zwammen dat Zwitserse en Brusselse investeerders recent 1,75 miljoen euro in dit bedrijf hebben gepompt. De ster van het bedrijf zijn de myco-materialen: een stof vervaardigd uit organische reststromen en schimmeldraden. Het is een afbreekbaar en klimaatvriendelijk antwoord op piepschuim en plastic.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                        <category term="reststromen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c24faffa-8ec7-45c9-8a18-7f2840dd3a95/full_width_victoria-maertens.jpg</image>
                                        <content>Niet enkel bij kabouter Plop wordt meubilair van paddenstoelen gemaakt. Een myco-lampenkap verlicht de tafel waaraan Victoria Maertens, communicatieverantwoordelijke bij Permafungi, ons verwelkomt. De rondleiding begint met een kleine les biologie. De zwammen die we eten, zijn in feite slechts het ‘fruit’ groeiend uit een heus netwerk aan schimmels en draden. De myco-materialen waarvan PermaFungi zijn bio-afbreekbare verpakkingen maakt, bestaan hoofdzakelijk uit deze schimmelkern: het mycelium of de zwamvlok.Licht als piepschuim, vergankelijker dan plasticOp tafel staan diverse verpakkingen vervaardigd uit het materiaal. Zo licht aan als piepschuim, met een gelijkaardige textuur. Welk product binnenkort paddo-verpakt in de winkelrekken zal liggen, is voorlopig nog geheim. “Om deze verpakkingen te maken, gieten we een organische reststroom – in dit geval steriel zaagsel – in een mal”, zegt Maertens. “Daar voegen we het ‘zaad’ van de paddenstoel aan toe. Na ongeveer een week heeft het mycelium zich gehecht aan alle zaagsel tot één vorm.”Wie iets kent van schimmel, weet echter dat het ongecontroleerd kan groeien. “Om dat te vermijden, drogen we het materiaal volledig uit. Door alle vocht weg te nemen, wordt de schimmel inert en kan het niet meer verder groeien.” Nog een belangrijke opmerking: de ‘champignonverpakking’ is niet eetbaar. De verpakkingssector is een van de grootste veroorzakers van plasticvervuiling, met 33 procent van het totaal Het resultaat van deze processen, is een myco-doosje dat mooi zijn vorm behoudt, maar wel vergankelijk is. Eens het op de composthoop ligt, vindt men er na enkele weken niets meer van terug. Het myco-materiaal biedt zo dus een mogelijk antwoord op het wereldwijde plasticvraagstuk. Het kan bovendien een verpakking worden voor nagenoeg elk product dat men kan bedenken. Met voedsel als een opmerkelijke uitzondering. Daarvoor geldt immers een uitgebreid certificeringsproces. “Of toch als de verpakking het voedsel rechtstreeks aanraakt”, zegt Maertens. “Het is dus bijvoorbeeld wel inzetbaar om wijnflessen te verpakken.”Het potentieel binnen de verpakkingssector is gigantisch. “Tegen 2030 zal een Europese wet plastic voor eenmalig gebruik en niet-circulaire verpakkingen verbieden”, zegt Maertens. “De verpakkingssector is één van de grootste veroorzakers van plasticvervuiling, met 33 procent van het totaal.” &amp;nbsp;“We hebben in het verleden al diverse voorwerpen gemaakt met myco-materialen. Armaturen voor lampen, of kunstprojecten”, zegt Maertens. “Zo hebben we recent nog 300 grote armaturen gemaakt voor het toekomstige JAM-hotel in Gent, in samenwerking met architect Lionel Jadot. Maar zulke projecten zijn vrij kleinschalig in vergelijking met wat we binnen de verpakkingswereld willen betekenen”, zegt Maertens. “We schalen op naar 100 kubieke meter circulaire en afbreekbare verpakkingen per jaar.”UitbreidingsplannenBij de nieuwe investeringsfondsen en ambitieuze plannen, hoort ook een nieuwe locatie. De ‘Urban Farm’ onder Tours &amp;amp; Taxis zal voor de eetbare oesterzwamteelt actief blijven, maar de myco-materialen zullen geproduceerd worden op een nieuwe, grotere locatie in Vorst. De huidige ploeg van elf personen zal tegen 2026 verdubbelen om aan de vraag te voldoen. Dankzij een investering van 1,75 miljoen euro van het Zwitserse familiebedrijf &#039;Après-demain&#039; en de Brusselse openbare investeringsmaatschappij finance&amp;amp;invest.brussels is de coöperatieve ontpopt tot een naamloze vennootschap met meer middelen. Dat betekent: meer productie, maar ook een sterkere productontwikkeling. Want naast zaagsel, wil het bedrijf onderzoeken of er ook andere reststromen kunnen worden verwerkt tot myco-materiaal.Een niet onbelangrijke kanttekening: de myco-materialen zijn niet gemaakt uit het mycelium van oesterzwammen. De basis is een ander type schimmel, bedrijfsgeheim van Permafungi. “Het mycelium van oesterzwammen kan je in principe ook gebruiken om myco-materialen te maken, maar we gebruiken een schimmel dat beter geschikt is voor deze doeleinden”, zegt Maertens. Een kelder vol seizoenenDe oesterzwammen en het myco-materiaal behoren zo dus tot twee aparte productielijnen, maar zijn allebei circulair. De oesterzwammen waren lang de core business van PermaFungi en blijven relevant voor het bedrijf. De lekkernij wordt gekweekt in iets meer dan duizend vierkante meter aan kelderkamers. Omwille van hun locatie groeien de paddenstoelen met de seizoenen mee. “Het grootste deel van het jaar is het hier voldoende koel”, zegt Maertens. “Soms lijdt de oogst bij extremere temperaturen, maar daarin verschillen we niet van een ander landbouwbedrijf.”Alle oesterzwammen vinden hun basis bij koffiegruis. Dat wordt aangeleverd via diverse bedrijven, met ontbijt- en lunchketen Pain Quotidien als één van de grootste toeleveranciers. Niet enkel de vestiging bovengronds in Tours &amp;amp; Taxis, maar alle dertig vestigingen in België brengen hun koffiegruis naar PermaFungi.Op dit koffiegruis wordt het mycelium van de oesterzwammen bijgevolg geënt. De schimmeldraden groeien in eerste fase in de incubatiekamer. Een ruimte met een streng gereguleerd klimaat, en even strenge hygiënevoorschriften. Om die reden ook de enige ruimte die bij deze tour niet betreden kan worden.Het mengsel is samengevoegd in grote plastic zakken. Tussen elke rij zwarte zakken hangt ook één doorzichtig exemplaar. Deze zijn minder efficiënt, maar dienen als kanarie in de koolmijn om de kwaliteit van de oogst te controleren. “Als er bijvoorbeeld een contaminatie is met een schimmel die hier niet thuishoort, kunnen we het in deze transparante zakken waarnemen”, zegt Maertens. Met een mes worden openingen gemaakt waaruit de oesterzwammen kunnen groeien. De ingesneden zakken worden opgehangen in koele, goed geventileerde kamers die met vocht beneveld worden. “Waar we in de incubatieruimte het klimaat van een warme, zomerse bodem nabootsen, creëren we in deze ruimte de herfst”, zegt Maertens. “De combinatie van vocht en koelte zorgt ervoor dat het mycelium paddenstoelen produceert.”De paddenstoelen worden nadien geoogst, clusters worden versneden tot bruikbare hoeveelheden, en worden dan met de bakfiets geleverd aan horeca- en speciaalzaken in heel Brussel. De ban op blauwe champignonbakjes is hoe dan ook niet van tel voor PermaFungi, aangezien alle producten in bulk worden verkocht via retourbakken. Meststof voor de biolandbouwNa drie keer oogsten is het grootste productiepotentieel uit het mycelium verdwenen. Op naar de vuilnisbak? Neen. Want wat overblijft, is een product dat naast de myco-materialen en de oesterzwammen de derde pijler vormt van PermaFungi: een natuurlijke meststof voor gebruik in de biolandbouw. “Voedzaam en honderd procent bio-gecertificeerd”, zegt Maertens. Zo eindigen de paddenstoelen dus terug waar ze vandaan komen: in de bodem.Het einde van de cyclus bevestigt zo mooi de slagzin van PermaFungi: “In de natuur is er geen afval. Waarom hier geen inspiratie uit putten?”</content>
            
            <updated>2025-04-24T10:31:53+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Schoonheidswedstrijd moet imago van parasieten opkrikken én biodiversiteit beschermen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/schoonheidswedstrijd-moet-imago-van-parasieten-opkrikken-en-biodiversiteit-beschermen" />
            <id>https://vilt.be/57251</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Biologen van het Centrum voor Milieukunde van UHasselt hebben een schoonheidswedstrijd voor parasieten gestart. Het brede publiek kan via een online-enquête tien geselecteerde parasietsoorten beoordelen op verschillende eigenschappen, van mooi of lelijk tot onschuldig of angstaanjagend. Parasieten zijn cruciaal voor het ecosysteem, maar het gaat niet goed met de wereldwijde populatie van parasieten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boeren" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ac51aff5-b5a5-402e-bc10-48c2e6349610/full_width_platworm-rajonchocotyle-emarginata-parasieten-uhasselt.jpeg</image>
                                        <content>Via een korte online-enquête krijgt het publiek tien foto&#039;s van parasietsoorten te zien. Die moeten deelnemers dan beoordelen op bepaalde parameters. De biologen benadrukken dat er geen juiste of foute antwoorden zijn en dat het hen enkel om de mening van de respondenten te doen is.&amp;nbsp;Met de schoonheidswedstrijd willen de biologen de publieke perceptie over parasieten in beeld brengen en hen vervolgens beter beschermen. Zij zijn namelijk één van de grootste groepen organismen op aarde en cruciaal voor ons ecosysteem. Ze reguleren populaties wereldwijd en zorgen ervoor dat soorten zich niet te veel verspreiden. Daarnaast zijn ze een belangrijk onderdeel van de biodiversiteit en een goede indicator voor de gezondheid van ecosystemen.&amp;nbsp;&quot;Maar het gaat niet goed met de wereldwijde populatie van parasieten. Naar schatting staat 30 procent van alle parasieten wereldwijd tegen het einde van deze eeuw op de rand van uitsterven. Vele parasietsoorten kunnen zelfs uitsterven voordat ze ontdekt en beschreven zijn&quot;, zegt bioloog dr. Tiziana Gobbin. &quot;Negeren hoe het met parasieten gesteld is, staat gelijk aan het negeren van meer dan de helft van alle biodiversiteit.&quot;&quot;De enquête invullen duurt een paar minuten en levert ons belangrijke informatie op over de publieke perceptie rond parasietsoorten&quot;, zegt Gobbin. &quot;Dit is het allereerste onderzoek naar hoe mensen kijken naar parasieten.&quot; De informatie moet helpen om natuurbeleid en -behoud te ondersteunen. Ook krijgen deelnemers de kans om vier pas ontdekte parasietsoorten een naam te geven.</content>
            
            <updated>2025-04-23T15:29:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaams bezoek aan Nederland: “Wetenschap niet de heilige graal in stikstofdossier”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaams-bezoek-aan-nederland-wetenschap-niet-de-heilige-graal-in-stikstofdossier" />
            <id>https://vilt.be/57252</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“De wetenschap biedt geen pasklare antwoorden voor het stikstofbeleid.” Tot die conclusie kwam een delegatie van Vlaamse politici en stallenbouwers na een werkbezoek aan de Nederlandse Dairy Campus, een geavanceerd onderzoeks- en praktijkcentrum voor de melkveehouderij. Tijdens het bezoek kwam onder meer de uitdaging van het meten en berekenen van ammoniakemissies in open stallen aan bod.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2b0b0abf-745a-4ac1-b048-6ce7782220e3/full_width_meetstal-op-dairy-campus-in-leeuwarden.jpg</image>
                                        <content>De milieustal op de Dairy Campus in Leeuwarden is uitgerust met zes afsluitbare secties, elk geschikt voor zestien koeien. Deze ruimtes zijn voorzien van talloze sensoren die het mogelijk maken om de impact van specifieke maatregelen op de stikstofuitstoot te monitoren — denk aan aangepaste stalvloeren, toevoegingen aan het voer of aan de mestput. In deze stal zijn onder meer de stikstofreducerende effecten van de Lely Sphere en het CowToilet van Hanskamp vastgesteld.Het centrum, dat wordt beheerd door Wageningen University &amp;amp; Research (WUR), verwelkomde eind vorige week een delegatie van Vlaamse stallenbouwers, beleidsmakers en belangenbehartigers. Het bezoek werd georganiseerd door de Belgische federatie voor stallenbouw en landbouwmechanisatie, in samenwerking met Fedecom, de Nederlandse evenknie van Fedagrim. “We wilden ons verdiepen in de Nederlandse ontwikkelingen rond stikstofreductie”, zegt Fedagrim-coördinator Hans Verstreken.Kritische vergelijking met VlaanderenVerstreken uitte daarbij kritiek op de Vlaamse onderzoeksinstellingen. “In Nederland ligt de nadruk veel meer op het ontwikkelen en testen van nieuwe technieken. In Vlaanderen focust men daarentegen vooral op meetmethodes, niet op innovatie in stalsystemen.”Hij verwijst onder meer naar plannen van Dairy Campus om op korte termijn een zogenaamde EVA-stal te bouwen: een volledig energie- en emissievrije stal, die zelfvoorzienend is in water- en energieverbruik. Campusmanager Kees de Koning gaf in zijn presentatie alvast een vooruitblik op dit innovatieve project.Voorafgaand aan een rondleiding door de stallen luisterde de Vlaamse delegatie naar diverse lezingen van Nederlandse wetenschappers die nauw betrokken zijn bij het stikstofdossier. Onder hen was ook WUR-onderzoeker Wim de Vries, een uitgesproken pleitbezorger van een emissiegericht beleid in plaats van het huidige depositiegerichte beleid, dat grotendeels gebaseerd is op de kritische depositiewaarde (KDW). Ook Nederland richting emissiebeleidDe Vries pleit voor het schrappen van de KDW uit de Nederlandse wetgeving. Volgens hem heeft die norm Nederland in een stikstofmoeras doen belanden. Hoewel de KDW in Vlaanderen geen wettelijke basis heeft, speelt ze wel een rol in het vergunningenbeleid.“De overheid legt een resultaatsverplichting op op basis van een wetenschappelijk model dat onzekerheden kent en kan wijzigen bij nieuwe inzichten. Dat leidt tot steeds nieuwe eisen aan veehouders”, aldus De Vries.De Vries heeft diverse voorstellen uitgewerkt om over te schakelen van depositie- naar emissiebeleid. Die ideeën lijken nu gehoor te vinden bij de Nederlandse overheid. Landbouwminister Femke Wiersma (BBB) kondigde eerder dit jaar aan te willen evolueren naar een beleid gebaseerd op doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften. Onderzoeker Albert Winkel, nauw betrokken bij dit traject, licht toe: “In dit systeem wordt het doel – de maximale uitstoot – vastgelegd in de vergunning, niet de middelen om dat doel te bereiken. De veehouder bepaalt zelf hoe hij het doel behaalt, via technieken en managementmaatregelen.” Volgens Winkel is nauwkeurige meting van de feitelijke uitstoot daarbij essentieel.Meten blijft een uitdagingMaar ook hier biedt de wetenschap geen sluitende oplossing. In gesloten stallen, zoals bij varkenshouderij, is emissiemeting relatief eenvoudig. In open stallen – zoals gangbaar in de melkveehouderij – beïnvloeden externe factoren als wind en temperatuur de metingen aanzienlijk. “Een systeem zoals de Kringloopwijzer kan helpen om de uitstoot te schatten”, stelt Winkel. In Nederland kregen vorig jaar twee varkensbedrijven hun vergunning op basis van dergelijke doelvoorschriften. Toch plaatst de Vlaamse delegatie kanttekeningen. “In Vlaanderen is het vandaag onhaalbaar om op elk bedrijf emissiemetingen te doen”, zegt Sander Herinckx, consulent klimaat &amp;amp; emissies bij Boerenbond. “Bovendien zijn de bijstuurmogelijkheden bij sommige diersoorten beperkt. Een melkveehouder kan bijvoorbeeld niet zomaar een aantal koeien wegdoen als zijn emissieplafond in september bijna bereikt is.” Volgens Herinckx biedt een vergunningensysteem op basis van doelvoorschriften potentieel, mits het juridisch sluitend is en de knelpunten vooraf zijn weggewerkt.Vlaanderen versus NederlandHerinckx was onder de indruk van de Dairy Campus, maar merkte op dat de situatie daar niet vergelijkbaar is met Vlaanderen. “Bij ons zijn vrijwel alle melkveestallen open. De meetstal hier is bijna een gesloten systeem met mechanische ventilatie. Daardoor is de emissie veel nauwkeuriger te meten.” De meetstal is echter wel nuttig om technieken te valideren die op de Vlaamse PAS-lijst (Programma Aanpak Stikstof) kunnen worden opgenomen. “Onze leden hebben tijdens het bezoek interessante contacten gelegd om hun technieken mogelijk in Leeuwarden te laten doormeten”, aldus Verstreken. Herinckx voegt toe dat er in Noordwest-Europa amper drie meetstallen van dit type bestaan — een struikelblok, want voor erkenning zijn voldoende meetresultaten vereist.“Gebruik wetenschappelijke modellen indicatief”Tot slot benadrukten verschillende politici de noodzaak om wetenschap niet als absolute waarheid te beschouwen. “Wetenschappers geven zelf aan dat modellen onderhevig zijn aan verandering. Het is daarom gevaarlijk om zulke modellen juridisch te verankeren”, zegt Bart Dochy (cd&amp;amp;v), voorzitter van de landbouwcommissie in het Vlaams Parlement. Ook commissieleden Mien Van Olmen (cd&amp;amp;v) en Leo Pieters (Vlaams Belang) waren aanwezig bij het bezoek aan Friesland — niet toevallig dé melkprovincie van Nederland, en de geboortegrond van de moderne Holstein-koe.</content>
            
            <updated>2025-04-24T16:16:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Digitaal register gewasbescherming verplicht vanaf 2026?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/digitaal-gewasbeschermingsmiddelenregister-verplicht-vanaf-2026" />
            <id>https://vilt.be/57253</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen worden verplicht om vanaf 1 januari 2026 een digitaal gewasbeschermingsmiddelenregister bij te houden. Boerenbond is niet te spreken over deze nieuwe verplichting. “Wij zien geen meerwaarde in het digitaliseren van de huidige registers die nu ook al beschikbaar en opvraagbaar zijn door de bevoegde autoriteit. Bovendien zorgen bijkomende eisen voor meer administratieve lasten”, aldus de landbouworganisatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7649ae6c-c153-497d-8d5f-4da1a3a02a7c/full_width_sproeiengewasbescherming-dowagrosciences.jpg</image>
                                        <content>Elektronisch formaat én extra gegevensDe verplichting voor het digitale register vloeit voort uit een Europese verordening uit 2023 die stelt dat alle professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen vanaf 2026 hun gebruiksregister in elektronisch formaat moeten bijhouden. Daarnaast moeten in dit register ook een aantal nieuwe gegevens worden bijgehouden, zoals het toelating- of vergunningsnummer van het product, de naam van het gewas, de omvang van het behandelde gebied, het groeistadium van het gewas, het starttijdstip van de behandeling en de referentie van het perceel.Volgens de verordening hebben de gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen de tijd om de gegevens in het register aan te vullen tot 30 dagen nadat het middel werd gebruikt. Lidstaten zouden bovendien kunnen kiezen om die termijn in te korten. De verplichting geldt zowel voor behandelingen in open lucht, in serres als in bewaarloodsen. Naast landbouwers en loonwerkers moeten ook professionele tuinaanleggers en overheidsbedrijven die gewasbeschermingsmiddelen gebruiken, hieraan voldoen.  Boerenbond: &quot;Enkel administratieve overlast&quot;&amp;nbsp;Boerenbond is niet te spreken over deze bijkomende administratieve last voor land- en tuinbouwers. “Wij zien er geen meerwaarde in”, klinkt het. “Al sinds 2011 houden de landbouwers deze gegevens bij en die registers, in papieren of elektronische vorm, zijn beschikbaar en opvraagbaar door de overheid. Door bijkomende eisen toe te voegen aan het register, neemt de administratieve last alleen maar toe.” Zo struikelt de landbouworganisaties bijvoorbeeld over het registreren van de begintijd van een bespuiting: “Dat gaat veel te ver”. Waar Boerenbond wel al tevreden over is, is dat de verplichting is weggevallen om deze digitale registers verplicht te centraliseren bij de overheid.Toch heeft de organisatie al vele contacten gehad met de FOD Volksgezondheid over dit digitaal register. “We stellen vast dat de administratie absoluut achter dit digitaal register staat. Daarom hebben we ook een politiek signaal gegeven op verschillende beleidsniveaus dat we met dit register geen stap vooruitgaan. We hebben de politiek duidelijk laten weten dat we niet akkoord gaan met deze Europese uitvoeringsverordening. In afwachting van een aanpassing van deze uitvoeringsverordening vragen we uitstel voor de invoering van het digitaal gewasbeschermingsmiddelenregister tot 1 januari 2030”, klinkt de eis van Boerenbond.</content>
            
            <updated>2025-04-24T08:59:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Forever chemical niet enkel in drinkwater maar ook in wijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/forever-chemical-niet-enkel-in-drinkwater-maar-ook-in-wijn" />
            <id>https://vilt.be/57254</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wie het plan had om alleen nog maar wijn te drinken om TFA in Vlaams drinkwater te vermijden, is eraan voor de moeite. De kleine PFAS-variant werd nu ook teruggevonden in jonge Europese wijnen. In één van de twee onderzochte Belgische wijnflessen werd een concentratie gevonden die 20 keer hoger lag dan de Vlaamse drinkwaternorm. Trifluorazijnzuur (TFA) is een forever chemical waarvan de langetermijnrisico’s op de gezondheid nog niet helemaal duidelijk zijn. &nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wijn" />
                        <category term="PFOS" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6ec9690c-a66e-4fd5-a9b9-9bab92de895e/full_width_witte-wijn-unsplash.jpg</image>
                                        <content>PFAS duikt overal op, van drinkwater en eieren tot groenten en fruit. Ook de verwerkte producten ontsnappen er niet aan. Dit laatste blijkt uit een analyse van onder meer Pesticide Action Network Europe (PAN Europe) en Bond Beter Leefmilieu (BBL). De milieuorganisaties hielden een steekproef bij 39 jonge wijnen uit tien Europese landen. In elk van de flessen was TFA aanwezig.&amp;nbsp;&amp;nbsp;In één van de twee onderzochte Belgische wijnflessen werd een TFA-concentratie van 310 µg/L ontdekt. Dit was de op één na hoogste concentraties van alle onderzochte wijnflessen. De andere Belgische wijnfles had een concentratie van 120 µg/L, de gemiddelde concentratie van alle wijnen. “Hoewel de gemiddelde TFA-concentraties varieerden, vertoonden wijnen uit alle landen waarden die de waarden in Europees water overstijgen. Vooral Oostenrijkse wijnen sprongen eruit”, concludeert het rapport. Oostenrijk was dan ook opvallend sterk vertegenwoordigd in de steekproef, met 18 van de 39 geanalyseerde flessen.&amp;nbsp;&amp;nbsp; De laagst gemeten waarde was 21 µg/kg in een Kroatische witte wijn, de hoogste concentratie (320 µg/L) zat in een Oostenrijkse witte wijn. De totale gemiddelde concentratie in de 39 recente wijnen was 122 µg/L. Gehaltes boven dit gemiddelde werd gevonden in twee van de vijf geanalyseerde Franse rode wijnen, tien Oostenrijkse en één Belgische. Door het beperkte aantal biologische wijnen in de steekproef konden er geen harde conclusies gemaakt worden over mogelijke TFA-verschillen tussen conventionele en biologische wijnen.&amp;nbsp; Verband tussen pesticidengebruik en TFA-verontreiniging?&amp;nbsp;De organisaties stuurden ook tien oude wijnen naar het labo. Bij deze wijnen, geoogst voor 1988 werd geen TFA aangetroffen. “Dit is zeer alarmerend”, concludeert het rapport. “Deze resultaten tonen aan dat er een explosieve, schijnbaar exponentiële toename van TFA-verontreiniging is sinds 2010.” De geografische spreiding van de steekproef was echter zeer beperkt, want alle tien de oude wijnen kwamen uit Oostenrijk.&amp;nbsp;“Deze hoge en voortdurend stijgende concentraties doen dringende vragen rijzen over de bronnen van deze verontreiniging”, concluderen de organisaties verder. “In onze studie bevatten wijnen&amp;nbsp;met de hoogste TFA-concentraties gemiddeld twee keer zoveel residuen van bestrijdingsmiddelen dan wijnen met lage concentraties. Opmerkelijk is dat de vijf wijnen die geproduceerd waren van schimmelresistente druivensoorten tot de wijnen met de laagste TFA-concentraties behoorden.” Aan de hand van deze waarnemingen wijzen de organisaties op een mogelijk verband tussen pesticidengebruik en TFA-verontreiniging. “Maar een grotere steekproef is echter nodig om te bepalen of deze waarneming een oorzakelijke relatie weerspiegelt.”&amp;nbsp;PAN en Bond Beter Leefmilieu roepen alvast op tot een snel verbod op PFAS in bestrijdingsmiddelen en een betere monitoring van voedsel om het risico van besmetting van TFA te beperken. &quot;In Vlaanderen is er al een verbod op moeilijk verwijderbare stoffen aangekondigd in het regeerakkoord en specifiek een verbod op PFAS-pesticiden in het Vlaamse pesticidenplan&quot;, besluit Heleen De Smet van BBL. &quot;Toch schoot Vlaams minister voor Omgeving en Landbouw Jo Brouns nog niet in actie. De steekproef bevestigt dat de PFAS-kraan zo snel mogelijk dicht moet: enkel zo voorkomen we dat TFA nog meer in onze leefomgeving terechtkomt.&quot; Houden deze waarden gezondheidsrisico’s in?&amp;nbsp;De gezondheidsrisico’s van TFA zijn de voorbije maanden al vaak onderwerp van discussie geweest. Het blijft een lastige discussie omdat er tot nu toe weinig wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar TFA. Door het gebrek aan data is ook het opstellen van een gezondheidskundige advieswaarde een moeilijke opdracht voor overheden. &amp;nbsp;In opdracht van het Departement Zorg bestudeerde VITO vorig jaar de beschikbare literatuur over TFA om zo’n gezondheidskundige advieswaarde voor drinkwater te stellen. Deze werd toen ‘voorlopig’ vastgelegd op 15,6 µg/l. &amp;nbsp;“Dit is een solide onderbouwde advieswaarde, gebaseerd op wat we nu weten over TFA zelf en met een zeer grote veiligheidsmarge om rekening te houden met nog onbekende risico’s”, aldus het Departement Zorg. “Van de effecten op de gezondheid is nog maar weinig aangetoond. Sowieso zijn er geen acute gezondheidsrisico’s verbonden aan TFA. Zoals bij andere PFAS gaat het om langetermijnrisico’s en om effecten die door meerdere factoren bepaald worden. Langetermijneffecten op de lever &amp;nbsp;zijn op dit moment het meest aangetoonde gezondheidseffect.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-04-24T01:04:04+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond aan De Wever en Von der Leyen: "Landbouw is ook veiligheid"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-aan-de-wever-en-von-der-leyen-kom-beloftes-na-en-geef-landbouw-genoeg-ondersteuning-in-nieuwe-eu-begroting" />
            <id>https://vilt.be/57255</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zowel de EU als België erkennen het strategisch belang van landbouw. Maar dat geldt vandaag evenzeer voor defensie en een veerkrachtige economie. Landbouworganisatie Boerenbond maakt zich zorgen dat het budget voor de sector niet overeind zal blijven in de nieuwe EU-begroting. Een bezorgdheid die de organisatie uitte in een brief aan premier Bart De Wever en EU-commissaris Ursula von der Leyen: “De Europese landbouwsector is de hoeksteen die de hele veiligheidsarchitectuur van de EU ondersteunt. Kom beloftes na en maak van landbouw daadwerkelijk een fundamentele pijler van Europa’s toekomst."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/efa17da7-477a-4bd8-ab0a-422d1482f7ab/full_width_eu-de-wever-von-der-leyen-eu.jpg?t=1745450366</image>
                                        <content>Deze zomer zal de Europese Commissie een voorstel doen voor de volgende langetermijnbegroting van de Unie. In dit meerjarig financieel kader (MFK) worden de budgetten begroot van alle programma&#039;s en initiatieven binnen de EU, en wordt duidelijk welke beleidsdomeinen politieke prioriteiten krijgt in de periode 2028-2034.&amp;nbsp;De Commissie maakte al duidelijk dat ze in de huidige legislatuur (2024-2029) het economische concurrentievermogen wil verhogen, maar ook meer zal moeten investeren in defensie. Tegelijkertijd werd ook het belang van de landbouwsector in meerdere politieke richtsnoeren benadrukt. Maar het budget is krap en keuzes zullen onvermijdelijk moeten volgen.&amp;nbsp; Grote zorgen&amp;nbsp;De Commissie speelt ook met het idee om in de volgende MFK enkele herstructureringen door te voeren. Zo zou het budget van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) samen met zo’n 530 andere programma’s ondergebracht worden in één nationale geldpot. Het GLB steunt op twee pijlers, het EU-garantiefonds (ELGF) met daarin onder meer de directe inkomenssteun voor landbouwers en het Europees plattelandsfonds (ELFPO) met financiering voor plattelandsontwikkeling. &amp;nbsp;Door deze herstructurering krijgen lidstaten meer ruimte om zelf te bepalen hoe ze het geld verdelen. Daardoor moet landbouwfinanciering op nationaal niveau concurreren met andere prioriteiten. Dit kan ertoe leiden dat de landbouwsteun sterk uiteenloopt van land tot land. “We maken ons grote zorgen over deze herschikking”, aldus Boerenbond. “Een dergelijke fundamentele verschuiving zal het functioneren van het GLB, en daarbij het concurrentievermogen en de voedselsoevereiniteit van Europa, ondermijnen.”&amp;nbsp;&amp;nbsp;Boerenbond deelde zijn zorgen met onder meer premier Bart De Wever (N-VA). Want zodra het voorstel van de Commissie op tafel ligt, starten de onderhandelingen tussen de lidstaten in de Raad. “Twee elementen zijn belangrijk: het budget moet overeind blijven en zelfs versterkt worden en een eerlijk speelveld moet behouden blijven”, duidt Boerenbond de premier in de brief. “Ook dringen we erop aan om in het MFK een automatisch mechanisme op te nemen dat de financiële toewijzingen in realtime aanpast op basis van de werkelijke inflatiecijfers, in plaats van de verwachte inflatie.”&amp;nbsp; De landbouwgemeenschap heeft een grote rol in het waarborgen van veiligheid en paraatheid in deze onzekere tijden&amp;nbsp; Investeren in veerkracht en veiligheid van Europa&amp;nbsp;Boerenbond wijst erop dat een sterke en veerkrachtige landbouwsector momenteel niet alleen strategisch, maar ook onmisbaar is. “Een verzwakking van het GLB ondermijnt verdere verduurzaming en economische weerbaarheid van de sector, tast de leefbaarheid van het platteland aan, en zet de voedselvoorziening in de EU onder druk.”&amp;nbsp;&amp;nbsp;De behoefte aan een versterkte, specifieke GLB-begroting is volgens Boerenbond ook niet alleen een kwestie van financiële steun. “Het is een strategische investering in de toekomstige veerkracht en veiligheid van Europa”, klinkt het. “Zoals voorzitter von der Leyen onlangs onderstreepte: we bevinden ons in een tijdperk van herbewapening waarin de EU veel meer verantwoordelijkheid moet nemen voor haar eigen veiligheid. De landbouwgemeenschap heeft een grote rol te spelen in het waarborgen van veiligheid en paraatheid in deze onzekere tijden, maar dan verwachten we dat deze rol ook door de federale regering als cruciaal wordt aanzien en als dusdanig wordt ondersteund.”&amp;nbsp; Brief naar Von der Leyen&amp;nbsp;De bezorgdheden werden door Boerenbond ook op de agenda geplaatst binnen de Europese landbouworganisatie Copa-Cogeca. Vanuit Copa-Cogeca vertrok een gelijkaardige boodschap per brief naar de EU-commissaris Ursula von der Leyen (EVP). “De Europese landbouwsector is de hoeksteen die de hele veiligheidsarchitectuur van de EU ondersteunt”, luidt het in die brief. “Copa-Cogeca en haar leden zijn standvastig in het streven naar voedselzekerheid, duurzaamheid en economische en sociale stabiliteit voor 450 miljoen Europese burgers en daarbuiten. Maar daarvoor zijn boeren broodnodig.”&amp;nbsp;“Trouw aan de geest van de grondleggers van de EU, pleiten wij vandaag voor het behoud van de eenheid en kracht die onze landbouwgemeenschappen binden, en daarmee ook de hele EU”, sluit Copa-Cogeca af. “Maar om te kunnen bloeien, hebben onze gemeenschappen meer nodig dan beloften. Wij vragen om stabiliteit, voorspelbaarheid, vertrouwen en juridische zekerheid. Nu de Commissie zich voorbereidt op het volgende MFK, roepen wij op om landbouw daadwerkelijk tot een fundamentele pijler van Europa’s toekomst te maken – door woorden om te zetten in concrete daden.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-04-24T00:27:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Graspollen, stikstof en hooikoorts: Landbouwexperts plaatsen vraagtekens bij KUL-studie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/graspollen-stikstof-en-hooikoorts-landbouwexperts-plaatsen-vraagtekens-bij-studie" />
            <id>https://vilt.be/57256</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het onderzoek van de KU Leuven en Sciensano dat de link legt tussen graslandbemesting, pollen en hooikoorts blijft de gemoederen bedaren. Zowel professor Geert Haesaert van de Universiteit Gent als de onderzoekers van ILVO kropen in hun pen om de nodige nuances en context te plaatsen bij de conclusies van het onderzoek. “In het multidisciplinair team dat aan de studie werkte, zetelden blijkbaar geen landbouwkundigen. Het gaat volledig voorbij aan de landbouwkundige realiteit”, klinkt het onder meer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="gras" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/750b8d2d-030b-4bd0-aa5d-88a4c9a18dd2/full_width_grasmaaien.jpg</image>
                                        <content>De resultaten van het onderzoek, dat net na het verlengde Paasweekend werd bekendgemaakt, was meteen groot nieuws. Een groot artikel in De Morgen, een uitgebreid interview met één van de auteurs in De Ochtend op Radio 1 en zelfs het VRT-journaal van 19 uur startte met de link die onderzoekers hebben gelegd tussen de bemesting van graslanden of stikstofvervuiling zoals ze het in hun persbericht zelf noemden en de vorming van pollen die een impact hebben op hooikoorts. “Voor het eerst wordt duidelijk dat stikstofvervuiling niet alleen gevolgen heeft voor het milieu, maar ook voor onze gezondheid”, klonk het.De landbouworganisaties stonden meteen op hun achterste poten. “Dit is een theoretische studie die zich in de praktijk niet voordoet want grasland dat bemest wordt, wordt gemaaid voor het gras de kans krijgt om in bloei te komen”, zei Boerenbond. ABS ging nog een stap verder en noemde het onderzoek “goedkope sensatiezucht”. VILT sprak ook met Gert Van de Ven, onderzoeker van het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV) en die kon op basis van wat hij al gehoord had in de media meegeven dat productief grasland in landbouwkundig gebruik geen pollen verspreidt omdat het tijdig gemaaid wordt. Agrarisch uitgebaat grasland versus graslanden in natuurgebiedenNu landbouwdeskundigen de kans hebben gekregen om de studie meer in detail te bestuderen, blijft die conclusie overeind. De onderzoekers van het Instituut van Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) stellen in een artikel in De Morgen dat de conclusies een foute extrapolatie zijn van de resultaten van een ongetwijfeld waardevolle studie. “Dit gaat voorbij aan de grasteeltpraktijk op meer dan 90 procent van ons grasareaal”, klinkt het.UGent-professor Geert Haesaert, expert op het gebied van duurzame gewasproductie, formuleert het scherper. “Er is sprake van een multidisciplinair team dat het onderzoek heeft uitgevoerd, maar hadden in dat team ook landbouwkundigen gezeten, dan was men op de hoogte geweest dat graslanden die in bloei komen nagenoeg volledige verdwenen zijn uit het agrarisch landschap sinds de jaren ’70. De techniek van hooien beperkt zich bijna uitsluitend tot natuurgebieden of graslanden die grenzen aan natuurgebieden en waar sowieso strenge regels gelden qua maaifrequentie en stikstofinput (mest dus, red.).”Hij wijst erop dat agrarisch uitgebaat grasland wordt gemaaid of begraasd voor het in bloei komt. “Vroeg gemaaid gras is suiker- en eiwitrijk en wordt vlot opgenomen door koeien. De hedendaagse uitbating van grasland is er dus op gericht om juist bloei zoveel mogelijk te vermijden.”ILVO stoelt dit met bijkomende cijfers. “In Vlaanderen bestaat ruim de helft van het landbouwareaal uit gras, hetzij permanent grasland, hetzij tijdelijk ingezaaid grasland. Het gaat om zowat 300.000 hectare. Dat gras wordt ofwel permanent begraasd door dieren ofwel wordt het herhaaldelijk, tot zelfs zes keer per jaar, gemaaid en geoogst. Meestal om ingekuild te worden als eiwitrijk veevoeder. De tussentijdse bemesting die soms gegeven wordt, stimuleert overigens de bladvorming en niet de zaadvorming”, stelt het onderzoekscentrum. Drie gevallen waarin grasland tot pollenproductie komtILVO ziet zelf nog drie gevallen waarin graslanden toch tot pollenproductie komen. “Een eerste mogelijke graslandpraktijk die pollen kan vrijgeven is de heel gespecialiseerde graszaadteelt, goed voor minder dan één procent van het graslandareaal. Hier is het juist wel de bedoeling om zaad te produceren. Op deze percelen wordt een lage stikstoftoediening toegepast (verplicht minder dan 120 eenheden stikstof per ha) zodat dergelijk uitgeselecteerd gras het signaal krijgt om aren te vormen, in plaats van overvloedig veel blaadjes”, luidt het. Een tweede, steeds zeldzamer wordende praktijk is – waar Haesaert ook al naar verwees – hooi maken, bijvoorbeeld als structuurvoeder voor paarden. “Daarbij laat men, op half extensieve perceeltjes, het gras doorgroeien, en bloeiende stengels vormen, om het dan een eerste keer te maaien, vijf dagen te drogen en te persen in balen.&amp;nbsp; Er bestaan geen gedetailleerde statistieken van deze extensieve praktijk. Vaak zijn het hobbyboeren of natuurbeheerders die nog hooien. Hooi mét stengels is vezelrijk, geeft wat minder energie aan de dieren, maar heeft wel pollen vrijgegeven. Vandaar het woord ‘hooikoorts’”, aldus de ILVO-onderzoekers.Een laatste uitzondering waar wél graspollen vandaan komen maar dan buiten de landbouw, is volgens hen het gras in de wegbermen dat omwille van de biodiversiteit steeds langer mag blijven staan, op spoorwegtalluds, in natuurgebieden, en in de&amp;nbsp;particuliere ‘Maai-Mei-Niet’-tuinen die men in bloei laat komen. Het gaat in dit geval om substantiële oppervlakten. “Wie graspollen wil vermijden, vermijdt dus best graspercelen die in bloei komen en pollen produceren wat dus wat de landbouwpercelen betreft maar zeer uitzonderlijk het geval is. Hooikoortslijders kunnen dus met een gerust hart wandelen in landbouwkundig uitgebate graslanden”, luidt de conclusie van ILVO. Andere lacunes in het onderzoekHaesaert ziet daar bovenop nog een aantal andere problemen in het onderzoek en de berichtgeving erover. Dat stikstofbemesting wordt gelijkgesteld aan vervuiling, vindt hij onbegrijpelijk. “De onderzoekster van KU Leuven plaatste bodemverontreiniging en stikstofbemesting zelfs op gelijke hoogte”, klinkt het. De stikstoffactor is slechts één van de bepalende elementen voor de hoeveelheid grassen en pollen. Ook uitbating speelt een rol, maar het debat focust eenzijdig op stikstof Daarnaast is de UGent-professor ook sceptisch over de vergelijking die het onderzoek maakt. Zo zouden bemeste graslanden zes keer meer stuifmeel produceren, terwijl de opbrengst maar twee tot drie keer hoger zou liggen. “Dat betwijfel ik. Tientallen goed aangelegde proeven uit het verleden duiden op merkelijk hogere opbrengsten. Bovendien gaan de onderzoekers voorbij aan het aspect ‘kwaliteit’. Je kan altijd biomassa oogsten, maar wat is de nutritionele kwaliteit ervan? Met andere woorden, wat is de opneembaarheid en verteerbaarheid is van het ‘gras’ van de half-natuurlijke graslanden? Men gaat ervanuit dat de drie in de studie opgenomen halfnatuurlijke graslanden een landbouwkundige waarde hebben. Dat is te betwijfelen door een gebrek aan nutritionele kwaliteit”, meent Haesaert.Ook bij de onderzoeksopzet heeft de professor zijn twijfels. De studie vergelijkt drie halfnatuurlijke graslanden met 47 zogenaamde representatieve landbouwkundige graslanden. “Een dergelijke vergelijking is wetenschappelijk niet te onderbouwen gezien groeiomstandigheden van locatie tot locatie verschillend zijn. De stikstoffactor zal dus maar één factor zijn die het aantal grassen en dus de pollenhoeveelheid zal bepalen. Naast stikstof speelt ook de uitbating, bijvoorbeeld het begrazingsmanagement of maaifrequentie, een rol. Toch focust men enkel op stikstof zonder de andere factoren mee te nemen in het debat”, klinkt het kritisch.Een andere nuance die in het onderzoek ontbreekt, gaat over de hoeveelheid pollen. Volgens Haesaert is het onduidelijk of de grotere hoeveelheid pollen te wijten is aan meer grassen of andere grassoorten. “Laat ons duidelijk zijn, ook extensief uitgebaat grasland bestaat hoofdzakelijk uit gras maar er zijn andere soorten dan in intensief uitgebaat grasland aanwezig. De vraag is dan ook of de sterkere immuunreactie te wijten is aan stikstof of aan een verschuiving van grassoorten”, formuleert hij nog bijkomende kritiek op het onderzoek.</content>
            
            <updated>2025-04-24T15:12:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van Instagram tot administratie: Zij-instromers leren ondernemen met online toolbox]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-instagram-tot-administratie-csa-boeren-leren-ondernemen-met-online-toolbox" />
            <id>https://vilt.be/57257</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dat een mooie oogst meer vraagt dan zaadjes planten en wachten, weet iedereen. Maar slechts weinigen weten hoeveel ondernemerschap, administratie en marketing en goeddraaiend landbouwbedrijf precies vereist. Steunpunt Korte Keten en het CSA-netwerk lanceren een online toolbox met waardevolle tips voor beginnende en actieve CSA-boeren in korte keten. “Het voordeel van een online document, is dat we het steeds kunnen aanpassen. Geen overbodige luxe met de steeds veranderende wetgeving”, stelt Tineke D’hondt.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="CSA" />
                        <category term="korte keten" />
                        <category term="bedrijfsbezoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e894f6f9-c9b5-44df-9328-75a6bf3d3229/full_width_korte-ketenboeren.jpg</image>
                                        <content>De online toolbox is voortgekomen uit een leertraject waarop diverse Vlaamse boeren zich hebben ingeschreven. Het traject, dat oorspronkelijk bedoeld was voor beginnende boeren, trok ook veel actieve CSA-boeren aan. De nood aan landbouwgericht ondernemingsadvies, is immers groot.&amp;nbsp;Met de steun van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij zijn een aantal online tools ontwikkeld, zoals de Evaluatiematrix voor Bedrijfsplan en Ondernemersskills of EMBO. Deze meet, op een objectieve manier, de haalbaarheid van een ondernemersidee en de geschiktheid van een zij-instromer als agrarisch ondernemer.&amp;nbsp;Charlotte Nobels (28) van ’t Groentehuisje in Moerzeke en Davy Le Comte (46) van De eetbare Bostuin in Stekene kwamen samen op de CSA-boerderij van Pieter-Jan De Rouck (32) en Marie De Smet (33) van ’t Groenselveld &amp;amp; ’t Blommeveld in Zeveneken om het leertraject te bespreken.&amp;nbsp;“Tijdens de sessies zijn er diverse aandachtspunten naar boven gekomen”, zegt D’hondt. “Gaande van ruimtelijke ordening, vergunningen, tot tips over prijszetting en klantenwerving. Ook steunmaatregelen zoals VLIF-steun kwamen aan bod. Hoewel de overheid korte keten steunt, zien we dat nieuwe zij-instromers hier vaak uit de boot vallen.”&amp;nbsp; Ook steunmaatregelen zoals VLIF-steun kwamen aan bod. Hoewel de overheid korte keten steunt, zien we dat nieuwe zij-instromers hier vaak uit de boot vallen Een website is niet genoeg&amp;nbsp;Davy Le Comte zegde zo’n vijf jaar geleden zijn job op om zijn CSA-droom waar te maken. “Ik heb bij mijn kwekerij een voorlopige bouwvergunning gekregen om bepaalde dingen te realiseren, maar nu moeten we deze vergunning vernieuwen. Dat betekent opnieuw samenzitten met een architect en het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Je moet aantonen dat je een volwaardig inkomen haalt uit je landbouwbedrijf, of je mag op landbouwgrond niets doen. Maar als zij-instromer begin je nu eenmaal van nul.”&amp;nbsp;Voor de landbouwers aan tafel zijn grote winsten, zeker in de beginjaren, alvast uitgesloten. De eerste jaren spreekt men in de beste gevallen van een nuloperatie. Niet alleen laat de eerste oogst even op zich wachten: ook de klanten zijn niet zomaar gevonden. “In de korte keten moet je je klanten zelf vinden”, zegt Davy. “Anders moet je naar de veiling, maar wat krijg je er dan nog voor? De prijsmarges zijn niet op maat van kleine spelers. Dus moet je zelf klanten lokken. En hoe doe je dat? Een website? Dat is niet genoeg. Tegenwoordig heeft iedereen er één.”&amp;nbsp; In de korte keten moet je je klanten zelf vinden. Anders moet je naar de veiling, maar wat krijg je er dan nog voor? De prijsmarges zijn niet op maat van kleine spelers Marketing is dus de boodschap. En dat is niet iedereen gegeven. “De fierheid ontbreekt soms”, zegt D’hondt. “Terwijl die er echt wel mag zijn. En men heeft misschien ook te weinig tijd. Maar we zien wel dat bijvoorbeeld filmpjes op sociale media daadwerkelijk helpen om mensen naar een bedrijf te lokken.”&amp;nbsp;Dat beaamt onderneemster Marie. “We zien zeker effect van onze Instagram”, zegt ze. “Maar heel vaak lokt het mensen die met plezier een rondleiding volgen, die uiteindelijk geen interesse hebben in een groenteabonnement. Meestal omdat men vreest geen tijd te hebben om tijdens het jaar te komen oogsten. Je moet er dus mee leven dat niet alle energie die je erin steekt meteen zal lonen.”&amp;nbsp; Ondernemerstest&amp;nbsp;Om de sterktes en zwaktes binnen een bedrijfsstrategie te analyseren, hebben de partners het EMBO uitgewerkt: een tool waarmee ondernemers hun sterktes en zwaktes kunnen analyseren. “Zo ziet men zelf waar men sterk in is en waar minder in”, zegt D’hondt. “Zo weet je zelf waar je misschien bijscholing of advies voor kan vragen. Daarnaast hebben we een infobrochure om starters in te lichten over wat men allemaal nodig heeft. Een rekeningnummer, verzekering, ondernemingsnummer. Als men met dieren begint, is het nog wat moeilijker. Hoe het zit met uitstoot en mest, bijvoorbeeld. Een voordeel van deze infobrochure online te publiceren, is dat we altijd kunnen aanpassen. Want de wetgeving verandert voortdurend.”&amp;nbsp;Onderhandelen met de buren&amp;nbsp;“Het vernieuwen van vergunningen kost hoe dan ook veel tijd en geld. &amp;nbsp;Daarbovenop kunnen bezwaarschriften roet in het eten gooien, waardoor je telkens opnieuw tegen obstakels aanloopt. Zulke kosten en moeilijkheden worden in een bedrijfsplan lang niet altijd meegerekend”, zegt Davy.&amp;nbsp;“Wat dat betreft hebben we tijdens de Lerende Netwerken rond communicatie ook aandacht besteed aan communicatie naar de buren toe”, zegt D’hondt. “Dat zijn zaken waarmee men zich niet graag bezighoudt. Men zit liever met de handen in de aarde, maar zaken zoals buurtcommunicatie horen er nu eenmaal bij.”&amp;nbsp;Dat beaamt boer Pieter-Jan. “Als we de geïnvesteerde tijd berekenen, zijn we vijftig procent bezig met boer zijn. Al de rest zouden we liever niet willen doen, maar het moet wel om boer te blijven.”&amp;nbsp; Men zit liever met de handen in de aarde, maar zaken zoals buurtcommunicatie horen er nu eenmaal bij Foutje in de administratie? Dat is betalen&amp;nbsp;Ook de administratieve lasten kwamen ter sprake. “De overheid vraagt dat je producten traceerbaar zijn van begin tot einde, wat logisch is, maar dat maakt dus dat je ieder zakje zaad en ieder plantje moet noteren, bijhouden waar je het hebt gekocht, wanneer je het hebt gezaaid en waar het terechtkomt”, zegt Davy.&amp;nbsp;Een opdracht die extra moeilijk is voor een CSA-bedrijf. De velden van een zelfpluktuin zijn immers beduidend minder overzichtelijk dan een winkelrek. “Inderdaad, de wetgeving neigt heel sterk naar de lange keten toe, zoals grootwarenhuizen. Maar de korte keten moet hetzelfde stramien volgen.”&amp;nbsp;  Als je als landbouwer niet volledig geïnformeerd bent en daardoor administratieve fouten maakt – wat erg snel gebeurt- kijk je aan tegen zware sancties. Zelfs al gebeuren deze fouten niet uit kwade wil “De traceerbaarheid valt voor de verkoop van gewassen rechtstreeks aan de klant echter nog mee”, zegt D’hondt. “Vooral als je werkt met dierlijke producten of bereidingen, wordt het ingewikkeld. Als je bijvoorbeeld confituur wil maken, moet je in veel gevallen over een professionele keuken beschikken, of een externe keuken huren die goedgekeurd is door voedselveiligheid. Het is goed dat Vlaanderen strenge wetten kent op dat vlak, maar de haalbaarheid voor kleinschalige boerderijen is soms zoek.”&amp;nbsp; De vele kleine, administratieve taken, worden volgens D’hondt ook snel een onoverzichtelijk kluwen. “Het is een én-én-verhaal”, zegt D’hondt. “Je zit met traceerbaarheid, vergunningen, je KBO-nummer, enzovoort. Als je naar een bureau belt voor advies zal men je wel kunnen helpen met die afzonderlijke zaken, maar de kennis zit verdeeld over vele verschillende diensten. Als je als landbouwer niet volledig geïnformeerd bent en daardoor administratieve fouten maakt – wat erg snel gebeurt- kijk je aan tegen zware sancties. Zelfs al gebeuren deze fouten niet uit kwade wil.”&amp;nbsp;De administratieve overlast heeft nog een extra dimensie door de immense teeltvariatie bij CSA-bedrijven. “Alles moet bijgehouden worden in het teeltregister”, zegt De Rouck. “Dat is één ding moest ik nu een hectare maïs zetten. Maar op ons bedrijf spreken we soms van teelten die zich slechts op een paar vierkante meter bevinden. Planten met elk een andere behoefte. Om dan alles bij te houden van mest en kalk, is natuurlijk veel werk. Vroeger was het heel moeilijk een overzichtelijke verzamelaanvraag in te dienen. Gelukkig kan je tegenwoordig onder de code ‘pluktuin’ de percelen aangeven, wat het allemaal veel eenvoudiger maakt.”&amp;nbsp; Een collega heeft 120 euro aan subsidies gekregen voor zijn halve hectare voedselbos. Als je dat opweegt tegenover de vele uren administratie en papierwerk, is dat het eigenlijk niet waard Ook subsidieaanvragen gebeuren vaak niet door de administratieve overlast. “Wanneer ik begon, vijf zes jaar geleden, heb ik navraag gedaan voor subsidies voor mijn voedselbos. Uiteindelijk besloot ik er niet aan te beginnen. Een collega deed dat wel: hij heeft 120 euro aan subsidies gekregen voor zijn halve hectare voedselbos. Als je dat opweegt tegenover de vele uren administratie en papierwerk, is dat het eigenlijk niet waard.”&amp;nbsp;&amp;nbsp;Bio verkopen zonder label&amp;nbsp;De administratieve lasten zijn ook één van de redenen waarom veel deelnemende boeren hun bio-producten niet altijd onder deze naam verkopen. Ook de aanvraag van een bio-certificaat vraagt immers veel tijd, en de meerwaarde voor de klant is beperkt. “Soms zetten we net niet in de verf dat bepaalde producten bio zijn, omdat men zoiets met dure prijzen associeert”, zegt boerin Charlotte. “Het biologische en duurzame is heel waardevol voor ons, maar we temperen dat soms in onze communicatie omdat het niet overal goed ontvangen wordt.” &amp;nbsp;“Bio is ook niet voor elke klant van belang”, zegt Pieter-Jan. “Sommigen zouden inderdaad afhaken moesten we niet bio werken, maar de meesten willen vooral dat het lekker en duurzaam is. En de beleving is ook van tel.”&amp;nbsp;“Sommige zaden zijn bio ook niet te verkrijgen”, zegt Davy. “Dan moet je ontheffing vragen voor die teelten, wat al dan niet goedgekeurd wordt. En dat voor 280 variëteiten aan planten. Soms doen we meer boekhouding dan iets anders.”&amp;nbsp; Soms zetten we net niet in de verf dat bepaalde producten bio zijn, omdat men zoiets met dure prijzen associeert Slim prijzen zetten&amp;nbsp;“Er leeft ook het idee dat groenten in korte keten altijd duur zijn”, zegt Charlotte. “Onlangs zag ik in Aldi mini-komkommers aan zeven euro per kilo. Geadverteerd alsof het een ongelofelijke spotprijs was. Maar ondertussen verkochten wij onze komkommers aan drie euro per kilo.”&amp;nbsp;“Nog een reden waarom we in onze cursus ook prijszetting bespreken”, zegt D’hondt. “De supermarkten zijn er handig in. Zelfs als ze geen goede prijs aanbieden, kan men met wat sterretjes op het prijzenetiket mensen overtuigen dat er sprake is van een buitenkans.”&amp;nbsp;Alle begin is moeilijk&amp;nbsp;Zelfs met alle kennis bij de hand, is beginnen als landbouwer hoe dan ook niet eenvoudig. Dat de aanwezige boeren kiezen voor een CSA-model in korte keten is vooral ideologisch ingegeven, maar het leunt ook op een bepaalde realiteit: wie begint op een beperkt areaal, kan niet leven van de veilingprijzen waar gangbare, grootschalige landbouwbedrijven op teren. Bij een rechtstreekse verkoop aan de klant liggen de winstmarges hoger, al moet die klant natuurlijk ook gevonden worden.&amp;nbsp;“Ik ben begonnen op het bedrijf van mijn ouders, dus in het begin konden we gelukkig wel nog teren op die veilingprijzen”, zegt Charlotte. “Maar langzaamaan is de winkel van bijzaak naar hoofdzaak geëvolueerd.”&amp;nbsp; “Voor mij was het vijf jaar een nuloperatie”, zegt Davy. “Pas in recente jaren ben ik voor mezelf iets beginnen overhouden. Tijdens corona kon ik best wat klanten lokken, maar midden maart (2020?) moesten zelfs de pluktuinen en markten sluiten. Het was dus voortdurend aanpassen aan een nieuwe realiteit. Landbouw is hoe dan ook een groot risico. In het begin doe je zo’n grote investeringen. Alles kost geld en energie, en de banken hebben niet veel geloof in beginnende landbouwbedrijven.”&amp;nbsp;Pieter-Jan en Marie werkten met een win-winlening bij vrienden en familie. “Zij lenen het geld, en de overheid steunt deze lening met een belastingaftrek”, zegt Pieter-Jan. “Daarnaast heb ik de eerste vier jaar nog als landmeter gewerkt in bijberoep, maar die combinatie was op den duur niet meer houdbaar. Maar in het begin was dat nu eenmaal nodig om alle beginkosten te dragen.”&amp;nbsp;“Het CSA-netwerk is ook heel nuttig geweest om wegwijs te worden”, zegt Pieter-Jan. “We zijn inmiddels met 85 bedrijven die hetzelfde doen, en voor dezelfde hindernissen staan. We leren veel van elkaar.”&amp;nbsp;De fysieke leersessies voor startende CSA-boeren en nieuwe zij-instromers bij Steunpunt Korte Keten, krijgen voorlopig echter geen vervolg. “Daarvoor zijn immers subsidies nodig”, zegt D’hondt. “Voor de volgende projecten bekijken we nu eerst andere zaken, zoals de slachthuizen. Ook dat wordt een heel groot probleem binnen de korte keten. Thuis slachten mag enkel voor eigen consumptie, en professionele slachthuizen zijn zeldzaam voor wie maar één of twee runderen heeft.”&amp;nbsp;De online tools, blijven wel beschikbaar. De documentatie raadplegen kan op deze link.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-04-24T19:59:53+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Acht op tien rundveehouders vrezen tussentijdse stikstofdoelstelling niet te halen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/acht-op-tien-rundveehouders-vrezen-tussentijdse-stikstofdoelstelling-niet-te-halen" />
            <id>https://vilt.be/57258</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tachtig procent van de rundveehouders verwacht de tussentijdse stikstofdoelstelling van vijf procent tegen eind 2025 niet te halen. Dat blijkt uit een enquête van Boerenbond. De landbouworganisatie vraagt een pragmatische aanpak en roept de overheid op om snel duidelijkheid te scheppen over concrete maatregelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5d23b454-e755-487b-9c9c-2f8f181b1793/full_width_veeteeltvleesveekoe.jpg</image>
                                        <content>Boerenbond bevroeg eind maart ruim 1.100 van zijn leden over de tussentijdse reductiedoelstelling die deel uitmaakt van het stikstofdecreet. Daarin is bepaald dat melkvee- en vleesveehouders tegen eind 2025 een emissiereductie van vijf procent moeten realiseren. Tegen 2030 moeten melkveebedrijven zelfs 25 procent minder uitstoten.Uit de bevraging blijkt dat 95 procent van de rundveehouders op de hoogte is van de stikstofdoelstellingen. Toch blijkt de praktische uitvoering een struikelblok. &quot;Het feit dat 95 procent van onze rundveehouders op de hoogte is van de regelgeving en doelstellingen is al een eerste belangrijke stap in het hele stikstofdossier&quot;, zegt Boerenbond-voorzitter Lode Ceyssens. &quot;We merken ook veel bereidheid bij onze landbouwers om tussentijdse inspanningen te leveren, maar het proces stokt duidelijk bij de implementatie van technieken in de praktijk. Hierdoor wordt het moeilijk om de doelstelling tegen eind dit jaar te halen.&quot;Gebrek aan technieken en duidelijkheidVolgens de enquête verwacht 80 procent van de rundveehouders problemen bij het behalen van de doelstelling. De oorzaken zijn uiteenlopend. “47 procent van de veehouders geeft aan dat er een technisch probleem is”, zegt Ceyssens. “Dat kan gaan om een gebrek aan toepasbare technieken, of om leveringsproblemen bij toeleveranciers. Daarnaast geeft 24 procent aan dat het administratief niet lukt om tijdig de vergunning aan te passen. Tot slot weet 30 procent eigenlijk niet hoe ze concreet aan de slag moeten gaan.”Boerenbond vraagt de overheid om dringend werk te maken van duidelijkheid en ondersteuning. &quot;Een belangrijke voorwaarde om de stikstofreductiedoelstellingen te behalen, is dat er voldoende en haalbare technieken beschikbaar zijn. Zo kan een bedrijfsleider op maat van zijn bedrijf kiezen welke maatregel het meest geschikt is, maar die keuze heeft hij momenteel niet. Als er zelfs al mogelijkheden voorhanden zijn&quot;, zegt Ceyssens. &quot;Daarom vragen wij dat de overheid gezond boerenverstand toepast. Ze moet snel duidelijkheid scheppen over de interpretatie van de doelstelling van vijf procent, snel haalbare en betaalbare reductietechnieken erkennen en voldoende tijd geven om die te installeren. De deadline van eind 2025 is niet realistisch.&quot; We merken veel bereidheid bij onze landbouwers om inspanningen te leveren, maar het proces stokt duidelijk bij de implementatie van technieken in de praktijk Mestrobot en weidegang populairste maatregelenDe mestrobot of mestschuif blijkt de populairste techniek onder de huidige PAS-maatregelen, gevolgd door weidegang. Aanpassingen aan de roostervloer of het installeren van een luchtwasser zijn minder populair omdat ze moeilijker te implementeren zijn. Sommige veehouders overwegen ook om het aantal dieren te verminderen, vooral bedrijven die toch al plannen hebben om te stoppen of over te laten.Zorgen over 2030-doelstellingNaast de tussentijdse doelstelling is ook de langetermijndoelstelling van 25 procent tegen 2030 voor melkveehouders een bron van bezorgdheid. Slechts één procent van de bedrijven voldoet daar vandaag al aan. Meer dan de helft van de melkveehouders weet bovendien nog niet wat die doelstelling concreet betekent voor hun bedrijf.Boerenbond heeft intussen een procedure lopen bij het Grondwettelijk Hof tegen het stikstofdecreet. De organisatie stelt dat het decreet gebaseerd is op onnauwkeurige modellen, verouderde cijfers en geen rechtszekerheid biedt.</content>
            
            <updated>2025-04-24T16:00:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tiense Suiker zet biomethaangas afkomstig uit productieproces op gasnet van Fluvius]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tiense-suiker-zet-biomethaangas-afkomstig-uit-productieproces-op-gasnet-van-fluvius" />
            <id>https://vilt.be/57259</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tiense Suikerraffinaderij gaat biomethaangas dat afkomstig is uit haar productieproces, op het gasnet van netbeheerder Fluvius plaatsen. De aansluiting van de nieuwe biomethaaninstallatie op het gasnet is klaar, meldt Fluvius donderdag.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="methaan" />
                        <category term="energie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fc388313-d17a-4491-a83e-b282752f8bfd/full_width_suikerfabriektiensesuikerraffinaderij.jpg</image>
                                        <content>In het interne waterzuiveringsproces van Tiense Suikerraffinaderij komt methaan vrij. Vroeger werd dat gas ofwel in de stoomketels gebruikt, ofwel werd het afgefakkeld en opgebrand. &quot;De energie ging tot hiertoe dus deels verloren&quot;, zegt Jan Ingels, directeur van Tiense Suikerraffinaderij. &quot;Nu wordt het volledig gezuiverd, om nadien in het gasnet van Fluvius te injecteren. Zo geven we een restproduct van onze suikerbieten een tweede leven als groene energie.&quot;&amp;nbsp;Het restgas wordt op de productiesite omgezet tot biomethaan, dat dezelfde samenstelling en eigenschappen heeft als aardgas, maar duurzaam is. De nieuwe installatie van Tiense Suikerraffinaderij zal het gas leveren tijdens en na het bietenseizoen, dus van oktober tot eind mei, wat de periode is met de hoogste vraag naar gas.&amp;nbsp;In eerste instantie start de installatie met een injectievolume van 400 kubieke meter per uur, maar dat volume kan uitgebreid worden tot een maximum van 3.500 kubieke meter. Dat maakt het de grootste biomethaaninstallatie op het Fluvius-gasnet tot nu toe.&amp;nbsp;Tiense Suikerraffinaderij investeerde 1,5 miljoen euro in de installatie.</content>
            
            <updated>2025-04-24T16:02:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nestlé profiteert van prijsverhogingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nestle-profiteert-van-prijsverhogingen" />
            <id>https://vilt.be/57260</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voedingsreus Nestlé heeft de omzet in het eerste kwartaal zien stijgen. De Zwitserse producent van onder meer Nespresso-koffie en KitKat-repen profiteerde daarbij van prijsverhogingen die hij doorvoerde. Daarmee probeerde het bedrijf de gestegen koffie- en cacaoprijzen te compenseren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="inflatie" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d4426f54-769e-4417-965e-8dde7a044f28/full_width_nestle.jpg</image>
                                        <content>De omzet steeg met 2,3 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder tot 22,6 miljard Zwitserse frank, omgerekend ongeveer 24 miljard euro. Vooral in Europa en de regio Afrika, Oceanië en Azië bracht de verkoop van Nestlé-producten meer op, terwijl de omzet in Noord- en Zuid-Amerika vrijwel gelijk bleef.Nestlé haalde de meeste omzet uit de verkoop van poeder- en vloeibare dranken, waaronder ook koffie van merken als Nespresso en Dolce Gusto valt. De opbrengsten uit deze categorie waren goed voor 6,1 miljard Zwitserse frank. Ook de omzet uit zoetwaren, zoals de KitKat-repen en Smarties, nam toe.</content>
            
            <updated>2025-04-24T16:04:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederlandse dierlijke mest zoekt Europese afnemers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederlandse-dierlijke-mest-zoekt-europese-afnemers" />
            <id>https://vilt.be/57261</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nederland verkent momenteel Europese afzetmarkten voor zijn dierlijke mestoverschotten. Een nieuw onderzoek concludeert dat er in Europa nog veel onbenutte ruimte voor stikstof en fosfaat is via dierlijke mest. Liggen hier ook kansen voor Vlaamse mestverwerkers en veehouders?&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="Nederland" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b399ee32-04c2-4c66-9b9e-6309c4090069/full_width_mesttankdezeure-deloonwerkerbe.jpg</image>
                                        <content>In opdracht van het Nederlandse ministerie werden de EU-exportkansen voor mest in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat er nog veel Europese regio’s een gebrek hebben aan dierlijke mest. “Grote landbouwgebieden kampen met een slechte bodemvruchtbaarheid. Dierlijke mest is zeer waardevol om deze tekorten aan nutriënten en organische stof aan te vullen”, aldus het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM), dat mogelijkheden ziet voor het overschot aan Nederlandse dierlijke mest.&amp;nbsp;&amp;nbsp; In Vlaanderen is van zo’n structureel overschot echter geen sprake. Volgens het meest recente Mestrapport van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) omvatte de Vlaamse mestproductie in 2023 zo’n 122 miljoen kg stikstof. “De theoretische mestafzetruimte op landbouwgrond in Vlaanderen bedraagt 109 miljoen kg stikstof”, duidt het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM). “De kleine disbalans tussen deze twee wordt gecompenseerd door de mestverwerking. In 2023 werd zo’n 40 miljoen kg stikstof verwerkt, dat komt neer op 31 procent van de dierlijke stikstofproductie. De ruimte op het land samen met de verwerking zijn dus redelijk in evenwicht met de productie, er is zelf nog wat ruimte over.”&amp;nbsp;Exportkansen in België&amp;nbsp;De veehouders die tijdelijk toch met een overschot zitten, hoeven volgens het Nederlandse onderzoek niet ver te zoeken om een afzetmarkt te vinden. Zo zien de Nederlanders nog veel ruimte onbenut in Wallonië voor extra gebruik van stikstof en fosfaat uit dierlijke mest. De provincie Henegouwen zou het hoogste exportpotentieel hebben. Henegouwen gebruikt niet alleen weinig stikstof, het heeft ook het grootste landbouwareaal (200.000 ha) met veel grote landbouwbedrijven zodat de afzet van mest ook efficiënt kan gebeuren. De provincie heeft daarbovenop geen hoge eigen dierlijke mestproductie.  Niet welkom in Wallonië&amp;nbsp;Volgens de data zouden Waalse landbouwers Vlaamse mesttanks dus met open armen ontvangen. Maar in de praktijk is dit toch iets anders. “Volgens het Waalse afvalstoffendecreet van 1996 wordt mest beschouwd als een afvalstof en mag het niet worden ingevoerd, tenzij na uitdrukkelijke toestemming van de Waalse milieudiensten”, duidt VCM. “Zelfs al werd die mest verwerkt tot een bodemverbeteraar, bijvoorbeeld na vermenging met compost van champignonkwekerijen.” VCM geeft mee dat er vanaf 2001 geen enkele invoervergunning meer afgeleverd werd voor mestinvoer, dit op beslissing van de Waalse regering.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Pas sinds vier jaar bestaat er een grensboerregeling. Dit laat landbouwers met percelen aan beide kanten van de taalgrens toe om tenminste hun eigen mest op eigen grond te mogen uitrijden.&amp;nbsp;Wederzijdse meststroom tussen Nederland en België&amp;nbsp;Nederland ziet weinig extra potentieel in ons land, omdat men reeds mest exporteert naar ons. Al neemt de hoeveelheid de laatste jaren sterk af. De grootste hoeveelheden worden afgezet in de provincies Antwerpen en Limburg. Deze regio’s grenzen direct aan de provincies Brabant en Limburg in Nederland, die bekend staan om hun intensieve veehouderij. &amp;nbsp;Ook Vlamingen voeren mest uit naar Nederland. “Nederland is de belangrijkste exportbestemming voor onze ruwe mest. Voor verwerkte mest is Frankrijk ook een belangrijk land, naast Nederland”, aldus VCM.&amp;nbsp; Stikstof op zwerftocht&amp;nbsp;Voor Nederland blijkt Frankrijk en Duitsland het hoogste potentieel te hebben om hun mestoverschotten kwijt te geraken. Die landen bieden niet alleen veel onbenutte ruimte, ze hebben ook veel uitgestrekte landbouwgebieden en de transportafstand blijft relatief beperkt. Verderop, in Oost-Europa, liggen ook veel exportkansen. De afstand is verder, maar de afzet groter. Want landen zoals Polen, Roemenië, Hongarije en de Baltische staten benutten vaak minder dan dertig procent van de totale beschikbare ruimte met lokaal geproduceerde mest. De bodemvruchtbaarheid is er ook minder en de bedrijven zijn vaak groot.&amp;nbsp;De onderzoekers merken op dat de exporteurs zullen moeten investeren om nieuwe markten op te bouwen. Lokaal marktonderzoek zal daarbij ook nodig zijn. Buitenlandse boeren staan bijvoorbeeld niet altijd open voor het gebruik van dierlijke mest, ook hangt de afzet af van de teelten in de betreffende gebieden. Bovendien zal er lokaal ook infrastructuur aanwezig moeten zijn voor opslag en aanwending.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-04-24T17:23:52+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Inex en Colruyt Group willen samen met boeren Boni-melkproducten verduurzamen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/inex-en-colruyt-group-willen-samen-met-boeren-boni-melkproducten-verduurzamen" />
            <id>https://vilt.be/57262</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zuivelbedrijf Inex en Colruyt Group verlengen hun samenwerking rond Boni-melkproducten met drie jaar. Waar in het verleden vooral werd ingezet op een stabiele melkprijs, staat duurzaamheid nu centraal. Beide bedrijven willen samen met melkveehouders de CO₂-uitstoot in de volledige zuivelketen verlagen. Hiervoor wordt bij de leveranciers van Inex momenteel een klimaatscan uitgevoerd, die dient als nulmeting en basis voor toekomstige duurzaamheidsdoelstellingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="zuivel" />
                        <category term="duurzaam" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ab4f0465-55e1-4804-aa09-582ca723f1fe/full_width_boni-melk-colruyt.jpg</image>
                                        <content>Van vaste melkprijs naar duurzame samenwerkingVijf jaar geleden bood Colruyt Group melkveehouders van Inex een reddingsboei aan in de vorm van een vaste melkprijs, in een periode waarin de zuivelsector zwaar onder druk stond. De retailgroep engageerde zich om gedurende vijf jaar melk aan te kopen voor haar Boni-huismerk, tegen een prijs van 34,76 cent per liter. “Alsof het gisteren was, herinner ik me dat nog”, zegt Inex-CEO Steven Dierickx.Die vaste prijs bood aanvankelijk rust, maar werd al snel een last. Na de coronapandemie stegen zowel de melkprijs als de kosten voor melkveehouders fors, waardoor de afgesproken prijs niet langer voldeed. Sindsdien is de samenwerking aangepast en wordt er op basis van marktprijzen gewerkt. “We volgen nu al drie jaar de markt”, vertelt Gunther Uyttenhove, verantwoordelijk voor landbouwbeleid bij Colruyt Group. Duurzaamheid als rode draadBeide partijen zijn tevreden over de samenwerking en verlengen die nu met drie jaar. “Het nieuwe contract moet opnieuw stabiliteit en zekerheid bieden voor alle betrokkenen”, klinkt het. In 2019 leverden 328 melkveehouders zo’n 30 miljoen liter melk aan Colruyt via Inex. “De Inex-leveranciers leveren een aanzienlijk aandeel van de Boni-melk.”In de komende periode wordt de focus verlegd van prijszekerheid naar duurzaamheid. Samen met melkveehouders willen Inex en Colruyt initiatieven ontwikkelen om de CO₂-uitstoot terug te dringen. “Duurzaamheid en het verlagen van de klimaatimpact blijven een grote uitdaging binnen de hele keten”, aldus Colruyt Group, dat eerder al gelijkaardige initiatieven lanceerde in de rundvleessector. Zo wordt via Vlaams Hoeverund gewerkt met koolstofboeren en regeneratieve landbouw. Eerst meten, dan sturenVoor het zuivelproject zijn nog geen concrete duurzaamheidsdoelen geformuleerd. “We starten met het in kaart brengen van de huidige situatie”, zegt Uyttenhove. Dit gebeurt via de Klimrek-klimaatscan die de komende maanden wordt uitgevoerd bij de melkveehouders van Inex. “Op basis van die inzichten willen we samen met de boeren werken aan haalbare en gedragen doelstellingen op zowel korte als lange termijn”, vult Steven Dierickx aan.“We willen de fierheid van de Belgische melkveehouder tastbaar maken voor onze klanten”, zegt Uyttenhove. “Deze samenwerking versterkt niet alleen onze relatie met de landbouwsector, maar onderstreept ook onze ambitie om als retailer een voorbeeldrol te spelen in de verduurzaming van de voedingsindustrie.”De verduurzamingsplannen verlopen in nauwe samenwerking met de melkveehouders en zijn volledig vrijwillig. Tijdens Agriflanders begin dit jaar deed Inex al een oproep aan leveranciers om deel te nemen aan de klimaatscan, die werd ontwikkeld door ILVO. “Onze leveranciers reageren enthousiast: drie bedrijven op de vier doen vrijwillig mee”, aldus Dierickx. Financiële stimulansen nog niet concreetOf er op termijn ook financiële prikkels komen voor duurzame inspanningen op het erf, is nog niet duidelijk. “We starten met het verzamelen en delen van data”, legt Uyttenhove uit. “We geloven dat we elkaar kunnen versterken en slimmer maken door kennis te delen. Zo kunnen we doelgericht actie ondernemen en aantoonbare resultaten boeken.”Ook Royal A-ware zet in op klimaatInex is niet het enige zuivelbedrijf dat werk maakt van duurzaamheid. Enkele maanden geleden kondigde Royal A-ware aan dat het de tool Farmdesk wil inzetten bij haar Belgische melkveehouders. Deze tool brengt de uitstoot van broeikasgassen op landbouwbedrijven in kaart en helpt boeren om die te verminderen.</content>
            
            <updated>2025-04-25T14:59:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Antwerpse melkveehouder wacht in spanning af: wat gebeurt er met de Puihoek?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/antwerpse-melkveehouder-wacht-met-spanning-plannen-havenbedrijf-af-met-puihoek" />
            <id>https://vilt.be/57263</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Melkveehouder Werner De Bie (65) uit Ekeren, een deelgemeente van Antwerpen, kijkt met spanning uit naar de plannen van het Havenbedrijf Antwerpen-Brugge. Recent verwierf het havenbedrijf een perceel van 38 hectare aan de stadsrand, bekend als de Puihoek, dat momenteel als landbouwgrond in gebruik is. “Wat ze er precies mee willen doen, is nog niet duidelijk. Voorlopig mag ik hier blijven”, zegt De Bie, die zijn koeien nog vijf jaar op de stadsweides hoopt te laten grazen tot zijn definitieve fin de carrière.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="grond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/077da9c1-e917-4ee7-94cc-aba32fe9635f/full_width_werner-de-bie-boert-tegen-ekeren-aan.jpg</image>
                                        <content>Tussen 12 en 18 uur blijft zijn hoevewinkel gesloten. “In die uren werk ik op het veld of in de stal. Dan is er geen tijd voor klanten”, legt hij uit terwijl hij verse melk aftapt uit een kleine, tweedehands koeltank die hij twee jaar geleden wist te bemachtigen. “Zo’n kleine tank vinden was niet evident”, vertelt De Bie, die zijn veestapel de afgelopen jaren afbouwde van veertig naar vijftien melkkoeien. Twee keer per dag melkt hij zijn dieren nog in een traditionele bindstal.Laatste boer van EkerenWerner De Bie behoort tot de laatste actieve landbouwers in Ekeren, dat door de jaren heen de haven steeds dichterbij zag komen. Zijn familie vestigde zich in 1962 op de Lindehoeve en pachtte decennialang de boerderij en omliggende percelen in de Puihoek van verschillende eigenaars. De gronden liggen deels in watergevoelig openruimtegebied en deels in reservewoongebied. Door de jaren heen wisselden de plannen: waar de ene eigenaar mikte op woningbouw, streden anderen voor behoud van het gebied als groene long tussen stad en haven. Die strijd lijkt nu beslecht. De Puihoek werd recent aangekocht door Jabelmat, een dochteronderneming van het Havenbedrijf Antwerpen-Brugge.“De gronden worden mogelijk ingezet als compensatiegebied voor havenontwikkelingen”, aldus districtsburgemeester Koen Palinckx (N-VA). Zijn partij zette zich de afgelopen jaren actief in voor het behoud van de Puihoek als groene ruimte. Palinckx toont zich dan ook tevreden met de aankoop en hoopt dat het gebied een natuurfunctie krijgt — zonder landbouw meteen uit te sluiten. Natuurbeheerplan in de maak“De aankoop gebeurde onder de voorwaarde dat er een natuurbeheerplan wordt opgesteld”, legt Johan Klaps, voorzitter van de raad van bestuur van de Port of Antwerp-Bruges, uit. “Dat plan moet uitwijzen welke functies het gebied kan krijgen. De stad blijft bij haar standpunt: het gebied behouden als open ruimte, met ruimte voor natuurinclusieve landbouw en andere natuurdoelstellingen zoals inrichting, beheer en ontwikkeling.”Voor Werner De Bie blijft de toekomst voorlopig onzeker. “Ik heb twee keer kort met Jabelmat gesproken, telkens een kwartier. Veel weet ik niet. Alleen dat ik voorlopig mag blijven”, zegt hij berustend.Een leven lang moeten wijkenHet is niet de eerste keer dat De Bie geconfronteerd wordt met onzekerheid. “Mijn ouders werden onteigend in Wilmarsdonk, een polderdorp ten noorden van de stad Antwerpen, dat plaats moest maken voor de haven. Daarna kwamen we naar Ekeren, waar toen nog veel ruimte was om te boeren.”In de jaren daarna veranderde veel. Stad en haven breidden uit, en in 2012 werd De Bie opnieuw onteigend, dit keer in Oude Landen. “De spoorwegen hadden daar plannen, maar tot vandaag zijn die niet gerealiseerd. Ik gebruik de gronden nog steeds voor maïs- en grasteelt.”Wat er met de Puihoek gebeurt, zal bepalen of De Bie zijn laatste jaren als boer kan afmaken op vertrouwde grond. “Ik hoop nog vijf jaar te kunnen blijven. Als dat niet lukt, dan stopt het verhaal eerder.” Vijftig jaar verder is er een hoop veranderd. De haven en de stad zijn verder uitgedijd. In 2012 werd De Bie onteigend in Oude Landen. “De spoorwegen hadden daar concrete plannen.” Anno 2025 zijn deze plannen nog niet in daden omgezet en heeft De Bie zijn landen nog steeds in gebruik voor mais- en grasteelt.De veehouder uit Ekeren wacht ook het nieuws over de bestemming van zijn pachtgronden in Puihoek dan ook gelaten af. “Ik wil nog vijf jaar verder boeren, het zou mooi worden als me dat gegund wordt op deze gronden. Anders stopt het verhaal eerder.”Fier op Ekerse landbouwVolgens districtsburgemeester Palinckx zijn er voorlopig geen concrete plannen met de Puihoek. Dat betekent dat De Bie en twee collega-boeren, die samen de resterende 17 hectare pachten, zich nog geen zorgen hoeven te maken. “We zijn fier dat we nog vier actieve boeren hebben in onze gemeente. Dat willen we zo houden”, zegt Palinckx. Hij is bereid om een goed woordje te doen bij het havenbedrijf wanneer daarover advies gevraagd wordt.Met zijn voormalige veestapel van veertig koeien kon De Bie goed leven van zijn bedrijf. “Maar uitbreiden was nooit mogelijk, omdat we in een reservewoongebied lagen”, zegt hij. Stoppen is voor hem geen optie. “Wat zou ik anders moeten doen met mijn dagen?” Met een jaarproductie van 6.500 tot 7.000 liter per koe, streeft hij niet naar maximale productie. Er zijn boeren die het dubbele halen. In de loop der jaren heeft hij de melkveehouderij sterk zien veranderen met de opkomst van melkrobots en recent ook de invasie van grote Nederlandse zuivelverwerkers. Is hij nooit bezweken voor de lokroep van Royal A-Ware dat in het Antwerpse veel bedrijven aan zich wist te binden de voorbij jaren. “Nee hoor. Absoluut niet. Ik ben blij dat Milcobel de melk nog komt halen”, besluit hij.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-04-26T10:19:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bijna één op zes Vlaamse gemeenten heeft geen landbouwschepen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bijna-een-op-zes-vlaamse-gemeenten-heeft-geen-landbouwschepen" />
            <id>https://vilt.be/57264</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het college van burgemeester en schepenen is de drijvende kracht achter elke Vlaamse gemeente. Hoeveel schepenen een stad of gemeente kent, is bij wet bepaald naargelang het inwonersaantal. Maar welke bevoegdheden deze schepenen dragen, ligt niet bij wet vast. Die beslissing ligt bij de gemeente zelf. Sommige bevoegdheden, zoals Personeel en Financiën, vindt men in elke gemeente terug. Ook Dierenwelzijn is sinds kort in 95 procent van alle gemeenten een officiële schepenbevoegdheid. Landbouw is een minder populaire bevoegdheid, en ziet men slechts in 82,5 procent van alle steden en gemeenten. Dat blijkt uit cijfers van overheidsdatabank Pinakes.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="lokaal" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/215035d0-12da-4b10-95c9-06c32db9f396/full_width_pitch-fork-3068529-1920.jpg</image>
                                        <content>Hoewel het aantal landbouwschepenen beduidend lager ligt, bevatten de cijfers van Pinakes wel een foutenmarge. In vele gemeenten is landbouw impliciet of expliciet vervat binnen een overkoepelende schepenbevoegdheid, vaak ‘Klimaat &amp;amp; Duurzaamheid’. Sommige gemeenten waar dit het geval is, zijn opgenomen in de cijfers. Anderen dan weer niet. Een voorbeeld is stad Leuven. De provinciehoofdstad van Vlaams-Brabant beschikt over 158 hectare publieke landbouwgrond (ILVO, 2024). Met private eigendommen bijgerekend, is 24 procent van de stad landbouwgrond. Toch is Landbouw hier een deelbevoegdheid binnen het domein ‘Klimaat &amp;amp; Duurzaamheid’.&amp;nbsp;Volgens de data van Pinakes hebben 50 van de 285 Vlaamse steden en gemeenten geen burgemeester of schepen bevoegd voor Landbouw, noch als hoofd-, noch als deelbevoegdheid. Dat is ook niet verplicht. Of het nu gaat om een landelijke of stedelijke gemeente: er bestaan geen voorwaarden of richtlijnen waaronder een Vlaamse gemeente al dan niet een Landbouwschepen moet toewijzen. Al zijn sommige schepenbevoegdheden binnen Vlaanderen een evidentie. “Elke gemeente heeft personeel en beheert geld, dus is het logisch dat er schepenen zijn voor Personeel en Financiën”, zegt Katrien Gordts van VVSG. “Elk college legt dus zelf de taakverdeling vast op basis van de lokale noden en het belang van het thema.”&amp;nbsp; Elk college legt zelf de taakverdeling vast op basis van de lokale noden en het belang van het thema Dierenwelzijn populaire bevoegdheid&amp;nbsp;Lokale besturen kiezen dus zelf welke thema’s ze belangrijk genoeg vinden om te kronen tot hoofdbevoegdheid. De mate waarin een bepaalde schepenbevoegdheid voorkomt, hangt sterk samen met maatschappelijke trends. Zo had acht jaar geleden slechts één op drie van de Vlaamse steden en gemeenten een schepen van Dierenwelzijn. Onder impuls van Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) staat de teller vandaag op 95 procent.&amp;nbsp;Een belangrijke kanttekening is dat, hoewel er in de praktijk vaak wordt gesproken over &quot;individuele schepenbevoegdheden&quot;, een schepen juridisch geen effectieve bevoegdheden draagt omdat een schepen zelf niet kan beslissen. Dat gebeurt gezamenlijk binnen het college. Wel draagt de schepen een verantwoordelijkheid om zijn toegewezen domein op te volgen.&amp;nbsp; “Schepenambt is simpele ingreep voor zichtbaarheid en aansprakelijkheid”&amp;nbsp;De officiële bevoegdheden van een schepen zijn dus allesbehalve betekenisloos. Volgens Weyts is het toewijzen van een thema aan een officieel schepenambt een belangrijke graadmeter voor het beleid. Zo vindt de minister het toewijzen van een schepenambt &#039;“een simpele ingreep&quot;, dat &quot;de nodige zichtbaarheid en aansprakelijkheid geeft” aan een bepaald thema. Minister Weyts heeft het in deze quote over Dierenwelzijn, maar dezelfde logica valt door te trekken naar andere beleidsdomeinen, zoals Landbouw.&amp;nbsp;Om nog even bij Dierenwelzijn te blijven, vindt Weyts het hoogstnoodzakelijk dat ook de laatste vijftien lokale besturen een schepen van Dierenwelzijn aanduiden. “Zodat er in elke gemeente een duidelijk aanspreekpunt en coördinator is voor het dierenbeleid”, stelt de minister. &amp;nbsp;Landbouw cruciaal op lokaal niveau&amp;nbsp;De implicaties voor de 50 van de 285 Vlaamse gemeenten die geen Landbouwschepen aanstellen, zijn duidelijk. Het Vlaamse landbouwbeleid heeft nochtans volgens diverse onderzoekers nood aan meer aansprakelijkheid en zichtbaarheid. Zo publiceerde ILVO in 2024 het rapport ‘Publieke Grond in Vlaanderen &amp;amp; Brussel’, waar de impact van grondenverkoop door openbare besturen en instellingen op ons landbouwlandschap, pijnlijk wordt blootgelegd. Een actief grondenbeleid voor landbouw is volgens mede-auteur Hans Vandermaelen opvallend afwezig.&amp;nbsp;Een andere stem die vindt dat landbouwbeleid te laag op de agenda staat, is onderzoeker Bart Laridon (UGent). “De helft van het Vlaams grondgebied is visieloos”, verklaarde Laridon eerder in VILT, verwijzend naar de versnippering en zonevreemdheid binnen het Vlaamse landbouwlandschap. Volgens Laridon juichen vele private spelers net toe dat een agrarisch gronden- en pandenbeleid bij zoveel lokale besturen afwezig is. Dit staat hen immers toe om deze gronden toe te eigenen voor andere activiteiten.&amp;nbsp; Voer voor discussie&amp;nbsp;Het al dan niet toekennen van Landbouw als schepenambt, leidt in sommige gemeenten tot hevige discussies. Zo is er het West-Vlaamse Tielt. Deze stad huisvest 267 landbouwbedrijven (cijfers 2023), en kent sinds jaar en dag een Landbouwschepen. Sinds de fusie van begin dit jaar met Meulebeke, dat 118 bedrijven telt, heeft de stad er opmerkelijk genoeg voor gekozen om deze bevoegdheid niet meer expliciet op te nemen.&amp;nbsp;“In de gemeente waarmee we gefusioneerd zijn, was er geen schepen van Landbouw”, zegt burgemeester Luc Vannieuwenhuyze (cd&amp;amp;v). “Uiteindelijk is erover nagedacht geweest, en onze conclusie is dat alles wat betreft landbouw een commercieel en dus ook een economisch gebeuren is. Dus besloten we het onder eenzelfde paraplu van Lokale Economie onder te brengen. We hebben dus geen formele schepen van Landbouw.”&amp;nbsp;De voormalige Landbouwschepen van Tielt, Joris Vande Vyvere (cd&amp;amp;v), is het oneens met deze keuze. “Omdat Tielt een typische landbouwgemeente is, nog meer sinds de fusie met Meulebeke. Het eerste aanspreekpunt voor landbouwers is weggevallen. Ik heb dit ook aangekaart op de fractievergadering. De bevoegdheid wordt nu verdeeld over verschillende domeinen, zoals Ruimtelijke Ordening, maar dat maakt het voor de landbouwers niet altijd duidelijk bij wie ze moeten zijn voor welk probleem. Ik betreur dat, maar het college zag dat anders.”&amp;nbsp; Het eerste aanspreekpunt voor landbouwers is weggevallen De oud-schepen vindt dat er in veel gemeentebesturen te weinig kennis is van de sector. “Daar wringt het schoentje”, zegt hij. “Ik ben zelf landbouwer en ik heb ook een mandaat binnen het hoofdbestuur van Boerenbond, dus ik had altijd uit de eerste hand informatie over de wetgeving, pacht, mestwetgeving, noem maar op. Ik kon zo heel veel mensen helpen. Het probleem zit hem nu in het feit dat er geen landbouwer meer in de schepencollege aanwezig is en dat de kennis een stukje is weggevallen. In feite vrees ik dat er daarom niemand de functie wenst op de nemen, omdat er niemand in het college is die de regelgeving kent. Daar bestaan misschien wel andere instanties voor, maar ik mis het aanspreekpunt.”&amp;nbsp;Wel vindt Vande Vyvere het een goede zaak dat de gemeente opnieuw een Landbouwraad zal oprichten. “Zo krijgt de sector toch toegang tot informatie, en hopelijk ook inspraak over bepaalde beleidsbeslissingen.”&amp;nbsp; Landbouw- en niet-landbouwgemeenten&amp;nbsp;Waar de keuze voor om de landbouwbevoegdheid weg te laten in Tielt tot de nodige discussie heeft geleid, is het landbouwlandschap in andere gemeenten nu eenmaal erg beperkt. Dat is onder meer het geval in de Antwerpse gemeente Hulshout. “We hebben in onze gemeente een zéér beperkt aantal landbouwers. Om niet te zeggen: één of twee. Vandaag hebben we Landbouw niet specifiek opgenomen binnen de bevoegdheden, al wordt het thema wel opgevolgd door onze schepen van Economie”, zegt Burgemeester Elien Bergmans. “Vorige legislatuur nam ik deze rol nog op.”&amp;nbsp;Nog een opvallende gemeente is Lochristi: daar kent men een schepen van Landbouw én een schepen van Sierteelt. Twee verschillende bevoegdheden voor twee verschillende schepenen. Lochristi staat ook gekend als dé sierteeltgemeente van Vlaanderen.&amp;nbsp;In varkensgemeente Wingene is de rol van de Landbouwschepen onmisbaar. “Ik vind het de moeite waard om Landbouw als aparte bevoegdheid op te nemen”, zegt schepen van Land- en Tuinbouw Greet De Roo (cd&amp;amp;v). “In gemeenten waar dat niet zo is, merk je dat de sector zich een beetje vergeten voelt.”&amp;nbsp;“Veel landbouwbeleid wordt gevoerd op andere niveaus, bijvoorbeeld Europees”, zegt De Roo. Er is dan ook weinig dat je als gemeente kan doen, specifiek naar landbouw toe. Maar alleen al het feit dat er een aanspreekpunt is waar landbouwers terecht kunnen bij vragen, die niet meteen behandeld worden door Vlaanderen of de provincie, vinden we belangrijk. Onze sector is wel degelijk een aparte bevoegdheid waard op gemeentelijk niveau.”Brouns: &quot;We vertrouwen dat gemeenten weten waar noden liggen&quot;Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) vindt dat lokale besturen het thema degelijk opvolgen. &quot;De minister heeft in alle tijd dat hij minister is van landbouw geen enkele klacht over verzuchting gehad dat daar een probleem zou zijn&quot;, zegt woordvoerder Tom Demeyer. &quot;We hebben vertrouwen in onze lokale besturen: we willen hier dus geen bijkomende verplichtingen opleggen. Onze steden en gemeenten zijn het beste geplaatst om te weten waar de noden liggen. Het spreekt voor zich dat de minister wil dat er veel aandacht is voor landbouw bij onze lokale besturen: zijn ervaring is dat dit vandaag ook het geval is.&quot;</content>
            
            <updated>2025-04-25T14:28:51+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe app ‘De Grote Voedselkaart’ laat Vlamingen hun eetomgeving in kaart brengen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-app-de-grote-voedselkaart-laat-vlamingen-hun-eetomgeving-in-kaart-brengen" />
            <id>https://vilt.be/57265</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Gezondheidsinstituut Sciensano heeft vrijdag de app De Grote Voedselkaart gelanceerd, een grootschalig burgerwetenschapsonderzoek waarmee Vlamingen hun voedselomgeving in kaart kunnen brengen. De app onderzoekt waar mensen hun eten kopen, wat hun keuzes beïnvloedt en hoe tevreden ze zijn met het voedingsaanbod in hun buurt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gezondheid" />
                        <category term="voeding" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f8735a0b-d10a-4de8-9911-af6f63c992c1/full_width_fastfood-obesitas.jpg</image>
                                        <content>Voedselomgevingen – de plekken waar we eten kopen en consumeren – hebben een grote invloed op onze gezondheid. Uit eerdere onderzoeken blijkt dat meer dan 80 procent van de Vlaamse buurten vooral ongezonde voedingsopties aanbiedt, een stijging van acht procent sinds 2008. Vooral rond scholen is reclame voor ongezonde voeding dominant, wat vooral kinderen en jongeren kwetsbaar maakt.Met De Grote Voedselkaart wil Sciensano nu ook de ervaringen en meningen van burgers verzamelen. Via de app voeren deelnemers opdrachten uit, zoals het aangeven waar ze hun eten kopen of uit eten gaan, en wat ze vinden van het aanbod in hun buurt. De verzamelde gegevens moeten overheden helpen om de voedselomgeving gezonder en duurzamer te maken.&quot;Er bestaat al een kaart met een overzicht van de gemiddelde gezondheidsscore per buurt, maar die is gebaseerd op objectieve gegevens zoals het aanbod van winkels en restaurants&quot;, klinkt het bij Sciensano. &quot;Maar nu wordt er voor het eerst een score gemaakt op basis van het perspectief van de burger.&quot;De app is beschikbaar voor Android en iOS en maakt deel uit van de Vlaamse voedselstrategie Go4Food. Het project is een samenwerking tussen Sciensano, ILVO, Rikolto, Let Us, Arteveldehogeschool, Leap Forward, Hoplr en Het Nieuwsblad, en wordt gefinancierd door het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO).Download de app voor&amp;nbsp;Android of&amp;nbsp;iOS.</content>
            
            <updated>2025-04-25T15:10:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Trump-regering trekt ten oorlog tegen kleurstoffen en suiker: “Zo verslavend als crack”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/trump-regering-trekt-ten-oorlog-tegen-kleurstoffen-en-suiker-zo-verslavend-als-crack" />
            <id>https://vilt.be/57266</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De nieuwe Amerikaanse minister van Volksgezondheid Robert F. Kennedy kondigt een verbod aan op acht synthetische kleurstoffen in voedsel. Het gaat om kleurstoffen op basis van petroleum. In Europa werkt men veeleer met natuurlijke kleurstoffen. Een aantal van de stoffen die in het Amerikaanse voorstel op tafel liggen, zijn bij ons reeds verboden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gezondheid" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d397bad9-b5d7-4883-ba74-d6d10088b10c/full_width_snoep-snack.jpg</image>
                                        <content>‘MAHA’ is de nieuwe slagzin van de Amerikaanse minister van Volksgezondheid: “Make America Healthy Again”. Voor de mogelijks kankerverwekkende stof Citrus Red 2 en de kleurstof Orange B – vooral gebruikt in worsten en hotdogs – wil het Amerikaanse voedselagentschap FDA binnen de komende maanden een verbod bewerkstelligen. Voor zes andere kleurstoffen wil de VS samenwerken met de industrie om het gebruik te reduceren, voor eind 2026. Een oplijsting.VerbodCitrus Red No. 2 (geen E-nummer)Orange B (geen E-nummer)UitfaseringFD&amp;amp;C Red No. 40 (E129 allurarood AC)FD&amp;amp;C Yellow No. 5&amp;nbsp;(E102 tartrazine)FD&amp;amp;C Yellow No. 6&amp;nbsp;(E110 zonnegeel FCF/oranjegeel S)FD&amp;amp;C Blue No. 1 (E133 briljantblauw FCF)FD&amp;amp;C Blue No. 2 (E132 indigotine, indigokarmijn)FD&amp;amp;C Green No. 3 (geen E-nummer)In Europa gebruikt men geen FD&amp;amp;C-namen maar E-nummers. De stoffen die geen E-nummer kennen, zijn in Europa reeds verboden.De Amerikaanse minister van Volksgezondheid Robert F. Kennedy, vooral gekend onder zijn bijnaam RFK, vindt het hoog tijd om zulke additieven te bannen uit het Amerikaanse voedselpatroon. &quot;Deze giftige stoffen bieden geen enkel voedingsvoordeel en vormen reële, meetbare gevaren voor de gezondheid en ontwikkeling van onze kinderen”, zegt hij in een persbericht. “Dat tijdperk loopt ten einde. We herstellen de gouden standaard voor wetenschap, passen gezond verstand toe en herwinnen het vertrouwen van de consument. En dat doen we door samen te werken met de industrie om deze giftige kleurstoffen uit het voedsel te halen dat onze gezinnen elke dag eten.&quot; Niet verboden in Europa, wel een waarschuwingDe kleurstoffen waarvan sprake bevinden zich onder meer in snoep als M&amp;amp;M’s en skittles, of frisdrank zoals Gatorade en Kool-Aid. Maar niet in de Europese variant van deze producten. Hoewel de Europese Unie een aantal van deze kleurstoffen wel toelaat, zijn producenten verplicht om een label mee te geven op de verpakking. Een pakje M&amp;amp;M’s met het opschrift &#039;Kan de activiteit of oplettendheid van kinderen nadelig beïnvloeden&#039; zal weinig ouders kunnen bekoren. Wanneer men kleurstof verwerkt in Europese producten, verkiest men in veel gevallen een natuurlijke variant. Minder felle kleuren, maar wel gezonder.In een interview met VRT NWS stelt Sarah De Saeger, professor en voedingsexpert aan de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen van de Universiteit Gent, dat veel van de geviseerde stoffen aanwezig zijn in producten die “sowieso al geen gezonde voeding” zijn.Dat de Amerikaanse gezondheidsminister voor zes van de acht kleurstoffen het initiatief bij de bedrijven zelf legt, is volgens De Saeger geen onverstandige manier van aanpak. “Ook in Europa kan je niet zeggen: we vragen onze industrie om van vandaag op morgen te stoppen. Producenten zullen elk op hun eigen manier op zoek moeten naar wat de beste manier is om hun kleurstof te vervangen.” In zijn persconferentie op dinsdag trok RFK ook van leer tegen de grote hoeveelheden toegevoegde suikers die vele voedingswaren bevatten. De minister noemt suiker “zo verslavend als crack”, al geeft hij wel mee dat het niet realistisch om suiker uit alle voeding te bannen. “Maar over alle zaken die we niet wettelijk kunnen verbieden, willen we wel de Amerikanen informeren. We zullen samenwerken met het Congres en het Witte Huis om producten van degelijke labels te voorzien, zodat moeders in de supermarkt weten wat goed is voor hun kinderen, en wat niet.”Hoe zit het in België?De additievenwetgeving is volledig Europees geharmoniseerd. Wat geldt in België of Vlaanderen, geldt dus overal in de EU. De Europese wetgeving geldt ook voor producten ingevoerd in de EU uit de VS. Kleurstoffen die toegelaten zijn in de VS maar niet in de EU, mogen niet aanwezig zijn in levensmiddelen die ingevoerd worden in de EU. FAVV is verantwoordelijk voor het toezicht. De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu is betrokken bij de Europese keuzes van toelatingen en beperkingen. De Vlaamse overheid is enkel betrokken bij de Europese discussies over kleurstoffen in biologisch geproduceerde levensmiddelen. De betrokken kleurstoffen zijn niet toegelaten in biologische productie.De additieven die Europees zijn toegelaten, krijgen daarom nog geen vrij spel. &quot;De EU heeft gebruiksvoorwaarden voor de kleurstoffen E102 tartrazine, E110 zonnegeel FCF, E129 allurarood AC, E133 briljantblauw FCF en E132 indigotine, indigokarmijn, die bepalen in welke voedselgroepen de kleurstof gebruikt mag worden met welk maximumgehalte&quot;, zegt Annelies Wynant van de FOD Volksgezondheid. Dat de E-nummers bij velen wel bekend zijn, komt omdat deze middelen ook verplicht met hun officiële naam en nummer moeten worden aangegeven op ingrediëntenlijsten. De Amerikaanse namen mogen niet in de EU gebruikt worden in ingrediëntenlijsten.&quot;De EFSA heeft toxicologische drempelwaarden bepaald en als deze niet overschreden worden, dan is er geen gezondheidsrisico&quot;, zegt Wynant. &quot;De gebruiksvoorwaarden zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat de inname veilig is. Bij een herbeoordeling is het mogelijk dat bijsturing aangewezen blijkt te zijn. Zo zijn de gebruiksvoorwaarden in 2012 strenger gemaakt voor E110 (en E104 en E124). De EU blijft verder werken aan het herbeoordelingsprogramma en neemt de nodige maatregelen voor opvolging, net zoals de EU ook toelatingsaanvragen blijft behandelen voor nieuwe additieven waaronder kleurstoffen. Zo wordt de wetgeving voortdurend geactualiseerd.&quot;&quot;Strenger dan elders ter wereld&quot;De additieven die verplicht het label &#039;kan de activiteit of oplettendheid van kinderen nadelig beïnvloeden&#039; moeten dragen, zijn de nummers E102, E110 en E129. Dit geldt ook voor de stoffen E104, E122, E124, dus zes in totaal. Maar het gebruik van deze drie middelen wordt in de VS niet gecontesteerd. Met de verplichte labeling is de EU voor deze stoffen al strenger dan elders in de wereld, stelt Wynant. &quot;Met de verplichte waarschuwing gaat de EU al ver, uit voorzorg, omdat het gebaseerd is op een onderzoek met een mengsel van al deze kleurstoffen samen en het is heel onwaarschijnlijk dat ze allemaal individueel dat probleem zouden geven&quot;, zegt Wynant. &quot;Niemand weet welke kleurstof van die lijst in feite dergelijk effect kan hebben.&quot;&amp;nbsp;&quot;Aangezien de discussies in de VS niet gebaseerd lijkt te zijn op nieuwe wetenschappelijke adviezen, verwachten we geen impact op de EU-wetgeving&quot;, zegt Wynant tot slot. &quot;Het gaat vermoedelijk nog altijd over wat er geschreven werd in 2008 en waarop de EU al gereageerd heeft met die verplichte waarschuwing. In levensmiddelen worden deze kleurstoffen ook al veel minder gebruikt omdat fabrikanten liever kleurstoffen gebruiken zonder waarschuwing te moeten vermelden.&quot;</content>
            
            <updated>2025-04-26T10:25:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[In de hele EU glijdt boerengrond in beleggershanden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/in-de-hele-eu-glijdt-boerengrond-in-beleggershanden" />
            <id>https://vilt.be/57267</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwgrond verandert van rol in Europa. Van een productiemiddel verandert het geleidelijk in een investeringsobject. Die verschuiving maakt het voor boeren moeilijker om in bedrijf te blijven. Voor jonge boeren wordt het lastiger en daarom onaantrekkelijker om op te starten en de bedrijven van hun ouders over te nemen. Intussen verdwijnen vruchtbare gronden onder verharding en infrastructuur of in de portefeuilles van institutionele beleggers. Dat schrijft het Nederlandse vakblad Foodlog.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f90a8154-3261-47ad-8a47-c94d9b3f67ea/full_width_landbouwgrond-sofievanholle.jpg</image>
                                        <content>Supermarkten, vastgoedbeleggers en investeringsfondsen kopen massaal landbouwgrond op. Dat heeft ingrijpende gevolgen: de prijzen van landbouwgrond stijgen, jonge boeren haken af, de bodemkwaliteit verslechtert en het Europese voedselsysteem verliest veerkracht.Een tekenend voorbeeld is een&amp;nbsp;Ierse&amp;nbsp;aardappelboer uit de omgeving van Dublin. Hij kon zijn familie een fortuin van €95 miljoen nalaten uit de verkoop van zijn landbouwgrond aan een investeerder. Die bouwde er een winkelcentrum op. Het boerenbedrijf eindigde als object van een vastgoeddeal.&amp;nbsp;De Ierse vastgoedmarkt maakt landbouwgrond steeds aantrekkelijker voor projectontwikkelaars. Uit het meest recente&amp;nbsp;SCSI/Teagasc Agricultural Land Market Review&amp;nbsp;(2024) blijkt dat de prijs voor goede landbouwgrond met elf procent steeg naar gemiddeld €12.308 per acre in 2023 – omgerekend zo’n €30.420 per hectare. In gewilde regio’s liep de prijs op tot €20.000 per acre (ongeveer €49.400 per hectare).Ook in Italië staat landbouwgrond onder druk van niet-agrarische kopers, zoals luxemerken en investeerders. Volgens cijfers van het onderzoeksinstituut&amp;nbsp;CREA&amp;nbsp;was de gemiddelde prijs voor landbouwgrond in 2023 €22.800 per hectare, met uitschieters tot €47.000 per hectare in het Noordoosten. In regio’s die gewilde wijn als Barolo produceren, worden net als in de Bordeaux en Bourgogne prijzen boven de €2 miljoen per hectare genoteerd. Zulke bedragen kan geen enkele jonge wijnboer opbrengen. Zulke wijngaarden zijn beleggingsobjecten.&amp;nbsp; Volgens het Europese Milieuagentschap is in zes jaar tijd 97.700 vierkante kilometer aan landbouw- of natuurgrond in de EU verhard. Dat is bijna drie keer het totale landoppervlak van Nederland Ook in Nederland is landbouwgrond nog nooit zo duur geweest. De prijs is inmiddels zo hoog dat boeren er geen economisch rendement meer op kunnen maken.&amp;nbsp;De gemiddelde prijs voor bouwland steeg in 2024 naar&amp;nbsp;€85.300&amp;nbsp;per hectare, een stijging van ruim acht procent ten opzichte van een jaar eerder. In sommige delen van Flevoland ligt de prijs inmiddels zelfs ruim boven de €200.000 per hectare. Zelfs zonder de hoge Europese milieu- en natuureisen is dat een prijsniveau dat economisch gezien grond ongeschikt maakt voor voedselproductie.&amp;nbsp;Landbouw wordt asfalt en betonHet opkopen van landbouwgrond door niet-boeren heeft heeft directe gevolgen. Grond verdwijnt uit de landbouw en daarmee uit de voedselketen. Al in 2011&amp;nbsp;waarschuwde&amp;nbsp;de Europese Commissie voor het omzetten van natuur- en landbouwgrond in gebouwen en infrastructuur - een proces dat bekend staat als verharding of &#039;artificialisatie&#039;. Volgens het Europese Milieuagentschap (EEA) is in zes jaar tijd&amp;nbsp;97.700 vierkante kilometer aan landbouw- of natuurgrond in de EU verhard&amp;nbsp;– bebouwd, geasfalteerd of industrieel gebruikt. Dat is bijna drie keer het totale landoppervlak van Nederland. Exclusief wateroppervlaktes zoals het IJsselmeer en de Scheldes telt Nederland 34.000 vierkante kilometer.Jonge boeren grijpen naast de grondWie stopt als boer, verkoopt steeds vaker aan de hoogste bieder – en dat zijn zelden jonge boeren. Zo ontstaat een neerwaartse spiraal. Hogere prijzen leiden tot minder boeren en tot minder kooplustige boeren. En dat leidt op zijn beurt weer meer aanbod voor investeerders. En dat stuwt de prijzen weer verder omhoog. In&amp;nbsp;Trouw&amp;nbsp;zei onlangs Peter Meedendorp, de Nederlandse voorzitter van CEJA, dat hij vecht voor verjonging van de Europese boerenstand.&amp;nbsp;De organisatie voor jonge Europese boeren CEJA spreekt van een proces dat de “veerkracht van het landbouwsysteem ondermijnt.” Sinds&amp;nbsp;2023&amp;nbsp;dringen ze aan op een concreet actieplan om de stoppersspiraal te doorbreken.&amp;nbsp; De marktdynamiek die grond steeds duurder maakt, mag rationeel lijken vanuit investeringsperspectief, maar ondermijnt een ander fundament van onze economie: betaalbaar voedsel Met succes, zou je denken, want vorige week bereikten het Parlement en de Raad een voorlopig akkoord over een nieuwe richtlijn voor bodemmonitoring, aldus&amp;nbsp;Euractiv. Daarin wordt toegezegd dat er tegen 2050 “geen &#039;net land take&#039; meer zal zijn”. CEJA ziet er echter niet meer in dan een beginselverklaring, zonder “een concreet pad” om dat doel te bereiken. Een “mislukking”, zeggen de jonge boeren, “die moet worden aangepakt via het aanstaande EU Land Observatory pilot project”.&amp;nbsp;Land Observatory&amp;nbsp;De Europese Commissie heeft dat EU Land Observatory in de steigers staan, als onderdeel van de&amp;nbsp;Landbouwvisie&amp;nbsp;van Eurocommissaris Christophe Hansen. Het doel is toegang tot landbouwgrond beter te monitoren.&amp;nbsp;Boerenorganisaties waarschuwen dat zo’n waarnemingssysteem pas echt zin heeft als het gepaard gaat met ingrijpend beleid, zoals voorkeursrechten voor boeren, fiscale ontmoediging van speculatie en striktere bestemmingsregels.Van eigenaar naar huurder: slechter voor de bodemWant een belangrijke consequentie van de toenemende verharding is dat het gebruik van wat nu nog landbouwgrond is, verandert. Boeren die hun land in eigendom hebben, investeren in bodemkwaliteit. Maar wanneer grond in handen is van externe eigenaars en wordt verhuurd, verandert diezelfde grond in handelswaar.Jürgen Tack, secretaris-generaal van de&amp;nbsp;European Landowners&#039; Organisation&amp;nbsp;(ELO) met de nodige land verpachtende leden,&amp;nbsp;waarschuwt: “Wanneer je grond huurt, verlies je het lange termijnperspectief op de bodemkwaliteit.&quot; De woorden klinken mogelijk mooier dan de werkelijke denkwijze binnen de ELO. Het is een publiek geheim dat Tack op de achtergrond tegen voorkeursrechten voor jonge boeren heeft gepleit. De ELO heeft als primair doel de belangen van degenen die al grond bezitten zo goed mogelijk te dienen en zijn daarom terughoudend tegen bevoordeling vanuit structuurbeleid.&amp;nbsp;Volgens Tack moet Europa zich richten op het vergroten van landbouwbedrijven. “Met de verduurzamingstransitie en de noodzakelijke innovaties moeten we accepteren dat boerderijen groter moeten worden om de investeringen rendabel te maken.”De marktdynamiek die grond steeds duurder maakt, mag rationeel lijken vanuit investeringsperspectief, maar ondermijnt een ander fundament van onze economie: betaalbaar voedsel.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-04-25T15:16:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ExotenNet lanceert podcast over invasieve exoten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/exotennet-lanceert-podcast-over-invasieve-exoten" />
            <id>https://vilt.be/57268</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Vlaams netwerk rond exotenbeheer ExotenNet lanceert een nieuwe podcast over exotenbeheer. Veldwerkers en terreinbeheerders getuigen elke twee weken hoe zij voorkomen dat soorten als de Aziatische hoornaar en de Amerikaanse stierkikker onze lokale biotopen verstoren. “Met deze podcast willen we benadrukken dat exotenbeheer noodzakelijk is voor de bescherming van onze biodiversiteit. Elke aflevering vertrekt vanuit de liefde die veldwerkers en terreinbeheerders voelen voor onze natuur,” zegt Wietse Chanet, woordvoerder ExotenNet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6426530c-643e-452e-a8e7-7bb152efbaae/full_width_chinese-wolhandkrab-exotennet.jpg</image>
                                        <content>Met deze reeks wil ExotenNet het thema exotenbeheer toegankelijk maken voor een breder publiek. Door te focussen op persoonlijke verhalen en terreinervaring krijgt de luisteraar een unieke inkijk in het werk van zij die dagelijks in het veld staan. De eerste twee afleveringen staan sinds 24 april online.In de eerste aflevering gaan twee redacteurs van ExotenNet, Wietse Chanet (INBO) en Anke Stefens (RATO vzw) in gesprek. Ze vertellen wat invasieve exoten zijn en welke problemen ze vormen. Ze nemen je mee in het verhaal van exotenbeheer – dichtbij in Vlaanderen, maar ook op Europese schaal.De tweede aflevering focust op de Chinese wolhandkrab met een bezoek aan de grootste krabbensleuf van Vlaanderen in Grobbendonk. Aan het woord zijn Dan Slootmaekers en Paul van Loon van de Vlaamse Milieumaatschappij, die jaarlijks tienduizenden Chinese wolhandkrabben afvangen.Voortaan zullen elke twee weken nieuwe afleveringen verschijnen. Er komt een brede diversiteit aan invasieve uitheemse soorten aan bod, besproken door veldwerkers uit heel Vlaanderen. Ze hebben het bijvoorbeeld over de Amerikaanse stierkikker, de muskusrat en de Aziatische hoornaar. Voor dit jaar staan er nog elf afleveringen gepland. Alle afleveringen zijn te beluisteren op Spotify of Youtube.</content>
            
            <updated>2025-04-28T12:55:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Hooikoortsstudie hield wél rekening met gangbare landbouwpraktijken”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hooikoortsstudie-hield-wel-rekening-met-gangbare-landbouwpraktijken" />
            <id>https://vilt.be/57269</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er ontstond een golf van kritiek op de studie die de link legt tussen stikstofbemesting en een grotere kans op een allergische reactie. “Onterecht”, stelt onderzoeker Tobias Ceulemans (UAntwerpen), die in dit opiniestuk toelicht waarom die kritiek de plank misslaat.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/d0e5c4f3-ca88-4de3-bdbc-56cb3205fe57/full_width_grasland.jpg</image>
                                        <content>De media hebben uitvoerig bericht over een studie die in The Lancet Planetary Health is verschenen, waarbij werd aangetoond dat stikstofbemesting verhoogde allergene reactie op pollen veroorzaakt. In reacties vanuit de landbouwsector wordt er gesteld dat het een theoretische studie betreft, uitgevoerd in kunstmatige omstandigheden. De studie krijgt ook kritiek omdat deze effecten zich in de praktijk niet zouden voordoen omdat landbouwers reeds grassen maaien voor ze in bloei komen. Dit is echter een verkeerde representatie van de resultaten. Het stuifmeel werd wel degelijk verzameld in bestaande graslanden die bemesting ontvangen, niet in kunstmatige omstandigheden. Het betreft weliswaar niet de raaigrasgraslanden die landbouwers inderdaad maaien voor ze in bloei komen, maar de graslanden waar Grote Vossenstaart domineert, en die komen wel degelijk in bloei. Bemeste vossenstaartgraslanden maken een significant deel uit van het areaal aan landbouwgraslanden. Je kan Grote Vossenstaart al in deze tijd van het jaar, vooral in vochtige en natte omstandigheden, reeds in vele landbouwgraslanden in bloei zien staan. Ze kunnen niet vroegtijdig gemaaid worden omdat de machines de natte bodem dan te veel zouden beschadigen, wat in gangbare landbouwpraktijk vermeden wordt omwille van het aantasten van de kwaliteit. Bovendien kan stikstofbemesting ook ‘ontsnappen’ naar wegbermen en natuurgebieden waar grassen ook in bloei komen, maar normaal in minder stikstofrijke bodem. Dat graspollen meer allergeen zijn wanneer de groeiplaats bemest is, dat is bewezen Bemesting blijft noodzakelijkDe oproep aan de wetenschappers om rekening te houden met gangbare praktijken vanuit de landbouwsector, wordt dus wel degelijk ernstig ter harte genomen. Een wetenschappelijke studie, zeker een studie van deze omvang en potentiële maatschappelijke impact, wordt standaard onderworpen aan de strengste criteria. Daar maakt het toetsen aan de mogelijke reële impact integraal deel van uit.We hebben groot begrip voor de zeer moeilijke economische en ecologische omstandigheden waarin landbouwers aan bedrijfsvoering en voedselproductie moeten doen. Dan is het nieuws dat bemesting de allergeniciteit van pollen verhoogt uiteraard niet prettig om te horen. We hebben dan ook in al onze communicatie benadrukt dat landbouw en de bijhorende bemesting noodzakelijk zijn en blijven. Maar evengoed betekenen deze resultaten dat we goed moeten nadenken welke bemestingsnormen we waar in het landschap hanteren. En vanzelfsprekend ook hoe we dat kunnen rijmen met een rendabele en productieve landbouw. Dat is het ultieme doel van dit soort wetenschappelijk onderzoek: de mechanismen onderzoeken waarbij we de sleutels kunnen vinden voor een rendabele en productieve landbouw die in evenwicht is met de even belangrijke noodzaak van een voldoende volksgezondheid en een gezonde natuur.Nieuw onderzoek is noodzakelijkTot slot hebben we in onze communicatie ook benadrukt dat onze resultaten slechts een eerste stap zijn en dat vervolgonderzoek noodzakelijk is. Dat graspollen meer allergeniciteit vertonen wanneer de groeiplaats bemest is, dat is bewezen. Hoe zich dat vertaalt naar de toegenomen allergische last die we al decennia waarnemen bij de bevolking, wat dus de relatieve bijdrage is van stikstof ten opzichte van andere mogelijke oorzaken, moet voorwerp zijn van verder onderzoek.</content>
            
            <updated>2025-04-26T10:56:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zelf soja telen: kan Europa zijn afhankelijkheid doorbreken?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zelf-soja-telen-kan-europa-zijn-afhankelijkheid-doorbreken" />
            <id>https://vilt.be/57270</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De EU wil minder soja van overzee en meer eiwitten uit eigen bodem. Maar eiwitten telen op Vlaamse akkers blijkt geen evidente opgave, met obstakels als beperkte agronomische kennis en onverwachte spelbrekers zoals duiven. Toch lijkt zich aan de horizon een kans af te tekenen voor Vlaanderen om op de kar van zelfvoorziening te springen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="eiwitshift" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a83b8c2c-092d-49d9-97b5-37122e7ef7b4/full_width_soja.jpg</image>
                                        <content>In 2024 stroomden 15,7 miljoen ton sojabonen en 18,7 miljoen ton sojaschroot Europa binnen, terwijl de eigen productie niet verder kwam dan 2,99 miljoen ton. De aanvoer steunt bijna uitsluitend op Zuid- en Noord-Amerika.De Europese Unie begint steeds nadrukkelijker te worstelen met haar afhankelijkheid van ingevoerde soja. Een kwetsbaarheid die door de huidige handelsspanningen nogmaals hard is aangekomen als reminder. “De leveringen van soja waren al voor het handelsconflict een onzekere stroom. Zuid-Amerika vormde nooit een stabiele schakel voor de EU. Intussen geldt dit ook voor Noord-Amerika”, duidt Benjamin Laga, CEO van Protealis, een Vlaamse ontwikkelaar van Noord-Europese sojarassen. Omschakelen naar andere oorsprongslanden is niet evident, de wereldmarkt biedt momenteel nauwelijks alternatieven om de aanvoer van zo’n grote volumes te spreiden.Daarnaast is niet alleen de afhankelijkheid, maar ook de ecologische impact van de overzeese soja de laatste jaren een grote doorn in het oog van de EU. “Hierdoor merken we geleidelijk aan een toenemende aandacht om de sojaproductie in de EU op te schalen”, getuigt Laga. “Die interesse vertaalt zich ook in investeringen in de sector.” Dit is reeds licht te zien in de statistieken. Vorig jaar lag de EU-sojaproductie zeven procent boven het vijfjarig gemiddelde, gerekend zonder uitzonderlijk slechte of goeie jaren. Van die voorzichtige Europese trend is vooralsnog weinig te merken op de Vlaamse akkers. Wij zien geen concurrenten in andere soja-veredelingsbedrijven, wel in andere gewaskeuzes van de boer Waarom is hier geen soja te bespeuren?Traditioneel is soja een zuidelijkere teelt, met een warme en lange groeiperiode. Noordelijke landen zoals België waren minder geschikt om er mooie opbrengsten mee binnen te halen. “Omdat soja steeds vrij goedkoop geïmporteerd kon worden, is in Noord-Europa sinds de jaren 80 weinig inspanning geleverd om sojarassen te veredelen naar onze klimaatomstandigheden”, aldus Laga. “Die veredeling is nochtans broodnodig om het gewas competitief te maken tegenover andere gewaskeuzes voor de boer. Wij zien namelijk geen concurrenten in andere soja-veredelingsbedrijven, maar wel in de vele andere gewaskeuzes die de boer heeft. De rendabiliteit van soja moet in lijn liggen met die opties.”Soja is voor de EU geen eiwitgewasEr zit een historisch gegroeide rendabiliteitskloof tussen soja en andere gewassen. De grootste moeilijkheid op dit moment lijkt de onkruidbestrijding te zijn. “In principe zijn er goede bestrijdingsmiddelen voor eiwitgewassen”, duidt Laga. “Maar daar hebben we een groot knelpunt: biologisch gezien valt soja onder de eiwittenfamilie, maar de EU klasseert het onder oliezaden. En een bestrijdingsmiddel voor eiwithoudende gewassen mag niet gebruikt worden voor oliezaden, tenzij het een labeluitbreiding heeft. In vele EU-landen werden reeds labelextensies doorgevoerd, maar in België werden de aanvragen tot dusver geweigerd door de overheid. Zo hebben andere landen toegang tot extra bestrijdingsmiddelen. Duiven als spelbrekersMaar onkruid is niet de enige spelbreker. Ook duiven en kraaien pikken een deel van de opbrengst weg, letterlijk. De vogels zijn verlekkerd op jonge sojaplantjes. Dit brengt voornamelijk een probleem met zich mee als er nog niet veel sojavelden zijn, waarbij de schade zich concentreert op die schaarse velden. “Bij schaalvergroting wordt het probleem uitgedund”, aldus Hilde Muylle, nieuwe teelten-specialist van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO). “De kleinschaligheid van onze percelen speelt daarbij ook in ons nadeel. Vogels die in Frankrijk knabbelen aan een perceel van tien hectare, is iets makkelijker te verteren voor een boer met een perceel van één hectare.” &amp;nbsp;Vlaamse boeren kunnen hun soja niet kwijtEen kip-of-ei-probleem met de waardeketen vormt een derde moeilijkheid om het concurrentievermogen op te krikken bij soja. “Er ontbreken schakels om de opschaling mogelijk te maken. Zo zijn er vandaag quasi geen verwerkingsbedrijven op schaal van de huidige Vlaamse sojateelt. In onze havens zitten wel verwerkers op wereldschaal, maar daar kan een boer met zijn kleine afzet niet naar toe”, duidt Muylle. De volumes van onze Vlaamse boeren zouden eerst moeten groeien vooraleer ze naar verwerkers kunnen, maar zolang zij geen gegarandeerde afzet hebben zullen ze het risico niet nemen.Tot slot vergroot momenteel ook een beperkte agronomische kennis de rendabiliteitskloof met andere gewassen. “Landbouwers weten nog weinig over hoe ze soja efficiënt in hun bedrijfsvoering kunnen opnemen”, aldus Muylle. Concurrentie met GMO-sojaDe rendabiliteit van een teelt hangt voor landbouwers ook af van de concurrentie op de wereldmarkt. Waar Europa op sommige vlakken stevig achterop hinkt qua competitiviteit, lijkt er voor sojateelt toch ruimte te zijn om bij te benen volgens Laga. “In Brazilië en de VS is er gemiddeld een opbrengst van 3,4 ton per hectare soja. In Italië, de agronomische kern in de EU van soja, wordt een gemiddelde opbrengst gehaald van 3,2 ton per hectare. Deze opbrengsten liggen dicht bij elkaar”, luidt het. Naast opbrengst gelden ook nog andere factoren die bijdragen aan de rendabiliteit. Daar hebben Zuid- en Noord-Amerika een streepje voor met hun GMO-sojarassen en minder strikt pesticidebeleid. “De productiekosten zijn bij niet GMO-rassen hoger, maar de vraag naar niet-GMO-rassen is ook hoog. Dit weerspiegelt zich in de meerprijs van 50 tot 100 euro die wordt gegeven aan niet-GMO-rassen”, aldus Laga. “Het feit dat heel de wereld GMO-soja produceert, zet ons in een unieke positie. Bovendien kan onze soja ook gebruikt worden voor humane consumptie. GMO mag gebruikt worden in veevoeder, maar niet in humane consumptie.”Dat getuigt ook Marc Ballekens, manager van de federatie van de zaaizaadbedrijven (Seed@Bel): “Er is een markt voor GMO-vrije geteelde soja in de EU. Bovendien hebben veevoederfabrikanten ook transportvoordelen door de soja dichtbij huis te halen.” Nicheteelten met groeimargeIn het streven naar meer zelfvoorziening in soja mogen alternatieve eiwitbronnen niet over het hoofd worden gezien. Ook al hebben ze niet dezelfde evenwaardige nutritionele samenstelling als soja, toch blijven eiwitgewassen zoals erwten en veldbonen interessante alternatieven. “Bij de eiwithoudende gewassen staan vandaag in Noord-Europa veldbonen aan kop. Maar daar is nog marge om een groter marktaandeel in te nemen door bijvoorbeeld betere genetica te introduceren”, aldus Ballekens.“Veldbonen doen het goed in onze regio”, beaamt Muylle. “In Vlaanderen is dit het grootste areaal van peulvruchten, al of niet geteeld in mengsel met een graangewas. Toch is dit nog steeds een nicheteelt. Hier gelden enkele dezelfde problemen als bij soja: er is een beperkte teeltkennis, maar ook een beperkt rassenaanbod.&quot; In tegenstelling tot soja is de afzet van gele erwten voor Belgische boeren alvast geen probleem. Arvesta opende begin dit jaar een nieuwe eiwitfabriek die het gewas verwerkt. Tegen 2030 moet de fabriek 12.000 ton gele erwten lokaal weten te sourcen. “We zijn hoopvol dat dit zal lukken. Voorlopig wordt de meerderheid van de erwten geleverd door Franse boeren uit de buurt”, aldus Arvesta.Naast klassieke eiwitgewassen zijn ook koolzaad en zonnebloem interessante teelten: bij het persen ontstaat niet alleen olie, maar ook eiwitrijk schroot dat goed inzetbaar is in veevoeder. “Beiden worden in de EU al in grote mate al geproduceerd. In Vlaanderen wordt koolzaad in zeer beperkte mate geteeld. Dit kent al twintig jaar een stabiel areaal, met een revival in 2008 door de vraag naar biodiesel. In 2012 viel dit echter terug”, aldus Ballekens. Koolzaad is geen evidente teelt door het wisselvallig klimaat. En net zoals soja heeft het ook last van duivenschade en zijn er minder afzetmogelijkheden. Rising star: de zonnebloemZonnebloemen is geen gekende teelt in onze regio. De huidige rassen vragen een lang groeiseizoen, wat vooral geschikt is voor het warmere zuiden met een ruimer zaaien-oogstenvenster. “Maar in Zuid-Europa is de zonnebloem momenteel de rijzende ster”, duidt de koepelorganisatie van Europese veevoerbedrijven (FEFAC). “Verwerkers hebben een manier gevonden om de eiwitconcentratie en verteerbaarheid te verhogen. Hierdoor is het ook geschikt voor pluimvee, dat vezelrijk voer moeilijker verteert. Het is bovendien een fantastisch zomergewas. Om grote arealen zonnebloemen te spotten moet je naar Hongarije, Bulgarije en Roemenië reizen.”Toch is er hier in Vlaanderen ook al enige animo rond de gele reuzebloem doordat het in enkele faunamengels zit. “Dit heeft de interesse van sommige boeren al gewekt. Intussen hebben enkele boeren al eens geëxperimenteerd met rassen uit het buitenland”, aldus Muylle.Investeren of overlaten aan andere EU-landenToch rijst de vraag of Vlaamse boeren niet beter blijft inzetten op gewassen waarin ze reeds uitblinken, in plaats van te investeren in teelten waar andere landen al verder in staan. “Puur economisch zou er geargumenteerd kunnen worden om die teelten links te laten liggen. Maar er mag niet voorbij gegaan worden aan het feit dat deze gewassen ook broodnodig zijn als we onze gronden vruchtbaar willen blijven houden”, duidt Muylle. “In Vlaanderen wordt het overgrote deel van de akkers ingenomen door slechts drie gewassen. Dat onderstreept de nood aan gewasdiversificatie. Bovendien fixeren deze teelten ook veel stikstof. Ze zijn dus ook cruciaal als we de doelstellingen van Europa willen halen.” Het moet haalbaar zijn om de huidige verhouding 70%-import- 30%-eigen eiwitten om te keren Kan de EU zich losmaken van soja uit derde landen?Volledige zelfvoorziening binnen dit decennium is weinig realistisch, al is het volgens Laga geen compleet luchtkasteel voor de verre toekomst. “We importeren gemiddeld 34 miljoen ton import soja. Als we zouden produceren aan drie ton per hectare, dan hebben we 11,3 miljoen hectare land nodig. Volgens Eurostat is er 157 miljoen hectare landbouwareaal. Op dit moment is reeds één procent van het areaal in soja, we zouden aan 8-9 procent moeten geraken om volledig onafhankelijk te zijn”, becijfert Laga. “In andere werelddelen bestaat zo’n 5,5 procent van het areaal uit peulgewassen. Bij ons is er dus zeker nog groeimarge. Zelfs als we al het 5,5%-niveau benaderen, zou dat al een grote stap richting meer eiwitautonomie betekenen. De huidige verhouding omkeren van 70 procent import- 30 procent eigen eiwitten, moet hierbij ook haalbaar zijn.” Het is moeilijk om succesvol te pionieren op een figuurlijk eilandje waar nergens soja in de omgeving is Push naar het noordenBovendien zou klimaatverandering weleens extra wind in de zeilen kunnen blazen voor sojaboeren in Noord-Europa. “Het areaal van het zuiden schuift stelselmatig op naar het noorden”, geeft Laga mee. “In de Zuid-Europese landen begint men moeilijkheden te ondervinden met irrigatie. Italië bijvoorbeeld teelt al lang soja. Maar nu telen ze ook al in Oostenrijk, en van daaruit komt het ook Zuid-Duitsland binnen. Ook is er een duidelijk shift vanuit Roemenië naar Hongarije, dat nu ook Polen bereikte. Dat brengt heel wat voordelen met zich mee: naarmate het areaal opschuift, volgt ook de waardeketen en de agronomische kennis. Dit maakt het voor boeren iets gemakkelijker om de teelt succesvol op te starten, dan te pionieren op een figuurlijk eilandje waar nergens soja in de omgeving is.”Laga wijst erop dat het hierdoor in het verleden soms fout liep. Onder meer het gebrek aan kennis heeft bij sommige pioniers tot slechte ervaringen geleid, waardoor vandaag nog het idee leeft dat sojateelt hier niet haalbaar is. “Overal waar maïs kan groeien, kan ook soja groeien mits aangepaste rassen, het juiste inoculum (bodembacteriën) en goede kennis. Kijk naar Polen, daar kende de teelt een onwaarschijnlijk snelle expansie. In vijf jaar tijd is het areaal bijna vertienvoudigd. Als de teelt daar goed kan groeien, dan kan het zeker ook in Vlaanderen”, aldus Laga.“We staan klaar voor de toekomst”Voor Muylle is de toekomst duidelijk. Gewasdiversificatie dringt zich op, en eiwit- en oliehoudende gewassen zouden deze marktopportuniteiten kunnen vullen in Vlaanderen. Bovendien dient zich een geopolitiek momentum aan, zijn er steeds meer investeringen, meer aangepaste rassen, en komt ook de agronomische kennis, en waardeketen geleidelijk aan onze richting uit. Mogen we binnenkort dan ook een vertienvoudiging verwachten van eiwitareaal? “Dat blijft toch steeds koffiedikkijken”, klinkt het in koor bij Protealis, Seed@Bel en ILVO. Alle drie zijn ze alvast wel overtuigd van een positieve evolutie. “De kwetsbaarheid blijft een dreiging, de mate van intensiteit zal steeds schommelen, maar samen met het duurzaamheidsaspect blijven dit de twee grootste stimulansen om de transitie kracht bij te zetten”, geeft Protealis mee.“We moeten die transitie gewoon maken”, klinkt het bij Ballekens. “Ik zit al 35 jaar in de branche en al 35 jaar spreken we over het feit dat we meer eiwitten moeten produceren in Europa. Nu is het moment om eraan te beginnen, startende met een aangepast GLB. Want in de eerste jaren zullen de landbouwers ondersteuning nodig hebben. België lijkt alvast klaar te zijn voor de toekomst op eiwitvlak, gewapend met goede veredelingsbedrijven, productieve boeren en kansen voor afzetfabrieken.”</content>
            
            <updated>2025-04-28T15:53:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Na een moeilijk jaar ziet sector van landbouwmechanisatie opnieuw licht: “De veerkracht is groot”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/na-een-moeilijk-jaar-ziet-landbouwmechanisatiesector-opnieuw-licht-de-veerkracht-is-groot" />
            <id>https://vilt.be/57271</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na een moeizaam 2024 is de Belgische land- en tuinbouwmachinebouw voorzichtig optimistisch over het lopende jaar. Dat blijkt uit een rondvraag van Agoria, de Belgische technologiefederatie die zo’n vijfentwintig leden telt die actief zijn in de sector. “De voorbije periode was zwaar, maar we voelen dat de sector aan een remonte bezig is”, zegt Claude Lesage, kersvers voorzitter van de werkgroep land- en tuinbouwmechanisatie binnen Agoria in een interview met VILT.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tractor" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="technologie" />
                        <category term="precisielandbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a7b28ed9-745a-4378-ae94-d087f4f35606/full_width_tractor2.jpg</image>
                                        <content>Claude Lesage, algemeen directeur van vlasmachinebouwer Depoortere uit Beveren-Leie, werd begin april benoemd tot nieuwe voorzitter van bedrijvengroep ‘Land- en tuinbouwmachines en installaties voor de veeteelt’ bij de Belgische technologiefederatie Agoria. Hij volgt daarmee Stefan Top op, CEO van AVR en sinds kort ook voorzitter van CEMA, de Europese koepelorganisatie van fabrikanten van landbouwmachines.De sector van de fabrikanten van materieel voor de landbouw, groenvoorzieningen en tuinen en veeteelt telt een vijftigtal bedrijven in België die samen een omzet van 2,6 miljard euro genereren en goed zijn voor bijna 6.000 arbeidsplaatsen. “Dat gaat van multinationals tot kmo’s, vaak familiale bedrijven met een diepe verankering in de regio”, zegt Lesage. “Het gaat om constructeurs van grondbewerkingsmachines, oogstmachines, materiaal voor veehouderij, en zelfs voertuigen voor openbaar groenbeheer. Claude Lesage (39) trad na zijn studies economie en rechten in dienst bij Katoen Natie als Country Manager Mexico. In 2019 maakt hij de overstap naar Depoortere. Het bedrijf is intussen verder gegroeid en verdubbelde het personeelsbestand naar ruim 120 mensen. Zijn familie was generaties lang actief in de vlassector totdat zijn grootvader André in de jaren zeventig een&amp;nbsp;champignonkwekerij startte. Dat bedrijf wordt inmiddels geleid door Claudes broer Michel met zijn echtgenote Emely. Zelf keerde Claude terug naar de familiale vlasroots. Na zeer succesvolle jaren in 2021-2022 kreeg de sector in 2023 en vooral 2024 te maken met een sterke terugval.&amp;nbsp;“Er waren hoge rentevoeten, de prijs van landbouwproducten was niet goed en er heerste geopolitieke onzekerheid. Dat resulteerde in een terughoudende investeringsbereidheid bij landbouwers. Daarnaast hadden dealers tijdens corona grote voorraden opgebouwd.”Ondertussen ziet de sector weer licht aan het einde van de tunnel. Uit een enquête door Agoria onder zijn leden blijkt dat drie op de vier bedrijven verwacht dat de vraag dit jaar aantrekt. “Dat zal het verlies van vorig jaar niet volledig goedmaken, maar we mikken op een omzetstijging tot 2,7 miljard euro.” Waarom is de sector zo groot in Vlaanderen?Claude Lesage: “De nabijheid van klanten, in combinatie met een sterke landbouwtraditie, heeft geleid tot technologische specialisatie. Onze sector is ontstaan uit concrete noden op het veld. Depoortere (producent van oogstmachines en zwingelinstallaties voor natuurlijke vezels zoals vlas, red.) is hier exemplarisch voor. De oprichter Richard Depoortere werkte 100 jaar geleden bij een metaalbedrijf en kreeg de vraag van plaatselijke vlassers naar technologische oplossingen voor hun problemen. Vanuit deze vraag is de specialisatie van Depoortere opgezet en zijn we uitgegroeid tot marktleider.”“Daarnaast is er in de loop der decennia een sterk ecosysteem rond landbouwmechanisatie tot stand gekomen in België.&amp;nbsp; Enerzijds zijn er de nodige (kennis)instellingen zoals Agoria, Sirris, ILVO, Flanders Make en ook VLAIO. Anderzijds is er veel kruisbestuiving tussen de bedrijven onderling. CNH Industrial Belgium is op dat gebied zeer belangrijk. Het is veruit de grootste constructeur in ons land en bundelt veel kennis dat ook andere bedrijven in de sector ten goede komt.”Hoe heeft de sector zich de voorbije jaren ontwikkeld?Lesage: “In 2021-2022 was er sprake van en spectaculaire groei op het gebied van omzet en tewerkstelling. De tewerkstelling schommelde in de jaren ervoor steeds rond de 5.500 mensen, maar piekte in 2022 op 6.446 mensen. In 2023 en 2024 trad een verval op waarna er dit jaar dus sprake lijkt van een licht herstel. Anno 2025 ligt de tewerkstelling nog steeds hoger dan zo’n tien jaar geleden.”Wat is er verbeterd ten opzichte van vorig jaar?Lesage: “De rentes zijn wat gezakt. Hoewel ze nog steeds op een hoog niveau liggen, is het wel iets goedkoper geworden om te investeren. Daarnaast zijn ook de tijdens corona opgebouwde stocks bij dealers verminderd waardoor die weer bestellingen plaatsen. Een ander element is het positieve sentiment in de landbouw. Niet alleen Vlaamse landbouwers kijken positief naar de toekomst, de conjunctuurbarometer van CEMA toont aan dat dit ook voor de Europese landbouwers geldt.”Geldt dat voor alle sectoren?Lesage: “Ik spreek in algemene zin. Tussen de sectoren onderling bestaan er veel verschillen. Zo zagen de constructeurs van aardappeloogstmachines de voorbije jaren juist veel vraag omdat de aardappelprijzen jarenlang op een hoog niveau lagen. Ook Depoortere heeft een goede periode achter de rug. Het vlas-areaal in Noordwest Europa is verdubbeld in de voorbije 15 jaar (van 100.000 naar 200.000 ha) en dit heeft de vraag naar machines voor de vlasteelt gestuwd. De situatie in de graanmarkten blijft uitdagend gezien de evolutie van de graanprijs.&quot;En hoe zit het met de voortdurende geopolitieke spanningen? Recent is daar de handelsoorlog van Trump bijgekomen. &amp;nbsp;Lesage: “Onzekerheid en handelsoorlogen zijn natuurlijk nooit goed voor de handel en verkoop bij onze bedrijven. Meer dan 70 procent van de omzet wordt gerealiseerd op buitenlandse markten. In 2024 exporteerde de Belgische producenten van land- en tuinbouwmechanisatie en veeteelt voor 1,944 miljard euro, waarvan 32 procent naar de buurlanden (Frankrijk, Duitsland, Nederland en Luxemburg) en 13 procent naar de Verenigde Staten.”“Hiermee is Amerika een belangrijk afzetland voor onze bedrijven (voor de één meer dan voor de ander, red.) en houden we ons hart vast. Maar tot op heden zijn de plannen van Trump nog niet uitgekristalliseerd en leven we deels in het ongewisse. Daarbij hebben we er alle vertrouwen in dat de Europese Commissie passende tegenmaatregelen gaat treffen en dat er nieuwe kansen ontstaan op andere markten, zoals Azië en Latijns-Amerika. Daarnaast liggen er ook nog volop kansen op onze Europese markt.” We moeten alles op alles zetten om ons ecosysteem rond landbouwmechanisatie met een sterkte internationale reputatie intact te houden Hoe zien deze groeikansen er in Europa uit?Lesage: “De groeikansen bestaan onder andere uit de (versnelde) vervanging van het machinepark in de land- en tuinbouw. Neem bijvoorbeeld de machines voor de vlassector. Onze machines hebben een levensduur van twintig tot dertig jaar, maar door snelle technologische vooruitgang kan het interessant zijn voor onze klanten om eerder te investeren in een nieuwe machine. Aan ons de taak om onze afnemers te overtuigen van de technologische vooruitgang met de nieuwe generatie machines.”Kunt u wat vertellen over de technologische innovaties op het moment?Lesage: “Landbouwbedrijven worden enerzijds steeds groter een professioneler, anderzijds hebben we te maken met de uitdagingen van het klimaat. Dat laatste betekent dat we in kortere tijd steeds meer moeten kunnen. Onze technologische innovaties zijn daarom gericht op het verminderen van de downtime (uitval, red.) van de machines en het ondersteunen van de chauffeurs. Daarbij speelt ook datacaptatie een belangrijke rol. Datacaptatie en connectiviteit stellen ons in staat technische problemen met de machine te voorzien en snel stappen te ondernemen.”“Verder hebben wij bij Depoortere ook een aantal praktische verbeteringen gerealiseerd. Zo is de snelheid van onze machines, waarmee ze zich op de openbare weg bewegen, vergroot van 25 tot 40 kilometer per uur. Dat heeft een behoorlijke impact als klanten grote afstanden tussen percelen moeten overbruggen. Ook hebben we veel geïnvesteerd in het comfort en veiligheid van de machines. Dat biedt voordelen in de zoektocht naar gekwalificeerd personeel, wat toch een uitdaging is voor onze klanten.”En hoe staat het met innovaties op het gebied van duurzaamheid?Lesage: “Op het gebied van duurzaamheid lopen we voorop, mede door de strenge Europese wetgeving. Zaken als precisielandbouw, artificiële intelligentie en robotisering zijn zaken die in opkomst zijn. Ook hier spelen datacaptatie en digitalisering een belangrijke rol. Mede hierdoor kunnen wij hopelijk de administratieve lasten bij de landbouwers verlichten.&quot;Hoe zit het met elektrificatie?Lesage: “Wij geloven niet dat 100 procent elektrificatie van landbouwmachines er komt op korte termijn. Landbouwmachines hebben een hoog vermogen waardoor elektrificatie moeilijk is. Dan denk ik dat waterstof op termijn meer potentieel biedt. Wel zien we al elektrificatie van kleinere tractoren en landbouwvoertuigen. Misschien dat we in sommige sectoren, bijvoorbeeld in onkruidbestrijding waarbij de nood aan precisie hoog is, op termijn kleinere, zelfrijdende machines (robots) of drones ontwikkelen die elektrisch aangedreven zijn.”Wat zijn de uitdagingen van de sector op het moment?Lesage: “Eén van de uitdagingen is de digitalisatie en de meerwaarde daarvan tot in de bedrijfsvoering van de landbouwers te brengen. Vergelijk het met een GSM. Een GSM heeft misschien wel 1.000 functies, maar de meeste consumenten gebruiken er maar enkele van. Een groot potentieel blijft hierdoor onbenut. Veel aandacht zal moeten gaan naar de introductie van deze innovaties door training en automatisatie voor de operator.&quot;&amp;nbsp;“Een andere uitdaging is het behoud van onze concurrentiepositie, vooral ten opzichte van onze buurlanden. Vooral op het gebied van loonkosten hebben we in België een grotere stijging van de loonkosten gezien dan in onze buurlanden.”“Verder moeten we alles op alles zetten om ons ecosysteem rond landbouwmechanisatie met een sterkte internationale reputatie intact te houden. Bedrijven als CNH Industrial Belgium en ook kennisinstellingen zoals Sirris en Flanders Make moeten gekoesterd worden. Daarnaast mogen we ons als sector wel wat beter presenteren om zo technologische personeel aan ons te winnen.”Wat is de rol van technologiefederatie Agoria daarbij?Lesage: “Agoria behartigt de belangen van de constructeurs op politieke, economische en sociale beleidsniveaus. We treden bijvoorbeeld op als gesprekspartner voor de Europese Unie bij de invoering van nieuwe regelgeving.”“Daarnaast zijn kruisbestuiving met andere sectoren en kennisuitwisseling tussen de bedrijven onderling aandachtspunten binnen Agoria. Onze werkgroep ‘Land- en tuinbouwmachines en installaties voor de veeteelt’ komt zo’n vijf keer per jaar bij elkaar.”</content>
            
            <updated>2025-04-29T20:38:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[West-Vlaanderen zet eigen meetcampagne op in varkensstal]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/west-vlaanderen-zet-eigen-meetcampagne-op-in-varkensstal" />
            <id>https://vilt.be/57272</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De provincie West-Vlaanderen heeft een gespecialiseerde meetinstallatie geplaatst in één van haar vele varkensbedrijven. Daarmee is ze de eerste Vlaamse provincie die zelf een meetcampagne rond stikstofuitstoot opzet. “Meten is weten. Enkel via nauwkeurige metingen kunnen we innovatieve technieken valideren en de sector begeleiden naar toekomstgerichte stikstofreductie”, aldus gedeputeerde Bart Naeyaert, bevoegd voor landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="West-Vlaanderen" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/890ef365-851f-4c8d-b91c-53ee6bea9495/full_width_varkens-europeanunion2013jozefjakubco.jpg</image>
                                        <content>West-Vlaanderen trapt als eerste Vlaamse provincie een meetcampagne af rond stikstofuitstoot in de varkenshouderij. De provincie werkt hiervoor samen met Inagro en het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO).De meetapparatuur werd geïnstalleerd in verschillende varkenscompartimenten van eenzelfde bedrijf. De opstelling bestaat uit drie onderdelen: een systeem dat ammoniak in de lucht meet, sensoren die het gedrag van de dieren opvolgen, en mobiele, uiterst gevoelige sensoren voor nauwkeurige meetwaarden. Samen vormen ze een geïntegreerd meetsysteem dat 17 maanden lang continu gegevens verzamelt. Inagro en techniekenbouwer Agro Heugebaert volgen de metingen op en beheren de installatie samen met de betrokken landbouwers. “Deze metingen zijn uniek in Vlaanderen. Ze moeten helpen begrijpen hoe en wanneer ammoniakemissies ontstaan, hoe ze evolueren en hoe ze beïnvloed worden door dierenwelzijn en staltechnieken”, aldus Naeyaert. “Als landbouwprovincie nemen wij onze verantwoordelijkheid. De meetcampagne is een belangrijke stap naar het ontwikkelen en valideren van nieuwe oplossingen binnen het Vlaams stikstofbeleid (PAS).”De campagne maakt deel uit van het provinciaal stikstofactieplan. Eerder dit jaar lanceerde de provincie al een nieuw subsidieprogramma ‘PAS-klare innovaties’, gericht op het stimuleren van oplossingen om stikstofuitstoot in de landbouwsector te verminderen. Met subsidies tot 100.000 euro per project wil de provincie bedrijven, landbouwers en onderzoeksinstellingen ondersteunen bij de ontwikkeling van technologieën, producten en managementtechnieken die bijdragen aan de stikstofreductie.</content>
            
            <updated>2025-04-28T14:41:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Maïsexperiment in ISS: Belgische astronaut test groei in gewichtloosheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/maisexperiment-in-iss-belgische-astronaut-test-groei-in-gewichtloosheid" />
            <id>https://vilt.be/57273</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische astronaut Raphaël Liégeois zal tijdens zijn ruimtemissie in 2026 onderzoek uitvoeren naar de groei van maïs in gewichtloosheid. Dit maakt deel uit van drie nationale experimenten die Belspo (het Belgisch Wetenschapsbeleid) heeft geselecteerd voor zijn verblijf in het Internationaal Ruimtestation (ISS).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="maïs" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/afc8a86d-798d-444d-af6f-535485260470/full_width_iss.jpg</image>
                                        <content>Het project ASTROMY, dat geleid wordt door VIB en UGent, onderzoekt hoe de afwezigheid van zwaartekracht de genetische processen in maïs beïnvloedt. Door te analyseren hoe de cellen in het bovengrondse deel van de plant zich ontwikkelen, willen de wetenschappers meer leren over de mogelijkheden om planten te laten groeien onder extreme omstandigheden – kennis die zowel in de ruimte als op aarde nuttig is. &quot;Dit onderzoek kan bijdragen aan het ontwikkelen van gewassen die beter bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering&quot;, klinkt het bij de onderzoeksgroep.Naast ASTROMY werden ook nog twee andere Belgische experimenten geselecteerd. BeBlob (Université de Namur) onderzoekt hoe een slijmzwam extreme omstandigheden zoals uitdroging en straling overleeft, en OSCAR-BLINQ (UHasselt, BIRA-IASB, UCLouvain) ontwikkelt kwantumsensoren om chemische reacties in microzwaartekracht te meten. Dit onderzoek kan bijdragen aan het ontwikkelen van gewassen die beter bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering Liégeois zal tijdens zijn missie ongeveer twintig Europese experimenten uitvoeren, met extra aandacht voor deze drie Belgische bijdragen. Het is vijftien jaar geleden dat België nog een astronaut naar het ISS stuurde, na Frank De Winne in 2009.België ziet ruimtevaart als een strategische sector die innovatie stimuleert, ook in domeinen zoals landbouw en voedselproductie. &quot;Het ISS is het enige laboratorium waar gewichtloosheid langdurig aanwezig is. Daardoor kunnen wetenschappers er unieke inzichten verwerven die onmogelijk op aarde te verkrijgen zijn&quot;, aldus Liégeois.</content>
            
            <updated>2025-04-28T15:38:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boeren boos over natuurplannen in Turnhouts Vennengebied: "Landbouw op slot, natuurontwikkeling wél toegestaan"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boeren-turnhouts-vennengebied-landbouw-op-slot-maar-natuurpunt-mag-wel-natuur-ontwikkelen" />
            <id>https://vilt.be/57274</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers in het Turnhouts Vennengebied zijn verontwaardigd over de nieuwe natuurplannen van Natuurpunt in Kijkverdriet, een landbouwgebied nabij Ravels. Natuurpunt diende een natuurbeheerplan type 4 (natuurreservaat) in voor 148,51 hectare, grotendeels gelegen in landbouwgebied. “De landbouw zit hier volledig op slot, maar natuurorganisaties krijgen wél de ruimte om hun plannen uit te rollen. Dit verhoogt opnieuw de druk op onze sector. Dit was niet zo afgesproken met de intendant”, klonk het verontwaardigd tijdens een informatiesessie in Ravels.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e3452aae-7b94-4512-980a-43d067a4bc3f/full_width_informatiesessie-natuurbeheerplan-kijkverdriete.jpg</image>
                                        <content>Een zestigtal boeren en grondeigenaars verzamelde zich eind vorige week op uitnodiging van Boerenbond in Ravels voor een toelichting over het natuurbeheerplan van Natuurpunt. “Het gaat om een verlenging van een bestaand natuurbeheerplan, maar de details zijn ons niet duidelijk gemaakt”, vertelt Iris Janssens van Boerenbond.In een natuurbeheerplan wordt vastgelegd welke natuurdoelen de beheerder nastreeft op zijn eigen percelen en welke bredere visie men heeft voor het omliggende gebied (het &#039;globale kader&#039;). Het huidige plan betreft een type 4-beheerplan, de zwaarste categorie, waarbij gebieden de status van natuurreservaat krijgen. Concreet gaat het om 148,51 hectare waarvan ongeveer 19 hectare ‘deelnemende percelen’ — gronden die eigendom zijn van Natuurpunt — waarop men onder meer “vochtige heischrale graslanden” (8 hectare) wil ontwikkelen.Geen instemming, zorgen om extra regeldrukNaast de deelnemende percelen is er dus ook omringend land ingekaderd in het globale kader, wat volgens Janssens zonder inspraak of consultatie van de betrokken landbouwers is vastgelegd. Ze hekelt ook de willekeur in de afbakening: “Wie bepaalt waarom dit gebied zo groot moet zijn?”Hoewel een globale kaderstelling juridisch op zich geen gevolgen heeft, zijn Boerenbond en de aanwezige boeren bezorgd. “Dit kan een voorafname betekenen op toekomstige ruimtelijke processen en extra regeldruk veroorzaken”, aldus Janssens.Ze vervolgt: “De afbakening van het globale kader is een duidelijk signaal vanuit Natuurpunt dat ze de intentie hebben om deze gronden op langere termijn aan te kopen en het natuurgebied op die manier uit te breiden. Dit vinden wij onaanvaardbaar gezien dit zeer belangrijk en relevant landbouwgebruik in agrarisch gebied betreft. Dit alles speelt zich af binnen de moeilijke context van het Turnhouts Vennengebied.” Tijdens de informatiesessie werden de plannen van Natuurpunt toegelicht en de aanwezigen gewezen op de mogelijkheid bezwaar aan te tekenen. De consultatieperiode loopt tot 10 mei. Boerenbond bereidt een bezwaarschrift voor, net als de gemeente Ravels. “Deze plannen zetten onze landbouwsector nóg verder onder druk”, aldus Kaat Pelkmans (cd&amp;amp;v), schepen van Landbouw. Ravels organiseert op 30 april een bijkomende consultatieronde om betrokkenen te ondersteunen bij het indienen van een bezwaar.Boeren maken zich zorgen over impactEen van de getroffen landbouwers is melkveehouder Olivier Smets uit Ravels. Hij heeft 24 hectare landbouwgrond in het globale kader. “Krijgen we straks bemestingsbeperkingen opgelegd? Worden er regels opgelegd voor beregening? De onzekerheid is groot,” aldus Smets. Extra onzekerheid in Turnhouts VennengebiedDe zorgen komen bovenop de onzekerheid die al heerst door de stikstofmaatregelen in het Turnhouts Vennengebied. Sinds de bekendmaking van de Vlaamse stikstofplannen in 2021 — waarbij dit gebied als enige onder een ‘stolp’ werd geplaatst — is de situatie gespannen. “Ik ben er echt ziek van geweest”, getuigt Smets.Hoewel de stikstofplannen sindsdien werden bijgestuurd, is de &#039;stolp&#039; nog steeds niet verdwenen. De Vlaamse overheid stelde Piet Vanthemsche aan als intendant om het proces in goede banen te leiden, maar sinds zijn ontslag in juni vorig jaar is er nog geen opvolger gevonden.“We weten totaal niet waar we aan toe zijn”, zegt Jos Bols, bestuurslid van de Stuurgroep Turnhouts Vennengebied, die samen met Leo Beyens de belangen van de boeren behartigt. Tijdens de sessie in Ravels ondersteunden zij Boerenbond-medewerker Iris Janssens. Afspraken met intendantOok de Stuurgroep Turnhouts Vennengebied stelde een uitgebreid bezwaarschrift op tegen de natuurbeheerplannen in Kijkverdriet. “De landbouw zit volledig op slot in ons gebied en boeren kunnen zich niet ontwikkelen. En nu mogen natuurorganisaties wel plannen ontwikkelen waardoor de landbouw nog meer onder druk komt te staan”, aldus een verbolgen Bols. Hij wijst daarbij op vermeende afspraken met de intendant van het Turnhouts Vennengebied. “Met de intendant en betrokken actoren was afgesproken dat er in het gebied geen eenzijdige natuurdoelen zouden worden gerealiseerd voordat de allocatie van de habitatgebieden&amp;nbsp;een feit is”, vertelt hij.&amp;nbsp;Impact grondprijsNaast meer druk op de landbouw vrezen de boeren in de regio dat de grond in het globale kader ook in waarde daalt. “Alleen al het risico dat er op termijn bemestingsbeperkingen zouden gelden, vermindert de waarde”, aldus Smets die erop wijst dat de gronden in Kijkverdriet een belangrijke rol in zijn bedrijfsvoering spelen. “Hierop telen we het ruwvoer voor de runderen.”Boerenbond en Stuurgroep Turnhouts Vennengebied wijzen verder op de oneerlijke concurrentiepositie van beheerders als het gaat om de aankoop van landbouwgrond. “Het systeem van aankoopsubsidies binnen natuurbeheerplannen type 4 zorgt voor een toenemende druk op de grondenmarkt”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-04-29T06:06:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[PAS-referentietool eindelijk beschikbaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pas-referentietool-eindelijk-beschikbaar" />
            <id>https://vilt.be/57275</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De tool waarmee landbouwers hun PAS-referentie 2030 kunnen berekenen, staat online. De PAS-referentie 2030 bepaalt voor landbouwers hoe zij het stikstofdecreet op bedrijfsniveau moeten uitvoeren. De lancering liet op zich wachten, maar landbouwers kunnen met de tool nu eindelijk hun emissieplafond berekenen en inschatten welke aanpassingen nodig zijn. Vanaf nu kan ook een afwijkende berekeningsmethode van de referentiesituatie 2021 aangevraagd worden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/404e0321-bef4-4db0-bcda-c4cacf21bf6d/full_width_vleeskip-pluimvee-kip.jpg</image>
                                        <content>De PAS-referentie 2030 is een bedrijfsuniek emissieplafond voor elke varkens-, pluimvee- of rundveehouder die mee bepaalt welke stappen de landbouwer moet ondernemen om na 31 december 2030 een vergunning te verkrijgen. Naargelang de bedrijfssituatie zullen deze veehouders grote stikstofreducties moeten doorvoeren om onder hun emissieplafond te geraken tegen 2030.Tot nu toe moesten landbouwers, vaak samen met een landbouwadviesbureau, op eigen houtje hun PAS-referentie 2030 berekenen. Daarbij doken echter heel wat knelpunten op, waardoor sommige veehouders hun berekening niet konden afronden. Dat was één van de redenen waarom de online tool op zich liet wachten. Incomplete berekenwijze door aftoppingAls basis voor de berekening van de PAS-referentie 2030 wordt de gemiddelde veebezetting van het productiejaar 2021 gebruikt. Deze dierenaantallen worden vermenigvuldigd met de ammoniakemissiefactor die hoort bij het gebruikte stalsysteem, gecorrigeerd met een mogelijks leegstandspercentage. Tot slot worden de generieke reductiedoelstellingen per sector in rekening gebracht.Als de berekende PAS-referentie 2030 hoger uitkomt dan wat in de bestaande vergunningen toegestaan is, door een uitzonderlijke situatie in 2021, wordt de PAS-referentie afgetopt. Op deze manier wordt vermeden dat de landbouwer meer stikstofruimte en dierenaantallen krijgt dan waar hij recht zou op hebben. De werkwijze waarop deze aftopping zal gebeuren, blijft daarbij op zich wachten. Een ministerieel uitvoeringsbesluit zal hierin uiteindelijk duidelijkheid moeten brengen. &quot;Deze komt er binnenkort aan&quot;, duidt de woordvoerder van Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v). &quot;We verwerken momenteel het advies van de Raad van State. De aftopping is nog niet in de tool verwerkt, maar wordt toegevoegd zodra het uitvoeringsbesluit klaar is. Dat zal wellicht volgende week zijn.&quot;Nieuwe vaart voor landbouwdossiers?De tool kwam dinsdagmiddag online op de site waar ook de impactscore berekend kan worden. Met de publicatie van de PAS-referentietool hebben vergunningverlenende instanties een extra referentie om vergunningen te beoordelen, wat een doorstart voor sommige landbouwdossiers zal betekenen. Loket afwijkende PAS-referentiesituatie geopendGelijktijdig met de PAS-referentietool werd ook het online loket beschikbaar gesteld waar veehouders een afwijkende berekeningsmethode voor hun referentiesituatie 2021 kunnen aanvragen. “Het loket van de Commissie Afwijkende PAS-referentiesituatie (CAPAS) zal operationeel zijn tot en met 30 september 2026, tot dan kunnen veehouders hun aanvragen indienen”, aldus het departement Omgeving.Op dinsdag 13 mei organiseert het departement een online infosessie met een demonstratie van de PAS-referentietool en het loket waar CAPAS-aanvragen ingediend kunnen worden.</content>
            
            <updated>2025-04-29T09:22:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederland stelt stikstofdeadline uit naar 2035, drastische koerswijziging in beleid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederland-stelt-stikstofdeadline-uit-naar-2035-drastische-koerswijziging-in-beleid" />
            <id>https://vilt.be/57276</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nederlands landbouwminister Femke Wiersma (BBB) en staatssecretaris Jean Rummenie (BBB) kondigen aan dat de reductie van de stikstofuitstoot verschuift van 2030 naar 2035. De kritische depositiewaarde (KDW) wil BBB nog voor de zomer schrappen. Bovendien komt er een rekenkundige ondergrens van 1 mol per hectare per jaar, wat gelijk staat aan 14 gram stikstof. Verder wil men het vergunningenstelsel volledig herzien en werken aan een nieuwe stikstofcalculator.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="emissie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eb71e6cb-add8-4288-bb76-a50e61dcac44/full_width_nederlandsevlagtractor.jpg</image>
                                        <content>Wiersma wil dat industrie, mobiliteit en bouw in 2035 de helft minder stikstof uitstoten dan in 2019. Voor de landbouw gaat het om 42 tot 46 procent minder emissie. Alles op vrijwillige basis. Gedwongen opkoop of onteigening, is volgens BBB uitgesloten. “Daarmee wordt gebroken met het oude beleid waarin landbouw onevenredig werd belast”, stelt BBB.&quot;Het slot gaat eraf&quot;“Het gaat in stappen, maar het slot op Nederland gaat er zo snel mogelijk af”, zegt BBB-fractievoorzitter Caroline van der Plas. Om te beginnen verdwijnt de kritische depositiewaarde of KDW uit de wet. Deze waarden zijn de ondergrens voor de hoeveelheid depositie een intact ecosysteem over langere tijd kan verdragen zonder significante schade. Deze waarden vormen mee de basis voor het Nederlands stikstofbeleid. Met de stikstofcalculator AERIUS wil BBB ook komaf maken, zodra er een alternatief gevonden is. Het einddoel is “een nieuw, realistischer vergunningensysteem, gebaseerd op feitelijke natuurdata en alle relevante drukfactoren”, aldus BBB.Dan is er nog de nieuwe rekenkundige ondergrens van 1 mol per hectare per jaar. De rekenkundige ondergrens is het niveau van stikstofdepositie waaronder modelberekeningen te onzeker worden om betrouwbare conclusies te trekken over de impact van een project op de natuur. BBB kondigt aan dat projecten die onder deze grens blijven, worden uitgezonderd van vergunningplicht. Bovendien werkt men aan een alternatief voor het AERIUS-rekenmodel, de stikstofcalculator waar Nederland sinds 2015 op vertrouwt voor zijn omgevingswetgeving. Geld voor een nieuw modelHet nieuwe stelsel moet volgens BBB perspectief bieden voor ondernemers die te maken kregen met juridische uitspraken over intern salderen of PAS-meldingen. Van der Plas: “De legalisering van PAS-melders heeft daarbij prioriteit. Dat is de glasheldere afspraak uit het hoofdlijnenakkoord.”Bovendien komt er vanaf 2026 jaarlijks 500 miljoen euro beschikbaar voor agrarisch natuurbeheer. Tot 2035 gaat het om circa 5 miljard euro. “Boeren worden zo actief onderdeel van de oplossing en niet langer gezien als probleem&quot;, stelt Van der Plas.Om de nieuwe maatregelen urgent uit te voeren, trekt het kabinet voor dit pakket 1,6 miljard euro uit en stelt het structureel 213 miljoen euro per jaar ter beschikking. Daarnaast investeert men 600 miljoen euro voor maatwerk rondom veengebied de Veluwe en De Peel. VeengebiedVolgens Nederlands Dagblad Het Parool zal het stikstofbeleid rond dit veengebied vele boeren treffen, en is ook de financiële kostprijs niet gering. In het ‘startpakket (van BBB zou immers staan dat er in de nabijheid van stikstofgevoelige natuurgebieden de Veluwe en De Peel zogeheten ‘bufferzones’ komen. De 1800 bedrijven in deze zones moeten heel wat minder gaan uitstoten, stoppen of verhuizen. Volgens Het Parool zou er om die boeren te compenseren zeker vier tot zeven miljard euro nodig zijn. “BBB heeft maar 600 miljoen euro voor boeren voor de komende twee jaar geclaimd en dat is te weinig”, stelt de krant. Wiersma benadrukt echter wel dat het eventuele vertrek van melkveebedrijven vrijwillig dient te gebeuren.De komende maanden wordt binnen het kabinet verder gesproken over de middelen die nodig zijn om alle plannen uit te voeren, stelt BBB. “Nederland moet zo snel mogelijk van het slot door te kiezen voor oplossingen die wérken. Realisme vervangt ideologie. Vertrouwen vervangt dwang”, aldus Van der Plas.KritiekMaar dat vertrouwen lijkt er niet bij iedereen te zijn. Nederlandse media voorspellen dat natuurorganisaties zullen procederen tegen deze hervorming. Premier Dick Schoof verwijst tijdens zijn wekelijkse persconferentie eveneens naar deze mogelijkheid, en weigert dus te beloven of het ‘stikstofslot’ er effectief in 2025 nog zal af gaan. “We zijn ook afhankelijk van wat rechters uiteindelijk besluiten als er geprocedeerd wordt”, stelt hij.Het kabinet van minister Wiersma heeft immers net de Greenpeace-zaak achter de kiezen, waar de Haagse rechtbank het kabinet in januari verplichtte de landelijke stikstofuitstoot voor eind 2030 te halveren ten opzichte van 2019, op straffe van een dwangsom van 10 miljoen euro. Het voorstel van Wiersma zal deze doelstelling met vijf jaar missen.Of het Nederlandse model bruikbare ideeën bevat voor de Vlaamse beleidsmakers, valt af te wachten. “We zullen dit initiatief bestuderen waar het ook tot inspiratie voor Vlaanderen kan dienen, er zijn al diverse plannen geweest in Nederland”, zegt woordvoerder Tom Demeyer van Vlaams Landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v). “Voor ons blijft het de ambitie om in de toekomst van een depositie- naar een emissiemodel te gaan.”</content>
            
            <updated>2025-04-28T21:02:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mengvoedersector is blij met “boerenjaar” voor Belgische veehouderij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mengvoedersector-is-blij-met-boerenjaar-voor-belgische-veehouderij" />
            <id>https://vilt.be/57277</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische diervoedersector heeft 6,7 miljoen ton voeder geproduceerd in 2024. “Dat is een stijging van 3,3 procent tegenover 2023”, vertelt Katrien D’hooghe, managing director van de Belgian Feed Association. Lagere grondstoffenprijzen die bovendien vrij stabiel bleven in combinatie met behoorlijk hoge tot zeer hoge prijzen voor vlees, eieren en zuivel, maakten van 2024 “een boerenjaar” voor de Belgische veehouderij, zo zei BFA op de jaarlijkse algemene vergadering.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                        <category term="voeder" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/05349e5a-9b72-4121-baec-664fce636924/full_width_katrien-dhooghe-rik-vandeputte-bfa.jpg</image>
                                        <content>Zwaardere varkens hebben meer voeder nodigNa drie opeenvolgende jaren van dalingen in de productie knoopte de Belgische veevoedersector in 2024 opnieuw aan met groei. Die stijging is vooral te danken aan de goede prestaties in de varkenshouderij na jaren van dalingen: met eenzelfde veestapel werd maar liefst vier procent meer varkensvoeder geproduceerd dan vorig jaar. “Door de goede prijzen werden varkens vaak zwaarder afgeleverd aan het slachthuis. En om meer kilo’s vlees te produceren, heb je ook meer kilo’s voeder nodig”, verklaart D’hooghe. Varkensvoeders vormen het gros van de veevoederproductie in België: waar in Europa varkens, kippen en rundvee meestal ongeveer een derde van de productie uitmaken, gaat het bij ons om 50 procent varkensvoeders.Pluimvee- en rundveevoeders kenden een meer bescheiden maar toch consistente groei van respectievelijk twee en één procent. De sterkste stijging kwam uit het segment diverse voeders, met een opvallende groei in petfood en paardenvoeders. De productie steeg er maar liefst met tien procent, maar die stijging weegt in de totale productie beperkt door omdat dit segment slechts een aandeel heeft van acht procent in de totale Belgische veevoederproductie. Dalende grondstoffenprijzen en stijgende consumentenprijzenMet een productie van 6,7 miljoen ton veevoeder realiseerden de Belgische veevoederbedrijven een gezamenlijke omzet van 6,3 miljard euro, een daling van drie procent in vergelijking met 2023. De omzetdaling is te verklaren door de dalende grondstoffenprijzen. “We hebben het afgelopen jaar heel stabiele grondstoffenprijzen gehad die bovendien op het laagste niveau lagen van de afgelopen vijf jaar”, aldus D’hooghe. Zij benadrukt dat de veevoedersector met een omzet van 6,3 miljard euro goed is voor acht procent van de totale omzet van de Belgische voedingsindustrie. “Dat is toch niet min”, klinkt het.Die lagere veevoederprijzen vallen samen met prijzen die voor zowat alle dierlijke producten hoog tot zeer hoog lagen. “De prijzen voor braadkippen, eieren en vleesvee zitten allemaal op een topniveau. De melkprijs hield in 2024 goed stand en ook de varkensprijzen beginnen weer aan de klim”, legt BFA-voorzitter Rik Vandeputte uit. Volgens hem is er sprake van een kantelpunt. “Goedkoop voedsel is geen vanzelfsprekendheid meer. Maar pas op, dat betekent niet dat voeding ‘duur’ is. Het is gewoon iets duurder geworden. En dat is terecht. Onze klanten worden eindelijk betaald voor hun werk”, benadrukt hij. Vandeputte stelt vast dat de sector herademt en dat landbouwers opnieuw veerkracht toont. Uitdagingen leiden tot consolidatie“Maar toch blijven er vele uitdagingen”, klinkt het, “niet alleen op Europees niveau, maar ook in eigen land.” Uitdagingen als handelsbeperkingen, administratieve verplichtingen en stikstofreductie zetten druk op de rentabiliteit van de veevoedersector. Dat leidt volgens BFA in toenemende mate tot consolidatie. Tussen 2023 en 2024 daalde het aantal leden van de sectorfederatie van 133 naar 129. In april 2025 telt BFA nog maar 125 leden.Het veevoederlandschap in België is, in tegenstelling tot onze buurlanden, nochtans vooral een kmo-landschap met familiebedrijven, maar die lijken het steeds moeilijker te krijgen. In 2024 produceerde twee procent van de leden 24 procent van het veevoeder. Acht procent van de grootste veevoederfabrikanten produceert ruim een derde van de totale Belgische productie. De kleinste 71 procent van de bedrijven, met een productie die onder de 50.000 ton ligt, is goed voor 16 procent van de productie.Morgen focussen we onder meer op de impact van importheffingen en milieueisen op de Belgische veevoedersector.</content>
            
            <updated>2025-04-28T20:58:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minder varkens en runderen, meer pluimveebeslagen in Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minder-varkensplaatsen-minder-rundvee-maar-meer-pluimvee-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/57278</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) ziet de varkensstapel in Vlaanderen verder afnemen. Uit het zopas gepubliceerde jaarverslag blijkt dat Vlaanderen in 2024 iets meer dan vier miljoen vleesvarkensplaatsen telt – een daling van 270.000 ten opzichte van vorig jaar. Ook het aantal runderen nam af, terwijl de pluimveesector in ons land juist lichtjes uitbreidde.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="schaap" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cdd4d42c-7e47-4848-8119-72f39bc36c8b/full_width_varkens-bio-stro-snuit.jpg</image>
                                        <content>Het aantal biggen in Vlaanderen daalde met circa 33.000 tot 1,77 miljoen. In 2024 telde Vlaanderen 393.782 fokvarkenplaatsen, 87.503 opfokplaatsen en 4.079.974 vleesvarkenplaatsen, tegenover respectievelijk 412.872, 89.201 en 4.348.031 in 2023. Die afname loopt gelijk met de daling van het aantal varkensbedrijven: in 2024 waren er 4.944 varkensbeslagen, 259 minder dan het jaar ervoor. “Een veehouder kan meerdere beslagen beheren”, verduidelijkt DGZ.DGZ-directeur Benedikt Sas wijst als oorzaak van de daling op de stoppersregeling en op veehouders die met pensioen gaan. Toch betekent het verminderde aantal varkensplaatsen niet automatisch dat de varkensstapel slinkt. “Door de gunstige marktomstandigheden maken bedrijven maximaal gebruik van hun capaciteit. Daardoor steeg het aantal slachtingen vorig jaar licht, ondanks het lagere aantal bedrijven”, horen we in de sector. Minder runderen en rundveebeslagenOok de rundveesector liet een daling optekenen. Het aantal beslagen zakte van 12.773 in 2023 naar 12.212 in 2024. Deze bedrijven – actief in vleesvee, melkvee of gemengde houderij – hadden samen een rundveestapel van 1.029.492 dieren, tegenover 1.070.587 een jaar eerder. &quot;Een daling van 3,84 procent, de grootste daling in 5 jaar&quot;, becommentarieert DGZ. Het aantal vleeskalverbeslagen daalde met 4 naar 244.Groei in de pluimveesectorIn tegenstelling tot de varkens- en rundveehouderij groeide de pluimveesector licht. In 2024 telde Vlaanderen 2.567 pluimveebeslagen met samen 54.798.253 kippen. Dat zijn iets meer beslagen dan in 2023 (2.550), maar net iets minder kippen (toen 55.080.457). Het aantal broeierijen daalde van 21 naar 20. Schapenstapel fors kleinerOpvallend is de daling van het aantal schapen. In 2023 telde Vlaanderen nog 123.363 schapen; in 2024 was dat aantal teruggelopen tot 101.922. Die krimp wordt mogelijk veroorzaakt door het blauwtongvirus, dat vooral in de schapenhouderij, en in mindere mate ook in de rundveehouderij, tot hoge sterfte leidde.Alertheid voor IBR en blauwtongIn zijn terugblik op 2024 noemt DGZ-voorzitter Pieter Obin het een “bewogen en innovatief” jaar. Begin 2024 werden rundveehouders opgeroepen waakzaam te blijven na de detectie van IBR-haarden. De rest van het jaar stond in het teken van verhoogde alertheid voor blauwtongvirus type 3 (BTV-3) en de opmars van EHDV vanuit Frankrijk. DGZ ondersteunde duizenden veehouders en dierenartsen via webinars, detectiepakketten en grootschalige enquêtes.Meer dan 7.400 autopsiesDGZ blijft sterk inzetten op monitoring, risicobeoordeling en preventie om diergezondheid en voedselveiligheid te waarborgen. De cijfers onderstrepen die rol: in 2024 voerde DGZ duizenden labo-analyses uit, onderzocht circa 3.400 abortusdossiers en verrichtte meer dan 7.400 autopsies. Daarnaast leverde DGZ ruim 12 miljoen oormerken, verzond duizenden verplaatsings- en identificatiedocumenten en voerde meer dan 1.000 bedrijfsbezoeken uit in het kader van identificatie, registratie en gezondheidszorg. Zo’n 17.000 klanten kregen telefonisch advies.“Als trouwe bondgenoot staat DGZ klaar om veehouders en dierenartsen te ondersteunen met deskundig advies, innovatieve laboanalyses en efficiënte registratiesystemen. Samen staan we sterk voor de toekomst van de veehouderij”, besloot Obin tijdens de algemene vergadering eerder deze maand.Het volledige jaarverslag 2024 kan hier nagelezen worden.</content>
            
            <updated>2025-04-29T19:19:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Teruggefloten stalregistratie leidt tot politieke ophef: "Hebt u een vijandige administratie, minister?"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/teruggefloten-stalregistratie-leidt-tot-politieke-ophef-hebt-u-een-vijandige-administratie-minister" />
            <id>https://vilt.be/57279</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De beslissing van Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v) om de verplichte stalregistratie kort na aankondiging weer in te trekken, leidde tot enige discussie tijdens de commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement. De verplichte stalregistratie werd per mail aangekondigd via VLM, maar volgens Brouns was dit een vergissing. De extra administratie zou een brug te ver zijn voor landbouwers die al met zware lasten kampen. Volgens de minister had de mail dus nooit verstuurd mogen worden, hij sprak van een miscommunicatie.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                        <category term="administratieve rompslomp" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="Vlaamse Landmaatschappij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f6157736-8a6c-4031-b8dd-9d05e2beb816/full_width_jobrouns.jpg</image>
                                        <content>De typische ochtendlijke akkergeluiden werden maandag 7 april overstemd door een collectief gevloek. Elke boer kreeg in zijn mailbox de melding dat landbouwers vanaf 1 januari 2025 het aantal dieren per stal, in geval van rundvee, hadden moeten bijhouden. Een maatregel die voor veel boeren als onwerkbaar aanvoelt, laat staan wanneer hij moet worden uitgevoerd met vier maanden terugwerkende kracht. De opdracht in de mail, komende van VLM, werd twee dagen later al teniet verklaard door minister Brouns. &amp;nbsp;Het aanvankelijke ongenoegen maakte plaats voor opluchting, al blijft de verwarring groot.&amp;nbsp;De chaotische gang van zaken leidde tot kritiek vanuit meerdere fracties. Volgens minister Brouns ging het om een miscommunicatie, maar niet iedereen lijkt gewonnen voor die verklaring. “Ik denk dat u eens goed met uw administratie moet praten”, stelt Lydia Peeters (Open Vld). “Eerst hadden we de grachtenkaart, opgemaakt door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM): onrust bij de landbouwsector. Vervolgens hadden we het stalregister, opgemaakt door de VLM, dat opnieuw voor onrust zorgde bij de landbouwsector. Het digitaal gewasbeschermingsregister: opnieuw onrust bij de landbouwsector.”&amp;nbsp;De koers van DemirStefaan Sintobin (Vlaams Belang) ging nog verder en suggereerde dat er sprake kon zijn van een tegenwerking binnen de administratie. “Ik vind het jammer, minister, dat alles zo moet verlopen”, zegt hij. “Tenzij natuurlijk, – u hebt alvast te maken met een vijand in uw Vlaamse meerderheid, zeker wat betreft landbouw en dergelijke – u ook te maken hebt met een vijandige administratie. Misschien zit daar het probleem. &amp;nbsp;Bepaalde medewerkers, ooit onder bevoegdheid van minister Demir, lijken nog altijd haar koers te volgen. We weten allemaal wat er gebeurd is in de afgelopen vijf jaar. Ik vind dat collega Pieters (Andy, red.) met verve de taak van minister Demir verderzet in deze commissie, zeker wat de opvattingen en standpunten betreft, maar het botst natuurlijk met u als minister van Landbouw. Ik maak mij dus een beetje zorgen. Of heb ik dat totaal verkeerd voor?”&amp;nbsp; Bepaalde medewerkers, ooit onder bevoegdheid van minister Demir, lijken nog altijd haar koers te volgen Sintobin verwijst ook nog naar de passage van Andy Pieters (N-VA) op Radio 1, waar Pieters minister Brouns ervan beschuldigde te zijn gezwicht onder druk van de landbouworganisaties en het Vlaams Belang. Pieters herhaalde dat standpunt tijdens de commissie. “Het gaat er niet om of je voor of tegen de maatregel bent, maar wel om de manier waarop dit dossier is aangepakt.”&amp;nbsp;Bart Dochy (cd&amp;amp;v) is alleszins tevreden dat de “compleet waanzinnige” maatregel is afgelast. “Waarom waanzinnig? Omdat vergunningen worden berekend per stal, niet per dier. Men kan perfect de gemiddelde stalbezetting gebruiken om de milieu-impact te meten. Daar hebben we bovendien het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veeteelt (WeComV) voor. Sanitel houdt nu al maandelijks het rundveebestand per bedrijf bij, al is dat niet per stal.”&amp;nbsp;Wel betreurt Dochy de chaotische gang van zaken, en verwijst daarbij ook nog eens naar het digitaal gewasbeschermingsregister dat daags voor de commissie Leefmilieu werd aangekondigd.&amp;nbsp; Meten zonder overlastIn zijn repliek gaf minister Brouns toe dat de oorspronkelijke maatregel te ver ging. “Een veranderingsregister zou betekenen dat een boer élke stalwissel van een koe moet melden. Heeft een koe een kwetsuur? Moet zij worden gemolken in een andere stal? Verhuist een kalf? Dan moet de landbouwer dat rapporteren. Die detaillering heb ik diezelfde dag nog ingetrokken in overleg met mijn diensten.”&amp;nbsp;Volgens Brouns kan het wel waardevol zijn om de emissies op stalniveau te meten, temeer omdat de minister zich voorstander toont van een emissiebeleid, versus het huidige depositiebeleid. En dus blijft een vorm van registratie volgens hem wel nodig. “Maar de manier waarop kan eenvoudiger: eens per jaar inzicht geven in de gemiddelde bezetting van het aantal dieren per diercategorie per stal. Dat lijkt mij een beter evenwicht tussen accurate modellen en administratieve lasten.”&amp;nbsp; De manier waarop het gecommuniceerd is, was niet zoals afgesproken. VLM heeft dat intussen erkend. Die dingen kunnen gebeuren Over zijn relatie met VLM liet Brouns weten dat er “geen haar in de boter zit”. “De manier waarop het gecommuniceerd is, was niet zoals afgesproken. VLM heeft dat intussen erkend. Die dingen kunnen gebeuren.”Pieters: &quot;Waarheid wordt geweld aangedaan&quot;Maar Andy Pieters nam daar geen vrede mee. “Minister, ik moet toch toegeven: het is knap om met zo’n uitgestreken gezicht de waarheid enigszins geweld aan te doen. Medewerkers van de Mestbank ontvingen op 8 april een bericht waarin letterlijk stond dat het kabinet akkoord ging met de communicatie. Wat moeten we daarvan denken? Liegt u? Liegt uw kabinet? Of desinformeert VLM haar medewerkers? Ik vind het toch wel frappant. Dat is exact het probleem: een administratie wil een decreet uitvoeren, zoals ze dat volgens haar inzicht en expertise nodig acht. Ze overlegt daarover blijkbaar met het kabinet. Ze krijgt daar een goedkeuring voor. Dan komt er de dag erna een persbericht van Boerenbond, en dan past u het opeens aan en trekt u dat bericht in.”&amp;nbsp;Minister Brouns kon deze opmerking niet smaken. De minister zegt dat VLM heel duidelijk werd aangegeven dat het bericht van 8 april, zoals het klaarstond, niet verstuurd mocht worden. “En daar is geen gevolg aan gegeven”, zegt de minister. “En daarom heb ik dat laten intrekken.”&amp;nbsp;Pieters bleef kritisch. Volgens hem is er sprake van tegenstrijdige verklaringen die opgehelderd moeten worden. “Als de administratie haar medewerkers fout informeert over contacten met het kabinet, is dat onaanvaardbaar.”&amp;nbsp; Liegt u? Liegt uw kabinet? Of desinformeert VLM haar medewerkers? Ik vind het toch wel frappant Brouns beloofde de parlementsleden de mails te bezorgen die zouden bevestigen dat VLM effectief geen toestemming had om de communicatie uit te sturen. Op 28 april, vier dagen na de commissie, zegt Pieters de mail nog niet te hebben ontvangen. Woordvoerder Tom Demeyer weigert te bevestigen of de mail al dan niet is verstuurd. “We gaan deze discussie niet in de media voeren. We zullen het erover hebben met de heer Pieters op het meerderheidsoverleg”, aldus Demeyer.&amp;nbsp;“Het kabinet van de minister herhaalt dat de communicatie van de VLM niet vooraf werd doorgesproken met het kabinet”, zegt Demeyer tot slot. “Na de betreffende communicatie heeft de minister de gedelegeerd bestuurder van de VLM gevraagd om de communicatie te corrigeren. De minister heeft hierover toelichting gegeven vorige week in de commissie. Hiermee is het incident voor de minister dan ook afgesloten.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-04-29T14:40:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[CAG wint cultuurprijs Ultima voor erfgoedproject Water & Land]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/cag-wint-cultuurprijs-ultima-voor-erfgoedproject-water-land" />
            <id>https://vilt.be/57280</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG) heeft een Ultima 2024 gewonnen in de categorie Roerend en Immaterieel Erfgoed. De prestigieuze Vlaamse cultuurprijs werd toegekend voor het project Water &amp; Land, dat onderzoekt hoe traditionele landbouwtechnieken kunnen bijdragen aan hedendaagse klimaatoplossingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="geschiedenis" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/21a0ff0c-26bb-41f2-a898-a2f18fb7a40c/full_width_heggenleggen-copyrightpeterguedens.jpg</image>
                                        <content>Samen met partners zoals het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) verkent CAG hoe erfgoedpraktijken zoals graslandbevloeiing, heggenvlechten en composteren opnieuw ingezet kunnen worden voor duurzaam waterbeheer, biodiversiteitsherstel en bodemverbetering.Verrassing bij bekendmaking&quot;Dat moment overviel ons een beetje&quot;, zegt projectmedewerker Laura Danckaert over het verrassende nieuws, dat tijdens een ogenschijnlijk gewone reportage werd meegedeeld door wetenschapsjournalist Martijn Peters. &quot;We waren natuurlijk al fier op wat we met Water &amp;amp; Land hadden opgebouwd, maar dit nieuws was een grote verrassing. De afgelopen jaren hebben we veel werk verricht met mooie resultaten: veel boeiende gesprekken met erfgoedgemeenschappen en experten, interessante podcasts en fijne filmpjes, allemaal gebundeld op onze website.&quot;Ook Chantal Bisschop, stafmedewerker Immaterieel Erfgoed, benadrukt het belang van samenwerking. &quot;We hebben in België en Nederland kunnen samenwerken met zoveel verschillende mensen die elk hun eigen kennis en ervaring inbrachten. Die brede samenwerking is de echte kracht van het project. Deze prijs is dan ook een erkenning voor iedereen die heeft bijgedragen aan de herwaardering van traditionele kennis als bouwsteen voor een klimaatrobuuste toekomst.&quot;Erfgoed in een hedendaagse contextVolgens Danckaert draait het project om de brug tussen verleden en toekomst. &quot;Door duurzame technieken opnieuw onder de aandacht te brengen, willen we aantonen dat erfgoed niet stil staat. Het biedt waardevolle inzichten om vandaag beter om te gaan met water, natuur en landbouw.&quot;Het project krijgt ook internationale erkenning. &quot;Organisaties zoals UNESCO en de Verenigde Naties zijn volop bezig met het thema&quot;, vertelt Bisschop. &quot;Wanneer we ons werk dat we in Vlaanderen en Nederland hebben verricht breder internationaal voorstellen, zijn de reacties telkens heel enthousiast. Het gaat om een universeel thema met veel potentieel voor internationale samenwerking.&quot;Voor CAG is de bekroning niet alleen een erkenning, maar ook een aanmoediging voor de toekomst. &quot;We zijn erg trots op deze bekroning&quot;, zegt coördinator Yves Segers. &quot;De Ultima versterkt onze overtuiging dat erfgoed een actieve rol kan spelen in maatschappelijke transities. Met Water &amp;amp; Land hebben we een sterke basis gelegd.&quot;CAG zal ook na afloop van het project blijven inzetten op de kracht van immaterieel erfgoed. &quot;Onder de noemer &#039;Klimaatrobuust&#039; zetten we de komende jaren verder in op ecologische transities&quot;, aldus Segers. &quot;De Ultima geeft ons nog meer een boost om dit werk uit te dragen.&quot; Jury looft vernieuwende aanpakDe jury prees Water &amp;amp; Land om de manier waarop het project erfgoed actief inzet voor actuele maatschappelijke uitdagingen. Ze benadrukte de waarde van samenwerking met erfgoedgemeenschappen en de maatschappelijke relevantie van het project. Volgens de jury overstijgt Water &amp;amp; Land het klassieke erfgoeddenken en laat het zien hoe erfgoed vandaag kan bijdragen aan innovatie en duurzaamheid.De officiële uitreiking van de Ultima’s vindt plaats op 22 mei. Publiek kan nog tot 30 april stemmen voor de publieksprijs.Meer info over het project is te vinden op de website van CAG.</content>
            
            <updated>2025-04-29T13:45:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brusselse zeepmaker lanceert productlijn in verpakking gemaakt van… paddenstoelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brusselse-zeepmaker-lanceert-productlijn-in-verpakking-gemaakt-van-paddenstoelen" />
            <id>https://vilt.be/57281</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Geen plastic soep in bad: de Brusselse ambachtelijke zeepfabrikant Savonneries Bruxelloises en paddenstoelteler Permafungi lanceren een productlijn in verpakking gemaakt van mycelium. De doosjes zijn 100 procent biologisch afbreekbaar en zijn gemaakt uit mycelium, een netwerk van schimmeldraden. Dit ‘mycomateriaal’ is zo een ecologisch alternatief voor plastic.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/00426597-e78a-49c7-8653-ca2e076d396e/full_width_copie-de-img-2624.jpg</image>
                                        <content>De Brusselse paddenstoelenkweker Permafungi is gevestigd in de kelders van Tour &amp;amp; Taxis. Het bedrijf is tien jaar geleden ontstaan, en haalde onlangs met succes 1,75 miljoen euro op in hun eerste financieringsronde. Dit bedrag gaat helpen om hun nieuwe productiesite van 1.400 m2 in Vorst af te ronden.Permafungi kweekt eetbare paddenstoelen voor lokale horeca- en handelszaken, op basis van lokale grondstoffen zoals koffiegruis. Maar de jongste jaren oogsten ze vooral succes met hun myco-materiaalverpakkingen. Dat zijn verpakkingen vervaardigd uit ‘mycelium’, een netwerk van schimmeldraden. Deze clusters bevinden zich gewoonlijk onder de grond. De paddenstoel zelf is de ‘vrucht’ van dit netwerk. Het mycelium doosje is ontstaan uit een samenwerking met Les Copains des Bois, dat houtafval aanlevert van Belgische bomen. Hoe deze doosjes precies worden gefabriceerd, werd eerder in VILT uit de doeken gedaan.Groot potentieelWoordvoerder Victoria Maertens ziet alleszins een groot potentieel binnen de verpakkingssector. “Tegen 2030 zal een Europese wet plastic voor eenmalig gebruik en niet-circulaire verpakkingen verbieden”, sprak Maertens vorige week nog in VILT. “De verpakkingssector is één van de grootste veroorzakers van plasticvervuiling, met 33 procent van het totaal.”De ronde paddenstoelendoosjes bevatten twee populaire zepen van de Brusselse producent: Black Rose en Ginger Lime. Deze set is vanaf mei in beperkte oplage te koop in de boetiek van Savonneries Bruxelloises in de Galeries Royales Saint-Hubert.</content>
            
            <updated>2025-04-29T15:52:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Derde grootste EU-melkland ziet veestapel kelderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/derde-grootste-eu-melkland-ziet-veestapel-kelderen" />
            <id>https://vilt.be/57282</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De melkveestapel in de Europese Unie is vorig jaar met 3,4 procent gedaald. En waar bijna elk EU-land deze licht dalende trend kent, vormt Polen de grote uitzondering. De derde grootste melkproducent van de EU tekende vorig jaar een krimp van maar liefst 12,6 procent op. België staat met zijn melkveestapel op plaats 12 en tekende een daling op van 3,2 procent.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="melk" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5012b994-9c09-4a35-b9d7-454e2ce3e2cb/full_width_koeien-koe-unsplash.jpg</image>
                                        <content>De melkveestapel in de Europese Unie krimpt al jaren. In vijf jaar tijd nam de populatie met 7,4 procent af. EU-experts wijten dit aan de toenemende focus op duurzaamheid en een aangescherpt klimaat- en milieubeleid, maar ook aan een gebrek aan opvolging. Tussen 2023 en vorig jaar bedroeg de daling 3,4 procent. Vooral de drie grootste melkproducenten, Duitsland, Frankrijk en Polen, lieten de sterkste terugval optekenen.&amp;nbsp; Over een periode van vijf jaar noteert Frankrijk de grootste krimp in melkvee. Daar waren vorig jaar 11,9 procent minder melkkoeien. Duitsland volgt met een daling van 10,5 procent, Polen met 9,5 procent. Terwijl Frankrijk en Duitsland een gestage afname tonen, verloopt de evolutie in Polen grilliger. Na enkele jaren van lichte inkrimping groeide de veestapel in 2022 plots aan, om een jaar later weer fors terug te vallen. De Poolse melkveestapel klokte zo in 2024 af op 1,9 miljoen melkkoeien. Frankrijk telde vorig jaar 3 miljoen melkkoeien en Duitsland 3,5 miljoen. In de volledige Europese Unie lopen er 19,2 miljoen melkkoeien rond.&amp;nbsp;In België werden vorig jaar 518.000 melkkoeien geteld. Een daling van 3,6 procent over vijf jaar en 3,2 procent in vergelijking met het jaar ervoor. Daarmee staat de Belgische melkveestapel op de twaalfde plaats in de top 27, tussen Zwitserland en Tsjechië.&amp;nbsp;Niet elk land volgt dezelfde lichte dalende EU-trend. Hongarije blijkt zijn eigen koers te varen en telde 10 procent meer melkkoeien in 2024 in vergelijking met 2019. Daarmee komt het aantal op 268.000 koeien te staan. Ook Ierland (+3,9%) en Oostenrijk (+2,2%) kennen een stijging, al werd vorig jaar in beide landen opnieuw een dalende trend opgemerkt.&amp;nbsp; Melkproductie op peilEen krimpende melkveestapel betekent niet automatisch dat ook de EU-melkproductie diezelfde trend volgt. In tegendeel: de productie van rauwe melk bedroeg in 2023 160,8 miljoen ton, een stijging van 1,6 procent ten opzichte van 2019. Die toename is vooral te danken aan professionalisering en efficiëntie in landen met een kleinere productie, waardoor de melkopbrengst per koe stijgt. Die inhaalbeweging zal de komende jaren echter afzwakken. Experts verwachten dat de zuivelsector uiteindelijk een keerpunt zal bereiken. Zo zal de daling van de melkveestapel niet langer gecompenseerd worden door een hogere melkgift per dier waardoor de totale melkproductie naar verwachting zal dalen.&amp;nbsp;&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-04-30T09:50:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Administratieve kosten van EU-ontbossingswet lopen op tot 30 euro per ton sojaschroot]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/administratieve-kosten-van-eu-ontbossingswet-lopen-op-tot-30-euro-per-ton-soja" />
            <id>https://vilt.be/57283</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De invoering van de Europese ontbossingswet mag dan wel met een jaar uitgesteld zijn, dat neemt de zorgen niet weg bij de Belgische veevoederfabrikanten. “De hele administratie die de ontbossingswet met zich meebrengt, zal 30 euro per ton sojaschroot kosten of drie euro per ton veevoeder”, zegt BFA-voorzitter Rik Vandeputte. Voor heel ons land zou de administratieve kost van de ontbossingswet 21 miljoen euro bedragen, voor Europa gaat het om een tienvoud. En dat is helaas niet de enige regelgeving die een doorn in het oog vormt van de sectorfederatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeder" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="ontbossing" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5ca56ce4-841b-4583-8e71-2bb3749b6a60/full_width_soja-ontbossing-wervel.jpg</image>
                                        <content>De Europese ontbossingswet of EU Deforestion Regulation (EUDR) moest normaal op 1 januari 2025 ingang vinden in de Europese Unie. Grondstoffen die wereldwijd bijdragen aan ontbossing, zoals soja, rundvlees, palmolie, koffie en cacao moeten aan de ontbossingswet voldoen. Met deze wil Europa ervoor zorgen dat enkel nog producten nog op de Europese markt worden gebracht als er bij de productie ervan sinds 30 december 2020 geen sprake meer is van ontbossing. Die producten moeten ook legaal geproduceerd zijn in het land van productie, dat betekent bijvoorbeeld geen kinderarbeid of schending van eigendomsrechten, en er moet een zorgvuldigheidsverklaring voor die producten beschikbaar zijn. &amp;nbsp;&amp;nbsp; “Uitwerking is problematisch”Omdat de Europese Unie zelf niet klaar was om het systeem te implementeren, werd een maand voor de datum waarop de verordening van kracht moest worden, beslist om de deadline met één jaar op te schuiven. “Dat is zeer laat”, zegt Vandeputte. “In feite waren veel bedrijven al vergevorderd om de wet geïmplementeerd te krijgen.” Uit die implementatie blijkt volgens hem dat de administratieve kost van de ontbossingswet enorm is. “Enkel en alleen voor de administratie rond EUDR zou de kostprijs voor België oplopen tot 21 miljoen euro of 30 euro per ton soja. Dan spreken we nog niet over de kostprijs voor de teelt die mogelijk oploopt.”BFA benadrukt dat ze achter de doelstelling van de ontbossingswet staat. “Wij zijn binnen de Europese Unie één van de grote voortrekkers van de RTRS-soja, zogenaamde duurzame soja”, vertelt managing director Katrien D’hooghe. “Uiteraard vinden wij dan ook dat de soja die wij gebruiken voor onze veevoeders niet uit ontbost gebied mag komen. Maar de manier waarop de Europese Unie dit uitwerkt, is op zijn zachtst gezegd problematisch.”De Belgische veevoederfabrikanten vinden dat de Europese Unie beter had moeten kijken naar de werking van het systeem van RTRS-soja. Dat is praktisch veel haalbaarder, klinkt het. Het grote verschil tussen het RTRS-systeem en de ontbossingswet is dat er bij die laatste een fysieke link moet zijn tussen het geproduceerde product en het certificaat. “Voor elke ton RTRS-soja die wij produceren, weten we dat ergens op de wereld die soja wordt geproduceerd die aan onze duurzaamheidseisen voldoet. Of die soja dan ook fysiek tot in België geraakt of niet, dat doet er voor ons eigenlijk niet toe”, legt D’hooghe uit. “Wij betalen een meerprijs voor die certificaten en die meerprijs gaat naar de boer die op een duurzame manier soja teelt.” Volgens BFA hebben ngo’s zodanig gelobbyd bij Europa om die fysieke link wel te behouden, maar daardoor is het systeem van administratie en controles wel compleet onoverzichtelijk geworden. “Half april werd er nog een ‘guidance’ document en een voorstel van ‘delegated act’ over de ontbossingswet vrijgegeven door de Europese Commissie. Daaruit blijkt dat de wetgeving allesbehalve duidelijk te implementeren is”, aldus D’hooghe. Antidumpingheffingen voor import sojavervangerDe ontbossingswet is één zaak, maar er zijn ook andere dossiers die zwaar op de maag liggen van de Belgische mengvoedersector. Denk bijvoorbeeld aan de richtlijn over duurzaamheidsrapportering (CSRD). “De versoepelingen die daarover op dit moment op tafel liggen, zijn in elk geval een stap in de goede richting voor onze veevoederbedrijven”, klinkt het. “Zo zou er geen verplichte rapportage zijn voor ondernemingen met minder dan 1.000 werknemers en ook zou de informatie die kan opgevraagd worden bij ondernemingen met minder dan 1.000 werknemers ook relatief beperkt blijven.”Een ander dossier waarvoor niet meteen oplossing in zicht is, zijn de antidumpingrechten die de Europese Unie heeft opgelegd voor lysine die uit China komt. Lysine is een synthetisch maar essentieel aminozuur voor veevoeder. Vaak wordt het als additief toegediend aan veevoeder zodat minder soja gebruikt kan worden. In Europa is er nog één producent van lysine, in Frankrijk, maar die is bij de EU een procedure gestart om de dumpingpraktijken van Chinese lysine aan te klagen. Hij kreeg gelijk van Europa en daarom werden er invoerrechten opgelegd voor lysine die vanuit China wordt ingevoerd. Die tarieven schommelen tussen 58 en 84 procent. Die tarieven wegen bijzonder zwaar door, want de Franse producent kan maar voor ongeveer 15 procent in de Europese lysinebehoefte voorzien. De rest moet de EU importeren en daarvan komt 60 tot 80 procent uit China. “Bovendien ondervindt België daarvan een disproportionele impact omdat Belgische voeders bijna dubbel zoveel lysine bevatten dan in andere lidstaten”, vertelt D’hooghe. Dat kadert in de afspraken rond lage-eiwitvoeders waarmee de veevoedersector zijn steentje bijdraagt aan de vermindering van de stikstofuitstoot door de veestapel.Aangezien lysine de milieu-impact van de veehouderij vermindert en tegelijk ook Europa minder afhankelijk maakt van de import van soja, vindt BFA dat de EU beter de Europese productie van synthetische aminozuren zou stimuleren in plaats van heffingen op te leggen op buitenlandse lysine. “Ook de hervorming van de ggo-wetgeving zou een groot voordeel kunnen opleveren”, vertelt Vandeputte. “Het restproduct van lysine bevat 60 procent eiwit, maar het mag niet in de Europese Unie gebruikt worden omdat het genetisch gemodificeerd is.” Het beleid op dat vlak bijsturen zou in de ogen van BFA leiden tot meer economische veerkracht voor de sector én meer ecologische duurzaamheid. Er wordt eindelijk opnieuw geld verdiend in de veehouderij en dus is er zin om te investeren, maar dat kan natuurlijk niet als er geen tools voorhanden zijn Wachten op werkbare milieuregelsMaar niet alleen de Europese beleidsmakers worden geviseerd. De Belgische veevoedersector roept ook Vlaanderen op om door te pakken. “We zijn bijna een jaar na de verkiezingen, maar we wachten nog altijd op werkbare milieuregels. De goedkeuring van nieuwe emissiereducerende technieken voor stikstof gaat tergend traag”, aldus de BFA-voorzitter. “De laatste jaren hebben we een afbouw gezien van de veestapel. Nu is de conjunctuur positief en wordt er eindelijk opnieuw geld verdiend. En wanneer er geld verdiend wordt, krijgen de veehouders ook zin om te investeren. Maar dat kan natuurlijk niet als er geen tools voorhanden zijn.”Betrokken bij onderzoek en innovatieZelf blijft BFA niet bij de pakken zitten. Momenteel ondersteunt de sectorfederatie tal van onderzoeks- en innovatieprojecten die onder meer ammoniakreductie, methaanreductie of het gebruik van circulaire grondstoffen tot doel hebben. “Daarnaast werken we ook actief aan het reduceren van de klimaatimpact van de dierlijke productie. Zo zijn we onder meer betrokken bij projecten die de footprint van voeder in kaart brengen. Binnen het project Klimrek hebben we bijvoorbeeld op negen maanden tijd een volledige aanpak uitgewerkt om de CO2-footprint van varkensvoeder te berekenen”, aldus nog Katrien D’hooghe.</content>
            
            <updated>2025-04-29T22:13:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Oproep minister Crevits: Wat vindt u van het plattelandsbeleid?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oproep-minister-crevits-wat-vindt-u-van-het-plattelandsbeleid" />
            <id>https://vilt.be/57284</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister Hilde Crevits (cd&amp;v), bevoegd voor Plattelandsbeleid, wil weten wat er op het platteland leeft en lanceert daarom een bevraging over het platteland. Tot midden juni kan iedereen de bevraging invullen. De bevraging gebeurt in het kader van het Plattelandspact dat vorige maand werd gelanceerd. De antwoorden op de enquête zullen mee de beleidsprioriteiten bepalen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="platteland" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bc00a413-55b7-42e6-ad66-18b502c7b6c2/full_width_platteland-akker.jpg</image>
                                        <content>Het Plattelandspact moet een antwoord bieden op de uitdagingen op het platteland. Dat gaat onder meer over goede dienstverlening, bereikbaarheid, voorzieningen, enzovoort. “We mogen onze landelijke gebieden niet uit het oog verliezen”, zegt minister Crevits in een persbericht. “Ook mensen die op het platteland wonen, verwachten goede dienstverlening, bereikbaarheid en leefbare dorpen. Met het Plattelandspact willen we de noden in kaart brengen en de bewoners van het platteland geven waar ze recht op hebben. Daarom lanceren we een plattelandsbevraging. Ik roep iedereen met een hart voor het platteland op om de bevraging in te vullen.”Iedereen, gaande van de inwoners van plattelandsgemeenten tot landbouwers maar ook bezoekers van het platteland, kunnen in deze bevraging hun mening kwijt over het toekomstige plattelandsbeleid. Voorbeelden van vragen zijn: wat zijn volgens jou de grootste uitdagingen of de grootste troeven van wonen op het platteland, welke vind jij de belangrijkste factoren om een warme gemeenschap te creëren, wat zijn de grootste uitdagingen voor (startende) ondernemers op het platteland, enzovoort. Er worden vijf thema’s bevraagd: een levendige, aantrekkelijke en gezonde woonomgeving, een warme gemeenschap, economische bedrijvigheid en innovatie, een veerkrachtige en multifunctionele open ruimte en samen besturen: burgers en beleid. De antwoorden uit de bevragingen zullen volgens de minister mee gebruikt worden in het uitstippelen van de toekomststrategie voor het plattelandspact en zullen dus ook &quot;de beleidsprioriteiten voor de komende jaren bepalen&quot;.Beleidstoets om platteland niet langer te negerenNaar Europees model wil de minister Crevits ook bekijken of ze een plattelandstoets kan invoeren. De plattelandstoets moet ervoor zorgen dat het beleid rekening houdt met de specifieke uitdagingen voor het platteland, zoals voldoende dienstverlening, mobiliteit en sociale contacten. Concreet moet de toets voorkomen dat landelijke regio&#039;s onbedoeld benadeeld worden door regelgeving die voornamelijk is afgestemd op stedelijke contexten.Bovendien worden in elke provincie ‘toekomstateliers’ georganiseerd waar deelnemers hun visie of hun strategie over het platteland kenbaar kunnen makenMinister Crevits doet dan ook een oproep aan iedereen die woont, werkt, ontspant of gewoon een hart heeft voor het platteland om de vragenlijst in te vullen. De antwoorden uit de bevragingen worden, samen met de resultaten uit de toekomstateliers, gebruikt om de toekomststrategie voor het plattelandspact en dus ook de beleidsprioriteiten voor de komende jaren te bepalen.Meer info op deze link.</content>
            
            <updated>2025-04-30T16:45:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minder startende boeren kiezen bio, wijn en paarden; pluimvee en varkens in de lift]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bio-daalt-pluimvee-en-varkens-in-de-lift-nac-ziet-landbouwtrends-weerspiegeld-in-opleidingskeuzes" />
            <id>https://vilt.be/57285</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal cursisten dat kiest voor een opleiding wijnbouw, paardenhouderij of biologische land- en tuinbouw aan het Nationaal Agrarisch Centrum NAC, is opmerkelijk gedaald. Dat blijkt uit de inschrijvingscijfers van NAC, het grootste opleidingscentrum voor mensen die in de land- en tuinbouw willen stappen. Volgens het centrum weerspiegelen de cijfers bepaalde maatschappelijke trends.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="trend" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cc7b5487-448e-42ec-9177-58654ab72ca0/full_width_bio.jpg</image>
                                        <content>Om land- en tuinbouwer te worden dienen cursisten een starterscursus type A (algemene wetgeving) en een starterscursus type B (sectorspecifiek) en twee stageperiodes te volgen. De starterscursussen type B zijn net afgelopen en een analyse van de cijfers van de voorbije jaren geeft een inkijk in de sectoren waarin toekomstige landbouwers willen starten. De categorie akkerbouw/rundvee is de belangrijkste landbouwtak voor Vlaanderen, en dat weerspiegelt zich nog steeds in het aantal cursisten. Het percentage cursisten dat kiest voor akkerbouw/rundvee is over de jaren heen vrij stabiel en schommelt rond de 25 procent. “Ondanks de moeilijkheden zoals MAP7, stikstof,… blijft akkerbouw/rundvee de steunpilaar van de Vlaamse land- en tuinbouw”, meldt Bart Declercq, directeur van NAC. “Het percentage starters in de sector akkerbouw/rundvee blijft de laatste drie jaar dan ook vrij stabiel.”Minder bio, paarden en wijnIn drie sectoren is er dan weer een duidelijke daling. Dat zijn de sectoren wijnbouw, paardenhouderij en biologische land- en tuinbouw. NAC vermoedt dat dit te maken heeft met het beleid rond landbouwvorming, waarbij duidelijk gefocust wordt op de actieve landbouwer. “Als (kleinere) wijnbouwer, paardenhouder en biologische land- en tuinbouwer is het moeilijker om actieve landbouwer te zijn”, meldt Declercq van NAC. “De cursisten die kiezen voor deze opties zijn dan ook duidelijk gedaald tussen 2023 en 2025.” Als (kleinere) wijnbouwer, paardenhouder en biologische land- en tuinbouwer is het moeilijker om actieve landbouwer te zijn Ook Boerenbond, dat via AgroCampus starterscursussen aanbiedt, ziet gelijkaardige tendensen binnen biolandbouw. “Voor biolandbouw ligt de daling in het aantal cursisten in lijn met de stagnerende omschakeling naar bio in de betreffende periode”, zegt woordvoerder Tessa De Prins. “Ook wijnbouw heeft de voorbije periode moeilijke jaren doorgemaakt. Denk maar aan de overvloedige regen waardoor de oogst verloren ging. Dat kan de daling in het aantal cursisten verklaren.”Pure akkerbouw neemt af, diversificatie neemt toeDe pure akkerbouw, zoals bijvoorbeeld granen, gras, maïs en aardappelen, boet ook in aan populariteit. Het aantal cursisten daalt er jaar na jaar. “De rendabiliteit van pure akkerbouwbedrijven staat onder druk en dat merk je ook in de interesse van cursisten voor deze sector”, meldt Declercq van NAC. “Een rendabel akkerbouwbedrijf uitbaten vereist steeds meer hectares en als jonge starter is het niet zo evident om die te hebben. Als je met de cursisten praat, zijn dit de redenen waarom ze minder voor akkerbouw alleen kiezen. Maar het verlies van cursisten in de pure akkerbouw wordt ruimschoots gecompenseerd door de sector akkerbouw/tuinbouw. De combinatie van gras, maïs, aardappelen en groenten spreekt duidelijk wel aan. Het telen van groenten of aardappelen is voor de cursisten duidelijk een optie om het rendement van hun bedrijf te verhogen.”Boerenbond ziet gelijkaardige tendensen. “Voor akkerbouw zien we inderdaad dat er de voorbije jaren fors gediversifieerd is in de bedrijfsvoering en dat er regelmatig bijvoorbeeld industriegroenten mee worden opgenomen in het teeltplan waardoor de cursisten die kiezen voor akkerbouw ook meer terug zullen te vinden zijn binnen akkerbouw/tuinbouw.” Het telen van groenten of aardappelen is voor de cursisten duidelijk een optie om het rendement van hun bedrijf te verhogen NAC merkt nog op dat de contractprijzen van aardappelen en groenten de laatste jaren ook beter waren. Het aantal cursisten die de optie akkerbouw/tuinbouw volgt is dan ook heel sterk gestegen in de laatste twee jaren.Pluimvee en varkens uit het dalOpmerkelijke stijgers zijn de varkenshouderij en de pluimveehouderij. “Een aantal sectoren heeft het jarenlang economisch moeilijk gehad en die klimmen nu terug uit het dal”, zegt Declercq over de cijfers. “Dit zien we ook weerspiegeld in het aantal cursisten. In 2023 waren er niet zoveel cursisten varkenshouderij en pluimveehouderij meer. In 2024 en 2025 zijn er weer heel wat meer cursisten in beide sectoren. Voor de varkenshouderij was er zelfs bijna een verdubbeling van het aantal cursisten.”Volgens Boerenbond is deze stijging best logisch. “De verhoogde interesse in pluimvee en varkens kunnen we verklaren door de rendabiliteit die in deze sectoren momenteel behoorlijk is”, zegt De Prins. De verhoogde interesse in pluimvee en varkens kunnen we verklaren door de rendabiliteit die in deze sectoren momenteel behoorlijk is Toch waarschuwt Boerenbond dat de inschrijvingscijfers niet het volledige verhaal weergeven. “We merken dat de tendensen zijn opgesteld op basis van de cursussen die worden aangeboden waardoor er soms een aantal elementen niet in rekening worden gebracht, maar die wel invloed kunnen hebben op de tendensen binnen de sector”, zegt woordvoerder De Prins. Volgens haar mogen sommige conclusies dus genuanceerd worden. “Zo merken we dat de melkveesector niet apart vermeld wordt, terwijl dit wel een behoorlijke groep is. Vermoedelijk zullen zij onder de noemer akkerbouw/rundvee meegenomen worden, maar dit maakt dat deze groep zeer divers is naar type bedrijf toe. ““Globaal zien we wel, zoals verwacht, dat de grootste aantallen betrekking hebben op overnames van klassieke gevestigde bedrijven”, besluit De Prins.</content>
            
            <updated>2025-04-30T16:40:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Na een overtuigd vegetariër heeft Duitsland nu een slager als landbouwminister]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/na-een-overtuigd-vegetarier-heeft-duitsland-nu-een-slager-als-landbouwminister" />
            <id>https://vilt.be/57286</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nu Duitsland een nieuwe regering heeft, geraakt ook bekend wie de ministerposten mag invullen. De landbouwportefeuille gaat naar Alois Rainer die voor de christendemocratische CDU/CSU opkomt. Hij is een gediplomeerd slager die eind de jaren ’80 de slagerij van zijn ouders overnam, een zaak die nu wordt uitgebaat door zijn zoon. Dat is een sterk contrast met zijn voorganger, Cem Özdemir, die tot de groene partij behoorde en een overtuigd vegetariër is.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dd6bf1df-0f58-42ec-ae63-d0fab888182e/full_width_alois-rainer-minister-landbouw-duitsland.jpeg</image>
                                        <content>Duitsland heeft een nieuwe regering: een coalitie van christendemocraten (CDU/CSU) en sociaaldemocraten (SPD). Friedrich Merz van CDU/CSU wordt de nieuwe bondskanselier. CDU krijgt zes ministeries in de nieuwe regering, waaronder het ministerie van Buitenlandse Zaken. De Beierse zusterpartij CSU krijgt er drie, waaronder het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Landbouw. SPD wordt verantwoordelijk voor zeven ministeries, waaronder Financiën, Defensie en Klimaat.Positieve reacties op benoeming RainerDe nieuwe Duitse minister van Landbouw wordt dus de 60-jarige Alois Rainer, een ervaren politicus die onder meer van 1996 tot 2014 burgemeester was van zijn woonplaats Haibach in Beieren. Hij was niet de topfavoriet voor de functie, dat was Günther Felβner, voorzitter van de Beierse Boerenbond. Maar nadat dierenactivisten een bezoek brachten aan zijn boerderij, bedankte hij voor de eer. Er circuleerden vervolgens nog een reeks namen, maar uiteindelijk werd het Rainer. In de Duitse media wordt zijn benoeming verrassend genoemd, maar vanuit de landbouwsector komen vele positieve reacties.Zijn politieke carrière combineerde Rainer lang met de slagerij van zijn ouders die hij in 1987 had overgenomen. Vandaag wordt die gerund door zijn zoon. Die affiniteit met de vleessector is vooral voor de Duitse vleessector een opsteker, want de vorige landbouwminister was Cem Özdemir van die Grünen was een vegetariër. Bij zijn aantrede in 2021 kondigde hij meteen verscherpte maatregelen rond dierenwelzijn en milieu aan. Zo kwam er onder zijn bewind een verplicht label voor dierenwelzijn op vleesproducten en hij legde ook een hoger btw-tarief voor vlees op tafel, maar dat is er niet gekomen. De kan dat dit verhoogde btw-tarief er komt onder de nieuwe landbouwminister lijkt eerder klein.In interviews in de aanloop naar de verkiezingen zei Alois Rainer dat hij wil strijden voor een betrouwbare overheid met een eerlijk en realistisch beleid, vooral ook voor de mensen op het Duitse platteland. Hij liet ook verstaan dat een verbod op het aanbinden van koeien, wat op veel kleine Duitse melkveebedrijven nog gebeurt, volgens hem niet aan de orde is. 1,5 miljard euro voor meer diervriendelijke stallenIn het Duitse regeerakkoord staat wel dat de regeling voor landbouwdiesel, die door de vorige regering werd afgeschaft en ruim een jaar geleden nog tot grote protesten leidde, opnieuw wordt ingevoerd. Ook wordt de vergunningverlening voor nieuwe en verbouwde stallen versoepeld en komt er jaarlijks 1,5 miljard euro voor diervriendelijke stallen die op basis van overheidsplannen worden gebouwd. Nieuwe en verbouwde diervriendelijke stallen zouden via overheidscontracten een gebruiksgarantie krijgen van 20 jaar.Een ander belangrijk punt in dat regeerakkoord is de verhoging van de minimumlonen. Vandaag voelt onder meer de Belgische vleessector nadelige concurrentie van de Duitse door de lagere minimumlonen die er gehanteerd worden. Volgens de nieuwe regering is een niveau van 15 euro in 2026 “haalbaar”. Deze beslissing kon op veel kritiek rekenen bij de verschillende Duitse landbouworganisaties.</content>
            
            <updated>2025-04-30T15:57:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse Nationale Parken krijgen jaarlijks 2,4 miljoen euro]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-maakt-24-miljoen-euro-vrij-voor-vlaamse-nationale-parken-helft-middelen-naar-limburg" />
            <id>https://vilt.be/57287</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) heeft 2.432.000 euro werkingssubsidies vrijgemaakt voor vier erkende Nationale Parken. Dat maakte de minister bekend tijdens de officiële voorstelling van het nieuwe parkteam van Nationaal Park Bosland. Elk park ontvangt een werkingssubsidie van 608.000 euro per jaar. Volgens Brouns is ook de relatie met de landbouwsector in de omgeving een belangrijk aandachtspunt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="Natuurpunt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/996cf342-6338-4859-8b6a-f3f505963c80/full_width_jo-brouns-nationale-parken.jpg</image>
                                        <content>De vier parken in kwestie zijn het Limburgse Bosland en Hoge Kempen, de Oost-Vlaamse Scheldevallei en de Brabantse Wouden in Vlaams-Brabant. Dat twee van de betrokken parken in Limburg liggen, onderstreept volgens het kabinet-Brouns “het belang van Limburg als groene long van Vlaanderen en haar rol in natuurbehoud en ecotoerisme”.&quot;Met deze middelen kunnen onze nationale parken nu écht structureel en duurzaam aan de slag”, zegt minister Brouns. “Ze kunnen hun werking op poten zetten, mensen aanwerven en projecten opzetten. Voor mij is het essentieel dat deze werkingen van onderuit worden opgebouwd, met sterke betrokkenheid van alle lokale actoren in de regio. De relatie met de landbouwsector in de omgeving blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt.&quot;Grootste bosmassief van VlaanderenHet Limburgs Nationaal Park Bosland, het grootste bosmassief van Vlaanderen, huist de enige wolvenroedel in Vlaanderen. Ook de raaf is er thuis. Bosland werd op 21 juni 2024 definitief erkend. Met de slogan &quot;Samen naar de wildernis van morgen!&quot; positioneert Bosland zich als een gebied waar natuurlijke processen volop de ruimte krijgen. Kenmerkend zijn de groenblauwe verbindingen met de brongebieden en beekvalleien van de Zwarte Beek, de Grote Beek en de Grote Nete.&quot;Bosland is een groene long in Limburg”, zegt Brouns. “Het parkteam kan rekenen op mijn steun om Bosland verder uit te bouwen tot een succes. Bosland moet een verbindende speler zijn in Noord-Limburg, die alle actoren die bepalend zijn voor het landschap samenbrengt, met respect voor ieders activiteiten. Ik ben ervan overtuigd dat met het gemotiveerde parkteam dat vandaag aan de slag gaat dat ook zal lukken en ik wens hen alle succes.”Natuurpunt tevredenNatuurpunt reageert tevreden op de investeringsplannen van Brouns. “Uiteraard blijft Natuurpunt als partner in de verschillende parken graag actief meewerken aan het behouden, versterken en ontwikkelen van de natuur”, reageert de organisatie in een persbericht. “Investeringen voor natuurontwikkeling op terrein zijn meer dan broodnodig. Alleen dan kunnen de parken een florerende bestemming zijn voor de mens en de natuur.”</content>
            
            <updated>2025-05-04T10:17:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minister Brouns schat zelfvoorziening eieren op 100 procent, sector plaatst kanttekening]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minister-brouns-schat-zelfvoorziening-eieren-op-100-procent-sector-plaatst-kanttekening" />
            <id>https://vilt.be/57288</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) schat dat de Belgische zelfvoorzieningsgraad van eieren vandaag rond de 100 procent moet liggen. Ten opzichte van 2013 zou dit een daling van 9 procent beteken. Exacte officiële cijfers zijn er niet, want de graad wordt al jaren niet meer berekend. “Wat de werkelijke zelfvoorzieningsgraad vandaag ook is, binnenkort zal ze ernstig zakken naar 70 procent”, waarschuwt Landsbond Pluimvee.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ei" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b4b2645d-8902-4daf-91b7-db0ff1b77efe/full_width_eieren-code-stempel-vlam.jpg</image>
                                        <content>Een zelfvoorzieningsgraad geeft de verhouding weer tussen productie en consumptie. Voor de productiecijfers baseert minister Brouns zich in zijn inschatting op het aantal opgezette eendagskuikens, opfokpoeljen en de maximumcapaciteit van stallen van leghennenhouders. De cijfers aan de consumptiezijde liggen wat ingewikkelder dan die aan de productiezijde. Want naast de eieren die consumenten in de winkels kopen, gaat ook een groot deel naar de voedingsindustrie. “En ook buiten de voedingsindustrie duiken eierproducten steeds vaker op”, duidt Brouns. “Bijvoorbeeld in de verzorgingsproducten en farmaceutische toepassingen.”Omdat België niet over totale consumptiecijfers beschikt, baseert Brouns zich op de Nederlandse consumptie. Volgens berekeningen van de Universiteit van Wageningen verbruikt een Nederlander ongeveer 200 eieren per jaar. “Als we dat doortrekken naar België, komen we op zo’n 2,3 miljard eieren. Dat stemt ongeveer overeen met de totale geschatte eindproductie in ons land”, aldus Brouns. Binnenkort zelfvoorziening van 70 procentLandsbond Pluimvee schat eerder een zelfvoorzieningsgraad onder de 100 procent. “De exacte zelfvoorzieningsgraad is moeilijk in te schatten zonder cijfers te hebben”, aldus Martijn Chombaere van Landsbond Pluimvee. “Vorig jaar kaartten we dit gebrek aan bij federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR), zonder reactie. Dit jaar werd het nogmaals naar voren geschoven en wordt het in overweging genomen.”“Maar of die zelfvoorziening nu 95 of 105 is, dit is niet het grote struikelblok”, gaat Chombaere verder. “De zelfvoorzieningsgraad in de nabije toekomst baart ons veel ernstigere zorgen, wanneer in Vlaanderen verrijkte kooien verboden zullen zijn. Deze uitfasering zal in de meeste gevallen leiden tot een stopzetting, waarbij we zullen afstevenen op een zelfvoorzieningsgraad van 70 procent.” Import om vraag op te vangenNiet alleen wordt een sterke daling in de productie verwacht, ook de vraag naar eieren zal blijven stijgen. Die kloof zal opgevangen moeten worden met import, iets wat nu al gebeurt. Want zelfs met een zelfvoorzieningsgraad van bijna 100 procent voert België eieren in. Vraag en aanbod zijn namelijk niet het hele jaar in balans. Tijdelijke tekorten en lagere prijzen in het buitenland stimuleren zo de import.Dit kan ook teruggevonden worden in de handelsbalans van eiproducten, die al jaren negatief is én steeds roder wordt. In 2023 klokte de handelsbalans af op -10.853 ton, toen werd er 35.342 ton eiproducten geïmporteerd en 24.489 ton geëxporteerd. In 2018 was de handelsbalans nog -2.061 ton. Toen werd praktisch evenveel uitgevoerd (24.537 ton), maar slecht 26.597 ton ingevoerd. Van alle eieren die Europa invoert, komt zo’n 60 procent uit Oekraïne. Die worden meestal geproduceerd in klassieke kooien, volgens andere normen dan bij ons. Om onder meer een gelijk speelveld rond dierenwelzijn te creëren, zou Oekraïne volgens het Associatie-akkoord uit 2017 tegen 1 januari 2026 aan de Europese regelgeving moeten voldoen. “Maar met de oorlog moeten we die deadline met de nodige realiteitszin bekijken,” zegt Brouns. “Toch is het belangrijk dit goed op te volgen.”In de commissie van Landbouw benadrukte hij woensdag het belang van een evenwicht tussen economische leefbaarheid, een lage milieu-impact en een hoog niveau van dierenwelzijn. Om te vermijden dat verwerkers massaal kiezen voor buitenlandse goedkopere kooi-eieren, of pluimveehouders die hun activiteiten verhuizen net over de EU-grens, blijft een gelijk speelveld volgens hem essentieel. “Daarnaast moeten we zorgen dat onze leghenhouders in transitie maximaal ondersteund worden”, klinkt het. De minister ging verder niet in op de vraag van Vlaams parlementslid An Hermans (N-VA) hoe hij dit concreet wil aanpakken. Wel wordt gewerkt aan een toekomstvisie 2030-2050 voor de hele landbouwsector.</content>
            
            <updated>2025-05-04T09:52:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen treuzelt met klimaatplan: België moet opnieuw uitstel bij EU vragen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-treuzelt-met-klimaatplan-belgie-moet-opnieuw-uitstel-bij-eu-vragen" />
            <id>https://vilt.be/57289</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>België zal zijn Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) niet kunnen indienen bij de Europese Commissie op 12 mei, hoewel de nieuwe deadline die de Commissie oplegde dan afloopt. Dat nieuws wordt bevestigd door een woordvoerster van federaal minister van Klimaat Jean-Luc Crucke (Les Engagés). Volgens haar is de vertraging te wijten aan Vlaanderen omdat de vorige minister nooit gestart is met een klimaatplan. In het plan zit onder meer vervat dat de uitstoot van landbouw met 47 procent verminderd moet worden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6c0385b9-83fa-4a87-ae16-04c5c93fd6c0/full_width_klimaatveranderingprotestbetoging.jpg</image>
                                        <content>België heeft zich nu geëngageerd om het plan voor het zomerreces in te dienen bij de Europese Commissie. De deadline zou dan 21 juli worden. &quot;De Europese Commissie gaf aan geen juridische procedure voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te zullen starten zolang een geloofwaardig tijdschema wordt gerespecteerd en transparante communicatie over de voortgang wordt gewaarborgd&quot;, aldus de woordvoerster van Crucke.De nieuwe deadline werd volgens het kabinet-Crucke besproken met Vlaamse minister van Klimaat Melissa Depraetere (Vooruit), die &quot;bevestigde dat de nieuwe deadlines gerespecteerd moeten worden&quot;. Zij zegt dat er vertraging is vertraging omdat de vorige Vlaamse regering nooit een plan heeft gemaakt. “De huidige minister is er volop mee bezig. Deze zomer nog komt er een plan&quot;, aldus haar kabinet.De definitieve nationale plannen moesten oorspronkelijk op 30 juni 2024 klaar zijn. Ze beschrijven hoe de lidstaten willen bijdragen aan de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030. Tegen die tijd moet de EU haar uitstoot van broeikasgassen met 55 procent verminderen ten opzichte van 1990. Om dat te bereiken moet België de uitstoot van gebouwen en in sectoren als transport en landbouw met 47 procent verminderen.Afgelopen november startte de Commissie een inbreukprocedure tegen België. In maart riep ze ons land opnieuw tot de orde, met twee maanden extra om het huiswerk af te krijgen. Dat blijkt dus niet genoeg. &quot;De federale regering is zich bewust van haar verantwoordelijkheid en werkt constructief samen met de andere entiteiten aan een gezamenlijk en ambitieus plan&quot;, verzekert de woordvoerster.</content>
            
            <updated>2025-05-04T10:32:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kalverhoudster verliest vergunde veeplaatsen door stikstof: “Overheid is in gebreke gebleven”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kalverhoudster-moet-vergunde-veeplaatsen-inleveren-door-pas-overheid-is-in-gebreke-gebleven" />
            <id>https://vilt.be/57290</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Kalverhoudster Emelie Laeremans&nbsp;(38) uit Herselt&nbsp;dreigt 56 veeplaatsen te verliezen bij de verlenging van haar vergunning. Het verlies is het directe gevolg van het stikstofdecreet dat een stikstofreductie van vijf procent eist tegen eind van dit jaar. “Ik had geen andere keuze dan veeplaatsen in te leveren. In de kalverhouderij is maar één techniek erkend, maar dat is onhaalbaar op mijn bedrijf.” Boerenbond, die de deadline van de tussentijdse reductie voor de rundveehouderij eerder al onrealistisch had genoemd, reageert stellig: “Hier is de overheid in gebreke gebleven door niet tijdig werk te maken van maatregelen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b4ed80d7-a504-4c75-b7fb-3cb6d90c5506/full_width_emelie-laeremans.jpg</image>
                                        <content>Boerenbond constateerde enkele weken geleden dat het &quot;onrealistisch&quot; is voor rundveehouders om de tussentijdse reductiemaatregelen voor stikstof te behalen. Tegen eind dit jaar moeten zij een stikstofreductie realiseren van vijf procent op bedrijfsniveau in aanloop naar een grotere reductie tegen 2030. Uit een rondvraag van Boerenbond onder ruim 1.100 leden bleek dat maar liefst 80 procent van de rundveehouders problemen ervaart bij het behalen van de doelstelling. Bij de redenen wordt onder andere gewezen naar het gebrek aan reducerende technieken.De landbouworganisatie riep de overheid dan ook op om snel duidelijkheid te scheppen. “We vragen aan de overheid om snel haalbare technieken te erkennen zodat rundveehouders een keuze kunnen maken voor de maatregel die het meest geschikt is om voor hun bedrijf om de reductiedoelstelling te behalen. Er is ook meer tijd nodig om de doelstelling te bereiken. Na de erkenning moet er voldoende tijd geboden worden om deze technieken te installeren. De deadline om eind 2025 de reductiedoelstelling te behalen, is simpelweg niet realistisch.” Geen realistische reductiemaatregelen in kalverhouderijDe problemen die Boerenbond schetst, blijken zich in de praktijk al een tijd voor te doen. “Wij hadden geen andere keus dan onze veestapel met vijf procent te reduceren”, vertelt kalverhoudster Emelie Laeremans&amp;nbsp;(38) uit Herselt. Laeremans heeft enkele vestigingen in en rond Herselt en op één van deze vestigingen verloopt de vergunning op 2 juni 2025. Bij de vernieuwingsaanvraag leverde zij 56 van de vergunde 1.120 veeplaatsen in om aan het nieuwe stikstofdecreet te voldoen. “In de kalverhouderij is er maar één stikstofreducerende techniek erkend en dat is de luchtwasser, maar die techniek is onmogelijk te combineren met onze oude stal”, verklaart ze.De kalverhoudster geeft aan dat ze tot het laatste moment heeft gewacht met het indienen van de vergunningsaanvraag, die momenteel nog in behandeling is. “De vakvereniging van Belgische kalverhouders (VBK) heeft vorige zomer,&amp;nbsp;in samenwerking met Boerenbond,&amp;nbsp;twee dossiers ingediend bij het&amp;nbsp;AT/WeComV&amp;nbsp;(de instelling die de minister adviseert over nieuwe emissiereducerende technieken, red.), maar tot op vandaag,&amp;nbsp;na bijna een jaar, werd er nog steeds geen advies geformuleerd”, klinkt het.Het gaat concreet om zogenaamde “balansballen&quot;. In dit geval liggen er kunststofballen in de mestput. Nadat de mest op de ballen valt, kantelen deze en sluiten de mestput af. De techniek wordt al toegepast in de varkenshouderij en heeft daar een reductiewaarde van 28 procent gekregen. Een tweede dossier dat VBK heeft ingediend gaat over het langer leeg laten staan van de stal tussen het afvoeren van de slachtrijpe kalveren en de komst van de nieuwe kalveren. “Dit lijkt alleszins een eenvoudige maatregel waarvan het effect makkelijk door te rekenen lijkt”, aldus Laeremans. Zij is niet te spreken over trage werking van WeComV. Feitelijk is dit een koude sanering, omdat er behalve de luchtwasser nog geen technieken erkend zijn Geen alleenstaand gevalVolgens Boerenbond is het verhaal van Laeremans geen alleenstaand geval. “We hebben nog weet van rundveehouders die niet anders kunnen dan minder dieren houden om de vijf procent reductie te behalen. Het gaat niet alleen over kalverhouders, maar ook over andere rundveehouders die geen haalbare erkende technieken kunnen toepassen op hun bedrijf.” Ook landbouwadviesbureau DLV heeft al een aantal hernieuwingen van vergunningen ingediend waarbij het aantal dierplaatsen naar beneden werd bijgesteld. “Feitelijk is dit een koude sanering omdat er behalve de luchtwasser nog geen technieken erkend zijn”, aldus Patrick Herijgers, adviseur bij DLV. Volgens Boerenbond is de overheid bij deze dossiers “in gebreke gebleven” door niet tijdig werk te maken van de maatregelen. “Een verlenging van de deadline zal inderdaad geen oplossing bieden voor de bedrijven waarvan de vergunning afloopt en die dus nu een nieuwe vergunning dienen aan te vragen. Zij kunnen enkel rekenen op de technieken die er vandaag zijn.”Ook het kabinet van landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) reageert op de kwestie. “Om dit soort zaken te vermijden, en ook kalverhouders zekerheid te geven op de lange termijn, is het van belang dat er snel meer technieken worden erkend.”Het geeft hiermee indirect toe dat het voor Laeremans te laat komt. Zelf hoopt de veehoudster dat de verloren veeplaatsen niet definitief zijn. “Misschien is er een rechtzetting mogelijk en anders kunnen we mogelijk in beroep gaan.”Van dierbezetting in 2021 naar vergunde bezettingNadat Boerenbond de problemen rond de vijf procent reductie vorige week aankaartte, liet Brouns al weten dat er begripvol zou omgegaan worden met de deadline. “Ik begrijp de bezorgdheden op het terrein. De ambities zijn niet min en we zullen de weg samen met de sector moeten afleggen, schouder aan schouder. Samen met onze diensten werken we de klok rond om ervoor te zorgen dat landbouwers die doelstellingen op een realistische manier kunnen behalen, voor elk van de grote verscheidenheid aan bedrijfstypes en productiesystemen in Vlaanderen.”Zijn diensten leggen volgens hem op “dit moment de laatste hand aan een duidelijk kader met toepasbare praktijken en voldoende flexibiliteit”. Ondertussen heeft het kabinet van de minister en het departement Omgeving al een aantal verduidelijkingen rond stikstof gedaan. Zo moet de emissiereductie van vijf procent gerealiseerd worden ten opzichte van de rundveebezetting in de huidig vergunde situatie en niet op de feitelijke veebezetting in 2021.Deze aankondiging was een lichte troost voor Laeremans. “Wij gingen aanvankelijk uit van een reductie van het aantal veeplaatsen ten opzichte van het referentiejaar 2021. In dat geval zouden we 192 plaatsen verloren hebben ten opzichte van onze vergunning.” Patrick Herijgers van DLV, beaamt dat de regels recent zijn veranderd en dat er nu op basis van de bestaande vergunning vijf procent gekort moeten worden. “Bij lopende omgevingsvergunningsaanvragen bestaat er nog een mogelijkheid om een projectwijziging in te dienen.”</content>
            
            <updated>2025-05-05T13:03:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse regering veroordeeld omdat ze wilde hamster onvoldoende beschermt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-regering-veroordeeld-omdat-ze-wilde-hamster-onvoldoende-beschermt" />
            <id>https://vilt.be/57291</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De rechtbank van eerste aanleg in Brussel heeft de Vlaamse regering veroordeeld omdat ze heeft nagelaten om de wilde hamster afdoende te beschermen. Dat melden milieuorganisatie Dryade en Vogelbescherming Vlaanderen. De regering moet nu maatregelen nemen, onder meer door te voorzien in een vereiste minimumoppervlakte aan geschikt leefgebied en een voldoende grote hamsterpopulatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fce670a2-e570-4c19-b38e-c6d8fe6b2f9b/full_width_wilde-hamster.jpg</image>
                                        <content>Strengste bescherming sinds 1994De wilde hamster is een beschermde diersoort. Onder de Europese habitatrichtlijn geniet het diertje sinds 1994 van de strengste bescherming, maar toch leven er momenteel enkel nog in de Limburgse deelgemeente Widooie enkele tientallen exemplaren. Voor het in stand houden van de soort zijn er 10.000 à 20.000 exemplaren nodig en minimaal 600 hectare aan hamstervriendelijk leefgebied, zo stellen de milieuorganisaties.De milieuverenigingen stapten al in augustus 2023 naar de rechter. Vogelbescherming Vlaanderen spreekt van &quot;een historische overwinning voor de natuur&quot;. &quot;We hopen dat deze uitspraak een kantelpunt is voor de wilde hamster&quot;, stelt Free Van Rompaey van Vogelbescherming Vlaanderen. &quot;Dit vonnis dwingt de overheid om eindelijk haar verantwoordelijkheid te nemen&quot;, vult Elias Van Marcke van Dryade aan.De natuurorganisaties wijzen er ook op dat de opgelegde maatregelen niet enkel de hamster, maar ook de biodiversiteit in het algemeen, ten goede zullen komen. &quot;De hamster wint vandaag niet alleen in de rechtbank, maar hopelijk ook in de natuur&quot;, aldus Van Marcke. &quot;Dit vonnis bevestigt dat de overheid niet straffeloos een beschermde soort kan laten verdwijnen. Nu is het tijd voor actie. We kijken ernaar uit om te zien hoe de Vlaamse regering met dit vonnis aan de slag gaat.&quot;Verdere aanpak wordt onderzochtIn een reactie stelt Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns dat hij de administraties zal laten onderzoeken &quot;welke verdere aanpak in samenwerking tussen verschillende actoren en de buurlanden nodig is om het voortbestaan van de hamster in Vlaanderen te waarborgen&quot;. De minister zegt het vonnis verder te zullen bestuderen en te zullen bekijken welke stappen de Vlaamse regering zal nemen.Hoewel de rechter de Vlaamse regering nu veroordeelt omdat ze de wilde hamster onvoldoende heeft beschermd, zijn er nochtans al veel inspanningen geleverd om de hamster te laten overleven in Limburg. Dat is nodig omdat de hamster, ook wel korenwolf genoemd, een Europees beschermde soort is. Als Vlaanderen onvoldoende inspanningen levert, riskeert het ook een Europese veroordeling. Subsidies voor hamsters onder vuurTussen 2018 en 2022 spendeerde Vlaanderen maar liefst 600.000 euro aan een project om het aantal wilde hamsters te doen stijgen. Zo werden er onder meer 150 gekweekte Europese hamsters uitgezet, werden akkers aangeplant met hamstervriendelijke gewassen en werden stroken niet gemaaid zodat de diertjes er zich konden verschuilen voor roofdieren. Toch daalde het aantal hamsterburchten tussen 2020 en 2022 van 18 naar vijf. Een gezonde populatie telt een honderdtal burchten.Op die subsidies voor het hamsterproject kwam al heel wat kritiek. Sommigen zagen het als een symbool van de doorgeschoten subsidiepolitiek van de Vlaamse regering. Natuurorganisaties vonden dan weer dat het project niet ver genoeg gaat. Volgens Natuurpunt werkte het project te veel op basis van vrijwilligheid. “Waar nu nog steeds wordt verwacht dat de hamster zich moet aanpassen aan de agrarische bedrijfsvoering, zal de omgekeerde beweging noodzakelijk zijn: een bedrijfsvoering aangepast aan de hamster”, stelde de natuurorganisatie. Zij schuift verplichte beheerovereenkomsten en het opkopen van landbouwgronden in het kader van het hamsterbeleid naar voor.</content>
            
            <updated>2025-05-04T11:09:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Oer-Belgische merken Côte d'Or en Lotus slaan handen in elkaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oer-belgische-merken-cote-dor-en-lotus-slaan-handen-in-elkaar" />
            <id>https://vilt.be/57292</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het partnerschap tussen koekjesbakker Lotus Bakeries en de Amerikaanse multinational Mondelez resulteert in een nieuwe samenwerking: chocolade van Côte d'Or met Biscoff - de merknaam voor speculoos - van Lotus.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d831125a-5107-4841-826b-7e22edc8c1c6/full_width_lotusbiscoff.jpg</image>
                                        <content>Lotus en Mondelez kondigden acht maanden geleden een samenwerking aan. De Amerikaanse snackreus - geleid door de Belg Dirk Van de Put - gaat voor Lotus Bakeries in India Biscoff-koekjes maken en verdelen.&amp;nbsp;Maar beide bedrijven gaan ook samen producten op de markt brengen. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld kun je al een chocoladereep kopen van het Mondelez-merk Cadbury met Biscoff-kruimels. En ook een gelijkaardige Milka-tablet is op de markt.&quot;Twee Belgische iconen&quot;Nieuw en specifiek op de Belgische markt gericht wordt een tablet chocolade van Côte d&#039;Or met Biscoff-kruimels van Lotus Bakeries. De melkchocoladetabletten - er is ook een versie met witte chocolade - verschijnen de komende weken in de winkelrekken, eerst bij Delhaize, later ook bij andere supermarkten.Beide bedrijven zetten in op het oer-Belgische karakter van beide merken. &quot;Twee Belgische iconen komen samen&quot;, zegt Marcin Dobrock, directeur van Mondelez in de Benelux.De productie van de tabletten gebeurt echter in Duitsland, klinkt het bij Mondelez. Enkel de vloeistof waar de chocolade van wordt gemaakt, komt nog uit ons land.De nieuwe chocoladetablet moet helpen om de omzet van Mondelez in de Benelux naar een miljard euro te tillen in 2030, aldus Dobrock. Vandaag zit de Amerikaanse multinational aan twee derde van dat cijfer.Voor Lotus Bakeries opent de samenwerking met een groep als Mondelez veel mogelijkheden, vertelt CEO Jan Boone. Dat moet helpen om de uiteindelijke doelstelling van de Oost-Vlamingen waar te maken: met Biscoff de nummer drie op de wereldwijde koekjesmarkt te worden.</content>
            
            <updated>2025-05-05T14:37:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Parlement buigt zich over misbruik beroepsprocedures en vergunningswet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/parlement-buigt-zich-over-misbruik-beroepsprocedures-en-vergunningswet" />
            <id>https://vilt.be/57293</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Vlaams parlement buigt zich over de wildgroei aan procedureslagen in vergunningsdossiers. Vergunningsdossiers die eindeloos aanslepen omwille van herhaaldelijke beroepsprocedures zijn in haast geen enkele gemeente vreemd, en de Vlaamse regering wil hier paal en perk stellen. “We moeten maximaal inzetten op de vereenvoudigde proceduremogelijkheden en kritisch blijven ten aanzien van elke sectorale regelgeving”, zei Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) op de afgelopen commissie Leefmilieu.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bdd9aa1e-8a41-4dc9-a649-2793b1b6e4f5/full_width_nieuwbouwloodsstallenbouwtoelevering.jpg</image>
                                        <content>De trage rechtsgang inzake vergunningsprocedures treft meer dan één sector. Midden april illustreerde een Pano-reportage hoe de woonsector getroffen wordt door de excessieve beroepsprocedures. Hoewel het systeem vooral bedoeld is om oprechte bezorgdheden aan te kaarten, is de motivering niet bij iedereen even zuiver. Trage procedures en een troebele regelgeving maken het heel makkelijk om vergunningsaanvragen te laten stranden in een juridisch moeras. En dat is ook binnen de landbouwsector een probleem.Waar het debat binnen de commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement zich vooral beperkte tot de woonsector, trok parlementslid Bart Dochy (cd&amp;amp;v) de discussie in de commissie Landbouw open naar de agrarische sector. De Vlaamse regering wil de procedures versnellen met maatregelen zoals het Modulair Omgevingsvergunningsdecreet, maar Dochy wees erop dat dit niet voldoende is. “Een fundamenteel helder juridisch kader met duidelijk afgelijnde procedures en criteria die in het kader van een ontvankelijkheid van een beroep worden opgesteld, is essentieel”, stelt Dochy. “Dit is belangrijk om een einde te kunnen maken aan dat strategische procederen.”Wettekst uitgebreid van 14 naar 1.200 pagina&#039;sVolgens Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns valt er op vlak van vereenvoudiging nog veel terrein te winnen. In de commissie Leefmilieu verwees de minister naar de Stedenbouwwet. Die telde in 1962 slechts veertien pagina’s, Frans en Nederlands samen. Vandaag telt het ‘Zakboekje ruimtelijke ordening 1.200 pagina’s. “Maar in die ‘kloefer’ zijn maar weinig pagina’s die over die procedure gaan”, sprak Brouns. “Dat is de clou. Er is heel veel sectorale regelgeving. Vijf jaar geleden zou een architect niet hebben hoeven te berekenen wat de stikstofimpact van vrachtwagens van en naar de werf is. Vandaag moet dat wel. Er zijn veel goedbedoelde regels ter bescherming van mens, milieu en omgeving, maar die maken projecten soms vatbaarder voor beroep en procedure dan vroeger.”  Er zijn veel goedbedoelde regels ter bescherming van mens, milieu en omgeving, maar die maken projecten soms vatbaarder voor beroep en procedure dan vroeger Brouns wees erop dat heel wat van die 1.200 pagina’s het gevolg zijn van Europese milieuwetgeving. Als we vandaag alle milieuwetgeving, die vanuit Europa komt, weghalen, zullen heel wat van die 1.200 bladzijden wegvallen”, zegt Brouns. “Het is goedbedoeld: de bescherming van ons als mens, van onze omgeving, onze milieukwaliteit. Maar dat maakt het voor diegenen met slechte bedoelingen gemakkelijker om te procederen. We moeten maximaal inzetten op de vereenvoudigde proceduremogelijkheden en kritisch blijven ten aanzien van elke sectorale regelgeving.”Recht op procederenLangs de andere kant van de medaille bestaan beroepsprocedures natuurlijk met een reden: parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) erkent de excessen binnen het systeem, maar vraagt de minister om bepaalde rechten niet te ondergraven. Ze verwijst hierbij naar het verdrag van Aarhus, dat de principes van toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter moet garanderen voor iedereen. Het is een pijnlijke vaststelling dat er vandaag businessmodellen worden gemaakt op basis van beroepsprocedures Brouns zegt dat als een evidentie te zien. “We raken niet aan de principes uit het verdrag van Aarhus. Inspraak en beroepsmogelijkheden blijven essentieel. Mensen moeten gehoord kunnen worden wanneer ze disproportionele nadelen ondervinden van een project dat in hun leefomgeving zou verrijzen. Daar mag geen twijfel over bestaan. Inspraak, toegang tot informatie en het recht op beroep zijn fundamentele hoekstenen van een rechtsstaat.&quot; “Maar het systeem van rechtsbescherming is niet bedoeld om te misbruiken”, zegt de minister nog. “Het is een pijnlijke vaststelling dat er vandaag businessmodellen worden gemaakt op basis van beroepsprocedures. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.”Onrechtmatige beroepenIn de commissie Landbouw ging men nog wat dieper in op de excessen binnen de landbouwsector. Dochy sluit zich aan bij het VILT-interview met Carl De Braeckeleer van adviesbureau DLV, die onder meer het systematisch in twijfel trekken van adviezen van erkende deskundigen aan de kaak stelt. Als er een onrechtmatig beroep is, zou daartegen moeten kunnen worden gereageerd. Meer dan vandaag het geval is Volgens de minister kan men er ook niet van uit gaan dat deskundigen onfeilbaar zijn en dat hun rapporten nooit een fout of een leemte bevatten, maar moet er wel harder worden opgetreden tegen misbruik van rechtsbescherming. “Als er een onrechtmatig beroep is, zou daartegen moeten kunnen worden gereageerd, en wat mij betreft, meer dan vandaag het geval is”, stelt Brouns.Trage procedures maken landbouwers &#039;te oud&#039; voor VLIF-steunZoals eerder aangekaart in VILT, zorgen de langdurige beroepsprocedures er ook voor dat vele landbouwbedrijven de steunmaatregelen voor jonge landbouwers mislopen. Dit omdat er vaak vele jaren liggen tussen aanvraag en verwezenlijking van een project. Een aandachtspunt voor het beleid, vindt Dochy, “We rekenen bijvoorbeeld bij de aanvang van de vergunning twee jaar alvorens men de realisatie zou starten, maar door zo’n roekeloos tergend beroep kan dat misschien drie, vier jaar duren, waardoor de aanvrager in die periode de leeftijdsgrens overschrijdt”, zegt Dochy. “Je kunt je aanvraag maar formeel indienen op het moment dat je over een geldige milieuvergunning beschikt. Boven de 40 jaar krijg je een pak minder subsidies, ook al is de aanvraag voor de 40 ingediend.”Volgens Brouns kan men er echter moeilijk omheen dat het moment waarop een vergunning wordt verleend, crucialer is dan de datum van aanvraag. “Het college, de provincie stempelt af op het moment van de vergunning. Op dat moment wordt gekeken naar de andere voorwaarden voor de toekenning van VLIF-steun (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds). Dan komt de gevoeligheid: de uitvoeringstermijn. Het kan zijn dat het door het huidige pingpongspel met de Raad voor Vergunningsbetwistingen vaak over en weer kan gaan. De termijn die door het VLIF is ingesteld waarbinnen je het moet opnemen, kan een grote uitdaging zijn. Ook al beantwoord je initieel aan de voorwaarden, het kan zijn dat de termijn waarbinnen het moet worden opgenomen, ondertussen verstreken is. Dat moeten we nu bekijken in functie van de door u geschetste problematiek.&quot; Boerderij wordt woning, procedures volgenIn de marge van de discussie bracht Jurgen Callaerts (N-VA) nog de zonevreemde functiewijzigingen ter sprake. Wanneer stoppende landbouwbedrijven hun gebouwen vermarkten, zijn deze mits een functiewijziging zeer gegeerd op de woonmarkt. Maar zo krijgen de omliggende landbouwers natuurlijk wel te maken met een residentiele bewoner in hun midden, wat bepaalde landbouwactiviteiten bemoeilijkt. “Dat zijn moeilijke discussies, want de huidige landbouwers zien dat als hun spreekwoordelijke appeltje voor de dorst, maar dat staat op gespannen voet met het feit dat je op die manier landbouwgebied zonevreemd maakt en dus mee de krimp zet in dat areaal, dat al onder druk staat”, zegt Callaerts.Brouns beaamt dat het hier belangrijk is om een balans te vinden. “De woning moet meer rechten worden gegeven dan vandaag”, stelt hij. “Stallen die geen landbouwfunctie meer hebben, moet je durven af te breken. Je moet ruimte geven aan de landbouwactiviteit in de omgeving. En tegelijkertijd moet je de rechten van de buurman-landbouwer in de omgeving ook niet hypothekeren. Als hij volkomen conforme zone-eigen activiteiten exploiteert, dan kan het niet zijn dat hij bij een vergunningsaanvraag hinder ondervindt door die plattelandswoning.”Brouns herinnert eraan dat sinds het begin van de legislatuur een expertencommissie samenzit om het vergunningenbeleid in Vlaanderen te hertekenen. “Tegen het najaar verwachten we concrete voorstellen om te komen tot een eenvoudigere, transparantere en robuustere aanpak”, aldus de minister.</content>
            
            <updated>2025-05-05T13:34:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Lokaal, duurzaam, goedkoop én topkwaliteit”, maar Vlamingen durven kraanwater niet te serveren aan gasten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/lokaal-duurzaam-goedkoop-en-topkwaliteit-maar-vlamingen-durven-kraanwater-niet-te-serveren-aan-gasten" />
            <id>https://vilt.be/57294</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Meer dan acht op de tien Vlamingen drinken thuis kraanwater, toch zet bijna de helft het niet op tafel. Dat blijkt uit een recent onderzoek van AquaFlanders, de federatie van Vlaamse waterbedrijven en rioolbeheerders. De belangenvereniging roept op om kraanwater bewust op tafel te zetten, ook in de horeca.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/65c89880-b97a-434d-93c6-dbbfe1bc60af/full_width_kraanwater.jpg</image>
                                        <content>Kraanwater is volgens AquaFlanders milieuvriendelijk, lokaal, altijd beschikbaar en &quot;een financiële no-brainer&quot;. Kraanwater kost gemiddeld 0,7 eurocent per liter - dat is 300 keer minder dan flessenwater. Wie overschakelt, bespaart jaarlijks makkelijk honderden euro&#039;s.AquaFlanders verzekert dat kraanwater één van de best gecontroleerde voedingsmiddelen van het land is. &quot;Het wordt voortdurend gemonitord door onafhankelijke laboratoria en voldoet aan Europese en Vlaamse normen&quot;, klinkt het in een persbericht.&quot;Kraanwater is lokaal, duurzaam, goedkoop én van topkwaliteit&quot;, zegt Carl Heyrman, algemeen directeur van AquaFlanders. &quot;Dat bijna de helft het niet durft te serveren aan gasten, toont dat perceptie soms sterker is dan feiten. Het is tijd om daar verandering in te brengen - met trots, en een beetje lef.&quot;In de provincie Limburg drinkt 89 procent van de mensen thuis kraanwater, het hoogste aantal in Vlaanderen. In West-Vlaanderen zakt dat naar 75 procent. Vier op de tien West-Vlamingen serveren kraanwater aan gasten. Jongeren tussen 18 en 24 jaar zijn kraanwaterkampioenen: 64 procent van hen drinkt dagelijks kraanwater.</content>
            
            <updated>2025-05-05T14:26:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Royal A-ware ziet omzet met 16,4 procent stijgen en trekt meer Vlaamse melkveehouders aan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/royal-a-ware-ziet-omzet-met-164-procent-groeien-en-trekt-meer-vlaamse-veehouders-aan" />
            <id>https://vilt.be/57295</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Nederlandse zuivelverwerker Royal A-ware, die sinds enkele jaren ook actief is in Vlaanderen, zag zijn omzet in 2024 met 16,4 procent stijgen tot 3,8 miljard euro. Die groei werd onder meer mogelijk gemaakt door een toename van de melktoevoer uit Vlaanderen. “Het aantal melkveehouders dat levert aan Royal A-ware is in 2024 opnieuw gestegen, zowel in België als in Nederland”, luidt het in het recent gepubliceerde jaarrapport. Tegenover de hogere omzet staat wel een lagere winstmarge.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/62002cbe-5d40-4a30-9571-0ea677611de4/full_width_pressemitteilung-royal-a-ware-holt-die-erste-milch-in-deutschland-ab.jpg</image>
                                        <content>Hoewel de omzet toenam van 3,3 miljard euro in 2023 naar 3,8 miljard euro in 2024, daalde het nettoresultaat. Waar Royal A-ware twee jaar geleden nog een nettowinst van 82 miljoen euro boekte, kwam die in 2024 uit op bijna 65 miljoen euro. Dit blijkt uit het jaarrapport, dat beschikbaar is in het Nederlands, Frans, Engels, Duits en Spaans.De meertalige publicatie onderstreept de internationale positie van het familiebedrijf, dat geldt als één van de belangrijkste melk- en kaasleveranciers van supermarktketen Albert Heijn. Royal A-ware telt 51 verkoopkantoren en productielocaties verspreid over Europa, al ligt de nadruk van de activiteiten nog steeds in Nederland en België.Het bedrijf, dat jaarlijks 2,8 miljard liter melk verwerkt en geleverd krijgt van ruim 1.500 Vlaamse en Nederlandse melkveehouders, benadrukt in het jaarrapport dat het aantal Belgische leveranciers ook in 2024 verder is toegenomen. De Vlaamse melkplas groeide mee, zo valt verderop te lezen. Overname The Dairy Food Group op komstNaast een groeiend aantal leveranciers zet Royal A-ware ook in op uitbreiding via overnames. In de zomer van 2024 kondigde het plannen aan om het Limburgse zuivelbedrijf The Dairy Food Group over te nemen. De overname, die oorspronkelijk eind vorig jaar afgerond zou worden, wordt nu in de eerste helft van 2025 verwacht. Een onderzoek van de Europese Commissie zorgde voor vertraging. Eerder nam Royal A-ware in Vlaanderen al de melkpoederfabriek van FrieslandCampina in Aalter over, evenals Olympia in Herne en de Hollebeekhoeve in Kruibeke.Volgens A-ware verklaren de recente overnames en de bijbehorende opstartkosten de lagere winstmarge. De belangrijkste investeringen in 2024 betroffen de uitbreiding van productie- en verpakkingscapaciteit in Nederland, de bouw van een nieuwe mozzarellafabriek in Spanje, en investeringen in productielocaties voor verse zuivel in zowel België als Nederland. De netto-investeringen bedroegen 108 miljoen euro, tegenover 85 miljoen euro in 2023.Druk op marges door marktomstandighedenDe zuivelverwerker wijst ook op ongunstige marktomstandigheden als verklaring voor de lagere marges. “De aanhoudende volatiliteit van melk- en zuivelprijzen heeft ook in 2024 een impact gehad op het resultaat. Terwijl de melkprijs gestaag steeg, vertoonden de zuivelproductprijzen een grilliger verloop. Dat maakt het moeilijk om stabiele verkoopmarges te behouden. Bovendien zijn de kosten in 2024 opnieuw fors toegenomen. Niet alle kostenstijgingen konden worden doorgerekend aan klanten, wat leidde tot een daling van het nettoresultaat ten opzichte van 2023”, klinkt het in het verslag.Europese duurzaamheidsrapportageNaast financiële resultaten gaat Royal A-ware in het jaarrapport ook in op de vooruitgang op het gebied van duurzaamheid. Het bedrijf stelt de eerste Nederlandse zuivelproducent te zijn met een accountantsverklaring op de duurzaamheidsrapportage, in overeenstemming met de nieuwe Europese richtlijn voor duurzaamheidsverslaggeving (Corporate Sustainability Reporting Directive – CSRD). “We zijn trots dat we als eerste Nederlandse zuivelproducent zo’n verklaring hebben ontvangen”, aldus CEO Jan Anker.Royal A-ware streeft naar een klimaatneutrale zuivelketen tegen 2050. Dat vereist CO₂-reducties in de eigen operaties, maar ook bij transporteurs, consumenten en melkveehouders. Om de klimaatimpact in Vlaanderen te verkleinen, nam het bedrijf in 2024 een belang van 50 procent in Farmdesk, een Vlaamse onderneming die een tool aanbiedt om broeikasgasemissies op melkveebedrijven in kaart te brengen en te verminderen. Melkprijs opnieuw in de liftVoor mei 2025 heeft de directie van Royal A-ware de standaardmelkprijs vastgesteld op € 53,00 per 100 liter melk. Inclusief premies en toeslagen komt dat neer op een reëel uitbetaalde melkprijs van € 56,58 per 100 liter. Voor weidemelk wordt zelfs € 57,58 per 100 liter betaald. Het is de tweede maand op rij dat de melkprijs stijgt; in april bedroeg de stijging nog € 2,25 per 100 liter.</content>
            
            <updated>2025-05-05T16:18:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU en VK starten onderhandelingen om voedselcontroles af te schaffen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-en-verenigd-koninkrijk-starten-onderhandelingen-om-voedselcontroles-af-te-schaffen" />
            <id>https://vilt.be/57296</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk onderhandelen op 19 mei over een akkoord dat definitief een einde moet maken aan de wederzijdse veterinaire eisen bij voedselimporten. Aan beide zijden van het kanaal is er erg veel ergernis over de bureaucratie die daarmee gepaard gaat. De EU zou opnieuw voor een akkoord van beperkte duur willen gaan, maar de Britten dringen aan op een permanente overeenkomst.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="brexit" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/44dc1a90-201e-454d-9b37-88d7441d1e38/full_width_favv-grenscontrolepost-gcp-brexit-controle-1500.jpg</image>
                                        <content>Na de brexit werden controles op landbouwproducten zoals vlees en zuivel opnieuw ingevoerd. Zo eist de EU een heel reeks formulieren en fysieke inspecties bij de import van bepaalde producten omdat de Britse normen sinds de brexit niet meer gelijk zijn aan die van de EU. Dat is vooral een stoorzender in de handel met Noord-Ierland. Om ervoor te zorgen dat er geen harde grens op het eiland komt – Ierland is immers nog een onderdeel van de EU – zijn er controles ingesteld op de handel tussen het eiland en het Britse vasteland. Die controles zorgen voor heel wat bureaucratie en bijkomende kosten en dat is niet naar de zin van de bedrijven. Zeker in het Verenigd Koninkrijk ervaart de regering druk van het bedrijfsleven. Onder meer grote supermarktketens zijn vragende partij om tot een nieuw akkoord te komen. Zij willen ook een permanent akkoord, terwijl de Europese Unie eerder geneigd is om een overeenkomst van beperktere duur af te sluiten.Een eventuele deal zou waarschijnlijk betekenen dat het Verenigd Koninkrijk zich aan de EU-normen houdt en accepteert dat het Europese Hof van Justitie deze handhaaft. De Europese Unie lijkt evenwel niet meteen van plan om snel overstag te gaan. De Unie heeft de toegang tot de Britse visgronden als pasmunt naar voor geschoven. De brexit-deal bepaalt dat de Europese vissers vanaf 2026 geen toegang meer hebben tot de Britse visgronden.De kwestie rond de veterinaire controles is één van de laatste obstakels voor een akkoord dat de relatie tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk vijf jaar na de brexit moet ‘resetten’.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-05-05T21:01:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Waarom je niet overal koeien in de wei ziet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/waarom-je-niet-overal-koeien-in-de-wei-ziet" />
            <id>https://vilt.be/57297</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Grazende koeien horen bij het Vlaamse platteland als knotwilgen en kerkklokken. Toch blijft het gras op veel weides ongemoeid, ook op mooie lentedagen. Dat roept vragen op, zeker voor wie opgegroeid is met het klassieke plattelandsbeeld. Waarom zie je niet overal koeien in de weide?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ab821e61-2b21-486e-817c-35001d1b3810/full_width_platteland-weide-melkkoe.jpg</image>
                                        <content>Wie door het platteland wandelt, merkt het al eens op: niet elke weide telt koeien. Maar een lege wei betekent niet dat ze nooit buitenkomen. Omdat melkkoeien meerdere keren per dag gemolken worden, vraagt beweiding de nodige organisatie. “Hoe een veehouder dat aanpakt, kiest hij zelf”, duidt ILVO-onderzoeker Leen Vandaele. “Sommigen laten hun dieren bijvoorbeeld alleen ’s ochtends buiten en halen ze na de middag weer binnen. Dat is niet alleen handig voor het melken, maar ook een bewuste keuze op warme dagen om hittestress te vermijden. De ideale temperatuur voor een koe ligt rond de 15 graden. Koeien voelen zich dan vaak beter in de stal, waar ventilatoren voor extra verkoeling kunnen zorgen. Soms gaan ze daarom zelfs alleen ’s nachts de wei op.”Rotatie van perceelEr zijn ook verschillende manieren waarop aan beweiding gedaan kan worden, waardoor er niet altijd een koe in de weide gezien wordt. Zo kan de veehouder ervoor opteren om de koeien dagelijks of om de paar dagen een nieuw stuk perceel aan te bieden. Daarbij wordt het perceel opgedeeld in kleinere delen, die volgens een vast ritme worden afgewisseld, afhankelijk van de grasgroei. Een andere methode is stripbegrazing: binnen één perceel wordt dan met een verplaatsbare afrastering telkens een nieuwe strook gras vrijgegeven.Heeft een landbouwer een ruim perceel en een beperkte kudde, dan kunnen de dieren grazen op de volledige weide. Deze beweidingsvorm komt vooral voor bij jongvee of vleesvee, dat niet dagelijks naar de stal moet. Anders dan melkvee kunnen deze koeien wel vaak doorlopend gezien worden op de weides. Zij kunnen weken of zelfs maanden buiten doorbrengen.Doordachte planning en knowhow vereistOok al oogt beweiden als een zorgeloos tafereel, in de praktijk komt er wel wat bij kijken. “Beweiding bij melkvee is geen beslissing die men zomaar neemt. Naast een doordachte planning, vraagt het ook heel wat knowhow rond grasland- en rantsoenbeheer en moet het aansluiten bij de algemene werking van het bedrijf”, aldus Vandaele. Schommelingen in het rantsoen is een belangrijke reden waarom veehouders niet beweiden. “De kwaliteit van gras hangt sterk af van het weer, waardoor het rantsoen en de melkgift moeilijk constant te houden is. Door het grasland goed te beheren, kan je dat deels bijsturen, maar schommelingen zijn onvermijdbaar”, vertelt Vandaele. Omdat koeien meerdere keren per dag naar de stal geleid moeten worden, nemen afstanden en de benodigde tijd al snel toe Beperkte ruimte, grote impactBehalve de schommelende melkgift is het gebrek aan weides in de buurt een hoofdreden waarom veehouders hun koeien op stal houden. “Vlaamse melkveehouders hebben vaak een te kleine huiskavel in verhouding met het aantal koeien. Beschikbare weides voor de koeien liggen dan meestal iets verderop. Omdat koeien meerdere keren per dag heen en weer naar de stal geleid moeten worden, nemen zowel de afstanden als de benodigde tijd al snel toe”, legt Vandaele uit.“Sommige melkrobots kunnen werken met een automatische weidepoort die koeien na hun passage door de robot richting de weide stuurt”, geeft Vandaele nog mee. “Een tijdswinst voor de boeren als de weide vlak bij de stal ligt, maar minder praktisch als ze verderaf ligt. Ook al kunnen koeien de afstand zelfstandig afleggen via een afgebakende loopgang, een lange afstand tussen melkrobot en weide ontmoedigt hen om terug te keren voor een volgende melkbeurt.” Dure percelenMelkveehouders die hun koeien laten weiden, krijgen hiervoor een extra premie per liter melk. De hoogte van deze premie varieert per zuivelverwerker. Bij Milcobel ontvangt een melkveehouder 0,25 euro per 100 liter extra, bij Royal A-Aware is dit 1 euro en bij Friesland-Campina loopt dit zelfs op tot 1,34 euro. De Nederlandse ‘Stichting Weidegang’ bepaalt aan welke voorwaarden melkveehouders moeten voldoen om officieel te kunnen spreken over weidemelk. Zo moeten de koeien minstens 120 dagen per jaar, minimaal 6 uur per dag in de weide lopen van het voorjaar tot in het najaar. Om het grasaanbod te garanderen mogen er niet meer dan tien koeien per hectare staan.Uit een enquête van 2022 bij 127 melkveehouders blijkt dat de beweiders ongeveer acht melkkoeien per hectare huiskavel hebben, terwijl dit aantal voor de niet-beweiders 15 bedraagt. &amp;nbsp;Die grote kloof illustreert waarom beweiding niet voor elk bedrijf haalbaar is. “Aan een gemiddelde grondprijs van 68.934 euro per hectare betekent extra kavels een serieuze investering.” Dit is de gemiddelde prijs van landbouwgrond, waar zowel grasland als akkerland in opgenomen is. Vertraging weidegang door vaccinatieDe weidegang van jongvee en vleesvee loopt dit jaar uitzonderlijk vertraging op, door de verplichte vaccinaties tegen onder meer blauwtong en EHDV. “Sommige vaccins laten lang op zich wachten. Dierenartsen doen hun uiterste best om eerst de veehouders te helpen die hun dieren willen buitenzetten, maar de leveringen blijven uit”, zegt Jan Halewyck, landbouwconsulent bij Boerenbond. “Boeren wachten met het uitsturen van dieren naar afgelegen percelen, omdat ze die anders weer moeten ophalen om in de stal te vaccineren. Daarnaast zijn niet-gevaccineerde dieren vatbaarder voor infecties, zeker op de weide. Vorig jaar kregen de weidedieren het zwaarst te lijden onder blauwtong. Veel veehouders wachten daarom bewust nog drie weken na de laatste prik, zodat de bescherming zeker optimaal is.” Tevredenheidsenquêtes bij koeienOf het geluk van een koe samenhangt met grazen in de buitenlucht is lastig wetenschappelijk vast te stellen, tevredenheidsenquêtes invullen kunnen ze helaas niet. “Je kan wel enkele parameters opvolgen, maar die vertellen niet het volledige verhaal. Elke koe, kudde en bedrijf is anders”, geeft Vandaele mee.“Op een weide kan de koe alvast wel meer natuurlijk gedrag vertonen”, duidt ze. “Sommige studies tonen ook een betere klauwgezondheid bij beweiding. Al moet je bij zulke onderzoeken altijd rekening houden met de kwaliteit van de stal waarin de koeien verblijven. Vlaanderen heeft op dat vlak al stappen gezet, in de huidige stallen is er veel comfort.&quot; Vlaanderen houdt geen cijfers bijOfficiële recente cijfers over het aantal Vlaamse veehouders die hun koeien op de weide zetten, zijn er niet. De eerder vermelde enquête biedt interessante inzichten, maar geeft geen volledig beeld van de situatie in Vlaanderen. Het gaat om een vrijwillige online bevraging, ingevuld door 127 melkveebedrijven in 2022. Volgens die enquête laat 75 procent van de bedrijven zijn melkgevende koeien buiten lopen. Uit eerder uitgevoerde enquêtes betekent dit een stijging van 15 procent ten opzichte van 2016, maar een daling van negen procent ten opzichte van 2014.De enquêtes wijzen in de richting van een afname in beweiding de voorbije decennia. Toch bieden ze geen objectief totaalbeeld van de beweiding in Vlaanderen. Eerst en vooral is het aantal respondenten beperkt, worden vleesveehouders niet bevraagd en worden dergelijke enquêtes doorgaans minder ingevuld door boeren die hun melkvee permanent op stal houden.Evolutie in de toekomstBeweiding geldt als PAS-techniek om ammoniakemissies te verlagen. Omdat ook melkveehouders hun uitstoot moeten verminderen, zou dit een extra stimulans kunnen zijn om meer te beweiden. Toch verwacht Vandaele, gezien de eerder genoemde uitdagingen rond kavels en graslandbeheer, niet dat beweiding hierdoor massaal aan populariteit zal winnen.“Wel heb ik de indruk dat er vandaag opnieuw iets meer interesse in beweiding is dan tien jaar geleden”, merkt Vandaele op. “Dat sluit aan bij de bredere trend richting agro-ecologisch denken, waarin beweiding goed past. Recent onderzoek toonde bovendien aan dat zes uur grazen per dag de methaanuitstoot verlaagt. Als veehouders dat in de toekomst zouden kunnen valoriseren, zou beweiding een boost kunnen krijgen.”</content>
            
            <updated>2025-05-07T09:37:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Toekomst van de Vlaamse landbouw in handen van professor Van Huylenbroeck]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-landbouwvisie-2050-momenteel-in-handen-van-professor-van-huylenbroeck" />
            <id>https://vilt.be/57298</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse langetermijnvisie voor de land- en tuinbouwsector wordt de komende maanden uitgetekend door emeritus professor Guido Van Huylenbroeck, expert in landbouweconomie. Hij doet dit in opdracht van Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v). Tegen het voorjaar van 2026 moet zijn eindrapport klaar zijn. “Onze toekomstvisie zal veel concreter zijn dan de Europese”, stelt Van Huylenbroeck. “Per deelsector moeten we duidelijke antwoorden formuleren op hoe landbouw rendabel, sociaal rechtvaardig en ecologisch verantwoord kan blijven.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/45821f7a-caba-47db-a348-27295fa120e5/full_width_tractor-akkerbouw-overname-ploeg-1250.jpg</image>
                                        <content>Vlaanderen werkt aan een landbouwvisie 2030-2050 om de uitdagingen voor de voedselvoorziening op lange termijn aan te kunnen pakken. Daarbij gaat het onder meer om voedselzekerheid, prijsdruk, generatiewissel, ecologische grenzen en klimaatverandering. Tegelijk moet de visie de fundamenten leggen voor een toekomstbestendig landbouwmodel: duurzaam, innovatief en veerkrachtig.Minister Brouns koos voor Van Huylenbroeck vanwege diens brede expertise en verbindende profiel. “Hij is een autoriteit op vlak van landbouwbeleid en duurzaamheid”, licht Brouns toe. “Als voormalig decaan van de faculteit bio-ingenieurswetenschappen aan UGent en gerespecteerd landbouweconoom heeft hij zowel binnen als buiten de sector veel aanzien. Hij is bovendien een consensusfiguur, die met kennis van zaken een toekomstvisie kan uittekenen.” De visie zal niet pretenderen om een exacte voorspelling te zijn van de toekomst Valkuilen bij de opmaak van een langetermijnvisie&amp;nbsp;De emeritus professor zal in dialoog treden met actoren uit de volledige voedselketen: van landbouworganisaties en het middenveld tot verwerkers en distributeurs. “Het wordt een uitdaging om al die verschillende belangen op één lijn te krijgen,” erkent Van Huylenbroeck. “Maar dat is ook noodzakelijk voor een gedragen en werkbare visie.”Een bijkomende moeilijkheid is de veranderlijke context. “De visie zal niet pretenderen om een exacte voorspelling te zijn van de toekomst. Niemand heeft een glazen bol”, aldus Van Huylenbroeck. Toch is het volgens hem een goede oefening om dergelijke visie op te maken. “Als we onze landbouw hier een toekomst willen geven, hebben we een duidelijk perspectief nodig. We zullen de visie opmaken op basis van inzichten uit het recente verleden en met de kennis van mensen die dicht bij de sector staan. Daarnaast kunnen we ook leren uit statistieken en trends die veel prijsgeven over wat er op langere termijn mogelijk op ons afkomt.” Van Huylenbroeck geeft onder meer de impact van klimaatverandering aan op productie, verschuivingen in consumptie maar ook het vermogen van de landbouwers die zich altijd al weten aan te passen hebben aan wijzigende omstandigheden.&amp;nbsp;&amp;nbsp; Concreet maken waar de EU vaag blijft&amp;nbsp;In februari stelde de Europese Unie haar toekomstvisie op de landbouwsector voor, al bleef die op veel vlakken vaag. Volgens Van Huylenbroeck zal het EU-document dienen als leidraad, maar is het de bedoeling om op Vlaams niveau veel concreter te werk te gaan. “De Europese visie gaat niet dieper in op deelsectoren of lokale contexten. Wij zullen onze visie per sector uitwerken zodat we de uitdagingen specifieker kunnen benoemen.”&amp;nbsp;Aan de basis van de visie zal een SWOT-analyse liggen om de sterktes, zwaktes, opportuniteiten en bedreigingen van de sector in kaart te brengen. De bevindingen zullen worden gebundeld in het eindrapport ‘Landbouwvisie 2030–2050’. Van Huylenbroeck zal dit onafhankelijk opmaken, met ondersteuning van het secretariaat van de SALV, de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij.&amp;nbsp; “De opdracht komt van het kabinet-Brouns, maar mij is verzekerd dat het opstellen zonder politieke inmenging zal verlopen”, aldus Van Huylenbroeck. “Het beleid zal daarna de vertaalslag maken naar concrete strategieën.”Strakke timing, duidelijke ambities&amp;nbsp;De opdracht loopt officieel tot 30 april 2026. Daarna heeft het SALV-secretariaat tot februari 2027 om verdere beleidsaanbevelingen en toelichting uit te werken. Van Huylenbroeck besluit: “Het is cruciaal dat de visie gedragen wordt door de sector zelf. Maar we moeten ook tempo maken. Onze landbouwers verdienen snel een perspectief op de lange termijn.”</content>
            
            <updated>2025-05-05T21:33:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rekenhof fileert Waals pesticidebeleid: ambitieus op papier, maar gebrekkig in uitvoering]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rekenhof-fileert-waals-pesticidebeleid-ambitieus-op-papier-maar-gebrekkig-in-uitvoering" />
            <id>https://vilt.be/57299</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Waalse beleid voor het duurzaam gebruik van pesticiden rammelt langs alle kanten. Dat concludeert het Rekenhof in een nieuw rapport, waarin het Waals Gewest wordt aangemaand tot meer coherentie, betere gegevensverzameling en effectievere beleidssturing. Ondanks een duidelijke ambitie om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de impact ervan op biodiversiteit te verminderen, blijft de praktische uitvoering sterk ondermaats.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fd32a5d2-1395-46c0-b444-1c6ffdf94f14/full_width_gewasbeschermingpesticide-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Het Europese pesticidebeleid legt de lidstaten al sinds 2009 verplichtingen op rond duurzaam gebruik. Het Rekenhof onderzocht in hoeverre Wallonië die doelstellingen effectief omzet. De bevindingen zijn weinig geruststellend: het beleid is onsamenhangend, onvoldoende onderbouwd met data en niet doelgericht.Gebrekkige gegevens, onduidelijk risicoEén van de grootste pijnpunten is het gebrek aan betrouwbare gegevens over het daadwerkelijke gebruik van bestrijdingsmiddelen. Nationale cijfers over verkoop zijn beschikbaar, maar niet opgesplitst naar gewest, waardoor het onmogelijk is om gericht beleid te voeren in Wallonië. Ook de verplichte gebruiksregisters van landbouwers zijn ontoereikend: ze zijn onvolledig, niet gestandaardiseerd en daardoor onbruikbaar voor statistieken.Het Waals Gewest test momenteel een elektronisch gebruiksregister, maar dat is nog niet gekoppeld aan een centrale databank voor beleidsmonitoring. Nochtans verplicht Europa vanaf 2026 een elektronische registratie, met als doel om eindelijk jaarlijks kwaliteitsvolle statistieken te kunnen leveren.Hoewel de geraamde pesticidehoeveelheden in Wallonië sinds 2004 stabiel zijn, zegt dat weinig over het werkelijke risico voor mens en milieu. De mate van schadelijkheid van gebruikte stoffen wordt nauwelijks opgevolgd. Indicatoren die risicovolle stoffen, zoals PFAS of producten schadelijk voor bestuivers, moeten monitoren zijn amper of niet geïmplementeerd.Tandeloze doelstellingenHet huidige Waalse reductieprogramma (PWRP3) mikt op een halvering van de pesticidevoetafdruk, maar slaagt er niet in om dat cijfer concreet te maken of te onderbouwen. Er ontbreken meetindicatoren, prioriteiten en tussentijdse doelstellingen. De strategie is niet “SMART” (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden, red.) gedefinieerd en mist dus focus én opvolging.Ook de coördinatie tussen beleidsdomeinen schiet tekort. Landbouw-, milieubeleid en waterbeheer werken met verschillende plannen die onvoldoende op elkaar zijn afgestemd. De bijdrage van de biologische landbouw aan de reductie van gewasbeschermingsmiddelen blijft bijvoorbeeld onduidelijk. Bovendien is niet helder wat er met de resultaten van wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan.Boeren volgen regels, maar beleid laat steken vallenHet Rekenhof wijst erop dat Waalse landbouwers over het algemeen goed scoren op conformiteit: controles tonen hoge nalevingspercentages aan voor onder meer bufferzones, dosissen en registratieverplichtingen. De milieuproblemen die blijven bestaan, lijken dan ook niet zozeer het gevolg van overtredingen, maar van gebrekkige beleidsaansturing op basis van risicobeoordeling.De conclusie van het Rekenhof is scherp: zonder betrouwbare data, duidelijke doelstellingen en beter geïntegreerd beleid is het pesticidebeleid in Wallonië momenteel niet in staat om de biodiversiteit doeltreffend te beschermen. “De biodiversiteitscrisis houdt aan, terwijl de beleidsinspanningen onvoldoende zijn om een trendbreuk te realiseren”, luidt het.Lees het volledige rapport op de website van het Rekenhof.</content>
            
            <updated>2025-05-06T10:28:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[PTS Mechelen vangt hemelwater op in ondergrondse tanks van 600.000 liter]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pts-mechelen-vangt-hemelwater-op-in-ondergrondse-tanks-van-600000-liter" />
            <id>https://vilt.be/57300</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Provinciale Tuinbouwschool (PTS) Mechelen heeft een belangrijke stap gezet richting duurzaam waterbeheer. In het kader van een nieuwbouwproject werden zes ondergrondse watertanks in gebruik genomen, goed voor een opslagcapaciteit van 630 kubieke meter regenwater. De installatie moet de school – en haar toekomstige tuinbouwers – wapenen tegen droogteperiodes en overstromingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/58ee6236-db8e-4adf-b409-7b3717faf603/full_width_pts2.jpg</image>
                                        <content>Het project past binnen de bredere ambitie van de provincie Antwerpen om haar scholen klimaatrobuust te maken. De volledige investering van 500.000 euro werd gedragen door de provincie. Gedeputeerde Luk Lemmens noemt het project “een toonvoorbeeld van hoe we jongeren voorbereiden op de uitdagingen van morgen”.Twee maanden droogte overbruggenDe tanks, elk 15 meter lang en 3 meter breed, zijn aangesloten op de daken van serres en schoolgebouwen. Het opgevangen hemelwater wordt voortaan ingezet voor irrigatie in de serres, voor buitengebruik en voor het doorspoelen van toiletten. Zo kan de school tot twee maanden droogte overbruggen zonder een beroep te doen op grond- of leidingwater. De bestaande grondwaterwinning op de site wordt volledig stopgezet.Voor de technische onderbouwing van het systeem deed PTS Mechelen een beroep op het Proefstation voor de Groenteteelt (PSKW) in Sint-Katelijne-Waver. In het kader van het Europese project Life ACLIMA voerde het proefstation een klimaataudit uit, die resulteerde in een ‘Waterpaspoort’ met adviezen op maat.  “Het Waterpaspoort biedt inzicht in efficiënte maatregelen, van eenvoudige ingrepen tot grote investeringen”, zegt projectcoördinator Joris De Nies van Life ACLIMA. &quot;PTS Mechelen was één van de eerste scholen die van dit instrument gebruikmaakte en zette dit advies meteen om in de praktijk. Zo ontstaat een mooi voorbeeld van hoe kennis en beleid elkaar versterken.&quot;Ook voor land- en tuinbouwbedrijven biedt het Waterpaspoort perspectieven. In de komende maanden ontvangen 52 bedrijven zo’n gepersonaliseerd dossier. Gedeputeerde Landbouw Jinnih Beels (Vooruit): “We bouwen stap voor stap aan een veerkrachtige landbouwsector, samen met scholen én bedrijven”.</content>
            
            <updated>2025-05-06T15:40:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gentechnologie met een extra laagje AI: Rainbow Crops smeedt de landbouw van de toekomst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gentechnologie-met-een-extra-laagje-ai-rainbow-crops-smeedt-de-landbouw-van-de-toekomst" />
            <id>https://vilt.be/57301</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie VIB wil met zijn nieuwe spin-off ‘Rainbow Crops’ de landbouw voorgoed veranderen. Met behulp van AI, multiplex genoombewerking en automatische fenotypering ontwikkelt het jonge bedrijf gewassen die bestand geoptimaliseerd zijn voor diverse eigenschappen, zoals hitte-, droogte- en ziektebestendigheid, en een goede opbrengst. Volgens de Italiaanse CEO Giacomo Bastianelli gaan de mogelijkheden veel verder dan wat mogelijk is met klassieke veredeling.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="genetische modificatie" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/64f7fb1e-ccc3-42c5-a508-f1aaf98788c7/full_width_rainbow-crops-automated-phenotyping2.jpg</image>
                                        <content>Gentechnologie is een geavanceerde vorm van plantenveredeling. “Eigenlijk gaat het om principes die al miljoenen jaren spontaan gebeuren in de natuur”, zegt Bastianelli. “Organismen hebben diverse mutaties, planten met elkaar voort, en uiteindelijk ontstaan er nieuwe soorten.”&amp;nbsp;Al sinds het begin van de mensheid doet de boer daar zijn voordeel mee. Landbouwers vermeerderen de planten die bijvoorbeeld mooie vruchten opleveren, om zo de ultieme gewassen te bekomen. Bij gentechnologie gaat het nog een stapje verder. Waar het bij natuurlijke voortplanting willekeurig is welke eigenschappen worden doorgegeven en welke niet, kan men via genetische manipulatie planten zodanig aanpassen dat de wenselijke kwaliteiten worden versterkt. Hiervoor werkt Rainbow Crops met de gentechnologie CRISPR. Dit staat de wetenschappers toe om niet-wenselijke genen van een plant te verwijderen en te vervangen. Het stukje DNA dat bepaalt dat een plant bijvoorbeeld slecht tegen hitte kan, wordt zo verwijderd.&amp;nbsp;Alleen is het in de praktijk niet altijd zo eenvoudig. “Soms kan het aanpassen van een gen onbedoelde gevolgen hebben”, zegt Bastianelli. “Eén stukje DNA kan meerdere processen sturen. Als je bijvoorbeeld een gen hebt dat de groei van je plant afremt, kan je kiezen om dat te verwijderen. Maar als later blijkt dat datzelfde gen ook instond voor de droogtetolerantie van deze plant, zit je met een probleem.” Eigenlijk gaat het om principes die al miljoenen jaren spontaan gebeuren in de natuur AI als motor voor genbewerkingDoor gentechnologie te koppelen aan AI, wil Rainbow Crops de doeltreffendheid en snelheid van genoombewerking aanzienlijk verbeteren. De spin-off ontwikkelt nieuwe gewasvariëteiten aan de hand van multiplex genoombewerking en AI, en analyseert de resultaten via ‘geautomatiseerde fenotypering’. Het bedrijf gebruikt AI dus niet alleen om beloftevolle genetische codes te voorspellen, maar ook om de resultaten te analyseren. En dat doet het veel beter dan de mens.&amp;nbsp;In plaats van de eigenschappen van elk gen afzonderlijk te moeten bestuderen, staat de AI-technologie toe om te voorspellen welke genetische samenstellingen zullen leiden tot welke eigenschappen. Er is dus sprake van tijdswinst, want de onderzoekers moeten niet wachten tot het genetisch gemanipuleerde plantje volgroeid is om een beeld te krijgen van de eigenschappen. Maar dat is slechts bijzaak tegenover het grootste voordeel, namelijk dat AI veel beter is in patroonherkenning dan de mens. AI staat toe om razendsnel te identificeren welke genetische code tot welke eigenschappen zal leiden.&amp;nbsp; AI voorspelt dus niet alleen welke genen de meest interessante targets zijn voor manipulatie, ze analyseert ook de resultaten. “AI kan planteneigenschappen detecteren die we zelf niet zien”, zegt Bastianelli. “Vergelijk het met hoe ons menselijke oog alles kan zien binnen het visuele spectrum, maar hoe je bepaalde zaken enkel kan zien met een infraroodcamera.”Smederij voor planteigenschappenRainbow Crops heeft het platform dat al deze getrainde AI-modellen huisvest gedoopt tot de ‘Trait Foundry’. Vrij vertaald: een smederij voor planteigenschappen. Hier zijn de getrainde AI-modellen continu nieuwe genetische modellen aan het samenstellen en analyseren over een breed scala aan gewassoorten. De schaalbaarheid en toepasbaarheid van het platform zijn al aangetoond in eerste proof-of-concept onderzoeken. Het bedrijf richt zich op belangrijke agronomische eigenschappen zoals droogtetolerantie, hittebestendigheid en inputefficiëntie - cruciale eigenschappen in tijden van klimaatverandering die lange tijd moeilijk te verbeteren waren via traditionele plantenveredeling.&amp;nbsp; Er is een reden waarom onderzoekers en ondernemers uit heel de wereld zich richten tot de VIB, zeker ook wat mijn sector betreft De verwachtingen zijn dus hoog voor Rainbow Crops, opgericht in 2025 als spin-off van het VIB-UGent Center for Plant Systems Biology. Het bedrijf bouwt verder op onderzoek ondersteund door een beurs van de European Research Council (ERC) en geniet van de uitgebreide infrastructuur van VIB, waaronder de moderne serres in de VIB Agro-Incubator.&amp;nbsp;De Gentse onderzoeksinstelling is dan ook een onmisbare partner voor Bastianelli. “Ik heb al met diverse onderzoeksinstellingen samengewerkt, maar op Europees niveau is VIB onklopbaar in het omzetten van theoretisch onderzoek naar toepassingen die een werkelijke impact hebben. Ze hebben ook de middelen en kennis om succesvolle spin-offs te lanceren. Er is een reden waarom onderzoekers en ondernemers uit heel de wereld zich richten tot de VIB, zeker ook wat mijn sector betreft.”&amp;nbsp; Belgische partnersAls belangrijke backing kan Rainbow Crops rekenen op het Belgische Agri Investment Fund AIF. “We zijn verheugd om samen met een sterke groep gelijkgestemde investeerders het nieuwe VIB-initiatief Rainbow Crops te ondersteunen”, zegt Barbara Berckmans, Investment Manager van AIF. “Vermits de land- en tuinbouw innovaties als deze broodnodig heeft, twijfelden we niet toen we gevraagd werden om deze start-up met zulke wetenschappelijke uitmuntendheid te helpen versnellen.”&amp;nbsp;Naast AIF en VIB, maken ook PINC en Qbic deel uit van het syndicaat van investeerders met diepgaande expertise op het gebied van landbouw, voedingstechnologie en commercialisering van vroege innovaties.Taboe rond genbewerkingHoe snel de eerste ‘Rainbow Crops’ in de velden zullen staan is geweten, maar voorlopig nog bedrijfsgeheim. Bastianelli hoopt wel dat het taboe rond genetisch gemanipuleerde gewassen zal afnemen. “Voor sommige mensen klinkt het eng om aan genetische manipulatie te doen, terwijl het in feite gaat om processen die ook in de natuur gebeuren, alleen maar sneller en meer gericht.”&amp;nbsp;“Het is normaal dat mensen argwanend zijn tegenover technologie die men niet goed kent, maar wetenschappelijk gezien draagt genbewerking geen significante gezondheidsrisico’s met zich mee. Het is niet zo dat we bijvoorbeeld vreemde bacteriële genen of toxines introduceren binnen het genoom. Alles wat we doen, gebeurt met genen die van nature inherent zijn aan de plant.”&amp;nbsp; Het is normaal dat mensen argwanend zijn tegenover technologie die men niet goed kent, maar wetenschappelijk gezien draagt genbewerking geen significante gezondheidsrisico’s met zich mee Genbewerking kan bovendien een oplossing bieden voor vele andere maatschappelijke problemen. Niet alleen het klimaat, maar ook bijvoorbeeld ziekteresistentie, wat betekent dat we minder pesticiden zullen nodig hebben voor onze oogsten. Daarnaar verwijst Rainbow Crops met zijn naam. “We hebben ons bedrijf vernoemd naar de ‘rainbow papaja’, het eerste genetisch gemanipuleerde gewas ooit. Deze papaja was ontwikkeld om een moeilijke plantenziekte te bestrijden. Tegelijk is de regenboog symbool voor het brede spectrum aan modificaties die we kunnen aanbrengen bij het gewas.”&amp;nbsp;Toch is Bastianelli zich ervan bewust dat niet iedereen zit te wachten op de opkomst van genbewerking. “Alle stigma en oppositie tegen genbewerking, hebben de ontwikkeling van deze technologie met twintig jaar vertraagd”, zegt Bastianelli. “Genbewerking kan de mogelijkheid bieden om op veel meer locaties ter wereld gewassen te telen, van betere kwaliteit, met een lagere behoefte aan pesticiden en watergebruik. De technologie kan dus erg veel goeds doen voor de planeet. Zoals bij zoveel wetenschappelijke ontwikkelingen liggen de bezwaren dus niet bij de technologie op zich, wel bij hoe ze wordt gebruikt.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-05-06T16:27:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zuivelproducent Olympia wil fabriek in Pajottegem sluiten: 168 jobs bedreigd, melkveehouders behouden afzet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zuivelproducent-olympia-wil-fabriek-in-pajottegem-sluiten-168-jobs-bedreigd-melkveehouders-behouden-afzet" />
            <id>https://vilt.be/57302</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Olympia heeft dinsdag de intentie aangekondigd om zijn fabriek in het Vlaams-Brabantse Pajottegem te sluiten. Hiermee worden 168 jobs bedreigd. De melk van de huidige leveranciers zal voortaan elders binnen Royal A-ware worden verwerkt. Olympia was al geruime tijd op zoek naar een manier om de vestiging weer rendabel te maken, maar vond geen enkel haalbaar scenario.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                        <category term="melk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e6104d52-ee59-4f47-9a40-0d4bae72d27d/full_width_olympiazuivelmelkroyalaware-1250.jpg</image>
                                        <content>De Belgische zuivelproducent maakt sinds 2022 deel uit van de Nederlandse Royal A-ware Food Group, die destijds een eerdere sluitingsdreiging wist af te wenden. Sindsdien werd nog fors geïnvesteerd in onderhoud en werd de interne werking efficiënter georganiseerd. Toch bleek de infrastructuur te verouderd om op lange termijn aan de kwaliteits- en rendabiliteitseisen te voldoen.“De afgelopen periode zijn verschillende scenario’s onderzocht om Olympia weer rendabel te maken”, zegt Anselma van den Berg, hoofd communicatie van Royal A-ware. “De conclusies van dit onderzoek waren negatief. Een te groot deel van de installaties is versleten, waardoor volledige nieuwbouw nodig is. De investering die dat vraagt, is economisch niet te verantwoorden.”Olympia heeft enkel een vestiging in Pajottegem. Bij sluiting verliezen 168 medewerkers hun baan. Voor hen start nu een informatie- en overlegtraject met de vakbonden en de ondernemingsraad. Het bedrijf benadrukt dat zorgvuldigheid daarin voorop staat en geeft geen details vrij over het verdere verloop van de procedure.Melkveehouders blijven onder de vlag van A-wareDe melkveehouders die leveren aan Olympia hoeven volgens het bedrijf niet te vrezen voor het wegvallen van hun afzet. Zij werken onder contract met Royal A-ware en blijven deel uitmaken van de keten. De verwerking van hun melk zou na de sluiting verhuizen naar andere vestigingen van de groep.De Nederlandse zuivelaar heeft zijn positie op de Belgische markt de laatste jaren via verschillende overnames verstevigd. Het begon&amp;nbsp;in 2015 met de aankoop van roomproducent La Concorde bij Brussel. In 2021 werd de overname beklonken van de melkpoederfabriek van FrieslandCampina in Aalter, waarna de onderneming voor het eerst ook Belgische melkveehouders aan zich bond. In 2022 volgden de overnames van Olympia en de voormalige Hollebeekhoeve, nu A-ware Kruibeke. In de zomer van 2024 werden de plannen aangekondigd om het Limburgse zuivelbedrijf The Dairy Food Group over te nemen. Die overname, die oorspronkelijk eind vorig jaar zou worden afgerond, wordt binnenkort verwacht. Een onderzoek van de Europese Commissie zorgde voor vertraging.De voorgenomen sluiting van Olympia verandert volgens Royal A-ware niets aan zijn strategische plannen in België. “Verdere herstructureringen zijn op dit moment niet aan de orde”, bevestigt van den Berg.Rijke geschiedenis in de zuivelwereldOlympia werd opgericht in 1946 als “Zuivelfabriek van Herfelingen” en groeide onder leiding van de familie Van Impe uit tot een toonaangevend zuivelbedrijf. Met een nieuwe fabriek in 1991, gericht op eigen flessenproductie voor UHT-melk, wist het internationale klanten als Lactalis en Danone aan te trekken. In 2003 kwam daar een moderne dessertafdeling bij, gevolgd door een indamptoren in 2008.Na een grote brand in 2012 investeerde Olympia fors in een versafdeling en innovatieve verpakkingslijnen. Sinds 2015 specialiseert het bedrijf zich in vloeibare ijsmixen en milkshakes. In 2022 werd Olympia onderdeel van Royal A-ware, en profileerde het zich steeds meer als duurzame speler in de sector, onder meer met recycleerbare verpakkingen en productielijnen zonder aluminiumlaag.</content>
            
            <updated>2025-05-06T15:32:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VS verwelkomt nieuw type genetisch gemanipuleerde varkens]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vs-verwelkomt-nieuw-type-genetisch-gemanipuleerde-varkens" />
            <id>https://vilt.be/57303</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Amerikaanse voedselagentschap FDA heeft voor het eerst een type genetisch gemanipuleerde varkens goedgekeurd als veilig voor consumptie. Het gaat om dieren die dankzij genbewerking een weerstand hebben tegen de ziekte PRRS, een ziekte vergelijkbaar met RSV. Deze gentechnologie werd ontwikkeld aan het Roslininstituut bij de universiteit van Edinburgh, Schotland, in samenwerking met diergeneticabedrijf Genus. Dat meldt het Britse landbouwtijdschrift Farmer’s Weekly. Het is niet de eerste keer dat de Amerikanen genetisch gemanipuleerde dieren toelaten op hun bord.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="genetische modificatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dcecc505-e8eb-438f-b985-9e0ad13278f0/full_width_varkenbig.jpg</image>
                                        <content>De CEO van Genus Jorgen Kokke zegt in Farmer’s Weekly zeer tevreden te zijn met de FDA-goedkeuring. Kokke noemt het een mijlpaal richting de commercialisering van genetisch gemodificeerde biggen in de VS, en andere internationale markten. Eerder hebben Brazilië, Colombia en de Dominicaanse Republiek al groen licht gegeven aan deze genetisch gemodificeerde varkens. Kokke richt nu zijn pijlen op andere belangrijke exportmarkten, zoals Mexico, Canada en Japan en China.Knock-outOm de PRRS-resistente biggen te bekomen, hebben de Schotse onderzoekers zich toegespitst op een varkensgen genaamd CD163. De onderzoekers hebben het stukje van dit gen verwijderd waarlangs PRRS het lichaam betrad, maar voor de rest is de genetica van deze dieren onveranderd gebleven.PRRS is een ziekte die aanzienlijk lijden en sterfte veroorzaakt bij varkens. Binnen de EU brengt de ziekte jaarlijks zo’n 1,5 miljard euro aan schade toe. Binnen de VS zou het gaan om 560 miljoen dollar.De VS is overigens niet het eerste land dat genetisch gemanipuleerde dieren goedkeurt voor consumptie. Sommige landen, zoals Argentinië, Australië, Brazilië, Colombia en Japan, hanteren een voedselbeleid waar een bepaald type genbewerking standaard worden toegelaten, zolang het gaat om ‘knock-outs’ (KO). Een KO of gendeletie, is een genetische techniek waarbij een stukje gen wordt verwijderd of volledig gedeactiveerd. De landen die dit type genbewerking toelaten, vinden het principe voldoende vergelijkbaar met genetische afwijkingen die ook in de natuur voorkomen.VS verwelkomt, EU verbiedtDe PRRS-resistente varkens of PRP-biggen zijn dus ook niet de eerste genetisch gemanipuleerde dieren die door het Amerikaanse voedselagentschap FDA worden goedgekeurd voor consumptie. Die eer gaat naar de varkenslijn GalSafe en de AquAdvantage kweekzalm. Beide dieren werden voor het eerst toegelaten in 2020. De GalSafe varkens kennen een aanpassing in het genetisch materiaal, wat ervoor zorgt dat ook mensen met een vleesallergie hun vlees kunnen eten én dat hun weefsels en organen, bij een transplantatie naar een mens, minder worden afgestoten. De AquAdvantage-zalm heeft dan weer een ander voordeel: deze vis groeit twee keer zo snel als zijn ‘normale’ tegenhanger.In de Europese Unie kijkt men met meer argwaan naar genmodificatie. Momenteel zijn in de Europese Unie genetische gemodificeerde variëteiten toegelaten voor maïs, soja, koolzaad, katoen en suikerbiet. Tot op heden zijn er geen genetisch gemodificeerde dieren toegelaten in de EU.</content>
            
            <updated>2025-05-08T16:04:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Natuurpunt kocht vorig jaar net geen 800 hectare voor 32,6 miljoen euro]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/natuurpunt-betaalde-in-2024-326-miljoen-euro-voor-de-aankoop-van-7985-hectare-grond" />
            <id>https://vilt.be/57304</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het totale budget van Natuurpunt bedroeg in 2024 net geen 92 miljoen euro. Daarmee kocht het onder meer 798,5 hectare grond aan voor een bedrag van 32,6 miljoen euro. De natuurorganisatie kon daarvoor rekenen op 26,3 miljoen euro aan aankoopsubsidies. Daarmee steeg het aantal natuurgebieden in beheer naar 29.909 hectare. Het eigen vermogen van de organisatie liep verder op tot 427 miljoen euro. Dat blijkt uit het jaarverslag 2024 van Natuurpunt. VILT legde dit jaarverslag ook naast de jaarverslagen van de afgelopen jaren en dat leverde interessante inzichten op.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Natuurpunt" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cd6b1e13-ffdd-452e-b906-b7858a14d71f/full_width_natuurgebiedwandelenrecreatie-natuurpunt.jpg</image>
                                        <content>Subsidies goed voor 70% van het budgetVan het budget van 91,97 miljoen euro in 2024 was 70 procent afkomstig van subsidies: 26,3 miljoen euro aan aankoopsubsidies en 37,5 miljoen euro aan werkingssubsidies. De overige middelen kwamen uit lidgelden, schenkingen, sponsoring, studieopdrachten, cursussen en natuurbeheer. Zo ontving Natuurpunt 13,8 miljoen euro via ledenbijdragen en sponsoring (15%) en 14,3 miljoen euro via opdrachten en beheerwerken (ook 15%). Van alle inkomsten ging 36 procent naar de aankoop van natuur. Hiervoor rekende Natuurpunt op steun van Vlaanderen, provincies, gemeenten, bedrijven en burgers. De meeste grondaankopen vonden plaats in Vlaams-Brabant (232 ha), gevolgd door Antwerpen (224 ha), Oost-Vlaanderen (151 ha), Limburg (128 ha) en West-Vlaanderen (64 ha). Gemiddelde aankoopprijs: 40.951 euro per hectareIn totaal werd in 2024 bijna 32,7 miljoen euro uitgegeven aan de aankoop van natuurgebieden. Dat komt neer op gemiddeld 40.951 euro per hectare. Na aftrek van de 26,3 miljoen euro aan subsidies, moest Natuurpunt zelf nog 6,4 miljoen euro – net geen 20 procent – bijpassen, vooral met middelen uit schenkingen.De overige middelen van Natuurpunt gingen naar het beheer van natuurgebieden, goed voor 44,2 miljoen euro of net geen 50 procent van de totale middelen. Daarnaast wordt er nog 5,9 miljoen euro besteed aan beleid, studie, vorming en vereniging (6%). Voor marketing en communicatie is er een budget van 4,2 miljoen euro (5%) en tot slot zijn er nog overheadkosten van ongeveer 4,1 miljoen euro (4%).Natuurpunt heeft 2024 afgesloten met een positief resultaat van 796.426 euro. Daarvan gaat 59 procent of 468.721 euro rechtstreeks naar de restfinanciering van aankopen. Het overige deel heeft de organisatie aangewend om haar balans te versterken. Tendensen 2019–2024: fors meer budget en natuur in beheerHet jaarverslag 2024 levert zeker een aantal interessante inzichten op, maar uiteraard gaat het om een momentopname. Om die reden legde VILT de jaarverslagen van de afgelopen legislatuur (2019-2024) naast elkaar. De laatste jaren was er immers heel wat beroering, zeker in landbouwmiddens, over het aankoopbeleid van onder meer Natuurpunt. Waar mogelijk, hebben we die cijfers ook vergeleken met die van tien jaar geleden (2014) om zo trends op de iets langere termijn te kunnen vaststellen. 54% meer subsidiesAls we kijken naar de inkomsten van de organisatie, dan stellen we vast dat het budget op tien jaar tijd maal 2,5 ging. In 2014 had Natuurpunt een budget van 36,22 miljoen euro en in 2024 ging het, zoals al gezegd, om 91,97 miljoen euro. Als we enkel de afgelopen legislatuur in overweging nemen, dan zien we een stijging van 52 procent van het budget, want in 2019 had Natuurpunt een budget van 60,4 miljoen euro. Het gaat evenwel niet om een lineaire stijging doorheen de jaren. Zo ontving de organisatie in 2022 84,62 miljoen euro, waarna het budget in 2023 terugliep naar 74,78 miljoen euro om een jaar later opnieuw te stijgen naar 91,97 miljoen euro.Omdat de aankoop- en werkingssubsidies ongeveer 70 procent uitmaken van de middelen van Natuurpunt, bepalen zij in grote mate de inkomsten van de organisatie en duiken dezelfde tendensen dus op als hierboven geschetst. De subsidies zijn over de periode 2019-2024 gestegen met 54 procent. De werkingssubsidies bedroegen in 2019 23,69 miljoen euro en in 2024 37,51 miljoen euro (+58%). Zij stegen iets forser dan de aankoopsubsidies: van 17,68 miljoen euro in 2019 tot 26,34 miljoen euro vijf jaar later (+49%).Een vergelijking met tien jaar eerder is niet echt te maken omdat er toen een andere classificatie van de inkomsten werd gehanteerd. In het jaarverslag 2014 is er sprake van kapitaalsubsidies (7,16 miljoen euro) en van subsidies (17,61 miljoen euro). 19% meer hectare in beheerDat de werkingssubsidies lineair stijgen, is evident. Voor elk extra stuk erkend natuurgebied dat Natuurpunt beheert, engageert de overheid zich om een bijdrage te leveren aan het beheer ervan. De afgelopen legislatuur steeg het aantal hectare in beheer door de vereniging met 19 procent. In 2019 ging het om 25.048 hectare en in 2024 om 29.909 hectare. Ter vergelijking: in 2014 had Natuurpunt 21.958 hectare in beheer. Op tien jaar tijd nam de oppervlakte in beheer dus toe met ongeveer 8.000 hectare.In de aankoopsubsidies zijn meer fluctuaties te vinden. Zij hangen immers direct samen met het aantal aangekochte hectare. Zo bedroegen ze in 2022, toen een record van 1.005 hectare werd aangekocht, maar liefst 31,08 miljoen euro. Een jaar later vielen ze terug tot 19,62 miljoen euro, maar in 2022 werd ook maar de helft van de oppervlakte aangekocht (507 ha).De budgetten die Natuurpunt spendeert aan grondaankopen liggen hoger dan de aankoopsubsidies. De organisatie moet altijd zelf een deel van de kosten dragen. De afwijkingen tussen de aankoopsubsidies en het gespendeerde budget aan aankoop van gronden kunnen soms groot zijn: de ene keer gaat het verschil om twee tot drie miljoen euro, maar dat kan ook oplopen tot bijna acht miljoen euro. Gemiddelde aankoopprijs per hectare steeg met meer dan 60%Als we het aantal aangekochte hectares op jaarbasis weten en we weten het gespendeerde bedrag voor de aankoop van natuurgebieden, dan kunnen we ook de gemiddelde aankoopprijs per hectare berekenen. In 2019 ging het om 25.218 euro per hectare, vijf jaar later was die gemiddelde prijs al gestegen met 62 procent tot 40.928 euro per hectare. In 2023 werd een nog hogere gemiddelde prijs betaald: 43.683 euro per hectare. Toch betaalde Natuurpunt beduidend minder per hectare dan er in 2024 werd betaald aan landbouwgrond: de gemiddelde prijs daarvan bedroeg net geen 69.000 euro.Toch lijkt het aannemelijk dat de prijsstijging van de gronden die door Natuurpunt zijn aangekocht, forser is dan de prijsstijging van landbouwgrond in dezelfde periode. Omdat de federatie van Belgische notarissen Fednot de cijfers van 2019 nog niet bijhield, is het niet helemaal mogelijk om een vergelijking te maken. Voor de periode 2020-2024 stelt de Landbouwbarometer van Fednot een gemiddelde stijging van 20,9 procent. Bovendien zijn er ook sterke regionale verschillen: in Limburg zijn de gronden veruit het goedkoopst, maar ging de prijsstijging de afgelopen jaren een stuk sneller dan bijvoorbeeld in West- of Oost-Vlaanderen. &amp;nbsp; Eigen vermogen nam toe met 52%Uit de balansen van de organisatie is ook een duidelijke groei op te maken van het eigen vermogen. Dat ging van 203,9 miljoen euro in 2014, naar 280,3 miljoen euro in 2019 en sinds vorig jaar staat de teller op 427,3 miljoen euro. Op één legislatuur steeg het eigen vermogen daarmee met 52 procent, op tien jaar tijd gaat het om een stijging met 110 procent. Bij de aankoop van de natuurgebieden hoort de garantie dat ze voor eeuwig natuur zullen blijven. Om die reden wordt het balanstotaal jaar na jaar groter Al plaatst Natuurpunt daar meteen zelf de nodige kanttekeningen bij in het jaarverslag: “Dit eigen vermogen is voornamelijk de waarde van onze natuurgebieden zelf. Bij de aankoop van de natuurgebieden hoort de garantie dat ze voor eeuwig natuur zullen blijven. (…) De natuurgebieden kunnen boekhoudkundig niet worden afgeschreven. Alle kapitaalsubsidies en eigen financiering die er tegenover staan, worden bijgevolg ook niet afgeschreven. Om die reden wordt het balanstotaal jaar na jaar groter.” Meer medewerkers, minder ledenHet aantal medewerkers steeg de afgelopen vijf jaar van 489 in 2019 naar 628 in 2024 (+28%). In 2014 werkten er nog 444 mensen bij Natuurpunt.Het ledenaantal kende een wisselend verloop. In 2014 waren er 95.000 leden. Tijdens de coronapandemie, toen iedereen de natuur kort bij huis herontdekte, steeg dat aantal fors: 123.333 leden in 2020 en 133.093 in 2021. Daarna daalde het opnieuw tot 125.640 in 2024.Sterke daling in landbouwovereenkomstenNatuurpunt beheert zijn natuurgebieden ook met behulp van grazers: koeien, paarden, ezels en schapen. Het aantal grazers kent ook fluctuaties. In 2024 telde de organisatie 1.606 grazers. In 2020 was dit aantal op zijn hoogst (2.007) en in 2021 op zijn laagst (1.556).Daarnaast sluit Natuurpunt beheerovereenkomsten af met landbouwers voor het maaien en begrazen in natuurgebieden.  Ook hier is er sprake van grote schommelingen. In 2020 werd er met 1.063 landbouwers een overeenkomst afgesproken, terwijl dat aantal tegen 2022 ongeveer gehalveerd was (545). Ook in 2024 lag het aantal overeenkomsten op een relatief laag peil: in totaal werd met 617 landbouwers een akkoord afgesloten om de natuurgebieden te maaien of te begrazen.</content>
            
            <updated>2025-05-06T18:06:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ILVO en INBO verstevigen wetenschappelijke samenwerking tussen landbouw en natuur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ilvo-en-inbo-verstevigen-wetenschappelijke-samenwerking-tussen-landbouw-en-natuur" />
            <id>https://vilt.be/57305</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) slaan de handen steviger in elkaar. Met de ondertekening van een ‘Memorandum of Understanding’ leggen de twee onderzoeksinstellingen de basis voor een structurele samenwerking, voorbij losse projecten en vrijblijvende initiatieven. “We hopen hiermee ook de onderlinge communicatie te verbeteren, wat moet resulteren in een verrijking van inzichten langs beide kanten”, duidt Hilde Eggermont, administrateur generaal van INBO.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="ILVO" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bd0d7b9e-34d2-40f4-bf43-16810a5c0c55/full_width_ilvoinbobrouns.png</image>
                                        <content>De twee grootste Vlaamse wetenschappelijke instellingen zullen voortaan nauwer samenwerken. “We willen onze medewerkers aanmoedigen om meer met elkaar in gesprek te gaan en spontaner de samenwerking op te zoeken. Het zou een vanzelfsprekendheid moeten worden dat ze elkaar vinden in hun onderzoek”, aldus Eggermont.Het gezamenlijke initiatief werd bezegeld door een ondertekening van een ‘Memorandum of Understanding’ op een natuurinclusieve boerderij in Bierbeek. Ook Vlaams minister van Landbouw, Omgeving en Natuur Jo Brouns (cd&amp;amp;v) zette zijn handtekening onder het akkoord. Eerder doopte hij het al om tot ‘het Verdrag van de Herpendalvallei’, om het belang en de symboliek van deze samenwerking te benadrukken.“Ik ben bijzonder blij dat net deze twee toonaangevende instellingen zich engageren om de polarisatie van voorbije jaren te overstijgen”, aldus Brouns. “Hun samenwerking komt er op een moment waarop samenwerking tussen landbouw en natuur onder druk staat. Terwijl net nu wederzijds vertrouwen nodig is om samen de grote natuur- en landbouwuitdagingen aan te pakken.”Eensgezindheid over wetenschappelijke feitenMet gebundelde kennis en wetenschappelijke expertise willen de instellingen richting geven aan een duurzaam en goed onderbouwd beleid in Vlaanderen. Die ambitie stelt minister Brouns op prijs: “We hebben wetenschappelijk onderbouwde kennis met een breed draagvlak nodig. Dit vormt een krachtige leidraad voor beleidskeuzes.”ILVO en INBO werken vandaag al samen, onder meer aan twee grootschalige projecten. In het ‘Meetnet Biodiversiteit Agrarisch Gebied’ wordt biodiversiteit in landbouwgebieden in kaart gebracht waarbij INBO focust op landbouwvogels en bestuivers, en ILVO de bodembiodiversiteit onderzoekt. Het andere project ‘Cmon’ richt zich op de monitoring van koolstofopslag in bodems, zowel in landbouw- als natuurgebieden.“Door samen te werken met ILVO leren we veel bij over landbouw in zijn bredere context”, aldus Eggermont. “ILVO is heel pragmatisch: de onderzoekers kijken steeds ook naar de impact op het terrein en plaatsen landbouw binnen het grotere geheel van kringlopen en productieketens.”Polarisatie binnen de instellingenNaast het delen van kennis en praktijkervaring heeft het ‘Memorandum of Understanding’ ook een vlottere communicatie tussen beide instellingen tot doel. Dat moet helpen om externe misverstanden, maar ook interne polarisatie in de instellingen te vermijden. “Dat is geen vanzelfsprekendheid”, erkent Hilde Eggermont. “Met dit memorandum willen we ook het goede voorbeeld geven: we moeten meer met elkaar in gesprek gaan. We moeten streven naar een gedeeld verhaal en een breed draagvlak, en vermijden dat we elkaar onbedoeld tegenwerken of tegenstrijdige boodschappen uitsturen. Soms sluipt er polarisatie in omdat nuance in communicatie verloren gaat. Daarom moeten we onze wetenschappelijke inzichten actief delen, maar tegelijk oog blijven houden voor elkaars perspectief.” Wat is INBO en ILVO?INBO is het onafhankelijk onderzoeksinstituut van de Vlaamse overheid dat het biodiversiteitsbeleid en -beheer onderbouwt en evalueert. “Naast de ondersteuning van het beleid via onze kennis, reiken we ook oplossingen aan”, aldus Eggermont, die 270 medewerkers aanstuurt. INBO ondersteunt ook organisaties voor onder meer natuurbeheer, landbouw en jacht. Dit jaar investeert de Vlaamse overheid precies 40 jaar in een eigen wetenschappelijke instelling voor natuuronderzoek.ILVO werkt aan de verduurzaming van de landbouw, visserij en agrovoedingssector in eerste instantie in Vlaanderen, maar bij uitbreiding ook in België, Europa en in de rest van de wereld. “Wij bouwen kennis op om op een maatschappelijk verantwoorde manier, binnen de grenzen van onze planeet, voldoende, gezond en gevarieerd voedsel te kunnen produceren voor tien miljard mensen tegen 2050”, aldus Joris Relaes, administrateur-generaal. In ILVO’s strategie staan onder meer systeemdenken en integratie van stielkennis met nieuwe technologie centraal. “Waarden als circulariteit en efficiënt gebruik van water en nutriënten zijn we gaandeweg uit het oog verloren. Die basisinzichten moeten we heropnemen, niet op een ‘Bokrijk-manier’, maar met de moderne tools van vandaag.&quot; Ruim 750 medewerkers realiseren dagelijks onafhankelijk onderzoek bij ILVO.</content>
            
            <updated>2025-05-06T18:45:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vooruit wil uitleg in parlement over verband tussen stikstof en hooikoorts]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vooruit-wil-uitleg-in-parlement-over-verband-tussen-stikstof-en-hooikoorts" />
            <id>https://vilt.be/57306</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Net zoals de pollen blijft ook het debat over het verband tussen stikstofbemesting en hooikoorts in de lucht hangen. Vooruit wil daarom dat de onderzoekers hierover tekst en uitleg geven in het Vlaams parlement. Landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v) blijft echter sceptisch. Volgens hem is de link met de Vlaamse landbouwpraktijk beperkt: “Hier worden percelen juist vroeg gemaaid, nog vóór de pollen zich vormen. Iedereen met enige landbouwkennis zal dat beamen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gras" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/35345f9c-4519-44ad-876b-6dedcfca23d2/full_width_conner-rousseau-vooruit.jpg</image>
                                        <content>Graslanden die bemest zijn met stikstof, produceren tot zes keer meer stuifmeel dan graslanden die niet bemest zijn met stikstof. Daardoor ondervinden hooikoortspatiënten meer impact, blijkt uit een onderzoek van KU Leuven, UAntwerpen en Sciensano. Het stuifmeel lokte ook sterkere immuunreacties uit bij hooikoortspatiënten.  Het onderzoek riep minstens evenveel reacties op als het stuifmeel bij hooikoortspatiënten, in geen tijd ontstond een golf van kritiek en opgetrokken wenkbrauwen. De onderzoekers van het Instituut van Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en UGent-professor Geert Haesaert wezen erop dat het onderzoek voorbij ging aan de grasteeltpraktijk op meer dan 90 procent van het Vlaamse grasareaal. &quot;Er is sprake van een multidisciplinair team dat het onderzoek heeft uitgevoerd, maar hadden in dat team ook landbouwkundigen gezeten, dan was men op de hoogte geweest dat graslanden die in bloei komen nagenoeg volledig verdwenen zijn uit het agrarisch landschap sinds de jaren ’70&quot;, klonk het. In de praktijk maaien landbouwers grassen reeds voor ze in bloei komen en pollen ontstaan.In een tegenreactie stelde onderzoeker Tobias Ceulemans (UAntwerpen) dat de studie inderdaad niet gaat over de raaigrasgraslanden die landbouwers maaien, maar de graslanden waar Grote Vossenstaart domineert. En die komen wel degelijk in bloei. Bemeste vossenstaartgraslanden zouden volgens Ceulemans ook deel uitmaken van het areaal aan landbouwgraslanden. Toch werd met het onderzoek voor het eerst een link gelegd tussen de impact van stikstof op de gezondheid. Vlaams parlementslid Bieke Verlinden van Vooruit wil nu een hoorzitting organiseren met de onderzoekers. &quot;De gezondheidsschade is enorm, maar ook de maatschappelijke schade. Meer ziektedagen, meer druk op de gezondheidszorg, en meer kosten via terugbetaling van medicatie. Dat alles bovenop de schade aan onze natuur&quot;, klinkt het bij Verlinden.In een reactie liet minister Brouns zich uit over de kwestie: &quot;Er is weinig verband met de Vlaamse praktijk, hier worden percelen net vroeg gemaaid. Een slimme boer laat zijn gras niet in bloei komen, iedereen die een beetje van landbouw kent, zal dat beamen.&quot; Eerder op de dag, bij de ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst tussen ILVO en INBO, onderstreepte hij nogmaals de meerwaarde van een afstemming tussen wetenschap en praktijk: &quot;Het is van groot belang dat kennis, maar ook praktijkervaring tussen onderzoekers gedeeld worden. Verkeerde beelden leiden tot polarisatie.&quot;De minister relativeerde ook de gezondheidsimpact. &quot;Ik ben van mening dat we beter spaarzaam omgaan met termen als gezondheidsschade. Ik begrijp dat veel pollen in de lucht enorm lastig zijn voor mensen met hooikoorts. Maar stuifmeel is natuurlijk niet vergelijkbaar met één of andere chemische stof die door een fabriek wordt uitgestoten.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-06T20:47:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kippenboeren, die aan Colruyt leveren, verankeren beter dierenwelzijn in nieuwe coöperatie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kippenboeren-die-aan-colruyt-leveren-verenigen-zich-in-cooperatie-om-dierenwelzijn-verder-te-waarborgen" />
            <id>https://vilt.be/57307</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf vandaag, woensdag, liggen de vernieuwde verpakkingen van het "Kip van Eigen Bodem"-assortiment in de winkelrekken van Colruyt, Okay en enkele Spar-winkels van Colruyt Group. Het kippenvlees is afkomstig van vijftien Belgische braadkippenhouders die exclusief voor Colruyt produceren. Zij werken volgens strengere normen op het vlak van dierenwelzijn en laten de kuikens in de stal zelf uit het ei komen. Om deze aanpak op lange termijn te verankeren, verenigden de kippenboeren zich in een coöperatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="supermarkt" />
                        <category term="kip" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a7d10014-3da7-478a-865c-7053cc81d11a/full_width_s-dsc02333.jpg</image>
                                        <content>Beter kippenleven, betere samenwerkingOp een zonovergoten dag staat pluimveehouder Olivier Lardinois een delegatie van Colruyt Group en enkele journalisten te woord aan zijn etagestal, een moderne kippenstal met twee verdiepingen. De stal is gebouwd op een helling, waardoor ook de bovenverdieping vlot toegankelijk is. “De warmte stijgt, waardoor we boven nauwelijks moeten bijverwarmen”, legt Lardinois uit. Zijn stal is er één van een nieuwe generatie: energie-efficiënt, doordacht ingericht en gebouwd met het welzijn van de dieren én de boer in het achterhoofd.Lardinois is één van de vijftien Belgische pluimveehouders die exclusief levert aan Colruyt Group. Het gaat om hoofdzakelijk Waalse bedrijven; enkel één onderneemster uit Vlaanderen doet mee, al is haar bedrijf gevestigd in Wallonië.Een directe keten met meer verantwoordelijkheidDe samenwerking tussen Colruyt en deze groep pluimveehouders begon in 2022. De boeren produceren volgens de principes van de Better Chicken Commitment (BCC), een reeks criteria die hogere dierenwelzijnsnormen garanderen. Zo worden trager groeiende kippenrassen gehouden in stallen met meer ruimte en daglicht. De dieren worden bovendien geboren volgens het Nestborn-principe: de eieren komen rechtstreeks uit op het bedrijf zelf, zonder dat de kuikens eerst vervoerd worden. Dat heeft voordelen, merkt Lardinois: “Er is minder stress, minder gepiep, en de kuikens kunnen meteen drinken en eten. Dat bevordert de darmgezondheid.” De temperatuur in de stal wordt tot zo’n 35 graden gebracht om de kuikens in optimale omstandigheden te laten uitkomen. “De uitval is gedaald van 2,5 naar 1 procent”, zegt hij.Het is een andere manier van werken die ook effect heeft op de rol van de boer. “Het Nestborn-principe vraagt wat extra werk – bijvoorbeeld het opruimen van eierschalen – maar het brengt veel meer rust met zich mee. Voor de dieren én voor mij.”Coöperatie Be-AvicopOm de samenwerking met Colruyt duurzaam te verankeren en als groep sterker te staan, richtten de pluimveehouders onlangs de coöperatie Be-Avicop op. “Als coöperatie kunnen we niet alleen sneller schakelen, maar ook beter kennis delen, en samen werken aan één gemeenschappelijk verhaal”, zegt Delphine Tasiaux, voorzitster van de coöperatie en zelf kippenhoudster van het eerste uur.De coöperatie staat niet alleen in contact met Colruyt Group, maar ook met andere schakels in de keten: veevoerleveranciers, de broeierij en de slachterij. Dat zorgt voor meer onderlinge afstemming en controle. “Via de coöperatie kunnen we als producenten ook onze positie op de markt versterken”, aldus Tasiaux. “Het laat toe om gezamenlijk afspraken te maken en mogelijk ook nieuwe afzetkanalen aan te boren.”Momenteel gaat de volledige productie van de coöperanten naar Colruyt, maar dat is geen exclusiviteit. “We hebben duidelijke engagementen met Colruyt, onder andere over volumes, maar de coöperatie staat open voor andere afnemers. Vlaamse kwekers zijn trouwens ook welkom”, benadrukt Tasiaux. Ze hoopt de coöperatie de komende jaren uit te breiden tot zo’n twintig leden, wat ook zou leiden tot een officiële erkenning. “Kip van Eigen Bodem” als lokaal uithangbordOm de lokale herkomst van het kippenvlees te benadrukken en het project herkenbaarder te maken voor de consument, brengt Colruyt het vlees voortaan onder de naam &quot;Kip van Eigen Bodem&quot; op de markt. “We zijn pioniers op vlak van kip met verhoogd dierenwelzijn”, zegt Jessica Amendolara, hoofd Farming bij Colruyt Group. “Met deze lokale insteek geven we daar verder vorm aan.”Vandaag komt al 30 procent van het standaard kippenassortiment bij Colruyt, Okay en Spar Colruyt Group van deze Belgische pluimveehouders. De retailer wil dit aandeel verder verhogen. Op termijn moeten alle standaardkippen in de beenhouwerijen van Colruyt, én alle diepvrieskippen van het huismerk Boni, voldoen aan de BCC-criteria.Colruyt investeert ook in de transitie van de boeren. Die omschakeling betekent voor velen een daling van het aantal kippen per stal, en dus ook een hoger kostenniveau. “We geven een toeslag voor investeringen, want de markt voor dit soort kip is nog relatief klein. Het blijft een uitdaging om deze kip optimaal te vermarkten”, erkent Amendolara. Een verhaal van zorg en vertrouwenOlivier Lardinois, die door de transitie naar welzijnskippen 25.000 kippenplaatsen inleverde (van 103.000 naar 78.000), kijkt met voldoening terug op zijn overstap. “We worden als pluimveehouders vaak bekritiseerd. Ik voelde me daar slecht bij. Door te kiezen voor dierenwelzijn kunnen we daar iets tegenover stellen”, zegt hij. Voor hem is de rust in de stal — en de rust in het hoofd — de belangrijkste winst.Ook Colruyt is tevreden met de ingeslagen weg, al beseft het bedrijf dat de evolutie naar een diervriendelijker kippenproductie tijd vraagt. “We merken dat de omschakeling trager verloopt dan gehoopt, maar het is een hoopgevend signaal voor de sector. Deze coöperatie bevestigt dat er toekomst zit in deze aanpak”, besluit Amendolara.</content>
            
            <updated>2025-05-06T22:19:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Besmette ijsjes, frisdrank en vlees, maar na kwarteeuw nog geen uitklaring van MPA-schandaal]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/besmette-ijsjes-frisdrank-en-vlees-maar-na-kwarteeuw-nog-geen-uitklaring-van-mpa-schandaal" />
            <id>https://vilt.be/57308</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>"Een nooit eerder gezien gevaar voor de volksgezondheid". Zo omschrijft een rapport van de federale politie, dat VILT kon inkijken, het MPA-schandaal van 2002. De feiten speelden zich af na de dioxinecrisis en het hoogtepunt van de hormonenmaffia. Toch staat deze voedselcrisis niet in het collectieve geheugen gegrift. Bovendien is de zaak een kwarteeuw na de feiten juridisch nog steeds niet afgehandeld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8c96634c-0f8b-4054-8943-ccd30f719e90/full_width_hormoonverstoorders-gezinsbond.jpg</image>
                                        <content>“Ik ben inmiddels 68 jaar. Ik ben bang dat ik de afsluiting van deze zaak niet meer zal meemaken.” Nederlander Peter Claessen was lange tijd hoofd van Rined, vandaag Looop, een veevoederbedrijf uit Venlo. Aan het begin van de eeuwwisseling raakte zijn veevoeder gecontamineerd met medroxyprogesteronacetaat of MPA, een synthetisch hormoon gelijkend op progesteron. De onverklaarbare toename aan doodgeboren en misvormde biggen en zieke zeugen, was het eerste teken aan de wand van een systematische afvalfraude.Zwartepiet toegeschovenVeevoederbedrijven zoals Rined stonden in het oog van de storm. Dat het veevoederbedrijf in deze slachtoffer was en geen dader, werd later duidelijk. Rined kocht middelen bij het veevoederbedrijf Zeeland Voeders, dat op zijn beurt grondstoffen aankocht bij Bioland, een klein bedrijfje gespecialiseerd in de opwaardering van restromen. Op deze manier kwamen zowel MPA als het kankerverwekkende 17-beta-oestradiol in de dierlijke keten terecht.Bioland leverde in eerste instantie aan limonadeproducenten Puck Limonade en Pura Bronnen, en aan Jacques IJs. Dat gebeurde sinds het jaar 2000. In 2002 is Bioland failliet gegaan en zat er nog glucose in de tanks. De curator heeft toen gevraagd aan Bioland of men nog iets kon doen met de inhoud, en toen is het bedrijf richting veevoeders beginnen kijken. Alle contaminatie met veevoeder dateert dus van na dat faillissement.”“Diverse boeren signaleerden gezondheidsproblemen met hun biggen, en zo ging de zaak bij ons als eerste aan het rollen”, zegt Claessen. “Wij waren de eersten waar het hormoon werd vastgesteld, en dus kregen wij de zwartepiet toegeschoven.” Enorme reputatieschadeClaessen houdt zich de hand op het hart dat Rined in eer en geweten heeft gehandeld. “Rined hoefde geen onderzoek te doen naar de herkomst van de glucose, want Zeelandvoeders was GMP-gecertificeerd”, zegt hij. “Bovendien was glucose geclassificeerd als een product zonder risico.”De reputatieschade en diverse schadeclaims kwamen toch in eerste instantie bij Rined terecht. Dat de malafide praktijken zich hogerop aan de keten bevonden – dus niet bij de veevoederbedrijven en niet bij de frisdranken- en ijsjesproducenten, maar wel bij een afvalverwerker die werkte met reststromen van een Iers farmabedrijf – maakte dat de aandacht op termijn verschoof. Maar intussen had Rined geleden onder het schandaal. Tot op vandaag heeft Claessen een schadeclaim liggen tegenover de schuldige bedrijven, maar de juridische procedures blijven decennialang aanslepen. Schade volksgezondheid tot vandaag onbekendMaar laat ons even de financiële schade achterwege laten en focussen op de volksgezondheid. Dat het hormoongehalte in het veevoeder zo ernstig was dat 50.000 varkens werden geruimd wegens onveilig voor humane consumptie, voorspelde niet veel goeds voor de vele producten, waaronder limonade, die rechtstreeks door mensen werden geconsumeerd. De dosissen MPA en Oestradiol aangetroffen in deze producten, waren immers een veelvoud van de veiligheidsmarge.Hoeveel schade er precies is aangericht, is tot op vandaag onduidelijk. In 2005 heeft de Nederlandse organisatie Wakker Dier een rapport van de Nederlandse politiedienst KLPD gelekt, waaruit bleek dat het gevaar ten tijde van de crisis alleszins veel groter was dan aanvankelijk werd meegedeeld. Daarin staat het volgende te lezen: “De symptomen als gevolg van directe blootstelling aan MPA doen zich voor op het gebied van de voortplanting, menstruele cyclus, geslachtsorganen, urinewegen, hart en bloedvaten, maagdarmkanaal, huid, slijmvliezen en geestelijk welzijn. De stof is mogelijk carcinogeen. (...) De risico’s bestaan zelfs bij geringe doses en voor geen enkele stof kan een kritische drempel worden vastgesteld.&quot; Veevoedersector initieel met de vinger gewezen&quot;Uit het informatieonderzoek komt het beeld naar voren dat de MPA-affaire slechts één van de vele voorbeelden is van de malversaties in de productie van en handel in veevoeder&quot;, klinkt het nog. &quot;Er zijn aanwijzingen dat ernstige overtredingen van de diervoederwetgeving nog steeds plaatsvinden en een structureel karakter lijken te hebben. Medewerkers van de AID duiden de varkenssector aan als één van de grootste afvalverwerkers van Nederland.&quot;Het rapport toont aan dat Bioland niet het enige bedrijf was dat rond de eeuwwisseling afvalstromen versluisde via landbouwproducten. Zo zouden onder meer zuiveringsslib, compost en afvalslib in de productie van onder andere bodemverbeteraar voor landbouwgrond zijn terechtgekomen.Maar ook deze onthullingen kwamen slechts jaren na de feiten, wat een deel van de verklaring is waarom dit schandaal ondanks zijn omvang slechts beperkt is blijven nazinderen in het collectieve geheugen. Journalisten werden aanvankelijk onjuist of onvolledig geïnformeerd over de zaak. Wanneer de contaminatie in 2002 voor het eerst aan het licht kwam, reageerde toenmalig Nederlands landbouwminister Cees Veerman dat er geen gevaar was voor de volksgezondheid. Dat bleek dus niet te kloppen. Ik begrijp niet waarom België de gevolgen voor de volksgezondheid – met name bij zwangere vrouwen - nooit grondig heeft onderzocht. De Nederlandse politicus en advocaat Toine Manders (CDA) adviseert Claessen in deze zaak en blijft verbolgen over de Nederlandse en Belgische aanpak van het schandaal. “Ik begrijp tot op vandaag niet waarom Veerman zich niet burgerlijke partij heeft gesteld tegen de vervuiler”, zegt Manders. “Bovendien begrijp ik niet waarom België de gevolgen voor de volksgezondheid – met name bij zwangere vrouwen - nooit grondig heeft onderzocht. Intussen buit de vervuiler alle mogelijke juridische procedures uit om decennialang de verantwoordelijkheid te ontlopen.&quot; &quot;Erger dan de dioxinecrisis&quot;De ware ernst van de crisis werd pas meer dan een decennium later duidelijk, in 2017, wanneer een bron een rapport van de Belgische gerechtelijke politie heeft doorgespeeld aan de Nederlandse onderzoeksjournalisten van De Correspondent. Ook VILT heeft dit rapport kunnen inkijken. De Correspondent beschuldigt de Nederlandse regering dan ook van een doofpotoperatie. De nieuwssite gespecialiseerd in onderzoeksjournalistiek beschrijft de zaak uitgebreid in een driedelige reeks.De vaststellingen laten weinig aan de verbeelding over. &quot;Insiders bij het federale agentschap voor de veiligheid van de voedselketen omschreven de door Bioland veroorzaakte contaminatie zo omvangrijk dat in vergelijking de dioxinecrisis van 1999 een peulschil was&quot;, staat in het rapport. Bioland had geen vergunning om middelen te leveren voor de productie van levensmiddelen of mengvoeders, maar deed het toch. Wanneer inspecteurs op 4 juli 2002 arriveerden voor een bedrijfscontrole, was het hele bedrijf ontruimd. Zowel het personeel als de boekhouding waren verdwenen. De inspecteurs achterhaalden wel dat onder meer het Ierse bedrijf Wyeth leverde aan Bioland, en dus werden de lokale diensten geïnformeerd. De Ierse controlediensten bevestigden later dat Wyeth wel degelijk de leverancier was van de schadelijke producten die later bij Bioland zijn verzeild. Farmabedrijf Wyeth verhandelde de afvalstoffen onder het mom van suikerwater aan Bioland. Ierse farmareus op de hoogteVolgens Claessen toont het auditverslag van Wyeth bij Bioland, dat de Ierse farmareus wel degelijk op de hoogte was dat hun reststromen terechtkwamen in dierlijke en humane voeding. Claessen vindt dan ook dat het bedrijf al decennialang zijn juridische verantwoordelijkheid ontloopt. “Al die boeren met dode of misvormde biggen, zeugen die niet konden bevallen met hun droog geboortekanaal… dan wil ik niet denken aan hoe ernstig de gevolgen zijn wanneer een mens het drinkt. Wat daadwerkelijk ook gebeurd is. En de farmareus komt er zomaar mee weg”, zegt Claessen.Eerder in VILT haalde FAVV-CEO Herman Diricks het MPA-schandaal aan als één van de meest memorabele momenten uit zijn carrière. “De gevolgen bleven niet binnen de landsgrenzen van Nederland, internationaal moesten veel producten teruggeroepen worden”, zegt Diricks. “Het MPA-incident onderstreepte de noodzaak van traceerbaarheid en de complexiteit ervan. Toen werd zeer duidelijk dat tracering geen rechtlijnig proces is, maar een vertakt netwerk waarin één leverancier tien afnemers heeft, die op hun beurt weer 100 andere bedrijven bevoorraden.”Blijven wachten“Het hof heeft in hoger beroep het farmabedrijf veroordeeld om 50 procent van onze schade te vergoeden. Maar nu is er discussie over de hoogte van de schade. En in die schadestaatprocedure zitten we nu. We zijn al 23 jaar verder. We zouden 20 mei een volgende zitting hebben in Amsterdam, maar ik vernam net dat de zaak is opgeschoven naar 29 september. Dus ze krijgen er weer een half jaar bij.”Wyeth Pharmaceuticals werd in 2009 opgekocht door farmareus Pfizer. Het bedrijf heeft dus ook de rechtszaken van Wyeth ‘geërfd’. Pfizer zelf wenst echter niet te reageren op de lopende procedures. “Helaas zijn wij op dit moment niet in de positie om commentaar te geven op deze kwestie”, aldus het bedrijf.</content>
            
            <updated>2025-05-07T14:21:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU krijgt gedeeltelijk gelijk in eerste dispuut met Verenigd Koninkrijk sinds brexit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-krijgt-gedeeltelijk-gelijk-in-eerste-dispuut-met-verenigd-koninkrijk-sinds-brexit" />
            <id>https://vilt.be/57309</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Verenigd Koninkrijk heeft zijn verplichtingen ten aanzien van de Europese Unie geschonden door een verbod op het vissen op zandspiering in te voeren. Dat heeft een internationaal arbitragehof in Den Haag geoordeeld in de eerste rechtszaak over een handelsgeschil tussen Brussel en Londen sinds de brexit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="brexit" />
                        <category term="visserij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0e97fea4-a6a8-477f-be53-93515f76632b/full_width_visserij-vis-net.jpg</image>
                                        <content>Zandspieringen zijn dunne, zilverkleurige visjes die een belangrijke rol in het ecosysteem spelen omdat ze een geliefkoosde prooi voor zeevogels en andere vissen zijn. Ze vormen het voorwerp van een geschil sinds de Britse regering in maart 2024 een visverbod invoerde om de neergang van de soort tegen te gaan, alsook van de dieren die ervan afhangen om zich te voeden.&amp;nbsp;Schending vrijhandelsakkoord?De EU argumenteerde dat het verbod disproportioneel is en een schending vormt van het vrijhandelsakkoord dat sinds de brexit de toegang van Europese vissers tot Britse wateren regelt. Ze lanceerde de procedure voor geschillenbeslechting die het verdrag voorziet, maar een vergelijk bleef uit, waardoor het geschil uiteindelijk in oktober in Den Haag belandde.&amp;nbsp;Het hof bevestigt nu dat het Verenigd Koninkrijk het verdrag heeft geschonden doordat het heeft nagelaten om het proportionaliteitsbeginsel toe te passen. &quot;Het Verenigd Koninkrijk schendt de verplichting om volledige toegang tot zijn wateren te verlenen voor de visserij op zandspiering&quot;, zo luidt het in een mededeling. Londen moet &quot;de nodige maatregelen nemen&quot; om zich te schikken naar het verdict.&amp;nbsp; Verbod op vissen van zandspiering gehandhaafd?De Britse regering liet echter verstaan dat het verdict haar niet verplicht om de Europese vissers opnieuw toegang te bieden tot de Engelse wateren. Zo bevestigde het hof dat het verbod was ingevoerd op basis van de beste wetenschappelijke adviezen. Een woordvoerder sprak van &quot;een procedurefout&quot; die Londen zou moeten herstellen. De Europese Commissie is de beslissing nog &quot;aan het analyseren&quot;, reageerde een woordvoeder in Brussel. &amp;nbsp;&amp;nbsp;De Commissie trad in dit geschil voornamelijk op voor de Deense vissers, die zo&#039;n 96 procent van de Europese vangstquota voor deze soort opsouperen. De vangst is goed voor bijna 50 miljoen euro per jaar.&amp;nbsp; Nieuwe onderhandelingenHoewel de EU en het Verenigd Koninkrijk sinds de oorlog in Oekraïne steeds meer toenadering tot elkaar zoeken, blijft de visserij een gevoelig thema. De toegang van Europese vissersboten tot Britse wateren is gegarandeerd tot juni 2026. Er lopen gesprekken over een verlenging, die gekoppeld zouden zijn aan de onderhandelingen over een defensie-akkoord. Op 19 mei vindt een Europees-Britse top plaats in Londen.</content>
            
            <updated>2025-05-07T10:41:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[? #Veldvloggers: Van stal tot bos: de vrije-uitloopkippen van Mitch]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veldvloggers-van-stal-tot-bos-de-vrije-uitloopkippen-van-mitch" />
            <id>https://vilt.be/57310</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In deze video neemt pluimveehouder Mitch je mee achter de schermen van zijn leghennenbedrijf, waar zijn kippen genieten van ruimte, frisse lucht en... een eigen bos! Want ja, de kip is van nature een bosdier. Dierenwelzijn staat hier voorop: van vrije uitloop tot pikstenen en slimme manieren om stress te verminderen. Loop mee doorheen het landbouwbedrijf en ontdek hoe Mitch zich dagelijks inzet voor het welzijn van zijn hennen. Een eerlijke blik in het leven van de boer én zijn kippen!</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/42075d1c-9ae2-42b9-a7f1-d44aa853bbb6/full_width_thumb-12.jpg</image>
                        
            <updated>2025-05-07T14:00:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[PC Fruit onderzoekt inzet van elektrische tractoren in de Vlaamse fruitsector]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pc-fruit-onderzoekt-inzet-van-elektrische-tractoren-in-de-vlaamse-fruitsector" />
            <id>https://vilt.be/57311</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Proefcentrum Fruitteelt (Pcfruit) in Sint-Truiden voert de komende weken tests uit om na te gaan of elektrische tractoren een meerwaarde kunnen betekenen voor de fruitsector. Onder meer fruitveilingen en supermarkten zijn vragende partij voor een steeds duurzamere productie. De tractor is uitgerust met een batterij die de machine zeven uur lang kan aandrijven. Camera’s kunnen gewassen inspecteren en bieden de mogelijkheid om in de toekomst volledig autonoom te rijden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tractor" />
                        <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d2818918-baf3-4ec0-8c6c-9a9ccc43ed3c/full_width_elektrische-tractor-foto-vrt-noa-sneyers.png</image>
                                        <content>De fruitteelt staat onder toenemende druk om duurzamer te produceren, onder andere door eisen van supermarkten en fruitveilingen. &quot;Supermarkten hechten steeds meer belang aan hoe duurzaam de producten die ze aanbieden geproduceerd worden. Om duurzaam fruit te kunnen verkopen aan de supermarkten, verwachten fruitveilingen van telers dat ze zo duurzaam mogelijk te werk gaan&quot;, vertelt directeur Dany Bylemans van Pcfruit aan VRT. Om de sector verder te verduurzamen, is het volgens Bylemans nodig om nieuwe technieken uit te testen.Elektrisch versus traditioneelDe komende weken test het proefcentrum de elektrische tractor uit in de praktijk. Het motorvermogen van 70 pk ligt een pak lager dan traditionele modellen met een verbrandingsmotor. Toch ziet Bylemans daar geen struikelblok. &quot;Elektrische voertuigen zetten energie veel efficiënter om in kracht. Net zoals bij een elektrische auto heb je bij het optrekken een onmiddellijke respons”, aldus Bylemans.Met een volle batterij kan de tractor zeven uur lang werkzaamheden uitvoeren. Door de batterij is het voertuig wel zwaarder, wat vooral bij nat weer een nadeel kan zijn voor de bodem. Ook ligt de prijs voorlopig hoger dan die van de klassieke tractoren. Een exacte prijs is nog niet bekend, gezien het om een prototype gaat. Hiertegenover staat dan weer dat de elektrische tractor goedkoper moet zijn in onderhoud en verbruik. Rijdende batterijVolgens Beylemans is een elektrische tractor vooral interessant voor telers die zelf zonne-energie opwekken door bijvoorbeeld zonnepanelen op een loods of boven fruitbomen (agrivoltaics). De landbouwer kan hiermee zijn tractor opladen en het gebruik van fossiele brandstoffen vermijden. Daarnaast functioneert de tractor ook als mobiele stroombron in het veld. Dat kan voor de teler handig zijn om snoeischaren op te laden, die worden steeds vaker elektrisch. Het elektrisch aangedreven landbouwvoertuig beschikt naast een krachtige batterij, ook over camera’s die de gewassen kunnen monitoren. Dit is kostenbesparend en biedt de mogelijkheid om in de toekomst volledig zelfstandig rond te rijden. Pcfruit is ervan overtuigd dat elektrische en autonome tractoren geleidelijk aan een vaste plaats zullen krijgen in de sector. Eerdere test met autonome elektrische tractorenRuim één jaar geleden testte fruitteler Wolfcarius en Colruyt Group een zelfrijdende, elektrische tractor uit Gottem, bij Deinze. De Monarch MK-V van Amerikaanse makelij werd enkele weken ingezet voor standaard boomgaardwerkzaamheden zoals maaien, spuiten, sproeien en het transporteren van goederen. Initiatiefnemer Colruyt Group is positief over de eerste resultaten. “Elektrische tractor heeft geen ‘directe emissies’ tijdens het rijden. Hiermee kunnen boeren hun CO2-uitstoot verlagen. Gemiddeld ongeveer 12 ton CO2 eq/jaar voor een smalspoortrekker”, aldus het bedrijf. “De batterijduur is in het gamma van de elektrische smalspoortrekkers de top.&amp;nbsp;Afhankelijk van de activiteit en de omstandigheden varieert de autonomie tussen acht tot tien uur. De batterij is inwisselbaar waardoor het kansen biedt om na omschakeling verder te rijden.” Om duurzaam fruit te kunnen verkopen aan de supermarkten, verwachten fruitveilingen van telers dat ze zo duurzaam mogelijk te werk gaan Nog niet 100% op punt&amp;nbsp;“Met een chauffeur rijdt de tractor op een manier die heel erg lijkt op een diesel tractor. Ook de afmetingen van het voertuig zijn vergelijkbaar. Door de elektrische kracht bij acceleratie heeft hij geen moeite op moeilijke terreinen, ook door de goede gewichtsverdeling. Ook de halfautomatische modus is handig om de aandacht van de chauffeur te verdelen over verschillende aandachtspunten bij het uitvoeren van een taak”, aldus Colruyt. Volgens de retailgroep blijkt uit de test evenwel dat het model in volledig autonome modus soms nog wat training nodig heeft om nieuwe situaties in te schatten, of om virtuele blockages te kunnen overrulen. Ook de grotere draairichting en het feit dat het model nog niet 100 procent aangepast is aan de Europese markt (bv open cabine) zijn volgens Colruyt nog werkpunten.Toekomst van autonome elektrische tractoren in de fruitteeltHoewel elektrificatie en zelfrijdende tractoren een nieuwe manier van mens-machine-interactie in de landbouw vragen, biedt deze trend volgens Colruyt een groot potentieel. “Eens het bedrijf getransformeerd is in opbouw van taken en processen, biedt het een grote stabiliteit en verhoogde efficiëntie. En dat resulteert in een kostenreductie. Hiernaast biedt ook de vergaarde data een opportuniteit om de taken en processen continu te blijven optimaliseren”, besluit het bedrijf.</content>
            
            <updated>2025-05-09T10:34:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Italië ontdekt opnieuw miljoenenfraude met Europese landbouwsubsidies]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/italie-ontdekt-opnieuw-miljoenenfraude-europese-landbouwsubsidies" />
            <id>https://vilt.be/57312</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Italiaanse financiële politie heeft twaalf verdachten gearresteerd voor het grootschalig frauderen met landbouwsubsidies. Dat meldt het Europese parket EPPO. De rechtbank van Salerno heeft beslag gelegd op activa ter waarde van meer dan 9,6 miljoen euro. Dit is slechts het topje van de ijsberg, want het onderzoek richt zich op 67 personen en 27 bedrijven die verdacht worden van het frauduleus verkrijgen van EU-landbouwfondsen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b05895b8-67dd-4522-bb06-07b7e74ec7b4/full_width_chianina-web.jpg</image>
                                        <content>Volgens het onderzoek heeft een criminele organisatie tussen 2018 en 2022 onrechtmatig meer dan 12,5 miljoen euro verkregen door één van haar bedrijven, gevestigd in Salerno, valselijk voor te stellen als een producentenorganisatie (PO). Een PO is een erkende groep boeren met recht op EU-financiering.Uit onderzoek blijkt dat de verdachten verschillende documenten vervalsten zodat het bedrijf schijnbaar voldeed aan de essentiële vereisten van de status van PO volgens de EU-wetgeving. Dit bedrijf zou onder meer de regio Campanië en het Italiaanse agentschap voor landbouwsubsidies (AGEA) hebben misleid, maar ook de EU, door ten onrechte GLB-subsidies te claimen.De Italiaanse financiële politie heeft 12 personen onder huisarrest geplaatst en beslag gelegd op de financiële activa van hen en de betrokken bedrijven voor een totaalbedrag van 9.660.813,89 euro.Niet de eerste keerHet voorval doet denken aan een gelijkaardige fraudezaak in Abruzzo. Lina Calandra, docent natuurwetenschappen aan de Universiteit van L’Aquila, ontdekte in haar onderzoek dat een aanzienlijk deel van de 35 miljard euro aan Italiaanse GLB-fondsen ten onrechte geclaimd werden. In Abruzzo reeg de maffia miljoenen aan subsidies binnen met fictieve veebedrijven. De boerderijen bestonden op papier, maar een plaatsbezoek toonde aan dat het om lege heuvels ging.Bij deze zaak werd er indertijd vijf miljoen euro in beslag genomen, maar volgens de Italiaanse media zou dat slechts een fractie zijn van de werkelijk gefraudeerde bedragen.</content>
            
            <updated>2025-05-07T14:05:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Pluimveeverwerkend bedrijf opnieuw voor rechter wegens geurhinder: openbaar ministerie vraagt sluiting]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pluimveeverwerkend-bedrijf-opnieuw-voor-rechter-wegens-geurhinder-openbaar-ministerie-vraagt-sluiting" />
            <id>https://vilt.be/57313</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het pluimveeverwerkingsbedrijf Empro Europe in Dendermonde moet een exploitatieverbod krijgen en een geldboete van 40.000 euro voor inbreuken op de milieuwetgeving. Dat heeft het openbaar ministerie gevorderd voor de Gentse correctionele rechtbank, maar het bedrijf ontkent dat er sprake is van abnormale of structurele geurhinder.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="geurhinder" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/82f21374-18f3-48e0-bcf6-c952bc6e4e92/full_width_empro-geurhinder.png</image>
                                        <content>Empro Europe is een bedrijf dat sinds 2015 eiwitten recupereert uit slachtafval van kippen, zoals kippenpluimen, -ruggen, en -nekken, en het transformeert in een poeder dat gebruikt wordt voor visvoeder, veevoeder en ook voor voer voor huisdieren. Sinds 2023 wordt het poeder ook omgezet naar vloeibare vorm zodat het kan gebruikt worden als biostimulant in de landbouw. Het bedrijf, dat onderdeel is van voedingsgroep Damaco, maakt daarbij gebruik van een gepatenteerde techniek. Nood aan nieuw concept qua bedrijfsvoering?Sinds Empro Europe zijn activiteiten op het industrieterrein Hoogveld in Dendermonde startte, werd er al verschillende keren geprotesteerd aan het bedrijf. Volgens omwonenden is de geurhinder ondraaglijk. Er volgden al verschillende procedures rond de vergunningen en in 2020 oordeelde de deputatie dat mogelijk geopteerd moet worden voor een compleet nieuw concept qua bedrijfsvoering en zuiveringstechnieken, eventueel op een andere locatie die minder geurgevoelig is.Het bedrijf tekende beroep aan tegen die beslissing en toenmalig Vlaams minister voor Omgeving Zuhal Demir boog de beslissing van de deputatie om in een schorsing voor een periode van minstens drie maanden.In 2021 werd het bedrijf door de correctionele rechtbank in Dendermonde veroordeeld tot een boete van 56.000 euro voor verschillende inbreuken op de milieuwetgeving in 2018 en 2019. Het exploitatieverbod waar het parket om gevraagd had, werd toen echter niet opgelegd. De firma tekende geen beroep aan, maar de klachten hielden aan. Faillissement dreigt bij sluitingEmpro moest zich deze week voor de Gentse correctionele rechtbank verantwoorden voor inbreuken die dateren van 2023 en 2024. Ook de zaakvoerder werd gedagvaard. Het openbaar ministerie vroeg 8.000 euro boete voor de man en 40.000 euro boete voor het bedrijf. &quot;De hinder blijft maar duren en we hebben de laatste strohalm bereikt&quot;, stelde de aanklager, die een exploitatieverbod vorderde.Het bedrijf vroeg de vrijspraak en gaf de rechtbank mee dat het voor 100 mensen direct en indirect voor tewerkstelling zorgt. &quot;We zijn een milieu-innovatief bedrijf in de groene sector&quot;, stelde de advocaat van de vennootschap. &quot;Als deze vordering toegekend wordt, gaan we failliet. We zijn een hinderlijk bedrijf, maar geen abnormaal hinderlijk bedrijf. We zitten in een industriegebied met de nodige afstand en we zijn 100 procent vergund op dit moment.&quot;“Empro doet er alles aan om abnormale geurimpact te vermijden&quot;, pleitte de verdediging. &quot;Het probleem voor de buren is de dagdagelijkse productie, maar er is geen abnormale hinder. &amp;nbsp;Er mogen dan wel klachten zijn rond geurhinder, uit de objectieve metingen die wij hebben blijkt dat er geen recurrente, structurele geurhinder is.&quot;De uitspraak valt op 3 juni.</content>
            
            <updated>2025-05-07T13:59:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Droogtecommissie roept landbouwers op om water zoveel mogelijk vast te houden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/droogtecommissie-roept-landbouwers-op-om-water-zoveel-mogelijk-vast-te-houden" />
            <id>https://vilt.be/57314</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door het uitzonderlijk droge weer in maart en april zijn de afvoeren en waterpeilen van de Vlaamse bevaarbare en onbevaarbare waterlopen snel gedaald. Dat zegt de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid. Ze roept waterbeheerders en landbouwers op om water zoveel mogelijk vast te houden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/99763fb2-3770-406e-a3ed-5f6a9f68c591/full_width_droogteberegening-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Laagste neerslagpeil in 132 jaarDe afgelopen twee maanden is er uitzonderlijk weinig regen gevallen in Vlaanderen. Volgens het KMI viel er in maart en april amper 27,8 millimeter neerslag in Ukkel, de laagste waarde in 132 jaar. Het langjarig gemiddelde bedraagt 106 millimeter. In het westen van het land viel er bovendien nog minder regen. In de regio Gent bijvoorbeeld viel er amper 12 à 13 millimeter regen op twee maanden tijd, net zoals in delen van West-Vlaanderen.Dat er enorme verschillen zijn tussen regio’s blijkt uit cijfers die de Vlaamse Milieumaatschappij bekendmaakte. In Liedekerke bijvoorbeeld regende het in april het minst: amper 4,7 millimeter. Het Limburgse Neeroeteren kreeg dan weer de meeste regen. Daar viel 46,6 millimeter, al is dat nog steeds niet meer neerslag dan normaal in april. Met hier en daar wat regenval tijdens de eerste meidagen, kondigt deze maand zich opnieuw aan als zeer droog. Het KMI voorspelt de komende 14 dagen geen regen. Uiteenlopende grondwaterstandenDat heeft op verschillende plekken geleid tot een snelle daling van de waterpeilen en afvoeren. Op de meeste plekken is het waterpeil al laag, maar nog binnen de normale waarden voor deze tijd van het jaar. In een beperkt aantal waterlopen staat het water te laag. De grondwaterstanden in Vlaanderen lopen uiteen. In het westen en noorden staat het peil laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar. Volgens VMM is dit het geval in 51 procent van de meetplaatsen. In het oosten varieert de waterstand dan weer van laag tot hoog.Dat de situatie op veel plaatsen nog niet alarmerend is, is vooral te danken aan de overvloedige regen van vorig jaar waarbij de waarden maand na maand boven het gemiddelde lagen. Dat is ook het grote verschil met de voorjaarsdroogte die we in 2020 en 2022 hebben gekend. Zeker in 2022 was het toen opmerkelijk droger in de aanloop van het voorjaar. Code geel en tips voor landbouwersBegin deze week hebben de Vlaamse droogtecommissie en de adviesgroep droogte overlegd om de actuele situatie van het waterpeil in Vlaanderen te bekijken. Ze hebben besloten om het beheersniveau voor het waterbeleid te behouden op code geel. Dat wil zeggen dat de waterbeheerders waakzaam zijn en preventieve maatregelen nemen om water te besparen.De commissie en adviesgroep geven ook twee tips aan landbouwers om dat zo goed mogelijk te doen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld kleine stuwen optrekken om het waterpeil op niveau te houden. Daarnaast kunnen boeren ook de drainage stoppen of beperken zodat het beschikbare water niet verloren gaat. Momenteel is er nog geen sprake van een tijdelijk verbod om water te onttrekken uit onbevaarbare waterlopen. Droogte in groot deel van EuropaNiet alleen in Vlaanderen is het dit voorjaar heel droog. Volgens het Joint Research Centre van de Europese Commissie worden grote delen van Centraal- en Oost-Europa getroffen door de droogte. Ongeveer een derde van de oppervlakte in Europa zou momenteel te kampen hebben met te weinig neerslag, stelt het European Drought Observatory. Vooral in het Middellands Zeegebied rond Cyprus, Griekenland en Turkije, en in de Baltische Staten is het heel droog. Dat betekent dat ook de grote graanproducerende landen zoals Polen en Oekraïne getroffen worden. In andere gebieden is er dan weer uitzonderlijk veel neerslag gevallen. Zo kregen Portugal, Spanje, Zuid-Frankrijk en delen van Italië veel meer regen dan de rest van Europa.Niet alleen viel er minder regen, ook de temperaturen waren gemiddeld hoger dan gemiddeld in grote delen van Europa. Dit verergert dan ook het effect van het langdurig gebrek aan neerslag. Wetenschappers voorspellen bovendien dat de temperaturen de komende maanden tot en met juli hoger zullen zijn dan normaal. De voorspellingen voor de neerslag, zijn minder duidelijk. Sommige voorspellingen wijzen volgens het JRC-rapport op drogere omstandigheden in grote delen van Noord-Europa, waaronder het Verenigd Koninkrijk, delen van Duitsland en de Benelux-landen.Ook in Noord-Afrika en het Midden-Oosten is het momenteel heel droog.</content>
            
            <updated>2025-05-07T15:43:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voorjaarswerk verloopt pak vlotter dan vorig jaar, maar droogte baart boeren zorgen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voorjaarswerken-ver-gevorderd-in-ideale-omstandigheden-wel-zorgen-om-water-en-bietenziektes" />
            <id>https://vilt.be/57315</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In tegenstelling tot vorig jaar, toen boeren het veld niet op konden door de overvloedige regen, zijn de Vlaamse akkers nu al grotendeels ingezaaid. “Het meeste voorjaarswerk heeft onder bijna ideale omstandigheden plaatsgevonden", klinkt het bij Boerenbond. De landbouworganisatie ziet wel een onregelmatige opkomst van gewassen door het uitblijven van regen. “Er is nog geen reden tot paniek, maar een paar goede regenbuien zouden welkom zijn.” De bietentelers maken zich bijkomend zorgen over twee nieuwe ziektes.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voorjaar" />
                        <category term="akkerbouw" />
                        <category term="aardappel" />
                        <category term="biet" />
                        <category term="veldwerk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8d68de3f-1351-4a88-8d7c-337cb1e51431/full_width_ugent-klimaatneutraal-tractor-akker.jpg</image>
                                        <content>Aardappelen geplant, wachten op regenPieter Van Oost, adviseur plantaardige productie van Boerenbond, kreeg dit jaar diverse meldingen van aardappeltelers die op hun pootgoed moesten wachten. “Door het goede weer en de ideale veldomstandigheden wilden veel boeren op hetzelfde moment hun aardappelen planten. Dit leverde de nodige logistieke uitdagingen op bij de leveranciers van pootgoed”, klinkt het. “Dat er veel te laat duidelijkheid was over de aardappelcontracten voor 2025 heeft die problemen in de hand gewerkt.”Belgapom bevestigt dat de voorjaarscampagne bij de boeren naar behoren verloopt en alles op tijd in de grond zit. “Dat is een enorm contrast met vorig jaar toen het acht weken regende en sommige landbouwers pas in juni konden uitplanten.” In sommige gevallen waren boeren vorig jaar nog later. Zo had Guido Willemse uit Weelde bijvoorbeeld zijn laatste aardappelen pas in juli gepoot.&amp;nbsp;Vandaag staat de Kempenaar, die onder meer ruim 200 hectare aardappelen teelt, een stuk verder in zijn voorjaarswerk. “We hebben nog maar een paar dagen te gaan”, laat hij weten. Wel wordt de boer geplaagd door de droogte. “Om aardappelen te kunnen planten, moet je ruggen maken en de grond is nu zo droog dat de ruggen uit elkaar vallen. We moeten daarom beregenen om te kunnen planten.&quot; Extra groeidagen voor bietenOok de bieten gingen vorig jaar extreem laat de grond in. Dat zorgde voor groeiachterstand en een matige opbrengst. “Nu zit het bietenzaad al enkele weken in de grond”, vertelt Van Oost. &quot;En dat is maar goed ook. Bieten hebben hun groeidagen nodig om vervolgens richting het einde van de teelt suiker te kunnen aanmaken. Vorig jaar was het aantal groeidagen te beperkt”, vervolgt hij. &amp;nbsp;Door de droogte worden er wel her en der problemen met de opkomst gemeld, weet de Boerenbondadviseur. Volgens hem wordt er al volop beregend in Vlaanderen in diverse teelten. “Zeker in de startfase, als de zaadjes ontkiemen, is dat belangrijk. Vooral op zwaardere grond zorgt de droogte voor een korst waar de wortels van het ontkiemde zaadje moeilijk door geraken. Door te beregenen wordt de korst zachter en vergemakkelijkt de beworteling. Vele planten met fijn zaad zijn zeer broos in het begin van hun groei.” Uien ondergewerkt door slechte opkomstDat geldt bijvoorbeeld voor uien. Bij Ingro, de coöperatie van industriële groentetelers, horen we dat de opkomst van uien onregelmatig en in sommige gevallen erbarmelijk is. “In een aantal gevallen is het zaad daarom al weer ondergewerkt”, vertelt Hilde Dhuyvetter. Zij geeft aan dat de industriële groenten die gezaaid moeten worden (wortel, ui en spinazie) over het algemeen meer hinder ondervinden van de droogte dan de industriële groenten die geplant moeten worden, zoals bloemkool en spruitkool.Alhoewel het zwaartepunt van de industriële groenteteelt later in het jaar valt, werden al veel groenten volgens planning gezaaid of geplant. Dhuyvetter: “De eerste vrucht bloemkool is allemaal geplant en momenteel worden de spruitkolen al in de grond gestoken. Daarbij zien we ook dat er in sommige gevallen al beregening wordt toegepast.”De grondvochtigheid varieert sterk van regio per regio en dat vertaalt zich in de opkomst van gewassen. In bijvoorbeeld de bietenteelt is het in het zuiden en oosten van België behoorlijk gesteld met de opkomst, maar zijn er wel problemen in het westen van het land. “In Henegouwen en het westen van Vlaams-Brabant heeft het na de inzaai niet geregend en is er op heel wat percelen nauwelijks sprake van een voldoende opkomst”, vertelt Erwin Boonen, directeur grondstoffen bij Tiense Suiker. De droogte is voor de bietentelers nog geen reden tot paniek. “Maar een paar goede regenbuien zou zeer welkom zijn”, zeggen Boonen en Van Oost onafhankelijk van elkaar.&amp;nbsp; Zorgwekkende ziektes in bietenteeltBehalve de droogte heeft de bietensector ook zorgen over twee nieuwe ziektes die vooral in Duitsland het voorbije jaar schade hebben aangericht. Het gaat om het &#039;syndroom van basses richesses&#039; (SBR) en de Rubbery Taproot Disease (RTD), oftewel rubberen wortelziekte. Beide ziektes zijn bacteriële ziektes en worden overgedragen door de cicade. Cicaden zijn verwant aan de plantenluizen en zijn in staat enkele honderden meters per dag af te leggen, van veld naar veld. Waar de bietensector al wat meer ervaring heeft met SBR en er ook tolerante bietenvariëteiten bestaan, staan de telers momenteel machteloos tegenover RTD. Beide ziektes hebben een verminderde opbrengst en suikergehalte van de bieten tot gevolg. “Als een bietenteler hierdoor getroffen wordt, heeft hij tot 25 procent minder opbrengst”, vertelt Boonen.&amp;nbsp;Volgens hem is er geen duidelijke verklaring waarom de ziekte de voorbije twee jaar geëxplodeerd is in Duitsland. “Is de cicadepopulatie explosief toegenomen door het verdwijnen van een aantal bestrijdingsmiddelen of heeft het te maken met warmere nachten en winters de voorbije jaren?”, geeft hij enkele mogelijke verklaringen. “Tot op heden is de ziekte nog niet in Vlaanderen aangetroffen, maar wij houden de situatie goed in het oog.”Ook Boerenbond houdt de situatie over deze ziektes nauwlettend in de gaten. Want RTD kan bijvoorbeeld ook de aardappelen aantasten. “Wij gingen daarom de voorbije maanden bij beleidsmakers langs met een actieplan voor gewasbeschermingsmiddelen omdat we in de problemen komen met verschillend teelten&quot;, aldus de landbouworganisatie.Laatste mais na eerste snede grasIn de veevoederteelten loopt het seizoen vooralsnog op rolletjes. De eerste boeren zijn medio april begonnen met de inzaai van mas en Gert Van de Ven, verbonden aan de Hooibeekhoeve en het Landbouwcentrum voor Voedergewassen, schat dat momenteel zo’n 70 procent van de percelen ingezaaid zijn. &quot;Voor mais is de droogte vooralsnog geen probleem. De vochtige gronden volstonden om de mais te doen ontkiemen en de groei verloopt goed&quot;, stelt hij. De percelen die nog ingezaaid moeten worden, zijn veelal de percelen waar rundveehouders een eerste snede gras maaien. “Vorige week is er al veel gemaaid”, aldus Van de Ven. Volgens hem wisselt de kwaliteit van het gras van perceel tot perceel, maar over het algemeen ziet hij &quot;geen reden tot klagen”.Het verhaal van Van de Ven wordt bevestigd door Thomas Truyen, agronoom en marketingverantwoordelijke bij Limagrain. “Als eerste vrucht is maïs volledig ingezaaid in Vlaanderen. Momenteel worden de percelen ingezaaid waar de voorbije dagen gras gemaaid is.” Het is op deze percelen dat Truyen wel wat moeilijkheden voorspelt in sommige regio’s. “Vooral in Oost- en West-Vlaanderen is het erg droog en zou de opkomst wel eens moeilijk kunnen verlopen als regen nog veel langer uitblijft.”</content>
            
            <updated>2025-05-07T18:24:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kennisportefeuille uit startblokken: betalen voor advies blijkt struikelblok voor boeren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kennisportefeuille-uit-startblokken-betalen-voor-advies-blijkt-struikelblok-voor-boeren" />
            <id>https://vilt.be/57316</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Sinds de lancering in december vorig jaar zijn via de Vlaamse kennisportefeuille voor landbouwers bijna 400 steunaanvragen ingediend. Maar liefst 65 procent deed dat voor een klimaatscan, zo blijkt uit cijfers van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. De subsidiemaatregel lijkt zijn weg naar het veld te vinden, maar met meer dan 14.800 actieve landbouwers in Vlaanderen blijft het groeipotentieel groot. “Al krijgen landbouwers nu 70 procent van hun adviezen gratis, betalen voor sensibiliserende adviezen blijft voor velen onwennig”, luidt het bij onderzoek- en adviesinstituut Inagro.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderwijs" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2fe62854-1323-4774-af37-54ce67f56538/full_width_ilwg-vanden-abeele-varkensstal-2023-10-13-00039.jpg</image>
                                        <content>De kennisportefeuille is een subsidiemaatregel die landbouwers moet stimuleren om bedrijfsspecifieke adviezen aan te vragen of een opleiding te volgen, te vergelijken met de kmo-portefeuille. Voor de periode 2024-2025 krijgt elke actieve landbouwer een budget van 2.000 euro waarmee hij tot 70 procent van de kosten van een relevante opleiding of advies terugbetaald krijgen. Dertig procent legt hij zelf bij.De meeste erkende vormingen en adviesdiensten hebben een ecologische inslag zoals bodemkwaliteit, bemesting, gewasbescherming, emissies en agro-ecologische praktijken. Maar de kennisportefeuille heeft ook enkele trajecten met een economische insteek, zoals advies over bedrijfstoekomstmogelijkheden of opleidingen in bedrijfsbeheer. Klimaatscans populairstSinds de lancering in december vorig jaar werden 398 steunaanvragen ingediend, waarvan 364 aanvragen om een advies te krijgen en 34 steunaanvragen om een vorming te volgen. Een opvallende trend is de interesse naar klimaatscans: maar liefst 65 procent van alle aanvragen valt onder dit type. Met een klimaatscan krijgt een melkveehouder een grondige inkijk in de klimaatimpact van zijn bedrijf en welke maatregelen het meest geschikt zijn om deze impact te verlagen.Daarin is het Melkcontrolecentrum (MCC-Vlaanderen) veruit de populairste aanbieder. “De kennisportefeuille heeft de interesse in de klimaatscans doen toenemen”, duidt Mich Gillis van het MCC-Vlaanderen. “Daarnaast speelt ook de timing van belang, binnen de zuivelsector ligt de focus momenteel sterk op het verkleinen van de ecologische voetafdruk. Maar voor sommigen is de kennisportefeuille zeker het duwtje in de rug om een klimaatscan uit te voeren.” PAS-adviezenOok agrarisch adviesbureau DLV (United Experts) is een populaire verlener van advies via de kennisportefeuille. “Doordat veel veehouders door de stikstofwetgeving hun bedrijfsvoering ingrijpend moeten aanpassen, krijgen we momenteel veel adviesaanvragen over heroriëntering. Landbouwers krijgen in deze adviezen duidelijkheid over hun PAS-referentie en wat ze ermee kunnen doen in de toekomst,” vertelt Delphine Druant van DLV (United Experts).Naast de PAS-adviezen wordt bij DLV momenteel ook veel begeleiding bij bedrijfsovernames aangevraagd via de kennisportefeuille. “Dit zijn adviezen met zowel een economische als sociale insteek”, duidt Druant. “Door de onzekerheden van de afgelopen jaren lagen deze adviezen een tijd stil, maar nu beginnen zowel oudere als jonge landbouwers opnieuw na te denken over de toekomst van hun bedrijf.”Het West-Vlaams onderzoeks- en adviesinstituut Inagro is de derde populairste adviesverlener via de kennisportefeuille. Al kan er van een boost niet onmiddellijk gesproken worden: de meeste aanvragen waren een verderzetting van begeleidingstrajecten bij reeds bestaande klanten.&amp;nbsp;“Maar we zijn alvast tevreden met het algemene kader dat de kennisportefeuille biedt voor adviesverlening. Het laat ons enerzijds toe om op een betaalbare manier individueel advies aan te bieden en het geeft anderzijds de landbouwer de kans om hiervan gebruik te maken”, klinkt het. Het inloggen op het e-loket vormt een drempel, jammer genoeg werkt de kennisportefeuille niet met volmachten om dit te verhelpen Onbekend bij landbouwersToch hebben de meeste landbouwers de kennisportefeuille nog niet ontdekt volgens DLV en Inagro. Omdat de introductie pas vorig jaar in december gebeurde, is het logisch dat de kennisportefeuille nog moet groeien. De groeimarge is in elk geval nog vrij groot want Vlaanderen telt momenteel 14.830 actieve landbouwers die er gebruik van kunnen maken. “De kennisportefeuille zou nog veel meer onder de aandacht gebracht mogen worden”, klinkt het bij zowel Inagro als DLV.Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij laat daarbij weten dat er momenteel ingezet wordt op een gerichte communicatie: “Op Agriflanders was de kennisportefeuille één van de thema’s op onze beursstand. Ondertussen blijven we landbouwers aanmoedigen om de kennisportefeuille aan te wenden door onder meer een socialemediacampagne en een reportage op PlattelandsTV.”Inloggen is een drempelBeide adviesinstanties zien alvast nog enkele verbeterpunten om de groei te stimuleren. “De aanvraag ervan via het e-loket is vrij complex, landbouwers hebben er een handleiding voor nodig. In vergelijking met KRATOS, het vorige adviessysteem, is ook de administratieve verantwoordelijkheid verschoven: waar die vroeger grotendeels bij de dienstverlener lag, ligt ze nu bij de landbouwer zelf”, duidt Bart Verhaeghen, woordvoerder van Inagro.Dit beaamt ook Druant. “Het inloggen via het paspoort of Itsme loopt bovendien ook niet bij iedereen even vlot. Veel aanvragen binnen het e-loket kunnen daarom via een volmacht door een adviesbureau gebeuren, maar voor de kennisportefeuille is dat jammer genoeg niet mogelijk.” Bij sensibiliserende adviezen wringt het dat boeren zelf moeten vragen naar kennis, in plaats van die aangeboden te krijgen Betalen voor sensibiliserend adviesVerhaeghen wijst op nog een andere moeilijkheid: voor sommige landbouwers blijft het lastig om te betalen voor advies dat vooral gericht is op sensibilisering en kennisopbouw. “Het merendeel van onze adviezen zijn daarop gericht en vroeger waren deze bijna altijd gratis. Ook de leveranciers geven heel veel gratis advies. Dus ook al moeten ze slechts 30 procent zelf betalen, blijft het in Vlaanderen onwennig om kennis in te kopen. In Nederland zou men wellicht staan springen voor een systeem met subsidiebedragen van 70 procent”, aldus Verhaeghen.Volgens hem speelt die gevoeligheid vooral bij de thema’s van het advies. Veel van de adviezen gaan over duurzame wensen van de maatschappij, waar landbouwers dan voor moeten betalen om dit op het bedrijf te kunnen toepassen. “Bij deze soort adviezen wringt het systeem dat de kennisportefeuille vraaggestuurd is. Boeren moeten dus zelf vragen naar kennis, in plaats van die aangeboden te krijgen. Dat ligt anders bij adviezen waar een duidelijke economische return tegenover staat, zoals energie-advies of hulp bij concrete problemen op het bedrijf”, aldus Verhaeghen. “Dit zien we sterk in onze adviezen rond bemestingsstrategie. De economische winst is hier niet onmiddellijk meetbaar, de winst voor bodem- en waterkwaliteit wel. Toen we vroeger nog gratis bemestingsadvies gaven, was het reeds een uitdaging om uitgenodigd te worden aan de keukentafel om hierover te sensibiliseren en te informeren. Nu het betalend is, blijven enkel de meest gemotiveerde landbouwers over.”Uitbreiding van aanbodEen ruimer aanbod van adviezen en opleidingen zou ook de interesse mee kunnen aanwakkeren. Inagro kreeg onlangs een nieuw advies erkend bij het Agentschap: de routeplanner melkvee, die samen met de landbouwer mogelijke toekomstkeuzes voor het bedrijf in kaart brengt. Op korte termijn zal Inagro geen extra adviezen aanbieden binnen de kennisportefeuille. “We kijken eerst hoe de communicatie errond en de vraag zich ontwikkelen,” klinkt het. Bij DLV (United Experts) staat alvast wel een uitbreiding van het adviesaanbod gepland en ook MCC-Vlaanderen heeft ambitie om nog meer diensten aan te bieden. “Eentje zit zelfs al in de pijplijn”, aldus MCC.</content>
            
            <updated>2025-05-07T19:05:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Beter dan de klassieke Cava”: Innovatieproject levert mousserende wijn op van Limburgse dakwijngaard]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/beter-dan-de-klassieke-cava-innovatieproject-levert-mousserende-wijn-op-van-limburgse-dakwijngaard" />
            <id>https://vilt.be/57317</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op de Corda Campus in Hasselt groeit innovatie letterlijk tot in de toppen van de daken. De futuristische dakwijngaard bovenop de Corda Bar heeft zijn tweede oogst opgeleverd, en die werd deze keer omgezet in een – zo beweren de makers toch – &nbsp;verrassend frisse en elegante mousserende wijn. Een schoolvoorbeeld van hoe landbouw en stadsontwikkeling hand in hand kunnen gaan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wijn" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="stadslandbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8de297ec-8c41-4f3a-a05d-346234718e96/full_width_corda.jpg</image>
                                        <content>Na het succes van de witte wijn &#039;Ch@teaux Corda&#039; vorig jaar, werd dit jaar gekozen voor een brut mousserende variant. De koelere zomer van 2024 zorgde ervoor dat het suikergehalte in de druiven niet hoog genoeg lag voor een stille wijn van hetzelfde kaliber. Toch bleek dat geen nadeel, vertelt professor Ghislain Houben, oprichter van wijndomein Hoenshof en mede-bezieler van dit project: “We zijn uitgekomen bij een sprankelende wijn die zelfs beter is dan de doorsnee Cava of Prosecco. De kwaliteit van de druiven en de zorgvuldige, natuurlijke teelt in potten hebben een bijzonder resultaat opgeleverd.” Mobiele wijnranken overwinteren binnenDe 340 wijnranken worden elk voorjaar uit hun winteropslag gehaald en opnieuw op het dak geplaatst. Dankzij deze mobiele aanpak zijn de planten beschermd tegen late nachtvorst. “Het blijft ons toch aangenaam verrassen om te zien dat dit project met druiventeelt in ‘potten’ een mooie toekomst kan hebben”, aldus Houben. “Zeker als je weet dat hier enkel op 100 procent natuurlijke manier te werk is gegaan met voedingsstoffen en watertoevoer en dat je dus ook in stads -of bedrijfsomgevingen deze vorm van druiventeelt kan organiseren. Hier staan de gelukkigste druiven van West-Europa.”&amp;nbsp;Opvallend: 250 wijnstokken zijn gekoppeld aan evenveel bedrijven op de campus, wat het project extra betekenis geeft voor de Corda-community.Volgens Raf Degens, directeur van de campus, is het project meer dan alleen een originele wijngaard: “Deze wijn en het verhaal errond zorgen voor bewondering bij internationale delegaties die Corda bezoeken. Het verbindt technologie, ecologie en beleving. Innovatie hoeft niet alleen digitaal te zijn, ook in de landbouw kan het vernieuwend en verrassend zijn.”Proefweek op de campusVoor wie de unieke smaak zelf wil ontdekken, organiseert de campus in mei een proefweek in het Cordaat-restaurant. Daar kan zowel de nieuwe limited sparkling edition als de witte wijn van vorig jaar geproefd worden.</content>
            
            <updated>2025-05-08T11:11:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rundvlees bijna een vijfde duurder door impact blauwtongvirus]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rundvlees-bijna-een-vijfde-duurder-door-impact-blauwtongvirus" />
            <id>https://vilt.be/57318</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De prijzen van rundvlees zijn de afgelopen maanden sterk gestegen. Volgens Testaankoop betaalde de consument in april 2025 gemiddeld 18 procent meer voor biefstuk dan een jaar eerder. Ook américain natuur (+17%) en rundsstoofvlees (+12%) zijn flink duurder geworden. De consumentenorganisatie wijst als belangrijkste oorzaak naar de uitbraak van het blauwtongvirus, dat de rundveestapel in België zwaar trof.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="blauwtong" />
                        <category term="inflatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f192b118-32de-4e3c-80c4-00abbc5f4ce4/full_width_biefstuksteakrundvlees.jpg</image>
                                        <content>Het virus leidde tot een hogere sterfte onder runderen en een lagere geboortecijfers, wat resulteerde in een daling van het aantal beschikbare dieren. Daarnaast zijn er structureel minder veehouders actief, waardoor de rundveestapel verder krimpt. Dat zorgt ervoor dat het aanbod de vraag niet kan volgen en de prijzen stijgen.Stijgende voedingsinflatieDe prijsstijgingen passen in een bredere trend van oplopende voedselinflatie. Al meer dan drie jaar volgt Testaankoop de prijzen in zeven supermarktketens (Albert Heijn, Carrefour, Colruyt, Cora, Delhaize, Aldi en Lidl) en berekent het op die manier de inflatie in de winkel. Sinds dit jaar ligt die inflatie boven de 3 procent, en vorige maand steeg ze zelfs door naar 4,35 procent. In maart 2025 was de inflatie 3,97 procent, in februari 3,39 procent en in januari 3,29 procent.Producten met chocolade blijven erg duur, zelfs na Pasen: pure chocolade kost nu 47 procent meer dan vorig jaar, melkchocolade 38 procent meer en chocoladekoekjes 22 procent meer. Sinaasappelsap (+19%) en allesreiniger (+14%) staan ook nog altijd hoog op de lijst.Toch zijn er ook lichtpuntjes: brood (-3%), mango&#039;s (-5%), fish sticks (-4%), frituurolie (-4%) en champignons (-4%) zijn goedkoper dan een jaar geleden.</content>
            
            <updated>2025-05-08T11:09:55+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dierlijke mest biedt beste bescherming tegen metaalvervuiling]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dierlijke-mest-beste-keuze-tegen-metaalvervuiling-bodems" />
            <id>https://vilt.be/57319</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De huidige milieuwetgeving hanteert ongeschikte maatstaven voor het beoordelen van metaalvervuiling. Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van de Chinese milieuwetenschapper Yuwei Jia aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Jia toont bovendien aan dat huishoudelijk afvalwater een belangrijke bron vormt van oestrogenenvervuiling in onze waterlopen. Dierlijke mest blijkt volgens haar onderzoek de meest effectieve keuze om schadelijke metalen op landbouwgrond tegen te gaan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="bodem" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c1848c54-3c11-4056-a18e-d19a655edbe2/full_width_shutterstock-1790189699.jpg</image>
                                        <content>Jia voerde een bijzonder grondig onderzoek uit. Enerzijds richtte ze zich op metalen in bemeste landbouwgronden, anderzijds op oestrogenen in aquatische systemen zoals het Schelde-estuarium. In plaats van enkel te kijken naar de aanwezige hoeveelheden in bodem en water, onderzocht Jia vooral het gedrag van deze stoffen en hun interactie met omgevingsfactoren zoals zuurtegraad (pH), redoxpotentieel en opgeloste organische koolstof. Zo kon ze bepalen hoe vatbaar deze polluenten zijn om opgenomen te worden door planten of andere organismen – ook wel de ‘biologische beschikbaarheid’ genoemd. Metalen zijn immers het gevaarlijkst wanneer ze in gewassen terechtkomen die uiteindelijk op ons bord belanden.Een kanttekening: de hoeveelheid biobeschikbare metalen die effectief worden opgenomen, verschilt van plant tot plant. Niet alle gewassen nemen dus evenveel zware metalen op.Wetgeving kijkt naar de verkeerde parametersHet onderzoek heeft enkele belangrijke implicaties. Zo blijkt dat de huidige milieuwetgeving niet de juiste parameters gebruikt om bodemverontreiniging te beoordelen. Vandaag geldt er bijvoorbeeld een maximale hoeveelheid microgram cadmium, lood of andere metalen per kilogram droge bodem. Die norm lijkt logisch, maar volgens professor Yue Gao, promotor van het onderzoek en lid van de VUB-onderzoeksgroep Analytical, Environmental and Geo-Chemistry (AMGC), zou men beter naar de biologische beschikbaarheid kijken. “Maar die wordt momenteel niet opgevolgd”, zegt Gao. “Lange tijd konden we die simpelweg niet meten.”In België geldt bijvoorbeeld een kritische grenswaarde van 1,2 microgram cadmium per kilogram droge stof. “Maar betekent dat dat een bodem met 2 microgram cadmium automatisch onveilig is? Zonder kennis van de biobeschikbaarheid kunnen we dat niet met zekerheid zeggen”, aldus Gao. Op een meetpunt in Kinrooi werd biologisch beschikbaar cadmium in elk geval in hoge mate aangetroffen. Net als lood is het een uiterst toxisch element. Dierlijke mest bevat het minst biobeschikbare metaalOm de invloed van verschillende meststoffen op zware metalen te bepalen, vergeleken de onderzoekers fosfaatmeststof, waterzuiveringsslib en dierlijke mest. Daarvoor gebruikten ze een nieuwe analysemethode waarmee de hoeveelheid biobeschikbare metalen accuraat kon worden gemeten.“We voerden metingen uit op de zuivere meststoffen, op zuivere bodems en op mengsels van meststof en bodem”, legt Gao uit. “Daaruit bleek dat de hoeveelheid biobeschikbare metalen aanzienlijk toenam zodra meststof met bodem werd vermengd. Dat komt doordat de zuurtegraad en het redoxpotentieel van de bodem daarbij veranderen. Hoe lager de pH-waarde, hoe meer metalen beschikbaar worden voor opname.”Dit proces stopt niet in de bodem. “Sommige elementen kunnen doorheen de voedselketen een nog grotere rol spelen”, zegt Gao. “Je kan dus een gewas eten met een relatief lage concentratie metaal, maar zodra het in je lichaam terechtkomt, kunnen de percentages van deze metalen verder toenemen. Daarin schuilt een groot gevaar.” Dierlijke mest, minder metalenHet verschil tussen de meststoffen was opvallend: “Grond gemengd met dierlijke mest bevatte tien keer minder biobeschikbare metalen dan grond gemengd met fosfaatmeststof”, zegt Gao. Fosfaatmeststof scoorde het slechtst, gevolgd door waterzuiveringsslib.“Hoe de metalen in deze meststoffen terechtkomen? Dat varieert”, zegt Gao. “Bij fosfaatmeststof zijn de zware metalen een gevolg van de industriële processen, bijvoorbeeld bij het extraheren van fosfaat. Nochtans moeten fabrikanten niet vermelden welke zware metalen hun meststof bevat?” Grond gemengd met dierlijke mest bevatte tien keer minder biobeschikbare metalen dan grond gemengd met fosfaatmeststof Waterzuiveringsslib is gedroogd slib dat afkomstig is van een waterzuiveringsinstallatie, merkt Gao op. “Waterzuiveringsslib kan hoge hoeveelheden stikstof bevatten, maar het gebruik ervan wordt in veel Europese landen beperkt of verboden omdat het hoge dosissen bacteriën, schimmels en andere pathogenen kan bevatten. Het is dus niet iets wat zomaar rechtstreeks op de velden wordt gebruikt.”Bij grond gemixt met dierlijke mest is de aanwezigheid van zware metalen relatief laag, althans vergeleken met fosfaatmeststof en waterzuiveringsslib. Anderzijds is de aanwezigheid van biobeschikbare fosfor – cruciaal voor de groei van elke plant – het hoogst bij dierlijke mest. Hoger dus dan bij waterzuiveringsslib, en hoger dan bij fosfaatmeststof.Dierlijk mest is dus de winnaar in deze vergelijking. Maar toch rest de vraag waarom ook hier zware metalen worden aangetroffen, hetzij in een lagere dosis. “Volgens onze literatuurstudie zit cadmium in bepaalde medicatie die aan runderen worden toegediend”, zegt Gao. “Op die manier komt het in hun uitwerpselen en bijgevolg in de bodem terecht.” Huishoudens bron van hormoonvervuilingOver naar de waterkwaliteit, een ander belangrijke component van het onderzoek. “Het hele onderzoek is ook begonnen met een universiteitsproject waarbij we wilden onderzoeken of afvalwater te hergebruiken is voor landbouwirrigatie”, zegt Gao. “België, en zeker Vlaanderen, kent een droogteproblematiek en dus dreigt er te weinig water te zijn voor de boeren.”Hier kwam een ander probleem naar boven: de hormoonverstorende stoffen. Jia ondezocht de aanwezigheid van oestrogenen in het Schelde-estuarium. Deze stoffen, dikwijls afkomstig uit huishoudelijk afvalwater, kunnen het hormonale systeem van aquatische organismen en uiteindelijk ook de mens beïnvloeden. Op basis van de analyse kan Jia aantonen dat de oestrogene activiteit in de waterkolom afneemt in stroomafwaartse richting en dat de concentraties in sedimentmonsters een algemene daling vertonen over een periode van vier decennia.“De resultaten illustreren het effect van investeringen in afvalwaterzuivering en de impact van Europese regelgeving zoals de Kaderrichtlijn Water”, zegt promotor Willy Baeyens, die Jia bij dit aspect van haar onderzoek heeft bijgestaan. Toch blijft waakzaamheid geboden: nieuwe chemische stoffen en veranderend lozingsgedrag maken blijvende monitoring noodzakelijk.</content>
            
            <updated>2025-05-09T09:12:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Geen vergunningsplicht voor kleine batterijen op landbouwbedrijven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geen-vergunningsplicht-voor-kleine-batterijen-op-landbouwbedrijven" />
            <id>https://vilt.be/57320</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Kleine batterijen op landbouwbedrijven zijn in principe vrijgesteld van vergunningsplicht. Dat bevestigt Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) in antwoord op een schriftelijke vraag van zijn partijgenoot Bart Dochy. Dochy, zelf parlementslid en burgemeester van Ledegem, kaartte de kwestie aan omdat de wetgeving onduidelijk is en lokale besturen steeds vaker vragen krijgen van landbouwers over de plaatsing van batterijen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="groene energie" />
                        <category term="energie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ae781120-b529-425f-93b2-2bc8a1730050/full_width_halnet-batterij3.jpg</image>
                                        <content>Brouns stelt dat boerderijbatterijen, zolang ze worden gebruikt voor de eigen landbouwactiviteit, niet vergunningsplichtig zijn. Volgens Dochy laat de wet – en in het bijzonder het zogeheten Vrijstellingenbesluit – ruimte voor interpretatie. “De plaatsing van thuisbatterijen wordt niet expliciet vermeld in het Vrijstellingenbesluit”, aldus de West-Vlaming. Hij wijst erop dat gemeenten steeds vaker geconfronteerd worden met aanvragen voor thuisbatterijen op landbouwbedrijven, maar niet goed weten hoe ze hiermee moeten omgaan.Toch biedt het Vrijstellingenbesluit volgens Brouns verschillende mogelijke vrijstellingen waarop landbouwers zich kunnen beroepen. “Wanneer een thuisbatterij uitsluitend wordt ingezet voor de eigen landbouwactiviteit, valt ze onder de vrijstelling voor constructies die in functie staan van de professionele teelt van landbouwgewassen of de professionele veeteelt”, verduidelijkt de minister. Het is zeker niet de bedoeling om batterijparken in agrarisch gebied mogelijk te maken zonder vergunning Wel benadrukt Brouns dat de batterij daadwerkelijk ten dienste van het landbouwbedrijf moet staan. “Worden batterijen geplaatst die niet voor de landbouwactiviteit worden gebruikt, dan is er wel degelijk een vergunning nodig. Het is niet de bedoeling om grootschalige batterijparken in agrarisch gebied mogelijk te maken zonder vergunning”, aldus Brouns.De minister beloofde in zijn antwoord ook dat Vlaamse gemeenten geïnformeerd zullen worden over de bestaande vergunningsvrijstellingen voor thuisbatterijen op landbouwbedrijven. De opmars van batterijenDe interesse in batterijen zit de laatste jaren duidelijk in de lift, ook onder landbouwers. Volgens Laurens Vandelannoote, energieconsulent bij Boerenbond, heeft die opmars onder meer geleid tot een afname van nieuwe windmolens, omdat batterijen een efficiënter gebruik van zelf opgewekte zonne-energie mogelijk maken.“Op termijn zullen alle boeren investeren in een groene stroomopwekker in combinatie met een batterij”, zei Vandelannoote eind vorig jaar tijdens een demodag over boerderijbatterijen. “Het helpt niet alleen om de energiekosten onder controle te houden, maar verhoogt ook de duurzaamheid van het landbouwbedrijf – iets wat steeds belangrijker wordt voor afnemers en verwerkers.”</content>
            
            <updated>2025-05-08T15:34:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kogel is door de kerk: Europees Parlement verlaagt beschermingsstatus wolf]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kogel-is-door-de-kerk-europees-parlement-verlaagt-beschermingsstatus-wolf" />
            <id>https://vilt.be/57321</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Europees Parlement heeft er donderdag in Straatsburg mee ingestemd om de beschermingsstatus van de wolf te verlagen van “strikt beschermd” naar “beschermd”. Lidstaten zullen binnenkort meer ruimte krijgen om hun wolvenpopulaties te beheren, binnen de grenzen van de aangepaste status. Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) zou de impact op de enige Vlaamse wolvenroedel minimaal zijn.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dbe7964f-bc1f-4349-a71a-ed22dd8d8814/full_width_wolf1.jpg</image>
                                        <content>De beschermingsstatus van de wolf is vastgelegd in het Internationaal Verdrag van Bern. Eind vorig jaar besloot het comité van Bern al om die status te verlagen. Voor een aanpassing in de Europese wetgeving is echter een wijziging van de Habitatrichtlijn nodig, waarin de bescherming van de wolf is opgenomen. Het Europese halfrond gaf donderdag zijn zegen om de wetswijziging door te voeren (371 stemmen voor, 162 tegen, 37 onthoudingen). Eerder gaf ook de Raad van de EU groen licht. Na een formele bekrachtiging wordt de verlaging van de beschermingsstatus binnenkort officieel.“Een goede zaak”, vindt Europees parlementslid Hilde Vautmans (Open Vld, Renew Europe). “Het debat loopt al erg lang en het werd tijd dat we de knoop doorhakten.”Volgens de Europese Commissie leven er meer dan 20.000 wolven in Europa, en zowel hun aantal als verspreidingsgebied blijven groeien. “Dit succesverhaal op het vlak van natuurbescherming leidt in sommige regio’s echter tot toenemende conflicten met menselijke activiteiten, vooral in de veehouderij”, klinkt het.“Geen vrijbrief om te schieten”Europees parlementslid Wouter Beke (cd&amp;amp;v, EVP) verwijst naar de situatie in Limburg. “Deze aanpassing is geen vrijbrief om alle wolven neer te schieten. Lokale overheden krijgen nu wel de flexibiliteit en tools om de wolvenpopulatie verantwoord te beheren.”De wolf behoudt nog steeds zijn beschermde status, waardoor lidstaten verplicht blijven om een gunstige staat van instandhouding te garanderen. Binnen dit kader zal het in bepaalde gebieden gemakkelijker worden om de dieren te verjagen of te doden als ze een bedreiging vormen.“Met de aanpassing geven we gehoor aan sommige lidstaten die ernstig in de knel zitten met wolvenroedels, en aan onze landbouwers”, aldus Vautmans. “Zij kunnen nu vaak pas actie ondernemen wanneer hun vee gedood wordt. Vorig jaar ging het om 56.000 stuks vee in Europa. Daarvoor kunnen ze een compensatie aanvragen, maar die procedure is administratief zwaar en kost de Europese lidstaten jaarlijks 17 miljoen euro.” Impact in VlaanderenEerder deze week benadrukte het INBO aan VRT NWS dat de wolf nog steeds in goede staat van instandhouding moet blijven. “Als er in Vlaanderen maar één roedel is, kan je moeilijk ingrijpen zonder zijn toestand te verslechteren”, aldus het instituut. “De aanpassing kan minister Brouns wel iets meer ruimte geven om in uitzonderlijke gevallen op te treden.”Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) liet alvast weten dat de statuswijziging voorlopig weinig verandert in Vlaanderen. “Ons beleid is in het verleden aangevuld met een protocol ‘probleemwolf’. Dat zorgt ervoor dat we vandaag al voldoende tools in handen hebben om het evenwicht te bewaken. We volgen de situatie op de voet, maar vooralsnog blijft ons beleid tegenover de wolf ongewijzigd: inzetten op preventie en bescherming”, aldus de minister. Welkom Wolf: “Vlaamse overheid faalt al zeven jaar”Ook natuurvereniging Welkom Wolf verwacht weinig impact van de gewijzigde Europese status. “De Vlaamse overheid slaagt er nu al niet in om onze wolven te beschermen, dus eigenlijk verandert er niets”, zegt Jan Loos van Welkom Wolf. Volgens hem is de bescherming van de wolf in Vlaanderen voorlopig wettelijk niet in gevaar, omdat het Vlaams Soortenbesluit pas kan worden aangepast als er sprake is van een duurzame staat van instandhouding – “en daar zijn we nog lang niet”, stelt Loos.Hij waarschuwt dat door de statusverlaging in buurlanden zoals Frankrijk mogelijk nog vaker op wolven geschoten zal worden, wat de instroom van zwervende wolven naar Vlaanderen zou kunnen beperken. Wel noemt hij bestaande maatregelen zoals subsidies voor schrikdraad positief: “Die dragen bij aan het draagvlak voor de wolf. Maar maatregelen die de wolf écht beschermen, ontbreken nog altijd. De Vlaamse overheid moet zich schamen dat ze er na zeven jaar nog niet in slaagt om de wolf goed te beschermen.”Welkom Wolf pleit al langer voor extra maatregelen, zoals een jachtverbod op prooidieren in rustgebieden, betere verkeersveiligheid op bekende wolvenroutes en het verbinden van leefgebieden.België telt momenteel vier wolvenroedels, waarvan één in Vlaanderen. Het gaat om de roedel van wolvin Noëlla, die momenteel drachtig is. Moratorium op jacht prooidieren wolfGroen-fractieleider Mieke Schauvliege pleitte eerder deze week eveneens voor een tijdelijk verbod op de jacht op prooidieren van de wolf in gevoelige zones, naar het voorbeeld van Nederland. Volgens haar is dat cruciaal voor een duurzaam samenleven met het dier.“Omdat er gejaagd wordt op reeën en everzwijnen, wordt de wolf gedwongen om vee aan te vallen”, zegt Schauvliege. “Dit veroorzaakt conflicten met landbouwers. Als we Noëlla&#039;s welpen echt een toekomst willen geven, dan moeten we nu investeren in een beleid dat hun overleving mogelijk maakt. Dat betekent: verkeersveiligheidsmaatregelen op bekende wolvenroutes, verbonden leefgebieden en rust in kernzones. Anders zijn deze welpjes vogel voor de kat,&quot; besluit ze.</content>
            
            <updated>2025-05-08T15:20:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Infrabel test vloeibare stikstof en elektriciteit tegen onkruid langs de sporen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/infrabel-test-vloeibare-stikstof-en-elektriciteit-tegen-onkruid-langs-de-sporen" />
            <id>https://vilt.be/57322</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Spoornetbeheerder Infrabel gaat samen met zijn Nederlandse tegenhanger ProRail op zoek naar nieuwe methodes om onkruid in en langs de sporen te bestrijden. Ze voeren tests uit met onder andere vloeibare stikstof en elektriciteit. Aangezien het om gekoeld stikstofgas gaat dat niet-reactief is, heeft het gebruik ervan geen impact op het stikstofdebat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onkruid" />
                        <category term="glyfosaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b341b098-7f93-42f8-b51f-883312fc5bcd/full_width_spoorwegtreinopenbaarvervoer.jpg</image>
                                        <content>Drie alternatieven voor glyfosaat worden onderzochtDe tests kaderen in het project &#039;Life-Nature-Rail&#039;. Dat onderzoekt alternatieven voor onkruidbestrijding met chemische producten. Ook de mogelijkheden van traaggroeiend gras in combinatie met een maairobot worden onderzocht.&amp;nbsp;&quot;De Nederlandse spoornetbeheerder ProRail heeft de leiding over het project&quot;, zegt Infrabel-woordvoerder Frédéric Petit. Maar ook Infrabel zal technieken testen, te beginnen met de elektrische behandeling van onkruid. Daarbij worden planten als het ware geëlektrocuteerd, waardoor de cellen onherstelbare schade oplopen en de plant afsterft.Bij vloeibare stikstof gaat het in feite om stikstofgas, dat bijvoorbeeld ook gebruikt wordt om wratten te verwijderen. Het onkruid ondergaat bij behandeling een soort verbrandingsproces, maar dan door extreem te koelen. Het woord stikstof doet bij veel landbouwers meteen een alarmbel rinkelen, maar volgens Boerenbond gaat het om niet-reactief stikstofgas dat heel hard gekoeld is en waarbij er niet meteen een effect is als het de lucht ingaat. Het vormt dus geen gevaar voor het milieu, al is het niet duidelijk of het ook effectief is tegen onkruid. Dat zal de toekomst moeten uitwijzen. &amp;nbsp; Twee keer per jaar sproeitrein met glyfosaatMomenteel gebruikt Infrabel nog chemische producten - glyfosaat - om de 6.500 kilometer hoofdsporen onkruidvrij te houden. Dat gebeurt met een sproeitrein, die twee keer per jaar uitrijdt. Infrabel krijgt daarvoor van de regionale overheden afwijkingen op het pesticideverbod. Die afwijkingen &quot;blijven noodzakelijk om het aantal interventies in de sporen te beperken en zo ook de impact op de regelmaat van de treinen te beperken&quot;, aldus de woordvoerder van Infrabel. &quot;De alternatieve technieken kunnen immers nog niet structureel op grote schaal worden toegepast.&quot;Op de bijsporen (goed voor zowat 2.500 kilometer) en een deel van de dienstpaden in de hoofdsporen werkt de spoornetbeheerder wel zoveel mogelijk met alternatieven, zoals maaien, wieden en rooien.&amp;nbsp;Onkruid in de sporen moet bestreden worden, omdat het een probleem kan vormen voor de veiligheid van het treinverkeer. Zo kan het de stabiliteit van de ballast - de stenen onder en tussen de sporen - aantasten, of het zicht op de seinen verminderen.</content>
            
            <updated>2025-05-09T09:28:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fedagrim wil met infobeurs sneller informeren over PAS-technieken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fedagrim-wil-met-tussenbeurs-sneller-informeren-over-reductietechnieken" />
            <id>https://vilt.be/57323</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Fedagrim pakt uit met twee infobeurzen in juni in Oosterzele en Geel om rundveehouders sneller te informeren over technieken om stikstof te reduceren. De federatie voor stallenbouw en landbouwmechanisatie wil niet wachten tot haar tweejaarlijkse landbouwbeurs Agribex in december, omdat veel veehouders al eind 2025 aan een reductiedoel van 5 procent moeten voldoen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="technologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d0d0f3f6-ada7-4296-a596-78a7223f3e26/full_width_agribex-agribex.jpg</image>
                                        <content>De federatie voor stallenbouw en landbouwmechanisatie organiseert op 24 juni in Oosterzele (GC De Kluiz) en op 25 juni in Geel (campus Thomas More) een lezing en techniekenbeurs rond stikstofreductie. Daar krijgen landbouwers concrete informatie over mogelijke reductiemaatregelen en steunmechanismen.Tegen eind 2025 moeten alle rundveehouders hun stikstofuitstoot met 5 procent verminderen. Voor melkveehouders loopt dat zelfs op tot 25 procent tegen 2030. “Om die doelstellingen te halen, moeten landbouwers vandaag al beslissingen nemen”, zegt Hans Verstreken van Fedagrim. “We willen hen daarom nu al de nodige kennis en handvaten aanreiken.”Tijdens de sessies geeft Carl De Braeckeleer (DLV) toelichting bij de PAS-referentie en technische mogelijkheden. Ook een expert van VLIF licht toe welke financiële steun beschikbaar is. De infobeurs toont bovendien technieken die inzetbaar zijn om aan de reductieverplichting te voldoen.Agribex richt zich op 2030Hoewel stikstofreductie ook op de agenda staat van Agribex – de grote landbouwbeurs die Fedagrim elke twee jaar in december organiseert – vindt de federatie dat dit te laat is voor rundveehouders die eind 2025 al resultaten moeten boeken. “Daarom organiseren we deze infobeurs voortijdig”, aldus Verstreken. Agribex mikt ook met een thema-eiland stikstof dat landbouwers helpt zich voor te bereiden op 2030.Volgens een recente ledenenquête van Boerenbond verwacht 80 procent van de rundveehouders moeilijkheden om de vijfprocentnorm te halen. Fedagrim hoopt met de infobeurzen ook beleidsmakers aan te trekken. “Ook bij hen leven nog veel misverstanden over de stikstofaanpak”, zegt Verstreken. “We hopen dat dit evenement ook voor hen een moment van duiding en dialoog wordt. Tegelijk pleiten we voor snellere goedkeuring van nieuwe technieken.”</content>
            
            <updated>2025-05-09T10:34:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kaas- en vleesvervangers bevatten vaker schadelijke stoffen dan dierlijke producten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kaas-en-vleesvervangers-bevatten-vaker-schadelijke-stoffen-dan-dierlijke-producten" />
            <id>https://vilt.be/57324</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Plantaardige voeding, die vaak als alternatief voor dierlijke producten zoals vlees, vis en kaas in de winkelrekken ligt, kan meer schadelijke stoffen bevatten dan dierlijke producten. Dat is de conclusie van wetenschappers van het Toxicologisch Centrum van de Universiteit Antwerpen. Zij vermoeden dat deze plantaardige voeding ‘besmet’ geraakt tijdens het voedselverwerkingsproces. Ook de verpakking kan een rol spelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vegetarisch" />
                        <category term="vleesvervanger" />
                        <category term="kweekvlees" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7271b149-d3b7-4278-9ac4-6eb4b7bb61c4/full_width_imperialmeat-vegetarischeburger-1250.jpg</image>
                                        <content>Mensen halen tal van redenen aan om over te schakelen naar vegetarische of veganistische voeding: dierenleed, milieu, klimaat, gezondheid, enz. Supermarkten spelen in op dit veranderend voedingspatroon en voor de consument is het steeds gemakkelijker om hun gading te vinden in het aanbod.Om de drempel naar een vegetarisch of veganistisch dieet gemakkelijker te maken, liggen er steeds vaker &#039;ultraprocessed novel plant-based foods&#039; of nieuwe ultrabewerkte plantaardige voedingsmiddelen in de winkelrekken. “Deze plantaardige producten ondergaan complexe industriële bewerkingsprocessen en bevatten vaak een lange lijst van ingrediënten en voedingsadditieven”, zegt doctoraatsonderzoeker Alicia Macan Schönleben.Zij stelt vast dat er in wetenschappelijk onderzoek vooral wordt gekeken naar de impact van deze ultrabewerkte plantaardige alternatieven op het milieu of op de perceptie van de consument. “Over mogelijke chemische contaminatie of de veiligheid van deze producten is veel minder geweten”, aldus Macan Schönleben. 52 stalen geanalyseerd in drie landenOm daar verandering in te brengen, analyseerde het Toxicologisch Centrum van de UAntwerpen 52 (ultra)bewerkte plantaardige voedingsmiddelen gekocht in drie landen: België, Duitsland en Verenigd Koninkrijk. De wetenschappers onderzochten de producten op twee klassen van chemische stoffen: organofosfaatvlamvertragers en weekmakers. “De eerste groep wordt gebruikt als vlamvertrager, bijvoorbeeld in productieapparatuur”, legt Macan Schönleben uit. “De weekmakers dienen dan weer om de textuur van verpakkingen flexibeler te maken.”Onderzoekers zijn er vandaag nog niet uit hoe giftig deze beide producten zijn. “Maar uit onderzoek is al wel gebleken dat bepaalde weekmakers en organofosfaatvlamvertragers een schadelijk effect kunnen hebben op bijvoorbeeld het brein en de schildklier. Ook zouden ze kankerverwekkend kunnen zijn en een negatieve invloed kunnen hebben op de vruchtbaarheid”, aldus de doctoraatonderzoeker. Meer in kaasvervangers dan in vleesvervangersUit de analyse van de 53 stalen blijkt dat de onderzochte ultrabewerkte plantaardige voedingsmiddelen hoge concentraties en weekmakers bevatten dan hun dierlijke tegenhangers. In kaasvervangers bleken de hoeveelheden bovendien aanzienlijk hoger te liggen dan in de vleesvervangers. De onderzoekers gaan ervan uit dat de ‘besmetting’ met deze twee stoffen gebeurt tijdens het verwerkingsproces. Ook de plastic verpakkingen waarin de voeding wordt bewaard, kan volgens hen een oorzaak zijn. We raden af om alle dierlijke producten in je dieet volledig te vervangen door ultrabewerkte plantaardige producten De vraag die rijst, is of een veganistisch dieet dan nog wel veilig is, want de studie toont aan dat de blootstelling aan deze twee klassen van schadelijke chemische stoffen groter is bij een strikt veganistisch dieet dan bij een dieet met dierlijke voedingsmiddelen. “Een direct risico voor je gezondheid loop je niet door het eten van deze plantaardige producten”, stelt Macan Schönleben, “al raden we af om alle dierlijke producten in je dieet volledig te vervangen door ultrabewerkte plantaardige producten.” Een uitgebalanceerd plantaardig dieet met volwaardige voeding is volgens de onderzoekers beter dan grotendeels te vertrouwen op deze ultrabewerkte vervangers.</content>
            
            <updated>2025-05-08T20:02:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kippenfamilie Vandekerckhove verovert Deinze met korte keten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kippenfamilie-vandekerckhove-verovert-deinze-met-korte-keten" />
            <id>https://vilt.be/57325</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>‘De weet-wat-je-eet food bar in Deinze’; zo prijst horecaman Bart Vandekerckhove (38) zijn restaurant Foodbart aan in kippenstad Deinze. Een formule die hem geen windeieren heeft gelegd, want deze week blaast de zaak zeven kaarsjes uit. Komende uit de Chicken Masters-familie van kippenboeren en beenhouwers, kiest Vandekerckhove bewust voor zo min mogelijk schakels in de voedingsketen. “Ik heb het er moeilijk mee wanneer mensen niet weten waar hun eten vandaan komt.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="korte keten" />
                        <category term="kip" />
                        <category term="horeca" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9ce04641-d544-4f73-995f-adf5315a7acd/full_width_foodbart-bart-ewoud.jpg</image>
                                        <content>Deinze is op meer dan één manier de pluimveehoofdstad van België. Sinds 1961 huisvest deze stad de nationale prijzencommissie van het levend pluimvee en de nationale prijzencommissie voor het Belgisch levend konijn, dat tot op vandaag wekelijks de kip- en konijnprijzen bepaalt. Tussen het gemeentehuis, Leietheater en stadsmuseum mudel scharrelen de hanen vrij rond nabij een kunstig kippenhok, en om de zoveel jaar dingen jonge Deinzenaren naar de eretitel Prins of Prinses Canteclaer – vernoemd naar de haan in het Reinaartverhaal. Deze worden dan eregast op de vijfjaarlijkse Canteclaerstoet, waar reuzegevogelte en praalwagens in kipthema door de straten rollen.Bart Vandekerckhove is telg uit de Chicken Masters-familie, een bedrijf gericht op de verwerking van pluimvee. Zeven jaar geleden besloot hij zijn job bij het familiebedrijf te ruilen voor zijn eigen eetzaak Foodbart. “Aangestuurd door wat we doen bij Chicken Masters, wilde ik altijd al een eerlijk verhaal vertellen”, vertelt Vandekerckhove.Oost-Vlaams versus Oostblok“Ik herinner me nog een discussie met Lunch Garden, wanneer ik nog Sales Manager was voor Chicken Masters”, zegt Vandekerckhove. “Ik zei hen dat we met Belgische grondstoffen niet konden zakken onder een bepaalde prijs. Zegt de aankoopster: ‘Ik heb nooit gevraagd dat die kippen Nederlands spreken. Van de ene dag op de andere zijn we vervangen door een Poolse leverancier. Wij hadden zo lang voor hen een mooi product gemaakt, dat door de consument werd gesmaakt. Om dan vervangen te worden door een land waar de loonkosten veel lager liggen, en de kwaliteitsregels zo anders zijn… dat is eigenlijk geen correct en eerlijk verhaal. Sindsdien dacht ik: als ik ooit zelf iets doe, wil ik transparant zijn over de kwaliteit en de keten.” Ik zei dat we met Belgische grondstoffen niet konden zakken onder een bepaalde prijs. Zegt de aankoopster: ‘Ik heb nooit gevraagd dat die kippen Nederlands spreken&#039; Wie is de boer en waar wordt het verwerkt: twee vragen die Vandekerckhove voor al zijn vlees wil kunnen beantwoorden. “Dat is ons onderscheidend vermogen”, zegt Vandekerckhove. “Zo kunnen we onze klanten een geïnformeerde keuze bieden. Daaraan gelinkt, lijsten we bij al onze gerechten de hoeveelheid calorieën. Dat is in België niet verplicht, maar in sommige landen wel. Zo kunnen klanten bewust kiezen of ze een &#039;innocent&#039; slaatje of een &#039;guilty burger&#039; willen.”“We leveren onze maaltijden ook aan bedrijven zoals Durabrik, die het duurzaamheidsverhaal ook in hun bedrijfsvoering doortrekken”, zegt Foodbart. “Dat maakt dat we voor hen een ideale partner zijn, en zij voor ons een ideale klant.” De prijs van korte ketenWeten wat je eet, staat voor Vandekerckhove centraal. “Als iemand voor tien euro vol-au-vent wil verkopen gemaakt met kip uit Oost-Europa, Brazilië of Thailand, dan doen ze maar. Maar ik heb het er lastig mee dat de klant het niet weet. De ene keer krijgen ze kip uit België, morgen uit Oost-Europa en de dag erna komt het van veel verder, met als enige verschil dat het bedrijf meer marge neemt. Maar het omgekeerde is ook waar: het feit dat wij zo transparant willen zijn en inzetten op lokaal, is niet goedkoop.” Als iemand voor tien euro vol-au-vent wil verkopen gemaakt met kip uit Oost-Europa, Brazilië of Thailand, dan doen ze maar. Maar ik heb het er lastig mee dat de klant het niet weet De kipburgers van Foodbart worden gemaakt van lokaal gekweekte galluxkip van kippenboer Lisabeth in Deinze, en verwerkt door Barts familie bij Chicken Masters. De kippen krijgen er natuurlijk daglicht, extra scharrelruimte, 100 procent plantaardige voeding en afleidingsmateriaal. Voor het rundvlees kiest Vandekerckhove voor Belgisch Witblauw, verwerkt bij de lokale beenhouwerij van AD Delhaize Deinze. Ook zijn er Dierendonckburgers verwerkt door de gelijknamige slagerij, gemaakt van West-Vlaams Rood gekweekt in de West-Vlaamse polders. De bio geitenkaas wordt dan weer geproduceerd bij de lokale geitenboerderij De Volle Maan. De champignonsaus wordt gemaakt met hoeveboter, de mayonaise met lokale eitjes en de mosterd is van de Gentse klassieker Ferdinand Tierenteyn. Verder zijn er de groentjes en de veggie-opties, waar om praktische redenen de doelstelling van 100 procent Belgisch niet wordt gehaald. Suggesties worden zoveel mogelijk afgestemd op het seizoen, met groenten en fruit aangekocht op veilingen of lokale markten. “En hoewel avocado’s helaas nog niet in België kunnen groeien, zouden we de eerste zijn om over te stappen naar 100 procent Belgisch geteelde groenten en fruit als de mogelijkheid er zou zijn”, luidt de Foodbart-website met een kwinkslag. Als je ernaar op zoek gaat, krijg je lokaal vlees makkelijk georganiseerd. Met groentjes ligt het moeilijker “Als je ernaar op zoek gaat, krijg je lokaal vlees makkelijk georganiseerd”, zegt Vandekerckhove. “Met groentjes ligt het moeilijker. Of we zouden onze menu elke twee maand moeten aanpassen aan het seizoen. We zijn zo lokaal en duurzaam mogelijk, maar het is natuurlijk ook niet mogelijk om dat voor alle producten te doen. We zijn daar ook eerlijk in.”Elk gerecht in Foodbart kent ook een veggie-variant. Zo zijn er de vegetarische burgers in samenwerking met La Vie Est Belle uit Oostkamp, zoals de soja-, noten- en quinoaburger. “In het begin hadden we maar twee vegetarische producten, maar we zien het stijgen. Veggie en vegan is een klein aandeel, maar wel een heel trouw cliënteel.”Feest in DeinzeDe toekomst ziet er dan ook goed uit voor Foodbart. Vanaf dit jaar zet Bart Vandekerckhove zijn collega Ewoud Vanlangenhove op de voorgrond met de operationele leiding van de eetzaak, terwijl Bart zich blijft richten op het werk achter de schermen: leverancierscontracten, de creatie van nieuwe gerechten, marketing, enzovoort. Simultaan blijft Bart zijn broer Tim bijstaan in het kippenkraam Spitbroers, waar Deinzenaren aan de voet van Chicken Masters verse kip aan’t spit komen halen. Maar interessantst van al voor de Deinzenaren, zijn de feestelijkheden horende bij het zevenjarig bestaan. Bij elke aankoop vanaf 15 mei 2025, zowel bij AD Delhaize Deinze als Foodbart, krijgen alle klanten een kraslotje. De hoofdprijs is een gratis burger per week, drie maanden lang. Er zijn 10.000 lotjes en 500 prijzen in totaal.</content>
            
            <updated>2025-07-08T15:37:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VS en VK bereiken handelsakkoord te midden tarievenoorlog]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vs-en-vk-bereiken-handelsakkoord-te-midden-tarievenoorlog" />
            <id>https://vilt.be/57326</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hebben een handelsakkoord afgesloten, zo bevestigde de Amerikaanse president Donald Trump donderdag. "Het is een volledig en alomvattend akkoord", klonk het, "dat de relatie tussen beide landen voor vele jaren vastlegt". De Britse premier Keir Starmer beklemtoonde op zijn beurt dat het akkoord in het belang is van het Verenigd Koninkrijk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Donald Trump" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="wereld" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6cdba80d-7eee-4395-9472-ea502705b78d/full_width_vlag-usa-1024x559.jpg</image>
                                        <content>Het gaat om het eerste grote handelsakkoord sinds Trump begin april massaal importtarieven aankondigde, die een schokgolf door de financiële markten jaagden. Die &quot;wederkerige&quot; tarieven werden later voor negentig dagen opgeschort, om landen de mogelijkheid te bieden onderhandelingen op te starten. Trump verwacht dat &quot;er nog vele handelsakkoorden zullen volgen&quot;, ze i hij donderdag.Het VK keek aan tegen importtarieven van 10 procent op al zijn producten die het uitvoerde naar de VS. Voor staal, aluminium en auto&#039;s gelden zelfs tarieven van 25 procent.Trump en Starmer lichtten het handelsakkoord donderdagnamiddag toe. Volgens de Amerikaanse president worden handelsbelemmeringen weggewerkt en krijgen de Amerikanen meer toegang tot de Britse markt, bijvoorbeeld voor hun landbouwproducten zoals rundsvlees. Ook voor chemische producten en energie zou de markttoegang vergemakkelijken, klonk het. De precieze details moeten de volgende weken worden vastgelegd.Volgens de Britse premier, die de persconferentie telefonisch bijwoonde, gaat het om een historische dag, omdat het akkoord de handel tussen beide landen zal stimuleren en jobs zal opleveren. Voor de Britse staalsector wordt het importtarief verlaagd naar nul, aldus Starmer. De Amerikaanse minister van Handel Howard Lutnick verduidelijkte op zijn beurt dat de Britten jaarlijks tot 100.000 auto&#039;s mogen uitvoeren naar de VS aan een tarief van 10 procent. Motoren en vliegtuigonderdelen van Rolls-Royce Holdings mogen de VS binnen vrij van invoerheffingen, en een Britse luchtvaartmaatschappij zal voor 10 miljard dollar aan Boeings bestellen, aldus Lutnick. Voor Chinese producten geldt in de VS een importtarief van 145 procent. Trump bevestigde donderdag dat er deze week formele onderhandelingen met Peking worden gevoerd. Als die goed lopen, kunnen de tarieven naar beneden, maar niet op voorhand, zei de Amerikaanse president.</content>
            
            <updated>2025-05-08T19:58:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bessenteelt staat onder druk in Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bessenteelt-staat-onder-druk-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/57327</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Vlaanderen neemt de bessenteelt zienderogen af. “We zien een sterke daling van het bessenareaal. Die trend zet zich al enkele jaren door, maar dit jaar is de terugval opvallend sterk”, meldt Coöperatie Hoogstraten. Raf Rombouts is één van de weinige rode bessentelers die ons land nog telt. “De prijzen moeten wel meezitten, anders stopt het op een dag”, zegt hij bij de start van de eerste pluk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="glastuinbouw" />
                        <category term="tuinbouw" />
                        <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/98c8bbaf-4560-45dc-89f7-20a8bd146ede/full_width_bessen-raf-rombouts.jpg</image>
                                        <content>Deze week begon Rombouts met de oogst van zijn rode bessen. Sinds 2010 huurt hij een serre in Hoogstraten, waar hij op 8.000 vierkante meter 18.000 planten in emmers teelt. Een vijftiental seizoensarbeiders vullen bakjes van het Nederlandse Fruitmasters met de zure, felrode vruchten – een arbeidsintensieve klus. “Gemiddeld plukken we zo’n twee kilo per uur per persoon”, aldus Rombouts. Ter vergelijking: bij aardbeien loopt dat op tot 25 kilo per uur.Dit jaar verwacht hij een lagere opbrengst. “De bessen zijn kleiner dan normaal”, aldus Rombouts, al heeft hij daar geen duidelijke verklaring voor. “Het weer was tot nu toe nochtans ideaal. Mogelijk ligt het aan het hout. Een collega die zelf zijn plantgoed heeft opgekweekt, ondervindt minder problemen.”Productieverlies door technische storingHet is niet de eerste tegenslag voor de Kempische teler. Vorig jaar verloor hij de helft van zijn oogst door een storing in de klimaatcomputer. “Het systeem faalde en liet het raam gesloten bij hoge temperaturen, waardoor een groot deel van de bessen verbrandde”, vertelt hij. Sindsdien checkt hij bij aankomst in de serre als eerste de computerruimte.Dankzij de teelt onder glas kan Rombouts de oogst vervroegen: van eind juni naar begin mei. Zijn productie gaat naar de coöperatieve veiling Fruitmasters in het Nederlandse Geldermalsen, waarmee Coöperatie Hoogstraten eerder al samenwerkingsmogelijkheden onderzocht. De rode bessen belanden via de veiling voornamelijk in de horeca, bij bakkers, en in mindere mate in de retail.De pluk duurt naar verwachting zes weken. Daarna ligt de serre opnieuw bijna een jaar stil. Die korte en eenmalige teeltcyclus maakt rode bessen financieel weinig aantrekkelijk voor investeringen in nieuwe kassen. “Het is enkel rendabel omdat deze serre al is afgeschreven”, legt Rombouts uit. Bewaring zoals appels en perenRode bessen zijn een nicheproduct in Vlaanderen. Het areaal blijft jaar na jaar dalen. “Wij hebben dit jaar geen rode bessen meer beschikbaar”, klinkt het bij Coöperatie Hoogstraten. De organisatie ontvangt momenteel bramen (2 ha), frambozen (3 ha) en blauwe bessen (12 ha), en ziet ook bij die teelten een terugval.BelOrta beschikt over een areaal van zo’n 45 hectare rode bessen, waarvan 1 hectare onder glas. De rest staat onder beschutting zoals plastic tunnels of regenkappen. “Bij ons is het areaal de afgelopen jaren relatief stabiel gebleven”, zegt Miguel Demaeght, salesmanager fruit bij BelOrta. Deze week werd daar het eerste bakje rode bessen geveild. “De oogst uit de serre komt als eerste, gevolgd door een piek vanaf de tweede week van juni.”Rode bessen zijn beschikbaar van mei tot december, mede dankzij ULO-bewaring (Ultra Low Oxygen), die – net als bij appels en peren – de rijping vertraagt. Volgens Demaeght loopt de teelt van rode bessen, net als die van bramen (20 ha) en stekelbessen (10 ha), de afgelopen jaren behoorlijk goed. Extra druk op blauwe bessen en frambozen Dat geldt niet voor blauwe bessen en frambozen, waar het areaal fors afneemt. BelOrta heeft momenteel nog 37 hectare frambozen – de helft van tien jaar geleden – en 42 hectare blauwe bessen, ook dalend. Vooral concurrentie uit lagelonenlanden in Oost-Europa speelt Vlaamse telers parten.Om sterker te staan, bundelen telers van BelOrta en Hoogstraten hun krachten. Dit jaar worden hun gezamenlijke volumes via BelOrta vermarkt. Zo willen beide coöperaties de Belgische blauwe bes beter positioneren in retail, groothandel en speciaalzaken.“De Vlaamse teelt van blauwe bessen en frambozen staat op een kruispunt”, stelt Demaeght. “De retail moet lokale productie actiever ondersteunen. Doen ze dat niet, dan verdwijnt deze teelt op termijn. Door onze hoge loonkosten kunnen we niet concurreren met het buitenland.” Diversificatie en toekomstplannenHoewel rode bessentelers in iets gunstiger positie verkeren, blijft Rombouts voorzichtig. Na de tegenslag van vorig jaar en de kleinere vruchten dit jaar hoopt hij op een goede prijs. “Als het opnieuw een slecht jaar wordt, moet ik heroverwegen of ik ermee doorga. Het kan niet de bedoeling zijn dat je er geld moet bij leggen”, zegt hij. In de winter teelt hij amaryllisbloemen, in het najaar druiven – zo kan hij zijn arbeidskrachten beter spreiden. Uitbouw theeplantage voor eigen productieDaarnaast experimenteert hij met de teelt van theeplanten. Enkele jaren geleden haalde hij als eerste Vlaamse theeplanter het nationale nieuws. Waar hij aanvankelijk teelde in opdracht van een Nederlands theehuis, produceert hij nu voor eigen rekening. Vorig jaar lanceerde hij zijn eigen theelijn Be-Tea, met smaken als kamille en duindoornbes. De thee is te koop via bestelling of in de hoevewinkel van zijn bedrijf in Loenhout.Voor zijn plantmateriaal reisde hij vorig jaar naar Japan. Intussen breidt hij het areaal uit tot 8.000 vierkante meter, waarvan 1.000 onder glas. “We hebben theemachines besteld in Japan die dit jaar geleverd worden. Dan kunnen we de verwerking ook machinaal doen”, besluit de ondernemer, die zich nu eerst toelegt op de bessenpluk.</content>
            
            <updated>2025-05-12T12:40:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tijdelijk onttrekkingsverbod op kleine waterlopen in Oost-Vlaanderen van kracht vanaf 9 mei]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tijdelijk-onttrekkingsverbod-op-kleine-waterlopen-in-oost-vlaanderen-van-kracht-vanaf-9-mei" />
            <id>https://vilt.be/57328</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door aanhoudende droogte en dalende waterpeilen heeft de Oost-Vlaamse gouverneur Carina Van Cauter beslist om vanaf vrijdag 9 mei een tijdelijk onttrekkingsverbod in te voeren voor 41 zones met onbevaarbare waterlopen en publieke grachten. Het verbod geldt tot de waterpeilen opnieuw hersteld zijn.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0be05065-5b19-416d-aaff-ffd48a56c697/full_width_droogte-water-captatieverbod-beregenen-oppompen.jpg</image>
                                        <content>De maatregel komt er nadat tijdens het Provinciaal Droogteoverleg werd vastgesteld dat in meerdere zones de kritische drempelwaarden reeds overschreden zijn of op het punt staan overschreden te worden. Omdat er ook de komende weken geen significante regenval voorspeld wordt, grijpt de provincie nu in om verdere schade aan de waterlopen en het ecosysteem te voorkomen.Het tijdelijke verbod komt bovenop het bestaande semi-permanent onttrekkingsverbod dat reeds van kracht is in ecologisch kwetsbare gebieden en dat sowieso blijft gelden tot en met 31 oktober 2025. Wat mag nog wel?Uitzonderingen op het verbod zijn:Onttrekkingen met weidepompen voor het drenken van vee in weides.Onttrekkingen voor het vullen van spuittoestellen voor gewasbescherming, mits correcte toepassing om puntverontreiniging te vermijden.Onttrekkingen door hulpdiensten in noodsituaties wanneer geen alternatief beschikbaar is. &quot;Waterstart broodnodig&quot;In een reactie zegt Boerenbond de volledige impact van de onttrekkingsverboden nog niet te kunnen inschatten. De landbouworganisatie benadrukt wel het belang van irrigatie op dit moment. &quot;Zeker nu, aan de start van het seizoen, hebben de fijne zaadjes en kleine plantjes water broodnodig om te kunnen starten met groeien&quot;, aldus woordvoerder Tessa De Prins. &quot;Het is nu dat gewassen een ‘waterstart’ nodig hebben om verder te kunnen groeien. Als er dan geen water ter beschikking is, zijn de gevolgen ontzettend groot en onomkeerbaar. Onze boeren hebben dan ook prioritair water nodig om ons voedsel te kunnen produceren.&quot;Het verbod geldt niet voor bevaarbare waterlopen. Voor wie daar water wil onttrekken, blijven de richtlijnen van De Vlaamse Waterweg van toepassing.Landbouwers en andere watergebruikers kunnen de betrokken zones raadplegen via een interactieve kaart op de website van de gouverneur van Oost-Vlaanderen.</content>
            
            <updated>2025-05-08T20:38:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Geen pasmunt voor besparingen: Landbouw moet centraal blijven in nieuwe EU-begroting]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoe-ziet-het-europees-parlement-de-rol-van-landbouw-in-de-nieuwe-eu-begroting" />
            <id>https://vilt.be/57329</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie werkt aan een nieuwe meerjarenbegroting voor de periode 2028–2034, en binnen de landbouwsector houdt men de adem in. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) staat opnieuw ter discussie, en de eerste signalen zorgen voor onrust. Terwijl er volop wordt gespeculeerd over hervormingen, zette het Europees Parlement deze week scherp zijn eigen koers uit: het landbouwbudget moet omhoog, nationale enveloppen zijn onaanvaardbaar en de landbouw mag geen speelbal worden van besparingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="GLB" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0db3ea65-fc39-4c16-b480-8fbe34a26105/full_width_granen-tractor-grond-ep.jpg</image>
                                        <content>Parlement eist ruimer EU-budgetIn de aanloop naar het officiële voorstel van de Europese Commissie deze zomer, presenteerde het Europees Parlement zijn visie op het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK). De kernboodschap is helder: het huidige budget is onvoldoende om de grote Europese uitdagingen aan te pakken én tegelijk de coronaschulden af te lossen. Het Parlement schaart zich daarmee achter Begrotingscommissaris Piotr Serafin, die pleit voor extra middelen.Een verhoging van het EU-budget zou kunnen via twee sporen: hogere eigen inkomsten – bijvoorbeeld via een belasting op multinationals of een grensheffing op CO₂ – en verhoogde bijdragen van de lidstaten. Die bijdragen zijn momenteel begrensd op één procent van het bruto nationaal inkomen (bni), maar het Parlement wil van dat historische plafond af. Landbouw moet prioriteit blijvenHoewel het Parlement extra investeringen in defensie, veiligheid en concurrentiekracht ondersteunt, stelt het expliciet dat dit niet ten koste mag gaan van traditionele kernuitgaven zoals landbouw. Europese landbouworganisaties uitten daarover eerder al hun bezorgdheid. Boerenbond stelt dat het landbouwbudget zelfs versterkt moet worden en mee moet stijgen met de inflatie.In tegenstelling tot de Europese begrotingscommissie, die eerder een algemeen pleidooi hield voor een “adequaat” landbouwbudget, gaat het Parlement een stap verder. Het vraagt expliciet om een verhoogd, beschermd en inflatiebestendig GLB-budget. Ook wil het een hervorming van het landbouwreservefonds om beter te kunnen inspelen op natuurrampen en crisissen.Verder vraagt het Parlement om een versterkt promotiebeleid voor landbouwproducten en middelen voor agri-toerisme, vrouwelijk ondernemerschap, opleidingen en technologische innovatie in de sector. Geen nationale enveloppenEen centraal twistpunt is het voorstel om het GLB om te vormen tot een systeem van nationale enveloppen. Lidstaten zouden dan één budget krijgen waarin verschillende steunprogramma’s worden samengebracht, en zelf bepalen hoe dit wordt ingezet. Volgens het Parlement zou dit het gemeenschappelijk karakter van het landbouwbeleid ondermijnen en leiden tot grote ongelijkheden tussen lidstaten. Bovendien zou de parlementaire controle op de besteding van fondsen verminderen.Zelfs het alternatieve idee om alleen de tweede pijler van het GLB – steun voor plattelandsontwikkeling – in nationale enveloppen onder te brengen, stuit op weerstand. Veel inkomenssteun zit immers ook in die pijler. Een splitsing zou alsnog de inkomenszekerheid van landbouwers ondermijnen. GLB is meer dan inkomenssteunHet Europees Parlement benadrukt dat het GLB verder reikt dan alleen productiviteit en inkomenssteun. Het garandeert voedselzekerheid, zorgt voor leefbare plattelandsgebieden en helpt jonge boeren op weg. “We verzetten ons tegen elke vorm van renationalisering”, klinkt het in duidelijke taal. De onderlinge verbondenheid van de eerste en tweede pijler moet behouden blijven.Olifant in de kamerEen dag na het parlementsbesluit vond in Brussel een EU-conferentie plaats over de toekomst van landbouw en voeding. De nieuwe begroting, en de onzekerheid daarover, hing als een donderwolk boven de discussies.Eurocommissaris voor Landbouw Christophe Hansen (EVP) onderstreepte tijdens het congres het belang van een stevig landbouwbudget. Hij verzekerde dat de directe inkomenssteun behouden blijft zolang de inkomens in de landbouw achterblijven. “Maar de steun moet beter gericht worden op wie effectief actief is in de sector”, aldus Hansen.Volgens de Eurocommissaris moet het nieuwe GLB doelgerichter worden, met meer stimulansen en minder voorwaarden. Lidstaten zullen daarbij een grotere verantwoordelijkheid krijgen voor het behalen van EU-doelen. Tegelijk kondigde hij aan dat samen met het MFK-voorstel ook een nieuw GLB-voorstel op tafel zal komen.</content>
            
            <updated>2025-05-09T11:08:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Afvalwater van tienduizenden Vlaamse woningen stroomt ongezuiverd in de natuur: “Versnelling van IBA-uitrol noodzakelijk”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/afvalwater-van-tienduizenden-vlaamse-woningen-stroomt-ongezuiverd-in-de-natuur-versnelling-van-iba-uitrol-noodzakelijk" />
            <id>https://vilt.be/57330</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Van bijna 36.500 Vlaamse woningen wordt het huishoudelijk afval- en toiletwater nog altijd rechtstreeks in de natuur geloosd. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) opvroeg bij Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v). Schauvliege dringt aan op een snellere uitrol van individuele waterzuiveringssystemen (IBA’s). Boerenbond vraagt in een reactie dat álle sectoren hun verantwoordelijkheid opnemen in het verbeteren van de waterkwaliteit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="afval" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/12b53b57-d9aa-4d3e-a04c-23dfe134e03d/full_width_rioolriolering.jpg</image>
                                        <content>Vooral afgelegen woningen zijn vandaag nog niet aangesloten op het rioleringsnetwerk. Om de lozing van ongezuiverd afvalwater in de natuur tegen te gaan, moeten deze huishoudens uitgerust worden met een Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA). In totaal zijn er in Vlaanderen meer dan 53.200 woningen die over zo’n eigen zuiveringsinstallatie zouden moeten beschikken, maar voor meer dan de helft van die woningen is dat vandaag nog niet het geval. Daardoor komt het afvalwater van ongeveer 36.500 woningen nog steeds rechtstreeks in waterlopen of op de bodem terecht.Volgens Groen-fractieleidster Mieke Schauvliege heeft dit grote gevolgen voor het milieu. “Menselijke uitwerpselen en toiletpapier, maar ook shampoo, afwasmiddel, scrubs en crèmes belanden via douche-, afwas- en toiletwater rechtstreeks in onze natuur. Dat vervuilt onze waterlopen en bedreigt kwetsbare ecosystemen”, zegt ze.De politica roept minister Jo Brouns op om de uitrol van IBA’s te versnellen. “In een tiental gemeenten is nog geen enkele IBA geplaatst en in zo’n 120 andere is amper 20 procent van de doelstelling gerealiseerd. Dat is veel te weinig.” Ook voor IBA’s die prioritair zijn – bijvoorbeeld in de buurt van drinkwaterwinningen of beschermde natuurgebieden – schiet de uitrol te kort. “Slechts in één op de drie gevallen is daar effectief een zuivering voorzien. Zelfs op plekken waar waterkwaliteit topprioriteit zou moeten zijn, ontbreekt de nodige actie.”&quot;We erkennen de inspanningen van mensen die vandaag al een IBA hebben geplaatst, en van de gemeenten die daarin een voortrekkersrol opnemen&quot;, zegt Brouns in een reactie. &quot;Vandaag is 67 procent van de prioritaire IBA&#039;s al gerealiseerd. Gemeenten die achterblijven, hebben we aangesproken. En sinds 18 april zijn rioolbeheerders verplicht om een aanbod te doen aan bewoners in een individueel te zuiveren zone. De burger hoeft dit niet meer alleen te dragen. We verwachten dat dit de uitrol versnelt, daarvoor werden gemeenten ook aangeschreven.&quot;Brouns wijst erop dat IBA&#039;s slechts een effect kunnen hebben op twee procent van al het afvalwater. &quot;Een massale uitrol zal weinig bijdragen aan onze algemene waterkwaliteit. Daarom focussen we op de aangeduide prioritaire IBA&#039;s. Die kunnen lokaal wel het verschil maken.&quot; Bij evaluaties zoals het MAP-meetnet wordt te vaak enkel naar landbouw gekeken. Ook de impact van andere bronnen moet mee in rekening worden gebracht Gedeelde verantwoordelijkheidOok Boerenbond reageert op de cijfers en wijst op het belang van gedeelde verantwoordelijkheid. “De landbouw doet grote inspanningen om de waterkwaliteit te verbeteren. We verwachten dat ook andere actoren en sectoren hun rol opnemen”, stelt voorzitter Lode Ceyssens.Volgens Boerenbond heeft ook het lozen van huishoudelijk afvalwater een aanzienlijke impact op de waterkwaliteit en het behalen van natuurdoelstellingen. “Bij evaluaties, zoals die van het MAP-meetnet, wordt te vaak alleen naar de landbouw gekeken. Het is hoog tijd voor een grondige evaluatie waarbij ook de impact van andere bronnen correct wordt meegenomen”, besluit Ceyssens.</content>
            
            <updated>2025-05-09T15:58:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ook West-Vlaanderen neemt droogtemaatregelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ook-west-vlaanderen-stelt-onttrekkingsverbod-in-op-ecologisch-kwetsbare-waterlopen" />
            <id>https://vilt.be/57331</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door de aanhoudende droogte heeft gouverneur Carl Decaluwé vrijdag een tijdelijk onttrekkingsverbod ingesteld op enkele onbevaarbare waterlopen in West-Vlaanderen. Het verbod is onmiddellijk van kracht en geldt voor de Rivierbeek, de Heulebeek, de (bovenloop van de) Handzamevaart en de Poekebeek. De maatregel kwam er na overleg met het provinciaal droogteoverleg. Donderdag ging in Oost-Vlaanderen al een captatieverbod van kracht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/19883e8a-3346-4214-bea3-87a8e9808350/full_width_captatieverbodberegenenirrigatieoppompverbodonttrekkingsverbodwaterdroogte-1280.jpg</image>
                                        <content>Sinds maart is het uitzonderlijk droog en zonnig geweest. Daardoor zijn de waterpeilen in een aantal ecologisch kwetsbare stroomgebieden inmiddels onder de kritieke drempels gezakt. Waterbeheerders proberen de waterlopen maximaal op peil te houden, maar in sommige gebieden zijn bijkomende ingrepen onvermijdelijk. In het stroomgebied van de Bornebeek en de bovenloop van de Hertsbergebeek gold al sinds april 2022 een permanent onttrekkingsverbod. Daar komen nu dus extra beperkingen bij. Volgens de provincie zijn de Rivierbeek en Heulebeek bijzonder gevoelig voor droogte, omdat ze sterk afhankelijk zijn van neerslag. Zonder regenval vallen deze beken snel droog, met risico op ecologische schade. Het tijdelijk verbod moet dat voorkomen.De maatregel geldt zolang de droogte aanhoudt. De grondwaterstanden in West-Vlaanderen blijven intussen dalen. Uit metingen blijkt dat 91 procent van de meetpunten een lage tot uiterst lage grondwaterstand aangeeft. De drinkwatervoorziening komt voorlopig niet in gevaar, mede dankzij de aanvoer van water via Gent door de Leie en de Schelde.De provincie roept op tot spaarzaam watergebruik en vraagt gebruikers om het watersysteem niet te verstoren door zelf stuwen aan te passen of dammen te bouwen. Er is weinig kans op regen in de komende dagen, wat het risico op verdere beperkingen vergroot.Ook Oost-Vlaanderen nam gisteren een gelijkaardige beslissing. De provinciegouverneur vaardigde daar eveneens tijdelijke onttrekkingsverboden uit op enkele kwetsbare waterlopen om de watervoorraden te beschermen.</content>
            
            <updated>2025-05-12T08:33:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Veehouders krijgen tot 1 september tijd om te vaccineren tegen blauwtongvirus]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veehouders-krijgen-tot-1-september-tijd-om-te-vaccineren-tegen-blauwtongvirus" />
            <id>https://vilt.be/57332</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Veehouders krijgen tot 1 september de tijd om hun dieren te vaccineren tegen het blauwtongvirus. Minister van Landbouw David Clarinval (MR) deelt vrijdag mee dat hij de verplichte vaccinatiecampagne verlengt. Normaal zou de campagne afgesloten worden op 1 juni, maar de verlenging moet volgens zijn kabinet toelaten om een "toereikende vaccinale dekking te garanderen, rekening houdend met de vertraagde levering van bepaalde vaccins".</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="blauwtong" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c873b95e-514b-40f7-9ed9-1f058518683a/full_width_koe-rund-vaccinatie-european-union-2018.jpg</image>
                                        <content>&quot;Er werden al grote hoeveelheden vaccins geleverd en toegediend, en er zijn belangrijke leveringen aangekondigd voor de komende weken. De verlenging van de vaccinatiecampagne komt tegemoet aan een vraag van het terrein en past in een gemeenschappelijke strategie om onze veestapel duurzaam te beschermen&quot;, zegt Clarinval zelf in het persbericht.Serotype 3 van blauwtong, een virale ziekte die overgedragen wordt door knutten en vooral runderen en schapen treft, veroorzaakte veel schade in 2024. Sinds het najaar is daarom vaccinatie verplicht voor verschillende subtypes van het virus bij runderen en schapen, en van het EHD-virus bij runderen. De federale regering maakte een uitzonderlijk budget van 40 miljoen euro vrij om de inspanningen te ondersteunen.&amp;nbsp;&quot;Vaccinatie is het enige efficiënte middel om onze beslagen te beschermen tegen blauwtong en EHD&quot;, zegt Clarinval. &quot;Deze campagne is dus van groot belang. Wij zijn op de goede weg om een bevredigende vaccinale dekking te garanderen. De feedback maakt gewag van een efficiënte dynamiek, met bemoedigende resultaten dankzij de collectieve mobilisatie van de sector, zowel wat de veehouders als de dierenartsen betreft.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-09T13:04:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meer tijd voor IBR-aanpak: vrij statuut pas in 2030 aangevraagd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meer-tijd-voor-ibr-aanpak-vrij-statuut-pas-in-2030-aangevraagd" />
            <id>https://vilt.be/57333</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) geeft rundveehouders extra tijd in de strijd tegen het runderherpesvirus IBR. De aanvraag voor het IBR-vrije statuut wordt uitgesteld tot april 2030, in plaats van eind 2027 zoals oorspronkelijk gepland.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9175da90-40b6-4239-b7be-e573fedddf74/full_width_rundveeblondesstier-dienstdierenwelzijn.jpg</image>
                                        <content>IBR staat voluit voor Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis en wordt ook wel een koeiengriep of Canadese griep genoemd. Het is een virale ziekte van de bovenste luchtwegen bij runderen. Ze leidt tot economische schade voor de landbouwers.België voert al sinds 2007 een actief bestrijdingsprogramma tegen IBR, dat in 2012 verplicht werd voor alle rundveehouders. In 2014 kreeg het programma een officiële erkenning van de Europese Commissie, waardoor ons land aanvullende garanties mag vragen bij de import van runderen uit regio’s met een lagere IBR-status.De vaccinatieperiode wordt nu met twee jaar verlengd tot november 2027. Dat moet veehouders extra ruimte geven om resterende besmettingen op te sporen en aan te pakken. Tegen november 2029 moeten alle bedrijven IBR-vrij zijn, zodat België in april 2030 het officiële vrij statuut kan aanvragen bij Europa. Uitstel betekent geen afstelMinister Clarinval benadrukt dat het uitstel niet betekent dat de ambitie vermindert: “De extra tijd geeft wat ademruimte, maar het doel blijft hetzelfde: een rundveestapel vrij van IBR.”Naast het aangepaste tijdspad wil de minister ook de traceerbaarheid van runderen verbeteren. Onvoldoende opvolging bij de verplaatsing van dieren blijkt immers een zwakke schakel in de bestrijding. Een eerste maatregel is al ingevoerd: runderen afkomstig van een besmet beslag mogen alleen nog, onder verzegeld transport, naar een door het FAVV aangeduid slachthuis worden gebracht.Clarinval besluit: “Dankzij de inzet van de sector zijn we al ver gevorderd. Als we blijven samenwerken en de regels volgen, ben ik ervan overtuigd dat we ons doel bereiken.”DGZ: “Striktere aanpak is noodzakelijk”Bij Dierengezondheid Vlaanderen (DGZ) is men tevreden dat er eindelijk wordt ingegrepen op zwakke punten in de aanpak van IBR, met name richting handelaars en transport. DGZ benadrukt dat het dweilen met de kraan open blijft zolang besmette dieren zich ongehinderd tussen bedrijven kunnen verplaatsen. “De nieuwe uitbraken begin dit jaar tonen aan dat er dringend nood is aan striktere regels en betere opvolging”, klinkt het.Hoewel 99,6 procent van de conventionele bedrijven eind 2024 IBR-negatief was, blijven risico’s bestaan door een beperkte groep bedrijven die zich niet aan de regels houdt. DGZ pleit er ook voor dat eventuele bijkomende kosten niet op de schouders van de correcte veehouders terechtkomen, maar bij actoren die structureel besmettingen in stand houden.Volgens DGZ kan de nieuwe deadline van 2030 realistisch zijn, mits doorgedreven controle en een breed gedragen langetermijnvisie op dierengezondheid.</content>
            
            <updated>2025-05-09T14:59:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Chiara Guidi wint Gentrepreneur met plantenvaccin dat pesticidegebruik vermindert]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/chiara-guidi-wint-gentrepreneur-met-plantenvaccin-dat-pesticidegebruik-vermindert" />
            <id>https://vilt.be/57334</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Chiara Guidi, doctoraatsonderzoeker aan de UGent, heeft donderdagavond de jury van The Awards Gentrepreneur overtuigd met B-COS, een baanbrekende technologie die planten al vanaf de zaadkieming vaccineert tegen ziektes. Door planten al in een vroeg stadium immuun te maken, wil Guidi het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen drastisch terugdringen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="technologie" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/66ebe1ce-65c1-4e2c-98e6-2e1c51bcfb75/full_width_jongplantje-1024x559.jpg</image>
                                        <content>&quot;Toen ik aan mijn doctoraat begon, had ik nooit gedacht dat ik zou ondernemen&quot;, zegt Guidi. &quot;Maar mijn onderzoek kan écht impact maken, dus ik kon het niet zomaar laten liggen.&quot; Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) woonde de uitreiking in het Wintercircus Gent bij en benadrukte het belang van jong ondernemerschap voor Vlaanderen.&quot;Onze studenten en onderzoekers barsten van ideeën die vaak onder de radar blijven&quot;, klinkt het. &quot;Vlaanderen moet die innovatiekracht niet alleen tonen, maar ook vermarkten. Initiatieven zoals Gentrepreneur maken dat mogelijk door jongeren met ideeën de weg van het ondernemerschap te tonen.&quot;De uitreiking in het Wintercircus Gent vormde het sluitstuk van een intensief traject waarin elf geselecteerde studenten en onderzoekers hun ondernemersprojecten verder uitwerkten. Uiteindelijk betraden zes finalisten het podium om hun verhaal voor een livepubliek en een professionele jury te brengen. Naast Guidi, maakten ook Valentin Van Daele (Caramelle), Cédric Galle en Milan Meert (IKnowRight), Louise Bilquin en Stef Callaerts (Studio Woof), Ewout Picavet (FFLOWS) en Louis Daniels (Spectron) indruk met hun innovatieve projecten.</content>
            
            <updated>2025-05-09T13:16:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Moederdag schot in de roos voor vier gerberatelende broers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geslaagde-moederdag-voor-vier-gerbera-telende-broers" />
            <id>https://vilt.be/57335</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Floralo Albrecht uit Wommelgem, gerund door vier broers, kijkt tevreden terug op Moederdag, traditioneel de belangrijkste feestdag voor de gerberateelt. “De prijzen waren behoorlijk en door de zonnige periode heeft de productie gepiekt”, vertelt Ben Albrecht vanuit de serre in Wommelgem. De algehele sierteelt in Vlaanderen kan spreken van een geslaagde Moederdag, horen we bij bloemen- en plantenveiling&nbsp;Euroveiling in Brussel waar het de week voor Moederdag stormliep.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                        <category term="serre" />
                        <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e18d592f-c94c-49a0-8362-c569d712c01f/full_width_gerberatelers.jpeg</image>
                                        <content>Het blad van het gerberablad ziet zwart van de Delphastus kever. “Zo willen we het hebben. We hebben lang gewerkt om het kevertje in deze grote hoeveelheden in onze serre te hebben”, vertelt Ben Albrecht van gerberateler Floralo Albrecht uit Wommelgem. Het kevertje wordt gebruikt voor de bestrijding van de witte vlieg, een hardnekkige plaag in de teelt van de langstelige snijbloemen.In de serres van Floralo Albrecht is het opvallend rustig vlak voor het Moederdagweekend. De administratie wordt bijgewerkt, maar de grote drukte voor Moederdag is al grotendeels achter de rug. “We bereiden ons voor op volgende week”, aldus de teler die spreekt van een geslaagde feestdag. “Moederdag is traditioneel de belangrijkste feestdag van het jaar, dan ligt de vraag naar onze snijbloem het hoogst.”Vier broers, twee serresFloralo Albrecht, dat gerund wordt door vier broers (Bart, Ben, Björn en Lars Albrecht) en bestaat uit twee vestigingen van in totaal 1,6 hectare, probeert in de productie altijd te pieken rond de periode van Moederdag. Deze keer is dat extra gelukt, vertelt Ben. “Door het mooie weer van de voorbije weken, ging de productie heel snel.” De familie Albrecht produceert sinds vijftien jaar gerbera’s en legt zicht samen met Bloemen Dens, uit Lier, als enige in Vlaanderen toe op de teelt van de bloem die verre familie is van het madeliefje. De terugloop van het aantal gerberatelers in Vlaanderen was voor de broers destijds aanleiding om te starten met de verwarmde teelt het jaar rond. “Wij teelden aanvankelijk Aster &#039;monte cassino&#039; en lisianthus, maar door de lage rentabiliteit waren we op zoek naar alternatieven”, vertelt Ben. &amp;nbsp;Investering in LED-lampen geplandMede door het lage aanbod van de snijbloem die in veel boeketten terugkomt, ziet de 53-jarige teler de toekomst roostkleurig in. Symbolisch voor dit vertrouwen in de toekomst is ook de investeringen die de vier broers plannen in de vervanging van SON-T lampen. Momenteel hebben ze diverse prijsaanvragen uitgezet bij leveranciers van LED-lampen. Dat betekent een flinke bezuiniging op de energierekening, maar aanschaf van de LED-lampen komt met fameus prijskaartje.Vrees dat de sector hinder ondervindt van het imago dat er veel chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt worden, heeft Ben niet. Vooral in Nederland ligt de sierteelt onder een vergrootglas en kwam Pesticide Action Network (PAN) met de claim dat boeketten en bosjes bloemen een veelheid aan gifstoffen bevatten. Ben Albrecht vindt de kritiek onterecht. “Als wij chemische bestrijdingsmiddelen zouden inzetten, zou deze Delphastus kever ook niet kunnen floreren in onze serre. De voorbije jaren zijn er steeds meer bestrijdingsmiddelen uit de handel genomen en doen telers steeds meer beroep op biologische bestrijders. We hebben enorme stappen gezet met de Vlaamse sierteelt op het gebied van duurzaamheid.”Dezelfde argumenten voerde de Nederlandse veiling Royal FloraHolland vorige week aan. Volgens het veilinghuis daalde het gebruik van de meest milieubelastende van deze middelen met 78 procent in de afgelopen tien jaar. “Nederlandse kwekers van potplanten hebben het gebruik van de meest milieubelastende middelen sinds 2015 zelfs met 96 procent teruggebracht en van snijbloemen met 88 procent”, klinkt het. Moederdag: steunpilaar van het sierteeltjaarOndanks de campagne van PAN in Nederland heeft Royal FloraHolland een uitstekende verkoop gedraaid. Dat geldt ook voor bloemen- en plantenveiling&amp;nbsp;Euroveiling in Brussel, waar Belgische bloemenzaken, tuincentra en regionale supermarkten hun inkopen doen. “Je ziet op Moederdag klanten die anders niet vaak komen en bestaande klanten komen twee tot drie keer zoveel als normaal”, vertelt Raf Moeyersoons, operationeel verantwoordelijke van Euroveiling.&amp;nbsp;Hij schat de verkoop tijdens Moederdag op het dubbele van de verkoop op gewone dagen. Op de drukste veilingdag op donderdag zaten er 250 kopers in de zaal om het aanbod verse tulpen, rozen en gerbera’s met eigen ogen te aanschouwen. Tel hierbij op de kopers op afstand en de verkoop via de webshop dan bedroeg het aantal kopers zo’n 500. Dit betekent ook voor Euroveiling een piek in het werk. “Aangevoerde bloemen moeten gekeurd worden, voor de klok gereden worden en daarna uitgeleverd aan de diverse klanten”, aldus Moeyersoons. De top-5 populairste bloemen waren: Roos, Chrysant (tros), Gerbera,Tulp, Pioen.&amp;nbsp;Moederdag maakt onderdeel uit van de voorjaarsperiode, die start rond Pasen en loopt tot de Franse Moederdag eind mei, en voor de sierteelt erg belangrijk is. “Deze periode is de steunpilaar voor het hele jaar”, vertelt Moeyersoons. “De prijsvorming was goed en door het mooie weer van de voorbije weken zagen we ook een piek in de aanvoer van bloemen.”</content>
            
            <updated>2025-05-11T21:19:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Groen vraagt hoorzittingen over droogte]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/groen-vraagt-hoorzittingen-over-droogte" />
            <id>https://vilt.be/57336</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Oppositiepartij Groen vraagt hoorzittingen over de droogte en over de houding van de Vlaamse overheid. Fractieleider Mieke Schauvliege verwijt minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) dat hij "talmt" met maatregelen. De minister countert de kritiek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3ef5174f-59f1-44ea-a6b9-b6e99cb783e1/full_width_miekeschauvliegevlaamsparlement2025.jpg</image>
                                        <content>Ons land kreunt onder een lange droogte. Volgens het KMI waren de afgelopen twee maanden de droogste sinds het begin van de metingen 132 jaar geleden. De droogte laat zich ook voelen: regenwaterputten staan leeg, hier en daar geldt al een captatieverbod en er wordt gewaarschuwd voor brandgevaar in bossen en op heides.&amp;nbsp;Volgens oppositiepartij Groen talmt de Vlaamse regering met extra maatregelen. &quot;De droogte en de dalende waterstanden zijn een structureel probleem, maar N-VA en Vooruit blijven liever headlines halen dan beleid voeren. Eerst pompen ze de Blue Deal op voor de camera, en daarna draaien ze de geldkraan dicht. Vlaanderen heeft geen nood aan stoere persberichten, maar aan doortastend en consequent beleid&quot;, aldus Schauvliege.Groen pleit daarom voor nieuwe hoorzittingen in het Vlaams Parlement om het droogtebeleid te evalueren en bij te sturen.&amp;nbsp;&quot;De landbouw, de natuur, de scheepvaart: het totale non-beleid van minister Brouns heeft dramatische gevolgen voor die sectoren. Zonder extra investering in droogtemaatregelen gaan we naar mislukte oogsten, ontoegankelijke waterwegen, verlies van biodiversiteit en zelfs rantsoenering van water&quot;, besluit Schauvliege.&amp;nbsp; Vlaanderen heeft geen nood aan stoere persberichten, maar aan doortastend en consequent beleid Oppositiepartij Open Vld sluit zich aan bij de vraag naar hoorzittingen. &quot;Het is echt vijf na twaalf voor de droogte in Vlaanderen. De vorige regering heeft belangrijke stappen gezet met de Blue Deal en de nodige middelen daarvoor voorzien. Deze regering heeft de klok gewoon teruggedraaid. Het is dringend tijd voor actie en duidelijkheid. Anders staat de hele Blue Deal op los zand. De uitdaging is zo groot dat we hier snel de juiste antwoorden op moeten bieden. Ook de coalitiepartners trekken aan de alarmbel. Als ze het menen, laat ons dan nu samen in het parlement met experten erbij zoeken naar oplossingen&quot;, zegt parlementslid Lydia Peeters (Open Vld).&amp;nbsp;Brouns weerlegtDe cd&amp;amp;v-minister doet de kritiek af als &quot;onzin&quot;. Zo wijst hij erop dat de opvolger van de Blue Deal nog voor de zomer rond zal zijn, terwijl de evaluatie aanvankelijk pas na een jaar voorzien was. De minister wijst er ook op dat er afgelopen vrijdag nog beslist werd om een half miljard extra te investeren om lokale besturen te ondersteunen bij het (her)aanleggen van rioleringen. Volgens de minister wordt de situatie ook op de voet gevolgd, al wil hij nog niet het woord dramatisch in de mond nemen. Hij spreekt momenteel ook nog niet over maatregelen zoals een sproeiverbod. &quot;Dat wordt beslist op provinciaal niveau met de gouverneur. We volgen alles op met onze klimaatexperts en wetenschappers. Er is een draaiboek voor&quot;, zo zei Brouns maandag in De Ochtend. &amp;nbsp;Volgens Brouns neemt de overheid wel degelijk structurele maatregelen, maar is de omgang met water ook een &quot;collectieve verantwoordelijkheid&quot;. &quot;We kunnen als burger ons steentje bijdragen: door zeer zuinig om te gaan met kraantjes- en regenwater.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-12T21:32:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gezocht: nuance in de berichtgeving over vleesvervangers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gezocht-nuance-in-de-berichtgeving-over-vleesvervangers" />
            <id>https://vilt.be/57337</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In de nasleep van de berichtgeving over de vermeende gezondheidsrisico’s van vleesvervangers, pleiten Marin Vandamme en Katrien Martens van The Protein Project in dit opiniestuk voor meer nuance en evenwicht in het debat. “De feiten liggen immers complexer dan de headlines doen vermoeden – en een constructieve dialoog over voeding verdient beter dan zwart-witdenken en klikbevorderende oneliners”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vleesvervanger" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e5313691-398c-45c5-9513-429804cba3a6/full_width_vleesvervangerveggievegan.jpg</image>
                                        <content>&quot;Kaas- en vleesvervangers bevatten vaker schadelijke stoffen dan dierlijke producten”, kopte VILT afgelopen week. Ook De Standaard, HLN en VTMNieuws kwamen met vergelijkbare berichtgeving. Wie zulke alarmerende titels leest, zou haast denken dat een vegetarische burger het ongezondste voedingsmiddel op aarde is.Nochtans wijst het grootste deel van het wetenschappelijke onderzoek precies in de andere richting. Een recente uitgebreide metastudie toonde bijvoorbeeld aan dat plantaardige vleesvervangers gemiddeld leiden tot een verlaging van LDL-cholesterol, totale cholesterol en lichaamsgewicht bij consumenten. Al deze factoren zijn sterk verbonden met een verminderd risico op hart- en vaatziekten. Plantaardige alternatieven blijken daarmee doorgaans gezonder dan hun dierlijke tegenhangers.Maar eigenlijk hoeven we zelfs geen extra studies te raadplegen om de nuance te vinden. Het originele artikel zelf vermeldt, zij het pas in de laatste alinea: “Een direct risico voor je gezondheid loop je niet door het eten van deze plantaardige producten&quot;. Het geciteerde onderzoek van de UAntwerpen ging namelijk slechts over de aanwezigheid van twee specifieke stoffen waarvan de schadelijkheid niet werd aangetoond. Ook waren de concentraties van deze stoffen in geen van de producten zo hoog dat een impact te vrezen viel. Zelfs niet in de kaasvervangers, die de hoogste concentraties bevatten. Berichtgeving over vlees, zuivel en vervangers wordt structureel gepresenteerd als een gepolariseerd spektakelstuk, waarbij nuance ondergeschikt raakt aan sensatie De kloof tussen de werkelijke inhoud en de clickbait-titels is alarmerend. Nog problematischer wordt het wanneer die inhoud zich bij sommige nieuwspagina’s achter een betaalmuur bevindt, waardoor velen enkel de misleidende kop te zien krijgen.Hier schuilt het echte probleem. Berichtgeving over vlees, zuivel en vervangers wordt structureel gepresenteerd als een gepolariseerd spektakelstuk, waarbij nuance ondergeschikt raakt aan sensatie. De ene dag worden vleesvervangers afgeschilderd als vergif en juichen vleesliefhebbers triomfantelijk. De andere dag blijkt elk stukje vlees zowat garant te staan voor hartfalen, tot vreugde van veganisten.De doorsnee consument, die oprecht wil begrijpen hoe het nu écht zit, voelt zich onder druk gezet om kant te kiezen maar raakt hierdoor volledig het spoor bijster. Zwart-wit denken is misschien net waartoe we onszelf en anderen níet moeten aanzetten. Het is juist een gebalanceerd en divers voedselpatroon - waarin ieder bewust en binnen eigen mogelijkheden vlees, zuivel, peulvruchten, granen, zaden én vervangers combineert - dat keer op keer het meest haalbaar, gezond en duurzaam blijkt te zijn.Toch verdient de toekomst van ons voedselsysteem aandacht in het politieke én publieke debat. Ons voedsel raakt immers aan bijna alle grote maatschappelijke thema&#039;s: landbouw, klimaat, dierenwelzijn, biodiversiteit, volksgezondheid en economie. Tegelijkertijd is het een belangrijk en complex thema, dat vraagt om samenwerking en constructieve dialoog, niet om polarisatie en sensatiezucht.Daarom hierbij een warme oproep aan media en lezers: Laat ons focussen op een positieve dialoog in plaats van polariserende titels. Laat ons gaan voor professionele inhoud boven sensatie. En laat ons inclusief en nieuwsgierig blijven via genuanceerde berichtgeving, die recht doet aan de complexiteit van dit belangrijke onderwerp. Met dit opiniestuk willen de auteurs een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteurs schrijven in eigen naam en zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.De auteursMarin Vandamme en Katrien Martens zijn oprichters en directeurs van The Protein Project. Dat project werkt aan een duurzamer Europees voedselsysteem door eiwitdiversificatie te versnellen. Als bruggenbouwer tussen stakeholders en beleid depolariseert het project het eiwitdebat met een verenigend verhaal ten voordele van mens, dier, landbouw en planeet.</content>
            
            <updated>2025-05-13T09:35:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[PFAS in Verdronken Land van Saeftinghe: Hoe een vervuild natuurgebied tot een nieuw verdienmodel leidt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rundveehouders-op-verdronken-land-van-saeftinghe-wijzigen-verdienmodel-door-pfas-vervuiling" />
            <id>https://vilt.be/57338</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Geert Meersschaert en Kris Van Royen&nbsp;die bekend staan om hun "Saeftingher pré-salé"-vlees van runderen die in het Verdronken Land Van Saeftinghe grazen, hebben hun verdienmodel moeten wijzigen. Door PFAS-vervuiling mag vlees uit het natuurgebied aan de haven van Antwerpen niet langer op de markt gebracht worden. “We laten onze vleeskoeien nu binnendijks grazen waar geen PFAS-vervuiling is. In het Verdronken Land gaan we pure natuurbegrazing toepassen en worden de koeien niet geslacht", aldus het koppel. Daarvoor kochten ze de koeien van de Abdij van Averbode aan die op die manier een tweede leven krijgen in Kieldrecht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="PFOS" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/447e595f-3445-4cd7-8f50-ec96045d33e5/full_width_verdronkenlandvansaeftinghe-geertmeersschaert-grensboer.jpg</image>
                                        <content>Koeien van de abdij van AverbodeEerder dit jaar werd een kudde van 60 dubbeldoelkoeien afgeleverd op het vleesveebedrijf van Geert Meersschaert en Kris Van Royen&amp;nbsp;in Kieldrecht, nabij Antwerpen. De koeien waren afkomstig van de Abdij van Averbode die haar melkveeactiviteiten afstootte wegens het stikstofdecreet. De abdij stond op de lijst van rode bedrijven met een te hoge impact op de nabije natuur.In Kieldrecht verliezen de koeien, van het Zwitserse Fleckviehras, hun melkfunctie die ze op de abdij wel nog hadden. Zij zullen ingezet worden voor natuurbegrazing op het Verdronken Land Van Saeftinghe.&amp;nbsp; Het is onderdeel van een bedrijfstransitie van het van origine vleesveebedrijf. Deze transitie was nodig nadat vorig jaar bij een controle per toeval PFAS werd aangetroffen in het vlees van de koeien die graasden in het Verdronken Land Van Saeftinghe, een natuurgebied dat overstroomd wordt door zeewater en water van de Schelde. Bedrijf geblokkeerd door FAVVHet nieuws sloeg in als een bom bij de landbouwers die hun verdienmodel in de korte keten hadden gebaseerd op vlees van de Belgisch witblauwkoeien die in het brakwatergebied grazen en daardoor een pré-salé smaak zouden hebben. Na de vondst van PFAS blokkeerde het Voedselagentschap het bedrijf en verbood de verkoop van vlees van dieren die in het Verdronken Land Van Saeftinghe hebben gegraasd. In totaal werden vijf bedrijven rondom het Verdronken Land geblokkeerd.De familie Meersschaert- Van Royen bleef niet bij de pakken zitten en werkte een aangepast verdienmodel uit. Voortaan komt het vlees, dat via pakketverkoop in de korte keten zijn weg vindt naar de consument, van Belgisch witblauwrunderen die binnendijks grazen, op de weilanden aanpalend aan het bedrijf. Daar is geen PFAS-verontreiniging en de veiligheid van het vlees wordt door controles bevestigd. “Elk dier dat de afgelopen maanden werd verdeeld, moest eerst worden gecontroleerd voordat het vlees verkocht mocht worden.&amp;nbsp;Bij elke controle die we uitvoeren blijkt dat het vlees 100 procent veilig en conform is.&amp;nbsp;We zitten dus momenteel op hetzelfde niveau als elke andere veehouder die runderen buiten laat grazen, en dat is fantastisch nieuws”, klinkt het. Natuurbegrazing als verdienmodelEen tweede en nieuw verdienmodel mikt op het ecologisch graasbeheer in het Verdronken Land van Saeftinghe. “Door de PFAS-vervuiling in het Verdronken Land kunnen we uiteindelijk geen vlees meer verkopen van runderen die daar gegraasd hebben. Daarom delen wij onze boerderij opnieuw in en gaan we volop inzetten op ecologisch graasbeheer als tweede pijler binnen ons bedrijf. Zo kiezen we nog sterker voor natuurinclusieve veehouderij”, klinkt het.Begrazing van het schorrengebied is belangrijk voor het behoud van het unieke natuurgebied. Zo bieden de koeien bescherming tegen de verruiging door riet. “Kort gehouden begroeiing is heel belangrijk voor broedvogels”, klinkt het. Geert Meersschaert geeft aan dat het Grenspark Groot Saeftinghe en stichting Het Zeeuwse Landschap om deze reden de boeren een vergoeding zullen betalen voor de begrazing van het natuurgebied. De ondernemers schakelen voor deze taak over op Fleckvieh-runderen, een robuust en rustig ras dat volgens hen perfect aansluit bij ecologisch beheer. “Deze dieren hebben weinig krachtvoer nodig en leven grotendeels van gras. Bovendien kalven ze natuurlijk af, waardoor er binnenkort weer koeien met kalfjes te bewonderen zijn in de streek. Dit jaar zetten we alvast de eerste zes ossen uit”, klinkt het.Zware tijden achter de rugMet de nieuwe bedrijfsstrategie schijnt er weer licht aan het einde van de tunnel voor de landbouwers.&amp;nbsp; “We wachten nu alleen nog op toestemming van het FAVV om de verplichte tests te stoppen, gezien alle resultaten al positief waren”, besluiten de ondernemers de mailing waarmee zij periodiek hun klanten op de hoogte brengen. Wij zijn slachtoffer, maar door de beperkingen die ons bedrijf opgelegd krijgt en de kosten die hieruit voortvloeien, lijken we eerder daders Meersschaert geeft aan dat de ondernemers zware tijden hebben beleefd voor iets, PFAS-vervuiling, waar zij in principe niets aan kunnen doen. “Wij zijn slachtoffer, maar door de beperkingen die ons bedrijf opgelegd krijgt en de kosten die hieruit voortvloeien, lijken we eerder daders.”Problemen met PFAS-vervuiling en onzekerheden die dit meebrengt voor landbouwers, was voor Boerenbond vorig jaar al aanleiding om te pleiten voor een PFAS-schadefonds. “Dit schadefonds moet de onkosten voor staalnames, bodemsaneringen, aansprakelijkheidsclaims en (imago)verliezen vergoeden.”</content>
            
            <updated>2025-05-13T10:25:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ILVO bouwt nieuw huis voor de kip van de toekomst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ilvo-bouwt-nieuw-huis-voor-de-kip-van-de-toekomst" />
            <id>https://vilt.be/57339</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De zes oude ILVO-proefstallen in het Oost-Vlaamse Melle maken plaats voor één hoogtechnologisch Pluimvee Innovatie Centrum, kortweg PIC. In dit nieuwe, klimaatneutrale complex zullen onderzoekers beloftevolle innovaties uittesten voor de pluimveehouderij. Eind vorige week legde landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v) de eerste steen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="ILVO" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c108471f-a20d-4880-854c-0a199a16c324/full_width_eerste-steenlegging-pluimvee-innovatie-centrum-ilvo-vilt.jpg</image>
                                        <content>Vliegen zal ze niet kunnen, maar verder zijn de mogelijkheden eindeloos voor de kip van de toekomst. “Het nieuwe centrum zal meer toegepast onderzoek toelaten dan vandaag mogelijk is”, zegt pluimvee-onderzoekscoördinator Evelyne Delezie van ILVO. “We hebben vier compartimenten die voorzien zijn van natuurlijk daglicht, met een wintertuin en vrije uitloop. Een ideale situatie om alternatieve huisvestingssystemen uit te testen.”Kippen zijn notoir gevoelig aan hitte- en koudestress. Dat dit een uitdaging biedt, werd zeker duidelijk op de warme, stoffige vrijdagnamiddag wanneer de eerste steen werd gelegd. Dankzij de goede isolatie van de stalsystemen, kunnen de onderzoekers het stalklimaat minutieus wijzigen om te onderzoeken hoe men de kippen beter bestendig kan maken tegen warmte en koude. “Het is zeer belangrijk onderzoek, zeker met de klimaatverandering”, zegt Delezie. Duurzaamheid en emissiesHet duurzaamheidsvraagstuk staat bij vele innovaties centraal. Binnen het centrum zullen diverse voeder-, water- en managementstrategieën worden uitgetest, met een meting van hun impact op diergedrag, gezondheid, emissies, excreties en de vleeskwaliteit. Onder andere voeding speelt hier een cruciale rol. “Zo hebben we onderzoek naar duurzame voedingsstrategieën en alternatieve eiwitbronnen”, zegt ILVO-afdelingshoofd van Dier Bart Sonck. “Er wordt gekeken naar alternatieve voederbronnen zoals algen of kringloopvoer, een nevenstroom uit de voedingsindustrie. Ook de voederconversie wordt geoptimaliseerd, met als doel lagere kosten en minder uitstoot. Zo daalt de totale milieu-impact, van ammoniak en mest tot geurhinder en broeikasgassen.&quot;“In elk compartiment zal bepaald kunnen worden wat de emissies zijn. Er zal dus een mooie lijn kunnen getrokken worden tussen emissies enerzijds en dierenwelzijn en vleeskwaliteit anderzijds”, vult Delezie nog aan. In elk compartiment kan bepaald worden wat de emissies zijn. Er zal dus een mooie lijn kunnen getrokken worden tussen emissies enerzijds en dierenwelzijn en vleeskwaliteit anderzijds Goed voor het dier, goed voor het milieu?Met dat laatste verwijst Delezie meteen ook naar een pijnlijke realiteit binnen de pluimveehouderij, namelijk dat dierenwelzijn en klimaat niet altijd te verzoenen zijn. Het grote publiek verlangt naar het idyllische beeld van de hennen die dartel scharrelen in een open weide, maar deze manier van huisvesting kent doorgaans een grotere milieu- en klimaatimpact dan een gesloten scharrelstal.Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) vindt het dan ook cruciaal om te investeren in innovatie. “We zien vaak dat wat goed is voor dieren, niet altijd goed is voor het milieu”, zegt de minister. “Mensen willen traaggroeiende kippen met meer ruimte, uit bekommernis voor dierenwelzijn. Maar dat leidt vaak tot meer uitstoot. Die paradox moeten we met innovatie kunnen opvangen.&quot; Mensen willen traaggroeiende kippen met meer ruimte, uit bekommernis voor dierenwelzijn. Maar dat leidt vaak tot meer uitstoot. Die paradox moeten we met innovatie kunnen opvangen “Ik denk dat we elkaar niet meer hoeven te overtuigen: in de steeds schaarser wordende open ruimte moeten we durven de kaart van technologie en innovatie trekken”, zegt Brouns nog.Het onderzoek binnen het nieuwe pluimveecentrum zal zich voornamelijk toespitsen op vleeskippen. “Al kunnen er ook kalkoenen gehuisvest worden”, zegt Delezie. “Welke rassen hier precies zullen gehuisvest worden, zal afhankelijk zijn van het onderzoek. De meeste onderwerpen zullen gebonden zijn aan Ross 308. Dat is het traditionele, snel groeiende vleeskuiken.” Niet enkel kippen, maar ook bedrijfsonderzoekVolgens Sonck is het nieuwe complex broodnodig om tegemoet te komen aan de lopende uitdagingen. “We zien een duidelijke toename in complexiteit, maatschappelijke druk en een nood aan evidence-based antwoorden en adviezen”, zegt hij.ILVO wil naast de kippen zelf, ook aandacht hebben voor de bedrijfsvoeding op pluimveebedrijven. “Denk aan digitalisering en automatisatie door toepassing van precisieveehouderijtechnologieën, en AI-gedreven data-analyse”, zegt Sonck.Ook robotica en diepgravend onderzoek naar de rentabiliteit en schaalbaarheid van deze technologieën zullen een centrale rol spelen. “Tot slot zoeken we naar houderijsystemen waarin het aangenaam vertoeven is voor zowel de dieren als de pluimveehouder. We willen zeer sterk inzetten op systeemdenken. Kijken naar totale, innovatieve bedrijfsconcepten waarin alle duurzaamheidspijlers op een evenwichtige basis aan bod komen. Een zoektocht waarin alle stakeholders betrokken worden.” We zien een duidelijke toename in complexiteit, maatschappelijke druk en een nood aan evidence-based antwoorden en adviezen Klimaatneutrale energieEnergie is een ander groot vraagstuk dat de onderzoekers willen tackelen. De temperatuur- en ventilatievraag binnen een pluimveestal is allesbehalve constant. Eéndagskuikens hebben nood aan een warme leegomgeving van rond de dertig graden Celsius, met een relatieve luchtvochtigheid tussen 40 en 65 procent. Maar dat verandert drastisch wanneer de kippen (bijna) geslachtsrijp zijn. Deze dieren geven veel warmte af en vragen juist koeling naar idealiter 18 graden, en dus is er ook een krachtige ventilatie nodig. De nood om voortdurend te schakelen tussen verwarming en koeling maakt een pluimveestal zeer behoeftig naar energie. Het is dus geen evidentie om deze systemen klimaatneutraal te houden. Om de stallen te verwarmen, berust het complex op drie warmtebronnen. Enerzijds is er geothermie, waar men warmte haalt uit de ondergrond. Verder gebeurt er recuperatie van ventilatielucht vanuit de luchtwasser. Op het dak zijn er fotovoltaïsche-thermische panelen aangebracht, ook wel PVT’s of hybride zonnepanelen genoemd.Verder wordt overtollige thermische energie opgeslagen in een watertank van 50 kubieke meter om de energieproductie af te vlakken of uit te stellen. Indien nodig koopt men groene stroom aan via het Vlaams Energiebedrijf VEB. Een AI-systeem kan met behulp van weers- en gebouwmodelvoorspellingen, de netprijzen en de zelf opgewerkte energie flexibel schakelen tussen diverse bronnen. “ILVO draagt met deze flexibele sturing flink bij aan de energietransitie in Vlaanderen”, zegt Gerlinde De Vogeleer, energiecoördinator bij ILVO. Steun voor een sector in volle vluchtAdministrateuur-generaal van ILVO, Joris Relaes kijkt ernaar uit om het centrum in werking te zien treden. “Het gaat goed met de pluimveesector. De vraag naar pluimveevlees stijgt wereldwijd”, zegt hij. “We zien een duidelijke shift van andere vleessoorten naar pluimvee. Hoe dat komt? Pluimvee heeft een duidelijk lagere economische en klimaatvoetafdruk.”“Maar één van de knelpunten, is dat we nog niet strategisch autonoom werken met deze stal”, zegt Relaes. “Ondanks het feit dat we heel wat reststromen verwerken, moeten we ook veel eiwitten invoeren, zoals soja uit Noord- en Zuid-Amerika. En dat komt onder druk te staan door de handelsoorlogen waarmee we op dit moment op het wereldtoneel geconfronteerd worden. Maar daar werken we aan. Zo hebben we een aantal sojarassen ontwikkeld, die onze spin-off Protealis nu probeert uit te rollen.” Ondanks het feit dat we heel wat reststromen verwerken, moeten we ook veel eiwitten invoeren, zoals soja uit Noord- en Zuid-Amerika “Er wordt gewerkt aan nieuwe landbouwvisies, en die willen we helpen realiseren”, zegt Relaes tot slot. “Als ik mijn ogen sluit, dan zie ik prachtige klimaat-, energievriendelijke en energieneutrale pluimveestallen, mooi ingeplant in het landschap, met daarrond bloemen en in de wind wuivende sojavelden.”Met dit hoogtechnologische centrum is ILVO overigens niet aan zijn proefstuk toe. In totaal beschikt dit onderzoekscentrum over ongeveer 20.000 vierkante meter aan proefstallen voor onderzoek bij rundvee, varkens en pluimvee. Na de oprichting van de Varkenscampus in 2014 en de nieuwe proefstal voor Melkveeonderzoek in 2015, krijgt de pluimveesite nu zijn welverdiende opwaardering.</content>
            
            <updated>2025-05-12T21:49:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Goed Gerief: De precisiebemester]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/goed-gerief-de-precisiebemester" />
            <id>https://vilt.be/57340</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 'Goed Gerief' staan landbouwwerktuigen centraal die door de jaren heen gebruikt werden om mest op het land te brengen. Hoe deed men het vroeger? Hoe doet men het nu? Ontdek het in de video.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/30efedf2-00d1-47d5-93d1-440289d9ef6b/full_width_thumb-13.jpg</image>
                        
            <updated>2025-05-15T08:48:28+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe sectorbarometers houden vinger aan pols bij melkvee en varkens]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-sectorbarometers-houden-vinger-aan-pols-bij-melkvee-en-varkens" />
            <id>https://vilt.be/57341</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Melkvee- en varkenshouders krijgen voortaan elke maand een helder beeld van de economische situatie van hun sector. Een nieuwe barometer, gelanceerd door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, brengt de evolutie van opbrengsten, kosten en marges vanaf nu overzichtelijk in kaart. Zo krijgen landbouwers snel zicht op het rendement van deze sectoren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="economie" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/daea014f-d6c4-4d94-b852-f704c9759d6b/full_width_varkens.jpg</image>
                                        <content>Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij publiceert vier nieuwe sectorbarometers voor melkvee, fokvarkens, vleesvarkens en gesloten varkenshouderijen. De barometer vertrekt telkens vanuit een gemiddeld gespecialiseerd veebedrijf, waarop de actuele marktprijzen worden toegepast. Er wordt gekeken naar de opbrengsten, maar ook naar de kosten voor voeder, energie en meststoffen. De resultaten worden uitgedrukt als een index ten opzichte van de vijf meest recente LMN-boekjaren. De opbrengsten uit subsidies worden niet meegerekend.Familiaal arbeidsinkomen en bruto saldo in kaartHet bruto saldo is de belangrijkste indicator voor de actuele economische situatie en wordt berekend als het verschil tussen de opbrengsten en de variabele kosten. Het zijn deze opbrengsten en kosten die maandelijks kunnen fluctueren en dus een onmiddellijke impact hebben op de rendabiliteit van de sector.Ook het familiaal arbeidsinkomen is een belangrijke indicator, deze gaat nog een stap verder dan het bruto saldo door al de vaste lasten af te trekken. Wat zo overblijft, dient als vergoeding voor de eigen arbeid van de landbouwer en eventuele meewerkende familieleden.Inzichten vier sectorenUit de barometer van de melkveesector komt duidelijk het hoogtepunt van eind 2024 naar voren. “Dalende krachtvoederprijzen en afgenomen kosten voor energie en meststoffen betekenen minder variabele kosten, waardoor het bruto saldo in december 2024 zo’n 36,5 euro per 100 liter bedroeg”, aldus het agentschap. Het arbeidsinkomen bedraagt 23,3 euro per 100 liter. Dat is opvallend hoger dan het vijfjarige gemiddeld. De dalende melkprijs in de eerste maanden van 2025 is nog niet opgenomen in de barometer.Voor de varkenssector zijn er gemengde signalen. Twee maanden geleden zat de vleesvarkenssector in een dip, terwijl de fokvarkens een gunstiger en stijgend arbeidsinkomen vertonen. “De mengvoederprijs blijft relatief stabiel, terwijl de biggenprijs weer aanslaat na een daling in 2024”, klinkt het. &amp;nbsp;Voor vleesvarkensbedrijven, die biggen aankopen en opkweken tot vleesvarkens, is de teneur eerder dalend. Na een serieuze dip eind 2023 nam het bruto saldo toe tot september 2024 om daarna opnieuw zeer stevig te dalen. Na de zomer doet zich vaak aan dalende trend voor, maar het is ondertussen al geleden van 2021 dat het zo laag stond. Twee maanden geleden was het bruto saldo zelfs negatief met zo’n -3,7 euro per afgeleverd vleesvarken. De sterke toename van de vleesvarkensprijs de laatste weken zit echter nog niet in de barometer verwerkt.Gesloten vleesvarkensbedrijven kweken biggen die ze ook zelf afmesten tot vleesvarkens. De resultaten voor gesloten varkenshouderijen liggen tussen de vleesveevarkens en de fokvarkens. De dalende vleesvarkensprijs in de tweede helft van 2024 zorgde voor dalende opbrengsten en een dalend bruto saldo. Het arbeidsinkomen blijft wel positief</content>
            
            <updated>2025-05-14T08:32:52+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Op de Internationale Dag van de Plantengezondheid roept het veld om regen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/op-de-internationale-dag-van-de-plantengezondheid-roept-het-veld-om-regen" />
            <id>https://vilt.be/57342</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Terwijl we de Internationale Dag van de Plantengezondheid vieren, zitten de land- en tuinbouwers met de handen in het haar over de aanhoudende droogte. Want hoe houd je je gewassen gezond wanneer het nauwelijks regent? Planten hebben niet alleen water nodig om te groeien, ook bemesting en gewasbeschermingsmiddelen toedienen, vormt op sommige vlakken een serieuze uitdaging. Tegelijk maakt langdurige droogte ook duidelijk hoe belangrijk het is voor een landbouwer om te investeren in zijn bodem.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4658c4d6-b153-4d6d-9719-cb1674f640fd/full_width_droogte-bodem-gevilt.jpg</image>
                                        <content>Na het natste jaar ooit zijn we opnieuw op weg naar het droogste jaar ooit, of in ieder geval het droogste voorjaar. Landbouwers houden met een bang hart de weersvoorspellingen in het oog, maar de komende 14 dagen lijkt er alvast geen kentering te komen. Met enkel hier en daar een kortstondige regen- en/of hagelbui afkomstig van een uitgeweken onweer vanuit Frankrijk op maandagavond, is er op de weerkaarten geen druppel regen te bekennen. Droogtecommissie evalueert droogte tweewekelijksAl is enige nuance op zijn plaats. Er is een duidelijk onderscheid tussen het westen en oosten van ons land, waarbij de as tussen Antwerpen en Brussel als scheidingslijn geldt. Het oosten heeft opvallend meer regen gekregen dit voorjaar, dan het westen. Zo viel er in de regio Gent de afgelopen twee maanden amper 12 à 13 millimeter water, terwijl er op bepaalde plekken in Limburg 46,6 millimeter is gevallen.Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de eerste captatieverboden een feit zijn. Zowel in Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen als in Antwerpen is het intussen lokaal en tijdelijk verboden om water op te pompen uit een aantal rivieren. De stand van zaken is te volgen op een interactieve kaart van de Droogtecommissie. Die commissie zal vanaf nu ook tweewekelijks de droogtetoestand evalueren en waar nodig evalueren. Alternatieve waterbronnen en wateropvangNadat het veldwerk dit voorjaar uitzonderlijk vlot is verlopen, beginnen de verschillende gewassen volop te kiemen en te groeien. Juist in dat prille stadium is voldoende water nodig. Nu irrigatie geen optie meer is in sommige gebieden, wijst Boerenbond op mogelijke alternatieven. “Landbouwers die nood hebben aan alternatieve waterbronnen, kunnen uitwijken naar mobiele captatiemogelijkheden langs de kanalen of naar provinciale bufferbekkens. Voor het hergebruik van (gezuiverd) afvalwater van bedrijven als irrigatie, is een watertoelating vereist”, klinkt het.Volgens de landbouworganisatie zetten landbouwers zelf ook steeds meer in op buffering en wateropvang. In Vlaanderen vangt 62 procent van de land- en tuinbouwers hemelwater op, goed voor een capaciteit van 717.000 kubieke meter. Water bovengronds kan in bijvoorbeeld waterbassins worden opgeslagen, maar ook op percelen zelf kan water worden gebufferd door bijvoorbeeld stuwtjes te plaatsen, drainage om te vormen naar peilgestuurde drainage of door het koolstofgehalte in de bodem op te krikken waardoor de bodem beter vocht vasthoudt in droge periodes en meer water kan opnemen in natte periodes. Toestand op het veldMaïsBij maïs, één van de later ingezaaide gewassen, kan droogtestress optreden, waarschuwt Limagrain. Wanneer jonge planten onvoldoende water opnemen, betekent dit ook dat zij vaak onvoldoende nutriënten opnemen, zelfs al zijn die in de bodem aanwezig. Het feit dat de nachten nog relatief koud zijn, kan voor extra stress zorgen. Want koude nachten remmen de wortelactiviteit waardoor de opname van fosfor en magnesium nog trager verloopt.Kunstmest strooien om de jonge maïsplanten extra nutriënten toe te dienen, is geen oplossing. Want als er geen water is, worden de voedingsstoffen in de kunstmest niet opgenomen. Een tijdelijke oplossing kan komen van het toedienen van bladmeststoffen. “Maar het is vooral wachten op regen”, zegt Thomas Truyen, marketing en communication manager van Limagrain. “Neerslag is onmisbaar. Komt die er niet in juni, dan ontstaat er stress en zal de kolfontwikkeling haperen. Dat kan in juli leiden tot planten zonder kolf of met slecht gevulde kolven.” Al kan warmte om korte termijn ook al wat soelaas brengen. “Als de wortels dieper gaan zodat ze in vochtige bodemlagen terechtkomen en als de temperaturen stijgen, dan herstart de wortelactiviteit en kan de maïs snel veranderen.” AardappelenIn tegenstelling tot vorig jaar zijn alle aardappelen tijdig en in goede omstandigheden de grond in gegaan. Dat is niet alleen in België het geval, maar ook in de andere belangrijke aardappellanden in de Europese Unie, zoals Nederland, Duitsland en Frankrijk. De aardappelen lijken goed op te komen en in de fase waarin de aardappelen zich nu bevinden, kunnen ze verder met relatief weinig vocht. Maar de komende weken zal wel regen nodig zijn om tot een redelijke opbrengst te zorgen. Al wijst de Nederlandse website Boerenbusiness erop dat het verleden heeft uitgewezen dat aardappelen zich fors kunnen herstellen wanneer op het juiste moment neerslag van betekenis valt.Het is in elk geval zo dat aardappeltelers met een gemengd gevoel kijken naar de weersontwikkelingen, zo duidt Boerenbusiness nog. Enerzijds vrezen ze voor de opbrengst van hun gewassen, anderzijds hopen ze erop dat de droogte voor een omslag in de stemming op de aardappelmarkt kan zorgen, want de prijzen op de vrije markt zijn de afgelopen maanden nog maar een derde van begin dit jaar. Bovendien zijn er ook bijzonder veel aardappelen uitgeplant dit voorjaar, wat bij een goede opbrengst kan leiden tot een overaanbod en dus lage prijzen. GranenDe granen die voor de winter werden gezaaid, hadden geen problemen om te ontkiemen. Volgens Thomas Truyen mogen we in bepaalde regio’s zelfs topopbrengsten verwachten, bijvoorbeeld in Limburg waar opvallend meer regen is gevallen. “Maar in grote delen van Vlaanderen heeft het graan het wel moeilijk. Je ziet op veel plaatsen de korrelmeststoffen nog tussen de gewassen liggen.”Hij wijst erop dat bij granen gemiddeld drie keer een fractie kunstmest wordt toegediend. “Op veel plaatsen ligt de tweede of de derde fractie nog tussen het graan. We zeggen altijd dat je ongeveer 14 tot 15 liter regen nodig hebt om een fractie te laten oplossen, maar in een aantal regio’s is er de afgelopen twee maanden minder regen gevallen.” Om die reden schakelen sommige landbouwers over naar bladmeststoffen, maar die zijn een stuk duurder dan korrelmeststoffen.In tegenstelling tot maïs, waar het kiemen nog maar net gestart is, begint de tarwe stilaan in de aar te komen en te bloeien. “Dat is echt het moment waarop tarwe het meest vocht en het meest nutriënten nodig heeft”, aldus Truyen. Droogte heeft ook invloed op gewasbeschermingVoldoende water is niet alleen nodig opdat de gewassen voldoende nutriënten kunnen opnemen, het speelt ook een rol bij de gewasbescherming. Het goede nieuws is dat het droge weer zorgt voor weinig ziekte- of plaagdruk want die hebben vochtigheid nodig om zich te verspreiden. Al is het voor veel gewassen nog te vroeg om ziekten of plagen te ontwikkelen. Enkel voor tarwe is dat vandaag al aan de orde. “Wie voor een gezond ras heeft gekozen, kan wellicht een ziektebehandeling uitsparen”, vertelt Truyen.Maar wat daar kan worden uitgespaard aan geld en gewasbeschermingsmiddelen, wordt extra geïnvesteerd in de onkruidbestrijding in maïs, bieten en aardappelen. “Enerzijds is het onkruid zeer moeilijk te bestrijden omdat veel herbiciden een bodemwerking hebben. Dat betekent dat ze bodemvocht nodig hebben om zich te verspreiden”, vertelt de marketing manager van Limagrain. Ook het verschil in opkomst van de gewassen op eenzelfde perceel maakt de onkruidbestrijding een pak lastiger. “Bij bieten zien we dat. Je mag je voor je dosis dan niet richten op de grootste biet, maar op de kleinste en zwakste. Dan is het soms moeilijk om die onkruiden kapot te krijgen.”Een bijkomende moeilijkheid is de waslaag die veel onkruiden ontwikkelen in tijden van droogte. Zo beschermen ze zichzelf tegen het uitdrogen overdag. “’s Nachts, wanneer er een hogere luchtvochtigheid is, gaat die waslaag verdunnen en zetten de huidmondjes zich open. Het ideale moment voor landbouwers om hun gewassen te behandelen, is dus vijf of zes uur ’s ochtends. Wacht je tot na tien uur, dan sluiten de huidmondjes zich weer af en is de efficiëntie van het herbicide een stuk lager”, duidt Truyen. Ook bodem cruciaal voor gezonde gewassenTot slot vormt ook de bodem een cruciaal element in de plantengezondheid. Zoals Boerenbond al aangaf, zorgt een hoger koolstofgehalte in de bodem ook voor meer veerkracht van die bodem. Zo kan die bijvoorbeeld het vocht langer vasthouden in tijden van droogte. Het humusgehalte speelt dus een rol, maar ook het al dan niet ploegen en andere bodembewerkingen.Truyen wijst erop dat de rol van de bodem de komende weken zal duidelijk worden. “De voorbije twee jaar is er in natte omstandigheden op het veld gewerkt. Dat is niet altijd positief voor de bodemstructuur. Als de droogte de komende weken aanhoudt, dan denk ik dat je duidelijke verschillen zal gaan zien tussen percelen en op hetzelfde perceel afhankelijk van waar de structuur van de bodem goed is en waar niet.” Wat is de Internationale Dag van de Plantengezondheid?Het is een jaarlijkse internationale viering die op 12 mei plaatsvindt. Deze dag werd ingesteld door de Verenigde Naties om bewustzijn te creëren over het belang van plantgezondheid voor duurzame landbouw, milieubescherming en voedselzekerheid. De dag werd voor het eerst gevierd in 2022, als voortzetting van het Internationale Jaar van de Plantengezondheid (2020), uitgeroepen door de VN.Na het succes van deze campagne stelde de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, voor om de dag jaarlijks te vieren om de focus op plantenbescherming te behouden. Want jaarlijks gaat tot 40 procent van de voedselgewassen verloren door plagen en ziekten. Ook de klimaatverandering en de impact ervan heeft invloed op plantgezondheid.</content>
            
            <updated>2025-05-13T08:22:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gemengde reacties op uitstel vaccinatieplicht blauwtong: "Minder efficiënt in vectorperiode"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gemengde-reacties-op-uitstel-vaccinatieplicht-blauwtong-vaccinatie-in-vectorperiode-minder-efficient" />
            <id>https://vilt.be/57343</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De sector reageert met gemengde gevoelens op het uitstel van de vaccinatiedeadline tegen blauwtong. Vorige week werd de deadline verlengd van 1 juni tot 1 september. “Door een gebrek aan vaccins zat er niets anders op, maar vaccineren in de vectorperiode brengt risico’s met zich mee en bovendien weten we van vorig jaar dat het minder efficiënt is”, klinkt het bij Verenigde Dierenartsen Vlaanderen (VeDa). De organisatie waarschuwde al eerder dit jaar dat het vaccinatieschema gevaar liep.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="schaap" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="blauwtong" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/56b11744-60c3-4264-aa72-dd4bed1ba59d/full_width_vaccinatie-schaap-veearts-gevilt.jpg</image>
                                        <content>Federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) heeft eind vorige week de deadline voor de verplichte vaccinatie tegen blauwtong en het EHD-virus met drie maanden verlengd, van 1 juni tot 1 september. De aanleiding is een tekort aan vaccins. Vooral tegen blauwtong type 8 (BTV8) zijn er op dit moment te weinig vaccins.&amp;nbsp;Dierenartsenvereniging VeDa reageert gelaten op het nieuws. “Er zat niet anders op, want er zijn onvoldoende vaccins. De vraag was niet óf de deadline uitgesteld zou worden, maar voor hoe lang. Wij gingen uit van één maand, maar het zijn er drie geworden”, zegt ondervoorzitter Danny Coomans, die medio maart het vaccinatieschema al “uitdagend” noemde. Boerenbond: “Snelle vaccinatie blijft belangrijk”Bij Boerenbond klinkt er opluchting over het uitstel van de vaccinatieplicht.&amp;nbsp;“Aangezien er achterstand is met de vaccinatie tegen blauwtong type 8 is het aangewezen dat de deadline verschuift. Zo kunnen rundvee- en schapenhouders voor wie de deadline nipt werd, blijven rekenen op de tegemoetkoming en kunnen ze voldoen aan de vaccinatieplicht. Het is echter wel belangrijk dat de vaccinaties zo snel mogelijk gezet worden, zodat de runderen en schapen beschermd zijn tegen blauwtong type 3, blauwtong type 8 en EHD. Wij blijven dan ook oproepen om niet te wachten met vaccineren.”De landbouworganisatie gaat ervan uit dat de tweede vaccinatie bij runderen tegen BT8 ten laatste in juli zal kunnen gebeuren. “Dat is inderdaad tijdens het weideseizoen, maar dat is vermoedelijk nog op tijd vooraleer de besmette muggen echt pieken”, klinkt het. Maar tien procent gevaccineerd tegen BTV8Volgens de vaccinatiebarometer van de federale overheid is momenteel nog maar tien procent van de koeien en vijftien procent van de schapen gevaccineerd tegen BTV8. Op dit moment is nog maar 37 procent van de benodigde vaccins voor BTV8 geleverd.&amp;nbsp; Nog voor eind mei verwacht men een nieuwe levering, die goed moet zijn voor ruim 13 procent van de benodigde vaccins. Tegen eind juni komt er naar verwachting nog een lading bij. Dan moet men eindigen op 91 procent van het aantal benodigde vaccins.Wat betreft BTV3 ziet de situatie er rooskleuriger uit. Zo’n 60 procent van de koeien en 60 procent van de schapen is al gevaccineerd. Tegen eind mei zou bijna 100 procent van de benodigde vaccins geleverd moeten zijn. “Daarmee is de veestapel beschermd tegen het grootste risico”, vertelt Coomans. Vlaanderen kreeg vorig jaar enkel te maken met BTV3, niet met BTV8 en EHD.&amp;nbsp;De sector hoopt dat deze types nog even uit Vlaanderen weg blijven.“Minder effectief in vectorperiode”Laattijdig vaccineren zal hoe dan ook gevolgen hebben voor de doeltreffendheid. “Vorig jaar heeft aangetoond dat vaccineren in vectorperiode minder efficiënt is”, zegt Coomans. Bovendien zijn er volgens hem risico’s aan verbonden. “Vaak wordt voor de inenting één en dezelfde naald gebruikt. Als de kudde dan geïnfecteerd is met het virus, kan je dat via de naald verspreiden.”De ondervoorzitter van VeDa voegt eraan toe dat dierenartsen op voorhand een PCR-test uitvoeren om te achterhalen of het virus rondwaart. “Dat is vooral relevant in de prepatente periode. Dat is de periode tussen het intreden van het virus en het optreden van de symptomen. Meestal duurt dat zo’n zeven dagen, afhankelijk van het type virus.”&amp;nbsp;Als uit een test blijkt dat een veestapel al besmet is met het blauwtongvirus, geldt hier een uitzondering van de vaccinatieplicht.Ook wat betreft EHD ziet de situatie er positiever uit. Volgens de vaccinatiebarometer is 36 procent van het rundvee gevaccineerd, maar zou er nu al voldoende vaccin beschikbaar zijn voor de hele rundveestapel (1,9 miljoen volgens gegevens van Sanitel, red.). Schapen hebben van dit virus niets te vrezen en hoeven niet gevaccineerd te worden. Sanitel schat dat er&amp;nbsp;225.000 schapen gevaccineerd moeten worden in België.De vaccinatiecampagne wordt vergoed door de Belgische overheid. Hiervoor is 40 miljoen euro vrijgemaakt. Veehouders ontvangen 23,50 euro voor de vaccinatie van een rund en 7 euro per schaap.</content>
            
            <updated>2025-05-12T21:53:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ooit verdwenen platte oester duikt voorzichtig op in onze zee]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ooit-verdwenen-platte-oester-duikt-voorzichtig-op-in-onze-zee" />
            <id>https://vilt.be/57344</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Van grote populaties is nog geen sprake, maar er zijn tekenen dat de platte oester aan een voorzichtig herstel is begonnen in onze wateren. Dat meldt het Instituut voor Natuurwetenschappen. Er zijn nieuwe exemplaren gevonden die minstens gedeeltelijk van wilde oorsprong zijn. De platte oester was begin 20ste eeuw niet alleen alomtegenwoordig in de zuidelijke Noordzee, maar ook een geliefde delicatesse. De oester die we vandaag kennen en kweken in onze contreien, kent zijn origine in Japan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aquacultuur" />
                        <category term="zee" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7ed63646-23df-48eb-bb7b-102841b5f913/full_width_platte-oester2.jpg</image>
                                        <content>De platte oester is onder meer aangetroffen in havens en offshore windparken. Na decennia van afwezigheid vonden mariene biologen de voorbije jaren levende exemplaren en lege schelpen van platte oesters op allerhande menselijke infrastructuur, zelfs op wetenschappelijke instrumenten. Ook in havengebieden zoals Zeebrugge en Oostende worden nu platte oesters aangetroffen. Offshore structuren, zoals de stalen funderingen van windturbines op zee, bieden nieuwe leefgebieden waar oesterlarven zich kunnen hechten. Strandjutters vonden aangespoelde levende exemplaren en verse schelpen van platte oesters op de stranden van de westkust.Zeeuwse oesters uit JapanDe platte oester die vandaag sporadisch opduikt, was ooit alomtegenwoordig in de zuidelijke Noordzee. Tot het begin van de 20ste eeuw werden oesters volop geoogst uit natuurlijke banken in de Noordzee en verwaterd in zogenaamde oesterputten aan de kust, onder meer in Oostende (de Ostendaise). De platte oester was een geliefde delicatesse, maar door overexploitatie, habitatverlies, vervuiling en het insluipen van ziekten verdween de soort uit onze wateren.Daarom schakelde de commerciële oesterkweek in de tweede helft van de 20ste eeuw over op de Japanse oester, die makkelijker te kweken is en minder gevoelig is voor de oesterparasiet. Daardoor verzeilde de platte oester ook in België nog verder op de achtergrond. Menselijke herintroductie nodigIn recentere jaren werd er actief aan gewerkt om de platte oester terug naar onze zee te halen. Zo is er het project Belreefs van de FOD Leefmilieu, waarmee men een grootschalige reïntroductie wil realiseren. Volgens oesterexpert Nancy Nevejan van Shells &amp;amp; Valves, partner in dit project, zal menselijke interventie hoe dan ook nodig zijn. “Het is goed dat we individuele platte oesters terugvinden, maar daarmee hebben we onze riffen nog niet terug”, zegt ze. “Zelfs met menselijke interventie zal het nog 10 tot 20 jaar duren alvorens we riffen hebben die zichzelf kunnen onderhouden. In juni wordt het Belreefsproject in de zee geïnstalleerd, maar het is afwachten wat de omstandigheden met predatie en dus overleving zullen zijn. Ik denk dat we verschillende introducties zullen moeten doen om aan een minimumhoeveelheid oesters te komen.” Het is goed dat we individuele platte oesters terugvinden, maar daarmee hebben we onze riffen nog niet terug De origine van de platte oesters die we sporadisch in onze zeeën vinden, is niet duidelijk. Er zijn al een aantal herintroductieprojecten gebeurd in het verleden, zoals de projecten United en Value@Sea. “Er is een mogelijkheid dat deze projecten verband hebben met de oesters die we nu terugvinden, maar dat is moeilijk te bewijzen zonder DNA-analyse”, zegt Nevejan. “Het ging toen om eerder kleinschalige introducties. Het is ook mogelijk dat de platte oesters die we nu zien, afkomstig zijn van larven afkomstig uit Frankrijk of het Engelse kanaal.” Eén sleepnet en alle werk is voor nietsIn heel Europa is er grote interesse om de populaties platte oester te herstellen, gezien deze dieren riffen vormen die een aparte habitat zijn voor soorten die hard substraat nodig hebben om zich te vestigen. Daarnaast bieden zulke riffen voedsel, schuil- en paaiplaatsen voor vissen en andere dieren en ondersteunen ze hierdoor de biodiversiteit in onze zeeën. Belreefs is het eerste grootschalige project in België, maar je hebt gelijkaardige initiatieven in onder andere Duitsland, Engeland, Ierland, en Frankrijk.De riffen worden gevormd op de banken ten zuidwesten van de Prinses Elisabeth concessiezone, waar de nieuwe windmolens komen, zo’n 45 kilometer verwijderd van de kust. De grindbodem is er ideaal voor oesters, in tegenstelling tot de zandbodem die men op de meeste plekken in de Belgische Noordzee vindt. De banken zijn echter erg gevoelig: één passage met een sleepnet van een binnen- of buitenlands visserschip kan de bank vernietigen. Daarom hebben de onderzoekers in eerste fase gekozen voor locaties die een natuurlijke bescherming bieden, bijvoorbeeld geulen of bodems die beschermd zijn door een voorliggende duin. Ook de locaties rond scheepswrakken zijn interessant, want daar wordt niet met sleepnetten gewerkt. Er lopen ook procedures om de bodemroerende visserij in bepaalde zones te verbieden. &amp;nbsp;“Maar het wordt even wachten op zulk verbod, want dat moet op Europees niveau beslist worden”, zegt Nevejan.Hoopvol signaalHet Instituut voor Natuurwetenschappen vindt het een hoopvol teken dat de platte oester zich hier en daar laat zien. &quot;De platte oester is immers een essentieel onderdeel van het mariene ecosysteem. Als filtervoeder helpt ze het water helder te houden, en haar riffen creëren een leefomgeving voor talloze andere soorten. Waar oesters zijn, floreert het onderwaterleven. Bovendien is de platte oester een inheemse soort, ze hoort hier van nature thuis en haar herstel kan bijdragen aan het mariene herstel van de Noordzee&quot;, zegt marien bioloog Francis Kerckhof.</content>
            
            <updated>2025-05-13T12:11:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zeg voortaan niet meer Belgische cava, maar BelBul]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zeg-voortaan-niet-meer-belgische-cava-maar-belbul" />
            <id>https://vilt.be/57345</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische schuimwijnen hebben voortaan een eigen naam en kwaliteitslabel. ‘BelBul’, gelanceerd door Vlaamse en Waalse wijnbouwers, moet Belgische bubbels sterker op de internationale kaart zetten en bijdragen aan de verdere professionalisering van de sector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eff2c9c8-dd08-4381-97a7-e5e67b34c907/full_width_schuimwijn-mousserende-wijn-3-belbul.jpg</image>
                                        <content>Belgische wijnbouwers vonden het tijd voor een universele, herkenbare naam voor mousserende wijn van eigen bodem, zodat die niet langer als ‘Belgische cava’ uitgeschonken werd. De keuze viel uiteindelijk op BelBul, geen knipoog naar de energiedrank Redbull, maar wel een speelse verwijzing naar ‘belles bulles’, wat mooie bubbels betekent.BelBul is het allereerste kwaliteitslabel voor Belgische mousserende wijnen en is een initiatief van de vzw Belgische Wijnbouwers Vlaanderen en de Association des Vignerons Belges Wallonie. Samen vertegenwoordigen zij een ruime meerderheid van de Belgische wijnbouwers. Met het label willen ze de sector verder professionaliseren, want België is een opkomende producent.“In ons jong maar sterk groeiend wijnland staat innovatie centraal. Mede daardoor zijn wij er op korte termijn in geslaagd topwijnen te creëren. Met het BelBul-label geven we aan onze Belgische mousserende wijnen een identiteit en willen we ons op de kaart zetten als producent van uitzonderlijke mousserende wijnen”, vertelt Lodewijk Waes, voorzitter van de Belgische Wijnbouwers Vlaanderen. Een eigen identiteit is cruciaal om concurrentie aan te gaan met gevestigde bubbellanden zoals Frankrijk, Italië en Spanje. Lokale pareltjes met internationaal succesProducenten die voldoen aan de hoge standaarden van BelBul kunnen rekenen op extra zichtbaarheid en erkenning. “Er is een groeiende binnenlandse interesse in Belgische bubbels van consumenten die op zoek zijn naar authenticiteit en vakmanschap uit eigen land”, klinkt het. Ook buiten ons land gooien de Belgische mousserende wijnen ondertussen hoge ogen en slepen ze internationale prijzen en onderscheidingen in de wacht. Maar de concurrentie is groot met gevestigde bubbellanden zoals Frankrijk, Italië en Spanje. “Het is daarom cruciaal dat Belgische mousserende wijnen een duidelijke identiteit en herkenbaar profiel”, luidt het. Steeds meer ranken in Belgische grondDe Belgische wijnbouwsector kende de afgelopen jaren een mooie groei. In 2021 werd er ruim 2,1 miljoen liter wijn geproduceerd. In 2022 steeg dat volume tot meer dan 3 miljoen liter, waarvan bijna de helft bestond uit mousserende wijn. In 2023 volgde een nieuw record met 3,4 miljoen liter. Het zwakke oogstjaar 2024 liet de productie opnieuw terugvallen tot 1,2 miljoen liter. “Dit is een relatieve daling, de opbrengsten in 2023 en 2022 waren uitzonderlijk”, aldus de Belgische wijnbouwers.Ondertussen groeit ook het aantal Belgische wijnbouwers mee. In 2024 stonden 321 wijnbouwers geregistreerd, twee jaren eerder waren dit er maar 259. Het gaat zowel om professionele wijnboeren als om hobbyisten. Ook het wijngaardareaal breidt uit en bereikt momenteel 958 hectare, met een duidelijke focus op druivenrassen geschikt voor bubbels. Intussen produceren meer dan 100 Belgische wijndomeinen mousserende wijn. Opkomst van resistente druivenrassenChardonnay blijft het meest aangeplante druivenras, gevolgd door Pinot Noir en Johanniter. Resistente druivenrassen zoals Johanniter, Souvignier Gris winnen terrein, dankzij hun klimaatbestendigheid en lagere nood aan gewasbescherming. “We zijn voortdurend op zoek naar innovatie en duurzame technieken om de kwaliteit van onze wijnen te verbeteren”, aldus de Belgische wijnbouwers. &quot;Door te werken met hybride druivenrassen die minder vatbaar zijn voor ziekten, wordt het gebruik van gewasbescherming gereduceerd en kunnen wijnbouwers inspelen op de veranderende klimatologische omstandigheden.” Niet elke bubbel krijgt het labelWijnbouwers die het BelBul-label op hun fles willen, moeten voldoen aan enkele kwaliteits- en herkomstcriteria. Zo moet de productie op Belgisch grondgebied gebeuren, met druiven geteeld in België. De schuimwijn moet ook geproduceerd worden volgens de méthode traditionnelle, dezelfde methode die wordt gebruikt voor de productie van Champagne. Dit houdt in dat de tweede gisting op fles plaatsvindt, wat resulteert in een complexere smaak en fijne, aanhoudende bubbels. Verder moet het wijndomein een familiebedrijf zijn en moet de schuimwijn erkend zijn als BOB of AOP (beschermde oorsprongsbenaming).“Het label helpt de Belgische wijnsector ook verder structureren en professionaliseren. Door uniforme kwaliteitsnormen op te stellen, worden zowel gevestigde als opkomende wijnbouwers gestimuleerd om in te zetten op duurzame en ambachtelijke productiemethoden”, klinkt het tot slot.</content>
            
            <updated>2025-05-13T13:00:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ontsnappen aan de eenzaamheid: Boeren op een Kruispunt zet opnieuw in op Boerenwandelbabbels]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ontsnap-aan-de-eenzaamheid-doe-mee-aan-de-boerenwandelbabbel" />
            <id>https://vilt.be/57346</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Land- en tuinbouwers die nood hebben aan meer sociaal contact met collega’s kunnen binnenkort opnieuw deelnemen aan ‘Boerenwandelbabbels’. Tijdens deze ontmoetingswandelingen krijgen boeren de kans om informeel nieuwe contacten te leggen, gesprekken te voeren en een gevoel van gemeenschap te ervaren. Volgens initiatiefnemer Vzw Boeren op een Kruispunt zijn de wandelbabbels een eenvoudig, laagdrempelig maar krachtig initiatief om de isolatie te doorbreken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boeren" />
                        <category term="mentaal welbevinden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e5b11a11-79d8-4acc-8050-42ec506fe651/full_width_wandelen-1.jpg</image>
                                        <content>In juni organiseert Boeren op een Kruispunt opnieuw vier Boerenwandelbabbels, een project voor de Warmste Week in de gezamenlijke strijd tegen eenzaamheid. Vlaamse land- en tuinbouwers kunnen bij de hulporganisatie terecht voor gratis begeleiding bij financiële, economische, psychologische, technische of sociale problemen. Het aantal hulpvragen ligt al vier jaar op een hoog niveau.  Zo is ook eenzaamheid een groeiende bezorgdheid. “Eenzaamheid is een stille crisis die velen raakt, ongeacht leeftijd of achtergrond. Dit geldt ook voor landbouwers. In onze dagelijkse werking van Boeren op een Kruispunt zien we veel eenzaamheid, vaak door de aard van hun werk en de vele uitdagingen”, klinkt het bij Boeren op een Kruispunt. Het gevoel van isolatie kent verschillende oorzaken zoals de hoge werkdruk, het gebrek aan sociale netwerken, economische onzekerheden en strengere regelgeving. Boeren hebben vaak het idee er alleen voor te staan, zowel in het dagelijkse werk op de boerderij, als de stijgende bezorgdheid over opvolging van het bedrijf.“Natuur-ontmoetingswandelingen zijn een eenvoudig, laagdrempelig maar krachtig initiatief om de isolatie te doorbreken. Landbouwers krijgen hierdoor de kans om informeel nieuwe contacten te leggen, gesprekken te voeren en een gevoel van gemeenschap te ervaren”, vervolgt de organisatie. “Dit werkt tevens preventief in het kader van het mentale welbevinden. Het is een bijdrage aan een meer veerkracht en onderling ondersteunende landbouwgemeenschap, waar eenieder zich gehoord, gesteund en verbonden voelt.” Data en locaties:• Vrijdag 6 juni: Poeke (Startplaats Lodorp 103, 9880 Aalter)• Vrijdag 13 juni: Westende (Startplaats Herfstlaan 18, 8434 Westende)• Vrijdag 20 juni: Balen (Startplaats Markt 34, 2490 Balen)• Vrijdag 27 juni: Boom (Startplaats Hoek 76, 2850 Boom)Praktisch:• Start om 14u, wandelingen van 5 à 5,5 km.• Waterdichte stapschoenen aanbevolen.• Afsluiten met pannenkoek en warme drank.Deelnemen is gratis, maar vooraf inschrijven is nodig.Meld je aan via de site www.boerenopeenkruispunt.be of bel naar 0800 99 138.</content>
            
            <updated>2025-05-13T16:20:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Slim boeren met lokale weerdata in Nationaal Park Brabantse Wouden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/slim-boeren-met-lokale-weerdata-in-nationaal-park-brabantse-wouden" />
            <id>https://vilt.be/57347</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het Nationaal Park Brabantse wouden komen er tien weerstations die lokale landbouwers voorzien van nauwkeurige weersinformatie. Via een app krijgen ze toegang tot de weerdata, waarmee ze hun teelten beter kunnen beheren en het gebruik van gewasbescherming beperken. Dat moet zowel zorgen voor zowel een efficiëntere landbouw als een betere leefomgeving voor de natuur. Het project is een initiatief van Boeren met Ambitie en het nationaal park zelf.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="smart farming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a221cf70-593f-466c-a4db-72c24746230b/full_width_brabantse-wouden-beersel-luct.jpg</image>
                                        <content>Dat er tussen landbouw en natuur spanningen zijn in de buurt van de Branbantse Wouden, is geen geheim. Maar soms slaan de twee sectoren ook de handen in elkaar voor een gemeenschappelijk doel. Sinds de erkenning van de Brabantse Wouden als nationaal park werkt de vzw Boeren met Ambitie samen met het Agentschap Natuur en Bos (ANB). Eén van de gezamenlijke projecten is het plaatsen van tien lokale weerstations voor landbouwers uit de buurt tussen Bierbeek en Halle. Een landbouwidee met natuurwinstHet weerstation registreert de temperatuur, neerslag, luchtvochtigheid, luchtdruk, windsnelheid en -richting. In combinatie met andere databronnen en modellen levert dat een nauwkeurige weersvoorspelling op. Aan een sterk verlaagd tarief krijgen landbouwers vervolgens via een app drie jaar lang toegang tot die informatie. Met deze informatie kunnen landbouwers beter inschatten wanneer ze gewasbeschermingsmiddelen kunnen sproeien of andere veldwerkzaamheden moeten uitvoeren. “Zo worden gewasbeschermingsmiddelen bijvoorbeeld gerichter en spaarzamer ingezet, wat niet alleen goed is voor de opbrengst maar ook voor onze bodem en natuur&quot;, reageert Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) die aanwezig was bij de ingebruikname van het eerste weerstation in Bierbeek.&quot;Als landbouwer heb je elke dag te maken met onzekerheden: het weer, administratieve verplichtingen, schommelende prijzen... Initiatieven zoals deze maken een verschil&quot;, legt landbouwer en initiatiefnemer Geert Robijns uit.&amp;nbsp; &quot;Het idee voor de weerstations is ontstaan bij ons, de landbouwers. In samenwerking met het nationaal park is het project dan mogelijk gemaakt. Het is een voorbeeld van hoe natuur en landbouw kunnen samenwerken.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-05-13T16:25:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Laiterie des Ardennes bouwt nieuwe Henegouwse kaasfabriek waardoor capaciteit verdrievoudigt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/laiterie-des-ardennes-bouwt-nieuwe-henegouwse-kaasfabriek-uit-met-vijftig-extra-jobs" />
            <id>https://vilt.be/57348</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zuivelcoöperatie Laiterie des Ardennes (LDA) breidt haar fabriek in Baudour uit met een nieuwe kaasmakerij. Dat bericht de Waalse krant L’Echo. De uitbreiding zal ongeveer vijftig banen opleveren. LDA is sinds 2021 actief op deze locatie, waar het over een kaasproductielijn beschikt met een jaarlijkse capaciteit van 32.000 ton. De nieuwe fabriekseenheid zal de capaciteit bijna verdrievoudigen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                        <category term="kaas" />
                        <category term="coöperatie" />
                        <category term="melk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6caa9723-f55c-4833-8638-b6e8ed9b6bb6/full_width_laiterie-des-ardennes-baudour-mozzarella.jpg</image>
                                        <content>Als de overname van Milcobel door FrieslandCampina wordt goedgekeurd door de mededingingsautoriteiten, zal de coöperatieve groep Laiterie des Ardennes de laatste grote, 100 procent Belgische zuivelspeler zijn. In 2021 heeft het bedrijf volop ingezet op de productie van mozzarella. Aan het begin van dit decennium voorspelde LDA-directeur Louis Ska dat “de komende jaren de markt voor mozzarella nog jaarlijks zal groeien met 4 tot 5 procent. Dat is ongeveer 150.000 ton per jaar”, liet de man eerder optekenen in VILT.De geschiedenis heeft Ska gelijk gegeven, want in 2024 was mozzarella goed voor twee derde van alle kaasproductie in België. Tussen 2018 en 2023 is de mozzarellaproductie in ons land met 27,9 procent toegenomen, cijfers die dateren van voor de uitbreiding van de LDA-fabriek. De totale mozzarellaproductie in België – dus niet enkel van LDA - lag in 2023 op 80.870 ton. Zodra de nieuwe kaasmakerij van LDA op volle toeren draait, zal het Belgisch cijfer aanzienlijk toenemen. Naar een omzet van ruim 900 miljoen euroBinnen tweeënhalf jaar zal LDA’s dochteronderneming Solarec beschikken over een nieuwe ultramoderne eenheid met een capaciteit van 50.000 tot 60.000 ton. Ze kan meer aan dan mozzarella alleen. De nieuwe productielijn is flexibel genoeg om de zuivelproducten te produceren waar op dat moment de meeste vraag naar is en die het best gewaardeerd worden. Voorlopig is dat dus wel geraspte mozzarella voor culinaire bereidingen, evenals halfharde kazen zoals Maasdam en Edam. Solarec, dat al 60 jaar bestaat en voor 90 procent eigendom is van Laiterie des Ardennes, verwerkt volgens L’Echo 1,6 miljard liter melk per jaar en produceert 100.000 ton melkpoeder, 50.000 ton boter, 180 miljoen liter UHT-melk en 30.000 ton mozzarella. Dit zal een omzet genereren van iets meer dan 900 miljoen euro.De uitbreiding van de fabriek in Henegouwen vergt een investering van “minstens 100 miljoen euro” en zou moeten leiden tot de creatie van een vijftigtal banen, zegt Louis Ska, CEO van Laiterie des Ardennes aan L’Echo. De bouw van de nieuwe productie-eenheid zal volgend jaar beginnen, met het oog op de start van de activiteiten eind 2027 of uiterlijk begin 2028. Het project wordt gefinancierd met eigen vermogen en leningen. Inspelen op groeiende B2B-markt&quot;We willen nieuwe medewerkers aantrekken, maar een succesvolle zoektocht naar partners is geen conditio sine qua non voor de uitbreiding van de kaasmakerij van Baudour. Als de zoektocht niet succesvol is, kunnen we gedwongen worden om de productiecapaciteit te verminderen”, zegt Louis Ska aan L’Echo. “Het project komt in ieder geval niet op losse schroeven te staan.&quot;De nieuwe ultramoderne fabriek van Solarec “vertegenwoordigt een strategische opportuniteit voor de Belgische melkveehouders en hun collega&#039;s in de buurlanden”, zegt de zuivelgroep in een persbericht. Solarec wil zijn slag slaan nu het ijzer heet is. Terwijl de zuivelmarkt over het algemeen stabiel is, groeit de B2B-markt. Dat komt goed uit voor Solarec, dat zich vooral richt op de industrie en horeca. “Dit stelt ons in staat om onze positie te versterken in een marktcontext waarin we steeds meer te maken krijgen met grote melkpoederexporteurs zoals Rusland, Wit-Rusland en China”, aldus Ska in L’Echo.</content>
            
            <updated>2025-05-14T08:38:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen eist transparantie van VK na uitzonderlijk harde controle op vissersboten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-vraagt-verenigd-koninkrijk-om-inspectierapporten-van-buitengewoon-streng-gecontroleerde-vissersboten" />
            <id>https://vilt.be/57349</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vorige maand werden vijf Belgische vissersvaartuigen op volle zee onderworpen aan een uitzonderlijk strenge controle door de Britse autoriteiten. De ingreep leidde tot aanzienlijke economische schade en liet een diepe indruk na bij de betrokken bemanningen. Vlaams minister van Zeevisserij Hilde Crevits (cd&amp;v) vraagt nu openheid en eist dat het Verenigd Koninkrijk de bijbehorende inspectierapporten vrijgeeft.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                        <category term="brexit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b33ffaba-15b6-41ae-9163-e390affed29f/full_width_vis-vissersboot-eu.jpg</image>
                                        <content>Inbeslagname en economische schadeHalf april kregen vijf Belgische vissersboten een opvallend rigoureuze controle te verduren op zee. De vangst werd verzegeld en de schippers werden gedwongen om naar een Britse haven te varen. Daar namen de autoriteiten de boordcomputers in beslag. Kapitein Clancy Snauwaert getuigt: “In vijftien jaar tijd heb ik zoiets nog nooit meegemaakt.” Door het ontbreken van een reserveboordcomputer moest hij terugkeren naar Zeebrugge, wat resulteerde in een economische schade van 40.000 euro. Een verklaring voor deze buitengewone controle bleef uit.Duidelijkheid en samenwerking gevraagdMinister Crevits dringt aan op snelle transparantie. Tijdens een overleg met de Britse ambassadeur in België, Anne Sherriff, vroeg ze expliciet om de inspectierapporten te delen. “Voor de vissers is het essentieel om snel duidelijkheid te krijgen over de aantijgingen én om hun boordcomputers terug te krijgen, wat tot op heden nog niet is gebeurd”, aldus Crevits.Ze pleit voor een efficiënte gegevensuitwisseling ten behoeve van duurzaam visbeheer, en stelt voor om zoals vroeger opnieuw gezamenlijke controles op zee te organiseren. “Het probleem zit niet in de controles zelf, maar in de bijzonder harde aanpak”, benadrukt ze.Ambassadeur Sherriff liet in een reactie weten dat dergelijke aanhoudingen gebaseerd zijn op inlichtingen over mogelijke overtredingen van de Britse visserijvoorschriften. “Dezelfde regels gelden voor Britse én andere EU-vaartuigen. Het VK en België blijven zich samen inzetten voor duurzame visserij en zullen hierover in gesprek blijven.”Relatie onder drukMeer dan de helft van de Vlaamse visserijactiviteit vindt plaats in Britse wateren. Toegang tot deze wateren en het behoud van de huidige quota zijn van cruciaal belang voor de sector. De visserijrelaties tussen Vlaanderen en het VK staan echter onder druk.Het handels- en samenwerkingsakkoord dat na de Brexit werd gesloten, loopt medio 2026 af. Vanaf dan moeten er jaarlijks onderhandelingen plaatsvinden over toegang tot de Britse visgronden. “Dat is economisch onhoudbaar. Zonder langetermijnperspectief kunnen onze ondernemers niet plannen”, waarschuwt Crevits.Binnenkort vindt een topontmoeting plaats tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk over versterkte veiligheidssamenwerking. België hoopt dat daarbij ook de visserijrelaties op een positieve manier worden hervat.“We pleiten samen met enkele andere Europese collega’s bij de Europese Commissie voor een akkoord dat de bestaande toegang en voorwaarden bevestigt. Alleen met een stabiel, meerjarig kader kunnen we de visbestanden verantwoord beheren. Ik kijk uit naar een constructieve samenwerking”, besluit Crevits.</content>
            
            <updated>2025-05-15T13:38:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fruit- en groentecijfers 2024: Fruitverkoop gedaald, een derde eet geen dagelijkse portie groenten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fruit-en-groentecijfers-2024-fruitverkoop-gedaald-een-derde-eet-geen-dagelijkse-portie-groenten" />
            <id>https://vilt.be/57350</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Banaan is het populairste stuk fruit, tomaat is de populairste groente en Belgen kopen steeds minder vers fruit. Dit alles leert VLAM uit consumentenonderzoeken via het YouGov-panel van 6.000 Belgische gezinnen en de iVox/VLAM-consumptietracker bij 7.300 Belgen. Alle groentesoorten konden groeien behalve sla en witloof. Na een merkbare daling in 2023, blijft de versmarkt in 2024 relatief stabiel. Een derde eet niet elke dag groenten en slechts 60 procent van de Belgen eet dagelijks fruit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="consument" />
                        <category term="supermarkt" />
                        <category term="groente" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2795b0d3-b859-41a2-8957-12d603e62000/full_width_keuken-koken-tomaat.jpg</image>
                                        <content>Geen betere graadmeter voor de economie dan een winkelkar. De ooit hoge voedselinflatie zette zijn dalend traject verder en kwam vorig jaar uit op 1,8 procent. Binnen de groentetopties, aangevoerd door de tomaat, konden alle groentesoorten groeien behalve sla en witloof. De aankopen van vers fruit kende in 2024 een lichte daling. De banaan blijft in de fruitkorf op nummer één, gevolgd door de appel op nummer twee.Belg koopt meer groenten, minder fruitDe gemiddelde groenteprijs steeg vorig jaar van 3,36 naar 3,48 euro per kilo (+3%) en het gekochte volume aan verse groenten groeide niettemin met 1,6 procent waardoor de groentebestedingen stegen met vijf procent. Vers fruit was vorig jaar 4,5 procent duurder (van 3,31 naar 3,46 euro per kg) en het volume daalde met 1,7 procent waardoor de fruitomzet vorig jaar steeg met zo’n 3 procent. Op lange termijn dalen de aankopen van vers fruit terwijl de aankopen van verse groenten stabiel blijven. Geen dagelijkse portie groentenIn 2024 kocht de Belg gemiddeld 36,5 kilo verse groenten, net geen 40 kilo vers fruit en hij besteedde er respectievelijk 127 en 138 euro aan. Samen goed voor 76,4 kilo en 265 euro. Volgens de VLAM-cijfers eet slechts 67 procent van de Belgen op een gemiddelde dag een portie groenten. Op een gemiddelde dag in 2024 at slechts 60 procent een stuk fruit. De meeste fruitetende Belgen zijn Vlamingen of Brusselaars, ouder en hoogopgeleid Opmerkelijk is dat in negen procent van de fruitmomenten het fruit niet gekocht werd, maar werd verkregen op het werk, van familie en vrienden of uit eigen kweek afkomstig was.Groei discount neemt af, meer A-merken, e-commerce en korte ketenDe totale voedings- en huishoudbestedingen stegen in 2024 met 3,5 procent dankzij het frequenter winkelen (+1,3%), een hogere besteding per winkelbezoek (+0,9%) en een groei van het aantal huishoudens (+1,3%). Het aantal winkelbezoeken kende een dieptepunt in 2020 maar steeg daarna terug naar het niveau van voor corona, namelijk 195 keer per jaar. Hiervan waren er 61 met verse groenten.De versmarkt bleef in 2024 quasi stabiel in volume. In 2024 kochten de Belgen samen voor 9,8 miljard euro aan verse voeding, wat vier procent hoger is dan het jaar voordien. In volume per capita noteerden we vorig jaar een status quo ten opzichte van 2023. De opmerkelijkste dalers in 2024 waren: de natuurlijke fruitsappen, de verse week- en schaaldieren, verse witte plattekaas, verse kruiden en aardappelen. De sterkste groeiers waren: eieren, room, boter, verse zuiveldesserts en yoghurt, maar ook plantaardige vlees- en zuivelalternatieven. Versmarkt populairder dan diepvries en conservenIn 2023 verzachtten de Belgische huishoudens de hoge voedselinflatie nog door het verkleinen van de mandgrootte (volume per trip) en het kiezen voor budgetvriendelijkere alternatieven (downtrading). Dit was in 2024 niet meer het geval. De groei van private labels en hard discount (Aldi en Lidl) is gestagneerd en de A-merken winnen terug wat terrein.  De korte keten weet zich te herstellen en heeft een marktaandeel van 1,5 procent De klassieke supermarkt (DIS 1) is met 53 procent marktaandeel een stevige marktleider gevolgd door hard discount die zijn aandeel kon verhogen van 24 naar 25 procent. De buurtsupermarkt staat op de derde plaats met 9 procent marktaandeel, de openbare markt stabiliseert op 4 procent marktaandeel. Ook de korte keten weet zich te herstellen na een dip in 2023 en heeft nu een marktaandeel van 1,5 procent. De e-commerce blijft beperkt voor verse groenten en fruit, maar verdubbelde haar aandeel van 1 procent in 2016 naar nu 2 procent. Tachtig procent van de groenten wordt in verse vorm gekocht. Diepvriesgroenten en groenten in conserven of bokalen vormen dus slechts achttien procent van het groenteverbruik van de Belg. De overige twee procent zijn kant-en-klare maaltijdsalades. Binnen het segment van verse groenten hebben de voorverpakte verwerkte groenten een aandeel van 11 procent in volume en 17 procent in bestedingen.Kleine tomaatjes, grote omzetDe tomaat blijft de koploper binnen het verse groenteassortiment met 5,14 kilo per capita, op de voet gevolgd door wortelen met 5,02 kilo per capita en op de derde plaats ajuin met 3,87 kilo per capita. Zeker kerstomaten doen het goed. Deze blijven verder groeien en zijn goed voor 37 procent van het verkochte volume aan tomaten en 56 procent van de tomatenomzet.Binnen de top tien van groenten, aangevoerd dus door de tomaat, konden alle groentesoorten groeien, behalve sla en witloof. Deze groente was vorig jaar fors duurder (+26%) en viel sterk terug in volume (-11%) maar steeg in omzet (+12%). De grootste groeiers binnen de groenten waren in 2024 de groene asperges (+32%), de Chinese kool (+21%), de Romeinse sla (+11%) en de raapjes (+10%). Op lange termijn, periode 2016 tot 2024, zijn de zoete aardappel (+1355%), het grondwitloof (+378%), de losse kerstomaten (+92%), de Chinese kool (+76%) en de Romeinse sla (+48%) de opmerkelijkste stijgers. Ook de groentepakketten die door verschillende supermarktketen aangeboden worden, boomden in de voorbije negen jaar (+399%).Banaan populairste stuk fruitHet populairste stuk fruit, is echter niet iets wat in onze contreien voorkomt. De banaan (8,09 kg per capita) blijft ook in 2024 de meest gekochte fruitsoort in België en is een stabiele nummer één. De appel is nummer twee, maar met 6,67 kg per capita is er wel een forse achterstand op de banaan. De verkoop van de appel daalde ook met één procent. Jonagold blijft wel een stevige marktleider met 40 procent van de appelmarkt. Stijgers in de top tien van fruit waren: druiven (+9%), nectarines (+5%), kiwi’s (+3%) en aardbeien (+1%). De perenverkoop zet zijn dalende trend verder (-11% in 2024). Conference wordt in deze krimpende markt steeds dominanter en maakt nu 80 procent uit van de perenverkoop (in 2016 was dit aandeel nog 69%). Ook buiten de top tien vallen er opvallende trends waar te nemen. Zo zien we dat de avocadohype nog niet is gaan liggen. Dit groen stuk fruit, populair in Mexicaanse gerechten, slaatjes en hipsterbars, zag het aandeel toenemen met zeven procent. Ook de blauwe bosbessen (+3%) deden het vorig jaar goed. Op lange termijn (2016-2024) groeit vooral de thuisconsumptie van blauwe bosbessen (+154%), avocado (+85%), watermeloen (+53%), braambessen (+48%), frambozen (+42%) en mango (+36) het sterkst. Horeca versus thuismaaltijdVolgens Foodservice Alliance steeg het aantal bezoeken in de Foodservice markt in 2024 met twee procent maar daalde de omzet met één procent naar 24,4 miljard euro. De bedrijfs-, zorg- en onderwijscatering, bars en ‘on the go’ (zoals benzinestations) deden het goed vorig jaar. In tegenstelling tot het toerisme, quick service en de restaurants en bistro’s die omzet verloren.Thuis blijft veruit de belangrijkste consumptieplaats, maar we merken op langere termijn wel een dalend belang ten voordele van buitenhuisverbruik en verbruik van afgehaalde en thuisgeleverde maaltijden. Steeds meer consumenten lijken geen tijd of zin te hebben om zelf te koken. De VLAM-cijfers leren ons dat in 2024 72 procent van de warme maaltijden van 18- tot 75-jarigen zelfbereid waren. In 2014 was dit nog 74 procent. acht procent van de warme maaltijden werd afgehaald of thuisgeleverd, en nog eens acht procent waren kant-en-klaar maaltijden. Twaalf procent van de warme maaltijden werden buitenshuis gegeten, zoals op restaurant of op het werk.</content>
            
            <updated>2025-05-14T13:51:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond vraagt prioritair watergebruik voor landbouw en dringt aan op meer overleg]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-vraagt-prioritair-watergebruik-voor-landbouw-en-dringt-aan-op-meer-overleg" />
            <id>https://vilt.be/57351</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door de aanhoudende droogte ziet Boerenbond structurele knelpunten die een antwoord vragen. Zo wil de landbouworganisatie dat er prioritaire toegang tot water komt voor landbouw als strategische sector. Daarnaast wil Boerenbond dat de minister een stakeholdersoverleg droogte bijeenroept en dat er een duidelijk kader komt dat hergebruik van water beter faciliteert.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/318dacf3-b5ed-4990-9b8c-9ee184eec801/full_width_irrigatie-landbouw-beregenen-droogte-water.jpg</image>
                                        <content>Sinds vorige week de eerste captatieverboden zijn opgelegd in delen van Oost- en West-Vlaanderen en Antwerpen, staan de kranten en nieuwswebsites vol met nieuws over de droogte. Bij boeren leefde het thema al langer, want sinds maart 2025 heeft het amper geregend. En hoewel de voorjaarswerkzaamheden daardoor bijzonder vlot zijn verlopen, snakken de gewassen intussen echt wel naar water. Bovendien zien ze dat de eigen regenwaterputten en opvangbassins stilaan leeg komen te staan. Drie vierde van landbouwers vangt regenwater opNochtans gaan boeren zorgzaam om met water, benadrukt Boerenbond. Het somt daarbij een aantal cijfers op. Zo vangt meer dan drie vierde van de landbouwers regenwater op en op 20 procent van de landbouwgronden worden er bijkomende maatregelen genomen om de sponscapaciteit van de bodem te verbeteren, zoals niet-kerende bodembewerkingen en een verhoging van het koolstofgehalte in de bodem. De voorbije jaren werd er ook fors geïnvesteerd in water door landbouwers: op drie jaar tijd waren er aanvragen voor steun van bijna 100 miljoen euro voor initiatieven rond bodem- en waterkwaliteit en waterkwantiteit. Schade is onomkeerbaar“Water is een essentiële grondstof voor planten en dieren. Op dit moment hebben zaadjes en jonge plantjes, zoals spinazie, wortelen en bieten, water nodig om te kunnen ontkiemen. Ook later in het groeiproces is water nodig”, zegt Lode Ceyssens, voorzitter van Boerenbond. Volgens hem hebben landbouwers prioritair toegang tot water nodig om voedsel te kunnen produceren. “De landbouwsector kan zijn productieproces nu eenmaal niet stilleggen. Als planten een week geen water krijgen, is de schade onomkeerbaar”, klinkt het.Nood aan meer overlegBoerenbond vraagt daarom dat Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) een stakeholderoverleg droogte organiseert, waar land- en tuinbouw als een strategische sector bij betrokken wordt. “Land- en tuinbouw moet prioriteit krijgen als er beleidskeuzes moeten worden gemaakt over de toegang tot water. Bovendien vragen we dat er een duidelijk kader komt dat hergebruik van water beter faciliteert en daarom sectoroverschrijdend overleg voorziet”, stelt Ceyssens.Het stakeholdersoverleg heeft volgens hem tot doel om de nood van water in de sector aan tafel te bespreken en te bekijken hoe actoren elkaar hierin kunnen ondersteunen. “Verder is er ook nood aan structurele maatregelen zoals investeringen in de realisatie van bufferbekkens en dient het hergebruik van bedrijfsafvalwater, gezuiverd water van rioolwaterzuiveringsinstallaties en permanente bemalingsinstallaties beter gefaciliteerd te worden”, besluit de voorzitter.</content>
            
            <updated>2025-05-14T15:24:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Probleem van verzilting neemt toe in West-Vlaamse polders]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/probleem-van-verzilting-neemt-toe-in-west-vlaamse-polders" />
            <id>https://vilt.be/57352</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>West-Vlaanderen heeft niet alleen te kampen met hevige droogte, in de polders speelt ook het probleem van verzilting. Door te weinig aanvoer van zoet water, stijgt het zoutniveau van het oppervlaktewater. Daardoor kan op termijn het gebruik voor landbouw in gevaar komen. “Verzilting is een probleem dat altijd speelt in de polder, maar de voorbije jaren is het probleem wel groter geworden", klinkt het bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f7a19b61-b541-4e8f-b5c3-05d8618a4faa/full_width_poldergraslanduitkerksepolder-wimdirckx.jpg</image>
                                        <content>Als gevolg van de droogte en een dalend waterpeil heeft gouverneur Carl Decaluwé van West-Vlaanderen vorige week een oppompverbod uitgevaardigd voor enkele onbevaarbare waterlopen in West-Vlaanderen. Het verbod is onmiddellijk van kracht en geldt voor de Rivierbeek, de Heulebeek, de (bovenloop van de) Handzamevaart en de Poekebeek.Tegelijkertijd pompt de overheid zelf massaal water uit de Leie via de Ringvaart van Gent, het kanaal Brugge-Oostende en het kanaal Plassendale-Nieuwpoort in de IJzer. Deze rivier die in Frankrijk ontspringt en door de Westhoek loopt om vervolgens in de Noordzee uit te monden bij Nieuwpoort, wordt al weken geteisterd door een hoog zoutgehalte.“Het zoete water van de Leie moet voorkomen dat de IJzer en haar zijrivieren verzilten”, vertelt Wim Van Isacker van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Verzilting is de naam voor het geleidelijk toenemen van het zoutgehalte van bodem of water. “In de polder is verzilting een bijkomend probleem naast droogte”, vervolgt hij. Zoetwaterlens in de polderDit alles heeft volgens hem te maken met het feit dat polders gewonnen zijn op zee. Overstromingen vanuit de zee zijn er dan wel niet meer, maar het grondwater blijft er wel zout. “Gebruik van grondwater is dan ook niet mogelijk in de polders”, aldus Van Isacker. Met de aanvoer van zoet water uit rivieren, grachten en regen is het oppervlaktewater wel bruikbaar. “Zoet water is lichter dan zout water en drijft dus boven. Dit is de zogenaamde zoetwaterlens in de polder”, legt hij uit.In geval van droogte en gebrekkige aanvoer van oppervlaktewater wordt deze bovenste laag zoet water dunner en treed het risico van vermenging op. Van Isacker stelt dat het zoutgehalte in sommige poldergrachten hierdoor de voorbije weken sterk gestegen is. Het zoutgehalte in water wordt uitgedrukt in microSiemens per cm. “In zoet water bedraagt dit maximaal 500 à 1.000 microSiemens per centimeter, in de Noordzee gaat het over gehaltes van 50.000 microSiemens per cm.In sommige grachten worden inmiddels waarden gemeten van 6.000 microSiemens per centimeter waarbij het gebruik van het water voor landbouwdoeleinden in gevaar komt. “Vanaf 3.000 microSiemens per cm is het water niet meer geschikt als drinkwater voor de dieren”, aldus Van Isacker. Nog geen directe bedreiging voor landbouwerHij geeft aan dat de situatie nog niet bedreigend is voor de landbouw. De verzilting treedt momenteel vooral op in lagergelegen percelen, wat grotendeels natuurgebieden zijn. Daar is verzilting opgenomen in de doelstellingen van de natuurplannen. De runderen die hier eventueel grazen, zijn min of meer aangepast aan deze situatie. Zij gaan met hun tong minder diep in het water waardoor ze minder zout water meenemen”, vervolgt Van Isacker. Of er wordt drinkwater aangevoerd. Voor de landbouw, die vooral bedreven wordt op de hogergelegen polderpercelen voorziet hij niet meteen een gevaar voor verzilting. “Maar de droogte moet ook niet te lang aanhouden.”Hij benadrukt dat het probleem van verzilting een jaarlijks terugkomend fenomeen is. “Maar normaal zien we verzilting in juli of augustus optreden en nu doet het zich al in mei voor. De voorbije jaren zagen we steeds grotere periodes van droogte, wat het risico op verzilting vergroot.” Door zoet water uit de Leie naar de IJzer op te pompen, wordt de verzilting in het IJzerbekken dus tegengegaan. Maar het is afwachten hoe lang de voorraad in de Leie nog strekt. Volgens gouverneur Carl Decaluwé zou er nog tot eind deze week voldoende water in de Leie zitten om het IJzerbekken mee te vullen.Alhoewel het probleem van verzilting lijkt toe te nemen, maakt Van Isacker zich nog geen grote zorgen. Volgens hem kan er op termijn ook nog ingegrepen worden in het waterbeheer in de West-Vlaamse polders. “We kunnen meer water opslaan in de waterlopen, we kunnen bufferbekkens aanleggen.” In de Nederlandse polders wordt gewerkt met een pompsysteem, terwijl wij met gravitaire lozing werken waarbij water afvloeit onder invloed van de zwaartekracht.” Buffers aanleggen en droogtegevoelige gewassenHij noemt het voorbeeld van de Blankenbergse Vaart, één van de uitwateringskanalen van de Nieuwe Polder van Blankenberge. “Het water uit de polder wordt bij de sluis in Blankenberge opgehouden totdat de het zeespiegelniveau lager ligt, waarna het polderwater uitvloeit in zee. “Op sommige momenten blijft de sluis enkele dagen gesloten. Dat betekent dat men, bijvoorbeeld rekening houdend met regenval, het waterniveau in de grachten laag houdt. Op het moment dat je met pompen werkt, kun je het waterniveau in de grachten hoger houden en heb je een grotere buffer zoet water.”Op termijn zou er ook overgeschakeld kunnen worden naar minder droogtegevoelige gewassen of teelten met een grotere zouttolerantie. “Aardappelen en bieten kunnen bijvoorbeeld al een behoorlijk zoutgehalte verdragen”, aldus Van Isacker. Hij waarschuwt wel voor beregening met te zout water. “Dat kan de structuur van de bodemkristallen wijzingen waardoor de kleibodem dichtslibt. Het duurt daarna jaren om dit te herstellen.”</content>
            
            <updated>2025-05-13T21:54:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Grootste bodemkoolstofkredietproject ter wereld verkeert in zwaar weer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/grootste-bodemkoolstofkredietproject-ter-wereld-verkeert-in-zwaar-weer" />
            <id>https://vilt.be/57353</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het grootste bodemkoolstofkredietproject ter wereld, waarmee bedrijven hun CO2-uitstoot kunnen compenseren, verkeert in zwaar weer. Het project werd in navolging van een beslissing van een Keniaanse rechtbank opgeschort door Verra, een internationale ngo die dergelijke projecten haar goedkeuring geeft. Daardoor is het lot ervan onzeker geworden, zo schrijft de Wall Street Journal.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="koolstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d29377be-a32c-4b09-90e5-5648ecd41f84/full_width_carbon-farming-kenia-northern-kenya-rangelands.jpg</image>
                                        <content>Het project, het Northern Kenya Rangelands Carbon Project, omvat ongeveer 1,9 miljoen hectare aan grasland dat eigendom is van de Masaai, Borana en andere inheemse herdergroepen. Daarnaast leven in het gebied ook verschillende bedreigde diersoorten, zoals jachtluipaarden, zwarte neushoorns en Rothschildgiraffen.Inbreuk op eeuwenoude rechten?Als onderdeel van het project moesten herders het grazen van hun vee roteren om zo de grassen de nodige tijd te geven om te herstellen en zo de koolstopslag te optimaliseren. Lokale herders stellen echter dat het project een inbreuk is op hun eeuwenoude rechten om het gebied te begrazen zoals ze willen. Een rechter gaf de herders in januari gelijk, waardoor het onduidelijk is hoe het nu verder moet. De beheerders van het Northern Kenya Rangelands Carbon Project tekenden wel beroep aan tegen de uitspraak van de rechter.Onder meer de Amerikaanse techgiganten Meta en Netflix hadden bij het project al koolstofkredieten opgekocht in hun streven om koolstofneutraliteit - niet meer koolstof uitstoten dan dat er wordt opgeslagen - te bereiken. Volgens de WSJ heeft het project al meer dan zes miljoen koolstofkredieten verkocht. Dat komt overeen met een waarde van 37 tot 80 miljoen euro. Volgens de ontwikkelaars zou het volledige project 50 miljoen ton koolstof kunnen capteren, wat overeenkomt met de uitstoot van miljoenen trans-Atlantische vluchten. Wat is koolstoflandbouw?&amp;nbsp;Koolstoflandbouw, of carbon farming, is een landbouwpraktijk gericht op het verhogen van de opname en opslag van koolstof (C) in de bodem en houtige biomassa. Door CO2 uit de lucht te halen en langdurig op te slaan in bodems, kan carbon farming niet alleen bijdragen aan de vermindering van broeikasgassen, maar verhoogt het in tussentijd ook de bodemvruchtbaarheid en -gezondheid met als bijgevolg een hoger waterbergend vermogen, grotere weerbaarheid tegen erosie en een positieve impact op de biodiversiteit.&amp;nbsp; Hoe claims hard maken?Koolstofkredietprojecten zijn al langer controversieel, omdat vaak niet duidelijk is of de projecten daadwerkelijk de geclaimde reductie van de uitstoot aan broeikasgassen kunnen bewerkstelligen. Om die claims hard te kunnen maken, werkt ILVO bij ons aan een koolstofmonitoringtool in het kader van een Europees project. Het is de bedoeling om de verandering in de koolstofvoorraden in de bodem en de uitstoot van broeikasgassen uit de bodem efficiënt op te volgen. Op die manier zou dan een Europees label kunnen uitgereikt worden. Ecoregelingen voor koolstoflandbouwSinds het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) dat twee jaar geleden van start is gegaan, kunnen Vlaamse landbouwers ook de ecoregeling ‘verhogen van het koolstofgehalte door het aanbrengen van producten met een hoog koolstofgehalte’ aanvragen. Daarbij krijgen landbouwers een tegemoetkoming wanneer ze stalmest, compost of houtsnippers op hun bodem aanbrengen.Sinds de introductie van de regeling in 2023 is de populariteit ervan sterk gestegen. Zo liep het aantal aangevraagde subsidies voor het toedienen van compost op van 292 boeren en 3.725,5 hectare in 2023 naar 367 boeren en 5.412 hectare vorig jaar. Ook het toedienen van houtsnippers won sterk in populariteit en steeg van 18 boeren en 87,5 hectare in 2023 tot 57 boeren en 198,5 hectare vorig jaar. Bij de toediening van stalmest steeg het aantal aanvragers van 5.809 in 2023 naar 6.317 in 2024. Het areaal steeg in dezelfde periode van 76.475,8 hectare naar 89.929,1 hectare.</content>
            
            <updated>2025-05-14T14:05:33+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ILVO mag landbouwdrones testen in nieuwe "sandbox"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgie-geeft-toelating-voor-ilvo-testzone-met-spuit-en-zaaidrones" />
            <id>https://vilt.be/57354</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) heeft groen licht gekregen voor een testzone waarin spuit- en zaaidrones in realistische, maar gecontroleerde omstandigheden kunnen worden uitgeprobeerd. De proefopstelling maakt deel uit van het Europese AgrifoodTEF-project, dat inzet op AI, robotica en data in de landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                        <category term="ILVO" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/415e7df0-5780-4d59-95ce-0316a8bf0bc2/full_width_drone-piloot-ilvo.png</image>
                                        <content>Het agrarisch onderzoekscentrum ILVO zal de nieuwe technieken testen in een ‘sandbox’. Dat is een testzone waar bepaalde wettelijke beperkingen tijdelijk versoepeld worden binnen een strikt gecontroleerde omgeving. Het is immers nog niet toegelaten om spuit- en zaaidrones te gebruiken in België. In de meeste EU-landen worden drones geclassificeerd als vliegtuigen, waarvoor dus strenge regels en beperkingen gelden.Omdat drones in realiteit verschillen van de klassieke crop dusters, waarbij gewasbescherming per vliegtuig wordt aangebracht, herbekijken vele landen hun sproeiwetten. Zo gaf Frankrijk in april toestemming voor het professioneel gebruik van sproeidrones bij &#039;laagrisico&#039; gewasbescherming, vooral in gebieden waar de traditionele methoden onpraktisch of gevaarlijk zijn zoals steile wijngaarden. Efficiëntieboost en antwoord op arbeidskrapteMaar ook in België kan de technologie haar nut bewijzen. ILVO kaart aan hoe nieuwe technologieën zoals spuitdrones en zaaidrones een antwoord kunnen bieden op uitdagingen zoals arbeidskrapte, verhogen de efficiëntie en verlagen het gebruik van grondstoffen. Maar zonder testmogelijkheden in realistische omstandigheden, blijft de stap naar de markt vaak uit. Met deze sandbox wil ILVO bedrijven dus de unieke kans geven om hun innovaties snel en onder professionele begeleiding te testen, valideren en klaar te stomen voor commerciële lancering.&amp;nbsp; “We werken elke dag aan het verbinden van de meest innovatieve  technologische innovaties zoals precisielandbouw, AI en slimme machines met de realiteit op het veld.&amp;nbsp;Want digitale landbouw werkt pas echt als ze werkt voor de boer, voor het bedrijf én voor de maatschappij”, zegt directeur Jurgen Vangeyte van de afdeling Agrifood Technology van ILVO.In de sandbox kunnen spuitdrones en zaaidrones ingezet worden voor respectievelijk behandelingen met gewasbeschermingsmiddelen en het strooien van zaad of korrels, binnen het wettelijk kader van zowel luchtvaart als landbouw. Ook autonome veldrobots die volledig zelfstandig zaaien, kunnen hier getest worden. De testen vinden plaats onder toezicht van ILVO, in samenwerking met het Departement Landbouw en Visserij en het Directoraat-Generaal Luchtvaart. Veiligheid, milieueffecten en maatschappelijke impact worden nauwgezet opgevolgd. Bedrijven die willen deelnemen aan deze sandbox kunnen zich aanmelden via AgrifoodTEF Vlaanderen.“Met deze beslissing bevestigt Vlaanderen zijn voortrekkersrol in digitale en duurzame landbouw en creëert het een kader waarin baanbrekende innovaties zich kunnen bewijzen in de praktijk”, aldus ILVO.</content>
            
            <updated>2025-05-15T13:47:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Verkoop bestrijdingsmiddelen in EU op laagste peil sinds metingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/verkoop-bestrijdingsmiddelen-in-eu-op-laagste-peil-in-decennium" />
            <id>https://vilt.be/57355</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2023 bereikt de verkoop van pesticiden in Europa het laagste niveau sinds de start van de datametingen in 2011. Dat blijkt uit een publicatie van statistiekbureau Eurostat. De stijgende kosten van bestrijdingsmiddelen zijn volgens Eurostat een gedeeltelijke verklaring van deze daling. Ook België tekent een opvallende terugval in verkoopcijfers op.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/63e7e542-84c0-4537-b5ba-4c2aa9491511/full_width_glyfosaatbestrijdingsmiddelengewasbescherming-1280.jpg</image>
                                        <content>In 2023 werd in de Europese Unie ongeveer 292.000 ton aan pesticiden verkocht. Dit betekent een daling van 9 procent ten opzichte van 2022 en een daling van 18 procent ten opzichte van 2021. Volgens Eurostat kan deze neergang gedeeltelijk verklaard worden door de toenemende kosten van de producten, die grotendeels worden veroorzaakt door de oorlog in Oekraïne en de daaruit voortvloeiende instabiliteit op de markten. “Een vertraging van de economie in 2023 werd ook waargenomen en zou ook een factor kunnen zijn die deze neergang verklaart. Niettemin worden schommelingen in de verkoop van pesticiden ook beïnvloed door de heersende agrometeorologische en economische omstandigheden”, klinkt het. Fungiciden en bactericiden (39% van het verkoopvolume), herbiciden, loofvernietigers en mosbestrijders (36%) en insecticiden en acariciden&#039; (17%) zijn de belangrijkste categorieën bestrijdingsmiddelen die in&amp;nbsp;2023 werden verkocht. België volgt de Europese trend. In 2023 daalt de verkoop van bestrijdingsmiddelen in ons land tot het laagste punt sinds 2011. Na een hoogtepunt in 2014 nam de verkoop met een derde af tot 4.800 ton actieve stof in 2023. Frankrijk, Spanje, Duitsland en Italië registreerden de hoogste verkoopvolumes in de meeste grote groepen. Deze landen zijn tevens de belangrijkste landbouwproducenten in de EU, met gezamenlijk 52 procent van het totale landbouwareaal in de EU. Belangrijk om te benadrukken is dat de verkoopcijfers niet noodzakelijk overeenkomen met daadwerkelijk gebruik. Voorraadopbouw, export en weersomstandigheden kunnen het beeld vertekenen.</content>
            
            <updated>2025-05-14T19:57:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ongeveer helft van bruine ratten is resistent tegen gangbaar rattenvergif]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ongeveer-helft-van-bruine-ratten-is-resistent-tegen-gangbaar-rattenvergif" />
            <id>https://vilt.be/57356</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ongeveer de helft van de Vlaamse rattenpopulatie is resistent tegen rattengif dat werkt op basis van bloedstolling. Dat is een duidelijke toename ten opzichte van 2013 toen ongeveer één op vijf ratten resistent was. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Het instituut raadt daarom aan op vooral in te zetten op preventie en mechanische bestrijding. Daarnaast doet het ook onderzoek naar gif dat werkt op basis van vitamine D3.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/36823b42-a2e2-463b-a9de-c42d352e6a1b/full_width_bruinerat.jpg</image>
                                        <content>In een uitvoerig rapport brengt INBO de stand van zaken rond de bestrijding van de bruine rat in Vlaanderen en Brussel. De bruine rat is afkomstig van de Aziatische steppes, maar heeft zich in de late middeleeuwen wereldwijd verspreid via handelsroutes en scheepvaart. De soort gedijt goed in de nabijheid van mensen, waar voedsel in overvloed te vinden is. Ook landbouwbedrijven zijn om die reden een uitverkoren terrein, want vaak zijn daar granen en voederresten voldoende aanwezig.Hun hoge voortplantingssnelheid kan al snel leiden tot een explosieve groei op voedselrijke locaties. Ze leven vaak in familiegroepen, maar ook in kleine groepen kunnen bruine ratten overlast veroorzaken. Zo richten ze soms vraatschade aan door voedsel voor mensen of dieren te eten of te bevuilen met haren, uitwerpselen en urine waardoor het niet meer geschikt is voor consumptie.Daarnaast kunnen ze ook met knaagschade en graafschade voor aanzienlijke schade zorgen. Bovendien zorgen ze een gezondheidsrisico omdat ze direct en indirect ziektes overdragen en kunnen ze ook een negatief effect hebben op de biodiversiteit omdat ze eieren en jongen van grondbroedende vogels, kleine zoogdieren, reptielen of amfibieën opeten. Geïntegreerde plaagbestrijding, ook voor rattenIn Vlaanderen geldt een geïntegreerde plaagbestrijdingsmethode, beter bekend als Integrated Pest Management (IPM). Dit houdt in dat het probleem eerst bestudeerd wordt en dat er vervolgens gekozen wordt voor de meest geschikte methode om rattenplagen te bestrijden. Diervriendelijke en niet-chemische methoden krijgen daarbij de voorkeur. Ook preventieve maatregelen, zoals het weghouden van dieren bij voedsel of nestplaatsen, moeten primair ingezet worden. Als deze maatregelen niet voldoende zijn, kan er mechanische bestrijding, zoals klemmen en vallen, worden toegepast. Rodenticiden of rattenvergif kan pas als laatste optie toegepast worden.Het meest gebruikte gif werkt op basis van anticoagulantia of bloedstolling. Dit middel staat ter discussie, niet alleen door de resistentie die ratten kunnen ontwikkelen, ook zijn er bezorgdheden rond de impact op dierenwelzijn en rond de impact op het milieu en de omgeving. Het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) ziet anticoagulantia persistent, bioaccumulerend en toxisch. Van zodra er volwaardige alternatieven zijn, zullen ze dus niet meer toegelaten zijn.Dat dit rattenvergif op basis van bloedstolling tot resistentie leidt, blijkt uit een genetische screening van de Vlaamse rattenpopulatie door INBO. Die screening heeft aan het licht gebract dat vandaag 51 procent van de ratten resistentie tegen middelen op basis van bloedstolling heeft ontwikkeld. In 2013 ging het om ongeveer 20 procent. De resistentie is vooral zichtbaar in het oosten en het westen van Vlaanderen, maar breidt zich langzaamaan ook uit naar het centrum. Alternatief gif op basis van vitamine D3Gezien de resistentie en de schadelijkheid van dit soort gif heeft INBO ook een alternatief rodenticide onderzocht, namelijk cholecalciferol of vitamine D3. Dit middel verstoort de fosfor- en calciumbalans bij ratten wat na vier tot zeven dagen kan leiden tot de dood. Op een proef bij een rundveebedrijf constateerden de onderzoekers dat de eerste dode dieren al na drie dagen werden waargenomen. &amp;nbsp;Zij zien als grote voordeel van dit gif dat het ook werkt voor ratten die resistent zijn tegen het gif op basis van bloedstolling. Maar er zijn ook nadelen. Zo stellen de onderzoekers vast dat er al snel een ‘stop-feeding’-effect optreedt wanneer het middel wordt getest in een praktijksituatie. De toegankelijkheid van het gif en de aanwezigheid van andere voedselbronnen kunnen daarbij een rol spelen. Ook vragen ze zich af of het middel ook diervriendelijker is dan het gif op basis van bloedstolling.Op basis van die bevindingen gaat INBO ervan uit dat dit gif op basis van vitamine D3 een effectief alternatief kan bieden bij de bestrijding van ratten op landbouwbedrijven. Het raadt een zorgvuldige toepassing aan voor een optimaal resultaat. Monitortool voor lokale besturenTot slot gingen de onderzoekers van INBO ook na op welke manier lokale besturen problemen met ratten in hun gemeente aanpakken. Op basis van een vragenlijst concluderen ze dat lokale overheden een sterk engagement tonen om problemen met ratten aan te pakken, maar dat er grote verschillen zijn in de aanpak en registratie. Om die reden werd een monitortool ontwikkeld waar lokale besturen meldingen van overlast van bruine ratten kunnen samenbrengen.“Als zo’n tool structureel en goed gebruikt wordt, kan dit ons ook helpen om de effectiviteit van de bestrijdingsaanpak, beter te evalueren”, klinkt het. Bijkomend voordeel is volgens INBO dat openbare besturen bij veel waarnemingen kunnen nagaan of er ook structurele problemen aan de oorzaak liggen, zoals een gebrekkig rioleringsstelsel of een groot aanbod aan afval. “Een gecoördineerde en preventieve aanpak is cruciaal voor een duurzame oplossing”, aldus nog het INBO-rapport.</content>
            
            <updated>2025-05-14T17:31:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Openbaar onderzoek MAP7: Laatste boeren dienen bezwaar in]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/laatste-boeren-dienen-bezwaar-tegen-ontwerp-map-7-en-mer" />
            <id>https://vilt.be/57357</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tot en met vrijdag loopt er een openbaar onderzoek over MAP 7 en het milieueffectenrapport (MER) van dit plan. Een rondvraag door VILT wijst uit dat de laatste boeren bezig zijn hun bezwaarschrift in te dienen. “We hebben al 20 jaar bemestingsbeperkingen opgelegd gekregen en nog is het nitraatgehalte in het water niet goed. Dan ligt de oorzaak toch niet in de landbouw? Dat ze eerst eens werk maken van het hele rioleringssysteem alvorens de maatregelen voor de landbouw te verscherpen”, aldus één van hen. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dee0c420-228c-46f4-9055-353c58520d76/full_width_sabine-vandeweyer.jpg</image>
                                        <content>Op woensdag 18 december werd het voorstel van decreet voor het nieuw mestactieplan (MAP7) goedgekeurd in het parlement. Nog tot en met 16 mei loopt het openbaar onderzoek waarbij boeren en tuinders de mogelijkheid hebben om bezwaar in te dienen. Melkveehoudster Sabine Vandeweyer uit Wuustwezel is één van de boeren die deze week nog een bezwaarschrift heeft ingediend.Dure grond wordt waardeloosZij heeft onder meer kritiek op de beschermingsstroken die worden verbreed om zo uitspoeling van nitraat naar de waterlopen te voorkomen. “Dat er op vijf meter geen mest op de beschermingsstrook mag en drie meter geen fytoproducten, daar hebben we niet direct een probleem mee. Maar dat vanaf 2026 de mesthoeveelheid van het betreffende perceel in mindering moet worden gebracht, is een groot probleem. Mestafzet is een dure kost.”Ook het feit dat er op de beschermingsstroken teeltbeperkingen gelden en geen gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt, is voor haar een brug te ver. “Wij moeten immers wel ook al die meters betalen aan de bank, zonder inkomen, enkel kosten”, aldus de boerin die ook de verminderde ruwvoeropbrengst noemt. Haar melkveebedrijf heeft in totaal vijf kilometer landbouwgrond dat langs grachten loopt. “Voor ons betekent deze maatregel dat we in totaal 2,5 hectare verliezen, want die grond wordt onbruikbaar.” Meer administratieve lastenBovendien betreurt de boerin de bijkomende administratieve lasten die MAP7 met zich meebrengt, bijvoorbeeld bij de uitbreiding van het verplicht mesttransport met een GPS-systeem, het zogenaamde AGR-GPS. ​Voor alle vloeibare dierlijke mest die wordt uitgereden, is het gebruik van de AGR-GPS voortaan verplicht. De enige uitzondering is eigen mest op eigen grond. Daar geldt de verplichting vanaf 1 juli. “De meeste landbouwers hebben bijna personeel nodig om het hele AGR-GPS-systeem mee op te volgen en te begeleiden. Op de dagen dat er mest op die manier wordt uitgereden, blijf ik alvast in de buurt van de gsm of tablet om alle administratieve verplichtingen klaar te spelen. De systemen haperen regelmatig en een foutje is zo snel gebeurd. Echt een grote frustratie op ons bedrijf”, stelt ze.De landbouwster heeft haar bezwaarschrift opgesteld aan de hand van een sjabloon van Boerenbond. De landbouworganisatie vertelt aan VILT dat het geen zicht heeft op het aantal bezwaarschriften die zullen worden ingediend. Alhoewel Boerenbond tot de partijen behoort die samen met de natuurorganisaties vorig jaar de krijtlijnen van MAP7 hebben uitgezet, wil het tijdens het openbaar onderzoek wel een aantal ‘aandachtspunten’ kenbaar maken.&amp;nbsp; Aandachtspunten van BoerenbondHet milieueffectenrapport bevestigt bijvoorbeeld dat met de maatregelen zoals voorzien in MAP7 de milieukwaliteit in heel Vlaanderen erop vooruitgaat, zo klinkt het bij Boerenbond. De landbouworganisatie vindt dat een logisch resultaat aangezien er maatregelen worden genomen die inspanningen vragen van de landbouwers. “Maar er worden ook kwantitatieve berekeningen gedaan met een model. Modellen kunnen helpen, maar alleen als begin van een gesprek en niet als eindpunt. Beleid voeren op basis van modellen is dan ook een slecht idee”, klinkt het. De landbouw-, milieu- en natuurorganisaties erkenden deze discussie over de modellen en daarom spraken ze af dat enkel de concrete resultaten op het terrein een antwoord kunnen bieden.Net zoals Vandeweyer is Boerenbond kritisch over het MAP-meetnet. “Wij vragen al geruime tijd dat het MAP-meetnet terug geëvalueerd wordt zodat het voldoet aan de criteria om enkel de invloed van landbouw te beoordelen zonder andere sectoren en zonder de negatieve impact van nitraatrijke bronnen, zoals afgesproken in het akkoord”, klinkt het.De landbouworganisatie beaamt dat MAP7 voornamelijk is gebaseerd op de afspraken uit het akkoord tussen landbouw-, milieu- en natuurorganisaties. “Maar er zijn enkele aanpassingen doorgevoerd die negatief uitpakken.” Als voorbeeld noemt het de beschermingsstroken waarover is opgenomen dat de eerste meter niet bewerkt of betreden mag worden en de hele strook niet mag gemaaid worden tussen 15 maart en 15 juli. “Dit maakt dat de strook niet goed meer kan onderhouden worden, wat de waterkwaliteit niet ten goede komt. Wij vragen dan ook om deze voorwaarden te schrappen.” Goede&amp;nbsp;teelt- en bemestingspraktijken cruciaal voor acceptatiegraadVerder benadrukt de belangenorganisatie het belang van “goede&amp;nbsp;teelt- en bemestingspraktijken” waarmee gereduceerde bemestingsnormen terugverdiend kunnen worden. Het MER benadrukt nog te weinig de positieve aspecten van dit instrument, want volgens Boerenbond is wetenschappelijk aangetoond dat de maatregelen geen negatieve milieu-impact hebben. “Deze moeten absoluut behouden blijven, want ze zorgen juist voor draagvlak bij de sector.”In het plan-MER worden ook alternatieven bestudeerd die bestaan uit nog veel strengere maatregelen zoals nog verdere kortingen op bemestingsnormen, grotere bufferstroken, maar die zijn volgens Boerenbond nooit besproken. “De voorgestelde alternatieven, die nog veel verder gaan dan de al strenge maatregelen uit het akkoord tussen landbouw-, milieu- en natuurorganisaties, zijn dan ook helemaal onaanvaardbaar voor de landbouwsector. Er moet bij het akkoord gebleven worden en de evaluatie van het plan moet gebeuren op basis van een correcte monitoring op het terrein gedurende twee winterjaren waarbij alle maatregelen in rekening worden gebracht, zoals afgesproken”, klinkt het.Steunmaatregelen om verlies te compenserenDe landbouworganisatie pleit verder nog voor voldoende flankerend beleid via ecoregelingen of andere steunmaatregelen om het verlies aan vruchtbare productiegrond en mestafzetruimte door de beschermingsstroken te compenseren. Ook voor het verkorten van de uitrijregel, voor onder andere effluent, eist Boerenbond compensatie. Zo zou de vergunningverlening voor extra opslagcapaciteit vergemakkelijkt moeten worden.Tot slot komt de landbouworganisatie met een waarschuwing op het gebied van mestbeleid in de verdere toekomst.&amp;nbsp; “Bemestingsnormen kunnen echter niet oneindig dalen. Planten hebben stikstof nodig om te groeien. Als er te weinig stikstof wordt gegeven, valt de groei stil en wordt de nog beschikbare stikstof ook niet meer opgenomen, waardoor de situatie slechter wordt dan wanneer er meer stikstof wordt gegeven. Het opbrengstverlies zou dan enorm zijn.”ABS hekelt praktische uitvoeringOok ABS was eerder al niet mals voor MAP7. Toenmalig voorzitter van de organisatie, Hendrik Vandamme, stelde vast dat de praktische uitvoering op het terrein knelt. Daarbij noemt hij onder meer &quot;het aanhoudende gebrek aan flexibiliteit en de administratieve last van MAP7&quot;. Hij nam ook de beschermingszones en de lage bemestingsnormen op de korrel.</content>
            
            <updated>2025-05-14T18:42:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Trailer nieuwe aflevering VILT TeeVee: vanaf zondag 18 mei op PlattelandsTV]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/trailer-nieuwe-aflevering-vilt-teevee-vanaf-zondag-18-mei-op-plattelandstv" />
            <id>https://vilt.be/57358</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In een nieuwe VILT TeeVee&nbsp;maak je kennis met Tine, een gepassioneerde melkveehoudster uit Brecht. De jonge boerin verwerkt de verse melk tot romig hoeve-ijs dat ze verkoopt in haar winkel. Je krijgt ook een unieke blik achter de schermen van een vleeskuikenbroeierij, waar broedmeester Bram het volledige proces toont van ei tot kuiken. En in Goed Gerief belichten we de geschiedenis en technologische evolutie van de cultivator. Tien jaar geleden bracht VILT TeeVee een bezoek aan Yoshi, een jong landbouwertje uit Essen. Nu keren we terug en ontdekken we hoe het hem vergaan is. Tot slot zijn ook de&nbsp;Veldloggers&nbsp;weer terug, met een nieuwe vlog vol échte verhalen vanop het Vlaamse platteland. Ontdek de boeiende wereld van de Vlaamse land- en tuinbouw in VILT TeeVee. Vanaf zondag 18 mei op Plattelandstv.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/acea9c72-b745-42e7-be72-7c3ac407e35c/full_width_thumb-14.jpg</image>
                        
            <updated>2025-05-14T18:43:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU trapt hervorming landbouwbeleid af met versoepelingen voor boeren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-trapt-hervorming-landbouwbeleid-af-met-vereenvoudigingspakket" />
            <id>https://vilt.be/57359</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie heeft woensdag een uitgebreid vereenvoudigingspakket voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voorgesteld. Door te sleutelen aan milieuregels, controles en de crisisaanpak probeert ze de Europese boeren wat ademruimte te geven en concurrentievermogen op te bouwen. Een aantal voorstellen lijken op het eerste gezicht voorbij te gaan aan de Vlaamse context, maar ingrepen zoals de herdefiniëring van waterlopen en blijvend grasland zouden voor Vlaamse boeren toch een verschil kunnen maken.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="Green Deal" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3c8bb3fa-dd2e-4386-9c13-f62ae6376d3c/full_width_beekboerbodem-provantwerpen.jpg</image>
                                        <content>“Ons nieuw omnibuspakket zal zorgen voor een ware golf van vereenvoudiging”, kondigde commissievoorzitter Ursula Von der Leyen (EVP) in niet mis te verstane woorden vorige week aan. “We maken binnenkort administratie eenvoudiger, bouwen meer flexibiliteit in en creëren meer vrijstellingen voor kleine boeren. Zo kunnen de landbouwers zich meer richten op hun bedrijf en gezin.” De aankondiging oogstte niet alleen bijval, maar ook argwaan: gaat het om vereenvoudiging van regels, of om deregulering die ten koste zou gaan van de groene GLB-ambities?Woensdag legde de Commissie uiteindelijk haar langverwachte voorstel op tafel om het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) te vereenvoudigen. Met minder administratie en meer flexibiliteit wil ze boeren beter ondersteunen en hun concurrentiekracht versterken. De eerste brede agri-vereenvoudigingsinspanning kan worden opgedeeld in vier grote thema’s.Focus op kleinschalige boerenEen eerste reeks aan concrete wetswijzigingen moet kleinschalige boeren, met minder dan tien hectare grond, een extra duwtje in de rug geven. Zo wil de Commissie de concurrentiekracht van kleinschalige boeren opkrikken door hen tot 50.000 euro aan investeringssteun aan te bieden via een nieuwe, eenvoudige financieringsoptie.Daarnaast moedigt de Commissie lidstaten aan om meer gebruik te maken van de forfaitaire betalingssystemen die mogelijk zijn voor kleinere landbouwbedrijven. Zo is het in de huidige EU-wetgeving mogelijk dat kleinschalige boeren opteren om hun jaarlijkse directe inkomenssteun via een forfaitair systeem te ontvangen. De maximumuitkering ligt vandaag op 1.250 euro, maar zou worden opgetrokken tot 2.500 euro. “Met dit betalingssysteem worden administratieve lasten voor zowel boeren als overheden verminderd, maar wordt ook een evenwichtigere verdeling van de GLB-steun bevorderd en versterkt het de plattelandsgebieden waar kleinschalige boeren een grote rol spelen”, aldus de Commissie. In Vlaanderen is zo’n forfaitair betalingssysteem tot op heden echter geen optie. Eerder dit jaar pleitte BioForum bij de minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) al voor de invoering van zo’n systeem. De controle en het tijdstip van uitbetaling van de subsidies bleken toen knelpunten te vormen. In het huidig kader wordt de uitbetaling van deze steun gekoppeld aan het halen van bepaalde milieuvereisten (conditionaliteitsprincipe) en hierdoor moeten deze boeren ook alle conditionaliteitscontroles doorlopen. Maar sommige van deze milieuconditionaliteiten wil de Commissie voor deze boeren nu laten varen. Dit zet de deur voor een forfaitair systeem in Vlaanderen misschien terug op een kier? Vereenvoudigen van milieuvereistenHet tweede luik van het voorstel heeft een rist aan vereenvoudigingsvoorstellen van milieuvereisten. “De samenhang tussen nationale regels en de vereisten uit de GLMC-normen moet verduidelijkt worden. Op die manier krijgen lidstaten meer ruimte om verschillende verplichtingen beter op elkaar af te stemmen”, aldus de Commissie. De Goede Landbouw- en Milieucondities (GLMC) vormt een reeks basisregels die landbouwers moeten naleven om in aanmerking te komen voor inkomenssteun. Deze regels beschermen onder meer de bodem, waterkwaliteit, biodiversiteit en landschapselementen. Zo wil de Commissie onder meer GLMC 1, die het behoud van permanent grasland regelt, versoepelen. Veehouders zouden op deze manier meer ruimte krijgen om grasland te gebruiken in plaats van het braak te laten liggen voor biodiversiteit of koolstofopslag. In het voorstel wordt de toegelaten afname van permanent grasland verhoogd van vijf naar tien procent van het totale landbouwareaal ten opzichte van 2018. “Dit moet meer ruimte geven voor structurele veranderingen, vooral in de veehouderij”, klinkt het. Ook de definitie van blijvend grasland wil de Commissie aanpassen. Volgens de huidige regels wordt een perceel als permanent grasland beschouwd als het vijf jaar lang als grasland wordt gebruikt, waardoor het dus niet meer zomaar in gebruik mag worden genomen voor andere teelten. Hierdoor ploegen landbouwers soms hun land om. Maar zowel voor de bedrijfsvoering als voor de biodiversiteit pakt dit nadelig uit, onder meer doordat koolstof onvoldoende wordt vastgelegd. Volgens de Commissie is het bovendien moeilijk toepasbaar in landbouwsystemen met lange vruchtwisselingen, waar onkruid anders moeilijk onder controle te houden is. De aanpassing zou lidstaten de mogelijkheid geven om die termijn te verlengen van vijf naar zeven jaar. Wat is een waterloop?Daarnaast wil de Commissie ook de definitie wijzigen van wat wordt beschouwd als ‘een waterloop’, in de norm met betrekking tot de bescherming van water (GLMC 4). Lidstaten krijgen de mogelijkheid “om hun nationale definitie van waterlopen te gebruiken, zolang die overeenstemt met het doel van GLMC 4”. Dit opent mogelijk de weg naar iets minder bufferstroken in Vlaanderen.Wat betreft de Commissie worden gecertificeerde biologische boerderijen voortaan ook automatisch beschouwd als voldaan te hebben aan verschillende GLMC-normen. Zo worden administratieve procedures en controles vermeden en kunnen ze onmiddellijk in aanmerking komen voor bepaalde steunmaatregelen.De Commissie wil het tot slot eenvoudiger maken om ook voor bepaalde agromilieu- en klimaatverbintenissen steun toe te kennen. Het gaat onder meer om steun voor de omschakeling naar of het behoud van biologische veehouderij, voor verbintenissen rond de bijenteelt, maar ook rond steun voor verplichtingen bij de bescherming van veengebieden en wetlands. Vereenvoudiging van controles op de boerderijenEen ander luik wil tegemoetkomen aan de verzuchtingen over de vele controles op het erf. Zo worden veel bedrijven meermaals per jaar bezocht door inspecteurs van verscheidene instanties en zijn die bezoeken volgens EU-commisaris voor Landbouw Christophe Hansen (EVP) &quot;een enorme stressfactor voor landbouwers&quot;. In overleg met nationale en regionale overheden wil de Commissie ernaar streven dat een landbouwer slechts één keer per jaar ter plaatse gecontroleerd zou worden op GLB-vereisten.Daarnaast wil de EU ook de gegevens stroomlijnen die controleurs nu ter plaatse nakijken, maar die ook via Copernicus-satellieten kunnen worden opgevolgd. Nationale overheden worden ook aangemoedigd om agri-administratie volgens het principe ‘één keer rapporteren, meerdere keren gebruiken’ te laten werken. Vlaanderen hoort hierbij reeds met DjustConnect tot de beste leerlingen van de klas. Andere crisisaanpakEen vierde wijziging moet het crisismanagement versterken. De ervaring met crisisbetalingen heeft de EU geleerd dat de landbouwreserve hoofdzakelijk wordt gebruikt voor natuurrampen en ongunstige klimaatomstandigheden, hoewel het hoofddoel ervan is landbouwers te helpen in geval van marktverstoring. Daarom wordt voorgesteld het gebruik ervan duidelijk te beperken tot dergelijke gebeurtenissen, en twee nieuwe crisisbetalingen op te richten waarop lidstaten een beroep kunnen doen bij natuurrampen, ongunstige klimaatgebeurtenissen of dierziekten. “Deze nieuwe betalingen zijn bedoeld als aanvulling op de landbouwreserve, niet als vervanging ervan”, klinkt het. Het geld voor deze nieuwe crisisbetalingen zullen EU-lidstaten moeten verschuiven en vrijmaken uit het budget van de directe steun en middelen voor plattelandsontwikkeling.Daarnaast dringt de Commissie er bij de nationale autoriteiten op aan om een hoger compensatieniveau vast te stellen voor landbouwers die gedekt zijn door een verzekering of andere instrumenten voor risicobeheer. Vereenvoudiging betekent niet het loslaten van milieunormen of beleidsdoelen, maar wel het efficiënter uitvoeren ervan Pragmatisme of groene ambities laten varen?Volgens initiatiefnemer van het vereenvoudigingsvoorstel, landbouwcommissaris Hansen, brengt het pakket opnieuw pragmatisme in het landbouwbeleid. “Ooit hoorde ik de uitspraak dat een boer een optimist moet zijn, anders zou hij geen boer meer zijn. Maar meer dan optimisme hebben we vandaag pragmatisme en realisme nodig in onze beleidsvorming,” zegt Hansen. “De zware administratieve verplichtingen in de sector sluiten niet aan bij de realiteit. Die regeldruk kost tijd en geld, zowel voor landbouwers als voor nationale overheden. Ze ondermijnt bovendien de bereidheid om verplichtingen na te leven en remt investeringen af.”Hansen maakt zich ook sterk dat de wijzigingen jaarlijks tot 1,58 miljard euro kunnen besparen voor boeren en 210 miljoen euro voor nationale overheden. Zijn plannen zullen later dit jaar worden beoordeeld door het Europees Parlement en de lidstaten. Het voorstel zal alvast op heel wat weerstand stuiten. Critici zien een te grote breuklijn tussen het vereenvoudigingsvoorstel en de zwaarbevochten maatregelen om het GLB groener te maken.“Vereenvoudiging betekent niet het loslaten van milieunormen of beleidsdoelen, maar wel het efficiënter uitvoeren ervan”, bijt de Commissie van zich af. “De voorgestelde maatregelen behouden de ambities van het huidige GLB en blijven inzetten op een duurzame transitie van de landbouw. Het voorstel verandert niets aan de groene architectuur, inclusief het conditionaliteitsysteem en aan het feit dat 32 procent van het totale GLB-budget toegewezen wordt aan vrijwillige acties ter bevordering van de milieu-, klimaat- en dierenwelzijnsdoelstellingen.”Maar zelfs bij geen of een beperkte inhoudelijke impact op de groene ambities, blijft de perceptie wel bestaan. Een interne dienst waarschuwde eind maart al voor deze beeldvorming. Impact Vlaamse boerenHet is voorlopig nog onduidelijk in hoeverre Vlaamse boeren de gevolgen van deze voorstellen zullen merken. De technische bepalingen en gedetailleerde voorstellen zullen nog een grondige analyse vereisen. Volgens landbouworganisatie Boerenbond is het vereenvoudigingsvoorstel alvast “een belangrijk stap in de goede richting die blijk geeft van erkenning van de disproportionele regeldruk op het terrein.”“Boerenbond gelooft sterk in vrijwillige maatregelen die uitgaan van bewuste positieve keuzes waaraan budgettaire stimulansen gekoppeld worden. We verwachten van Vlaanderen dat het deze voorstellen steunt en versterkt om zo een antwoord te bieden op disproportionele verplichtingen vandaag&quot;, klinkt het verder. De landbouworganisatie kijkt ook uit naar het tweede vereenvoudigingspakket dat later dit jaar wordt verwacht. We verwachten van Vlaanderen dat het deze voorstellen steunt en versterkt Eerste pakket van tweeTegen het einde van het jaar zal nog een tweede vereenvoudigingspakket volgen. Dit zal betrekking hebben op andere beleidsterreinen dan het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, om de brede agrovoedingsector concurrentiëler en veerkrachtiger te maken. Daarnaast liet de Commissie weten nog aanvullende wijzigingen voor te stellen om de rapportage, de nalevingskosten en de controlelast te verminderen. Volgens Hansen is bovendien niet alle overbodige bureaucratie te danken aan de Unie. “Om de boeren te ontlasten van regeldruk, kijk ik ook richting de ministers op nationaal en zelfs regionaal niveau”, aldus Hansen.</content>
            
            <updated>2025-05-15T09:07:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wat volgt er na het vereenvoudigingspakket? Dit staat nog op de Europese landbouwagenda]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wat-volgt-er-na-de-grote-landbouwvisie-dit-staat-op-de-europese-landbouwagenda" />
            <id>https://vilt.be/57360</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met het vereenvoudingspakket van woensdag is het werk van de Commissie nog niet af. Sinds de presentatie van haar landbouwvisie wacht de sector op meer concrete acties en houvast dan een vaag toekomstbeeld. Eurocommissaris van Landbouw Christophe Hansen (EVP) temperde recent echter deze verwachtingen. Een blik op de Europese agenda toont dat de Commissie zich evenwel klaarmaakt om de visie te vertalen in strategieën en plannen. Tegelijk opent ze enkele gevoelige debatten, zoals dat over de toekomst van de veehouderij, wat ongetwijfeld voor politiek vuurwerk zal zorgen. Een overzicht van wat er in de steigers staat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="jonge boeren" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d30904db-29b2-4e99-9232-86bfff69cac0/full_width_varkensboer-inagro.jpg</image>
                                        <content>In februari presenteerde de Europese Commissie haar ‘Visie voor Landbouw en Voeding’ dat de toekomst van de agrovoedingssector vorm moet geven. Het moet een antwoord bieden op zowel nieuwe sectormoeilijkheden als bekende uitdagingen zoals extreme weersomstandigheden, landbouw duurzamer maken, lage rendabiliteit, concurrentiedruk, administratieve rompslomp en het verlies van een nieuwe generatie boeren.De visie werd voorgesteld als een routekaart die het beleid tot 2040 moet sturen. Een veelgehoorde kritiek is echter dat ze te vaag is. Eurocommissaris Hansen weerlegde de kritiek onlangs op een EU-landbouwcongres door te benadrukken dat de openheid bewust is gekozen, zodat er ruimte blijft voor dialoog en inbreng. “De visie is een eerste stap op weg naar gezamenlijke actie”, zei hij. &quot;Dialoog is hierin cruciaal. Ik luister graag naar ieders suggesties hoe we deze toekomst samen vorm kunnen geven.&quot; De langetermijnvisie is met opzet vaag gehouden Gelijke normen voor importproductenHet vereenvoudigingspakket op het GLB vormt alvast een eerste concrete stap, maar wat mogen we op korte termijn nog verwachten? Hansen gaf te kennen dat de Commissie volgende maand een strategie op tafel zal leggen om het Europees waterbeheer robuuster te maken. Later dit jaar zou ook een plan moet volgen hoe de EU gelijke normen voor duurzaamheid en dierenwelzijn willen afdwingen op importproducten. Hiermee wil de EU vermijden dat haar hoge standaarden niet langer een concurrentienadeel vormen.Tegen het einde van het jaar staat ook de lancering van de bio-economiestrategie gepland. Volgens Eurocommissaris Hansen zou deze sector tegen 2035 tot 400.000 extra banen kunnen opleveren, vooral op het platteland en in kustgebieden. Dat zou deze regio’s nieuw leven inblazen en landbouwers extra alternatieve inkomsten bieden. Het kan niet zijn dat jonge boeren moeten kiezen tussen koeien of kinderen krijgen Het najaar brengt wijsheid voor generatievernieuwingNa de zomer wordt ook een strategie voor generatievernieuwing verwacht, bedoeld om de drempels weg te nemen die jonge landbouwers vandaag uit de sector houden. Toegang tot kapitaal is hierbij een grote drempel. “We zullen kleinere boeren en de volgende generatie beter ondersteunen,” zei Commissievoorzitter Von der Leyen. De EU rekent daarbij op de banksector en sloot eerder al een deal met de Europese Investeringsbank. De EIB geeft een pakket van drie miljard euro vrij om leningen te verstrekken voor landbouw, met bijzondere aandacht voor jonge landbouwers, gendergelijkheid en groene investeringen.Ook toegang tot grond om te kunnen boeren is cruciaal. In sommige Europese regio’s zoals Vlaanderen is landbouwgrond schaars en duur of blijft die jarenlang in handen van oudere boeren. Dit wil Hansen onder meer aanpakken door de grondenmarkt transparanter te maken met een EU-observatorium, dat nog deze zomer gelanceerd moet worden.Naast toegang tot krediet en land, heeft de nieuwe generatie ook nood aan kennis en diensten op het platteland. “Het kan niet zijn dat jonge boeren moeten kiezen tussen koeien of kinderen krijgen,” aldus EU-commissaris Hansen. “We zullen de aantrekkelijkheid van plattelandsgebieden verbeteren met goede leefomstandigheden, degelijke infrastructuur, sterke sociale diensten en culturele mogelijkheden.”Blik op de lange termijnOok op langere termijn belooft de visie nog een reeks maatregelen die het volgen waard zijn. Zo plant de Commissie een herziening van de wetgeving rond prijstransparantie en oneerlijke handelspraktijken. Daarnaast komt er een prijzenobservatorium voor de hele agrovoedingsketen, bedoeld om meer inzicht te geven in prijszetting langsheen de vaak complexe toeleveringsketens. Verder ligt er nog een vernieuwde eiwitstrategie in het verschiet, en werkt de Commissie aan een kader voor natuur- en koolstofcredits als alternatieve inkomstenbron voor landbouwers. Debatten geopendIntussen is men ook gestart om een langetermijnvisie voor de Europese veehouderij uit te tekenen. Het debat errond belooft fel te worden. “De sector heeft een toekomstvisie nodig die de diversiteit in de veehouderij respecteert,” stelde eurocommissaris Hansen. “We zullen de sector concurrentiëler, veerkrachtiger en duurzamer moeten maken, met oog voor de uiteenlopende omstandigheden in Europa. In heuvelachtige, grasrijke regio’s is veehouderij bijvoorbeeld de meest geschikte vorm van landbouw.”En last but not least: in 2028 komt er een nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, dat opnieuw de krijtlijnen zal uitzetten voor de toekomst van de Europese landbouw. Deze zomer zal alvast het eerste voorstel voor het volgende GLB op tafel komen, samen met meer duidelijkheid over de budgetten in het Europees meerjarig financieel kader. Ook dit belooft stevige politieke discussies. Voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen (EVP) liet zich al uit dat het toekomstige GLB eenvoudiger en doelgerichter zal moeten zijn. &quot;Laten we vooral niet repareren wat niet kapot is&quot;, voegde Hansen daar nog aan toe op het landbouwcongres. &quot;Ik wil geen revolutie, maar een zinvolle evolutie van ons beleid.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-14T22:42:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Danone stelt opnieuw gezuiverd afvalwater ter beschikking aan landbouwers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/danone-stelt-opnieuw-gezuiverd-afvalwater-ter-beschikking-aan-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/57361</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door de aanhoudende droogte en waterschaarste stelt Danone in het Vlaams-Brabantse Rotselaar opnieuw gezuiverd afvalwater ter beschikking van land- en tuinbouwers uit de regio. De voedingsproducent biedt, net als tijdens de droge zomer van 2022, dagelijks tot 100.000 liter (100 m³) overtollig water aan voor irrigatiedoeleinden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="zuivel" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/acb74c8e-0ea8-49bc-9c13-1aedd22307ab/full_width_danonefabriekrotselaar-1250.jpg</image>
                                        <content>De actie wordt ondersteund door Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie. Dankzij administratieve vereenvoudigingen op Vlaams niveau kunnen voedingsbedrijven zoals Danone hun gezuiverd afvalwater eenvoudiger ter beschikking stellen van landbouwers.Het initiatief kadert in het bredere waterbeleid van Danone, dat inzet op circulair watergebruik. Sinds een investering van 2 miljoen euro in 2020 hergebruikt de site in Rotselaar ongeveer de helft van haar waterverbruik. Daarmee vermindert de nood aan grondwater aanzienlijk.Land- en tuinbouwers kunnen het gezuiverde afvalwater ophalen aan de productiesite van Danone, na telefonisch overleg. Ophalingen zijn mogelijk van maandag tot vrijdag tussen 8u en 15u. Geïnteresseerden kunnen een afspraak maken via het nummer 016 44 22 96.</content>
            
            <updated>2025-05-15T09:54:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Jonge vleesveehouders hoopvol over toekomst: “Hogere vleesprijzen blijven wellicht aanhouden”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/jonge-vleesveehouders-hoopvol-over-toekomst-betere-vleesprijzen-zullen-aanhouden" />
            <id>https://vilt.be/57362</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De vleesveesector heeft de wind in de zeilen sinds de vleesprijzen enkele maanden geleden plots begonnen te stijgen. Experts wijzen op de dalende vleesveestapel als belangrijkste verklaring. Het aantal vleesveebedrijven en -dieren neemt al jaren af, mede door een gebrek aan bedrijfsopvolging. Dries Paelinck uit Lokeren nam anderhalf jaar geleden samen met zijn vrouw Emma het ouderlijk bedrijf over. Hij ziet de dalende trend in de veestapel als een kans: “De vleesprijzen zullen voorlopig niet meer dalen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bdeb2b5c-786a-4534-867b-c4d2e4b043e5/full_width_emma-dries-en-gaston-paelinck.jpg</image>
                                        <content>Lokale verkoop wint terreinOp het erf van de familie Paelinck zijn modernisering en diversificatie zichtbaar. Dries en zijn vader graven een sleuf van het woonhuis naar de straatkant. “Voor de stroomvoorziening van een hoeveautomaat”, legt hij uit. Deze automaat komt bovenop de bestaande hoevewinkel die elke zaterdagochtend geopend is en wordt uitgebaat door Emma.In de winkel verkopen ze rundvlees van eigen kweek, varkensvlees van een collega-boer, en andere streekproducten. De hoevewinkel, ‘t Smaakhof, werd opgericht tijdens de coronapandemie in 2021 – een periode waarin veel Vlaamse (rund)veehouders zich richtten op de korte keten om hun rendabiliteit op te krikken, nadat de sector jarenlang met stabiele, maar lage prijzen kampte. “Jarenlang werken zonder inkomen”Cijfers van de FOD Economie, geanalyseerd door de nieuwe Taskforce Agrovoeding, tonen aan dat vleesveehouders tussen 2012 en 2023 vrijwel gratis werkten. De opbrengsten dekken nauwelijks de kosten wanneer er geen loon voor de ondernemer wordt meegerekend. Al in 2020 kopte VILT: “Vleesveehouderij heeft veel weg van hobby die geld kost.” Toch lijkt corona het begin te zijn geweest van een structurele ommekeer. “Tijdens de pandemie groeide de waardering voor kwaliteitsvol rundvlees”, bevestigt Dries. De sector zag voor het eerst in jaren een prijsstijging. Die werd toen nog deels tenietgedaan door oplopende kosten, maar begin dit jaar volgde opnieuw een sterke prijsopstoot.“De prijs voor karkassen is in enkele maanden tijd gestegen van zes naar negen euro per kilo”, zegt Dries. Hij wijst op de blauwtonguitbraak als bijkomende oorzaak. Op zijn bedrijf stierven 30 kalveren – op een totaal van gemiddeld 130 kalvingen. Structurele uitdagingen blijvenEmma benadrukt dat de afname van de rundveestapel al jaren aan de gang is. “Sinds de afschaffing van het melkquotum in 2015 zijn veel rundveehouders overgestapt op melkvee, waardoor het aantal vleesveerunderen sterk gedaald is. Door slechte prijzen en toenemende regeldruk zijn veel bedrijven gestopt, vaak ook door gebrek aan opvolging.”Ook de arbeidsintensiviteit schrikt jongeren af. Belgische Witblauwe kalveren worden bijna altijd via een keizersnede geboren. Dat vergt permanente waakzaamheid. “Dankzij camera’s in de stal besparen we veel nachtelijke controles, maar soms moet je er toch uit voor een afkalving”, zegt Dries. Overname met volle overtuigingOndanks de onregelmatige uren en moeilijke financiële vooruitzichten heeft Dries nooit getwijfeld aan een toekomst als vleesveehouder. “Dit is mijn passie. Al van jongs af wist ik dat ik boer wilde worden.” Tot de overname werkte hij voltijds als kraanmachinist, terwijl hij het ouderlijk bedrijf in zijn vrije tijd ondersteunde.Dankzij die hulp konden zijn ouders altijd hun vergunning voor 350 dierplaatsen benutten. Dat bleek waardevol, aangezien de Vlaamse overheid in het kader van het PAS-decreet ‘slapende’ NER’s (Nutriëntenemissierechten) heeft geschrapt. Enkel bedrijven die hun referentiecapaciteit in de periode 2020-2022 benutten, behielden hun rechten. Volgens experts legt dit een bijkomend plafond op de vleesveestapel. “Veel collega’s gaan de komende jaren stoppen”, voorspelt Emma. “Daardoor zal het vleesaanbod verder krimpen en de prijs naar verwachting op peil blijven.”Bedrijfsopvolging gewaarborgd?Hoewel Dries zijn keuze voor het boerenleven nooit in vraag stelde, scheppen de betere marktomstandigheden mogelijkheden voor de nabije toekomst. “We willen graag de asbestdaken vervangen, en dromen van een nieuwe loods voor onze machines”, vertelt hij terwijl hij met zijn zoontje Gaston tussen de runderen poseert. Die worden nu nog gestald in een oude stal van zijn grootouders. Is de opvolging al verzekerd? “Daar is het nog te vroeg voor”, lacht Emma. “Maar als de achterdeur openstaat, loopt hij recht naar de koeien.” Als Gaston later het bedrijf zou overnemen, ziet zij een levensvatbare toekomst – mits het beleid geen onverwachte wending neemt. “Er zal altijd vlees gegeten worden. Wij Vlamingen blijven Bourgondiërs met een voorliefde voor een goed stuk vlees.” Het bedrijf in cijfersEmma en Dries Paelinck houden in Lokeren zo’n 320 Belgische Witblauwe runderen. De vrouwelijke dieren kalven drie tot vier keer alvorens ze naar het slachthuis gaan. Hun gemiddelde gewicht ligt tussen 900 en 1.000 kilo. De mannelijke kalveren blijven 20 à 22 maanden op het bedrijf en worden geslacht bij een gewicht van 780 tot 880 kilo.Het vee wordt gevoed met maïs, gras, gerst en voederbieten – allemaal van eigen teelt. De vrouwelijke runderen grazen grote delen van het jaar buiten. Daarmee hoopt het bedrijf te voldoen aan de tussentijdse doelstelling van een stikstofreductie van vijf procent tegen eind 2025. Een bijkomende generieke reductie tegen 2030 is voor de sector niet meer vereist, aangezien de veestapel sinds 2015 reeds fors is gekrompen.</content>
            
            <updated>2025-05-16T15:03:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese landbouworganisatie roept op tot symbolische actiedag tegen EU-landbouwbeleid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-landbouworganisatie-roept-op-tot-symbolische-actiedag-tegen-eu-landbouwbeleid" />
            <id>https://vilt.be/57363</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese landbouwerskoepel Copa-Cogeca roept op om op dinsdag 20 mei een pan-Europese actiedag te houden voor een sterker landbouwbeleid. Dat blijkt uit een korte mededeling op de website. Boerenbond verduidelijkt dat het gaat om een symbolische actiedag en het niet de bedoeling is dat landbouwers in groten getale op straat zullen komen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="GLB" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="toekomst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3c6c7347-53f8-4368-8054-01d2bbcc834b/full_width_boerenbond-en-copa-cogeca-tegen-natuurherstelwet.jpg</image>
                                        <content>De symbolische actiedag komt er ter gelegenheid van de besprekingen omtrent het meerjarig financieel kader van de Europese Unie. De landbouworganisaties willen erop wijzen dat naast de vele uitdagingen, onder meer inzake geopolitieke instabiliteit en economische onzekerheden, een eigen Europese voedselproductie en landbouw ook van essentieel belang zijn en daar dus ook de nodige fondsen moeten worden voor behouden en vrijgemaakt.Daarnaast richt de symbolische actie zich tegen de plannen om het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB of CAP - Common Agricultural Policy) naar het niveau van de lidstaten te overhevelen. Boerenbond vreest met name dat het onzekerheid voor de boeren creëert en dat het enkel tot meer ongelijkheid tussen lidstaten zal leiden.Kaartenhuisje als symboolVolgens de Europese landbouwerskoepel dreigt het GLB en de bijhorende Europese zekerheid daarmee &quot;als een kaartenhuisje ineen te storten&quot;. Daarom komt er ook een symbolische actie met een kaartenhuisje in de buurt van de Europese Commissie.Boerenbond-woordvoerder Tessa De Prins verduidelijkt nog dat de acties volledig los staan van de grootschalige boerenprotesten van begin 2024 en ook van de actiedag van de openbare diensten, eveneens op 20 mei.</content>
            
            <updated>2025-05-15T13:51:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sciensano pleit voor coherenter voedselbeleid: “Gezonde en duurzame voeding moet nationale prioriteit worden”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sciensano-pleit-voor-coherenter-voedselbeleid-gezonde-en-duurzame-voeding-moet-nationale-prioriteit-worden" />
            <id>https://vilt.be/57364</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ons land heeft nood aan een sterker en meer coherent beleid als we gezonde en duurzame voedingsconsumptie willen ondersteunen. Dat concludeert gezondheidsinstituut Sciensano donderdag uit een nieuw onderzoek, dat onderzocht hoe het beleid rond voedsel er vandaag uitziet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gezondheid" />
                        <category term="voeding" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/50198bd1-ab1a-462f-a26d-a4d39d5978b5/full_width_boerenmarktgroenten.jpg</image>
                                        <content>Onze huidige eetpatronen dragen sterk bij aan chronische ziekten en zijn belastend voor milieu en klimaat, stelt Sciensano. Een transitie in voedselbeleid is daarom essentieel. Sciensano analyseerde en evalueerde in een nieuw rapport het bestaande beleid.&amp;nbsp;Versnipperd beleidDe versnippering van het Belgische beleid blijft een uitdaging, concludeert het gezondheidsinstituut. Het gevoerde beleid richt zich bovendien vooral op informatieve maatregelen zoals sensibilisatie. Krachtigere instrumenten, zoals regelgeving en economische stimulansen, worden nog te veel achterwege gelaten.&amp;nbsp;De onderzoekers stelden voorts belangrijke beperkingen vast in het beleid op vlak van ruimtelijke ordening, subsidiecriteria en in de wetgeving rond reclame voor ongezonde en niet-duurzame voedingsproducten, inclusief reclame gericht op kinderen. &quot;Deze tekortkomingen ondermijnen de impact van het bestaande beleid aanzienlijk&quot;, benadrukt Sciensano.&amp;nbsp; Omdat gezonde, duurzame voeding nauwelijks voorkomt in de nieuwe EU-visie, is het des te belangrijker om hier nationaal duidelijke doelen te stellen Tegelijk liet de analyse enkele gelijkenissen zien tussen de verschillende deelstaten. Zo is er eensgezindheid over de noodzaak om reclame te beperken, de publieke voedingsaanbestedingen te verduurzamen, en lokale besturen meer juridische slagkracht te geven.&amp;nbsp;Het rapport formuleert in totaal 158 aanbevelingen voor de verschillende bestuursniveaus, om tot meer duurzame voedingsconsumptie te komen. &quot;Gezien gezonde, duurzame voeding quasi geen deel meer uitmaakt van de nieuwe Europese visie op landbouw en voeding, is het des te belangrijker om hier op lidstaatniveau een stip aan de horizon te zetten&quot;, zegt onderzoeker Michiel De Bauw. &quot;Dit rapport biedt hiervoor een aantal bouwstenen.&quot;Lees het volledige rapport op de website van Sciensano.</content>
            
            <updated>2025-05-15T14:24:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Agressie tegen Vlaamse milieuambtenaren sterk gestegen: piek bij boswachters]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/agressie-tegen-vlaamse-milieuambtenaren-sterk-gestegen-piek-bij-boswachters" />
            <id>https://vilt.be/57365</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal gevallen van agressie tegen milieuambtenaren van het Vlaamse beleidsdomein Omgeving is in vijf jaar tijd bijna vertienvoudigd. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Andy Pieters (N-VA) opvroeg bij minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v). Tussen 2020 en 2024 werden minstens 272 agressie-incidenten geregistreerd bij zes entiteiten binnen het beleidsdomein.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cee16967-4f64-43a9-a617-0d56317bfc63/full_width_boswachteranb.jpg</image>
                                        <content>Boswachters en natuurinspecteurs vaakst getroffenOpvallend is dat de boswachters en natuurinspecteurs van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) goed zijn voor de helft van de meldingen (136). “Dat is geen toeval”, zegt Pieters, “want zij beschikken over politionele bevoegdheden.”Vorige zomer maakte ANB zelf nog cijfers bekend van een welzijnsbevraging onder zijn boswachters. Daaruit bleek dat driekwart het afgelopen jaar te maken had gekregen met agressie. “Het heeft zo goed als altijd te maken met het handhaven van de toegankelijkheidsregels in de bos- en natuurgebieden van de overheid. Boswachters moeten de meest kwetsbare natuur beschermen en zien er daarom op toe dat de afspraken correct worden nageleefd waar bezoekers mogen wandelen, spelen, fietsen, ruiteren”, luidt het. Eén van de meest voorkomende problemen is de handhaving met betrekking tot het verplicht aanlijnen van honden in bos en natuur.Ook bij het Departement Omgeving (55 meldingen) worden de medewerkers geconfronteerd met agressie. Daar valt op dat de incidenten vaker voorkomen binnen het thema dierenwelzijn. Andere entiteiten zoals de Vlaamse Landmaatschappij (49 meldingen), OVAM (20) en de Vlaamse Milieumaatschappij (6) bleven niet gespaard.Explosieve stijging sinds 2022Pieters spreekt van een “explosieve evolutie”: van 10 geregistreerde gevallen in 2020 naar 96 in 2024. “Vooral bij ANB zijn de cijfers opvallend: daar steeg het aantal meldingen van psychisch en fysiek geweld van 1 in 2020 naar 41 in 2024”, aldus het parlementslid. Hij benadrukt dat niet alle feiten geregistreerd worden bij de interne meldpunten, en dat ook niet elk incident wordt aangegeven bij politie of parket. Van de 272 gemelde incidenten, werd slechts in 40 gevallen effectief aangifte gedaan.Pieters pleit dan ook voor een nultolerantiebeleid: “Bij fysiek geweld moet altijd een aangifte volgen. Daarnaast moeten risicofuncties zoals inspecteurs, terreinwerkers en vergunningverleners voldoende preventieopleidingen krijgen. Maar laat één ding duidelijk zijn: wanneer een boswachter met een blauwe plek thuiskomt, is dat niet ‘part of the job’. We mogen dit nooit normaliseren.” Agressie heeft bijna altijd een negatieve impact op het mentaal welzijn van het slachtoffer Veilige werkomgevingOok de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) merkt de toename. “We zien inderdaad een stijging in meldingen van agressie, vooral verbaal tijdens terreinbezoeken of aan de telefoon”, zegt woordvoerder Leen Van den Bergh. “Maar er waren ook enkele ernstige fysieke feiten.” VLM wijst op het belang van een veilige werkomgeving. “We tolereren geen enkele vorm van agressie. Ons beleid voorziet in preventieve maatregelen, opleidingen voor moeilijke gesprekken en psychologische ondersteuning na een incident. Agressie heeft bijna altijd een negatieve impact op het mentaal welzijn van het slachtoffer.”Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij ziet dan weer geen stijging. “Het aantal meldingen schommelt van jaar tot jaar, maar er is geen significante toename”, aldus persverantwoordelijke Bart Merckaert. “We registreren alle meldingen in een klachtenregister en elke controleur krijgt opleiding rond omgaan met agressie. We moedigen hen aan om grensoverschrijdend gedrag te melden, zodat we gepast kunnen reageren — eventueel met een officiële klacht.”</content>
            
            <updated>2025-05-15T15:52:53+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ontbossing in Brazilië op laagste peil in zes jaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ontbossing-in-brazilie-op-laagste-peil-in-zes-jaar" />
            <id>https://vilt.be/57366</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De ontbossing in Brazilië is in 2024 sterk teruggedrongen. Voor het eerst in zes jaar vertraagde de ontbossing in alle vegetatiezones van het land. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het monitoringplatform MapBiomas.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wereld" />
                        <category term="bos" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ac735b14-a824-4a14-85d1-67b4e07c3a4f/full_width_ontbossingamazoneregenwoudbrazilie-greenpeace.jpg</image>
                                        <content>In totaal verdween vorig jaar 1,4 miljoen hectare aan vegetatie – een daling van 32,4 procent ten opzichte van 2023. Ter vergelijking: in 2023 daalde de ontbossing met slechts 11 procent, en toen nog niet in alle biomen, zoals de verschillende ecosystemen in Brazilië worden genoemd. MapBiomas volgt de ontbossing sinds 2019.Nog steeds zeven bomen per secondeDe nieuwe cijfers zijn een opsteker voor president Luiz Inácio Lula da Silva, die het behoud van het Amazonewoud tot een speerpunt van zijn beleid heeft gemaakt. In november is Belém, een stad in het Amazonegebied, gastheer van de internationale klimaatconferentie COP30.Toch blijft het probleem aanzienlijk. Brazilië verliest nog steeds gemiddeld 3.403 hectare bos per dag, waarvan 1.035 hectare in het Amazonegebied. Dat komt neer op ongeveer zeven bomen per seconde, aldus MapBiomas.Tegelijk was 2024 een rampjaar op het vlak van bosbranden. Het Braziliaanse Amazonewoud kende het hoogste aantal branden in zeventien jaar.Brazilië telt een indrukwekkende diversiteit aan biomen: het Amazonewoud, het Atlantisch regenwoud (Mata Atlântica), de Cerrado (savanne), de Caatinga (droog steppelandschap), de Pantanal (’s werelds grootste moerasgebied) en de Pampa (grasvlakte in het zuiden).</content>
            
            <updated>2025-05-15T15:51:51+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eiwit van eigen bodem: veel ambitie, weinig oogst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eiwittenzelfvoorziening-botst-op-de-realiteit-van-het-veld-wat-doet-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/57367</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen droomt van meer eiwitten van eigen bodem, maar botst op de realiteit van het veld. Vier jaar na de lancering van de fameuze eiwitstrategie blijft de kloof met rendabele teelten stevig overeind. En zolang eiwitteelten niet renderen, blijft een doorbraak op het veld uit. Wat doet Vlaanderen om de eiwitstrategie alsnog te doen slagen?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="eiwitshift" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f5f159b5-9fdd-414e-9a50-a1821588c90d/full_width_sojaoogst.jpg</image>
                                        <content>Vier jaar geleden schaarden de Vlaamse overheid, kennisinstellingen en heel wat partners in de agrovoedingsketen zich achter de Vlaamse Eiwitstrategie. Tegen 2030 moet Vlaanderen een duurzamere, diversere en toekomstgerichtere eiwitvoorziening hebben uitgebouwd. Op vandaag hinkt de productie van eiwit- en oliehoudende gewassen achterop, ondanks de groeiende belangstelling voor eiwit van eigen bodem. De oorzaken zijn complex: onzekerheid over de afzetmarkt, beperkte teeltkennis, het pas recent ontwikkelen van geschikte sojarassen en een restrictiever beleid rond gewasbeschermingsmiddelen dan in andere landen. Ook de goedkope import van eiwitrijke gewassen uit het buitenland ondermijnt de lokale productie.Onderzoek en actie, maar afnemende dynamiekDe Vlaamse overheid blijft niet doof voor deze knelpunten. Sinds de start van de eiwitstrategie zijn bijna 100 acties en een vijftigtal onderzoeksprojecten opgestart. Opvallend: het aantal nieuwe acties daalt. Waar in 2021 nog 39 acties werden gelanceerd, waren dat er in 2023 slechts 13. Cijfers voor 2024 en 2025 zijn nog onvolledig.Niet alle acties richten zich op productie of consumptie van eiwitten. Zo valt 33 procent onder ‘duurzame dierlijke productie’ – een brede categorie met thema’s als renure en andere circulaire meststoffen, mobiele slachtunits, begrazing en emissiereductie.Andere projecten zijn wel gericht op nieuwe eiwitbronnen en meer plantaardige eiwitten, maar ook op productdiversiteit, meer consumptie en duurzamer diervoeder. Zo ging in 2023 een project van start rond het toasten van veldbonen op het erf, zodat melkveehouders ze rechtstreeks in hun rantsoen kunnen gebruiken. Ook initiatieven rond onder meer afzetgaranties en ondersteuning werden opgestart.Sinds 2021 werden ook vijftig onderzoeksprojecten rond eiwitten gelanceerd. De meesten focussen op nieuwe en plantaardige eiwitten. Zo lopen er studies naar eiwitten uit aquacultuur en insecten, en naar de verbetering van rassen en waardeketens. Daarnaast werden ook acht onderzoeken opgestart rond duurzamer diervoeder, met aandacht voor plantaardige eiwitten, nevenstromen en insecten. Boost via subsidiesToch blijft de rendabiliteitskloof een hardnekkig probleem. En ondanks alle inspanningen blijkt het voor veel boeren eenvoudig: rendeert het niet, dan wordt gekeken naar een ander gewas. Dat zei ook Vlaams parlementslid Bart Dochy (cd&amp;amp;v) afgelopen week tijdens een gedachtewisseling over Vlaamse soja en eiwitten in de parlementaire commissie Landbouw. Hij verwees ook naar de rol van subsidies. “Wil je dit effectief in de markt krijgen, dan zal een inspanning moeten gebeuren”, aldus Dochy.Worden landbouwers vandaag aangemoedigd om eiwitgewassen te telen? “Zeker en vast”, klinkt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. “Binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) zijn er ecoregelingen die lokale eiwitteelten ondersteunen. Zo zijn er vergoedingen voor de inzaai van éénjarige gewassen en voor vruchtafwisseling met vlinderbloemigen. Voor meerjarige eiwitteelten bestaat er ook een aparte agromilieumaatregel.”Toch is er kritiek. Marc Ballekens, manager van de federatie van de zaaizaadbedrijven (Seed@Bel) wijst op het verschil in subsidiëring. “Voor faunabraak wordt tot 1.500 euro per hectare toegekend, terwijl eiwitgewassen zoals soja het met 600 euro moeten stellen.” Hij hoopt dat het volgende GLB hierin meer ruimte zal bieden. “Op dit ogenblik zijn de opbrengsten te laag om te kunnen concurreren met andere teelten en andere landen. Technologie en innovaties zullen daar op termijn verandering in brengen, maar intussen moeten de boeren financieel ondersteund worden. Anders zullen we afhankelijk blijven van eiwitten uit de rest van de wereld.”Vlaanderen vs. de EUEr leeft twijfel of Vlaanderen dit alles alleen moet trekken. “We werken al vijftien jaar aan een sojastrategie, maar de vooruitgang is minimaal”, aldus parlementslid Lydia Peeters (Open Vld). Zij pleit voor een bredere Europese aanpak. “Als we moeten evolueren naar negen procent van het areaal, terwijl we vandaag maar één procent halen, dan moeten we binnen de EU op tafel te kloppen voor een overkoepelende strategie.”Stefaan Sintobin (Vlaams Belang) deelt haar scepsis: “We zijn sterk in strategieën, maar de resultaten blijven uit.” Hij haalt ook een tekort aan areaal aan als knelpunt van een bloeiende Vlaamse sojateelt. Soja heeft als nieuwe teelt nog een hele weg te gaan, maar heeft  heel wat in zijn mars Groeiende kennis en sectorAnderen blijven hoopvol. Stijn De Roo (cd&amp;amp;v): “Het is niet omdat het moeilijk is, dat we ermee moeten stoppen. We moeten de ambitie voor meer lokale eiwitten blijven ondersteunen. Het is een nieuwe teelt die nog een hele weg te gaan heeft, maar onderzoeksprojecten hebben al veel resultaten opgeleverd. Er wordt ook aangetoond dat er heel wat potentieel in de sojateelt zit voor Vlaanderen.”Arnout Coel (N-VA) deelt de ambitie deels, maar vraagt zich af of Vlaanderen wel voldoende schaalgrootte heeft. “Soja vergt volume om een waardig alternatief te zijn voor de import-soja. Kunnen we dit wel behappen?” Hij ziet liever de EU hierin voortouw nemen. “Ik weet niet of Vlaanderen hierop zo fel moet inzetten”, aldus Coel. Hij ziet voornamelijk toekomst in alternatieve eiwitbronnen. Landbouwminister Jo Brouns wijst tot slot op goed bemest gras als de belangrijkste eiwitbron voor de Vlaamse landbouw.</content>
            
            <updated>2025-05-19T10:34:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Week van Korte Keten neemt frisse start tussen het hoeveijs]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/week-van-korte-keten-neemt-frisse-start-tussen-het-hoeveijs" />
            <id>https://vilt.be/57368</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De achtste editie van de Week van de Korte Keten is donderdag afgetrapt start bij Mili Hoevezuivel in Lokeren. Boeren Bavo en Isabelle De Cuyper-Vandenbroucke ontvingen diverse hoogwaardigheidsbekleders op hun melkveebedrijf en hoevewinkel, waaronder Vlaams minister Jo Brouns (cd&amp;v) en gedeputeerde voor Landbouw van provincie Oost-Vlaanderen Joke Schauvliege (cd&amp;v). Er was veel reden om te vieren, want in heel Vlaanderen is de verkoop in korte keten fors toegenomen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="korte keten" />
                        <category term="VLAM" />
                        <category term="zuivel" />
                        <category term="melk" />
                        <category term="ijs" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/38d6793a-82c9-417a-b0f4-2f24ad7b383b/full_width_ijslam.jpg</image>
                                        <content>De korte keten zit sterk in de lift: voor het eerst zijn de omzetcijfers hoger dan tijdens de coronaperiode. Tegenover 2023 zijn de omzetcijfers in 2024 voor de gehele korte keten met 27 procent gestegen. De verkoop op de hoeve is toegenomen met 32 procent, de verkoop op boerenmarkten met 14 procent. Het ziet er dus naar uit dat de sector zijn post-coronadip nu goed en wel verwerkt heeft. Dit blijkt uit marktonderzoek van YouGov en iVox in opdracht van VLAM.Korte keten in cijfersVoor boeren gespecialiseerd in de korte keten roept coronajaar 2020 enigszins heimwee op. De horeca zat op slot, mensen zochten gezond en lokale voeding, en dus kenden de omzetcijfers toen een ongeziene piek. Die piek werd gevolgd door een forse terugval. Waar de omzet van de hoeveverkoop op één jaar tijd met een derde was gestegen, hernam de Vlaming in 2021 zijn oude gewoontes en viel de hoeveomzet terug. De voedselinflatie in 2022 en 2023 bracht de verkoop tot een aanzienlijk lager pitje: de Vlaming kocht meer bij de hard discount en koos vaker huismerken.Die trend lijkt nu gebroken te zijn. In 2024 steeg de rechtstreekse verkoop op de hoeve met 32 procent en komt hiermee boven het niveau van vóór corona. De omzet van de boerenmarkten evolueert positief sinds 2021 (in 2020 waren boerenmarkten gedurende bepaalde tijd verboden en zakte de omzet met 18%) en noteerde een stijging van 14 procent in 2024 tegenover 2023. Er werd gemiddeld vier euro meer besteed bij elk bezoek aan de hoevewinkel en de totale omzet van de hoeveverkoop nam toe met 32 procent. De boerenmarkten trokken meer kopers dan de voorgaande jaren en de omzet nam toe met 14 procent. Samen hadden de hoevewinkel en de boerenmarkt 1,3 procent van de distributie van verse voeding in Vlaanderen in handen in 2024.Aardappelen, groenten en fruit maken meer dan 40 procent van de omzet van de hoevewinkel uit, op de boerenmarkt is dit zelfs 45 procent. Naast aardappelen zijn appelen, peren, asperges, grondwitloof, oesterzwammen, aardbeien, kersen en eieren toppers in de hoeveverkoop. Maar er wordt ook vlees en zuivel verkocht. Op de boerenmarkt is het aanbod van overige producten zoals vis, brood en wijn ook aanzienlijk en zorgen zij voor 34 procent van de omzet. Het aantal kopers op de hoeve stabiliseerde zich in 2024, eveneens na een dalende trend, tot ongeveer één op de zeven Vlamingen. Nog weetjes: Bijna één product op drie is van biologische oorsprong. Het kerncliënteel van de hoeve bestaat uit gepensioneerden. Samen met de oudere koppels zonder kinderen en met één inkomen staan zij in voor 61 procent van de hoeveomzet.Er is dus wel nog werk aan de winkel om jongeren tot bij de boer te krijgen. En daar kan ook de boer zelf met slimme marketing een steentje aan bijdragen. Organisaties als Steunpunt Korte Keten delen tips en tricks voor een goede marketing met lokale landbouwers. En dat kan al beginnen met een simpele, goede basis. “Eén van de mogelijkheden om je activiteit zichtbaar te maken, kan al simpelweg een bord zijn langs de straatkant”, zegt Ann Detelder, manager bij Steunpunt Korte Keten “We zien vaak dat hier al tegen de basisprincipes wordt gezondigd. Hoewel er op zo’n bord niet té veel informatie moet staan, mogen je openingsuren op dit bord niet ontbreken. Kies ook voor consistente openingsuren die makkelijk te onthouden zijn voor de consument. En controleer of deze overeenkomen met de openingsuren die je deelt op sociale media of je website.”Volgens Detelder wordt de korte keten steeds minder als bijzaak gezien. “Natuurlijk zal dit variëren van bedrijf tot bedrijf, maar de afgelopen twintig jaar hebben we wel een verschuiving gezien”, zegt ze. “Sommigen houden het misschien bij een bordje en zien wel wat ervan komt, maar we zien steeds meer dat boeren de korte keten centraal zetten in hun bedrijfsvisie. Uit een enquête van het Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij leren we dat 23 procent een korteketenactiviteit heeft. Dat zijn er dus ongeveer 5.000. Deze hebben niet allemaal een uitgebreide hoevewinkel, maar toch kunnen we stellen dat korte keten lang geen kleine sector meer is.” Groenten en fruit zijn in de korte keten niet altijd duurder dan in de supermarkt. Al is dat wel de perceptie. Daar is nog werk aan de winkel Toch zijn er bepaalde remmingen die sommige consumenten weghouden van bij de boer. Eén ervan is de prijsperceptie: voor velen wordt de korte keten als duurder ingeschat dan de supermarkt. “Voor verwerkte producten is dat zeker waar”, zegt Detelder. “Mensen zijn gewend geraakt aan goedkope voeding in de supermarkt. Je kan ook onmogelijk de kostenstructuur van een klein zuivelverwerkend hoevebedrijf vergelijken met de grote spelers. Maar het eindproduct van deze kleine verwerker, is ook van een heel andere aard dan het product dat je in de retail vindt. Groenten en fruit daarentegen zijn in de korte keten niet altijd duurder dan in de supermarkt. Al is dat wel de perceptie. Wat dat betreft is er dus werk aan de winkel.”“Maar er zal altijd een spanningsveld leven tussen de consument en de burger”, zegt Detelder tot slot. “De burger vraagt kwaliteitsvolle, gezonde voeding met een eerlijke prijs voor de boer. Maar de consument, die kijkt vooral naar de prijs.” De hoevewinkel is overigens niet de enige plek waar mensen aankopen doen in korte keten. Ook de boerenmarkten trekken aanzienlijk meer volk. Het aantal kopers steeg van 5,5 naar 6,7 procent van alle Vlaamse huishoudens. De frequentie van marktbezoeken is wel geminderd van acht naar zeven keer per jaar. Per trip geven gezinnen op de markt gemiddeld 18,60 euro uit.Samen hebben de boerenmarkt en de hoevewinkel 1,3 procent van de distributie van verse voeding in Vlaanderen in handen. Vooral aardappelen en bioproducten doen het goed in korte keten, maar de grootste omzetmaker op de hoeve was vlees (24% van de omzet), gevolgd door groenten (17%), fruit (16%), aardappelen (11%) en zuivel (11%). Op de hoeve maakt agf (aardappelen, groenten en fruit) meer dan 40 procent van de omzet uit.Op de boerenmarkt is het aanbod van ‘overige’ producten’ (34%) met onder andere vis, brood en wijn relatief belangrijker dan in de hoevewinkel (15%). Op bezoek bij de ijsboerenBij boeren Bavo en Isabelle De Cuyper-Vandenbroucke is hoevezuivel al wat de klok slaat. Hun hoevewinkel Mili, die dertig jaar geleden bescheiden begonnen is in een kleine ruimte middenin de boerderij, pronkt nu met een ruime etalage grenzend aan de N70 in Lokeren. In de hoevekeuken werkt het Mili-team van negen vaste mensen. Vier van hen zijn patissiers. Al wat koud en lekker is, gaande van imposante bruidstaarten en ijslammen tot fijne frisco’s en delicate lekkernijen, wordt hier gemaakt.Van werk ‘achter de schermen’ is op deze boerderij overigens weinig sprake: Bavo en Isabelle nemen geregeld mensen mee voor een rondleiding op de boerderij. “Wij proberen vaandeldragers te zijn van de korte keten”, zegt boer Bavo. “Dus wij vinden het belangrijk dat de mensen een inzicht krijgen in hoe wij tot een goed product komen. En wij vinden dat dat een zekere transparantie met zich meebrengt.” Al was het donderdag, met het bezoek van de diverse hoogwaardigheidsbekleders, geen rondleiding zoals anders. “Deze morgen hadden we wat zenuwen voor de minister die zou langskomen, maar die zijn nu al een beetje weg”, zegt Isabelle kort voor aankomst van Jo Brouns.De minister werd eerst ontvangen in de Mili-melkstal. Een spijtig toeval wil dat het bezoek doorging net vóór een grote verbouwing. “In de oude hoek van de stal willen we binnenkort nieuwe melkrobots zetten”, zegt Isabelle. “Twintig jaar geleden hadden we ook al melkrobots, maar we waren er niet zo tevreden van: de oude melkrobot zoog te hard, wat de spenen van onze koeien irriteerde. De melkkwaliteit ging daardoor ook achteruit. Daarom hebben we de melkrobot snel weer ingewisseld voor het klassieke systeem op de carrousel. Binnenkort willen we overschakelen naar een nieuwe melkrobot.”Wat niet veranderd is, is de focus op korte keten. “Mijn schoonmama is daar dertig jaar geleden mee begonnen”, zegt Isabelle. “Mili is dan ook naar hen vernoemd: Michel en Lieve. Zij wilde een toegevoegde waarde creëren aan de boerderij met eigen melk, toen nog vanachter op de boerderij. Nu hebben we een groot gebouw aan de straatkant waardoor we veel beter bereikbaar zijn.” “We hebben hier een baan met vrij veel woon-werkverkeer”, zegt Bavo. “Mijn ouders hebben dus gekozen om van dit nadeel een voordeel te maken met hun focus op zuivelverwerking.”In totaal houden zo’n 200 koeien de hoeve draaiende, waarvan 100 actieve melkkoeien. Gelukkig voor het BMI van de gemiddelde Lokeraar, wordt niet alle melk tot ijs verwerkt. “We verwerken ongeveer een zeven procent zelf”, zegt Isabelle.“Het gros&amp;nbsp;van de melk gaat naar de melkerij”, zegt boer Bavo. “Dus het is niet zo dat de zuivelverwerking op zichzelf kan staan. Het is nog altijd de melkerij die in grote mate bepaalt of we economisch rendabel zijn, maar het is de verwerking die maakt dat we economisch robuuster staan. We wedden dus op twee paarden met de zuivelverwerking en de melkerij.”In de hoevewinkel zelf zijn vooral het ijs en de ijstaarten populair. “In de ijstaarten blinken we uit omdat we heel veel zaken op maat kunnen maken”, zegt Isabelle. “We hebben ook een zeer uitgebreide webshop. Naar particulieren toe zijn ook de melkdessertjes populair. Ook gewone melk verkopen we op de hoeve, maar dat is verwaarloosbaar.&quot;Daarnaast verkopen ze een groot deel van hun zuivelgamma aan de retail. &quot;Onze producten gaan over een brede regio, van Ninove tot Deinze, tot winkels voorbij Antwerpen. Die focus op zowel groot- als kleinhandel geeft ons slagkracht in moeilijkere tijden, zoals de coronacrisis.” Landbouwminister Brouns was onder de indruk van de rondleiding. ”Op ontdekking gaan in je buurt en de verschillende vormen van korte keten van dichtbij ervaren, is dé manier om de troeven van de korte keten te leren kennen en helpt om misvattingen weg te werken”, zegt hij. “Uit onderzoek van uit 2024 blijkt immers dat de helft van de Vlamingen het gevoel heeft te weinig kennis te hebben om rechtstreeks aan te kopen bij de boer. Producenten zoals Bavo en Isabelle brengen hun passie voor hun dieren en hun producten over op hun klanten en geven hun kwaliteitsvolle verse zuivelproducten een gezicht. Dat is van onschatbare waarde.” Feest en activiteitenNiet alleen in Lokeren wordt de Week van de Korte Keten feestelijk ingezet. Ook in De Melkweg in Tielen (Kasterlee, provincie Antwerpen) – een familiebedrijf met 300 melkkoeien en een eigen productiekeuken – wordt vrijdag feestgevierd. Gedeputeerde Jinnih Beels, burgemeester Ward Kennes en Ann Cools, zaakvoerder van De Melkweg, zullen er toelichten waarom de korte keten – van boer tot consument – zo belangrijk is voor zowel producenten als consumenten.Tijdens de Week van de Korte Keten valt er heel wat te beleven. Landbouwers, coöperaties, verenigingen, steden, gemeenten en provincies organiseren tal van activiteiten om consumenten kennis te laten maken met heerlijke, lokale producten recht van bij de boer. Een overzicht van alle activiteiten is te vinden op www.weekvandekorteketen.be/agenda.Een greep uit het aanbod: hoevefeesten met live muziek, korteketenmarkten, ontbijten of picknicks met hoeveproducten, fiets- en wandeltochten, rondleidingen op boerderijen, kinderanimatie, lezingen, proeverijen en nog veel meer. Iedereen die tussen 17 mei en 30 juni iets aankoopt in de korte keten, maakt bovendien kans op mooie prijzen.De Week van de Korte Keten is een initiatief van de Vlaamse provincies, de Vlaamse overheid (Agentschap Landbouw en Zeevisserij), het Steunpunt Korte Keten en VLAM.</content>
            
            <updated>2025-05-16T08:46:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Akkervogels in vrije val: debat over rol van predatie laait op]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/inbo-rapport-predatie-speelt-rol-in-afname-akker-en-weidevogels-maar-leefgebied-blijft-cruciaal" />
            <id>https://vilt.be/57369</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Predatie heeft een "limiterend effect" op Vlaamse akker- en weidevogelpopulaties, zo stelt het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in een nieuw rapport. Hoewel predatiebeheer tijdelijk kan helpen, ligt de sleutel tot duurzaam herstel volgens het rapport vooral in structureel habitatherstel en een fundamentele hervorming van het landbouwsysteem. Het rapport lokt uiteenlopende reacties uit. Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV) acht een terugkeer naar traditionele landbouwpraktijken onhaalbaar in het versnipperde Vlaanderen, terwijl Vogelbescherming Vlaanderen waarschuwt voor symptoombestrijding.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkervogel" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="jacht" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/aad6002c-fae1-4558-abaa-2e29a665e571/full_width_akkervogelkievit-1280.jpg</image>
                                        <content>De cijfers over akker- en weidevogels blijven jaar na jaar zorgwekkend. Vaak wordt naar de landbouw gekeken als grote veroorzaker van de achteruitgang van de populatie. De jachtsector, en ook de landbouw, wijzen dan weer naar de impact van predatie op deze grondbroedende vogels in Vlaanderen. Om die reden drong Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV), de belangenorganisatie van de jagers, aan op een onderzoek naar de impact van onder meer vossen, steenmarters, everzwijnen, dassen, kraaien en roofvogels op akker- en weidevogels.Dat onderzoek is er nu. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) heeft een 291 pagina’s tellend rapport klaar waarin het de bestaande literatuur over de impact van predatie op grondbroedende akker- en weidevogels heeft samengebracht. Het gaat onder meer om akkervogels zoals patrijs, grauwe gors, veldleeuwerik, graspieper en kwartel en om weidevogels als kievit, grutto, wulp, scholekster en tureluur. De conclusie: predatie heeft “hoogstwaarschijnlijk een limiterend effect” op alle onderzochte soorten, al worden daar ook kanttekeningen bij geplaatst. Een Europees probleem met lokale gevolgenDe achteruitgang van deze vogels is geen exclusief Vlaams fenomeen, benadrukt INBO. “We zien dit in heel Europa als gevolg van biodiversiteitsverlies”, klinkt het. “De voornaamste reden hiervoor is de intensivering van de landbouw die leidt tot het verlies en achteruitgang van geschikt leefgebied voor deze akker- en weidevogels. Deze veranderingen in habitat verstoren de balans tussen de prooidieren en hun natuurlijke vijanden.”Verschillende predatoren hebben de voorbije decennia hun plaats in het ecosysteem herwonnen, zoals de vos, steenmarter en kraaiachtigen, terwijl andere – zoals de boommarter en havik – in opmars zijn. “De meeste van deze soorten waren de voorbije 200 jaar in Vlaanderen zeldzaam of zelfs uitgestorven door toedoen van de mens. Hun herstel is het resultaat van een gewijzigd natuurbeleid en actieve beschermingsmaatregelen”, zo benadrukken de onderzoekers. Combinatie van factoren heeft limiterend effectVolgens het rapport ligt het probleem in een combinatie van factoren: afname en versnippering van leefgebied én de toename van predatoren. Vooral soorten die lang leven, op de grond broeden, slechts één legsel hebben en kwetsbaar zijn in alle levensfasen, worden hard getroffen – precies de categorie waartoe akker- en weidevogels behoren.INBO stelt dat predatiebeheer voor deze soorten effectief kán zijn, mits het breder wordt opgevat dan het doden van roofdieren. Denk aan het verbeteren van leefgebied, gebruik van niet-dodelijke maatregelen zoals nestafrastering en het verminderen van predatordruk door landschapsaanpassingen. Geen pleidooi voor doden van roofdierenTegelijk wijzen ze erop dat de relatie tussen akker- en weidevogels en predatiebeheer een erg complex vraagstuk is, dat zeer situatieafhankelijk is. Het predatiebeheer is met andere woorden zowel soort- als gebiedsspecifiek. “Dit rapport doet geen uitspraak over de keuze om bepaalde soorten al dan niet letaal (dodelijk, red.) te beheren. Naast ecologische aspecten spelen ook maatschappelijke visies, economische aspecten en ethische bedenkingen een rol bij de keuze van de maatregelen en de inzetbaarheid ervan in het kader van de beheerstrategie”, klinkt het.Het rapport stelt dat de effectiviteit van predatiebeheer sterk verschilt per gebied. Dat hangt onder andere af van: de aanwezige predatoren en hun dichtheid, de beschikbaarheid van alternatieve prooien, habitatkenmerken zoals grootte en versnippering van het gebied en de mate waarin andere predatoren het effect van beheersmaatregelen compenseren. “Deze variatie maakt dat het moeilijk op voorhand in te schatten is wat het effect van predatiebeheer in een bepaald gebied zal zijn”, luidt het. In dat kader wordt gewezen op verschillende kennislacunes die deze onzekerheid versterken. &quot;Herstel van leefgebieden als sleutel&quot;Tot slot benadrukken de onderzoekers dat predatiebeheer wel een ondersteunende rol kan spelen, maar dat de sleutel tot duurzaam herstel van akker- en weidevogelpopulaties vooral ligt in het herstellen van hun leefgebieden. “De huidige inspanningen zijn ontoereikend om het tij te keren”, aldus het rapport. Al zijn de onderzoekers van mening dat predatiebeheer tijdelijk een hulpmiddel kan zijn in afwachting van voldoende habitatherstel. “De langetermijnoplossing blijft echter een fundamentele omslag in het landbouwsysteem, zodat leefgebieden duurzaam behouden en hersteld worden”, besluiten ze dan ook. HVV weinig verrast door resultatenHubertus Vereniging Vlaanderen, op wiens vraag de studie er kwam, reageert weinig verrast op het rapport. “Buitenlandse studies hebben al herhaaldelijk het nut van predatorcontrole voor kwetsbare akkerfauna aangetoond. Wij beschikken al langer over deze studies die in het rapport worden aangehaald en hebben ze al meermaals gebruikt om ons standpunt over de impact van predatie te onderbouwen”, klinkt het.Toch is er ook kritiek op de conclusies in het rapport. “Een volledige ommekeer van het landbouwsysteem en een terugkeer naar landbouwmethoden van vroeger, zoals voorgesteld in het rapport, beschouwen wij als een utopie. Ook de veronderstelling dat akker- en weidevogels zich zouden kunnen handhaven in een ‘voldoende hersteld’ landschap zonder dat predatie wordt aangepakt, wordt in het INBO-rapport nauwelijks wetenschappelijk onderbouwd”, zegt HVV. &quot;Combinatie van drie factoren nodig in modern landbouwlandschap&quot;De jagersvereniging is van mening dat effectief herstel van grondbroeders zoals de patrijs zich op drie belangrijke oorzaken van achteruitgang richt: het herstel van leefgebied, het voorzien van wintervoedsel en doorgedreven predatorcontrole. “Dat laatste is, in tegenstelling tot wat het INBO-rapport stelt, geen tijdelijke oplossing, maar een evenwaardige en complementaire maatregel”, luidt het. Praktijkvoorbeelden en Britse studies wijzen volgens HVV uit dat het combineren van deze drie factoren effectief blijkt voor het ondersteunen van akkerfauna in een modern landbouwlandschap.“Daarnaast kan het verbeteren van het leefgebied, samen met predatorcontrole, de benodigde oppervlakte voor leefgebiedmaatregelen verkleinen, wat ook wordt bevestigd door meerdere studies die in het INBO-rapport worden genoemd. Deze aanpak is vooral relevant voor dichtbevolkte en intensief gebruikte landschappen zoals Vlaanderen, waar ruimte voor het inrichten van geschikt leefgebied beperkt is”, stelt HVV.Het nieuwe INBO-rapport bevestigt volgens de organisatie dan ook dat predatie een grote bedreiging is voor grondbroedende akker- en weidevogels in Vlaanderen en dat gerichte maatregelen tegen predatoren kunnen helpen bij het herstel van deze kwetsbare vogelsoorten. “Wij pleiten dan ook voor ruimere bejagingsmogelijkheden om de gunstige impact van predatorcontrole op kwetsbare fauna te vergroten. Het rapport benadrukt dat een aanpak die meerdere predatorsoorten betreft, het meest effectief is, aangezien verschillende predatorsoorten verantwoordelijk zijn voor de predatie”, aldus nog HVV. “Predatiebeheer zonder structurele aanpak is zinloos”Ook Vogelbescherming Vlaanderen reageert op de INBO-studie. “We zijn blij met de aandacht voor deze kwetsbare soorten, maar willen toch benadrukken dat predatiebeheer slechts een klein stukje is van een veel groter verhaal. Volgens ons moet herstel van leefgebieden altijd de centrale doelstelling blijven”, luidt het. De organisatie meent dat het een én-én-én-verhaal is: “Predatiebeheer kan een ondersteunende rol spelen, maar zonder habitatherstel blijft elke ingreep dweilen met de kraan open”, aldus woordvoerder June Heene. “Een te generieke toepassing van predatiebeheer is niet alleen inefficiënt, maar kan ook nefaste gevolgen hebben voor het ecosysteem.”Ze pleit voor prioriteit voor niet-dodelijke en preventieve maatregelen en waarschuwt voor de risico’s van generiek predatiebeheer. “Niet-dodelijke, preventieve maatregelen, zoals werken aan habitatherstel en aanpassingen in het landschap om predatoren te weren, verdienen volgens het rapport de voorkeur en kunnen op lange termijn doeltreffender zijn”, meent Heene. Zij wijst er ook op dat een duurzaam herstel van de populaties akker- en weidevogels alleen mogelijk is via structureel habitatbeheer, zoals het rapport aangeeft. “Predatiebeheersing zonder deze structurele aanpak is dus zinloos.”Tot slot kant Vogelbescherming Vlaanderen zich tegen het verder verruimen van de bejagingsmogelijkheden, waar HVV net op aandringt. “Dat is een carte blanche voor symptoombestrijding en ondermijnt elke poging tot duurzaam beheer”, besluit Heene.</content>
            
            <updated>2025-05-16T10:39:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meer jonge boeren aan het roer: aantal VLIF-aanvragen verdubbeld in 2024]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meer-jonge-starters-in-de-landbouw-verdubbeling-aanvragen-voor-vlif-bedrijfsopstart-en-overnamesteun" />
            <id>https://vilt.be/57370</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Steeds meer jonge landbouwers wagen de stap naar een eigen bedrijf. Dat blijkt uit cijfers van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), meldt het kabinet van Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v). In 2024 werden maar liefst 239 aanvragen voor VLIF-steun toegekend aan jonge starters of overnemers. Ter vergelijking: in 2022 waren dat er 135, en in 2023 slechts 110. Een duidelijke verdubbeling.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                        <category term="serre" />
                        <category term="toekomst" />
                        <category term="jonge boeren" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5574d3fc-447a-4e9a-bfb3-b812e2a6c247/full_width_jo-brouns-bezoekt-de-nijs.jpg</image>
                                        <content>De anjerkwekerij van de familie De Nijs in Erpe-Mere had woensdag hoog bezoek. Vlaamse landbouwminister Jo Brouns, Vlaams parlementslid Robrecht Bothuyne (cd&amp;amp;v) en een delegatie van Boerenbond bezocht het sierteeltbedrijf. Zoon Louis (19) runt sinds ruim een jaar het familiebedrijf en is één van de 239 jonge landbouwers die in 2024 een aanvraag voor VLIF-overnamesteun indiende.Financiële steun voor startersSinds 2022 kunnen jonge landbouwers een forfaitaire start- of overnamesteun aanvragen via het VLIF. Afhankelijk van de bedrijfsgrootte en het aantal bedrijfsleiders bedraagt die steun 40.000, 70.000 of 100.000 euro. De cijfers wijzen op een opvallende stijging van het aantal goedgekeurde aanvragen: van 135 in 2022 naar 110 in 2023, en een sprong naar 239 in 2024.Generatiewissel noodzakelijkDe landbouwsector kampt al jaren met een dalend aantal actieve landbouwers. Zowel op Vlaams als Europees niveau staat de generatiewissel dan ook hoog op de agenda. &quot;Land- en tuinbouw is een strategische sector. Als we die willen behouden, moet het aantal overnames omhoog&quot;, stelt minister Brouns.Volgens Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens zorgt onder meer de onzekerheid rond het stikstofbeleid en een toenemende regeldruk voor terughoudendheid bij jonge ondernemers. &quot;Slechts 12 procent van de landbouwers ouder dan vijftig heeft een opvolger klaarstaan. De rechtsonzekerheid in de sector speelt hierbij een grote rol&quot;, aldus Ceyssens. Kentering in ondernemersvertrouwen Toch ziet Brouns in de VLIF-cijfers een kentering. &quot;Het geeft me hoop dat steeds meer jongeren, zoals Louis, kiezen voor een toekomst in de landbouw. Het toont dat het vertrouwen terugkeert. De erkenning van landbouw als strategische sector betekent een breuk met het verleden. Mijn doel blijft om jonge landbouwers kansen te geven, onder meer door drempels weg te nemen en perspectief te bieden in het stikstofbeleid.&quot;Parlementslid Robrecht Bothuyne bevestigt het belang van de VLIF-steun. &quot;Bijna 55 procent van de Belgische landbouwbedrijven wordt geleid door 55-plussers. Instroom van jonge ondernemers is cruciaal voor onze voedselzekerheid, zeker in tijden van geopolitieke spanningen. Het is positief dat steeds meer jongeren de stap durven zetten.&quot;Bothuyne, zelf boerenzoon, meent dat het beleid van zijn partijgenoot Brouns bijdraagt aan het hernieuwde vertrouwen. &quot;Maar laten we eerlijk zijn, ook de gunstige marktomstandigheden spelen een rol in de gestegen interesse van jongeren om actief te worden in de landbouw.&quot;  Vertraging in uitbetaling steunVoor Louis De Nijs was het altijd duidelijk dat hij in de sierteelt wilde stappen. &quot;Van jongs af wist ik dat ik sierteler zou worden.&quot; Om zijn instap mogelijk te maken, investeerden zijn ouders in een uitbreiding van de serre. Op het moment van het ministerieel bezoek is de nieuwe serre van 1,1 hectare in aanbouw, goed voor een verdubbeling van het areaal. Louis kreeg een steunbelofte van 100.000 euro. Hoewel hij blij is met de subsidie, plaatst hij een kritische kanttekening. &quot;Ik diende mijn dossier anderhalf jaar geleden in. Hoewel het goedgekeurd is, wacht ik nog steeds op de eerste uitbetaling.&quot; </content>
            
            <updated>2025-05-15T21:50:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Subsidie voor ‘Bio zoekt Keten’ moet groei Vlaamse biosector aanwakkeren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/subsidie-voor-bio-zoekt-keten-moet-groei-vlaamse-biosector-aanwakkeren" />
            <id>https://vilt.be/57371</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse overheid investeert verder in de groei van de biologische landbouw. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) kent een subsidie van 224.310 euro toe aan BioForum voor het project Bio zoekt Keten 2025–2026. Dat moet de omschakeling naar bio stimuleren en de samenwerking binnen de biologische keten versterken. In 2025 ligt de focus op de biologische groentensector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/69c2629a-98fe-4009-a9be-c7df51732851/full_width_biogroententomaatkomkommerwortel.jpg</image>
                                        <content>“Bio zoekt Keten is een belangrijke schakel in onze ambitie om de biosector in Vlaanderen verder te laten groeien,” zegt minister Brouns. Met het Strategisch Plan Bio wil Vlaanderen tegen 2027 evolueren naar 5 procent biologisch landbouwareaal, 5 procent bio-omzet in de dierlijke productie en 5 procentr biologische landbouwbedrijven.Bioconsumptie maakt sprongDe consumptie van bioproducten zat in 2024 opnieuw in de lift, na een mindere periode. De stijging bedroeg 8,6 procent, met voornamelijk de segmenten zoals melk, varkens- en pluimveevlees en bepaalde groenten die aan populariteit wonnen.Om verdere groei mogelijk te maken, is marktinzicht cruciaal. Bio zoekt Keten onderzoekt of vraag en aanbod in balans zijn, waar er groeipotentieel zit en hoe de markt zich ontwikkelt voor landbouwers en bedrijven die willen omschakelen.Van boer tot winkel: keten krijgt vormHet project is een samenwerking tussen BioForum, ABS en Boerenbond, en wordt ondersteund door de Vlaamse overheid. BioForum coördineert het dagelijks werk. Het initiatief vormt een tweeluik met Bio zoekt Boer, dat landbouwers begeleidt bij de omschakeling naar bio.Naast het verbeteren van de samenwerking in de keten – van boer tot winkel – pakt Bio zoekt Keten ook knelpunten aan. Zo verstuurt het project maandelijks marktbulletins over biologische granen en eiwitgewassen en zoekt het oplossingen voor de slachtproblematiek in de biologische vleessector. Bio zoekt Keten is een hefboom voor de groei van bio in Vlaanderen In 2025 komt er extra aandacht voor de biologische groentesector. Samen met actoren uit de keten wil BioForum concrete engagementen afsluiten om de groei in deze sector te ondersteunen.“Vlaanderen is ambitieus op het vlak van biologische landbouw”, aldus minister Brouns. “Daarom blijven we investeren in projecten zoals Bio zoekt Keten. Ze zijn een belangrijke hefboom om boeren te ondersteunen en de consument bewuster voor bio te laten kiezen.”Paul Verbeke, ketenmanager bij BioForum, bevestigt het belang van de aanpak: “Bio is een blijver. In heel Europa zien we de vraag na een moeilijke periode opnieuw aantrekken.”Meer info: www.bioforum.be/bio-zoekt-keten of via info@biozoektketen.be.</content>
            
            <updated>2025-05-16T10:37:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlamingen gooien jaarlijks 46 miljoen broden in de vuilbak]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlamingen-gooien-jaarlijks-46-miljoen-broden-in-de-vuilbak" />
            <id>https://vilt.be/57372</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2022 is in Vlaamse huishoudens 36.990 ton brood in de vuilbak gegooid. Dat komt neer op 46 miljoen broden van 800 gram. Omgerekend gaat het om negen broden per huishouden per jaar, of vier sneetjes per week. Dat meldt Het Laatste Nieuws vrijdag op basis van de meest recente cijfers van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), nadat in Frankrijk de discussie losbarstte over verspilde stokbroden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="brood" />
                        <category term="voedselverlies" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0c2c8b8e-715e-4443-85cc-f47d4869461e/full_width_broodstokbrood.jpg</image>
                                        <content>&quot;Het gaat vooral over brood, maar ook pistolets en croissants worden meegeteld&quot;, zegt Jan Verheyen van OVAM. &quot;Dit is een berekening met effectief gewogen tonnages. Van brood dat meteen in de gft-bak belandt, hebben we geen sorteeranalyse. We hebben ook geen gegevens over hoeveel oud brood bij dieren belandt.&quot;Restjes verwerkenAfvalverwerkers zijn zich bewust van de problematiek. Op de website van de Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (IOK) wordt zelfs een pagina aan het thema gewijd. Zo kunnen surfers de brochure over broodverspilling aanvragen en doorklikken naar restjesrecepten. De Belgische tak van Too Good To Go, een organisatie die voedselverspilling tegengaat, voert eveneens campagne tegen broodverspilling.&amp;nbsp;Ook Lekker van bij Ons, het kookplatform van VLAM, deelt verschillende recepten met oud brood, van paneermeel tot bodems voor quiches en verloren brood.In Frankrijk is de voorbije weken gediscussieerd over stokbrood. Uit een onderzoek van Too Good To Go bleek dat 60 procent van de Fransen elke week een stuk stokbrood weggooide, waarop de organisatie voorstelde het stokbrood een maatje kleiner te maken. Dat schoot bij veel Fransen in het verkeerde keelgat. Een Franse baguette heeft een diameter van vijf tot zes centimeter en een lengte van 65 centimeter tot één meter. En wat de Fransen betreft, blijft dat zo.</content>
            
            <updated>2025-05-16T10:51:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Droogste lente in 69 jaar houdt Britse boeren in haar greep: “De komende 10 dagen zijn cruciaal”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/droogste-lente-in-69-jaar-houdt-britse-boeren-in-de-greep-komende-10-dagen-zijn-cruciaal" />
            <id>https://vilt.be/57373</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Verenigd Koninkrijk beleeft de droogste lente in bijna zeventig jaar. Dat blijkt uit een recent rapport van het Britse Milieuagentschap. Door een combinatie van uitzonderlijk veel zonuren en bitter weinig neerslag maken Britse boeren zich ernstige zorgen. De aanhoudende droogte bedreigt de waterreserves, vertraagt de gewasgroei en drukt de landbouwopbrengsten. Landbouwers waarschuwen zelfs voor graantekorten als er in de komende tien dagen geen regen van betekenis valt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/112c5b2e-1ea0-4127-bc2b-918ad88f4f55/full_width_droogtestoftractor.jpg</image>
                                        <content>Net als in België kent ook het VK een historisch droge periode. Volgens het Milieuagentschap (Environment Agency, EA) viel er van februari tot en met april dit jaar in Engeland de minste regen sinds 1956. In april lag de neerslag 50 procent onder het langjarig gemiddelde. Volgens het Britse meteorologisch instituut viel er dit voorjaar gemiddeld slechts 80 mm regen – ver onder het seizoensgemiddelde van 229 mm. Daarbovenop kwam een ongewoon hoge hoeveelheid zonneschijn: april telde 47 procent meer zonuren dan normaal en was daarmee de zonnigste aprilmaand sinds het begin van de metingen, 115 jaar geleden. De extreme weersomstandigheden van de afgelopen jaren hebben invloed op ons vermogen om het land te voeden Mislukte oogsten en zorgwekkend lage waterstandenHet aanhoudende gebrek aan regen zorgt voor groeiende onrust onder Britse landbouwers. Op veel plaatsen moesten boeren al vroeg beginnen met irrigeren, terwijl de waterstanden in reservoirs – vooral in het noordoosten en noordwesten van Engeland – ongewoon laag zijn. Volgens de National Farmers&#039; Union (NFU) zijn er al mislukte oogsten gemeld en dreigen verdere opbrengstdalingen als de droogte aanhoudt. Ook de veeteelt loopt risico: zonder voldoende gras op de weilanden kunnen boeren hun dieren moeilijk door de zomer helpen. “De extreme weersomstandigheden die we de afgelopen jaren hebben meegemaakt, hebben invloed op ons vermogen om het land te voeden”, klinkt het bij David Exwood, vicevoorzitter van de NFU. Het weer de komende tien dagen zal het verschil maken tussen een redelijke oogst en een mislukking “De tarwe komt nog maar net boven de enkels”Akkerbouwer Nigel Friend, die vee houdt en gewassen teelt op Cranborne Chase in Dorset (Zuidwest-Engeland), ondervindt de gevolgen van de droogte dagelijks. “De gewassen lijden en de hitte veroorzaakt ook problemen bij het vee. Zo treedt vliegziekte bij schapen dit jaar veel vroeger op”, vertelt hij aan de BBC. Friend waarschuwt dat graantekorten onvermijdelijk zijn als het binnen tien dagen niet regent. “Normaal komt de tarwe tot aan je knieën. Nu reikt ze amper halverwege tussen je enkel en je knie. De komende tien dagen zullen het verschil maken tussen een redelijke oogst en een mislukking.”Het Milieuagentschap waarschuwt intussen dat het risico op droogte voor deze zomer “matig” is, maar bij aanhoudende droogte snel kan toenemen.Kritiek op gebrekkige voorbereidingWaterbedrijven proberen ondertussen de schade te beperken door water tussen regio’s te verplaatsen om de droogste gebieden te ondersteunen. Tegelijk adviseert het Milieuagentschap om water te rantsoeneren. De overheid heeft de directies van waterbedrijven opgeroepen om meer actie te ondernemen tegen dreigende tekorten. Ook een verbod op het gebruik van tuinslangen ligt op tafel, mocht er geen significante regenval komen.Toch klinkt er stevige kritiek op het waterbeleid. Leden van de National Drought Group (NDG) lieten aan de Britse krant The Guardian weten dat het systeem &quot;geen enkele marge&quot; heeft en dat waterbedrijven &quot;schromelijk onvoldoende voorbereid&quot; zijn op droogte. Voor veel betrokkenen lijkt het noodplan niet verder te reiken dan “hopen op regen”.De laatste keer dat het VK te maken kreeg met ernstige droogte was in 2022. Volgens de NDG zijn de huidige omstandigheden alarmerend vergelijkbaar.</content>
            
            <updated>2025-05-16T11:33:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nu ook captatieverbod in Vlaams-Brabantse Pajottegem en Bever]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nu-ook-captatieverbod-in-vlaams-brabantse-pajottegem-en-bever" />
            <id>https://vilt.be/57374</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Sinds vrijdag mag er geen water meer worden onttrokken uit de rivier de Mark op het grondgebied van Vlaams-Brabant. Dat is donderdag beslist op het provinciaal droogteoverleg.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e1a9c899-4aaa-4256-8017-375dd8ecc931/full_width_droogte-water-irrigatie.jpg</image>
                                        <content>In het stroomgebied van de Mark zijn de ecologische minimumdebieten onderschreden, stelde de commissie vast. Landbouwers mogen daarom geen water meer oppompen uit de onbevaarbare waterlopen en publieke grachten in de gemeenten Pajottegem en Bever. Wel zijn er een aantal uitzonderingen toegelaten: zo mag het water wel nog gebruikt worden als drinkwater voor vee.&amp;nbsp;&quot;We volgen de situatie van nabij op, want ook voor de komende dagen verwachten we nog geen neerslag&quot;, vertelt plaatsvervangend provinciegouverneur Kelly Verbist. &quot;Indien de situatie verslechtert, zullen we bijkomende maatregelen nemen. Van zodra de waterlopen zich voldoende herstellen, kan het verbod worden ingetrokken.&quot;&amp;nbsp;Aan de politie is gevraagd om controles uit te voeren op de naleving van het verbod.Eerder namen provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen al droogtemaatregelen met onder meer tijdelijke oppompverboden in waterlopen. Een overzicht van alle droogtemaatregelen per provincie vind je op de website van de Vlaamse overheid.</content>
            
            <updated>2025-05-16T11:02:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Invoerheffingen op Russisch kunstmest weer een stapje dichterbij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/invoerheffingen-op-russisch-kunstmest-weer-een-stapje-dichterbij" />
            <id>https://vilt.be/57375</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Via een forse verhoging van de invoerheffingen wil de Europese Unie de komende jaren de afhankelijkheid van meststoffen uit Rusland uitfaseren. Tegen 2028 moet het tarief zo hoog zijn dat de import helemaal wordt lamgelegd. Daarmee wil de EU twee doelen bereiken: niet langer de oorlogskas van de Russen spijzen en meer ademruimte geven aan de eigen Europese producenten van kunstmest.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Oorlog Oekraïne" />
                        <category term="mest" />
                        <category term="ruslandboycot" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/04acf902-e0fd-4fe2-af33-167051e152c1/full_width_kunstmeststofwittekorrel.jpg</image>
                                        <content>De handelscommissie van het Europees Parlement stemde donderdag in met een voorstel van de Europese Commissie om de heffingen op meststoffen uit Rusland en Wit-Rusland gevoelig op te trekken: van ongeveer 40 tot 45 euro per ton tot een onbetaalbaar tarief van 430 euro per ton tegen 2028.&amp;nbsp;De Commissie wordt wel gevraagd om mogelijke prijsstijgingen op de markt in de gaten te houden. &amp;nbsp; Europese kunstmestmarkt is ontwrichtHet idee om de invoerheffingen op kunstmest te verhogen, leeft al langer. Want terwijl de globale handel met Rusland sinds de invasie in Oekraïne in 2022 in elkaar klapte, is de Europese Unie steeds meer meststoffen uit het land gaan invoeren. Meer dan een kwart van de import komt uit Rusland. Vorig jaar werd er liefst 6,17 miljoen ton ingeslagen voor een waarde van 2,12 miljard euro, het hoogste volume sinds de invasie. Ook België is steeds afhankelijker geworden van Russische kunstmest: maar liefst 40 procent van onze import komt uit Rusland, zo bracht VILT eerder al in kaart.Het lamleggen van de import van Russische mest moet niet enkel de afhankelijkheid van Moskou indijken en een inkomstenbron voor de Russische oorlogskas raken. Het moet ook ademruimte geven aan de Europese producenten, die kreunen onder de import van goedkope kunstmest, want sinds de start van de oorlog in Oekraïne is de Europese kunstmestmarkt ontwricht.Door de economische sancties op Russisch gas en olie, stegen de energieprijzen in Europa fors. Maar hoewel aardgas een essentiële grondstof is voor stikstofkunstmest, bleef de invoer van Russisch kunstmeststoffen altijd buiten schot als sanctie. Terwijl sommige Europese kunstmestfabrieken besloten om tijdelijk de productie stil te leggen door de hoge energieprijzen, kon Rusland ondertussen zijn goedkoop gas in beperkte mate blijven valoriseren via stikstofkunstmest op de Europese markt.Eén van de redenen om geen sancties op Russische kunstmeststoffen in te voeren, was de mogelijke negatieve impact op de wereldwijde voedselzekerheid. Maar de Commissie stelt nu echter dat “de verhoogde importtarieven in de EU geen gevolgen hebben voor doorvoer naar derde landen. Het kan er net toe leiden dat Russische kunstmeststoffen en landbouwproducten breder beschikbaar worden in derde landen, aangezien de EU deze niet meer afneemt”, zo luidt de motivatie. Ook andere reeks heffingen goedgekeurdDaarnaast viseren de Europarlementsleden de resterende landbouwproducten uit Rusland en Wit-Rusland die nog niet onder bijzondere heffingen vallen. Het gaat onder meer om suiker, azijn, bloem en veevoeder, alles samen goed voor 15 procent van de invoer van landbouwproducten uit Rusland. Voor die producten wordt het tarief nu opgetrokken tot 50 procent.&amp;nbsp;De plenaire vergadering van het Europees Parlement zal de tariefverhogingen later deze maand bekrachtigen. Nadien moeten de parlementsleden nog een akkoord bereiken met de lidstaten.</content>
            
            <updated>2025-05-16T11:31:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aanhoudende droogte bezorgt industriegroentetelers kopzorgen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/droogte-bezorgt-industriegroentelers-kopzorgen" />
            <id>https://vilt.be/57376</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De droogte stelt telers van industriegroenten zwaar op de proef. Zaaigoed van onder andere uien, wortelen, erwten en bonen krijgt nauwelijks de kans om te ontkiemen, terwijl oogstrijpe lentespinazie juist dringend water nodig heeft. In veel gebieden geldt inmiddels een oppompverbod voor grondwater, terwijl aanvoer per vrachtwagen bijzonder duur is. “De droogte is zorgwekkend en zal een impact hebben in delen van Vlaanderen en Noord-Frankrijk”, stelt Tijl Goens, operationeel directeur van diepvriesgroentespecialist Ardo. Praktijkcentrum voor de groenteteelt Viaverda waarschuwt dat “rampscenario’s voor de deur staan".</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                        <category term="groente" />
                        <category term="akkerbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dd2ba538-7d0b-4701-9d5d-bb33a94fad3c/full_width_droogteberegeninggroenteteelt-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Kurkdroge regio’s en groeiende zorgenSinds maart is in sommige Vlaamse regio’s nauwelijks regen gevallen. Vooral West- en Oost-Vlaanderen – gekend om hun intensieve industriegroenteteelt – kampen met ernstige droogte. “Door onttrekkingsverboden in diverse regio’s kunnen telers hun gewassen amper aan de groei krijgen of houden”, aldus Ellen Dendauw van Viaverda.Hoewel het volgens Tijl Goens nog te vroeg is om uitspraken te doen over de opbrengsten, bereidt Ardo zich voor op een verminderde aanvoer van erwten en spinazie. “Als de droogte aanhoudt, zullen we ons erwtenprogramma moeten bijstellen. Ook de momenteel geoogste lentespinazie lijdt sterk onder het watertekort.”Lentespinazie en rabarber kampen met waternoodDe problemen spitsen zich toe op twee fronten: groenten die momenteel geoogst worden en veel water nodig hebben, en recent gezaaide gewassen die zonder vocht niet kunnen ontkiemen. In de eerste categorie valt onder meer de lentespinazie, die in september werd gezaaid. “Deze planten hebben water nodig om voldoende blad te ontwikkelen”, zegt Edward Vercruysse, voorzitter van telersvereniging Vegras die 800 leden telt en aan Ardo levert. Door nu veel water te gebruiken, kan ik bij latere teelten in de problemen te komen Zelf teelt Vercruysse geen spinazie, maar rabarber – een andere waterminnende industriegroente. “De oogst staat op het punt te beginnen. Bij gebrek aan regen gebruik ik regenwater dat ik in de winter heb opgeslagen in bassins&quot;, vertelt de Kortrijkse teler. &quot;Maar door nu veel water te verbruiken, kan ik later in het seizoen in de problemen komen, bijvoorbeeld met koolrabi.” Koolrabi, die in augustus geoogst wordt, heeft in de tweede helft van zijn groeicyclus veel water nodig.Niet elke teler heeft toegang tot opgeslagen waterVolgens Luc Dewaele van coöperatie Ingro hebben veel telers niet de luxe van wateropslag. Zij zijn afhankelijk van oppervlaktewater, wat in gebieden met een oppompverbod geen optie meer is. “Water aanvoeren per vrachtwagen is een kostelijke zaak. Voor veel telers betekent het kiezen tussen de pest en de cholera: ofwel verlieslatend water aanvoeren, ofwel niet beregenen en het gewas zien mislukken.” Veel telers kiezen voor het eerste, uit trots en om hun leveringsafspraken na te komen. Water aanvoeren is enorm duur en maakt de teelt verlieslatend. Je kunt er ook voor kiezen om niet te beregenen, maar dan heb je geen opbrengst Geen regen, geen ontkiemingOok de opkomst van recent gezaaide gewassen verloopt problematisch. Uien, wortelen en erwten hebben vocht nodig om te kunnen ontkiemen. In WhatsApp-groepen delen telers foto&#039;s van akkers waar zaden die in maart of april gezaaid zijn, nog steeds niet opgekomen zijn.“Veel van deze teelten hebben een korte cyclus van 80 tot 100 dagen”, legt Vercruysse uit. “In tegenstelling tot bijvoorbeeld aardappelen of suikerbieten is er geen tijd meer om eventuele schade later in te halen.”Uien zijn extra kwetsbaar vanwege hun ondiepe wortelgestel. “Sporadische onweersbuien brengen weinig soelaas. De bovenlaag droogt snel weer uit en dat maakt uniforme opkomst onmogelijk”, aldus Viaverda. Slechte opkomst leidt tot een ongelijk gewas, wat de mechanische en chemische onkruidbestrijding, een heikel punt binnen de uienteelt, bemoeilijkt. Sommige velden zijn daardoor al ondergewerkt. Ook geplante gewassen raken in de gevarenzoneZelfs geplante gewassen – doorgaans beter bestand tegen droogte – komen nu in de problemen. “De eerste vruchtbloemkool is al geplant, maar vraagt in sommige gevallen al beregening om verder te groeien”, aldus Viaverda.De droogte noopt telers tot aanpassingen in het teeltschema. “Spruitkolen worden momenteel geplant, maar als er voorafgaand gras stond, is de bodem extra uitgedroogd. Dan wordt het teeltplan aangepast en verhuist men naar een perceel met een latere teeltstart.”Er rijzen ook vragen over late teelten zoals bonen, herfst- en winterprei, sluitkool en tweede vrucht bloemkool. “Deze zullen waarschijnlijk irrigatie nodig hebben om goed van start te gaan”, zegt Dendauw. “Het schrale weer blijft de bodem uitdrogen.” Impact op opbrengst en teelttechniekHoewel Ardo nog geen definitieve conclusies trekt over de oogst, is het volgens Dendauw zeker dat de impact van de droogte voelbaar zal blijven. “We verwachten opbrengstverliezen in zowel kwantiteit als kwaliteit, zeker als de droogte nog weken aanhoudt en ook latere teelten worden getroffen.” Ze stelt dat bij telers “rampscenario’s voor de deur staan.”De droogte beïnvloedt ook andere aspecten van de teelt. “Chemische onkruidbestrijding werkt minder goed in droge omstandigheden, plagen zoals de koolvlieg tasten verzwakte planten harder aan, en sommige plagen – zoals trips in prei – zullen vroeger dan normaal toeslaan”, aldus Dendauw. Tegelijk biedt de droogte ruimte voor meer mechanische onkruidbestrijding, maar niet elke teler is daar voldoende op uitgerust of heeft de mankracht. Nieuwe technieken om vocht vast te houdenVercruysse past zijn teelttechniek aan bij gewassen die nu geplant worden, zoals knolselder. “We proberen de grond zo lang mogelijk nat te houden door pas laat te bewerken. Direct na het ploegen – wanneer vochtige grond van 30 centimeter diep naar boven komt – planten we en drukken we de grond stevig aan.”Toch eindigt Vercruysse met een positieve noot. “Een teelt die droog vertrekt, ontwikkelt diepere wortels en is later beter bestand tegen droogte. Onze pastinaak, een maand geleden gezaaid, heeft baat gehad bij een kleine regenbui en staat er nu behoorlijk bij.”</content>
            
            <updated>2025-05-18T08:20:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Check, reinig, droog-campagne gaat strijd aan met biologische aanvallen op water]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/check-reinig-droog-campagne-gaat-strijd-aan-tegen-biologische-aanvallen-op-water" />
            <id>https://vilt.be/57377</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Check, reinig en droog voortaan je materiaal voor je gaat varen of hengelen in een waterloop. Met deze boodschap willen de gewestelijke overheden de vaak onbedoelde verspreiding van invasieve uitheemse soorten voorkomen. “Biologische invasies van deze soorten kunnen veel schade aanrichten aan de infrastructuur en ecosystemen”, aldus het Instituut voor Natuurwetenschappen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="invasieve exoten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cadf6f7e-30d7-4950-aa66-b823a7efe17c/full_width_vissen-visserij-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Biologische invasies vormen een bedreiging voor de biodiversiteit van onze beken, rivieren en meren. Invasieve uitheemse soorten kunnen het natuurlijke evenwicht ernstig verstoren met nadelige gevolgen voor de economie en de vrijetijdsbesteding. Of het nu dieren of planten zijn, ze worden heel vaak per ongeluk verspreid. Bijvoorbeeld via de romp van een plezierboot die niet goed is schoongemaakt na een buitenlandse reis of hengelmateriaal dat op verschillende plaatsen is gebruikt.“De invasieve soorten van aquatische omgevingen kunnen zeer klein zijn en soms tijdelijke droogte overleven, waardoor ze zich gemakkelijk verspreiden via uitrusting en kleding”, aldus het Instituut voor Natuurwetenschappen. “Eenmaal gevestigd, kunnen deze soorten zich vermeerderen en verspreiden, waardoor ze schade aanrichten aan de infrastructuur en ecosystemen.” Hierdoor worden soms recreatieve of professionele activiteiten in zoetwater bemoeilijkt. Daarnaast brengen ze ook soms ziekten over die de gezondheid van dieren en mensen aantasten.Nationale campagne van startOm meer bewustzijn te creëren over bioveiligheid, werd een nationale campagne gelanceerd. Die richt zich tot alle recreatieve en professionele gebruikers van zoetwateromgevingen zoals kajakkers, vissers, duikers, schippers, viskwekers of beheerders. Na elke activiteit in water wordt hen aangeraden om drie stappen te volgen:Eerst checken: inspecteer en verwijder alle sporen van modder, planten of dieren van uitrusting en kleding.Daarna reinigen: spoel alle materiaal grondig af met (heet) water.Tot slot drogen: laat alles minimaal 48 uur drogen voordat je het opnieuw gebruikt op een andere locatie.GedragscodesSamen met de campagne werden ook gedragscodes afgesloten met federaties en organisaties uit de werelden van watersport, visserij, aquacultuur, plezier- en binnenvaart. De vrijwillige gedragscodes moeten zowel de introductie als de verspreiding van invasieve uitheemse soorten in de Belgische aquatische ecosystemen voorkomen. De ondertekenende partners hebben zich ertoe verbonden hun leden aan te moedigen strenge bioveiligheidsprotocollen toe te passen en deel te nemen aan initiatieven om het bewustzijn erover te vergroten.</content>
            
            <updated>2025-05-19T13:40:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriep bij grootste kippenexporteur ter wereld leidt tot handelsverboden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriep-bij-grootste-kippenexporteur-ter-wereld-leidt-tot-handelsverboden" />
            <id>https://vilt.be/57378</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Brazilië, ’s werelds grootste exporteur van kippenvlees, is voor het eerst een uitbraak van de zeer besmettelijke vogelgriep vastgesteld op een commerciële pluimveeboerderij. Dat meldt het Braziliaanse ministerie van Landbouw en Veeteelt. De ontdekking leidde direct tot handelsbeperkingen van onder meer China en de Europese Unie. In 2024 exporteerde Brazilië voor zo’n tien miljard dollar aan kippenvlees – goed voor ruim een derde van de wereldwijde handel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="vogel" />
                        <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e4a81d8e-6a14-40b0-a078-b6405200bce8/full_width_pluimveestalvleeskippen-copyrightinagro.jpg</image>
                                        <content>De uitbraak vond plaats in Montenegro, een stad in de zuidelijke deelstaat Rio Grande do Sul. Deze regio is verantwoordelijk voor vijftien procent van de nationale pluimveeproductie en -export. De economische gevolgen lieten niet op zich wachten. China, de grootste afnemer van Braziliaans kippenvlees, hanteert strikte protocollen en heeft de import van pluimveeproducten uit Brazilië voor zestig dagen opgeschort, aldus minister van Landbouw Carlos Fávaro. Waar China en de EU een algeheel invoerverbod instelden, beperkten landen als Mexico en Argentinië hun maatregelen tot de getroffen regio.Snelle versoepeling in zicht?Volgens Fávaro doet Brazilië er alles aan om de uitbraak snel in te dammen en onderhandelt het land met handelspartners over een mogelijke versoepeling van de beperkingen, eerder dan de gebruikelijke termijn van twee maanden. “De wereldwijde vraag blijft hoog, dus we verwachten binnenkort enige flexibiliteit”, aldus Luis Rua, internationaal secretaris bij het ministerie van Landbouw. “We delen onze informatie snel en transparant, zodat de handel niet onnodig lang stilligt.” Het ministerie benadrukt dat vogelgriep niet wordt overgedragen via consumptie van pluimveevlees of eieren.Noodplan en desinfectiebarrièresNa bevestiging van de besmetting werd onmiddellijk een nationaal noodplan geactiveerd. Dit omvat het ruimen van besmette dieren en het instellen van een bufferzone van tien kilometer rond het getroffen bedrijf. Veterinaire diensten onderzoeken 524 locaties op mogelijke verdere besmettingen. Samen met de staatsautoriteiten en ondersteund door de militaire politie worden in totaal zeven desinfectiebarrières opgezet. Deze barrières dienen onder meer om passerende voertuigen te reinigen met water en ontsmettingsmiddel.Hoewel in mei 2023 al vogelgriep werd vastgesteld bij wilde vogels, is dit de eerste uitbraak op een commerciële pluimveeboerderij in het land. Sinds 2006 investeert Brazilië in preventie en paraatheid, met getrainde veterinaire teams, monitoring van wilde vogels en toezicht op commerciële en kleinschalige pluimveebedrijven. Wereldwijd dalend aantal uitbrakenWereldwijd worden nog steeds uitbraken van vogelgriep gemeld, maar het aantal gevallen daalt opvallend. Volgens cijfers van de Wereldorganisatie voor Diergezondheid (WOAH) zijn tussen 18 maart en 12 mei 2025 in totaal 264 uitbraken geregistreerd: 146 bij wilde vogels en 118 bij gedomesticeerd pluimvee. De meeste uitbraken bij pluimvee deden zich voor in Hongarije (74) en Polen (38).In België zijn tot dusver dit jaar slechts twee besmettingen vastgesteld bij commerciële bedrijven in Oost-Vlaanderen en vijf bij hobbyhouders. Andere Europese landen zoals Bulgarije, Kroatië, Denemarken, Duitsland en Nederland telden ieder maximaal twee uitbraken. Ook in de Verenigde Staten is een duidelijke terugval te zien. Hoewel het virus zich eerder dit jaar agressief verspreidde onder pluimvee én melkveekuddes – met meer dan duizend getroffen rundveebedrijven – is het aantal nieuwe meldingen de afgelopen drie maanden fors afgenomen. Het land registreerde in totaal zeventig besmettingen bij mensen, waarvan één dodelijke afloop. In Mexico overleed begin april een driejarig meisje na een besmetting met het virus – de eerste menselijke infectie in dat land.</content>
            
            <updated>2025-05-19T15:20:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Ergste situatie sinds 1976”: West-Vlaanderen breidt oppompverbod uit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ergste-situatie-sinds-1976-west-vlaanderen-breidt-oppompverbod-uit" />
            <id>https://vilt.be/57379</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De provincie&nbsp;West-Vlaanderen&nbsp;breidt het captatieverbod uit door de aanhoudende droogte. Dat meldt gouverneur Carl Decaluwé maandag na het droogteoverleg.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c230df94-c82d-4023-86a7-a0abe665b98c/full_width_blankaart2.jpg</image>
                                        <content>Naast het eerder ingestelde verbod in de Rivierbeek, Heulebeek, Handzamevaart en de Poekebeek, is het nu ook verboden om water op te pompen in de Hertsbergebeek, Mandel en de Blankaart.Door de aanhoudende droogte daalt het waterpeil in de West-Vlaamse waterlopen snel. Daardoor gaat op sommige plaatsen ook de waterkwaliteit achteruit. Zo is volgens de gouverneur al sprake van verzilting in het gebied van de Blankaart.“De afgelopen tien dagen is er, op een paar druppels na, nauwelijks regen gevallen, waardoor de droogte verder is toegenomen tot een &#039;uitzonderlijk droge&#039; situatie”, verklaart Decaluwé. “Het gaat zelfs om de ergste droogte in bijna vijftig jaar, sinds 15 mei 1976.”Hij roept opnieuw op om zeer spaarzaam om te gaan met water. &quot;Het ziet er naar uit dat we binnenkort iets van regen mogen verwachten, maar of dat soelaas zal brengen, moet nog blijken. Alles hangt af van hoeveel regen er valt en waar het regent.&quot;Klik hier voor een interactieve kaart met alle onttrekkingsverboden.</content>
            
            <updated>2025-05-19T14:25:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eieren winnen aan populariteit onder Belgen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eieren-winnen-aan-populariteit-onder-belgen" />
            <id>https://vilt.be/57380</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het thuisverbruik van eieren in België blijft in 2024 verder toenemen. Gemiddeld kochten Belgen dit jaar 80,4 eieren per persoon, een stijging van 5 procent tegenover 2023. Driekwart van die eieren waren scharreleieren, die hiermee stevig hun positie als standaardkeuze behouden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ei" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="voeding" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fb87adf2-29de-4465-b318-9798d526452f/full_width_eitjeontbijtje.jpg</image>
                                        <content>Meer eieren in de winkelkar, vooral in de supermarktUit cijfers van marktonderzoeksbureau YouGov Belgium en de iVox/VLAM-consumptietracker blijkt dat 94 procent van de Belgische gezinnen in 2024 eieren kocht, tegenover 93 procent een jaar eerder. De aankoopfrequentie lag met ruim zestien keer per jaar opvallend hoog. Dat vertaalt zich ook in de uitgaven: gemiddeld spendeerde een Belg 21,70 euro aan eieren, 6 procent meer dan in 2023.Qua prijs blijft het verschil tussen eitypes groot: een scharrelei kostte gemiddeld 0,23 euro, een vrije-uitloopei 0,34 euro en een bio-ei 0,41 euro per stuk. Toch daalde het volume-aandeel van bio-eieren licht van elf naar tien procent, al bleef hun aandeel in waarde op zestien procent. Vrije-uitloopeieren herstelden van een terugval in 2023 en vertegenwoordigen nu opnieuw zestien procent van het volume. Consumenten eten vaker en bewuster eierenNiet alleen de aankopen stijgen, ook de consumptie van eieren zit in de lift. Op een gemiddelde dag in 2024 at 26 procent van de Belgen eieren in pure vorm (exclusief verwerkt in bereidingen), een forse stijging ten opzichte van zestien procent in 2017. Vooral Franstaligen, jongvolwassenen (18-34 jaar) en mensen met buitenlandse roots eten relatief vaker eieren.Veruit het grootste deel van de eierconsumptie vindt thuis plaats (75%), gevolgd door consumptie op het werk of school (9%), bij familie en vrienden (8%) of buitenshuis op evenementen of in de horeca (7%). Opvallend is dat 21 procent van de eieren niet gekocht wordt, maar afkomstig is van eigen kippen of gekregen van anderen. Supermarkt blijft belangrijkste verkoopkanaalDe klassieke supermarkt blijft met voorsprong het belangrijkste verkoopkanaal voor eieren. Het kanaal DIS 1, dat onder meer Colruyt en AD Delhaize omvat, heeft een marktaandeel van 55 procent. Hard discounters Aldi en Lidl volgen met 26 procent, maar zagen hun aandeel op langere termijn dalen. Buurtsupermarkten zijn goed voor negen à tien procent van de verkoop. E-commerce blijft voorlopig een kleine speler met twee procent marktaandeel, al is dat wel een verdubbeling sinds 2016. Alternatieve verkooppunten zoals hoevewinkels en markten vertegenwoordigen samen zeven procent van de markt.</content>
            
            <updated>2025-05-19T15:08:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Waterbassin Ardo bewijst vroeg in het jaar zijn nut voor groentetelers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/waterbassin-ardo-bewijst-vroeg-in-het-jaar-zijn-nut-voor-groentetelers" />
            <id>https://vilt.be/57381</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Groentetelers hebben dit jaar al 9,5 miljoen liter water onttrokken uit het irrigatiebassin van diepvriesgroenteverwerker Ardo in Ardooie. “Uitzonderlijk vroeg in het seizoen”, merkt operationeel directeur Tijl Goens op. De vroege vraag naar water is te wijten aan de aanhoudende droogte. Het West-Vlaamse bedrijf installeerde in 2019 een irrigatiebekken waarin gezuiverd afvalwater van de groenteverwerkingssite wordt opgevangen. Boeren uit de omgeving kunnen dit water gebruiken voor irrigatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="seizoensgroente" />
                        <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8f6a1e82-d8a6-48e6-bb28-05ea342f73ae/full_width_ardo-drijvende-zonnepanelen.jpg</image>
                                        <content>Groenteteler Rik Delameilleure gebruikte vorig jaar slechts een derde van het voor hem gereserveerde volume. “Nu zitten we vroeg in het seizoen al op een derde”, zegt de West-Vlaming, die vooral voor de versmarkt teelt en momenteel vroege bloemkolen oogst. Door de uitzonderlijke droogte moest hij de afgelopen zes weken al 120 liter water per vierkante meter beregenen.Het water koopt hij bij Ardo, dat in 2019 het bassin met een capaciteit van 150.000 kubieke meter aanlegde. Het bassin wordt gevuld met gezuiverd afvalwater en regenwater, en is beschikbaar voor omringende boeren. Via een ondergronds leidingennetwerk van 25 kilometer wordt het water verdeeld naar een vijftigtal groentetelers in de omgeving. Met dit initiatief wil Ardo de telers wapenen tegen droogteperiodes.Coöperatief waterbeheerDe waterafname verloopt via de coöperatie Inero, waarvan Delameilleure voorzitter is. “Aan het begin van het jaar reserveren telers een watervolume, dat ze in de loop van het jaar naar behoefte kunnen opvragen.” De prijs voor een reservatie bedraagt 33 cent per kubieke meter, het oppompen kost 47 cent. “In totaal betalen we dus 80 cent per kuub”, legt Delameilleure uit. Hij is niet de enige Inero-coöperant die zijn waterreserves al ruimschoots heeft aangesproken. “De 9,5 miljoen liter water die dit jaar al werd onttrokken, is uitzonderlijk vroeg. Vooral spinazie, bloemkool en opkomstberegening van wortelen vragen nu veel water”, zegt Goens. Ardo rolde een gelijkaardig irrigatiesysteem uit in het zuiden van het land, nabij de productiesite in Geer (Luik), goed voor 1.200 hectare landbouwgrond.Slimmer omgaan met waterNaast het irrigatiebekken investeerde Ardo ook in technologie. Op meer dan dertig velden in België, Frankrijk en Nederland zijn bodemvochtsensoren geplaatst. “Door het vochtgehalte op verschillende dieptes te meten, kunnen we landbouwers nauwkeurig adviseren over wanneer en hoeveel er moet worden beregend. Dat leidt tot aanzienlijke waterbesparingen”, aldus Goens. “Een soort verzekering”Hoewel Delameilleure vorig jaar betaalde voor water dat hij uiteindelijk niet gebruikte, is hij erg te spreken over het systeem. “Het is een soort verzekering”, zegt hij. “Het irrigatiebekken bewijst zijn nut nu al vroeg in het voorjaar.” Dat verklaart ook waarom zes extra groentetelers zich recent bij de coöperatie hebben aangesloten. “Zij leggen nu op eigen kosten leidingen aan om toegang te krijgen tot het netwerk.”Momenteel bevat het bassin nog 135.000 kubieke meter water. Vanaf juni, wanneer de erwtenverwerking bij Ardo opnieuw op gang komt, wordt dagelijks 500 à 1.000 kubieke meter gezuiverd afvalwater toegevoegd. Groentetelers die aangesloten zijn op het netwerk hebben in totaal 114.000 kuub water gereserveerd.“Als het gereserveerde water op is, kan men nog zogeheten ‘bonuswater’ aanvragen. Dat kost 1,20 euro per kubieke meter. Momenteel is er 21.000 kuub bonuswater beschikbaar”, aldus Delameilleure. “Boeren die geen reservatie maakten, kunnen pas vanaf 1 augustus bonuswater opvragen.” Toch blijft dat goedkoper dan water laten aanvoeren per vrachtwagen. “Dat kost al gauw 2 tot 2,5 euro per kuub”, besluit hij.</content>
            
            <updated>2025-05-19T15:38:28+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU en VK sluiten twaalfjarig akkoord over visserij en voedselnormen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/britse-wateren-blijven-open-voor-onze-vissers-en-vk-wil-eu-normen-agrovoeding-volgen" />
            <id>https://vilt.be/57382</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Europese vissers mogen de komende twaalf jaar blijven vissen in Britse wateren. Die verlenging maakt deel uit van een bredere deal om de relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie te versterken. In het VK klinkt echter gemor: veel Britse vissers voelen zich in de steek gelaten. Premier Keir Starmer verdedigt het akkoord door te wijzen op winst op een ander front: de versoepeling van controles op agrovoedingsproducten. Londen toont zich zelfs bereid de eigen normen deels af te stemmen op die van de EU.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="brexit" />
                        <category term="visserij" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/12ee4efc-8737-472e-b26f-6be384fc10c8/full_width_1657695590886-20130425-farm-fish-007.jpg</image>
                                        <content>Visserij als breekpunt én brugDe visserij was altijd een symbolisch en gevoelig punt in de brexitgesprekken. Volgend jaar zou de bestaande overeenkomst die Europese vissers toegang geeft tot Britse wateren aflopen. Onder meer vijftig Belgische vissersboten maken daar gebruik van. De EU drong aan op verlenging, en krijgt nu haar zin: onder dezelfde quota en voorwaarden mogen EU-vloten blijven vissen in Britse wateren – en omgekeerd behouden Britse reders toegang tot de EU-zone.De verlenging komt er als onderdeel van een ruimer akkoord om de economische samenwerking te verbeteren. Maar in het VK leidt het tot scherpe kritiek, vooral uit de visserijsector. Starmer, de sociaaldemocratische premier, zou de sector ‘opgegeven’ hebben, klinkt het. Hij benadrukte echter dat ook Britse belangen gediend zijn, vooral wat betreft voedselexport.Toegang tot EU-markt als troefBij de bekendmaking van de deal benadrukte de Britse premier meteen dat ook hij een slag thuis haalde: een geplande versoepeling van sanitaire en fytosanitaire controles op voeding en drank. Voor vissers die exporteren naar de EU zou dit een grote winst zijn.Voor het VK is een vlotte toegang tot de Europese markt essentieel om hun vangst kwijt te raken. &quot;Sinds brexit is de handel in voedsel en landbouwproducten met de EU over de hele linie met een vijfde gedaald”, duidde de Britse minister van Handel Jonathan Reynold eerder aan EU-nieuwswebsite Politico. “Maar voor vis en schaaldieren gaat 70 procent van onze vangst naar de EU.”Britse normen afstemmen op EuropeseSinds de brexit verloopt de handel tussen het VK en de EU allesbehalve vlot. De Britse minister voor Europese relaties Nick Thomas Symonds liet aan de Britse nieuwsdienst BBC weten dat “de huidige voedseldeal gewoon niet werkt voor bedrijven in het VK”. Vrachtwagens met verse voeding staan soms tot 16 uur te wachten aan de grenscontroles. “Bureaucratie en administratieve rompslomp rond certificeringen willen we absoluut verminderen”, aldus Symonds.Een versoepeling van (fyto)sanitaire controles zou inhouden dat het Verenigd Koninkrijk zijn voedingsnormen op die van de EU wil afstemmen, ondanks jarenlang verzet tegen alle EU-regels. Dat zou een groot deel van de grenscontroles, certificaten en papierwerk overbodig maken. Over de precieze invulling moeten beide partijen nog onderhandelen, al zouden die gesprekken snel van start gaan. Zo is nog niet duidelijk of het VK op één of andere manier inspraak zal krijgen in toekomstige wijzigingen aan de EU-voedselnormen, en wat de impact zal zijn op bestaande Britse handelsakkoorden met andere landen als de voedselstandaard verandert.Vooral Noord-Ierland kijkt uit naar een versoepeling van de controles. De regio maakt deel uit van het Verenigd Koninkrijk, maar bleef door een uitzondering in de brexitdeal steeds verbonden met de EU-markt voor goederen. Hierdoor heeft de huidige regelgeving voor voeding en drank een grote impact op de Noord Ieren. Telkens wanneer supermarkten goederen vanuit hun distributiecentra in Groot-Brittannië versturen, worden alle administratieve procedures opgestart alsof het om een internationale grensovergang gaat.Ook de Britse vleesverwerkers kijken uit naar de versoepelingen. Volgens hun federatie moesten de bedrijven nu al aan de Europese sanitaire en fytosanitaire eisen voldoen, maar “moesten ze tegelijk een berg papierwerk produceren om dat te bewijzen: een kostelijke verplichting die niets heeft bijgedragen aan de voedselveiligheid.” Door de versoepelingen zouden de verwerkers ook opnieuw rauwe burgers en worsten kunnen verkopen bij ons, iets wat sinds de brexit onmogelijk werd gemaakt.Volgens Starmer zullen ook de Britse consumenten uiteindelijk kunnen profiteren aangezien de versoepelingen moeten leiden tot lagere voedselprijzen en meer keuze in supermarkten.Vlaamse vissers tevreden, maar voorzichtigDe Rederscentrale, de beroepsvereniging van de zeevisserijsector, noemt het verlengde visserijakkoord en toekomstige nieuwe fyotsanitaire versoepeling een &quot;goede zaak&quot;. &quot;Na de brexit was het ook voor ons heel moeilijk om onze vangst via vrachtwagens vanuit het VK naar de EU te brengen&quot;, legt directeur Emiel Brouckaert uit. &quot;Het VK werd gezien als een derde land, waardoor de vis bij aankomst nog eens moest worden gecontroleerd. Nu worden die normen op elkaar afgestemd, zodat omwegen via Ierland of Frankrijk niet meer nodig zullen zijn.&quot;Brouckaert waarschuwt wel om de champagne nog niet te vroeg boven te halen. &quot;Het gaat om een principeakkoord. Het is nu hopen dat er bij de politieke bekrachtiging geen zaken meer veranderen. Maar zoals het er nu naar uitziet, is dit akkoord een goede zaak.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-19T21:01:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Franse boeren blokkeren snelwegen uit protest tegen strenge regels]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/franse-boeren-blokkeren-snelwegen-uit-protest-tegen-strenge-regels" />
            <id>https://vilt.be/57383</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het noorden van Frankrijk hebben tientallen boeren maandagmiddag opnieuw snelwegen geblokkeerd, uit protest tegen wat zij zien als te strikte landbouwregels. De acties komen vlak voor de bespreking van een wetsvoorstel in het Franse parlement, dat onder meer moet zorgen voor versoepeling van regelgeving rond wateropslag en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="boerenprotest" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/27784d27-a50c-4b6d-a579-306520884e57/full_width_protestfrankrijkspanje.jpg</image>
                                        <content>De A1-snelweg tussen Lille en Parijs is bij Seclin in beide richtingen afgesloten door een stoet tractoren, waarvan sommige spandoeken dragen met teksten als &quot;Macron, verraad&quot;, &quot;genoeg van de regels&quot; en &quot;laat ons vrij werken&quot;. Ook de A2 richting Brussel en de A25 tussen Lille en Duinkerke zijn op verschillende punten dicht. De lokale autoriteiten roepen weggebruikers op om hun reis uit te stellen.&quot;Wij bedrijven hier de schoonste landbouw ter wereld, en toch worden de regels steeds strenger&quot;, zegt boer Christophe Catteau uit Wattrelos, die zich bij het protest aansloot op initiatief van de grootste landbouworganisatie FDSEA. Volgens hem was er vorig jaar nog begrip vanuit de overheid, maar is met de komst van een nieuwe regering &quot;alles afgebroken&quot;. &quot;Dit voelt als verraad&quot;, aldus Catteau.Arnaud Rousseau, voorzitter van FNSEA, kondigde eerder al nieuwe acties aan vanaf 26 mei, wanneer het parlement begint met de behandeling van het wetsvoorstel. Hoewel het voorstel bepaalde regels wil versoepelen – zoals het eenvoudiger maken van wateropslag, pesticidegebruik en bedrijfsuitbreiding – zijn veel van de voorgestelde maatregelen in de voorbereidingsfase afgezwakt of geschrapt. Boerin Bérengère Chombart uit Fournes-en-Weppes, die onder meer aardappelen, bieten en erwten teelt, kwam nu al in actie. &quot;De beloofde vereenvoudiging is juist een verzwaring van de regels geworden. Dat kunnen we niet accepteren.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-19T20:43:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Groei voedingsindustrie vertraagt: Fevia ziet "structurele fout" in de keten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/groei-voedingsindustrie-vertraagt-fevia-ziet-structurele-fout-in-de-keten" />
            <id>https://vilt.be/57384</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische voedingsindustrie is dé industriële motor van ons land. Dat concludeert Fevia, de federatie van de Belgische voedingsbedrijven, in zijn nieuwste economisch jaarverslag. Ondanks bescheiden groei in een moeilijke economische context, kleuren steeds meer indicatoren rood. “De groei vertraagt merkbaar”, waarschuwt CEO Bart Buysse. Hij wijst op structurele problemen in de keten en roept de overheid op om vier hardnekkige handicaps weg te werken, zodat bedrijven opnieuw kunnen investeren in verduurzaming en innovatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="agrovoedingsketen" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/babade36-077f-4558-a54f-3f387852ff2e/full_width_voedingsindustriebakkerij.jpg</image>
                                        <content>Productie naar niveau van 2017Het is niet de eerste keer dat Fevia aan de alarmbel trekt. Al enkele jaren kampt de Belgische voedingsindustrie met structurele problemen: de productie daalt en ook de rendabiliteit staat onder druk. In 2024 zakte de totale productie terug tot het niveau van 2017. “Zowel in België als in het buitenland vallen bestellingen van voedingsbedrijven terug tot een historisch dieptepunt”, zegt Carole Dembour, raadgever economische zaken bij Fevia. “Sinds 2022 is de slabakkende vraag de grootste rem op de productie. Vroeger waren dat vooral personeelstekorten of schaarste aan grondstoffen.”Ook de jobcreatie krijgt klappen. In 2024 telde de sector 102.447 werknemers, goed voor een bescheiden stijging van 0,4 procent ten opzichte van 2023. Op zich geen negatieve cijfers, maar ze liggen ver onder het gemiddelde van twee procent groei in de periode 2017-2023. Toch blijft de voedingsindustrie met voorsprong de grootste industriële werkgever in België. Ter vergelijking: de staal- en metaalindustrie telt 80.000 werknemers, en de chemie- en minerale productenindustrie volgen met elk ongeveer 38.000 banen. Rendabiliteit onder druk, investeringen verzwakkenVoor het derde jaar op rij daalt de rendabiliteit. In 2024 zakte die naar 2,32 procent, een terugval van 36 procent in vergelijking met 2019. “Dergelijk rendabiliteitscijfers maken het heel moeilijk voor bedrijven om te investeren en als er niet geïnvesteerd wordt, komt de concurrentiepositie in het gedrang”, waarschuwt Dembour.Hoewel het totale investeringsbedrag relatief hoog blijft, kalft de investeringsintensiteit (het deel van het zakencijfer dat gebruikt wordt voor investeringen, red.) fors af. Bedrijven investeren bovendien vooral in efficiëntie en kostenbesparing, minder in uitbreiding of vernieuwing. Enkel de groente- en fruitsector, waar aardappelverwerkers de motor zijn, en de sector van bakkerijproducten hielden hun investeringsniveau in stand. Voedingsindustrie wint aan economisch gewichtToch is er ook goed nieuws: nog meer dan in het verleden is de voedingsindustrie een belangrijke economische motor in ons land. In 2024 steeg de omzet met 2,5 procent tot 82,9 miljard euro. Daarmee is de sector nu goed is voor 25 procent van de totale omzet van de industrie in België. Tien jaar geleden was dat 17 procent. Bovendien creëerde de voedingsindustrie vorig jaar 400 extra jobs. “Dat is een opvallende prestatie in een jaar waarin de rest van de verwerkende industrie 10.000 jobs verloor”, benadrukt Buysse. Ook de export groeide licht en vertegenwoordigt bijna de helft van de omzet (39,6 miljard euro). Waar er vorig jaar over het algemeen nog wel sprake was van groei, ziet Fevia dat die groei wel vertraagt tegenover het gemiddelde van 2016 tot 2019. Zo liep de omzetgroei terug tot 75 procent van dat gemiddelde, de groei in investeringen halveerde en de exportgroei bedraagt nog slechts 55 procent van de gemiddelde exportgroei tussen 2016 en 2019. De groei in aantal jobs is het sterkst vertraagd: die ligt op slechts 20 procent van de gemiddelde groei in jobs in de referentieperiode. Vier handicaps tegenover buurlandenVolgens Fevia zijn vier hardnekkige handicaps verantwoordelijk voor de moeilijke positie van de sector.LoonhandicapOp de eerste plaats staat de loonkostenhandicap. “De lonen voor onze bedrijven zijn 25 procent hoger dan die van hun concurrenten in de buurlanden”, duidt Dembour. Daarbij wordt vooral gekeken naar de automatische loonindexering. “Dat is vandaag een probleem, daarom vragen we een aanpassing van het indexeringsmechanisme”, duidt Buysse. “Daarnaast vragen we ook een strikte naleving van de wet op de loonnormen.”Fiscale handicapOok de belastingen in België zijn veel hoger dan in de buurlanden. “Voor water liggen die bijvoorbeeld 383 procent hoger en voor mousserende wijn zo’n 228 procent. Voor bier is het percentage een stuk lager, maar voor iets wat onze nationale trots is, is acht procent nog steeds veel”, vult Dembour aan. De impact van de fiscaliteit wordt volgens Fevia duidelijk gemaakt door de cijfers van grensaankopen. De afgelopen twee jaar zijn die bijzonder fors gestegen: in 2023 ging het om 769 miljoen euro, vorig jaar om 745 miljoen euro. “Vandaag gebeurt vijf procent van alle drankaankopen door Belgische consumenten in het buitenland”, luidt het.Energiekosten-handicapDe energieprijzen liggen eveneens hoger bij ons in vergelijking met de ons omringende landen. “Zo betaalt een Vlaams voedingsbedrijf een jaarlijkse elektriciteitsfactuur van 3,6 miljoen euro. Dat is wel&amp;nbsp;200.000 euro minder dan zijn Duitse concurrent, maar 500.000 euro meer dan zijn Nederlandse concurrent en zelfs één miljoen euro meer dan zijn Franse tegenhanger”, becijferde Fevia. Volgens CEO Buysse is het voor voedingsbedrijven niet altijd gemakkelijk om hun productie te elektrificeren zodat er kan overgestapt worden op hernieuwbare energie. Hij vraagt dan ook dat het beleid geen belastingverhoging op gas doorvoert wanneer er geen realistisch alternatief beschikbaar is voor elektrificatie. Administratieve handicapTot slot is er ook de administratieve handicap. Fevia spreekt van een “tsunami” aan administratieve lasten waar voedingsbedrijven mee geconfronteerd worden. “In 2023 werd een bedrijf gemiddeld onderworpen aan 26 inspecties en verschillende soorten enquêtes en we zien dat dit in 2024 niet is verbeterd. Er zijn niet alleen allerlei overheidsverplichtingen, maar ook audits door klanten en dergelijke. Vandaag zien we dat administratie primeert op actie”, stelt Buysse.Hij wijst erop dat de voedingssector bij uitstek een kmo-sector is. “Kleine bedrijven kunnen geen personeel in dienst nemen voor deze administratie. Zij moeten beroep doen op dure consultants. Dat veroorzaakt een grote kost.” Hij ziet het als een stap in de goede richting dat overheden op verschillende beleidsniveaus eindelijk werk maken van administratieve vereenvoudiging en ook het feit dat er werk wordt gemaakt van een industriebeleid met aandacht voor kmo’s is volgens hem een opportuniteit. Beleid kan meer doen, maar ziet dat niet inIn het kader van die handicaps spreekt Buysse van een structurele fout in de keten. “Eerder onderzoek van de FOD Economie heeft uitgewezen dat noch de voedingsindustrie, noch de retail met grote marges werkt. Dat heeft de discussie geobjectiveerd en ervoor gezorgd dat we minder naar elkaar wijzen als oorzaak van problemen”, vertelt hij. Vandaag is er volgens hem te weinig stabiliteit en evenwicht in de keten en de ketenrelaties omdat alle schakels onder druk staan.“Wanneer de overheid echt aan de slag gaat om deze vier handicaps aan te pakken, dan kan er veel gebeuren, want alleen al naar taksen gaat er tien procent van de omzet van de voedingsindustrie. Het zou in elk geval zorgen voor de nodige zuurstof die vandaag ontbreekt. Het beleid kan eigenlijk heel veel doen, maar ziet dat eigenlijk te weinig in”, aldus Buysse die nog maar eens het belang van de voedingssector in de verf zet. “We zijn de grootste industriële sector van België. Onze bedrijven innoveren en investeren, voeden de bevolking en creëren zo dagelijks welvaart en werkgelegenheid. Als we dat willen behouden, moeten we de strategische rol van de voedingsindustrie naar waarde erkennen en ondersteunen en onze voeding opnieuw naar waarde schatten.”Lees morgen: Fevia vraagt laagdrempelig aanspreekpunt voor handelsrelaties binnen agrovoedingsketen</content>
            
            <updated>2025-05-20T05:53:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Biotalys uit Gent gaat biologische fungiciden ontwikkelen met Amerikaanse Agrofresh]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bioltalys-uit-gent-gaat-biologische-fungiciden-ontwikkelen-met-amerikaanse-agrofresh" />
            <id>https://vilt.be/57385</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Gentse biotechbedrijf Biotalys heeft een akkoord afgesloten met het Amerikaanse Agrofresh Solutions om samen voedselproducten beter te beschermen tegen schimmelbederf. De bedrijven zullen samenwerken voor de ontwikkeling en commercialisering van duurzame biologische fungiciden voor gebruik na de oogst. “Naar schatting 14 procent van de producten gaat verloren tussen oogst en detailhandel, deels door bederf”, klinkt het. Financiële details rond de samenwerking werden niet bekendgemaakt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedsel bewaren" />
                        <category term="voedselverlies" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0a1cb484-9816-4f32-89a0-14aca2fd02d2/full_width_rotte-peer.jpg</image>
                                        <content>Biotalys is een Gents biotechbedrijf dat biologische middelen ontwikkelt voor duurzame gewasbescherming. Agrofresh is een wereldwijde speler in het aanbieden van oplossingen na oogst. De bedrijven willen samen biologische fungiciden ontwikkelen. “Fungiciden zijn al essentieel voor de bescherming van verse producten na de oogst, en deze samenwerking zal de gereedschapskist van de industrie uitbreiden met milieuvriendelijke biologische oplossingen die zijn ontworpen om te voldoen aan de veranderende behoeften van markten over de hele wereld”, luidt het persbericht.&quot;Zelfs kleine verliezen kunnen leiden tot grote voedselverspilling&quot;&quot;Oplossingen voor versheid na de oogst zijn vooral essentieel voor hoogwaardige en zeer bederfelijke gewassen, waarbij zelfs kleine verliezen kunnen leiden tot grote voedselverspilling en economische gevolgen. Als wereldleider op het gebied van innovatie voor versheid na de oogst is AgroFresh trots op de samenwerking met Biotalys voor de ontwikkeling van duurzame biologische fungicideoplossingen&quot;, zegt Clint Lewis, CEO van AgroFresh. “Deze samenwerking is een belangrijke stap voorwaarts in het uitbreiden van onze innovatiepijplijn met nieuwe, duurzame technologieën die versheid behouden, afval verminderen en het succes van leveranciers van producten over de hele wereld ondersteunen.”Volgens Biotalys is schimmelbederf één van de meest hardnekkige en complexe uitdagingen in de toeleveringsketen na de oogst. Eenmaal geoogst, verliezen verse producten hun natuurlijke weerstand en worden ze zeer vatbaar voor bederf door schimmels. “Deze ziekteverwekkers gedijen goed in gewone opslag- en transportomgevingen en kunnen zich snel verspreiden, waardoor consistent en effectief ziektebeheer essentieel is”, klinkt het. “Nu producten steeds globaler en meer kwaliteitsgedreven worden, worden biologische middelen die versheid ondersteunen en verlies verminderen belangrijker dan ooit.”Markt van 300 miljoenDe wereldwijde markt voor fungiciden voor na de oogst wordt geschat op 300 miljoen dollar. &quot;Onze uitbreiding naar dit kritieke segment betekent een belangrijke stap voor Biotalys en toont het aanzienlijke potentieel en de veelzijdigheid van ons op eiwitten gebaseerde Agrobodyplatform om de voedselkwaliteit te helpen behouden zonder chemische residuen&quot;, zegt Kevin Helash, CEO van Biotalys. “We zijn verheugd over de mogelijkheid om samen te werken met de wereldwijde leider in kwaliteitscontrole van voedingsmiddelen na de oogst om onze biocontroleoplossingen naar dit industriesegment te brengen en de komende jaren een wezenlijk verschil te maken op dit cruciale gebied.”Biotalys werd in 2013 opgericht als spin-off van het VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie) en staat sinds juli 2021 genoteerd op Euronext Brussel. Het bedrijf is gevestigd in de biotechcluster in Gent. In een investeringsronde in 2024 haalde Biotalys nog 15 miljoen euro op aan nieuw kapitaal. Vijf miljoen werd gedragen door het Agri Investment Fund AIF.</content>
            
            <updated>2025-05-20T12:34:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sterfte bij Belgische bijen stijgt opnieuw: 1 op 3 kolonies overleeft het jaar niet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sterfte-bij-belgische-bijen-stijgt-opnieuw-1-op-3-kolonies-overleeft-het-jaar-niet" />
            <id>https://vilt.be/57386</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op Wereldbijendag luidt het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) de alarmbel: het sterftecijfer bij Belgische bijen blijft stijgen. Tussen het najaar van 2023 en de zomer van 2024 overleefde 31,2 procent van de bijenkolonies het jaar niet. Dat is het derde jaar op rij dat het cijfer toeneemt – vorig jaar lag het op 27,2 procent.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bij" />
                        <category term="bestuiving" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7e0773dd-53a5-4d3e-a058-930d7d39cee7/full_width_imkerbijenkast.jpg</image>
                                        <content>De belangrijkste oorzaken zijn de varroamijt, een hardnekkige parasiet, en de Aziatische hoornaar. Ook slechte weersomstandigheden tijdens de lente en zomer speelden een rol. Daarnaast werden dertien uitbraken van Europees vuilbroed vastgesteld, een bacteriële ziekte die vooral jonge larven treft. Hoewel dat minder is dan de twintig haarden van het jaar voordien, blijft waakzaamheid nodig. Het FAVV monitort de bijensterfte nauwgezet via drie bezoeken per jaar aan imkers verspreid over het land. In 2023-2024 werden 185 bijenstanden met in totaal 731 kolonies gecontroleerd. Wanneer een ziekte zoals vuilbroed wordt vastgesteld, stelt het FAVV een beschermingszone van drie kilometer in rond de besmette bijenstand en wordt een deel van de kolonie – soms zelfs de volledige – vernietigd. Imkers krijgen hiervoor een vergoeding van 125 euro per vernietigde kolonie.België telt momenteel 11.300 imkers, van wie het merendeel in Vlaanderen woont. Het aantal imkers stijgt al meer dan tien jaar, mede dankzij gratis opleidingen die het FAVV aanbiedt.Volgens FAVV-woordvoerder Hélène Bonte is het niet alleen aan imkers en overheden om actie te ondernemen: “Iedereen kan meehelpen. Plant bloemen in je tuin of op je balkon, kies voor honingdragende planten zoals kornoelje en voorzie op warme dagen waterschalen met kiezelsteentjes, zodat de bijen kunnen drinken zonder te verdrinken. Zo help je niet alleen de bijen, maar ook de vogels.”</content>
            
            <updated>2025-05-20T13:02:04+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fevia wil ombudsman voor handelsrelaties binnen agrovoedingsketen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fevia-wil-laagdrempelig-aanspreekpunt-voor-handelsrelaties-binnen-agrovoedingsketen" />
            <id>https://vilt.be/57387</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische voedingsindustrie stelt vast dat haar positie in de voedingsketen steeds meer onder druk komt te staan. De groeiende macht van supermarktketens en buitenlandse aankoopallianties zorgt voor onevenwichtige handelsrelaties, zegt sectorfederatie Fevia. Die pleit daarom voor strengere wetgeving tegen oneerlijke handelspraktijken en de invoering van een laagdrempelig meldpunt, naar buitenlands voorbeeld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="supermarkt" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b62291ec-9ef7-408b-ab24-23fde58dc20f/full_width_supermarktlegerekken.jpg</image>
                                        <content>De Belgische voedingsindustrie noemt zichzelf een centrale en essentiële schakel in de voedingsketen. “Voedingsbedrijven verwerken 61 procent van de Belgische landbouwproductie en de retail wordt voor 61 procent bevoorraad door Belgische voedingsbedrijven, bij de horeca gaat het zelfs om 71 procent”, aldus Fevia. Volgens voorzitter Nathalie Guillaume, voorzitter van Fevia, zijn deze schakels afhankelijk van elkaar. “Zonder de ene schakel kan de andere niet bestaan”, benadrukt ze. Laagste prijs kent geen winnaarsDe centrale positie van de voedingsbedrijven in de keten komt steeds meer onder druk te staan. “Vandaag bevoorraden supermarktketens zich steeds meer in het buitenland en bundelen zij hun krachten in Europese aankoopallianties. Er zijn in ons land nog maar zeven aankoopcentrales en 13 supermarktketens actief. Zij kopen hun producten aan bij 7.500 voedingsbedrijven die zich op hun beurt bevoorraden bij 36.000 landbouwers”, schetst Guillaume.Zij ziet dat deze aankoopallianties een enorme machtspositie tegenover de voedingsbedrijven innemen en dat die machtpositie alleen maar toeneemt. “Maar hun strijd om tegen de laagste prijs in te kopen, kent evenwel geen winnaars. Ze verhoogt de druk op zowel de voedingsindustrie als de landbouw, zonder dat dit leidt tot een verbetering van de koopkracht van de consument”, aldus de Fevia-voorzitter.Die vaststelling doet Fevia vragen om een uitbreiding van de wetgeving rond oneerlijke handelspraktijken, de zogenaamde UTP-richtlijn. “Vandaag geldt die wet niet voor bedrijven die een omzet hebben die hoger is dan 350 miljoen euro. Volgens ons is unfair, ongeacht de grootte”, klinkt het. De federatie wil dat alle bedrijven in de agrovoedingsketen zich kunnen beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken. Ombudsman naar Brits voorbeeldDaarnaast wil Fevia ook een contactpersoon voor handelsrelaties binnen de agrovoedingsketen. De landbouworganisaties steunen die vraag. “Het klopt dat de Belgische Mededingingsautoriteit en de FOD Economie al voorzien in een procedure, maar vaak is dit een te grote stap voor voedingsbedrijven. Bij hen leeft de angst dat de retail te weten komt van wie de klacht komt en dat de klager dan zal worden aangepast door de retail”, vertelt CEO Bart Buysse.Daarom wil Fevia dat er een laagdrempeliger aanspreekpunt komt waar anoniem klachten kunnen neergelegd worden, naar Brits voorbeeld. Volgens hem heeft de praktijk in Groot-Brittannië bewezen dat zo’n contactpersoon, daar ‘Groceries Code Adjudicator genaamd, ervoor kan zorgen dat de relaties tussen leveranciers en supermarkten verbeteren. Margin claims en volumekortingenHij geeft ook een aantal voorbeelden van klachten die bij deze contactpersoon neergelegd kunnen worden. “We denken bijvoorbeeld aan de zogenaamde ‘margin claims’ waarbij supermarktketens van de voedingsindustrie extra marge eisen wanneer ze hun prijzen moeten verlagen door de concurrentie tussen supermarkten. Wij moeten toch niet de gevolgen dragen van de competitie tussen de retail?”, vraagt Buysse zich af. Een ander voorbeeld is een retailer die nieuwe vestigingen opent en dus verwacht meer volume te draaien. Soms eist die dan van leveranciers dat ze hun prijzen laten dalen omdat zij ook meer zullen kunnen afzetten.Een laatste vraag van Fevia in dat kader is de publicatie van veelgestelde vragen (FAQ’s) of van een gids met goede voorbeelden van samenwerking met de sector. “Want die goede voorbeelden zijn er zeker. Op heel veel vlakken werken we ook goed samen met de retail”, vult voorzitter Guillaume aan.</content>
            
            <updated>2025-05-20T13:19:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Maalderij Dossche Mills koopt West-Vlaamse Molens T’Kindt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/maalderij-dossche-mills-koopt-west-vlaamse-molens-tkindt" />
            <id>https://vilt.be/57388</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Maalderij Dossche Mills neemt zijn West-Vlaamse sectorgenoot Molens T'Kindt over. Dat heeft de meelgroep uit Deinze maandag bekendgemaakt. Volgens Kristof Dossche, de CEO van Dossche Mills, vormt de overname "een belangrijke stap" in de groeistrategie van de groep. "We versterken hiermee onze positie in de bloem- en meelsector in België, met een duidelijke focus op het industriële segment", zegt hij in een persbericht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="graan" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="brood" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/20116f5e-f28f-43b1-bf70-858c55598933/full_width_dossche-mills-binnenvaart.jpg</image>
                                        <content>Molens T&#039;Kindt bestaat sinds 1946 en is gevestigd in Kerkhove, een deelgemeente van Avelgem. De West-Vlaamse groep produceert bloem- en meelproducten voor bakkers, banketbakkers en industriële verwerkers.Goedkeuring van BCADossche Mills probeerde eerder nog de meelhandelsactiviteiten van sectorgenoot Ceres over te nemen. Na twee overnamepogingen, met de eerste in 2020, heeft Dossche in maart de overnameplannen afgeblazen. De mededingingsautoriteit kon de deal immers niet goedkeuren, omdat ze vreesde voor mogelijke concurrentieverstorende effecten.De overname van Molens T’Kindt is vlotter verlopen. De transactie is reeds goedgekeurd door de Belgische Mededingingsautoriteit (BCA) en werd dinsdag officieel ondertekend door beide partijen. “Deze strategische zet versterkt de positie van Dossche Mills in België en stelt het bedrijf in staat zijn klanten nog beter te bedienen, in lijn met zijn langetermijnvisie op kwaliteit en klantgerichtheid”, meldt de meelgroep.Focus op industrieel segmentDossche Mills is het belangrijkste onderdeel van de familiegroep Dossche uit Deinze, naast de koffiekoekenbakker Gourmand Pastries en tortillamaker Mexma. De groep heeft een jaaromzet van zowat 1 miljard euro.Rudo T&#039;Kindt, CEO van Molens T&#039;Kindt, is enthousiast over de nieuwe samenwerking. &quot;Sinds 1946 zet Molens T&#039;Kindt zich in om onze klanten te voorzien van kwalitatief hoogwaardige producten en betrouwbare service. We zijn trots op wat we in de loop der jaren hebben opgebouwd. Door de krachten te bundelen met Dossche Mills is ons bedrijf in sterke handen en is de continuïteit voor onze klanten gewaarborgd.&quot; Deze overname versterkt onze positie in de meel- en graansector in België, met een duidelijke focus op het industriële segment Kristof Dossche ziet de overname van Molens T&#039;Kindt als een belangrijke stap in de groeistrategie van Dossche Mills. &quot;Het versterkt onze positie in de meel- en graansector in België, met een duidelijke focus op het industriële segment&quot;, zegt Dossche. &quot;Beide bedrijven delen een passie voor kwaliteit, innovatie en klantgerichtheid, waardoor we beter kunnen inspelen op de behoeften van een breed klantenbestand.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-20T15:01:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Automaten met streekproducten en zicht op de boer: Maasvallei ontwikkelt voedsellandschap]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/automaten-met-streekproducten-en-zicht-op-de-boer-maasvallei-ontwikkelt-voedsellandschap" />
            <id>https://vilt.be/57389</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een nieuw marktonderzoek in Rivierpark Maasvallei moet uitzoeken hoe bewoners en recreanten tegenover lokale voedselproductie in het landschap staan. Op basis van de antwoorden willen de initiatiefnemers een aantrekkelijk ‘voedsellandschap’ ontwikkelen, waarin landbouwers een centrale, gewaardeerde rol spelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedsel" />
                        <category term="toerisme" />
                        <category term="streekproduct" />
                        <category term="lokaal" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7b8acb9b-63d2-491c-afac-182e3744246b/full_width_2025-rivierparkmaasvallei-fotobencreemers-dsc1000-2048x1367.jpg</image>
                                        <content>Het Rivierpark Maasvallei strekt zich uit aan beide oevers van de Maas tussen Maastricht en Kessenich. Laura Olaerts, gedeputeerde voor Toerisme en voorzitter van de lokale stuurgroep, legt het initiatief uit: “Deze regio is niet alleen van tel voor water en natuur, maar is ook een populaire regio voor wandelaars en fietsers die van het landschap komen genieten. Als provincie Limburg zien wij hier een gigantisch potentieel om hen ook van lokaal voedsel te laten genieten of hen er alleszins nauwer bij te betrekken.&quot;Kijken en proeven“Naast water, natuur en de Maasdorpjes is heel wat landbouw aanwezig in deze vallei, die al eeuwenlang een vruchtbare plek is&quot;, duidt gedeputeerde Inge Moors bevoegd voor Landbouw en Platteland.In het nieuwe voedsellandschap zullen recreanten niet enkel kunnen zien hoe lokale voeding geproduceerd wordt, maar zullen ze ook kunnen proeven. Voorgestelde initiatieven zijn automaten met streekproducten, een voedsel-leerpad, een boerenmarkt of rustplekken tussen de velden met info over wat er wordt geteeld.Enquête bij 800 mensenOf er vraag is naar meer beleving rond voedsel, en op welke manier dan, wordt nu onderzocht in het marktonderzoek. In een eerste fase zullen de inwoners, bezoekers en de toeristische sector bevraagd worden. Inwoners krijgen de mogelijkheid om hun mening te geven door het scannen van een QR-code in het gemeentelijk infoblad of het Maasblad. Op een tiental drukbezochte locaties komt een buitenplakkaat, zoals de veerpontjes en een aantal pleinen. Aanvullend zullen posters worden opgehangen in de openbare gebouwen en horecazaken. Deelnemen aan het marktonderzoek kan bovendien ook door een bezoek te brengen aan de website van het RivierPark Maasvallei. Daarnaast zullen in de tweede helft van juni ook enquêteurs postvatten op zes plekken aan beide oevers van de Maas om mensen rechtstreeks te benaderen. Zo hopen de organisatoren minstens 800 mensen te kunnen bevragen.Ook boeren worden bevraagdDe eerste fase van het marktonderzoek zal plaatsvinden van 20 mei tot eind september. De inzichten uit deze eerste fase vormen een belangrijke basis voor de tweede fase, waar men de landbouwers zal bevragen en de resultaten met hen bespreken. Dat zal dit najaar gebeuren. Het totale marktonderzoek moet begin 2026 klaar zijn.Het idee van een “voedsellandschap” ontstond enkele jaren geleden bij Boerenbond en de VLM (Vlaamse Landmaatschappij). Daarom stappen beide organisaties mee in het project. Ook Agropolis, dat in de Maasvallei gelegen is en de toekomst van agrofood mee ontwikkelt, vervoegde het partnerschap.</content>
            
            <updated>2025-05-22T10:18:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Na het geurvonnis in Nederland: wat staat ons te wachten in Vlaanderen?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/na-het-geurvonnis-in-nederland-wat-staat-ons-te-wachten-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/57390</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Moeten straks 1.300 Nederlandse veehouderijen inkrimpen vanwege geuroverlast? Volgens de nieuwssite Follow the Money zou dat het gevolg kunnen zijn van een recente uitspraak van het gerechtshof in Den Haag. Het hof stelde de Nederlandse staat in het ongelijk wegens het schenden van de mensenrechten van twee bewoners die al jaren ernstige geurhinder ondervinden van nabijgelegen veebedrijven. Andere gelijkaardige klachten werden afgewezen, maar als de gehanteerde criteria breder worden toegepast, dreigen mogelijk meer dan 1.000 veehouderijen in de problemen te komen. Nederlandse media spreken al van een ‘stikstofcrisis 2.0’. Maar wat betekent deze uitspraak voor Vlaanderen?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="geurhinder" />
                        <category term="varken" />
                        <category term="wetgeving" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/481efccf-ac39-4364-8d40-8d7e3c83875c/full_width_varkensbiggen.jpg</image>
                                        <content>Niet stikstof, maar wel stank zet de toekomst van meer dan 2.000 Nederlandse veehouderijen op de helling. Dat blijkt uit een toets van een grootschalig geurhinderrapport aan het vonnis van Den Haag. Een deel van de bedrijven zou aan eventuele klachten kunnen tegemoetkomen met een paar technische aanpassingen, maar 1.300 bedrijven moeten hun veestapel reduceren. Voornamelijk vleeskalveren en varkensbedrijven komen in het vizier.Hinder is subjectief, geur is meetbaarGeurhinder is subjectief. Wat voor de ene een onhoudbare stank is, is voor de ander nauwelijks waarneembaar. Maar de sterkte van een geur kan wel met een zekere objectiviteit gemeten worden. Net zoals geluid wordt uitgedrukt in decibel, wordt geurbelasting gemeten in zogeheten ‘odour units’ of ou. Officiële geurmetingen worden gedaan door een geurpanel. Deze ‘gecertificeerde neuzen’ krijgen de opgevangen lucht voorgeschoteld. Als ze niets ruiken, verdunnen ze de stanklucht net iets minder sterk door er eenzelfde hoeveelheid schone lucht aan toe te voegen. Deze stap wordt herhaald totdat de gemiddelde gecertificeerde neus iets ruikt. Het is dus ook op basis van zulke geurmetingen dat het gerechtshof in Den Haag eind maart oordeelde dat de staat de mensenrechten van twee omwonenden geschonden heeft, door ze onvoldoende te beschermen tegen de geur van vee. De twee omwonenden hadden te maken met 34 en 57,6 ou/m³. Volgens het hof had de overheid moeten ingrijpen bij geurwaarden vanaf 25 ou/m³. Maar die drempel wordt dus door vele Nederlandse veebedrijven overschreden.&quot;Wellicht duizenden vergunningen op de helling&quot;De advocaat van de Nederlandse staat waarschuwde dan ook dat het vonnis grote gevolgen zou kunnen hebben. Zo zou de overheid mogelijk zelfs duizenden vergunningen van boerenbedrijven moeten intrekken of aanpassen om de overlast op te lossen. De advocaat van de overheid betoogde dat het niet aan de rechter is om te bepalen hoeveel geurhinder te veel is, omdat iedereen dat anders ervaart, en dat alle vergunningsregels gevolgd zijn.De advocaat van de omwonenden, Nout Verbeek, vindt de geldende regels dan weer te soepel. Omwonenden hebben last van de stank uit meerdere stallen, terwijl bij de vergunningverlening per stal daar geen rekening mee gehouden wordt. Bovendien zouden de geschatte effecten van luchtwassers zijn overschat bij de vergunningverlening, en is de geurbelasting in werkelijkheid soms hoger dan volgens de vergunning is toegestaan. 7 procent scheidt meer stank af dan gerechtshof acceptabel achtteDe rechter volgt de advocaat van de omwonenden, en stelt dus ook dat de overheid haar burgers onvoldoende heeft beschermd tegen geurhinder. De uitspraak schept een precedent dat vervelend kan uitpakken voor andere veehouderijen. Op 3 april hebben twee Nederlandse adviesbureaus een impactanalyse gepubliceerd over de geurhinder bij veehouderijen. De onderzoekers hebben ruim 2.000 veehouderijlocaties in dertien gemeenten in Nederland geanalyseerd. Volgens het rapport scheidt 7 procent van de onderzochte veehouderijen meer stank af dan het gerechtshof acceptabel achtte. Over heel Nederland zou het dus moeten gaan over ongeveer 2.300 van de 33.550 veebedrijven. 58 procent van de bedrijven die volgens dit onderzoek de stankgrens overschreden, zijn varkenshouderijen. Ongeveer een kwart (24 procent) zijn veehouderijlocaties met vleeskalveren. Pluimvee is goed voor acht procent. Maar daar blijft het niet bij. Volgens milieuhygiënisch ingenieur en geuroverlast-expert Hugo van Belois, is de waarde die het gerechtshof hanteert als toetssteen, namelijk 25 ou/m³ ‘nog veel te hoog’.&amp;nbsp; “De industrie mag maximaal 5 ou/m³ geurbelasting veroorzaken om van een nog net aanvaardbare situatie te spreken&quot;, zegt Van Belois aan Follow The Money. “Dan is sprake van veel ernstige hinder. Al bij 5 ou/m³ &amp;nbsp;gaan mensen hun gedrag aanpassen: ze zetten de ramen niet meer open, hangen de was niet meer buiten, gaan minder de tuin in en nodigen geen kennissen meer uit.”Moest de Nederlandse wet de grens verlagen naar 5 ou/m³, zouden de gevolgen voor de veehouderij niet te overzien zijn. Volgens het rapport overschrijdt immers bijna de helft (48,1%) van de onderzochte bedrijven deze grens. Stikstofcrisis 2.0?Worden geurdossiers een stikstofcrisis 2.0 voor de veehouders? Het stikstofprobleem speelt in en rondom natuurgebieden. Geuroverlast is vooral een probleem nabij woongebieden, in en rondom dorpen en steden. Een strengere geurwet zou dus en hele nieuwe regio bedrijven kunnen treffen. En afhankelijk van hoe gretig vergunningen op deze basis zullen worden aangevochten, kan de impact voor de landbouw nog vele male zwaarder zijn dan de stikstofcrisis.In het vonnis van april 2025 beperkte het hof zich naar eigen zeggen tot de ‘zeer extreme gevallen’ waarvan op voorhand vaststaat dat die schade veroorzaken. Zo luidt de uitspraak: “Het hof wil hiermee [..] niet zeggen dat een vergunde waarde van minder dan 25 altijd goed is.” In een eerdere uitspraak in 2022 legde het hof de grenswaarde nog lager vast, op 19,4 ou/m³. De uitspraak van het hof heeft alleen gevolgen voor partijen die betrokken zijn bij deze rechtszaak. We wegen de uitspraak wel mee in het opstellen van nieuwe regelgeving Staatssecretaris van Milieu, Chris Jansen (PVV) reageert via zijn woordvoerder aan Follow The Money dat de uitspraak van Den Haag niet noodzakelijk betekent dat de overheid moet ingrijpen bij die duizenden veehouderijen die de grens van 25 ou/m³ &amp;nbsp;overschrijden. “De uitspraak van het hof heeft alleen gevolgen voor partijen die betrokken zijn bij deze rechtszaak. We wegen de uitspraak wel mee in het opstellen van nieuwe regelgeving”, klinkt het.Nederlandse aanklager zoekt nieuwe casesHet Nederlands ministerie zal begin 2026 met een voorstel komen voor een nieuwe geurwet. De wettelijke norm voor geurhinder in Nederland is vandaag vastgesteld op 14 ou/m³, maar er zijn wel verschillende manieren voor bedrijven om daarvan af te wijken. Dat is ook het geval voor 21,5 procent van de onderzochte veehouderijen. Zo kunnen veehouderijen hun bedrijf uitbreiden als ze technische innovaties voorzien om de geur te beperken. In sommige gemeenten gelden er ook uitzonderingen op deze geurlimiet. Maar zoals de recente uitspraken van het hof nu aantonen, is deze gunstregel niet oneindig.Verbeek, de advocaat van de omwonenden, reageert tegen Follow The Money dat hij na de uitspraak van Den Haag wellicht ook andere veehouderijen kan dwingen tot de krimp van hun veestapel. Wat betekent dit voor Vlaanderen?Juridische disputen in Nederland, kunnen ook belangengroepen in Vlaanderen inspireren. Een eerste parallel kan men leggen naar een geurdispuut in Wuustwezel en Hoogstraten. In 2024 heeft de vzw Dryade Vlaanderen gedagvaard voor geurhinder, samen met omwonenden van veebedrijven in deze gemeenten. Deze dagvaarding vond inspiratie in Nederland, waar de rechtbank in een gelijkaardige case eind 2022 de overheid veroordeelde voor een ontoereikend geurbeleid.Vlaams geurkaderVlaanderen heeft vandaag een geurkader, maar er is geen harde grens die bepaalt of een bedrijf vergunbaar is. Wat er wel is, zijn richtlijnen. In het richtlijnenboek voor milieueffectrapportage, lezen we welke normen hier worden gehanteerd. In ‘hoog geurgevoelige bestemmingen’, wordt geurhinder boven de 1,5 ou per kubieke meter bestempeld met een ‘aanzienlijk negatief effect’. Hoog geurgevoelige gebieden zijn bijvoorbeeld woongebieden, woonuitbreidingsgebied en recreatiegebieden, ziekenhuizen, scholen, winkelcentra, enzovoort. In een ‘laag geurgevoelige bestemming’ ligt de drempel op 10 ou per kubieke meter. Een laag geurgevoelige bestemming omvat onder meer woningen in agrarisch gebied. Voor de beoordeling van vergunningsaanvragen van veehouderijen wordt gewerkt met een informeel geurkader. Dat geurkader heeft deze normen overgenomen, en kijkt hierbij niet alleen naar individuele bedrijven maar neemt ook clusters in acht. Twee bedrijven naast elkaar, kunnen samen immers meer overlast genereren. Er is een verschil tussen het reglementaire kader dat afdwingbaar is op basis van het plan en de aanwezigheid van een woning, versus de subjectieve ervaring van overlast De odour units van een bedrijf worden niet gemeten aan de hand van praktijktests, wanneer het gaat om vergunningsaanvragen. Metingen zijn in dat geval namelijk niet mogelijk. Geureffecten worden in de vergunningenpraktijk dus bepaald aan de hand van geurmodellen. Dat zijn theoretische modellen waarbij men kijkt naar het type dier, hun aantal en het stalsysteem waarin ze gehuisvest worden. Aan de hand daarvan berekent men een theoretische geuroverlast.Maar volgens voorzitter van de parlementaire commissie Landbouw Bart Dochy (cd&amp;amp;v) is daarmee het volledige verhaal niet verteld. “Er is een verschil tussen het reglementaire kader dat afdwingbaar is op basis van het plan en de aanwezigheid van een woning, versus de subjectieve ervaring van overlast”, zegt hij. Veel odour units, veel hinder?De subjectieve aard van overlast maakt dat omwonenden altijd een procedure kunnen aanspannen, zelfs wanneer de odour units binnen de wettelijke normen vallen, want naast de geursterkte speelt ook de aard van een geur een rol. Vers gemaaid gras kan in odour units zeer overheersend zijn, maar zal bij velen niet als storend worden ervaren. De geur afkomstig uit een kippenstal, is dan weer minder populair. Het is ook om die reden dat het geurkader voor de veehouderij vooral betrekking heeft op drie sectoren: pluimvee, varkens en geiten. Rundvee is een opvallende afwezige. Dat komt omdat men voor rundvee geen cijfers kon vaststellen die terug te brengen waren tot de dieren. De geur komt hier voornamelijk van het kuilvoer en is anders van karakter. Bovendien zijn de geuremissies bij stallen met natuurlijke ventilatie meer diffuus.En dat brengt ons tot een andere zaak: gaan hoge odour units altijd gepaard met hinder? Het Belgische milieuadviesbureau Olfascan onderzocht geurhinder in opdracht van de Nederlandse varkenshouderij. Olfascan enquêteerde 783 buurtbewoners van vijf varkensbedrijven. Slechts 2,9 procent van de omwonenden ervoer &#039;hinder&#039;; 0,3 procent &#039;ernstige hinder&#039;. Opmerkelijk is dat mensen die het dichtst bij een varkensbedrijf woonden, het minst klaagden. Nieuwe buren, nieuwe klagersZoals eerder vermeld, moeten bedrijven hun geuremissies vooral beperken indien ze zich nabij ‘gevoelige’ bestemmingen bevinden, zoals residenties. Maar lang niet alle gronden met residentiële bestemming, liggen in de dorpskern. In Vlaanderen worden hoeves regelmatig verkocht voor residentieel gebruik, wat gepaard gaat met een functiewijziging. Gevolg: de naburige boeren, die voordien in niet-geurgevoelige bestemming boerden, dreigen nu aan veel strengere geurnormen te moeten voldoen.Het is een lapsus in onze wetgeving, die de Vlaamse regering deze legislatuur wil dichtplamuren. Bij decreet van 17 mei 2024 had het Vlaams parlement al een bepaling toegevoegd aan de VCRO: “de functiewijziging mag de normale bedrijfsvoering van vergunde of vergund geachte bedrijven in de omgeving niet in het gedrang brengen. Dat maakt dat bij de beoordeling van een aanvraag voor een zonevreemde functiewijziging nu expliciet wordt gevraagd om de impact hiervan op de bedrijfsvoering in aanmerking te nemen&quot;.Via een herziening van het geurkader wil de Vlaamse regering ook minder juridische slagkracht geven aan nieuwe bewoners van oude hoeves, zodat de nieuwe bewoners van deze plattelandswoningen de professionele activiteiten rondom hun woonst niet kunnen hinderen. Hier wordt nu actief werk van gemaakt.Volgens Dochy zal een decretale verankering meer zekerheid te geven aan landbouwers met nieuwe, residentiële buren. Moeten normen strenger of lakser worden?Nederlandse media die de geurcrisis omschrijven als een ‘Stikstofcrisis 2.0’, worden door de Vlaamse juridische experts die VILT contacteerde als ietwat sensationeel weggezet, al neemt dat niet weg dat geuroverlast een hindernis kan vormen voor de vergunbaarheid van sommige bedrijven. Zeker omdat vele bedrijven vergund zijn in tijden voor het geurkader. De limiet van 10 odour units per kubieke meter die verankerd is tot een harde, wettelijke grens, is in sommige vergunningsdossiers wel degelijk een hindernis. Er leeft ook de discussie of de 10 ou/m³ wel niet te streng is. De limiet is beduidend strenger dan in Nederland. Bovendien zit de industrie vaak boven deze normen, al ervaren zij hier minder problemen mee. In tegenstelling tot de landbouw, kan de industrie aan de hand van snuffelploegmetingen in de praktijk een afwijking vragen.De juristen die VILT heeft gecontacteerd, wijzen er wel op dat Vlaanderen nog voor de invoer van het geurkader ook al veel aandacht had voor de effecten van geur in de vergunningverlening. Waar lokale besturen in Nederland geregeld uitzonderingen hebben toegelaten op de geurnormen, zou er in ons land dus minder sprake mogen zijn van bedrijven die in die grootteorde tot 34 en 57,6 ou/m³ de norm overschrijden. Zeker niet als onze gehanteerde geurmodellen een goede weerspiegeling zijn van de realiteit. Inkrimpen is niet de enige manier om geur te beperkenLisa Dejonghe, adviseur luchtemissies bij Inagro, wijst erop dat er binnen de landbouwsector inspanningen gebeuren en er wel enkele mogelijkheden zijn om de geurhinder naar de omgeving toe te beperken.&amp;nbsp;Er zijn enkele erkende geurreducerende technieken (vb. luchtzuiveringssystemen…), maar er zijn ook maatregelen die genomen kunnen worden. “Zo herinner ik me een dossier waar de schouwen van een varkensstal werden verhoogd, waarmee de hinder in de nabije buurt aanzienlijk is weggenomen. Maar als je me vraagt hoeveel bedrijven zouden getroffen worden bij een harde grens van tien odour units, dan moet ik je het antwoord schuldig blijven.”Een andere jurist wijst erop dat klachten wegens overlast lang niet alleen circuleren rond bedrijven met hoge odour units. Bij vele overlastdossiers gaat men over tot een praktijktest, en daaruit blijkt dat de geuruitstoot van een bedrijf in praktijk vaak lager ligt dan wat de richtlijnen voorschrijven. “Maar het gegeven waarbij buren al dan niet een procedure aanspannen door geuroverlast, is niet nieuw”, klinkt het. “Dat gebeurde voor het vonnis in Nederland, en dat zal erna ook blijven gebeuren. Op dat vlak zal het Nederlandse vonnis in Vlaanderen niets veranderen.”</content>
            
            <updated>2025-05-20T20:34:04+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Elke euro voor natuurherstel levert tot 51 euro op]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/elke-euro-voor-natuurherstel-levert-tot-51-euro-op" />
            <id>https://vilt.be/57391</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Investeren in natuurherstel is een winstgevende zaak. Dat blijkt uit een sociaaleconomische impactanalyse van drie natuurherstelprojecten uitgevoerd door onderzoeksinstelling VITO in opdracht van WWF, Natuurpunt en Natagora. “Geld voor herstel van natuur wordt niet nutteloos verspild”, aldus Natuurpunt. “Eén euro geïnvesteerd in het Kastanjebos in Herent leverde een rendement van wel 51 euro op.” Naast de herstelde leefgebieden, bracht het ook aanzienlijke voordelen voor mens en economie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="Natuurpunt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f9631932-71ec-4376-8d27-a0b1441f697a/full_width_nattenatuur-water-wijmeers-sigmaplan.jpg</image>
                                        <content>Natuur in slechte staat kan haar volledige potentieel niet realiseren. Zo wordt er minder water vastgehouden of minder CO2 opgevangen. “Hierdoor grijpen we naast belangrijke voordelen die natuur ons kan leveren, bijvoorbeeld bij droogte of overstromingen”, aldus Natuurpunt. De aanwezigheid van natuur versterkt daarbovenop de gezondheid door ruimte te bieden voor ontspanning, beweging en bezinning.&amp;nbsp;WWF, Natuurpunt en Natagora lieten voor drie natuurherstelprojecten berekenen welke maatschappelijke voordelen hun investeringen opleverden. Het ging voornamelijk om projecten rond natte weilanden, moerassen en veenmoerassen in het Kastanjebos (Herent), de Demerbroeken (Scherpenheuvel-Zichem) en het Plateau des Tailles (Manhay/La-Roche-en-Ardenne).Er werd rekening gehouden met de afvang van fijn stof en stikstofverwijdering, wateropslag- en infiltratie, koolstofopslag, jobcreatie, vastgoedprijzen voor nabijgelegen woningen en gezondheidsbaten. “Contact met de natuur in de breedste zin van het woord leidt tot minder psychische en lichamelijke klachten, wat leidt tot aanzienlijke besparingen in de gezondheidszorg”, aldus Natuurpunt.Rendement van 8 tot 50 procentUit de analyse van het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO) blijkt dat investeringen in natuurherstel een duidelijk positief maatschappelijk rendement opleveren. Binnen een termijn van zeven tot zestien jaar verdienen deze investeringen zich terug via maatschappelijke baten. Zo genereerde elke geïnvesteerde euro jaarlijks een rendement van acht euro in de Demerbroeken, 25 euro in Plateau des Tailles, en 51 euro in het Kastanjebos. “Deze baten zijn niet altijd directe cashflows die terugvloeien naar de investeerder, maar ze zorgen wel voor besparingen bij verschillende overheidsdiensten waardoor extra middelen vrijkomen binnen de overheidsbudgetten. Bovendien profiteren ook privépersonen, zoals huiseigenaars en uitbaters van horecazaken.” Natuurpunt benadrukt dat veel voordelen van natuur moeilijk in euro’s uit te drukken zijn. “Daardoor is slechts een deel van de baten van natuurherstel is meegenomen.” Contact met de natuur leidt tot minder psychische en lichamelijke klachten, wat leidt tot aanzienlijke besparingen in de gezondheidszorg Voorbeelden uit het KastanjebosIn het Kastanjebos wordt vooral ingezet op het herstellen van hooilanden en broekbossen. Investeren in meer biodiversiteit en een uitgebreider landschap doet het aantal bezoeken stijgen van 67.000 tot 80.000 per jaar, goed voor extra jaarlijkse bestedingen van 105.000 euro, wat leidt tot twee extra jobs in de horeca.“Ook in de strijd tegen de klimaatverandering doet het Kastanjebos zijn duit in het zakje”, aldus Natuurpunt. “In het gebied werd jaarlijks al 720 ton koolstof opgeslagen, wat gelijkstaat aan de uitstoot van 15 miljoen autokilometers. De extra herstelingrepen zorgen voor een meeropslag van twee miljoen autokilometers en een vermeden kost van gemiddeld 23.000 euro per jaar.”Dankzij de aanwezigheid van groene ruimte lijden mensen in de buurt minder vaak aan psychische aandoeningen en hart- en vaatziektent. Dit betekent dat buurtbewoners (binnen 1 km) samen gemiddeld per jaar 40 keer minder naar de dokter gaan, minder afwezig zijn op het werk en minder ziektekosten hebben. Het leidt voor het totale gebied tot een jaarlijkse besparing van 1,9 miljoen euro op de ziektekosten voor de overheid en de kosten voor bedrijven.Door de groene omgeving liggen de woningprijzen binnen één km van het gebied negen procent hoger dan woningen zonder groen in de omgeving. De herstelinvesteringen leveren een financiële meerwaarde van 3.000 euro op per jaar. Natuurherstel meer dan nodig“Natuurherstel is meer dan nodig. Niet alleen om voor ons algemeen welzijn te zorgen, maar ook om tegemoet te komen aan verschillende uitdagingen waarvoor we als maatschappij staan: de klimaatverandering maar ook het biodiversiteitsverlies”, concludeert Natuurpunt. “Zeker met de Europese Natuurherstelwet zal er heel wat moeten gebeuren om aan de doelstellingen tegemoet te komen. De natuurorganisatie reikt samen met WWF en Natagora de bevoegde overheden de hand om samen een ambitieus natuurherstelplan te ontwikkelen en uit te voeren, zodat de Belgische bevolking gewapend is voor de toekomst.</content>
            
            <updated>2025-05-20T19:59:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boeren waarschuwen: Zonder steun zakt Europees kaartenhuisje in elkaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boeren-waarschuwen-zonder-steun-zakt-europees-kaartenhuisje-in-elkaar" />
            <id>https://vilt.be/57392</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Verschillende Europese landbouworganisaties trokken dinsdag naar het Europees hoofdkwartier in Brussel om hun bezorgdheid te uiten over de toekomst van het landbouwbudget. Ze vrezen een gebrek aan middelen, het verdwijnen van een gemeenschappelijke lijn binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en het wegvallen van voedselzekerheid. “Geen holle woorden, maar een reëel risico dat we moeten vermijden”, klonk het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/be1bf03a-7ecb-4efa-bb53-90e6053ba686/full_width_bb-actie-dinsdag.jpeg</image>
                                        <content>Geen duizenden tractoren deze keer, wel een symbolisch levensgroot kaartenhuisje, geflankeerd door tientallen landbouworganisaties uit heel Europa. In naam van de boeren thuis uitten ze hun bezorgdheid over de toekomst van het wankele landbouwbudget binnen het Meerjarig Financieel Kader van de EU. Verschillende speculaties over een hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) stemmen daarbij weinig gerust.Nationale enveloppe stuit op verzetHet scenario waarin het GLB zou opgaan in een bredere nationale enveloppe, roept weerstand op. Daarbij zou de historische twee-pijler-structuur van het GLB worden ontrafeld en de steunprogramma’s nationaal worden samengebracht met subsidies en prioriteiten uit andere beleidsdomeinen. De verdeling van de vele subsidies binnen het GLB zou dan overgelaten worden aan de lidstaten zelf.&quot;Op het Berlaymontgebouw achter ons staat: ‘Verenigd voor onze toekomst’. Maar in de huidige voorstellen zie ik niets verenigd. Eén nationale enveloppe zonder aparte landbouwsteun betekent de doodsteek voor ons gemeenschappelijk beleid&quot;, zei een vertegenwoordiger van de Ierse landbouworganisatie.&quot;We hebben voedselproductie nodig in elk deel van Europa. We werken in één markt, met gedeelde regelgeving. Daarom is een gemeenschappelijke structuur binnen het GLB essentieel&quot;, voegde Peter Meedendorp, voorzitter van de Europese jonge boerenkoepel CEJA, toe. Als het GLB-budget in één fonds terechtkomt, ondermijnt dat het gelijke speelveld. En net dat is onze kracht: een eengemaakte markt Historische misstapHet GLB nationaliseren zou een historische misstap zijn en een bedreiging vormen voor de voedselzekerheid in de EU, klinkt het bij alle landbouworganisaties. &quot;Het GLB werd opgericht om Europa te verzekeren van een stabiele aanvoer van veilig en betaalbaar voedsel. In deze onzekere tijden lijkt niet elke politicus zich dat nog te realiseren&quot;, uitte ook Borenbond-voorzitter Lode Ceyssens zijn zorgen.Vlaams minister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) rekent zichzelf alvast niet tot die groep politici: &quot;Nu Amerika aangeeft dat we eigen boontjes moeten doppen, Rusland oorlog voert en China economisch oprukt, is het tijd om onze krachten te bundelen. We moeten kunnen instaan voor basisbehoeften zoals voeding.&quot; Daarbij benadrukte hij dat binnen de Vlaamse regering afgesproken is dat het landbouwbudget gevrijwaard blijft en afzonderlijk behandeld wordt, wat de toekomst ook brengt.&quot;Het is positief dat we die steun krijgen vanuit onze eigen regering&quot;, reageerde Ceyssens. &quot;Maar we staan hier voornamelijk ook als Europese boeren, met zorgen. Als al het geld in één fonds terechtkomt, ondermijnt dat het gelijke speelveld. En net dat is onze kracht: een eengemaakte markt. Zeker voor een kleine regio als Vlaanderen, die sterk afhankelijk is van Europese export en import.&quot; Minder budget, meer verwachtingenDe organisaties vrezen ook dat het volgende GLB tekortschiet, zeker nu de EU ook moet investeren in defensie en energie. &quot;Het budget is geen technische kwestie, maar een politieke topprioriteit die de ambitie van het landbouwbeleid bepaalt&quot;, zei de voorzitter van Copa-Cogeca, de Europese landbouwkoepel. &quot;De maatschappij verwacht veel van ons, maar wij moeten het doen met steeds minder middelen. Als de EU voedselzekerheid belangrijk blijft vinden, hoort daar een versterkt budget bij.&quot; Kaartenhuis stort inOm de dreiging te symboliseren, liet Boerenbond tijdens de actie een kaartenhuis instorten, bedrukt met de woorden: ‘Geen budget, geen GLB, geen boeren, geen zekerheid’.&quot;Dit is geen holle slogan&quot;, klonk het. &quot;We begrijpen dat er vandaag belangrijke strategische prioriteiten zijn, maar onze collectieve veiligheid steunt op één fundamentele pijler: voedselzekerheid.&quot;Parlement luistert, Commissie volgt?De actie kreeg gehoor bij heel wat Europarlementsleden, die hun steun kwamen betuigen aan de actie. &quot;Voedselzekerheid is essentieel voor de strategische autonomie van de EU. Het landbouwbudget mag niet dalen en moet binnen de GLB-structuur blijven&quot;, verklaarde Europarlementslid Wouter Beke (cd&amp;amp;v/EVP). &quot;Ook het Europees Parlement heeft dat standpunt al ingenomen, nog voor de Commissie met haar voorstel kwam. Een duidelijk schot voor de boeg.&quot;Aan de zijlijn vond ook overleg plaats tussen Copa-Cogeca en EU-begrotingscommissaris Piotr Serafin, die zich bereid toonde tot verder overleg. &quot;Hij verzekerde ons dat voedselzekerheid prioriteit blijft en dat hij de sector via het GLB wil blijven ondersteunen&quot;, aldus de landbouwkoepel.Toch klonk ook scepsis: &quot;Woorden zijn maar woorden. Het is tijd voor uitvoering.&quot; De Ierse landbouworganisatie legt de verantwoordelijkheid ook bij Eurocommissaris voor Landbouw Christophe Hansen (EVP): &quot;Hij zegt de volgende generatie boeren te willen steunen. Wel, dit is het moment. Laat zien dat ze waardevol zijn met een GLB dat hierop afgestemd is.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-21T17:45:33+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Japanse minister stapt op na ongepaste opmerking over rijst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/japanse-minister-stapt-op-na-ophef-over-ongepaste-rijstopmerking" />
            <id>https://vilt.be/57393</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Japanse landbouwminister Taku Etō heeft ontslag genomen nadat hij had verklaard nooit rijst te kopen omdat hij die gratis krijgt. Die uitspraak viel bijzonder slecht bij de bevolking, nu de rijstprijzen in Japan op een jaar tijd bijna verdubbeld zijn en ook andere voedselprijzen blijven stijgen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wereld" />
                        <category term="inflatie" />
                        <category term="voedselprijzen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e5b20b07-cfc8-4b1d-be0c-c54389818366/full_width_rijst-gewas-unsplash.jpg</image>
                                        <content>In Japan zijn de rijstprijzen in een jaar tijd bijna verdubbeld. Schappen in de supermarkten zijn leeggeraakt door misoogsten na een extreme hitte in 2023 en paniekaankopen van consumenten na een aardbevingswaarschuwing afgelopen zomer. De regering probeerde de druk te verlichten door 300.000 ton rijst uit de strategische voorraden vrij te geven, maar dat bracht weinig rust.Met die spanningen op de achtergrond veroorzaakte landbouwminister Taku Etō afgelopen weekend grote verontwaardiging door te zeggen dat hij “nooit rijst kocht omdat supporters hem zoveel doneren dat hij het praktisch kan verkopen”. Zijn opmerking werd gezien als uiterst ongepast, net nu veel Japanners worstelen met de stijgende kosten van levensonderhoud. Etō bood zijn excuses aan en trad af.&quot;Ik heb mezelf afgevraagd of het gepast is dat ik aan het roer blijf staan van het ministerie van Landbouw op een kritiek moment voor de rijstprijzen, en ik ben tot de conclusie gekomen dat dat niet het geval is”, aldus Etō bij zijn ontslag. “Nogmaals mijn excuses aan de mensen voor het maken van extreem ongepaste opmerkingen als minister terwijl ze worstelen met de stijgende rijstprijzen.”Aanhoudende inflatieZijn ontslag verhoogt de druk op premier Shigeru Ishiba. Hij slaagt er niet in om de rijstprijzen en bredere economische uitdagingen te beteugelen, wat onvrede bij kiezers aanwakkert in aanloop naar de verkiezingen in juli.De rijstcrisis benadrukt de bredere zwakte van de Japanse economie. Japan importeert meer dan de helft van zijn voedsel en heeft te kampen met aanhoudende inflatie. De economische veerkracht van het land wordt op de proef gesteld door druk op de toeleveringsketen, demografische verschuivingen en toegenomen handelsspanningen. De regering probeert het rijsttekort te verzachten met veilingen, maar de onderliggende economische kwetsbaarheid blijft zichtbaar.</content>
            
            <updated>2025-05-22T10:21:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Niet de kettingzaag maar vuur: Natuurbranden drijven bosverlies op]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/niet-de-kettingzaag-maar-vuur-natuurbranden-drijven-bosverlies-op" />
            <id>https://vilt.be/57394</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het wereldwijde bosverlies bereikte in 2024 een trieste recordhoogte. Voor het eerst waren niet de landbouw, maar bosbranden de grootste oorzaak van het verlies aan tropisch regenwoud, zo tonen nieuwe cijfers van de Universiteit van Maryland en de ngo World Resources Institute (WRI). Al blijft landbouw vaak de onderliggende drijfveer achter die branden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ea957f50-060f-4f86-893c-e910c316aa9d/full_width_bos-brand-bosbrand-unsplash.jpg</image>
                                        <content>In totaal ging afgelopen jaar 6,7 miljoen hectare tropisch oerwoud verloren, een gebied meer dan twee keer zo groot als België. Dat is een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor. Natuurbranden waren verantwoordelijk voor bijna 50 procent van het verlies, terwijl dat aandeel in eerdere jaren gemiddeld rond de twintig procent lag. “Dit markeert een dramatische verandering”, aldus WRI in de voorstelling van de nieuwe cijfers. Ook ontbossing door andere oorzaken zoals houtkap en landbouw nam met veertien procent toe, de sterkste stijging sinds 2016.Toch ziet WRI de landbouw ook als de onderliggende drijfveer achter veel van die branden. “Hoewel branden in sommige ecosystemen natuurlijk voorkomen, worden branden in tropische bossen meestal door mensen veroorzaakt. Ze worden vaak aangestoken om nieuwe gebieden vrij te maken voor landbouw”, stelt de organisatie. 2024 was bovendien het warmste jaar ooit gemeten, wat ervoor zorgde dat veel branden ook heviger en moeilijker te beheersen waren.Overal in de wereld gaan bomen in vlammen opHet bosverlies beperkte zich niet tot de tropische regenwouden. Wereldwijd nam de totale ontbossing met vijf procent toe ten opzichte van 2023, goed voor dertig miljoen hectare. Dat is een oppervlakte vergelijkbaar met Italië. Die toename is deels te verklaren door de zware brandseizoenen in Canada en Rusland.De impact van het totale bosverlies was daarbij aanzienlijk. “Branden leidden wereldwijd tot een uitstoot van 4,1 gigaton broeikasgassen, dit is meer dan vier keer zoveel uitstoot als de wereldwijde luchtvaart in 2023”, klinkt het. &amp;nbsp; Hier verdwijnen de bossen het snelstBrazilië was verantwoordelijk voor 42 procent van het verlies van tropisch regenwoud. De huidige president Luiz Inácio Lula da Silva beloofde ontbossing in te dijken, maar de nieuwe cijfers tonen hoe moeilijk die belofte in te lossen is. Het bosverlies ligt volgens WRI hoger dan onder het presidentschap van Jair Bolsonaro, maar blijft nog onder de pieken van de jaren 2000. De toename werd aangewakkerd door droogte en natuurbranden, mede als gevolg van de ergste droogte ooit in het Amazonegebied. “Onze cijfers wijken af van de Braziliaanse statistieken, omdat zij branden niet meerekenen als ontbossing”, duidt WRI.Vorig jaar steeg ook het verlies aan oerbossen in Bolivia met 200 procent tot ruim 1,4 miljoen hectare, bijna vijf keer zoveel als in 2020. Voor het eerst stak het land de Democratische Republiek Congo in de ranking voorbij, ondanks een veel kleiner bosareaal. “Meer dan de helft van het verlies was te wijten aan branden, vaak aangestoken om land vrij te maken voor soja, vee en suikerriet, die door de hevige droogte in megabranden uitmondden”, aldus WRI. &quot;Overheidsbeleid dat landbouwuitbreiding stimuleert, verergert er het probleem.”In 2024 zagen ook de Democratische Republiek Congo (DRC) en de Republiek Congo (ROC) het hoogste verlies aan oerbos ooit. In deze landen bevindt zich het regenwoud van het Congobekken, na het Amazonegebied het grootste regenwoud ter wereld. “Armoede, de afhankelijkheid van bossen voor voedsel en energie, en het aanhoudende geweld door rebellengroepen zorgden er voor meer instabiliteit en landontginning, wat het bosverlies verder versnelde”, concludeert WRI. Bosverlies terugdringen vergt onmiddellijke actie“Hoewel er positieve signalen zijn, zoals een daling van bosverlies in delen van Zuidoost-Azië, blijft de wereldwijde trend zorgwekkend”, stelt WRI. In 2021 beloofden meer dan 140 landen via de Glasgow Leaders Declaration om tegen 2030 het wereldwijde bosverlies een halt toe te roepen. De kloof met dit doel blijft voorlopig groot: in zeventien van de twintig landen met het grootste areaal aan oerbos is het verlies sinds de ondertekening zelfs toegenomen.Om het doel voor 2030 nog te halen, moet de jaarlijkse ontbossing wereldwijd met twintig procent dalen. “En wel onmiddellijk,” benadrukt WRI. “In 2024 daarentegen was er een toename van tachtig procent in het verlies van tropisch oerbos.”Volgens WRI is een brede wereldwijde aanpak nodig om het tij te keren. Dat betekent onder meer betere brandpreventie, ontbossingsvrije ketens voor grondstoffen, strengere handhaving van handelsregels en meer financiering voor bosbescherming.</content>
            
            <updated>2025-05-22T10:57:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gekkekoeienziekte in VK is geen reden tot paniek]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gekkekoeienziekte-in-vk-is-geen-reden-tot-paniek" />
            <id>https://vilt.be/57395</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een niet-besmettelijk geval van BSE, beter bekend als de gekkekoeienziekte, is vastgesteld op een boerderij in Essex. Dat meldt de Britse BBC. Het gaat om een atypisch geval bij een oud dier, dat hoe dan ook niet bestemd was voor de voedingsketen. Noch in ons land, noch in het VK komt de voedselveiligheid in gevaar, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ffc8112b-344b-4236-8018-86f6759fed89/full_width_koe-vee-drinkbak-water-inagro-1250.jpg</image>
                                        <content>Een besmetting met de gekkekoeienziekte leidt begrijpelijkerwijs tot heel wat bezorgdheid bij het grote publiek.&amp;nbsp;In 1992 heeft een epidemie van BSE honderdduizenden dieren getroffen in Groot-Brittannië. Veel dieren zijn toen ook in de menselijke voedingsketen terechtgekomen. De ziekte verspreidde zich erg snel, omdat de Britse veehouderij vroeger diermeel gaf aan runderen. Dat is een soort voeder waarin onder andere resten van koeien en andere dieren zoals schapen verwerkt waren. Miljoenen dieren zijn afgemaakt om de BSE-epidemie te bedwingen, en sindsdien is het eiwitrijke diermeel als voedselbron verboden.Dat deze aandoening nu toch opduikt, gebeurt omdat BSE soms spontaan kan ontwikkelen bij runderen. Zo was er in 2023 een spontaan geval bij een achtjarige koe in Zuid-Holland. Net als dit jaar in Groot-Brittannië, ging het toen om de variant ‘ouderdoms-BSE’.De Britse overheid zegt dat het dier op humane wijze werd afgemaakt en dat er geen risico was voor de volksgezondheid, omdat het niet bestemd was om in de voedselketen terecht te komen.BSE in BelgiëOok in België is er dus geen bezorgdheid om deze alleenstaande uitbraak. “Aangezien het om een atypisch geval gaat, zijn er geen implicaties voor ons land”, zegt Helene Bonte van het Voedselagentschap FAVV. “Het gebeurt sporadisch dat dieren bij het verouderen gekkekoeienziekte krijgen, maar dat wijst niet op een breder probleem.”Bonte wijst erop dat er ook in ons land actief wordt gecontroleerd op BSE. “De gekkekoeienziekte vestigt zich in het zenuwstelsel, en als je dan besmette producten eet zoals merg kan je als mens ook ziek worden. Daarom doen we controle van de karkassen en worden alle risicoproducten strikt gescheiden gehouden.”In België werd de gekkekoeienziekte in 1997 voor het eerst vastgesteld op een boerderij in Havelange, Namen. Het laatste geval dateert van 5 oktober 2006, in Perinnes-lez-Binche. Alles samen zijn er tot nu in ons land 133 gevallen bekend.</content>
            
            <updated>2025-05-22T10:27:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe loods moet proefveldwerking Hooibeekhoeve verbeteren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-loods-moet-proefveldwerking-hooibeekhoeve-verbeteren" />
            <id>https://vilt.be/57396</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Hooibeekhoeve in Geel, het onderzoekscentrum voor melkvee en voedergewassen en van de provincie Antwerpen, is gestart met de bouw van een nieuwe loods. In de toekomstige loods worden de machines centraal gestockeerd en is een onderzoeksruimte voorzien met opslagruimte voor gewasstalen en zaaizaden. De nieuwe loods, waar een prijskaartje van twee miljoen euro mee gemoeid is, moet op deze manier de proefveldwerking verbeteren en de efficiëntie verhogen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/118c1148-8c5c-4a04-8e7f-a29f121daed6/full_width_nieuwe-loods-hooibeekhoeve.jpg</image>
                                        <content>&quot;Momenteel bevinden het fytolokaal en de vulplaats zich op aparte locaties, wat leidt tot onnodige transportbewegingen. In de nieuwe loods zijn deze faciliteiten gebundeld op één plek”, zegt Gert Van de Ven, onderzoeker aan de Hooibeekhoeve in Geel. “Een goed voorbeeld van de efficiëntiewinst die de nieuwe loods met zich meebrengt.”De Hooibeekhoeve in Geel is een onderzoekscentrum van de Provincie Antwerpen dat zich richt op de melkveehouderij. “Enerzijds beschikken we over een stal met negentig koeien waar we onderzoek doen naar veeteelt, innovatieve systemen en maatregelen. Anderzijds beheren we zo’n tachtig hectare landbouwgrond en werken we samen met omliggende melkveehouders om proeven uit te voeren op het vlak van veevoeder, teelttechnieken en rassen.”Momenteel worden de machines voor de proefvelden gestald op de Beemdenhoeve, ongeveer een halve kilometer van de Hooibeekhoeve. Met de komst van de nieuwe loods kunnen deze machines voortaan op de Hooibeekhoeve zelf worden ondergebracht, wat de efficiëntie aanzienlijk verhoogt. “Doordat er minder verplaatsingen over de openbare weg nodig zijn, draagt dit ook bij aan een betere verkeersveiligheid”, aldus Jinnih Beels, gedeputeerde Landbouw van de Provincie Antwerpen. &quot;Onderzoekscentra essentieel voor de verduurzaming van de landbouw&quot;Beels was woensdag in Geel om het officiële startschot te geven van de nieuwbouw. Tijdens haar speech benadrukte ze het belang van het onderzoekscentrum voor de melkveehouderij. “De melkveehouderij kampt met tal van uitdagingen en hier wordt onderzoek gedaan naar innovatieve technieken en maatregelen die de duurzaamheid van onze land- en tuinbouw kunnen verhogen. De praktijkcentra in onze provincie zorgen er bovendien voor dat wij als beleid niet blind varen.”De Antwerpse gedeputeerde van Landbouw benadrukte in het bijzonder het belang van de nieuwbouw voor de graslandteelt. “Grasland is de grootste teelt in Vlaanderen en speelt een essentiële rol in onze voedselproductie. Door de nieuwe onderzoeksruimte kunnen we nog meer diepgang brengen in ons werk rond eiwitrijke graslandgewassen, zoals het Granola-project. Dit EFRO-project stelt ons in staat om nieuwe technologieën te integreren, zoals de NIR-sensoren voor voederwaardebepaling, waarmee we de toekomst van de sector verder vormgeven. De proefveldmaaier die we hier zullen inzetten, krijgt dan ook een plek in de nieuwe loods, die een ware broedplaats voor kennis en innovatie zal worden.”Ilse Van den Broeck, directeur van Hooibeekhoeve, vult aan: “Naast graslandprojecten zullen ook andere innovatie-inspanningen, zoals de zoektocht naar klimaatrobuuste gewassen, profiteren van deze nieuwe infrastructuur. Dit is de plek waar we de toekomst van duurzame landbouw kunnen blijven testen en ontwikkelen. Met de nieuwe loods gaan we verder dan alleen onderzoeksruimte. We schaffen een strategisch locatie aan voor de opslag van gewasstalen en zaaizaden, waar ze vorst- en ongediertevrij bewaard kunnen worden.” Prijskaartje van 2 miljoen euroVoor de nieuwbouw is een bedrag van twee miljoen euro uitgetrokken. In het ontwerp van de loods is de nodige aandacht besteed aan duurzaamheid en wateropslag. De regenwaterputten zijn goed voor een opslagcapaciteit van 160.000 liter water dat onder andere ingezet wordt voor het reinigen van gewasstalen. Regenwater dat valt op de verharding rond de loods vloeit naar een aanpalende wadi vlakbij een kruidenrijk hooilandje, waar het water traag kan infiltreren.Ook biodiversiteit kreeg aandacht bij het ontwerp. “De uitgekiende groenaanleg maakt de aanpak van plaagdieren gemakkelijker. De biodiverse buitenaanleg rondom de nieuwe loods zal natuurlijke vijanden van plaagdieren zoals muizen, ratten, vliegen en muggen aantrekken. Uilen, valken, zwaluwen en vleermuizen zullen zich immers thuis voelen in de hakhoutbosjes, de hagen en de groene stroken rond het erf van Hooibeekhoeve”, klinkt het. Voormalige &quot;loods&quot; afgebroken en terrein onthardHet voorbije decennium werd de Beemdenhoeve, die niet meer dient als veelocatie en overwoekerd wordt door gras, gebruikt als stalling voor het machinepark. In het kader van zuinig ruimtegebruik en ontharding, zal de Beemdenhoeve in het najaar van 2025 afgebroken worden. “De ontharding van de Beemdenhoevesite neutraliseert immers de bouw van de nieuwe loods van Hooibeekhoeve”, klinkt het. “Bovendien wordt de nieuwe open ruimte van de Beemdenhoeve weer beschikbaar voor landbouwproductie en de bijbehorende ecosysteemdiensten zoals waterinfiltratie, biodiversiteit.”De afronding van de bouw van de nieuwe oogst is gepland voor april 2026, maar in het najaar zullen de machines alvast gestockeerd kunnen worden in de nieuwe loods.</content>
            
            <updated>2025-05-22T10:35:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Blik op de bodem: Campagne Landelijke Gilden vestigt aandacht op bodemgezondheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/blik-op-de-bodem-campagne-landelijke-gilden-vestigt-aandacht-op-bodemgezondheid" />
            <id>https://vilt.be/57397</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor wie in de landbouwsector actief is, klinkt het belang van een gezonde bodem als een evidentie. Toch blijkt uit een recente bevraging van Landelijke Gilden dat drie op de vijf Vlamingen nauwelijks weten wat bodemverdichting is, laat staan welke impact dit fenomeen heeft op landbouw, waterhuishouding en voedselproductie. Met de nieuwe bewustmakingscampagne 'Blik op Bodem' wil de vereniging daar verandering in brengen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bodem" />
                        <category term="Landelijke Gilden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5ee5fdfe-ab77-48d3-a9f5-f621ebbd7461/full_width_bodemlg.jpg</image>
                                        <content>Bodemverdichting: een onderschat probleemLandelijke Gilden peilde in maart 2025 met een bevraging naar de bodemkennis van zo’n 1.100 Vlamingen.&amp;nbsp;Hieruit blijkt dat de problematiek van bodemcompactatie vaak onzichtbaar is voor het grote publiek. Zo is 60 procent van de Vlamingen niet bekend met de oorzaken en gevolgen van deze vorm van bodemdegradatie. Nochtans is de bodem de fundering van ons voedsel- en watersysteem. “De gezondheid van de bodem heeft directe invloed op de kwaliteit van ons voedsel, onze waterbronnen en onze tuinen&quot;, stelt Lode Ceyssens, voorzitter van Landelijke Gilden. &quot;Het is tijd dat we in actie komen, zeker met de aanhoudende droogte. Die is nefast voor onze bodem.”Doe-het-zelftest voor bodemkwaliteitOm het bewustzijn rond bodemgezondheid te vergroten, ontwikkelde Landelijke Gilden een eenvoudige doe-het-zelftest. Die moet burgers en landgebruikers op een laagdrempelige manier aansporen om hun eigen bodem onder de loep te nemen. Op de campagnepagina vind je naast de test ook praktische tips over hoe je de bodemstructuur kunt verbeteren.&amp;nbsp; Open tuinen en het belang van waterDe campagne Blik op Bodem werd woensdag voorgesteld in de vernieuwde tuin van het Rubenshuis in Antwerpen. Het persevent markeert tegelijk de opening van het Open Tuinen seizoen, een jaarlijks terugkerend initiatief van Landelijke Gilden waarbij 150&amp;nbsp;tuinen over heel Vlaanderen hun poorten openzetten. Ook de tuin van het Rubenshuis neemt hieraan deel.Dit jaar staat het evenement volledig in het teken van “water”, een thema dat rechtstreeks raakt aan de problematiek van bodemverdichting. Bezoekers kunnen er met eigen ogen zien hoe een gezonde, goed doorlaatbare bodem bijdraagt aan levendige tuinen en veerkrachtige ecosystemen. Alle informatie over Open Tuinen vind je op&amp;nbsp;www.opentuinen.be</content>
            
            <updated>2025-05-22T10:49:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Intendant blijft uit in Turnhouts Vennengebied: Niemand lijkt er landbouw en natuur te kunnen verzoenen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/intendant-blijft-uit-in-turnhouts-vennegebied-niemand-lijkt-er-landbouw-en-natuur-te-kunnen-verzoenen" />
            <id>https://vilt.be/57398</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bijna een jaar na het vertrek van intendant Piet Vanthemsche is er nog steeds niemand gevonden die de brug kan slaan tussen landbouw en natuur in het Turnhouts Vennengebied. “Het is hoog tijd dat er iemand komt”, waarschuwt Vlaams parlementslid Hannes Anaf (Vooruit). “Het evenwicht is momenteel bijzonder broos. Veel dossiers staan on hold en de spanningen nemen toe.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/295a3f99-312a-468d-bcaf-5b04e8522d87/full_width_turnhoutsvennengebied3.jpg</image>
                                        <content>De spanningen in het Turnhouts Vennengebied lopen al op sinds de Vlaamse stikstofplannen van 2021. De recente plannen van Natuurpunt voor Kijkverdriet – een natuurgebied met landbouwgronden nabij Ravels – hebben de onrust opnieuw aangewakkerd. Landbouwers vrezen voor hun toekomst, terwijl natuurverenigingen aandringen op bescherming en herstel van kwetsbare ecosystemen.Intendant dringend nodigEen brugfiguur is er broodnodig, klonk het deze week unisono in de commissie Omgeving van het Vlaams parlement, na een vraag van Vlaams parlementslid Dries Devillé (Vlaams Belang) over de stand van zaken. “Een intendant, gecombineerd met open communicatie en een oprechte samenwerking, is essentieel om het vertrouwen te herstellen”, benadrukte Mien Van Olmen (cd&amp;amp;v). “Alleen zo kunnen we tot werkbare oplossingen komen.”UitrookstrategieVolgens Anaf begint het gebrek aan vooruitgang vragen op te roepen. “Er heerst zenuwachtigheid, zowel bij landbouwers als bij natuurorganisaties. Er is afgesproken dat Natuurpunt geen extra natuurdoelen stelt zolang er geen nieuwe intendant is. Maar mensen vragen zich stilaan af of het uitblijven van die aanstelling geen bewuste uitrookstrategie is.”Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) ontkent dat met klem. Hij benadrukt dat er de voorbije maanden al meerdere gesprekken zijn gevoerd met mogelijke kandidaten. Maar de schoenen van Vanthemsche blijken voorlopig te groot om te vullen. “Het is een delicate en zware opdracht. In dat gebied is het balanceren op evenwichten die moeilijk te vinden zijn”, aldus Brouns. “Vanthemsche had met zijn rijkelijke staat van dienst een voorsprong in het dossier.”Intussen houdt het kabinet van Brouns “veelvuldig contact met verschillende actoren in het gebied” en blijft de zoektocht lopen naar iemand in Vlaanderen die landbouw en natuur er wil én kan verzoenen.</content>
            
            <updated>2025-05-22T10:57:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Oproep aan voedingsbedrijven: Doneer gezuiverd afvalwater aan boeren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oproep-aan-voedingsbedrijven-doneer-gezuiverd-afvalwater-aan-boeren" />
            <id>https://vilt.be/57399</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Boerenbond en Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie, roepen voedingsbedrijven op om hun gezuiverd afvalwater te delen met landbouwers. Dankzij de inspanningen van Fevia kan dit zeer eenvoudig gebeuren. Zo kan de voedingsindustrie de landbouwsector te hulp schieten nu irrigatie bemoeilijkt wordt door droogte en captatieverboden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dbf3e0f5-ddfb-43b4-b0c5-f5b4c1d2ad08/full_width_droogte-mais-warm-droog.jpg</image>
                                        <content>De aanhoudende droogte baart landbouwers meer en meer zorgen. Op dit moment hebben zaadjes en jonge plantjes, zoals onder meer spinazie, witloof, uien, wortelen en bieten, water nodig om te kunnen groeien. De watervoorraden op de landbouwbedrijven geraken stilaan volledig uitgeput en captatieverboden leggen beperkingen op het gebruik van oppervlaktewater op.Gezuiverd afvalwater van bedrijven kan voor landbouwers een welgekomen extra irrigatiebron zijn in deze droge tijden. Maar bedrijven hebben daarvoor eerst toestemming van de overheid nodig. Momenteel bevindt Vlaanderen zich in een overgangsperiode waarbij een bedrijf ofwel gebruik kan maken van een nog lopende grondstofverklaring ofwel een watertoelating moet aanvragen.Fevia heeft in de voorbije jaren een generieke grondstofverklaring aangevraagd bij de overheid. Hierdoor kunnen voedingsbedrijven, uitgezonderd slachthuizen en uitsnijderijen, een grondstofverklaring bekomen die hen wettelijk toelaat gezuiverd afvalwater vrij te geven voor irrigatie in land- en tuinbouw. Samen sterk in de ketenVoedingsbedrijven die landbouwers willen helpen kunnen nu een online registratieformulier invullen op de website van Fevia, waarna elk in aanmerking komend bedrijf de grondstofverklaring per mail toegestuurd krijgt. Daarmee worden ze in regel gesteld en kunnen ze snel de boeren helpen. Land- en tuinbouwers kunnen op hun beurt op de website waterradar.be nagaan of er in de buurt bedrijven zijn die gezuiverd afvalwater aanbieden.“Deze maatregel benadrukt het belang van samenwerking binnen de voedingsketen”, klinkt het bij zowel Boerenbond als Fevia. “Door het gezuiverde afvalwater beschikbaar te stellen aan landbouwers, vaak ook hun eigen leveranciers, tonen voedingsbedrijven dat solidariteit en duurzaamheid hand in hand gaan. Zo dragen alle schakels in de keten actief bij aan klimaatrobuustheid en het behoud van lokale voedselproductie.” Watertoelating voor de toekomstVanaf juni 2026 zullen bedrijven met een grondstofverklaring niet meer in regel zijn. Bedrijven moeten dan een eigen watertoelating bekomen. Boerenbond en Fevia raden bedrijven aan om tijdig werk te maken van een watertoelating. Daarnaast roepen ze de overheid op om deze aanvragen eenvoudiger te maken om zo samenwerkingsverbanden tussen industrie en landbouw te bevorderen en de keten te wapenen tegen droogte in de toekomst. Stand van zaken: code geel blijft, captatie wordt uitgebreidDe Vlaams Droogtecommissie die het droogtebeleid op Vlaams niveau coördineert, zal vrijdag nogmaals samenkomen om de situatie te evalueren. De commissie laat zich telkens in haar beslissingen ondersteunen door een adviesgroep, draaiboeken en een afwegingskader van prioritaire watergebruiken. Tot nu toe zijn er op Vlaams niveau nog geen maatregelen aangekondigd.Dit gebeurde wel al op provinciaal niveau, zoals dit voorgeschreven staat onder de huidige code geel. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) liet in de commissie Omgeving van het Vlaams parlement weten dat er tot nu toe geen redenen zijn om van dit niveau te veranderen. Wel zal het captatieverbod voor bepaalde waterlichamen verder worden uitgebreid. “Vrijdag zal de Droogtecommissie ook nog eens de langetermijnvoorspellingen van het KMI bespreken om preventief te kunnen anticiperen op mogelijke problemen later deze zomer”, aldus de minister.Eerder riep Boerenbond de minister op om onder meer de land- en tuinbouw prioriteit te geven als er beleidskeuzes moeten gemaakt worden over de toegang tot water. Minister Brouns benadrukte in de commissie echter dat de draaiboeken en afwegingskaders binnen het droogtebeheer wetenschappelijk zijn onderbouwd en “niet lichtzinnig zijn opgemaakt”. Donderdag zal de minister wel nog eens samenkomen met alle stakeholders die betrokken waren bij de voorbereiding van het afwegingskader.</content>
            
            <updated>2025-05-22T11:00:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Land- en tuinbouwers investeren als nooit tevoren in verbreding en educatie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/land-en-tuinbouwers-investeren-als-nooit-tevoren-in-verbreding-en-educatie" />
            <id>https://vilt.be/57400</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaamse land- en tuinbouwers investeerden in 2024 meer dan ooit in verbreding en educatie. In vergelijking met de coronapiek in 2021 kreeg het Vlaams Landbouw- en Investeringsfonds (VLIF) 68 procent meer steunaanvragen voor hoevetoerisme en 20 procent meer voor hoevewinkels. Vooral in West-Vlaanderen schoot het aantal aanvragen de hoogte in. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Loes Vandromme (cd&amp;v) opvroeg bij landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="diversificatie" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bd6c10b2-7ce5-4f51-847c-aef19fdd55fa/full_width_den-overdraght-kl-5.jpg</image>
                                        <content>Land- en tuinbouwers die willen investeren in hoevetoerisme, een hoevewinkel willen inrichten of hun bedrijf toegankelijk maken voor een educatief aanbod, kunnen beroep doen op steun van het VLIF. Tijdens de coronajaren 2020 en 2021 kende het aantal subsidieaanvragen een sterke piek. Na een tijdelijke terugval zette de trend zich in 2023 opnieuw door, en ook de cijfers van 2024 bevestigen het: boeren investeren weer in verbreding en korte keten.Significante stijging in dossiersIn 2024 keurde het VLIF 175 dossiers goed voor de inrichting van een hoevewinkel, terwijl dat er in 2021 nog 147 waren. Dit is een stijging met 19 procent. Voor hoevetoerisme ging het om 28 geselecteerde dossiers, tegenover 17 drie jaar eerder (+68%). Die sterke stijging is vooral toe te schrijven aan de opvallende interesse in West-Vlaanderen.Vergeleken met 2023 valt de groei nog meer op. Het aantal investeringen in hoevewinkels steeg met 17 procent, voor hoevetoerisme zelfs met 180 procent. Voor educatieve projecten kende het VLIF 18 investeringsdossiers goed, een stijging met 28 procent. Meer interesse maar lager steuntotaalHet aantal subsidieaanvragen stijgt, maar het toegekende bedrag per dossier is niet altijd meegegroeid. In 2023 ging er zo nog ruim 1,5 miljoen euro naar 52 West-Vlaamse steunaanvragen voor hoevewinkels, maar in 2024 was dat nog maar 782.000 euro, voor 75 dossiers. Eenzelfde evolutie is te zien op Vlaams niveau. Zo daalde de steun vorig jaar van 3,4 miljoen euro voor 149 projecten naar 2,28 miljoen euro voor 175 projecten.Voor hoevetoerisme steeg het subsidiebedrag wel mee met de belangstelling. Waar de teller in 2023 bleef steken op 321.000 euro verdeeld over 10 aanvragen, was dit een jaar later ruim 430.000 euro voor 28 projecten. West-Vlaamse gastvrijheidWest-Vlaanderen bevestigt zijn reputatie in de cijfers als meest ondernemende landbouwprovincie. De regio is absolute koploper in investeringen om hun boerderijen open te stellen voor toeristen, scholen en consumenten. Voor investeringen in hoevewinkels zijn het aantal steunaanvragen in twee jaar tijd meer dan verdubbeld, van 29 naar 75 aanvragen. Ook het hoevetoerisme zit stevig er in de lift, met een grote sprong van 3 naar 22 subsidieaanvragen. Momenteel zijn er net geen 200 korteketenproducenten lid van het ‘West-Vlaamse netwerk 100% West-Vlaams. Hoeve- en streekproducten’. In vergelijking met 2020 is dit een stijging van 20 procent.“De korteketeneconomie kreeg een boost tijdens de coronacrisis en de trend lijkt aan te houden. De landbouwsector is en blijft een economisch zeer belangrijke sector, maar ook op vlak van toerisme geeft dit aan onze regio nog extra troeven”, stelt Vandromme, die naast parlementslid ook eerste schepen van Poperinge is. “Landbouwverbreding is voor vele boerderijen een belangrijke economische pijler geworden. De overheid zou de Vlaamse land- en tuinbouw daarin nog sterker kunnen ondersteunen” Door beperkingen rond ruimtelijke ordening en PAS kijken velen nu naar landbouwverbreding  om toegevoegde waarde te kunnen creëren Na tijdelijke terugval, opnieuw stimulansen“We merken heel hard dat landbouwers zoekende zijn sinds de stikstofcrisis”, duidt Nele Dejonckheere, coördinator ‘Bedrijfsvisie’ bij het West-Vlaamse kennis- en adviescentrum Inagro. “Voor sommigen maakt de PAS-problematiek hun eerste voorkeur onmogelijk om extra toegevoegde waarde te creëren op de boerderij. Ook door de beperkingen rond ruimtelijke ordening kijken velen daarom nu naar verbreding via de korte keten als haalbaar alternatief.”Ondanks een tijdelijke terugval na corona zijn er ook maatschappelijk veel stimulansen om voor verbreding te kiezen. “In veel dorpen verdwijnen bijvoorbeeld buurtwinkels, en hoevewinkels nemen die rol deels over”, zegt Dejonckheere. “Consumenten vinden ook steeds vaker de weg naar initiatieven van boeren, omdat ze goed inspelen op beleving en kwaliteit. Denk bijvoorbeeld aan verse aperoplanken, picknickmanden of betaalbaar en lokaal gekweekt vlees. Steeds meer lokale producenten bouwen aan een gevarieerd aanbod, met een publiek dat de korte keten waardeert en de eigen buurt steunt.” We zien dat land- en tuinbouwers op een mix van complementaire verbredingsactiviteiten inzetten Toerisme en landbouw versterken elkaarDie waardering wordt ook sterk gevoeld bij hoevetoerisme. In de Westhoek komt de meerderheid van de toeristen gewoon uit eigen provincie: West-Vlamingen die dichtbij huis willen ontspannen in een andere omgeving. “Ze waarderen het om even tot rust te komen in een andere omgeving, vlakbij&quot;, aldus Dejonckheere.De verbredings- en toeristische activiteiten versterken elkaar daarin. Want het aanbod gaat veel verder dan alleen vakantiewoningen. Met wandel- en fietsroutes langs picknickplekken, boerderijrondleidingen en een bezoek aan een wijndomein kunnen toeristen makkelijk een hele dag vullen– afsluiten wordt meestal zelfs nog gedaan met een bezoek aan de giftshop of lokale hoevewinkel.“We zien dat land- en tuinbouwers ook op die mix van verbreding inzetten. Het is precies dat totale plaatje dat werkt. En het helpt natuurlijk dat we in West-Vlaanderen graag iets eten en drinken&quot;, klinkt het.Succes is een optelsomInagro begeleidt landbouwers met het opstellen van een stappenplan om een zo goed mogelijk rendabele en haalbare verbreding uit te bouwen met complementaire activiteiten. De zeer opvallende stijging in aanvragen is volgens Dejonckheere het resultaat van de blijvende inzet de laatste jaren, met zowel de steun van de provincie, consumenten, onderzoeksinstellingen en toeristische diensten. &quot;En uiteraard producenten die steeds professioneler in hun verbredingsactiviteiten worden. Het is een echte optelsom.”Korte keten vergt vaak investeringOok de VLIF-steun bij de investeringen maakt deel uit van die optelsom. “Professionele uitbating is een belangrijke voorwaarde voor succes in korte de keten. Een hoekje in de schuur voor korteketenverkoop is onvoldoende”, duidt Dejonckheere. “Daarvoor zijn investeringen en steun nodig.&quot; Landbouwers worden zo de beste ambassadeurs van hun eigen sector Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) juicht alvast de investeringen in hoevewinkels, -toerisme en educatie toe en ziet ze als een belangrijke hefboom om de kloof tussen boer en burger te verkleinen: “Landbouwers worden zo de beste ambassadeurs van hun eigen sector. Dat kunnen we alleen maar aanmoedigen, daarom blijven we inzetten op ondersteuning.”</content>
            
            <updated>2025-05-22T09:06:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Niet alle teelten lijden onder droogte: “Dit is het jaar van de kikkererwt”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/niet-alle-oogsten-lijden-onder-droogte-dit-is-het-jaar-van-de-kikkererwt" />
            <id>https://vilt.be/57401</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met deze maandenlange droogte verlangen zelfs de meest hardleerse zonnekloppers naar een dag waarop ze hun paraplu kunnen opentrekken. Landbouwers worden niet in het minst getroffen, met stoffige velden en teelten die dreigen te bezwijken onder het watertekort. Maar dit geldt niet voor alle gewassen. Landbouwers gespecialiseerd in droogteminnende teelten, zien alle signalen voor een topjaar.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="quinoa" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="hennep" />
                        <category term="eiwitshift" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7548bfe6-4280-4e3e-afd7-3cfcb1f28f4c/full_width_kikkererwten-teelt-ilvo.jpg</image>
                                        <content>Net als het dier waarnaar de teelt is vernoemd, springt de kikkererwt naar nieuwe hoogtes. “Sommige landbouwers spreken al van het onofficiële jaar van de kikkererwt”, zegt Sophie Waegebaert van Inagro. “Het is een typisch zuiders gewas, en we zien dat de plant aan het floreren is. Uiteraard heeft kikkererwt een beetje water nodig om te ontkiemen, maar eens de plant vertrokken is, heeft ze het graag droog. Vorig jaar bijvoorbeeld was het heel nat, en dan was het heel moeilijk om dit gewas te oogsten. Kikkererwten moeten stress ervaren, droogtestress in dit geval, om af te rijpen. Anders blijven ze groeien en nieuwe peulen vormen, maar zonder afrijping kan je niet oogsten. Zoals het er nu uitziet verwacht ik een topopbrengst.&quot; De proefvelden van ILVO zien een beloftevolle ontwikkeling van dit gewas. “Voorlopig staan onze kikkererwtvelden er inderdaad goed bij, de kieming was goed en de planten blijven verder ontwikkelen”, zegt onderzoeker Aurélie Tredé van ILVO. &amp;nbsp;“We zaaiden vroeg met voldoende vocht, maar onze laatste zaai was 28 april en de kieming was zeker niet minder dan de zaai van een maand eerder.”“De eerste bloei is er al van de vroege uitzaai, over eiwitgehalte kunnen we nog niets zeggen in deze fase”, merkt Tredé wel op.“Met iets meer water hadden ze misschien vegetatief al iets verder gestaan; maar of dit zich zal vertalen in een mindere oogst is niet te voorspellen”, zegt Tredé nog. “Vorig jaar was het een nat voorjaar waardoor er snel de ziekte Ascochyta in de proeven kwam. De zaden zijn ook vatbaarder voor bodemschimmels bij nat en kouder weer. Ik ben zeker tevreden over de staat van het gewas tot nu toe.” Quid quinoa?Droog weer is echter geen garantie dat droogteminnende teelten het goed doen. “De quinoa bij ons staat er minder goed bij”, zegt ILVO-onderzoekster Gerda Cnops. Er is veel last van valse meeldauw. Op plaatsen bij telers en Praktijkpunt Vlaams-Brabant waar er vroeger gezaaid werd, staat hij wel goed en groeit hij goed. Er kan dus zeker gezegd worden dat quinoa goed droogteresistent is, vooral als er gewerkt wordt met rassen toleranter voor valse meeldauw staat hij nu mooi.”Landbouwer Luc Lavrijsen uit Herk-de-Stad, op de grens van Limburg en Vlaams-Brabant, had meer geluk met zijn quinoa-oogst. De aspergeboer heeft dit seizoen voor het eerst gediversifieerd met quinoa. “Best spannend”, zegt hij. &quot;Maar tot dusver loopt alles goed. Begin april zaaiden we. Toen was het al droog zodat de opkomst in twee fasen verliep. De kleine quinoazaadjes moeten ondiep gezaaid worden. Ze vonden maar net voldoende vocht om te kiemen. Zodra de planten enkele centimeters groot zijn, worden ze tolerant voor droogte. Dat viel de voorbije weken erg op. Andere teelten krullen hun bladeren door droogtestress. Quinoa niet, die groeit aan sneltempo voort.” “Het duurzame karakter van quinoa ga ik uitspelen als troef”, zegt Lavrijsen. “De quinoa moet niet beregend worden. Bovendien werd het veld niet gespoten tegen onkruid. Door te schoffelen met de tractor hebben we het onkruid onder controle gehouden. Dankzij het droge weer is dat heel goed gelukt.”Ook landbouwer Wim Fobelets kiest volop voor quinoa. “Voor landbouwers is die mechanische aanpak van het onkruid even wennen”, vertelt Fobelets. “De koudwatervrees is niet geheel onterecht. In een nat voorjaar zoals in 2024 is schoffelen tegen onkruid veel lastiger dan herbiciden spuiten. Dit seizoen is het net omgekeerd. Herbiciden werken minder goed bij droogte, en schoffelen geeft nu prachtige resultaten.”Fobelets hoopt dat vele andere boeren dit voorbeeld volgen. Hij hoopt dat er 1.000 hectare quinoa in Vlaanderen zal groeien, want dat zou volgens hem onze landbouw weerbaarder maken tegen droogte. “Graanteelt is dit seizoen verlieslatend. Onze boeren betalen mee de oorlog in Oekraïne door de lage prijzen van landbouwgrondstoffen. De nood aan een teelt die even grote voordelen biedt voor de bodem als graan is dus groot”, aldus Fobelets. Afrikaans graan en hennepHet Afrikaanse graangewas sorghum doet het ook goed nu de regenwolken wegblijven. “Sorghum wordt soms als mengteelt ingezaaid om aan risicospreiding te doen”, zegt Sophie Waegebaert. “Al gebeurt dat natuurlijk niet op grote schaal. Droogteminnende teelten zoals sorghum en kikkererwt zijn misschien geen hoofdteelten in Vlaanderen, maar met alle droogtejaren kan je toch wel stellen dat ze interessanter zijn aan het worden.”Waegebaert specialiseert zich vooral in industriële hennep, een robuuste plant met diepe wortels die relatief weinig water nodig heeft zodra hij goed is aangeslagen. “Voor de kieming is wel wat vocht nodig – net als bij andere gewassen – maar daarna kan hennep goed tegen droogte”, legt ze uit. “We zagen dat nog bij een Nederlandse vlasboer: zijn vlas bleef achter, maar zijn hennep groeide gewoon door.”Industriële hennep bevat maximaal 0,3 procent THC en heeft dus geen psychoactieve werking. De vezels worden gebruikt in onder meer textiel en isolatiemateriaal, terwijl het zaad dienst kan doen als veevoer, vooral voor vogels. Hoewel hennep tegenwoordig opnieuw in opmars is, is het geen onbekende teelt in onze regio. “Vroeger werd hennep hier al geteeld, net als in de VS”, zegt Waegebaert. “Daar verdween het na de Marihuana Tax Act, en Europa volgde. Tegelijk kwamen goedkopere synthetische vezels op. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kende hennep nog een korte heropleving door het tekort aan natuurlijke vezels. Sinds de jaren 90 is de teelt van industriële hennep opnieuw toegestaan in Europa.”Droge wijnTot slot zijn er ook fruitsoorten die genieten van het droge weer. De wijndruiven doen het goed. “De zon en warmte gaven onze druiven dit jaar een fantastische start”, vertelt Joris Eeckhout van wijndomein Den Eeckhout in het heuvelachtige Houwaart in Vlaams-Brabant. “Droogte geeft zelden een probleem op onze hellingen. Wat wel elk jaar een uitdaging blijft, is het risico op vorst in het voorjaar. De ligging van een wijngaard is daarbij cruciaal, en precies daarin zit de kracht van de Houwaartse Berg als locatie.”Danny Bylemans van pcfruit beaamt dat de droge omstandigheden zeker geen kwaad kunnen voor de wijnoogst. &quot;Droogte is in deze periode niet noodzakelijk beter voor de oogst, maar de druiven hebben er geen last van&quot;, zegt hij. &quot;Als we dichter naar de oogst gaan, zouden natte omstandigheden meer ziektedruk geven. Bovendien zorgt regen ervoor dat de druiven opgevuld worden met water, wat ten koste gaat van de smaak. Maar de oogst is pas rond september en oktober, dus daar zijn we nog ver van af.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-22T18:46:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tegen de stroom in: De Nijs investeert in toekomst sierteelt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuw-elan-in-de-sierteelt-nieuwe-kas-en-opvolging-bij-anjerteler-de-nijs" />
            <id>https://vilt.be/57402</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een nieuwe serre, een nieuwe generatie en een hernieuwd geloof in de toekomst van de Vlaamse sierteelt. In Erpe-Mere slaat de familie De Nijs een opmerkelijke weg in met een forse investering en een jonge bedrijfsopvolger. Het is een hoopgevend signaal in een sector waar de laatste jaren vooral krimp te horen viel. Keert het tij voor de Vlaamse sierteelt?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                        <category term="jonge boeren" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/365d447e-afd3-4c3b-81d2-5d164b18f81a/full_width_louis-de-nijs.jpg</image>
                                        <content>In een tijd waarin de Vlaamse sierteeltsector krimpt, vaart anjerteler De Nijs tegen de stroom in. Met de bouw van een nieuwe serre van 1,1 hectare verdubbelt het bedrijf zijn capaciteit. Deze uitbreiding markeert niet alleen een belangrijke investering in duurzaamheid en schaalvergroting, maar legt ook de basis voor opvolging: zoon Louis (19) is anderhalf jaar geleden toegetreden tot het familiebedrijf.Tijdens een bezoek van Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) aan het bedrijf midden mei werd dit symbolisch bekrachtigd. “Ik wist als kind al dat ik het bedrijf van mijn ouders wilde overnemen”, vertelde Louis. De minister was in Erpe-Mere om de opflakkering in de sector te onderstrepen: volgens cijfers van het VLIF verdubbelde het aantal aanvragen voor opstart- en overnamesteun vorig jaar.Van honderden naar een handvol anjertelersDe schaalvergroting bij De Nijs staat in schril contrast met de algemene trend. Waar er in 1980 nog 2.699 siertelers onder glas actief waren in Vlaanderen, waren dat er in 2023 nog amper 302. Toch blijft het totale areaal sinds 2013 stabiel rond de 500 hectare, een teken van grotere bedrijven en minder spelers.Koen De Nijs (45), die samen met zijn vrouw Marian uit een familie van anjertelers komt, zag de teloorgang van nabij gebeuren. “Vroeger was de regio rond Erpe-Mere en Aalst een epicentrum van anjerteelt, maar vandaag kan je de overgebleven bedrijven op één hand tellen”, zegt hij. Behalve zijn eigen bedrijf zijn er enkel nog kleine telers in West-Vlaanderen en zijn schoonouders actief.Groei als strategieDe familie De Nijs kiest al jaren voor een groeipad. Sinds de opstart in 2004 werd het areaal in stappen uitgebreid, van 5.000 vierkante meter naar nu ruim twee hectare. Ook het aantal anjervariëteiten steeg van 5 naar 38. “Alleen via schaalvergroting kunnen we rendabel blijven en investeren in technologie zoals sorteerinstallaties en klimaatregeling”, aldus Koen.De nieuwe serre moet vanaf september in gebruik worden genomen. “Dankzij deze uitbreiding kunnen we jongere en oudere planten beter combineren in functie van hun warmtevraag”, legt hij uit. De investering is ook strategisch: het bedrijf moet ruimte bieden aan meerdere gezinnen, met het oog op een eventuele toetreding van tweede zoon Jef (17). Steun, maar ook overtuigingLouis ontvangt 100.000 euro starterssteun van de Vlaamse overheid, een financiële ruggensteun die volgens hem essentieel is. “Het maakt deel uit van het investeringsplaatje,” zegt hij. Toch benadrukt hij dat de keuze om in het bedrijf te stappen veel verder gaat dan cijfers. “Het is een kinderwens die werkelijkheid wordt.” “Krimp in areaal biedt perspectief”Paradoxaal genoeg ziet Louis toekomst in het teruglopende areaal. “Minder aanbod betekent kansen voor wie overblijft. De vraag is er, zeker in het seizoen van mei tot oktober wanneer de kwaliteit van importbloemen door de hitte daalt.” De grootste concurrenten komen uit Spanje, Italië, Colombia, Kenia en Ethiopië.Toch waarschuwt Koen dat populariteit vluchtig kan zijn. “Vandaag is de anjer geliefd, maar dat kan veranderen. De teler levert aan Euroveiling in Brussel en de veiling in Nederland. Met Moederdag en Pasen liggen er twee belangrijke feestdagen achter de rug. Normaal liggen de prijzen tijdens deze periode op een hoog niveau, maar dit jaar viel het wat tegen. “Door het warme weer hadden we enorm veel productie en was er een overaanbod op de markt”, verklaart hij. Van crisis naar creativiteitTijdens de coronapandemie ontstond het &#039;Anjerkot&#039;, een onbemande kiosk aan de oprit van het bedrijf waar klanten anjers konden kopen. “Een noodoplossing die aansloeg”, vertelt Koen. Ook na de pandemie blijven mensen de weg vinden, al is het commercieel gezien een bescheiden kanaal. &quot;Wij hadden het geluk dat de bloemenzaken en tuincentra weer vrijgegeven waren tijdens onze productiepiek. Hierdoor zijn we coronaperiode uiteindelijk goed doorgekomen.&quot;Na corona volgde de energiecrisis. Door investeringen in onder meer een warmtepomp, bijkomende wkk-installatie en warmtebuffers kon De Nijs het gasverbruik halveren. Toch betekent minder verbruik niet per se meer winst. “De investeringen zijn duur, sommige systemen hebben een beperkte levensduur. Besparen is relatief.” Drempels voor toekomstgerichte ondernemersHoewel de overheid met starterssteun een stap in de juiste richting zet, ziet Koen ruimte voor meer structurele ondersteuning. Vooral het vergunningstraject noemt hij een rem. “We kregen meerdere bezwaren, zoals over het open waterbassin dat muggen zou aantrekken. Dat hebben we uiteindelijk moeten afdekken met drijvende ballen.” “Overname is bewuste keuze”Volgens AVBS, de Vlaamse sectororganisatie, is het moeilijk te zeggen in hoeverre het verhaal van De Nijs representatief is. “Wat opvalt, is dat jonge overnemers hun beslissing heel bewust maken. Vroeger was het vaak vanzelfsprekend, nu is het een doordachte keuze. Zij die het doen, zijn heel gepassioneerd en zeker van hun stuk. Louis is daar een mooi voorbeeld van”, aldus AVBS-secretaris Miet Poppe.</content>
            
            <updated>2025-05-23T14:51:28+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Weide- en akkervogels op historisch dieptepunt, broedvogels tonen licht herstel of blijven stabiel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/weide-en-akkervogels-op-historisch-dieptepunt-broedvogels-tonen-licht-herstel-of-blijven-stabiel" />
            <id>https://vilt.be/57403</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het gaat niet goed met weide- en akkervogels in Vlaanderen. De populaties glijden af naar een historisch dieptepunt. Dat meldt het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). “Als we de trend niet keren, komt Vlaanderen in de problemen met de Natuurherstelwet”, klinkt het. Broedvogels doen het beter: hun populaties stabiliseren, en bij sommige soorten ziet men een licht herstel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkervogel" />
                        <category term="vogel" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6d78798b-e115-41a6-a14e-93201fb13401/full_width_torenvalk.jpg</image>
                                        <content>De vogelpopulatiecijfers, gepubliceerd naar aanleiding van de Dag van de Biodiversiteit, scheppen geen fraai beeld voor de Vlaamse akker- en weidevogels. INBO heeft twaalf soorten akker- en weidevogels (boerenzwaluw, geelgors, gele kwikstaart, grasmus, kievit, kneu, patrijs, ringmus, roodborsttapuit, scholekster, torenvalk, veldleeuwerik) gemonitord. Deze ‘boerenlandvogels’ doen het duidelijk minder goed. Sinds het begin van de broedvogelmonitoring in 2007 is de index met 27 procent afgenomen. De literatuur toont dat de afname voor 2007 ook al groot was. Vooral in de periode 2011-2014 en na 2020 is er een sterke terugval.Populatieherstel nodig tegen 2030De trends van de bosvogels en van de weide- en akkervogels zijn sinds de goedkeuring van de Natuurherstelverordening in 2024 belangrijke beleidsindicatoren geworden. Die verordening bepaalt immers dat de trends tegen 2030 en de daaropvolgende jaren moeten toenemen ten opzichte van 2025.De belangrijkste oorzaken van verminderde populaties bij akkervogels zijn:de toenemende intensivering van de landbouw waarbij vroege maaibeurten gecombineerd worden met een hoog mest- en pesticidegebruik,de afnemende kwaliteit van landbouwbodems,de toenemende extremen in de weersomstandigheden, die bijvoorbeeld broedsels doen mislukken door hevige neerslag en erosie of door verminderd voedselaanbod bij lange periodes van droogte. De soorten van het landbouwgebied fluctueerden in de periode 2007-2012, maar kenden daarna een significante afname. Nadien schommelde de index tot 2021 een beetje, met een nieuwe significante daling van 2022 tot al zeker 2024.Intensieve landbouw, maar ook klimaat speelt een rolVolgens INBO is de afname van landbouwvogels in Vlaanderen al decennialang aan de gang en past het in een veel wijdere, Europese context. INBO schrijft de daling enerzijds toe aan de directe en indirecte effecten van een steeds intensiever wordende landbouw, maar ook wispelturige weersomstandigheden spelen een steeds grotere rol in de populatieafnames “Dit uit zich bijvoorbeeld door het mislukken van broedsels door hevige neerslag (hagel, overstromingen, erosiemateriaal) of doordat bodemongewervelden, zoals wormen, tijdens droge periodes onbereikbaar worden”, duidt INBO. “De effecten van de klimaatverandering worden daarenboven versterkt door de aftakelende kwaliteit van veel landbouwbodems.”Net als de akkervogels zijn de bosvogels de afgelopen jaren afgenomen. De bosvogelindex, gebaseerd op 25 soorten, daalde na een piek in 2012 onafgebroken tot in 2021. Maar anders dan bij de akkervogels, zien we dat de voorbije drie jaar de bosvogelindex zich opnieuw lijkt te herstellen, hetzij licht. De trends verschillen echter van soort tot soort. Zo doen de vogels van naaldbossen het duidelijk minder goed. Niet enkel de kwaliteit van de Vlaamse bossen, maar ook factoren die te maken hebben met de trekroute en de overwinteringsgebieden, beïnvloeden de trends. De trend van 19 ‘generalisten’ - broedvogels van diverse leefgebieden - is al zeven jaar stabiel. Binnen die groep vormen kauw, roodborst en grote bonte specht de sterkste stijgers en merel, zanglijster en huismus de sterkste dalers.De trend van 19 soorten lange-afstand-trekvogels schommelde tot 2014, daalde nadien licht tot in 2018, en vertoont erna weer een schommelend verloop. In 2024 was er een heropleving die INBO voorlopig nog niet kan verklaren.Dramatische comebackDe populatie kustbroedvogels viel van 15.134 broedparen in 2004 terug tot 3.722 koppels. Een dramatische daling, al lijkt deze fors gekeerd. De populaties klommen weer op naar 11.449 broedparen in 2024. Wel is de soortensamenstelling sterk veranderd. “Eind vorige eeuw was de kokmeeuw de overheersende soort”, verklaart INBO. “Nu zien we een meer evenwichtige soortensamenstelling waarbij de visdief en de grote stern, en grote meeuwen (zilvermeeuw, kleine mantelmeeuw) stabielere populaties hebben. Vooral de succesvolle rekolonisatie door de grote stern trok in 2023 en 2024 het aantal broedparen omhoog.”INBO dankt de successen ook aan de beheerinspanningen in diverse kustgebieden, waarbij werd ingezet op de aanleg van halfnatuurlijke broedeilanden. “Robuuste leefomgevingen zoals dit soort eilanden zorgen ervoor dat de koloniebroeders minder makkelijk te bereiken zijn voor natuurlijke predatoren zoals de vos”, meldt INBO.De nieuwe hoogpathogene variant van de vogelgriep heeft in 2022 en 2023 wel voor heel veel slachtoffers gezorgd bij de kustbroedvogels. Dat zal ook de komende jaren nog zichtbaar zijn in de aantallen.</content>
            
            <updated>2025-05-23T10:32:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgische voedingsindustrie verliest terrein op Europese markt, maar wint buiten EU]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-voedingsindustrie-verliest-terrein-op-europese-markt-maar-wint-buiten-eu" />
            <id>https://vilt.be/57404</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Binnen de Europese Unie hebben de Belgische voedingsbedrijven marktaandeel verloren, terwijl ze buiten Europa wel terrein winnen. “Dat is opmerkelijk, want de Europese markt is goed voor driekwart van onze export”, klinkt het bij Fevia. De federatie van de Belgische voedingsindustrie wijst daarom op de noodzaak van een verenigd Europa met een gelijk speelveld voor iedereen binnen de EU.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4b64198f-ca42-42b9-afb6-441a8f33bc11/full_width_missie-china-belgische-voeding.jpg</image>
                                        <content>Dat de rendabiliteit van de Belgische voedingsindustrie onder druk staat en de groei uit het verleden stilaan stagneert, was één van de belangrijkste boodschappen uit het economisch jaarverslag waarin Fevia terugblikt op de economische prestaties van de Belgische voedingsbedrijven in 2024. Maar daarnaast liet de sectorfederatie weten dat ze zich ook zorgen maakt over de verhoudingen in de agrovoedingsketen, nu de retail zich almaar meer verenigt in Europese aankoopallianties. Ze vraagt daarom een laagdrempelig aanspreekpunt waar bedrijven terechtkunnen wanneer zij klachten hebben over de ketenwerking. 52 procent naar directe buurlandenEen laatste opmerkelijke vaststelling in het economisch jaarverslag is dat de export van de Belgische voedingsindustrie naar landen binnen de Europese Unie achteruitgaat. “Onze bedrijven verliezen terrein op de Europese interne markt, maar winnen terrein daarbuiten”, aldus CEO Bart Buysse. Vandaag blijft 73 procent van de Belgische productie binnen de grenzen van de EU, met de ons omringende buurlanden als belangrijkste afzetmarkt: 20,5 procent gaat naar Nederland, 19,3 procent naar Frankrijk en 12,5 procent naar Duitsland.Buiten de Europese Unie gaan de Belgische voedingsproducten vooral naar Groot-Brittannië (9,5%). “Wij stellen vast dat de brexit weinig impact heeft”, legt Buysse uit. “De uitvoer naar het Verenigd Koninkrijk groeit jaar na jaar.” Op de tweede plaats staat de Verenigde Staten dat vooral frieten, drank, chocolade en koekjes afneemt van ons land. Uitspraken doen over de impact van de mogelijke handelsoorlog van president Trump, doet de CEO liever niet. Wel benadrukt hij dat “er meer zal moeten ingezet worden op andere exportmarkten”. De derde plaats van exportmarkten buiten de EU staat op naam van Saoedi-Arabië dat voor het eerst over China wipt. De vijfde, zesde en zevende plaats gaat respectievelijk naar Australië, Canada en Japan. Gold plating en tsunami aan rapporteringsverplichtingenDat de Belgische voedingsindustrie terrein verliest op de interne Europese markt, is volgens Fevia enerzijds een gevolg van de “veel te dikke lasagne aan taksen en de hoge loon- en energiekosten” in ons land die bedrijven onder druk zetten om te kunnen blijven concurreren met de ons omringende landen. Ook op Europees niveau vraagt de sectorfederatie dat het zich wel schaart achter de duurzaamheidsdoelstellingen van Europa, maar dat die objectief en éénduidig moeten zijn, dat de tsunami aan rapporteringsverplichtingen moet vereenvoudigd worden en dat er geen gold plating mag zijn.Dat zowel Europa als België intussen werk lijken te maken van een industriebeleid, juicht Fevia toe. “Voor het eerst hebben we het gevoel dat men op politiek niveau beseft dat er een probleem is. Al tien jaar lang is er nauwelijks aandacht geweest voor industrieel beleid. Nu zien we toch dat het is opgenomen in de regeerakkoorden op federaal en regionaal niveau en dat ook de Europese Unie erop inzet”, stelt Buysse.Maar er is meer nodig, zo meent de voedingsindustrie. “Wij vragen dat Europa de interne markt versterkt. Dat betekent geen gastronationalisme, maar wel een gelijk speelveld. Onze bedrijven moeten hun producten in de hele EU kunnen vermarkten, zonder ze land per land te moeten aanpassen. Op dat vlak moet er meer harmonisering komen op vlak van etikettering en verpakkingen”, klinkt het. Maakt Europa daar werk van, dan is Fevia ervan overtuigd dat het percentage van 73 procent van de Belgische voedingsproducten die nu binnen de EU blijven, kan opgekrikt worden.Meer handelsakkoorden maar met gelijkwaardig beschermingsniveauTegelijk wil de voedingsindustrie ook dat de EU werk maakt van “handelsakkoorden met groeipotentieel”. “Vandaag werkt Europa aan akkoorden met onder de Mercosur-landen, Australië en de Verenigde Arabische Emiraten. Wij zijn daar voorstander van, want deze akkoorden zullen het handelen met deze landen gemakkelijker en goedkoper maken”, vertelt CEO Buysse. Maar hij pleit er wel voor dat daarbij een basisvoorwaarde wordt nageleefd. “Die handelsakkoorden moeten uitgaan van het principe van equivalentie. Ze moeten met andere woorden een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden aan mens en milieu als de Europese Unie.”</content>
            
            <updated>2025-05-22T15:49:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Regels verpletteren de boer: "Administratie zwaarder dan de oogst"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/regels-verpletteren-de-boer-administratie-zwaarder-dan-de-oogst" />
            <id>https://vilt.be/57405</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het zijn niet de bonen, kolen of spinazie die de groenteteler murw maken. Het is de regeldruk. "De mentale belasting door wet- en regelgeving is vandaag groter dan het fysieke werk", zegt Johan Vanneste, voorzitter van groentetelerscoöperatie Ingro. Terwijl boeren vechten tegen droogte, dalende marges en verdwijnende gewasbeschermingsmiddelen, komt de overheid met almaar nieuwe verplichtingen. “Tijdens het spuiten moet ik gegevens invoeren via een app, maar met mijn grote handen typ ik drie letters tegelijk.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="groente" />
                        <category term="akkerbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fcacef12-2be2-404d-9386-071a2cae29fe/full_width_johan-vanneste-en-luc-de-waele-van-ingro2.jpg</image>
                                        <content>Onderweg naar het gemengde bedrijf van Johan Vanneste (60) in het West-Vlaamse Hooglede doen de tractoren op de droge akkers veel stof opwaaien. Op veel plaatsen wordt er beregend in het industriële groentehart van Europa. Ook het spinazieveld van de 60-jarige groenteteler-vleesveehouder is juist beregend en de planten staan er gezond bij.Behalve boer is Vanneste ook voorzitter van de groentetelercoöperatie Ingro. “Ik was betrokken bij de oprichting en ben nu sinds zes jaar voorzitter”, vertelt hij vanuit de keuken van de gastenwoning waar zijn seizoensarbeiders tijdens de bloemkooloogst verblijven.De boer wordt bijgestaan door Luc De Waele, key accountmanager bij Ingro en één van de vijf voltijdse medewerkers van de coöperatie die recent haar twintig jarige verjaardag vierde. Het verjaardagsfeestje, eind maart, trok zo’n 800 gasten, waaronder veel Ingro-telers, de minister van Landbouw Jo Brouns, en oud-minister Yves Leterme die nauw betrokken was bij de oprichting van de coöperatie.&amp;nbsp; Wat is de impact van de droogte? Vanneste: “Zaadgoed ontkiemt slecht en teelten die richting oogst gaan, hebben veel water nodig. Maar al met al is de schade vooralsnog niet te voorspellen. Veel telers kunnen beregenen, maar degenen in gebieden met oppompverboden, hebben meer problemen. Gelukkig hebben ze in veel gevallen &amp;nbsp;nog wel wat kunnen beregenen na het inzaaien.”De Waele: “De voor ons belangrijkste teelten moeten nog beginnen. Denk aan spruitkool dat nu geplant wordt en bloemkool dat over enkele weken volgt. De grootste problemen doen zich op dit moment voor met spinazie dat geoogst wordt. Dit gewas heeft veel water nodig. Sommige telers zijn genoodzaakt om water per vrachtwagen te laten aanvoeren en dat is zeer duur.” Moeten de fabrieken de telers financieel tegemoet komen als de droogte aanhoudt?De Waele: “Wij kunnen de financiële schade niet op de fabrieken verhalen. Er zijn contracten gesloten waar iedereen zich aan moet houden. In jaren dat er veel regen valt en spinazie met weinig kosten een grote opbrengst had, hebben de fabrieken ook niet minder betaald. Je moet de rentabiliteit van de teelt over enkele jaren bekijken.”Waarom is Ingro opgericht?&amp;nbsp;De Waele: “Ingro is om twee redenen opgericht. Ten eerste omdat je alleen als coöperatie aanspraak kunt maken op Europese GMO-subsidies (fondsen voor de Gemeenschappelijke Marktordening die bedoeld zijn om de groente- en fruitsector te verduurzamen, red.). Ten tweede om de onderhandelingspositie van de telers te versterken. De prijzen werden vroeger één-op-één afgesproken tussen boer en fabriek, een ongelijke strijd.&amp;nbsp;Bij de oprichting waren ook REO Veiling, Boerenbond en ABS betrokken. Deze organisaties zetelen nog steeds in onze raad van bestuur.”Wat was de reactie van de fabrieken?&amp;nbsp;Vanneste: “Deze waren aanvankelijk gekant tegen de oprichting van de coöperatie, omdat ze zo aan onderhandelingskracht inboetten. Het was toenmalig minister-president Yves Leterme die hen uiteindelijk heeft overgehaald. Inmiddels zien de fabrieken ook de meerwaarde van Ingro. Wij zijn een schakel tussen de boeren en de fabriek, maar ook tussen de fabriek en de boeren. Als er zaken spelen in de fabriek, is het ook onze verantwoordelijkheid te communiceren naar de boeren.”Waarover bijvoorbeeld?&amp;nbsp;De Waele: “Twee jaar geleden kon de bloemkool eerder dan voorzien geoogst worden, terwijl de bonen achterop liepen. Hierdoor kwamen de fabrieken in de problemen met hun capaciteit en hebben ze keuzes moeten maken. In dit geval zijn de bonen blijven staan. Wij hebben dit moeten uitleggen aan de telers. Ook moeten wij hen sensibiliseren als er zich kwaliteitsproblemen voordoen bij de aanlevering in de fabriek.”&amp;nbsp; Hoeveel leden hebben jullie en hoe evolueert het ledenaantal?De Waele: “Wij hebben ruim 1.000 leden waarvan 650-700 actieve telers, samen goed voor een omzet van 155 miljoen. Qua omzet hebben we een sterke groei doorgemaakt. In 2005 lag de omzet op 40 miljoen euro. De voorbije jaren is het ledenaantal gezakt, maar het areaal is licht gestegen. Dat heeft alles te maken met schaalvergroting. Oudere telers hebben geen opvolging en hun bedrijven worden opgeslokt door grotere telers.”Vanneste: “Ik ben daar zelf een voorbeeld van. Ik heb zo’n veertig hectare met bonen, spinazie, knolselder en bloemkool. Ik ben nu zestig jaar en heb geen opvolger. Misschien gaat mijn bedrijf straks ook op in een groter bedrijf.”De Waele: “De laatste twee jaar zien we overigens dat het ledenaantal weer toeneemt. Groentetelers zien de voordelen van onze coöperatie.” Wat zijn deze voordelen? De Waele: “Boeren krijgen via Ingro toegang tot subsidies, onderzoeksresultaten over nieuwe teelttechnieken of alternatieve gewasbescherming en een machinepool. Op vier, straks vijf, locaties in West-Vlaanderen kunnen ze machines huren. Verder voeren we natuurlijk de prijsonderhandelingen met de fabriek en bemiddelen we bij problemen tussen boer en fabriek.” &amp;nbsp;Is de positie van de groenteteler verbeterd sinds de oprichting van Ingro?De Waele: “De boer is een stuk zelfverzekerder geworden in zijn relatie met de fabriek, maar dat heeft ook met een veranderende mentaliteit te maken. Namen boeren vroeger uit angst voor de fabrieken nog genoegen met te lage marges of zelfs negatieve marges, dan is dat nu niet meer het geval. Groentetelers zijn ondernemers geworden en maken op voorhand de rekening.”De aardappelsector zag dit jaar dat er contracten eenzijdig verbroken werden. Is dat in de groenteteelt ook al gebeurd?Vanneste: “Nee. Enkele jaren geleden heeft de fabriek wel de planning aangepast wegens corona. Maar zij hebben de telers toen wel een alternatieve teelt aangeboden. Bij mislukte oogsten door slecht zaai- of plantgoed, wordt tegenwoordig het productieverlies vergoed. Ook dat is een grote verbetering die de aardappelteelt nog niet heeft doorgemaakt. Daar wordt nog steeds alleen het plantgoed vergoed.” Hoe verlopen de prijsonderhandelingen? De Waele: “In december voeren wij met een team van vijf man onderhandelingen met de fabrieken. Die hebben steeds meer oor voor de uitdagingen van de boeren en beseffen dat we elkaar nodig hebben.”“Sinds corona zijn de kosten enorm gestegen. We hebben voor alle gewassen een realistische prijsverhoging kunnen afdwingen. Dit nadat de prijzen ervoor vele jaren onveranderd waren. Zie het als een soort van inhaalbeweging die broodnodig was. Zonder dat was de teelt van bepaalde groenten, zoals spruitkool, gewoon gestopt.” Wat zijn de grootste uitdagingen?&amp;nbsp;Vanneste: “De verandering van het klimaat is een grote uitdaging voor ons. We zullen hier als telers een antwoord op moeten vinden. Een andere probleem is het verdwijnen van steeds meer gewasbeschermingsmiddelen. Het voortbestaan van een aantal teelten staat hierdoor onder druk. Zo verschuift de bonenteelt naar Frankrijk omdat het onkruidbestrijdingsmiddel Basagran sinds vorig jaar nog maar in een beperkt aantal gebieden mag gebruikt worden. Ook in de spinazieteelt staan een aantal gewasbeschermingsmiddelen op de wip waardoor de teelt op termijn zeer moeilijk wordt.”&amp;nbsp;Wat zijn nog meer uitdagingen? Vanneste: “De constante veranderingen in regelgeving, het digitaal rapporteren via apps – het is een dagtaak. De regelitis drukt enorm op het werk van de teler waardoor de groenteteelt mentaal zwaarder is dan het fysieke werk. Boeren moeten tegenwoordig alles kunnen: landbouw, administratie én IT. Mijn handen zijn te groot voor dat kleine scherm. Als ik één letter typ, verschijnen er drie.”&amp;nbsp; Hoe kunnen de boeren zich wapenen tegen de droogte?Vanneste: “Het probleem is niet dat er te weinig water valt in Vlaanderen, het probleem is de captatie ervan. Grote waterbuffers zijn noodzakelijk, bijvoorbeeld in de Handzamevallei. Ook de aanleg van individuele waterbassins wordt te vaak geblokkeerd door vergunningstrajecten. Amper één op de vijf krijgt een goedkeuring.”“Door meer water op de slaan in grote buffers hoeven er ook niet zo vroeg oppompverboden ingesteld te worden. De telers ondervinden wel hinder van de waterlopen als hun akkers bijvoorbeeld onderstromen zoals in de winter van 2023, maar de voordelen van de waterlopen hebben ze niet. Als het droog wordt en boeren willen beregenen, dan vaardigt de overheid een verbod uit.”De Waele: “Daarnaast kan er met teelttechnieken en grondbeheer ingespeeld worden op drogere omstandigheden. Bij een goede bodemstructuur wordt het water veel langer opgehouden door de grond en blijft beschikbaar voor de planten. Wat dat betreft is het systeem van seizoenspacht niet ideaal. Wisselende boeren maken van het land gebruik en de verbetering van de bodemkwaliteit is niet prioritair.”Hoe ziet u de toekomst van de groententeelt in West-Vlaanderen?&amp;nbsp;De Waele: “In West-Vlaanderen wordt een derde van de mondiale industriegroenten geteeld. Het klimaat is ideaal en de kennis is aanwezig. Vooral de arbeidsintensieve teelten zoals spruiten, bloemkool, prei en courgette hebben een grote economische meerwaarde voor de Belgische economie. Wij moeten er samen met de industrie alles aan doen om de teelt in Vlaanderen te houden.”</content>
            
            <updated>2025-05-22T18:51:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voedingsketen: prijzen stabiliseren, marges krabbelen recht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voedingsketen-prijzen-stabiliseren-marges-krabbelen-recht" />
            <id>https://vilt.be/57406</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na jaren van turbulentie lijken de prijzen voor voedingsproducten in 2024 tot rust te komen. Tegelijkertijd verbeteren de marges in de landbouw en voedingsindustrie, al blijven sommige schakels in de keten onder druk staan. Dat blijkt uit de jaarlijkse analyse van het Prijzenobservatorium van de FOD Economie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="prijsvorming" />
                        <category term="prijs" />
                        <category term="agrovoedingsketen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/42326e9b-c99c-4b11-ba36-32c2ca5e00dc/full_width_varkentje.jpg</image>
                                        <content>De studie werpt licht op het prijs- en margespeelveld binnen de Belgische voedingsketen, en kadert in de bredere werking van de taskforce agrovoeding, die streeft naar meer transparantie.Inflatie vertraagt, maar België hinkt achterop voor vlees en groentenDe inflatie voor voedingsmiddelen in België daalde in 2024 naar 1,9 procent voor bewerkte voeding en 2,6 procent voor niet-bewerkte voeding. Daarmee ligt het inflatiecijfer opnieuw op een beheersbaar niveau, na een periode van forse prijsstijgingen. Toch blijft België duurder uit voor vlees en groenten dan buurlanden.&quot;Voor vlees en groenten zien we een soort inhaalbeweging. In de voorbije jaren gingen de prijzen hier minder snel omhoog dan in de rest van Europa&quot;, verklaart het Prijzenobservatorium.Landbouw beleeft topjaar, maar verschillen blijven grootDe Belgische landbouw beleefde in 2023 het beste jaar sinds het begin van de metingen in 2004. De netto-inkomsten bereikten volgens raming een record, vooral dankzij lagere kosten voor meststoffen en voeders. De rendabiliteit – het percentage van inkomsten ten opzichte van de productiewaarde – steeg naar 30,7 procent.Achter deze globale cijfers schuilen echter grote verschillen per regio en sector. Zo steeg de rendabiliteit in Vlaanderen tot 35,7 procent, terwijl Wallonië bleef steken op 21,8 procent.&quot;In Vlaanderen profiteerden varkens- en pluimveehouders het sterkst van de dalende kosten en stijgende productieprijzen. In Wallonië bleven de productiekosten iets hoger, waardoor de winst minder snel steeg&quot;, aldus de studie. Varkens en pluimvee leveren piekmarges, melk en fruit blijven kwetsbaarDe grootste uitschieters in 2023 waren de zogenaamde ‘hokdierenbedrijven’ – landbouwbedrijven die varkens en gevogelte houden. Door dalende voederprijzen en stijgende vleesprijzen bereikten ze recordniveaus qua rendabiliteit.Voor melkveebedrijven viel het plaatje minder gunstig uit. Na een topjaar in 2022 zakte de melkprijs terug tot het niveau van 2021, terwijl de kosten amper daalden. Fruittelers boekten na jaren van daling opnieuw beterschap dankzij hogere productievolumes en lagere kosten, al blijft de sector uiterst gevoelig voor prijsschommelingen. In Vlaanderen profiteerden varkens- en pluimveehouders het sterkst van de dalende kosten en stijgende productieprijzen Beter rendement voor voedingsindustrie, vleesverwerking blijft zwakke schakelOok de voedingsindustrie zag in 2023 de marges verbeteren in de meeste sectoren, met sterke stijgingen in de aardappelverwerking en suikerproductie. Voor bedrijven die vooral exporteren, viel de winst zelfs opvallend hoger uit dan voor spelers op de binnenlandse markt. De vleessector blijft een zorgenkind. &quot;De marge in de vleesverwerking blijft relatief laag&quot;, stelt het Prijzenobservatorium vast.Voor 2024 verwacht men lichte verbeteringen in sectoren zoals chocolade, meel en vleeswaren. In de zuivel- en broodsector zouden de marges daarentegen opnieuw onder druk staan.Retail: slechte prestatie verbergt licht herstelIn de distributiesector blijft het beeld gemengd. Eén grote speler presteerde in 2023 opvallend zwak, wat het sectorgemiddelde negatief beïnvloedt. Zonder die speler zou de nettomarge van grote bedrijven licht gestegen zijn ten opzichte van 2022, maar wel nog altijd onder het niveau van 2018-2021.Kleine en middelgrote winkels zagen hun marges wel verbeteren, al leed bijna een kwart van alle retailbedrijven verlies. &quot;Bij 23,8 procent van de ondernemingen in de retail was er in 2023 sprake van een operationeel verlies. Dat toont aan hoe hard deze schakel in de voedingsketen onder druk staat&quot;, aldus de FOD Economie.Monitoring blijft nodigDe cijfers voor 2024 zijn grotendeels gebaseerd op ramingen op basis van prijsindexen en modellen. De FOD Economie benadrukt dat definitieve boekhoudkundige cijfers nog moeten volgen.&quot;Het blijft belangrijk om de evolutie van prijzen en marges in de volledige voedingsketen nauwgezet te blijven volgen&quot;, klinkt het bij het Prijzenobservatorium. &quot;Alleen zo kunnen we de markt transparanter maken en gericht ingrijpen waar nodig.&quot;Raadpleeg het volledige rapport op de website van de FOD Economie.</content>
            
            <updated>2025-05-22T15:46:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Uitstoot van verzurende stoffen zoals stikstof daalt verder]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/uitstoot-van-verzurende-stoffen-zoals-stikstof-daalt-verder" />
            <id>https://vilt.be/57407</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De uitstoot van verzurende stoffen zoals stikstof blijft dalen in Vlaanderen. Tussen 2005 en 2023 spreken we zelfs over een halvering (-57%) van de ‘potentieel verzurende emissie’. Dat meldt Statistiek Vlaanderen donderdag op basis van cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Landbouw blijft wel de belangrijkste bron van verzurende emissies. Ook de broeikasgassen bereikten in 2023 de laagste uitstootcijfers van deze eeuw, zelfs minder dan in coronajaar 2020.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="uitstoot" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a3e5e7c3-5ae4-4a3d-a674-86537e888d90/full_width_efficientie-in-de-stal-varkens-inagro.jpg</image>
                                        <content>‘Potentieel verzurende emissie’ is de som van de uitstoot van drie verzurende stoffen: zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). Die som wordt uitgedrukt in zuurequivalenten, waarbij het zuurvormende vermogen van elke stof in rekening wordt gebracht.De uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak daalden tussen 2005 en 2023 met respectievelijk 58 procent en 19 procent. In diezelfde periode zagen we ook een aanzienlijke daling van de zwaveldioxide-emissies, met -85 procent.Landbouw stoot kwart minder ammoniak uitDe landbouw, en met name de uitstoot van ammoniak, noteerde een afname met een kwart (-24%) tussen 2005 en 2023. Het relatieve aandeel van de landbouwsector in de totale uitstoot van ammoniak blijft wel nagenoeg gelijk (± 95%) sinds 2005.De uitstoot door de landbouw daalde licht tot 2008, voornamelijk door de daling van de veestapel, de verhoogde voederefficiëntie, de emissiearme aanwending van dierlijke mest en de bouw van emissiearme stallen. Het effect van de emissiereducerende maatregelen werd echter deels gecompenseerd door een aanzienlijke toename van het pluimvee. De daling van de uitstoot t.o.v. 2005 bleef dus vele jaren eerder beperkt. Afname varkensstapel grootste factorDe daling van de ammoniakuitstoot in 2022 en 2023 is voornamelijk toe te schrijven aan een forse krimp in het aantal varkens. De ammoniakuitstoot door het gebruik van kunstmest is onderhevig aan schommelingen door het variërende kunstmestgebruik. De ammoniakuitstoot door mestverwerking stijgt tot en met 2018 als gevolg van een steeds toenemende hoeveelheid verwerkte mest, maar is anderzijds ook sterk afhankelijk van de gehanteerde verwerkingstechniek.De landbouw bleef in 2023 wel de belangrijkste bron van potentieel verzurende emissie (49%), gevolgd door transport (27%), industrie (14%) en energie (7%). De grootste afname tussen 2005 en 2023 was er in de energiesector (-85%). Ook de industriesector kende een grote daling (-59%). Beide sectoren stoten vooral stikstofoxiden en zwaveldioxide uit en de afname was vooral een gevolg van emissiereducerende maatregelen. Uitstoot broeikasgas daaltDe uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen is in 2023 gedaald, tot het laagste punt van deze eeuw. In 2023 werden in Vlaanderen 65,4 megaton CO2-equivalenten broeikasgassen uitgestoten, 3,5 Mton minder dan het jaar voordien. CO2 is goed voor 87 procent van de totale uitstoot. Ten opzichte van 2005 lag de uitstoot in 2023 29 procent lager.Na een graduele afname tussen 2005 en 2014 bleef een verdere daling van de broeikasgasuitstoot uit, tot de sterke daling in 2020 door de coronapandemie, aangevuld met een zachte winter. Het jaar 2023 kende een verdere daling van de emissies, voornamelijk als gevolg van een verdere daling van de Europese emissiehandel in combinatie met zachte wintermaanden.De uitstoot van CO2 (koolstofdioxide) daalde met 28 procent tussen 2005 en 2023, N2O (lachgas) met 49 procent en CH4 (methaan) met 14 procent. De uitstoot van F-gassen (fluorhoudende broeikasgassen) lag 37 procent onder het niveau van 2005, voornamelijk door reductie-inspanningen in de chemische industrie. Na lang stijgen, nu een daling in broeikasgasuitstoot landbouwNa een daling sinds 1990, met de laagste uitstoot in 2008, neemt de uitstoot van de landbouw weer toe, met uitzondering van de laatste twee gemeten jaren (2022 en 2023). De belangrijkste oorzaken van de lagere uitstoot in 2022 t.o.v. 2021 zijn een afname van het energiegebruik in de glastuinbouw door de energiecrisis, in combinatie met de zachte wintermaanden en de daling van het aantal varkens. In 2023 zette de daling van de varkensstapel zich verder.Volgens VMM heeft de omvang van de veestapel een belangrijk effect op de emissiebijdrage uit de veeteelt. Zo daalt de uitstoot van de varkenssector sinds 2014 (-22 % in 2023 t.o.v. 2013) door een afname van het aantal dieren. De uitstoot van de pluimveesector stijgt dan weer sinds 2009 (+43 % in 2023 t.o.v. 2008) door de aangroei van de pluimveestapel. Al dient vermeld dat het aandeel van deze laatste in de uitstoot eerder beperkt is. De rundveestapel, met een aanzienlijk aandeel in de uitstoot, bleef in diezelfde periode heel wat stabieler.In de Europese Unie moeten de ETS-broeikasgasemissies tegen 2030 62 procent lager liggen dan in 2005.</content>
            
            <updated>2025-05-22T18:39:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Inagro legt toekomstkoers vast]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/inagro-legt-toekomstkoers-vast" />
            <id>https://vilt.be/57408</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In een wereld en landbouwsector die razendsnel evolueren, kiest Inagro in zijn toekomstplan resoluut voor anticiperen en richting geven. “De toekomst is niet iets wat ons overkomt, maar iets wat we samen vormgeven”, benadrukt afgevaardigd bestuurder Mia Demeulemeester.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Inagro" />
                        <category term="toekomst" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f0c26d7e-1fdc-45ce-8305-a8d5cbe11e1c/full_width_agrotopia.jpg</image>
                                        <content>Vanuit het West-Vlaamse Roeselare helpt Inagro mee de toekomst van de land- en tuinbouwsector vorm te geven. Als onderzoeks- en adviescentrum ondersteunt het onder meer landbouwers bij de vele veranderingen en uitdagingen in de sector. En die zijn niet min, benadrukt Inagro: “Klimaatverandering, druk op de rendabiliteit, schaarste aan arbeidskrachten, strengere regelgeving en snel evoluerende technologieën dwingen ondernemers voortdurend tot bijsturing.”&amp;nbsp;“Als partner van de sector willen we landbouwers en alle betrokkenen helpen om samen de juiste keuzes te maken”, duidt Bart Naeyaert, voorzitter van Inagro en West-Vlaams gedeputeerde voor Landbouw. “Dat vraagt visie, maar ook actie. De voorbije maanden hebben we daar hard aan gewerkt, gericht op de te leggen accenten in de komende legislatuur.”&amp;nbsp;Multidisciplinaire aanpak op maat&amp;nbsp;Na gesprekken met heel wat stakeholders, van landbouwers tot beleidsmakers en eigen medewerkers trok Inagro twee duidelijke conclusies over zijn koers voor de toekomst. Zo werd duidelijk dat de bestaande missie nog steeds overeind blijft: innovatie en advies op maat van de praktijk blijven de kern.&amp;nbsp;Tegelijk werd duidelijk dat de uitdagingen in de sector steeds meer vragen om een samenhangende, multidisciplinaire aanpak. “Daar kiezen we ook bewust voor”, klinkt het. “We bekijken de teelt niet op zich, maar in samenhang met wat ervoor en erna komt, op het perceel zelf, maar ook in de keten. Alleen zo kunnen we landbouw in al zijn complexiteit begrijpen en ondersteunen, en kan transitie duurzaam vorm krijgen.”&amp;nbsp;Van conclusie naar concrete actie&amp;nbsp;In zijn toekomstplan schuift Inagro enkele concrete actiepunten naar voren. Het wil landbouwers beter en breder ondersteunen bij de vele veranderingen in de sector, door zijn sterkte als multidisciplinair expertisecentrum ten volle in te zetten.&amp;nbsp;Samenwerking lijkt ook een centraal uitgangspunt te worden. Door nauwer samen te werken met ketenpartners en beleidsmakers wil Inagro voortaan innovatie en onderbouwde kennis sneller op het veld krijgen. “Dat we deel uitmaken van het sterke West-Vlaamse ecosysteem rond agrovoeding, zien we daarbij als een extra troef”, klinkt het. Tegelijk zal er in de toekomst ook extra aandacht komen voor de valorisatie van technologie, datagedreven werken en natuurgebaseerde oplossingen binnen duurzame productiesystemen.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-05-22T18:34:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe rekentool helpt melkveehouders complexe bedrijfseconomische keuzes maken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-rekentool-helpt-melkveehouders-complexe-bedrijfseconomische-keuzes-maken" />
            <id>https://vilt.be/57409</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het is geen simpele rekensom voor veehouders om de economische impact van PAS-maatregelen, een productiekrimp of een omschakeling naar bio in te schatten. Meer dan vier jaar lang werkten experts van ILVO, Inagro, de Hooibeekhoeve en Boerenbond aan een rekentool die melkveehouders daarbij extra houvast biedt. Met de ‘Routeplanner Melkvee’ kunnen ze voortaan bedrijfsspecifiek de kosten en baten inschatten van verschillende toekomstideeën. “Bijzonder waardevol in een context van veranderende regelgeving”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="ILVO" />
                        <category term="Inagro" />
                        <category term="toekomst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f40a0221-3901-48e5-be16-19134d4ebccc/full_width_vercauteren-bezoekt-het-melkveebedrijf-van-van-lembergen-in-lommel.jpg</image>
                                        <content>De lijst aan bedrijfskeuzes die een melkveehouder kan of moet maken om een toekomstbestendig bedrijf te hebben, is eindeloos. Moeten we aan schaalvergroting doen of eerder krimpen? Welke impact zal een investering zoals een melkrobot of -installatie hebben, moet de opfok van jongvee uitbesteed worden of wordt beter een nieuw een personeelslid aangeworven? Wat zijn de economische gevolgen als er een verandering van rantsoen komt, welke gewassen kunnen er extra geteeld worden?“Het is essentieel om op een objectieve en bedrijfsspecifieke manier zicht te krijgen op de economische gevolgen van deze keuzes”, aldus ILVO. “De Routeplanner Melkvee zorgt net voor deze economische onderbouwing. De tool simuleert en vergelijkt allerlei uiteenlopende scenario’s op maat van het bedrijf zelf.” Op deze manier krijgt een melkveehouder extra handvaten om weloverwogen conclusies te trekken waarom een idee al dan niet interessant is.Op maat en actueelDe sterkte van de tool bestaat erin dat de interacties tussen de verschillende bedrijfsprocessen zoals ruwvoederproductie, arbeid en mestafzet in de resultaten worden meegenomen. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met de veranderende marktomstandigheden en huidige wetgeving. Zo brengt de tool onder meer de impact van de maatregelen van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in kaart, op niveau van de boerderij.De tool is het resultaat van een VLAIO-LA-traject, met drie onderzoeksinstellingen ILVO, De Hooibeekhoeve, Inagro en landbouworganisatie Boerenbond aan de wieg. Elke Vlaamse melkveehouder kan er voortaan gratis mee aan de slag, maar het vergt wel wat knowhow. “Er werden reeds enkele opleidingen gegeven voor landbouwadviseurs en banken”, duidt ILVO. “We zijn ook aan het kijken om deze eventueel te laten doorgaan voor melkveehouders zelf.”Melkveehouders die advies willen op basis van de tool kunnen ook aankloppen bij adviesbureau. Als de ondersteuning door een erkend adviesbureau wordt gedaan, kunnen landbouwers een korting krijgen via hun Kennisportefeuille.Routeplanner varkens en pluimvee?Tot nu is de Routeplanner er enkel voor melkveehouders. Economische keuzes maken beperkt zich echter niet enkel tot melkveebedrijven. Krijgt de routeplanner nog een uitbreiding voor andere veehouderijtakken? “Dit willen we zeer graag”, aldus ILVO. “Maar daarvoor hebben we financiering nodig. We hebben hiervoor al twee keer een project ingediend bij VLAIO, voorlopig zonder succes. Maar we geven niet op.”</content>
            
            <updated>2025-05-22T18:33:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Inagro onderzoekt AI op maat van de landbouwer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/inagro-onderzoekt-ai-op-maat-van-de-landbouwer" />
            <id>https://vilt.be/57410</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>AI helpt boeren steeds slimmer en duurzamer werken, van zelfdenkende spuitrobots tot sensoren die serres automatisch aansturen. Inagro bouwt hieraan mee en wil zich profileren als testplatform en kennispartner. Onderzoeksleiders Eva Ampe en Maarten Ameye lichten toe.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="technologie" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="smart farming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8ce8764d-1874-4486-9b61-e3b43be49bc4/full_width_ai-inagro1.png</image>
                                        <content>“We zijn geen softwareontwikkelaars of datacentrum”, vertelt Eva Ampe, onderzoeksleider precisielandbouw bij Inagro. “Maar we merken dat AI steeds vaker opduikt in bij machines en modellen die landbouwers gebruiken. Onze rol? Die technologie in de praktijk brengen, aftoetsen aan lokale omstandigheden en zorgen dat ze écht werkt op het veld.” &amp;nbsp;AI op het veld Concreet betekent dat: testen, implementeren, finetunen en feedback geven. “Bijvoorbeeld in het project AgRoboConnect”, legt Ampe uit. “Daar werken we samen met Europese partners aan autonome onkruidbestrijding. Of in project Dropspot, waar we spotspraying demonstreren op percelen in de Westhoek. AI helpt hier autonoom mechanisch te wieden of om enkel te spuiten waar nodig, wat middelen bespaart én milieuwinst oplevert.” Denk bijvoorbeeld aan Ecorobotix, Odd.Bot of Croptic – systemen of diensten die al bij heel wat landbouwers ingezet worden. Toch blijft het zoeken naar de juiste toepassing, dosering en timing. AI moet je samen met landbouwers en bedrijven ontwikkelen. We zijn geen eiland Ook in de serreteelt leeft AI. “Via het project DigiKas zetten we AI in voor klimaatoptimalisatie”, vertelt Maarten Ameye, onderzoeksleider tuinbouw. “Sensoren verzamelen continu data over temperatuur, luchtvochtigheid, licht én over de plant zelf. Dat laatste is uniek: we meten niet alleen de omgeving, maar ook hoe het gewas erop reageert. AI-modellen helpen vervolgens om efficiënter te verwarmen of te verluchten. Dat is winst voor het gewas én voor de energiefactuur.”Niet alles is even plug-and-playAI biedt veel kansen, maar brengt ook uitdagingen. “Het is niet omdat een algoritme werkt op een proefveld in Californië, dat het ook werkt op een Vlaamse zandleembodem of een veld vol keien”, zegt Ampe. “Planten zien er anders uit bij ander licht, andere bodem, ander weer. AI-modellen moeten dus vaak lokaal getraind én onderhouden worden.”Data is daarbij essentieel – en net dat is vaak een knelpunt. “Je hebt massa’s kwaliteitsvolle data nodig”, vult Ameye aan. “Beelden met de juiste resolutie, complete tijdsreeksen, goede annotatie... En dan nog: zelfs als een model werkt bij opstart, moet het nadien onderhouden worden. Klimaatverandering, nieuwe rassen of teelttechnieken kunnen ervoor zorgen dat het model minder accuraat wordt. En wie staat er in voor deze updates als het bedrijf achter die technologie failliet gaat?”Bovendien moet AI bruikbaar zijn voor de landbouwer. “Een grafiek met twintig lijnen is leuk voor de ontwikkelaar, maar de landbouwer wil weten: wat moet ik morgen doen? Gebruiksgemak is key”, zegt Ampe. Samenwerken én kritisch blijven&amp;nbsp;Inagro zoekt actief de samenwerking op met bedrijven, onderzoeksinstellingen en landbouwers. “AI moet je samen ontwikkelen. We zijn geen eiland”, zegt Ameye. In projecten als Smart Farming &amp;amp; Food Processing werken we samen met partners in Vlaanderen en Nederland. We willen technologie niet blind invoeren, maar aftoetsen aan de praktijk.Toch pleiten beide onderzoekers voor een kritische blik. “AI is geen automatisch wondermiddel”, zegt Ampe. “Het vraagt niet alleen veel data en kennis, maar ook veel rekenkracht, en dat betekent een hoog energieverbruik. Soms zijn klassieke modellen of menselijke expertise even krachtig. We willen de hype waar nodig doorprikken en realistische verwachtingen scheppen.” AI is een hulpmiddel, geen vervanging. Gezond boerenverstand, kennis en ervaring blijven essentieel AI in Inagro’s toekomstplanIn het recent gelanceerde toekomstplan positioneert Inagro zich als kennispartner voor de landbouwsector, waarbij het strategisch toegepaste AI wil verankeren in zijn werking. &quot;Onze sterkte zit in onze praktijkgerichtheid en connectie met het veld&quot;, zegt Ampe. “We willen landbouwers helpen om doordachte keuzes te maken: waar is AI nuttig, waar niet, en hoe maak je het rendabel?” Om technologieën echt bruikbaar te maken, zet Inagro in op proefopstellingen op het veld en in de serre en op opleiding voor landbouwers en hun adviseurs.“Een AI-model is niet af na twee jaar. Het moet mee evolueren met nieuwe teelten, technieken en klimaatomstandigheden”, vult Ameye aan. Hij benadrukt ook het belang van langlopende demonstratieprojecten. Daarnaast moeten beleidsmakers zorgen voor duidelijke datakaders en de ondersteuning van duurzame initiatieven. “Data is vandaag nog vaak gefragmenteerd en moeilijk toegankelijk”, voegt Ampe toe. “Gelukkig zijn er initiatieven zoals DjustConnect die werken aan dataspaces, zodat gegevens veilig en efficiënt gedeeld kunnen worden. AI helpt, net zoals de bestaande modellen, om processen te verbeteren – denk aan klimaatsturing, irrigatie, IPM of het reduceren van gewasbescherming. Die agronomische kennis verdwijnt niet, we combineren ze met wat AI ons bijleert”, zegt Ampe.“En bij al die technologische vooruitgang blijft de landbouwer centraal staan”, besluit Eva. “AI is een hulpmiddel, geen vervanging. Gezond boerenverstand, kennis en ervaring blijven essentieel. Onze taak is om technologie daar op af te stemmen.”</content>
            
            <updated>2025-05-23T10:54:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Natuurpunt waarschuwt dat droogte blijvende impact heeft, ook als het opnieuw gaat regenen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/natuurpunt-waarschuwt-dat-droogte-blijvende-impact-heeft-ook-als-het-opnieuw-gaat-regenen" />
            <id>https://vilt.be/57411</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Natuurpunt waarschuwt dat de huidige extreme droogte een permanente impact kan hebben op de bodem en de biodiversiteit. De milieuorganisatie wijst daarvoor naar eerder Nederlands onderzoek dat de droogte van 2018-2019 onder de loep nam. Zo kunnen bepaalde plantensoorten compleet verdwijnen, luidt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/50a3e2b0-4419-463c-a836-2f609a219e06/full_width_aardappel-droogte.jpg</image>
                                        <content>De droogte zet planten onder stress, waardoor ze in overlevingsmodus gaan, minder voedingsstoffen opnemen en hun groei stilvalt. Ook processen zoals nectarproductie raken verstoord. Volgens Natuurpunt is dat nu al zichtbaar in onze natuur: veelvoorkomende soorten zoals rode klaver en smalle weegbree laten hun bladeren hangen en zien er schraler uit dan normaal.Die effecten kunnen ook permanent zijn: uit Nederlands onderzoek door de Wageningen Universiteit blijkt dat het aantal plantensoorten in natuurgebieden na de extreme zomers van 2018 en 2019 met 20 procent is gedaald. Natte heide bleek het vaakst de intense droogte niet te overleven. Grassige planten zoals kropaar zijn dan weer beter bestand tegen de droogte.Ook bodemleven ziet afOnder de grond zijn de gevolgen minder zichtbaar, maar volgens het Nederlandse onderzoek blijven schimmels en bacteriën in de bodem verstoord, zelfs nadat de vochtigheid is hersteld en het opnieuw heeft geregend. Dat wijst op een blijvende aantasting van de bodemgezondheid.Al heeft droogte ook beperkte positieve effecten voor planten: ziekteverwekkers overleven het vaak ook niet, terwijl net goedaardige schimmels erop vooruitgaan. Door een ingenieuze wisselwerking met bepaalde schimmels kunnen planten in droge periodes toch nog aan extra water geraken. Een matige droogte zou zo een positief effect op planten kunnen hebben.Natuurpunt wijst er tot slot op dat droogte ook de koolstofopslag in de bodem kan aantasten: door het extreme weer kunnen planten minder CO2 opslaan. De aanhoudende droogte van dit voorjaar zal hoe dan ook een blijvend effect hebben, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-05-22T18:47:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ervaring meets energie: Honderd jonge diervoederprofessionals zoeken inspiratie bij voorgangers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ervaring-meets-energie-honderd-jonge-diervoederprofessionals-zoeken-inspiratie-bij-voorgangers" />
            <id>https://vilt.be/57412</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een honderdtal jonge professionals uit de Belgische en Nederlandse diervoedersector kwamen op 22 mei samen voor de negende editie van het Jongerencongres van BFA, Nevedi en Feed Design Lab. Centrale thema van dit jaar: generatieverschillen. De jongeren leerden hoe een 'generatiekloof' op het werk lang niet negatief hoeft te zijn. Een mix van energie en ervaring is immers de ideale cocktail om een antwoord te bieden op de uitdagingen voor een duurzame en toekomstgerichte sector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeder" />
                        <category term="jonge boeren" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f7bfa114-b4ec-4d1d-92d5-871e88be9f9c/full_width_2025-jongerencongres-1.JPG</image>
                                        <content>Het congres bracht jonge mensen uit de sector samen rond een actueel en strategisch vraagstuk: hoe kunnen verschillende generaties – elk met hun unieke kennis en competenties – beter samenwerken om de toekomst van de diervoedersector vorm te geven?Elke generatie heeft zijn sterktes, en dat is van tel om de uitdagingen binnen de diervoedersector het hoofd te bieden. Denk maar aan digitalisering, duurzaamheid en kennisoverdracht. Jongere generaties brengen nieuwe inzichten, technologische vaardigheden en energie, terwijl ervaren collega’s uitblinken in expertise, historisch perspectief en leiderschap.Jong en oud samen aan de leidingDat bleek duidelijk uit de lezing van prof. Kim De Meulenaere (Universiteit Antwerpen). “Leeftijdsdiversificatie op de werkvloer zorgt voor nieuwe synergiën”, stelde ze. “Het kan zelfs erg verrijkend zijn als er kenniswisseling is langs beide zijden.” Aanvullend werden praktijkvoorbeelden gepresenteerd van bedrijven die bewust inzetten op samenwerking tussen generaties, bijvoorbeeld via mentorships, gemengde teams en gedeeld leiderschap.De deelnemers gingen vervolgens in gesprek over onderlinge verwachtingen, verschillende werkstijlen en gedeelde ambities. Het interactieve karakter van het congres zorgde voor open dialoog en wederzijds begrip. Jongeren gaven aan zich sterker verbonden te voelen met hun organisatie wanneer er ruimte is voor hun stem en ideeën, in wisselwerking met ervaren collega’s.De kracht van mentorships“Het Jongerencongres bewijst dat generatieverschillen ook verbindend kunnen werken. Door kennis en perspectieven te delen, versterken we de innovatiekracht en duurzaamheid van onze sector. Wetenschappelijk onderzoek, zoals toegelicht door professor. De Meulenaere, toont bovendien aan dat mentorships een bijzonder doeltreffende strategie zijn om samenwerking tussen generaties succesvol vorm te geven”, besluit Fleur Aarsse, voorzitter van de Young Feed Professionals.</content>
            
            <updated>2025-05-23T10:57:52+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voorlopig geen nieuwe droogtemaatregelen, regen geeft komende dagen wat zuurstof]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voorlopig-geen-nieuwe-droogtemaatregelen-regen-geeft-komende-dagen-wat-zuurstof" />
            <id>https://vilt.be/57413</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De droogtecommissie neemt voorlopig geen verdere maatregelen tegen de droogte. Dat blijkt na een vergadering die vrijdag plaatsvond. De komende dagen wordt er opnieuw wat regen voorspeld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9a11b0e5-245c-4c11-abea-7d37f6ac9825/full_width_water-droogte-1024.jpg</image>
                                        <content>De droogtecommissie kwam vrijdagochtend opnieuw samen om de huidige droogtesituatie te bespreken. Momenteel zitten we nog steeds in code geel, dat is onveranderd. &quot;De situatie wordt nauwlettend in de gaten gehouden&quot;, zegt Katrien Smet van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). &quot;De komende dagen wordt er opnieuw wat neerslag voorspeld, wat de nodige zuurstof biedt. Dat gaat de situatie niet structureel verbeteren, het blijft droog.&quot; Momenteel zijn verdere verboden of maatregelen nog niet aan de orde.Bij de commissie waren onder andere de provinciegouverneurs, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), afgevaardigden van minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) en minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA), vertegenwoordigers uit de drinkwatersector, de VMM en de Vlaamse Waterweg (DVW) aanwezig. Ook meteoroloog van het KMI David Dehenauw was aanwezig als expert.Donderdag werd er al sensibiliseringsmateriaal gecommuniceerd naar de provincies en gemeenten door de VMM. &quot;Het is sowieso nooit verantwoord om water te verspillen&quot;, zegt Smet nog. &quot;Het hele jaar door moet er eigenlijk spaarzaam met water omgegaan worden. Daarom willen we nog sterker inzetten op sensibilisering van de burger via de gemeenten en provincies.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-23T12:36:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Daar komt de hybride melk: Deels plantaardig, deels van de koe]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/daar-komt-de-hybride-melk-deels-plantaardig-deels-van-de-koe" />
            <id>https://vilt.be/57414</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“De toekomst van melk. Twintig procent minder C02, en even lekker als koemelk”, zo promoot de Nederlandse zuivelverwerker Farm Dairy zijn nieuwe, ‘hybride melkproducten’. Deze producten bestaat uit deels koemelk en deels plantaardige melk, en zijn ontwikkeld samen met het Deense bedrijf Planet Dairy. Farm Dairy en Planet Dairy hopen zo de flexitariërs te overtuigen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="eiwitshift" />
                        <category term="vegetarisch" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b1ab40df-e51b-4470-ab9f-f019189bde7a/full_width_planetdairy-fd.png</image>
                                        <content>De opkomst van de hybrideburger is zuivelbedrijven Planet Dairy en Farm Dairy duidelijk niet ontgaan. Bij hybrideburgers wordt gehakt gemixt met plantaardige eiwitten tot een flexitarisch geheel. De hybridemelk volgt hetzelfde principe, door “de smaak en voedingswaarde van traditionele zuivel te combineren met de duurzaamheid van plantaardige alternatieven”, aldus Planet Dairy en Farm Dairy in een persbericht. Een keuze waarbij “smaak en duurzaamheid hand in hand gaan.” De drinkmelk is verkrijgbaar in magere, halfvolle en volle varianten, met een reductie van minimaal 20 procent in CO2-uitstoot. Bij de volle melk gaat het om dertig procent, zo stelt het bedrijf. De dierlijke melk in het product zou eveneens geproduceerd zijn op duurzame wijze.&quot;We richten ons op de zuivelliefhebbers bewust van milieu-impact&quot;Plantaardige melkalternatieveen zoals soja- of amandelmelk bestaan al sinds vorige eeuw, maar hun marktaandeel is met negen procent beperkt. De ontwikkelaars van ‘hybridemelk’ hopen met de net-niet-overtuigde vegetariërs een groter segment aan te snijden.Het product wordt gepromoot als zijnde even lekker als echte melk, en aan een vergelijkbare prijs. “Na het succes en de lessen van onze gemengde kaasproducten in Scandinavië, pakken we nu de grootste zuivelcategorie - melk - aan. We richten ons op zuivelliefhebbers die zich bewust zijn van de impact van traditionele zuivel op het milieu”, zegt Jakob Skovgaard, medeoprichter en CEO van PlanetDairy. “Door een verkoopprijs en smaak te bieden die vergelijkbaar is met die van traditionele zuivel, denken we een bredere consumentenbasis te kunnen bereiken.”Arend Bouwer, Managing Director van Farm Dairy, verwacht dat dit assortiment “de standaard zal worden voor de ‘flexitarische’ groep consumenten. En ons doel is om het lekkere mainstream alternatief te worden. We hebben er alle vertrouwen in dat dit snel de standaard in de categorie zal worden. Onze beide bedrijven werken momenteel aan de volgende stappen in zuivel-plant blends zoals yoghurts en zoete desserts, waarmee we onze toewijding aan smaak en duurzaamheid verder uitbreiden.”De melkdrank werd vorige week gelanceerd op de jaarlijkse World of Private Label International Trade Show van PLMA in Amsterdam.</content>
            
            <updated>2025-05-23T14:51:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mutualiteiten en natuurorganisaties vragen Vandenbroucke te strijden tegen pesticiden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mutualiteiten-en-natuurorganisaties-vragen-vandenbroucke-te-strijden-tegen-pesticiden" />
            <id>https://vilt.be/57415</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Diverse gezondheids- en natuurorganisaties vragen aan federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) om zijn stem te laten horen over pesticiden. De organisaties zien de aanwezigheid van pesticiden in onze omgeving als één van de dringendste problematieken inzake leefmilieu en gezondheid. Daarom mogen pesticiden, waaronder gewasbeschermingsmiddelen, volgens deze organisaties niet uitsluitend een bevoegdheid zijn van de minister van Landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/77461baa-04ae-4b88-90a8-2730c1608f7b/full_width_pesticides-tractor-1024.jpg</image>
                                        <content>Dryade, PAN Europe, de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten, de Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, Kom op tegen Kanker, KickCancer, Vlaamse Parkinson Liga, SSMG Cellule Environnement, Nature et Progrès Belgique, Natuurpunt, Natagora, Bond Beter Leefmilieu, Velt, Vogelbescherming Vlaanderen, de West-Vlaamse Milieufederatie, Canopea, Pomona en Broederlijk Delen vragen minister Vandenbroucke om zijn medebeslissingsrecht rond pesticiden op te nemen. De organisaties wijzen erop dat de minister dit recht heeft, maar stellen dat hij het vorige regeerperiode niet heeft toegepast door een afspraak met federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR).Volgens de organisaties moet het gebruik van pesticiden dringend worden teruggesnoerd. “Pesticiden worden overal aangetroffen: in bodem, vegetatie, water, lucht, natuurgebieden, op speelplaatsen, en in onze huizen en slaapkamers. Hun impact reikt dus nog véél verder dan waar ze worden toegepast”, stellen de organisaties in een open brief. Ze wijzen erop dat blootstelling aan pesticiden in verband wordt gebracht met een brede waaier aan aandoeningen, waaronder types kanker en neurodegeneratieve aandoeningen. &quot;Het aantal Parkinsonpatiënten steeg de laatste jaren aanzienlijk - experten spreken over een Parkinsonpandemie, en een verband met pesticiden. Pesticiden zijn ook één van de belangrijkste bronnen van hormoonverstoorders: het merendeel van de gezondheidskosten gelinkt aan hormoonverstoorders is naar schatting het gevolg van blootstelling aan pesticiden, wordt vermeld in het Nationaal Actieplan voor Hormoonverstoorders (NAPED). Pesticiden ondermijnen onze gezondheid ook door hun enorm destructieve impact op biodiversiteit, water- en bodemkwaliteit: gezonde ecosystemen zijn de essentiële basis voor onze fysieke en mentale gezondheid en ons welzijn.” We betalen de prijs voor zogenoemde gewasbescherming in de vorm van acute en chronische ziekten De mutualiteiten nemen samen met de natuurorganisaties de handschoen op tegen bestrijdingsmiddelen die de gezondheid schaden. “Niet alleen leefstijl, biologische factoren en de kwaliteit van onze gezondheidszorg hebben een impact op onze gezondheid, ook de omgeving waarin we leven, speelt een belangrijke rol voor de gezondheid en de levenskwaliteit die we ervaren”, zegt Luc Van Gorp, voorzitter van het CM Gezondheidsfonds. “Om die omgeving gezonder te maken, moeten we alle mogelijke stappen nemen om het gebruik van pesticiden terug te dringen, liever vandaag dan morgen.”“We betalen de prijs voor zogenoemde gewasbescherming in de vorm van acute en chronische ziekten”, zegt Noah Janssen van Natuurpunt. Wanneer valt de minister zijn frank?”Belplant reageert: “We betreuren de sfeerschepping”Sectorfederatie voor gewasbeschermingsmiddelen Belplant is niet opgezet met deze oproep. “We betreuren dat er sfeerschepping is, en dat desinformatie rond gewasbescherming worden overgenomen door onder andere de mutualiteiten”, zegt Sigrid Maebe van Belplant. “Stellingen worden niet juist gekaderd. Zo is gezondheid een zeer belangrijk evaluatieaspect in de toelatingsdossiers van een gewasbeschermingsmiddel. Vijftig procent van de studies draait rond gezondheidsaspecten. Verder is hormoonverstoring één van de criteria om stoffen uit te sluiten voor toelating.&quot;Maebe wijst er ook op dat &#039;pesticiden&#039; een verzamelnaam is, die bijvoorbeeld ook ontsmettingsmiddelen voor handhygiëne omvat. “Wij willen graag het debat aangaan om het belang van de sector en het correcte gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toe te lichten. We staan altijd open voor overleg met de mutualiteiten”, aldus Maebe.ABS: &quot;Trumpiaans angst zaaien&quot;Landbouworganisatie ABS stoort zich eveneens aan de toon in de open brief. &quot;Het is een trieste zaak dat serieuze organisaties menen te moeten meesurfen op een negatief sentiment dat gecreëerd wordt op basis van anekdotisch bewijs door een organisatie wiens enige verdienste onnodige angst zaaien is&quot;, zegt Mark Wulfrancke van ABS. &quot;Veel zaken die aangehaald worden in het bericht worden uiteindelijk nergens bewezen, of zijn vandaag niet meer van toepassing. Het Trumpiaans gebruik van termen als “enorm”, “deken van pesticidegif”, wordt daarom ook terecht gecategoriseerd als “angstporno”. De verduurzaming van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, alle voorzorgen die genomen worden, voor PAN en co doet het er niet toe.&quot;&amp;nbsp;&quot;Het is dan ook bizar dat organisaties die bezig zijn met gezondheid ervoor pleiten om gewasbeschermingsmiddelen, die naast de plant ook vaak de volksgezondheid beschermen, hierin meegaan. Niemand wil terug naar de tijd dat moederkoren een reële bedreiging vormde, dat giftige onkruidzaden of dat grootschalige misoogsten voor ongekende prijsverhogingen en tekorten zorgden.&quot;&quot;Maar waarschijnlijk past het in de tijdsgeest, waarin slechts weinigen besef hebben van voedselproductie en het belang van gewasbeschermingsmiddelen en iedereen via sociale media zich vermaard expert waant, dat dit kritiekloos geslikt wordt.&quot;Wulfrancke wijst er ook op dat gewone burgers vrij zijn om insecticiden te gebruiken die in de landbouw verboden zijn. Als voorbeeld noemt hij de giftige stoffen van vlooienbanden van katten en honden die in tuin en milieu terechtkomen, en zo in de nesten van tuinbroeders.Wulfrancke benadrukt tot slot dat de Europese voedselproductie aan heel andere standaarden onderhevig is, dan producenten elders ter wereld. Hun werking beknotten, zou volgens hem net een slechte zaak zijn voor onze voedselvoorziening. &quot;Dergelijke acties hebben bovendien niks duurzaams tot doel, tenzij dat de eigen, lokale en duurzame productie zo steeds meer vervangen wordt door import uit landen waar er weinig regels gelden&quot;, zegt Wulfrancke tot slot. &quot;Bovendien hoeft die import veelal slechts te voldoen aan de regels van de FAO, niet aan de veel strengere Europese regels.&quot;Boerenbond: &quot;Er zijn al strenge normen, en die worden Europees bepaaldElisabeth Mertens van Boerenbond wijst erop dat de regelgeving rond gewasbescherming grotendeels Europees wordt vastgelegd. &quot;Op dat niveau wordt er bepaald aan welke kwaliteiten gewasbeschermingsmiddelen moeten voldoen, en dus ook welke bestanddelen erin mogen zitten, en hoe ze gebruikt moeten worden. Daar zijn ook instanties bij betrokken die zich met volksgezondheid bezighouden.&quot;&amp;nbsp;&quot;Er zijn dus al heel strenge normen die ook door onze landbouwers worden toegepast. Op nationaal niveau zit er weinig bevoegdheid om daar nog verder beslissingen om te nemen. Een land kan misschien wel beslissen om strenger te gaan dan de Europese regelgeving, maar dat zouden wij niet aanbevelen, omdat we moeten vermijden dat we helemaal niets meer kunnen gebruiken.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-24T09:24:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Extinction Rebellion bekladt en dringt binnen in Boerenbondkantoor]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/extinction-rebellion-bekladt-en-dringt-binnen-in-boerenbondkantoor" />
            <id>https://vilt.be/57416</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De medewerkers van Boerenbond werden vrijdagnamiddag opgeschrikt door een actie van Extinction Rebellion. De actievoerders drongen de kantoorgebouwen aan de Diestevest binnen, lieten pamfletten achter en spoten slogans op ramen en gevels. Boerenbond betreurt de vandalenstreken, maar benadrukt open te staan voor dialoog over gedeelde bezorgdheden. "Alleen was daar weinig ruimte voor", zegt woordvoerder Elisabeth Mertens. "Ze waren snel weer weg nadat ze flyers uitdeelden en graffiti aanbrachten."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="boerenprotest" />
                        <category term="Boerenbond" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/304556f2-f3b7-4fa1-a2b6-da493b3a33d9/full_width_whatsapp-image-2025-05-23-at-190019-2.jpeg</image>
                                        <content>Het was geen rustige namiddag voor de medewerkers van Boerenbond. &quot;Plots stonden ze er en zijn ze meteen graffiti beginnen spuiten op onze ramen&quot;, zegt Mertens. &quot;Dan zijn ze binnengewandeld en hebben pamfletten uitgedeeld. Daarin staat dat ze het niet eens zijn met het beleid van Boerenbond. Ik denk dat het misschien vijf minuutjes heeft geduurd.&quot;Mertens betreurt de actie. &quot;Ze beschuldigen ons ervan geen rekening te houden met de boeren. De dieren. Het milieu. Terwijl we daar elke dag mee bezig zijn. Ook wij willen een toekomstbestendige en duurzame landbouwsector. Het is dus ook jammer dat ze hun grieven op deze manier aankaarten, zonder poging om in dialoog te gaan. Daarvoor staan we open met iedereen, ook Extinction Rebellion, zolang het gebeurt op een respectvolle manier.&quot;&quot;Onze medewerkers waren natuurlijk wel onder de indruk van het voorval&quot;, zegt Mertens tot slot. De schade lijkt beperkt tot graffiti op de ramen en de tegels buiten het Boerenbondkantoor.De landbouworganisatie heeft de politie gecontacteerd na de feiten. De daders waren niet gemaskerd en staan op de beelden van de bewakingscamera.Intussen heeft Extinction Rebellion de actie ook gedeeld op diens Instagrampagina.</content>
            
            <updated>2025-05-24T09:14:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fors minder gevallen van Afrikaanse varkenspest in EU]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fors-minder-gevallen-van-afrikaanse-varkenspest-bij-varkens-in-eu" />
            <id>https://vilt.be/57417</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal uitbraken van Afrikaanse varkenspest (AVP) bij tamme varkens in de Europese Unie is in 2023 met maar liefst 83 procent gedaald ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat blijkt uit het meest recente epidemiologische jaarrapport van de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA. In totaal werden er vorig jaar 333 uitbraken geregistreerd, tegenover 1.929 in 2022. Dat is het laagste aantal sinds 2017.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="afrikaanse varkenspest" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/735889cc-f0b8-4244-a49e-db53f742df89/full_width_wildzwijnvarkeneverzwijnavpafrikaansevarkenspest.jpg</image>
                                        <content>De daling is voornamelijk te danken aan een sterke terugloop van uitbraken in Roemenië en Kroatië. Roemenië blijft echter wel het zwaarst getroffen land, met 66 procent van alle uitbraken in de EU. De meeste uitbraken (78%) deden zich voor op bedrijven met minder dan 100 varkens.Voor het eerst sinds 2014 is ook het aantal lidstaten dat door AVP wordt getroffen, gedaald: van 14 naar 13. Zweden is officieel vrij van de ziekte verklaard en er zijn geen nieuwe besmettingen in andere landen gemeld.Besmettingen bij everzwijnen stabielHet aantal besmettingen bij wilde zwijnen is sinds 2022 stabiel gebleven. Polen rapporteerde 30 procent van alle AVP-uitbraken bij wilde zwijnen in de EU.Lidstaten zetten in 2023 sterk in op passieve monitoring – het onderzoeken van verdachte ziektegevallen – bij zowel gehouden varkens als wilde zwijnen. Die methode bleek bijzonder effectief: ongeveer 80 procent van de AVP-uitbraken bij tamme varkens en 70 procent bij wilde zwijnen werd op die manier vastgesteld.EFSA roept de betrokken landen op om ook in 2024 hun monitoringinspanningen via passieve surveillance voort te zetten. In risicogebieden en -periodes is het volgens EFSA belangrijk om systematisch dode varkens te onderzoeken (versterkte passieve surveillance), zodat de ziekte snel opgespoord kan worden.Raadpleeg het volledige rapport op de website van EFSA.</content>
            
            <updated>2025-05-26T10:15:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Irak kampt met grootste watertekort in 80 jaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/irak-kampt-met-grootste-watertekort-in-80-jaar" />
            <id>https://vilt.be/57418</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De waterreserves in Irak staan op het laagste peil in tachtig jaar. De verklaring ligt bij een matig regenseizoen en een daling van het debiet van de twee belangrijkste rivieren: de Tigris en de Eufraat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="wereld" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ca3fa56b-b0d8-4a1c-8f37-b71ac64a1b5f/full_width_irak.jpg</image>
                                        <content>2024 was al een jaar met watertekorten, maar dit jaar is nog erger, trekt de Iraakse regering zondag aan de alarmbel. Ze spreekt over &quot;een alarmerende en kritieke situatie&quot;. Normaal heeft het land aan het begin van de zomer 18 miljard kubieke meter waterreserves, nu zit men slechts aan 10 miljard, het laagste niveau sinds de jaren 1940.Irak wordt al vijf jaar getroffen door enerzijds erg hoge temperaturen en anderzijds langere periodes zonder regen, een gevolg van de klimaatverandering. De jongste tijd komt daar nog bij dat buurlanden zoals Iran en Turkije stroomopwaarts dammen hebben gebouwd, die het waterdebiet op de rivieren beïnvloeden.&quot;Momenteel krijgt Irak minder dan 40 procent van het water dan het zou moeten ontvangen. Dat is duidelijk te zien aan de snelheid van het water van de Tigris en Eufraat&quot;, aldus de woordvoerder van het Iraakse ministerie van Water. Er is een samenwerkingsakkoord afgesloten met de buurlanden rond waterbevoorrading, maar de implementatie verloopt moeizaam. Dat zorgt voor oplopende spanningen met Turkije.Verspilling door verouderde landbouwmethodesIrak telt 46 miljoen inwoners en dus zijn er maatregelen nodig om het waterverbruik te beperken. Zo zal tegenover vorig jaar het aantal voorziene landbouwgrond verder worden beperkt. Landbouw is verantwoordelijk voor meer dan 80 procent van het waterverbruik. Door verouderde irrigatiemethodes is er veel waterverspilling. Er wordt ook geëxperimenteerd met nieuwe irrigatietechnieken en nieuwe teelten die minder water nodig hebben.</content>
            
            <updated>2025-05-26T10:26:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meanderend maaien in graslanden werkt als een magneet voor bestuivers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meanderend-maaien-in-graslanden-werkt-als-een-magneet-voor-bestuivers" />
            <id>https://vilt.be/57419</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Gras maaien in kronkelende lijnen in plaats van rechte banen kan het aantal vlinders en wilde bijen met een kwart doen toenemen. Dat blijkt uit een studie van Laurian Parmentier, entomoloog aan de UGent. De resultaten verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift Agriculture, Ecosystems &amp; Environment.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="bestuiving" />
                        <category term="gras" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8f4e8758-0da1-43fc-8632-28dd244a7e1c/full_width_beheerovereenkomst-maaien-gras-boerennatuur.jpg</image>
                                        <content>Graslanden blijken veel meer biodiversiteit te herbergen dan vaak wordt gedacht. Naast allerlei grassoorten groeien er ook bloeiende kruiden, soms zelfs zeldzame orchideeën, die voedsel en nestgelegenheid bieden aan bestuivers. Deze insecten spelen op hun beurt een cruciale rol bij de bevruchting van gewassen in landbouwgebieden.Maaien met meer impactHistorisch gezien werden graslanden begraasd door vee en gebruikt voor hooi. In gebieden waar vee is verdwenen, kan maaien helpen om microhabitats te creëren en de groei van struiken en bomen te beheersen.Volgens Parmentier is de manier waarop gras gemaaid wordt van grote invloed op die biodiversiteit. &quot;Sinds de jaren ’90 passen sommige beheerders gefaseerd maaien toe, waarbij telkens een deel van het veld ongemoeid blijft. Dat helpt, maar kent ook beperkingen&quot;, legt hij uit. &quot;De afstand tussen gemaaide en ongemaaide delen is vaak te groot voor veel insecten. Met meanderend maaien kunnen die delen vloeiender in elkaar overlopen, waardoor een lappendeken van bloemrijke zones en nestplekken ontstaat.&quot; Tot 35% meer insectenDe UGent-onderzoekers testten de methode drie jaar lang op zes locaties in België. Op de percelen met meanderende maaipatronen werden 25 tot 35 procent meer bestuivers geteld dan op klassiek gemaaide percelen. &quot;In slechts een paar jaar kun je op deze manier echt het aantal bestuivers verhogen,&quot; zegt Parmentier.&amp;nbsp;Breed inzetbaar, ook in tuinenDe voordelen van meanderend maaien reiken verder dan alleen landbouwgebieden. Ook natuurreservaten, parken en zelfs tuinen kunnen er baat bij hebben. &quot;Iedereen met een stukje groen kan een verschil maken voor de biodiversiteit&quot;, besluit Parmentier.Raadpleeg de publicatie op sciencedirect.com.</content>
            
            <updated>2025-05-26T11:02:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Een nieuwe melkveestal in tijden van stilstand: Willem Hamerlinck breidt uit midden in stikstofcrisis]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/een-nieuwe-melkveestal-in-tijden-van-stilstand-willem-hamerlinck-breidt-uit-midden-in-stikstofcrisis" />
            <id>https://vilt.be/57420</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een unicum is het niet, maar zeldzaam blijft het wel: Vlaamse melkveehouders die anno 2025 investeren in uitbreiding en een nieuwe stal openen. Willem Hamerlinck uit Evergem behoort tot die groep. “Ik heb er keihard voor gewerkt, maar ik weet ook dat ik twee keer ongelooflijk veel geluk heb gehad.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stal" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/28f7e877-976b-4d25-ab8e-6f3c5790eea3/full_width_whamerlinck.jpeg</image>
                                        <content>Fel blinkende inox, een betonvloer als een spiegel en een werfradio die de boerderijgeluiden overstemt. Het is niet moeilijk om de nieuwste melkveestal van Evergem terug te vinden. Terwijl een monteur er de laatste schroeven aanspant, overziet veehouder Willem Hamerlinck trots het resultaat. Hij glundert, en dat is niet zonder reden: een nieuwe stal voor 120 melkkoeien is vandaag eerder de uitzondering dan de regel.In februari 2024 verliep de vergunning van Willems bedrijf op het ouderlijk erf. “In 2022 zijn we beginnen nadenken over de toekomst”, vertelt hij. “Toen zaten we al midden in de stikstofheisa en werd het snel duidelijk dat de oude stal weinig toekomst bood voor mijn melkvee. De kosten om die om te bouwen naar een moderne stal zouden te hoog oplopen.”De oplossing: een nieuwe stal voor de melkkoeien en de oude omvormen tot jongveestal. Willem wilde bovendien meer tijd voor zijn gezin en investeerde daarom ook in automatisatie. Om het financiële plaatje rond te krijgen, plande hij een uitbreiding van zijn veestapel van 75 naar 130 melkkoeien.Steun van buren en bestuurDe grote onzekerheid rond stikstof hield Willem niet tegen om zijn plannen voor te leggen aan de provincie. Samen met een adviesbureau stelde hij zijn dossier samen en diende hij in 2022 een bouw- en milieuaanvraag in. Bij de rechtstreekse buren kreeg hij alvast veel sympathie voor zijn plannen. “Ze kijken er zelfs naar uit om de koeien in de weide te zien grazen”, aldus Willem.En waar veel administraties in die periode aarzelden om nog vergunningen af te leveren, kreeg Willem net wel steun van zijn lokaal bestuur en het Agentschap Natuur en Bos. “Iets meer dan een jaar later, eind 2023, had ik uiteindelijk mijn vergunning op zak”, zegt hij trots. “Ik heb veel geluk gehad met die timing, want kort daarna werd het stikstofdecreet goedgekeurd. Als ik toen nog had moeten beginnen, was het wellicht niet gelukt.”PlottwistToch was de kous nog niet af. In de vergunningsvoorwaarden stond dat hij een geurstudie moest laten uitvoeren, wat normaal alleen gebruikelijk is voor varkens- en pluimveebedrijven. “Mijn adviesbureau had nog nooit gehoord van een geurstudie voor runderbedrijven”, vertelt Willem. “De gemeente gaf toe dat het een fout was, maar toch moest mijn hele dossier opnieuw langs alle administraties. Dat waren zenuwslopende maanden, en het heeft me ook nog eens flink wat gekost. Gelukkig bleven zowel de provincie als het Agentschap Natuur en Bos bij hun eerdere goedkeuring en kreeg ik mijn vergunning alsnog.” Meer dan duizend mensen gaven aan interesse te hebben om naar de opening van de stal te komen  State-of-the-art voor mens en dierDe stal is niet alleen modern, maar ook erg geautomatiseerd. Willem kijkt vooral uit naar de twee melkrobots. “Die hebben koeherkenning, herkauwactiviteit en tochtdetectie”, somt hij al glunderend op. “Daarnaast zijn er ook twee selectiepoorten, één richting de separatieruimte en één om naar de afkalfbox met zand te gaan. De koeien krijgen ook waterbedden voor extra comfort en rust.”De nieuwe stal voldoet ook aan de PAS-doelstellingen. “Ik heb roostervloeren met een reductiepotentieel van 25 procent en nog een mestrobot. Mijn melkvee zal hier ook plaats hebben om buiten te lopen. Dit huiskavel telt namelijk 15 hectare, terwijl dat op de ouderlijke boerderij slechts anderhalve hectare was.”Binnenkort zal hij nog enkele extra vaarzen moeten aankopen, want ook op zijn bedrijf heeft het blauwtongvirus gezorgd voor een lagere vruchtbaarheid. “Verder wil ik nog mijn melkproductie wat opkrikken, door mijn koeien alles te geven wat ze wensen”, klinkt het bij de Evergemse veehouder. Veel nieuwsgierigen op opendeurBinnen enkele dagen wordt het lawaai van de werfradio vervangen door loeiende koeien. Maar eerst staat nog een feestelijke opening op het programma. “Meer dan duizend mensen gaven op Facebook aan dat ze interesse hebben om te komen”, vertelt Willem. “Veel mensen willen erbij zijn, wat ook niet vreemd is. Het is waarschijnlijk al van voor corona geleden dat er nog een opendeurdag was van een melkveestal.”Dit beaamt ook de federatie van stallenbouw en landbouwmechanisatie, Fedagrim. “Er wordt op dit moment inderdaad nog niet veel gebouwd”, klinkt het. “Wel zijn veel veehouders nu de mogelijkheden aan het verkennen hoe ze na 2030 kunnen blijven boeren, wanneer ze aan hun PAS-referentie moeten voldoen.”</content>
            
            <updated>2025-05-26T17:05:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Elf EU-landen willen ontbossingswet herzien of verder uitstellen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/elf-eu-landen-willen-ontbossingswet-herzien-of-verder-uitstellen" />
            <id>https://vilt.be/57421</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Elf lidstaten van de Europese Unie vragen maandag een herziening van de ontbossingswet, of een nieuw uitstel van de toepassing ervan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ontbossing" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ff643f08-c036-4a92-b889-17d2ea078e24/full_width_ontbossingtrinidad.jpg</image>
                                        <content>Luxemburg en Oostenrijk namen het initiatief voor het document, dat ook door Italië, Finland, Bulgarije, Roemenië, Slovenië, Kroatië, Tsjechië en Letland werd ondertekend. Ze menen dat &quot;de eisen die worden gesteld aan de land- en bosbouwers te hoog blijven, of zelf onmogelijk om uit te voeren&quot;.&quot;Ze zijn niet in verhouding met de doelstelling van de verordening, met name het tegengaan van de ontbossing daar waar die echt plaatsvindt&quot;, staat ook in de tekst, die maandag wordt voorgesteld op de EU-raad van ministers van Landbouw in Brussel. België steunt het voorstel niet. Mogelijkheid tot vrijstellingDe lidstaten pleiten er ook voor om een categorie te creëren van landen met een nulrisico op ontbossing. Die zouden kunnen worden vrijgesteld van verplichtingen en controles. De Europese Commissie maakte vorige week nog haar classificatie van de landen bekend - hoog, standaard of laag risico - op basis waarvan bepaald wordt hoe streng de regels worden voor bedrijven in die landen. Alle EU-lidstaten kregen een label van laag risico, net als bijvoorbeeld de VS, China, Australië en Canada. Enkel Wit-Rusland, Rusland, Noord-Korea en Myanmar hebben een hoog risico.De ontbossingsverordening, die de invoer verbiedt van een hele reeks producten die afkomstig zijn van gronden die sinds begin 2021 ontbost werden, had eind 2024 in werking moeten treden. Onder druk van lidstaten als Duitsland, internationale handelspartners en de bedrijfswereld werd de toepassing met een jaar uitgesteld, tot eind 2025.Door de verordening moeten bedrijven die producten als cacao, koffie, soja, palmolie of hout invoeren, de traceerbaarheid ervan bewijzen via geolocatiegegevens die door de boeren worden verstrekt, in combinatie met satellietfoto&#039;s.De nieuwe regelgeving heeft geleid tot protest vanuit de sector van de agrovoeding en vanuit verschillende Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen, die zich zorgen maken over extra kosten voor boeren en bosbouwers.De nieuwe oproep om de verordening te herzien komt er op een moment dat tal van milieumaatregelen van de vorige Commissie-Von der Leyen worden herzien of teruggeschroefd.</content>
            
            <updated>2025-05-26T14:32:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Biogas van aardappelschillen voedt gasnetwerk Fluxys]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/biogas-van-aardappelschillen-voedt-gasnetwerk-fluxys" />
            <id>https://vilt.be/57422</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Lommel heeft het bedrijf Green Logix de eerste biomethaanproductie van België opgestart die rechtstreeks is aangesloten op het hogedruknetwerk van gasnetbeheerder Fluxys. "Daarmee kan het hier opgewekte biomethaangas over heel Europa verspreid worden", zei Stijn van Niel Schuuren van Green Logix. Ongeveer de helft van de grondstoffen waarmee het biogas wordt geproduceerd, is afkomstig van de aardappelschillen van aardappelverwerker Farm Frites, die tegenover Green Logix is gevestigd. De andere helft komt van landbouwproducenten uit de buurt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="energie" />
                        <category term="aardappel" />
                        <category term="reststromen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2c38e2f9-f8a2-4226-8bdb-1c47621b05fb/full_width_aardappelen.jpg</image>
                                        <content>Sinds 2008 zet Green Logix het aardappelafval van Farm Frites om in groene elektriciteit, stoom, gezuiverd water en biomeststoffen. Met de komst van de nieuwe installatie eind 2023 werd daar ook de productie van biomethaan aan toegevoegd. In oktober 2024 werd het eerste injectiestation in gebruik genomen, dat vanaf vandaag operationeel is. Fluxys speelde een cruciale rol bij het mogelijk maken van het project door een nieuwe pijpleiding en een compressiestation te bouwen, waarmee het biomethaan kan worden geïnjecteerd in het hogedrukleidingnet van Fluxys.Met de installatie kan tot 2.500 kubieke meter biomethaan per uur worden geïnjecteerd in het Fluxys-netwerk. Op jaarbasis kan die capaciteit gas leveren voor 5.000 tot 6.000 gezinnen. Tijdens de opstartfase draait de installatie op ongeveer 60 procent.&amp;nbsp;&quot;Met de installatie comprimeren we gas tot 60 bar en injecteren het op het net. Dat heeft als voordeel dat we eigenlijk geen seizoensbeperking hebben wat betreft injectie&quot;, merkt Serge Roemers, gedelegeerd bestuurder van Green Logix, op. &quot;Als we dit op het distributienet zouden injecteren, zouden we wel te maken hebben met een seizoensbeperking in functie van de gasafname, die hoger ligt in het najaar en de winter dan in de lente en zomer.&quot;Transitie naar klimaatneutraliteit&quot;Naast de installaties die injecteren op de netten van de openbare distributie is de installatie van Green Logix de grootste van België, en met de eerste injectie op het hogedruknet van Fluxys een primeur voor ons land&quot;, aldus Andries Gryffroy, voorzitter van de raad van bestuur van Fluxys Belgium. &quot;Biomethaan is essentieel voor de transitie naar klimaatneutraliteit, en Green Logix heeft de moed en het doorzettingsvermogen getoond om dit te realiseren.&quot;In verschillende landen wordt biomethaan al jaren rechtstreeks geïnjecteerd in het hogedruknetwerk. &quot;Pas sinds de inval van Rusland in Oekraïne en de daarmee gepaard gaande energiecrisis is er hier een zekere sense of urgency ontstaan om ons te ontdoen van onze afhankelijkheid van fossiel gas&quot;, aldus nog Roemers. &quot;Biomethaan kan daarvoor een alternatief zijn.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-27T15:18:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aardbeidorp Landegem neemt afscheid van zijn laatste vollegrondstelers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/in-dit-aardbeidorp-stoppen-de-laatste-vollegrondstelers-iedere-landegemnaar-die-een-beetje-hof-had-had-aardbeien-staan" />
            <id>https://vilt.be/57423</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het is het einde van een tijdperk in de Oost-Vlaamse aardbeigemeente Landegem. Het dorp waar boeren en hobbyisten jarenlang streden om de ‘Soete Beeseprijzen’, verliest zijn laatste vollegrondstelers. Boeren Patrick Hinion (61) en zijn vrouw Carine Van de Woestijne (63) van de Oosterhoeve halen deze week de laatste aardbeien uit de tunnels. De reden? “Het is arbeidsintensief, en op onze leeftijd willen we meer van het leven genieten.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="korte keten" />
                        <category term="aardbei" />
                        <category term="serre" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/34e7fd2e-64cc-4403-8c18-017f738afffc/full_width_aardbeiboeren-korte-keten.jpg</image>
                                        <content>Op handen en knieën in hun tunnelserres, vullen Patrick en Carine hun laatste aardbeibakjes. Waar aardbeien vandaag vooral geteeld worden in hangende hydroponiesystemen, kiest het landbouwerkoppel resoluut voor de vollegrondteelt. Elke aardbei, laag bij de grond, wordt pas geplukt zodra zij mooi is afgerijpt. “Vooral in het begin van het seizoen moet je goed kijken. Soms blinken ze mooi rood, maar draai je ze om en zie je dat de onderkant nog groen is”, zegt Patrick. “Je kan dit niet machinaal doen, het is allemaal handwerk. Op het hoogtepunt hadden we een halve hectare staan, maar met de jaren hebben we afgebouwd tot twee tunnels. Dit is ons laatste seizoen. Het zal raar doen, maar het is zwaar werk en een mens moet ook aan zijn gezondheid denken.”Niet gewassen, extra smaakEen beter laatste seizoen konden de boeren zich niet wensen. Dankzij het vele zonlicht zijn de aardbeien extra zoet. Alleen zijn sommige bessen door de hitte wat te snel afgerijpt. “Te hoge temperaturen, da’s een fenomeen dat we vooral de laatste jaren zien”, zegt Carine. De boerin vult in de bijna leeggeoogste serre nog een bakje, als snack voor bij het interview. De aardbeien in het bakje zijn niet gewassen. “Dan spoel je de smaak mee weg”, zegt Patrick. “Wij eten ze al meer dan dertig jaar zo, rechtstreeks uit de serre. Nog nooit ziek van geworden. Het is hier ook anders dan in de supermarkt, waar de mensen voortdurend met de handen in de bakjes zitten.”Hoe we ze het liefst eten? “Met ijs”, zegt Patrick. “Of aan de struik, terwijl we aan het plukken zijn”, zegt Carine. “We verkopen geen aardbeien die we niet zelf met goesting zouden willen eten.” Haasten voor een laatste bestellingHet gesprek wordt regelmatig onderbroken door een belsignaal dat een klant verraadt die aardbeien komt afhalen. Door de jaren heen hebben Patrick en Carine een trouw klantenbestand opgebouwd, en die grijpen hun kans om nog de laatste exemplaren te bemachtigen. Veel klanten nemen niet één bakje, maar meteen een hele kist mee. Om confituur te maken, of om zo te eten. “De mensen zeggen dat ze het hier gaan missen”, zegt Patrick. “Vele klanten komen van Gent of verder.”“Er zijn klanten die nu nog bellen voor bestellingen van tien tot vijftien kilo”, zegt Carine. “Ik zeg nochtans alle jaren dat mensen op tijd moeten bellen als ze confituur willen maken. Ik schat dat we woensdag de laatste bezen zullen hebben geplukt.”“Het was ook een vroeg seizoen dit jaar”, zegt Patrick. “sommige jaren hebben we nog geen aardbeien met moederdag, en nu zijn we al in de derde week van april begonnen.&quot; Of Patrick en Carine nooit overwogen hebben de overstap te maken naar hydrocultuur? &quot;Nu nog omschakelen, die investering zouden we niet meer terugverdienen&quot;, zegt Patrick. &quot;Maar hydrocultuur heeft natuurlijk voordelen. Je moet niet zo bukken want ze hangen in de lucht, en er kunnen geen slakken aan je aardbeien komen. En ze komen niet op de grond te liggen, nog een voordeel. Als je aardbeien in een plas liggen moet je je haasten om ze te plukken, want na een paar uur zijn ze slecht. En in moderne serres heb je natuurlijk ook veel meer controle over het klimaat. Al zijn er velen die nu minder stoken omwille van de energieprijzen.&quot;Van de jaren zestig tot nuDe Oosterhoeve is ontstaan in 1961. Patricks ouders Sylveer en Mariette beslisten om hun moestuin met aardbeien uit te breiden en er hun job van te maken. Dat werd later een mooi gemengd bedrijf met koeien. Wanneer Patrick en Carine in 1993 de fakkel overnamen, gingen de koeien weg en werden de weides omgespit voor de inzaai van akkergewassen.Net zoals er op de Oosterhoeve een generatiewissel heeft plaatsgevonden, gebeurde dat ook met het klantenbestand. “Ik herinner me nog dames die vroeger langskwamen op de boerderij, wiens kinderen vandaag vaste klanten zijn”, zegt Patrick. De laatste jaren hebben Patrick en Carine hun klantenbestand in korte keten zien toenemen. “Vroeger was dat minder”, zegt Patrick. “Hoe dat komt? De supermarkten halen hun groenten en fruit van overal, en dat is aan andere prijzen. Bij ons is het een beetje duurder, maar het zijn ook heel andere ‘bezen’. En dat is iets dat mensen pas recenter zijn beginnen appreciëren. Vroeger kwamen mensen naar de boer omdat het goedkoper was. Vandaag komen ze voor de kwaliteit.” Vroeger kwamen mensen naar de boer omdat het goedkoper was. Vandaag voor de kwaliteit De vele klanten die hun laatste kans grijpen om bij Patrick en Carine te passeren, vinden het dan ook bijzonder jammer dat de boeren ermee stoppen. “Er zijn er niet veel meer, vollegrondstelers”, zegt Patrick. “In onze buurgemeente Nevele heb je er nog één, maar verder zijn ze zeldzaam. Het verschil met hydroponiesystemen? Vollegrondsaardbeien zijn roder van binnen. En er zit minder water in. Maar ik wil zeker niet zeggen dat de andere systemen slechte bessen produceren. De verschillen zijn klein en soms onbestaande. Je moet al een kenner zijn om het te merken.”Vollegrondstelers waren vroeger lang niet zo zeldzaam als vandaag, weet Patrick. “Iedereen in Landegem die een beetje hof had, had aardbeien”, zegt Patrick. “Zo zijn de Soete Beesefeesten er gekomen. Maar het jaar nadien, deden er nog maar half zoveel kwekers mee. Wat was er gebeurd? De fiscus was ook naar de beesefeesten gekomen, en heeft alle aanwezigen genoteerd. Er waren er veel die de verkoop van hun oogst niet hadden aangegeven.”Zelf zijn Patrick en Carine ook een aantal keren in de prijzen gevallen. “De schoonste aardbeien, het schoonste bakje,… het is spijtig dat de beesefeesten gestopt zijn, maar ja… zoals met zoveel lokale evenementen, is het moeilijk om jonge mensen te vinden die willen organiseren.&quot; Het jaar na de Soete Beesefeesten deden er nog maar half zoveel kwekers mee. Wat was er gebeurd? De fiscus was ook gekomen, en heeft alle aanwezigen genoteerd Boer wordt klantVolledig op pensioen zullen Patrick en Carine niet gaan. “We zullen bezig blijven met akkerbouw”, zegt Patrick. “Dat is fysiek minder zwaar. Maar natuurlijk gaan we de aardbeien missen. Veel mensen kwamen tenslotte daarvoor naar hier, en ze waren ook een belangrijk deel van ons inkomen. Zeker dit jaar leveren de patatten niet veel op, met de export naar Amerika die plat ligt. Maar moest ik op mijn 61 jaar nog nog het grote geld moeten verdienen, dan kwam dat een beetje laat. We willen meer tijd om van het leven te genieten. Fietsen en familie zien. Ons derde kleinkind is onderweg. ”“En de mensen verstaan het ook wel dat we stoppen, zelfs al vinden ze het jammer”, zegt Carine. “Afgelopen weekend werd er voor ons een verrassingsfeest georganiseerd. Onze dochter heeft een post gemaakt op Facebook met heel veel mooie reacties, we hebben ze uitgeprint.”Zodra de laatste aardbei geplukt is, zullen de tunnelserres achterin de hoeve verdwijnen. Op het perceel zullen akkergewassen komen. De hoevewinkel blijft wel overeind, al zal het gamma vooral nog bestaan uit aardappelen, eieren en ajuin. De hommelkasten, die Patrick en Carine jarenlang gebruikten om de aardbeiplanten te bestuiven, gaan naar een bevriende buur. En dus zullen ook Patrick en Carine hun geliefde fruit voortaan bij een ander moeten halen. “In het dorp is een jong koppel recent begonnen met aardbeien, op hydrosystemen. Ze hebben een automaat. Die mensen willen we volop steunen, dus daar worden we vaste klant.”</content>
            
            <updated>2025-05-30T22:06:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen dreigt zonder bedrijventerreinen te vallen: Voka wijst op landbouwgebruik in industriegebieden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geen-bedrijventerreinen-meer-beschikbaar-voka-ziet-ook-veel-landbouwgebruik-in-economische-bestemming" />
            <id>https://vilt.be/57424</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Binnen twee jaar dreigt Vlaanderen volledig door zijn voorraad industriegrond heen te zijn, waardoor bedrijven zich niet langer kunnen vestigen of uitbreiden. Daarvoor waarschuwt werkgeversorganisatie Voka op basis van een recente analyse van de grondenmarkt, uitgevoerd door twee externe studiebureaus. De organisatie roept de Vlaamse overheid op om dringend actie te ondernemen en wijst onder meer op industriegebieden die momenteel door landbouw in "afwijkend gebruik" worden ingenomen, ondanks hun economische bestemming.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="industrie" />
                        <category term="grond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bb7ed395-231e-429d-a1e6-67c61aa5c282/full_width_biodiversiteitbedrijventerrein-fotogroepiso400.jpg</image>
                                        <content>Volgens Voka is er jaarlijks 259 hectare bijkomende bedrijfsgrond nodig om aan de vraag van de industrie te voldoen. Tot 2050 betekent dat een totaal van 6.700 hectare. “Dat is het minimumscenario”, benadrukt de werkgeversfederatie. “Hogere milieunormen, duurzame productie of een sterkere lokale verankering van bedrijven zullen die vraag mogelijk nog doen toenemen.”Tegenover die verwachte vraag staat een schamele 531 hectare aan zogenaamd ‘actief aanbod’: gronden waarop bedrijven zich meteen kunnen vestigen. Volgens Voka betekent dit dat de beschikbare ruimte over twee jaar volledig opgebruikt is. In sommige regio’s, zoals het Waasland, Leuven en de Denderstreek, is het tekort nu al nijpend. Enkel in Limburg is nog relatief veel ruimte beschikbaar, goed voor meer dan de helft van het actieve aanbod.Voka constateert bovendien dat er nauwelijks aangroei is van het actieve aanbod. Sinds 2017 is er maar een kleine 200 hectare economische ruimte bijgekomen in Vlaanderen, wat maar net voldoende is voor de helft van de jaarlijkse behoefte.Volgens de federatie komt de Vlaamse concurrentiepositie in gevaar. “Vlaanderen staat op een kantelpunt. Zonder nieuwe bedrijventerreinen hebben ondernemingen geen andere keuze dan weg te trekken en hun groeiplannen elders te realiseren. De Vlaamse regering moet dringende bijkomende ruimte voor bedrijven voorzien”, stelt gedelegeerd bestuurder Hans Maertens. Inactieve industriegrond vooral in landbouwgebruikVoka vraagt daarom dat het inactieve aanbod – 2.690 hectare industriegrond die op papier bestemd is voor bedrijvigheid maar in praktijk anders gebruikt wordt – geactiveerd wordt. Een groot deel daarvan wordt vandaag benut voor landbouw, natuur of huisvesting. “Met 1.586 hectare is de landbouwsector de grootste oneigenlijke gebruiker van industriegrond”, stelt Robin Verbeke, expert ruimtelijke ordening bij Voka. “Deze gronden zijn ingekleurd als industriegebied en zouden dan ook als dusdanig moeten worden ingezet.”Volgens Verbeke is ongeveer de helft van het inactieve aanbod realistisch omzetbaar in effectieve industriezone. Voor de andere helft gelden obstakels zoals slechte ontsluiting of permanente inname door natuur of woonfunctie. “Voor elk terrein is een micro-analyse nodig om knelpunten te identificeren en op te lossen”, klinkt het. “Waar landbouw de geschikte bestemming blijkt, vragen wij planologische compensatie.” Bedrijven trekken naar Noord-FrankrijkVoka wijst op de meer proactieve aanpak van Frankrijk, dat via de ‘Stratégie nationale de mobilisation pour le foncier industriel’ tegen 2030 liefst 22.000 hectare industrieterrein wil realiseren – waaronder 790 hectare in Noord-Frankrijk. Volgens Voka hebben Vlaamse bedrijven als gevolg daarvan al 62 investeringsprojecten in Noord-Frankrijk gerealiseerd, goed voor 1.400 jobs. Vooral West-Vlaamse bedrijven zoals Clarebout en Ardo vestigden zich er. Voka pleit voor uitstel bouwshiftIn het verlengde van zijn pleidooi vraagt Voka ook een uitstel van de Vlaamse bouwshift met tien jaar. Die voorziet dat vanaf 2040 geen bijkomende open ruimte meer mag worden ingenomen, wat volgens Voka elke uitbreiding van bedrijventerreinen onmogelijk maakt. De federatie wijst erop dat de Europese doelstelling op 2050 ligt, en Vlaanderen zich dus strenger opstelt dan nodig.Boerenbond: “Landbouwruimte is geen restruimte”In een reactie laat Boerenbond weten vast te houden aan het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, dat mikt op nul hectare bijkomend ruimtebeslag per dag tegen 2040. “Ruimte is schaars en er kan nu eenmaal geen ruimte worden bijgemaakt. We hebben wel vastgesteld dat in de open ruimte en het agrarisch gebied in het verleden veel te vaak als “restruimte” werden aanzien. Dit kan niet meer”, klinkt het.De landbouworganisatie pleit voor reconversie van verouderde industriële sites en het schrappen van slecht gelegen industriegronden ten voordele van open ruimte, vooraleer nieuwe zones worden aangewezen.Boerenbond benadrukt tegelijk dat ook landbouw een strategische sector is die ruimte nodig heeft. “Vlaanderen moet doordachte keuzes maken. Voor bijkomende industriegrond moet in eerste instantie de bestaande bestemming gerealiseerd worden, en moeten slimme oplossingen gezocht worden.”</content>
            
            <updated>2025-05-26T21:48:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onderwijs en vleessector slaan handen in elkaar voor toekomst van het slagersvak]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/onderwijs-en-vleessector-bundelen-krachten-om-toekomst-van-slagersberoep-te-verzekeren" />
            <id>https://vilt.be/57425</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De vleessector en het onderwijs bundelen de krachten om het beroep van slager nieuw leven in te blazen. Tijdens een event bij Colruyt Group Fine Foods, waar een honderdtal slagersleerlingen en hun leerkrachten een rondleiding kregen, werd een charter ondertekend dat het engagement voor nauwere samenwerking bevestigt. De nood is hoog: momenteel blijven meer dan 4.000 vacatures in de sector onvervuld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e256b1d3-be79-4710-88af-dec2d2fa6752/full_width_slagervlees.jpg</image>
                                        <content>Het tekort aan vakmensen is al langer een pijnpunt voor de sector. Onlangs laaide de discussie opnieuw op na de beslissing van Vlaams minister van Werk Zuhal Demir (N-VA) om het beroep van slager niet langer als knelpuntberoep te erkennen. Door die beslissing wordt het aanzienlijk moeilijker om arbeidskrachten van buiten de EU aan te trekken. Werkgevers zullen eerst moeten aantonen dat ze minstens negen weken lang in België of binnen de EU zonder succes naar geschikte kandidaten hebben gezocht. Dubbele drukDat er ook een hervorming van het onderwijs zit aan te komen, is de reden dat de vleessector en de slagersscholen structureel de handen in elkaar willen slaan. Door die hervorming zouden opleidingen die niet voldoende leerlingen aantrekken, kunnen geschrapt worden. En dat is juist één van de problemen van de slagersopleiding: vandaag volgen nog maar 265 leerlingen in Vlaanderen een slagersopleiding in het secundair onderwijs, verspreid over acht scholen. “We dreigen dus langs twee kanten in de tang genomen te worden”, vertelt Michael Gore, gedelegeerd bestuurder van de Federatie van het Belgisch Vlees (FEBEV).Elk jaar studeren ongeveer 100 leerlingen af als slager. Daar tegenover staat dat er op dit moment 4.000 openstaande vacatures zijn in de sector. &amp;nbsp;Wanneer die combinatie van afbouw van de opleiding en afbouw van instroom van arbeidskrachten uit het buitenland zich verder door zet, dan wordt het op termijn bijna onmogelijk om mensen te vinden. “En als er geen slagers meer zijn, komt de hele keten in gevaar. Dan zullen we dieren naar het buitenland moeten sturen voor de slacht en verwerking”, vertelt Gore. Tijd voor actieToch kiest de sector bewust voor een positief verhaal. “Wij willen vooral tonen dat het anders kan. Jongeren moeten terug trots worden op hun opleiding en later op hun job. Als je ziet hoeveel mensen hier nu mee op de kar springen van dit initiatief, dan moeten we geloven in de toekomst van dit ambacht”, benadrukt Gore.Met de ondertekening van een engagementsverklaring wil de sector verder inzetten op samenwerking en gerichte acties. Vanuit de vleessector zijn FEBEV, Fenavian, De Slagersbond, Commerce Training en Alimento Group betrokken bij het initiatief. Bij het onderwijs is zowel het gemeenschapsonderwijs (COOVI, Atheneum Diksmuide, Next Hotelschool, Atheneum Zavelenberg, TechniGO! Aalst), het katholiek onderwijs (Ter Groene Poorte, KOGEKA) en het provinciaal onderwijs (PIVA Antwerpen) betrokken. Beroep met toekomstSamen engageren zijn zich om nauw samen te werken om kwaliteitsvolle slagersopleidingen te kunnen aanbieden. In dat kader willen ze bijvoorbeeld de leermiddelen verbeteren en de leerkrachten professionaliseren, meer stage- en werkplekken voorzien bij ambachtelijke slagers en binnen bedrijven en ervoor zorgen dat de opleidingen zowel betaalbaar als toegankelijk zijn en dat in het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en via VDAB. Daarbij zal er ook ingezet worden op kennisdeling tussen scholen en bedrijven zodat opleidingen beter aansluiten bij de realiteit op de werkvloer.Daarnaast willen ze de slagersopleiding ook aantrekkelijker maken en de diverse carrièremogelijkheden in de kijker zetten. “Slager is een beroep met toekomst. Het biedt werkzekerheid, regelmatige werkuren, een aantrekkelijke verloning, doorgroeikansen en de mogelijkheid om te werken in een omgeving waar passie en vakmanschap centraal staan. De sector is bovendien zeer actief op het vlak van duurzaamheid, gezondheid en innovatie, met aandacht voor diervriendelijke productie en korte bevoorradingsketens”, is te horen bij de initiatiefnemers.Ze benadrukken ook de veelzijdigheid van de job. Wie een slagerijopleiding achter de rug heeft, kan terecht bij een ambachtelijk slager in traiteur in een zelfstandige zaak, in de vleessector bijvoorbeeld als productiearbeider of R&amp;amp;D-verantwoordelijke, in slagerijen van supermarkten en groothandel, als fooddesigner of productontwikkelaar in de voedingsindustrie of als zelfstandig ondernemer of bedrijfsleider. Ook een job als lesgever of als demonstrateur of vertegenwoordiger van grondstoffen of materialen voor de voedingssector is een optie. “Zowel praktisch als innovatief ingestelde mensen vinden dus hun gading”, klinkt het. Colruyt: &quot;Constante zoektocht naar slagers&quot;De ondertekening van het charter vond plaats op de productiesite van Colruyt Group Fine Foods. Daar verzamelden de onderwijsinstellingen en de verschillende partners in de vleessector om kennis te maken met elkaar en om al meteen een eerste actiepunt in de praktijk te brengen: kennisdeling tussen scholen en bedrijven. Ruim 90 leerlingen van slagersscholen van over heel Vlaanderen kregen er een rondleiding in de vleesverwerking van Colruyt Group.Op de site van Colruyt Group Fine Foods zijn er twee vleesproductiesites: de ene site focust op het versnijden en verpakken van karkassen en de andere focust op charcuterie en bereide gerechten. Elke week verwerkt Colruyt ongeveer 350 runderen waarvan 80 kalveren en 8.000 varkens op de sites. Bij pluimvee gaat het om ongeveer 23.000 verpakkingen of 1.300 ton per dag. Beide productiesites stellen ruim 700 mensen tewerk waarvan een 200-tal slagers.Ook Colruyt voelt de krapte op de arbeidsmarkt. “Hoeveel openstaande vacatures we exact hebben, is moeilijk te zeggen. Het verandert voortdurend,” zegt woordvoerder Hanne Poppe. “Maar het blijft een grote uitdaging om geschikte mensen te vinden. Daarom leiden we ook zelf mensen op die geen klassieke slagersopleiding hebben gevolgd.” Dat is ook de reden waarom Colruyt zijn deuren openstelde voor de leerlingen van de slagersschool. Zij kregen de kans om in kleine groepjes de productiesites van de supermarktketen te ontdekken.</content>
            
            <updated>2025-05-26T22:19:55+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eén op drie boeren krijgt gelijk in bezwaar tegen NER-afroming]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlm-beoordeelt-1-op-3-ingediende-bezwaren-afroming-ners-gegrond" />
            <id>https://vilt.be/57426</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) heeft ongeveer één op de drie bezwaarschriften tegen de afroming van nutriëntenemissierechten (NER’s) gegrond verklaard. Dat bevestigt een woordvoerder van de overheidsdienst aan VILT. In totaal ontving VLM in 2024 maar liefst 1.988 bezwaarschriften tegen het schrappen van slapende NER’s, een maatregel die voortvloeit uit het stikstofdecreet. Landbouwers werden hierover in februari en maart via het Mestbankloket geïnformeerd. Vleesveehouder Jos Meester diende met gedeeltelijk succes een bezwaarschrift in en mag een deel van zijn geschrapte NER’s &nbsp;behouden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2f0ea572-89a5-402e-a0f7-33c513374c13/full_width_limousin-koeienweide.jpg</image>
                                        <content>In augustus 2024 werden in totaal 26,8 miljoen ongebruikte NER’s geannuleerd, wat neerkomt op zo’n 8,8 procent van de totale hoeveelheid NER&#039;s in Vlaanderen. NER’s, of   nutriëntenemissierechten, zijn productierechten die het maximaal toegelaten aantal dieren op een landbouwbedrijf bepalen.Alle betrokken landbouwers werden op 20 augustus via het Mestbankloket persoonlijk geïnformeerd. Eind oktober kregen 1.723 landbouwers, die geen bezwaar indienden maar wel recht hadden op een vergoeding, in totaal 2,2 miljoen euro uitbetaald.Veel landbouwers dienden wel bezwaar in: tegen de deadline van 1 oktober 2024 telde VLM 1.988 bezwaarschriften. Eind februari werd over 1.600 dossiers een beslissing genomen; de rest volgde in maart. In totaal werd voor 5,4 miljoen euro aan vergoedingen uitbetaald.Volgens VLM werd ongeveer één op de drie bezwaren als gegrond beoordeeld. De beoordeling gebeurde op basis van het wettelijk kader, waarin onder meer overmacht (zoals ziekte of brand) wordt erkend als geldige reden. Geen duidelijke lijn in beoordelingVolgens Boerenbond valt er geen duidelijke lijn te trekken in de manier waarop bezwaarschriften beoordeeld werden. De landbouworganisatie bemiddelde in ongeveer 20 dossiers, waaronder dat van vleesveehouder Jos Meesters uit Zutendaal.Meesters bouwde in het referentiejaar 2020 zijn stal om om vleeskoeien te kunnen afmesten. Daardoor had hij in dat jaar slechts 15 dieren, terwijl hij in de jaren nadien zijn veestapel opnieuw aan het opbouwen was. Door het schrappen van zijn NER’s dreigde hij tot 70 procent van zijn productierechten te verliezen. Zijn bezwaarschrift werd gedeeltelijk aanvaard: VLM besloot het referentiejaar 2020 buiten beschouwing te laten bij de berekening van het gemiddelde. Daardoor kon hij een groter deel van zijn NER’s behouden.Hoewel Meesters op een gunstiger uitkomst had gehoopt, is hij toch tevreden: “Dit toont aan dat VLM en de overheid bereid zijn om in bepaalde gevallen mee te denken met de boeren. Hopelijk is dat ook zo bij de berekening van het stikstofplafond voor de verlening van mijn vergunning over enkele jaren.” Bij deze hervergunning wordt rekening gehouden met referentiejaar 2021, toen de stal van de vleesveehouder dus onderbezet was.Boerenbond laat weten beide dossiers los van elkaar te zien. Hoewel VLM zich in een derde van de bezwaarschriften coulant toonden, staat de belangenorganisatie niet te juichen. “Wij waren ten gronde tegen de afroming van de NER’s, omdat dit voor ons een schending van het eigendomsrecht is”, klinkt het. &amp;nbsp;Voor boeren zoals Jos Meesters betekent het gunstige besluit van VLM, samen met de recent gestegen vleesprijzen, een hernieuwd vertrouwen in de toekomst. Meesters, die ook actief is in de strohandel, hoopt binnenkort opnieuw 150 runderen op stal te hebben. “Wat ik aan NER’s verloren heb, zal ik wel terugwinnen,” zegt hij vastberaden. Zo zal Zutendaal voorlopig niet zijn laatste boer verliezen. Gemengde uitkomsten in de biologische sectorOok in de biologische sector zijn de uitkomsten gemengd. José Metsu, een biologische varkenshouder uit Poperinge, kreeg nagenoeg volledig gelijk van VLM. Hij schakelde in 2019 over naar biologische productie en bouwde zijn stal om. Door de natuurlijke opbouw van zijn veestapel was zijn stal in de referentiejaren niet volledig bezet. Aanvankelijk dreigde hij 10 procent van zijn NER’s te verliezen, maar dat werd na bezwaar grotendeels teruggedraaid. “Ik weet niet meer precies hoeveel NER’s ik verloren heb, maar ik heb maar 50 euro compensatie gekregen, dus het aantal is verwaarloosbaar”, stelt Metsu.</content>
            
            <updated>2025-05-27T21:11:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Geen reclame meer voor ongezonde voeding voor kinderen onder de 16 jaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geen-reclame-meer-voor-ongezonde-voeding-voor-kinderen-onder-de-16-jaar" />
            <id>https://vilt.be/57427</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf 2026 beloven Belgische voedingsbedrijven geen reclame meer te richten op jongeren onder de 16 jaar voor bepaalde ongezonde producten. De beperking geldt zowel op reguliere media als op sociale media en rond scholen. Toch klinkt er kritiek: het vrijwillige engagement zou te weinig ambitieus zijn.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="voeding" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/acdeeeeb-c8c6-45fc-8ef0-7e8189f3b19a/full_width_bushokje-vleesreclame.jpg</image>
                                        <content>Volgend jaar zullen Belgische voedingsbedrijven, handelaars en restaurantketens zoals Pizza Hut en McDonald’s strengere regels invoeren voor reclame naar kinderen en jongeren. Dat hebben sectororganisaties Comeos, Fevia, UBA en de Raad voor Reclame beslist.Omdat er nog geen algemene wetgeving bestaat rond voedingsreclame gericht op jongeren of kinderen, creëert de sector sinds 2012 zijn eigen regels. In 2023 werd een reclameverbod ingevoerd voor kinderen tot 13 jaar. Vanaf volgend jaar wordt die grens opgetrokken naar 16 jaar. Daarnaast wordt het verbod ook uitgebreid van lagere naar secundaire scholen, en geldt de restrictie voortaan ook binnen een straal van 150 meter rond scholen.Het reclameverbod geldt ook voor alle mediakanalen waar het publiek voor minstens 30 procent uit jongeren bestaat. Daaronder vallen onder meer tv, radio, bioscoop als online media. Met de update worden de richtlijnen voor sociale media ook strikter en duidelijker afgebakend. Wie de regels schendt, moet zich verantwoorden voor de Jury voor Ethische Praktijken (JEP), die in de schoot van de Raad voor Reclame zelf wordt georganiseerd.55% van de voedingsproductenWelke producten onder ‘ongezond’ gezien kunnen worden, staat beschreven in de overeengekomen code. Volgens Fevia zou 55 procent van de voedingsproducten op de markt uitgesloten worden. Het gaat onder meer over aardappelproducten, chips, sauzen, verwerkte vlees- en visproducten, kant-en-klare maaltijden, koekjes, confituur, ontbijtgranen en frisdranken. Voedingswaren die cumulatief voldoen aan Europese claims ‘laag suikergehalte&#039;, &#039;laag vetgehalte&#039; en &#039;laag zoutgehalte’, vormen een uitzondering. Voor deze producten blijft reclame vanaf 13 jaar toegestaan.Het initiatief kadert binnen de bredere doelstelling van Fevia en Comeos om bij te dragen aan een gezondere levensstijl en een evenwichtig voedingspatroon. Volgens Vlaams minister van Media Cieltje Van Achter (N-VA) geeft de update een krachtig signaal. “De sector toont aan dat hij ook zonder wetgeving maatschappelijke verantwoordelijkheid kan opnemen”, klinkt het. “Ik hoop dat dit een inspiratie kan zijn voor andere sectoren.”“Met deze nieuwe code met bindende regels en de leeftijdsgrens van 16 jaar is België internationaal een voorloper op het vlak van zelfregulering”, laat Marc Frederix, Voorzitter van de Raad van Reclame, nog weten. Niet perfectMaar de beslissing kan niet bij iedereen op bijval rekenen. “Deze vrijblijvende engagementen zitten vol achterpoortjes”, zegt Stefanie Vandevijvere aan Het Nieuwsblad. Vandevijvere is voedingsexperte bij gezondheidsinstituut Sciensano. “De leeftijdsgrens wordt opgetrokken naar 16 jaar, maar de WHO, Unicef en onze eigen Hoge Gezondheidsraad stellen duidelijk dat de grens op 18 jaar zou moeten liggen.” Ook Sofie Verdoodt van het Vlaams Instituut Gezond Leven klapt niet in de handen: “De industrie heeft zelf de ongezonde voeding ingedeeld. Er bestaan met de Nutriscore en met door de WHO opgestelde profielen nochtans al jaren onafhankelijke scoringssystemen. Het is geen toeval dat die strenger zijn dan wat de industrie zelf opstelde.”Ook Vlaams minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) steunt de code niet. “De belangrijke doelstellingen in de tekst zijn namelijk niet objectief toetsbaar, met als gevolg dat de realisatie ervan niet nauwkeurig kan gecontroleerd worden”, klinkt het.“Het staat anderen vrij om vanuit puur academische hoek voorstander te zijn van een nog strengere versie, maar wij willen een groot draagvlak, ook bij onze leden”, reageert Tom Quintelier van Fevia, de federatie van de voedingsindustrie en één van de initiatiefnemers van het charter. “Is het perfect? Zeker niet. Maar in Europa zijn we pionier.”</content>
            
            <updated>2025-05-27T14:40:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Waalse minister ontkent beïnvloeding door landbouwlobby]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/waalse-minister-ontkent-beinvloeding-door-landbouwlobby" />
            <id>https://vilt.be/57428</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Waalse minister van Landbouw Anne-Catherine Dalcq (MR) ontkent dat ze onder invloed zou staan van de landbouwlobby. Die parlementaire vraag kwam er naar aanleiding van een open brief van een tweeduizendtal gezondheidsprofessionals, die kritisch zijn voor Dalcqs beleid inzake pesticiden en gewasbeschermingsmiddelen. "Sinds ik minister ben staat alles wat ik doe in het teken van het algemeen belang", benadrukte ze.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/13c2bdd0-0d6b-400c-9152-c217b95a4c5a/full_width_anne-catherine-dalcq-groene-kring.jpg</image>
                                        <content>Een tweeduizendtal gezondheidsprofessionals schreven de Waalse regering &amp;nbsp;een open brief waarin ze zich vragen stellen over het pesticidebeleid van de regering. Dalcq heeft een anti-pesticideplan opgesteld, maar de gezondheidsprofessionals stellen dat de zorgsector niet werd gehoord, en de landbouwindustrie wel. &quot;Ofwel een gebrek aan kennis, ofwel ontkenning van de feiten&quot;De leden van de Waalse Société Scientifique de Médecine Générale stuurden een open brief naar aanleiding van een interview in Le Soir, waar ze haar pesticideplan uit de doeken doet. Daar deed de minister uitspraken deed volgens de gezondheidsprofessionals onjuist zijn. “Om te beginnen is het gelijkstellen van een pesticide met ‘een molecuul dat in de natuur voorkomt en enigszins is aangepast om effectiever te werken’, zoals de minister stelt, in het beste geval een indicatie van een ernstig gebrek aan kennis over deze producten (aangezien de meerderheid van de pesticiden momenteel synthetische moleculen zijn), en in het slechtste geval een indicatie van de wens om de bewezen gevaarlijke aard van sommige van deze moleculen te ontkennen. In beide gevallen is dit zeer problematisch en onverenigbaar met de voorbeeldfunctie van de minister van Landbouw”, stellen ze.Volgens de professionals toont de minister onvoldoende kennis over de toelatingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen, en is ze blind voor de gebreken van het huidige systeem. &quot;Studies worden genegeerd&quot;“Omdat het meest problematische deel van de pesticidekwestie onze gezondheid betreft, zou het - volgens het gezond verstand - moeten worden besproken met wetenschappers en artsen, maar het lijkt erop dat de minister het liever bespreekt met de fytofarmaceutische bedrijven en zaadproducenten, terwijl ze, net als haar voorgangers, de enorme schadelijke effecten van pesticiden op de gezondheid en biodiversiteit blijft negeren”, schrijven de professionals.“Paradoxaal genoeg worden de resultaten van de studies die het Waals Gewest de voorbije jaren zelf heeft laten uitvoeren, nog steeds genegeerd, wordt er niet geluisterd naar de wetenschappelijke experts en worden de aanbevelingen niet opgevolgd. Een voorbeeld is de AGW over het gebruik van pesticiden, die niet werd herzien na studies uitgevoerd door het ISSeP, het CRA-W en de ULiège”, gaat het verder.De gezondheidsmedewerkers roepen de minister van Landbouw op om “uit de ontkenningsfase te komen” en “haar verantwoordelijkheid te nemen.”Dalcq: &quot;Insinuaties zijn oneerlijk en incorrect&quot;De brief inspireerde de Waalse oppositiepartijen om minister Dalcq aan de tand te voelen over haar banden met de agrolobby. Dalcq ontkende dat ze onder invloed zou staan van &quot;om het even welke lobby&quot;. &quot;Het tegendeel insinueren is intellectueel oneerlijk en feitelijk incorrect&quot;, zei ze.Anne-Catherine Dalcq runt een landbouwbedrijf in het Waals-Brabantse Geldenaken en was in Franstalig België vooral bekend omdat ze een prominente rol speelde in de vele landbouwprotesten van vorig jaar. Dalcq was ook vicevoorzitter bij twee federaties van landbouwjongeren.Volgens de minister heeft ze sinds begin dit jaar twee officiële ontmoetingen gehad met landbouwspelers. Het gaat om de Belgisch-Luxemburgse vereniging BELPLANT en SCAM, een bedrijf dat onder meer zaden en kunstmest verkoopt. Daarnaast had ze ook gesprekken met vertegenwoordigers van WaL.Agri, een holding die verschillende spelers in de landbouwdistributie verenigt.Dalcq benadrukt dat ze openstaat voor gesprekken met de gezondheidssector, maar haar kabinet heeft daartoe geen enkele aanvraag ontvangen, zei ze. &quot;Een constructieve en rechtstreekse dialoog over zo&#039;n belangrijk onderwerp was nochtans welkom geweest. Mijn deur blijft uiteraard openstaan voor een gesprek op basis van de feiten en onze gedeelde verantwoordelijkheden.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-27T15:28:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kookapp Zeker Gezond verdwijnt op 1 juni, AI-alternatief op komst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kookapp-zeker-gezond-verdwijnt-op-1-juni-ai-alternatief-op-komst" />
            <id>https://vilt.be/57429</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op 1 juni stopt de werking van Zeker Gezond, de website en de app waarop de Vlaamse overheid de voorbije jaren "gezonde en milieuverantwoorde recepten" aanbood. Volgens het Vlaams Instituut Gezond Leven, de initiatiefnemer achter het project, is er wel een beter alternatief op komst. Zo is er sprake van een tool die via kunstmatige intelligentie (AI) moet helpen bij het bevorderen van gezonde en duurzame voedselvoorziening en -bereiding in de thuiscontext.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gezondheid" />
                        <category term="voeding" />
                        <category term="voedingsdriehoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d8baa5ec-77d9-4c8f-ba50-f722c9b63d43/full_width_groenten-gezond-pan-koken.jpg</image>
                                        <content>Onder voormalig Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (cd&amp;amp;v) lanceerde de Vlaamse overheid in 2020 het receptenplatform Zeker Gezond. Het idee voor het platform volgde na de lancering van de nieuwe, omgekeerde voedingsdriehoek in 2017. Bedoeling was om de Vlaming te helpen bij het vinden van gezonde recepten. Maar gaandeweg groeide de kritiek op het initiatief. Zo noemde gewezen Open Vld-parlementslid Maurits Vande Reyde het &quot;te zot voor woorden&quot; dat de overheid 550.000 euro investeerde in een &quot;online kookboek&quot;.&amp;nbsp;Eind vorig jaar kondigde huidig Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) aan dat het receptenplatform zou stopgezet worden. Nu blijkt dat de werking op 1 juni 2025 stopt. &quot;De app en website zijn nog even beschikbaar, maar ze worden niet meer actief gepromoot en er komen geen nieuwe recepten meer bij. Op 1 juni 2025 stopt de werking van Zeker Gezond&quot;, zo staat te lezen op de website. Hulp van AIVolgens Gezond Leven is de nood aan advies rond gezonde en milieuverantwoode voeding niet verdwenen, maar zitten er dankzij AI &quot;nieuwe en betere tools in de pijplijn&quot;. Zo is Gezond Leven via de KU Leuven betrokken bij het project DietWise, een project dat kan rekenen op EU-financiering en dat werk wil maken van een door AI-aangestuurde tool waardoor mensen makkelijker gezonde en duurzame voedingskeuzes kunnen maken. Het onderzoek daarrond loopt nog wel enkele jaren.&amp;nbsp;Vande Reyde sprak eind vorig jaar over het AI-project met Gezond Leven en de universitaire onderzoekscel. &quot;Ze zitten vast vol goede bedoelingen, maar dit is opnieuw geen kerntaak van de overheid. Het is de bedoeling dat een tool gaat screenen of websites met voeding wel of niet gezond zijn. Dat bestaat al. Als je op eender welke AI-chatbot vraagt naar gezonde voeding, krijg je al perfecte info. Ik ga opnieuw moeten vragen aan de minister om deze budgetten naar zinvolle kerntaken te richten&quot;.</content>
            
            <updated>2025-05-27T15:32:52+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Geen dieren op Agribex door Brussels verbod]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/de-brusselse-regering-verbiedt-dieren-op-agribex" />
            <id>https://vilt.be/57430</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dit jaar zal er geen enkel dier te bespeuren zijn op de landbouwbeurs Agribex. Een Brussels wet verbiedt voortaan levende dieren op evenementen. De organisatie reageert teleurgesteld: “We willen het gesprek aangaan met de regering, maar zolang die er niet is, blijft dat onmogelijk.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Agribex" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4f2da489-5597-48b8-a88c-881b7c382b6e/full_width_prijskampvleesvee-agribex.jpg</image>
                                        <content>Hoewel Agribex pas in december plaatsvindt, is nu al duidelijk dat de vertrouwde prijskampen en diertentoonstellingen dit jaar geschrapt worden. Organisator Fedagrim bevestigt dat het verbod op levende dieren definitief is. Er golden al strikte hygiënemaatregelen, maar vlak voor de verkiezingen van 2024 keurde het Brussels parlement een wet goed die het houden van levende dieren op evenementen volledig verbiedt.&quot;We hopen nog met de regering in gesprek te gaan over mogelijke uitzonderingen, maar dan moet die er wel eerst zijn”, zegt Alain Vander Cruys van Fedagrim. Omdat dit nog steeds niet het geval is, heeft de organisatie de beslissing moeten afkloppen: dit jaar geen dieren in de Brusselse Expohallen. Alle betrokken exposanten zijn inmiddels op de hoogte gebracht.Geen overleg, geen nuanceDe beslissing is volgens Vander Cruys spijtig voor de beurs, maar vooral jammer voor de exposanten en de veehouderij. “Bezoekers komen niet alleen voor de dieren, maar ze maken wel deel uit van de beleving. Ze creëren een warme sfeer op de beurs.”Volgens Vander Cruys kwam het verbod zonder enig overleg tot stand. “Er is nooit met ons of iemand uit de sector gesproken. Alles gebeurde in stilte. Dat is jammer, want dan hadden we ons beter kunnen voorbereiden.”Grote impact, ook op jumpingsDe beslissing om levende dieren te verbieden werd via een amendement op een wetsvoorstel goedgekeurd, op initiatief van Ecolo en DéFI. Vander Cruys vermoedt dat de maatregel oorspronkelijk gericht was op de verkoop van katten, honden en vogels op markten, maar dat er onvoldoende rekening werd gehouden met de bredere impact. “Deze wet raakt ook paardensportevenementen zoals Jumping Brussel en hondenshows. Het is een beslissing met veel grotere gevolgen dan men wellicht besefte.”Ook op Europees niveau is de beslissing opvallend. Volgens Frédéric François van Eurasco, de koepelorganisatie van landbouwbeurzen in Europa, is Brussel de enige regio waar een wettelijk verbod op dieren geldt. “We organiseren 50 beurzen in 25 lidstaten. Overal zien we strengere dierenwelzijnsregels en sanitaire voorschriften, maar nergens een totaalverbod. Dit is uniek en bijzonder vervelend”, zegt hij.De 73e editie van Agribex vindt plaats van 3 tot 7 december in Brussels Expo. De volgende editie is gepland in 2027. Fedagrim hoopt tegen dan opnieuw dieren te mogen verwelkomen.</content>
            
            <updated>2025-05-27T23:29:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Milieuregels stoppen aan de kustlijn: stikstofoverschrijdingen op zee blijven onbestraft]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/milieuregels-stoppen-aan-de-kustlijn-stikstofoverschrijdingen-op-zee-blijven-onbestraft" />
            <id>https://vilt.be/57431</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Terwijl op land stikstof nauwkeurig wordt gemeten, gereguleerd en beboet, blijft de zee een blinde vlek in het milieubeleid. “Veel schepen stoten stikstof uit boven de toegelaten norm, maar komen daar zonder sanctie mee weg. Dat moet veranderen”, stelt het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). Dit pleidooi voert het Instituut al langer, maar zowel recente meetresultaten van de stikstofuitstoot als het verbod op de brandstof van het meetvliegtuig brengen het opnieuw onder de aandacht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="uitstoot" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c52f8b96-5dfc-426b-8db4-847c89baf86a/full_width_kustwachtvliegtuig-instituut-voor-natuurwetenschappen-bmm.jpeg</image>
                                        <content>De regels eindigen waar het land ophoudt, althans als het om stikstof gaat. Want wat aan wal streng wordt gereguleerd, wordt op zee onbeboet uitgestoten. Dit heeft negatieve gevolgen voor onder meer landbouwers, die de impact voelen via het stikstofdepositiebeleid. Helemaal wetteloos is de Noordzee niet meer, sinds 2021 gelden er stikstofnormen voor schepen. Zo mogen nieuwe schepen maar 20 procent uitstoten van wat oudere schepen mogen. Maar boetes blijven uit als deze schepen toch boven de norm uitstoten. Bovendien zijn die strengere normen maar van toepassing op een kleine minderheid: amper zes procent van de schepen is nieuw genoeg om eraan te moeten voldoen. De rest is ouder en mag veel meer uitstoten. Voor die groep is er voorlopig geen concreet beleid om de uitstoot te beperken, behalve wachten tot ze uit de vaart verdwijnen. En dat kan nog even duren, want een schip gaat gemiddeld dertig jaar mee.Scheepvaart stoot meer stikstof uit dan landbouwVolgens de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) was de transportsector in 2023 goed voor 58 procent van de stikstofuitstoot in Vlaanderen. Ook de industrie (15%) en de landbouwsector (12%) zorgden mee voor het totaalplaatje aan stikstof (NOx). Van de transportemissies is ongeveer de helft afkomstig van het wegverkeer en een kwart van de internationale zeescheepvaart. Schepen zouden dus voor 14,5 procent verantwoordelijk zijn voor de stikstofuitstoot in Vlaanderen.Volgens het KBIN is dit echter een onderschatting. Op Europees niveau wordt het aandeel ook ruimer ingeschat. In het laatste rapport van het Europees Agentschap voor Maritieme Veiligheid (EMSA) staat dat de maritieme sector goed was voor 39 procent van alle NOx-emissies door transport.Terwijl de uitstoot van zwavel (SOx) sinds 2014 met ongeveer 70 procent is gedaald, zijn de emissies van NOx tussen 2015 en 2023 met tien procent gestegen. De toename deed zich voornamelijk in de Atlantische Oceaan (+33%) en Middellandse Zee (+8%) voor. In de Noordzee nam deze af met 17 procent. “Dit is grotendeels het gevolg van de invoering van emissiebeheersingszones in de Noordzee”, stelt EMSA. “Maar de NOx-emissies blijven er een groot probleem, aangezien de geldende voorschriften alleen van toepassing zijn op nieuwe schepen.” Hoeveel stikstof mogen schepen uitstoten?Er gelden op de Noordzee drie NOx-emissieniveau’s, afhankelijk van het bouwjaar van de scheepsmotor:·&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp; Tier 1 (2000–2011): maximum 17 g NOx/kWh·&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp; Tier 2 (vanaf 2011): maximum 14,4 g NOx/kwH·&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp; Tier 3 (vanaf 2021): maximum 3,4 g NOx/kWh Vorig jaar had acht procent van de gemonitorde schepen een verdachte stikstofuitstoot Met het vliegtuig door de uitstootpluimHet Belgische Kustwachtvliegtuig van het KBIN houdt toezicht boven de Noordzee en vloog in 2024 220 uren. Naast toezicht op lozingen of visserijcontroles was een kwart van die tijd gericht op de monitoring van zwavel- en stikstofuitstoot van schepen. In totaal werden zo’n 735 schepen gemonitord.“Wij vliegen met onze sniffer-sensor door de rookpluim van een schip. Met die sensor kunnen we zwavel, stikstof en roetdeeltjes meten”, legt Kobe Scheldeman van het KBIN uit. “Als de gemeten waarde boven de norm ligt, sturen we een alert naar het Europese haveninspectienetwerk. In België worden inspecties rond scheepvaartuitstoot uitgevoerd door FOD Mobiliteit (DG Scheepvaart). In 2024 had acht procent van de gemonitorde schepen een verdachte stikstofuitstoot dat leidde tot een alert.”Hoge boetes voor zwavel, geen voor stikstofBij een verdacht hoge zwaveluitstoot kan de inspectie na een alert aan boord gaan om een brandstofstaal te nemen, als bewijs van een mogelijke zwaveloverschrijding. Op basis daarvan kan dan een proces-verbaal volgen. “Voor zwavelovertredingen worden serieuze boetes uitgeschreven, maar met de alerts van verdachte stikstofwaardes wordt niets gedaan. Hierdoor blijft een onwettige stikstofuitstoot zonder gevolg”, aldus Scheldeman.Daar zijn verschillende redenen voor. Zo gelden de metingen van het KBIN (nog) niet als juridisch bewijs. Daarvoor zou net als bij zwavel nog een inspectie moeten gebeuren. Maar de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) heeft geen protocol om zulke controles mogelijk te maken. Er zijn geen controles, nochtans kunnen moderne schepen gemakkelijk effectief gecontroleerd worden Geen protocol voor stikstofinspectie“NOx-uitstoot meten is niet zo eenvoudig als de zwavelinhoud nagaan in de brandstof. De uitstoot van stikstof is gekoppeld aan verschillende parameters zoals het type motor, de vaartsnelheid en de belasting”, duidt Scheldeman het hiaat in de regelgeving. “Wij pleiten al heel lang dat er een controlesysteem wordt uitgewerkt.”“Het minste wat de inspectiecontroles nu al zouden kunnen controleren is of het SCR-systeem van het schip heeft gewerkt”, gaat Scheldeman verder. Dit systeem zit enkel bij de modernste Tier 3-schepen en kan vergeleken worden met AdBlue voor diesel. Door een toevoeging aan de katalysator wordt de stikstofuitstoot gelimiteerd en halen de moderne schepen de norm. “Is dit systeem uitgeschakeld? Dan hebben de schepen sowieso een onwettige stikstofuitstoot”, klinkt het. “De inspectie zou dit aan boord kunnen controleren. Dit zou al een concrete maatregel kunnen zijn voor het kleine aandeel aan moderne schepen. Bij die oudere schepen zijn effectieve controles moeilijker.” We pleiten voor een systeem waarbij flagrante overtredingen automatisch kunnen leiden tot een boete Pleidooi voor automatische boetesEen andere mogelijke maatregel is om de meetgegevens van het KBIN rechtstreeks te gebruiken als basis voor een proces-verbaal. Over dat voorstel is het Instituut in overleg met het Directoraat-Generaal Scheepvaart, dat bevoegd is voor het opleggen van boetes. “We pleiten voor een systeem waarbij flagrante overtredingen, de rode vlaggen waarvan we 99 procent zeker zijn, automatisch kunnen leiden tot een boete”, zegt Scheldeman. “Aanvankelijk was er terughoudendheid omdat het om een nieuwe sensortechnologie gaat, en het moeilijk is om die als hard bewijs in de rechtbank te gebruiken. Maar ondertussen wordt onze data breed ondersteund en gevalideerd door heel wat andere Europese landen. Idealiter komt er in de toekomst ook een uitgewerkt internationaal kader voor stikstofmonitoring en handhaving want scheepvaartvervuiling is een internationaal gegeven.”Perverse effecten van bestaande maatregelenDe tiernormen van schepen zijn opgesteld op basis van de optimale werking van een motor. Maar op zee of tijdens het aanmeren werkt een motor niet altijd in optimale omstandigheden. “Scheepsmotoren zijn gemaakt om op een constante snelheid te varen. Bij traag varen of manoeuvreren draait de motor niet optimaal en kan deze meer stikstof uitstoten”, duidt Scheldeman. “Daarom is de uitstoot nabij havens vaak veel hoger dan midden op zee. Al varen schepen in bepaalde zones op de Noordzee ook trager , om de CO2-uitstoot te beperken. Maar dit heeft dus een tegengesteld effect op de stikstofuitstoot.”Naast de CO2-maatregel werkt ook de zwavel-maatregel stikstofuitstoot in de hand. Om de zwaveluitstoot te verkleinen hebben schepen vandaag de keuze om ofwel te varen op laagzwavelbrandstof, ofwel op goedkopere niet-geraffineerde stookolie mits ze een scrubber aan boord hebben. Een scrubber haalt zwavel uit de uitlaatgassen waarbij de werking te vergelijken is met een ammoniakluchtwasser. “Daar zijn we geen fan van”, vertelt Scheldeman. “Naast het feit dat het verontreinigde afvalwater bij een openloop systeem gewoon in de zee geloodst wordt, zien we ook een verhoogde stikstofuitstoot bij deze schepen. Dit komt vaak omdat de scrubbers niet goed onderhouden worden, maar ook dit is niet evident om te controleren.” Resultaten van 2024: wie overtreedt de stikstofnorm?De overgrote meerderheid van de gemonitorde schepen in 2024 bleef binnen de uitstootmarge. Acht procent van de schepen werd echter wel gevlagd. Van de 59 schepen kregen er 31 een gele vlag, 15 een oranje en 13 een rode. Een gele vlag wijst op een lichte overschrijding, oranje op een ernstige. Bij rood is de overschrijding zodanig duidelijk dat KIBN met 99,9 procent zekerheid kan zeggen dat er een overtreding is.Opvallend is dat het merendeel van de verdachte waardes zich procentueel onder de moderne schepen bevindt. Zo werd 57 procent van onderzochte Tier 3-schepen gevlagd. In absolute getallen werden de meeste verdachte uitstoten gemeten bij de Tier 2-schepen. 31 schepen werden gevlagd, wat neerkomt op 11 procent van alle onderzocht Tier 2-schepen.De resultaten van de Tier 3-schepen liggen in lijn met de gegevens die onderzoekers van het Europese SCIPPER-consortium verzamelden in 2022. Zij analyseerden de NOx-uitstoot van moderne zeeschepen in de Noordzee en de Baltische Zee. Slechts een derde van de 65 metingen voldeden toen aan de Tier 3-emissienormen. Ongeveer de helft van alle zeeschepen stootte zelfs meer dan het dubbele van de norm uit.“Voor oude schepen zijn weinig effectieve reductiemaatregelen beschikbaar. We zullen moeten wachten tot die uit de vaart verdwijnen”, concludeert Scheldeman. “Maar zelfs dan blijft handhaving absoluut noodzakelijk, anders blijft de uitstoot op papier laag, maar in werkelijkheid hoog.” Het kustwachtvliegtuig is reeds 50 jaar oud, vervanging is noodzakelijk  Monitoring door sniffer-vliegtuig onder drukIn België wordt naast het sniffer-vliegtuig ook gewerkt met vaste sensoren. Het voordeel van vaste sensoren is dat ze zeven dagen op zeven de uitstoot van voorbijvarende schepen controleren vanop een afstand van 10 kilometer. Deze week nog werd een SEMPAS-sensor geïnstalleerd langs een druk bevaren route aan de Noordzee. “De SEMPAS-sensor kan onder meer ook zwavel- en stikstofuitstoot meten maar zal uitsluitend voor targetting kunnen dienen. De metingen zijn wat minder nauwkeurig dan met de sniffer-sensor. Er zal dus altijd een navolgend onderzoek in de haven nodig zijn”, aldus Scheldeman.De sniffer-sensor aan boord van het kustwachtvliegtuig blijft in België het belangrijkste instrument voor een gerichte en nauwkeurige controle van de stikstofuitstoot per schip, op zee. Deze metingen zijn niet enkel belangrijk voor ons nationaal milieubeleid, maar ook voor opvolging op internationaal vlak. “Andere landen werken enkel met vaste sniffer-punten dichtbij een vaargeul. Wij zijn de enige met dit type sniffer-sensor dat op open zee metingen kan uitvoeren&quot;, klinkt het.Echter staan de operaties van het kustwachtvliegtuig onder druk. &quot;Het gebruik van een bepaald type brandstof voor vliegtuigen wordt onterecht beperkt of beëindigd. Dit komt door een foutieve interpretatie van Europese chemische regelgeving in de omgevingsvergunningen van de luchthavens van Oostende en Antwerpen&quot;, aldus Scheldeman. &quot;Een Europese verordening suggereert dat het gebruik van het type brandstof binnenkort wettelijk verboden zal worden. De interpretatie voor een onmiddellijk verbod in de vergunningen van de luchthavens is daarbij juridisch onjuist.&quot;Hierdoor zou Scheldeman binnenkort niet meer kunnen opstijgen. Niet enkel de controle op stikstof maar ook op zwavel, fijne roetdeeltjes en lozingen zouden hierdoor wegvallen. Tijdens de vluchten vorig jaar merkte de kustwacht ook vier verdachte activiteiten op in en nabij de Belgische wateren. In drie gevallen ging het om Russische schepen.Het Instituut voor Natuurwetenschappen heeft de afgelopen maanden aanpassingen gevraagd voor Oostende en Antwerpen. De aanpassing voor Oostende moet nog worden goedgekeurd door het kabinet van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v). In de tussentijd heeft men een tijdelijke overeenkomst met de Belgische defensie om operaties vanuit Koksijde mogelijk te maken. De aanpassing voor Antwerpen moet nog worden goedgekeurd door de Gewestelijke Omgevingsvergunningscommissie (GOVC) en het kabinet van Brouns.&amp;nbsp;Tot slot benadrukt KBIN dat het kustwachtvliegtuig een verouderde machine is die binnenkort 50 jaar wordt. &quot;Vervanging is noodzakelijk om de continuïteit te garanderen van steeds delicatere operaties&quot;, besluit het Instituut. &quot;Zonder vervanging is het waarschijnlijk dat België niet langer over een geschikt platform voor luchttoezicht beschikt en dus niet langer volledig kan voldoen aan zijn nationale en internationale verplichtingen op het gebied van milieubescherming, veiligheid en beveiliging van de Noordzee.&quot;&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-05-28T14:39:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe serre moet onderzoek naar quarantaine-organismen mogelijk maken bij pcfruit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-serre-moet-onderzoek-naar-quarantaine-organismen-mogelijk-maken-bij-pcfruit" />
            <id>https://vilt.be/57432</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op de site van onderzoekscentrum Proefcentrum Fruitteelt (pcfruit) in Kerkom (Sint-Truiden) is gestart met de uitbreiding van een serre waarin onderzoek zal worden gedaan naar quarantaine-organismen. De in 2013 gebouwde serre wordt hiervoor uitgebreid met een oppervlakte van 720 vierkante meter.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b1e25c4e-ba3b-4dc9-8f1a-7c2903526b1b/full_width_pcfruit.jpg</image>
                                        <content>&quot;In tegenstelling tot het bestaande gedeelte, dat vooral dient voor teelttechnisch onderzoek op kleinfruit, is het nieuwe gedeelte gericht op onderzoek naar de controle van ziekten en plagen. En dat niet alleen bij kleinfruit, maar ook ingepotte bomen van appel, peer, kers of pruim kunnen in deze serre worden geplaatst&quot;, licht gedeputeerde Inge Moors toe. De provincie investeert hiervoor 750.000 euro.Met de uitbreiding van de serre kan pcfruit zich verder verdiepen in biologische en geïntegreerde bestrijdingstechnieken. De serre wordt namelijk voorzien van relatief kleine compartimenten waarin planten kunnen worden geplaatst, zodat de ontwikkeling van plaaginsecten en hun natuurlijke vijanden nauwkeurig kan worden gevolgd. Zo kan worden nagegaan of die natuurlijke vijanden de plagen effectief onder controle kunnen houden. De uitbreiding biedt ook mogelijkheden om de ontwikkelingstijd van ziekten, plagen én nuttige organismen onder verschillende klimatologische omstandigheden te onderzoeken.De resultaten van dit onderzoek zullen, samen met modellen die in andere onderzoeksprojecten zijn ontwikkeld, worden geïntegreerd in het aanbod van de &#039;EVA-Optimise&#039;-software. Met die software plannen en registreren fruittelers hun bespuitingen, zodat ze steeds de juiste keuze kunnen maken voor middelen die de nuttige insecten zo veel mogelijk sparen. Deze door PC Fruit ontwikkelde modellen worden momenteel ook gebruikt door landbouwers in vier andere landen.</content>
            
            <updated>2025-05-27T16:01:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Week van de Bij: Op bezoek bij Bioboer Johan in Het Land van Melk en Honing]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/week-van-de-bij-op-bezoek-bij-bioboer-johan-in-het-land-van-melk-en-honing" />
            <id>https://vilt.be/57433</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het West-Vlaamse Diksmuide vind je Het Land van Melk en Honing, de biologische boerderij van boer Johan. Zijn melkvee graast op kruidenrijke graslanden vol grasklaver – goed voor de bijen, de bodem én de melk. Johan gebruikt geen kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen en kiest zo bewust voor biodiversiteit. Een plek waar landbouw en natuur samen groeien. In het kader van 'De Week van de Bij', die loopt van zondag 25 mei tot en met zondag 1 juni 2025, namen we een kijkje in zijn bijenkasten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bij" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b0b5a7f0-6032-40d4-b9c7-9e77ceb14736/full_width_thumb-15.jpg</image>
                        
            <updated>2025-05-27T23:27:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Digitaal stuwbeheer blaast historisch bevloeiingssysteem nieuw leven in]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oud-bevloeiingssysteem-nieuw-leven-in-geblazen-met-digitaal-gemonitord-waterpeil-en-regelbare-stuwtjes" />
            <id>https://vilt.be/57434</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een 19e-eeuws bevloeiingssysteem in het landbouwgebied Buitenheide in Hamont-Achel is dit voorjaar in ere hersteld, maar dan in een modern jasje. Dankzij digitale monitoring en regelbare stuwtjes wordt water uit de Prinsenloop opnieuw ingezet om het gebied te bevloeien. Daarmee willen de initiatiefnemers landbouwgronden beter beschermen tegen droogte.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f34bf93f-28ef-424e-858f-2b35b0ef5c07/full_width_digistuw4.jpg</image>
                                        <content>“Wat ooit begon als een traditionele techniek om heidegronden te ontginnen, wordt nu met innovatieve technologie hergebruikt”, vertelt Steve Meuris van Boerennatuur Vlaanderen, één van de trekkers van het project Digistuw. Water uit de Prinsenloop wordt via een nieuwe stuw het gebied ingeleid en verspreid door een netwerk van grachten. Via digitale sensoren en online dashboards kunnen boeren het waterpeil nauwkeurig opvolgen en beheersen.Stuwtjes in eigen handMelkveehouder Bert Boonen uit Hamont-Achel ontvangt deze week zijn toegang tot het Digistuw-dashboard. Daarmee kan hij, samen met collega-landbouwers, het waterpeil in het gebied in real time opvolgen en de stuwtjes bedienen. “Zo kunnen we oppervlaktewater beter bufferen, het grondwaterpeil aanvullen en het land weerbaarder maken tegen droogte”, vertelt Boonen. “Bij een hoger grondwaterpeil droogt de zandgrond minder snel uit, wat gunstig is voor onze gewassen én de omgeving.”Het Digistuw-project is een samenwerking tussen Boerennatuur Vlaanderen, het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL) in Bocholt, ingenieursbureau Sumaqua en de Noord-Limburgse Wateringen. Het wordt financieel ondersteund door de Vlaamse overheid en de provincie Limburg. Landbouwer bereid tot meer risico&#039;s door waarschuwingsalertIn Buitenheide zijn inmiddels 14 stuwen en 12 sensoren actief. Het dashboard, ontwikkeld door Sumaqua, geeft niet alleen het actuele waterpeil weer, maar toont ook neerslagvoorspellingen en stelt alarmdrempels in. “Bij te hoge of te lage waterstanden krijgen landbouwers een melding, zodat ze hun stuwbeheer kunnen bijsturen”, zegt Vincent Wolfs van Sumaqua. “Die waarschuwingen verhogen de bereidheid om stuwen risicogerichter te beheren, en helpen waterverlies te voorkomen.”Prinsenloop hersteld als waterbronDe heropleving van het systeem kon niet zonder de nieuwe stuw in de Prinsenloop, een waterloop van de tweede categorie. “Begin jaren 2000 was er al sprake van zo’n ingreep, maar pas na de droge zomers van de afgelopen jaren is de bal echt aan het rollen gegaan”, zegt Meuris. De plaatsing werd in april afgerond door de provinciale Dienst Waterlopen. “We spreken hier toch van een primeur in Vlaanderen: een eeuwenoud systeem dat opnieuw wordt ingezet, maar met moderne technologie.” Landbouwgebied Siberië buffert ook met stuwtjesNaast Buitenheide is ook het landbouwgebied Siberië in Peer opgenomen als pilootlocatie. Hier meten 33 sensoren het peil van hemel- en grondwater, dat normaal via grachten wordt afgevoerd. Dankzij een netwerk van een vijftigtal stuwtjes wordt dat water nu zo lang mogelijk vastgehouden. Zo’n dertig landbouwers profiteren mee van het systeem. Loonwerker Gert Vandijck, die het gebied goed kent, speelt een centrale rol in het lokale waterbeheer. Hij beheert al jaren de reeds bestaande stuwtjes en kent de gronden goed. “Hij is vaak het eerste aanspreekpunt wanneer ingrijpen nodig is”, zegt Meuris. Schalen en delenDe expert waterbeheer bij Boerennatuur Vlaanderen ziet kansen in het digitale stuwbeheer. “Mogelijk kunnen naar voorbeeld van deze pilootgebieden op termijn nog meer landbouwgebieden in Vlaanderen aansluiten op het dashboard.” Volgens Meuris zijn er in theorie ook meer regio’s in Vlaanderen waar oude bevloeiingssystemen opnieuw geactiveerd kunnen worden. Tegelijkertijd benadrukt hij dat water een schaars goed blijft. “Water wordt gedeeld met sectoren als industrie, recreatie en scheepvaart. Daarom is het belangrijk dat we slimme keuzes maken. Met dit project hebben we alvast een belangrijke stap gezet om de landbouw lokaal beter te wapenen tegen klimaatuitdagingen.” </content>
            
            <updated>2025-06-02T14:02:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 #Veldvloggers: Groei begint bij goede bemesting]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veldvloggers-groei-begint-bij-goede-bemesting" />
            <id>https://vilt.be/57435</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dit voorjaar is Boer Kim weer druk in de weer op zijn akkers. Voor hij aardappelen kan planten, moet de bodem goed voorbereid worden en dat begint met bemesten. Hij strooit kunstmest en toont de korrels in zijn vlog. Deze bemesting is essentieel voor een vruchtbare bodem en een goede groei van de aardappelen later in het seizoen. Boer Kim laat zien hoe belangrijk dit werk is én hoe hij het aanpakt, recht vanuit zijn tractor. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b88d7a5b-c300-4a6d-bc6e-e791b1ac13bb/full_width_thumb-16.jpg</image>
                        
            <updated>2025-06-23T09:23:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgische kaasproductie stijgt met 25 procent dankzij mozzarella en verse kaas]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-kaasproductie-neemt-toe-met-25-dankzij-mozzarella-en-verse-kaas" />
            <id>https://vilt.be/57436</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2024 is de Belgische kaasproductie met een kwart toegenomen in vergelijking met het gemiddelde van de voorgaande vijf jaar (2019-2023). Dat blijkt uit de nieuwe zuivelcijfers van het Belgische statistiekbureau Statbel. Vooral de productie van mozzarella en verse kaas stuwen de productie. Daarnaast vertoont het vijfjaarsgemiddelde van verse zuivelproducten een positieve groei van 9,5 procent, terwijl de productie van consumptiemelk met 5,4 procent is gedaald.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d7af3c98-8b05-462e-8608-dfb66a611520/full_width_melkkaaszuivel.jpg</image>
                                        <content>In 2024 is in totaal zo’n 137.000 ton kaas geproduceerd in België. Dat is 11,8 procent meer dan het jaar voordien. Mozzarella en verse kazen zijn samen goed voor 80 procent van de totale kaasproductie. De zuivelbedrijven maakten onder meer 51,7 procent meer verse kaas, goed was voor 22.074 ton in volume. De koploper blijft mozzarella, waarvan de productie steeg (+7,9%) tot 87.234 ton. Ter vergelijking met het vijfjaarlijksgemiddelde steeg de productie van mozzarella met 31 procent en van verse kaas met maar liefst 102 procent. Groei mozzarellaproductieMozzarella is een zachte kaas die zijn oorsprong vond in Italië waar ze van buffelmelk werd gemaakt. De kaassoort is een belangrijke grondstof voor pizzabakkers. In het West-Vlaamse Langemark heeft zuivelcoöperatie Milcobel een grote fabriek voor mozzarella op basis van koemelk. In 2021 startte ook de groep &quot;Laiterie des Ardennes&quot; in het Waalse Baudour een mozzarellafabriek op. Onlangs kondigde dat bedrijf een uitbreiding van die fabriek aan. Consumptiemelk blijft de belangrijkste productiecategorieConsumptiemelk, melkdranken en verse zuivelproducten blijven de belangrijkste producten in de Belgische zuivelverwerking. De industrie produceerde vorig jaar in totaal zo’n 795 miljoen liter consumptiemelk. Halfvolle melk wordt het meest geproduceerd, al is de productie in 2024 in vergelijking met de afgelopen vijf jaar gedaald met 9 procent. Volle melk is dan weer aan een voorzichtige opmars (+3%) bezig. De productie van melk met vitamines wist zich na de sterke terugval in 2022 en 2023 weer te herstellen in 2024. In vergelijking met de periode 2019-2023 neemt de productie van consumptiemelk af met 5,4 procent. Verse zuivelproducten in opmarsVerse zuivelproducten zoals yoghurt, gefermenteerde melkdrankjes, room en desserten zijn de tweede grootste categorie in de Belgische zuivelproductie met een totaal productievolume van 732 miljoen liter. De hele categorie groeit in 2024 met 9 procent&amp;nbsp; tegenover de voorgaande vijf jaar. Vooral desserten (+14%), gefermenteerde melk (+10%) en room (+8%) dragen bij aan die groei. De productiestijging bij yoghurt blijft beperkt tot 4 procent. Meer ingedikte melk, minder melkpoeder en ijsWaar in 2019 nog 66.000 liter ijs werd gemaakt, schroefden de Belgische zuivelverwerkers de productie terug tot 60.000 liter in 2024, een daling van 5 procent over de gemiddelde producties van de periode 2019-2023. De productie van melkpoeder, alles samen 218.000 ton, daalde met 10 procent. Er worden vooral minder niet-magere melkpoeders geproduceerd (-31%), en ook de andere melkpoeders (zoals voor baby- of sportvoeding) daalden in productie (-51%). De productie van ingedikte melk en wei steeg wel, met 7 procent tot 66.000 ton voor 2024.</content>
            
            <updated>2025-05-28T17:58:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgen blijven fan van vlees bij de maaltijd, met kip op kop]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgen-blijven-fan-van-vlees-bij-de-maaltijd-met-kip-op-kop" />
            <id>https://vilt.be/57437</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De gemiddelde Belg at vorig jaar 28,1 kilogram vlees en gevogelte. Deze hoeveelheid blijft al tien jaar min of meer stabiel. De helft van de Belgen eet minstens vier keer per week vlees, met kip als uitgesproken favoriet. Belgen lijken ook steeds vaker te kiezen voor stukjes of reepjes vlees in plaats van grote stukken zoals biefstuk of kotelet. Ook vleesbereidingen zoals vol-au-vent winnen aan populariteit. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van het Vlaams Centrum voor Agromarketing (VLAM).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VLAM" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cf126a67-993e-4afb-bfe6-1adf61ceef52/full_width_kippenvlees-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Slechts drie procent eet nooit vleesVorig jaar at de Belg één procent meer vlees en gevogelte dan in 2023. Vergeleken met 2016 blijft het verbruik nagenoeg stabiel. De consumptie van vers en diepvriesvlees schommelde de voorbije jaren tussen 26,4 en 29,8 kilogram per persoon, met 28,1 kilogram in 2024. Dat blijkt uit aankoopgegevens van 6.000 Belgische gezinnen, verzameld door YouGov België in opdracht van VLAM.In 2024 kochten Belgische gezinnen gemiddeld 58 keer per jaar vlees en gevogelte, een frequentie die de laatste jaren licht toeneemt. 19 procent van de ondervraagde Belgen gaf aan bijna dagelijks vlees of gevogelte te eten, vleeswaren niet inbegrepen. 32 procent zou dit vier tot vijf keer doen, en 29 procent twee of drie keer per week. Drie procent zegt nooit vlees te eten.Vorig jaar steeg ook het thuisverbruik van plantaardige vleesvervangers licht, al blijft het aandeel beperkt tot 0,6 kilogram per persoon. In vergelijking met 2016 is dit wel een stijging van 50 procent. Het verbruik van eiwitrijke peulvruchten zoals linzen en kikkererwten bleef de voorbije jaren schommelen rond 0,8 kilogram per capita. Voor vis, week- en schaaldieren ligt dat op 4,2 kilogram. Kip populairstVan alle vlees en gevogelte eet de Belg het meest kip (32%), gevolgd door vleesmengelingen (22%), varkensvlees met 21 procent en rundvlees met 16 procent. Kip wordt elk jaar populairder, vooral bij (jonge) alleenstaanden is het de uitgesproken favoriet. Rundvlees is dan weer meer in trek naarmate de leeftijd toeneemt. Gezinnen met kinderen kiezen vaker voor vleesmengelingen, terwijl varkensvlees het grootste aandeel heeft bij lagere sociale groepen.Voorkeur voor bewerkt vleesBijna twee derde van het gekochte vlees en gevogelte is bewerkt vlees zoals gehakt, worst, gepaneerd of gemarineerd vlees. Dit aandeel groeit de laatste jaren. Binnen het onbewerkte vlees verschuift de voorkeur van grote stukken zoals steak, filet of een kotelet naar kleine stukken zoals blokjes of reepjes. Toch blijft het grootste deel van het onbewerkt vlees bestaan uit grote stukken.Bij bewerkt vlees wint vooral gehakt aan populariteit. Het thuisverbruik van gehakt steeg van 3,4 kilogram in 2016 naar 4,5 kilogram in 2024. Ook gepaneerd vlees wint volumeaandeel, terwijl gemarineerd vlees een daling kent. Vol-au-vent in de liftHet thuisverbruik van vers en bevroren vlees en gevogelte dekt slechts een deel van het totale thuisverbruik van vlees en gevogelte, aangezien vlees ook wordt gekocht in vleesbereidingen, kant-en-klare maaltijden en vleeswaren.Vleesbereidingen, zoals bereid stoofvlees of vol-au-vent, zijn de afgelopen jaren populairder geworden: van 1,1 kilogram in 2016 tot 1,7 kilogram per persoon in 2024. Ook het thuisverbruik van kant-en-klare maaltijden met vlees en gevogelte steeg in diezelfde periode met 800 gram tot 3,9 kg in 2024.</content>
            
            <updated>2025-06-02T14:36:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Twee jaar na stalbrand weet pluimveebedrijf zich nog steeds geen raad met heropbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pluimveebedrijf-weet-twee-jaar-na-dato-nog-geen-raad-met-afgebrande-stal" />
            <id>https://vilt.be/57438</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nadat een brand twee jaar geleden de kippenstal van Inge en Roel Van Dun verwoestte, weten de ondernemers nog steeds geen raad met hun toekomst. De verrijktekooihuisvesting mag vanaf dit jaar niet herbouwd worden, terwijl de ondernemers bij de transitie naar een scharrelsysteem veel dieren moeten inleveren en de rendabiliteit in het gedrang komt. “Dit is duidelijk een geval van overmacht en hier zou het beleid soepel mee moeten omgaan”, aldus Bart Dochy, Vlaams parlementslid (cd&amp;v) en voorzitter van de Commissie Landbouw die op uitnodiging van Landsbond Pluimvee het bedrijf bezocht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bf7018ac-240d-4f75-950a-903dd9776b53/full_width_bart-dochy-met-inge-en-roel-van-dun.jpg</image>
                                        <content>In juli 2023 legde een brand één van de twee stallen van het leghennenbedrijf Wolfputte in Beerse, Merksplas, in de as. Sindsdien houden broer en zus Roel en Inge Van Dun nog maar 18.000 van hun oorspronkelijk vergunde 60.000 leghennen. Ze hebben daarnaast nog een tweede locatie met 120.000 scharrelkippen. Ironisch genoeg was het al de tweede keer dat hun bedrijf getroffen werd door een brand: in 2014 brandde ook al een twee jaar oude stal volledig uit.Waar de Kempenaars er in 2014 nog in slaagden om snel hun stal te herbouwen, is er na de laatste stalbrand van 2023 nog geen enkele beweging zichtbaar. Een kale betonnen vloer is het enige dat aan de afgebrande stal herinnert. Reden voor deze stilstand is veranderde wetgeving en het stikstofarrest. Tijdens de vorige legislatuur heeft de Vlaamse overheid een uitfasering van het verrijktekooisysteem ingesteld. “Vanaf 1 januari 2025 worden er geen nieuwe vergunningen meer verleend voor bedrijven met een verrijkte kooien”, vertelt Inge Van Dun. Politici op pad met Landsbond PluimveePluimveehoudster Inge deed haar verhaal tijdens een bedrijfsbezoek dat werd georganiseerd door Landsbond Pluimvee. De organisatie had een tour langs pluimveebedrijven in de Noorderkempen georganiseerd voor de leden van de commissie Landbouw en de commissie Dierenwelzijn om de Vlaamse politici te informeren over de uitdagingen en ontwikkelingen in de Vlaamse pluimveehouderij.De uitfasering van verrijkte kooien – die tegen 2036 volledig verboden zijn – is al langer een doorn in het oog van de Landsbond Pluimvee. Volgens de organisatie is er wetenschappelijk bewijs dat dit houderijsysteem niet per definitie slechter is voor het dierenwelzijn dan andere systemen. Bovendien dreigt Vlaanderen met deze maatregel zijn eigen pluimveesector te verzwakken. “De productie zal verschuiven naar landen zoals Oekraïne, waar zelfs legbatterijen nog worden gebruikt – een systeem dat hier al sinds 2012 verboden is. En toch komen die eieren gewoon onze markt binnen,” zegt Martijn Chombaere van de Landsbond Pluimvee. Nog 36 procent van pluimveehouders heeft verrrijkte kooienLeghennenbedrijven met verrijkte kooien kunnen overstappen op scharrelkippen, maar die transitie is volgens Chombaere economisch moeilijk haalbaar. “Bij de omschakeling moeten bedrijven flink wat kippen inleveren, terwijl de eierprijs nauwelijks verandert. Dat ondermijnt de rendabiliteit.” Een belangrijke oorzaak ligt volgens hem bij het stikstofdecreet: “Scharrelkippen hebben een hogere emissiefactor dan kippen in kooien, en dat weegt zwaar door.”De Landsbond waarschuwt dat veel leghennenhouders dreigen te stoppen, wat de Vlaamse zelfvoorziening in gevaar brengt. Momenteel ligt de zelfvoorzieningsgraad voor eieren al rond de 100 procent of zelfs daaronder. “Als de bedrijven met verrijkte kooien verdwijnen, is Vlaanderen zeker niet meer zelfvoorzienend. Vandaag werkt nog altijd 36 procent van de Vlaamse pluimveehouders met zo’n systeem,” aldus Chombaere. Veel dierplaatsen gaan verloren bij omschakeling naar scharrelkippen Inge en Roel Van Dun hadden zonder de stalbrand nog tot 2036 hadden kunnen doorwerken op hun locatie in Merksplas. Nu zijn hun toekomstplannen onduidelijk. Tijdens het stikstofarrest was hervergunning onmogelijk en intussen gelden strengere regels rond stikstofemissies. “Als we overstappen op scharrelkippen mogen we nog maar 33.000 dieren houden. Daarmee is het op deze locatie niet meer rendabel om kippen te houden, zeker niet als de eierprijzen, die momenteel hoog zijn, opnieuw zakken”, zegt Inge Van Dun.De ondernemers pleiten daarom voor een uitzonderingsregeling wegens overmacht. Ze kunnen daarvoor rekenen op de steun van Bart Dochy, Vlaamse parlementslid voor cd&amp;amp;v en voorzitter van de Commissie Landbouw. &quot;Bij de geleidelijke uitfasering krijgen bedrijven met verrijkte kooien de tijd om zich aan te passen, maar voor boeren die door een noodlottig voorval buien hun wil om getroffen worden, bestaat die ruimte niet.&quot; Uitzonderingsregel voor overmacht?Dochy wijst bovendien op de paradoxale situatie waarin de Van Duns zich tevinden: na de brand hadden ze wellicht nog een nieuwe vergunning voor een stal met verrijkte kooien kunnen aanvragen als er geen de facto vergunningenstop door het stikstofarrest was geweest. Volgens Bart Dochy zou het beleid soepeler mogen omgaan met situaties van overmacht zoals die van de familie Van Dun. Hoewel een hervergunning voor een stalsysteem met verrijkte kooien – dat toch uitdooft tegen 2036 – niet wenselijk is, pleit hij voor meer flexibiliteit op vlak van stikstofnormen. “In zulke uitzonderlijke gevallen zou je een hogere stikstofuitstoot door de vingers kunnen zien,” zegt hij.Hij benadrukt ook het belang van samenhang tussen dierenwelzijnsbeleid en omgevingsbeleid, zoals vastgelegd in het regeerakkoord. “Het kan niet de bedoeling zijn dat bedrijven financieel in de knel komen door het naleven van dierenwelzijnsregels. Landbouw en voeding worden op alle beleidsniveaus erkend als strategische sectoren, dat moet zich ook vertalen in de praktijk.”</content>
            
            <updated>2025-05-28T16:38:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ECB waarschuwt: Droogte bedreigt tot 15 procent van productie in eurozone]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ecb-waarschuwt-droogte-bedreigt-tot-15-procent-van-productie-in-eurozone" />
            <id>https://vilt.be/57439</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Centrale Bank (ECB) waarschuwt voor de zware economische gevolgen van droogte in Europa. Tijdens extreme droogteperiodes kan tot 15 procent van de productie in de eurozone onder druk komen te staan. De ECB benadrukt daarbij het belang om waterrisico’s op te nemen in de financiële risicobeoordelingen van banken, omdat waterschaarste de kans vergroot dat bedrijven hun leningen niet kunnen afbetalen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/177a5572-f3a5-4a15-9384-89df20e5e7a8/full_width_droogte-unsplash.jpg</image>
                                        <content>De ECB onderzoekt welke economische en financiële risico’s gepaard gaan met de aantasting van ecosystemen. In een blogpost werden al enkele eerste voorlopige bevindingen geschreven. Zo blijkt het tekort aan oppervlaktewater het belangrijkste risico voor de economie van de eurozone te zijn. “Elke druk op waterbronnen kan een domino-effect hebben op meerdere economische activiteiten”, wordt uitgelegd. Waterschaarste verstoort niet alleen de bedrijfsvoering van heel wat fabrieken waardoor de kosten verhogen, een watertekort beperkt in rivieren ook de binnenvaart en aanvoer van waterkracht voor elektriciteitsopwekking. Ook toerisme lijdt ernstig onder een lagere waterkwaliteit. Dit zou jaarlijks al meer dan 100 miljard euro aan economische schade hebben veroorzaakt.&quot;Bij een extreme, maar aannemelijke droogte met een herhalingsperiode van 25 jaar zou bijna 15 productie van de economische productie in gevaar zijn”, klinkt het. “De Europese economie is niet bestand tegen droogte.” Uit het onderzoek blijkt dat 72 procent van de bedrijven in de eurozone afhankelijk is van ecosysteemdiensten zoals drinkwater, voedingsproducten of grondstoffen.Landbouw meest kwetsbare sectorAls sectoren individueel bekeken worden, dan lijdt de landbouw de grootste proportionele productieverliezen bij aanhoudende droogte. In het zuiden van Europa kan tot 30 procent van de landbouwproductie in het gedrang komen. In meer noordelijke landen zoals Finland loopt dit op tot zo’n 12 procent. Ook sectoren zoals industrie, mijnbouw, watervoorziening, bouw en horeca riskeren in Zuid-Europa verliezen tot 20 procent. In Midden- en Noord-Europa zouden er verliezen zijn tot 10 procent.Waterrisico opnemen in financiële risicobeoordelingNaast de directe economische gevolgen kan waterschaarste ook de financiële stabiliteit ondermijnen: het vergroot de kans dat bedrijven hun leningen niet kunnen betalen. Wat op zijn beurt de kredietrisico&#039;s van banken vergroot. “Al bij de voorlopige bevindingen van ons onderzoek benadrukken we het belang om watergerelateerde risico’s te integreren in financiële risicobeoordelingskaders”, luidt het.Tot slot wordt benadrukt dat het van vitaal belang is dat de bankensector nauw samenwerkt met wetenschappelijke instanties om zijn modellering en risicobeoordelingen te verbeteren.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-05-28T16:50:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[1 procent te weinig: EU schiet net tekort om klimaatdoel 2030 te halen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/een-procent-te-weinig-eu-schiet-net-tekort-om-klimaatdoel-2030-te-halen" />
            <id>https://vilt.be/57440</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie ligt op koers om tegen 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 54 procent te verminderen ten opzichte van 1990. Daarmee blijft ze net onder haar doelstelling van 55 procent. Dat blijkt uit berekeningen van de Europese Commissie op basis van de klimaatplannen van de meeste lidstaten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9d3e9f9b-c76b-4808-aedf-6d0030383b1c/full_width_tractor-landschap-unsplash.jpg</image>
                                        <content>De EU-lidstaten hebben de kloof aanzienlijk gedicht om de energie- en klimaatdoelstellingen voor 2030 te realiseren. Dat stelt de Europese Commissie nadat het bijna alle nationale energie- en klimaatplannen heeft beoordeeld. Als elk land zijn bestaande én geplande nationale maatregelen uitvoert en als ook het voorziene EU-beleid volledig wordt uitgevoerd, dan zou de EU haar netto broeikasgasemissies tegen 2030 met 54 procent kunnen verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Daarbij zou de EU net één procent te kort hebben om aan de 55%-doelstelling te geraken.&quot;Dit is heel goed nieuws voor het klimaat en onze economie, ook al is er nog werk aan de winkel&quot;, reageerde de Nederlandse Eurocommissaris voor Klimaat, Wopke Hoekstra. &quot;De emissies zijn sinds 1990 met 37 procent gedaald, terwijl de economie met bijna 70 procent is gegroeid. Dat bewijst dat klimaatactie en economische groei hand in hand kunnen gaan.&quot;Blik op vooruitDeze stand van zaken zal de basis vormen voor gesprekken met de lidstaten over de volgende stappen richting klimaatneutraliteit in 2050. “We zullen nauwer samenwerken met de lidstaten om resterende lacunes aan te pakken en aanvullende richtsnoeren uit te voeren,” klinkt het. Eerder liet de Commissie weten dat de CO2-uitstoot tegen 2040 met 90 procent moet dalen ten opzichte van 1990, om klimaatneutraliteit te halen tien jaar later. Maar dat plan werd nog niet officieel voorgesteld omdat sommige lidstaten de doelstelling als onhaalbaar beschouwen.De concurrentie met China, de douanedreigingen van de Amerikaanse president Donald Trump en de opkomst van extreemrechts in verschillende landen, zorgden ervoor dat nu een aantal wetten, zoals de wet tegen ontbossing, worden uitgesteld en dat de Commissie een reeks wetten zal herzien. Al belooft de EU om tegen de volgende klimaattop (COP30) in Brazilië een nieuw plan klaar te hebben.België nog geen planDrie landen, Estland, Polen en België, dienden nog geen energie-klimaatplan in. Vlaams minister van Klimaat Melissa Depraetere (Vooruit) liet midden mei nog weten tegen de zomer een energie-klimaatplan klaar te willen hebben nadat België de tweede deadline van 12 mei had gemist. Afgelopen november startte de Europese Commissie nog een inbreukprocedure tegen België. Omdat auto’s bij lagere snelheden doorgaans minder CO2, stikstof en fijnstof uitstoten, stelde minister Depraetere woensdag voor om de maximumsnelheid op snelwegen te verlagen naar 100 kilometer per uur.</content>
            
            <updated>2025-06-02T06:24:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriep: België verwerft opnieuw ziektevrije status]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriep-belgie-verwerft-opnieuw-ziektevrije-status" />
            <id>https://vilt.be/57441</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>België is officieel vrij van de vogelgriep. Dat meldt het Federaal Voedselagentschap (FAVV). De Wereldorganisatie voor Diergezondheid (WOAH) heeft de Belgische zelfverklaring van de ziektevrije status voor de besmettelijke dierziekte bij pluimvee goedgekeurd. Dit maakt het mogelijk dat handelsembargo’s door andere landen worden opgeheven en dat export van pluimvee en pluimveeproducten wordt hersteld. FAVV benadrukt dat waakzaamheid nog steeds aangewezen is en raadt aan om contact tussen eigen kippen en wilde vogels zo veel mogelijk te vermijden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="vogel" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e308848d-c2d4-4fda-8b35-0796f128d21a/full_width_kippen-ilvo-1024x559.jpg</image>
                                        <content>Vanaf donderdag geldt er geen afschermplicht meer voor vogels van Belgische pluimveehouders. De afschermplicht werd in november vorig jaar ingevoerd als preventieve maatregel tegen de opmars van het vogelgriepvirus in onze buurlanden. Dat betekende dat pluimveehouders hun dieren binnen moesten houden. Indien ze die toch buiten wilden laten rondlopen, moesten er netten over de ren gespannen worden om contact met wilde vogels onmogelijk te maken. De regels golden niet voor hobbyhouders die niet geregistreerd waren.Al sinds eind 2020 wordt Europa geconfronteerd met een golf van besmettingen met hoogpathogene aviaire influenzavirussen van het type H5. Vogelgriep heeft zowel de wilde vogelpopulaties als het pluimvee en de in gevangenschap levende vogels zwaar getroffen. Om de verspreiding van het virus in te dijken, werd in België vanaf 15 november 2021 een &quot;periode van verhoogd risico” afgekondigd. Deze periode van verhoogd risico is nog steeds van kracht en de geldende maatregelen werden meermaals aangepast in functie van de epidemiologische situatie.&amp;nbsp; Beperkt aantal uitbraken in BelgiëDankzij deze maatregelen bij pluimveebedrijven en in gevangenschap levende vogels, is het aantal uitbraken van vogelgriep in België de afgelopen jaren beperkt gebleven. In 2024 heeft er zich geen enkele uitbraak van vogelgriep voorgedaan in ons land, noch bij gedomesticeerde vogels, noch bij commerciële bedrijven. Dit jaar werden ‘slechts’ vijf uitbraken bij hobbyhouders en drie bij pluimveehouders bevestigd.Aangezien de laatste uitbraak bij pluimvee dateert van 6 maart 2025, kwam België in aanmerking om de ziektevrije status voor de virusziekte bij de WOAH terug te krijgen. Deze herwinning van onze ziektevrije status zal ons land in staat stellen om een groot aantal embargo’s op te heffen en onze export te hervatten.Oproep tot waakzaamheidHet virus is echter nog steeds aanwezig in wildevogelpopulaties in België. Ook in Europa blijft de ziekte nog steeds actief circuleren bij zowel wilde vogels, als bij vogels in gevangenschap. In onze buurlanden worden bijgevolg nog regelmatig gevallen van vogelgriep bevestigd.&amp;nbsp; De viruscirculatie bij wilde vogels verdwijnt tijdens de zomermaanden niet helemaal en besmettingen zijn dus nog steeds mogelijk Het risico blijft volgens FAVV reëel voor Belgische pluimveebedrijven en in gevangenschap levende vogels en het roept op tot waakzaamheid en om strikte bioveiligheidsmaatregelen te blijven toepassen. &quot;De viruscirculatie bij wilde vogels verdwijnt tijdens de zomermaanden niet helemaal en besmettingen zijn dus nog steeds mogelijk. Het FAVV raadt daarom nog steeds aan om uit voorzorg de kippenren af te schermen met netten en zo het contact met wilde vogels te vermijden&quot;, zegt woordvoerder Hélène Bonte. Federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) doet dezelfde oproep: &quot;We pleiten ervoor om de bioveiligheidsmaatregelen strikt te blijven opvolgen. Het virus circuleert immers nog steeds.&quot;</content>
            
            <updated>2025-05-28T18:57:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ongezien stuwenproject doet landbouwers droogte en regen trotseren in Sint-Gillis-Waas]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ongezien-stuwenproject-doet-landbouwers-droogte-en-regen-trotseren-in-sint-gillis-waas" />
            <id>https://vilt.be/57442</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In de grachten van de Oost-Vlaamse gemeente Sint-Gillis-Waas zijn in totaal 53 stuwen geplaatst. Ze moeten helpen om landbouwgronden vochtiger te houden en het risico op overstromingen te verminderen. Zo kunnen de boeren dus het vochtgehalte van hun bodems onder controle houden en de omliggende woongebieden beschermen tegen wateroverlast. Zeventien landbouwers nemen deel aan het project.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/16e8023e-cf0d-4caa-beac-ae6dab46ad73/full_width_stuwenproject.jpg</image>
                                        <content>Het belang van een goede waterhuishouding is de afgelopen weken nog maar eens duidelijk geworden. Een zachte regen viel over de velden van fruitteler Joris Tack bij het plaatsen van de eerste schotstuw binnen het project, maar op een modderige bodem na, was er amper water te bespeuren in de gracht naast zijn domein. De velden van Tack, aan de Klokputweg in Sint-Gillis-Waas, zijn hellend. Dat maakt deze gronden droogtegevoelig, want het water stroomt bij regenval snel weg. Dankzij de stuwen wordt het water beter gecapteerd en kan de bodem meer vocht opnemen. Goed voor de grondwaterstand, goed voor de fruitbomen en goed voor de gewassen.(Lees verder onder de video) Acht dagen extra margeUit een project met twee stuwen in Meerdonk bleek bijvoorbeeld dat dankzij de waterkeringen de droogtestressdrempel voor maïs pas acht dagen later werd bereikt. &quot;Dat betekent dat het gewas daar acht dagen langer kon groeien dan mocht er geen stuw gestaan hebben&quot;, aldus Boerenbond. Daardoor moeten landbouwers ook minder snel water elders gaan oppompen.Boerennatuur Vlaanderen, onderzoekscentrum Viaverda en de gemeente Sint-Gillis-Waas financieren de plaatsing van 53 stuwen bij 17 boeren. Een project waar heel de gemeente baat bij heeft, en niet enkel de boeren. Want naast waterbehoud bij droogte, kunnen ze ook helpen om bij hevige neerslag de doorstroom van het regenwater te controleren. Daardoor verkleint de kans op overstromingen stroomafwaarts, in dit geval voornamelijk in de Pompstraat in Sint-Gillis-Waas.&quot;Door land- en tuinbouwers te betrekken en te ondersteunen creëren we draagvlak en komen we tot haalbare en effectieve oplossingen waardoor de natuur- en milieudoelstellingen hand in hand kunnen gaan met een economische landbouwbedrijfsvoering&quot;, stelt Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens. Landbouwers plukken de vruchtenFruitteler Joris Tack heeft niet lang getwijfeld om in te gaan op het projectvoorstel van Boerennatuur. “Waterbehoud wordt de dag van vandaag steeds belangrijker”, zegt hij. “Er zijn meer uitersten in het weer. Het ene moment is het te droog, het andere moment te vochtig. Nu is de beek droog, maar vorig jaar liep ze bijna over. Dankzij de stuwen kunnen we daarop inspelen.”Momenteel gebruikt Tack een systeem van druppelirrigatie om zijn bomen door de droge periodes te loodsen. “Ik heb al veel moeten irrigeren, maar zeker nu wordt vocht belangrijk, tijdens de junirui. Dat is de periode waarin het zeer belangrijk is dat de perenbomen voldoende vocht hebben. De junirui viel dit jaar al half mei, dus eigenlijk had het al twee weken geleden mogen beginnen regenen. Extra water is zeer welkom nu.” Uniek ontwerpDe stuwen zijn geplaatst door lokale aannemer WB Projects, met zaakvoerder Wim Buytaert die de schotstuwen binnen het project ontworpen heeft. “Mijn ouders zijn landbouwers en kennen de droogteproblemen”, zegt Buytaert. “We zochten een oplossing door het gebruik van stuwen. Een gangbare methode zijn de buisstuwen, maar deze kunnen verstopt geraken door bladeren en takken. Op sommige locaties is dat een probleem.”Buytaert ontwierp dus een alternatief: de schotstuw. Dit systeem heeft een opening in het midden, waar de boer schotjes in kan schuiven om het waterpeil te controleren. De stuw is gemaakt uit roestvrij staal, de schotjes bestaan uit kunststof en rubber om het water gedeeltelijk of volledig af te dichten. “De helft van de stuwen werken dus met zulk een regelbaar systeem”, zegt Buytaert.Landbouwer houdt de hand op de kraanDe plaatsing gebeurde in opdracht van Boerennatuur, Viaverda en de gemeente Sint-Gillis-Waas, maar de stuwen zullen beheerd worden door de landbouwers. In normale omstandigheden is er dus geen hogere instantie die de boeren opdraagt wanneer de stuwen open of dicht te zetten. “De landbouwer beslist, eventueel in overleg met de buren”, zegt Anne Waverijn van Viaverda. “Alleen als er bijvoorbeeld veel neerslag valt, code oranje, kan er een collectief advies volgen om de stuwen op te leggen. Maar zoiets komt niet veel voor.”De initiatiefnemers van het project verwachten dus wel een goede wil tot samenwerken van de betrokken landbouwers. “Als de ene een lager liggend perceel heeft dan de ander, of een teelt die gevoeliger is dan vocht, dan moeten die buren natuurlijk goede afspraken maken”, zegt Waverijn. Bron van burenruzies?De vraag rijst of deze stuwen niet verantwoordelijk zullen worden voor een hele reeks burenruzies in Sint-Gillis-Waas. Een logische bezorgdheid, zegt Maarten Raman van Boerennatuur, al is ze in vele gevallen onterecht. &quot;We horen af en toe dat er mensen kritisch kijken naar dit systeem. Zeker in het begin, bij het maken van de afspraken: wanneer houden we het water bij, en wanneer laten we het wegvloeien? In praktijk stellen we vast dat de watervraag van een gebied vaak heel gelijkaardig is. De waterbehoefte van maïs en gras bijvoorbeeld, is quasi identiek. Wanneer kan er wel een conflict ontstaan? Als je enerzijds maïs hebt, en anderzijds bijvoorbeeld een boomkwekerij. Deze hebben op een heel ander manier water nodig. In zulke omstandigheden is er nood aan goede afspraken, en dat zullen wij vanuit Boerennatuur Vlaanderen ondersteunen. Al zijn we er ook van overtuigd dat de landbouwers zelf heel goed de waternood van hun percelen kunnen inschatten.&quot;Voor wateroverlast hoeft men alvast niet te vrezen, want er is steeds een noodoverloop op de stuw die ervoor zorgt dat het water minstens 10 tot 15 centimeter onder het maaiveld blijft. Beloftevolle metingenEerder onderzoek van Viaverda wijst uit dat de stuwen beloftevolle resultaten kunnen geven. Wim Buytaert uit Meerdonk pionierde enkele jaren geleden zelf met het plaatsen van twee stuwen. Aan die stuwen werden door het onderzoekscentrum Viaverda verschillende hydrologische metingen uitgevoerd het groeiseizoen van 2023 en 2024.Uit de metingen met de bodemvochtsensoren bleek dat een stuw een wezenlijk effect heeft op het bijhouden van water. Een stuw hield op die plaats zoveel water tegen dat de droogtestressdrempel voor maïs pas acht dagen later werd bereikt. Dat betekent dat het gewas daar acht dagen langer kon groeien dan mocht er geen stuw gestaan hebben. Ook bij veel andere regenbuien zien we dat de stuw het water kan tegenhouden.Ook de waterkolom is via de peilbuizen gemeten. De stuw hield 43 centimeter water op in de gracht, wat resulteerde in een stijging van het grondwater met 26 centimeter tot op 10 meter van de stuw. Net geen 178.000 euroBurgemeester van Sint-Gillis-Waas Koen Daniëls (N-VA) zegt dat de term ‘stuwtjesproject’ in feite deze onderneming oneer aandoet. “Het zijn stuwtjes, knijpleidingen en andere fantastische constructies die gebouwd zijn en ook onderhoud vragen. We zullen dus met de gemeente moeten zorgen voor het onderhoud zodat het systeem goed blijft werken.”De landbouwers verenigen zich in groep en hebben samen met Boerennatuur de aanvraag ingediend bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) voor een tegemoetkoming voor niet-productieve investeringen. Voor baangrachten en landbouwers die geen aanspraak konden maken op deze Vlaamse steun betaalt de gemeente Sint-Gillis-Waas de kost voor de plaatsing van de stuwen. De totale projectkost komt neer op 177.736,90 euro. Boeren bekritiseren of meedenken aan de oplossingCeyssens haalde ook even de mediaberichtgeving aan rond de vraag van Boerenbond om boeren te allen tijde toegang te geven tot water. “We hebben daar twee soorten reacties op gehad”, zegt hij. “In heel grote meerderheid waren er reacties van mensen die met ons mee begonnen te denken. Denk aan het hergebruik van bedrijfswater uit de voedingsindustrie. Of zelfs recuperatie via een bedrijf dat met mobiele zwembaden zwemles geeft aan scholen.”“Maar anderzijds hebben we stemmen gehoord die stelden dat de landbouw de schuldige is dat Vlaanderen in sneltempo verdroogt. Daar wil ik het volgende op zeggen: het is nu eenmaal zo dat wanneer er gezaaid moet worden en het land bewerkt moet worden, boeren op het veld moeten kunnen geraken. En het is nu eenmaal zo dat onze planten water nodig hebben. Boeren kunnen hun productieproces niet zomaar stilleggen. Het is heel gemakkelijk om daarover te oordelen, maar het is veel moeilijker om na te denken over oplossingen. En laat dat net het krachtige zijn aan dit project, dat verschillende partners samen naar een oplossing hebben gezocht. Een oplossing die vroeger al gebeurde op bedrijfsniveau, en nu op grote schaal. Als de Blue Deal er komt, denk ik dat middelen voor projecten als dit heel nuttig zullen zijn.”In een zijsprong in zijn betoog voor goede waterhuishouding, benadrukte boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens ook nog eens het belang van gewasbeschermingsmiddelen, en de aanleg van vul- en spoelplaatsen om afspoeling naar de waterlopen te voorkomen.Vergunningsperikelen Dat wij vandaag 392 documenten hebben moeten opladen om dit project in orde te krijgen, wel, dat zou eigenlijk ook gemakkelijker en eenvoudiger moeten kunnen Boerennatuur heeft de vergunning voor de stuwen opgesteld en ingediend. Die administratieve drempel is vaak te groot voor landbouwers om het zelf te doen. Ook ziet Boerennatuur dat het moeilijk is geworden om stuwvergunningen binnen te halen. Dat vindt men vreemd, aangezien een stuw naar waterconservering een eerste broodnodige stap is om te nemen. “Dat wij vandaag 392 documenten hebben moeten opladen om dit project in orde te krijgen, wel, dat zou eigenlijk ook gemakkelijker en eenvoudiger moeten kunnen”, aldus Ceyssens.</content>
            
            <updated>2025-05-30T10:26:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Clarebout Potatoes dicht bij miljardenovername door Amerikaanse Simplot]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/clarebout-potatoes-dicht-bij-miljardenovername-door-amerikaanse-simplot" />
            <id>https://vilt.be/57443</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er circuleerden al langer geruchten over een mogelijke overname van het Belgisch aardappelverwerkend bedrijf Clarebout Potatoes en nu weet De Standaard ook meer: Clarebout Potatoes zou in vergevorderde gesprekken zitten met de Amerikaanse groep J.R. Simplot. Of het om een overname of een alliantie gaat, is niet duidelijk. In een mail naar het personeel spreekt Clarebout zelf van "een samenwerking met een externe partner om ook op de Amerikaanse markt actief te zijn". Volgens kenners zou om een miljardendeal gaan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/21d7b4cd-7ce0-4ac7-97c2-2c75b8723681/full_width_aardappel-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Op één generatie naar omzet van meer dan 1 miljardClarebout Potatoes werd in 1988 opgericht door Jan Clarebout in het West-Vlaamse Heuvelland. Het bedrijf telt intussen twee productievestigingen, in Nieuwkerke en Waasten en in het Franse Duinkerke wordt volop gebouwd aan een nieuwe productie-eenheid. In 2023 werd ook al concurrent Mydibel overgenomen en het bedrijf nam ook een de helft van de aandelen van aardappelverwerkend bedrijf Pomuni uit Ranst over. Clarebout Potatoes produceert vooral aardappelproducten onder private label en verkoopt zijn producten in supermarkten, catering, fastfoodrestaurants en de voedingsindustrie in maar liefst 120 landen in de wereld. Het bedrijf stelt zo’n 1.600 mensen tewerk. Op één generatie tijd groeide Clarebout Potatoes uit tot een bedrijf met een omzet van meer dan één miljard. Hoeveel meer is op dit moment niet duidelijk. De laatste jaarcijfers die Clarebout publiceerde, dateren van 2022 en dat was voor de overname van Mydibel en de participatie in Pomuni. Bovendien kende de aardappelverwerkende industrie zeer succesvolle jaren in 2023 en 2024. In sommige media is er sprake van dat de omzet van het bedrijf stilaan de twee miljard zou benaderen. Topman Jan Clarebout is bovendien bijzonder discreet en schuwt de media waardoor er weinig informatie uit eerste hand beschikbaar is over Clarebout Potatoes. Wat wel zeker is, is dat het West-Vlaamse bedrijf in alle stilte uitgroeide tot nummer één in België en zelfs tot nummer drie in de wereld. Enkel McCain uit Canada en Lamb Weston uit de VS zouden groter zijn dan Clarebout Potatoes. Keerpunt in de aardappelmarktNet als andere aardappelverwerkende bedrijven was Clarebout de jongste jaren aan een forse uitbreiding bezig, onder meer met de overname van Mydibel maar ook met de bouw van een nieuwe fabriek in Noord-Frankrijk. De afgelopen jaren waren immers goede jaren voor de aardappeltelers en -verwerkers in België. Ook eind vorig jaar heerste er nog bijna een euforiestemming, maar in februari van dit jaar keerde plots het tij. Verschillende afnemers zouden afgesloten contracten met telers eenzijdig hebben teruggeschroefd.Ook Clarebout Potatoes verlaagde zijn contractvoorstellen met tien procent. Er waren geruchten dat het bedrijf een belangrijke klant in de VS was verloren door kwaliteitsproblemen bij de verwerkte aardappelproducten die het jaar voordien werden geleverd. Of die moeilijkheden aan de basis liggen van een mogelijke overname of alliantie is niet duidelijk, wel is het zo dat Jan Clarebout de pensioenleeftijd nadert en er volgens verschillende media niet meteen een opvolger klaar staat.  Gesprekken op twee sporenVolgens De Standaard was Clarebout de voorbije zes maanden in gesprek met de financiële investeringsfondsen CVC Capital en Advent over de verkoop&amp;nbsp;van een participatie in de groep. De waardering van het bedrijf die op tafel lag, ging over verschillende miljarden. Maar parallel aan die gesprekken stond Clarebout ook in contact met het Amerikaanse familiebedrijf Simplot Foods. Het bedrijf uit dé Amerikaanse aardappelstaat Idaho is een gigant in de voedingssector met wereldwijd 15.000 medewerkers aan boord en een omzet van meer dan 11 miljard dollar.De Amerikaanse multinational, nog steeds in handen van familie van oprichter J.R. Simplot, is niet alleen actief in diepvriesfrieten, maar ook met de verdeling van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en zaden. Daarnaast baat het ook boerderijen en vleesbedrijven uit. Op vlak van aardappelverwerking is het de Amerikaanse nummer drie. Het heeft productievestigingen in Noord-Amerika, Mexico, Australië, Argentinië en China.Fabrieken in Europa heeft de multinational nog niet en vandaar dat Clarebout in het vizier komt, dat net in Europa bijzonder sterk staat. Ook Clarebout is niet actief in de Verenigde Staten en met de recente dreigingen van de Amerikaanse president Trump over importheffingen zou dat mogelijk voor grote problemen kunnen zorgen aangezien de VS een belangrijke afzetmarkt is voor Belgische diepgevroren aardappelproducten.Mail naar het personeelZoals we van Clarebout gewoon zijn, hult het bedrijf zich ook vandaag in stilzwijgen over een mogelijke overname bij vragen van de pers. In een mail naar het personeel heeft het bedrijf intussen wel laten weten dat het overweegt om een partner in de arm te nemen om door te breken in Amerika. &quot;De groep Clarebout heeft de ambitie om ook op de Amerikaanse markt actief te zien. We onderzoeken verschillende opportuniteiten, waaronder een samenwerking met lokale partners&quot;, aldus de mail.Waar insiders beweren dat de deal voor 95 procent rond zou zijn, stelt Clarebout Potatoes dat het gerucht dat het bedrijf een alliantie zou aangaan met zijn Amerikaanse sectorgenoot J.R. Simplot en dat het de Amerikanen op zijn minst een deel van zijn aandelen zou verkopen, &quot;voorbarig&quot; is. Nog volgens de mail naar het personeel: &quot;Mocht een samenwerking concreet worden, dan zullen we in de nodige communicatie voorzien.&quot;</content>
            
            <updated>2025-06-01T21:16:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Verpakkingsfabrikanten buigen zich over duurzaamheidsvraagstuk: “Meer voedselverspilling zonder plastic”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/verpakkingsfabrikanten-buigen-zich-over-duurzaamheidsvraagstuk-meer-voedselverspilling-zonder-plastic" />
            <id>https://vilt.be/57444</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belg wil meer duurzame verpakkingen in de winkel. Dat blijkt uit een bevraging in opdracht van papier.be en haar Europese tegenhanger Two Sides. Vier op de tien Belgen zien papier en karton als beste keuze voor het milieu. De vraag naar duurzaamheid wordt ook gehoord door de producenten van verpakkingen, al leidt dat vaak tot een moeilijk vraagstuk. “Een aubergine met plastic verpakking, blijft twee tot drie keer langer houdbaar dan wanneer ze los in de winkel ligt”, zegt voorzitter Sven De Vis van sectorfederatie Fedpack.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="duurzaam" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="supermarkt" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e36a7ece-5c27-4f1e-87e9-ea233be219af/full_width_verpakking-plastic-groente-1250.jpg</image>
                                        <content>Hoewel plastic al vele decennia de norm is voor verpakkingen, werkt de sector volop aan een omschakeling. “Als je alleen nog inzet op klassieke verpakkingen zonder na te denken over duurzaamheid, hou je het niet lang vol in deze sector”, zegt Sven De Vis. Hij is voorzitter van Fedpack, de beroepsvereniging voor fabrikanten, invoerders en distributeurs van serviceverpakkingen.Dat duurzaamheid zo hoog op de agenda staat, is volgens De Vis te danken aan de consument. “Door hun bewustwording, leeft het besef rond duurzaamheid nu ook hogerop in de keten”, zegt De Vis. “Dat is internationaal zo. Wanneer ik tien jaar geleden op bezoek ging bij fabrikanten in Azië, werd ik vreemd bekeken wanneer ik over recycleren begon. Maar op slechts enkele jaren tijd is er een gigantische omslag gebeurd, ten goede, in heel die industriële sector.”Sneller bederfMaar volgens De Vis is de omslag naar duurzaamheid niet voor alle producten even gemakkelijk. “Zeker bij voeding is het niet eenvoudig. Europa wil met de PPWR-wetgeving komaf maken met de plasticverpakking voor alle groenten en fruit die in kleine hoeveelheden, per stuk of onder een bepaald gewicht verkocht worden. Dat is een perfect legitieme keuze, maar het heeft wel de repercussie van meer voedselverspilling. Groenten en fruit die los in de rekken liggen, en zo aangeraakt en gemanipuleerd worden door verschillende klanten, zullen sneller bederven.” Recyclaat gebruiken om voedsel te verpakken ligt erg moeilijk, omdat het uitsorteren van voedingsgeschikt recyclaat te arbeidsintensief en te duur is Hoewel er manieren bestaan om plastic te hergebruiken, is dit vaak ook een moeilijker gegeven binnen de voeding. “Verpakking die in contact komt met voeding, mag niet zomaar recyclaat bevatten”, zegt De Vis. “Vanwege de voedselveiligheid. Recyclaat gebruiken om voedsel te verpakken ligt erg moeilijk, omdat het uitsorteren van voedingsgeschikt recyclaat te arbeidsintensief en te duur is. Die prijs wordt doorgerekend aan de consument, en dat wil men niet zomaar betalen.”“In een bevraging zullen mensen misschien wel zeggen volop te kiezen voor duurzaamheid, maar dat komt niet altijd overeen met de aankoopkeuzes die men maakt in de winkel”, zegt De Vis nog. “Maar dat is heel menselijk, natuurlijk.” Recycleerbaar plasticDe normen voor recyclaat bij non-food zijn dan weer minder strikt. &quot;In heel veel sectoren werkt men intussen met wikkelfolies die dertig tot zelfs honderd procent recyclaat bevatten. Waar vroeger alle plastic folies gemaakt werden uit virgin of nieuw materiaal, is dat nu dus helemaal anders.”Waar mogelijk wordt er ook met glas of karton gewerkt, maar dat is niet voor alle producten mogelijk. “Sommige zaken kan je niet op deze manier inpakken”, zegt De Vis. “Plastic blijft dus in vele gevallen onmisbaar. Al zijn er intussen ook ontwikkelingen waarbij men plastics ontwikkeld uit biologisch materiaal, zoals aardappelzetmeel. Er bestaan inmiddels biologische plastics die chemisch niet onderscheidbaar zijn van plastic gemaakt uit olie.”Ook in de voedingssector is glas of karton een duurzaam, maar niet altijd praktisch alternatief. “Glas is voedselveilig, maar ik veronderstel dat het gewicht sommige fabrikanten zal weerhouden. Ook voor de consument is gewicht en het praktisch gebruik een factor. Daarom wordt veel drank in kunststofflessen verkocht. Een belangrijke kanttekening hier is wel dat deze flessen gemaakt zijn uit PET, wat in tegenstellingen tot andere types plastic 100 procent recycleerbaar is. Zonder te willen vervallen in technische details: niet alle types plastic zijn gelijk.&quot; Perceptie van duurzaamheidLos van de productverpakkingen zelf, zijn er ook nog de winkeltassen waarin de aankopen worden verzameld. Ook hier leeft de duurzaamheidsdiscussie volop. “Om het cru te zeggen: duurzaamheid draait heel erg rond de perceptie van de consument. Neem nu bijvoorbeeld de plastic, woven herbruikbare zakken in bijvoorbeeld de Delhaize, tegenover de kartonnen en houten verpakkingen in A.S. Adventure. Beide principes hebben hun waarde, maar toch tonen bepaalde merken en winkelketens een uitgesproken voorkeur. A.S. Adventure richt zich op de outdoor sporter die ook waarde hecht aan natuurlijke producten zoals kartonnen kaartjes of cadeaubonnen die in houten mapjes worden gestoken. Een consument in een hippe modewinkel zal dan weer liever een herbruikbare, kunststoffen zak hebben met een mooi logo. Het is dus vooral wat de consument als ecologisch percipieert, dat naar voor wordt geschoven.” BevragingVolgens de studie van Papier.be, de sectorfederatie voor verschillende actoren uit de papierketen, is een duurzame verpakking voor steeds meer consumenten een belangrijke factor in hun aankoopbeslissingen. Zo zegt 35 procent winkels te vermijden die veel niet-duurzame verpakkingen gebruiken. 34 procent zegt al van merk te zijn veranderd puur omwille van minder duurzame verpakkingen. Evenveel consumenten zijn bereid extra te betalen voor producten die duurzaam verpakt zijn. Ruim de helft van de Belgen (59%) zegt dat de duurzaamheid van verpakkingen nu meer invloed heeft op hun aankoopkeuze dan vijf jaar geleden.De bevraagden kiezen ook voor papier en karton voor de recycleerbaarheid, het lichte gewicht en de composteerbaarheid. Ook glas wordt gewaardeerd om zijn milieuvriendelijke eigenschappen.“Consumenten zijn bereid inspanningen te doen om meer duurzame verpakkingen te kiezen, maar ze verwachten ook meer actie van merken en retailers. Een meerderheid vindt dat bedrijven nog te weinig doen om duurzame verpakkingen te promoten. Vooral jongeren tussen 18 en 24 jaar zijn kritisch: 65 procent van hen wil meer actie. 70 procent van de Belgen vindt ook dat instructies voor recyclage prominenter zichtbaar moeten zijn op verpakkingen. Hierbij valt het op dat de consument erg kritisch staat tegenover de duurzaamheidsclaims die verpakkingen maken. Slechts 28 procent vertrouwt deze claims, 42 procent vertrouwt ze soms, 30 procent zelden of nooit”, zegt Firmin François, voorzitter van papier.be.</content>
            
            <updated>2025-06-04T14:11:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Verbod op doden eendagshaantjes zonder realistische alternatieven ondermijnt Vlaamse pluimveehouderij”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/verbod-op-euthanaseren-eendagshaantjes-hypocriet-en-funest-voor-vlaamse-pluimveehouderij" />
            <id>https://vilt.be/57445</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Verbond van Belgische Broeierijen trekt binnenkort naar het kabinet van de Vlaamse minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) om de bezorgdheden uit de sector te bespreken over het nakende verbod op het doden van eendagshaantjes. Volgens Weyts moet euthanasie van deze kuikens verboden worden zodra technieken voor geslachtsbepaling in het ei economisch haalbaar zijn. Maar volgens de sector zijn die technieken vandaag nog onvoldoende betrouwbaar én onbetaalbaar zonder compensatie, wat de internationale concurrentiepositie van de Vlaamse leghennenhouderij in gevaar brengt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/249c7fef-9005-49ab-ac61-8aa691850886/full_width_s-dsc04238.jpg</image>
                                        <content>“Het doden van ééndagshaantjes wordt verboden op een door de Vlaamse regering te bepalen datum. Die datum wordt bepaald van zodra de geslachtsbepaling van kuikens in het ei economisch haalbaar is voor dag 12 na incubatie. De Vlaamse Regering kan uitzonderingen op het verbod voorzien.” Zo klinkt de ambitie van minister Ben Weyts in het Vlaams regeerakkoord.Deze maatregel heeft grote implicaties, in het bijzonder voor broeierijen die leghennen uitbroeden. Omdat enkel vrouwelijke kuikens bruikbaar zijn voor eierproductie, worden de mannelijke eendagskuikens doorgaans geëuthanaseerd. Ze kunnen niet worden ingezet voor vleesproductie vanwege hun genetische profiel: ze groeien te traag en verbruiken te veel voer. Momenteel worden de haantjes ingevroren en gevaloriseerd als voeder voor dieren in dierentuinen of voor reptielen. Economische druk op broeierijenVepymo uit Ravels is één van de grote broeierijen in België en broedt jaarlijks zo’n 12 miljoen hennetjes uit. Het bedrijf stelt 45 mensen te werk in Ravels en heeft ook vestigingen in Nederland en Duitsland. Het grootste deel van de ééndagskuikens gaat naar leghennenbedrijven in België en Nederland, het andere deel is voor de export binnen Europa en zelfs tot in landen als Ghana. “Een broeierij vergt een grote investering en in sommige landen is het te duur en het klimaat niet ideaal om moederdieren op te zetten”, klinkt het tijdens een rondleiding.De rondleiding kadert in de tweejaarlijkse “Pluimveetour” van de Landsbond Pluimvee, waar ook beleidsmakers op uitgenodigd worden. Tijdens deze editie waren diverse leden van de parlementaire commissies Dierenwelzijn en Landbouw aanwezig, waaronder Bart Dochy, Stijn De Roo (beiden cd&amp;amp;v), Stefaan Sintobin en Leo Pieters (beiden Vlaams Belang) om de uitdadingen en ontwikkelingen in de sector met eigen ogen te aanschouwen.Bij Vepymo, het eerste gastbedrijf van de tour, werd onder meer het systeem van “in ovo sexen” toegelicht, een techniek waarbij via PCR het geslacht van het kuiken op dag 12 wordt bepaald door een kleine hoeveelheid vocht uit het ei te halen.Hoewel deze techniek inspeelt op maatschappelijke bezorgdheden, is Vepymo niet overtuigd van de effectiviteit. “De foutenmarge is te hoog, de kostprijs immens. In juli stoppen we ermee”, zegt commercieel adviseur Christophe Decroos. Jaarlijks vertrekken er zo’n miljoen van deze ‘in ovo’-kuikens naar Nederlandse bedrijven, voornamelijk voor de Duitse markt, waar de retail de meerkost compenseert. Ongelijk speelveld in EuropaSinds 2022 is het doden van eendagskuikens verboden in Duitsland. Frankrijk verplicht geslachtsbepaling voor bruine rassen, mét retailcompensatie. Nederland heeft een sectorakkoord waarbij de techniek wordt gefaciliteerd op voorwaarde dat de meerkosten gedragen worden door de afnemers. In Vlaanderen blijft dat grotendeels uit. Enkel Colruyt – via Bio-Planet – betaalt momenteel een meerprijs voor kuikens met geslachtsbepaling, een uitzondering binnen de sector.Volgens Decroos is dat problematisch: “Zonder compensatie vanuit de retail is het systeem niet houdbaar. Vooral buiten het hoogseizoen (in de zomermaanden ligt de verkoop van tafeleieren op 30% van de periode oktober tot Pasen, red.), zijn pluimveehouders aangewezen op de industrie, die niet bereid is om extra te betalen.” Techniek nog niet op puntVolgens de sector is de geslachtsbepalingstechnologie nog onvoldoende ontwikkeld en niet conform de voorwaarden van het Vlaamse regeerakkoord. Decroos benadrukt ook de wetenschappelijke discussie over het pijngevoel van embryo’s vóór dag 12. “Producenten van deze technologie spelen in op het publieke sentiment en zetten politici onder druk met zogezegde oplossingen die nog niet voldoende onderbouwd zijn.” Broeierijen betalen momenteel een vergoeding per broedei aan deze technologiebedrijven, zonder garantie op betrouwbaarheid.De Landsbond Pluimvee verzet zich dan ook tegen een verplichte invoering van vroegtijdige geslachtsbepaling zolang er geen Europees gelijk speelveld bestaat. “Als Vlaanderen eenzijdig strengere regels invoert, maar tegelijk eieren uit landen met minder strenge normen blijft invoeren, verhoog je alleen de kost voor je eigen producenten zonder werkelijk iets te verbeteren aan dierenwelzijn.” Eendagskuikens belanden op het dierentuinmenuToch ziet Decroos mogelijkheden op langere termijn, bijvoorbeeld via genetische technieken zoals CRISPR-Cas, momenteel in ontwikkeling in Australië. De genen van de moederkip worden aangepast met het zogenaamde &#039;yellow fish gen&#039;. Daarbij zouden bevruchte eieren met mannelijke embryo’s fluoresceren en onmiddellijk kunnen worden uitgesorteerd. “Maar het is nog maar de vraag of zulke genetische technieken ooit aanvaard worden in Europa”, merkt hij op.Tot die tijd pleiten de broeierijen voor behoud van het huidige systeem, dat ze als circulair bestempelen: haantjes worden meteen na euthanasie ingevroren en verkocht aan Europese dierentuinen. “Als deze reststroom verdwijnt, moeten dierentuinen muizen gaan kweken om aan voedsel te komen”, aldus Decroos. Oproep aan de politiekTijdens de Pluimveetour kreeg Decroos bijval van meerdere politici. “We leven in één Europa, maar elke lidstaat legt eigen regels op, dat is gewoonweg oneerlijk”, stelde Stefaan Sintobin. Bart Dochy bedankte de sector voor de transparantie. “Het siert jullie dat we mee konden kijken achter de schermen. Deze inzichten zijn essentieel voor ons beleid.”</content>
            
            <updated>2025-06-04T08:38:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mondelez sleept ALDI voor rechter wegens plagiaat koekjesverpakkingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mondelez-sleept-aldi-voor-rechter-wegens-plagiaat-koekjesverpakkingen" />
            <id>https://vilt.be/57446</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Mondelez, bekend van merken als Milka, Oreo, Côte d'Or en Tuc, daagt supermarktketen ALDI in de Verenigde Staten voor de rechtbank wegens het kopiëren van koekjesverpakking. Volgens de voedingsgigant lijken de koekjesverpakkingen van ALDI zo sterk op die van Mondelez dat consumenten mogelijk misleid worden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="supermarkt" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ed0cdbb5-4274-4abc-9490-9a895733c6dc/full_width_aldi.jpg</image>
                                        <content>ALDI biedt al langer producten aan die sterk lijken op die van populaire merken. Bij ons is vooral het voorbeeld van Olé bekend, een variant op de Leo-wafeltjes van Milka.&amp;nbsp;Het is niet de eerste keer dat ALDI voor de rechter moet verschijnen wegens het vermeend kopiëren van verpakkingen. Enkele jaren geleden belandde de supermarktketen al in een rechtszaak met AB InBev. De Belgische bierbrouwer vond dat de blikken ALDI-pils (Buval) te sterk leken op die van zijn merk Jupiler. Hoewel AB InBev aanvankelijk gelijk kreeg, trok ALDI in beroep uiteindelijk aan het langste eind.Nu volgt een nieuwe juridische strijd, dit keer in de Verenigde Staten. Voedingsconcern Mondelez klaagt ALDI daar aan voor het nabootsen van verpakkingen van diverse koekjesproducten. Volgens Mondelez lijken de verpakkingen zó sterk op het origineel dat consumenten in verwarring kunnen raken.De klacht richt zich onder meer op imitatieverpakkingen van Oreo-koekjes. ALDI zou niet alleen de typische kleur hebben overgenomen, maar ook een afbeelding gebruiken die sterk lijkt op die van het originele product. Mondelez eist een schadevergoeding én een onmiddellijk verkoopverbod voor de betrokken producten. &quot;Gelijkenissen geen toeval&quot;Volgens verpakkingsspecialist Paulien Olislaegers, die werkt voor zowel de Vlaamse als Nederlandse voedingsindustrie, zijn de gelijkenissen moeilijk toe te schrijven aan toeval. “Zeker wat betreft de Oreokoekjes zijn de overeenkomsten met de ALDI-variant wel heel groot”, stelt ze. Ze wijst erop dat producenten van minder bekende merken er vaak bewust voor kiezen om hun verpakking te laten aansluiten bij die van A-merken, in de hoop mee te liften op hun succes.Hoewel veel productcategorieën vaste kleurcodes hanteren – blauw voor melk of melkchocolade, rood voor pure chocolade – benadrukt Olislaegers dat er hierbinnen nog voldoende ruimte is om een eigen visuele identiteit te creëren. Ook het gebruik van specifieke lettertypes speelt daarbij een rol. “Ambachtelijk gemaakte producten werken vaak met traditionele lettertypes”, legt ze uit.Zelf voert Olislaegers voorafgaand aan verpakkingsontwikkeling altijd een marktanalyse uit om onbedoelde gelijkenissen te vermijden. “Dat is essentieel om plagiaat te voorkomen. Zeker bij streekproducten is de eigenheid van de verpakking uiteindelijk het sterkste verkoopargument.”Mondelez is eigenaar van bekende merken zoals Milka, Oreo, Côte d&#039;Or, LU, TUC, Philadelphia en LiGA, en stelt in de Benelux zo’n 2.000 mensen tewerk. Het bedrijf heeft productievestigingen in Namen en Herentals. De LU-koekjesfabriek in Herentals geldt als een van de grootste van Europa, met een jaarlijkse productie van zo’n 85.000 ton.</content>
            
            <updated>2025-06-02T17:11:04+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Berenvlees binnenkort in Slovaakse supermarkten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/berenvlees-binnenkort-in-slovaakse-supermarkten" />
            <id>https://vilt.be/57447</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Slovaakse overheid heeft groen licht gegeven voor de consumptie en verkoop van berenvlees. Milieuorganisaties reageren furieus. Het voormalige Oostblokland kampt met een steeds grotere populatie bruine beren die zo'n tien keer per jaar een mens aanvallen, soms met dodelijke afloop.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0eb1ed34-d195-4449-8a09-a61f1716b07b/full_width_bruinebeer.jpg</image>
                                        <content>De bruine beer is een beschermde diersoort in de Europese Unie, toch kunnen Slovaken het vlees binnenkort legaal kopen. Vorige maand nog heeft de Slovaakse regering een plan goedgekeurd om zo&#039;n 350 van de 1.300 bruine beren die het land rijk is af te schieten. En zo, stelt de populistische staatssecretaris voor Leefmilieu Filip Kuffa, dan zou het zonde zijn het vlees niet op te eten. &quot;Berenvlees is namelijk eetbaar&quot;, zo schreef hij op Facebook.54 aanvallen op 20 jaarHet &#039;berenprobleem&#039; zorgt voor politieke hoogspanning in Slovakije. In april werd in grote delen van het land de noodtoestand uitgeroepen vanwege het groeiende aantal beren, het zijn er nu zo&#039;n 1.300. En steeds vaker komt het tot dodelijke confrontaties. Zo werd in april nog een man verscheurd door een beer toen hij een wandeling maakte in een bos in Centraal-Slovakije. Tussen 2000 en 2020 staat de teller op 54 aanvallen, maar recent neemt dat toe. Jaarlijks zouden er nu zo&#039;n tien confrontaties zijn.Milieuorganisaties zijn echter niet te spreken over het nieuwe berenbeleid. Stropers zouden zich er net door gesterkt voelen, zegt lokale organisatie We are Forest. Tot nu toe werden in 2024 al 92 beren gedood, meldt We are Forest. Nog eens 52 beren kwamen om door verkeersongelukken of stropers. De regering belooft een keuringssysteem dat garandeert dat het vlees afkomstig is van legaal gedode dieren. Het vlees zal ook behandeld worden tegen parasieten.Toch is berenvlees eten niet zo uitzonderlijk: in andere Europese landen zoals Slovenië is berenvlees al langer toegestaan.</content>
            
            <updated>2025-06-02T14:11:46+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van conflict naar consensus: Hoe een lokaal bestuur landbouw en natuur kan verzoenen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-conflict-naar-consensus-hoe-een-lokaal-bestuur-landbouw-en-natuur-kan-verzoenen" />
            <id>https://vilt.be/57448</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het compromisvoorstel dat het gemeentebestuur van Sint-Pieters-Leeuw, in de rand rond Brussel, op tafel heeft gelegd voor het natuurbeheerplan van de Zuunbeekvallei, is unaniem aangenomen. Vorig jaar was er heel wat onrust bij de lokale landbouwers over dat natuurbeheerplan. De gemeente ging met alle partijen rond de tafel zitten en daarop werd een aangepast natuurbeheerplan opgemaakt. Dit aangepaste plan werd nu ook goedgekeurd door Vlaams minister van Landbouw en Natuur Jo Brouns (cd&amp;v). Hij noemt het een voorbeeld van hoe natuur en landbouw kunnen samenwerken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="Natuurpunt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/11389f4a-e4b1-4061-8e26-dafdc02d4061/full_width_zuunbeekvallei-sint-pieters-leeuw.jpg</image>
                                        <content>Natuurbeheerplannen leidden niet alleen in Sint-Pieters-Leeuw tot verhitte discussies. Op veel plaatsen veroorzaakten nieuw ingediende plannen flink wat commotie. Terwijl ze op sommige locaties stilzwijgend werden goedgekeurd, klonk er elders luid protest van landbouwers – maar ook daar gingen de plannen vaak gewoon door. Enkel op een paar plekken, zoals in Sint-Pieters-Leeuw, werden de plannen uiteindelijk nog aangepast. Boos over extra perimeter rond natuurgebied Maar eerst en vooral, waarom is er zoveel te doen rond natuurbeheerplannen? Het is zo dat het Agentschap Natuur en Bos (ANB) en natuurorganisaties, zoals Natuurpunt, de jongste jaren heel wat natuurbeheerplannen moesten vernieuwen. Op zich houdt dit weinig nieuws in, maar sinds een wijziging van het natuurdecreet eind 2017 moeten de indieners van een natuurbeheerplan ook een langetermijnvisie vastleggen voor de komende 24 jaar. Het gaat om een visiegebied waar in de toekomst eventueel natuurontwikkeling kan plaatsvinden.Dit wordt het zogenaamde globale kader genoemd en de indiener van het plan kan die perimeter rond het natuurgebied eenzijdig afbakenen. Vaak wordt ook landbouwgebied opgenomen in dit globaal kader. Dat heeft niet meteen impact wanneer een natuurbeheerplan wordt goedgekeurd, maar Boerenbond waarschuwde er eerder al voor dat landbouwgronden op die manier geïdentificeerd worden voor mogelijke natuuruitbreiding.Om die reden riep de landbouworganisatie vorig jaar ook op om alle globale kaders van natuurbeheerplannen te schrappen. “Globale kaders leggen een eenzijdige claim op gronden zonder grondige advies- en inspraakprocedure die normaal bij een ruimtelijk afbakeningsproces horen”, zei Boerenbond in juni vorig jaar. Eind 2022 bevond zich maar liefst 27.000 hectare agrarisch gebied binnen globale kaders van natuurbeheerplannen. Logisch evenwicht tussen functies uit balansTot een schrapping van de globale kaders is het nog niet gekomen, maar Sint-Pieters-Leeuw toont – net als Glabbeek eerder al – aan dat lokale besturen een belangrijke rol kunnen spelen om tot een resultaat te komen dat door alle partijen gedragen wordt. Want in april 2024, toen we net een maand van boerenprotesten achter de rug hadden, volgde er een golf van protest van lokale landbouwers tegen het natuurbeheerplan van de Zuunbeekvallei, dat werd ingediend door Natuurpunt, en maar liefst 245 hectare besloeg. Op een infoavond eind april waren maar liefst 150 mensen aanwezig.Het gemeentebestuur van Sint-Pieters-Leeuw, dat advies moest verlenen over het natuurbeheerplan, had oor naar het protest van de landbouwers en ging met alle partijen rond de tafel zitten om tot een gedragen voorstel te komen. “In een gemeente zoals Sint-Pieters-Leeuw, dat de druk vanuit de Brusselse rand duidelijk voelt, moeten vele functies mogelijk zijn, maar alles op de juiste plaats”, verduidelijkte Bart Keymolen (Sam&amp;amp;n), schepen van Omgeving, toen. “Er moet plaats zijn om te wonen. Er moet plaats zijn voor natuur. En er moet plaats zijn voor economische landbouw. Het ingediende globaal kader dreigde dit logisch evenwicht uit balans te brengen.”Om die reden heeft het gemeentebestuur voorgesteld om alle agrarische gebieden volledig buiten het globaal kader te houden. “Zo is het voor iedereen duidelijk dat deze 100 procent gevrijwaard moeten worden”, aldus burgemeester Jan Desmeth (N-VA). “Ook een beperkt aandeel woongebied en enkele goedgekeurde verkavelingen van decennia geleden, hebben we laten schrappen uit het globaal kader. Zo kunnen de landbouwers verder op hun grond en kunnen de bewoners in woongebied gerust zijn, terwijl Natuurpunt verder kan op de beschermde natuurgebieden waar het zich al langer voor inzet.” Van 245 naar 170 hectareVier overlegrondes waren er nodig om alle partijen rond de tafel te overtuigen en zo tot een consensus te komen. In het compromisvoorstel werd de oppervlakte van het globaal kader in het natuurbeheerplan teruggeschroefd van 245 hectare naar 170 hectare, bovenop een natuurreservaat van bijna 19 hectare. Dat voorstel werd vorige zomer overgemaakt aan minister Brouns. “Hij heeft ons integraal gevolgd”, aldus burgemeester Jan Desmeth. “Het is niet altijd gemakkelijk geweest, maar we zijn blij dat natuur en landbouw in Sint-Pieters-Leeuw hand in hand kunnen gaan en elkaar kunnen versterken.”Brouns noemt dit op zijn beurt “een belangrijke stap om de Zuunvallei als waardevolle natuur te bewaren”. “De bijna 19 hectare is het gebied dat voordien ook al erkend was als natuurgebied en wordt beheerd door Natuurpunt. Het is een mooi voorbeeld van hoe natuur en landbouwer kunnen samenwerken”, aldus nog de minister.</content>
            
            <updated>2025-06-03T14:55:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zit het pesticidedebat in een tunnelvisie?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zit-het-pesticidedebat-in-een-tunnelvisie" />
            <id>https://vilt.be/57449</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het debat over pesticiden wordt almaar feller, met activistische campagnes, open brieven en politieke druk. Maar missen we daarmee het bredere plaatje? Pieter Spanoghe, professor en expert in gewasbeschermingsmiddelen aan de Universiteit Gent, waarschuwt voor tunnelvisie in de discussie. In dit opiniestuk pleit hij voor meer nuance, erkenning van wetenschappelijke complexiteit en wederzijds respect tussen landbouw, zorg en beleid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/88a20d1f-9668-4e95-8e92-1cb01abc9cea/full_width_gewasbescherming-pesticide.jpg</image>
                                        <content>Allerhande instanties werden gesensibiliseerd en sloegen de handen in elkaar. Met een gezamenlijke slagorde trekken zij ten strijde. Op minder dan twee weken lees ik dat de mutualiteiten en natuurorganisaties minister Vandenbroucke vragen zich te verzetten tegen pesticiden. De Bond Beter Leefmilieu zegt néé tegen pesticiden en já tegen biodiversiteit. Vijfhonderd artsen waarschuwen voor gevaren van gif in de sierteelt in Nederland. De Waalse minister Anne-Catherine Dalcq, bio-ingenieur afkomstig uit het landbouwonderzoek, ligt onder vuur. Zij wordt als boerin beschuldigd van beïnvloeding door de landbouwlobby in het pesticidebeleid. Zij ontkent dit formeel. Is de oproep terecht? Jazeker. Vanuit de visie en de missie van deze organisaties zou het vreemd zijn mochten zij stilzwijgend toekijken hoe onze gezonde leefomgeving volgens hun meetlat in Vlaanderen en daarbuiten wegdeemstert. Wie is er nu geen fan van een groene omgeving die ons doet denken aan het aardse paradijs? Het is aan de overheid en aan de landbouw om antwoorden te bieden op de bezorgdheden. Is de strategie om de ander te dwingen met rechtszaken en petities wel de juiste? Leidt dat net niet tot meer behoudsgezindheid? Ik vraag het me af.Een paar jaar geleden trok volgende krantenkop mijn aandacht: “Van Antwerpen tot Antarctica: overal zit er paracetamol in het water.” Ook in Belgische waterlopen troffen onderzoekers bijna dertig verschillende stoffen aan. Overal zitten er resten van lichte en zware medicijnen. Het is een titel van een artikel die we vandaag netjes kunnen kopiëren als we denken aan PFOS en PFAS in ons leefmilieu. Ook die stoffen vinden we overal. Ook voor die stoffen roepen we de overheid op om haar verantwoordelijkheid te nemen en de nodige maatregelen te treffen. Werkzaam in een landbouwmidden is het uiteraard niet fijn om telkens aangevallen te worden. Ik nodig dan ook iedereen uit om even uit de tunnel te komen en richt me in het bijzonder tot de zorgsector, die blijkbaar massaal op de kar sprong. Wie zou er van hen niet vreemd opkijken mochten lobbygroepen oproepen om alle synthetische medicijnen van de markt te halen? Wie erkent niet de heilzame werking van paracetamol? Het is te gebruiken bij veel soorten pijn, zoals kiespijn, hernia, rugpijn en pijn door verwondingen, operaties of ziekte. Het verhindert dat het pijnsignaal aan de hersenen doorgegeven wordt. Binnen een half uur na de inname neemt de pijn af, en dit effect houdt drie tot zes uur aan. Voor de mens is het een echt wondermiddel. Kan de zorgsector ook (h)erkennen dat soortgelijke problemen zich eveneens stellen op het veld, op het niveau van planten?&amp;nbsp;Net als bij de mens zijn er perioden in de ontwikkeling van de plant die extra kwetsbaar zijn. Het kiemplantje wordt dan aangevallen door bodemschimmels of insecten. Het groene blad is in vochtige perioden in het voorjaar extra gevoelig voor ziekte. Vergelijk het met de mensen die zich jaarlijks schrap zetten als het griepseizoen eraan komt.Groene organisaties prediken het ‘zonder is gezonder’-principe. Hun dogma is dat een gezonde plant zichzelf in een gezonde bodem redt. Is dit niet een vreemde gedachte als we weten dat mensen, ondanks hun gezonde levensstijl, de juiste voeding, de dagelijkse fitness,… toch in een ziekenhuis belanden? De roep om bestrijdingsmiddelen te verbieden en tegelijkertijd innovatie in deze nieuwe veredelingstechnieken met hand en tand tegenhouden, is moeilijk te begrijpen “Het is erfelijk bepaald”, zal men ons dan vertellen. “De persoon heeft gewoon pech en kan er echt niets aan doen.” Ingrijpen in het genetisch materiaal van de mens ligt inderdaad moeilijk. Nochtans zal onze medische kennis toenemen en zullen we technieken ontwikkelen om de fouten in onze genen te herstellen. We zullen de medici toejuichen en dankbaar zijn om de kwaliteit van ons leven zo te pimpen.&amp;nbsp;Ingrijpen in het erfelijk materiaal van de plant is evenwel eenvoudiger. Planten zijn niet zo kostbaar als de mens. Met de juiste genetische tools kunnen we vandaag in een snel tempo nieuwe variëteiten veredelen die gezonder zijn dan de bestaande op ons veld. De roep om bestrijdingsmiddelen te verbieden en tegelijkertijd innovatie in deze nieuwe veredelingstechnieken met hand en tand tegenhouden, is moeilijk te begrijpen. De landbouw die steunt op klassieke gewasbeschermingsmiddelen houdt zo stand en blijft bij het oude. Dat een aantal van deze middelen die wij gebruiken zeer nauw verwant zijn aan middelen ontwikkeld voor de menselijke geneeskunde, is ook een feit. Het verwondert me dat de zorgsector oproept om de ene te verbieden en de andere wel massaal voorschrijft opdat de mensen ze zouden slikken. Moleculen in de landbouw behoren soms tot dezelfde chemische familie. Denk maar aan de triazoolmiddelen die de voorbije maanden, omwille van het voorkomen van metabolieten in drinkwater, onder vuur kwamen.Gewasbeschermings- en geneesmiddelen beogen soms hetzelfde doel: ziekteverwekkers bij plant of mens zijn vaak aan elkaar gewaagd. In onderzoekslabo’s worden dagelijks nieuwe stoffen gesynthetiseerd en telkens wordt bekeken of zij in de ene of de andere sector hun nut kunnen bewijzen. Historisch waren een aantal grote multinationals zowel actief in het aanmaken van geneesmiddelen als van gewasbeschermingsmiddelen. Bedrijven als Ciba-Geigy en Novartis waren bekende namen. Vandaag heeft BAYER nog steeds afdelingen die zich tot beide doelgroepen richten. Gewasbeschermings- en geneesmiddelen beogen soms hetzelfde doel: ziekteverwekkers bij plant of mens zijn vaak aan elkaar gewaagd Op homeopathie wordt vaak neergekeken. Medici reageren vol ongeloof dat de zeer sterke verdunningen ook maar enig heilzaam effect zouden hebben. “Onmogelijk”, is hun antwoord, “dat is pseudowetenschap”. Wie herinnert zich nog het verhaal van de dopingzondaar Contador en zijn vervuilde biefstuk van weleer? Het zero-zero-zero-gehalte van dopingmoleculen in zijn lichaam was, in vergelijking met de pesticiden die wij nu in het milieu meten, vaak een factor honderd tot duizend keer hoger. Dat deze zeer lage hoeveelheden de mensen aan de alarmklok doen trekken, gewoon omdat het synthetische stoffen zijn die tot een andere groep van middelen behoren, is moeilijk te vatten. We bevinden ons in een meetgebied waar niemand ons kan vertellen of deze gehaltes werkelijk schade aan onze gezondheid toebrengen of niet. We kunnen deze lage hoeveelheden nooit correct afmeten om ze voor te schotelen aan ratten of muizen in toxiciteitsproeven. Wat we wel kunnen, is kiezen voor het voorzorgsprincipe. Moeten we dat principe echter enkel beperken tot het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw? Wat we gemakkelijker meten, zijn stoffen als alcohol. Het is één van de oudere bestrijdingsmiddelen die al eeuwen gebruikt werd en wordt om water te steriliseren. Micro-organismen in vervuild water schaadden inderdaad de gezondheid van onze voorouders. In tegenstelling tot gewasbeschermingsmiddelen worden we daar als mens, als we een glaasje drinken, aan veel grotere hoeveelheden blootgesteld. Het microbioom in ons maag- en darmstelsel wordt door alcohol telkens beschadigd, onze hersenen worden beïnvloed en bij chronisch drinken wordt onze lever aangetast. Wie staat effectief op om deze wetenschappelijk bewezen toxische stof totaal te verbieden?Landbouwers, onderzoekers en overheden hebben geen houten oortjes. In hun replieken lees je dat zij zich niet enkel inzetten voor de ontwikkeling en het gebruik van alternatieve middelen, zij slaan langzaam maar zeker de weg in van precisielandbouw, volgen permanente opleidingen voor het behalen of behouden van spuitlicenties en doen nog zoveel meer. Boeren volgen lastenboeken met regels en voorschriften die hen dicteren hoe duurzaam te telen. Hun producten komen met labels in onze winkelrekken. Elk ogenblik van de dag kan een controleur zich onverwachts op het landbouwbedrijf aanmelden. Hij gaat na of zij aan de ‘verkeersregels’ voldoen. Indien niet, volgt een boete.Kan alles nog sneller en beter? Belangrijker vandaag vind ik de vraag of landbouwers werkelijk openstaan voor de antwoorden op onze duurzaamheidsvraagstukken. Kunnen organisaties die hiervoor oproepen voor hen ook ijveren voor een waardig inkomen en sociaal leven? Dat kan hen helpen de juiste weg te kiezen, daar ben ik van overtuigd. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De Auteur&amp;nbsp;Professor Pieter Spanoghe is expert gewasbescherming en verbonden aan de UGent.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-06-02T15:54:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[7 miljoen voor herstel bestuivers in Noordwest-Europa]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/7-miljoen-voor-herstel-bestuivers-in-noordwest-europa" />
            <id>https://vilt.be/57450</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het project 'PolliConnect' streeft ernaar om de afnemende populaties van bestuivende insecten, zoals bijen, hommels en vlinders, tegen te gaan. België en vijf andere Europese landen slaan de handen in elkaar om de natuurlijke habitats te verbeteren en de versnippering ervan aan te pakken. Prijskaartje van het project: 7,1 miljoen euro. PolliConnect wordt gecoördineerd door de Vlaamse Landmaatschappij en loopt tot midden 2029.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="bij" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f4ce0e96-29a3-4b96-8301-21af78ecaad6/full_width_bijen.jpg</image>
                                        <content>Bestuivende insecten zijn cruciaal voor de voortplanting van 80 procent van de planten en voor onze voedselvoorziening, maar hun populaties worden bedreigd. “In België zijn al 45 soorten wilde bijen uitgestorven en 113 van de 336 resterende soorten lopen gevaar. Ook vlinders verdwijnen in snel tempo door pesticidegebruik en verlies aan leefgebied”, klinkt het bij VLM.Veertien partners uit België, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Ierland en Zwitserland bundelen de krachten in het project ‘Polliconnect’ om de achteruitgang van de populaties tegen te gaan. De focus ligt op innovatieve maatregelen om de leefomgeving van wilde bestuivers duurzaam te verbeteren, onder andere door versnipperde natuurgebieden met elkaar te verbinden. De partners zetten in op kennisdeling en het gebruik van nieuwe technologieën.Living Labs: experimenteren in open luchtDe zogeheten ‘Living Labs’ zijn een cruciaal onderdeel van het project. Het zijn proefprojecten in open lucht waarin bloemrijke graslanden, bijvriendelijk bermbeheer en vergroening van stedelijke gebieden worden getest. In België nemen onder meer Leefmilieu Brussel, de Universiteit Gent, VLM en de provincie West-Vlaanderen eraan deel. VLM gaat in het kader van beheerovereenkomsten ook met landbouwers samenwerken rond bloemenranden en -akkers. De juiste bloemenmengsels en het beheer ervan verbeteren de omstandigheden voor bestuivers.In Brussel wordt in het Koning Boudewijnpark geëxperimenteerd met sinusmaaien, een techniek waarbij in golvende lijnen wordt gemaaid en delen van het gras ongemaaid blijven. Dat biedt schuilplaatsen en een continue voedselbron voor bestuivers. De Universiteit Gent staat in voor de wetenschappelijke opvolging en onderzoekt het effect van de maatregelen op insectenpopulaties.PolliConnect strijkt een totale investering op van 7,1 miljoen euro, waarvan 4,1 miljoen afkomstig uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).</content>
            
            <updated>2025-06-02T15:54:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bijna 280 dier- en plantensoorten uitgestorven in Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/280-tal-dieren-en-plantensoorten-uitgestorven-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/57451</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In de loop van de voorbije eeuw zijn 279 planten- en diersoorten uit Vlaanderen verdwenen. Dat blijkt uit cijfers van Statistiek Vlaanderen. Dat komt overeen met zeven procent van de 4.010 soorten op de ‘Rode Lijsten’. Die lijsten geven op basis van internationale criteria aan hoe groot de kans is dat een soort zal uitsterven. Het hoogste percentage zit bij de insecten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d728f721-a916-4764-9bed-e9861c4aec20/full_width_natuur.jpg</image>
                                        <content>Verder is 29 procent ernstig bedreigd, bedreigd of kwetsbaar. Hun populaties zijn de afgelopen decennia sterk achteruitgegaan of hebben een kritisch minimum bereikt, waardoor soorten op het punt staan te verdwijnen. Dit is onder andere het geval voor het gentiaanblauwtje, de knoflookpad, de aal en de grauwe gors. Voorts is 14 procent van de soorten bijna in gevaar en de helft (48%) momenteel niet in gevaar. Tussen de verschillende soortengroepen zijn er onderling sterke verschillen. Het hoogste percentage regionaal uitgestorven soorten zit bij de insecten (9% van de 2.022 soorten). Hierbij tekenen de dagvlinders het hoogste verlies op. 27 procent van de dagvlinders op de ‘Rode Lijst’ wordt beschouwd als uitgestorven in Vlaanderen. Het gaat onder meer om het pimpernelblauwtje, de grote parelmoervlinderen en de kleine heivlinder. Ook bij de zoogdieren (8% van de 66) en de zoetwatervissen (7% van de 42) en blad-, hauw- en levermossen (7% van de 511) zijn er hogere cijfers. De kleinste verliezen situeren zich bij de pissebedden (2,9% van de 34) en de broedvogels (3,7% van de 161), zo leren de gegevens van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Het onderzoekcentrum wijst verschillende oorzaken aan voor het achteruitgaan of verdwijnen van soorten. &quot;Het verdwijnen of achteruitgaan van soorten is een gevolg van diverse factoren zoals de achteruitgang van de oppervlakte geschikte habitat, de versnippering van het leefgebied en een dalende habitatkwaliteit. Ook soorten uit het landbouwgebied komen steeds meer op Rode Lijsten terecht&quot;, aldus INBO. In 2025 werd de Rode Lijst van de wilde bijen opgesteld. Daarin zijn 340 soorten opgenomen, wat het aantal gevalideerde insectensoorten in Vlaanderen dus op 2.022 brengt.</content>
            
            <updated>2025-06-03T14:41:53+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Poetin zoekt aardappelen: prijzen maal drie door oorlog en mislukte oogst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/poetin-zoekt-aardappelen-prijzen-maal-drie-door-oorlog-en-mislukte-oogst" />
            <id>https://vilt.be/57452</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Russische president Vladimir Poetin klopt aan bij Wit-Rusland voor extra aardappelen. Het land kampt met een groot tekort: door tegenvallende oogsten is de groothandelsprijs verdriedubbeld. Consumenten betalen 166,5 procent meer dan vorig jaar. Dat schrijft de krant The Moscow Times. De president gaf het nieuws ook zelf toe tijdens een televisie-uitzending met vertegenwoordigers uit de landbouwsector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="wereld" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="Oorlog Oekraïne" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/edb2dfa0-d02d-4dc5-85b8-d5075b68f8f6/full_width_poetin-wikimediacommonsremy-steinegger.jpg</image>
                                        <content>Volgens de Russische statistiekdienst Rosstat zijn de aardappelprijzen op een jaar tijd met 166,5 procent gestegen, de hoogste jaarlijkse stijging sinds het begin van de statistieken in 2002. Ook op de groothandelsmarkt worden records gebroken. Volgens het agrarisch onderzoeksbureau AB-Center stegen de prijzen met meer dan 285 procent ten opzichte van vorig jaar. In Rusland ging het begin april al om 53 eurocent per kilo. Ter vergelijking: wereldwijd is de gemiddelde prijs van een kilo aardappelen op de groothandelsmarkt 17 eurocent.Arbeidstekort en slecht pootgoed in oorlogstijdenHeeft dit met de oorlog te maken? Ten dele wel. Sinds de inval in Oekraïne krijgt Rusland te maken met strikte westerse sancties die ook de landbouwsector treffen. Volgens een rapport van de nationale bank van Finland kan Rusland door de sancties niet langer pootaardappelen van hoge kwaliteit importeren uit Europa. Voor de oorlog kwam al het pootgoed uit Europese landen. Er is bovendien een tekort aan landbouwmachines en arbeidskrachten, klinkt het.In eerste instantie zijn de sterke prijsstijgingen echter een gevolg van tegenvallende oogsten, veroorzaakt door ongebruikelijke vorst en lange periodes van droogte. In 2024 produceerde Rusland nog 7,3 miljoen ton aardappelen, 1,2 miljoen ton minder dan het jaar voordien. Een probleem dat men niet enkel in Rusland kent. Wereldwijd zijn de aardappelprijzen onvoorspelbaar vanwege klimaatverstoringen, stijgende inputkosten en logistieke uitdagingen. Volgens de FAO-rapport uit 2023, kende de aardappelproductie in Europa een daling van drie procent.Te weinig stockageWat maakt de situatie in Rusland dan zo anders? Het tekort wordt versterkt door een tekort aan groentemagazijnen in Rusland, aldus Elena Tyurina, directeur van de analytische afdeling van de Russische Graanbond. Dat meldt hij op de Russische nieuwssite gazeta.ru. De deskundige zegt dat er in de Russische Federatie te weinig opslagplaatsen zijn om aardappelen te bewaren tussen twee oogsten in. De aardappelen die niet door de vorst zijn verloren gegaan, bederven dus door een gebrek aan kwaliteitsvolle opslag. Het ministerie verwacht dus dat de prijzen zullen dalen zodra er verse aardappelen op de markt komen.Vriend Loekasjenko te hulp?En dus moet Rusland zich naar de buurlanden wenden om het tekort aan te pakken. Al in januari heeft Rusland besloten om de invoer van aardappelen uit bevriende landen vrij te stellen van invoerrechten. Maar ook in Ruslands bondgenoot Wit-Rusland is er een tekort. Dinsdag nog zei de Wit-Russische dictator Aleksandr Loekasjenko dat hij de productie drastisch wil opschalen. &quot;Om Rusland en onszelf te helpen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-06-02T19:38:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tussen innovatie en regulering: Belplant vraagt ruimte voor duurzame gewasbescherming]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tussen-innovatie-en-regulering-belplant-vraagt-ruimte-voor-duurzame-gewasbescherming" />
            <id>https://vilt.be/57453</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoe kan de gewasbeschermingsindustrie bijdragen aan een klimaatneutrale landbouw en hoe kunnen we in tijden van klimaatextremen ervoor zorgen dat de gereedschapskoffer voor landbouwers voldoende gevuld blijft om ziekten en plagen onder controle te houden? Dat waren de centrale vragen tijdens de jaarvergadering van Belplant, de vereniging van de industrie van plantenbescherming, in Brussel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0955ffcf-242b-4ac7-9d6a-f1c69e8e9c12/full_width_drone-gewasbescherming-foto-ruben.jpg</image>
                                        <content>Kortstondige economische ademruimte?Het was de afgelopen weken een belangrijk thema: de droogte en de bijhorende impact op de natuur, landbouw en voedingsindustrie. Nog niet zolang geleden was het net andersom, te veel regen. De wereldwijde klimaatverandering leidt overal tot extremere weersomstandigheden, en de gevolgen zijn extra voelbaar in de land- en tuinbouw. Dat was ook de boodschap van Peter Wittoeck, federaal klimaatexpert. “Klimaatverandering is geen toekomstprobleem, maar een actueel probleem voor landbouw, voor de voedingsketen en voor iedereen in de samenleving”, zo benadrukte hij.Volgens Wittoeck heeft landbouw veel te verliezen bij klimaatverandering. Daarom vindt hij het ook onbegrijpelijk dat de Europese Unie als reactie op de boerenprotesten een deel van het uitgestippelde beleid rond de Green Deal en de Farm-to-Fork-strategie heeft versoepeld. Zo noemt hij de wetgeving rond permanent grasland één van de hefbomen om klimaatneutraliteit tegen 2050 te bereiken, maar die is door de versoepelingen “onderuitgehaald”. “Ik begrijp dat landbouwers het niet gemakkelijk hebben, maar gaat deze kortstondige economische ademruimte op lange termijn de boer en de voedselzekerheid wel ten goede komen?”Wittoeck is van mening dat we ver genoeg vooruit moeten durven kijken om het klimaat te beschermen. Zowel mitigatie als adaptatie zullen daarbij nodig zijn. “We moeten daarbij ook systemische keuzes durven maken. Doen we dat niet, dan worden de oplossingen van vandaag de problemen van morgen”, waarschuwt hij. &amp;nbsp; Investeren in breed pakket aan oplossingen en hulpmiddelenDe kersverse nieuwe voorzitster van Belplant, Valerie Frankard, erkende tijdens de jaarvergadering de moeilijkheden: “De landbouw staat voor een veelheid aan uitdagingen. Tegelijkertijd worden inspanningen gevraagd en gedaan zowel op het vlak van reductie van zijn eigen bijdragen aan broeikasgassen, als op het vlak van aanpassingen aan de effecten ervan. Dit moet allemaal gerealiseerd worden in een complexe socio-economische en rendabiliteitscontext. Onze sector, die van de plantenbescherming, worstelt met dezelfde uitdagingen: simultaan mitigeren en adapteren, én de land- en tuinbouwers ondersteunen bij hun uitdagingen.”Zij wijst erop dat Belplant en zijn leden investeren in een breed pakket aan oplossingen en hulpmiddelen. “Bij de productie van gewasbescherming wordt gewerkt aan het halen van de net-zero doelstelling tegen 2050 én aan efficiënter waterverbruik. Op vlak van gezonde planten focussen we op digitale ondersteuning en precisielandbouw met projecten als ‘AgriGuide’”, aldus Frankard.In het kader van klimaatadaptatie speelt volgens haar veredeling, zowel klassieke als precisieveredeling, een toenemende rol. “Wat betreft gewas- en biomassabescherming gaat veel aandacht naar biocontrolemiddelen. We zijn dan ook blij dat we Biotalys als nieuw lid mogen verwelkomen bij Belplant. Dat bedrijf past zijn innovatief, gepatenteerd technologieplatform toe om nieuwe, eiwitgebaseerde biocontrole-oplossingen te ontwikkelen om gewassen duurzaam te beschermen tegen plagen en ziekten.” Voorspelbare markttoegang van innovatie is nodigPeter Jaeken, secretaris-generaal van Belplant, beklemtoont op zijn beurt de rol van landbouw op vlak van koolstofopslag. Iets wat door Wittoeck ook werd benadrukt. “Daar is nog werk aan de winkel, onder meer in het kader van geïntegreerde plantaardige productie. Onze sector steekt hiervoor de handen uit de mouwen en investeert in een brede context om planten en de boven- én ondergrondse biomassa te beschermen. Willen we onze landbouwers geen halve gereedschapskoffer aanbieden ten opzichte van hun collega’s buiten de EU, dan is evaluatie-efficiëntie en voorspelbare markttoegang van innovatie belangrijk.”Volgens Jaeken blijft dit een kernprobleem in de EU als het gaat om gewasbescherming, ongeacht welk type. “Belplant pleit dan ook voor een Europese harmonisatie voor biocontrolemiddelen en een verhoogde evaluatie-efficiëntie voor alle gewasbeschermingsmiddelen”, stelt hij. De veelheid aan uitdagingen die gepaard gaan met klimaatgebonden wijzigingen, biotisch of abiotisch, vergen volgens de sectorfederatie een breed, geïntegreerd aanbod aan oplossingen.</content>
            
            <updated>2025-06-02T19:42:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Amerikaanse Antivaxminister annuleert miljoeneninvestering in vogelgriepvaccin bij mensen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/amerikaanse-antivaxminister-annuleert-miljoeneninvestering-in-vogelgriepvaccin-bij-mensen" />
            <id>https://vilt.be/57454</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Amerikaanse regering schrapt de beloofde 760 miljoen dollar aan subsidies voor de ontwikkeling van een vogelgriepvaccin bij mensen door farmabedrijf Moderna. Het vaccin berust op mRNA-technologie, en dat is niet naar zin van de Amerikaanse minister van Volksgezondheid Robert F. Kennedy. De minister liet zich al meerdere malen kritisch uit over vaccins. Bovendien is hij pleitbezorger voor het aankweken van ‘natuurlijke immuniteit’ bij vogels, wat volgens experts faliekant zal mislopen. Ook de Vlaamse gezondheidsdiensten reageren op dit nieuws met een versterking van de ziektemonitoring.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="Donald Trump" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/404e0321-bef4-4db0-bcda-c4cacf21bf6d/full_width_vleeskip-pluimvee-kip.jpg</image>
                                        <content>Vandaag bestaat er al een vaccin tegen vogelgriep bij mensen, maar dat is van een andere aard dan het vaccin dat door Moderna ontwikkeld wordt. “Het belangrijkste verschil is dat Moderna gebruikmaakt van de techniek van mRNA”, zegt Annelies Wynant, woordvoerder van de FOD Volksgezondheid.MRNA-vaccins geven je cellen tijdelijk instructies om een stukje van het virus na te maken, zodat je immuunsysteem leert om het te bestrijden. Het mRNA verdwijnt na korte tijd weer uit je lichaam en verandert niets aan je genetisch materiaal. Bekende voorbeelden zijn de COVID-19-vaccins van onder meer Moderna.“Deze vaccins wekken brede immuunreacties op, waaronder zowel cellulaire (lymfocyten) als humorale (antilichamen) componenten”, zegt Wynant. “Deze brede reacties zijn theoretisch effectiever in de strijd tegen virussen. Uiteraard moet dit geval per geval bekeken worden… en aangezien dit vaccin nog niet ontwikkeld is, is het momenteel moeilijk om deze verschillen te beoordelen.”Vaccinatie bij ons (nog) niet aangeradenDe huidige vogelgriepvaccins werken volgens andere principes. Omdat het vogelgriepvirus in België nog niet bij mensen is aangetroffen, worden ze op dit moment nog niet aanbevolen. “Het doel van vaccineren is het voorkomen van de verspreiding van een bestaande ziekte of de complicaties ervan, en/of het verkrijgen van groepsimmuniteit om een risico voor de volksgezondheid te vermijden”, zegt Wynant. “Op dit moment, en volgens de aanbevelingen van de Belgische Hoge Gezondheidsraad, wordt dit niet aangeraden omdat de ziekte (vogelgriep H5N1) bij mensen nog niet voorkomt in België. Hetzelfde geldt voor filovirussen, zoals ebola. Men gaat de Belgische bevolking niet vaccineren tegen deze ziekte omdat ze niet op ons grondgebied voorkomt. Het is vooral een kwestie van risico-batenanalyse.”België schroeft monitoring opHet fel bekritiseerde Amerikaanse vogelgriepmanagement doet echter de bezorgdheid toenemen bij experts. “Momenteel volgen de Risk Assessment Group en de Risk Management Group de situatie nauwgezet op en wordt gewerkt aan een geïntegreerd multisectorieel actieplan om voorbereid te zijn op een toekomstige situatie”, zegt Wynant. “Tot nu toe is een versterking van de monitoring het enige gevolg van de Amerikaanse epidemie.”Die monitoring is belangrijk, want het virus is in staat om snel te muteren. Als het virus op een bepaalde manier muteert, kan het ook voor mensen een reëel probleem worden. “Het klopt dat het H5N1-virus dat momenteel in de VS circuleert een populatie runderen treft&quot;, zegt Wynant. &quot;Zoogdieren dus, en niet langer alleen vogels. Dit toont aan dat het virus dichter bij de mens komt, ook een zoogdier. Maar op dit moment gebeurt de overdracht naar mensen vermoedelijk via mechanische overdracht tijdens het melken van deze koeien, en niet via de lucht”, zegt Wynant. “We moeten dus waakzaam blijven zonder paniek te zaaien en de situatie blijven monitoren.” Amerikaanse experts bezorgdHet is niet de eerste keer dat de Amerikaanse minister van Volksgezondheid de experts beroert. In het Amerikaanse tijdschrift Forbes wordt het schrappen van de vaccinsubsidie door diverse gezondheidsprofessionals fel bekritiseerd.Elizabeth Cameron, adviseur bij het Pandemiecentrum van de Universiteit Brown, zegt dat de Amerikaanse regering omwille van besparingen de vogelgriepsituatie niet meer nauwkeurig kan opvolgen. In maart kondigde Kennedy nog drastische bezuinigingen aan die zouden leiden tot het schrappen van 20.000 banen: 2.400 bij de Centers for Disease Control, 3.500 bij de Food and Drug Administration en 1.200 bij de National Institutes of Health. Daarnaast is de regering van plan om een ingrijpende herstructurering van deze instanties door te voeren. “Al deze instanties, en het bijna volledig ontmantelde USAID, zijn van cruciaal belang voor onze nationale veiligheid”, klinkt het bezorgd.Te weinig experts, te weinig zicht op verspreidingBovendien zijn de nieuwe profielen die deze diensten bevolken soms van dubieuze aard. “Er komen hier mensen binnen die geen ervaring hebben en geen idee hebben wat deze departementen, agentschappen en afdelingen doen”, zegt Amerikaans bioveiligheidsexpert Saskia Popescu aan Forbes.Zelfs als de VS dan toch zijn koers zou veranderen inzake vaccinbeleid, vreest Popescu hoe dan ook dat de meesten een vaccin zullen weigeren. Trump was immers een luide criticaster van de gezondheidsmaatregelen ten tijde van corona, en die kritiek hebben zijn fans ter harte genomen. “Onze bevolking heeft het gevoel dat men geen enkel gezondheidsadvies nog kan geloven&quot;, zegt Popescu aan Forbes. &quot;Bovendien maak ik me oprecht zorgen dat het advies dat hen wordt gegeven, misschien niet op bewijs is gebaseerd.”Popescu vreest hoe dan ook dat de besparingen op gezondheidsdiensten en de geringe monitoring van het virus, alleen zal leiden tot nog meer besmettingen met vogelgriep. En zo vergroot dus ook de kans op een menselijke epidemie.Het ziet er dus niet naar uit dat het vogelgriepvirus in de VS snel zal worden ingedamd. Een uitbraak van het virus in de Verenigde Staten heeft sinds 2024 miljoenen vogels gedood, zich verspreid naar veehouderijen en tientallen mensen besmet, van wie er één is overleden.</content>
            
            <updated>2025-06-02T19:32:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Met focus op ambacht, passie en terroir wil de vleessector het slagersvak opwaarderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/-1" />
            <id>https://vilt.be/57455</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het is de vleessector menens als het gaat om het opwaarderen van het slagersvak. Tijdens VLEESCH, een culinair evenement in Gent, werden foodies en influencers meegenomen door ’s lands bekendste slagers in de veelzijdigheid en het metier van het slagersambacht. “Vlees heeft een terroir, net als wijn. Niet alleen de voeding, ook het water dat het dier heeft gekregen, bepaalt de smaak. Het is aan ons als slager om het verhaal van het dier te vertellen”, sprak Luc De Laet zijn liefde uit voor zijn vak tijdens een masterclass.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="imago" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/32122e6c-d144-403f-8bee-26209b11f957/full_width_vleesch-slager-ambacht-de-laet-dierendonck.png</image>
                                        <content>De vleessector wordt al langer geconfronteerd met een ingrijpend arbeidstekort. “De gevolgen hiervan zijn duidelijk merkbaar”, zegt Dylan Geeringhs van Commerce Training, het opleidings- en loopbaanfonds voor de handel. “Bedrijven zoals Renmans zijn genoodzaakt hun winkelconcept ingrijpend te herstructureren, uitsluitend vanwege een gebrek aan geschikt personeel. Daarnaast zien we dat steeds meer zelfstandige slagers met pensioen gaan waardoor waardevolle expertise verloren gaat. Dit leidt tot een algemene afname van het aantal slagers. En in het onderwijs is er sprake van een verontrustende leegloop van opleidingen binnen de vleessector, terwijl de vraag naar kwaliteitsvol vlees aanhoudt.” Campagne om slagersambacht te herwaarderenSamen met FEBEV, Fenavian, de Slagersbond, de slagersscholen en Alimento is Commerce Training gestart met een campagne om het slagersambacht opnieuw te herwaarderen. “We willen tonen dat slager een fris, modern en aantrekkelijk vak is om jonge mensen er opnieuw warm voor te maken”, klinkt het. Recent werd in dat kader nog een engagementsverklaring ondertekend met de slagersscholen om het beroep van slager nieuw leven in te blazen tijdens een event bij Colruyt Group Fine Foods.Een ander actiepunt in deze campagne was het initiatief VLEESCH dat samen met VLAM en de Gentse topchef Sam D’huyvetter werd opgezet. Dit smaakevent moest volgens de uitnodiging een culinaire ode aan het slagersvak worden. Zowel jong talent als culinaire visionairs werden uitgenodigd voor twee masterclasses met grote namen uit de Vlaamse vleessector: meester-slager Hendrik Dierendonck van de gelijknamige slagerij en vader en dochter Luc en Axelle De Laet van onder meer Butcher’s Store. Alle stukken worden gewaardeerdTijdens de masterclass van Luc en Axelle De Laet was het vader Luc die het woord voerde terwijl ze samen het achterkwartier van een rund versneden. Elk stuk van het rund ligt in zijn toonbank met de benaming zoals hij die zelf geleerd heeft op de slagersschool: spinnenkop, onglet, schenkel of koetsierstuk. “Op die manier trigger je mensen en kan je hen uitleggen hoe je een specifiek stuk vlees kan bereiden. Je sensibiliseert en adviseert je klanten die bepaalde stukken opnieuw leren waarderen. Daar ligt ook ons onderscheidend vermogen ten aanzien van de supermarkt waar alles tournedos of chateaubriand is”, aldus De Laet.Hij heeft naar eigen zeggen zijn klanten ook vet leren eten. “Vet brengt de smaak, maar veel mensen weten dat niet”, legt hij uit. Ook met eigen charcuterie kan je als ambachtelijke slager meerwaarde creëren, net als met allerlei bereidingen. “Vroeger was de traiteurafdeling voor luie huisvrouwen, vandaag is dat het nieuwe normaal. Met die evolutie moet je meegaan, je moet je aan je klant aanpassen. Dat betekent niet dat het ambacht verandert, wel dat je verkoop verandert”, aldus De Laet. Respect voor het dier en de boerEen andere waarde die centraal staat bij hem is respect. “Enerzijds respect voor het dier en voor de boer die het heeft grootgebracht. De manier waarop die dat doet, bepaalt de kwaliteit van het vlees en die kwaliteit zorgt ervoor dat wij ‘commerce’ kunnen doen”, benadrukte De Laet. Volgens hem is het ook de taak van de slager om het verhaal van het dier tot bij de klanten te brengen. “Voeding en water bepalen de terroir van het vlees. Het is aan ons om dat verhaal te vertellen.” Daarnaast heeft hij het ook over respect voor de medewerkers. “Ik zie hen als ‘mijn mensen’. Ik heb hun creativiteit nodig om me te onderscheiden.” We komen uit een tijd waarin beenhouwer zijn een minderwaardige job was. Terwijl ik het zie als een mooi metier waar je heel trots mag op zijn De Laet erkent dat hij ook slager is geworden omdat hij niet heeft kunnen studeren en omdat de varkensboerderij van zijn vader niet echt toekomst had. “We komen uit een tijd waarin beenhouwer zijn een minderwaardige job was. Terwijl ik het zie als een mooi metier waar je heel trots mag op zijn. Dat heb ik altijd proberen uit te dragen”, vertelde hij. Dat zijn dochter een slagersopleiding volgde en intussen ook mee in de zaak is gestapt, lijkt er alvast op te wijzen dat hij in zijn opzet geslaagd is. “En natuurlijk kom je tegenslagen tegen, maar die kunnen je ook sterken. Het is bijvoorbeeld dankzij de dioxinecrisis dat wij de weg gekozen hebben die we nu volgen, weg van de massa.” Versnijden van vlees als kunstvormMinder woorden waren er bij Hendrik Dierendonck. Op luide muziek startte hij zijn masterclass met het versnijden van zijn eigen varkensras, het Menapisch varken. Nadat van het halve karkas op een paar minuten tijd nog slechts deelstukken overblijven, sprak hij pas: “Ik zie het versnijden van vlees als een vorm van kunst en dat heb ik met deze demonstratie willen aantonen. Je moet dit beroep met passie doen. Vaak wordt gezegd, ‘het is maar een beenhouwer’, maar onze job is zoveel meer. Wij voeden mensen en zorgen ervoor dat geen enkel stukje van het dier verloren gaat.”Dierendonck is van mening dat de slagersstiel te lang is blijven stilstaan. “We mogen niet bang zijn van concurrentie, integendeel, concurrentie zorgt ervoor dat we elkaar aanstoken en beter maken. Ik stel mezelf elke dag in vraag: ben ik wel goed bezig?”, legde hij uit. De waarden die hij hoog in het vaandel draagt zijn ambitie, ambacht, passie en innovatie. Die waarden draagt Dierendonck ook uit naar zijn personeel. Zo krijgt bijvoorbeeld elke maand iemand van zijn personeel de tijd om een nieuw product mee te ontwikkelen.Hij erkent dat aan het beroep het vooroordeel vasthangt dat het hard en veel werken is, waardoor slager een uitstervend ras lijkt te worden. Dierendonck wil dan ook duidelijk maken dat slager zijn zoveel meer inhoudt. “Wist je dat er bijvoorbeeld verschillende soorten vet aan een dier zijn, elk met een eigen textuur en een eigen smaak? Ik merk dat jonge mensen stilaan de weg terugvinden naar de lokale slager. Nu moeten we ze nog zover krijgen dat ze terug voor ons en als slager willen werken”, aldus de meester-slager. Alles begint bij het productOm de aanwezigen nog meer te triggeren over de veelzijdigheid en het metier van ambachtelijke slagers, was er ook een culinaire wandeling langs verschillende food bars die elk focusten op één vleeselement. De ene keer speelde charcuterie de hoofdrol, de andere keer balletjes of verse tartaar, telkens op een andere wijze bereid of met een verschillende herkomst. De kunst van het versnijden, uitbenen en klaarmaken is de puurste vorm van ambacht en passie voor het product “Alles begint bij het product”, sloot chefkok Sam D’Huyvetter de bezieler van verschillende culinaire projecten in Gent, het event af. “Wij moeten als chefs en slagers weer fier zijn op ons ambacht. Het product begrijpen en verwerken. De kunst van het versnijden, uitbenen en klaarmaken is de puurste vorm van ambacht en passie voor het product. En consumenten moeten beseffen: wie kiest voor vlees van bij ons, kiest voor smaak, techniek en vakmanschap.”</content>
            
            <updated>2025-06-04T08:41:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Miljoenenschip Belgica blijft nog zeker twee jaar aan wal]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/miljoenenschip-belgica-blijft-nog-zeker-twee-jaar-aan-wal" />
            <id>https://vilt.be/57456</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Sinds onderzoeksschip Belgica in juni vorig jaar is aangemeerd aan de haven van Zeebrugge, is het niet meer uitgevaren. Dat heeft minister van Zeevisserij Hilde Crevits (cd&amp;v) verklaard na een parlementaire vraag van Tom Lamont (Vlaams Belang). Het schip van meer dan vijftig miljoen euro zal ook in 2026 werkloos aan de ketting blijven liggen. Intussen slagen onze wetenschappers er niet in om nodige metingen betrouwbaar uit te voeren. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="zee" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/55fcd105-75c2-4b7c-98d9-9b5b82c8a8a4/full_width_16-c-723-belgica-navegando-web.jpg</image>
                                        <content>Hoe kan het dat een schip van 54 miljoen al meer dan een jaar aan wal ligt? Het onderzoeksschip is eigendom van de Belgische overheid, maar de Franse rederij Genavir baat het uit. Een jaar geleden is het tot een juridisch geschil gekomen tussen Genavir en de Belgische overheid, en die is tot op vandaag niet uitgeklaard.&quot;Een varend labo van het allerhoogste niveau dat ligt te roesten in de haven van Zeebrugge: dat noem ik een onaanvaardbare schande”, zegt Vlaams parlementslid Jasper Pillen (Open Vld) uit Brugge aan VRT.Schip wordt weer onderhoudenDe frustratie is terecht, maar de bewoording klopt niet helemaal. Want hoewel het schip geruime tijd geen onderhoud heeft gekregen, is daar sinds kort verandering in gekomen. “Dat is dus wel een lichtpuntje”, zegt Kelle Moreau van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). “Bij een tussentijds arrest begin januari dit jaar, heeft de Franstalige rechtbank in Brussel aan Genavir opgelegd om het schip van onderhoud te voorzien totdat er een finale uitspraak is. En dat onderhoud is momenteel ook effectief aan de gang. Het schip takelt dus niet meer af zoals het geval zou zijn zonder onderhoudsploeg.Maar zelfs als de juridische geschillen vandaag op morgen worden uitgeklaard – wat niets minder zou zijn dan een mirakel – dan nog zal het maanden duren alvorens het schip kan uitvaren. In praktijk zal de Belgica wellicht nog minstens tot 2026 geen open water zien. “Er moet een nieuwe bemanning getraind worden, en heel veel apparatuur aan boord moet opnieuw worden gekalibreerd. Dat wil zeggen dat het schip op het droogdok moet getrokken worden om die kalibraties uit te voeren. We zitten dus met een aantal maanden aan opstartperikelen alvorens het schip weer op zee kan gaan.” België achterop in race naar blauwe economieDe return die het schip had moeten opleveren, is cruciaal wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van ons milieu en de economie. “Het gaat over het verzekeren van het duurzame beheer en ook de duurzame uitbating van onze Noordzee”, zegt Moreau. “We bevinden ons in een tijdperk van de zogenaamde blue economy, waarbij er alsmaar meer activiteiten op zee plaatsvinden. Vroeger was dat beperkt tot visserij en scheepvaart, maar nu zitten we met energie-infrastructuur, baggerwerken en zandexploitatie. Er komen aanvragen binnen voor zaken als waterstofproductie op zee, CO2-pijpleidingen en zonnepanelen. Dat zijn allemaal zaken die, als die worden vergund, moeten worden opgevolgd. En daar kunnen we momenteel niet aan voldoen.”Met een schip dat vaststaat in de startblokken, ziet het er dan ook naar uit dat we niet eerst zullen landen in deze race naar een blauwe economie. Volgens Moreau komt vooral de duurzaamheid van de blauwe economie in het gedrang. Vandaag kan men niet degelijk monitoren welke milieu-effecten bepaalde projecten op zee hebben, met alle gevolgen van dien. “Als we in een later stadium ontdekken dat we activiteiten op zee hebben toegelaten die aan heel andere voorwaarden hadden moeten worden onderworpen, dan zal het veel kosten om dat bij te sturen”, zegt Moreau. Wie wil nog betalen?Daarnaast moest het schip worden ingezet voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar de zee-ecologie, als belangrijk onderdeel van de Europese vloot. Maar ook die taak wordt nu niet volbracht. Los van de slepende juridische kwesties, vreest Moreau dat ook financieel de Belgica zich in woelig vaarwater bevindt. “Dat is het bijkomende probleem”, zegt Moreau. “Ik maak er zelf geen oordeel over, maar we horen overal dat er moet geïnvesteerd worden in defensie enzomeer, en dat geld moet van ergens komen. En de financiële situatie binnen België lag daarvoor al moeilijk. Het feit dat we in 2024 maar geld kregen voor een half jaar programma - beslist door de vorige regering – was een teken aan de wand dat er budgettaire problemen zaten aan te komen. Het ziet er dus niet naar uit dat het snel beter zal worden.”David Cox van de administratie Wetenschapsbeleid ziet de Belgica eveneens niet uitvaren voor 2026. Aan VRT NWS meldt hij het volgende: &quot;Ofwel moeten we verder werken met Genavir, ofwel moeten we een nieuwe uitbater gaan zoeken. Maar zelfs al beslist de minister morgen om een nieuwe aanbesteding uit te schrijven, dan nog duurt het een jaar om de procedure rond te krijgen. Dus wij zullen nooit tegen eind 2026 al een nieuwe operator kunnen hebben.&quot; Het feit dat we in 2024 maar geld kregen voor een half jaar programma was een teken aan de wand dat er budgettaire problemen zaten aan te komen Parlement buigt zich over de zaakOp initiatief van parlementslid Lamont werd in de commissie Landbouw van het Vlaams oarlement opnieuw aandacht gevraagd voor de problemen rond de Belgica. Lamont uitte zijn bezorgdheid over de impact van het aanhoudende uitvallen van het schip op de dataverzameling door het ILVO. “Zonder voldoende wetenschappelijke data riskeren we dat Europa minder visquota toekent aan Vlaanderen. In het verleden pleitte u ervoor om onze quota sterker te baseren op onze eigen gegevens, net omdat we daarin steeds een voortrekkersrol speelden. Die rol moeten we blijven opnemen”, benadrukte hij.Minister Crevits erkende het belang van het dossier, maar wees erop dat juridische geschillen vaak aanslepen. “De Belgica is eigendom van het Belgian Federal Science Policy Office (BELSPO) en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), en zij voeren al enige tijd onderhandelingen met Defensie en andere mogelijke partners. Tot nu toe zonder concreet resultaat”, gaf ze aan. “We blijven aandringen op een oplossing. Intussen werkt ILVO voor bepaalde staalnames al langer samen met de dienst met afzonderlijk beheer Vloot, via het schip Simon Stevin.” “Het uitvallen heeft momenteel geen impact op de datacollectie omdat die data volgens een Europese verordening verplicht moeten worden aangeleverd onder andere voor de ondersteuning van de wetenschappelijke adviezen&quot;, stelde Crevits in de parlementaire commissie. &quot;ILVO levert de datacollectie. Die wordt nu verzameld met de inzet van commerciële vissersvaartuigen.”“De onderzoeksopdrachten van de Belgica hebben slechts in beperkte mate betrekking op de Vlaamse zeevisserij&quot;, zegt Crevits nog. &quot;De Belgica wordt in eerste instantie ingezet voor federale monitoringopdrachten en in tweede instantie voor Vlaamse, Waalse en federale instellingen. We willen wel een oplossing. Het is niet omdat dat geen impact heeft op de datacollectie dat we niet willen dat dat opgelost geraakt.” Onderzoek op commerciële vaartuigen: Lapmiddel of volwaardig alternatief?Kelle Moreau waarschuwt dat de alternatieve methodes voor datacollectie geen volwaardig alternatief zijn voor het werk van de Belgica. “We hebben mensen die af en toe meegaan met het Vlaamse onderzoekschip Simon Stevin”, zegt Moreau. “Maar dat is een kleiner schip dat eerder ontworpen is voor kustgebonden onderzoek in de Belgische wateren. Het probleem is bovendien dat ze met een volle agenda zitten. Het is geen schip dat men even kan boeken voor maandenlang werk. Je moet toch rekenen dat de scheepsplanning al anderhalf jaar op voorhand ingecalculeerd is, en we slechts hier en daar een dagje kunnen bijdoen.”“Voor de rest kunnen we beroep doen op werkschepen van private bedrijven, maar dat is helemaal niet in een frequentie zoals we die met een toegewijd schip als de Belgica konden realiseren. We maken dat we hier en daar wel een paar gegevens verzamelen, maar onvoldoende.”Volgens Moreau brengt dat ook bepaalde risico’s met zich mee. Zo wordt in onze rapportering aan Europa data aangeleverd die eerder leunt aan momentopnamen, in plaats van een meer grondige meting. “Bovendien heb je geen enkele zekerheid of je cijfers corresponderen met de realiteit op de langere termijn. We zitten met veel wetenschappelijke vragen over de validiteit van de gegevens die we vandaag verzamelen.”</content>
            
            <updated>2025-06-03T14:38:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eerste steen gelegd voor innovatieve Feed Pilot bij ILVO]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eerste-steen-gelegd-voor-innovatieve-feed-pilot-bij-ilvo" />
            <id>https://vilt.be/57457</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) heeft dinsdag de symbolische eerste steen gelegd – in werkelijkheid het eerste silo-element – van de gloednieuwe Feed Pilot op de ILVO-site in Merelbeke. Deze unieke proefinstallatie wordt hét centrum voor innovatie in de productie van diervoeders in Vlaanderen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeder" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d2ebbd23-67a9-4381-b71f-91bf65642280/full_width_feedpilot1.jpg</image>
                                        <content>De Feed Pilot is een pilootinstallatie waar onderzoekers samen met bedrijven experimentele voeders kunnen ontwikkelen voor alle landbouwdieren. Dat gebeurt met nieuwe grondstoffen, additieven en verwerkingsprocessen, allemaal op kleine of middelgrote schaal. De infrastructuur is uniek in België en de buurlanden, zowel technologisch als qua integratie met andere ILVO-onderzoekslijnen zoals duurzaamheid, dierenwelzijn, voederstrategieën en circulaire economie.Strategische investering voor de Vlaamse agrovoeding“Met deze investering versterkt Vlaanderen zijn positie in strategische sectoren zoals de agrovoeding”, zei minister-president Diependaele. “We koppelen wetenschappelijke excellentie aan economische meerwaarde en versterken tegelijk onze voedselautonomie. Door lokaal te produceren worden we minder afhankelijk van internationale markten. Dit project geeft bovendien een boost aan de circulaire economie.”De bouw van de Feed Pilot vergt een investering van circa 6 miljoen euro. De Vlaamse overheid financiert meer dan de helft, aangevuld met middelen van EFRO, ILVO zelf, de provincie Oost-Vlaanderen en Victam, een internationale stichting die technologie-onderzoek in de diervoedersector stimuleert.Innovatie gedreven door maatschappelijke uitdagingenDe veehouderij staat voor grote uitdagingen: methaan- en stikstofreductie, hogere eisen rond dierenwelzijn, eiwittransitie, en een efficiëntere benutting van reststromen. Die vraagstukken zetten sterk in op betere voederstrategieën. De Feed Pilot zal onderzoekers en bedrijven toelaten om in gecontroleerde omstandigheden nieuwe voeders te ontwikkelen, testen en optimaliseren. Bijvoorbeeld:Methaanemissies bij rundvee moeten tegen 2030 met 19 procent dalen. De oplossingen worden voornamelijk gezocht in (voeder)strategieën, zodat men dierlijke producten kan produceren met een minimalere milieu-impact, tegen een rendabele kostprijs.De stikstofreductie in Natura 2000-gebieden vereist betere eiwitbalansen en precisievoedering.Reststromen en alternatieve eiwitten zoals insecten, algen of fermentatieproducten kunnen in het voer verwerkt worden.Het effect van bewerkingsprocessen op de voederkwaliteit en het dierenwelzijn, bijvoorbeeld voorkomen van maagzweren, wordt onderzocht.Samenwerking met de sectorBedrijven uit de veevoeder-, premix- en additievenindustrie reageren positief op de komst van de Feed Pilot. Zij verwachten mogelijkheden voor gezamenlijke onderzoeksprojecten, kennisdeling en opleidingen. Katrien D’hooghe van BFA en bestuurder bij Victam: “Onze bedrijven hebben nood aan een installatie waar ze kleinschalige, technologische testen kunnen doen en via opleiding kennisdeling te bevorderen. Onze vraag is telkens welke parameters of keuzes in het productieproces leiden tot welke verbeteringen in het eindvoeder, bijvoorbeeld op vlak van kwaliteit of duurzaamheid.”De infrastructuur wordt uitgerust met geavanceerde sensoren om het energieverbruik van elke verwerkingsstap op te volgen. Zo kunnen bedrijven hun productie ook verduurzamen en energie-efficiënter maken. Een brug tussen lab en veld“De Feed Pilot wordt een brug tussen wetenschap en economische praktijk”, zegt Sam De Campeneere, wetenschappelijk directeur bij ILVO. “We willen innovaties versnellen, processen optimaliseren en antwoorden bieden op uitdagingen als klimaatverandering, circulariteit en de eiwittransitie.”De ILVO-Feed Pilot zal zowel voor intern als extern onderzoek gebruikt worden, met flexibel inzetbare lijnen voor proefvoeders in uiteenlopende batchgroottes.Toekomstgerichte ambitieJoris Relaes, administrateur-generaal van ILVO, benadrukt het belang op lange termijn: “Wereldwijd blijft de vleesconsumptie groeien. Het is onze opdracht om die productie zo duurzaam mogelijk te ondersteunen – met kennis, infrastructuur en samenwerking.”De Feed Pilot opent volgens planning in 2026.</content>
            
            <updated>2025-06-03T15:56:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe oproep voor ophaling van asbestdaken: “Er is een duidelijk momentum in de sector”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-oproep-voor-ophaling-van-asbestdaken-er-is-een-duidelijk-momentum-in-de-sector" />
            <id>https://vilt.be/57458</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers die hun asbestdak willen vernieuwen en daarbij een kosteloze ophaling van het asbestafval willen, krijgen een nieuwe kans. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) lanceerde dinsdag een nieuwe oproep vanuit een asbestvrije melkveestal in Geetbets. “De vorige oproep van vier maanden geleden was een doorslaand succes”, geeft hij mee. “In minder dan een week ontving OVAM 1.200 aanmeldingen. Met deze oproep kunnen er daar nog eens 600 bijkomen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gezondheid" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c0988f25-77e0-48cd-8650-f77416d7b5fd/full_width_pasbeststal.jpeg</image>
                                        <content>Landbouwers die hun asbestdaken willen vervangen, kunnen daarvoor ondersteuning krijgen van de&amp;nbsp;Openbare Vlaams Afvalstoffenmaatschappij (OVAM). De afbraak en plaatsing van een nieuw dak betalen ze zelf, maar de ophaling van het asbestafval kan gratis aan huis gebeuren. “De kostprijs hangt af van de hoeveelheid afval, maar die kan in veel gevallen flink oplopen”, klinkt het bij OVAM.Het is intussen al de vijfde oproep. De vorige waren telkens razendsnel volzet. “Deze vorm van ondersteuning in combinatie met VLIF-steun voor het nieuwe dak, stimuleert duidelijk landbouwers om werk te maken van de verwijdering van hun asbestdaken”, aldus OVAM.&amp;nbsp;“De landbouwers willen vooruit, en wij geven hun daar graag de middelen voor”, is te horen bij minister Brouns. “Dankzij deze gratis ophaling kan de sector op een veilige en haalbare manier komaf maken met het asbestverleden.”Wachtlijsten bij aannemersNa de goedkeuring van OVAM hebben landbouwers een jaar de tijd om een afspraak te maken met een aannemer die het dak zal verwijderen. Maar daar stropt het vaak. Niet veel dakwerkers zijn gespecialiseerd in asbestdaken verwijderen waardoor er wachtlijsten ontstaan. Dat bevestigt ook Katleen Toetenel van de Eshoeve in Geetbets: “In 2021 was het asbestdak van onze melkveestal volledig versleten, het regende op verschillende plaatsen zelfs binnen. Toen Vlaanderen voor het eerst een ophaaloproep lanceerde, hebben we ons meteen aangemeld. Dat ging vrij vlot, maar voor de verwijdering zelf moesten we meerdere aannemers contacteren. Slechts één daarvan wilde een offerte opmaken, hij heeft de werken uiteindelijk ook uitgevoerd. Daarna verliep alles opnieuw vlot. Het dak werd plaat per plaat vernieuwd in een kleine drie weken.”Asbest verwijderen van daken is een risicovol werk, zowel door de schadelijke stof als het werken op hoogte. Dat maakt het geen aantrekkelijk beroep en zorgt voor een tekort aan gespecialiseerde aannemers. “Daarom werken we telkens met aparte oproepen”, duidt OVAM. “Zo geven we de sector de ruimte om de grote vraag telkens bij te benen. Wie van ons goedkeuring krijgt, kan er zo op rekenen een aannemer te vinden die binnen het jaar aan de slag kan.” Op schema voor een asbestveilig VlaanderenSinds het begin van de oproepen in 2021 hebben al 5.393 landbouwers zich aangemeld. Dit resulteerde in een ophaling van 1.777.223 m² aan asbestcement, omgerekend is dit de oppervlakte van 250 grote voetbalvelden. Op de ophaalkalender van OVAM staan dit jaar nog 1.744 locaties ingepland. Met de nieuwe oproep zullen daar nog eens 600 plaatsen bijkomen.“Als we dit tempo kunnen aanhouden, wordt 2025 een topjaar op vlak van asbestverwijdering”, kondigt minister Brouns aan op de Eshoeve. “Tegen eind dit jaar zouden we bijna evenveel landbouwers hebben geholpen als de helft van de voorbije drie jaar samen. Zo blijven we mooi op koers richting een asbestveilig Vlaanderen in 2040.”Zowel OVAM als minister Brouns verwachten dat ook de nieuwe oproep opnieuw veel landbouwers naar hun computer zal brengen om zich in te schrijven. “Er is duidelijk een momentum nu”, klinkt het. Veel asbestdaken dateren uit de jaren tachtig en negentig en zijn intussen versleten. “Tegelijk is het bewustzijn over het veilig verwijderen van asbest sterk gegroeid, en komt er een golf van nieuwe investeringen op landbouwbedrijven aan. Vaak gaat het om ingrepen die met stikstof te maken hebben, maar in die plannen wordt een dakvernieuwing vaak meegenomen”, zegt Brouns. Golf van nieuwe investeringenDit is ook het geval bij Katleen en haar man. Het dak van de melkveestal werd reeds vervangen, maar de stal met de ligboxen is nog steeds bedekt met asbestgolfplaten. Ook zij zullen heel wat aanpassingen moeten doorvoeren om tegen 2030 25 procent van hun stikstofemissies te reduceren en kijken momenteel uit wat ze met hun stallen zullen moeten doen. “Hoogstwaarschijnlijk wordt het een volledig nieuwe melkveestal. Ondanks het vernieuwde dak van drie jaar geleden is de rest van het gebouw te verouderd om er nog veel aan te verbouwen. En dan is er nog een grote investering in het vooruitzicht: onze melkrobots zijn intussen 19 jaar oud en aan vervanging toe.”Binnen enkele jaren wil zoon Ruben het bedrijf overnemen. Om de investeringskosten te dragen had de familie graag haar productie aangehouden en eventueel zelfs wat uitgebreid. “We willen nog steeds een familiebedrijf blijven, maar toch ook ons brood verdienen. Met de stikstofregels weten we echter niet of onze plannen haalbaar blijven”, klinkt het. “Tot we meer weten, zal het asbestdak daarom nog even blijven liggen. Deze is trouwens nog helemaal intact, en vormt ook geen gevaar.”Als het er toch af moet, zal Katleen zich opnieuw aanmelden voor een gratis ophaling. Allicht is het tegen dan haar zoon Ruben die die stap zal zetten. Hij staat alvast te popelen om het bedrijf over te nemen, al is ook voor hem de toekomstrichting van de boerderij nog niet helemaal duidelijk. Eén ding weet hij wel zeker: “Het zal niet makkelijk worden, maar we vinden wel een oplossing. Dat moet gewoonweg.”</content>
            
            <updated>2025-06-03T16:43:51+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Graslanden in de Kempen blijken sterke klimaatbondgenoten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/graslanden-in-de-kempen-blijken-sterke-klimaatbondgenoten" />
            <id>https://vilt.be/57459</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Graslanden – en dan vooral op zandgronden – zijn een onmisbare schakel in het klimaatverhaal. Dat blijkt uit het LEADER-project Klimaathoeders van de Kempen, waarbij wetenschappers op tien locaties in de Kempen intensief onderzoek deden naar koolstofstromen in graslanden. De resultaten zetten het lang onderbelichte belang van graslanden als koolstofopslagplaats in de kijker.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="koolstof" />
                        <category term="gras" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4f631284-de60-4b48-897f-9337cfa04b1f/full_width_graslandmeting.jpeg</image>
                                        <content>Gasmetingen in het veldTot nu toe ging de meeste aandacht in bodemonderzoek naar natuurgebieden en akkers. Graslanden bleven vaak onder de radar. Nochtans hebben ze, zeker op zandbodems, een groot potentieel om koolstof vast te leggen dankzij hun diepe en uitgebreide wortelstelsel.Om die hypothese te toetsen, voerden onderzoekers in 2023 en 2024 maar liefst 786 gasmetingen uit op hoogproductieve graslanden van Kempische melkveehouders. Gewapend met draagbare gasanalyzers maten ze ter plaatse hoeveel CO₂ en CH₄ vrijkwam uit de bodem. Ook bodemvocht en temperatuur werden gemonitord. De metingen vonden plaats op zowel landbouw- als natuurgraslanden.Warm en droog? Meer CO₂De resultaten tonen dat bodemtemperatuur en -vocht cruciale factoren zijn. Hoe warmer en droger de bodem, hoe meer CO₂ vrijkomt. Omgekeerd komt methaan vooral vrij in natte omstandigheden. Op zandgronden – die sneller uitdrogen – liep de CO₂-uitstoot bij hogere temperaturen snel op. Bij intensieve begrazing steeg de methaanuitstoot, vooral op lemige bodems waar verdichting vaker optreedt, waardoor de bodem slechter draineert en sneller verzadigd raakt met water.Ook het type graslandbeheer bleek van belang. Op landbouwgronden zorgde bemesting voor een piek in CO₂-uitstoot, maar een deel van die koolstof werd effectief vastgelegd in de bodem. Gras- en kruidenmengsels lieten zelfs een hogere CO₂-uitstoot zien dan monoculturen, wat verband houdt met een actiever bodemleven. Die verhoogde activiteit leidt weliswaar tot meer gasuitstoot, maar ook tot meer koolstofopslag – vooral dankzij diepere beworteling en betere samenwerking tussen plantenwortels en het actievere bodemleven. Praktijkadvies: kijk in de bodemEen eenvoudige manier om als landbouwer inzicht te krijgen in de koolstofopslag van je grasland, is het bekijken van de beworteling. Door een profielkuil te graven, zie je meteen hoe diep het gras wortelt. Gras-kruidenmengsels en grasklaver wortelen doorgaans dieper dan klassiek Engels raaigras. Die diepe wortels zorgen niet alleen voor betere koolstofopslag, maar ook voor een gezondere bodemstructuur.Aan de slag?Overweeg het inzaaien van diepwortelende soorten zoals rode klaver of cichorei. Gebruik organische meststoffen met een hoge koolstof-stikstofverhouding, zoals stalmest of compost. Zo werk je niet alleen aan een vruchtbare bodem, maar ook aan een klimaatrobuust landbouwsysteem.Vervolgonderzoek in 2025In het najaar van 2025 volgt een nieuw project dat verder moet uitzoeken welke factoren het meeste bijdragen aan koolstofvastlegging in graslanden. De boodschap is duidelijk: wie klimaatwinst zoekt, doet er goed aan zijn graslanden met zorg te beheren.Het Klimaathoeders-project is een samenwerking tussen KU Leuven Campus Geel, Hooibeekhoeve, Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete, Thomas More, Boerenbond, Het Bolhuis en VLM.</content>
            
            <updated>2025-06-03T16:39:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Limburg en Namen grote winnaars op Belgian Wine Award Gault&Millau]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/limburg-en-namen-grote-winnaars-op-belgian-wine-award-gaultmillau" />
            <id>https://vilt.be/57460</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>België en de Bordeauxstreek hebben stilaan meer gemeen dan alleen een beginletter. Een dertigtal Belgische wijnen viel maandag in de prijzen tijdens de voorstelling van de Gault&amp;Millau Belgische wijngids in het Brusselse Hôtel des Douanes. Uit de Belgian Wine Awards 2025 blijkt dat de voornaamste wijndomeinen in ons land zich in Limburg en West-Vlaanderen bevinden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wijn" />
                        <category term="druif" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ffa4fb4c-1320-4e49-a8c8-091a9c6925f0/full_width_wijngaardwijndruiven-1280.jpg</image>
                                        <content>In de laatste editie van Gault&amp;amp;Millau zijn er in totaal 24 nieuwe wijndomeinen en 29 nieuwe referenties opgenomen. In totaal zijn er nu 123 Belgische wijndomeinen opgenomen in de gids. Binnen de Belgische wijndomeinen kregen 63 flessen het label &#039;coup de coeur&#039; opgespeld. Vooral witte wijnen behaalden het label. In totaal krijgen 236 wijnen een referentie in Gault&amp;amp;Millau, waarvan 27 wijnen zich voortaan ook winnaar van de Belgian Wine Award 2025 noemen.Vooral de wijndomeinen in Limburg en Namen doen het goed. Onder meer Wijnkasteel Genoels-Elderen in Riemst valt in de prijzen, evenals Schorpion uit Hasselt. Verder zijn ook nog Kitsberg, Clos d&#039;Opleeuw en Gloire de Duras geprezen Limburgse wijndomeinen. Voor Namen hebben Domaine La Falize, Château Bon Baron en Domaine du Ry D&#039;Argent de titel van Belgian Wine Awards 2025 mogen ontvangen. Beloftevolle vooruitzichtenOver de jaren heen is de Belgische wijnsector fors gegroeid. Toch was het vorige oogstjaar niet het meest eenvoudige voor telers. In 2024 werden wijnboeren geplaagd door een hevige schimmeldruk en slechte weersomstandigheden. Dit jaar lijken de omstandigheden vooralsnog gunstig. De voorbije droogte was een plaag voor vele teelten, maar niet voor de druiven. “De zon en warmte gaven onze druiven dit jaar een fantastische start”, vertelde Joris Eeckhout van wijndomein Den Eeckhout in het heuvelachtige Houwaart eind mei aan VILT. “Droogte geeft zelden een probleem op onze hellingen. Wat wel elk jaar een uitdaging blijft, is het risico op vorst in het voorjaar. De ligging van een wijngaard is daarbij cruciaal, en precies daarin zit de kracht van de Houwaartse Berg als locatie.”Het finale oordeel over wijnjaar 2025 zal echter nog niet meteen geveld kunnen worden, want de oogst valt pas rond september en oktober. Ons land kent vandaag in totaal 320 geregistreerde producenten, en hun aantal blijft toenemen. &quot;Samen cultiveren ze ongeveer 950 hectare aan wijngaarden. Naast deze kwantitatieve expansie stellen we ook een duidelijke kwaliteitsverbetering vast&quot;, aldus Gault&amp;amp;Millau. Met de uitgave van de hernieuwde wijngids wil Gault&amp;amp;Millau dan ook &quot;de referentie blijven op vlak van Belgische wijnen&quot;.Ook het Antwerpse wijndomein Het Eiken Vat en de Mikken Urban Winery en Monteberg uit West-Vlaanderen behoren tot de absolute top van de Belgische wijndomeinen. En met Domaine du Chant d&#039;Eole en Domaine Mont des Anges is ook Henegouwen vertegenwoordigd in de lijst. Ten slotte dingen ook enkele domeinen uit Luik, Oost-Vlaanderen en Waals-Brabant met succes mee naar de titel.De wijndomeinen en hun gevierde producten kunnen allemaal ook online geraadpleegd worden op de website van Gault&amp;amp;Millau.</content>
            
            <updated>2025-06-04T08:41:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vier vragen over de natuurherstelwet: Wat staat Vlaanderen te wachten?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vier-vragen-over-de-natuurherstelwet-wat-staat-vlaanderen-te-wachten" />
            <id>https://vilt.be/57461</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese natuurherstelwet verplicht lidstaten tot ingrijpende maatregelen voor biodiversiteit en natuur. Ook Vlaanderen moet duizenden hectares natuur beschermen en herstellen – en dat binnen strakke deadlines. Maar wat moet precies hersteld worden, wat verwacht de Europese Unie van ons en hoe strikt zijn de regels?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="natuurherstelwet" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c3bfd14e-22b9-4097-bc9b-e144ebfb5e29/full_width_natuurgebied.jpg</image>
                                        <content>De natuurherstelwet vertrekt vanuit een brede, overkoepelende doelstelling: op lange termijn duurzaam herstel bereiken van aangetaste ecosystemen, zodat die opnieuw biodiversiteit kunnen vestigen en veerkrachtiger worden. Die herstelinspanningen zullen tegelijk bijdragen aan een tweede belangrijk doel: het halen van de EU-klimaatambities op vlak van mitigatie, adaptatie en bodemdegradatie. Tot slot mikt de EU via de natuurherstelwet ook op meer voedselzekerheid, onder meer door doelstellingen voor wilde bestuivers op te nemen.“De ruime aanpak behoedt lidstaten tegen verkokering”, geeft milieujurist Jan Bouckaert aan tijdens een hoorzitting in de Commissie Omgeving van het Vlaams parlement. Inspanningen voor het ene doel zullen ook kunnen meetellen voor andere doelen. Zo dragen vernattingsprojecten niet alleen bij aan de ambities van de Blue Deal, maar ook aan het herstel van koolstof in de organische bodem en vermindering van emissies. Vlaanderen wil maximaal inzetten op zulke overlappingen, de zogenoemde koppelkansen.Wat ligt concreet op tafel?De overkoepelende doelstelling wordt opgedeeld in verschillende kwantitatieve subdoelen en verplichtingen waaraan België moet voldoen. Voor de landbouwsector zijn voornamelijk artikelen vier en elf van de verordening belangrijk. Ik weet niet hoe Vlaanderen de doelstelling rond ontwaterde veengronden zal realiseren Artikel 11: herstel van landbouwecosystemenBelgië moet landbouwnatuur herstellen. De belangrijkste Europese indicator hiervoor is de index van boerenlandvogels. Die moet telkens toenemen om in 2050 uiteindelijk een bevredigend niveau te hebben, vergelijkbaar met de situatie in 2013. Bijkomstig moet België nog vooruitgang tonen bij twee extra indicatoren, te kiezen uit drie opties: de graslandvlinderindex, de hoeveelheid organische koolstof in bouwland en het aandeel landbouwgrond met landschapselementen.Daarnaast moet de organische bodem van ontwaterde veengronden in landbouwgebruik hersteld worden. “Dit lijkt mij de grootste uitdaging te worden voor Vlaanderen”, lichtte Bouckaert toe. “Ik weet niet goed hoe dit gerealiseerd zal kunnen worden.” Zo moet er tegen 2030 herstelmaatregelen genomen zijn voor 30 procent van deze gronden waarvan minstens een kwart opnieuw vernat is. In 2040 gaat het om 40 procent waarvan minstens een derde vernat is en in 2050 moet 50 procent onder herstelstelmaatregelen vallen waarvan een derde vernat is.De impact op de Polders zal aanzienlijk zijn. “Het zal essentieel zijn dat de reeds geleverde inspanningen mee in rekening gebracht kunnen worden”, aldus Bouckaert. Artikel 4: herstel van land- kust- en zoetwatersystemenDe wet legt ook doelen op om zowel gedegradeerde als verloren habitats opnieuw te verbeteren. Het gaat onder meer om types en soorten die vroeger in de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn opgenomen waren.Het ‘verbeteren’ wordt omschreven als een voortdurend proces dat moet leiden tot een goede toestand in 2050. Daarbij geldt ook een verslechteringsverbod waarbij habitats er intussen niet op mogen achteruitgaan. Tegen 2030 moet minstens 30 procent van de gedegradeerde habitats onder herstelmaatregelen vallen, tegen 2040 minstens 60 procent en tegen 2050 90 procent.Een goede staat van instandhouding heeft zowel betrekking op de kwaliteit als op de kwantiteit van leefgebieden. Als blijkt dat de huidige leefgebieden onvoldoende zijn om de habitats in goede toestand te brengen, zullen er extra gebieden gecreëerd moeten worden. Daarbij is ook het herstel van verdwenen ecosystemen noodzakelijk, zodat de zogenaamde gunstige referentieoppervlakte behaald wordt. Tegen 2030 moeten maatregelen genomen zijn op minstens 30 procent van de benodigde extra oppervlakte, tegen 2040 op 60 procent en tegen 2050 op 100 procent. Overige bepalingenArtikelen 8, 9, 10, 12 en 13 breiden de scope van de natuurherstelwet uit. Artikel 8 bepaalt bijvoorbeeld dat er ook in stedelijke gebieden een toename moet zijn aan groene ruimte en boomkroonbedekking.De EU wil verder ook 25.000 kilometer aan natuurlijke rivierverbindingen en natuurlijke overstromingsgebieden herstellen, de achteruitgang van bestuivers stoppen en bosecosystemen herstellen. Deze laatste zal gemeten worden via een bosvogelindex en zes bijkomende indicatoren. “Dankzij het bestaande bosbeleid zal Vlaanderen hier weinig problemen kennen”, voorspelt Bouckaert. Bosuitbreiding zal daarentegen wel een uitdaging zijn. Zo engageert de EU zich om drie miljard bomen bij te planten. Een doelstelling dat volgens Bouckaert veel te hoog gegrepen is. Moet er bijkomende natuur afgebakend worden?Voor elk habitattype moet er een oppervlakte worden bepaald waarvoor een gunstige staat van instandhouding wordt nagestreefd. In het nationale herstelplan zal België hiervoor indicatieve kaarten van potentiële herstelgebieden moeten opnemen, inclusief gekwantificeerde oppervlaktes en een timing van de te nemen maatregelen.In 2013 werd voor Vlaanderen berekend dat er nog zo’n 46.000 hectare aan habitats ontwikkeld moest worden om een gunstige toestand te bereiken. Deze berekening gebeurde volgens de toen geldende methodiek, een geactualiseerde methode is nog in de maak bij de Europese Commissie. Wie aan duurzaam natuurherstel wil doen, moet voorbij de grenzen van de Natura 2000-gebieden kijken Er zal dus bijkomende natuur en habitats moeten worden afgebakend. De EU maakt duidelijk dat er ook buiten de beschermde Natura 2000-gebieden maatregelen nodig zijn. Maar dat betekent volgens milieujurist en Groen-politicus Hendrik Schoukens niet per se dat dit steeds om bijkomende beschermde natuurgebieden moeten gaan.“Er staat nergens expliciet dat een nieuw afbakeningsproces moet worden opgestart”, aldus Schoukens. “De verordening legt vooral de focus op het effectief realiseren van natuurherstel, en dat kan via allerlei instrumenten. Het is logisch dat de EU ook aanstuurt op herstel buiten Natura 2000-gebieden. Wie een gebied in gunstige staat wil brengen, moet daarbij soms maatregelen nemen die verder reiken dan de grenzen van dat gebied. Kijk naar de stikstofaanpak. Als je de trend wil keren, dan kunnen we niet anders dan meer landschapsgericht aan natuurherstel doen. Natuur laat zich niet in een hokje duwen. Je kunt een wetland wel afbakenen, maar als je verderop blijft draineren, zullen we ons binnen tien jaar afvragen waarom dat wetland nog steeds niet hersteld is.” Hoe bindend is de Natuurherstelwet en zijn er afwijkingsmogelijkheden?De natuurherstelwet is een verordening en is onmiddellijk bindend, zonder omzetting in nationaal recht. Maar waar het initiële voorstel strikte resultaatsverplichtingen bevatte, zijn sommigen versoepeld naar inspanningsverbintenissen met streefdoelen. Herstelmaatregelen moeten daarbij wel genomen worden, maar het resultaat hoeft nog niet bereikt te zijn.Bovendien behouden lidstaten enige speelruimte, onder meer via afwijkingsmogelijkheden. “Maar dit zijn ook geen wild cards”, waarschuwt Bouckaert. “De doelstellingen moeten worden gehaald, ook al gaat het om inspanningsverbintenissen. De deadlines zijn bovendien zeer scherp. &amp;nbsp;We zullen snel werk moeten maken van uitvoering.” We zullen de doelen moeten halen. De EU wil vooruit, ze heeft zich internationaal geprofileerd als voortrekker in het biodiversiteitsbeleid Schoukens licht ook toe waarom de EU voor een verordening heeft gekozen in plaats van een richtlijn. “In het verleden werden biodiversiteitsstrategieën vaak vastgelegd in richtlijnen, maar zonder concrete verplichtingen bleef de uitvoering in veel lidstaten uit. Pas wanneer doelstellingen kwantitatief zijn en gepaard gaan met deadline, wordt er daadwerkelijk vooruitgang geboekt. En de EU wil vooruit. Ze heeft zich namelijk internationaal geprofileerd als voortrekker in het biodiversiteitsbeleid. Daarnaast is de Commissie er ook van overtuigd dat investeren in natuur rendeert.&quot;Om voldoende speelruimte te behouden, raadt Bouckaert aan het herstelplan niet te gedetailleerd op te maken en geen onhaalbare doelen te formuleren. Brede doelstellingen laten tegelijk ook ruimte voor interpretatie in juridische procedures, maar volgens hem is dat minder risicovol dan alles vastzetten waarbij je veel sneller terecht komt in een stormloop naar de rechtbank.Hoe gaat Vlaanderen te werk?België moet in een nationaal herstelplan een lijst aan herstelmaatregelen tot 2032 opnemen met indicatieve kaarten waar deze zouden gelden en waar verslechtering tegengegaan wordt. De aanpak voor erna (tot 2050) mag in een ruim &quot;strategisch overzicht&quot; gegoten worden. Dit wil zeggen dat we nog even de tijd krijgen om te bepalen wat nu exact &quot;bevredigende niveaus&quot; zijn waar alle voorgestelde indicatoren aan moeten voldoen. Eerst zullen we kijken wat we al doen, om daarna te bepalen wat er bijkomend nog nodig is Voor Vlaanderen gebeurt de voorbereiding in vijf thematische werkgroepen. “We starten met wat er al gebeurt, en bepalen dan wat er bijkomend nodig is”, zegt Goedele Van der Spiegel, administrateur-generaal bij het Agentschap Natuur en Bos (ANB). “Er zal telkens maximaal gestreefd worden naar synergiën en koppelkansen met verschillende beleidsdomeinen en de reeds bestaande beleidsplannen.”Zowel Bouckaert als de adviesraden benadrukken dat een breed draagvlak cruciaal is om de doelen in praktijk te kunnen bereiken. “Ongetwijfeld zal hierdoor de ambitie lager komen te liggen, maar zo vermijden we dat iedereen onmiddellijk naar de rechtbank stapt”, aldus Bouckaert. “Zonder draagvlak zal er ook een hopeloos spanningsveld ontstaan tussen ecologie en economie, wat uiterst moeilijk is om terug te verzoenen op zo’n klein gebied als Vlaanderen.”Om dat draagvlak te creëren, wijst Van der Spiegel op een geplande kosten-batenanalyse en een openbaar onderzoek in 2026, opnieuw met advies van de strategische raden. Daarnaast komen er per werkgroep workshops met vertegenwoordigers van verschillende belangengroepen om input te krijgen, hen mee aan boord te trekken en te responsabiliseren.“Koffiekransen en koppelkansen”, vatte Vlaamse parlementslid Bart Dochy (cd&amp;amp;v) de aanpak al grappend samen. “Dit heeft zeker kansen om draagvlak te versterken, overleg en rechtszekerheid te garanderen. Wat erg nodig is, want de natuurherstelwet zal een enorme impact hebben op het maatschappelijk leven en het komt eraan met zeer hoge snelheid.”Lees morgen welke bedenkingen juristen hebben over de impact en implementatie van de natuurherstelwet in Vlaanderen.</content>
            
            <updated>2025-07-07T16:06:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgisch veevoederbedrijf Voeders Huys komt in Nederlandse handen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgisch-veevoederbedrijf-voeders-huys-komt-in-nederlandse-handen" />
            <id>https://vilt.be/57462</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Nederlandse familiebedrijf De Heus Voeders neemt diervoederbedrijf Voeders Huys met productielocaties in Brugge en Noord-Frankrijk over. “Voor De Heus biedt deze overname de kans om de positie van het bedrijf in België en Noord-Frankrijk te versterken, voor de familie Huys biedt dit nieuwe kansen voor groei en continuïteit”, zo zeggen ze in een gezamenlijk persbericht. Vandaag produceert Voeders Huys ongeveer 250.000 ton diervoeders.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeder" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/be261654-ae70-4b6a-968a-b3474861d2e9/full_width_voeders-huys.png</image>
                                        <content>Voeders Huys werd in 1938 opgericht door de familie Huys die al sinds 1865 actief was in de graanhandel. Intussen is de vijfde generatie in het bedrijf actief. Vandaag heeft het familiebedrijf productievestigingen in Brugge en in het Noord-Franse Saint-Michel (Aisne) en produceert het om en bij de 250.000 ton diervoeders. Daarmee behoort het tot de 10 procent grootste veevoederbedrijven in ons land.Bewuste keuze voor familiaal bedrijfHet bedrijf heeft naar eigen zeggen een sterke regionale binding en een uitstekende reputatie. “Als familie zijn we trots op wat we samen met ons team en onze klanten hebben opgebouwd”, zegt Stéphanie Huys, bestuurder bij Voeders Huys. “Tegelijkertijd realiseerden wij ons dat de toekomst vraagt om nieuwe stappen en investeringen. Wij zijn ervan overtuigd dat deze overname het juiste moment markeert om ons familiebedrijf verder te ontwikkelen.”De familie Huys heeft er bewust voor gekozen om het bedrijf onder te brengen bij De Heus, eveneens een familiebedrijf, omwille van de ondernemersmentaliteit, de langetermijnvisie en het vertrouwen in de Belgische veehouderij”, klinkt het. “We herkenden in De Heus dezelfde familiale waarden en toewijding op lange termijn voor onze klanten en ons personeel”, aldus Stéphanie Huys. Volgens haar biedt deze overname nieuwe kansen voor groei en continuïteit. De familie verzekert dat ze betrokken blijft bij deze volgende fase. Voet aan grond in België en Noord-FrankrijkDe Heus Voeders Nederland is een onderdeel van De Heus Animal Nutrition, een familiebedrijf dat werd opgericht in 1911 en zich intussen ontwikkeld heeft tot een wereldwijd organiserende operatie met meer dan 100 productievestigingen in meer dan 20 landen. Het hoofdkantoor bevindt zich in Ede en het bedrijf telt verschillende productielocaties in Nederland. Daardoor heeft het een nauwe band met de Nederlandse agrarische sector.“Met de overname van Voeders Huys zien we volop kansen om onze klanten in België en Noord-Frankrijk nog beter van dienst te zijn. De overname past perfect bij onze ambitie om internationaal te groeien met behoud van lokale kracht”, legt Paul Damen, algemeen directeur van De Heus Voeders uit. Volgens hem biedt de samenwerking met Voeders Huys ook mogelijkheden om gezamenlijk nieuwe klanten aan te trekken en verder te groeien in deze belangrijke regio’s. Eerder al Belgische veevoederbedrijven overgenomen door NederlandseHet is niet de eerste keer dat een Nederlands veevoederbedrijf een Belgisch veevoederbedrijf overneemt. In tegenstelling tot Nederland is de Belgische veevoedersector sterk versnipperd. Ons land telt een brede waaier aan veevoederbedrijven, vaak familiaal gerund, terwijl in Nederland al een periode van overnames en fusies achter de rug heeft. Vandaag is ongeveer twee derde van de Nederlandse veevoedermarkt in handen van drie grote spelers: Agrifirm, ForFarmers en De Heus.In de periode 2018-2020 vonden ook consolidatiegolf plaats in de Belgische veevoedersector. In 2018 werd Voeders Algoet uit het Oost-Vlaamse Zulte overgenomen door het beursgenoteerde Nederlandse bedrijf ForFarmers en in 2019 werd Quartes overgenomen door het Nederlandse Agrifirm. Verschillende Belgische veevoederfabrikanten sloegen in de periode ook de handen in elkaar. Zo nam Leievoeders in 2018 eerst het Poperingse veevoederbedrijf Cibus over en een jaar later volgende een tweede overname met Klaasen &amp;amp; Co uit Ravels. Begin 2020 kondigden Voeders Denys uit Lichtervelde en Voeders Decadt uit Oostnieuwkerke aan dat ze zouden gaan samenwerken. Na drie moeilijke jaren opnieuw productiegroeiDe Belgische veevoedersector komt uit een moeilijke periode. Zowel in 2021, 2022 en 2023 daalde de productie van de Belgische veevoederbedrijven. Zowel de coronacrisis, stikstofperikelen, als de oorlog in Oekraïne zorgden voor heel wat uitdagingen. De grondstoffenprijzen gingen fors de hoogte in, terwijl de veehouders de prijzen voor hun dieren zagen dalen. Zeker de varkenshouderij, goed voor ongeveer de helft van de productie van de Belgische veevoedersector, kende zwarte jaren. In 2024 knoopte de diervoedersector in ons land opnieuw aan groei, vooral omdat het in de varkenshouderij terug een pak beter gaat.</content>
            
            <updated>2025-06-04T18:58:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaams Bijeninstituut treedt toe tot Europese imkerskoepel: "Krachten bundelen voor onze bijen"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/het-vlaams-bijeninstituut-treedt-toe-tot-europese-imkerskoepel" />
            <id>https://vilt.be/57463</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Vlaams Bijeninstituut heeft zich aangesloten als lid van de vergadering bij de European Beekeeping Association. Hierdoor krijgt de koepelvereniging voor alle Vlaamse imkerverenigingen een stem in het Europese bijendebat. “Op Europees niveau bundelen we de krachten door netwerking, samenwerking en kennisdeling om zo de Vlaamse imkerverenigingen en hun imkers beter te ondersteunen”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bij" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7d0abe4e-02b7-47e2-86e7-dc9cbaa71108/full_width_honingbij.jpg</image>
                                        <content>De European Beekeeping Association (EBA) is de Europese organisatie die imkers verenigt en zich inzet voor de bevordering en bescherming van de bijenteelt. Met de toetreding van het Vlaams Bijeninstituut (VBI) wordt de Vlaamse bijensector sterker vertegenwoordigd op het Europese toneel. De organisatie krijgt onder meer toegang tot een groter netwerk, overleg en expertise. Het wil zo de krachten bundelen om de uitdagingen en problemen in de sector aan te pakken. “De imkers in Vlaanderen worden geconfronteerd met een crisissituatie”, vertelt René De Backer, voorzitter van VBI. “De bijensterfte is immens en neemt elk jaar toe. De uitdagingen voor de imkerij beperken zich niet enkel tot Vlaanderen maar treffen heel Europa.” &amp;nbsp;Volgens De Backer is het is niet enkel noodzakelijk om de bijen te helpen, maar ook om de Vlaamse imkers te ondersteunen. Volgens de voorzitter is naast een krachtigere vereniging op Europees niveau ook een stevigere lokale verankering nodig in Vlaanderen. “We stellen vast dat steeds minder imkers zich aansluiten bij een vereniging. Vandaag vergaren ze vaak kennis en informatie online”, vertelt De Backer. “Daarnaast neemt ook het aantal imkerverenigingen af, terwijl de nood hieraan stijgt. Binnen zo&#039;n vereniging heeft men toegang tot opleidingen, kan men ervaringen uitwisselen en zich wapenen tegen gemeenschappelijke uitdagingen zoals bijenziekten. We moeten allemaal de krachten bundelen, want de bijen hebben ons nodig”, besluit De Backer.</content>
            
            <updated>2025-06-04T16:19:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Jong Geleerd, Oud Gedaan: Louis en Julie Lemaire]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/jong-geleerd-oud-gedaan-louis-en-julie-lemaire" />
            <id>https://vilt.be/57464</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In deze Jong Geleerd, Oud Gedaan keren we terug naar het aardappelbedrijf van Louis en Julie in Oudenaken. Ga met ons mee op tour en ontdek wat er op de boerderij én in hun leven is veranderd sinds het bezoek van VILT TeeVee zeven jaar geleden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="Jong geleerd" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4192f569-5aa9-4297-ad21-d1093fd6d34e/full_width_thumb-17.jpg</image>
                        
            <updated>2025-06-04T14:59:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederlandse rechter vernietigt natuurvergunning Schiphol omwille van stikstof]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederlandse-rechter-vernietigt-natuurvergunning-schiphol-omwille-van-stikstof" />
            <id>https://vilt.be/57465</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een Nederlandse rechtbank heeft de natuurvergunning van de Amsterdamse luchthaven Schiphol vernietigd. Volgens de rechter is in de vergunning, die in september 2023 door de regering is verstrekt, onvoldoende gemotiveerd dat de stikstofneerslag op de natuur de beschermde natuur in de omgeving van de luchthaven niet aantast. De rechter stelt zich ook vragen bij de stikstofrechten van landbouwbedrijven die door Schiphol werden opgekocht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/45b6b721-04ec-4876-9edd-1882cede0d28/full_width_schiphol-terminal.jpg</image>
                                        <content>Vluchten niet meteen stopgezetHet lijkt erop dat Schiphol niet direct moet stoppen met vluchten. Wel zal de overheid in actie moeten komen om alsnog de juiste papieren te verkrijgen. De nationale luchthaven heeft eerder jarenlang zonder natuurvergunning geopereerd. De zaak was aangespannen door verschillende milieuorganisaties, de gemeenteraad van de Zuid-Hollandse gemeente Nieuwkoop en het college van Amsterdam.Om de natuurvergunning te krijgen, moest worden onderzocht of de activiteiten van Schiphol de beschermde natuur in de omgeving aantasten. Het gaat daarbij onder meer om de stikstofneerslag op natuur die daarvoor gevoelig is of waarop al veel stikstof neerslaat. Daarnaast moest worden onderzocht in hoeverre beschermde diersoorten worden gestoord door overvliegende vliegtuigen. Motivatie met terugwerkende kracht?De rechter in Den Haag oordeelt dat de toenmalige minister van Natuur en Stikstof in de berekening had moeten motiveren dat er voldoende maatregelen zijn getroffen om kwetsbare natuurgebieden te beschermen. Dat dat niet is gebeurd, is overigens wel verklaarbaar: die eis geldt sinds een uitspraak van de Raad van State van eind vorig jaar. Maar volgens de rechter had die motivatie alsnog moeten volgen.Daarnaast constateert de rechter dat Schiphol de stikstofrechten van negen landbouwbedrijven heeft opgekocht, het zogeheten extern salderen. Ook daarvoor had de minister moeten motiveren in hoeverre die rechten niet nodig waren voor natuurherstel, voordat ze konden worden gebruikt voor de activiteiten van Schiphol.Impact van vliegtuiglawaai op diersoortenVerder stelt de rechter dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar de impact van meer vliegtuiglawaai op diersoorten in de omgeving van Schiphol.</content>
            
            <updated>2025-06-04T14:59:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meer dan schattige kalfjes kijken: Scholieren krijgen STEM-les op de boerderij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meer-dan-schattige-kalfjes-kijken-scholieren-krijgen-stem-les-op-de-boerderij" />
            <id>https://vilt.be/57466</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er zijn weinig plekken waar wiskunde, fysica, biologie en andere STEM-disciplines zo mooi samenkomen als op een boerderij. Afgelopen woensdag zakten de leerlingen van het zesde leerjaar van Vrije Basisschool De Vaart uit Oostkamp af naar Hoeve Ten Eeckhoutte voor een lesmoment. Boer Niels Keereman nam de leerlingen mee op een leerrijke tournee.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderwijs" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="bedrijfsbezoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/664e5908-ccdf-423a-82c1-82c7c0638874/full_width_stem-op-de-boerderij-8.jpg</image>
                                        <content>De uitstap was voor de kinderen niet alleen een excuus om schattige koeien te zien – al was er daaraan geen gebrek. Volgens Joke Lippens, die onderzoek voert naar ‘professional teaching’ aan de Hogeschool Vives, is de praktijkgerichte context van een boerderij de ultieme plek om wetenschappelijke en wiskundige concepten aan te leren. Het bezoek kadert dan ook binnen het educatieve project ‘STEM op de boerderij’, een samenwerking tussen Inagro en Hogeschool VIVES, met steun van de provincie West-Vlaanderen. Leerstof voor secundair en derde graad lagerDe boerenstiel is vandaag dan ook een pak complexer dan de gemiddelde aflevering van Big &amp;amp; Betsy doet uitschijnen. Melkrobots, gps-gestuurde machines, drones, pneumatische en hydraulische systemen, luchtwassers, zonnepanelen, pocketvergisters en slimme wateropslag zijn slechts enkele van de vele technieken waaruit leerlingen in praktijk kunnen leren. En belangrijk: ook oudere leerlingen. Volgens Inagro gebeuren er jaarlijks 700 boerderij-schoolbezoeken in West-Vlaanderen alleen, een cijfer dat wellicht een onderschatting is. Maar dat het gros van deze schoolbezoeken gebeuren door kleuters en jonge kinderen, is gezien de educatieve waarde van een boerderij onterecht. Daarom zet het nieuwe STEM-aanbod nadrukkelijk in op de derde graad lagere school en het secundair onderwijs“We zien het als een uitdaging voor ons, als Inagro, om meer oudere kinderen naar de boerderij te krijgen”, zegt Marijke Willaert, adviseur landbouweducatie. “Maar een boerderijbezoek is voor hen minder vrijblijvend. Een directie is niet happig om een klas een halve dag op boerderij-uitstap te sturen, als hen niet duidelijk is of de leerlingen er ook iets zullen opsteken. Wat dat betreft is onze samenwerking met VIVES zeer waardevol. Zij vertelden ons waar leerkrachten naar op zoek zijn en hoe we op een betekenisvolle manier met de STEM-vakken aan de slag kunnen.” &quot;Dus daar dient de leerstof voor!&quot;De lespakketten worden opgesteld aan de hand van enkele kernthema’s: lucht, water, energie, mest, arbeid en tijd. Leraren beslissen samen met de landbouwer welke lesthema’s worden aangesneden. “De thema’s worden mee afgestemd volgens de voorzieningen op de boerderij”, zegt Joke Lippens van VIVES. “Bijvoorbeeld, een melkveehouder met een melkrobot leent zich goed tot een les over arbeid en tijd.”Waar wetenschap en wiskunde in het klaslokaal soms kan overkomen als een wirwar aan abstracte concepten, krijgen de leerlingen hier een praktijkvoorbeeld waar principes zoals calorieën, het hefboomprincipe en genetica worden toegepast. “Met de boerderij als rode draad kunnen we leerlingen triggeren voor een heel lespakket”, zegt Willaert. “Hoe gaat de landbouwer om met de uitdagingen op zijn boerderij? Hoe verzamelt hij data, wat doet hij daarmee, enzovoort. Een vraag die leerlingen zich vaak stellen is: &#039;Waarom moet ik dit leren?&#039; Wanneer ze zien hoe nuttig hun leerstof kan zijn in de praktijk, zijn ze veel sterker gemotiveerd.&quot; “Naast het boerderijbezoek is het natuurlijk wel belangrijk om in de klas terug te koppelen op wat men heeft geleerd”, zegt Lippens. “Voorafgaand aan het boerderijbezoek worden de lesthema’s al eens in de klas uitgelegd en na het bezoek volgt een sessie waarin we op alle praktijktoepassingen reflecteren. De vele prikkels en voorbeelden op de boerderij maken dat de leerstof goed blijft hangen.”Een niet te onderschatten element voor deze succesformule, is natuurlijk de boer zelf. Als een geboren &amp;nbsp;verteller neemt boer Niels Keereman de leerlingen mee op sleeptocht. De melkboer had met zijn enthousiasme niet mis gestaan in het onderwijs, al benadrukt Inagro dat alle deelnemende boeren waar nodig ondersteuning kunnen krijgen. “Niels doet het goed, maar we verwachten niet dat elke deelnemende boer een natuurtalent is om voor de klas te staan”, zegt Willaert. “Boeren die intekenen op het project zijn natuurlijk een beetje bang of ze wel ‘leerkracht’ genoeg zijn, maar dat is absoluut niet nodig. De boer moet vooral een authentiek verhaal vertellen vanuit zijn praktijkervaring, en het is aan de leraar om de expert te zijn op vlak van STEM.” De landbouwer krijgt in ruil voor de uiteenzetting ook een kleine vergoeding, waarvan 50 euro gesubsidieerd door Inagro. Zo blijven de kosten voor de school beperkt. “De taak van de boer is om een authentieke context te geven aan de leerstof”, zegt Willaert. “Wat we het belangrijkst vinden bij landbouwers, is de fierheid en het enthousiasme om hun verhaal te delen.” Op STEM-tourneeAan fierheid is er bij boer Niels geen gebrek. De melkboer ging van start met een uiteenzetting over genetica. Over het feit dat sommige koeien makkelijker spieren kweken, en andere koeien meer melk geven. En over de gerichte fok die maakt dat de dieren zo’n hoge efficiëntie kennen.Het thema ‘energie en arbeid’ leende zich dan weer tot een spelletje in de praktijk. Eén groep kinderen moest het voer naar de koeien brengen met tobbes, een andere groep werkte met kruiwagens, en boer Niels zette de kinderen op educatieve wijze een hak door met zijn wiellader een hele massa in slechts één trip te vervoeren. Hoewel de aanschaf van de wiellader een investering was voor de boer, konden de kinderen berekenen dat de boer wel héél veel arbeidskrachten zou moeten inhuren om zijn boerderij zonder deze investering draaiende te houden. Een trip langs de melkinstallatie leek dan weer science fiction voor de leerlingen. De boer demonstreerde de melkrobots en nadien werden de kinderen als melkkoeien met behulp van sensoren in de stallen gesorteerd. Een dag vol leerstof en herinneringen om nooit meer te vergeten. “Mijn leerlingen waren verwonderd over hoeveel technologie er op de boerderij aanwezig is”, zegt Juf Kelly, leerkracht van het zesde leerjaar. Wordt vervolgd?Nu het pilootproject is afgelopen, hopen VIVES en Inagro dat het educatieve concept ook volgende schooljaren navolging zal krijgen. Kelly Tavernier, West-Vlaams gedeputeerde voor Onderwijs, toont zich alleszins fan van het concept. “Dit project is een schoolvoorbeeld hoe we onderwijs en ondernemerschap op een zinvolle manier kunnen verbinden”, zegt ze.Scholen met interesse in het concept, kunnen het lespakket raadplegen op www.metdeklasdeboerop.be/stem-op-de-boerderij. Inagro kan de scholen zo in contact brengen met zijn netwerk van bezoekboerderijen en het nieuwe STEM-aanbod. Elk lespakket bestaat uit een leerkrachtenbundel en een leerlingenbundel, met per STEM-hoeve concrete problemen en oplossingen die de boer met behulp van enkele STEM-praktijken te lijf gaat. Zo kunnen leerkracht en landbouwer het bezoek goed voorbereiden en afstemmen op de klaspraktijk.Bart Naeyaert, West-Vlaams gedeputeerde van Land- en tuinbouw, hoopt dat de cursussen de leerlingen tot meer kan inspireren dan alleen een goed rapport. “Door jongeren op de boerderij te laten kennismaken met een concreet landbouwbedrijf, planten we zaadjes voor de toekomst. Misschien zelfs voor hun studiekeuze of loopbaan.”</content>
            
            <updated>2025-06-06T10:56:53+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Prijzen in supermarkt stijgen voor vijfde maand op rij: Testaankoop eist meer transparantie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/prijzen-in-supermarkt-stijgen-voor-vijfde-maand-op-rij-testaankoop-eist-meer-transparantie" />
            <id>https://vilt.be/57467</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Testaankoop dringt aan op meer transparantie bij de retailsector om de prijsstijgingen die al vijf maanden op rij aanhouden, te verantwoorden. “Zowel de landbouwsector, de voedingsindustrie als de retail hebben recentelijk gewaarschuwd voor dalende marges en toch blijven de prijzen voor de consument hoog”, zegt de consumentenorganisatie. “Meer transparantie over de hele voedingsketen is nodig om oplossingen te vinden”, aldus Laura Clays, woordvoerder van Testaankoop.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="prijsvorming" />
                        <category term="agrovoedingsketen" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3bd218ad-9ea1-486d-9396-fee148ff6398/full_width_vlees-supermarkt.jpg</image>
                                        <content>Elke maand berekent Testaankoop de inflatie in de supermarkt op basis van meer dan 3.000 producten uit zeven supermarkten (Albert Heijn, Carrefour, Colruyt, Cora, Delhaize, Aldi en Lidl). Daaruit concludeert de organisatie dat voor de vijfde maand op rij de inflatie stijgt: 3,29 procent in januari, 3,39 procent in februari, 3,97 procent in maart en 4,35 procent in april. Voor mei komt er 4,97 procent bij. In december vorig jaar bevond de inflatie zich nog onder de drie procent (2,81%). Stijgers en dalersAls we kijken naar de top tien van producten die het meest zijn gestegen, zitten daar nog steeds alle producten met chocolade: pure chocolade (+44%), melkchocolade (+44%) en chocoladekoeken (+23%). Sinaasappelsap (+20%) en koffie zitten ook nog steeds in de lift. Maar ook rundvlees: entrecote staat in de top tien van producten die het sterkst zijn gestegen in één jaar (+23%), naast américain natuur (24%). Er zijn ook producten dit nu minder kosten dan een jaar geleden. Het gaat om ijsbergsla (-11%), bloemkool (-10%), fish sticks (-5%) en tandpasta (-5%) die het meest gedaald zijn in een jaar. Elke schakel onder druk?Tegelijk stelt Testaankoop vast dat verschillende actoren in de voedingsketen en het Prijzenobservatorium zich uitgesproken hebben over de winstmarges in de sector. “Elke speler lijkt onder druk te staan: boeren verdienen niet genoeg, de voedingsindustrie waarschuwt voor historisch lage marges en ook de retail staat onder druk. En toch blijven de prijzen hoog voor de consument”, vat woordvoerder Clays het probleem samen.Bovendien hebben verschillende onderzoeken van het Prijzenobservatorium die na de taskforce agrovoeding werd gelanceerd, nog geen duidelijkheid kunnen brengen. “Het is een paradox. Meer transparantie over de hele voedingsketen is nodig om oplossingen te vinden”, stelt Testaankoop.</content>
            
            <updated>2025-06-04T19:00:04+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Project HydroSoilWise redt de landbouw van bij de bodem]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/project-hydrosoilwise-redt-de-landbouw-van-bij-de-bodem" />
            <id>https://vilt.be/57468</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een efficiënte maar toch klimaatrobuuste land- en tuinbouw: dat is de opgave waar heel Europa zich vandaag over buigt. Het Europese Interregproject HydroSoilWise, getrokken door Viaverda, moet hier een stap in de juiste richting zetten. Met een focus op de opbouw van bodem organische stof (BOS), erosiereductie en de optimalisatie van watergebruik, wil het project nieuwe waardevolle technieken naar voren schuiven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bodem" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a009758d-5254-4e65-a76d-9d5eb9aeaa6e/full_width_hydro1.JPG</image>
                                        <content>In Gent vond de startbijeenkomst van het Europese project HydroSoilWise plaats. Dit project doelt op de optimalisatie van watermanagement en bodemgezondheid voor een klimaatvriendelijke omgeving. Tijdens deze eerste bijeenkomst werden de uitdagingen, doelstellingen en verwachte resultaten van het project besproken.Lage BOS-gehaltesDe uitdagingen zijn legio. In Noordwest-Europa hebben intensieve land- en tuinbouw geleid tot lage gehaltes organische stof in de bodem van 0-2 procent. Een laag BOS-gehalte resulteert in:Verminderde bodemsponscapaciteit, wat het watervasthoudend vermogen van de bodem beperkt en leidt tot droogtestress voor gewassen.Slechte waterinfiltratie, wat het risico op erosie en overstromingen tijdens hevige regenval vergroot.Drie doelenDoor de klimaatverandering, die zowel droogte als extreme regenval in dit gebied versterkt, vormen deze problemen een belangrijke bedreiging voor gewasopbrengsten, voedselzekerheid en overstromingsbeheer. Om deze problemen aan te pakken, stelt HydroSoilWise drie concrete doelen.Vergroten van de bodemsponscapaciteit en -waterinfiltratie door verhoging van het BOS-gehalte.Verminderen van erosie.Efficiënter watergebruik (WUE) door slimme irrigatie- en waterbeheerpraktijken.Vier focusgewassenAan het einde van de rit wil het HydroSoilWise-project technieken presenteren die zowel uit literatuuronderzoek als uit praktijkervaringen zijn opgebouwd. De komende jaren zullen deze technieken op scherp worden gesteld, en gedemonstreerd in vier droogtegevoelige focusgewassen: eenjarige groenten in rotatie, aardappelen, fruitbomen en boomkwekerijgewassen.Viaverda, één van de trekkers in dit project, focust in Destelbergen op onderzoek op boomkwekerijgewassen. Daarbij wordt specifiek gekeken naar verschillende bodemtypes en klimaatomstandigheden in Noordwest-Europa.Online toolboxDe opgedane kennis zal niet alleen worden samengebracht in een innovatieve, gebruiksvriendelijke online toolbox voor land- en tuinbouwers, maar ook breed worden verspreid via praktijkgerichte studienamiddagen en een theoretische cursus in het laatste projectjaar. Zo kan iedereen eruit leren.Dit project wordt medegefinancierd door Interreg Noordwest-Europa en de provincie Oost-Vlaanderen. Aan het project nemen twaalf partners uit België, Nederland, Duitsland en Frankrijk deel.</content>
            
            <updated>2025-06-05T11:29:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU lanceert waterstrategie: Waterverbruik moet tegen 2030 tien procent lager]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-lanceert-waterstrategie-waterverbruik-moet-tegen-2030-tien-procent-lager" />
            <id>https://vilt.be/57469</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie wil dat er binnen de EU tegen 2030 tien procent minder water wordt verbruikt "om de toekomstige generaties een toekomst te geven". De aanbeveling maakt deel uit van de strategie voor waterbestendigheid die de Commissie woensdag heeft voorgesteld, waarmee ze de lidstaten wil ondersteunen om efficiënter met water om te gaan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/88d0ef61-06aa-4176-9ce0-f843e1f8df9a/full_width_drinkwaterreservoirdiksmuide-dewatergroep.jpg</image>
                                        <content>&quot;Water is niet alleen een hulpbron maar ook een levenslijn en komt door extreem weer enorm onder druk te staan&quot;, zegt Eurocommissaris voor Milieu Jessika Roswall. Ze wijst erop dat Europa het continent is dat het snelst opwarmt door klimaatverandering. &quot;Vandaag kampt al 30 procent van het Europese grondgebied met waterschaarste. Water is een gedeelde hulpbron en een gedeelde verantwoordelijkheid, en we moeten er allemaal efficiënter mee omgaan.&quot;Met haar waterstrategie wil de Commissie de lidstaten dan ook een &quot;toolbox&quot; geven om &quot;onze onderbroken waterkringloop te herstellen, een slimme economie te worden op vlak van water en proper en betaalbaar water voor iedereen te garanderen&quot;, aldus nog de Zweedse.&amp;nbsp;De Commissie stelt 30 acties voor, die er onder meer voor moeten zorgen dat er in de EU tegen 2030 &quot;tien procent efficiënter met water wordt omgegaan&quot;. Ze roept de lidstaten op om hun eigen doelstellingen daarrond te formuleren. Landbouw gebruikt helft van alle waterAlle sectoren en burgers moeten volgens de Commissie een bijdrage aan de besparing van water leveren. Vandaag gebruikt de landbouwsector 51 procent van het water. Maar ook andere economische sectoren zoals de productie van accu’s, chips en energie en datacenters worden door de Commissie vermeld als belangrijke gebruikers van water, vooral voor koeling. “Zonder voldoende water van goede kwaliteit storten de landbouw, de economie en de energieproductie in elkaar en erodeert het milieu, want ook dieren en planten zijn er afhankelijk van”, wordt het belang van de waterstrategie geduid.Zelf stelt ze onder meer voor om de waterinfrastructuur dringend te verbeteren en de investeringen te versterken. &quot;Gemiddeld gaat 30 procent van het water in Europa verloren door lekkende pijpleidingen voor het de gebruikers bereikt&quot;, aldus Roswall. &quot;Ongeveer twee derde van investeringsbehoeften wordt gedekt door overheidsfinanciering, maar er is nog steeds een investeringskloof&quot;, die volgens de Commissie oploopt tot 23 miljard euro. De Europese Investeringsbank zal de komende drie jaar 15 miljard euro mobiliseren.&amp;nbsp;Andere aandachtspunten zijn volgens de Commissie innovatie en digitalisering, en striktere uitvoering van de EU-regels rond waterbeleid. &quot;We willen de lidstaten ook helpen om risico&#039;s op overstromingen en droogtes beter te identificeren, beter samen te werken over de grenzen heen en om waterinfrastructuur beter te beschermen&quot;, aldus Roswall. En er komt een privaat-publiek partnerschap voor technologische ontwikkelingen om water te zuiveren van PFAS, microplastics en andere chemicaliën. Beke: &quot;Belangrijke implicaties voor landbouw&quot;Europees parlementslid Wouter Beke (cd&amp;amp;v) noemt het terecht de Commissie water bovenaan de politieke agenda plaatst, maar hij stelt vast dat deze ‘European Water Resilience Strategy’ ook belangrijke implicaties inhoudt voor landbouw. “Landbouw neemt gemiddeld de helft van het waterverbruik in de EU voor haar rekening, dus de strategie focust terecht op efficiëntie, circulariteit en het beter vasthouden van water in de sector. Het volgende Europees budget en het Europees Landbouwbeleid moeten hiervoor dan wel voldoende middelen vrijmaken en het vergunningsbeleid mag projecten niet dwarsbomen”, stelt hij.Wel noemt hij het cruciaal dat de aandacht voor waterkwaliteit niet resulteert in onhaalbare doelen die vergunningsverlening verder bemoeilijken. “Europa moet, onder meer bij de Kaderrichtlijn Water, veel meer rekening houden met de specifieke Vlaamse context met veel versnippering, bebouwing en erg vruchtbare gronden. Ik pleit voor een pragmatische uitrol van de strategie zodat we stelselmatig onze waterlopen verbeteren én boeren de ruimte geven om hun werk te blijven doen&quot;, aldus Beke die in het Europees parlement lid is van de Commissie Landbouw. Boerenbond: &quot;Vergunningverlening wordt cruciaal&quot;Ook Boerenbond heeft gereageerd op de waterstrategie van de Commissie. De landbouworganisatie ziet belangrijke aanknopingspunten voor de landbouwsector. “Positief is dat de strategie aandacht heeft voor waterhergebruik met een evaluatie van de water reuse verordening, en ondersteuning van landbouwers in duurzaam waterbeheer via het GLB. Ook het feit dat&amp;nbsp;civieltechnische oplossingen&amp;nbsp;zoals waterbassins worden erkend, is een stap vooruit”, klinkt het.Wel is het voor Boerenbond belangrijk dat de strategie geen extra administratieve lasten oplevert en garandeert dat landbouw als strategische sector steeds toegang heeft tot voldoende water, ook bij waterschaarste. Daarbij blijft grondwater essentieel. “Alternatieve bronnen moeten haalbaar en betaalbaar zijn”, aldus woordvoerder Elisabeth Mertens. “De bijkomende financiering vanuit de strategie moet ook landbouwers voeden om zich te wapenen tegen droogte en wateroverlast. We denken hierbij aan het aanleggen van waterbassins en hergebruik van teruggewonnen water.”Op dat vlak ziet de organisatie nog een belangrijk knelpunt. “Het is noodzakelijk om de vergunningverlening voor waterbeheer, zoals wateropslag, door boeren te verbeteren en om zo snel mogelijk het Europees acquis (geheel aan rechtsregels, red.) te evalueren om te voorkomen dat bij de verdere implementatie vergunningverlening geblokkeerd geraakt door onhaalbare doelstellingen en deadlines. Dat is nodig om de Europese competitiviteit en veerkracht te waarborgen”, besluit Boerenbond.</content>
            
            <updated>2025-06-04T18:13:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Illegale ontbossingscijfers verdrievoudigd op vier jaar tijd: 280 voetbalvelden bos voor de bijl]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/illegale-ontbossingscijfers-verdrievoudigd-op-vier-jaar-tijd-280-voetbalvelden-bos-voor-de-bijl" />
            <id>https://vilt.be/57470</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal hectare bos dat gekapt werd zonder vergunning is fors toegenomen. Waar in 2020 nog 45 hectare bos zonder vergunning werd gekapt, liep dit cijfer op tot maar liefst 130 hectare in 2023 en 140 hectare in 2024. Dat blijkt uit cijfers die Groen-fractieleider Mieke Schauvliege opvroeg bij Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v). Schauvliege noemt de cijfers “hallucinant.” Het kabinet-Brouns reageert echter dat de cijfers niet zozeer aangeven dat er meer illegaal ontbost werd, wel dat meer ingezet wordt op handhaving. Ook volgens ANB blijft illegale ontbossing minder vaak onder de radar dan vroeger, wat de cijfers zou verklaren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ontbossing" />
                        <category term="boom" />
                        <category term="bos" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/be1d831b-4d23-4fbb-b08b-3163a8722c20/full_width_ontbossing1.jpg</image>
                                        <content>De provincie Limburg kampt met de zwaarste problemen: bijna de helft van alle illegale ontbossingen in 2024 vond daar plaats. “Vlaanderen is nu al één van de meest bosarme regio’s in Europa”, zegt Schauvliege in een persbericht. De cijfers van ANB, tonen dat daar niet meteen verandering in komt.Volgens Schauvliege doet de Vlaamse regering lang niet genoeg om dit tegen te gaan. “Je zou denken dat illegale ontbossingen dan prioriteit zijn maar de Vlaamse regering laat begaan. Meer zelfs, mensen die illegaal ontbossen worden beloond door een soepel regularisatiebeleid&quot;, reageert ze.“Bomen vogelvrij”&quot;Bomen zijn in Vlaanderen vogelvrij door gebrekkige bescherming van de overheid”, stelt Schauvliege. Hoewel de natuurinspectie bij illegale ontbossing kan verplichten tot bosheraanplanting, is dat volgens haar slechts een pleister op een etterende wonde. “De ecologische schade is vaak enorm omdat het jaren duurt voordat een bos zijn oorspronkelijke waarde terugkrijgt. Een kind weet dat je met het aanplanten van jonge kleine boompjes niet op 1-2-3 een oud en waardevol bos herstelt.&quot; Mensen die illegaal ontbossen worden beloond door een soepel regularisatiebeleid Bovendien wijst Schauvliege erop dat het vaak niet eens tot een heraanplant komt. Volgens haar kunnen ontbossers vaak ontsnappen aan de heraanplantplicht door een regularisatietraject op te starten, waarbij enkel boscompensatieplicht nodig is. &quot;De illegale kapper wordt de facto eigenlijk beloond, want dan mag die zijn betonnen bouwproject verderzetten en hoeft die enkel elders in Vlaanderen nieuw bos aan te planten”, zegt ze. “De ecologische ravage is enorm natuurlijk. En zou jij blij zijn als een bos bij jou in buurt wordt gekapt en 100 kilometer verderop wordt gecompenseerd? Natuurlijk niet.&quot; Kritiek op Demir en BrounsSchauvliege neemt niet alleen het beleid van huidig minister van Omgeving Jo Brouns op de korrel, maar ook zijn voorganger Zuhal Demir (N-VA). Dat de illegale boskap op slechts enkele jaren tijd fors is toegenomen, staat volgens Schauvliege immers in schril contrast met de Vlaamse ambitie voor bosuitbreiding. De huidige en vorige Vlaamse regering stelden zich tot doel om tegen 2030 10.000 hectare extra bos aan te planten. Sinds 2019 werd echter officieel slechts 2.244 hectare gerealiseerd, waardoor Vlaanderen nog zeer ver verwijderd blijft van deze ambitie.&quot;Dit gaat over het beleid van de vorige minister Demir die veel communiceerde over bos, maar onder haar beleid verdween een record hoeveelheid bos illegaal onder de kettingzaag”, zegt Schauvliege. “Ik verwacht van haar opvolger niet veel beterschap: die man blinkt niet uit in daadkracht wat de bescherming van natuur betreft, we wachten nog steeds op zijn eerste concrete voorstel om te zorgen voor meer bosuitbreiding.&quot; Verhoogde handhaving, verhoogde cijfersHet kabinet-Brouns vindt dat de cijfers enigszins moeten worden genuanceerd. De officiële illegale ontbossingscijfers zijn misschien dramatisch gestegen, maar dat heeft volgens Brouns vooral te maken met de betere handhaving. Waar deze praktijken vroeger vaker onder de radar bleven, worden de zaken volgens Brouns nu nauwkeuriger opgevolgd. &quot;Illegale ontbossing is de laatste jaren een absolute prioriteit geworden binnen het handhavingsbeleid. Bij elke melding gaat de natuurinspectie systematisch ter plaatse voor een vaststelling&quot;, klinkt het. Bovendien zouden burgers steeds vaker melding maken van illegale ontbossing.ANB-woordvoerder Jeroen Denaeghel noemt het &quot;totaal onjuist&quot; dat de illegale kapper beloond wordt, zoals Schauvliege zegt. &quot;We doen er bij Natuur en Bos net alles aan om onze bossen te beschermen. Het beteugelen van illegale ontbossingen is bij natuurinspectie een topprioriteit. Het feit dat de bestuurlijke maatregelen de voorbije jaren toegenomen zijn, is daar net het bewijs van. We handhaven meer en de burger is ook waakzamer geworden en meldt ontbossingen sneller - vandaar de toename van het aantal inbreuken.&quot; We handhaven meer en de burger is ook waakzamer geworden en meldt ontbossingen sneller - vandaar de toename van het aantal inbreuken BoskansenkaartenBij illegale ontbossing wordt er bijna altijd een proces-verbaal opgesteld dat kan leiden tot een aanzienlijke boete. &quot;Daarna zijn er twee opties. Ofwel wordt het perceel heraangeplant zoals opgelegd in onze herstelmaatregel, ofwel verkrijgt de betrokkene alsnog een omgevingsvergunning voor ontbossing. In dat laatste geval is bovenop de eerdere sanctie, boscompensatie verschuldigd, net zoals bij een legale ontbossing. Illegale ontbossingen worden dus wel degelijk bestraft, ook wanneer ze achteraf geregulariseerd worden&quot;, zegt de ANB-woordvoerder nog.Het kabinet-Brouns besluit dat het de ambitie van de Vlaamse regering blijft om te kiezen voor &quot;bossen op de juiste plaats en met lokaal draagvlak&quot;. &quot;Daarvoor slaan we de handen in elkaar met de lokale besturen via lokale boskansenkaarten: die zullen in kaart brengen waar lokale besturen nog potentieel hebben om bossen te planten. Natuur is meer dan alleen bomen planten: het is ervoor zorgen dat meer mensen toegang hebben tot natuur en tot bossen. Daarvoor zijn draagvlak en samenwerking nodig. Daarnaast zorgen we er ook voor dat er in de toekomst minder vergunningen zullen nodig zijn om bos te realiseren.&quot;</content>
            
            <updated>2025-06-05T11:25:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dalende waterpeilen en lage grondwaterstanden door droge maand mei]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dalende-waterpeilen-en-lage-grondwaterstanden-door-droge-maand-mei" />
            <id>https://vilt.be/57471</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Mei was opnieuw een droge maand. Ondanks de recente regen blijven de debieten en waterpeilen van de waterlopen dalen. Dat blijkt uit het recentste rapport van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). De tijdelijke captatieverboden blijven alvast van kracht. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c70daae9-1e3a-4d92-b4f0-f60ef8f2269f/full_width_grachtbeekwaterloopdenderbelle.jpg</image>
                                        <content>In mei registreerde het KMI slechts 26,6 mm neerslag in Ukkel, terwijl de normale waarde 59,7 mm bedraagt. Dat beeld ziet de VMM ook in haar netwerk van pluviometers verspreid over Vlaanderen. Die variëren van 11,2 mm in het meetstation van Klemskerke (West-Vlaanderen) tot 41,5 mm in Waregem (West-Vlaanderen), waar de meeste neerslag werd opgetekend.Op één na droogste lente sinds begin waarnemingenOndanks de regen van de afgelopen dagen was mei opnieuw een droge maand. Met drie opeenvolgende lentemaanden die droger zijn dan gemiddeld, is dit veruit de droogste lente sinds het begin van de waarnemingen in 1833. Alleen de lente van 1893 was droger.Droogteniveau 1 (code geel) blijft van kracht. Om verdere daling van de waterpeilen en grondwaterstanden te beperken, geldt het advies om water zo veel mogelijk vast te houden en spaarzaam om te gaan met het beschikbare water. De veertiendaags gemiddelde debieten op de onbevaarbare waterlopen in Vlaanderen blijven dalen. Die daling stelt de VMM nu ook vast in het Demerbekken, waar vorige maand de debieten nog stabiel bleven.In vergelijking met april zijn er meer normale en minder hoge freatische grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Maar door de beperkte neerslag van de afgelopen maanden blijven de grondwaterstanden lager dan normaal voor de tijd van het jaar. Op 48 procent van de meetlocaties zijn er lage tot zeer lage peilen opgetekend.Captatieverboden blijven van krachtOndanks de regen van de voorbije maanden blijft de situatie precair. Daarom blijven de tijdelijke onttrekkingsverboden in de verschillende provincies gelden. Een volledig overzicht van alle verboden per provincie kan je raadplegen op de website van Vlaanderen.Bekijk het toestandsrapport van juni 2025 van VMM.</content>
            
            <updated>2025-06-05T11:11:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Jan Ingels wordt nieuwe CEO van Tiense Suikerraffinaderij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/jan-ingels-wordt-nieuwe-ceo-van-tiense-suikerraffinaderij" />
            <id>https://vilt.be/57472</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Jan Ingels wordt vanaf 1 september 2025 de nieuwe CEO van de Tiense Suikerraffinaderij. Hij volgt Guy Paternoster op, die na zes jaar de leiding overdraagt. Ingels zal zijn nieuwe rol eerst combineren met zijn huidige functie als Director Sugar Factories. Op 1 maart 2026 neemt hij het CEO-schap volledig op zich.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="suiker" />
                        <category term="akkerbouw" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="agrovoedingsketen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/63cabfca-bbbf-4041-ba7b-bf197664eeb3/full_width_janingelsceotiensesuiker.jpg</image>
                                        <content>Paternoster blijft wel betrokken bij het bedrijf en zal zich richten op de politieke belangen van de onderneming. Onder zijn leiding zette Tiense belangrijke stappen in de vergroening van de productie, onder meer via de bouw van een nieuwe diffusietoren en de installatie van Europa’s grootste industriële warmtepomp.Jan Ingels werkt sinds 2007 bij Tiense Suiker en leidt sinds 2018 de suikerfabrieken in België en Nederland. Hij staat bekend als een toekomstgerichte leider met een sterke focus op duurzaamheid, technologische innovatie en operationele excellentie. Naast zijn werk bij Tiense Suiker is hij onder meer voorzitter van Fevia Vlaanderen en actief in verschillende bestuursfuncties binnen de voedings- en industriesector. Guy Paternoster laat een indrukwekkende carrière achter. Sinds zijn start in 1992 groeide hij uit tot een sleutelfiguur binnen het bedrijf, met belangrijke functies in productie, landbouw en internationale projecten.Tiense Suiker geeft aan het volste vertrouwen te hebben in Ingels&#039; leiderschap en ambitie, en kijkt uit naar een toekomst waarin duurzaamheid en innovatie centraal blijven staan.</content>
            
            <updated>2025-06-05T15:12:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tussen belofte en botsing: Drie juristen over de natuurherstelwet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tussen-belofte-en-botsing-drie-juristen-over-de-natuurherstelwet" />
            <id>https://vilt.be/57473</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De natuurherstelwet belooft het meest ambitieuze, geïntegreerde hersteloffensief voor ecosystemen in Europa tot nu toe. Tegelijk roept de wet fundamentele vragen op over de impact op lidstaten en hun beleidsruimte. In de commissie Omgeving van het Vlaams parlement gaven drie juristen hun kijk op de juridische sterktes en zwaktes van deze Europese verordening.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuurherstelwet" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4d87c0ef-ef71-4e6e-8be5-56ca505107e4/full_width_kalmthoutseheide-crgrensparkkalmthoutseheide.jpg</image>
                                        <content>Vlaamse impact“De natuurherstelwet creëert een nieuwe context voor een maatschappelijk gevoelig maar relevant thema”, lichtte Goedele Van der Spiegel, administrateur-generaal van het Agentschap Natuur en Bos toe in de commissie. Maar hoe groot is de impact van die nieuwe context? Volgens milieujurist Jan Bouckaert moet Vlaanderen één van de zwaarste inspanningen leveren om te voldoen aan de Europese wet: &quot;We behoren tot de dichtstbevolkte regio’s van de EU, met een hopeloos versnipperd ruimtegebruik. De doelstellingen houden geen rekening met die ruimtedruk, waardoor onze opgave zwaarder is dan die van landen als Frankrijk of Finland.”Bouckaert wijst erop dat de herstelverplichtingen en het verslechteringsverbod onvermijdelijk gevolgen zullen hebben voor de vergunningsverlening. “De Raad voor Vergunningsbetwistingen zal het druk krijgen. De wet reikt op sommige vlakken erg ver. Het huidige natuurbeleid simpelweg voortzetten, zal niet volstaan.” De natuurherstelwet gaat in sommige doelstellingen erg ver. Het zal niet volstaan om ons huidig natuurbeleid gewoon verder te zetten  Democratie buitenspelVolgens advocaat Lucas Bergkamp, gespecialiseerd in Europees en milieurecht, vormt de wet ook een bedreiging voor de democratie. Hij stelt dat toekomstige maatschappelijke noden, zoals bevolkingsgroei of voedselzekerheid, moeilijk voorspelbaar zijn. “Toch blijven de langetermijndoelen van de wet onwrikbaar. Als kiezers later een andere koers willen, blijft de politiek verplicht het oude spoor te volgen.”Bergkamp waarschuwt bovendien dat elke burger naar de rechter kan stappen om naleving af te dwingen als overheden andere prioriteiten leggen. Op die manier dreigt de democratie haar corrigerende vermogen te verliezen. Als kiezers later een andere koers willen, blijft de politiek verplicht het oude spoor te volgen Hendrik Schoukens, professor milieurecht aan de UGent en advocaat gespecialiseerd in de materie, is het daar niet mee eens. Volgens hem zet de natuurherstelwet de democratie niet buitenspel, omdat veel verplichtingen en instrumenten al decennialang geleden werden goedgekeurd. &quot;De wet bouwt voort op de Habitat- en Vogelrichtlijnen, die sinds de jaren ‘90 in Vlaanderen zijn vertaald in het Natuurdecreet. De principes van natuurbehoud en -bescherming, zowel binnen áls buiten beschermde gebieden, zijn allerminst nieuw&quot;, benadrukt Schoukens. &quot;Alleen waren de doelstellingen toen onvoldoende afdwingbaar.&quot;Conflicterende doelstellingenBergkamp vraagt zich af of alle doelen wel tegelijkertijd te verwezenlijken zijn en of er geen prioriteiten gesteld moeten worden. “De wet maakt geen afweging tussen verschillende andere beleidsdoelen, noch tussen enkele eigen doelstellingen&quot;, aldus Bergkamp.Hij wijst op de spanningen tussen natuurherstel en voedselzekerheid in de wet. &quot;Sommige herstelmaatregelen verminderen de landbouwproductiviteit. Wie echter voedselzekerheid wil behouden, heeft meer grond nodig – maar die extra ruimte is net schaars door de herstelverplichtingen.”De EU schuift ook doelstellingen naar voren omtrent industrie, de groeiende nood aan huisvesting en transportinfrastructuur. Die zijn echter veel minder kwantitatief uitgewerkt dan de doelen in de natuurherstelwet, wat een afweging bemoeilijkt. Bergkamp pleit daarom voor meer concrete, meetbare doelstellingen in die andere domeinen. “Dat biedt de politiek en juristen meer houvast.”Groot bureaucratisch frameworkVolgens Bergkamp schuilt er ook een knelpunt in de gedetailleerde eisen rond de nationale herstelplannen, monitoring en rapportage. De eisen laten de lidstaten weinig speelruimte. Bovendien bevat de natuurherstelwet ook nog enkele vage interpretaties, en mag de Europese Commissie bijkomende regels opleggen wanneer een herstelplan niet volstaat. “Dit kan problematisch worden”, waarschuwt Bergkamp. “Het is uitkijken hoe de Commissie hiermee zal omgaan.&quot; Hij herhaalt ook wat Schoukens en Bouckaert stellen: “Iedere lidstaat is gebonden aan de natuurherstelverordening, men zal er niet aan ontkomen.”Toch erkennen zowel Bouckaert als Bergkamp dat lidstaten enige ruimte kunnen behouden, mits ze vooraf actief sturen op het behoud van beleidsvrijheid.Tips van de juristenBouckaert roept de Vlaamse parlementsleden op om realistisch te blijven: “Hou rekening met de ruimtelijke en ecologische realiteit. Fixeer niet cijfermatig op habitats en soorten, maar focus op breed ecosysteemherstel. En voorkom verdere ruimteversnippering.” We beschikken al dertig jaar over de nodige instrumenten. De natuurherstelwet biedt ons nogmaals de kans om die effectief in te zetten Bergkamp pleit ervoor om zeker niet aan goldplaiting te doen. Tegen 2030 moeten herstelmaatregelen genomen zijn, ecosystemen hoeven dan nog niet in goede staat te zijn. &quot;En herinner de EU aan haar eigen plicht tot respect voor democratische besluitvorming en subsidiariteit&quot;, benadrukt hij. Tot slot laat de jurist ook nog een ballonnetje op om bevoegdheden in te perken van organisaties die in naam van het algemeen belang rechtszaken aanspannen.Schoukens sluit af met een oproep tot politieke moed: “We voeren dit debat al sinds de jaren ‘90, maar zijn er nooit in geslaagd een helder en planmatig natuurverhaal te tekenen. We beschikken nochtans al dertig jaar over de nodige instrumenten. De natuurherstelwet biedt een nieuwe kans om eindelijk te doen wat al decennia wordt beloofd.”</content>
            
            <updated>2025-07-03T12:24:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Chinese wetenschappers beschuldigd van agroterrorisme in VS na smokkelen van schimmel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/chinese-wetenschappers-beschuldigd-voor-agroterrorisme-in-vs-na-smokkelen-van-schimmel" />
            <id>https://vilt.be/57474</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Twee Chinese wetenschappers zijn aangeklaagd wegens het smokkelen van een gevaarlijke schimmel naar de Verenigde Staten. Het gaat om de schimmel fusarium die grote schade kan toebrengen aan landbouwgewassen. De FBI heeft het over "agroterrorisme".</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="akkerbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3dd1542b-84b7-43e1-a95a-66798635eb37/full_width_mycotoxines-mais-faculteit-bio-ingenieurswetenschappen-ugent.jpg</image>
                                        <content>De schimmel Fusarium graminearum tast basisgewassen zoals tarwe, gerst, maïs en rijst aan. Hij is in staat om op een paar weken een volledige oogst te vernielen. Ook voor mensen en dieren is deze schimmel gevaarlijk want hij kan mycotoxines aanmaken in deze gewassen. Wanneer mensen of dieren veel van deze mycotoxines binnenkrijgen, kan dat leiden tot braken, leverschade en vruchtbaarheidsproblemen. Vergunning van USDA verplichtHet is het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) dat de import reguleert van organismen die de landbouw kunnen schaden. Zonder vergunning van USDA is het verboden om een organisme in te voeren dat direct of indirect schade toebrengt aan planten of plantaardige producten. “Vergunningverlening door de USDA is een gebruikelijk proces”, is te horen bij een Amerikaanse hoogleraar plantenziekte. “We gebruiken dat op universiteiten in heel de VS. Het duurt gewoon even, zoals bij elke aanvraag.”Voor het importeren van de schimmel Fusarium graminearum, die de Chinezen de VS hebben binnengebracht, is dan ook een USDA-vergunning vereist. De wetenschappers zouden die evenwel nooit aangevraagd hebben. Volgens de aanklacht van FBI zou minstens één van de twee wetenschappers ervan op de hoogte geweest zijn dat zo’n vergunning noodzakelijk is. Toch brachten ze de schimmel de VS binnen in een prop papieren zakdoekjes. De twee verdachten wilden de schimmel naar eigen zeggen onderzoeken aan de Universiteit van Michigan, waar één van hen werkte.Ook vond de FBI op de telefoon van één van hen het wetenschappelijke artikel &quot;Oorlogsvoering met plantenziekteverwekkers onder veranderende klimaatomstandigheden&quot; terug. Uit de berichtconversatie tussen de twee wetenschappers bleek ook dat er al eerder werd geëxperimenteerd met de schimmel in het lab in Michigan, terwijl de universiteit daar niet de nodige vergunningen voor heeft.&amp;nbsp; Mogelijk wapen voor agroterrorismeBeide Chinezen zijn daarom aangeklaagd voor samenzwering, smokkel van goederen naar de VS, valse verklaringen en visumfraude.&amp;nbsp;Volgens de FBI hebben de twee eveneens hun toegang tot laboratoriumfaciliteiten van een lokale universiteit misbruikt om biologische ziekteverwekkers te smokkelen, wat een directe bedreiging vormde voor de openbare veiligheid. Openbaar aanklager Jerome Gorgon zegt op zijn beurt dat de feiten raken aan de kern van de nationale veiligheid, ook omdat één van de twee Chinezen lid is van de Chinese Communistische Partij.Om die reden verwijst de FBI naar de smokkel als “een mogelijk wapen voor agroterrorisme”, zoals de schimmel ook in de wetenschappelijke literatuur staat. Daarin wordt gesteld dat de schimmel elk jaar voor miljarden dollars aan schade veroorzaakt in de landbouwsector.</content>
            
            <updated>2025-06-05T15:20:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zuivel blijft stevig verankerd in Belgisch eetpatroon]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zuivel-blijft-stevig-verankerd-in-belgisch-eetpatroon" />
            <id>https://vilt.be/57475</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2024 is het thuisverbruik van zuivelproducten in België opnieuw gestegen, zowel in volume (+4%) als in waarde (+3%). Daarmee bevestigt zuivel zijn prominente plaats in de Belgische eetgewoonten, zo blijkt uit cijfers van VLAM op basis van onderzoek door YouGov en iVox. Ook het verbruik van plantaardige alternatieven stijgt licht, maar blijft beperkt in vergelijking met zuivel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                        <category term="melk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0d593245-7d1a-45e7-90c7-aa52c3a6e1f3/full_width_zuivelmelk1.jpg</image>
                                        <content>Met een gemiddeld thuisverbruik van 33 liter per persoon blijft witte melk het meest geconsumeerde zuivelproduct. Vooral halfvolle melk blijft populair en vertegenwoordigt 68 procent van het volume. Voor het eerst sinds jaren is er weer een stijging in het totale thuisverbruik van melk en melkdranken (+3%), tot 39,5 liter per persoon. Dat komt mede door een prijsdaling van witte melk met 8 procent, waardoor de omzet wel licht daalde.Kaas stabiel, Belgische kazen winnen terreinHet kaasverbruik bleef stabiel op 12 kilogram per persoon. Belgische kazen herwonnen marktaandeel: hun aandeel binnen het totale kaasverbruik steeg in 2024 tot 13 procent, met een sterke positie bij halfharde kazen (52%).Ook andere zuivelproducten deden het goed: het thuisverbruik van yoghurt steeg naar 10 liter per persoon. Boter (+4%), room (+5%), verse desserts (+3%) en ijs (+1%) kenden eveneens een groei. Enkel witte kaas bleef in dalende lijn (-4%).Zuivel in dagelijkse consumptie verankerdOp een gemiddelde dag consumeert 72 procent van de Belgen minstens één zuivelproduct, vooral bij het ontbijt (in 50% van de gevallen). Zuivel blijft daarmee stevig ingebed in het dagelijkse eetpatroon. Ter vergelijking: slechts 16 procent consumeerde diezelfde dag een plantaardig alternatief voor zuivel.Plantaardige alternatieven groeien traag, blijven beperktPlantaardige drinks kenden in 2024 een lichte groei (+8%) tot 3,3 liter per persoon. Toch blijft het marktaandeel klein tegenover melk en melkdranken, die goed zijn voor 92 procent van het verbruik. Binnen het segment verschuift de voorkeur van soja- en rijstdrinks naar havermelk. Andere plantaardige alternatieven kenden een stabiel tot licht dalend verbruik. De meeste gebruikers combineren plantaardige alternatieven met klassieke zuivelproducten.Zuivel blijft gewaardeerdDe houding tegenover zuivel is overwegend positief. 87 procent van de Belgen vindt het lekker, 84 procent beschouwt het als kwaliteitsvol en 80 procent als gezond. Twee derde van de Belgen heeft vertrouwen in de milieu- en dierenwelzijnsinspanningen van de Belgische zuivelsector en verkiest Belgische producten boven ingevoerde zuivel. Het aandeel veganisten onder 18- tot 65-jarigen blijft beperkt tot 2 procent.</content>
            
            <updated>2025-06-05T16:30:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aldi gaat aan de haal met eerste Vlaamse bessen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aldi-gaat-aan-de-haal-met-eerste-vlaamse-bessen" />
            <id>https://vilt.be/57476</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met de symbolische aankoop van de eerste Vlaamse blauwe bessen bij BelOrta heeft supermarktketen Aldi het seizoen officieel geopend. De opbrengst – 10.000 euro dankzij een verdubbeling door BelOrta – gaat naar De Weggeefwinkel in Houthalen-Helchteren, een organisatie voor mensen in armoede. De cheque werd donderdag overhandigd op het bedrijf van teler Frans Schrijnwerkers in Oudsbergen, Limburg.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruit" />
                        <category term="fruitteelt" />
                        <category term="coöperatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b318d9aa-0de7-4133-96a6-d21a2119d6f9/full_width_blauwe-bessen-belorta-en-aldi-start-seizoen.jpg</image>
                                        <content>Vanaf volgende week liggen de Belgische bessen in de Aldi-winkels. De officiële aftrap van het seizoen komt op een moment dat de teelt onder druk staat. Sinds 2020 is het areaal blauwe bessen in België afgenomen van 118 hectare naar 106 hectare vorig jaar. De oorzaak? Voornamelijk prijsdruk door goedkope import uit Oost-Europa.“In landen als Polen liggen de productiekosten veel lager. Dat maakt het moeilijk om te concurreren”, vertelt Frans Schrijnwerkers (56), de grootste blauwebessenteler van BelOrta. Hij heeft 20 hectare in productie, op een totaal van 38 hectare binnen de coöperatie.Samenwerking met Coöperatie HoogstratenBelOrta werkt dit jaar samen met Coöperatie Hoogstraten, goed voor nog eens 11 hectare blauwe bessen. Die samenwerking moet zorgen voor een efficiëntere vermarkting en betere prijsvorming voor de telers.Een centrale rol in die samenwerking is weggelegd voor Schrijnwerkers. Hij beschikt als enige teler in België over een eigen sorteerlijn en verpakkingsinstallatie. “Andere telers hoeven daardoor niet in de punnets te plukken”, legt hij uit. “Dat spaart werk uit. Bovendien kunnen we ruwer plukken en bessen van mindere kwaliteit achteraf uitsorteren.” Dankzij die werkwijze kunnen telers volgens hem 10 tot 40 procent meer plukken. Centrale sortering bij Limburgse telerEen centrale rol in die samenwerking is weggelegd voor Schrijnwerkers. Hij beschikt als enige teler in België over een eigen sorteerlijn en verpakkingsinstallatie. “Andere telers hoeven daardoor niet in de punnets te plukken”, legt hij uit. “Dat spaart werk uit. Bovendien kunnen we grover plukken en bessen van mindere kwaliteit achteraf uitsorteren.” Dankzij die werkwijze kunnen telers volgens hem 10 tot 40 procent meer plukken. Tom Mertens, blauwebessenteler in Hoogstraten, levert zijn eerste bessen de komende weken aan. “De pluk gaat misschien sneller gaat, maar je hebt meer uitval. Dat zijn lege kilometers waar je ook voor moet betalen”, nuanceert hij.Retail moet meerwaarde erkennenOm Vlaamse meerkost te compenseren en een hoger bedrag voor de Vlaams blauwe bessen te krijgen, probeert BelOrta in gesprekken met retailers de meerwaarde van Vlaamse bessen te benadrukken. “In Oost-Europa worden bessen vaak te vroeg geoogst vanwege de lange transporttijden. Onze bessen worden rijper geplukt en reizen minder ver. Dat zorgt voor een betere smaak en kwaliteit”, zegt Kris Jans, directeur fruit bij BelOrta. “Bovendien scoren onze telers sterk op duurzaamheid.” Jans waarschuwt dat de teelt in een moeilijke fase zit. “Als retailers geen meerprijs willen betalen, is het op termijn gedaan met de Vlaamse blauwe bessen.”Bij Aldi is men zich bewust van die problematiek. “We zijn heel blij met de eerste kist Belgische blauwe bessen als start van het seizoen”, zegt Maksim Van Herck, Category Manager Fruit &amp;amp; Vegetables bij Aldi. “We zetten al jaren in op lokale producten en werken nauw samen met Belgische telers. Voor kwaliteitsvolle, lokale blauwe bessen zijn we bereid een meerprijs te betalen.”Blauwe bessen blijven populair bij het grote publiek en die populariteit groeit jaar na jaar, benadrukt Van Herck. “Ze zijn een geliefd tussendoortje, rijk aan vitaminen en antioxidanten. Ideaal bij het ontbijt, als snack of in een drankje.” Goede oogstverwachtingenTerwijl Oost-Europese telers kampen met vorst- en hagelschade, ziet de oogst in België er veelbelovend uit. “Het lijkt een goede oogst te worden”, aldus Schrijnwerkers. Zijn eerste bessen rijpen onder plastic kappen, en hij heeft momenteel zo’n tien seizoenarbeiders aan het werk. Dat aantal loopt op tot 110 zodra de pluk op volle toeren draait.Over een maand komen de eerste bessen uit openluchtteelt op de markt. Door te werken met verschillende rassen kunnen Vlaamse telers de productie spreiden tot half september.</content>
            
            <updated>2025-06-05T20:59:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Koningin Mathilde bezoekt kaasboerderij 't Leenhof in Zele]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/koningin-mathilde-bezoekt-kaasboerderij-t-leenhof-in-zele" />
            <id>https://vilt.be/57477</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hare Majesteit de Koningin heeft donderdag een werkbezoek gebracht aan het familiebedrijf ’t Leenhof in Zele (Oost-Vlaanderen). Het bezoek stond in het teken van de toekomst van de Vlaamse landbouwsector. Koningin Mathilde kreeg een rondleiding op de melkvee- en geitenboerderij, waar ook een kaasmakerij en een hoevewinkel gevestigd zijn. "Ze was erg geïnteresseerd in de landbouwsector en onder de indruk van de melkrobot", vertelt Bo De Maesschalck, die samen met haar twee broers<strong> </strong>Jolan en David het bedrijf overnam van hun ouders in 2021.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Geitenhouderij" />
                        <category term="toekomst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8e3ee54f-fd58-4338-9aa2-3c9feb015ae2/full_width_thumb-18.jpg</image>
                        
            <updated>2025-06-05T20:45:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Zonder verkoop paardenmelk zou het te stil zijn op het bedrijf”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zonder-verkoop-paardenmelk-maar-stil-op-het-bedrijf" />
            <id>https://vilt.be/57478</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zonder de verkoop van paardenmelk zouden er te weinig mensen op het hof komen. Zo motiveert landbouwer Monique Cobbaert het voortbestaan van de kleinschalige paardenmelkerij die twintig jaar geleden door haar schoonouders werd opgestart. Klanten komen van heinde en verre naar Middelkerke voor de melk van de Belgische trekpaarden. “Er zijn nog maar weinig paardenmelkerijen in ons land”, vertelt Monique&nbsp;die samen met haar man Marc ook nog varkens en Witblauwe runderen houdt.&nbsp;&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Belgisch trekpaard" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/07a2ed6d-8c33-4c6b-9ec0-30a0092e04e9/full_width_marc-cobbaert-melkt-belgische-trekpaarden.jpg</image>
                                        <content>“Zo’n tien jaar geleden kende paardenmelk kortstondig een populariteitspiek door het tv-programma Schalkse Ruiters“, vertelt Monique Cobbaert. Hoewel de hype inmiddels is weggeëbd, heeft ze samen met haar man Marc een trouwe schare klanten opgebouwd. “Sommigen komen speciaal uit Brussel. Veel zijn tweedeverblijvers en elke heeft zo zijn eigen gewoontes. De ene komt dagelijks, de andere koopt om de vier dagen vier flesjes en weer anderen slaan een voorraad in voor enkele weken”, vertelt ze.&amp;nbsp;Gezondheidseffecten: mythe of werkelijkheid?Veel klanten drinken de melk vanwege de vermeende gezondheidsvoordelen. “Bijvoorbeeld mensen die chemotherapie ondergaan”, aldus Monique. Online zijn studies te vinden die stellen dat paardenmelk de weerstand verhoogt, bijwerkingen van chemo verzacht en mogelijk zelfs het kankerrisico verlaagt. Andere onderzoeken spreken dit weer tegen.Opvallend is dat veel van deze studies uit Kazachstan komen. “Niet zo vreemd”, vindt Monique. “In Centraal-Azië is paardenmelk een nationaal drankje. We hebben ook klanten die van daar naar België zijn geëmigreerd – zij maken er zelfs sterke drank van.”Toch kent ook Vlaanderen een traditie van paardenmelkconsumptie. “Vroeger namen boeren hun paard mee het land op, terwijl het veulen op stal bleef. Onderweg tapten ze soms een glas melk om hun dorst te lessen.” Van hobby naar bedrijfHaar schoonouders begonnen twintig jaar geleden met het melken van paarden. “Mijn schoonvader was gek van Belgische trekpaarden. Om ook nog een opbrengst te hebben uit de hobby, zijn ze met melken begonnen.” Haar schoonvader melkte jarenlang met de hand, terwijl haar schoonmoeder de verkoop verzorgde.Na hun overlijden overwoog het stel even om te stoppen, maar corona bracht een omslag. “Het werd plots heel stil op de boerderij, geen bezoekers meer. Toen besloten we door te gaan.” Kleinschalig maar gedreven“Het blijft een kleinschalige activiteit”, benadrukt Marc, die ook varkens (gesloten bedrijf met 200 zeugen) en Witblauwe runderen houdt. Dagelijks worden drie paarden gemolken, tegenwoordig machinaal. Tijdens ons bezoek leidt Marc een merrie met veulen naar de melkstal. “Zonder het veulen geeft ze geen melk”, legt Monique uit.De melk – zo’n twee à drie liter per dag – wordt bewaard in een huisje aan de oprit, dat dienstdoet als boerderijwinkel. Monique vult handmatig plastic flesjes van 0,25 liter. Een deel gaat in de koelkast, de rest wordt ingevroren. “Dat is de ideale dagelijkse portie”, zegt ze, terwijl ze een proevertje aanbiedt. Paardenmelkerijen in Vlaanderen: een zeldzaamheidHoeveel paardenmelkerijen Vlaanderen telt, is onduidelijk. “In Nederland is de sector groter”, zegt Monique. Het aantal bedrijven daalde sterk nadat de hype van&amp;nbsp;Schalkse Ruiters&amp;nbsp;verdween. Google suggereert dat er nog zeven zijn, waarvan&amp;nbsp;Het Brabanderhof&amp;nbsp;in Lier de bekendste is.Dat bedrijf groeide in de jaren 90 explosief en lanceerde een eigen lijn cosmetica en supplementen op basis van paardenmelk. Op hun website prijzen ze de melk aan als “lichaamsversterkend, weerstandverhogend en energiegevend”, met een “unieke samenstelling die ideaal is tijdens herstel”.</content>
            
            <updated>2025-06-10T15:40:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Podcast helpt erfbetreders signalen van problemen bij landbouwers te herkennen en aan te pakken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/podcast-helpt-erfbetreders-signalen-van-problemen-bij-landbouwers-te-herkennen-en-aan-te-pakken" />
            <id>https://vilt.be/57479</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Erfbetreders kunnen een cruciale rol spelen in het detecteren en aanpakken van problemen bij land- en tuinbouwers, meent hulporganisatie Boeren op een Kruispunt. Om die reden heeft de organisatie, samen met de provincie West-Vlaanderen, een vierdelige podcastreeks gemaakt die erfbetreders praktische handvatten biedt om landbouwers in nood de weg te laten vinden naar hulpverlening.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mentaal welbevinden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d414d46e-4d57-47e9-832d-83a5509c027a/full_width_melkkoeindemist.jpg</image>
                                        <content>Erfbetreders, zoals de dierenarts, de verkoper van veevoeder of gewasbeschermingsmiddelen, de inseminator of een controleur, vormen op sommige dagen het enige bezoek dat een land- of tuinbouwer op zijn bedrijf krijgt. Om die reden zien en horen zij vaak meer dan op het eerste zicht waarneembaar is. Zeker wanneer zij op regelmatige basis op bezoek komen, vallen bepaalde signalen sneller op.“Zij bevinden zich in een unieke positie om te merken wanneer het niet goed gaat, met het bedrijf of met de landbouw of landbouwster zelf”, legt Els Verté, directeur van Boeren op een Kruispunt uit in de podcast. Uit onderzoek blijkt immers dat 20 procent van de Vlaamse land- en tuinbouwers hoge tot zeer hoge stress ervaart. Die zorgen worden niet snel geuit. &quot;Hard werken en verder doen, ook als het moeilijk is: dat is vaak de manier waarop landbouwers met tegenslagen omgaan.&quot; &amp;nbsp; In de podcast worden aan de hand van ervaringen en adviezen tips geformuleerd voor erfbetreders hoe zij het verschil kunnen maken in het leven van landbouwers die met problemen kampen. Zo wordt er gefocust om mogelijke signalen die kunnen wijzen op moeilijkheden, zoals herstellingen die uitblijven, stapels ongelezen post, afspraken die worden afgezegd, netheid op een bedrijf die achteruitgaat, dieren die minder goed verzorgd worden, enz.Daarnaast worden er ook tips gegeven over hoe ze het gesprek hierover kunnen aangaan met de landbouwer. “Een luisterend oor bieden kan een wereld van verschil maken. Het is vaak de eerste, en misschien wel belangrijkste, stap richting hulp en begeleiding.” Daarnaast wordt er ook ingegaan op hoe je als erfbetreder zelfdoding bespreekbaar maakt als er aanwijzingen zijn dat de landbouw met zelfmoordneigingen kampt of hoe je gericht kan doorverwijzen naar professionele hulpverlening. Naast de podcast werd ook een digitale folder ontwikkeld. Op aanvraag is die ook digitaal beschikbaar. Tot slot wijst Boeren op een Kruispunt ook op een gratis vorming voor erfbetreders met tips en tricks om met mogelijke problemen op landbouwbedrijven om te gaan. Wie daarin interesse heeft, kan contact opnemen met Boeren op een Kruispunt.</content>
            
            <updated>2025-06-06T14:26:33+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Konijnkoekje, honing uit De Merode, witte speculaas en Waas spek erkend als streekproduct]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/konijnkoekje-honing-uit-de-merode-witte-speculaas-en-waas-spek-erkend-als-streekproduct" />
            <id>https://vilt.be/57480</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) heeft vier nieuwe streekproducten toegevoegd aan de Vlaamse lijst met erkende streekproducten. Het gaat om het Dilbeeks konijnkoekje, Merodegoud (Vlaamse streekhoning uit Tessenderlo), witte speculaas en speculaas met amandel uit Lokeren en Boerke Waas (gekookt spek uit het Waasland). Brouns maakte het nieuws bekend tijdens een bezoek aan een bakkerij in Dilbeek, bij Brussel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="streekproduct" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e5137094-b278-4f10-a2f3-0553fe511cec/full_width_konijnenkoek.jpg</image>
                                        <content>Minister Brouns bakte zelf enkele Dilbeekse konijnkoekjes mee. Hij hielp bakker Frank Bossuyt en doopte de pootjes in chocolade. Het &quot;konijntje&quot; werd in 1986 voor het eerst gebakken door Pierre Bossuyt. Zoon Frank zette de traditie voort. Het zandkoekje verwijst naar de bijnaam &quot;konijnenfretters&quot; die de Dilbekenaren te danken hebben aan een legende over een bezoek van Keizer Karel. Bakker Frank Bossuyt kreeg woensdagmiddag van minister Brouns een erkenningsdiploma en een STREEKPRODUCT.be-sticker.Het is de Sectorgroep Streekproducten van VLAM (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing) die op advies van een onafhankelijke beoordelingscommissie van voedingsspecialisten het label STREEKPRODUCT.be uitreikt. Producten worden beoordeeld op vijf criteria waaronder traditie, streekgebondenheid en ambachtelijke productie. Op de Vlaamse lijst staan vandaag 223 producten. Daar staan bekende producten op zoals Geuze-Lambiek, Limburgse vlaai, Geraardsbergse mattentaarten, maar ook veel minder bekende. De bekendste streekproducten hebben daarnaast vaak ook een Europese erkenning.Brouns onderstreept het belang van streekproducten: &quot;De trots over die Vlaamse producten gemaakt door vakmannen en vakvrouwen mogen we meer uitdragen. Niet iedereen krijgt zomaar die erkenning - een commissie oordeelt hierover. Die Vlaamse streekproducten zijn meer dan lekkernijen. Lokale verankering en traditie zijn daarbij belangrijke criteria. Het product moet ook wijd in de regio bekend zijn. Door die erkenning houden we die mooie traditie van bepaalde producten ook in stand. Het is belangrijk dat we deze ambachten blijven koesteren en ondersteunen.&quot; ‘Merodegoud’, Vlaamse streekhoningDylan Elen van Merodegoud uit Tessenderlo voegt een unieke laag toe aan de lokale fauna waarvan zijn honing gemaakt is: hij werkt met de inheemse zwarte honingbij (Apis mellifera mellifera), een bedreigde soort die minder maar bijzonder kwalitatieve honing produceert. Zijn honing is dus niet alleen streekgebonden, maar ook gemaakt door streekeigen bijen.Dylan imkert op plekken met een rijke imkertraditie. Zijn bijenkasten staan onder meer in de Vallei van de Zwarte Beek, het Landschapspark de Merode (voorjaarsbloemenhoning), de Nationale Parken Bosland, Hoge Kempen (heidebloesemhoning) en de Brabantse Wouden. Witte speculaasWitte speculaas komt weinig voor in ons land en onderscheidt zich door witte suiker en weinig kruiden. Recepten uit de jaren 1940 tonen aan dat het om een oude traditie gaat.Bakker Hubert Aerts uit Lokeren begon in 1927 met brood en beschuiten, later volgden witte en bruine speculaas. Tot begin 2024 leidde Els Aerts de bakkerij; nu zetten Karin Savooy en Liviu Sandu het ambacht voort.Aan hun erkende Belgische speculaas voegen ze nu ook de traditionele Aerts speculaas met amandelen toe. Gekookt spek uit het WaaslandGekookt spek was ooit een typische slachtbereiding in heel Vlaanderen, maar verdween op veel plekken. In het Waasland bleef het echter populair. Zes Klasseslagers bundelden hun krachten om een recept te ontwikkelen dat de lokale traditie eert én moderniseert.Ze gebruiken blokjes buikspek van 1,5 à 2 kg, die vacuüm gezouten en vervolgens 8 uur lang gepocheerd worden op 72°C. Zoals vroeger worden groenten, laurier, jeneverbessen, peper en kruidnagel toegevoegd. Deze methode zorgt voor smaakvol spek met een stevige structuur dat toch smelt op de tong, én goed bewaart.Boerke Waas gekookt spek is veelzijdig: koud met brood, warm bij stoemp, of op de grill of BBQ.Het spek is te vinden bij Klasseslagers Quatacker uit Sint-Niklaas, Ter Saksen uit Beveren, Broecke uit Beveren, Boel uit Nieuwkerken, De Looze uit Stekene en Van der Weken uit Zwijndrecht.</content>
            
            <updated>2025-06-06T14:59:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wordt Belgisch rundvlees een luxeproduct?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wordt-belgisch-rundvlees-luxeproduct" />
            <id>https://vilt.be/57481</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De prijs van entrecote steeg in één jaar met maar liefst 23 procent. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) luidt de alarmbel: Belgisch rundvlees dreigt een luxeproduct te worden. Retailexpert Pierre-Alexandre Billiet waarschuwt in Het Laatste Nieuws dan weer dat lokaal rundvlees dreigt te verdwijnen uit de rekken. Producentenorganisaties Febev en Vlaams Hoeverund nuanceren die uitspraak, maar erkennen dat het aanbod afneemt en de prijzen fors stijgen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="consument" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="supermarkt" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="voedselprijzen" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/95e6e4d6-ec3e-4823-8bc4-6277b52fd895/full_width_dikbilwitblauwweidekoevleesvee.jpg</image>
                                        <content>Volgens minister Brouns is het dringend tijd om Vlaams rundvlees opnieuw te herwaarderen. “Als we op deze weg verdergaan, wordt Belgisch vlees een luxeproduct”, waarschuwt hij. “Straks liggen er alleen nog geïmporteerde stukken vlees in onze winkels. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?”De recente prijsstijgingen in supermarkten zijn voor hem een wake-upcall. “We waarschuwen al jaren voor de druk op onze landbouwers: steeds strengere regelgeving, stijgende kosten, en onhoudbare verplichtingen”, aldus Brouns. “Boeren moeten ondersteund worden, niet ontmoedigd.”Geen Belgisch rundsvlees in de rekken?Retailexpert Pierre-Alexandre Billiet van Gondola schetst in HLN een somber toekomstbeeld. “De blauwtongziekte is tijdelijk, maar het echte probleem is het afnemende aanbod. In veertig jaar tijd is 70 procent van onze landbouwers verdwenen. In de jaren 80 verdienden veehouders goed hun brood, nu is de stiel nauwelijks rendabel. Denk maar niet dat de prijs van Belgisch rundvlees nog kan dalen. Met de hoge tarieven van vandaag mogen we ons nog gelukkig prijzen, er komen andere tijden aan. Het aanbod is zo klein geworden dat bepaalde supermarkten vrezen dat ze over 12 tot 24 maanden geen Belgisch rundvlees meer in hun rekken gaan kunnen leggen. Een witblauwsteak friet wordt een delicatesse. Lokaal rundvlees zal schaars worden.”Dierziektes hakken eropinProducentenorganisaties Febev en Vlaams Hoeverund vinden dit vooruitzicht te pessimistisch. Ze beamen dat het aanbod Belgisch rundvlees krimpt, en dierziektes als IBR en blauwtong de beschikbaarheid en betaalbaarheid onder druk zetten. “Maar dat sommige supermarkten over twee jaar geen Belgisch rundvlees in hun rekken zullen leggen, is toch een beetje overdreven”, zegt Michael Gore van Febev. “Al kunnen we niet ontkennen dat er problemen zijn.&quot;Volgens Gore bereiken de prijzen binnenkort wellicht een piek. “De grootste factor is momenteel de ziektedruk. Blauwtong en IBR beperken het aantal beschikbare dieren aanzienlijk. En runderen doen er veel langer over om slachtrijp te worden dan varkens of kippen. Het aanbod daalt dus, maar daarna volgt waarschijnlijk een correctie. Het heeft gewoon tijd nodig om te herstellen.”Dat de stiel niet meer rendabel zou zijn, vindt Gore een te grove veralgemening. “Vandaag wordt er in de rundveesector volgens mij wel geld verdiend. De prijzen zijn nog nooit zo hoog geweest. Al moet je dat natuurlijk wel in perspectief plaatsen, want veel producenten hebben dieren verloren door abortus, ziekte en afwijkingen.”Jongeren botsen op regels, ouderen haken af“En natuurlijk heb je ook veel vergrijzing in de sector”, zegt Gore. “De stoppers zullen geen grote investeringen meer doen, en bedrijven werken op grote schaal om rendabel te blijven. Voor jongere boeren speelt dan weer vooral de rechtsonzekerheid die een rem zet op de toekomstperspectieven. Kijk naar het stikstofdossier: je kan niet zeggen dat we daar veel progressie hebben gemaakt de afgelopen jaren.”Johan Pattyn, voorzitter van Vlaams Hoeverund, ziet dat jonge bedrijven op economisch vlak zeker nog kunnen uitbreiden, zolang de wetgeving mee wil. “We zien dat jongere bedrijven groeien, maar we moeten kijken in welke mate de wetgever wil. Het zal nooit meer zijn zoals vroeger zijn, maar te veel negativisme is voorbarig.”Gore verduidelijkt wel dat de prijsstijgingen van het vlees nog niet volledig worden doorgerekend tot de consument. “De karkasprijzen zijn de afgelopen vijf jaar verdubbeld”, zegt hij. “De consumentenprijzen niet. Op dat vlak begrijp ik dus zeer goed waarom Gondola aan de alarmbel trekt.”Volgens Pattyn blijft de vraag naar rundvlees stabiel. “Tien jaar geleden was er een dalende trend, maar die is gekeerd. De consumptie is in 2024 zelfs licht gestegen.” Dat de rendabiliteit in de sector de voorbije jaren ondermaats is geweest, wordt bevestigd door de cijfers van de FOD economie. Toch is recentelijk een kentering te zien. Sinds maart 2025 merken we een verbetering en stijgt de rendabiliteit boven de break-even lijn.VoedselautonomieMinister Brouns waarschuwt dat voedselzekerheid geen vanzelfsprekendheid is. “We moeten onze strategische autonomie beschermen. Vandaag zijn het de prijzen die stijgen, morgen zijn het de rekken die leeg blijven. Wie denkt dat we alles kunnen blijven invoeren, dwaalt. Iedereen moet toegang blijven hebben tot eerlijk, lokaal geproduceerd voedsel van hier.”Volgens de cijfers van het Vlaams Agentschap voor Landbouw en Visserij is de veestapel in Vlaanderen de afgelopen twintig jaar enigszins afgenomen. Bovendien maakt het aandeel melk- en zoogkoeien een groter deel uit van de totale koeien. Brouns presenteert een reeks maatregelen die de Vlaamse regering wil invoeren om landbouw in Vlaanderen leefbaar en aantrekkelijk te houden. Op de agenda staan administratieve vereenvoudiging, gerichte ondersteuning vna jonge landbouwers, het herwaarderen van lokaal voedsel via onder meer de korte keten, en het verduurzamen van de sector zonder land- en tuinbouwers op extra kosten te jagen.“Maar dit is niet alleen een opdracht voor de overheid”, benadrukt Brouns. “De hele keten moet mee: van distributie tot consument. We moeten stoppen met onze landbouwers te beschouwen als vanzelfsprekende leveranciers. Ze zijn de hoeksteen van onze voedselvoorziening. Koester ze.”</content>
            
            <updated>2025-06-06T20:06:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgische bierconsumptie daalde verder in 2024]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-bierconsumptie-daalde-verder-in-2024" />
            <id>https://vilt.be/57482</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De totale bierconsumptie in België is in 2024 met 2,1 procent gedaald. De verkoop van bier in horeca (- 2,9%) ging er sneller op achteruit dan de verkoop in de retail (-1,5%). De daling is minder groot dan het jaar daarvoor, toen 6 procent minder bier werd gedronken, maar er is wel een duidelijke tendens. De Belg drinkt bijna 20 procent minder bier dan tien jaar geleden. Dat blijkt uit het jaarverslag van de Belgische Brouwers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bier" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/51ec11e3-86cb-4e29-80e8-5b05857935eb/full_width_bierbrouwen.jpg</image>
                                        <content>Er was vorig jaar sprake van een binnenlandse consumptie van bijna 6,4 miljoen hectoliter: 3,8 miljoen hectoliter in de retail en zowat 2,6 miljoen hectoliter in de horeca. In precoronajaar 2019 zat het totaalcijfer nog boven de 7 miljoen hectoliter. Na de coviddip steeg het cijfer in 2022 tot net onder de 7 miljoen-kaap, maar sindsdien gaat het opnieuw in dalende lijn.Ook export krimptNiet alleen de bierconsumptie in eigen land, maar ook de uitvoer naar het buitenland kreeg vorig jaar opnieuw een tik. Aanhoudende druk op de koopkracht, stijgende kosten en onzekere geopolitieke context, zo verklaart de sectorvereniging de trends van export en consumptie.Er werd met 14,5 miljoen hectoliter 3,4 procent minder Belgisch bier uitgevoerd: binnen de Europese Unie daalde de export met 2,6 procent naar 12,4 miljoen hectoliter, buiten de Europese Unie bedroeg die daling 8 procent naar bijna 2,1 miljoen hectoliter.De export naar de VS ging na enkele jaren daling dit keer met 10 procent omhoog tot 216.000 hectoliter. Rest de vraag wat het effect zal zijn Amerikaans president Donald Trump tarievenstrijd. Het cijfer van 2024 ligt sowieso veraf van een piek van 2,66 miljoen hectoliter in 2017. De daling is onder meer te verklaren omdat AB InBev de pils Stella lokaal in de VS is beginnen brouwen. Frankrijk en Nederland blijven de grootste buitenlandse afzetmarkten.De binnenlandse daling van de biervraag werd vaak gecompenseerd door de export, maar dat is sinds 2023 niet meer het geval. De daling van de export is wel kleiner dan in 2023, toen er sprake was van een historische daling. Toch bleef Belgisch bier een geliefd exportproduct, stellen de brouwers. Zeventig procent van de Belgische productie wordt immers geëxporteerd naar buitenlandse markten.Sector blijft positiefHoewel ons land met 411 brouwerijen in 2024 zes brouwerijen minder telde dan het jaar ervoor, blijven de brouwers hoopvol. &quot;Ondanks de dalende trend, blijft de Belgische biersector zich onderscheiden door haar aanpassingsvermogen en veerkracht&quot;, klinkt het. Een bevestiging van die veerkracht zien ze in de 178 miljoen euro die vorig jaar geïnvesteerd werd in de sector, onder andere voor &quot;de modernisering van installaties, verduurzaming van het productieproces en versterking van de lokale verankering&quot;.De sector heeft nu vooral stabiliteit en een voorspelbaar ondernemersklimaat nodig, klinkt het. Ook willen de Belgische Brouwers de focus houden &quot;op de bestrijding van alcoholmisbruik, zonder af te glijden naar een discours waar elke consumptie van bier of alcohol wordt gedemoniseerd&quot; en pleiten ze &quot;voor correcte informatie en een sereen debat waarbij ruimte blijft voor redelijkheid en nuance&quot;.De 411 brouwerijen brouwen meer dan 1.600 biermerken. De sector is goed voor 6.822 directe banen.</content>
            
            <updated>2025-06-06T16:24:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FarmFocus helpt veehouders knelpunten in bedrijfsvoering bloot te leggen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/farmfocus-helpt-veehouders-knelpunten-in-bedrijfsvoering-bloot-te-leggen" />
            <id>https://vilt.be/57483</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) heeft FarmFocus gelanceerd, een nieuwe tool die rundveehouders helpt hun bedrijfsvoering integraal te optimaliseren. De ontwikkeling nam drie jaar in beslag en FarmFocus werd getest op veertig melkveebedrijven. De tool biedt een volledige doorlichting van het bedrijf en kent scores toe op basis waarvan veehouders hun management kunnen bijsturen voor betere prestaties.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4459b932-243e-4a51-9988-52fe24c50862/full_width_dgz-algemeen.jpg</image>
                                        <content>&quot;Een frisse blik op je bedrijf opent mogelijkheden die je zelf niet meer ziet&quot;, vertelt een deelnemende veehouder. &quot;Na verloop van tijd kijk je over een aantal zaken heen, maar deze analyse doorbreekt die bedrijfsblindheid definitief.&quot;FarmFocus gaat volgens DGZ verder dan traditionele bedrijfsbeoordelingen. “Waar andere methoden zich vaak beperken tot het vee, bekijkt FarmFocus het complete plaatje: denk aan rantsoenen en kuilmanagement, huisvesting en stalinrichting, watervoorziening, voer en voertijden”, vertelt Koen De Bleecker die binnen DGZ verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de tool. Zowel vleesveehouders en melkveehouders behoren tot de doelgroep.Hij beschrijft het traject: “Een FarmFocus-coach loopt samen met de veehouder, al dan niet samen met de bedrijfsdierenarts, systematisch door het bedrijf en beoordeelt maar liefst 150 management- en performantie-indicatoren.” De FarmFocus-analyse concentreert zich op vijf kritieke succesfactoren voor verschillende diercategorieën die bepalen of een bedrijf toekomstbestendig is:BedrijfsvoeringZiekte-incidentieHuisvestingMelkmanagementRantsoen en drinkwater&amp;nbsp; Van score naar actieplanNa de intake krijgt elk van de 150 aspecten een gewogen score op een schaal van 1 tot 10, gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten. Alles wat lager dan 6 scoort, wijst op verbeterpunten. De rundveehouder kan op basis daarvan gerichte acties ondernemen om zijn management aan te passen.Resultaten op het terreinVolgens DGZ heeft de tool op de veertig pilootbedrijven zijn nut al bewezen. “Deelnemers stonden bijvoorbeeld soms niet stil bij hun eigen biestmanagement. Door deze objectieve doorlichting werd de aandacht op biest vernieuwd en bedachten velen zelf een oplossing in overleg met de coach om de score ervan te verbeteren. Door systematisch actiepunten af te spreken, deze te registreren en af te vinken bij invulling ervan, kon er na verloop van tijd merkbare vooruitgang geboekt worden. Verbeterd biestmanagement zorgt immers op termijn ook voor minder ziektes bij kalveren, betere groei en optimalere afkalfleeftijd van de vaarzen”, klinkt het. Ook preventief antibioticagebruik kon in bepaalde gevallen worden verminderd. “Door het gebruik van alternatieve methoden werden succesvolle resultaten geboekt met minder ziekte in combinatie met minder antibioticagebruik”, aldus DGZ. ’In een ander geval bracht de tool mestcontaminatie in het rantsoen aan het licht. “Het probleem werd simpelweg opgelost door de mesthoop te verplaatsen.”DGZ benadrukt dat veehouders en dierenartsen, voor wie de tool ook nuttig kan zijn, zelf kunnen bepalen welke actiepunten zij prioritair en haalbaar achten om aan te pakken. In samenspraak met de FarmFocus-coach wordt een actieplan opgesteld die voorzien kan worden van opvolgdatums zodat de specialist van DGZ een vinger aan de pols kan houden. Veehouders kunnen&amp;nbsp; kiezen voor een eenmalige analyse of voor regelmatige begeleiding om de zes maanden, jaarlijks of tweejaarlijks, afhankelijk van de acties die de rundveehouder wil ondernemen.VLIF-steunDGZ merkt tot slot op dat de tool in aanmerking komt voor steun via de Kennisportefeuille van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, waardoor tot 70 procent wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid.</content>
            
            <updated>2025-06-11T15:12:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederlandse veeboer wint award met verticale grasteelt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederlandse-veeboer-wint-award-met-verticale-grasteelt" />
            <id>https://vilt.be/57484</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Melkveehouder Wouter Slob uit het Nederlandse Giessenburg wil vertical farming brengen naar de veehouderij. Verticale landbouw is een ruimte-efficiënte piste voor bepaalde groente- en fruittypes, maar Slob ziet nog een andere teelt passen binnen het concept: gras. Met zijn concept ‘Spreed’ maakt hij in het veenweidegebied een kruisbestuiving mogelijk tussen melkveehouderij, kruidenrijk grasland, beweiding, walnoot- en hazelnootteelt en vertical farming. “Waar op een ideale dag in april of mei 200 kilo droge stof per hectare kan groeien, kan dat bij vertical farming 365 dagen in het jaar”, stelt de boer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gras" />
                        <category term="grond" />
                        <category term="verticale landbouw" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/20093865-0704-4756-923c-2b4bd5d0c77d/full_width_wouter-slob.jpg</image>
                                        <content>Met zijn spraakmakende idee won Slob de Dutch Dairy Challenge 2025, al roept het concept natuurlijk ook vragen op. Vragen waar Slob met een proefproject antwoorden op wil vinden. Verticale landbouw kent een hoge energieprijs, maar is wel zeer efficiënt in landgebruik – wat wel kan tellen in de regio waar Slob boert. “Een hectare landbouwgrond gaat hier al snel voor 100.000 euro”, zegt hij.Een meidag in decemberVandaag beschikt Slob over zo’n 100 hectare grasland om zijn runderen van eten te voorzien. Die graslanden produceren niet voortdurend, want in de winter kunnen de maaimachines in de hangar blijven staan. Door gras te telen in een gecontroleerd, verticaal systeem, kan Slob zelfs tijdens een grauwe winter gras oogsten als was het midden mei.En die winst is volgens Slob zelfs groter, wanneer we niet alleen kijken naar het volume droge stof, maar ook naar de voedingswaarde. In tegenstelling tot hooi, heeft vers gemaaid gras immers een hoge eiwitwaarde. “Bij het inkuilen, verliezen we tien tot vijftien procent van de voedingswaarde. Met vertical farming kan je echter het hele jaar door vers gras voeren. Als de omstandigheden juist zijn, kan je gras produceren dat zó voedzaam is dat je geen soja en graan meer hoeft bij te voeren. En zo reduceer je dus ook de methaanuitstoot aanzienlijk.”Subsidieaanvraag lopendeDe vraag is natuurlijk hoe verticale grasteelt in de praktijk zal lopen. “We zijn nu bezig met een subsidieaanvraag om een proefopstelling te bouwen”, zegt Slob. “Want er komt veel bij kijken. Kweken we het gras in een substraat, los, op jute? Dat zijn technische zaken die we moeten onderzoeken. Net zoals onderzoek naar de juiste lichtrecepten en voedingstoffen. En er is dus inderdaad ook een energievraag, al zal die bij gras anders liggen dan bij andere, typische verticale teelten. Bij tomaten en aardbeien heb je rood licht nodig om een vrucht te maken, maar bij gras hoeft dat natuurlijk niet. Om gras te laten groeien, ‘bladvorming’, heb je blauw licht nodig, en dat kost minder energie dan rood licht. Dus op dat vlak is het gunstiger dan andere teelten.”ScharrelkoeienMaar zelfs als Slob met zijn opstelling zijn koeien het hele jaar door kan voeden, wil hij geen komaf maken met de weidegang. “We blijven het natuurlijk wel belangrijk vinden dat koeien naar buiten kunnen en de benen strekken. Maar het zouden eerder ‘scharrelkoeien’ zijn; dieren die naar buiten gaan om een beetje te grazen en vrij rond te lopen, maar ze hoeven niet hun hoofdvoedsel te vinden in de weide. En dat maakt dat we hun weide dus ook een andere functie kunnen geven. Denk bijvoorbeeld aan notenbomen. Deze geven een extra inkomen aan de boer, en bovendien zorgt de schaduw voor verkoeling. Koeien kunnen immers niet goed tegen de hitte. Als je ze een weide aanbiedt zonder beschutting, zullen ze in de zomer vaak kiezen om op stal te blijven liggen, en dat is natuurlijk een beetje zonde.”Weides behouden dus hun rol binnen het landschap. “Mensen houden van het beeld van een koe die graast in de wei. Maar het totale ruimtebeslag van de veeteelt kan zo wel lager, want productiegras hoeft niet meer het hoofddoel van ons land te zijn. Als je een verticaal systeem opstelt over één hectare, van twintig lagen, dan betekent het dat je twintig hectare geen grasland meer nodig hebt”, zegt Slob.“Extensiveren is achteruitgaan”Het resultaat zou dus een meer ruimte-efficiënte veehouderij moeten geven, wat goed is voor de boer en het milieu. “We weten dat er een stikstofcrisis is, en langs alle kanten wordt ons nu gevraagd om te extensiveren”, zegt Slob. “Maar die uitgang is teloorgang, in mijn optiek. Dus ik kijk liever hoe we onze productie kunnen behouden, en toch iets kunnen terugdoen aan de natuur.”Slob is dan ook erg fier dat zijn idee de hoofdprijs won op de Nederlandse Dutch Dairy Challenge 2025. De vragen over de betaalbaarheid van zijn idee kon hij pareren met een uitgebreid businessplan, waarin de terugverdientijd en rendabiliteit werd uitgerekend. De veehouderij staat voor vele uitdagingen, en de jury noemt Slobs concept een verbindend puzzelstuk in een integrale puzzel: “Het biedt een alternatief voor de discussie rond landsparing (intensiveren en daarmee meer ruimte voor de natuur) en landsharing (natuurinclusieve landbouw en groen-blauwe dooradering). Grond wordt een steeds schaarser goed in Nederland. Het concept is schaalbaar, en Wouter heeft samen met zijn coach Judith van Heck en student Eldin Redzepagic van Avans Business Innovation een complete businesscase doorgerekend.”</content>
            
            <updated>2025-06-06T19:52:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns trapt Bioweek af bij Limburgse fruitteler]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwminister-brouns-trapt-bioweek-af-bij-limburgse-fruitteler" />
            <id>https://vilt.be/57485</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaamse minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) heeft het startschot gegeven voor de Bioweek. De Bioweek, die plaatsvindt van 7 tot 15 juni, is een gezamenlijk initiatief van Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en zijn Waalse evenknie Apaq-W. Producenten, verwerkers en verkopers van bioproducten organiseren tijdens de week opendeurdagen en andere activiteiten en VLAM voert promocampagnes om de verkoop van bioproducten te stimuleren. De lancering van de marketingactie vond plaats op Fruitbedrijf Jacobs in Sint-Truiden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/06d8e262-7b81-4474-8f3f-d4fd1783d5a9/full_width_aftrap-week-van-de-bio.jpg</image>
                                        <content>Groeiambities voor bio“Biologisch is meer dan het product alleen, het is een zienswijze, een overtuiging van de landbouwer”, vertelde landbouwminister Jo Brouns op het biologische fruitbedrijf van Hugo Jacobs in Sint-Truiden. De Vlaamse overheid schaart zich achter de ontwikkeling van biologische landbouw in Vlaanderen en lanceerde twee jaar geleden het Strategisch Plan Bio waarmee ze tegen 2027 wil evolueren naar 5 procent biologisch landbouwareaal, 5 procent bio-omzet in de dierlijke productie en 5 procent biologische landbouwbedrijven.“De 5 x 5% groeiambities op maat van de Vlaamse biolandbouw zijn ambitieus en we willen er blijven voor gaan”, aldus Brouns in zijn openingswoord. De minister constateert dat Vlaanderen voor het eerst de kaap van 10.000 hectare biologisch areaal gerond heeft. Ook een stijgende consumptie&amp;nbsp;(volgens een marktanalyse van VLAM steeg de Vlaamse consumptie van bio met 8,6 procent in 2024 ten opzichte van het jaar ervoor, red.) stemt hem hoopvol. “Een toenemende belangstelling voor bio van consumenten en een groeiende consumptie zijn alleszins dé motor voor een groeiende biosector. Ik nodig iedereen daarom uit bio van dichterbij te leren kennen tijdens de Bioweek.”Promotiecampagnes werkenVoorlichting en promotiecampagnes spelen een belangrijke rol in de groeiende bekendheid en vraag naar biologische producten. Dat bewees ook de Bioweek-campagne van vorig jaar, vertelt VLAM-CEO Filip Fontaine.&amp;nbsp;“Uit een bevraging na de campagne bleek dat 46 procent van de mensen die één van de radiospots hoorden, aangaf dat dit hun mening over bio positief beïnvloedde. Voor 41 procent had het zelfs invloed op hun aankoopgedrag. Bij de online video’s was het effect nog sterker: 69 procent vond dat hun kijk op bio verbeterde en 57 procent gaf aan dat ze daardoor meer bioproducten kochten.” De Bioweek is een gezamenlijk initiatief van VLAM en zijn Waalse tegenhanger Agence Wallonne pour la Promotion d’une Agriculture de Qualité (Apaq-W). Tijdens de week voert VLAM een campagne die in hoofdzaak loopt via radio, online platforms en sociale media. “De campagne toont dat wie bio eet, zich verbindt met het mooiste van wat de aarde te bieden heeft. Daarnaast spreekt ook het vakmanschap en de passie van de biolandbouwers voor zich”, klinkt het.&amp;nbsp;Daarnaast voorzien producenten, verwerkers en verkopers van bioproducten verschillende activiteiten. Een overzicht van de activiteiten die plaatsvinden in Vlaanderen vind je op www.bioweek.be, een onderdeel van www.allesoverbio.be. Deze website speelt binnen de bio-campagnestrategie van VLAM een centrale rol. “Je kan er terecht voor nieuws en verhalen van biolandbouwers. Daarnaast vind je er veel feitelijke info over bio zoals de voordelen van biologische landbouw voor het milieu”, klinkt het.&amp;nbsp; Samenwerken met de natuurHugo Jacobs zette zijn deuren zaterdag alvast open voor Brouns. De biologische fruitteler teelt sinds 2014 kersen, appelen en peren op biologische wijze. De diversiteit in de plantage noemt hij de sleutel tot succes. De percelen kers, peer en appel worden afgewisseld en daarnaast herbergt zijn plantage tal van andere soorten, zowel bomen, haagplanten, als grasstroken met kruidenmengsels. ”Van het vroege voorjaar tot het late najaar is er daardoor steeds voldoende eten voor nuttige insecten. Bio is voor mij samenwerken met de natuur en enkel sturen waar het echt nodig is”, laat de boer weten.&amp;nbsp;Begin juni staat de kersenpluk op het biologische fruitbedrijf op punt van beginnen. Ondanks de aanwezigheid van de fruitluis, die meer overlast veroorzaakt dan ooit, is de teler tevreden over de toestand van de kersen en de oogstverwachtingen. &quot;Ook de appel- en perenteelt op ons bedrijf verloopt naar wens”, laat hij aan de landbouwminister weten.&amp;nbsp; Ook biologische bestrijdingsmiddelen onder drukDe biologische fruitteler sprak daarnaast wel zijn zorg uit over de verminderde beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen die in de biologische landbouw mogen gebruikt worden. Momenteel dreigt koper volgens hem van de lijst te verdwijnen omdat dit slecht zou zijn voor het grondleven. “Maar in de kleine hoeveelheden die wij als biologische telers gebruiken, is er geen gevaar”, aldus de teler. “En zonder koper zijn we in de perenteelt overgeleverd aan schurft en zie ik de toekomst van de teelt negatief in.”&amp;nbsp;Jacobs is één van de 22 biologische fruittelers van BelOrta. Verantwoordelijke bio bij BelOrta, Gunther De Vadder, constateert dat de vraag naar biologisch fruit goed is. De coöperatieve veiling slaagt er volgens hem in behoorlijke prijzen te bedingen. “Dat moet ook wel, want de productie van biologische fruit ligt gemiddeld veertig procent lager dan de productie in de gangbare teelt.&quot; Schaalvergroting in biolandbouwHet aantal biobedrijven is het voorbije jaar licht gedaald. Eind 2024 waren er in het Vlaamse gewest 634 biologische landbouwbedrijven actief (op basis van bedrijfszetel), inclusief de bedrijven in omschakeling. Dat zijn er twee minder dan in 2023. Het areaal daarentegen zit in de lift. De biobedrijven bewerkten eind 2024 samen 10.237 hectare, wat een stijging is met 2,5 procent in vergelijking met 2023. Van dit areaal is 8.745 hectare effectief biologisch teelt, 1.493 hectare is areaal in omschakeling. Het aandeel van het omschakelingsareaal bedraagt hiermee 15 procent.“Ook in de biologische land- en tuinbouw zien we dat schaalvergroting zijn intrede doet. Hiermee kan de boer zijn kosten over meer productie spreiden”, aldus Brouns. De landbouwminister benadrukte ook nog de overeenkomsten tussen biologische en gangbare land- en tuinbouwers. “Voor beiden is de bodemkwaliteit van essentieel belang en beiden streven ernaar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verkleinen. Wat dat betreft kan de technologie op termijn steeds meer betekenen. Kijk maar naar pcfruit dat een tool ontwikkelde om ziektedruk te voorspellen. Op deze manier kan een land- en tuinbouwer het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen minimaliseren.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-06-10T09:56:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dryade vangt bot in rechtszaak over Vlaams geurbeleid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dryade-vangt-bot-in-rechtszaak-over-vlaams-geurbeleid" />
            <id>https://vilt.be/57486</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Begin 2024 stapten Dryade en 13 omwonenden van intensieve veebedrijven in Wuustwezel en Hoogstraten naar de rechter. Ze klaagden de Vlaamse overheid aan vanwege een falend geurbeleid en eisten doeltreffende maatregelen tegen geurhinder. De rechtbank ging echter niet op hun eis in en oordeelde dat er geen sprake is van een inbreuk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="geurhinder" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5fc27787-2867-4e20-85b8-353b5b12e138/full_width_stalpluimvee-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Woongenot onvoldoende beschermdDryade, een vzw die via juridische weg milieubescherming nastreeft, trok begin 2024 samen met 13 inwoners van Wuustwezel en Hoogstraten naar de rechtbank van eerste aanleg in Brussel. De groep klaagde de Vlaamse overheid aan wegens een gebrekkig geurbeleid, dat volgens hen leidt tot ernstige hinder door intensieve veeteeltbedrijven in de buurt. Niet de individuele omgevingsvergunningen van die bedrijven stonden ter discussie, wel het feit dat de overheid volgens hen “de gezondheid en het ongestoord woongenot manifest onvoldoende heeft beschermd”.Dryade en de omwonenden vroegen dat de Vlaamse overheid zou veroordeeld worden voor haar falend geurbeleid en dat ze zou verplicht worden tot het nemen van passende maatregelen om de geurhinderproblematiek te verhelpen. In het vonnis, dat werd uitgesproken op 22 mei maar waarover Dryade nu pas communiceert, stelt de rechtbank dat de Vlaamse overheid geen fout heeft begaan en dus wel een afdoend geurkader heeft uitgewerkt. Bijgevolg is er volgens de rechtbank geen sprake van een inbreuk en wordt de vordering om passende maatregelen te nemen, afgewezen. Geurbeleid intussen aangescherptVolgens Dryade baseerde de rechtbank haar uitspraak op “enkele algemene, niet-geurgerelateerde wettelijke instrumenten”, zoals het principe van goede ruimtelijke ordening en de verplichting tot milieueffectenrapportage. Intussen heeft de Vlaamse overheid, nog voor het vonnis werd uitgesproken, nieuwe regels ingevoerd voor de beoordeling van geurhinder bij veehouderijen.“Deze aanpassing werd doorgevoerd om een aantal onwettigheden in het geurkader te remediëren”, zegt Elias Van Marcke, jurist van Dryade. Volgens hem zijn de wijzigingen een stap vooruit, maar blijven ze ontoereikend. “Ze bieden nog steeds onvoldoende garanties om de fundamentele rechten van omwonenden te eerbiedigen. Daarom zijn we met onze procedure doorgegaan. Helaas zonder succes. We zullen het vonnis grondig analyseren en blijven strijden voor een gezond leefmilieu.”</content>
            
            <updated>2025-06-09T17:40:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aantal terugroepingen voedingsproducten licht gestegen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aantal-terugroepingen-voedingsproducten-licht-gestegen" />
            <id>https://vilt.be/57487</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2024 hebben Belgische voedingsbedrijven 283 producten teruggeroepen van bij de consumenten. Dit is een lichte stijging in vergelijking met 2023 toen 254 producten werden teruggeroepen. In sommige gevallen werden producten niet teruggeroepen, maar werden er wel 66 productwaarschuwingen uitgestuurd. Meestal ging dat om producten waarbij bepaalde allergenen niet op de verpakking werden vermeld. Bij de recalls ging het meestal om een chemisch of microbiologisch risico, zoals salmonella.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="supermarkt" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b3873c9a-e31f-4ca0-9dc9-3dbcaa979bd6/full_width_supermarkt.jpg</image>
                                        <content>Hoewel Belgische voedingsbedrijven strenge voorzorgsmaatregelen moeten naleven, kan het gebeuren dat een product toch niet voldoet aan de voedselveiligheidsvoorschriften. Indien het product de eindconsument al heeft bereikt en de consumptie ervan een risico inhoudt, dan moeten de bedrijven, die tenslotte verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van hun producten, consumenten daarvan op de hoogte brengen. Dit gebeurde 349 keer in 2024. In 2023 was dit 339 keer het geval, een kleine stijging van minder dan 5 procent dus.Bijna de helft van de producten (42%) werden teruggeroepen omdat er een chemisch risico werd vastgesteld. Dit is bijvoorbeeld een te hoog gehalte aan residu van gewasbeschermingsmiddelen, een te hoog gehalte aan additieven of de aanwezigheid van één of meerdere niet-toegelaten additieven. Bij een derde (33%) van de recalls gaat het om een ‘microbiologisch’ probleem, zoals de mogelijke aanwezigheid van een bacterie zoals listeria of salmonella. De overige 25 procent van de producten werd teruggeroepen vanwege de aanwezigheid van vreemde deeltjes, zoals kleine stukjes metaal, plastic of glas.In 2024 stuurden voedingsbedrijven ook 66 waarschuwingen uit. In 95 procent van de gevallen omdat allergenen niet vermeld werden in de ingrediëntenlijst (95%) of omdat er een verkeerde houdbaarheidsdatum op de verpakking vermeld stond.Verhoogde waakzaamheidFederaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) reageert positief. “De lichte stijging van het aantal terugroepacties in 2024 wijst niet op een afzwakking, maar juist op een verhoogde waakzaamheid”, stelt hij. “Zo versterken we elke dag het vertrouwen van de burgers in hun voeding.&quot;Bij iedere productterugroeping wordt een affiche uitgehangen in de winkel (fysiek of online), wordt een persbericht uitgestuurd en wordt er gecommuniceerd via de website van het FAVV en de sociale media.“Het niveau van voedselveiligheid in België is hoog, en dat is iets om trots op te zijn. Het systeem werkt: de controles zijn grondig, de bedrijven reageren snel en het FAVV waakt over de transparantie tegenover de consumenten”, aldus nog Clarinval.</content>
            
            <updated>2025-06-10T14:14:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Handelsdeur voor tariefvrije Oekraïense landbouwproducten valt dicht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/handelsdeur-voor-tariefvrije-oekraiense-landbouwproducten-valt-dicht" />
            <id>https://vilt.be/57488</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het tijdelijke stelsel dat Oekraïense producten quasi vrije toegang tot de Europese markt gaf, is afgelopen. Daarmee keren oude invoerbeperkingen van voor de Russische invasie terug. Omdat Oekraïne hierdoor zeer veel inkomsten zou verliezen om de oorlogseconomie draaiende te houden, wordt een nieuw akkoord onderhandeld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="Oorlog Oekraïne" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/485753bb-ab6b-4c40-b486-b4a29daf5a83/full_width_eu-oekraine.jpg</image>
                                        <content>Sinds de Russische invasie in 2022 wordt de handel tussen de EU en Oekraïne geregeld via een tijdelijk kader, de zogenaamde Autonome Handelsmaatregelen (ATM’s). Deze maatregelen schrapten voor een jaar alle invoertarieven en quota op Oekraïense landbouwexport naar de EU. Toen Rusland verscheidene zeeroutes in de Zwarte Zee blokkeerde, werd toegang tot de Europese markt cruciaal voor Oekraïense producenten. De ATM’s werden tweemaal verlengd, maar leidde telkens tot protesten bij Europese boeren, vooral in buurlanden als Polen. Zij klaagden dat de invoer van Oekraïense producten de marktprijzen deed dalen door enerzijds een overaanbod, en anderzijds oneerlijke concurrentie door de lagere productiestandaarden in Oekraïne. Vooral sectoren als granen, suiker, gevogelte, eieren, ethanol en honing kwamen onder druk. Om deze bekommernissen tegemoet te komen werden vorig jaar enkele beschermende handelsbeperkingen ingevoerd, maar deze werden als onvoldoende gezien voor een duurzame handelsrelatie. Oekraïense eieren op de EU-marktIn Vlaanderen trok de Landsbond Pluimvee meerdere malen aan de alarmbel. Zo’n 60 procent van de Europese ingevoerde eieren komt vandaag uit Oekraïne. “We mogen ervan uitgaan dat dit vooral eieren uit klassieke legbatterijen zijn”, duidde Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) onlangs nog in de parlementaire landbouwcommissie. Hierdoor ondervinden onze pluimveehouders een concurrentieel nadeel aangezien dit kooisysteem al sinds 2012 verboden is.Volgens het associatieakkoord tussen de EU en Oekraïne (DCFTA), dat voor de ATM’s gold, moet Oekraïne tegen 1 januari 2026 voldoen aan de Europese regelgeving inzake dierenwelzijn. “Oekraïne moet wat ons betreft zo snel als mogelijk dat gelijke speelveld respecteren. Maar laat ons echter realistisch blijven, deze omschakeling zal door de oorlogssituatie enige vertraging oplopen”, aldus Brouns. “De oorlogssituatie primeert er boven alle andere zaken.” Om de steun aan Oekraïne vol te houden, is het belangrijk ervoor te zorgen dat Europese landbouwers niet disproportioneel worden belast. Anders dreigen we ons landbouwmodel te verzwakken en Rusland ongewild sterker te maken op het wereldtoneel Huidige tariefvrije export afgelopenOndertussen is de ATM-regeling afgelopen en wordt het niet nogmaals verlengd. Ondanks inspanningen sinds eind 2024 is het de EU niet gelukt om een duurzaam alternatief uit te werken. Daarom zijn de Oekraïense importquota en -tarieven ondertussen opnieuw gelijkgeschakeld met de situatie van voor de Russische invasie in 2022. Omdat het jaar al half gevorderd is, zullen de quota proportioneel worden toegepast.Cijfers over de impact hiervan wilde de Commissie niet geven, maar volgens Oekraïense functionarissen en landbouworganisaties dreigt het uitblijven van een nieuw akkoord het land jaarlijks 3,3 miljard euro aan exportinkomsten te kosten en het bbp met 2,5 procent te doen krimpen. De EU geeft wel mee dat de totale goederenhandel tussen de EU en Oekraïne in 2024 meer dan verdubbeld is sinds de inwerkingtreding van DCTFA in 2016. In 2023 was Oekraïne qua waarde de op twee na grootste bron van invoer van landbouwproducten in de EU. Volgens persagentschap Reuters ging dit over ongeveer 15 miljard euro.Nieuw akkoord in de maakOndertussen gaan de onderhandelingen verder. De nieuwe voorwaarden in de handelsovereenkomst zouden ergens in het midden liggen tussen de ATM’s en de voorwaarden die Oekraïne had voor de oorlog. &quot;We proberen de juiste balans te bereiken tussen zoveel mogelijk steun geven aan Oekraïne op economisch en politiek vlak en de economische en politieke realiteiten in de EU”, klinkt het bij de EU.Ook de Europese landbouworganisatie Copa-Cogeca onderstreept dat steun aan Oekraïne in deze moeilijke tijden noodzakelijk blijft. “Maar om die steun vol te houden, is het minstens even belangrijk ervoor te zorgen dat Europese landbouwers niet disproportioneel worden belast”, waarschuwt de organisatie. “Anders dreigen we op lange termijn het Europese landbouwmodel te verzwakken en Rusland ongewild sterker te maken op het wereldtoneel.” De organisatie acht het haalbaar dat de nieuwe handelsovereenkomst nog voor het einde van de zomer rond is.</content>
            
            <updated>2025-06-10T14:22:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Prijs Nederlandse landbouwgrond stijgt verder]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/prijs-nederlandse-landbouwgrond-stijgt-verder" />
            <id>https://vilt.be/57489</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De gemiddelde prijs van landbouwgrond in Nederland is het laatste jaar met 16 procent gestegen tot 91.300 euro per hectare. Dat meldt Foodlog naar aanleiding van een rapport van Rabobank. De stijging onderstreept een marktdynamiek die wordt gestuwd door twee krachten: goede bedrijfsresultaten in de landbouw en aanhoudende beleidsmatige onzekerheid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ec62cb5a-9582-4d58-87e6-11e661495d7a/full_width_landbouwgrond-1024.jpg</image>
                                        <content>Volgens Rabobank is de Nederlandse grondprijsstijging vooral het gevolg van een sterke vraagzijde, aangewakkerd door drie opeenvolgende jaren van bovengemiddelde inkomsten in de akkerbouw en intensieve veehouderij. Landbouwers herinvesteren deze winsten niet in fysieke bedrijfsontwikkeling, zoals stallen of mechanisatie. Door de beleidsmatige impasse rondom stikstof, natuurvergunningen en andere regelgeving, ontbreekt daarvoor het vertrouwen. Grond fungeert in deze context als een veilig en waardevast alternatief.Eenmalige kansen en ambitie grondgebondenheidBoeren moeten meer grond aankopen om aan regelgeving rondom mest en extensivering te voldoen. Uit een enquête onder 41 landbouwers blijkt dat deze grondgebondenheidsambitie binnen de melkveehouderij veruit de belangrijkste prijsbepalende factor is.Ook de “eenmalige kans” speelt een rol. Grond van een naastgelegen perceel komt zelden op de markt. Die schaarste, in combinatie met een beperkte alternatieve investeringsruimte, vergroot de bereidheid om te betalen. Daarbij geldt nog altijd dat grond historisch waardevast is, en dat het voor veehouders zelfs kan fungeren als ruilmiddel: verpachten aan akkerbouwers in ruil voor mestafzet.RecordprijsOp nationaal niveau zijn de gemiddelde landbouwgrondprijzen tussen het eerste kwartaal van 2024 en het eerste kwartaal van 2025 gestegen van 78.800 euro per hectare naar 91.300 euro per hectare. Een stijging die ver boven de Nederlandse inflatie van 3,3 procent in 2024 ligt. Zowel grasland als akkerbouwland zijn in prijs gestegen, waarbij akkerbouwland doorgaans sneller stijgt.Regionaal zijn de prijsverschillen aanzienlijk. De duurste Nederlandse grond ligt in de noordelijke provincie Flevoland (€184.000/ha), de goedkoopste in Friesland (€62.000/ha). Naast bodemkwaliteit spelen alternatieve aanwendingsmogelijkheden (zoals zonne-energie en woningbouw) en verstedelijkingsdruk een belangrijke rol.Vooruitzicht: gematigd positief, tenzij beleid verandertVoor de komende twaalf maanden wordt nog een stabiele tot lichte stijging (0% - 5%) verwacht. De langetermijnvisie van Rabobank blijft positief. De bank handhaaft haar eerdere inschatting dat de reële grondprijs in 2027 hoger zal liggen dan in 2024, gecorrigeerd voor inflatie. Die verwachting stoelt op drie trends: een beperkt aanbod van grond, een blijvende vraag (ook vanuit niet-agrarische functies zoals natuur, wonen en bedrijventerreinen) en het feit dat niet-landbouwers doorgaans bereid zijn meer te betalen dan landbouwers.Een beleidsmatige doorbraak in Den Haag zou bovendien kunnen leiden tot hernieuwde investeringen in andere bedrijfsactiviteiten, wat de vraag naar grond logischerwijs ook zal temperen.Europees perspectiefNederlandse grondprijzen behoren net zoals de Vlaamse tot de hoogste van Europa, al steekt Nederland er wel met kop en schouders bovenuit. In de eerste jaarhelft van 2024 lag de gemiddelde landbouwgrondprijs in Vlaanderen op 68.934 euro. In vergelijking met Nederland nu, is dit ruim 20.000 euro goedkoper. Waar Nederland maandelijks een barometer bijhoudt, is dit in Vlaanderen slechts één keer per jaar. Deze zomer zal er een nieuwe barometer gepubliceerd worden.</content>
            
            <updated>2025-06-10T15:36:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[China verlengt antidumpingonderzoek naar Europees varkensvlees, maar dat kan goed nieuws zijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/china-verlengt-antidumpingonderzoek-naar-europees-varkensvlees-maar-dat-kan-goed-nieuws-zijn" />
            <id>https://vilt.be/57490</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>China gaat het antidumpingonderzoek over de invoer van varkensvlees uit de Europese Unie verlengen. Dat meldt het ministerie van Handel dinsdag in een persbericht. Peking had het onderzoek in 2024 geopend, vermoedelijk als reactie op de Europese plannen om extra heffingen in te voeren op elektrische auto's uit China. Door de "complexiteit" van het dossier is het Chinese onderzoek nu met zes maanden verlengd tot 16 december.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="export" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/707717be-3f80-49f3-a9a0-a95ffb3e1e52/full_width_varkenspoten-danis.jpg</image>
                                        <content>Volgens experts binnen de Belgische varkenssector is de verlenging van het onderzoek een excuus om de zaak op de lange baan te schuiven. Men vermoedt immers niet dat de Chinezen enig bewijs van dumping kunnen voorleggen. De premisse van het onderzoek is dat de Europese Unie diverse schakels binnen de voedingsketen subsidieert, en dat dit marktverstorend zou werken. Onder diezelfde logica loopt er een soortgelijk onderzoek naar cognac en zuivel.De producten die ons land vooral naar China exporteert, vallen onder de noemer ‘eetbaar slachtafval’, zoals varkenskoppen, -snuiten en -oren. Relatief goedkope&amp;nbsp;producten, die wel aan marktconforme prijzen worden aangekocht. De sector vermoedt dus eerder dat het onderzoek dient om eventuele tegenmaatregelen voor de heffingen op elektrische wagens te rechtvaardigen.Geen dumping, maar net te duurMaar hoewel Europa zijn varkensvlees vier jaar geleden relatief goedkoop kon aanbieden, dreigen onze producten nu eerder te duur te zijn op de Chinese markt. Het omgekeerde dus van dumpingprijzen. We zijn zeker duur in vergelijking met de producten van andere exporteurs, want zowel de Amerikaanse dollar als de Braziliaanse reaal staan zwak tegenover de euro. Een mogelijke reden waarom het onderzoek op de lange baan wordt geschoven. De Europese prijzen zijn niet competitief, dus veel kan China niet winnen door ons onder druk te zetten.Dat valt ook te merken aan het type eetbaar slachtafval dat we nog richting China sturen. De voor hen ‘nobele’ delen zoals het hoofd worden wel binnengehaald, maar poten gaan vooral naar de Filipijnen, Vietnam en Afrikaanse landen. Landen die helaas ook minder goede prijzen kunnen bieden dan de Chinese markt. Ook de Belg zelf eet (bijna) geen varkenspoten. Wat niet kan worden geëxporteerd, wordt dus verwerkt in bijvoorbeeld hondenvoeding.China naar WTOOm terug te gaan naar de bijkomende heffingen op elektrische wagens, die de aanzet waren voor het antidumpingonderzoek: deze zijn inmiddels in voege. De extra heffing is afhankelijk van het autobedrijf en kan oplopen tot ruim 35 procent. China heeft dit handelsgeschil tot voor de Wereldhandelsorganisatie (WTO) gebracht.In juli moet een EU-China-top op de planning staan in China. Handelsgeschillen en het afstemmen van de handel tussen de EU en de Aziatische grootmacht kunnen er op de agenda staan.</content>
            
            <updated>2025-06-10T15:29:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VK wil verbod op sleepnetvisserij uitbreiden in Britse wateren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vk-wil-verbod-op-sleepnetvisserij-uitbreiden-in-britse-wateren" />
            <id>https://vilt.be/57492</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Verenigd Koninkrijk heeft aangekondigd om de visserijtechniek van bodemsleepnetten in nog meer beschermde zeegebieden te verbieden. Dat deed het in het kader van de VN-Oceaanconferentie in Nice. “We brengen de impact op onze Belgische vissersvloot momenteel nog in kaart, maar het staat vast dat die voelbaar zal zijn”, aldus de Rederscentrale.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0e97fea4-a6a8-477f-be53-93515f76632b/full_width_visserij-vis-net.jpg</image>
                                        <content>Bij sleepnetvisserij worden grote, zware netten over de zeebodem gesleept. Volgens de Britse overheid en veel natuurorganisaties heeft dit een grote impact op de ecosystemen in de zee. De vismethode komt de biodiversiteit niet ten goede en verstoort de leefomgeving onder water door het herhaald omwoelen van de zeebodem.“Zonder dringende actie zullen onze oceanen onherstelbaar worden vernietigd, waardoor wij en de generaties na ons, beroofd worden van het zeeleven waar we allemaal van genieten”, liet Brits minister van Milieu Steve Reed optekenen. “We nemen daarom daadkrachtige maatregelen om de destructieve sleepnetvisserij waar nodig te verbieden. Hierdoor geven we het zeldzaam zeeleven en de zeebodems een kans om behouden te blijven, maar ook te herstellen.”Uitbreidingbeschermingszones sleepnetvisserijDe voorgestelde maatregelen breiden de huidige bescherming van 18.000 vierkante kilometer Britse zeebodem tegen sleepnetvisserij uit naar 41 zones, goed voor in totaal 30.000 vierkante kilometer. De maatregelen en de keuze van de mariene beschermingszones steunen volgens de regering op grondige analyses van de effecten van de visserij op kwetsbare mariene habitats. Het plan wordt nu onderworpen aan een twaalf weken durend overleg waarin de maritieme en visserijsectoren hun standpunten over het verbod kunnen delen. Zo goed als de volledige Belgische vloot werkt met kleine, lichte sleepnetten Impact op Belgische vissers&quot;We moeten deze publieke consultatie van het Verenigd Koninkrijk afwachten, om te kunnen inschatten welke impact dit zal hebben op de Belgische visserij&quot;, reageert Vlaams minister van Zeevisserij Hilde Crevits (cd&amp;amp;v). &quot;We volgen dit uiteraard in overleg met de sector van heel nabij op.&quot;De Rederscentrale, de Belgische producentenorganisatie en beroepsvereniging voor de reders van de zeevisserij, benadrukt dat er sowieso impact zal zijn. “Onze vissers vangen bijna de helft van hun inkomsten in Britse wateren. En zo goed als de volledige Belgische vloot werkt met sleepnetten. Dit zijn echter kleine, lichte sleepnetten die geclassificeerd staan onder de boomkorvisserij&quot;, legt de Rederscentrale uit. &quot;Hoewel boomkorvisserij en sleepnetvisserij vaak door elkaar gebruikt worden, zijn ze niet hetzelfde. We betreuren dat dit onderscheid niet wordt erkend door de Britse overheid.&quot;Alternatieve vismethodes zijn er niet onmiddellijk voor deze schepen. “Dan moeten ze volledig worden aangepast, wat grote investeringen inhoudt”, luidt het. Vissen in andere Britse gebieden biedt ook weinig perspectief. “De vissers varen uit naar de gronden waarover ze veel kennis en ervaring hebben. Daar kunnen ze ook vissen op specifieke soorten”, aldus de Rederscentrale. Bovendien is de druk op het gebruik van het visgebied de laatste jaren erg toegenomen. “Niet enkel door beschermde zones, maar ook door de komst van windmolenparken hebben vissers steeds minder plaats om hun netten uit te gooien. Ondertussen proberen we al zo veel als mogelijk de gevoelige gebieden te vermijden door het toepassen van precisievisserij.” VN-oceaanconferentieHet Britse voorstel valt samen met de start van de ‘Ocean Conference’ van de Verenigde Naties in Frankrijk. Verschillende onderwerpen zullen worden behandeld waarbij de bescherming van de oceaan steeds centraal staat. Denk daarbij aan de strijd tegen plastic afval, beschermde mariene gebieden op volle zee en het omstreden mijnen van grondstoffen uit de diepzee.De oceanen mogen geen &#039;Far West&#039; worden, zo verklaarde VN-secretaris-generaal Antonio Guterres bij de start van de conferentie. &quot;Ik hoop dat we de situatie kunnen aanpakken. Dat we plundering kunnen vervangen door bescherming.&quot;De conferentie wordt bijgewoond door 130 landen en de druk om het ‘Verdrag voor de Bescherming van de Biodiversiteit op Volle Zee’ te ratificeren is groot. Twee jaar geleden sloten 193 landen een verdrag om 30 procent van de internationale wateren als beschermd gebied te beschouwen.Het verdrag treedt echter pas in werking nadat het door 60 landen is geratificeerd. Bij de opening van de conferentie werd maandag bekendgemaakt dat nog eens 15 landen het verdrag hadden geratificeerd, wat het totaal op 47 brengt. De conferentie duurt nog tot vrijdag.</content>
            
            <updated>2025-06-11T12:26:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Stikstofaanpak versnelt afbouw varkenshouderij: Nog eens 210 bedrijven stappen in opkoopregeling]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stikstofaanpak-versnelt-afbouw-varkenshouderij-nog-eens-210-bedrijven-stappen-in-opkoopregeling" />
            <id>https://vilt.be/57493</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In totaal zullen 366 varkensbedrijven zich laten uitkopen door de Vlaamse overheid. In de tweede ronde van de opkoopregeling hebben 210 bedrijven beslist om erop in te tekenen. Dat aantal komt bovenop de 156 landbouwers die in de eerste ronde hebben aangegeven om hun bedrijf stop te zetten. Opvallend is dat in de tweede ronde de helft van de stoppers uit West-Vlaanderen komt. Dat blijkt uit cijfers die De Tijd opvroeg bij Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v). Een nieuwe opkoopregeling staat voorlopig niet op de planning.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5fe1dfdd-5285-4f39-8188-c457007a86af/full_width_zeugbiggenvarkenshouderij-provinciewestvlaanderen.jpg</image>
                                        <content>Begin januari vorig jaar raakte bekend dat 340 varkenshouders zich kandidaat hebben gesteld bij de tweede ronde van de uitkoopregeling die de Vlaamse regering in het kader van het stikstofakkoord op poten had gezet. In totaal kwamen er 2.688 varkenshouders in aanmerking voor die tweede regeling. Van die 340 varkenshouders hebben er 324 een bod aangevraagd aan de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Uiteindelijk beslisten 210 varkenshouders om eropin te gaan. Dat betekent dat ze in ruil voor een vergoeding hun exploitatie zullen stopzetten en hun stallen zullen afbreken. Minder animo dan verwacht voor eerste rondeBij de eerste uitkoopregeling waarvoor varkenshouders zich tot 17 juni 2023 konden kandidaat stellen, gingen uiteindelijk 156 landbouwers in op het uitkoopvoorstel van de overheid. Dat waren er toen opvallend minder dan verwacht toen de uitkoopregeling in het voorjaar van 2022 werd gelanceerd. Anderhalf jaar eerder hadden de landbouworganisaties dit voorstel gelanceerd omdat de varkenssector zich toen in een diepe crisis bevond. Maar op het ogenblik dat de Europese Commissie uiteindelijk haar fiat had gegeven voor de Vlaamse regeling, was de conjunctuur in de sector al helemaal gekeerd.Voor de opkoopregeling was een budget van 200 miljoen euro voorzien, maar dat geld was na de eerste ronde niet volledig opgebruikt. Daardoor besliste Vlaanderen om een tweede oproep te lanceren en de voorwaarden te versoepelen zodat varkenshouders met een impactscore boven de drempel van 0,025 procent ook in aanmerking kwamen voor de regeling. Voordien kwamen enkel de bedrijven in aanmerking die een impactscore hadden van 0,5 procent of meer op de nabijgelegen natuur. 60 procent uit West-VlaanderenDe versoepeling van die voorwaarden zorgde er ook voor dat er veel meer landbouwers uit West-Vlaanderen in aanmerking kwamen voor de uitstapregeling. En dat is ook te zien in de cijfers: 127 van de 210 varkenshouders die hun exploitatie gaan stopzetten komen uit West-Vlaanderen. Deze provincie heeft minder stikstofgevoelige natuur dan bijvoorbeeld Limburg of de Noorderkempen, maar telt wel het grootste aantal varkensbedrijven van alle provincies.De uitkoopregeling moet bijdragen aan de doelstellingen van het stikstofdecreet, waarin het verminderen van de varkensstapel met 30 procent vermeld staat als sectordoelstelling. Volgens minister Brouns zit Vlaanderen op koers om die reductie met 30 procent te behalen. “Tegenover 2015 was de varkensstapel in 2023 al 19 procent kleiner”, zegt hij in De Tijd. En in de cijfers van 2023 zitten zeker nog niet alle stoppende varkenshouders die zijn ingestapt in de uitkoopregeling, vervat. Varkensstapel op laagste peil sinds 1990VLM becijferde dat de varkensstapel al met 367.000 varkens zou gedaald zijn als gevolg van de uitkoopregeling. Maar de neerwaartse tendens in de varkenshouderij is al langer gaande. Volgens Statistiek Vlaanderen daalde het aantal varkens in 2023 al voor het derde jaar op rij naar vijf miljoen dieren, ofwel 6,5 procent minder dan in 2022. Hoewel er voor 2024 nog geen Vlaamse cijfers bekend zijn, lijkt die tendens zich niet te keren. Volgens de slachtcijfers van Statbel werden in 2024, net als in 2023, ongeveer 8,7 miljoen varkens geslacht in Vlaanderen. In 2022 ging het nog om 9,8 miljoen varkens. Dat is het laagste peil sinds 1990.Minister Brouns laat weten dat er geen nieuwe opkoopregeling op het programma staat, maar sluit niet uit dat die er in de toekomst wel nog komt. Wel vindt hij het essentieel dat deze daling van de varkensstapel in rekening wordt gebracht om de inspanningen van de volledige sector aan af te toetsen. “Dit moet de ontwikkelingskansen van jonge en actieve landbouwers ten goede komen”, benadrukt hij.</content>
            
            <updated>2025-06-10T18:41:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Melkveebedrijf BuitenKANs biedt kinderen nodige rust tussen ezels en emoties]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/melkveebedrijf-buitenkans-biedt-kinderen-nodige-rust-tussen-ezels-en-emoties" />
            <id>https://vilt.be/57494</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal boerderijen in Vlaanderen neemt af, maar het aantal zorgboerderijen neemt toe. Het netwerk van Steunpunt Groene Zorg groeide in 2024 naar 1.039 zorgboerderijen. Op één jaar tijd zijn er zo 57 nieuwe bijgekomen. Met een combinatie van zingeving, gastvrijheid en gezonde buitenlucht krijgen zorgbehoevenden een tweede adem.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/c923de6f-674a-43f1-bbf9-f530f4031a2e/full_width_zorgboerderij-pony.jpg</image>
                                        <content>Een pittoreske vijver met een vlot, een grote speeltuin, ezeltjes, pony’s, miniatuurkoeien en andere snoezelige dieren omringen het anders traditionele melkveebedrijf van Jessica Van Parys (37) en Koen De Vreese. Vijf jaar geleden breidde boerin Jessica het bedrijf uit met de zorgtak ‘BuitenKANs’. Tussen het gras en de dieren helpt ze kinderen met een zorgnood om opnieuw hun weg te vinden.&amp;nbsp;Waar zorgboerderijen traditioneel gelinkt worden aan mensen met een fysieke of mentale beperking, is dat bij BuitenKANs niet het geval. Zorgboerin Jessica koos ervoor om zich toe te spitsen op normaal- tot hoogbegaafde kinderen, die vastlopen op hun traditionele schoolparcours. De nood aan een concept als het hare, drong zich op wanneer ook haar eigen kinderen op hun limieten botsten binnen het onderwijssysteem. Jessica omschrijft de eerste schooljaren dan ook als een zoektocht naar wat er ‘misliep’ met de kinderen, en kwam terug met de labels hoogbegaafd en hoogsensitief, met autisme en adhd. Met de kinderen zelf was dus helemaal niets ‘mis’, al hadden ze een heleboel mooie en interessante talenten die ze niet lieten zien omdat ze zich niet konden ontplooien.&amp;nbsp; Van ouderschap naar verzorger&amp;nbsp;Het was een parcours waar meer ouders dan Jessica alleen zich in herkennen. Vijf jaar geleden, tijdens de hoogdagen van de coronaperiode, besloot de boerin om gezinnen in hetzelfde schuitje te helpen met zorginitiatief buitenKANs. Ieder kind dat vastloopt op school – om welke reden dan ook – is welkom. Op de boerderij krijgen zij de time-out waar ze soms al jaren naar verlangen.&amp;nbsp;Volgens Jessica zijn er dan ook veel leerlingen met moeilijkheden, die ‘te slim’ zijn om te genieten van een aangepast traject. “Als je niet meer meedraait op een school, maar ook geen plaats vindt in het buitengewoon onderwijs, dan kom je vast te zitten in een tussensituatie waarin je niet meer functioneert.”&amp;nbsp;Meer halen uit het leven&amp;nbsp;Voor Jessica is de zorgboerderij een mooie kans om het ietwat solitaire werk op de veehouderij aan te vullen. “Ik verlangde al lang naar een nieuwe activiteit, waarmee ik meer kan betekenen”, zegt Jessica. “En omdat ik merkte hoe de natuur en de dieren zoveel deugd deed bij mijn kinderen, is de combinatie tussen zorgcoach en de boerderij ontstaan.”&amp;nbsp;De overstap van boerin naar zorgcoach vroeg natuurlijk meer dan de aanschaf van een uithangbord en een stel knuffelbare dieren. Bij Steunpunt Groene Zorg kreeg Jessica alle beginselen aangereikt. “Bijvoorbeeld naar verzekering toe moet je wel een aantal punten in orde maken”, zegt ze. “En ik heb ook een coachingopleiding gedaan.”&amp;nbsp; Als je niet meer meedraait op een school, maar ook geen plaats vindt in het buitengewoon onderwijs, dan kom je vast te zitten in een tussensituatie waarin je niet meer functioneert “Je bent nooit ‘klaar genoeg’”&amp;nbsp;Toch bleef Jessica na haar opleiding nog met enige schroom zitten om van start te gaan. Maar de vraag was te groot om te wachten. “Eigenlijk voelde ik me nog niet klaar om te starten. Je voelt je nooit ‘klaar genoeg’. Maar een medestudent van de coachingopleiding belde me met de vraag of ik al begonnen was. ‘Januari’, zei ik. Ze vroeg of het niet eerder kon. Ze zat met een jongetje met wie het echt niet oké ging. Uiteindelijk besloot ik hem toch te laten langskomen. En zo is de bal aan het rollen gegaan.”&amp;nbsp;De eerste sessies waren één op één, maar intussen begeleidt Jessica drie groepen per week, met kinderen van alle leeftijden. “Dat geeft net een afwisseling die ik fijn vind”, zegt Jessica. Ze denkt even na. “Met jongere kinderen heb je eerder dat… knusse? Om het zo te noemen. Met oudere kinderen heb je dan weer intensere gesprekken. Jongvolwassenen die vaak ook al een grote rugzak hebben.”&amp;nbsp;Time-out&amp;nbsp;Bij veel kinderen ligt er echter geen specifiek trauma aan de basis, maar wel een cluster aan persoonlijkheidstrekken die maken dat ze niet goed kunnen aarden in het klassieke schoolsysteem. “Hoogbegaafde kinderen die kampen met verveling of overprikkeling, kinderen met autisme, enzovoort”, zegt Jessica. “En vaak ook kinderen die voor zichzelf de lat te hoog leggen, en nood hebben aan een time-out op de boerderij. Sommigen komen hier één dag per week, andere kinderen gaan niet meer naar school en komen hier als dagbesteding.”&amp;nbsp;Vertrouwen winnen&amp;nbsp;Hoewel het bewustzijn rond mentale en emotionele gezondheid de afgelopen jaren fors is toegenomen, botst Jessica toch nog op bepaalde obstakels. De ouders zijn meestal overtuigd van het concept. Maar scholen, althans in het verleden, zijn vaker terughoudend om leerlingen een dag te laten doorbrengen buiten de schoolmuren. “Op het moment dat de ouders je contacteren, zitten ze vaak al in een situatie waarop ze hun kind gewoon gelukkig willen zien. Dan hebben ze wat er op school gebeurt zelfs al een beetje losgelaten.”&amp;nbsp; Op het moment dat de ouders je contacteren, zitten ze vaak al in een situatie waarop ze hun kind gewoon gelukkig willen zien. Dan hebben ze wat er op school gebeurt zelfs al een beetje losgelaten “Bij scholen lag het vaak moeilijker, al zie ik daar de laatste jaren ook verandering in”, zegt Jessica. “Het gebeurt dat scholen zelf contact met me opnemen, met de vraag of ze mijn concept aan de ouders en leerlingen mogen voorstellen. Het klinkt misschien drastisch om een kind een dag of meer per week van school te houden, maar als je volledig overprikkeld bent, kom je niet tot leren. En dan zien we vaak dat die ene dag in de week genoeg rust geeft om de andere vier te overbruggen. Bij sommige kinderen is het geen probleem om gemiste lessen in te halen, bij anderen moet de school kijken welke leerstof cruciaal is en welke niet.”&amp;nbsp;Eén gouden regel&amp;nbsp;De dagbesteding op de zorgboerderij verschilt van dag tot dag, en van kind tot kind. “Er geldt hier slechts één regel: wij eten niet alvorens de dieren hebben gegeten”, zegt Jessica. “Maar de activiteiten variëren. Als een kind zich in zijn absolute dieptepunt bevindt, heeft het niet de energie om mee te helpen. En dat hoeft ook niet. Al is het doel natuurlijk wel om hen op termijn te activeren. Hen te leren dat het gerust oké is om eens een lastige periode te hebben, maar in je zetel liggen heeft geen zin.”&amp;nbsp;‘Actief bezig zijn’ hoeft zich niet enkel te vertalen in boerderijwerk. Zowel gezond buitenwerk als actief spelen kan heilzaam werken. “Ze rijden hier vaak met de gocarts, bouwen kampen, knuffelen of werken met de dieren, wandelen, enzovoort”, zegt Jessica. “Ik heb eens een meisje gehad die elke namiddag moest rusten in het hooi. Zo óp was ze. En om haar aan het einde van de rit toch weer te zien evolueren en openbloeien… dat is zo mooi om te zien.”&amp;nbsp;Gsm-vraagstuk&amp;nbsp;Kinderen groeien vandaag echter anders op dan twintig jaar geleden, en dat levert voor Jessica soms ook dilemma’s op. Het gsm-vraagstuk, bijvoorbeeld. “Daar heb ik even mee geworsteld”, zegt ze. “Je kan opteren om ze te verbieden, maar dat ligt moeilijk. Want die gsm biedt hun ook een houvast om contact te houden met het thuisfront, als het niet meer gaat. Ik heb op vlak van gsm-gebruik nog geen excessen gekend in die mate dat ik ze moest verbieden. Als ze er continu op zitten, zal ik hen wel met een kwinkslag aanmoedigen om iets actiever te doen.”&amp;nbsp; Er geldt hier slechts één regel: wij eten niet alvorens de dieren hebben gegeten ‘Probleemkinderen’&amp;nbsp;Toch is het werk op de zorgboerderij niet altijd zo romantisch. “Je moet de hele tijd ‘aan staan’”, zegt Jessica. “Soms vertonen ze problematisch gedrag naar mij toe, of naar elkaar. Kinderen met agressieproblemen bijvoorbeeld, dat is pittig. Ik heb al wat mogen bufferen qua verbaal en fysiek geweld, maar op al die jaren tijd heb ik slechts twee keer een traject moeten stopzetten omdat het qua agressie echt niet meer houdbaar was. Het was telkens wel een immens gevecht tussen hoofd en hart om die beslissing te nemen.”&amp;nbsp;Het hoofddoel van de boerderijdag is om de druk weg te nemen, en de eigenwaarde van de kinderen weer op te krikken. “Vaak zie je dat ze in een negatieve spiraal zitten”, zegt Jessica. “Als je een ‘probleemkind’ bent op school, word je ook enkel nog op die manier bekeken, en ga je je ernaar gedragen. Wanneer ik samenzit met de scholen, hoor ik hen soms de kinderen beschrijven op een manier die ik absoluut niet herken, simpelweg omdat ze op de boerderij heel andere kwaliteiten vertonen. Dat ze hier beginnen met een blanco blad, doet hen veel deugd.”&amp;nbsp; Leren van dieren, toepassen bij mensen&amp;nbsp;Maar wat het meest deugd doet van al, is de omgeving van de boerderij. “Wat dit zo’n ideale plek maakt? De rust”, zegt Jessica. “En de dieren. Een dier oordeelt niet, maar het is wel een spiegel. Vaak voelen ze aan wanneer het niet oké met je gaat. Wanneer een kind niet wil praten, noch met elkaar, noch met mij, dan zijn de dieren voor hen een veilig iets om toch rust bij te vinden.”&amp;nbsp;Naast emotionele rust, barst de boerderij ook van leermomenten. “Ik denk bijvoorbeeld aan één van mijn eerste kinderen hier op time-out. Hij had pittige ADHD en wilde een koe aaien. Maar die kwam natuurlijk fors aangelopen, en de koe liep weg. Pas op het moment dat hij de rust vond in zichzelf, kon hij naar het dier toegaan, aaien en vergezellen in de ligbox. En zo leerde hij dat het bij mensen net hetzelfde is: als je te hevig bent in je eerste stap, schrik je mogelijke vriendjes af.”&amp;nbsp;Gelukkig afzwaaien&amp;nbsp;Natuurlijk rest nog de vraag hoe Jessica zelf de zorgboerderij combineert met haar leven als boerin. “Ik heb heel veel aan mijn man te danken”, zegt ze. “Hij steunt me volledig in dit project. Als ik minder tijd heb door de drukte op de zorgboerderij, neemt hij wat taken over. Zonder hem zou ik het niet kunnen. Maar gelukkig zijn de kinderen begripvol wanneer ik er soms bij noodgevallen even tussenuit moet. Ook de koeien hebben verzorging nodig, natuurlijk.”&amp;nbsp; Gelukkig zijn de kinderen begripvol wanneer ik er soms bij noodgevallen even tussenuit moet. Ook de koeien hebben verzorging nodig, natuurlijk Alles tezamen heeft Jessica dus een volle agenda, maar dat vindt ze niet erg. “Hoewel ik slechts drie zorgdagen heb per week, komt er in praktijk natuurlijk meer bij kijken. Maar dat heb ik ervoor over. En er zijn situaties die aan de ribben blijven kleven, maar de evolutie van de kinderen maakt me zo gelukkig. Kinderen die vier of vijf jaar later nog van zich laten horen voor een nieuwjaarswens of een gelukkige verjaardag. Weten dat ze het ook na al die tijd weer goed stellen. Dat geeft een immens goed gevoel.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-06-10T20:52:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kersenproductie herstelt na dramatisch seizoen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kersenproductie-herstelt-zich-van-dramatisch-vorig-jaar" />
            <id>https://vilt.be/57495</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na het bijzonder slechte kersenseizoen van vorig jaar, veroorzaakt door overvloedige regenval, zijn de vooruitzichten dit jaar opvallend gunstig. Kersenteler Vincent Van Kerckvoorde maakt zich op voor de arbeidsintensieve en hectische pluk, die volgende week van start gaat. In België is het areaal voor kersen de afgelopen jaren licht toegenomen, al blijft de teelt kwetsbaar, onder andere door de steeds beperktere beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7f69c807-0f7f-4525-9b87-4959b10be739/full_width_vincent-van-kerckvoorde-en-mieke-thoelen-in-de-kersenboomgaard2.jpg</image>
                                        <content>Van Kerckvoorde (40) wijst op de noodtoelating die de Nederlandse overheid recent nog gaf voor het enige doeltreffende middel tegen de Suzuki-fruitvlieg. Deze vlieg legt haar eitjes in de kers vlak voor de oogst, waarna larven zich in de vrucht ontwikkelen. “Als ook dat laatste middel verdwijnt, is het gedaan met de kersenteelt”, stelt hij onomwonden. Hij leeft mee met zijn Nederlandse collega’s, maar maakt zich tegelijk zorgen over de toekomst van de sector in Vlaanderen.Van Kerckvoorde uit daarnaast kritiek op het feit dat individuele lidstaten zelfstandig gewasbeschermingsmiddelen kunnen verbieden, terwijl die elders in Europa nog zijn toegelaten. “Als kersen verdwijnen uit landen met strenge normen, worden ze gewoon ingevoerd uit regio’s met soepelere regels, en dan blijven er wél residuen op de vruchten.” Plaagdruk en concentratie: extra uitdagingenDe Suzuki-fruitvlieg blijft ook in Vlaanderen één van de grootste bedreigingen voor de kersenteelt. “In België zijn momenteel nog drie middelen toegelaten, maar zodra er één wegvalt, komen we in de problemen”, zegt Van Kerckvoorde. “Bovendien zijn de teeltbedrijven hier meer geconcentreerd dan in Nederland, wat de plaagdruk aanzienlijk vergroot.”De onzekerheid over de toekomst van gewasbescherming weerhoudt hem ervan grote uitbreidingen te plannen. Op zijn acht hectare teelt hij een tiental rassen, en combineert die activiteit met zijn werk als fruitteeltadviseur bij het Limburgse onderzoekscentrum pcfruit. In de winter helpt hij in de apotheek van zijn vrouw. “Ik heb farmacie gestudeerd, maar al snel ontdekt dat mijn hart bij de fruitteelt ligt”, vertelt hij. Zestien jaar geleden begon hij met drie hectare achter zijn woning. Inmiddels is zijn teelt verspreid over meerdere percelen, waarvan het merendeel is overkapt. Bomen als haag voor de toekomstDankzij overkappingen beperkt Van Kerckvoorde de risico’s van regen, hagel en vogelvraat, allemaal belangrijke schadefactoren. “De kers is de meest gevoelige fruitsoort die we in België telen”, zegt Mieke Thoelen, R&amp;amp;D-supervisor bij BelOrta. Ze wijst daarnaast op de impact van nachtvorst en langdurige regen. “Door de regen vorig jaar zijn veel bomen afgestorven. Kersenbomen verdragen geen ‘natte voeten’, staan hun wortels onder water, dan gaan ze snel dood.”Om ook dat risico te beperken, plantte Van Kerckvoorde zijn jongste bomen op kleine heuveltjes. Opvallend: hij teelt deze bomen als een soort haag, waarbij de takken strak worden geleid met bamboestokken en stalen kabels. Dat staat in scherp contrast met de oudere percelen, waar de bomen breed uitwaaieren. Met die nieuwe teeltwijze anticipeert hij op de toekomst: “Een robot werkt veel efficiënter in twee dimensies dan in drie”, verklaart hij. “Als de sector wil blijven evolueren, zullen we daar nu al rekening mee moeten houden.” Ook nu al plukt hij de vruchten van deze aanpak. “De pluk gaat hierdoor tot 30 procent sneller”, zegt hij. “Ik heb minder seizoensarbeiders nodig, en kan hen eenvoudiger instructies geven, bijvoorbeeld over het opsnoeien van de bomen.”Arbeid blijft de grootste kostenpost in de teelt, en de beschikbaarheid van personeel baart steeds meer zorgen. Voorlopig lukt het Van Kerckvoorde nog: over twee weken starten veertig Roemeense seizoenarbeiders met het vullen van de bakken vol zoete, donkerrode vruchten. Goede oogstverwachtingenWaar de oogst vorig jaar werd gehinderd door nachtvorst, regen en hagel, zijn de vooruitzichten nu veel beter. “We hebben een goede bloei gehad en er zijn veel vruchten gevormd”, zegt Van Kerckvoorde. Hij teelt onder andere Samba, Kordia en Regina, die na elkaar rijpen, waardoor de oogst gespreid kan worden van half juni tot eind juli.Ook elders ziet BelOrta positieve signalen. De coöperatie telt 151 aangesloten telers, samen goed voor zo’n 470 hectare, ongeveer de helft van het Vlaamse kersenareaal. De andere grote speler is Gielen, een private teler en handelaar die snel groeide en intussen honderden hectaren bewerkt, ook in Zuid-Frankrijk. “Daar is de oogst inmiddels al begonnen”, aldus Van Kerckvoorde. Ondanks de risico’s wint de kersenteelt nog aan populariteit. Volgens cijfers van de Vlaamse overheid steeg het areaal zoete kersen van 870 hectare in 2018 naar 975 hectare in 2023. Thoelen verwacht dat het areaal de komende jaren stabiel blijft, maar ziet wel een duidelijke trend naar overkapping. “Vandaag is zo’n 35 procent van het areaal overkapt. Door de klimaatverandering nemen de risico’s én de kosten toe. We verwachten dat die trend zich versneld zal doorzetten.”Van Kerckvoorde zelf houdt voorlopig de boot af voor grote investeringen. “Misschien komt er nog een hectare bij, maar de focus ligt vooral op optimalisatie van wat we al doen.”Centralisatie kersenverwerking BelOrtaOok BelOrta is voorbereid op het nieuwe kersenseizoen. De coöperatie centraliseerde dit jaar haar volledige kersenwerking in Sint-Truiden, waar ook de meeste telers zijn gevestigd. Voorheen verliepen inzameling, koeling, sortering en verkoop via zowel Borgloon als Sint-Truiden.Met de centralisatie wil BelOrta het logistieke proces efficiënter en duurzamer maken. Zo hoeven kersen niet langer tussen locaties vervoerd te worden, kunnen volle paletten direct klaarstaan voor levering en kunnen kopers alles op één plaats ophalen. “Dat betekent minder transport, lagere CO₂-uitstoot en een efficiëntere inzet van mensen en middelen”, zegt Thoelen.Hoewel de sorteer- en verpakkingslijnen zijn verhuisd uit Borgloon, kunnen telers daar nog steeds hun kersen afleveren. De vruchten krijgen bij aankomst een koele douche via een hydrokoeler, wat de temperatuur snel verlaagt. Hierdoor worden de kersen minder kwetsbaar bij verwerking en blijft de houdbaarheid tot wel tien dagen langer behouden.</content>
            
            <updated>2025-06-16T14:34:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wissel aan de top bij VBT, maar samen sterker blijft de rode draad]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wissel-aan-de-top-bij-vbt-maar-samen-sterker-blijft-de-rode-draad" />
            <id>https://vilt.be/57496</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bruggenbouwer, vurig verdediger van coöperaties en een goed luisteraar. Met deze woorden werd Rita Demaré uitgewuifd als voorzitter van het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT), een functie die ze 15 jaar lang met grote gedrevenheid op zich nam. Het zijn grote schoenen die Dirk Van den Plas, haar opvolger als voorzitter van VBT, moet vullen. VILT bracht de oude en de nieuwe voorzitter samen rond de tafel met de algemeen secretaris van VBT, Luc Vanoirbeek, om het te hebben over uitdagingen, bedreigingen, coöperaties en toekomstdromen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="coöperatie" />
                        <category term="groente" />
                        <category term="fruitteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ca8a00ea-058f-4c31-bb18-989b032eaf98/full_width_voorzitterswissel-vbt.jpg</image>
                                        <content>Je was één van de eerste vrouwen in de raad van bestuur van een tuinbouwveiling, je was ook de eerste vrouwelijke voorzitter van REO en vervolgens van VBT. De eerste functie oefende je 20 jaar uit, voorzitter van VBT was je bijna 15 jaar lang. Daar bovenop was je ook tien jaar lang burgemeester van Hooglede. Waarom stop je nu met je veilingmandaten, Rita?Rita Demaré: De statuten van REO bepalen dat op je 65ste je bestuursmandaten stoppen. Ik ben vandaag 62, maar een mandaat duurt zes jaar. Ik had gerust nog drie jaar kunnen verder doen, maar ik vond het beter om plaats te maken voor de jonge generatie die klaarstaat om verantwoordelijkheid op te nemen. En natuurlijk, als dat mandaat wegvalt, dan zet dat een domino in gang en vallen er ook andere mandaten weg, zoals dat van voorzitter van VBT. Ik wist dat toen ik de beslissing nam om te stoppen bij REO, maar het voelt toch vreemd. Voor het eerst in mijn leven ben ik gaan solliciteren en ik ben heel blij dat ik intussen gestart ben bij een adviesbureau. Dat ga ik combineren met de administratie van ons slabedrijf in Hooglede.Dirk, jij neemt de fakkel over als voorzitter van VBT. Kan je jezelf eens voorstellen?Dirk Van den Plas: In 1988 ben ik samen met mijn vrouw een tomatenbedrijf gestart. Doorheen de jaren zijn we beginnen samenwerken met collega’s op vlak van kennisdeling, samen aankopen, enz. en in 2008 heb ik samen met John Vermeiren en Tom Lefevre Hortipower opgericht, een tomatenbedrijf van 14,5 hectare. In 2023 hebben we een naburig bedrijf overgenomen, Vitapower, waar in vijf hectare serres tomaten worden geteeld. We werken onder de koepel van Tomeco dat ecologisch geteelde specialty tomaten verpakt en naar de markt brengt. Dat doen we via Coöperatie Hoogstraten, waar ik al sinds de jaren ’90 in het bestuur zit. Al ruim 18 jaar ben ik er ook voorzitter en in die hoedanigheid zetelde ik ook in de raad van bestuur van VBT. Nu neem ik het van Rita over als voorzitter van VBT. Met zoveel bestuurservaring hebben jullie het veilinglandschap de afgelopen 20 tot 25 jaar enorm zien veranderen. Het aantal veilingen is zienderogen gedaald. Zitten er nog fusies in de pijplijn?Rita Demaré: Er is inderdaad veel veranderd. Toen ik 2011 als voorzitter van VBT begon, telde onze organisatie nog elf leden en vandaag zijn het er zes. Maar tegelijk is de omzet wel gestegen van ongeveer 700.000 miljoen euro naar 1,255 miljard euro. Dat is ook logisch, want die veilingen zijn niet verdwenen, ze zijn gefusioneerd dus die omzet is niet weg. Meer zelfs, tussen 2018 en nu is de omzet met 35 procent gestegen. Dat is een mooi resultaat, maar ook broodnodig, want de kosten zijn eveneens gestegen.Nieuwe fusies verwacht ik niet meteen, maar zeg nooit nooit, dat heb ik doorheen de jaren wel geleerd. Vandaag behoort 90 tot 95 procent van de groentetelers tot een coöperatie, in de fruitsector ligt dat percentage een pak lager: ongeveer 55 procent. Nochtans zien we dat telers zich in die sector ook gaan verenigen, maar dat gebeurt dan eerder rond een handelaar. Bij ons komt de sturing vanuit de producenten, maar hier vanuit een handelsbedrijf. Die dynamiek is niet hetzelfde, maar je kan je wel de vraag stellen of zij geen plaats verdienen binnen VBT, onder de vorm van een ander lidmaatschap. De afgesprongen fusie tussen REO en Coöperatie Hoogstraten heeft ons doen beseffen dat elke coöperatie zijn eigenheid heeft. Het is niet slecht om die eigen accenten te behouden Dirk Van den Plas: De afgesprongen fusie tussen REO en Coöperatie Hoogstraten heeft ons doen beseffen dat elke coöperatie zijn eigenheid heeft. Het is niet slecht om die eigen accenten te behouden. Door samen rond de tafel te zitten binnen VBT kunnen we elkaar ook scherp houden én samenwerken waar nodig.Heeft dit de werking van VBT gewijzigd?Dirk Van den Plas: Eigenlijk niet. En als het veranderd is, dan is het in de positieve zin. Er is meer samenwerking.Rita Demaré: Als je met vier tot een vergelijk moet komen of je moet dat met elf, dat is een verschil natuurlijk. Belangrijk is dat je oog hebt voor de producent en dat je beseft dat je als coöperatie niet als concurrenten rond de tafel zit. Je moet weg van het kortetermijndenken en niet alleen met elkaar spreken, maar vooral ook luisteren naar elkaar. VBT wordt zeker niet overbodig en ik denk dat onze leden dat ook beseffen.Luc Vanoirbeek: We gaan niet ontkennen dat die vraag op een bepaald moment wel naar boven is gekomen toen de coöperaties steeds groter werden. Maar de veilingen hebben al snel beseft dat het beter is om een aantal zaken uit te besteden. Zo spreekt VBT als één stem voor de Vlaamse tuinbouwcoöperaties en dat maakt dat je serieuzer wordt genomen dan wanneer je bijvoorbeeld met drie verschillende stemmen spreekt. Naast VBT heb je ook nog LAVA. Hoe verhouden beiden zich tot elkaar?Luc Vanoirbeek: De ontstaansgeschiedenis is helemaal verschillend. Waar VBT in 1991 gestart is met als belangrijkste opdracht belangenverdediging, is LAVA pas later ontstaan, rond 1999.LAVA focust zich eerder op praktische opdrachten zoals de opvolging van specifieke opdrachten van de commercialisatie en de coördinatie van de operationele programma’s van de GMO voor de aangesloten producentenorganisaties. Door de toenemende fusies werd de nood aan twee aparte organisaties steeds meer in vraag gesteld. In 2019 hebben we al beslist om LAVA te huisvesten in Leuven bij VBT en momenteel werken we aan concrete fusieplannen. Dat is een logische stap in ons streven naar meer efficiëntie, want we zitten al in hetzelfde kantoor en onze raden van bestuur lopen gelijk. We verwachten dat proces in de loop van volgend jaar rond te hebben, want juridisch zijn er toch wat moeilijkheden. Een coöperatie en een vzw voeg je niet zomaar samen. We vieren dit jaar het Jaar van de Coöperatie. De tuinbouwsector in Vlaanderen is zowat het symbool van het coöperatief ondernemen. Welke meerwaarde biedt deze vorm van ondernemen volgens jullie voor de tuinbouwsector in Vlaanderen?Luc Vanoirbeek: De essentie van een coöperatie is dingen samen doen. Het bedrijfsleven doet geen zaken samen met de boeren, wij doen dat wel. Zo kunnen we bepaalde investeringen doen die je als individuele teler niet kan doen, denk aan een vacuümkoeler, investeren in de zoektocht naar nieuwe variëteiten, exportpromotie, enz. Een aanzienlijk deel procent van de GMO-gelden gaat rechtstreeks of onrechtstreeks naar de producenten. En de rest wordt gebruikt om een performantere coöperatie te bouwen wat ook ten goede komt aan de telers. De groente- en fruitsector heeft echt wel coöperaties nodig. We kunnen niet zonder, ook al ben je als teler groot of zelfs heel groot Rita Demaré: De groente- en fruitsector heeft echt wel coöperaties nodig. We kunnen niet zonder, ook al ben je als teler groot of zelfs heel groot. Maar je moet als coöperatie wel scherp blijven. Je moet leiderschap tonen, luisteren naar je leden en goed communiceren.Dirk Van den Plas: Je moet vooral zien dat je als coöperatie mee evolueert dus de veranderingen zien aankomen en ze eventueel zelfs voor zijn. Is het altijd evident om de individuele teler van het nut ervan te overtuigen?Rita Demaré: Dat is het zeker niet. Je moet enerzijds goed luisteren naar de telers, je mag als coöperatie hun zorgen niet vanuit de hoogte benaderen. En anderzijds moet je er ook voor zorgen dat je goed uitlegt wat je doet en waarom. Een perfect product kan iedereen verkopen, maar het onderscheid als coöperatie maak je vooral wanneer je een minder perfect product wil verkopen. &amp;nbsp;Dirk Van den Plas: Communicatie is inderdaad heel belangrijk. Telers weten inderdaad niet altijd wat er allemaal gebeurt, zeker niet op het niveau van VBT. Het is een steeds terugkerende opdracht om die informatie tot bij de telers te krijgen. De omzet van coöperaties onder VBT is op vijf jaar tijd met 16 procent gestegen. Is dit enkel toe te schrijven aan inflatie of zit er ook groei in de sector?Luc Vanoirbeek: Jaar na jaar hebben we inderdaad een hogere omzet gerealiseerd. Enkel 2022 vormt een uitzondering. De Oekraïnecrisis en de hoge energieprijzen hebben ervoor gezorgd dat sommige serres toen leeg zijn gebleven.Eigenlijk gaat het niet altijd om groei in volume. In 2024 is het volume bijvoorbeeld gedaald, maar is de omzet wel gestegen dus waren de prijzen gemiddeld hoger. Ik denk dat we kunnen zeggen dat het volume globaal genomen misschien wel wat is teruggelopen, maar dan zie je bijvoorbeeld bij tomaten dat we volop de verschuiving hebben gemaakt van losse tomaten en trostomaten naar specialties. Het volume van die specialiteiten is misschien wel een stuk lager, maar de prijsvorming is vaak heel wat beter. En natuurlijk heb je ook de weersinvloeden. Al speelt bij ons de factor licht een grotere rol. Bij slecht en donker weer ligt de opbrengst lager. Tegelijk hebben onze coöperaties ook meer buitenlandse telers aangetrokken die bij ons komen verkopen.Dirk Van den Plas: En dat is op zich ook geen ramp, want dat product is er toch. Het voordeel is dat we zelf de regie in handen houden. De klimaatverandering baart landbouwers grote zorgen, denk maar aan de droge periode van de afgelopen maanden. Geldt dit ook voor tuinbouwers, en meer bepaald voor glastuinbouwers?Luc Vanoirbeek: Ik zie vandaag drie grote uitdagingen voor onze sector: water, energie en gewasbescherming. Water hebben we voldoende in ons land, maar het komt ongelegen. De periodes van droogte worden langer en de periodes van regen intenser. &amp;nbsp;We zijn volop met wateropvang bezig, maar die evolutie moet versneld worden. Het grote probleem vandaag zijn vergunningen. Je moet maar eens proberen om een gat in de grond te maken om water op te vangen…Energie is de tweede uitdaging, zeker voor onze glastuinbouwers. Wie werken vandaag nog altijd met fossiele brandstoffen. Met onze wkk’s zijn we netto-energieproducent, maar we hebben nog steeds gas nodig. Meer nog, onze glastuinbouwers laten hun wkk’s vandaag ook draaien om de stabiliteit van het netwerk te garanderen. Door meer te mikken op hernieuwbare energie wordt de plaatsing op het net veel volatieler. De energie geproduceerd door wkk’s helpt dat te overbruggen.Dirk Van den Plas: De overgang voor glastuinbouw naar puur hernieuwbare energie blijft een moeilijk verhaal. Er wordt wel gezocht naar oplossingen, maar evident is het niet omdat je al gauw over grote investeringen spreekt. Er zijn bijvoorbeeld kansen voor geothermie, maar garanties bij het boren hebt je niet. In Nederland krijgen glastuinbouwers daarvoor steun van de overheid, bij ons niet. Vandaag duurt het veel te lang vooral biologische gewasbeschermingsmiddelen goedgekeurd worden. Als die procedure niet versneld wordt, terwijl dit in andere werelddelen wel gebeurt, zullen we achterop geraken Gewasbescherming was de derde grote uitdaging?Luc Vanoirbeek: Ik zie het zelfs als het grootste probleem waar de tuinbouwsector tegenaan loopt. Daar zien we twee tegengestelde evoluties. Enerzijds zien we meer ziektedruk door de klimaatverandering en anderzijds worden we meer en meer geconfronteerd met stoffen die niet meer toegelaten zijn. Begrijp me niet verkeerd, we zijn niet tegen regels, maar vanuit VBT zijn we van mening dat er zonder alternatief geen verbod kan komen. Vandaag duurt het veel te lang vooral biologische of biogebaseerde gewasbeschermingsmiddelen goedgekeurd worden. Als die procedure niet versneld wordt, terwijl dit in andere werelddelen wel gebeurt, zullen we achterop geraken.Rita Demaré: Ik zou daar graag nog een vierde component aan toevoegen: grond. We zien meer en meer dat grond wordt opgekocht om bos op te planten zodat bedrijven kunnen voldoen aan de Europese duurzaamheidsverplichtingen. Waar is men mee bezig zeg, goeie landbouwgrond? &amp;nbsp;Of de grond wordt gekocht door grootgrondbezitters of zelfs door onze afnemers. Die willen dan een partnerschap aangaan met boeren, maar hoe vrij ben je dan? Eerlijk gezegd ben ik dan veel liever lid van een coöperatie.Maakt de klimaatverandering tuinbouw in onze contreien in de toekomst moeilijk tot bijna onmogelijk? Of kan het ook een opportuniteit zijn, gezien de impact van de klimaatverandering in de meer zuidelijke Europese landen?Luc Vanoirbeek: We zitten in de meest vruchtbare streek van Europa met een gematigd klimaat. Het klopt dat ook wij de weersextremen zullen voelen, maar als ik het vergelijk met andere streken… in Noord-Italië verdwijnen teelten, zoals de kiwiteelt en de perenteelt. Ook in Spanje lopen de temperaturen vaak zo hoog op dat bepaalde teelten praktisch onmogelijk worden. Met de nodige technologie zullen ze daar wel nog het één en ander kunnen doen, maar dat geeft ons wel mogelijkheden. Hoe zit het met de vergunningen in de glastuinbouwsector? Komen tuinders ook in de knoei met de stikstofwetgeving?Dirk Van den Plas: Vandaag is ‘not in my backyard’ een groter probleem voor de glastuinbouw dan stikstof. Natuurlijk, dat is de situatie vandaag. Hoe alles rond stikstof verder gaat evolueren en wat de invloed daarvan gaat zijn op vergunningsverlening, kunnen we op dit moment eigenlijk nog niet goed inschatten. Hoe kijkt VBT naar de rol van Europa? Wegen de middelen van de Gemeenschappelijke Marktordening (GMO) op tegen de strengere regels rond duurzaamheid, enz.?Rita Demaré: Absoluut. Je moet met die GMO-gelden natuurlijk zeer bewust omgaan, maar moesten we die middelen niet hebben, dan zouden we onze telers een hogere commissie moeten vragen.Luc Vanoirbeek: Je moet dat hele GMO-gebeuren in zijn context bekijken. Europa is met GMO gestart om het aanbod te concentreren. Gaan onze telers allemaal verspreid naar de markt, dan verliezen ze sowieso. Na verloop van tijd is daar de crisisaanpak bijgekomen. Die laat ons bijvoorbeeld toe om de helft van de hagelverzekering te betalen die telers afsluiten. Maar sinds twee jaar moet 15 procent van onze programma&#039;s ook naar milieuvriendelijke maatregelen gaat. Daarnaast gaat twee procent van het budget ook naar onderzoek waardoor we ervoor zorgen dat de tuinbouw verder evolueert in een maatschappelijk wenselijke richting. Soms hoor je telers wel eens zeggen dat ze niet veel merken van die GMO-gelden, dat vooral de veilingen ervan profiteren…Dirk Van den Plas: Dat hoor je inderdaad wel eens. Maar wat is de veiling? Dat is toch het verlengstuk van wat de producenten doen?Luc Vanoirbeek: Is het je al opgevallen dat er merkelijk meer proeftuinen zijn die zich focussen op groenten en fruit? Juist omdat die ondersteund worden vanuit de GMO-gelden. Neem die weg en je zal veel minder innovatie hebben in onze sector. Waar verwachten jullie dat de sector over 20 jaar staat?Dirk Van den Plas: De schaalvergroting zal zich verder doorzetten. Dat zal nodig zijn om innovatief te blijven en om de nodige investeringen te kunnen verantwoorden. Want hoewel ik het gevoel heb dat de opvolging in onze sector misschien wel iets vlotter gaat, kan je er niet om heen dat het aantal tuinbouwers alleen maar zal dalen.Luc Vanoirbeek: Dat is inderdaad een algemene tendens en ik heb ook wel de indruk dat de opvolging in de tuinbouw iets beter gaat. Uit onderzoek blijkt dat dit een gevolg kan zijn van de betere inkomensvorming in onze sector in vergelijking met de rest van de landbouwsector. Bovendien treedt de vervennootschappelijking in de tuinbouw veel sterker op. Daardoor kunnen jonge mensen in het bedrijf stappen door aandelen over te nemen. Ze moeten dat niet meteen in één keer doen, ze kunnen erin groeien. En dus zie je ook vaker dat niet de kinderen het overnemen, maar externen of personeelsleden.Dirk Van den Plas: Ons bedrijf is daar een voorbeeld van. We zijn gestart met drie, maar één van ons wou er op een bepaald moment uitstappen. Dat is ook gebeurd zonder dat de continuïteit van het bedrijf in gevaar is gekomen. En als ik straks uit het bedrijf stap, zal het bedrijf ook verder blijven draaien, terwijl mijn kinderen mijn aandelen niet zullen overnemen. Bij landbouwbedrijven is dat vaak veel moeilijker omdat er zo veel kapitaal in grond zit. Rita, tot slot, wat vind je jouw mooiste verwezenlijking als voorzitter van VBT?Rita Demaré: Ik denk dat het duidelijk is dat ik geen verwezenlijkingen heb alleen. Je kan niets alleen. Je kan wel het samenwerken bevorderen en dat heb ik wel in positieve zin zien evolueren. Tegelijk moet je als voorzitter je onafhankelijkheid bewaken. Ook al zat ik namens REO in de raad van bestuur van VBT, eens je voorzitter bent, spreek je voor iedereen. &amp;nbsp;Dirk Van den Plas: Ik denk dat het wel benadrukt mag worden dat Rita dat bijzonder goed gedaan heeft. Ik zal mij tijdens mijn voorzitterschap dan ook inspannen om de lijn die Rita heeft uitgezet, verder door te trekken. Tegelijk vind ik het ook belangrijk dat we oog hebben voor wat de toekomst brengt en dat we daar op tijd inspelen. Als we daarin slagen, zal dit de samenwerking alleen maar bestendigen en zelfs versterken.</content>
            
            <updated>2025-06-11T17:26:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Biologisch en doeltreffend: AIF investeert in onkruidbestrijding met elektriciteit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aif-investeert-in-onkruidbestrijding-met-elektriciteit" />
            <id>https://vilt.be/57497</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Investeringsfonds AIF investeert in het Britse RootWave om elektrische onkruidbestrijding verder te ontwikkelen. Deze vorm van gewasbescherming vernietigt onkruid zonder chemische middelen en is dus compatibel met conventionele, regeneratieve en biologische praktijken. Via de gepatenteerde technologie op basis van hoogfrequente elektriciteit worden uitzonderlijke prestaties gerealiseerd, met tot 99 procent vernietiging van onkruid in één enkele doorgang tijdens onafhankelijke veldproeven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="onkruid" />
                        <category term="bio" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1309e4d4-8ffb-4f6a-9831-5dfc19bbaaf6/full_width_rootwave-f601-side-4-web.jpg</image>
                                        <content>Onkruid verschroeien met elektriciteit klinkt als een jongensdroom, maar het werkt wel degelijk als een doeltreffende vorm van gewasbescherming. Zo heeft Rootwave al diverse producten ontwikkeld, waaronder een elektrische onkruidbrander die zelfs moeilijk te bestrijden, invasieve soorten als de Japanse duizendknoop vernietigt. Maar de grote trots van het bedrijf is de eWeeder: een machine die aan een tractor wordt gehangen en minder visueel spektakel oplevert dan men zou verwachten, maar toch is het doeltreffend. Alle onkruid dat wordt geraakt met een elektrische lading, krijgt verschroeide wortels. Onkruid wordt zo efficiënt gedood en dat zonder gebruik van chemicaliën. Agri Investment Fund (AIF), het investeringfonds van de holding boven Boerenbond, gelooft in de technologie en investeert 2,35 miljoen euro in het Britse bedrijf RootWave om de producten verder te ontwikkelen. Deze financieringsronde van in totaal 14 miljoen euro werd geleid door het in Singapore gevestigde Clay Capital.Goedkoop en veiligHoewel alternatieve oplossingen zoals mechanische, laser- en thermische onkruidbestrijding aan een opmars bezig zijn, wil RootWave zich onderscheiden door meer doeltreffendheid, kostenefficiëntie en veiligheid te beloven. Zijn technologie vernietigt het onkruid immers zonder schade aan bodem of gewassen, met veldprestaties die vergelijkbaar zouden zijn met die van chemische herbiciden. De focus lag tot nu toe vooral op biotech-oplossingen met een lange tijd tot marktintroductie, maar omdat onze landbouwers vandaag al oplossingen nodig hebben, hebben we onze investeringsstrategie uitgebreid “Nu landbouwers geconfronteerd worden met steeds acutere uitdagingen, zoals resistentieproblemen, strengere regelgeving en arbeidskrapte, heeft AIF recent zijn ambities kracht bijgezet om meer innovaties sneller naar de markt te brengen en zo landbouwers te ondersteunen”, motiveert AIF deze investering. Bredere investeringsstrategie“Hoewel onze huidige portefeuille veelbelovende bedrijven bevat, lag de focus vooral op biotech-oplossingen met een lange tijd tot marktintroductie,” zegt Sonja De Becker, voorzitter van AIF. “Omdat onze landbouwers vandaag al oplossingen nodig hebben, hebben we onze investeringsstrategie onlangs uitgebreid om een breder scala aan oplossingen te ondersteunen die ook sneller op de markt kunnen komen.”“Deze investering in het Britse RootWave onderstreept de groeidoelstelling van ons fonds: we breiden onze activiteiten uit buiten België op zoek naar de nieuwe en verbeterde tools die onze landbouwers nodig hebben,” voegt Patrik Haesen, CEO van AIF, toe. “Onkruidbestrijding is een groeiende uitdaging. Een niet-chemische en duurzame oplossing die onkruid tot in de wortel vernietigt, is een echte gamechanger voor de landbouw.” Na boom- en wijngaarden ook vollegrondNa de eerste verkopen in het VK bereidt RootWave zich nu voor op internationale expansie, waaronder België. &amp;nbsp;Momenteel ligt de focus op boom- en wijngaarden, maar RootWave werkt al samen met partners om zijn technologie ook toe te passen voor onkruidbestrijding in akkerbouwgewassen zoals vollegrondsgroenten en granen.Andrew Diprose, CEO van RootWave, besluit: “Deze kapitaalronde stelt RootWave in staat om zijn groei te versnellen. We zijn dankbaar voor de steun van onze klanten, partners en medewerkers en kijken ernaar uit om samen te werken met de nieuwe investeerders. Samen zullen we RootWave uitbouwen tot een dominante wereldspeler in onkruidbestrijding.”</content>
            
            <updated>2025-06-11T16:45:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[20 jaar Regionaal Landschap Brabantse Kouters: “Meer dan 400.000 bomen en struiken aangeplant”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/regionaal-landschap-brabantse-kouters-viert-20-jaar-natuur-en-landschapsprojecten-meer-dan-400000-bomen-en-struiken-aangeplant" />
            <id>https://vilt.be/57498</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Al 20 jaar zet Regionaal Landschap Brabantse Kouters zich in voor de natuur en het landschap in het noordwesten van de provincie Vlaams-Brabant. De organisatie bouwt aan kwaliteitsvolle en toekomstgerichte landschappen met aandacht voor natuurbehoud en biodiversiteit. Volgens voorzitter Joeri Van den Brande plantte het Regionaal Landschap er in twee decennia meer dan 400.000 bomen en struiken in hagen, heggen en houtkanten.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/c37d80f3-a7c4-4c97-9de3-d62b07a0424e/full_width_regionaal-landschap-brabantse-kouters-rob-claes.png</image>
                                        <content>De vzw werd opgericht in 2005 en is door de jaren heen uitgegroeid tot een zestienkoppig team van landschapsexperten en een brede projectwerking in de Brabantse Kouters. Meer kwaliteitsvolle landschappen, geïnspireerd door het verleden en klaar voor de toekomst. Met die visie wil het Regionaal Landschap al 20 jaar niet alleen de natuur en het landschap, maar ook het erfgoed en de streekidentiteit in de regio behouden en versterken. Met vele kleine acties maken we globaal echt een impact in het landschap Groen-blauwe corridors voor meer natuurbehoud en biodiversiteitDe projecten focussen op het behoud van natuur en biodiversiteit door habitats te versterken en versnippering ervan tegen te gaan. Jaarlijks plant en beheert de organisatie kilometers hagen, heggen, houtkanten en knotbomenrijen. Daarbij werden zo’n 7.000 hoogstamfruitbomen geplant, meer dan 300 poelen hersteld en klein bouwkundig erfgoed kreeg een opknapbeurt. “Met die vele kleine acties maken we echt globaal een impact in het landschap”, aldus Van den Brande.&amp;nbsp;“Door leefgebieden te versterken en groenblauwe verbindingen te maken in het landschap, zetten we in op natuurbehoud en biodiversiteit en creëren we een plek voor de vele soorten in de regio, zoals de grote pimpernel, de kamsalamander, de akkervogels, de vleermuizen en solitaire bijen”, vertelt Bart Nevens, gedeputeerde voor Leefmilieu van de provincie Vlaams-Brabant. Naast directe impact op het landschap zet de organisatie ook in op natuureducatie. “Meer dan 53.000 leerlingen kregen intussen al een begeleiding door Regionaal Landschap Brabantse Kouters (RLBK) voor een natuureducatieve activiteit”, weet de voorzitter. Samenwerking en expertiseDe kracht van Regionaal Landschap Brabantse Kouters is volgens de organisatie van bij het begin samenwerking, overleg en expertise. “Dankzij de vzw-structuur en betrokkenheid van verenigingen, provincie en gemeenten, maar ook dankzij de flexibiliteit en brede expertise kan Regionaal Landschap Brabantse Kouters snel tot concrete resultaten komen op het terrein”, legt de voorzitter uit. “In de laatste tien jaar wordt daarbij een gebiedsgerichte aanpak voor rivier- en beekvalleien als de Zenne, Woluwe, Maalbeek en Tangebeek erg belangrijk. Zo lopen in de regio vier gebiedsprojecten met RLBK als coördinator of partner. Projecten van alle betrokken partners sluiten op die manier mooi op elkaar aan en in 2024 werkte RLBK zelf aan 17 projecten voor klimaatrobuuste inrichting en meer toegankelijke natuur die uitvoering geven aan deze gebiedsvisies.” Toekomst met toerisme en cultuur“De Brabantse Kouters als streek hebben de perceptie wat tegen. Vanop de Ring rond Brussel, snelwegen en de vele gewestwegen krijg je vooral een indruk van een economische activiteit en lintbebouwing. Wandel of fiets je doorheen de Brabantse Kouters dan krijg je een heel ander beeld van open landbouwlandschappen met vergezichten, groene beekvalleien en prachtige kasteeldomeinen”, vertelt Patrick Endels, coördinator van RLBK. “De ambitie is groot om dit in de komende jaren nog meer op de kaart te zetten. We kijken daarvoor ook naar een hechte samenwerking met andere regionale samenwerkingsverbanden rond toerisme en cultuur.”</content>
            
            <updated>2025-06-11T16:32:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Zorg voor wie ons voedt": Vlaamse parlementsleden willen betere opvolging van welzijn bij boeren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/n-va-vraagt-aandacht-voor-welzijn-van-vlaamse-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/57499</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams parlementslid Eva Ryde (N-VA) pleit, samen met coalitiepartners Vooruit en cd&amp;v, voor meer aandacht voor het welzijn van landbouwers en formuleert 13 aanbevelingen aan de Vlaamse regering. “Wie voor ons voedsel zorgt, verdient ook onze zorg”, aldus Ryde. “Land- en tuinbouwers werken hard, dag in dag uit, vaak in stilte en ervaren drempels in hun zoektocht naar hulp. Hun welbevinden mag geen bijzaak zijn.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mentaal welbevinden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/966d2276-ecba-49db-b7cd-eee30e69f648/full_width_tractor-silhouette-1024.jpg</image>
                                        <content>“De problematiek rond het welzijn van de land- en tuinbouwers moet hoog op de agenda blijven, met concrete acties om de leef­baarheid en de toekomst van de Vlaamse landbouw te waarborgen”, zo schrijven Ryde en zes collega-parlementsleden in hun resolutievoorstel.In 2022 werd nochtans een ‘Actieplan welbevinden voor de Vlaamse land- en tuinbouw’ uitgerold door toenmalig Vlaams minister van Landbouw Hilde Crevits (cd&amp;amp;v) in samenwerking met het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en een zeventigtal organisaties. De zeven parlementsleden hekelen echter het gebrek aan opvolging ervan: “Het actieplan is een belangrijke stap en bevat duidelijke acties, maar verdere opvolging en structurele maatregelen zijn noodzakelijk.”Huidig minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) benadrukte eerder in de landbouwcommissie dat het actieplan verder wordt uitgevoerd, maar er geen opvolging door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij gepland staat. “Daarom roepen we vanuit het parlement de Vlaamse regering op om het agentschap daar verantwoordelijkheid voor te geven”, aldus Ryde. Problemen treffen dus niet alleen de boer, maar ook zijn partner en kinderen. We mogen hen niet vergeten 13 aanbevelingenVerder werd ook nog een lijst met aanbevelingen voor de Vlaamse regering opgesteld om het welzijn van land- en tuinbouwers op te krikken. Zo pleiten de parlementsleden voor een betere ondersteuning van projecten die landbouwers uit hun sociaal isolement halen, een vlottere toegang tot reguliere welzijnshulp en meer aandacht voor sociale cohesie in het plattelandsbeleid.Ook het aanpakken van bredere sectorknelpunten wordt aanbevolen om het welzijn te verbeteren. Zo wordt de administratieve vereenvoudiging, eerlijke prijzen voor landbouwproducten en het realiseren van een sociaal duurzaam landbouwmodel aangehaald.Tot slot zien de parlementsleden verbeterruimte in duidelijkere informatie over de veranderende regelgeving en een efficiënter gebruik van bestaande middelen, zodat vergoedingen voor maatschappelijk relevante uitbreidingsactiviteiten toereikend zijn.“Daarnaast mogen het gezin niet vergeten,” benadrukt Ryde, “Op een landbouwbedrijf vloeien privé en werk in elkaar over. Problemen treffen dus niet alleen de boer, maar ook zijn partner en kinderen. Daarom vragen we een kindreflex en meer begeleiding op gezinsniveau.” Daling welzijnscore“Landbouwers dragen grote beroepsrisico’s, kampen met toenemende financiële onzekerheid, ervaren stress door de strenge, veranderde regelgeving en administratieve lasten en hebben frustraties over hun zwakke positie in de keten. Daarnaast moeten ze ook steeds meer rollen en taken op zich nemen”, aldus de zeven parlementsleden: Eva Ryde (N-VA), Els Robeyns (Vooruit), Bart Dochy (dd&amp;amp;v), Freya Perdaens (N-VA), Koen Dillen (N-VA), Stephanie Vanden Eede (Vooruit) en Stijn De Roo (cd&amp;amp;v).“Sommige boeren voelen zich soms niet alleen fysiek geïsoleerd in hun dagelijkse werkzaamheden, maar ervaren steeds vaker ook een sociaal isolement door het verlies van de traditionele netwerken op het platteland. De hoge werkdruk, economische onzekerheden en strengere regelgeving komen daar nog eens bovenop. Daarnaast wordt de kloof tussen boeren en burgers steeds groter, waardoor veel landbouwers het gevoel hebben dat de maatschappij hen niet begrijpt of niet waardeert”, klinkt het verder.Dit tonen ook de cijfers aan. Uit een enquête in 2023 van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij blijkt dat Vlaamse landbouwers zichzelf gemiddeld een score van 6,5 op 10 geven op vlak van levenskwaliteit. Een forse daling tegenover de score van 7,5 in 2012. En bovendien ook een stuk lager dat de algemene populatie (7,3). Bij de hulporganisatie Boeren op een Kruispunt blijft ook het aantal aanmeldingen elk jaar zeer hoog. In 2024 waren er 246 aanmeldingen, dat zijn minstens 20 aanmeldingen per maand.</content>
            
            <updated>2025-06-11T16:53:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meerdere extreme klimaatgebeurtenissen tegelijk worden nieuwe norm]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meerdere-extreme-klimaatgebeurtenissen-tegelijk-worden-nieuwe-norm" />
            <id>https://vilt.be/57500</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een ongeluk komt nooit alleen en dat geldt ook voor een klimaatramp. In een nieuwe studie, gepubliceerd in het tijdschrift Earth’s Future, tonen wetenschappers dat hittegolven, droogtes en bosbranden niet alleen vaker zullen voorkomen, maar ook steeds vaker gelijktijdig zullen toeslaan. Dat is zelfs zo bij de meest optimistische scenario's. Derrick Muheki, doctoraal onderzoeker aan de VUB en coauteur van de studie, noemt de resultaten zorgwekkend.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8d095c39-c92b-466e-a4d7-1bdcecf95a4b/full_width_bosbrandamazone-copyrightgreenpeacenilmarlage.jpg</image>
                                        <content>De studie gebeurde onder leiding van de Universiteit van Uppsala, in samenwerking met de Brusselse universiteit VUB en universiteiten uit Zweden, Frankrijk en Duitsland. De wetenschappers hebben de impact van klimaatverandering in verschillende regio’s van de wereld in kaart gebracht en zien dat natuurrampen in de nabije toekomst steeds minder alleenstaande drama’s zullen zijn. In plaats daarvan zullen verschillende klimaatgerelateerde gebeurtenissen gelijktijdig of kort na elkaar plaatsvinden.De studie toont aan dat combinaties van hittegolven en bosbranden sterk zullen toenemen in bijna alle regio’s van de wereld, behalve waar geen vegetatie is, zoals in de Sahara. Hittegolven en droogtes zullen een terugkerend verschijnsel worden in gebieden zoals het Middellandse Zeegebied en Latijns-Amerika. Gebieden die nu doorgaans alleenstaande gebeurtenissen ervaren, zoals de Noordse landen, zullen ook vaker getroffen worden door combinaties van hittegolven en bosbranden. Nieuw paradigma“Het is al langer bekend dat er in veel regio’s meer hittegolven, bosbranden en ernstige droogtes zullen zijn, dat op zich is geen verrassing”, zegt professor Gabriele Messori van de Universiteit van Uppsala en hoofdauteur van de studie. “Wat ons verraste, is dat de toename zo groot is dat we een duidelijke paradigmawisseling zien, waarbij meerdere gelijktijdige extreme gebeurtenissen de nieuwe norm worden.”Door bijvoorbeeld het effect van klimaatverandering op het risico van bosbranden of overstromingen te berekenen, ontstaat een duidelijker beeld van hoe verschillende regio’s ter wereld daadwerkelijk getroffen kunnen worden. “Na een proefanalyse in Oost-Afrika hebben we deze methode nu wereldwijd toegepast en onderzocht wat er tussen 2050 en 2099 zal gebeuren. We kijken specifiek naar zes soorten gebeurtenissen: overstromingen, droogtes, hittegolven, bosbranden, tropische cycloonwinden en mislukte oogsten. Wat we zien is een zeer zorgwekkend resultaat van gelijktijdige extreme gebeurtenissen wereldwijd,” zegt Derrick Muheki, doctoraal onderzoeker aan de VUB en coauteur van de studie.“De zomer van 2018 in Noord-Europa werd gekenmerkt door uitzonderlijk hoge temperaturen en wijdverspreide bosbranden – wat destijds als een uitzonderlijke gebeurtenis werd beschouwd. Over een paar decennia is dat misschien niet meer zo uitzonderlijk,” zegt Messori.Nu is de vraag wat we nog kunnen doen om dit te voorkomen. De analyse van de onderzoekers bestrijkt verschillende mogelijke emissiescenario’s. De belangrijkste focus ligt op een scenario met middelmatig-hoge uitstoot. Dat is immers het meest realistische vooruitzicht, gezien de huidige uitstoottrends. Onderzoekers kijken naar COP30Maar zelfs in de scenario’s die relatief optimistisch zijn over onze inspanningen om emissies te reduceren, zien de onderzoekers nog steeds dat het gelijktijdig optreden van klimaatextremen fors zal toenemen.Het ziet er dus niet naar uit dat we de voorspelde klimaatrampen zullen voorkomen. “Het toont aan dat we ons vandaag al moeten voorbereiden op de nieuwe klimaatrealiteit die we in de toekomst zullen ondervinden”, zegt Wim Thiery, professor klimaatwetenschap aan de VUB en coauteur van de studie. “Met het oog op de komende COP30 onderstreept dit des te meer hoe belangrijk het is om nu sterke, snelle en diepgaande verminderingen van de wereldwijde koolstofuitstoot door te voeren, om zo de klimaatlast voor jonge en toekomstige generaties te verlichten.</content>
            
            <updated>2025-06-11T16:29:55+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rundveehouder over IBR-uitbraak: “Dit wens je je grootste vijand niet toe”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rundveehouders-over-ibr-uitbraak-dit-wens-je-je-grootste-vijand-niet-toe" />
            <id>https://vilt.be/57501</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Als donderslag bij heldere hemel werd de rundveefamilie Vanoverschelde-Ceenaeme uit Middelkerke vorig jaar getroffen door een IBR-uitbraak. “Dat wens je je grootste vijand niet toe”, blikt Nele Ceenaeme ruim een jaar na datum terug op de ingrijpende gebeurtenis. Naast verdriet voelt ze ook woede over de lakse houding van sommige spelers in de sector en de IBR-strategie van België. “Besmette dieren moeten meteen geruimd worden, alleen dan kun je het virus met wortel en al uitroeien. Ons geval heeft bewezen dat het mogelijk is.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/95665d16-d4e8-4163-8a5b-50c7493759cb/full_width_s-dsc04816.jpg</image>
                                        <content>“Ik heb er nog steeds slapeloze nachten van als ik terugdenk aan de tijd”, vertelt Nele Ceenaeme ons aan de keukentafel van het melkveebedrijf in Middelkerke dat zij runt met haar man Lesley Vanoverschelde. Ze hebben juist gedaan met het instrooien van de potstal waar de droge koeien gehuisvest worden.  &quot;Lakse houding leidt tot veel leed&quot;Het verhaal van een veehouder in VILT eerder dit jaar was voor hen aanleiding contact te zoeken met onze redactie. In dit verhaal houdt een rundveehouder een pleidooi om zijn met IBR besmette dieren, die volgens hem kerngezond zijn en volop melk geven, aan te houden. Het betreft één van de weinige zogenaamde ‘historisch besmette bedrijven’ in België die nooit de IBR-vrije status hebben gekregen en die keer op keer uitstel van opruiming kregen.“Het is door dit soort rundveehouders en deze mentaliteit in de sector dat andere melkveehouders in de miserie terechtkomen. Het is een schande. Ze beseffen niet half wat ze aanrichten”, vervolgt een geëmotioneerde Ceenaeme haar verhaal. Aan de keukentafel blikken zij en haar man terug op de IBR-uitbraak die het bedrijf in de eerste helft van 2024 trof.In hun emotionele relaas strijden verdriet en boosheid om voorrang. Verdriet om de veestapel waar de boeren jaren aan gebouwd hadden en die geëuthanaseerd moest worden na de IBR-uitbraak en het familiale leed dat dit teweeg bracht. Woede voelen ze ten aanzien van de lakse houding van veel spelers in de sector, van rundveehouders tot handelaren en de “niet kordate” overheidsstrategie om het virus uit te bannen. Uitbraak meerdere haarden in West-VlaanderenHet landbouwkoppel stopte in 2016 met het vaccineren tegen IBR en verkreeg het hoogste statuut: IBR-vrij, zonder vaccinatie (I4). “We zijn gepassioneerd met ons vak bezig en wilden de beste van de klas zijn”, aldus Lesley. “Achteraf gezien hadden we misschien niet moeten stoppen met vaccineren en was een lagere IBR-status (IBR-gE NEG, maar met vaccinatie, I3), misschien wel beter geweest. Het verschil is dat je dan beperkt handel mag drijven met andere rundveebedrijven, maar dat deden we toch al niet.”Nadat eind 2023 diverse IBR-haarden de kop op staken in de regio Torhout in West-Vlaanderen, kwam de ziekte erg dichtbij. Alhoewel periodieke bloedproeven begin februari negatief waren en de IBR-vrije status bevestigden, maakten de ondernemers zich grote zorgen. In de loop van februari besloten ze daarom hun veestapel te vaccineren: 220 melkkoeien, 200 Belgisch witblauwrunderen en 160 stuks jongvee kregen een vaccin. Levenswerk gaat in rook opDe boeren konden daarna maar korte tijd gerust slapen. “In melkstalen is het IBR-virus begin maart door MCC aangetroffen”, vertelt Nele die haar oren aanvankelijk niet geloofde. “We waren kort ervoor nog IBR-vrij en hadden onze dieren ook nog gevaccineerd. Ik dacht dat de melding van het vaccin kwam, maar dat werd al snel uitgesloten.”In de dagen erop is bij alle dieren bloed getrokken en werd de besmetting bevestigd. Negentig procent van het melkvee was besmet. Het vleesvee en het jongvee, dat in andere stallen zat, was daarentegen kerngezond. “Onze wereld stortte in elkaar”, vertelt Nele die meteen naar de telefoon greep en alle mogelijke erfbetreders en bedrijven in de buurt contacteerde om hen te waarschuwen.De jonge veehouders zagen hun levenswerk in rook opgaan. IBR-besmette koeien moeten immers geruimd worden. Dat is onderdeel van het federale IBR-programma dat een IBR-vrije status nastreeft tegen 2030. “Na de overname van het bedrijf en de nieuwbouw van een melkstal in 2015 en 2019 hebben we de melkveestapel vanaf de grond opgebouwd. We hadden een erg jonge melkveestapel met 75 procent eerste kalfvaarzen. Dat betekent dat deze koeien alleen maar geld hebben gekost en pas op dat moment geld gingen opleveren”, aldus Lesley. Vragen over hoe het virus in de veestapel terechtkwamEen jaar later weten de boeren nog steeds niet hoe het virus is binnengekomen. “Het moet in de periode kort voor het vaccin geweest zijn of in de week erna als het vaccin nog niet 100 procent werkt. In deze periode en lange tijd ervoor hebben we geen externe koeien aangeworven en onze meest frequente erfbetreders, de veearts, had altijd bedrijfseigen kleren aan”, vertelt Nele. Zij gaat ervan uit dat het misschien een toevallige erfbetreder is geweest.Nadat het virus geconstateerd werd op het bedrijf, was er juist een update van het IBR-wetgeving in de maak en moesten de veehouders wachten op een nieuw koninklijk besluit. Dat volgde op 6 mei 2024. Dat besluit bepaalt dat nieuw besmette dieren binnen 90 dagen geruimd moesten worden. Bedrijven die besmet waren voor dit besluit van kracht werd, kregen volgens de vorige wetgeving tot eind oktober 2023, hetzij vier jaar voor bedrijven met recente insleep. “De 90 dagen is een hele vooruitgang ten opzichte van de vorige termijn van vier jaar”, aldus Nele over de wetswijziging in het nationale IBR-programma.Drie maanden hebben de ondernemers niet gewacht. Op 26 juni waren alle melkkoeien van het bedrijf geruimd, inclusief de niet-besmette melkkoeien. “Veertig vaarzen, die in afwachting waren van een kalving in een andere stal stonden, waren niet besmet met het IBR-virus”, begin Lesley zijn uitleg. Na de kalving werden zij wel naar de melkveestal verhuisd. Lange tijd leekt het vaccin voor hen te werken, zo bleek uit periodieke bloedproeven. Kort voor de ontruiming, lieten de rundveehouders voor de zekerheid een vierde, en laatste bloedproef doen. Hieruit bleek dat vier van de 40 onbesmette dieren inmiddels ook besmet waren. “Om het zekere voor het onzekere te nemen, hebben we besloten alle melkkoeien af te voeren”, vervolgt de 44-jarige West-Vlaming.Rotsvast overtuigd van werking vaccinHet feit dat een aantal gevaccineerde dieren toch nog besmet was met het IBR-virus heeft hun vertrouwen in de vaccinatiestrategie niet doen wankelen. Het feit dat de twee andere stallen, met vleesvee en jongvee, niet besmet werden, zien zij als bewijs hiervoor. “En in de melkveestal was nagenoeg de hele kudde besmet. De virusdruk was hierdoor enorm en daarbij hebben koeien die starten met hun lactatie na de kalving, een zwakkere weerstand.”De veehouders zien de ontwikkeling van het virus op het bedrijf juist als een bewijs dat IBR te bestrijden is. “Door snel te handelen, hebben we het virus kunnen beperken tot één stal waardoor uiteindelijk maar een derde van de veestapel besmet is geraakt”, aldus Lesley.Wouter van Mol, die namens DGZ het bedrijf begeleidde tijdens de IBR-uitbraak, looft het kordate optreden van de ondernemers en hun aandacht voor bioveiligheid. “Het is hierdoor dat ze een verspreiding naar de andere stallen hebben voorkomen.” Nog steeds slapeloze nachtenNele beschrijft de ontruiming van de stal als één van de moeilijkste momenten uit haar leven. “Wij slapen achter de stal en horen constant geluiden van schuifelende runderen die tegen het voerhek stoten. In de nacht van 25 op 26 juni was het muisstil. Dat was pijnlijk en bezorgt me nog steeds slapeloze nachten als ik eraan terugdenk. Ook onze kinderen van 14 en 16 jaar hadden veel verdriet. Zij zijn tussen het vee opgegroeid en hadden allebei hun lievelingsdieren.”Toch moest de familie verder. Nadat de laatste dieren naar het slachthuis waren afgevoerd, volgde een professionele ontsmetting van de stal. In de dagen erna werd de stal opnieuw gevuld met nieuwe melkkoeien. “Wij wilden de stal binnen een dag weer gevuld hebben. Door de doorlopende kosten konden wij het ons niet permitteren om de stal leeg te laten staan”, aldus Lesley die aangeeft dat het lange tijd duurde voordat de nieuwe koeien gewend waren aan hun nieuwe omgeving. Onvergoede kosten liepen op tot 1.000 euro per dierDoor deze langzame aanpassing en de impact daarvan op de melkgift wogen de gevolgen van de IBR-uitbraak zwaar door. De compensatie van hun dieren (80 procent van de vervangingswaarde minus de slachtprijs, red.) was bij lange niet voldoende om de dieren te vervangen. Voor de vervanging van hun 220-koppige melkveestapel kwamen de West-Vlamingen bij Duitse melkveehouders terecht. “Deze veehouders wisten ook dat wij vee nodig hadden en vroegen goed door”, vertelt Lesley. “Daarnaast wil de handelaar nog een commissie en kost ook het vervoer geld.”Ook waren er tal van indirecte kosten waardoor het verlies per dier opliep tot meer dan 1.000 euro. “Denk aan de kosten voor de professionele reiniging en de inseminatie van de nieuwe dieren. Van de afgevoerde IBR-dieren was bijna driekwart zwanger en hadden we al veel geld uitgegeven aan rietjes (sperma, red) voor kunstmatige inseminatie”, voegt Nele aan. De grootste indirecte kostenpost was de afvoer van de niet besmette dieren. Hiervoor kregen de boeren geen compensatie. “Terwijl wij met deze maatregel alle risico&#039;s wilden uitsluiten. De kans dat de dieren besmet waren, maar dat het virus nog niet detecteerbaar was, was immers mogelijk”, aldus Lesley. Hij voelt zich op dit vlak in de steek gelaten door de overheid. “Als op deze manier iedereen zijn risico’s uitsluit, zou de ziekte veel sneller uitgebannen zijn en liggen de kosten voor de overheid veel lager.” Kritiek op IBR-programma en lakse houding in sectorDe boeren hebben meer kritiek op de IBR-strategie van de federale overheid. Recent is de datum dat ons land de IBR-vrije status wil bereiken verlengd van 2027 tot 2030, om meer tijd te kopen voor het opsporen en ruimen van besmette dieren. “Wraakroepend”, noemt Nele dat besluit. Zij vindt dat er veel kordater opgetreden moet worden om de ziekte te weren uit ons land. “Neem de ruimperiode van 90 dagen. Dat zou veel sneller kunnen, om zo het risico van verspreiding te verkleinen.”Verder hebben de veehouders geen goed woord over voor de strategie rond de historisch besmette bedrijven. Die hebben keer op keer een derogatie gekregen om hun besmette dieren te ruimen. “Het is door deze strategie dat het virus keer op keer terugkomt. Bij het transport of op verzamelplaatsen komen deze dieren in aanraking met gezonde dieren en verspreidt de besmetting zich verder.”Ook de lankmoedige houding van handelaren en transportbedrijven stuit de ondernemers tegen de borst. “Tussen de besmetting en het volledig ruimen van de melkveestal lieten we enkele dieren naar het slachthuis afvoeren. De vervoerder die deze dieren kwam halen, gaf aan dat hij hierna nog meer dieren moest ophalen op een ander adres. Toen ik aangaf dat onze dieren besmet waren, zei deze transporteur doodleuk dat hij op de transportpapieren ons bedrijf als laatste laadplaats zou vermelden. Toen ben ik enorm tegen hem uitgevallen. Net alsof het ons om de papieren ging. Wij wilden niet dat hij andere melkveebedrijven in gevaar bracht.” Bewustzijn creëren in de sectorDoor hun verhaal te vertellen hopen de veehouders meer bewustzijn te creëren in de sector. “Alleen als alle schakels in de keten de juiste bioveiligheidsmaatregelen hanteren en de IBR-bestrijding door de overheid verstrengd wordt, kunnen we het virus onder de knie krijgen”, aldus Nele. De boeren vrezen de IBR-uitbraak nog lange tijd mee te moeten dragen. Tankmelkcontroles zijn bijvoorbeeld een spannend moment. “Er zouden toch niet weer besmettingen tussen zitten”, omschrijft Nele haar zorgen.Lesley kan inmiddels weer genieten van het vak en toont in de melkveestal vol trots de goed gevulde uiers van de Duitse Holstein koeien. “Het is het doorzettingsvermogen van mijn man en de steun van onze dierenarts die mij erdoor hebben getrokken”, vertelt Nele terwijl ze samen met Lesley poseert in de melkveestal waar de rundveehouders met een waarschuwingsbordje ongewenste pottenkijkers proberen te weren uit de stal. Ondergetekende fotograaf draagt bedrijfseigen laarzen en een wegwerpoveral.Kort na de vervanging van hun veestapel verkregen de rundveehouders weer de IBR-vrije status. Voorlopig hebben zij geen plannen de vaccinatie stop te zetten. “Zeker niet. Ik heb een voorraad aangelegd om zeker te zijn van de beschikbaarheid”, besluit Nele vastberaden.</content>
            
            <updated>2025-06-12T07:35:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 #Veldvloggers: Van kuiken tot legkip]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veldvloggers-van-kuiken-tot-legkip" />
            <id>https://vilt.be/57502</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In deze video neemt Mitch je mee achter de schermen van zijn opfokbedrijf, waar piepkleine kuikens in 17 weken uitgroeien tot sterke leghennen. Opvallend: in de opfok zie je zowel witte als bruine kippen. Witte zijn een stuk efficiënter: ze eten minder, leggen langer én zijn dus ecologischer. Toch kiest Mitch op zijn legbedrijf enkel voor bruine hennen, en daar heeft hij een goede reden voor. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/767f9523-4f64-4b64-bebc-3a795b64a65a/full_width_thumb-19.jpg</image>
                        
            <updated>2025-06-11T14:21:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hongarije en Slowakije weer vrij van mond-en-klauwzeer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hongarije-en-slowakije-weer-vrij-van-mond-en-klauwzeer" />
            <id>https://vilt.be/57503</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De uitbraak van mond-en-klauwzeer in Slowakije en Hongarije is niet meer. Alle beschermings- en toezichtzones, en de Europese handelsbeperkingen zijn opgeheven. Deze uiterst besmettelijke veeziekte houdt de veehouderij in beide landen sinds maart in de ban, maar na de laatste uitbraken in april zijn in beide landen geen besmette dieren meer aangetroffen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c873b95e-514b-40f7-9ed9-1f058518683a/full_width_koe-rund-vaccinatie-european-union-2018.jpg</image>
                                        <content>Mond-en-klauwzeer is een uiterst besmettelijke virusziekte die grote schade kan aanrichten aan een veestapel. De laatste gevallen in ons land dateren van de jaren ‘70, maar zoals de situatie in Oost-Europa aantoont, kan één besmetting snel spreiden naar wijdere gebieden. De eerste MKZ-uitbraak werd vastgesteld op 6 maart in Hongarije. Het virus verspreidde zich naar in totaal vijf rundveebedrijven, waarvan het laatste op 17 april in Hongarije. De besmettingen gebeurden in het grensgebied met Slowakije, en dus werd ook daar het eerste bedrijf op 20 maart besmet. In totaal zijn er in Slowakije zes bedrijven besmet geraakt, waarvan het laatste op 4 april.Geen symptomen, toch besmettelijkMKZ is massaal aanwezig in het vocht uit de aften, alsook in speeksel, melk, sperma, urine, feces en de lucht die een besmet dier uitademt. Het virus wordt ook aangetroffen in het vlees. Dragers van het virus zijn besmettelijk nog voor ze symptomen vertonen, wat het extra moeilijk maakt om deze ziekte in te dijken.De respons in Hongarije en Slovakije was ook best opmerkelijk te noemen. In april suggereerden de landbouwministers van beide landen dat deze nieuwe uitbraak te wijten was aan bioterrorisme, maar dat is nooit bewezen. Lokale experts vonden deze hypothese zeer onwaarschijnlijk. Massale afmakingen en staalnamesOmdat het virus zich zo makkelijk verspreidt, hebben beide landen drastische maatregelen genomen om het virus in te perken. Zo is er in Hongarije een bedrijf met 10.000 varkens preventief geruimd. In beide landen zijn stalen genomen van tienduizenden landbouwdieren en duizenden wilde dieren. Sinds april zijn er geen positieve gevallen meer aangetroffen en durft men dus eindelijk stellen dat het virus weer verdwenen is.Goed nieuws voor de Oost-Europese veehouders, want de Europese Unie heeft op 6 juni dus ook alle beperkende maatregelen opgeheven. De wereldmarkt blijft echter nog deels op slot. Eind juli kunnen Hongarije en Slowakije opnieuw de officiële MKZ-vrije status aanvragen bij de Wereldorganisatie voor Diergezondheid. Nadien kan men onderhandelen om de export naar derde landen te herstarten.</content>
            
            <updated>2025-06-11T16:09:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Achter de schermen van de aardappelcrash: NEPG legt uit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/achter-de-schermen-van-de-aardappelcrash-nepg-legt-uit" />
            <id>https://vilt.be/57504</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Waarom kelderden de aardappelprijzen zo dramatisch de laatste maanden? Veel aardappeltelers blijven zich die vraag stellen. Eind februari stond de producentenprijs nog op 30 euro per 100 kilogram, vandaag blijft daar amper vijf euro van over. De Noordwest-Europese federatie van aardappeltelers (NEPG) schetst hoe een reeks factoren deze storm veroorzaakte op de aardappelmarkt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="akkerbouw" />
                        <category term="friet" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cc37e8d1-0fbf-4177-a3fc-b92ae42c08c7/full_width_agristo-aardappelverwerking.jpg</image>
                                        <content>ExportproblemenDe eerste barst was reeds vorig jaar op te merken in de exportmarkt. De uitvoer van diepvriesfrieten en andere aardappelproducten begon toen te vertragen. De handel in verwerkte producten uit de vier grote EU-aardappellanden (België, Duitsland, Frankrijk en Nederland) daalde in 2024 met 1,8 procent ten opzichte van het jaar ervoor. “Een historische daling, als de covid-crisis buiten beschouwing wordt gelaten”, aldus NEPG. De verbluffende opmars van China en India laat zich daarbij steeds sterker voelen. In vijf jaar tijd is hun export maar liefst vertienvoudigd, wat de concurrentiedruk op de Aziatische markten fors vergroot.Stijgende productiekosten droegen stevig bij aan de toenemende concurrentiedruk, niet alleen op de Aziatische markt. Zo bleken Europese diepvrieschips plots duurder dan het aanbod uit landen als Canada, China, India of andere nieuwkomers in de sector. Voornamelijk hogere energie- en vrachtkosten voor de lange transportroutes zijn hier de oorzaak van. “Telers krijgen bovendien steeds strengere milieuregels en maatschappelijke verwachtingen opgelegd rond gewasbescherming, bemesting en watergebruik, veel meer dan hun collega’s buiten Europa”, aldus NEPG.Daarbovenop kwam nog een geopolitieke tegenvaller. De economische onzekerheid die de Amerikaanse president veroorzaakte, verzwakte de Amerikaanse dollar en maakte Europese producten duurder. In combinatie met de aangekondigde tarieven viel de Europese export naar de Verenigde Staten deels of zelfs volledig stil. KwaliteitsproblemenEen tweede barst in de marktprijs volgde na de oogst van dit seizoen. Foute teeltkeuzes brachten de kwaliteit van de aardappelproducten onder druk. Door een tekort aan kwalitatief pootgoed leverden sommige verwerkers variëteiten aan boeren die normaal voor andere exportmarkten bestemd zijn. Dit leidde tot heel wat kwaliteitsproblemen met bijvoorbeeld frietjes met wisselende tinten, een teken dat verschillende rassen gemengd zijn verwerkt. De frieten van mindere kwaliteit bemoeilijkten de verkoop en droegen bij tot de prijsval. Overschatte verwachtingenOok aan de aanbodszijde begon het succesverhaal van de aardappelteelt dit jaar te wankelen. De voorbije jaren groeide de aardappel uit tot het economische topgewas. De zeer hoge prijzen op de vrije markt aan het einde van het voorjaar van 2023 en 2024, wekten uiteindelijk de indruk dat lage prijzen tot het verleden behoorden. Gestuwd door de succesverhalen en de voortdurende schaalvergroting van de verwerkers, sprongen heel wat boeren mee op de kar waardoor het aardappelareaal gevoelig toenam. “De verwachting dat de lage prijzen achter de rug waren, bleek echter fout ingeschat”, aldus NEPG. “Heel wat producenten zijn in die val getrapt.”Vroege teelt en weersinvloedenTot slot speelde ook het teelt- en weersverloop een rol in de crash volgens NEPG. Door een historisch vroege aanplant kwam het besef bij veel handelaren en verwerkers dat de nieuwe oogst sneller op de markt zou komen dan gebruikelijk, terwijl veel oude aardappelen nog in de opslagloodsen lagen. Deze marktsituatie duwde de prijzen verder naar beneden.Regenval in april en mei, al bleef die beperkt, heeft ook het tijdelijk schrikbeeld van ernstige droogte weggenomen en hielp opkomende aardappelen zich zeer snel te ontwikkelen. Dit verhinderde op zijn beurt dat de prijzen zich eerder stabiliseerden of weer begonnen te stijgen. Telers moeten rekening houden met de grenzen van de teelt, de overheid zal anders ingrijpen met nog meer wetgeving Voorzichtigheid geboden“De markt voor verwerkte aardappelproducten blijft groeien, maar wordt tegelijk steeds competitiever en fragieler”, concludeert NEPG. “Nieuwe spelers uit alle hoeken van de wereld betreden het speelveld, terwijl Europese telers en verwerkers hun positie onder druk zien staan.” Volgens NEPG is samenwerking binnen de Europese aardappelketen dan ook cruciaal om sterker te staan in deze wereldwijde concurrentiestrijd.Ook voor telers geeft de federatie nog een boodschap mee: “Weest niet blind zijn voor de grenzen van de teelt. Houd hier rekening mee vooraleer overheden ingrijpen met nog meer beperkingen en wetgeving. Velen overschatten de winstgevendheid van de aardappelteelt op lange termijn. Voorzichtigheid blijft geboden, ook al zijn er economisch aantrekkelijke alternatieven schaars.”</content>
            
            <updated>2025-06-13T19:12:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Podcast met PreventAgri over veiligheid en gezondheid in de sector]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/-26" />
            <id>https://vilt.be/57505</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De land- en tuinbouwsector telt heel wat risico’s. Van stalbranden tot langdurige gezondheidsproblemen en ongevallen met zware machines. Volgens Mieke Sevenans van PreventAgri is preventie dan ook geen luxe, maar een noodzaak. De beroepsorganisatie van preventieadviseurs (Prebes) nodigde haar uit voor de podcastreeks 'SafetyTalk'.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Ongeval" />
                        <category term="mentaal welbevinden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3372e25d-ca56-464a-84ff-f37b6af4acda/full_width_vuur-brand.jpg</image>
                                        <content>In de podcast legt Sevenans uit voor welke gevaren bedrijfsleiders alert moeten zijn en welke uitdagingen ze als preventieadviseur tegenkomt. Zo zijn veel landbouwers zich onvoldoende bewust van bepaalde gevaren omdat hun bedrijf vaak al generaties lang op dezelfde manier werkt. &quot;Veel gebeurt nog omdat het altijd zo gegaan is,&quot; stelt Sevenans. Ook seizoensarbeiders vormen een uitdaging omdat ze maar voor een zeer kortstondige periode op het bedrijf blijven.Sevenans streeft naar een evenwicht tussen regelgeving en de dagelijkse realiteit op het terrein. Wetgeving zonder oog voor de menselijke factor werkt volgens haar zelden motiverend. Daarom probeert ze boeren en tuinaannemers steeds te benaderen als mens met reële zorgen en uitdagingen, niet enkel als schakel in een wettelijk kader. &quot;Alleen zo kan de veiligheid in de sector echt vooruitgaan.&quot;Beluister de podcastaflevering op Spotify of hieronder op YouTube.</content>
            
            <updated>2025-06-12T18:06:04+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Bio groeit pas echt als ook de logistiek verduurzaamt"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bio-groeit-pas-echt-als-ook-de-logistiek-verduurzaamt" />
            <id>https://vilt.be/57506</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wil de biosector echt groeien in Vlaanderen, dan zal er meer verkocht moeten worden via de supermarkt. Maar groeien betekent ook grotere hoeveelheden en een heel andere logistiek. Vandaag is die logistiek evenwel een verhaal van heel veel plastic, veel afval en vele transportkilometers. In een opiniestuk dringt bioboer en landbouweconoom Bavo Verwimp er bij de transportsector op aan om gangbare patronen te doorbreken om van bio een duurzaam en logisch verhaal te maken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0dca5de4-b09a-4a2a-863d-1c74ab434c93/full_width_bavo-verwimp-kijfelaar-recent.jpg</image>
                                        <content>We hebben pas de Week van de Korte Keten achter de rug en daar is de Bioweek al. Zouden consumenten zich echt laten leiden door zo’n acties? Of is dat spielerei met subsidies van de overheid? Vast staat dat Vlaanderen ver achterna hinkt als het gaat over bio. In 2020 was meer dan 9% van het areaal in Europa biologisch bewerkt, in Vlaanderen is dat nog amper 1,6 procent. In Wallonië wordt ruim 12 procent van de landbouwgrond gebruikt door bioboeren. &amp;nbsp;Grasland in de Ardennen omvormen tot een bioweide is natuurlijk minder ingrijpend dan een intensief bewerkte akker. Maar niemand twijfelt eraan dat er voor Vlaanderen nog een heel parcours openligt. Want er is een markt voor bio. En dus moeten we groeien.&amp;nbsp;  Als de biosector wil groeien, dan zal er meer verkocht moeten worden via de supermarkt. De vraag is welke prijs de biosector daarvoor moet betalen Een groot deel van de biologische producten wordt vandaag nog verhandeld in de korte keten. Dat zijn hoevewinkels, zelfoogstboerderijen, online platforms gelinkt aan voedselhubs enzovoort. &amp;nbsp;Maar als de biosector wil groeien, dan zal er meer verkocht moeten worden via de supermarkt. En dan komen uiteraard ook de grootkeukens in beeld, in de eerste plaats bij de overheid. Want die moet het goede voorbeeld geven. Er zijn ook meer en meer keukens die weten dat gezonde voeding enorm belangrijk is voor het welzijn van patiënten, bewoners van bejaardenhuizen en dergelijke. Heel wat potentieel dus om te groeien.&amp;nbsp;&amp;nbsp;De vraag is welke prijs de biosector daarvoor moet betalen. Want groeien, betekent uiteraard ook grotere hoeveelheden en een heel andere logistiek. En daar schort er toch nog één en ander. &amp;nbsp;In de korte keten is de logistiek misschien niet altijd even efficiënt. In de langere keten is dat op het eerste zicht beter georganiseerd. Maar wie achter de schermen mee kijkt, weet dat die lange keten verslaafd is aan plastic verpakkingsmateriaal, eenmalig gebruikte kartonnen dozen en houten kistjes. Tot nu toe zijn we heel streng als het gaat over bio op de boerderij. En dat is terecht. Maar éénmaal we de boerderij achterlaten, mag bijna alles Ook groenten en fruit die in bulk verkocht worden, worden getransporteerd op paletten en karretjes die voor de zekerheid nog eens gewikkeld worden met meterslange folie. Zelfs lege kisten worden soms ingepakt in een folie, omdat die anders voor problemen zorgen op de grote vrachtwagen. Op zich lijkt dat allemaal heel onschuldig, tot je die berg afval ziet liggen.&amp;nbsp;Het klopt dat transport van groenten en fruit een delicaat verhaal is. Want elke klant wil zijn appel of tomaat zien arriveren zonder deuk of vlekje. Dat is niet eenvoudig op te lossen. Maar zijn we vergeten hoe moeilijk en complex het is om die appel en tomaat op een biologische manier te telen? &amp;nbsp;Zolang we op de boerderij zijn, bij de producent, kunnen we niet streng genoeg zijn. Bioboeren breken dagelijks het hoofd om die bioproducten te produceren, zonder dat ze belaagd worden door insecten, schimmels of woekerend onkruid. Na tientallen jaren ervaring in de praktijk en gericht onderzoek, zijn we daar al een heel eind mee gevorderd. Maar wie denkt dat het ondertussen makkelijk is om bio te telen, vergist zich faliekant.&amp;nbsp; Mogen we dan van de transportsector ook niet verwachten dat zij de gangbare patronen doorbreekt? Moet er daar ook niet dringend gezocht worden naar vervoer met veel minder plastic en ander afval? We hebben daar nog een lange weg af te leggen, voordat we kunnen spreken van een duurzame groei van de biosector.&amp;nbsp;Tot nu toe zijn we heel streng als het gaat over bio op de boerderij. En dat is terecht. Maar éénmaal we de boerderij achterlaten, mag bijna alles. Het is tijd om de biowetgeving uit te breiden en ervoor te zorgen dat producten hun label kunnen verliezen als ze voor te veel ballast zorgen. Dat wordt even wennen.&amp;nbsp; We doen enkele concrete voorstellen. Om plastic afval in de biosector te verminderen, stellen we voor dat groenten of fruit die individueel verpakt worden in niet-composteerbaar plastic, automatisch hun biologo verliezen. Gedaan met de biokomkommer in plastic.&amp;nbsp;Voorstanders van individueel verpakte groenten, benadrukken vaak dat dit positief is voor de bewaarheid. En dat is ongetwijfeld waar, zeker in de lange keten en bij transport over grote afstand. Maar het is een kwestie van prioriteiten: kiezen voor&amp;nbsp;een komkommer die soms iets minder knapperig is of steeds meer plastic gebruiken.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Wat nog eenvoudiger op te lossen is, zijn de individuele klevertjes op fruit zoals bananen en appelen. Dat is een gangbare vorm van marketing, die niet thuishoort in de biosector. Want al die klevertjes, komen vaak terecht op de composthoop. Microplastics liggen op de loer.&amp;nbsp;Een andere eenvoudig toe te passen maatregel is het vermijden van vliegtuigtransport. Groenten of fruit die met het vliegtuig vervoerd worden, verliezen automatisch hun biologo. Logisch toch?&amp;nbsp;Blijkbaar niet. Ook in de Bioweek worden daar nauwelijks vragen over gesteld. Want dat is niet goed voor de groei in de sector. Jammer, want bio kan ook logisch zijn. Maar daar is af en toe wat lef voor nodig. Misschien dus toch nog niet zo slecht dat de Week van de Korte Keten in de buurt zit van de Bioweek. Om over na te denken.&amp;nbsp; Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteur:Bavo Verwimp is landbouweconoom en runt bioboerderij De Kijfelaar in Noorderwijk.</content>
            
            <updated>2025-06-12T12:03:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Apache plaatst vraagtekens bij CO2-uitstoot van ethaankraker Ineos]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/apache-achterhaalt-verborgen-co2-uitstoot-van-ethaankraker-ineos-tien-keer-meer-dan-gecommuniceerd" />
            <id>https://vilt.be/57507</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De ethaankraker die Ineos bouwt in Antwerpen zal uiteindelijk een pak meer CO2-uitstoot veroorzaken dan de directe emissies waarover het bedrijf zelf communiceert. Dat schrijft Apache op basis van een LCA-analyse van Thomas Goorden die daarvoor middelen kreeg van het Fonds Pascal Decroos dat onderzoeksjournalistiek ondersteunt. Volgens Apache is er ook nog heel wat CO2-uitstoot elders in de wereld die moet meegenomen worden. De omgevingsvergunning van de ethaankraker van Ineos werd in volle stikstofcrisis goedgekeurd, wat voor de nodige verontwaardiging zorgde bij de landbouwsector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="Ineos" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/58061eca-5ee9-4a76-9c8d-ed91731e8700/full_width_ineos-ineos.jpg</image>
                                        <content>Levenscyclusanalyse gaat verder dan lokale uitstootHet inschatten van de volledige klimaatimpact van Ineos&#039; Project One. Dat was de voornaamste bedoeling van het onderzoek van Apache. Bij een levenscyclusanalyse (LCA) wordt alle uitstoot van grondstoffen tot afgewerkt product in rekening gebracht. Bij de ethaankraker zou daarom de CO2-uitstoot van het schalieveld tot de verbrandingsoven in rekening moeten gebracht worden. Alles samengenomen schat Apache dat er op die manier gemiddeld minstens zes miljoen CO2 per jaar vrijkomt. Dat is zowat tien keer zoveel als Ineos communiceert voor de directe emissies van de ethaankraker (655.000 ton CO2 per jaar).&amp;nbsp;Eerst en vooral is er de verwerking van schaliegas in de Verenigde Staten. Daarnaast draagt ook het vloeibaar maken van ethaan in hoge mate bij aan de uitstoot van bijkomende broeikasgassen. Maar, zo schrijft Apache, het is vooral het trans-Atlantische transport via zeeschepen dat zwaar doorweegt bij de eindafrekening. &quot;Wanneer het ethaan in Antwerpen aankomt, staat de teller al op minstens 1,3 miljoen ton CO2 per jaar.&quot;Tot slot wordt de koolstof uit het ethaan slechts tijdelijk vastgelegd in kunststoffen. &quot;Het grootste deel van het plastic belandt binnen enkele jaren in een verbrandingsoven, ondanks een gemiddeld recyclingpercentage van 20 procent&quot;, klinkt het nog. &quot;Ons model houdt rekening met de verschillende soorten kunststoffen, de gemiddelde levensduur van plastictoepassingen en de gemiddelde recyclagegraad.&quot;&amp;nbsp; Beroepsprocedure verlegt focus van stikstof naar klimaatimpactDat Ineos niet alles in rekening zou brengen, is meteen ook het juridisch kernargument in het vierde beroep tegen de kraker. &quot;In het verleden zijn er een aantal aspecten van de kraker nooit beoordeeld omdat de focus enkel op de lokale uitstoot lag&quot;, liet de Bond Beter Leefmilieu (BBL) eerder optekenen. &quot;Nu kijken we meer naar de impact op het klimaat doorheen de hele waardeketen van plastics.&quot; Begin dit jaar tekende een dozijn milieuorganisaties voor de vierde keer beroep aan tegen de kraker, die ondertussen bijna is afgewerkt. Eind dit jaar beginnen de eerste testen in Antwerpen.&amp;nbsp;In plaats van zich zorgen te maken over de depositie van stikstof in de Benelux, verschoven de klimaatbewegingen met andere woorden de aandacht naar de vervuiling van de industrie op zich. &quot;Zo kan de rechter naar het brede plaatje kijken&quot;, aldus nog de BBL. &quot;De lokale uitstoot maakt niet zoveel uit, de grote boosdoener is de complete keten van plastics.&quot; Het zal aan de rechter zijn om daar uiteindelijk een oordeel over te vellen.&amp;nbsp; Landbouwers hekelen verschil in vergunningverleningHoewel deze levenscyclusanalyse van Apache niet zozeer iets te maken heeft met de lokale stikstofdepositie van de kraker, leeft er ook al jaren onvrede bij landbouwers over de manier waarop Ineos zijn omgevingsvergunning in de wacht heeft gesleept. Waar de veehouderij sinds het uitbreken van de stikstofcrisis in 2021 nauwelijks nog op vergunningen kon rekenen omwille van de stikstofuitstoot, stelde de Vlaamse regering wel alles in het werk om de vergunning voor Ineos veilig te stellen.Niet alleen de landbouworganisaties spraken van twee maten en twee gewichten. Ook organisaties als Climaxi en Greenpeace stoorden zich aan de ongelijke behandeling. “Je kan als overheid niet tegelijkertijd aan landbouwers vragen om serieuze inspanningen te leveren voor het klimaat en natuur en aan industriële vervuilers als Ineos vrijkaarten blijven uitdelen”, klonk onder meer het verwijt eind juli 2024 toen toenmalig minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) op eigen houtje een hernieuwde omgevingsvergunning afleverde voor de ethaankraker.</content>
            
            <updated>2025-06-12T16:36:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Biobestedingen nemen toe in Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/biobestedingen-nemen-toe-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/57508</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De bioconsumptie in Vlaanderen zit in de lift. Vorig jaar werd er voor 601 miljoen euro besteed aan biologische producten, een stijging van 8,6 procent ten opzichte van 2023. Het marktaandeel van de biologische versproducten zit ook in stijgende lijn en lag in 2024 op 5,3 procent. Dat blijkt uit een rapport van VLAM dat tijdens de Bioweek gepubliceerd werd. Opvallend is wel dat de Brusselaar (147 euro) en de Waal (141 euro) aanzienlijk meer spenderen aan bioproducten dan de Vlaming (90 euro per jaar).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/078c291b-8ef9-4b7c-a26a-5234a9e0c67d/full_width_biologischelandbouwbiolandbouwsupermarkt-copyrightvlamallesoverbio.jpg</image>
                                        <content>In 2024 lagen de biobestedingen van Vlamingen op 601 miljoen, tegenover 554 miljoen in 2023. De bioversmarkt (zuivel, eieren, vlees, vis, gevogelte, vleeswaren, brood, aardappelen, fruit en groenten) is in Vlaanderen goed voor 310 miljoen euro, oftewel ruim de helft van de totale Vlaamse biobestedingen. Dit aandeel is groeiend. In 2016 was het aandeel van de bioversmarkt slechts 37% van de totale biomarkt.Dit alles blijkt uit een analyse door marktonderzoekbureau YouGov in opdracht van Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). Het rapport werd gepubliceerd naar aanleiding van de Bioweek die liep van&amp;nbsp;7 tot 15 juni. Met deze promoweek, die met diverse&amp;nbsp;promo-campagnes gepaard gaat, wil VLAM de bekendheid van biologische landbouwproducten vergroten en de consumptie verder aanwakkeren. Aankoopfrequentie terug in stijgende lijnDat de Vlaming bekend is met biologisch, blijkt ook uit de zogenaamde “biopenetratie”. Deze blijft in Vlaanderen stabiel op het hoge niveau van 97 procent. Dit wil zeggen dat 97 op 100 Vlaamse huishoudens wel eens een bioproduct kopen. De aankoopfrequentie van bio, die jaar na jaar stijgt, daalde in 2022 maar pikte in 2024 de stijgende trend weer op. De Vlaming kocht in 2024 gemiddeld 28,3 keer bio. &amp;nbsp;Het marktaandeel van de biologische versproducten in Vlaanderen zit in stijgende lijn. In 2024 kwamen we uit op een aandeel van 5,3 procent. Dit marktaandeel verschilt wel sterk van product tot product. De bio-eieren (9,4%) en de plantaardige biovleesalternatieven (9,3%) hebben het hoogste marktaandeel. De agf-categorie (aardappelen, groenten en fruit) heeft ook een hoger bio-aandeel dan gemiddeld, namelijk 6,3 procent voor groenten en 5,8 procent voor zowel fruit als aardappelen. Vlees komt op een bioaandeel van 5,3 procent, gevogelte op 4,5 procent en vleeswaren op 3,0 procent. De plantaardige zuivelalternatieven, met een bio-aandeel van 2,8 procent, en zuivel, met een bio-aandeel van 2,7 procent, zitten in een dalende trend. Groente en fruit in de lift, zuivel daaltBiologische groenten en fruit zijn stabiele groeiers wat het aangekocht volume betreft. Biofruit is goed voor een volume van 2,4 kilo per capita, groenten 2,3 kilo en aardappelen 1 kilo. Biozuivel daalt van 2,2 kilo per capita in 2016 naar 1,8 kilo in 2024. In 2024 kocht de Vlaming gemiddeld 4,5 bio-eieren. De biologische plantaardige alternatieven voor vlees en zuivel blijven ook beperkt in volume per capita en vertonen een stabiele tendens, zo blijkt uit het VLAM-rapport.Welvaartsniveau bepaalt bioaankopenVLAM bracht het profiel van de biokoper in kaart. Gepensioneerden uit de hogere sociale klasse en singles zijn verhoudingsgewijs de grootste biokopers. In absolute cijfers zijn gezinnen met kinderen en de gepensioneerden uit de hogere sociale klasse de belangrijkste groep biokopers. Samen zijn zij verantwoordelijk voor 46 procent van de biobestedingen terwijl ze slechts 38 procent van de bevolking uitmaken. De gezinnen met kinderen uit de lagere sociale klasse hebben het laagste bio-aandeel (2,4%). Deze bevolkingsgroep zag haar bio-aandeel tot 2021 wel groeien. “De introductie en de uitbouw van een aantal biocategorieën bij de harddiscounters liggen hier aan de basis. In 2022 en 2023 stagneerde het bio-aandeel bij deze groep als gevolg van de hoge inflatie. In 2024 zien we bij deze groep opnieuw een groei van het bio-aandeel”, aldus VLAM.De klassieke supermarkt is het grootste biokanaal, met een marktaandeel van 42 procent. Het gespecialiseerde kanaal (zoals de bakker, slager, natuurvoedingswinkel en overige algemene voedingswinkels waaronder Bio-Planet) komt op de tweede plaats met een aandeel van 32 procent. De buurtsupermarkt blijft het op twee na belangrijkste kanaal voor biovoeding met 9 procent marktaandeel vóór hard discounters Aldi en Lidl (6% marktaandeel).De rechtstreekse verkoop op de hoeve, de boerenmarkt en de openbare markt zijn kleinere biokanalen in vergelijking met de supermarkten maar het bio-aandeel ligt er wel hoger. De hoevewinkel en de boerenmarkt zijn de kanalen met het hoogste bio-aandeel. Eén product op drie dat er verkocht wordt, is van biologische kwaliteit. Bij de harddiscounters vinden we relatief het minst biologische producten terug. Slechts 1,3 procent is hier van biokwaliteit en dit aandeel stijgt amper.Waal en Brusselaar eten meer biologischNet zoals bij vorige onderzoeken blijkt de bioconsumptie in Vlaanderen wel lager te liggen dan in de anderen gewesten. De Vlaming spendeerde gemiddeld 90 euro per capita aan bioproducten in 2024. De Brusselaar en de Waal trok daarentegen respectievelijk 147 euro en 141 euro uit.</content>
            
            <updated>2025-06-13T18:29:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Blue Deal mist concrete doelen en financiering]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/blue-deal-mist-concrete-doelen-en-financiering" />
            <id>https://vilt.be/57509</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De doelen van de Blue Deal moeten concreter zijn en de aanpak krachtdadiger. Dat stellen de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij (SALV), de Minaraad en de SERV na hun analyse van het ontwerpplan. Volgens hen zijn ook de beschikbare middelen ontoereikend voor het ambitieniveau en de uitdagingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b80b9fbf-2912-44fd-b471-90a104c0c2a2/full_width_natuurwater.jpg</image>
                                        <content>Om waterschaarste en droogte aan te pakken lanceerde de vorige Vlaamse regering in 2020 de Blue Deal. Sinds 2023 is die wettelijk verankerd, waardoor elke nieuwe Vlaamse regering verplicht is zo’n plan op te maken. Daarin moeten telkens de doelstellingen, financiering, beleidslijnen en maatregelen staan om zowel de waterkwaliteit als de waterzekerheid te versterken. Ook moeten de verbanden met andere beleidsdomeinen in kaart worden gebracht. &quot;De opmaak van een Blue Deal is een grote uitdaging want de inhoudelijke reikwijdte is zeer breed, en de koppeling tussen de verschillende doelen, instrumenten en financiering zijn veelvuldig en complex”, aldus de adviesraden. “De urgentie van de problemen maakt dat ook de verwachtingen hoog zijn.”Te veel vage bewoordingenEn die verwachtingen worden in de voorlopige ontwerpnota niet helemaal ingelost voor de drie adviesraden. Zo moet volgens hen het motiverend en mobiliserend karakter veel sterker worden. “De aanpak van de problemen vraagt meer krachtdadigheid, waarbij stakeholders worden gemotiveerd en gemobiliseerd om samen vooruitgang te boeken”, klinkt het. “Het ontwerp bevat op te veel plaatsen vage bewoordingen.”Zo kan het volgens de raden concreter op vlak van langetermijnvisie, budgetten, doelstellingen en garanties dat die ook gehaald kunnen worden. “Bij het bepalen van de doelstellingen moeten de effecten van het toekomstig beleid correct ingeschat worden en dienen de onzekerheden rond data, aannames en modellen transparant te zijn”, schrijft SALV. &amp;nbsp;Verder moeten ook de maatregelen veel concreter doorgewerkt worden naar effectieve beleidsinstrumenten, in alle sectoren. “Een goede onderbouwing van het nodige beleid zorgt ervoor dat de maatregelen juridisch sterk en haalbaar zijn”, luidt het. Meer ambitie gevraagdNaast duidelijkheid vragen de adviesraden ook meer ambitie op vlak van waterzekerheid. “De risico’s van droogte en overstromingen moeten omlaag”, klinkt het. Momenteel is Vlaanderen bezig om vergunningprocedures te vereenvoudigen. De drie raden bevelen aan om daarbij ook te bekijken hoe maatregelen rond klimaatadaptatie en waterzekerheid vereenvoudigd kunnen worden.“We verwelkomen alvast ook de inspanningen om de waternoden van onder meer de landbouwsector beter in beeld te brengen”, aldus SALV. “Maar we herhalen met aandrang om uiteindelijk te komen tot een overkoepelend Vlaams strategisch plan waterbevoorrading. Zo’n plan moet zowel de waterbronnen als noden van alle sectoren omvatten. Dit moet afgestemde oplossingen voor de watervraag mogelijk maken.” De uitgangspunten moeten &#039;haalbaar’, ‘betaalbaar’ en ‘billijk’ zijn Onvoldoende middelenDe adviesraden stellen duidelijk dat de financiering onvoldoende is: “Het ambitieniveau is enkel haalbaar met de nodige middelen en effectieve maatregelen. De overheidsmiddelen die nu vooropgesteld worden zijn ontoereikend voor de grote uitdagingen. In globo gaat het om 285 miljoen euro over heel de legislatuur.” Zeker de komende jaren zouden de budgetten voor de Blue Deal zeer beperkt zijn. “Problematisch”, zeggen de adviesraden, want niets doen zal uiteindelijk meer kosten dan actie ondernemen.De raden geven enkele aanbevelingen om efficiënter om te gaan met de beschikbare middelen. “Dat moet transparanter en efficiënter gebeuren over beleidsgrenzen heen zodat gebiedsgerichte werking écht mogelijk wordt. De verkokering van de budgetten nu maakt het moeilijk om geïntegreerd en samenhangend te werken.”Verder laten de adviesraden weten dat de uitgangspunten naast haalbaar, ook betaalbaar en billijk moeten zijn. De bezorgdheid rond betaalbaarheid verdient volgens de raden enige objectivering door voor een reeks maatregelen zowel de kosten, baten als mogelijke financieringsbronnen nader in beeld te brengen.Tot slot pennen de Minaraad, de SERV en SALV in hun rapport diverse aanbevelingen neer om te komen tot betere koppelkansen met andere beleidsdomeinen zoals ruimte, industrie, natuur en landbouw. Koppelkansen met landbouwOm de koppelkansen met landbouw te maximaliseren, pleiten de adviesraden ervoor om nog meer gebruik te maken van de mogelijkheden binnen het GLB. Ook zouden er diverse verdienmodellen in de landbouw ontwikkeld moeten worden die de waterdoelen helpen realiseren. Ze verwijzen daarbij naar voorbeelden zoals vergoedingen voor ecosysteemdiensten en verdienmodellen rond paludicultuur (natte landbouw, red.) en koolstoflandbouw.In hun advies benadrukken ze ook het belang van een gezonde bodem voor het welslagen van het waterbeleid. Daarnaast kunnen ook maatregelen uit de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en het Mestactieplan (MAP) waardevolle bijdragen leveren. Een geïntegreerd beleid dat concrete stappen vooruitzet is dan ook cruciaal volgens de raden om de doelen te realiseren.</content>
            
            <updated>2025-06-12T17:29:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse varkenshouder wint Ivan Tolpe Prijs met slimme mestaanpak en biogasproductie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/varkenshouder-sleept-ivan-tolpe-prijs-in-de-wacht-met-innovatief-stalsysteem-in-combinatie-met-biovergisting" />
            <id>https://vilt.be/57510</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Varkenshouderij Hanssens-Mostaert uit Wijtschate heeft samen met Biolectric en stalbouwer Vermeulen NV de Ivan Tolpe Innovatieprijs 2025 gewonnen. Met een geïntegreerd stalsysteem en pocketvergister pakken zij mestvervuiling aan bij de bron én zetten die om in groene energie. De prijs is een erkenning van het Vlaams Coördinatiecentrum voor Mestverwerking (VCM) en bekroont grensverleggende oplossingen in de mestverwerking.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/70890c5b-f47b-47f5-b960-70db63b2540d/full_width_ivan-tolpe-2025.jpeg</image>
                                        <content>Slimme combinatie van staltechniek en vergistingDe jury verkoos het systeem van Hanssens boven één andere genomineerde. Het winnende project combineert het VeDoWS-stalsysteem (Vermeulen Dobbelaere Welfare System) met een Biolectric pocketvergister. De innovatieve stal is voorzien van een hellende vloer en een afvoergoot die urine en vaste mest van elkaar scheidt. De dikke fractie wordt vervolgens via een mestschuif verwijderd. Het systeem wordt voornamelijk toepast in de varkenshouderij en zorgt ervoor dat mest en urine aan de bron gescheiden worden.De tweede techniek die op het gemengde melkvee en varkensbedrijf gebruikt wordt, is een installatie van Biolectric voor de productie van biogas via de vergisting van de dikke fractie. Dit biogas wordt dan op het bedrijf gebruikt via een WKK-generator voor de productie van elektriciteit en warmte die maximaal benut worden op het bedrijf zelf.Drie vliegen in een klapHet stalsysteem zorgt voor een beter stalklimaat, vermindert de stikstofemissie door urine en dikke fractie van elkaar te scheiden en houdt de mest vers voor de vergisting. &quot;Hoe verser de mest, hoe hoger het biogaspotentieel&quot;, laat Biolectric weten.Het systeem draait al bijna vijf jaar op het bedrijf van Hanssens. Zo wekte hij uit de mest van zo’n 1.800 vleesvarkens en 120 melkkoeien inmiddels al meer dan 1 miljoen kWh groene energie op. “Eén van de grote voordelen van de biogastechnologie is dat de energie lokaal kan worden opgeslagen en kan worden omgezet op momenten waarop ze het meeste waarde heeft. De mest fungeert zo als een grote batterij”, klinkt het bij VCM.Het platform voor mestverwerking sprak van het &quot;varkensbedrijf van de toekomst&quot; bij de uitreiking van de prijs op de VCM-ledenvergadering. Zaakvoerder Bert Hanssens reageert enthousiast en benadrukt de praktijkwaarde van zijn systeem: “We zijn trots dat ons bedrijf deel uitmaakt van een oplossing die écht werkt en ook economisch rendabel is voor de varkenshouder.”Mestrobot uit Spanje grijpt naast prijsDe tweede finalist, de ‘AGV Sucker’ van het Spaanse Segalés Group, stelde een autonome mestrobot voor die mest uit de kelder frequent en automatisch afvoert. Het systeem verhoogt de biogasopbrengst en bemestingswaarde van mest. Ondanks de innovatieve insteek viel het project buiten de prijzen. Buitenlandse inzendingen mogen sinds vier edities meedingen, mits hun technologie toepasbaar is binnen de Vlaamse context.Masterthesis benoemt onzekerheid over wetgevingTijdens deze zesde editie van de Ivan Tolpe Prijs werd voor het eerst ook een studentenprijs uitgereikt. Die ging naar Luca Dykmans, masterstudent milieutechnologie aan de Universiteit Antwerpen. In haar masterthesis onderzocht ze de problemen van stikstof- (N) en fosforverliezen (P) uit mest als economisch en milieuprobleem. Grote verliezen aan nutriënten leiden tot eutrofiëring, bodemdegradatie en broeikasgasemissie. Daarnaast is de Europese landbouw erg afhankelijk van de import van kunstmeststoffen. “Dit heeft tot gevolg dat nutriëntenrecuperatie een cruciale stap is richting zelfvoorziening”, aldus VCM.Haar onderzoek focust op het verbeteren van de circulaire economie voor stikstof en fosfor. Ze onderzocht verder waarom landbouwers twijfelachtig staan tegenover het implementeren van mestverwerkingstechnologieën op hun bedrijf. Onder andere de onzekerheid in de wetgeving komt in het onderzoek naar voren als gebruiksgemak, en economische belangen. “Fluctuerende marktprijzen zorgen ervoor dat deze technologieën als hoog risico investeringen gezien worden”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-06-16T11:09:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eurocommissaris Serafin bij ILVO: “We moeten meer investeren in onderzoek, ondanks budgettaire beperkingen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eurocommisaris-serafin-bij-ilvo-we-moeten-meer-investeren-in-onderzoek-ondanks-budgettaire-beperkingen" />
            <id>https://vilt.be/57511</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoog bezoek op de terreinen van ILVO. Piotr Serafin, de eurocommissaris bevoegd voor het Europees budget, bracht donderdag een bezoek aan het onderzoeksinstituut. Serafin buigt zich mee over de volgende Europese meerjarenbegroting, met tal van budgettaire uitdagingen zoals hogere defensie-uitgaven. Landbouw is de grootste uitgavenpost voor Europa en dus leeft de vrees dat er op dit domein ernstig beknibbeld zal worden. Op de bezoekdag gaf Serafin echter mee dat Europa, ondanks de budgettaire uitdagingen, meer moet investeren in landbouwonderzoek. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ILVO" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="GLB" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d63d240d-3f2e-419d-b7d6-e4c4765743b9/full_width_serafilm-weyts-relaes-ilvo.jpg</image>
                                        <content>Samen met Vice Minister-President en Vlaams Minister voor begroting Ben Weyts ontving Joris Relaes, administrateur-generaal ILVO de tienkoppige EU-delegatie. Ook vertegenwoordigers uit de Vlaamse overheid zoals Bram Van Hecke, Patricia Declercq van het AL&amp;amp;Z , vertegenwoordigers van departement WEWIS en het lokaal bestuur van Merelbeke werden gegidst door het hart van deze onderzoeksinstelling.Voor ILVO is Europese steun cruciaal. “We maken er al een tiental jaar werk van om Europese onderzoeksmiddelen binnen te halen”, zegt Relaes. “Een beetje uit noodzaak, ook omdat de Vlaamse overheid soms een rem zet op de middelen die we krijgen.”Strijden voor een onderzoeksbeursAnders dan bij vele andere Europese budgetten, wordt Europees onderzoeksgeld niet gelijk evenredig over de lidstaten verdeeld. Of men geld krijgt of niet, hangt louter af van de sterkte van een projectvoorstel. Onderzoeksinstellingen die er niet in slagen Europa te overtuigen van het belang van hun projecten, krijgen dus ook geen geld. “De onderzoeksgelden zijn een competitief gegeven”, zegt Relaes. “ILVO heeft in 2024 80 projecten ingediend, waarvan er 35 zijn goedgekeurd. Dat is een zeer hoog slaagpercentage, wetende dat vele kennisinstellingen slechts 15 tot 20 procent van hun projecten goedgekeurd zien.” We moeten nadenken over hoe we de uitgaven van het GLB kunnen coördineren tegenover andere Europese fondsen Hoeveel geld Europa in zijn meerjarenplan zal voorzien voor landbouw en voor de post research &amp;amp; development&amp;nbsp;(R&amp;amp;D), valt af te wachten. In deze tijden van geopolitieke instabiliteit, leeft de vrees dat Europa de prioriteiten zal verschuiven, mogelijk ten koste van landbouw en daarbij horend onderzoek. Hoewel de budgetbesprekingen nog steeds open liggen, benadrukt Serafin dat Europa het belang van innovatieve landbouw blijft erkennen. Europa belooft blijvende investering in onderzoek&quot;Een belangrijk uitgangspunt voor het meerjarenplan, is hoe we de investeringen in landelijke gebieden kunnen faciliteren”, zegt Serafin. “Want het is duidelijk dat een fonds voor plattelandsontwikkeling onvoldoende is om de structurele problemen in rurale gebieden ten gronde aan te pakken. We moeten nadenken over hoe we de uitgaven van het GLB kunnen coördineren tegenover andere Europese fondsen. Die discussie is nu lopende. Ik ben heel blij dat we kunnen rekenen op commissaris Christophe Hansen, die dicht bij de boeren staat en hun bezorgdheden kent. In de eerste plaats is hij het die zal beslissen welke rol het GLB zal spelen in de meerjarenbegroting.”Serafin vindt dat niet alleen de structuur van het Europees landbouwbudget vereenvoudigd moet worden, maar ook de regels voor wie er aanspraak op wil maken. “Ook dat is een kritische vraag vanuit de landbouw. We moeten boeren helpen om te voldoen aan de milieuvereisten waarmee ze worden geconfronteerd en hun administratieve lasten verminderen.” Meer toegang voor boeren tot budgetten“We hebben al een aantal stappen genomen om de regels makkelijker te maken voor boeren en er is ook nog het vereenvoudigingspakket dat Hansen drie of vier weken geleden heeft voorgesteld”, geeft Serafin nog mee. “Maar er volgen nog extra maatregelen.&quot;De eurocommissaris ontkent echter niet dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan. “Het is waar dat de uitwerking van de volgende begroting niet eenvoudig wordt”, zegt hij. “Dat ondervinden vele overheden op het nationale niveau, en in Europa is het niet anders. Het EU-budget bestaat vooral uit bijdragen van de lidstaten en na overleg met de individuele ministers van financiën, weet ik dat er weinig rek zit op deze bijdragen.”“Toch kan ik met vrij veel zekerheid zeggen dat we ondanks de budgettaire beperkingen meer zullen moeten investeren in R&amp;amp;D”, zegt Serafin. “Dat is niet alleen mijn mening, maar het staat ook in de richtlijnen die de voorzitter van de Europese Commissie vorig jaar heeft uitgevaardigd voor het parlement.” Niet alleen klimaat is een uitdagingDe uitdagingen voor landbouwers zijn legio. “Op de middellange en lange termijn is het klimaat de grootste uitdaging voor de landbouw”, zegt Serafin. “Maar op de korte termijn weet ik dat ook de rendabiliteit van de landbouwproductie problematisch is. In Europa hebben we hoge input- en energiekosten. Dat geldt overigens voor meer dan landbouw alleen.”“Wat we vandaag hebben gezien, is alweer een mooi voorbeeld waarom het R&amp;amp;D-budget moet groeien”, zegt Serafin tot slot. “Omdat zulk onderzoek niet alleen antwoord biedt op diverse maatschappelijke noden, maar ook omdat het de Europese samenwerking bevordert. Het is logisch voor Europa om zulke projecten gezamenlijk aan te pakken, in plaats van alle knappe knoppen in Europa elk afzonderlijk te laten werken. Samenwerken is goedkoper dan dit in alle 27 lidstaten apart te organiseren.” Marktgerichte innovatiesOp de bezoekdag haalde Ben Weyts nog even aan dat de budgettaire uitdagingen inderdaad groot zijn, maar hij benadrukte wel dat Vlaanderen 3,5 procent van het bbp besteedt aan onderzoek en ontwikkeling. “Ik denk dat ons dit de meest onderzoeksintensieve regio maakt binnen Europa”, zegt Weyts. Hij ziet de ILVO-terreinen als een mooie demonstratie van het Vlaamse onderzoeksbudget in actie. Het onderzoekscentrum is naast steun van de private partners erg afhankelijk van Vlaams, federaal en Europees geld om projecten te verwezenlijken.Langs de ILVO-terreinen kregen de gasten een demonstratie van enkele van de vele lopende ILVO-projecten, die telkens gebeuren in samenwerking met private bedrijven. Relaes is een grote believer van zulke samenwerkingen. “Dankzij deze samenwerkingen werken we aan innovaties die inspelen op de werkelijke noden van de markt”, zegt aldus de ILVO-topman. Sproeidrone in actieEén zo’n project is AgriFoodTEF, een Europees initiatief dat start-ups en kmo’s helpt om slimme technologieën zoals AI, robotica en datagedreven tools sneller op de markt te brengen in de landbouw- en voedingssector.Een partner die gebruik maakt van de dienstverlening via AgriFoodTEF is dronebedrijf Agriflight. Ondernemer Arnaud Laurencin demonstreerde het gebruik van een sproeidrone met laadcapaciteit van 40 kilo.“Nieuwere modellen kunnen tot 100 kilo dragen”, zegt Laurencin. Drones zoals de zijne mogen nog niet commercieel worden ingezet vanwege de sproeiwetgeving, maar op de ILVO-terreinen kan de dronetechnologie in afwachting van wettelijke toelating op scherp worden gesteld. Nog een partner van AgriFoodTEF is Steven Van Houcke van VanHoucke Machine Engineering  uit Moorslede, die een mechanische schoffelmachine kwam voorstellen. Het zijn projecten als deze die dankzij ILVO worden mogelijk gemaakt. &quot;We fungeren als een brug tussen onderzoek en markt, de zogenaamde &quot;valley of death&quot;, zegt Marijke Hunninck van ILVO. &quot;In plaats van op papier te bewijzen dat iets werkt, helpen wij bedrijven om hun technologieën effectief te testen en valideren in realistische omstandigheden. Dat versnelt innovatie, verlaagt risico’s en vergroot het vertrouwen bij eindgebruikers.&quot;Uitgekiende onderzoeksopzet om droogte na te bootsenEen ander project dat werd voorgesteld is Hydras, in samenwerking met United Beet Seeds uit Tienen. Dit project spitst zich toe op het de droogteresistentie van gewassen. Onderzoek dat in praktijk moeilijk uit te voeren is, want een druppel regen kan de hele test letterlijk in het water laten vallen. Met behulp van geavanceerde, verplaatsbare overkappingen die vermijden dat neerslag de grond intrekt, kunnen de onderzoekers langdurige droogte simuleren.Belangrijk onderzoek, vindt ook veredelaar David Eyland van United Beet Seeds. “Veredeling spitst zich vooral toe op ziekteresistentie en verbeterde opbrengst, maar droogteresistentie is zeer moeilijk om op te testen. Voor dit onderzoek hebben we de bieten zes weken droogte laten doorstaan, wat niet ongezien is in Vlaanderen. We willen zo planten bekomen die inzetbaar zijn in gebieden die gevoelig zijn voor waterschaarste, en die toch een mooie opbrengst opleveren.” Integrale aanpakSinds 2016 zag ILVO het aantal projecten goedgekeurd voor Europese steun meer dan verdubbelen. Volgens ILVO-baas Joris Relaes is dat succes vooral te wijten aan de integrale en marktgerichte aanpak van de kennisinstelling. “We hebben hier alles op één plaats”, zegt Relaes. “240 hectare met stallen voor koeien, varkens en pluimvee. We hebben zelfs een voedingsfabriek en zijn nu bezig met de ontwikkeling van een veevoederfabriek. Dat we zoveel zaken gecentraliseerd hebben, is zeer waardevol om het onderzoek goed uit te voeren. De problemen waarmee onze maatschappij kampt zijn vaak systemische problemen zoals het klimaat met een impact op vele aspecten. We moeten die dan ook op een multidisciplinaire alomvattende manier aanpakken. En dat kan hier, van de bodem tot op het bord van de consument.”</content>
            
            <updated>2025-06-13T08:06:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw onderzoeksproject moet biologische veehouderij verzoenen met stikstofregels]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuw-onderzoeksproject-moet-biologische-veehouderij-en-stikstofregels-verzoenen" />
            <id>https://vilt.be/57512</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor biologische varkens- en pluimveehouders bestaan er vandaag nog geen erkende technieken om hun stikstofuitstoot te verlagen. Over de impact van biologische bedrijfsvoering, zoals buitenloop en meer ruimte per dier, op emissies en metingen is tot nu toe weinig bekend. Daar wil het onderzoeksproject BOWIE verandering in brengen. Boerenbond, ILVO, BioForum en het provinciale Proefbedrijf Pluimveehouderij bundelen hiervoor de krachten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="emissie" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/94262446-6913-4c8e-877c-55273da244e2/full_width_biovarkens-kobevanloovereniovbioforumvlaanderen.jpg</image>
                                        <content>Op vandaag tasten onderzoekers in het duister als het gaat over de emissies van natuurlijk geventileerde varkens- en pluimveestallen met buitenloop. Biologische en welzijnsgerichte ingrepen zoals een lagere bezettingsgraad, toegang tot buitenloop of het gebruik van traaggroeiende rassen, hebben een nog ongekende impact op de ammoniakemissies. Een geschikte meetmethodiek om dit in kaart te brengen ontbreekt immers. Zo snel mogelijk naar toepassing op praktijkbedrijvenHet nieuwe onderzoeksproject BOWIE moet deze leemte aanpakken. “We gaan geschikte meetmethodes voor ammoniakemissie ontwikkelen en valideren”, duidt Eva Brusselman, emissie-onderzoeker bij ILVO. “We zullen ons daarvoor toespitsen op twee pistes: tracergasmetingen en drone-gebaseerde sensortechnologie. De nadruk ligt op een zo snel als mogelijke toepassing bij praktijkbedrijven. Het project zal vier jaar lopen.”Daarnaast onderzoekt het project ook de invloed van bezettingsgraad en temperatuureffecten op ammoniakemissie. In overleg met de sector en stakeholders zullen een aantal veelbelovende ammoniakreducerende maatregelen worden geselecteerd voor verder onderzoek. In een later stadia van het project worden gecombineerde maatregelen getest via proeven met varkens en leghennen. ​​​Perspectief brengen voor biologische sector“Varkens- en pluimveehouders met buitenloop hebben nog geen PAS-maatregelen om op terug te vallen. De erkende technieken zijn van toepassing in bedrijven die met gesloten stalsystemen werken. Maar dus niet voor iedereen”, aldus Pieter-Jan Delbeke van Boerenbond.Biologische veehouderijen met een impactscore van één procent of lager zijn vrijgesteld van de verplichte generieke ammoniakreductie uit het stikstofdecreet. Toch valt een kleine minderheid buiten deze vrijstelling en zijn ze genoodzaakt om de veestapel in te krimpen om aan hun PAS-referentie 2030 te voldoen. Ook voor gangbare veehouders die willen omschakelen naar bio vormt zich een groot knelpunt. Als zij-instromers moeten ze een nieuwe vergunning aanvragen waarvoor de vrijstellingsdrempel niet geldt. Zij moeten dan voldoen aan de strengere stikstofdrempel van 0,025 procent. Omdat er geen technieken bestaan om de ammoniakuitstoot voldoende te beperken, zou hun veestapel zodanig klein worden dat een omschakeling voor velen economisch onhaalbaar wordt.Met het nieuw BOWIE-onderzoeksproject moet de sector weer enig toekomstperspectief krijgen.</content>
            
            <updated>2025-06-12T18:03:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vanaf 1 juli hogere invoertarieven voor Russische meststoffen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vanaf-1-juli-hogere-invoertarieven-voor-russische-meststoffen" />
            <id>https://vilt.be/57513</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie trekt vanaf juli de invoertarieven op Russische meststoffen op, om zo haar onafhankelijkheid van Rusland verder af te bouwen. Ook op andere producten uit Rusland, zoals veevoeder, bloem en suiker, worden de heffingen opgetrokken. Na het Europees Parlement gaven donderdag ook de lidstaten hun fiat. De nieuwe regels gaan vanaf 1 juli in voege.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Oorlog Oekraïne" />
                        <category term="mest" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ab9b6b27-7b5a-4cbd-ae9b-022828658d94/full_width_kunstmest-pibo-tongeren.jpg</image>
                                        <content>De Commissie had voorgesteld om dit jaar een tarief van 6,5 procent te heffen op meststoffen uit Rusland en Wit-Rusland, en om de douanerechten gevoelig op te trekken: van ongeveer 40 tot 45 euro per ton dit jaar en volgend jaar tot een onbetaalbaar tarief van 430 euro per ton tegen 2028. Voor landbouwproducten waarop vandaag nog geen extra invoertarieven gelden, worden de heffingen opgetrokken tot 50 procent. Het gaat onder meer om suiker, azijn, bloem en veevoeder, alles samen goed voor 15 procent van de invoer van landbouwproducten uit Rusland.&amp;nbsp;De voorgestelde maatregelen moeten de import van de producten in de EU sterk verminderen, en de onafhankelijkheid van Rusland versterken. &quot;We verlagen de Russische inkomsten uit export en zijn mogelijkheden om zijn brutale oorlog te financieren. Dit is verenigd Europa op haar best&quot;, zegt de Poolse minister Michal Baranowski namens het roterende EU-voorzitterschap in een persbericht.De Commissie hoopt dat de vermindering van de import zal leiden tot een verdere diversificatie van de meststoffenproductie in de EU, die momenteel te lijden heeft onder de lage invoerprijzen. De Commissie zal volgens de nieuwe wetgeving prijsstijgingen en mogelijke schade op de interne markt monitoren en eventuele maatregelen nemen om de impact ervan te verlichten.</content>
            
            <updated>2025-06-12T21:04:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Deze vijf bedrijven maken kans op de BioVLAM 2025]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/deze-vijf-bedrijven-maken-kans-op-de-biovlam-2025" />
            <id>https://vilt.be/57514</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vijf vooruitstrevende bio-ondernemingen maken kans op de BioVLAM 2025, een prijs van de biosector en VLAM die passie, innovatie en duurzaamheid in de Vlaamse biolandbouw bekroont. In september wordt de winnaar uitgeroepen, die vervolgens een jaar lang ambassadeur van de biosector wordt. Nieuw dit jaar: ook het publiek kan stemmen op zijn of haar favoriete laureaat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="VLAM" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/54fe34fc-97a8-4013-b0bc-96e7b181e983/full_width_biovlamklein-1dabca06e66b9902c7e546b6367d47f91.jpg</image>
                                        <content>In augustus zal de vakjury de vijf genomineerde bedrijven bezoeken om de finale beslissing te nemen. De zaakvoerders krijgen zo de kans om meer toelichting te geven over hun innovatie, en deze ook in de praktijk aan de jury te tonen. De vakjury beoordeelt de projecten volgens de criteria: passie, innovatie en duurzaamheid. Naast de vakjury krijgt ook het publiek dit jaar een stem. Via de website Alles over bio kan iedereen in augustus stemmen op de laureaat van zijn of haar keuze. Nu de Bioweek achter de rug is, is het tijd om de vijf genomineerden voor te stellen. Brothway (Michelbeke), Frederiek Ballière: biologische drinkbouillonsBrothway biedt 100 procent biologische en gezonde drinkbouillons aan die op een duurzame manier worden geproduceerd. Ze bevatten geen toegevoegde smaakversterkers of bewaarmiddelen. Hun product ‘Chicken Curcuma’ is gemaakt op basis van kippenbotten, ui, wortel, gember, appelciderazijn, zout, peper en een royale hoeveelheid kurkuma. De bouillon wordt verpakt in glazen flesjes van 180 milliliter. Brothway werkt nauw samen met lokale producenten en zet sterk in op duurzame energie en milieuvriendelijke productieprocessen. “Ons jonge, unieke bedrijfje is ontstaan uit de missie om een eeuwenoud en supergezond product opnieuw te valoriseren. Met vers vlees, verse groenten en kruiden - tot wel 72 uren ingekookt -  doen wij het opnieuw zoals het écht moet”, klinkt het bij bedrijfsleider Frederiek Ballière. VOF den Boogerd (Zelem), Maarten Gelders: biologische hoogstamboomgaardenHet familiebedrijf den Boogerd plant, beheert en baat sinds 2008 authentieke hoogstamboomgaarden uit op biologische wijze. Daarbij besteden ze zowel veel aandacht aan de geteelde fruitrassen als aan de samenstelling van de onderbegroeiing en het waterbeheer. De boomgaard wordt zo een vorm van economisch rendabele agroforestry. Alles wat de boomgaarden voortbrengen, wordt verkocht of verwerkt tot product (sap, stroop, gelei, olie). “We opereren in een niche van een niche – een sector waar traditie, biodiversiteit en duurzaamheid samenkomen. Dat dit werk nu via deze nominatie bevestigd en gewaardeerd wordt, betekent enorm veel”, Nia Ponsaerts. Great Moments (GR’EAT) (Kortenberg), Amélie de Cartier: prebiotische porridgesGR’EAT wil met zijn producten bijdragen aan een gezonde en duurzame levensstijl. Sinds 2015 maakt het bedrijf onder andere biologische en glutenvrije granola. Nieuw in het assortiment zijn biologische, prebiotische porridges in twee smaken. Een soort havermout(pap) die verrijkt is met prebiotica, onverteerbare voedingsvezels die als voeding dienen voor de goede bacteriën in je darmen. Ze zijn glutenvrij, bevatten veel vezels en eiwitten, en zijn goed voor de spijsvertering. Ze worden met de hand gemaakt in het Brusselse Haren en kunnen warm of koud gegeten worden. “We zijn ontzettend blij met deze nominatie. In oktober 2025 vieren we ons tienjarig bestaan, en dit voelt als een waardevolle erkenning voor het mooie werk van ons team”, aldus zaakvoerder Amélie de Cartier. GR’EAT kiest bewust voor duurzame verpakking en transport, en blijft innoveren met nieuwe producten die inspelen op voedingstrends. Het Land van Melk en Honing (Diksmuide), Johan en Isabel Boussemaere: rauwmelkse kaas en yoghurt op basis van biologische melk van eigen koeienBij Het Land van Melk en Honing staan biodiversiteit, bodemgezondheid en kringlooplandbouw centraal. Johan en Isabel Boussemaere-Delanote houden melkkoeien met veel aandacht voor de kwaliteit van de weides en de bodem. Ze doen aan roterend begrazen en maken vervolgens met de melk rauwmelkse kaas, waarbij het microbioom intact blijft. De rauwmelkse kaas, bekroond met twee gouden medailles op de Belgian Cheese Awards, is het resultaat van een gezonde bodem, een rijk microbioom en een natuurlijke veehouderij die de biodiversiteit versterkt.  Door hun zelfredzame aanpak en minimale afhankelijkheid van externe input, tonen zij aan hoe biologische landbouw niet alleen ecologisch, maar ook economisch en sociaal toekomstbestendig kan zijn. “Tussen hopen, verwachten en krijgen ligt vaak een berg twijfel. Maar we zijn heel blij met deze nominatie. Het is goed dat de BioVLAM uitgereikt wordt, dat we als bio-ondernemers eens een momentje krijgen waar we aan het woord komen, om wat we doen en hoe we dat doen in de kijker te plaatsen. We willen ons steentje bijdragen aan het verder promoten van onze prachtige biosector”, vertelt Johan Boussemaere. Het Polderveld (Knokke-Heist), Lieven Devreese: teelt van biogroenten voor patiënten van AZ ZenoHet Polderveld is een CSA-boerderij waar deelnemers in ruil voor een jaarbijdrage een deel van de oogst ontvangen. Opvallend is de samenwerking met het ziekenhuis in Knokke-Heist AZ Zeno, waarbij de biologische groenten rechtstreeks van het veld op het bord van de patiënten belanden. Deze unieke aanpak combineert ecologische duurzaamheid met sociale impact: het verkort de keten drastisch, vermindert voedselverspilling, en versterkt de band tussen boer en zorginstelling. Door hun kennis te delen via het project ZoBio inspireert Het Polderveld andere bioboeren en zorginstellingen in Vlaanderen. “Het voelt als een erkenning voor ons werk en een waardering voor de samenwerking die we negen jaar geleden vanuit overtuiging begonnen zijn met AZ Zeno. We zijn trots dat de kijk op voeding van AZ Zeno en hoe wij daaraan bijdragen, als een voorbeeld wordt gezien voor andere instellingen”, aldus Lieven Devreese.</content>
            
            <updated>2025-06-13T18:25:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Enquête: Hoe kan landbouwadministratie eenvoudiger worden?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/enquete-hoe-kan-landbouwadministratie-eenvoudiger-worden" />
            <id>https://vilt.be/57515</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering werkt aan een actieplan rond administratieve vereenvoudiging en wil daarvoor de mening van de Vlaamse landbouwers kennen. Via een enquête, georganiseerd door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, kunnen alle Vlaamse landbouwers hun mening geven over wat werkt en wat beter kan. De enquête invullen kan nog tot en met 30 juni.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/728ecdf8-0824-47d2-9f70-c62f35ea82b0/full_width_administratieve-vereenvoudiging-e-loket.jpg</image>
                                        <content>“We weten dat administratie veel tijd kost, ingewikkeld kan zijn en dat het niet altijd even gemakkelijk is om de wetgeving te kennen”, motiveert het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. “Hoe kan u ons helpen? Door een vragenlijst in te vullen en daarbij uw mening te geven over alle aspecten van de administratieve lasten en regeldruk. De bevraging gaat niet alleen over het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en ook niet enkel over zuivere landbouwregels. Het gaat over álle knelpunten die landbouwers ervaren.”Na de aanhoudende boerenprotesten begin vorig jaar sloten de landbouwsector en de Vlaamse regering het zogenaamde Landbouwakkoord. Eén van de speerpunten daarvan was de overdreven regels en administratieve overlast aanpakken. Punten die daarbij werden aangehaald door de landbouworganisaties waren bijvoorbeeld soepelere termijnen voor registratie van kunstmestaankopen in functie van het kunstmestregister, het verleggen van bewijslast voor ecoregelingen en het schrappen van disproportioneel hoge boetes bij administratieve fouten in de Mestbankaangifte.Landbouwers kunnen via deze enquête nu zelf hun ervaringen delen. De enquête duurt ongeveer 15 minuten. Invullen kan via deze link.</content>
            
            <updated>2025-06-16T09:29:52+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Studie ziet link tussen glyfosaat en kanker bij ratten: Wat als erkenning wordt stopgezet?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/studie-toont-link-glyfosaat-en-kanker-wat-als-erkenning-wordt-stopgezet" />
            <id>https://vilt.be/57516</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een nieuwe studie gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Environmental Health kan wellicht grote gevolgen hebben voor de landbouw. Wetenschappers hebben bewijs gevonden dat laboratoriumratten kanker krijgen van het middel, ook in lage doseringen. Volgens experts zal deze studie een impact hebben op de volgende evaluatieronde van glyfosaat. Anderzijds is het nog steeds zoeken naar een even doeltreffend en veiliger alternatief.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="glyfosaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dec431d4-daab-4488-9f3b-7b34a8d27992/full_width_glyfosaatroundup-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Glyfosaat is een omstreden herbicide, dat wel nog steeds gebruikt wordt in de landbouw. De Wereldgezondheidsorganisatie klasseerde het in 2015 als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ bij mensen, maar een harde link tussen de ziekte en het middel zijn nog niet gevonden. Dankzij zijn doeltreffendheid als onkruidverdelger wordt het product dan ook nog steeds gebruikt. Het onderzoek gebeurde door een internationaal team van experten. Zo’n 1.000 laboratoriumratten werden getest. Een deel werd blootgesteld aan glyfosaat, een ander deel niet. Telkens weer kregen enkele van de proefdieren kanker en gebeurde dat niet in de controlegroep. De gezondheidsschade treedt vooral op bij ratten tijdens de zwangerschap en in hun eerste levensjaar.Schaadt het de rat, dan schaadt het wellicht ook de mensDe conclusies van de studie werden gepubliceerd in de krant De Morgen, dat de resultaten liet beoordelen door Ad Ragas, hoogleraar risicobeoordeling van chemische stoffen aan de Radboud Universiteit. In deze krant zegt hij dat de studie correct lijkt uitgevoerd te zijn. De krant spreekt dan ook van ‘hard bewijs’ dat glyfosaat kanker veroorzaakt. Dat het gaat om laboratoriumratten, is doorgaans genoeg indicatie dat ook mensen risico lopen.“Ratten lijken genetisch sterk op mensen”, zegt Ragas aan De Morgen. “We gebruiken ze als stand-in omdat we deze proeven niet op mensen willen doen. Als dan blijkt dat een middel schadelijk is voor hen, is het aan critici om argumenten aan te brengen waarom die effecten niet voor mensen zouden gelden. Als die argumenten er zijn, wil ik er graag naar luisteren, maar ik heb ze nog niet gehoord.”Dit is slecht nieuws voor landbouwers die leunen op het gebruik van glyfosaat, want deze studie kan de doorslag geven in de volgende evaluatieronde van het middel, dat vandaag nog toegelaten is in Europa. “Misschien zitten er gaten in deze studie die wij niet zien”, zegt Ragas aan De Morgen. “Dat proces gaat nu lopen en zo hoort het ook. Maar als deze studie blijft staan, dan kan de EU niet volharden in het standpunt dat een verband met kanker niet is aangetoond. De classificatie van glyfosaat moet dan worden aangepast.” In welke mate worden we blootgesteld aan glyfosaat?VILT contacteerde professor Pieter Spanoghe, expert gewasbescherming aan de UGent. “Ik ben geen kankerspecialist. Ik kan niet bevestigen of ontkennen wat die mensen in hun studie beweren”, zegt Spanoghe. “Wat ik weet is dat kanker, met uitzondering van asbestose, in hoofdzaak veroorzaakt wordt door een dagelijkse blootstelling aan stoffen. Na enige tijd ontwikkelt men dan deze chronische ziekte van kanker. Glyfosaat wordt bij mijn weten één tot tweemalig in het seizoen toegepast en er zijn tegenwoordig beperkingen op. Volledige weilanden kan men in België niet meer bespuiten.”Spanoghe wijst erop dat het zeer moeilijk is om in te schatten in welke mate mensen in contact komen met glyfosaat. “Het komt sowieso niet op onze groenten en fruit terecht”, zegt hij. “Het is immers een breedwerkend plantenverdelgingsmiddel. Pas je het toe, dan heb je geen groenten en fruit meer. Als consument komen wij dus hoofdzakelijk via onze omgeving met het middel in contact. Dat zijn zeer lage hoeveelheden. Zoals ik elders al schreef, zijn het hoeveelheden die niet correct kunnen worden afgemeten en in toxicologische tests aan ratten en muizen worden voorgeschoteld. Deze blootstelling moet dan via hun huid of hun ademhaling verlopen, vermits voeding niet de voornaamste blootstellingsroute is. Dit maakt dat een studie in het lab vaak ver staat van wat er in de praktijk op het veld verloopt.” Nieuwe evaluatieronde“Desalniettemin heeft deze studie haar waarde”, zegt Spanoghe. “Een studie als deze zal zonder twijfel meegenomen worden in de nieuwe evaluatieronde van glyfosaat. Ze zal vermoedelijk wel haar steentje bijdragen voor de nieuwe evaluatie van glyfosaat. Dat is het interessante aan ons pesticidenbeleid. We erkennen geen werkzame stoffen voor de eeuwigheid der dagen. We hebben AIR of Active Ingredient Revision programma&#039;s die om de 10 à 15 jaar elke werkzame stof die in Europa op de markt is grondig opnieuw evalueren op impact naar mens en milieu. Studies als deze worden dan in die nieuwe evaluatie volledig opgenomen.”Evenwaardige alternatieven niet voorhandenMoest glyfosaat de erkenning verliezen, is dat natuurlijk wel vervelend voor landbouwers die op dit middel berusten. Hoewel er volop gezocht wordt naar minder risicovolle alternatieven, zijn die volgens experten niet voorhanden. Dat is de mening van professor Benny De Cauwer, expert gewasbescherming aan UGent.“Er bestaat geen evenwaardig individueel alternatief,&amp;nbsp;aangezien&amp;nbsp;het werkingsspectrum en effectiviteit van elk alternatief -individueel en per toepassing gezien - in de meeste gevallen smaller én zwakker is”, zegt De Cauwer. “Uiteraard is dit afhankelijk van het doelwit, maar meestal gaat het bij glyfosaattoepassing over bestrijding van&amp;nbsp;goed gevestigde meerjarige onkruiden of dichte plantenbestanden, geen gevoelige vegetaties dus.”Volgens De Cauwer zou het bannen van glyfosaat naar alle waarschijnlijkheid moeten opgevangen worden door een complexer bestrijdingssysteem. Het kan hier gaan om combinaties en herhaaldelijke toepassingen van alternatieve methoden. Eén van deze pistes zijn de alternatieve herbiciden, zoals het contactherbicide pelargonzuur. Het spectrum van dit middel is veel smaller, er is geen systemisch effect en grotere planten worden niet goed bestreden. “Dus dit herbicide moet aangevuld worden met bijvoorbeeld een een systemisch bladgraminicide om het werkingsspectrum te verbreden”, zegt De Cauwer. “Glyfosaat kan dus niet één op één vervangen worden door een ander herbicide. Ook bij gebruik van systemische bladherbiciden zullen mengsels nodig zijn, afhankelijk van de te bestrijden doelwitvegetatie, aangezien geen enkel systemisch herbicide eenzelfde breedspectrum heeft.”De Cauwer haalt ook de niet-chemische methoden aan, zoals die gebruikt worden in de biolandbouw, of thermische onkruidverdelging bijvoorbeeld door elektrocutie. En dan is er uiteraard ook de mechanische onkruidbestrijding. Al deze methoden hebben uiteraard ook hun voor- en nadelen, en mankracht is daar één van. Technische beperkingen en nieuwe risico&#039;s“Er is geen passe-partout. Voor elke situatie waar glyfosaatgebruik van toepassing is, zal dit een andere aanpak vergen. Immers in veel situaties ontbreken de erkenningen voor alternatieve herbiciden die in theorie in aanmerking zouden kunnen komen, of zijn bepaalde niet-chemische&amp;nbsp;methoden technisch of organisatorisch onhaalbaar en onbetaalbaar”, zegt De Cauwer. Volgens hem is ‘betaalbaarheid’ vooral een relatief begrip: niet-chemische methoden zijn financieel realistischer als de mensen ook bereid zijn om meer te betalen voor hun voeding.“Voor sommige toepassingen zijn er nog geen haalbare of commercieel beschikbare&amp;nbsp;alternatieven omwille van allerhande technische beperkingen”, zegt De Cauwer nog. “Denk aan de bestrijding van onkruiden op sporen waar maar ruimte is voor twee toepassingen per jaar en waar gewerkt wordt moet gevoelige infrastructuur. Ook heet water of elektrocutie zijn vaak geen oplossing daar waar veiligheid van personeel en reiziger hoog in het vaandel gedragen wordt.”Als glyfosaat dus op schop gaat, weet De Cauwer niet meteen hoe de betrokken sectoren dit zullen opvangen. “Duidelijk is wel dat een alternatief doorgaans duurder, kennisintensiever, onvoorspelbaarder&amp;nbsp;zal zijn en niet noodzakelijkerwijs a priori minder schadelijk”, zegt hij.&amp;nbsp;“De vraag is ook nog of wat glyfosaat vervangt überhaupt minder negatieve impact heeft op mens dier en milieu.&amp;nbsp; Zoals eerder geschetst is dit geen eenvoudige één op één vergelijking.”</content>
            
            <updated>2025-06-13T18:19:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belastingvoordeel op de helling voor seizoensarbeid in groente- en fruitsector]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belastingvoordeel-op-de-helling-voor-seizoensarbeid-in-groente-en-fruitsector" />
            <id>https://vilt.be/57517</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Grondwettelijk Hof heeft eerder deze week het fiscale voordeel dat groente- en fruitbedrijven genieten op de tewerkstelling van seizoenarbeiders vernietigd. Daarmee lijken de loonkosten voor de groente- en fruitsector met ruim 20 miljoen toe te nemen. Volgens Boerenbond is het nog niet zo ver. Hoofd sociale zaken Chris Botterman heeft er alle vertrouwen in dat er een nieuwe deal gesloten wordt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="seizoenarbeid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8cabee41-581f-43b3-a3e7-e68160a8889f/full_width_seizoensarbeiders-peren.jpg</image>
                                        <content>Eind 2022 kwamen de landbouworganisaties en de vakbonden tot een akkoord over de tewerkstelling van seizoenarbeiders. Op vraag van de werkgevers werd de periode van 100 dagen aangehouden en op verzoek van de vakbonden werden de lonen boven de indexering extra opgetrokken. Als compensatie kregen de werkgevers een korting van 1,23 euro op de belastingen die ze moesten betalen aan seizoenarbeiders per gepresteerd uur. Concreet gaat het om een vrijstelling op de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing.Het is dit derde luik van het akkoord dat nu onderuitgehaald wordt door het Grondwettelijk Hof. Het oordeelde over een zaak die Federgon, de beroepsvereniging van uitzendkantoren, had aangespannen. Dat argumenteerde dat er sprake was van discriminatie omdat het fiscale voordeel alleen gold voor werknemers die rechtstreeks door groente- en fruitbedrijven werden tewerkgesteld, en niet voor seizoenarbeiders die via een interimkantoor bij deze bedrijven werkten.Het Grondwettelijk Hof stelt Federgon dus in het gelijk. Het merkt op dat de vrijstelling een vorm van staatssteun is en dit vooraf aangemeld had moeten worden bij de Europese Commissie, wat niet gebeurd is.De beslissing lijkt grote gevolgen te hebben voor de naar schatting 1.600 groente- en fruitbedrijven die van het gunstregime gebruik maakten. Zij spaarden vorig jaar 21,4 miljoen euro aan belastingen uit. De fiscus kan dat bedrag nu terugeisen van deze bedrijven. Ook voor dit jaar is het fiscale voordeel van de baan, waardoor de loonkosten voor fruit- en groente bedrijven feitelijk met 1,23 euro per uur zullen stijgen. Onderhandelingen mogelijkChris Botterman, hoofd sociale zaken bij Boerenbond, zegt dat de teerling nog niet geworpen is voor de groente- en fruitbedrijven. “De fiscale compensatie was voor ons een belangrijk onderdeel van het akkoord dat we met de vakbonden eind 2022 hebben onderhandeld. Op 1 juni 2023 is het in voege getreden. Als daar nu een onderdeel uit wegvalt, dan wankelt heel het akkoord en moeten we terug aan tafel, maar daar zit niemand op de wachten.”Volgens Botterman is de oplossing simpel: “Breid het fiscale gunstregime uit naar de interimkrachten. Dat hoeft zo niet veel te kosten. In de fruit- en groentesector zijn respectievelijk 30.000 en 20.000 seizoenarbeiders actief. Dit terwijl het aantal interimkrachten maar op 3.000 tot 4.000 ligt.” Botterman schat dat het één tot twee miljoen euro extra kost om het gunstregime naar de interimmers uit te breiden. &amp;nbsp;Boerenbond is inmiddels in gesprek met overheid en vakbonden. “Iedereen heeft er baat bij dat het akkoord behouden blijft. De vakbonden hebben baat bij de loonsverhoging, wij bij de 100-dagenregeling en de fiscale compensatie, en de overheid heeft baat bij sociale rust”, besluit hij hoopvol. &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-06-13T18:35:33+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wanneer landbouw oorlogsmunitie wordt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wanneer-landbouw-oorlogsmunitie-wordt" />
            <id>https://vilt.be/57518</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwproducten worden steeds vaker ingezet als geopolitiek pressiemiddel en oorlogswapen. Toch wordt de veiligheidsdimensie van onze geglobaliseerde, kwetsbare voedselsystemen ernstig onderschat. Daarvoor waarschuwt de Food Security Task Force van de Munich Security Conference (MSC) in een nieuw rapport. Van Gaza tot Oekraïne illustreren recente conflicten hoe verwoestend deze vorm van oorlogsvoering kan zijn, met humanitaire, politieke en economische gevolgen die wereldwijd voelbaar zijn. “Landen moeten hun verdediging tegen deze dreiging versterken”, benadrukt de MSC-taskforce.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Oorlog Oekraïne" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="voedselzekerheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/01db0dec-578e-40d7-a02b-f336b4b6de4f/full_width_landbouw-unsplash.jpg</image>
                                        <content>De kwetsbaarheid van voedselonzekerheid wordt steeds vaker bewust uitgespeeld als geopolitiek wapen, met enkele tastbare voorbeelden in de voorbije jaren. De onderling verbonden mondiale agrovoedingssystemen, met complexe toeleveringsketens en handelsafhankelijkheden, creëren nieuwe kansen om voedsel strategisch te gebruiken.Hoewel er internationale juridische kaders bestaan die het gebruik van voedsel als wapen verbieden of als oorlogsmisdaad bestempelen, blijken die onvoldoende afschrikking te bieden. Daders vermommen hun tactieken vaak als onbedoelde nevenschade om straf te ontlopen. De voorbije decennia werd het daarom al vaak gebruikt in oorlogen en conflicten als effectief en goedkoop instrument, aangezien voedsel een fundamentele menselijke behoefte is en gemakkelijk grote groepen mensen kan treffen.3 tactieken waarbij voedsel als wapen gebruikt wordtDe MSC-taskforce onderscheidt drie strategieën waarbij voedselonzekerheid als oorlogswapen wordt ingezet. Een eerste is het blokkeren van aanvoerroutes en het verhinderen dat de bevolking toegang krijgt tot voedselhulp. De oorlog in Gaza is een zeer actueel voorbeeld hiervan. Israël werd vorig jaar door het Internationaal Strafhof beschuldigd van het ‘opzettelijk en systematisch beroven van goederen die onmisbaar zijn voor het menselijk overleven’, onder meer door humanitaire hulp aan de grens tegen te houden.Een tweede methode is het gebruik van voedselonzekerheid als instrument voor rekrutering en behoud. Deze tactiek wordt vaak gebruikt wanneer een partij in het conflict niet over gelijke militaire middelen of slagkracht beschikt.De derde strategie richt zich op het aanvallen van landbouwinfrastructuur en logistieke ketens op land en zee. De tactieken variëren van het vernietigen van gewassen, vee, waterreservoirs en opgeslagen oogsten, tot het bombarderen van havens en landbouwgrond. De oorlog van Rusland heeft het aantal mensen in hongersnood wereldwijd fors doen stijgen, waaronder een vijfde van de gehele bevolking van Afrika Rusland bespeelt voedselonzekerheid met wereldwijd dodelijke gevolgenRusland heeft deze laatste tactiek in al haar facetten toegepast in de oorlog tegen Oekraïne. In twee jaar tijd werden volgens Oekraïne 50 Russische aanvallen uitgevoerd op hun Zwarte Zeehavens. Meer dan 300 haveninstallaties en 23 schepen raakten daarbij beschadigd. Ook 100.000 ton aan landbouwproducten ging verloren. De Oekraïense bevolking werd direct getroffen door beperkte toegang tot voedsel, verlies van inkomen en infrastructuur, en een forse daling van de exportinkomsten voor de staatskas.Daarnaast manipuleerde Rusland actief de wereldwijde voedselvoorzieningsketens. Het aanvallen van Oekraïense exportknooppunten en landbouwinfrastructuur resulteerde in een berekende toename van de wereldwijde voedselonzekerheid. De schok voor de wereldwijde voedselmarkten vertaalde zich naar mondiaal hogere prijzen, met een bijzonder diepgaande impact in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De oorlog heeft het aantal mensen dat wereldwijd honger lijdt fors doen stijgen, waaronder volgens de MSC-taskforce een vijfde van de gehele bevolking van Afrika. “De gevolgen van de inzet van voedsel als wapen reiken steeds veel verder dan het oorspronkelijke conflict en kunnen niet genoeg worden benadrukt”, stelt de taskforce. Handelspartners onder voorwaardenRusland zet zijn landbouwmacht al langer strategisch in. Graan geldt er als hun “tweede olie”. Met controle over een aanzienlijk deel van de wereldwijde landbouwproducten bouwt het Kremlin geopolitieke invloed op, die het daarna ook uitbuit.Landen die voorheen afhankelijk waren van Oekraïense import, zijn intussen de nieuwe Russische agrarische handelspartners. Deze leveringen komen echter met voorwaarden. Op de Rusland-Afrika-top in 2023 beloofde Poetin bijvoorbeeld gratis voedselhulp aan zes Afrikaanse landen. Vervolgens onthielden vier van de zes landen zich bij VN-resoluties over de oorlog in Oekraïne.“De wereldwijde voedselvoorziening is succesvol door Rusland geinstrumentaliseerd en dient nu als hefboom om geopolitieke invloed uit te oefenen en wereldwijd aanhangers te werven of te behouden”, aldus de taskforce. “Voedsel is een effectief wapen op lange afstand geworden.” Voedselzekerheid verdient een prominente plaats in nationale veiligheidsstrategieën Voedselbewapening vraagt om nieuwe verdediging“Het is zinvol voor landen om te bekijken hoe zij hun verdediging tegen dit soort dreiging kunnen versterken”, aldus de MSC-taskforce. Het vereist volgens de taskforce nieuwe preventieve strategieën. Investeren in veerkrachtige agrovoedselsystemen is daarbij essentieel. “Versterk regionale productie en handel om afhankelijkheden zoveel mogelijk te beperken”, klinkt het. Daarbij zijn investeringen in klimaatmitigatie en -adaptatie onmisbaar om kwetsbaarheden in de voedselketen te verkleinen.Verder raadt de taskforce aan om voedselonzekerheid in derde landen niet louter als een humanitair probleem te beschouwen, maar ook als een strategisch veiligheidsvraagstuk. Zeker nu budgetten voor ontwikkelingssamenwerking onder druk staan, terwijl militaire uitgaven wereldwijd zullen toenemen. “Ministeries van ontwikkelingssamenwerking zouden de risico’s van voedselonzekerheid grondiger moeten analyseren”, klinkt het bij de taksforce.Om de nodige financiering bijeen te krijgen voor het uitbouwen van veerkrachtige agrovoedselsystemen wereldwijd, roept de MSC-taskforce op tot coalities van bereidwillige actoren. Daarbij denkt het aan samenwerking tussen regeringen, het maatschappelijk middenveld, de privésector en internationale financiële instellingen zoals de Wereldbank en het IMF.“Voedselzekerheid verdient een prominente plaats in nationale veiligheidsstrategieën”, besluit de taskforce. “Het moet tot de hoogste prioriteiten behoren van militaire planners, inlichtingendiensten, diplomatieke leiders en maatschappelijke organisaties. Alleen door veerkrachtige agrovoedselsystemen uit te bouwen en voedselonzekerheid als een veiligheidsvraagstuk te behandelen, kan men een geloofwaardige preventieve afschrikking tot stand brengen.” De MSC-taskforce bestaat uit zestien leden uit politiek, bedrijfsleven, diplomatie en wetenschap. De groep wordt gefaciliteerd door de invloedrijke Munich Security Conference, met inhoudelijke en financiële steun van onder meer de Annenberg Foundation en Cargill. Onder de leden bevinden zich onder meer Vera Songwe (Liquidity &amp;amp; Sustainability Facility, een organisatie gericht op de ontwikkeling van Afrika), Erin Sikorsky (Center for Climate &amp;amp; Security, een wereldwijd werkende denktank op het gebied van klimaat- en milieurisico&#039;s) en Benedetta Berti (NAVO, de defensie-alliantie van landen rond de Atlantische Oceaan).</content>
            
            <updated>2025-06-16T20:35:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Prof Bruyninckx moet draagvlak voor Vlaamse waterbeleid helpen versterken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/prof-bruyninckx-moet-draagvlak-voor-vlaamse-waterbeleid-helpen-versterken" />
            <id>https://vilt.be/57519</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hans Bruyninckx, professor aan de Universiteit Antwerpen, moet helpen het maatschappelijk draagvlak voor het Vlaamse waterbeleid te vergroten. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) stelde de voormalige directeur van het Europees Milieuagentschap aan als voorzitter van een nieuwe klankbordgroep waarin uiteenlopende stakeholders samenwerken rond de stroomgebiedbeheerplannen 2028-2033. Dit proces moet uitmonden in een breed gedragen en toekomstgericht waterbeleid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e0446680-a12c-448c-8392-5411694a1a26/full_width_regenwatergrondwaterdroogtegras-uea.jpg</image>
                                        <content>In zijn nieuwe functie zal Bruyninckx uiteenlopende stakeholders samenbrengen binnen een nieuw participatietraject rond de stroomgebiedbeheerplannen 2028-2033, die de ruggengraat vormen van het Vlaamse waterbeleid. De deelnemers zullen uit zeer diverse sectoren komen. Niet alleen watermaatschappijen en lokale besturen worden uitgenodigd, ook natuur- en landbouworganisaties, VOKA, Unizo en zelfs de Gezinsbond zullen onder meer een plaats aan tafel krijgen.&quot;Waterbeleid raakt de kern van de grote uitdagingen van deze tijd, van droogte en wateroverlast tot de aanpak van vervuiling. Door een sterk participatieproces op te zetten met iemand als Hans Bruyninckx aan het roer, zorgen we ervoor dat wetenschappelijke inzichten, maatschappelijke belangen en praktische oplossingen samenkomen&quot;, duidt Brouns.De klankbordgroep komt tussen september 2025 en juli 2026 zes keer samen. De gesprekken focussen op thema&#039;s als kennisdeling, beleidsopties, economische context en aanbevelingen voor verbetering. Deze input wordt meegenomen in de voorbereiding van de ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen, waarover in het najaar van 2026 een openbaar onderzoek volgt. De definitieve plannen worden eind 2027 voorgelegd aan de Vlaamse regering.</content>
            
            <updated>2025-06-13T18:21:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Witloofrolletjes en Luikse balletjes worden de ruimte ingeschoten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/witloofrolletjes-en-luikse-balletjes-worden-de-ruimte-ingeschoten" />
            <id>https://vilt.be/57520</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Volgend jaar vertrekt de Belgische astronaut Raphaël Liégeois op ruimtemissie naar het internationale ruimtestation ISS. In zijn ruimtevoedselpakket neem hij alvast twee Belgische gastronomische klassiekers mee: witloofrolletjes met ham en kaassaus en Luikse balletjes. “Ze doen me aan thuis denken”, zegt Liégeois.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/0cb16511-63da-42ec-85f8-e7a8809ab9b9/full_width_ruimte-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Astronauten mogen naast het standaard ruimtevoedsel ook enkele persoonlijke gerechten kiezen, voor speciale gelegenheden. Astronaut Liégeois zal kiezen voor Luikse balletjes en witloofrolletjes met hesp en kaassaus. En ook al lijkt ruimtevoedsel ondertussen sterk op wat we op aarde eten, beide gerechten brengen in de ruimte wel enkele uitdagingen met zich mee. Zo mag de kaassaus niet te lopend zijn, zodat die niet begint rond te zweven in het ruimtestation. En aangezien het ISS geen heteluchtoven heeft, zal ook een gratinkorstje moeilijk te realiseren zijn op de witloofschotel. De Luikse balletjes mogen dan weer geen alcohol bevatten, en worden zonder frietjes geserveerd omdat er geen friteuse aan boord is. De gerechten zullen ook al goed gekruid moeten zijn, want kruiden mogen enkel mee in vloeibare vorm om rondvliegende korrels in het ruimteschip te vermijden.Gelukkig hoeft Liégeois zich niet zelf over deze kookuitdagingen te buigen. Twee professionele Belgische koks nemen dit voor hun rekening. De maaltijden worden daarna vacuüm verpakt, zodat ze jarenlang houdbaar blijven.Belgisch comfortfood in de ruimteMet deze keuze schrijft Liégeois ook een klein stukje Belgische ruimtegeschiedenis. Het wordt de eerste keer dat witloof mee naar het internationale ruimtestation reist. Bovendien krijgt het gerecht een persoonlijke toets, met Orvalkaas uit de streek waar Liégeois’ familie vandaan komt. “Ik ben heel blij dat ik op deze manier een mix van Belgische producten kan meenemen”, zegt hij aan VRT NWS.Het is nog even wachten voor Liégeois zijn Belgische gerechten in de ruimte zal kunnen proeven. Zijn vertrek naar het ISS staat gepland in augustus 2026 en zijn missie zal minstens zes maanden duren.</content>
            
            <updated>2025-06-13T18:52:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoge melkprijs legt druk op rendabiliteit zuivelindustrie en noopt tot voorzichtigheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoge-melkprijs-legt-druk-op-rendabiliteit-zuivelindustrie-en-noopt-tot-voorzichtigheid" />
            <id>https://vilt.be/57521</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met een gemiddelde uitbetaalde melkprijs die net geen 49,62 euro per 100 liter melk in 2024 bedroeg, staan de marges van de zuivelverwerkers onder druk. Bovendien daalde de melkproductie vorig jaar licht met 0,8 procent waardoor het risico op onderbenutting van de productiecapaciteit van de zuivelindustrie verder toeneemt. “We blikken terug op een turbulent jaar”, zegt Sébastien Buytaert, voorzitter van de Belgische Confederatie Zuivel (BCZ). “Dit noopt zuivelbedrijven tot voorzichtigheid en we zien dat ook de consolidatie in de sector zich doorzet.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melk" />
                        <category term="zuivel" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/61e12c00-3742-49cf-8deb-9875de84c8a2/full_width_melk.jpg</image>
                                        <content>4,35 miljard liter melk verwerkt in 2024Elk jaar blikt BCZ terug op het afgelopen zuiveljaar tijdens de jaarvergadering van de organisatie. De bekendmaking van de verwerkte hoeveelheid melk en de gemiddelde jaarmelkprijs hoort daarbij. In 2024 werd 4,35 miljard liter melk geleverd door Belgische melkveehouders. Dat is een daling met 0,8 procent in vergelijking met het recordjaar 2023 toen 4,38 miljard liter werd geleverd. Op langere termijn wordt evenwel een duidelijke stijging genoteerd: in vergelijking met 2015, toen het melkquotum werd afgeschaft, zien we een totale stijging van de melkleveringen met 22 procent.Waar de gemiddelde daling van het aantal melkveehouders ongeveer 3,5 procent bedraagt, moet BCZ vaststellen dat er afgelopen jaar 244 melkveehouders mee ophielden. Dat is een daling van 4,1 procent. In Wallonië was de daling sterker (-4,5%) dan in Vlaanderen (-3,9%). Eind 2024 waren er nog 3.358 melkveehouders in Vlaanderen, in Wallonië nog 2.282. “Dat betekent dat 60 procent van de melkveehouders Vlaams is en ongeveer 40 procent Waals. Die verhouding is de afgelopen jaren niet echt gewijzigd”, vertelt Lien Callewaert, directeur van BCZ. Sinds 2021 hebben de melkveehouders zeer goede rendementen gehaald. Meer nog, de afgelopen jaren behoren tot de meest rendabele ooit Leveringen biomelk forser gedaald dan gangbare melkDe daling van de biologische melkleveringen ging forser achteruit dan die van gangbare melk. Op een jaar tijd werd 4,1 procent minder biomelk geproduceerd. Waar in 2023 nog 115.656 miljoen liter biomelk werd aangeleverd aan de Belgische zuivelbedrijven, was dat een jaar later nog maar 110.883 miljoen liter. Dat is amper 2,5 procent van alle melkleveringen. In tegenstelling tot bij gangbare melk is het aandeel van Wallonië een stuk groter: twee derde van de biomelk komt uit Wallonië en slechts een derde uit Vlaanderen. Melkprijs 9 procent hoger dan in 2023De gemiddelde jaarmelkprijs bedroeg in 2024 49,62 euro per 100 liter. Dat is een stijging van negen procent in vergelijking met een jaar eerder. Maar een record is het niet, in 2022 werd gemiddeld 55,14 euro per 100 liter betaald. Die hoge melkprijzen zijn volgens BCZ het gevolg van een grote internationale vraag naar zuivel. “Sinds 2021 hebben de melkveehouders, met uitzondering van een korte periode in 2023, zeer goede rendementen gehaald. Meer nog, de afgelopen jaren behoren tot de meest rendabele ooit”, vertelt Callewaert.Toch moet BCZ vaststellen dat deze gunstige economische omstandigheden de daling van het aantal melkveehouders niet heeft kunnen afremmen. “We stellen vast dat de rechtsonzekerheid over het beleid, moeilijke toegang tot landbouwgronden en de hoge administratieve lasten zwaar blijven wegen op melkveehouders.” De melkleveringen in 2024 zijn gedaald en het risico op onderbenutting van de productiecapaciteit neemt daardoor toe, wat de kosten per eenheid verhoogt Druk op rendabiliteit en vrees voor onderbenutting productiecapaciteitDie hoge melkprijzen zijn minder goed nieuws voor de zuivelverwerkers. Want waar de rendabiliteit in 2023 met 1,23 procent al bijzonder laag was, zetten de hoge melkprijzen die rendabiliteit nog verder onder druk. Ook de onzekerheid bij melkveehouders zet verder een rem op de zuivelindustrie. De melkproductie daalde het afgelopen jaar met 0,8 procent en de zuivelsector verwacht dat er ook in de toekomst minder grondstof zal zijn. “Daardoor neemt het risico op onderbenutting van de productiecapaciteit toe, wat de kosten per eenheid verhoogt”, aldus voorzitter Buytaert. Die toegenomen onzekerheid bij de zuivelbedrijven wordt ook gereflecteerd in hun investeringsbereidheid. In 2024 daalden de investeringen van de sector met zes procent.Tegelijk zorgt ook de geopolitieke instabiliteit voor bezorgdheid over de wereldwijde zuivelhandel. Niet alleen is er het Chinese antidumpingonderzoek, ook het handelsbeleid van Donald Trump baart kopzorgen. “De VS is met 36 miljoen euro goed voor de achtste plaats op de lijst van Belgische exportbestemmingen buiten de EU. Maar wat ons nog meer zorgen baart dan de rechtstreekse impact voor de Belgische zuivelbedrijven, zijn de nadelige gevolgen van tarievenoorlogen op de totale wereldhandel”, stelt Buytaert. Onzekerheid leidt tot fusies en consolidatiesHij ziet dat al deze factoren ervoor zorgen dat zuivelverwerkers hun weerbaarheid op scherp zetten om zich voor te bereiden op de toekomst. “Met verschillende overnames en aankondigingen tot fusies in binnen- en buitenland het afgelopen jaar wordt het zuivellandschap grondig hertekend”, verduidelijkt de BCZ-voorzitter. “De consolidatie die zich binnen de sector heeft verdergezet, onderstreept het belang van rendabiliteit als fundament voor competitiviteit en toekomstbestendigheid. Dit vraagt niet alleen van zuivelverwerkers, maar van elke schakel in de keten efficiëntieslagen door te voeren.”Maar BCZ ziet ook positieve signalen. Want ondanks de huidige turbulente tijden is de Belgische zuivelsector er wel in geslaagd om zijn omzet te doen stijgen met zo’n vijf procent tot 7,3 miljard euro. En er is nog meer goed nieuws: afgelopen jaar is het thuisverbruik van zuivel gestegen met vier procent. “Zuivel blijft dus stevig verankerd in het Belgisch eetpatroon en dat is terecht”, meent de voorzitter. Hij wijst erop dat steeds meer studies de gezondheidsvoordelen van zuivel bevestigen. “Zo is er een Britse studie die stelt dat melk en zuivel een beschermend effect kunnen hebben tegen darmkanker en ook het imago van boter is terug positief. Dat zien we ook in de vraag: de krapte op de markt leidde in september tot recordprijzen van de boternoteringen tot wel 8.100 euro per ton.” Strategische rol van zuivelsector erkennenDe sectorfederatie ziet redenen genoeg om de strategische rol van zuivelverwerkers te erkennen en pleit daarom voor een doordacht industriebeleid. “De eerste stappen die op dat vlak al gezet zijn, zijn positief”, meent BCZ, “maar het is essentieel om deze aanpak structureel te verankeren zodat elk nieuw initiatief automatisch getoetst wordt op zijn impact op competitiviteit. Het is tijd om de Belgische zuivelsector naar waarde te schatten. We garanderen lokale voedselvoorziening met veilige, kwaliteitsvolle en duurzaam geproduceerde gezonde producten, creëren werkgelegenheid en dragen bij tot de economische motor van ons land”, besluit voorzitter Buytaert.</content>
            
            <updated>2025-06-17T12:58:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Goede prognoses, maar Vlaamse hardfruitteler waarschuwt voor greep van megahandelaars]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/goede-afzetverwachtingen-maar-zorgen-over-opkomst-mega-handelaar-telers" />
            <id>https://vilt.be/57523</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het hardfruitseizoen lijkt af te stevenen op een herhaling van vorig jaar. Door de weersomstandigheden zijn de productieverwachtingen getemperd, maar bij een nakend onderaanbod zou de prijs wel eens weer goed kunnen zijn. Terwijl de junirui volop bezig is in zijn boomgaarden in Tongeren-Borgloon, blikt teler Chris Groven vooruit op wat de toekomst brengt voor de Vlaamse fruitsector. “De opkomst van grote bedrijven die teelt en handel combineren, vormt een structureel risico voor de markt.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="appels" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a291b3b6-a7fd-464c-a0bf-5896c8a6226c/full_width_chris-groven.jpg</image>
                                        <content>Vanuit het terras achter zijn huis kijkt Groven (56) uit over een heuvelachtig landschap vol appel- en perenbomen. “Een prachtig uitzicht”, zegt hij glimlachend, “maar je ziet ook altijd je werk.”Van appel naar peerMet 14 hectare appels en 10 hectare peren runt Groven een atypisch fruitbedrijf naar Vlaamse normen. Als voorzitter van de fruitbeurs Fructura kent hij de sector als geen ander. Hij zag de appelteelt de afgelopen tien jaar in zwaar weer komen. “De prijsvorming bij appels was zo slecht dat veel telers overstapten op peren. Vlaanderen is intussen echt een perenland geworden.” Polen in opmars, Italië in vervalReden van de slechte prijsvorming tot twee jaar geleden was mede de groeiende productie in Polen waar telers tegen lagere kosten kunnen produceren. De verschuiving richting perenteelt is volgens Groven dan ook niet zonder risico. In Polen worden momenteel massaal perenboomgaarden aangeplant. “De klimaatopwarming speelt daar zelfs in het voordeel: het risico op vorstschade in de winter daalt.”Het is niet de enige bedreiging. “Steeds meer gewasbeschermingsmiddelen verdwijnen van de markt. Daardoor zijn ziektes als schurft, maar ook plagen zoals de wants, steeds moeilijker te beheersen.” Op zijn bureau toont hij een appel met een donkere plek. “Dit is schurft. We krijgen er elk jaar meer last van.”Vooral in Zuid-Europa hebben wantsen al flink wat schade aangericht. “Zij zijn naast de hoge temperaturen mee verantwoordelijk voor de neergang van de Italiaanse perenteelt”, zegt Groven. “Als Italië minder produceert, merken wij dat meteen in onze export naar Duitsland.” De Belgische conferencepeer blijft ook gewild in Rusland. “Hoewel de export officieel stilviel na de Russische boycot van 2014, vinden veel peren via omwegen alsnog hun weg daarheen.” Dat zou deels verklaren waarom Poolse telers bereid zijn het risico op late vorst te nemen. Via omwegen komt een groot deel van de Europese perenproductie alsnog in Rusland terecht Vorstprikken drukken productie in EuropaDit jaar ondervonden de Polen en ook de Turken (Turkije is een belangrijk perenland, red.) wel overlast van de winter. “Wintervorst tijdens de bloei heeft de productieverwachtingen daar toch getemperd”, aldus de Limburgse teler. In Vlaanderen heeft de vorst geen roet in het eten gegooid, maar een gure oosterwind heeft volgens Groven de bloei gefnuikt. “Ik verwacht 60 procent van de oogst van normale jaren.”Toch ziet de Limburger de markt positief in en voorspelt hij een herhaling van vorig jaar. “Ook toen viel de productie hier en elders in Europa tegen en was er een onderaanbod met goede prijzen als gevolg.” Illustratief daarvoor was de prijs voor industrieappelen. “Doordat de industrie geen voorraad had en er weinig aanbod was, betaalden ze vorig jaar prijzen die normaal voor klasse A gelden.” Macht verschuift richting megahandelarenGroven is één van de 350 hardfruittelers die aangesloten is bij BelOrta. Het ledenaantal hardfruittelers bij BelOrta kreeg een boost nadat de coöperatieve&amp;nbsp;groente- en fruitveiling de Belgische Fruitveiling (BFV) opslokte in 2023. Hierdoor ontstond een indrukwekkende blok van Vlaamse hardfruittelers die zo sterker hoopten te staan tegen de retail.Tegenover de traditionele coöperatieve veiling staan de meer commerciële producentenorganisaties, zoals Green Diamond en New Green. “Deze coöperaties zijn opgericht door handelaars met het doel om Europese GMO-subsidies binnen te halen”, aldus Groven die constateert dat deze producentenorganisaties flink aan de weg timmeren.De concurrentie van deze spelers speelt al langer, bevestigt Kris Jans, directeur fruit bij BelOrta. Tot een exodus van fruittelers bij BelOrta heeft het volgens hem niet geleid. “Deze spelers trekken aan de mouw van onze telers. Op deze manier proberen zij onrust te creëren in de sector. Dat is logisch: handelaars hebben liever onrust dan stabiliteit, dat drukt de prijzen. Maar uiteindelijk hebben we elkaar nodig.”Groven ziet op termijn wel een risico in deze commerciële producentenorganisaties waarbij het oprichtende handelshuis vaak ook eigen productie heeft. Sommige van deze teeltbedrijven – zoals Vergo, Devos en Derwael – zijn het voorbije jaren sterk gegroeid en slokken kleine bedrijven op. Het feit dat deze handelaars zelf telen, vindt hij niet slecht. &quot;Zo krijgen ze ook meer inzicht in de kosten en de uitdagingen in de teelt”, stelt hij. Maar de groeiende macht van deze handelshuizen baart hem zorgen. “Er zijn zo’n tien handelaars-telers actief, waarbij een aantal de markt domineren. Deze bedrijven hebben eigen productie, kunnen via hun producentenorganisatie afzetten, én kopen ook nog aan op de veiling. Als de prijzen hoog liggen, verkopen ze eerst hun eigen producten. Zijn de prijzen laag, dan kopen ze op en stockeren ze tot betere tijden. Dat verstoort het evenwicht&quot;, schetst Groven de impact.De consolidatie gaat verder: Devos Group en Wouters Fruit kondigden eind vorig jaar aan hun handelsactiviteiten vanaf augustus 2025 te fuseren.Zelf blijft Groven voorlopig op de huidige koers. Veel van zijn oogst verkoopt hij in eigen beheer, en zijn dochter toont interesse in het bedrijf waardoor opvolging wellicht verzekerd is.</content>
            
            <updated>2025-06-17T14:21:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Matige oogst, sterke prijsvorming: aspergeseizoen loopt op z’n einde]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/matige-productie-maar-goede-prijsvorming-in-de-aspergeteelt" />
            <id>https://vilt.be/57524</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het officiële einde van het aspergeseizoen valt op 24 juni, Sint-Jansdag, maar bij veiling BelOrta is de laatste week van het seizoen al aangebroken. “In juni zie je dat de vraag naar asperges sterk afneemt”, vertelt Benny Cuypers van BelOrta. Toch kijkt hij tevreden terug op het seizoen. Het mooie voorjaarsweer stimuleerde de consumptie, maar door het natte jaar 2024 bleef de productie matig. “De planten moesten herstellen van de natte zomer van vorig jaar”, aldus Cuypers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="seizoensproduct" />
                        <category term="seizoensgroente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/afa22223-b0b5-4871-9909-21451b1a5997/full_width_asperge-den-akker-brecht-jeromrozendaal-20.jpg</image>
                                        <content>Halverwege juni is de aanvoer bij BelOrta gedaald naar 80.000 kilo per week. In de piekweken van april en mei lag dat volume boven de 200.000 kilo, met een uitschieter tot 270.000 kilo. “In juni bouwen telers traditioneel hun productie af, om tegen 24 juni, Sint-Jansdag, volledig te stoppen”, zegt Cuypers.De dalende aanvoer leidde de voorbije weken tot een piekprijs van 10 euro per kilo. “Deze week is de prijs weer wat genormaliseerd, de vraag neemt immers af”, merkt Cuypers op. “Asperges worden geassocieerd met het voorjaar, en in juni verdwijnen ze van het menu.”Sterke vraag dankzij mooi voorjaarOver de vraag hadden de aspergetelers dit seizoen weinig te klagen. Het zonnige voorjaar zorgde voor een stevige vraag naar het ‘witte goud’. “Bovendien stimuleerden tal van promoties in de supermarkten de verkoop”, aldus Cuypers. De prijsvorming bleef door het seizoen heen gunstig.De productie bleef daarentegen bescheiden. Met ongeveer 500 hectare asperges vertegenwoordigt BelOrta zo’n 90 procent van de geveilde asperges in Vlaanderen. De totale productie zal dit seizoen net onder de drie miljoen kilo eindigen. “Dat is op zich een gemiddeld volume, maar gezien het groeizame voorjaar toch teleurstellend”, stelt Cuypers. Oorzaak: de overvloedige regen in 2024. “Aspergeplanten profiteren van droge, gematigde zomers om zich te herstellen. Door de vele regen vorig jaar hadden de planten dit seizoen meer tijd nodig om te recupereren.” Ervaringen uit het veldDat beaamt ook Sooi Bries, aspergeteler in het Limburgse Peer. Met verwarmde tunnels startte hij medio maart al de productie. Dankzij een late Pasen (20 april) en een goede vroege productie kende hij een prima seizoensstart. “De prijzen schommelden wat, maar gemiddeld was het een goed seizoen”, aldus Bries.De voorbije dagen nam Bries afscheid van het gros van zijn seizoensarbeiders. De resterende ploeg werkt nog tot vrijdag op een kwart van het areaal. “Vrijdag stoppen we ermee. Na vier maanden is het mooi geweest”, zegt Bries, die samen met zijn vrouw een boerderijwinkel runt.Ook aspergebedrijf Nooyens uit het Kempense Ravels blikt tevreden terug. “De productie lag ongeveer 10 procent lager dan normaal, maar de prijzen waren 10 procent hoger. Dat compenseerde elkaar mooi”, zegt oprichter Fons Nooyens. De inmiddels 62-jarige teler is officieel met pensioen, maar nog geregeld op het bedrijf van zijn zoon Jan te vinden.Dankzij verwarmde serres startte Nooyens al in februari met de oogst. Door verschillende rassen en teeltwijzen kunnen ze de productie tot eind juni spreiden. De vroege rassen zijn nu volledig uitgelopen en staan in blad. “Hoe langer de plant groen staat, hoe meer suikers ze opslaat, wat de productie voor volgend jaar ten goede komt”, legt Fons Nooyens uit. Dat, in combinatie met de afnemende vraag, verklaart waarom de teelt traditioneel stopt op 24 juni. Laatste kans voor de liefhebbersHoewel de vraag in juni afneemt, weten consumenten hun weg naar de verkooppunten en supermarkten nog steeds te vinden. “Er zijn altijd klanten die beseffen dat het seizoen eindigt, en voor een laatste keer asperges willen eten”, aldus Nooyens.Net als veel collega’s combineert het Kempense aspergebedrijf de teelt met korteketenverkoop. Naast asperges bieden ze ook aardbeien en grondwitloof aan, klassiekers die het goed doen in de hoevewinkels. De korteketenactiviteiten van Nooyens, met twee winkels en marktkramen, worden gerund door dochters Tinne en Kim. “Deze week staan er nog drie markten op de planning, en dan zit het seizoen erop”, besluit Nooyens.Goede vooruitzichten voor volgend jaarIn tegenstelling tot dit seizoen, is Nooyens hoopvol over de vooruitzichten voor volgend jaar. “Dit jaar was een groeizaam seizoen voor de planten. Daardoor zou de productie volgend jaar wel eens bovengemiddeld kunnen uitvallen”, verwacht hij. </content>
            
            <updated>2025-06-18T13:07:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VN Oceanenconferentie hekelt diepzeemijnbouw, bodemtrawling en plasticvervuiling]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vn-oceanenconferentie-hekelt-diepzeemijnbouw-boomkorvisserij-en-plasticvervuiling" />
            <id>https://vilt.be/57525</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een bindend plasticverdrag, officiële bescherming voor tien procent van de oceaan, beperkingen op de bodemtrawling en een moratorium op diepzeemijnbouw: dit en veel meer is er afgesproken op de VN-oceaantop in Nice. Wereldleiders kwamen vorige week samen om de gezondheid van onze zeeën te bespreken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                        <category term="vis" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cc54c5a0-0e0a-4a49-8895-229e554a2b0a/full_width_54579282751-1591cc5499-k.jpg</image>
                                        <content>Over vijf jaar moet dertig procent van de zee moeten worden afgebakend als beschermd gebied. Sinds vorige week is dat tien procent, althans op papier. Deze afspraak is vastgelegd in het BBNJ-verdrag, dat de bescherming van het zeeleven buiten de territoriale wateren omvat. Dit verdrag is nog niet officieel in werking getreden. Dat gebeurt pas wanneer 60 landen het hebben geratificeerd, wat wil zeggen dat ze het ook moeten uitvoeren. Vandaag is dit reeds het geval bij 51 partijen (50 landen plus de EU). Naar verwachting wordt het minimum van zestig dit najaar bereikt. De EU zet alvast veertig miljoen euro in om andere landen te ondersteunen bij de ratificatie en de uitvoering van het verdrag. Wereldwijd is daarvoor al ruim 100 miljoen euro beschikbaar.Natuurorganisaties zijn deels tevreden, maar ook erg kritisch over de afgelopen conferentie. “De VN-conferentie geeft wind in de zeilen voor een bescherming van de oceaan”, communiceerde WWF met een kwinkslag na afloop van het congres. Maar de organisatie waarschuwt dat er dus wel extra inspanningen zullen nodig zijn om dertig procent van de oceaan te beschermen. Vandaag wordt er nog maar drie procent van de oceaan daadwerkelijk beschermd.Bodemroerende activiteitenEen belangrijk element binnen deze oceanenbescherming, is het aan banden leggen van bodemroerende activiteiten zoals bodemtrawling en diepzeelandbouw. 37 partijen, waaronder de EU, zijn voor een moratorium op diepzeemijnbouw. Maar niet elk land toont evenveel animo om de boot naar de ‘blauwe economie’ te missen. Op 24 april ondertekende de Amerikaanse president Donald Trump een uitvoerend bevel dat diepzeemijnbouw in de Amerikaanse en internationale wateren promoot. De hulpbronnen die in de bodem van de oceaan te vinden zijn, zijn &quot;essentieel&quot; om voor &quot;kritieke mineralen&quot; minder afhankelijk te zijn van het buitenland, klonk het. Tegen dat plan en andere plannen van president Trump trok de Franse president Emmanuel Macron aan het begin van de Oceaanconferentie van leer. &quot;De abyssale zone (het deel van de oceaan dieper dan 2.000 meter) is niet te koop, net zoals Groenland niet te koop is, net als de volle zee niet te koop is&quot;, verklaarde hij. De abyssale zone is niet te koop, net zoals Groenland niet te koop is, net als de volle zee niet te koop is Bodemtrawling blijft echter een struikelpunt. Aan het begin van de conferentie kwam de Franse president onder vuur te liggen omdat hij bodemtrawlvisserij in beschermde mariene gebieden niet had verboden. Frankrijk kondigde aan dat het in plaats daarvan de praktijk zou “beperken” en zou streven naar bescherming van vier procent van zijn territoriale wateren. Vandaag geniet slechts 0,1 procent van de Franse wateren deze bescherming. Het is niet duidelijk hoeveel resultaat deze belofte zal kennen, want natuurorganisatie Oceana wijst erop dat de vier procent oceaan waarvan sprake, zones zijn waar hoe dan ook amper bodemtrawling gebeurt.De zogenaamde zeenatuurparken of parcs naturel marin genieten opmerkelijk genoeg geen bescherming van bodemtrawling, tot nijd van Oceana. “Bodemtrawling is één van de meest destructieve en verspillende praktijken die momenteel in onze oceanen plaatsvinden”, zegt Frans marien wetenschapper Dr. Daniel Pauly in een persbericht van Oceana. &quot;Deze enorme, verzwaarde netten bulldozeren de oceaanbodem, vernietigen alles op hun pad en brengen koolstof die in de zeebodem is opgeslagen weer in beweging. Je kunt gebieden niet vernietigen en ze vervolgens ‘beschermd’ noemen. We hebben geen behoefte aan nog meer bulldozerpaden op de zeebodem.”Eilandstaten: &quot;verbied bodemtrawling&quot;Dat Frankrijk niet drastischer komaf maakt met bodemtrawling, is een beslissing die niet alleen door natuurorganisaties wordt bekritiseerd. Moetai Brotherson, de president van Frans-Polynesië, heeft de oprichting aangekondigd van het grootste beschermde mariene gebied ter wereld. Het zal vijf miljoen vierkante kilometer beslaan. “Door te doen wat we doen, zullen we druk uitoefenen op andere landen, waaronder Frankrijk, om meer te doen”, sprak de president op de conferentie.Ralph Regenvanu, minister van Milieu van de Republiek Vanuatu (een eilandengroep in Oceanië, red.), vindt dat de eilandstaten in de Stille Oceaan het goede voorbeeld geven. “De eilandstaten in de Stille Oceaan hebben bodemtrawling in hun nationale rechtsgebieden verboden – en daarom roepen we alle landen op om hetzelfde te doen. De EU telt veel landen die dit nog steeds doen.” De eilandstaten in de Stille Oceaan hebben bodemtrawling in hun nationale rechtsgebieden verboden – en daarom roepen we alle landen op om hetzelfde te doen Symboliek en concrete afsprakenIn ander visserijnieuws hebben nu meer dan 100 landen de WTO-overeenkomst inzake de stopzetting van bepaalde visserijsubsidies geratificeerd, zoals subsidies voor illegale visserij, overbeviste bestanden en ongereguleerde visserij op volle zee. Er zijn nog minder dan tien ratificaties nodig om de overeenkomst in werking te laten treden.Bovendien ondertekenden 96 landen een oproep tot een bindend plasticverdrag, met strenge regels over productie en afvalverwerking, dat in augustus in Genève moet worden afgesloten. De landen vragen dat de &quot;productie en consumptie van primaire plastic polymeren&quot; moeten herleid worden naar een &quot;duurzaam niveau&quot; zo staat in de verklaring.De verklaring bevat geen bindende engagementen en heeft daardoor vooral een symbolische waarde. De Franse minister voor Ecologische Transitie, Agnès Pannier-Runacher, maakt zich evenwel sterk dat het toch gaat om een &quot;belangrijke&quot; afspraak.Sommige landen &quot;proberen ons te laten geloven dat actie ondernemen op het vlak van inzameling, sortering en recyclage doeltreffend is om een einde te kunnen maken aan de plasticvervuiling&quot;, zegt ze. &quot;Dat is een leugen, die we niet kunnen steunen.&quot; De productie van plastic is gestegen van 2 miljoen ton in 1950 tot 413,8 miljoen ton in 2023.Tot slot is er een coalitie gevormd om het uitsterven van haaien en roggen tegen te gaan. 37,5 procent van de soorten wordt met uitsterven bedreigd. Update 18/06: in een eerdere versie van het artikel stond dat er gepleit werd voor een beperking van boomkorvisserij. Het gaat echter om bodemtrawling.</content>
            
            <updated>2025-06-18T12:40:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[KU Leuven-luchtwasser klaar voor de markt via spin-off Circlair]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ku-leuven-luchtwasser-klaar-voor-de-markt-via-spin-off-circlair" />
            <id>https://vilt.be/57526</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De luchtwasser van KU Leuven, die 90 procent ammoniak uit de lucht haalt en 90 procent minder water verbruikt dan andere chemische luchtwassers, bereikt een nieuwe mijlpaal. De technologie is nu in handen van de spin-off Circlair, die zal instaan voor de vermarkting. “Deze winter starten we met metingen in verschillende proefstallen”, zegt Circlair-ceo Lander Hollevoet. “Zo kunnen we eind 2026 ons dossier indienen bij WeComV."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="technologie" />
                        <category term="renure" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/54981787-8ea5-43a4-a9cb-2cb5e1332626/full_width_luchtwasser-binnenin-technologie.jpeg</image>
                                        <content>Met steun van onder meer de Vlaamse overheid werd de innovatieve luchtwasser de voorbije jaren opgeschaald op TRANSfarm, de proefboerderij van KU Leuven. Nadat de technologie een positief rapport kreeg, staat hij weer een stap dichter om op de markt te komen. Via de spin-off Circlair worden er nu stappen gezet om op de Vlaamse ammoniakemissiereducerende (AER) lijst te belanden, zodat veehouders de luchtwasser kunnen gebruiken om hun PAS-referentie 2030 te behalen. “Samen met CBgroep, een specialist in luchtzuiveringsinstallaties, hebben we een betrouwbaar systeem gebouwd. Voor gebruik in de Vlaamse landbouw mikken we op eind 2026 om op de markt te komen”, geeft Hollevoet mee. De kersverse CEO was tot voor kort nog onderzoeker en projectverantwoordelijke van de luchtwasser binnen KU Leuven.Om de luchtwasser erkend te krijgen bij het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veeteelt (WeComV) zijn metingen in meerdere proefstallen nodig. Deze winter wil Circlair de metingen starten, om te eindigen in de zomer van 2026. Daarna zal de spin-off zijn dossier bij Wecomv kunnen indienen in de hoop nog voor 2027 erkenning te krijgen. Een strakke timing maar wel haalbaar volgens Hollevoet. &quot;Voor andere toepassingen, zoals industriële installaties of biogasinstallaties, kan de technologie wel al sneller worden ingezet&quot;, luidt het nog. Renurewet niet nodigDe chemische luchtwasser gebruikt salpeterzuur om de lucht te behandelen. Andere klassieke chemische luchtwassers gebruiken hiervoor zwavelzuur. Door salpeterzuur in te zetten, kan het waterverbruik ferm teruggeschroefd worden en ontstaat er een zeer geconcentreerde vloeibare meststof waarvan de bemestingwaarde dubbel zo hoog is als andere luchtwassers. “Dit maakt het ook dubbel zo interessant voor landbouwers”, aldus Hollevoet. “Dit spoelwater mag al ingezet worden om akkers te bemesten, daarvoor moeten we niet wachten op de renurewetgeving. Soms mag de wetgeving al eens meezitten ook hé.”</content>
            
            <updated>2025-06-16T20:15:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Inagro organiseert groepsophaling medisch afval: “Belangrijk en goedkoper voor landbouwers”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/inagro-organiseert-groepsophaling-medisch-afval-belangrijk-en-goedkoper-voor-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/57527</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De komende weken organiseert Inagro opnieuw een groepsophaling van medisch afval in West-Vlaanderen. Twee keer per jaar kunnen landbouwers hun medisch afval binnenbrengen op centrale ophaallocaties. Een grote besparing voor de boer, en het maakt dat potentieel gevaarlijk afval zorgvuldig wordt verwerkt. Inagro hoopt dat Vlaanderen het initiatief neemt om ook in andere provincies zulke ophalingen te organiseren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="afval" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3af217eb-772f-4f4a-8178-9f22ff5d5c73/full_width_inagro-ophaling-medisch-afval-2.jpg</image>
                                        <content>Flesjes medicatie, gebruikte naalden… Niet alleen in ziekenhuizen worden soms grote hoeveelheden medicatie gebruikt. Bij wet moet alle medisch afval apart verzameld worden. “Bij een ziekenhuis gebeurt dit met een dagelijkse ophaling, maar voor landbouwers zou dat te duur zijn”, zegt Isabelle Vuylsteke van Inagro. “Daarom hebben we samen met Boerenbond, ABS en de provincie West-Vlaanderen het initiatief genomen om ophaaldagen te organiseren.”&quot;We hopen dat de regering het initiatief zal nemen om over heel Vlaanderen zulke ophalingen te organiseren&quot;, zegt Vuylsteke nog. &quot;Dat kunnen we met Inagro niet doen, maar het is dus spijtig dat deze nood elders in Vlaanderen onbeantwoord blijft.&quot;Na zes jaar hebben de ophaaldagen al flink aan bekendheid gewonnen. Vandaag maken al meer dan 1.000 veehouders gebruik van dit systeem. Boeren kunnen hun materiaal aanleveren in speciaal daarvoor ontworpen kunststofcontainers van 50 liter, voor maximum 15 kilo afval. Boeren betalen per tonnetje. &quot;Ook boeren uit pakweg Oost-Vlaanderen mogen trouwens naar deze ophalingen komen&quot;, zegt Vuylsteke. &quot;Maar de ophaallocaties zelf liggen in West-Vlaanderen.&quot;Correcte verwerking aan een lage prijsVolgens Vuylsteke maken de centrale ophaalmomenten de verwerking van medisch afval betaalbaar en praktisch haalbaar. “Vroeger gebeurde het al eens dat veehouders dit niet op de juiste manier verwerkten, bijvoorbeeld kleine bedrijven die niet moesten intekenen op het afvalstoffenregister. De risico’s daarvan zijn moeilijk in te schatten, maar hoe dan ook is het beter om dit soort afval correct te sorteren.”Landbouwers die willen meedoen aan deze gezamenlijke inzameling, kunnen een kunststofcontainer kopen aan 37 euro. Alle daarbijkomende exemplaren kosten twaalf euro. Naaldcontainers hebben een volume van 1 of 2 liter en zijn al voor 1,70 tot 1,90 euro beschikbaar. Alle inzamel-, transport- en verwerkingskosten zijn in de prijs inbegrepen.Meer info op de website van Inagro.</content>
            
            <updated>2025-06-16T17:47:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[In het Wilde Westen van duurzaamheidsclaims wint regeneratieve landbouw terrein]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/in-het-wilde-westen-van-duurzaamheidsclaims-wint-regeneratieve-landbouw-terrein" />
            <id>https://vilt.be/57528</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Regeneratieve landbouw groeide de afgelopen jaren in sneltempo uit tot de hipste landbouwvorm van het moment. Boeren, supermarkten en voedingsreuzen schermen er graag mee, maar niemand lijkt precies te weten wat de term concreet inhoudt. Vage beloftes rond gezonde bodems en klimaatwinst maken zo de weg vrij voor greenwashing en kan het potentieel ondermijnen. Wat is regeneratieve landbouw, en wat betekent de opmars ervan voor de biolandbouw?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="BioForum" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e0d6ca7e-771e-4967-8b5a-d1263b689f0e/full_width_landbouw-bedrijf-boerderij.jpg</image>
                                        <content>Regeneratieve landbouw streeft naar duurzamere voedselproductie door bodems te herstellen en uitputting te vermijden. Daarnaast kan ze ook bijdragen aan meer biodiversiteit. Veelgebruikte technieken zijn minimale grondbewerking, bodembedekking en gewasrotatie. Een bekende toepassing is koolstoflandbouw, waarbij de opslag van koolstof in de bodem centraal staat.Verwarring troefVaak wordt regeneratieve landbouw verward met agro-ecologische landbouw, maar dat is volgens ILVO-onderzoeker Dylan Feyaert niet helemaal hetzelfde. “Achter de agro-ecologische landbouwvorm zit meer een sociale beweging waar enkele principes centraal staan zoals een eerlijke prijs en participatie van landbouwers in het voedselsysteem”, duidt hij. “Dat ontbreekt bij regeneratieve landbouw.”Welke technieken precies onder regeneratieve landbouw vallen en aan welke voorwaarden een bedrijf moet voldoen om zich zo &#039;regeneratief&#039; te noemen, zijn vandaag zeer vaag. Er is geen erkend controlesysteem zoals bij biologische landbouw. Hierdoor kan elke speler in de agrovoedingsketen zelf invullen wat &#039;regeneratief&#039; betekent en vooruitgang claimen zonder objectieve toetsing. Dit zet de deur open voor greenwashing.Hoewel de onderliggende gedachte van regeneratieve landbouw ecologisch positief is, schuilt in de vaagheid van de term een groot risico. Bovendien is het zonder duidelijke normen moeilijk om er beleid rond te voeren of om bedrijven financieel te belonen voor inspanningen. Feyaerts geeft aan dat er in Vlaanderen wordt gezocht naar indicatoren om bodemkwaliteit en -herstel op te volgen. Maar dit zijn slechts sectorale initiatieven, zonder de ambitie om de term &#039;regeneratieve landbouw’ te monitoren of te certificeren.Nieuwe lieveling van de agrovoedingsindustrieToch is regeneratieve landbouw in opmars, zeker bij grote voedingsbedrijven. Voedingsnieuwssite Foodnavigator bracht vorige maand in kaart hoe zij de term ‘regeneratieve landbouw’ integreren in hun duurzaamheidsbeloftes. Daarbij bleek vooral dat elk bedrijf zijn eigen invulling geeft aan het begrip. &amp;nbsp;Zo baseert Nestlé zich op definities van de FAO en het Sustainable Agriculture Initiative (SAI), en spreekt het van “een aanpak die landbouwgrond en ecosystemen behoudt en herstelt, met voordelen voor boeren, milieu en maatschappij”. Danone benoemt het dan weer als “een holistische benadering die de veerkracht van de boerderij vergroot en positieve effecten heeft op natuur, boer en dierenwelzijn.” PepsiCo gaat een stap verder en koppelt het begrip aan meetbare uitkomsten: “een praktijk telt pas als regeneratief als die aantoonbare verbetering oplevert op minstens twee ecologische fronten, zoals bodemkwaliteit of waterbeheer”.Volgens Foodnavigator is intussen 21 procent van de ingrediënten bij Nestlé afkomstig van landbouwbedrijven die regeneratieve praktijken toepassen. Bij Danone zou dat aandeel op 39 procent liggen. Consumenten verwarren vaak regeneratieve landbouw met bio De kracht van perceptieHet gebrek aan heldere definities opent de deur voor marketing, want producten met duurzaamheidslabels slaan goed aan bij consumenten. Vorig jaar onderzocht EIT Food, een Europees partnerschap dat innovatie in voedselverduurzaming en gezondheid stimuleert, de perceptie ervan bij consumenten. Wat bleek? Veel mensen hebben een vermoeden wat regeneratieve landbouw is, maar verwarren het met biologische landbouw. Een grote meerderheid is er ook van overtuigd dat producten die via regeneratieve landbouw zijn geproduceerd, gezonder zijn dan de voeding die ze gewoonlijk kopen. Die overtuiging komt voort uit het geloof dat regeneratieve landbouwproducten worden geteeld zonder chemicaliën en kunstmest, meer voedingsstoffen bevatten omdat de bodem gezonder is en gewassen meer tijd krijgen om te groeien. Slechts een minderheid ziet regeneratieve claims als mogelijke marketingtruc. Zekerheid boven imagoVoor veel voedingsverwerkers zou de interesse in regeneratieve landbouw in de eerste plaats niet draaien om hun duurzaamheidsimago. Volgens Foodnavigator zou het voor hen vooral een manier zijn&amp;nbsp;om leveringszekerheid en risicobeheersing te garanderen. Regeneratieve praktijken hebben namelijk een beter uitzicht op stabielere oogsten. Daardoor krijgt regeneratieve landbouw voor hen een economisch belang dat verder reikt dan louter een marketinginstrument.Volgens Feyaerts hebben de voedingsbedrijven nog een grote drijfveer: de Europese regelgeving en doelstellingen rond koolstofemissies en broeikasgasemissies in het algemeen. “Zij koppelen hun verplichtingen aan initiatieven van landbouwers om het organisch koolstofgehalte in de bodem te verhogen, en gebruiken daarbij graag de term regeneratieve landbouw als kapstok.”Niet alleen voedselproducenten, ook supermarkten zoeken hun positie in het versnipperde duurzaamheidslandschap, geeft Feyaerts mee. “Sommige zetten sterk in op bio-initiatieven, anderen profileren zich met regeneratieve landbouw, terwijl nog andere dan weer liever het sociale luik van agro-ecologie willen benadrukken.” De druk om de koolstofvoetafdruk te verlagen doet voedingsverwerkers vandaag vaker kiezen voor regeneratieve in plaats van biologische landbouw Bedreiging voor biolandbouw?Biolandbouw heeft in België een sterk imago. Het label is verankerd in Europese wetgeving en behoort tot de best gekende labels onder consumenten. Maar biolandbouw gaat ook gepaard gaat met strikte eisen, extra kosten en ingrijpende bedrijfsaanpassingen die tijd vragen. Voor akkerbouw duurt de omschakeling bijvoorbeeld minimum twee jaar, voor meerjarige gewassen soms drie. In die transitieperiode kunnen landbouwproducten bovendien niet onder het biolabel verkocht worden, pas na voltooiing van de omschakeling is dit wel mogelijk.Regeneratieve landbouw daarentegen kent geen vastgelegde spelregels. Onder die brede kapstok kan vandaag duurzaamheid geclaimd worden, zonder controle, lange wachttijden of regelgeving. Hoe bedreigend is deze flexibele optie voor de aantrekkingskracht van biolandbouw? BioForum, de Vlaamse sectororganisatie voor biologische landbouw, ziet niet onmiddellijk een probleem: “Wij zien heel veel voordelen van bepaalde regeneratieve technieken, al staat daar geen label tegenover.” De sectorfederatie pleit alvast wel voor een en-en-verhaal. “We hebben bioboeren die dit ook doen. Zo worden de potentiële kwaliteiten van regeneratieve landbouw gecombineerd met de zekerheid dat er geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruikt worden”, klinkt het.De druk om de koolstofvoetafdruk te verlagen doet voedingsverwerkers volgens Feyaerts vandaag vaker kiezen voor regeneratieve in plaats van biologische landbouw. “Omdat in de biologische teelt geen chemische bestrijdingsmiddelen zijn toegelaten tegen onkruid, wordt er vaker geploegd. Dit is niet bevorderlijk voor de koolstofvoetafdruk. Op andere ecologische vlakken scoort biolandbouw beter, maar bij de focus op koolstof wint regeneratief vandaag steeds vaker terrein&quot;, besluit hij.</content>
            
            <updated>2025-11-17T09:31:26+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[6 van de 9 agrisolar-dossiers in landbouwgebied botsen op negatief advies]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zes-van-de-negen-agrisolar-dossiers-in-landbouwgebied-krijgen-negatief-advies" />
            <id>https://vilt.be/57529</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen heeft recent zes van de negen vergunningsaanvragen voor zonnepanelen op landbouwgrond negatief beoordeeld. Volgens Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) gaat het voornamelijk om grootschalige zonneparken en niet om het type agrivoltaïsche projecten waarbij energieopwekking hand in hand gaat met actieve landbouw. "Deze aanvragen zouden de landbouwfunctie van de percelen aanzienlijk onder druk zetten", aldus Brouns.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                        <category term="groene energie" />
                        <category term="energie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5f25ada1-179c-4ab7-8053-40923676fc97/full_width_zonnepanelen.jpg</image>
                                        <content>In totaal werden de afgelopen periode negen vergunningsaanvragen ingediend voor de installatie van zonnepanelen op Vlaamse landbouwgronden. Projecten in Turnhout en Jabbeke kregen eerder al een negatief advies van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. In antwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams parlementslid Mien Van Olmen (cd&amp;amp;v) liet Brouns weten dat ook vier andere aanvragen recent ongunstig werden beoordeeld.Volgens de minister richten veel aanvragen zich op de aanleg van zonneparken, waarbij de energieopwekking primeert en de landbouwactiviteit naar de achtergrond verdwijnt. Vlaanderen wil vermijden dat landbouwgrond vooral om financiële redenen voor zonneparken wordt ingezet. “Omdat dergelijke installaties doorgaans rendabeler zijn dan klassieke landbouwteelten, dreigt er een stormloop op landbouwgrond”, verduidelijkt Brouns. Dat standpunt wordt verduidelijkt in de nota ‘Zonneparken en agrivoltaïcs in agrarisch gebied’, die als toetsingskader dient voor vergunningsaanvragen. Lokale besturen kunnen deze nota als houvast gebruiken, maar behouden daarbij wel de eindbeslissing.Verder meldt Brouns dat het Agentschap tot op heden naast deze negen dossiers geen nieuwe adviesaanvragen heeft ontvangen. “Zonnepanelen op landbouwgrond klinken aantrekkelijk en sluiten aan bij de groeiende vraag naar hernieuwbare energie”, benadrukt parlementslid Van Olmen, “maar ze mogen de schaarse landbouwgrond niet bijkomend onder druk zetten, noch de landbouwexploitatie belemmeren.”</content>
            
            <updated>2025-06-17T11:51:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Slechts handvol Belgen eet genoeg groenten, fruit en zuivel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sciensano-gezonde-voeding" />
            <id>https://vilt.be/57530</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De eetgewoonten van de Belgen lopen mijlenver achter op de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad. Dat blijkt uit de nieuwste voedselconsumptiepeiling van Sciensano. Hoewel er sinds de vorige meting van 2014-2015 kleine verbeteringen merkbaar zijn, blijft de consumptie van gezonde voeding te laag en die van ongezonde producten te hoog.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedsel" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/83c36cb5-d1c0-49f3-bfc1-3b450f41b802/full_width_appel.jpg</image>
                                        <content>Onbewerkt rood vlees is de enige productcategorie waar meer dan de helft van de Belgen de aanbevelingen volgen. Bij alle andere categorieën worden de aanbevelingen slechts door een kleine minderheid gevolgd. De consumptie van groenten, fruit, water, noten, peulvruchten, melkproducten en vis, die gelinkt worden aan positieve gezondheidseffecten, blijft bij de Belgische volwassen bevolking ver onder de aanbevelingen. Zo eet slechts zeven procent van de volwassenen voldoende groenten, en haalt amper tien procent de richtlijn voor fruit. Bovendien voldoet 88 procent van de volwassen Belgen niet aan de richtlijn voor een gezonde zuivelconsumptie. “We zijn blij dat de Hoge Gezondheidsraad nogmaals bevestigt dat zuivel een belangrijke rol speelt in een gezond en duurzaam voedingspatroon. De te lage consumptie van melk en zuivel is echter zorgwekkend, want zo worden de positieve gezondheidsvoordelen van zuivel onvoldoende benut”, stelt Lien Callewaert van de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ).Zelfs bij kinderen tussen 3-9 jaar, waar de zuivelconsumptie nog het hoogst is (204 g/dag) worden de minimumaanbevelingen niet gehaald. Maar ook volwassen vrouwen, waarvoor voldoende calcium essentieel is om in de menopauze het verlies van botmassa te vertragen blijven met 138 gram melkproducten ruim onder de dagelijkse aanbevelingen. Iedereen zondigt, maar niet op dezelfde manierBij de zaken waarvan we onze consumptie zouden moeten temperen, blijft overdaad de norm. De consumptie van niet-bewerkt en bewerkt rood vlees, alcohol en gesuikerde dranken, ligt volgens Sciensano veel te hoog. 91 procent van de volwassenen overschrijdt de aanbevolen limiet voor charcuterie en 82 procent drinkt alcohol, ondanks het advies om alcoholgebruik te vermijden. Opvallend: de gemiddelde consumptie van wijn is hoger onder personen met een hoog opleidingsniveau, terwijl de gemiddelde consumptie van bier hoger is onder personen met een laag opleidingsniveau. Slechts 37 procent drinkt voldoende water.Door de band genomen maakt iedereen wel ‘fouten’ in zijn dieet, maar we doen het allemaal op een andere manier. Vrouwen, mensen met een hoger opleidingsniveau en inwoners van Vlaanderen eten en drinken doorgaans meer in lijn met de voedingsaanbevelingen. Oudere volwassenen (65 jaar en ouder) eten meer fruit, maar drinken ze minder water dan jongere volwassenen.“Het aantal evoluties in de positieve richting blijft jammer genoeg beperkt”, zegt Isabelle Moyersoen, onderzoekster bij Sciensano. “Sinds onze vorige bevraging in 2014-2015 drinken Belgen wel gemiddeld meer water en eten ze meer groenten, maar het blijft onvoldoende. De consumptie van bewerkt rood vlees of charcuterie is zorgwekkend, en ook de consumptie van alcohol en frisdranken zou sterk verminderd moeten worden.”Overgewicht blijft zwaar probleemHet hoeft dus ook niet te verbazen dat ook de cijfers voor lichaamsgewicht de pan uit swingen. Bijna de helft van de bevolking (49%) heeft overgewicht (inclusief obesitas). Bij kinderen en adolescenten heeft respectievelijk 72 procent en 69 procent een normaal gewicht.&amp;nbsp; Naarmate volwassenen ouder worden, neemt het percentage van degenen met een normaal gewicht fors af. Mannen kampen meer met overgewicht dan vrouwen. Deze cijfers hebben echter niet alleen met voeding te maken, want ook onze lichaamsbeweging is fors afgenomen. Slechts 18 procent van de adolescenten tussen 10 en 17 jaar neemt voldoende beweging. Tien jaar geleden was dat nog 29 procent. In tegenstelling tot wat men zou denken, brengen jongeren meer tijd zittend door dan ouderen. Sciensano benadrukt dat gezonde voeding cruciaal is voor al wie een lang en gezond leven wil leiden, en om de ziektelast in ons land te verminderen. De resultaten benadrukken volgens Sciensano dan ook de noodzaak om gezonde voedingskeuzes makkelijker en aantrekkelijker te maken. “Een omgeving creëren waarin gezonde voeding de eenvoudigste keuze is, moet centraal staan in het volksgezondheidsbeleid”, zegt Isabelle Moyersoen. “Daarbij denken we aan maatregelen zoals het betaalbaarder maken van gezonde producten, betere etikettering en strengere regulering van voedselmarketing”, concludeert ze.Nieuwe aanbevelingenIn navolging van het onderzoek heeft de Hoge Gezondheidsraad (HGR) dinsdag nieuwe voedingsaanbevelingen voorgesteld die moeten bijdragen aan een betere gezondheid. Het adviesorgaan raadt Belgen onder meer aan wit brood of witte pasta te vervangen door volkoren varianten, de consumptie van bewerkt rood vlees (charcuterie) te beperken en meerdere keren per week peulvruchten zoals linzen of bonen te eten.De HGR herhaalt dat je niet-bewerkt rood vlees zoals biefstuk best beperkt tot niet meer dan 300 gram per week, het gebruik van zout te beperken tot 5 gram per dag en zo weinig mogelijk gesuikerde dranken te drinken. Verder adviseert de Raad om dagelijks een handvol ongezouten/ongezoete noten en voldoende groenten en fruit te eten, respectievelijk 250 en 300 gram.De aanbevolen hoeveelheid alcohol en ultrabewerkte voeding blijft nul. Wie toch drinkt, beperkt zich volgens de adviesraad best tot tien standaardeenheden per week. Drink deze tien glazen niet op één enkele zaterdag, maar verspreid ze over verschillende dagen.Verder raadt de HGR aan bij voorkeur plantaardige oliën te gebruiken, maximaal één ei per dag te consumeren, zo weinig mogelijk voedingsmiddelen rijk aan toegevoegde suikers te eten en regelmatig aardappelen te serveren. Hoewel aardappelgerechten gezien worden als de basis van de Belgische eetcultuur, lijkt dat voor de jongere generaties steeds minder het geval. De consumptie van aardappelen ligt beduidend hoger bij de oudere lagen van de bevolking. Ook een milieuverantwoord voedingspatroon met duurzame keuzes is belangrijk, stelt de HGR. Daarnaast vraagt de Raad om voldoende aandacht te besteden aan samen eten. 27 procent van de Belgen eet ‘vaak’ tot ‘altijd’ hun avondmaal voor televisie, wat de HGR dus afraadt. Samen eten &quot;creëert sociale verbondenheid en versterkt het gemeenschapsgevoel&quot;, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-06-17T13:18:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Maar één land ter wereld kan zichzelf gezond voeden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/slechts-een-land-ter-wereld-kan-zichzelf-gezond-voeden" />
            <id>https://vilt.be/57531</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Slechts één land ter wereld produceert genoeg voedsel om zijn bevolking volledig te voeden volgens moderne voedingsrichtlijnen: het Zuid-Amerikaanse Guyana. Dat blijkt uit een grootschalige analyse van de productiecapaciteit van 186 landen, gepubliceerd in het toonaangevende tijdschrift <a href="https://www.nature.com/articles/s43016-025-01173-4" target="_self">Nature Food</a>. De studie, geleid door onderzoekers van de Universiteit van Göttingen, toont aan dat de meeste landen ver achterblijven in het realiseren van een gezond voedingspatroon op basis van eigen productie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wereld" />
                        <category term="productie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b044835f-392f-498a-8c63-828cbaac4710/full_width_guyanawereld.jpg</image>
                                        <content>Niet alleen calorieën, maar ook gezondheid en duurzaamheidWaar eerdere studies vooral naar calorieën keken, koos dit onderzoek voor een meer omvattende benadering: hoe goed kunnen landen hun bevolking voorzien van gezonde en duurzame voeding? Daarbij gebruikten de onderzoekers de Livewell-dieetrichtlijnen van het WWF, gebaseerd op de laatste inzichten rond voeding en duurzaamheid, als maatstaf. Er werd gekeken naar zeven essentiële voedselgroepen: groenten, fruit, zuivel, vis, vlees, plantaardige eiwitten (zoals peulvruchten, noten en zaden) en zetmeelrijke basisproducten.Confronterend resultaatDe resultaten zijn confronterend. Enkel Guyana produceert voldoende in alle zeven voedselgroepen. China en Vietnam scoren zes op zeven. Meer dan een derde van de onderzochte landen is zelfvoorzienend in hoogstens twee voedselgroepen. En slechts één op de zeven landen haalt zelfvoorziening in vijf of meer groepen, deze zijn vooral gesitueerd in Europa en Zuid-Amerika.Opvallend is dat 65 procent van de landen te veel vlees en zuivel produceert, terwijl ze tekortschieten in groenten, plantaardige eiwitten en zetmeelrijke producten, precies de bouwstenen van een gezond dieet. Wereldwijd haalt slechts 24 procent van de landen voldoende groenten uit eigen bodem, en 60 procent van de landen dekt minder dan de helft van hun visbehoefte met eigen productie. Kwetsbaar door importafhankelijkheidDat maakt veel landen kwetsbaar, zeker bij verstoringen van de wereldhandel. Denk aan de COVID-19-pandemie, de oorlog in Oekraïne of blokkades zoals die in het Suezkanaal. In West-Afrika bijvoorbeeld, waar sommige landen tot 70 procent van hun rijst importeren, leidde dat in het recente verleden tot acute voedseltekorten.De afhankelijkheid is vaak geconcentreerd: veel landen leunen voor cruciale producten op slechts één of twee handelspartners. Dit geldt bijvoorbeeld voor landen in Sub-Sahara Afrika en Oost-Azië die meer dan de helft van hun groentenimport uit één land halen, of voor Centraal-Amerikaanse landen die voor zetmeelrijke producten sterk op de VS steunen. Kleine eilandstaten zijn extra kwetsbaar door hun beperkte productiecapaciteit en afhankelijkheid van scheepvaart.Regionale samenwerking helpt, maar volstaat nietDe onderzoekers bekeken ook hoe handelsblokken scoren. Binnen de Europese douane-unie en andere economische unies verbetert de zelfvoorzieningsgraad gemiddeld licht, maar geen enkele unie haalt volledige zelfvoorziening. In groenten is zelfs geen enkele unie zelfvoorzienend, en vis en zeevruchten zijn ook moeilijk in eigen regio te produceren. Handel binnen unies vergroot de weerbaarheid enigszins, maar kan de kwetsbaarheid bij wereldwijde verstoringen niet volledig opvangen. Kansen in plantaardige productieToch biedt de studie ook hoopvolle aanknopingspunten. Veel landen kunnen hun zelfvoorziening opkrikken door gerichte investeringen in plantaardige productie. Voor peulvruchten, noten en zaden bijvoorbeeld is het mogelijk om tegen 2032 het productietekort met gemiddeld 19 procentpunt te verkleinen. Ook in zetmeelrijke gewassen, met name in Sub-Sahara Afrika, zit groeipotentieel.Daarentegen zijn vis en zuivel veel moeilijker op te schalen. De studie voorspelt dat tegen 2032 slechts twee landen volledig zelfvoorzienend in vis zullen zijn, en vijf in zuivel. Vleesproductie zou wereldwijd met gemiddeld 12 procentpunt kunnen verbeteren, maar dat botst op ecologische grenzen en gezondheidsaanbevelingen die juist pleiten voor minder vleesconsumptie.Belang van technologie en beleidDe onderzoekers wijzen op de noodzaak van technologische innovatie en gerichte beleidsmaatregelen om de kloof te dichten. Precisielandbouw, verticale teelt, aquacultuur en zelfs ‘cellulaire landbouw’, denk aan kweekvlees of precisiefermentatie, kunnen bijdragen.Voorbeelden zoals Singapore’s “30 by 30”-strategie – om tegen 2030 minstens 30 procent van de nationale voedingsbehoefte zelf te produceren – tonen dat met gerichte inspanning veel mogelijk is. Maar een verschuiving naar meer duurzame en plantaardige diëten is onvermijdelijk, stellen de auteurs, net als diversificatie van importbronnen om risico’s te spreiden.Zelfvoorziening als strategische zetNationale voedselsoevereiniteit staat wereldwijd opnieuw op de agenda, gevoed door geopolitieke spanningen, klimaatverandering en nieuwe consumptietrends. De studie in Nature Food laat zien dat bijna alle landen ruimte hebben om hun zelfvoorziening te versterken, maar dat dit geen louter technische uitdaging is. Het vraagt om een fundamentele herziening van productie- en consumptiepatronen, beleidskeuzes en internationale samenwerking.</content>
            
            <updated>2025-06-17T15:27:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Krak in het Vak: Leidinggevend landbouwingenieur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/krak-in-het-vak-leidinggevend-landbouwingenieur" />
            <id>https://vilt.be/57532</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Krak in het Vak lopen we mee achter de schermen bij landbouwmachineproducent CNH Industrial. We volgen landbouwingenieur en teamleider Frank en ontdekken wat er allemaal komt kijken bij zijn werk. Van het eerste ontwerp tot de indrukwekkende eindtest: we krijgen een exclusieve kijk op het volledige ontwikkelproces van de nieuwste giga-maaidorser. Een unieke blik op de technologie die de landbouw van morgen vormgeeft.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fb0643a1-2b67-4f00-948b-1a3bb2e73e15/full_width_thumb-20.jpg</image>
                        
            <updated>2025-06-18T10:18:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe toekomst voor slachthuis Kortenaken dankzij lokale veehouders]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veehouders-maken-doorstart-slachthuis-in-kortenaken-mogelijk" />
            <id>https://vilt.be/57533</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het slachthuis in Kortenaken maakt een doorstart, mede mogelijk gemaakt door de steun van 17 lokale veehouders. Broers Bert en Dries Van Asbroeck, die het stilgelegde slachthuis twee jaar geleden overnamen, slaagden er na een lange zoektocht in om de financiering rond te krijgen. Naast een lening bij een grootbank besloten de veehouders, die voornamelijk actief zijn in de korte keten, zelf ook bij te dragen in de vorm van win-winleningen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4e1d62ba-8f65-4e3d-9085-756893f83c9e/full_width_koe-vee-vleesvee-weide-1280.jpg</image>
                                        <content>De broers kochten het leegstaande slachthuis aanvankelijk met het idee het gebouw te slopen, maar zagen later kansen in een herstart, specifiek gericht op veehouders die actief zijn in de korte keten. Volgens hen en het Steunpunt Korte Keten ondervinden korteketenboeren steeds meer moeilijkheden om hun dieren binnen het gangbare circuit te laten slachten.Het vernieuwde slachthuis moet tegemoetkomen aan die behoefte. De plannen kregen al snel steun van het Steunpunt Korte Keten, Boerenbond en de Vlaamse Schapenhouderij. Samen organiseerden zij in februari enkele informatieavonden waar geïnteresseerde landbouwers hun licht konden opsteken en de financieringsmogelijkheden werden toegelicht. 17 veehouders stappen mee in het projectUit die avonden kwamen uiteindelijk 17 veehouders naar voren die elk tussen de 1.000 en 10.000 euro investeren in het project. “Het gaat vooral om boeren die zelf verkopen via de korte keten en die het belang van een gespecialiseerd slachthuis goed inzien”, vertelt Bert Van Asbroeck.Bovendien ontvingen de ondernemers vorig jaar al 300.000 euro VLIF-steun van de Vlaamse overheid. “Dit omdat we met dit microslachthuis een impact kunnen hebben op de valorisatie van primaire producten met korteketenverkoop”, verklaart Van Asbroeck.Eind dit jaar operationeelDe komende weken starten de broers met de renovatie van de bestaande infrastructuur. De slachtlijn voor runderen wordt opgefrist, terwijl de slachtlijn voor schapen volledig vernieuwd wordt, zodat er in de toekomst ook varkens geslacht kunnen worden.Bij volledige opstart verwachten de ondernemers maandelijks ongeveer 150 runderen, 240 lammeren (schapen en geiten) en 240 varkens te verwerken. De deelnemende veehouders genieten daarbij van een symbolische korting van 1 procent op de slachtkosten.Als alles volgens plan verloopt, zal het vernieuwde slachthuis tegen het einde van dit jaar operationeel zijn.</content>
            
            <updated>2025-06-17T18:00:55+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederlandse boeren planten eerste "voedselmoeras"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederlandse-boeren-planten-eerste-voedselmoeras" />
            <id>https://vilt.be/57534</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het begrip ‘voedselbos’ is met de jaren stilaan ingeburgerd, maar in het Zuid-Hollandse Oude Leede wordt gewerkt aan een nieuw agro-ecologisch fenomeen. Op de velden van bio-melkveeboer Dirk Gravesteyn steken de spades in het veen voor de aanleg van één hectare voedselmoeras. Hier worden binnenkort diverse moerasplanten geteeld, zoals watermunt, moerasspirea en lisdodde, naast noten-, fruit- en bessenstruiken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselbos" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4c8ac700-8ae8-4e27-b188-e8fc12664d1a/full_width_gravesteyn-ideaal-ug.jpg</image>
                                        <content>Het laaggelegen drasland van onze noorderburen is niet louter mooi om naar te kijken tijdens een daguitstap. Helene Marcus is deel van het vijfkoppig team dat op het perceel van Gravesteyn een voedselmoeras aanlegt. Samen zullen ze gedurende zes jaar de grond pachten, bewerken en oogsten. Een biotoop voor een ruime variatie aan insecten, fauna en flora, maar ook het bed voor vele unieke teelten.Enkele teelten zijn bij het grote publiek wel gekend als wilde plant, maar niet in functie. Lisdodde bijvoorbeeld kan worden verwerkt in textiel of isolatie, maar kent ook een culinaire functie. “Jong blad kun je wokken, de bloem zelf heb ik laatst gegeten en is erg lekker, en ook het zetmeel van de wortel is heel veelbelovend”, zegt Marcus. Andere voorbeelden van teelten zijn watermunt, waarmee men pesto kan maken, of gagel een populair alternatief voor hop, dat in dit geval verkocht wordt aan Wilderland voor verwerking in limonade. Ook bekendere teelten zoals veenbessen gedijen hier goed. “Wat we nu produceren is afkomstig van onze kleine proefvelden, één in Den Haag en één in Leiden”, zegt Marcus. “Maar dit terrein van één hectare is ons eerste project op deze schaal.”Uitgezakte, droge veenweides opnieuw vernattenBiomelkboer Gravesteyn is enthousiast om zijn veld voor dit project te verpachten. “Ik ben met de initiatiefnemers in contact gekomen via de nonprofitorganisatie Wij.land, dat boeren begeleidt die willen verduurzamen. Ik werk heel extensief en door omstandigheden hebben we meer grond voor onze veestapel dan we eigenlijk nodig hebben. We hebben telkens een ruwvoeroverschot, dus ik kon zeker wel grond beschikbaar stellen voor dit project.”“We zitten natuurlijk in een laag Holland, vijf en een halve meter onder NAP (Normaal Amsterdams Peil, een Nederlandse referentiehoogte vergelijkbaar met zeespiegel, red.)”, zegt Gravesteyn. “Dus het is een ontdekkingstocht om te zien hoe we deze veenweides die uitzakken en uitdrogen, opnieuw kunnen vernatten en er toch een rendabele landbouw bedrijven.”“Het is misschien een beetje raar om dit als biologisch melkveehouder te zeggen, maar grasland is per definitie een vrij schrale biotoop”, zegt Gravesteyn. “Ook al probeer ik &amp;nbsp;het zo goed mogelijk te doen met veel weide en biologisch werken, vroeg of laat kom ik een keer maaien. Binnen het voedselmoeras komen er geen koeien en ook geen mest aan te pas. Het gaat om het hanteren van permacultuurprincipes, met verschillende planten door elkaar heen.”Wat met de winst?Gravesteyn is zeer benieuwd om te zien hoe het project de komende jaren zal evolueren. “Men teelt hier geen aardappelen met tonnen tegelijk, maar eerder gedroogde producten, thee-achtigen en smaakmakers”, zegt hij. “Alles wat betreft productie en afzet is dus grotendeels onontdekt terrein.”Ook Gravesteyn zelf heeft veel te winnen en te verliezen bij dit project, want hoewel het pachtcontract voorlopig zes jaar loopt, zijn de terreinaanpassingen voor de langere termijn. “Er is altijd een risico dat het niet zal werken, en dat risico ligt dus voor een deel ook bij ons”, zegt de melkveehouder. “Maar gelukkig is er een behoorlijke financiering gevonden om de aanloopkosten en investeringen te dekken, dus het financiële risico is vrij beperkt.”“De gemiddelde inschatting bij een voedselbos, is dat je na zo’n zeven jaar de doorslag hebt bereikt naar een verdienmodel”, zegt Marcus. “Wij hopen het iets eerder te doen. De arbeid die bij een voedselmoeras komt kijken valt op zich wel mee, maar je moet natuurlijk wel machines vinden waarmee je op kleinere schaal kunt oogsten.”Hoe dan ook kan het project een grote bijdrage leveren aan het lokale milieu. “Het project dient ook om meer CO2 op te nemen en bodemdaling tegen te gaan”, zegt Marcus. “Het borgt ook veel meer wateropvang, en een nat veld kent natuurlijk een heel andere biodiversiteit dan drooggelegde velden.”&quot;De bedoeling is nu om hier een model te ontwikkelen waarmee we andere boeren kunnen inspireren om hetzelfde te doen&quot;, zegt Marcus. &quot;Wie weet, misschien hebben we over enkele jaren een voedselmoerassennetwerk, net zoals vandaag al het geval is voor de voedselbossen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-06-17T18:06:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Investeringsfonds van Boerenbond investeerde in 2024 voor bijna 12 miljoen euro in landbouwinnovaties]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/investeringsfonds-van-boerenbond-investeerde-in-2024-voor-bijna-12-miljoen-euro-in-landbouwinnovaties" />
            <id>https://vilt.be/57535</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>AIF, het investeringsvehikel van de moedermaatschappij van Boerenbond (MRBB), heeft in 2024 voor 11,9 miljoen euro geïnvesteerd in bedrijven die nieuwe en duurzame oplossingen willen ontwikkelen voor de land- en tuinbouwsector. Dat leverde een nettowinst op van 1,2 miljoen euro. Daarmee stijgt het eigen vermogen naar 62,3 miljoen. “Dat geld staat niet zomaar op de bank”, benadrukt CEO Patrik Haesen. “In totaal is 60,3 miljoen euro netto geïnvesteerd in tien beloftevolle bedrijven.” In 2025 mag AIF rekenen op een kapitaalverhoging van 20 miljoen euro.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/945d0c50-75fc-4a28-b702-001d56b38392/full_width_protealisspeedbreedersoja-1250.JPG</image>
                                        <content>Risicokapitaal voor start-upsAgri Investment Fund (AIF) is het investeringsfonds van de Maatschappij Roerend Bezit Boerenbond (MRBB). En die laatste is op haar beurt de financiële holding van de Boerenbondgroep. Het investeringsvehikel werd 18 jaar geleden opgericht en sinds een achttal jaar is het geëvolueerd naar een fonds dat risicokapitaal ter beschikking stelt aan start-ups die werken aan innovatieve oplossingen voor land- en tuinbouw omdat zij vaak onvoldoende kapitaal vonden op de kapitaalmarkten.AIF ziet zichzelf daarbij als een langetermijninvesteerder en kiest meestal voor een minderheidsparticipatie. “Als AIF in het kapitaal stapt, dan zien we vaak dat andere investeringsfondsen mee instappen. Ze vertrouwen op onze agrarische expertise om het project te beoordelen”, zei Sonja De Becker, voorzitter van MRBB, daar eerder over in een gesprek met VILT. Daarmee antwoordde zij op de kritiek die er kwam over de middelen van Boerenbond. MRBB beloofde ook meer transparantie. “Wij hebben niets te verbergen”, zei Raf Sels, CEO van MRBB, in datzelfde gesprek. Zeven investeringen voor 11,9 miljoen euroMet de communicatie van AIF over de jaarresultaten van 2024 lijkt die transparantie er ook te komen. “In 2024 investeerde AIF in totaal 11,9 miljoen euro. Het gaat voornamelijk over vervolginvesteringen binnen de bestaande portefeuille”, vertelt Haesen, CEO van AIF. Zo werd er opnieuw vijf miljoen euro geïnvesteerd in Biotalys, dat nieuwe biologische beschermingsmiddelen voor planten ontwikkelt op basis van antilichamen van lama’s. Aphea.Bio kreeg nog eens 2,3 miljoen euro om nieuwe biostimulanten en biocontrolemiddelen voor gewassen op basis van microbiële organismen verder te ontwikkelen. En ook Protealis, dat werkt aan een verdere verbetering van eiwitgewassen, kon rekenen op een extra injectie van 1,5 miljoen euro.Ook in de dierlijke sector blijft AIF verder zijn rol spelen, want daar is het vaak nog moeilijker voor start-ups om kapitaal aan te trekken omdat veel investeringsfondsen met ESG-criteria (Environmental, Social and Governance, red.) schermen. Zo kreeg Virovet, dat nieuwe antivirale middelen en vaccins ontwikkelt voor nutsdieren, nog eens 766.000 euro extra. En Animab, dat met eetbare antilichamen maagziektes bij runderen wil bestrijden, mocht rekenen op 870.000 euro van investeringsfonds van de Boerenbond-groep. Dat start-ups maar moeilijk worden overgenomen door gevestigde waarden zorgt voor onzekerheid bij investeerders waardoor die beduidend voorzichtiger en selectiever te werk gaan Daarnaast investeert AIF ook in Biotope Ventures dat werd opgericht in de schoot van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). Biotope is een start-upstudio die internationale biotechstart-ups steunt. Over een periode van drie jaar investeerde het in 16 Europese start-ups binnen de domeinen voeding, landbouw en materialen. In 2024 droeg AIF 250.000 euro bij aan Biotope.Heet van de naald is ook het nieuws dat er dit jaar een tweede fonds door Biotope in het leven is geroepen. Ook hier zal AIF met een bedrag van één miljoen euro aan bijdragen. “We zijn er trots op dat we een fonds steunen dat diepgeworteld is in ons lokale ecosysteem en met succes ondernemers van over de hele wereld aantrekt om hun transformatieve oplossingen te versnellen&quot;, klinkt het bij Agri Investment Fund.In 2024 voegde AIF één nieuwe participatie toe aan zijn portefeuille. Het investeerde 1,2 miljoen euro in Biocsol, een start-up opgericht vanuit de universiteit van Louvain-la-Neuve die zich richt op biocontrolemiddelen op basis van metabolieten van microbials. “Op deze manier treden we ook toe tot het groeiende Waalse agro-tech ecosysteem”, stelt Haesen.Eigen vermogen van 62,3 miljoen euroAfgelopen jaar realiseerde AIF een nettowinst van 1,2 miljoen euro, wat in vergelijking met het verleden een gemiddeld bedrag is. De winst komt uit dividenden op de investeringen, interesten en de afwikkeling van een oud investeringsdossier, min de kosten die het investeringsfonds gemaakt heeft. “Dankzij dat resultaat stijgt ons eigen vermogen tot een totaal van 62,3 miljoen euro. Hiervan is 60,3 miljoen euro netto geïnvesteerd in tien portfoliobedrijven”, verduidelijkt de CEO. “Daarenboven heeft AIF voor 4,5 miljoen euro aan commitments voor bijkomende investeringen open staan binnen de bestaande portefeuille.” Overnames door gevestigde bedrijven blijven uitHaesen wijst erop dat het uitdagende tijden zijn voor de agro-tech sector. “In de periode 2018-2021 zagen we een boost in enthousiasme, maar sindsdien heeft de sector een reality check gekregen. Het blijft zeer uitdagend om de markt te betreden door een combinatie van beperkte prijszettingskracht, zware wetgevende trajecten en de dominantie van een beperkt aantal partijen doorheen de keten. Bovendien betekent de stijging van de rentes ook een beperking van het kapitaal”, klinkt het.De CEO ziet dat ook het uitblijven van noemenswaardige exits binnen de sector de onzekerheid bij investeerders verhoogt waardoor die beduidend voorzichtiger en selectiever te werk gaan. “Er zijn verschillende bedrijven de we al acht jaar of langer in portefeuille hebben. In de start-upwereld is dat vrij uitzonderlijk. Vaak zien we dat wanneer een innovatie marktklaar is, die innovatie of de start-up wordt overgenomen door een gevestigde waarde. Dat gebeurt vandaag opmerkelijk minder. Dat zorgt er enerzijds voor dat wij langer en meer geld moeten investeren en anderzijds blijft ook een waardebepaling uit die door investeerders als een benchmark kan worden gezien. En dat zorgt dan weer voor onzekerheid”, legt Haesen uit. Wij blijven op lange termijn investeren met als ambitie een sterkere en meer duurzame land- en tuinbouw  Aanvullende financiering vanuit overheidMaar AIF ziet zeker ook lichtpunten. “Overheden beginnen meer en meer te beseffen dat oplossingen nodig zijn en lijken bereid de regulatoire trajecten te herbekijken. Via allerhande overheidgerelateerde vehikels komt er bovendien meer aanvullende financiering ter beschikking”, somt Haesen op. “Ondertussen wordt de noodzaak aan nieuwe oplossingen ook alsmaar acuter in de landbouw zelf, omwille van problematieken zoals resistentie, strengere milieunormen, enz.”Gelukkig stelt AIF vast dat er bij start-ups nog heel wat ondernemerschap is dat deze problematieken wil aanpakken. “Dankzij een combinatie van impactgedreven investeerders en overheidsgeld, blijft er toch een positieve dynamiek aanwezig binnen deze moeilijke omgeving. AIF wenst dan ook meer dan ooit zijn rol en verantwoordelijkheid op te nemen en blijft investeren doorheen deze cycli en over álle domeinen heen die een positieve bijdrage kunnen leveren aan de land- en tuinbouw”, benadrukt Haesen. 20 miljoen euro meer kapitaal in 2025Voor 2025 heeft MRBB beslist om het kapitaal van AIF te verhogen met 20 miljoen euro. Dat is de tweede stevige kapitaalverhoging in drie jaar tijd. In 2023 injecteerde MRBB al eens 15 miljoen euro in AIF. “Dat is een versnelling die we in het verleden nog niet gezien hebben. Het geeft ons in elk geval een buffer voor de toekomst”, zegt Haesen.Die extra middelen hebben het investeringsfonds dit jaar al toegelaten om te investeren in Rainbow Crops, een spin-off van VIB, en in het Britse RootWave dat technologie ontwerpt voor elektrische onkruidbestrijding. Met de investering in RootWave kiest AIF voor het eerst voor een investering buiten België. “Wij blijven op lange termijn investeren met als ambitie een sterkere en meer duurzame land- en tuinbouw en een positieve impact voor het milieu én voor de boer”, besluit de CEO.</content>
            
            <updated>2025-06-18T13:52:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kraft Heinz haalt kunstmatige kleurstoffen uit producten in VS]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kraft-heinz-haalt-kunstmatige-kleurstoffen-uit-producten-in-vs" />
            <id>https://vilt.be/57536</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Kraft Heinz, het Amerikaanse voedselbedrijf dat bekend om zijn tomatenketchup, heeft aangekondigd voor het einde van 2027 alle kunstmatige kleurstoffen uit zijn producten te halen. Deze zet is een tegemoetkoming aan Amerikaans minister van Volksgezondheid Robert F. Kennedy jr. Onder de slogan ‘MAHA’ of ‘Make America Healthy Again’, wil Kennedy tegen eind 2026 synthetische kleurstoffen uitbannen, maar volgens brancheorganisaties is daarover geen overeenkomst gesloten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/429a0b0e-f3af-40e5-ab72-4d4ef4ccc054/full_width_c502fdef-f2fb-4ea4-b150-2dfd7587c526.jpg</image>
                                        <content>De Trump-administatie trekt ten strijde tegen de zogenaamde ‘FD&amp;amp;C-kleurstoffen’. Dat is een verzameling van veelvoorkomende synthetische kleurstoffen die tot op vandaag zijn toegestaan in Amerikaanse voeding. Bedrijven krijgen evenwel een aanpassingsperiode om hun productieproces aan te passen. Kraft Heinz heeft zo aangegeven dat het van plan is om de kleurstoffen voor het einde van 2027 uit zijn Amerikaanse producten te verwijderen. Er zullen ook geen nieuwe producten meer op de markt worden gebracht die deze stoffen bevatten. &quot;Men vergiftigt onze kinderen&quot;Het ministerie van Volksgezondheid en Human Services en de Food and Drug Administration FDA hebben in april gezegd dat ze samen met de voedingsindustrie willen werken aan het verwijderen van zes synthetische kleurstoffen tegen het einde van volgend jaar. Bovendien wordt voor de mogelijk kankerverwekkende stoffen Citrus Red 2 en de kleurstof Orange B sinds deze lente al gewerkt aan een onmiddellijk verbod. Deze twee kleurstoffen worden voor de duidelijkheid in Europa niet gebruikt.Bij aankondiging van zijn ‘MAHA’-plan heeft Kennedy kunstmatige kleurstoffen en andere additieven verantwoordelijk gehouden voor een hele reeks gezondheidsproblemen en gezegd dat ze Amerikaanse kinderen vergiftigen. Suiker noemt hij “zo verslavend als crack.”Grote voedingsmiddelenbedrijven en brancheorganisaties verdedigen het gebruik van synthetische kleurstoffen en wijzen erop dat deze al lang door federale regelgevers als veilig worden beschouwd. Vijf van de zes synthetische kleurstoffen die worden uitgefaseerd, vindt men ook terug in Europese voedingsmiddelen onder de zogenaamde E-nummers. In tegenstelling tot de VS, krijgen sommige van deze stoffen in Europa wel een waarschuwingslabel. VILT bracht eerder een overzicht van deze middelen.Maar hoewel sommige bedrijven zoals PepsiCo en ontbijtgranenfabrikant WK Kellogg niet staan te springen om deze additieven te laten vallen, delen deze bedrijven wel mee dat ze werken aan het uitfaseren of beperken van bepaalde kleurstoffen. Groen en blauw zijn zeldzaamKraft Heinz, dat zijn hoofdkantoor in Chicago en Pittsburgh heeft, verklaart dat het overgrote merendeel van zijn Amerikaanse producten geen kunstmatige kleurstoffen bevat. Voor de producten die dat wel doen, waaronder bijvoorbeeld de knalrode drank Kool-Aid of de Crystal Light- en bepaalde Heinz- en Jell-O-producten; zei het bedrijf dat het de kleurstoffen zou verwijderen of vervangen. Sommige van deze producten krijgen een geheel nieuwe kleur.Voor de meeste producten zei Kraft Heinz dat het kunstmatige kleurstoffen kan vervangen door natuurlijke kleurstoffen. Maar dat ligt moeilijker bij sommige kleuren, zoals groen en blauw. In producten waar kleur niet cruciaal is, zal Kraft Heinz ze volledig verwijderen.&quot;We zijn voortdurend bezig onze recepten, producten en portfolio te verbeteren om consumenten en klanten de beste kwaliteit te bieden&quot;, zegt Pedro Navio, voorzitter Noord-Amerika bij Kraft Heinz, in een verklaring. &quot;In het overgrote deel van onze producten zitten natuurlijke of geen kleurstoffen, en we zijn al een tijd bezig om het gebruik van FD&amp;amp;C-kleurstoffen in de rest van ons assortiment te verminderen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-06-18T13:51:28+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese Commissie sleutelt aan Mercosurverdrag om Fransen te paaien]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-commissie-sleutelt-aan-mercosurverdrag-om-fransen-te-paaien" />
            <id>https://vilt.be/57537</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie probeert op het laatste moment nog een bijlage toe te voegen aan het EU-Mercosurakkoord om Frankrijk en zijn boeren gerust te stellen. Dat meldt de nieuwssite Politico. Deze bijlage omvat de oprichting van het fonds dat eerder al was aangekondigd om boeren te compenseren voor eventuele negatieve gevolgen van de overeenkomst tussen de EU en Mercosur.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="suiker" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/38bff971-916b-4a15-9911-d1dde960e5c9/full_width_macron-eu.jpg</image>
                                        <content>De Mercosur-handelsovereenkomst is een voorgesteld handelsakkoord tussen de Europese Unie en de Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur, bestaande uit Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay.Goedkoop rund, kip en suikerDe Franse president Emmanuel Macron herhaalde vorige week zijn bezorgdheid over de overeenkomst en riep op tot extra maatregelen om EU-boeren te beschermen tegen een mogelijke toestroom van Zuid-Amerikaans vlees. Dit vlees wordt immers geproduceerd in andere, goedkopere omstandigheden dan in Europa, met alle gevolgen van dien voor de voedselprijzen. Naast een laksere regelgeving inzake arbeid, gewasbescherming en dierenwelzijn, genieten deze landen ook van een gunstig klimaat en goedkope landbouwgronden, wat hun productieproces een stuk goedkoper maakt.Maar de bezorgdheden gaan verder dan vlees alleen. De Franse minister van Landbouw Annie Genevard waarschuwde dat onder de huidige voorwaarden “grote hoeveelheden suiker” uit Mercosur-landen naar de EU zouden kunnen worden geëxporteerd, wat een bedreiging zou vormen voor de Europese suikerindustrie. “De prijzen dalen en er wordt gesproken over mogelijke sluitingen van suikerbedrijven”, zei ze.Macron probeert dus om voldoende tegenstanders te verzamelen om de overeenkomst te blokkeren, maar daarvoor heeft hij de steun nodig van landen die 35 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen. De bescherming van gevoelige landbouwproducten moet worden gewaarborgd, en dat is iets waar we ons in Brussel sterk voor maken Duitse twijfels en kanttekeningenHet zijn overigens niet alleen Franse boeren die wakker liggen van dit akkoord. Hoewel Duitsland voorstander is van het akkoord, nuanceerde de Duitse staatssecretaris Martina Englhardt-Kopf op de nieuwssite Euractiv dat het vrijhandelsakkoord “niet tegen elke prijs” mogelijk is. “De bescherming van gevoelige landbouwproducten moet worden gewaarborgd, en dat is iets waar we ons in Brussel sterk voor maken”, stelt ze.Een belangrijke kanttekening is dat Mercosur niet compleet vrij spel krijgt om onze markten te overspoelen. De tariefvrije quota die Europa aan de Zuid-Amerikanen toekenen, kennen een maximumvolume. Voor rundvlees vertegenwoordigen deze 1,6 procent van de jaarlijkse consumptie van Europeanen in volume en iets meer in waarde. Voor pluimvee en suiker is dit nog minder, met respectievelijk 1,4 procent en 1,2 procent in volume. Cijfers die van veraf verwaarloosbaar lijken, al vertellen ze niet het volledige verhaal.Laten we inzoomen op pluimvee. Europese consumenten kopen vooral kipfilets of borstvlees. Deze kunnen verkocht worden een goede prijs en zijn dus ook de &#039;winststukken&#039; die pluimveeproducenten nodig hebben om rendabel te blijven. Als de Mercosur-landen zich toespitsen op deze meest gewilde snedes, is de verstoring van de pluimveemarkt groter dan men op het eerste gezicht zou denken. Bijkomende bepalingen en compensatiefondsEU-voorzitter Ursula von der Leyen sloot de overeenkomst afgelopen december in Uruguay, waarmee een einde kwam aan twee decennia van moeizame onderhandelingen tussen de EU en het Zuid-Amerikaans handelsblok. Au fond kan de tekst binnen het Mercosurverdrag niet meer gewijzigd worden, maar een bijlage met bijkomende bepalingen moet Frankrijk overtuigen om zijn standpunt te herzien. Deze zouden garanties moeten bieden voor de invoer van onder andere rundvlees en gevogelte.Bovendien werkt men ook aan een fonds om boeren te compenseren voor eventuele negatieve gevolgen van de overeenkomst tussen de EU en Mercosur, in een poging om het Franse verzet te sussen. Dat fonds werd eigenlijk al in januari aangekondigd. Op 5 juni bracht de Braziliaanse president Lula zelfs een bezoek aan Parijs als charmeoffensief om de Franse publieke opinie te beïnvloeden. De EU-lidstaten hopen eind dit jaar hun politieke goedkeuring aan het akkoord te kunnen geven. Nieuwe afzetmarkt nodigDoor de nieuwe bijlage niet-juridisch bindend te maken, zijn er geen nieuwe onderhandelingen met de Mercosur-landen nodig. De Europese Commissie heeft hier ook geen zin in, omdat het naarstig op zoek is naar nieuwe handelspartners om de gevolgen van de eenzijdige invoerheffingen van de Amerikaanse president Donald Trump af te wenden en omwille van de snel veranderende verhoudingen in de wereld.Binnen enkele weken moet de definitieve, juridisch getoetste tekst van het akkoord aan de lidstaten worden voorgelegd. Dat zou dus moeten gebeuren vóór het zomerreces, dat eind juli begint. De zwaarte van dit dossier mag niet worden onderschat. Als het akkoord erdoor komt, ontstaat er een nieuwe vrijhandelszone met bijna 800 miljoen mensen en de invoerrechten op 91 procent van de export van de EU naar Mercosur zouden worden afgeschaft.De Franse minister van Landbouw, Annie Genevard, blijft op zoek naar steun tegen de overeenkomst. “Tot op heden is er geen meerderheid voor de goedkeuring van het verdrag, en de blokkerende minderheid is niet ver weg”, zei Genevard maandagochtend op de nationale radiozender France Info. “Oostenrijk, Hongarije en Polen zijn tegen, en veel landen hebben hun bedenkingen geuit, zoals Ierland en Griekenland.” Ook voordelen voor landbouwers?Hoewel boerenorganisaties in diverse Europese landen zich uitspreken tegen Mercosur, zoals ook de Europese boerenorganisatie Copa-Cogeca, zou het handelsakkoord ook pluspunten bevatten voor Europese boeren. Aan de nieuwssite Politico stelt EU-onderhandelaar John Clarke het volgende: “De varkensvleessector profiteert enorm van de overeenkomst. Hetzelfde geldt voor de zuivelsector, wijn, sterke drank, dranken en vrijwel alle verwerkte landbouwproducten: jam, conserven, koekjes, ontbijtgranen, babyvoeding, diervoeding.”Hetzelfde zou gelden voor regionale voedingsmiddelen waarvan de productie een handelsmerk is, zoals Franse kazen, Italiaanse hammen, Ierse drank en Duitse worst. “Er zullen er een paar honderd geografische aanduidingen worden beschermd”, stelt Clarke.Het is ook zo dat Europa momenteel moeite heeft met de afzet van bepaalde producten. Zo heeft China recent het antidumpingonderzoek naar Europees varkensvlees verlengd. Een maatregel die door analisten vooral als vergelding wordt gezien voor onze geplande importtaksen op Chinese elektrische wagens.</content>
            
            <updated>2025-06-19T09:32:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van proefveld tot praktijk: Antwerpen zoekt pioniers voor productief kruidenrijk grasland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/proeven-met-kruidenrijk-grasland-op-drie-locaties-in-vlaanderen-antwerpen-zoekt-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/57538</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hooibeekhoeve, Inagro en UGent/ HOGENT onderzoeken momenteel op drie locaties of het telen van productief kruidenrijk grasland op Vlaamse velden een goed idee is. Deze meerjarige mengteelt van verschillende soorten grassen, vlinderbloemigen en kruiden biedt heel wat voordelen. Volgens de onderzoekers zijn de eerste resultaten alvast veelbelovend en daarom zoekt Hooibeekhoeve landbouwers die op hun percelen ook aan de slag willen met graskruidenmengsels.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="voeder" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3951f39d-a1bd-412a-aa08-9f8e6e71e706/full_width_herbgrass-productieve-kruidenmengsels.jpg</image>
                                        <content>“Als 10 procent van de 3 400 melkveebedrijven tien procent van hun raaigras vervangen door productief kruidenrijk grasland kan er jaarlijks 1,67 miljoen euro bespaard worden aan ruwvoederkost en kunstmest. Naast de economische winst, spreken ook de ecologische voordelen voor zich. Door de langere wortels verbetert de sponswerking van de bodem, de vlinderbloemigen vangen stikstof uit de lucht en de wortels houden koolstof beter vast in de bodem. De bloeiende biodiversiteit en het weelderige insectenleven krijgen we er extra bij&quot;, aldus Antwerpse gedeputeerde voor Landbouw Jinnih Beels. Zij lichtte het belang van het&amp;nbsp;project Herbgrass toe op een proefperceel in Geel.Droogteresistenter“Kruidenrijk grasland is één van de maatregelen die landbouwers weerbaarder maakt voor klimaatveranderingen”, vervolgt Beels. Productief kruidenrijk grasland is immers beter bestand tegen droogte dan Engels raaigras, een veel gebruikt grasras in de landbouw. Dit ras is veredeld op productie en wortelt oppervlakkig. De grassen, vlinderbloemigen en kruiden in mengsels wortelen dieper in de grond waardoor de&amp;nbsp;gewasgroei langer aanhoudt en stabieler is tijdens droge periodes.Daarnaast bevordert de variatie in worteltypes via de stoffen die de wortels afscheiden het bodemleven met als gevolg een betere koolstofopslag en dus bodemkwaliteit. ”, klinkt het. Door het positief effect op de bodemstructuur verbetert ook het waterbufferende vermogen van de grond, iets wat ook de weerbaarheid van de landbouw bevordert. Minder kunstmestDoor de toevoeging van vlinderbloemigen, zoals witte en rode klaver, luzerne en rolklaver, wordt stikstof uit de lucht gefixeerd. Daardoor is er minder kunstmest nodig. Binnen het project onderzoekt Hooibeekhoeve in hoeverre kunstmest volledig kan worden weggelaten en welke mengsels beter of minder goed presteren op dat gebied.In totaal zijn er op drie locaties steeds 15 verschillende graskruidenmengsels uitgezaaid en wordt het voordeel ten opzichte van grasklaver vergeleken. De combinatie van gras en klaver wordt al meer toegepast waarbij klaver als onbestendige eiwitbron geldt. “De toevoeging van kruiden in de mengsels kan ervoor zorgen dat de koe deze eiwitbron ook beter op kan nemen”, verklaart onderzoeker An Schellekens van Hooibeekhoeve. Stimuleren van biodiversiteitDe diverse samenstelling van kruidenrijk grasland ondersteunt zowel de ondergrondse als de bovengrondse biodiversiteit. Worteluitscheidingen stimuleren een rijk bodemleven, terwijl bloeiende kruiden insecten aantrekken, zoals bijen en vlinders. Die insecten vormen op hun beurt voedsel voor bijvoorbeeld weidevogels. “Zo komen er onder grasklaver tot tweemaal zoveel regenwormen voor als onder zuiver gras”, klinkt het.Volgens An Schellekens zouden bijvoorbeeld zuivelverwerkers op termijn premies kunnen uitreiken aan boeren die dergelijke agro-ecologische maatregelen toepassen. Om zich ook op deze toekomst voor te bereiden, is het volgens haar cruciaal om meer kennis op te doen over verschillende kruidenmengsels en het effect op biodiversiteit, bodemkwaliteit, kunstmestbehoefte en voedzaamheid.Daarnaast is ook de voederkwaliteit een puzzel die de komende jaren gelegd moet worden. Zo is onder andere het maaimoment essentieel voor een juiste voederkwaliteit. Of en hoe uitbundig &amp;nbsp;kruiden &amp;nbsp;in bloei mogen of moeten komen wordt onderzocht. Wat zeker al aanbevolen wordt is om &amp;nbsp;hoger te maaien “Op acht centimeter in plaats van vijf centimeter, omdat anders bepaalde kruiden op termijn verdrukt kunnen worden door het gras of de klaver”, aldus Schellekens. Van onderzoek naar praktijkHooibeekhoeve, Inagro en UGent/ HOGENT zijn in het najaar van 2023 gestart met het project. In een volgende fase willen ze opschalen. Hooibeekhoeve is daarom op zoek naar een tiental landbouwers die kruidenrijk grasland telen en/of voeren aan hun runderen. Het wil daarbij de teelt- en rantsoenstrategie mee opvolgen. Daarnaast biedt Hooibeekhoeve ook gratis advies aan. “Zo krijg je de informatie uit ons onderzoek rond kruidenrijk grasland vanuit de eerste hand.”Een volgende stap in het onderzoek zijn voederproeven eind 2026. Binnenkort begint Hooibeekhoeve met het apart inkuilen van speciaal hiervoor ingezaaide praktijkvelden met grasklaver en graskruidenmengsels. Op het proefbedrijf zal een rantsoen met grasklaver worden vergeleken met vergelijkbaar rantsoen waar de grasklaver vervangen werd door kruidenrijk grasland. “Zo komen we te weten wat het effect is op melkproducties en gehaltes van vet- en eiwit in de melk. Het is de bedoeling om nog meer melkveehouders ervan te overtuigen dat kruidenrijk grasland een plek waard is op hun bedrijf en in hun teeltrotatie”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-06-18T22:26:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onenigheid over voorkooprecht van landbouwers vertraagt bosuitbreiding]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/onenigheid-over-voorverkooprecht-van-landbouwers-vertraagt-bosuitbreiding" />
            <id>https://vilt.be/57539</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering vindt voorlopig geen akkoord over de subsidies aan gemeenten voor bosuitbreiding. Dat zei minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) dinsdag in de commissie Omgeving in het Vlaams parlement. Er zou onenigheid zijn over het voorkooprecht van landbouwers op gronden in agrarisch gebied die in aanmerking komen voor bebossing.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                        <category term="bos" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a18dd5d1-5af2-421f-a802-f117eca775ac/full_width_bosbomen.jpg</image>
                                        <content>In het regeerakkoord staat het voornemen om 10.000 hectare extra bos aan te planten tegen 2030. Een belangrijk instrument daarvoor zijn subsidies waarmee lokale besturen gronden kunnen aankopen om extra percelen te bebossen. Daarvoor zou jaarlijkse 18 miljoen euro worden uitgetrokken. Ook de vorige regering maakte gebruik van dit instrument, maar onder de huidige regering verloopt het dossier moeizamer. Lokale besturen weten op vandaag nog steeds niet of ze al dan niet kunnen rekenen op deze aankoopsubsidies.Het struikelblok blijkt het voorkooprecht voor landbouwers te zijn. In het regeerakkoord werd opgenomen dat als overheidsmiddelen worden gebruikt voor grondaankopen voor natuur- of bosrealisatie in agrarisch gebied, deze gronden eerst actief moeten worden aangeboden aan actieve landbouwers. Als er binnen de drie maanden geen kandidaat-koper gevonden wordt, komt deze grond vervolgens in aanmerking voor bosuitbreiding. Lokale besturen zouden daarna geen vergunning meer nodig hebben om de percelen te bebossen, al moet die vrijstelling ook nog definitief worden goedgekeurd. Technische aspecten nog niet uitgeklaardVlaamse parlementsleden Sanne Van Looy (N-VA) en Kris Verduyckt (Vooruit) hekelen dat er veel tijd wordt verloren: “Lokale besturen werken momenteel aan hun meerjarenplanning en -begroting. Het is cruciaal dat ze duidelijkheid hebben over de beschikbaarheid van die middelen.”Toch zijn het juist de coalitiepartners die er niet in slagen een akkoord te sluiten over het voorkooprecht van landbouwers, ondanks de afspraak daarover in het regeerakkoord. Zo blijkt uit het antwoord van minister Brouns op vragen van Vlaams parlementsleden Van Looy, Lydia Peeters (Open Vld) en Mieke Schauvliege (Groen). Het kader werd vorige week nog geagendeerd om goedgekeurd te worden binnen de Vlaamse regering, maar werd last-minute toch weer ingetrokken.Er zou onenigheid zijn over de technische uitwerking en de reikwijdte van het voorkooprecht. “Het regeerakkoord legt niet vast hoe dat recht er precies uitziet en daar is tot op vandaag nog geen overeenstemming over gevonden”, duidt Van Looy in een gesprek met VILT. Volgens haar lijkt minister Brouns verder te gaan dan de afspraken in het regeerakkoord: &quot;Hij koppelt het voorkooprecht van boeren aan het bebossingsdossier. Maar in het regeerakkoord staat ook dat enkel het herbevestigd agrarisch gebied uitgesloten kan worden van bebossing, tenzij de gronden gelegen zijn in beschermde natuurgebieden.&quot;Van Looy haalt daarnaast aan dat lokale besturen in het verleden nooit beperkingen opgelegd kregen over waar ze wel of niet mogen bebossen. &quot;Dat staat haaks op het principe waar minister Brouns altijd zelf altijd op hamert: het vertrouwen in de lokale bestuurder. Ik ga ervan uit dat die het best weet waar er potentieel ligt om te bebossen in Vlaanderen. Waarom zouden zij niet de keuze mogen maken om bijvoorbeeld versnipperde landbouwpercelen te bebossen?&quot;, aldus Van Looy. Landbouwgrond onder drukOok Schauvliege uit kritiek op het trage tempo, zowel van minister Brouns als van de realisatie van extra bos. Ze betwijfelt bovendien of lokale besturen wel de juiste partners zijn om de bosdoelstellingen te helpen waarmaken. “Lokale besturen zijn de traagste bebossers ooit en u blijft dan nog dralen met een stimulerend kader voor hen”, zei ze tegen Brouns. Volgens haar wordt er getalmd omdat er onderling een gevecht is over waar bosuitbreiding mag komen. “Ik kan me perfect voorstellen wat dit gevecht inhoudt: er zal volgens mij geen millimeter landbouwgrond bebost mogen worden door u. Maar als Vlaanderen het engagement heeft uitgesproken om 10.000 hectare bijkomend bos te realiseren, dan zal dit overal moeten kunnen. En dan zullen er drempels gesloopt moeten worden, niet bijkomen.”</content>
            
            <updated>2025-06-18T16:38:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boer in de klas: Boerenbond brengt boerenwijsheid naar de schoolbanken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boer-in-de-klas-landbouwer-guy-mouchart-brengt-boerenwijsheid-naar-het-5de-leerjaar" />
            <id>https://vilt.be/57540</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Waar landbouweducatie traditioneel inzet op klasbezoeken aan de boerderij, draait Boerenbond met het project Boerenwijs het perspectief om: de boer komt naar de klas. Zo kreeg het vijfde leerjaar van basisschool De Tuimeling in Zemst deze week bezoek van boer Guy Mouchart. De agro-ecologische tuinbouwer gaf een boeiende gastles over duurzame landbouw en de uitdagingen van klimaatverandering. De leerlingen ontdekten waarom bijen onmisbaar zijn voor onze voedselproductie, leerden over het belang van de korte keten en mochten proeven van verse, seizoensgebonden groenten recht van het veld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boerenbond" />
                        <category term="imago" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2c4424dd-2197-43ba-9140-23c30202e2fc/full_width_boerenbond-landbouweducatie-boerenwijs.png</image>
                                        <content>Kaderend binnen het thema ‘Landbouw en klimaat’ kwam boer Guy langs op de vrije basisschool Zemst met een wagen gevuld met materiaal en lekkers. In de klas van het vijfde studiejaar bracht de ‘boerenwijzer’ authentieke verhalen over onder meer seizoensgebonden voedselproductie, bestuiving, voedselkilometers en klimaatuitdagingen. De leerlingen proefden letterlijk én figuurlijk van wat het is om landbouwer te zijn. Landbouwers naar de klasVia het project Boerenwijs wordt het voor Vlaamse land- en tuinbouwexperts mogelijk om de stap naar het klaslokaal te zetten. “Op de schoolbanken wordt er veel gesproken over voedsel, klimaat, technologie en ondernemerschap. Onderwerpen die nauw aansluiten bij de land- en tuinbouwsector. We merken dat het omwille van tijdsinvestering of budget niet altijd makkelijk is voor leerkrachten of docenten om met hun studenten naar een landbouwbedrijf te trekken. Daarom brengen we landbouw mee naar de klas zodat we toch de dialoog tussen jongeren en landbouwers kunnen faciliteren.” duidt Peter De Donder, coördinator van Landbouweducatie Boerenbond vzw. Boerenbond organiseert ook klasuitstappen naar landbouwbedrijven en plattelandsklassen, waar jongeren de landbouw beleven op het terrein zelf. Zo brengt landbouweducatie zowel de boer naar de klas als de klas naar de boerderij. 48 boerenwijzers met een authentiek verhaal &amp;nbsp;Boerenwijs focust op de laatste graad lager onderwijs, het secundair en hoger onderwijs. Samen met de leerkracht en de boerenwijzer wordt gezorgd voor een ervaring die beklijft en de stal- of serredeur van de landbouwsector in de klas even openzet. Dit doen ze door gastlessen, workshops of onderzoeksvragen naar de klas te brengen.Momenteel staan al 48 landbouwers klaar om hun verhaal te delen met jongeren over landbouw gerelateerde thema’s zoals agro-ecologie, bodembeheer, technologie, klimaat, ondernemerschap en meer. Tegen 2026 wil Landbouweducatie Boerenbond vzw maar liefst 250 van dergelijke klasbezoeken organiseren. </content>
            
            <updated>2025-06-18T21:55:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Goede vooruitzichten voor Belgische biologische melkprijs, Franse prijs onder niveau gangbare melk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/goede-vooruitzichten-biologische-melkprijs-in-belgie-terwijl-de-franse-prijs-onder-niveau-van-gangbare-melk-zakt" />
            <id>https://vilt.be/57541</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Frankrijk lag de prijs voor biologische melk in april iets lager dan die voor gangbare melk. Volgens het Franse statistiekbureau Agreste ontvingen melkveehouders gemiddeld 49,25 euro per 100 liter voor gangbare melk, tegenover 49,16 euro voor biologische melk. In België daarentegen bracht biologische melk 4 cent per liter meer op. “De situatie in België is anders: de vraag is terug op peil, terwijl het aanbod krimpt”, aldus coöperatie Biomilk, die de vooruitzichten positief inschat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="melk" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1699ef6d-ae91-4fcb-9f75-fd1d7b24323d/full_width_weidegangkoe-lidl.jpg</image>
                                        <content>Frankrijk loopt traditioneel voorop in biologische landbouw. Het land kent al jarenlang een sterke biologische melkveesector met veel bedrijven. Maar de markt hapert: de vraag naar biologische producten is sinds enkele jaren teruggelopen, en het biologische aandeel in de totale landbouwproductie daalt.Hoewel er tekenen zijn dat de vraag zich begint te herstellen, blijft de biologische melkprijs dalen. Sinds oktober 2024, toen nog 55,91 euro per 100 liter werd betaald, zakte de prijs naar 49,16 euro in april 2025. Daarmee ligt de biologische melkprijs nu onder de gangbare prijs, die overigens voor de tweede maand op rij daalt. Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt, in april 2023 lag de prijs voor biologische melk eveneens lager dan die voor gangbare melk.Belgische markt: stabiele vraag, krimpend aanbodIn België werd biologische melk in april met 60,52 euro per 100 liter 2,5 cent beter betaald dan in oktober 2024. De prijs lag weliswaar 50 cent lager dan in maart, wat mogelijk te maken heeft met het seizoensmatig hogere melkaanbod in het voorjaar. Toch bleef de biologische melkprijs in België in april ruim 6 euro per 100 liter boven de gangbare prijs, die op 54,60 euro stond.Volgens Chris Keppens van Biomilk, een coöperatie van 42 Belgische biologische melkveehouders, zakken de prijzen in Frankrijk harder in de aanloop naar zomer omdat ze meer seizoensgebonden prijzen hanteren. Maar daarnaast is het Belgische marktbeeld volgens hem wezenlijk anders dan het Franse. “In Frankrijk is de vraag sinds de energiecrisis sterk gedaald. In speciaalzaken zie je nu herstel, maar de retail blijft achter. In België daarentegen is de vraag vrijwel volledig hersteld van de terugval door de energiecrisis.”Minder aanbod door stopzettingen en weersomstandighedenBehalve de aantrekkende vraag speelt ook het verminderde aanbod een rol in de gunstige prijsontwikkeling. “Sinds de energiecrisis zijn sommige melkveehouders weer overgestapt op gangbare productie. Daarnaast zijn diverse bedrijven gestopt wegens pensionering”, vertelt Keppens. Ook blauwtong en slechte weersomstandigheden hebben de melkproductie negatief beïnvloed. “Biologische melkkoeien presteren vooral op gras, en door het natte, sombere weer van vorig jaar was de graskwaliteit matig.”Uit cijfers gepresenteerd op de jaarvergadering van de Belgische Confederatie van Zuivel (BCZ) bleek al dat de biologische melkproductie in België in 2024 sterker daalde dan de gangbare productie. In totaal werd 4,1 procent minder biologische melk geleverd: van 115.656 miljoen liter in 2023 naar 110.883 miljoen liter een jaar later. Biologische melk is daarmee goed voor zo’n 2,5 procent van alle Belgische melkleveringen.Regionaal gezien is de productie ongelijk verdeeld: hoewel Biomilk zowel Vlaamse als Waalse leden telt, is twee derde van de biologische melkproductie afkomstig uit Wallonië.Positieve verwachtingen, maar met kanttekeningenKeppens is gematigd positief over de toekomst van de sector. “Enerzijds staan veel bedrijven op het punt te stoppen vanwege vergrijzing. Anderzijds worden de eisen rond gewasbescherming steeds strenger, waardoor de overstap naar bio aantrekkelijker wordt. Veel zal afhangen van het beleid van de overheid.”</content>
            
            <updated>2025-06-19T14:23:04+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Raad van State geeft Dryade gelijk over stikstof in steenfabriek-arrest, mogelijk precedent]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/raad-van-state-geeft-dryade-gelijk-over-stikstof-in-steenfabriek-arrest-mogelijk-precedent" />
            <id>https://vilt.be/57542</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De uitbreidingsplannen van Nelissen Steenfabrieken stranden in een arrest van de Raad van State. Milieuorganisatie Dryade had beroep aangetekend omdat de beoordeling van de stikstofuitstoot steunde op volgens haar achterhaalde cijfers. De Raad van State geeft de ngo nu gelijk. Ook het stikstofdecreet maakt gebruik van diezelfde cijfers. Daardoor kan het arrest in de toekomst bredere gevolgen hebben.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ecc387a3-2d75-4a1b-9417-98c0f7c98d17/full_width_land-grond-natuur-boom-nederland-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Het bestreden gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) van Steenfabrieken Nelissen wil de verdere ontwikkeling van het historisch gegroeid bedrijf in Lanaken mogelijk maken. Vorig jaar keurde de Vlaamse regering deze uitbreidingsplannen goed, maar Dryade trok naar de Raad van State om dit aan te vechten. Volgens Dryade baseert het uitvoeringsplan zich op achterhaalde kritische depositiewaarden (KDW’s). Dit zijn grenswaarden die richting geven aan de hoeveelheid &amp;nbsp;stikstof een habitat aankan vooraleer er betekenisvolle impact kan zijn.Om na te gaan of er betekenisvolle impact is, werd voor het project een passende beoordeling opgemaakt. Deze stelt dat “de beperkte bijdrage aan de KDW geen betekenisvol effect heeft op de beschermde natuurgebieden”. Ook zou het realiseren van de natuurdoelstellingen niet in het gedrang komen. Achterhaalde KDW’sMaar Dryade voert aan dat deze passende beoordeling geen rekening houdt met de best beschikbare wetenschappelijke kennis, zoals voorgeschreven in het Europees milieurecht. Zo werd volgens Dryade een achterhaalde KDW van 2013 van het INBO gebruikt voor habitattype 6230. Dryade verwijst in zijn beroep dat er ondertussen beter beschikbare wetenschappelijke kennis is met het internationale KDW-rapport van 2022 van UNECE. Dit zou een lagere KDW voor habitattype 6230 impliceren.“Hierdoor bevat de passende beoordeling geen nauwkeurige conclusie die elke wetenschappelijke twijfel over de gevolgen van de plannen kan wegnemen”, besluit Dryade. “Daarom moet de passende beoordeling als ontoereikend worden beschouwd.” Nog niet vertaald naar VlaanderenDe advocaten van Nelissen voerden in hun verweer aan dat de KDW’s van het KDW-rapport van 2022 echter nog niet werden omgezet in het Vlaamse stikstofbeleid. En dat deze KDW’s bovendien “aanbevelingen zijn” waarbij lidstaten zelf kunnen bepalen wat ze ermee aanvangen. Ook werd betoogd dat louter het overschrijden van de KDW’s niet gelijkstaat met het effectief veroorzaken van schadelijke gevolgen voor de natuur.“KDW’s zijn richtwaarden die als hulpmiddel worden ingezet om een in abstracto beoordeling te kunnen maken van de stikstofeffecten op beschermde natuur. Daarna dient nog een in concreto onderzoek plaats te vinden, waarbij aan de hand van een gebiedsspecifieke analyse wordt onderzocht welke habitats schadelijke gevolgen kunnen ondervinden. Dit werd ook gedaan, waarbij geoordeeld werd dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor de natuur.” Volgens de vaststelling van de erkende natuurdeskundigen zou het betreffende habitattype zich in een goede tot uitstekende staat van instandhouding bevinden.Echter voert Dryade in zijn beroep niet aan dat een overschrijding van de KDW al dan niet een betekenisvolle schade met zich zou meebrengen, enkel dat de passende beoordeling niet gefundeerd is op de best beschikbare wetenschappelijke inzichten. En daar gaat de Raad van State nu mee akkoord. De Raad stelt dat, overeenkomstig met de rechtspraak van het Hof van Justitie, er een verplichting is om zich te baseren op de beste wetenschappelijke kennis, wat hier het KDW-rapport van 2022 van UNECE is, geïmplementeerd in Vlaanderen of niet. In tal van andere lopende procedures maken we hetzelfde argument Stikstofdecreet op losse schroevenDit arrest zet niet alleen de toekomstplannen van Nelissen op de schroeven, maar ook het volledige stikstofdecreet, meent Dryade. “In tal van andere lopende procedures maken we hetzelfde argument: het stikstofdecreet is gebaseerd op achterhaalde stikstofcijfers”, aldus Dryade. Zo ging de ngo al in beroep tegen de uitbreiding van Brussels Airport, de verbreding van de Brusselse Ring en de procedure tegen het stikstofdecreet voor het Grondwettelijk Hof.&amp;nbsp;“We hameren er al jaren op dat de meest recente stikstofcijfers gebruikt moeten worden bij de vergunningverlening. Samen met Natuurpunt en BBL schreven we de vorige minister van Omgeving, mevrouw Demir, hierover aan. Ze gaf hieraan geen gevolg. We roepen minister Brouns op zo snel mogelijk de nieuwe cijfers te gebruiken voor de vergunningverlening om rechtsonzekerheid te vermijden”, stelt Dries Verhaeghe, directeur van Dryade.“Serieuze klap”Hoewel het “bijzonder ontgoocheld” &amp;nbsp;is in de uitspraak, laat Nelissen weten niet bij de pakken te blijven zitten. “In 2017 werd de aanvraag voor de uitbreiding ingediend als belangrijk onderdeel van onze duurzame toekomstvisie”, vertelt Renate Nelis. De uitspraak komt dan ook als een serieuze klap. “Maar het haalt onze ambitie niet onderuit. Het is onze overtuiging dat onze bakstenen perfect passen binnen een duurzaam bouwverhaal. De ingeslagen weg van het verder verduurzamen en opschalen van onze productie willen we dan ook met volle overtuiging blijven volgen.”De steenfabriek zal het arrest grondig bestuderen en onderzoeken wel stappen er genomen kunnen worden. Maar de bal ligt nu alvast in het kamp van de Vlaamse overheid. “We rekenen op duidelijke, werkbare richtlijnen die duurzame investeringen niet afremmen, maar juist aanmoedigen. Onze vraag aan de overheid is helder: geef ondernemers de steun die ze nodig hebben om hun duurzame ambities waar te maken.&quot;Bij het kabinet van minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) kunnen ze pas later inhoudelijk reageren. &quot;De minister neemt akte van het arrest en zal het de komende dagen grondig bestuderen&quot;, valt te horen.</content>
            
            <updated>2025-06-18T20:31:53+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fusie Arla en DMK brengt Europese zuivelreus een stap dichterbij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fusie-arla-en-dmk-in-europese-zuivelreus-een-stap-dichterbij" />
            <id>https://vilt.be/57543</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Duitse DMK Group en de internationale zuivelcoöperatie Arla Foods, waarbij ook een honderdtal Belgische boeren zijn aangesloten, hebben een belangrijke stap gezet richting de oprichting van Europa’s grootste coöperatieve zuivelbedrijf. Melkveehouders van beide organisaties hebben de voorgenomen fusie met ruime meerderheid goedgekeurd, zo maakten de bedrijven woensdag bekend.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melk" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f8c77314-7f07-4620-a121-e13f365203b3/full_width_arla.jpg</image>
                                        <content>Door de fusie ontstaat een coöperatie die meer dan 12.000 melkveehouders verenigt. DMK, waarin ook de Nederlandse coöperatie DOC Kaas is opgenomen, verwerkt jaarlijks 5,3 miljard kilo melk en telt ongeveer 4.600 leden in Nederland en Duitsland. Arla brengt daar 13,7 miljard kilo melk en 7.600 leden uit Denemarken, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Luxemburg, Nederland en België bij. In België telt de Deense coöperatie volgens insiders tussen de 100 en 200 leden.Samen realiseren de twee bedrijven een jaaromzet van bijna 19 miljard euro en stellen ze zo’n 28.700 mensen te werk. Ter vergelijking: FrieslandCampina en Milcobel, die eveneens fusieplannen hebben, zouden samen op een omzet van ongeveer 14 miljard euro uitkomen.In een gezamenlijk persbericht stellen DMK en Arla: “De fusie brengt het internationale bereik en de expertise van Arla samen met de sterke, gediversifieerde productportefeuille en knowhow van DMK Group.”De Europese Commissie moet de fusieplannen nog goedkeuren, een proces dat volgens DMK mogelijk tot maart volgend jaar zal duren. Tot die tijd blijven de twee bedrijven afzonderlijk opereren. Meer dan 100 leveranciers in BelgiëDe Vlaamse melkveehouder Ton van den Broek uit Merksplas levert al enkele jaren melk aan Arla, nadat hij overstapte van Milcobel. Hij reageert positief op de aangekondigde fusie: “Dit is goed nieuws. Arla kan daardoor in nieuwe segmenten actief worden en de melk beter valoriseren. Dat zal de melkprijs op langere termijn alleen maar ten goede komen.”Van den Broek is nu al een tevreden leverancier: “Arla biedt een zeer concurrerende melkprijs en legt de nadruk op veel eigen vermogen.” Daarnaast stimuleert de Deense zuivelcoöperatie haar Belgische leveranciers om hun bedrijfsvoering te verbeteren. “We krijgen regelmatig bedrijfseconomisch advies, bijvoorbeeld over het beperken van hittestress, het gebruik van ventilatoren of het optimaliseren van het rantsoen. Wie hierin vooruitgang boekt, krijgt daarvoor punten. Via dat puntensysteem wordt de melk uiteindelijk ook beter betaald.”Consolidatie in zuivellandDe fusie kadert in een bredere consolidatietrend binnen de Europese zuivelindustrie. Eerder kondigde Milcobel al zijn voornemen aan om te fuseren met het Nederlandse FrieslandCampina, om zo de concurrentiepositie te versterken en meer meerwaarde te creëren voor de geleverde melk.Die fusiedrang is mede ingegeven door de druk op de Europese melkveestapel. Strengere milieu- en klimaatwetgeving remt de melkproductie af. Een daling in het aanbod leidt tot onbenutte verwerkingscapaciteit en drukt de rentabiliteit van zuivelbedrijven.</content>
            
            <updated>2025-06-19T15:03:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns onderzoekt of nieuw stikstofarrest gevolgen heeft voor andere projecten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-onderzoekt-of-nieuw-stikstofarrest-gevolgen-heeft-voor-andere-projecten" />
            <id>https://vilt.be/57544</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) onderzoekt of het arrest dat de Raad van State woensdag velde ook gevolgen heeft voor andere vergunningen of ruimtelijke uitvoeringsplannen. Dat laat hij donderdag weten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ddd3bafe-3278-4b77-b5dd-d3268b0a43fa/full_width_nelissensteenfabriek.jpg</image>
                                        <content>De Raad van State heeft woensdag het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) &#039;Nelissen Steenfabrieken&#039; in Lanaken vernietigd omdat er bij de goedkeuring geen gebruik is gemaakt van de meeste recente gegevens rond stikstof. Milieuorganisatie Dryade heeft op dezelfde basis nog verschillende andere procedures lopen. “Elk dossier afzonderlijk beoordelen”&quot;Samen met onze juridische diensten analyseren we momenteel grondig de inhoud en de draagwijdte van dit arrest&quot;, zegt Brouns. &quot;We onderzoeken of en in welke mate het arrest mogelijke gevolgen heeft voor reeds verleende vergunningen, andere goedgekeurde ruimtelijke uitvoeringsplannen of lopende plannings- en vergunningsprocedures.&quot;Het arrest stelt geenszins dat ook andere vergunningen of ruimtelijke uitvoeringsplannen automatisch aangetast worden, verduidelijkt Brouns. &quot;Elk dossier moet afzonderlijk beoordeeld worden op zijn merites, met inbegrip van de gebruikte onderbouwingen en adviezen.&quot;Emissie vs. depositie&quot;Dit arrest sterkt mij meer dan ooit in de overtuiging dat we ons stikstofbeleid moeten herwerken tot een emissiegestuurd toetsingskader dat rechtszekerheid, duidelijkheid en perspectief kan bieden&quot;, vervolgt hij. Boerenbond luidt alarmbelLandbouworganisatie Boerenbond reageert scherp op het arrest. Volgens de organisatie toont de vernietiging van het GRUP aan dat het huidige Vlaamse stikstofbeleid niet alleen de landbouw, maar de volledige economie dreigt stil te leggen.“De manier waarop het beleid gestoeld is, is kaduuk”, zegt voorzitter Lode Ceyssens. “Wij waarschuwen hier al van in het begin voor. Als men blijft vasthouden aan het depositiebeleid gebaseerd op kritische depositiewaarden en andere bewegende doelen, dan rijdt men zich vast in de vergunningverlening.”Boerenbond pleit voor een snelle bijsturing van het stikstofbeleid en roept op tot alternatieve oplossingen, waaronder een herziening van de Europese Habitatrichtlijn. “Die richtlijn houdt onvoldoende rekening met de socio-economische belangen en met de specifieke Vlaamse context: dichtbevolkt, sterk verstedelijkt en versnipperd”, aldus Ceyssens. “Alle ondernemers in Vlaanderen moeten rechtszekerheid en ontwikkelingskansen krijgen.”</content>
            
            <updated>2025-06-19T16:27:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eurocommissaris Jessika Roswall onderstreept belang natuurherstel tijdens bezoek Demerbroeken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eurocommissaris-jessika-roswall-onderstreept-belang-natuurherstel-tijdens-bezoek-demerbroeken" />
            <id>https://vilt.be/57545</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Europees commissaris Jessika Roswall, bevoegd voor Milieu, Waterbestendigheid en de circulaire economie, heeft donderdag een bezoek gebracht aan de Demerbroeken in het Hageland. Het natuurgebied werd de voorbije jaren hersteld met financiële steun van het Europese LIFE-programma.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="natuurherstelwet" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0f1fc051-396e-4dfc-93fd-9d812c9eb96e/full_width_roswalldemer-copyrightec2025audiovisualservices.jpg</image>
                                        <content>De Demerbroeken gelden als een van de belangrijkste natuurgebieden in Vlaanderen. De voorbije tien jaar heeft Natuurpunt, samen met diverse partners, een aanzienlijk deel van het gebied hersteld tot een unieke biotoop voor zeldzame diersoorten en diverse landschappen. Dat gebeurde onder meer met steun van het LIFE-programma, een Europees initiatief dat investeert in projecten rond natuurbehoud, milieubescherming en klimaatmaatregelen.&quot;Natuurherstel is geen kost, maar een slimme investering&quot;, zegt Noah Janssen, algemeen directeur van Natuurpunt. &quot;Volgens een studie van het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO) levert elke geïnvesteerde euro in de Demerbroeken acht euro op voor de samenleving. Over een periode van honderd jaar betekent dat een nettowinst van 18 miljoen euro, onder meer door vermeden overstromingsschade, extra toerisme en uitgespaarde gezondheidskosten. In het Kastanjebos in Herent loopt dat zelfs op tot 51 euro per geïnvesteerde euro.&quot; &quot;Geen natuurherstel, geen toekomst&quot;Volgens Janssen toont dit aan dat investeren in natuurherstel essentieel is: &quot;Zonder robuuste natuur is er geen proper water, geen gezonde lucht - en dus geen toekomst.&quot;De realisatie van het herstelproject was mogelijk dankzij steun van het LIFE-programma en bijdragen van onder meer Coca-Cola. &quot;Dankzij de inzet van vrijwilligers en Europese steun kunnen we nu genieten van dit prachtige landschap, met gezonde fauna en flora, proper water en vruchtbare grond&quot;, aldus Eurocommissaris Roswall. Vlaanderen is een koploper in LIFE-projecten, maar volgens Natuurpunt-directeur Noah Janssen is het LIFE-fonds momenteel de enige Europese financiering voor natuur en biodiversiteit. &quot;We pleiten ervoor om het LIFE-fonds niet alleen te behouden, maar ook fors te versterken en centraal aan te sturen, zodat het budget gericht naar de meest impactvolle projecten kan gaan&quot;, zegt hij.Natuurpunt vraagt ook meer ambitie van de Vlaamse overheid. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat 30 procent van het Vlaamse grondgebied nodig is voor effectief natuurherstel, om zowel biodiversiteit te behouden als bescherming te bieden tegen de gevolgen van de klimaatverandering.&amp;nbsp;&quot;De Europese natuurherstelwet biedt een unieke kans om die ambitie waar te maken. Zonder voldoende ambitie dreigen rechtsonzekerheid en verdere versnippering van de natuur. Vlaanderen heeft nood aan een herstelplan dat wetenschappelijk onderbouwd is en meteen vooruitblikt naar 2050&quot;, aldus Janssen.</content>
            
            <updated>2025-06-19T14:54:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Glyfosaatexpert UGent scherp voor kankerstudie met ratten: "Onderzoek van matige kwaliteit"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/glyfosaatexpert-ugent-scherp-voor-kankerstudie-met-ratten-onderzoek-van-matige-kwaliteit" />
            <id>https://vilt.be/57546</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het glyfosaatdebat is weer volop aangewakkerd nu een nieuwe studie een link ziet tussen het middel en kanker bij ratten. Emeritus hoogleraar farmacologie Norbert Fraeyman (UGent), die binnen de Hoge Gezondheidsraad meewerkte aan een advies inzake glyfosaat, ziet enkele gebreken binnen dit onderzoek, al is hij het niet oneens met de centrale stelling. Volgens hem is glyfosaat wel degelijk carcinogeen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="glyfosaat" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="onkruid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fabec5b1-fa5c-44a1-9c8c-9c8cd99a57e5/full_width_rat-1023431-1920.jpg</image>
                                        <content>Fraeyman, die werkt aan een boek over glyfosaat, is van mening dat het carcinogeen karakter van dit middel een realiteit is. Bovendien zijn er volgens hem ook andere gezondheidseffecten die niet mogen worden genegeerd.Maar hoewel het laatste glyfosaat-kankeronderzoek van het Ramazzini-instituut duidelijk in het voordeel spreekt van het anti-glyfosaatkamp, is Fraeyman niet laaiend enthousiast. “Dit lijkt een wetenschappelijk artikel van matige kwaliteit waarbij een aantal opmerkingen moeten gemaakt worden”, zegt de wetenschapper. “De zo gewenste finale verduidelijking van het carcinogeen karakter van glyfosaat is niet bereikt.” De zo gewenste finale verduidelijking van het carcinogeen karakter van glyfosaat is niet bereikt Gedurende het onderzoek werden ratten continu blootgesteld aan glyfosaat via drinkwater. Na twee jaar werden de dieren onderzocht op diverse kenmerken, waaronder het voorkomen van tumoren. De conclusie van het artikel is dat er significant meer tumoren van diverse aard voorkomen in de proefdieren die de pesticide kregen dan in de controledieren.(On)afhankelijk onderzoek?Volgens Fraeyman was er al lang vraag naar dergelijk onderzoek. Het aantal dierexperimenten is immers beperkt en kent vaak een dubieuze achtergrond. “In het dossier dat Bayer indiende bij de EU om de toestemming voor een verlenging van het gebruik van glyfosaat te bekomen, zitten een tiental dergelijke studies met ratten en muizen. De meeste daarvan zijn oud tot zeer oud. Deze studies zijn ook vaak uitgevoerd zonder de OECD-spelregels, die de gouden standaard zijn, te volgen. Bovendien is de onafhankelijkheid van de uitvoerders soms twijfelachtig.”Volgens Fraeyman was de vraag naar een volledig onafhankelijk en hoogwaardig onderzoek duidelijk. “Vooral de financiële (on)afhankelijkheid was een bijzonder teer punt.”Dat een glyfosaatstudie, besteld door een producent van gewasbeschermingsmiddelen, geen neutrale basis kent, is logisch. Maar hoe neutraal is het Ramazzini-instituut, dat deze nieuwe studie heeft uitgevoerd? De organisatie claimt onafhankelijk te zijn van eender welke (drukkings)groep en overheid, maar niet iedereen is daarvan overtuigd.“Het gerucht deed de ronde dat het instituut de financiering voor dit onderzoek via crowdfunding zou verzamelen maar ik weet niet of dit effectief zo gebeurd is”, zegt Fraeyman.&amp;nbsp;“Uit het hoofdstukje ‘funding’ in het artikel blijkt dat toch heel wat financiële steun van diverse organisaties werd ontvangen. De zo begeerde neutraliteit kan dus in vraag worden gesteld.”Fraeyman wijst er ook op dat de eerste resultaten van dit onderzoek twee jaar geleden werden voorgesteld op een vergadering op Europees niveau georganiseerd door het Pesticide Action Network, gepresenteerd door Dr. Mandrioli. Deze eerste resultaten waren er al na 13 weken tijd, dus na zo’n tien procent van de totale looptijd van de studie.Verband is kleiner dan voorgesteldIn totaal werden 1.020 dieren gebruikt voor deze studie verdeeld over 20 groepen van 51 proefdieren waarbij elke groep een ander blootstellingsregime onderging. De uitvoering van het onderzoek beantwoordt volgens Fraeyman grotendeels aan de vereiste kwaliteiten. “Een correct aantal proefdieren, correcte behandeling en opvolging van de proefdieren, de keuze van de verschillende dosissen, verantwoorde keuze van het toegediende materiaal, dus zowel het zuiver glyfosaat als twee commerciële vormen, enzovoort”, zegt de hoogleraar.Over de statistische verwerking van de resultaten, heeft Fraeyman wel enkele opmerkingen. Zo zijn de significantieniveaus – of de waarschijnlijkheid waarmee men kan stellen dat glyfosaat kanker veroorzaakt - voor de individuele groepen proefdieren zeer beperkt. Per testgroep ratten, zijn er vaak slechts één of twee dieren die een specifiek gezondheidsprobleem vertoonden. “Als de resultaten van de afzonderlijke groepen samengevoegd worden, bijvoorbeeld per geslacht of per substanties, worden de significanties duidelijker”, zegt Fraeyman.“Het voordeel van de twijfel is voor de auteurs, maar de negatieve gedachte dat men uit de veelheid van statistisch mogelijke testen diegene gekozen hebben die significantie opleveren, is aanwezig. Hoe dan ook, zuiver mathematisch hebben de auteurs gelijk.” Het voordeel van de twijfel is voor de auteurs, maar de negatieve gedachte dat men uit de veelheid van statistisch mogelijke testen diegene gekozen hebben die significantie opleveren, is aanwezig Statistische correctie niet gebeurdVolgens Fraeyman is er echter geen noodzakelijke statistische correctie gebeurd wanneer men de drie dosissen van de substanties telkens weer vergeleek met één controlegroep. “Niet corrigeren voor meervoudige vergelijkingen verhoogt de kans op een significant resultaat terwijl dit moet vermeden worden”, legt hij uit. Moest een statistische correctie worden uitgevoerd, dan zouden sommige significante resultaten die nu een zwakke maar significante link met kankers aantonen, wegvallen. Bovendien claimen de auteurs dat er een verband is tussen de grootte van de dosis en het voorkomen van tumoren, maar Fraeyman merkt op dat hij dit niet bevestigd ziet in de cijfers. Hij stelt zich de vraag wat dit artikel dus zal bijdragen aan de totale besluitvorming, want zowel de besluiten van het wetenschappelijk artikel als de onafhankelijkheid van het onderzoek vallen in vraag te stellen.Lobby&#039;s vertroebelen het debatOndanks de bemerkingen over dit specifieke onderzoek, is Fraeyman er wel van overtuigd dat glyfosaat een zwak carcinogeen is. Maar ook het debat rond glyfosaat valt volgens hem giftig te noemen. De hetze rond het carcinogeen karakter van deze stof is al begonnen in 2015, wanneer glyfosaat door het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) als “waarschijnlijk carcinogeen” werd bevestigd. “Nu, tien jaar later, is deze discussie nog altijd gaande”, zegt Fraeyman. “De vraag is waarom dit niet opgelost geraakt.”“De opinie dat glyfosaat carcinogeen is, wordt niet gedeeld door iedereen en zeker niet door de officiële instanties die het uiteindelijke oordeel moeten vellen”, aldus de hoogleraar. “EFSA, ECHA, EPA, BfR enz… zijn allen van oordeel dat glyfosaat niet carcinogeen is. IARC staat dus in de feiten alleen met zijn formele opinie”, meent hij. “De voorbije tien jaar zijn opgevuld met het over en weer gebruiken van argumenten, soms met de nodige bitsigheid, vooral om te bewijzen dat de tegenpartij ongelijk heeft. Met andere woorden, het feitelijke onderwerp van de discussie komt bijna op de tweede plaats.” De voorbije tien jaar zijn opgevuld met het over en weer gebruiken van argumenten, soms met de nodige bitsigheid, vooral om te bewijzen dat de tegenpartij ongelijk heeft Fraeyman wijst erop dat dit geleid heeft tot een veelvoud aan mistoestanden rond glyfosaat. “Al dan niet gewild en geïnduceerd, gecombineerd met een flinke lobby-inspanning, is de sfeer totaal vertroebeld”, zegt hij.Geen asbest, maar ook niet onschuldigVolgens de onderzoeker hebben zowel de kampen pro als contra glyfosaat een punt. “Bijna automatisch maakt men bewust of onbewust al gauw de vergelijking met bekende carcinogenen waaronder asbest en roken”, zegt Fraeyman. “Voor deze twee zijn er maatregelen genomen, zoals het asbestverbod in 1998, en worden grote inspanningen geleverd om maatregelen in te voeren, zoals we zien bij roken. Echter zijn er daarnaast nog vele andere stoffen of situaties die carcinogeen zijn maar minder in de picture komen: alcohol, arsenicum, bereide vleesproducten, luchtverontreiniging enzovoort. Mijn argument is dat men de carcinogeniteit van glyfosaat hiermee moet vergelijken, niet met asbest.”Volgens Fraeyman is glyfosaat een zwak carcinogeen en moet het dus ook zo behandeld worden. “Alle resultaten van dierexperimenten en van menselijke studies wijzen op een tendens tot carcinogenese, eerder dan een uitgesproken carcinogeen”, stelt hij. “Ook in deze studie is het carcinogeen effect weinig uitgesproken.” Alle resultaten van dierexperimenten en van menselijke studies wijzen op een tendens tot carcinogenese, eerder dan een uitgesproken carcinogeen Is verbieden de juiste weg?Dat leidt tot de volgende vraag: Als glyfosaat ‘slechts’ zo kankerverwekkend is als pakweg bewerkte vleesbereidingen, wat vrij verkrijgbaar is en en masse gegeten wordt, zou het dan wel terecht zijn om glyfosaat te verbieden? “Ik ben van oordeel dat dit een ethisch onverantwoorde houding is”, zegt Fraeyman. “Wat glyfosaat wel degelijk tot een probleemmolecule maakt, is het feit dat glyfosaat op dergelijke schaal wordt gebruikt dat iedereen ermee in aanraking komt of je nu wil of niet. Vermits risico gelijk staat aan gevaar maal de blootstelling, en vermits de blootstelling in het geval van glyfosaat groot en wereldwijd is, wordt het risico op toxische bijwerkingen groot”, stelt hij.Een ander element dat de onderzoeker aanhaalt, is keuze. Waar iemand kan kiezen om alle bereide vleeswaren uit gezondheidsoverwegingen te vermijden, kan dat niet met glyfosaat. “De blootstelling aan glyfosaat is onvrijwillig, net zoals passief roken onvrijwillige blootstelling is”, zegt Fraeyman. “Roken en het eten van bereide vleeswaren zijn individuele keuzes, blootstelling aan glyfosaat is dit niet.” Roken en het eten van bereide vleeswaren zijn individuele keuzes, blootstelling aan glyfosaat is dit niet Volgens hem is het echter moeilijk om met wetenschappelijke zekerheid vast te stellen dat glyfosaat carcinogeen is voor de mens, wat de voorstanders van glyfosaat sterkt. “Epidemiologie kan niet het directe verband tussen blootstelling en ziekte vastleggen vermits de individuele blootstelling niet gemeten wordt”, zegt hij.Europa legde adviezen naast zich neerHet besluit in het advies van de Hoge Gezondheidsraad inzake glyfosaat, is het volgende: “Het advies was, gezien het overmatig gebruik van glyfosaat en rekening houdend met zijn zwak carcinogeen karakter, dat glyfosaat op termijn zou moeten verdwijnen met inbegrip van een voldoende lange overgangsperiode die de landbouw zou toelaten zich aan te passen”, zegt hij. De vrees van de agrarische industrie is immers dat glyfosaat meteen zou worden uitgebannen, terwijl het product voor veel landbouwers moeilijk vervangbaar is. De hoogleraar aan de UGent merkt op dat er in de huidige vergunning enige restricties in gebruik zijn vastgelegd. Zo mogen particulieren het product niet meer gebruiken. Maar dit verandert volgens Fraeyman slechts weinig aan het totale verbruik van glyfosaat.Het advies heeft ook benadrukt dat naast het carcinogeen karakter van glyfosaat, ook andere toxische effecten niet mogen verwaarloosd worden. Glyfosaat leidt mogelijk tot meer dan tumoren alleen. “Het huidige onderzoek naar het effect van glyfosaat op het darmmicrobioom is in dit opzicht van groot belang”, aldus de professor. “Maar ons advies is duidelijk niet gevolgd door de EU, dat in 2023 glyfosaat een vergunning heeft gegeven tot 2033.”</content>
            
            <updated>2025-06-19T20:43:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Veel vrije aardappelen dreigen niet meer verwerkt te raken: "Geen crisis, wel nood aan herpositionering"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veel-vrije-aardappelen-dreigen-niet-meer-verwerkt-te-raken-geen-crisis-wel-nood-aan-herpositionering" />
            <id>https://vilt.be/57547</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Nederland dreigt er 100.000 ton aardappelen in de aardappelloodsen niet verwerkt te raken. Dat schrijft de Nederlandse website Boerenbusiness op basis van eigen analyses. Hoeveel vrije aardappelen er nog in de Belgische voorraadschuren liggen, is niet meteen duidelijk. “Een cijfer kan ik daar niet op kleven”, zegt Christophe Vermeulen, CEO van Belgapom. “Maar dat er aardappelen niet verwerkt zullen geraken, dat staat buiten kijf.” Hij roept op tot kalmte. “We mogen een momentopname niet meteen gaan zien als een trend.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e25ee75a-d165-4daf-ac70-3c4122a2c1cd/full_width_guido-willemse-aardappels-onkiemd.jpg</image>
                                        <content>100.000 ton naar veevoeding of vergistingDat de aardappelmarkt in de vier belangrijkste productielanden van Noordwest-Europa (België, Nederland, Duitsland en Frankrijk) onder druk staat, is intussen al geweten. Waar begin februari nog prijzen werden betaald op de vrije markt van 300 euro per ton, ging het nadien stijl bergaf. Vorige week noteerde Belgapom nog maar 50 euro per ton. “Waar aanvankelijk nog werd aangenomen dat de dalende prijstrend zou stabiliseren, is het inmiddels duidelijk dat de markt geen bodem kent”, schrijft Boerenbusiness, want ook in Nederland was eenzelfde prijsverloop waar te nemen.Nu de tweede helft van juni is aangebroken en het einde van het bewaarseizoen in zicht komt, dreigt een structureel overschot aan aardappelen. Volgens Boerenbusiness zou het in Nederland alleen al gaan om een teveel van 100.000 consumptieaardappelen. “Het gaat niet om aardappelen van slechte kwaliteit, integendeel. De bakkwaliteit is prima, maar er is simpelweg geen markt meer voor. Deze partijen dreigen te worden afgevoerd als veevoeder of naar de vergisting”, klinkt het. Geen cijfers voor BelgiëOok in België worden er nauwelijks nog aardappelen gekocht op de vrije markt, erkent Christophe Vermeulen. “Dat merk je ook aan het huidige prijsniveau. De verwerkers hebben voldoende met de contractaardappelen. Dat er dus onverkochte aardappelen in de bewaarloodsen zullen blijven liggen, is zeker. Maar daar nu een cijfer op kleven, dat kan ik echt niet.” Vermeulen erkent dat het drie moeilijke maanden zijn geweest voor de aardappelmarkt, maar wijst er meteen op dat de aardappelsector drie tot vier heel hele goede jaren achter de rug heeft. “Alleen al voor 2024 werd er door de Belgische verwerkers tien procent meer betaald voor aardappelen. In totaal gaat het om 2,4 miljard euro.” De CEO van Belgapom dringt erop aan om alles in context te zien. “Een momentopname wordt bijna meteen uitvergroot als een trend. Er loopt iets mis en het lijkt al gauw of er een ramp dreigt, maar uiteindelijk is dat nooit het geval”, tempert hij de doemdenkers. Verwerkingscapaciteit blijft op peilVolgens Boerenbusiness is de huidige malaise niet veroorzaakt door de productiecapaciteit van de verwerkende industrie. “Het knelpunt ligt bij de afzet van het eindproduct”, klinkt het. Uit cijfers van DCA, een bureau dat zich toespitst op agrarische marktanalyses en risicomanagement en dat verbonden is aan Boerenbusiness, blijkt dat de export van voorgebakken aardappelproducten in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland, ruim 500.000 ton achterloopt op het gemiddelde van de afgelopen twee seizoenen. “Omgerekend komt dat neer op ruim één miljoen ton aardappelen in deze vier landen waarvoor geen definitieve bestemming wordt gevonden”, luidt de conclusie.Wat bovendien opvalt, is dat dit verminderde exportvolume nauwelijks terug te zien is in de verwerkingscijfers. De enige logische conclusie volgens Boerenbusiness is dat de industrie blijft verwerken om de afgesloten contracten te honoreren. Maar dit houdt wellicht in dat dit verwerking is zonder directe afzet, met als gevolg dat het eindproduct langere tijd in de koelhuizen belandt in afwachting van betere marktcondities. Wellicht ook slecht nieuws voor komend aardappelseizoenBovendien betekenen die hoge voorraadniveaus wellicht ook slecht nieuws voor het nieuwe seizoen dat voor de deur staat. De vroege aardappelen lijken er door het goede weer immers snel aan te komen. “Veel van die vroege aardappelen zijn gecontracteerd in een periode waarin de marktstemming opperbest was.&quot;Volgens de Nederlandse website is er sprake van een structurele onbalans tussen de contractteelt en de exportvraag. “De overmoedige contracteringsstrategie van verwerkers de afgelopen jaren, zowel in volume als op prijsniveau, die was ingegeven door de mogelijke schaarste aan aardappelen en hoge eindproductprijzen, keert zich nu als een boemerang tegen de sector”, aldus Boerenbusiness. “Zonder hernieuwde exportimpulsen voor het eindproduct dreigt er, na de moeizame afwikkeling van afgelopen seizoen, dan ook een groot probleem op te doemen voor komende aardappelseizoen. Het groeiseizoen is nog lang en een oogstrisico is er steeds. Dat is momenteel dan ook het enige lichtpunt”, klinkt het tot slot. Geen crisis, wel een herpositioneringBij Belgapom erkent men de moeilijke positie op dit moment. “We hebben niet het beste voorjaar achter de rug. De geopolitieke onrust én de opkomst van de aardappelverwerking in Azië, waar steeds meer wordt geproduceerd en geëxporteerd, zijn een feit. Belgische aardappelverwerkers die internationaal actief zijn, moeten zich in deze veranderende markt herpositioneren. Dat vergt tijd”, zegt Vermeulen. Hij benadrukt daarbij dat de sector recent nog voor 800 miljoen euro heeft geïnvesteerd. “Er is dus absoluut geen sprake van een crisismodus binnen de verwerking, het gaat eerder om een noodzakelijke herpositionering”, stelt hij.Wat betreft de opbouw van voorraden bij de momenteel verwerkte aardappelen, geeft Vermeulen aan daar weinig zicht op te hebben, maar hij sluit het niet uit. “Aan de huidige prijzen verwacht ik dat er nog steeds aardappelen worden aangekocht, mocht dat nog niet gebeurd zijn”, reageert hij.Dat de nieuwe oogst zich snel aandient, lijkt hem duidelijk. Toch wil hij nog geen voorbarige conclusies trekken. “De komende vijf weken moeten droog blijven, afhankelijk daarvan kan het plaatje er weer heel anders uitzien. Het is lastig om op basis van momentopnames harde uitspraken te doen”, besluit hij.</content>
            
            <updated>2025-06-19T21:20:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hogere rioolheffing overvalt voedingsbedrijven: “Plots tienduizenden euro’s extra op de factuur”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hogere-rioolheffing-overvalt-voedingsbedrijven-plots-tienduizenden-euros-extra-op-de-factuur" />
            <id>https://vilt.be/57548</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voedingsbedrijven die afvalwater lozen in de riolering, mogen zich dit jaar verwachten aan een fors hogere waterfactuur. Een onverwachte stijging van de heffing voor rioollozers met 41 procent leidt tot heel wat verontwaardiging in de sector. “Die stijging is zonder enig overleg doorgevoerd”, klinkt het. “Voor sommige bedrijven loopt de meerkost op tot tienduizenden euro’s, een zware dobber om op korte termijn te verwerken met de huidige krappe marges.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="voedselprijzen" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/05120a98-b452-4155-8dce-def07d99269f/full_width_rioolrioleringlozing-aquafincopyright.jpg</image>
                                        <content>Eind vorig jaar verhoogde Vlaanderen de heffing voor rioollozers met 40,75 procent. Dit hoger tarief wordt vanaf volgend jaar afgerekend op de lozingen van dit jaar. De impact op de factuur verschilt sterk per bedrijf. “De bedragen lopen uiteen van 3.000 euro, tot 300.000 euro”, is te horen bij zowel de federatie van de voedingsindustrie (Fevia) en de Federatie van vleesverwerkers, eiwitten en bereide maaltijden (Fenavian/Brema).Uit een bevraging bij de leden van Fenavian blijkt dat de gemiddelde meerkost zo’n 95.000 euro bedraagt. “In bepaalde gevallen loopt dat zelfs op tot enkele honderdduizenden euro’s, enkel en alleen voor de waterheffing op rioollozingen”, klinkt het. “Onze leden zijn vooral kmo’s, die al onder druk staan door hoge administratieve lasten. Deze plotse meerkost is voor hen niet gemakkelijk om op zo’n korte termijn op te vangen, zeker niet met de kleine marges waar ze op werken.”Fevia wijst erop dat zelfs een meerkost van enkele duizenden euro voor kleinere bedrijven zwaar kan doorwegen. “Na de opeenvolgende crisissen is het voor veel ondernemingen al moeilijk genoeg om het hoofd boven water te houden”, klinkt het. De federatie merkt ook op dat de vermelde meerkost enkel slaat op de bovengemeentelijke saneringskosten. Als ook de gemeentelijke bijdrage verhoogt, kan de totale waterfactuur nog verder oplopen. Er is geen rekening gehouden met de impact op de bedrijven Met haast en uit het zichtDe voedingsverwerkers zijn ook niet te spreken over de manier waarop de heffing is verhoogd. “Ze werd plots zeer snel doorgevoerd via een amendement op het programmadecreet, zonder enig overleg met de sector”, aldus Fevia. Ook de adviesraden, die over zo’n beslissingen meestal geïnformeerd worden, werden niet geconsulteerd. “Zo is er op geen enkel moment nagegaan wat de impact op bedrijven zou zijn. We betreuren de volledige gang van zaken enorm”, aldus Fevia.De maatregel heeft bovendien ook meteen gevolgen. Hoewel het gaat over heffingsjaar 2026, zullen de bedrijven de stijging nu al voelen. Op de waterfactuur van dit jaar zal zoals gewoonlijk een voorlopige aanrekening van de heffing van volgend jaar staan. “Geen enkel bedrijf heeft dit voorzien in haar budgettering”, aldus Fevia. Bedrijven moeten dubbel betalen voor hun zuivering Rioollozers die dubbel moeten betalenBedrijven die hun afvalwater, mits voldoende zuivering, in oppervlaktewater kunnen lozen, zien een gebruikelijke indexering van 3,2 procent. Maar veel bedrijven hebben die keuze niet. Ook al willen ze investeren in zuivering om minder te moeten betalen volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’, dan nog zijn ze vaak verplicht via de riolering te lozen omdat ze niet in de buurt van een beek of kanaal liggen.“Eén van onze leden loost zijn gezuiverd afvalwater in de riolering omdat er geen aansluitmogelijkheid is om rechtstreeks te lozen in oppervlaktewater”, aldus Fenavian/Brema.“Dat bedrijf zal nu een heffing van ongeveer 55.000 euro betalen, terwijl dat slechts 4.000 euro zou zijn bij lozing in oppervlaktewater. En zo hebben we nog wat voorbeelden. Leden worden via hun vergunning verplicht om een gescheiden lozing te voorzien tussen regenwater en rioolwater. Daarbij moet veel geïnvesteerd worden om afvalwater te zuiveren tot regenwaterkwaliteit. Maar in sommige gevallen voorziet de overheid zelf geen gescheiden afvoer, waardoor toch in de riolering geloodst moet worden. Zo moeten ze uiteindelijk dubbel betalen voor hun zuivering.&quot;Volgens Fenavian/Brema is ook de snelheid van invoering problematisch: “Je kan niet zomaar van de ene dag op de andere afkoppelen van de riolering. Zelfs wanneer een beek maar enkele meter verder ligt, vraagt het aanleggen van een ondergrondse leiding een lang vergunningstraject. Enkel met een gefaseerde aanpak valt dit werkbaar te maken.” Shift in financiering waterbeleidMaar waar komt de plotse stijging van 40 procent vandaan? Het merendeel van de financiering van de publieke waterzuivering wordt gedragen door de gebruikers, zijnde bedrijven en gezinnen. De rest komt uit de algemene middelen van de Vlaamse overheid. In het regeerakkoord werd echter voorzien dat Vlaanderen de kosten meer bij de gebruikers wil leggen en minder bij de belastingbetaler, het gekende principe van “de vervuiler betaalt”. Daarom werd een verschuiving van de financiering doorgevoerd van 113 miljoen euro.Tot voor kort werd minder dan 70 procent van de totale kost van de waterzuivering doorgerekend aan de gebruikers. Voor het resterend bedrag sprong de Vlaamse overheid bij. “Door het tarief te verhogen is dit gestegen naar 85 procent”, duidt Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v). “De Vlaamse regering koos er dus voor om nog steeds meer dan 10 procent van de noodzakelijke middelen voor waterzuivering uit de algemene middelen bij te dragen. In die zin worden nog steeds belangrijke inspanningen geleverd om deze verhoging, ook voor de bedrijven behapbaar te maken.”Hij benadrukt ook dat het tarief voor iedereen in gelijke mate werd opgetrokken: “Ook gezinnen dragen bij en betalen zelfs het grootste aandeel van de totale waterfactuur.” Volgens de minister was uitstel geen optie omdat de verhoging al in het regeerakkoord werd vastgelegd.Nog hervormingen op tilIn de omgevingsbeleidsnota van Brouns staat dat heffingen voor afval- en grondwater zullen worden geoptimaliseerd in functie van het verbruik en het “de vervuiler betaalt”-principe. Voor het lozen van bedrijfsafvalwater komt er een aangepaste heffing. “Over andere hervormingen zijn er nog geen beslissingen genomen”, aldus Brouns. Wanneer die er komen, worden de sectoren tijdig uitgenodigd voor&amp;nbsp;overleg, verzekert hij.Fenavian/Brema pleit alvast voor een beperking van de heffingsstijging. &quot;Onze leden voldoen reeds aan strenge waterzuiveringsnormen. Door deze stijging komt hun concurrentievermogen nog meer onder druk en worden hun innovatiemogelijkheden ingeperkt.&quot;</content>
            
            <updated>2025-06-19T21:37:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Maak van gezonder eten geen cultuurstrijd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/maak-van-gezonder-eten-geen-cultuurstrijd" />
            <id>https://vilt.be/57549</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoe zorgen we ervoor dat voedingsadviezen niet uitdraaien op een gepolariseerd debat? Door ratio en gevoel met elkaar te verzoenen, betogen Jelle Goossens en Maarten Corten van Rikolto in dit opiniestuk. "Eten is geen louter rationele keuze, maar ook cultuur, identiteit en emotie. Daar moeten we in het beleid rekening mee houden."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gezondheid" />
                        <category term="voeding" />
                        <category term="voedingsdriehoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/217b13c0-d66e-48b5-9429-c160cca8a643/full_width_tafelen.jpg</image>
                                        <content>Minder charcuterie en rood vlees, meer kikkererwten en linzen: natuurlijk raakten de nieuwe voedingsadviezen van de Hoge Gezondheidsraad een gevoelige snaar. Wat en hoe we eten, raakt aan de kern van wie we zijn. Dat bleek ook uit de reactie van Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns, die de adviezen op sociale media van tafel veegde met een pleidooi voor “gezond verstand”. De reacties waren verdeeld, de polarisering compleet.Onze eetgewoontes zijn al langer voer voor cultuurstrijd. Het ene kamp lijkt alles te willen veranderen, het andere houdt halsstarrig vast aan wat was. Maar die karikatuur klopt niet. De meeste mensen balanceren voortdurend tussen ratio en gevoel. Willen we vooruit, dan moeten we die twee benaderingen niet tegenover elkaar zetten, maar net met elkaar verzoenen.Het is normaal dat mensen zich ongemakkelijk voelen bij aanbevelingen die botsen met hun gewoontes of eetvoorkeuren. Zeker als die aanbevelingen worden gebracht zonder gevoel voor context of beleving. Maar net daarom moeten we weg van het denken in tegenstellingen. Want mensen zijn niet óf rationeel óf emotioneel. We zijn allebei.Eten is meer dan brandstofEten is niet alleen voeding. Het is smaak, troost, herinnering, ritueel. Het verbindt ons met elkaar: aan de ontbijttafel met je gezin, tijdens de lunch op het werk, of op een feestavond met vrienden. Eten is cultuur en identiteit. Het zegt iets over wie we zijn én over waar we vandaan komen. En tegelijk is het ook een venster naar andere culturen.Die emotionele en sociale betekenis moeten we ernstig nemen. Wie enkel over voeding praat in termen van cijfers en calorieën, botst onvermijdelijk op weerstand.Maar ook: de feiten zijn niet minToch kunnen we het andere aspect niet negeren: wat en hoe we eten, heeft impact. Op onze gezondheid, op onze planeet. In dezelfde week van de nieuwe voedingsadviezen lazen we dat bijna één op vier Vlaamse leerlingen overgewicht heeft. Een duidelijke stijging in élke leeftijdsgroep. Het is geen toeval. Studies stapelen zich op, en de conclusie blijft dezelfde: onze eetgewoonten zijn een belangrijke oorzaak van die trend.Gezonde voeding is dus niet zomaar een persoonlijke keuze, het is een zaak van volksgezondheid:&amp;nbsp;13,5 procent van onze uitgaven voor gezondheidszorg&amp;nbsp;zijn direct gelinkt aan overgewicht. In dat licht is het goed dat er duidelijke, wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen bestaan.Tussen verstand en gevoelHet is normaal dat mensen zich ongemakkelijk voelen bij aanbevelingen die botsen met hun gewoontes of eetvoorkeuren. Zeker als die aanbevelingen worden gebracht zonder gevoel voor context of beleving. Maar net daarom moeten we weg van het denken in tegenstellingen. Want mensen zijn niet óf rationeel óf emotioneel. We zijn allebei.De échte vooruitgang boeken we daar waar die twee benaderingen elkaar versterken. Van polarisering naar participatieDat werkt. In scholen bijvoorbeeld, waar Rikolto samen met schoolteams, leerlingen en ouders bouwen aan gezonde, duurzame eetomgevingen. Neem de SMD-L scholengroep in Leuven die overstapte op vegetarische maaltijden. De eerste poging was te abrupt en lokte weerstand uit. Maar door ouders en leerlingen actief te betrekken – met proevertjes, gesprekken en gezamenlijke keuzes – groeide het draagvlak wél. Niet door regels op te leggen, maar door samen oplossingen te zoeken die smaken én gezond zijn.Eten is cultuur en identiteit. Het zegt iets over wie we zijn én over waar we vandaan komen. En tegelijk is het ook een venster naar andere culturen. Die emotionele en sociale betekenis moeten we ernstig nemen. Wie enkel over voeding praat in termen van cijfers en calorieën, botst onvermijdelijk op weerstand.Een recept voor veranderingHet nieuwe Vlaamse beleid rond gezonde voeding op school geeft scholen vandaag meer ruimte om kinderen van jongs af aan gezonde eetgewoontes bij te brengen. Niet alleen in de les, maar ook op het bord. Niet alleen vanuit wetenschappelijke voedingsrichtlijnen, maar ook met respect voor smaakbeleving en (eet)cultuur.Verandering lukt niet door mensen te dwingen of te beschuldigen. Wel door ze te betrekken. Ratio en gevoel zijn niet elkaars tegenpolen, maar ingrediënten in het recept voor een gezondere Vlaamse eetcultuur. &amp;nbsp;Een maand geleden zagen we trouwens iemand op sociale media dit nieuwe beleid rond gezonde voeding op school volmondig toejuichen. Het was minister van Landbouw Jo Brouns. Ook een minister mogen we niet te snel in één kamp duwen. Met dit opiniestuk willen de auteurs een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. Ze schrijven in eigen naam en zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurs:Jelle Goossens is communicatiemedewerker en woordvoerder van Rikolto. Maarten Corten werkt er als medewerker Communicatie &amp;amp; Citizen Engagement. Rikolto (voorheen Vredeseilanden) is een internationale organisatie die werkt aan duurzamere en eerlijkere voedselsystemen.</content>
            
            <updated>2025-06-20T10:30:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Laatste Limburgse fruitveiling failliet, tuinders blijven achter met miljoenenclaim]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/laatste-limburgse-fruitveiling-failliet-verklaard-tuinders-claimen-miljoenen" />
            <id>https://vilt.be/57550</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Limburgse Tuinbouw Veiling (LTV) uit Herk-de-Stad is dinsdag door de rechtbank van Hasselt failliet verklaard. Eerder deze maand kondigde het bestuur tijdens een buitengewone algemene ledenvergadering al aan de boeken neer te willen leggen. De coöperatie, met naar schatting zo’n vijftig actieve leden, kampte al langere tijd met financiële problemen. Vorig jaar werd de voltallige directie ontslagen. De leden-telers claimen miljoenen euro’s van de veiling.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="coöperatie" />
                        <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2227ece0-9c29-4a1e-bc27-0aa8e2eb336e/full_width_ltv2.jpg</image>
                                        <content>Met het faillissement verliest Limburg zijn laatste zelfstandige groente- en fruitveiling. Eerder fuseerde de Belgische Fruitveiling al met BelOrta. Volgens openbare cijfers draaide LTV in 2023 een verlies van 3,8 miljoen euro, op een omzet van 16,7 miljoen euro, fors lager dan de circa 30 miljoen euro omzet in 2021 en 2022. Cijfers over 2024 zijn nog niet openbaar, maar volgens ingewijden bleef de situatie verslechteren.Telers en personeel maandenlang zonder betalingIn de loop van vorig jaar werden de activiteiten van de veiling stapsgewijs afgebouwd. Veel telers verkochten hun producten inmiddels op eigen initiatief en gebruikten de veiling enkel nog voor opslag. Producenten van voorjaarsgroenten en aardbeien leverden vanaf dit jaar al niet meer aan de coöperatie. Sommige personeelsleden, die VILT vorige week sprak, zaten al maanden thuis zonder loon. Anderen bleven onbetaald doorwerken om hun anciënniteit niet te verliezen.Ook de aangesloten groente- en fruittelers wachten nog op betaling. Volgens meerdere bronnen zou er een miljoenenbedrag openstaan. Onder de schuldeisende telers is onder meer Gert Buntinx, die stelt nog een &quot;groot bedrag&quot; tegoed te hebben. Hij werd in 2023 nog uitbetaald, maar na de pluk van vorig jaar zijn deze betalingen gestopt. Hij gebruikte de veilingloods nog voor gekoelde opslag. Ook hardfruitteler Bob Goffin uit Velm claimt een “heel groot bedrag” van de veiling te krijgen. Samen met een groep collega-telers heeft hij inmiddels juridische stappen ondernomen en een advocaat ingeschakeld.Of de telers hun geld ooit zullen terugzien, hangt volgens Goffin en Buntinx sterk af van de curator. “Hoe diep zal de curator graven? Dat zal bepalend zijn”, klinkt het. Mogelijk kunnen de gronden en gebouwen van de veiling nog worden verkocht om de schulden deels af te lossen. Een deel van het vastgoed, waaronder het verpakkingsstation, is recent al van de hand gedaan. Bij de afwikkeling van het faillissement spelen mogelijk ook andere zaken een rol. Zo VILT sprak uitvoerig met enkele andere telers die een klacht wegens wanbeleid en fraude hebben ingediend bij het parket van Hasselt.Hoewel LTV op haar website nog spreekt van 150 actieve leden, zou het werkelijke aantal volgens bronnen in de sector dichter bij de vijftig liggen, voornamelijk hardfruittelers. De coöperatie was enkele jaren geleden nog betrokken bij de oprichting van de fruitbedrijven Herks Fruit en M-Fruit, die eerder dit jaar ook failliet gingen.Dirk Jans, voorzitter van de Raad van Bestuur van LTV, is niet bereikbaar voor commentaar. Enkele weken geleden, nadat hij faillissement was aangevraagd, verklaarde hij enkel: “Om de sereniteit van de situatie te bewaren, wensen wij hier niet op te reageren.” Ook medebestuurder Kris Vandervelpen weigert voorlopig elk commentaar.</content>
            
            <updated>2025-06-23T06:47:33+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Invasieve exoot koploper bij Insectenzomer van Natuurpunt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/invasieve-exoot-koploper-bij-insectenzomer-van-natuurpunt" />
            <id>https://vilt.be/57551</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Drie weken na de start van de campagne Insectenzomer van Natuurpunt zijn al bijna 400.000 insecten geregistreerd in Vlaanderen. Met de slogan ‘Niet meppen, wel appen’ wil de natuurorganisatie burgers aanzetten om zoveel mogelijk insecten digitaal te vangen via de soortenherkenningsapp ObsIdentify. Meer dan 22.000 Vlamingen registreerden al ruim 5.000 verschillende soorten insecten, waarvan enkele uiterst zeldzame. Opvallend: het beestje dat het vaakst wordt geregistreerd is een uitheemse invasieve soort.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="insect" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="Natuurpunt" />
                        <category term="bestuiving" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ca060081-e1ab-4c43-9a7a-bae578ddb27b/full_width_52925700531-8fd4e96178-o.png</image>
                                        <content>In totaal leven er zo’n 20.000 insectensoorten in Vlaanderen. “Insecten zijn cruciaal voor ons ecosysteem”, zegt Natuurpunt. “Zonder hen geen bestuiving, geen voedsel, geen gezonde bodem.” Volgens de natuurorganisatie is de insectenpopulatie in de afgelopen vijftig jaar gehalveerd in Vlaanderen. “De achteruitgang van insecten in Vlaanderen is zorgwekkend”, vertelt Wim Veraghtert van Natuurpunt. “Vooral vliegende insecten zoals bestuivers nemen sterk in aantal af. Eén derde van de dagvlinders die ooit in Vlaanderen voorkwamen is intussen uitgestorven.” De Insectenzomer wil aandacht vragen voor de achteruitgang én actie uitlokken. Insectenzomer verzamelt cruciale natuurdataMet de campagne roept Natuurpunt burgers op om deze zomer zoveel mogelijk insecten in kaart te brengen via de app ObsIdentify om zo waardevolle natuurdata te verzamelen. “De waarnemingen die we tijdens de Insectenzomer ontvangen, leren ons meer over de verspreiding van insecten: waar komt welke soort voor? Het zijn geen tellingen, maar dankzij bepaalde statistische methoden kan je door jaren te gaan vergelijken, toch conclusies trekken over de voor- of achteruitgang van vele honderden insectensoorten. De kracht van de Insectenzomer is net dat we voor heel veel verschillende insectengroepen gegevens verzamelen: niet enkel de populaire zoals vlinders, maar ook groepen waar anders maar weinig naar gekeken wordt, van wapenvliegen tot stofluizen”, klinkt het bij Natuurpunt. Top 10 geregistreerde soorten1. Aziatisch lieveheersbeestje2. Aardhommelgroep3. Akkerhommel4. Bruin zandoogje5. Zevenstippelig lieveheersbeestje6. Honingbij7. Distelvlinder8. Snorzweefvlieg9. Fraaie schijnbok10. Groot dikkopje Exoot aan de topHoewel de campagne nog maar drie weken loopt, is er al een voorlopige top tien van meest geregistreerde soorten bekend. Met stip bovenaan staat het Aziatische lieveheersbeestje, een invasieve exoot. Het diertje is afkomstig uit Zuidoost-Azië en is ingevoerd in België in de jaren ’90 als biologische bestrijder van bladluizen in de glastuinbouw. Nadien heeft het zich hier gevestigd.“Naast bladluizen doet het Aziatische lieveheersbeestje zich ook tegoed aan de larven van onze inheemse lieveheersbeestjes en larven van andere inheemse insecten. Daardoor vormt deze exoot een bedreiging voor de inheemse soorten lieveheersbeestjes. Hierdoor is het tweestippelig lieveheersbeestje in Vlaanderen enorm achteruitgegaan”, duidt Veraghtert. Naast het Aziatische lieveheersbeestje worden ook veel hommels gespot in Vlaanderen. Gelijktijdig met de Insectenzomer ging ook het hommelweekend van start. “Vorig jaar was een heel slecht jaar voor hommels door het natte weer. Dit jaar lijkt het tij gekeerd en worden er erg veel waarnemingen gedaan”, klinkt het voorzichtig optimistisch bij Natuurpunt. Ook van de snorzweefvlieg komen veel meldingen binnen. &quot;Het is een soort die in Vlaanderen algemeen voorkomt. Vanuit landbouwoogpunt is de snorzweefvlieg een interessante soort omdat de larven zich voeden met bladluizen.” Opmerkelijke soortenTijdens de Insectenzomer zijn ook enkele opmerkelijke en zeldzame insecten waargenomen. Zo werd de bidgaasvlieg, een vrij mysterieuze soort, gespot in Vlaanderen. In Gent blijkt een populatie van de bruine prachtuil zich te hebben gevestigd, met meerdere waarnemingen in Sint-Amandsberg en Wondelgem. Eén van de meest opvallende ontdekkingen is Karsholts kroeskopje, een piepkleine nachtvlinder van minder dan 5 millimeter. Deze soort werd voor het eerst in Vlaanderen gezien, in Meise. “Zulke waarnemingen tonen hoe waardevol citizen science is voor het in kaart brengen van de biodiversiteit”, aldus Natuurpunt. Heel wat bekende Vlamingen zetten mee hun schouders onder de campagne. Anastasya Chernook, Jacotte Brokken, Dieter Coppens, Bart Cannaerts en Tom Van Dyck lieten zich voor de gelegenheid fotograferen door Lieve Blanckaert, bedekt met levende insecten. De campagne loopt nog tot 31 augustus. Meer info vind je terug op www.insectenzomer.be.</content>
            
            <updated>2025-06-20T14:48:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[De Landgenoten zetten nieuwe koers richting publieke gronden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/de-landgenoten-zetten-nieuwe-koers-richting-publieke-gronden" />
            <id>https://vilt.be/57552</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De coöperatie De Landgenoten, die al meer dan tien jaar boeren helpt aan landbouwgrond met steun van burgers, heeft een kortlopende erkenning als omgevingsvereniging gekregen van het Vlaamse Departement Omgeving. Deze erkenning stelt hen in staat om lokale besturen te begeleiden bij het duurzaam beheren van publieke landbouwgronden, met aandacht voor klimaat, biodiversiteit en lokaal voedsel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                        <category term="publieke gronden" />
                        <category term="landbouw" />
                        <category term="lokaal" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f90a8154-3261-47ad-8a47-c94d9b3f67ea/full_width_landbouwgrond-sofievanholle.jpg</image>
                                        <content>Uit een onderzoek van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) blijkt dat ongeveer 53.000 hectare landbouwgrond in Vlaanderen publiek bezit is. Het maatschappelijk debat over het gebruik van deze publieke gronden woedt volop: verkopen of behouden? Hierdoor voelen steden, gemeenten en andere publieke actoren de nood om hun grondenbeleid te herevalueren. Vaak ontbreekt echter een goed overzicht van het eigen patrimonium. Eind 2024 kreeg de organisatie een kortlopende erkenning als omgevingsvereniging van het Departement Omgeving. Dit maakt het voor De Landgenoten mogelijk om publieke grondeigenaren te inspireren en begeleiden in hun grondenbeleid.Inspireren tot nieuwe blik op lokale grondenbeleid“Vaak weten steden en gemeenten niet goed welke gronden bij hun patrimonium horen en wie erop werkt. De eerste stap is om een degelijke inventaris te maken en terug voeling te krijgen met het patrimonium en de huidige gebruikers”, licht Petra Tas, coördinator van De Landgenoten toe. “Vervolgens willen we publieke grondeigenaren inspireren om in het licht van hun beleidsplannen omtrent klimaat, biodiversiteit of lokaal voedsel, met een nieuwe blik naar hun eigen gronden te kijken.” Met eigen grond hebben steden en gemeenten een belangrijk instrument in handen om deze en andere maatschappelijk relevante doelen te realiseren. We dagen lokale besturen uit om grondiger na te denken over hun grondenbeleid Advies op maat van lokale besturen &amp;nbsp;De Landgenoten wil in de eerste plaats lokale besturen inspireren en antwoorden bieden op de verschillende knelpunten. Daarnaast neemt de organisatie ook een adviserende rol op. “We werken heel erg op maat van gemeenten met vragen over hun gronden”, vertelt Stijn De Rijck, adviseur publieke gronden. “Soms bieden we advies bij zeer concrete vragen over inventarisatie van de gronden, contracttypes of projectopvolging. Maar we dagen lokale besturen ook uit om grondiger na te denken over hun grondenbeleid.”Toegang tot grond voor landbouwers verzekeren via lokale besturenToegang tot zekere landbouwgrond voor boeren is al meer dan tien jaar de kerntaak van De Landgenoten. Met deze inzet op publieke gronden is dat niet anders. “Heel wat boeren kampen vandaag met onzekerheid over de grond die ze gebruiken. Willen we actieve landbouwers behouden en zij-instromers aantrekken in de landbouw, dan moeten we letterlijk ruimte voor hen maken. Lokale besturen zijn interessante partners om deze verantwoordelijkheid op te nemen”, geeft Tas aan.De Landgenoten nodigt publieke grondeigenaren uit om met de landbouwers in gesprek te gaan en te bekijken hoe een transitie naar een meer duurzame landbouw kan ingezet worden, mits langetermijnzekerheid. Lokale besturen en andere geïnteresseerden kunnen op de website van De Landgenoten terecht voor enkele voorbeelden en een overzicht van de ondersteuning die de organisatie biedt rond publieke gronden.</content>
            
            <updated>2025-06-24T17:01:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zelfs met landbouwadaptatie smelt er per graad opwarming 120 kilocalorieën per dag weg]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zelfs-met-landbouwadaptatie-smelt-er-per-graad-opwarming-120-kilocalorieen-per-dag-weg" />
            <id>https://vilt.be/57553</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Per graad opwarming daalt de wereldwijde voedselcapaciteit met 4,4 procent van de aanbevolen dagelijkse kilocalorie-inname, zelfs wanneer landbouwers zich aanpassen aan het klimaat. Dat blijkt uit een studie van het Climate Impact Lab, gepubliceerd in het vakblad Nature. De zwaarste verliezen zouden niet alleen de armste landbouwregio’s treffen, maar ook de rijkste zoals de VS en Europa. “Aanpassen aan het klimaat helpt, maar volstaat niet. Zonder innovatie, uitbreiding van landbouwgrond of bijkomende adaptatie, komt de voedselzekerheid in gevaar”, aldus de wetenschappers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselverlies" />
                        <category term="voedselzekerheid" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="wereld" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6dd2990d-f2bc-4069-b9fb-e9a7de2c8e91/full_width_graantarwespelt.jpg</image>
                                        <content>Tot 17% minder voedsel per persoonDe onderzoekers analyseerden zes basisgewassen in meer dan 12.000 landbouwregio’s in 54 landen. Die gewassen, waaronder maïs, rijst en tarwe, leveren samen twee derde van alle calorieën die wereldwijd uit landbouw komen.Volgens de studie daalt de wereldwijde productie met gemiddeld 120 kilocalorieën per persoon, voor elke graad opwarming. Dit komt neer op zo’n 4,4 procent van de aanbevolen dagelijkse inname. Het verlies doet zich voor zelfs wanneer landbouwers adaptatiemaatregelen nemen en hun inkomen stijgt. In het extreme scenario, wanneer de wereld vier graden zou opwarmen tegen 2100, zou er per persoon 17 procent minder voedsel beschikbaar zijn.Rijst vormt de enige uitzondering. Waar alle onderzochte gewassen aanzienlijk terrein verliezen, zien de onderzoekers op termijn net een positief effect bij rijst. Die bevinding sluit aan bij eerdere studies die aantonen dat rijst kan profiteren van warmere nachten. Grootste verliezen in zowel armste, als rijkste landbouwregio’sKlimaatverandering zou de voedselproductie wereldwijd op een ongelijke manier treffen volgens de studie. De zwaarste verliezen worden daarbij verwacht in de welvarendste en armste landbouwregio’s. In de rijke regio’s met traditioneel gematigde temperaturen, waar landbouwers zich voorlopig weinig moeten aanpassen aan extreme weersomstandigheden, blijkt de kwetsbaarheid groot. Hun beperkte aanpassingsgraad maakt de regio’s extra gevoelig voor de toekomst. Net omdat hier de graanschuren van de wereld zich bevinden, zal de impact op het globale aanbod zwaar doorwegen. In het extreme scenario waarin de aarde vier graden opwarmt, zouden maïsoogsten in de VS tegen 2100 met 45 procent kunnen dalen. “De vraag is of de Amerikaanse corn belt nog zal bestaan tegen het einde van de eeuw”, stellen de onderzoekers.Warme regio’s doen het iets beter in de toekomstprognoses. Boeren zijn daar al vertrouwd met hitte en kunnen bovendien profiteren van meer neerslag en luchtvochtigheid. In die gebieden liggen de verliezen gemiddeld rond de 18 procent. Toch blijven arme regio’s kwetsbaar, vooral door grote verliezen aan cassave. Dit is een basisgewas voor miljoenen mensen in Sub-Sahara-Afrika. In de armste delen van de wereld dreigt de totale oogst van basisgewassen in het ergste scenario met 28 procent te dalen. Aanpassing verzacht de klap, maar volstaat niet“Boeren kunnen de schade door klimaatverandering niet volledig vermijden, maar wel deels beperken door adaptatiemaatregelen te nemen”, stellen de onderzoekers. In combinatie met een stijgend inkomen zou dat tot 23 procent van de opbrengstverliezen kunnen compenseren tegen 2050 en 34 procent tegen 2100. Toch zullen er nog aanzienlijke verliezen blijven.Voor gewassen als tarwe, cassave zijn de prognoses zorgwekkend. Op tarwe zouden adaptatiemaatregelen bijvoorbeeld het minst effect hebben. In Zuid-Amerika, waar veel maïs en soja geteeld wordt, kunnen boeren dan weer het meest winst halen uit adaptatiemaatregelen.Veel hangt af van innovatie en beleidDe onderzoekers benadrukken hoe dringend en belangrijk technologische innovaties in de landbouw zijn, en dat alle boeren wereldwijd toegang moeten krijgen tot zulke aanpassingen. Ze wijzen erop dat technologische doorbraken zoals kunstmest of hittebestendige gewassen, in het verleden ongelijk zijn verspreid en vaak beperkt bleven in de toepassing. Naast innovatie tonen de resultaten volgens de onderzoekers ook aan dat een uitbreiding van landbouwgrond en/of extra adaptatiemaatregelen nodig zijn om de voedselzekerheid in een opwarmende wereld te blijven waarborgen.</content>
            
            <updated>2025-06-20T15:11:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Subsidies voor erosiedammen en mechanische onkruidbestrijding moeten zorgen voor properder water in de Westhoek]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/subsidies-voor-erosiedammen-en-mechanische-onkruidbestrijding-moeten-zorgen-voor-properder-water-in-de-westhoek" />
            <id>https://vilt.be/57554</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De provincie West-Vlaanderen lanceert een nieuwe reeks maatregelen om erosie tegen te gaan en om de kwaliteit van het water te verbeteren in de Westhoek. Het gaat om de subsidiëring van onder andere de bouw van erosiedammen en het gebruik van mechanische onkruidbestrijding door landbouwers. Vanaf 1 juli kunnen zij intekenen op het pakket maatregelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="erosie" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/68af9e50-6589-4a34-9188-cf0d7c2c525d/full_width_erosiehoutdam-inagro.jpg</image>
                                        <content>Enkele waterbekkens in de regio zijn cruciaal voor de drinkwatervoorziening in West-Vlaanderen. Ze vormen tegelijk een belangrijke buffer bij hevige regenval. &quot;Door erosie en uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen komen deze functies onder druk te staan&quot;, zo stelt de provincie. Het gaat concreet over de valleien van de Kleine Kemmelbeek en de Bollaertbeek, die uitmonden in de Dikkebusvijver en Zillebeekvijver. Subsidie voor vier maatregelenEr zijn subsidies voor de bouw van erosiedammen van plantaardig materiaal zoals stro, wilg of houthaksel en voor wie niet-kerende bodembewerking toepast op sterk erosiegevoelige percelen. Ook voor mechanische onkruidbestrijding als alternatief voor chemische middelen en voor wie een biologisch alternatief voor metaldehyde gebruikt dat niet schadelijk is voor de waterkwaliteit, zijn subsidies voorzien. De helft van de subsidies komen van de Vlaamse Landmaatschappij, de overige 50 procent wordt bijgedragen door de provincie, De Watergroep, Ieper en Heuvelland.&quot;Met deze nieuwe maatregelen geven we landbouwers praktische handvaten en financiële steun om hun positieve impact op het landschap en de waterkwaliteit nog te versterken&quot;, zegt gedeputeerde Bart Naeyaert. Het initiatief maakt deel uit van het landinrichtingsproject Water+Land+Schap dat wateroverlast en droogte moet aanpakken in het kader van de Blue Deal. Dat project zet in op het aanpakken van erosie van bron tot monding, het verlagen van de baggerfrequentie van de waterbekkens, het naleven van de de EU-Kaderrichtlijn Water en de bescherming van de kwaliteit van ons drinkwater.Tijdens een eerste fase van het project Water+Land+Schap dat in 2020 werd opgestart, werden maatregelen uitgetest en werd aan een draagvlak bij landbouwers gewerkt. “Die aanpak wierp zijn vruchten af”, klinkt het bij de provincie. “Eind 2024 was in het projectgebied al 36,9 kilometer aan grasbufferstroken langs waterlopen gerealiseerd. Dat komt overeen met 63 procent van het totale potentieel van 58,8 kilometer. Hetze over versoepeling drinkwaternormBegin dit jaar was de waterkwaliteit in de Westhoek, en meer bepaald die in het waterwingebied de Blankaart, nog onderwerp van veel debat. Nadat De Watergroep verhoogde concentraties van 1,2,4-triazolen had aangetroffen in het drinkwater, besliste minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) om de drinkwaternorm te versoepelen. 1,2,4-triazolen zijn restanten van een schimmelbestrijder die in de landbouw, de geneeskunde en de diergeneeskunde gebruikt wordt. Die versoepeling zorgde zowel bij politiek als ngo’s voor grote verontwaardiging. Landbouw werd daarbij geviseerd als de grote schuldige, maar uiteindelijk bleek dat een sojaverwerkend bedrijf aan de oorzaak lag van de sterk verhoogde concentraties.</content>
            
            <updated>2025-06-20T17:39:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[CBB kiest Hendrik Vandamme als nieuwe voorzitter te midden van grote sectoruitdagingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/cbb-kiest-hendrik-vandamme-als-nieuwe-voorzitter-te-midden-van-grote-sectoruitdagingen" />
            <id>https://vilt.be/57555</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hendrik Vandamme wordt de nieuwe voorzitter van de Confederatie van de Belgische Bietenplanters (CBB). Hij neemt de fakkel over van Jef Cleiren die vier jaar lang het voorzitterschap waarnam. “Suikerbietplanters staan voor grote uitdagingen. Denk bijvoorbeeld aan het Europees vrijhandelsbeleid, de druk op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de klimaatverandering. Zij hebben meer dan ooit recht op een goede belangenbehartiging”, zegt kersvers voorzitter Vandamme.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="suiker" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d19a546c-8d5d-470b-aa81-5b46499444e3/full_width_hendrik-vandamme-voorzitter-cbb.jpg</image>
                                        <content>De&amp;nbsp;Confederatie van de Belgische Bietenplanters (CBB)&amp;nbsp;verdedigt al meer dan 90 jaar de belangen van suikerbietenplanters in België. Jef Cleiren, een landbouwer uit het Waalse Petit-Hallet, loodste de afgelopen vier jaar de organisatie door een woelige periode met interne hervormingen, geopolitieke spanningen en prijsdruk. “Hij wist bruggen te bouwen tussen regio’s, generaties en organisaties. Onder zijn voorzitterschap stond de CBB pal voor de belangen van de bietenplanters in dossiers zoals het behoud van gewasbeschermingsmiddelen, de suikerprijs en de toekomst van bietenteelt in België”, looft CBB zijn afscheidnemend voorzitter. Massa bestuurservaringMet Hendrik Vandamme wordt opnieuw een landbouwer voorzitter, maar wel eentje met veel bestuurservaring. Zo was hij 16 jaar lang voorzitter van ABS, bijna tien jaar voorzitter van de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij (SALV) en 17 jaar ondervoorzitter van VLAM. Ook binnen de suikersector heeft Vandamme al heel wat waters doorzwommen.In 1992 werd hij lid van het uitgebreid fabriekscomité in de Suikerfabriek van Veurne. Hij doorliep ook alle echelons van de Vlaamse en nationale bietenplantersorganisatie, waarvan de laatste tien jaar als ondervoorzitter van CBB, namens de Vlaamse bietplanters bij Iscal Sugar. Sinds 2019 is hij ook ondervoorzitter van het onderzoekscentrum voor de bietenteelt (KBIVB),&amp;nbsp;lid van het Economisch Comité en het Technisch en Receptiecomité bij de Europese bietplantersorganisatie CIBE en lid van de internationale onderzoeksinstelling IIRB.“Hendrik kent de weg, zowel op het veld als aan de onderhandelingstafel”, zegt Vincent Demanet, voorzitter van Fédé-RT, de vereniging die de belangen van de Franstalige planters die leveren aan de Tiense Suikerraffinaderij verdedigt. “Zijn directe stijl, zijn dossierkennis en zijn jarenlange inzet voor de land- en tuinbouw maken hem tot een sterke opvolger.” Iedereen op één lijn krijgenVandamme wil er met zijn nieuwe mandaat vooral voor zorgen dat de belangen van de Belgische suikerbietplanters goed verdedigd worden. Want de uitdagingen zijn volgens hem groot. Hij noemt daarbij het Europees vrijhandelsbeleid, de onophoudelijke druk op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, de klimaatverandering met zijn nieuw opkomende plagen als gevolg, de verdere verduurzaming van de teelt en de decarbonisatie van de landbouw en de bietenteelt.“Ik ambieer een deelname van de CBB aan het brede debat over duurzame landbouw, waar de suikerbietteelt zonder twijfel een voorbeeld van is, met onder meer de steeds lagere input van fytoproducten, de trend naar meer mechanische onkruidbestrijding tot robotisering toe, de zeer lage nitraatresidus in de bodem na de teelt, het volledig circulair zijn van de biet zelf en de plaats van de teelt in een gezonde teeltrotatie bij akkerbouwers”, aldus Vandamme.Verder wil hij onder zijn voorzitterschap alle actoren in de belangenbehartiging, over alle fabrieken heen, op één lijn krijgen. “Zo kunnen we het maximale uit de teelt én uit onze eigen syndicale werking halen”, klinkt het. “Mijn bestuurservaring bij ABS en andere organisaties, zoals de maatschappelijk zeer breed samengestelde SALV, waar zeer vaak tot een compromis moest gekomen worden, zullen me daarbij ongetwijfeld van pas komen.”</content>
            
            <updated>2025-06-20T17:43:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Afrikaanse varkenspest op 160 km van België: varkenssector pleit voor strengere preventiemaatregelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/afrikaanse-varkenspest-op-160-kilometer-van-belgie-varkenssector-pleit-voor-strengere-preventiemaatregelen" />
            <id>https://vilt.be/57556</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Begin deze week is nabij Kirchhundem (Noordrijn-Westfalen) een nieuwe besmettingshaard van Afrikaanse varkenspest (AVP) ontdekt. Vijf dode everzwijnen in het district Olpe, op zo’n 160 kilometer van de Belgische grens, testten positief op het virus. De vondst doet alle alarmbellen in de Belgische varkenssector afgaan. Brancheorganisatie PORK.be waarschuwt dat het risico op een herintroductie van AVP in ons land aanzienlijk is. Ze roept op tot verhoogde waakzaamheid en onmiddellijke opschaling van de preventiemaatregelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="afrikaanse varkenspest" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d6900dd7-4556-469e-a6d5-b938dea874c6/full_width_varkenbig-inagro.jpg</image>
                                        <content>Opvallend is dat deze besmetting meer dan 150 kilometer verwijderd ligt van de dichtstbijzijnde gekende besmettingszone in de Duitse deelstaat Hessen. Dat wijst mogelijk op menselijke verspreiding van het virus, via bijvoorbeeld besmette voorwerpen, transportmiddelen of voedselproducten. AVP is uiterst besmettelijk voor varkens en wilde zwijnen en kan via direct contact, maar ook via indirecte routes snel grote afstanden overbruggen.Alarmfase voor Belgische varkenssectorDe vondst zorgt voor grote onrust in de Belgische varkensketen. “De kans dat Afrikaanse varkenspest opnieuw opduikt bij everzwijnen in België is reëel”, stelt PORK.be. “Een nieuwe uitbraak zou zware gevolgen hebben voor de Belgische varkenshouderijen en de hele keten.”De herinnering aan 2018 is nog vers. Toen werd AVP vastgesteld bij wilde everzwijnen in de provincie Luxemburg. Hoewel het virus toen niet op varkensbedrijven oversloeg, veroorzaakte het exportverboden en financiële verliezen die de sector nog jaren voelden. Vooral de export naar belangrijke markten zoals China kwam volledig tot stilstand, met dramatische gevolgen voor de vleesprijzen. In 2020 herwon België zijn AVP-vrije status, maar het duurde tot 2022 voor de sector uit de diepe crisis klom. Er waren heel wat inspanningen nodig om de export van varkensvlees, inclusief het vijfde kwartier (organenvlees, red.), terug mogelijk te maken. AVP legt de export van varkensvlees volledig stil, zelfs bij louter vaststelling op Belgisch grondgebied Varkenssector eist strengere bioveiligheidEen nieuwe uitbraak zou de sector opnieuw midscheeps raken. “Onze varkenshouders hebben de voorbije jaren fors ingezet op betere bioveiligheid om het virus buiten de stallen te houden”, zegt Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens. “AVP heeft niet alleen verwoestende gevolgen als het uitbreekt op een bedrijf, maar zelfs al bij vaststelling op Belgisch grondgebied valt de export stil. Vooral producten als varkensoren en -poten, die voor de Aziatische markt bestemd zijn, kunnen dan niet meer worden uitgevoerd.”De sector is daarom in hoogste staat van paraatheid. PORK.be, opgericht door Boerenbond, ABS, BFA en FEBEV, roept de overheden op om snel werk te maken van bijkomende maatregelen. Concreet vraagt men om:Verscherpte controles en hygiëne op luchthavens en snelwegparkingsVerhoogde bioveiligheid voor buitenlandse transporteurs van vee en grondstoffen, vooral uit AVP-gebiedenEen gecoördineerd beheer en reductie van de everzwijnenpopulatieStrikte controle en waar nodig versterking van grensafrasteringenGerichte sensibilisering van toeristen en seizoensarbeiders nu de zomervakantie nadertTot slot vraagt de sector om een grondige economische impactanalyse. PORK.be wil zo zicht krijgen op de mogelijke schade voor de volledige Belgische varkensketen bij een nieuwe uitbraak van AVP op ons grondgebied.</content>
            
            <updated>2025-06-20T18:07:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minder antibiotica bij landbouwdieren, maar daling niet sterk genoeg om alle streefdoelen te halen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minder-antibiotica-bij-landbouwdieren-maar-niet-genoeg-om-alle-streefdoelen-te-halen" />
            <id>https://vilt.be/57557</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Niet alle streefdoelen om het antibioticagebruik in de Belgische veehouderij te reduceren werden in 2024 gehaald. Dat blijkt uit het nieuwste rapport van AMCRA, het kenniscentrum inzake antibioticagebruik bij dieren. Zo blijft het aantal alarmgebruikers in sommige sectoren te hoog. Daarnaast zorgde de uitbraak van blauwtong voor een opflakkering in de verkoop van antibiotica, waardoor de reductiedoelstelling niet werd gehaald. Tegelijk ziet AMCRA bemoedigende vooruitgang bij andere streefdoelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="antibiotica" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6484a012-5581-4c24-a838-06a8282319fc/full_width_kalveren-bij-voederhek.jpeg</image>
                                        <content>Antimicrobiële stoffen zijn van vitaal belang voor het behandelen en voorkomen van de verspreiding van ziekten. Ziekteverwekkers kunnen echter, en voornamelijk bij overmatig gebruik, resistentie ontwikkelen tegen deze geneesmiddelen. Dit vormt een bedreiging voor de volks- en de diergezondheid. Er worden zowel nationaal als internationaal heel wat inspanningen geleverd om de werking van antibiotica te vrijwaren.In het nieuw rapport van AMCRA blijkt dat de Belgische dierlijke sector twee van de vier reductiedoelstellingen uit de ‘Visie 2024’ echter niet volledig heeft gehaald. Zo werd getracht om het totaal antibioticagebruik bij dieren in België te laten evolueren naar het mediaangebruik in Europa, gemeten op basis van verkoopcijfers. Dit zou een daling van de antibioticamiddelen met 65 procent betekend hebben ten opzichte van 2011. De reductie bleef echter hangen op 60 procent. De voorbije jaren ging het nochtans de goede richting uit, maar vorig jaar werd opnieuw een stijging van 6,3 procent gemeten. &amp;nbsp;Kloof tussen verkoop en gebruikDe stijging was uitsluitend het gevolg van de groeiende verkoop van antibacteriële farmaceutica, terwijl de verkoop van antibiotica gemedicineerde voederes bleef dalen. Volgens AMCRA is dit wellicht voor een deel te wijten aan de opkomst van het blauwtongvirus in België, dat een aantal gevolgen heeft gehad voor de gezondheid van herkauwers, waaronder de vatbaarheid voor secundaire bacteriële infecties. “De stijging in 2024 verandert niets aan de doelstelling om de totale verkoop van antibiotica tegen 2030 met 70 procent te verminderen”, aldus AMCRA.Terwijl de totale verkoop in 2024 steeg, merkten de onderzoekers wel een daling in de werkelijke gebruikscijfers. Zo daalde het gebruik bij varkens met 6 procent, 21 procent bij pluimvee en 1 procent bij vleeskalveren. “De kloof tussen verkoop en gebruik in 2024 was ongeveer 19 ton”, duidt AMCRA. “Dit is opmerkelijk veel en toont aan dat we in de toekomst veel meer de gebruiksdata in het oog moeten houden om de situatie in België op te volgen en nieuwe streefdoelen op te stellen.” Volgens het kenniscentrum ligt het verschil tussen het gebruik en de verkoop aan verschillende factoren zoals het aanleggen van voorraden, aankopen in het buitenland en onderraportage.Doelstelling alarmgebruikers deels gehaaldEen andere doelstelling dit jaar was het aantal alarmgebruikers te beperken tot maximaal één procent. Dat zijn bedrijven met een structureel hoog antibioticagebruik. In alle diercategorieën daalde dat aantal, maar sommige groepen haalden het percentage niet. Dat was het geval bij gespeende varkens, vleesvarkens en vleeskalveren. Steeds minder antibacteriële premixenDe andere nationale reductiedoelstellingen werden daarentegen wel gehaald. In vergelijking met 2011 daalde de verkoop van met antibiotica gemedicineerde diervoeders in 2024 in totaal met 89 procent. Daarmee is de doelstelling van 75 procent ruimschoots bereikt. “Tegen 2027 is het de bedoeling om volledig af te bouwen,” stelt AMCRA als nieuw streefdoel.Ook de verkoop van kritieke antibiotica bleef dalen en zakte tot 81 procent onder het niveau van 2011, duidelijk boven de vastgestelde doelstelling van 75 procent. De verkoop van colistine, een kritisch belangrijk antibioticum met hoogste prioriteit voor de volksgezondheid, kwam overeen met 0,69 mg/kg biomassa in 2024, waarmee de langetermijndoelstelling van 1 mg/kg gehaald werd. Hoogste antibioticagebruik bij varkens“De varkenssector verdient erkenning voor zijn inspanningen, vooral het verminderde gebruik van premixen en colistine”, aldus het rapport. De positieve evolutie bij de gespeende biggen springt bij de onderzoekers in het oog. Maar ondanks de vooruitgang blijft de mediaan in deze categorie de hoogste van alle opgevolgde varkenscategorieën én van alle diersoorten. “Biggen krijgen op bijna tien procent van de bedrijven gedurende minstens één derde van hun tijd op de boerderij antibiotica toegediend”, stellen de onderzoekers vast. Ook de vleesvarkens vereisen blijvende aandacht, want dit was de enige categorie van alle diersoorten waar het antibioticagebruik in 2024 globaal toenam.Opvallend gebruik bij kalkoenenDe pluimveesector heeft de afgelopen vier jaar een opmerkelijke evolutie doorgemaakt. In het eerste jaar na de invoering van het reductiepad voor braadkippen ging het antibioticagebruik steil naar beneden, maar in de twee daaropvolgende jaren bleef het relatief stabiel. In 2024 maakte de braadkippensector opnieuw een grote sprong vooruit. De doelstelling van maximaal één procent alarmgebruikers in deze sector werd uiteindelijk met gemak gehaald. Ook de leghennen lieten in 2024 positieve resultaten zien.Het hoogste antibioticagebruik in de pluimveesector ligt bij vleeskalkoenen. In alle opgevolgde diersoorten krijgen vleeskalkoen als derde soort het meeste antibiotica toegediend. “Dit zal de komende jaren nauwlettend opgevolgd moeten worden”, aldus AMCRA. Aandachtspunten bij vleeskalveren en runderenDe vleeskalversector heeft het vastgelegde reductiepad niet gevolgd, maar blijft wel geleidelijk vooruitgang boeken, wat bemoedigend is volgens AMCRA. Maar ondanks die verbeteringen moet de sector zijn inspanningen blijven opschroeven. Het antibioticagebruik bij vleeskalveren blijft het op één na hoogste van alle opgevolgde diersoorten en -categorieën. Volgens AMCRA ligt een deel van de oplossing in een betere sectoroverschrijdende samenwerking met de zuivelsector, vooral nu melkveebedrijven ook antibioticagebruik rapporteren.De resultaten voor rundvee bevestigen dan weer het algehele lage antibioticagebruik in de sector. De langetermijngegevens over antibioticagebruik bij rundvee, namelijk de verkoop van intramammaire tubes, laten helaas een verdere stijging zien in 2024, tot het hoogste niveau van de afgelopen zes jaar. De rundveesector heeft dus ook nog een aantal aandachtspunten voor de komende jaren.AMCRA concludeert dat een duurzame samenwerking en inzet van alle belanghebbenden essentieel blijft: “Alleen zo kunnen noodzakelijke reducties verder gestimuleerd worden om een niveau te bereiken dat bescherming biedt tegen de groeiende dreiging van antibioticaresistentie.”</content>
            
            <updated>2025-06-23T12:22:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "Te veel vlees eten kost ons allemaal gezondheid en geld"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opine-te-veel-vlees-eten-kost-ons-allemaal-gezondheid-en-geld" />
            <id>https://vilt.be/57558</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlees eten verhoogt de kans op ziekten, een hoge cholesterol en overgewicht. De impact daarvan laat zich voelen in onze gezondheidszorg. Dat stellen landbouweconome Tessa Avermaete en arts Marleen Finoulst in een opiniestuk over het advies van de Hoge Gezondheidsraad en de scherpe reactie erop van landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f192b118-32de-4e3c-80c4-00abbc5f4ce4/full_width_biefstuksteakrundvlees.jpg</image>
                                        <content>Overal te lande gloeide afgelopen weekend de barbecue. Heerlijk toch, die geur van gemarineerde ribbetjes en rijkelijke brochettes. Of moeten we ons zorgen maken over onze bourgondische levensstijl? De Hoge Gezondheidsraad toonde deze week in elk geval enige bezorgdheid door een matige consumptie van vlees aan te raden. Brussel blaast warm en koud tegelijk. Dat helpt om de barbecue aan te houden, maar het geeft niet meteen blijk van een sterk en coherent beleid.&amp;nbsp;Als de Belgische steak morgen wat duurder wordt, zal dat in elk geval niet aan de Vlaamse minister van Landbouw Jo Brouns liggen. Hij is bezorgd dat vlees straks een luxeproduct wordt, alleen toegankelijk voor de rijken. Mogelijk vreest hij ook dat ze straks het vlees van de kaart schrappen in de Wetstraat, en ter vervanging linzen serveren. ‘Al die betutteling is nergens goed voor. Laat de consument toch zelf beslissen. Hij is wijs genoeg’, zei Brouns. Of de consument wijs is, laten we in het midden. Feit is dat de gemiddelde consument in Vlaanderen te zwaar is. De extra kilo’s die meer dan de helft van de Vlamingen met zich mee draagt, wegen stevig door op onze fysieke en mentale gezondheid. Eigen schuld, dikke bult? Toch niet, want u en ik betalen mee de tol voor onze obesogene omgeving. België besteedt zo&#039;n twee procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) aan voedingsgerelateerde ziekten. Overgewicht werkt als een bloedzuiger op de leeglopende staatskas.Vlees en overgewicht zijn toch geen synoniemen? Dat klopt. Maar of je het nu graag hoort of niet, vlees heeft wel degelijk een impact op de gezondheid. Er is wetenschappelijk bewijs dat meer dan 300 gram rood vlees per week het risico op enkele kankers - darmkanker en sommige maagkankers - verhoogt. Daarnaast komt een hoge cholesterol vooral door het eten van dierlijke producten, waaronder rood vlees. Dat is geen marginaal probleem, een op de twee Vlamingen kampt met een hoge cholesterol.In Vlaanderen scoren we bijzonder goed op het slikken van pillen. Dat helpt om de cholesterol onder controle te houden, maar het haalt onze staatskas verder uit balans.&amp;nbsp; Cholesterolverlagers behoren tot de meest verkochte geneesmiddelen in België. &amp;nbsp; Hardwerkende boerenOnze minister van Landbouw heeft het ongetwijfeld goed voor met de Vlaamse veehouders. Het zijn hardwerkende boeren, laat daarover geen enkele twijfel bestaan. Terwijl de meeste Vlamingen zich nog eens omdraaien in hun bed, staan de veehouders vaak al in hun stal. Ze verdienen een eerlijke prijs voor hun werk. De investeringen in de sector zijn torenhoog. Een hedendaagse stal is geen kippenhok en de kosten van veevoeder tellen zwaar door. Geniet van uw lapje vlees, maar weet dat het een luxegoed is. Doe het met mate anders is de kans groot dat u en ik straks de prijs betalen Behalve met economische kosten gaat de veehouderij ook gepaard met sociale en ecologische kosten. De Vlaamse boer weet bijzonder goed hoe hij vlees en melk moet produceren, maar dat neemt niet weg dat de impact van dierlijke producten - zeker van herkauwers zoals runderen - een heel stuk hoger ligt dan die van plantaardige producten.Bovendien neemt de veehouderij veel ruimte in beslag. Meer dan 70 procent van de Vlaamse landbouwgronden dient om het vee te voederen. En dat volstaat niet. Vlaanderen is ook enorm afhankelijk van de invoer van veevoeders om de veestapel in stand te houden. Wie om voedselsoevereiniteit roept, kan maar beter even de handelsstromen onder de loep nemen.&amp;nbsp;Het probleem is complex. Er is nood aan structurele hervormingen, zodat de boeren die nog in de sector willen blijven eerlijk loon naar werk krijgen. Dat doe je niet op Vlaamse schaal. Daarvoor moeten we Europees aan de tekentafel gaan. Dat duurt (veel te) lang.&amp;nbsp;Laten we ondertussen vooral de consument niet verder de verkeerde kant uit sturen en werken aan een samenhangende boodschap. Verstokte carnivoor, geniet van uw lapje vlees. Weet dat het een luxegoed is. Doe het met mate - niet meer dan 300 gram rood vlees per week dus - anders is de kans groot dat u en ik straks de prijs betalen.&amp;nbsp; Met dit opiniestuk willen de auteurs een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. Ze schrijven in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurs:Tessa Avermaete is landbouweconome en oprichtster van Run and Harvest. Marleen Finoulst is arts en hoofdredactrice van Gezondheid en Wetenschap. </content>
            
            <updated>2025-06-23T12:26:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant krijgt nieuw kantoor uit hennep en hout]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/praktijkpunt-landbouw-vlaams-brabant-krijgt-nieuw-kantoor-uit-hennep-en-hout" />
            <id>https://vilt.be/57559</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant in Herent krijgt een nieuw kantoorgebouw. Het gebouw wordt een symbool van duurzame innovatie met biogebaseerde materialen zoals kalkhennep, glasgranulaat en een CLT-houtstructuur. “De keuze voor deze duurzame en innovatieve materialen weerspiegelt onze visie: landbouw ondersteunen met kennis die toekomstbestendig is”, klinkt het bij de eerste steenlegging.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Vlaams-Brabant" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4f617a3c-66eb-4b73-9c3f-c0b35497c4b2/full_width_praktijkcenter.jpg</image>
                                        <content>Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant is het kenniscentrum voor praktijkgericht landbouwonderzoek. Het is een breed expertisecentrum dat zich onder meer toelegt op innovatieve teelten, zoals zonnebloem, quinoa en deder en op typisch Vlaams-Brabantse gewassen, zoals witloof, granen en koolzaad. Praktijkpunt Landbouw ondersteunt land- en tuinbouwers met toepasbare kennis over onder meer teelttechniek, gewasbescherming, bemesting en duurzaam water- en bodembeheer.Biogebaseerde materialenHet gebouw wordt opgetrokken met kalkhennepblokken. “Kalkhennep slaat CO₂ op tijdens de groei van de hennepplant, heeft uitstekende isolerende eigenschappen en is volledig recycleerbaar”, legt het praktijkpunt uit. Voor de fundering wordt gebruikgemaakt van glasgranulaat, een licht en isolerend materiaal dat ontstaat uit gerecycleerd glas en tegelijk een goede waterdoorlatendheid biedt. De dragende structuur zal uit massieve CLT-panelen (Cross Laminated Timber) bestaan, een duurzaam alternatief voor beton dat opgebouwd is uit kruiselings verlijmde houtlagen. “Voor de binnenafwerking wordt gekozen voor natuurlijke leempleisters, die zorgen voor een aangenaam binnenklimaat dankzij hun vochtregulerende werking en esthetische uitstraling. Samen vormen deze materialen een toekomstgericht en duurzaam geheel”, klinkt het.Experimenteren met zonnebloemen“Het nieuwe kantoor weerspiegelt niet alleen de duurzame ambities van het praktijkpunt, maar het vormt ook een stevige basis voor de landbouw van morgen”, duidt Tom Dehaene, Vlaams-Brabants gedeputeerde voor landbouw. &amp;nbsp;Eén van de toekomstbestendige en innovatieve teelten is zonnebloemen. ​Tot voor kort kwamen de meeste zonnebloemen uit Rusland en Oekraïne. Door de oorlog ontstond schaarste, stegen de prijzen en groeide de vraag naar lokaal geteelde zonnebloemen.Het praktijkpunt voert momenteel onderzoek om zonnebloemen ook in Vlaanderen te telen. “Zonnebloemzaden worden gepeld voordat er olie van wordt geperst. De vliesjes kunnen dienen als basis voor zogenaamde biocomposieten, een duurzaam alternatief voor kunststof. Dat kan gaan om verpakkingen, koffiecapsules of platen voor de bouwsector”, aldus het praktijkpunt. “We onderzochten ook of ook de zonnebloemhoofden culinaire mogelijkheden kunnen bieden. Dat leidde tot een klein receptenboekje.” Klaar tegen december 2025Het nieuwe kantoorgebouw, dat een oppervlakte van 616 vierkante meter zal hebben, moet klaar zijn tegen december 2025. Voor de financiering kan de provincie Vlaams-Brabant ook rekenen op steun van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, het Europees Landbouwfonds voor Landbouwontwikkeling en BelOrta.</content>
            
            <updated>2025-06-23T12:44:28+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgische pionier in krekelproducten haalt kapitaal op voor Europese groei]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-pionier-in-krekelproducten-haalt-kapitaal-op-voor-europese-groei" />
            <id>https://vilt.be/57560</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De makers van krekelrepen Kriket willen hun positie in de Benelux versterken en uitbreiden naar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, de twee grootste snackmarkten van Europa. Om die internationale groei te ondersteunen, start het Brusselse bedrijf een crowdfundingcampagne, zo raakte maandag bekend.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="insect" />
                        <category term="eiwitshift" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="voeding" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f1f24fce-9ea2-4c06-aa1a-46579c51e962/full_width_kriket.jpg</image>
                                        <content>Sinds de lancering in 2018 vond KRIKET zijn weg naar meer dan 1.800 verkooppunten in België en Nederland: van supermarktketen tot tankstations en snackautomaten. Om de volgende stap te zetten lanceert het Brusselse bedrijf nu een crowdfundingcampagne via het investeringsplatform Broccoli. “Het doel is om 350.000 euro op te halen om de aanwezigheid in Nederland en België te versterken en de stap naar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk te maken”, legt oprichter Michiel Van Meervenne uit. Krekels combineren de voedingswaarde van vlees met de klimaatimpact van plantaardige voeding Onmiskenbare schakel in eiwittransitieInsecten scoren hoog op voedingswaarde en laag op klimaatimpact. Volgens KRIKET maken ze daarom onmiskenbaar deel uit van de eiwittransitie, waarbij minder dierlijke en meer plantaardige of duurzamere eiwitbronnen geconsumeerd moeten worden. “Krekels bevatten meer dan dubbel zoveel eiwitten als rundvlees, maar stoten 845 keer minder CO2 uit. En omdat ze alleseters zijn, kunnen ze ook prima gevoed worden met reststromen uit de voedingsindustrie”, klinkt het.Voor veel consumenten blijft het eten van krekels vandaag echter een hoge drempel. Daarom koos Van Meervenne ervoor om alleen met krekelpoeder te werken, zodat de insecten onherkenbaar verwerkt zijn. De zachte, nootachtige smaak van de Belgische en Nederlandse krekels duikt intussen op in de mueslirepen, granola en proteïnerepen van het bedrijf. High in proteinDe proteïnerepen zijn vandaag zonder twijfel het populairste product van KRIKET. “Aanvankelijk waren onze notenrepen de ster van het gamma maar sinds de lancering van onze eiwitrijke repen hebben die al snel de bovenhand genomen”, klinkt het. Mee aangestuurd door fitness- en gezondheidstrends, kopen consumenten steeds meer tussendoortjes en maaltijden die eiwitrijk zijn. “Onze repen zijn echte eiwitbommetjes en sluiten perfect aan bij die vraag”, aldus Van Meervenne.Internationale groei verderzettenNa de lancering in Nederland vorig jaar, wil KRIKET nu ook de stap zetten naar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. “Duitsland en het VK zijn de twee grootste snackmarkten van Europa,” duidt de oprichter. In het VK mikt het Brusselse bedrijf op zowel fysieke winkels als online verkoop via Amazon. “Dat laatste is een gigantisch verkoopkanaal”, aldus Van Meervenne.De voorbereiding om de alternatieve eiwitten na de brexit op de Britse markt te krijgen, ging niet zonder slag of stoot. “Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar we hebben er nu eindelijk een juridische zetel en twee commerciële agenten”, klinkt het. Omdat de Europese normen inzake voedselwetgeving er aangehouden worden, kunnen de alternatie eiwitten er mits enkel aanpassingen aan de verpakking zo verkocht worden. Het doel is om zo snel mogelijk naar een omzet van één miljoen euro te groeien in het VK. “Dat is zeker onze ambitie, al kan ik er nog geen concrete deadline op plakken. Het is een veelbelovende maar erg competitieve markt”, aldus Van Meervenne.Ook Duitsland staat op de radar, al vraagt die markt een andere aanpak. “De Duitse markt is dan weer een zeer sterk gedecentraliseerde en prijsbewuste markt. We willen er vooral eerst goed het terrein verkennen voor we echt uitbreiden.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-06-23T17:28:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vegaplan: “Vlaamse land- en tuinbouwers duurzamer dan strikt noodzakelijk”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vegaplan-vlaamse-land-en-tuinbouwers-duurzamer-dan-strikt-noodzakelijk" />
            <id>https://vilt.be/57561</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Producenten van plantaardige teelten passen meer duurzaamheidsmaatregelen toe dan strikt noodzakelijk. Dat blijkt uit de meest recente duurzaamheidsrapport van Vegaplan, de standaard die de voedselveiligheid en de kwaliteit van plantaardige grondstoffen garandeert. “Zo is het gebruik van beslissingsondersteunende tools bij gewasbescherming, nutriëntenbeheer- en waterbeheer intussen op vele bedrijven een gangbare praktijk”, geeft Vegaplan een voorbeeld.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkerbouw" />
                        <category term="tuinbouw" />
                        <category term="aardappel" />
                        <category term="duurzaam" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/380cfda8-7c8f-49be-82fe-e30c5dbc3648/full_width_wiedeg-mechanische-onkruidbestrijding.jpg</image>
                                        <content>Vorig jaar lanceerde Vegaplan een duurzaamheidsmonitor om de inspanningen in de plantaardige sector bloot te leggen. “Het gaat om extra duurzaamheidsinspanningen bovenop degene die van tel zijn in de Vegaplan Standaard”, vertelt Brigitta Wolf, coördinator van Vegaplan, de organisatie die de certificering in de plantaardige sector voor zijn rekening neemt. Maar liefst 10.660 land- en tuinbouwers in Vlaanderen werken met het certificaat Vegaplan, oftewel 68 procent van alle land- en tuinbouwers met plantaardige productie in Vlaanderen.Duurzaamheidseisen die vandaag al deel uitmaken van de Vegaplan Standaard zijn bijvoorbeeld de toepassing van geïntegreerde gewasbescherming (IPM) waaronder de verplichting van teeltrotatie, erosiemaatregelen en bufferzones langs waterlopen. Maar daarnaast nemen veel landbouwers al bijkomende duurzaamheidsmaatregelen die nog verder gaan dan wat in de Vegaplan Standaard wordt gevraagd. Zo passen ze bijvoorbeeld innovatieve technieken zoals precisielandbouw toe of gebruiken ze instrumenten die beslissingen over irrigatie, bemesting of gewasbescherming kunnen ondersteunen.Op zoek naar gekwantificeerde gegevensMet de duurzaamheidsmonitor, die is gebaseerd op een enquête die land- en tuinbouwers voorafgaand aan hun Vegaplan-audit konden invullen, wil de sector deze inspanningen van de Belgische boeren en tuinders in de kijker zetten. “Met deze informatie kunnen we de discussie en de ontwikkeling naar meer duurzaamheid onderbouwen met gekwantificeerde gegevens”, luidde de argumentatie tijdens de lancering van het initiatief.Aan de eerste duurzaamheidsmonitor, die eens in de drie jaar zal wordt afgenomen, deden 3.500 bedrijven mee, oftewel 65 procent van alle audits van 2024. De resultaten van het onderzoek werden vorige week gepresenteerd tijdens de jaarvergadering van Vegaplan. Die vond plaats bij aardappelverwerker Agristo, waar Vegaplan-voorzitter Steven De Cuyper werkt als Agro Business Director International. Gebruik van precisietechniekenVolgens Brigitta Wolf bevestigen de resultaten van de duurzaamheidsmonitor dat land- en tuinbouwers actief werk maken van duurzame landbouw. “Bij de gecertificeerde landbouwers zien we bijvoorbeeld dat er actief wordt gewerkt aan een optimale inzet van gewasbeschermingsmiddelen.” Zo past 50 procent van de deelnemers precisietechnieken toe om de middelen zeer gericht en met minimale milieu-impact aan te wenden, zoals bijvoorbeeld het gebruik van een automatische sectie-/dop aansturing met GPS.Uit de enquête bleek ook dat 65 procent van de bedrijven alternatieve technieken voor gewasbescherming toepast, zoals mechanische onkruidbeheersing of biologische methoden. Bij één op vier van de deelnemers wordt dit toegepast op meer dan 50 procent van het areaal. Advies inwinnen voor bemestingOok op het gebied van bemesting gaan de Vegaplan-gecertificeerde land- en tuinbouwers verder dan de eisen van het Vegaplan-lastenboek. Zo maakt 88 procent van de bevraagde landbouwers bij het opstellen van zijn bemestingsstrategie gebruik van beslissingsondersteunende instrumenten. Daarnaast maakt 64 procent van de deelnemers gebruik van bemestingsadviezen.Bij het onderdeel duurzaam waterbeheer tonen de resultaten volgens Vegaplan aan dat landbouwers zich steeds meer bewust worden van het belang ervan. “De sector streeft naar een duurzamer watergebruik door in te zetten op beheermaatregelen en innovatieve oplossingen, zoals regenwateropvang, efficiënte irrigatietechnieken en het monitoren van het waterverbruik. Zo neemt 69 procent van de landbouwers initiatieven voor waterberging en -voorziening, vaak via eigen opslag. Nood aan uniformiseringVolgens Vegaplan is er nog veel potentieel voor verdere verduurzaming en zijn boeren daartoe ook bereid. De lastenboekbeheerder benadrukt daarbij wel de uitdagingen voor de sector. Van wettelijke verplichtingen rond duurzaamheidsrapportering tot de opkomst van allerlei duurzaamheidstools. “Er heerst brede overeenstemming over de nood aan uniformisering, zodat landbouwers niet overspoeld worden met vragenlijsten en digitale invulplatformen. Vegaplan kan hier een ondersteunende rol in spelen, met een betrouwbaar systeem van borging als fundament”, aldus Brigitta Wolf. Ze wijst erop dat binnen Vegaplan alle plantaardige sectoren (Agrofront en afnemers) zijn vertegenwoordigd. &quot;Het certificatiesysteem dekt diverse teelten af en een groot deel van de landbouwers in België. We beschikken over een centrale databank, die gedeeld wordt met de collega’s van Codiplan (dierlijke productie). Daardoor is Vegaplan best geplaatst om te helpen bij het uniformiseren van de duurzaamheidseisen voor de producenten, de borging, en kunnen we ook faciliteren bij de rapportage tussen de ketenpartijen&quot;, besluit Wolf.Resultaten van de duurzaamheidsmonitor kunnen hier bekeken worden. VegaplanVegaplan, oftewel Vegaplan Standaard is een nationale standaard voor de hele primaire plantaardige productie zodat de kwaliteit voor de consument gewaarborgd blijft. De standaard geniet erkenning van het FAVV en de gewestelijke overheden. De telers met een Vegaplan-certificaat ondergaan een driejaarlijkse controle. Belgische groente- en fruitveilingen stellen Vegaplan-certificering zelfs als eis om te mogen aanvoeren bij de veiling.</content>
            
            <updated>2025-06-23T18:06:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgische landbouwers zijn primus van de klas op vlak van voedselveiligheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouw-blinkt-uit-met-hoge-naleving-voedselveiligheid" />
            <id>https://vilt.be/57562</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ook in 2024 presteert de landbouwsector sterk op het vlak van voedselveiligheid. Dat blijkt uit het nieuwste jaarrapport van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Het Voedselagentschap voerde ruim 8.200 controlemissies uit bij 7.623 bedrijven in de primaire productie. Hierbij blijken negen op tien bedrijven in regel met de geldende voorschriften. Ook scoort de primaire productie aanzienlijk beter dan andere schakels in de voedselketen, zoals distributie en verwerking.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedsel" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/07fefb91-7535-4070-b60e-960d5fc30c51/full_width_favv-haven-aardappel-controle-gevilt.jpg</image>
                                        <content>In 2024 voerde het Voedselagentschap in totaal 218.355 controles uit bij ruim 58.000 bedrijven in de hele voedselketen. Tijdens zo’n inspectie worden de activiteiten van een onderneming gecontroleerd en getoetst aan de voorschriften omtrent voedselveiligheid. Het conformiteitspercentage blijft hoog: 85 procent van de controles leverden een positief resultaat op. Ter verglijking, in 2023 ging het om 84,8 procent. Bij een ongunstig rapport ging het FAVV over tot een waarschuwing (15.524), een PV (9.931) of zelfs een inbeslagname van goederen (1.673). 467 bedrijven moesten de deuren tijdelijk sluiten omdat de gezondheid van de consument niet meer gegarandeerd kon worden.Primaire productie scoort sterk in voedselveiligheidscontrolesMet een conformiteitspercentage van 91 procent scoort de primaire productie bijzonder goed bij de controles van het FAVV. Deze sector omvat zowel plantaardige als dierlijke productie, evenals visserij en aquacultuur. Binnen de plantaardige productie – waaronder landbouwbedrijven voor groenten, fruit, akkerbouwgewassen en kiemgroenten, maar ook sierteelt en zaaizaadproducenten – behaalt men een uitzonderlijk hoge score van 95,8 procent. De dierlijke productie, die onder meer het houden van runderen, varkens, pluimvee, schapen en geiten omvat, scoort 85,4 procent. Ook de visserij en aquacultuur presteren sterk, met in 94,5 procent van de gevallen een gunstige controle. Deze categorie omvat onder meer visserijvaartuigen, recreatieve visserij en aquacultuurbedrijven zoals kwekerijen en productiegebieden voor weekdieren.Ook in vergelijking met andere schakels in de voedselketen doet de primaire productie het voortreffelijk. Ter vergelijking: de verwerkende sector behaalt 88,5 procent, terwijl de distributiesector met 63,4 procent duidelijk achterblijft. Tot die laatste groep behoren onder meer bakkers, slagers, supermarkten, viswinkels, grootkeukens en horecazaken. In meer dan een derde van de controles binnen deze sector werden inbreuken vastgesteld. Die hadden vooral te maken met het ontbreken of het fout weergeven van allergeneninformatie, gebrekkige handhygiëne of onvoldoende gereinigde contactoppervlakken. In 2024 leidde dit tot een tijdelijke sluiting van 265 bedrijven. De hoogste score werd opgetekend in de toeleveringssector, met een conformiteitspercentage van 94 procent.&quot;Hoog niveau van voedselveiligheid in België&quot;Het FAVV controleert ook regelmatig zendingen die via havens en luchthavens binnenkomen en neemt stalen van levensmiddelen die al op de Belgische voedingsmarkt aanwezig zijn. Bij 98 procent van die controles werden geen problemen vastgesteld. &quot;Een getal dat wijst op een hoog niveau van voedselveiligheid in ons land&quot;, klinkt het. In 2024 werden verder 283 producten teruggeroepen uit de omloop, meestal vanwege een chemisch of microbiologisch risico. Het meldpunt van het FAVV, ten slotte, behandelde in totaal 5.222 klachten van consumenten. Meer dan de helft daarvan gaf aanleiding tot maatregelen op het terrein.</content>
            
            <updated>2025-06-23T22:37:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Krimp veestapel zal Nederland 1,5 miljard euro en 13.300 arbeidsplaatsen kosten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rapport-abn-amro-krimp-veestapel-zal-nederland-15-miljard-euro-en-13300-arbeidsplaatsen-kosten" />
            <id>https://vilt.be/57563</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Nederlandse veestapel zal tussen de 15 en 18 procent kleiner worden tegen 2030. Die kleine veestapel zal de Nederlandse economie 1,5 miljard euro kosten en er kunnen 13.300 arbeidsplaatsen verloren gaan. Dat becijferde ABN Amro naar aanleiding van de Nederlandse aanpak van de stikstofcrisis. Toch verwacht de bank dat de daling van de veestapel ook kansen biedt en de totale impact op de Nederlandse economie beperkt blijft.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b37c2d66-b5c5-416f-8738-cfda5a35da7d/full_width_nederlandveeteeltweidemolen.jpg</image>
                                        <content>Maatregelen die leiden tot een krimpHoewel Nederland nog steeds geen allesomvattend stikstofakkoord heeft, heeft de overheid er toch al verschillende maatregelen goedgekeurd om de stikstofuitstoot door de veestapel te doen dalen. Zo komen 1.500 boeren in aanmerking voor de ‘Landelijke Bedrijfsbeëindiging veehouderijlocaties’. Zij hebben zich al vrijwillig ingeschreven voor deze maatregel en hebben daarop een financieel voorstel ontvangen van de overheid. Enkele maanden na ontvangst van dat voorstel, moeten zij daadwerkelijk de knoop gaan doorhakken of ze hun bedrijf stopzetten of niet.Daarnaast heeft het Nederlandse landbouwministerie sinds begin dit jaar ook de afroming van dier- en fosfaatrechten flink verhoogd wanneer die worden verhandeld zodat het mestproductieplafond niet wordt overschreden. Gebeurt dat wel, dan moet er een generieke korting op de dier- en fosfaatrechten komen. Volgens ABN Amro zal ook door deze maatregel de veestapel in 2025 en 2026 flink dalen. Daling van varkensstapel het grootstOm te bepalen hoeveel de veestapel zal verlagen door de eerder genoemde maatregelen, bekeek ABN Amro de prognoses die de overheid zelf heeft gemaakt en ook de interesse die er in het verleden was voor stopzettingsregelingen. Op basis daarvan verwacht de bank een daling van de veestapel met 15 tot 18 procent. Als de vergelijking wordt gemaakt met 2019, de start van de stikstofcrisis, dan gaat het zelfs om een reductie met 26 procent.De sterkste daling wordt verwacht bij de varkenshouderij (16%) en pluimvee (13%). Voor de melkveehouderij en de kalverhouderij gaan we uit van een krimp van respectievelijk 8 procent en 11 procent. De daling zou zich het sterkst doorzetten in 2025 en 2026. In de jaren 2027 en 2028 wordt er nog een lichte daling verwacht en de jaren nadien gaat ABN Amro uit van een stabiel aantal varkens en kippen. Het aantal melkkoeien blijft licht daling doordat tien procent afroming bij handel in fosfaatrechten van toepassing blijft. Nieuw beleid zou deze cijfers nog kunnen beïnvloeden. Domino-effect naar andere sectorenMaar de krimp van de Nederlandse veehouderij is niet alleen een zorg voor de betrokken veehouders zelf, ook de aanverwante sectoren maken zich er zorgen over. Hoe kunnen zij een overcapaciteit in de zuivelfabriek of in het slachthuis voorkomen? In twee analyses heeft ABN Amro onderzocht hoe de daling van de veestapel in Nederland verder doorwerkt naar andere sectoren: loonwerkers, dierenartsen, bedrijfsadviseurs, machine- en stallenbouwers, veevoedersector, slachterijen, voedingsbedrijven, enz. Globale impact valt mee, maar lokaal wel grote schadeEen kwantitatieve analyse van ABN Amro bracht aan het licht dat de structurele daling van het bruto binnenlands product kan oplopen tot 1,5 miljard euro per jaar. Ook 13.300 arbeidsplaatsen zouden verloren gaan. “Als we dit in perspectief plaatsen, dan lijkt de impact beperkt”, klinkt het. “Dit staat gelijk aan acht procent van de landbouwsector en slechts 0,15 procent van de hele Nederlandse economie.” Maar die beperkte impact op globaal niveau betekent volgens de bank niet dat de schade voor individuele bedrijven en werknemers niet groot zal zijn. Zeker in gebieden waar er relatief veel stoppers zijn gevestigd wordt veel impact verwacht.ABN Amro becijferde ook welke sectoren de zwaarste impact zouden ondervinden. Het zwaarst getroffen is de landbouwsector zelf waar de gederfde inkomsten tot 275 miljoen euro kunnen oplopen. De veevoedersector komt op de tweede plaats met 200 miljoen euro. Maar ook de energiesector, machinebouwers en dierenartsen krijgen te maken met gederfde inkomsten die kunnen oplopen tot respectievelijk 60, 20 en 15 miljoen euro.Verderop in de keten krijgt de voedingsindustrie te maken met een daling van het aanbod aan zuivel, vlees en eieren. Bedrijven kunnen in theorie wel inspelen op veranderingen in de Nederlandse veehouderijsector om zo de economische schade te beperken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het aankopen over de grens of zich specialiseren in premium producten. Maar omdat de sterke daling vrij abrupt komt, zullen de aanpassingsmogelijkheden beperkt zijn. De Nederlandse bank wil later dit jaar naar buiten komen met een verdiepende analyse over de impact op de voedingsindustrie. Niet alleen verliezers, maar ook winnaarsABN Amro ziet ook kansen in de kleinere veestapel voor de Nederlandse economie. De bank becijferde die niet, maar beschrijft ze wel. Zo kan door een daling van de veestapel het vergunningsverleningsproces terug vlot getrokken worden als de natuur voldoende ruimte krijgt om te herstellen en de stikstofuitstoot daalt onder de voorziene normen. “Op die manier ontstaat ruimte voor nieuwe economische activiteiten elders in de economie. Maar we moeten beseffen dat het nog jaren kan duren vooraleer dat punt wordt bereikt”, luidt het.Ook de vrijgekomen ruimte op het energienet en aanbod van arbeid kan elders in de economie worden ingezet waardoor schade kan beperkt worden. Daarnaast komt er ook grasland vrij extensivering van de resterende veebedrijven of voor akkerbouw. “Stel dat de helft van de vrijgekomen landbouwgronden wordt omgezet naar akkerbouw, dan betreft dat grofweg 10.000 hectare.11 Dit staat gelijk aan een stijging van 1,7 procent van het huidige akkerbouw-areaal in Nederland”, aldus ABN Amro.Om die reden gaat de bank ervan uit dat de becijferde negatieve effecten op de Nederlandse welvaart grotendeels gecompenseerd kunnen worden door nieuwe economische activiteiten. “Dit betekent echter niet dat in de veehouderij en aanverwante sectoren geen economische schade wordt geleden. Het verbouwen van de economie levert immers altijd zowel winnaars als verliezers op”, besluit ABN Amro. Ook voor Vlaanderen weegt impact zwaar doorSinds 2024 is in Vlaanderen het stikstofdecreet in voege. Het was een zwaar onderhandeld akkoord, maar de Vlaamse regering liet op geen enkel moment een impactanalyse uitvoeren over het uitgestippelde beleid. Volgens de verschillende ketenpartners zouden één op drie jobs en 30 procent van de bijdrage aan het bruto binnenlands product van de dierlijke agrovoedingsketen verloren gaan. Die keten stelt 60.000 mensen tewerk en staat garant voor een omzet van 38,5 miljard euro. Daarnaast maakten verschillende sectoren ook een sectorspecifieke analyse. Naar meer consolidaties in de veevoedersectorDe Belgian Feed Association (BFA), dat de belangen van de Belgische veevoederbedrijven behartigt, gaf geen exact cijfer voor de economische schade van de krimp van de veestapel voor de veevoederbedrijven. Het liet wel weten dat een daling van de varkensstapel van 30 procent, zoals voorzien in het stikstofdecreet, ook een directe daling van de varkensvoederproductie met 30 procent met zich mee zou brengen. Van de ruim zeven miljoen ton veevoederproductie in België is ongeveer de helft bestemd voor de varkenssector. Dertig procent daarvan is één miljoen ton. Er zouden ook 570 arbeidsplaatsen verbonden zijn aan de varkensvoederproductie.“Dat is een aanzienlijke markt die wegvalt, want er zijn geen alternatieven voorhanden”, zei directeur Katrien D’hooghe in maart 2022. “Sommige bedrijven zullen het hierdoor moeilijk krijgen om op de been te blijven.” BFA voorspelde een grotere concurrentieslag tussen veevoederbedrijven, ook van Nederlandse bedrijven die al enige tijd op de Vlaamse deur kloppen. Intussen is de consolidatie onvermijdelijk aan de gang. Begin deze maand werd het familiebedrijf Voeders Huys, een grotere speler in ons land, nog overgenomen het Nederlandse De Heus. Half miljard schade voor slachthuizen en uitsnijderijenFEBEV, de federatie van het Belgisch vlees, maakte wel een volledig kostenplaatje op voor de slachthuizen en uitsnijderijen. Ook in maart 2022 klonk het dat het stikstofakkoord de sector ruim een half miljard euro zou kosten door onder meer een daling van de omzet, werkloosheidsvergoedingen, leegstand van infrastructuur.Het zwaarst getroffen worden de slachthuizen en uitsnijderijen die actief zijn in de varkenssector. Een daling van de varkensstapel met tien procent zou volgens FEBEV schade berokkenen aan zijn leden die oploopt van 187 miljoen euro tot 237 miljoen euro. Als dat lineair doorgetrokken wordt, dan gaat het om een totale inkomstenderving van 560 miljoen euro tot 710 miljoen euro bij een daling van de varkensstapel met 30 procent. FEBEV verwacht dat drie varkensslachthuizen in dat scenario de deuren zouden moeten sluiten. Voor de vleesveesector zou de schade oplopen van 83,5 tot 128,5 miljoen euro. 15 tot 20 procent minder melkTot slot maakte ook de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ) een berekening. Het verwacht dat de melkplas door het stikstofakkoord met 15 tot 20 procent zal inkrimpen, oftewel een daling van de melkplas met 450 tot 600 miljoen liter. Daardoor zouden 725 tot 1.100 jobs in de zuivelindustrie verloren gaan en de omzet van de sector zou met 600 tot 800 miljoen euro dalen. Bovendien zou dit ervoor zorgen dat de Belgische zelfvoorzieningsgraad voor zuivel onder de 100 procent zou vallen waardoor ook de internationale concurrentiepositie van de Belgische zuivelbedrijven zou afnemen.</content>
            
            <updated>2025-06-23T17:20:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Twaalf jaar visserijtoegang voor EU in Britse wateren bezegeld]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/twaalf-jaar-visserijtoegang-voor-eu-in-britse-wateren-bezegeld" />
            <id>https://vilt.be/57564</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie en Groot-Brittannië hebben de toegang tot elkaars wateren voor de visserij officieel verlengd tot 2038. De overeenkomst werd al gesloten op de VK-EU top in mei, maar is nu formeel aangenomen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ec8add50-f553-4c9d-a0ec-f01573a8d011/full_width_passievevisserijpot-ilvo2.jpg</image>
                                        <content>De nieuwe overeenkomst vervangt de huidige regelingen die in juni 2026 aflopen. Die afspraken dateren van 2020 en maakten deel uit van de brexit-deal. De Britse regering zag de controle over haar visserijbeleid als één van de belangrijkste overwinningen van brexit en beloofde van het VK een ‘onafhankelijke kuststaat’ te maken die zelf bepaalt welke buitenlandse vissers toegang krijgen tot haar wateren.Aanvankelijk wilde het Verenigd Koninkrijk dat de Europese Unie 80 procent van haar visquota in Britse wateren zou opgeven. Uiteindelijk werd een akkoord gesloten waarbij de EU 25 procent moest inleveren. Daarnaast blijven beide partijen jaarlijks onderhandelen over de toegestane vangst per vissoort.De nieuwe overeenkomst verlengt deze regeling nu met twaalf jaar. Volgens de Europese Commissie zorgt dit voor “rechtszekerheid en stabiliteit voor vissers aan beide zijden van het Kanaal”. Ook opent het akkoord de deur naar verdere samenwerking rond duurzaam beheer van gedeelde visbestanden.In het Verenigd Koninkrijk klinkt echter kritiek vanuit de visserijsector. De voortzetting van de bestaande regeling wordt daar door sommigen bestempeld als ‘verraad’. Zij zagen liever kleinere quota voor buitenlandse vissers in ruil voor blijvende toegang tot Britse wateren.</content>
            
            <updated>2025-06-24T13:27:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Terreinexperiment in Antwerpen: “Samenwerkende korteketenboeren zien omzet stijgen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/terreinexperiment-in-antwerpen-samenwerkende-korteketenboeren-in-zien-omzet-stijgen" />
            <id>https://vilt.be/57565</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Samenwerking met andere korteketenboeren stuwt ook de eigen boerderijverkoop en verdeelt de omzet gelijkmatiger over het jaar. Dat blijkt uit een onderzoeksexperiment dat Steunpunt Korte Keten opzette met vijf landbouwbedrijven in Antwerpen. Na een nulmeting begin 2023 startten deze bedrijven met de verkoop van hoeveproducten van derden. Steunpunt Korte Keten volgde de hoeveverkoop vervolgens tot op detailniveau op. “Met deze resultaten hopen we anderen te stimuleren tot samenwerking.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="korte keten" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3c0467ed-adeb-4893-a073-34ec54b32816/full_width_illekeshoeve-westerlo.jpg</image>
                                        <content>Vlaanderen telt zo’n 5.000 korteketenbedrijven, van kleinschalige initiatieven tot eigen verwerking met hoeveverkoop. Of er ruimte is voor meer bedrijven, is volgens Steunpunt Korte Keten de vraag. “Feit is zeker dat er ruimte is voor professionalisering om zo het korteketenaandeel in de omzet te verhogen”, aldus Ann Detelder van Steunpunt Korte Keten.Een mogelijke manier om te professionaliseren is samenwerken met andere boeren. Met middelen uit het coronaherstelfonds en met de financiële steun van de EU, Vlaanderen en de provincie Antwerpen ondersteunde Steunpunt Korte Keten de voorbije twee jaar vijf ondernemers bij hun zoektocht naar de voordelen van samenwerking. Behalve professionele ondersteuning werden binnen het project “Korte keten loont” ook de kassatickets minutieus opgevolgd om zo een beeld te krijgen van het aantal klanten, de totale omzet en de omzet uit eigen producten. Uit ons onderzoek is duidelijk gebleken dat de uitbreiding van het assortiment met producten van collega-boeren de totale omzet, maar ook de omzet uit eigen producten verhoogt “Uit het onderzoek is duidelijk gebleken dat de uitbreiding van het korteketenassortiment met producten van collega-boeren de totale omzet, maar ook de omzet uit eigen producten verhoogt”, zei Ann De Telder op de Illekeshoeve van Simon Wouters in Westerlo. Wouters startte in 2022 met een zelfbedieningswinkel op het ouderlijke melkveebedrijf waar hij eigen geteelde aardappelen en uien verkocht.In 2023 werd Wouters als één van de vijf bedrijven opgenomen in het project van Steunpunt Korte Keten. Gaandeweg werd het assortiment uitgebreid met producten van collega-landbouwers. Zo ontvangt hij schapenvlees van Werner Aerts uit Zoersel en asperges van Ben Van Olmen van Pleynhoeve uit Noorderwijk. Van 5,8 procent in 2024 groeide het aandeel producten van andere boeren in de verkoop naar 11,1 procent in 2025.Meer klanten door comfort en naamsbekendheidDat aandeel varieert doorheen het seizoen: op momenten dat de aardappelverkoop afzwakt, is het verkoopsaandeel van hoeveproducten van derden groter. “Het helpt in die mindere maanden om het inkomen uit de hoeveverkoop te ondersteunen en klanten aan te trekken naar de boerderijwinkel”, vertelt Steunpunt Korte Keten hierover. &amp;nbsp;Uit het terreinexperiment van de organisatie blijkt dat met de groeiende omzet van boerderijproducten van derden ook de verkoop van eigen geteelde producten stijgt. In de periode van maart 2024 tot en met februari 2025 liggen deze verkoopcijfers op 137 procent van de verkoop in dezelfde periode het jaar ervoor. &amp;nbsp;Dit hangt volgens de projectdeelnemers samen met het toegenomen aantal klanten. De toename in aantal klanten zou verklaard kunnen worden door de toegenomen aantrekkingskracht van de boerderijwinkel. “Mensen kopen graag zo veel mogelijk producten op één punt.” Ook de factor naamsbekendheid speelt een rol. “Wij liggen in deze zelfbedieningswinkel, maar bij nog een aantal boerderijwinkels. Als mensen bij een ander punt in aanraking komen met de asperges, komt het voor dat ze daarna speciaal naar onze boerderij komen”, vertelt aspergeteler Ben Van Olmen.Professionalisering mogelijk door meer verkoopSimon Wouters heeft met middelen uit het project ook geïnvesteerd in professionele koeling. Ook dit heeft volgens hem bijgedragen aan een betere verkoop van vlees, ijs en andere zuivelproducten. “Daarvoor hadden we een gesloten diepvries en moesten mensen deze eerst openen om te weten wat erin zat. Nu is de presentatie veel beter”, aldus de korteketenboer.De hoevewinkel was voor Wouters een mogelijkheid om toch landbouwer te worden op het melkveebedrijf dat wordt uitgebaat door zijn vader en oom. Wouters is verantwoordelijk voor de akkerbouw en voor de korteketenverkoop op het bedrijf. “Daarnaast werk ik ook nog enkele dagen in de week op Hooibeekhoeve”, aldus de ondernemer die zo’n 20 uur per week besteedt aan de boerderijwinkel. “Op rustigere momenten, bijvoorbeeld in de winter, is dat maar een uur of tien.” Bewijs dat samenwerking loontSteunpunt Korte Keten ziet in de resultaten van het terreinexperiment van het project “Korte keten loont” bewijs dat samenwerking in de korte keten loont. “Met deze cijfers hebben we sterke argumenten om korteketenondernemers ervan te overtuigen om minstens na te denken over productuitwisseling of verdere samenwerking met collega’s”, aldus Ann Detelder.Jinnih Beels, landbouwgedeputeerde van de provincie Antwerpen, ziet in de resultaten van het project bewijs dat korteketenverkoop meer is dan een hobby. “Bij de burgers wordt de korte keten vaak gepercipieerd als een hobby van de landbouwer, maar dit bewijst dat er wel degelijk een verdienmodel inzit.” Beels wil daarom met de provincie Antwerpen meewerken aan de verdere professionalisering van korte keten. “Het zou leuk zijn om de korte keten ook naar de stad te brengen. Bij de stedelingen speelt korte keten minder sterk dan op het platteland.” Al meer dan 5.000 landbouwbedrijven in Vlaanderen doen vandaag in meer of minder mate aan korte keten. De overheid moet deze ondernemers veel meer ontwikkelingskansen gunnen Wat dat betreft kan de politica voor zichzelf spreken. Voordat zij gedeputeerde van Landbouw werd, waren hoevewinkels voor haar een vaag begrip. “Nu ben ik sinds zeven maanden gedeputeerde van Landbouw en zie ik de meerwaarde van de korteketenverkoop en doe er zelf ook mijn boodschappen.” Beels postte dit weekend nog een foto na vleesinkopen bij boerderijwinkel Trezemieke in Retie. Zij beloofde vanaf nu ook de zelfbedieningswinkel van Jos Wouters in Westerlo aan te doen.Ook wil zij de resultaten van het project “Korte keten loont” aangrijpen om het belang van de korte keten op Vlaams niveau aan te kaarten. De Vlaamse overheid zou zich volgens haar en Steunpunt Korte Keten wat flexibeler kunnen opstellen om hoeveverkoop en – activiteiten te stimuleren. “Landbouw is veel meer dan alleen productie op grote schaal. Al meer dan 5.000 landbouwbedrijven in Vlaanderen doen vandaag in meer of minder mate aan korte keten. De overheid moet deze ondernemers veel meer ontwikkelingskansen gunnen. Daar knelt momenteel het schoentje”, klinkt het nog bij Steunpunt Korte Keten.</content>
            
            <updated>2025-06-23T19:07:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Albert Heijn en Lidl investeren in hybridevoeding: Deels plantaardig, deels dierlijk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/albert-heijn-en-lidl-investeren-in-hybridevoeding-deels-plantaardig-deels-dierlijk" />
            <id>https://vilt.be/57566</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Veggie eetgewoonten zijn in de supermarkt niet langer een alles-of-nietsverhaal. Supermarktketen Albert Heijn lanceert een nieuwe reeks hybridemelkdranken onder zijn huismerk, gemaakt uit deels dierlijke en deels plantaardige bronnen. De nieuwe melklijn is zowel in Nederlandse als Belgische Albert Heijnfilialen beschikbaar. Leveranciers Farm Dairy en PlanetDairy spreken van een primeur in de Europese detailhandel. De Nederlandse Albert Heijnwinkels lanceren bovendien een hybridevleeslijn volgens hetzelfde concept. In België is Lidl de eerste supermarkt die vanaf donderdag half dierlijke, half plantaardige vleesmengsels verkoopt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vegetarisch" />
                        <category term="vleesvervanger" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="eiwitshift" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5f5683b7-8856-4c6a-aad2-52f7f9cabbc7/full_width_1920-ahhybridemelk.jpg</image>
                                        <content>Via deels dierlijke, deels plantaardige producten wil Albert Heijn klanten de mogelijkheid geven hun ecologische voetafdruk te verlagen zonder dierlijke producten volledig te moeten opgeven. “We zijn de eerste die zuivel- en plantaardige melkmengsels in Nederland op de markt brengt&quot;, aldus Jan de Graaf, hoofd van de zuivelcategorie bij Albert Heijn.Het assortiment omvat onder meer twee zuiveldrinks met een mix van melk en plantaardige eiwitten, zeven vleesproducten zoals hamburgers, mager gehakt, braadworsten, soepballetjes en chipolataworstjes verrijkt met suikerbietenvezel, en zes vleeswaren waaronder grillworst, gekookte worst, boterhamworst en gebraden gehakt met knolselderij en koolrabi en cervelaat en salami met boterbonen. In de Belgische Albert Heijnfilialen worden vooralsnog alleen de hybridezuiveldrinks geïntroduceerd.&quot;Bewustere kiezen zonder eetgewoonten te veranderen&quot;“Ze smaken lekker, bevatten minder (verzadigd) vet, hebben een lagere CO₂-uitstoot dan de reguliere varianten en zijn zacht geprijsd. Zo helpt Albert Heijn klanten stap voor stap bewustere keuzes te maken, zonder hun eetgewoonten drastisch te veranderen”, stelt woordvoerder Pauline Van Den Brandhof van Albert Heijn.Farm Dairy Netherlands en PlanetDairy Denmark noemen de introductie van hun zuiveldrink een belangrijke primeur voor de Europese detailhandel. “PlanetDairy heeft zijn eigen kerntechnologie gecombineerd met het productieplatform van Farm Dairy om dit nieuwe gemengde melkproduct mogelijk te maken. Zo krijgen liefhebbers van zuivelproducten de smaak en voedingswaarde van traditionele zuivelproducten, maar dan met de lagere CO2-uitstoot van plantaardige ingrediënten”, klinkt het. Meer dan louter melk en soja mengen“We hebben Albert Heijn voor het eerst ontmoet in het voorjaar van 2024”, zegt Paul Cornillon, CTO van PlanetDairy. “We hebben het succes van onze kaaslancering op de Scandinavische markten gedeeld en hen benaderd met ideeën over kaas, melk en yoghurt.” Hans Zijlstra, Manager Kwaliteit &amp;amp; Technologie bij Farm Dairy, voegt hieraan toe: “Gezien onze verwerkingscapaciteiten en innovatiekracht, in combinatie met een langdurige relatie met AH, was het logisch dat we werden gevraagd om samen te werken met PlanetDairy.”Hybridemelk produceren houdt volgens de fabrikant meer in dan louter plantaardige en dierlijke melk met elkaar te vermengen. “De eerste uitdaging die moest worden overwonnen, was de smaak en het uiterlijk”, stelt men. “De nieuwe melkmengeling moest eruitzien en smaken als traditionele melk, zoals mensen die gewend zijn. Daarnaast moest het natuurlijk betaalbaar zijn. De ingrediënten moesten dus zorgvuldig worden geselecteerd. En tussendoor moest het team ook zorgen voor een sterk voedingsprofiel.” &quot;Vertrouwde smaak en textuur&quot;Elke ronde van productontwikkeling werd afgewisseld met consumentenfeedback en vervolgens gepresenteerd aan Albert Heijn. De producent stelt dat het finale product er niet alleen uitziet als het traditionele merk, maar ook zo smaakt. De nieuwe producten combineren koemelk of vlees met plantaardige ingrediënten zoals veldboneneiwit, suikerbietenvezels, knolselderij en boterbonen. “Deze mix zorgt voor een vertrouwde smaak en textuur, met verbeterde voedingswaarden en een lagere milieu-impact”, stelt de supermarkt in een persbericht. “Daarnaast zijn ze gelijk geprijsd of goedkoper dan de volledig dierlijke varianten.”“Het idee van combinatieproducten is nieuw en kan even wennen zijn. Maar uit smaakonderzoek blijkt dat deze producten net zo lekker zijn als de reguliere varianten,” zegt Nienke Tjerkstra, verantwoordelijk voor duurzaamheid en gezondheid bij Albert Heijn. “We maken het makkelijker om vaker plantaardig te eten, zonder dat klanten iets hoeven in te leveren op smaak of gewoonte. Kleine aanpassingen kunnen zo een groot verschil maken, voor jezelf én voor de planeet.”&quot;Hybridezuivellijn is slechts de eerste stap&quot;Albert Heijn wil dat in 2030 minstens 60 procent van de verkochte eiwitten plantaardig is, een flinke groei ten opzichte van 44,2 procent eind 2024. Albert Heijn noemt de nieuwe combinatieproducten zijn een praktische stap in deze richting. Het ziet deze als een toegankelijke manier voor consumenten om kleine veranderingen te maken die samen een groot verschil kunnen maken.Arend Bouwer, algemeen directeur van Farm Dairy en Jakob Skovgaard, CEO van PlanetDairy, noemen de hybridezuivellijn slechts de &quot;eerste stap&quot;. “We werken al aan ons volgende gezamenlijke project: yoghurtmengsels.” Lidl verkoopt hybridevleesNaast hybridezuivel zien grote retailers ook een mogelijke trend in hybridevlees. Supermarktketen Lidl introduceert als eerste supermarkt in België een deels plantaardige gehaktmix: een combinatie van 60 procent rundsvlees en 40 procent plantaardige eiwitten. Het product zou eruitzien en smaken zoals klassiek rundergehakt, maar volgens de warenhuisketen ligt de CO₂-uitstoot van dit product 40 procent lager.“Rundergehakt is een vaste waarde in de Belgische keuken, en bij minder vlees eten denken veel mensen nog te vaak in termen van alles of niets”, zegt Sam Van Lier, verantwoordelijke inkoper Lidl België &amp;amp; Luxemburg. “Net daarom zijn we bijzonder trots op deze innovatie. We willen mensen op een toegankelijke manier inspireren om te kiezen voor een duurzamer alternatief. Dat beschouwen we als onze verantwoordelijkheid als retailer. De ontwikkeling van dit product heeft best lang geduurd, omdat we absoluut wilden inzetten op smaakbehoud. Het resultaat mag er zijn: deze gehaktmix bevat minder vlees, maar proeft nog steeds als klassiek rundgehakt. Ik durf zelfs te stellen dat ook de échte vleesliefhebber het verschil nauwelijks zal merken.”</content>
            
            <updated>2025-06-24T17:00:33+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bacteriën uit Vlaamse tuintjes bieden sleutel tot Belgische sojateelt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bacterien-uit-vlaamse-tuintjes-bieden-sleutel-tot-belgische-sojakweek" />
            <id>https://vilt.be/57567</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Onderzoekers van ILVO zijn erin geslaagd om met behulp van bodembacteriën soja te telen op Belgische bodem. Soja is een tropisch gewas waarvan de groei gestimuleerd wordt door de bodembacterie rhizobium. Deze bacterie is cruciaal voor de sojakweek, maar de meest gunstige variant leeft in de tropen en kan minder goed gedijen in onze koudere aarde. De ILVO-onderzoekers slaagden er echter in om Vlaamse rhizobiumstammen te capteren uit Vlaamse tuintjes, die net zo goed werken als hun tropische evenknie. Op de demodag agro-ecologie in Hansbeke deelden ze hun bevindingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="eiwitshift" />
                        <category term="ILVO" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/02ee3246-ca40-4f48-b4f7-d85ed2efc394/full_width_margo-vermeersch-ilvo-soja.jpg</image>
                                        <content>Elk jaar importeert ons land 700.000 ton soja. Deze meest eiwitrijke peulvrucht ter wereld gebruiken we vooral in veevoeder, maar ook voor mensen is het een zeer gezonde plantaardige proteïnebron. Zowel het transport als de teelt van soja kennen echter een grote klimaatafdruk. Daarom onderzoekt ILVO sinds enkele jaren het potentieel van Belgische sojateelt.Op de proefvelden in Hansbeke kijkt ILVO-onderzoeker Margo Vermeersch toe op een geslaagd experiment. Het is midden juni, en de Vlaamse sojavelden kleuren groen. Enkele jaren geleden was het nog ondenkbaar om dit tropisch gewas zo doeltreffend in onze contreien te kweken. “Wat we hier zien, is Belgische soja, groeiend op Belgische bodem met Belgische bacteriën”, zegt Vermeersch. “We hebben het sojazaad gecoat met rhizobiumbacteriën, die net als de plant zijn aangepast aan ons klimaat.” Kleine stikstofknolletjesDe rhizobia vormen kleine knolletjes of nodules op de wortels van de planten. Deze nemen stikstof op uit de lucht en geven het af aan de plant om kwaliteitsvolle soja te vormen. Zonder deze rhizobiumbacteriën is de opbrengst en het eiwitgehalte beduidend lager”, zegt Vermeersch. “Dus hier in België is de inoculatie met deze bacterie echt wel cruciaal. In China of Amerika zitten deze bacteriën standaard in de bodem, maar dat is bij ons nu eenmaal niet het geval.”De ILVO-onderzoekers besloten dus bacteriën op eigen bodem te kweken. En dat deden ze niet alleen. De bacteriën die in deze oogst gebruikt worden, zijn opgekweekt tijdens het ‘duizendtuintjesproject’ van ILVO. Hierbij hebben Vlaamse burgers een vierkante meter soja aangeplant in hun tuin, om zo rhizobiumstammen te verzamelen. De bacteriën werden geïsoleerd uit de nodules op de geoogste sojawortels. En nu is het dus aan de vier meest beloftevolle Belgische rhizobium-stammen om zich te bewijzen. In veldproeven worden deze vier lokale rhizobia getest bij drie verschillende sojaboonrassen: Acardia, Lenka en Hermes. Die laatste is een Belgisch veredeld ras, die eerste twee zijn respectievelijk Canadees en Duits. Allen zijn ze aangepast aan een noordelijker klimaat.Om de Belgische rhizobia te vergelijken met de gangbaar gebruikte bodembacteriën, zijn er ook stroken aangelegd met twee commerciële inoculanten. “Van tropische en subtropische origine”, zegt Vermeersch. “We doen deze test op tien locaties in heel België. Op negen locaties gebeurt dat volgens de gangbare methoden, hier in Hansbeke is het bio. Op dit moment doen onze Belgische rhizobia het minstens even goed, of zelfs beter dan de commerciële variëteiten.” Wat met de opbrengst?Er blijven wel enkele aandachtspunten alvorens de Belgische boer zelf massaal soja kan kweken. Eén struikelpunt is de opbrengst. “We zitten met een opbrengst van drie tot vier ton soja per hectare”, zegt Vermeersch. “Dat is niet zoveel voor onze landbouwers, dus we moeten die volumes echt hoger krijgen. Bovendien werken we met rassen die we slechts kunnen telen van mei tot september. In Zuid-Amerika kan men twee seizoenen per jaar soja telen, maar dat zijn rassen die hier niet kunnen overleven.”Ook aan het begin van het productieproces wordt gesleuteld. “Meestal als een landbouwer zijn zaad wil inoculeren, doet hij dat in een cementmolen”, zegt Vermeersch. “Maar dat is natuurlijk extra werk. We hebben liever dat men op termijn de sojazaden voorgecoat kan kopen. De bacteriën zelf zijn niet duur, dus wat dat betreft is er geen argument om het te laten.”Hoewel de opbrengst in kilo eerder laag ligt, is het verdienpotentieel in euro niet slecht. De soja die hier gekweekt wordt, is immers niet bedoeld als krachtvoer voor dieren, maar wel als maaltijdbron voor humane consumptie. “De landbouwer kan binnen de humane voeding normaal een betere prijs krijgen voor deze drooggeoogste bonen”, zegt Vermeersch. “Dit najaar starten we een nieuw project waarin we gaan focussen op de ketenontwikkeling. We hebben een groep landbouwers die soja heeft gezaaid, en zij hebben een afzet nodig. We werken dus aan een keten met verwerkende bedrijven, drogers, enzovoort, om deze soja voor humane consumptie te vermarkten.” Op zoek naar de &#039;gouden combinatie&#039;“Los van de betere prijsvorming, willen we zo ook inspelen op de vraag van Europa om meer plantaardige eiwitten te introduceren in de menselijke voeding. Een totaalplaatje, dus”, zegt Vermeersch. “Maar stel dat de waarden niet goed genoeg zijn voor humane consumptie, kan je natuurlijk wel nog afzet vinden in de veevoeders als back-up.”Na de veldproeven wil ILVO vastleggen welke sojaboon-rhizobia combinaties het best presteren op vlak van zaadopbrengst, eiwitgehalte en biologische stikstoffixatie en in welke teeltomgevingen. Hieruit moet een &#039;gouden combinatie&#039; voortkomen die het beste toepassingspotentieel bezit in verschillende omgevingen. Volgend jaar zal men dan verdere tests organiseren met deze &#039;gouden combinatie&#039; op 50 velden van landbouwers verspreid over België. De bekomen resultaten, aangevuld met enquêtes, zullen dienen als input voor lokale soja-adoptiemodellen en levenscyclusanalyses. Wie weet wordt soja zo ooit een doorsnee gewas op onze velden.</content>
            
            <updated>2025-06-24T16:32:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ngo's betogen in Brussel tegen Europees handelsakkoord met Mercosur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ngos-betogen-in-brussel-tegen-europees-handelsakkoord-met-mercosur" />
            <id>https://vilt.be/57568</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op het Luxemburgplein voor het Europees Parlement in Brussel hebben ngo's dinsdag betoogd tegen het vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur. De actievoerders riepen ook op om de export van in de EU verboden gewasbeschermingsmiddelen aan banden te leggen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="boerenprotest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dd8c0a73-b885-43a2-bf7d-90ae997a1b06/full_width_betoging-tegen-mercosur-nogs-brussel-friends-of-the-earth-europe.jpg</image>
                                        <content>Met de actie hekelen de organisaties de geplande import van onder meer vlees en soja uit Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay. Volgens de actievoerders zijn die producten afkomstig van intensieve landbouw die de biodiversiteit en sociale rechten bedreigt.&amp;nbsp;De betogers boden passanten symbolisch cocktails aan met giftige pesticiden. Een stel boeren oogstte dan weer groenten die bespoten werden door symbolische vertegenwoordigers van de Europese Unie.&amp;nbsp;Begin december vorig jaar raakten de Europese Unie en de Mercosur-landen het op politiek niveau eens over het handelsakkoord. De overeenkomst moet wel nog worden geratificeerd. De tekst zou de EU toelaten meer auto&#039;s, machines en sterke drank te exporteren. In ruil daarvoor zou het de invoer van Zuid-Amerikaans vlees, suiker, rijst, honing en soja vergemakkelijken.Deelnemende organisaties vanuit België zijn onder meer 11.11.11, Wervel, FUGEA, Flemish Milk Board, Corporate Europe Observatory, vzw Climaxi, Friends of the Earth Europe,...</content>
            
            <updated>2025-06-24T13:22:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gerechtelijk onderzoek naar pluimveebedrijf dat mogelijk bewust met salmonella besmette eieren verkocht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gerechtelijk-onderzoek-naar-pluimveebedrijf-dat-mogelijk-bewust-eieren-met-salmonella-verkocht" />
            <id>https://vilt.be/57569</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het gerecht van Antwerpen heeft een onderzoek opgestart naar een pluimveebedrijf in Geel dat mogelijk bewust eieren met salmonella toch verkocht als tafeleieren. In januari was het bedrijf onder controle gesteld van het FAVV nadat er salmonella was aangetroffen. Het bedrijf mocht sindsdien alleen nog maar aan de industrie leveren. Inmiddels is het pluimveebedrijf geblokkeerd en heeft FAVV een terugroep actie gelanceerd. Dit laten FAVV en het parket van Antwerpen in een gezamenlijk persbericht weten.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/d27338e9-9fe2-454b-9b7d-c41e6004eaf7/full_width_eieren.jpg</image>
                                        <content>Bij een controle van een pluimveebedrijf uit Geel werd door het FAVV op 29 januari salmonella vastgesteld in één van de stallen. Het FAVV plaatste het bedrijf meteen onder toezicht en eieren mochten enkel nog naar een eierbrekerij worden afgevoerd. Daar worden de eieren verhit, wat de eventuele aanwezige bacterie doodt en dus het risico op besmetting wegneemt.&quot;Het FAVV heeft info ontvangen dat er ondanks alle maatregelen toch eieren op de consumentenmarkt zouden zijn gebracht&quot;, klinkt het nu in een persbericht. &quot;Daarop werd het parket Antwerpen verwittigd en in het kader van de volksgezondheid heeft het parket eind vorige week opgeschaald naar een gerechtelijk onderzoek. Het bedrijf lijkt de duidelijke voorwaarden te hebben geschonden en zou op een frauduleuze manier eieren zijn blijven leveren aan verkooppunten.&quot; Namaken van stempelsHet parket heeft het in het persbericht over &quot;het namaken of vervalsen van stempels&quot;, en het bedrijf zou ook zelf eieren hebben aangeboden in een automaat. &quot;Dit vormt een risico voor de gezondheid van de consument, zeker bij bereidingen met rauwe eieren&quot;, klinkt het.Afgelopen vrijdag heeft de Federale Gerechtelijke Politie (FGP) Antwerpen in samenwerking met FAVV huiszoekingen uitgevoerd. Dat heeft geresulteerd in een terugroepactie. &quot;Het bedrijf is op dit moment geblokkeerd en het is niet toegelaten dat eieren worden afgevoerd, ook niet naar een brekerij&quot;, zegt het parket nog. Het FAVV volgt het bedrijf verder op en intussen loopt ook het gerechtelijk onderzoek verder. Eens besmet, altijd besmetSalmonella is een belangrijk aandachtspunt in de pluimveehouderij vanwege de mogelijke gezondheidsrisico&#039;s voor zowel dieren als mensen.&amp;nbsp;Van zodra een leghennenbedrijf de positieve status heeft, blijft het die behouden tot wanneer de volledige pluimveestapel is geruimd. “Voordien was er een herbevestigingsonderzoek mogelijk en wanneer er geen salmonella meer werd aangetroffen, kon het bedrijf opnieuw de salmonella-vrije status krijgen. Maar deze mogelijkheid werd in 2020 geschrapt”, klinkt het bij Landsbond Pluimvee.Leghennenbedrijven waar salmonella is aangetroffen, zijn niet verplicht om hun dieren te ruimen, maar ze mogen de eieren alleen nog aan de industrie verkopen waar de bacterie met een warmtebehandeling gedood wordt. Voor vermeerderingsbedrijven geldt wel een opruimingsplicht. Bij een besmetting met salmonella moeten deze hun bedrijf binnen de maand ruimen en ze krijgen hiervoor een compensatie.</content>
            
            <updated>2025-06-24T15:46:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[We eten minder aardappelen maar betalen er meer voor]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/we-eten-minder-aardappelen-maar-betalen-er-meer-voor-diepvriesfriet-en-kroketten-in-de-lift" />
            <id>https://vilt.be/57570</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>We eten minder aardappelen, maar betalen er meer voor. Dat blijkt uit het aardappelrapport van 2024 in opdracht van VLAM. Op een gemiddelde dag at 51 procent van de Belgen aardappelen, met gekookte aardappelen als populairste bereidingswijze. Hoewel het thuisverbruik van aardappelen op één jaar tijd met drie procent is gedaald, blijven aardappelen zo populairder dan alternatieven zoals pasta, rijst, couscous en quinoa. Aardappelbereidingen zoals diepvriesfriet en -kroketten zien hun consumptie toenemen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VLAM" />
                        <category term="aardappel" />
                        <category term="friet" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b288da26-c880-408d-a190-c043987915ad/full_width_frieten3.jpg</image>
                                        <content>In opdracht van VLAM keken onderzoeksbureaus YouGov en iVox naar de aardappeltrends in België. Zowel consumptie als de aankoopkanalen komen aan bod, net als de perceptie rond aardappelen. Daarin vallen veel interessante trends uit te lichten.Op een gemiddelde dag in 2024 gaf 51procent van de Belgen tussen 18 en 74 jaar aan aardappelen te hebben gegeten. Gekookte aardappelen zijn nog steeds het populairst (21% dagpenetratie), gevolgd door friet (14%). Acht procent at de dag voor het onderzoek puree, zeven procent gebakken aardappelen, vier procent kroketten en aanverwanten en drie procent nog andere aardappelbereidingen. Maar wat aten de mensen die niet voor aardappelen hebben gekozen? Op een gemiddelde dag in 2024 at 18 procent pasta en 8 procent rijst. Andere alternatieven zoals noedels, wraps, couscous en quinoa haalden elk een dagpenetratie van 1 procent tot 2 procent. Omgerekend naar het aandeel binnen alle maaltijdbegeleiders, betekent dit dat in 2024 bij 58 procent van alle maaltijden met een maaltijdbegeleider gekozen werd voor aardappelen in één van zijn vele vormen. Op weekbasis vertaalt zich dat naar gemiddeld 3 à 4 keer per week aardappelen.Noedels, pasta en exotische aardappelalternatieven in de liftHet thuisverbruik van droge deegwaren is de voorbije jaren gestaag toegenomen: van 5,3 kg per capita in 2016 naar 5,7 kg in 2023 en 6,2 kg in 2024. Droge deegwaren worden door bijna alle Belgische gezinnen gekocht (96%), met een gemiddelde aankoopfrequentie van 14 keer per jaar. Ook droge rijst kent een stijging in het thuisverbruik van 1,48 kg in 2016 naar 1,56 kg in 2023 en 1,63 in 2024. Droge rijst wordt aangekocht door 77 procent van de Belgische gezinnen en dit gemiddeld vijf keer per jaar. Het thuisverbruik van de groep quinoa, bulgur en couscous vertoont eveneens een lichte groei: van 0,22 kg per persoon in 2016 naar 0,23 kg in 2023 en 0,25 kg in 2025. In 2024 kocht 32 procent van de Belgische gezinnen minstens één keer één van deze producten, met een gemiddeld aankoopfrequentie van drie keer per jaar. Kleinere gezinnen, kleinere volumesAls we kijken naar het aankoopvolume, dan zijn er een aantal veranderingen merkbaar. Hoewel het merendeel van de verse aardappelen nog steeds voorverpakt wordt aangekocht, is het volumeaandeel van losse aardappelen consistent toegenomen: van 11 procent in 2016 naar 12 procent in 2023 en 13 procent in 2024. En hoewel bij voorverpakte aardappelen de verpakkingen van vijf kilogram nog steeds het populairst zijn, passeren er steeds meer kleine verpakkingen van slechts één kilogram langs de kassa. Dat is niet alleen een signaal van veranderende eetgewoonten, wanneer je weet dat het aantal singles in België toeneemt. Vooral alleenstaanden kopen relatief vaker losse aardappelen en kleine verpakkingen. Het rapport wijt de daling van de aardappelconsumptie dan ook vooral aan het kleiner aankoopvolume per winkelbezoek. In 2016 was het gemiddelde aankoopgewicht nog 3,8 kg, in 2024 is dit gedaald naar 3,1 kg.Wat haaks op deze tendens lijkt te staan, is dat ook de verpakkingen groter dan vijf kilogram het steeds beter doen. Ondanks een forse daling in populariteit, blijft vijf kilo echter wel de standaardverpakking, goed voor 42 procent van het totaal aangekochte volume. Minder aardappelen, hogere prijsDe daling in aardappelconsumptie doet zich voor bij alle leeftijdscategorieën, al besteden we wel meer geld aan deze producten dankzij een stijging van de gemiddelde prijs. We spreken over een toename met tien procent tot 329 miljoen euro. De gemiddelde prijs voor verse aardappelen bedroeg 1,58 euro per kg in 2024.Hoewel we steeds minder aardappelen eten, blijft de aardappel wel de populairste maaltijdbegeleider in 2024. Het thuisverbruik van verse aardappelen bedroeg 18 kilo per capita in 2024. Dat is drie procent minder dan het jaar voordien en ook op lange termijn daalt het aardappelverbruik. Verwerkte aardappelproducten, zowel vers als diepvries, vertoonden daarentegen een stijgende lijn in verbruik. Opnieuw een trend die deels valt te verklaren door het toenemend aantal alleenstaanden. Deze convenienceproducten zijn immers vooral bij singles populair, net als bij oudere consumenten.Maar niet alle trends vallen louter te verklaren door andere gezinssamenstellingen. Volgens de analyse heeft de gemiddelde consument andere eetvoorkeuren dan vroeger. Hoewel aardappelen nog steeds als veelzijdig, lokaal en voedzaam worden beschouwd, spelen factoren zoals de wens naar variatie, veranderende smaakvoorkeuren, gezondheidspercepties en bereidingstijd een rol in de dalende consumptiefrequentie. Toch blijft de aardappel stevig verankerd in de Vlaamse eetcultuur, met een gemiddelde consumptie van drie à vier keer per week. Oude (patatten)zakken en migrantenWie de gemiddelde tiener ooit aardappelen heeft zien schillen, zal wellicht niet verbaasd zijn dat aardappelen populairder zijn bij senioren dan bij de jeugd. Bij 18- tot 34-jarigen bedraagt het aandeel van aardappelen 51 procent, tegenover 66 procent bij 55- tot 74-jarigen. Vooral gekookte aardappelen zijn minder geliefd bij jongere volwassenen, die vaker kiezen voor alternatieven zoals pizza, wraps en noedels dan ouderen.Maar hoewel de keuze van maaltijdbegeleider varieert tussen socio-demografische groepen, blijven aardappelen in alle profielen de meest geconsumeerde optie. Neem nu de taalgrens: gekookte aardappelen zijn duidelijk populairder in Vlaanderen dan in Brussel en Wallonië. Zo kiest men in Brussel relatief vaker voor alternatieven zoals quinoa en couscous, terwijl in Wallonië pasta een groter aandeel heeft. We zien bovendien dat personen met buitenlandse roots minder vaak gekookte aardappelen eten dan personen met uitsluitend Belgische roots.Ook hoger opgeleiden consumeren minder vaak gekookte aardappelen dan mensen met hoogstens een middelbaar diploma. Over de weekdagen heen blijft het totale aandeel van aardappelen stabiel. Wel zijn er verschillen in bereidingswijze: op werkdagen worden eerder gekookte aardappelen gegeten, in het weekend eerder frieten. Frietjes maken we minder vaak thuisDat brengt ons bij het volgende: 71 procent van alle warme maaltijden in 2024, werd zelf bereid. Dat geldt ook voor maaltijden met aardappelen, maar het aandeel ‘thuisverbruik’ verschilt sterk per bereidingswijze. Zo werden 87 procent van de gekookte aardappelen zelfbereid, tegenover slechts 47 procent bij frieten. Veertig procent van de keren dat er in 2024 frieten gegeten werden, waren die frieten afkomstig van een frituur, hetzij ter plaatse geconsumeerd, afgehaald of aan huis geleverd. Voor gebakken aardappelen en puree ligt het aandeel &#039;zelfbereid&#039; iets boven de 70 procent.De aardappelen die we zelf klaarmaken, die halen we vooral uit de supermarkt. Slechts een klein deel van de consumenten haalt hun patatjes dus nog rechtstreeks bij de boer. Binnen de retail is het aandeel van hard discount jarenlang toegenomen, maar dat lijkt nu te stabiliseren. Nog steeds sterk cultureel verankerdTot zover de harde cijfers, want aardappelen zijn ook meer dan voeding alleen. Het rapport onderzocht ook de cultuur rond aardappelen. Daaruit blijkt&amp;nbsp; dat de aardappel nog steeds sterk cultureel verankerd is van onze eetgewoonten. Zelfs al staan ze – in tegenstelling tot vroeger – niet meer dagelijks op het menu bij Vlaamse gezinnen. Aardappelen blijven wel een product waarmee men sterk vertrouwd is. De gemiddelde Vlaming weet goed hoe deze klaar te maken en waarmee ze het best te combineren zijn.Dat er toch steeds vaker wordt gekozen voor couscous, noedels en dergelijke, kan men verklaren omdat hedendaagse consumenten zich graag laten inspireren door andere culturen. Bovendien geven sommige consumenten aan dat ze door het veelvuldige gebruik (gekookte) aardappelen wat beu gegeten zijn. Gedemoniseerd als ongezondToch blijft de Vlaming de aardappel zien als een lokaal, veelzijdig voedingsmiddel met een brede aantrekkingskracht dankzij hun smaak, gebruiksgemak en voedzaamheid. Het verbruik wordt dus niet simpelweg geremd door andere smaakvoorkeuren, maar ook door de tijds- en arbeidsintensieve bereiding van aardappelen. Een aardappel schillen is niet zoveel werk, maar pasta in kokend water gooien is nog eenvoudiger.Bovendien leven er ook veel gezondheidspercepties en -mythes die een rem zetten op het aardappelverbruik. Hoewel drie op de vier Vlamingen aardappelen beschouwen als gezond, denkt toch ook een deel consumenten ten onrechte dat ze een dikmaker zijn en worden ze minder geconsumeerd door personen die koolhydraatarme diëten volgen. In zijn laatste, veelbesproken advies heeft de Hoge Gezondheidsraad nochtans aangeraden om voldoende aardappelen of zoete aardappelen te consumeren, maar liefst in niet-gefrituurde vorm.Lees het volledige rapport hier.</content>
            
            <updated>2025-06-26T17:28:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese Commissie overweegt intrekking richtlijn tegen greenwashing omwille van één amendement]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-commissie-overweegt-intrekking-richtlijn-tegen-greenwashing-omwille-van-een-amendement" />
            <id>https://vilt.be/57571</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie wacht het standpunt van de lidstaten en het Europees Parlement af over de ontwerprichtlijn over de bestrijding van greenwashing vooraleer ze beslist of ze de richtlijn intrekt of niet. Met deze richtlijn wil de Europese Commissie paal en perk stellen aan de wildgroei aan groene labels.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="duurzaam" />
                        <category term="marketing" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1cd8dcb6-83b4-43f2-ae82-54c812d1b2e3/full_width_sustainability-duurzaamheid.jpg</image>
                                        <content>De Commissie had de ontwerprichtlijn in 2023 voorgesteld. Ze wou ervoor zorgen dat bedrijven die hun producten of diensten aanprijzen met een groene claim bepaalde normen in acht nemen en de claims met wetenschappelijk bewijs staven. In de laatste rechte lijn van de onderhandelingen tussen de lidstaten en het Europees Parlement over een compromistekst liet de Europese Volkspartij (EVP), de grootste fractie in het parlement, vorige week echter verstaan dat ze de hele richtlijn van tafel wil. Ze wordt daarin gesteund door de conservatief-nationalistische ECR-fractie.Vrijdag kwam dan het nieuws dat de Commissie &quot;van plan&quot; is om de richtlijn in te trekken, omdat het huidige voorstel niet in lijn is met haar nieuwe beleidslijn om de administratieve lasten voor bedrijven naar beneden te brengen. Dat stuitte op hevig verzet van de groenen, liberalen en socialisten in het parlement, die de Commissie ervan beschuldigen de kant van de rechtse partijen te kiezen om haar groene agenda af te zwakken. Eén amendement als struikelblokTijdens de dagelijkse persbriefing maandag legde woordvoerster Paula Pinho uit dat de Commissie zich vooral niet kan vinden in een amendement op het voorstel, dat &quot;ingaat tegen de simplificatieagenda, in het bijzonder als het gaat over microbedrijven&quot;. &quot;Daardoor zouden dertig miljoen kleine bedrijven, wat overeenkomt met 96 procent van alle bedrijven, onder het voorstel vallen&quot;, aldus Pinho. Het amendement &quot;vertekent&quot; zo het voorstel van de Commissie. &quot;Het voorkomt net dat de oorspronkelijke doelstellingen worden bereikt: het ondersteunen van de ontwikkeling van groene markten, terwijl onnodige belasting voor de kleinste bedrijven wordt vermeden.&quot;&amp;nbsp;Een definitieve beslissing is er volgens Pinho nog niet, maar ze bevestigt wel dat de Commissie het voorstel zal intrekken als het amendement wordt behouden. &quot;We wachten op de volgende interinstitutionele discussie over de Green Claims Directive om te zien of het amendement wordt behouden of niet. Zoniet, kunnen we de intrekking heroverwegen.&quot; Ze benadrukte ook dat de lidstaten en het parlement al langer op de hoogte waren van het standpunt van de Commissie.Een vergadering tussen vertegenwoordigers van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de EU-Raad (de lidstaten) die maandag gepland stond over de richtlijn, werd geannuleerd. Volgens het Poolse voorzitterschap van de Raad gebeurde dat omdat er &quot;te veel twijfel en onzekerheid&quot; is. Wanneer een volgende vergadering plaatsvindt, is nog niet duidelijk. &quot;Commissie laat burgers in de steek&quot;Ook in België is er kritiek op de plannen van de Europese Commissie. Minister van Klimaat en Ecologische Transitie Jean-Luc Crucke (Les Engagés) vindt dat de Commissie, door de intrekking van de ontwerprichtlijn, de Europese burgers in de steek laat. “Deze richtlijn moest consumenten beschermen tegen valse groene beloftes. De intrekking komt op een moment dat het vertrouwen van burgers in de duurzaamheid van producten onder druk staat. Transparantie en geloofwaardigheid zijn cruciaal voor de ecologische transitie”, stelt hij in een persbericht.&quot;We kunnen van burgers niet verwachten dat ze duurzame keuzes maken als we producten met misleidende claims op de markt laten. Dit is geen technische kwestie, maar een kwestie van eerlijkheid, consumentenrechten en ondersteuning van het klimaatbeleid&quot;, zegt Crucke, die de Commissie vraagt om haar beslissing te heroverwegen en in dialoog te gaan met het Europees Parlement.Ook minister van Consumentenbescherming Rob Beenders (Vooruit) noemt een terugtrekking &quot;onaanvaardbaar&quot;. &quot;Zeker in tijden van economische onzekerheid moeten consumenten kunnen vertrouwen op correcte informatie wanneer ze bewust kiezen voor duurzame producten&quot;, zegt hij. &quot;Valse milieubeloftes misleiden niet alleen de burger, maar tasten ook hun koopkracht aan. Elke euro moet vandaag meer dan ooit tellen. Daarom is het onaanvaardbaar dat regels die consumenten beschermen, zomaar overboord worden gegooid.&quot;</content>
            
            <updated>2025-06-24T17:28:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VIDEO: Het verhaal achter de Belgische miniwatermeloen Tomélon]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/video-in-de-kas-bij-tomeco-het-verhaal-achter-de-belgische-miniwatermeloen-tomelon" />
            <id>https://vilt.be/57572</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Tomélon is een miniwatermeloen van Vlaamse bodem: compact, zoet en bijna zonder pitjes. Lynn Vermeire teelt vooral tomaten, maar begon vier jaar geleden als experiment met een paar meloenplantjes. Vandaag vult de teelt 2,2 hectare van haar serres in Meer, bij Hoogstraten. Net zoals tomaten groeien de meloenen verticaal in een gotensysteem.&nbsp;Het watergebruik voor de meloenen is beperkt dankzij een gesloten watersysteem. Midden mei werden de eerste meloenplanten geplant.&nbsp;Dit jaar wordt de oogst geschat op zo’n 300.000 stuks. De Tomélon is vanaf midden juni te vinden bij&nbsp;Aldi, Carrefour en Jumbo.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/829a07c1-dbb7-4319-ad9c-afa7be8415c7/full_width_thumb-21.jpg</image>
                        
            <updated>2025-06-24T21:48:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Miljoenenboete voor Griekenland na jarenlange fraude met landbouwsubsidies]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/miljoenenboete-voor-griekenland-na-jarenlange-fraude-met-landbouwsubsidies" />
            <id>https://vilt.be/57573</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie legt Griekenland een boete op van bijna 400 miljoen euro wegens grootschalig wanbeheer van landbouwsubsidies. Zowat 100 personen zouden zes jaar lang systematisch Europese steun hebben opgestreken voor weilanden die ze niet bezaten of voor landbouwmaatregelen die nooit werden uitgevoerd. De bevoegde Griekse overheidsinstantie wordt aangeklaagd omdat ze ontoereikende controles heeft uitgevoerd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="GLB" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4732c0f6-e548-46a4-901b-afed74aa1945/full_width_griekse-boerderij.jpg</image>
                                        <content>Het was de nieuwswebsite Politico die de fraudezaak in Griekenland mee aan het licht bracht. Een georganiseerde bende zou tussen 2016 en 2023 via valse verklaringen over eigendom of pacht van weidegrond illegaal EU-landbouwsteun hebben ontvangen uit de nationale reserve. Door deze fraude ging een deel van het budget niet naar de landbouwers die er wel recht op hadden. De steun zou betrekking gehad hebben op verschillende soorten subsidies, waaronder directe betalingen, regelingen voor kleine boeren, ecoregelingen en vrijwillige gekoppelde steunmaatregelen.Het Griekse overheidsagentschap OPEKEPE dat toezicht houdt op de EU-landbouwfinanciering wordt ervan beschuldigd betalingen te hebben gedaan zonder voldoende eigendomsbewijs te vragen of controles ter plaatse uit te voeren. Volgens het Europees Openbaar Ministerie woonde het merendeel van de 100 verdachten niet op de plek waar zij hun subsidieaanvraag voor hadden opgegeven.Mol in de overheidsdienstOPEKEPE staat onder toezicht staat van het ministerie van Landbouw en betaalt jaarlijks drie miljard euro uit aan zowat 900.000 boeren. Toen een interne auditor van het agentschap klokkenluider werd, werd ze aan de kant geschoven. Ook toen de zaak verder werd onderzocht, probeerde de toenmalige minister van Landbouw meermaals het onderzoek te blokkeren.Volgens functionarissen die bij het onderzoek betrokken waren en die met Politico spraken, was iemand binnen OPEKEPE op de hoogte van de oplichterij. Die zou de bende informatie hebben doorgespeeld over beschikbare percelen waarmee gefraudeerd kon worden. De percelen werden vervolgens het ene jaar als eigendom van de ene begunstigde aangemerkt, en het jaar daarop van een andere. Hetzelfde stuk land wordt nooit twee keer geclaimd zodat er geen dubbele boeking zou plaatsvinden.Ondertussen werd het agentschap OPEKEPE opgedoekt en werden de bevoegdheden overgedragen aan de belastingdienst van het land.MiljoenenboeteEind juni legde de Europese Commissie Griekenland een boete van bijna 400 miljoen euro op voor de systematische tekortkomingen. De Europese Commissie dreigt daarnaast ook de landbouwsteun in de komende jaren met vijf procent terug te schroeven. Volgens betrokken functionarissen zijn bijkomende sancties niet uitgesloten. Geen alleenstaand gevalSjoemelen met landbouwsubsidies via vervalste eigendommen is geen unicum. Vorig jaar kwam een gelijkaardige zaak aan het licht, waarbij Italiaanse oplichters slapend rijk werden met Europese steun voor fictieve veebedrijven.Eerder dit jaar werden opnieuw verschillende Italiaanse verdachten opgepakt in een grootschalige fraudezaak. Tussen 2018 en 2022 zou een bende miljoenen euro’s hebben opgestreken door een bedrijf ten onrechte als producentenorganisatie (PO) te laten erkennen, een statuut dat voorbehouden is aan erkende groepen landbouwers met recht op EU-financiering.De fraudezaken zullen ongetwijfeld nieuwe argumenten aanreiken voor critici in het aanstaande debat over de structuur en financiering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.</content>
            
            <updated>2025-06-25T18:24:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ooit at ze insecten uit noodzaak, nu lanceert Keniaanse insectensnacks in strijd tegen ondervoeding]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ooit-at-ze-insecten-uit-noodzaak-nu-lanceert-keniaanse-studente-insectenpoeder-en-snacks-voor-klimaat-en-ondervoeding" />
            <id>https://vilt.be/57574</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bio-ingenieurstudent Maryam Imbumi wil de wereld voeden met insectenmengsels. Nadat ze eerder via haar startup MaryaNutri een met insecten verrijkte pap heeft ontwikkeld voor ondervoede kinderen, stort Imbumi zich nu op snacks voor een breder publiek. In het Wintercircus in Gent stelt ze koekjes en voedingsrepen voor die verrijkt zijn met meelworm- en krekeleiwit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselzekerheid" />
                        <category term="insect" />
                        <category term="eiwitshift" />
                        <category term="honger" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f05d5a6f-4797-4b58-94f9-3b0ed44b1f4b/full_width_maryam-do.jpeg</image>
                                        <content>Ongeveer één miljard mensen lijden aan ondervoeding en ook Imbumi zelf groeide op in voedselarmoede. Als kind in Kenia kreeg Imbumi tijdens de droogteseizoenen gebakken termieten voorgeschoteld om te overleven. Via een ontwikkelingshulporganisatie kreeg ze financiële steun van een Canadese familie om naar school te kunnen gaan en nu gebruikt ze haar eerdere ervaringen voor nieuwe voedselinnovaties. &quot;Ik wil ondervoeding bestrijden en tegelijk bijdragen aan de klimaatoplossing&quot;, zegt Imbumi aan persagentschap Belga.Met haar start-up MaryaNutri, wil Imbumi op grote schaal insectenpoeder produceren. Dit poeder kan dan de basis zijn voor allerhande voedingsproducten, bijvoorbeeld als alternatief voor de maïspap die vandaag populair is in de ontwikkelingshulp. Eerder gebruikte Imbumi het poeder om een verrijkte pap te ontwikkelen voor kinderen in hongersnood, maar nu lanceert ze insectensnacks die ook potentieel hebben in het Westen. De koekjes bevatten meelwormextract en de repen zijn verrijkt met proteïnen uit krekels. Haar proteïnerepen bevatten 25,9 gram proteïne, 7,4 mg ijzer en 18,3 gram vezels. Imbumis gamma bevat ook papjes voor kinderen vanaf zes maanden oud. &quot;Insecten zijn enorm voedzaam. Ze bevatten tot 74 procent eiwit, goede aminozuren en vragen veel minder water, tijd en land om te kweken dan traditionele veeteelt&quot;, legt Imbumi uit. De Keniaanse studente werkt samen met het Wintercircus, waar start-ups ondersteuning krijgen, en met een lokale bakkerij. “Ik heb geen eigen machines, maar werk samen met een partner die ervaring heeft met productie. Zo kan ik kleinschalig starten en toch professioneel werken&quot;, stelt ze.Project financiert schoolvoeding in AfrikaImbumi richt zich met de snacks op een breder doelpubliek: Belgische consumenten die gezonder en duurzamer willen eten, maar ook exportmarkten in landen waar gezonde voeding schaars of duur is. &quot;Mijn einddoel blijft Kenia. Ik heb zelf ondervoeding gekend. Met de opbrengst wil ik schoolvoeding financieren voor kinderen in Afrika.&quot;Op haar bedrijfswebsite is Imbumi zeer duidelijk over haar mission statement. Volgens Imbumi zijn 45 procent van alle kindersterftes onder vijf jaar gelinkt aan ondervoeding. In 2022 zijn 149 miljoen kinderen onvolgroeid wegens voedingstekorten en 50 procent van de Afrikaanse kleuters hebben een voedingstekort.Ze hoopt ook andere vrouwen kansen te geven. &quot;Ik droom ervan om vrouwen in Afrikaanse dorpen te helpen hun eigen insectenkwekerijen op te starten. Zo krijgen zij een inkomen én zorgen ze voor gezonde voeding&quot;. Insecten zijn volgens haar niet alleen goed voor de mens, maar ook voor het klimaat. &quot;Ze stoten nauwelijks broeikasgassen uit. Als we echt iets willen doen aan de klimaatopwarming, moeten we ook ons eetpatroon veranderen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-06-26T13:31:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Personeel Olympia akkoord met ontslagregeling: Zuivelfabriek sluit tegen april 2026]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/personeel-olympia-akkoord-met-ontslagregeling-zuivelfabriek-sluit-tegen-april-2026" />
            <id>https://vilt.be/57575</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De vakbonden en het bestuur van zuivelproducent Olympia hebben dinsdag overeenstemming bereikt over een sociaal plan. Daarmee is de sluiting van de zuivelfabriek in Pajottegem definitief geworden. De productie in de fabriek zal gefaseerd stoppen. De eerste activiteiten stoppen begin augustus en dan vloeit ook al een deel van de 167 personeelsleden af. Alle activiteiten stoppen uiterlijk 1 april 2026.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/e6104d52-ee59-4f47-9a40-0d4bae72d27d/full_width_olympiazuivelmelkroyalaware-1250.jpg</image>
                                        <content>Royal A-ware had begin mei al het voornemen uitgesproken de fabriek van Olympia Pajottegem te willen sluiten. De Belgische zuivelproducent maakt sinds 2022 deel uit van de Nederlandse Royal A-ware Food Group, die destijds een eerdere sluitingsdreiging wist af te wenden. Alhoewel er sindsdien nog geinvesteerd is in de fabriek, is de directie van Royal A-ware van mening dat de infrastructuur in Pajottegem te verouderd is.Recent werd de informatie- en consultatiefase met de ondernemingsraad officieel afgerond en aansluitend nam het bestuur het definitieve besluit om Olympia te sluiten. Na deze beslissing zijn gesprekken over het sociaal plan direct gestart om de medewerkers zo snel als mogelijk duidelijkheid te geven over het sociaal plan en de afschakeling van de fabriek. Deze gesprekken tussen de vakbonden, ondernemingsraad, medewerkers en het bestuur van Olympia zijn deze week afgerond.Acht op de tien werknemers van Olympia heeft het sociaal plan goedgekeurd. &quot;Daarin staat dat werknemers het wettelijk minimum krijgen zoals dat geregeld is bij een collectief ontslag met daar bovenop een brutopremie van 2.500 euro. Het is afwachten donderdag om te weten wie wanneer zal moeten vertrekken. Dat wordt dan besproken in funcitie van het afschakelplan. In het sociaal plan is ook de begeleiding naar nieuw werk voorzien.&quot; De productie in de fabriek zal gefaseerd stoppen. De eerste activiteiten stoppen begin augustus. Hiermee treden ook de eerste medewerkers uit dienst. Alle activiteiten stoppen uiterlijk 1 april 2026.Voor de leveranciers-melkveehouders zal de sluiting van de fabriek geen economische gevolgen hebben. Zij werken onder contract met Royal A-ware en blijven deel uitmaken van de keten. De verwerking van hun melk zou na de sluiting verhuizen naar andere vestigingen van de groep.De Nederlandse zuivelverwerker heeft zijn positie op de Belgische markt de laatste jaren via verschillende overnames verstevigd. De voorgenomen sluiting van Olympia verandert volgens Royal A-ware niets aan zijn strategische plannen in België. “Verdere herstructureringen zijn op dit moment niet aan de orde”, liet een woordvoerder van het familiebedrijf eerder weten.</content>
            
            <updated>2025-06-25T16:15:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vernieuwde watertool van Inagro vertaalt technisch analyseverslagen naar bruikbaar advies in mensentaal]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vernieuwde-watertool-van-inagro-vertaalt-technisch-analyseverslagen-naar-bruikbaar-advies-in-mensentaal" />
            <id>https://vilt.be/57576</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na ruim tien jaar kreeg de gratis watertool van Inagro een update. “Water van goede kwaliteit is cruciaal, maar wateranalyses interpreteren is allesbehalve een evidentie", aldus het West-Vlaams onderzoeks- en adviescentrum. “De vernieuwde versie maakt de resultaten een pak begrijpelijker, toetst ze ook aan kwaliteitsnormen of lastenboeken en toont daarna welke stappen nodig zijn als het water niet voldoet.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="Inagro" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7bba0dfa-6cc9-4d73-ba68-79ffd6ec948e/full_width_beregenenaardappel.jpg</image>
                                        <content>Inagro heeft zijn populaire watertool opgefrist en uitgebreid. Zo is de tool nu eenvoudiger in gebruik om de waterkwaliteit van regen-, put-, leiding- of oppervlaktewater na te gaan. “Technische cijfers worden nu omgezet in begrijpelijke, visuele inzichten”, aldus Inagro. “Daarnaast kunnen gebruikers aangeven aan welke kwaliteitsnormen of lastenboeken hun water moet voldoen, waarna de tool meteen toont of het water geschikt is voor bijvoorbeeld drinkwater voor dieren, irrigatie of huishoudelijk gebruik. Voldoet het niet? Dan volgt gericht advies om de kwaliteit bij te sturen.&quot;Inagro benadrukt dat de tool gratis en toegankelijk is voor iedereen, niet enkel voor klanten die bij Inagro een wateranalyse hebben laten doen. Zij moeten de analyseresultaten voorlopig nog handmatig invoeren, al werkt het proefcentrum momenteel ook aan automatische koppeling via het &amp;nbsp;DjustConnect-platform. Hierdoor zullen in de toekomst ook analyseresultaten van andere labo’s automatisch ingelezen kunnen worden in de Watertool. “De Watertool is een logische aanvulling op ons analyseaanbod. Dankzij de directe koppeling tussen analyse en interpretatie besparen gebruikers tijd én vermijden ze fouten”, zegt Stijn Goemaere, unitmanager labo van Inagro.</content>
            
            <updated>2025-06-25T18:27:51+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zijn mestkelders van gestopte varkensboeren oplossing voor droogte?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mestkelders-gestopte-varkensboeren-oplossing-voor-droogte" />
            <id>https://vilt.be/57577</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Kunnen de mestkelders van gestopte veehouders helpen in de strijd tegen droogte? Vlaams Belang denkt van wel. In het Vlaams parlement stelt de partij voor om de sloopverplichting voor deze kelders te schrappen op voorwaarde dat ze worden ingezet voor de opvang en buffering van hemelwater. Ook waterexperts zien potentieel in het hergebruik van inactieve mestputten voor wateropslag, al wijzen ze wel op enkele belangrijke beperkingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b94ecf1a-9303-42cd-87c8-fe41fe4b5853/full_width_mestkelder-preventagrigevilt.jpg</image>
                                        <content>Vlaams Belang ziet in de lege mestputten van gestopte veehouders een kans om water op te vangen en te bufferen voor droge periodes. “Bij rundvee- en varkensstallen mag je ervan uitgaan dat er mestputten aanwezig zijn van zo&#039;n twee kubieke meter per vierkante meter dakoppervlak. Dat komt grof gerekend uit op ongeveer 200 procent van de jaarlijkse neerslag op de daken die kan opgevangen worden zodat het hergebruikt kan worden”, schetst de partij het potentieel. In een schriftelijke vraag aan Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) wijst Vlaams Belang ook op de hoge kosten van droogtebestrijding. De afgelopen drie jaar liepen de aanvragen voor steun voor initiatieven rond bodem- en waterkwaliteit en -kwantiteit op tot bijna 100 miljoen euro.&amp;nbsp;Door lege mestkelders in te zetten als waterreservoirs, kunnen volgens de partij een deel van die kosten worden vermeden. Vlaams Belang pleit er dan ook voor om de sloopverplichting voor stallen van gestopte boeren te schrappen wanneer zij hun mestputten gebruiken voor hemelwateropvang.In een reactie laat Brouns weten dat gepensioneerde landbouwers momenteel niet verplicht zijn hun stallen te slopen. “Ook wanneer boeren stoppen in het kader van het stikstofdecreet (stopzetting van varkensstallen, stopzetting van oranje bedrijven en bedrijven uit maatwerkgebieden) geldt geen sloopverplichting. Wanneer landbouwers een stopzettingsvergoeding vrijwillig aanvragen, dan zijn ze enkel verplicht om de binneninrichting uit de stallen te verwijderen.” Wel verplichting voor wie sloopvergoeding krijgtVoor landbouwers die een slooppremie aanvragen, geldt wel een sloopverplichting voor de hele stal, inclusief de mestkelder en de funderingen. &quot;De forfaitaire vergoedingen die zijn voorzien, houden daar rekening mee&quot;, aldus de minister. Het hergebruik van mestkelders van gestopte boeren is overigens geen nieuw fenomeen in Vlaanderen. De afgelopen jaren werden ze al ingezet als tijdelijke opslag bij een mestoverschot. Mesthandelaren en transporteurs beschikken over een netwerk van adressen waar zij mest kunnen stockeren wanneer de mestput van een actieve veehouder dreigt over te lopen, bijvoorbeeld in een nat voorjaar waarin nog niet kan worden bemest.Wateropslag in inactieve mestputten is minder courant, maar volgens Boerenbond wel een piste met potentieel. “Water bufferen in mestkelders is zeker het onderzoeken waard in de strijd tegen droogte,” klinkt het. “Het grote voordeel is dat er geen extra verharding voor nodig is.” Vergunning van mestopslag naar wateropslagToch ziet Boerenbond ook een aantal randvoorwaarden die moeten vervuld zijn. Zo moet de waterkwaliteit gegarandeerd zijn. “Om te vermijden dat nutriënten zoals stikstof en fosfor in het opgevangen water terechtkomen, moet de mestkelder eerst grondig gereinigd worden&quot;, klinkt het. “Als het water toch te veel stikstof of fosfor bevat, kan het zelfs mestbankplichtig worden. Bovendien stimuleren nutriënten in het water algengroei.” Ook op vergunningsvlak is een aanpassing nodig: de bestemming moet worden gewijzigd van mestopslag naar wateropslag.Daarnaast zijn er praktische beperkingen. De capaciteit van een mestkelder valt doorgaans in het niets vergeleken met die van een waterbassin bij een groente- of serreteler. “In sommige gevallen volstaat de inhoud misschien net om één dag te beregenen,” zegt Gert Van Thillo, business manager landbouw bij SBB. Zeker bij oudere stallen zijn de putten vaak klein, omdat er vroeger veel meer mest rechtstreeks op het land kon worden afgezet.Ook de nabijheid tot relevante percelen is volgens hem een beperkend element als het gaat om beregening. “Het vervoer van water voor beregening is arbeidsintensief, waardoor alleen het gebruik van slangen opportuun is. Maar daarvoor is het belangrijk dat er percelen binnen handbereik liggen en dat is zeker bij varkensbedrijven zelden het geval.”Opslag voor reinigings- en proceswaterNaast beregening kan het opgevangen regenwater in oude mestkelders ook dienen als reinigings- of proceswater op het landbouwbedrijf. “Een klant van SBB heeft zijn oude varkensstallen vervangen door een nieuwe stal,” vertelt Gert Van Thillo. “Eén van de kelders van de afgebroken stallen wordt nu gebruikt voor de opslag van hemelwater, dat ingezet wordt voor het reinigen van de stal en als proceswater voor de biologische luchtwasser. Zo hoeft er geen nieuwe kelder meer gebouwd te worden.”</content>
            
            <updated>2025-06-26T06:44:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Proefcentrum Hoogstraten gaat aan de slag met hightech indoorcellen en sensorgestuurde teelten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/proefcentrum-hoogstraten-gaat-aan-de-slag-met-hightech-indoorcellen-en-sensorgestuurde-teelten" />
            <id>https://vilt.be/57578</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Proefcentrum Hoogstraten (PCH) heeft twee nieuwe indoorcellen officieel gelanceerd en de nieuwste toepassingen in sensorgestuurde teelt voorgesteld. Eerder dit jaar werd op dezelfde locatie ook al een nieuwe onderzoeksserre geopend in aanwezigheid van Landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v). "Met deze gecombineerde investeringen kunnen we het onderzoek naar een hoger niveau tillen en de aardbeien- en glasgroentetelers beter bedienen", aldus PCH.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/68626bb2-06cd-403a-a461-015ac75be48c/full_width_indoor-farming-hoogstraten.jpg</image>
                                        <content>Proefcentrum Hoogstraten beschikt voortaan over twee speciaal uitgeruste indoorcellen, ontworpen voor praktijkgericht onderzoek onder volledig gecontroleerde omstandigheden. “Vanuit onderzoekstandpunt is het interessant om onafhankelijk van de buitenomstandigheden te kunnen werken”, vertelt onderzoeker Stef Laurijssen. “Op deze manier kunnen aanpassingen in de teeltstrategie geïsoleerd bepaald worden.”Er worden al langer proeven uitgevoerd met indoor farming. Zo bezocht VILT enkele jaren geleden producent van indoor farming-systemen Urban Harvest, dat in Brussel aardbeien teelt in gesloten omstandigheden. Bij indoor farming profiteert me niet van direct en gratis zonlicht waardoor dit teeltsysteem gepaard gaat met hoge kosten. Daarom lijkt het vooral potentieel te hebben voor hoogwaardige nicheteelten, zoals bijvoorbeeld kruiden.Onderzoek naar de commerciële haalbaarheid van indoor farming heeft dan ook niet de prioritiet bij PCH. “Dat is slechts een deel van het onderzoek dat we zullen uitvoeren. Hiernaast zal de indoorcel gebruikt worden als onderzoeksinstrument om de impact van aanpassingen in de belichting, watergift en warmte beter in beeld te krijgen”, vervolgt Laurijssen. Hij gaat ervan uit dat de huidige teelt van aardbeien en groenten in serres dominant zal blijven. Onderdeel van volledig nieuw onderzoekscentrumDe eerste cel is gericht op de productie van aardbeien in een drielagensysteem. De tweede cel is ingericht voor de opkweek van plantgoed op tafels. “Binnen het PlantGoed-project onderzoeken we innovatieve invullingen voor jaarrond teelt in serres. Hiervoor maken we graag gebruik van vers plantgoed en dienen we dus het hele jaar door planten te kunnen opkweken. Buiten is dit niet jaarrond mogelijk door de natuurlijke daglengte en temperatuur”, legt de PCH-onderzoeker uit.De indoorcellen zijn onderdeel van een volledig nieuw onderzoekscentrum van Proefcentrum Hoogstraten. Eind maart werd in aanwezigheid van minister Brouns al de nieuwe serre in gebruik genomen. De vernieuwing van het onderzoekscentrum werd gerealiseerd met financiële hulp van onder meer de Vlaamse overheid (VLIF-steun), Coöperatie Hoogstraten, Europa (Interreg Vlaanderen-Nederland en EFRO) en de Provincie Antwerpen. 200 sensoren volgen teelt realtimeZowel de serre als de indoorcellen zijn uitgerust met een uitgebreid netwerk van meer dan 200 geavanceerde sensoren. “We focussen ons op drie types sensoren,” verduidelijkt onderzoeker Vincent Greffe. “Ten eerste kunnen we kleine variaties in het klimaat op verschillende locaties binnen een serreafdeling beter in kaart brengen.”Een tweede type focust zich op de meting van het vochtgehalte van het substraat. “Dit geeft ons de mogelijkheid om op een efficiëntere manier om te gaan met water”, klinkt het. Een derde type sensoren meet de specifieke plantwaarden. “We kunnen nu bijvoorbeeld meten hoe actief de plant is en hoe efficiënt de plant licht kan omzetten in energie. Zo hebben we op elk moment een beeld van de plantgezondheid.”Dankzij deze sensortechnologie kunnen onderzoekers én ook telers steeds nauwkeuriger sturen op basis van realtime plantdata. “Dat is een essentiële stap richting precisieteelt en duurzame productie”, klinkt bij Proefcentrum Hoogstraten.</content>
            
            <updated>2025-06-26T16:49:51+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minister Brouns wil hervorming van vergunningsprocedures en strengere sancties bij misbruik]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minister-brouns-wil-hervorming-van-vergunningsprocedures-en-strengere-sancties-bij-misbruik" />
            <id>https://vilt.be/57579</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Als het van Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) afhangt, dan moeten de mogelijkheden om in beroep te gaan tegen omgevingsvergunningen ingeperkt worden. “Voor sommigen is het een verdienmodel geworden om in beroep te gaan. Ik vind ook dat wie een onrechtmatig beroep instelt tegen een vergunning daarvoor bestraft moet worden”, zo zei hij in De Tijd. Groen reageert erg kritisch op de woorden van de minister. “Een aantal fundamentele principes van de rechtstaat worden op de helling gezet”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c3576f59-4719-4c35-8cdb-1051e74a0e48/full_width_jobrouns-okt24.jpg</image>
                                        <content>Herwerkte regels voor omgang met PFASIn een uitgebreid interview in De Tijd zegt Brouns zich te willen opwerpen als “de man van het realisme en het pragmatisme”. Volgens hem is onze samenleving te risicoavers geworden. Hij verwijst daarbij naar PFAS. Vorige week gaf de regering groen licht voor een decreetwijziging en herwerkte regels voor de omgang met PFAS op werven en in de grond. Daardoor zijn de drempels die zijn vooropgesteld geen harde normen meer, maar wel ‘richtwaarden’.Dat de minister hiermee kiest voor de economie en de natuur en de gezondheid opoffert, spreekt hij stellig tegen. “We hebben ons gebaseerd op onderzoek van wetenschappers van VITO, daaruit zijn de nieuwe normen voortgekomen, niet uit de politiek. Ook Bond Beter Leefmilieu is betrokken.” Meer gewicht voor algemeen belang?Daarnaast doet Brouns ook een aantal opvallende uitspraken over het vergunningenbeleid. “Voor sommigen is het een verdienmodel geworden om in beroep te gaan. Dat moet stoppen”, aldus de minister. Zijn voorganger Zuhal Demir (N-VA) probeerde de toegang tot de rechter al te beperken, maar zij werd teruggefloten door het Grondwettelijk Hof.Brouns wil dat dossier opnieuw op tafel leggen. “We moeten het algemeen belang weer veel meer gewicht geven. In bepaalde casussen moeten we zelfs durven te zeggen: misschien zijn er redenen om te vernietigen, maar dit project is zo belangrijk dat dat maatschappelijk niet verantwoord is.”De minister wil ook verder gaan. Wie onrechtmatig een beroep instelt tegen een vergunning en geen ernstig nadeel ondervindt, die moet daar volgens hem voor bestraft worden. Vandaag kan dat al, maar de Raad voor Vergunningsbetwistingen doet dat zelden of nooit. Daarom wil Brouns bekijken of de formulering in de wet kan aangepast worden van “kan worden gesanctioneerd” naar “moet worden gesanctioneerd”. &quot;Carrousel van beroepen aan banden leggen&quot;Tegelijk wil de minister ook bekijken of “de eindeloze carrousel van beroepen” niet aan banden kan gelegd worden. Hij doelt daarmee op de praktijk waarbij advocaten een reeks argumenten hebben om een vergunning te betwisten. Stel dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen de vergunning vernietigt op basis van het eerste argument, dan kan de advocaat nog verschillende keren terugkomen met de andere argumenten. Brouns wil dat alle argumenten in één keer worden behandeld. “De Raad moet onmiddellijk zijn huiswerk maken.”Tot slot wil de minister ook dat adviezen voor een vergunning op elkaar worden afgestemd. Hij geeft daarbij het voorbeeld van verlichting op een fietspad waarbij dat voor de verkeersveiligheid een positief punt is, maar voor de vleermuizenpopulatie in de buurt van dat fietspad dan weer een negatief punt. Volgens hem moet de vergunningverlenende overheid het ene belang boven het andere zetten. &quot;Verontrustende uitspraken voor een minister&quot;Groen reageerde scherp op de uitspraken van minister Brouns. &quot;Dat zijn verontrustende uitspraken voor een minister&quot;, vindt Groen-fractieleider Mieke Schauvliege. &quot;Hij zegt dat burgers zich niet mogen verweren bij een rechter en dat sommige projecten die hij persoonlijk kiest vrolijk de wet mogen negeren. Brouns zet hier een aantal fundamentele de principes van de rechtstaat op de helling.&quot;Bovendien blijft het volstrekt onduidelijk hoe de minister de belangrijkheid van projecten wil afwegen. &quot;Welke projecten vallen daar volgens hem onder? Dit dreigt een beleid à la tête du client te worden. De minister loopt zo vooruit op de conclusies van de gemengde commissie die werd samengesteld om de vergunningsverlening onder de loep te nemen. Die commissie levert haar werk pas in september op.&quot;Groen benadrukt dat het Grondwettelijk Hof al twee keer vergelijkbare drempels tot de rechter heeft vernietigd. De partij beklemtoont ook dat de regels rond inspraak verankerd zijn in het Verdrag van Aarhus.&quot;Achterpoortjes zijn het echte probleem&quot;Het echte probleem blijft intussen onaangeroerd, klinkt het. &quot;Experts zijn het erover eens dat niet de vergunningsprocedures op zich het probleem zijn in Vlaanderen, wel de complexe regelgeving waarin decennialang achterpoortjes werd aangezet. Maar de minister pakt deze niet aan, terwijl een goede hervorming aan de basis moet liggen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-06-25T17:52:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Blue Deal: “Minstens 100 miljoen per jaar nodig om ons te wapenen tegen klimaatextremen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/blue-deal-minstens-100-miljoen-per-jaar-nodig-om-ons-te-wapenen-tegen-klimaatextremen" />
            <id>https://vilt.be/57580</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Als Vlaanderen zich wil voorbereiden op meer perioden met overstromingen en droogte, dan moet er meer geïnvesteerd worden. Dat hebben verschillende experts gezegd in het Vlaams Parlement. Volgens hydroloog Patrick Willems moet er jaarlijks "minimaal 100 tot 150 miljoen euro" gaan naar de Blue Deal, het plan dat Vlaanderen beter moet wapenen tegen droogte en waterschaarste. Dat is een pak meer dan de regering voorlopig voorziet voor die deal.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c506d8c3-6d39-4a5a-8cf0-a7b2b4d24d09/full_width_droogte-10-jaar.jpg</image>
                                        <content>De uitdagingen zijn bekend. Door de klimaatverandering maakt onze hydrologische huishouding bokkensprongen en krijgen we niet alleen te maken met meer droogtes, maar ook met perioden met intense neerslag. Dat we meteen na het natste jaar in de metingen (2024) het op een na droogste voorjaar hebben gekregen, hoeft dan ook niet echt te verbazen.&amp;nbsp; Geen Europees relancegeld meerExperts dringen al langer aan op een geïntegreerd waterbeleid met een heel pakket aan maatregelen, gaande van betere waterbuffering en het beter opvangen van hemelwater tot een efficiënter hergebruik van water en een verminderd (drink)waterverbruik.Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) timmert al een tijdje aan een Blue Deal 2.0, de opvolger van de Blue Deal, het plan dat de vorige Vlaams regering in 2020 lanceerde. Dat Brouns het met minder middelen moet doen dan zijn voorganger Zuhal Demir (N-VA), is al langer geweten. Zij kon rekenen op middelen uit het Europese relancefonds dat in het leven was geroepen na de coronacrisis. Zo is er deze legislatuur (voorlopig) 285 miljoen voorzien voor de Blue Deal, maar gaat het in 2025 en 2026 maar om 14 miljoen euro extra.&amp;nbsp; &quot;Eén euro investeren in waterweerbaarheid levert er tien op&quot;&quot;Dat is te weinig. Zeker die eerste twee jaar&quot;, zegt professor Patrick Willems. Hij schat dat er jaarlijks &quot;minimaal 100 tot 150 miljoen euro&quot; nodig is voor de Blue Deal alleen. Ook professor Marijke Huysmans, gespecialiseerd in grondwaterhydrologie, noemt het &quot;geen geheim&quot; dat de voorziene budgetten niet volstaan. &quot;Om ons te wapenen tegen wat op ons afkomt, zijn er grotere investeringen nodig.&quot;&amp;nbsp;Voor Henk Ovink, voormalig VN-watergezant en gewezen voorzitter van het expertenpanel dat het rapport &#039;Weerbaar Waterland&#039; opstelde, is het duidelijk: &quot;Je moet wel gek zijn om niet te investeren in weerbaarheid. Cijfers tonen aan dat investeren in weerbaarheid een factor één op tien benefit heeft (één euro investeren in waterbescherming levert er dus tien op, red.). &amp;nbsp;Het voorkomt niet alleen verlies, maar het creëert ook meerwaarde en kansen&quot;, aldus Ovink. &quot;Ik erken dat de euro&#039;s niet door de straten stromen. Maar niet investeren in weerbaarheid is een verlieslatende business. Het heeft allerlei kosten, met in het ergste geval ook mensenlevens. Die kosten komen nadien keihard terug.&quot;&amp;nbsp; &quot;Wel budget voor defensie en luchthaven&quot;Het pleidooi van de experts is koren op de molen van Groen-parlementslid Mieke Schauvliege. &quot;Deze Vlaamse regering is heel creatief in het vinden van geld voor defensie en om onze nationale luchthaven te regionaliseren, maar als het over de bescherming van de Vlaming gaat tegen overstromingen en droogte, zien we alleen maar minder budget en besparingen&quot;, aldus Schauvliege. &quot;Momenteel voorziet de Vlaamse overheid 285 miljoen euro. Er is volgens Patrick Willems minstens 500 miljoen euro nodig voor de komende legislatuur. Tijd dus dat Vlaanderen hier ernstig werk van maakt en investeert in wat echt telt: de Vlaming&quot;.&amp;nbsp;Ook PVDA-parlementslid Debby Burssens dringt er bij de regering op aan &quot;niet te besparen&quot; op waterbeleid. &quot;285 miljoen euro is ook veel te weinig om ons voor te bereiden op de weersextremen die er zitten aan te komen&quot;, aldus Burssens. Volgens Open Vld-parlementslid en gewezen minister Lydia Peeters kan de oprichting van een Waterzekerheidsfonds - een legislatuuroverschrijdend fonds dat voorziet in structurele middelen - helpen om de financiering transparant en haalbaar te maken. Een dergelijk fonds was ook één van de tien aanbevelingen van het expertenpanel &#039;Weerbaar Waterland&#039;.&amp;nbsp;N-VA-parlementslid Andy Pieters blijft erbij dat de nieuwe Blue Deal - ondanks het wegvallen van een pakket Europees relancegeld - de ambitie moet hebben om &quot;meer te doen dan de vorige Blue Deal&quot; en dat er sprake moet zijn van een &quot;steviger budget&quot;.</content>
            
            <updated>2025-06-25T18:24:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Op de PAS-beurs voor rundveehouders: "Wachten op duidelijkheid, hopen op oplossingen"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/op-de-pas-beurs-voor-rundveehouders-wachten-op-duidelijkheid-hopen-op-oplossingen" />
            <id>https://vilt.be/57581</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Veel volk, veel vragen en een vurige hoop op bijsturingen en duidelijkheid van de overheid: zo viel de afgelopen infobeurs rond PAS-technieken samen te vatten. De beurs van Fedagrim, de federatie voor landbouwmechanisatie, trok voornamelijk rundveehouders aan. Zij moeten tegen eind dit jaar al een tussentijds reductiedoel van vijf procent halen, maar voor velen onder hen is het nog een groot vraagteken hoe ze dat moeten realiseren. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/14502fd9-ea06-4b1d-845d-e0b85030715b/full_width_hooibeekhoeve-jongvee-2-1250.jpg</image>
                                        <content>“Niemand ontsnapt eraan, elke rundveehouder zal actie moeten ondernemen om tegen het einde van dit jaar zijn 5%-reductie aan te tonen”, waarschuwt Carl De Braeckeleer van adviesbureau DLV alle veehouders tijdens zijn lezing. Hij doelt daarbij op de reductieverplichting op de huidige veebezetting voor wie een impactsore hoger dan 0,025 procent moeten realiseren.Op de infobeurs stonden alvast een vijftiental techniekbouwers klaar om de veehouders een oplossing aan te reiken om aan de stikstofmaatregel te voldoen. Voor elk wat wils? “Zeker niet”, is unisono te horen. Heel wat veehouders zitten met de handen in het haar omdat geen enkele techniek op hun bedrijf toepasbaar is.“Is er buiten beweiding ondertussen een maatregel erkend die wel toepasbaar is voor mijn jongvee?”, vraagt een veehouder vanuit de zaal aan De Braeckeleer. Het antwoord is kort: “Op dit moment niet”. Het geroezemoes dat volgt, maakt meteen duidelijk hoe raak de vraag is.Geen pasklare techniek voor elk bedrijfDie enige maatregel die toepasbaar is bij jongvee, is weinig flexibel. Een belangrijke voorwaarde is dat de stal of stalafdeling volledig vrij moet zijn van dieren gedurende een aaneengesloten periode en dat terwijl de mengmestkelder leeg zijn. Daarnaast zijn er nog enkele bijkomende voorwaarden die de op het eerste gezicht eenvoudige maatregel in de praktijk lastig maken.“Die beweidingsmaatregel lukt mij niet. Mijn jongvee kan onmogelijk allemaal tegelijk naar buiten”, duidt een 46-jarige veehouder op de beurs. Hij heeft 200 stuks jongvee en evenveel melkvee. Reduceren in dierenaantal is voor hem ook geen optie: “Eigenlijk zou ik net moeten uitbreiden om financieel wat ademruimte te krijgen. Inkrimpen zou een financiële catastrofe zijn.” Al zijn hoop ligt nu bij de overheid. “Als ze de mestrobot zouden erkennen als AER-maatregel bij jongvee, heb ik een uitweg.” Hij is niet de enige die hoop koestert dat de overheid snel met meer bijsturingen en nieuwe maatregelen komt op de AER-lijst. Ook vleeskalverhouders hebben amper opties. Zij kunnen enkel een chemisch luchtwassysteem installeren, en dan nog alleen als de stal mechanisch geventileerd wordt. Ook potstalhouders blijven voorlopig in het ongewisse over hoe ze hun reductiedoelstellingen kunnen waarmaken.Is de hoop op bijsturingen gegrond bij al deze veehouders? De Braeckeleer geeft tijdens de infobeurs alvast te kennen dat er op het kabinet-Brouns gewerkt wordt aan meer en flexibelere maatregelen. Navraag bij dat kabinet bevestigt dat er inderdaad voorbereidingen getroffen worden om technieken in verschillende bedrijfsvormen en stalsystemen eenvoudiger te maken.Welke bijsturingen het kabinet aan het onderzoeken is, is vooralsnog onduidelijk. En zelfs als ze er komen, blijft de tijdsdruk groot. Een nieuwe techniek zoals een mestrobot inplannen, financiering rond krijgen en laten installeren door de producent gebeurt niet zomaar op enkele weken tijd. Geduld oefenenNiet alleen is het wachten op mogelijke bijsturingen van de PAS-maatregelen, ook over de PAS-referentie 2030 tasten tientallen rundveehouders nog steeds in het duister. Hoewel de uiteindelijke reductiedoelstellingen pas later gehaald moeten worden, beïnvloeden die wel degelijk de keuzes die vandaag al nodig zijn om de tussentijdse vijf procent reductie te realiseren.Dat onderstreept een jong landbouwkoppel op de beurs. Ze baten samen een gemengd bedrijf uit met jongvee, melkvee, varkens en groenten. “We hebben een uitzondering aangevraagd op onze referentiesituatie van 2021 bij CAPAS, de Commissie Afwijkende PAS-referentiesituatie, maar we kregen nog geen antwoord. Intussen kan het adviesbureau ons niet verder helpen en kunnen we geen enkele beslissing nemen. Dat is behoorlijk frustrerend,” klinkt het. “Het enige wat we kunnen doen is wachten en blijven vooruitkijken”, zegt het koppel gelaten, al blijven zo hoopvol. “Het zal moeten goed komen.”De jonge landbouwers van 27 en 35 jaar zijn lang niet de enige in deze situatie. Nochtans is de commissie CAPAS, die de aanvragen moet beoordelen, al sinds eind april aan de slag. Alle dossiers waar nutriëntenemissierechten (NER’s) of dierenaantallen afgetopt moeten worden blijven echter liggen. Bij de inwerkingtreding van CAPAS werd nog aangekondigd dat snel duidelijkheid zou volgen en dat het uitvoeringsbesluit al de week daarop gepubliceerd zou worden. Maar voorlopig blijft het bij afwachten. “Hoe sneller, hoe beter, daar zijn we ons van bewust”, klinkt het bij het kabinet dat nog de laatste hand legt aan het besluit. “Deze zomer zal het er zeker aankomen.” Een vloer die niet meetelt, een zoon die twijfeltOok bij een veehouder die samen met zijn zoon de beurs bezoekt, klinkt gelatenheid maar tegelijk blijven ze erop vertrouwen dat er nog nieuwe maatregelen zullen volgen. “In 2008 hebben we onze melkveestal vernieuwd en een stro-roostervloer geplaatst. Die werd toen niet gekozen met het oog op ammoniakreductie, maar vermindert vandaag wel degelijk de uitstoot, net als andere roostervloeren. Alleen staat ons type niet op de AER-lijst, dus telt hij niet mee voor de reductiedoelstellingen,” zegt hij. Hij hoopt dat hun vloertype snel op de lijst zal komen, want een alternatief is er momenteel niet. “Een mestrobot is voor ons geen optie omdat we geen ruimte hebben op ons gemengd bedrijf voor extra mestopslag.”De voortdurende onzekerheid doet ook zijn zoon twijfelen om mee in het bedrijf te stappen. Hij vraagt zich af wat er in de toekomst nog allemaal zal worden opgelegd. Sinds twee jaar werkt hij buitenshuis, met een vast loon en voorspelbare werkuren. “Dat veilige langtermijnritme staat in schril contrast met de onzekere toekomst in de veehouderij”, vertrouwt hij ons toe. Lastige investeringspuzzel bij oudere landbouwersHet zijn niet alleen ontbrekende stukken die het lastig maken om de investeringspuzzel te leggen. Voor heel wat oudere landbouwers is het belangrijke puzzelstuk van opvolging vaak het grootste knelpunt. “Wij moeten nog elk tien jaar doorgaan op ons melkveebedrijf,” vertelt een ouder koppel. “De vijf procent reductie krijgen we wel rond. Maar wat daarna? Onze roostervloer staat niet op de AER-lijst. Moeten we nu nog grote investeringen doen, terwijl we het einde van onze carrière naderen en geen opvolger hebben?”Een andere oudere veehouder worstelt dan weer met de vraag wat zijn bedrijf nog waard zal zijn als die puzzel niet compleet geraakt. “Zonder erkende technieken én met een asbestdak?”, klinkt het bezorgd.Wat zal Grondwettelijk Hof oordelen?In het algemeen kijken de veehouders ook de kat uit de boom tot het Grondwettelijk Hof een uitspraak doet over het stikstofdecreet in de procedure die onder meer Boerenbond aanspande. In de wandelgangen wordt gefluisterd dat die er tegen september zit aan te komen. Al wordt dit niet bevestigd door Boerenbond. “Wij hebben geen tijdsindicatie wanneer de uitspraak komt, dat is koffiedik kijken”, aldus de landbouworganisatie.Boerenbond raadt landbouwers alvast niet aan te wachten met hun 5%-maatregel tot de uitspraak. “ De emissiereducties zullen, ongeacht het wetgevend kader, gerealiseerd moeten worden. Het stikstofdecreet is in voege en de regelgeving moet nageleefd worden”, klinkt het.Niet alleen de procedure van Boerenbond kan het stikstofdecreet onderuithalen, ook natuurorganisaties hebben het aangevochten bij het Grondwettelijk Hof. Ook die zaak kan grote gevolgen hebben voor lopende en toekomstige vergunningen. Beleid na 2030Voor het stikstofbeleid op langere termijn werd in het regeerakkoord afgesproken om de transitie te onderzoeken van het huidig depositiebeleid naar een emissiebeleid. Een wetenschappelijk team, dat nog niet is samengesteld, moet dit zowel juridisch als wetenschappelijk vormgeven. “Indien wetenschappelijk bewezen zal in deze legislatuur werk gemaakt worden van een nieuwe Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), die de decretale basis voor een vergunningenbeleid moet vormen na 2030”, aldus het regeerakkoord.Al kan het zijn dat dit sneller in werking zal moeten treden dan voorzien. De oorzaak daarvan is het arrest van de Raad van State in het dossier rond Nelissen Steenfabrieken. “Dit arrest sterkt mij meer dan ooit in de overtuiging dat we ons stikstofbeleid moeten herwerken tot een emissiegestuurd toetsingskader dat rechtszekerheid, duidelijkheid en perspectief kan bieden&quot;, liet Vlaams minister Brouns (cd&amp;amp;v) hierover eerder weten. Wachten tot er iets beweegtWat de nabije en verre toekomst zal brengen, blijft voor veel veehouders een groot vraagteken. Worden er nog AER-maatregelen erkend die wel soelaas bieden voor wie nu geen uitweg ziet? Dreigt een nieuwe stikstofcrisis als het Grondwettelijk Hof het huidige decreet onderuithaalt in één van de rechtszaken? De onzekerheid is groot en antwoorden blijven voorlopig nog even uit. “We hopen tegen Agribex in december alvast meer duidelijkheid te kunnen geven,” zegt Fedagrim. “Misschien zijn er tegen dan ook wat nieuwe voermaatregelen op de lijst gekomen en kunnen ook innovaties zoals de Leylysphere eindelijk hun intrede maken.”Het Fedagrim-evenement wekte alvast ook de belangstelling van de commissie Landbouw, die woensdag het Vlaams Parlement inruilde voor een werkbezoek aan de beurs. Alle partijen, op PVDA en Vooruit na, waren aanwezig om in gesprek te gaan met de aanwezige techniekbouwers en veehouders.</content>
            
            <updated>2025-06-26T01:24:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 #Veldvloggers: Aardappelen planten in beeld, van bodem tot rug]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veldvloggers-aardappelen-planten-in-beeld-van-bodem-tot-rug" />
            <id>https://vilt.be/57582</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Boer Kim legt de laatste hand aan zijn voorjaarswerken: het planten van de aardappelen. Op het veld draait alles op volle toeren. Hij neemt ons mee van begin tot eind: van het bewerken van de bodem tot het moment waarop de aardappelen netjes in de rug belanden. Kim toont hoe de plantmachine feilloos werkt, elke aardappel krijgt precies de juiste plek in de grond. Een boeiende blik op vakmanschap, techniek én het begin van een nieuw groeiseizoen!</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2afe5337-6db1-4bf1-8e62-1bac45aa2cb3/full_width_thumb-22.jpg</image>
                        
            <updated>2025-06-26T13:22:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tegen de stroom in: Vlaamse agrohandel groeit terwijl totale handel krimpt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-is-goed-voor-zeven-procent-van-de-europese-in-en-uitvoer-van-landbouwproducten" />
            <id>https://vilt.be/57583</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>We voeren meer agrarische producten uit dan we er invoeren. Dat blijkt uit het Vlaams agrohandelsrapport van 2024. De uitvoer is in vergelijking met 2023 met 1,9 procent gestegen naar 56,7 miljard euro. De invoer is echter nog sterker gegroeid, met 6,1 procent tot 47,6 miljard euro. Het Vlaamse agrohandelsoverschot klokt af op 9,1 miljard euro. Daarmee vertegenwoordigt Vlaanderen ongeveer zeven procent van de Europese in- en uitvoer van agrarische producten en afgeleiden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="export" />
                        <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1e6654bb-3916-4033-990e-790272247bf2/full_width_peren-peer-fruit.jpg</image>
                                        <content>De handel in agrarische producten houdt veel beter stand dan de totale Vlaamse handel. De uitvoer van goederen zakte in 2024 in waarde met 4 procent, terwijl de invoer er 6 procent op achteruitging. De oorzaak wordt gezocht bij de vertraging van de wereldhandel. Het belang van de agrohandel in de totale Vlaamse handel is daardoor ook gegroeid. De agrarische producten zijn in 2024 goed voor 13 procent van de totale import en 15 procent van de export.Vlaanderen wordt gekenmerkt door een open economie en een exportgerichte agrovoedingsindustrie. Onze centrale ligging in het welvarende West-Europa en onze belangrijke havens zijn hier een groot voordeel. Ons landsdeel creëert een grote meerwaarde door onbewerkte bulkproducten (bv. cacao, graan, oliezaden, aardappelen) om te zetten in min of meer verwerkte producten (bv. chocolade, koekjes, bier, diepvriesfrieten) en we voeren via onze havens ook uitheemse producten zoals bananen en kiwi’s door. Aardappelen dragen sterkst bij tot positief saldoDoor de hoge cacaoprijzen laten chocolade- en cacaoproducten de hoogste invoer- en uitvoerwaarde optekenen. De prijsstijging van cacao en cacaoproducten is te verklaren door tegenvallende oogsten in de voorbije jaren, waardoor de voorraden zijn geslonken en het aanbod beperkter is geworden. Enkele factoren die daarbij een rol spelen, zijn de zware regenval in de cacaoproducerende landen Ivoorkust en Ghana, een ernstige gewasziekte en verminderd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest door de gestegen kosten. Het handelsoverschot ligt boven een miljard euro.Aardappelbereidingen zoals diepvriesfrieten en -kroketten, waarvan de consumptie ook in eigen land is gestegen, dragen in 2024 het sterkst bij tot het positieve handelssaldo. Al is de export na het topjaar 2023 gedaald. De verwerkende industrie heeft veel aardappelen nodig die het ook haalt uit de buurlanden, wat Vlaanderen een netto-importeur maakt van verse aardappelen (-0,6 miljard euro).In de top tien van exportproducten staan verder zuivelproducten, vers vlees (vooral varkensvlees), banketbakkerswerk (o.a. koekjes), vers fruit, veevoeders, meststoffen, landbouwwerktuigen en bestrijdingsmiddelen. Een aanzienlijk handelstekort is er bij granen, oliezaden, oliën, koffie, vis en wijn. Een handelstekort betekent dat we meer van deze producten invoeren, dan we uitvoeren. Zeker bij producten die we niet op eigen bodem kunnen telen, zoals koffie, is dat logisch. 50 procent naar directe buurlandenEen groot deel van wat we exporteren, eindigt niet ver van onze landsgrenzen. Nederland is de belangrijkste afzetmarkt voor agrovoedingsproducten uit Vlaanderen. Onze noorderburen klokken af op 10,4 miljard euro. Buurlanden Frankrijk en Duitsland volgen met respectievelijk 10 miljard en 8,1 miljard. Deze drie landen vertegenwoordigen vijftig procent van de totale uitvoer van agrohandelsproducten uit Vlaanderen.Ondanks de Brexit blijft de export naar het Verenigd Koninkrijk gestaag stijgen. De Britten staan met 5,8 miljard op de vierde plaats. Onze twee voornaamste niet-Europese klanten zijn de Verenigde Staten en China.Van wie kopen we in?Maar hoe zit het in de omgekeerde richting? Nederland exporteert landbouwproducten naar Vlaanderen ter waarde van 14,5 miljard euro en is daarmee goed voor 30 procent van onze invoerwaarde. Frankrijk en Duitsland staan op de tweede en derde plaats. Vlaanderen boekt het grootste agrohandelsoverschot met het Verenigd Koninkrijk, gevolgd door Duitsland en Frankrijk. Met Nederland, Ivoorkust, Brazilië, Oekraïne en Nieuw-Zeeland is er een stevig handelstekort.Wankele handelsrelatie met TrumpOpvallend: in 2024 bereikte het Vlaamse agrohandelsoverschot met de Verenigde Staten een recordhoogte met +555 miljoen euro. Maar deze cijfers dateren van voor het presidentschap van Trump die de internationale handelsrelaties flink heeft omgegooid. In 2024 zetten we in de VS vooral landbouwwerktuigen, cacaoproducten, aardappelbereidingen, banketbakkerswerk, meststoffen en diepvriesgroenten af. De invoer van tractoren uit de VS is vorig jaar sterk teruggevallen.Onder president Trump dreigen de Verenigde Staten in 2025 voortdurend met invoertarieven om het handelstekort tegen te gaan en de productie in eigen land te stimuleren. In een geglobaliseerd handelssysteem met gefragmenteerde bevoorradingslijnen en sterke onderlinge afhankelijkheid bedreigt dat de wereldhandel en de economische stabiliteit en groei. Het aangekondigde standaardinvoertarief van 20 procent voor producten uit de EU was op het moment waarop het rapport werd opgesteld met 90 dagen uitgesteld.De eerste handelscijfers van 2025 tonen dat het nieuwe Amerikaanse beleid vooral een impact heeft op de verwerkte aardappelen, verwerkte (bevroren) groenten en verwerkt fruit, zoals jam, gelei en conserven. Ook de import en export van werktuigen is fors afgenomen, net zoals de handel in water en limonade. Het is echter te vroeg om op basis van het eerste kwartaal al harde conclusies te trekken voor 2025, zegt Bart Merckaert van het Agentschap Landbouw &amp;amp; Zeevisserij. &quot;Vaak zien we ook een daling in één maand, maar het kan evengoed zijn dat die volgende maand wel weer normaal is. Dus de periode is wel heel kort om al te kunnen zeggen dat er impact is.&quot; Mercosur-landen leveren koffie, fruitsap en rundvleesVlaanderen heeft een agrohandelstekort van -930 miljoen euro met de Mercosur-landen. We drijven vooral handel met Brazilië. Uit dit land voeren we in de eerste plaats koffiebonen en fruitsappen in, die ook bedoeld zijn voor wederuitvoer naar andere Europese landen. De invoerwaarde van Braziliaanse koffie is in een jaar tijd met 46 procent gestegen. Brazilië is onze grootste koffieleverancier, voor Honduras, Peru, Vietnam, Colombia en Ethiopië. Ook bij fruitsappen staat Brazilië autoritair op de eerste plaats, voor onze buurlanden Nederland en Duitsland. Oliehoudende bijproducten, tabak, landbouwwerktuigen en rundvleesbereidingen zijn andere importproducten uit Brazilië. Argentinië is eveneens een leverancier van oliehoudende bijproducten. In de top vijf zien we ook nog rijst, oliehoudende zaden, vers paardenvlees en schaal- en weekdieren opduiken. Uit Uruguay komen rijst en koolzaad.Aardappelbereidingen zijn goed voor een derde van onze landbouwuitvoer naar Brazilië. Met uitzondering van de EU en het Verenigd Koninkrijk is Brazilië voor dit product de derde afzetmarkt voor Vlaanderen, na de VS en Saudi-Arabië. Landbouwwerktuigen, mout, cacao en diepvriesgroenten gaan ook naar Brazilië. In de uitvoer naar Argentinië en Uruguay vallen landbouwwerktuigen, meststoffen, diepvriesgroenten en cacaoproducten op. Fruit: peren zijn belangrijkste exportproductOver onze traditioneel hoge export van vers fruit valt te bemerken dat de cijfers worden gespijsd door de doorvoer van bananen, kiwi’s en ander uitheems fruit, naast de sterke uitvoer van peren en aardbeien van eigen bodem. Peren zijn in deze categorie ons belangrijkste exportproduct van eigen bodem. In 2024 heeft Vlaanderen 309.000 ton peren uitgevoerd, goed voor 348 miljoen euro. In vergelijking met 2023 is het volume stabiel gebleven, maar door de hogere prijzen is de waarde met acht procent gestegen. Sinds 2019 is de uitvoerwaarde jaar na jaar gegroeid en zo in vijf jaar tijd zelfs verdubbeld.Aangezien de invoer van peren beperkt blijft, zorgt dat ervoor dat het agrohandelsoverschot in stijgende lijn zit en nu afklokt op +306 miljoen euro. Het exportvolume schommelt de laatste tien jaar rond de 300.000 ton op basis van de beschikbaarheid, met een piek in 2021 en een dieptepunt in 2018. Het perenareaal in Vlaanderen, met het overgrote deel voor de conferencepeer, is in vergelijking met tien jaar terug met 12,5 procent toegenomen.Nederland is de grootste afzetmarkt voor onze peren, met in 2024 een volume van 66.000 ton, goed voor 58 miljoen euro. Tegelijk importeren we ook peren uit Nederland, maar het eindsaldo helt duidelijk positief over voor Vlaanderen.Ook Duitsland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Estland, Frankrijk en Italië nemen elk meer dan 20.000 ton peren af. Maar door de hogere prijsvorming aan de overkant van het kanaal, is de exportwaarde naar het Verenigd Koninkrijk zeer hoog tegenover het geleverde volume. Buiten de EU groeit de afzet naar China. We spreken over 3.000 ton peren, goed voor 6 miljoen euro. Handelstekort voor appelsDe balans ligt echter helemaal anders bij de appels: in 2024 heeft Vlaanderen een handelstekort van -11,5 miljoen euro. De uitvoer ligt op 64 miljoen euro, de invoer op 75,5 miljoen euro. Op jaarbasis is de uitvoer met 23 procent toegenomen, de invoer zelfs met 53 procent. In volume is de uitvoer wel groter dan de invoer: 91.000 ton tegenover 76.000 ton. Het exportvolume varieerde het voorbije decennium sterk van jaar tot jaar, ergens tussen 90.000 en 200.000 ton. Het appelareaal in Vlaanderen, met als belangrijkste ras jonagold, is in vergelijking met tien jaar terug wel aanzienlijk geslonken (-30,5%).Nederland is onze belangrijkste handelspartner voor appels. De uitvoer naar onze noorderburen bedraagt in 2024 49.000 ton, goed voor 33 miljoen euro. De invoer is met 37.000 ton lager in volume, maar de waarde ervan ligt hoger: 47 miljoen euro, meer dan dubbel zo veel als in 2023. Andere belangrijke afzetmarkten voor Belgische appels zijn Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.Als leveranciers scoren Frankrijk, Duitsland, Italië en Polen hoog. Polen rukt op en staat voor het eerst op de tweede plaats bij het volume (13.000 ton), maar omdat het om goedkopere appelen gaat, staat het land slechts op de vijfde plaats in waarde uitgedrukt, een eind achter Frankrijk (10 miljoen euro). Frankrijk zet appels van het populaire ras Pink Lady af, naast andere soorten als Golden Delicious.Opvallend: de eerste verre bestemming voor onze appels is niet China, maar wel Mongolië, goed voor ruim twee miljoen euro. Vlaanderen blijft een echte exportmotor in de agrovoeding, met een handelsoverschot dat mag gezien worden Handelsoverschot van twee miljard euro voor varkensvleesEen ander cruciaal product binnen onze agrohandelsbalans is vers en bevroren vlees. Deze categorie is één van de belangrijkste exportproducten van de Vlaamse agrovoedingsindustrie. De uitvoer klokt in 2024 af op 3,2 miljard euro. Aangezien de invoer 1,2 miljard euro bedraagt, blijft er een overschot van +2 miljard euro. In vergelijking met 2023 is de uitvoer er met twee procent op vooruitgegaan, de invoer met een halve procent. Sinds 2020 is er een gestage stijging van de uitvoerwaarde. In volume is de export in 2024 goed voor 1,1 miljoen ton, de import voor 323.000 ton. De volumes liggen veeleer in dalende lijn de voorbije jaren. 2021 was een recordjaar met een uitvoer van 1,3 miljoen ton en een invoer van 410.000 ton.Vooral vers varkensvlees doet het goed als exportproduct, met in 2024 een uitvoer van 593.000 ton ter waarde van 1,5 miljard euro. De uitvoerwaarde daalde licht met 0,6 procent tegenover 2023, maar ligt een kwart hoger dan in 2014. In 2023 lagen de varkensvleesprijzen op een uitzonderlijk hoog niveau. Het handelsoverschot bij varkensvlees loopt op tot +1,3 miljard euro. De worst- en schnitzelliefhebbers van Duitsland en Polen blijven de grootste afnemers en zijn samen goed voor bijna de helft van de exportwaarde.Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Italië zijn ook goed voor een afzet van elk meer dan 100 miljoen euro. Tsjechië, Roemenië, Frankrijk, Slovakije en Zuid-Korea vervolledigen de top tien. Nederland steekt erboven uit als leverancier van varkensvlees, maar heeft wel een handelstekort met Vlaanderen, wat dus wil zeggen dat wij voor een grotere waarde aan hen verkopen dan omgekeerd. Bij levende varkens hebben we ook een positief saldo. De dieren gaan vooral naar Spanje en Duitsland. Kip- en koehandelOok bij vers kalfs- en rundvlees overtreft de uitvoer de invoer. In 2024 voerde Vlaanderen 109.000 ton uit, goed voor 670 miljoen euro. De uitvoer steeg op jaarbasis, zowel in volume (+7%) als in waarde (+10%). Tegenover 2014 is de uitvoerwaarde (+27%) sterker gestegen dan de uitvoerhoeveelheid (+6%). Het handelssaldo ligt in 2024 op +431 miljoen euro. Ons rundvlees gaat vooral naar onze buurlanden Nederland en Frankrijk, samen goed voor 55 procent van de uitvoerwaarde. Daarna volgen Duitsland en Italië. Bij de invoer bestaat de top drie uit Nederland, Frankrijk en Ierland. Verder in de top tien prijken de VS, Nieuw-Zeeland en Japan, die in 2024 alle drie hun export naar Vlaanderen zagen groeien. Levende kalveren voeren we bijna uitsluitend in uit Nederland.Een gelijkaardig verhaal bij gevogelte, vooral kippenvlees: we voeren meer uit dan we invoeren. In 2024 ging het om een uitvoer van 358.000 ton, goed voor 865 miljoen euro. De invoer ligt wel hoger dan bij de andere vleessoorten: 150.000 ton ter waarde van 469 miljoen euro. We noteren dus een handelsoverschot van een kleine +400 miljoen euro. Tegenover 2023 is de uitvoer lichtjes gestegen, bij de invoer zien we een daling die zich veel sterker aftekent bij het volume dan bij de waarde. Frankrijk neemt meer dan de helft van onze uitvoer voor zijn rekening. Nederland en Duitsland staan ook op het podium. Buiten de EU leidt het Verenigd Koninkrijk de dans, maar in de top tien staan ook verdere bestemmingen. Vooral de Afrikaanse landen Ghana, Congo en Congo-Brazzaville zijn tuk op ons vlees van legkippen en minder gegeerde delen van de kip. Nederland palmt 60 procent van onze invoerwaarde in en laat Polen en Frankrijk op ruime afstand. De handel in levende dieren gebeurt vooral met Nederland en Frankrijk.Bij het andere verse en diepgevroren vlees heeft Vlaanderen een handelstekort van -133 miljoen euro. Schapen- en lamsvlees komt vooral uit Nieuw-Zeeland, Frankrijk en Nederland. Paardenvlees halen we uit Nederland, Argentinië en Roemenië. Zelf exporteren we ook schapenvlees naar Frankrijk en Duitsland, en paardenvlees naar Italië en Frankrijk. Vlaanderen versus Wallonië en EuropaWanneer we beide kanten van de taalgrens tegenover elkaar zetten, zien we zeer grote verschillen. Het Vlaamse aandeel in de totale Belgische uitvoerwaarde van agrarische producten bedraagt 85 procent, bij de invoerwaarde is dat 87 procent. Het aandeel van Vlaanderen in de totale Europese handel van agrarische producten zit rond de 7 procent bij de uitvoer en 6,5 procent bij de invoer. België is in de EU de zesde grootste uitvoerder van agrarische producten en heeft het vierde grootste agrohandelsoverschot.Voor Jo Brouns (cd&amp;amp;v), Vlaams minister van Landbouw, weerspiegelen de cijfers hoe cruciaal de Vlaamse agrovoedingssector is voor onze economie. “Maar ook voor onze positie in Europa en de wereld”, zegt Brouns. “We zetten ruwe grondstoffen om in kwaliteitsvolle producten die wereldwijd gegeerd zijn – van chocolade en zuivel tot landbouwwerktuigen. Dat is het resultaat van vakmanschap, innovatie en een sterke ketenwerking. Vlaanderen blijft een echte exportmotor in de agrovoeding, met een handelsoverschot dat mag gezien worden.&quot;</content>
            
            <updated>2025-06-27T09:24:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gekookte aardappelen tussen het graan: ILVO experimenteert met zelfgemaakte biostimulanten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gekookte-aardappelen-tussen-het-graan-ilvo-experimenteert-met-zelfgemaakte-biostimulanten" />
            <id>https://vilt.be/57584</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op de demodag agro-ecologie presenteerde ILVO de resultaten van zijn onderzoek naar biostimulanten. Dat zijn middelen die de natuurlijke processen in planten kunnen stimuleren om zo de nutriëntenopname en weerstand van de gewassen te verbeteren. Eén zo’n mengsel bevat naast bosstrooisel, zout en regenwater ook gekookte aardappelen. ILVO onderzoekt wat de impact is van bepaalde microbiële inoculanten op de opbrengst en ziektegevoeligheid in het graangewas.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ILVO" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/157933e3-47e2-46fc-a036-35daa7f3736d/full_width_gekookte-aardappelen.jpg</image>
                                        <content>ILVO deed de inoculantenstudie op een perceel populatietarwe, wat zoveel betekent als een veld waar verschillende rassen worden gecombineerd. Als baseline werd het commerciële product SoilActivator getest, op basis van bacillus en pseudomonas als micro-organismen. Daartegenover zet ILVO twee zelfgemaakte producten.Eén van deze zelfgemaakte producten is JMS of Jadam Microbial Solution. Dit is gemaakt met bosstrooisel, grof zeezout, gekookte aardappelen en regenwater. “Het kookwater van de aardappelen hebben we niet gebruikt”, verduidelijkt Greet Tavernier van ILVO. “We verwachten dat de bodembiologie door dit mengsel verbetert waardoor de planten beter bestand zijn tegen stressoren zoals droogte, ziekte en plagen.Het andere mengel bestaat deels uit gefermenteerd bosstrooisel onder de noemer EM Cubana. Hieraan is melasse toegevoegd, rauwe melk en regenwater. “Ook dit bevat micro-organismen die de microbiële populatie in de bodem gaan boosten waardoor planten beter kunnen groeien. We hebben ook al een paar parameters opgevolgd, zoals de bedekkingsgraad, het chlorofylgehalte en het aantal aren per lopende meter, die zouden een correlatie kunnen geven naar de opbrengst die we kunnen verwachten.”“We hebben ook silica aangebracht”, zegt Tavernier nog. “Dat is geen biostimulant, maar het versterkt de celwand van planten zodat ze beter kunnen groeien. Het maakt hen ook weerbaarder.” Meten is wetenDe behandelde tarwe wordt getoetst op onder meer de opbrengst, kwaliteit en waterretentie. Hierbij is ook de planthoogte gemeten. Het eiwitgehalte, het duizendkorrelgewicht (DKG) en het hectolitergewicht worden eveneens bepaald. De eerste resultaten zijn beloftevol.“We zien wel effect van de producten die we getest hebben”, zegt Tavernier. “Het gebruik van deze producten gaat gepaard met een positieve evolutie, al moeten we in rekening brengen dat we op een vrij heterogeen perceel hebben gewerkt. Door de voorgeschiedenis van het terrein groeit het gewas niet overal gelijk, dus daar moeten we rekening mee houden. De heterogeniteit betekent echter niet dat we niets kunnen leren uit de proef.”Ook het chlorofylgehalte is na behandeling duidelijk toegenomen. “Dat bepaalt de groenheid van de planten, en dus ook hoe goed ze aan fotosynthese kunnen doen”, zegt Tavernier. “Bovendien zien we dat de biostimulanten ervoor zorgen dat de gewassen beter in staat zijn om voeding uit de bodem te halen.”“Bij de effecten van silica zien we een hoge variabiliteit, maar ook dat ligt wellicht aan de heterogeniteit van het veld”, zegt Tavernier nog. Drones droppen de ladingNog opmerkelijk is dat de inoculanten niet zijn aangebracht met traditionele landbouwmachines, maar met drones. Het voordeel hierbij is dat er geen sproeisporen nodig zijn. Bovendien vermijdt men zo bodemverdichting, want er rijden geen zware machines op het veld. Volgens voorzichtige ramingen betekent dit dat men twee procent extra gewas kan aanplanten op éénzelfde perceel. Bovendien kan men via de lucht een perceel makkelijk meerdere keren behandelen. “We zijn er drie keer doorgegaan, op verschillende tijdstippen”, zegt Tavernier. “De eerste keer was eind maart. Het is goed van een boost te geven wanneer het gewas op gang begint te komen. Het recept van onze mengsels is trouwens vrij op internet te vinden.”“We hebben gewerkt met een drone van tien liter”, zegt onderzoeker Jonathan Van Beek van ILVO. “Voor Europese dronewetgeving is 25 kilo een magische grens, want zodra je daarboven zit kom je wetmatig in een andere risicoklasse. Al bestaan er natuurlijk drones van 50 liter of meer, wat dus meer aansluit bij de noden van de dagdagelijkse landbouwpraktijk. De dronewetgeving is complex, maar er zijn al veel bedrijven die goedkeuring hebben voor alle toepassingen die niet te maken&amp;nbsp;hebben met het aanbrengen van gewasbeschermingsmiddelen, want dat ligt complexer.&quot; Voorbeelden van wat wel al in de praktijk met drones gebeurt zijn bijvoorbeeld het inzaaien van serres of het inzaaien van een perceel. &quot;De technologie kan veel en is zeer gebruiksvriendelijk, maar de wetgeving houdt het hier en daar nog tegen&quot;, vertelt Van Beek. Nieuwe proeven in aantochtDe incoculantenstudie van ILVO is op moment van schrijven nog niet afgerond. Het onderzoek wordt de komende jaren nog herhaald in meer gunstige omstandigheden. “Wat we hebben geleerd, is dat we bij volgende proeven ruimere bufferzones moeten voorzien”, zegt Van Beek. “Want als we de drone vragen een stuk perceel te behandelen, zal die altijd wat verder vliegen. Het probleem was hier dus dat we een vrij klein en niet te homogeen perceel hebben. De oppervlakte is twintig op zes meter. De komende jaren willen we de proef uitvoeren op een geschikter perceel.”</content>
            
            <updated>2025-06-27T09:22:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[België één van de zwaarst getroffen regio's in Europa door droogte]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgie-een-van-de-zwaarst-getroffen-regios-in-europa-door-droogte" />
            <id>https://vilt.be/57585</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>België was begin juni één van de regio's die het zwaarst getroffen werd door droogte in Europa.&nbsp;Dat blijkt uit een analyse van gegevens van het European Drought Observatory (EDO). Een derde van het Belgische grondgebied bevond zich in de alarmfase.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c9b125ca-9992-432f-9da9-7e81023874b6/full_width_droogte-kalkstrooier-stofwolk.jpg</image>
                                        <content>Maart, april en mei waren in ons land al veel droger dan gemiddeld. Er viel amper 54,4 mm neerslag in Ukkel, veruit de laagste neerslaghoeveelheid voor die maanden voor de huidige referentieperiode. Normaal valt er in diezelfde periode 165,6 mm neerslag. Bovendien waren deze drie maanden ook veel zonniger dan gemiddeld met hogere temperaturen dan normaal. Op verschillende plaatsen in het land werd dit jaar al verboden om water op te pompen uit waterlopen.&amp;nbsp;De helft van Europa en het Middellandse Zeegebied leden onder de droogte, een record voor deze tijd van het jaar. De regio&#039;s die het meest door de droogte werden getroffen begin juni bevinden zich in Noordwest-Europa en het Middellands Zeegebied. Naast België, werd in nog vijf andere landen of regio&#039;s meer dan 80 procent van het grondgebied aangetast door de droogte. Luxemburg (97 procent) en Armenië (95 procent) zijn het hardst getroffen. Daarna volgen Noord-Cyprus (91 procent), België (91 procent), Cyprus (87 procent) en het Verenigd Koninkrijk (84 procent).&amp;nbsp; Gevolgen voor gewassenDat heeft gevolgen voor de landbouwgewassen in deze gebieden. Aanzienlijke droogte-effecten werden al vastgesteld voor gewassen als tarwe, maïs en sojabonen. Zeker voor tarwe is het droge weer in de EU zorgwekkend, stelt de het EDO, aangezien wintertarwe de kritieke bloeifase ingaat. Ook in Oekraïne en zuidoostelijk Anatolië worden de opbrengsten bedreigd door droogte. Ook het zaaien van sojabonen gaat zeer moeizaam in Oekraïne door een tekort aan bodemvocht.De droogte-indicator van het Europese klimaatdienst Copernicus is gebaseerd op satellietbeelden en combineert drie parameters: neerslag, bodemvochtigheid en de toestand van vegetatie. Daaruit leidt de organisatie drie droogteniveaus af. Op Europees niveau is het niveau van droogte wel licht afgenomen in vergelijking met mei.</content>
            
            <updated>2025-06-26T16:17:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU-lidstaten willen zorgwetplicht beperken tot allergrootste bedrijven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-lidstaten-willen-zorgwetplicht-beperken-tot-allergrootste-bedrijven" />
            <id>https://vilt.be/57586</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De lidstaten van de Europese Unie willen dat enkel nog de grootste ondernemingen met meer dan 5.000 werknemers hun toeleveringsketens screenen op schendingen van mensenrechten of milieuschade. Het standpunt dreigt de zogenaamde zorgplichtwet verder af te zwakken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2108a7be-5fa8-4a74-a96a-e10dae25f1db/full_width_vlag-eu-europa-ep.jpg</image>
                                        <content>De richtlijn Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) uit 2024 verplicht bedrijven om scherper toe te zien op mogelijke misstanden in hun toeleveringsketens. Het kan daarbij gaan om schendingen van mensenrechten en om milieuvervuiling door zowel leveranciers, onderaannemers als fabrikanten. De richtlijn verplicht bedrijven om hun hele waardeketen in kaart te brengen en risicoanalyses uit te voeren op het gebied van mens en milieu en dat bij elke schakel in de keten. Bedrijven worden op die manier ook mee verantwoordelijk geacht voor eventuele mistoestanden.Aantal geviseerde bedrijven daalt met 70 procentMaar de wet kwam al snel in het vizier toen de Europese Commissie begin dit jaar een groot offensief ontrolde om de administratieve druk op bedrijven te ontlasten.&amp;nbsp;Nadat de inwerkingtreding al met een jaar werd uitgesteld, proberen de lidstaten de wet nu ook inhoudelijk af te zwakken. Zij willen dat de wet enkel wordt toegepast op bedrijven met meer dan 5.000 werknemers en een netto omzet van 1,5 miljard euro.&amp;nbsp;Momenteel bedragen de drempels in de zorgplichtwet 1.000 werknemers en een omzet van 450 miljoen euro.Indien de lidstaten hun zin krijgen, dan zou het aantal geviseerde bedrijven volgens de onafhankelijke multinational-watcher SOMO met zo&#039;n 70 procent dalen tot minder dan 1.000. &quot;We zetten een beslissende stap in de richting van ons gemeenschappelijke doel om een gunstiger bedrijfsklimaat te creëren om onze bedrijven te helpen groeien, innoveren en kwaliteitsbanen te creëren&quot;, lichtte minister van Europese Zaken Adam Szlapka namens het Poolse voorzitterschap het standpunt toe.&amp;nbsp; Enkel voor rechtstreekse toeleveranciersDe lidstaten kwamen ook overeen dat de bedrijven enkel hun rechtstreekse toeleveranciers moeten evalueren. Ze zouden ook niet langer een uitgebreide inventarisatie moeten uitvoeren, maar een meer algemene screening. De lidstaten gunnen zichzelf ten slotte nog een jaar extra om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving, tot 26 juli 2028.&amp;nbsp;Over al die aanpassingen moeten de lidstaten wel nog onderhandelingen aanknopen met het Europees Parlement. Het halfrond heeft nog geen standpunt vastgelegd.</content>
            
            <updated>2025-06-26T16:38:28+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[UGent en ILVO lanceren hitteplan voor varkens: Simpele ingrepen met groot resultaat]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ugent-en-ilvo-lanceren-hitteplan-voor-varkens-simpele-ingrepen-met-groot-resultaat" />
            <id>https://vilt.be/57587</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het kwik vliegt naar nieuwe hoogtes alsof het helium is, en dat hebben ook de varkens geweten. Doctoraatsonderzoeker Lotte De Prekel (UGent – ILVO) onderzocht doeltreffende methoden om vleesvarkens te vrijwaren van hittestress en bundelde deze in een <a href="https://ilvo.vlaanderen.be/uploads/documents/PB/Hitteplan-voor-de-vlaamse-varkenshouders.pdf" target="_self">hitteplan</a>, met maatregelen die in aanmerking komen voor VLIF-steun. “Zoek bij aanhoudende hitte in een varkensstal niet naar hét ene wondermiddel”, zegt De Prekel. “Het is de combinatie van meerdere kleine managementmaatregelen die een groot verschil voor de dieren kunnen maken.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4ff453e8-fa45-4834-81b2-621eb510257e/full_width_varken-hittestress-buitenloop.jpg</image>
                                        <content>​De varkenssector was vragende partij om een reeks relatief haalbare maatregelen te laten testen tijdens natuurlijke zomers en tijdens gecontroleerde ‘hittegolven’ in de stal. ​Dankzij het onderzoek van De Prekel krijgt de varkenssector nu als eerste dierlijke sector in Vlaanderen een praktisch uitvoerbaar hitteplan. 24 graden is vaak al te warmTen eerste: hoe warm is te warm? In het doctoraat werden ruim 9.000 individuele vleesvarkens geobserveerd. Bij alle dieren stelde de onderzoeker beginnende tekenen van hittestress vast vanaf staltemperaturen tussen 24° en 27°C, temperaturen. Dat zijn temperaturen die in de zomer vlot gehaald worden en die misschien ook wel lager liggen dan men zou denken.Maar niet alle varkens blijken even gevoelig voor hitte. Vooral de gecastreerde mannelijke, zwaardere (&amp;gt;100kg) dieren zijn gevoeliger en reageren al bij 24°C. Tijdens het oplopen van de temperaturen naar 27° verhoogt de ademhalingsfrequentie bij alle dieren. Varkenslijnen geselecteerd op groeisnelheid (minder spieraanzet) zijn beter bestand tegen hitte dan lijnen geselecteerd op karkaskwaliteit.Weinig verrassend is dat ook drachtige dieren al sneller last hebben van de hitte. Bij zeugen is er het meest risico op hittestress in de kraamstal, tijdens het werpen en wanneer ze melk produceren voor hun biggen.Definitie van hittestressNog belangrijk om te weten, is dat hittestress meer is dan een oncomfortabel gevoel. “Hittestress is een toestand waarbij het lichaam zijn temperatuur niet langer op peil kan houden”, duidt De Prekel. “Het probleem duikt steeds vaker op bij landbouwdieren wegens de wereldwijd toenemende temperaturen. Varkens worden voornamelijk in stallen gehouden en zijn extra kwetsbaar voor hitte omdat ze amper kunnen zweten. Net als mensen moeten ze hun lichaamstemperatuur zo constant mogelijk trachten te houden. Wanneer hun omgeving te warm is – zeker samen met een hoge luchtvochtigheid – kunnen ze hun overtollige warmte moeilijk kwijt. Ze gaan hijgen en zoeken koelere plekjes op in het hok.”Als een dier niet kan afkoelen, heeft dat zichtbare effecten op de gezondheid. Ze eten minder, groeien trager en hun immuunsysteem kan verzwakken. Hittestress is dus niet enkel een kwestie van comfort, maar ook van gezondheid en groeiprestaties. Meer ruimte voor het varken, minder hitte en meer groeiEr bestaan veel manieren om een stal af te koelen, maar De Prekel besloot om te focussen op een combinatie van kleine ingrepen die voor de meeste varkenshouders haalbaar zijn. Volgens de onderzoeker kan men al snel een groot verschil maken, zeker voor bedrijven waar de basisomstandigheden niet optimaal zijn.Eén zo’n maatregel is meer ruimte creëren per varken, zodat de dieren elkaar niet opwarmen met hun lichaamswarmte. Minder vleesvarkens per hok zorgt voor een grotere afstand tussen hokgenoten en meer ruimte om op de koude vloer te liggen. Hierdoor koelen ze beter af tijdens warme periodes.De Prekel levert hiervoor ook concrete data. Bij 25 procent meer ruimte, dus van 0,8m² naar 1m², stijgt de lichaamstemperatuur van een varken met slechts 0,1 °C in plaats van 0,2 °C bij een hittegolf. Dat verschil lijkt miniem, maar dat is het niet, want hoe koeler de varkens, hoe minder ze elkaar opwarmen. De dieren zijn immers zelf ook een warmtebron. In de proefstal zitten groepen met verschillende dichtheden in hetzelfde compartiment. Als de ruimte per varken verder vergroot met 50 procent (naar 1,2m²) stijgt ook hun groei met 75 gram per dag.Antioxidanten maken gezondere biggen en gezonder vleesNet zoals mensen eten varkens minder tijdens warme dagen om interne warmteproductie door verteringsprocessen te remmen. Eiwitten verteren creëert de meeste lichaamswarmte, maar de proef met een vet- en energierijk voeder en lager eiwitgehalte gaf geen verbetering.De sleutel lijkt hem te zitten bij de antioxidanten. Deze kunnen door hittestress veroorzaakte celschade in het spijsverteringsstelsel verminderen, zo blijkt uit proeven. Toevoeging van de antioxidanten vitamine E, vitamine C en organisch selenium aan het voeder zorgt dat de varkens bij dezelfde voederopname zelfs iets meer groeien (+34 g/dag), en dat de vleeskwaliteit ietsje verbetert. “We vinden het toegediende selenium en vitamine E terug in het vlees, wat zelfs een meerwaarde heeft voor de consument”, zegt De Prekel. “Europese consumenten hebben vaak tekort aan selenium (40 microgram/dag terwijl 60 à 70 microgram/dag aanbevolen wordt). Het eten van 100 gram van dit vlees met extra selenium zorgt voor een verhoogde inname van 10 microgram per dag. Deze strategie is dus zowel voor mens als dier interessant.”Luchtinlaat aan schaduwzijde plaatsenDe Prekel vulde haar onderzoek aan met bevindingen uit het ‘coolpigs’-project (VLAIO- en literatuuronderzoek). ILVO en UGent testten zo hun staltechnische oplossingen. Hogedrukverneveling verlaagt de staltemperatuur met 2,5°C en zorgt ervoor dat de varkens rustiger ademen. Voor zeugen in de kraamstal zorgt betere luchtmenging via extra ventilatoren voor verkoeling.​Maar wat ook opmerkelijk veel effect heeft, is een simpele bouwtechnische ingreep. Een luchtinlaat aan de schaduwzijde zorgt dat de temperatuur van de binnengebrachte lucht daalt met 6 °C. Is zon niet te vermijden, dan kan de landbouwer zelf schaduw maken met een afdak, schutting of beplanting. VLIF-steun voor hittemaatregelenHet volledige hitteplan voor de Vlaamse varkenshouderij kan men lezen via deze link. Met dit plan is de varkenssector de eerste dierlijke sector in Vlaanderen waarvoor de tot nu toe gekende effectieve hittemaatregelen gebundeld worden.​Subsidies van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) ondersteunen de implementatie van maatregelen uit het hitteplan voor de varkenssector. De resultaten van dit onderzoek zijn namelijk opgenomen op de lijst van duurzame en toekomstgerichte bedrijfsinvesteringen van VLIF. Landbouwers kunnen bij VLIF bijvoorbeeld financiële steun aanvragen voor het plaatsen van extra ventilatoren als maatregel tegen hittestress bij zeugen in hun kraamstal.</content>
            
            <updated>2025-06-27T18:59:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Een bacterie met een reputatie: Hoe de sector salmonella aanpakt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/een-bacterie-met-een-reputatie-hoe-de-sector-salmonella-aanpakt" />
            <id>https://vilt.be/57588</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Sinds vorige week onderzoekt het gerecht hoe eieren die mogelijk met salmonella besmet zijn toch op de markt zijn beland, ondanks blokkeringen door het Voedselagentschap. De zaak zet de aandacht rond de hardnekkige bacterie opnieuw op scherp. De bestrijdingsaanpak zorgt ervoor dat besmettingen vandaag gelukkig eerder uitzondering dan regel zijn. “Maar het blijft een geducht probleem voor pluimveebedrijven”, aldus Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ). Hoe geraakt salmonella een stal binnen, en wat gebeurt er als een bedrijf positief test?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="ei" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b4b2645d-8902-4daf-91b7-db0ff1b77efe/full_width_eieren-code-stempel-vlam.jpg</image>
                                        <content>Sinds vorige week loopt er een gerechtelijk onderzoek naar mogelijk met salmonella besmette eieren die op de markt zouden zijn terechtgekomen. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) riep ondertussen alle eieren terug.Woensdagnamiddag arresteerde de onderzoeksrechter de 31-jarige zaakvoerder. &quot;Er werd vastgesteld dat de verantwoordelijke zijn afnemers niet correct geïnformeerd heeft&quot;, stelt het parket. &quot;Bovendien zou hij ook na de start van het gerechtelijk onderzoek en de blokkering van het bedrijf afgelopen vrijdag, deze week nog eieren hebben uitgeleverd aan afnemers.&quot;De man werd intussen verhoord en vervolgens weer vrijgelaten. Zelf ontkent de pluimveehouder via zijn advocaat alle schuld. “Hij ontkent en blijft ontkennen dat hij ook maar ooit frauduleus zou gehandeld hebben. Er zijn misschien zaken die administratief misgelopen zijn, dat kan overal gebeuren, maar dat is niet met een bedrieglijke intentie gebeurd. Hij is geen fraudeur.”Het gerechtelijk onderzoek wordt intussen voortgezet het bedrijf in kwestie blijft voorlopig geblokkeerd. Ook het FAVV zet zijn eigen onderzoek verder. Salmonella komt niet enkel en alleen in de pluimveesector voor, ook varkens zijn gevoelig voor salmonella Wat is salmonella?Salmonella is een bacterie waarvan meer dan 2.500 verschillende varianten, de zogenoemde serotypes, van bestaan. Dieren worden meestal niet ziek van salmonella. Bij mensen kan salmonella voedselvergiftiging veroorzaken.Salmonella Enteritidis is het meest voorkomend salmonella-serotype. Hiervoor geldt een verplichte vaccinatie bij leghennen en ouderdieren in vermeerderingsbedrijven, die bevruchte eieren produceren waaruit kuikens komen. In mindere mate komt ook het type Salmonella Typhimurium vaak voor. De vaccinatie hiervan is vrijblijvend. “Bij beide types geldt een meldingsplicht en moeten er stappen gezet worden om ze te bestrijden”, vertelt Martijn Chombaere van Landsbond Pluimvee.Salmonella komt overigens niet alleen bij kippen voor. Elk dier kan het krijgen, maar de pluimvee- en varkenshouderij zijn beduidend gevoeliger voor besmettingen. “Varkens en pluimvee hebben een maagdarmsysteem waar de bacterie goed in gedijt, verder is de omgeving van deze intensievere systemen ook ideaal voor salmonella”, duidt het FAVV. “De varianten bij varkens en kippen zijn ook gevaarlijker voor de mens.”“Beide dieren zijn even gevoelig voor salmonella, maar het risico van een besmetting voor de mens is door eieren wel hoger bij kippen dan varkens. Eieren worden veel vaker rauw gebruikt in bereidingen dan rauw varkensvlees. Vandaar dat er altijd meer toezicht en maatregelen zijn geweest voor salmonella in de pluimveesector”, aldus het FAVV. Hoe komt salmonella in de kippenstal binnen?“Salmonella is een geducht probleem voor pluimveebedrijven”, laat DGZ weten. Er zijn heel wat manieren waarop de salmonella-bacterie de stal binnenkomt. Aangezien salmonella van mens op dier kan overgedragen worden, is er altijd een risico dat de veehouder zelf zijn eigen pluimvee besmet. “Daarnaast zijn er ook risicofactoren zoals ongedierte of gebruiksmateriaal. Kratten of eiertrays kunnen besmet zijn waardoor salmonella de stal binnensluipt”, aldus DGZ. Eens binnen kan de bacterie zich overal nestelen, in mest, voerresten, water…Eieren kunnen vervolgens op twee manieren besmet worden. Zo kunnen geïnfecteerde legkippen de bacterie doorgeven aan het ei, voordat de schaal gevormd is. De besmetting kan daarnaast ook uitwendig via de eischaal plaatsvinden, door bijvoorbeeld in contact te komen met besmette mest of de anus van de kip.Hoe vaak komen salmonella-besmettingen bij mensen voor?Uit het FAVV-jaarverslag dat deze week gepubliceerd werd, blijkt dat in 2024 negen collectieve voedselvergiftigingen te wijten waren aan de salmonella-bacterie. Daarbij werden 149 personen ziek en 20 mensen gehospitaliseerd. “Bij besmettingen is het altijd moeilijk om het verantwoordelijke voedingsmiddel aan te wijzen, omdat er bijvoorbeeld geen resten meer aanwezig zijn om te analyseren”, aldus FAVV. “In 2024 kon in twee gevallen een sterke link worden aangetoond van de betrokken voeding. Het gaat daarbij om eieren en tiramisu.” Hoe vaak komen besmettingen in leghenbedrijven voor?Uit een nog ongepubliceerd rapport van DGZ blijkt dat er vorig jaar 18 positieve gevallen van salmonella-besmetting waren in de leghennenhouderij. Met deze cijfers voldoet de leghennenhouderij aan de Europese normen. “Het maximum percentage van tomen volwassen leghennen dat positief is voor Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium mag maximum twee procent bedragen”, aldus Van Raemdonck. “Bij de fokbedrijven en braadkippenhouderij ligt het plafond voor te bestrijden serotypes op één procent.”“De pluimveesector scoort de laatste tien tot vijftien jaar eigenlijk zeer goed”, aldus Wouter Wytynck, pluimvee-expert van Boerenbond. De verplichte vaccinatie en een zeer uitgebreid controlesysteem zijn hier de basis van. “De bioveiligheid rond salmonella is ook goed doorgedrongen bij onze pluimveehouders.” Wordt er genoeg gecontroleerd?Vanwege het hoge besmettingsrisico wordt de pluimveehouderij nauwgezet gemonitord. Bij vermeerderingsbedrijven wordt er om de twee weken getest. “Deze frequentie wordt aangehouden omdat de resultaten van een test pas na enkele dagen bekend zijn. Door vaak te testen, kunnen besmette eieren nog uit de broedkamers gehaald worden en wordt voorkomen dat een met salmonella besmet kuiken geboren wordt”, aldus Chombaere.Na geboorte van het kuiken wordt een “donsonderzoek” uitgevoerd alvorens de dieren de broeierij verlaten. “Als ze vervolgens bij een pluimveehouderij binnenkomen ondergaan de dieren nog eens een ingangscontrole”, vervolgt Chombaere. Daarna worden de leghennen om de 15 weken gecontroleerd tot het einde van de productieronde.In de braadkippenhouderij wordt bij de ingang een controle uitgevoerd en drie weken voor het slachten. Leghenbedrijven met salmonella worden verplicht om hun eieren naar de verwerker te sturen. Daar wordt de bacterie gedood door middel van een warmtebehandeling Wat als uit de vele testen blijkt dat een kip salmonella heeft?Leghennenbedrijven waar salmonella van een te bestrijden serotype is aangetroffen, zijn niet verplicht om hun dieren te ruimen. De eieren mogen dan wel niet meer als verse eieren worden verkocht. “Bedrijven met een positieve salmonella-status worden verplicht om de eieren tot het einde van de productie naar de verwerking te sturen. Daar worden ze door middel van een warmtebehandeling gepasteuriseerd. Hierdoor wordt de salmonella-bacterie vernietigd en is er geen risico meer”, duidt Wytynck. Eens de productieronde voorbij is, moet de volledige stal grondig gereinigd en gedesinfecteerd worden. Wanneer er geen salmonella meer aanwezig is, kunnen er terug nieuwe legkippen opgezet worden.Voor vermeerderingsbedrijven geldt wel een opruimingsplicht. Bij een besmetting moet het bedrijf binnen de maand geruimd worden. Hiervoor krijgen pluimveehouders een compensatie vanuit het sanitair fonds.</content>
            
            <updated>2025-06-27T09:27:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sinds 2004 verboden middel voor het eerst in drie jaar niet meer gevonden in perenbloesems]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/middel-verboden-sinds-2004-voor-het-eerst-in-drie-jaar-niet-meer-gevonden-in-perenbloesems" />
            <id>https://vilt.be/57589</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) heeft voor het eerst in drie jaar geen sporen van het antibioticum streptomycine aangetroffen in perenbloesems. 18 perentelers in de provincie Limburg werden gecontroleerd tijdens de bloesemperiode. Streptomycine is al sinds 2004 in heel Europa verboden voor gebruik als gewasbeschermingsmiddel, maar desondanks zetten veel telers het in om hun oogst te beschermen tegen bacterievuur. In 2023 testten nog één op vijf van de onderzochte stalen positief.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="antibiotica" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/455b7768-ade5-4511-85f8-d08bd4000b62/full_width_img-4803.JPEG</image>
                                        <content>Hoewel streptomycine al twee decennia lang verboden is, lijkt het toch moeilijk om perentelers het middel te laten afzweren. “Het probleem is dat er naast streptomycine geen preventiemiddel bestaat tegen bacterievuur”, zegt Hélène Bonte van het FAVV. Bacterievuur of perenvuur is een plantenziekte die hele oogsten kan vernielen. Besmette bomen sterven af waardoor er geen vruchten kunnen groeien en er dus heel wat economische schade is voor de fruitteler. Aangetaste bomen moeten vaak volledig verwijderd worden en er kunnen quarantainemaatregelen volgen voor telers. Enkel verboden als gewasbeschermingsmiddelToch is dat geen excuus om het product te gebruiken, vindt de Europese Unie. Streptomycine is an sich niet verboden – wat ook verklaart waarom zoveel fruittelers het product nog weten te bemachtigen – maar het gebruik van dit product als gewasbeschermingsmiddel is dat wel. Europa heeft dat in 2004 beslist, omdat er resten van het antibioticum werden teruggevonden in levensmiddelen zoals honing. Bestuivers komen immers terecht op de perenbloesems en dragen het zo mee. Niet alleen is de resulterende honing schadelijk voor de gezondheid, maar bovendien kan het verkeerd of te vaak gebruik van antibiotica ervoor zorgen dat bacteriën er resistent voor worden. Op termijn kunnen bepaalde ziektes zo niet meer doeltreffend bestreden worden met antibiotica, wat een enorm risico is voor de volks- en dierengezondheid. Van één op vijf naar nul op vijfOmdat sommige perentelers zijn blijven volharden in het gebruik van dit middel, voert de Nationale Opsporingseenheid (NOE) van het FAVV sinds 2023 onderzoek naar het illegaal gebruik. In 2023 en 2024 werd het antibioticum teruggevonden in 6 van de 30 monsters van perenbloesems. Bij elke positieve test werd ook het spuittoestel van de betrokken landbouwers onderzocht. “We moeten uiteraard zeker zijn dat het product door de onderzochte teler zelf is toegediend, en niet accidenteel op de bloesems is terechtgekomen door een buurman”, zegt Bonte. Bij elke overtreding werd een proces verbaal opgemaakt en overgemaakt aan het parket. Dit jaar is er ook een eerste teler veroordeeld.Waar de controles aanvankelijk bij één op vijf staalnames positief terugkeerden, is er dit jaar niemand betrapt. &quot;De resultaten van dit jaar zijn zeer bemoedigend”, zegt Hélène Bonte, woordvoerder van het FAVV. “Dit toont aan dat de sector zich steeds meer bewust wordt van de problematiek rond voedselveiligheid en de strijd tegen antibioticaresistentie. Eens te meer bewijst dit de positieve en tastbare impact van de acties van het FAVV.&quot;Bonte raadt aan om bacterievuur kordaat te bestrijden, maar zonder antibiotica. “Het komt erop aan om zo snel mogelijk in te grijpen bij de eerste symptomen van de ziekte, zodat het niet verder kan verspreiden.” Bacterievuur blijft groot probleemBacterievuur blijft dus wel een groot probleem voor fruittelers. Momenteel zijn er bufferzones in Aalter, Brunehaut, Geetbets, Heist, Landen, Wetteren en Zundert. In januari dit jaar kondigde pcfruit een app aan om bacterievuur te melden. Deze app zou dit najaar worden gelanceerd.</content>
            
            <updated>2025-06-27T14:00:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Recht van ’t Veld uit Duffel is Groente- en Fruitambassadeur 2025]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/recht-van-t-veld-uit-duffel-is-groente-en-fruitambassadeur-2025" />
            <id>https://vilt.be/57590</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De boerderijwinkel Recht van ’t Veld uit Duffel&nbsp;mag zich de 'Groente- en Fruitambassadeur 2025' noemen. In de categorie hoevewinkel liet het de Groenteschuur uit Merkplas en ’t Appeltje van de broers Vercammen uit Oelegem achter zich. De wedstrijd is een initiatief van VLAM dat hiermee het belang van een mooie presentatie van&nbsp;groente en fruit in de kijker zetten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b025188f-a25a-4705-9fcb-bebe5e438a53/full_width_recht-van-t-veld-uit-duffel.jpg</image>
                                        <content>Tijdens de elfde editie van de &#039;Groente- en Fruitambassadeur-wedstrijd&#039; wist Recht van ‘t Veld de anonieme shoppers van VLAM het meest te imponeren met de versheid van zijn groente- en fruittoog. Het Duffelse familiebedrijf ging zo aan de haal met de eerste prijs in de categorie hoevewinkel. In de categorie buurtsupers won Carrefour Market Waarschoot goud. In de categorie speciaalzaak/marktkraam kreeg Vandeputte – De Smet uit Kruisem dan weer de eer.Kwaliteit, klantvriendelijk en opvallende marketingactieOver Recht van ’t Veld was het VLAM-oordeel lovend. De producten waren mooi gepresenteerd en zagen er kwaliteitsvol, fris en uiterst vers uit. Ook de klantvriendelijkheid van het personeel en een opvallende marketingactie sprongen in het oog. &quot;Klanten die Belgische bloemkool, asperges of aardbeien kochten, kregen een bonnetje waarmee ze kans maakten op één van drie prijzen&quot;, aldus VLAM.De familiehoeve wordt uitgebaat door Raf en Linda, en hun twee dochters. Het verhaal start in 1985 wanneer ze het ouderlijk tuinbouwbedrijf overnemen. In 2014 kwam daar een eigen hoevewinkel bij, waar een ruim assortiment van seizoensgebonden groenten aangeboden wordt. Het aanbod wordt aangevuld met groentjes van nabijgelegen telers, maar ook hoevevlees en hoevezuivel, geproduceerd van koeienmelk, schapenmelk of geitenmelk.“Als groente - en fruit ambassadeur van 2025 willen wij als familiebedrijf en via onze hoevewinkel mensen bewust maken van het belang om Belgische groenten en fruit te kiezen. Door samen te werken met lokale producenten bieden we niet alleen smaakvolle, verse producten aan, maar versterken we ook de korte keten en het vertrouwen tussen boer en consument”, aldus medezaakvoerde Raf Storms. Bij de titel hoorde een cheque van 1.000 euro en promotiemateriaal om de prijs in de kijker te zetten. Zilver en goudHet zilver ging naar hoevewinkel De Groenteschuur uit Merksplas die in september 2023 de deuren opende. Nadat het aanvankelijk enkel eigen geteelde pompoenen, ajuinen, wortelen en aardappelen verhandelde, volgde al snel het aanbod van collega-boeren. Naast lokaal geteelde groenten en fruit verkoopt zaakvoerder Jolien Verdonck ook ambachtelijke soepen, rauwkostsalades, confituren, honing en zuivelproducten. Sinds dit jaar heeft de hoevewinkel ook een ijsautomaat en werden picknickbanken geïnstalleerd. Met de ijsautomaat speelt de hoevewinkel in op de sluiting van een nabijgelegen producent van hoeve-ijs.Brons ging naar de broers Vercammen van ’t Appeltje uit Oelegem. Ook op dit tuinbouwbedrijf worden seizoensgroenten en fruit van eigen teelt of van collega-landbouwers vermarkt. “In een uitgebreide scheptoog bieden ze ook groenten aan die er wat anders uitzien”, laat het juryrapport weten. Naast de hoevewinkel beschikt het bedrijf over een dorpswinkel in het centrum van Koningshooikt. Belang van presentatieDe Groente- en Fruitambassadeur-wedstrijd kende dit jaar zijn elfde editie. Het is een initiatief van VLAM in samenwerking met Boerenbond, Buurtsuper.be, Coöperatie Hoogstraten, BelOrta en REO en met de steun van Euro Pool System. De organisaties willen hiermee het belang van een mooie presentatie onder de aandacht brengen.</content>
            
            <updated>2025-06-29T20:53:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Herwaardering van de peer: Internationale conferentie in Hasselt zoekt oplossingen voor dalende consumptie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/peren-symposium-interperra-aantrekkelijkheid-peer-onder-de-loep-op-dalende-consumptie-te-keren" />
            <id>https://vilt.be/57591</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Om het tij van de dalende perenconsumptie te keren, moet de aantrekkelijkheid van de peer dringend onder de loep worden genomen. Dat was één van de centrale boodschappen op Interpera, het internationale perensymposium dat vorige week plaatsvond in Hasselt. Tijdens het congres werden de voornaamste uitdagingen van de sector besproken en de nieuwste oogstprognoses uit Europa gedeeld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee29d249-591a-42e9-8835-d3c63448737f/full_width_peer-wikicommons-glysiak.jpg</image>
                                        <content>Europese productie veert op na zwak jaarNa een moeilijk teeltjaar in 2023 lijkt de Europese perenproductie zich dit jaar te herstellen. België verwacht een stijging van 25 procent, terwijl Spanje zelfs mikt op een toename van 31 procent. Alleen Frankrijk (-9%) en Portugal (0%) blijven achter. Tijdens het symposium gaven vertegenwoordigers uit elf Europese landen een gedetailleerde terugblik op het afgelopen jaar en schetsten ze de belangrijkste knelpunten in de teelt.“Over het algemeen kenden de meeste landen een bevredigend seizoen, ondanks de toenemende moeilijkheden in de productieomstandigheden”, luidde de gezamenlijke conclusie. Klimaat, gewasbescherming en arbeid als structurele uitdagingenHet weer blijft een belangrijke spelbreker voor de sector. Zo halveerde de Vlaamse productie vorig jaar door overvloedige regenval. Tegelijkertijd groeit de vrees voor droogte, waartegen irrigatie als oplossing wordt gezien. Maar daar wringt het schoentje: de opslagcapaciteit voor water is ontoereikend. “Ondanks periodes van regen blijft de beschikbaarheid onvoorspelbaar en moeilijk in te schatten”, klonk het bezorgd.Andere structurele uitdagingen zijn de stijgende arbeidskosten en het verdwijnen van gewasbeschermingsmiddelen. Zo staat bijvoorbeeld koper op de lijst van middelen die zullen verdwijnen vanwege de impact op het bodemleven. Zowel perenteler Hugo Jacobs als Chris Groven lieten onlangs aan VILT weten dat hierdoor bijvoorbeeld de bestrijding van schurft in het gedrang komt, waarmee de toekomst van de teelt op de helling staat. Consumptie blijft dalen, vooral bij jongerenOok de afzetzijde van de keten baart zorgen. Volgens recent VLAM-onderzoek daalde de perenconsumptie in België in 2024 met 11 procent ten opzichte van een jaar eerder, tot gemiddeld 1,74 kilo per persoon. In 2023 was dat nog 1,95 kilo. De peer staat daarmee op de achtste plaats in de lijst van populairste fruitsoorten in België, ver achter de banaan (ruim 8 kg per persoon).Vooral jongeren lijken hun interesse in de peer te verliezen. Luc Vanoirbeek, secretaris van het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT), organisator van Interpera, wijt dit deels aan de opkomst van exotisch importfruit, maar wijst ook op de beperkte beschikbaarheid van peren na de tegenvallende oogst vorig jaar.Volgens experts moet het imago van de peer worden opgefrist om nieuwe doelgroepen aan te spreken. Daarbij kan volgens Vanoirbeek onder andere gedacht worden aan nieuwe variëteiten. “Smaak is het belangrijkste. Hierin kun je veranderingen aanbrengen door nieuwe variëteiten, maar ook promotie en marketing kunnen een rol spelen in het vergroten van de smaakbeleving.” Het Vlaams Centrum voor Bewaring van Tuinbouwproducten (VCBT) toonde dan weer aan dat bewaaromstandigheden een grote rol spelen in de uiteindelijke kwaliteit.Innovatie als hefboomHet symposium werd geopend door Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v), die het belang van internationale samenwerking, promotie én innovatie onderstreepte. Vlaanderen beschikt met onder meer het Proefcentrum Fruitteelt (pc fruit) in Sint-Truiden over sterke onderzoeksinstellingen.Digitalisering speelt daarbij een steeds grotere rol. Dany Bylemans, directeur van pc fruit, presenteerde de nieuwste ontwikkelingen binnen de Eufrin-werkgroep ‘Digitale boomgaarden’. Zo worden er momenteel digitale modellen van boomgaarden ontwikkeld waarin telers parameters kunnen simuleren. Ook de mogelijkheden van agrivoltaïsche systemen, een combinatie van zonnepanelen en teelt, kwamen aan bod.Positieve blik op de toekomstMet 150 internationale deelnemers blikt organisator Luc Vanoirbeek tevreden terug op het congres. Hij benadrukt het belang van blijvend onderzoek en samenwerking: “Het potentieel van de perensector in Vlaanderen blijft groot. Onze klimaatomstandigheden zijn ideaal, en de promotie van groenten en fruit wordt steeds sterker. Dat biedt kansen.”</content>
            
            <updated>2025-06-30T13:25:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Drie jaar na de inval: Gunstige tarieven boosten Oekraïense export]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/drie-jaar-na-de-inval-gunstige-tarieven-boosten-oekrainse-export-rusland-afgestraft" />
            <id>https://vilt.be/57592</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De inval van Rusland in Oekraïne binnen heeft de wereldwijde landbouwmarkten aanzienlijk verstoord. Beide landen zijn grote exporteurs van onder meer tarwe, maïs, zonnebloemolie en meststoffen. De Oekraïners konden bij wijze van steunmaatregel rekenen op een gunstige handelsovereenkomst om hun producten aan Europa te leveren, al leidde dat tot kritiek van Europese boeren die produceren onder strengere regelgeving. Tegelijk volgden er Europese sancties tegen Rusland, met onder meer een verbod op de in- en uitvoer van bepaalde goederen, bijvoorbeeld olie en diamanten. Dat blijkt uit het Vlaams agrohandelsrapport van 2024.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Oorlog Oekraïne" />
                        <category term="ei" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/acdcf108-0789-4920-86f5-4d0f2590d87d/full_width_oekraine-eu-eu.jpg</image>
                                        <content>Toen de oorlog tussen Rusland en Oekraïne op 24 februari 2022 uitbrak, leidde dit tot voedselonzekerheid en hogere prijzen op de wereldmarkt. Vooral de energieprijzen gingen door het dak, maar ook grondstoffen, verpakking en transport deden de productiekosten toenemen. De EU besliste na de Russische inval om tijdelijk geen invoerrechten meer te heffen op producten uit Oekraïne om de Oekraïense economie te ondersteunen. Dat heeft het land zich geen twee keer laten zeggen: de invoer van agrarische producten uit Oekraïne is intussen veel groter dan de uitvoer. In 2024 bereikt de import met 667 miljoen euro een recordhoogte, maar liefst 56 procent meer dan in 2023. De uitvoer is op jaarbasis met zes procent gestegen naar 186 miljoen euro.EierkwestieEén zo’n product waar veel om te doen is geweest, zijn de eieren. In veel Europese landen, niet alleen in België, kaarten pluimveehouders aan hoe de goedkope Oekraïense eieren een ongelijk speelveld creëren voor de eigen boeren. De productieomstandigheden van Oekraïense eieren liggen immers ver onder onze standaarden. De klassieke kooien die bij ons al sinds 2012 verboden zijn, worden er nog volop gebruikt. Het ongenoegen hierrond bij pluimveehouders is en blijft groot. Als toonvoorbeeld was er dan ook het virale filmpje waarbij jonge Belgische boeren een vrachtwagen met Oekraïense eieren tegenhielden. Met graffiti spoten ze de woorden ‘niet EU-conform’ op de laadbak. Hoewel er een limiet is op de hoeveelheid landbouwproducten die Oekraïne importvrij naar Europa en bij uitbreiding dus ook België mogen verhandelen, valt het wel op hoe de handelsmaatregel Oekraïne heeft gepromoveerd tot een belangrijke importbron voor eieren in ons land. In 2022, het jaar van de inval, was Oekraïne nergens te bespeuren binnen de top tien van belangrijkste importlanden voor eieren. Maar sinds 2024 staat Oekraïne steevast op de zesde plaats. Het gros van onze eieren importeren we nog steeds uit landen als Nederland, Duitsland en Frankrijk. Polen en Denemarken vervolledigen de top vijf van onze belangrijkste leveranciers van eieren. In 2024 importeerden we voor zo’n drie miljoen euro aan Oekraïense eieren. Ter vergelijking: we kochten voor 28 miljoen euro eieren aan in Polen, en voor 64 miljoen euro in Duitsland. Steun aan OekraïneBij de Oekraïners kopen we in België vooral koolzaad in, goed voor 70 procent van de agrarische invoerwaarde uit dit land. Wat deze markt betreft, noteert Oekraïne een forse groei van ongeveer 50 procent. Het land is in 2024 zo geklommen van de derde naar de eerste plaats als koolzaadleverancier. De andere drie Oekraïense topproducten zijn maïs, oliën en sojabonen. We exporteren naar Oekraïne vooral landbouwmaterieel, bestrijdingsmiddelen, cacaoproducten en pure alcohol.De Europese landbouworganisatie Copa-Cogeca benadrukt dat steun aan Oekraïne in deze moeilijke tijden noodzakelijk blijft, maar waarschuwde begin deze maand wel om de eigen economie niet uit het oog te verliezen. “Om de steun vol te houden, is het minstens even belangrijk ervoor te zorgen dat Europese landbouwers niet disproportioneel worden belast. Anders dreigen we op lange termijn het Europese landbouwmodel te verzwakken en Rusland ongewild sterker te maken op het wereldtoneel”, klonk het toen. Rusland exportmarktIn tegenstelling tot Oekraïne, is Rusland voor Vlaanderen vooral een exportmarkt. Tegenover 2023 is de invoer uit Rusland met tien procent gedaald tot 283 miljoen euro. Opvallend, in het eerste jaar van de oorlog hebben we zeer veel producten aangekocht bij Rusland, maar nadien is de invoer in elkaar gestuikt. De export is op jaarbasis nagenoeg constant gebleven en bedraagt nu 408 miljoen euro.Lijnzaad en meststoffen hebben veruit het grootste aandeel in onze invoer van Russische landbouwproducten. Rusland is voor lijnzaad onze belangrijkste leverancier, voor Kazachstan. Bij meststoffen staat Rusland op de derde plaats als leverancier, na Nederland en Canada. Ons belangrijkste exportproduct is tabak: de export ervan stijgt en Rusland moet als afzetmarkt enkel Duitsland en Polen laten voorgaan. Ook cacaoproducten, zuidvruchten en ander vers fruit, bier, veevoeder en bestrijdingsmiddelen scoren goed.</content>
            
            <updated>2025-06-27T18:47:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse AER-technieken zoeken erkenning via omweg langs het buitenland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-aer-technieken-zoeken-erkenning-via-omweg-langs-het-buitenland" />
            <id>https://vilt.be/57593</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoewel de markt opnieuw kansen biedt en het economisch klimaat gunstig is, blijft het opvallend stil op de lijst van nieuw erkende ammoniakemissiearme technologieën. Waar een innovatiegolf werd verwacht, blijft de instroom voorlopig uit. Overheidsinitiatieven zoals de proefstalregeling moesten de innovatie aanjagen, maar lijken eerder te vertragen dan te vereenvoudigen. Fabrikanten trekken intussen naar het buitenland om hun Vlaamse techniek te laten testen, om vervolgens met het meetrapport terug te komen en hier een erkenning aan te vragen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e3f19241-a125-4223-86a5-11fbde3c98db/full_width_koeien-stal-hoeve-talkeveld.jpeg</image>
                                        <content>Veehouders die ammoniakemissies willen reduceren om tegen 2030 aan hun PAS-referentie te voldoen, hebben vandaag twee opties. Ze kunnen hun veestapel inkrimpen of een ammoniakemissiereducerende (AER) techniek toepassen. Bij deze laatste piste botsen sommigen op een bekend probleem: de variatie aan erkende technieken is erg klein.Landbouwers hopen dat de overheid snel met nieuwe technieken komt of bestaande maatregelen bijstuurt, zodat die eenvoudiger en breder inzetbaar worden. Tegelijk wordt ook gekeken naar de machinefabrikanten om nieuwe technologieën op de markt te brengen. Op recente innovaties na, zoals de Sphere van Lely en het koeientoilet van Hanskamp, blijft het daar voorlopig stil. Opportune markt en versterkt WeComVTijdens de stikstofcrisis lag de ontwikkeling van nieuwe technieken zo goed als stil. De sector zat op slot, een proefstalregeling ontbrak en het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV) was onderbemand. Het was voor de fabrikanten toen geen moment om te investeren in nieuwigheden. Maar vandaag is het tij volledig gekeerd.De markt biedt volop kansen en het algemeen economisch klimaat is opnieuw aangetrokken. “De verkoop van mestrobots is verdubbeld tot zelfs verdriedubbeld tegenover vorig jaar”, klinkt het bij meerdere fabrikanten op de infobeurs van Fedagrim over PAS-technieken die afgelopen week plaatsvond in Oosterzele en Geel. Ook andere techniekbouwers noteren een stijgende interesse.Toch wordt de innovatiezin bij de fabrikanten niet aangewakkerd. Nochtans is WeComV intussen versterkt en krijgt het comité althans van één techniekbouwer positieve feedback op de infobeurs. “De communicatie met hen is zeer goed”, geeft Hanskamp mee. “Ze zijn erg doortastend, daar kunnen de Nederlanders voor eens nog iets van leren.” Lange doorlooptijdToch blijft de zeer lange doorlooptijd van dossiers bij WeComV een heikel punt in de sector. “De ervaring met de Lely Sphere schrikt velen erg af”, aldus Verstreken. “Lely heeft er bijna 2,5 jaar over gedaan om een finaal akkoord te krijgen van Vlaanderen. Dat is zeer lang, voor een systeem dat reeds goedgekeurd was in Nederland.” Ondertussen zit het dossier bij de EU, eens het daar binnenkort zijn zegen krijgt, zal het op de Vlaamse AER-lijst terechtkomen.Begin april liet Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) in de landbouwcommissie van het Vlaams parlement wel weten afspraken gemaakt te hebben met WeComV en het Administratief Team (AT) om een aantal maatregelen uit te werken die “de snelheid, robuustheid en administratieve last kunnen verbeteren”. Al gaf de minister verder geen uitleg welke maatregelen precies werden voorgesteld en welk resultaat ermee wordt nagestreefd Proefstalregeling werd geleverdWanneer techniekbouwers een nieuwe AER-technologie willen laten valideren door WeComV, moet die volgens het meetprotocol eerst op meerdere bedrijven worden getest. De sector pleitte jarenlang voor een proefstalregeling die het mogelijk maakt om landbouwbedrijven een proefvergunning toe te kennen voor het uittesten van deze technieken die nog geen erkende emissiefactor hebben.Zo’n regeling is intussen opgenomen in het AER-decreet. Voor elke testtechniek kunnen vier proefvergunningen worden toegekend, met een geldigheidsduur van maximaal 15 jaar. Omdat de werking en doeltreffendheid van de techniek nog niet gevalideerd is, geldt de voorwaarde dat het proefbedrijf minstens 2.500 meter van een speciale beschermingszone moet liggen.Geen interesse in vergunning van 15 jaarEen vergunning van 15 jaar kan in deze tijden aantrekkelijk zijn voor heel wat landbouwers, zeker voor oudere boeren die nog enkele jaren na 2030 moeten werken, maar geen zware investeringen meer willen doen. “Toch is er vandaag nog geen enkele proefvergunning verleend,” zegt Hans Verstreken van Fedagrim. “Dit komt doordat het reductiepotentieel van de proeftechniek niet meegeteld mag worden om aan de PAS-referentie 2030 te voldoen.” Moesten veehouders een tijdelijke emissiefactor kunnen krijgen, zouden we in Vlaanderen gemakkelijker onze technologie kunnen testen. Nu moeten we naar Duitsland Omdat de metingen moeten plaatsvinden in een stal zonder AER-techniek, moeten fabrikanten dus veehouders vinden die geen systeem hebben én bereid zijn om mee te stappen in het testtraject, dat vaak niet kosteloos is. Dit zouden boeren moeten zijn die ofwel in 2030 willen stoppen, of pas in allerlaatste instantie een AER-techniek zullen installeren.“Deze zijn niet gemakkelijk om te vinden”, duidt Lander Hollevoet. Hij is sinds kort CEO van Circlair, die de innovatieve luchtwasser van KU Leuven op de markt wil lanceren. Hij zal daarom zijn technologie in eerste instantie in Duitsland gaan testen. “Moesten veehouders een tijdelijke emissiefactor kunnen krijgen die telt om hun PAS-referentie 2030 te halen, zouden we de proefstalregeling makkelijker kunnen gebruiken om onze technologie in Vlaanderen te testen. In Nederland wordt dit trouwens zo gedaan, daar adviseert het Nederlandse evenknie van WeComV een ammoniakemissiefactor van gelijkaardige technieken met de nodige veiligheidsmarges.”ParadoxHoewel Vlaanderen zich graag profileert als voortrekker in onderzoek en ontwikkeling, blijft het in de praktijk voorlopig onwerkbaar om AER-proeftechnieken hier te testen. Vlaamse kmo’s en start-ups gaan daarom nu hun systemen in het buitenland testen, om daarna met het meetrapport terug te komen en hier een erkenning aan te vragen. En dat net op een moment dat er landbouwers uitkijken naar vergunningen op middellange termijn, waar een proefvergunning een oplossing zou kunnen bieden. MeetprotocolDaarnaast zijn techniekbouwers nog steeds aangewezen op het eerder omslachtige Europese VERA-meetprotocol. En ook het meten en testen van technieken in natuurlijk geventileerde stallen blijft een uitdaging. Achter de schermen wordt intussen wel gewerkt aan een eigen Vlaams meetprotocol. In een Vlaams-Nederlands samenwerkingsverband worden richtlijnen uitgewerkt op basis van de huidige wetenschappelijke en technologische inzichten. Verschillende dossier zijn in dit kader in behandeling bij WeComV, die de meetprotocollen moet goedkeuren. Veel stallenbouwers hebben ondertussen de landbouwsector geruild voor bijvoorbeeld industriebouw Interesse aan het verliezen“Ik maak de spijtige vaststelling dat heel wat bedrijven de interesse in de landbouwsector verloren hebben of aan het verliezen zijn”, meldt Verstreken nog. “Het duurt allemaal zeer lang en de investeringen die gemaakt moeten worden zijn erg hoog. Andere sectoren hebben deze knelpunten niet. Veel stallenbouwers hebben daarom ook de landbouwsector geruild voor bijvoorbeeld industriebouw.”Dat beaamt ook Frederik Audenaert, hij is lid van Fedagrim en verdeler van onder meer JOZ-mestrobots. “De fabrikant speelt met het idee om een stikstofkraker op de markt te brengen, maar neemt een afwachtende houding aan. Er moeten nog heel wat investeringen gemaakt worden, terwijl nog veel onzekerheden spelen. Renure geraakt maar niet erkend in de wetgeving en de onzekerheden over een al dan niet vernietigen van het stikstofdecreet door de vele rechtszaken speelt mee. Ook de beslissing over de Lely Sphere zal belangrijk zijn.”</content>
            
            <updated>2025-06-29T22:45:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VIDEO: Minder stress, meer zekerheid: Demonstratiecontrole leert boeren fouten vermijden bij GLB-ecoregelingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/video-ecoregelingen-in-de-praktijk-demonstratiecontrole-geeft-duidelijkheid" />
            <id>https://vilt.be/57594</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Vlaams Ruraal Netwerk organiseerde in samenwerking met het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, afgelopen week een bijzondere demonstratiecontrole in Boutersem. Deze studiedag had één duidelijk doel: landbouwers beter voorbereiden op GLB-controles op ecoregelingen. Boeren werden geïnformeerd hoe een controle op het terrein verloopt, welke fouten vaak voorkomen en hoe ze zich met behulp van de vernieuwde ‘<a href="https://lv.vlaanderen.be/bedrijfsvoering/conditionaliteit-en-randvoorwaarden/conditionaliteit-2023-2027" target="_blank" target="_self">checklist conditionaliteit</a>’ efficiënt kunnen voorbereiden. De initiatiefnemers hopen met deze demonnamiddag bij te dragen aan minder stress en meer zekerheid voor de Vlaamse landbouwer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="GLB" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="landbouw" />
                        <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/69e3ce4d-12b1-4004-88e8-d7f811b33f68/full_width_thumb-23.jpg</image>
                        
            <updated>2025-06-27T18:32:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Oppompverbod op onbevaarbare waterlopen in West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oppompverbod-op-alle-onbevaarbare-waterlopen-in-west-vlaanderen-verplicht-door-aanhoudende-droogte" />
            <id>https://vilt.be/57595</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf maandag 30 juni geldt een captatieverbod op alle onbevaarbare waterlopen in West-Vlaanderen. Ook Vlaams-Brabant heeft een onttrekkingsverbod uitgevaardigd voor meerdere onbevaarbare waterlopen. Die beslissing werd genomen door het provinciaal droogteoverleg als reactie op de aanhoudende droogte.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/19883e8a-3346-4214-bea3-87a8e9808350/full_width_captatieverbodberegenenirrigatieoppompverbodonttrekkingsverbodwaterdroogte-1280.jpg</image>
                                        <content>West-VlaanderenVrijdag kondigde West-Vlaams gouverneur Carl Decaluwé aan dat er vanaf maandag 30 juni een verbod zou komen om water op te pompen uit alle onbevaarbare waterlopen in de provincie. Enkel in de kustpolders, met uitzondering van de Westhoek, zijn er nog geen beperkingen. Omdat veel teelten in een cruciale groeifase zitten en omdat het afgelopen week nog eens goed geregend heeft, besliste de provincie om het verbod niet meteen af te kondigen maar met een paar dagen vertraging. &quot;Vanuit het droogteoverleg leeft de bezorgdheid om landbouwgewassen met hoge watervraag te ondersteunen. Bloemkolen eerste vrucht en aardappelen kunnen nu zeker nog wat water smaken&quot;, zegt Decaluwé. &quot;De beslissing om het onttrekkingsverbod te verruimen vanaf maandag geeft de kans om de eigen watervoorraden dit weekend nog bij te vullen.&quot; De gouverneur roept opnieuw op om spaarzaam om te gaan met water.Het is niet de eerste keer dit jaar dat West-Vlaanderen een oppompverbod afkondigt. Begin mei daalde het waterpeil in de West-Vlaamse waterlopen razendsnel door de aanhoudende droogte. Daardoor ging op sommige plaatsen ook de waterkwaliteit achteruit. Zo was er volgens de gouverneur al sprake van verzilting in het gebied van de Blankaart waarop het provinciaal droogteoverleg een oppompverbod invoerde. Ook in bepaalde delen van de provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant golden toen beperkende maatregelen. Vlaams-BrabantVrijdagavond volgde de provincie Vlaams-Brabant het voorbeeld van West-Vlaanderen en legde het ook een oppompverbod op voor meerdere onbevaarbare waterlopen. Ook hier gaat het verbod pas in op maandag 30 juni. &quot;Het geldt voor stroomgebieden in het bekken van de Nete, Benedenschelde, Dijle-Zenne en Dender&quot;, zo liet gouverneur Jan Spooren weten.Concreet betekent dit dat het verboden is om water op te pompen uit onbevaarbare waterlopen en publieke grachten in een twintigtal gemeenten in Vlaams-Brabant. Enkel in het Demerbekken is er sprake van nog relatief goede waterpeilen en is er enkel een verbod op de Zwarte Beek in Diest.Er zijn wel enkele uitzonderingen op het verbod. Zo blijft het gebruik van water als drinkwater voor vee toegestaan en mag er nog steeds water onttrokken worden uit bevaarbare waterlopen.</content>
            
            <updated>2025-06-29T23:07:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Griekse fraude met landbouwsubsidies leidt tot ontslag van vier ministers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/griekse-fraude-met-landbouwsubsidies-leidt-tot-ontslag-van-vier-ministers" />
            <id>https://vilt.be/57596</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Griekse premier Kyriakos Mitsotakis heeft het ontslag aanvaard van een voormalige landbouwminister en drie viceministers die gelinkt worden aan misbruik van Europese landbouwsubsidies. Volgens de oppositie hebben de betrokken ministers subsidies onvoldoende gecontroleerd en zelfs gunsten verleend aan politieke bondgenoten. Er wordt opgeroepen tot een parlementair onderzoek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cfef39d6-a660-4585-b92a-c49f3c1ee287/full_width_crete-4973511-1920.jpg</image>
                                        <content>Eén van de opgestapte regeringsleden is Makis Voridis, een naaste medewerker van Mitsotakis en lid van de regerende conservatieve partij Nea Dimokratia. Hij was landbouwminister in 2020 en stapte vrijdag op als minister van Migratie.De Europese antifraudedienst bracht Athene al in maart vorig jaar op de hoogte van de zaak. Ze draait rond fictieve informatie over landbouwgronden en onterecht uitgekeerde subsidies voor rotsachtige percelen, bossen en zelfs grond in Noord-Macedonië. Het EU-rapport werd begin deze week in het parlement besproken.Vorige maand besloot de regering de Griekse betalingsinstantie OPEKEPE, die verantwoordelijk was voor de subsidies, te ontbinden. Er loopt een onderzoek tegen ongeveer 100 verdachten, die samen 2,9 miljoen euro aan subsidies zouden hebben verduisterd. Griekse media melden dat er sinds 2017 tot 170 miljoen euro aan EU-geld foutief werd uitgekeerd. Griekenland moest al boetes aan de EU betalen vanwege de onregelmatigheden.</content>
            
            <updated>2025-06-27T18:30:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Komkommer verleidt steeds meer Belgen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/komkommer-verleidt-steeds-meer-belgen" />
            <id>https://vilt.be/57597</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Komkommers zijn steeds vaker in trek. Belgische gezinnen aten in 2024 gemiddeld 1,5 kilogram komkommer per persoon, een stijging van 50 procent tegenover 2020. Deze opvallende evolutie staat centraal op 1 juli, de Dag van de Komkommer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="tuinbouw" />
                        <category term="glastuinbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/39cb34d4-7674-48ed-8a74-e6554b0df81b/full_width_komkommer-en-tomaten-plant.jpg</image>
                                        <content>Op een gemiddelde dag grijpt één op de tien Belgen naar de frisse groente. Meestal gebeurt dat bij het avondeten (46%), al is ook de lunch populair (40%). Zelfs als ontbijt (6%) of tussendoortje (7%) duikt de komkommer op. Jongvolwassenen tussen 18 en 34 jaar zijn de grootste liefhebbers (12,5% dagconsumptie), gevolgd door 25- tot 54-jarigen (9,3%) en 55-plussers (8%).Ook regionaal vallen verschillen op. Vlamingen zijn iets grotere komkommerfans dan Walen: 10,6 procent versus 8,9 procent. Ook blijken mensen in de stad vaker naar komkommer te grijpen dan plattelandsbewoners.De populariteit stijgt al enkele jaren. Zo kochten in 2024 Belgische gezinnen gemiddeld 1,5 kilogram komkommer per persoon voor thuisverbruik, een stevige sprong tegenover 1 kilogram in 2020. Steeds meer huishoudens kopen komkommers (77%), en ze doen dat ook vaker: gemiddeld elf keer per jaar.TikTok-sterOp het socialemediakanaal TikTok ging de komkommer vorige zomer ook even viraal. De groente was plots de ster in een superpopulaire komkommersalade. Het eenvoudige recept met geraspte komkommer, sesamolie, knoflook, rijstazijn en chili-olie ging miljoenen keren rond. In IJsland zorgde de trend er zelfs even voor dat komkommers tijdelijk uitverkocht raakten. Belgische duurzaamheidNiet enkel de consumptie stijgt, ook de productie zit in de lift. In 2023 werd in België bijna 40.000 ton geoogst, vooral in de Noorderkempen, de streek rond Mechelen en in West-Vlaanderen. &quot;De komkommer is niet alleen één van de populairste groenten van het moment, hij wordt ook lokaal en duurzaam geteeld”, duidt Sara Santens, Expert duurzaamheidscommunicatie &amp;amp; PR bij het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). “In de glastuinbouw vangen Vlaamse telers hemelwater op in grote waterbassins. Dat water wordt gezuiverd, verrijkt met voedingsstoffen en opnieuw gebruikt om de komkommers te irrigeren. Regen wordt zo letterlijk omgezet in groei. Ook op andere vlakken werkt de sector circulair: van het hergebruik van reststromen als meststof tot de inzet van hernieuwbare energie.”VLAM geeft ook nog een tip mee: wie zijn komkommer langer vers wil houden, bewaart hem best niet in de koelkast. Daar droogt hij sneller uit. De beste plaats is een koele, droge plek.</content>
            
            <updated>2025-06-30T11:54:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU onderzoekt hoe jongeren te motiveren tot landbouw: inkomen en imago struikelblok]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europa-onderzoekt-hoe-jongeren-te-motiveren-tot-landbouw-verdienmodel-en-gebrek-aan-waardering-schrikken-af" />
            <id>https://vilt.be/57598</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Veel jongeren willen boer worden om de wetenschappelijke aspecten, het ondernemerschap en het ideaalbeeld van een job dichtbij de natuur, maar voelen zich afgeschrikt door het idee dat een carrière in de landbouw fysiek zwaar, financieel riskant en eenzaam is. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="jonge boeren" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f343336b-71c5-4803-930f-dfae44fb0392/full_width_jongerebuitenlandstage-stievenblancke.jpg</image>
                                        <content>Met 35 procent van de Europese landbouwers op een leeftijd van 65 jaar of ouder, en slechts 11 procent jonger dan 40 jaar, dringt de vraag zich op hoe Europa jonge landbouwers toch kan motiveren om te starten. Zonder een nieuwe generatie, ziet het EIT immers ernstige gevolgen voor de toekomstige voedselzekerheid in Europa, en de klimaatbestendigheid van de sector.Het onderzoek kijkt hoe nieuwe ontwikkelingen binnen technologie, duurzaamheid en de politiek de perceptie van jongeren wat betreft een landbouwcarrière kan beïnvloeden. Naast de motivatie werd er ook gekeken naar factoren die van invloed zijn op het vermogen van jongeren om een carrière in de landbouw te beginnen.Wetenschap en technologie motiveertTen eerste is er de motivatie: jongeren zien een carrière in de landbouw als een kans om bij te dragen aan de gemeenschap, een cruciale publieke dienst te vervullen en bij te dragen aan een duurzame wereld. Jonge Europeanen zijn ook enthousiast over de technologische ontwikkelingen in de landbouwsector, en de wetenschappelijke aspecten van de carrière.Maar tegelijk zijn er veel factoren die Europese jongeren afschrikken. Jongeren zien het beroep van landbouwer als een carrièrepad met weinig werkzekerheid en een ontoereikende beloning voor het zware fysieke werk dat ermee gepaard gaat. Velen geven aan dat boeren in de samenleving niet worden gerespecteerd of gewaardeerd.Dringend meer jongeren nodigEIT wil met deze studie inspelen op de publicatie eerder dit jaar van de visietekst van de Europese Commissie, waarin wordt erkend dat het noodzakelijk is om toekomstige generaties aan te moedigen om voor een carrière in de landbouw te kiezen. Hoe dat moet gebeuren, ook bij jongeren die nog geen familiale voet binnen de sector hebben, wil EIT dus met dit onderzoek illustreren.In het rapport worden ook diverse experts aan het woord gelaten. “We moeten duidelijk maken dat landbouw meer is dan alleen handenarbeid – het biedt de kans om een zeer gespecialiseerde en technische carrière op te bouwen”, zegt Klaus G. Grunert, hoogleraar Marketing aan de Universiteit van Aarhus. “Aangezien slechts elf procent van de boeren in Europa jonger is dan 40 jaar, is het aantrekken van jongeren voor het boerenberoep nog nooit zo belangrijk geweest.” Slechts elf procent van de boeren in Europa jonger is dan 40 jaar. Het aantrekken van jongeren voor het boerenberoep is nog nooit zo belangrijk geweest De studie benadrukt ook het belang van duidelijkheid over de soorten functies die beschikbaar zijn in de landbouwsector, evenals het niveau van de verloning dat voor elke functie kan worden verwacht. Ook wordt de noodzaak benadrukt van toegankelijke rolmodellen te voorzien voor jongeren die geen directe ervaring hebben met het beroep van landbouwer. Niet elke aspirant-landbouwer komt immers uit een landbouwersgezin.Het onderzoek gebeurde aan de hand van een beperkt aantal bevragingen bij Europese jongeren en experteninterviews. EIT adviseert om aan de hand van het onderzoek een ‘kwantitatieve studie’ te doen met een grotere populatie. &quot;Gezien het belang van de landbouw op de lange termijn, zijn nauwkeurige en uitgebreide gegevens essentieel voor het vormgeven van beleid, investeringen, onderwijs en voorlichting aan jonge aspirant-landbouwers”, zegt Sofia Kuhn, directeur Public Insights and Engagement bij EIT Food.</content>
            
            <updated>2025-06-30T21:25:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwgrond mag niet langer in globaal kader van natuurbeheerplan opgenomen worden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwgrond-mag-niet-langer-in-globaal-kader-van-natuurbeheerplan-opgenomen-worden" />
            <id>https://vilt.be/57599</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Gronden die een landbouwbestemming hebben, kunnen niet langer worden opgenomen in een globaal kader dat bij een natuurbeheerplan hoort. Sinds kort houdt het Agentschap Natuur en Bos rekening met nieuwe richtlijnen van Vlaams omgevingsminister Jo Brouns (cd&amp;v) waardoor er enkel in een aantal uitzonderlijke gevallen nog landbouwgronden kunnen opgenomen worden in zo’n globaal kader. Boerenbond is bijzonder tevreden met deze beslissing. “Wij ijveren hier al jaren voor”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="grond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/782b3768-48c6-4275-801b-66b5c28cbb48/full_width_strowindmolenlandschapakkerbouw.jpg</image>
                                        <content>Over de globale kaders die bij een natuurbeheerplan horen, is er de laatste tijd al heel wat beroering geweest. Sinds het natuurdecreet eind 2017 werd gewijzigd, moeten alle beheerplannen omgezet worden in een natuurbeheerplan. Voortaan moet een natuurbeheerplan een langetermijnvisie vastleggen voor de komende 24 jaar. Dat gebeurt in het globaal kader: een zogenaamd visiegebied waar in de toekomst eventueel natuurontwikkeling kan plaatsvinden.“Vaak gaat het om een ruime perimeter die de eigenaar of beheerder van een natuurgebied eenzijdig kan afbakenen binnen het goedkeuringsproces van een natuurbeheerplan”, vertelde Boerenbond daar eerder over. Volgens de landbouworganisatie ging het vaak om percelen in landbouwgebied die in gebruik zijn door professionele land- en tuinbouwers. Onmiddellijke gevolgen voor de landbouwer die het perceel in gebruik heeft, heeft de opname in zo’n globaal kader niet. Wel hebben natuurorganisaties recht op een aankoopsubsidie die tot 90 procent oploopt, wanneer ze deze gronden willen aankopen. &amp;nbsp; Eind 2022 al 27.000 hectare landbouwgrond in globale kadersMeermaals was er groot protest uit de landbouwsector wanneer een nieuw natuurbeheerplan werd ingediend, zeker wanneer dat globaal kader heel ruim werd afgebakend. Ook het feit dat er weinig transparantie was over deze natuurbeheerplannen, stuitte de landbouwers tegen de borst. Onder meer tegen de natuurbeheerplannen van het Turnhouts Vennengebied, van de IJzer- en Handzamevallei, van Centraal Haspengouw, van Brongebieden van de Vossel, van de Getevallei, van Breeven, van de Beverbeekvallei, de Kabbeekvallei en het Duivenbos en van de Zuunbeekvallei kwam er een golf van protest. Er werden ook heel wat bezwaarschriften ingediend.In sommige gevallen konden de globale kaders na overleg tussen landbouw- en natuurorganisaties nog bijgestuurd worden, maar in vele gevallen gebeurde dat niet. Ook met de bezwaren van landbouwers werd zelden of nooit rekening gehouden. Eind 2022 zou er op deze manier al 27.000 hectare agrarisch gebied opgenomen zijn binnen de globale kaders van natuurbeheerplannen. In juni vorig jaar pleitte Boerenbond er daarom voor om in alle natuurbeheerplannen het globaal kader te schrappen, mét terugwerkende kracht. Nieuwe instructies voor beoordeling globale kadersDe landbouworganisatie lijkt nu gehoor te vinden. Sinds kort hanteert het Agentschap Natuur en Bos (ANB) nieuwe instructies bij de opmaak en de goedkeuring van globale kaders bij natuurbeheerplannen. Buiten de gronden die beheerd worden door de indiener van het beheerplan, kunnen voortaan geen gronden meer worden opgenomen in het globaal kader wanneer ze gelegen zijn in agrarische bestemming. Er gelden wel een aantal uitzonderingen:Percelen gelegen in SBZ of VEN.Percelen die vandaag reeds bos of natuur zijn.Percelen die vandaag reeds gehuurd worden in functie van natuurbeheer. Indien het beheer van die percelen door een landbouwer wordt uitgevoerd, dient dit na de aankoop ook zo te blijven.Percelen die ingesloten liggen door gebieden met groene bestemming indien kleiner dan één hectare.Percelen die ingesloten liggen door percelen die een natuurbeheer kennen (bv. in uitvoering van beheerplan) indien kleiner dan één hectare.Percelen die deels een gele en deels een groene bestemming hebben indien het kadastraal perceel meer dan 50 procent een groene bestemming heeft.Daar bovenop is het ook zo dat percelen die in Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG) liggen, nooit mogen opgenomen worden in een globaal kader. De eis van Boerenbond om in alle goedgekeurde natuurbeheerplannen de landbouwgronden uit de globale kaders te schrappen, gebeurt niet. Wel moet dit gebeuren bij de herziening van een natuurbeheerplan. “Wanneer een eerder goedgekeurd globaal kader wordt ingediend, dient het volledige globaal kader aan de nieuwe richtlijnen te voldoen”, zo staat op de website van ANB. Boerenbond: &quot;Grote stap voorwaarts&quot;“Het is een grote stap voorwaarts dat gronden in het agrarisch gebied rond deze natuurbeheerplannen niet meer vrijblijvend kunnen opgenomen worden in de globale kaders”, zegt Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens. “Globale kaders, die zich vaak in agrarisch gebied bevinden, zijn een eenzijdige visie van de indieners van de plannen waarvoor ze aankoopsubsidies konden verkrijgen. Dit ging volledig in tegen de voorschriften van het agrarisch gebied dat volgens ons dient voorbehouden te worden voor professionele land- en tuinbouwactiviteiten.”De landbouworganisatie ziet dit als een noodzakelijke volgende stap na de bescherming van het agrarisch gebied tegen aankopen met overheidsmiddelen voor natuur en bos. “We vragen echter om het aankoopbeleid en het beleid inzake de natuurbeheerplannen maximaal op elkaar af te stemmen om het bestaand landbouwgebruik maximaal te beschermen.” Vooral in vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) is daar meer aandacht voor nodig. “De doelstellingen zijn er niet van die aard dat er een aankoopbeleid nodig is om de doelstellingen te realiseren”, zo stelt Boerenbond.</content>
            
            <updated>2025-06-30T21:21:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meer aardappelen en granen, minder gras en suikerbieten: opvallende verschuivingen in Vlaamse teeltkeuzes]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fors-meer-granen-en-aardappelen-ten-koste-van-gras-en-suikerbieten" />
            <id>https://vilt.be/57600</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaamse landbouwers telen dit jaar fors meer granen en aardappelen dan in 2024. Het graanareaal stijgt met twaalf procent, terwijl het aardappelareaal met zeven procent toeneemt. Tegelijk daalt het areaal grasland, dat nog steeds de grootste teelt blijft, met drie procent. Experts wijten dit laatste onder andere aan de daling van de Vlaamse rundveestapel. Verder boert ook het areaal suikerbieten merkbaar achteruit. Dat blijkt uit een eerste analyse van de verzamelaanvragen die eerder dit voorjaar werden ingediend.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="sierteelt" />
                        <category term="akkerbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a391fb6f-5d31-49da-ae19-e19a311e7375/full_width_agenschap-landbouw-en-visserij.jpg</image>
                                        <content>Met een stijging van twaalf procent is het areaal granen één van de opvallendste groeiers. In totaal wordt er dit jaar op 125.053 hectare graan geteeld, tegenover 111.318 hectare vorig jaar. Vooral wintertarwe en spelt laten een sterke stijging zien, waarbij de speltteelt zelfs meer dan verdubbelt (+106%), al blijft het areaal beperkt tot 900 hectare. Volgens het Agentschap Landbouw en Zeevisserij is de populariteit van spelt te danken aan de stijgende vraag van de consument.Ook Fegra, de Federatie van de graanhandel, is niet verrast door deze stijging. “We zien een inhaalbeweging na het slechte najaar van 2023”, klinkt het. Door aanhoudende regenval konden toen veel akkers niet tijdig ingezaaid worden.Minder rundvee, minder grasland, minder voedergewassenNiet alle teelten gaan erop vooruit. Zo wordt dit jaar vier procent minder korrelmaïs geteeld (47.777 ha). Ook het areaal grasland daalt met drie procent, van 224.497 hectare naar 218.486 hectare. Toch blijft grasland veruit de grootste teelt in Vlaanderen. In totaal krimpt het areaal voedergewassen met drie procent tot 369.478 hectare, goed voor 55 procent van het totale land- en tuinbouwareaal. Vorig jaar was dat nog 57 procent.De daling hangt samen met een kleinere rundveestapel, stelt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Thomas Truyen, agronoom en marketingverantwoordelijke bij zadenleverancier Limagrain, nuanceert dat: “Er is minder zaad verkocht voor korrel- en hakselmaïs, maar ook vorig jaar werd veel korrelmaïs als ruwvoer gebruikt. Daardoor zijn de voorraden groot en is er minder nieuwe aanplant nodig. Hetzelfde geldt voor gras: ondanks de regen was 2024 een goed grasjaar en zitten de kuilen goed vol. Daarom hebben landbouwers gekozen voor teelten die meer opbrengen, zoals aardappelen.”Aardappelen opnieuw aantrekkelijkDat de aardappelteelt opnieuw in de lift zit, blijkt uit de verzamelaanvragen. Het areaal stijgt met zeven procent tot 61.138 hectare. De stijging is volgens het Agentschap te danken aan de hoge vraag van de aardappelverwerkende industrie, de gunstige groeiomstandigheden in Vlaanderen en de aantrekkelijke prijzen tot begin 2025.Christophe Vermeulen, CEO van sectorfederatie Belgapom, bevestigt dit: “De aardappel is al jaren de meest rendabele teelt in Vlaanderen. Boeren telen ze dan ook graag. Er was zelfs meer interesse dan contracten beschikbaar waren.” Volgens Vermeulen bleef het gecontracteerde volume nagenoeg stabiel, wat erop wijst dat het aandeel vrijemarktaardappelen dit jaar toeneemt. Suikerbieten en vlas in moeilijk vaarwaterDe suikerbietenteelt daalt met zes procent, van 19.551 hectare naar 18.188 hectare. Die daling komt er na een moeilijke marktsituatie in 2024. Tiense Suiker verkleinde zijn contractareaal met vijftien procent, terwijl Iscal het stabiel hield in afwachting van marktherstel.Ook het areaal vezelvlas daalt, met zeven procent naar 4.523 hectare. De terugval volgt op een sterke groei in voorgaande jaren, maar volgens het Agentschap is er momenteel minder vraag naar gezwingeld vlas. Boerenbond sluit zich aan bij die analyse en spreekt van een realistisch beeld dat uit de verzamelaanvraag naar voren komt.Vlas en suikerbieten zijn in de verzamelaangifte opgenomen onder de titel nijverheidsgewassen, goed voor in totaal&amp;nbsp; 29.489 hectare dit jaar. Hieronder vallen bijvoorbeeld ook winterkoolzaad, dat een daling van 18 procent tot 750 hectare kent, en chicorei dat gebruikt wordt voor de winning van inuline. Het areaal chicorei steeg met 32 procent tot 1.960 hectare. Stabiliteit in groenten, fruit en sierteeltTegenover de stijgers en dalers staan ook teelten met weinig evolutie in oppervlakte. Het fruitareaal schommelt rond de 16.709 hectare. De daling van het appelareaal lijkt gestopt: met een kleine daling van twee procent komt het op 3.926 hectare uit. Peren blijven veruit dominant, met 9.425 hectare – status quo ten opzichte van 2023.Ook het groenteareaal blijft stabiel, met enkele uitschieters: schorseneren stijgen met 33 procent tot 777 hectare, terwijl erwten (-8%), spinazie (-4%) en wortelen (-8%) dalen. De uienteelt groeit met drie procent en blijft de grootste groenteteelt van Vlaanderen. De sierteelt stijgt licht met één procent tot 6.100 hectare. Groei ecoregelingen ondanks terugval faunamengselsNaast de klassieke teelten worden ook ecoregelingen belangrijker. Deze stimuleren onder andere biodiversiteit en een betere bodem- en waterkwaliteit. De regeling rond compostaanvoer voor verhoging van het organisch koolstofgehalte werd voor 6.233 hectare aangevraagd. Bufferstroken, die de uitspoeling van nutriënten moeten beperken, zijn aangevraagd voor 1.213 hectare – een duidelijke stijging.De regeling rond faunamengsels kende een terugval, maar blijft goed voor 5.933 hectare. Bij deze regeling zaaien landbouwers mengsels in die onder andere akkervogels zoals de geelgors, patrijs en veldleeuwerik ondersteunen. Vorig jaar kende deze maatregel extra succes omdat door de natte omstandigheden veel akkerbouwers hun oorspronkelijke teeltplannen moesten aanpassen.</content>
            
            <updated>2025-07-01T08:10:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU en Oekraïne bereiken akkoord over aangepast vrijhandelsakkoord met nieuwe landbouwquota]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-en-oekraine-bereiken-akkoord-over-aangepast-vrijhandelsakkoord-met-nieuwe-landbouwquota" />
            <id>https://vilt.be/57601</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie en Oekraïne hebben een princiepsakkoord bereikt over een herziening van hun vrijhandelsakkoord, zo heeft de Commissie aangekondigd. Dat akkoord bevat nieuwe quota voor de invoer van "gevoelige" landbouwproducten als suiker, gevogelte, maïs, tarwe en eieren. Uit recent vrijgegeven cijfers blijkt dat de handel tussen Oekraïne en ons land vorig jaar een recordhoogte bereikte.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Oorlog Oekraïne" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/18eac376-c91d-43fe-a186-4d62ba7d0a8b/full_width_oekraine-eu-handel.jpg</image>
                                        <content>Eurocommissaris voor Handel Maros Sefcovic spreekt van &quot;een evenwichtig, eerlijk en realistisch akkoord&quot;. &quot;Politiek gezien is dit akkoord een sterk signaal van onze vastberaden steun aan Oekraïne&quot;, stelde de Slovaak, maar &quot;het beschermt ook de belangen van Europese landbouwers en biedt de stabiliteit en voorspelbaarheid die nodig is in deze onzekere tijden&quot;. Extra inkomsten voor Oekraïne, onvrede bij Europese boerenSinds de Russische invasie in 2022 kan Oekraïne zijn landbouwproducten vrij van tarieven en quota exporteren naar de Europese markt. Die zogenaamde autonome handelsmaatregelen hebben Kiev welgekomen extra inkomsten geboden, maar de massale invoer van sommige producten deed de prijzen kelderen in buurlanden als Polen en Hongarije, tot ongenoegen van hun landbouwgemeenschappen.Ook in ons land was er onvrede, vooral bij pluimveehouders. Sinds de start van de oorlog in februari 2022 is de import in stijgende lijn gegaan. In 2024 werden in totaal voor 667 miljoen euro aan Oekraïense landbouwproducten geïmporteerd in ons land, dat is 56 procent meer dan een jaar eerder. Voor eieren is Oekraïne intussen een belangrijke leverancier geworden. In 2022, het jaar van de inval, was Oekraïne nergens te bespeuren binnen de top tien van belangrijkste importlanden voor eieren. Maar sinds 2024 staat Oekraïne op de zesde plaats. Volgens pluimveehouders is er sprake van een ongelijk speelveld omdat de productieomstandigheden van Oekraïense eieren ver onder onze standaarden liggen.Het dwong de Commissie in 2024 bij de jaarlijkse verlenging van de handelsmaatregelen om de rem te zetten op de invoer van gevoelige producten als eieren, suiker en maïs. Op 5 juni van dit jaar verstreken die handelsmaatregelen dan definitief en werd Oekraïne in afwachting van een herziening van het vrijhandelsakkoord opnieuw geconfronteerd met de vooroorlogse quota. &amp;nbsp; Quota blijven onder invoerpiekenDat herziene vrijhandelsakkoord ligt nu op tafel. De deal biedt de Oekraïense producenten van tarwe, maïs, suiker, honing, gevogelte en eieren wel een ruimere toegang tot de Europese markt dan in het oorspronkelijke akkoord uit 2016, maar de quota blijven volgens Eurocommissaris voor Landbouw Christophe Hansen onder de invoerpieken van de voorbije jaren.&amp;nbsp;De invoer op de Europese markt van minder gevoelige producten uit Oekraïne, zoals gegiste melk of druivensap, wordt dan weer volledig geliberaliseerd. Anderzijds zullen Europese landbouwers volgens de Commissie profiteren van een makkelijkere toegang tot de Oekraïense markt voor onder meer pluimvee, varkensvlees en suiker.Vrijwaringsmaatregelen, ook op lidstaatniveauHet akkoord bevat ook vrijwaringsmaatregelen, die beide partijen kunnen inroepen indien de invoer de markt zou destabiliseren. In het geval van de EU kan de beoordeling van een mogelijke marktstoornis niet enkel worden gedaan voor de hele eenheidsmarkt, maar ook op het niveau van één of meer lidstaten.De herziening moet een nieuw en voorspelbaar kader bieden voor de handelsrelaties op de lange termijn, ook met het oog op de toetreding van het land tot de EU. Zo worden alle concessies voor markttoegang afhankelijk gemaakt van de afstemming van de Oekraïense productienormen op de Europese, bijvoorbeeld wat dierenwelzijn en het gebruik van pesticiden betreft. Tegen 2028 zou Kiev dat huiswerk moeten afronden.&amp;nbsp;Beide partijen moeten hun princiepsakkoord nu in een juridisch bindende tekst gieten. Aan Europese zijde moeten de lidstaten hun zegen geven.</content>
            
            <updated>2025-06-30T21:17:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Omwonenden pluimveeverwerker Empro verbolgen om geurvonnis: boete maar geen exploitatieverbod]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/omwonenden-pluimveeverwerker-empro-verbolgen-om-geurvonnis-boete-maar-geen-exploitatieverbod" />
            <id>https://vilt.be/57602</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het pluimveeverwerkingsbedrijf Empro Europe in Dendermonde moet van de Gentse correctionele rechtbank een boete van 120.000 euro betalen wegens geurhinder. Volgens de rechter heeft het bedrijf “jarenlang verzuimd om de nodige investeringen in zijn installaties te verrichten, waardoor omwonenden regelmatig last hadden van een sterke geurhinder”, aldus het vonnis. De rechtbank volgde het openbaar ministerie en de omwonenden echter niet in het opleggen van een exploitatieverbod.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="geurhinder" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/82f21374-18f3-48e0-bcf6-c952bc6e4e92/full_width_empro-geurhinder.png</image>
                                        <content>Het vonnis van de Gentse rechtbank is er één die alle partijen eerder ongelukkig stemt. Tomas Mannaert zetelt in de gemeenteraad en is trekker van het actiecomité ‘Bad smell Hoogveld’. Hij wil bovenal dat er een einde komt aan de geurhinder. “Een zwaar hinderlijke, rotte geur”, zegt Mannaert. “Moest het niet zo erg zijn, dan zouden mensen het ook niet volhouden om er sinds 2017 tegen te strijden. Recent nog hebben mensen in mijn straat hun communiefeest afgebroken omdat de stank niet te harden was. Je moet tolerant zijn, maar ergens stopt het.”Tien jaar stankHet dispuut tussen Empro en de buurtbewoners loopt al langer dan vandaag. Het bedrijf heeft zich in 2015 in Dendermonde gevestigd. Al snel volgden klachten vanwege de geurhinder, die nu in de rechtbank worden uitgevochten. Ditmaal moest Empro zich voor de correctionele rechtbank verantwoorden voor inbreuken die dateren van 2023 en 2024. Ook de zaakvoerder werd gedagvaard. Het openbaar ministerie vroeg 8.000 euro boete voor de man en 40.000 euro boete voor het bedrijf, maar het bedrijf ontkende dat er sprake is van abnormale of structurele geurhinder. De rechtbank veroordeelde de NV Empro maandag tot een effectieve geldboete van 120.000 euro en een verbeurdverklaring van een bedrag van 29.388 euro als illegaal vermogensvoordeel. De zaakvoerder werd vrijgesproken, omdat de rechtbank niet met zekerheid kon vaststellen of hij effectief beslissingsmacht had binnen het bedrijf.In 2021 werd het bedrijf ook al eens door de correctionele rechtbank in Dendermonde veroordeeld tot een boete van 56.000 euro voor verschillende inbreuken op de milieuwetgeving in 2018 en 2019. Het exploitatieverbod waar het parket om gevraagd had, werd toen eveneens niet opgelegd. De firma tekende geen beroep aan maar de klachten hielden aan. Demir veranderde verbod in schorsingVolgens Mannaert van het buurtcomité zal daar niet meteen verandering in komen. “Zelfs vandaag zijn er opnieuw klachten ingediend”, zegt hij. “Vandaag is denk ik het 43ste pv in 2025 opgemaakt. Maar Empro doet rustig verder, dus veel zal er niet opgelost geraken. Ze zullen wel een schadevergoeding betalen, voor wat het waard is. Maar het echte probleem geraakt zo niet opgelost.”In het verleden waren er al verschillende procedures rond de vergunningen en in 2020 oordeelde de deputatie dat mogelijks geopteerd moet worden voor een compleet nieuw concept qua bedrijfsvoering en zuiveringstechnieken, eventueel op een andere locatie die minder geurgevoelig is. Het bedrijf tekende beroep aan tegen deze beslissing en voormalig Vlaams minister voor Omgeving Zuhal Demir (N-VA) boog toen de beslissing van de deputatie om in een schorsing voor een periode van minstens drie maanden. Meerdere inbreukenDe jaren nadien stelde de omgevingsinspectie diverse schendingen vast van de milieuregelgevingen inzake afvalwater en grondwater. &quot;De correcte werking van de waterzuiveringsinstallatie werd ook onvoldoende opgevolgd&quot;, zegt de rechtbank in een persbericht. &quot;Meerdere bijzondere voorwaarden van de omgevingsvergunning werden eveneens niet ten volle nageleefd. Op 30 juni 2022 werd aan Empro een nieuwe omgevingsvergunning verleend, met daarin onder andere een aantal bijkomende maatregelen om geurhinder te voorkomen.&quot;In het najaar van 2023 stelde de omgevingsinspectie opnieuw diverse inbreuken vast, onder meer met het geloosde afvalwater, de opslag van dierlijke bijproducten, etikettering, het gebrek aan ontsmettende voet- of wielbaden en het niet nemen van de jaarlijkse grondwatermonsters. &quot;Ondanks een nieuw gebouwde schouw was er ook opnieuw sprake van regelmatige geurhinder. Volgens een onafhankelijk deskundige werden de geuremissies minstens sinds 12 december 2023 meerdere keren waargenomen tot afstanden van 700 tot 1.100 meter van het bedrijf. Bij sommige vaststellingen werd de geurhinder door de inspectie als onaanvaardbaar hinderlijk omschreven”, meldt de rechtbank.Empro moest zich verantwoorden voor een schending van de zorgvuldigheidsplicht, een schending van de algemene, sectorale of bijzondere exploitatie- en vergunningsvoorwaarden door onder andere het veroorzaken van aanhoudende geurhinder, en een schending van de vergunningsplicht.Empro vraagt vrijspraakHet bedrijf had de vrijspraak gevraagd en aan de rechtbank meegegeven dat het voor 100 mensen direct en indirect voor tewerkstelling zorgt. &quot;We zijn een milieu-innovatief bedrijf in de groene sector&quot;, stelde de advocaat van de vennootschap. &quot;Als deze vordering toegekend wordt, gaan we failliet. We zijn een hinderlijk bedrijf, maar geen abnormaal hinderlijk bedrijf. We zitten in een industriegebied met de nodige afstand en we zijn 100 procent vergund op dit moment.&quot; Als deze vordering toegekend wordt, gaan we failliet. We zijn een hinderlijk bedrijf, maar geen abnormaal hinderlijk bedrijf “Volgens de omgevingsinspectie hadden de voorvallen deels vermeden kunnen worden door een veel intensiever onderhoud en ver doorgedreven controle van de installaties, en het gebruik van technieken die op het opsporen van lekken mogelijk maakten”, aldus het vonnis. “Het staat aldus voor de rechtbank vast dat Empro, ondanks de geleverde inspanningen en investeringen, nog steeds onvoldoende maatregelen nam om dergelijke geurhinder voor de omwonenden te vermijden of minstens sterk te beperken.&quot; Ook de ligging van Empro in de buurt van woningen &quot;en de vele klachten waarvan het bedrijf reeds tien jaar op de hoogte is&quot;, moesten tot meer en snellere acties en het correct opvolgen van de aanmaningen leiden. &quot;De regels ter bescherming van het leefmilieu moeten ernstig nageleefd worden. Empro kan zich niet ongestraft boven de wet stellen&quot;, motiveert de rechtbank.&quot;Geen manifeste onwil om hinder te voorkomen&quot;Een exploitatieverbod werd niet opgelegd, onder meer omdat &quot;geregeld investeringen werden gedaan, weliswaar vaak te laat of ontoereikend&quot;. Sinds begin 2025 vindt er binnen Empro een tweewekelijkse geurwaarneming plaats door een onafhankelijk deskundige. &quot;Zo kan er een directere terugkoppeling met het bedrijf worden gemaakt, zodat men - in tegenstelling tot het verleden - op korte termijn kan zoeken naar de bronnen van eventuele (rest)geuren. Ook het recente gebruik van een 38 meter hoge verticale schouw heeft voor een reductie in geuremissie gezorgd. De rechtbank kan dus niet met zekerheid vaststellen dat er nog steeds sprake is van onaanvaardbare hinder voor de omwonenden, noch dat Empro manifeste onwil toont om onaanvaardbare hinder in de toekomst te voorkomen. Eigenlijk zijn we een zeer duurzaam, circulair bedrijf, wat het jammer maakt dat we zoveel negatief belicht worden in de media In een reactie aan VILT laat Leen De Jonghe, woordvoerder van Empro Europe, weten dat het bedrijf verder zal werken aan het reduceren van de hinder. Het bedrijf verwerkt restdelen van pluimvee, en dit gaat gepaard met een sterke geur. “Eén van de zaken die we verwerken, zijn de veren”, zegt woordvoerder Leen De Jonghe van Empro. “Daar zitten heel veel proteïnen in, maar in zuivere vorm zijn deze niet verteerbaar. Wij verknippen de veren en hydroliseren ze zodat ze verteerbaar zijn in dierenvoeding. Maar hoe meer je veren verknipt, hoe meer er een soort zwavelgeur vrijkomt. Vergelijk het met de geur van verbrand haar. Verder maken we ook biostimulanten voor de landbouw, hernieuwbare materialen, biopolymeren en bestanddelen voor cosmetica. Eigenlijk zijn we een zeer duurzaam, circulair bedrijf, wat het jammer maakt dat we zoveel negatief belicht worden in de media.”&quot;Bewoners zonevreemd&quot;“In de zaak heb je 37 burgerlijke partijen, maar in feite gaat het om 15 huizen nabij het industrieterrein”, zegt De Jonghe. “Sommige van deze huizen staan zonevreemd, heel dicht binnen een straal van het industrieterrein. En met onze tak van produceren kan je eigenlijk niet geurloos werken. Maar als je kijkt naar de technieken die we toepassen, zie je dat ongeveer 99 procent van de oorspronkelijke geur wordt gereduceerd.”Niettemin ervaren de buurtbewoners een onmiskenbare geurhinder. “Geur is natuurlijk iets subjectief, maar we onderschatten onze impact op de buurt niet”, zegt De Jonghe. “We doen ons best om het aanvaardbaar te houden en we blijven open staan voor suggesties om te verbeteren. We werken hiervoor ook heel vaak samen met experten in binnen- en buitenland. Maar een probleem is dat we bezig zijn met een pioniersactiviteit in België, en er bij de opstart nog niet goed bekend was in welke mate er hinder zou zijn. Het is voor ons een dagdagelijkse taak om de leefbaarheid voor de buurt zo hoog mogelijk te houden.” &quot;Investeringen te laat of ontoereikend? Dat klopt niet&quot;“Al jarenlang doen we vele inspanningen en zware investeringen om de hinder te beperken”, zegt De Jonghe. “Alle BBT’s of best beschikbare technieken hanteren we om de geurimpact te reduceren. Daarnaast heb rapporten van onafhankelijke instituten zoals Olfascan en VITO, die effectief zwart op wit bewijzen dat we binnen de geldende normeringen werken.”De Gentse Rechtbank lijkt hier echter niet in te volgen: het vonnis stelt dat de investeringen van Empro te laat of ontoereikend waren. “Dat hebben we inderdaad vernomen, maar persoonlijk vinden we dat deze uitspraak niet klopt”, zegt De Jonghe.Of Empro in beroep zal gaan, laat De Jonghe nog in het midden. “We willen eerst het vonnis grondig doornemen”, zegt ze.Verzuurde relatieHet is evenmin duidelijk of de buren in beroep zullen gaan, maar dat het bedrijf geen exploitatieverbod krijgt, vindt Mannaert van het buurtcomité zeer spijtig. “Het bedrijf moet van ons niet noodzakelijk verdwijnen, maar de stank moet op zijn minst stoppen”, zegt hij. “Stop met zoveel hinder te veroorzaken en los het eindelijk op.” Als men onwaarheden verkondigt, beloofde ingrepen niet doet en de stank blijft aanhouden, dan verzuurt de relatie op den duur De kans dat het dispuut buiten de rechtbank zal worden uitgeklaard, lijkt eerder klein. “In het begin zijn er dialoogmomenten geweest”, zegt Mannaert. “Voor 100 man in een zaal heeft Empro veel uitgelegd en beloofd, maar uiteindelijk is de hinder niet verdwenen. Als men onwaarheden verkondigt, beloofde ingrepen niet doet en de stank blijft aanhouden, dan verzuurt de relatie op den duur.”&quot;Geurcontroles zijn ondermaats&quot;Mannaert vindt dat de regering veel te laks optreedt tegen het bedrijf. “Er wordt hen niets in de weg gelegd”, zegt Mannaert. “Het moet allemaal gebeuren in de rechtbank. Empro weet dat ze over anderhalf of twee jaar opnieuw in de rechtbank zitten, maar ondertussen doet men gewoon verder. De controles op geurhinder zijn zeer beperkt. De omgevingsinspectie van Gent staat hiervoor in, maar men is heel laks en de controles zijn ondermaats.”Hoewel zowel Empro als het vonnis aangeven dat er de afgelopen jaren inspanningen zijn gebeurd om de geurhinder te verminderen, hebben die volgens Mannaert ook weinig uitgemaakt. “Tweeëneenhalf jaar geleden was het inderdaad iets beter”, zegt Mannaert. “Maar sindsdien is de stank weer verslechterd. De windrichting speelt natuurlijk ook een rol. Tachtig procent van de wind is richting Lutterzele, dus daar heeft men het meeste last. We gaan de zaak nog verder bespreken met het comité, maar ik denk dat we vooral teleurgesteld zijn dat de stank verder zal blijven duren.”</content>
            
            <updated>2025-07-01T13:59:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boeren luiden alarm bij Clarinval: "Minder gewasbescherming, minder oogst, meer import"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boeren-luiden-alarm-bij-clarinval-minder-gewasbescherming-minder-oogst-meer-import" />
            <id>https://vilt.be/57603</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na de marathononderhandelingen over de meerwaardebelasting ruilde federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) de onderhandelingstafel voor een keukentafel op de boerderij van de familie Goossens. Niet de fiscaliteit, maar fytosanitaire zorgen stonden daar op de agenda. “Heel wat teelten staan op de helling omdat er steeds meer gewasbeschermingsmiddelen geschrapt worden. Binnenkort zullen we diezelfde groenten moeten halen uit landen met veel minder strenge regels”, luidde de boodschap.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6fa93f48-d2ba-44ac-8d0a-46a6da57c389/full_width_whatsapp-image-2025-06-30-at-202643.jpeg</image>
                                        <content>Op uitnodiging van Boerenbond bezocht minister Clarinval akkerbouwfamilie Goossens uit Malderen. Samen met de landbouworganisatie toonden de zaakvoerders hoe de huidige wetgeving rond gewasbeschermingsmiddelen hun teelten bedreigt. De boodschap: voer het debat op basis van wetenschappelijke inzichten.“Gewasbescherming is een maatschappelijk debat geworden waarin emotie steeds vaker de plaats inneemt van rationele argumenten&quot;, aldus Dominique Goossens tijdens het gesprek met Clarinval. “Consumenten verwachten veel van landbouwers, maar zien vaak het volledige plaatje niet. Supermarkten spelen daar bovendien op in en leggen steeds vaker eigen maximale residulimieten (MRL’s) op. In de publieke opinie geldt vaak dat hoe lager de residu’s zijn, hoe duurzamer een product wordt geacht. Maar minder gewasbescherming gebruiken, is niet automatisch beter voor milieu of voedselzekerheid.” Een volledige reductie tot nul, is onrealistisch. Dat zal elke hobbytuinier of moestuinhouder kunnen beamen.” Volgens Boerenbond wordt te vaak vergeten dat gewasbeschermingsmiddelen een essentiële rol spelen. “Ze beschermen planten tegen ziekten, beperken voedselverlies en garanderen voedselveiligheid. Het is dan ook noodzakelijk dat ze voorhanden blijven”, klinkt het. “Vooraleer een middel van de markt wordt gehaald, moeten er evenwaardige alternatieven zijn. Een volledige reductie tot nul, is onrealistisch. Dat zal elke hobbytuinier of moestuinhouder kunnen beamen.”Volgens de landbouworganisatie is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de impact op het milieu te minimaliseren, maar tegelijkertijd ervoor te zorgen dat de gewassen beschermd worden tegen ziekten en plagen. &quot;De inspanningen die de landbouwers al geleverd hebben, hebben ook al resultaat teweeggebracht&quot;, onderstreept Ceyssens. Uit de Europese risico-indicator (HRI) blijkt dat het risico van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door de Vlaamse landbouw voor de menselijke gezondheid en het milieu tijdens de periode 2011-2022 met 46 procent is afgenomen. Een eerste verklaring hiervoor is dat in tussentijd de meest schadelijke producten uit de markt werden genomen. Vermenigvuldiging van onkruidDe familie Goossens teelt onder meer asperges. “Bij deze teelt heb je veel wortelonkruid omdat er zeer veel mechanische bewerkingen moeten worden uitgevoerd. Zo wordt er herhaaldelijk gefreesd, waardoor het onkruid versnippert maar ook vermenigvuldigt&quot;, legt Goossens uit. &quot;Omdat asperges tien jaar op hetzelfde perceel blijven, neemt de onkruiddruk elk jaar toe. Vroeger hadden we krachtige middelen hiervoor, nu moeten nagenoeg elk toegestaan product inzetten om enige bescherming te behouden.”Duur en niet altijd bruikbaarOm onkruid op het veld tot een minimum te beperken, investeerde de familie Goossens in een schoffelmachine voor mechanische onkruidbestrijding, uitgerust met gps en camerasturing. Deze is niet inzetbaar in de aspergeteelt, maar wel voor hun spruitkoolpercelen. “Het werkt goed, maar kent zijn beperkingen ten opzichte van onkruidbestrijdingsmiddelen. Zo is het zeer duur, vraagt het veel vakkennis en ben je sterk afhankelijk van het weer. Bij langdurige regen kunnen we het veld niet op. Daarom is de schoffel ook zes meter lang, zodat we bij droog weer snel kunnen werken.” Nieuwe insectenplagenNiet enkel onkruid, ook insecten vormen een bedreiging voor teelten. &quot;De geduchte aspergevlieg en -kever zijn al langer gekend, maar vorig jaar dook de bonenvlieg voor het eerst in de teelt op”, vertelt Goossens. “Die legt eitjes in de vers gefreesde grond, waarna de larven vreten aan wortels en stengels. Planten die overleven zijn zwak en vatbaarder voor andere plagen. Het is nog zoeken naar oplossingen voor deze plaag, want sproeien is niet toegelaten tijdens het oogstseizoen”, aldus Goosens.Ook voor andere plagen is het steeds zoeken, geeft hij nog mee. “De natuur evolueert steeds, ook onkruid en insecten. Ze passen zich aan aan de bestrijdingsmiddelen, of nieuwe soorten duiken op.” We zitten op een kantelpunt. Door de strenge regels wordt het voor bepaalde teelten economisch niet haalbaar om nog in Vlaanderen te produceren Essentieel voor duurzame teeltMet de vele praktijkvoorbeelden toonde de familie aan minister Clarinval welke inspanningen en investeringen ze doen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te beperken. Tegelijk benadrukten ze dat gewasbescherming nog steeds noodzakelijk is: “We zitten op een kantelpunt. Door de strenge regels wordt het voor bepaalde teelten economisch niet haalbaar om nog in Vlaanderen te produceren”, aldus Goossens.Die boodschap wil ook Boerenbond overbrengen aan zowel beleidsmakers, als consumenten. “Als we aan dit tempo gewasbeschermingsmiddelen blijven schrappen zonder volwaardige alternatieven, komen bepaalde teelten echt op de helling te staan”, zegt Ceyssens. “Dan zullen we diezelfde groenten en fruit moeten kopen uit regio’s met veel minder strikte normen.”Versnelling hogerVerder pleitte Boerenbond bij de minister ook voor meer flexibiliteit in de regelgeving. “De huidige mogelijkheden zijn momenteel te beperkt, de toepassing van de middelen zou in functie van hun effectiviteit moeten gebeuren”, aldus Ceyssens. “Ook de keuring van spuittoestellen moet beter afgestemd worden tussen de verschillende gewesten.” Verder roept de landbouworganisatie op om een versnelling hoger te schakelen in het onderzoek en innovatie naar alternatieven, waaronder biologische gewasbeschermingsmiddelen.Clarinval gaf aan heel wat interessante inzichten te hebben opgedaan tijdens het bedrijfsbezoek en deze mee te nemen naar de federale regering. “Ik begrijp de hindernissen en de nood aan gewasbeschermingsmiddelen om ons te kunnen blijven voorzien van kwaliteitsvol voedsel”, klinkt het. “Het is voor de boeren essentieel dat er alternatieven of oplossingen zijn.” Daarbij benoemt hij onder meer precisietechnieken, maar ook nieuwe gentechnieken (NGT’s). “Om onderzoek en ontwikkeling van deze oplossingen te stimuleren werd ook dit jaar opnieuw een specifiek budget voorzien in de landbouwportefeuille.”</content>
            
            <updated>2025-07-01T14:12:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw platform brengt alle EU-data-economie voor voedselsystemen samen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-platform-brengt-alle-eu-data-economie-voor-voedselsystemen-samen" />
            <id>https://vilt.be/57604</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Digitaal aangestuurde en op data gebaseerde technologieën zullen naar verwachting ons voedselsysteem ingrijpend veranderen. Om onder meer de processen achter de innovatie te ondersteunen met betrouwbare gegevens, werd Data4food2030 ontwikkeld. Het platform moet uitgroeien tot een centrale kennisbank rond data-economie in agrifoodscector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ILVO" />
                        <category term="technologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eaa523c7-b9b0-442f-9ee8-8ea40c8090af/full_width_laptop-computer.jpg</image>
                                        <content>Data4food2030 heeft het doel om alle beschikbare informatiebronnen rond Europese voedselsystemen samen te brengen in één platform. Van officiële statistieken en onderzoeksdata tot papers en juridische data, met input van alle stakeholders. Permanent zullen nieuwe gegevens geïntegreerd worden om zo tot een accuraat en actueel beeld te komen.De monitor is gestructureerd in negen luiken, met onder meer dat over beschikbare technologieën, wettelijke kaders, milieu-impact en sociale verschuivingen.Impact op voedselsysteem“Data-gedreven innovaties zullen naar verwachting een sterk veranderend, en zelfs disruptief, effect hebben op ons voedselsysteem”, duidt het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO). “Zowel de productie, de distributie als de consumptie van voedsel, en zelfs de totale economie, samenleving en het milieu zullen hier gevolgen van ervaren. Om de impact positief te laten zijn, baseren de betrokken spelers hun beslissingen en digitale strategie best op betrouwbare, niet-commerciële informatie en ervaringen.”ILVO speelt samen met de Wageningen University &amp;amp; Research (WUR), Netcompany Intrasoft en Lisbon Council een trekkersrol in het platform. “Weten wat er gebeurt met de uitwisseling van data in de sector, en hoe de verhoudingen tussen de spelers zich zetten, is belangrijk”, duidt ILVO. “Minstens drie groepen zullen vooruitgeholpen worden met het platform: landbouw- en voedingsbedrijven die met data bezig zijn, beleidsmakers en techbedrijven.”Voor beleidsmensen is het essentieel om te weten hoe ze de samenwerking binnen voedselsystemen kunnen stimuleren. Bedrijven moeten dan weer de specifieke noden en praktijken van de keten goed begrijpen. “Ook andere actoren zoals landbouwers en consumenten hebben er alle belang bij om de opkomende data-economie te vatten, zodat ze er op een goede manier aan kunnen deelnemen”, aldus ILVO.Volgens ILVO zal de monitor de drie doelgroepen verder helpen door onder meer een overzicht te geven van de wetgeving rond data-economie in voedselsystemen, initiatieven op te zoeken die data-uitwisseling in agrifood centraal stellen, maar ook om opkomende technologieën in agrovoeding in de gaten te houden.Neem ook deelDe onderzoekers roepen alle betrokken actoren op om Data4food2030 te verkennen. “Registreer​ als organisatie ook uw eigen data deelinitiatieven (DSI), zodat uw aanpak te vergelijken is met die van anderen. Knelpunten kunnen we dan sneller blootleggen en samenwerking tussen projecten, sectoren en branches kan worden versterkt”, klinkt het. “Actief bijdragen aan het platform zal de wetenschappelijke kennisbasis van de stakeholders verrijken, en innovatie in de voedselsystemen van Europa stimuleren.”</content>
            
            <updated>2025-07-01T14:09:46+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Lumpy skin disease duikt op in Italië en Frankrijk: FAVV roept rundveehouders op tot alertheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/lumpy-skin-disease-duikt-op-in-italie-en-frankrijk-favv-roept-rundveehouders-op-tot-alertheid" />
            <id>https://vilt.be/57605</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De lumpy skin disease (LSD) of besmettelijke nodulaire dermatose is op korte tijd vastgesteld in Italië en Frankrijk op drie landbouwbedrijven die honderden kilometers van elkaar verspreid liggen. Het Voedselagentschap roept rundveehouders in ons land op om waakzaam te zijn en de nodige bioveiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Volgens de informatie die nu beschikbaar is, werden geen runderen uit de zone rond de besmette gevallen aangevoerd in België, maar het onderzoek loopt nog.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/abf88036-0348-4941-b383-e60f92e23034/full_width_lumpy-skin-disease-efsa.png</image>
                                        <content>Laatste uitbraak in Europa dateert van 2019Op zaterdag 21 juni was er een eerste uitbraak van lumpy skin disease in Italië op een rundveebedrijf in Sardinië. Vier dagen later werd dankzij epidemiologisch onderzoek een dier dat afkomstig was van dat besmette bedrijf, gediagnosticeerd met de ziekte in Lombardije. Dat ligt op maar liefst 700 kilometer van het bedrijf van de eerste uitbraak. Nog vier dagen later, op 29 juni, werd een uitbraak bevestigd in Frankrijk op een melkveebedrijf in de Savoie. Dat is opnieuw een sprong van 400 kilometer. Alle runderen op de haarden worden afgemaakt en er is een bewakingszone met een straal van 50 kilometer ingesteld.De laatste Europese uitbraak van deze aangifteplichtige ziekte was in Montenegro in 2019. Al zes jaar werden er geen gevallen meer aangetroffen in Europa, maar de ziekte is wel aanwezig in Afrika, Azië en Rusland. “De terugkeer van LSD benadrukt eens te meer het&amp;nbsp;belang van bewaking en melding van besmettelijke ziekten”, zegt het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). “Dit benadrukt ook de&amp;nbsp;nood aan traceerbaarheid van dieren en bioveiligheidsmaatregelen.” Wat is lumpy skin disease?LSD of besmettelijke nodulaire dermatose is een aangifteplichtige ziekte die veroorzaakt wordt door een capripoxvirus dat nauw verwant is aan dat van schapen- en geitenpokken. “De ziekte treft runderen en buffels. Mensen worden er niet door besmet”, benadrukt FAVV. “Het virus wordt voornamelijk overgedragen door beten&amp;nbsp;van vliegen, muggen, teken, enz. en door injectienaalden. Overdracht is ook mogelijk via sperma en direct of indirect contact met de letsels van besmette dieren, omdat het virus&amp;nbsp;zeer resistent is in de omgeving.”De symptomen van de ziekte kunnen licht tot ernstig zijn. Na een incubatietijd van vier tot veertien dagen krijgt een besmet dier hoge koorts, een verslechtering van de algemene toestand, een productiedaling en gezwollen lymfeklieren. De ziekte ontleent haar naam aan de knobbels die de volledige dikte van de huid bedekken. Die knobbels verschijnen binnen de 48 uur na het begin van de koorts. Oedeem, letsels van het slijmvlies en onvruchtbaarheid, zowel bij mannelijke als vrouwelijke dieren, kunnen zich ook voordoen. Kans op economische schadeNa een infectie worden dieren geen chronische of latente dragers. De ziekte leidt volgens het Voedselagentschap in minder dan tien procent van de gevallen tot de dood, maar ze heeft wel een enorme impact op de economie en het dierenwelzijn. Dat bevestigt ook Boerenbond. “Het gaat om een type A-virus. Zo’n virus kan potentieel veel economische schade aanrichten in de rundveehouderij en de handel in dieren en dierlijke producten”, klinkt het. “De uitbraak heeft niet alleen gevolgen voor de import en export in Italië en Frankrijk, maar ook de Europese export naar derde landen kan impact ondervinden van deze uitbraken.”De landbouworganisatie roept op tot verhoogde waakzaamheid om de kans op een uitbraak zo klein mogelijk te houden. “Het virus kan overgedragen worden door stekende vliegen en muggen. Door de potentieel grote impact moeten preventieve maatregelen opgeschaald worden”, zegt voorzitter Lode Ceyssens. Omdat vaccinatie de enige manier is om het virus in te dijken, wijst Boerenbond erop dat het noodzakelijk is dat er voldoende virussen worden voorzien vanuit de vaccinatiebank van Europa.Aan de federale overheid vraagt Boerenbond dat er controles worden uitgevoerd naar geïmporteerde dierlijke producten op risicoplaatsen, zoals de luchthaven. “Wij roepen de rundveehouders ook op om de bioveiligheidsmaatregelen strikt op te volgen en verdachte signalen bij de dierenarts te melden. Een snelle detectie is belangrijk om snel maatregelen te kunnen nemen”, besluit Ceyssens.</content>
            
            <updated>2025-07-01T14:09:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tot 2,1 miljard euro meer per jaar: WUR berekent kostprijs diervriendelijke veehouderij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tot-21-miljard-euro-meer-per-jaar-wur-berekent-kostprijs-diervriendelijke-veehouderij" />
            <id>https://vilt.be/57606</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nederland wil de veehouderij tegen 2040 'dierwaardig' maken.&nbsp;Maar zijn de opgestelde richtlijnen haalbaar, en zal de consument ervoor willen betalen? De Nederlandse Universiteit van Wageningen (WUR) kwam tot een som met zeer veel nullen. “Het gemiddelde bedrijfsinkomen in de varkenshouderij en blankvleeskalverhouderij is onvoldoende om de extra jaarlijkse kosten van dierenwelzijnsmaatregelen te dekken", zeggen onderzoekers Roel Jongeneel en Gé Backus van WUR.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2c01a582-170a-473a-8baf-a9dc1a730fd7/full_width_koe-dierenwelzijn-kalf-nb.jpg</image>
                                        <content>De dierenwelzijnskwestie kent veel aspecten, maar de belangrijkste is deze: zal de consument ervoor betalen? WUR berekende dat de extra jaarlijkse kosten binnen de veehouderij, inclusief veehouderij, uitkomen op 1,3 tot 2,1 miljard euro. Omgerekend is dat 52 tot 88 euro per Nederlandse huishouden per jaar. Gemiddeld genomen neemt de winkelprijs met 6 tot 9 procent toe. Maar laat ons beginnen bij het begin. De nieuwe Nederlandse dierrichtlijnen stellen dat de intrinsieke waarde en integriteit van het dier moeten worden gewaarborgd. De regels komen erop neer dat dieren gelukkig en gezond moeten zijn, met voldoende ruimte, gezonde voeding en geschikte sociale groepen, en geen fysieke ingrepen zoals staarten couperen en snavels behandelen. WUR heeft de financiële compensatie bepaald die nodig is om de voorgestelde extra maatregelen voor hoger dierenwelzijn door te voeren, zowel op bedrijfsniveau als op sectorniveau. Die compensatie is op haar beurt afgeleid van de extra kosten die de veehouders moeten maken. Sommige van deze kosten zijn eenmalig, maar de onderzoekers maken ook een onderscheid in kosten die elk jaar opnieuw moeten worden gemaakt.De onderzoekers visualiseren hun bevindingen in onderstaande tabel. Ingrepen die rood zijn ingekleurd, zijn zeer duur om door te voeren. Oranje ingrepen zijn goedkoper, en groene ingrepen vallen financieel best mee. Over de witte ingrepen is er geen uitsluitsel. Het niet-couperen van varkensstaarten bijvoorbeeld. In sommige gevallen zal dit geen ongewenste neveneffecten opleveren, in andere wel. Maar hoe vertaalt zich dit naar concrete cijfers? Ook dat heeft men berekend. De onderzoekers hebben de kosten van verschillende maatregelen vastgelegd, per bedrijf per jaar, uitgaande van de eisen in 2040. Vele maatregelen zijn natuurlijk bedrijfsafhankelijk: waar de ene relatief goedkoop de stallen kan uitbreiden om meer ruimte per dier te voorzien, is dat voor de ander financieel of vergunningsmatig onmogelijk. De jaarlijkse meerkost van bepaalde maatregelen varieert dus van tienduizenden tot honderdduizenden euro. RundveeLaten we ten eerste inzoomen op de melkvee- en kalverhouderij. In de melkveehouderij zijn drie pakketten aan maatregelen doorgerekend. Eén ervan omvat de vrijlevenstal, een nieuw en duur stalsysteem. De maatregel met&amp;nbsp; de kleinste – maar niet geringe - economische impact, is een uitbreiding van de stalcapaciteit. Melkkoeien meer ruimte geven, komt voor het gemiddelde bedrijf neer op zo’n 34.000 euro per jaar. Gaat men maximaal voor alle voorgestelde maatregelen, exclusief weidegang, zit men aan 136.000 euro extra kosten per jaar.In de kalverhouderij zijn de kosten nog hoger. Wil men daar inzetten op extra leefruimte, welzijnsvloeren, daglicht, schuurvoorziening en langvezelig ruwvoer, dan komen de kosten per bedrijf uit op 62.000 tot 68.000 euro per jaar. Het bedrag varieert naargelang de kalverhouder kiest om zijn stalcapaciteit uit te breiden, of simpelweg minder dieren te houden in de bestaande stallen. De kosten van een toename van leefruimte tot drie vierkante meter (in plaats van de huidige 1,8m²) en het plaatsen van welzijnsvloeren zijn het meest bepalend.De extra kosten in de blankvleeskalverhouderij (kalveren tot acht maand oud, red.) bedragen 155.000 tot 171.000 euro per bedrijf per jaar. Het verschil met de ‘gewone’ vleessector is dat de kalveren naast de dagelijkse voeding nog twee keer melk krijgen. De meerkost in deze sector is eveneens vooral het gevolg van de toename van leefruimte tot 3 vierkante meter en het plaatsen van welzijnsvloeren. VarkensWat voor koeien en mensen geldt, geldt ook voor varkens: groter wonen kost meer geld. Wil men de leefruimte vergroten tot 0,9 m2 per vleesvarken, dan betaalt het gemiddelde bedrijf hiervoor 236.000 euro per jaar. Kiest men in de plaats daarvan voor 0,8 vierkante meter per vleesvarken met aanvullende temperatuurregulering om hun welzijn te garanderen, dan eindigt men op een gelijkaardig bedrag van 235.000 euro per bedrijf per jaar.Wil men alle voorgestelde maatregelen doorvoeren, dan zit de jaarlijkse meerkost op 399.000 tot 404.000 euro per bedrijf. In de vleesvarkenshouderij hebben de maatregelen die betrekking hebben op het niet-couperen van staarten, ruimte en stalklimaat de grootste economische impact. In de zeugenhouderij hebben de maatregelen met betrekking het niet couperen van staarten, vrijloopkraamhokken, bezettingsgraad, speenleeftijd en vloermaatregelen de grootste economische impact.PluimveeDe berekende extra kosten voor meer dierenwelzijn bij vleeskuikens liggen beduidend lager dan bij varkens en rundvee, maar min zijn de bedragen niet. Ook hier ligt een grote kost bij het voorzien van extra leefruimte. Bij een maximale bezetting van 39 kg/m2 bedragen de extra kosten per bedrijf 23.000-24.000 euro per jaar. Bij een maximale bezetting van 30 kg/m2 kost het 74.000 tot tot 79.000 euro extra per bedrijf per jaar.Wil men liever niet uitbreiden maar eerder het dierenaantal verlagen, dan betaalt men nog meer. Bij een verlaging naar acht leghennen per vierkante meter bedragen de extra kosten per bedrijf jaarlijks 30.000 tot 47.000 euro. Kiest men ervoor om nog één hennetje minder te houden per vierkante meter, dus een totaal van zeven, dan wordt de meerkost verdubbeld.Wat betekenen deze extra kosten concreet?De onderzoekers hebben de berekende extra jaarlijkse kosten van de dierenwelzijnsmaatregelen geplaatst tegenover het gemiddeld inkomen dat op een gemiddeld bedrijf wordt gerealiseerd. Hieruit blijkt dat de benodigde financiële compensatie voor met name de varkenshouderij en blankvleeskalverhouderij hoger is dan het referentie-inkomen. Het gemiddelde bedrijfsinkomen in deze sectoren is dus onvoldoende om de extra jaarlijkse kosten van deze dierenwelzijnsmaatregelen te dekken. “Voor de extra kosten als gevolg van dierenwelzijnsmaatregelen is voor de meeste sectoren een financiële compensatie nodig, dit kan in de vorm van eenmalige investeringssubsidies, fiscale maatregelen, meerprijs in de markt, enzovoort”, schrijven onderzoekers Roel Jongeneel en Gé Backus die de studie hebben uitgevoerd. Voor de extra kosten als gevolg van dierenwelzijnsmaatregelen is voor de meeste sectoren een financiële compensatie nodig Uitbreiden goedkoper dan stapel inkrimpenNog een opvallende conclusie is dat het zoals hierboven vermeld vaak goedkoper is om de stalcapaciteit uit te breiden, dan om minder dieren te houden. Al is de haalbaarheid van zo’n uitbreiding niet op altijd mogelijk. “Als de veehouders de stalcapaciteit uitbreiden, krijgen ze te maken met&amp;nbsp;(lastige) vergunningsprocedures en investeringskosten; als ze meer leefruimte per dier creëren in de bestaande stallen, neemt de veestapel af. In het ene geval maakt de boer meer kosten, in het andere geval haalt hij minder inkomsten”, duiden de onderzoekers. “Per bedrijf moeten de veehouders de beslissing nemen wat het beste werkt voor hun bedrijf.” Als veehouders uitbreiden, krijgen ze te maken met vergunningen en investeringskosten; creëren ze meer ruimte per dier, dan daalt hun veestapel en dus hun inkomen In de berekening van de totale sectorkost wordt ervan uitgegaan dat uitbreiding van de stalcapaciteit in de helft van de gevallen mogelijk is, en in de helft van de gevallen niet. “Om die reden rekenen we met een krimp van de veestapel”, duiden de onderzoekers. “Omdat onzeker is in welke mate dit het geval zal zijn, wordt gewerkt met twee scenario’s: 20 procent of 30 procent krimp in de veestapel en/of het aantal bedrijven. Zo is een investeringsbedrag berekend voor de Nederlandse veehouderij van 5,9 tot 8,4 miljard euro tot 2040. De investeringen in de melkveehouderij zijn relatief hoog, bijna 4 miljard, net als de investeringen in de varkenshouderij, ruim 2 miljard euro.”“De aangedragen maatregelen gaan ook gelden voor de biologische veehouderij”, merkt men nog op. “In de meeste gevallen zijn de regels niet strenger dan de voorschriften uit de EU-bioverordening.”Haalbare kaart?De studie hield bovendien rekening met een landelijke krimp van de veestapel met 20 tot 30 procent als gevolg van het stikstof- en klimaatbeleid. “Daarnaast zal het invoeren van de geanalyseerde dierenwelzijnsmaatregelen leiden tot minder dieren op het bedrijf, zolang het vergroten van de staloppervlakte (door ruimtelijk en milieubeleid van provincies en gemeenten) niet mogelijk is”, stellen de onderzoekers. “De geanalyseerde dierenwelzijnsmaatregelen vergen investeringen die veel oudere en kleinere bedrijven niet meer zullen doen. Op de gangbare veehouderijbedrijven zal, om investeringen in dierwaardigheid in combinatie met investeringen in duurzaamheid te kunnen terug verdienen, vaak schaalvergroting nodig zijn.” Op de gangbare veehouderijbedrijven zal, om investeringen in dierwaardigheid in combinatie met investeringen in duurzaamheid te kunnen terug verdienen, vaak schaalvergroting nodig zijn Hoe dan ook is de conclusie duidelijk: willen we evolueren naar een samenleving waar dieren beter behandeld worden, dan heeft dat een financiële prijs. Afwachten of de consument zal willen betalen.Lees de volledige studie hier.</content>
            
            <updated>2025-07-01T14:35:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Start-up richt zich rechtstreeks tot boeren in strijd tegen voedselverspilling]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/start-up-richt-zich-direct-tot-boeren-in-strijd-tegen-voedselverspilling" />
            <id>https://vilt.be/57607</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er is een nieuwe speler op het toneel in de strijd tegen voedselverspilling. De start-up Waste Warriors richt zich direct tot boeren om tweede keus of overtollige groenten en fruit te redden van de mestvaalt. In samenwerking met twee Nederlandse voedselorganisaties verwerkt het bedrijf momenteel 76.000 kilo wortelen, die rechtstreeks bij boeren werden opgehaald. “We onderzoeken hoe we voedseloverschotten zelf kunnen verwerken en vermarkten”, zegt oprichter Thomas Schiltz.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselverlies" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/978de0d6-e986-46aa-b7d7-37b96387121b/full_width_wortelgroenteteelt-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Waste Warriors werd eind vorig jaar opgericht en wist sindsdien al 25.000 kilo groenten en fruit van de afvalberg te redden. “Zo hebben we 10 ton pompoenen bij een boer in Sint-Gillis-Waas opgehaald en verwerkt tot soep. Die konden mensen via onze website bestellen om te doneren aan de voedselbank”, vertelt Schiltz. “Daarnaast verwerkten we 13.500 kilo appels en peren tot fruittaps.”Op dit moment voert het bedrijf zijn grootste &quot;reddingsoperatie&quot; tot nu toe uit. In samenwerking met de Nederlandse organisatie No Waste Army en versbox-pionier Boerschappen, worden 76.000 kilo biologische wortelen verwerkt tot sap. Dat sap wordt vervolgens in vaten opgeslagen. “Na de hardfruitoogst hopen we een partij appels of peren op te kopen bij een fruitteler, zodat we wortel-appelsap kunnen maken. Die verkopen we dan in boxen via onze website.”Saptap voor thuis of voor het goede doelDe saptap van vijf liter is vanaf deze week beschikbaar. Consumenten kunnen deze online bestellen en thuis laten leveren, of ervoor kiezen om een saptap te doneren aan de voedselbank. “Wij werken rechtstreeks samen met boeren en bekijken telkens wat we met hun overschotten kunnen doen op de consumentenmarkt”, legt Schiltz uit. Hij is momenteel actief op zoek naar een bioboer die verwacht dat zijn appels de reguliere markt niet zullen halen. Van logistiek probleem naar circulaire aanpakWaste Warriors onderscheidt zich van initiatieven zoals Get Wasted, een online platform waarop agro-restpartijen worden aangeboden aan verwerkers zoals horecazaken. “Bij dat soort platforms is logistiek vaak een struikelblok, omdat het meestal om kleinere partijen gaat. Wij richten ons op grotere volumes, die we zelf – vaak in commissie – verwerken en via ons eigen kanaal verkopen”, aldus Schiltz. Een eerlijke prijs voor de boerNaast het terugdringen van voedselverspilling, wil Waste Warriors ook bijdragen aan een eerlijke vergoeding voor boeren. Zo komt de huidige partij wortelen van een biologische teler uit het Brabantse Steenbergen. Door een nat voorjaar, lage marktprijzen en een verschuiving in de vraag naar buitenlandse wortelen, dreigde zijn volledige oogst van 210.000 kilo als veevoer te eindigen. “Meer dan 130.000 kilo is al naar veevoer gegaan, maar we zijn net op tijd om de resterende partij een waardigere bestemming te geven”, aldus Schiltz. Volgens hem toont dit aan hoe problematisch het huidige voedselsysteem is.GroeipotentieelDe oprichter ziet volop groeimogelijkheden voor zijn start-up en kijkt daarbij naar het voorbeeld van No Waste Army. Deze Nederlandse organisatie, die enkele jaren geleden werd opgericht, verwerkt inmiddels tot een miljoen kilo voedselresten per jaar. Elk kwartaal brengt ze een voedselbox op de markt met houdbare producten op basis van landbouwoverschotten.</content>
            
            <updated>2025-07-03T13:36:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hittestress bij koeien leidt tot lagere melkaanvoer: “Zo erg is het nog nooit geweest”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zuivelverwerkers-houden-in-fabrieken-rekening-met-mindere-melkaanvoer-door-hittestress" />
            <id>https://vilt.be/57608</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zuivelverwerkers houden in hun fabrieken rekening met een verminderde melkaanvoer als gevolg van hittestress bij melkkoeien. Na enkele tropische dagen daalt de melkproductie merkbaar. "De productie kan tot vier liter per koe per dag teruglopen", vertelt een melkveehouder die met dakisolatie en ventilatoren de hitte probeert te bestrijden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="melk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a70947de-c76b-4f6d-a673-e83fa1700ad1/full_width_koeweidehittestresswarmtewater-1280.jpg</image>
                                        <content>Volgens Tom Schiettecat, directeur Milk &amp;amp; Farms bij Milcobel, houdt men op de productiesites rekening met een terugval in melkproductie, al is de precieze impact nog moeilijk te voorspellen. &quot;Het is te verwachten dat de productie onder invloed van de hitte zal dalen&quot;, zegt hij. Datzelfde horen we bij Royal A-Ware: &quot;In de warme periodes is het standaard dat er minder melk is. We spelen hierop in met onze productieplanningen.&quot;Melkveehouder Sabina Vandeweyer uit Wuustwezel stelt dat de melkgift bij aanhoudende warmte met wel vier liter per dag kan dalen, bij een gemiddelde productie van dertig liter. “Vooral koeien die aan het einde van hun lactatie zitten, herstellen vaak niet meer van zo’n dip.” Ook de vruchtbaarheid in het najaar lijdt eronder. “Door de hitte wordt de eicelvorming verstoord, wat het later in het jaar moeilijk maakt om koeien drachtig te krijgen.”Op haar bedrijf bleef de hittestress tot nu toe binnen de perken, mede doordat het ’s avonds afkoelde. “Maar afgelopen nacht (maandag op dinsdag, red.) bleef de temperatuur hoog”, zegt ze. “Dat maakt het moeilijker om de stal voldoende te koelen.” De boerin stelde de vaccinatie tegen serotype 8 uit om de koeien niet extra te belasten.  “Nog nooit eerder zo erg geweest”Melkveehouder Johan Leenaerts uit Westmalle installeerde vier grote ventilatoren en benevelt het dak van zijn stal. Toch registreren sensoren een temperatuur van 38 graden. “Zo erg is het nog nooit geweest”, zegt de boer die rekening houdt met een terugval in de melkgift. “Vorige week lag de melkaanvoer al 400 liter lager.”Volgens Schiettecat nemen melkveehouders steeds meer maatregelen om hun koeien te beschermen tegen hittestress, een fenomeen dat zich de voorbije jaren steeds vaker voordoet. “We zien een duidelijke trend richting moderne stallen met ventilatie, dakisolatie en zelfs waterbedden.” Investeren loont: tot 35 euro per koe extra winstHoewel extreme hitte niet volledig op te vangen is, blijkt uit onderzoek dat hittewerende maatregelen zich wel degelijk terugbetalen. Binnen het Vlaamse project Eerste Hulp bij Hittestress bij Koe (EHBHKoe) van Inagro, ILVO, Hooibeekhoeve en Boerenbond werd aangetoond dat dergelijke investeringen kunnen leiden tot een hogere jaarlijkse winst van 5 tot meer dan 35 euro per koe.Beste resultaten bij combinatie van ventilatie en vernevelingDe onderzoekers verrekenden hierbij de investeringskosten met de verminderde productieval tegen een melkprijs van 40 cent per liter. Ze vergeleken bedrijven mét en zonder hittemaatregelen, en hielden rekening met temperatuur, luchtvochtigheid, luchtsnelheid en melkopbrengst. De combinatie van ventilatoren en verneveling van water bleek het meest effectief. Hierbij wordt onder hoge druk water verneveld, dat via ventilatoren als gekoelde lucht de stal circuleert. Dit indirecte verkoelingseffect reduceerde het aantal hittestressdagen in 2022 van 80 naar 20. Extra tips om hittestress te beperkenNaast een goed stalklimaat adviseren experts ook om meerdere keren per dag vers water en vers voer aan te bieden. Dit stimuleert de eetlust van de koeien, die bij hitte vaak vermindert. Foto van de weekMelkveehouder Thomas Linssen uit Kinrooi gebruikte wel een heel bijzondere techniek om zijn topkoe af te koelen. “Kathaan 1583 was volledig bevangen van de hitte, gaf niks meer en ging liggen aan de uitgang van de melkstal. Met veel goede zorgen is ze in het strijk geraakt”, schrijft de boer op Facebook. Hij bedekte het dier met natte handdoeken. De Limburger noteerde 40 graden in de stal.</content>
            
            <updated>2025-07-02T07:29:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[36 bruinvissen, 72 zeehonden en één babywalvis: wat vertelt de balans van aangespoelde zeezoogdieren in 2024?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/de-zee-spuwt-zeezoogdieren-uit-72-zeehonden-aangespoeld-op-belgische-kust" />
            <id>https://vilt.be/57609</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Aan de Belgische kust zijn in 2024 in totaal 36 bruinvissen, 72 zeehonden en een piepjonge dwergvinvis aangespoeld. Dat blijkt uit het jaarlijkse rapport ‘Aangespoeld. Zeezoogdieren in België’ van het Instituut voor Natuurwetenschappen. Hoewel het aantal gestrande bruinvissen lijkt te dalen, is dat volgens onderzoekers geen goed nieuws: de soort lijkt simpelweg minder aanwezig in onze wateren. Zeehonden daarentegen spoelen net vaker aan, en ook enkele opvallende waarnemingen van walvissen en dolfijnen kleurden het afgelopen jaar.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zee" />
                        <category term="vis" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1ffe055c-5402-4109-984a-7e1a1140d016/full_width_gewone-zeehond-koksijde-b-vanslembrouck.png</image>
                                        <content>Het aantal aangespoelde bruinvissen lag de voorbije 22 jaar enkel in 2023 lager (26). Sinds de eeuwwisseling zien we nochtans een toenemende trend in het aantal gestrande bruinvissen. Volgens het Instituut voor Natuurwetenschappen is dit het gevolg van een populatieverschuiving binnen de Noordzee, waarbij de soort steeds meer het zuidelijke deel innam.De strandingen bereikten een piek zo’n tiental jaar geleden. Sindsdien neemt het aantal aangespoelde bruinvissen weer af, en de onderzoekers weten niet zeker hoe dit komt. Een analyse van de data verzameld tijdens luchtsurveys toonde alvast aan dat zich in 2024 relatief lage aantallen bruinvissen bevonden in de Belgische wateren: in april, augustus en oktober ging het naar schatting om respectievelijk 5.200, 1.000 en 3.300 dieren. In topjaren waren dat er soms drie tot vier keer meer. Een studie in samenwerking met onze buurlanden toonde aan dat de scheepvaart deze soort vanop grote afstand kan verstoren. Bloeddorstige zeehondenDe onderzoekers merken ook nog op dat de bruinvissen die men vroeger nog regelmatig aantrof, geregeld vreselijk waren toegetakeld. Duidelijk het slachtoffer van hongerige grijze zeehonden, ons grootste inheemse roofdier. Vandaag zijn er amper nog verscheurde resten van bruinvissen te vinden. De vraag rijst of de bruinvissen simpelweg hebben geleerd om beter te ontkomen. Een andere hypothese is dat de grijze zeehonden een andere voedselbron gevonden hebben. Nog een mogelijkheid is dat de aanvallen die sinds 2010 zo veelvoorkomend waren, het werk waren van slechts enkele roofzuchtige zeehonden die inmiddels gemigreerd of gestorven zijn.Wat geen dalende trend kent, is het aantal aangespoelde zeehonden. Strandgangers meldden in 2024 langs de Belgische kust een totaal van 72 dode exemplaren. Het ging om 34 grijze en negen gewone zeehonden. De precieze soort van de overige zeehonden kon niet worden geïdentificeerd. 2024 kende het tweede hoogste aantal aangespoelde zeehonden in de voorbije dertig jaar, een trend die het gevolg is van groeiende populaties in de ons omringende landen. Sealife verzorgde in 2024 anderzijds relatief weinig zeehonden: zes grijze en drie gewone. Kolossen op zeeVan een andere diersoort werd slechts één dood exemplaar aangetroffen, maar het beheerste wel de krantenkoppen. De dwergvinvis die op 13 mei 2024 aanspoelde in Oostende was slechts 3,16 m lang en was dus piepjong. De onderzoekers vermoeden dat het dier zijn moeder verloren heeft, en zo is uitgehongerd. Deze dwergvinvis was het enige aangespoelde zeezoogdier in 2024 dat geen bruinvis of zeehond was. Het rapport bevat echter niet alleen tragedie, want er werd ook gekeken naar eerder uitheemse diersoorten die ‘aangespoeld’ zijn in onze wateren. Zo werden er op zee vele bruinvissen gespot, net zoals twee levende dwergvinvissen, enkele tuimelaars, een gewone dolfijn en een groepje witsnuitdolfijnen. En als klap op de vuurpijl: drie bultruggen, waarvan twee levende. Het is niet altijd kommer en kwel, maar in dit geval wel. Van de dode bultrug werd enkel een borstvin aangetroffen. Een levende bultrug werd aangetroffen in maart bij de Fairybank en in juni tussen de Kwintebank en de Middelkerkebank. Het dier sprong zelfs even uit het water. Een week later merkte men mogelijk hetzelfde dier op in Nederlandse wateren.Wat de witsnuitdolfijnen betreft, lijkt de populatie in onze wateren eveneens afgenomen. Tot rond 2011 zagen de onderzoekers deze dieren heel regelmatig vanuit het toezichtsvliegtuig, en elk jaar spoelde er wel eentje aan. Vandaag lijkt de soort op de beperkte waarneming na zo goed als verdwenen uit de zuidelijke Noordzee.WalviskaartTot slot noteert het rapport ook dat er jaarlijks overal ter wereld duizenden walvissen sterven door aanvaring met schepen. Om de impact van scheepvaart op walvissen te beperken, werkt de KBRV samen met onderzoekers die over uitgebreide verspreidingsgegevens van walvissen beschikken. Die data kunnen gebruikt worden om routes aan te passen of om in bepaalde gebieden schepen te verplichten trager te varen en uitkijk te houden.</content>
            
            <updated>2025-07-01T19:54:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse regering zet eerste stap richting nieuw stikstofbeleid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-regering-zet-eerste-stap-richting-nieuw-stikstofbeleid" />
            <id>https://vilt.be/57610</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het startschot is gegeven binnen de Vlaamse regering om de volgende Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) voor te bereiden. Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) stelde een nieuwe wetenschappelijke commissie samen die de fundamenten moet leggen voor een emissieaanpak die zowel juridisch standhoudt als wetenschappelijk onderbouwd is. In de commissie zullen vijftien experten met een natuurwetenschappelijke, juridische of socio-economische achtergrond de nieuwe PAS helpen uitstippelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/513f8cd9-c0df-4f2f-968d-65e5a079b66d/full_width_tractorlandschapsilhouetduurzaam.jpg</image>
                                        <content>In het regeerakkoord werd de ambitie vastgelegd om de overgang van een depositie- naar een emissiebeleid te onderzoeken. Met de oprichting van de Wetenschappelijke Interdisciplinaire Commissie Stikstof (WIC) krijgt dat plan nu vorm. Het initiatief kadert binnen de voorbereiding van een volgende PAS. “Daarbij blijft het doel om de impact van stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden terug te dringen, zonder afbreuk te doen aan rechtszekerheid voor burgers, landbouwers en ondernemers”, aldus minister Brouns. De samenstelling van de commissie valt samen met het nieuws over de aanpassing van de stikstofregels na een arrest van de Raad van State. Sommige kritische drempelwaarden (KDW’s) zullen daarbij verstrengd worden, dit wil zeggen dat sommige habitattypes gevoeliger blijken aan stikstof dan eerder gedacht. Dit werpt een nieuwe onzekerheid over heel wat lopende en nieuwe vergunningsaanvragen. “Zolang we blijven vasthouden aan het model waar KDW’s als enige, zaligmakende toets voor de vergunningsverlening, zullen we ons blijven vastrijden”, zei Brouns hierover. “Het blijft mijn insteek om het beleid om te gooien van een depositiemodel naar een emissiemodel. De samenstelling van WIC is hierin de eerste stap.”Sterke wetenschappelijke basis, breed gedragen klankbordgroepWIC brengt gerenommeerde experts samen, waaronder wetenschappers, rechtsgeleerden en socio-economische experten. Ook vertegenwoordigers van verschillende Vlaamse overheidsentiteiten zullen deelnemen om toelichting te geven bij de gebruikte modellen en cijfers. “De commissie zal zich buigen over noodzakelijke emissiereducties, hun effect op natuurherstel en de juridische en economische implicaties van verschillende beleidsopties”, legt Brouns uit.Naast het wetenschappelijk team wordt ook een klankbordgroep opgericht met vertegenwoordigers van overheidsinstanties, landbouworganisaties, milieuverenigingen en het bedrijfsleven. Deze groep zal geconsulteerd worden over de onderzoeksvragen en het tussentijdse advies van de commissie. Ook milieuprofessionals en adviesbureaus, die dagelijks in de weer zijn met vergunningsaanvragen nemen deel aan dit overleg.De resultaten van het wetenschappelijk werk en de input uit de klankbordgroep zullen uiteindelijk richting geven aan het nieuwe PAS-traject, dat de Vlaamse regering nog deze legislatuur vorm wil geven.Een robuuste aanpak voor een gedeelde uitdagingVolgens Brouns moet er komaf gemaakt worden met juridisch wankele en wetenschappelijk omstreden modellen. “Met dit initiatief zetten we in op een toekomstgerichte, planmatige aanpak van stikstof, die vertrekt van robuuste kennis en brede betrokkenheid. Alleen zo kunnen we natuurherstel verzoenen met economische ontwikkeling en rechtszekerheid voor iedereen”, luidt het. Wie zetelt er in de nieuwe wetenschappelijke commissie?Onderstaande experten zullen worden uitgenodigd voor een startvergadering in functie van het samenstellen van een Wetenschappelijke Interdisciplinaire Commissie – StikstofNatuurwetenschappelijke experten: em. prof. dr. Willy Verstraete, prof. dr. Wim de Vries, em. prof. dr. Johan Martens, prof. dr. Tobias Ceulemans, prof. dr. Siegfried Vlaeminck, dhr. Micha Indeherberg, prof. dr. Tim Nawrot, prof. Kris VerheyenJuridische experten: prof. dr. Aube Wirtgen, prof. dr. Chris Backes, prof. dr. Sigrid De Bois, meester Gregory VerhelstSocio-economische experten: prof. Erik Mathijs, prof. dr. Ir. Jeroen Buysse, prof. Johan EyckmansAanvullend aan deze experten werden ook een vertegenwoordiger van het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO), het Instituut voor Natuur en Bos Onderzoek (INBO), het Instituut voor Landbouw-, Voeding- en Visserijonderzoek (ILVO), de Plantentuin van Meise en de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM) uitgenodigd om de nodige toelichting te geven bij cijfers en modellen en de commissie te ondersteunen waar nodig. Ten slotte werd een vertegenwoordiger van het Departement Omgeving gevraagd aan te sluiten om een vlotte coördinatie te voorzien.</content>
            
            <updated>2025-07-01T20:46:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Stikstofregels aangepast na Nelissen-arrest, rechtszekerheid opnieuw zeer wankel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stikstofregels-aangepast-na-nelissen-arrest-rechtszekerheid-opnieuw-zeer-wankel" />
            <id>https://vilt.be/57611</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na het arrest van de Raad van State in de zaak-Nelissen Steenfabrieken zijn de onderliggende regels van het stikstofdecreet aangepast. Dat maakte Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) dinsdag bekend in het Vlaams Parlement. De kritische depositiewaarden (KDW’s) worden bijgesteld, wat gevolgen heeft voor lopende en nieuwe vergunningsaanvragen. Intussen groeit de twijfel of het stikstofdecreet juridisch nog standhoudt en of dit binnenkort opnieuw uitmondt in een vergunningsstop.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a6bc9fac-b816-4676-be01-e3485d7931a1/full_width_boerderijwestvlaanderen-inagrocopyright.jpg</image>
                                        <content>De Raad van State vernietigde vorige maand het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) &#039;Nelissen Steenfabrieken&#039; omdat er bij de goedkeuring geen gebruik werd gemaakt van de meest recente wetenschappelijke kennis rond stikstof.In Vlaanderen wordt de impact van stikstof beoordeeld aan de hand van kritische depositiewaarden (KDW’s). Die geven een indicatie hoeveel stikstof een bepaald habitattype kan verdragen zonder dat het risico bestaat dat de natuur er schade van ondervindt. In de huidige vergunningverlening werd steevast uitgegaan van KDW’s die in 2013 door het Instituut van Natuur- en Bosonderzoek (INBO) werden vastgesteld. In 2022 kwam echter UNECE (United Nations Economic Commission Europe) met een rapport dat indicaties bevat dat de KDW’s in de EU bijgesteld moeten worden. Vorig jaar vertaalde INBO het UNECE-rapport naar de Vlaamse context. Daarin adviseert INBO om de KDW’s voor 42 van de 75 habitattypes te verstrengen. Dit advies is echter niet bindend, waardoor de KDW’s niet werden aangepast.Maar daar heeft de Raad van State met zijn arrest verandering in gebracht. Daarin volgt de Raad wat het Hof van Justitie eigenlijk al eerder heeft vastgelegd: als lidstaten werken met KDW’s, dan moeten deze verplicht gebaseerd worden op de meest recente wetenschappelijke kennis. De Raad stelde in zijn Nelissen-arrest dat dit het KDW-rapport van UNECE is, geïmplementeerd in Vlaanderen of niet.Het arrest heeft gevolgen voor het stikstofdecreet op twee niveaus: de toepassing in de praktijk, zoals de vergunningsverlening, en de juridische onderbouwing van het decreet zelf. Voor lopende dossiers zal moeten worden nagegaan of de update leidt tot een andere beoordeling Impact op nieuwe en lopende vergunningsaanvragen?Minister Brouns liet in de commissie weten dat de KDW’s aangepast worden. De KDW’s vormen de basis van de impactscore, die op zijn beurt centraal staat in de huidige vergunningsverlening. Een aanpassing aan de KDW’s heeft dus directe gevolgen voor veehouderijen.Veehouderijen met een impactscore van maximaal 0,025 procent kunnen een vergunning van onbepaalde duur verkrijgen, zonder bijkomende verplichtingen op vlak van ammoniakreductie. Ligt de impactscore hoger, dan moet het bedrijf ofwel reductiemaatregelen nemen en een passende beoordeling opmaken, of aantonen dat het geen afbreuk doet aan de dalende trend in ammoniakemissies.“Mijn administratie werkt momenteel om de aangepaste KDW’s in de online impactscoretool te verwerken”, aldus Brouns. &quot;Voor lopende dossiers zal moeten worden nagegaan of de update leidt tot een andere beoordeling.&quot; Het Grondwettelijk Hof zal zich moeten buigen over de vraag of de onderbouwing nog standhoudt Impact op het volledige stikstofdecreet?Het stikstofdecreet legt de impactscore vast, maar niet de onderliggende KDW’s per habitattype. In Nederland gebeurde dit wel, waardoor een arrest het volledige stikstofbeleid onderuit kan halen. In Vlaanderen is dit niet het geval waardoor de KDW’s telkens aangepast kunnen worden naargelang de wetenschappelijke inzichten. Dit wil ook zeggen dat het stikstofdecreet op zich niet bijgesteld moet worden of op de schop gaat.Wel rijst de vraag of de onderbouwing van het decreet na het arrest nog standhoudt. “Het Grondwettelijk Hof zal zich hierover moeten buigen”, aldus Brouns. Hij benadrukt ook dat de specifieke casus van Nelissen niet zomaar gelijkgesteld mag worden met de algemene regelgeving uit het stikstofdecreet. “Bovendien is het Grondwettelijk Hof op zich niet gebonden aan de interpretatie van de Raad van State. Al neemt dit niet weg dat de boodschap van de Raad belangrijk en heel erg duidelijk is.” Zolang de individuele vergunningsverlenging vasthangt aan de KDW’s, zullen we onszelf blijven vastrijden Beleid over een andere boegBrouns herhaalde ook zijn kritiek op het huidig stikstofmodel, waarin KDW’s één op één vasthangen aan de individuele vergunningsverlening. “Het is nu zeer duidelijk geworden dat deze KDW’s bewegende doelpalen zijn. Wetenschappelijke zekerheid is een relatief concept. Hierdoor kunnen de KDW’s met bijhorende doelen steeds aangepast worden. Anderzijds laat de complexiteit van de werkelijkheid zich niet altijd reduceren tot een vast model.”“Zolang we blijven vasthouden aan het model waar KDW’s als enige, zaligmakende toets voor de vergunningsverlening, zullen we onszelf blijven vastrijden”, aldus de minister. “Ik heb dit al vaak gezegd, we moeten hiervan loskomen. Dit alles laat een zure nasmaak achter.”Het arrest sterkt volgens hem ook de overweging om het beleid om te gooien. “Daar is de start van de nieuwe wetenschappelijke commissie rond stikstof alvast een eerste stap in”, klinkt het. Ook ziet de minister meer potentieel in individuele, passende beoordelingen om vergunningen robuuster te maken. U wist dat dit ging gebeuren Vergaande impactVolgens Vlaams parlementslid Lydia Peeters (Open Vld), die de kwestie op de agenda plaatste in de commissie Leefmilieu, zal “de impact van het arrest enorm worden”. Mieke Schauvliege (Groen) spreekt van onzorgvuldig bestuur omdat de KDW’s nu pas aangepast worden: &quot;U had ze al lang moeten aanpassen op basis van de nieuwe wetenschappelijke inzichten, u wist dat dit ooit ging gebeuren.”Volgens Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens lost de aanpassing van de KDW’s het probleem niet op zolang de regering het huidige pad van het depositiebeleid blijft bewandelen. “De omschakeling naar een emissiereductiemodel moet, sneller dan voorzien in het Regeerakkoord, gemaakt worden. Het is de taak van de overheid om zo snel mogelijk duidelijkheid te brengen en werk te maken van alternatieve oplossingen én een aanpassing van de Habitatrichtlijn op Europees niveau, zodat landbouwers en alle andere ondernemers in Vlaanderen rechtszekerheid en ontwikkelingskansen krijgen.”</content>
            
            <updated>2025-07-01T20:31:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eerste stikstofinvestering van AIF gaat naar meettechnologie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eerste-stikstofinvestering-van-aif-gaat-naar-meettechnologie" />
            <id>https://vilt.be/57612</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>AIF, het investeringsfonds van MRBB, de holding boven Boerenbond, kiest met zijn eerste stikstofinvestering niet voor een emissiereducerende techniek, maar voor een meetoplossing. Met een kapitaalinjectie van een half miljoen euro helpt AIF het Belgische techbedrijf VOCSens zijn ammoniaksensoren sneller op te schalen. Het is ondertussen al de vierde investering waarmee AIF in één maand tijd uitpakt. “We hebben onze investeringscriteria onlangs verruimd, zodat we nu ook bedrijven kunnen steunen buiten de biotechnologie”, aldus CEO Patrik Haesen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/890ef365-851f-4c8d-b91c-53ee6bea9495/full_width_varkens-europeanunion2013jozefjakubco.jpg</image>
                                        <content>De nieuwste investering van AIF is VOCSsens, een Belgische techonderneming gespecialiseerd in gasdetectie. “Het bedrijf ontwikkelt nauwkeurige, kostenefficiënte multigassensormodules die real-time de luchtkwaliteit en emissie monitoren”, klinkt het. Vooral de mogelijkheid om ammoniakniveaus accuraat te meten maakt het systeem bijzonder relevant voor de veehouderij.De investering van een half miljoen euro zou het bedrijf in staat stellen om de ammoniaksensoren grootschalig in veehouderijen in te zetten. “Veehouders krijgen via de sensoren toegang tot continue, betrouwbare data, die hen ondersteunt bij beter emissiebeheer en het naleven van de regelgeving.”Geen AER-technieken in het portfolio“Wij investeren in ambitieuze teams die met baanbrekende technologie de grote uitdagingen in de landbouw aanpakken”, aldus Haesen. “VOCSens beschikt over de juiste expertise en visie om een sleutelrol te spelen in het verduurzamen van de sector.”Toch investeert AIF niet in technologie die effectief ammoniakuitstoot reduceert, nochtans dé grootste uitdaging van de veehouderij momenteel. &quot;De problematiek staat absoluut op onze radar, maar tot nu passeerde nog geen dossier dat ons echt overtuigde. Sommige innovaties zijn ook al te ver gevorderd, waardoor onze toegevoegde waarde beperkt zou zijn.”, legt Haesen uit. “Onrechtstreeks levert VOCSens bovendien wel een belangrijke bijdrage. Via hun sensoren zullen nieuwe techniekenbouwers betere mogelijkheden hebben om hun claims te meten”, zodus Haesen. Er beweegt wat in het VK op vlak van landbouwinnovatie Investeren in buitenlandse landbouwinnovatieEerder kondigde het fonds aan voor de eerste keer te investeren in een buitenlands bedrijf. Het oog viel op een Brits bedrijf gespecialiseerd in elektrische onkruidbestrijding. “We breiden onze activiteiten uit buiten België op zoek naar nieuwe tools die onze landbouwers op korte termijn kunnen inzetten”, klonk het bij de aankondiging. “Onkruidbestrijding is zo’n groeiende uitdaging. Een niet-chemische en duurzame oplossing die onkruid tot in de wortel vernietigt, is een echte gamechanger voor de landbouw.”“Er is in België heel veel innovatie, maar de sector heeft nog meer nodig om alle uitdagingen aan te kunnen”, antwoordt Haesen op de vraag waarom er innovatie gezocht worden over het Kanaal. “In het Verenigd Koninkrijk is er sinds brexit een grote innovatiezin in de landbouw. De breuk met de EU leidde tot meer focus op zelfvoorziening. Bedrijven krijgen er aanzienlijke steun om de sector vooruit te stuwen.” Het investeringsklimaat in de agritech koelde de laatste vier jaar af, maar de start-ups blijven een grote ondernemingszin tonen Moeilijker investeringsklimaatVorig jaar haalde AIF een nettowinst van 1,2 miljoen euro, daarmee steeg het eigen vermogen naar 62,3 miljoen euro. Daarvan zat 60,3 miljoen geïnvesteerd in tien bedrijven, waarvan 11,9 miljoen nieuwe investeringen waren.Ondanks deze mooie cijfers merkt AIF op dat de agrotechsector een ‘reality check’ kreeg, na de boost in enthousiasme in 2018-2021. Volgens Haesen is dat het gevolg van een combinatie van factoren die de markt vandaag uitdagend maken en investeerders voorzichtiger en selectiever doen handelen.Naast de bekende complexe regulatoire trajecten, spelen ook de stijging van rentes en beperking van kapitaal een rol. Haesen wijst bovendien ook op de dominantie van enkele grote spelers in de keten. “Fabrikanten zoals Bayer, BASF en Syngenta hebben ongelooflijke machtposities. Dat maakt het voor nieuwkomers moeilijk om zichte nestelen in de markt. De combinatie van onder meer de lage productiekosten die schaalvoordelen van de grote spelers met zich meebrengen, met het scherpe verdienmodel van landbouwers, zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven weinig speelruimte in prijszetting hebben.”Tot slot duidt Haesen ook op het feit dat vandaag minder start-ups worden overgenomen of opgekocht. Ook dit zorgt ervoor dat investeerders wat meer op hun hoede zijn.Start-ups blijven enthousiastHaesen merkt dat er toch nog steeds heel veel innovatiezin is bij start-ups, zeker als het gaat over technologieën aan de inputzijde van de sector. “Overheden beginnen ook meer te beseffen dat oplossingen nodig zijn. Er wordt vereenvoudigd in sommige procedures en wordt financiering ter beschikking gesteld via allerhande overheidsgerelateerde vehikels”, aldus de CEO. “Ondertussen wordt de noodzaak aan nieuwe oplossingen ook alsmaar acuter in de landbouw zelf, omwille van problematieken zoals resistentie, strengere milieunormen enzovoort.”</content>
            
            <updated>2025-07-02T10:52:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Weersvoorspellingen en luchtkwaliteit krijgen boost dankzij nieuwe Europese satelliet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/weersvoorspellingen-en-luchtkwaliteit-krijgen-boost-dankzij-nieuwe-europese-satelliet" />
            <id>https://vilt.be/57613</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De nieuwe Europese weersatelliet, de Meteosat Third Generation Sounder 1 (MTG-S1), met aan boord het Copernicus Sentinel-4-instrument, is dinsdagavond gelanceerd vanop de lanceerbasis Cape Canaveral in Florida. De nieuwe satelliet moet de monitoring van het weer, en dan vooral met name extreme weerfenomenen, verbeteren. Daarnaast kan ook de luchtkwaliteit nauwgezetter worden opgevolgd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="luchtkwaliteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3e337c05-9e46-4945-a740-59a718860618/full_width_copernicus-sentinel-4-esa.png</image>
                                        <content>Weerdata dubbel zo snel aangeleverdMTG-S1 maakt deel uit van het Meteosat Third Generation-programma, dat volgens Eumetsat het meest complexe en innovatieve geostationaire weersysteem ooit is. Samen met de MTG-I1, die eind 2022 werd gelanceerd, en de MTG-I2, die in 2026 wordt gelanceerd, moet het dubbel zo snel weerdata aanleveren als de voorganger MSG (Meteosat Second Generation).De MTG-S1 wordt de eerste &#039;sounder&#039; die Europa ooit heeft gehad. Die &#039;beluistert&#039; de atmosfeer aan de hand van infraroodmetingen die de temperatuur en luchtvochtigheid in kaart brengen, wat helpt het weer nauwkeuriger te voorspellen en extreme weersomstandigheden sneller te ontdekken. De bedoeling is om op die manier stormen op het spoor te komen vooraleer ze ontstaan om zo sneller te kunnen overgaan tot waarschuwingen en mensenlevens te redden.Ook het Belgische meteorologisch instituut KMI gaat de nieuw aangeleverde data gebruiken om de weersvoorspellingen nog accurater te maken. De betere weermonitoring zal bijvoorbeeld ook de luchtvaart ten goede komen. Zo zouden zones met turbulentie sneller en gemakkelijker geïdentificeerd moeten kunnen worden.  Luchtkwaliteit nauwgezetter monitorenDe Sentinel-4 moet dan weer de luchtkwaliteit boven Europa beter in kaart brengen. Zo zal de Copernicus-satelliet de concentraties aan stikstofdioxide (NO2), ozon (O3), zwaveldioxide (SO2), formaldehyde (HCHO), fijn stof en aerosolen meten. &quot;Dat is enorm belangrijk om te meten wegens de impact op de gezondheid en levenskwaliteit&quot;, duidde Lieven Bydekerke, Copernicus Programme Manager bij Eumetsat eerder. Luchtvervuiling is namelijk nog altijd het grootste milieugerelateerde gezondheidsrisico in Europa, met naar schatting jaarlijks 350.000 doden tot gevolg.De satellieten hebben officieel een levensduur van 8,5 jaar, maar gaan in de praktijk een stuk langer mee. Al staan met de MTG-I3, MTG-I4 en MTG-S2 de vervangers al klaar. Die moeten binnen tien jaar de huidige vloot vervangen.&amp;nbsp;De allereerste weerobservatiesatelliet van Eumetsat werd gelanceerd in 1977. De tweede generatie werd vanaf 2002 gelanceerd.</content>
            
            <updated>2025-07-02T12:11:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Geen UNESCO-erkenning voor hoogstamboomgaarden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geen-unesco-erkenning-voor-hoogstamboomgaarden" />
            <id>https://vilt.be/57614</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Moeten hoogstamboomgaarden een UNESCO-erkenning krijgen? Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Open Vld) vindt van wel. Ze diende een resolutie in bij de Vlaamse regering met een actieplan om de boomgaarden erkend te krijgen, maar het voorstel werd weggestemd. Vlaams Parlementslid Sanne Van Looy (N-VA) waarschuwt dat zulke erkenning immers ook veel administratieve rompslomp kan meebrengen voor fruitboeren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="toerisme" />
                        <category term="diversificatie" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/30d4b011-21c3-4251-8374-5e06c4ad7791/full_width_hoogstamboomgaard2.jpg</image>
                                        <content>De provincie Limburg, en de regio Haspengouw in het bijzonder, staan te boek als dé fruitstreek van Vlaanderen waar al fruit geteeld wordt sinds de Romeinse tijd. In de achttiende eeuw hielden de Haspengouwse veehouders er als bijberoep vaak een kleine boomgaard bij de hoeve op na. Maar de afgelopen decennia hebben de laagstambomen nagenoeg alle hoogstamboomgaarden verdrongen in de Belgische fruitteelt. Laagstammigen zijn veel minder arbeidsintensief, en dus ook economisch interessanter.Laagstammigen zijn dus de te verkiezen optie voor vele fruitboeren, maar volgens Lydia Peeters zijn hoogstambomen ecologisch, cultureel en toeristisch van onschatbare waarde. Peeters wil deze bomen dus laten opnemen als UNESCO-werelderfgoed. Daarnaast pleit ze voor een opname van de hoogstamboomgaarden in de lijst van kleine landschapselementen en een hernieuwde rol voor Onroerend Erfgoed. Verder zegt de liberale politica dat eigenaars vandaag vastlopen in te veel regels en administratieve lasten. Meer administratieve lastVlaams Parlementslid Sanne Van Looy (N-VA) viel Peeters bij dat de hoogstambomen inderdaad hun waarde hebben, maar ze vindt het geen goed idee om het UNESCO-werelderfgoedlabel aan te vragen. &amp;nbsp;“Ik vraag mij af of dat consequent is, want in dezelfde resolutie lees ik de vraag naar meer administratieve vereenvoudiging. Ik denk dat een UNESCO-label dit net zal bemoeilijken.&quot; Volgens Van Looy zijn beheerovereenkomsten een betere piste om hoogstamboomgaarden te beschermen.Stijn De Roo (cd&amp;amp;v) sluit zich daarbij aan. Bovendien verwijst hij naar het huidig lopend actieprogramma voor hoogstamboomgaarden, dat nu in zijn laatste jaar zit, maar wel verlenging zal krijgen. De Roo wijst erop dat UNESCO-erkenning niet alleen gepaard gaat met administratieve last, maar ook de economische mogelijkheden van zulke bomen inperkt.Leo Pieters (Vlaams Belang) is eveneens geen fan van zo&#039;n erkenning. “Zulke bomen hebben een levensduur. Op een gegeven moment moeten ze gerooid worden, en wat doe je als het niet mag?” Pieters wijst er ook op dat de economische meerwaarde buiten het toeristische aspect beperkt is.Kris Verduyckt (Vooruit) merkte nog op dat veel steden en gemeenten op lokaal niveau al hoogstamboomgaarden beschermen omdat ze deel uitmaken van het landschap. “En bovendien bieden ze schaduw aan landbouwdieren. Ik heb gelezen dat dieren ook hitteslag kunnen krijgen, dus niet onbelangrijk”, zegt hij. Verduyckt sloot zich wel aan bij de inschatting dat UNESCO-erkenning met te veel administratieve last gepaard gaat, en beheerovereenkomsten een geschikter instrument zijn om de bomen te vrijwaren. “Terwijl we voor andere kleine landschapselementen zoals hagen, houtkanten en poelen beheersubsidies hebben, hebben we die voor hoogstambomen niet. Wat ons betreft moet daar de focus op liggen.” Ecologische waarde en oude fruitrassenDe Groenfractie sprak bij monde van Mieke Schauvliege als enige wel steun uit voor het voorstel van Lydia Peeters.Peeters zelf betreurt dat de resolutie voor UNESCO-erkenning is afgeschoten. “Als deze regering het meent met duurzame landbouw en agrarisch erfgoed, dan moet ze in actie schieten,” zegt ze. Peeters wijst erop dat de bomen niet alleen typerend zijn voor het Haspengouwse landschap, maar ook een habitat bieden voor vogels en bijen.De Open Vld-politica merkt ook op dat deze bomen de oude fruitrassen in stand houden, en dat ze een economische hefboom zijn voor bloesemtoerisme en voor de duurzame landbouw die zich inzet voor diversificatie, toerisme en korteketenproducten. &quot;Onvoldoende beschermd&quot;“Toch laat de Vlaamse regering na om dit waardevolle erfgoed voldoende te beschermen”, zegt Peeters in een persbericht. “Eigenaars, zowel landbouwers als particulieren, stuiten op een wirwar van regels en administratieve belasting. Steunmaatregelen richten zich vaak uitsluitend op actieve landbouwers en missen doelgerichtheid voor burgers die met engagement een boomgaard beheren.”Peeters zegt ook concrete initiatieven te missen om de administratieve lasten te verlagen. “Tegelijk is de ondersteuning vanuit he beleidssdomein Onroerend Erfgoed weggevallen en ontbreekt een gecoördineerd beleid tussen federale en Vlaamse diensten. Dat maakt het voor burgers moeilijk om mee te werken aan het behoud van dit waardevol erfgoed en aan de verduurzaming van onze landbouw”, stelt ze.Hoe dan ook vraagt Open Vld een “ambitieus actieplan” om de hoogstamboomgaarden te beschermen en werk te maken van monitoring, actieve ondersteuning en sensibilisering. Bestaande hoogstamboomgaarden moeten niet alleen worden bewaard, liefst worden er ook nieuwe aangeplant, vindt de partij. “En niet onbelangrijk: ook het landschapspark Hart van Haspengouw biedt een unieke kans voor herwaardering”, zegt Peeters. “Maar de erkenning als werelderfgoed van de hoogstamboomgaarden zou uiteraard de Haspengouwse kers op de ‘Limburgse vlaai’ zijn”, aldus het raadslid.</content>
            
            <updated>2025-07-02T14:21:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bart Buysse verlaat Fevia en wordt het nieuwe gezicht van Unizo]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bart-buysse-verlaat-fevia-en-wordt-het-nieuwe-gezicht-van-unizo" />
            <id>https://vilt.be/57615</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bart Buysse verlaat na de zomervakantie de federatie van de Belgische voedingsbedrijven Fevia om de nieuwe gedelegeerd bestuurder van ondernemersorganisatie Unizo te worden. “Ik neem afscheid met een dubbel gevoel. Het was een eer om te mogen werken voor de lekkerste sector van het land”, zegt Buysse. Hij stond zeven jaar aan het hoofd van Fevia.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7dc76c53-2912-43b4-a33d-6c20ab2f0e29/full_width_bart-buysse-unizo.png</image>
                                        <content>Unizo noemt de 56-jarige Buysse in de aankondiging &quot;een boegbeeld met bakken ervaring aan het roer van verschillende federaties&quot;. Niet alleen was hij zeven jaar CEO van Fevia, voordien was Buysse aan de slag bij het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), de grootste werkgeversorganisatie van het land. Als directeur-generaal zat hij voor het VBO mee in de Groep van Tien, het belangrijkste overlegorgaan van werkgevers en vakbonden, waar ook Unizo vertegenwoordigd is.Lobbykracht halen uit verhalen van ondernemers Buysse gaat in de loop van september aan de slag als topman van Unizo, zegt de ondernemersorganisatie in een nieuwsbericht. Zijn voorganger Danny Van Assche legde in februari zijn mandaat &quot;per direct&quot; neer, door &quot;een verschil in beleidsvisie met het bestuur&quot;.&quot;Ik ken de dossiers, de spelers en de dynamiek van het overleg- en ondernemerslandschap intussen door en door&quot;, zegt Buysse in het persbericht. &quot;Maar belangrijker nog: ik ken de verhalen van onze ondernemers en sta tussen hen in, ook om voeling te houden met het terrein. Daar haal ik mijn mosterd en lobbykracht uit.&quot;De benoeming van Buysse werd goedgekeurd door de algemene vergadering van Unizo. &quot;Bart brengt een unieke combinatie van strategisch inzicht, beleidskennis en voeling met ondernemersrealiteit&quot;, stelt Unizo-voorzitter Peter Brysse. &quot;Hij kent het kluwen van het overleglandschap en weet hoe je er resultaat uit haalt. Bovendien is hij een echte peoplemanager die samenwerking en innovatie in de organisatie zal stimuleren.&quot; Zoektocht naar opvolger start deze weekFevia kondigt met spijt zijn vertrek aan en start deze week de zoektocht naar een opvolger voor Buysse, aldus de voedingsfederatie in een persbericht. Voorzitter Nathalie Guillaume dankt hem &quot;voor zijn jarenlange inzet&quot;. &quot;Het vertrek van Bart laat niemand onberoerd. Maar soms biedt het leven kansen waarvoor je eenmaal moet springen. We wensen hem veel succes bij Unizo.”Buysse laat weten met een dubbel gevoel afscheid te nemen van Fevia. “Ik ben dankbaar voor de samenwerking met onze leden, het bestuur, het Fevia-team en al onze partners. We mogen trots zijn op wat we samen gerealiseerd hebben”, laat hij weten. Hij besloot om de stap te wagen omdat de overstap naar een interprofessionele werkgeversorganisatie met impact op nationaal, regionaal, provinciaal én lokaal niveau voor hem een unieke kans vormt. Veel raakvlakkenBij Fevia trok hij de jongste jaren een aantal keer aan de alarmbel omdat de rendabiliteit van de Belgische voedingsbedrijven onder druk staat, terwijl de sector wel de economische motor is in ons land. Hij hekelde onder meer de lasagne aan taksen waar de bedrijven mee geconfronteerd worden. Gecombineerd met een loonhandicap, een energiekosten-handicap en administratieve handicap maakt die het volgens hem moeilijk voor voedingsbedrijven om stand te houden. Daarnaast pleitte hij ook voor een sterk industriebeleid en voor een ombudsman voor handelsrelaties binnen de voedingsketen. Veel van die zaken zal hij kunnen meenemen wanneer hij de belangen van de zelfstandige ondernemers gaat verdedigen. &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-07-02T14:13:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Controverse in Frankrijk over herinvoering van verboden insecticide]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/controverse-in-frankrijk-over-herinvoering-van-verboden-insecticide" />
            <id>https://vilt.be/57616</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Frankrijk buigt zich de komende dagen over een wetsvoorstel dat het gebruik van acetamiprid onder voorwaarden opnieuw zou toelaten. De neonicotinoïde is er sinds 2018 verboden vanwege de schadelijke effecten op bestuivers. In België is het middel nog altijd toegelaten en wordt het vooral in de teelt van suikerbieten ingezet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8b66dd6e-9ab9-4e2c-a53e-837e4c0476e4/full_width_franse-vlag-frankrijk-unsplash.jpg</image>
                                        <content>In Frankrijk doet het “Duplomb-wetsvoorstel”, genoemd naar de rechtse senator Laurent Duplomb die het heeft ingediend, veel stof opwaaien. Het wetsvoorstel bevat bepalingen over allerlei onderwerpen, die volgens de rechtse politicus “de beperkingen op landbouwpraktijken zullen opheffen”.De meest controversiële maatregel is de herintroductie van acetamiprid. Het insecticide werd in 2018 verboden vanwege de schadelijke effecten op bestuivers en de vermeende effecten op de menselijke gezondheid. Maar Franse bieten- en hazelnoottelers trokken aan de alarmbel omdat er momenteel geen gelijkwaardige alternatief voorhanden is. Als het voorstel wordt goedgekeurd, kunnen zij het middel opnieuw gebruiken, weliswaar onder voorwaarden.De terugkeer roept felle weerstand op bij heel wat milieu- en biodiversiteitsorganisaties. “Sinds wanneer is het acceptabel om één sector, die van de imkers, te vernietigen om een andere te redden?”, reageerde de voorzitter van de Franse imkervakbond (Unaf) in de pers. “Biodiversiteit, volksgezondheid en de toekomst van de landbouwsector mogen niet worden opgeofferd in naam van politieke spelletjes of de belangen van agrochemische lobby&#039;s.” Wat is acetamiprid?Acetamiprid is een insecticide uit de groep van de neonicotinoïden. Binnen de geldende voorschriften, gebruiken Belgische land- en tuinbouwers het insecticide vooral tegen bladluizen, witte vlieg en kevertjes. Het middel wordt ingezet in onder meer de bietenteelt, serregroenten, bladgewassen, fruitteelt en notenproductie .Acetamiprid is momenteel de enige neonicotinoïde die binnen de Europese Unie, en dus ook in België, nog toegelaten is. Na een evaluatie in 2018 werd de toelating verlengd tot 2033. Andere maatregelenNaast de herintroductie van acetamiprid, bevat het voorstel ook nog enkele administratieve vereenvoudigingsmaatregelen, versoepelingen rond vergunningen voor veehouderijen en wijzigingen in de regels rond wateropslag. Ook dat laatste leidde al tot heel wat verhitte discussies bij de Fransen. Door de toenemende droogte en stijgende temperaturen wordt een betrouwbare watervoorziening steeds crucialer. Boeren pleiten voor waterbassins als noodzakelijke oplossing, maar milieuorganisaties verwijten hen dat ze zo de watervoorraden van de lokale gemeenschap afnemen.WeerstandHet wetsvoorstel bracht al heel wat verontwaardigde Fransen op straat. Ook binnen de regering lopen de standpunten uiteen. Landbouwminister Annie Genevard (Les Républicains) riep alvast parlementsleden op het voorstel niet te blokkeren. Volgens haar zijn de voorgestelde maatregelen noodzakelijk voor de boeren. Ze benadrukte dat het gebruik van acetamiprid streng gereguleerd blijft en over drie jaar opnieuw geëvalueerd zal worden.“Deze tekst lost niet alle problemen van de boeren op, maar stelt ons wel in staat om één ding te doen: onze Franse landbouwers dezelfde middelen geven als hun Europese collega’s,” benadrukte Duplomb nog in de Franse media.&amp;nbsp;Tegenstanders wijzen erop dat het wetsvoorstel botst met de Franse milieudoelstellingen en daarom onaanvaardbaar is. Op 8 juli wordt het voorstel gestemd in de Assemblée Nationale.</content>
            
            <updated>2025-07-02T16:03:46+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw tussentijds EU-klimaatdoel: 90 procent minder broeikasgassen tegen 2040]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuw-tussentijds-eu-klimaatdoel-90-procent-minder-broeikasgassen-tegen-2040" />
            <id>https://vilt.be/57617</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het pad om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn, legt de Europese Commissie een nieuwe tussentijdse doelstelling op tafel. Tegen 2040 zouden de EU-lidstaten de broeikasgasemissies met 90 procent teruggedrongen moeten hebben. Emissiereductie en koolstopslag blijven daarbij de kern, maar een beperkt deeltje van reductie zou ook gerealiseerd mogen worden via de aankoop van koolstofkrediet buiten de EU.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="koolstof" />
                        <category term="emissie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fa4a6c04-6f50-41b4-ae92-aaea159d9932/full_width_koeienindeweide.jpg</image>
                                        <content>Eerste mijlpaal in zichtIn 2021 legde de EU in een bindende klimaatwet vast dat ze tegen het midden van de eeuw klimaatneutraal wil zijn. Op de weg erheen staat voorlopig slechts één mijlpaal vast: een vermindering van de broeikasgasemmissies met 55 procent tegen 2030. Collectief zitten de lidstaten op koers om die doelstelling te halen, al blijft Vlaanderen achter. Vooral de landbouw- en transportsector zouden volgens een tussentijdse evaluatie onvoldoende vooruitgang tonen. Voor landbouw is de kloof tussen de doelstelling en de prognoses momenteel het grootst.De landbouwsector is in Vlaanderen goed voor ongeveer tien procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. Ongeveer de helft daarvan bestaat uit methaan, voornamelijk afkomstig van de veestapel. Ongeveer een kwart van de uitstoot komt van lachgas (N₂O), vooral door mestopslag. Het overige deel bestaat uit koolstofdioxide (CO₂). Tweede mijlpaal komt eraanNu wil de Commissie een tweede mijlpaal vastleggen in het klimaattraject: een reductie van de broeikasgasuitstoot van 90 procent tegen 2040. Om tegemoet te komen aan de vele tegenstand voorziet de Commissie een meer flexibel kader om deze doelstelling te halen. Zo voorziet het voorstel de mogelijkheid van een beperkt gebruik van internationale koolstofkredieten, waarbij emissiereductie buiten de EU aangekocht wordt, en het gebruik van binnenlandse koolstofkredieten binnen het EU-emissiehandelsysteem. De commissie verwijst naar deze maatregelen als een vangnet voor de resterende emissies van moeilijk te verminderen sectoren.De Commissie benadrukt echter dat de reducties van de binnenlandse broeikasgasemissies binnen de EU aangevuld met meer koolstofverwijderingen, onder meer door middel van natuurlijke en technologische oplossingen, de hoeksteen blijven van de inzet. Zo zullen de lidstaten maximaal drie procent uitstootbeperking mogen aankopen via carboncredits in derde landen. De kwaliteitscriteria waaraan de credits moeten voldoen, evenals de regels over wie ze mag aanschaffen zullen volgend jaar voorgesteld worden in EU-wetgeving.Het voorstel van de Commissie zal nu worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad.</content>
            
            <updated>2025-07-02T18:19:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zonnebrand, aangepaste plukuren en prijsdruk: Hete dagen laten groente- en fruittelers niet onberoerd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hitte-versnelt-productie-zomerfruit-schade-in-fruit-en-groente-te-verwachten" />
            <id>https://vilt.be/57618</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De warmste dagen liggen voorlopig achter ons, maar in de groente- en fruitteelt kan de impact aanslepen. “Bij het fruit is er lichte zonnebrand”, klinkt het bij Boerenbond. Experts benadrukken het belang van beregening, enerzijds voor afkoeling, maar anderzijds om bladverbranding tegen te gaan. Bij de veiling ziet men ook een toegenomen aanvoer van fruit, terwijl de vraag door de hitte tegenvalt. In de serregroente wordt op termijn productie-uitval verwacht, maar dat zou de prijzen voor de telers ten goede kunnen komen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="groente" />
                        <category term="fruitteelt" />
                        <category term="serre" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/50ff1c7a-3f76-420d-b527-9863e335b13d/full_width_grondtomaten-groot.jpg</image>
                                        <content>De tropische hitte van begin deze week heeft een negatieve invloed gehad op de verkoop van zomerfruit bij groente- en fruitveiling BelOrta. Vooral marktkramers in België, Frankrijk en Duitsland bestelden minder. “Bij dit warme weer blijven mensen weg van de markt,” zegt Laurent De Smedt, hoofd fruitverkoop bij BelOrta.Tegelijkertijd was er juist meer aanbod. Door de hoge temperaturen rijpt het fruit sneller, wat zorgt voor een verhoogde aanvoer. “Maandag hadden we dubbel zoveel frambozen als op een normale dag. Dat geldt ook voor ander zomerfruit,” aldus De Smedt. Die overvloed zet de prijzen onder druk. Door de versnelde rijping blijft bovendien de maat van het fruit achter. “Het fruit heeft minder tijd om te groeien”, klinkt het bij BelOrta. Zonnebrand in de appelteeltNaast het grotere volume zijn er ook zorgen over de kwaliteit. “We zien al lichte zonnebrand op het fruit,” zegt Pieter Van Oost van Boerenbond. “We krijgen signalen uit zowel de appel- als perenteelt. De echte schade wordt pas over enkele dagen duidelijk, en die zou weleens groter kunnen zijn dan nu zichtbaar is.”Ook bij BelOrta komen meldingen binnen van hardfruittelers die zich zorgen maken over zonnebrandschade. “Wanneer fruit brandschade oploopt, verkleurt de schil zwart en is de vrucht niet meer verkoopbaar,” legt Laurent De Smedt uit. Zowel BelOrta als Boerenbond benadrukken het belang van voldoende beregening. “Dat is cruciaal, zowel om de gewassen af te koelen als om bladverbranding te voorkomen,” zegt Pieter Van Oost van Boerenbond. Dankzij de vele zonuren zijn de bessen uitzonderlijk zoet Aangepaste pluktechniek voor minder verliesOok andere experts waarschuwen voor schade aan zomerfruit als gevolg van de hitte, vooral op percelen waar irrigatie niet mogelijk is. “Rassen die nu rijp zijn, hebben het zwaar te verduren. Door de hoge temperaturen beginnen ze als het ware te koken, waarna ze onverkoopbaar zijn,” zegt Tom Mertens, die in Hoogstraten zes hectare blauwe bessen teelt.Om de impact van de tropische temperaturen te beperken, past fruitteler Tom Mertens uit Hoogstraten zijn plukstrategie aan. “We sturen het personeel vaker door de rijen om de rijpe vruchten sneller te oogsten. Dat verlaagt het tempo want we plukken minder kilo’s per uur, maar we vermijden zo dat de bessen overrijp worden of beginnen te koken. Het resultaat is minder uitval,” legt hij uit. Ondanks de hitte is hij positief over de kwaliteit. “Dankzij de vele zonuren zijn de bessen uitzonderlijk zoet.” Impact hitte kan zorgen voor betere prijsvormingIn de groenteteelt kunnen de gevolgen van de hitte pas later zichtbaar worden, en verschillen ze sterk per gewas. Bij BelOrta zien ze nu al problemen bij langwerpige tomatenrassen. “Die zijn gevoelig voor neusrot,” zegt Maarten Verhaegen, divisiehoofd verkoop groenten. “We verwachten binnen enkele weken een merkbare daling in de productie.” Momenteel brengt een aubergine zo’n zestig cent op, terwijl een teler minstens één euro nodig heeft om uit de kosten te komen Paradoxaal genoeg zou die daling ook een voordeel kunnen opleveren, want de aanhoudende productiepieken door het zonnige weer blijven wegen op de prijzen van serregroenten. Vooral auberginetelers hebben het moeilijk. “Momenteel brengt een aubergine zo’n zestig cent op, terwijl een teler minstens één euro nodig heeft om uit de kosten te komen,” zegtVerhaegen. “Door het mooie weer van de afgelopen drie maanden ligt de productie in Vlaanderen en Nederland tot 20 procent hoger. Als de vraag niet mee stijgt, zakt de prijs onvermijdelijk. Minder aanbod kan de markt weer wat in balans brengen”Een serregroente die zich momenteel wel positief onderscheidt, is de komkommer. “Bij warm weer stijgt de consumptie, en dat zien we meteen in de prijzen,” zegt Verhaegen. Ook promoties zoals 1+1 gratis-acties in supermarkten dragen bij aan een vlotte afzet.Op Europees vlak ziet BelOrta signalen van verminderde productie in landen als Spanje, Portugal, Hongarije en Polen als gevolg van de extreme hitte. “Daardoor is de export vanuit België de voorbije week fors toegenomen. Die vraag uit het buitenland biedt op korte termijn steun aan de prijzen van serregroenten.” Bloemkool heeft het moeilijk bij vollegrondsgroentenDe aanhoudende hitte speelt niet alleen parten in de serres, ook de vollegrondsteelten hebben het zwaar te verduren. Vooral de teelt van bloemkool baart zorgen, meldt telerscoöperatie Ingro. “De teelt zit dicht tegen de oogst aan en heeft nu veel water nodig,” zegt Luc De Waele. Door captatieverboden in niet-bevaarbare waterlopen moeten sommige telers water aanvoeren met vrachtwagens, wat voor behoorlijk wat extra kosten zorgt.Daarnaast is ook de aanplant van de zogenaamde tweede vrucht in de bloemkolen in het gedrang. “Met deze temperaturen is het beter om het plantmoment uit te stellen,” klinkt het bij Ingro. De impact daarvan is merkbaar: de reserveringen van de gedeelde plantmachines uit de machinepool van Ingro blijven voorlopig uit. Hitte bemoeilijkt de plukNiet alleen de gewassen lijden onder het weer, ook het personeel op de bedrijven wordt stevig op de proef gesteld. “Wij stoppen rond 15 uur met werken,” vertelt tomatenteler Eric Van den Eynde. “Het is tegen die tijd niet meer te doen in de serre. Plukkers gaan dan ook niet meer op de plukkar staan, maar blijven in het gewas zitten om toch nog wat verkoeling te vinden.” Felle middagzon verhoogt het risico op drukplekken bij aardbeien. Die tasten zowel de kwaliteit als de houdbaarheid aan Bij de aardbeienteelt spelen naast comfort ook kwaliteitsredenen mee. “Felle middagzon verhoogt het risico op drukplekken bij aardbeien. Die tasten zowel de kwaliteit als de houdbaarheid aan,” aldus BelOrta.Hoewel de hittegolf inmiddels achter ons ligt, blijven de zorgen groot. “Na zulke tropische dagen neemt de kans op zwaar onweer en hagel toe,” waarschuwt Laurent De Smedt van BelOrta. “Dat kan ook op korte termijn grote schade veroorzaken, zeker bij onbeschutte teelten.”</content>
            
            <updated>2025-07-02T19:26:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nog dit jaar duidelijkheid over regels rond boerderijcompostering]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dochy-nog-voor-eind-dit-jaar-wettelijk-kader-voor-boerderijcompostering" />
            <id>https://vilt.be/57619</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nog vóór de jaarwisseling komt er een wettelijk kader voor boerderijcompostering. Dat kondigen Vlaams parlementsleden Bart Dochy en Stijn De Roo (beiden cd&amp;v) aan. Hoewel het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) al meer dan twintig jaar onderzoek doet naar het omzetten van landbouwreststromen tot compost op de boerderij, blijft de praktijk voorlopig dode letter bij gebrek aan regelgeving.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="compost" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a944c8d6-be73-4060-8aaa-3cc4ec6bcf9d/full_width_compost1.jpg</image>
                                        <content>Op de demodag agro-ecologie in Hansbeke lichtten onderzoekers Hans Vandermaelen, Koen Willekens, Adriaan Vanderhasselt en Fien Amery toe hoe boerderijcompostering precies in zijn werk gaat en welke obstakels een verdere uitrol in Vlaanderen nog in de weg staan.Wat is boerderijcompost?Boerderijcompost wordt bereid uit organische restproducten, zoals grasmaaisel dat niet gebruikt kan worden als veevoeder en stalmest. Omdat de compost op de boerderij zelf geproduceerd wordt, kunnen transportkosten vermeden worden en blijven de lokale organische stoffen aanwezig en worden kringlopen gesloten. Vaak beschikken landbouwers echter niet over alle startmaterialen om aan goede compostering te doen. &quot;Compostering van 100 procent eigen materiaal voor eigen gebruik is vrijgesteld van vergunning en kent geen volumegrens”, zegt Vandermaelen. “Maar voor de meeste landbouwers zijn er onvoldoende stromen beschikbaar op het eigen bedrijf. In dat geval kan gekeken worden naar samenwerking met andere landbouwers voor het gebruik van houtig materiaal en maaisel uit natuurbeheer. Momenteel ben je dan als landbouwer vergunningsplichtig en moet je aan dezelfde VLAREM-normen voldoen als industriële composteringsbedrijven.”Bovendien is men in dit geval verplicht een harde (betonnen) vloer te gieten om het compost op te bereiden en percolaat op te vangen. &quot;Voor de doorsnee landbouwer wegen deze vereisten veel te zwaar. Er zijn bovendien wezenlijke verschillen tussen de praktijk van het boerderijcomposteren en die van de industriële verwerking die een apart wettelijk kader verantwoorden”, zegt Vandermaelen. “Onderzoek naar stikstofuitspoeling naar de bodem bij compostering op de akker toont inderdaad aan dat er geen probleem hoeft te zijn bij goede praktijk. Dat is één voorbeeld van een hinderaspect.“Binnen de landbouw, zowel gangbaar als agro-ecologisch, vindt men het dus een spijtige zaak dat dit type compostering juridisch moeilijk haalbaar wordt gemaakt. Zeker omdat boerderijcompost een valorisatie biedt van landbouwreststromen zoals gewasresten, maaisel van akkerranden, snoeisel en stalmest. “Daarnaast is het resulterend product een waardevolle bodemverbeteraar om de bodemkwaliteit op fysisch, chemisch en biologisch vlak te verbeteren”, zegt Fien Amery van ILVO. We wachten al meer dan twintig jaar op een wettelijk kader Wettelijk kader voor eind dit jaarHet lange wachten wordt beloond, want volgens Bart Dochy (cd&amp;amp;v) zal dat kader er nog voor eind dit jaar zijn. “Er zijn verschillende zaken die dit zo complex maakten. Naast de VLAREM-wetgeving is er ook de controleerbaarheid. Ik heb de indruk dat het dossier daar voor een stuk vastloopt. Men moet een controleerbaar kader uitwerken.”Een administratief kluwen, dus, maar volgens Dochy kan het &quot;verrassend snel&quot; gaan. “Ik mag niet voor mijn beurt spreken, maar ik denk dat we voor eind dit jaar iets zullen hebben. Wat in de politiek een ongelooflijke snelheid is”, zegt hij met een kwinkslag.Een ambtelijke werkgroep onder coördinatie van OVAM werkt intensief aan de voorbereiding van het wettelijke kader voor boerderijcompostering. Dit gebeurt in nauw overleg met het kabinet van de minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) en de betrokken sectoren.“We hebben al verschillende onderzoeksprojecten rond boerderijcompostering doorlopen”, zegt Amery. “In een recente studie hebben we boerderijcompost vergeleken met industrieel gemaakt compost. We zien dat het organisch stofgehalte van boerderijcompost vaak hoger is dan bij de industriële composten, ondanks dat ze allebei stabiele composten waren. Ook bij hetzelfde organische stofgehalte zagen we meer microbieel leven dan in de industriële composten.”Een aandachtspunt voor wie zelf composteert, is het volgende: binnen de groene reststromen is er kans op verontreiniging door onkruidzaden. Volgens Amery kan men deze zaden met een goede procesvoering van het compost deze zaden echter onschadelijk maken. De temperatuurontwikkeling tijdens de compostering zorgt voor het afdoden van onkruidzaden en pathogenen.“Je moet er dus op letten dat je een goede receptuur hebt voor je beginmengsel en voldoende keert, zodat de zaden die zich eventueel aan de buitenkant bevinden, naar binnen worden gebracht en eveneens op hoge temperatuur komen. Zo wordt het onkruidzaad afgedood.”Collectief composterenMet het wettelijk kader in aantocht, denkt Adriaan Vanderhasselt na over manieren om boerderijcompostering toe te passen in de praktijk. “Er zijn boeren die ondanks de hindernissen nu al aan het boerderijcomposteren zijn. Dat zullen er zeker meer worden zodra er een wettelijk kader is, maar we verwachten geen stormloop. Dat heeft alles te maken met het feit dat boerderijcompostering niet alleen een lange lijst voordelen met zich meebrengt, maar ook een lange todo-lijst. Als je alles alleen moet doen als landbouwer, gaande van het onderhandelen met natuurbeheerders over natuurgrasmaaisel bijvoorbeeld, de logistiek, stockage, monitoring van het proces en de certificering en de toepassing op het einde van de rit, dan is dat een heel takenpakket.”Volgens Hans Vandermaelen moet er daarom ook nagedacht worden hoe we individuele landbouwers verder kunnen ontzorgen. “Sommige uitdagingen kunnen beter op een wat collectiever niveau aangepakt worden. Dan denk ik bijvoorbeeld aan gesprekken met natuurbeheerders om toegang tot hun reststromen of kennisuitwisseling rond de vraag hoe je boerderijcompost in het bemestingsplan integreert. Dat zijn punten waarop landbouwers beter de handen in elkaar zouden slaan.” Ook niet onbelangrijk, is dat samenwerking de betaalbaarheid van boerderijcompost ook ten goede kan komen. Voor het verwerken van hun groenafval betalen natuurbeheerders vandaag gemakkelijk 30 euro per ton. “Landbouwers moeten zich de vraag stellen of ze die natuurbeheerresten zomaar gratis op hun bedrijf willen laten toekomen”, zegt Vandermaelen. “De compost die ze daar mee maken draagt rechtstreeks bij aan talrijke beleidsdoelen en maatschappelijke verwachtingen. Dat is dienstverlening waar misschien ook iets tegenover mag staan. Bovendien kunnen deze vergoedingen bijdragen aan de betaalbaarheid van boerderijcompost zodat dit een volwaardig alternatief kan zijn voor bijvoorbeeld kunstmest.”“We wachten eerst en vooral op het wettelijk kader, maar vandaag bekijken we al in een aantal regio’s in Vlaanderen hoe we zulke samenwerking van de grond kunnen krijgen”, zegt Vandermaelen tot slot. “Wij merken dat heel wat gebiedsgerichte projecten zoals de landschapsparken, nationale parken of waterlandschappen met interesse naar dit thema kijken.”</content>
            
            <updated>2025-07-04T06:42:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mercosur sluit vrijhandelsakkoord met Europese landen buiten EU]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mercosur-sluit-vrijhandelsakkoord-met-europese-landen-buiten-eu" />
            <id>https://vilt.be/57620</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur heeft een vrijhandelsakkoord afgesloten met de Europese Vrijhandelsassociatie (EFTA), bestaande uit Europese landen die geen deel uitmaken van de EU. Zwitserland, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein creëren samen met Mercosur een vrijhandelszone met bijna 300 miljoen mensen en een gezamenlijk bbp van meer dan 4,3 biljoen dollar. De EU sloot in december vorig jaar een soortgelijke overeenkomst met de Mercosur-landen na 25 jaar onderhandelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9dae7df5-e37f-4132-aae8-84346f8e6138/full_width_zwitserlandkoeberg.jpg</image>
                                        <content>De deal met Mercosur, het handelsblok bestaande uit Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay, is een zoveelste signaal van een verschuivende wereldhandel. Die is het gevolg van de onzekerheid door de invoerheffingen van de Amerikaanse president Donald Trump. Mercosur en EFTA zullen profiteren van “een verbeterde markttoegang voor meer dan 97 procent van hun export”, aldus een gezamenlijke verklaring. De overeenkomst heeft betrekking op goederen, diensten, investeringen en bescherming van intellectueel eigendom. De Mercosur-EFTA-overeenkomst werd in Buenos Aires bekrachtigd als onderdeel van een topontmoeting onder leiding van de Zuid-Amerikaanse coalitie.De overeenkomst moet nog worden goedgekeurd door de parlementen en moet juridisch worden getoetst door leden van beide blokken. De Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken Mauro Vieira zei dat zijn regering hoopvol was dat de overeenkomst in de tweede helft van het jaar zou worden afgerond, wanneer Brazilië het roulerende voorzitterschap van Mercosur overneemt. Hij hoopt ook de hangende overeenkomst tussen Mercosur en de EU af te ronden. Over de overeenkomst met EFTA is tien jaar onderhandeld, voor de overeenkomst met de EU zit men al een kwarteeuw rond de tafel.Verdrag met Europese Unie komt er moeizaamHet handelsverdrag met de EU werd, althans in principe, in december vorig jaar overeengekomen, maar stuitte op verzet van landen als Frankrijk. De EU-lidstaat is van oordeel dat de huidige voorwaarden van de overeenkomst schadelijk zouden zijn voor de eigen landbouwsector. Het akkoord is hierom nog niet geratificeerd door de lidstaten. Ook in België zijn landbouworganisaties kritisch voor het handelsakkoord, omdat ze vrezen voor oneerlijke concurrentie. De regelgeving waaronder Zuid-Amerikaanse boeren hun voeding produceren, is immers heel wat minder streng dan de Europese wetgeving.Energie en de VSDe Mercosur-lidstaten zijn woensdag ook overeengekomen om het aantal tariefvrije importen binnen het eigen blok te vergroten. Argentinië had hierom gevraagd om een mogelijke handelsovereenkomst met de Verenigde Staten te vergemakkelijken, hoewel de libertaire president Javier Milei ook een mogelijke overeenkomst buiten Mercosur met de VS overweegt.Argentinië en Paraguay hebben afzonderlijk een overeenkomst ondertekend om de export van aardgas uit het enorme schalieveld van Argentinië, Vaca Muerta, naar Paraguay en Brazilië te onderzoeken. Argentinië is van plan om het gebied om te vormen tot een belangrijke mondiale energieproducerende regio. Hiermee wil het land met een aanzienlijke staatsschuld de eigen economie te ondersteunen, hoewel die plannen in gevaar kunnen komen door een uitspraak van een Amerikaanse rechtbank, waarin de staat wordt opgedragen zijn meerderheidsaandeel in hun nationale energiebedrijf YPF af te staan. Er wordt wel verwacht dat Argentijns president Milei tegen deze beslissing in beroep zal gaan.</content>
            
            <updated>2025-07-03T13:07:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zonder ingrepen crasht de weersverzekering, waarschuwt Open Vld]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/open-vld-zet-extra-druk-op-de-ketel-om-brede-weersverzekering-bij-te-sturen" />
            <id>https://vilt.be/57621</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met het wegvallen van de subsidiëring in 2026 en het tanende vertrouwen van boeren én verzekeraars, dreigt de brede weersverzekering in Vlaanderen een stille dood te sterven. Open Vld wil niet langer wachten op een evaluatie die uitblijft, en stelt zelf ingrepen voor om het systeem te redden. Maar zowel de meerderheidspartijen als de andere oppositiepartijen denken er anders over.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Brede weersverzekering" />
                        <category term="water" />
                        <category term="schade" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c1b5d267-aaa9-416a-855e-4e549bb2b894/full_width_stormschadegraantarwe.jpg</image>
                                        <content>De brede weersverzekering, bedoeld om landbouwers te beschermen tegen weer- en klimaatschade, raakt steeds verder in het slop. Waar in 2020 nog bijna 3.000 landbouwers zo’n verzekering afsloten, blijft het aantal polissen dit jaar hangen rond 1.000. Dat wil zeggen dat 95 procent van de boeren niet verzekerd is tegen klimaat- en weerschade. Tegelijk verdwijnt de Vlaamse subsidie van 65 procent vanaf 2026. Daardoor groeit de onzekerheid bij zowel landbouwers als verzekeraars, en dreigt het systeem volledig stil te vallen. Zonder aanpassingen dreigt het systeem in elkaar te klappen Tijd dringtIn 2019 werd binnen de Vlaamse regering afgesproken om de verzekering in 2025 te evalueren. “Maar de evaluatie laat op zich wachten”, aldus Peeters. “Dit ondermijnt het vertrouwen in het systeem en dreigt de situatie verder te verslechteren. Nochtans is de brede weersverzekering essentieel voor risicobeheer in de landbouw, zeker in tijden van klimaatverandering. Maar zonder aanpassingen dreigt het systeem in elkaar te klappen. Boeren blijven dan onverzekerd achter, net nu ze het meest bescherming nodig hebben. Het is hoog tijd dat deze regering stopt met talmen en kiest voor een duidelijke, werkbare en betaalbare brede weersverzekering.”Getalm beuSamen met partijgenoten Jasper Pillen en Marianne Verhaert schuift Peeters daarom zelf concrete voorstellen naar voren om het systeem te heroriënteren. Zo vraagt de liberale fractie onder meer dat de overheid:de verzekeringstaks afschaft,meerjarige polissen toestaat,zonnebrandschade opneemt,de subsidiesteun van 65 procent verderzet voor wie investeert in preventie.Daarnaast stellen ze voor om grasland uit de dekking te halen en een derdebetalerssysteem op te zetten, zodat landbouwers hun premie niet langer moeten voorschieten. Landbouworganisaties zouden dan weer sterker moeten inzetten op informatie en sensibilisering. Wachten op evaluatieMeerderheidspartijen N-VA en cd&amp;amp;v erkennen het belang van hervormingen, maar willen niet vooruitlopen op de evaluatie. “De urgentie is er, maar fundamentele beslissingen moeten gebaseerd zijn op de uitkomsten van het evaluatierapport”, klonk het in de commissie Landbouw.Peeters maakt zich zorgen over dat uitstelgedrag: “Als die evaluatie pas in oktober komt, is er nauwelijks tijd om nog iets structureels te veranderen voor 2026. Voor enkele eenvoudige en broodnodige ingrepen hoeven we echt geen maanden te wachten.”Volgens Open Vld is het politieke getalm nefast voor het vertrouwen in het systeem. “Boeren zien hun gewassen verdorren onder extreme hitte, en deze regering kijkt de andere kant op”, aldus Jasper Pillen. “Ze vragen geen mirakels, enkel een overheid met gezond boerenverstand.”</content>
            
            <updated>2025-07-03T14:34:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Afvalwater als oplossing voor droogte? VUB onderzoekt hergebruik via subirrigatie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/afvalwater-als-oplossing-voor-droogte-vub-onderzoekt-hergebruik-via-subirrigatie" />
            <id>https://vilt.be/57622</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met droge zomers en dalende grondwaterstanden staat Vlaanderen voor een toenemende waterschaarste. Twee onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) zetten zich in voor een innovatieve oplossing: het hergebruik van gezuiverd afvalwater via subirrigatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e0df138d-3a3a-4790-917d-ab110bfc89bb/full_width_irrigatielandbouwberegenendroogte.jpg</image>
                                        <content>In het kader van de Blue Deal en het streven naar duurzaam waterbeheer onderzoekt de VUB samen met partners als de Bodemkundige Dienst van België, Aquafin en Boerennatuur Vlaanderen hoe gezuiverd afvalwater op een veilige en efficiënte manier opnieuw gebruikt kan worden in landbouw en mogelijk zelfs daarbuiten.Hydrologe Lara Speijer en chemicus Delphine Vandeputte zijn nauw betrokken bij het project. “Subirrigatie is een techniek waarbij gezuiverd afvalwater via ondergrondse buizen direct in de bodem wordt gebracht”, legt Speijer uit. “Zo beperken we verdamping en vullen we tegelijkertijd het grondwater aan.” Aanpak met groot potentieelTijdens de droge zomer van 2022 bleken proefvelden met subirrigatie opvallend groener dan de omliggende akkers. Bovendien steeg het grondwaterpeil lokaal met ongeveer 30 centimeter. “Dat toont het potentieel van deze aanpak”, aldus Speijer.Maar veiligheid blijft cruciaal. Delphine Vandeputte onderzoekt de kwaliteit van het water, de bodem en de gewassen: “We analyseren onder meer of chemische stoffen uit het afvalwater terechtkomen in het ecosysteem. Voorlopig zijn de resultaten bemoedigend.”Belang van goede communicatieOmdat het idee van ‘afvalwater’ bij het brede publiek nog op weerstand kan stuiten, maken ook communicatiewetenschappers deel uit van het projectteam. Zij helpen bij het helder en begrijpelijk communiceren over het gebruik van gezuiverd afvalwater. “Mensen schrikken snel van dat woord, ook al is het water veilig”, zegt Vandeputte. “Met goede communicatie kunnen we het draagvlak vergroten.”Hoewel het project zich nog in de onderzoeksfase bevindt, kijken de betrokkenen al verder. In de toekomst kan gezuiverd afvalwater mogelijk ook worden ingezet voor industriële toepassingen of zelfs voor drinkwaterproductie.“De droogte van vandaag dwingt ons om creatief én duurzaam om te gaan met water”, besluit Speijer. “Subirrigatie is nog maar één voorbeeld van hoe we met innovatie kunnen bijdragen aan het waterbeheer van morgen.”</content>
            
            <updated>2025-07-03T12:29:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Biogeitenmelkprijs stijgt naar 1 euro per kilo]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/biogeitenmelkprijs-stijgt-naar-1-euro-per-kilo" />
            <id>https://vilt.be/57623</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Biologische geitenboeren kunnen hun melk duurder verkopen dan voorheen. Dat meldt de Organic Goatmilk Coöperatie (OGC). Op basis van de gevoerde onderhandelingen, kan de coöperatie vanaf 1 januari 2026 een melkprijs van 1 euro per kg melk (bij 7 procent vet + eiwit, excl. btw) in het vooruitzicht stellen. “Dit is een zeer noodzakelijke stap om de producenten opnieuw goede perspectieven te bieden en om onze melkverwerkers te voorzien in een voldoende beschikbaarheid van melk”, aldus de coöperatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Geitenhouderij" />
                        <category term="bio" />
                        <category term="melk" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bcdc97c5-748b-4afa-a56f-a51d79f9599a/full_width_geiten.jpg</image>
                                        <content>Om het vertrouwen van de geitenhouders en de liquiditeitssituatie op hun bedrijven opnieuw op peil te brengen, is de coöperatie met alle klanten in overleg gegaan over een prijsverhoging. Volgens OGC was dit de enige manier om de rendabiliteit op de boerderijen te verbeteren en de melkproductie opnieuw aan te zwengelen. Uiteindelijk vond men een akkoord voor een billijke prijsverhoging. “Gangbare geitenmelk gaat voor zo’n 68 à 70 cent per kilo, dus we zitten ruim dertig cent hoger voor biomelk”, zegt Johan Devreese, secretaris bij OGC.Volgens OGC heeft de geitenmelksector een paar uitdagende jaren achter de rug. Geitenmelk is duurder dan koemelk, en dus is het een product dat in economisch moeilijke tijden sneller in de rekken blijft liggen. “Na de coronapandemie en sinds de start van de oorlog in Oekraïne met stijgende inflatie, volgde een moeilijke tijd voor de duurdere voeding”, meldt OGC. “De verminderde vraag naar melk verplichtte de coöperatie om tijdelijk een gedeelte van de melk af te waarderen naar gangbaar. Hierdoor kende de coöperatie twee moeilijke jaren, met een te lage melkprijs voor de geitenhouders. Dit terwijl de kosten voor de productie van biologische geitenmelk snel stegen, denk vooral aan de sterke prijsstijgingen voor biologisch krachtvoer, voor energie, voor personeel enzovoort.”Blauwtong en pover ruwvoer deden productie dalenVeel boerderijen moesten deze periode overbruggen met de nodige besparingen, onder andere op de aankoop van krachtvoer. Dit ging vaak ten nadele van de melkproductie. Bovendien waren er nog enkele externe factoren die stokken in de wielen staken. De minder goede kwaliteit van het ruwvoer van het voorjaar 2024 en de impact van blauwtong, versterkten de productiedaling.Maar de sector kent ook enkele meevallers. Zo is de vraag naar biologische melk opnieuw toegenomen, zowel bij de kaasmakers als bij de producenten van babyvoeding. De tijdelijke maatregel om een deel van de melkproductie af te waarderen naar gangbaar, kan hierdoor ook weer op de schop. Sinds 15 maanden wordt alle melk opnieuw voor 100 procent als biologisch verkocht. Meer nog: waar er ooit een overaanbod was aan geitenmelk, is er door de gestegen vraag en gedaalde productie zelfs schaarste. OGC laat dan ook weten dat het haar klanten geen voldoende beschikbaarheid kan garanderen.Biogeitenmelk in BelgiëVolgens Devreese is de biogeitenmelksector vooral in Nederland gebaseerd. “De meeste van onze leden zijn daar ook actief”, zegt hij. “Verder hebben we tien leveranciers in Duitsland en drie biogeitenmelkleveranciers in Vlaanderen. Het is een vrij kleine sector hier. Buiten de OGC-leden heb je ook nog een drietal biogeitenmelkhouders die hun geitenmelk zelf verwerken naar kaas, zoals de Volle Maan in Sint-Lievens-Houtem, Karditsel in Lummen en ’t Reigershof in De Haan. In totaal telt Vlaanderen een zestigtal geitenboeren, bio- en gangbaar samen.” We hebben een sterk gestegen vraag naar melk voor babyvoeding Voor de gestegen vraag ziet Devreese twee bepalende factoren. “Enerzijds is gewone koemelk veel duurder geworden, waardoor het prijsverschil met geitenmelk nu kleiner is. Al is biogeitenmelk nog steeds dubbel zo duur. Anderzijds hebben we een sterk gestegen vraag naar melk voor babyvoeding, omdat de consument een alternatief zoekt voor koemelk. Geitenmelk is beter verteerbaar en staat qua voedingswaarde dichter bij borstvoeding.”</content>
            
            <updated>2025-07-03T13:43:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Waterpeilen en grondwaterstanden in Vlaanderen dalen verder door aanhoudende droogte]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/waterpeilen-en-grondwaterstanden-in-vlaanderen-dalen-verder-door-aanhoudende-droogte" />
            <id>https://vilt.be/57624</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Juni was opnieuw een droge maand, de vijfde al op rij, en het hoeft dus niet te verbazen dat de waterpeilen en grondwaterstanden verder zijn gedaald. Dat blijkt donderdag uit het meest recente bulletin van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/02aee6f5-16ae-406d-b6b3-c0b0bda4d428/full_width_droogtewaterloopbeekgracht.jpg</image>
                                        <content>In Ukkel viel in juni volgens het KMI slechts 45 procent van de normale hoeveelheid neerslag: 31,6 mm tegenover gemiddeld 70,8 mm. Ook in Vlaanderen werden gelijkaardige lage neerslagtotalen vastgesteld, al mat het VMM-pluviometernetwerk wel een iets gunstiger gemiddeld neerslagtotaal van 42,1 mm in juni (59% van het klimatologisch normaal).De gevolgen laten zich voelen: het neerslagtekort sinds april loopt in het grootste deel van Vlaanderen op tot 120 à 150 mm, hoog voor deze tijd van het jaar. In het Denderbekken is zelfs een tekort van 183 mm gemeten.De droge trend heeft een duidelijke impact op het grondwater. Op 30 juni vertoonde 63 procent van de meetplaatsen een lage tot zeer lage grondwaterstand voor de tijd van het jaar en op 98 procent van de locaties zakte het grondwaterpeil verder tegenover een maand eerder.Ook de waterlopen lijden onder de droogte. Op 65 procent van de meetplaatsen werden lage tot zeer lage debieten gemeten, met op een zestal locaties de laagste waarden sinds het begin van de metingen. Vooral in de bekkens van de IJzer, Brugse Polders, Dender en Dijle zijn de waterpeilen extreem laag en het Netebekken flirt zelfs met het historisch minimum. In het Leiebekken is de waarde dan weer relatief hoog in vergelijking met de andere bekkens in Vlaanderen.De vooruitzichten zijn weinig hoopgevend. Tenzij er de komende weken uitzonderlijk veel regen valt, is de verwachting dat de grondwaterstanden en debieten laag tot zeer laag blijven voor de tijd van het jaar.</content>
            
            <updated>2025-07-03T15:15:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Weyts verbiedt dierentransport tijdens zomermaanden, sector niet gewaarschuwd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/weyts-verbiedt-dierentransport-tijdens-zomermaanden-sector-niet-gewaarshuwd" />
            <id>https://vilt.be/57625</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) verbiedt tijdens de warme zomermaanden juli en augustus het transport van dieren over de weg van Vlaanderen naar landen buiten de EU, zoals Turkije, Libanon of Marokko. De maatregel komt er om te vermijden dat dieren tijdens de lange transporten lijden onder de hitte. Hoewel de minister verklaart deze maatregelen te hebben besproken met de sector, vallen uit de lucht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="export" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3913ee06-9c20-4f6f-a625-43f22cc39243/full_width_veetransport-copyrighthvandommelenveetransportenexportstal.jpg</image>
                                        <content>ABS-voorzitter Bruno Vincent kan zich niet vinden in de maatregel. “Als je dieren wil vervoeren naar het buitenland, moet je altijd eerst toestemming krijgen van de dierenarts”, zegt hij. “Deze mensen zijn getraind om te oordelen wat kan en wat niet, maar nu lijkt het alsof men hun expertise niet vertrouwt. Hoe dan ook mag je geen dieren vervoeren bij meer dan dertig graden. Ben je op de baan en wordt die temperatuur bereikt, dan moet je je met je dieren begeven naar een rustplaats. Daarna kan je bijvoorbeeld ’s nachts verder rijden wanneer het koeler is.” Dierenartsen zijn getraind om te oordelen wat kan en wat niet, maar nu lijkt het alsof men hun expertise niet vertrouwt “Bovendien is het vreemd dat Weyts er twee maanden op kleeft, want door de klimaatverandering kan het ook buiten juli en augustus warmer dan 30 graden zijn”, zegt Vincent nog.Volgens Weyts is de dierenartscontrole voor vertrek een omslachtige procedure die bovendien voor veel onzekerheid en discussies zorgt.Last minute transporten annulerenDe sector ontkent dat minister Weyts contact met hen zou hebben opgenomen voorafgaand aan de maatregel. Ze komen dus ook uit de lucht gevallen, en velen moeten hun afgesproken leveringen onverwacht annuleren. “Ik had net een veetransporteur aan de lijn die over veertien dagen zou vertrekken. Dat gaat nu niet meer door”, zegt Vincent.Dat blijkt het geval voor veel Vlaamse vervoerders, die pas eind vorige week op de hoogte zijn gebracht. Een zeer korte termijn om geplande bestellingen te annuleren. Weyts zegt dat hij het opneemt voor dierenwelzijn, maar hij bereikt het omgekeerde Europarlementslid Benoît Cassart (MR, Renew Europe) is tevens topman bij Fabroca, distributeur van Belgisch witblauw. Hij kant zich eveneens tegen de maatregel, zelfs al wordt zijn onderneming niet rechtstreeks getroffen. &quot;Wij vervoeren enkel binnen de EU&quot;, zegt hij. &quot;Maar ik ben tegen de maatregel. Weyts zegt dat hij het opneemt voor dierenwelzijn, maar hij bereikt het omgekeerde. De vraag naar rundvlees zal blijven. Deze landen zullen in plaats van naar België richting Zuid-Amerika kijken voor de invoer van hun runderen. Bovendien is de sector veel te laat ingelicht.&quot;Weyts wil dierentransport nog meer aan banden leggenAan VRTNWS stelt Weyts dat de regels rond lang dierentransport in de toekomst nog verder mogen gaan: &quot;Ik vind dat we hier in zijn geheel komaf mee moeten maken”, zegt hij. “Die dieren komen na een lange tocht in het land van bestemming aan, puur om geslacht te worden.&quot;Ook dat is een opmerkelijke stelling, vindt Vincent. Volgens de ABS-voorzitter is het immers niet gebruikelijk dat dieren voor de slacht naar Noord-Afrika worden vervoerd. “Transport met het oog op slacht gebeurt niet zo ver buiten Europa. Wel bijvoorbeeld richting het Verenigd Koninkrijk, en daar laat Weyts dan weer een uitzondering gelden”, zegt Vincent. “De transporteur waar ik mee sprak, specialiseert zich vooral in fokken. Hij heeft er alle baat bij dat die dieren niet lam van de hitte toekomen. Dat hij nu alle export twee maanden stil moet leggen, treft hem zwaar”, zegt Vincent.Vervoer naar koudere landen toegestaanVolgens het kabinet-Weyts worden er jaarlijks vanuit Vlaanderen meer dan 4.000 levende runderen geëxporteerd naar Turkije, Libanon en de Maghreb-landen (Marokko, Algerije, Tunesië en Libië). In 2024 ging het om 177 transporten die richting het zuiden vertrokken. “In juli en augustus vorig jaar ging het om in totaal 30 transporten, goed voor ongeveer 1.130 dieren”, meldt het kabinet-Weyts. “Alleen transporten naar een beperkt aantal bestemmingen waar de temperaturen niet zo sterk oplopen in de zomermaanden blijven mogelijk. Het gaat dan om Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. Er is ook nog een theoretische mogelijkheid om dierentransporten toe te laten met een airco-systeem, maar dan zouden transporteurs daar eerst in moeten investeren want op dit moment zijn vrachtwagens gewoon niet uitgerust met airco.”Ondanks de kritiek vanuit de sector, lijkt Weyts overtuigd van de maatregel. “De nieuwe heldere regeling maakt een einde aan de onzekerheid en de discussies en bouwt sterkere garanties in voor dierenwelzijn”, aldus de minister.</content>
            
            <updated>2025-07-03T17:31:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boeren brengen Rock Werchter op smaak]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boeren-brengen-rock-werchter-op-smaak" />
            <id>https://vilt.be/57626</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor het vierde jaar op rij serveert Rock Werchter meer dan muziek. Dankzij een samenwerking met Boerenbond, lokale landbouwers en tv-kok Loïc Van Impe krijgt het festivalpubliek ook een flinke portie lekkers van eigen bodem voorgeschoteld.<em>&nbsp;“</em>Geweldig dat zoveel mensen ontdekken wat we hier dagelijks produceren”, zegt rundveehouder Wouter Saelens, die op amper vijf kilometer van het terrein woont. Hij leverde maar liefst 200 kilogram vers vlees.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/413952af-691f-46e3-9a8f-952649a6d24a/full_width_smaakfabriek2025-2.jpg</image>
                                        <content>De eerste noten galmen al over de weide wanneer de festivalgangers hun weg vinden naar de talloze drank- en eetstanden. Ook naar De Smaakfabriek, waar tv-kok Loïc Van Impe het net wat anders aanpakt dan de andere klassiek eetstanden. Alle gerechten die hij uit zijn koksmuts tovert, zijn gemaakt met uitsluitend producten van boeren uit de buurt.&amp;nbsp;Van farm to festival&amp;nbsp;&amp;nbsp;Hiervoor klopte Rock Werchter voor de tweede keer aan bij landbouworganisatie Boerenbond. “De festivalgangers komen voor de volledige beleving en daar hoort lekker eten bij”, duidt&amp;nbsp;Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens. “Daar zorgen onze boeren én Loïc vandaag voor. Onder de slogan ‘van farm to festival’ worden ze er nog eens aan herinnerd dat de land- en tuinbouw niet enkel zorgt voor de festivalweide, maar ook voor al het lekkers op hun bord.”&amp;nbsp; Daarnet stond ik nog op mijn aardappelveld, nu even op de festivalweide en straks moet ik mijn koeien verzorgen 200 kg gehakt en 25 kg cherrytomaten&amp;nbsp;Alle cherrytomaatjes die op de eetstand geserveerd worden komen van tomatenteler Kevin Pittoors. Pittoors is de vierde generatie op het familiebedrijf Primato dat op 15 kilometer gelegen is van de festivalweide. “Ik ben best trots dat onze tomaten hier op het menu staan. Het is fijn om onze producten lokaal te kunnen aanbieden en de mensen te ontmoeten die ze proeven&quot;, zegt de teler. Veel ervaring met de korte keten heeft hij niet. &quot;Normaal gaan al onze tomaten gewoon naar de veiling.&quot;&amp;nbsp;Saelens van hoeve Ten Halve heeft wel al meer ervaring met de korte keten. “We verkopen de producten in onze eigen winkel, maar ook aan restaurants en supermarkten in de buurt. Zo kunnen we inspelen op de wensen van onze klanten én een eerlijke prijs vragen”, klinkt het. Vorig jaar leverde hij quinoa aan de Smaakfabriek, dit jaar rundvlees. “Ik vind het super dat we aan zo’n breed publiek kunnen tonen hoe kwaliteitsvol, lekker en gezond onze producten zijn. Dit zet onze sector echt positief in beeld.”&amp;nbsp; De gerechten met lokale producten zijn goedkoper dan stoofvlees met een pak friet&amp;nbsp; Smaakvol en betaalbaar&amp;nbsp;Om uit te blinken tussen alle andere eetstandjes op de weide, stelde Loïc een verfijnd en veelzijdig menu op. “Het menu is zeer doordacht. Ik wil het steeds zo vers mogelijk en budgetvriendelijk houden”, vertelt de chef. “Dat is dankzij de lokale producten met rechtstreekse prijzen mogelijk. Mijn duurste gerecht is met rundsvlees en kost 17 euro. Dat is goedkoper dan een pak friet met stoofvlees.” &amp;nbsp;Over heel het weekend verwacht hij zo’n 5.000 à 6.000 gerechtjes te serveren. Tv-kok Loïc Van Impe is er niet enkel voor de show: elke festivaldag staat hij met zijn team achter het fornuis. Met zichtbare trots toont hij de werking van de keuken aan de voorzitter van Boerenbond. Bij elk ingrediënt weet hij exact waar het vandaan komt, of het nu gaat om de zuivel in de ijsjes, de eitjes in zijn hoofdgerecht of de kaaskroketten voor zijn bekende kaaskroketbroodje. “Ik werk vaak en met veel plezier samen met Belgische landbouwers en producenten”, legt hij uit. “Nergens anders vind ik zulke hoeveelheden van hoge kwaliteit aan een mooie prijs. Ik leer ook telkens nieuwe boeren kennen, zoals nu met Primato en Hoeve Ten Halve.”&amp;nbsp; Enthousiaste bezoekersDe gerechten vallen duidelijk in de smaak bij de festivalgangers. “Ik zag De Smaakfabriek op de app van Werchter en wou het wel eens proberen. Ik kan je meedelen dat het geen teleurstelling is. De grilled vol-au-vent bun is heerlijk!”, klinkt het. Aan het tafeltje ernaast zitten twee fans van het eerste uur. “Vorig jaar kwamen we hier iets eten en waren we onmiddellijk verkocht”, vertellen ze al glunderend. “Onze eerste hap moest dan ook terug van hier komen, en ook de volgende dagen zullen we hier nog vaak passeren.”&amp;nbsp; Terug naar de serre en de stal&amp;nbsp;Na hun bezoek aan de keuken van Loïc trekken beide boeren weer naar huis. Lang blijven is geen optie. “Werchter valt voor mij altijd midden in een drukke periode op het bedrijf”, zegt Pittoors. “Ik ben één keer kunnen komen toen ik 18 jaar was. Dit is de tweede keer. Ik maak nog snel een rondje over het terrein en keer dan terug. Binnen in de serre is het straks trouwens aangenamer dan hier in de zon. Doordat de planten voortdurend vocht verdampen, is het tegen de avond binnen frisser dan buiten.”&amp;nbsp;Ook Saelens keert terug. “Mijn koeien moeten straks verzorgd worden”, zegt hij. “En voor de muziek hoef ik het niet te doen, die hoor ik thuis op mijn eigen weide ook.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-07-05T15:27:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Voedingsbeleid is geen luxe: Gent en Garde verdient versterking, niet de hakbijl"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voedingsbeleid-is-geen-luxe-gent-en-garde-verdient-versterking-niet-de-hakbijl" />
            <id>https://vilt.be/57627</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De forse besparingen die Gent moet doorvoeren, lijken ook het succesvolle en gewaardeerde voedselbeleid ‘Gent en Garde’ te treffen. Al vier projecten rond duurzame en lokale voeding verloren hun projectsubsidies. “Met ‘Gent en Garde’ bouwde de stad de voorbije jaren aan een voedselstrategie die duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en lokale economie verbindt. Dit pionierswerk verdient versterking, niet de hakbijl”, schrijven Jelle Goossens en Chloé Van Uytven van Rikolto in een opiniestuk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                        <category term="lokaal" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/09aa327f-67ce-4c16-9d2b-8327ff8e71d2/full_width_gent-en-garde-stad-gent.jpg</image>
                                        <content>Gent moet fors besparen. De schuldenberg dwingt het stadsbestuur tot moeilijke keuzes, met besparingen op personeel, gebouwen en subsidies. Die realiteit is onmiskenbaar. Net in zulke crisismomenten is het echter cruciaal om toekomstgericht te denken. Wat we vandaag afbouwen, bepaalt immers de veerkracht van morgen. Ook het pionierende voedingsbeleid ‘Gent en Garde’ verdient die afweging. Kan Gent het zich veroorloven om te snoeien in deze investering op lange termijn?Met een schuldenlast van bijna één miljard euro en een jaarlijkse besparingsdoelstelling van 120 miljoen euro staat stad Gent voor zware keuzes. De eerste signalen kwamen al in april, toen vier projecten rond duurzame en lokale voeding hun projectsubsidies verloren. Vandaag is duidelijk dat de besparingen zowat elk beleidsdomein treffen. Net daarom is het nu cruciaal om keuzes te maken die de begroting in evenwicht brengen en tegelijk de fundamenten leggen van een veerkrachtige stad.Het Gentse voedingsbeleid is zo’n fundament. Met ‘Gent en Garde’ bouwde de stad de voorbije jaren aan een voedselstrategie die duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en lokale economie verbindt. Juist dit pionierswerk verdient versterking, niet de hakbijl. Bescheiden middelen, indrukwekkende resultatenVoeding raakt ons allemaal. Wat we eten, waar het vandaan komt en wie eraan verdient – het zijn geen vrijblijvende vragen. Voeding staat centraal in grote maatschappelijke uitdagingen zoals gezondheid, klimaat, landbouw, armoede en economie.Stad Gent begreep dat als één van de eersten. Met ‘Gent en Garde’ bouwde de stad, met relatief bescheiden middelen, aan een voedselstrategie die tot vandaag in binnen- en buitenland geroemd wordt. Ter herinnering: Gent was de eerste stad ter wereld met een officiële ‘Veggiedag’ en de eerste Belgische stad met een volwaardige voedselstrategie. Gent wist zich zo in korte tijd te positioneren als een stad die van voeding een strategisch beleidsdomein maakte.Die visie leverde een indrukwekkende hefboomwerking op. Denk aan Foodsavers, dat tonnen voedseloverschotten herverdeelt en sociale tewerkstelling creëert. Aan de eiwitstrategie in Gentse scholen, die de CO2-uitstoot van schoolmaaltijden met 41 procent verminderde. Of aan de samenwerking met buurtmoestuinen, lokale boeren en sociale restaurants. Gent was én is nog steeds koploper. Daar plukken Gentenaren, maar ook andere steden de vruchten van. Vlaams geld, Gentse visieDe Vlaamse overheid lanceerde vorige week een projectoproep voor gezonde voeding op school. Een krachtig signaal dat bevestigt wat Gent al lang wist: investeren in voedingsbeleid is investeren in de toekomst. Voor Gent is dit een uitgelezen kans om zijn opgebouwde expertise en netwerken te verbinden met Vlaamse doelstellingen. Maar dan moet de stad blijvend durven investeren.De initiatieven die in april reeds hun subsidies verloren, waren geen randinitiatieven maar onderdeel van een breder, uniek ecosysteem. Het succes van ‘Gent en Garde’ steunt op samenwerking tussen stadsdiensten, scholen, middenveldorganisaties, onderzoekers, ondernemers en burgers. Als dat netwerk verdwijnt, verliest de stad niet alleen partners, maar ook slagkracht. Wat is er al geweten over besparingen op vlak van voedsel, landbouw en natuur?De besparingsoperatie die de stad Gent gaat doorvoeren, werd donderdag toegelicht tijdens een persconferentie. Hoewel veel details nog ontbreken zijn er wel al een aantal zaken bekend die verband houden met landbouw, voeding en natuur:De voedselraad van de stad wordt opgedoekt. Die raad bestaat uit een 30-tal betrokken actoren en heeft als opdracht de voedselstrategie ‘Gent en Garde’ vorm te geven. De dienst zet onder meer in op voedsel uit de korte keten.De stad blijft schoolmaaltijden voorzien voor kleuters.In Drongen kreeg het personeel van schoolhoeve De Campagne te horen dat de stad de kinderboerderij wil afstoten. Voor het domein dat al 40 jaar bestaat en net nog vernieuwd werd, wordt een externe uitbater gezocht.Er wordt niet bespaard op het onderhoud van natuur en openbaar groen. De drie miljoen euro die gereserveerd is voor de verdere uitrol van het RUP Groen, een groot plan dat honderden hectares groen beschermt, blijft behouden.De subsidies voor de aankoop van natuurgebieden door Natuurpunt blijven bestaan, goed voor 140.000 euro per jaar. Kracht van samenwerkingDe budgettaire context is moeilijk, dat ontkent niemand. Net daarom moeten we nu investeren in wat op lange termijn opbrengt. Een investering in voedingsbeleid is een investering in klimaat, welzijn, tewerkstelling, lokale economie, kennis en sociale cohesie. ‘Gent en Garde’ bewees zich de afgelopen jaren als een motor van innovatie, samenwerking en structurele verandering. Het beleid werd opgebouwd met beperkte middelen, maar bracht grote maatschappelijke meerwaarde. Die motor nu stilleggen zou niet alleen een verlies zijn van opgebouwde structuren, maar ook van toekomstgericht denken.Dit is dan ook een pleidooi om keuzes af te wegen tegen hun werkelijke impact. Laat deze besparingsoefening geen loutere rekensom zijn, maar een duurzame keuze voor wat Gent sterker maakt – vandaag en morgen. Voedingsbeleid is, meer dan ooit, toekomstbeleid. Met dit opiniestuk willen de auteurs een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. Ze schrijven in eigen naam en zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurs:Jelle Goossens is communicatiemedewerker en woordvoerder van Rikolto. Chloé Van Uytven is er communicatiemedewerker. Rikolto (voorheen Vredeseilanden) is een internationale organisatie die werkt aan duurzamere en eerlijkere voedselsystemen.</content>
            
            <updated>2025-07-04T13:00:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tractor op in Nederland? Straks alleen met G-rijbewijs de grens over]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tractor-rijden-in-nederland-dit-verandert-er-vanaf-1-januari-2026" />
            <id>https://vilt.be/57628</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf 1 januari 2026 veranderen de regels voor het rijden met een tractor in Nederland. Belgische bestuurders van landbouwvoertuigen zullen dan verplicht een G-rijbewijs moeten hebben. De huidige uitzonderingsregeling voor oudere bestuurders met een rijbewijs B loopt op die datum af.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tractor" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eb71e6cb-add8-4288-bb76-a50e61dcac44/full_width_nederlandsevlagtractor.jpg</image>
                                        <content>Tot eind 2025 mogen bestuurders die vóór 1 oktober 1982 geboren zijn, nog met een rijbewijs B in Nederland met een tractor rijden. Die overgangsmaatregel zou oorspronkelijk al op 1 juli 2024 aflopen, maar is na overleg tussen de Nederlandse overheid en Belgische landbouworganisaties verlengd tot 1 januari 2026.Complexe regelgeving aan beide zijden van de grensDe regels rond wie met een landbouwvoertuig de weg op mag, verschillen tussen België en Nederland. In België volstaat voor wie vóór 1 oktober 1982 geboren is een rijbewijs B (of B+E, C1, C1+E, C of C+E). Jongere bestuurders hebben een G-rijbewijs nodig om met landbouwvoertuigen op de openbare weg te mogen rijden.In Nederland is sinds 1 juli 2015 het T-rijbewijs verplicht voor tractorchauffeurs. Voor wie vóór die datum een rijbewijs B haalde, gold een vrijstelling. Die uitzondering gold ook voor Belgische bestuurders, wat voordelig was voor grensboeren, aangezien het Belgische G-rijbewijs niet werd erkend in Nederland.Einde van de vrijstelling, erkenning voor G-rijbewijsSinds 1 juli 2025 wordt het Belgische G-rijbewijs wél officieel erkend in Nederland. Daarmee wordt het een geldig alternatief voor het Nederlandse T-rijbewijs. Tegelijk loopt de vrijstelling voor houders van een oud rijbewijs B af op 1 januari 2026. Belgische bestuurders die zich met landbouwvoertuigen in Nederland willen verplaatsen, zullen vanaf dan verplicht een G-rijbewijs moeten kunnen voorleggen – ongeacht hun leeftijd.Voor Belgen die naar Nederland verhuizen en hun rijbewijs inruilen, is er goed nieuws: zij kunnen op basis van hun Belgische G-rijbewijs een Nederlands T-rijbewijs verkrijgen.Landbouworganisaties vragen definitieve regelingBoerenbond en ABS reageren opgelucht op de verlenging van de gedoogperiode, maar benadrukken dat een structurele oplossing nodig is. “Er moet zo snel mogelijk duidelijkheid komen, zodat landbouwers ook na 1 januari 2026 zonder zorgen de grens kunnen oversteken”, aldus ABS op sociale media.Boerenbond betreurt dat bestuurders van 43 jaar of ouder in België nog zonder G-rijbewijs met een tractor mogen rijden, maar in Nederland straks niet meer. De organisatie pleit ervoor dat iedereen die vóór 1 oktober 1982 geboren is, automatisch en zonder examen een G-rijbewijs kan verkrijgen. “Hopelijk volgt snel duidelijkheid, zodat grenslandbouwers de oogst gerust kunnen aanvatten”, schrijft de organisatie op Facebook.</content>
            
            <updated>2025-07-04T13:33:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Trumps migratiebeleid laat oogst wegrotten in Californië]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/harde-migratiekoers-van-trump-laat-landbouwproducten-bederven" />
            <id>https://vilt.be/57629</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In de zonovergoten landbouwgebieden van Californië, waar normaal miljoenen kilo’s fruit, groenten en noten worden geoogst, blijven de containers akelig leeg. De reden: een acuut tekort aan arbeidskrachten, veroorzaakt door recente invallen van de Amerikaanse immigratiedienst ICE.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Donald Trump" />
                        <category term="wereld" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/541a2655-63bf-4012-85ca-255af8a714b5/full_width_amerika-verenigde-staten-tractor.jpg</image>
                                        <content>&quot;Zo’n 70 procent van de arbeiders blijft momenteel weg van de landbouwbedrijven&quot;, zegt boerin Lisa Tate. De grootschalige uittocht van arbeiders dwingt president Trump om te laveren tussen economische realiteit en zijn harde migratiebeloftes.Ruggengraat van de Amerikaanse landbouwCalifornië is niet zomaar een landbouwstaat. Meer dan driekwart van het fruit en de noten die in de VS worden geconsumeerd, komt uit deze regio. Wereldwijd is Californië zelfs goed voor 80 procent van de amandelproductie.De sector draait grotendeels op migrantenarbeid. Veel oogst gebeurt nog met de hand. Volgens het Amerikaanse ministerie van Arbeid bestaat twee derde van de landarbeiders uit niet-Amerikaanse burgers, van wie een aanzienlijk deel geen legale werkstatus heeft. Precies die groep is de laatste maanden het doelwit geworden van ICE-invallen op boerderijen.Boeren vrezen faillissementLisa Tate waarschuwt dat de gevolgen desastreus zijn. &quot;Fruit bederft razendsnel. Als 70 procent van je mensen niet komt opdagen, blijft ook 70 procent van je oogst aan de bomen hangen. En de meeste Amerikanen willen dit werk simpelweg niet doen&quot;, zegt ze. &quot;Veel boeren komen nu al nauwelijks rond. Ik ben bang dat dit een kantelpunt wordt waarbij velen failliet zullen gaan.&quot;Op een naburige boerderij, waar normaal 300 arbeiders klaarstaan voor de aardbeienteelt, zijn er nu nog slechts 80 aan het werk, meldt persbureau Reuters. Een arbeider zonder verblijfsstatus getuigt: &quot;We worden ’s ochtends wakker met angst. Eerst maakten we ons zorgen over de zon en de hitte, nu over iets veel groters: mensen worden opgepakt en keren niet meer terug.&quot;Toch keren sommigen ondanks de risico’s terug naar het veld, melden migrantenorganisaties. Simpelweg omdat ze geen andere inkomstenbron hebben. Deportaties raken de economieDe gevolgen van het wegvallen van arbeidskrachten zijn voelbaar tot ver buiten Californië. Toeleveringsketens raken ontwricht, landbouwbedrijven lijden miljardenverliezen en consumenten krijgen te maken met stijgende prijzen. Daarmee botst Trumps harde migratiekoers op de grenzen van zijn eigen economische beleid.In interviews en toespraken houdt Trump zich op de vlakte. In gesprek met Fox News zei hij: &quot;Ik ben de sterkste immigratieman die er ooit is geweest, maar ik ben ook de sterkste landbouwman die er ooit is geweest.&quot;Enerzijds roept hij op tot &quot;de grootste massadeportatie in de geschiedenis&quot;, anderzijds erkent hij het verlies aan ervaren arbeidskrachten. &quot;Onze boeren verliezen trouwe werknemers die al jaren op hun velden staan en nauwelijks te vervangen zijn&quot;, aldus Trump. &quot;Het zijn geen burgers, maar ze zijn geweldig gebleken.&quot;Versoepeling in zicht?Volgens bronnen binnen de regering wordt achter de schermen gewerkt aan een oplossing. Trump zou overwegen om boeren meer verantwoordelijkheid te geven over de migranten op hun land.&quot;Als een boer bereid is om voor deze mensen in te staan, kunnen we wel iets bewerkstelligen&quot;, klinkt het uit regeringskringen. Wel benadrukte de president dat deze migranten geen burgerschap krijgen. &quot;Maar ze zullen wel belasting moeten betalen in ruil voor hun werk.&quot;</content>
            
            <updated>2025-07-04T13:45:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[West-Vlaanderen en Antwerpen investeren in oplossingen om ammoniakuitstoot te reduceren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/west-vlaanderen-en-antwerpen-investeren-in-oplossingen-om-ammoniakuitstoot-te-reduceren" />
            <id>https://vilt.be/57630</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Provincie West-Vlaanderen steunt drie projecten die stikstofuitstoot reduceren. Het gaat om een stikstofreducerend project op een varkensbedrijf, een pluimveestal en een luchtwasser. Ook provincie Antwerpen, met financiering van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, wil nieuwe technieken of technologieën exploreren rond ammoniakreductie. Daarvoor is ze nog op zoek naar ideeën en praktijkervaringen uit de melkveesector, onder meer van boeren, adviseurs en onderzoekers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="Antwerpen" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c5e9327d-0369-4b47-b201-75d7d76fdf62/full_width_ventilatoren-hooibeekhoeve.jpg</image>
                                        <content>Om de veehouderij te ondersteunen om de stikstofdoelstellingen te halen, werd het project ‘Rammonia’ opgestart door Proefbedrijf Pluimveehouderij, Hooibeekhoeve, ILVO, Inagro en het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL). Het partnerschap zoekt zowel naar nieuwe ideeën als aanpassingen van bestaande technieken die nog niet op de lijst van ammoniak emissiereducerende maatregelen staan.Suggestie uit brede sector zijn welkomVoor de varkens- en pluimveesector zijn er reeds verschillende voorstellen beschikbaar. Maar voor de melkveesector zoeken de vijf onderzoeksinstellingen nog naar innovatieve ideeën en suggesties. “Alle ideeën zijn welkom, van melkveehouders en bedrijven tot onderzoekers en adviseurs”, klinkt het. Uit deze input zal dan de meest beloftevolle maatregel worden geselecteerd voor verder onderzoek. “Het zal ook effectief uitgemeten worden voor het bepalen van het reductiepercentage”, duiden de onderzoekscentra. Het uiteindelijke doel is om één maatregel of techniek te ontwikkelen die kan worden toegevoegd aan de AER-lijst.“De focus ligt op een haalbare maatregel die breed toepasbaar is voor verschillende soorten melkveebedrijven. Dit betekent dat er gekeken wordt naar zowel brongerichte maatregelen, zoals bijvoorbeeld voeder- of mestadditieven, als naar end-of-pipe maatregelen, zoals een luchtwasser”, klinkt het verder. Iedereen uit de sector die ideeën of ervaringen heeft, wordt door de onderzoeksinstellingen aangemoedigd om de bevraging in te vullen en hun inzichten te delen. Steunbedragen tot 100.000 euroIn het kader van het West-Vlaamse subsidiereglement ‘PAS-klare Innovaties’, heeft de provincie begin juli drie stikstofprojecten goedgekeurd die ze zal steunen: Hof Ten Bussche uit Poperinge, Instaltec van Roeselare en de Circlair luchtwasser.In het eerste project, op varkensbedrijf Hof Ten Bussche, wordt verse mest via een spoelsysteem afgevoerd en meteen vergist. Via die vergisting wordt dan warmte en stroom geproduceerd. Er zal worden geïnvesteerd in meetapparatuur die de ideale frequentie van het dagelijks weghalen van de mest zal bepalen.Het tweede project in de varkenshouderij is de luchtwasser Circlair, de spin-off van KU Leuven. De luchtwasser kan naar schatting zo’n 90 procent van de ammoniak opvangen uit de afgevoerde lucht en verbruikt veel minder water dan klassieke systemen. Daarbovenop is het eindproduct een zeer hoogwaardige meststof(ammoniumnitraat) met een hele hoge bemestingswaarde. &quot;Dit maakt de technologie veelbelovend voor reiniging van lucht in stallen&quot;, klinkt het. Drogere vloer, grotere reductieBij pluimveestal Instalec worden twee technieken gecombineerd met als doel een maximale reductie van ammoniakuitstoot. Zo wordt enerzijds gebruik gemaakt van met absorberende zouten behandelde pellets op basis van stro als stalstrooisel. &quot;Dit is een techniek die in het buitenland reeds zijn certificering behaald heeft&quot;, duidt de provincie. Anderzijds zal een warmtewisselaar de inkomende verse lucht opwarmen met afgevoerde stallucht, waardoor zich een lagere relatieve vochtigheid in de stal ontwikkelt. Dit zorgt op zijn beurt voor een drogere vloer. “Er wordt verwacht dat deze gecombineerde aanpak resulteert in een grote emissiereductie van ammoniak”, aldus West-Vlaanderen.De projecten zullen worden begeleid en opgevolgd door Inagro. “Deze brede samenwerking tussen beleid, praktijk en onderzoek vormt de sleutel tot haalbare en gedragen oplossingen die boeren echt vooruithelpen. Op deze manier wil provincie West-Vlaanderen voluit gaan voor een duurzame en toekomstgerichte landbouw”, stelt gedeputeerde Naeyaert, bevoegd voor landbouw.</content>
            
            <updated>2025-07-08T09:57:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[WUR: “Stikstofbeleid draagt mee bij aan stijging grondprijzen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stikstofbeleid-draagt-mee-aan-stijging-grondprijzen" />
            <id>https://vilt.be/57631</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwgrond wordt niet alleen schaarser, maar ook duurder. De Nederlandse landbouwuniversiteit WUR heeft een opmerkelijke analyse gepubliceerd van de Nederlandse grondprijzenexpert Jop Woltjer. Woltjer ziet diverse redenen voor de stijging van landbouwprijzen, en die liggen niet allemaal voor de hand. Zo zou ook de onzekerheid rond het stikstofbeleid de grondprijzen mee de hoogte in stuwen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e5bcaa2d-6c26-4220-8029-baebb109eed3/full_width_landbouwgrondtekoop-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>De Vlaamse TV barst van de immoprogramma’s voor jonge koppels die zich geen huis kunnen veroorloven, maar de nood naar een ‘Blind Gekocht’ of ‘Huis Gemaakt’ voor landbouwbedrijven dringt zich ook op. Onderzoeksinstelling WUR vreest dat steeds minder jonge boeren het bedrijf van hun ouders nog kunnen overnemen. Dure grond belemmert bovendien de extensivering van de Nederlandse landbouwsector. Grondprijzenexpert Jop Woltjer ziet in Nederland trends die ook in Vlaanderen bekend voorkomen.Waarom wordt landbouwgrond elk jaar duurder, en is dat goed of slecht nieuws voor boeren?Jop Woltjer: &quot;Landbouwgrond in Nederland is schaars, terwijl de vraag blijft groeien. Die vraag komt niet alleen uit de landbouw, maar ook vanuit woningbouw, infrastructuur, bedrijventerreinen en duurzame energie. De waarde van grond hangt ook af van wat je ermee kunt verdienen: het ‘opbrengend vermogen’. Dit wordt op haar beurt weer beïnvloed door technologische ontwikkeling, intensiever grondgebruik en de prijzen die boeren krijgen voor hun producten.&quot; &quot;Daarnaast spelen rente en beleid een rol. Lage rente maakt het goedkoper om grond te financieren, wat de prijs opdrijft. Beleidsmaatregelen zoals overheidsopkoop voor woningbouw of natuur hebben hetzelfde effect. Door de afbouw van derogatie zoeken melkveehouders meer grond, wat de prijzen ook verhoogt. Maar beleid kan ook de andere kant op werken. Zo kunnen de bedrijfsbeëindigingsregelingen (op termijn) juist extra grond op de markt brengen, wat een drukkend effect heeft.&quot;&quot;Voor boeren is het stijgen van grondprijzen dus dubbel: het verhoogt de waarde van hun bezit, maar maakt uitbreiding duur en lastig.&quot; De bedrijfsbeëindigingsregelingen kunnen op termijn extra grond op de markt brengen, wat een drukkend effect heeft De concurrentie op de grondmarkt neemt toe; ook andere partijen zoals investeerders kopen grond op. Hoe zal deze trend zich volgens jou ontwikkelen?&quot;De toekomst van deze trend is lastig te voorspellen, en verschilt sterk per regio. De vraag naar grond voor woningbouw of natuurontwikkeling is vaak heel lokaal. Wanneer landbouwgrond wordt herbestemd naar bijvoorbeeld woningbouw, stijgt de waarde soms met een factor 10. Dit maakt speculatie aantrekkelijk, al gaat het slechts om een klein deel van de grondmarkt.&quot; Boeren steken winst vaak terug in grond, zeker nu onzekerheid over bijvoorbeeld stikstofbeleid alternatieve investeringen in bijvoorbeeld stallen of machines risicovol maakt &quot;Grond is de afgelopen decennia een stabiele investering gebleken. Investeren in landbouwgrond die verpacht wordt en tegelijk in waarde stijgt, is aantrekkelijk. Ook boeren steken winst vaak terug in grond, zeker nu onzekerheid over bijvoorbeeld stikstofbeleid alternatieve investeringen in bijvoorbeeld stallen of machines risicovol maakt.&quot;Kunnen jonge boeren nog wel grond kopen of pachten, of is dat onbetaalbaar geworden?&quot;Er starten nog steeds jonge boeren, dus het is niet helemaal onbetaalbaar. Maar de hoge grondprijzen maken het wel moeilijk om financiering rond te krijgen. Bij verkoop binnen families ligt de prijs vaak onder de marktwaarde, om te voorkomen dat de nieuwe generatie met een hoge schuldenlast begint. Jonge boeren zonder familiebedrijf staan voor een flinke uitdaging. Dat kan een drempel vormen om aan een boerenbedrijf te beginnen.&quot; &quot;Pacht is een alternatief, maar ook pachtprijzen stijgen. Reguliere en langlopende pachtvormen kennen wettelijke maxima die moeten zorgen dat de pacht in verhouding blijft tot het opbrengend vermogen. Toch worden nieuwe contracten vaak buiten deze regels afgesloten, mede omdat ze voor verpachters economisch minder aantrekkelijk zijn.&quot;Zijn de grond- en pachtprijzen een belemmering voor extensivering en verduurzaming?&quot;Ja, hoge prijzen maken het lastig om duurzame landbouw rendabel te maken. Extensieve bedrijven realiseren vaak een lager opbrengend vermogen van de grond, waardoor banken minder snel grondaankopen willen financieren. Verduurzaming kan echter ook de sleutel zijn tot financiering. Sommige banken en investeerders zijn juist eerder bereid te investeren in bedrijven met een toekomstbestendig en duurzaam bedrijfsplan. Dit is onder andere zichtbaar in verschillende initiatieven die duurzame boeren ondersteunen met lagere pachtprijzen of kortingen bij erfpacht. Zulke vormen van maatschappelijk grondgebruik maken verduurzaming beter haalbaar.&quot; Welke rol zou de overheid moeten spelen?&quot;Direct ingrijpen in de markt – zoals het opleggen van maximumprijzen – werkt vaak averechts. Het leidt tot schaarste en een inefficiënte verdeling, zoals we ook op de gereguleerde huurmarkt zien. Toch ligt er wel degelijk een taak voor de overheid. Allereerst: meer duidelijkheid, bijvoorbeeld over het stikstofbeleid. Zolang boeren niet weten waar ze aan toe zijn, stellen ze investeringen uit en steken ze hun geld liever in grond – wat de prijzen verder opdrijft.&quot;&quot;Daarnaast kan actieve grondpolitiek helpen. Duidelijke richtlijnen voor waar ruimte is voor landbouw, natuur of woningbouw, brengen rust en beperken speculatie. Overheden moeten daarbij ook kritisch kijken naar hun eigen grondbezit en grondaankopen. Grote aankopen voor natuur kunnen de landbouwgrondprijs lokaal sterk verhogen, wat ongewenst is.&quot; Overheden moeten kritisch kijken naar hun eigen grondbezit en grondaankopen. Grote aankopen voor natuur kunnen de landbouwgrondprijs lokaal sterk verhogen &quot;Tot slot is ook de pachtwet aan herziening toe. Boeren die geen grond kunnen kopen, moeten wél langdurig en onder eerlijke voorwaarden kunnen pachten. Hierover is de overheid inmiddels in gesprek met betrokken partijen.&quot;&quot;Om tot goed beleid te komen is meer inzicht nodig in hoe grondprijzen tot stand komen. Wat drijft de almaar stijgende prijzen? Wat betekent dit voor het verdienvermogen van bijvoorbeeld natuurinclusieve of extensieve landbouw? En hoe goed sluit het beschikbare areaal eigenlijk aan op de doelen die we willen realiseren?&quot;&quot;Verder onderzoek naar deze vragen is cruciaal. Het helpt beleidsmakers om beter te begrijpen hoe beleidsmaatregelen – zoals bijvoorbeeld gebiedsgerichte aanpakken of regelgeving rondom stikstof – doorwerken in de grondprijzen. Zo kunnen zij realistischer doelen stellen, inschatten waar risico’s op prijsopdrijving of verdringing ontstaan, en effectievere en betaalbare beleidsinstrumenten ontwikkelen.&quot;Dit interview werd eerder gepubliceerd op wur.nl. Lees het oorspronkelijke artikel hier.</content>
            
            <updated>2025-07-04T15:36:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[OCAD: "Strekkingen binnen klimaatkoepel Code Rood zijn geradicaliseerd"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ocad-strekkingen-binnen-klimaatkoepel-code-rood-zijn-geradicaliseerd" />
            <id>https://vilt.be/57632</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bepaalde strekkingen binnen klimaatactivismekoepel Code Rood zijn geradicaliseerd. Dat zegt het orgaan voor de dreigingsanalyse OCAD in een informatienota, waarover Het Laatste Nieuws vrijdag bericht en die ook Belga kon inkijken. Bij een recente actie tegen Cargill in de Gentse haven was er zelfs een risico op dodelijke slachtoffers, hoewel de organisatie volgens het OCAD "quasi zeker geen intentie had om mensenlevens in gevaar te brengen".</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="boerenprotest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/693ab51c-e9f3-41ac-8412-a5d909a3fd22/full_width_protest-lize-dieltjens-3.png</image>
                                        <content>Code Rood omschrijft zich op zijn website als &quot;een beweging voor burgerlijke ongehoorzaamheidsacties, opgericht door activisten en gesteund door verschillende organisaties en actiegroepen&quot;. De koepel is in Nederland ontstaan, maar is al enkele jaren ook actief in ons land. Zo waren er al acties op verschillende sites van oliebedrijf TotalEnergies, in het Antwerpse havengebied en ook bij voedingsreus Cargill in de haven van Gent begin maart. Bij die laatste actie werd &quot;zeer veel materiële schade aangericht&quot;, zegt het OCAD in een informatienota over Code Rood, die onder meer aan de politie werd overgemaakt. En hoewel dat &quot;quasi zeker&quot; niet de bedoeling was, kwamen er ook mensenlevens in gevaar. Activisten drukten noodknoppen in of knipten datakabels door, met een opeenhoping van gassen en acuut explosiegevaar tot gevolg. Een losgegooid werkponton dreigde even de hoogovengasleiding van staalbedrijf ArcelorMittal te beschadigen.Gematigde groeperingen haken afVolgens het OCAD &quot;lijken de aard van de vernielingen en de gebruikte modus operandi bij de actie in Gent erop te wijzen dat een radicale, links-extremistische flank binnen Code Rood een bepalende invloed uitoefent op het verloop van de actie&quot;. In de nota wordt onder meer verwezen naar de groepering &#039;Les Soulèvements de la Terre&#039;, een van oorsprong Franse beweging, die bekendstaat om zeer zware sabotages en vernielingen. Gematigde bewegingen als Greenpeace, Grootouders voor het Klimaat en Vredesactie lijken dan weer te hebben afgehaakt. &quot;Het is duidelijk dat er binnen Code Rood heel verschillende fracties actief zijn en dat niet iedereen binnen de organisatie op dezelfde lijn zit&quot;, concludeert de nota. Het OCAD noemt de evolutie binnen Code Rood &quot;zorgwekkend&quot;. &quot;Binnen de huidige koepel lijkt het soortelijk gewicht te zijn toegenomen van actoren die wel onder de noemer extremisme vallen. (...) Men kan uit deze overwegingen besluiten dat strekkingen binnen Code Rouge geradicaliseerd zijn met bij wijlen revolutionaire allures en waarbij ze drastische en illegale actiemethodes niet schuwen.&quot;N-VA eist hoorzittingenMeerderheidspartij N-VA reageert bezorgd op de nota, vraagt een hoorzitting in het parlement en pleit voor wetgevend optreden. &quot;Het is van belang dat we dit rapport serieus nemen&quot;, zegt Kamerlid Jeroen Bergers. &quot;Het groeiende geweld vanuit extreemlinkse hoek en vooral de maatschappelijke aanvaarding daarvan baart zorgen. (..) Geweld mogen we in ieder geval nooit aanvaarden. Dat is een brug te ver, waartegen opgetreden moet worden.&quot;</content>
            
            <updated>2025-07-04T15:35:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese veestapel daalt verder in 2024]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-veestapel-daalt-verder-in-2024" />
            <id>https://vilt.be/57633</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De veestapel in de Europese Unie neemt al jaren af. Over het voorbije decennium verdween bijna een tiende van de totale hoeveelheid. Die trend zette zich vorig jaar verder, met vooral een scherpe terugval in het aantal runderen. Die populatie kromp toen met 2,8 procent, de sterkste daling onder de grote diersoorten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cce3aaf5-4cf2-4212-8c21-5e2ab1ded4dc/full_width_big-varken.jpg</image>
                                        <content>In 2024 telde de EU 132 miljoen varkens, 72 miljoen runderen, 57 miljoen schapen en 10 miljoen geiten. Vergeleken met het voorgaande jaar betekent dit een verdere daling van de veestapel in alle categorieën. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat.1,86 miljoen minder runderenDe grootste daler van de veestapel in 2024 zijn runderen (-2,8%). België volgde die trend, al was de afname hier iets minder uitgesproken. Het rundveebestand daalde met 1,34 procent, goed voor 300.000 dieren minder. Met in totaal 2,2 miljoen runderen staat België net als vorig jaar op de achtste plaats binnen de EU. Frankrijk telde vorig jaar veruit de meeste runderen (16,4 miljoen), gevolgd door Duitsland (10,5 miljoen) en Ierland (6,3 miljoen).710.000 minder varkensDe varkenspopulatie in de Unie daalde heel licht met 0,5 procent. Ons land telde vorig jaar 5,37 miljoen varkens, dat zijn er 14.000 minder dan het jaar voordien (-0,26%). Net zoals voorgaande jaren zijn de grootste varkenslanden Spanje (34,6 miljoen), Duitsland (21,3 miljoen) en Frankrijk (11,7 miljoen).Ook de schapen- en geitenstapel namen af, met respectievelijk 1,7 en 1,6 procent. LangetermijntrendDe recente terugval in de veestapel versterkt de dalende trend die zich al tien jaar aftekent in de EU. In vergelijking met 2014 is de varkenspopulatie met 8,1 procent afgenomen en de rundveestapel met 8,7 procent. De sterkste daling deed zich echter voor bij de geiten, waarvan er nu zo’n 16 procent minder zijn. Ook het aantal schapen ging achteruit: hun populatie ligt 9,4 procent lager dan tien jaar geleden.</content>
            
            <updated>2025-07-07T10:32:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Winst MRBB piekt, maar wat vloeit terug naar de landbouw?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/krachtige-jaarcijfers-voor-mrbb-hefboom-voor-innovatie-in-land-en-tuinbouw" />
            <id>https://vilt.be/57634</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Over de miljarden van de holding boven Boerenbond, MRBB, is al veel gezegd en geschreven. Dat daar in 2024 opnieuw 346 miljoen euro bijkomt, is wellicht koren op de molen voor heel wat critici. CEO Raf Sels pareert de kritiek en stelt dat het grootste deel van de inkomsten niet afkomstig is uit landbouwactiviteiten, maar wél ingezet wordt ter ondersteuning van de sector. “Op die manier is MRBB een belangrijke hefboom voor innovatie in de land- en tuinbouwsector”, benadrukt hij.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boerenbond" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9a396a61-cdef-440b-b984-f2ad59b19a34/full_width_mrbb-raf-sels-en-sonja-de-becker.jpg</image>
                                        <content>De Maatschappij voor Roerend Bezit van de Boerenbond, zoals MRBB voluit heet, is gekend als de financiële holding boven Boerenbond, maar groepeert veel meer activiteiten. Enerzijds heb je de Boerenbondorganisatie met onder meer Boerenbond, Ferm, Groene Kring, Landelijke Gilden, KLJ en LRV. Daarnaast heeft de holding ook een aantal bedrijven, Arvesta, adviesbureau SBB, Acerta en Agri Investment Fund (AIF), en participeert het in een reeks andere bedrijven, waarvan KBC de bekendste is.Nettowinst van 346 miljoen euroDe holding heeft vorige week zijn jaarrekeningen neergelegd bij de Nationale Bank. Dat gebeurt op twee niveaus: enerzijds is er de jaarrekening van MRBB zelf en anderzijds is er de geconsolideerde jaarrekening waarin de cijfers van de moeder- en dochterondernemingen worden gepresenteerd als één geheel. Zelf schuift MRBB de enkelvoudige jaarrekening naar voor in haar communicatie. Uit die jaarrekening blijkt dat de maatschappij in 2024 een nettowinst behaalde van bijna 346 miljoen euro.Bekijken we de geconsolideerde jaarrekening voor de hele groep, dan ligt de winst zelfs nog een pak hoger. Het gaat om 521 miljoen euro voor 2024, ongeveer een derde meer dan de winst die in 2023 werd behaald. Dat is de op één na hoogste nettowinst ooit, schrijft De Tijd. Het vorige record dateert van 2021 toen een positief resultaat van 621 miljoen euro bedroeg. Vermogen opgebouwd dankzij KBCAls we opnieuw naar de enkelvoudige jaarrekening kijken, dan zien we dat van de 346 miljoen euro winst 108 miljoen euro uit de uitgebreide beleggingsportefeuille van de holding komt. “Aandelen kenden na het al uitstekende 2023 opnieuw een topjaar”, staat te lezen in het activiteitenverslag. Over het hele jaar 2024 behaalde de beleggingsportefeuille van de holding een rendement van 7,96 procent. Dat ligt lager dan de strategische benchmark (10,78%), maar dat is volgens MRBB het gevolg van de keuze voor aandelen waarbij het risico lager ligt.Naast de beleggingen zorgden de ontvangen dividenden uit de participaties voor 240 miljoen euro aan opbrengsten in 2024. De overgrote meerderheid, 237 miljoen euro, komt van KBC. “Dat is altijd zo geweest”, legt Sels uit. “Een groot deel van het vermogen van MRBB is opgebouwd dankzij KBC.” De holding heeft in 2024 dan ook beslist om voor een bedrag van 273 miljoen euro extra aandelen in te kopen van de bank. Daarmee heeft MRBB in totaal zo’n 51,9 miljoen aandelen van KBC. Dat is 12,04 procent van de totale aandelen. Omdat aan sommige aandelen geen zeggenschap of dividendrecht is verbonden, heeft MRBB wel recht op 13,1 procent van de dividenden van KBC.“Gezien de overtollige liquiditeiten was het een goed momentum om extra aandelen van KBC in te kopen”, aldus Sels. De laatste keer dat dit gebeurde, was ten tijde van de bankencrisis toen de overheid aan de aandeelhouders vroeg om in ruil voor steun extra middelen in de bank te stoppen. Die nieuwe aankoop van aandelen zorgt er volgens MRBB ook voor dat de holding verder kan voldoen aan één van zijn vier kernopdrachten: de Vlaamse verankering van KBC groep. “Voor de land- en tuinbouw, maar ook voor kmo’s en gezinnen, is het belangrijk dat er een sterke financiële groep met beslissingscentrum in België aanwezig en verankerd is”, benadrukt de CEO.Met de aankoop van de bijkomende aandelen van KBC doet MRBB in elk geval geen slechte zaak. De holding heeft tot nu toe in totaal voor 1,22 miljard euro KBC-aandelen gekocht, met een gemiddelde aankoopprijs van 23,56 euro per stuk. Tegen de koers van eerder deze week van ongeveer 87 euro betekent dat een forse papieren meerwaarde. De participatie was op dat moment ongeveer 4,8 miljard euro waard, zo becijferde De Tijd. 42 miljoen euro naar BoerenbondorganisatieExtra middelen verstrekken aan de Boerenbondorganisatie was volgens Sels niet mogelijk. Via een vastgelegde methodiek wordt elk jaar een deel van de middelen van MRBB ter beschikking gesteld van Boerenbond en de organisaties daarrond. In 2024 ging het om 42 miljoen euro.Daarnaast stelt MRBB ook een projectenfonds ter beschikking van de Boerenbondgroep. In 2024 ging het om 4,2 miljoen euro. Dat geld werd onder meer besteed aan onderzoeksprojecten in de land- en tuinbouw, voor de financiering van proefcentra, naar maatschappelijk belangrijke initiatieven als Boeren op een Kruispunt, Groene Zorg, enz. Ook innovatieprojecten die mikken op stikstofreductie werden ermee gefinancierd.Niet alleen via dit projectenfonds wil MRBB innovatie in de land- en tuinbouw aandrijven. Ook Agri Investment Fund (AIF) speelt daarin een heel belangrijke rol. Het fonds investeert in innovatieve ondernemingsprojecten, die vaak in schoot van start-ups ontstaan, die de competitiviteit van de land- en tuinbouwsector kunnen verbeteren. De bedoeling is om op langere termijn mee te stappen in het kapitaal van dergelijke bedrijven. In 2024 investeerde AIF 11,9 miljoen euro in start-ups.Voor 2025 wordt de werking van AIF verbreed. “In het verleden lag de focus vooral op biotech-oplossingen met een lange tijd tot marktintroductie”, zei MRBB-voorzitter Sonja De Becker daar eerder over. “Omdat onze landbouwers vandaag al oplossingen nodig hebben, hebben we onze investeringsstrategie uitgebreid om een breder scala aan oplossingen te ondersteunen die sneller op de markt kunnen komen.” Ook het investeringsbudget werd verhoogd met 20 miljoen euro. “Op die manier willen we nog meer impact realiseren voor de verdere verduurzaming en innovatie in de sector”, vult Sels aan. In 2023 bleek dat amper zes procent van de inkomsten direct gelinkt kon worden aan land- en tuinbouwactiviteiten. In 2024 lag dat vermoedelijk nog lager Eigen vermogen groeit stevig verderDoor dit positieve resultaat groeide het eigen vermogen van de holding verder. Als we kijken naar de jaarrekening van alleen MRBB, dan is het eigen vermogen gestegen van 3,6 miljard euro naar 3,9 miljard euro. Als we de geconsolideerde jaarrekening bekijken, dan is die zelfs nog rooskleuriger. Het steeg op een jaar tijd van 5,4 miljard euro naar net geen 5,6 miljard euro. De geconsolideerde reserves stegen tot net boven de vijf miljard euro. Tegenover die reserves staan bovendien relatief weinig schulden.De vaak gehoorde kritiek dat de groep boven Boerenbond rijk wordt op kap van de boeren, spreekt CEO Sels met klem tegen. “In 2023 maakte ik de berekening en daaruit bleek dat amper zes procent van de inkomsten direct gelinkt kon worden aan land- en tuinbouwactiviteiten. Dat zal vorig jaar eerder minder dan meer geweest zijn. In feite maakt MRBB het juist mogelijk dat er volop geïnvesteerd wordt in innovatie zodat de sector kan verduurzamen”, stelt hij. “Dat gebeurt via onze sterke ledenorganisatie die inzet op innovatie in de sector, via het projectenfonds voor onderzoek en ontwikkeling, via Agri Investment Fund, maar ook via onze dochterondernemingen zoals Arvesta, die voluit investeren in de land- en tuinbouw van de toekomst.” Negatief resultaat van ArvestaIn dat kader valt het alvast op dat Arvesta in 2024 een negatief resultaat behaalde. In de geconsolideerde jaarrekening van de Arvesta-groep is sprake van een negatief resultaat van 21 miljoen euro. Ook in 2023 maakte de bedrijvengroep verlies. Die was toen ruim dubbel zo groot: 43 miljoen euro. Volgens Raf Sels was er in 2023 onder andere sprake van een uitzonderlijke afschrijving, terwijl in 2024 de slechte weersomstandigheden een grote invloed gehad hebben op het resultaat van Arvesta. “Het slechte weer had niet alleen een impact op de verkoop van gewasbeschermingsmiddelen en zaaizaad aan land- en tuinbouwers, maar ook de verkoop in de tuincentra van Aveve leed duidelijk onder het slechte weer.”</content>
            
            <updated>2025-07-08T15:21:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Subsidie voor Belgisch Trekpaard moet ras en traditie levend houden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/subsidie-voor-belgisch-trekpaard-moet-ras-en-traditie-levend-houden" />
            <id>https://vilt.be/57635</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) kent een subsidie van 81.000 euro toe aan de vzw Vlaamse Fokkers van het Belgisch Trekpaard (VFBT) om het ras en de traditie errond in stand te houden. Dat maakte de minister bekend tijdens een werkbezoek aan trekpaardenfokkerij Stal Hermeshof in Maaseik.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Belgisch trekpaard" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/14948b65-a0d6-4711-8fff-bd9cadcd138c/full_width_belgisch-trekpaard-slejpeg.jpg</image>
                                        <content>Ooit het grootste exportproduct van BelgiëIn 2018 werd de cultuur rond het Belgische trekpaard erkend als Vlaams immaterieel cultureel erfgoed. Ondanks die erkenning staat het ras al jaren onder druk. Het trekpaard was ooit het grootste exportproduct van België met tienduizenden paarden die wereldwijd werden ingezet voor zwaar werk op het land, in havens en industrie. Vandaag wordt het dier nog slechts door een kleine gemeenschap van fokkers en gebruikers in stand gehouden. Jaarlijks worden in België slechts een 550-tal veulens geboren, waarvan ongeveer 440 in Vlaanderen. Het inteeltpercentage stijgt en jonge fokkers zijn schaars.Met de toegekende subsidie kunnen de 235 bij het VFBT aangesloten Vlaamse fokkers ondersteund worden. Zo kunnen zij de kosten voor opfok, veterinaire begeleiding en administratie gedeeltelijk opvangen, en kan de VFBT zijn uitgebreid instandhoudingsprogramma verderzetten. Concreet betekent dit dat per Belgisch Trekpaardveulen dat wordt ingeschreven in het stamboek, een veulenpremie van 165 euro wordt voorzien.Ook krijgen de paardenkwekers een premie van 150 tot 300 euro voor jonge hengsten die deelnemen aan medische onderzoeken en keuringen. Verder komt er een officieel stamboek waarin genetische controles via DNA worden opgenomen, en maakt het VFBT middelen vrij voor wetenschappelijk onderzoek naar inteeltproblematieken, chronisch progressief lymfoedeem (CPL) en andere erfelijke aandoeningen.&quot;Premies om genetische diversiteit te bewaren&quot;&quot;Het Belgisch Trekpaard is meer dan een dier. Het is een stukje Vlaamse identiteit dat we samen moeten koesteren en versterken&quot;, aldus Brouns. &quot;Daarom blijven we deze sector met overtuiging ondersteunen. Dat gebeurt onder meer met de veulen- en hengstenpremies. Die zijn cruciaal om voldoende geboortes te garanderen en zo de genetische diversiteit van het ras te bewaren&quot;, benadrukt de minister. &quot;Zonder deze ondersteuning dreigt het Belgisch Trekpaard een stille dood te sterven.&quot;</content>
            
            <updated>2025-07-06T12:28:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Duoburger verovert harten en toonbanken: hoe een peulvruchtenburger flexitariërs én boeren overtuigt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/duoburgers-bij-zwalmbeekhoeve-gaan-als-warme-broodjes-over-de-toonbank-mogelijk-uitbreiding-naar-andere-hoeveslagers" />
            <id>https://vilt.be/57636</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoeveslagerij Zwalmbeekhoeve in de Vlaamse Ardennen lanceerde begin dit jaar de duoburger, een vernieuwende hamburger waarin vlees gecombineerd wordt met peulvruchten zoals gele erwt, wortel, gember en kurkuma. De burger mikt op flexitariërs en gezondheidsbewuste consumenten – en dat loont. De verkoop loopt als een trein, en er wordt al gedacht aan uitbreiding naar andere hoeveslagers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="peulvrucht" />
                        <category term="vleesvervanger" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8b465233-54cd-43a5-944f-010000589ce2/full_width_zwalmbeekhoeve-duoburger.jpg</image>
                                        <content>De duoburger is een product van het LEADER-project Diversi-Peul, dat inzet op meer teelt en consumptie van lokale peulvruchten. Deelnemende partners – waaronder Boerenbond, ILVO en provincie Oost-Vlaanderen – willen ook andere hoeveslagerijen inspireren om met peulvruchten aan de slag te gaan. Daarmee creëren ze ook een extra afzetkanaal voor lokale peulvruchten en hopen ze de teelt een boost te geven.Van afstudeerproject tot succesproductDe eerste versie van de duoburger werd ontwikkeld door Elena De Reu, dochter van uitbaatster Mieke Verniest, als onderdeel van haar afstudeerproject binnen de opleiding Biotechnische wetenschappen. “De verhouding tussen vlees en plantaardige ingrediënten is ongeveer 50/50”, vertelt Verniest. “Dankzij de peulvruchten blijft het eiwitgehalte vergelijkbaar met dat van een gewone hamburger, terwijl het cholesterolgehalte daalt.”De naam ‘hybride burger’ bleek geen succes, waarop gekozen werd voor de aantrekkelijkere naam duoburger. Het product slaat niet alleen aan bij flexitariërs, maar ook bij gezinnen met jonge kinderen. “Het is een toegankelijke manier om kinderen meer groenten te laten eten”, aldus Verniest.Na een half jaar loopt de verkoop erg goed. De hoeveslagerij biedt intussen ook andere bereide gerechten aan waarin peulvruchten verwerkt zijn, zoals chili con carne en spaghettisaus met linzen. Toekomstige varianten van de duoburger worden overwogen.Lokale peulvruchten centraal in LEADER-projectDe Zwalmbeekhoeve speelt een centrale rol in het Diversi-Peul-project, dat niet alleen kennis opbouwt rond peulvruchtenteelt, maar ook werkt aan productontwikkeling en markttoegang. “Peulvruchten zijn risicovoller dan klassieke gewassen zoals tarwe”, zegt Inge Speeckaert (ILVO). “Vooral kikkererwten zijn gevoelig voor misoogsten. Maar ze hebben ook veel voordelen, zoals een positieve impact op de bodemkwaliteit en biodiversiteit.”“Met producten als de duoburger creëren we vraag bij de consument én een bijkomend verdienmodel voor telers en hoeveslagers”, voegt Nele Lauwers van Boerenbond toe. Klimaatvoordeel en circulaire landbouwHet telen van peulvruchten is niet zonder uitdagingen. Dit jaar viel de oogst van groene erwten volledig in het water door vraatschade van kraaien. Daardoor moest de hoeveslagerij tijdelijk overstappen op erwten uit de supermarkt. Toch blijft de ambitie om met 100 procent lokaal geteelde ingrediënten te werken.Peulvruchten zijn vlinderbloemige planten en bieden bovendien klimaatwinst. Ze binden stikstof uit de lucht, waardoor minder kunstmest nodig is. Dat verlaagt de uitstoot van broeikasgassen en verbetert de bodem voor latere teelten.De familie Verniest experimenteert al jaren met de teelt van peulvruchten, zoals veldbonen, voor het veevoeder. Deze peulvruchten worden met het korrelmaïs gemalen en vermengd en dienen als krachtvoerbron voor de varkens. “Zodoende hoeven we geen geïmporteerde soja te gebruiken”, klinkt het. Duoburger versterkt ook imago van de varkenshouderijBehalve een extra verdienmodel speelt de duoburger ook in op de vraag van veel mensen die minder vlees willen of moeten eten maar die de smaak ervan niet kunnen missen. “De veehouderij komt nog te vaak in een negatief daglicht. Met dit soort initiatieven tonen onze landbouwers dat ze deel zijn van de oplossing”, zegt Lauwers.Volgens Verniest kan het imago van de sector wel een boost gebruiken. Het was voor haar ook reden om zich in 2018 kandidaat te stellen voor de verkiezing van Schoonste Boerin van Vlaanderen, een prijs die ze uiteindelijk in de wacht sleepte. Ook met de opening van de hoeveboerderij in 2017 hoopt ze haar steentje bij te dragen bij het dichten van de kloof tussen landbouw en consument. “Bovendien geeft het veel voldoening om tevreden klanten in de winkel te hebben”, aldus Verniest die in september met haar bedrijf ook meedoet aan Dag van de Landbouw.Boerenbond en de andere projectpartners van Diversi-Peul hebben zich ook achter de bekendmaking van de duoburger geschaard. Zo werd de duoburger, die door Zwalmbeekhoeve werd ontwikkeld, eerder dit jaar voorgesteld aan het grote&amp;nbsp; publiek in het Gentse restaurant Resto Leo tijdens de Week van de Peulvrucht. Vlaamse Ardennenvarken als smaakvol fundamentDe Zwalmbeekhoeve kreeg eerder marketingondersteuning van voedingsbedrijf Beneo, dochterbedrijf van Tiense Suiker, bij de ontwikkeling van haar hoeveslagerij. Hieruit ontstond het Vlaamse Ardennenvarken, een kruising tussen de gangbare Deense zeug en het Britse Duroc-varken, bekend om hun roodbruine kleur en hangende oren. “Deze kruising geeft een ideale vetdooradering en een zeer vaste structuur van vlees en is daarom ideaal om groenten in te vermengen en te verwerken”, besluit Verniest. Wekelijks verkoopt de Zwalmbeekhoeve acht tot tien varkens van eigen kweek. “Dat vlees vormt een uitstekende basis voor producten zoals de duoburger”, besluit Verniest, terwijl ze poseert met een biggetje op haar arm. Waterbeheer cruciaal voor landbouw in de ZwalmvalleiOp donderdag fungeerde de Zwalmbeekhoeve als gastbedrijf voor een informatiemarkt van het project Waterlandschap Zwalmvallei, onderdeel van het bredere Water+Land+Schap 2.0-programma. Dit richt zich op oplossingen voor wateroverlast, droogte en erosie, met aandacht voor biodiversiteit en landschapskwaliteit.“Voor mij is vooral waterbuffering van belang”, zegt Johan Watté, die op 145 hectare industriële groenten en aardappelen teelt. “Droogte wordt een steeds groter probleem.”Ook Diversi-Peul was aanwezig met een stand aan het demoveld bij de Zwalmbeekhoeve, waar ILVO onder meer gele en groene erwten, veldbonen en linzen teelt. Ondanks herinzaai door vogelschade, kon de groene erwt dit jaar niet gered worden. “Uiteindelijk hebben we eind mei witte en rode bonen bijgezaaid”, vertelt Lauwers.Het event trok zo’n honderd boeren. Waar de boeren vooral kwamen voor tips en inzichten over waterbeheer- en buffering en bestrijding van bodemerosie, houdt DIVERSI-PEUL mogelijk ook nieuwe telers over aan het event. “Ik overweeg om ook peulvruchten te gaan kweken”, vertelt Dirk Remue, akkerbouwer in bijberoep uit Zwalm.</content>
            
            <updated>2025-07-07T15:40:55+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wereldwijde graanoogst op weg naar record in 2025]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wereldwijde-graanoogst-op-weg-naar-record-in-2025" />
            <id>https://vilt.be/57637</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De wereldwijde oogst van granen zou volgens een vrijdag gepubliceerd rapport van de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) dit jaar 2.925 miljoen ton kunnen bereiken. Het zou gaan om een stijging met 2,3 procent en een nieuw record.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wereld" />
                        <category term="graan" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7b6b95a1-84f7-48ca-b218-3a7d3f59bca6/full_width_graanoogst.jpg</image>
                                        <content>Tarwe, de belangrijkste graansoort, zou een globale productie van 805,3 miljoen ton bereiken. Het gaat om een stijging van net geen procent, volgens de FAO te danken aan beter dan verwachte rendementen in India en Pakistan.De oogst van rijst zou met 555,6 miljoen ton (+1 procent) een record bereiken. Goede oogsten in India, Bangladesh, Pakistan en Vietnam, zouden slechte rendementen in Irak en de Verenigde Staten goedmaken, luidt het.Van de overige graansoorten - waaronder maïs, gerst en sorghum - zou de productie met 3,5 procent stijgen tot 1.564,5 miljoen ton. Wat maïs betreft, spreekt de FAO van &quot;gunstige omstandigheden in Brazilië en een groter dan verwacht ingezaaid areaal in India&quot; die de oogst doen stijgen, ondanks dalingen in Oekraïne en de Europese Unie, onder andere te wijten aan droogte.</content>
            
            <updated>2025-07-06T12:50:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Milk Trading Company herpakt zich met flexibel prijsmodel voor melkveehouders]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/milk-trading-company-wil-weer-groeien-met-een-nieuwe-aanpak" />
            <id>https://vilt.be/57638</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na een moeilijke periode van krimp en juridische spanningen kiest Milk Trading Company (MTC) voor een vernieuwde koers. De coöperatie geeft melkveehouders voortaan meer vrijheid bij het bepalen van hun melkprijs en hoopt daarmee het vertrouwen te herwinnen en weer te groeien.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/816893a3-00d4-4f13-be42-139472afc10a/full_width_melkkoe3.jpg</image>
                                        <content>Van collectieve naar individuele prijsbepalingMilk Trading Company, opgericht in 2017 door agrarisch adviesbureau DLV samen met enkele melkveehouders, heeft zijn systeem voor prijsvastlegging grondig herzien. In plaats van een collectief vastgestelde melkprijs, kunnen leden nu individueel hun gewenste melkprijs opgeven. MTC probeert deze prijs dan vast te leggen via de termijnmarkt voor zuivel en landbouwgrondstoffen. De coöperatie telt momenteel zo&#039;n 150 leden, na een piek van meer dan 300 in 2021. Twee derde kwam uit Vlaanderen, een derde uit Nederland.De oorspronkelijke doelstelling van MTC blijft overeind: melkveehouders meer grip geven op hun melkprijs en inkomenszekerheid bieden in een volatiele markt. Via de termijnmarkt kunnen boeren hun melkprijs én voederkosten vastzetten op een niveau dat voor hen acceptabel is. In de beginjaren bleek dit succesvol: met name in perioden van lage marktprijzen leverde het systeem een meerprijs op van gemiddeld 3 cent per liter melk. Coronadip en juridische nasleepVanaf het najaar van 2021 kwam er echter een kink in de kabel. Door extreme prijsstijgingen in de zuivelmarkt – mede veroorzaakt door slechte weersomstandigheden wereldwijd en de oorlog in Oekraïne – moesten boeren plotseling forse bedragen bijbetalen op eerder vastgezette prijzen. Dit leidde in 2022 tot onvrede, uitstroom van leden en zelfs een rechtszaak tegen MTC en zijn bestuurders. De rechter stelde MTC in eerste aanleg in het gelijk, al loopt er nog een beroepsprocedure. Nieuwe koers na kritiek melkveehoudersDe kritiek van destijds leidde tot fundamentele hervormingen binnen de organisatie. Vorig jaar werden de eerste maatregelen genomen om een herhaling te voorkomen.&amp;nbsp; Zo werd er onder andere een bestuurlijke scheiding van MTC en DLV doorgevoerd en een externe CEO aangesteld.Nu komt hier een grondige herziening van de werking van MTC bij. Waar de melkprijs waaraan werd afgedekt voorheen werd bepaald door een beperkte groep boeren (de zogenaamde “melkchat”) kan vanaf heden deze tevreden melkprijs bepaald worden door elk individueel lid apart. Ook de minimale deelname van 10 procent van het productievolume vervalt. “Vanaf nu kun je lid zijn en blijven tegen betaling en is indekking niet meer verplicht”, klinkt het bij MTC. De organisatie wil hiermee meer vrijheid en maatwerk voor de boeren creëren. “De ene boer is tevreden met 52,25 euro terwijl een andere 52,5 euro of 53 euro wil per 100 liter”, aldus Dirk Coucke die met DLV nog steeds de transacties voor de melkveehouders op de termijnmarkt uitvoert en MTC adviseert rond risicomanagement. “Met dit systeem kunnen we tegemoetkomen aan het tevredenheidsniveau van elk lid.”Klaar voor groei met ‘MTC 2.0’Met deze nieuwe, flexibele aanpak hoopt MTC opnieuw melkveehouders aan te trekken. Sinds 2023 wist de organisatie weer gemiddeld gunstige resultaten te behalen voor haar leden. “We hebben bewezen dat de melkprijs wél vooraf vastgezet kan worden en dat de boer niet per se prijsnemer hoeft te zijn”, aldus MTC.Met onderstaande grafiek wil Coucke dat punt duidelijk maken. Hieronder wordt de indekkingsprijs weergegeven in vergelijking met de fysieke melkprijs (standaardprijs Milcobel). “Er is duidelijk te zien dat het indekken van de melkprijs leidt tot meer prijszekerheid en -stabiliteit.” Hoe werkt het?De individualisering van de prijszetting is mogelijk gemaakt omdat tegenwoordig ook Duitse melk verhandeld wordt op de termijnmarkt en niet langer alleen boter en poeder. “Hierdoor kunnen kleinere hoeveelheden vastgeklikt worden, terwijl het vroeger om grote volumes ging”, vertelt Coucke. Iedereen die wil, kan 16 maanden vooruit, per schijf van 5.000 liter zijn eigen gewenste minimale melkprijs per maand aanvragen en de MTC kijkt dan of een collectieve indekking aan deze gevraagde prijzen mogelijk is.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-07-07T11:25:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Realistisch” Vlaams Kimaatplan brengt optimisme bij boeren en ondernemers, maar niet bij natuur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/realistisch-vlaams-kimaatplan-brengt-optimisme-bij-boeren-en-ondernemers-maar-niet-bij-natuur" />
            <id>https://vilt.be/57639</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het nieuwe Vlaams energie- en klimaatplan (VEKP) moet de uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen aanzienlijk reduceren, al blijven de Europese doelstellingen buiten bereik. Voor landbouw wordt 500.000 ton CO2-uitstoot overgeheveld naar andere sectoren, waardoor men een verstrenging van de doelstellingen minder hard voelt. Boerenbond is eerder positief over het plan, maar waarschuwt dat de taxshift die leidt tot duurder gas en goedkoper elektriciteit hard kan binnenkomen bij glastuinbouwers. Volgens Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v) zal de landbouwsector een keuzepakket krijgen voorgeschoteld met "realistische" maatregelen, opgesteld in samenspraak met de sector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="energie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ef51627d-45ba-4ee1-aefc-f0d084b521ec/full_width_serre-tuinbouw-glastuinbouw.jpg</image>
                                        <content>Zelfs met het verstrengde klimaatplan, zal Vlaanderen de Europese doelstellingen niet halen. De Europese Unie vraagt een uitstootreductie van 47 procent tegen 2030, tegenover 2005. Het kabinet van voormalig minister van Omgeving en Energie Zuhal Demir (N-VA) stelde vorige legislatuur dat dit onhaalbaar was, maar wilde wel de kaap van -40 procent behalen. Die belofte werd niet waargemaakt, want volgens een berekening van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap gingen de vooropgestelde maatregelen slechts leiden tot een reductie van 33,7 procent.Elektriciteit goedkoper, gas duurderMet het nieuwe klimaatplan wil de huidige Vlaamse regering alsnog een uitstootreductie van -40 procent verwezenlijken. De meest veelbesproken maatregel is een taxshift waarbij meer dan 360 miljoen euro aan heffingen vanaf 2028 verschuift van de elektriciteits- naar de gasfactuur. Vandaag is elektriciteit in Vlaanderen veel duurder dan gas, terwijl de regering net het omgekeerde wil zien. Naast een vermindering van de lasten op elektriciteit komt er ook een extra prijskorting, om mensen en bedrijven te stimuleren om af te stappen van fossiele brandstoffen.Volgens minister van Energie en Klimaat Melissa Depraetere (Vooruit) zou de prijsstijging van gas niet voelbaar mogen zijn bij een modaal huisgezin. Zelfs wie verwarmt op gas, zou de duurdere verwarmingsfactuur gecompenseerd moeten zien door goedkoper stroom. De vraag rijst of dit ook zal gelden voor bijvoorbeeld glastuinbedrijven, die aanzienlijk meer gas verbruiken dan elektriciteit.&quot;Realistische eisen&quot; voor landbouwDe ambities voor de landbouwsector worden haalbaarder dankzij de beslissing om 500.000 ton CO2-uitstoot voor de landbouw te “solidariseren”, dus overgenomen door andere sectoren. Toch zal ook deze sector inspanningen moeten leveren. Volgens de landbouwminister zal een verplicht keuzepakket in samenspraak met de landbouw worden uitgewerkt. &quot;Geen onhaalbare eisen of dure verplichtingen, maar realistische en gedragen maatregelen die haalbaar zijn op het terrein”, aldus Brouns.Welke maatregelen dit keuzepakket precies zal bevatten, is nog niet helemaal duidelijk. Op de persvoorstelling focuste minister Brouns onder meer op de verduurzaming van de glastuinbouw. &quot;Die sector is momenteel nog sterk afhankelijk van gas&quot;, zegt Brouns. &quot;Die moeten we ook meenemen in de transitie naar een verdere verduurzaming.&quot;Brouns ziet ook een rol weggelegd voor genetische modificatie van gewassen. Dit moet gewassen toestaan om met minder inputs een hoge opbrengst te bekomen. Ook wijst de minister erop hoe er binnen de veehouderij nog een aanzienlijke emissiereductie kan gebeuren via aangepast voer. Vlaanderen heeft vandaag al &quot;de meest duurzame koe ter wereld&quot;, stelde de minister nog. Boerenbond voorzichtig positiefBoerenbond reageert voorzichtig positief op het nieuw Vlaams Energie- en Klimaatplan, maar spaart het grootste enthousiasme totdat de concrete uitwerking van de maatregelen is gebeurd. Pas dan zal immers duidelijk worden hoe realistisch de maatregelen werkelijk zijn.“Er is eindelijk geluisterd naar onze herhaaldelijke oproepen om de nieuwe klimaatdoelstellingen voor de land- en tuinbouwsector haalbaarder te maken”, zegt voorzitter Lode Ceyssens. “In de maatregelen die opgelijst staan, merken we ook het vertrouwen van de regering in onze sector om verdere inspanningen te leveren en de reductiedoelstellingen te behalen. Het is nu belangrijk om samen met de sector te bekijken hoe bepaalde maatregelen concreet vorm krijgen en welke budgetten ertegenover staan. Zo moet de klimaatcatalogus voldoende keuzes bevatten voor rundveehouders. Voor de glastuinbouwsector zijn we vooral beducht voor een te ruwe taks-shift naar fossiele brandstoffen. We verwachten dat de Vlaamse regering de nodige tijd en financiële middelen voorziet om de omslag naar groene energieproductie doordacht te kunnen maken.”ABS: &quot;Beloon de boeren voor energieproductie&quot;ABS-voorzitter Bruno Vincent mist creativiteit en innovatie in het energieplan. &quot;We hadden graag een verdienmodel gezien voor biogas en andere groene energie&quot;, zegt Vincent. De landbouwer zou volgens hem dus een actievere rol kunnen spelen als energieleverancier. &quot;Daar zit volgens mij een grote win-win.&quot;Vincent vindt het wel een goede zaak dat boeren meer keuze zouden krijgen over de wijze waarop ze hun klimaatdoelen bereiken. Tot slot hoopt hij dat er voldoende rekening mee wordt gehouden met nieuwe technologie.BBL: &quot;Veehouderij ontspringt de dans&quot;Van dat voorzichtige optimisme is niet veel te merken bij oppositiepartij Groen en belangenorganisatie Bond Beter Leefmilieu (BBL). Beiden zijn teleurgesteld dat de aangescherpte ambities nog steeds naast het Europees doel van -47 procent zullen schieten. Te meer omdat er aan dit klimaatplan een jaar aan onderhandelingen is voorafgegaan. &quot;Een jaar uitstel, om uiteindelijk toch onder de lat te gaan: deze Vlaamse regering gaat helemaal verder op het elan van de vorige. Het is ronduit genant en teleurstellend&quot;, zegt Vlaams parlementslid Aimen Horch (Groen). Volgens Horch zal Vlaanderen door de verminderde ambities twee miljard euro mogen ophoesten, omdat landen die de doelstelling niet halen, elders CO2-rechten moeten afkopen.BBL uit gelijkaardige kritiek, en wijst erop dat het niet halen van de doelstellingen tegen 2030, ons met een achterstand opzadelt die we moeilijk nog zullen kunnen inhalen. Europa zet koers naar een reductie met 90 procent tegen 2040, en Vlaanderen zal die race ver voor de startlijn aanvatten. “Enkele goede maatregelen, zoals de langverwachte taxshift van elektriciteit naar aardgas en bijkomend sociaal renovatiebeleid nemen niet weg dat dit plan zwaar onder de lat duikt”, zegt BBL.BBL vindt bovendien dat de industriële veehouderij de dans ontspringt. “Hoewel een afbouw van de veestapel onvermijdelijk is om klimaat en milieu te beschermen”, klinkt het. Ook het solidariseren van de CO2-uitstoot vindt BBL niet kunnen. “Al jaren draagt de landbouwsector onvoldoende bij aan de klimaatdoelstellingen, wat de Vlaamse regering nu expliciet gedoogt, door een deel van de inspanning door te schuiven naar andere sectoren.”Voka tevredenVoka is dan weer wel tevreden over het plan, dat “realistisch” is en “geen bijkomende verplichtingen oplegt aan de kleinere industrie”. Dat het plan vooral de focus legt op de gebouwde omgeving, transport en landbouw, vindt Voka terecht. Volgens de werkgeversfederatie heeft deze groep immers de uitstoot al fel verminderd en zit men er ook op koers om de doelstellingen voor 2030 te behalen. Ze kijkt echter wel argwanend naar de verschuiving van heffingen van elektriciteit naar fossiele brandstoffen. &quot;Het is belangrijk om een kostenshock op gas te vermijden. We zullen de modaliteiten van de taks shift nauw opvolgen&quot;, zegt Frank Beckx, directeur van het Kennis- en Lobbycentrum van Voka.</content>
            
            <updated>2025-07-07T15:59:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Toekomst van vanille bedreigd door klimaatverandering]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/toekomst-van-vanille-bedreigd-door-klimaatverandering" />
            <id>https://vilt.be/57640</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Klimaatverandering bedreigt de leefgebieden van wilde vanillesoorten en hun bestuivers in Midden-Amerika. Hierdoor dreigt een ontkoppeling tussen plant en bestuiver, wat de overleving van deze genetisch waardevolle soorten in gevaar brengt, zo waarschuwen wetenschappers van KU Leuven en de Universiteit van Costa Rica in Frontiers in Plant Science.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d8c58b2d-83fa-4309-9e92-ee9be6e17bf1/full_width_vanilla-plantation-la-digue-island-rural-landscape-nature-of-seychelles-island-original-1819272-kl.jpg</image>
                                        <content>De studie richt zich op het Neotropisch gebied en maakt gebruik van soortverspreidingsmodellen om voorspellingen te doen voor het jaar 2050, onder twee klimaatscenario’s. In totaal werden elf wilde vanillesoorten onderzocht, waarvan er vier afhankelijk zijn van dierlijke bestuiving. De resultaten tonen aan dat sommige vanillesoorten aanzienlijk leefgebied verliezen (variërend van -1% tot -53%), terwijl andere hun verspreidingsgebied juist uitbreiden (+11% tot +140%). Voor alle onderzochte bestuivers wordt echter een terugloop in geschikt leefgebied verwacht, met verliezen tussen de 7 en 71 procent.De overlap tussen het leefgebied van vanilleplanten en dat van hun bestuivers neemt af, vooral bij soorten die afhankelijk zijn van één specifieke bestuiver, met dalingen tot wel 90 procent. Zelfs binnen beschermde natuurgebieden blijkt deze overlap zonder aanvullende maatregelen te zullen afnemen. “Een ontkoppeling van planten en hun bestuivers kan het voortbestaan van wilde vanillesoorten ernstig bedreigen”, waarschuwt hoofdauteur Charlotte Watteyn.“Wilde vanille essentieel voor robuuste cultivars”Om de genetische diversiteit van wilde vanille te behouden, zowel in hun natuurlijke leefomgeving als daarbuiten, stelt de studie prioritaire beschermingsgebieden voor. “Het behoud van natuurlijke populaties en de bijbehorende genetische rijkdom is cruciaal om de toekomst van vanille veilig te stellen”, aldus de onderzoekers.Wilde vanilleplanten zijn bovendien van groot belang voor de landbouw. De commercieel geteelde soort Vanilla planifolia kent een extreem lage genetische diversiteit en is daardoor kwetsbaar voor ziekten, droogte en hitte. Wilde soorten bieden waardevol genetisch materiaal voor de ontwikkeling van nieuwe, weerbaardere cultivars. Het Neotropisch gebied herbergt meer dan de helft van alle bekende vanillesoorten, waaronder veel aromatische varianten met potentieel voor toekomstige veredeling.</content>
            
            <updated>2025-07-07T15:33:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Een nieuwe munt voor biodiversiteit: EU lanceert natuurkrediet dat boeren vergoedt voor inspanningen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/een-nieuwe-munt-voor-biodiversiteit-eu-lanceert-natuurkrediet-dat-boeren-vergoedt-voor-natuurinspanningen" />
            <id>https://vilt.be/57641</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie wil meer privékapitaal naar natuurprojecten laten stromen. Naar analogie met koolstofkredieten komt er een systeem van ‘natuurkredieten’, waarmee landbouwers vergoed kunnen worden voor natuurbevorderende inspanningen, gefinancierd door bedrijven die er op hun beurt ook economisch voordeel uit halen. Zo wil de EU een deel van het huidige tekort aan biodiversiteitsfinanciering opvangen.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5768dbef-67b4-4c0e-a920-ea32681290a7/full_width_landschaplimburgakkerbouwhaaghegvergroening.jpg</image>
                                        <content>Met het systeem van ‘nature credits’ of natuurkredieten kunnen natuurbevorderende acties gecertificeerd worden en een economische waarde krijgen. Dat opent de deur voor investeringen van bedrijven, burgers, overheden of financiële instellingen in biodiversiteitsprojecten. In ruil kunnen zij hun productie milieuvriendelijker maken, hun kredietwaardigheid verbeteren, makkelijker financiering verkrijgen en mogelijk lagere verzekeringspremies bekomen. Ook kan het hen helpen bij het behalen van biodiversiteitsdoelen en het beperken van risico’s in de toeleveringsketen.&amp;nbsp; Ruilsysteem voor natuurwinst&amp;nbsp;Niet alleen investeerders kunnen voordeel uit het systeem halen, het kan ook opbrengen voor de landbouwers en landbeheerders. Hun inspanningen voor de natuur worden vergoed, terwijl ze hun blootstelling aan natuurgerelateerde risico’s reduceren.&amp;nbsp;“We moeten de natuur op de balans zetten. Als de kredieten goed ontworpen zijn, vormen ze een efficiënt, marktgestuurd instrument dat de particuliere sector aanmoedigt om te investeren en te innoveren”, aldus Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie.&amp;nbsp;“Met de lancering van het stappenplan zetten we alvast een gedurfde stap om de natuur te erkennen als een strategische troef voor de toekomst van Europa”, reageert ook EU-commissaris voor Milieu Jessika Roswall. “Ons doel is duidelijk: hand in hand werken met de natuur en dit omzetten in een kans voor een veerkrachtige en concurrerende economie.”&amp;nbsp;Een ecologische investeringskloof van miljarden&amp;nbsp;Volgens de Europese Commissie is er een jaarlijkse investering in biodiversiteit van 65 miljard euro nodig. De EU heeft zich ertoe verbonden om tegen 2026-2027 tien procent van haar begroting daaraan te besteden en haar externe uitgaven te verdubbelen tot zeven miljard euro. Toch blijft er elk jaar nog een investeringskloof van 37 miljard euro. Door privaat kapitaal aan te trekken kunnen natuurkredieten helpen om die te overbruggen. “De combinatie van publieke en private financiering is essentieel om snel en op grote schaal resultaten te boeken”, aldus de Commissie.&amp;nbsp; Overlap met carbon credits&amp;nbsp;Carbon credits en nature credits hebben heel wat gemeen met elkaar. Het systeem voor natuurkredieten zal op vergelijkbare wijze worden opgebouwd als dat van koolstofkredieten: een onafhankelijke certificeringsinstantie zal het projectplan en de verwachte effecten beoordelen. Voldoet het initiatief aan de vereisten voor biodiversiteitscertificering, dan kunnen natuurkredieten worden toegekend.&amp;nbsp;De voorgestelde acties die de Commissie nu bij de lancering van het natuurkredietsysteem benoemt, zoals bosuitbreiding en herstel van veengebideen, zijn ook acties die een rol spelen bij koolstofprojecten. Krijgen we straks een dubbele markt van kredieten voor dezelfde maatregelen? &amp;nbsp;In een eerste reactie geeft de Commissie mee dat beide kredieten “complementaire maar verschillende instrumenten zijn”. “Koolstofcredits zijn primair gericht op koolstofvastlegging en het verminderen van emissies, terwijl natuurcredits activiteiten omvatten die biodiversiteit en ecosystemen beschermen en herstellen. Er zijn wel duidelijke synergieën, zeker bij koolstoflandbouw met bijkomende voordelen voor biodiversiteit”, klinkt de uitleg voorlopig nog vaag.&amp;nbsp;De verdere uitrol van het stappenplan zal moeten uitwijzen hoe beide systemen naast elkaar kunnen bestaan zonder elkaar te ondermijnen. Ook de administratieve lasten en de aanpak om greenwashing te voorkomen bij de aankoop en toekenning van natuurkredieten zullen onder de loep genomen moeten worden.&amp;nbsp;Oproep om mee te werken&amp;nbsp;Om het systeem stevig te verankeren en later betrouwbaar te kunnen uitrollen, nodigt de EU alle betrokken partijen uit om mee te bouwen aan het initiatief via een open oproep die loopt tot 30 september 2025. “Daarnaast zullen we ook een nieuwe deskundigengroep oprichten die zal bestaan uit lidstaten, belanghebbenden en technische experts. Zij zullen de certificeringsmethoden en governancebeginselen voor natuurkredieten gezamenlijk ontwikkelen”, klinkt het. “De eerste resultaten worden verwachten tegen midden 2026.”&amp;nbsp;Landbouworganisatie Boerenbond benadrukt dat de concretisering in overleg met de landbouworganisaties moet gebeuren. &quot;Zo mogen deze initiatieven niet leiden tot extra druk op het agrarisch gebied of tot rechtsonzekerheid en moet het een administratief licht systeem worden&quot;, luidt het.</content>
            
            <updated>2025-07-08T09:55:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns snoeit in vergunningsplicht voor landbouwers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-snoeit-in-vergunningsplicht-voor-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/57642</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering heeft vrijdag, op voorstel van minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v), het vergunningenstelsel versoepeld. Voor een reeks stedenbouwkundige ingrepen is voortaan geen omgevingsvergunning meer nodig. Dat geldt niet alleen voor bepaalde verbouwingswerken aan woningen, maar ook voor tal van investeringen in de bedrijfs- en landbouwsector, zoals schuilhokken, wateropslag, vul- en spoelplaatsen en pocketvergisters. Ook de meldingsplicht gaat op de schop.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgevingsvergunning" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/043a6cfc-cf9d-4b95-85b7-8267cf40cf53/full_width_laerhoeve-pocketvergister-1250.jpg</image>
                                        <content>Vandaag bestaan er drie regimes in de omgevingsvergunning: handelingen zijn ofwel vergunningsplichtig, ofwel meldingsplichtig ofwel vrijgesteld. In de toekomst wordt dat eenvoudiger: ofwel is een vergunning nodig, ofwel niet.Waarvoor geldt een vrijstelling?Voor landbouw worden diverse handelingen vrijgesteld van vergunning. Eén zo’n handeling is het bouwen van schuilhokken voor weidedieren. Als het gaat om een schuilhok tot 100 m² voor runderen (voorheen 40 m²), is er geen meldingsplicht meer, zolang de constructie maximum drie meter hoog is en minstens één volledig open zijde heeft.Een andere vrijstelling geldt voor het draineren van landbouwpercelen. Landbouwers mogen een perceel draineren om het gebruik of de exploitatie ervan mogelijk te maken of te houden, zonder vergunning. Ook de omvorming van een bestaande gravitaire drainage naar een peilgestuurde drainage wordt vrijgesteld, op voorwaarde dat de oorspronkelijke drainage zelf rechtmatig aangelegd was.De plaatsing van één pocketvergister wordt eveneens vrijgesteld, zolang de oppervlakte maximaal 200 m² is,&amp;nbsp;&amp;nbsp;de afstand tot een bestaand bedrijfsgebouw &amp;nbsp;minder dan vijftien meter bedraagt en &amp;nbsp;de pocketvergister &amp;nbsp;op minstens 20 meter ligt van de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen.Landbouwbedrijven mogen voortaan ook hun eerste niet-overdekte vul- en spoelplaats onvergund aanleggen, zolang deze niet groter is dan 150 m². De spoelplaats moet zich binnen een straal van 15 meter van een bedrijfsgebouw bevinden.Nog een vrijstelling geldt voor alle bovengrondse wateropslag tot 200 kubieke meter, zolang het in functie van teelten of veeteelt wordt aangelegd. De opslag moet zich binnen vijftig meter van het gebouwencomplex van het landbouwbedrijf bevinden en mag geen verbinding maken met het grondwater.Verder worden de aanleg van wadi&#039;s (tot 50 cm diep) en kleinschalige waterzuiveringsinstallaties zoals rietvelden (250 m²) vrijgesteld.Eind dit jaar definitiefOver het voorstel wordt nu advies ingewonnen van de strategische adviesraden. Minister Brouns hoopt het besluit tegen het einde van het jaar definitief in werking te laten treden. “Landbouwers verdienen duidelijke en werkbare regels”, zegt hij. “Met deze gerichte vrijstellingen verlagen we opnieuw de administratieve drempel voor onze boeren. We maken komaf met grijze zones en nodeloze verplichtingen.”Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens is enthousiast over deze versoepelingen. “Het vrijstellingenbesluit voor de stedenbouwkundige handelingen betekent stappen vooruit om onder meer onze land- en tuinbouwbedrijven verder te verduurzamen”, zegt hij, verwijzend naar de vrijstellingen voor vul- en spoelplaatsen en pocketvergisters, die niet alleen emissies beperken maar ook groene energie opwekken.“Verdere stappen in dezelfde richting zullen echter nodig zijn en we zullen de Vlaamse regering hieraan blijven herinneren”, zegt Ceyssens nog. “De echte bottleneck in de vergunningverlening zit immers in het stikstofdecreet dat maakt dat het vlot bekomen van een omgevingsvergunning tot vandaag onmogelijk blijft.”&amp;nbsp;​&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-07-08T13:00:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[België houdt stand in Europese veevoedermarkt, Nederland kent forse terugval]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgie-houdt-stand-op-ranglijst-grootste-europese-veevoederproducenten-nederland-kent-grote-terugval" />
            <id>https://vilt.be/57643</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>België blijft met zijn zevende plaats stevig verankerd op de ranglijst van grootste veevoederproducenten in Europa, na Spanje, Duitsland, Frankrijk, Italië, Polen en Nederland. Vooral dat laatste land viel op door een sterke terugval in productie. Dat blijkt uit het recent gepubliceerde jaarverslag van de Belgian Feed Association (BFA), dat zich baseert op het FEFAC Feed &amp; Food report 2024.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeder" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="wereld" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c10f3bec-c26b-46c6-9d49-9de43c492dab/full_width_aveve-veevoeder-7.jpg</image>
                                        <content>Tijdens de jaarvergadering van Belgian Feed Association (BFA), de Belgische federatie voor de diervoedersector, werd eerder dit jaar al gemeld dat de Belgische veevoederproductie vorig jaar een groei kende van 3,3 procent tot 6,7 miljoen ton. Deze stijging kwam er na drie jaren van krimp als gevolg van de dalende veestapel. Die afname werd volgens experts toegeschreven aan de lage prijzen voor onder andere rund- en varkensvlees (zoals tijdens de varkenscrisis van 2021 en 2022), de stikstofproblematiek en een gebrek aan rechtszekerheid. Hierdoor kozen veel veehouders ervoor hun veestapel in te krimpen of zelfs hun bedrijf stop te zetten. Met deze productie neemt België de zevende plaats in op de ranglijst van grootste Europese veevoederproducenten, een positie die het al een decennium inneemt. Volgens BFA is dat te danken aan de robuustheid van de veehouderij. “Ook de gunstige klimatologische en geografische omstandigheden spelen in ons voordeel”, aldus de federatie.Lichte groei in Europa, Spanje blijft koploperDe Europese lijst wordt aangevoerd door Spanje, gevolgd door Duitsland en Frankrijk met een respectievelijke productie vorig jaar van 27,9 miljoen ton (-2,8% ten opzichte van 2023), 22,2 miljoen ton (+1,4) en 19,7 miljoen ton. Op Europees niveau groeide de veevoederproductie licht met 1,2 procent tot 267,8 miljoen ton. Vooral Ierland, Portugal en Denemarken, die de top tien afsluiten, kenden vorig jaar een opmerkelijke groei van de productie. Nederlandse productie daalt met 21 procentEen opvallende daler is Nederland dat vorig jaar 10,9 miljoen ton veevoer produceerde, maar liefst 21 procent minder dan in 2023 toen het volume nog 13,8 miljoen ton betrof. Daarmee zakt het onder Polen op de Europese ranglijst. “In Nederland hakt de vergunningenstop en het stikstofdossier er flink in. Veel bedrijven zijn hier gestopt en de veestapel is sterk teruggelopen”, analyseert Katrien&amp;nbsp;D&#039;hooghe, managing director van&amp;nbsp;BFA.Ook in België verwacht D’hooghe dat het stikstofbeleid op termijn een voelbare impact zal hebben. “Vorig jaar zagen we een lichte stijging in de productie van varkensvoeder, maar dat kwam vooral doordat varkenshouders hun dieren zwaarder afleverden vanwege de hoge vleesprijs. Als we naar de veestapel kijken, vooral naar het aantal varkens, dan is ook hier een daling ingezet. Verslechtert de economische situatie, dan ligt een verdere afname van de veevoederproductie voor de hand.” Varkensvoeder blijft dominant in BelgiëSpanje is koploper in zowel de productie van rundveevoeder als varkensvoeder, met respectievelijk 9,6 miljoen ton en 12,9 miljoen ton, terwijl Frankrijk zijn dominante positie in de productie van pluimveevoeder behoudt met 7,7 miljoen ton. In België neemt de varkensvoerproductie traditioneel een belangrijke plaats in met een aandeel van 49 procent in de totale veevoerproductie. Daarmee is alleen in Denemarken het aandeel varkensvoer groter dan in ons land. Juist omdat de varkenshouderij het sterkst onder druk staat in het stikstofdossier, waarschuwt D’hooghe dat de impact op de Belgische veevoedersector aanzienlijk kan zijn.In Nederland hebben varkensvoer, rundveevoer en pluimveevoer een gelijkaardig aandeel van zo’n 30 procent in de veevoederproductie. Polen is daarentegen een echt pluimveevoederland. De productie van pluimveevoeder heeft een aandeel van 62 procent in de veevoederproductie. In Ierland staat de veevoederproductie in het teken van rundvee met een aandeel van 69 procent.De verdeling van de Europese productie per diersoort blijft stabiel ten opzichte van 2022. Maar in tegenstelling tot 2022 is de pluimveevoedersector nu het grootste segment van de industriële mengvoederproductie in de EU27, met 49 miljoen ton, op de voet gevolgd door varkensvoeder met 47,7 miljoen ton en rundveevoeder met 42 miljoen ton. Wereldwijde veevoederproductie stijgt lichtOok op wereldwijd niveau kende de veevoederproductie vorig jaar een lichte stijging met 1,2 procent tot 1.396,4 miljoen ton. Wereldwijd is pluimveevoeder veruit het grootste segment, goed voor 48 procent van de totale diervoederproductie in 2024. Varkensvoeder volgt met 26 procent, en rundveevoeder met 20 procent. De productie van pluimveevoeder groeide licht (+1%), terwijl varkensvoeder een beperkte daling kende (-1,5%), vooral door een verminderde vraag in China en Europa. Rundveevoeder bleef op een stabiel niveau.Op het wereldtoneel is China veruit de grootste veevoederproducent met 315 miljoen ton in 2024, gevolgd door de Verenigde Staten (269,6 miljoen ton) en Brazilië (86,6 miljoen ton). Rusland neemt de zesde plaats in met 38,5 miljoen ton gevolgd door Spanje als grootste Europese producent.</content>
            
            <updated>2025-07-08T13:08:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouwerij Mort Subite verwerkt 90.000 kilo krieken: “Kwaliteit uitstekend dankzij de zon”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouwerij-mort-subite-verwerkt-90000-kilo-krieken-kwaliteit-uitstekend-dankzij-de-zon" />
            <id>https://vilt.be/57644</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bierbrouwerij Mort Subite verwerkt deze week 90.000 kilogram vers geplukte krieken voor haar bekende bieren Kriek Lambic en Oude Kriek Lambic. De bierproducent gebruikt hiervoor uitsluitend krieken uit de provincie Limburg. De oogst is dit jaar een groot succes, klinkt het bij de brouwerij. “De krieken hebben veel zon gekregen en zijn zeer lekker van smaak.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="bier" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5cbb472a-8c45-492d-bb65-5f207b317f0b/full_width_kersen.jpg</image>
                                        <content>In juli is het traditiegetrouw alle hens aan dek bij Mort Subite, de grootste afnemer van verse Belgische krieken onder de brouwerijen. Deze week krijgt de brouwerij in Kobbegem, een deelgemeente van Asse, elke ochtend een nieuwe levering van vers geplukte krieken, goed voor in totaal 90.000 kilogram. De vruchten worden na aankomst onmiddellijk met pit verwerkt. Nadien volgt een gistingsproces van enkele maanden. In oktober is de Kriek Lambic klaar om te worden gebotteld en gaat het kriekenbier richting supermarkten en horeca. &quot;De oogst dit jaar is uitstekend dankzij de droge, warme lente. De krieken hebben veel zon gekregen en zijn zeer lekker van smaak&quot;, zegt meesterbrouwer Bruno Reinders.Krieken uit LimburgVoor haar bekendste bieren Kriek Lambic en Oude Kriek Lambic gebruikt de brouwerij uitsluitend Belgische krieken uit de streek rond Gingelom en Sint-Truiden. Ook voor de telers zijn het dus drukke dagen. Zo leveren Jorien Neuteleers en haar man uit Gingelom deze week maar liefst 60.000 kilo krieken aan de brouwerij. De kwaliteit van de krieken is volgens de fruittelers beter dan de voorbije jaren. &quot;Vooral de Gorsemkrieken (een oude variëteit die vooral gebruikt wordt voor het brouwen van kriekenbieren, red.) zien er mooi uit&quot;, zegt Neuteleers aan VRT NWS. &quot;De smaak is ook goed, al zijn de krieken door de warme dagen en de weinige regenval een beetje kleiner dan gewoonlijk.&quot; De kriekenoogst van 15 hectare aan plantages betekent lange dagen en hard doorwerken. De fruitboeren starten elke dag om zes uur met oogsten en gaan de hele dag door, ongeacht de weersomstandigheden. Ze oogsten in totaal ongeveer 150.000 kilo krieken op één week.</content>
            
            <updated>2025-07-08T15:11:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Regeneratieve landbouw verdient meer dan marketingpraat]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/regeneratieve-landbouw-verdient-meer-dan-marketingpraat" />
            <id>https://vilt.be/57645</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Regeneratieve landbouw verliest zijn betekenis door commerciële uitbuiting. Daarvoor waarschuwt Antoon Vanderstraeten, docent aan Odisee Hogeschool en hoofdredacteur van Hectares in dit opiniestuk. “Wat begon als een veelbelovende beweging richting ecologisch herstel, dreigt te verwateren tot een hol label dat door grote bedrijven misbruikt wordt voor greenwashing.” Vanderstraeten pleit voor waakzaamheid, transparantie en een centrale rol voor de boer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="duurzaam" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/966d2276-ecba-49db-b7cd-eee30e69f648/full_width_tractor-silhouette-1024.jpg</image>
                                        <content>In een tijd waarin duurzaamheid steeds vaker als marketinginstrument wordt ingezet, dreigt een waardevol landbouwconcept als regeneratieve landbouw te worden uitgehold. Wat ooit begon als een hoopvolle beweging voor ecologisch herstel en landbouwtransitie, dreigt nu te verworden tot een lege term – een etiket dat grote voedingsbedrijven maar al te graag op hun producten kleven, zonder wezenlijke verandering in hun praktijken. Dat is niet alleen misleidend, het is ronduit gevaarlijk.Regeneratieve landbouw kent, net zoals agro-ecologie, principes, maar geen vaste definitie. Het geeft landbouwers de ruimte om in meer of mindere mate hun bedrijfsvoering aan te passen zonder grote investeringen te moeten doen of grote risico’s te moeten nemen. De principes – zoals bodemgezondheid, biodiversiteit, koolstofopslag, waterbeheer en het versterken van lokale gemeenschappen – vormen een richtinggevend kompas waar elke landbouwer zijn of haar richting op kan kiezen. Maar het ontbreken van een eenduidige definitie laat ruimte voor interpretatie, en dus ook voor misbruik. Grote spelers uit de voedingsindustrie kunnen zo de term voor hun producten claimen zonder dat daar regeneratieve praktijken in het veld tegenover staan, en op die manier de consument, die gevoelig is voor duurzame producten, misleiden. Regeneratieve landbouw is een landbouw die niet alleen neemt, maar ook teruggeeft – aan de bodem, aan de natuur, aan de samenleving Toch zou het vastleggen van een strikte definitie de beweging eerder belemmeren dan versterken. Regeneratieve landbouw is per definitie contextueel: wat werkt op een boerderij in Vlaanderen, werkt niet noodzakelijk in Zuid-Spanje of Kenia. Het is een levende praktijk, voortdurend in ontwikkeling, gevoed door de ervaring van boeren en de noden van het landschap. Een rigide kader zou deze dynamiek verstikken. Zonder strikte definitie en zonder lastenboek is regeneratieve landbouw toegankelijk voor elke landbouwer.Daarom is het cruciaal dat regeneratieve landbouw in handen blijft van boeren. Zij zijn de hoeders van het land, de eersten die de gevolgen van bodemuitputting, droogte of biodiversiteitsverlies voelen. Hun kennis, ervaring en betrokkenheid zijn essentieel om regeneratieve praktijken geloofwaardig en effectief te maken. Wanneer multinationals deze term kapen zonder de principes te respecteren, ondermijnen ze niet alleen de geloofwaardigheid van de beweging, maar ook het vertrouwen van consumenten. Wanneer multinationals de term kapen zonder de principes te respecteren, ondermijnen ze niet alleen de geloofwaardigheid van de beweging, maar ook het vertrouwen van consumenten Meer nog: regeneratieve landbouw zou niet de uitzondering moeten zijn, maar de nieuwe standaard. In een wereld die geconfronteerd wordt met klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit en sociale ongelijkheid, biedt deze landbouwvorm een hoopvol perspectief. Ze herstelt ecosystemen, verhoogt de weerbaarheid van boeren tegen extreme weersomstandigheden, en draagt bij aan gezonde voeding en leefgemeenschappen. Het is een landbouw die niet alleen neemt, maar ook teruggeeft – aan de bodem, aan de natuur, aan de samenleving.Als we willen dat regeneratieve landbouw zijn belofte waarmaakt, moeten we dit concept beschermen tegen commerciële uitbuiting. Dat betekent: transparantie, controleerbare claims, en vooral: het centraal stellen van de boer. Alleen dan kan regeneratieve landbouw uitgroeien tot een echte systeemverandering – en niet tot het zoveelste label op een verpakking. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.De auteurAntoon Vanderstraeten is hoofdredacteur van Hectares.be, een online magazine over landbouwmechanisatie. Hij is ook docent aan Odisee Hogeschool waar hij onder andere les geeft in regeneratieve landbouw en agro-ecologie.</content>
            
            <updated>2025-07-08T15:37:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Koerswijziging bij Clarebout: Chinese markt bedienen met nieuwe fabriek in Peking]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/koerswijziging-bij-clarebout-chinese-markt-bedienen-met-nieuwe-fabriek-in-peking" />
            <id>https://vilt.be/57646</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Clarebout Potatoes, de grootste Belgische aardappelverwerker, gaat een nieuwe frietfabriek openen in de Chinese hoofdstad Peking. Dat achterhaalde De Tijd op basis van de publicatie van de jaarrekening van 2024 van de vennootschap Clarebout. Het gaat om een joint venture met een Chinees-Libanese partner. De fabriek zou naar alle waarschijnlijkheid tegen eind 2026 operationeel moeten zijn.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2c38e2f9-f8a2-4226-8bdb-1c47621b05fb/full_width_aardappelen.jpg</image>
                                        <content>De West-Vlaamse aardappelverwerker kwam eind mei nog volop in de media toen het nieuws uitlekte dat het in vergevorderde overnamegesprekken zat met de Amerikaanse voedingsgroep J.R. Simplot. In een mail naar het personeel sprak Clarebout van “een samenwerking met een externe partner om ook op de Amerikaanse markt actie te zijn”. Volgens kenners zou het om een miljardendeal gaan. Chinese markt beter bedienenMeer informatie over deze mogelijke overname of samenwerking is er niet, maar intussen is wel duidelijk geworden dat Clarebout ook verder kijkt dan de VS. Dat bleek uit de publicatie van de jaarrekening van de vennootschap Clarebout. De Tijd achterhaalde dat in een document onder de sectie ‘belangrijke gebeurtenissen na het boekjaar’ staat dat Clarebout begin 2025 een joint venture is aangegaan met de Chinees-Libanese partner Zhangjiakou Fritopack.Het West-Vlaamse bedrijf verwierf daarbij 50 procent van een kleine bestaande productiesite voor frieten in Peking en een vergunning voor de bouw van een nieuwe frietfabriek. Die zou wellicht tegen eind 2026 operationeel moeten zijn. “Het doel van deze aankoop is om vanuit de site in Peking de zeer concurrentiële lokale markt in China te bedienen, evenals enkele landen in Azië”, luidt het nog volgens dat document. Koerswijziging bij ClareboutDaarmee lijkt Clarebout zijn strategie te veranderen. Waar het vroeger vooral focuste op de productie in België, en binnenkort ook in Frankrijk, om van daaruit de rest van de wereld te beleveren, kijkt het bedrijf nu ook duidelijk naar andere continenten voor productie. Het is niet de eerste Belgische aardappelverwerker die dit doet. Eerder raakte bekend dat Agristo zowel in India als in de de Verenigde Staten bouwt aan een nieuwe aardappelverwerkende fabriek. Ook het Nederlandse Aviko zou recent zijn productiecapaciteit in China verdrievoudigd hebben.Volgens de Nederlandse website Boerenbusiness heeft de frietmarkt in China zich de afgelopen jaren enorm ontwikkeld. Zo is de binnenlandse consumptie sterk gestegen, maar de productie groeide er nog harder. Sinds 2022 is het land netto-exporteur van verwerkte aardappelen. De laatste maanden van 2024 trok de Chinese export van verwerkte aardappelproducten enorm aan, tot ruim 40.000 ton. Begin dit jaar daalde de export onder de 20.000 ton, maar globaal genomen lag hij nog steeds een stuk hoger dan het eerste kwartaal in 2023. Ontbrekende jaarrekeningenUit de jaarrekening die Clarebout in 2024 publiceerde, is het voor de rest zeer moeilijk om conclusies te trekken. Het gaat om de Clarebout NV die als hoofdactiviteit ‘groothandel in consumptieaardappelen’ heeft. De omzet van dit bedrijf is gestegen van 580 miljoen euro in 2023 naar 794 miljoen euro een jaar later. De winst bedroeg net geen zes miljoen euro. Dat is een forse daling tegenover 2023, toen ging het om ruim 205 miljoen euro.De productie van diepgevroren aardappelbereidingen zit onder het bedrijf Clarebout Potatoes. Dit bedrijf heeft recent geen jaarrekeningen meer neergelegd. De laatste dateert van 2022. Toen overschreed de omzet voor het eerste de kaap van één miljard euro. De winst bedroeg ruim toen 122 miljoen euro. Volgens De Tijd is een geconsolideerde jaarrekening nodig om een volledig beeld te krijgen over de prestaties van de verschillende moeder- en dochterondernemingen.</content>
            
            <updated>2025-07-08T18:10:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[PFAS-vervuiling aangepakt met hennep en fungi in nieuwe saneringslabs]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pfas-vervuiling-aangepakt-met-hennep-en-fungi-in-nieuwe-saneringslabs" />
            <id>https://vilt.be/57647</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Temse en Charleroi zijn deze week twee nieuwe testlabs geopend waarin industriële hennep wordt gebruikt om vervuilde grond te zuiveren van PFAS, de chemische stoffen die wereldwijd zorgen baren door hun schadelijkheid en hardnekkigheid in het milieu.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="PFOS" />
                        <category term="hennep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eaa8bdb5-e5fa-4b94-946d-49c101334250/full_width_hennep1.jpg</image>
                                        <content>De labs zijn een initiatief van C-biotech en DEME Environmental, twee Belgische spelers die al langer samenwerken aan innovatieve vormen van bodemsanering. Met deze nieuwe stap willen ze de bestaande technologie op grotere schaal toepassen. Tot nu toe gebeurde dat enkel in open lucht, rechtstreeks op vervuilde gronden. Dankzij de testomgevingen onder glas kunnen ze nu onafhankelijk van seizoenen meerdere teeltcycli per jaar uitvoeren.De hennepplant blijkt bijzonder geschikt om PFAS op te nemen via de wortels. Dat proces wordt versneld met Hempurizer+, een mengsel van schimmels en enzymen die de PFAS-moleculen afbreken in kleinere structuren. Volgens de ontwikkelaars verloopt de opname zo tot dertig keer sneller.In Temse vond de eerste inzaaiing deze week plaats op de Cordeel-site, in aanwezigheid van het gemeentebestuur. Ook op het recyclagecentrum van DEME in Charleroi is een lab operationeel. Beide locaties focussen op ex-situ sanering, dus buiten de oorspronkelijke vervuilde site.De initiatiefnemers mikken op een schaalvergroting van deze techniek, zodat verontreinigde gronden en baggerspecie niet langer gestort hoeven te worden, maar veilig hergebruikt kunnen worden. Lokale besturen steunen het project, dat ecologische en economische voordelen biedt. Een beleidsmatige doorbraak voor brede toepassing is volgens de initiatiefnemers de volgende stap.</content>
            
            <updated>2025-07-08T15:17:33+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bijna 16.000 koninginnen van Aziatische hoornaar gevangen dit voorjaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bijna-16000-koninginnen-van-aziatische-hoornaar-gevangen-dit-voorjaar" />
            <id>https://vilt.be/57648</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dankzij een burgerwetenschapsproject zijn dit voorjaar in Vlaanderen bijna 16.000 koninginnen van de Aziatische hoornaar gevangen, vier keer meer dan in 2024. Dat hebben het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) bekendgemaakt. Eind april, begin mei bereikte de vangst een absoluut hoogtepunt met zo’n 3.500 exemplaren in één week tijd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="invasieve exoten" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="bij" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="bestuiving" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0123ef71-6a23-4ad8-a296-e72b91f22c1a/full_width_aziatische-hoornaar-primair-nest-vbi-nicky-torbeyns2.png</image>
                                        <content>Zodra de temperaturen in de lente boven de 15 graden Celsius uitstijgen, komen de koninginnen van de Aziatische hoornaar uit hun winterslaap. In heel Vlaanderen worden daarom voorjaarsvallen geplaatst om die koninginnen te vangen en zo de bouw van nieuwe nesten te voorkomen. Van 1 maart tot en met 31 mei namen 1.900 burgerwetenschappers deel met 3.234 zogenaamde lentevallen. Zo werden in totaal 15.879 koninginnen van de invasieve wesp gevangen. &quot;Met een derde meer deelnemers en de helft meer vallen kunnen we spreken van een succes&quot;, zegt Nicolas Pardon, beleidsadviseur Invasieve Exoten bij Agentschap Natuur en Bos. &quot;Het project is eind mei gestopt omdat vanaf juni de werksters uit het nest beginnen te vliegen.&quot;&amp;nbsp;Met het burgerwetenschapsproject willen INBO en ANB onderzoeken of de lentevangst van de koninginnen het aantal nesten doet afnemen en of de vallen door de vangst van andere insecten geen te grote impact hebben op de biodiversiteit. Behalve Aziatische hoornaars komen namelijk ook andere insecten zoals vliegen, muggen en wespen in de vallen terecht.Succesvolle campagne in Limburg en West-VlaanderenRond eind april, begin mei was er een opvallende piek met ongeveer 3.500 vangsten in één week tijd. De koninginnen werden gevangen over heel Vlaanderen, met opvallende uitschieters in Limburg en West-Vlaanderen. In die laatste twee hadden campagnes van de Limburgse Imkerbond en de provincie West-Vlaanderen veel impact, waardoor er veel vallen geplaatst zijn.In de eerste zes maanden van dit jaar zijn er op Vespa Watch, het Vlaamse meldpunt voor de Aziatische hoornaar, tot eind juni al 4.392 nesten gemeld. Vorig jaar waren dat er in dezelfde periode slechts 1.438, toen viel er in het voorjaar wel veel meer regen. De Aziatische hoornaar heeft zich sinds 2017 in Vlaanderen gevestigd en vormt een bedreiging voor de imkerij, fruitteelt, biodiversiteit en volksgezondheid.</content>
            
            <updated>2025-07-08T18:13:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[De champagne knalt, de geweren iets minder: jachtvereniging verheugd om legalisering dempers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/de-champagne-knalt-de-geweren-iets-minder-jachtvereniging-verheugd-om-legalisering-dempers" />
            <id>https://vilt.be/57649</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na jaren van discussie wordt het gebruik van geluiddempers en nachtzichtrichtkijkers voor jachtgeweren gelegaliseerd. Ondanks jarenlang verzet van onder meer de Natuurinspectie, krijgt jachtvereniging Hubertus Vereniging Vlaanderen na negen jaar eindelijk haar zin. Volgens de organisatie zullen de nieuwe regels niet alleen de gehoorschade bij jagers beperken, maar ook bijdragen aan een efficiëntere bestrijding van de almaar groeiende everzwijnpopulatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="jacht" />
                        <category term="everzwijn" />
                        <category term="schade" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/735889cc-f0b8-4244-a49e-db53f742df89/full_width_wildzwijnvarkeneverzwijnavpafrikaansevarkenspest.jpg</image>
                                        <content>Cd&amp;amp;v vond in de Kamercommissie Justitie een meerderheid voor het wetsvoorstel dat deze jachtopzetstukken toelaat. De stemming in de plenaire staat gepland voor 17 juli. “Normaal gezien is dat een formaliteit”, zegt Christophe Rutsaert, woordvoerder van Hubertus Vereniging Vlaanderen. “Met een beetje geluk kunnen jagers dit najaar al gebruikmaken van deze middelen.”De legalisatie komt er ondanks fel protest van onder andere de Natuurinspectie van de Vlaamse overheid, die vreest voor de controleerbaarheid van stroperij. Toch zijn geluiddempers en nachtkijkers in veel andere Europese landen al langer toegestaan.Misverstanden en mythesDe controverse rond geluiddempers wordt deels gevoed door hardnekkige filmclichés, zegt Rutsaert. “Veel mensen denken aan James Bond-scenario’s: een fluisterstil schot in een hotelkamer. Maar dat strookt niet met de realiteit.”Volgens hem dempt een geluiddemper het schotgeluid met 15 tot 30 procent. “Een ongedempt schot haalt gemiddeld 160 dB, met demper is dat ongeveer 110 dB. Nog steeds luid hoorbaar, maar wel een pak minder schadelijk voor het gehoor van de jager én storend voor omwonenden omdat men op deze manier ’s nachts niet wordt opgeschrikt als een jager om twee of drie uur ’s nachts een schot lost in de velden naast je.”Ook de nachtzichtrichtkijkers – vizieren die doelgericht jagen in het donker mogelijk maken – worden voortaan toegelaten. Nu moeten jagers nog gebruikmaken van externe lichtbronnen, wat het wild vaak afschrikt. Met de legalisatie wordt dat overbodig. Het is minder storend voor de omwonenden, omdat men op deze manier ’s nachts niet wordt opgeschrikt als een jager om twee of drie uur ’s nachts een schot lost in de velden naast je Strikte voorwaardenDe opzetstukken zullen uitsluitend verkocht worden aan erkende jagers, die zowel een theoretisch als praktisch examen hebben afgelegd en houder zijn van een jachtverlof. De apparaten moeten geregistreerd worden en zijn enkel toegestaan op lange geweren, niet op pistolen. Voor het gebruik van dempers is geen bijkomend examen vereist. “Als je kan schieten zonder demper, kan je dat ook met”, zegt Rutsaert.Vrees voor misbruikDe jachtvereniging ziet de dempers dus graag komen, maar het Vlaams Vredesinstituut is tegen het voorstel. “Georganiseerde misdaadgroepen, terroristische daders en plegers van massaschietpartijen zijn zeer geïnteresseerd in het bezit en gebruik van geluiddempers”, laten ze optekenen in De Standaard. Het argument dat de dempers in criminele circuits zullen terechtkomen, wordt door diverse tegenstanders aangehaald. Maar volgens Rutsaert houdt dat weinig steek. Gangsters zitten echt niet te wachten op een legalisatie alvorens ze bepaalde middelen gaan gebruiken “Gangsters zitten echt niet te wachten op een legalisatie alvorens ze bepaalde middelen gaan gebruiken”, zegt Rutsaert. “In Brussel en Antwerpen wordt er geschoten met kalasjnikovs en worden granaten afgevuurd. Criminelen weten perfect waar ze moeten zijn in het illegale circuit om op de zwarte markt bepaalde wapens te bekomen.”“Persoonlijk vind ik het criminelen-argument belachelijk. We gaan ook geen auto’s bannen omdat sommigen het nodig vinden om dronken te rijden”, zegt Rutsaert nog.Natuurinspectie Vlaanderen laat in De Standaard als bijkomend argument optekenen dat stroperij moeilijker zal kunnen worden gecontroleerd. Nu wordt dit immers geregeld opgespoord dankzij buurtbewoners die de schoten horen.Niet de eerste in EuropaBelgië is hoe dan ook niet het eerste Europese land om dempers te legaliseren. Het gebruik van geluiddempers bij de jacht is toegestaan in Denemarken, in grote delen van Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Ierland, Letland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Slovakije, Slovenië, Tsjechië, Zweden, Zwitserland en Verenigd Koninkrijk. In Hongarije, Litouwen en Polen is het gebruik toegestaan in het kader van de bestrijding van Afrikaanse varkenspest. Wilde zwijnen zijn immers een belangrijke vector in de verspreiding van dit virus. OverlastOok bij ons zijn deze middelen zeer welkom om de everzwijnen terug te dringen, zegt Rutsaert. &amp;nbsp;“Voornamelijk in Limburg is het probleem het grootst”, zegt hij. “Extra middelen zijn simpelweg nodig. Hoe groot de everzwijnpopulaties precies zijn is onmogelijk te zeggen, maar op basis van het afschot kunnen we wel stellen dat hun populatie jaar na jaar sterk is toegenomen.”Dat is geen verrassing: een wilde zeug kan acht tot twaalf biggen produceren per worp. Naarmate de everzwijnpopulatie groeit, gaan ze zich ook buiten hun natuurlijke habitat wagen. “En dat gaat gepaard met onder andere verkeersongevallen, tot aanvallen van everzwijnen”, zegt Rutsaert. “Verder heb je schade aan tuinen van particulieren, en zeer veel schade aan landbouwgewassen. Vele landbouwers zagen aanzienlijke delen van hun akkers omgespit door deze dieren, met alle gevolgen van dien.”De goedkeuring van deze dempers zal dus bij de Hubertusvereniging niet stil passeren. “Een feeststemming? Die is er wel”, zegt Rutsaert. “We vragen al negen jaar om dit materiaal om de everzwijnproblematiek terug te dringen, en nu komt het er eindelijk.”</content>
            
            <updated>2025-07-08T18:38:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bart De Schutter wordt gedelegeerd bestuurder van VLM]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bart-de-schutter-wordt-gedelegeerd-bestuurder-van-vlm" />
            <id>https://vilt.be/57650</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Sind juni 2024 volgde hij Toon Denys al op als waarnemend gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Landmaatschappij, maar nu is Bart De Schutter ook aangesteld als zijn definitieve opvolger. Dat besliste de Vlaamse regering. VLM speelt een belangrijke rol in de voorbereiding en uitvoering van het omgevingsbeleid in de open ruimte en op het platteland. Het agentschap staat onder meer in voor de uitvoering van het mestbeleid en het flankerend stikstofbeleid, voor de beheerovereenkomsten met landbouw, voor grondenruil, enz.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                        <category term="platteland" />
                        <category term="open ruimte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/24b9b7b9-b412-4592-8373-fb9eb4214f4c/full_width_bart-de-schutter-gedelegeerd-bestuurder-vlm-vlm.jpg</image>
                                        <content>Op 1 juni 2024 werd toenmalig gedelegeerd bestuurder van VLM, Toon Denys, door de Vlaamse regering benoemd tot secretaris-generaal van het Departement Omgeving. Bart De Schutter volgde hem sindsdien op als leidend ambtenaar bij VLM, maar zijn functie was op dat moment enkel waarnemend. Na een selectieprocedure neemt hij wordt die functie nu volwaardig op vanaf 1 augustus.De Schutter, 50 jaar en bio-ingenieur van opleiding, heeft al een lange staat van dienst bij VLM, hoewel hij zijn loopbaan startte bij de Vlaamse milieuadministratie in 2001. Daar bleef hij tot 2008, waarna hij de overstap maakte naar VLM. In 2019 werd hij er afdelingshoofd van de Mestbank. “Doorheen zijn loopbaan heeft Bart De Schutter een ruime kennis en ervaring opgebouwd met de inhoudelijke materie van VLM”, laat het agentschap weten in een persbericht. Nog volgens VLM hecht De Schutter “erg veel belang aan samenwerken met alle belanghebbenden om de complexe uitdagingen in de open ruimte aan te gaan en draagvlak te creëren voor geïntegreerde oplossingen”. De taak van VLM bestaat er immers in om op het terrein werk te maken van een milieu- en natuurvriendelijke landbouw, een klimaatrobuuste open ruimte en een vitaal platteland.Werk maken van een milieu- en natuurvriendelijke landbouw doet VLM onder meer door de naleving van de mestwetgeving te bevorderen, door landbouwers te stimuleren om op hun gronden maatregelen te nemen voor de biodiversiteit via beheerovereenkomsten, door het flankerend stikstofbeleid te faciliteren, maar ook door te zorgen voor klimaatrobuuste bodems die beter bestand zijn tegen droogte en wateroverlast.Ministers Jo Brouns, bevoegd voor Omgeving en Landbouw, en Hilde Crevits, bevoegd voor het Plattelandsbeleid, danken Bart De Schutter voor de geleverde inspanningen het voorbije jaar. “Die resulteerden onder andere in de totstandkoming van het gewijzigd mestdecreet en de start van het Plattelandspact, twee belangrijke elementen uit het regeerakkoord”, klinkt het. Beide ministers wensen hem bovenal veel succes bij zijn nieuwe opdracht die start&amp;nbsp;op&amp;nbsp;1&amp;nbsp;augustus.</content>
            
            <updated>2025-07-09T13:19:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgische veevoedersector vraagt dringend duidelijkheid over implementatie EU-ontbossingswet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-veevoedersector-vraagt-dringend-duidelijkheid-over-implementatie-europese-ontbossingswet" />
            <id>https://vilt.be/57651</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische veevoedersector vraagt op korte termijn duidelijkheid over de implementatie van de Europese ontbossingswet. Het sluit zich aan bij onder meer het Amerikaanse levensmiddelenconcern Mondelez en een aantal Europese organisaties zoals de vereniging van graanhandelaars Coceral en de Europese vereniging voor diervoederfabrikanten FEFAC. De organisaties zeggen de ontbossingswet te steunen, maar wijzen op onduidelijkheden over de interpretatie en implementatie van de wet. “Onze leden beginnen in september al contracten af voor volgend jaar en er zijn nog veel onduidelijkheden”, klinkt het bij BFA.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wetgeving" />
                        <category term="bos" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/de0bb6b3-86f3-4eed-9290-367585920f72/full_width_sojacerrado-wervel.jpg</image>
                                        <content>De EU-landen stemden vorig jaar in november al in met een jaar uitstel voor de invoering van de ontbossingswet (EUDR). De wet verplicht Europese bedrijven ervoor te zorgen dat hun producten niet bijdragen aan illegale ontbossing. Bedrijven en handelaren die soja, rundvlees, cacao, koffie en aanverwante producten importeren, moeten aantonen dat hun toeleveringsketens niet bijdragen aan de vernietiging van bossen wereldwijd, anders riskeren ze forse boetes.De wet zou op 1 januari 2025 ingaan, maar bedrijven en landen, ook buiten de EU, waren niet klaar om aan de wet te kunnen voldoen. De Europese Commissie en de lidstaten besloten daarom de wet met een jaar uit te stellen tot begin 2026. Sindsdien zijn volgens Katrien D’hooghe, managing director van de Belgische federatie voor de diervoedersector BFA, stappen gezet in de praktische uitwerking van de wet, maar zijn er nog steeds veel onduidelijkheden en praktische problemen.&amp;nbsp;Zij wijst onder meer op het gebrek aan beschikbare data in de landen van herkomst en ze plaatst ook vraagtekens bij de beschikbaarheid van voldoende sojabonen en sojaschroot die in regel zijn met de EUDR-wetgeving om aan de volledige Europese vraag te voldoen. Zeker in de huidige geopolitieke context. &quot;Wij steunen in principe de Europese ontbossingswet, maar op dit moment zijn er nog steeds veel vraagtekens bij de interpretatie en implementatie van de wet voor de importeurs van sojabonen en sojaschroot in de EU&quot;, klinkt het bij BFA &quot;Tijd begint te dringen&quot;De Belgische veevoedersector roept daarom op om op korte termijn duidelijkheid te scheppen. “Onze leden kopen grondstoffen op de termijnmarkt, verschillende maanden op voorhand. Het is dus belangrijk tijdig duidelijkheid te scheppen over de concrete implementatie van de ontbossingswetgeving”, aldus D’hooghe. Zij benadrukt vooral ook niet zo lang te wachten als vorig jaar. “Vorig jaar hebben een aantal leden van ons al grondstoffen ingekocht die aan de toekomstige eisen zouden voldoen en hebben daarvoor een extra EUDR-premie betaald. Achteraf bleek dat dus een onnodige kost.”&amp;nbsp;Eerder deze maand maande ook al Coceral de Europese Commissie tot haast. Coceral vertegenwoordigt onder meer de belangen van Europese importeurs van sojabonen en sojaschroot, de partijen aan wie de meeste eisen worden opgelegd. De organisatie wijst eveneens op onduidelijkheden over de interpretatie en implementatie van de wet. “Zelfs het IT-systeem staat nog niet op poten.”Gisteren publiceerden 16 Europese koepelorganisaties, waaronder ook FEFAC en Coceral nog een gezamenlijk statement met een duidelijke oproep om de ontbossingswetgeving te vereenvoudigen. De Europese sectororganisaties&amp;nbsp;FEFAC en Coceral&amp;nbsp;dringen ook al langer aan op een aanpassing van de wet&amp;nbsp;waarbij EUDR-gecertificeerde volumes met niet-gecertificeerde partijen gemengd mogen worden ( het zogenaamde systeem van massabalans, red.). Importeurs zouden dan het EUDR-gecertificeerde volume op de Europese markt kunnen afzetten en de niet -gecertificeerde volumes op niet-Europese markten. “De huidige scheidingsplicht verhoogt de kosten aanzienlijk.” Kostprijsverhoging veevoeder ligt op de loerDat de EUDR-wetgeving een kostenverhogend impact heeft, bleek vorig jaar al toen BFA-leden EUDR-gecertificeerde partijen vastlegden. “Deze EUDR-premie bedroeg zo’n tien procent van de kostprijs”, aldus D’hooghe. Volgens haar zullen ook de Vlaamse veehouders deze kostenverhoging voelen. “Als we kunnen overstappen naar het gebruik van de massabalans zou dat de kosten aanzienlijk kunnen verlagen.”Deze week sprak ook het grote Amerikaanse levensmiddelenconcern Mondelez, bekend van merken als Milka, Toblerone, Oreo en Côte d&#039;Or, zijn zorgen uit over de haalbaarheid van de Europese ontbossingswet tegen begin volgend jaar. &quot;Daarom roepen we respectvol, transparant en verantwoord op tot een uitstel van 12 maanden - niet om de ambitie te temperen, maar om een praktische, inclusieve en effectieve implementatie mogelijk te maken&quot;, aldus een verantwoordelijke van het bedrijf.</content>
            
            <updated>2025-07-09T18:35:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Pionier in fruitmanden op het werk blaast 20 kaarsjes uit en heeft ambitieuze groeiplannen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pionier-in-fruitmanden-blaast-20-kaarsjes-uit-en-heeft-ambitieuze-groeiplannen" />
            <id>https://vilt.be/57652</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Fruitsnacks bestaat dit jaar 20 jaar. Het korteketenbedrijf, dat fruitmanden levert aan bedrijven en scholen, werd opgericht door de fruitfamilie Paesmans die met de korteketenactiviteit meer grip wilde krijgen op de prijsvorming en kwaliteit. “Wij waren één van de eerste die startte met dit concept in West-Europa en hebben zelf de vraag moeten boetseren”, vertelt Karel Paesmans. De familie is twee jaar geleden gestart in Duitsland en wil de afzet van 10.000 fruitpakketen per week op termijn verdubbelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/208f6919-b253-4524-9311-a53b44230327/full_width_fruitsnacks-fruitmanden-fruitsnacks.png</image>
                                        <content>Het was de volatiliteit van de prijsvorming op de veiling die fruitteler Karel Paesmans 20 jaar geleden op het pad van de korte keten bracht. “We hadden geen enkele impact op de prijsvorming. Een hagelbui en een gedeeltelijke verwoesting van de oogst en het seizoen was verpest”, vertelt de teler. Met de eigen vermarkting van fruitpakketen aan bedrijven en scholen wilde hij ook meer grip op de kwaliteit krijgen. “Wij leverden kwalitatief fruit aan en het was daarna soms schrikken hoe slecht het fruit er daarna in de winkel bijlag”, herinnert de Limburgse fruitteler uit Nieuwerkerken zich.Veel mensen in de sector hadden destijds hun twijfels over het zakenplan. “Rechtstreekse levering van fruitpakketten aan scholen en bedrijven bestond nog niet. Velen beschouwden ons als gek. Bedrijven konden toch hun eigen fruit inkopen”, vertelt Paesmans. Het bedrijf heeft zelf de vraag bij bedrijven moeten aanwakkeren. Het kneden van de markt ging zelfs zo ver dat de ondernemer er persoonlijk voor zorgde dat fruitpakketten in 2012 fiscaal aftrekbaar werden.Fruitmanden inmiddels ingeburgerd bij bedrijvenTwintig jaar na de oprichting zijn fruitpakketten in het bedrijfsleven en op scholen niet meer weg te denken. “De gezondheid van het personeel is steeds een belangrijker thema geworden bij bedrijven en scholen. Corona heeft hier nog eens een boost aan gegeven”, vertelt Paesmans die inmiddels 18 fulltime mensen in dienst heeft bij Fruitsnacks.Nadat corona een tijdelijke en grote krimp van het volume veroorzaakte, is de afzet erna flink toegenomen. Fruitsnacks levert inmiddels wekelijk 10.000 tot 11.000 fruitpakketten. Het standaardpakket van acht kilo bestaat uit eigen appelen (2 kilo) en peren (1 kilo), aangevuld met bananen en seizoensfruit. Het lokale seizoensfruit koopt Paesmans bij fruittelers in de regio. Door deze sterke groei kan Paesmans een groot deel van zijn hardfruitproductie van 70 hectare zelf afzetten. “De appelen gaan bijna volledig naar Fruitsnacks, terwijl we bij de peren voor een deel nog afhankelijk blijven van de afzet naar de handel”, vertelt de teler.Verovering van de Duitse marktIn de nabije toekomst volstaat de eigen teelt op het bedrijf wellicht niet langer. Zoon Roel sprak recent de ambitie uit om het aantal fruitmanden op te voeren tot 25.000 exemplaren. De ondernemer ziet onder meer veel potentieel in de Duitse markt. “Twee jaar geleden zijn we in Duitsland gestart. Daar verkopen we inmiddels zo’n 1.000 pakketten per week”, klinkt het.&amp;nbsp;“De activiteiten in Duitsland zijn op het moment juist break-even”, vertelt Karel Paesmans. Dat heeft alles te maken met de verspreiding van onze klanten. “Bedrijven liggen ver uit elkaar waardoor de logistieke kost relatief hoog is. Opschaling is essentieel om de kosten te drukken en de rentabiliteit op te voeren.” Verjaardagsfeest met Vlaams minister van LandbouwFruitsnacks vierde eind vorige maand zijn verjaardagsfeest waarbij het de deuren een weekend lang opende voor het grote publiek. Op de officiële ceremonie waren ook Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v), Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens en Nieuwerkerken-burgemeester Dries Deferm van de partij.“Fruitsnacks toont aan hoe duurzaam de Vlaamse land – en tuinbouwbedrijven zijn. Met hun fruitmanden krijgen dagelijks duizenden werknemers een lekker en gezond stuk fruit aangeboden. Het zijn terecht trotse ambassadeurs voor onze sector”, vertelde Lode Ceyssens. Door in te zetten op de korte keten, brengt Fruitsnacks eerlijke producten rechtstreeks van bij de boer via de werkvloer of via de school naar de consument Ook Jo Brouns sprak lovende woorden over het bedrijf. &quot;De kracht van onze Vlaamse land- en tuinbouw zit in sterke familiale bedrijven zoals Fruitsnacks. Het is mooi om te zien hoe generaties hier op elkaar voortbouwen, altijd met oog voor kwalitatief fruit. Door in te zetten op de korte keten, brengt Fruitsnacks eerlijke producten rechtstreeks van bij de boer via de werkvloer of via de school naar de consument. Ik heb alleen maar waardering voor het prachtige werk dat Fruitsnacks elke dag aan de man(d) brengt.&quot; Verjaardagscadeaus naar goed doelEen verjaardagsfeest passeert niet zonder cadeaus. Naar schatting 1.000 bezoekers doneerden in totaal 14.600 euro aan drie goede doelen. “We hebben al die jaren een mooi verhaal kunnen uitbouwen met de steun van veel mensen. We geven daarom ook graag iets terug”, aldus mede-zaakvoerder Roel Paesmans.</content>
            
            <updated>2025-07-09T15:29:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw centrum moet kennis rond welzijn van landbouwdieren versterken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuw-centrum-moet-kennis-rond-welzijn-van-landbouwdieren-versterken" />
            <id>https://vilt.be/57653</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen heeft sinds kort een eigen wetenschappelijk centrum voor het welzijn van landbouwdieren. Het centrum kreeg de naam RefWel en wil wetenschappelijke kennis rond landbouwdierenwelzijn verder opbouwen en breed verspreiden. “Een wetenschapsgedreven beleid, beter opgeleide professionals en actuele data over het welzijn van de Vlaamse veestapel zijn goed voor zowel sector, dier, als maatschappij”, luidt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ILVO" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/44e4c6c6-4a0f-49f7-b826-25516e231936/full_width_kipwelzijn.jpg</image>
                                        <content>Dierenwelzijn Vlaanderen en het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) hebben samen het nieuwe wetenschappelijk centrum RefWel opgericht. Het centrum moet uitgroeien tot het kennisplatform bij uitstek over het welzijn van landbouwdieren, door actuele wetenschappelijke informatie te verschaffen en specifieke opleidingen te geven aan diverse actoren in de veehouderij. &amp;nbsp;RefWel zal daarbij eerst de huidige welzijnssituatie van de Vlaamse veestapel in kaart brengen. “Deze gegevens kunnen in de toekomst gebruikt worden om statistieken op te maken en evoluties in dierenwelzijn op te volgen. De data kunnen ook de basis vormen voor verder wetenschappelijk onderzoek”, klinkt het.Informatie toegankelijk makenIn een eerste fase zal er gefocust worden op de drie grootste diercategorieën in Vlaanderen:&amp;nbsp;pluimvee, runderen en varkens. Binnen elk van deze diercategorieën wordt gewerkt aan monitoringstrategieën, maar ook kennisdeling op maat van de praktijk. Zo zal RefWel opleidingen voor professionals in de veehouderij ontwikkelen en ervoor zorgen dat de nodige praktische informatie rond dierenwelzijnspraktijken toegankelijk wordt.“ILVO stelt zijn uitgebreide wetenschappelijke kennis ter beschikking om de hele sector te ondersteunen. Een voorbeeld is dat onder andere dierenartsen en slachthuismedewerkers bijgeschoold worden in het herkennen van voetzoolletsels bij vleeskippen en kalkoenen”, duidt de RefWel-coördinator Charlotte Vanden Hole. “Voetzoolletsels is een belangrijke indicator voor dierenwelzijn in de pluimveesector.” Ook zullen er workshops per diercategorie aangeboden worden, waarop veehouders, transporteurs en andere professionals uit de veehouderij kunnen intekenen.De ambitie leeft om op termijn uit te breiden naar andere soorten landbouwhuisdieren. Het centrum is fysiek gevestigd binnen ILVO, in Melle-Merelbeke. Alle info over wetgeving, monitoring, opleiding en goede praktijken kan teruggevonden worden op hun gloednieuwe website.</content>
            
            <updated>2025-07-10T15:54:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Extra uitstootruimte voor landbouw zet kwaad bloed bij Groen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/extra-uitstootruimte-voor-landbouw-zet-kwaad-bloed-bij-groen" />
            <id>https://vilt.be/57654</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In vergelijking met de doelstellingen van het vorige klimaatplan uit 2023 mag de landbouwsector in het klimaatplan van de nieuwe Vlaamse regering zo'n 500.000 ton CO2 meer uitstoten. Dat klaagde Groen woensdag aan, maar Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) stond klaar om de kritiek te counteren. “De landbouwsector zal meer inspanningen leveren dan ooit tevoren. En dankzij de solidariteit tussen sectoren is er geen enkele ambitie weggegomd in het plan”, aldus de minister.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bbe88df8-90f6-420b-8a7a-ff7751b0f669/full_width_koeien-weide-natuur-weiland-bomen.jpg</image>
                                        <content>In het Vlaams parlement werd in de plenaire vergadering gedebatteerd over het nieuwe Vlaams Energie- en Klimaatplan. Het plan bevat bijkomende maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken tegen 2030. Volgens Groen laat de regering op domeinen als landbouw “de teugels volledig vieren&quot;. &quot;In plaats van alle zeilen bij te zetten en de lat hoger te leggen, mag de landbouwsector 500.000 ton CO2 meer uitstoten in vergelijking met de doelstellingen uit het vorige Vlaamse klimaatplan&quot;, foetert Vlaams parlementslid Aimen Horch.“In het klimaatbeleid zijn er geen winnaars of verliezers. Dit is geen spel, geen wedstrijd. Het zal samen zijn, of het zal niet zijn”, reageert Brouns op zijn Facebookpagina. “Het gaat over allemaal samen verantwoordelijkheid nemen, met gezond verstand.”Hij erkent dat de landbouwsector een aangepast doel krijgt. “Niet omdat boeren minder zouden moeten bijdragen, maar omdat we geen onrealistische eisen kunnen opleggen aan een sector die ons eten produceert en zelf de gevolgen van klimaatverandering als eerste voelt. We vragen van onze boeren vandaag meer dan we ooit deden”, klinkt het. Tijdens het actualiteitsdebat laat hij ook weten blij te zijn met de solidariteit tussen de sectoren: “We hebben geen enkele klimaatambitie weggegomd, de solidariteit heeft daarin meegespeeld.”Welke maatregelen zal de sector nemen?De Vlaamse regering zal samen met de landbouwsector een lijst met maatregelen opstellen waaruit landbouwers verplicht moeten kiezen hoe ze hun steentje zullen bijdragen aan de vermindering van broeikasgassen. Op die lijst komen onder meer pocketvergisters, voederadditieven die de methaanuitstoot van runderen verlagen, genetisch geselecteerde koeien die minder uitstoten, agro-ecologische ingrepen en boerderijcompostering. Ook zullen er maatregelen komen om het gasverbruik van glastuinbouwsector af te bouwen en om te schakelen naar meer duurzamere energiebronnen.“Toch blijven sommigen roepen dat het niet genoeg is. Dat het pijn moet doen. Alsof klimaatbeleid pas goed is als het verbiedt en afpakt. Maar zo creëer je enkel weerstand en stilstand”, aldus Brouns. &quot;Onze boeren zijn geen schietschijf. Vlaanderen kiest bewust voor maatregelen die werken en haalbaar zijn, voor een realistisch pad naar reductie en duurzaamheid.&quot;“Als we hier productie wegduwen, schuift die gewoon door naar het buitenland”, sluit hij af. “Naar landen waar de klimaatimpact per liter melk of kilogram vlees dubbel of zelfs drie keer zo groot is. Wat winnen we daar globaal mee? Klimaatbeleid moet ambitieus zijn, maar ook eerlijk en haalbaar.”</content>
            
            <updated>2025-07-09T16:29:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Weg met PFAS-houdende gewasbescherming? Experts lichten toe in Vlaams parlement]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/weg-met-pfas-houdende-gewasbeschermingsmiddelen-experts-lichten-toe-in-vlaams-parlement" />
            <id>https://vilt.be/57655</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De bezorgdheid en controverse rond trifluorazijnzuur (TFA), de kleinste telg uit de PFAS-familie, nemen almaar toe. Omdat de stof niet afbreekt in het milieu en erg wijdverspreid is, groeit de druk om de verspreiding ervan wettelijk in te perken. Daarbij komen ook PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen in beeld. In het Vlaams parlement hield de commissie Leefmilieu recent een hoorzitting over de kwestie. Samen met experten bogen de parlementsleden zich over prangende vragen: kunnen landbouwers zonder deze stoffen, zijn er werkbare alternatieven en moet Vlaanderen sneller ingrijpen dan Europa?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="PFOS" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fff82fe0-1850-478b-8e97-bf1b9503f754/full_width_pesticidetractorgewasbeschermingsmiddelen.jpg</image>
                                        <content>Omdat trifluorazijnzuur (TFA) de kleinste PFAS-molecule is en zich gemakkelijk in water verspreidt, bleef het lange tijd onder de radar van velen. Intussen komt TFA steeds meer naar de voorgrond als grootste bedreiging in de strijd tegen de zogenaamde &#039;forever chemicals&#039;.TFA wordt gebruikt als proceshulpstof in onder meer de farmaceutische sector en bij de productie van verf en werkkledij. De stof ontstaat ook als bijproduct wanneer aircogassen in auto’s in de atmosfeer afbreken of wanneer fluorhoudende gewasbeschermingsmiddelen afgebroken worden in de bodem.Met de huidige normen zou het water en voedsel veilig zijn voor consumptie. Maar eensgezindheid in de wetenschap over de immunotoxische effecten van TFA of over de drempel waarbij de gezondheid in gevaar komt, is er niet. De normstelling is nog in volle ontwikkeling. “TFA bedreigt het drinkwater en kan nog giftiger zijn dan we nu al weten”, duidt emeritus prof. dr. Jacob de Boer, expert in toxicologie en milieuchemie. “Van andere PFAS weten we of ze immunotoxisch zijn. Pas bij zeer hoge dosissen blijken ze kankerverwekkend te zijn.&quot; Maar omdat TFA zo wijdverspreid is, vreest hij dat de stof grotere problemen kan veroorzaken dan andere PFAS. Daarnaast roept hij ook op om de blik niet te vernauwen tot de gezondheid via drinkwater: “TFA heeft ook aanzienlijke ecologische gevolgen.”Waarom zit PFAS in gewasbeschermingsmiddelen?PFAS is een verzamelnaam voor chemische verbindingen met fluoratomen. In gewasbeschermingsmiddelen versterken fluoratomen de biologische werking, waardoor minder product nodig is voor hetzelfde effect. Om die reden worden ze ook vaak ingezet in geneesmiddelen. In de jaren 80 was het gebruik van fluorgroepen een ware innovatie. Maar nu blijkt dat dat deze fluorverbindingen, waarvan TFA de kleinste is, nauwelijks afbreken in het milieu en zich opstapelen. Industrie en wetenschap zoeken naar manieren om de afbraak te sturen, zodat TFA niet meer ontstaat maar de werking van de gefluoreerde moleculen behouden blijft. Maar zover zijn we nog niet.Hoeveel PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen zijn er in Vlaanderen?Op de Belgische markt zijn er verschillende gewasbeschermingsmiddelen die PFAS bevatten, al vormen ze slechts een klein deel van het totale bestrijdingsmiddelengebruik en de geïntegreerde aanpak (IPM). “Die steunt op drie pijlers”, duidt Peter Jaeken, secretaris-generaal van Belplant, de sectorfederatie van de industrie van de plantenbescherming. “Eerst en vooral is er preventie, dit is de belangrijkste pijler. Vervolgens wordt er gemonitord om in te grijpen wanneer de economische drempel is overschreden, en tot slot is er een combinatie van chemische en niet-chemische oplossingen.” Van deze chemische oplossingen met werkzame stoffen, waren er in 2024 32 PFAS-houdend. &quot;Op basis van de EU-wetgeving hebben de federale toelatingsoverheden er al zes uit de markt gehaald hebben; of beslist om dat binnen het jaar te doen&quot;, aldus Jaeken. 75 procent van de PFAS-vervuiling heeft een industriële bron, 5 procent is afkomstig van gewasbescherming Wie is verantwoordelijk voor PFAS-vervuiling?De cijfers over de herkomst van PFAS verschillen sterk. Een Belgische overheidsstudie uit 2023 toont dat gewasbeschermingsmiddelen verantwoordelijk zijn voor vijf procent van het PFAS-volume. 75 procent zou uit de medische sector, textiel en koelsystemen komen. Pesticides Action Network PAN verwijst in de commissie dan weer naar een &amp;nbsp;Duitse studie die PFAS-pesticiden aanwijst als de voornaamste bron. Voor emissies uit industriële bronnen waren echter geen cijfers bekend in die studie. Toch is PAN stellig: “Er zijn geen argumenten meer om PFAS-pesticiden te blijven gebruiken. Ze moeten verboden worden.”“Er zijn uiteraard meerdere bronnen, maar dat mag geen excuus zijn om er geen aan te pakken”, valt De Boer bij. Hij benadrukt dat ook particulieren verantwoordelijkheid dragen. Hij verwijst naar de middelen tegen luizen bij huisdieren en de korrels slakkengif: “Eén korrel kan tot 7.000 liter grondwater verontreinigen.”Volgens PAN is de verkoop van PFAS-pesticiden in Vlaanderen de voorbije drie jaar gestegen. Jaeken wijst erop dat het gebruik en risico van de meest risicovolle gewasbeschermingsmiddelen net fors daalden het afgelopen decennium. “België streeft naar een halvering van gebruik en risico tegen 2030”, zegt hij. “We zijn goed op weg om dit te halen. Het vergt inspanningen, maar die zijn noodzakelijk en de sector neemt zijn verantwoordelijkheid op.” In de praktijk worden lang niet alle preventieve maatregelen genomen Kan de agrovoedingssector zonder deze middelen?Het verbieden van bepaalde producten zonder alternatieven toe te laten, zal het de landbouw en verwerkende industrie ernstig bemoeilijken, meent Jaeken. “De biologische landbouw in Vlaanderen is beperkt, met bijvoorbeeld slechts 140 hectare aardappelteelt. Zonder PFAS-houdende pesticiden komt de verwerkende industrie in het gedrang, aangezien zij afhankelijk is van een bepaald oogstvolume”, duidt hij.Volgens PAN zijn er al voldoende alternatieven voor PFAS-houdende middelen. Daarbij schuift de organisatie ook een verbeterde algemene weerbaarheid van gewassen naar voren, om zo de behoefte naar middelen te verminderen. “In de praktijk worden lang niet alle preventieve maatregelen, zoals gewasrotatie, bodembedekking of stimuleren van natuurlijke vijanden, genomen”, klinkt het.Dat er voldoende alternatieven zijn, weerlegt Jaeken. “Voor specifieke teelten als witloof of enkele sierplanten, zijn er weinig alternatieven. Een aantal van die teelten zijn nicheteelten en liggen minder in het oog van onderzoek en ontwikkeling, net omdat ze zo klein zijn. In de tuinbouw is er bijvoorbeeld een product waarop de geïntegreerde landbouw sterk steunt vanwege zijn selectieve werking en gunstige milieuprofiel. Als dat product verdwijnt, zullen landbouwers genoodzaakt zijn om breder werkende middelen in te zetten, wat negatieve milieueffecten kan veroorzaken. Ook het beheer van onkruid wordt bemoeilijkt zonder die middelen. Mechanische oplossingen vereisen frequente bodembewerking, wat erosie in de hand werkt.” Het klopt dat we niet zonder bestrijdingsmiddelen kunnen, maar het is wél mogelijk om de juiste te ontwikkelen Zijn er volgens Belplant oplossingen?Volgens Jaeken kan het gebruik van PFAS-pesticiden op korte termijn verder dalen via de geïntegreerde aanpak, met maatregelen zoals anti-erosiedrempels, fyteauscans en driftreductie. “Drift, afspoeling en uitspoeling zijn de drie belangrijkste bronnen van waterverontreiniging. Geef de sector meer werkbare instrumenten hiervoor.”Op lange termijn wijst Jaeken onder meer op het potentieel van nieuwe veredelingtechnologieën en precisielandbouw. Al komt deze laatste in Vlaanderen moeilijk van de grond. “Er mag met drones met moeite water gespoten worden, laat staan met iets anders”, aldus Jaeken.Ook zullen er volgens hem alternatieve middelen voor PFAS-gewasbeschermingsmiddelen moeten komen, maar die stuiten momenteel op zeer trage doorlooptijden binnen de EU. “50 procent van het budget van de sector gaat momenteel naar R&amp;amp;D in producten met laag risico en biocontrole”, duidt hij. “Nieuwe middelen ontwikkelen duurt echter zo’n twaalf jaar. Bedrijven wachten soms twee jaar op een eerste reactie. Een versnelling van de markttoegang is noodzakelijk om verouderde middelen sneller te kunnen uitfaseren. De Europese Commissie beseft dat, maar is niet snel in het oplossen van die handicap.” Belplant vraagt tijd en ruimte voor innovatie die aansluit bij de tijdslijnen voor de markttoegang, zonder dat intussen essentiële middelen verdwijnen zonder valabel alternatief.De Boer pleit dan weer voor een zo kort mogelijke, realistische uitfaseringstermijn. “Zolang de slechte middelen gebruikt mogen worden, komen er geen alternatieven. Start-ups in de sector kunnen nooit opboksen tegen de producten van de grote multinationals”, klink het. “Het klopt dat we niet zonder bestrijdingsmiddelen kunnen, maar het is wél mogelijk om de juiste te ontwikkelen.” Hij is ervan overtuigd dat het sneller kan dan twaalf jaar. “Het is aan de overheid om die stimulans te bieden. Als zij druk zet door slechte stoffen uit te faseren, dan ontstaat er een markt voor creativiteit en nieuwe producten.” Moet Vlaanderen sneller gaan dan de EU?In de Vlaamse regering kreeg minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) de opdracht om tegen het einde van dit jaar met een strategisch plan rond de bescherming van drinkwater te komen. Dat moet volgens het Regeerakkoord een verbod bevatten op moeilijk verwijderbare stoffen. Tegelijk werd ook opgenomen dat er alternatieven beschikbaar moeten zijn, als er gewasbeschermingsmiddelen geschrapt worden. De Boer pleit ervoor dat België en Nederland niet wachten op een Europees groen licht om het gebruik van PFAS-houdende middelen te verbieden. &quot;De Benelux-landen scoren het slechtst van heel de EU op het vlak van oppervlaktewaterverontreiniging&quot;, geeft hij mee. &quot;Een verbod in waterwingebieden kan allicht relatief snel.&quot;Volgens Vlaams parlementslid Stijn De Roo (cd&amp;amp;v) is het echter geen oplossing om federaal strengere regels op te leggen dan de EU. “Deze sterke isolatie zou een gelijk speelveld overboord gooien. Allicht worden er dan producten geïmporteerd die niet aan de Vlaamse productienormen voldoen.”Maar daar gaat De Boer niet mee akkoord. Hij erkent het argument, maar het leidt volgens hem tot passiviteit. “Zo wordt de verantwoordelijkheid doorgeschoven en onderneemt uiteindelijk niemand actie. Het is nochtans hoog tijd om daadwerkelijk iets te doen. Er zullen altijd koplopers zijn. Het is beter daarbij te zijn dan in de achterhoede te belanden.”Als men het argument van een ‘gelijk speelveld’ laat gelden, dan moet dat volgens Vlaams Parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) evengoed van toepassing zijn voor de Europese burger: “Elke Europeaan heeft recht op zuiver water. België en Nederland voldoen niet aan de Europese regels daarvoor, dus is een verbod nodig.” Haar fractie diende onlangs een voorstel van resolutie in om PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen te verbieden, maar het werd verworpen.</content>
            
            <updated>2025-07-24T02:43:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vraatzuchtige Japanse kever bereikt Frankrijk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vraatzuchtige-japanse-kever-bereikt-frankrijk" />
            <id>https://vilt.be/57656</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Japanse kever is voor het eerst aangetroffen in Frankrijk. Dat maken de autoriteiten bekend. De vondst is een verontrustende ontwikkeling voor de landbouwsector. Dit invasieve insect staat bekend om zijn brede plantenvoorkeur, vraatzuchtige aard, en kan grote schade aanrichten aan gewassen zoals maïs, wijnranken en fruitbomen. De kever zette zo’n tien jaar geleden voor het eerst pootjes aan wal in Europa, met een eerste vaststelling in Italië in 2014. Sindsdien breidde de populatie zich traag maar gestaag uit via Zwitserland en Duitsland.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="invasieve exoten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dc9707c7-3b02-427f-ba09-3c6daeddd95b/full_width_japanese-beetle-8137606-1280-pixabay.png</image>
                                        <content>Begin juli werden twee exemplaren van de Japanse kever gevangen in vallen in Mulhouse en Saint-Hippolyte (Departement Haut-Rhin), in het oosten van Frankrijk. Volgens de prefectuur zijn de insecten &#039;meegelift&#039; met menselijk vervoer. De aanwezigheid van het insect op Frans grondgebied bevestigt de vrees van experts voor een snelle verspreiding.Naar aanleiding van deze ontdekking hebben de Franse autoriteiten besloten de bewaking in de regio te intensiveren. “Verscherpte bewaking door middel van vallen en visuele inspecties worden toegepast in de twee vangstgebieden om de afwezigheid van andere exemplaren na te gaan”, aldus de prefectuur. Inwoners worden opgeroepen om vondsten te melden.Grote schade in korte tijdDe Japanse kever (Popillia japonica) is een bladsprietkever en wordt beschouwd als één van de schadelijkste insecten ter wereld. Zoals de naam doet vermoeden komt het beestje van oorsprong uit Japan en uit het noorden van China. In de Europese Unie staat de exoot op de lijst van prioritaire ‘quarantaine-organismen’ waarbij lidstaten verplicht zijn om introductie en verspreiding van deze soort tegen te gaan. En daar zijn goede redenen voor.De larven van de Japanse kever voeden zich met de wortels van talrijke grassoorten en kunnen zo ernstige schade toebrengen aan graslanden, gazons en sportvelden. De volwassen kevers vreten aan bladeren, bloemen en vruchten van meer dan 400 plantensoorten, waaronder maïs, aardbeien, tomaten, druiven, rozen en diverse loofbomen zoals esdoorn, kastanje en populier. Ze veroorzaken een typisch skeletvraatbeeld waarbij alleen de bladnerven overblijven.Omdat ze in grote groepen planten aanvallen, kunnen ze in korte tijd volledige teelten kaalvreten. Hun brede voedselvoorkeur en snelle verspreiding maken van deze exoot een bijzonder schadelijke en moeilijk beheersbare plaag voor zowel landbouw als sierteelt. In de VS, waar hij in 1916 zijn kolonisatie begon, veroorzaakt hij jaarlijks voor honderden miljoenen dollars economische schade.</content>
            
            <updated>2025-07-09T17:24:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns heeft nieuwe intendant voor Turnhouts Vennengebied]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-heeft-nieuwe-intendant-voor-turnhouts-vennegebied" />
            <id>https://vilt.be/57657</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er is een nieuwe intendant gevonden voor het Turnhouts Vennengebied, het gebied in de Antwerpse Kempen dat zwaar getroffen wordt door het stikstofdecreet. Dat heeft Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) woensdag in het Vlaams parlement geantwoord op een vraag van Dries Devillé (Vlaams Belang). De minister maakt volgende week de naam van de intendant bekend. Boeren in het gebied hopen dat hierdoor snel meer duidelijkheid komt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bdc1fee7-9fd0-451f-ace3-7be0007eb7e8/full_width_turnhouts-vennengebied-natura2000.jpg</image>
                                        <content>Meer dan een jaar geleden legde Piet Vanthemsche vervroegd zijn rol als intendant voor het Turnhouts Vennengebied neer.&amp;nbsp; De vroegere Boerenbondvoorzitter was door de Vlaamse overheid aangesteld om in het voorjaar van 2025 met een &quot;gebiedsgericht ontwikkelingsplan&quot; te komen voor het betrokken gebied omdat het vanwege de hoge stikstofuitstoot in de omgeving een specifieke aanpak vereist.&amp;nbsp;Dat plan moest eigenlijk al klaar zijn, maar het vertrek van Vanthemsche en de zoektocht naar een nieuwe intendant veroorzaakten vertraging en onzekerheid. Maar na een zoektocht en een reeks gesprekken is er nu een nieuwe intendant gevonden.&amp;nbsp; Volgende week naam bekend gemaakt&quot;We hebben iemand gevonden. Ik had vandaag ook graag de naam gegeven, maar het moet eerst voorgelegd worden aan de regering. Dus ik vraag nog enkele dagen geduld&quot;, zo zei minister Brouns woensdag in de commissie Landbouw. Verwacht wordt dat de aanstelling op de eerstvolgende ministerraad van de Vlaamse regering wordt goedgekeurd.&amp;nbsp;Boeren hopen op duidelijkheidDe nieuwe intendant mag alvast een eerste afspraak in zijn agenda noteren. De commissie Landbouw brengt namelijk op 19 september een bezoek aan het Turnhouts Vennengebied. Voor boeren in het gebied komt het nieuws als een verrassing. “Wij wisten van niets, maar als dat zo is, zijn wij in blijde afwachting. Zo komt er misschien eindelijk terug schot in de zaak”, reageert Johan Spits, bestuurslid van de Stuurgroep Turnhouts Vennengebied dat de belangen van de door stikstof getroffen boeren in het gebied behartigt.</content>
            
            <updated>2025-07-09T18:26:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meerjarenbegroting: EU-parlementsleden op de bres voor landbouwers en armere regio's]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meerjarenbegroting-eu-parlementsleden-op-de-bres-voor-landbouwers-en-armere-regios" />
            <id>https://vilt.be/57658</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het Europees Parlement is het debat losgebarsten over de meerjarenbegroting na 2027, waarvoor de Europese Commissie volgende week een eerste becijferd voorstel op tafel legt. Een nieuwe focus op defensie, veiligheid en concurrentiekracht mag niet ten koste gaan van uitgaven voor landbouwers en armere regio's, klonk het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9715b1be-36f7-464a-b92c-b3f485fc0709/full_width_europees-parlement.jpg</image>
                                        <content>In het meerjarig financieel kader (MFK) worden de meeste inkomsten en uitgaven vastgelegd voor de volgende jaren. De Commissie presenteert volgende week een voorstel voor de periode vanaf 2028, het startschot voor lange en moeilijke onderhandelingen. Zo zijn niet alleen de uitdagingen veranderd, maar komt vanaf 2028 ook de terugbetaling van de leningen voor het coronaherstelfonds op kruissnelheid. Volgens de Commissie kan het kostenplaatje oplopen tot 25 tot 30 miljard euro per jaar, wat overeenkomt met bijna 20 procent van het huidige jaarbudget. Er moeten dan ook keuzes gemaakt worden: een gekortwiekte begroting, hogere nationale bijdragen of nieuwe Europese inkomsten.Elke fractie heeft zijn stokpaardjesHet Europees parlement keurde in mei al een rapport goed waarin het zijn prioriteiten uitlijnde voor de volgende begroting. Tijdens het debat woensdag kwamen die prioriteiten ook weer naar boven. Terwijl defensie, veiligheid en concurrentiekracht speerpunten moeten worden, &quot;moeten ook de identiteit en de kracht van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid behouden blijven&quot;, zei EVP-Europarlementslid Siegfried Muresan. Hij hamerde ook op het belang van een evenwicht tussen flexibiliteit om te kunnen reageren op crisissen en voorspelbaarheid voor burgers en investeerders.Johan Van Overtveldt (N-VA/ECR) bepleitte structurele hervormingen om tot een krachtige kapitaalunie te komen en extra stimulansen te geven aan innovatie en ondernemerschap. &quot;Zoals Mario Draghi toelichtte in zijn rapport, zijn gemeenschappelijke schulden niet de eerste prioriteit&quot;, zei hij ook. Defensie en migratie moeten voor hem centraal staan in het nieuwe MFK, wat &quot;een grondige evaluatie vraagt van het volledige gamma aan bestaande programma&#039;s&quot;.Mohammed Chahim (S&amp;amp;D) hekelde op zijn beurt de mogelijke afschaffing van het Europees sociaal fonds (ESF). &quot;Als je dat afschaft, raak je Europa in zijn hart en blijft er alleen een Europa over zonder ziel.&quot; &quot;We zullen geen MFK aanvaarden zonder duidelijk, onafhankelijk en sterk Europees sociaal fonds&quot;, zei zijn collega Carla Tavares.De liberalen van Renew noemden het woensdag dan weer &quot;ondenkbaar&quot; dat het volgende MFK geen extra eigen middelen bevat. Cofractieleider van de groenen Terry Reintke riep op tot de oprichting van een huisvestingsfonds en voor de invoering van een taks op digitale diensten om extra inkomsten in het laatje te krijgen.Eurocommissaris mikt op flexibel en eenvoudigEurocommissaris voor Begroting Piotr Serafin benadrukte woensdagochtend in het Parlement dat iedereen het erover eens is dat &quot;de EU-begroting gemoderniseerd moet worden, in een snel veranderende wereld&quot;. Zonder details te geven over de plannen die de Commissie volgende week op de tafel legt, wees hij op het belang van een &quot;flexibele en eenvoudige&quot; meerjarenbegroting, en van extra inkomsten &quot;die de nationale begrotingen niet overbelasten en geen grote financiële verplichtingen met zich meebrengen&quot;.</content>
            
            <updated>2025-07-09T19:04:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zomer zet rem op varkensprijs: sector alert na plotselinge daling]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/forse-daling-vleesprijs-voor-verlof-belooft-weinig-goeds-voor-varkenshouders" />
            <id>https://vilt.be/57659</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De varkensprijs is in korte tijd fors gedaald. In amper twee weken zakte de notering met 15 cent per kilo. De daling lijkt een directe reactie op de prijsverlaging in Duitsland, waar slachthuizen en producentenorganisaties gezamenlijk een verlaging van eveneens 15 cent doorvoerden. “Hopelijk stopt het hierbij, maar de nakende vakantieperiode stemt doet toch wat vrezen”, klinkt het in de sector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="afrikaanse varkenspest" />
                        <category term="markt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fb0f8444-a8d4-4dfb-9fe3-525427570e46/full_width_karkasvleesveeslachthuis-febev.jpg</image>
                                        <content>Bij de Belgian Pork Group (BPG) daalde de prijsnotering van 2,03 euro per kilo geslacht gewicht (week 25) naar 1,88 euro nu. Eerst ging er 5 cent af, daarna nog eens 10. De Belgische markt volgt doorgaans de prijsontwikkelingen in Duitsland en Nederland, waar een vergelijkbare daling plaatsvond. “Het komt niet vaak voor dat vleesprijzen zo snel zakken”, zegt Wouter Wytynck, secretaris van de sectorvakgroep varkenshouderij bij Boerenbond.Druk op prijzen al langer voelbaarVolgens Wytynck stond er al langer druk op de prijzen. “Slachthuizen gaven aan dat ze de hoge inkoopprijzen moeilijk konden doorrekenen aan hun afnemers. Met de zomervakantie in het vooruitzicht, besloten Duitse slachthuizen en producentenorganisaties tot een stevige prijsdaling, in de hoop een stabieler prijsniveau te creëren dat langer houdbaar is.”Traditionele zomerdip op komst?De zomervakantie belooft weinig goeds voor de prijsevolutie. “Tijdens de vakantie zijn veel mensen op reis en ligt de consumptie van varkensvlees traditioneel lager”, zegt Wytynck. “Die verminderde vraag houdt ook in dat de druk op de vleesprijzen en dus ook op de varkensprijzen nog wel even kan aanhouden.”Statistieken van andere jaren leren dat de prijs in de zomermaanden wel vaker daalt. In augustus 2023 zakte de Danis-notering (levend gewicht) met 17 cent, in augustus 2024 met 9 cent. “We hopen dat het dit jaar niet zover komt”, aldus Wytynck.Geen einde aan goede conjunctuur, voorlopigToch is er volgens Wytynck geen reden tot paniek. De sector kent sinds enkele jaren een gunstige prijsevolutie: het jaargemiddelde lag op 1,634 euro per kilo in 2023, 1,48 euro in 2024 en voorlopig 1,343 euro in 2025. Ter vergelijking: in 2021 bedroeg het gemiddelde slechts 0,868 euro. Extra druk door import uit Spanje en DenemarkenHet hogere aanbod uit landen als Denemarken en Spanje – gericht op export naar derde landen – zorgt momenteel voor extra druk op de Europese markt. “De uitvoer naar China ligt nog steeds op slechts een derde van het vroegere niveau. Daardoor is Europa zelf belangrijker geworden als afzetmarkt. Een groter aanbod is hier dus sneller voelbaar”, aldus Wytynck.Toch blijven de vooruitzichten op de lange termijn positief. In Vlaanderen en Nederland, maar ook in andere West-Europese landen, neemt de veestapel en dus ook het aanbod licht af door stoppende varkensboeren.&amp;nbsp;Boer Van Limpt: &quot;Zomerprijsdip is seizoenspatroon&quot;Ook varkenshouder Ton van Limpt maakt zich nog geen grote zorgen. “De daling is typisch voor de zomer. Het aanbod in Europa neemt structureel af. Een langdurige prijsdaling is alleen te verwachten als ook de vraag structureel terugvalt, en dat is momenteel niet het geval.”Van Limpt werkt onder het Beter Leven-keurmerk en levert vooral aan Belgische supermarkten. Hij pleit voor meer seizoenssturing in het aanbod. “Als er in november 2024 minder zeugen waren geïnsemineerd, hadden we nu minder aanbod. Dan zou de markt meer in balans zijn met de lagere zomerconsumptie.” Varkenspest vormt grotere dreigingWat Van Limpt meer zorgen baart dan de zomerdip, is het oprukken van de Afrikaanse varkenspest. Onlangs werden besmette everzwijnen aangetroffen in Duitsland, op amper 160 kilometer van de Belgische grens. “Een uitbraak in Vlaanderen zou een zware impact hebben op de prijs”, waarschuwt hij.Vlaamse en Nederlandse belangenorganisaties roepen daarom op tot verhoogde waakzaamheid. De Nederlandse organisatie Vee&amp;amp;Logistiek wijst op het verhoogde risico tijdens het toeristenseizoen. Varkenspest kan zich bijvoorbeeld verspreiden via voedselresten op parkeerplaatsen. De organisatie pleit voor strenger toezicht en gerichte communicatie naar burgers en toeristen over de risico’s van zwerfafval.</content>
            
            <updated>2025-07-10T14:54:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Milieuvriendelijk en doeltreffend: Belgisch-Frans project werkt aan steeds moeilijkere strijd tegen ziekten en plagen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/frankrijk-vlaanderen-en-wallonie-bundelen-krachten-voor-toekomst-van-gewasbescherming" />
            <id>https://vilt.be/57660</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nu steeds meer chemische gewasbeschermingsmiddelen verboden worden en het klimaat de druk op landbouwsystemen opvoert, groeit de nood aan duurzame alternatieven. Het Interregproject ‘Biocontrol 4.0’ brengt wetenschappers, praktijkcentra en beleidsmakers uit België en Noord-Frankrijk samen om innovatieve, toekomstbestendige oplossingen te bedenken. Tijdens een bijeenkomst op het hoofdkwartier van Viaverda werden de eerste veelbelovende resultaten voorgesteld: van digitale tools die ziektedruk voorspellen tot biocontrolemiddelen die schadelijke schimmels en insecten bestrijden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkerbouw" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2cef27a5-88d1-4789-a756-17c31b87281a/full_width_louis-lippens-met-prei.jpg</image>
                                        <content>Het Interregproject ‘Biocontrol 4.0’ bestaat uit zeven deelprojecten. Met een glimp op de eerste resultaten, licht Viaverda Trans-Control uit, een project dat zich inzet op de ontwikkeling van biocontrolemiddelen, en de ontwikkeling van digitale tools die telers kunnen informeren waar en wanneer hun veld gewasbescherming nodig heeft. Trans-Control wordt gecoördineerd door het Oost-Vlaamse praktijkcentrum voor land- en tuinbouw Viaverda, de instelling die bovendien de beloftevolle toepassingen binnen dit project uittest op het veld.Klimaatverandering maakt gewasbescherming moeilijkerValérie Leclere van ULille wijst erop dat het volume aan fytosanitaire producten in de landbouw tussen 1959 en 2007 ongeveer verzevenvoudigd is. Ook de gewasopbrengst is sinds de introductie van moderne gewasbescherming fors toegenomen, maar volgens Leclere moet er naar alternatieven worden gezocht om het milieu en de gezondheid van de landbouwer te vrijwaren.“Nu, men kan het niet over biocontrole hebben zonder rekening te houden met het impact van klimaatverandering”, zegt Leclere. “Want die klimaatverandering heeft een grote impact op de oplossingen die we gaan voorstellen.”De afgelopen veertig jaar behoren tot de warmste sinds het begin van de metingen in België in 1833. Alle matiging lijkt verdwenen, want lange periodes van droogte worden afgewisseld door periodes van hevige neerslag. “Is het droog, dan heb je last van insecten. Heb je veel vocht, dan zie je meer ziektedruk”, vat Louis Lippens van Viaverda samen. De nood aan gewasbescherming neemt dus toe, terwijl het milieu vraagt dat we het gebruik van veel gangbare middelen net matigen. Ook biotoepassingen onder drukDat geldt ook voor sommige biologische toepassingen, zoals het gebruik van koper tegen appelschurft. “Koper wordt nog toegestaan, maar de kans is groot dat het in de toekomst verboden zal worden”, zegt Leclere.Een waardig alternatief voor koper is er vooralsnog niet. De onderzoekers hebben een biofungicide ontwikkeld dat bomen kan vrijwaren van appelschurft, maar er is een bijwerking. “2023-2024 was een zeer vochtig jaar”, zegt Leclere. “Dat verhoogt de schimmeldruk. Het nieuwe biofungicide was in staat om appelschurft te vermijden, maar tegen alle verwachtingen in zagen we wel de ontwikkeling van een andere schimmel, Elsinoe pyri of Anthracnose, waartegen ons biofungicide niet doeltreffend is. Een toonvoorbeeld van wat het veranderende klimaat teweegbrengt.”Binnen de biologische gewasbescherming wordt ook gewerkt met roofinsecten om bijvoorbeeld bladluis te verdelgen. Ook dit principe komt onder druk te staan door het veranderende klimaat. “We zien dat de gangbare roofinsecten steeds meer in competitie leven met nieuwe parasitoïde vliesvleugeligen die zich in onze regio vestigen”, zegt Leclere. “Deze kunnen de gewenste roofinstecten verdringen, waardoor deze manier van bladluisbestrijding moeilijker wordt.”Digitale voorspellingen“Dat brengt ons bij de digitale middelen die binnen Biocontrol 4.0 ontwikkeld worden”, zegt Lippens. “Vandaag spuiten landbouwers vooral preventief. Curatieve middelen worden immers steeds meer uit de markt gehaald. Maar preventief spuiten moet op voorhand gebeuren, en dat gebeurt nu vooral kalendergewijs. Zo wordt er soms gespoten wanneer het niet nodig is, of niet gespoten wanneer dat beter wel was gebeurd.”Via software die niet enkel het weer maar ook de ziekte- en plagendruk op gewassen kan voorspellen, moeten landbouwers in de toekomst exact weten wanneer ze moeten spuiten, en wanneer het niet veel uithaalt. “Zo kan men gewasbescherming reduceren, wat beter is voor het milieu en natuurlijk ook voor de landbouwer, want deze producten zijn niet gratis.”De digitale middelen en de nieuwe producten voortkomend uit Biocontrol, worden uitgetest op de proefvelden van Viaverda. “Sommige producten werken uitstekend onder de gecontroleerde omstandigheden van een laboratorium, maar daar is een teler niets mee”, zegt Lippens. “Daarom maken wij hier de vertaalslag naar de praktijk.” Zieke aardappelenOp de velden zien we hoe een rij aardappelen hevig lijdt onder de aardappelziekte of phytophthora. Deze bewust besmette controlestrook is aangelegd om de rest van het veld hevig te onderwerpen aan ziektedruk. De overige percelen worden behandeld met diverse producten, zoals etherische oliën en biostimulanten, volgens diverse regimes.“De evolutie van phytophthora kan zeer snel gaan”, zegt onderzoeker Viaverda-onderzoeker Stany Vandermoere. “Binnen veertien dagen zie je een volledige vernietiging van het loof, en rotten de knollen. En dat brengt extra gevaar, want één besmette knol in opslag, kan al je overige aardappelen besmetten. Boeren sproeien geregeld om deze ziekte dus te vermijden, maar sinds de hele PFAS- en triazolendiscussie worden steeds minder fungiciden toegelaten. Verder zien we steeds meer resistenties optreden tegen onder meer mandipropamid en oxathiapiprolin.”“Wat kunnen boeren hiertegen doen? Enerzijds kan je kiezen voor andere variëteiten, maar dat doen vooral bioboeren met een kleinere afzet”, zegt Vandermoere. “De verwerkende industrie vraagt homogene producten en kiest daarbij vooral de ziektegevoelige fontanes.”Een andere doeltreffende maatregel is het verwijderen van aardappelopslag. “Want als ongeoogste aardappelen sporen van phytophthora bevatten, geef je deze kans om een heel seizoen te ontwikkelen”, zegt Vandermoere. “Hetzelfde geldt voor je afvalberg: let goed op dat je rottende aardappelen geen gezonde infecteren.”“Tot slot willen we binnen ons project machinerie ontwikkelen die sporen kan detecteren die de aardappelen kunnen infecteren. Vandaag sproeien boeren met behulp van weerdata, maar die modellen veronderstellen telkens dat er sporen aanwezig zijn in de bodem die aardappelen kunnen infecteren. Is dat niet het geval, dan sproeit men eigenlijk voor niets.” Trips op prei en uienOp het veld ertegenover wordt prei blootgesteld aan tripsen, een insectenplaag die menig groenteteler het leven zuur maakt. Zeker in perioden van droogte. Naast de gebruikelijke gewasbeschermingsmiddelen kunnen ook bepaalde teeltrassen en de aanwezigheid van natuurlijke vijanden tripschade voorkomen. “Andere teeltrassen hebben helaas wel vaak als minpunt dat ze minder opbrengst kennen, of om andere redenen minder gewild zijn bij de consument of de verwerker”, zegt Lippens. “Binnen industriële processen vraagt men bijvoorbeeld prei waarvan de ringen mooi samenblijven.”Trips ontwikkelt zich zeer snel, en bovendien zorgt droogtestress ervoor dat insecticiden minder goed werken op de behandelde plant. Met behulp van roofmijten proberen de onderzoekers de tripsen op afstand te houden, maar door de eerder vermelde concurrerende insecten, is het moeilijker om deze roofmijtenpopulatie in stand te houden.Ter controle zijn er ook onbehandelde percelen, en een perceel behandeld met het insecticide spinosad. “Een product dat veel landbouwers in praktijk gebruiken, maar het probleem is dat dit het enige doeltreffende insecticide is tegen trips”, zegt Lippens. “Er zijn nog andere middelen legaal in Vlaanderen, maar die zijn vaak minder doeltreffend tegen trips of ze schadelijk voor andere organismen. Dat maakt onze samenwerking met Frankrijk zo interessant, want zij gebruiken nog andere middelen waar wij uit kunnen leren. Plagen en ziekten kennen geen grenzen, maar de fytowetgeving wel.” De tripsbehandeling wordt ook op uien getest, een ander gewas dat onder deze insecten lijdt. Tot slot zet het proefproject in op de beheersing van valse meeldauw in uien. De bevindingen zijn hier gelijkaardig als bij de aardappelen en de uien. Ook hier kan rassenkeuze een rol spelen, maar ook gerichter spuiten volgens de weersomstandigheden.LeerplatformDe bevindingen binnen Biocontrol moeten niet binnenskamers blijven. Daarvoor dient ook nog het luik Trans-training. Op 42 maanden tijd willen de onderzoeksinstellingen samen opleidingen en voorlichtingsactiviteiten over ondernemerschap organiseren, gebaseerd op de resultaten van de andere projecten onder Biocontrol 4.0. Naast workshops voor actieve boeren kunnen de bevindingen ook in scholen worden onderwezen. “Onze bevindingen vertalen naar overzichtelijke documenten en cursussen is altijd een uitdaging”, zegt Lippens van Viaverda. “Op dat vlak is de samenwerking met andere kenniscentra en onderwijsinstellingen zeer waardevol. Zo kunnen wij focussen op ons werk in het veld, en nemen zij het onderwijsluik op zich, waar zij ook sterker in zijn.”</content>
            
            <updated>2025-07-10T15:47:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Telers vroege aardappelen maken zich zorgen over opbrengst en prijzen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vroege-aardappeltelers-maken-zich-zorgen-over-opbrengst-en-prijzen" />
            <id>https://vilt.be/57661</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De eerste aardappelen van het jaar zijn inmiddels geoogst en de fabrieken zijn gestart met de verwerking van de vroege aardappelen. Op het veld klinkt echter bezorgdheid: “Van topopbrengsten is geen sprake, vooral door de aanhoudende droogte.” Ook aan de afzetzijde heersen zorgen, nadat de vrije marktprijs eerder dit jaar fors daalde. “Ik vrees voor de afzet, zowel nu als de komende jaren. Het is allemaal te snel gegaan.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2c38e2f9-f8a2-4226-8bdb-1c47621b05fb/full_width_aardappelen.jpg</image>
                                        <content>Lage opbrengsten door droogteVoor de telers van vroege aardappelen lijkt het geen boerenjaar te worden. “Waar we normaal streven naar 40 à 45 ton per hectare, blijven we nu steken op zo’n 25 ton. Vooral de droogtegevoelige percelen hebben het zwaar”, zegt Pieter Van Oost van Boerenbond. Volgens hem is het gebrek aan regenval in de voorbije maanden de belangrijkste oorzaak van de tegenvallende opbrengsten.Van Oost verwijst naar een proefrooiing uitgevoerd door Viaverda, waarbij de opbrengsten varieerden van 17 tot 44 ton per hectare. “Het gemiddelde lag op 34 ton, een mix van percelen met en zonder beregening”, verduidelijkt hij. “Het verschil tussen beregende en niet-beregende velden bedraagt momenteel zo’n 13 ton per hectare, en dat verschil dreigt nog groter te worden.”Ook op het veld worden deze cijfers bevestigd. “Op de niet-beregende percelen halen we zo’n 25 ton per hectare, op de beregende percelen ligt dat ongeveer 10 ton hoger. Maar van een topopbrengst is geen sprake”, vertelt Stefaan Van Elven, aardappelteler in Laakdal. Hij teelt slechts op een beperkt deel van zijn areaal vroege aardappelen. “Vorige week hebben we de percelen doorgespoten en volgende week beginnen we met de opbouw van de stock.” Van Elven verkoopt een groot deel van zijn aardappelen via de korte keten.Jo Vanderbauwhede, akkerbouwer in Kruisem, ziet ook productieproblemen op één van zijn drie – meer droogtegevoelige – percelen. “Daar valt de opbrengst tegen, maar op de andere percelen ziet het er wel goed uit”, zegt hij.Prijsdruk en contractonzekerheidHoewel de opbrengst dus wisselend is, maken veel telers zich vooral zorgen over de afzet. De prijs van bewaaraardappelen op de vrije markt is de afgelopen maanden fors gedaald. Bovendien hebben verschillende afnemers hun eerder afgesloten contracten in het voorjaar eenzijdig naar beneden bijgesteld. “De afzet vanuit de fabrieken slabakt”, zegt Vanderbauwhede, die vreest dat de hele sector een moeilijke periode tegemoet gaat. “Misschien is het de voorbije jaren te hard gegaan met de groei in de aardappelsector.”Zijn vroege aardappelen voor de korte keten zijn inmiddels geoogst, maar voor het grotere volume wacht hij nog op vraag vanuit de markt. “De fabriek heeft aangegeven mogelijk tegen het eind van de week vrije aardappelen op te kopen.” Zijn contractlevering is pas gepland voor 20 juli. Vanderbauwhede levert aan Lutosa en Clarebout, die volgens hem inmiddels gestart zijn met de verwerking van vroege aardappelen. Meer aardappelen geplant, maar geen zekerheidHoewel de gemiddelde opbrengst tegenvalt, is er dit jaar wel meer geplant dan vorig jaar. Een voorlopige analyse van de verzamelaanvragen toont een stijging van zeven procent in het totale areaal aardappelen. Volgens een recente enquête van Viaverda is het areaal vroege aardappelen met ongeveer vier procent toegenomen.“Er zijn meer landbouwers die aardappelen telen, maar tegelijkertijd is de vrije marktprijs drastisch gekelderd”, stelt Van Oost. Toch vindt hij het nog te vroeg om harde conclusies te trekken over de afzet. “We hebben geen glazen bol, maar feit blijft dat de hoge teeltkosten per hectare gedekt moeten blijven.” Hopen op lagere productie elders in EuropaVan Elven hoopt op een lagere productie in Vlaanderen en Europa om zo de markt in evenwicht te brengen. “Eigenlijk hebben we dertig dagen met temperaturen van dertig graden nodig”, zegt hij met een knipoog. Volgens hem zou aanhoudende droogte en hitte de productie drukken en de prijs ondersteunen.Voorlopig lijken die gebeden echter niet gehoord. Zware regenval in andere delen van West-Europa heeft de teelt van late en halfvroege aardappelen juist gestimuleerd. “We volgen ook de situatie in andere EU-lidstaten op de voet. Tot nu toe horen we geen rampscenario’s, eerder normale berichten”, aldus Van Oost. Gedragscode aardappelcontracten onder de loepIntussen heeft de FOD Economie de ketenpartners samengebracht om de gedragscode voor goede aardappelcontracten verder te verfijnen. “Wij hebben daar expliciet om gevraagd, zeker na wat er dit voorjaar gebeurd is met contractaanpassingen”, vertelt Van Oost. Hij doelt daarmee op eenzijdige verlagingen van eerder afgesloten contracten. “We hopen nu echt stappen vooruit te kunnen zetten – hopelijk al richting het volgende plantseizoen.”</content>
            
            <updated>2025-07-10T15:16:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Een mooie oogst en slechts één boze buurman: hennep groeit hoog in Bottelare]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/een-mooie-oogst-en-slechts-een-boze-buurman-hennep-groeit-hoog-in-bottelare" />
            <id>https://vilt.be/57662</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het lijkt illegaal, maar dat is het niet: hoge, felgroene hennepplanten sieren de akkers aan de HOGENT-UGent Proefhoeve in Bottelare. Dit nijverheidsgewas was lang een cruciaal onderdeel van de textielindustrie. De teelt is met de jaren in onbruik geraakt, maar daar komt stilaan verandering in. Sophie Waegebaert van Inagro en Veronique Troch van Hogent AgrofoodNature tonen de mogelijkheden van het gewas op de proefvelden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="hennep" />
                        <category term="Inagro" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2625fda1-ee38-4f40-ac38-23db91b12dbe/full_width_sophie-waegebaert-veronique-troch-hennep.jpg</image>
                                        <content>Op één jaar tijd is het Vlaams vezelhennepareaal gestegen met 37,2 procent, goed voor 513 hectare in 2025. “In heel België wordt er naar wat wij vernemen zo’n duizend hectare geteeld, het merendeel in Vlaanderen en een honderdtal hectare in Wallonië”, zegt Waegebaert. “Soms zijn het aanzienlijke percelen. In Wallonië kennen we een boer die 23 hectare heeft gezet. Maar bouwhennep is populairder: een boer uit Tienen heeft bijvoorbeeld 600 hectare in zijn beheer.” Het aandeel hennep binnen de totale som van nijverheidsgewassen is echter vrij beperkt. Ter vergelijking: vezelvlas kent een areaal van 4.267 hectare in Vlaanderen. Maar waar het areaal hennep steevast toeneemt, is de oppervlakte vezelvlas afgenomen met 5,1 procent. Veronique Troch en Sophie Waegebaert zien veel groeipotentieel voor hennep. “Hennepvezel heeft misschien geen uitgesproken voordelen tegenover vlas, maar de teelt is wel interessant in het vruchtwisselingsverhaal”, zegt Waegebaert. “Vlas mag je maar om de zeven jaar zaaien. Om de hoeveel jaar je hennep mag zaaien is eigenlijk nog niet echt geweten, maar ik zou een minimum van drie jaar hanteren. Het is een teelt die geen last heeft van ziektes en plagen zoals vlas. Qua gewasbescherming gebruiken we enkel vogelafweer bij het zaaien.”Geen onkruid, ondanks de naamHoewel wiet is vernoemd naar het Engelse woord voor ‘onkruid’, is de onkruiddruk bij textielhennep eveneens zeer beperkt. “Dat is nog een bijkomend voordeel van textielhennep versus hennep voor de bouw”, zegt Troch. “Textielhennep wordt dicht gezaaid en kiemt, als je op het juiste moment zaait, al binnen zeven tot tien dagen. Het gewas groeit daardoor sneller dan het onkruid, waardoor herbiciden overbodig zijn. Al moet je wel de nodige aandacht besteden aan je veldvoorbereiding.” “De opkomstfase bepaalt zeer veel”, verduidelijkt Waegebaert. “Als je met een slechte opkomst zit, weet je al dat je een slechte opbrengst zal hebben. Hennep heeft een goede bui nodig na de zaai. Heb je die niet, dan loopt het mis. Maar eens de planten zijn opgekomen, is hennep vrij droogteresistent. We denken zelfs in meerdere mate dan vlas, maar het is gevaarlijk om dit nu al te zeggen. Er is nog geen wetenschappelijk bewijs in die richting, maar volgens onze ervaring doet hennep het beter in droge omstandigheden, terwijl vlas het beter doet in natte omstandigheden.” Oude teelt, nieuwe toepassingenHoewel de hennepteelt zeer oud is, is het onderzoek naar deze teelt vrij nieuw. “De teelt is een eeuw lang in onbruik geraakt”, zegt Troch. “Je kan geen &#039;copy-paste&#039; doen van wat men vroeger deed. Vroeger kwam er bijvoorbeeld veel handenarbeid aan te pas, vandaag gebeurt er veel meer machinaal. Onderschat niet hoe zwaar de landbouw op enkele decennia tijd veranderd is.”Ook de mogelijke toepassingen van hennep – naast textiel – zijn dus ook nog voor een deel onontdekt. De teelt heeft een gemiddelde stro-opbrengst van zo&#039;n zes ton/ha. “Omdat we de toppen van hennep niet nodig hebben, dachten we ook deze in te kuilen als veevoeder”, zegt Waegebaert. “Maar dat is niet echt van de grond gekomen.”“We zagen nagenoeg geen melkzuurvorming”, verduidelijkt Troch. “Wel veel boterzuur, wat negatief is voor de smakelijkheid van de kuil. We zouden wel nog additieven kunnen toevoegen in de kuil, zoals melkzuurbacteriën of een extra suikerbron. We denken ook dat het een optie zou kunnen zijn om de verhakselde toppen te laten drogen op het veld omdat er een mooie voederwaarde in zit. Maar dan moet je zien dat er niet te veel bladmassa verloren gaat.”Volgens Waegebaert liggen er ook mogelijkheden om de hennepteelt te gebruiken in toepassingen die honderd jaar geleden nog lang niet aan de orde waren. ”Zo hebben we op Inagro een proef gedaan waarbij we de toppen gebruikten als voeding voor insecten, meelworm en zwarte soldatenvlieg”, zegt ze. Hoog maar niet highDe nieuwe hennepoogst zal in augustus klaar zijn voor de oogst. “De planten zijn idealiter 2,2 meter bij oogst”, zegt Waegebaert. “Hennep kan tot vijf meter hoog worden, maar dat is te veel van het goede. Al zijn langere halmen wel bruikbaar bij bijvoorbeeld bouwhennep. Textielhennep wordt gemaaid in twee stukken van een meter, en die worden dan parallel gelegd in het veld, zoals bij vlas, en dan gekeerd. Hennep voor de bouw wordt gehakseld, dat is een heel andere manier van oogsten en andere machines.” Hoe wordt hennep kleding?De planten hebben een zeer hoog vezelgehalte. Na het roten – waarbij de stelen in het najaar worden uitgespreid over de grond- wordt de houtachtige kern uit de stelen verwijderd in een ontschorsingsproces. Hierna kunnen de hennepvezels al gesponnen worden, al zal het resultaat vrij ruw zijn. Als men geen industrieel touw maar aangename kledij wil produceren, zijn er dus nog enkele tussenstappen nodig om de stof te verzachten. Tot slot wordt de hennep machinaal tot draden gesponnen, om verder te verwerken. Boze buurmanIs er een speciale vergunning nodig om hennep te zaaien? Waegebaert: “Je moet een teelttoestemming aanvragen bij je verzamelaanvraag, maar als het een ras is dat op de Europese rassenlijst staat, is dat geen probleem. En je moet ook een bordje zetten om het te verduidelijken. Maar het administratieve luik valt goed mee.”Zijn hennepvelden niet de ideale schuilplaats om echte wietplantages in te verschuilen? “Neen, want echte ‘wiet’ maak je met vrouwelijke bloemen”, zegt Waegebaert. “Je wietteelt gaat kapot als je er mannelijke bloemen bij zet. We hebben zo ooit een boze buur gehad die op ons signalisatiebord schreef dat zijn wietplantjes door ons zijn vernield. Er is dus geen gevaar dat mensen in deze velden cannabisplanten zouden verstoppen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-07-22T19:51:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Trailer nieuwe aflevering VILT TeeVee: vanaf zondag 13 juli op PlattelandsTV]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/trailer-nieuwe-aflevering-vilt-teevee-vanaf-zondag-13-juli-op-plattelandstv" />
            <id>https://vilt.be/57663</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In een nieuwe VILT TeeVee ontmoeten we Sebastiaan. Na 17 jaar als tuinaannemer besloot hij zijn kinderdroom waar te maken: boer worden. Verder trekken we naar Koksijde, waar Jean-Baptiste ons rondleidt op het agro-ecologische akkerbouwbedrijf van zijn ouders. Ook veiligheid op de boerderij komt aan bod. We lopen mee met Mieke, preventieadviseur bij Prevent Agri. In Goed Gerief duiken we in de wereld van maaimachines en hoe die in de loop der jaren slimmer, sneller en krachtiger zijn geworden. En ook de Veldloggers zijn terug met een kersverse vlog. Boeiende verhalen uit de Vlaamse land- en tuinbouw: dat is VILT TeeVee, vanaf zondag op PlattelandsTV.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4e9f0236-c27a-4c23-b77b-adb80d92a7c1/full_width_thumb-24.jpg</image>
                        
            <updated>2025-07-28T12:47:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe bossubsidie negeert voorkooprecht voor landbouwers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-bossubsidie-negeert-voorkooprecht-voor-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/57664</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse overheid stimuleert de aanleg van nieuwe bossen via subsidies aan lokale besturen voor de aankoop van gronden. Gemeenten kunnen tot 90 procent van de aankoopprijs terugbetaald krijgen wanneer ze gronden aankopen om te bebossen. In de hernieuwde subsidieregeling ontbreekt echter een belangrijke voorwaarde volgens Boerenbond: gronden in agrarisch gebied hoeven niet eerst aan landbouwers worden aangeboden. “Dat is tegen de afspraken in het regeerakkoord”, stelt de landbouworganisatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bos" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="grond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a18dd5d1-5af2-421f-a802-f117eca775ac/full_width_bosbomen.jpg</image>
                                        <content>Lokale besturen die gronden willen aankopen om nieuwe bossen te realiseren, kunnen rekenen op een forse subsidie van de overheid. Deze maatregel moet Vlaanderen helpen de bosdoelstellingen halen van 10.000 hectare tegen 2030.Ook in de vorige legislatuur werd deze stimulans ingezet, maar het kader moest deze regeerperiode worden vernieuwd. Intussen is daarover een akkoord bereikt binnen de Vlaamse regering. Voor de periode tot eind 2029 is 44,1 miljoen euro voorzien, waarvan 8,2 miljoen euro voor 2025 beschikbaar is. In de voorwaarden staat dat er geen subsidies gegeven worden voor gronden in herbevestigd agrarisch gebied of agrarisch gebied volgens een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), tenzij ze binnen een speciale beschermingszone (SBZ) of het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) liggen.Tegenstrijdig met afsprakenVeel landbouwgronden vallen echter buiten deze categorieën en komen wel in aanmerking voor subsidie. Voor deze gronden werd geen voorkooprecht voor landbouwers verbonden in het nieuwe regelement. Het regeerakkoord stelt nochtans dat dat als overheidsmiddelen worden gebruikt voor grondaankopen voor natuur- of bosrealisatie in agrarisch gebied, deze gronden eerst actief moeten worden aangeboden aan actieve landbouwers. Als er binnen de drie maanden geen kandidaat-koper gevonden wordt, komt deze grond vervolgens in aanmerking voor bosuitbreiding. Echter ontbreekt momenteel nog een wettelijk kader over dit voorkooprecht. “Daarom dreigen de aankoopsubsidies voor lokale besturen hier niet onderhevig aan te zijn”, reageert Boerenbond.“De vrijwaring van het agrarisch gebied van aankopen in functie van natuur en bos was een belangrijk gegeven tijdens de boerenprotesten, het landbouwakkoord en het regeerakkoord. We zijn dan ook zeer bezorgd over deze evolutie”, aldus Lode Ceyssens, voorzitter van Boerenbond. “De regering moet snel werk maken van de wettelijke implementatie van het aankoopbeleid, dat ook geldt voor de lokale besturen. Intussen tijd vragen we dat gemeentebesturen geen aankopen meer doen in agrarisch gebied zodat agrarisch gebied maximaal voor professionele land- en tuinbouw behouden blijft.”</content>
            
            <updated>2025-07-10T16:32:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns kritisch over EU-handelsakkoord met Oekraïne: “Risico op marktverstoringen is reëel”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-kritisch-over-eu-handelsakkoord-met-oekraine-risico-op-marktverstoringen-is-reeel" />
            <id>https://vilt.be/57665</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het herziene handelsakkoord tussen de EU en Oekraïne &nbsp;stemt Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) weinig gerust. In de landbouwcommissie uitte hij zijn bezorgdheid na een vraag van parlementslid An Hermans (N-VA). “Als ik het huidige ontwerp van akkoord leg naast deze Vlaamse aandachtspunten, stel ik helaas vast dat onze bezorgdheden slechts gedeeltelijk zijn meegenomen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="Oorlog Oekraïne" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f2eed075-fb59-49c5-8b17-d44a179988c3/full_width_kip-dierenwelzijn-eu.png</image>
                                        <content>Eind juni bereikten de EU en Oekraïne een principeakkoord &amp;nbsp;over de herziening van hun vrijhandelsakkoord. Vooral voor de invoer van Oekraïense landbouwproducten is dat belangrijk want afgelopen jaren werden onder het tijdelijke handelsakkoord ongekende hoeveelheden geïmporteerd, onder meer uit de pluimveesector. Verhoogde quota, maar einde aan recordhoeveelhedenHet nieuwe akkoord dat nu op tafel ligt, zal een einde maken aan deze recordhoeveelheden. Maar de quota voor Oekraïense tarwe, maïs, suiker, honing, gevogelte en eieren zijn wel verhoogd ten opzichte van het oorspronkelijke vrijhandelsakkoord dat Oekraïne met de EU had voor de Russische invasie. Die markttoegang wordt wel gekoppeld aan de inspanningen die Oekraïne moet leveren rond dierenwelzijn en het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Kiev krijgt daarvoor tijd tot 2028.Tegelijk werd in het princiepsakkoord ook opgenomen dat Europese producenten van pluimvee, varkensvlees en suiker makkelijker toegang zullen krijgen tot de Oekraïense markt. Tot slot werd ook bepaald dat zowel de EU als elke individuele lidstaat vrijwaringsmaatregelen kunnen inroepen indien de markt verstoord zou worden door overmatige import.Het akkoord is nog niet in kannen en kruiken, daarvoor moet de lidstaten eerst nog hun fiat geven. De EU zou hiermee willen landen voor het einde van dit jaar. Solidariteit blijft zonder twijfel essentieel, maar dit mag niet ten koste gaan van onze landbouwers Niet naar Vlaamse wensenHoewel nog niet alle details van het principeakkoord bekend zijn, roept het toch een aantal vragen op bij minister Brouns. Volgens hem is onvoldoende rekening gehouden met de eerder geformuleerde Vlaamse bezorgdheden. “Vlaanderen heeft expliciet gevraagd om de oorspronkelijke quota uit 2016 te behouden en een bindende koppeling met de EU-standaarden in te bouwen. Dat zien we vandaag onvoldoende terug.”Hij wijst op de mogelijke impact op bepaalde Vlaamse sectoren, met name pluimvee, eieren en suiker. Hoewel Vlaanderen het bredere geopolitieke engagement van de Europese Unie steunt om Oekraïne te helpen in zijn economische integratie en wederopbouw, mag dit niet leiden tot een concurrentieel nadeel. “ Zeker niet zolang er geen gelijkwaardige standaarden gelden op het vlak van dierenwelzijn, voedselveiligheid, traceerbaarheid en milieunormen”, klinkt het. “Ook als Oekraïne engagementen opneemt voor 2028, verandert dat niets aan het feit dat we de komende jaren met een structureel ongelijk speelveld geconfronteerd dreigen te worden. Het risico op marktverstoringen is dus reëel.” Vlaanderen moet blijvend investeren in marktmonitoring Blijven aandringenHet is volgens Brouns wel positief dat er ruimte is voor het activeren van vrijwaringsmaatregelen door lidstaten, maar alles staat of valt met de concrete invulling en de toepasbaarheid ervan. “Ik verwacht dat de Europese Commissie duidelijke procedures, snelle interventiemogelijkheden en transparantie bij de beoordeling van marktverstoring zal voorzien”, aldus de minister. “Daarom moet Vlaanderen blijvend investeren in marktmonitoring zodat er een correcte inschatting van de impact op het terrein mogelijk is.”Hij geeft aan dat er nog een lopend proces is waarbij zijn bezorgdheden vanuit de Belgische context op EU-niveau aan bod zullen komen. “Handel is goed, zeker voor Vlaanderen die erg leeft van export, maar er moeten gelijke standaarden zijn. Die ontbreken vandaag nog in bepaalde sectoren. Dit zal ik blijven benadrukken, nationaal én op Europees niveau.”</content>
            
            <updated>2025-07-10T17:15:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns legt plannen voor uitzonderingen op EU-doelen voor aan regering]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-legt-plannen-voor-uitzonderingen-op-eu-doelen-voor-aan-regering" />
            <id>https://vilt.be/57666</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering buigt zich binnenkort over de verschillende uitzonderingsvragen die Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) richting Europa wil sturen. &nbsp;Zo vraagt hij onder meer uitstel voor de waterkwaliteitsdoelen uit de Kaderrichtlijn Water, ruimte om beschermde natuurgebieden te hertekenen, en een soepelere interpretatie van milieuproblemen die mee het gevolg zijn van klimaatverandering. Maar Europa houdt voorlopig de boot af.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9ef09156-89e3-492d-9ecd-ed835e31a52c/full_width_brouns-2-europese-unie.jpg</image>
                                        <content>Zijn beleidsnota’s gaven het al prijs: Brouns wil flexibiliteit krijgen van Europa op sommige natuur- en omgevingsdoelstellingen. Zo wil hij een doelfasering aanvragen op de Europese kaderrichtlijn Water en toestemming krijgen om doelen en grenzen inzake de Speciale Beschermingszones (SBZ) te verschuiven. Doelfasering op kaderichtlijn WaterDe Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) vormt het overkoepelende kader voor het Europees waterbeleid en streeft naar een goede ecologische en chemische toestand in alle waterlichamen tegen 2027. Daarbij geldt het strenge &#039;one out, all out&#039;-principe: een waterlichaam wordt enkel als &#039;goed&#039; beoordeeld als het aan een honderdtal criteria voldoet. Faalt het op één punt, dan krijgt het een negatieve beoordeling. In Vlaanderen haalt momenteel slechts één van de 195 waterlichamen deze doelstelling. Doelstellingen van de Nitraatrichtlijn, die Vlaanderen niet haalt, vormen hiervoor een deel van de verklaring.Vlaanderen wil bij de Europese Commissie nu een gefaseerde aanpak bepleiten, ”met ambities gespreid over meerdere planperiodes”. “Dat garandeert een ambitieus waterbeleid en rechtszekerheid voor economie en samenleving”, stelt Brouns in zijn beleidsnota. Op deze manier wil hij “zo snel mogelijk naar de doelstellingen toewerken”, maar zonder een vergunningenstop te riskeren in 2027.Volgens De Standaard, die inzage kreeg in een nota en verslag van een gesprek tussen Brouns en Eurocommissaris voor Milieu Jessika Roswall, zou Brouns ook willen dat Vlaanderen aan de Europese Commissie erkenning vraagt dat niet alle doelen van de Kaderrichtlijn Water onmiddellijk haalbaar zijn. Ook zou volgens hem een verslechtering van waterkwaliteit niet mogen opgevat worden als dusdanig als die niet veroorzaakt is door de mens, maar door klimaatopwarming. Als de waterkwaliteit slechter zou scoren door bijvoorbeeld uitzonderlijke droogteperiodes of overstromingen. Natuurgebieden hertekenenAls tweede maatwerkaanpassing wil Brouns een verschuiving van specifieke SBZ-H-habitatdoelen en -grenzen voor gebieden waar uit onderzoek blijkt dat de instandhoudingsdoelen door klimaatverandering niet meer haalbaar zijn.Tegen 2050 moet Vlaanderen in SBZ-gebieden een gunstige staat van instandhouding op bepaalde habitattypes, dier- en vogelsoorten bereiken. Eén van de knelpunten daarbij is stikstof die neervalt in deze gebieden. Stikstof heeft een vermestend effect waardoor sommige habitattypes erop achteruitgaan. “Men moet met voldoende flexibiliteit en een open geest naar de natuurdoelen kijken”, zei het kabinet-Brouns hier eerder over. &quot;In sommige gevallen kan de goede staat van instandhouding gewoon niet gehaald worden door een te hoge achtergrondstikstofdepositie, maar ook bijvoorbeeld door droogte en invasieve exoten. Waarom moeten we in de huidige economische context budget steken in doelen die nooit meer haalbaar zijn?” EU geen fan van uitzonderingenIn de vorige legislatuur vroeg minister Zuhal Demir (N-VA) al of bepaalde habitats verplaatst konden worden, maar Europa hield toen het been stijf: geen uitzonderingen, alle lidstaten worden gelijk behandeld.Hoewel er intussen wat administratieve versoepelingen zijn en enkele deadlines voor duurzaamheidsregels zijn uitgesteld, blijft de huidige Europese visie op landbouw en voeding terughoudend tegenover maatwerk. Lokale context en specifieke uitdagingen krijgen daarin weinig ruimte. Ook de Nederlandse vraag naar een nieuwe derogatie op bemestingsnormen viel op een koude steen. Aftredend Nederlands landbouwminister Wiersma (BBB) toonde zich nochtans hoopvol, met verwijzing naar wetenschappelijk bewijs dat de waterkwaliteit onder derogatiebedrijven beter is, maar de EU hield voet bij stuk.Volgens De Standaard bevestigde Roswall de terughoudendheid tegenover uitzonderingen. Aan de doelstellingen van de Green Deal zal niet worden geraakt door de Commissie, “maar de weg erheen wordt wel aangepast met vereenvoudiging”. Ook bij de doelfasering over de waterdoelstelling zou de marge beperkt zijn. “Eerdere voorstellen in die richting zijn afgewezen door lidstaten die inspanningen hebben geleverd om doelstellingen te halen en nu geen versoepeling willen.” Voor de verplaatsing van natuurgebieden zou Roswall verwezen hebben naar het internationale kader, met de verdragen rond biodiversiteit, de habitatrichtlijn en de natuurherstelwet: “de manoeuvreerruimte is beperkt”.Toch zijn er mogelijkheden, gaf professor Europese politiek Hendrik Vos (UGent) hierover eerder mee aan VILT. “Elke lidstaat heeft wel bijzonderheden waarbij ze een uitzondering voor willen vragen. Deze kan de Commissie niet telkens allemaal inwilligen. Maar er zijn zeker kansen als er goed geargumenteerd en onderbouwd kan worden. Dat is in verleden ook al gebeurd”, duidt Vos. “Maar door onze Calimero-reputatie zal het niet gemakkelijk worden.”Maandag zullen alvast de verschillende uitzonderingsopties op de ministerraad besproken worden. “Je moet maar durven”Dat er een uitzonderingspositie aangevraagd moet worden omdat Vlaanderen klein en dichtbevolkt is, vindt Natuurpunt net een extra reden om de omgevingskwaliteit in orde te krijgen. Dat stelt de organisatie in haar nieuwsbrief. “Vorige maand nog stelden we onderzoek voor aan minister Brouns, waaruit blijkt dat natuurherstel rendeert voor onze gezondheid.”Ook Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) ziet dit als reden te meer om een milieuvriendelijker beleid te voeren. “In plaats van maatregelen te nemen waarmee Vlaanderen wél de doelen kan halen, pleit Vlaanderen voor uitstel en afstel. En dat meer dan veertig jaar nadat de nitraatrichtlijn is ingevoerd. Je moet maar durven”, luidt het.“De Commissie heeft door de jaren heen al meerdere keren Vlaanderen op de vingers getikt wegens zijn gebrek aan ambitie en actie”, gaat Benjamin Clarysse van Bond Beter Leefmilieu verder. “Zo werd België vorig jaar nog voor het Hof van Justitie van de EU gedaagd naar aanleiding van het Vlaamse nitraatbeleid. Eind vorig jaar startte diezelfde Commissie een inbreukprocedure tegen ons land wegens gebrekkige implementatie van de kaderrichtlijn water.</content>
            
            <updated>2025-07-10T17:14:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boeren betogen woensdag in Brussel voor “solidair” GLB]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boeren-betogen-woensdag-in-brussel-voor-solidair-glb" />
            <id>https://vilt.be/57667</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers zullen woensdag in de Europese wijk in Brussel betogen, wanneer de Europese Commissie haar voorstellen voor het meerjarig financieel kader 2028-2034 op tafel legt. De Waalse landbouworganisatie FWA verwacht een tweehonderdtal manifestanten. Plannen om met honderden tractoren de hoofdstad plat te leggen, zijn er niet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="boerenprotest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/29eb454e-10f3-4ed1-af73-4aa7809ef964/full_width_fwaboerenprotest.jpg</image>
                                        <content>Landbouworganisaties zoals de Europese Via Campesina vrezen dat de Europese Commissie de portefeuille voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid met een vijfde wil verminderen. Ook zou ze het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling willen centraliseren in één fonds, dat op nationaal niveau beheerd zou worden. Met de betoging willen ze pleiten voor &quot;een ambitieus en solidair&quot; gemeenschappelijk landbouwbeleid, zegt de FWA.De Europese landbouwerskoepel Copa-Cogeca riep al op &quot;tot een sterk engagement voor een gemeenschappelijk landbouwbeleid met een beschermd budget, aangepast aan de inflatie, en beschermd tegen elke vorm van hernationalisering&quot;.&amp;nbsp;Symbolisch kaartenhuisBoerenbond, dat de actie van woensdag niet mee organiseert, voerde in mei al eens actie in de Europese wijk. Toen werd een kaartenhuis gebouwd als symbool voor het landbouwbeleid van de Europese Unie dat volgens de landbouwers als een kaartenhuisje in elkaar dreigt te storten als er niet genoeg budget wordt voorzien.&amp;nbsp;Ditmaal zullen de boeren symbolisch laarzen plaatsen aan de zetel van de Europese Commissie, nadat ze van het Europees Parlement naar het Schumanplein, waar die zetel is, zijn gewandeld.&amp;nbsp;Volgens de Waalse vereniging van jonge landbouwers (FJA) is het niet uitgesloten dat er enkele tractoren zullen zijn, maar het wordt geen optocht van voertuigen zoals in de winter van 2024. Toen waren meer dan duizend tractoren bijeengekomen in Brussel.</content>
            
            <updated>2025-07-14T12:02:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Pacht landbouwgrond op tien jaar met een derde gestegen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pacht-landbouwgrond-op-tien-jaar-met-een-derde-gestegen" />
            <id>https://vilt.be/57668</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een Belgische landbouwer betaalde gemiddeld 343 euro per hectare per jaar aan pacht, de prijs die landbouwers in België moeten betalen om landbouwgrond te huren. Tussen 2013 en 2023 is die prijs met een derde gestegen. Dat meldt statistiekbureau Statbel maandag. Er zijn grote verschillen tussen de provincies.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                        <category term="pachtwet" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fcd48199-2736-408a-bdee-8bd34eea181a/full_width_landbouwgrondhooibalen.jpg</image>
                                        <content>In 2023 betaalde een Belgische landbouwer gemiddeld 343 euro per hectare per jaar voor de huur van geploegde grond en 294 euro per hectare voor grasland. Die bedragen stegen op tien jaar tijd respectievelijk met 33,5 procent en 21 procent. Locatie, locatie, locatieAchter het gemiddelde gaan echter grote verschillen schuil tussen de verschillende landbouwstreken. Op provinciaal niveau is West-Vlaanderen het duurst met geploegde grond die gemiddeld 431 euro per hectare kost en grasland voor gemiddeld 456 euro per hectare. Dit is ruim twee keer zoveel als in de provincie Luxemburg, waar de pacht voor geploegde grond en grasland respectievelijk 208 euro per hectare en 179 euro per hectare bedraagt.Duinen-Polders is de duurste landbouwstreek met geploegde grond die gemiddeld 468 euro per hectare kost en grasland dat gemiddeld 427 euro per hectare kost. De Famennestreek is de goedkoopste landbouwstreek met geploegde grond die gemiddeld 176 euro per hectare kost en grasland van gemiddeld 151 euro per hectare.</content>
            
            <updated>2025-07-14T12:20:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Boerenstiel met Hart en Ziel: Mark Vanlommel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenstiel-met-hart-en-ziel-mark-vanlommel" />
            <id>https://vilt.be/57669</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Mark Vanlommel is bezieler van Het Groentegenot, een CSA-boerderij die&nbsp;voor en samen met de natuur werkt. Na jaren actief te zijn in de traditionele veeteelt, koos Mark bewust voor een andere weg: de biologische tuinbouw. Op zijn veld in Ranst mogen leden zelf hun groenten oogsten, recht uit de grond. Een plek waar landbouw in verbinding staat met mens en natuur.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c19b3ce1-b6c2-4906-be59-2c99c2ce5628/full_width_v2.jpg</image>
                        
            <updated>2025-07-14T14:00:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FAVV aan vakantiegangers: “Breng geen vlees mee uit gebieden met Afrikaanse varkenspest”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/favv-aan-vakantiegangers-let-op-voor-afrikaanse-varkenspest" />
            <id>https://vilt.be/57670</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het federaal voedselagentschap FAVV doet een oproep aan iedereen die binnenkort naar Oost-Europa, Duitsland, Italië, of Griekenland reist om waakzaam te zijn voor de Afrikaanse varkenspest (AVP). Men vraagt om geen varkensvlees mee terug te nemen naar België. AVP is een besmettelijke virusziekte die ongevaarlijk is voor mensen, maar wel zeer dodelijk is voor varkens en wilde zwijnen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="afrikaanse varkenspest" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f649ff0a-c083-4a4b-a96b-47a8dcdc18f9/full_width_avpgedroogdeworst.jpg</image>
                                        <content>België is sinds 2020 vrij van Afrikaanse varkenspest, en wil dat ook zou houden. Midden juni werd op 160 kilometer van de Belgische grens, in het Duitse Noordrijn-Westfalen, een geval van AVP vastgesteld bij een wild everzwijn. Volgens FAVV is de verspreiding naar alle waarschijnlijkheid gebeurd via menselijk handelen. Ook elders in Europa houdt het virus lelijk huis.Hoewel besmet vlees ongevaarlijk is voor mensen, kunnen varkens en everzwijnen wel besmet worden door vleesresten die het virus bevatten. FAVV vraagt met aandrang om geen varkensvlees zoals salami of gedroogde worsten mee terug te nemen naar België. Zelfs bij diepgevroren of gedroogd vlees kan het virus lange tijd overleven. Bovendien mogen etensresten absoluut niet worden weggegooid in de natuur, noch in een niet-afgesloten of overvolle vuilbak op een autowegparking.Voor wie zelf hobbymatig varkens houdt, herinnert FAVV er eveneens aan dat het verboden is om vlees en andere keukenresten aan je dieren te voederen.FAVV&amp;nbsp;richt zich ook specifiek naar jagers die aan jachttoerisme doen. Vooraleer jagers terug in België willen jagen, moeten ze de nodige voorzorgen nemen zodat onze wilde everzwijnen niet in contact komen met varkenspest. Het is daarom belangrijk om het gebruikte materiaal, zoals laarzen, voertuigen en kledij, grondig te ontsmetten.Besmettingen in EuropaHoewel België sinds 2020 virusvrij is, is de situatie in de rest van Europa veel minder gunstig. Zo zijn er talrijke besmettingen in Oost-Europa, Duitsland en Italië. EFSA meldde in mei dat vorig jaar 13 Europese lidstaten getroffen zijn door Afrikaanse varkenspest. Zweden werd recent opnieuw vrij verklaard van de ziekte.&amp;nbsp;Een actuele kaart van de besmettingszones kan men raadplegen via deze link.</content>
            
            <updated>2025-07-14T15:12:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eerste commerciële oogst van zeewier is een feit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eerste-commerciele-oogst-van-zeewier-is-een-feit" />
            <id>https://vilt.be/57671</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor het eerst is er zeewier geoogst op een commerciële schaal van vijf hectare. Dat gebeurde op de boerderij North Sea Farm 1, op de Noordzee tussen de windturbines van het windpark Hollandse Kust Zuid. Zeewier wordt vandaag al gebruikt in onder andere voeding, cosmetica en textiel. Bovendien kan het een beloftevolle piste zijn voor koolstofopslag.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zee" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                        <category term="aquacultuur" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a765e1f3-903d-48b6-8942-bcbeb124ac65/full_width_nsf-2-hero-image.jpg</image>
                                        <content>De zeewierboerderij bevindt zich niet op de bodem van de zee, maar bestaat uit een drijvend netwerk van touwen onder het wateroppervlak. Zo krijgen de planten ondanks het troebele Noordzeewater het nodige zonlicht. Op het touwnetwerk werden in het najaar kleine zeewierplantjes gezaaid, die men nu, een halfjaar later, geoogst heeft. Eef Brouwers van North Sea Farmers, het internationale consortium dat deze boerderij leidt, licht toe. “Het zeewier dat men vandaag gebruikt, is zowat allemaal geïmporteerd zeewier uit Azië, of Europees zeewier via wildoogst uit de natuur. En daar willen we verandering in brengen. Professionele cultivatie brengt namelijk verschillende voordelen met zich mee. Denk aan bijvoorbeeld opschaling van productie en veredeling. Er zijn reeds onderzoekspilots opgestart naar zeewierteelt. Maar een belangrijk verschil met het onze, is dat North Sea Farm 1 is opgezet als een functionele boerderij.”Het oogstproces bij North Sea Farm 1 gebeurt met een speciaal vaartuig dat zorgvuldig tussen windturbines navigeert om volgroeid zeewier te verzamelen uit grote netten van elk 50 bij 3 meter, die stevig aan de zeebodem zijn verankerd. De boerderij strekt zich uit over vijf hectare van de Noordzee.Melk en tandpastaDe glibberige, zilte zeewierplanten lijken waardeloos voor Jan Modaal, maar volgens Brouwers heeft zeewier ook vandaag al diverse interessante toepassingen. “In de landbouw bijvoorbeeld wordt het verwerkt in biostimulanten, wat maakt dat je je kunstmest- en watergebruik kan terugdringen”, zegt hij. “Tegelijk maken deze stimulanten planten resistenter tegen abiotische stress zoals hitte en droogte. Maar buiten de landbouw heeft zeewier ook toepassingen, zoals in de voeding, textiel- en bouwmaterialen of cosmeticaproducten. In tandpasta bijvoorbeeld zit zeewier. Ook in pampers, hoestdrank en koffiemelk.”Volgens Brouwers is de zeewieroogst een primeur, al zeker in Europa. “Een zeewierboerderij op zee, laat staan op een windpark, is niet iets dat je als onderneming zomaar gaat doen, want er zit nog geen business case achter”, zegt Brouwers. Terwijl het wel duidelijk is dat de toekomst van de sector op zee ligt. &quot;Daarom doen wij als belangenbehartiger van de sector zulke hoogrisicoprojecten, deels als bewijsvoering voor wat werkt en wat niet, en deels om professionele spelers te inspireren. Hoewel het dus nog te vroeg is voor ondernemingen om dit zelf te doen, willen we wel laten zien dat er potentie in zit.” WindmolenschildDat de zeewierboerderij zich te midden de turbines van een windpark bevindt, is niet toevallig. “Enerzijds is het best druk op de Noordzee”, zegt Brouwers. “Het is niet reëel om een nieuwe ruimteclaim te gaan leggen op de Noordzee voor een hele nieuwe economische activiteit. Maar bij windparken heb je veel ongebruikte ruimte tussen de turbines. Dus dat is uitstekend voor ons.”“Als tweede reden zijn zeewierboerderijen niet goed zichtbaar op zee, omdat ze zo dicht op de waterlijn zitten. Je hebt altijd het risico dat een behoorlijk schip er over heen vaart, maar dat risico is dus ook een stuk kleiner in een windpark omdat daar geen scheepvaartverkeer is.Bij professionele cultivering, rijst ook de vraag hoe een professionele zeewierboerderij omgaat met andere perikelen dan overvarende schepen. Zijn vraat en ziektes ook een probleem bij deze teelt? “Ongetwijfeld, maar vandaag hebben we er nog geen goed beeld van”, zegt Brouwers. “Vooralsnog zijn dat soort risico’s klein, maar als men de komende tientallen jaren zal opschalen, zal je wel met dat soort uitdagingen te maken krijgen. Bestrijdingsmiddelen lijken me echter wel een no-go. Wij stellen als belangrijke randvoorwaarde dat de teelt duurzaam en in balans met de ecosystemen moet gebeuren.” Het consortium wil dus benadrukken dat meststoffen en gewasbescherming niet nodig zijn, wat van de teelt dus ook een milieuvriendelijk en duurzaam alternatief maakt op vele andere teelten. Het project krijgt daarbij ook financiering van het het Right Now Climate Fund van Amazon, dat twee miljoen euro investeerde. “Een miljoen daarvan gaat naar de boerderij, een ander miljoen gaat naar onderzoek”, zegt Brouwers.Naar het voorbeeld van offshore windparkenDat onderzoek wordt gevoerd door onderzoekers uit verschillende landen. Zij analyseren onder meer de koolstofopname van het zeewier en de impact op de koolstofopslag in het bredere ecosysteem. De resultaten moeten duidelijk maken in hoeverre zeewierboerderijen kunnen bijdragen aan klimaatdoelstellingen en biodiversiteit.&amp;nbsp;“We weten wel dat zeewier nuttig kan zijn voor koolstofopslag, maar we weten niet in welke mate precies”, zegt Brouwers. “En meten is weten, natuurlijk. Willen we deze teelt opschalen, dan zal overheidssteun nodig zijn, en willen we dus ook weten wat deze teelt ecologisch bijdraagt. Het koolstofopslageffect zal per boerderij wel wel vrij bescheiden zijn, omdat het meeste zeewier natuurlijk geoogst zal worden. Maar bij jarenlange productie over meerdere boerderijen, kan er toch sprake zijn van een significant effect.”Brouwers benadrukt dus ook hoe cruciaal overheidssteun zal zijn om deze projecten te ontwikkelen. “Momenteel is het niet rendabel, en dus interesseert de zeewierteelt professionele spelers niet. Maar we kijken heel erg naar het voorbeeld van offshore wind. Die zijn twintig tot dertig jaar geleden ook begonnen met de hulp van productiesubsidies, en hebben zo de nodige ontwikkelingen kunnen maken naar een rendabele sector. Zoiets willen wij ook bereiken in de zee-industrie. Zo kunnen we na vijftien jaar de teelt rendabel maken voor gewone investeerders, en zetten we een opgaande evolutie in gang met innovatie en een verdere kostprijsreductie. We hopen zo een positief investeringsklimaat rond zeewier te creëren.”</content>
            
            <updated>2025-07-14T16:11:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brand bij Horafrost: schade wordt duidelijk, maar toekomst voor telers blijft onzeker]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brand-bij-horafrost-schade-wordt-duidelijk-maar-toekomst-voor-telers-blijft-onzeker" />
            <id>https://vilt.be/57672</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Enkele dagen na de verwoestende brand bij diepvriesgroentebedrijf Horafrost in het West-Vlaamse Staden wordt de omvang van de schade stilaan duidelijk. Een deel van de site lijkt gespaard, waardoor de uitlevering van groenten mogelijk blijft. Maar voor de telers die aan Horafrost leveren, blijft het voorlopig onduidelijk waar hun oogst naartoe kan. &nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="diepvries" />
                        <category term="groente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7c7b7547-e1df-4c32-8920-53fcc434e4c6/full_width_brand-horafrost-zkent-staden.jpg</image>
                                        <content>Afgelopen weekend zorgde een technisch defect aan een machine voor een waar inferno in Horafrost. Het provinciaal rampenplan werd afgekondigd en zo’n 2.700 inwoners moesten even worden geëvacueerd zaterdag. Ondertussen is het vuur geblust en gaat het gewone leven weer verder in Staden.Bij Horafrost wordt de schade echter opgemeten en alles in het werk gesteld om operationeel te blijven. “We hebben onmiddellijk actie ondernomen”, vertelde algemeen directeur Stefaan Naeyaert aan de West-Vlaamse omroep Focus-WTV. “Ongeveer de helft van het bedrijf ligt in as, de schade is enorm. Maar ondertussen zijn we al gedeeltelijk opnieuw operationeel.”In de delen van het bedrijf die gespaard bleven, kunnen de gestockeerde groenten gewoon uitgeleverd worden aan de klanten. In de loodsen die wel door de brand werden getroffen, zullen alle opgeslagen groenten weggevoerd en vernietigd moeten worden.Het aanleveren van verse groenten door landbouwers is voorlopig ook niet mogelijk. “Alles wat binnenkomt, moet binnen het uur verwerkt worden, en daarvoor moet je operationeel zijn”, klinkt het. “Wij hebben wel een zusterbedrijf in Ardooie, dat uiteraard nu wel kan bijspringen om een deel van de productie over te nemen.”Over de verdere gevolgen voor de telers wou het Stadense bedrijf geen verdere toelichting geven aan VILT. In contracten wordt zelden rekening gehouden met dergelijke situaties. Het blijft dus voorlopig onduidelijk of de telers hun oogst nog bij het bedrijf kwijt kunnen, en zo niet, of ze op een vergoeding kunnen rekenen.Diepvriesspeler met meerdere vestigingenIn het familiebedrijf Horafrost worden allerlei verse groenten verwerkt en diepgevroren op vier productielijnen, bestemd voor zowel eigen merken als huismerken. Er werken zo’n 140 mensen in het bedrijf. De familie verwerkt ook aardappelen en fruit voor de diepvriesmarkt. Zo runt ze onder meer het zusterbedrijf Homifreez in Ardooie en is ze medeoprichter van diepvriesfrietproducent Ecofrost in Peruwelz.</content>
            
            <updated>2025-07-17T16:52:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Clarebout in Amerikaanse handen na historische frietdeal met JR Simplot]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/clarebout-in-amerikaanse-handen-na-historische-frietdeal-met-jr-simplot" />
            <id>https://vilt.be/57673</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Amerikaanse voedingsreus JR Simplot neemt de Belgische diepvriesfrietproducent Clarebout Potatoes volledig over. Daarmee verdwijnt één van de grootste Vlaamse familiebedrijven in buitenlandse handen, in een overname die zowel in Vlaanderen als internationaal als historisch kan worden bestempeld. Met Clarebout als Europese pijler heeft Simplot de kaarten in handen om wereldwijd marktleider te worden. “Voor aardappeltelers verandert er op korte en middellange termijn weinig", zegt Christophe Vermeulen, CEO van sectorfederatie Belgapom.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="diepvries" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ddf07278-d479-4d0b-aafd-b7385b1848b8/full_width_aardappelverwerkingagristo.jpg</image>
                                        <content>Vorige maand raakte bekend dat Clarebout verschillende pistes onderzocht om voet aan de grond te krijgen in de Verenigde Staten. Een samenwerking met de Amerikaanse topspeler JR Simplot werd daarbij genoemd als één van de opties. Afgelopen weekend werd uiteindelijk duidelijk dat het om een volledige overname van Clarebout gaat.Historische miljardendealClarebout houdt de lippen traditioneel stijf op elkaar als het over de interne keuken van de deal gaat. Zo werd geen overnamebedrag meegedeeld. Kranten als De Standaard en Het Nieuwsblad spreken van een prijskaartje van zo’n vier miljard euro, schulden inbegrepen.De verkoop volgt op enkele topjaren voor de aardappelsector. Tegelijk heeft de sector een uitdagende periode voor de boeg. Een ideaal moment, moet Clarebout gedacht hebben, om zijn miljardenbusiness van de hand te doen. De verkoop behoort zonder twijfel tot de grootste industriële overnames ooit in Vlaanderen. In één generatie naar de wereldtopClarebout Potatoes kende een opmerkelijk groeitraject. Oorspronkelijk richtte de familie Clarebout zich op het sorteren en verhandelen van verse aardappelen. In 1988 gooide zoon Jan het roer om en richtte hij zich op diepvriesverwerking. In Nieuwkerke, een dorp in de Westhoek, bouwde hij een oude textielfabriek om tot een frietfabriek. Enkele jaren later volgde een tweede site in het Waalse Waasten. Het succes van Clarebout zette zich stevig door met de opening van een nieuwe fabriek in Duinkerke vorig jaar. Recent raakte ook bekend dat er een vestiging in China in aanbouw is.Eind 2022 sloeg Clarebout nog een grote slag met de overname van sectorgenoot Mydibel. En niet veel later stapte het via zijn investeringsvehikel Peruna ook in bij Pomuni, actief in de markt van verse aardappelen.In nog geen vier decennia jaar bouwde “de godfather van de Belgische aardappelindustrie” zijn familiebedrijf uit tot een wereldspeler in de diepvriesaardappelproducten. In Europa is Clarebout de grootse en wereldwijd moet het enkel het Canadese McCain en het Amerikaanse Lamb Weston laten voorgaan. Er zijn geen recente omzetcijfers bekend, maar de krant De Tijd schat de omzet op 1,5 miljard euro omzet. Daarmee is of was Clarebout Potatoes één van de grootste privébedrijven van het land. &amp;nbsp; Wie is JR Simplot?JR Simplot is wereldwijd een veel grotere speler dan Clarebout in de agrovoedingssector. Het Amerikaanse bedrijf telt naar schatting 13.000 werknemers en zou een omzet halen van 11 miljard dollar. De gigant focust zich daarbij niet alleen op aardappelproducten, maar is actief in diverse domeinen: van zaden en meststoffen tot veeteelt en de productie van verschillende voedingsproducten.Toch vertonen de Amerikaanse en Belgische bedrijven ook gelijkenissen. Beiden zijn private familiebedrijven die vanuit het niets zijn begonnen en uitgroeiden tot wereldspelers in de voedingsindustrie. Die gedeelde achtergrond benoemt Jan Clarebout ook bij de aankondiging van de overname: “Simplot begon, net als Clarebout, vanaf nul en is erin geslaagd om te groeien terwijl het trouw bleef aan essentiële principes zoals respect voor mens en planeet.”En hoewel JR Simplot vandaag een breed agro-industrieel concern is, liggen de wortels nog altijd in de aardappelsector. Oprichter John Richard Simplot koesterde een grote liefde voor de aardappel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij de grootste producent van verse aardappelen in de Verenigde Staten. Hij wordt bovendien beschouwd als één van de pioniers in de sector: zo stond hij mee aan de basis van de ontwikkeling van diepvriesfrieten.Voor het Amerikaanse bedrijf was Europa echter nog een blinde vlek op de kaart van de aardappelverwerking. Met Clarebout haalt het bedrijf in één klap de Europese nummer één in huis. Als de deal door de concurrentiewaakhond goedgekeurd wordt, zou JR Simplot de absolute wereldleider kunnen worden. GroeivertragingAanvankelijk circuleerden nog geruchten dat het over een alliantie tussen JR Simplot en Clarebout ging, maar uiteindelijk verkoopt de Belgische frietproducent zijn bedrijf dus volledig. “We hadden op eigen krachten kunnen doorgaan, maar de economische realiteit van de wereld en rationeel inzicht hebben ons samengebracht. Het is een keuze voor de toekomst en een duurzame toekomst”, verklaart Jan Clarebout.Die economische realiteit is er één van toenemende consolidatie in de agrovoedingssector en een markt van diepvriesaardappelproducten die steeds internationaler wordt. De hoogconjunctuur van de voorbije jaren heeft plaats gemaakt voor een groeivertraging, onder meer door toenemende concurrentie uit Azië.De overname herschikt ook de machtsverhoudingen op onze markt, waarbij de andere West-Vlaamse friettopper Agristo nu als grootste onafhankelijke Vlaamse groep zal moeten opboksen tegen de veel grotere JR Simplot. De telers hoeven zich geen zorgen te maken dat de productie hier zou wegvallen door de overname Gevolgen voor aardappeltelers“Op korte en middellange termijn zal er weinig veranderen voor aardappeltelers. De contracten zijn afgesloten en Clarebout blijft als bedrijf bestaan”, zegt Christophe Vermeulen, CEO van de sectorfederatie van de aardappelhandel en -verwerking Belgapom. Hij wijst erop dat in de officiële communicatie werd benadrukt dat de overname het behoud, en zelfs een versterking van de Clarebout-productie op Europese bodem tot doel heeft.“Simplot heeft nog geen enkele activiteit in Europa en beschouwt Clarebout als zijn Europese poot in de regio met de beste knowhow, beste telers en beste aardappelen. Er is dus geen reden om aan te nemen dat het bedrijf Clarebout zou willen ontmantelen”, aldus Vermeulen.Hij verwacht ook geen verhuis van de productie naar andere Europese regio’s waar de regelgeving rond het telen soepeler zou zijn. “Het is economisch altijd het interessantst om aardappelen zo dicht mogelijk bij de fabriek te telen. En die fabrieken liggen in België en Noord-Frankrijk. De telers hoeven zich dus geen zorgen te maken dat de productie hier zou wegvallen door de overname.”Verder benadrukt hij dat hij geen glazen bol heeft, maar verwacht dat Clarebout later samen met Simplot nog bijkomende toelichting zal geven. Deze mikken erop om de overname tegen het einde van het jaar af te ronden.</content>
            
            <updated>2025-07-14T17:37:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[66 miljoen per jaar “te weinig” voor Blue Deal, stellen critici]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/66-miljoen-per-jaar-te-weinig-voor-blue-deal-stellen-critici-en-natuurpunt" />
            <id>https://vilt.be/57674</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen trekt met de nieuwe Blue Deal 330 miljoen euro uit om Vlaanderen beter te wapenen tegen droogte en overstromingen. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) wil dat onder meer doen via lokale samenwerking en een betere sponswerking van het landschap. Maar ondanks het hogere budget vrezen organisaties als Natuurpunt dat het bedrag ruim onvoldoende is om de ambitieuze doelen waar te maken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6e9c2f35-74bf-4563-ad1a-22410619aa5f/full_width_headerimage-1600-4c96663a574e8247d3dd22698cbade29.png</image>
                                        <content>Natuurpunt stelt dat de Vlaamse regering de ernst van de situatie miskent. “Sinds 2018 kampten we met vijf extreem droge zomers, en dan waren er de afgelopen jaren nog de overstromingen in de Westhoek en de Denderstreek. En gisteren, dag op dag vier jaar geleden, richtte een waterbom in de vallei van de Vesder in Wallonië een ongekende ravage aan met 39 doden. Terwijl de gevolgen van de klimaatverandering steeds duidelijker worden, blijft het budget voor deze Blue Deal ontoereikend”, aldus de natuurorganisatie.Robin Verachtert, beleidsmedewerker van Natuurpunt, noemt het voorziene budget voor de Blue Deal een bedrag dat nauwelijks volstaat voor de lopende rekeningen. “Laat staan voor nieuwe, structurele oplossingen om ons weerbaarder te maken”, klinkt het. “Dat is onbegrijpelijk in een tijdperk waarin investeren in een robuust watersysteem geen kost, maar een absolute noodzaak is.”De nieuwe Blue Deal van minister Brouns werd maandag goedgekeurd op de ministerraad. De oorspronkelijke Blue Deal was één van de paradepaardjes van Brouns’ voorganger Zuhal Demir (N-VA). De vorige Vlaamse regering kende het plan een half miljard toe, maar daarvan was er 343 miljoen euro afkomstig van de Europese coronasteun. Van die steun is er nu geen sprake meer, en dus kan het budget van vorige legislatuur niet worden geëvenaard. De nieuwe Blue Deal moet het voorlopig stellen met 330 miljoen euro. Dit blijft wel meer dan aanvankelijk voorzien, want oorspronkelijk was er slechts 285 miljoen begroot. Waar gaat het over?Centraal in de nieuwe Blue Deal staan de ‘sponsdoelen’. Dat zijn concrete en meetbare doelstellingen die bepalen hoeveel water een gebied moet kunnen vasthouden, infiltreren en bufferen om Vlaanderen beter te beschermen tegen droogte en overstromingen. Per gebied wordt aangegeven hoeveel hectare infiltratie, hoeveel kubieke meter buffercapaciteit of hoeveel hectare peilgestuurde drainage nodig zijn. “Zo worden grote ambities vertaald naar duidelijke en haalbare cijfers per vallei en regio, als basis voor een concreet, effectief en gebiedsgericht waterbeleid”, meldt VMM.Brouns zet zijn stempel op de nieuwe Blue Deal met een extra nadruk op draagvlak en samenwerking, via de oprichting van ‘gebiedscoalities’. Voor deze coalities is 49,7 miljoen euro van het totale Blue Dealbudget voorzien. Gebiedscoalities zijn samenwerkingsverbanden tussen lokale overheden, waterbeheerders, landbouwers, natuurorganisaties, bedrijven en andere partners. Zo kunnen diverse betrokken partijen samen een visie uitwerken en acties op elkaar afstemmen voor de waterkwaliteit en de ‘sponswerking’ van het landschap.Naast sponswerking zet de nieuwe Blue Deal ook in op een betere bescherming van grond- en drinkwater via onder meer sanering van verontreiniging en een ‘robuuste vergunningverlening’. Er zal ook worden geïnvesteerd in hergebruik van regen- en afvalwater en circulaire toepassingen in industrie en landbouw. Voor de gemiddelde consument is vooral de hervorming van de waterfactuur relevant. Die wordt aangeprezen als een hervorming die ‘rechtvaardig is en verbruik verantwoordt’. Tot slot bevat de Blue Deal ook een luikje over waterbeleving, zoals recreatie aan en op open water. Miljarden in waterzuiveringHet kabinet-Brouns wijst erop dat de Blue Deal deel uitmaakt van een totaalinvestering van 3,5 miljard euro in beter waterbeleid. Zo zullen er 150 miljoen euro aan werken gebeuren aan onbevaarbare waterlopen. Naar de bevaarbare waterlopen gaat er 808 miljoen euro.Maar het gros van deze 3,5 miljard euro gaat naar waterzuivering. Enerzijds zien we een investering van 1,2 miljard euro voor waterzuivering via Aquafin, anderzijds krijgen lokale besturen 1,1 miljard euro steun om hun rioleringsnetwerk aan te pakken. “Daarvan is 500 miljoen euro extra budget voorzien op voorstel van minister Brouns”, meldt het kabinet.“We doen vandaag al heel wat”, zegt minister Brouns. “Maar de noden blijven groot. Daarom zal ik bij de begrotingsbesprekingen in september aandringen op extra middelen, zodat we nog meer kunnen realiseren op het terrein.”Ook de diverse ‘strategische gebieden’ krijgen een extra geldinjectie. Dat zijn gebieden waar in het verleden Vlaamse investeringsprogramma’s werden opgestart rond waterbeheersing of herstel van natte natuur. Het gaat meestal om gebieden met een lange historiek van wateroverlast. Vaak gaat het hier om de aanleg van natte natuur en de aankoop van woningen die kwetsbaar zijn voor overstroming. Brouns vraagt extra budgetVolgens N-VA-parlementslid Andy Pieters ligt de focus van de nieuwe Blue Deal wel juist, maar ook hij schaart zich achter de mening van Natuurpunt dat er te weinig budget wordt voorzien. Bovendien vindt Pieters dat de minister &quot;koppelkansen heeft gemist&quot;. &quot;Zo kan hij het miljard euro natuurherstelgeld uit het stikstofakkoord nog activeren voor natte natuur en veenherstel in talloze gebieden in Vlaanderen. Ik ga ervan uit dat hij die kansen nog ten volle grijpt zodat de Blue Deal 2.0 op volle kracht kan komen&quot;, reageert Pieters. De echte test voor de Blue Deal komt dit najaar, wanneer minister Brouns tijdens de begrotingsopmaak extra middelen moet vinden en de regering kan tonen dat ze de oproep van wetenschappers en middenveld ernstig neemt Parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) verwijst naar experten die oordelen dat er veel meer investeringen nodig zijn om Vlaanderen voor te bereiden op de toekomstige uitdagingen. &quot;Professor Patrick Willems van de KU Leuven stelt dat minstens 100 tot 150 miljoen euro per jaar nodig is om ons te wapenen tegen klimaatextremen. Met 66 miljoen euro per jaar voor Blue Deal 2.0 blijven we ver onder dit minimum&quot;, benadrukt Schauvliege.Robin Verachtert van Natuurpunt wijst er wel op dat er nog hoop is voor het nieuwe waterplan. “De test voor deze Blue Deal volgt in het najaar, wanneer minister Brouns tijdens de begrotingsopmaak op zoek moet naar extra middelen en de regering kan tonen dat ze de roep van wetenschappers en het middenveld alsnog ernstig neemt”, stelt hij.Het kabinet-Brouns bevestigt dat. Bij de begrotingsbesprekingen in september wil de minister meer geld in de wacht slepen.</content>
            
            <updated>2025-07-15T14:23:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Langverwacht Beleidsplan Ruimte Vlaanderen geeft betonstop vorm met 30.000 hectare extra voor landbouw en natuur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/langverwacht-beleidsplan-ruimte-geeft-betonstop-vorm-met-30000-hectare-extra-voor-landbouw-en-natuur" />
            <id>https://vilt.be/57675</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering heeft maandag de conceptnota van het langverwachte Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goedgekeurd. Dat meldt minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v). Volgens het plan komt er 30.000 hectare extra open ruimte bij, gelijk verdeeld over landbouw en natuur. Tegen 2050 moet de verhardingsgraad opnieuw het niveau van 2015 bereiken, met minstens 20 procent minder verharding in zonevreemde bebouwing. Landbouworganisatie Boerenbond vraagt wel meer duidelijkheid over hoe het behoud van agrarisch gebied gewaarborgd blijft.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="open ruimte" />
                        <category term="grond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/049e4a76-e9fa-49da-b831-4dfb37a67810/full_width_ruimteverstedelijking.jpg</image>
                                        <content>Het Beleidsplan Ruimte biedt een antwoord op wat volgens critici ontbrak bij de goedkeuring van de bouwshift in 2022. De oppositiepartijen vroegen toen om een concrete visie op ruimtelijke ordening, met als doel om de inname van open ruimte tegen 2040 volledig stop te zetten, zonder daarbij de noden voor industrie, landbouw en wonen te negeren.15.000 hectare landbouwgrond extraDie visie is nu in opmaak. De eerste stap in het Beleidsplan is de conceptnota, die de hoofdlijnen van het toekomstige ruimtelijke beleid vastlegt. In de nota zijn 46.000 hectare braakliggende gronden met een harde bestemming opgenomen. Daarvan blijft 16.000 hectare bestemd voor industrie, wonen of recreatie. 15.000 hectare wordt natuur, en nog eens 15.000 hectare wordt landbouwgrond.“Juridisch gezien kan deze ruimte vandaag nog altijd verhard worden”, zegt minister Brouns over de braakliggende gronden. “Maar wij kiezen ervoor om dat niet te doen. We willen onze schaarse open ruimte maximaal vrijwaren. Geen bijkomend ruimtebeslag meer. Met dit plan zetten we onze visie eindelijk scherp. Daarnaast zullen we ook ruim kunnen voldoen aan de extra ruimte voor bedrijvigheid.”450.000 woningenHoewel er volgens de bouwshift tegen 2040 geen bijkomende ruimte mag worden ingenomen, stelt de conceptnota dat er tegen 2050 nog 450.000 woningen kunnen worden gecreëerd. Dat moet dan zoveel mogelijk gebeuren in dorps- en stadskernen, bovenop bestaande gebouwen, bijvoorbeeld boven winkels, en op leegstaande sites. Er worden nu studies opgestart om te bepalen welke gebieden het meest geschikt zijn voor natuur of landbouw. Daarvoor komt er een maatschappelijk debat met lokale besturen, adviesraden, het middenveld en burgers. Op basis daarvan kan er een definitief Beleidsplan worden opgesteld. Eigenaars van herbestemde gronden zullen worden gecompenseerd.Minister Brouns noemt het beleidsplan “de grootste herbestemming sinds 1997.” “We bouwen nog te vaak op plekken waar dat eigenlijk niet meer kan”, zegt hij in een mededeling. “Dat weten we al lang. Maar weten is niet genoeg. Vandaag kiezen we ervoor om ook echt te doen.”Boerenbond mist duidelijkheidHoewel het Beleidsplan op het eerste gezicht gunstig lijkt voor landbouw en natuur, ziet Boerenbond nog belangrijke aandachtspunten. De organisatie is tevreden dat 15.000 hectare harde bestemmingen naar landbouw verschuiven, maar vermoedt dat het in de praktijk vooral gaat om gronden die nu al in landbouwgebruik zijn. Ze waarschuwt bovendien dat de Vlaamse regering voldoende middelen moet vrijmaken om eigenaars correct te compenseren voor deze herbestemmingen. Ook het feit dat zo’n 20.000 hectare aan landbouwactiviteiten in groene bestemmingen bij voorkeur zouden moeten uitdoven of onder passend beheer komen, baart de organisatie zorgen.Maar Boerenbond mist vooral duidelijke doelstellingen en voldoende garanties voor het beschermen en behouden van het agrarisch gebied voor land- en tuinbouwactiviteiten.&amp;nbsp;&quot;We zullen dan ook blijven aandringen op een juridische verankering van een ruimtebalans met hectaredoelstellingen&quot;, meldt de organisatie. &quot;Parallel is er nood aan een adequaat en actief&amp;nbsp;grondbeleid om het agrarisch gebied ook effectief in landbouwhanden te brengen en te houden en om het zonevreemd gebruik in het buitengebied terug te dringen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-29T17:01:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tegenvallende oogst weegt op Nederlandse tulpenexport]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tegenvallende-oogst-weegt-op-nederlandse-tulpenexport" />
            <id>https://vilt.be/57676</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nederlandse groothandels in bloemen en planten hebben het afgelopen halfjaar minder tulpen verkocht aan het buitenland dan een jaar eerder. Dat meldt de Vereniging van Groothandelaren in Bloemkwekerijproducten (VGB). Ook viel de afzet van planten de afgelopen tijd tegen door de hoge temperaturen in Europa.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/543a3260-fbcd-4c88-ab93-b78278bf1364/full_width_tulpenveld.jpg</image>
                                        <content>De Nederlandse bloemenbranche verkocht de eerste zes maanden van dit jaar in totaal 6 procent minder snijbloemen aan het buitenland, de export van planten steeg licht met 1 procent. De totale waarde van de bloemen- en plantenexport is wel gestegen, met 2,7 procent tot bijna 4,2 miljard euro.&quot;Vooral de tulpenvolumes blijven achter bij die van vorig jaar&quot;, licht VGB-directeur Matthijs Mesken toe. Er waren veel minder tulpen, wat volgens hem te maken heeft met de slechte oogst van tulpenbollen vorig jaar.Ook werd de afzet van planten de afgelopen weken &quot;bemoeilijkt door het warme weer in Europa, waardoor planten langer in het tuincentrum blijven staan&quot;, voegt hij eraan toe.</content>
            
            <updated>2025-07-17T10:52:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FAVV roept op tot alertheid na vondst dode Japanse kevers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/favv-roept-op-tot-alertheid-na-vondst-dode-japanse-kevers" />
            <id>https://vilt.be/57677</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het federaal voedselagentschap FAVV roept op tot alertheid nadat in ons land twee dode exemplaren van de Japanse kever zijn aangetroffen. Die exoot kan enorme ravage aanrichten in in de landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="invasieve exoten" />
                        <category term="schade" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c6496d6c-edce-4487-891b-97171f819c59/full_width_japansekever3.jpg</image>
                                        <content>Een eerste dode exemplaar van de Japanse kever werd aangetroffen in een magazijn van een bedrijf. Bij een inspectie die daarop volgde werd een tweede dode kever aangetroffen tussen metalen die recentelijk geleverd waren door een bedrijf in het besmette gebied in Noord-Italië.Alle hens aan dekHoewel het om dode kevers gaat, neemt het FAVV de vaststelling zeer ernstig. De Popillia japonica is een schadelijke exoot die op de lijst van prioritaire quarantaineorganismen van de Europese Unie staat. Dat betekent dat er verplicht maatregelen moeten worden genomen om de verspreiding te voorkomen.Het FAVV zal de komende maanden toezicht houden in de omgeving van het bedrijf. Zo zijn er verschillende vallen geplaatst. Tot nu toe zijn daar geen andere exemplaren aangetroffen.FeromoonvallenElders in België worden jaarlijks feromoonvallen ingezet op 40 strategische locaties om de introductie van deze keversoort tijdig op te sporen en te voorkomen dat zich een populatie vestigt. Deze vallen worden gedurende het volledige vliegseizoen van de kever gecontroleerd, van begin juni tot eind september.Klein beestje, grote vraatzuchtDe Japanse kever is sinds 2014 aanwezig in Italië en sinds 2017 in Zwitserland. Het volwassen insect is ongeveer 1 centimeter groot en herkenbaar aan zijn metaalgroene kop en koperkleurige dekschilden. Hij kan gemakkelijk met het blote oog worden waargenomen en zonder gevaar met de hand worden gevangen. De Japanse kever wordt vaak verward met andere keversoorten die in België voorkomen, zoals de rozenkever of de meikever. De Japanse kever heeft vijf opvallende plukjes witte borstelharen aan weerszijden van het achterlijf, plus twee aan het uiteinde.De exoot vormt een ernstig risico voor de landbouw, de sierteelt en de natuur. De insecten planten zich snel voort en veroorzaken grote schade waar ze zich vestigen. Volwassen kevers voeden zich met bladeren, bloemen en vruchten van meer dan 400 plantensoorten, waaronder maïs, druiven, aardbeien, rozen en diverse loofbomen. De larven voeden zich met graswortels en kunnen schade toebrengen aan graslanden, sportvelden en gazons.Ze verspreiden zich vooral via menselijk transport, zo komen ze via voertuigen of goederen, zoals kampeermateriaal en bagage, mee uit besmette gebieden. De larven kunnen ook aanwezig zijn in de grond of in bijvoorbeeld potgrond van potplanten.In de Verenigde Staten komt de kever al sinds 1916 voor. Daar wordt jaarlijks voor honderden miljoenen dollars schade geregistreerd. Wat te doen bij een vermoeden?Professionals die denken een Japanse kever te hebben gezien of gevangen, worden gevraagd dit zo snel mogelijk te melden aan de&amp;nbsp;lokale controle-eenheid&amp;nbsp;van het FAVV via het&amp;nbsp;meldingsformulier. Consumenten kunnen dit doen via de app ObsIdentify of via&amp;nbsp;www.waarnemingen.be. Wanneer de app de kever op basis van de ingevoerde foto herkent als de Japanse kever, wordt het FAVV automatisch verwittigd en volgt er een verdere opvolging van de melding. Kennis en snelle actie zijn cruciaal om te vermijden dat de soort zich in ons land vestigt.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-08-12T09:03:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse melkveehouders vinden landbouwrust in Wallonië: “Enige bezwaar kwam van een Vlaming”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-melkveehouders-vinden-landbouwrust-in-wallonie-enige-bezwaar-kwam-van-een-vlaming" />
            <id>https://vilt.be/57678</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vijfentwintig jaar geleden verruilden Dirk Van Den Haute en Christel Jochems Vlaanderen voor Wallonië. “Onze broers namen het ouderlijk bedrijf over, waardoor we zelf op zoek moesten naar een extern over te nemen landbouwbedrijf”, vertellen ze. Vandaag baten ze een melkveehouderij met 285 melkkoeien uit in het Luxemburgse Gouvy. De vergunning voor hun recentste staluitbreiding kwam er na lang wachten uiteindelijk door. “Alleen een Vlaming, die hier een vakantiehuis heeft, diende bezwaar in.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="mest" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c4739b1a-94bf-41ec-9e80-127d159fdc45/full_width_familie-van-den-haute-en-jochems-melkveebedrijf-in-de-ardennen-gouvy.jpg</image>
                                        <content>Zomerreeks 2025: Vlaamse boeren over de taalgrensIn deze zomerse artikelenreeks trekken we naar het zuiden van ons land, op zoek naar Vlaamse boeren die hun geluk zijn gaan beproeven in Wallonië. Sommigen zochten meer ruimte, anderen betaalbare grond of rust. Het levert een reeks boeiende verhalen op over verhuizen, aanpassen en boeren over de taalgrens heen.&amp;nbsp; De velden van het glooiende landschap rondom Gouvy, een gemeente in Luxemburg, worden begraasd door runderen van allerlei rassen. De streek in de Ardennen staat bekend om haar extensieve veehouderij. Het bedrijf van Dirk Van Den Haute en Christel Jochems is een uitzondering op deze regel. Sinds enkele jaren houden ze de koeien op stal. En anders dan de rundveehouders in de regio hebben zij melkkoeien. “Het was onpraktisch om onze koeien meerdere malen per dag naar de weiden te brengen”, verklaren vijftigers.Dirk uit Ninove en Christel uit Vlimmeren in de Noorderkempen leerden elkaar kennen tijdens hun studies Graduaat Landbouw aan het Hoger Instituut voor Kempen (HIK), tegenwoordig Thomas More. Hun droom: samen melkveebedrijf starten. Maar omdat hun ouderlijke bedrijven deels waren overgenomen, moesten ze uitwijken. Grond was vier keer zo goedkoopOp zoek naar een externe bedrijfsovername kwam het echtpaar al snel op het idee van Wallonië. “Hier lagen de kosten voor het melkquotum en grond veel lager waardoor een overname makkelijker was”, verklaren ze. Ze stuitten uiteindelijk op een verouderd bedrijf in Gouvy met 100 melkkoeien en 25 hectare grond, die ze kochten voor 5.000 euro per hectare. “In Vlaanderen lagen de grondprijzen toen al op 20.000 euro”, herinnert Dirk zich.Ondertussen zijn de grondprijzen in de regio vervijfvoudigd, maar nog steeds een pak lager dan in Vlaanderen. “De bodem is hier minder vruchtbaar, en het is gemiddeld 5 graden kouder. Dat vertraagt het groeiseizoen”, legt Christel uit. “We missen vaak een snede gras, en bij maïs is het risico op vorst in het najaar groter.”Wennen aan grond, klimaat en taalDe aanpassing aan de Waalse omstandigheden verliep niet zonder slag of stoot. “We hebben tien jaar geprobeerd maïs te telen, maar in acht van die jaren leverde dat niets op”, vertelt Dirk. Ze stapten tijdelijk over op aanvoer uit Vlaanderen, maar nemen de teelt sinds kort weer zelf op vanwege stijgende transportkosten. “Door de klimaatverandering slagen we er tegenwoordig meestal wel in om te oogsten, al blijft de opbrengst beperkt.”Ook sociaal en cultureel vergde de verhuizing aanpassing. “De taalbarrière was pittig, en het gemis aan familie en vrienden groot. Maar het dorp ontving ons warm. De vorige eigenaars, twee broers uit een grote dorpsfamilie, nodigden ons meteen uit voor de zomerkermis-BBQ, wat hielp om snel een netwerk op te bouwen”, zegt Dirk, die inmiddels actief is in de lokale feestraad. Houten bekleding als belangrijke voorwaarde voor vergunningZo’n 250 melkkoeien lopen rond in een hoge, open serrestal die is uitgerust met grote ventilatoren, allemaal dit jaar geïnstalleerd. Daarmee hopen de melkveehouders de knutten af te schrikken en een herhaling van de blauwtonguitbraak van vorig jaar te vermijden. “Dat heeft ons toch veel melk gekost”, vertelt Dirk die gemiddeld 10.500 liter per koe haalt en levert aan LDA.De nieuwe melkveestal is aan de buitenkant afgewerkt met houten panelen. Het was één van de weinige eisen die de provincie stelde bij de vergunningsaanvraag in 2020. Deze vergunningsaanvraag werd pas na een hele poos goedgekeurd. “Het had niets te maken met milieutechnische redenen, maar wel met een Vlaamse buur die niet akkoord was. Hij heeft niet enkel bij de gemeente klacht ingediend, maar ook bij de bevoegde ministers. Dat zorgde voor verontwaardiging in het dorp. De rest van de gemeenschap steunde ons”, vervolgt Dirk.Het voorval typeert volgens hem het landbouwklimaat in Wallonië. “In tegenstelling tot Vlaanderen zijn de mensen hier nog erg landbouwgezind en legt ook de politiek weinig beperkingen op”, zegt Dirk. Dat heeft volgens hem te maken met de ruimtelijke ordening. “Veel mensen wonen hier op het platteland en daar zijn de boeren een integraal onderdeel van.” &amp;nbsp; In tegenstelling tot Vlaanderen zijn de mensen hier nog erg landbouwgezind en legt ook de politiek weinig beperkingen op Geen mestoverschot, geen stikstofcrisisVan een stikstofcrisis is in Wallonië geen sprake. “Het is hier helemaal geen issue”, vertelt Christel. Vijfentwintig jaar na hun emigratie naar Wallonië volgen de boeren het Vlaamse landbouwnieuws nog op de voet. Christels broer Bart Jochems, melkveehouder in Vlimmeren, werd recent nog hard getroffen door het stikstofarrest. “Zijn vergunningsaanvraag voor een nieuwe stal zat in de laatste fase toen alles werd stilgelegd. Hij was daar zwaar van aangedaan.”Een jaar geleden getuigde de Kempense melkveehouder in VILT over de impact van het verkorte mestseizoen op zijn ruwvoerproductie. Door de aanhoudende regen was het in het voorjaar lange tijd onmogelijk om mest uit te rijden. Vlaamse landbouworganisaties pleitten daarom, tevergeefs, voor een verlenging van het mestseizoen op gras met twee weken na 15 augustus.Wallonië heeft een veel soepelere regelgeving. “Hier mag er standaard mest uitgereden worden tot 15 september”, vertelt Christel. Van een mestoverschot is in hun regio geen sprake. “Integendeel, er is een groot tekort aan dierlijke mest. Onze mest wordt opgehaald door andere boeren, en dit jaar moesten we zelfs kandidaten weigeren omdat de put leeg was.” Nog een opmerkelijk verschil met Vlaanderen: een systeem van nutriëntenemissierechten (NER&#039;s) bestaat in Wallonië niet. Waar de Vlaamse regeringen met verschillende Mestactieplannen sinds de jaren negentig nutriëntenuitspoeling naar het oppervlaktewater probeert tegen te gaan, kent de provincie Luxemburg pas sinds 2006 de plicht om mest op te slaan in de wintermaanden. “Daarvoor mocht je de mest ook in de winter uitrijden over het veld”, vertelt Dirk.Ook veel stoppende veehouders in WalloniëToch gaat ook in Wallonië het aantal landbouwbedrijven achteruit. “Vooral kleine bedrijven met verouderde infrastructuur verdwijnen. De investeringen voor een overnemer om ze toekomstbestendig te maken zijn vaak te groot”, zegt Dirk. “In veel gevallen wordt de veehouderij op deze landbouwbedrijven stopgezet en zet de boerenzoon of -dochter de akkerbouw in bijberoep voort.”Zelf breidden Dirk en Christel recent nog uit, maar verdere groei staat voorlopig niet op de planning. “Met 285 melkkoeien zitten we nog onder de drempel van klasse I. Bij uitbreiding tot meer dan 499 dieren komen we in klasse I terecht, en dan zijn de vergunningsvoorwaarden een pak strenger.” Volgende generatie op komst?Zoon Bert werkt als zelfstandige mee op het bedrijf. “Hij wil later zeker mee instappen maar er is nog wat voorbereidend werk voor nodig. En mocht hij of zijn partner interesse hebben, kunnen we denken aan een korteketenactiviteit. Het is hier een toeristische streek met veel campings. Nu in het hoogseizoen wordt er meer Nederlands dan Frans gesproken”, besluit Christel met een knipoog.</content>
            
            <updated>2025-08-11T20:54:28+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Omgevingsvergunning Brussels Airport vernietigd, maar niet vanwege stikstof]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/omgevingsvergunning-brussels-airport-vernietigd-maar-niet-vanwege-stikstof" />
            <id>https://vilt.be/57679</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft de nieuwe omgevingsvergunning voor de luchthaven Brussels Airport vernietigd. In één van de 21 beroepen werd de bijkomende stikstofneerslag als bezwaar aangevoerd, waardoor velen uitkeken naar het inhoudelijk oordeel van de Raad op het stikstofkader. Maar dit argument werd niet behandeld omdat de vergunning al bij een ander beroep sneuvelde. Zo blijft het arrest over steenfabriek Nelissen voorlopig het enige waarin een vergunning effectief werd vernietigd op basis van stikstof.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c797cf3f-ad1b-4581-b768-d50fbe247eb5/full_width_vliegtuig-brussels-airlines.jpg</image>
                                        <content>Vorig jaar gaf toenmalig Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) een nieuwe vergunning aan Brussels Airport omdat deze dreigde te vervallen. Daarbij legde ze bijkomende voorwaarden op rond geluidshinder in weekendnachten, alsook een plafond van 240.000 vliegbewegingen per jaar op.De luchtvaartmaatschappij Brussels Airlines stapte tegen die exploitatiebeperkingen naar de rechter en krijgt nu gelijk. De beperkingen vormen volgens de Raad een schending van het Europees recht. De Vlaamse regering zou niet in haar recht zijn om zo’n beperkingen op te leggen zonder ‘een procedure van evenwichtige aanpak’ te doorlopen. Dat werd niet gedaan, waardoor de vergunning onwettig is. Wel laat de Raad toe dat de luchthaven haar activiteiten verderzet tot 30 juni 2029.Stikstofberoep niet behandeldDe Raad voor Vergunningsbetwistingen kreeg in totaal 21 beroepen tegen de nieuwe vergunning. Er werd erg uitgekeken naar het beroep van enkele milieu- en burgerorganisaties die onder meer de verhoogde stikstofneerslag op de natuur aanvoerden als argument.Maar omdat de vergunning reeds vernietigd werd in een ander beroep, velde de Raad geen oordeel over deze argumentatie. Bond Beter Leefmilieu, één van de organisaties die in beroep ging, hoopt alvast dat de Vlaamse regering in 2029 haar “huiswerk grondiger maakt, en meer rekening zal houden met de belangen van de omwonenden, het milieu en klimaat”.</content>
            
            <updated>2025-07-17T17:49:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Spaans vonnis koppelt vervuiling landbouw aan schending recht op leven, mogelijk precedent voor Vlaanderen?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/spaans-vonnis-koppelt-vervuiling-landbouw-aan-schending-recht-op-leven-mogelijk-precedent-voor-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/57680</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor het eerst in Europa heeft een Hooggerechtshof geoordeeld dat het niet naleven van milieudoelstellingen in de landbouwsector in strijd is met het fundamentele mensenrecht op leven. Het ging om een Spaanse zaak waarbij mest van veehouderijen in de waterlopen terechtkwam en het drinkwater vervuilde. “Ik zie verschillende manieren waarop dit arrest als precedent kan dienen in Vlaanderen”, zegt Dries Verhaeghe van milieuorganisatie Dryade.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="wetgeving" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="water" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/88d0ef61-06aa-4176-9ce0-f843e1f8df9a/full_width_drinkwaterreservoirdiksmuide-dewatergroep.jpg</image>
                                        <content>In Spanje is de regionale overheid van Galicië veroordeeld omdat er decennialang een gebrek aan controle was op lozing van mest in waterlopen. De rechtbank beschuldigt de Galicische regering ervan dat ze de regels voor bescherming van grondwaterkwaliteit, het milieu en volksgezondheid heeft geschonden. “De overheid stond een buitensporige toename van grote veeteeltbedrijven toe, zonder rekening te houden met de milieurisco’s”, leest de uitspraak. Vervolgens was de overheid nalatig in het treffen van maatregelen nadat ze op de hoogte gesteld was van de situatie in 2011. Hierdoor vormden zich mestmassa’s op de bodem van onder andere een lokaal stuwmeer en de openbare watervoorzieningen. “Dit veroorzaakte een milieuverzadiging die het ecosysteem niet kon dragen, met schade aan milieu en gezondheid tot gevolg”, aldus de rechter.&amp;nbsp;Samen met een consumenten- en milieuorganisatie daagden de buurtbewoners de regionale overheid voor de rechter. Die oordeelde deze maand dat de Galicische overheid artikel 2 en 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) heeft geschonden. Artikel 2 beschermt het recht op leven, artikel 8 het recht op privé en gezinsleven. Hoewel milieuschendingen al vaker aan mensenrechten werden gelinkt, is het de eerste keer dat een rechter expliciet oordeelt dat het recht op leven is geschonden door een vervuiling veroorzaakt door de landbouwsector.&amp;nbsp; Betekenisvol precedent&amp;nbsp;Dries Verhaeghe van milieu-ngo Dryade ziet in het arrest ook parallellen met Vlaanderen. “In Spanje maakte een consumentenorganisatie deel uit van de eisende partij. Dat vond ik opvallend”, zegt hij. “Ook bij ons bevatten waterlopen te veel nitraat. Dat wordt er wel uitgefilterd om drinkwater te produceren, maar de kosten belanden bij de gebruiker, niet bij de vervuiler.”&amp;nbsp;Daarnaast wijst hij op de aanwezigheid van TFA, de kleinste keten in de PFAS-familie, in Vlaamse waterwinningsgebieden. “TFA laat zich niet uit het water filteren. Dit roept net als in de Spaanse zaak vragen op over gezondheidsrisico’s en het recht op leven”, vertelt hij.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Beide gevallen draaien om drinkwater, maar volgens Verhaeghe kan de impact van het Spaanse arrest verder reiken. Het zou ook gebruikt kunnen worden om de bredere link te leggen tussen milieuschade en het recht op leven. “Alles hangt natuurlijk af van de juridische onderbouw. Bij drinkwater is die link evident: toegang tot zuiver drinkwater is een mensenrecht. Voor het klimaat ligt dat minder rechtlijnig, maar er zijn intussen tal van studies die aantonen dat de achteruitgang van klimaat en biodiversiteit ernstige gevolgen heeft voor de levenskwaliteit van de mens.”&amp;nbsp; Vergunningstop en onmiddellijke maatregelen&amp;nbsp;De uitspraak houdt in Spanje uiteindelijk een vergunningenstop in voor nieuwe bedrijven of uitbreidingen van bestaande veehouderijen in de betreffende regio. De overheid wordt ook verplicht om onmiddellijk “alle nodige maatregelen te nemen die nodig zijn om een einde te maken aan de aantasting van het milieu”. Zo zal ze onder meer schoon en veilig drinkwater moeten kunnen garanderen. De uitspraak is echter nog niet definitief, er kan nog in beroep gegaan worden.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-07-18T00:45:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kwart minder varkens tegen 2030, vooral kleine bedrijven haken af]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kwart-minder-varkens-tegen-2030-vooral-kleine-bedrijven-haken-af" />
            <id>https://vilt.be/57681</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse veestapel zal tegen 2030 fors krimpen, vooral in de varkenshouderij. Daar wordt een daling van 16 tot 23 procent verwacht. Dat blijkt uit een prognose van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Bij de melkveesector kondigt zich een trendbreuk aan, want na jaren van groei zal het aantal dieren met vijf procent dalen. Opvallend is dat een kwart van de melkveehouders desondanks nog groeiambities koestert. Het zijn vooral kleinere bedrijven die afhaken, zowel in de varkens- als rundveehouderij. Naar verwachting verdwijnt één op de drie varkensbedrijven en één op de vijf rundveebedrijven binnen vijf jaar.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="boerderij" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5011c900-0d8c-445b-a90b-92bbaa5fe317/full_width_biggetjesvarken.jpg</image>
                                        <content>Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij organiseerde een bevraging bij veehouders om in te schatten in welke mate de natuurlijke afvloeiing zal bijdragen aan het halen van de stikstof- en klimaatdoelen. Zo gaan er tegen 2030 heel wat landbouwers op pensioen zonder opvolging te hebben. Veel andere oudere bedrijfsleiders blijken bovendien niet meer te willen investeren in ammoniakemissiereductiemaatregelen (AERM), en kiezen er daarom voor te stoppen.&amp;nbsp;Anderzijds kunnen een verminderende concurrentiedruk en subsidies voor emissiebeperkende investeringen sommige bedrijven net stimuleren tot schaalvergroting of overname van collega’s. De precieze impact van het stikstofdecreet op het aantal dieren blijft dus onzeker.&amp;nbsp;Aan de hand van een enquête bij 231 rundveehouders en 73 varkenshouders, werd een prognose van de verwachte uitstroom en instroom opgemaakt. De pluimveesector werd in het rapport niet opgenomen omdat te weinig pluimveebedrijven deelnamen aan de enquête.&amp;nbsp;45% van de varkensboeren geeft er de brui aan&amp;nbsp;Tegen 2030 is een sterke terugval van het aantal varkensbedrijven te verwachten: 45 procent van de bevraagde varkensboeren wil binnen vijf jaar stoppen met hun vleesvarkens te houden. Dat is ongeveer dubbel zoveel als het aantal rundveebedrijven dat wil stoppen.&amp;nbsp;Vlaanderen verliest kleinere bedrijven&amp;nbsp;&amp;nbsp;Het aantal varkens in Vlaanderen zal echter niet evenredig dalen. Want de 45 procent bedrijven die willen stoppen, vertegenwoordigen slechts 26 procent van de huidige veestapel. Dit wijst erop dat vooral kleinere bedrijven zullen afhaken. &amp;nbsp;Het verwachte aantal varkens zal daarom in 2030 naar verwachting 16 tot 23 procent lager liggen dan in 2024. Deze onevenredige daling is niet alleen te wijten aan de stoppende kleinere bedrijven, maar ook aan de verwachte reducties bij de overblijvende bedrijven. Zo zal waarschijnlijk de veestapel van de groep kleinere bedrijven (minder dan 550 dieren) met 69 procent dalen, terwijl bij grotere bedrijven (meer dan 1.200 varkens) slechts een daling van 5,3 procent wordt verwacht. Bij middelgrote bedrijven is er een verwachte reductie van 47 procent.&amp;nbsp;Een andere, iets minder verrassende tendens is het verschil in evolutie van dierenaantallen tussen veehouders met of zonder ammoniakemissiearme (AEA-) stal. Veehouders die nog geen AEA-stal hebben, willen in totaal gemiddeld 59 procent minder dieren houden. Bedrijven waar wel al een AEA-stal aanwezig geven aan eerder te willen vermeerderen met 4,5 procent.&amp;nbsp; Ammoniakemissie &amp;nbsp;-30%&amp;nbsp;Eén van de doelen van de studie was ook om te achterhalen hoe de verwachtte daling in dierenaantal zich vertaalt naar minder ammoniak-, methaan- en lachgasemissies. Bij de varkenssector zou die afname leiden tot een reductie van methaan- en lachgasemissie tussen de 16 en 23 procent. De ammoniakemissie zou volgens de prognose met een grotere sprong van 30 procent dalen. Dit omdat de afbouw van de veestapel vooral zal gebeuren op bedrijven met niet-AEA-stallen en tegen 2030 alle varkens waarschijnlijk in AEA-stallen gehuisvest zullen zijn.&amp;nbsp;20 tot 25 procent van rundveehouders stopt&amp;nbsp;Ook het aantal bedrijven met runderen alsook de grootte van de rundveestapel zal afnemen, echter minder uitgesproken dan bij de varkens. Zo geeft 20 procent van de melkveebedrijven in de enquête aan dat ze tegen 2030 willen stoppen met melkkoeien te houden. Bij de vleesveebedrijven is dat ongeveer 25 procent. Opnieuw zijn het vooral de kleinere bedrijven die van plan zijn om te stoppen.&amp;nbsp;Een kwart van de melkveehouders heeft groeiambities, toch trendbreuk&amp;nbsp;De verwachte daling van de rundveestapel in het geheel ligt tussen de 7 en 9,4 procent. Maar er is een verschil in de verwachte evolutie tussen de melkvee- en vleesveestapel.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Van de 80 procent melkveehouders die na 2030 nog wil voortboeren, wil het merendeel zijn aantal dieren gelijk houden (39%) of uitbreiden (26%). Een minderheid plant om het aantal dieren af te bouwen (12%). Bij de melkveestapel wordt daardoor een reductie van 5,4 procent verwacht tegenover de situatie vandaag. Bij vleesveebedrijven zijn de groeiambities heel wat beperkter waardoor de verwachte reductie tussen de 9 en 14 procent schommelt. &amp;nbsp;In vergelijking met het verleden betekent deze evolutie wel een trendbreuk voor de melkveehouderij. Want in de situatie van vandaag steeg de melkveestapel telkens. Tussen 2011 en 2023 werd een toename van 30 procent gemeten. Het aantal melkveebedrijven daarentegen is met 36 procent gezakt. Het gemiddelde aantal melkkoeien per bedrijf is bijgevolg verdubbeld. Verwacht wordt dat deze stijging van meer koeien per bedrijf in de toekomst zal afnemen.&amp;nbsp; Hoe jonger de bedrijfsleider en groter het bedrijf, hoe meer koeien&amp;nbsp;Anders dan bij de varkenshouderij, is er bij de rundveehouderij een duidelijk verband tussen de leeftijd van de bedrijfsleiders en de evolutie van dieraantallen. Zo willen jongere melkveehouders gemiddeld 9,5 procent meer dieren houden in 2030, bij vleesveehouders is dat 5,7 procent. Oudere bedrijfsleiders plannen daarentegen een forse afbouw: gemiddeld 36 procent minder melkvee en 26 procent minder vleesvee in totaal.&amp;nbsp;Ook tussen de bedrijfsgrootte is er een link te leggen. Net zoals bij de varkenshouders is vooral in de groep van de kleinste rundveebedrijven een sterke daling van de veestapel. Bij melkveehouders gaat het om 24 procent, bij vleesveehouders om 33 procent. Grotere bedrijven in de melkveehouderij willen daarentegen gemiddeld 2,7 procent meer dieren houden in 2030. Bij de vleesveehouders wordt geen toename geschat maar een afname met 4,3 procent bij grotere bedrijven.&amp;nbsp;-8% ammoniak- en methaanemissies&amp;nbsp;De daling van het aantal runderen vertaalt zich ook in een daling van de lachgasemissies met maximum 9,6 procent. De daling van de methaan- en ammoniakemissies is naar verhouding minder groot, omdat het aandeel melkvee in de totale rundveestapel stijgt. De verwachte daling van de totale methaan- en ammoniakemissie lopen beiden op tot acht procent. Dit zijn reducties die het Agentschap berekende louter als gevolg van een vermindering van het aantal dieren. De emissiereducties die andere AER-maatregelen kunnen opleveren, tellen hierbij dus niet mee.&amp;nbsp;“Deze cijfers tonen aan dat de (natuurlijke) uitvloeiing uit de sector ook mee in rekening gebracht moet worden in het stikstofkader”, reageert Justine Arkens, voorzitter van Groene Kring. “Samen met Boerenbond blijven we dan ook vragen dat dit wordt opgenomen in een meer werkbaar stikstofkader.”&amp;nbsp; 44% van de melkveehouders houdt effectief rekening met stikstofbeleid&amp;nbsp;In de enquête werd de veehouders ook gevraagd in welke mate ze vandaag al rekening houden met het stikstofbeleid in hun toekomstplannen. 44 procent van de rundveehouders zegt rekening te houden met de beperkingen van het geldende wetgevend kader. 39 procent geeft een neutraal antwoord. En 17 procent zegt ‘eerder niet’ of ‘helemaal niet’ rekening te houden met het stikstofbeleid. &amp;nbsp;Verrassend is dat wie geen rekening houdt met het beleid, juist vaker plannen heeft om te stoppen. Wellicht omdat deze groep sowieso al uit de sector wilde stappen.&amp;nbsp;Aan rundveehouders werd in september ook gevraagd of men op de hoogte is van de verplichte NH3-emissiereductie van vijf procent tegen eind dit jaar. 40 procent liet toen weten van niet. “Een opmerkelijke grote groep, aangezien het een bindende doelstelling op korte termijn is”, schrijft het agentschap in het rapport.Bij varkenshouders ligt de bewustwording hoger: &amp;nbsp;65 procent van de vleesvarkenshouders zegt vandaag rekening te houden met het stikstofbeleid. Het aandeel van de varkenshouders dat geen rekening houdt met het stikstofbeleid is gelijkaardig als bij de rundveehouders, de neutrale groep is dus kleiner. Een duidelijk verband tussen de intentie om te stoppen en de mate waarin men vandaag rekening houdt met het stikstofbeleid is er niet bij de varkensboeren.&amp;nbsp; “Situatie is onhoudbaar, oorzaken voor stopzetting zijn eindeloos”&amp;nbsp;“Dit rapport toont nogmaals aan hoe onhoudbaar de situatie is waar vele landbouwers zich momenteel in bevinden”, reageert Lode Ceyssens, voorzitter van Boerenbond. “De oorzaken van stopzetting zijn helaas eindeloos waaronder het gebrek aan rechtszekerheid en perspectief omwille van het stikstofdecreet, de administratieve rompslomp en overmaat aan regels en de torenhoge grondprijzen.”&amp;nbsp;&amp;nbsp;“Het rapport geeft duidelijk aan dat heel wat land- en tuinbouwers, jong en oud, zullen stoppen na 2030”, gaat Arkens verder. “Het is van belang dat er voldoende aandacht besteed wordt aan generatievernieuwing. Het mag geen unicum zijn dat een jonge boer nog überhaupt durft te starten in de sector.”&amp;nbsp;&quot;Onze beleidsmakers moeten onze lokale, kwaliteitsvolle en duurzame voedselproductie ondersteunen&quot;, besluiten ze beiden.&amp;nbsp; &quot;Studie is momentopname&quot;“De studie is een momentopname van de intenties bij een steekproef van veehouders”, benadrukt het Agentschap. “Dit moet steeds in het achterhoofd gehouden worden wanneer er gewerkt wordt met deze resultaten. Wij weten niet hoe realistisch zij hun eigen situatie hebben ingeschat. Daarnaast is het mogelijk dat hun toekomstplannen veranderen als de omstandigheden veranderen.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-07-18T00:33:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[20% minder voor GLB: Commissie oogst storm van kritiek met eerste begrotingsvoorstel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/20-minder-voor-glb-commissie-oogst-storm-van-kritiek-met-eerste-begrotingsvoorstel" />
            <id>https://vilt.be/57682</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Als het van de Europese Commissie afhangt, moet het toekomstige gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) het met 20 procent minder stellen. Dat blijkt uit het ontwerp voor de volgende meerjarenbegroting. Tegelijk wil de Commissie de vertrouwde tweepijlerstructuur in de financiering opdoeken en de verdeling van middelen overlaten aan de lidstaten. Boeren dreigen zo afhankelijker te worden van hun nationale regeringen, die elk hun eigen prioriteiten bepalen. Hoewel het nog maar om een voorstel gaat, klinkt de kritiek nu al bijzonder scherp.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="GLB" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/31589500-3fe8-49bf-a380-23d69eb435dc/full_width_europacommissie-geviltnb.jpg</image>
                                        <content>De Europese Commissie heeft een meerjarenbegroting (het Meerjarig Financieel Kader - MFK) van 2.000 miljard euro opgesteld voor de periode 2028-2034. Dit is een verdubbeling van de huidige begroting, goed voor 1.074 miljard euro. Toch zijn niet al deze middelen bestemd voor de lidstaten: ruim 750 miljard euro gaat naar de afbetaling van het coronaherstelfond, dat tijdens de pandemie met leningen werd gefinancierd.Breuk met het verledenVan de totaalsom wil de Commissie 300 miljard euro uittrekken voor landbouw en plattelandsontwikkeling. In de huidige begroting was dit nog 385 miljard euro, zonder inflatie meegerekend zal er dus 20 procent bespaard worden.Daarnaast wil de Commissie een grondige hervorming doorvoeren van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), één van de oudste en grootste Europese beleidsdomeinen. Zo zou de traditionele tweepijlerstructuur ontmanteld worden. In de eerste pijler voorziet de EU vandaag 290 miljard, een budget dat naar directe inkomenssteun gaat. De tweede pijler ondersteunt de eerste door de sociale, ecologische en economische duurzaamheid van het platteland te verbeteren. Deze wordt vandaag voor ongeveer de helft gefinancierd door de EU (95 miljard) en aangevuld met nationale en regionale middelen. Via onder meer extra milieumaatregelen vloeit een groot deel van deze tweede pijler ook naar landbouwers.Volgens het voorstel van de Commissie zou het volledige budget opgaan in een nationale enveloppe zonder aparte onderverdeling, samen met middelen uit andere beleidsdomeinen zoals sociaal beleid, interne veiligheid en migratie. Het GLB-budget van 300 miljard euro zou in de nationale enveloppe wel wettelijk beschermd worden zodat het niet overgeheveld kan worden naar andere prioriteiten.In een woelige parlementaire landbouwcommissie benadrukte Eurocommissaris van Landbouw Christophe Hansen (EVP) dat de 300 miljard euro een minimum is dat de boeren zullen krijgen: “Lidstaten kunnen zelf nog, naar gelang de behoefte en de agenda van andere beleidsterreinen dit bedrag nog kunnen verstevigen.”Om de scepsis over de ontmanteling van de tweepijlerstructuur te counteren, lichtte hij de beslissing als volgt toe: “Alle doelstellingen die worden beoogd vallen nu onder één beleid, één reeks maatregelen voor landbouwers en plattelandsontwikkeling. Ook inkomenssteun krijgt een bredere invulling: niet alleen rechtstreekse betalingen, maar ook investeringssteun, compensaties en andere subsidies voor agromilieumaatregelen vallen er voortaan onder.” Ofwel hebt u niet geluisterd naar de boeren, ofwel kan u zich niet verzetten tegen uw baas Revolutie of evolutie?Veel details hoe de financiering in zijn werk zou gaan, werden nog niet vrijgegeven. Maar volgens Hansen zou deze aanpak “eenvoudiger, moderner en effectiever werken op het terrein”. “Dit is een evolutie, geen revolutie”, probeerde hij de parlementsleden in de landbouwcommissie te overtuigen. Tevergeefs, want volgens hen heeft de Commissie wel degelijk de kaart van revolutie getrokken. Het ongenoegen over deze plotse breuk met het verleden uitte zich al buiten het Europees Parlement, waar honderden boeren actievoerden.De Europese volksvertegenwoordigers van de landbouwcommissie voelen zich vooral aan de kant geschoven. Hun twee kernvragen zijn volgens hen genegeerd: een groter en zelfstandig landbouwbudget.Sommige parlementsleden richtten hun pijlen niet op Hansen, maar op Commissievoorzitter Ursula von der Leyen. “Ofwel hebt u niet geluisterd naar de boeren, ofwel kan u zich niet verzetten tegen uw baas”, reageerde de Franse Valérie Deloge op Hansen. Zelfs binnen haar eigen politieke familie wordt de kritiek niet gespaard. “Ik heb al drie MFK-onderhandelingen meegemaakt, maar zo respectloos als vandaag heb ik de Commissie nog nooit weten optreden tegenover het parlement”, zegt Herbert Dorfmann van de EVP. “Alle voorstellen zijn gewoon van tafel geveegd.” 27 aparte GLB’s in plaats van 1 overkoepelendeHet GLB-ontwerp schuift stimulansen voor duurzame praktijken en steun voor jonge boeren naar voren, maar parlementsleden vragen zich af wat daarvan overblijft als het budget krimpt. “Dit is het grootste MFK ooit, en toch krijgt landbouw één vijfde minder”, klinkt het. Ze wijzen ook op het gebrek aan zekerheid of lidstaten daadwerkelijk extra middelen zullen voorzien. “Boeren moeten telkens afwachten wat hun lidstaat met de nationale enveloppes zullen doen. Als de lidstaten het zich niet kunnen veroorloven of geen prioriteit geven aan plattelandsbeleid of ecologische maatregelen, zal er niets extra gebeuren. Dit is geen gemeenschappelijk beleid meer. In plaats van één GLB, zullen we 27 aparte GLB’s krijgen.” De vrees leeft dat daarmee ook het gelijke speelveld binnen de Unie verdwijnt.“De EU heeft nu al 27 verschillende GLB’s, in feite 28 want België heeft twee nationale plannen”, antwoordt Hansen op bezorgdheid over de willekeur bij de budgetverdeling. “Ik ben er zeker van dat we gemeenschappelijke lijnen zullen vinden, zodra de details duidelijker zijn.”Maar dat optimisme werd niet gedeeld in de zaal. “Het spijt mij dat u dit voorstel moet komen verdedigen en een mal figuur moet slaan. Maar dit is gewoon slecht voor de Europese landbouwers. Zoals het er nu uitziet zal het Parlement dit nooit goedkeuren”, gaf Dario Nardella (S&amp;amp;D) mee.Met die woorden opent hij de debatten over wat ongetwijfeld een moeizaam onderhandelingstraject zal worden. Want zowel het Europees Parlement als de 27 lidstaten moeten het uiteindelijke meerjarenbudget goedkeuren in de komende twee jaar. Lang proces“Aan iedereen die geschokt of verbijsterd is door dit ontwerp, benadrukken we dat dit slechts het begin is van een lang proces”, reageert de overkoepelende Europese landbouworganisatie Copa-Cogeca. “We roepen de parlementsleden op om hun woorden van steun voor de landbouw om te zetten in concrete actie.”De organisatie reageert scherp teleurgesteld op het voorstel. Volgens haar toont het ontwerp aan dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen maandenlang achter gesloten deuren aan “een radicale, eenzijdige en cynische koers” voor de EU-landbouw heeft gewerkt. “De stemmen en standpunten van het Europees Parlement en de Europese Raad zijn volledig genegeerd. Het resultaat is een aanpak die onaanvaardbaar is voor de Europese landbouworganisaties.”Copa-Cogeca waarschuwt dat de onrust in de sector toeneemt. “Er groeit een diepe bezorgdheid en woede onder landbouwers. Ze voelen zich genegeerd, terwijl zij de ruggengraat vormen van de Europese voedselzekerheid.”Ook de Vlaamse landbouworganisatie ABS is teleurgesteld: &quot;Het voorstel lijkt te getuigen van schijnheiligheid, niet van oprechtheid. Is het Europa menens met de strategische landbouwsector, dan krijgt het GLB opnieuw een centrale plaats, met een eigen begroting, met voldoende middelen en duidelijke doelstellingen. Maak de boer die zorgt voor voedselzekerheid, het landschap en de gemeenschap het speerpunt van de plannen.&quot; “Neem landbouw als strategische sector serieus”Boerenbond noemt het voorstel &quot;een slag in het gezicht van de sector. Deze aanslag op het landbouwbudget staat in schril contrast met eerdere uitspraken van Von der Leyen, die landbouw nog geen jaar geleden bestempelde als een strategische sector.”EU-parlementslid Wouter Beke (cd&amp;amp;v/EVP) waarschuwt in de Europese landbouwcommissie nog voor het snel dalende aantal boeren in Vlaanderen. “De gemiddelde leeftijd is 56 jaar, slechts 13 procent heeft een opvolger en één op de vijf melkveehouders overweegt te stoppen. Boeren hebben zekerheid en perspectief nodig, iets wat ze niet krijgen met dit plan. Als we van de landbouw een strategische autonome sector willen maken, moeten we die twee zaken geven. We hebben al veel strategische hefbomen uit handen gegeven in Europa. Laat ons landbouw als een strategische sector serieus nemen.”</content>
            
            <updated>2025-08-05T13:32:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoogstraats aardbeienbedrijf zet nieuwe standaard in waterbeheer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoogstraats-aardbeienbedrijf-zet-nieuwe-standaard-in-waterbeheer" />
            <id>https://vilt.be/57683</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Aardbeienkwekerij Vermeiren krijgt als eerste tuinbouwbedrijf in Hoogstraten een waterpaspoort. Hiermee krijgen land- en tuinbouwers een duidelijk overzicht van hoeveel water ze verbruiken, en hoe ze dat kunnen verminderen. Het paspoort is een beloning voor bedrijven die binnen het Europese Life Aclima-project laten onderzoeken hoe ze zuiniger en beter met water kunnen omgaan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="tuinbouw" />
                        <category term="glastuinbouw" />
                        <category term="duurzaam" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7fe2f157-2f11-4e32-8e71-f43584559e6b/full_width_rf-uitreiking-waterpaspoort-aardbeienkwekerij-28.jpg</image>
                                        <content>Tuinbouwers Martin en Tom Vermeiren namen onlangs trots hun waterpaspoort in ontvangst. Ze krijgen het paspoort als erkenning voor hun inspanningen: op hun bedrijf gaat tot 70 procent minder water verloren dankzij hergebruiksystemen. Eén van de systemen is het zogeheten &#039;first flush-systeem&#039;. Dat houdt het vervuilde water vast op het trayveld, zodat bij overloop enkel zuiver water naar de omgeving terugstroomt. Het vuile water wordt telkens gereinigd en daarna hergebruikt.KostprijsDe vraag is natuurlijk hoeveel zo’n installatie kost, en hoe snel men die terugverdient. “Voor een trayveld ligt de investering doorgaans tussen 80.000 en 130.000 euro per hectare, afhankelijk van de grootte van het veld, het type ontsmetter en de gebruikte pompen”, zegt Axelle Pieters van de dienst Landbouw van de Provincie Antwerpen. “De terugverdientijd bedraagt gemiddeld zo’n tien jaar.”De Vermeirens legden daarnaast ook systemen aan voor regenwateropvang en -hergebruik. Zo wordt het drainwater gerecupereerd, gefilterd en ontsmet. Dankzij een infiltratiesysteem met een wadi kan bovendien het grondwater worden aangevuld. Ook werden twee grote regenwaterbassins aangelegd met een totale capaciteit van 17.900 m³. Tot slot investeerden ze in moleaer-units. Dat zijn toestellen die zuurstof toevoegen aan het irrigatiewater, waardoor de planten beter groeien.Het extra bespaarde water komt goed van pas: naast hun bestaande serres (7.500 m² verwarmd glas, 8.700 m² stellingkappen) breiden de Vermeirens hun site in 2026 uit met 14.000 m² extra verwarmd glas.Gratis begeleidingstrajectDe burgemeester van Hoogstraten, Tinne Rombouts (cd&amp;amp;v), overhandigde samen met Gedeputeerde voor Landbouw Jinnih Beels (Vooruit) het waterpaspoort aan de waterbesparende aardbeiboeren. “Ik ben bijzonder trots op Martin en Tom, die met hun bedrijf tonen hoe duurzame landbouw en slim watergebruik hand in hand gaan”, zegt Rombouts. “Hun kracht ligt niet alleen in innovatie, maar vooral in het delen van kennis en het samenwerken met anderen.”De uitreiking markeert het einde van een intensief KAT-traject (klimaatadaptatie op maat), waarbij het bedrijf begeleiding kreeg van Proefcentrum Hoogstraten. Het onderzoekstraject werd mogelijk gemaakt door de provincie en Life Aclima, een Europees samenwerkingsverband tussen verschillende organisaties om land- en tuinbouworganisaties te ondersteunen bij waterbesparing. “Vanuit Life Aclima bieden we geen rechtstreekse subsidies aan voor de uitvoering van waterbesparende maatregelen. Wel bieden we een gratis begeleidingstraject aan”, verduidelijkt Pieters nog. “Tijdens dat traject bekijkt een expert ook samen met de land- of tuinbouwer welke externe steunmaatregelen mogelijk zijn, zoals VLIF-steun of ecoregelingen.”Life Aclima gaf al aan 53 land- en tuinbouwbedrijven advies rond slim watergebruik. Geïnteresseerde land- en tuinbouwers kunnen zich nog steeds aanmelden voor een klimaatadaptatietraject op www.lifeaclima.eu.</content>
            
            <updated>2025-07-22T15:14:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Beste boerderijkazenmaker van de wereld: “Vlaanderen was niet rijp voor een schapenbedrijf met eigen verwerking”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/beste-boerderijkazenmaker-van-de-wereld-vlaanderen-was-niet-rijp-voor-een-schapenbedrijf-eigen-verwerking-en-hoeveactiviteiten" />
            <id>https://vilt.be/57684</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na de afwijzing van zijn vergunningsaanvraag, besloot veehouder Peter De Cock uit te wijken naar Wallonië. Daar runt hij nu samen met zijn vrouw Barbara een succesvol schapenbedrijf met korteketenactiviteiten en -verkoop. Vlaamse organisaties en bedrijven steken intussen de taalggrens over om te proeven van de boerderijkazen die enkele jaren geleden bekroond werden als beste boerderijschapenkaas ter wereld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="schaap" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9fba0e6f-b052-4552-8e7e-064ad73f69c1/full_width_peter-de-cock-en-barbara-vissenaekens-van-bergerie-dacremont-schapenbedrijf-ardennen.jpg</image>
                                        <content>Zomerreeks 2025: Vlaamse boeren over de taalgrensIn deze zomerse reeks trekken we naar het zuiden van het land, waar Vlaamse boeren hun geluk beproeven aan de andere kant van de taalgrens. Sommigen zochten meer ruimte, anderen betaalbare grond of rust. Het levert een reeks boeiende verhalen op over loslaten, herbeginnen en wortel schieten op Waalse bodem. “Het Belgisch melkschaap is sinds de Tweede Wereldoorlog met uitsterven bedreigd en is inmiddels levend erfgoed. Het heeft een kenmerkende onbewolde kwispelstaart en staat bekend om zijn vruchtbaarheid.” Met deze woorden introduceert Peter De Cock zijn melkschapen aan een groep Vlaamse toeristen die een rondleiding volgen op zijn schapenbedrijf Bergerie D&#039;Acremont. “We krijgen 8.000 tot 12.000 bezoekers per jaar waaronder veel groepen Vlamingen”, klinkt het.Vergunningsaanvraag in Herselt werd afgewezenHet had niet veel gescheeld of hun bedrijf heette Den Blaathoek, vernoemd naar het gebied Den Bleidenhoek in de gemeente Herselt. “Ik had een ondernemingsplan uitgewerkt om op deze locatie een melkschapenbedrijf met eigen verwerking uit te baten”, vertelt De Cock. Hij diende in 1998 een vergunningsaanvraag in, maar stuitte op een duidelijke &#039;nee&#039; van de provincie.Bij de afwijzing van de vergunning zou Boerenbond volgens De Cock een beslissende rol hebben gespeeld. “De provincie heeft de vergunning geweigerd omdat zij een negatief advies van de landbouworganisatie kregen. Boerenbond achtte het bedrijfsmodel niet haalbaar. Er bestond in Vlaanderen toen nog geen melkschapenbedrijf en het landbouwsysteem was nog volledig gericht op de lange keten. We konden wel een vergunning krijgen voor 200 melkgeiten.”Vijfentwintig jaar na dato is het te laat om de landbouworganisatie nog om een reactie te vragen. Ondertussen trekt de volledige sector ook de kaart van de korte keten . Het is één van de uitwegen uit het stikstofmoeras dat een rem op de groei van veel veebedrijven zet. “Geen interesse in grotere veestapel”Van een stikstofcrisis is in Wallonië geen sprake, zeker niet in de regio van het schapenbedrijf. “Het is hier een zeer extensief landbouwgebied. Ik zou volgens mijn vergunning tot 800 melkschapen mogen hebben”, vertelt De Cock die geen plannen heeft om zijn veestapel uit te breiden. “Onze veestapel is afgestemd op de vraag in de korte keten. Elke druppel melk wordt op ons bedrijf verwerkt tot kazen en andere zuivelproducten. Ook het lamsvlees verkopen we in de korte keten.” Het huidige businessmodel met hoeveverwerking- en verkoop gecombineerd met agro-ecologische landbouw is precies hetgeen hij voor ogen had toen hij landbouwwetenschappen studeerde aan de Kempense Hogeschool. Na zijn studies volgde hij ook nog een intensieve kaasmakersopleiding in Zwitserland.Naast ideologie speelde ook praktische zin mee in het businessplan van de toen jonge Vlaming. “Ik kwam niet uit een landbouwfamilie en had geen startkapitaal om een klassiek, grootschalig bedrijf op te zetten,” zegt hij.Bij vertrek uit Vlaanderen 450 euro op zakMet 450 euro op zak en 20 schapen vertrok De Cock in 1998 naar Wallonië. Daar kwam hij uiteindelijk uit in Acremont, een klein Ardens dorp op 20 kilometer van Bouillon en Libramont. “De lokale bankdirecteur was voorzitter van de Waalse schapenhoudersvereniging en geloofde in mijn verhaal. Ik kreeg een krediet voor de aanschaf van een oude boerderij met zes hectare grond.” 25 jaar na dato runt De Cock een bedrijf met 200 schapen en 45 hectare grond waarop hij nagenoeg al het veevoeder voor zijn schapenkudde kweekt. In de stal staan acht bigbags met een mengsel van wintergerst en voedererwten te drogen. “Onze eerste oogst. Zes ton per hectare. Dat is goed in dit gebied&quot;, klinkt het. Het ruwvoerrantsoen bestaat uit gras en hooi. Kuilvoer komt het bedrijf niet binnen: “Daar zitten veel spoorvormige boterzuur- en propionzuurbacteriën in en dat heeft een impact op de kwaliteit van de schapenkaas.”Een deel van zijn land pacht de landbouwer. “Elke beginnende landbouwer krijgt vier hectare loopbaanpacht&amp;nbsp;van de gemeente Bertrix”, vertelt hij. Ook heeft hij&amp;nbsp;loopbaanpachtcontracten met Terre-en-Vue, een coöperatie van burgers en landeigenaren die als doel heeft de toegang tot grond voor duurzame landbouw te waarborgen. “Burgers kopen aandelen vanaf 100 euro, waarmee de coöperatie landbouwgrond koopt. Deze grond wordt vervolgens in loopbaanpacht gegeven aan landbouwers met een agro-ecologisch bedrijfsmodel”, zegt hij. De grond moet gebruikt worden om voedsel te produceren. &quot;Niet voor kerstbomen dus, maïs of zonnepanelen.” Van markten naar coöperatie van hoeveproducentenDe boer werd in 2007 vergezeld van zijn vrouw Barbara Vissenaekens die hij als klant ontmoette op de markt in Leuven. “De Vlamingen toonden destijds meer interesse in schapenkaas dan de Walen. Daarom stond Peter in de beginjaren vooral op Vlaamse markten, zoals die in Leuven. Later nam zijn vader dat over en bleef hij nog jarenlang in Vlaanderen verkopen,” vertelt Barbara terwijl ze stukjes kaas snijdt voor Vlaamse toeristen die komen proeven.De markthandel behoort inmiddels tot de verleden tijd. De Vlamingen hebben ondertussen nieuwe afzetkanalen. Een belangrijke rol is weggelegd voor Réseau Paysan, een coöperatie van honderd boerderijproducenten en een netwerk van een honderdtal aankopers die hun logistiek bundelen. Barbara was 14 jaar geleden betrokken bij de oprichting van deze coöperatie, die inmiddels vijf mensen op de loonlijst heeft staan. Een paar keer in de week komt een chauffeur van Réseau Paysan met een koelvrachtauto producten ophalen op de boerderij, waarna ze gegroepeerd en geleverd worden aan marktkramers, horeca en biologische winkels in de provincie Luxemburg. Ook Brussel en adressen langs de snelweg naar de hoofdstad behoren tot het levergebied van de coöperatie.“Ook de toeristen zijn een belangrijke klantengroep. Het kan ook niet anders, want Acremont is erg dunbevolkt”, vertelt Barbara. Behalve lokale vakantievierders ontvangt het bedrijf groepsbezoeken van organisaties en bedrijven. Deze kunnen naast een rondleiding ook een tafeltje in het boerderijrestaurant boeken waar het echtpaar kaasfondue en raclette van eigen schapenkaas serveert. Beste boerderijschapenkaas van de wereldIn de boerderijwinkel is le&amp;nbsp;Bleu&amp;nbsp;des Scailtons&amp;nbsp;een absolute bestseller. In 2018 sleepten de ondernemers met deze blauwschimmelkaas brons in de wacht bij het wereldkampioenschap boerderijkazen. “Op de eerste plaats eindigde een koemelkkaas en op de tweede plaats een geitenmelkkaas. Wij waren de beste schapenmelkkaas”, vertelt de boer. De winnende kaas rijpt af in een leisteengroeve in Bertrix, de naam &quot;Scailton&quot; verwijst naar de mijnwerker die in de leisteenmijnen werkte.&amp;nbsp; Schapenbedrijf met hoevekaas nog steeds mogelijk in VlaanderenVijfentwintig jaar later kijkt De Cock tevreden terug op zijn verhuis naar Wallonië. “Ik zou voor geen geld meer terug willen. Stikstof en mest bezorgen de Vlaamse boeren veel kopzorgen, iets waarvan wij geen last hebben. Hier draagt men de landbouw nog een warm hart toe en kun je in alle rust boeren.” Ik weet zeker dat we dit bedrijf ook in Herselt hadden kunnen uitbouwen Het wil niet zeggen dat hij geen mogelijkheden zou zien in Vlaanderen. “94% van de schapenkaasconsumptie in België wordt geïmporteerd. Ik weet zeker dat we dit bedrijf ook in Herselt hadden kunnen uitbouwen. We zaten daar in de buurt van de abdij van Averbode, tegenover een ambachtelijke wijnmakerij waarmee veel synergie mogelijk zou zijn geweest en er was veel toerisme in deze streek”, besluit de boer.</content>
            
            <updated>2025-08-11T20:54:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Siertelers versieren Koninklijk Paleis met 12.500 bloemen voor Nationale Feestdag]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/siertelers-versieren-koninklijk-paleis-met-12500-bloemen-voor-nationale-feestdag" />
            <id>https://vilt.be/57685</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Maar liefst 12.500 bloemen fleurden het Koninklijk Paleis van Brussel op met een kleurrijke bloemenpracht. Een huzarenstukje verzorgd door de Belgische siertelers en AVBS, de sierteelt- en groenfederatie van Boerenbond. Dankzij de telers werd zondag 21 juli, de Belgische nationale feestdag, kleurrijk ingezet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                        <category term="bloem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/88a61d5e-70cd-4087-b994-95183e1fdaa4/full_width_dbc3fa84-e691-4ea1-8318-6f729599ed4e.jpg</image>
                                        <content>“De nationale feestdag is een heuglijke gebeurtenis en bloemen voegen daar kleur en vreugde aan toe. Met deze actie zetten we het vakmanschap en de passie van onze bloementelers in de kijker. Hun creaties geven een extra feestelijke toets aan het defilé,” zegt Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens.De decoraties met 12.500 bloemen zijn het resultaat van een mooie samenwerking met negen telers, die hun mooiste bloemen aanleveren voor deze bijzondere gelegenheid. De bloemen sierden zes grote vazen aan de straatkant, acht vazen in de tuin en de balustrade van het balkon van het Koninklijk Paleis. De regie was in handen van florist Sören Van Laer. Hij ontwierp de decoraties en zorgde ervoor dat het geheel ter plaatse tot in de puntjes verzorgd was. Het geheel telde meer anjers en rozen dan Willy Sommers zou kunnen tellen, met ook nog alstroemeria’s, gladiolen en snijhortensia’s om het af te maken. “We kiezen heel bewust voor bloemen van Belgische bodem”, aldus Van Laer.“Wat dit initiatief extra bijzonder maakt, is dat de bloemen na het defilé een tweede leven krijgen. Ze worden namelijk geschonken aan enkele organisaties. Zo brengen de bloemen van onze lokale siertelers niet alleen kleur op onze nationale feestdag maar toveren ze ook na 21 juli een glimlach tevoorschijn,” besluit Ceyssens.</content>
            
            <updated>2025-07-22T19:24:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tweede geval van moeraskoorts bij paarden in België dit jaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tweede-geval-van-moeraskoorts-bij-paarden-in-belgie-in-2025" />
            <id>https://vilt.be/57686</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Paardenhouders, wees opgelet. In Oost-Vlaanderen is vorige week een paard positief getest op equine infectieuze anemie (EIA). Dat meldt het federaal voedselagentschap FAVV. Het virus dat EIA veroorzaakt, ook gekend als moeraskoorts, blijft gedurende het hele leven aanwezig in besmette dieren. Er bestaat geen behandeling tegen de ziekte en alle besmette dieren moeten worden gedood.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="Paardenhouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d095192f-d7f9-4e89-8377-0c1003cfe0d3/full_width_paarden.jpg</image>
                                        <content>Het besmette paard werd gehouden in een inrichting met 71 andere paarden. Een dier dat besmet is met EIA blijft zijn hele leven een ziektereservoir van waaruit het virus kan verspreiden. Alle andere paarden in deze inrichting worden dus ook getest. Voor mensen is er geen gevaar: het virus kan niet op hen worden overgedragen.Het FAVV herinnert paardenhouders eraan dat paarden die van het ene land naar het andere worden overgebracht, vergezeld moeten zijn van een gezondheidscertificaat dat hun gezondheidsstatus aantoont. Enkel voor bepaalde niet-commerciële verplaatsingen zijn er uitzonderingen.Twee tests nodigDe betrokken paardenhouderij moet enkele bijkomende maatregelen nemen. Zo moeten de ponykampen die voor deze zomer gepland staan, worden aangepast aan de geldende bioveiligheidsmaatregelen. Er is een epidemiologisch onderzoek aan de gang om na te gaan met welke andere paarden het besmette dier in contact kan zijn gekomen. Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat het besmette paard reeds sinds april medische problemen vertoonde en sinds enkele weken symptomen van infectieuze anemie. “De maatregelen kunnen pas worden opgeheven als alle resterende paarden twee keer negatief hebben getest, met een tussentijd van drie maanden”, meldt FAVV. “Alleen dan kan het risico op verspreiding van de ziekte worden uitgesloten.”Symptomen en preventieMoeraskoorts of EIA laat zich vooral merken via een chronische verslechtering van de algemene toestand, in combinatie met een intermitterende koorts. Gevoelige diersoorten voor de ziekte zijn paarden, muildieren en ezels. Het virus wordt vooral overgedragen via dazen of vliegen, maar ook besmette naalden kunnen paarden ziek maken. Het sperma van besmette hengsten is eveneens besmettelijk.Gebruik van insecticiden of afweermiddelen op paarden kan insectenbeten en het risico van verspreiding door vectoren verminderen. De medische literatuur raadt producten aan op basis van permethrine en pyrethrinoïden. In België is echter geen enkel diergeneesmiddel op basis van die moleculen toegestaan voor gebruik bij paarden.</content>
            
            <updated>2025-07-22T15:28:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nitraatresidu in bodem op laagste niveau sinds eerste metingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nitraatresidu-in-bodem-op-laagste-niveau-sinds-eerste-metingen" />
            <id>https://vilt.be/57687</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Mestbank heeft in 2024 het laagste nitraatresidu in de bodem gemeten sinds de start van de metingen in 2007. Dat meldt de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Nitraat is een bestanddeel van meststoffen. Wanneer na de oogst een overschot in de bodem achterblijft, kan dat tijdens de winter uitspoelen naar grond- en oppervlaktewater, wat de waterkwaliteit in het gedrang brengt. Dit overschot, het zogenaamde nitraatresidu, is daarom een belangrijke parameter om de waterkwaliteit te voorspellen en het gebruik van meststoffen te evalueren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="bodem" />
                        <category term="water" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fc4f6edb-613f-4a23-a001-f458e7622ce8/full_width_nitraat-meting-vlm.jpg</image>
                                        <content>Tussen 1 oktober en 15 november 2024 liet de Mestbank op 16.834 percelen bodemstalen nemen bij 9.441 landbouwers, om te bepalen hoeveel nitraat er in de bodem achterbleef op het einde van het groeiseizoen. Daaruit bleek dat 80 procent van de percelen aan de residunorm voldeed. Het jaar ervoor was dit nog 77 procent. Toch ligt het nitraatresidu op één op de vijf percelen nog steeds te hoog.Aardappelen, groenten, sierteelt en boomkwekerij hoogste nitraatgehalteIn 2024 bedroeg het gemiddelde nitraatresidu van alle percelen in de staalnamecampagne 51 kilogram nitraatstikstof per hectare. Dat benadert het milieukundig maximum van 50 kg nitraatstikstof, de drempel voor aanvaardbare waterkwaliteit. Het gemiddelde ligt vooral hoog door enkele slechte leerlingen, want de mediaanwaarde bedroeg 37 kg nitraatstikstof per hectare. Dat wil zeggen dat de helft van alle gemeten percelen een gelijk of lager nitraatgehalte bevatten.De hoogste overschrijdingen kwamen voor bij aardappelen, groenten, en sierteelt en boomkwekerij, met gemiddelde nitraatresidu’s van 76 tot 93 kg NO₃⁻-N/ha. Grasland, bieten en fruit lieten de laagste waarden zien, gemiddeld 32 tot 33 kg NO₃⁻-N/ha. Regen speelt een rolVLM ziet een aantal verklaringen voor de goede resultaten. Enerzijds is er de menselijke factor. Er werd de voorbije twee jaar sterk ingezet op communicatie en sensibilisering over duurzame bemestings- en teeltpraktijken, onder andere via de werking van de Begeleidingsdienst voor Betere Bodem- en Waterkwaliteit (B3W). “Die praktijken zijn van groot belang om op het einde van het groeiseizoen een laag nitraatresidu in de bodem te behalen en uitspoeling naar het water in de winter te vermijden”, meldt VLM.Maar er zijn ook andere factoren die de metingen hebben beïnvloed. 2024 was een nat jaar. Doordat het veel geregend heeft, konden heel wat gewassen beter groeien en namen ze meer voedingsstoffen op uit de bodem. Daarnaast zorgde de vele regen wellicht ook voor uitspoeling van nitraat voor de start van de staalnamecampagne. Hoe dan ook is er een verbetering merkbaar. Wanneer we uitzoomen over een langere termijn, van 2015 tot 2024, vertonen de nitraatresiduwaarden, over alle teelten heen, gemiddeld een licht dalende tendens. Fruit, maïs en groenten vertonen hierin een betere (dalende) tendens, terwijl aardappelen, graan en ‘overige teelten’ dan weer net minder snel gunstig evolueren dan het gemiddelde.Overschrijdingen enkel nog gevolgen op bedrijfsniveauDoor het gewijzigd Mestdecreet krijgen voortaan alleen landbouwers met een overschrijding van het nitraatresidu op bedrijfsniveau gevolgen, in de vorm van verplichte begeleiding. Dat is bij 23 landbouwers het geval. Ook 107 landbouwers die geen of onvoldoende bodemstalen lieten nemen, vallen onder die verplichting.Vanaf 2025 worden er ook alleen nog doelgerichte bedrijfsevaluaties uitgevoerd waarbij de bedrijven geselecteerd worden op basis van een risicoanalyse. De geselecteerde bedrijven worden daarvan in september op de hoogte gebracht.Duurzaam bemesten blijft de boodschapVLM bedankt in haar communicatie alvast alle landbouwers die bemesten volgens de 6J’s. Dat zijn 6 principes van duurzame bemesting: bemesten met de juiste mestsoort, de juiste dosis, op het juiste tijdstip, met de juiste bemestingstechniek, op de juiste plaats en met het juiste teeltplan draagt bij aan de verbetering van de waterkwaliteit in het landbouwgebied. </content>
            
            <updated>2025-08-12T09:26:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[AB InBev krijgt Belgisch gezelschap in wereldtop van veertig grootste biermakers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ab-inbev-krijgt-belgisch-gezelschap-in-de-wereldtop-van-veertig-grootste-biermakers" />
            <id>https://vilt.be/57688</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Niet één, maar twee Belgische brouwers halen de top veertig van grootste bierproducenten ter wereld. Naast de wereldwijde marktleider AB InBev, staat ook de minder bekende Limburgse brouwerij 'Martens' in de de top veertig dit jaar. Dat blijkt uit het jaarlijkse rapport van hopgigant BarthHaas over de wereldwijde hop- en biermarkt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bier" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d761f0fd-235d-422f-9f41-d1391fa30bcc/full_width_bier-2.jpg</image>
                                        <content>De Limburgse Brouwerij Martens is bij het grote publiek minder bekend dan AB InBev. Toch is het de op één na grootste brouwer van ons land met een jaarproductie van 480 miljoen liter, goed voor 0,3 procent van de wereldwijde output. Martens brengt eigen bieren op de markt, zoals Kristoffel en 1758, maar brouwt vooral huismerken voor Europese supermarkten, waaronder Aldi. De brouwerij kende een sterk jaar en groeide met 13 miljoen liter. Daarmee klom ze als nieuwkomer van plaats 40 naar plaats 38 op de wereldranglijst.Helemaal bovenaan de top bleef alles bij het oude. AB InBev voert de lijst opnieuw aan, met een productie van 49,5 miljard liter bier en een marktaandeel van 26,4 procent. Daarmee verliest de Leuvense brouwer één procentpunt ten opzichte van vorig jaar. Toch blijft de voorsprong indrukwekkend want AB InBev brouwt nog altijd bijna dubbel zoveel als de nummer twee, het Nederlandse Heineken. Op de derde plaats staat opnieuw China Resources Snow Breweries, goed voor 5,8 procent van de wereldmarkt.China, land van rijst, thee én bierBelgië staat op de achttiende plaats in de wereldwijde ranglijst van bierproducerende landen, met een jaarproductie van 2,1 miljard liter. AB InBev en Brouwerij Martens mogen dan wel gevestigd zijn in België, maar ook zij brouwen al lang niet meer al hun bier in ons land. De grootste brouwketels staan elders. Zo worden de grootste volumes met voorsprong in China gemaakt. Zo’n 18,2 procent van al het bier wereldwijd kent er zijn oorsprong. De Verenigde Staten volgen met 9,8 procent, Brazilië sluit de top drie af met 7,9 procent.Bierproductie wereldwijd achteruit, maar Europa vooruit.De wereldwijde bierproductie daalde in 2024 licht (-0,3%) in vergelijking met het jaar ervoor. De productie van Europa echter met 1,1 procent, voornamelijk dankzij stijgende volumes in Rusland, want in veel EU-lidstaten daalde de productie. Ook Afrika liet opnieuw een groei zien vorig jaar van 6,7 procent. Azië en Amerika verloren respectievelijk 2,3 procent en 1,3 procent van de productie vorig jaar. In Amerika was vooral de terugval van de Verenigde Staten (-2%) opmerkelijk.Aanhoudend overaanbod hopWereldwijd daalde het hopareaal vorig jaar met bijna acht procent. Tegelijk steeg de opbrengst per hectare met vier procent. Toch lag de totale oogst nog steeds vier procent lager dan het jaar ervoor. &quot;Het wereldwijde hopareaal blijft krimpen&quot;, duit BarthHaas. &quot;In het oogstjaar 2025 verwachten we opnieuw een daling van vijf procent. Maar ondanks deze afnames, is het marktevenwicht nog steeds niet bereikt. De hopmarkt kampt structureel met overaanbod.&quot;</content>
            
            <updated>2025-07-22T19:29:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[De duurzaamste wint: Steeds meer competitie bij VLIF-steun]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouw-bespaarde-energie-voor-370000-gezinnen-dankzij-vlif-steun-maar-wat-betekent-aanvraagdrukte-voor-boeren" />
            <id>https://vilt.be/57689</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaamse landbouwers bespaarden in 2024 samen 1.300 GWh energie dankzij steun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Toch is die steun lang niet vanzelfsprekend. Aanvragers komen terecht in een selectiesysteem waarin concurrentie, criteria en timing een bepalende rol spelen. “Boeren hebben zin om te investeren, dus zijn er ook heel veel aanvragen”, zegt Gert Van Thillo, business manager bij SBB accountants en adviseurs. “Bovendien is de groep die een aanvraag kan indienen, groter geworden."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="emissie" />
                        <category term="energie" />
                        <category term="duurzaam" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d9cd5892-2660-45c9-821e-8ba911684056/full_width_energiezonnepanelen.jpg</image>
                                        <content>Duurzame landbouw heeft zijn waarde, maar ook zijn prijs. Landbouwers hebben vorig jaar 27.189 investeringen aangevraagd voor een gezamenlijk bedrag van bijna 295 miljoen euro. Daarvan werden er 14.115 investeringen geselecteerd, wat neerkomt op een selectiebedrag van 182 miljoen euro. Dit is echter niet het volledige bedrag dat effectief naar VLIF-steun is gegaan. Na de goedkeuring van een subsidie, moet de aanvrager bewijsstukken indienen die aantonen dat de aangevraagde investering effectief wordt uitgevoerd. De uitbetaling gebeurt pas bij voltooiing van het project. Het bedrag dat in 2024 effectief werd uitbetaald. bedraagt 52.224.776 euro, voor 6.700 dossiers samen.Productieve en niet-productieve investeringenIn Vlaanderen gaat zo’n 21 procent van de Europese GLB-steun naar het VLIF. Bekijken we enkel de productieve groene investeringen, dan gaat 7 procent van de Europese GLB-steun naar productieve groene investeringen. Het is die laatste categorie waar het Agentschap op inzoomt in een nieuw rapport. Niet-productieve groene investeringen zijn vooral gericht op ecologische meerwaarde, zoals het aanplanten van een haag. Productieve investeringen dragen ook bij aan de rendabiliteit van het landbouwbedrijf, zoals waterbesparing of energie-efficiëntie. Een project komt in aanmerking voor VLIF-steun als het een meerwaarde biedt voor bijvoorbeeld milieu en klimaat, energie of dierenwelzijn. Minder energie, water en ammoniakWat betreft energie, legt het Agentschap concrete resultaten voor.&amp;nbsp; Meer dan 9.000 investeringen zorgden samen voor een energiebesparing van ruim 1.300 GWh in 2024. Dat staat gelijk aan het jaarlijks verbruik van zo’n 370.000 gezinnen. Deze investeringen, gerealiseerd tussen 2016 en 2024, ontvingen samen 87,7 miljoen euro steun. De energie-besparing leidde op haar beurt tot een reductie in de energetische broeikasgasuitstoot: de in 2024 vermeden CO2-emissie bedroeg 213 kiloton CO2. Belangrijke investeringstypes hiervoor zijn de isolatie van verwarmde stallen, schermen en folies in serres en rookgasbehandeling. Investeringen met het oog op vermindering van de ammoniakuitstoot zorgden in 2024 voor een totale vermeden ammoniakemissie van 1.948 ton NH3. Dat effect werd gerealiseerd door ammoniakemissiearme stalsystemen voor pluimvee en varkens, luchtwassers, mestschuiven en mestrobots. Samen ontvingen deze investeringen ruim 32,4 miljoen euro steun. Een aantal van deze investeringen heeft ook effect op de uitstoot van geur en fijn stof.Er ging ook 14 miljoen euro steun naar investeringen in waterkwaliteit en watergebruik. Van 2017 tot 2024 hebben 2.412 investeringen de wateropslagcapaciteit met bijna 2 miljoen m³ verhoogd, voornamelijk hemelwater. Het type projecten die van het grootste percentage steun genieten, zijn  de projecten die voorrang krijgen Hoe vlot verloopt het subsidieproces?Maar wie maakt precies aanspraak op deze subsidies, en hoe vlot is het om er te verkrijgen? Gert Van Thillo, business manager bij adviesbureau SBB, ziet dat steeds meer boeren zich laten adviseren voor de aanvragen van VLIF-steun. “Vroeger konden landbouwers in bijberoep geen VLIF-steun aanvragen”, zegt Van Thillo. “Bovendien gaat conjunctureel beter binnen de landbouw, wat maakt dat velen willen investeren. En omdat uitbreiden vaak geen mogelijkheid is, kijken boeren naar een ander type investeringen. Denk maar aan een mestrobot, of investeringen in waterbesparing of dierenwelzijn.”Naast duurzaamheid is ook arbeidsverlichting een belangrijk criterium binnen de VLIF-lijsten. “Alles wat betreft robotisering scoort om die reden vrij goed”, zegt Van Thillo.Dat eenzelfde projectaanvraag het ene jaar geweigerd kan worden, en het andere jaar toch aanvaard, zorgt ervoor dat landbouwers de VLIF-subsidies wel eens als een loterij beschouwen. “Maar dat vind ik niet het juiste woord”, zegt Van Thillo. “Wel is het zo dat VLIF een bepaalde rangorde hanteert. Het type projecten die van het grootste percentage steun genieten, tot veertig of vijftig procent, zijn de projecten die hoog scoren op het gebied van duurzaamheid, en dat zijn dus ook de projecten die voorrang krijgen. Projecten waarvoor maar 15 of zelfs 30 procent steun geldt, maken doorgaans minder kans.” Velen stellen bepaalde investeringen uit omdat ze de subsidie nog niet kregen AanvraagdrukteHoewel Van Thillo benadrukt dat VLIF-steun eerder moet worden gezien als een extra stimulans dan de basis van een verdienmodel, ziet niet elke boer het zo. “Ik snap wel de frustraties bij landbouwers hun hoop hebben gezet op de VLIF-steun”, zegt Van Thillo. “Het lijkt voor sommigen dat de VLIF-steun minder vanzelfsprekend is geworden. Dat komt omdat de pot die ter beschikking staat, langs de ene kant veel meer wordt opgebruikt in de hoogste categorie van investeringen, zijnde de investeringen van dertig tot vijftig procent. Langs de andere kant is er veel meer toegang tot het VLIF. Vroeger was VLIF enkel beperkt door wie in hoofdberoep landbouwer is. Nu kan ook een bijberoeper VLIF aanvragen, als hij gekend staat als een actieve landbouwer met meer dan twintigduizend euro verdiencapaciteit per jaar.”“Verder zijn er degenen die oude aanvragen herindienen”, zegt Van Thillo nog. “Anders dan vroeger mag je een geweigerde aanvraag elk kwartaal opnieuw indienen, al is het addertje natuurlijk dat je VLIF-steun moet aanvragen voor de aanvang van een project. Velen stellen daadwerkelijk bepaalde investeringen uit alvorens ze de subsidie krijgen.”Ook de bewijslast voor een VLIF-aanvrager is groter geworden. “Als je vroeger een aanvraag deed voor een waterput, was het al voldoende om de start van de werkzaamheden te bewijzen met een foto van je graafwerk. Tegenwoordig moet je offertes of facturen kunnen voorleggen.” Het is misschien minder evident geworden om VLIF-steun te ontvangen, maar we kunnen wel stellen dat het proces performanter is geworden Niet iedereen krijgt een &#039;ja&#039;”Het is misschien minder evident geworden om VLIF-steun te ontvangen, maar we kunnen wel stellen dat het proces performanter is geworden. &amp;nbsp;Tenslotte zorgt de steun vanuit het VLIF voor ondersteuning van duurzame investeringen in landbouw om het bedrijf meer toekomstbestendig te maken en beter te voldoen aan maatschappelijke verwachtingen”, zegt Van Thillo nog, al gelooft hij dat er door de aanvraagdrukte hoe dan ook geen garantie is dat elk dossier dit jaar een ‘ja’ mag verwachten. Bovendien is het volledige VLIF-budget voor 2025 nog niet vrijgegeven. Alleen de oproep VLIF-innovatie 2025 maakt al gewag van een concreet beschikbaar budget, namelijk 5 miljoen euro. Maar dit is slechts een deel van de taart. Dankzij het VLIF zetten landbouwers sneller de stap naar meer milieu- en klimaatvriendelijke technieken Hoewel de Vlaamse regering fors moet besparen, geeft Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) wel aan dat VLIF een belangrijke rol zal blijven spelen. “Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds is een motor voor de verduurzaming van onze Vlaamse landbouwbedrijven”, zegt de minister. “Dankzij het VLIF zetten landbouwers sneller de stap naar meer milieu- en klimaatvriendelijke technieken. En daar wordt iedereen, van landbouwer tot burger, beter van. Met het VLIF bouwen we aan een groenere en veerkrachtigere landbouwsector.Landbouwers doen er goed aan VLIF-steun te blijven aanvragen waar mogelijk, maar moeten erop toezien dat de rendabiliteit van hun investering ook zonder steun overeind blijft. Met stijgende aanvraagdruk en onduidelijke budgetten is het duidelijk: boeren zullen hun dossiers strategischer dan ooit moeten plannen.</content>
            
            <updated>2025-07-22T21:35:55+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fevia waarschuwt voor gevolgen zwerfvuiltaks]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fevia-waarschuwt-voor-gevolgen-zwerfvuiltaks" />
            <id>https://vilt.be/57690</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De voedingsfederatie Fevia waarschuwt opnieuw voor de gevolgen van de zwerfvuiltaks die in Vlaanderen, Brussel en Wallonië op tafel ligt. Volgens Fevia is er sprake van een heffing van 102 miljoen euro. Daardoor zouden Belgen drie tot vier keer meer taksen betalen dan in de buurlanden. Intussen laaide ook het debat rond de invoering van statiegeld opnieuw op in de commissie Omgeving van het Vlaams parlement. Daaruit blijkt dat er zowel binnen de Vlaamse regering als op nationaal niveau nog geen eensgezindheid is.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="afval" />
                        <category term="zwerfvuil" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d94895a2-583c-4cc0-8b98-c2ca2c8a2668/full_width_zwerfafval-landelijke-gilden600.jpg</image>
                                        <content>De zwerfvuiltaks is de Belgische omzetting van de Europese Single Use Plastic (SUP)-richtlijn. Deze richtlijn verplicht lidstaten om producenten te laten meebetalen voor de inzameling en het opruimen van zwerfvuil. Voor de implementatie van de taks op nationaal niveau is de instemming van alle gewesten vereist. Eigenlijk had de taks al ingevoerd moeten zijn, maar omdat elke wijziging aan de ontwerpteksten opnieuw de goedkeuring van elk gewest vraagt, liep het proces vertraging op. Al zou het nu in de laatste fase zitten. “De hoop is er dat de Vlaamse Regering in het najaar er opnieuw over kan beslissen”, lichtte Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) onlangs toe.&amp;nbsp;Stimuleert grensaankopen, ondergraaft competitiviteit&amp;nbsp;Fevia en de federatie voor handel en diensten Comeos waarschuwden reeds tijdens de vorige legislatuur meermaals voor de buitensporige impact van deze taks. “Terwijl Belgische bedrijven al hogere heffingen dragen dan hun buitenlandse concurrenten, ligt de zwerfvuiltaks in België alsnog drie tot vier keer hoger”, klinkt het. “Het voorstel betekent een kost van 8,7 euro per Belg, terwijl dit in Frankrijk, Duitsland en Nederland respectievelijk 2,8 euro, 3,2 euro en 2,45 euro bedraagt.”&amp;nbsp;Bart Buysse, CEO van Fevia, waarschuwt dat de fiscale druk de consument nog meer over de grens jaagt: “De torenhoge fiscale druk, zeker op drankverpakkingen, is nu al een belangrijke drijfveer achter de stijgende grensaankopen. In 2024 werd voor 747 miljoen euro aan voeding en dranken over de grens gekocht, een stijging van 37 procent ten opzichte van 2022. De aangekondigde inspanning op federaal niveau om grensaankopen terug te dringen via een verlaging van de federale verpakkingsheffing in 2027, wordt hiermee volledig tenietgedaan. Wat met de ene hand wordt gegeven, wordt met de andere weer afgenomen.”&amp;nbsp;Volgens Comeos is de taks in het huidige klimaat onmogelijk te verantwoorden. “Zonder substantiële verlaging tot het niveau van onze buurlanden, is dit voor onze bedrijven onhoudbaar. Het ondergraaft hun competitiviteit op een moment dat ze al tal van economische uitdagingen moeten trotseren”, aldus de federatie.&amp;nbsp;Terugwerkende kracht&amp;nbsp;De gewesten zouden de taks met terugwerkende kracht invoeren. Daarbij zou de eerste betaling in april 2026 geïnd moeten worden, voor verpakkingen die bedrijven in 2025 op de markt brachten. “Bedrijven zullen worden geconfronteerd met kosten voor producten die ze al op de markt hebben gebracht, zonder dat het bedrag vooraf bekend was”, verduidelijkt Fevia. &amp;nbsp;Beide federaties herhalen hun pleidooi om met een forfaitair bedrag van maximaal 30 tot 35 miljoen euro te beginnen, in lijn met onze buurlanden.&amp;nbsp; We hebben in dit dossier nog wat werk, als we eerlijk zijn Statiegelddoelstellingen komen dichterbij&amp;nbsp;De EU verplicht de lidstaten ook om een systeem van statiegeld in te voeren indien de inzameldoelstelling voor drankverpakkingen van 80 procent in 2026 en van 90 procent in 2029 niet gehaald wordt. In 2023 werd in België 86,5 procent van de blikjes ingezameld en 84 procent van alle pet. “De doelstellingen die Europa oplegt zijn zeer ambitieus”, geeft Brouns mee in de omgevingscommissie, op de vraag van Vlaams parlementslid Kris Verduyckt (Vooruit) naar een stand van zaken. “Vooral wat betreft blikjes is de doelstelling van 90 procent selectieve inzameling moeilijk haalbaar. Ook voor pet wordt het, ondanks onze goede cijfers, een uitdaging om de 90 procent te halen. Er zullen bijkomende maatregelen nodig zijn.” Daarbij haalt Brouns aan dat er meer moet ingezet worden op een selectieve inzameling bij bedrijven en werven.&amp;nbsp; Geen eensgezindheid binnen regering&amp;nbsp;Als de doelstellingen niet gehaald worden, wordt ons land niet alleen verplicht om een statiegeldsysteem te lanceren, maar dreigt ook een boete. In de vorige legislatuur werkte toenmalig omgevingsminister Zuhal Demir (N-VA) een conceptnota uit, met de intentie om tegen eind 2025 statiegeld in te voeren.&amp;nbsp;Maar die ambitie is intussen verdwenen. In het huidige regeerakkoord wordt over statiegeld met geen woord gerept, en binnen de Vlaamse regering lijkt er geen eensgezindheid te zijn.&amp;nbsp;Zowel cd&amp;amp;v als Vooruit spraken zich in hun verkiezingsprogramma uit voor de invoering van statiegeld, maar N-VA maakte een omslag. De partij liet het thema vallen tijdens de campagne, en Vlaams parlementslid Sanne Van Looy liet in het laatste debat over statiegeld verstaan dat haar fractie inmiddels een “koele minnaar” is van het systeem.&amp;nbsp;Maar zelfs als de Vlaamse regering alsnog tot een akkoord komt, moet ook nog overeenstemming gevonden worden tussen de drie gewesten. “De verschillen zijn momenteel groot. Een Belgisch akkoord is er nog lang niet,” aldus Brouns. “We hebben in dit dossier nog wat werk, als we eerlijk zijn.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-07-22T19:50:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Alarmbel voor Vlaamse wilde bijen: 1 op 3 soorten bedreigd volgens eerste Rode Lijst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/alarmbel-voor-vlaamse-wilde-bijen-1-op-3-soorten-bedreigd-volgens-eerste-rode-lijst" />
            <id>https://vilt.be/57691</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen luidt de alarmbel voor wilde bijen. Uit de eerste Vlaamse Rode Lijst voor wilde bijen blijkt dat 101 van de 340 inheemse soorten bedreigd zijn. Nog zorgwekkender: 35 soorten zijn al volledig verdwenen. De lijst werd opgesteld door Natuurpunt Studie en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) noemt het rapport “een wake-upcall” en wil inzetten op gerichte herstelmaatregelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bij" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8547a8ea-5227-41b2-afa2-dcca25c80c1f/full_width_nt-kleine-wolbij-anthidium-punctatum-m-stefanverheyen12.jpg</image>
                                        <content>&quot;Het gaat niet goed met de bijen&quot;, zegt Samuel De Rycke van Natuurpunt Studie. &quot;Nochtans zijn wilde bijen cruciaal voor de bestuiving van planten. Het is de samenhang van al die verschillende soorten die zorgt voor een optimale bestuiving en voor de weerbaarheid van planten. Hoe minder soorten er zijn, hoe groter het risico dat de bestuiving niet meer goed verloopt en ook de voedselproductie in het gedrang komt.&quot; De cijfers op een rijUit de verzamelde data, waarbij bijna 600.000 verspreidingsgegevens geanalyseerd werden, blijkt dat slechts 148 bijensoorten (44%) niet in gevaar zijn. De andere soorten zijn ofwel bijna in gevaar (40 soorten of 12%), ernstig bedreigd of kwetsbaar (101 soorten of 30%). Maar liefst 35 soorten (10%) zijn volledig verdwenen uit Vlaanderen, en voor 16 soorten (5%) is er onvoldoende informatie om hun situatie te bepalen. Een opvallende trend is de achteruitgang van bijen in natuurlijke leefgebieden zoals heide, graslanden, bossen en de kust. Daartegenover staat de toename van enkele soorten die zich hebben aangepast aan stedelijke omgevingen. Ook de klimaatverandering laat zich voelen: soorten met een noordelijke verspreiding nemen af, terwijl zuidelijke soorten toenemen, al kunnen die zich niet allemaal&amp;nbsp;succesvol vestigen in ons land. &quot;We weten nu welke bijensoorten aan het verdwijnen zijn en kunnen zo specifieke leefgebieden herstellen en beheren met bijen in gedachten, om hopelijk het tij nog te keren&quot;, aldus De Rycke.Actieplan voor wilde bestuiversDe Rode Lijst is een belangrijk onderdeel van het Vlaams Actieplan voor Wilde Bestuivers, met 37 maatregelen om bijensoorten beter te beschermen. “Deze lijst is geen eindpunt,” aldus minister Brouns bij de voorstelling in Dilsen-Stokkem. “Ze helpt ons om gericht herstelmaatregelen te nemen, samen met landbouwers en burgers.”Hij roept op tot gerichte actie: “Zelf kan je bijvoorbeeld nog meer bloemen zetten in je tuin of minder maaien. Samen met de landbouwers zijn we ook aan de slag om nog bewuster om te springen met gewasbescherming. En ik geloof sterk in de beheerovereenkomsten tussen landbouwers en natuur, want bijen zijn ook voor landbouwgewassen van cruciaal belang.”</content>
            
            <updated>2025-07-24T15:58:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Westhoekboeren blikken terug op toeristisch project ‘Westhoek op je bord’]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/westhoekboeren-blikken-terug-op-toeristisch-project-westhoek-op-je-bord" />
            <id>https://vilt.be/57692</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoe kan de korteketenboer toeristen aantrekken? Dat was de centrale vraag binnen het Leaderproject ‘Westhoek op je bord’ van Inagro, Westtoer en regiowerking Toerisme Westhoek. Korteketenboeren blikken terug op 2,5 jaar aan acties om hun aanbod af te stemmen op dag- en verblijfstoeristen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="toerisme" />
                        <category term="Inagro" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0afa93a1-42ff-4041-a6f7-cdcadf575af6/full_width_omloophof-inagro-2025-jan-dhondt-atelje-d-rl5a9530.jpg</image>
                                        <content>In totaal namen 49 landbouwers en 56 toeristische ondernemers deel aan het traject. Dertig landbouwers bieden vandaag toeristische streekpakketten aan, gaande van aperitiefplanken en picknickmanden tot activiteiten op hun erf. Dat levert niet alleen extra inkomsten op, maar heeft ook geleid tot een hecht netwerk van collega-producenten.Deborah Sanctorum van ’t Omloophof in Ieper nam enthousiast deel aan het traject: “Als landbouwer ben je vaak bezig met je product en je dagelijkse werk, maar het commerciële luik ligt niet altijd voor de hand”, zegt ze. “Dankzij dit project heb ik geleerd hoe ik mijn producten aantrekkelijker kan presenteren aan toeristen. Het contact met logiesuitbaters gaf me echt nieuwe inzichten. We kunnen elkaar versterken.” Masterclass toeristen lokkenSanctorum en haar collega’s kregen begeleiding van Inagro om zich doeltreffend op toeristen en Westhoekbewoners te richten. Inagro ondersteunde de landbouwers met interviews, workshops en coaching om hun toeristisch aanbod vorm te geven. Daarbij ging het onder meer om het bepalen van porties en smaakcombinaties, prijszetting en verpakking, samenwerking met logies, en het versterken van hun zichtbaarheid via toeristische platformen, storytelling en klantbeleving.Katrien Zyde van Het Warandehof, een rabarberbedrijf in Alveringem, heeft veel opgestoken van de workshops: “Vooral de nieuwe contacten die ik kon leggen vond ik een grote meerwaarde. Je leert dat ze vaak voor dezelfde uitdagingen staan. Een aantal van hen verkoopt nu ook mijn producten.”Om de landbouwers extra zichtbaarheid te geven bracht Inagro ook een beleefkalender uit met de activiteiten op de verschillende erven. De kennis en inspiratie uit het project zijn bovendien blijvend toegankelijk via de korteketentoolbox, een online platform voor korteketenondernemers.Smaakmarkt als startpuntEén van de hoogtepunten van het project was de smaakmarkt op 17 juni bij Terrest Brewery in Houthulst. Elf producenten stelden er hun aanbod voor aan meer dan 46 logiesuitbaters. Die eerste kennismaking leverde meteen concrete afspraken en nieuwe samenwerkingen op. Verschillende deelnemers overwegen om het marktje volgend jaar te herhalen. Wie als landbouwer interesse heeft om mee in te stappen, kan bij Inagro terecht voor eerstelijnsadvies, tools en doorverwijzing. Ook deelname aan het label 100% West-Vlaams opent deuren richting toeristische afzet.“Lokale producten zijn meer dan voeding; ze vertellen het verhaal van een regio. We wilden landbouwers de kans geven om die troef beter te benutten richting een nieuw publiek: toeristen”, zegt Katrien Grauwet, adviseur korte keten bij Inagro. “Toeristen zoeken beleving en gemak, dus hebben we boeren geholpen om daarop in te spelen met aangepaste pakketten en een doordacht verhaal.”</content>
            
            <updated>2025-07-25T13:51:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaming runt geitenhouderij in Wallonië op vijf meter van ouderlijke huis]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaming-start-geitenhouderij-in-wallonie-op-vijf-meter-van-ouderlijke-huis" />
            <id>https://vilt.be/57693</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het ouderlijke bedrijf was te klein voor twee broers, dus besloot Jonathan Ennot uit te wijken naar Wallonië. Tien jaar geleden begon hij een landbouwbedrijf met 800 melkgeiten, net over de gewestgrens en op vijf meter van het ouderlijke bedrijf. Sindsdien plukt de Limburger de vruchten van een soepelere Waalse wetgeving. Tegelijkertijd kan hij materiaal uitwisselen met het bedrijf van zijn broer. “Anders hadden we de zelfrijdende mengwagen vermoedelijk nooit aangekocht.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Geitenhouderij" />
                        <category term="zomer" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d7f7019a-8a4c-4dc8-adc8-fea1a50b08ad/full_width_emanuel-en-jonathan-ennoh.jpg</image>
                                        <content>Zomerreeks 2025: Vlaamse boeren over de taalgrensIn deze zomerse reeks trekken we naar het zuiden van het land, waar Vlaamse boeren hun geluk beproeven aan de andere kant van de taalgrens. Sommigen zochten meer ruimte, anderen betaalbare grond of rust. Het levert een reeks boeiende verhalen op over loslaten, herbeginnen en wortel schieten op Waalse bodem. De ruilverwerkingsweg op het ouderlijke bedrijf in Tongeren vormt de grens tussen Wallonië en Vlaanderen. Aan Vlaamse kant melkt Emmanuel Ennot (32) 65 Holsteinkoeien en heeft hij een eigen verwerking met hoeveverkoop. Aan de Waalse kant melkt Jonathan Ennot (32) 800 geiten. “Het ouderlijke bedrijf was te klein voor ons beiden, waardoor we moesten uitbreiden of op zoek naar een externe locatie.” Het werd een combinatie van beide. Tien jaar geleden verkreeg Jonathan in Wallonië, op het perceel naast het ouderlijke bedrijf, een vergunning voor een geitenbedrijf. “In eerste instantie klaagde een buurvrouw, omdat ze overlast ervoer van het gepiep van achteruitrijdende vrachtauto’s. Daarna zijn we overeengekomen om de melkwagen ’s nachts niet meer te ontvangen”, vertelt Jonathan.De melk wordt om de drie dagen opgehaald door Capra, dat op 45 kilometer afstand in Halen de zuivel verwerkt tot zachte kazen. Het was de directeur van Capra, die Jonathan tien jaar geleden op het idee van een geitenbedrijf bracht. “Hij kwam ooit langs bij het geitenbedrijf in Riemst waar ik stage liep. Toen vertelde hij dat hij nog op zoek was naar leveranciers van geitenmelk.&quot;Daarmee was het zaadje voor de toekomstige geitenmelkerij gelegd. “Omdat we door de aanwezigheid van de Franse multinational Aire Liquide aan Vlaamse kant niet mochten bouwen, zijn we op het idee van nieuwbouw op ons Waalse perceel gekomen, dat al decennialang in ons bezit was”, vertelt Jonathan. Geen NER’s in Wallonië en minder opstartkostenNaast het feit dat de landbouwers daar makkelijker bouwen, speelde ook de afwezigheid van nutriëntenemissierechten (NER&#039;s) een rol in het besluit. “In Wallonië bestaan NER’s niet, waardoor de investeringskosten om een bedrijf op te starten al een stuk lager liggen”, vervolgt de Limburger die officieel pas twee jaar na de nieuwbouw eigenaar van het bedrijf werd. “In eerste instantie stond het bedrijf op naam van mijn ouders. Zij doen al decennialang zaken met dezelfde bank. Voor hen was het makkelijker om krediet te krijgen dan voor een 22-jarige nieuwkomer.”Bij de overname van het bedrijf kreeg de jonge ondernemer ook steun van Wallonië, namelijk AIDA, de Waalse tegenhanger van de Vlaamse VLIF-steun. Volgens Jonathan zijn beide instrumenten vergelijkbaar en geven ze jonge landbouwers een steuntje in de rug. Tijdens zijn loopbaan heeft Ennot de geitenmelksector sterk zien evolueren. In het begin was er veel vraag naar extra melk en zijn er veel bedrijven opgestart in Vlaanderen, iets minder in Wallonië. Sinds corona kwam er een kleine kink in de kabel en vorig jaar kende de sector wederom moeilijke tijden, waardoor Capra zelfs gedwongen was om geitenhouders te schrappen.Inmiddels zit de prijs weer in de lift en ziet de Limburgse boer in Wallonië de toekomst positief in. De komende jaren wil hij nog een loods zetten voor stro-opslag en een extra stal voor jongveeopfok. Ook overweegt de ondernemer korteketenverkoop. “Mijn broer heeft in de koelautomaat twee vakjes vrijgehouden: één voor vanille-geitenijs en één voor chocolade-geitenijs.”De taalgrens vormt geen enkele barrière voor samenwerking met zijn broer. “We hebben bijvoorbeeld ook een zelfrijdende mengwagen en een stroblazer die we beiden gebruiken. Deze zouden we moeilijker hebben kunnen financieren als we deze kosten niet over twee bedrijven konden verdelen”, vertelt Jonathan. Vlaamse mest op Waalse grondSamen met zijn broer bewerkt hij akkerbouw op een areaal van 90 hectare. Alleen het stalmest van Emmanuel, die zijn koeien in een potstal houdt, wordt over het eigen land uitgereden. Jonathan zet zijn mest af bij akkerbouwers in Wallonië. In tegenstelling tot Vlaanderen is er in Wallonië een mesttekort, waardoor mest geld oplevert.In de praktijk ruilt hij mest voor stro, legt hij uit. “Voor vijfentwintig ton mest krijg ik één hectare stro.” Hiermee maakt hij minder kosten dan de Vlaamse geitenmelkers die vaak aan dezelfde zuivelverwerker leveren. “Vlaamse geitenmelkers moeten betalen voor de mestafzet en het stro. Dat scheelt duizenden euro’s per jaar.”Het mesttekort in Wallonië vertaalt zich ook in soepelere regels over de taalgrens waar controles een zeldzaamheid zijn. “Stalmest mag negen maanden onafgedekt op de kopakker liggen, terwijl je in Vlaanderen nagenoeg direct moet afdekken.” Ook de regels voor het aanbrengen van stalmest zijn anders. “Wij doen ook wat loonwerk voor een varkensboer in Wallonië. Drijfmest mag er met een ketsplaat op het grasland aangebracht worden en hoeft daarom niet gelijk ondergewerkt te worden, iets wat in Vlaanderen al een lange tijd verplicht is”, klinkt het.De 32-jarige ondernemer heeft geen spijt van de oprichting van het nieuwe bedrijf in Wallonië, maar hij twijfelt of hij het anno 2025 nog een keer zou doen. “Dat heeft te maken met de kosten. De rente is flink gestegen en ook de bouwkosten liggen veel hoger dan 10 jaar geleden. Hetzelfde bedrijf zou nu wel vijftig procent meer hebben gekost”, besluit hij.</content>
            
            <updated>2025-08-11T20:54:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FDF-voorzitter is zijn koeien kwijt, maar blijft strijdvaardig]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fdf-voorzitter-is-zijn-koeien-kwijt-maar-blijft-strijdvaardig" />
            <id>https://vilt.be/57694</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>FDF Belgium-voorzitter Bart Dickens tekende in op de uitkoopregeling voor het Turnhouts Vennengebied en zag vorige week zijn laatste koeien vertrekken. Gezondheidsproblemen en een uitzichtloze situatie dreven hem tot dit drastische besluit dat een grote emotionele impact heeft. Maar wie denkt dat de boer met zijn melkkoeien ook zijn strijdlust verliest, komt bedrogen uit. “Ik heb nu meer tijd om vol voor de boerenbelangen te gaan”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="boerenprotest" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/90c6fcce-ca13-4686-a319-16f78403e97e/full_width_bart-dickens-voor-lege-stal.jpg</image>
                                        <content>Twee weken geleden ging het jongvee van Dickens de deur uit, vorige week was het aan de melkkoeien. “Van de ene op de andere dag was het gedaan”, vertelt de ex-melkveehouder uit Arendonk. Zijn bedrijf ligt juist in het Turnhouts Vennengebied, een maatwerkgebied in de Noorderkempen dat extra hard getroffen wordt door het stikstofdecreet. Dickens vergaarde de voorbije jaren nationale bekendheid als voorzitter van de Vlaamse tak van de activistische Nederlandse boerenorganisatie Farmers Defence Force. Hij stond in 2023 aan de wieg van FDF Belgium en organiseerde meerdere protestacties. Hij staat bekend als een uitgesproken criticus van het Vlaams landbouwbeleid.De 44-jarige boer tekende in november vorig jaar in op de stoppersregeling die geldt in maatwerkgebieden, aanvankelijk met het idee om de waarde van zijn bedrijf te kennen. “Dat vergemakkelijkte het maken van een toekomstbeslissing”, aldus de boer die het stikstofdecreet en “de druk van de natuur” als een strop om zijn nek omschrijft. “Wij moeten grote investeringen doen om tegen 2030 een stikstofreductie te realiseren, maar daarna is het nog niet zeker of dit voldoende zal zijn. In 2030 volgt immers een herevaluatie van de stikstofdepositie.” De emotionele impact wordt door Brussel volledig onderschat Gezondheidsproblemen maken melken moeilijkVooral Dickens&#039; gezondheid gaf de doorslag. “Ik heb hartproblemen en een zwakke schouder. Deze zomer ben ik voor de tweede keer geopereerd aan mijn schouder en dat is voor altijd een zwakke plek”, vertelt hij. Na zijn operatie liet hij het melken over aan medewerkers van de organisatie Werkers.Dickens heeft het moeilijk met de gevolgen van zijn besluit. “Het is een keuze geweest van de ratio en niet van het hart. Ik heb onderschat hoe moeilijk het was toen de koeien weg waren. Ik heb het er nog steeds moeilijk mee. Geen loeiende dieren meer of rammelende voerhekken, alleen maar stilte. Deze emotionele impact is iets wat door Brussel volledig onderschat wordt.”Een levenswerk van drie generaties is zo ten einde gekomen. “Ook mijn vader heeft het er erg zwaar mee”, vervolgt de Kempenaar die afstamt van een Engelsman die honderden jaren geleden emigreerde naar België, vandaar de naam Dickens. Zijn grootouders startten in 1952 met het landbouwbedrijf in Arendonk. “Zij kregen destijds 10.000 frank (250 euro) subsidie voor de ontginning van bos tot landbouwgrond”, vertelt de boer. Hij constateert dat het overheidsbeleid faliekant gedraaid is. “Landbouw wordt al lang niet meer gezien als essentiële sector. De natuur krijgt tegenwoordig voorrang.” Boer behoudt zijn landEerder dit jaar kreeg Dickens drie mensen van VLM over de vloer die de waarde van zijn bedrijf becijferden. In juli volgde een bod. De boer ontvangt geld voor zijn nutriëntenemissierechten (3,2 euro per NER), zijn melkkoeien en zijn aan melkvee gerelateerde landbouwmateriaal. Daarnaast krijgt hij een vergoeding voor de stallen en een premie voor het slopen ervan. “Ik mag levenslang nergens in Europa meer vee houden.” Ik mag levenslang nergens in Europa meer vee houden Hoewel hij er naar zeggen niet rijk van wordt, is Dickens tevreden met het bod. “Ik mag niet klagen, alhoewel het bedrijf bij verkoop onder normale omstandigheden veel meer waard zou zijn.” Omdat het stikstofdecreet als een zwaard van Damocles boven het Turnhouts Vennengebied hangt, is de reële verkoopwaarde veel minder. “Wie investeert er in een bedrijf dat na 2030 misschien niet meer kan bestaan?”Met het geld kan hij zijn lopende schulden tot 2034 aflossen. Dickens heeft nog 60 hectare grond waar nu hoofdzakelijk nog veevoedergewassen op staan, maïs en gras. “De maïs is al verkocht en ook de volgende snedes gras kan ik kwijt aan naburige veehouders”, vertelt Dickens die zelf als loonwerker gaat werken. “Strijd van FDF België gaat verder”Reclame maken voor de stoppersregeling doet Dickens niet. “Zeker niet. In mijn geval speelde de combinatie van gezondheidsproblemen en de uitzichtloze situatie in het Turnhouts Vennengebied, waardoor wij feitelijk met de rug tegen de muur staan. Voor andere boeren gelden andere omstandigheden. Iedereen moet zijn eigen rekening maken.”Wie denkt dat de boer met zijn melkkoeien ook zijn strijdlust verliest, vergist zich. “Ik heb nu niets meer te verliezen en meer vrije tijd om mij voor FDF Belgium en de belangen van de Vlaamse boeren in te zetten. Het is schandalig hoe de overheid omgaat met de landbouw, een strategische sector die tot de wereldtop behoort.” Wachten op nieuwe intendantDe naam van de nieuwe intendant voor het Turnhouts Vennengebied laat nog op zich wachten. Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) liet eerder deze maand weten dat de vacature na een jaar eindelijk ingevuld is. De bekendmaking zou &#039;snel volgen&#039;, zodra de Vlaamse regering de benoeming goedkeurt. Maar die goedkeuring werd telkens uitgesteld en is nu doorgeschoven naar na het zomerreces. De aanstelling wordt daardoor pas in september verwacht. Intussen blijft het kabinet-Brouns in overleg met de betrokken actoren in het gebied.</content>
            
            <updated>2025-07-28T15:03:04+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Testaankoop stelt gerust over drinkwater, maar hekelt blinde vlek voor TFA]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/testaankoop-stelt-gerust-over-drinkwater-maar-hekelt-blinde-vlek-voor-tfa" />
            <id>https://vilt.be/57695</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Kraantjes- en flessenwater is over het algemeen veilig, maar niet volledig vrij van residuen. Dat stelt consumentenorganisatie Testaankoop na onderzoek. "We troffen resten aan van pesticiden, TFA en sporen van PFAS.” Alle gemeten waarden bleven daarbij binnen de Vlaamse en Europese normen, al wordt TFA tot op heden niet meegeteld in deze normen. Tegen 2027 verwacht de EU een beoordeling van het Wereldgezondheidsorganisatie over de risico’s van PFAS, inclusief TFA. “Op basis daarvan zal er bekeken worden of een actualisatie van de drinkwaterrichtlijn nodig is,” klinkt het bij de Europese Commissie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="PFOS" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/65c89880-b97a-434d-93c6-dbbfe1bc60af/full_width_kraanwater.jpg</image>
                                        <content>Testaankoop besluit uit haar onderzoek dat kraantjes- en flessenwater “over het algemeen drinkbaar” is. Tegelijk waarschuwt de organisatie dat sommige gewasbeschermingsmiddelen langdurig in het milieu blijven. Zo bevatte een staal kraanwater uit Luik sporen van atrazine, een onkruidverdelger die sinds 2004 in Europa verboden is. De gemeten concentratie (21 ng/l) lag daarbij wel ver onder de wettelijke limiet (100 ng/l).Wat PFAS betreft noemt Testaankoop de resultaten geruststellend: er werden geen of slechts zeer kleine hoeveelheden aangetroffen, telkens ruim onder de Europese grenswaarde van 100 nanogram per liter voor twintig specifieke PFAS-soorten“Voor trifluorazijnzuur TFA, de kortste PFAS-keten, is meer waakzaamheid geboden”, aldus Testaankoop. “De stof dook op in 19 van de 20 kraanwaterstalen en in 18 van de 30 flessenwaterstalen.” Wat is TFA?TFA wordt gebruikt als proceshulpstof in onder meer de farmaceutische industrie en of bij productie van verf of werkkledij. Ze ontstaat ook bij de afbraak van fluorgassen uit auto-airco’s en van fluorhoudende gewasbeschermingsmiddelen in de bodem. De roep groeit om het gebruik van TFA in industriële processen, en het aandeel PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen.De stof is één van de &#039;forever chemicals&#039; die nauwelijks tot niet afbreken in het milieu. Membraanfilters kunnen TFA wel tegenhouden in drinkwater, maar dat is een dure ingreep. Volgens PFAS-expert Jacob de Boer, die recent in het Vlaams parlement sprak, zou drinkwater daardoor dubbel zo duur kunnen worden. Wat zegt de EU over PFAS en TFA in ons drinkwater?De drinkwaterrichtlijn is de belangrijkste Europese wet die de kwaliteit van drinkwater voor consumptie regelt. Vijf jaar geleden werd een actualisatie aangenomen, die de lidstaten tegen 2023 moesten omzetten in nationale wetgeving.In de herschikte richtlijn werden ook regels rond PFAS vastgelegd waaraan de lidstaten uiterlijk tegen 2026 moeten voldoen. De lidstaten kunnen daarbij kiezen uit twee PFAS-parameters om de waterkwaliteit te garanderen. Ofwel hanteren ze de ‘som van PFAS’-parameter, waarbij de gezamenlijke concentratie van twintig door de EU als risicovol beschouwde PFAS-stoffen onder de 100 nanogram per liter moet blijven. TFA maakt geen deel uit van deze lijst met twintig stoffen. Ofwel kiezen ze voor de ‘PFAS totaal’-parameter, waarbij de totale hoeveelheid aan PFAS-soorten in 1 liter drinkwater niet hoger dan 500 nanogram mag liggen.Wat precies onder PFAS valt in die tweede benadering, blijft wat onduidelijk. De specificeert niet welke stoffen de EU daaronder rekent, en dus ook niet of TFA erbij hoort. “In de huidige EU-wetgeving is er geen wettelijke definitie van PFAS”, bevestigt de Europese Commissie aan VILT. “We zijn ons er ten volle van bewust dat TFA tot nieuwe bezorgdheid leidt door zijn aanwezigheid in het milieu, ook in watersystemen. Maar bij de goedkeuring van de geactualiseerde richtlijn enkele jaren geleden, waren deze elementen nog grotendeels onbekend.”Daarom sloot de Commissie een overeenkomst met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om de meest recente wetenschappelijke inzichten over mogelijke gezondheidseffecten van PFAS te beoordelen. “Op basis daarvan zou de WHO gezondheidsparameters voor relevante PFAS, alsook TFA, in drinkwater kunnen aanbevelen”, aldus de Commissie. “Tegelijkertijd loopt een ander onderzoek naar behandelingstechnieken en de bijbehorende kosten om TFA en andere PFAS uit drinkwater te verwijderen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek en de WHO-beoordeling, die in 2027 worden verwacht, zal de Commissie bekijken wat de beste aanpak is om al dan niet tot een actualisering van de drinkwaterrichtlijn te komen.” Buis voor Vlaanderen als TFA meetelt als PFASAls de EU TFA als PFAS zou erkennen binnen de drinkwaterrichtlijn, zouden volgens Testaankoop 16 van de 20 geteste gemeenten de Europese maximumwaarde van 500 nanogram per liter overschrijden. In mineraalwater werd PFAS slechts in één staal aangetroffen, waarbij het om een minieme hoeveelheid ging.“We zouden graag zien dat de EU TFA erkent. Zelfs in lage hoeveelheden kunnen ze op lange termijn zorgen baren, vooral voor kwetsbare mensen zoals zwangere vrouwen en baby&#039;s”, aldus de consumentenorganisatie. “We roepen daarom op aan de bron in te grijpen en de productie en het gebruik van deze stoffen stapsgewijs te verbieden, zoals sommige landen al doen.”Daarnaast vraagt de organisatie om het principe van &#039;de vervuiler betaalt&#039; toe te passen: “Het mag niet aan de burger zijn om op te draaien voor de kosten van waterzuivering, terwijl de vervuiling afkomstig is van industrie en landbouw.” Tot slot wil de organisatie dat de overheid de aanwezigheid van deze stoffen beter opvolgt en de meetresultaten publiek maakt, ter bescherming van de volksgezondheid en het milieu. Vlaanderen volgt de regels van de EUDe Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) controleert elk jaar het drinkwater en volgt daarbij de Europese parameters voor PFAS. In het meest recente rapport werd ook de som van vier specifieke PFAS-soorten getoetst aan de aanbevelingen van de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA. Die stelde na 2020, na de goedkeuring van de Europese drinkwaterrichtlijn, een nieuwe gezondheidskundige grenswaarde vast voor de totale inname van vier PFAS via voeding en drinkwater. Deze EFSA-waarde is geen wettelijke norm, maar wordt voorlopig wel als richtlijn gebruikt. &quot;Volgens de huidige wetenschappelijke inzichten is het nog niet zeker of die EFSA-waarde ook de meest geschikte grens is voor PFAS in drinkwater&quot;, aldus VMM. &quot;We volgen de ontwikkelingen op de voet. In afwachting gebruiken we ze als richtlijn.&quot;In 2023 werd de norm voor ‘Totaal PFAS’ nergens overschreden. De parameter ‘som PFAS’ gaf één overschrijding, maar die werd bij herbemonstering niet bevestigd. Volgens VMM kan het gaan om een tijdelijke kwaliteitsverandering of een meetfout. De EFSA-4-streefwaarde werd in 16 procent van de analyses overschreden. Net als de Europese parameters wordt de concentratie van TFA niet opgenomen in de EFSA-waarden.Monitoring TFA sinds 2024Uit metingen van De Watergroep, het grootste drinkwaterbedrijf van Vlaanderen, bleek vorig jaar dat TFA wijdverspreid aanwezig is in het Vlaamse drinkwater. De hoogste concentraties werden gemeten in West-Vlaanderen, al bleven die onder de nieuwe Vlaamse voorzorgswaarde.Die advieswaarde werd vorig jaar vastgelegd op basis van de beschikbare wetenschappelijke kennis over de gezondheidseffecten van TFA. “We beschikken nu over een onderbouwde advieswaarde, gebaseerd op wat we vandaag weten over TFA, met een ruime veiligheidsmarge voor mogelijke onbekende risico’s”, klonk het toen. &quot;De voorlopige gezondheidskundige advieswaarde ontsluiten we formeel als voorzorgswaarde.&quot;Ondertussen is ook een specifiek monitoringprogramma gestart voor korte-keten PFAS zoals TFA. De resultaten daarvan worden verwacht in het volgende drinkwaterrapport. Vorig jaar besliste de Vlaamse regering ook dat er een extra strategisch plan moet komen voor de bescherming van drinkwater. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) zal dat tegen eind dit jaar voorstellen. Het plan voorziet onder meer bufferzones in drinkwaterwingebieden en gebruiksbeperkingen van moeilijk verwijderbare stoffen als die een risico vormen voor de drinkwaterkwaliteit. “Per onttrekkingsgebied komen er concrete acties, gebaseerd op een risicobeoordeling zoals bepaald in het drinkwaterbesluit en de Europese regelgeving”, zegt Brouns.</content>
            
            <updated>2025-07-25T10:10:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ILVO onderzoekt reductiemethoden voor vergeten broeikasgas]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/de-sleutel-tot-uitstootreductie-ilvo-onderzoekt-vergeten-broeikasgas" />
            <id>https://vilt.be/57696</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Koolstofdioxide, methaan en ammoniak: er is geen gebrek aan uitstootgassen die boeren moeten reduceren op hun landbouwbedrijf. Eén gassoort uit de stikstoffamilie wordt echter vaak vergeten: lachgas. Lachgas is goed voor 20 procent van het totale CO₂-equivalent dat de Vlaamse landbouw uitstoot. 80 procent daarvan wordt gevormd in de bodem. Onderzoeker Peter Maenhout (ILVO) wil in het project LILA, samen met Universiteit Gent en Boerenbond, voor het eerst de precieze lachgasuitstoot op Vlaamse akkers in kaart brengen en nagaan hoe die kan worden verminderd. “We vermoeden dat er enkele relatief eenvoudige methoden zijn waarmee een landbouwer zijn uitstoot kan verlagen", klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="uitstoot" />
                        <category term="ILVO" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/87efd9ac-d427-4705-8f54-e3ad198ba4a0/full_width_ilvo-lachgas-meting.jpg</image>
                                        <content>Een dertigtal grijze boxen met daarop een luchtspuit, staat tussen de aardappelproefvelden van ILVO. Elke vijftig minuten doet doctoraatstudent Rens Accou een staalname aan elk van deze bakken. “Hoe hoger het loof staat, hoe moeilijker het wordt om telkens deze tocht te maken”, zegt Rens, die op deze meetdag uit zijn auto leeft. “Het kost me ongeveer 40 minuten om een ronde te voltooien. Daarna heb ik tien minuten pauze voor ik opnieuw aan de volgende ronde begin.”Deze lachgasmetingen gebeuren één keer per week en zullen gedurende drie jaar uitgevoerd worden. “Op meetdagen staan de boxen over de aardappelplanten, maar dat kan natuurlijk niet elke dag gebeuren want dan zouden de planten geen zonlicht hebben en verstoren we de groei. Dit type onderzoek over deze tijdsspanne is nog nooit eerder gebeurd in Vlaanderen, en een reden daarvoor is de hoge kostprijs. Het is arbeidsintensief.”Onzichtbare uitstootMaenhout begint zijn uitleg met een kleine les chemie. Lachgas wordt gevormd door twee microbiële processen, en de belangrijkste is denitrificatie. Dat is het proces waarbij de combinatie van koolstof (organisch materiaal), stikstof (door bijvoorbeeld mest) en een afwezigheid van zuurstof (bijvoorbeeld bij nat weer) lachgas vormen. Daarom piekt de lachgasproductie dikwijls na een regenbui. Een onzichtbaar proces, maar wel één dat kan tellen, want lachgas is een broeikasgas dat 273 keer meer effect heeft dan CO2 op de opwarming van de aarde. Ter vergelijking: het broeikasgas methaan – een ander belangrijk broeikasgas binnen de landbouw – telt voor ‘slechts’ 27 CO₂-equivalenten. Lachgas en CO2 die we vandaag uitstoten, zullen we ook langer blijven voelen. Waar methaan na zo’n tien jaar verdwijnt uit de atmosfeer, blijven lachgas en CO2 meer dan een eeuw hangen. De precieze hoeveelheid lachgas die op die manier uit de bodem vrijkomt, kennen we echter niet. “Elk land heeft een ander systeem om deze in te schatten. Frankrijk volgt de IPCC-maatstaven, terwijl Nederland en Duitsland daar elk een eigen invulling aan geven&quot;, zegt Maenhout. “Maar die hebben hun gebreken. Het IPCC-model maakt bijvoorbeeld geen onderscheid tussen teelten, en ook niet tussen de verschillende types organische mest (o.a. dierlijke mest, compost), noch tussen verschillende types kunstmest. Terwijl je redelijkerwijs wel kan stellen dat die er zullen zijn.”Uitstootreductie zonder zware inspanningAls onderzoekers precies kunnen bepalen hoeveel lachgas vrijkomt bij het gebruik van een bepaald type mest of meststof, en hoe sterk bepaalde handelingen die uitstoot verminderen, ontstaan er nieuwe mogelijkheden. Landbouwers kunnen dan gerichte maatregelen nemen om hun uitstoot te verlagen of erkenning krijgen voor inspanningen die ze al leveren. “Er zijn misschien al haalbare handelingen die nu al gebeuren in het veld. Eén zo’n methode is gefractioneerde bemesting, waarbij we meststoffen op verschillende momenten toepassen tijdens de groei. Een andere methode is plaatsspecifieke bemesting, waarbij de meststof zeer dicht bij de plant wordt toegepast. Als deze methoden doeltreffend blijken, zou bijvoorbeeld gefractioneerde bemesting relatief laaghangend fruit kunnen zijn om emissies te reduceren.” Ook de teeltopbrengst nemen we mee in rekening: het is niet de bedoeling dat een reductiemethode ervoor zorgt dat je een kleinere oogst hebt Welke methodes precies getest worden, bepalen ILVO, Universiteit Gent en Boerenbond in samenspraak met een ‘cocreatiegroep’, waarin niet enkel beleidsmakers en kennisinstellingen, maar ook landbouworganisaties én landbouwers zetelen. “Boerenbond bijvoorbeeld weet zeer goed welke maatregelen haalbaar zijn voor landbouwers”, zegt Maenhout. “Ook de teeltopbrengst nemen we mee in rekening: het is niet de bedoeling dat een reductiemethode ervoor zorgt dat je een kleinere oogst hebt.” NitrificatieremmersIn de toekomst wil men in het VLAIO-LA LILA project ook nog andere emissiereducerende technieken bestuderen. Zo kan men ook een nitrificatieremmer gebruiken. “Dit product verhindert de omvorming van ammonium naar nitraat”, zegt Maenhout. Op die manier kunnen nitrificatieremmers dus zowel nitraatuitspoeling als lachgasemissies op het veld reduceren. &quot;Maar het effect daarvan kan variabel zijn”, zegt hij. “En voor landbouwers betekent de aankoop van zulk product een extra kost. Het is wel een interessante piste en het wordt voorgelegd aan de cocreatiegroep, maar in eerste instantie focussen we op praktijken waar geen uitgesproken meerkost aan verbonden is.&quot;Verschillende gewassen onder de loepOmdat het onderzoek slechts drie jaar loopt, moet men ook selectief zijn in de teelten die men onderzoekt. “Momenteel onderzoeken we aardappelen”, zegt Maenhout. “Ook maïs, voederbieten en wintergranen liggen op tafel. Voor de groententeelt denken we aan prei en bloemkool. Maar dat is allemaal nog niet definitief, we doen dit in samenspraak met mensen uit het werkveld.”Omdat het onderzoek nog maar net is gestart, is het te vroeg om echte resultaten mee te geven. “Naarmate ons onderzoek vordert, delen we onze bevindingen met een begeleidingsgroep waar bijvoorbeeld ook Agentschap Landbouw en Zeevisserij, VLM en VMM deel van uitmaken. Zo krijgen ook beleidsmakers snel zicht op wat werkt en wat niet. Ook spelers binnen de agrovoedingsindustrie zijn in deze begeleidingsgroep vertegenwoordigd. Lachgas via veldemissies is vrij onbekend en we kunnen het nog niet accuraat in rekening brengen, terwijl het eigenlijk wel van belang is voor heel veel spelers in de keten. Voor de Europese duurzaamheidsrapportering hebben ook zij baat bij accurate cijfers. “</content>
            
            <updated>2025-07-25T08:24:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FrieslandCampina boekt kwart meer winst door hogere prijzen en besparingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/frieslandcampina-boekt-kwart-meer-winst-door-hogere-prijzen-en-besparingen" />
            <id>https://vilt.be/57697</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>FrieslandCampina heeft een sterk financieel eerste halfjaar achter de rug, mede dankzij kostenbesparingen. De nettowinst van de zuivelcoöperatie van melkveehouders uit Nederland, België en Duitsland steeg met bijna 26 procent tot 230 miljoen euro, zo maakte het bedrijf woensdag bekend.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                        <category term="melk" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a47e2407-ebf3-4c26-8272-04de925f8b00/full_width_frieslandcampina-halfjaarbericht-2025-1080x1080-1080x1000.jpg</image>
                                        <content>Sporters en baby&#039;s brengen de winstHoewel er lagere volumes werden verkocht, steeg de omzet met 6,4 procent tot 6,8 miljard euro. Deze groei werd voornamelijk gedreven door hogere verkoopprijzen, die volgens FrieslandCampina nodig waren om de gestegen melkprijzen en de inflatie te compenseren. De pro forma melkprijs, de geschatte melkprijs, steeg daarbij met 19,1 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Ze kwam uit op 59,66 euro per 100 kilogram melk. De bedrijfsonderdelen met onder andere kindervoeding en gespecialiseerde voeding voor doelgroepen zoals sporters leverden de grootste bijdrage aan de winstgroei. Tegenvallende Aziatische markt en dalende melkaanvoerIn Azië had FrieslandCampina last van &quot;marktonzekerheden en toenemende concurrentie&quot;, wat leidde tot een daling van de vraag en het bedrijfsresultaat. &quot;In Indonesië, Vietnam, Thailand en Maleisië hebben we een minder makkelijk halfjaar gehad. De totale markt staat daar onder druk, en ook marktaandelen&quot;, zegt topman Jan Derck van Karnebeek in een toelichting bij de resultaten.FrieslandCampina kreeg in het afgelopen halfjaar te maken met een dalende melkaanvoer. Die daalde met 1,6 procent tot zo’n 4,6 miljard kilo. De terugval is deels te verklaren doordat meerdere Nederlandse melkveehouders hun bedrijf stopzetten, onder meer door vergrijzing en aanhoudende onzekerheid in de sector. Verschillende uitdagingen zullen zorgen voor een afnemende winstgevendheid in de tweede jaarhelft Toch is Van Karnebeek &quot;uitermate tevreden&quot; over het eerste halfjaar. Voor de tweede jaarhelft voorziet hij echter dat de winstgevendheid afneemt. &quot;We verwachten met verschillende uitdagingen te maken te krijgen die in 2024 of in 2025 nog niet aanwezig waren. Het consumentenvertrouwen is wereldwijd laag, wat naar verwachting zal leiden tot een daling in de afzet&quot;, aldus de topman. &quot;Valutaontwikkelingen zullen naar verwachting ook een negatief effect hebben en de basiszuivelmarkten worden minder gunstig&quot;, vervolgt hij.Effect invoerheffingen Trump blijft beperktVolgens Van Karnebeek heeft de wereldwijde handelsoorlog in de eerste jaarhelft geen grote effecten gehad op de resultaten. &quot;Het zijn niet zozeer de specifieke invoerheffingen die ons parten spelen. &quot;Wat ons wel parten speelt, is het lage consumentenvertrouwen, en het voortdurende gejojo met invoertarieven. Dat is slecht voor het vertrouwen.&quot;Ook vorig jaar heeft FrieslandCampina gunstige cijfers geboekt. Begin dit jaar kregen alle leden-coöperanten, waaronder 75 Vlaamse bedrijven, een nabetaling van 1,21 euro per 100 kg melk. Leden-melkveehouders ontvingen voor hun duurzaamheidsprestaties in 2024 een totaalbedrag van 228 miljoen euro.</content>
            
            <updated>2025-07-25T08:25:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Internationaal Gerechtshof: “Landen zijn verplicht schade aan klimaat te voorkomen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/den-haag-landen-zijn-verplicht-schade-aan-klimaat-te-voorkomen" />
            <id>https://vilt.be/57698</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landen hebben strikte verplichtingen om het klimaatsysteem te beschermen en klimaatschade te voorkomen. Dat heeft het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag woensdag beslist in een zaak over klimaatverplichtingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/433058c3-a435-493d-bd01-4d23386e0991/full_width_ijsbeer-noordpool.jpg</image>
                                        <content>Volgens het Internationaal Gerechtshof (ICJ) is het mensenrecht op een schoon, gezond en duurzaam milieu essentieel om ook van andere mensenrechten te kunnen genieten. &quot;Landen moeten daarom maatregelen nemen om het klimaatsysteem te beschermen&quot;, aldus het Hof. Die verplichting heeft bovendien betrekking op toekomstige generaties.Concreet wijst het ICJ erop dat de gevolgen van klimaatverandering, zoals overstromingen en droogte, een enorm effect op mensenrechten kunnen hebben. &quot;Het beïnvloedt de gezondheid en toegang tot water en voedsel&quot;, zegt voorzitter Yuji Iwasawa. &quot;Het kan ertoe leiden dat mensen vluchten naar andere landen of niet meer naar huis kunnen.&quot; Kleine eilandstaat trok naar rechtbankDe zaak was aangespannen door Vanuatu, een kleine eilandstaat in de Stille Oceaan die zich bedreigd voelt door de klimaatverandering en de stijging van de zeespiegel. De Verenigde Naties hadden daarop twee vragen gesteld aan de rechters van ICJ. Er moest worden nagegaan welke verplichtingen landen volgens het internationaal recht hebben om de aarde te beschermen tegen de uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast moesten ook de juridische gevolgen van die verplichtingen onderzocht worden.In totaal hebben vertegenwoordigers van 98 landen en twaalf organisaties hun standpunten toegelicht bij het ICJ. Het ging zowel om kwetsbare eilandstaten, zoals Fiji en Vanuatu, maar ook om de drie grootste uitstoters ter wereld (China, VS en India), de organisatie van olieproducerende landen (OPEC) en de Europese Unie.Niet bindendDe uitspraak van het ICJ, het belangrijkste gerechtelijk orgaan binnen de VN, is niet bindend maar wel &quot;zwaarwegend&quot;. Het advies kan bijvoorbeeld door rechters aangegrepen worden tijdens de beoordeling van klimaatzaken.De Belgische vzw Klimaatzaak beschouwt de uitspraak van woensdag dan ook als een &quot;juridische mijlpaal voor klimaatactie&quot;. Het Internationaal Gerechtshof maakt ondubbelzinnig duidelijk dat klimaatactie geen vrijblijvende optie is, maar een wettelijke plicht, zo staat in een persbericht dat de vzw na de uitspraak verstuurde.&quot;Het advies van het ICJ is een kompas voor nationale rechters, en versterkt wat het Belgische hof van beroep al heeft bevestigd: staten moeten burgers beschermen tegen klimaatverandering&quot;, zegt Sarah Tak, directeur van Klimaatzaak. &quot;De boodschap is glashelder: het is hoog tijd dat regeringen actie ondernemen.&quot;In 2023 had het Brusselse hof van beroep de Belgische staat, het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest veroordeeld omdat ze te weinig inspanningen leveren om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.</content>
            
            <updated>2025-07-25T08:25:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minder veehouders, meer braakland: landbouw evolueert verder in 2024]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minder-veehouders-meer-braakland-landbouw-evolueert-verder-in-2024" />
            <id>https://vilt.be/57699</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal Belgische landbouwbedrijven bleef in 2024 stabiel, maar het aantal rundvee- en varkensbedrijven nam wel verder af. Dat blijkt uit de definitieve landbouwcijfers van 2024 van Statbel, het Belgische statistiekbureau. Opvallend in de cijfers is de verdubbeling van het braakland in Vlaanderen, goed voor ruim 192.000 hectare van de in totaal 309.700 hectare in België.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="landbouwrapport" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a7b28ed9-745a-4378-ae94-d087f4f35606/full_width_tractor2.jpg</image>
                                        <content>In 2024 telde België 33.973 landbouwbedrijven, goed voor een lichte daling van 0,8 procent op jaarbasis. Sinds 2019 is het aantal echter met 5,5 procent gedaald. Dat rapporteert Statbel in zijn nieuw jaarcijfers over de landbouwsector. Slechte winterteeltIn de teeltcijfers van 2024 vallen eerst en vooral de gevolgen op van het natte najaar van 2023, waardoor veel winterteelten niet ingezaaid konden worden. Dat leidde tot een daling van 21 procent in de oppervlakte wintergranen (wintertarwe, wintergerst en spelt). In Vlaanderen was de afname het sterkst, met 35 procent, tegenover 13,5 procent in Wallonië. Landbouwers probeerden dit in het voorjaar te compenseren met zomerteelten. Zo steeg de oppervlakte zomergranen (zomertarwe en zomergerst) met 73 procent, waaronder zelfs een toename van 98 procent in Vlaanderen. Ook werden er in het voorjaar 2024 5 procent meer aardappelen, 4 procent meer suikerbieten en 14,5 procent meer korrelmaïs aangeplant.Verdubbeling braaklandDe hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in 2023 komt duidelijk terug in de cijfers van vorig jaar. De nadruk op maatregelen die bijdragen aan biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit, duurzame landbouw en klimaat vertaalt zich in verschillende indicatoren. Zo nam het braakland vorig jaar in België sterk toe, met een stijging van 58,7 procent tot 309.756 hectare. Daarvan is 192.124 hectare toe te schrijven aan Vlaamse landbouwers, goed voor bijna een verdubbeling ten opzichte van het jaar voordien (+95%). Zo’n 7.489 landbouwbedrijven hadden in 2024 braakland. In Wallonië ging het areaal met 21,4 procent omhoog. Binnen het braakland groeide vooral het gebruik van bloemenmengsels, gele mosterd en bladrammenas.Ook het aantal bedrijven met vlinderbloemigen steeg vorig jaar met 22 procent. Die groei is vooral toe te schrijven aan Waalse landbouwers: 1.681 bedrijven telen er vlinderbloemigen, tegenover 391 in Vlaanderen. De stijging is voornamelijk toe te schrijven aan een Waalse administratieve wijziging waar vlinderbloemigen vroeger onder granen werd ondergebracht in de aangifte. Het Belgisch areaal blijvend grasland bleef in 2024 nagenoeg stabiel op 4.669.404 hectare. Vlaamse hennep en oliehoudende gewassen bloeien, fruit blijft achterTerwijl het Belgisch areaal van oliehoudende gewassen van soja en zonnebloempitten daalde (-22%) naar 329 hectare, is bijna een verdubbeling in hectare op te merken in het Vlaamse areaal. Deze steeg met 91 procent naar 95 hectare. Zo verbouwen nu 55 landbouwbedrijven deze gewassen, terwijl dit in 2023 er 34 waren.Ook hennep wordt steeds populairder met een stijging van 83 procent in België. Deze teelt staat voor het grote deel op Vlaamse akkers: 404 hectare van de 495.Door de natte weersomstandigheden in 2024 hadden de aardbeien een minder jaar . Ondanks dat de oppervlakte in serres met 2 procent toegenomen was, daalde de totale oppervlakte (openlucht en serres samen) met 6,5 procent.En ondanks de stijging met 5 procent van de oppervlakte boomgaarden in Wallonië , is de totale oppervlakte in België stabiel gebleven ten opzichte van 2023. Appelen gingen er opnieuw op achteruit (-3,5%), terwijl peren licht stegen (+0,5%). De notenteelt doet het dan weer opvallend beter vorig jaar: walnoten namen toe met 10 procent en hazelnoten zelfs met 78 procent. De stijging van het areaal kleinfruit (+6%) is volledig toe te schrijven aan de groei van de wijngaarden met 12 procent. Rundveestapel daalt, varkens en pluimvee stabielDe nieuwste Statbelcijfers bevestigen de aanhoudende krimp van de Belgische rundveestapel. Na een daling van 2 procent twee jaar geleden, volgde in 2024 een verdere afname met 4 procent. Die was het sterkst in Vlaanderen (-4,6%), tegenover -3,6 procent in Wallonië. Alle rundveecategorieën gingen daarbij achteruit. Het aantal Belgische rundveebedrijven daalde bijna evenredig met de veestapel met 3,3 procent.Twee jaar geleden noteerde Statbel een daling van 6,5 procent in de Belgische varkensstapel. Die bleef vorig jaar echter quasi stabiel, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Het aantal varkensbedrijven daalde wel met bijna 4 procent. Dat wijst erop dat bedrijven worden overgenomen door andere veehouders, of dat kleinere bedrijven stilaan verdwijnen. In Wallonië steeg het aantal varkensbedrijven daarentegen licht, met 1,9 procent.Pluimvee nam in 2024 dan weer licht toe met 0,8%. Deze toename was volledig toe te schrijven aan het aantal kippen in Wallonië (+5,1%).</content>
            
            <updated>2025-07-25T12:07:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwbeurs Libramont maakt zich op voor kritiek op EU-beleid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwbeurs-libramont-maakt-zich-op-voor-kritiek-op-eu-beleid" />
            <id>https://vilt.be/57700</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De grote landbouwbeurs van Libramont opent dit weekend onder een gespannen gesternte. Terwijl 200.000 bezoekers naar de grootste openluchtlandbouwbeurs van Europa trekken, heerst in de sector bezorgdheid. Dat komt door de recente voorstellen van de Europese Commissie voor het toekomstige landbouwbeleid, vooral door de aangekondigde forse besparingen en de ingrijpende hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Zes Waalse landbouworganisaties maken zich op om tijdens de beurs hun ongenoegen te uiten.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/1ded7a2f-4056-4b74-9008-70a3b0f19b77/full_width_libramontlandbouwbeurs2022-1250.jpg</image>
                                        <content>De zes Waalse landbouworganisaties willen bij de opening van de beurs gezamenlijk hun “diepe verontwaardiging” uitspreken over de richting die de EU dreigt in te slaan voor het landbouwbeleid. Ook wordt er verwacht dat dat de landbouwers zelf hun bezorgdheden zullen uiten tegenover de politici die de landbouwbeurs bezoeken. &quot;Het is een grote beleidsfout om mensen uit te sluiten van debatten die hun toekomst bepalen, want dan bestaat een risico dat ze radicaliseren. Wij willen die positie niet innemen&quot;, duidt de voorzitter van de Waalse landbouworganisatie FWA aan de nieuwsdienst RTBF.Kompas kwijtgeraaktVolgens FWA stapelen de problemen zich op: dalende inkomens, te veel papierwerk, steeds minder boeren, druk door internationale handelsverdragen en een hervorming van de Europese GLB-financiering die boeren vorige week al in beweging bracht.“We stevenen af naar een onevenwichtige situatie. De landbouw heeft nood aan stabiliteit en een duidelijk kompas&quot;, vertelt Daniel Coulonval,&amp;nbsp;de FWA-voorzitter. &quot;Landbouw is in de eerste plaats voedselbeleid, gezondheidsbeleid, klimaatbeleid én beleid dat moet instaan voor het behoud van biodiversiteit en milieu. In die context zijn we volledig de richting kwijt.&quot;De voorzitter wijst ook op het Europese gewasbeschermingsbeleid, waarbij steeds meer middelen worden verboden. “Als een landbouwer zonder gewasbeschermingsmiddelen zou kunnen werken, zou hij dat met plezier doen,” klinkt het. “We moeten stappen zetten om het gebruik ervan te verminderen, maar dat vergt een coherent beleid. Bovenal moet het economische risico voor de boer afgedekt worden.” Zoals festivalgangers zich ontspannen op Tomorrowland, zo doen wij dat in Libramont Moment van kritiek én ontspanningCoulon duidt dat de landbouwbeurs van Libramont ook een belangrijk moment van ontspanning is voor de landbouwers. “Boeren werken keihard. Dit zijn vier dagen waarop we even kunnen uitblazen. Zoals festivalgangers zich ontspannen op Tomorrowland, zo doen wij dat in Libramont. We ontdekken er innovaties, genieten van de sfeer en dan zijn er nog de vele onverwachte ontmoetingen. Je loopt er een eerste minister tegen het lijf, gewone bezoekers en al je vrienden. Dát is de charme van de beurs.”De landbouwbeurs van Libramont verwelkomt van 25 tot 28 juli zo&#039;n 2.000 bezoekers en 700 exposanten. Het thema van deze 89ste editie is &#039;Onze landbouw: iedereen betrokken! Iedereen meedoen!&#039;. Bedoeling is om de lokale landbouw en het coöperatieve model in de schijnwerpers te zetten.</content>
            
            <updated>2025-07-28T13:59:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaams-Brabant vergroot onttrekkingsverbod]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaams-brabant-vergroot-onttrekkingsverbod" />
            <id>https://vilt.be/57701</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De gouverneur van Vlaams-Brabant, Jan Spooren (N-VA), breidt het onttrekkingsverbod in Vlaams-Brabant uit met een aantal bijkomende stroomgebieden. Concreet betekent dit een verbod op het oppompen van water uit onbevaarbare waterlopen en publieke grachten in een twintigtal gemeenten in de provincie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/19883e8a-3346-4214-bea3-87a8e9808350/full_width_captatieverbodberegenenirrigatieoppompverbodonttrekkingsverbodwaterdroogte-1280.jpg</image>
                                        <content>Sinds maandag 30 juni geldt voor meerdere onbevaarbare waterlopen in de provincie Vlaams-Brabant een tijdelijk onttrekkingsverbod. Deze maatregel is er gekomen door de aanhoudende droogte en de dalende waterpeilen. Het nieuwe verbod vervangt de eerder uitgevaardigde onttrekkingsverboden in de provincie.Zowel in het bekken van de Nete, Benedenschelde, Dijle-Zenne en Dender zijn in verschillende stroomgebieden de ecologische minimumdebieten overschreden. Daarom werd beslist om een onttrekkingsverbod in te stellen voor deze stroomgebieden. Onderstaande kaart geeft aan om welke onbevaarbare waterlopen het gaat. Uitzondering voor drinkwater veeEr zijn wel enkele uitzonderingen op het verbod: zo blijft het gebruik van water als drinkwater voor vee toegestaan en mag er nog steeds water onttrokken worden uit bevaarbare waterlopen. Daarnaast stellen enkele bedrijven proceswater ter beschikking voor landbouwers die in moeilijkheden dreigen te komen.&quot;De waterstanden kennen de voorbije weken overal een dalende trend&quot;, aldus Spooren. &quot;En de regen die we de voorbije week zagen, is lokaal gevallen, waardoor we niet overal een stabilisatie zien van de daling en een aantal bijkomende waterlopen onder de minimumwaardes zijn gezakt. Stroomafwaarts in de provincie Antwerpen heeft men al onttrekkingsverboden ingesteld. Nu volgen we ook stroomopwaarts.&quot;</content>
            
            <updated>2025-07-28T11:08:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Weyts verdedigt 600.000 euro subsidie voor ‘Airkoe’]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/regering-schenkt-600000-euro-subsidie-aan-airkoe" />
            <id>https://vilt.be/57702</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering geeft 600.000 euro steun aan ‘Airkoe’, een project dat landbouwers ondersteunt bij het planten van struiken en bomen die voor beschutting zorgen voor hun dieren. Vlaams Belang-parlementslid Tom Lamont noemt de subsidie "belastinggeldverkwisting in het kwadraat", maar volgens Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) is het project essentieel voor het welzijn van weidedieren. In de nieuwe Vlaamse Codex Dierenwelzijn staat dat deze dieren van beschutting moeten worden voorzien.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a70947de-c76b-4f6d-a673-e83fa1700ad1/full_width_koeweidehittestresswarmtewater-1280.jpg</image>
                                        <content>Op de laatste ministerraad voor het zomerreces heeft de Vlaamse regering op voorstel van minister Weyts een subsidie van 600.000 euro voor het Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart goedgekeurd. Zij zullen de subsidie aanwenden voor de uitvoering van het project &#039;Airkoe’, een project dat landbouwers moet helpen met aanplant om hun dieren van natuurlijke beschutting te voorzien.Parlementslid Tom Lamont heeft stevige kritiek op de subsidie. &quot;In plaats van zich toe te spitsen op essentiële bevoegdheden zoals veiligheid, onderwijs en mobiliteit, amuseert men zich liever met groene prestigeprojecten. Dit is geen beleid, dit is belastinggeldverkwisting in het kwadraat.&quot; Volgens Lamont is het onder andere problematisch dat de subsidie &quot;nauwelijks gekoppeld is aan de effectiviteit van het project. &quot;Er wordt géén controle voorzien op de overlevingskans van de bomen, de kwaliteit van de aanplanting of het behalen van de beoogde schaduwdoelstellingen.&quot; WinterdierenKoeien zien eruit als robuuste wezens, maar hoewel ze prima tegen de koude kunnen, zijn ze minder bestand tegen hitte dan velen denken. Begin juli communiceerde zuivelverwerker Milcobel nog dat het bedrijf telkens een verminderde melkopbrengst incalculeert wanneer de temperaturen pieken. &quot;De productie kan tot vier liter per koe per dag teruglopen&quot;, vertelde een melkveehouder eerder in Vilt. Voor koeien ligt een comfortabele temperatuur gemiddeld tussen -10°C en 22°C.Voor boeren is het dus een gekende frustratie wanneer wandelaars hen berispen omdat hun koeien bij &#039;mooi weer&#039; niet op de weide staan. Wat voor de mens heerlijk terrasjesweer is, is voor de meeste koeien eenvoudigweg te warm. Kerntaken en controleerbaarheidDaarmee neemt Lamont niet enkel ‘Airkoe’ in het vizier, want hij wijst erop dat andere bestuursniveaus gelijkaardige subsidies voorzien. &quot;Provincies, gemeenten en allerlei middenveldorganisaties hebben al gelijkaardige programma&#039;s lopen. Waar is de coördinatie? En wie controleert dubbelfinanciering en subsidiëring?&quot;, vraagt Lamont zich af.De subsidie behoort volgens Lamont ook niet tot de kerntaken van de Vlaamse overheid. Hij heeft het daarom over &quot;belastinggeldverkwisting&quot; en over &quot;een zoveelste voorbeeld van hoe de Vlaamse regering er niet in slaagt om haar middelen gericht, efficiënt en verantwoord in te zetten&quot;.Weyts reageert op kritiekMinister Weyts reageert op de kritiek via persagentschap Belga. &quot;Ik betreur het dédain van het VB ten aanzien van dieren, net als de desinformatie&quot;, zegt hij. De N-VA-minister verwijst naar de codex Dierenwelzijn, waarin staat dat alle weidedieren moeten kunnen rekenen op beschutting tegen hitte of koude. &quot;Deze investering dient om landbouwers aan te sporen om in die beschutting te voorzien, niet via het kris kras neerplanten van betonnen hokken maar via de aanplanting van natuurlijke beschutting. Zo winnen we extra groen én extra dierenwelzijn&quot;, aldus de minister.</content>
            
            <updated>2025-07-28T13:51:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Daling kunstmestgebruik neemt af met goedkopere prijzen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/daling-kunstmestgebruik-neemt-af-met-goedkopere-prijzen" />
            <id>https://vilt.be/57703</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie heeft in 2023 zijn kunstmeststoffengebruik met 9,3 miljoen ton teruggedrongen. Dat is goed voor een vermindering van 3,7 procent tegenover 2022. Sinds 2017 is het gebruik met 20,5 procent verminderd. België ziet vooral sinds 2020 een flinke vermindering. Met name het jaar 2022 kende een dip in het gebruik van stikstofhoudend kunstmest, ten dele door de dure kunstmestprijzen. Nu kunstmest opnieuw goedkoper wordt, neemt ook de snelheid van de daling af. Dat blijkt uit de cijfers van Eurostat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8c48a055-6956-4a44-897c-79627b17e1ab/full_width_iamporpla-adobestock-187958214-rv.jpg</image>
                                        <content>Stikstof en fosfor zijn hoofdbestanddelen van kunstmest, maar overmatig gebruik op het veld brengt schade toe aan het milieu. Minerale meststoffen op basis van stikstof zijn op één jaar tijd met 3,8 procent teruggedrongen, tot 8,3 miljoen ton. De grootste gebruikers van stikstofhoudend kunstmest binnen de EU zijn Frankrijk (1,7 miljoen ton), Polen en Duitsland (elk 1 miljoen ton). Voor België ligt het gebruikte gewicht op 106.685,5 ton. Dat is aanzienlijk lager dan de toplanden, maar dat heeft uiteraard ook veel te maken met onze kleinere landoppervlakte. In gebruik per hectare landbouwgrond is België één van de grootste EU-verbruikers van kunstmeststoffen.Specifiek voor Vlaanderen schat het Vlaams Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij dat ons landdeel 61.000 ton kg stikstof heeft gebruikt. Stikstof wordt bij ons vooral gebruikt op grasland en grasklavers (45%) en graangewassen (21%). Vooral het aandeel van graangewassen is opmerkelijk, want zij beslaan slechts 12 procent van het Vlaams landbouwareaal. Maar het gemiddelde stikstofhoudend kunstmestgebruik per hectare is hoger en het toedienen van dierlijke mest op graan is niet altijd mogelijk. Prijs speelt een rolVooral de gestegen kunstmestprijzen in 2022 maken dat het gebruik sindsdien sterk is teruggedrongen. De kunstmestprijzen zijn na de piek in 2022 aanzienlijk gezakt, maar ze zijn nog steeds het dubbele van in 2020. Volgens het EU-meststoffenobservatorium stijgt de prijs per ton stikstofhoudend meststof van 200 euro in 2020 naar 386 euro in 2021 en 776 euro in 2022. In 2021 werd energie fors duurder en er is veel energie nodig om kunstmest te produceren. Eind februari 2022 dreef de oorlog in Oekraïne de kostprijs verder de hoogte in door een lagere beschikbaarheid. In 2023 zakte de prijs naar 400 euro. In 2024 importeerde België voor 124 miljoen euro aan stikstofkunstmest uit Rusland, goed voor 40 procent van onze niet-Europese aanvoer.Vooral in de nijverheidsgewassen is het stikstofgebruik in Vlaanderen ten opzichte van 2022 fors toegenomen, met 99 procent. Ook bij graanwassen (+26%), aardappelen (+12%) en bieten (+11%) is het stikstofgebruik op één jaar tijd toegenomen. De belangrijkste dalers zijn beschutte sierteelt (-30%) en openluchtsierteelt (-28%) FosfaatmeststofKunstmest op basis van fosfor of fosfaatmeststof is minder wijdverspreid. Het totaal voor heel de EU bedraagt 0,9 miljoen ton. Frankrijk, Polen, Duitsland, Spanje, Italië en Roemenië zijn verantwoordelijk voor driekwart van dit totaal. België gebruikte in 2023 net geen 4.000 ton. Volgens het Vlaams Agentschap Landbouw &amp;amp; Zeevisserij ligt het gebruik in ons landdeel op slechts 1.100 ton, wat impliceert dat het gebruik in Wallonië aanzienlijk hoger ligt.Waar stikstof een belangrijke rol speelt in de fotosynthese, de bladontwikkeling en de aanmaak van eiwitten, is fosfor vooral belangrijk voor de &#039;ademhaling&#039; van de plant. Fosfor is een onderdeel van kerneiwitten en bevordert de ontwikkeling van de wortels, de bloei en de zaadvorming. Net als bij stikstof is fosfaatmeststof in de periode 2020-2022 duurder geworden. Volgens het EU-meststoffenobservatorium steeg de prijs per ton fosfaatmeststof van 315 in 2020 naar 581 in 2021 en 980 euro in 2022. In 2021 werd energie fors duurder en er is veel energie nodig om kunstmest te produceren. Eind februari 2022 dreef de oorlog in Oekraïne de kostprijs verder de hoogte in door een lagere beschikbaarheid. In 2023 zakte de prijs naar 630 euro. Mogelijk werd de dure kunstmest, waar dat mogelijk was, vervangen door dierlijke mest.In Vlaanderen specifiek is het fosforgebruik ten opzichte van 2022 niet gedaald, maar gestegen met 12 procent in 2023. De belangrijkste stijgers zijn: sierteelt openlucht (+193%), overige voedergewassen (+165%), aardappelen (+52%) en fruitteelt openlucht (+22%). De belangrijkste dalers zijn: groenten openlucht (-51%), nijverheidsgewassen (-32%), sierteelt beschut (-28%) en graangewassen (-23%).Zijn reductiedoelstellingen nog haalbaar?De vraag rijst in welke mate deze reductiecijfers beantwoorden aan de Europese doelstellingen om het gebruik van kunstmest terug te dringen. Europa wil het kunstmestgebruik met minstens twintig procent reduceren tegen 2030. Bovendien moet een kwart (25%) van alle Europese landbouwgrond worden benut voor biologische landbouw. Vandaag ligt het Europese gemiddelde op slechts 10,5 procent. Voor elk land als Oostenrijk, dat als enige erin geslaagd is om de doelstelling van 25 procent areaal biolandbouw te overschrijden, zijn er tientallen landen die nog een lange weg te gaan hebben. België hinkt zwaar achterop, en in Noorwegen is het aandeel biologisch areaal zelfs achteruitgegaan. ​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​Op 18 december 2024 keurde het Vlaams parlement wijzigingen aan het Mestdecreet van MAP7 goed, om de waterkwaliteit in het landbouwgebied te verbeteren en om de Europese en Vlaamse waterkwaliteitsdoelstellingen te behalen. Dit hield onder meer beschermingsstroken in aan waterlopen, om te vermijden dat meststoffen uitspoelen naar het oppervlaktewater. Bovendien werden de maximale bemestingsnormen verlaagd in gevoelige gebieden.</content>
            
            <updated>2025-07-28T13:08:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van vleesvee in Vlaanderen naar melkvee in Wallonië: “De vrijheid om te boeren is hier groter”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vleesveehouder-wordt-melkveehouder-in-wallonie-en-rijdt-wekelijks-op-en-neer-met-jongvee-naar-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/57704</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Melkveehouders Vereertbrugghen en Ribus ruilden vijftien jaar geleden hun vleesveebedrijf in Opwijk in voor een melkveehouderij in Wallonië. Daar melken ze nu 400 koeien, terwijl het jongvee deels nog in Vlaanderen wordt opgefokt.&nbsp;De stikstofregels en hun gezinsplannen bepalen hoe de toekomst eruitziet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="melk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/04870bd6-51ec-4806-8aa1-812bc282ec4f/full_width_stefaan-vereertbrugghen-en-magde-ribus.jpg</image>
                                        <content>Zomerreeks 2025: Vlaamse boeren over de taalgrensIn deze zomerse reeks trekken we naar het zuiden van het land, waar Vlaamse boeren hun geluk beproeven aan de andere kant van de taalgrens. Sommigen zochten meer ruimte, anderen betaalbare grond of rust. Het levert een reeks boeiende verhalen op over loslaten, herbeginnen en wortel schieten op Waalse bodem. Een smalle, onverharde weg leidt van de hoofdweg naar Philippeville naar het melkveebedrijf van Stefaan Vereertbrugghen en Magda Ribus. Wie aankomt op het erf, merkt meteen dat bereikbaarheid niet vanzelfsprekend is. “Proximus heeft hier geen bereik en Orange werkt alleen als het mooi weer is. Alleen Base doet het altijd”, zegt Stefaan met een knipoog.Internet is niet het enige waar de boeren tegenaan liepen na hun verhuizing. Ook water en elektriciteit bleken een uitdaging. “We hebben zelf een waterput van 250 meter diep moeten maken, omdat de vorige in droge zomers droogviel”, vertelt hij. Zijn buurman-melkveehouder beschikt niet over een put, drinkwater moet hij met tankwagens aanvoeren.&amp;nbsp;“En voor een stabiele elektriciteitsvoorziening hebben we een eigen cabine geplaatst en op eigen kosten 1,2 kilometer kabel laten trekken. Dat kostte ons 200.000 euro&quot;, vult Magda aan. &quot;Daar stonden we niet bij stil toen we het melkveebedrijf 15 jaar geleden overnamen.&quot; Van vleesvee naar melkveeTot hun vertrek was Stefaan bekend in de Vlaamse vleesveehouderij. Hij deed vaak mee aan prijskampen met Belgisch Witblauw. Toch besloten ze bij de verhuizing de overstap naar melkvee te maken. “We hadden aanvankelijk nog plannen om vleesvee aan te houden, maar economisch gezien was melkvee aantrekkelijker”, zegt Stefaan. Eén enkele witblauwe koe in de stal herinnert nog aan die tijd. De overstap betekende ook een forse uitbreiding. Wat begon met 100 melkkoeien is uitgegroeid tot een veestapel van 400 melkkoeien, en richting de 500 inclusief droge koeien. “Daarmee zitten we aan het maximum voor een klasse II-vergunning. Als we doorgroeien, moeten we een klasse I-vergunning aanvragen, met strengere voorwaarden”, legt Magda uit, die op het bedrijf de administratie en techniek, waaronder de recente biovergister, beheert.Jongvee blijft (voorlopig) in VlaanderenOm binnen het vergunningenkader te blijven, wordt het jongvee vanaf zes maanden tot vlak voor afkalven ondergebracht op het ouderlijke bedrijf in Opwijk. Stefaan rijdt er wekelijks naartoe. Zijn moeder, broer en twee vrienden zorgen daar voor de opfok. “Aanvankelijk wilden we onze ouders hun werk niet afnemen. Ze hebben daar hun hele leven geboerd”, vertelt Stefaan.Maar of dat zo blijft, is onzeker. “Onze vergunning in Opwijk verloopt volgend jaar. Wat de impact van het Vlaamse stikstofdecreet wordt, is nog onduidelijk. Misschien moeten we dieren inleveren. Dan is het logischer om alles naar Wallonië te halen en over te stappen op een klasse I-vergunning”, zegt Magda. “Een tweede locatie hier in de buurt zou ook nog kunnen.”Een andere investering waar de boeren over nadenken is de installatie van melkrobots. Het melken gebeurt momenteel nog twee keer daags in een melkput. Ruimte, rust en ruwvoerDe reden voor hun verhuis blijft dezelfde als vijftien jaar geleden: gebrek aan ruimte in Vlaanderen. “Ons bedrijf in Opwijk zat ingesloten tussen woningen, wat de uitbreidingsmogelijkheden beperkte. Hier vonden we wél ruimte én rust”, aldus Stefaan. Door de goedkope grondprijzen kwam het echtpaar in Philippeville uit, gelegen tussen Charleroi en Chimay. In deze streek vestigden zich eerder al tal van Vlaamse boeren. “Deze families zijn vaak al twee of zelfs drie generaties geleden naar hier verhuisd”, aldus Ribus.Met een uitbreiding van 90 naar 180 hectare bouwland is het bedrijf flink gegroeid, al blijft de opbrengst beperkt door de arme bodem, bestaande uit tien centimeter bouwgrond en daaronder leisteen. “Met maïs halen we hier 40 ton per hectare, terwijl dat in Vlaanderen 60 ton is. Gras daarentegen groeit hier goed, mede doordat we al vanaf 15 januari mogen bemesten. Dat geeft een voorsprong in het voorjaar”, verklaart hij. Toch kopen ze jaarlijks nog zo’n 45 hectare aan maïs bij, onder andere bij een Vlaamse boerenfamilie die al sinds de jaren zeventig in de regio actief is. Toekomst in tweede generatieOok de volgende generatie lijkt interesse te tonen. De oudste zoon werkt al mee op het bedrijf, en ook de andere kinderen denken na over een toekomst in de landbouw. Of Nederlands dan nog de voertaal blijft, is afwachten. “Als de kinderen met een Waalse partner thuiskomen, is het snel gedaan met het Nederlands”, lacht Stefaan.</content>
            
            <updated>2025-08-11T20:53:53+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Schadelijke oosterse fruitvlieg duikt op in België: FAVV waarschuwt telers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/schadelijke-oosterse-fruitvlieg-duikt-op-in-belgie-favv-waarschuwt-telers" />
            <id>https://vilt.be/57705</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Midden juli heeft het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) opnieuw een oosterse fruitvlieg aangetroffen, ditmaal in een val op een marktplaats in Sint-Jans-Molenbeek. Het exotische insect is ongevaarlijk voor mens en dier, maar kan hele fruit- en groenteoogsten aantasten. Vanwege het risico op teeltschade roept het FAVV groente- en fruittelers op tot verhoogde waakzaamheid en vraagt het om elke vondst te melden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="fruitteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d9bfda54-71a5-45eb-8c25-4837921ce511/full_width_oosterse-fruitvlieg.jpg</image>
                                        <content>De oosterse fruitvlieg komt oorspronkelijk uit tropische gebieden in Azië en Afrika. Omdat het insect de Belgische winter niet overleeft, zijn er voorlopig geen aanwijzingen dat het zich hier heeft gevestigd. Toch blijft het FAVV waakzaam, want de larven kunnen het vruchtvlees van gewassen aantasten, waardoor het ongeschikt wordt voor consumptie. Het agentschap vraagt professionele telers en handelaars om alert te zijn en om bij een eventuele vondst onmiddellijk contact op te nemen met de lokale controle-eenheid van het FAVV. Ook vakantiegangers worden opgeroepen om geen fruit of groenten uit het buitenland mee te brengen.Sinds 2023 al meerdere vangsten in BelgiëDe oosterse fruitvlieg werd in 2023 voor het eerst in België waargenomen. Sindsdien zijn al elf exemplaren gevangen in vallen. Vermoedelijk gaat het telkens om vliegen die als larve met besmet fruit zijn ingevoerd. Om verdere verspreiding te voorkomen, monitort het FAVV elke zomer dertig risicolocaties en controleert het het hele jaar door ingevoerde groenten en fruit.In mei lanceerde het agentschap samen met enkele partners een burgerwetenschapsproject, waarmee burgers kunnen helpen bij de opsporing van de oosterse fruitvlieg door vallen te plaatsen. De komende weken voert het FAVV ook gerichte inspecties uit bij marktkramers en fruithandelaars in de Brusselse regio.</content>
            
            <updated>2025-07-28T13:51:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[2024 was slechtste jaar sinds 2017 voor Waalse voedingsindustrie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/2024-was-slechtste-jaar-sinds-2017-voor-waalse-voedingsindustrie" />
            <id>https://vilt.be/57706</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Waalse voedingsindustrie kende in 2024 een moeilijk jaar. Volgens sectorfederatie Fevia Wallonie daalde de omzet met 2,9 procent en viel de productie terug tot het laagste niveau sinds 2017. Ook de export daalde voor het tweede jaar op rij. Tijdens de Landbouwbeurs van Libramont roept de sector op tot meer samenwerking in de keten, eerlijke handelsrelaties en een coherent overheidsbeleid om een duurzaam voedingssysteem te ondersteunen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bc478ab3-5faf-4333-acb0-5738ca89bc51/full_width_voedingsindustriebrood.jpg</image>
                                        <content>Vooral de drankensector werd zwaar getroffen. Na een daling van 6,3 procent in 2023, viel de productie in 2024 opnieuw met 3,1 procent. Los van de coronajaren is dat het laagste niveau sinds 2010. De omzetdaling is volgens Fevia uitzonderlijk en het gevolg van een afnemende prijsinflatie.De federatie pleit voor een dubbele strategie: meer inzetten op lokale, duurzame productieketens én blijven investeren in innovatie om ook internationaal competitief te blijven. Wallonië telt al verschillende lokale samenwerkingen, onder meer rond granen, peulvruchten, melk, vlees en groenten. Verschillende van deze initiatieven worden voorgesteld op de beurs in Libramont.Fevia Wallonie benadrukt ook het belang van innovatie en vraagt om structurele steun vanuit het nieuwe Waalse innovatie-ecosysteem. De federatie wil dat innovatiecluster Wagralim hierin een blijvende rol speelt. Binnenlandse markt onder druk door grensaankopenDe binnenlandse markt blijft intussen cruciaal voor de sector. Ongeveer de helft van de Waalse voedingsverkoop gebeurt in België. Toch waarschuwt Fevia Wallonie voor de impact van grensoverschrijdende aankopen, die in 2024 opliepen tot bijna 750 miljoen euro. De organisatie roept de overheden op om onder meer accijnzen, verpakkingsheffingen en de zwerfvuiltaks te herbekijken om het concurrentievermogen van de sector te versterken. Oneerlijke handelspraktijken blijven wijdverspreidDaarnaast vraagt de sector ook aandacht voor eerlijke handelspraktijken. Volgens een recente bevraging worden 9 op de 10 voedingsbedrijven geconfronteerd met ongeoorloofde druk van afnemers, zoals opgelegde financiële bijdragen of boetes. Fevia Wallonie verwelkomt de aanstelling van een aanspreekpunt voor eerlijke handelspraktijken en dringt aan op een versterking van het regelgevend kader, ook op Europees niveau.Fevia Wallonie vraagt ten slotte ook structurele hervormingen op het vlak van loonkosten, energieprijzen en administratieve lasten, zodat voedingsbedrijven in Wallonië duurzaam kunnen blijven investeren, innoveren en werkgelegenheid garanderen.</content>
            
            <updated>2025-07-28T14:55:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU en VS sluiten handelsakkoord: sommige landbouwproducten krijgen nulheffing, maar zorgen blijven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-en-vs-sluiten-handelsakkoord-sommige-landbouwproducten-krijgen-nulheffing-maar-zorgen-blijven" />
            <id>https://vilt.be/57707</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na maandenlange onderhandelingen hebben de Europese Unie en de Verenigde Staten een handelsakkoord bereikt. Voor veel Europese exportproducten geldt voortaan een invoertarief van 15 procent, al wordt een aanzienlijke lijst van goederen vrijgesteld via een nultarief. Vlaamse agrovoedingsbedrijven volgen het akkoord op de voet, maar maken zich zorgen over de gevolgen. Het akkoord roept herinneringen op aan eerdere spanningen in de trans-Atlantische handel, zoals de iconische ‘chicken war’ uit de jaren 60, het eerste grote handelsconflict tussen de EU en de VS rond landbouwproducten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="Donald Trump" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7b763237-6d00-4c01-82e5-4a4593e48336/full_width_amerikaanse-vlag-vs-unsplash.jpg</image>
                                        <content>De overeenkomst voorziet een invoertarief van 15 procent op het merendeel van de Europese export. Niet alle producten vallen onder het invoertarief, er zou ook een “aanzienlijke lijst” komen van goederen waarop beide partijen een nultarief toepassen. Volgens EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen (EVP) zouden daar ook landbouwproducten bij horen, al is de volledige lijst nog niet gepubliceerd. Daardoor blijft het onduidelijk of bijvoorbeeld soja en maïs, twee cruciale Amerikaanse grondstoffen voor de Europese veevoederindustrie, onder het nultarief vallen. Ook voor de Europese agrovoedingsbedrijven is die lijst van groot belang. Vlaanderen exporteerde vorig jaar onder meer een aanzienlijke hoeveelheid cacaoproducten, aardappelbereidingen en diepvriesgroenten naar de Verenigde Staten. De Belgische voedingsfederatie Fevia noemt het akkoord een stap naar rechtszekerheid, maar blijft bezorgd. “Ook al ligt onze focus op de interne markt, de export naar de VS blijft belangrijk voor onze bedrijven”, klinkt het. In 2023 bedroeg die nog één miljard euro. Fevia vreest dat de invoerheffing in de VS voelbaar zal zijn voor bepaalde subsectoren en tot concurrentienadelen kan leiden. Daarom vraagt de federatie structurele maatregelen van de overheid om Vlaamse voedingsbedrijven te ondersteunen.“In een steeds meer gespannen internationale context is het belangrijker dan ooit om het concurrentievermogen van onze industrie te versterken”, stelt Fevia. De federatie pleit verder voor een vereenvoudiging van de regelgeving, het versterken van de interne markt en nieuwe handelsakkoorden met andere landen.Niet alleen voedingsbedrijven kijken uit naar de details van de deal. Ook landbouwwerktuigen blijven een belangrijk Vlaams exportproduct. Op dit moment geldt een invoertarief van 50 procent op staal, aluminium en afgeleide producten zoals werktuigen. Voor dat tarief heeft de Europese Unie geen uitzondering of verlaging kunnen scoren, wat een tegenvaller is voor de Vlaamse machinebouwers. Al zou er nog beweegruimte zijn om later nog tot betere voorwaarden te komen. Landbouw als basis van allereerste handelsconflict tussen VS en EUHet nieuwe akkoord wordt aan een lange lijst van handelsakkoorden tussen de VS en Europa toegevoegd. “Handelsconflicten en importtarieven zijn van alle tijden. Vaak ontstaan ze zelf rond de in- en uitvoer van landbouwproducten”, beschreef Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO, onlangs nog aan de Nederlandse nieuwswebsite Foodlog.Het eerste handelsconflict tussen de Verenigde Staten en Europa ontstond in het begin van de jaren ’50 van de vorige eeuw en staat bekend als de ‘Chicken War’. Destijds begon de mechanisering van de Amerikaanse pluimveesector met geautomatiseerde voer- en drinksystemen in nieuwe stallen. Dit dreef de productie sterk op en zorgde voor een prijsvoordeel, waardoor de afzet op buitenlandse markten in beeld kwam. Dit betekende een enorme verstoring van de Europese markt. De toenmalige Europese Economische Gemeenschap besloot daarom maatregelen te nemen, om de toestroom van goedkoop importvlees te beperken. In lijn met het toen pas opgestarte protectionistische Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (1962) werden verhoogde tarieven opgelegd aan de Amerikaanse invoer van kip.Op een reactie was het niet lang wachten. De Verenigde Staten voerden als tegenmaatregel verhoogde tarieven in voor cognac om Frankrijk te raken. Tarieven op zetmeel raakten Nederland. Ook lichte vrachtwagens (pick-ups) kwamen de VS binnen onder een verhoogd tarief. Dat trof vooral de pick-ups van Volkswagen Duitsland. De economische impact bleef beperkt, maar de symboliek was groot. De toon was gezet voor decennia van spanningen en periodes van dooi in de handelsrelaties tussen de VS en de latere Europese Unie. Trump als grootste fan van de historische chicken tax“De meeste tarieven verdwenen in de loop der jaren”, legt Relaes verder uit. “De ‘chicken tax’ op pick-ups is al die tijd blijven bestaan. De kippenkwestie is de belangrijkste reden waarom je in de VS tot op vandaag bijna uitsluitend pick-ups ziet van Amerikaanse makelij.”Grote fan van de ‘chicken tax’ is Donald Trump die al in november 2018 op Twitter schreef: “Moesten we de chicken tax ook op personenwagen invoeren, zouden er hier veel meer auto’s gebouwd worden.”Verarming aan beide kanten“De ‘chicken tax’ bewijst dat volgehouden, zeer gericht protectionisme een markt effectief kan afschermen. Maar het gaat dan wel ten koste van je eigen consumenten die meer moeten betalen voor een product dat elders vaak goedkoper beschikbaar is. Helemaal anders wordt het bij een algemene heffing”, aldus Relaes. “Die leidt tot verarming aan beide kanten: je eigen economie én die van je handelspartner. Je maakt immers op geen enkel gebied gebruik van de lagere productiekosten die anderen elders op de wereld weten te realiseren.”“Hoewel de handel in landbouw- en voedingsproducten slechts een beperkt deel uitmaakt van het totaal handelsverkeer op wereldniveau is voedsel inderdaad vaak een stoorzender in de handelsrelaties tussen landen. De spanningen tussen de VS en Europa rond landbouw vonden hun oorsprong in het sterk protectionistische karakter van het Europees landbouwbeleid van de beginjaren”, legt Relaes uit. Handelsgeschillen verschuiven van tarieven naar normenIn 1995 ontstond de Wereldhandelsorganisatie (WTO), een nieuwe multilaterale instelling. Landen konden hun handelsgeschillen voortaan juridisch beslechten binnen de organisatie. De tijd van eenzijdig opgelegde tarieven zou voorbij zijn.Na 1995 verschoven de handelsgeschillen naar handelsdiscussies die niet langer draaiden om importtarieven of exportsubsidies. Het gaat sindsdien over heftige geschillen over voedselveiligheid- en kwaliteitsnormen. Bekend zijn de conflicten over het gebruik van hormonen bij de productie van rundvlees in de Verenigde Staten en het desinfecteren van kippen in een chloorbad als ‘end of pipe’-oplossing om bacteriële besmetting tegen te gaan.Ook hieromtrent ontwikkelde de WTO stap voor stap regels. Toch blijven grote verschillen bestaan. Denk aan de discussies over genetische gemodificeerde gewassen. In de VS worden die op grote schaal geteeld. In de EU is dat door strenge regels vrijwel onmogelijk. Protectionisme of bescherming“Er blijft een fundamenteel verschil in de visie over de toepassing van het voorzorgsbeginsel aan beide kanten van de Atlantische Oceaan”, legt Relaes uit. Vanuit Amerikaanse hoek wordt de Europeanen om die reden vaak verweten om aan ‘consumentenprotectionisme’ te doen in plaats van echt oog te hebben voor consumentenbescherming. Dit schijnbaar onoverbrugbare verschil in visie was ook één van de belangrijkste struikelblokken voor het mislukken van de handelsbesprekingen tussen de VS en de Europese Unie. Een vrijhandelsakkoord bleef uit.Na de economische crisis lanceerde president Obama in 2013 een ambitieus plan. Hij stelde een economisch partnerschap voor tussen de VS en de EU: TTIP, het Transatlantic Trade and Investment Partnership. In de jaren daarna voerden Amerikaanse en Europese onderhandelaars intensieve gesprekken. Aan Europese kant stond Karel De Gucht aan het hoofd, toenmalig Europees Commissaris voor handel. Er lag bijna een akkoord op tafel. Maar wederzijdse landbouwbelangen en verschillen in consumentenbescherming bleven te groot. De onderhandelingen sleepten voort. In 2017 trok president Trump er tijdens zijn eerste ambtstermijn definitief de stekker uit. Hij is immers een tarievenman.</content>
            
            <updated>2025-07-28T18:33:51+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[WeComV fileert erkende stikstoftechnieken: van 25% naar 0% reductie in nieuw advies]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wecomv-fileert-erkende-stikstoftechnieken-van-25-naar-0-reductie-in-nieuw-advies" />
            <id>https://vilt.be/57708</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV) plaatst in een nieuw advies ernstige vraagtekens bij de werking van stikstofreducerende vloertechnieken in de melkveesector. Bijna alle vloersystemen zouden volgens het comité een fors lagere reductiepercentage moeten krijgen. Zo zou de reductie van 25 procent die een geperforeerde vloer vandaag oplevert, volgens het advies zelfs volledig geschrapt mogen worden. Het advies dreigt daarmee veel roet in het eten te gooien voor veehouders, systeembouwers én het AER-decreet zelf.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="wetgeving" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e3f19241-a125-4223-86a5-11fbde3c98db/full_width_koeien-stal-hoeve-talkeveld.jpeg</image>
                                        <content>Op vraag van voormalig minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) onderzocht WeComV of de PAS-lijst met vloersystemen voor melkvee- en kalfhouders aan een herziening toe is. De aanleiding hiertoe was onder meer een Nederlands rapport uit 2023 dat aantoonde dat sommige technieken op papier veelbelovend zijn, maar in de praktijk sterk tegenvallen. Het oordeel van WeComV werd deze maand afgeleverd, en is niet mals: geen enkel vloertechniek behoudt zijn erkend reductiepercentage. Volgens het comité wordt de werkelijke emissiereductie in de praktijk bepaald door zowel het potentieel van het systeem als de omstandigheden en het onderhoud waarin het wordt gebruikt. “Dit moet in rekening gebracht worden bij de toekenning van reductiepercentages”, aldus WeComV.Om overschatting van de reducties te vermijden, adviseert WeComV om in een actualisatie reductiepercentages toe te kennen die rekening houden “met praktische problemen die kunnen optreden”.Voor de veelgebruikte techniek waarbij een mestschuif of -robot met sproeier de loopvloer tien keer per dag reinigt en momenteel een reductie van twintig procent oplevert, adviseert WeComV daarom om de reductie terug te brengen tot twaalf procent. Bovendien zou de techniek niet tien, maar twaalf keer per dag moeten worden ingezet. Reducties geschrapt voor perforaties, groeven en afdichtkleppenDe scherpste reductie wordt echter geadviseerd bij systemen met afdichtkleppen in roostervloeren en bij vloeren met perforaties of groeven. Voor die technieken raadt WeComV aan om helemaal geen reductie meer toe te kennen, in plaats van de huidige 25 procent. Veel potentieel maar te sterk afhankelijk van omstandigheden en goed management Bij een roostervloer met kleppen zitten onder de roosterspleten beweegbare klepjes waar de mest door valt. Een goed werkend systeem sluit de mestkelder hermetisch af, waardoor de emissie daalt. Maar volgens WeComV is het systeem te sterk afhankelijk van de omstandigheden en het management om consequent de beloofde reducties te halen. Dat besluit het comité op basis van een studie uit 2016 en ervaringen uit een praktijkstudie waaruit blijkt dat de kleppen na enige tijd open blijven staan of dichtslibben met mest.Ook bij vloeren met perforaties of groeven geldt een gelijkaardig probleem. Bij goed management zouden perforaties en groeven kunnen werken, maar volgens waarnemingen raken deze verstopt. “Ophopend organisch materiaal kan niet alleen de afvoer van mest blokkeren, maar zelfs de ammoniakemissie verhogen”, waarschuwt het advies.Nieuw beoordelingskader én twee nieuwe techniekenWeComV stelt ook een nieuwe opdeling van de vloertypes op de PAS-lijst voor. Daarbij wordt gekeken naar drie principes: hoe snel urine wordt afgevoerd, in welke mate het bevuilde vloeroppervlak beperkt blijft, en hoe sterk de luchtuitwisseling met de mestopslag vermindert.Ook praktische toepasbaarheid en robuustheid worden meegewogen. “Het geactualiseerde kader maakt het mogelijk om zowel bestaande als nieuwe vloeren in te schatten op hun realistisch te verwachten reducerend vermogen in de praktijk”, luidt het.Daarnaast adviseert WeComV om twee technieken aan de lijst toe te voegen:Spoelen met water: “Door regelmatig de roostervloeren te spoelen met water, worden mest en urine verdund en sneller afgevoerd, wat onder meer resulteert in een verlaagde vloeremissie”, aldus WeComV. Twaalf spoelbeurten per dag zou zo een ammoniakreductie van tien procent toegekend kunnen krijgen. In combinatie met een mestschuif of -robot zou er bovenop die reductie nog vijf procent toegekend kunnen worden.Ook het gebruik van kunststof als oppervlakte van een loopvloer zou erkend kunnen worden. In combinatie met een extra emissiereducerende ingreep zou een kunststof vloergedeelte tot 15 procent ammoniakreductie kunnen opleveren.Producent kan bijsturing aanvragenDe voorgestelde reductiepercentages zijn “conservatieve inschattingen”, benadrukt het comité. Producenten kunnen op basis van meetdata een hoger reductiepercentage aanvragen voor hun specifiek vloersysteem. Het advies wordt momenteel grondig bestudeerd, we nemen conclusies niet zomaar over Gevolgen voor vergunningen en rechtszekerheidAls Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) het actualisatie-advies van WeComV volgt, zijn melkvee- en kalfhouders met een bestaande vergunning tot op zekere hoogte juridisch beschermd. In het AER-decreet werden de huidige reducties namelijk juridisch verankerd. Worden die toch verlaagd of geschrapt, dan blijft de verleende vergunning gebaseerd op de oorspronkelijk vastgelegde percentages gewoon geldig.Voor nieuwe vergunningen voor onbepaalde duur wordt de situatie lastiger. Veehouders zullen moeten puzzelen met lagere of zelfs geen reductie meer per techniek, wat het halen van de vereiste 25%-ammoniakreductie bemoeilijkt. Volgens WeComV is voorlopig enkel de chemische luchtwasser een techniek die die garantie nog biedt. Maar die installaties zijn bijzonder duur en worden enkel overwogen bij zeer grote bedrijven. In Vlaanderen zijn er de melkveebedrijven die ermee werken op één hand te tellen.Maar tot op heden zitten we niet in dat scenario. Dat benadrukt het kabinet van minister Brouns. “Het advies wordt momenteel grondig bestudeerd. We zullen de conclusies niet zomaar overnemen zonder ze eerst te analyseren en de nodige verduidelijkingen te vragen”, klinkt het.Ook Boerenbond onderzoekt momenteel de mogelijke gevolgen van het advies. &quot;We herhalen nog eens dat het WeComV in de eerste plaats dringend werk moet maken van de erkenning van nieuwe technieken die haalbaar en betaalbaar zijn. Voor landbouwers is het belangrijk dat er rechtszekerheid komt voor de grote investeringen die ze moeten doen aan gebouwen en constructies om te kunnen voldoen aan de opgelegde reductiedoelstellingen. 2030 komt snel dichtbij dus er is nu echt nood aan zo’n breed mogelijk scala aan werkbare en betaalbare technieken, rechtszekerheid en&amp;nbsp;duidelijkheid&quot;, klinkt het. Het WeComV-advies kan onze argumentatie kracht bijzetten Grote impact als AER-decreet vernietigd wordtDe juridische bescherming voor melkveehouders geldt echter enkel zolang het AER-decreet van kracht is. Bij vernietiging ervan, vervalt ook de juridische verankering van de reducties, met alle gevolgen van dien. Dit zou betekenen dat omgevingsvergunningen die steunen op een AER-techniek herroepen kunnen worden. Een gloednieuwe geperforeerde vloer zou dan plots niets meer waard kunnen zijn.Zo’n uitkomst valt zeker niet uit te sluiten. Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu en Dryade hebben vorig jaar samen een procedure aangespannen bij het Grondwettelijk Hof tegen het AER-decreet, met precies de effectiviteit van de technieken als argumentatie.Maar in hoeverre kan een advies van WeComV juridisch doorwegen? Die vraag kwam ook aan bod in het arrest over Steenfabriek Nelissen. De rechter oordeelde toen dat een rapport van een adviserende instantie als wetenschappelijke kennis mag worden beschouwd. “WeComV is een comité van wetenschappers, dat advies geeft over de meest recente stand van de wetenschap. Zo’n advies kan dus gelden als de best beschikbare wetenschappelijke kennis”, duidt Dries Verhaeghe van Dryade, een organisatie die via juridische procedures een strenger milieubeleid wil afdwingen. “Het kan onze argumentatie kracht bijzetten.” Een uitspraak van het Grondwettelijk Hof verwacht Verhaeghe niet voor 2026. “Eerst komt het arrest over het Stikstofdecreet.”</content>
            
            <updated>2025-08-08T10:06:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwbeurs van Libramont trekt bijna 195.000 bezoekers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwbeurs-van-libramont-trekt-bijna-195000-bezoekers" />
            <id>https://vilt.be/57709</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De 89e editie van de Landbouwbeurs van Libramont, die maandag ten einde liep, trok in totaal 194.733 bezoekers, iets meer dan vorig jaar (192.535 bezoekers), zo meldt de organisatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/037ace38-ed84-401c-9820-7c2bfbf5d432/full_width_libramont2025.jpg</image>
                                        <content>Naast de cijfers benadrukken de organisatoren de sterke aanwezigheid van professionele bezoekers en de uitstekende algemene sfeer waarin het evenement, nog steeds de grootste openluchtlandbouwbeurs van Europa, plaatsvond. &quot;Het is lang geleden dat we zo&#039;n rustige beurs hebben meegemaakt&quot;, vatte Jean-François Piérard, voorzitter van Libramont Coopéralia, de coöperatieve organisatie, samen.Het evenement in de Ardennen, gewijd aan landbouw en bosbouw, vindt volgend jaar plaats van 24 tot 27 juli en wordt, zoals gebruikelijk om de twee jaar, verlengd met twee dagen (28 en 29 juli) van bosbouwdemonstraties op een locatie in de naburige gemeente Bertrix.Deze volgende editie wordt een jubileumeditie, want het is niet alleen de 90e editie van het evenement, maar ook het honderdjarig bestaan van de organiserende structuur, de Koninklijke Vereniging van Ardense Trekpaarden, die in 1926 door een groep Ardense fokkers werd opgericht en in 2022 de coöperatieve vennootschap Libramont Coopéralia werd.</content>
            
            <updated>2025-07-29T10:01:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Natuur en visserij botsen op zee: vissers eisen inspraak in nieuwe regels]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/natuur-en-visserij-botsen-op-zee-vissers-eisen-inspraak-in-nieuwe-regels" />
            <id>https://vilt.be/57710</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De visserijsectoren uit België, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk slaan de handen ineen met een dringende oproep: nieuwe plannen voor mariene beschermde gebieden (MPA’s) bedreigen niet alleen het voortbestaan van vissersgemeenschappen, maar ook de Europese voedselzekerheid. In een gezamenlijke open brief vragen zij om meer overleg, maatwerk en wetenschappelijke onderbouwing.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4effe111-a714-4f4c-a2f0-d887723832d3/full_width_visserijschipnoordzee.jpg</image>
                                        <content>De controverse draait om de invoering van 42 nieuwe mariene beschermde gebieden (MPA’s of marine protected areas), die het Verenigd Koninkrijk in juni heeft aangekondigd tijdens de VN-Oceaanconferentie. Samen beslaan deze zones meer dan 30.000 vierkante kilometer binnen Britse wateren, inclusief de Britse Exclusieve Economische Zone (EEZ). Volgens de voorgestelde maatregelen van de Britse Marine Management Organisation (MMO) zouden in 36 van deze gebieden sleepnetvisserij en specifieke vistuigen, zoals gebruikt bij de vangst van sint-jakobsschelpen, volledig verboden worden. De impact op de Belgische vloot zou niet min zijn, stelde de Rederscentrale eerder al. “Onze vissers vangen bijna de helft van hun inkomsten in Britse wateren. En zo goed als de volledige Belgische vloot werkt met sleepnetten.&quot;&amp;nbsp; Visserijsector voelt zich buitenspel gezetIn een gezamenlijke verklaring trekken vissers uit vier Europese landen, verenigd in de Mid Channel Conference, fel van leer tegen het voorgestelde pakket maatregelen. Volgens hen houdt het huidige plan te weinig rekening met de sociaaleconomische gevolgen voor vissers en ontbreekt het aan wetenschappelijke nuance.“We zijn niet tegen bescherming, maar tegen het idee dat bescherming automatisch uitsluiting betekent”, klinkt het. “Duurzame visserij heeft ruimte nodig om te bestaan.”De vissers waarschuwen voor een sluipend verlies aan visgronden door de toenemende druk op de zee. Niet alleen beschermingsmaatregelen, maar ook de snelle uitbreiding van andere sectoren zoals offshore wind, havens en kabelinfrastructuur zorgen ervoor dat vissers steeds minder ruimte hebben om hun beroep uit te oefenen.“Ons bestaansrecht wordt verdrongen”, aldus Falke De Sager, beleidsmedewerker bij de Rederscentrale en voorzitter van de internationale werkgroep ‘Spatial Squeeze’. “Zonder overleg en samenwerking verliest Europa niet alleen een sector, maar een eeuwenoude relatie met de zee.” Zonder overleg en samenwerking verliest Europa niet alleen een sector, maar een eeuwenoude relatie met de zee &quot;Niet tegen duurzaamheid, wél tegen eenzijdige aanpak&quot;De sector stelt dat vissers de afgelopen jaren aanzienlijke inspanningen hebben geleverd om hun ecologische voetafdruk te verkleinen. Voorbeelden zijn het gebruik van aangepast vistuig, vrijwillige sluitingen van visgronden en samenwerking aan ruimtelijke planning.Toch voelen veel vissers zich nu gestraft voor hun inzet. De voorgestelde maatregelen verbieden in bepaalde gebieden zelfs passieve vistechnieken, zoals het gebruik van netten die niet over de bodem slepen. “Dat is inconsistent beleid”, klinkt het. “De logica achter deze verboden ontbreekt.”One-size-fits-all benadering werkt nietVolgens de auteurs van de brief ontbreekt het aan maatwerk in het ontwerp van de nieuwe beschermingszones. Er wordt te weinig gekeken naar lokale omstandigheden, zoals het type zeebodem, de veerkracht van ecosystemen en de reeds geboekte duurzaamheidswinst.Ze pleiten daarom voor gebiedsspecifiek beheer in nauwe samenwerking met vissers, op basis van lokale kennis en wetenschappelijke gegevens. “Bescherming moet echt en doelgericht zijn, niet symbolisch en politiek gedreven.”Korte consultatieperiode onder vuurDe visserijorganisaties uiten ook scherpe kritiek op het proces: de tijd om te reageren op de omvangrijke en complexe plannen is volgens hen veel te kort. Ze vragen om uitstel van de deadline tot 1 november, zodat er ruimte ontstaat voor grondige analyse en overleg.Daarnaast roepen zij op tot een evenwichtig effectenrapport. Niet alleen de verwachte milieuvoordelen, maar ook de gevolgen van verdrongen visserij, economische schade en ecologische druk op andere gebieden moeten in kaart worden gebracht.De sector sluit af met een duidelijke boodschap: “sluit vissers niet uit, maar betrek hen actief bij mariene bescherming. Alleen dan kunnen natuurbehoud en voedselproductie hand in hand gaan.”“Zonder onze kennis en betrokkenheid worden er fouten gemaakt”, besluiten ze. “Echte bescherming begint met samenwerking.”</content>
            
            <updated>2025-07-29T11:20:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Krak in het Vak: Broedmeester vleeskuikenbroeierij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/krak-in-het-vak-broedmeester-vleeskuikenbroeierij" />
            <id>https://vilt.be/57711</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In deze Krak in het vak zetten we Broedmeester Bram in de schijnwerpers. Bram is verantwoordelijk voor het volledige broedproces in een moderne vleeskuikenbroeierij, van het moment dat het ei binnenkomt tot het uitkomen van een gezond kuiken. Met zijn scherp oog voor detail bewaakt Bram elke stap in het proces. Hij houdt de temperatuur, luchtvochtigheid en ventilatie in de broedmachines nauwgezet in het oog en grijpt direct in als er iets afwijkt. Dankzij zijn toewijding en vakkennis komen er elke week duizenden sterke kuikens uit het ei.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2402f50a-d30e-409a-89e4-1b3c000eb373/full_width_thumb-27.jpg</image>
                        
            <updated>2025-07-31T11:17:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van onteigening tot akkerbouwimperium: hoe een Vlaamse familie uitgroeide tot landbouwreus in Wallonië]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gemengd-vlaams-bedrijf-wordt-akkerbouwreus-in-wallonie-na-onteigening" />
            <id>https://vilt.be/57712</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met 800 hectare aan landbouwgrond behoort de familie Van Puymbrouck vandaag tot de grootste akkerbouwers van België. Toch begon hun verhaal met een gedwongen vertrek uit Kieldrecht, bij Antwerpen, na onteigening van het gemengd bedrijf in 1979. Inmiddels zwaait tweede generatie Jean-Pierre Van Puymbrouck de plak in het Waals-Brabantse Walhain. Naast zijn werk op het veld is hij ook een invloedrijke stem in de landbouwsector, onder meer als voorvechter van het openstellen van de Waalse markt voor Vlaamse mest.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkerbouw" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7dc94ede-5945-4605-bfd2-f1cbc15092a4/full_width_jean-pierre-van-puymbrouck.jpg</image>
                                        <content>Zomerreeks 2025: Vlaamse boeren over de taalgrensIn deze zomerse reeks trekken we naar het zuiden van het land, waar Vlaamse boeren hun geluk beproeven aan de andere kant van de taalgrens. Sommigen zochten meer ruimte, anderen betaalbare grond of rust. Het levert een reeks boeiende verhalen op over loslaten, herbeginnen en wortel schieten op Waalse bodem. Toen de familie Van Puymbrouck in 1979 werd onteigend voor de uitbreiding van de Antwerpse haven, kwam er abrupt een einde aan hun gemengd bedrijf met vleesvee, akkerbouw en varkens. “De onteigening verliep op een bijzonder onaangename manier, en de vergoeding was ontoereikend”, blikt Jean-Pierre Van Puymbrouck terug. In 1980 vond het gezin een nieuwe start op een bedrijf van 42 hectare in het Waals-Brabantse Walhain, tussen Brussel en Namen.Aanvankelijk namen ze het vleesvee mee, maar sinds 2011 ligt de volledige focus op akkerbouw. Die schaalde snel op via strategische overnames. Vandaag bewerkt het bedrijf op 440 hectare gerst, tarwe, zomerhaver en chicorei en op 350 hectare via seizoenspacht aardappelen en suikerbieten. Drie generaties actiefJean-Pierre (52) leidt het bedrijf sinds vele jaren, maar zijn vader Romain is nog altijd actief. Sinds kort stapte ook dochter Flavie mee in de zaak. “Zij is gestart met de teelt van pootgoed. We zijn nu met drie generaties aan zet”, zegt hij met trots.Zorgen over de aardappelmarktToch zijn de tijden niet rooskleurig voor aardappeltelers. “Ik denk dat de telers van vrije aardappelen een slecht jaar tegemoet gaan.” Als voormalige voorzitter van de brancheorganisatie BelPotato volgt Van Puymbrouck de aardappelwereld op de voet. Volgens hem is de recente daling van de prijzen van vrije aardappelen “kunstmatig” in het leven geroepen, het gevolg van aardappelverwerkers die contracten naar beneden schroefden.Daarnaast is ook de sterke areaalgroei van dit jaar ongunstig voor de prijsontwikkeling. Veel boeren hebben volgens hem uit een soort van opportunisme aardappelen geplant. “Maar de kwaliteit van deze aardappelen laat te wensen over en dat drukt op de prijs”, aldus Van Puymbrouck volgens wie de aardappelteelt, zeker met bewaring, een stiel op zich is. “Echte aardappeltelers zullen het ook in de toekomst goed blijven doen.”Lobby voor Vlaamse mestVan Puymbrouck is meer dan een boer: hij is ook bestuurder bij de Waalse landbouworganisatie FWA en sinds 2023 voorzitter van het federale voedselketenoverleg, dat na de dioxinecrisis werd opgericht. “Wij hebben een groot bedrijf met acht medewerkers in dienst. Ik kan mij daarom makkelijker vrijmaken om de boerenbelangen te verdedigen”, vertelt de akkerbouwer die daags na het interview een ontmoeting heeft met Waals Landbouwminister Anne-Catherine Dalcq.Eén van de onderwerpen op tafel is de mestwetgeving. Van Puymbrouck ergert zich al jaren aan het verbod van import van Vlaamse mest in Wallonië. “Hier is nauwelijks dierlijke mest beschikbaar, terwijl Vlaanderen kampt met een overschot. Dat is economisch en ecologisch onlogisch.” In sommige Waalse gebieden is er wel veel vee en zijn de landbouwers tegen het verbod van vrije aanvoer uit Vlaanderen Van Puymbrouck wijst ter verklaring op de verdeeldheid in Wallonië waardoor zelfs de landbouworganisatie FWA geen eensgezind standpunt kan innemen. “In sommige Waalse gebieden, zoals het Land van de Herve, ten noorden van de provincie Luik aan de grens met het Nederlands Limburg en Duitsland, is er wel veel vee en zijn de landbouwers tegen het verbod van vrije aanvoer uit Vlaanderen.”Mede door het importverbod is de akkerbouwer volledig aangewezen op het gebruik van kunstmest, een kostenpost die tussen de 500.000 en 800.000 euro per jaar ligt. Hij heeft momenteel al kunstmest voor het seizoen 2025-2026. “Wij hanteren deze voorraad-strategie al jaren. Hierdoor hebben we tijdens de energiecrisis, toen de prijzen voor meststoffen door het dak gingen, de grootste financiële klappen kunnen opvangen.” Ook op andere vlakken doet hij aan risicomanagement. Zo heeft hij al zijn aardappelen in contracten vastgelegd. “Regels niet minder streng in Wallonië”In eerdere verhalen van de reeks Vlaamse boeren in Wallonië laten veehouders weten dat de regelgeving soepeler is in Wallonië. Volgens Van Puymbrouck is dat in de akkerbouw zeker niet het geval. “Ook hier zijn de regels op het gebied van bemesting streng en wordt er rigoureus gecontroleerd op residuen van stikstof in de grond worden. Ook de administratie is zeer tijdrovend. De beloofde vereenvoudiging door de overheid laat op zich wachten.” Vergunningen vormen een ander struikelblok. “Ik probeer al twee jaar een windmolen van 1 megawatt te plaatsen. Alles zit vast, terwijl zelfs de buren geen bezwaar hebben.” De reden? Gevreesde impact op vleermuizen. “Dat is frustrerend, zeker gezien de beleidsdoelstellingen rond energieonafhankelijkheid van landbouwbedrijven.”De geplande windmolen zou het bedrijf volledig voorzien van elektriciteit, met zelfs overschotten voor het net. Maar ook op het vlak van waterbeheer loert de toekomst. “Er is hier geen oppervlaktewater, en met drogere zomers zullen we wellicht ooit putten moeten boren voor irrigatie. Dat is werk voor de volgende generatie”, besluit Van Puymbrouck.</content>
            
            <updated>2025-08-11T20:53:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Na bommen nu beesten: Oekraïense landbouw geteisterd door zwermen sprinkhanen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/na-bommen-nu-beesten-oekraiense-landbouw-geteisterd-door-zwermen-sprinkhanen" />
            <id>https://vilt.be/57713</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Duizenden sprinkhanen teisteren de landbouwgebieden in het zuiden van Oekraïne. Ze vreten zich een weg door zonnebloemen, grassen en andere gewassen, en bedreigen daarmee de voedselzekerheid van het land. Volgens ambtenaren en boeren is de plaag niet louter een natuurverschijnsel, maar een rechtstreeks gevolg van de Russische invasie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Oorlog Oekraïne" />
                        <category term="insect" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5f9fae88-bc10-4460-a10f-9f25fe242495/full_width_desert-locust-5397265-1280.jpg</image>
                                        <content>Hoewel het land al eerder te maken kreeg met sprinkhanenzwermen, is de omvang dit jaar uitzonderlijk. Sprinkhanen planten zich graag voort in afgelegen plaatsen langs water of op braakliggende gronden. Omdat veel boeren hun percelen hebben moeten achterlaten, zijn er vandaag veel van zulke gebieden. Ook vogels, de natuurlijke vijanden van sprinkhanen, mijden de gevechtsgebieden. Hierdoor kunnen zwermen zich ongehinderd ontwikkelen.De situatie werd verergerd door de vernietiging van de waterkrachtcentrale van Kachovka. Het stuwmeer liep leeg nadat Russische troepen in 2023 de dam opbliezen. Door die verwoesting ontstonden uitgestrekte moerasgebieden, ideale broedplaatsen voor sprinkhanen. Daarbovenop is er deze zomer een extreme hitte, die hun verspreiding verder in de hand werkt.De situatie is het ernstigst in de regio Zaporizja. Daar bedekken zwermen sprinkhanen wegen, struiken en velden. De dieren kunnen in zeer korte tijd grote schade aanrichten aan gewassen. Boeren melden aan de nieuwsdienst Reuters dat tot een derde van hun zonnebloemteelt is vernietigd. “We zagen eerst een grote zwerm. En de volgende dag kwam de ‘infanterie’: de kleintjes. Ze aten alles wat laag hing”, vertelt inwoner Oleh Tolmatov aan Reuters. In de regio van Tolmatov hebben de autoriteiten meer dan 6.000 hectare behandeld met insecticiden om de zwermen in te dijken. Lokale en nationale overheden willen echter geen cijfers geven over de omvang van de plaag of de schade tot dusver.Waakzaamheid gebodenVolgens Vadym Chajkovsky, hoofd van de Oekraïense Dienst voor Voedselveiligheid en Consumentenbescherming, heeft de plaag de nationale oogst nog niet zwaar geraakt omdat de meeste zwermen zich voorlopig concentreren rond rivieren en andere waterpartijen.Toch roept de dienst landbouwers op om waakzaam te blijven en hun percelen goed te monitoren om mogelijke oogstverliezen te voorkomen.Oekraïne is &#039;s werelds grootste exporteur van zonnebloemolie en speelde voor de oorlog een sleutelrol in de wereldwijde graanvoorziening. Eventuele nieuwe verstoringen in deze sector kunnen internationaal voelbaar zijn.</content>
            
            <updated>2025-07-31T15:04:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Spaanse boeren concurreren met Amazon om water]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/spaanse-boeren-concurreren-met-techgigant-om-water" />
            <id>https://vilt.be/57714</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het droge noordoosten van Spanje loopt de spanning op tussen lokale boeren en de Amerikaanse techgigant Amazon. Aanleiding is het snel groeiende waterverbruik van datacenters in een regio die steeds vaker kampt met droogte. Terwijl technologiereuzen hun serverparken uitbreiden, staat de maïs op de akkers uit te drogen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eb73284b-37b9-49bb-900c-8c817845bf0d/full_width_server-pixabay.jpg</image>
                                        <content>De Amerikaanse Amazon is één van de grootste spelers in e-commerce en is ook markleider in cloudinfrastructuurdiensten. Dit laatste biedt bedrijven via het internet toegang tot rekenkracht, opslag en netwerken. In plaats van zelf servers te beheren, huren ze die digitale basisinfrastructuur bij grote aanbieders zoals Amazon, Microsoft en Google.Amazon exploiteert momenteel drie datacenters in de Spaanse regio Aragón en op de planning staan er nog eens drie. De huidige vergunning voor de drie centers laat Amazon toe om jaarlijks ruim 750 miljoen liter water te gebruiken. Dat is voldoende om meer dan 230 hectare maïs te irrigeren, één van de belangrijkste gewassen in de streek.Datacenters gebruiken het water om servers te koelen, wat van belang is voor de werking van clouddiensten. In de praktijk valt het waterverbruik echter hoger uit. In het aantal liters is geen rekening gehouden met het water dat nodig is om de elektriciteit op te wekken voor de nieuwe installaties. Voor boeren in de regio, die toch al kampen met klimaatgerelateerde opbrengstverliezen, betekent dit een nieuwe concurrent in de strijd om schaarse hulpbronnen. &quot;Elk jaar vergt het veel inspanning en moeite om onze teelt tot een goed einde te brengen door de grillen van het klimaat. Maar nu moeten we ook nog eens concurreren met miljardenbedrijven. Dat is een strijd die ik als kleine boer niet kan winnen&quot;, aldus een lokale boer in het Nederlands dagblad NRC. Voor inwoners voelt het onrechtvaardig dat Amazon wel een vergunning krijgt, terwijl ze zomers zelf soms helemaal geen water uit de kraan krijgen. Volgens een boer wordt de cloud gebouwd op zijn dorst. Techbedrijven profiterenDe techgiganten kiezen bewust voor regio’s als Aragón. De combinatie van lage grondprijzen, relatief soepele regelgeving, weinig politieke weerstand en een vergrijsde en weinig georganiseerde bevolking maakt het voor hen aantrekkelijk om daar grootschalig uit te breiden. Amazon investeert naar schatting 15,7 miljard euro in de regio. Microsoft ontwikkelt een campus van 9 miljard euro, die de grootste cloudhub van Europa moet worden. Aragón presenteert de komst van de datacenters als een economische zegen. Met banen, hogere belastinginkomsten, verbeterde infrastructuur en extra inkomsten uit grondverhuur.Of de lokale opbrengst gewicht in de schaal legt, is nog afwachten. De banen blijven grotendeels beperkt tot tijdelijke bouwprojecten of gespecialiseerde IT-functies waarvoor lokale arbeidskrachten vaak niet gekwalificeerd zijn. Amazon belooft een domino-effect op de werkgelegenheid in het technologische ecosysteem van de regio te genereren. De datacenters trekken nieuwe mensen die lokaal nieuw werk genereren. Ondertussen lijdt de landbouw, nog altijd een belangrijke economische pijler in de regio, onder watertekorten en opbrengstverliezen. SpanningsveldDe centrale Spaanse regering, onder leiding van premier Pedro Sánchez, ondersteunt de digitale transitie en buitenlandse investeringen. Tegelijkertijd erkent zij de groeiende spanning rond waterverdeling en de boerenbelangen. Spaans minister van Digitale Transformatie José Luis Escrivá werkt aan een nieuw wettelijk kader voor datacenters, waarin onder meer transparantie, energie-efficiëntie en watergebruik centraal staan. De invoering is naar verwachting eind 2025. Tot die tijd blijft de vergunningverlening in handen van regionale overheden, die graag nieuwe economische ontwikkeling willen stimuleren. ‘Waterpositief’Techbedrijven benadrukken hun duurzame ambities. Amazon en Microsoft zeggen tegen 2030 &#039;water positive&#039; te willen zijn. Zij willen net zoveel water teruggeven aan het milieu als zij verbruiken. Ze investeren daarom in innovatieve koeltechnieken en lokale waterprojecten in gebieden met waterschaarste.Critici, waaronder milieuorganisatie Tu Nube Seca Mi Río, noemen dit misleiding, zolang het eigenlijke verbruik in droge regio’s niet daalt. Het watertekort is tenslotte nu al voelbaar. Zij spreken van ‘data-kolonialisme’ dat lokale hulpbronnen inzet voor mondiale digitale diensten zonder evenredige compensatie.Het conflict in Aragón staat niet op zichzelf, uit meer regio&#039;s klinkt verzet. Uit een eerdere analyse van SourceMaterial en The Guardian bleek dat grote techbedrijven van plan zijn om hun activiteiten uit te breiden naar enkele van de meest droge gebieden ter wereld. &quot;Het is geen toeval dat ze in droge gebieden bouwen&quot;, aldus Jaume-Palasí in The Guardian. Datacentra worden landinwaarts gebouwd omdat de lage luchtvochtigheid het risico op metaalcorrosie vermindert. Zeewater als koelmiddel zou bovendien voor corrosie zorgen.</content>
            
            <updated>2025-07-31T15:00:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Na 2,5 jaar ploegen door AER-procedures: erkenning voor Lely Sphere is officieel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/na-25-jaar-ploegen-door-aer-procedures-erkenning-voor-lely-sphere-is-officieel" />
            <id>https://vilt.be/57715</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor het eerst sinds de oprichting van het huidig WeComV wordt een techniek voor melkvee toegevoegd aan de lijst van erkende ammoniakemissiereducerende stalsystemen (AER-lijst). Die primeur is voor de Sphere van de Nederlandse systeembouwer Lely. Maar die erkenning kwam er niet zonder slag of stoot: het traject duurde meer dan twee jaar en kende de nodige hindernissen. “Toen we ons dossier indienden, was het erkenningsproces nog helemaal nieuw. Niet alleen voor ons maar ook voor Vlaanderen zelf. Voor beiden was het nog zoeken”, aldus Lely.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c5ea7c35-1bcb-4329-8924-2e89ce156406/full_width_mestrobot-groot-hooibeekhoe.jpg</image>
                                        <content>Toen Lely het erkenningstraject voor de Sphere opstartte, keek de sector met grote interesse mee. Niet alleen vanwege de innovatie zelf, maar omdat het dossier gaandeweg de pijnpunten blootlegde in het erkenningsproces van AER-technieken in Vlaanderen. “Zowel de overheid als de systeembouwer hebben in dit parcours een gezamenlijk doel: werkbare technieken tot bij de boeren krijgen, en de beloofde werking en reductie garanderen. De weg hiernaartoe was zoeken en duurde veel langer dan we oorspronkelijk gedacht hadden. Maar we zijn er geraakt en zijn blij dat we onze techniek nu ook officieel in Vlaanderen kunnen introduceren”, duidt de Nederlandse systeembouwer die zich als eerste door de mallemolen worstelde. Nederlandse metingen evenwaardig aan VlaamseHet Vlaamse parcours van Lely startte in maart 2023. Nadat de Sphere in Nederland erkend werd als gevalideerde techniek om ammoniakemissies te beperken, diende Lely een dossier in bij het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veeteelt (WeComV) om ook een plek te krijgen op de Vlaamse AER-lijst.Lely maakte daarbij gebruik van de wettelijk vastgelegde fastlane-procedure. Die laat WeComV toe om het meetprotocol waarmee de internationale techniek eerder erkend is geweest, als evenwaardig te beschouwen aan het Vlaamse meetprotocol, op voorwaarde dat het gaat om een regio binnen dezelfde biogeografische zone. Want naast bedrijfsvoering, speelt ook klimaat een rol bij het bepalen van de effectiviteit.In het dossier van Lely beschouwde WeComV de Nederlandse meetprotocollen als evenwaardig. Daardoor moest de techniek niet opnieuw worden uitgemeten in Vlaamse stallen, wat een aanzienlijke tijd- en kostenwinst opleverde. Een techniek laten uitmeten in Vlaamse melkveestallen is immers niet vanzelfsprekend, zo bleek eerder uit een rondvraag. Geen VIP-behandelingEen fastlane is echter geen vrijgeleide. Evenwaardige meetprotocollen betekenen niet automatisch gelijke reductiepercentages, laat staan een onmiddellijke goedkeuringsstempel op het dossier. Dat maakt de procedureduur van twee jaar in het geval van Lely wel duidelijk. Fastlane-dossiers worden weliswaar sneller behandeld dan technieken die nog moeten worden uitgemeten, maar worden vervolgens onderworpen aan dezelfde grondige toetsing door WeComV.Niet enkel wachten op WeComVDe lange doorlooptijd van Lely’s erkenningsdossier valt ook niet zomaar af te schuiven op WeComV. De acht wetenschappers van het comité, voor wie WeComV niet hun enige job is, leverden hun advies al in maart 2024 af. Maar met een WeComV-advies is een AER-dossier lang niet rond. De techniek moet nadien nog langs verschillende andere instanties voor beoordeling en goedkeuring.Pas in januari 2025 kondigde Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) de officiële goedkeuring aan van Lely. En ook toen was het dossier nog niet helemaal afgerond. Zo moest het onder meer ook nog door de Europese molen, wat opnieuw enkele maanden in beslag nam. Uiteindelijk werden alle technische en juridische stappen genomen en staat de Lely Sphere sinds juli officieel op de Vlaamse AER-lijst.Officiële toelating en impactDe Sphere haalt in de stal gemiddeld tot 77 procent ammoniakreductie en kreeg een emissiefactor van drie kg ammoniak per dierplaats per jaar, voor melk- en kalfkoeien ouder dan twee jaar. Met de toelating kunnen de veehouders de emissiereductie ook laten gelden voor hun PAS-referentie 2030, het emissieplafond dat vanaf eind 2030 van kracht wordt. De toelating opent ook de deur naar financiële steun van het VLIF. In sommige gevallen kan er tot 80 procent steun aangevraagd worden.“Onze landbouwers willen hun steentje bijdragen aan een duurzame toekomst. Door deze innovatie op te nemen in het regelgevend kader geven we landbouwers rechtszekerheid, perspectief én moedigen we hen aan om te investeren in circulaire en emissiearme technieken”, aldus minister Brouns. “We zijn bovendien volop aan het werken om nog meer technieken op de AER-lijst te plaatsen.”Ook landbouworganisatie Boerenbond reageert tevreden op de uitbreiding van de lijst: “Melkveehouders krijgen hierdoor &amp;nbsp;meer keuzevrijheid om te investeren in technieken die het best bij hun bedrijf passen. We hopen op een snelle erkenning van bijkomende technieken.” Zolang het meetbaar is en bijdraagt aan de reductie van stikstof, geven we ruimte aan innovatie Hoop op meer techniekenOf Lely het pad enigszins heeft geëffend voor anderen, moet nog blijken. Volgens Brouns is de erkenning van de Lely Sphere alvast een sterk signaal van Vlaanderen: “We willen ruimte geven aan innovatie, zolang die meetbaar bijdraagt aan de reductie van stikstof. Ik roep landbouwers en sectororganisaties dan ook op om verdere innovatieve technieken aan te dragen, zodat we de AER-lijst blijven uitbreiden met oplossingen die echt werken op het terrein.” Waarborg effectiviteit op lange termijn?De erkenning van de Lely Sphere valt gelijktijdig met het nieuwe WeComV-advies om de reductiepercentages te verlagen van vloersystemen die al enkele jaren op de lijst staan voor melk- en kalfkoeien ouder dan twee jaar. Volgens het comité moeten die reductiepercentages ‘conservatiever worden ingeschat’, wegens de onzekerheid rond de goede werking van de systemen op lange termijn. &amp;nbsp;Ook de Sphere werd in dat debat meegenomen. WeComV benadrukte in zijn advies dat opvolging van de technische werking onder langdurige praktijkomstandigheden cruciaal blijft om de beloofde reductie te helpen borgen. Hoewel het comité in datzelfde advies uiteindelijk een emissiefactor vaststelde van 3kg ammoniak, kwam het Administratief Team (AT) enkele maanden later met een eigen boodschap aan de minister, waarin opgeroepen werd om dit reductiepotentieel niet toe te kennen, vanwege de onzekerheid op lange termijn.Toch kreeg de Sphere groen licht, mét de aanbevolen factor van WeComV. “We hebben aan alle instanties kunnen aantonen dat we de effectiviteit kunnen borgen. De Sphere is een actief systeem met veel sensoren en controlepunten die bijhouden of het functioneert zoals het hoort”, aldus Lely.Dat bevestigt ook Brouns in zijn persbericht: “Er wordt voorzien in een sluitend monitoringsysteem via elektronische registratie, zodat de goede werking van de techniek in de praktijk gegarandeerd wordt.” Juridisch getouwtrek blijft mogelijkToch blijkt niet iedereen overtuigd te zijn. Volgens milieuorganisatie Dryade is de erkenning juridisch niet sluitend, zo staat te lezen in een persbericht. “Het ministerieel besluit waarmee Lely Sphere erkend werd, is mogelijk juridisch onhoudbaar omdat een effectbeoordeling ontbreekt”, schrijft de ngo. “Volgens de wetgeving moet een maatregel daarnaast erkend worden via een Vlaams regeringsbesluit in plaats van een ministerieel besluit. Als de Raad van State dit vernietigt, blijven landbouwers achter met een dure investering zonder garanties.”Volgens Dryade is de techniek ook technisch onzeker omdat er geen bewijs is dat de prestaties in Vlaamse melkveestallen standhouden. Lely weerlegt dat: “De prestaties werden in Nederland uitvoerig getest met een meetprotocol dat WeComV als evenwaardig acht als de Vlaamse. Vanzelfsprekend is geen enkele melkveestal gelijk. Maar daar is ook rekening mee gehouden bij de Nederlandse metingen, door in meerdere stallen met alle eigen en verschillende kenmerken te meten. Bovendien wordt het systeem alleen geïnstalleerd in stallen die voldoen aan de criteria die zijn vereist voor juiste werking.”Ook parlementslid Andy Pieters (N-VA) spaart zijn kritiek niet. Volgens hem heeft de minister het advies van experten genegeerd en dreigt de erkenning nog juridisch aangevochten te worden, zo waarschuwt hij.Landbouwers denken volgens het N-VA-parlementslid best twee keer na voor ze veel geld investeren in de techniek. &quot;Het is evident dat innovatie cruciaal is voor onze luchtkwaliteitsdoelen&quot;, aldus Pieters, &quot;maar we mogen ons niet blindstaren op technieken als hun goede werking door experten in vraag wordt gesteld.&quot; Het parlementslid vreest ook dat milieuorganisaties de erkenning nog juridisch zullen aanvechten.Minister Brouns reageert dat de erkenning van de Lely Sphere het resultaat is van een grondige toetsing aan de Vlaamse normen voor ammoniakreductie. Hoe kan de Sphere een driedubbele reductie bereiken in vergelijking met andere technieken?Waar de meeste systemen in melkveestallen momenteel een ammoniakreductie van 25 procent hebben, behaalt de Lely Sphere gemiddeld 77 procent. Die reductie is het resultaat van een combinatie van technieken die de uitstoot in de stal beperken: het frequent verwijderen van mest op de roostervloer, het grotendeels afsluiten van de kelder en het ondergronds afzuigen van gassen, die vervolgens worden gezuiverd via een chemische luchtwasser.Om mest en urine zo veel mogelijk gescheiden te houden, zijn in de roostervloer urineafvoergaatjes aangebracht. De vaste mest en het resterende deel van de urine dat op de vloer achterblijft, wordt verwijderd door een mestrobot met een sproeisysteem.</content>
            
            <updated>2025-08-01T11:13:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vaccineren tegen de klok: haalt België de deadline voor blauwtongvaccinatie?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/blauwtong-rukt-op-in-frankrijk-belgische-vaccinatiecampagne-onder-hoogspanning" />
            <id>https://vilt.be/57716</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tegen 1 september moeten alle runderen en schapen in België gevaccineerd zijn tegen blauwtongtype 3 (BTV-3) en 8 (BTV-8). Voor runderen geldt bovendien een vaccinatieplicht tegen epizoötische hemorragische ziekte (EHD). Hoewel de vaccinatiegraad tegen BTV-3 bemoedigend is, blijft een duidelijke inhaalbeweging nodig voor BTV-8 en EHD. Veehouders die tegen 1 september niet voldoen aan de vaccinatieplicht, lopen volgens de FOD Volksgezondheid het risico op zware sancties.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="blauwtong" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f2e9ca91-290e-48ad-b8e5-c96edde5f056/full_width_schaap1.jpg</image>
                                        <content>Hoewel er in België dit jaar nog geen nieuwe uitbraken van blauwtong gemeld zijn, blijft waakzaamheid absoluut nodig. In buurlanden is het virus wél bijzonder actief. Vooral in Normandië, Frankrijk, stijgt de ongerustheid: daar is het aantal besmettingen in amper tien dagen gestegen van 2 naar 141 bevestigde gevallen, bovenal type 3, maar ook type 8 is aanwezig. Ook in het Verenigd Koninkrijk laait de ziekte opnieuw op. De vrees is dan ook groot dat het virus zich opnieuw naar België kan verspreiden. Een voldoende hoge vaccinatiegraad blijft dus cruciaal.&amp;nbsp;De federale overheid lanceert daarom een laatste oproep aan veehouders, zowel professioneel als particulier, om hun dieren snel te vaccineren. Tegelijk waarschuwt de Vlaamse dierenartsenvereniging (VeDa) voor een aanhoudend tekort aan het BTV-8-vaccin.&amp;nbsp;Impact blauwtong op de veehouderij&amp;nbsp;&amp;nbsp;Blauwtong is een virale ziekte die vooral schapen en runderen treft en wordt overgedragen door knutten, kleine steekvliegjes. De symptomen variëren van koorts en kreupelheid tot vruchtbaarheidsproblemen en sterfte. Sinds eind 2023 is het virus opnieuw wijdverspreid in België. In 2024 telde het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) al meer dan 3.600 uitbraken. &amp;nbsp;De impact is groot, zowel op dierenwelzijn als op de economische situatie van veehouders. Om verdere verspreiding en exportbeperkingen te vermijden, startte begin dit jaar een verplichte vaccinatiecampagne.&amp;nbsp; Vaccinatiebarometer: BTV-3 op schema, BTV-8 blijft achter&amp;nbsp;Volgens de ‘Vaccinatiebarometer’ van de FOD Volksgezondheid loopt de vaccinatiegraad uiteen naargelang het serotype.&amp;nbsp;Voor BTV-3 is er voldoende vaccin en ligt de vaccinatiegraad hoog.&amp;nbsp;Voor BTV-8 en EHD blijft de achterstand aanzienlijk:&amp;nbsp;60% van de schapen en 40% van de runderen is ingeënt tegen BTV-8.&amp;nbsp;Nog 4 op de 10 runderen moet het EHD-vaccin krijgen.&amp;nbsp;Door leveringsproblemen werd de oorspronkelijke deadline al met twee maanden uitgesteld. Ook nu zijn er volgens VeDa nog tekorten, vooral voor BTV-8. “Voor EHDV en BTV-3 lijkt de deadline haalbaar. Alleen voor type 8 blijft het spannend. De vaccins zijn daar nog niet volledig beschikbaar”, zegt Danny Coomans van VeDa Vlaanderen. Een nieuwe levering wordt in augustus verwacht. “Als die tijdig aankomt, is de deadline van 1 september nog haalbaar”, aldus Coomans.&amp;nbsp;Volgens de FOD geven deze cijfers nog niet de volledige realiteit weer, aangezien dierenartsen 15 dagen de tijd hebben om hun vaccinaties te registreren, waarna er nog enkele dagen nodig zijn voordat die gegevens bij de FOD aankomen. &quot;In Vlaanderen wachten veel dierenartsen bovendien tot alle vaccinaties voltooid zijn om ze in één keer in te voeren. Daarom vermoeden we dat de momenteel gepubliceerde cijfers eerder een onderschatting zijn&quot;, klinkt het.Hobbyhouders blijven achter&amp;nbsp;De meeste professionele veehouders zouden hun dieren inmiddels hebben gevaccineerd. Maar bij hobbyhouders loopt het stroef. De FOD Volksgezondheid meldt dat meer dan de helft van de schapenhouders nog geen enkele vaccinatie heeft geregistreerd.&amp;nbsp;Coomans ziet hiervoor meerdere oorzaken. “Op de weide is het moeilijker om dieren te vangen en te vaccineren. Sommige veehouders stellen de vaccinatie liever uit tot het najaar, wanneer de dieren op stal staan.”&amp;nbsp;Hij wijst ook op een gemiste kans in de aanpak van de vaccinatiecampagne. “Vaccins worden in sommige gevallen rechtstreeks aan veehouders geleverd, zonder dat wij weten wanneer en hoe ze worden toegediend. Dierenartsen waren nochtans bereid om de vaccinaties zelf uit te voeren.”&amp;nbsp; Bedrijven die de vaccinatieplicht negeren, riskeren sancties zoals een blokkade en verplichte vaccinatie op eigen kosten Subsidies en oproep tot actie&amp;nbsp;De FOD Volksgezondheid roept hobbyhouders op om meteen contact op te nemen met hun dierenarts. &amp;nbsp;Om de vaccinatiegraad verder te verhogen, zijn er bovendien subsidies voorzien:&amp;nbsp;€23 per volledig gevaccineerd rund (tegen BTV-3, BTV-8 en EHD)&amp;nbsp;€7 per volledig gevaccineerd schaap (tegen BTV-3 en BTV-8)&amp;nbsp;Ook jonge dieren geboren in 2025 komen in aanmerking voor deze subsidie, zolang ze tijdig gevaccineerd en geregistreerd zijn. Naast bescherming van eigen dieren, is het ook een solidariteitskwestie: blauwtong is besmettelijk en bedreigt ook naburige kuddes.&amp;nbsp;Veehouders die niet in regel zijn met de verplichte vaccinatie voor de dierziekten tegen de uiterlijke deadline van 1 september riskeren sancties. &quot;Wie niet of gedeeltelijk vaccineert, heeft geen recht op de voorziene tussenkomst. Daarnaast zijn er ook sancties voorzien in de wetgeving, zoals het blokkeren van het bedrijf (geen aan- of verkoop van dieren mogelijk) en de verplichting om op eigen kosten alsnog te vaccineren&quot;, klinkt het bij de FOD. &quot;Toch rekenen we op het gezond verstand en de solidariteit van de veehouders om het niet zover te laten komen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-07-31T18:53:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Schadelijke oosterse fruitvlieg nu ook aangetroffen in Koekelberg en Antwerpen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/schadelijke-oosterse-fruitvlieg-nu-ook-aangetroffen-in-koekelberg-en-antwerpen" />
            <id>https://vilt.be/57717</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) heeft vorige week opnieuw twee exemplaren van de oosterse fruitvlieg aangetroffen, dit keer in Koekelberg en Antwerpen. Dat schrijft VRT NWS en het nieuws wordt bevestigd door het FAVV. Midden juli werd een vlieg gevangen in Sint-Jans Molenbeek.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/f5d33067-99fa-4217-9893-c26c4f4be750/full_width_oostersefruitvlieg-viaefsa.jpg</image>
                                        <content>De oosterse fruitvlieg is niet gevaarlijk voor mens of dier, maar kan wel hele fruit- en groenteteelten vernietigen. Sinds 2023 werden al dertien vliegen van deze soort aangetroffen in België. De eerste vangst van dit jaar was in Sint-Jans-Molenbeek enkele weken geleden. Eind vorige week werden opnieuw twee fruitvliegen gevonden: eentje in Koekelberg en eentje niet ver van het Theaterplein in Antwerpen, waar elke week een exotische markt plaatsvindt. Het gaat om volwassen mannetjes, zegt woordvoerster Hélène Bonte van het FAVV.Om de verspreiding ervan zo goed mogelijk te beperken, monitort het FAVV elke zomer dertig risicolocaties. Het hele jaar door inspecteert het agentschap ook ingevoerde fruit- en groentegewassen. De vlieg kan tot 1 centimeter groot worden en lijkt op een gewone wesp. Alert zijnDe fruitvlieg komt vaak voor in warme landen in Afrika en Azië. Als ze in Europa voorkomt, is ze vaak geïmporteerd of meegenomen door reizigers. Het FAVV vraagt aan vakantiegangers om geen fruit of groenten mee te nemen uit het buitenland, maar door de koude winters is de kans klein dat een populatie oosterse fruitvliegen zich in België zou vestigen.Het FAVV roept consumenten, telers en handelaars ook op om extra alert te zijn, en eventuele vondsten meteen te melden. Dat kan via de website waarnemingen.be of via de gratis app Obsidentify.</content>
            
            <updated>2025-08-01T09:16:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van landmeter tot herder: Vlaamse schapenboer beheert natuur in de Ardennen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landmeter-wordt-landbouwer-in-wallonie" />
            <id>https://vilt.be/57718</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na een loopbaan als landmeter bij het kadaster, besloot Leo Van Santfoort in 1991 het roer volledig om te gooien. Op 34-jarige leeftijd verhuisde hij met zijn gezin naar het Waalse Boussu-en-Fagne om een schapenbedrijf te beginnen. “Ik droomde er al van kinds af aan van om schapen te houden, maar zonder landbouwachtergrond of familiekapitaal was dat in Vlaanderen onhaalbaar”, zegt de inmiddels 68-jarige Vlaming.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="schaap" />
                        <category term="blauwtong" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f155704f-9a67-4fd0-886f-231ec0a398fe/full_width_schapen-naar-stal-van-leo-van-santfoort.jpg</image>
                                        <content>Zomerreeks 2025: Vlaamse boeren over de taalgrensIn deze zomerse reeks trekken we naar het zuiden van het land, waar Vlaamse boeren hun geluk beproeven aan de andere kant van de taalgrens. Sommigen zochten meer ruimte, anderen betaalbare grond of rust. Het levert een reeks boeiende verhalen op over loslaten, herbeginnen en wortel schieten op Waalse bodem. Uit de autoradio van zijn terreinwagen klinkt Nederlandstalige muziek terwijl we over hobbelige bergweggetjes richting een van zijn percelen rijden, nabij de imposante kalksteenformatie Fondry des Chiens. Leo Van Santfoort beheert verspreid over de regio zo’n 165 percelen in opdracht van overheden en natuurorganisaties.Waar hij aanvankelijk zijn brood verdiende met de verkoop van schapenvlees, ligt de focus van zijn bedrijf tegenwoordig op natuurbeheer. Zijn 1.200 schapen grazen in de zomermaanden op rotsachtige hellingen en schrale kalkgraslanden in het natuurpark Viroin-Hermeton. De dieren leveren zo een bijdrage aan het behoud van kwetsbare biotopen.Droom werd werkelijkheid in WalloniëVan Santfoort groeide op in een tuinbouwgezin uit Rumst. Zonder ambitie het ouderlijke bedrijf over te nemen, werkte hij ruim tien jaar als landmeter op het kadaster. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon en de toen 34-jarige Vlaming startte met een schapenbedrijf, een droom die hij al van kinds af aan had, vertelt hij onderweg naar het perceel in Natura2000-gebied. Daar wachten zo’n twintig schapen, ooien met lammeren. Het is een restant van de schapenkudde die Van Santfoort eerder die dag met de tractor en veewagen van het veld haalde. “De lammeren worden gespeend (gescheiden van de moeder, red.). We halen ze twee dagen naar huis zodat ze kunnen wennen en op eigen benen kunnen staan. Als je dat in de wei doet, krijgt je veel geluidsoverlast wat hinderlijk kan zijn voor de buren. Daarnaast kunnen lammeren die hun moeder zoeken, vastraken in de omheining.”Het was uiteindelijk een advertentie in het vakblad Boer&amp;amp;Tuinder die hem op de locatie in Boussu-en-Fagne bracht, een deelgemeente van de Belgische gemeente Couvin in de provincie Namen,&amp;nbsp;waar nog meer Vlaamse uitwijkelingen actief zijn. “Aanvankelijk dacht ik na over een emigratie naar Frankrijk, maar dat zag mijn vrouw niet zitten. Dit project kon haar wel overtuigen: een schapenhouderij combineren met enkele vakantieverblijven.” Opstarten in Vlaanderen onmogelijk zonder familiekapitaalHet was vooral de prijs van de landbouwgrond die het gezin in 1991 naar Wallonië lokte. “Zonder familiekapitaal was het in Vlaanderen onmogelijk om een bedrijf op te starten. Hier in Wallonië kon je destijds grond kopen voor 20 Belgische frank per vierkante meter, ongeveer de prijs van een pint destijds. Inmiddels zijn de prijzen hier ook flink gestegen, hoewel ze nog steeds onder het Vlaamse niveau liggen.”&amp;nbsp;Aanvankelijke woonde het jonge echtpaar en hun twee kinderen in een stacaravan en startten ze met 500 vleesschapen op ongeveer 32 hectare. Dat areaal is inmiddels uitgebreid, maar meer dan drie kwart van zijn grond is van derden, van overheids-, of natuurorganisaties die hem inschakelen voor natuurbeweiding. “Na de eeuwwisseling is er een Europese Life-project opgestart met het doel oude landschappen te herstellen met natuurbeweiding.”Van Santfoort ruilde zijn Île de France-vleesschapen in voor Ardense voskoppen en houtlanders, een inheems ras dat zich thuis voelt in ruige omstandigheden en goed tegen droogte en nattigheid kunnen. “Dat moet ook wel. Ze grazen veelal in de bergen op rotsachtig terrein”, vertelt de Vlaming die de dieren nog steeds afvoert naar de slachterijen, maar van natuurbegrazing zijn verdienmodel heeft gemaakt. Zwaar werk, lange dagenNiet alleen zijn schapen moeten moeilijke terreinen betreden, dat geldt ook voor de schapenhouder zelf die het bedrijf runt met zijn zoon Jonas en nog vier mensen in dienst heeft. Zij vullen hun dag met het omweiden van de schapen naar andere percelen die hij in beheer heeft, het vangen van ontsnapte dieren en het aanvoeren van vers drinkwater.Het perceel dat wij bezoeken heeft een mobiele watertank. “Maar op sommige percelen moeten we manueel kruiken water de heuvel op slepen. Soms letterlijk op handen en knieën”, zegt hij.De dagen zijn lang en onvoorspelbaar. “Vandaag stond ik om 5 uur op. Gisteren werden we om 22 uur nog gebeld omdat er schapen waren ontsnapt.” Strenge regels, veel controleWie bij het beroep van schaapsherder in Wallonië een idyllisch beeld voor ogen heeft, komt bedrogen uit. Behalve de zware arbeid en lange, onvoorspelbare werkdagen, moet de herder aan enorm veel regels voldoen. “De natuurbeheerders stellen strenge eisen en voorwaarden aan de natuurbegrazing. Begrazing is bijvoorbeeld maar op bepaalde momenten mogelijk en moet in veel gevallen bebossing tegengaan”, aldus de boer. &amp;nbsp;In functie van natuurdoelen past Van Santvoort zijn beweidingsstrategie aan. Zo worden veel percelen klein gehouden met tijdelijke afrastering zodat schapen na het gras overgaan op onkruiden, bladeren en takken. In tijden dat de boer niet aan natuurbegrazing doet, gaan de dieren naar de eigen weides die wel bemest worden en daardoor rijker zijn in voederwaarde. “Daar komen ze weer op kracht.”Meer nog dan de regels, laakt hij de controledruk die de voorbije jaren sterk is opgelopen. “We hebben dit jaar al dertig à veertig controlebezoeken gehad.” Hij vermoedt dat dit deels komt doordat hij landbouwactiviteiten combineert met natuurbeheer. “We vallen onder het landbouwdepartement, maar verdienen ons geld met natuur. Op beleidsniveau wringt dat.”Volgens hem zijn de regels niet minder streng dan in Vlaanderen. Ook op dierenwelzijnsgebied liggen de normen even hoog. Waar in Vlaanderen recent de beschuttingsplicht zou worden ingesteld, geldt dat volgens Van Santvoort al langer in Wallonië. “Maar natuurlijke beschutting, zoals bomen, zijn ook geldig, waardoor wij in feite altijd aan de regels voldoen.” Virussen, roofdieren en toeristenDe boer werd vorig jaar erg getroffen door het blauwtongvirus. Het feit dat de schapen in de gezonde buitenlucht grazen en dagelijks veel beweging hebben, betekent niet dat de dieren minder gevoelig zijn voor het virus. Sterker nog. “Doordat de dieren op schrale velden grazen en soms erg scherp staan, zijn ze net vatbaarder voor blauwtong”, vertelt de boer die vorig jaar maar liefst 300 ooien en 100 lammeren verloor aan de ziekte. Dit terwijl alle dieren gevaccineerd waren. Van Santvoort hoopt het virus dit jaar te kunnen weren van zijn bedrijf. Datzelfde geldt voor de wolven. “Deze hebben zich hier nog niet gevestigd, maar zijn wel gesignaleerd op doorreis.” Meer hinder heeft hij van vossen, die jonge lammetjes aanvallen, en everzwijnen, die afrasteringen vernielen. “Op sommige percelen moesten we dagelijks herstellingen uitvoeren en ontsnapten er telkens schapen.”De grootste overlast komt volgens hem echter van toeristen. “Er wordt soms heel respectloos gehandeld. Zo openen mensen vaak het hek waardoor de schapen kunnen weglopen. Of ze leggen takken op de stroomdraad waardoor die niet meer werkt”, zegt hij.Ondanks de nodige tegenslagen en de vele regels en controles staat Van Santfoort elke dag op met een glimlach. “De natuur en vrijheid is hier geweldig. Daar kan ik 35 jaar na onze verhuizing nog steeds enorm veel van genieten.”</content>
            
            <updated>2025-08-11T20:53:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Projectoproep gaat opnieuw op zoek naar win-wins tussen landbouw en natuur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/projectoproep-gaat-opnieuw-op-zoek-naar-win-wins-tussen-landbouw-en-natuur" />
            <id>https://vilt.be/57719</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tot en met 29 september 2025 kunnen organisaties, verenigingen en bedrijven een projectvoorstel indienen rond het thema ‘Landbouw-Natuur: op zoek naar een win-win’. Deze oproep is een initiatief van het Departement Omgeving, het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, de Vlaamse Landmaatschappij en het Agentschap voor Natuur en Bos.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4910b1e8-1b19-4c81-b356-b6896edf3510/full_width_landschaphoutkantknotwilgbiodiversiteit-1280.jpg</image>
                                        <content>Thema 2025: Agro-ecologieDe oproep focust dit jaar op agro-ecologie, een duurzame en systeemgerichte aanpak voor landbouw. Die streeft naar een evenwicht tussen landbouwpraktijken en de natuurlijke omgeving, en betrekt álle actoren in de voedselketen – van landbouwer tot consument. Agro-ecologie biedt antwoorden op grote uitdagingen zoals klimaatverandering, milieuproblemen en economische druk.Voor wie?Iedere organisatie, vereniging of onderneming kan een voorstel indienen. Er zijn geen beperkingen qua doelgroep.PraktischIndienen kan tot 29 september 2025Start project: vanaf 1 januari 2026Duur: max. 2 jaarMax. subsidie: € 20.000 per projectEigen inbreng: minstens 25%Maximaal 4 projecten worden geselecteerdMeer informatie: www.vlaanderen.be/projectoproep-landbouw-natuur-op-zoek-naar-een-win-win</content>
            
            <updated>2025-08-01T13:01:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vernieuwde B3W-website moet boeren naar slimme bemesting en duurzame teelten gidsen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vernieuwde-b3w-website-moet-boeren-naar-slimme-bemesting-en-duurzame-teelten-gidsen" />
            <id>https://vilt.be/57720</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Begeleidingsdienst voor Betere Bodem- en Waterkwaliteit (B3W) heeft een nieuwe website gelanceerd die landbouwers en ketenpartners ondersteunt in duurzaam bodem- en nutriëntenbeheer. Met een overzichtelijke structuur, praktijkgerichte info en concrete tools loodst de site gebruikers van perceel tot bedrijfsniveau.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="groenbemester" />
                        <category term="duurzaam" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f090a003-86c9-4740-b6be-f9d09cc15fff/full_width_tractoropveld.jpg</image>
                                        <content>De website groepeert alle kennis in vier thema’s: beredeneerd bemesten, duurzaam bodembeheer, regeneratieve en biologische landbouw en circulaire melkveehouderij. Land- en tuinbouwers vinden er artikels, praktijkvoorbeelden, tools en getuigenissen van collega’s. Een blog werpt een blik op lopende veldacties en resultaten.Ook voor adviseurs, onderwijspartners en andere spelers in de landbouwsector biedt de site nuttige info. Denk aan rekentools, lesmateriaal en inspirerende praktijkverhalen. De website moet uitgroeien tot hét kennisplatform voor wie wil meewerken aan een duurzame landbouw in Vlaanderen.B3W werd in 2021 opgericht in opdracht van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) en werkt sinds 2025 binnen het kader van MAP7, het zevende Mestactieplan. De organisatie is een samenwerking tussen tien onderzoeks- en praktijkcentra uit de Vlaamse landbouwsector:Bodemkundige Dienst van BelgiëInagroInstituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO)Proefcentrum FruitteeltProvinciaal Instituut voor Biotechnisch Onderwijs (PIBO)Praktijkpunt Landbouw Vlaams-BrabantProef- en Vormingscentrum voor de LandbouwProefstation voor de GroenteteeltHooibeekhoeve Provincie AntwerpenViaverdaSurf naar de website</content>
            
            <updated>2025-08-04T09:52:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[2.000 uitbraken in één maand: blauwtong verspreidt zich exponentieel in Frankrijk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/2000-uitbraken-in-een-maand-blauwtong-verspreidt-zich-exponentieel-in-frankrijk" />
            <id>https://vilt.be/57721</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In één maand tijd zijn in Frankrijk meer dan 2.000 kuddes runderen, schapen en geiten besmet geraakt met het blauwtongvirus. Dat blijkt uit recente cijfers van het ministerie van Landbouw. Op dit moment circuleren er twee serotypen op Franse boerderijen: BTV-3 en BTV-8. Terwijl België onder tijdsdruk vaccineert om de vaccinatieplicht vóór 1 september na te leven, gebeurt vaccinatie in Frankrijk op vrijwillige basis. Toch dringt de Franse overheid er met klem op aan dat veehouders hun dieren zo snel mogelijk vaccineren, om de veestapel te beschermen en verdere verspreiding van het virus te voorkomen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="blauwtong" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cc270c78-1258-43b5-b941-1696dfba0496/full_width_schapentransport-animalsaustralia.jpg</image>
                                        <content>De verspreiding van blauwtong is de afgelopen weken exponentieel toegenomen op Franse boerderijen, vooral in het westen. Tussen 1 juni en 31 juli werden 1.117 gevallen van BTV3 geregistreerd, waaronder meer dan 1.100 alleen al in juli, voornamelijk in Bretagne. Voor BTV-8, dat al enkele jaren endemisch is in Frankrijk, werden in dezelfde periode 1.060 gevallen vastgesteld. De razendsnelle verspreiding zou volgens het ministerie onder meer te maken hebben met de gunstige weersomstandigheden voor de knutten, een kleine muggensoort dat het virus overdraagt. Naast koorts, ademhalingsproblemen en miskramen heeft blauwtong een langdurig effect op de vruchtbaarheid en melkproductie van zowel schapen als runderen. Het is cruciaal om veebedrijven nu te beschermen. Ik roep alle boeren op om hun kuddes te vaccineren Vaccinatie niet verplicht, wel sterk aanbevolenOm kuddes in blootgestelde gebieden te beschermen, moedigt het ministerie van Landbouw boeren sterk aan om hun dieren te vaccineren. De schaapskudde op het Franse vasteland werd in 2024 hard getroffen, vooral door BTV-8. Deze kudde zal verantwoordelijk zijn voor 40 procent van de uitbraken in 2025.In tegenstelling tot België voert Frankrijk geen verplichte vaccinatiecampagne voor blauwtong. Boeren mogen dus zelf beslissen of ze hun vee vaccineren, al wordt dit sterk aanbevolen vanuit de overheid. &quot;Het is cruciaal om veebedrijven nu te beschermen. Ik roep alle boeren op om hun kuddes te vaccineren&quot;, aldus minister van Landbouw Annie Genevard.Zeven miljoen doses, maar “met vertraging”Het ministerie heeft zeven miljoen doses van het serotype 8-vaccin besteld voor dit seizoen, waardoor &quot;alle schapenboerderijen gevaccineerd kunnen worden&quot;, zo staat in een persbericht dat vrijdag is gepubliceerd, een maand na de start van de vaccinatiecampagne.De Confédération paysanne, de op twee na grootste landbouwvakbond, hekelde woensdag &quot;een extreem late levering van vaccins&quot; en verzocht de staat &quot;op zijn minst de compensatieregeling voor 2024 te verlengen voor alle vee (runderen, schapen, geiten) die getroffen zijn door ten minste één serotype van blauwtong of door een epizoötische hemorragische ziekte (EHD)&quot;. De vakbond eist ook een compensatie voor indirecte verliezen en dierenartskosten. In 2024 werd een fonds voor schadevergoeding van &amp;nbsp;75 miljoen euro opgericht voor slachtoffers van serotype 3 en 8. De Franse staat financierde ook 13,7 miljoen vaccindoses voor 38 miljoen euro.</content>
            
            <updated>2025-08-04T14:01:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe Nederlandse dierenpartij wil front vormen tegen BBB en grootschalige veeteelt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-nederlandse-dierenpartij-wil-front-vormen-tegen-bbb-en-grootschalige-veeteelt" />
            <id>https://vilt.be/57722</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Nederland heeft zich een nieuwe politieke partij aangediend die zich wil profileren rond dierenrechten en pacifisme. De partij, Vrede voor Dieren, wil op 29 oktober deelnemen aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Volgens het partijbestuur wil men vooral een alternatief bieden voor de BoerBurgerBeweging (BBB), die door de partij verantwoordelijk wordt geacht voor wat zij noemt het “desastreuze landbouwbeleid” van het huidige kabinet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/124f41b3-f7ec-4aec-a3d4-bb4e8fd924ed/full_width_nederland.jpg</image>
                                        <content>De partij wordt geleid door voormalige leden van de Partij voor de Dieren (PvdD), maar benadrukt dat het geen afsplitsing is, noch directe concurrentie voor die partij wil vormen. “We willen het opnemen tegen BBB”, zegt Pascale Plusquin, voorzitter van Vrede voor Dieren, in een interview met NRC. “Die is verantwoordelijk voor het desastreuze landbouwbeleid van dit kabinet. We moeten de stikstofcrisis natuurlijk snel oplossen, maar dat geldt ook voor de andere vormen van vervuiling en het grootschalige dierenleed in de agrarische sector.”Klimaattoets en vredesbewegingVrede voor Dieren heeft momenteel nog geen kandidatenlijst of volledig uitgewerkt partijprogramma, maar maakt wel enkele speerpunten bekend. Zo verzet de partij zich tegen grootschalige veehouderij en dierproeven, en pleit ze voor een klimaattoets van 1,5 graden bij het opstellen van de rijksbegroting. Ook stelt de partij zich expliciet op als vredesbeweging, wat onder meer betekent dat ze geen extra investeringen in defensie wil.De oprichting van Vrede voor Dieren volgt op interne spanningen binnen de PvdD over de koers inzake Europese defensie-uitgaven. Tijdens een partijcongres in juni stemde een krappe meerderheid van de PvdD-leden vóór meer militaire investeringen, wat binnen de partij op verdeeldheid stuitte. &quot;Wie opkomt voor dieren en natuur, kan niet tegelijkertijd pleiten voor meer wapens”, luidt de argumentatie van Plusquin.Naast Plusquin, die eerder acht jaar in de Provinciale Staten van Limburg zat voor de PvdD en bij de vorige Kamerverkiezingen op plaats negen stond van die partij, maken ook Annemarie van Gelder (ex-voorzitter PvdD Friesland) en Jurgen Suurmeijer (voormalig lid van de Raad van Advies van de PvdD) deel uit van het partijbestuur van Vrede voor Dieren. We moeten de stikstofcrisis snel oplossen, maar dat geldt ook voor de andere vormen van vervuiling en het grootschalige dierenleed in de agrarische sector Versnippering troefDe opkomst van Vrede voor Dieren past binnen een bredere trend van politieke versnippering in Nederland. Door de lage kiesdrempel, een partij heeft ongeveer 70.000 stemmen nodig om één zetel te halen, kunnen ook kleine partijen met een uitgesproken profiel een plaats in het parlement veroveren.Momenteel zetelen er al 15 partijen in de Tweede Kamer, met Vrede voor Dieren erbij zouden dat er 16 worden. Die versnippering bemoeilijkt de coalitievorming, die vaak minstens drie of vier partijen vereist, maar creëert tegelijk kansen voor nichepartijen rond thema’s als dierenrechten, landbouw of klimaat. De regering die in 2023 gevormd werd door PVV, VVD, BBB en NSC viel begin juni 2025 uiteen na onenigheid over het asielbeleid. Afsplitsingen zijn in de Nederlandse politiek overigens schering en inslag: zo ontstond NSC uit het christendemocratische CDA, terwijl DENK voortkwam uit het linkse kartel GroenLinks-PvdA.</content>
            
            <updated>2025-08-04T15:14:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Breuk met "tofu-beleid": Duitse landbouwminister zet vlees terug op het menu]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/breuk-met-tofu-beleid-duitse-landbouwminister-zet-vlees-terug-op-het-menu" />
            <id>https://vilt.be/57723</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De nieuwe Duitse landbouwminister Alois Rainer (CSU), zelf van opleiding slager, heeft een opvallend signaal gegeven: vlees keert terug op de menukaarten tijdens officiële evenementen van het ministerie. Dat zegt hij in een interview met het Duitse dagblad BILD. Hiermee maakt hij komaf met het eerder gevoerde vegetarische beleid van zijn voorganger, Cem Özdemir (De Groenen).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vegetarisch" />
                        <category term="vlees" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e539ee22-e3ac-4305-bd13-7abf92a683f5/full_width_rundvlees-vleesbe.jpg</image>
                                        <content>Onder Özdemir werden vlees- en visopties bij ministeriële gelegenheden grotendeels geschrapt, uit bezorgdheid om klimaat, gezondheid en dierenwelzijn. Het menu bestond hoofdzakelijk uit vegetarische en 100 procent biologische gerechten, al waren er uitzonderingen, bijvoorbeeld bij open dagen of recepties tijdens de Groene Week.&quot;Geen cultuuroorlog&quot;Rainer kiest nu voor een meer inclusieve aanpak. “Natuurlijk begrijp ik hun visie. Wie vegetarisch of veganistisch wil eten, moet dat zeker kunnen”, zegt hij in Bild. “Maar we willen geen cultuuroorlog op onze borden of in onze koelkasten.”Volgens de CSU-minister moeten vlees en vis “bij voorkeur biologisch en regionaal geproduceerd” opnieuw beschikbaar zijn op publieke evenementen, naast vegetarische alternatieven. “Niemand is verplicht om vlees te eten, maar we gaan het ook niet verbergen. Vlees is deel van onze eetcultuur. Mensen moeten zelf kunnen kiezen wat ze eten”, aldus Rainer.</content>
            
            <updated>2025-08-04T15:31:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Stikstofdepositie daalt met 10 procent, maar niet door de veehouderij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stikstofdepositie-daalt-met-10-procent-maar-niet-door-de-veehouderij" />
            <id>https://vilt.be/57724</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen kleurt plots lichter op de stikstofkaarten: de achtergronddepositie daalde met tien procent ten opzichte van vorige maand. Niet omdat de uitstoot ineens daalde, maar omdat de rekenmethode werd aangepast op basis van nieuw wetenschappelijk inzicht. Tegelijk werden veel stikstofnormen voor natuurgebieden strenger. Volgens het kabinet van Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) heffen beide effecten elkaar grotendeels op. De impact voor de veehouderij blijft daardoor beperkt, maar voor een kleinere groep die reeds dicht tegen vergunningsdrempels aanzat, kan de herberekening wel degelijk gevolgen hebben.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e2ca761f-643f-4cf7-a195-8407ef077927/full_width_heidenatuur.jpg</image>
                                        <content>Volgens de nieuwe cijfers is de gemiddelde stikstofneerslag met tien procent gedaald, een gevolg van een aanpassing in de rekenmethodiek. Zo telt organische stikstof voortaan niet langer mee. Die fractie werd jarenlang verondersteld op 2,1 kilogram stikstof per hectare per jaar, op basis van een studie uit 2008. Maar die bijtelling werd in vraag gesteld wegens wetenschappelijke onzekerheid. Onder meer Nederland en de Verenigde Naties nemen organische stikstof evenmin mee in hun normen. Vlaanderen nam daarom, in samenspraak met het INBO, ANB en VITO, de beslissing om deze component uit de berekening te schrappen. Nu bestaat de depositie alleen nog uit anorganische fractie, wat leidt tot een daling van de gemiddelde depositiewaarden van 20,7 naar 18,6 kg N/ha/jaar, of een verschil van tien procent. Helft van de kritische depositiewaarden verstrengdTegelijk werden ook de zogeheten kritische depositiewaarden (KDW’s) bijgesteld. Dat is een wetenschappelijk bepaalde drempelwaarde die een indicatie aangeeft hoeveel stikstof een bepaald natuurlijk ecosysteem (of habitattype) via aanvoer uit de lucht maximaal kan verdragen, zonder dat daarbij de natuurlijke processen significant worden aangetast. Afhankelijk van de gevoeligheid heeft elk habitattype een eigen KDW.De KDW’s stonden onlangs centraal in de rechtszaak tegen het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘Nelissen Steenfabrieken’. In juni vernietigde de Raad van State dat plan omdat de beoordeling van de stikstofeffecten gebaseerd was op de toen geldende KDW’s. Maar die waren volgens de Raad niet gestoeld op de best beschikbare wetenschap. Naar aanleiding hiervan werden de waarden aangepast, in lijn met een KDW-advies van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) uit 2024. 42 van de 74 habitattypes kregen een lagere, en dus strengere KDW dan voorheen.Deze actualisatie draagt enkele gevolgen met zich mee voor de berekening van de impactscore van veehouders. Want als KDW’s verschuiven, verschuift de impactscore van veehouderijen mee. De impact van de actualisatie op de veehouderijen is miniem, maar verschilt van veehouderij tot veehouderij Welke impact hebben beide actualisaties nu voor veehouders?Om de impact van een veehouderij op de omliggende natuur te bepalen, wordt de stikstofuitstoot omgerekend naar depositie. Aan de hand van die depositie wordt berekend hoeveel een project procentueel bijdraagt aan de KDW van het gevoeligste nabijgelegen habitattype. Dit is de impactscore. In het stikstofdecreet worden vervolgens twee drempelwaarden (0,025% en 50%) gebruikt om aan de hand van de impactscore te bepalen welke bewijsstukken een veehouderij nodig heeft bij het al dan niet toekennen van een vergunning. Met een impactscore onder de drempel van 0,025 procent is een vergunning van onbepaalde duur vrijwel meteen mogelijk. Boven die grens wordt het dossier complexer.Een lagere KDW kan dus leiden tot een hogere impactscore voor een bedrijf, waardoor de vergunningsdrempels van 0,025 en 50 procent sneller worden overschreden. Tegelijkertijd zorgt ook de daling in de achtergronddepositie, met het schrappen van de organische stikstof, ervoor dat de KDW’s niet zo rap bereikt worden.Volgens het kabinet van minister Brouns compenseert de schrapping van de organische stikstof de verstrenging van veel KDW’s in de impactbeoordeling. “De impact van de actualisatie op de veehouderijen is miniem, maar verschilt van veehouderij tot veehouderij”, benadrukt het kabinet. “De wijzigingen in de KDW’s sterkt ons meer dan ooit opnieuw in de overtuiging dat we zo snel mogelijk naar een meer emissie gebaseerd vergunningenbeleid moeten gaan.”Oppassen geblazen voor flirtersAangezien het gros van de veehouderijen met marge tussen de drempels van 0,025 en 50 procent zat, heeft de actualisatie voor hen geen gevolgen. Zij moeten nog steeds hun PAS-referentie tegen 2030 halen als ze een hervergunning voor onbepaalde duur wensen. Aan hun PAS-referentie verandert ook niets met de actualisatie.Maar voor veehouders die eerder met de drempel van 0,025% flirtten, kan de actualisatie wél gevolgen hebben. Kleine uitbreidingen kunnen nu alsnog boven de drempelwaarde uitkomen, waardoor hun vergunningsaanvraag een passende beoordeling vereist. In Vlaanderen zou dit over enkele tientallen bedrijven gaan. Degenen met een lopende vergunningsaanvraag, zullen hun dossier moeten aanpassen.Ook de andere drempelwaarde van 50 procent kan voor sommige veehouders nu een aandachtspunt vormen. Want al wie boven de 50 procent zit, komt in het piekbelasterstraject terecht waarin een vergunning van onbepaalde duur bijzonder moeilijk te verkrijgen is.Sneller uitzicht op dalende stikstoftrendIn gebieden waar de KDW’s gelijk gebleven zijn of zelfs licht verhoogd, zorgt de daling van de achtergronddepositie voor een bijkomend gunstig effect. Daar zal waarschijnlijk in de toekomst sneller een neerwaartse stikstoftrend zichtbaar worden, een vereiste voor extern salderen. Via extern salderen kan een bedrijf uitbreiden boven zijn PAS-referentie door stikstofruimte over te nemen van een ander bedrijf dat geheel of gedeeltelijk stopt. Dit is enkel mogelijk als er een neerwaartse stikstoftrend in het gebied is, en deze niet wordt gehypothekeerd door het uitbreidingsproject. Eventuele gevolgen voor maatwerkgebieden?Vlaanderen kende tot nu toe vijf zogeheten maatwerkgebieden: zones waar de generieke stikstofmaatregelen onvoldoende waren om de doelstellingen te halen. Voor vier van de vijf gebieden zijn bijkomende maatregelen genomen die niet op veehouders van toepassing zijn, omdat de grootste bijdrage aan de stikstofdruk bijvoorbeeld uit het buitenland komt. Wel werd voor ieder maatwerkgebied een flankerend beleid voorzien voor wie lokaal geen toekomstperspectief meer zag.Door de actualisatie kunnen sommige maatwerkgebieden mogelijk wegvallen of bijkomen. Nadere toelichting kon het kabinet hier voorlopig niet over geven.</content>
            
            <updated>2025-08-05T12:59:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Natuurorganisatie dagvaardt Vlaamse regering om lakse wolvenbescherming]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-wolf-opgemerkt-in-bosland" />
            <id>https://vilt.be/57725</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De natuurvereniging achter de campagne Welkom Wolf, dagvaardt de Vlaamse regering. Volgens de organisatie schendt Vlaanderen meerdere wettelijke verplichtingen rond de bescherming van de wolf. De dagvaarding komt daags nadat een nieuwe wolf in het Limburgse Nationaal Park Bosland werd gespot.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d1f255a2-6c97-4a13-a5b3-49e4ee10ccfe/full_width_wolf-billy-copyright-pieterjandhondt-1250.jpg</image>
                                        <content>De natuurvereniging Landschap verwijt de Vlaamse overheid dat ze tekortschiet in haar inspanningen om de wolf te beschermen. “Deze dagvaarding is het antwoord op acht jaar slap wolvenbeleid”, klinkt het. “Na talloze pogingen om kabinetten en administraties via overleg op die tekortkomingen te wijzen, is deze rechtsgang de enige overblijvende mogelijkheid.”De natuurvereniging eist via de rechtszaak een reeks dringende maatregelen. Zo moet Vlaanderen de verkeerssterfte bij wolven stoppen en werk maken van een &quot;volwaardig soortbeschermingsplan&quot;. Het Vlaamse Wolvenplan uit 2018 zou volgens de vzw fundamentele gebreken hebben. De uitvoering blijft uit, en effectieve beschermingsmaatregelen voor wolven schieten tekort. “Het plan voldoet niet aan de vereisten van de Habitatrichtlijn en het Vlaamse Soortenbesluit”, is te horen. &quot;Het moet duidelijke instandhoudingsdoelen bevatten en per wolventerritorium concreet uitgewerkt zijn.&quot;Daarnaast vraagt de organisatie een jachtverbod op reeën, de belangrijkste prooi van de dieren, in de kerngebieden van wolven. Ook wil Landschap vzw dat het Soortenbesluit wordt aangepast. Daarin wordt de mogelijkheid tot afwijking op de beschermingsregels voor wolven geregeld. Er wordt geëist dat er een open besluitprocedure komt. Nieuwe Wolf gespotDe dagvaarding volgt daags nadat in het Limburgse Nationaal Park Bosland een nieuwe wolf gespot is. Boswachters van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) merkten de afgelopen weken sporen op van een kleinere wolf, die ook werd vastgelegd door wildcamera’s. Daarnaast zijn er al enkele meldingen van burgers binnengekomen.Het dier is duidelijk een ander exemplaar dan de gekende wolven Noëlla en Maurice, die met hun welpen ver uit de regio verblijven. Of het om een blijvende vestiging gaat, is nog onduidelijk. Daarvoor moet de wolf minstens zes maanden in het gebied blijven. Mogelijk gaat het om een zwervend dier dat tijdelijk in de regio vertoeft.Op 1 augustus werd in Pelt een schadegeval gemeld, maar of de nieuwe wolf daarvoor verantwoordelijk is, moet blijken uit lopend DNA-onderzoek.Risicozone blijft onveranderdVoorlopig heeft de aanwezigheid van de wolf geen gevolgen voor de afbakening van de risicozone, aangezien het dier zich aan de rand van het territorium van de roedel in Hechtel-Eksel ophoudt.Natuur en Bos herhaalt het advies om kleinvee goed te beschermen met wolfwerende omheiningen. De overheid biedt hiervoor subsidies aan, en het Wolf Fencing Team staat klaar met advies op maat.Wie een wolf of sporen ervan opmerkt, kan dit melden via het Meldpunt Wolven van de Vlaamse overheid: wolf@inbo.be.</content>
            
            <updated>2025-08-07T14:59:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond en TRANSfarm bundelen krachten voor praktijkgericht landbouwonderzoek]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-en-transfarm-bundelen-krachten-voor-praktijkgericht-landbouwonderzoek" />
            <id>https://vilt.be/57726</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouworganisatie Boerenbond en KU Leuven-proefboerderij TRANSfarm, zullen de komende drie jaar samenwerken om onderzoek naar innovatie in de land- en tuinbouwsector om te zetten in bruikbare toepassingen op pilootschaal. De samenwerking focust onder meer op de energietransitie, dubbel landgebruik en de biogebaseerde economie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boerenbond" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="vergroening" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/292fb4d5-112b-4bfc-9a8e-9c475c5b6bec/full_width_charter-boerenbond-transfarm-bd-1091.jpg</image>
                                        <content>De nieuwe samenwerking tussen Boerenbond en TRANSfarm moet de kloof tussen academisch onderzoek en de praktijk op het veld te verkleinen. Beide partijen definieerden daarvoor vier centrale onderzoeksthema’s: energietransitie, duurzaam landgebruik, technologische innovatie en circulaire en biogebaseerde economie. Dat vertaalt zich concreet in projecten rond defossilisatie en elektrificatie, luchtwastechnologie, het toepassen van sensoren in landbouw en databeheer, groene chemie en het valoriseren van nieuwe stromen in dierenvoeders.Boerenbond ondersteunt TRANSfarm financieel en zet in op een betere wisselwerking tussen boeren en onderzoekers. “Door onze leden dichter bij onderzoekers te brengen, zorgen we ervoor dat het onderzoek beter aansluit bij wat er leeft op het terrein”, zegt voorzitter Lode Ceyssens. “Tegelijk zorgt de samenwerking ervoor dat gepubliceerde wetenschappelijk onderzoeksresultaten meer verspreid worden naar het veld.”“Het direct contact met het werkveld is voor onze onderzoekers van grote waarde. Het zorgt ervoor dat hun inzichten en innovaties echt impact hebben op het terrein”, beaamt Wouter Merckx, directeur TRANSfarm.De partijen hopen hiermee bij te dragen aan het behoud van de koppositie van de Vlaamse land- en tuinbouw op het vlak van duurzaamheid, klimaat en efficiëntie.</content>
            
            <updated>2025-08-07T10:10:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onderzoek zkt. boerderijen die levensduur van de leghennen willen verlengen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/onderzoek-zkt-boerderijen-die-levensduur-van-de-leghennen-willen-verlengen" />
            <id>https://vilt.be/57727</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Leghennenhouders die de levensduur van hun koppels willen verlengen en hun prestaties willen verbeteren, kunnen nu als pilootbedrijf deelnemen aan het Europese Interreg OMELETTE-project.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3a17a127-b066-499a-8288-f97501a657a2/full_width_legkip-leghen-ilvo.jpg</image>
                                        <content>Sinds november 2023 werkt het Proefbedrijf Pluimveehouderij van de provincie Antwerpen mee aan het internationale OMELETTE-project. Samen met tien partners uit Noordwest-Europa zoekt het naar manieren om een langer en gezonder leven voor leghennen te creëren.Het project focust op praktisch toepasbare innovaties, zoals aangepaste verlichting, stalverrijking en digitale monitoring van de dieren. Met deze aanpak wil OMELETTE de transitie versnellen naar een duurzamere, veerkrachtige eierproductie in de regio.“Schat aan info voor deelnemende pluimveehouders”Om het opzet van het project waar te maken tegen 2028, is het belangrijk om voldoende resultaten te verzamelen bij heel wat leghennenhouders. “Legkippenhouders kunnen als pilootbedrijf meewerken aan het project”, legt het proefbedrijf in Geel uit. Pilootbedrijven kunnen niet alleen het onderzoek vooruithelpen, ze halen er zelf ook heel wat waardevols uit. “Wie instapt, krijgt begeleiding op maat met nuttige handvaten om een langere productieve levensduur van zijn leghennen te stimuleren”, klinkt het. “Ze krijgen inzichten in hun algemene productiecijfers en in de darmgezondheid van hun leghennen. Ook externe factoren zoals kamkleur, de conditie van het vederkleed en het borstbeen worden meegenomen. Tot slot kunnen ze hun managementpraktijken vergelijken met die van pluimveehouders uit heel Europa.” Meer info op de website van provincie Antwerpen.</content>
            
            <updated>2025-08-07T10:11:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Grondwaterpeil herstelt zich deels na neerslag in juli, maar blijft laag in noord en west]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/grondwaterpeil-herstelt-deels-na-neerslag-in-juli-maar-blijft-laag-in-noord-en-west" />
            <id>https://vilt.be/57728</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na vijf droge maanden was juli 2025 een normale maand wat neerslag betreft. Hierdoor zijn er begin augustus minder lage tot zeer lage grondwaterstanden in Vlaanderen. “Maar in het noorden en het westen blijft de toestand toch laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar”, meldt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e0df138d-3a3a-4790-917d-ab110bfc89bb/full_width_irrigatielandbouwberegenendroogte.jpg</image>
                                        <content>In minder dan de helft (45%) van de meetlocaties in Vlaanderen blijft het grondwaterpeil op &quot;laag tot zeer laag&quot; niveau staan. Een derde tekent dan weer een &quot;normaal&quot; grondwaterpeil op, terwijl 23 procent van de locaties &quot;hoge tot zeer hoge&quot; grondwaterstanden meet.Wel zijn er opmerkelijke verschillen tussen de verschillende regio&#039;s in Vlaanderen. In het westen en noorden blijft de toestand laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar. In het oosten van Vlaanderen daarentegen is het beeld gemengder en variëren de grondwaterstanden van laag tot hoog. Verdubbelde debietenOok het debiet van de onbevaarbare waterlopen is door de regen in juli gestegen, vaak gaat het zelfs over een verdubbeling van de waarden, rapporteert VMM. In 69 procent van de meetstations is er sprake van &quot;normale&quot; waarden voor de tijd van het jaar. Vorige maand was dat maar 35 procent. Bijna een kwart van de meetplaatsen vertonen nu &quot;lage tot zeer lage&quot; waterloopdebieten, tegenover 65 procent vorige maand. In 8 procent van de stations is zelfs sprake van &quot;hoge tot zeer hoge waterdebieten&quot;. &quot;Het Dijle- en Denderbekken vertonen nog steeds lage waarden en het Netebekken vertoont zelfs zeer lage waarden&quot;, aldus nog de VMM.Juli was geen abnormale maandVMM meldt dat de neerslaghoeveelheid in juli binnen de normale grenzen bleef. Het KMI registreerde 80,6 mm neerslag in Ukkel, zo&#039;n vijf procent meer dan normaal. Het VMM-pluviometernetwerk mat dan weer een iets minder gunstig gemiddeld neerslagtotaal van 68,7 mm, zo&#039;n tien procent minder dan kan verwacht worden voor de maand juli.</content>
            
            <updated>2025-08-07T13:00:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bayer ziet verlies exploderen door rechtszaken glyfosaat]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bayer-ziet-verlies-exploderen-door-rechtszaken-glyfosaat" />
            <id>https://vilt.be/57729</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Duitse chemie- en farmagigant Bayer heeft in het voorbije kwartaal een nettoverlies van 199 miljoen euro geboekt, zes keer meer dan de 34 miljoen euro verlies in dezelfde periode vorig jaar. De aanhoudende stroom rechtszaken rond het onkruidbestrijdingsmiddel Roundup blijft zwaar doorwegen op de resultaten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b12cc4a9-2226-4826-ba69-5d844e3ad45a/full_width_roundupbayer.jpg</image>
                                        <content>De omzet van het Duitse concern daalde met 3,6 procent tot 10,7 miljard, meer dan analisten hadden verwacht. De verliezen zijn deels te wijten aan de oplopende juridische kosten in de Verenigde Staten. Bayer erfde die last in 2018, bij de overname van het Amerikaanse Monsanto, dat Roundup produceerde. Met de deal kwamen ook duizenden productaansprakelijkheidsclaims mee, die sindsdien blijven binnenstromen.Vorige maand bereikte Bayer nog een schikking met een advocatenkantoor dat een groot aantal eisers vertegenwoordigt. Van de 192.000 mensen die claimen kanker te hebben gekregen door het gebruik van Roundup, zijn inmiddels 131.000 dossiers geschikt of niet-ontvankelijk verklaard. De resterende 61.000 claims blijven voorlopig boven het bedrijf hangen.Tot nu toe heeft Bayer al zo’n 10 miljard euro uitgegeven aan schikkingen. Voor toekomstige juridische kosten wordt nog eens 1,2 miljard euro gereserveerd. Tegen eind 2026 hoopt het bedrijf het gros van de rechtszaken achter zich te hebben gelaten.Toch zijn er ook lichtpunten voor Bayer, dat onder meer een productiesite in Antwerpen heeft. De vraag naar maïszaden en enkele oudere medicijnen, waaronder het oogmiddel Eylea en de bloedverdunner Xarelto, nam de voorbije periode toe.</content>
            
            <updated>2025-08-07T13:09:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Geen 150, maar 15 euro per ton: Prijs voor aardappelen neemt forse duik]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geen-150-maar-15-euro-per-ton-prijs-voor-aardappelen-neemt-forse-duik" />
            <id>https://vilt.be/57730</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een ton aardappelen kost nog maar 15 euro. Vorig jaar was dat 150 euro. Dat schrijven De Standaard, Het Nieuwsblad en Gazet van Antwerpen donderdag. Het goede weer is gunstig voor de oogst, maar de vraag vanuit de industrie is gekelderd. "Met deze prijs kun je niet eens de kosten voor het rooien betalen."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9675aaf4-aa08-4e2d-8546-f40af42e8abd/full_width_aardappel-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>&quot;Op dit moment worden de vroege aardappelen geoogst&quot;, zegt Pieter Van Oost, expert bij landbouworganisatie Boerenbond. Vroege aardappelen hebben als eigenschap dat ze niet te bewaren zijn en meteen verwerkt moeten worden. 60 tot 70 procent gaat via vooraf afgesproken contracten naar de aardappelverwerkers, zoals de diepvriesfrietfabrikanten. Die contractprijzen werden eind vorig jaar afgeklopt, toen het nog goed ging in de sector, en dekken de kosten. Maar de rest van de oogst komt op de vrije markt, waar vraag en aanbod de prijs bepalen. En op die vrije markt zijn de prijzen ingestort. &quot;Voor 1 ton aardappelen wordt 15 euro betaald, tegenover 150 euro een jaar geleden. Met die prijs krijg je niet eens de kosten voor het rooien vergoed, laat staan alle andere kosten&quot;, zegt Van Oost. Een hectare aardappelen brengt dan 600 euro op, terwijl de kosten (pootgoed, bemesting, bestrijding, oogst) makkelijk tot 6.000 euro oplopen.Vraag bij verwerkers stoktDe reden waarom de vrije markt voor aardappelen instort, is eenvoudig: de verwerkers hebben geen extra aardappelen nodig. De vraag naar diepvriesfriet was de voorbije maanden veel lager dan vorig jaar. Boerenbond zegt dat er 500.000 ton minder vraag is naar voorgebakken aardappelproducten bij de Belgische, Duitse en Nederlandse aardappelverwerkers.  Een eenduidige verklaring is er niet. De verwerkers wijzen naar de concurrentie uit Azië, waar de aardappelteelt in China en India in de lift zit, en naar de handelsoorlog van Trump. Wellicht speelt de dure euro ook een rol, aangezien veel diepvriesfriet naar landen buiten de EU worden geëxporteerd.De vroege aardappelen vormen maar een klein segment van het aanbod. Het grootste deel van de aardappelen wordt pas vanaf eind september gerooid. Dat zijn de zogenoemde bewaaraardappelen, die tot de late lente kunnen worden gestockeerd. Ook die lijken een overvloedige oogst te zullen opleveren.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-08-07T12:59:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zomergranen kunnen slechte oogst wintergranen in 2024 onvoldoende compenseren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zomergranen-bloeien-maar-halen-verlies-winter-niet-in" />
            <id>https://vilt.be/57731</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische graanproductie kende in 2024 een moeilijker jaar. De productie van wintertarwe (-41%) en wintergerst (-26%) lieten een sterke daling optekenen. De zomergranen hebben het daarna wel beter gedaan, maar dat was onvoldoende om dat verlies te compenseren, zo blijkt donderdag uit een raming van het statistiekbureau Statbel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="graan" />
                        <category term="akkerbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8e6b9f8e-5440-4b13-b3fb-391e4c5313ed/full_width_graan-zomergraan-pixabay.jpg</image>
                                        <content>De tegenvallende winteroogst wordt onder meer toegeschreven aan de natte weersomstandigheden in het najaar van 2023. Daardoor konden er minder wintergewassen worden ingezaaid. Bovendien bleef de regen aanhouden, wat resulteerde in lagere opbrengsten in vergelijking met 2023. Dit leidde tot een daling van de productie van wintertarwe met 41 procent. Bij wintergerst gaat het om een achteruitgang van 26 procent. Ook de productie van spelt (-40%) en tricitale (-42%) daalde.Akkers vol zomergranenLandbouwers moesten zich door de weersomstandigheden en tegenvallende producties aanpassen en kozen ervoor om in het voorjaar van 2024 meer zomergewassen in te zaaien. Dit resulteerde in ook in een sterke toename van de productie ervan. Zomertarwe kende bijna een verdrievoudiging (+185%), en ook zomergerst deed het beter (+44%). Ondanks de hoge percentages, zijn de stijgingen niet voldoende om het verlies van de wintergranen te compenseren, beklemtoont Statbel.Naast zomergranen steeg ook de plantoppervlakte voor korrelmaïs (+14,5%). Maar de productie steeg niet evenredig en bleef steken op een stijging van twee procent. De opbrengst daalde uiteindelijk met tien procent.Daarnaast werden er in het voorjaar ook meer aardappelen gepoot (+5%) en suikerbieten (+4%) geplant. De natte omstandigheden duurden de voorjaarswerkzaamheden langer dan gebruikelijk, wat invloed had op de opbrengst en productie. Zo daalde de opbrengst van aardappelen met zes procent, terwijl die van suikerbieten met elf procent afnam. De productiedaling bij de aardappelen bleef beperkt tot één procent, voor suikerbieten was er een productiedaling van zeven procent.Een vergelijkbare trend was zichtbaar bij voederbieten, waar de oppervlakte licht steeg met 1 procent, maar de opbrengstdaling van 16 procent resulteerde in een totale productiedaling van 15 procent.</content>
            
            <updated>2025-08-07T14:51:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Handelaar-veehouder laat bedrijf aan zoon en vertrekt naar Wallonië]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/handelaar-veehouder-laat-bedrijf-aan-zoon-en-vertrekt-naar-wallonie" />
            <id>https://vilt.be/57732</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De natuur en betaalbare grondprijzen trokken veehandelaar en rundveehouder Gislain Van Reusel naar Vielsalm, in de Ardennen. In twintig jaar tijd bouwde de Vlaming er een rundveebedrijf uit met 300 dieren, die hij op extensieve wijze houdt op 124 hectare grond. Zijn vertrek naar Wallonië maakte de weg vrij voor zijn zoon om het bedrijf in Retie over te nemen. “Het is hier zoals Vlaanderen vijftig jaar geleden was”, zegt hij.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/6a8e99ff-5831-4739-96c0-ede4ed47d14f/full_width_wallonie4.jpg</image>
                                        <content>Zomerreeks 2025: Vlaamse boeren over de taalgrensIn deze zomerse reeks trekken we naar het zuiden van het land, waar Vlaamse boeren hun geluk beproeven aan de andere kant van de taalgrens. Sommigen zochten meer ruimte, anderen betaalbare grond of rust. Het levert een reeks boeiende verhalen op over loslaten, herbeginnen en wortel schieten op Waalse bodem. “Achttien minuten, tien kilometer”, meldt het navigatiesysteem. Geen file, maar wel een slingerende rit door Vielsalm en verder via kronkelige bergwegen met haarspeldbochten naar het vleesveebedrijf van Gislain Van Reusel in Ennal, een deelgemeente van Vielsalm, in het hart van de toeristische Ardennen.Strategische aankoop werd een volwaardig bedrijfRuim twintig jaar geleden reed Van Reusel over exact diezelfde weg. “Ik was op zoek naar grond in Wallonië, en toen ik hier reed, was ik meteen verkocht. De natuur is hier fantastisch”, vertelt de veehandelaar uit de Kempen. In Retie kweekte hij jarenlang Blonde d&#039;Aquitaine-runderen naast zijn handel in vee.Zijn liefde voor de natuur was een belangrijke reden om naar Wallonië te verhuizen. Een tweede reden was de grondprijs. “Mijn broer kocht rond dezelfde tijd grond in Merksplas, die vijf keer duurder was dan hier”, zegt Van Reusel aan de keukentafel van zijn woning, met uitzicht op een heuvelachtige weide waar enkele vleeskoeien grazen.De aankoop van de Waalse grond was aanvankelijk puur strategisch: hij had extra hectares nodig om in Retie in aanmerking te blijven komen voor de zoogkoeienpremie. “In de eerste jaren liet mijn zoon Olivier hier het jongvee grazen”, vertelt hij.Gaandeweg breidde Van Reusel zijn areaal in Wallonië uit en kwamen er ook stallen bij. Zo kreeg zijn Waalse bedrijf steeds meer vorm, waardoor zoon Olivier het bedrijf in Retie zelfstandig kon overnemen. “Hier houden we nog steeds Blonde d’Aquitaine-runderen, en een deel van het vleesvee wordt hier afgemest”, zegt Van Reusel. Robuuste rassen voor extensieve teeltInmiddels beschikt hij over 124 hectare grond en een veestapel van zo’n 300 dieren, goed voor ongeveer 120 afkalvingen per jaar. Het grootste deel van de koeien zijn van het ras Salers, een robuust Frans rund met lange haren dat het grootste deel van het jaar buiten graast en op natuurlijke wijze afkalft. “Die zelfredzaamheid was essentieel. In het begin was ik nog vaak in Vlaanderen, en dan moet je op je runderen kunnen vertrouwen”, verklaart hij.Ook nu nog is Van Reusel regelmatig in Vlaanderen te vinden. Samen met zijn tweede zoon, Mathieu, runt hij Vleeshandel Van Reusel en Zonen. Dat bedrijf is gespecialiseerd in de versnijding van karkassen en de handel in rundvlees. Wekelijks versnijden ze tussen de 100 en 120 karkassen in een voormalige slachterij in Mol. Het vlees verkopen ze onder de naam Boeuf d’Ennal aan horecazaken, slagerijen en exportbedrijven.&amp;nbsp; Hoge veeprijzen drukken margesEen deel van dat vlees komt van zijn eigen veestapel, het overige koopt hij aan via collega-handelaars, veehouders of op markten. “Door de hoge veeprijzen was het afgelopen jaar moeilijk. Elke week werd het vee duurder, terwijl we de vleesprijs niet even snel konden verhogen voor onze klanten”, zegt Van Reusel tijdens een rondrit in zijn Citroën 2CV, een geitje, langs zijn percelen.Wanneer hij terugschakelt naar de eerste versnelling om een steile onverharde helling te nemen, stuiten we op een t-splitsing waar de weg versperd is door een veewagen en een tractor. Een medewerker leidt een koe met kalf naar een andere weide. “Hier kun je gewoon de weg afsluiten, en niemand die klaagt. Probeer dat maar eens in Vlaanderen”, merkt Van Reusel op.Hij vergelijkt zijn huidige boerenbestaan in het dunbevolkte Wallonië met Vlaanderen van vijftig jaar geleden. “Hier heb je nog vrijheid. Je kunt een vuurtje maken zonder dat iemand daar moeilijk over doet. In Vlaanderen staan er meteen zes brandweerwagens voor de deur, gevolgd door een boete.”Toch staat ook de Waalse regelgeving niet stil, stelt hij. Zo wordt de zoogkoeienpremie tegenwoordig niet meer per dier toegekend, maar op basis van landgebruik. “Ik zit aan 1,6 grootvee-eenheden per hectare, dat is het op één na intensiefste niveau. Hoe extensiever je werkt, hoe hoger de premie”, legt hij uit.Zijn extensieve bedrijfsvoering vertaalt zich in lagere kosten dan bij veel Vlaamse boeren. “Onze 35 Angus-koeien lopen het hele jaar buiten, de Salers staan van december tot april op stal.” In de winter voedt hij de dieren met hooi van eigen land. Enkel voor het jongvee koopt hij wat maïs aan, “uit Vlaanderen, want die is van betere kwaliteit”. Het is hier zoals Vlaanderen vijftig jaar geleden was Ook op andere vlakken zijn de kosten beperkt. Hij gebruikt geen kunstmest en hoeft geen mest af te voeren. De stallen worden twee keer per jaar uitgemest; de stalmest wordt gecomposteerd en uitgereden over eigen land. “Eigenlijk zouden we nog wat extra stalmest kunnen gebruiken, want we kunnen niet elk jaar alle weides bemesten. Maar meestal is het grasaanbod voldoende”, aldus Van Reusel. En tegenover de lage kosten staan volgens hem ook hogere premies dan in Vlaanderen.Hoewel hij met zijn 73 jaar allang met pensioen zou kunnen, denkt Van Reusel niet aan stoppen. “Dit is mijn leven. Dit ben ik gewoon.” Kort na het gesprek vertrekt hij alweer naar de versnijdingsruimte in Mol. “En morgenvroeg ga ik vanuit Retie naar de markt in Ciney.”Ciney en Battice zijn de twee veemarkten die hij wekelijks bezoekt. Waar hij met zijn uitwijking naar Wallonië de herinnering aan de Vlaamse landbouw van weleer levend kan houden, ontloopt hij in de handel de tand des tijds niet. “Vroeger begon de markt in Ciney om drie uur ’s nachts en liep ze door tot na de middag. Met cafés eromheen was het een waar dorpsfeest. Nu begint de markt pas om zeven uur, staan er veel minder dieren, en zijn de horecazaken er grotendeels verdwenen”, besluit hij.</content>
            
            <updated>2025-08-11T20:53:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Beyond Meat wordt ‘Beyond’: strategische koerswijziging naar plantaardige eiwitinnovatie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/beyond-meat-wordt-beyond-strategische-koerswijziging-naar-plantaardige-eiwitinnovatie" />
            <id>https://vilt.be/57733</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Amerikaanse producent van vegetarische vleesvervangers Beyond Meat verandert van naam. Voortaan gaat het bedrijf door het leven als simpelweg 'Beyond'. Met deze rebranding laat het merk bewust het woord ‘Meat’ achter zich om zich te positioneren als bredere speler op het gebied van plantaardige eiwitten, los van de imitatie van vlees.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vleesvervanger" />
                        <category term="vegetarisch" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5dd8a72f-df4f-4006-ab6b-c4a50e2cd396/full_width_beyondburger-beyondmeat.JPG</image>
                                        <content>De naamswijziging weerspiegelt een diepgaandere strategische heroriëntatie. Beyond wil zich niet langer enkel profileren als alternatief voor dierlijk vlees, maar als pionier op het gebied van voedzame, transparante en minder bewerkte plantaardige producten. De focus verschuift van het nabootsen van vleesstructuren en -smaken naar het aanbieden van volwaardige, plantaardige eiwitoplossingen die op zichzelf staan.Van vleesvervanger naar volwaardige plantaardige eiwitbronHoewel iconische producten zoals de &#039;Beyond Burger&#039; en plantaardige worstjes beschikbaar blijven, ligt de toekomstvisie van Beyond breder. De onderneming ambieert een rol als innovatieplatform in de plantaardige eiwitensector, een ‘plant-based protein campus’ zoals CEO Ethan Brown het noemt. De herpositionering sluit aan bij de toenemende vraag van consumenten naar gezonde, duurzame en eiwitrijke voeding, zonder dat die per se op vlees hoeft te lijken.Financiële uitdagingen en nieuwe lanceringenDe koerswijziging komt niet uit het niets. Beyond kende een moeilijk eerste kwartaal in 2025, met een&amp;nbsp;omzetdaling van 9 procent&amp;nbsp;ten opzichte van vorig jaar. Sinds de beursgang in 2019 is de aandelenkoers met ongeveer&amp;nbsp;95 procent gedaald, wat druk zet op de strategie en positionering van het merk.De rebranding valt samen met de introductie van een nieuw product:&amp;nbsp;Beyond Ground, een plantaardig gehakt op basis van tuinbonen. Dit nieuwe product ligt vanaf augustus in de schappen en past binnen de filosofie van eenvoudiger, voedzamer en transparanter voedsel.</content>
            
            <updated>2025-08-08T11:14:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[94% van de gecontroleerde beschermingsstroken is in orde]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/94-van-de-gecontroleerde-beschermingsstroken-is-in-orde" />
            <id>https://vilt.be/57734</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De overgrote meerderheid van de landbouwers blijkt helemaal in orde te zijn met de nieuwe regels rond teeltvrije zones en beschermingsstroken. Dat blijkt uit de voorjaarscontroles van de Mestbank, die bijna 1.800 percelen inspecteerde bij 659 landbouwers. Op 93,6 procent van die percelen bleken de beschermingsstroken correct aangelegd te zijn. Het geringe aantal inbreuken dat werd vastgesteld, ging over stroken waarop een nitraatgevoelige teelt stond of stroken die te smal zijn aangelegd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/af5475ee-bb87-4af2-8ba3-fd67a210a161/full_width_mest-strook-vlm-bemesting-copy-vlm.jpg</image>
                                        <content>Beschermingsstroken zijn een nieuwe, belangrijke maatregel uit het gewijzigde Mestdecreet. Die stroken van drie of vijf meter breed beschermen waterlopen beter tegen uitspoeling van nitraten.De beschermingsstroken van vijf meter moeten in 2025 alleen aanwezig zijn op percelen met een nitraatgevoelige teelt in de gebiedstypes 2 en 3, langs waterlopen opgenomen in de Vlaams Hydrografische Atlas. In deze zone mogen landbouwers noch nitraatgevoelige teelten inzaaien, noch bemesting en bestrijdingsmiddelen gebruiken. In de zone zit ook 1-meterteeltvrijestrook.In mei en juni controleerde de Mestbank 1.769 percelen bij 659 verschillende landbouwers op de naleving van de beschermingsstrook en de teeltvrije zone. 93,6 procent van de percelen bleek in orde te zijn. 578 landbouwers kregen via het Mestbankloket een dankbericht voor hun inspanningen. “Bedankt aan alle landbouwers die zo een bijdrage leveren aan een betere waterkwaliteit”, onderstreept Stefan De Neef, vervangend afdelingshoofd Mestbank. Goed resultaatHet inbreukpercentage klokt in het eerste jaar van de nieuwe regeling af op 6,4 procent, een cijfer dat als “een goed resultaat” wordt beschouwd door de Mestbank. De meeste inbreuken (82 gevallen) waren stroken waarop toch een nitraatgevoelige teelt stond of stroken die te smal zijn aangelegd. “Landbouwers toonden een grote bereidheid om die fouten spontaan recht te zetten, nog voor de hercontroles van dit najaar”, aldus de Mestbank. Daarnaast werden op een heel klein aantal percelen (26) grondbewerkingen vastgesteld in de 1-meter teeltvrije zone.Tijdens de controles merkte de Mestbank ook positieve signalen op: landbouwers die nu al beschermingsstroken aanleggen volgens de strengere regels die volgend jaar van kracht worden. “Dat stemt ons hoopvol. We mikken op even goede resultaten in 2026”, besluit De Neef.</content>
            
            <updated>2025-08-07T14:48:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aantal medewerkers in Vlaamse landbouwbedrijven blijft afnemen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aantal-medewerkers-in-vlaamse-landbouwbedrijven-blijft-afnemen" />
            <id>https://vilt.be/57735</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal tewerkgestelden in land- en tuinbouwbedrijven in Vlaanderen is opnieuw afgenomen. Dat blijkt uit cijfers van Statistiek Vlaanderen en het Vlaams Agentschap voor Landbouw en Visserij. De terugval valt samen met de stijgende leeftijd van bedrijfsleiders en de moeizame zoektocht naar opvolgers, al verschilt die uitdaging sterk per landbouwsector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cc418230-d4f7-4615-8493-fc04b8cdd232/full_width_tomaten-serre-oude-landbouw-eu.jpg</image>
                                        <content>In 2023, het meest recente jaar waarover cijfers beschikbaar zijn, telde de sector 43.595 tewerkgestelden. Omgerekend komt dat overeen met 35.330 voltijdse arbeidskrachten, dit zijn mensen die minstens 38 uur per week of 20 dagen per maand werken. Tien jaar geleden waren dat er nog respectievelijk 51.583 en 41.141. De cijfers dalen jaar na jaar.Van de voltijdse arbeidskrachten was de meerderheid (39%) tewerkgesteld in de gespecialiseerde veeteelt. Ongeveer 36 procent werkte in tuinbouwbedrijven. Anderen werkten in gespecialiseerde akkerbouwbedrijven of gemengde bedrijven. Vlaamse landbouwbedrijfsleiders zijn ondertussen gemiddeld 56 jaarOok de gemiddelde leeftijd van bedrijfshoofden stijgt al jaren. Vijftien jaar geleden bedroeg die gemiddelde leeftijd nog 51 jaar, in 2023 was dat al 56 jaar. Bedrijfsleiders ouder dan 65 jaar vormden de grootste groep met 21 procent, gevolgd door de 55- tot 59-jarigen met 19 procent. Slechts 11 procent van de bedrijven stond onder leiding van iemand jonger dan 40 jaar.De gemiddelde leeftijd van bedrijfsleiders is het laagst in de provincies West-Vlaanderen (54,8 jaar) en Antwerpen (55,6 jaar). In Oost-Vlaanderen (56,2 jaar) en Vlaams-Brabant (56,7 jaar) zijn de bedrijfshoofden gemiddeld iets ouder. Limburg telt de grootste groep oude bedrijfsleiders, daar is de gemiddelde leeftijd 57,1 jaar. Grote melkveebedrijven hebben meeste kans op opvolgerIn 2023 beschikte gemiddeld 14 procent van de bedrijfshoofden ouder dan 50 jaar over een vermoedelijke opvolger. Uit de cijfers blijkt dat er in grotere bedrijven vaker een vermoedelijke opvolger is dan in kleinere bedrijven.Ook de sector speelt mee. Zo is opvolging het vaakst gegarandeerd (23,2%) op bedrijven gespecialiseerd in melkproductie. Siertelers hebben het moeilijkst om een opvolger te vinden voor hun bedrijf. Slechts 8,9 procent van de bedrijfsleiders die bijna met pensioen gaat heeft iemand om het bedrijf over te nemen. Ook in de vleesvee- en groentensector verloopt de zoektocht naar opvolging moeizaam.</content>
            
            <updated>2025-08-11T12:23:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse milieuwetgeving op de korrel: Melding grondwaterwinning leidt tot EU-zaak]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-milieuwetgeving-op-de-korrel-melding-grondwaterwinning-leidt-tot-eu-aangelegenheid" />
            <id>https://vilt.be/57736</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Mag Vlaanderen kleinschalige activiteiten waarvoor enkel een melding volstaat, vrijstellen van een milieutoets? Die vraag legt de Raad voor Vergunningsbetwistingen voor aan het Europees Hof van Justitie. Aanleiding is een melding voor grondwaterwinning van een landbouwer in Peer, aangevochten door milieuorganisatie Dryade. Volgens de ngo is de Europese Habitatrichtlijn niet correct omgezet in Vlaamse regelgeving. “Net zoals bij vergunningsaanvragen, zouden ook meldingsplichtige projecten een passende beoordeling moeten doorlopen”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/19883e8a-3346-4214-bea3-87a8e9808350/full_width_captatieverbodberegenenirrigatieoppompverbodonttrekkingsverbodwaterdroogte-1280.jpg</image>
                                        <content>Hoe belandt een lokale melding voor grondwaterwinning door een landbouwer uit Peer plots op de rol van het Europees Hof van Justitie? Via een procedure die milieuorganisatie Dryade aanspande bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, zo blijkt.Van melding tot EU-aangelegenheidTwee jaar geleden nam de stad Peer akte van een melding voor een grondwaterwinning tot maximaal 175 kubieke meter per dag. Voor dergelijke volumes volstaat een meldingsdossier. Een omgevingsvergunning met bijhorende passende beoordeling is dan niet vereist. Toch voegde het betrokken landbouwbedrijf vrijwillig één toe, waarin staat dat er geen schadelijke effecten verwacht worden op het SBZ-H-gebied dat ruim 400 meter verderop ligt.Dryade betwist die conclusie en vocht de melding aan. Volgens de vzw kan de wateronttrekking bijdragen aan verdroging in het natuurgebied en is er onvoldoende onderzocht welk effect ze heeft in combinatie met andere wateronttrekkingen in de omgeving. Daardoor wordt de onzekerheid over mogelijke schade aan het beschermde natuurgebied niet weggenomen, een voorwaarde van de Europees Habitatrichtlijn.Maar in de rechtszaak wordt aangevoerd dat de kritiek van Dryade niet relevant is, aangezien een passende beoordeling sowieso niet verplicht is voor meldingsplichtige activiteiten. Dit staat zo geschreven in het Natuurdecreet, de Vlaamse omzetting van de Europese Habitatrichtlijn.Is de Vlaamse wet in strijd met de Europese?Een opening die Dryade benut om de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wijzen op wat volgens de organisatie een lacune is in het Vlaams Natuurdecreet: ook kleinschalige of ogenschijnlijke onschuldige projecten kunnen volgens de organisatie significante effecten hebben op de beschermde natuur. Door deze vrij te stellen van een beoordeling, zou Vlaanderen de Habitatrichtlijn onvolledig hebben omgezet. Wat is de meldingsplicht?Voor een aantal stedenbouwkundige handelingen, exploitaties en activiteiten die als weinig hinderlijk of standaard worden beschouwd, wordt de vergunningsplicht in Vlaanderen vervangen door een vereenvoudigde procedure: de meldingsplicht. Een eenvoudige melding via het Omgevingsloket volstaat. Omdat de impact op de omgeving als beperkt wordt ingeschat, is geen uitgebreide beoordeling nodig, zoals een milieueffectrapport of passende beoordeling. Europees Hof buigt zich over Vlaamse milieuregelsWanneer er twijfel bestaat over de interpretatie of geldigheid van een Europese regel die cruciaal is voor de beslechting van een geschil, kan de Raad voor Vergunningsbetwistingen een prejudiciële vraag stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. In dit dossier achtte de Raad zo’n vraag noodzakelijk.Het Europees Hof moet nu oordelen of meldingsplichtige projecten mogen worden vrijgesteld van een passende beoordeling, zelfs wanneer ze mogelijk een significante impact hebben op een speciale beschermingszone. Met andere woorden: is het Vlaamse onderscheid tussen meldings- en vergunningsplicht toelaatbaar onder de Europese natuurwetgeving? De uitspraak wordt binnen anderhalf jaar verwacht.Dryade reageert positief. “De toestand van het grondwater in Vlaanderen is al jaren zorgwekkend. Dat is onder meer het gevolg van een scheefgetrokken balans tussen onttrekkingen en aanvullingen van grondwater. We schatten dat 12.000 van de 34.000 vergunde grondwaterwinningen mogelijk alsnog een effectbeoordeling nodig hebben. Deze zaak kan een grote stap vooruit betekenen in de strijd tegen de verdroging.”</content>
            
            <updated>2025-08-11T12:29:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgische landbouwsector vindt steeds moeilijker dierenartsen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landelijke-dierenarts-steeds-moeilijker-te-vinden-in-belgie" />
            <id>https://vilt.be/57737</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Wallonië dreigt binnen tien jaar de helft van de boerderijdierenartsen te verdwijnen. In sommige provincies is het tekort al zo groot dat men spreekt van een dreigende ‘zorgwoestijn’. Vlaanderen staat er voorlopig beter voor, maar ook hier kiezen steeds minder dierenartsen voor de specialisatie landbouwdieren. “We proberen de trend te keren, maar alle signalen wijzen erop dat we dezelfde kant opgaan als Wallonië”, aldus Theo Borgers, voorzitter van de Orde der Dierenartsen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/415a1345-bf0a-49ce-b22f-c283d2da4039/full_width_dierenarts-vaccinatie-eu.jpg</image>
                                        <content>Vandaag telt Wallonië gemiddeld één dierenarts per 2.000 runderen. In de provincie Luxemburg dreigt het tekort zo acuut dat het stilaan de drempel voor een zogenaamde ‘zorgwoestijn’ nadert. Daar is momenteel slechts één dierenarts voor 2.800 runderen.Wat verklaart die leegloop? “Dat zo weinig studenten voor dit beroep kiezen, komt volgens mij doordat ze weinig voeling hebben met de landbouw”, getuigt dierenarts Simon Calberg aan de Waalse nieuwsdienst RTL. “Steeds minder studenten diergeneeskunde hebben een achtergrond in de landbouwsector.”De 23-jarige dierenarts is zelf pas afgestudeerd en zit meteen in een strak ritme met consultaties en spoedoproepen. Hij is nog maar drie weken aan de slag, en draait al één wachtdienst op vier met vaak lange dagen. “Er zijn dagen waarop je al om vijf of zes uur ‘s ochtends begint. Tijdens rustige periodes word je nauwelijks ’s nachts opgeroepen, maar tijdens het afkalfseizoen kan dat één of twee keer per nacht gebeuren. De uren zijn erg onvoorspelbaar, maar dat is tegelijk de charme van dit vak”, zegt Simon.Sommige Waalse dierenartsen wagen zich er wel aan, maar haken snel weer af. Het werk is zwaar, en het beroep kampt met een slecht imago, klinkt het bij onze buren over de taalgrens. “Maar als er geen dierenartsen zijn, verdwijnen er veehouders en dan is er geen landbouw meer”, zegt Bernard Gauthier, covoorzitter van de beroepsorganisatie Union Professionnelle Vétérinaire. Volgens hem brengt het tekort nog meer risico’s met zich mee. “Bovendien zijn wij de eerste verdedigingslinie tegen dierziekten die ook mensen kunnen treffen, en waken we mee over voedselveiligheid en dierenwelzijn.” Zonder dierenartsen verdwijnen veehouders, en zonder veehouders is er geen landbouw Vlaanderen volgt op afstandDe situatie in Vlaanderen is nog niet zo nijpend als in Wallonië, maar er klinkt toch ook veel bezorgdheid. Dat geven Danny Coomans van de Vlaamse beroepsorganisatie VeDa en Theo Borgers van de Orde der Dierenartsen mee.“Er zijn tekorten, maar die zijn nog niet zo acuut als in het zuiden van het land. In Wallonië kennen de dierenartsen ook een ander ritme. Door het hoog aantal witblauw, worden ze vaak in de avond en ’s nachts opgeroepen om keizersnedes uit te voeren. Vlaanderen heeft traditioneel meer melkvee, de zorgen vallen beter in te plannen.”Toch merkt men ook in Vlaanderen een verschuiving in de job. “Hoe langer, hoe minder dierenartsen kiezen voor de sector met productiedieren. Slechts één op de tien studenten kiest voor deze specialisatie”, aldus Borgers. “De meesten richten zich op kleine huisdieren, paarden of onderzoekswerk.”Andere generatie, andere verwachtingenDat tekort heeft volgens beide dierenartsen voornamelijk met andere verwachtingen en ingesteldheid te maken. “We moeten er geen doekjes om winden: vroeger werd er op een dag meer werk verzet dan nu”, aldus Coomans. “De work-lifebalans is terecht belangrijker geworden. Dat is geen verwijt, de tijdsgeest is gewoon anders. Vandaag zijn er meer tweeverdieners, en dat vertaalt zich in andere keuzes.”“Het zwaardere beroep van boerderijdierenartsen met onregelmatige uren spreekt de jongeren minder aan”, vult Borgers aan. De work-lifebalans weegt zwaarder dan vroeger. Onregelmatige uren maken het vak minder aantrekkelijk voor jongeren Daarnaast is ook de manier van werken veranderd, merkt hij op: “Jonge dierenartsen willen steeds vaker in groepspraktijken werken, met meer sociale zekerheid en minder ondernemersrisico. Werken in loondienst biedt heel wat sociale rechten die zelfstandigen niet hebben zoals compensatie-uren voor wachtdiensten of overuren.”Die trend is al volop zichtbaar in het Groothertogdom Luxemburg. Daar zou vandaag al veertig procent van de dierenartsen loontrekkend zijn. “Uit recente cijfers blijkt dat men daar zeven nieuwe dierenartsen nodig heeft om het werk van één ervaren arts te vervangen. In Vlaanderen zitten we aan een verhouding van 2,5 op 1. Maar ook wij evolueren die richting uit”, aldus de voorzitter van de Orde der Dierenartsen.Geëvolueerde opleidingOok de opleiding evolueerde mee. Zo zijn er ondertussen toelatingsproeven voor de opleiding diergeneeskunde. Volgens Borgers heeft dit de instroom voor veeartsen vernauwd. “De selectieproeven trekken meer profielen aan die zich interesseren voor specialisaties of kleine huisdieren. Vroeger begon een veel gemengder publiek met meer interesse in de landbouwdieren aan de studies.”“De studenten komen ook steeds minder in aanraking met de sector. In mijn tijd gingen studenten op eigen initiatief in het weekend mee met ervaren dierenartsen. Zo kwamen ze vaak op boerderijen en leerden ze het vak van dichtbij kennen en appreciëren”, klinkt het. “Vandaag beperken studenten zich tot de verplichte stagedagen.” We proberen de trend te keren, maar alle signalen wijzen erop dat we dezelfde kant opgaan als Wallonië Uitval in de eerste jarenNet als in Wallonië haakt een groot deel van de jonge dierenartsen vroegtijdig af. Ongeveer een derde stopt binnen de vijf jaar. Het probleem aanpakken via extra instroom is geen optie. Er staat een numerus fixus op de opleiding, en het aantal studenten is zelfs recent verlaagd. Er moet dus vooral voor gezorgd worden dat meer mensen in het beroep blijven.“We proberen onder meer de wachtdiensten beter te organiseren, zodat mensen minder vaak nachten draaien. Daarnaast willen we het beroep van dierverpleegkundige wettelijk laten erkennen, zodat zij dierenartsen beter kunnen ondersteunen”, licht Borgers toe. “We trachten de trend te keren, maar de signalen wijzen erop dat we stillaan eenzelfde richting opgaan als Wallonië en Luxemburg.”</content>
            
            <updated>2025-08-11T16:10:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gemiddeld geeft Vlaming 3,1 op 5 voor gezondheid van voedselaanbod in zijn buurt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gemiddeld-geeft-vlaming-31-op-5-voor-gezondheid-van-voedselaanbod-in-zijn-buurt" />
            <id>https://vilt.be/57738</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Uit een burgeronderzoek van Sciensano blijkt dat Vlamingen het voedselaanbod in hun buurt matig gezond vinden. Ze geven het gemiddeld een score van 3,1 op 5. Het onderzoek wil het aanbod en de prijs van gezonde voeding in Vlaanderen en Brussel in kaart brengen. Sciensano zoekt daarvoor nog deelnemers die de app De Grote Voedselkaart willen gebruiken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeding" />
                        <category term="gezond" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/343c6794-6be3-4364-ae0e-a0da2cdfe57b/full_width_artisjokmarkt.jpg</image>
                                        <content>Sciensano lanceerde de app eind april en sindsdien telt ze al meer dan 4.000 deelnemers. Zo stroomt er waardevolle data binnen, stelt het instituut. Toch hoopt het tegen eind augustus nog eens duizend extra deelnemers te bereiken om de betrouwbaarheid van de resultaten te vergroten.Korte keten scoort hoogDe burgers die al deelnemen aan het onderzoek blijken kritisch te zijn. Zo geven ze gemiddeld een 3,1 op 5 voor de gezondheid van het voedselaanbod in hun omgeving. Dat betekent dat veel mensen vinden dat het voedselaanbod in hun buurt gezonder zou kunnen. Lokale verkooppunten uit de korte keten, zoals boerenmarkten of hoevewinkels, krijgen de hoogste score, 4,3 op 5. Dat betekent dat de Vlamingen die plekken als de gezondere keuze beschouwen. Fastfoodrestaurants bengelen onderaan, met 1,9 op 5. De definitieve resultaten en analyse volgen als alle data verzameld is.Verder blijkt nog dat de deelnemers actief meedenken over oplossingen. Zo stelt één van hen voor om een voedselraad te organiseren. &quot;Bespreek met de buurt wat je belangrijk vindt, welk soort voeding we willen en hoe we die realiteit kunnen vormgeven. Zo nemen we samen de macht over ons voedsel in handen, en niet overlaten aan multinationals&quot;, klinkt het in het voorstel. Een andere deelnemer denkt aan acties rond voedselverspilling, zoals het ophalen van voedseloverschotten op velden, tuinen en boomgaarden om die lokaal te verdelen.Bedoeling is dat overheden op basis van de resultaten de voedselomgeving gezonder en milieuvriendelijker kunnen maken.Klik hier voor meer info over de Grote Voedselkaart.</content>
            
            <updated>2025-08-11T12:38:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Nog veel werk aan de winkel”: Helft supermarkten overtreedt regels rond oorsprongslabel op groenten, fruit en vlees]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nog-veel-werk-aan-de-winkel-helft-supermarkten-overtreedt-regels-rond-oorsprongslabel-op-groenten-fruit-en-vlees" />
            <id>https://vilt.be/57739</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2024 controleerde de FOD Economie 469 supermarkten op de correcte vermelding van het land van oorsprong bij voorverpakt fruit, groenten en vlees. De resultaten zijn opvallend: de helft van de gecontroleerde bedrijven overtrad de regels. Vooral bij groenten, fruit en vleesetiketten blijken duidelijke labels vaak te ontbreken of zelfs misleidend te zijn.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/3d6a4d45-6369-4f70-b193-fedc0181f932/full_width_mandarijnsupermarkt.jpg</image>
                                        <content>Oorsprong vaak onduidelijk of zelfs afwezigTijdens het onderzoek, dat tussen maart en december 2024 plaatsvond in Belgische supermarkten, werden in totaal 596 inbreuken vastgesteld. In 253 gevallen ging het om problemen met de oorsprongsvermelding van groenten en fruit, goed voor 42,5 procent van de overtredingen. Soms werd de oorsprong helemaal niet vermeld, of gebeurde dit op een onleesbare, dubbelzinnige of slecht geplaatste manier, bijvoorbeeld bij bulkproducten.Inspecteurs stelden vast dat handelaars oude kisten hergebruikten met foutieve labels, de oorsprongsinfo verborgen werd door de opstelling van kisten, of verouderde etiketten opnieuw werden ingezet.In sommige gevallen was er zelfs sprake van dubbele oorsprong of het gebruik van Belgische vlaggen bij buitenlandse producten. Dat kan volgens de FOD gezien worden als een vorm van oneerlijke handelspraktijken en misleiding van de consument.Vleesetiketten ook ondermaatsOok bij voorverpakt vlees faalden veel etiketten de Europese regels te volgen. In 20,9 procent van de gecontroleerde vleesverpakkingen ontbraken cruciale gegevens zoals het land van fok of slachting. Daarnaast werden technische afkortingen gebruikt die voor consumenten onbegrijpelijk zijn, of misleidende vlaggen op de verpakking geplaatst.De FOD Economie stelde 111 waarschuwingen en 150 processen-verbaal op. Sommige bedrijven kregen meerdere sancties voor verschillende overtredingen.&quot;Het is een fundamenteel recht van de consument om duidelijk te weten waar een product vandaan komt&quot;, zegt woordvoerster Lien Meurisse van de FOD Economie. &quot;We blijven dan ook streng toezien op de correcte oorsprongsvermelding, in het belang van transparantie en eerlijke concurrentie voor onze Belgische producenten.&quot;</content>
            
            <updated>2025-08-11T13:51:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Weinig hoopvolle tussenstand bij VN-conferentie plasticvervuiling]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/weinig-hoopvolle-tussenstand-bij-vn-conferentie-plasticvervuiling" />
            <id>https://vilt.be/57740</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De eerste tussenstand van een tiendaagse VN-top over plasticvervuiling in Genève biedt weinig optimisme. “We hadden gehoopt om meer vooruitgang te boeken in de onderhandelingen”, zei directeur Inger Andersen van het VN-Milieuprogramma bij een tussentijdse persconferentie. Toch hopen de deelnemers om de top op 14 augustus af te sluiten met een finaal akkoord. Om plasticvervuiling aan te pakken kijkt men naar diverse sectoren, waaronder de landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="afval" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8d583695-68cb-4cc4-b1ef-df752196cc56/full_width_plasticafvalnicaraguadump.jpg</image>
                                        <content>De onderhandelingen lopen traag, maar op plasticvervuiling staat voorlopig geen rem. Jaarlijks wordt zo’n 400 miljoen ton plastic geproduceerd, waarvan de helft voor wegwerpproducten. De precieze hoeveelheid plastic in de oceanen is niet exact bekend, maar diverse onderzoeken wijzen op een getal tussen de 75 en 199 miljoen ton.Diverse sectoren zijn slachtoffer én dader van plasticvervuiling. Het VN-Milieuprogramma verwijst in een rapport naar landbouw, afvalwaterzuiveringsinstallaties, bouw en transport als sectoren die een groot aandeel hebben in de wereldwijde plasticvervuiling. Maar vele gebruiksvoorwerpen, kleding en cosmetica bevatten vaak “onnodig grote” hoeveelheden plastic.Welke rol speelt landbouw?Wat landbouw betreft, verwijst de VN voornamelijk naar het gebruik van plasticfolie. Vaak gaat het dan om plastic tunnelserres of plasticmulch, waarbij men de bodem bedekt met plasticfolie om onkruidgroei te voorkomen en de vochtigheid van de bodem op peil te houden. Eén van de meest spraakmakende voorbeelden van landbouwplastic vindt men in Almería, Spanje, waar de 37.000 hectare plasticserres als de ‘mar de plástico’ of plastic zee worden omschreven. Maar die naam geldt ook steeds meer voor de werkelijke kust van Almería, waar het zeewater drie keer meer microplastics bevat dan elders ter wereld. Maar er is ook veel ‘onzichtbaar’ plastic binnen de landbouw. Rioolslib dat als meststof wordt gebruikt, bevat vaak plasticresten. Ook irrigatie gebeurt vaak met water dat microplastics bevat. Kunstmest en zaden zijn vaak gecoat met kunststof. In 2021 gebruikte de landbouw naar schatting acht tot tien miljoen ton plastic. Ook voor het transport en het verpakken van landbouwproducten worden zachte en harde plastics gebruikt.Aan het einde van de keten ondervinden ook bioproducten kritiek omdat deze in supermarkten vaak in plastic worden verpakt. Retailers willen hun bio- en niet-bioproducten van elkaar onderscheiden, en dus kiezen ze er meestal voor om de biogroenten te verpakken. Dit is dus een keuze van de retailers en niet van de biosector zelf, die volop naar alternatieven zoekt. In een biowinkel worden biogroenten niet verpakt, want er is geen nood om deze producten te differentiëren.Vervuiling kost 1.300 miljard euro per jaarHoewel plasticvervuiling verantwoordelijk zou zijn voor ruim 1.300 miljard euro aan economische verliezen elk jaar, slaagt de VN er maar niet in tot een akkoord te komen. De huidige VN-top in Genève, waaraan ongeveer 180 landen deelnemen, moet de mislukte onderhandelingen in Zuid-Korea vorig jaar goedmaken. Maar volgens analisten is de kans hierop vrij klein.Luis Vayas Valdivieso, die deze top voorzit, probeert wel het optimisme te bewaren, met de nuance dat het huidige tempo waaraan agendapunten worden behandeld niet volstaat. “We hebben momenteel onvoldoende vooruitgang geboekt”, zegt de Ecuadoriaanse diplomaat. Hoewel afgelopen zondag een rustdag had moeten zijn, werden er alsnog enkele informele meetings gepland om de achterstand in te halen. Worden er lessen getrokken uit het verleden?De aanwezige journalisten vroegen zich af welke lessen de VN-top heeft getrokken uit de vorige bijeenkomst, om een nieuwe mislukking te voorkomen. Vayas antwoordde dat de werkgroepen dit keer onderhandelen met een andere dynamiek dan voorheen. Wanneer gevraagd werd om te verduidelijken wat hij daarmee bedoelt, bleef de topman eerder vaag. Vayas benadrukte evenwel het belang om tegen donderdag naar buiten te komen met een definitief akkoord. “Maar voor sommige agendapunten is er nog geen consensus in zicht.”De onderhandelingen blijven mislopen omdat niet alle landen even ver willen gaan om plasticvervuiling terug te dringen. AFP kon de ontwerptekst voor het plasticakkoord inkijken, en zag hoe deze tekst na vier dagen vergaderen al was uitgebreid van 22 naar 35 pagina’s. De nieuwe toevoegingen bevatten diverse, vaak onverzoenbare eisen en uitzonderingsregels aangevraagd door de deelnemende landen. Vooral de olielanden zoals Koeweit zijn niet enthousiast om de productie van plastic terug te dringen, want ruwe aardolie is een belangrijk bestanddeel van plastic. In plaats van minder plastic te produceren, willen ze dus liever investeren in nieuwe technologieën om plasticafval te verwerken.Directeur Inger Andersen van het VN-Milieuprogramma gelooft nog steeds dat men zal landen op een akkoord, “hoe onwaarschijnlijk dat vandaag ook lijkt.”“Ondanks de troebele onderhandelingen ben ik blij met de wijze waarop iedereen samenwerkt, en dat iedereen beseft dat we het tempo moeten opschroeven”, sprak Andersen nog, die schermde met termen als ‘vertrouwen’, ‘transparantie’ en ‘inclusiviteit’ als de sleutel tot een akkoord. Volgens haar staat de deur nog steeds open om de top af te sluiten met een doeltreffend verdrag. “Maar dan moeten we een onderhandelingsritme vinden waarmee we resultaten kunnen garanderen”, stelt ze nog.Schadelijk voor mens en milieuAls er niets gebeurt, zal de plasticproductie tegen 2060 naar schatting verdriedubbelen. De gemiddelde mens consumeert vandaag zo’n 52.000 microplastics per jaar. We nemen het niet enkel op via voeding, maar ook via de lucht. Ook in speeksel, bloed en zelfs onze hersenen worden microplastics aangetroffen. Omdat plasticvervuiling op deze schaal een relatief nieuw fenomeen is, zijn de precieze gezondheidseffecten van microplastics in ons lichaam nog niet duidelijk in kaart gebracht. Wel zijn er studies die wijzen op een mogelijke link met dementie, gewrichtsaandoeningen en diverse infectieziekten.</content>
            
            <updated>2025-08-12T09:47:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Streep door Franse herintroductie van verboden gewasbescherming]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/streep-door-franse-herintroductie-van-verboden-gewasbescherming" />
            <id>https://vilt.be/57741</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Franse Constitutionele Raad heeft een streep gezet door de geplande herintroductie van acetamiprid, een omstreden insecticide uit de familie van de neonicotinoïden. Volgens de Raad is de maatregel in strijd met de Franse milieuwetgeving. Landbouworganisaties en de minister van Landbouw reageren verbaasd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2cec68aa-e935-4483-ab7b-98b0dad27a86/full_width_gewasbeschermingsmiddelen-1024.jpg</image>
                                        <content>De Constitutionele Raad, het hoogste orgaan in Frankrijk dat wetten toetst aan de Grondwet en vergelijkbaar is met het Belgische Grondwettelijk Hof, heeft het meest omstreden onderdeel van de wet-Duplomb vernietigd. Het ging om een bepaling die de herintroductie mogelijk maakte van acetamiprid, een insecticide uit de familie van de neonicotinoïden. Volgens de Raad is deze bepaling in strijd met het Franse Handvest voor het Milieu (Charte de l’environnement), een tekst met grondwettelijke waarde die sinds 2005 deel uitmaakt van de Franse Grondwet.De EU verbood in 2018 drie neonicotinoïden, maar niet acetamiprid. Frankrijk ging echter verder en legde ook dat middel aan banden vanwege de schadelijke effecten op bestuivers en de vermeende impact op de menselijke gezondheid. Onder meer Franse bieten- en hazelnoottelers trokken aan de alarmbel omdat er momenteel geen volwaardig alternatief beschikbaar is. In België is het middel nog altijd toegelaten.De Raad benadrukte dat het gebruik van acetamiprid in uitzonderlijke situaties toegestaan kan worden, maar alleen voor een beperkte periode en voor duidelijk omschreven gewassen. Die voorwaarden werden in de wettekst niet gerespecteerd. In hun beslissing herinneren de rechters eraan dat neonicotinoïden “gevolgen hebben voor de biodiversiteit, in het bijzonder voor bestuivende insecten en vogels” en “risico’s inhouden voor de menselijke gezondheid”.President Emmanuel Macron liet weten “kennis te hebben genomen” van de beslissing en de wet in aangepaste vorm “zo snel mogelijk” te zullen afkondigen.Massaal protest en scherpe reactiesDe wet-Duplomb, genoemd naar de conservatieve senator die ze indiende, was bedoeld als antwoord op de boerenprotesten van 2024. Ze werd begin juli met steun van de regering goedgekeurd, maar leidde tot felle tegenstand. Een petitie tegen de wet haalde ruim 2,1 miljoen handtekeningen.Linkse oppositiepartijen juichen het oordeel van de Raad toe. De Franse landbouworganisatie FNSEA reageerde daarentegen scherp. “Deze beslissing betekent simpelweg de verwaarlozing van bepaalde sectoren van de Franse landbouw, terwijl onze afhankelijkheid van import groeit”, verklaarde voorzitter Arnaud Rousseau.Ook landbouwminister Annie Genevard betreurt de uitspraak. Volgens haar worden Franse boeren benadeeld tegenover collega’s in andere EU-landen waar acetamiprid wel mag worden gebruikt. “Dit verschil houdt oneerlijke concurrentie in stand en bedreigt het economische voortbestaan van bepaalde landbouwsectoren”, schreef ze op sociale media.</content>
            
            <updated>2025-08-12T10:08:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vergiftigde waterput en hardnekkige vergunningenstrijd: Waalse droom loopt uit op nachtmerrie voor Vlaamse vleesveehouders]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vergiftigde-waterput-en-hardnekkige-vergunningenstrijd-waalse-droom-loopt-uit-op-nachtmerrie-voor-vlaamse-vleesveehouders" />
            <id>https://vilt.be/57742</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Waar de vorige afleveringen in de zomerserie van VILT over Vlaamse landbouwers in Wallonië succesverhalen waren, loopt het voor de Kempense vleesveehouders Stef Bastiaansen en Greet Rijvers totaal anders. Hun droom om in de Ardennen een zoogkoeienbedrijf met vakantiewoning te starten, mondde uit in een slepende vergunningenstrijd, tegenwerking van buurt en bestuur, en zelfs sabotage met een vergiftigde waterput.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="diversificatie" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/44c9f8f5-2332-4cf6-96ab-0f5834fb6620/full_width_jerom-ardennen1.jpg</image>
                                        <content>Zomerreeks 2025: Vlaamse boeren over de taalgrensIn deze zomerse reeks trekken we naar het zuiden van het land, waar Vlaamse boeren hun geluk beproeven aan de andere kant van de taalgrens. Sommigen zochten meer ruimte, anderen betaalbare grond of rust. Het levert een reeks boeiende verhalen op over loslaten, herbeginnen en wortel schieten op Waalse bodem. In hun hoofd baatten de rundveehouders Stef Bastiaansen en Greet Rijvers al jaren een vleesveebedrijf met vakantiewoning uit in het Waalse Wancennes net boven Beauraing in de zuidelijke Ardennen. De realiteit is anders. “Alle lichten stonden op groen om een vergunning te krijgen, maar het is ons na zeven jaar nog niet gelukt”, vertellen de boeren.&amp;nbsp;Voor dit verhaal in de zomerserie over Vlaamse uitwijkelingen in Wallonië trok VILT niet naar Franstalig België, maar naar Meer in het noordelijkste punt van de Noorderkempen aan de grens met Nederland bij Breda. Hier baat de familie Bastiaansen-Rijvers in een bosrijke omgeving een vleesveebedrijf uit met 100 Belgische Witblauwe runderen en 600 vleeskalveren.&amp;nbsp;“Het is hier mooi wonen”, erkent Stef Bastiaansen. “Maar in de Ardennen is het nog mooier. De schoonheid is niet op foto’s vast te leggen.” De 61-jarige vleesveehouder is net teruggekeerd van een rit van 200 kilometer naar Wancennes waar het echtpaar tien jaar geleden enkele hectares grond heeft gekocht. De veehouder rijdt twee keer per week naar de Ardennen om zijn vleesvee water te geven en een oogje in het zeil te houden.&amp;nbsp;Extensiever boeren met hoevetoerisme&quot;Wallonië heeft voor ons een enorme aantrekkingskracht. We zijn al zo’n twintig jaar op zoek naar een geschikte locatie om te boeren”, vertelt zijn echtgenote Greet Rijvers (57). Tien jaar geleden bracht die zoektocht hen naar Wancennes, een deelgemeente van Beauraing. In twee fases kochten ze percelen van in totaal 14,5 hectare aan, deels landbouwgrond, deels bouwgrond. Hier graast sindsdien van het voorjaar tot het najaar het volwassen vleesvee.&amp;nbsp;Het plan was om als vijftigers het iets rustiger aan te doen en in de Ardennen een zoogkoeienbedrijf van zo’n 120 dieren te starten in combinatie met een vakantiewoning. De vakantiewoning diende als neveninkomst, al wilden de Kempenaren hiermee ook burgers bij de landbouw betrekken. “Wij willen gasten rondleiden op het bedrijf om zo een beeld te geven van de landbouw. Veel mensen weten niet meer waar hun eten vandaan komt”, klinkt het.&amp;nbsp;&amp;nbsp;In 2017 dienden zij een vergunningsaanvraag in voor de bouw van een stal met bedrijfswoning. Hierop volgde al snel een afwijzing van de gemeente. “Vervolgens hebben we opnieuw een vergunningsaanvraag ingediend, geheel volgens de eisen en wensen van de gemeente, ditmaal tegelijk voor de stallen, bedrijfswoning en de vakantiewoning”, vertelt Greet.&amp;nbsp;&amp;nbsp; Na de nodige bezwaarschriften van buren en een negatief advies van het Waalse gewest werd het plan in 2018 opnieuw afgekeurd. “Toen zijn we bij het Waalse departement van Omgeving van toenmalig minister Willy Borsus (MR) in beroep gegaan. “Op voorwaarde dat we een optische aanpassing van de achterkant van de vakantiewoning deden, zouden we van de minister groen licht krijgen.”&amp;nbsp;Zo gezegd, zo gedaan. Het echtpaar diende een aangepast plan in, maar stuitte ondanks het positieve advies van de minister andermaal op een “njet” van de gemeente. “Toen hebben we het nog een keer geprobeerd op gewestelijk niveau, maar de minister van Omgeving was inmiddels vervangen en de nieuwkomer is van dezelfde partij als de burgemeester van Wancennes. We kregen ondanks alle positieve adviezen van alle instanties, inclusief het positieve advies van de administratie van de betreffende minister, geen reactie. Hij heeft nagelaten het dossier te ondertekenen&quot;, aldus Bastiaansen.Vermoeden van politieke inmengingVolgens de landbouwer is er maar één verklaring: enkele dorpelingen hebben grote invloed op de plaatselijke politiek. Onder de tegenstanders zouden zich een tweedeverblijver uit Brussel en een lokale uitbaatster van een vakantiewoning bevinden, die naar verluidt bang is voor concurrentie.Dat niet iedereen opgezet is met de plannen van het echtpaar blijkt ook uit een artikel in de Waalse krant Matele. Tijdens de laatste vergunningsaanvraag startten de tegenstanders een petitie tegen de nieuwbouwplannen. “Het probleem is niet de boerderij, noch de lodge zelf, maar de gekozen locatie, die op een uitzonderlijke zichtlijn van ons grondgebied ligt”, aldus de initiatiefnemers van de petitie in de krant.Bastiaansen wijst de kritiek van de hand. Volgens hem zijn er in de gemeente genoeg vergelijkbare zichtlijnen. “Ons perceel ligt in landbouwgebied en de plek voor de vakantiewoning is zelfs bouwgrond. Wettelijk hebben we gewoon het recht om hier te bouwen, en zowel de gemeente als de minister hebben hiervoor eerder het licht op groen gezet”, zegt de landbouwer.Ook het andere argument van de bezwaarindieners raakt volgens hem kant noch wal. “Men is bang dat er een constante stroom van vrachtwagens naar onze boerderij zal zijn, maar dat is onzin. Wij willen op extensieve manier veehouden, een kleine zoogkoeienhouderij zonder afmesting, en het aantal vrachtwagenbewegingen zal minimaal zijn.”&amp;nbsp; We staan volledig in ons recht. We zijn deze weg ingeslagen en zullen nu tot het einde doorgaan Vandalisme door gefrustreerde hobbyboerTijdens de vergunningenstrijd werd het echtpaar ook geteisterd door vandalisme. “Wij hadden de grond vrij van pacht gekocht, maar een hobbyboer uit het dorp claimde wel degelijk het pachtrecht”, vertelt Bastiaansen. “Deze persoon is ons vervolgens gaan terroriseren. Hij heeft meerdere malen de omheining doorgeknipt, weidepalen verwijderd en drie hectare doodgespoten met Roundup.”&amp;nbsp;Enkele jaren geleden had het Vlaamse echtpaar ook te maken met een vergiftigde waterput. “We hebben een vermoeden wie de waterput vergiftigd heeft, maar hebben hiervoor geen bewijzen”, klinkt het.&amp;nbsp;Het juridisch geschil met de hobbyboer is inmiddels beslecht in het voordeel van de Vlamingen. “De rechter heeft bevestigd dat de grond vrij van pacht is en dat deze man ons een schadevergoeding verschuldigd is”, vertelt de veehouder. Sinds de uitspraak is het vandalisme op hun Waalse percelen gestopt. Met een camera houden de boeren via de gsm de waterput in de gaten. “Als er iemand in de buurt van de put komt, gaat er een alarm af.”&amp;nbsp;Twee keer per week water gevenDe vleesveehouder rijdt daarom twee keer per week op en neer om toezicht te houden en water te geven. Door zijn volwassen vee daar te laten grazen, bespaart hij voerkosten in Vlaanderen en haalt hij toch nog rendement uit de percelen in Wallonië. “In de zomer, wanneer de waterput soms droogvalt, moet ik extra water brengen,” vertelt hij. Dat pompt hij op uit de Lesse, onderweg van Meer naar hun eigendom in Wancennes.Hoe lang ze deze omslachtige en vermoeiende werkwijze moeten aanhouden, is vooralsnog onduidelijk. Begin dit jaar dienden ze een bezwaarschrift in bij de Raad van State. Omdat zo’n procedure jaren kan aanslepen, heeft het echtpaar de plannen voorlopig opnieuw aangepast. Rijvers: “We willen nu een bouwvergunning aanvragen voor de bouw van een gezinswoning op het perceel dat als bouwgrond bestemd is.”&amp;nbsp; &quot;Wij blijven onze droom najagen&quot;Volgens een eerste advies van de gemeente zouden Bastiaansen en Rijvers hun bezwaarschrift bij de Raad van State moeten intrekken. “Dat slaat nergens op, want het gaat om twee afzonderlijke dossiers”, reageren ze. Het echtpaar weigert hun droom op te geven en blijft strijdvaardig: “We staan volledig in ons recht. We zijn deze weg ingeslagen en gaan door tot het einde.”Alsof het nog niet vreemd genoeg was, ontvingen ze dit jaar voor de tweede keer een brief van de gemeente met de oproep toeristenbelasting te betalen voor de vakantiewoning, die er nog altijd niet staat.</content>
            
            <updated>2025-08-14T16:12:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederlandse legkippensector krijgt salmonella niet onder controle]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederlandse-legkippensector-krijgt-salmonella-niet-onder-controle" />
            <id>https://vilt.be/57743</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In de Nederlandse legkippensector worden steeds meer gevallen van Salmonella Enteritidis vastgesteld. Dat blijkt uit recent onderzoek gepubliceerd bij <a href="https://www.eurosurveillance.org/content/10.2807/1560-7917.ES.2025.30.30.2500536" target="_self">Eurosurveillance</a>. Sinds medio 2023 blijft het aantal besmette kippen gestaag toenemen. Hoewel de toename momenteel beperkt blijft tot Nederland, vrezen onderzoekers voor een verspreiding naar andere Europese landen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="ei" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/298c037f-f35a-430d-a3a7-ca79d5d8b3ff/full_width_kippen-pluimvee-eu.jpg</image>
                                        <content>Het aantal humane infecties met salmonella&amp;nbsp;enteritidis of SE is op enkele jaren tijd met meer dan een derde gestegen, van een jaarlijks gemiddelde van 281 tussen 2017 en 2019 tot een gemiddelde van 427 in 2023 en 401 in 2024. In de eerste zes maanden van 2025 werden 209 gevallen gemeld, tegenover 180 in dezelfde periode in 2024. De stijging valt samen met een 2,5-voudige toename van het aantal positieve tests bij koppels leghennen.Wanneer SE wordt aangetroffen op een Nederlands legkippenbedrijf, is ruiming niet verplicht. Wel krijgen alle eieren binnen een positieve stal onder meer een warmtebehandeling om ze veilig te maken. Wanneer de legkippen hun cyclus doorlopen hebben, moet het hok grondig gereinigd en gedesinfecteerd worden. Pas daarna kan een nieuw koppel leghennen worden geïntroduceerd.Kippen aten besmette eierschalenVolgens de studie was de toename in 2023 zeer waarschijnlijk te wijten aan een grote uitbraak toen eierschalen van positieve dieren onvoldoende waren behandeld voordat ze aan het pluimveevoer werden toegevoegd. In de pluimveesector is het gebruikelijk om de eierschalen van kippen te malen en tussen het voer te mengen, vanwege hun hoge calciumgehalte. Pluimvee wordt (meestal) niet ziek door deze bacterie, maar onderzoekers zagen na dit incident een evenredige stijging van het aantal ziektegevallen bij mensen. De uitbraak, die in de eerste helft van 2023 begon, resulteerde in 151 besmette gevallen in 2023, 27 in 2024 en 31 in 2025 tot en met juni.In absolute aantallen lijken deze cijfers niet bijster hoog, maar het Nederlandse RIVM vermoedt dat de besmettingscijfers een grove onderschatting zijn. Zo zou slechts 1 op de 20 tot 1 op de 30 salmonella-infecties daadwerkelijk worden gemeld of gediagnosticeerd. Omdat veel mensen met salmonella thuis uitzieken zonder de dokter te bezoeken, wordt er vaak geen laboratoriumtest gedaan. Wanneer er sprake is van bijvoorbeeld 150 gemelde besmette gevallen per jaar, dan kan het werkelijke aantal infecties tussen de 3.000 tot 4.500 gevallen liggen. Gevaarlijk voor de mens?Wie met salmonella besmette eieren eet, zal soms pas dagen later de eerste ziekteverschijnselen voelen. Bij gezonde mensen is de incubatietijd van salmonella 6 tot 72 uur. De gebruikelijke klachten zijn diarree, koorts, buikpijn en misselijkheid. Voor de meeste mensen betekent salmonella vier tot zeven dagen uitzieken, zonder behandeling. Bij kwetsbare personen is er risico op meer ernstige gevolgen, zoals uitdroging of sepsis. Soms kan salmonella ook leiden tot langdurige klachten zoals prikkelbaredarmsyndroom. Na de grote uitbraak in 2023, hebben de onderzoekers vele kleine besmettingsclusters zien ontstaan in 2024 en 2025. Met behulp van DNA-onderzoek kan men zelfs zien welke weg het virus heeft afgelegd. Met behulp van volledige genoomsequencing hebben wetenschappers 38 niet-reisgerelateerde clusters geïdentificeerd in 2023, 42 in 2024 en tot nu toe 22 in 2025.Meer ziekte door langer levende kippenDe aanhoudende toename van salmonella enteritidis is echter niet volledig te wijten aan restbesmettingen na de grote uitbraak in 2023. De onderzoekers wijzen bijvoorbeeld ook op de verlengde productieve levensduur van kippen als mogelijke oorzaak, waardoor ze kwetsbaarder kunnen worden naarmate de door vaccinatie opgewekte immuniteit na verloop van tijd afneemt. Verder ziet men geregeld herinfecties. Bovendien betekenen de lange testintervallen (één keer per vijftien weken) dat besmette eieren soms langdurig in omloop blijven.Het RIVM heeft begin 2025 een responsteam opgericht. De aanwezigheid van veel kleine clusters wijst op een breed transmissiepatroon in plaats van een uitbraak met één bron. Als gevolg daarvan waren de aanbevolen beheersmaatregelen gericht op de hele sector. Mogelijke interventies zijn onder meer het verhogen van de testfrequentie bij legkippen om de periode waarin besmette eieren op de markt worden gebracht te verkorten, het helpen beperken van de blootstelling van mensen of het sneller verwijderen van positieve legkippen om de infectiedruk in de bredere legkippensector te verlagen, waardoor het risico op verdere verspreiding tussen bedrijven wordt verminderd.</content>
            
            <updated>2025-08-14T18:40:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vuurzee verwoest oogst in Zuid-Franse wijngaarden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vuurzee-verwoest-oogst-in-zuid-franse-wijngaarden" />
            <id>https://vilt.be/57744</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Enkele weken voor de druivenoogst sloeg een vuurzee in het Franse departement Aude genadeloos toe en legde grote delen van de wijngaarden in as. Tussen verkoolde ranken en verbrande dromen blijven de wijnboeren verweesd achter. "Het zal veertig jaar duren voor we weer wijn van die kwaliteit hebben", klinkt het somber. Sommige stokken zijn volledig afgebrand, anderen die het vuur trotseerden, dreigen een rokerige bijsmaak aan de wijn te geven. Veel verbrande ranken zullen worden gerooid, pijnlijk voor de wijnboeren én voor toekomstige generaties, want wijngaarden vormen waardevolle natuurlijke brandbuffers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wijn" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="druif" />
                        <category term="schade" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/faa0c0f8-3c4f-4ca2-a54d-10e9322a19a0/full_width_druiven-wijnbouw-1024.jpg</image>
                                        <content>De branden in het zuiden van Frankrijk hebben landbouwers en wijnbouwers zwaar getroffen. Hoewel het vuur inmiddels onder controle is, is de schade enorm. Bladeren en wijnstokken zijn verbrand of aan de zijkanten verschroeid. De prefect van de Aude schat het verlies op 800 tot 900 hectare wijngaarden binnen het brandgebied, dat volgens de civiele bescherming bijna 17.000 hectare beslaat.&quot;Dit is pure wanhoop&quot;, getuigt Fabien Vergnes aan de Franse nieuwsdienst AFP. Hij is een derde generatie wijnbouwer en eigenaar van twintig hectare in Tournissan. &quot;Deze syrah- en grenache noir-wijngaarden waren mijn pareltjes. Al dat werk van jaren is in één uur in rook opgegaan. Als we geen hulp krijgen, komen we hier niet bovenop.&quot;Ook de oude wijnbouwer Hugues Maurin kijkt aangeslagen naar zijn wijnranken, geplant door zijn grootouders in 1936. &quot;Ik zal het moeten rooien, het breekt mijn hart.&quot; Zijn zeven hectare leveren hem normaal 10.000 tot 12.000 euro per jaar op.Vorst, droogte, vuurIn Saint-Laurent, één van de drie gemeenten die de coöperatieve kelder Cellier des Demoiselles bevoorraden, is tachtig procent van de wijngaarden volledig of deels afgebrand. &quot;In 2022 hadden we vorst, in 2023 en 2024 droogte, en dit jaar vuur&quot;, somt directeur Anael Payrou op. &quot;Het lijkt wel of we vervloekt zijn.&quot; Van de overgebleven twintig procent is het nog afwachten of de druiven zonder kwaliteitsverlies gevinifieerd kunnen worden. &quot;We moeten zien in welke mate ze een rokerige smaak hebben.&quot;Veel leden van de kelder verloren ook tractoren, karren en ander materiaal. Sinds het begin van de zomer is dit al de derde brand die hun wijngaarden treft, goed voor een jaarlijkse productie van 10.000 tot 15.000 hectoliter.Rooksmaak in de wijnHet is te vroeg voor een volledige schadebalans, nuanceert oenoloog Matthieu Dubernet, oprichter van een laboratorium in Narbonne. “Gedeeltelijk beschadigde stokken kunnen zich de komende jaren nog herstellen. Druiven nemen wel gemakkelijk rookgeur op, en dat is niet goed voor de wijn. Sommige wijngaarden zijn daarom niet meer te redden, maar er zal zeker een oogst zijn in 2025.&quot; Hoewel de kans groot is dat de wijn een rokerige smaak krijgt, blijft Dubernet optimistisch: &quot;We beschikken over technieken om de aroma’s weer in balans te brengen.&quot;Natuurlijke brandbuffersHet rooien van verbrande stokken heeft ook een ander gevolg: het verdwijnen van een natuurlijke brandbuffer. Wijnranken bevatten namelijk veel vocht en branden niet zo gemakkelijk. In tegenstelling tot bossen, waar onder meer de boomkruinen een doorlopend brandbaar tapijt vormen, verspreiden vlammen zich in wijngaarden veel trager door de lage, open aanplant en de vaak kale bodem. Na het verschroeien van een rij verliest het vuur telkens aan kracht.Die bescherming is in de Aude de laatste jaren afgenomen door het grootschalig rooien van wijngaarden om economische redenen en door overtollige wijnvoorraden. Veel wijngaarden hebben plaats gemaakt voor bossen. &quot;Als we de wijngaarden in de Corbières niet behouden, zal de dag dat er brand uitbreekt in Lagrasse, het vuur tot aan zee komen&quot;, waarschuwt Sébastien Pla, parlementslid en zelf wijnbouwer. Lagrasse, één van de vertrekpunten van de brand, ligt zo’n veertig kilometer van de kust. &quot;Een wijngaard is de beste brandblusser.&quot;</content>
            
            <updated>2025-08-12T13:34:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Inagro waarschuwt voor verlies van effectief slakkenmiddel: “Minder en gerichter gebruik kan de toekomst veiligstellen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/inagro-waarschuwt-voor-verlies-van-effectief-slakkenmiddel-minder-en-gerichter-gebruik-kan-de-toekomst-veiligstellen" />
            <id>https://vilt.be/57745</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Slakken blijven een hardnekkige bedreiging voor spruitkool en andere openluchtgewassen. Metaldehydekorrels zijn effectief, maar het gebruik ervan staat onder druk in onttrekkingsgebieden voor drinkwater. “Als we metaldehyde als gewasbeschermingsmiddel willen behouden, is zorgvuldig gebruik essentieel”, waarschuwt Inagro.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="slak" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/05c74d9e-855c-4197-86ee-31397e0a4304/full_width_slak.jpg</image>
                                        <content>In 2024 lag de slakkendruk uitzonderlijk hoog en ook dit seizoen zijn telers waakzaam. Slakken kunnen zowel in een vroeg als in een laat stadium van de spruitkoolteelt aanzienlijke schade veroorzaken. Ook andere gewassen zoals sla, bloemkool en prei blijven niet gespaard. Al decennialang zijn slakkenkorrels een belangrijk wapen, maar het gebruik van metaldehyde staat onder druk, vooral in onttrekkingsgebieden voor drinkwater. Metaldehyde werkt als contactgif, maar is moeilijk afbreekbaar en ontsnapt vaak aan standaard zuiveringstechnieken. Eén korrel van vier procent metaldehyde bevat genoeg actieve stof om 7.000 liter water boven de Europese drinkwaternorm te vervuilen. “Als te hoge concentraties in het ruwe water worden gemeten, kunnen waterwinbedrijven het niet meer gebruiken voor drinkwaterproductie”, waarschuwt Ellen Pauwelyn, expert gewasbescherming bij Inagro. “Als we metaldehyde als gewasbeschermingsmiddel willen behouden, is zorgvuldig gebruik essentieel. Landbouwers zoeken daarom actief naar werkbare oplossingen.” Precisietechniek maakt het verschilEén van de technieken is de strooirichting zo instellen dat de korrels vooral naar voren en naar binnen terechtkomen, waardoor de kans verkleint dat ze buiten het perceel of in de waterloop belanden. “Door vooruit te strooien verhoog je niet alleen de efficiëntie van iedere korrel, je beschermt ook het milieu”, legt loonsproeier Miguel Gheysen uit.Een andere innovatieve techniek is het toedienen van slakkenkorrels tijdens het schoffelen, waarbij de korrels via een APV-strooier pneumatisch naar de schoffelelementen geleid worden en dicht bij het gewas afgezet. “Deze aanpak laat toe om preventief te werken en ouderdieren vroegtijdig te bestrijden”, aldus Inagro. “Deze toepassing is ook heel doelgericht: er wordt enkel gestrooid waar het gewas uitgeplant is.”&quot;Alternatieven even doeltreffend&quot;Naast de mechanische aanpassingen, testte Inagro ook verschillende slakkenkorrels op basis van ijzerfosfaat en ijzerpyrofosfaat. “Onze proeven tonen aan dat deze producten even goed werken als metaldehyde”, zegt Jonathan De Mey, onderzoeker tuinbouw openlucht bij Inagro. “We zagen nauwelijks verschil in vraatschade tussen de alternatieven en de referentie met metaldehyde. Omdat ijzer(pyro)fosfaat biologisch afbreekbaar is en geen risico vormt voor het drinkwater, wordt het gebruik ervan actief aangemoedigd.”Inagro ondersteunt landbouwers met praktijkkennis en advies. “Als landbouwers nu al inzetten op minder en gerichter gebruik van metaldehyde, kan dat toekomstig gebruik helpen veiligstellen”, besluit Ellen Pauwelyn van Inagro.</content>
            
            <updated>2025-08-18T11:23:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FAVV bevestigt eerste listeriabesmetting door Franse kazen in België]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/listeria-sciensano-bevestigt-eerste-besmetting-door-franse-kazen-in-belgie" />
            <id>https://vilt.be/57746</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In België is een eerste listeriabesmetting ontdekt die gelinkt kan worden aan de Franse kazen. De kazen zijn gemaakt met gepasteuriseerde melk en lagen in de rekken van de meeste grote Franse supermarkten, maar ook in enkele Belgische. Eerder overleden in Frankrijk al twee mensen aan de bacterie. Volgens de internationale voedselorganisatie Foodwatch doen de overheden te weinig om dit “vermijdbare voedselschandaal” aan te pakken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="kaas" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ab1dd205-835d-4995-85da-1590f158186b/full_width_soft-cheese-822350-1920.jpg</image>
                                        <content>Volgens gezondheidsinstituut Sciensano is dit niet de eerste Belgische listeriabesmetting dit jaar. &quot;In totaal weten we in 2025 al van 62 besmettingen, maar dit is de eerste die we aan de Franse kazen kunnen linken&quot;, klinkt het. Mensen die besmet raken met de bacterie, een listeriose-infectie, kunnen last krijgen van onder meer misselijkheid, buikkrampen, hoofdpijn en koorts. Vooral ouderen, zwangere vrouwen, mensen met een verzwakt immuunsysteem en jonge kinderen lopen het risico om ernstig ziek te worden.Eerder deze week vielen er in Frankrijk al twee doden na de listeriose-uitbraak. Die is veroorzaakt door Franse kazen die besmet raakten met de bacterie. De Franse overheid is momenteel op de hoogte van 21 listeriabesmettingen die mogelijk gelinkt kunnen worden aan de besmette kazen. Het zou gaan om kazen gemaakt met melk die wel degelijk gepasteuriseerd is, van kaasmakerij Chavegrand. Het assortiment waaronder camembert, crèmekaas en geitenkaas, werd tot 9 augustus 2025 verkocht, zowel in heel Frankrijk als daarbuiten. Ondertussen heeft ook het FAVV heeft al vier kazen teruggeroepen omdat ze mogelijk besmet zijn met de listeria monocytogenes-bacterie. &#039;Camembert&#039; van de merken Everyday en Le Père Alexandre, &#039;Buchette de Chèvre&#039; van het merk Fleur de pré en &#039;Camembert de caractère&#039; van het merk Vieux Porche worden allemaal uit de rekken gehaald. FAVV vraagt ook om deze producten niet te consumeren en ze terug te brengen naar het verkooppunt.Delhaize verwijdert uit voorzorg de Camembert Mini Portion en Delhaize FE Coulommiers 187 gram uit de winkels en distributiecentra. De bewuste kaas heeft de houdbaarheidsdatum al overschreden toen Delhaize de melding kreeg, en het product is volgens de supermarktketen niet meer in omloop. Dat betekent dat consumenten de kaas waarschijnlijk al hebben opgegeten. Om zeker te zijn, heeft Delhaize nu besloten de volledige voorraad kaas terug te roepen. Klanten die de producten nog in huis hebben, kunnen ze terugbrengen.Maar niet enkel de kazen werden getroffen. Supermarktketen Albert Heijn riep woensdag twee visproducten terug vanwege een mogelijke besmetting met listeria. Het gaat om &#039;Hollandse nieuwe met uitjes 2 stuks&#039; en &#039;Hollandse nieuwe filet met uitjes 2 stuks&#039; van het huismerk van Albert Heijn. Ze werden verkocht tussen 8 en 13 augustus en hebben 17 augustus als houdbaarheidsdatum. Ook Colruyt Group heeft donderdag haringmaatjes uit de rekken gehaald bij Spar. Concreet gaat het om het product &#039;Spar haringmaatjes met ui (2 stuks)&#039; met houdbaarheidsdatum 17/08/2025.Woordvoerder Hélène Bonte van FAVV zegt dat er mogelijk nog nieuwe kazen zullen worden teruggeroepen in verband met dit dossier. &quot;Mensen die naar Frankrijk zijn gereisd en daar kaasproducten hebben aangekocht, raden we aan om een kijkje te nemen op de website van de Franse collega&#039;s&quot;, zegt Bonte. &quot;Zij hebben een lijst van alle producten die in Frankrijk zijn teruggeroepen.&quot;Gepasteuriseerd maar toch listeriaVolgens Bonte is gepasteuriseerde kaas niet noodzakelijk listeriavrij, zoals nu ook blijkt bij de teruggeroepen producten. &quot;De bacterie wordt gedood bij pasteurisatie, maar het is natuurlijk niet uitgesloten dat een kaas later in het productieproces weer besmet wordt, bijvoorbeeld in de fabriek of tijdens de verpakking.&quot;Listeria is niet nieuw in België. Vorig jaar telde België 27 bevestigde besmettingen, afkomstig uit acht verschillende cases. Slechts bij twee cases is de oorzaak gevonden. &quot;Listeria kan je niet enkel in kaas aantreffen, maar ook in bijvoorbeeld charcuterie of gerookte vis&quot;, duidt Bonte. &quot;Vermijdbaar gezondheidschandaal&quot;De internationale organisatie Foodwatch laakt de laattijdige respons van de hogere overheden, want de kazen in kwestie zouden al sinds april zijn besmet. De organisatie noemt dit dan ook een vermijdbaar gezondheidsschandaal. &quot;Het is bij wet verboden producten op de markt te brengen die een gevaar voor de gezondheid van de consument vormen. Chavegrand had echter in juni al eens kaas teruggeroepen vanwege hetzelfde listeriaprobleem, er was listeria aangetroffen in een Double Crème Simply-kaas. In de Carrefour werd deze tweemaal teruggeroepen, eens op 13 juni en nog eens op 12 augustus. Ook een andere kaas van de makerij werd tot tweemaal teruggeroepen.&quot; Het probleem voor de consument is dat deze terugroepacties te laat komen. Het kwaad is meestal geschied &quot;Het probleem voor de consument is dat deze terugroepacties, zoals gewoonlijk, te laat komen. Het kwaad is meestal geschied&quot;, zegt Camille Dorioz van Foodwatch. &quot;We weten dat hetzelfde bedrijf in juni al producten had teruggeroepen vanwege hetzelfde probleem. Het had dus de nodige hygiënemaatregelen moeten nemen en ervoor moeten zorgen dat het geen producten op de markt bracht die een gevaar voor de gezondheid van de consument vormen. Wat hebben de controle-instanties intussen juni en augustus gedaan? De kazen van dit bedrijf, dat bijna de volledige grootdistributie in Frankrijk bevoorraadt, hadden bijzonder goed in de gaten moeten worden gehouden. Het is duidelijk dat dit niet het geval is geweest. We bevinden ons nu in de brandweerstand: reageren als het te laat is. Dit gezondheidsschandaal had voorkomen kunnen worden.&quot;Terugroepacties moeten meer gepubliceerd worden&quot;Er zijn blijkbaar geen gevolgen voor exploitanten die maanden geleden producten op de markt brachten die consumenten aan gevaar blootstelden, noch voor merken die terughoudend communiceren en terugroepacties opstarten. Dat moet veranderen&quot;, stelt Foodwatch nog. De organisatie eist dat exploitanten, fabrikanten en distributeurs, ook op de eigen websites en sociale netwerken de terugroepingsactie publiceren.</content>
            
            <updated>2025-08-14T12:17:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[’s Werelds eerste grootschalige teelt van hydroprei gestart in Ieper]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/s-werelds-eerste-grootschalige-teelt-van-hydroprei-gestart-in-ieper" />
            <id>https://vilt.be/57747</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Ieper is bij het landbouwbedrijf van de familie Boudry ’s werelds eerste grootschalige openluchtteelt van hydroprei gestart. Op een drijvend platform in een bassin van 3.000 m² groeit evenveel prei als op 1,5 tot 2 hectare vollegrond. Met steun van VLAIO willen Inagro, REO, Hydromasters en Indurra zo de teelt efficiënter maken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkerbouw" />
                        <category term="Inagro" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8a97554f-49a1-4d4c-9925-cc5d09c36417/full_width_hydroprei-4-inagro.jpg</image>
                                        <content>Hydroprei groeit niet in de bodem, maar op dragers die in een productiebassin drijven met continu circulerend voedingswater. “In dit teeltsysteem sturen we water en voeding tot in het detail, waardoor we de groeiomstandigheden optimaliseren en zo een uniforme, gezonde prei krijgen in een kortere groeiperiode”, zegt Tim De Cuypere, onderzoeker bij Inagro. “Zo kunnen we op een efficiënte manier meerdere teeltrondes per jaar realiseren. Bovendien garandeert de hoge plantdichtheid een optimale productie.”&quot;De groei gaat snel, het product is kraaknet en er is minder arbeid nodig&quot;, bevestigt landbouwer Bart Boudry. Het systeem voorkomt bovendien onkruid, bodemziekten en uitspoeling van meststoffen zoals bij vollegrondteelt. Decennium aan R&amp;amp;DNa een onderzoeks-en ontwikkelingsperiode van bijna tien jaar, gingen de eerste planten het water in deze zomer. Een eerste prototype van een oogstrobot zal later dit jaar worden ingezet om de prei automatisch te oogsten en te verwerken.“De proeven toonden aan dat de teelt rendabel is, ook rekening houdend met de investeringskost”, zegt Rik Decadt, manager studiedienst en duurzaamheid bij REO. “De positieve resultaten van smaak- en bewaartesten geven vertrouwen in de kwaliteit van het eindproduct.” De prei is bovendien volledig vrij van gronddeeltjes, wat extra kansen biedt voor export naar markten zoals Canada en Japan.Het nieuwe teeltsysteem moet de klassieke preiteelt niet vervangen, maar aanvullen. &quot;De productie in vollegrond en op dragers kunnen perfect naast elkaar bestaan&quot;, zegt Filip Vanaken, algemeen directeur van REO. Dit is geen experiment meer, dit is schaalbare innovatie Toekomst voor (hydro)prei in VlaanderenVandaag groeit er in Vlaanderen in totaal zo’n 3.650 hectare prei, waarvan 85 procent in West-Vlaanderen. Van dit West-Vlaamse areaal is 2.200 hectare bestemd voor de verse markt en 900 hectare voor de industrie.Bart Naeyaert, West-Vlaams gedeputeerde voor land- en tuinbouw, ziet in hydroprei een strategische versneller: “Dit is een verderzetting van de traditie van innovatie in de preisector. De eerste preirooiers, preiwasinstallaties, preiplantmachines... allemaal hebben ze hun oorsprong in West-Vlaanderen. Nu investeren we in een duurzaam teeltsysteem, verbeteren de werkomstandigheden en houden de toegevoegde waarde in eigen streek. Dit is geen experiment meer, dit is schaalbare innovatie.”Telers die overwegen te starten met de teelt van hydroprei, kunnen kennismaken met het nieuwe teeltsysteem. Op dinsdag 26 augustus om 13.30 uur organiseren de familie Boudry, Inagro, REO en Hydromasters een demonstratienamiddag op het bedrijf in Ieper. Om telers te ondersteunen, ontwikkelde Inagro een uitgebreide en praktijkgerichte teelthandleiding.</content>
            
            <updated>2025-08-14T12:08:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Spontane staking in brouwerij Hoegaarden door te hoge werkdruk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/spontane-staking-in-brouwerij-hoegaarden-door-te-hoge-werkdruk" />
            <id>https://vilt.be/57748</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In de AB InBev-brouwerij in Hoegaarden is een spontane staking uitgebroken. Werknemers klagen over te hoge werkdruk, nadat ze onverwacht opnieuw bier op vaten moesten produceren. Die productie was deze zomer maar nog verhuisd naar Jupille-sur-Meuse in Wallonië.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bier" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4f8d5671-e531-4742-8516-05765d9c22a8/full_width_hoegaarden-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Aan het begin van de zomer kregen werknemers van de brouwerij in Hoegaarden te horen dat de productie op vaten zou verhuizen naar Jupille-sur-Meuse in Wallonië. &quot;De beslissing zou gaan over optimalisatie van het productieproces, maar wij zien het vooral als een besparing&quot;, zei vakbondsafgevaardigde Wouter Gorissen daarover aan VRT NWS. Nu zou blijken dat de vaten niet geschikt zijn voor de verkoop, waardoor de vatenproductie opnieuw naar de Vlaams-Brabantse brouwerij zou gaan.&quot;Ondertussen zijn de machines niet meer onderhouden, hebben we te weinig personeel en zijn veel mensen niet meer opgeleid voor dat proces&quot;,&amp;nbsp; aldus Gorissen. Volgens de werknemers leidt dat tot een te hoge werkdruk. &quot;Eén werknemer moet het werk van drie mensen doen, vaak zonder een juiste opleiding&quot;, zegt de vakbondsafgevaardigde aan VRT NWS. &quot;We hebben dat al meermaals aangekaart bij de directie, maar we krijgen geen gehoor. Deze namiddag was de maat vol en hebben we spontaan het werk neergelegd.&quot;Alle productielijnen werden daarom woensdagnamiddag en donderdag stilgelegd. AB InBev zelf geeft geen verdere info over de productie, wel over de staking. &quot;We betreuren dat een aantal medewerkers het werk in Hoegaarden onaangekondigd hebben neergelegd. Het is bovendien onacceptabel dat sommige collega&#039;s die willen werken onder druk zijn gezet om te stoppen. We hopen dat de werkzaamheden snel hervat worden&quot;, zegt woordvoerder Esther Louis van AB InBev.</content>
            
            <updated>2025-08-14T12:09:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Steeds meer oude hoeves worden luxewoning, en daar betaalt iedereen aan mee]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/steeds-meer-oude-hoeves-worden-luxewoning-en-daar-betaalt-iedereen-aan-mee" />
            <id>https://vilt.be/57749</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De aanvragen om actieve boerderijen om te zetten naar zonevreemde woningen zijn op vijf jaar tijd verdrievoudigd: van 236 in 2019 naar 726 in 2024. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Jurgen Callaerts (N-VA) opvroeg bij Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v). Bij het uitblijven van een duidelijk Vlaams grondenbeleid, nemen gemeenten zoals Deinze zelf het heft in handen om de ‘fermettisering’ tegen te gaan. Volgens schepen van Ruimtelijke Ordening Bart Van Thuyne (cd&amp;v) betalen zowel boeren als burgers immers een hoge prijs voor de&nbsp;versnippering van het platteland. “De kostprijs van ‘urban sprawl’ loopt op tot 1,7 miljard euro per jaar.”&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="open ruimte" />
                        <category term="hoeve" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/07eae62d-4929-42ba-a975-b4f00a9c02d5/full_width_tekooplandbouwgrondhoeve.jpg</image>
                                        <content>Ongeveer de helft van alle aanvragen om actieve boerderijen om te zetten naar zonevreemde woningen, raakten effectief (deels) vergund, van 167 in 2019 naar 399 in 2024. &quot;Landbouwbedrijven worden in sneltempo omgezet naar zonevreemde hoeves en fermettes. Dat is een stevig onderbelicht probleem, omdat zo steeds meer landbouwgrond verdwijnt&quot;, zegt N-VA-parlementslid Jurgen Callaerts. &quot;De laatste jaren lag de focus vaak op het feit dat natuur de schaarse landbouwgrond inneemt. Maar dat is duidelijk niet de enige oorzaak: het oneigenlijk omzetten van landbouwwoningen met bijbehorende vertuining is zeker zo problematisch.&quot;&amp;nbsp; Nieuwe bewoners storen zich aan ‘landbouwoverlast’&amp;nbsp;Bovendien ondervinden actieve landbouwers vaak nadeel van de nieuwe, kapitaalkrachtige bewoners in hun zonevreemde fermette. &quot;Zij beginnen zich dan plots te verzetten tegen geur- of lawaaihinder, terwijl zij juist te gast zijn in landbouwgebied&quot;, aldus Callaerts. Hij maant minister Brouns aan tot actie.&amp;nbsp;Groen wil zonevreemde functiewijzigingen voor hoeves gewoon geschrapt zien. Fractievoorzitter Mieke Schauvliege vindt de houding van N-VA “hypocriet”. &quot;Minister Demir (N-VA) was jarenlang bevoegd. De cijfers waar we vandaag over spreken gaan over haar legislatuur. Ze stond erbij, keek ernaar, en deed verder niets. Integendeel: ze legde zelf deze versoepelingen op tafel tijdens de laatste parlementaire zitting.”&amp;nbsp;Open Ruimtefonds&amp;nbsp;Ook voor niet-landbouwers heeft de ‘fermettisering’ van het platteland concrete gevolgen. De Oost-Vlaamse stad Deinze heeft als enige in Vlaanderen een ‘Open Ruimtefonds’ gelanceerd om het tij te keren. Elk jaar gaat er zo’n 300.000 euro in de pot om de opkoop en sloop van te ver van kernen verwijderde hoeves en woningen op te kopen.Het project is het paradepaardje van Deins schepen van Ruimtelijke Ordening Bart Van Thuyne (cd&amp;amp;v). Op een studiedag bij de provincie Oost-Vlaanderen kreeg het project alle lof, al is er vanuit Vlaanderen nog niet veel beweging om het Deinse voorbeeld te volgen.“Oude hoeves opkopen en afbreken is niet goedkoop, maar er zijn voldoende studies die aantonen dat het aanvechten van ‘urban sprawl’, zoals dat heet in vaktermen, winstgevend is op lange termijn”, zegt Van Thuyne. “Maar het probleem van veel politici is dat ze niet verder denken dan de volgende verkiezingen.”&amp;nbsp; Waarom werkt het openbaar vervoer niet in Vlaanderen? Omdat iedereen overal mag wonen, en dat ook doet “Als je een verspreide bebouwing hebt, heb je tot tien keer meer infrastructuur nodig dan wanneer je in een kern zou bouwen”, zegt Van Thuyne. “Waarom werkt het openbaar vervoer niet in Vlaanderen? Omdat iedereen overal mag wonen, en dat ook doet. Zo kan je geen openbaar vervoer organiseren, en dus is iedereen op de auto aangewezen.”Beloftes zonder vergunningVan Thuyne verwijst naar een voorbeeld van een oude hoeve te koop op een immosite. “Men toont hoe de hoeve getransformeerd kan worden tot een luxueuze woning, met AI-filmpjes van jongedames die met de paarden spelen. Terwijl het nog niet zeker was of dit ruimtelijk gezien wel mogelijk was. De mensen die zulke hoeves kopen, worden allerhande zaken te rooskleurig voorgesteld door immokantoren en studiebureaus. Namelijk dat ze hun vergunning dankzij een of andere uitzonderingsregel probleemloos zullen krijgen. Maar dat is niet altijd even juist.”&amp;nbsp; Hoe dan ook voorziet de wet wel degelijk veel sluipwegen om schijnbaar onvergunbare projecten erdoor te krijgen. “Het decreet Ruimtelijke Ordening is een dun boekje, maar de boeken met uitzonderingen, dat is een dikke encyclopedie ondertussen”, zegt Van Thuyne. “Het is aan Vlaanderen om te zorgen voor een duidelijk kader.”&amp;nbsp;Wel stelt de stad steeds als voorwaarde om bijgebouwen en omliggende percelen los te koppelen van de hoevewoning zelf. Zo mogen omliggende stallen niet integraal worden omgevormd tot deel van de residentiële woning. Van Thuyne pleit voor een grondenbank voor landbouwgronden, een juridisch instrument dat maakt dat de omliggende gronden van oude hoeves in landbouwhanden blijven. “We zijn met de stad aan het bekijken hoe we dat juridisch kunnen regelen. Het zou niet mogen kunnen dat men vijf hectare goede landbouwgrond omheint om er een privétuin van te maken.”Complimenten van Vlaanderen, maar geen budgetVolgens de schepen zou de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) hier de bevoorrechte partner moeten zijn, maar de schepen vindt dat deze overheidsinstantie de landbouw vaak achterwege laat. “Tot op vandaag beperkt de VLM haar werkgebied in onze regio tot ruilverkavelingen. Ze werken rond projecten om bijkomende natuur te creëren, wat een goede zaak is. Maar wat betreft het handhaven van landbouwgrond, speelt de VLM haar rol niet.”&amp;nbsp; Wat betreft het handhaven van landbouwgrond, speelt de VLM haar rol niet Van Thuyne hoopt met het Openruimtefonds alsnog een voorbeeld te bieden aan de Vlaamse regering om een actiever grondenbeleid te voeren. “We hebben intussen al meer dan een hectare extra landbouwgrond gecreëerd”, zegt Van Thuyne. “We krijgen er erkenning, complimenten en prijzen voor op studiedagen en congressen. Maar daar blijft het bij. Vlaanderen maakt er geen budget voor vrij. Een lokaal bestuur is te klein om het allemaal alleen op te lossen.”&amp;nbsp;Landbouworganisaties vragen actie&amp;nbsp;Ook binnen de sector zelf klinkt dezelfde oproep. Landbouworganisatie Boerenbond vraagt de Vlaamse regering om agrarisch gebied maximaal te vrijwaren. “Bij verkoop van boerderijen en gronden moeten actieve landbouwers altijd voorrang hebben”, klinkt het. “Als er toch een herbestemming komt van een boerderij, moeten de gronden van het bedrijf worden gevrijwaard voor landbouwgebruik. De bijhorende grond moet afgesplitst worden en effectief landbouwgrond blijven, die kan gebruikt worden door een actieve landbouwer.&quot;Daarnaast is er nood aan een strikter kader voor de functiewijziging, zodat omliggende actieve landbouwbedrijven niet benadeeld worden. &quot;Denk bijvoorbeeld aan geurhinder van nabijgelegen landbouwactiviteiten wanneer een boerderij wordt omgevormd naar een feestzaal of villa. Het is onaanvaardbaar dat landbouwers in hun werking beperkt worden omdat nieuwe bewoners klachten indienen over lawaai- of geurhinder.”&amp;nbsp;Ook het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) reageert scherp op de discussie rond de toekomst van landbouwgrond en vrijgekomen hoeves. Volgens de landbouworganisatie wordt landbouwgrond al decennialang behandeld als &quot;vogelvrij&quot;. &quot;Er is geen enkel verbod of rem op het innemen van landbouwgrond voor andere doeleinden dan landbouw. Was dit geregeld, dan hadden we nu geen of een veel kleiner probleem&quot;, zegt beleidsmedewerker Mark Wulfrancke.Hij benadrukt dat men realistisch moet blijven. &quot;De vrijgekomen hoeves zullen vaak een bestemming buiten landbouw krijgen. Alles afbreken getuigt van weinig realiteitszin en de vraag van landbouwers is eerder klein, omdat de gebouwen veelal niet meer voldoen voor een landbouwuitbating. Dat is mede het gevolg van het gevoerde voedsel- en landbouwbeleid dat voedselproductie ontmoedigt.&quot; De eerste en meest urgente stap is om de bestemming landbouw hard te maken en de mogelijkheden om landbouwgrond voor eender wat anders in te nemen sterk te beperken of zelfs onmogelijk te maken Volgens ABS is het probleem wel degelijk op te vangen, mits moedige beleidskeuzes. &quot;We moeten ingaan tegen de gekende Vlaamse ruimtelijke wanorde. Dat vraagt enkele noodzakelijke beleidswijzigingen en ook het sluiten van achterpoorten in de wetgeving om vertuining en verdere ongewenste verbossing te stoppen&quot;, zegt Wulfrancke.De organisatie pleit vooral voor een harde bescherming van landbouwgrond. &quot;De eerste en meest urgente stap is om de bestemming landbouw hard te maken en de mogelijkheden om landbouwgrond voor eender wat anders in te nemen sterk te beperken of zelfs onmogelijk te maken. Dit vraagt een juridisch sluitend kader dat ervoor zorgt dat de lust van de nieuwe plattelandsbewoner niet de last van de boer wordt. Mogelijke geurhinder of geluidsoverlast door landbouwwerkzaamheden horen er nu eenmaal bij.&quot;ABS vindt bovendien dat de gronden bij afbraak van gebouwen integraal naar het landbouwareaal moeten terugkeren. &quot;Enkel een verplichting tot afbraak, zonder wettelijke verankering dat de grond opnieuw in effectief gebruik van een landbouwer komt, is een wassen neus&quot;, aldus Wulfrancke.Tot slot waarschuwt ABS dat bestaande zonevreemde woningen niet oneindig buiten schot mogen blijven. &quot;Kapitaalkrachtige burgers gaan anders altijd een achterpoort vinden om hun eigen paradijs te realiseren, ten koste van alles en iedereen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-08-18T12:11:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Budget voor bestrijding van invasieve exoten is verdrievoudigd, maar Aziatische hoornaar rukt verder op]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/budget-voor-bestrijding-van-invasieve-exoten-verdrievoudigd-maar-ook-hoornaars-nemen-toe" />
            <id>https://vilt.be/57750</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De tijd dat een ontdekking van een Aziatische hoornaar nog de krantenkoppen haalde, is allang voorbij. In 2025 zijn er drie keer meer hoornaarnesten gemeld bij Vespa-Watch dan het jaar voordien. Vlaanderen heeft zijn budget voor de bestrijding van invasieve exoten en uitheemse planten verdrievoudigd van 1 miljoen euro in 2020 naar 3 miljoen euro in 2024. Dankzij een burgerwetenschapsproject zijn dit voorjaar in Vlaanderen bijna 16.000 koninginnen van de Aziatische hoornaar gevangen, maar het blijft vechten tegen de bierkaai.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="invasieve exoten" />
                        <category term="bestuiving" />
                        <category term="insect" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/081c384d-c5dd-403b-b312-ff7883147d6f/full_width_aziatischehoornaar-drieslagethoneybeevalley.jpg</image>
                                        <content>De gestegen budgetten voor de bestrijding van invasieve exoten, blijken uit cijfers die Vlaams parlementslid Sanne Van Looy (N-VA) heeft opgevraagd bij Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v). Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), kampt de natuur in Europa met zo&#039;n 11.000 indringers. Ook in Vlaanderen neemt hun aantal toe. &quot;Het is niet zozeer door de klimaatopwarming dat er meer invasieve soorten zijn. Sommige soorten kunnen zich door de opwarming wel beter handhaven&quot;, licht Nicolas Pardon van het Agentschap Natuur en Bos toe.Exoten kosten Europa 391 miljard euroNaar de Japanse duizendknoop ging 787.000 euro, naar de Aziatische hoornaar en de tijgermug respectievelijk 558.000 en 357.817 euro. De grotere budgetten houden ook verband met Europese verplichtingen. En die verplichtingen zijn er met een reden. Op Europese schaal bedroeg de schade aangericht door exoten in 2019 meer dan 391 miljard euro. Dat is een viervoud van de kost in 1970, en volgens VN-onderzoekers is dit zelfs een onderschatting van de werkelijke kost. Invasieve exoten spelen een rol bij zo&#039;n zestig procent van de plant- en diersoorten die uitsterven. Dat berekenden de onderzoekers van het Intergovernmental Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES). In zestien procent van de gevallen waren de invasieve exoten zelfs de enige reden waardoor de soort is uitgestorven.Door menselijk handelen zijn al meer dan 37.000 exoten op nieuwe plekken geïntroduceerd. Het gaat om een &quot;conservatieve schatting&quot;, en het aantal groeit ongekend snel. 3.500 van deze soorten zijn invasief, wat betekent dat hun aanwezigheid tot problemen leidt. &quot;Invasieve exoten vormen een grote bedreiging van de biodiversiteit en kunnen onomkeerbare schade aanbrengen aan de natuur&quot;, schrijven de onderzoekers.“Te vaak genegeerd voor het te laat is”Exoten vormen ook een bedreiging voor de mens. &quot;De aanwezigheid van soorten op plekken waar ze niet thuishoren en niet in het ecosysteem passen, wordt te vaak genegeerd totdat het te laat is. Inmiddels vormen uitheemse soorten een serieuze uitdaging voor mensen in alle regio&#039;s en in elk land. Naast de schadelijke gevolgen voor de natuur vormen invasieve soorten ook een bedreiging voor het levensonderhoud, de voedselveiligheid, de toegang tot water, de economie en de menselijke gezondheid&quot;, besluit het rapport. &quot;De kosten van nietsdoen zijn erg hoog. Mensen vormen de kern van het probleem, maar ze staan ook centraal in de oplossing ervan.&quot; De kosten van nietsdoen zijn erg hoog Hoornaarkoninginnen vangenEen voorbeeld hiervan in actie, zagen we dit voorjaar in een burgerwetenschapsproject georganiseerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Bijna 16.000 koninginnen van de Aziatische hoornaar werden er toen gevangen. Dat zijn er vier keer meer dan in 2024, tijdens de eerste fase van het driejarige project. Bijna 2.000 deelnemers hebben samen 3.234 zogenaamde lentevallen uitgezet om de koninginnen te vangen. &quot;Met een derde meer deelnemers en de helft meer vallen kunnen we spreken van een succes&quot;, zegt Pardon. &quot;Het project is eind mei gestopt omdat vanaf juni de werksters uit het nest beginnen te vliegen.&quot;Drie keer meer nestenINBO en ANB willen nu onderzoeken of de vangst van de koninginnen het aantal nesten doet afnemen, maar ook of de vallen niet te veel ‘collateral damage’ hebben veroorzaakt. Behalve Aziatische hoornaars komen namelijk ook duizenden vliegen, muggen, Europese hoornaars, wespen, bijen en vlinders in de vallen terecht.De hoornaarkoninginnen werden gevangen over heel Vlaanderen, met opvallende uitschieters in Limburg en West-Vlaanderen. In die laatste twee hadden campagnes van de Limburgse Imkerbond en de provincie West-Vlaanderen veel impact, waardoor er veel vallen geplaatst zijn.In de eerste zes maanden van dit jaar zijn er op Vespa-Watch, het Vlaamse meldpunt voor de Aziatische hoornaar, tot eind juni al 4.392 nesten gemeld. Vorig jaar waren dat er in dezelfde periode ‘slechts’ 1.438.</content>
            
            <updated>2025-08-14T15:22:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Duizend broden en granaten: hoe kunstmest cruciaal is voor Europese defensie en voedselzekerheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/duizend-broden-en-granaten-hoe-kunstmest-cruciaal-is-voor-europese-defensie-en-voedselzekerheid" />
            <id>https://vilt.be/57751</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De krimp van de Europese kunstmestproductie bedreigt niet alleen de voedselzekerheid, maar ook de defensiecapaciteit van de EU. Dat bericht de nieuwssite <a href="https://www.euractiv.com/section/defence/news/how-a-fertiliser-crunch-made-europes-defence-industry-more-vulnerable/" target="_blank" target="_blank">Euractiv</a>. Door de verminderde vraag naar kunstmest zijn er in Europa diverse productiesites van ammoniak gesloten. Deze stof dient niet alleen voor kunstmest maar ook voor explosieven. Vandaag importeert Europa deze stof vooral uit de VS en Rusland.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Oorlog Oekraïne" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="voedselzekerheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/76c9d0a8-ac72-4afb-af8e-522235c41896/full_width_tractor1.jpg</image>
                                        <content>Afhankelijkheid van import maakt Europa kwetsbaar, stelt Euractiv. Rusland is van oudsher één van de belangrijkste leveranciers van ammoniak aan de EU. Net als Russische voedingsmiddelen en meststoffen is ruwe ammoniak vrijgesteld van EU-oorlogssancties om de mondiale voedselzekerheid niet in gevaar te brengen. Maar als Rusland en de VS de ammoniakkraan dichtdraaien, komt zowel de voedselzekerheid als de militaire onafhankelijkheid van Europa in het gedrang. Van productie naar importIn februari waarschuwde Markus Kamieth, CEO van de Duitse agrochemiegigant BASF, dat in de toekomst “ammoniak niet langer in Europa zou worden geproduceerd, maar geïmporteerd”. Ook de Noorse meststoffenfabrikant Yara bevestigde plannen om de laatste ammoniakfabriek in het Verenigd Koninkrijk te sluiten, nadat eerder al de fabriek Tertre in ons land gesloten is.Europese fabrikanten van explosieven hebben het nu dus moeilijk om hun basisgrondstoffen te vinden. Thierry Francou, CEO van de Franse buskruitgigant Eurenco, vertelt in Euractiv hoe het bedrijf sterk afhankelijk is geworden van Russische producenten. Producenten op eigen bodem heeft Europa immers zelf weggeconcurreerd, stelt Francou. De buskruitgigant kaart aan hoe Rusland rijkelijk subsidies heeft bedeeld aan zijn eigen kunstmestproducenten, die de Europese markt overspoeld hebben met goedkoop product. Kunstmest die “zonder enige handelsbarrières” in de EU werd geïmporteerd. Ongeveer tachtig procent van alle ammoniak wereldwijd gaat naar kunstmestproductie. Toen kunstmest in 2022 extreem duur werd, lag dat vooral aan de gestegen ammoniakprijzen. In combinatie met duurdere energie, verouderde installaties en dalende vraag besloten Europese producenten die zomer hun productie met wel zeventig procent te verlagen.Maar ammoniak is ook onmisbaar voor salpeterzuur, een sleutelcomponent van explosieven. Europese munitiefabrikanten waarschuwen dat de krimp van de ammoniakproductie de defensie verzwakt. De daling komt deels door Europees klimaatbeleid, maar ook door hoge gasprijzen sinds de oorlog in Oekraïne. Voor de productie is veel aardgas nodig, en doordat de EU minder of geen Russisch gas wil kopen, moet ze uitwijken naar duurdere leveranciers. Dat heeft gevolgen voor ammoniak, kunstmest én explosieven Basis voor explosieven geëxporteerd onder mom van voedselzekerheidEen bewuste strategie van Rusland? Zo lijkt het wel uit recent onderzoek van nieuwsorganisatie Bloomberg. Die onthulde in maart dat Russische explosievenfabrikanten gebruik maakten van Russische meststoffenfabrikanten die in Europa actief zijn, om de aanvoer van salpeterzuur voor de oorlogsinspanningen op peil houden. Het land maakte zo misbruik van uitzonderingen op de EU-sancties die bedoeld zijn om de voedselzekerheid te waarborgen.De Europese sectoren kaarten deze situatie al jaren aan, maar hun noodkreet werd pas in juli dit jaar gehoord. Toen heeft de EU invoerrechten opgelegd op Russische stikstofhoudende meststoffen, waaronder producten op basis van ammoniak. Vanuit de sector klinkt het geluid dat deze maatregel rijkelijk te laat komt.Intussen zet de Europese Commissie haar plannen voort om de Europese defensie-industrie te versterken door middel van een reeks (militaire) investeringsprogramma&#039;s. De Franse buskruitproducent Eurenco merkt echter op dat deze programma’s dode letter blijven als Europa er niet in slaagt de basisgrondstoffen voor explosieven, zoals ammoniak en salpeterzuur, op eigen bodem te produceren. CEO Francou wijst zelfs met de vinger naar het Europees milieubeleid, dat hij verantwoordelijk houdt voor de inkrimping van de kunstmest- en dus ook de ammoniakindustrie.De Europese kunstmestindustrie nieuw leven inblazen is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Het proces vraagt veel aardgas, en die energiebron is nu eenmaal veel goedkoper te krijgen in Rusland en de VS dan bij ons, zeker omdat Europa steeds minder afhankelijk wil zijn van fossiele brandstoffen.Kwetsbaar EuropaOndanks de invoerheffingen is de VS dus uitgegroeid tot een belangrijke leverancier van ammoniak, en één die binnen Europa de voorkeur geniet boven Rusland. De invoer van in Amerika geproduceerde ammoniak is gestegen van 17 800 ton in 2019 tot 141 800 ton in 2024. De EU kijkt inmiddels ook naar andere leveranciers in Noord-Afrika, maar analisten zien vooral een zwak Europa. De wereldmarkt kan op korte termijn flexibiliteit bieden, maar maakt Europa ook kwetsbaar voor schokken in de toeleveringsketens van zowel voedsel als defensie.De spanningen die zijn ontstaan door de vijandige handelstactieken van Trump hebben duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar de EU is. De Europese voedselvoorziening en militaire slagkracht ligt zo voor een deel in handen van Rusland, maar ook van Trump.</content>
            
            <updated>2025-08-20T10:28:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Geen akkoord bij VN-onderhandelingen over plasticvervuiling]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geen-akkoord-bij-vn-onderhandelingen-over-plasticvervuiling" />
            <id>https://vilt.be/57752</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De 185 landen die in de Zwitserse stad Genève zijn bijeengekomen, zijn er in de nacht van donderdag op vrijdag niet in geslaagd om een akkoord te bereiken over de strijd tegen plasticvervuiling. Dat hebben verschillende delegaties gemeld. Het is voorlopig onduidelijk hoe het proces zal worden voortgezet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="afval" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="wereld" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/344773c7-f123-4fd7-b4c9-5a1380f313aa/full_width_plasticvervuiling.jpg</image>
                                        <content>&quot;We zullen hier in Genève geen verdrag krijgen&quot;, zo vatte een Noors delegatielid vrijdagmorgen de situatie samen.De dagen daarvoor was al gebleken dat de standpunten nog ver uit elkaar liggen. Een ontwerpverdrag, waarin vrijwel alle bindende verplichtingen waren geschrapt, is door tientallen landen verworpen. Een aangepast voorstel heeft vrijdagmorgen opnieuw geen unanieme steun gekregen. Na tien dagen van intensieve onderhandelingen waren er nog altijd meer dan honderd punten die moesten worden uitgeklaard.&quot;Geen akkoord is in dit geval beter dan een akkoord dat het status quo betonneert op VN-niveau, zonder echte oplossing voor de plasticcrisis&quot;, reageert Florian Tize van milieuorganisatie WWF op de vastgelopen gesprekken.Gebruik beperken of beter afvalbeheer?De internationale conferentie in Genève had moeten leiden tot een juridisch bindend verdrag dat de hele levenscyclus van plastic omvat: van productie en ontwerp tot de verwerking van het afval. De onderhandelingen waren drie jaar geleden al opgestart.De deelnemende landen zijn het eens over de noodzaak om plastic afval aan te pakken, maar er bestaat grote onenigheid over de oplossing voor het probleem. De Europese Unie en meer dan honderd landen uit Europa, Afrika, Latijns-Amerika en de Stille Oceaan willen de productie van plastic beperken tot een duurzaam niveau, wegwerpverpakkingen uit de omloop halen en inzetten op herbruikbare producten, recyclage en circulaire economie. Daartegenover staan landen als Saoedi-Arabië, Iran en Rusland die olie produceren, de grondstof voor plastic. Zij proberen de focus te verleggen naar doeltreffend afvalbeheer.“Strijd wordt ook zonder akkoord voortgezet”Federaal minister van Klimaat en Ecologische Transitie Jean-Luc Crucke (Les Engagés) is na de mislukte VN-onderhandelingen &quot;onverminderd vastberaden&quot; om de strijd tegen plasticvervuiling voort te zetten. Dat heeft hij vrijdag laten weten in een reactie op de stukgelopen gesprekken.Ondanks het uitblijven van een overeenkomst wil Crucke de strijd tegen microplastics voortzetten, zowel internationaal als in België. &quot;Wij moeten met voorstellen en oplossingen komen, voor ons land en daarbuiten&quot;, zo stelt hij. &quot;De strijd stopt niet in Genève.&quot;&quot;Ik zal in ieder geval in de frontlinie blijven staan om de gezondheid van onze planeet en van onze ecosystemen te verdedigen&quot;, vervolgt de minister. &quot;De strijd tegen plasticvervuiling is geen keuze meer, het is een noodzaak.&quot;&quot;Wij hebben gezien dat er twee werelden tegenover elkaar stonden: diegene die vooruitgang wil boeken, duurzame oplossingen wil vinden, de planeet en de volksgezondheid wil beschermen... en diegene die vasthoudt aan een achterhaald model, dat verstrikt is in kortetermijnbelangen&quot;, zo omschrijft Crucke het verloop van de gesprekken.&amp;nbsp;De minister beklemtoont tot slot het belang van een akkoord tegen plasticvervuiling. &quot;Tegen 2050 zal het gewicht van plastic in onze oceanen groter zijn dan dat van de vissen. Dat is niet enkel een dramatisch symbool: het gaat ook om een rechtstreekse bedreiging voor de biodiversiteit, de ecosystemen en de menselijke gezondheid.&quot;</content>
            
            <updated>2025-08-17T19:33:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese landbouw houdt stand te midden van geopolitieke en klimaatschokken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-landbouw-houdt-stand-te-midden-van-geopolitieke-en-klimaatschokken" />
            <id>https://vilt.be/57753</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese landbouwmarkten tonen zich veerkrachtig. Ondanks geopolitieke spanningen, onzeker handelsbeleid en grillige weersomstandigheden houden ze voorlopig goed stand. Voor Vlaamse landbouwers tekenen zich gemengde vooruitzichten af. Graan en pluimvee doen het goed, de zuivelmarkt blijft stabiel, terwijl suiker en wijn een moeilijker jaar tegemoet gaan. Dat blijkt uit de landbouwvooruitzichten van de Europese Commissie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="economie" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="graan" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a49c630f-7b64-4bb5-aded-40a622b8f2e1/full_width_tractor-stro-zomer-unsplash.jpg</image>
                                        <content>“De zomervooruitzichten van de EU-landbouwmarkten werden opgesteld in een ongewoon volatiele en onvoorspelbare context”, schrijft de Commissie. “De gebruikelijke risico’s op marktverstoring in de EU, zoals lokaal extreem weer en dierziekte-uitbraken, worden nu vergezeld door een verslechterend geopolitiek klimaat. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor de wereldhandel, de beschikbaarheid en prijs van energie en meststoffen, en de bredere macro-economische omgeving.” Maar ondanks deze instabiliteit blijven de EU-landbouwmarkten over het algemeen veerkrachtig.Economische groei getemperdZo werd er al geanticipeerd door meststoffen tijdig in te voeren en door exporten naar belangrijke bestemmingen zoals de VS te vervroegen, om schokken door mogelijke veranderingen in de handelsrelatie tussen de VS en de EU te vermijden. Toenemende handelsspanningen en politieke onzekerheid hebben de economische vooruitzichten voor 2025 wel wat verzwakt. De economische groei van de EU wordt momenteel lager ingeschat dan in eerdere prognoses: 1,1 procent in 2025 en 1,5 procent in 2026.Voedselprijzen blijven intussen zeer hoog. Ze stijgen sneller dan de algemene inflatie, al is er bij sommige voedingsproducten stilstand of zelfs lichte daling. Voor landbouwers zijn de productiekosten de voorbije maanden stabiel gebleven, ondanks hun historisch hoge niveau.De euro is recent ook sterker geworden tegenover de Amerikaanse dollar. Enerzijds maakt dit EU-exporten naar de Verenigde Staten duurder. Anderzijds kan de sterkere euro de kosten van ingevoerde inputs, zoals energie en meststoffen, verlagen. Dit helpt de inflatie temperen, waardoor de voedselinflatie beperkt kan worden. Sterke vooruitzichten voor graan en oliegewassen, maar suiker krijgt klappenDe wintergewassen staan er goed voor. Hun opbrengstverwachtingen zijn sterk, al kan aanhoudende droogte de lente- en zomerteelten parten spelen. Voor 2025/26 zal de graanproductie naar verwachting met 4,1 procent boven het vijfjarig gemiddelde uitkomen. Dat versterkt het handelsoverschot: de export kan 26 procent stijgen, terwijl de import met 19 procent zou dalen.Ook de oliezaadproductie gaat vooruit, met een verwachte groei van 12 procent, vooral door betere opbrengsten van koolzaad en zonnebloem. Eiwitgewassen doen het iets minder, maar blijven wel boven het vijfjarig gemiddelde.Bij suiker steeg de EU-productie in 2024/25 nog met 6,5 procent dankzij een groter areaal. Voor 2025/26 dreigt echter een daling van 8 procent, wat de import opnieuw kan opdrijven. Olijfolie goedkoper, wijnproductie keldertNa recordhoogtes in 2024 zijn de EU-olijfolieprijzen tegen juni 2025 aanzienlijk gedaald door een productiestijging van 37 procent in het lopende verkoopseizoen 2024/25. Dit heeft geleid tot hernieuwde export- en importstromen en ook het verbruik zit na jaren van daling opnieuw op het vijfjarig gemiddelde.Voor wijn oogt het beeld somberder. De EU-productie in 2024/25 zakt naar het laagste peil in twintig jaar. Dat schaadt de exportcijfers, terwijl ook de consumptie blijft teruglopen.Bij appels verwacht men een productiedaling van vier procent, vooral door slecht weer in Polen, de grootste producent. Het verse verbruik blijft stabiel, maar de vraag naar verwerkte appels stijgt en houdt de prijzen hoog. Melk stabiel, rundvlees duur en pluimvee in de liftDe melkproductie in de EU zal naar verwachting stabiel blijven in 2025, ondersteund door gunstige graslandcondities ondanks enkele landenspecifieke verschillen en uitbraken van dierziekten. Dankzij een stabiele vraag vanuit de detailhandel en de voedingsindustrie blijven de melkprijzen overeind. Er wordt onder meer een lichte groei verwacht in de EU-kaasproductie, al kan wereldwijde concurrentie de exportgroei beperken. De marges voor melkveehouders zullen naar verwachting ook minder onder druk komen te staan.De rundvleesprijzen blijven historisch hoog. Door een verwachte productiedaling, veroorzaakt door kleinere veestapels, kan het aanbod in de EU krapper worden. Dit kan exportmogelijkheden beperken en import de hoogte in stuwen.De varkensvleesproductie zal naar verwachting stabiel blijven dankzij een constante vraag. Exportkansen zijn echter beperkt omdat de EU-prijzen hoger liggen dan de internationale prijzen. De pluimveeproductie zal daarentegen vermoedelijk met 1,8 procent stijgen, gesteund door groeiende consumentenvraag en gunstige prijzen. De EU-invoer blijft toenemen door de hoge EU-prijzen, al kunnen verstoringen in de Braziliaanse aanvoer de totale invoerstijging afremmen.</content>
            
            <updated>2025-08-18T14:44:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[China verlengt antidumpingonderzoek naar Europese zuivelproducten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/china-verlengt-antidumpingonderzoek-naar-europese-zuivelproducten" />
            <id>https://vilt.be/57754</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Chinese antidumpingonderzoek naar een aantal zuivelproducten uit de Europese Unie zal langer duren dan gedacht. Het onderzoek zou normaal deze week afgerond worden, maar zal nu lopen tot 21 februari 2026, zo heeft het Chinese ministerie van Handel aangekondigd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wereld" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/447dd49c-454a-4aec-b388-69c2d2c700e7/full_width_kaaspakhuis-frieslandcampina.jpg</image>
                                        <content>De verlenging heeft volgens het ministerie te maken met de complexiteit van het onderzoek. China onderzoekt een beperkt aantal zuivelproducten, waaronder bepaalde verse en verwerkte kaas. Het antidumpingonderzoek werd gelanceerd in augustus 2024 en werd beschouwd als een vergelding voor extra heffingen die de Europese Unie aanrekent op de invoer van elektrische voertuigen uit China. Daarnaast opende China ook antidumpingonderzoeken naar varkensvlees en brandewijnen uit Europa.Peking vindt dat de EU internationale handelsregels schendt met de extra heffingen op elektrische wagens uit China. De Europese Commissie zegt van haar kant dat de tarieven gerechtvaardigd zijn omdat die auto&#039;s oneerlijke subsidiëring genieten en zo Europese producenten schade berokkenen. China is het daar niet mee eens en noemt de maatregel protectionistisch.</content>
            
            <updated>2025-08-18T14:49:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Actie “Nationale Aardappelberg” moet Vlaamse aardappeloverschotten redden van de afvalberg]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/warnez-hoopt-met-actie-nationale-aardappelberg-deel-grote-overschot-te-vermarkten" />
            <id>https://vilt.be/57755</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door overlappende seizoenen kampen Belgische aardappeltelers met enorme overschotten, waardoor de prijs naar een dieptepunt is gezakt. Om een deel van zijn surplus van 1 miljoen kilo aardappelen toch nog aan de man te brengen, organiseert tafelaardappelverwerker Warnez samen met de start-up Waste Warriors op zaterdag 23 augustus de actie “Nationale Aardappelberg”.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="voedselverlies" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b9000d60-30fe-4ce3-99cb-12980354b5f2/full_width_aardappelberg-warnez1.jpg</image>
                                        <content>Bij de actie kunnen consumenten online aardappelzakken van 10 kilo reserveren en deze afhalen bij verdeelpunten in Vlaamse steden, zoals Wolf Foodmarket in Brussel en het Felix Pakhuis in Antwerpen. Bestelde aardappelen kunnen ook gedoneerd worden aan de voedselbank.Waste Warriors, een jonge organisatie die zich inzet tegen voedselverspilling, wil met deze actie niet alleen voorkomen dat eetbare aardappelen op de afvalberg belanden, maar ook de boeren ondersteunen. Door de grote overschotten zijn de prijzen gekelderd en lijden telers zware verliezen. “Door overschotten letterlijk de stad in te brengen, brengen we de burger opnieuw in contact met de oorsprong van hun eten”, verklaart medeoprichter Thomas Schiltz.Voor de actie werkt Waste Warriors samen met Warnez uit Tielt. De aardappelverwerker vermarkt jaarlijks zo’n 40 miljoen kilo tafelaardappelen en zit dit jaar met een uitzonderlijk groot overschot. Een deel wordt verwerkt in veevoeder, maar met de actie hoopt het bedrijf alsnog aardappelen rechtstreeks bij de consument te krijgen.Overlappende oogsten“Vorig jaar was er sprake van een goede, maar late oogst en dit jaar valt de oogst uitzonderlijk vroeg”, verklaart Philippe Opsomer, directeur-eigenaar van Warnez het overschot van dit jaar. Warnez richt zich met zijn tafelaardappelen onder andere op de retail die de nieuwe oogst verkiest.Opsomer nam in oktober vorig jaar samen met zijn vrouw Charlotte Warnez het roer over van de vorige generatie. Volgens hem is de huidige situatie, die hij “ongezien” noemt, volledig te verklaren door het overlappen van de seizoenen. In zijn analyse van de aardappelmarkt maakt de West-Vlaming een onderscheid tussen de verwerkende industrie en de markt van tafelaardappelen. “In de industrie-aardappelen speelt ook de verminderde uitvoer naar Aziatische landen. Zij hebben de voorbije jaren capaciteit uitgebouwd, wat de honger naar Vlaamse aardappelproducten vermindert en tot een overaanbod heeft geleid.”Steun uit politieke hoekDe actie van Waste Warriors en Warnez heeft ook de Vlaamse politiek bereikt. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) schaart zich achter het initiatief en zal zaterdag aanwezig zijn bij het verdeelpunt in het Antwerpse Felix Archief, waar inwoners hun vooraf bestelde aardappelen kunnen ophalen.Volgens Brouns verdient de actie brede aandacht omdat ze de kwaliteit van Vlaamse landbouwproducten zichtbaar maakt. “Vlaanderen is wereldvermaard voor de productie en verwerking van aardappelen, maar veel Vlamingen zijn zich daar onvoldoende van bewust. Met mijn aanwezigheid wil ik de Vlamingen sensibiliseren rond de nood aan eerlijke prijzen voor onze landbouwers. Het vakmanschap, de energie en de kosten die geïnvesteerd worden in de productie van onze topaardappelen verdienen een faire vergoeding”, aldus de minister.Hij wijst er ook op dat voedselverspilling extra pijnlijk is in dit licht: “Ook die aardappel die er wat grappig uitziet en misschien wat moeilijker te schillen is, is met het zweet van onze boeren geproduceerd. Laat ons daar dus ook van genieten.”Volatiele marktOver de huidige aardappeloverschotten benadrukt Brouns dat de markt al langer sterk schommelt: “Vorig jaar waren de prijzen uitzonderlijk hoog, dit jaar zijn ze laag. Het is dus moeilijk om te spreken van een duidelijke trend in één richting.”Volgens de minister is het belangrijk dat landbouwers en de verwerkende industrie, bij voorkeur samen, goed nadenken over de marktvraag en hun teeltplannen daarop afstemmen. “Voor mij is het prijsniveau maar één aspect”, zegt Brouns. “Belangrijker is dat de prijsvorming op een eerlijke en transparante manier gebeurt, en dat ook kleinere spelers voldoende bescherming en marktmacht genieten in hun handelsrelaties.” Rechtstreeks contact met de boerenWaste Warriors werd eind vorig jaar opgericht en kwam deze zomer al in het nieuws met een wortelreddingsactie. In samenwerking met de Nederlandse organisatie No Waste Army en versbox-pionier Boerschappen, werd 76.000 kilo biologische wortelen verwerkt tot sap. Dat wortelsap wordt opgeslagen in vaten en later vermengd met appel- en perensap, waarna het via hun website wordt verkocht.De start-up werkt steeds rechtstreeks met boeren. “Na het lezen over de crisis in aardappelland hebben wij contact opgenomen met telers en zijn we uiteindelijk bij Warnez terechtgekomen”, besluit Schiltz.</content>
            
            <updated>2025-08-18T20:03:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Recorddroogte treft meer dan helft van Europa sinds april]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/recorddroogte-treft-meer-dan-helft-van-europa-sinds-april" />
            <id>https://vilt.be/57756</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Meer dan de helft van de Europese bodems en de kusten rond de Middellandse Zee werd in juli getroffen door droogte, voor de vierde maand op rij. Dat blijkt uit een analyse van persbureau AFP op basis van cijfers van het Europees Droogteobservatorium (EDO). Concreet gaat het om 52 procent van het grondgebied, het hoogste cijfer ooit voor de maand juli sinds de metingen begonnen in 2012.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d5c57301-4204-4bfa-a00f-2d18dd095796/full_width_droogtebieten-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>De droogte houdt al vier maanden aan en ligt nu 21 procentpunten boven het gemiddelde van de periode 2012-2024. Sinds januari worden maandelijks nieuwe droogterecords gebroken. De metingen van Copernicus, het Europese aardobservatieprogramma, tonen via satellietbeelden de impact van verminderde neerslag, dalend bodemvocht en afnemende vegetatiegezondheid. Vooral Oost-Europa en de Balkan worden zwaar getroffen.In Hongarije steeg het aandeel van bodems in droogte-alarmfase van 9 procent in juni naar maar liefst 56 procent in juli. Ook in Kosovo (van 6% naar 43%) en Bosnië-Herzegovina (van 1% naar 23%) is de situatie snel verslechterd. De aanhoudende hittegolven leiden bovendien tot een recordaantal natuurbranden, onder meer op illegale afvalstortplaatsen die giftige rook en gassen verspreiden. In West-Europa is het beeld meer verdeeld. Frankrijk kende een sterke toename van droge bodems, van 44 procent in juni naar 68 procent in juli. Het land werd bovendien getroffen door één van de grootste natuurbranden in zijn geschiedenis: in het zuidelijke departement Aude ging 13.000 hectare in vlammen op.Het Verenigd Koninkrijk laat enige verbetering zien ten opzichte van eerdere maanden, maar kampt nog steeds met watertekorten op meer dan twee derde van het grondgebied. Spanje en Portugal blijven voorlopig grotendeels gespaard: respectievelijk 7 procent en 5 procent van het landoppervlak zijn daar getroffen door droogte.</content>
            
            <updated>2025-08-18T15:47:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe stap in paratuberculosebestrijding: MCC-melkanalyse erkend als bemonsteringsmethode]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mcc-ima-maakt-paratuberculosescreening-eenvoudiger-dan-ooit" />
            <id>https://vilt.be/57757</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Individuele Melkanalyse (IMA) van het Melkcontrolecentrum Vlaanderen (MCC) is sinds kort officieel erkend als bemonsteringsmethode binnen het paratuberculoseprogramma. Rundveehouders kunnen er daardoor voor kiezen hun screening via een IMA-analyse te laten verlopen. Melkveehoudster Claudine Leplat is één van de eerste melkveehouders die van het systeem gebruikt maakt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3de446b2-f920-4b08-a43f-425bbafbe167/full_width_melkkoeienweide.jpg</image>
                                        <content>Paratuberculose is een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium avium subspecies paratuberculosis (MAP). Bij besmette runderen leidt dit tot een ongeneeslijke darmontsteking met aanzienlijke economische schade als gevolg. De ziekte kan enkel worden bestreden door te voorkomen dat jonge dieren besmet raken. Het paratuberculoseprogramma ondersteunt veehouders bij deze preventie. Naar schatting neemt 95 procent van de Vlaamse veehouders vrijwillig deel aan dit programma. MCC onafhankelijk van CRVMCC startte begin dit jaar een eigen melkanalysedienst, nadat het jarenlang analyses uitvoerde voor rundveeverbeteraar CRV. Toen CRV besloot de Vlaamse melk te laten analyseren in een Nederlands laboratorium, zette MCC een zelfstandige dienst op. Inmiddels melden zich wekelijks zo’n drie à vier Vlaamse melkveehouders aan.Eén van hen is Claudine Leplat, die in Wijtschate 190 koeien melkt. Tot 2018 liet zij om de vier weken bloed afnemen van pasgekalfde koeien in het kader van de paratuberculose-opvolging. Dat bleek echter belastend voor de dieren, vertelt ze: “Ze stonden te lang vast, wat onnodige stress veroorzaakte.”Sinds 2018 kiest Leplat daarom voor screening via melk. “Sindsdien merken we duidelijk minder stress bij de koeien”, zegt de melkveehoudster, die CRV verruilde voor MCC. Ze gebruikt IMA, dat vierwekelijks wordt uitgevoerd, ook voor drachtcontrole en celgetalbepaling, een belangrijke indicator voor uiergezondheid. “Dat alles via één partner verloopt, maakt het proces voor ons een stuk eenvoudiger. Bovendien komt het ook nog eens goedkoper uit.”</content>
            
            <updated>2025-08-19T15:20:55+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Komt er binnenkort een geloofwaardig certificatensysteem voor koolstofverwijdering?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/komt-er-binnenkort-een-geloofwaardig-certificatensysteem-voor-koolstofverwijdering" />
            <id>https://vilt.be/57758</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2026 moeten de eerste Europese koolstofcertificaten op de markt komen. Daarmee zullen onder meer landbouwers hun koolstofvastleggende maatregelen financieel kunnen verzilveren op een ééngemaakte Europese koolstofmarkt. Terwijl de start nadert, werkt de EU aan regels en praktische uitvoering om een geloofwaardig systeem op te zetten dat greenwashing voorkomt. Waar staan we vandaag en speelt Vlaanderen een rol in de opmaak van dit certificeringssysteem?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="koolstof" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f965db6e-3357-4fba-bf10-2514ec53511d/full_width_tractor-ploeg-ploeggen-akker-unsplash.jpg</image>
                                        <content>In de race naar klimaatneutraliteit tegen 2050 mikt de EU niet alleen op het terugdringen van CO₂-uitstoot, maar ook op het verwijderen en opslaan van koolstof uit de atmosfeer. Dat kan via industriële technieken met directe emissieafvang, maar evengoed op natuurlijke wijze. Hout houdt bijvoorbeeld langdurig CO2 uit de lucht vast. Samen met andere duurzame bouwmaterialen zoals kalkhennep schuilt er veel potentieel in de bouwsector; gebouwen zouden letterlijk opslagplaatsen voor koolstof kunnen worden.Ook de landbouw biedt veel potentieel. Koolstof uit de lucht kan vastgelegd worden met maatregelen zoals vanggewassen, compostgebruik en minimale bodembewerking. Daarnaast spelen ook herstel van veengebieden, agroforestry en herbebossing een belangrijke rol. Privaat geld aantrekkenEr bestaan al heel wat privé-initiatieven die koolstofcertificaten verhandelen. Bedrijven die hun uitstoot niet volledig kunnen neutraliseren, kopen certificaten van bijvoorbeeld landbouwers die koolstof vastleggen op hun akkers. Een triple win zo lijkt: bedrijven kunnen CO₂-neutraal worden, landbouwers verdienen aan hun inspanningen en de EU laat privékapitaal meebetalen voor haar klimaatdoelen.Een betrouwbare interne EU-markt voor alle afvang- en opslagactiviteiten van CO₂ is er echter nog niet. Voorlopig althans, want de Commissie wil tegen volgend jaar de drie vormen van koolstofverwijdering (opslag in bodem en bossen, duurzame producten en industriële technieken) meetbaar, controleerbaar en verifieerbaar maken via een certificatiesysteem. Niet enkel meetbaar, ook extra duurzaamEind vorig jaar keurde de EU een eerste regelgevend kader goed: de Carbon Removals and Carbon Farming Certification (CRCF) Verordening. Koolstoflandbouw of carbon farming moet daarbij voldoen aan vier voorwaarden:Er is een meetbaar nettovoordeel voor het klimaatInspanningen gaan verder dan ‘de standaardpraktijk’Er moeten garanties zijn dat de CO₂ langdurig wordt opgeslagenDe activiteit moet ook een extra voordelen opleveren voor biodiversiteit of bodemgezondheid.Grote uitdagingen bij meten, rapporteren en verifiërenDe normen en methoden voor dit meten, rapporteren en verifiëren staan echter nog niet vast. Wel heeft de Commissie al aangegeven dat ze met de steun van een deskundigengroep op maat gemaakte EU-certificeringsmethoden voor elke koolstofverwijderingsactiviteit wil maken. De monitoring en verificatie zal daarbij niet door de EU zelf gebeuren. De Commissie zal enkel methodes en criteria vastleggen waarmee erkende organisaties dan aan de slag kunnen, en zo een claim kunnen doen op koolstofverwijdering.Maar de uitdagingen daarbij zijn groot. Het systeem moet onder meer waarborgen bieden tegen fraude en greenwashing. Het moet garanderen dat projecten daadwerkelijk de beloofde hoeveelheid CO₂ vastleggen en voorkomen dat dezelfde inspanning twee keer wordt gecertificeerd. Daarnaast mag het gebruik van koolstofcertificaten bedrijven er niet toe verleiden minder in te zetten op het terugdringen van hun eigen uitstoot. De EU benadrukt bovendien dat deelname op de markt vrijwillig blijft. Om dit te beschermen zal waakzaamheid belangrijk worden zodat er geen extra druk wordt uitgevoerd op landbouwers om deelname af te dwingen.Garantie dat koolstof in de grond blijftLangetermijnopslag vormt een bijkomend spanningsveld. Projecten leveren weinig op als de opgeslagen koolstof na een jaar terug vrijkomt. Tegelijk moet de looptijd van de certificaten aantrekkelijk genoeg blijven om landbouwers te overtuigen in te stappen. Het systeem moet bovendien naadloos aansluiten bij andere beleidsdomeinen, zoals het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de mestwetgeving.Ook modellering en monitoring beloven een uitdaging te worden. In Europa bestaan al tal van certificeringsregelingen, elk met hun eigen methodologie, betrouwbaarheid en monitoringskosten. &amp;nbsp;De balans tussen wetenschappelijke degelijkheid en kostenefficiëntie wordt cruciaal: een te duur of onzeker systeem zal weinig deelnemers aantrekken. Vlaamse landbouw verschilt erg van RoemeenseEen bijkomende uitdaging: het certificatiesysteem moet functioneren in zeer uiteenlopende omstandigheden binnen de EU. Bodems, klimaatzones en landbouwmethoden variëren sterk. Het vastleggen van een representatieve standaard en een referentiejaar wordt een doorslaggevende factor voor het slagen van het systeem. &amp;nbsp;Vooral pioniers die al lang aan koolstofopslag doen, volgen dat nauwlettend. Zij hebben het laaghangend fruit immers al geoogst en kunnen dit niet meer eenvoudig omzetten in credits.Voor de Vlaamse boeren dreigt ook een economische valkuil als die met hun kleine versnipperde percelen moeten concurreren op de markt met credits komende van zeer grote percelen.Heeft Vlaanderen een stem in het debat?Sinds deze zomer heeft Vlaanderen een koepelstructuur rond koolstofverwijdering die moet zorgen voor een eenduidig beleid. Aangestuurd door overheidsinstanties en onderzoeksinstellingen, brengen twee coördinatoren verschillende experten en belanghebbenden samen in drie netwerken: één voor de omzetting van Europese regels naar Vlaamse wetgeving, één voor duurzame verdienmodellen en financiële autonomie, en één voor correcte monitoring, rapportering en verificatie.Met het Vlaams Actieplatform Carbon Removals &amp;amp; Carbon Farming wil Vlaanderen versnippering tegengaan en sterker inzetten op samenwerking en efficiëntie. “Vanuit Vlaanderen hebben we zeker inspraak”, verduidelijkt het platform. “Elk netwerk levert vanuit zijn kennis input aan de EU.” CertificatenstrijdDe Commissie ziet ondertussen veel opportuniteiten in certificeringssystemen. Zo wil ze in de nabije toekomst ook nog een natuurkredietsysteem uitrollen waarmee landbouwers vergoed kunnen worden voor natuurbevorderende inspanningen, gefinancierd door bedrijven die daar zelf economisch voordeel uit halen. Daarmee wil de EU een deel van het huidige tekort aan biodiversiteitsfinanciering opvangen. Daarnaast wordt ook nog onderzocht of een certificering voor emissiereductie bij vee haalbaar is. Daarover moet in 2026 duidelijkheid komen.De komende jaren zullen uitwijzen of certificaten rond koolstofverwijdering meer zijn dan een papieren belofte. Als de EU erin slaagt fraude, greenwashing en ongelijkheid tussen landen te vermijden, kan dit systeem een hefboom worden voor boeren, bedrijven en het klimaat. Lukt dat niet, dan dreigt het een zoveelste mooi idee te blijven dat spaak loopt in de praktijk.</content>
            
            <updated>2025-08-19T10:45:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Akkoord voorkomt nieuwe stikstofclash tussen Dryade en Brusselse Ring]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/akkoord-voorkomt-nieuwe-stikstofclash-tussen-dryade-en-brusselse-ring" />
            <id>https://vilt.be/57759</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na een eerdere overwinning haalt milieuvzw Dryade opnieuw haar slag thuis in een stikstofdossier. De herinrichting van de Brusselse Ring dreigde vast te lopen omdat de vergunningsaanvragen nog gebaseerd waren op oude kritische depositiewaarden (KDW’s). Uiteindelijk kwam er een akkoord: Dryade laat de rechtszaak vallen, zolang de recentste stikstofnormen worden toegepast en er extra maatregelen komen om de omliggende bossen beschermen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="omgeving" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/16e89f86-6369-4d91-925c-a18b505730d3/full_width_brusselseringwerken-dewerkvennootschapcopyright.jpg</image>
                                        <content>De kern van het geschil tussen Dryade en De Werkvennootschap, de Vlaamse investeringsmaatschappij die het miljardenproject coördineert, lag opnieuw bij de stikstofwaarden die gebruikt werden om de impact van het project op de natuur te berekenen. In de vergunningsaanvragen werd gewerkt met KDW’s uit 2013, maar ondertussen zijn deze vernieuwd.KDW’s geven een indicatie hoeveel stikstof natuur kan verdragen zonder schade op te lopen. Tot voor kort werden in de vergunningsverleningen KDW’s gebruikt die in 2013 door het Instituut van Natuur- en Bosonderzoek (INBO) werden vastgesteld. Maar na een arrest van de Raad van State in de zaak “Nelissen Steenfabrieken” paste de Vlaamse overheid ze vorige maand aan, op basis van een recent INBO-advies uit 2024. Na overleg buiten de rechtbank kwamen Dryade en De Werkvennootschap overeen om bij de herinrichting van de Ring de meest recente normen toe te passen. Daarnaast worden extra maatregelen genomen, zoals snelheidsverlagingen op stukken van de Ring die langs stikstofgevoelige natuur lopen.“Dit akkoord bewijst dat constructieve dialoog loont, zelfs in complexe milieudossiers”, zegt Dries Verhaeghe, directeur van Dryade. “Zodra de Vlaamse overheid een correct kader hanteert, blijken natuurbescherming en grote infrastructuurwerken wel degelijk verenigbaar.”De herinrichting van de Ring rond Brussel is één van de grootste mobiliteitsprojecten van Vlaanderen, met een geraamde kostprijs van 3,5 miljard euro.</content>
            
            <updated>2025-08-18T20:36:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ergste droogte in meer dan 46 jaar bedreigt cacao-oogst in Ivoorkust]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ergste-droogte-in-meer-dan-46-jaar-bedreigt-cacao-oogst-in-ivoorkust" />
            <id>https://vilt.be/57760</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ivoorkust, de grootste cacaoproducten ter wereld, heeft momenteel af te rekenen met de ergste droogteperiode in 46 jaar. Dat meldt Joe Woznicki, een weerman bij Commodity Weather Group, dat specialiseert in de landbouwmarkt, aan het financiële persagentschap Bloomberg. Daardoor zou de productie mogelijk lager uitvallen en dat kan gevolgen hebben voor de chocoladeprijs.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wereld" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee742a51-d747-46fe-a55a-af5a8b7b3aed/full_width_cacaobonenchocolade.jpg</image>
                                        <content>Het regent sowieso wat minder in Ivoorkust deze tijd van het jaar, maar de droogte nu is uitzonderlijk en zou een impact kunnen hebben op de cacao-oogst die voor de herfst gepland staat. Net nu begint namelijk de belangrijkste groeiperiode voor de cacao. Een slechte groei zou gevolgen kunnen hebben voor de belangrijkste oogst in oktober, wat de beschikbaarheid zou drukken en de prijs hoog zou houden.&amp;nbsp;De cacaoprijs bereikte in december een record. Nadien zwakte de prijs wat af, maar bleef die wel op historisch hoge niveaus.</content>
            
            <updated>2025-08-19T11:12:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[GR'EAT lanceert originele, voedzame bioporridges]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/great-lanceert-originele-voedzame-bioporridges" />
            <id>https://vilt.be/57761</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het biobedrijf GR'EAT breidt zijn aanbod van granola en notenboter uit met een nieuw product: originele bioporridges. Deze voedzame, vezelrijke mixen zijn zowel warm als koud te bereiden. Voor deze innovatie werd zaakvoerder Amélie de Cartier genomineerd voor de BioVLAM 2025.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="VLAM" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1f3f55c6-e499-472a-9aae-378afcde5e60/full_width_great.jpg</image>
                                        <content>Amélie de Cartier (34), oprichtster van GR&#039;EAT (Gr’eat Moments), bouwde in tien jaar tijd een stevig biobedrijf uit. Ze produceert biologische, glutenvrije granola – zowel zoet als hartig – en smeuïge noten- en haverspreads, bedoeld voor op brood of als smaakmaker in yoghurt. De naam ‘Gr’eat’ is dan ook een knipoog naar ‘Eat great’.De Cartier staat bekend om haar zoektocht naar nieuwe producten die inspelen op voedingstrends: “Bij elk product kijken we naar de voedingswaarde, de nutritionele kracht en uiteraard de smaak.”Begin dit jaar lanceerde ze ‘Porridge’, een havermoutmix in twee varianten: chocolade met hazelnoot en chiazaden, en framboos met amandel en acerolapoeder, gemaakt van een Zuid-Amerikaanse bes. Daarmee toont ze hoe bio, gezondheid en innovatie hand in hand gaan – een aanpak die haar de BioVLAM-nominatie opleverde.Gr’eat PorridgeDe inspiratie voor Gr’eat Porridge komt volgens De Cartier voort uit “het idee van een eenvoudig, gezond en toch veelzijdig ontbijt.” De glutenvrije havermoutmixen bevatten naast haver ook zaden en noten, en zijn een bron van eiwitten.“De pap is geschikt voor iedereen, of je nu een snel ontbijt zoekt of liever tijd neemt om je kom te verrijken met fruit, notenboter of granola. Bovendien kan je de mix ook koud bereiden, bijvoorbeeld als overnight oats.”Vezelrijke voeding is een stokpaardje voor haar: “Vezels vertragen de spijsvertering, dragen bij aan gezonde darmen en geven een verzadigd gevoel. Ik heb een opleiding voedingsconsulent gevolgd en darmgezondheid boeit me enorm. Daarom gebruik ik ook de term ‘prebiotisch’ voor de porridges: ze stimuleren de activiteit van goede bacteriën in de dikke darm, wat de vertering ten goede komt.” Duurzaam, lokaal en eerlijkDe productie gebeurt in het eigen atelier. Waar mogelijk worden de ingrediënten lokaal of binnen Europa aangekocht. Zo komen walnoten uit België en Noord-Frankrijk, haver uit Finland en Duitsland, en zonnebloempitten uit Roemenië en Bulgarije. Voor sommige producten, zoals esdoornsiroop en acerolapoeder, moet GR’EAT buiten Europa aankopen.Duurzaamheid is een rode draad in het bedrijf. “We letten erop niet te veel te produceren, maar wel voldoende om aan de vraag te voldoen. Overschotten worden aan goede doelen geschonken. Daarnaast verkopen we veel granola in bulk: zo’n 30 procent van onze omzet gaat naar horeca en bulkwinkels in herbruikbare emmers van 5 of 10 kilo. In Brussel leveren we met de fiets via Urbike, in andere steden groeperen we leveringen op één vaste dag.”Ook de verpakkingen zijn zorgvuldig gekozen. Het binnenzakje is van PLA (een industrieel composteerbaar bioplastic), de kartonnen doos is een FSC-mix en de inkt is gemaakt van soja. Toch zoekt het bedrijf voortdurend naar verbetering. “We schakelen binnenkort over op 100 procent recycleerbaar plastic, dat beter verwerkt wordt in de afvalstroom.”Innovatie loontDe porridges zijn inmiddels verkrijgbaar in biowinkels, bulkshops, supermarkten, horeca en via de webshop. België blijft de hoofdmarkt. “Het is een concurrentiële markt, maar er zijn manieren om je te onderscheiden. Zo vroeg Delhaize ons om een nieuw product, waardoor onze porridges nu als enige biologische ontbijtgranen in hun rekken liggen.”Bron van inspiratieDe Cartier haalt veel inspiratie uit haar verbondenheid met de natuur. “Als tiener was ik al erg gevoelig voor alles wat met natuur en voeding te maken had. Ik experimenteerde graag met nieuwe ingrediënten in klassieke recepten.”Na een verblijf op een permacultuurboerderij in Colombia in 2015 besloot ze mensen bewuster te maken van verantwoord eten. Via haar blog Celebr’eat deelde ze eigen recepten. Tijdens haar werk bij een biologische koekjesproducent mocht ze experimenteren met granola in de ovens, wat het startpunt werd van haar onderneming. “Ik vind het nog steeds bijzonder om mensen te kunnen inspireren met gezonde en lekkere producten.”ToekomstplannenWat brengt de toekomst voor GR’EAT? “In het najaar vieren we ons tienjarig bestaan, een belangrijke mijlpaal. We onderzoeken momenteel ook granola bars, omdat klanten daar vaak naar vragen. Uiteraard moet de nutritionele kwaliteit gegarandeerd zijn. Verder willen we internationaal sterker groeien. Ten slotte werk ik via Celebr’eat aan een kookboek met seizoensgebonden recepten, dat eveneens in het najaar verschijnt.” De BioVLAM zet elk jaar inspirerende ondernemers in de biologische landbouw in de kijker. Stemmen kan via deze link.De laureaat van de BioVLAM 2025 wordt eind september 2025 bekendgemaakt.</content>
            
            <updated>2025-08-19T21:24:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Den Boogerd: Innovatie in biologische hoogstamfruitteelt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/den-boogerd-innovatie-in-biologische-hoogstamfruitteelt" />
            <id>https://vilt.be/57762</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Den Boogerd is gespecialiseerd in het aanplanten, beheren en uitbaten van authentieke hoogstamboomgaarden. Daarbij combineren ze een traditionele aanpak met een sterke focus op biodiversiteit. Dat leverde hen een nominatie op voor de BioVLAM 2025, de prijs voor innovatie in bio.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="VLAM" />
                        <category term="fruitteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dac2049b-43e1-4380-8fb1-d3c583902f66/full_width_denboogerd1.jpg</image>
                                        <content>Het familiebedrijf uit het Limburgse Zelem heeft een passie voor biologisch geteelde hoogstamboomgaarden en wil de hoogstam opnieuw een vitale rol geven in het landschap én in de biosector.Innovatie in hoogstamDen Boogerd wordt gerund door Jan Gelders en Nia Ponsaerts, samen met hun zoon Maarten. Welke innovaties brengen zij in de hoogstamteelt? Jan Gelders: “Wij combineren onze eigen boomgaarden met boomgaarden die we in beheer nemen. Dat beheer ontstond toevallig, toen een eigenaar ons om hulp vroeg. Zo groeide het stap voor stap. Dankzij ons beheer krijgen deze boomgaarden weer waarde en verhogen we hun opbrengst. Daarnaast hebben we nieuwe resistente fruitrassen aangeplant, die onze klanten een uniek smakenpalet bieden. Kortom: wij zien het potentieel van de hoogstam weer volop.”Momenteel beheren ze 41 plantages, samen goed voor 30 hectare. Nia Ponsaerts: “We hebben zo’n 12 hectare in eigendom, de rest beheren we via contracten. Belangrijkste voorwaarde is dat de eigenaars mee instappen in ons bioverhaal. Daar zijn we streng op.”Diversiteit troefDe biologische aanpak laat de bomen zo natuurlijk mogelijk groeien. En doordat de boomgaarden verspreid liggen, kan late vorst, droogte of hitte nooit de volledige oogst treffen. Zoon Maarten Gelders (43), bioloog van opleiding, koos bewust voor de fruitboomgaarden: “Bij biologische hoogstam kan je veel preventief werken. Snoeien is bijvoorbeeld cruciaal om schadelijke insecten weg te houden. Diversifiëren is ook belangrijk: niet alleen in variëteiten, maar ook in fruitsoorten naast elkaar. Als op één perceel de sterappeltjes door nachtvorst verloren gaan, kunnen andere percelen dat compenseren.”Duurzaamheid is: alles gebruikenDe meer dan veertig plantages leveren vooral appels, maar ook peren, pruimen, kersen, kweeperen, mispels, bessen en walnoten.&amp;nbsp; Het merendeel wordt verkocht, maar wat niet geschikt is voor de versmarkt gaat de diepvries in en wordt verwerkt tot sap of stroop. Van de walnoten wordt olie geperst. In 2024 produceerde Den Boogerd maar liefst 70.000 liter sap en 500 kilo stroop.“We doen die verwerking niet zelf, maar besteden ze uit”, vertelt Nia. “Ook de reststromen worden benut: pulp van walnoten wordt verwerkt tot notenbloem, de schalen gebruiken we voor de opritten naar de boomgaarden. Hier gaat niets verloren.”Hoogstam versus laagstamWat is eigenlijk het verschil tussen hoogstam en laagstam fruitteelt? “Hoogstam vraagt een heel andere bedrijfsvoering”, legt Maarten uit. “Bij laagstam staan er veel meer bomen per hectare en ligt de productie per boom hoger. Maar dat vraagt zware investeringen in machines en infrastructuur.”Een hoogstamboomgaard vergt de eerste jaren veel onderhoud en snoei, met weinig opbrengst. Pas na zeven à acht jaar stijgt de oogst, terwijl het onderhoud afneemt. Maarten: “De bomen gaan tachtig tot honderd jaar mee. Uiteindelijk krijg je dus een mooie opbrengst.”Een extra troef van de hoogstamteelt is dat hoogstambomen breder en dieper wortelen dan laagstam, daardoor zijn ze zelfredzamer in droge periodes.Toch staat de hoogstamteelt onder druk: de voorbije twintig jaar verdween in Vlaanderen wekelijks één tot tweeënhalve hectare. VILT rapporteerde onlangs dat het totale areaal aan hoogstam in Vlaanderen is geslonken tot 3.840 hectare. Dit benadrukt het belang van het behoud van hoogstamboomgaarden. EvenwichtDen Boogerd kiest bewust voor fruitsoorten en boomvormen die weinig irrigatie of bemesting vragen. Hoogstamrassen zijn doorgaans resistent tegen ziektes, waardoor ingrepen minimaal blijven. “We zorgen voor een grote biodiversiteit in grassen, bloemen en kruiden in onze boomgaarden”, aldus Maarten. “Dat creëert een natuurlijk evenwicht tussen plaagsoorten en hun predatoren. Ook schapen spelen daarin een rol: onze kudde van 150 dieren begraast de percelen en draagt bij aan biodiversiteit.”Daarnaast is bestuiving cruciaal. Den Boogerd werkt samen met imkers en creëert nestplaatsen voor bijen en hommels. In 2024 leverde dat de titel Meest Bijvriendelijke Boomgaard op, uitgereikt door Bioforum. Robuust en rendabelDe biologische aanpak van Den Boogerd toont aan dat hoogstamfruitteelt zowel ecologisch robuust als economisch rendabel kan zijn. Daarmee illustreren ze dat deze teeltvorm ook vandaag zijn waarde behoudt. De BioVLAM zet elk jaar inspirerende ondernemers in de biologische landbouw in de kijker. Stemmen kan via deze link.De laureaat van de BioVLAM 2025 wordt eind september 2025 bekendgemaakt.</content>
            
            <updated>2025-08-20T13:39:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wouter Deboot en Yves Lampaert trappen campagne Dag Van de Landbouw op gang]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wouter-deboot-en-yves-lampaert-trappen-campagne-dag-van-de-landbouw-op-gang" />
            <id>https://vilt.be/57763</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op 14 september organiseren Boerenbond en Landelijke Gilden&nbsp;de&nbsp;43ste&nbsp;editie&nbsp;van&nbsp;de&nbsp;Dag&nbsp;van&nbsp;de&nbsp;Landbouw, dé opendeurdag&nbsp;van&nbsp;de&nbsp;Vlaamse land- en tuinbouwsector. Die zondag zetten 42 land- en tuinbouwbedrijven uit heel Vlaanderen hun deuren open voor het grote publiek. Dit jaar ligt de focus op het belang van lokale voeding. Voor de promotie van de campagne bezochten Wouter&nbsp;Deboot en Yves Lampaert enkele deelnemende&nbsp;landbouwbedrijven met de fiets.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Dag van de Landbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/34b7742d-f3d0-4fb8-9d4e-c79a1cfb38b9/full_width_dagvandelandbouw-2025.png</image>
                                        <content>De Dag van de Landbouw vindt traditioneel in september plaats, dit jaar uitzonderlijk in het tweede weekend. Op deze zondag kunnen geïnteresseerden kennismaken met een divers scala aan bedrijven uit de Vlaamse land- en tuinbouwsector: van groentebedrijf tot varkenshouderij, van intensieve hoogtechnologische bedrijven tot landbouwers met zeer gespecialiseerde teelten. Bezoekers krijgen de kans om te zien hoe gewassen groeien en hoe dieren worden grootgebracht. Veel bedrijven zorgen voor een rondleiding, randanimatie en de gelegenheid om te proeven van (streek)eigen producten.Lokale productieDit jaar draait&amp;nbsp;Dag&amp;nbsp;van&amp;nbsp;de&amp;nbsp;Landbouw&amp;nbsp;rond lokale voeding.&amp;nbsp;​“Onze Vlaamse land- en tuinbouwers voorzien in één&amp;nbsp;van&amp;nbsp;de&amp;nbsp;meest essentiële menselijke behoeftes: gezonde en kwaliteitsvolle voeding en dat tegen een betaalbare prijs. Vlaanderen heeft alles in huis: vruchtbare bodems, een mild klimaat en een hoogtechnologische&amp;nbsp;landbouw. Dit willen we tijdens&amp;nbsp;Dag&amp;nbsp;van&amp;nbsp;de&amp;nbsp;Landbouw&amp;nbsp;extra in&amp;nbsp;de&amp;nbsp;kijker zetten”, vertelt Lode Ceyssens. De Boerenbondvoorzitter benadrukt dat de consument de positie van de Vlaamse landbouwsector kan bekrachtigen door lokaal te kopen. “Consumenten bewust maken om lokaal te kopen, helpt onze landbouw te versterken. Wanneer mensen kiezen voor Vlaamse groenten, vlees, zuivel of fruit ondersteunen ze niet alleen onze eigen boeren, maar ook een hele keten van mensen die lokaal werk verrichten. Bovendien behouden we zo de controle over de kwaliteit en duurzaamheid van onze voeding.”Met&amp;nbsp;de&amp;nbsp;fiets&amp;nbsp;de&amp;nbsp;boer op&amp;nbsp;Op het campagnebeeld pronkt sierteler en MissBelgië-finaliste Nette&amp;nbsp;De&amp;nbsp;Mol op een picknickfiets.&amp;nbsp;​“Met&amp;nbsp;de&amp;nbsp;fiets willen we consumenten uitnodigen om te vertragen en even te stil te staan bij&amp;nbsp;de&amp;nbsp;wereld&amp;nbsp;van&amp;nbsp;onze land- en tuinbouw. Hoe kan je beter het landschap en het boerenleven ontdekken dan op&amp;nbsp;de&amp;nbsp;fiets langs velden en weiden?”, aldus de landbouworganisatie.Als aftrap van de campagne fietsten Wouter&amp;nbsp;Deboot (bekend&amp;nbsp;van&amp;nbsp;’Met&amp;nbsp;de&amp;nbsp;wind mee’) en Yves Lampaert (profwielrenner en zelf boerenzoon) in twee&amp;nbsp;dagen langs alle Vlaamse provincies en bezochten een aantal&amp;nbsp;deelnemende&amp;nbsp;landbouwers.&amp;nbsp;Hun avonturen zijn te volgen op verschillende sociale mediakanalen, YouTube en Plattelandstv.&amp;nbsp;​ De volledige lijst van deelnemende bedrijven en activiteiten vind je op: www.dagvandelandbouw.be</content>
            
            <updated>2025-08-19T15:12:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Het Polderveld oogst erkenning met biogroenten voor AZ Zeno]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/het-polderveld-oogst-erkenning-met-biogroenten-voor-az-zeno" />
            <id>https://vilt.be/57764</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Al acht jaar levert CSA-boerderij Het Polderveld verse biogroenten aan ziekenhuis AZ Zeno in Knokke-Heist. Voor deze unieke samenwerking werd Lieven Devreese, bedrijfsleider van Het Polderveld, genomineerd voor de BioVLAM 2025.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="VLAM" />
                        <category term="korte keten" />
                        <category term="CSA" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5d63a71c-4034-445b-89f1-e40a4441cf2a/full_width_polderveld1.jpg</image>
                                        <content>Het Polderveld in Westkapelle werkt al tien jaar volgens het CSA-model (Community Supported Agriculture, ofwel gemeenschapslandbouw). Zo’n 150 gezinnen betalen een jaarbijdrage en kunnen in ruil daarvoor hun eigen groenten oogsten. Het systeem garandeert de consument toegang tot verse, lokale bioproducten en biedt de boer meer inkomenszekerheid.Wat Het Polderveld extra bijzonder maakt, is de samenwerking die in 2017 werd opgestart met het nabijgelegen ziekenhuis AZ Zeno. Sindsdien gaan de biologische groenten rechtstreeks van het veld naar het bord van de patiënten. Voor dit project kreeg Devreese (37) een nominatie voor de BioVLAM 2025.Rechtstreeks van het veld naar de keukenVoor AZ Zeno reserveert Het Polderveld ongeveer één hectare groenten. De oogst wordt dagelijks in bakken verzameld en in de zomer rechtstreeks naar de ziekenhuiskeuken gebracht.“In het begin kregen we carte blanche over wat en hoeveel we teelden”, vertelt Devreese. “Intussen stemmen we de teeltplanning scherp af op de noden van het ziekenhuis. We houden rekening met de teeltrotatie en de bodem, maar ook met de feedback van de keuken. Zo telen we minder koolrabi omdat het schillen te arbeidsintensief is, terwijl we dankzij een nieuwe tunnelserre nu wel paprika en aubergine kunnen leveren, waar veel vraag naar is.”Ook de samenwerking zelf is gebaseerd op het CSA-principe. “Op basis van de teeltplanning maken we een transparante kostenraming voor het hele jaar. Daarin zit ook een eerlijk inkomen voor onze arbeid. AZ Zeno vertegenwoordigt ongeveer 40 procent van onze inkomsten.”Hoe het begonDe samenwerking met het ziekenhuis ontstond toevallig. “In ons eerste jaar hadden we veel te veel courgettes”, herinnert Devreese zich. “We zijn toen op zoek gegaan naar afnemers en hebben AZ Zeno gebeld. Cateringmanager Pieter De Smet kwam langs, proefde de courgettes en was meteen enthousiast. Het ziekenhuis was net op zoek naar lokale voeding. Zo is het idee gegroeid.”De keuze voor lokale biovoeding is inmiddels stevig verankerd in de visie van AZ Zeno. “Wij geloven dat gezonde, verse voeding kan bijdragen aan het herstel van patiënten”, aldus De Smet.Vandaag gebruikt AZ Zeno zo’n 35 procent biologische ingrediënten in de patiëntenkeuken. Door rechtstreeks samen te werken met de boerderij wordt de keuken uitgedaagd om seizoensgebonden te koken en creatief om te gaan met het brede teeltaanbod. Bovendien steken patiënten van de psychiatrische afdeling maandelijks twee uur de handen uit de mouwen op Het Polderveld. Dat levert niet alleen veel hulp op, maar geeft de patiënten ook een waardevolle en rustgevende ervaring.ZoBio: zorg en bio hand in handDe nominatie voor de BioVLAM is een mooie erkenning, zegt Devreese: “We zijn trots dat de visie van AZ Zeno en onze bijdrage daaraan anderen kan inspireren. Een erkenning voor Het Polderveld is ook een erkenning voor AZ Zeno en hun aanpak.”Die inspiratie blijft niet beperkt tot Knokke-Heist. Het Polderveld en AZ Zeno zijn pioniers binnen ZoBio, een project van BioForum dat inzet op langdurige samenwerkingen tussen zorginstellingen en lokale bioboeren. Zulke partnerschappen verkorten de keten, verkleinen de ecologische voetafdruk, verminderen voedselverspilling en versterken de band tussen boer en zorg. Biodiversiteit als rode draadDuurzaamheid is voor Devreese vanzelfsprekend. “Onze keten is ultrakort: de boerderij ligt op een boogscheut van AZ Zeno. Soms liggen onze groenten al tien minuten later in de koelcel. Dat bespaart op transport en koeling.” Ook voedselverlies blijft minimaal, omdat de ziekenhuiskeuken ook minder perfecte groenten verwerkt. “Rucola met wat gaatjes door aardvlooien is bijvoorbeeld nog prima geschikt voor pesto.”Voor Devreese is biologische landbouw onlosmakelijk verbonden met biodiversiteit. “Het gaat erom een robuust ecosysteem te creëren. Vroeger leefden boeren in een rijke omgeving en hadden daardoor minder last van ziekten en plagen. Diversiteit is de sleutel. Dat blijft me fascineren.”Hij stimuleert biodiversiteit op vele manieren: houtkanten die wind breken en nestgelegenheid bieden, koolmezen die rupsen onder controle houden, egels die slakken wegwerken, en bloemen die bestuivers aantrekken. “In de natuur is alles met elkaar verbonden.”Blik op de toekomstHet Polderveld kijkt intussen vooruit. “Recent zijn we gestart met een voedselbos op een stuk grond van AZ Zeno, vlak naast het ziekenhuis”, vertelt Devreese. “Het is de bedoeling om er fruitproductie – appel, peer, pruim – te combineren met therapie en beleving. Bezoekers kunnen er bijvoorbeeld wandelen met patiënten. Ook bij onze boerderij hebben we fruitbomen geplant om fruit te leveren aan AZ Zeno.”Wat hem drijft? “Het doet deugd iets te betekenen voor veel mensen: voor de gezinnen die hier oogsten, én voor de patiënten in het ziekenhuis die kunnen genieten van gezonde biovoeding. Dat is toch fantastisch?”Recent werd bekend dat Lieven Devreese ook een van de drie Europese kanshebbers is in de categorie Beste Biologische Boer van 2025 bij de EU Organic Awards. De winnaars worden bekendgemaakt op 23 september. De BioVLAM zet elk jaar inspirerende ondernemers in de biologische landbouw in de kijker. Stemmen kan via deze link.De laureaat van de BioVLAM 2025 wordt eind september 2025 bekendgemaakt.</content>
            
            <updated>2025-08-21T10:23:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Amerikaanse vliegenfabriek moet 300 miljoen steriele vliegen per week leveren tegen vleesetende parasiet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vliegenboerderij-produceert-wekelijks-300-miljoen-steriele-vliegen-om-amerikaanse-veehouderij-te-beschermen-tegen-vleesetende-parasiet" />
            <id>https://vilt.be/57765</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) investeert 257 miljoen euro in een nieuwe faciliteit in Texas, die wekelijks tot 300 miljoen steriele schroefwormvliegen zal produceren. Deze inzet moet de Amerikaanse veehouderij beschermen tegen de vleesetende schroefworm, een gevaarlijke parasiet die wonden van warmbloedige dieren binnendringt en zich letterlijk een weg naar binnen boort.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="insect" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="veeteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dbcd8629-a220-4cbe-8ab5-5b4960c4717b/full_width_screwworm.jpg</image>
                                        <content>De larve (made) van de schroefwormvlieg vormt een ernstige bedreiging voor de veehouderij, voedselvoorziening en volksgezondheid. De vlieg legt haar eitjes in open wonden van dieren zoals runderen, varkens en in zeldzame gevallen mensen. De larven voeden zich vervolgens met het levende vlees van hun gastheer.Om de verspreiding van deze parasiet tegen te gaan, zet het USDA in op de beproefde techniek van steriele-insectenbestrijding (SIT). Hierbij worden mannelijke vliegen onvruchtbaar gemaakt met straling en vervolgens uitgezet in besmette gebieden. Wanneer deze steriele mannetjes paren met wilde vrouwtjes, worden er geen nakomelingen geboren, waardoor de populatie krimpt.Nieuwe faciliteit op cruciale locatieDe nieuwe fabriek wordt gebouwd op de Moore Air Force Base in Edinburg, Texas, vlak bij de grens met Mexico. De locatie is strategisch gekozen vanwege de recente opmars van de schroefworm uit Zuid-Amerika. Alleen al dit jaar zijn in Mexico meer dan 2.200 besmettingen gemeld – sommige op slechts 600 kilometer van de Amerikaanse grens.De schroefworm werd in de 20e eeuw met succes uitgeroeid in de VS dankzij een soortgelijk programma, waarbij vliegtuigen steriele vliegen uitstrooiden over besmette gebieden. Sinds 1986 is de vlieg zelfs tot voorbij Zuid-Mexico teruggedrongen.Investering in voedselzekerheidDe nieuwe faciliteit wordt de enige in zijn soort op Amerikaans grondgebied en zal nauw samenwerken met soortgelijke fabrieken in Panama en Mexico. Een nieuwe uitbraak zou desastreuze gevolgen kunnen hebben voor de Amerikaanse rundvleesindustrie, die al kampt met recordhoge prijzen. Minder rundvee betekent minder aanbod – en dus nog hogere kosten voor consumenten.De aanpak met steriele vliegen is duur, maar volgens experts noodzakelijk en op lange termijn kostenbesparend. Ongecontroleerde schroefwormuitbraken veroorzaken zware economische schade voor veehouders en bedreigen de voedselzekerheid. Investeren in SIT is daarom niet alleen een wetenschappelijke, maar ook een economische en maatschappelijke noodzaak.Minister Brooke Rollins liet weten dat de bouw van de faciliteit naar verwachting twee tot drie jaar zal duren. Een exacte openingsdatum is nog niet bekendgemaakt.</content>
            
            <updated>2025-08-19T15:40:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brothway blaast eeuwenoude bouillon nieuw leven in]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brothway-blaast-eeuwenoude-bouillon-nieuw-leven-in" />
            <id>https://vilt.be/57766</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met zijn biologische drinkbouillons biedt Brothway een gezond, duurzaam en smaakvol alternatief voor industriële bouillonblokjes en gezouten concentraten. Zaakvoerder Frederiek Ballière blijft trouw aan een ambachtelijk productieproces. Dat leverde hem een nominatie voor de BioVLAM 2025 op.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="VLAM" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/386b8147-dbfa-48b0-9d54-511446f449b4/full_width_brotway1.jpg</image>
                                        <content>Brothway wil een eeuwenoud en voedzaam product nieuw leven inblazen: de bouillon. “Ik heb het bedrijf zo’n vijf jaar geleden overgenomen”, vertelt Ballière. “Oorspronkelijk produceerden we culinaire fonds voor de horeca. Maar ik wilde ook authentieke bouillons maken, mét echte smaak, voor iedereen. We gebruiken geen zout, geen concentraten, geen smaakversterkers of bewaarmiddelen. Brothway is puur natuur én biologisch.”&quot;Eeuwenoud krachtmiddeltje&quot;De kookbouillons voor de horeca, waar Ballière mee startte, worden verkocht onder de namen Belfond en Biofond. “Onze beste klanten zijn chefs die vroeger zelf hun bouillons trokken. Zij kennen het verschil”, aldus Ballière.Daarna volgde het idee om ook consumenten te bereiken. “Want wie heeft vandaag nog tijd om bouillons urenlang te laten trekken? Sinds een tweetal jaar bieden we een assortiment biologische drinkbouillons aan. Ideaal als gezonde snack, tijdens een kuur of na het sporten. Ze bevatten nauwelijks vet, maar wel veel proteïnen, mineralen en collageen – goed voor de gewrichten én makkelijk te bereiden in microgolf of op het vuur.”Zes smaken, puur natuurDe drinkbouillons zijn verkrijgbaar in zes varianten: Chicken Curcuma, Thai Chicken, Ginger, Beef, Miso Shiitake en Nordic Lobster. Ze worden verpakt in gesteriliseerde glazen flesjes van 180 ml.Het geheim? “Geen geheim”, lacht Ballière. “Gewoon verse, biologische ingrediënten: vlees en beenderen, groenten en kruiden. We koken de bouillons traag, tussen 24 en 72 uur, afhankelijk van het type botten. Daarna filteren we ze zorgvuldig, zodat enkel pure smaak overblijft.”In het atelier pruttelt een grote vierkante kookbak. “We verwerken de beenderen meteen na aankomst. Eerst bakken we ze samen met uien in de oven voor extra smaak. Daarna trekken we ze urenlang op lage temperatuur, met groenten en later kruiden. Zo bewaren we zoveel mogelijk voedingsstoffen.”De grondstoffen komen grotendeels van dichtbij: kip- en rundsbeenderen zijn 100 procent Belgisch en worden aangeleverd door de biologisch gecertificeerde versnijderij Delemeat. “Circulariteit is voor ons heel belangrijk: zoveel mogelijk van het dier benutten”, benadrukt Ballière.Zijn inspiratie voor smaken als kurkuma, gember en miso haalde hij uit zijn reizen in India en Afrika. “Daar ontdekte ik hoe belangrijk bouillon wereldwijd is – én hoeveel gezondheidsvoordelen deze kruiden hebben.” Duurzaamheid als kernwaardeDuurzaamheid is een rode draad in Brothway’s aanpak. Het bedrijf gebruikt recycleerbare glazen flesjes, investeert in duurzame energie en productieprocessen, en herwaardeert reststromen uit de vleesindustrie. Zo draagt het bij aan een circulaire economie.“Bio is voor ons vanzelfsprekend”, zegt Ballière. “Ook in de niet-biologische bouillons werken we vaak met biogroenten. Consumenten willen vandaag in de eerste plaats eerlijke voeding – bio hoort daar gewoon bij.”Groeiende internationale vraagDe trend komt volgens Ballière overgewaaid uit Angelsaksische landen. “In New York bestaan er intussen talloze hippe ‘bone broth bars’.” Ook in Europa groeit de belangstelling: Brothway produceert jaarlijks 50.000 liter drinkbouillon en levert aan klanten in 22 landen, vooral in Engeland.“Onze klanten zijn mensen die bewust en actief bezig zijn met voeding en gezondheid. Voor ons geldt: bouillon moet bovenal lekker én voedzaam zijn. Vandaar ‘healthy food’.”ToekomstplannenPlannen zijn er genoeg. Zo werkt Ballière aan een nieuw assortiment met wereldsmaken, waaronder een tonkotsu – de typische Japanse ramensoep met varkensbouillon. Ook voedselverspilling tegengaan staat op de agenda: hij wil meer tweede-keus groenten verwerken, al is dat logistiek uitdagender.Daarnaast verschijnt dit najaar zijn boek Bouillonista bij uitgeverij Lannoo, waarin hij de wereld van bouillon verkent en basisrecepten deelt. De BioVLAM zet elk jaar inspirerende ondernemers in de biologische landbouw in de kijker. Stemmen kan via deze link.De laureaat van de BioVLAM 2025 wordt eind september 2025 bekendgemaakt.</content>
            
            <updated>2025-08-22T11:27:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen zet meer dan 7.300 nieuwe stikstofmeetpunten uit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-rolt-meer-dan-7000-stikstofmeetpunten-uit" />
            <id>https://vilt.be/57767</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tegen het einde van de zomer neemt de Vlaamse overheid een duizendtal nieuwe meetpunten voor stikstof in gebruik. Daarmee wil ze de verspreiding en impact van stikstof beter in kaart brengen. De resultaten zullen dienen om het stikstofbeleid en het PAS-rekenmodel te onderbouwen en te evalueren. “Een impact op de vergunningsverlening zal dit niet hebben”, benadrukt Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) in een antwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams parlementslid Lydia Peeters (Open Vld).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e83f570c-04c9-4685-805b-339909efd31b/full_width_veennatuurpunt.jpg</image>
                                        <content>In totaal komen er ruim 7.300 extra meetpunten. Die volgen hoeveel ammoniak en stikstofoxiden in lucht, bodem en water terechtkomen, en welke effecten dit heeft op de meest kwetsbare natuurgebieden in Vlaanderen. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) startte vorige maand al met de uitrol van 2.100 meetpunten in het grondwater. In 2026 volgen er nog 470 in oppervlaktewater en in 2027 nog eens 4.760 in de bodem.Onderbouwing en bijsturing van PAS-beleid“Het meetnet van INBO heeft als doel betrouwbare uitspraken te doen over de stikstoftoestand en evolutie in de beschermde Vlaamse natuurgebieden en de vijf PAS-maatwerkgebieden”, verduidelijkt minister Brouns in zijn antwoord. “Het netwerk dient voor onderbouwing, planning, evaluatie en bijsturing van het stikstof- en natuurbeleid. In 2031 zullen de resultaten ook deel uitmaken van de Europese rapportage over onze staat van instandhouding van de habitattypen onder de Habitatrichtlijn.”INBO benadrukt dat dit niet betekent dat er tot nu toe geen geschikte gegevens beschikbaar waren. “We monitoren al jarenlang de biotische habitatkwaliteit in beschermde gebieden. Dat gaat over de kwantiteit en kwaliteit van habitats op basis van vegetatie. In combinatie met wetenschappelijk onderzoek leveren deze resultaten al onderbouw voor het Vlaamse natuur- en stikstofbeleid”, aldus het instituut. Ook andere entiteiten zoals VMM, VLM en wetenschappelijke onderzoeksinstellingen dragen gegevens aan.Sneller en breder in beeldDe nieuwe meetnetten in bodem, grondwater en oppervlaktewater laten volgens INBO toe om veranderingen sneller te detecteren dan met de huidige monitoring. “Daarnaast brengen we nu ook de verschillende wegen van eutrofiëring in beeld: via de atmosfeer, het grondwater, het oppervlaktewater of stikstof die al in de bodem aanwezig is. Zo kunnen we de invloed van eutrofiëring onderscheiden van andere milieudrukken zoals verdroging en versnippering. De nieuwe meetnetten zijn dus complementair aan het bestaande netwerk rond habitatkwaliteit.”Extra meetpunten in maatwerkgebiedenOok de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) breidt haar netwerk uit met 75 bijkomende meetpunten, specifiek in de vijf maatwerkgebieden. “Deze gebieden vragen extra aandacht en opvolging. Met de uitbreiding krijgen we meer inzicht in de lokale verschillen”, aldus VMM. Twee meetpunten registreren natte depositie van stikstof (via regen) in het Turnhouts Vennengebied en de Kalmthoutse Heide; de andere volgen de luchtconcentraties van ammoniak en stikstofdioxide in alle maatwerkgebieden.Daarnaast start volgend jaar een extra meetcampagne. Gedurende twaalf maanden wordt de ammoniakconcentratie in de lucht gemeten op 100 tijdelijke locaties in Natura 2000-gebieden. “Zo toetsen we of ons langlopende meetnet nog representatief is voor heel Vlaanderen. De vorige campagne dateert al van tien jaar geleden”, klinkt het bij VMM.Rekenmodel voedenDe bijkomende meetpunten hebben geen rechtstreekse gevolgen voor vergunningen van bedrijven. Ze dienen uitsluitend om de stikstoftoestand in natuurgebieden beter op te volgen en bestaande rekenmodellen te voeden en te evalueren. “Er wordt niet naar de bron van de uitstoot gekeken, wel naar de effecten op de natuur”, besluit VMM.</content>
            
            <updated>2025-08-19T20:14:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[E-facturatieplicht vanaf 2026: Hoe klaar is de landbouwsector?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/e-facturatieplicht-vanaf-2026-hoe-klaar-is-de-landbouwsector" />
            <id>https://vilt.be/57768</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf 1 januari 2026 wordt elektronische facturatie verplicht voor alle btw-plichtige ondernemingen in België. Ook landbouwbedrijven, zowel onder het forfaitaire als het algemene stelsel, vallen onder deze verplichting. Hoewel digitalisering ook in de landbouw steeds meer terrein wint, gebeurt er nog veel op papier. Is de sector klaar voor deze digitale sprong? “Het zal heel wat aanpassingen vergen.”</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/eca346e8-d914-41c7-9d64-e293ae28296d/full_width_factuurb.jpg</image>
                                        <content>Papieren facturen of pdf’s zijn vanaf volgend jaar niet langer toegestaan. Alle Belgische ondernemingen moeten facturen versturen en ontvangen via het Peppol-netwerk, een door de overheid goedgekeurd elektronisch platform voor de veilige uitwisseling van gestructureerde documenten. Ook landbouwers die zelf geen facturen opstellen, moeten voorbereid zijn om digitale facturen en aankoopborderellen te ontvangen.Om met Peppol te werken is een compatibele toepassing nodig. “Wie een boekhouder heeft, wordt doorgaans automatisch aangesloten op het systeem en is dus tijdig in orde”, zegt Boerenbond, die dit najaar een brede informatie- en opleidingscampagne lanceert.Ook agrarische adviesbureaus verwachten weinig problemen bij de omschakeling. “Voor de meeste klanten wordt dit via hun boekhouder geregeld. Bovendien bestaan er eenvoudige programma’s waarmee boeren zelf facturen via Peppol kunnen aanmaken”, aldus Dirk Coucke van DLV.SBB Accountants en Adviseurs informeerde zijn klanten al op diverse manieren en schakelt zijn klanten gefaseerd over. &amp;nbsp;“Op 31 mei 2025 waren er al 9.000 klanten, zowel landbouw als KMO, volledig klaar om elektronische facturen te ontvangen. Bovendien verliep toen al 16 procent van alle facturen via het gestructureerde Peppol-formaat”, klinkt het bij Gert Van Thillo, business manager landbouw. Van Thillo merkt op: “Technisch zijn de elektronische platformen makkelijk en gebruiksvriendelijk, en bieden ze veel voordelen. Zo krijgt de klant sneller en beter inzicht in zijn cijfers. Dat neemt echter niet weg dat het een hele operatie is om grote volumes klanten toegang te geven en hen te informeren over de werking bij e-facturatie.”&amp;nbsp;Concrete cijfers voor de landbouw ontbreken, maar nationaal gezien is er nog veel werk aan de winkel: van de 1,2 miljoen ondernemingen in België waren eind mei slechts 255.000 effectief aangesloten (21,25%). Slechts 5 procent van de aankoopfacturen werd in gestructureerd formaat verwerkt.Landbouwbedrijven zonder boekhoudkantoor moeten zelf aan de slag met online toepassingen zoals Doccle, die verbonden zijn met Peppol. “E-facturatie lijkt complex, maar wie ermee aan de slag gaat, kan zich vrij eenvoudig in orde stellen”, stelt Boerenbond.Digitale ongeletterdheidToch voorzien experts hindernissen, vooral bij oudere landbouwers. “Veel boeren zijn digitaal ongeletterd”, zegt Els Verté, directeur van Boeren op een Kruispunt. “Sommigen hebben zelfs geen computer. Wij voorzien hen soms van tweedehandslaptops die we krijgen van organisaties zoals ILVO, het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en KBC.”Om boeren vertrouwd te maken met digitale tools organiseert Boeren op een Kruispunt basisopleidingen computergebruik, soms in samenwerking met Digipunt. Ook gaven ze al een cursus over Peppol, met later dit jaar nog een vervolg. De interesse is volgens Verté groot.Ook ABS organiseert samen met het Nationaal Agrarisch Centrum (NAC) cursussen rond digitale geletterdheid. Naast het indienen van de verzamelaanvraag en de mestbankaangifte komt digitaal factureren daar nu ook aan bod. Beleidsmedewerker Frederik Van De Sompel verwacht dat de meeste boeren uiteindelijk wel hun weg vinden in het digitale facturatiesysteem. “Al zal, net zoals bij verzamelaanvraag en mestbankaangifte, nog vaak de hulp van een adviesbureau of familielid gevraagd worden.” ABS schat de digitale ongeletterdheid onder de boeren op 30 procent, een cijfer dat ook geldt voor de gehele Vlaamse bevolking.Uitdaging om papier weg te denkenWel waarschuwt Van De Sompel dat de overstap voor sommige subsectoren ingrijpend zal zijn. “In de veehandel is papieren facturatie nog heel gangbaar.” Daar wordt veel gewerkt met aankoopborderellen, ook wel ‘scheurbriefjes’ genoemd: papieren bonnen waarop de veehandelaar noteert welke dieren hij koopt en tegen welke prijs. &amp;nbsp;“Ik laat die in tweevoud drukken: de boer krijgt het origineel, ik hou de kopie”, zegt veehandelaar Olivier van Reusel uit Rumst.Ook Bert Van Loocke van Vee- en Kalverhandel (VLB) uit Aalter werkt er nog dagelijks mee. Hij merkt dat sommige boeren weinig affiniteit hebben met IT. “Wij hebben klanten die de paspoorten van hun dieren nog steeds per post opsturen in plaats van ze te downloaden in Veeportaal.” Toch ziet Van Loocke vooruitgang: “We hebben inmiddels al klanten die volledig zijn overgeschakeld op e-facturatie. Het zal tijd vergen, maar de sector past zich uiteindelijk wel aan.”Ook andere afnemers, zoals de suikerfabriek, de veiling en de melkerijen, werken bij forfaitaire boeren met het systeem van aankoopborderellen. Op dat gebied staan de digitale plannen van de overheid nog niet op punt. “In Peppol is nog steeds geen oplossing voor de aankoopborderel”, aldus Van De Sompel van ABS die dan ook aandringt op actie van de overheid. Volgens de plannen zou de afnemer nog steeds een aankoopborderel aanmaken. Maar de landbouwer moet wel in staat zijn deze omgekeerde factuur digitaal te ontvangen in plaats van op papier.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-08-19T21:46:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Het Land van Melk en Honing: van gezonde melkkoe naar rauwmelkse biokaas]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/het-land-van-melk-en-honing-van-gezonde-melkkoe-naar-rauwmelkse-biokaas" />
            <id>https://vilt.be/57769</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bij Het Land van Melk en Honing runnen Johan en Isabel Boussemaere-Delanote een biologisch melkveebedrijf waar de kwaliteit van de weides centraal staat. Van de melk van hun koeien maken ze zelf rauwmelkse kaas en yoghurt, een aanpak die hen een nominatie voor de BioVLAM 2025 opleverde.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="VLAM" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/24860c9c-3292-4f9c-a106-75a1e3a7b00b/full_width_landmelkhoning1.jpg</image>
                                        <content>De 130 Holstein-koeien grazen op hun gemak in de wei, tot Johan en Isabel de hekken openen en de dieren in alle rust naar de stal lopen. Twee keer per dag worden ze gemolken, een ritme dat de dieren goed kennen en volgen.Wat hun bedrijf bijzonder maakt, is de combinatie van melkveehouderij en kaasmakerij. Johan en Isabel zorgen niet alleen voor gezonde weides en een vruchtbare bodem, maar verwerken de melk ook zelf tot rauwmelkse kaas. Die passie en zelfvoorzienende aanpak tonen hoe biologische landbouw zowel ecologisch als economisch toekomstbestendig kan zijn.Rauwmelkse kaas: vol smaak en karakter“Wist je dat kaas eigenlijk de oudste manier is om melk te bewaren?”, zegt Johan terwijl hij de koelruimte toont waar hun kazen liggen te rijpen. Meteen na de ochtendmelking om zes uur gaat de verse, rauwe melk naar de kaastobbe – zonder pasteurisatie.Het voordeel? Het natuurlijke microbioom van de melk blijft behouden. Dat microbioom – het geheel aan micro-organismen die samenleven met planten en dieren – geeft de kaas zijn rijke smaak.Johan en Isabel maken momenteel zes soorten kaas: Gouda (jong, belegen en oud), kazen met fenegriek of tuinkruiden, en kleine kruidenkaasjes met onder meer brandnetel, ui en selder. Het kaasmaken gebeurt voorlopig nog op kleine schaal, maar ze willen deze tak wel graag verder uitbreiden. Hun producten zijn te koop in het boerderijwinkeltje, en oogsten veel succes: de kazen vielen al meermaals in de prijzen, waaronder twee gouden medailles op de Belgian Cheese Awards.Teeltrotatie als basis voor gezonde bodemOp Het Land van Melk en Honing krijgen de melkkoeien heel wat ruimte: ze grazen op grote weilanden rond de boerderij. Samen met de akkerbouw is er 110 hectare beschikbaar, waarvan 12 hectare van Natuur en Bos.Voor Johan en Isabel begint alles bij de bodemgezondheid: die bepaalt zowel de kwaliteit van het voer als de gezondheid van de koeien.Ze werken met teeltrotatie: drie à vier jaar gras, klaver en kruiden (zoals chicorei en smalle weegbree), gevolgd door een jaar akkerbouw. Zo blijft de bodem vruchtbaar, biodivers en klimaatbestendig. Wormen en andere bodemorganismen doen hun werk, terwijl de koeien zorgen voor natuurlijke bemesting. Ook telen ze zelf graan, veldbonen en voederbieten, zodat ze grotendeels zelfvoorzienend zijn in veevoer.Roterend begrazenOm hun koeien steeds vers gras te geven, verdelen Johan en Isabel hun 30 hectare weide in 22 percelen. De koeien grazen dagelijks op een ander perceel, waarna dat stuk drie weken kan herstellen. Zo blijft de bodem gezond en de grasmat sterk. Duurzaamheid als rode draadVoor Johan en Isabel is duurzaamheid meer dan een modewoord. Ze streven naar een zelfregulerend ecosysteem: koeien grazen en bemesten, wormen verluchten de bodem, bijen zorgen voor honing, en uilen houden muizen onder controle.Een mooi voorbeeld is hun gebruik van veldbonen als eiwitrijke voederbron. Door de bonen te toasten verhogen ze de voedingswaarde, waardoor de afhankelijkheid van geïmporteerde soja sterk daalt. Tegelijk verrijken de bonen de bodem met stikstof voor de volgteelt.De stap naar bioZowel Johan als Isabel groeiden op in een gangbare boerderij. In 2016 maakten ze de overstap naar biologische landbouw. Johan: “Dat was een enorme omschakeling. Je moet niet alleen je grond omzetten, maar vooral ook je manier van denken. Bij bio draait het niet om maximale productie, maar om de bodem. Daar begint alles mee. Gezonde grond geeft gezonde dieren én gezonde producten.”De toekomst van Het Land van Melk en Honing ziet er veelbelovend uit. Johan en Isabel willen hun kaasmakerij verder uitbreiden en hopen dat één van hun drie dochters de passie voor de boerderij zal overnemen. “Er is zeker ruimte voor hen”, besluit Johan. De BioVLAM zet elk jaar inspirerende ondernemers in de biologische landbouw in de kijker. Stemmen kan via deze link.De laureaat van de BioVLAM 2025 wordt eind september 2025 bekendgemaakt.</content>
            
            <updated>2025-08-25T10:23:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwkoppel uit Diksmuide geeft 28 ton boontjes gratis weg na brand bij Horafrost]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenkoppel-uit-diksmuide-geeft-28-ton-boontjes-gratis-weg-na-brand-bij-horafrost" />
            <id>https://vilt.be/57770</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwerskoppel Lieselot Demolder (37) en Thijs Demaeght (42) uit Esen bij Diksmuide zit met 28 ton boontjes die ze niet konden leveren na de zware brand bij diepvriesgroentenbedrijf Horafrost in Staden, midden juli. In plaats van de oogst te vernietigen, besloten ze de boontjes gratis weg te geven aan wie zelf wil komen plukken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="diepvries" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bd6fbf41-d99c-4cf6-97bf-ca7260dfbe29/full_width_gratis-boontjes-horafrost1.jpg</image>
                                        <content>Het koppel teelde in totaal drie hectare boontjes, goed voor zo’n 42 ton. “Horafrost kon door de brand maar één hectare van onze boontjes oogsten”, vertelt Lieselot. “We bleven dus met twee hectare of ongeveer 28 ton zitten. We hadden de keuze: vernietigen of gratis weggeven. Omdat er al zoveel voedselverspilling en hongersnood in de wereld is, kozen we voor het tweede.”Boontjes plukken met een vrije giftIedereen mag gratis boontjes komen plukken op het veld in Esen. “We geven ze gratis weg”, zegt Lieselot. “Maar als mensen iets willen geven, hebben we een spaarpotje gezet voor onze kindjes.” De respons is overweldigend positief: “De meeste mensen zijn heel dankbaar. Het grootste publiek komt zelfs van buiten de streek, van alle hoeken van West-Vlaanderen en zelfs uit Vlaams-Brabant.” We missen een maandloon. We hebben de zaden, sproeistoffen en de arbeid betaald. Dat geld zijn we kwijt Financiële klap zonder compensatieDe financiële impact voor het koppel is niet min. “Het contract werd beëindigd door overmacht, dus we krijgen geen schadevergoeding”, zegt Lieselot. “We missen een maandloon. We hebben de zaden, sproeistoffen en de arbeid betaald. Dat geld zijn we kwijt. Niet dat we eronderdoor gaan, maar het is wel een zware klap.”Een verzekering of tussenkomst is er niet. En toch blijft het koppel positief. “Onze boodschap is dat je van iets negatiefs toch iets positiefs kan maken. Je kan binnenblijven en klagen, of je kan de wereld iets teruggeven. Wij kozen voor dat laatste.”Vertrouwen in Horafrost blijftOndanks het financiële verlies, houden de boeren vertrouwen in de samenwerking met Horafrost. “Wij zijn niet boos op de firma”, benadrukt Lieselot. “Volgend jaar gaan we opnieuw contracten aanvragen.”</content>
            
            <updated>2025-08-20T15:59:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hardfruittelers hoopvol over appel- en perenjaar bij eerste pluk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hardfruittelers-hoopvol-over-appel-en-perenjaar-bij-eerste-pluk" />
            <id>https://vilt.be/57771</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De eerste peren stromen deze week de bewaarcellen binnen, terwijl appeltelers enkele weken geleden al gestart zijn met de pluk van vroege variëteiten. De sector kijkt bij deze vroege start van het seizoen met veel vertrouwen naar de markt. “De appels en peren zijn van zeer goede kwaliteit en het aanbod op de markt is klein waardoor we mogen hopen op een goede prijszetting dit seizoen”, klinkt het bij BelOrta.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="appels" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0e07c7af-546c-4ef0-b662-e98ca6b0916a/full_width_fruitperenpluk.jpg</image>
                                        <content>De Vlaamse perentelers zijn deze week gestart met de pluk. “We beginnen eerst met de kleinere percelen en de kantrijen. Vanaf 25 augustus volgt de grote bulk”, vertelt Mario Vanhellemont, fruitteler uit Tielt-Winge. Een deel van zijn oogst gaat naar eigen verwerking en korteketenverkoop, maar het grootste aandeel levert hij aan BelOrta.Ook Chris Groven uit Tongeren-Borgloon verkoopt via BelOrta en merkt dat de opbrengst beter uitvalt dan verwacht. “Door de droogte zijn de peren aan de hoogproductieve bomen wel wat minder gegroeid, maar de kwaliteit is dit jaar absoluut top.” &quot;Zoete peer met gladde schil&quot;De coöperatieve groente- en fruitveiling BelOrta ontving dinsdagavond zijn eerste twee miljoen kilo peren. De eerste oogst oogt veelbelovend, zegt Kris Jans, directeur Fruit bij BelOrta, die benadrukt dat nog niet alle telers gestart zijn. “De peren zijn van uitstekende kwaliteit: het suikergehalte – en dus de smaak – is hoog, en de vruchten hebben een mooie, gladde schil.”Volgens Jans is die kwaliteit te danken aan de gunstige weersomstandigheden: veel zon afgewisseld met af en toe een regenbui. In het voorjaar kampte de sector wel met een schrale noordoostenwind, waardoor de rui groter was dan normaal. Daardoor ligt de geschatte opbrengst van 33 ton per hectare onder het vijfjarige gemiddelde.Toch kijkt Jans optimistisch vooruit. De sterke kwaliteit en de huidige marktomstandigheden zouden de lagere opbrengst moeten compenseren. “Er is op dit moment ook geen aanbod meer van oude oogst, zowel op de versmarkt als voor de industrie, waardoor de vraag gunstig lijkt. Bovendien is Duitsland dit jaar een interessante afzetmarkt. Waar we vorig jaar vooral grote maten hadden, is het aanbod nu mooi gespreid en beschikken we ook over veel kleinere peren, die daar bijzonder gewild zijn.” Appels kunnen nog wat regen gebruikenDe appeloogst ziet er volgens Jans en Vanhellemont ook goed uit, met gladde vruchten in wisselende formaten. Sinds twee weken is de eerste serieuze aanvoer van vroege variëteiten appels op gang gekomen bij BelOrta en is het wachten op de eerste pluk van Jonagold, veruit de belangrijkste variëteit in Vlaanderen. De voorbije jaren zijn vooral oudere Jonagoldpercelen gerooid, waardoor het areaal verjongd is en een betere kwaliteit oplevert Ook voor appels zijn de vooruitzichten gunstig, zegt Jans. Net als bij de peren is er geen oude oogst meer op de markt. Met een opbrengst van zo’n 47 ton per hectare zit Jonagold op het vijfjarige gemiddelde en doet het beter dan vorig jaar. Niet alleen de hoeveelheid, ook de kwaliteit springt eruit. Volgens Jans hebben de Jonagold-appels een duidelijke kwaliteitsimpuls gekregen doordat veel telers de voorbije jaren percelen rooiden omwille van de slechte prijsvorming. “Vooral de oudere percelen verdwenen, waardoor het Jonagold-areaal verjongd is en betere kwaliteit oplevert.”Ook fruitteler Chris Groven kijkt positief naar zijn appelpercelen. Hij verwacht een mooie oogst, al blijft de kleurvorming van de appels voorlopig wat achter. “Dat komt door de droogte. Met wat regen kan dat de komende maanden nog helemaal goedkomen”, besluit hij.</content>
            
            <updated>2025-08-20T15:59:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU erkent gezondheidsclaim voor groene kiwi’s als eerste vrucht ooit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-erkent-gezondheidsclaim-voor-groene-kiwis-als-eerste-vrucht-ooit" />
            <id>https://vilt.be/57772</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Groene kiwi’s zijn officieel erkend als bevorderlijk voor een normale darmfunctie en krijgen als eerste vrucht ooit een positieve gezondheidsclaim van de Europese Commissie. Het gaat om een belangrijke primeur in de voedingswereld: tot nu toe werden alleen losse nutriënten zoals vezels, vitaminen of mineralen erkend met dergelijke claims.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gezondheid" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5b924255-e17f-4e9a-a318-25436cf97fe3/full_width_kiwi-facbioingewetenschugent.jpg</image>
                                        <content>“De consumptie van groene kiwi’s is bevorderlijk voor een normale darmfunctie door de frequentie van de stoelgang te verhogen”, zo luidt de goedgekeurde formulering op EU-lex, het officiële publicatieplatform van de Europese Unie. Wie wil genieten van deze gezondheidsclaim, eet best dagelijks twee tot drie kiwi’s, afhankelijk van de grootte.Claim goedgekeurd, maar onder voorwaardenDe claim mag alleen worden gebruikt “bij de verkoop van verse, groene kiwi&#039;s in hun geheel of voor verse, groene kiwi&#039;s die zijn geschild en versneden. Hierbij moet het om een minimum van 200 gram vruchtvlees gaan.&quot; Deze voorwaarde moet duidelijk gecommuniceerd worden aan de consument bij verkoop of promotie.De erkenning komt er na een dossier dat in 2018 werd ingediend door Zespri, de grootste kiwihandelaar ter wereld. De EFSA (Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid) bevestigde het verband tussen het eten van groene kiwi’s en een toename van de stoelgangfrequentie – een belangrijke indicatie voor een normale darmfunctie.Wat maakt groene kiwi’s zo bijzonder?De kiwi, ook bekend als Chinese kruisbes, is goed voor de spijsvertering door de combinatie van vezels, water en het enzym actinidine. De vezels in de vrucht helpen de spijsvertering te reguleren en de stoelgang te verbeteren, terwijl actinidine de eiwitvertering bevordert.Dat een volledige vrucht zoals de groene kiwi nu een gezondheidsclaim mag dragen, betekent een belangrijke verschuiving in de Europese regelgeving. Waar vroeger enkel nutriënten als vezels of vitamines apart erkend werden, krijgt nu een volwaardige fruitsoort deze status.Waarom géén gele kiwi?Hoewel gele kiwi’s ook rijk zijn aan voedingsstoffen en vezels, is deze gezondheidsclaim niet op hen van toepassing. De reden? De goedkeuring van gezondheidsclaims door de EU is strikt productgebonden. De onderbouwing van de claim is specifiek gebaseerd op groene kiwi’s, die doorgaans meer onoplosbare vezels en het spijsverteringsenzym actinidine bevatten.Voor gele kiwi’s is (voorlopig) geen goedgekeurde claim ingediend of aanvaard. Er is dus geen automatische overdracht van deze claim naar andere kiwivariëteiten, ook al lijken ze qua voedingswaarde soms sterk op elkaar.</content>
            
            <updated>2025-08-20T17:12:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Goed Gerief: De maaimachine]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/goed-gerief-de-maaimachine" />
            <id>https://vilt.be/57773</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Goed Gerief tonen we hoe landbouwmachines evolueerden van simpel en robuust tot slim en technologisch. Van een paard met een maaibalk tot de moderne vlindermaaier die snel én faunavriendelijk werkt — deze rubriek verbindt verleden, heden en innovatie op het veld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a2efc03c-da86-44b2-9dc0-dff933dc6f1f/full_width_thumb-28.jpg</image>
                        
            <updated>2025-08-20T19:01:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rode lijst piekbelasters krimpt van 41 naar 11]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rode-lijst-piekbelasters-krimpt-van-41-naar-11" />
            <id>https://vilt.be/57774</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Elf landbouwbedrijven kregen deze zomer te horen dat ze op de rode piekbelasterslijst staan. Na een herberekening en maandenlange onzekerheid verdwenen 30 bedrijven van de vroegere lijst. De inkrimping wordt echter niet overal met gejuich onthaald. N-VA zet vraagtekens bij de nieuwe berekeningsmethode van de lijst, terwijl Boerenbond vooral kritiek uit op het beleid “dat met de wind meedraait”. “Ondanks de inkrimping blijft de malaise groot”, luidt het. “Landbouwers zitten al tien jaar in de PAS-rollercoaster, met een loodzware mentale tol en een totaal gebrek aan vertrouwen in het beleid.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fa4a6c04-6f50-41b4-ae92-aaea159d9932/full_width_koeienindeweide.jpg</image>
                                        <content>Eén van de maatregelen uit het stikstofdecreet is de aanduiding van de zogenaamde piekbelasters of rode bedrijven. Dat zijn veehouderijen of mestverwerkers waarvan de impactscore hoger is dan, of gelijk is aan, 50 procent. Zij moeten hun impactscore kunnen verlagen tot onder 50 procent tegen 30 september 2029 als ze hun activiteiten verder willen zetten. Afhankelijk van het bedrijf wordt bekeken of ammoniakemissiearme technologieën voor de benodigde reductie kunnen zorgen, of dat een kleinere veestapel een rendabele oplossing kan zijn.30 minder rode bedrijvenIn februari 2022 stonden nog 58 veebedrijven op de rode lijst. Toen een jaar later het stikstofakkoord vorm kreeg, hadden al 17 bedrijven hun activiteiten stopgezet, omgevormd of verplaatst.De overige 41 bedrijven moesten tot deze zomer in onzekerheid afwachten wat de toekomst van hun vergunningsverhaal zou worden. Vorig jaar verklaarde de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) over deze lange wachttijd nog dat “bedrijven met een hoge impactscore in het verleden al sterke aanwijzingen hebben dat ze als piekbelaster zullen aangeduid worden”. Toch blijkt dat de sterke aanwijzingen voor veel bedrijven niet overeenkomen met de nieuwe rode lijst. Want van de 41 bedrijven blijven er nu nog 11 over.In de communicatie wordt niet meegegeven hoeveel bedrijven reeds de activiteiten neerlegden in de periode tussen 2023 en de berekening van de huidige impactscore. &amp;nbsp; 11 piekbelastersRuim anderhalf jaar na de inwerkingtreding van het stikstofdecreet zouden de elf piekbelasters nu op de hoogte zijn gebracht van hun status. Het zou gaan om vier Oost-Vlaamse bedrijven, drie in Antwerpen, drie in Limburg en één in Vlaams-Brabant. “Het is belangrijk te benadrukken dat deze bedrijven zelf geen schuld treffen aan hun status. Het gaat vaak om kleinere, familiale landbouwbedrijven die door hun ligging nabij natuurgebieden als piekbelaster worden aangemerkt”, aldus Brouns.“Enkelen” zouden ondertussen ook al ingestapt zijn in een vrijwillig stopzettingstraject. “Er wordt ingezet op een flankerend beleid waarbij landbouwers een vergoeding kunnen ontvangen voor vrijwillige stopzetting”, luidt het. Maar een speciaal uitgewerkt uitkoopbeleid voor rode bedrijven is er echter nog niet.Rode bedrijven kunnen ook nog beroep indienen, daarvoor hebben ze zes maanden de tijd. Daarna volgt nog eenzelfde deadline voor de overheid om een definitieve beslissing te nemen. Herberekening wordt in vraag gesteldDe vroegere rode bedrijven werden geïdentificeerd op basis van gegevens uit 2015. In het stikstofdecreet werd echter een nieuwe berekenmethode afgesproken voor de piekbelasters. Zo werd de impactscore berekend op de situatie van 2020, 2021 en 2022. Een bedrijf wordt dan als een piekbelaster beschouwd als minimaal twee van de drie berekende impactscores hoger zijn dan of gelijk zijn aan 50 procent. In de nieuwe berekening werden onder meer ook andere meteo- en habitatkaarten gebruikt.Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA) vraagt zich op X af of de nieuwe berekening wel goed is uitgevoerd. “Op basis van de persmededeling is het onmogelijk om de berekening ten gronde te controleren”, aldus Pieters op X. Hij heeft de onderbouwing van de nieuwe rode lijst opgevraagd bij Lydia Peeters (Open Vld), voorzitter van de Commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement. &quot;Enkel op die manier kan gecontroleerd worden of de lijst op een rechtszekere en wetenschappelijk onderbouwde manier tot stand kwam.”De Vlaamse Landmaatschappij (VLM), die betrokken was bij de oefening, zal pas volgende week toelichting geven over de rekenmethode. Daaruit zal ook moeten blijken of in de berekening rekening is gehouden met de recent geactualiseerde kritische depositiewaarden. Door die verschuiving kunnen impactscores namelijk mee opschuiven. Voor bedrijven die net onder de grens van 50 procent zaten, bestaat de kans dat ze door de actualisatie net boven de grens komen te liggen. &quot;Veehouders zitten in een PAS-rollercoaster&quot;De stempel ‘piekbelaster’ is volgens landbouworganisatie Boerenbond voor de betrokken bedrijven een slag in het gezicht, zeker omdat vele van hen al tien jaar lang in de PAS-rollercoaster zitten. “We weten dat er onder meer door andere weersdata opeens andere impactscores zijn en daarom men plots het etiket ‘piekbelaster’ krijgt”, reageert Boerenbond-voorzitter Lode Ceyssens. “Dat is letterlijk beleid dat draait met de wind. Mentaal weegt dit loodzwaar voor de landbouwers. Het vertrouwen in het beleid is helemaal zoek.”Boerenbond herhaalt dat het stikstofdecreet met haken en ogen aan elkaar hangt en eist rechtszekerheid. Het is niet omdat het nu ‘maar’ elf piekbelasters zijn, dat de impact van het decreet verwaarloosbaar is”, aldus Ceyssens. “De enorme malaise en onzekerheid, waarin naast de piekbelasters ook de rest van de sector zich bevindt, wordt hiermee niet ongedaan gemaakt.Ondernemers hebben recht op een duidelijk en haalbaar toekomstperspectief, willen we dat er wordt geïnvesteerd in duurzaamheid. De hele sector moet grote inspanningen leveren. Momenteel blijft het kader waarin dat moet gebeuren heel onduidelijk.”“Het is ongehoord dat bedrijven die zorgen voor veilig en lokaal voedsel en mee instaan voor onze voedselzekerheid, de dupe zijn van een stikstofdecreet dat geen houvast biedt. Dat is ook de reden waarom we met het stikstofdecreet naar het Grondwettelijk Hof zijn gestapt. We vragen een stikstofbeleid dat haalbaar is voor de landbouwsector en dat boeren niet onnodig in de hoek zet”, besluit Lode Ceyssens.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-08-20T20:47:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kalveraanvoer stabiliseert na krapte door blauwtong, prijzen dalen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aanleverproblemen-vleeskalverhouderij-lijken-achter-de-rug" />
            <id>https://vilt.be/57775</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De vleeskalverhouderij kampte de voorbije maanden met een tekort aan nuchtere kalveren. Vooral de blauwtonguitbraak van vorig jaar speelde de sector parten, met minder geboortes en misvormde kalveren tot gevolg. Het tekort leidde tot uitzonderlijk lange leegstand in de stallen. Intussen lijkt de situatie zich stilaan te herstellen en normaliseert het aanbod, al betekent dat ook dat de piekende kalverprijzen terug zakken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="blauwtong" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3e2d4bb3-34fd-4565-bc72-f80b59bdfaf5/full_width_kalverhouderij2-vanlommel.jpg</image>
                                        <content>Kalverhouder Jan Wellens uit Vosselaar heeft woensdag zijn tweede stal met 550 kalveren opnieuw gevuld, na een leegstand van vijf weken. “Normaal duurt die periode ongeveer een week, maar door het tekort aan kalveren duurde de leegstand veel langer”, aldus Wellens. Ook Stef Bastiaansen in Meer herkent het probleem. Zijn 600 kalverplaatsen stonden al leeg sinds begin juni. “Half juli hadden we nog steeds geen zicht op nieuwe aanvoer. Een leegstand van zes weken, en mogelijk langer, heb ik nooit eerder meegemaakt.”Krapte leidde tot hogere prijzenVolgens de kalverhouders is de verminderde beschikbaarheid van kalveren vooral te wijten aan de gevolgen van blauwtong. De ziekte heeft er niet alleen voor gezorgd dat er minder kalveren werden geboren, maar ook dat ze vaker misvormd of blind waren. Daarnaast speelt ook het dalende aantal melkveehouders in Noordwest-Europa mee. “De vleeskalverhouderij is ooit ontstaan vanuit het overschot aan stierkalveren uit de melkveehouderij. Nu zien we het omgekeerde gebeuren”, aldus Bastiaansen.Volgens Ann Truyen van Belgische Kalfsvleessector vzw (BVK) dat de belangen vleeskalverslachthuizen en de vleeskalverintegratie behartigt, lijken de grootste problemen intussen achter de rug. “Het aanbod normaliseert, al blijft het krap. We hopen dat de verplichte vaccinatiecampagne effect zal hebben en het aantal blauwtonggevallen dit jaar lager ligt.”De schaarste joeg de prijzen voor nuchtere kalveren het voorbije jaar de hoogte in. Waar een Holstein-kalf vorig jaar nog 50 tot 100 euro opbracht, ging dat dit voorjaar tot 450 euro. Voor een kruising van Holstein en Belgisch witblauw werd 850 euro betaald, waar dat vorig jaar nog 300 euro was. De witblauw kalveren spanden echter de kroon met prijzen tot 1.500 euro. &quot;Nu het aanbod aantrekt, komen de prijzen opnieuw onder druk te staan”, zegt Truyen. Ook de consument moest, in heel Europa, meer betalen voor zijn kalfsvlees. Sterkere kalveren maar verminderde rendabiliteitVolgens Jan Wellens had de prijspiek wel een positief effect: “Kalveren kwamen sterker bij ons aan. Als een boer meer voor zijn kalf krijgt, zorgt hij er ook beter voor.” Toch leveren de lange leegstand en het mislopen van rondes hem minder opbrengsten op. Met zijn 1.450 kalverplaatsen haalt hij normaal 1,8 rondes per jaar, maar dat lukt dit jaar niet.  Meer PAS-maatregelen mogelijkNaast de marktonzekerheid kampt de sector met de stikstofdoelstellingen. Eind dit jaar moet elke vleeskalverhouder al vijf procent reduceren, in 2030 zelfs 28 procent. Tot voor kort stond enkel de luchtwasser op de lijst met erkende PAS-technieken. Een luchtwasser is een techniek die niet toepasbaar is in de meeste kalverstallen.Recent erkende het Wetenschappelijk Comité echter twee bijkomende maatregelen. Zo kan het afdekken van de mestput met balansballen – een techniek die al langer in varkensstallen wordt toegepast – een reductie van 11 procent opleveren. Ook een langere leegstand werd goedgekeurd als PAS-maatregel.</content>
            
            <updated>2025-08-21T18:05:55+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Doorbraak van soja komt steeds dichterbij: "Samenwerking tussen ILVO en VIB loont"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/doorbraak-van-soja-kom-steeds-dichterbij-samenwerking-tussen-ilvo-en-vib-loont" />
            <id>https://vilt.be/57776</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met 320 sojarassen die onder praktijkomstandigheden getest worden, loopt de grootste sojaproef van Vlaanderen momenteel op de terreinen van ILVO in Merelbeke en Melle. In samenwerking met VIB wil het onderzoeksinstituut zo de sojateelt eindelijk doen doorbreken in Vlaanderen. “Die doorbraak komt dichterbij”, klonk het woensdag tijdens een bezoek aan het proefveld, waar ook een vernieuwde en uitgebreidere samenwerkingsovereenkomst tussen ILVO en VIB werd ondertekend.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="eiwitshift" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/aa673688-e67e-40d7-9592-28eb5a8d9c7a/full_width_vib-ilvo-sojaproeven-ondertekening-samenwerkingsovereenkomst.jpg</image>
                                        <content>Maïs als voorbeeld?Al 15 jaar is het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) bezig om soja aan te passen aan de Vlaamse omstandigheden zodat de teelt rendabel kan worden en breder ingang kan vinden. “Dat is vanuit geopolitiek belangrijk omdat het onze onafhankelijkheid van ingevoerde soja vermindert”, zegt Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO. Europa kampt vandaag met een groot eiwittekort en is sterk afhankelijk van de VS en Latijns-Amerika. “Ook voor het milieu zijn de voordelen groot. Sojaplanten hebben geen bemesting nodig en capteren stikstof uit de lucht.”Hoewel het onderzoek al een behoorlijke tijd loopt, zijn de onderzoekers van ILVO wel hoopvol dat de grote doorbraak er binnenkort aankomt. Relaes maakt daarbij de parallel met maïs. “Vijftig jaar geleden zag je die tropische plant nergens op Vlaamse velden omdat hij niet aangepast was aan onze teeltomstandigheden. Vandaag is het ons belangrijkste voedergewas. Ik verwacht dat soja dezelfde weg zal afleggen.” Sleutel ligt bij bacteriënOm de teelt rendabel te maken, moesten niet alleen sojarassen gevonden worden die aangepast zijn aan ons klimaat, ook de teelttechniek moest op punt gesteld worden. “Bijkomende moeilijkheid was de geschikte bacteriën vinden die in de bodem samenwerken met de wortels van de sojaplant”, legt onderzoeker Joke Pannecoucque uit. “De wortels vormen knolletjes of nodules waarmee ze stikstof uit de lucht kunnen opnemen en er dus niet bemest moet worden. Hoe efficiënter die samenwerking tussen plant en bacterie, hoe beter voor de plant, de bodem, de omgeving en de landbouwer.”Om de bacteriën te selecteren die onder Vlaamse omstandigheden goed kunnen samenwerken met de sojaplant, startte ILVO samen met VIB het burgerwetenschapsproject ‘Soja in 1.000 tuinen’. Dat resulteerde in de selectie van vijf bacteriën die goed samenwerken met de plant om stikstof te fixeren uit de lucht. Hoe beter dit gebeurt, hoe hoger het eiwitgehalte van de sojabonen. Op het proefveld van ILVO werden dit jaar 320 sojarassen, waarvan 20 commerciële rassen, uitgeplant waarbij het zaad een coating kreeg met deze bacteriën. Onderzoekers van ILVO zijn momenteel volop bezig met het oogsten van gemarkeerde planten. Bij elke plant worden manueel de nodules op de wortels verzameld. Vervolgens wordt via AI geteld hoeveel nodules elke plant telt en hoe groot ze zijn. Die gegevens worden ook gecombineerd met data van dronebeelden. Vervolgens zal het microbioom van de wortelknobbeltjes in kaart gebracht worden om belangrijke bacteriesoorten te identificeren. “We gaan met andere woorden op zoek naar bijkomende bacteriën die de werkende bacterie helpen om de stikstof te fixeren. Met merkers moet het lukken om dit vroegtijdig te doen zodat veredelaars dan sneller kunnen evolueren in hun zoektocht naar commerciële rassen”, legt professor Sofie Goormachtig van VIB uit.Deze gegevens zijn ook waardevol voor producenten van bacteriepreparaten die ‘gecoat’ worden aan het sojazaad. Op die manier krijgen die meteen vanaf het zaaien de juiste bacteriën mee. Tegelijk startte ILVO dit jaar ook met proeven bij landbouwers op tien andere locaties in Vlaanderen. Volgend jaar moeten dit 50 locaties worden. “Elke bodem kan immers een andere bacteriecombinatie vragen”, vertelt Pannecoucque. Nood aan vier ton met eiwitgehalte van 40 procentVandaag ligt de opbrengst van de sojavelden nog te laag om echt te spreken van een rendabele teelt voor landbouwers. “We oogsten hier gemiddeld 2,5 tot 3,5 ton per hectare”, legt Niel Verbrigghe, onderzoeker bij ILVO, uit. “Voor commerciële rassen moet dat vier ton per hectare worden met een goede eiwitopbrengst. We mikken op een eiwitgehalte van 40 procent, willen we een product hebben dat geschikt is voor humane consumptie.”Voorlopig mikt het onderzoek niet op de ontwikkeling van sojarassen voor veevoeder omdat daar de concurrentie met de grote sojaproducerende landen te groot is die vooral inzetten op genetische aangepaste soja in bulk. Wel zou het kunnen dat soja die een te laag eiwitgehalte in de diervoedersector terechtkomt. “Vergelijk het met baktarwe, als de kwaliteit onvoldoende is, wordt het ook voedertarwe”, zeggen de onderzoekers.Een ander knelpunt is volgens Pannecoucque de verdere ontwikkeling van de keten. “We zijn net gestart met een vierjarig project om alle schakels in de keten op dezelfde lijn te krijgen”, klinkt het. “Al deze verschillende puzzelstukjes moeten samenvallen om voor de echte doorbraak van de teelt te zorgen.” Versterkte samenwerking tussen ILVO en VIBHet onderzoek toont volgens VIB hoe samenwerking tussen beide instellingen internationaal toponderzoek vertaalt naar de praktijk. “Onze onderzoeksinstellingen vullen elkaar perfect aan en er is een groot wederzijds vertrouwen”, zegt algemeen directeur Jérôme Van Biervliet. Sinds de eerste overeenkomst in 2016 leidde de samenwerking tot negen doctoraten, twintig onderzoeksprojecten, vier octrooiaanvragen en de oprichting van spin-off Protealis.De nieuwe samenwerking gaat verder. “We zullen gezamenlijke initiatieven nemen in onderzoeksgebieden zoals plantenfenotypering, modellering van groeiprocessen, plantveredelingstechnieken en onderzoek naar biologische nitrificatieremmers om verliezen van stikstof en broeikasgassen naar het milieu te verminderen”, aldus Van Biervliet.Volgens Joris Relaes van ILVO moet deze samenwerking toelaten om te bouwen aan de landbouwgewassen van morgen, met focus op klimaatmitigatie en -adaptatie, biologische gewasbescherming en precisielandbouw. “Als het over het klimaat gaat, hoor je vaak dat er niets of veel te weinig gebeurt. Wij bewijzen dat we er wel werk van maken. Niet door grootse plannen naar voor te schuiven, maar wel door hands on verder te werken. Dat is geen rechtlijnig traject, maar eerder een schaatsbeweging. We sturen permanent bij om de juiste resultaten te bereiken.” Diependaele: &quot;Krachtig signaal&quot;Beide instellingen geloven dat ze samen sneller wetenschappelijke inzichten kunnen toepassen in oplossingen voor landbouw, milieu en maatschappij. Vlaams minister-president Matthias Diependaele, bevoegd voor Economie, Innovatie en Industrie, benadrukt het belang van de samenwerking. “De biotechsector is strategisch voor Vlaanderen, zowel door onze voortrekkersrol als door de weerbaarheid die het biedt aan onze landbouw. Dat onze kenniscentra efficiënt samenwerken en dit partnerschap versterken, is een krachtig signaal.”</content>
            
            <updated>2025-08-21T11:07:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boeren reageren op nieuwe rode lijst: "We hebben jaren in angst geleefd"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-rode-pas-lijst-voor-ons-verandert-er-weinig" />
            <id>https://vilt.be/57777</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Woensdag raakte bekend dat het aantal rode bedrijven is teruggebracht van 41 naar 11. VILT contacteerde een aantal bedrijven die initieel op de rode lijst stonden en er nu al dan niet afgevallen zijn. Bij wie niet langer op de lijst staat, is van opluchting vaak weinig sprake. "Dit betekent dat sommige ondernemers onterecht in angst hebben geleefd of gestopt zijn”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e0d6ca7e-771e-4967-8b5a-d1263b689f0e/full_width_landbouw-bedrijf-boerderij.jpg</image>
                                        <content>Mathieu Alaerts (Tessenderlo): &quot;Tegen 2030 kan er nog veel veranderen&quot;Mathieu Alaerts uit Tessenderlo is één van de landbouwers die op de rode lijst blijft staan. In 2014 kreeg de Limburgse melkveehouder zijn eerste rode PAS-brief en sindsdien beschrijft hij de periode als een “emotionele rollercoaster”. &quot;Het brengt enorm veel stress met zich mee. Sommige collega&#039;s konden daar niet mee omgaan en hebben intussen de boeken neergelegd.&quot;Alaerts had gehoopt van de lijst te vallen, maar kreeg een maand geleden te horen dat zijn impactscore boven de 50 procent blijft. Dit betekent dat hij zijn impactscore voor 2030 onder de vijftig procent moet brengen, alsook zijn PAS-referentie 2030 moet halen om een hervergunning te krijgen. Voor sommige veehouders volstaat het realiseren van de PAS-referentie om automatisch onder de grens te zakken. Wie daar niet mee toekomt, moet extra reduceren tot de score onder vijftig procent ligt.Ondanks het slechte nieuws laat Alaerts, die samen met zijn zoon Niels (35) 220 melkkoeien heeft, zich niet uit het lood slaan. &quot;De rode status betekent niet langer automatisch sluiting. Misschien dienen er zich de komende jaren nieuwe PAS-maatregelen aan waardoor reduceren makkelijker wordt.&quot; En in het uiterste geval kan zijn zoon misschien verder met een kleinere veestapel. &quot;Vandaag leven er twee gezinnen van ons bedrijf. Als ik dadelijk op pensioen ga, zou mijn zoon wellicht een leefbaar bedrijf kunnen hebben met een kleinere veestapel&quot;, vertelt hij. Wie weet gaat de politiek beseffen dat we onze voedselautonomie niet mogen opofferen Al hoopt hij erop dat dit niet nodig zal zijn. &quot;Door de natuurlijke uitstroom van landbouwers die met pensioen gaan, kan de stikstofuitstoot van de landbouwsector op korte termijn al stevig gaan dalen. Of wie weet gaat de politiek beseffen dat we onze voedselautonomie niet mogen opofferen.&quot; Ook denkt hij dat de berekeningsmethode van de impactscore de komende jaren opnieuw kan veranderen. Dat is in het verleden al gebeurd en dat sterkt hem in zijn overtuiging. “Zoekzones kunnen verschuiven en dan rolt er ineens een andere score uit de bus&quot;, aldus Alaerts.Bart Baeyens (Oud-Turnhout): &quot;Altijd al vraagtekens gehad bij rekenmethode&quot;Bart Baeyens die in Oud-Turnhout, midden in het Turnhouts Vennengebied, een pluimveebedrijf uitbaat, staat mogelijk niet langer op de lijst van piekbelasters. “Mogelijk”, benadrukt de landbouwer. “Bedrijven die niet geïnformeerd zijn, zouden niet meer op de lijst staan. Ik heb niets gehoord dus in theorie sta ik niet meer op de lijst. Maar ik ben mijn telefoon enkele dagen kwijt geweest en wat als de brief met de post niet aangekomen is?”Het bedrijf van Baeyens, de Lakshoeve, ontving in 2014 al een rode brief waarna hij één van zijn oude stallen emissiearm maakte en de andere stallen een grondige update kregen. In 2020 verkreeg hij nog een vergunning voor twee nieuwe stallen en investeerde de Kempenaar miljoenen euro’s. Hij heeft altijd vraagtekens geplaats bij de berekeningswijze. “Destijds zouden wij een impactscore hebben gehad van 114 procent en dus donkerrood zijn. Maar met eigen berekeningen, door een professioneel bedrijf uitgevoerd, kwamen we nooit boven de 50 procent.”Van opluchting dat hij mogelijk niet langer als een piekbelaster wordt gezien, is er weinig te merken bij Baeyens. “Ons bedrijf is gevestigd in het Turnhouts Vennengebied. Sinds sinds enkele jaren heerst hier bij alle veehouders grote onzekerheid over de toekomst. Er is momenteel geen enkele ontwikkeling mogelijk en het is wachten op het werk van de intendant, maar die kunnen ze al ruim een jaar niet vinden.” Sommige landbouwers leefde jarenlang in angst of zijn onterecht gestopt. In plaats van haar excuses aan te bieden hiervoor, doet de overheid net alsof ze goed nieuws brengt De pluimveehouder laakt de werkwijze van de overheid. “De nieuwe rode lijst is vastgesteld aan de hand van een nieuwe rekenmethode. Dat betekent dat de oude niet klopt. Dat wil zeggen dat sommige landbouwers voor niets jaren in angst geleefd hebben of misschien, zoals bijvoorbeeld in het geval van de Abdij van Averbode, onterecht gestopt zijn. In plaats van hun excuses aan te bieden hiervoor, doet de overheid net alsof ze goed nieuws brengt.”Luc Huyghe (Maldegem): “Wij leven van dag tot dag”Ook de Maldegemse varkenshouders Luc Huyghe&amp;nbsp;en Kathleen Maenhout zouden niet langer op de lijst staan. “Wij hebben niets gehoord. Dus dat zou goed nieuws moeten betekenen.” Dat is enerzijds een opluchting, maar toch ziet het koppel weinig reden tot juichen. &quot;Wij stonden aanvankelijk niet op de rode lijst, in 2022 plotseling wel en nu dus weer niet. Wie weet wat de toekomst brengt. Wij leven van dag tot dag.”Hun varkensbedrijf met 180 zeugen en mestvarkens heeft een vergunning tot 2030. Dat geldt ook voor het bedrijf van Mathieu Alaerts. “Dat geeft nog tijd. En het verleden heeft uitgewezen dat er nog veel kan veranderen. Voor rode bedrijven waarvan de vergunning sneller afloopt, ligt het stressniveau een stuk hoger”, stelt deze. </content>
            
            <updated>2025-08-21T18:11:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Boerenstiel met Hart en Ziel: Tine Van de Mierop]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenstiel-met-hart-en-ziel-tine-van-de-mierop" />
            <id>https://vilt.be/57778</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tine is melkveehoudster in hart en nieren. Dagelijks zorgt ze met veel toewijding voor haar koeien, en met evenveel zorg verwerkt ze hun melk zelf tot huisgemaakt ijs. In haar eigen hoevewinkel verkoopt ze wat ze met de hand en het hart maakt. Geen grootschalige productie, wel ambacht, eenvoud en liefde voor het vak. Voor Tine is het een manier om dicht bij haar product te blijven — van koe tot ijsje.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a8fd1194-db52-4b3e-91f6-33b9bf8b69af/full_width_thumb-29.jpg</image>
                        
            <updated>2025-09-04T11:14:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Captatieverboden uitgelegd: van drempelwaarden tot gevolgen voor boeren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/captatieverboden-uitgelegd-van-drempelwaarden-tot-gevolgen-voor-boeren" />
            <id>https://vilt.be/57779</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De droogte hakt opnieuw in op het Vlaamse watergebruik. In steeds meer waterlopen geldt deze zomer een tijdelijk captatieverbod waardoor landbouwers geen oppervlaktewater meer mogen oppompen. Dat vergroot niet alleen het risico op kwaliteitsverlies van gewassen, maar ook op verwerkingsproblemen in de voedingsindustrie. Hoe sterk rekent de sector op dit water en hoe wordt beslist om tot een captatieverbod over te gaan? En de vraag rijst of ook grondwater ooit aan beperkingen moet worden onderworpen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e0df138d-3a3a-4790-917d-ab110bfc89bb/full_width_irrigatielandbouwberegenendroogte.jpg</image>
                                        <content>Oost-Vlaanderen breidde deze week het tijdelijk onttrekkingsverbod verder uit door de aanhoudende droogte. Daarmee komt het totaal op 67 van de 152 onttrekkingszones in de provincie. De Oost-Vlaamse gouverneur is niet de enige die zo’n maatregel neemt, want de droogtekaart van Vlaanderen kleurt almaar roder. Hoe komen captatieverboden tot stand?Elke Vlaamse waterloop heeft een kritische drempelwaarde. Bij kleinere waterlopen gaat het meestal om ecologische grenzen, terwijl bij bevaarbare waterlopen en kanalen vooral de scheepvaart en de stabiliteit van de oevers centraal staan. Vier jaar geleden zijn die drempelwaarden vastgelegd in het ‘reactief afwegingskader voor prioritair watergebruik tijdens waterschaarste’, in overleg met alle betrokken sectoren.“De ecologische drempelwaarde hangt af van de ecologische kwetsbaarheid”, duidt hydroloog Patrick Willems. “Kwetsbare waterlopen zijn die waarin beschermde habitattypes voorkomen of worden nagestreefd.”Zakt het waterpeil of debiet onder de drempelwaarde, of verschijnen er blauwalgen, dan kan een captatieverbod worden voorgesteld. Dit voorstel gaat naar het provinciaal droogteoverleg. “Daarin wordt besloten welke droogtemaatregelen gebiedsgericht genomen moeten worden. Het overleg bestaat minimaal uit een vertegenwoordiging van de verschillende relevante sectoren en waterbeheerders”, legt Boerenbond uit. “Behalve in Limburg maken wij ook deel uit van dit overleg.” De provinciegouverneur voert de maatregel daarna officieel in. Wat zijn de gevolgen voor landbouwers?Ongeveer negen procent van het waterverbruik in de land- en tuinbouw (6,5 miljoen m³) komt uit oppervlaktewater, vooral uit onbevaarbare waterlopen. Dat aandeel blijft beperkt omdat captatie enkel kan waar een waterloop of sloot in de buurt ligt en omdat de waterkwaliteit vaak onvoldoende is. Naast de landbouwsector capteerde ook de voedingsindustrie in 2022 3,5 miljoen kubieke meter oppervlaktewater. Water is daar onder meer cruciaal voor koeling, reiniging of productieprocessen.Captatieverboden treffen bij gevolg zowel landbouwers als verwerkers. Minder irrigatie kan leiden tot kwaliteitsverlies met onder meer kleinere vruchten, plekken op groenten zoals bloemkool en bewaarschade in de aardappelteelt. De impact is telkens sterk afhankelijk van de exacte situatie en de stress van de voorgaande en volgende periodes.Voor verwerkers dreigen verliezen in voorraden, marktaandeel en opbrengsten. Productiestops, schade aan machines en de zoektocht naar alternatieve bronnen doen de kosten oplopen. Bij langdurige verboden, in Vlaanderen of daarbuiten, kunnen ook consumenten de gevolgen voelen met hogere prijzen en een beperkter aanbod. Is de landbouwsector de grootste waterverbruiker in Vlaanderen?De meest recente data over het waterverbruik van de land- en tuinbouwsector dateren uit 2022 van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). De maatschappij schat het verbruik op 74,6 miljoen m³.De grootste waterverbruiker is de energiesector, bijna volledig toe te schrijven aan koelwaterverbruik onder meer voor de koeling van elektriciteitscentrales. In 2022 verbruikte de energiesector 1,72 miljard m³ koelwater. Dat is 59 procent van het totale waterverbruik in Vlaanderen. Ook de industrie verbruikt veel koelwater, zo’n 534 miljoen m³. Een groot deel daarvan stroomt echter terug naar de waterlopen, waardoor het nettoverbruik veel lager ligt. Daarom wordt koelwater vaak niet meegerekend in de cijfers.Als gekeken wordt naar de grootste waterverbruikers, zonder koelwater mee te rekenen is de landbouwsector met 9,8 procent de op één na kleinste verbruiker. De industriesector (38,5%) en de huishoudens (33,5%) spannen de kroon. Wordt koelwater wel meegenomen, dan daalt het aandeel van de landbouw tot 2,6 procent van het totale waterverbruik. Gemiddeld op jaarbasis blijft het aandeel van de landbouw dus relatief beperkt. Maar tijdens zeer droge periodes, wanneer net veel geïrrigeerd wordt en captatieverboden van kracht zijn, ligt dit aandeel echter beduidend hoger.In 2019 vertegenwoordigden de veeteeltbedrijven samen ongeveer 38 procent van het waterverbruik in de sector. Voor de sectoren onder glas was dit 20 procent, groente- en fruitteelt in openlucht 5 procent, de overige landbouwbedrijven 37 procent. Landbouwsector slorpt voornamelijk grondwaterHet grootste deel van het waterverbruik in de land- en tuinbouw komt uit zelf opgepompt grondwater (73,2 procent). Landbouwers mogen echter niet zomaar ongelimiteerd grondwater oppompen, voor het onttrekken van meer dan 500 kubieke meter is een vergunning vereist. In die vergunning moet de landbouwer aantonen dat zijn verbruik noodzakelijk is, geen schade veroorzaakt in de omgeving en duurzaam gebeurt. “Bij de beoordeling van de vergunning kijkt men naar de effecten op het grondwaterpeil en de cumulatieve impact van nabijgelegen winningen, met strengere voorwaarden of weigeringen in kwetsbare gebieden zoals waterwingebieden of beschermde natuurgebieden”, duidt landbouworganisatie Boerenbond.&amp;nbsp;Voor kleinere onttrekkingen volstaat een melding en is geen vergunning nodig. Onlangs werd echter vanuit de Raad voor Vergunningsbetwistingen aan het Europees Hof van Justitie de vraag gesteld of deze meldingen ook aan een milieutoets moeten voldoen, zoals bij vergunningen. Volgens vzw Dryade is dit noodzakelijk vanwege het mogelijk cumulatief schade-effect van andere nabijgelegen onttrekkingen op natuurgebieden. Onderzoek nodig naar cumulatie in tijd en ruimteVolgens hydroloog Patrick Willems is het zinvol de ruimtelijke cumulatieve impact van kleine grondwatercaptaties te onderzoeken, zeker nu hun aantal toeneemt door de frequente droogtes. “Heel wat kleintjes maken één groot”, aldus Willems. “Tegelijk denk ik dat de impact van deze individuele onttrekkingen relatief klein is, in vergelijking met de grote captaties van industrie en drinkwaterbedrijven.”Willems wijst erop dat niet alleen de cumulatie van projecten, maar ook die van opeenvolgende droogteperiodes aandacht verdient. Voor grondwater bestaan vandaag geen captatieverboden. “Bij de opmaak van ‘het reactief afwegingskader’ is dat indertijd overwogen geweest in de omgeving van kwetsbare natuurgebieden, maar uiteindelijk niet geïntegreerd”, legt hij uit. “Grondwater reageert trager, waardoor een verbod vaak pas effect heeft als de droogte al voorbij is. Bovendien ging men er toen van uit dat het kader slechts uitzonderlijk nodig zou zijn.” Intussen komen droogtes veel vaker voor, waardoor volgens Willems de vraag rijst of ook het opeenvolgend effect van meerdere droge zomers moet worden meegenomen. “Als blijkt dat de cumulatie van drie opeenvolgende droge zomers een impact heeft, moet een captatieverbod op grondwater misschien heroverwogen worden?”</content>
            
            <updated>2025-08-21T18:02:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Greenpeace: "Opschorting sojamoratorium brengt Amazonewoud weer in gevaar"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/greenpeace-opschorting-sojamoratorium-brengt-amazonewoud-weer-in-gevaar" />
            <id>https://vilt.be/57780</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Brazilië is deze week het zogeheten sojamoratorium opgeschort. Met de opschorting dreigt soja opnieuw een motor van ontbossing te worden, waarschuwt Greenpeace Brazilië. Volgens de organisatie maakt dit het vrijwel onmogelijk om de nationale klimaatdoelstellingen te halen. De Braziliaanse mededingingsautoriteit CADE schrapte het moratorium omdat het de concurrentie zou verstoren. Greenpeace wijst naar druk van de landbouwlobby als echte reden, zo meldt persagentschap Reuters.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ontbossing" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/84d3ccea-9eaa-4afb-94e2-e25f9aa68acb/full_width_amazonewoudbrazilieregenwoud-1280.jpg</image>
                                        <content>Het sojamoratorium ontstond na een campagne van Greenpeace die de aandacht vestigde op de gevolgen van de toenemende sojaproductie voor veevoeder in het Amazonewoud. Uit onderzoek van de organisatie bleek dat fastfood- en supermarktketens vlees verkochten van dieren die gevoed waren met soja afkomstig uit recent ontbost regenwoud.De overeenkomst werd aanvankelijk telkens jaarlijks of tweejaarlijks verlengd, tot ze in 2016 voor onbepaalde duur van kracht werd. Volgens Greenpeace en andere ngo’s is het sojamoratorium één van de meest succesvolle instrumenten tegen ontbossing in het Amazonewoud: tussen 2009 en 2022 daalde de ontbossing met 69 procent, terwijl de sojaproductie in het gebied juist sterk toenam.Nu luidt Greenpeace opnieuw de alarmbel. Door het moratorium op te schorten moedigt CADE volgens de organisatie niet alleen ontbossing aan, maar ontneemt het consumenten ook de mogelijkheid om producten te kiezen die niet bijdragen aan de vernietiging van het Amazonegebied. De aanvallen op het moratorium zouden politiek gemotiveerd zijn en vooral de actoren bevoordelen die het meest baat hebben bij ontbossing.Ook het Braziliaanse ministerie van Omgeving benadrukt dat het sojamoratorium aanzienlijke resultaten heeft opgeleverd voor milieubescherming en stelt dat er geen bewijs is voor de claims van de mededingingsautoriteit.</content>
            
            <updated>2025-08-21T15:26:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fevia dreigt met juridische stappen tegen zwerfvuiltaks]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fevia-dreigt-met-juridische-stappen-tegen-zwerfvuiltaks" />
            <id>https://vilt.be/57781</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Als de regionale parlementen het licht op groen zetten voor de zwerfvuiltaks in de huidige vorm, dan zal Fevia dit juridisch aanvechten. Volgens de federatie van de voedingsindustrie zadelt deze taks de bedrijven bijkomend op met een factuur van 102 miljoen euro. Dat bedrag ligt te hoog en wordt op een niet-transparante manier berekend, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zwerfvuil" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cd5c8b64-bcfe-4cde-99e4-5d7af32176ec/full_width_zwerfvuil.jpg</image>
                                        <content>Omzetting van Europese richtlijnWaarover gaat het? De zwerfvuiltaks is een omzetting van de Europese Single Use Plastic (SUP)-richtlijn, die voorziet dat de voedings- en drankenproducenten moeten instaan voor de kosten van het opruimen van zwerfvuil. Ann Nachtergaele van Fevia wijst erop dat de sector zeker bereid is om te betalen, het gaat immers om een Europese richtlijn, maar het bedrag dat onze overheden voorstelt ligt volgens haar te hoog.Over de 102 miljoen euro en de modaliteiten zou volgens Fevia aan het begin van de zomer een interregionaal samenwerkingsakkoord zijn bereikt. De sector verwacht dat het voorstel volgende maand in de drie regionale parlementen zal worden besproken en gestemd. &quot;Maar als het wordt goedgekeurd in zijn huidige vorm, zien we geen andere mogelijkheid dan het juridisch aan te vechten&quot;, aldus Nachtergaele.&amp;nbsp; Overheid en consument ontspringen de dansVolgens de bedrijfswereld legt de taks &quot;een onevenredig zware last op producenten&quot;, terwijl de rol van overheid en consument onderbelicht blijft. &quot;Producenten worden niet alleen belast met alle kosten, inclusief handhaving, maar ook verantwoordelijk gehouden voor het beheer van de openbare netheid, zonder dat daar een controlemechanisme tegenover staat&quot;, zegt ook het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) dat de eis van Fevia ondersteunt.Het bedrag van de verpakkingstaks zou ook tot vier keer hoger liggen dan in de buurlanden, &quot;wat de concurrentiepositie van Belgische bedrijven onder druk zet en grensoverschrijdende aankopen stimuleert&quot;. Rekenmethode verschilt per gewestEen bijkomend probleem is de manier waarop het bedrag wordt berekend. &quot;De drie gewesten gebruiken verschillende methodes, wat leidt tot grote ongelijkheden en een gebrek aan transparantie&quot;, aldus het VBO. Volgens Fevia leidt de methodologie die het Brussels gewest hanteert tot een veel hogere zwerfvuiltaks voor de bedrijven daar, &quot;terwijl het toch om dezelfde Europese richtlijn gaat&quot;.Terugwerkende kracht is onaanvaardbaarOok het feit dat de drie gewesten van plan zijn om de belasting te heffen op producten die al in 2025 op de markt zijn gebracht, stuit op kritiek van de sector. &quot;Die producten werden bijna allemaal verkocht zonder dat de producenten en handelaars rekening konden houden met de impact van de belasting. Voor de ondernemingen is die feitelijke terugwerkende kracht onaanvaardbaar en zal die de nu al zeer moeilijke economische situatie in de betrokken sectoren alleen maar verslechteren&quot;, klinkt het.Meer algemeen wijzen Fevia en VBO erop dat de politiek enerzijds maatregelen aankondigt om de competitiviteit van de bedrijven te versterken, maar anderzijds dergelijke taks invoert en dat vinden ze &quot;onbegrijpelijk&quot;.</content>
            
            <updated>2025-08-21T17:38:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rapport stalbranden: Waar rook is, ontbreken de cijfers in Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rapport-stalbranden-waar-rook-is-ontbreken-de-cijfers-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/57782</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een nieuwe rapport van Prevent Agri legt een opvallend hiaat bloot: Vlaanderen heeft geen officiële cijfers over stalbranden. De statistieken waarop het beleid moet steunen, zijn door de organisatie zelf samengesteld op basis van persberichten en sectorcontacten. Hierdoor ontbreek vaak ook duidelijkheid over de oorzaken. Bij meer dan een derde van de geregistreerde branden is geen verklaring bekend. Nochtans reikt de impact van stalbranden verder dan enkel het getroffen landbouwbedrijf. Ook de sector, het milieu en honderdduizenden dieren dragen de gevolgen. “Iedereen draagt verantwoordelijkheid, van beleidsmakers tot stallenbouwers. Vlaanderen heeft een gecoördineerde aanpak nodig”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Ongeval" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e77197bb-c9f5-489c-9232-f319e2fbba06/full_width_brand-unsplash.jpg</image>
                                        <content>In 2021 registreerde Prevent Agri 54 landbouwgerelateerde branden in Vlaanderen. Twee jaar later liep dat aantal op tot 67, in 2024 waren er 55. Deze cijfers zijn maar een ruwe schatting want België heeft tot op vandaag geen officiële registratie van stalbranden. Prevent Agri houdt sinds 2006 noodgedwongen zelf een telling bij, gebaseerd op losse meldingen uit de sector en wat de media oppikken. “Onze cijfers tonen hooguit het topje van de ijsberg. Het werkelijk aantal branden ligt ongetwijfeld hoger”, duidt Prevent Agri in het rapport.Het ontbreken van een officiële registratie vormt een groot knelpunt in de preventie van stalbranden. “Dat maakt het riskant om conclusies te trekken, en moeilijk om oorzaken goed te analyseren en gerichte maatregelen te nemen”, klinkt het.Meeste dierenslachtoffers bij pluimveeVolgens de cijfers van Prevent Agri kwam de voorbije vijf jaar vooral pluimvee om bij stalbranden, in totaal 499.170 dieren. Daarna volgen 12.403 varkens en 465 runderen. “De hoge mortaliteitsgraad bij pluimvee heeft voornamelijk te maken met de bezettingsgraad en het staltype. Rundveestallen hebben door hun natuurlijke ventilatie meer kans om rook te laten ontsnappen. In varkens- en kippenstallen is dit niet het geval. Uit milieutechnisch oogpunt is dit ook niet gewenst”, klinkt het.De meeste stalbranden worden geregistreerd in West-Vlaanderen, wat deels verklaard kan worden door het hoge aantal landbouwbedrijven in de provincie. Oost-Vlaanderen volgt met 21 procent, ongeveer de helft minder.Grootste oorzaak? Onbekend“De grootste oorzaak van branden op landbouwbedrijven is ‘onbekend’”, staat te lezen in het rapport. Omdat er geen officiële registratie bestaat, blijft bij 38 procent van de branden de oorzaak ook onduidelijk. Bij 31 procent ligt de oorzaak bij een technisch defect of een oververhit machineonderdeel. Als een machine in de stal staat opgeslagen, kan een klein defect snel uitmonden in een volledige stalbrand. Op het veld blijft de schade meestal beperkt, al maakt de bereikbaarheid een snelle interventie door de brandweer moeilijk.Andere technische problemen, zoals defecte warmte­lampen, boilers of verwarmingstoestellen, veroorzaken acht procent van de branden. Doordat stallen steeds meer uitgerust zijn met installaties zoals melkrobots of drooginstallaties, neemt dat risico verder toe.Zelfontbranding, vooral van hooi- of strobalen die vaak in of naast de stal opgeslagen worden, komt even vaak voor. Zulke branden zijn moeilijk te blussen en kunnen makkelijk opnieuw oplaaien. Grote impact bij stalbrandEen stalbrand treft niet alleen gebouwen en machines, maar ook de veehouder en zijn dieren. Verwondingen door vuur of verstikkende rook zijn vaak ernstig; soms vallen er dodelijke slachtoffers of moeten dieren achteraf worden geëuthanaseerd.Daarnaast is er ook een impact op de sector en de maatschappij. Herhaalde stalbranden zorgen voor negatieve media-aandacht en publieke verontwaardiging over dierenwelzijn. Het milieu lijdt ook mee door giftige rook, asbestdeeltjes of vervuild bluswater. Tot slot is er de economische impact, met hoge kosten door stilgevallen productie, trage verzekeringsprocedures, heropbouw en soms zelfs het verlies van genetisch waardevolle dieren. Zelfs een beperkte brand verstoort al de werking van een bedrijf.“Al deze zaken maken het noodzakelijk dat er op verschillende vlakken aandacht wordt besteed aan de brandveiligheid van stallen”, legt Prevent Agri uit. Bestaande regels en normen worden onvoldoende opgevolgd Voorkomen is beter dan blussen“De stijging van het aantal zware stalbranden in Vlaanderen heeft geleid tot meer politieke aandacht en initiatieven, zowel regionaal als provinciaal. De nadruk ligt daarbij vaak op rookmelders, sprinklers en evacuatiemogelijkheden voor dieren. Zulke maatregelen beperken vooral de gevolgen van een brand, maar voorkomen ze niet”, rapporteert de organisatie.Echte vooruitgang vraagt volgens Prevent Agri om maatregelen hoger in de preventiehiërarchie, die effectiever zijn om dieren te beschermen. Daarvoor is een gecoördineerde aanpak nodig. Bestaande regels en normen worden onvoldoende opgevolgd, dit vraagt inspanningen van landbouwers, adviesbureaus, stallen- en machinebouwers én van de overheid.Gedeelde verantwoordelijkheidPrevent Agri duidt het gebrek van een officiële registratie van branden aan als grootste prioriteit voor beleidsmakers. “Daarnaast moet er een afdwingbaar kader komen dat landbouwbedrijven verplicht tot structurele preventie, zoals onderhoud van installaties, veilige opslag van brandbaar materiaal en orde in de stallen”, luidt de aanbeveling. “Landbouwers moeten op hun beurt de installaties regelmatig controleren en onderhouden, met steun van landbouworganisaties die opleidingen en tools aanbieden.”Ook stallenbouwers en inrichters dragen verantwoordelijkheid volgens Prevent Agri: “Zij moeten brandveiligheid integraal opnemen in ontwerp en uitvoering, naast de productieve en kostentechnische overwegingen. De wettelijke eisen moeten rechtlijniger in de bouwplannen opgenomen worden.”Tot slot benadrukt het rapport de rol van de hulpdiensten. Brandweerzones kunnen actief bijstaan met advies, feedback op risicoanalyses en deelname aan brandoefeningen.</content>
            
            <updated>2025-08-21T18:28:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kiwibes combineert lokaal karakter met de gezondheidskracht van kiwi]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-kiwibessen-opnieuw-in-de-winkelrekken-maar-niet-voor-lang" />
            <id>https://vilt.be/57783</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het seizoen van de Belgische kiwibes is weer aangebroken. Deze lokaal geteelde mini-kiwi zit boordevol vitamine C en vezels, maar is slechts beperkte tijd verkrijgbaar in de winkels. Net als de groene kiwi – die erkend is voor zijn positieve effect op de stoelgang – kan ook de kiwibes mogelijk bijdragen aan een vlotte spijsvertering.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/22962b09-4863-4632-a0fb-e46f30f271dc/full_width_grootte-kiwibes.jpg</image>
                                        <content>Bij de telers is het alle hens aan dek want de kiwibessen zijn klaar om geplukt te worden. De kleine vrucht wordt in Vlaanderen al meer dan tien jaar geteeld. Het seizoen is echter kort: ze zijn beschikbaar van half augustus tot oktober. &quot;Vorig jaar was een zwakker jaar met slechts vijf ton, dit jaar zitten we op 30 ton dankzij het gunstig voorjaar. In topjaren zoals 2020 haalden we zelfs100 ton, afhankelijk van het weer en de vruchtzetting”, zegt Shannen Dienn, trade specialist zachtfruit bij Coöperatie Hoogstraten. Lokaal én duurzaam geteeldDe kiwibes is nauw verwant aan de klassieke groene kiwi, maar heeft als voordeel dat hij perfect in ons klimaat groeit, en dat in open lucht. &quot;In tegenstelling tot de gewone kiwi, die een warm klimaat nodig heeft, kunnen kiwibessen hier gewoon lokaal worden geteeld, zonder serre&quot;, vertelt Dienn. “Onze acht telers, verspreid over Vlaanderen en Nederland, zetten zich elk jaar opnieuw in om dit seizoensfruit in topconditie aan te leveren.”De teelt is relatief duurzaam: de planten zijn sterk, goed bestand tegen ziekten en plagen, en vragen weinig bestrijdingsmiddelen. “Het gaat ook om robuuste klimplanten die meerdere jaren meegaan. De plant bevat veel takken en bladeren en vraagt hierdoor wel wat onderhoud. De oogst gebeurt volledig met de hand, meestal in één of twee plukrondes”, aldus Dienn. Kiwibes als alternatief voor de klassieke kiwi?De kiwibes blinkt uit in zijn nutritioneel profiel. Ze is caloriearm, rijk aan vitamine C, vezels en een goede bron van antioxidanten zoals polyfenolen.De klassieke groene kiwi heeft binnen de EU een goedgekeurde gezondheidsclaim voor het bijdragen aan een normale stoelgang. Volgens de Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) is die werking voornamelijk te danken aan het hoge vezelgehalte van de vrucht.“De kiwibes behoort tot dezelfde plantenfamilie en heeft een vergelijkbaar vezelgehalte (ongeveer 3 gram per 100 gram),” verduidelijkt Inge Coenen, voedingsdeskundige bij NICE (Nutrition Information Center). “Hoewel er nog geen aparte EFSA-goedkeuring is voor de kiwibes, lijkt het plausibel dat deze op gelijkaardige wijze de darmwerking kan ondersteunen. Maar daar is meer specifiek wetenschappelijk onderzoek voor nodig.” EFSA stelt dat je twee grote kiwi’s (of 200 gram vruchtvlees) moet eten om effect te hebben. “Dat zou dus mogelijk ook voor kiwibessen kunnen gelden, maar ook voor ander fruit dat een goede bron is van vezels”, besluit Coene.</content>
            
            <updated>2025-08-22T12:51:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Clarkson’s Farm bewijst dat boeren geen kinderspel is en Vlaanderen kijkt nu gratis mee]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/clarksons-farm-bewijst-dat-boeren-geen-kinderspel-is-en-vlaanderen-kijkt-nu-gratis-mee" />
            <id>https://vilt.be/57784</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>We schreven het twee jaar geleden al: Elke Vlaming (en elke beleidsmedewerker) zou naar Clarkson’s Farm moeten kijken. Niet alleen omdat het een bijzonder onderhoudend programma is geworden, maar ook omdat het een goed beeld geeft van hoe moeilijk het vandaag is om een rendabel landbouwbedrijf uit te bouwen door alle regelgeving, restricties en de onvoorspelbaarheid van het weer. Er is dan ook goed nieuws: vanaf 31 augustus kan je de eerste drie seizoenen volledig gratis bekijken op PlattelandsTv.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="imago" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f80128a9-bf91-48dd-8ddb-d7c940026a48/full_width_clarksons-farm.png</image>
                                        <content>Voor wie nog nooit van het programma gehoord heeft, Jeremy Clarkson is een Britse tv-persoonlijkheid die vooral bekendheid verwierf als één van de drie presentatoren van het immens populaire programma Top Gear dat bijna 30 jaar lang te zien was op BBC. Met de roem kwam ook het geld en daarmee kocht hij in 2008 een 400 hectare groot landbouwbedrijf in de Engelse Cotswolds. Tot 2019 werd het uitgebaat door een lokale landbouwer, maar toen die in 2019 met pensioen ging, besloot Clarkson zelf de hand aan de ploeg te slaan en boer te worden.Programma met impactMaar Clarkson zou Clarkson niet zijn, moest hij daar geen tv-format in zien. In 2021 waren zijn eerste stappen als landbouwer te zien op de betaalzender Amazon Prime. Het programma werd al gauw een groot succes en intussen wordt zelfs al een vijfde seizoen ingeblikt. Waar Clarkson’s Farm vooral is in geslaagd, naast de kijker een onderhoudend programma voor te schotelen, is het bewustzijn in Groot-Brittannië over de uitdagingen waar landbouwers mee geconfronteerd worden, te vergroten en dat blijft niet zonder gevolg.Ondertussen is Jeremy Clarkson uitgegroeid tot woordvoerder van de Britse landbouwsector. Tijdens de boerenprotesten eind vorig jaar over de hervorming van de Britse erfbelasting voor landbouwbedrijven was hij bijvoorbeeld één van de boegbeelden. Eerder dat jaar werd al een wet aangepast met de zogenaamde ‘Clarkson’s Clause’ waardoor het eenvoudiger wordt voor Britse boeren om lege stallen en schuren om te bouwen tot een andere functie. Uit Clarkson’s Farm was gebleken dat het quasi onmogelijk was voor landbouwers om de stap naar een eigen boerderijwinkel of restaurant te zetten. Grote herkenbaarheidHet klopt, de amusementswaarde van het programma haalt het vaak op een realistisch bedrijfsbeheer, maar toch slaagt Clarkson’s Farm erin om de problemen waarop landbouwers telkens weer stuiten, treffend in beeld te brengen. Wijzigende regelgeving, beschermingsregels voor fauna en flora, bureaucratie en administratieve rompslomp, klagende buurtbewoners, vergunningsperikelen, maar ook de strijd tegen de weergoden, misoogsten en de botsing tussen rendabiliteit en dierenliefde… het komt allemaal aan bod in de reeks.Groot-Brittannië is natuurlijk Vlaanderen niet, zeker niet sinds de brexit, maar toch zal de herkenbaarheid bij menig Vlaamse land- en tuinbouwers bijzonder groot zijn. En ook voor beleidsmedewerkers en politici kan het programma een eye-opener zijn als ze de impact van beslissingen op de wispelturige boerenpraktijk met eigen ogen aanschouwen. Om die reden is het voor de Vlaamse landbouwsector dan ook goed nieuws dat het programma niet langer alleen op een betaalzender te zien is, maar vanaf 31 augustus volledig gratis te bekijken is op PlattelandsTv.</content>
            
            <updated>2025-09-04T18:01:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Overaanbod en minder export: “Nog twee moeilijke jaren voor aardappelsector”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/overaanbod-en-minder-export-nog-twee-moeilijke-jaren-voor-aardappelsector" />
            <id>https://vilt.be/57785</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De huidige malaise in de Belgische aardappelsector is gedeeltelijk structureel en gedeeltelijk conjunctureel. Dat zegt Cedric Porter. Hij is hoofdredacteur van <em>World Potato Markets</em>, de wereldwijd gerespecteerde wekelijkse briefing over prijzen, handel en productie van aardappelen en aardappelproducten. VILT sprak hem over de uitzonderlijke situatie op de Belgische aardappelmarkt, de internationale ontwikkelingen en de toekomst van de teelt en verwerking.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="export" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4254bf17-590e-412a-bb34-aaaad0baaebc/full_width_aardappelen-rooien.jpg</image>
                                        <content>Niet alleen het afgelopen teeltseizoen eindigde in mineur voor de Belgische aardappeltelers, ook het nieuwe seizoen is onder een slecht gesternte begonnen. Al drie weken op rij geeft Belgapom, de sectorfederatie van de Belgische aardappelhandel en -verwerking, geen prijsnotering omdat er te weinig transacties zijn op de vrije markt. Dat betekent concreet dat de verwerkende industrie enkel gecontracteerde aardappelen afneemt en dat telers zonder contract dus met hun vroege aardappelen blijven zitten.Eerder sprak Belgapom over een “noodzakelijke herpositionering” bij de Belgische verwerkers als gevolg van een veranderende markt. De geopolitieke onrust en de opkomst van de aardappelverwerking in Azië liggen aan de basis van die veranderende markt, zo klonk het in juni. Toen was het nog niet helemaal duidelijk hoe de nieuwe oogst zich aankondigde, maar twee maanden later is duidelijk dat die bijzonder goed zal meevallen én bijzonder vroeg is. Zeer kort teeltseizoenCedric Porter, die meer dan 20 jaar ervaring heeft in het analyseren van landbouwmarkten, ziet zeker al de zeer late oogst in 2024 en de uitzonderlijk vroege oogst dit jaar als een verklaring waarom Belgapom voor de derde week op rij geen prijs heeft genoteerd voor de vroege aardappelen. “Het afgelopen seizoen was dus zeer kort en dat heeft, in combinatie met het grotere areaal aardappelen dat werd aangeplant door Belgische telers, gezorgd voor een tijdelijk overaanbod” stelt hij.Daarnaast zijn er ook factoren die druk zetten op de export vanuit België. “In eerste instantie is er de opkomst van de aardappelproductie in China en India”, aldus Porter. Daarnaast heeft ook het handelsbeleid van Trump roet in het eten gegooid. “De VS blijven de grootste exportmarkt buiten de EU voor Belgische diepgevroren aardappelproducten.” Belgische export gedaald met 5,2 procentIn de periode van april vorig jaar tot april dit jaar is de export van Belgische diepgevroren aardappelproducten gedaald met 5,2 procent, zo blijkt uit cijfers van World Potato Markets. In Nederland ging de export in diezelfde periode nog meer achteruit (-7,4%). Het is vooral de export buiten de EU die terugloopt (-8,3% op een jaar tijd). “Binnen de EU wisten de verwerkers de groei wél vast te houden, ondanks het feit dat de bevolkingsgroei daar veel trager verloopt”, duidt Porter. &amp;nbsp;&amp;nbsp;België en Nederland ondervinden steeds meer concurrentie op de wereldmarkt van twee andere Europese landen. Zeker in Frankrijk (+42,8%), maar ook in Polen (+15%) is de export van diepgevroren aardappelproducten sterk gegroeid op een jaar tijd, al blijft hij wel een fractie van de Belgische en Nederlandse export. “De groei van Frankrijk als exportland is vooral een gevolg van de nieuwe fabriek van Clarebout in Noord-Frankrijk”, legt Porters uit. Zo wijzen nieuwe ramingen van de Franse overheid uit dat de oogst in het land dit jaar de kaap van tien miljoen ton overschrijdt. Er zijn tijdelijke oorzaken zoals het groter areaal en de handelspolitiek van Trump, maar ook structurele: de opkomst van India en China als productielanden is een feit Buiten Europa komt de concurrentie in grote mate van China en India. De Chinezen produceren vooral voor de eigen markt, maar toch is de export van diepgevroren aardappelproducten er op één jaar tijd gegroeid met 70,8 procent tot 246.000 ton op jaarbasis. India voerde in de periode tussen april 2024 en april dit jaar 184.000 ton diepgevroren aardappelproducten uit, een stijging van 29,6 procent. Ter vergelijking: vijf jaar eerder lag de Chinese export op amper 17.000 ton en de Indiase op 28.000 ton. Dat België die groei voelt, blijkt uit de cijfers van Potato World Markets. Zo is de verkoop van Belgische aardappelproducten in India afgelopen jaar met ruim 27 procent gezakt.Hoewel beide Aziatische landen sterk gegroeid zijn, blijft hun export klein bier in vergelijking met die van België en Nederland, die respectievelijk 3 miljoen ton en 1,75 miljoen ton bedraagt. Beide landen voeren vandaag de top aan van grootste exporteurs van diepgevroren aardappelproducten in de wereld. Canada staat op nummer drie met bijna 1,44 miljoen ton, gevolgd door de Verenigde Staten (0,92 miljoen ton) en Frankrijk (0,69 miljoen ton). Opkomst China en India onderschat?De vraag die daarbij rijst is of de Belgische aardappelverwerkers de groei in China en India niet onderschat hebben. De ontwikkeling van de teelt en de bouw van verwerkende fabrieken gebeurt immers niet op één seizoen. “Wellicht een beetje”, zegt Porter. Zeker ook omdat die samenvalt met een forse uitbreiding van de verwerkingscapaciteit in Noordwest-Europa: zowel Clarebout, Agristo, Lutosa en Aviko hebben hun productiecapaciteit in België en in Noord-Frankrijk uitgebreid. &amp;nbsp;Om die reden noemt hij de huidige toestand op de Belgische aardappelmarkt niet alleen conjunctureel, maar ook structureel. “Er zijn inderdaad tijdelijke oorzaken zoals het grotere areaal aardappelen dat werd aangeplant en de handelspolitiek van Trump, maar de opkomst van India en China als productielanden is een feit. Het zal tijd vragen vooraleer de verwerkers zich aan die veranderende omstandigheden hebben aangepast”, meent de hoofdredacteur van World Potato Markets. Zeker twee moeilijke jaren in het verschietOm die reden verwacht hij twee moeilijke jaren voor de Belgische telers. “Wie dit seizoen veel contracten heeft afgesloten, zal een goed jaar hebben. Wie afhankelijk is van de vrije markt, gaat een barslecht seizoen tegemoet. Maar we mogen niet vergeten dat zij de afgelopen jaren wellicht veel geld hebben verdiend. Vorig jaar liepen de prijzen op de vrije markt zelfs op tot 600 euro per ton”, legt Porter uit. België heeft de beste aardappeltelers van de hele wereld. Daar bestaat geen twijfel over En ook voor de oogst van 2026 verwacht hij nog de nodige naweeën. “De contractprijzen voor het teeltseizoen 2026-2027 zullen ongetwijfeld dalen. Dat is geen goed nieuws voor de telers, maar het zal wel de exportpositie van België op de wereldmarkt verbeteren. We mogen niet vergeten dat de aardappelprijzen sinds covid enorm de hoogte in gegaan zijn, waardoor de wereldwijde vraag naar verwerkte aardappelproducten afnam”, meent Porter. Voor covid groeide de consumptie nog jaarlijks met vijf procent, momenteel gaat het om een groei van één tot twee procent. “Maar je kan het ook positief bekijken: er is nog steeds groei.”Zijn advies naar de Belgische telers is dan ook om in te zetten op kwaliteit. “Streef geen hoge opbrengsten na, maar zorg dat de kwaliteit goed is. Waar mogelijk kunnen telers ook de kosten proberen drukken, bijvoorbeeld bij de oogst of in de bewaring”, aldus de Brit. Hij voegt er meteen een bijkomende tip aan toe: “Beperk ook het areaal tijdens het komende plantseizoen.” Ondanks de slechte vooruitzichten op korte termijn steekt hij de telers ook een hart onder de riem. “België heeft de beste aardappeltelers van de hele wereld. Daar bestaat geen twijfel over.”</content>
            
            <updated>2025-08-22T14:09:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Limburgse wolf heeft pony’s in het vizier: al zeven dieren doodgebeten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/limburgse-wolf-heeft-ponys-in-het-vizier-al-zes-dieren-doodgebeten" />
            <id>https://vilt.be/57786</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In amper één maand tijd zijn in het noordoosten van Limburg zeven pony’s gedood bij wolvenaanvallen. Volgens Welkom Wolf zijn pony’s een gemakkelijke prooi: ze zijn klein, traag en vaak slecht beschermd. De situatie wordt verergerd doordat de Limburgse roedel momenteel welpen heeft die nog niet zelf kunnen jagen, maar wel een enorme vleesbehoefte hebben. De bezorgdheid over de “te hoge prijs” van het beschermen van de toppredator klinkt niet alleen bij veehouders, maar ook steeds vaker in de politiek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2c11466e-701f-4b8d-87d7-aabddf995159/full_width_belarus-wolf-canis-lupus-gray-wolf-grey-wolf-sitting-outdoors-in-autumn-day-original-1448875.jpg</image>
                                        <content>Het wolvenkoppel Noëlla en Maurice kreeg een viertal maanden geleden voor het eerst samen jongen. “Jonge wolven verbruiken dubbel zo veel voedsel als volwassen dieren, maar kunnen zelf nog niet jagen”, vertelt bioloog Joachim Mergeay (INBO) aan De Standaard. “De ouders sleuren dus vlees aan om op te braken voor hun jongen, en dan vallen ook pony’s ten prooi.” Wolven hebben sinds 2021 in Vlaanderen al zo’n 30 pony’s gedood, volgens cijfers van het Agentschap voor Natuur en Bos. Voor een wolf is een pony gewoon een groot schaap Pony: makkelijke prooi voor een hongerige roedelVolgens Jan Loos van Welkom Wolf zijn pony’s een logische keuze voor wolven. “Ze zijn klein, traag, vaak alleenstaand en staan in weides die nauwelijks bescherming bieden”, aldus Loos. “Ze behoren tot het rijtje favoriete prooidieren van de wolf, naast reeën, alpaca’s en schapen. Voor een wolf is een pony gewoon een groot schaap.”Toch benadrukt hij dat wolven van nature eerder kiezen voor wilde prooidieren dan gedomesticeerde dieren. “In 2024 zijn er in het wolventerritorium in Limburg ongeveer 4.200 stuks grondwild afgeschoten. Als dat wild niet wegvalt, blijven wolven vaker bij hun natuurlijke menu.” Natuurverenigingen wijzen erop dat de wolf ook bijdraagt aan het in toom houden van overpopulaties van reeën en everzwijnen.Oproep tot bescherming en overheidssteunHet Agentschap Natuur en Bos adviseert veehouders opnieuw om wolfwerende omheiningen te plaatsen om zo hun dieren beter te beschermen. De Vlaamse overheid subsidieert tot 90 procent van de installatiekosten en voorziet een onderhoudspremie. Beschermingsstatuut onder vuurDe recente aanvallen zetten ook het debat over de bescherming van de wolf opnieuw op scherp. Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) stelt zich openlijk vragen bij het huidige beschermingsbeleid. “Op een bepaald moment moet je durven zeggen dat de prijs voor het beschermen van de ene diersoort te hoog is, als andere dieren daarvoor met hun leven betalen,” aldus de minister.Wolven zijn zowel op Europees als Vlaams niveau wettelijk beschermd: ze mogen niet worden gedood, gevangen of gestoord. Toch werd op Europees niveau recent beslist het beschermingsstatuut te verlagen van ‘streng beschermd’ naar ‘beschermd’, wat ruimte zou kunnen geven voor nieuwe beleidsmaatregelen. Weyts ziet daarin een kans om het Vlaamse beleid aan te passen. Wolf bijt 6-jarig kind in NederlandNiet alleen in België zorgt de wolf voor controverse. Ook in buurland Nederland laait de discussie op. Zo ervaren ondernemers op de Utrechtse Heuvelrug flinke omzetverliezen doordat gemeenten na een bijtincident met een wolf bezoekers afraden om de bossen te betreden. Waarschuwingsborden langs de weg leiden tot lege terrassen en een flinke daling in recreatief bezoek, juist tijdens het hoogseizoen. Vorige maand beet wolf Bram er een 6-jarig jongetje. Het dier is al bij meerdere bijtincident betrokken. Vorige maand werd voor deze ‘probleemwolf’ (een individu dat herhaaldelijk ongewenst gedrag vertoont, zoals het naderen van mensen of frequente aanvallen op vee, red.) al een afschotvergunning afgegeven, maar het dier is nog niet gevonden.</content>
            
            <updated>2025-08-24T16:01:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bietentelers staan voor recordjaar, maar maken zich zorgen om prijs en toekomst teelt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bietentelers-staan-voor-recordjaar-zorgen-om-prijs-en-toekomst-teelt" />
            <id>https://vilt.be/57787</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door de goede weersomstandigheden stevent de bietenteelt op recordoogsten af. “We verwachten zo’n 90 ton per hectare, vijf ton meer dan tijdens het recordjaar 2011”, klonk het op de Iscal-demodag Duurzaam Telen&nbsp;in Ooike, bij Oudenaarde. Wel zijn er de nodige zorgen over de droogte, de prijs en op langere termijn vormt ook de verdwijning van gewasbeschermingsmiddelen een risico. “Daarom dat we dit evenement organiseren: als er geen telers meer zijn, hebben wij geen grondstoffen meer", was te horen bij Iscal.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="biet" />
                        <category term="suiker" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/43d4abec-ae27-457c-bcb5-60608dedcc5f/full_width_iscal-demodag.jpg</image>
                                        <content>Zo&#039;n 200 bietentelers waren vrijdag aanwezig op de demodag van bietenverwerker Iscal. Op het evenement stonden duurzame teelt- en vooral spuittechnieken centraal. &quot;Het is misschien niet de meest logische timing op enkele weken voor de oogst, een moment waarbij er nauwelijks onkruidbestrijding meer plaatsvindt, maar gewasbescherming is één van de grootste uitdagingen van de toekomst”, vertelt Ronald Demuynck, agro-manager van Iscal Sugar.De hoofdagronoom van de suikerfabrikant uit Fontenoy stelt dat er steeds meer gewasbeschermingsmiddelen van de markt verdwijnen en dat hiermee de teelt in gevaar komt. “En als er geen bietenteelt meer is, hebben wij ook geen grondstoffen meer”, benadrukt hij ook het eigenbelang van Iscal bij de verduurzaming van de teelt en de verminderde afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen. “Er wordt veel gesproken over veredeling en ziekteresistentie, maar dat is vaak een zaak van de lange adem”, uit hij zijn zorgen.Tot 90 procent minder gewasbescherming met precisietechniekOp de demodag toonden een aantal machineleveranciers nieuwe, precisiespuittechnieken waardoor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen sterk teruggebracht kan worden. &quot;Zo kan de spotspray-techniek op onze spuitmachine een reductie tot 80 of zelfs 90 procent realiseren&quot;,verklaart Pieter Claeys van landbouwmachinedealer Beel uit Wortegem-Petegem. “Er wordt eerst een drone ingezet om de behoefte in kaart te brengen. Vervolgens wordt er een takenkaart opgesteld op basis waarvan de machine haar werk kan doen.&quot; Andere standhouders op de demodag toonden het belang van een goede bodemgezondheid, wat niet alleen de onkruiddruk vermindert, maar ook het waterhoudende vermogen van de grond vergroot. Dat lijkt ook op dit moment geen overbodige luxe. “Door de droogte zou de oogst wat moeilijker kunnen verlopen, bieten geraken moeilijker uit de grond met het risico op structuurschade”, vertelt Robert Torck, CEO van Iscal Sugar. “Ook een vergeling van de bieten door droogte en in mindere mate virusaantasting zijn zorgen”, horen we ook bij de Tiense Suikerraffinaderij.Daarentegen zijn de oogstverwachtingen dit jaar uitzonderlijk goed. De vroege inzaai en de vele zonuren staan in sterk contrast met het seizoen 2024 toen telers soms pas in juni konden inzaaien. “De weersomstandigheden waren zeer goed dit jaar en de oogstverwachtingen zien er zeer goed uit”, vertelt Demuynck. Prijzen te laag voor rendabele teeltIscal verwacht dit jaar op zo’n 90 ton per hectare uit te komen, met hoge suikerpercentages van 16,5 tot 17 procent. “Daarmee zitten we 15 ton boven ons vijfjarig gemiddelde en verbreken we ons vorige record van 2011 toen we gemiddeld 85 ton per hectare opbrengst hadden”, vervolgt de agronoom van Iscal dat op 12 september met de campagne start. De campagne zou 100 tot 120 dagen lopen.De goede productieprognoses bij ons, maar ook in andere Europese landen, heeft ook een keerzijde. Terwijl de suikerprijzen twee jaar geleden met pieken van 1.000 euro per ton uitzonderlijk hoge toppen scheerden, gaat de suikerprijs momenteel door een dip. Waar een matige suikerprijs Tiense Suiker dwong het bietenareaal terug te dringen, hield Iscal vast aan hetzelfde areaal in de hoop dat de prijs zou bijtrekken. “We hadden op een verhoging gerekend, maar de prijs ligt rond de 500 euro en dat is te laag voor een rendabele teelt”, aldus Demuynck.De agro-manager uitte ook zijn zorgen aan Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v). Die was naar Oudenaarde afgezakt om zich op de demodag te informeren over de uitdagingen van de sector. In een speech benadrukte Brouns het belang van innovatie. “De landbouw heeft niet alleen te maken met klimaatuitdagingen, maar ook veranderende maatschappelijke verwachtingen op het gebied van chemische gewasbescherming. Het is goed om te zien dat de sector hier volop inzet.” Stikstof is nooit ver wegHoewel de bietenteelt op de demodag centraal stonden, kreeg minister Brouns ook hier onherroepelijk vragen van bezorgde landbouwers over stikstof. Onder meer Peter Snoeck maakt zich zorgen. Hij teelt bieten, maar heeft ook een klein varkensbedrijf met korteketenverkoop in Huise. Door de kleinschaligheid van zijn bedrijf zijn luchtwassers een grote investering en komt de rentabiliteit in gevaar.De boer heeft zijn hoop gevestigd op balansballen die de mestkelder afdekken en zo de ammoniakuitstoot reduceren. De techniek is erkend voor een reductie van 28 procent. “Maar metingen op ons bedrijf en andere meetbedrijven geven een grotere reductie van 45 procent of meer aan. Dat én aangepaste voertechniek zou ons op het niveau van 60 procent kunnen brengen”, vertelde hij aan de minister. Die luisterde naar de vragen en beloofde de bezorgdheden mee te nemen naar Brussel.</content>
            
            <updated>2025-08-24T16:19:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boer Bricoleur: van losse initiatieven naar technische dienstverlener voor kleinschalige landbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boer-bricoleur-machinebouwers-hebben-geen-oog-voor-biologische-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/57788</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Mechanisatiebedrijven richten zich doorgaans op de grootschalige, gangbare landbouw en hebben vaak minder oog voor de noden van biologische en kleinschalige boeren. Voor machinebouwers is deze sector commercieel minder interessant, waardoor bioboeren vaker kampen met mechanisatie-uitdagingen. Vanuit die vaststelling wil de biologische sector het losse initiatief Boer Bricoleur verder uitbouwen tot een structurele technische dienstverlener voor bio- en andere kleinschalige bedrijven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c0aa9252-d067-489a-aa70-a7d782532243/full_width_boer-bricoleur.jpg</image>
                                        <content>In de werkplaats van bioboerderij De Kijfelaar in Herentals staat een houten pallox met hermetisch afgesloten zijkanten en een geventileerde bodem van gaas. De kist dient voor de opslag van graan voor humane consumptie. “Ratten vormen daarbij een bedreiging”, legt Wouter, medewerker van De Kijfelaar, uit.Deze palloxen werden in enkele uren gebouwd door een groep bioboeren onder begeleiding van Bert Vandergeynst, in het kader van Boer Bricoleur On Tour. Dit initiatief trekt langs vijf Vlaamse biobedrijven en laat boeren samen nadenken over ontwerp en uitvoering van praktische oplossingen. “Door samen te bouwen komen interessante ideeën naar boven”, vertelt Vandergeynst. Bovendien kan samenwerking ook schaalvoordelen opleveren in materiaal en bouw.Van zelfbouw naar gezamenlijke workshopsBoer Bricoleur is een netwerk van biologische telers dat jarenlang focuste op zelfbouw van landbouwmachines en -instrumenten. Waar dat voorheen vooral individuele ondersteuning betekende, stond dit jaar een open workshop centraal. Biologische ondernemers konden hun eigen technische vraagstukken aandragen, waaronder dus de graanopslag. Naar structurele technische ondersteuningDe nieuwe aanpak past binnen de plannen van betrokken organisaties zoals het Coördinatiecentrum praktijkgericht onderzoek en voorlichting voor de Biologische Teelt (CCBT), VIVES Hogeschool en Inagro. Zij willen Boer Bricoleur uitbouwen tot een structurele organisatie in de vorm van een Operationele Groep met steun van Vlaanderen en Europa.“Fabrikanten richten zich op de gangbare landbouw omdat daar meer marktpotentieel zit. Biologische en kleinschalige bedrijven hebben daardoor minder keuze om hun machinepark uit te bouwen”, zegt Geert Furniere van VIVES Maaklab. “Het resultaat is dat ze minder technische middelen tot hun beschikking hebben.”Voor veel kleine tuinbouwbedrijven blijft de zoektocht naar betaalbare en aangepaste machines dus een uitdaging. Zelfbouw en aanpassing kunnen een oplossing zijn, benadrukt Vandergeynst, die als handige harry de jaarlijkse samenbouwopleidingen van Boer Bricoleur begeleidt. Praktische resultatenIn eerdere edities ontwierp Boer Bricoleur onder meer een oprolsysteem voor doeken en netten. Het mobiele gereedschap, dat werkt als een kruiwagen en waarvan een zelfbouwhandleiding beschikbaar is, maakt het eenvoudiger om antiworteldoeken, wildnetten, klimaatdoeken en insectengaas te hanteren.Een ander geslaagd project is een wiedbed gebaseerd op een elektrische rolstoel. “Daarvan rijden er inmiddels een achttal rond in Vlaanderen en Wallonië”, aldus Vandergeynst.Deze winter volgden mobiele kippenstallen, ontwikkeld in verschillende formaten. Melkveebedrijf Dijsselhof in Machelen nam deze zomer de eerste stal voor 216 kippen in gebruik. Het ontwerp bestaat uit modules van 2m40 op 1m25, die aaneengeschakeld kunnen worden. Zo bepaal je zelf de lengte van de stal. Per module kunnen 18 leghennen worden gehuisvest volgens de biovoorschriften.“Ik ben zelf een matige bricoleur”Gastheer van de Antwerpse editie van Boer Bricoleur On Tour was Bavo Verwimp van De Kijfelaar. “Op een biobedrijf duiken veel kleine technische problemen op waar je niet zomaar een adviseur voor vindt. Ik noem mezelf een ‘matige bricoleur’ en zie dus zeker markt voor een organisatie die technische ondersteuning biedt.”Tijdens de workshop bracht medewerker Wouter het idee van de zelfgebouwde pallox naar voren. Op eerdere stops bij andere biobedrijven kwamen thema’s als machine-onderhoud en het aanscherpen van schoffels aan bod.Na de praktische sessies werd de toekomst van Boer Bricoleur besproken. In een brainstorm stelde Furniere drie mogelijke juridische vormen voor: een vzw (in verschillende varianten), een coöperatie van bioboeren, of een commerciële organisatie met winstoogmerk.</content>
            
            <updated>2025-08-28T15:31:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Werktuigendagen 2025: de vaste afspraak voor menig landbouwers valt dit jaar een week vroeger]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/werktuigdagen-2025-de-vaste-afspraak-voor-menig-landbouwers-valt-dit-jaar-een-week-vroeger" />
            <id>https://vilt.be/57789</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Over minder dan een maand wordt Oudenaarde opnieuw het toneel van de Werktuigdagen, de grootste landbouwdemonstratiebeurs van Vlaanderen. Voor de 37ste keer verzamelen landbouwers, tuinders, fabrikanten en onderzoekers er rond de nieuwste technieken en machines. Het evenement vindt dit jaar een week vroeger plaats dan gewoonlijk, maar blijft trouw aan zijn succesformule: geen statische tentoonstelling, maar landbouw die je letterlijk in actie ziet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d304b56b-95ce-4513-8afa-f663dc06a164/full_width_whatsapp-image-2025-08-24-at-181225.jpeg</image>
                                        <content>Wie Werktuigdagen bezoekt, ziet geen rijen stilstaande tractors, maar meer dan 300 machines die daadwerkelijk aan het werk zijn. Van zaaien tot oogsten en van spuittechnieken tot bemesting wordt op een terrein van 120 hectare de hele landbouwcyclus in beweging gezet. De demonstraties zijn gegroepeerd rond drie sectoren: akkerbouw, tuinbouw en de groensector.Proefvelden liggen er uitstekend bijOm landbouw in beweging te tonen, zijn natuurlijk ook velden nodig. “In tegenstelling tot het kletsnatte voorjaar van 2024 konden we dit jaar probleemloos inzaaien, en de gewassen ontwikkelden zich daarna uitstekend”, klinkt het bij de organisatie. Het resultaat is een terrein met 23 hectare maïs, 16,5 hectare suikerbieten, 21 hectare graanstoppels, 15 hectare gras en voor het eerst ook een halve hectare hennep. Daarnaast zorgden tientallen zaadfirma’s voor een breed aanbod aan teelten die speciaal voor de gelegenheid werden ingezaaid of geplant.Van de ruim 200 exposanten, samen goed voor 24.000 vierkante meter standoppervlakte, komt ongeveer de helft uit de mechanisatiesector. Ook zaadbedrijven, toeleveranciers en dienstverleners zijn sterk vertegenwoordigd. Daarnaast zijn de fabrikanten rond nieuwe energie zijn opnieuw van de partij, waardoor de nieuwigheid van vorig jaar lijkt uit te groeien tot een vaste waarde.Voedermengwagens onder de loepEén van de blikvangers dit jaar is de vergelijkende demonstratie van voedermengwagens. Elf machines zullen een identieke mengeling bereiden, terwijl bezoekers vanop een verhoogd platform in de kuip kunnen meekijken. Achteraf worden de resultaten geanalyseerd en naast elkaar gelegd. Voor melkvee- en vleesveehouders levert dit een kans op om de verschillende mengwagens op de markt in één blik te beoordelen. Robotisering en bodemzorg als terugkerende thema&#039;sOok de robotisering krijgt opnieuw ruime aandacht. Onderzoeks- en adviescentrum Inagro demonstreert er verschillende gerobotiseerde wiedsystemen op jonge bieten en wortelen. “Het is niet de eerste keer dat we zulke demo’s geven, maar de belangstelling blijft groot”, klinkt het bij de organisatie. “De sector zit midden in een transitie naar minder chemie, minder arbeid en meer precisie. Een demonstratie kan daarbij veel verhelderen voor landbouwers.” Naast robots komen ook schoffels en wiedeggen in actie.Ook het ‘bodemeiland’ krijgt opnieuw een centrale plaats op de beurs en zet het belang van doordacht bodembeheer in de kijker. Bezoekers zien er niet alleen klassieke demonstraties rond zaaitechnieken, maar ook agro-ecologische praktijken zoals begrazing met schapen. Zo willen de organisatoren duidelijk maken dat zorg voor de bodem geen ver-van-mijn-bedshow is, maar vandaag al een plaats heeft op Vlaamse landbouwbedrijven. Elektrificatietrend zelf testen in de ‘try&amp;amp;drive’-zoneHelemaal nieuw dit jaar is de ‘try&amp;amp;drive’-zone. Daar kunnen bezoekers niet alleen toekijken, maar ook zelf elektrische wielladers, verreikers en graafmachines uitproberen. “Door zelf achter het stuur te kruipen merken landbouwers meteen hoe zo’n machine aanvoelt en wat ze kan”, klinkt het bij de organisatie. Voor velen wordt het de eerste kennismaking met elektrisch werken, een technologie die steeds nadrukkelijker zijn plaats opeist in de landbouw.Nostalgie en geschiedenisDe moderne demonstraties krijgen gezelschap van een vleugje nostalgie. Voor de twaalfde keer vindt een oldtimerhappening plaats, met meer dan 400 tractoren van vóór 1985. Daarnaast loopt er een tentoonstelling “In het spoor van de ploeg”, uitgewerkt door het Centrum Agrarische Geschiedenis.Stad en sector hand in handVoor Oudenaarde zijn de Werktuigendagen intussen een vaste waarde. “We zijn bijzonder trots om het evenement voor de 16de keer in onze stad te mogen verwelkomen”, zegt burgemeester John Adams. “Het toont als geen ander de harmonie tussen landbouw, landschap en stad. Voor ons is het een feest van vakmanschap, innovatie en verbondenheid.”De 37ste editie zal opnieuw honderden machines, tientallen teelten en duizenden bezoekers samenbrengen in Oudenaarde. Daarmee bevestigt het evenement zijn plaats als vaste afspraak in het Vlaamse landbouwleven, al vindt die vanaf dit jaar een week vroeger plaats: op zaterdag 20 en zondag 21 september. Alle praktische informatie kan teruggevonden worden op de website van de beurs: werktuigendagen.be</content>
            
            <updated>2025-08-27T09:34:04+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Twee op drie schoolkeukens krijgt goed rapport voor voedselveiligheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/twee-op-drie-schoolkeukens-krijgt-goed-rapport-voor-voedselveiligheid" />
            <id>https://vilt.be/57790</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>67,7 procent van de schoolkeukens krijgt een goed rapport voor voedselveiligheid. Dat is het resultaat van 1.008 inspecties bij Belgische schoolkeukens, uitgevoerd door het federaal voedselagentschap FAVV. Bij een derde van alle schoolkeukens werden inbreuken vastgesteld, al zou dat zonder direct gevaar zijn voor de gezondheid van de scholieren. Wel merkt FAVV dat bepaalde scholen hardleers zijn, want men ziet steeds dezelfde hygiënefouten terugkomen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ba428637-5b47-418c-bd8f-2d6762be2135/full_width_schoolmaaltijd-lunch-schoolkeuken-favv.jpg</image>
                                        <content>358 schoolkeukens kregen geen gunstig resultaat. Bij inbreuken zonder direct gevaar voor de gezondheid van de scholieren volgt een waarschuwing en een latere hercontrole. Voor de ernstigere inbreuken werden er 21 processen-verbaal uitgeschreven. Vele scholen blijken wel hardleers, want volgens FAVV is de aard van de meest voorkomende inbreuken hetzelfde als vorig jaar. Ook het aantal inbreuken blijft gelijkaardig. Het vorige controlejaar behaalde 66 procent van de scholen een gunstig rapport, nu 67 procent. &quot;Vandaar dat we een persbericht hebben uitgestuurd met deze aandachtspunten”, zegt Hélène Bonte van FAVV.Wasbakken en persoonlijke hygiëneDe meest voorkomende inbreuken in de schoolkeukens hebben te maken met het wassen van handen zoals onvoldoende wasbakken, geen contactloze kranen of geen hygiënisch was- en droogmiddel (12,3% niet conform), onvoldoende persoonlijke hygiëne (9,1% niet conform) of geen propere kledij en tenslotte onvoldoende properheid van de oppervlakten waarop men eten bereidt (7,7% niet conform). “Onder ‘onvoldoende persoonlijke hygiëne’ vallen verschillende zaken”, verduidelijkt Bonte. “Dat kan bijvoorbeeld gaan om het dragen van juwelen, het hebben van lange nagels of valse nagels en geen handschoenen, werken zonder haarnetjes, maar ook roken of vuile kledij waar bijvoorbeeld oude etensresten aan kleven.”“Een school wordt om de twee tot vier jaar gecontroleerd, het hangt ervan af of de maaltijden intern of via een leverancier worden bereid. Maar we controleren sneller als er bijvoorbeeld klachten of incidenten zijn gebeurd. De controles gebeuren zoals in elk ander voedingsbedrijf, onaangekondigd en met een vaste checklist”, zegt Bonte nog.Op cursus &#039;veilig koken&#039;FAVV bood in 2024 gratis opleidingen aan bij 2.016 medewerkers van grootkeukens, waaronder scholen, die focusten op thema’s zoals allergenen, hygiëne en afvalbeheer. Het agentschap verspreidt ook tips voor de kinderen die een lunch van thuis meekrijgen. Zo moeten boterhammen of salades met americain, hesp, tonijn, garnalen of rauwe groenten best in de koelkast bewaard worden tot aan de lunchpauze. FAVV raadt scholen dus ook aan om in zulke koelkasten te investeren, maar als dat niet gaat kan een koeltas met koelelementen, of zelfs een koelelement in de brooddoos een oplossing bieden. Als dat niet kan, stelt FAVV voor om beleg te kiezen dat minder gevoelig is voor hoge temperaturen, zoals hardgekookte eieren, gedroogde ham, tapenades, harde kazen, confituur of honing.Sommige scholen hebben ook een eigen moestuintje of kippenhok waarmee ze eten voor de kinderen voorzien. Voor FAVV vormt dit op zich geen probleem, maar het agentschap waarschuwt dat men het kippenhok proper moet houden, dagelijks eieren moet rapen en de vuile eieren proper maken met een droge spons of handschoen, en niet met water.</content>
            
            <updated>2025-08-25T15:05:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ILVO experimenteert met cementloos beton in sleufsilo’s: tot 70 procent minder klimaatimpact]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ilvo-experimenteert-met-cementloos-beton-in-sleufsilos-tot-70-procent-minder-klimaatimpact" />
            <id>https://vilt.be/57791</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Onder grote belangstelling werd maandagochtend gestart met de bouw van nieuwe sleufsilo’s op de onderzoekssite van ILVO in Merelbeke-Melle. Voor het eerst wordt daarbij cementloos beton gebruikt. Dit alternatief kan de klimaatimpact van bouwwerken met 40 tot 70 procent doen dalen. ILVO zal de sleufsilo’s de komende jaren met sensoren opvolgen om de prestaties, slijtvastheid en duurzaamheid objectief te meten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5cc0eeb6-5323-4c3c-a48d-9ced193cf6f4/full_width_sleufsilos-ilvo-experiment-beton.JPG</image>
                                        <content>Meest gebruikte bouwmateriaalBeton is het meest gebruikte bouwmateriaal ter wereld. Het is geliefd om zijn sterkte, lange levensduur en lokale beschikbaarheid. In België wordt jaarlijks ongeveer 14 miljoen kubieke meter beton gebruikt. In Europa veroorzaakt de betonbouw vier tot vijf procent van de totale broeikasgasuitstoot. Wereldwijd loopt dat op richting tien procent. Ongeveer 85 procent van de klimaatimpact van beton komt van de productie van cement.Ook voor landbouwinfrastructuur is beton een veelgebruikt materiaal. Bovendien heeft de landbouw bij uitstek nood aan een robuust materiaal, want beton komt er dagelijks in contact met zuren, vocht en mechanische belasting. Deze veeleisende praktijkomgeving is dan ook de plaats bij uitstek om betonalternatieven te testen op hun merites. “In sleufsilo’s wordt het winterruwvoeder voor dieren ingekuild. Inkuilen betekent eigenlijk zuurstofarm fermenteren en daarbij komen zure kuilsappen vrij”, vertelt Leen Vandaele, wetenschappelijk directeur en expert runderonderzoek bij ILVO. “Uit ervaring weten we dat in sommige bestaande sleufsilo’s het beton al na tien jaar aangevreten is.”Test met geopolymeer-gebonden beton en gerecycleerd betonOp de site van ILVO, waar 12 sleufsilo’s worden gebouwd, zullen twee alternatieven voor traditioneel beton worden getest, naast het best beschikbare ‘klassieke’ beton. In eerste instantie gaat het om een innovatief geopolymeer-gebonden beton. Daarbij wordt in de plaats van cement een geopolymeer gebruikt als bindmiddel. Daarnaast wordt ook gerecycleerd beton gebruikt. Dit beton heeft wel cement als bindmiddel, maar de traditioneel gebruikte grondstoffen (zand en steenslag) worden vervangen door circulaire materialen zoals gebroken betonpuin en breekzand. Die aanpassing verkleint het gebruik van primaire grondstoffen met 60 procent en reduceert de transportkosten. Als we in de toekomst&amp;nbsp;op een andere manier kunnen bouwen, met lagere milieu-impact én met meer gerecycleerde grondstoffen, dan is dat een enorme gamechanger In elk van de drie betontypes worden sensoren geplaatst die gedurende meerdere jaren realtime data doorsturen naar een online dashboard bij Buildwise, het innovatiecentrum van de Belgisch bouwsector, dat voor deze proef nauw samenwerkt met ILVO. Parameters als temperatuur, vochtgehalte, elektrische geleidbaarheid en wapeningpotentiaal worden daarbij continu gemonitord. Zij geven een beeld van de degradatieprocessen. Er komen ook klassieke staalnames en extra analyses in het lab. Mogelijk een enorme gamechanger“Deze nieuwe technologie met geopolymeren staat dicht bij marktintroductie”, vertelt Niels Hulsbosch, research expert bij Buildwise. “Dit project bij ILVO zal ons helpen om de kennisopbouw over de technische haalbaarheid en over prestaties op lange termijn te versnellen. Als we in de toekomst&amp;nbsp;op een andere manier kunnen bouwen, met lagere milieu-impact én met meer gerecycleerde grondstoffen, dan is dat een enorme gamechanger.”Volgens Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO, neemt de onderzoeksinstelling een gedurfde, maar beredeneerde beslissing door aan de slag te gaan met deze alternatieven. “In bouwprojecten zijn opdrachtgevers doorgaans risicovermijdend. Ze houden vast aan veilige standaarden en gecertificeerde producten”, klinkt het. Maar voor ILVO gaven de belofte van uitstekende chemische bestendigheid, hoge druksterktes, duurzaamheidsprestaties én verantwoord grondstoffengebruik, de doorslag. Kostprijs moet nog naar benedenNadeel is dat het geopolymeer-gebonden alternatief 30 procent duurder is dan klassiek hoogwaardig beton. Dat is vooral het gevolg van de kleine volumes waarin het geproduceerd wordt. “Als de omzet en de langhoudbaarheid kunnen toenemen, dan kan ook de meerprijs dalen”, klinkt het bij de bouwconsortia die bij het project betrokken zijn. Het gaat om STRABAG Belgium, ResourceFull en AC Materials. Het recyclagebeton is vandaag al vergelijkbaar in prijs met klassiek hoogwaardig beton, zo is te horen bij OBBC en De Clercq Aannemingen die als consortium deze toepassing mee ondersteunen in de proef.De bouw van deze sleufsilo’s kan rekenen op steun van het Programma Innovatieve Overheidsopdrachten van VLAIO. Naast financiële steun van bijna 400.000 euro gaat het om praktische begeleiding en om hulp bij het partnerschap met Buildwise. Met dit programma wil VLAIO overheden en publieke organisaties helpen bij de aanbesteding en het zoeken naar de juiste leveranciers en ontwikkelaars. “Dit project toont aan hoe het streven naar duurzaamheid en circulariteit samengaat met innovatie. We hopen dat dit project, eens gerealiseerd en succesvol gevalideerd, zal fungeren als voorbeeld voor de hele Vlaamse bouwsector”, zegt Mark Andries, administrateur-generaal van VLAIO.</content>
            
            <updated>2025-08-25T17:54:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Beperkende milieuwetgeving en dierziekten houden rendabiliteit veehouderij uitzonderlijk hoog]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/beperkende-europese-wetgeving-en-dierziekten-houden-rentabiliteit-dierlijke-sector-uitzonderlijk-hoog" />
            <id>https://vilt.be/57792</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De braadkippenhouderij kent historisch hoge rendementen, terwijl in de melkveehouderij de records van twee jaar geleden benaderd worden. Ook in de varkenshouderij blijft de rentabiliteit goed en zijn de vooruitzichten behoorlijk. De conjunctuur in akkerbouw staat in groot contrast hiermee. De aardappel- en de bietenteelt hebben een aantal rendabele jaren gehad, maar gaan nu door een dal. “Dat komt door een overaanbod. In de veehouderij hebben wetgeving en dierziekten het opvoeren van het aanbod onmogelijk gemaakt”, verklaart Jan Leyten, Agro Economist bij KBC.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veeteelt" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="varken" />
                        <category term="akkerbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/70f1b344-41dd-4b55-b45a-fa743a28e90b/full_width_nestborncolruytwelzijnskipdierenwelzijnpluimvee-2-1250.jpg</image>
                                        <content>Superconjunctuur in braadkippenhouderijDe Vlaamse braadkippenhouderij beleeft gouden tijden. Na 2,5 jaar hoogconjunctuur spreekt KBC sinds begin 2025 zelfs van een superconjunctuur. Uit de periodieke conjunctuurbarometer van KBC blijkt dat de cashflow in de sector nog nooit zo hoog lag: in de tweede helft van dit jaar is die opgelopen tot 80 cent per afgeleverde kip. Beschikbare cashflow - het verschil tussen de reële inkomsten en uitgaven (wat er dus netto overblijft - is volgens de bank de beste graadmeter om de rendabiliteit van een bedrijf of sector uit te drukken. Ter vergelijking: een gemiddeld Vlaams braadkippenbedrijf telt 80.000 braadkippen en levert jaarlijks zeven rondes af. Dat levert vandaag ruim 64.000 euro cashflow per rond op, of meer dan 400.000 euro op jaarbasis. “De winstgevendheid is nog nooit zo hoog geweest”, aldus KBC-analist Jan Leyten. Volgens hem is dat te danken aan een beperkt Europees aanbod door vogelgriep, de beperkende klimaat- en milieuwetgeving en tegelijk een stijgende vraag naar kippenvlees bij de consument. De uitstekende rendabiliteit vandaag laat de sector toe om de zware verliezen uit de periode 202-2022 recht te trekken. In die periode drukten coronamaatregelen en een overaanbod de rendabiliteit fors. Over de afgelopen vijf jaar samen noteerde de sector een gemiddelde cashflow van amper tien cent per kip, goed voor zo’n 56.000 euro per jaar per bedrijf. Melkveehouderij op weg naar nieuwe recordsOok in de melkveehouderij is er sprake van hoogconjunctuur. Uit de conjunctuurbarometer van KBC blijkt dat de sector na het recordjaar 2022 weliswaar een dip kende in 2023, maar sinds 2024 zitten de melkprijzen opnieuw duidelijk in de lift. In het tweede kwartaal van dit jaar bedroeg de beschikbare cashflow 21,2 cent per liter melk, bijna het dubbele van het vijfjaarlijkse gemiddelde dat 11,7 cent bedraagt.Volgens Leyten is de heropleving vooral te danken aan een stijgende melkprijs en lagere veevoerkosten. “De blauwtonguitbraak heeft de Europese productie gedrukt, terwijl de wereldwijde melkproductie stagneert,” legt hij uit. Varkenshouderij nog steeds behoorlijk rendabelOok de varkenshouderij doet het goed, al liggen de absolute topjaren intussen achter ons. In het tweede kwartaal boekte een gesloten bedrijf een cashflow van 50 euro per afgeleverd vleesvarken, tegenover 53 euro tijdens de piek in 2023-2024. Het vijfjaarlijkse gemiddelde blijft met 20 euro per varken aanzienlijk lager.“De prijzen zijn hoog, wat de exportpositie bemoeilijkt, maar de Europese vraag is stevig en het aanbod stabiel,” aldus Leyten. Hij verwacht voor de tweede jaarhelft een lichte daling van de prijzen, maar noemt de situatie nog steeds “behoorlijk rendabel”. Structureel andere marktVolgens KBC houdt de hoogconjunctuur in zowel de melkvee-, varkens- als braadkippenhouderij stand dankzij een stabiele tot groeiende vraag en een aanbod dat door dierziektes en milieuwetgeving nauwelijks kan toenemen. “De klassieke cyclus van groeiende veestapels als gevolg van goede prijzen en daaropvolgende prijsdalingen blijft uit,” zegt Leyten. “Beperkende wetgeving verhindert een structurele uitbreiding van de veestapel. Dat verklaart waarom de goede conjunctuur nu al zo lang aanhoudt.”Dat is volgens de analist van KBC ook het geval voor de vleesveehouderij, al is die sector niet in de periodieke conjunctuurbarometer van KBC opgenomen.  Akkerbouw: klassieke prijscyclus blijft spelenIn tegenstelling tot bij de dierlijke sectoren blijft in de plantaardige productie het spel van vraag en aanbod volop spelen. Als voorbeeld wijst Leyten naar de aardappelteelt. “Door de hoge prijzen van de voorbije jaren hebben landbouwers dit jaar een recordaantal aardappelen geplant. In combinatie met gunstige groeicondities en een dalende vraag naar verwerkte aardappelproducten zet dat de prijzen sterk onder druk,” aldus Leyten.Volgens de financieel expert is de huidige prijsdip vooral een typisch conjunctuurfenomeen. “In de aardappelteelt volgen goede jaren elkaar vaak op met mindere jaren. De huidige crisis betekent dus vooral het einde van een gunstige periode. Normaal herstelt de markt zich na verloop van tijd.”Toch erkent Leyten dat de situatie momenteel pijnlijk is voor akkerbouwers. “Voor de bedrijven die sterk op aardappelen inzetten, zijn de huidige prijzen een flinke tegenvaller.”</content>
            
            <updated>2025-08-25T18:41:04+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FAVV verhoogt waakzaamheid voor runderziekte EHD: “Risico op introductie reëel”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/favv-verhoogt-waakzaamheid-voor-runderziekte-ehd-risico-op-introductie-reeel" />
            <id>https://vilt.be/57793</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De verspreiding van epizoötische hemorragische ziekte (EHD) in Frankrijk leidt tot verhoogde waakzaamheid bij het federeaal Voedselagentschap (FAVV). Het roept veehouderijbedrijven en ketenpartners op tot voorzichtigheid bij de invoer van dieren uit landen waar het virus circuleert. Nog in Frankrijk is ook Lumpy Skin Disease (LSD) aan een opmars bezig. Boerenbond roept op om ook voor deze ziekte waakzaam te zijn. Daarnaast pleit het voor de aanleg van preventieve vaccinvoorraden tegen LSD.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e2986cb7-58ed-47ef-a5d3-bd5a7fd93651/full_width_kalfjes-kalveren-rund-melkvee-ruben-de-keyzer.jpg</image>
                                        <content>EHD is een virale aandoening die wordt verspreid door bijtende insecten (knutten) en treft voornamelijk runderen en hertachtigen. De ziekte dook voor het eerst in Europa op in november 2022, op Sardinië, en verspreidde zich sindsdien naar Spanje, Portugal en Frankrijk. Eind 2024 lag de grens van het besmette gebied op slechts enkele honderden kilometers van België. Ook dit jaar zijn opnieuw besmettingen vastgesteld in Frankrijk. We kunnen de introductie van EHD in België niet volledig uitsluiten Hoewel het Europese handelsverkeer van levende dieren onder strikte gezondheidsvoorwaarden gebeurt, blijft het risico op insleep via een besmet dier dat nog geen symptomen vertoond, reëel. “We kunnen de introductie van EHD in België niet volledig uitsluiten,” stelt FAVV. “Daarom gelden er sinds augustus 2024 extra waakzaamheidsmaatregelen.”Strenge importmaatregelen uit vier landenHet Ministerieel Besluit van augustus vorig jaar legt specifieke verplichtingen op aan al wie runderen of hertachtigen invoert uit Frankrijk, Italië, Spanje of Portugal:Melding aan dierenarts: Minstens 48 uur voor aankomst van de dieren moet de invoerder zijn bedrijfsdierenarts informeren.Isolatie en vectorbescherming: Dieren worden na aankomst meteen geïsoleerd in de nieuwe stal en afgeschermd van insecten.Verplichte bloedafname: Binnen de 12 uur na aankomst moet de dierenarts bij elk dier een bloedstaal nemen voor onderzoek op EHD. Als een dier positief of twijfelachtig test, moet het gedurende 60 dagen geïsoleerd blijven in de stal van bestemming. Gedurende deze periode moet het dier beschermd worden tegen bijtende insecten met een erkend insecticide. Dieren mogen pas verplaatst worden na een negatief testresultaat.Deadline verplichte vaccinatie EHD nadertIn België loopt momenteel een verplichte vaccinatiecampagne tegen EHD (en blauwtong). Alle runderen geboren voor 1 januari 2025 moeten vóór 1 september gevaccineerd worden. Deze maatregel moet de verdere verspreiding van het virus tegengaan en de exportpositie van de Belgische veesector beschermen. Boerenbond bezorgd over Lumpy Skin DiseaseNaast EHD groeit ook de bezorgdheid over Lumpy Skin Disease (LSD). Deze virusziekte, die exclusief runderen treft en ook wordt overgedragen door stekende insecten, werd eind juni 2025 voor het eerst vastgesteld in het Franse departement Savoie, vlak bij de Italiaanse grens. Inmiddels zijn 75 besmettingshaarden geïdentificeerd op 40 rundveebedrijven in de regio Auvergne-Rhône-Alpes.De Franse overheid voert sinds juli een massale vaccinatiecampagne uit in een perimeter van 50 kilometer rond de haarden. Meer dan 250.000 runderen worden daarbij gevaccineerd. De eerste signalen wijzen erop dat de vaccinaties de verdere verspreiding vertragen. Getroffen bedrijven worden vergoed voor geruimde dieren en leegstandskosten.Boerenbond roept de Belgische overheid op tot proactieve maatregelen, waaronder de aanleg van een strategische vaccinreserve.</content>
            
            <updated>2025-08-25T17:46:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vandaag geoogst, morgen in Londen: stijgende interesse in VK als afzetmarkt voor groenten en fruit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vandaag-geoogst-in-vlaanderen-morgen-op-de-markt-in-londen-stijgende-interesse-in-vk-als-afzetmarkt-voor-groenten-en-fruit" />
            <id>https://vilt.be/57794</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wie denkt aan de export van Vlaamse groenten en fruit, komt al snel uit bij buurlanden als Frankrijk, Nederland of Duitsland. Het Verenigd Koninkrijk wordt minder snel in het rijtje vernoemd. “Toch zet Vlaanderen er veel groenten en fruit af en groeit de interesse elk jaar bij onze agrovoedingsbedrijven,” onderstreept het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). “De Britse markt is bijzonder interessant voor ons.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="brexit" />
                        <category term="VLAM" />
                        <category term="export" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9c208f84-007f-4aef-8ebe-e6fbccc7abd4/full_width_bao-menglong-ypfmqctqx-m-unsplash-1.jpg</image>
                                        <content>Eén van de belangrijkste bestemmingen voor Vlaamse groenten en fruit is het Verenigd Koninkrijk. In 2024 werd er voor 67,5 miljoen euro aan groenten en 69,5 miljoen euro aan fruit uitgevoerd. Daarmee staat het VK op de vierde plaats van onze exportmarkten.Vooral onze peren en aardbeien vallen in het fruitsegment in de smaak bij de Britten. Bij de groenten lusten ze dan weer vooral onze aubergines, tomaten, paprika’s, courgettes en kolen. Bijna een derde van alle Belgische aubergines die in 2024 geëxporteerd werden, kwam terecht in het VK. Voor tomaten ging het om 16 procent en voor paprika’s om 13 procent. Bij het fruit bedroeg het aandeel 32 procent voor peren en ongeveer 20 procent voor aardbeien. Kwaliteit en nabijheid als troevenDe stevige Vlaamse voet aan grond kwam met de brexit even aan een zijden draadje te hangen. Exporteurs vreesden bijkomende formaliteiten en vertragingen. Maar dit bleek al bij al goed mee te vallen en temperde het enthousiasme van de Vlaamse exporteurs niet. In tegendeel, de afzet groeide de jongste jaren zelfs licht.“Het VK heeft sinds de brexit steeds meer moeite met zijn zelfvoorzieningsgraad waardoor er erg veel moet worden geïmporteerd,” duidt Nele Van Avermaet, promotiemanager groenten en fruit bij VLAM. Vlaamse producten scoren daarbij goed dankzij een belangrijk concurrentievoordeel ten opzichte van andere landen: onze nabijheid. “Producten ‘s morgens geoogst, liggen de volgende dag al op de markt in het Verenigd Koninkrijk. Dit is een troef die Nederland bijvoorbeeld minder heeft. Een vrachtwagen vol groenten uit het West-Vlaamse Roeselare heeft vier uur voorsprong op een vrachtwagen vanuit Amsterdam,” aldus VLAM. “In de sector van verse groenten en fruit, is dat veel.”Daarnaast waarderen Britse importeurs de hoge kwaliteit en uniformiteit van onze producten en de betrouwbaarheid van de Vlaamse sector. “Ze weten dat ze er dag na dag terechtkunnen voor een constant aanbod”, zegt Van Avermaet. Promotie Vlaamse producten in het VKVorige vrijdag trok VLAM samen met drie veilingen en vier bedrijven naar twee vroegmarkten, de groothandelsmarkten waar onder meer horecazaken en foodservicebedrijven hun inkopen doen. VLAM zet al sinds 2022 gericht in op promotiecampagnes in het VK. Daarbij richt het agromarketingcentrum zich niet enkel op de klassieke topproducten zoals peren, aardbeien en tomaten, maar probeert het ook het bredere Vlaamse aanbod, met onder meer prei en witloof, onder de aandacht te brengen bij Britse aankopers.Tendensen met Vlaams potentieelVan Avermaet ziet in het Verenigd Koninkrijk enkele duidelijke trends, die overigens bij andere Europese afzetmarkten ook spelen. Zo zet de overheid steeds sterker in op gezonde voeding, met campagnes die burgers aansporen meer groenten en fruit te eten. “Voor ons is dat alleen maar goed nieuws,” aldus Van Avermaet. “Het sluit perfect aan bij de kwaliteitsproducten die Vlaanderen aanbiedt.”Daarnaast wordt lokaal voedsel volop gepromoot. “Op markten en verpakkingen zagen we tijdens ons bezoek vaak de Union Jack opduiken”, duidt ze. Toch vormt dat voor Vlaanderen geen bedreiging. “De realiteit is dat het VK ongeveer de helft van de groenten produceert die binnenlands worden geconsumeerd en slechts 16 procent van het fruit. Import blijft dus noodzakelijk en dat biedt kansen voor Vlaanderen.” Logistieke puzzelEen kans die ook Demargro, West-Vlaams exporteur van verse groenten en fruit, niet links wil laten liggen. Het bedrijf was er vrijdag ook bij. Het stuurde in het verleden al enkele vrachten naar het VK en wil zijn aanwezigheid verder uitbouwen. De formaliteiten blijken daarbij minder een obstakel dan het vinden van betrouwbare klanten en het organiseren van een efficiënte logistiek. “Om rendabel te exporteren moet de keten volgens hem zo kostenefficiënt mogelijk worden ingericht, met een betrouwbaar netwerk van partners en een goed zicht op de verwachtingen van Britse afnemers”, duidt Dominiek Keersebilck van Demargro. Naast het VK levert Demargro vandaag vooral aan Frankrijk, Spanje en Polen.Maar Spanje en Polen liggen verder af en hebben een sterke eigen productie. “Het is net dat verschil dat het VK tot een waardevolle extra afzetmarkt voor onze producten maakt”, besluit Keersebilck.</content>
            
            <updated>2025-08-25T22:02:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese landbouw de dupe van nieuwe handelsdeal tussen EU en VS]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-landbouw-de-dupe-van-nieuwe-eu-vs-handelsdeal" />
            <id>https://vilt.be/57795</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Europese landbouworganisaties trekken aan de alarmbel: de nieuwe handelsafspraken tussen de EU en de VS zouden vooral Amerikaanse landbouwproducten bevoordelen. Terwijl Europese producten kampen met invoerrechten tot 15 procent, krijgen Amerikaanse boeren makkelijker toegang tot de Europese markt. Zo worden bepaalde importtaksen opgeschort en wil men duurzaamheids- en fytosanitaire regels voor Amerikaanse producenten versoepelen. Copa-Cogeca noemt de deal “een strategische fout ten koste van onze landbouwers”.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="export" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2d3bb8c9-0c5d-4b6f-8f0f-3df5ff2db75a/full_width_ursula-von-der-leyen.jpg</image>
                                        <content>Een handelstarief is een importtaks die de VS zal innen op buitenlandse producten die in eigen land verkocht worden. Deze taks wordt dus niet betaald door het uitvoerende land, maar wel door de Amerikaanse consument. Die zal door de band genomen vijftien procent meer betalen voor Europese wijn, koekjes of andere producten. Zo wil Trump zijn burgers aansporen om eerder Amerikaanse goederen te kopen.Minder taksen en minder regels voor Amerikaanse productenVoor de meeste Europese goederen die naar de VS worden uitgevoerd, zal een handelstarief gelden van 15 procent. Dat blijkt uit een gezamenlijk statement van de EU en de VS, gepubliceerd na de onderhandelingen tussen EU-voorzitter Ursula Von der Leyen en de Amerikaanse president Donald Trump eerder deze maand. Dat is minder dramatisch dan de tarieven van 30 procent waarmee Trump eerder nog dreigde. Maar het is wel aanzienlijk hoger dan het quasi nultarief dat vorig jaar nog gold voor de meeste Europese goederen. Bovendien zullen diverse Amerikaanse landbouwproducten makkelijker toegang krijgen tot de Europese markt, dankzij een versoepeling van de fytosanitaire regelgeving.Dit alles schiet bij Copa-Cogeca in het verkeerde keelgat. “De Europese landbouw wordt gevraagd om slechtere handelsvoorwaarden te accepteren, terwijl de VS nieuwe voordelen plukt”, schrijft de organisatie in een statement. “Dit is geen wederkerigheid, maar een strategische fout die de eigen boeren, landbouwcoöperaties en plattelandseconomieën van de EU ondermijnt.”Minimale belofte niet waargemaaktCopa-Cogeca verwijt de EU dat het zelfs niet de meest minimale beloftes voorafgaand aan de deal heeft waargemaakt. Zo wilde Europa een vrijstelling van invoerrechten bekomen voor wijnen en gedistilleerde dranken, maar daar is men niet in geslaagd. Dit terwijl deze tariefverlichting “door belanghebbenden in zowel de EU als de VS gesteund werd”, schrijft de organisatie in een persbericht. De tarieven op wijn en sterke drank waren één van de belangrijkste belangen van de Europese Unie. Helaas zijn we er niet in geslaagd die naar beneden te krijgen In Politico geeft EU-commissaris voor Handel Maroš Šefcovič zijn teleurstelling toe. “De tarieven op wijn en sterke drank waren een van de belangrijkste belangen van de Europese Unie. Helaas zijn we er niet in geslaagd om die naar omlaag te krijgen. Maar de deur is niet voor altijd gesloten”, verklaart hij. Versoepeling gezondheidscertificaten en duurzaamheidsregelsDie uitspraak verraadt nog een ander belangrijk element van deze ‘deal’, namelijk dat veel gemaakte afspraken niet verder gaan dan vage voornemens en dus onderhevig zijn aan verandering. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘niet-tarifaire belemmeringen’ die de EU en de VS voor de handel in voedingsmiddelen en landbouwproducten willen aanpakken. Dit belooft men te doen “onder meer door de vereisten voor gezondheidscertificaten voor varkensvlees en zuivelproducten te stroomlijnen.” Maar welke vereisten hier precies op de schop zullen gaan, is nog niet duidelijk.De Europese Unie &amp;nbsp;belooft om de invoerrechten op alle Amerikaanse industriële goederen af te schaffen en preferentiële markttoegang te verlenen voor een breed scala aan Amerikaanse visproducten en landbouwproducten, waaronder noten, zuivelproducten, verse en verwerkte groenten en fruit, verwerkte voedingsmiddelen, zaaigoed, sojaolie en varkens- en bizonvlees.Ook wat betreft duurzaamheid worden er vage beloften gedaan om de regels te versoepelen. Het statement noemt de productie van de besproken grondstoffen op het grondgebied van de VS een &quot;verwaarloosbaar risico&quot; voor de wereldwijde ontbossing. In weinig concrete bewoordingen verbindt de Europese Unie zich ertoe om “de bezorgdheid van Amerikaanse producenten en exporteurs over de EU-ontbossingsverordening weg te nemen, teneinde onnodige gevolgen voor de handel tussen de VS en de EU te voorkomen.” Europese boeren boosDe Europese boerenorganisatie Copa-Cogeca is over de hele lijn vernietigend voor de EU-VS-overeenkomst. Volgens hen heeft Europa veel toegevingen gedaan, zonder ook maar iets te realiseren voor de eigen landbouwsector. “Ondanks publieke verklaringen van Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, in Schotland over mogelijke “zero-for-zero”-tariefregelingen voor bepaalde landbouwproducten, bevat de gezamenlijke verklaring geen dergelijke tegemoetkoming voor Europese producenten”, stelt de organisatie. Deze overeenkomst biedt betere markttoegang voor Amerikaanse agrovoedingsproducten, terwijl EU-producenten worden geconfronteerd met hogere tarieven “Integendeel, deze overeenkomst biedt betere markttoegang voor Amerikaanse agrovoedingsproducten, terwijl EU-producenten worden geconfronteerd met hogere tarieven, die nu oplopen tot 15 procent op belangrijke exportproducten”, stelt Copa-Cogeca. “Dit eenzijdige resultaat is niet alleen ongerechtvaardigd, maar ook zeer schadelijk voor een sector die al onder druk staat door stijgende kosten, regelgeving en toenemende wereldwijde concurrentie.” Copa-Cogeca vraagt de Europese Commissie om te blijven onderhandelen met de VS om de tarieven alsnog te verlagen. “Concurrerende landen, zoals Australië en Argentinië, zullen blijven profiteren van lagere tarieven van 10 procent, wat betekent dat EU-producenten nu in een nog grotere achterstandspositie verkeren op een belangrijke markt”, klinkt het.Tot slot wil de organisatie meer duidelijkheid welke duurzaamheids- en fytosanitaire regels precies versoepeld zullen worden voor Amerikaanse producenten. Volgens de organisatie mag eventuele flexibiliteit die aan de VS wordt toegekend niet ten koste gaan van de EU-productienormen of de landbouwers.Copa-Cogeca ziet deze handelsovereenkomst als een signaal dat de EU steeds minder prioriteit geeft aan landbouw binnen de handelsonderhandelingen. Boerenbond: “Toegeven op hormonen en chloorkippen is boeren- én consumentenbedrog&quot;De Belgische landbouworganisatie Boerenbond is eveneens kritisch, maar nuanceert. Pieter Verhelst, lid van het Hoofdbestuur van Boerenbond, stelt in een intern interview dat de sector ook best opgelucht is. “Niemand zat te wachten op escalatie en de markt vraagt bovenal duidelijkheid. De escalatie is voorlopig afgewend. De duidelijkheid is nog wat zoeken omdat de details van het akkoord op hoofdlijnen eigenlijk nog moeten worden uitgewerkt. Daar kunnen en zullen nog verrassingen, losse eindjes en te herbespreken zaken inzitten die opnieuw tot spanningen zullen leiden.” Hij verwijst hier onder meer naar hormonenvlees en chloorkippen die voor de Amerikaanse boeren een speerpunt zijn. Vanwege de vele troebele afspraken, noemt hij deze deal “een akkoord dat er geen is”.Verhelst herinnert er wel aan dat de Europese landbouwsector zeer duidelijke ‘rode lijnen’ heeft wat betreft handelsakkoorden. “Er kan in geen geval sprake zijn van invoer van met hormonen of met andere groeibevorderaars gekweekt vlees. Ook de invoer van zogenaamde chloorkippen is een &#039;no go&#039;. Dit is een uitdrukkelijke Europese maatschappelijke keuze die de eigen landbouwsector weliswaar met een kostenhandicap opzadelt. Het zou absoluut boeren- én consumentenbedrog zijn om op deze rode lijn toe te geven.”EU-voorzitter verdedigt handelsafspraak: “Stabiliteit boven escalatie”Von der Leyen verdedigt de gemaakte deal met een opiniestuk in de Spaanse krant El Mundo. Volgens haar is een handelsoorlog tussen de EU en de VS net datgene waarop China en Rusland zitten te wachten en die zou ze nu vermeden hebben. “Deze overeenkomst weerspiegelt een bewuste keuze: stabiliteit en voorspelbaarheid boven escalatie en confrontatie.” </content>
            
            <updated>2025-08-25T18:05:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Stad Peer wil crisisoverleg met minister Brouns nadat wolf pony's aanvalt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stad-peer-wil-crisisoverleg-met-minister-brouns-nadat-wolf-ponys-aanvalt" />
            <id>https://vilt.be/57796</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De stad Peer wil met Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) rond de tafel gaan zitten voor een crisisoverleg over de wolf. De vraag komt er nadat het Peerse stadsbestuur de afgelopen dagen opnieuw werd overspoeld met vragen en meldingen van ongeruste inwoners naar aanleiding van een aantal recente aanvallen van wolven op dieren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d8054711-9e52-4e0e-9caa-b1e8481c8821/full_width_wolf-wolven.jpg</image>
                                        <content>In het noordoosten van de provincie Limburg zijn de afgelopen week verschillende pony&#039;s doodgebeten door wolven. De dieren zijn een gemakkelijke prooi omdat ze klein, traag en vaak slecht beschermd zijn. Daarnaast zijn er onlangs welpen geboren in de Limburgse roedel, die nog niet zelf kunnen jagen maar wel een grote vleesbehoefte hebben.&quot;Met de aanvallen van de wolf van de voorbije dagen krijgen we heel wat meldingen van inwoners die aangeven dat er een onveiligheidsgevoel heerst,&quot; zegt burgemeester Steven Mathei (cd&amp;amp;v). &quot;Ook de houders van dieren zijn erg ongerust over de veiligheid en het risico. Bovendien nemen verschillende instanties op sociale media sterke standpunten in, waardoor de polarisatie over de aanwezigheid van de wolf groeit.&quot;Het stadsbestuur wil daarom zo snel mogelijk een crisisoverleg met Brouns en de betrokken gemeenten. &quot;We willen weten wat de mogelijkheden zijn rond een overpopulatie van de wolf. Hoe kunnen we omgaan met de problematiek rond vergunningen voor schuilstallen, die verplicht open moeten blijven? En hoe kunnen de gemeenten beter functioneren als partner op het terrein? We hopen zo tot concrete maatregelen te komen om de problematiek in te dijken.&quot;Het kabinet van minister Jo Brouns laat weten dat er donderdagochtend een crisisoverleg zal plaatsvinden met de betrokken gemeenten, de provincie en het Agentschap Natuur en Bos.</content>
            
            <updated>2025-08-25T22:00:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Afrikaanse varkenspest rukt op: uitbraak in 51 landen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/afrikaanse-varkenspest-rukt-op-uitbraak-in-51-landen" />
            <id>https://vilt.be/57797</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tussen januari 2024 en mei 2025 zijn wereldwijd 14.918 uitbraken van Afrikaanse varkenspest (AVP) gemeld in 51 landen. Vooral wilde zwijnen werden getroffen (11.240 gevallen), maar ook bij gehouden varkens (3.678 gevallen) leidde de ziekte tot meer dan 600.000 dode varkens. Dat meldt de <a href="https://www.woah.org/app/uploads/2025/05/the-state-of-the-worlds-animal-health-2025.pdf" target="_blank" target="_self">Wereldorganisatie voor Diergezondheid</a> (WOAH). De snelle verspreiding en het groeiende aantal besmettingsgebieden baren grote zorgen. Ook België staat onder druk, met recente uitbraken op slechts 160 kilometer van de grens.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="afrikaanse varkenspest" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a4716e40-14ed-4a9a-9e92-fce90cfe3003/full_width_varkenbig-europeanunionjozefjakubco.jpg</image>
                                        <content>Afrikaanse varkenspest (AVP) heeft zijn geografische verspreidingsgebied aanzienlijk uitgebreid. “Hierdoor wordt de&amp;nbsp;bestrijding en uitroeiing steeds moeilijker”, staat in het rapport. Toch blijft de Wereldorganisatie voor Diergezondheid hoopvol: “Ondanks deze uitdagingen blijft wereldwijde beheersing van AVP mogelijk met aanhoudende inspanningen en internationale samenwerking.” WOAH en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) hebben een gezamenlijk initiatief gelanceerd onder het Global Framework for the Progressive Control of Transboundary Animal Diseases. Dit initiatief is erop gericht om overheden, industrieën en specialisten samen te brengen om landen te ondersteunen bij het bestrijden van deze zeer besmettelijke virusziekte. Een nieuwe uitbraak zou zware gevolgen hebben voor de Belgische varkenshouderij en de hele keten Nieuwe besmettingenOpvallend is de verspreiding naar drie nieuwe landen: Montenegro (januari 2024), Albanië (februari 2024) en Sri Lanka (oktober 2024). Vooral de uitbraak in Sri Lanka – op ruim 1.800 kilometer van de dichtstbijzijnde eerdere besmetting – wijst op een gevaarlijke sprong van het virus. Ook Europa blijft niet gespaard. Duitsland en Polen meldden in 2024 verschillende nieuwe haarden. In juli werd een besmettingsbron ontdekt in Kirchundem, Noordrijn-Westfalen, op slechts 160 kilometer van de Belgische grens.De Belgische sector reageert alert. Brancheorganisatie PORK.be waarschuwt voor een “aanzienlijk risico op herintroductie” van AVP in België en roept op tot verhoogde waakzaamheid en versterkte preventiemaatregelen. Sinds november 2020 is België vrij van het virus. “Een nieuwe uitbraak zou zware gevolgen hebben voor de Belgische varkenshouderijen en de hele keten”, aldus PORK.be. Filipijnen zwaarst getroffenDe Filipijnen rapporteerden met 1.269 uitbraken het hoogste aantal besmettingen bij gehouden varkens. Opmerkelijk is ook dat de ziekte er werd vastgesteld bij het Visayawrattenzwijn, een kritiek bedreigde diersoort, volgens de Internationale Unie voor het Behoud van de Natuur (IUCN). AVP is dus niet alleen een bedreiging voor de veehouderij, maar ook voor de biodiversiteit.Vaccins in ontwikkeling, maar met kanttekeningenDe ontwikkeling van een effectief vaccin tegen AVP blijft een prioriteit. Er zijn bemoedigende stappen gezet met levende verzwakte vaccins, maar WOAH waarschuwt voor het gebruik van niet-gekeurde of ondermaatse vaccins. Die kunnen averechts werken en zelfs bijdragen aan verdere verspreiding van het virus.Daarom werkt WOAH momenteel aan internationale normen voor de goedkeuring van AVP-vaccins. Alleen veilig en doeltreffend vaccinmateriaal mag in het veld worden ingezet, benadrukt de organisatie.</content>
            
            <updated>2025-08-26T16:44:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van groente tot instrument: Hamme houdt eerste Kampioenschap Wortelfluiten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eerste-kampioenschap-wortelfluiten-in-hamme-gewonnen-door-pieter-van-puyvelde-71" />
            <id>https://vilt.be/57798</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Pieter Van Puyvelde uit Hamme mag zich met trots de allereerste winnaar van het Kampioenschap Wortelfluiten noemen. Met een verrassend virtuoze versie van het kinderlied ‘Mijn hoed die heeft vier deuken’ – én een gezongen refrein als bonus – blies hij zowel op zijn wortelfluit als de jury van zijn sokken.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/ef3945a3-25bd-4e16-8755-ceda53438c41/full_width_schermafbeelding-2025-08-26-125033.png</image>
                                        <content>De wedstrijd vond plaats tijdens het jaarlijkse Oogstfeest in Hamme, georganiseerd door VELT (Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren). Een tiental kandidaten schreef zich in voor het Kampioenschap Wortelfluiten in de samentuin. Daarvoor hadden ze zelf vakkundig een wortel omgebouwd tot een fluit.Koninklijke inspiratieVELT-voorzitter André Wauters raakte geïnspireerd door niemand minder dan koning Charles, die onlangs samen met het London Vegetable Orchestra een wortelfluit bespeelde. “Ik zag dat filmpje en dacht: dit moeten we hier ook doen,” aldus André.Van Bach tot kinderliedDe deelnemers werden beoordeeld op toonhoogte, volume, originaliteit én het effect op het publiek. Zo probeerde Alexander Casier uit Dilbeek indruk te maken met een Bach-sonate. Maar het was Pieter uit Hamme – van beroep eigenlijk orgeldraaier – die het pleit won met een eenvoudige maar charmante uitvoering van een kinderliedje.En de Golden Carrot gaat naar...Pieter kreeg de Golden Carrot overhandigd, een verguld kunstwerkje van hout. En er is goed nieuws voor fans van groentemuziek: de organisatie denkt nu al luidop aan een tweede editie volgend jaar. “Wie weet staan we dan zelfs met een eigen Vegetable Orchestra op het podium,” lacht André Wauters.</content>
            
            <updated>2025-08-26T16:39:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgische pruim kent relance dankzij kort na elkaar rijpende rassen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-pruim-ziet-relance-dankzij-kort-na-elkaar-rijpende-rassen" />
            <id>https://vilt.be/57799</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het wordt een jaar als nooit tevoren voor Belgische pruimen. De grootste coöperatieve groente- en fruitveiling van België BelOrta kondigt aan dat de oogst van dit jaar een historisch record bereikt, met een opbrengst dubbel zo groot als vorig jaar. De totale productie wordt dit jaar geschat op 200.000 kilo.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="Haspengouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ca4e994e-47f2-47f5-9a2e-e767802c4be6/full_width_persbericht-historische-recordoogst-voor-belgische-pruimen.jpg</image>
                                        <content>Enkele jaren geleden lanceerde BelOrta de ‘BelOplum’ pruimen. Dit is de verzamelnaam voor een reeks pruimenrassen die in kort opeenvolgende periodes afrijpen, geoogst en verkocht worden. Op deze manier zijn er ruim zeven weken lang Belgische pruimen beschikbaar in de winkel.Relance van de Belgische pruimDany Bylemans van pcfruit spreekt van een relance van de Belgische pruim. “In het Hageland waren er nog wel wat telers, maar van pruimenboomgaarden was er een tiental jaar geleden in Haspengouw weinig sprake. Dat is nu aan het veranderen. We zien veel jonge aanplant bij jonge bedrijven, die hun pruimen via BelOrta commercialiseren. Het is een gelijkaardige trend als bij de kersen: heel hoge productievolumes op kleine oppervlaktes, die natuurlijk gepaard gingen met een flinke investering. Dat levert plantages op met een mooie productie, zowel in volume als in kwaliteit van de vruchten.” Net als bij kersen vragen de winkels een periode van zes tot acht weken waarop een product in de rekken kan liggen. Dan heb je een opeenvolging van rassen nodig die er vergelijkbaar uitzien en smaken De opmars van de pruim is hoe dan ook een feit. In 2020 stond er slechts 8 hectare pruim in Haspengouw, vandaag zijn het er 35. Voor deze ‘relance’ trof men vooral buitenlandse pruimen aan in de supermarkt. “We hebben veel pruimen die van Zuid-Afrika of andere verre locaties komen. Pruimen konden hier ook wel geteeld worden, maar er was geen aanbod dat meerdere weken overspant. Net als bij kersen vragen de winkels een periode van zes tot acht weken waarop een product in de rekken kan liggen. Als je Belgische pruimen wil aanbieden in de supermarkt, heb je dus een opeenvolging van rassen nodig die er vergelijkbaar uitzien en smaken”, zegt Bylemans. Groeiend areaalMiguel Demaeght van BelOrta wil met BelOplum een nieuwe pruimentijd inluiden. “We willen het fruit opnieuw stevig op de kaart zetten en zowel de consument als de handel overtuigen van de sterke troeven van dit lokaal geteelde product”, zegt hij. “Deze rassen zijn geselecteerd op smaak en hebben de vorm van de dubbelbakpruim. We plukken op het ideale moment, werken zoals steeds met zeer korte lijnen en geven de consument zo een ongekende smaakbeleving. Pruimen hebben diezelfde onweerstaanbare zoetheid als kindersnoep.&quot;Volgens Bylemans is dit mooie pruimenjaar nog maar het begin. “Het initiatief van BelOrta is nog niet zo oud. De aanplant die nu in productie is gekomen, is eigenlijk nog maar de voorloper van het concept. De supermarkten moeten nu hun vraag bijstellen naar binnenlandse pruimen en de consument moet het leren kennen.” De zwakte van importpruimenAnders dan bijvoorbeeld peren, kunnen pruimen niet lang bewaard worden. Dat is volgens Bylemans dus ook de zwakte van importpruimen: zacht fruit en langdurig transport gaan niet goed samen. “Geïmporteerde pruimen zijn vaak lang onderweg en worden dus te vroeg geoogst zodat ze op tijd bij ons in de supermarkt liggen. Dat betekent dat ze niet goed zijn afgerijpt, en dus ook minder zoet en sappig. Bij een lokaal product is de tijd tussen pluk en winkelkar veel korter, waardoor je steeds een lekkerder resultaat hebt.” Geïmporteerde pruimen zijn vaak lang onderweg, en worden dus te vroeg geoogst zodat ze op tijd bij ons in de supermarkt liggen. Dat maakt ze minder zoet en sappig “Het enige wat ik wens is meer bewustzijn rond de pruimentijd. Pruimen worden geoogst van eind juli tot begin september, maar veel mensen weten niet wanneer deze producten in het seizoen zijn. Nochtans maakt dat alle verschil voor de smaak.”Gunstig klimaatOf de pruimenoogst van volgend jaar opnieuw een record zal breken, valt af te wachten. Het groeiende areaal doet vermoeden van wel, al waren de weersomstandigheden dit jaar ook bijzonder gunstig. “Je hebt voor fruit voldoende water nodig. Hoewel we de laatste weken wel wat droogtestress zien, zijn de Haspengouwse gronden zijn zeer waterhoudend”, zegt Bylemans. “We profiteren er nog van dat het in juni vrij veel geregend heeft. Dat maakt dat we een goede oogst hebben, zelfs op percelen die geen irrigatie hebben. En de laatste weken van de zomer hebben we heel mooi weer gehad, en dat doet elke vrucht veel goed.”</content>
            
            <updated>2025-08-26T16:35:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Lokale besturen krijgen de komende drie jaar hulp om hun voedselbeleid te versterken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/lokale-besturen-krijgen-de-komende-drie-jaar-ondersteuning-om-hun-voedselbeleid-te-versterken" />
            <id>https://vilt.be/57800</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf september 2025 kunnen lokale besturen rekenen op begeleiding om een eigen voedselstrategie uit te werken. Vlaams minister van Plattelandsbeleid Hilde Crevits (cd&amp;v) en Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) hebben daarvoor een overheidsopdracht toegekend. De opdracht loopt drie jaar en moet de ontwikkeling van lokale voedselstrategieën versnellen en versterken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Vlaamse Landmaatschappij" />
                        <category term="voedsel" />
                        <category term="voedselzekerheid" />
                        <category term="lokaal" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/813fea48-4cf4-44bc-a813-66db90b588c6/full_width_appels.jpg</image>
                                        <content>De lokale voedselstrategieën moeten helpen om de doelstellingen van de Vlaamse voedselstrategie ‘Go4Food’ te helpen realiseren. Die werd gelanceerd in 2022. Het doel is ons voedselsysteem duurzamer te maken en klaar te stomen voor de toekomst. Tegen het einde van de legislatuur moet men in minstens 25 procent van de Vlaamse gemeenten een lokale voedselstrategie tot stand brengen, waarbij maximaal wordt ingezet op samenwerking tussen het platteland en de stedelijke gebieden. Volgens Brouns en Crevits zijn veel gemeenten zijn al actief rond voeding, maar vaak zonder overkoepelende strategie.De inhoudelijke ondersteuning en begeleiding die de Vlaamse regering nu zal bieden, gaat bijvoorbeeld om ondersteuning bij de promotie van gezonde voeding of het tegengaan van voedselverspilling. &amp;nbsp;De opdracht “Local4Food: accelerator lokaal voedselbeleid” zal uitgevoerd worden door adviesbureau Let Us en een groep van experten.Lokale besturen spelen ‘cruciale rol’“Lokale besturen spelen een cruciale rol in de manier waarop we met voedsel omgaan, maar hebben niet altijd budget of personeel om hier beleid rond uit te werken”, zegt Vlaams minister van Plattelandsbeleid Hilde Crevits. “Door hen de komende drie jaar extra ondersteuning te geven, willen we hen helpen in het uitbouwen van een duurzaam, gezond en lokaal voedselbeleid. Zo zorgen we ervoor dat mensen vlot toegang hebben tot kwaliteitsvol en lokaal geproduceerd voedsel.”Dat beaamt Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns. “Onze landbouwsector speelt een belangrijke rol om verder mee te bouwen aan een toekomstgerichte, gezonde en klimaatvriendelijke voedselketen”, stelt hij. “Een lokaal voedselbeleid geeft een antwoord op uitdagingen zoals een eerlijke prijs voor de boeren, lokale productie, gezonde en betaalbare voeding voor iedereen, vrijwaren van de open ruimte, voedselverspilling vermijden, respect voor de bodem en natuur, eiwittransitie, enz. De inzichten uit de Vlaamse voedselstrategie tot bij de lokale besturen en hun stakeholders brengen, is dan ook een opdracht waar ik als minister van Omgeving en Landbouw 100 procent achter sta.”</content>
            
            <updated>2025-08-26T16:48:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Stad Kortrijk sponsort agro-ecologische stroken bij landbouwers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stad-kortrijk-sponsort-agro-ecologische-stroken-bij-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/57801</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De stad Kortrijk biedt landbouwers via het project Water-Land-Schap 2.0 “Van beek tot bodem” een premie aan voor de aanleg van agro-ecologische stroken en percelen. In totaal vroegen 13 landbouwers uit Zuid-Kortrijk een premie aan, goed voor een oppervlakte van 11,29 hectare ingezaaid bloemenmengsel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="agro-ecologie" />
                        <category term="ecologie" />
                        <category term="bloem" />
                        <category term="bestuiving" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a74036f4-a677-40c9-b904-c799deed868d/full_width_stad-kortrijk-landbouwstroken.jpg</image>
                                        <content>Agro-ecologische percelen en stroken, die ingezaaid zijn met een mix van bloeiende kruiden en granen, leveren verschillende voordelen op. Ze trekken bestuivers, insecten en vogelsoorten aan en zorgen zo voor meer biodiversiteit in de open ruimte, ze versterken de bodemkwaliteit en verbinden natuurplekken tot groene corridors in het landschap. Daarnaast zorgen de bloemen voor een aantrekkelijk landschap voor omwonenden en recreanten.De actie werd gecoördineerd door Stad Kortrijk in samenwerking met Boerennatuur Vlaanderen die landbouwers begeleidt bij de administratie, de groepsaankoop van zaaigoed en de opvolging op het terrein. “Dit project kan een opstapje betekenen voor boeren om bijvoorbeeld in een beheerovereenkomst of ecoregeling te stappen die meer structureel zijn”, zegt Korneel Verslyppe, regiocoördinator bij Boerennatuur Vlaanderen.. De aanpak die we hier testen kan ook inspireren tot of inzichten opleveren voor eventueel toekomstig beleid.” Flexibele overeenkomstVolgens Verslyppe is deze premie &amp;nbsp;laagdrempeliger dan de reguliere instrumenten. “Het gaat ook gepaard met een mooie premie die stimulerend werkt. Als het perceel langs een kwetsbaar landschapselement ligt, of als men samen met de naburige landbouwers de percelen inzaait als één lange strook, dan krijgt men daar een iets hogere vergoeding voor. Er geldt ook een extra bonus voor brede stroken. Verder wordt er ingezet op ontzorging van de landbouwers, met bijvoorbeeld de groepsaankoop van het zaaigoed.”Het agro-ecologisch bloemenmengsel bestaat grotendeels uit een mix van bloeiende kruiden zoals korenbloem, boekweit, phacelia, groot kaasjeskruid en een beperkt aandeel graansoorten zoals zomerhaver. Het zal blijven staan tot het voorjaar van 2026, waarna de landbouwers hun percelen opnieuw in gebruik nemen.De redenen om mee te doen verschillen per landbouwer. Sommige landbouwers gebruiken minder rendabele stukken grond, zoals langs bosranden, voor bloemenstroken. Anderen combineren het met de verplichting om bufferstroken aan te leggen. Daarnaast erkennen de landbouwers ook het belang van biodiversiteit en bestuivers. Het is voor hen een kans om actief bij te dragen aan een gezondere leefomgeving. Positieve feedback“We merken aan de positieve respons dat de landbouwers open staan om mee te werken aan meer biodiversiteit in de open ruimte. De opgedane ervaringen en feedback worden meegenomen bij de toekomstige beleidsinitiatieven rond de agro-ecologische maatregelen in de stad”, zegt Hannelore Vanhoenacker, schepen van Landbouw.“In de strijd tegen klimaatverandering zijn agro-ecologische percelen en stroken een mooi voorbeeld van hoe landbouw en natuur hand in hand kunnen gaan”, zegt Maxim Veys, schepen van Klimaat, Natuur en Biodiversiteit. “Ze versterken de bodem, verhogen de biodiversiteit en maken onze landbouw veerkrachtiger. Het is goed dat landbouwers actief mee hun schouders zetten onder natuurrealisatie, want zo bouwen we samen aan een duurzame toekomst voor landbouw en omgeving.”Het einddoel van het Water-Land-Schap 2.0, waaronder dit project valt, is het aanpakken van wateroverlast en droogte in het kader van Blue Deal. Een aantrekkelijk landschap en klimaatrobuuste landbouw zijn daar volgens de initiatiefnemers een belangrijk element.</content>
            
            <updated>2025-08-26T20:03:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wildschade kost Vlaanderen meer dan 1 miljoen euro in drie jaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wildschade-kost-vlaanderen-meer-dan-1-miljoen-euro-in-drie-jaar-tijd" />
            <id>https://vilt.be/57802</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tussen 2022 en 2024 keurde Vlaanderen in totaal 304 wildschadedossiers goed. Daarvoor werd ruim één miljoen euro aan schadevergoeding uitbetaald. Vooral watervogels<strong> </strong>zorgden voor de grootste schadepost. Opvallend is de dalende trend in goedgekeurde dossiers over de drie jaren. Waar in 2022 nog 140 dossiers werden goedgekeurd, waren dit er in 2024 nog maar 78.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="schade" />
                        <category term="wolf" />
                        <category term="akkerbouw" />
                        <category term="fruitteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f6e88ea4-0b57-4ece-a929-65fbe17c6322/full_width_kolganswildschade.jpg</image>
                                        <content>Wie schade aan gewassen, vee, bos of goederen oploopt door beschermde diersoorten of niet-bejaagbaar wild kan van de Vlaamse overheid een schadevergoeding krijgen. Zowel schade bij landbouwers als schade bij particulieren komt daarvoor in aanmerking.Vlaams parlementslid Stijn De Roo vroeg een stand van zaken op bij Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v). Daaruit blijkt dat tussen 2022 en 2024 in Vlaanderen 304 wildschadedossiers werden goedgekeurd. In totaal werd daarbij meer dan één miljoen euro aan schadevergoeding uitbetaald. Watervogels waren de grootste schadeveroorzakers. Met 167 erkende dossiers en een totaalbedrag van ongeveer 693.000 euro nemen ze meer dan de helft van alle vergoedingen voor hun rekening. Vooral de kleine rietgans maakte in Vlaanderen veel schade, maar liefst 82 keer werd deze soort genoemd in de dossiers. Kleine rietganzen landen vaak in grote groepen op akkers en richten vooral schade aan in granen en wintertarwe. Ze vreten jonge scheuten en vertrappelen percelen. Dat leidt tot kale plekken, opbrengstverlies en soms zelfs herinzaai. Op de tweede plaats komt de kolgans (35 keer genoemd).Ook zangvogels vallen op in de statistieken. Hoewel er slechts 16 dossiers erkend werden, liep de totale uitbetaling op tot ruim 127.000 euro. Dat komt neer op gemiddeld meer dan 8.000 euro per dossier, een opmerkelijk hoog bedrag in verhouding tot het aantal gevallen. &quot;Deze vogels veroorzaken vaak schade in de fruitteelt, een veel kapitaalintensievere teelt dan bijvoorbeeld maïs. Aangepikt fruit is bovendien volledig ongeschikt voor verkoop”, verduidelijkt het Agentschap Natuur en Bos. 59 goedgekeurde wolvendossiersDe wolf stond centraal in 59 goedgekeurde dossiers. Daarvoor werd in totaal bijna 66.000 euro uitgekeerd. De schadevergoedingen lopen erg uiteen van 198 tot 9.829 euro. Vorig jaar werden 33 dossiers ingediend waarvan tot op heden 7 de stempel ‘toegekend, ‘goedgekeurd’, of ‘weerhouden&#039; kregen.Steenmarters waren over de twee jaar verantwoordelijk voor 20 dossiers, samen goed voor ongeveer 85.500 euro schadevergoeding. De bever blijft met 10 dossiers en ruim 15.000 euro aan uitbetalingen eerder bescheiden aanwezig in het overzicht. In de categorie ‘andere soorten’ werden 31 dossiers goedgekeurd, goed voor een totaalbedrag van bijna 45.000 euro. Helemaal onderaan staat het wild zwijn: daar werd één enkel dossier erkend, met een uitbetaling van 269 euro.Dalend aantal schadevergoedingenHet aantal goedgekeurde wildschadedossiers en de totale uitbetalingen nemen sinds 2022 duidelijk af. Drie jaar geleden werden nog 140 dossiers erkend voor ruim 630.000 euro. In 2023 zakte dat naar 86 dossiers en iets meer dan 200.000 euro, om in 2024 verder terug te vallen tot 78 dossiers en minder dan 200.000 euro. De cijfers voor 2023 en 2024 zullen wel nog hoger uitvallen in de loop van het jaar, omdat een aantal dossiers op het moment van de telling nog niet afgerond was.&quot;Voor 2024 zijn nog 34 dossiers in behandeling&quot;, duidt ANB. &quot;Meestal zijn deze dossiers ontvankelijk maar wacht men op de juiste schaderaming. Bij ganzenschade in wintertarwe wordt de schade bijvoorbeeld pas definitief vastgesteld vlak voor de oogst in juli 2025.&quot; Volgens het agentschap geven de huidige cijfers nog geen juist beeld van de evolutie.Een andere verklaring voor de lagere schade-uitbetalingen is de prijsschommeling van graan volgens ANB. &quot;De oorlog in Oekraïne en de hogere energiekosten deden in 2022 de prijzen van het graan stijgen met respectievelijk 71 procent en 24,5 procent. Intussen zijn die prijzen weer gedaald&quot;, klinkt het. Binnenkort andere soortenschaderegelingEerder dit jaar adviseerden de SALV en Minaraad om wildschade bij de registratie niet enkel in euro’s uit te drukken want door de jaarlijkse prijsschommelingen van gewassen zijn sommige trends daardoor niet goed zichtbaar. Schade per oppervlakte zou een goede aanvulling zijn volgens de raden. Verder benadrukten ze ook dat Vlaanderen in de toekomst goed doordachte keuzes moet maken over hoe en waar men natuurherstelbeleid wil vormgeven. De terugkeer van bepaalde diersoorten en de sterke ruimtelijke versnippering in Vlaanderen zorgen namelijk voor toenemende spanningen en conflicten tussen mensen en wilde dieren. Landbouwminister Brouns maakte bij het begin van zijn periode reeds duidelijk dat hij van plan is om de soortenschaderegeling te wijzigen. Hij wil onder meer de voorwaarden voor administratieve schadevergoedingen aanpassen en de schade sneller en billijker vergoeden.</content>
            
            <updated>2025-08-27T19:07:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sierteelt in de ban van exotische planten en het drukken van logistieke kosten op Florall]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sierteelt-in-de-ban-ban-van-exotische-planten-en-logistieke-kosten" />
            <id>https://vilt.be/57803</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het drukken van logistieke kosten en de teelt van mediterrane planten die beter tegen het droge klimaat kunnen: dat waren twee onderwerpen die centraal stonden op de halfjaarlijkse Florall-sierteeltbeurs in Waregem, waar een kleine zeventig telers hun planten uitgestald hadden. Aan de vooravond van het najaarsseizoen is het wachten op regen. “Het is nu te droog om te planten in de tuin."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c18e553b-4911-4caf-9e00-e98ccb00e332/full_width_florall-augustus-2025.JPG</image>
                                        <content>“Samenwerking op logistiek gebied tussen telers kan de transportkosten gemiddeld tot 50 procent drukken.” Dat is één van de conclusies van het Florlog-project, waarbij sierteeltonderzoekscentrum Viaverda en het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) de logistiek in de sierteelt onder de loep namen. “De Vlaamse sierteeltsector is vandaag te gefragmenteerd en te weinig digitaal georganiseerd om op lange termijn concurrentieel te blijven”, vertelt Geert Verbelen van VIL.Hij deed deze uitspraken tijdens het slotevent van het tweejarige Florlog-project tijdens de Florall-beurs in Waregem. In samenwerking met 17 sierteeltbedrijven en andere organisaties werden de logistieke uitdagingen van de sector in beeld gebracht en er werd uiteindelijk ook een digitale tool ontwikkeld, Florlog. “Florlog toont in één oogopslag welke optie het meest kostenefficiënt is en hoeveel er te besparen valt”, vertelt&amp;nbsp;Gwendoline Deceuninck van Viaverda.&amp;nbsp;Zij geeft aan dat het transport vanuit West-Vlaanderen naar Oost-Vlaanderen (regio Lochristi, waar de handel gecentraliseerd is) vaak duurder is dan transport naar de veiling in Nederland. “Samenwerking tussen telers en het bundelen van lading kan de kosten drukken”, stelt ze. De Florlog-tool zou ook helpen bij het opzetten van nieuwe logistieke samenwerkingen tussen telers of het vinden van aansluiting bij bestaande clusters. Transportkosten bepalen keuze voor Vlaamse productHet toegenomen belang van logistieke kosten in de verkoopprijs is al langer een item in de Vlaamse sierteelt. Een medewerker van de Nederlandse exporteur Van Ballegooien was in Waregem op zoek naar Vlaamse leveranciers van tuinplanten die in Nederland niet te vinden zijn. “Maar transport is een serieuze kostenpost. De klant moet wel bereid zijn extra te betalen, anders loont het niet om hier (deel)ladingen op te halen”, klinkt het.&amp;nbsp;Gert Vermeulen, zaakvoerder van transportbedrijf van bloemen en planten Gekatrans en standhouder op Florall, stelt dat niet het vervoer duurder is geworden, maar dat het volume is afgenomen. “Vroeger hadden we een volle vrachtwagen bij een exporteur die we vervolgens bij drie handelaren in Frankrijk moesten afleveren. Tegenwoordig hebben we tal van laadplaatsen om een vrachtwagen te laden en daarna tal van losplaatsen. Veel handel gaat nu rechtstreeks waardoor de logistieke kost per eenheid product is toegenomen.”&amp;nbsp;Het transportbedrijf dat zich specialiseert in bloemen en planten werkt in deze periode op halve kracht. “In de zomer is het rustiger. Over enkele weken zitten we in de najaarspiek en moeten we veel planten uitleveren”, vertelt Vermeulen die dan 17 vrachtwagens op de weg heeft in België, Zuid-Nederland, Noord-Frankrijk en het Rijngebied in Duitsland.&amp;nbsp; Economische tegenspoed in afzetmarkten en droogteVoor het najaar zijn er gemengde verwachtingen te horen in de sierteeltsector. Exporteur Floreac en Veiling Rhein-Maas spreken van een matig jaar en ook de vooruitzichten zijn niet super. “Dit voorjaar was het uitstekend weer om in de tuin te werken, maar toch was de verkoop matig”, aldus André van Den Bosch van de Duitse veiling waar ook zo’n zeventig Vlaamse bedrijven aangesloten zijn. Hij wijt dit aan de slechte economische situatie in Duitsland.&amp;nbsp;Ook de droogte gooit roet in het eten. “Het mag weleens beginnen regenen”, vertolkt Dirk Descamps van D&amp;amp;V Plant uit Menen het gevoel dat leeft in de sector. “De droogte maakt het niet ideaal om nu in de tuin nieuwe planten te zetten.”&amp;nbsp;D&amp;amp;V Plant, dat het enkele jaren geleden nog zwaar te verduren kreeg in droge periodes, heeft zich intussen gewapend en twee bassins van elk tien miljoen liter water aangelegd. Ook andere Vlaamse sierteeltbedrijven hebben zich op deze manier gewapend voor de toekomst.&amp;nbsp;De droogte moedigt de Vlaamse sierteeltsector ook aan tot een uitbreiding van het assortiment met droogteresistente soorten. Zo neemt het aandeel mediterrane planten bij groothandelaar Fleur uit Beselare toe. Ook Azanova, traditioneel bekend als azaleateler, ziet heil in exotischere soorten en heeft recent Ugni molinae, een Chileens bessenstruik, in haar assortiment opgenomen. Duurzame plant gaat met goud aan de haalSymbolisch voor de opkomst van exotische planten in het Vlaamse klimaat is de Vitex Chicagoland Blues van boomkwekerij Willy De Nolf. Deze bladverliezende heester, die van de zomer tot de herfst bloeit, won de gouden medaille tijdens de Florall Awards deze editie. Met de prijs wil de organisatie van Florall een innovatieve variëteit of concept in de kijker zetten. “De plant is droogteresistent en is als compacte Vitex ook geschikt voor kleinere tuinen, iets wat je tegenwoordig steeds meer ziet”, klonk het lovend bij de jury.&amp;nbsp;De zilveren en bronzen medaille van de Florall Awards gingen ook naar&amp;nbsp;Willy De Nolf. De zilveren was er voor de Salix Iceberg Alley, een plant die ook geschikt is voor de aanplant in wadi’s. Ook hiermee speelt de boomkwekerij, die over heel Europa exporteert, in op de maatschappelijke trend van verduurzaming. “Het is een eer om alle prijzen te winnen en ook goed voor de interesse in onze producten op de beurs”, vertelt Laura De Nolf.&amp;nbsp; Terwijl zij beursbezoekers te woord stond, ontving haar broer klanten op het bedrijf. “Veel klanten combineren het beursbezoek met een bezoek aan ons bedrijf”, verklaart zij. Ook De Nolf staat nog aan de start van het najaarsseizoen, maar Laura is hoopvol. “Het voorjaar was goed en ook nu lijkt er volop vraag in de markt”, besluit de sierteelster.</content>
            
            <updated>2025-08-26T21:04:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Droogte dwingt landbouwers tot vroege maïsoogst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/droogte-dwingt-landbouwers-tot-vroege-maisoogst" />
            <id>https://vilt.be/57804</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De maishakselaars draaien sinds enkele weken alweer op volle toeren op sommige Vlaamse akkers. “Augustus wordt steeds meer een hakselmaand”, duidt Gert Van de Ven, coördinator bij het Landbouwcentrum voor Voedergewassen. "Landbouwers halen hun mais vroeg binnen om bijkomende droogteschade te vermijden. Wachten op een bui heeft geen zin meer."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="oogst" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eb266066-b620-4720-99ca-8205c3ae14c7/full_width_maishakselenwerktuigendagen.jpg</image>
                                        <content>Op verschillende plaatsen in Vlaanderen is de eerste maïsoogst gestart. &quot;Maïs wordt normaal gezien vanaf half september geoogst. De laatste jaren komt het echter steeds vaker voor dat al in augustus gehakseld wordt”, aldus Van de Ven. Volgens hem is de vroege oogst enerzijds te verklaren door de vroege inzaai en de vele zonuren dit jaar. Anderzijds is door de aanhoudende droogte heel wat mais verdroogd. &quot;Voor mais die al onder stress staat en daardoor helemaal is verdroogd, heeft verder wachten op regen geen zin&quot;, klinkt het.Metingen van het LCV op tien locaties tonen aan dat het drogestofgehalte van snijmaïs afgelopen week gemiddeld met 4,8 procent toenam. Gemiddeld zit de mais nu op 32,7 procent droge stof, waardoor zo’n 30 procent oogstrijp is. Uiterlijk kan daarbij misleidend zijn, waarschuwt Van de Ven. &quot;Kolven zijn soms al rijp terwijl het gewas nog groen oogt. Zeker bij een hoog kolfaandeel ligt het drogestofpercentage vaak hoger dan verwacht.&quot; Kwaliteit sterk afhankelijk van perceel“Op sommige percelen staan de kolven er net zo goed bij als in andere jaren, maar elders zijn ze door droogte nauwelijks ontwikkeld”, duidt Van de Ven. Vaak gaat het dan om later ingezaaide percelen die minder regen kregen. De verschillen zijn opvallend lokaal. “Op enkele kilometers afstand kan de ene boer uitstekende mais hebben en de andere korte verdroogde mais”, klinkt het. “Zelfs binnen hetzelfde perceel duiken verschillen op, onder meer door structuurschade door het te vroeg bewerken van de toen natte gronden. Dat zorgt voor verdichte plekken en een ongelijke groei.”Toch verwacht Van de Ven geen algemeen maïstekort. “Een reden daarvoor is dat de laatste jaren heel wat veehouders gestopt zijn met hun veeteelttak, maar de akkerbouwtak met maïs hebben behouden. En zoals altijd kan bij tekorten ook korrelmaïs nog worden verkocht als voedermaïs.” Gras lijdt mee onder droogteNiet alleen maïs voelt de droogte. Ook graspercelen hebben te kampen met kwaliteitsverlies. “De laatste maanden is het moeilijk om nog een goede snede gras te maaien. Het gras groeit amper, meststoffen worden niet opgenomen en het schiet sneller op, waardoor de kwaliteit achteruitgaat”, aldus Van de Ven. Hij benadrukt opnieuw dat dit erg verschilt van bedrijf tot bedrijf. “De eerste twee snedes van dit jaar waren bovendien wel van goede kwaliteit.”Wereldwijd goede maisoogstVolgens de International Grains Council (IGC) zal de Europese maïsoogst dit jaar kleiner zijn dan vorig jaar. Wereldwijd wordt dan wel weer een grotere productie verwacht, zo’n vijf procent meer dan vorig jaar. Vooral in de Verenigde Staten wordt aanzienlijk meer maïs van het land gehaald. Het IGC verwacht een recordoogst in de VS van 423,5 miljoen ton, daarvan wordt naar verwachting 73 miljoen ton geëxporteerd. Ter vergelijking: vorig seizoen was de Amerikaanse maïsoogst nog 377,6 miljoen ton.</content>
            
            <updated>2025-08-27T15:21:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belpotato roept op tot strikte naleving van aardappelcontracten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belpotato-roept-op-tot-strikte-naleving-van-aardappelcontracten" />
            <id>https://vilt.be/57805</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Aardappeltelers doen er dit jaar goed aan om prioriteit te geven aan de kwaliteit van de productie in plaats van aan rendement. Daarnaast roepen we op om de gemaakte contractafspraken strikt na te leven. Dat geldt zowel voor producenten, handelaars als verwerkers. Deze boodschap komt van brancheorganisatie Belpotato naar aanleiding van de moeilijke periode die de sector doormaakt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/646ce78b-4e45-4d0c-9220-a54f5e341ca4/full_width_aardappeloogst-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Vraag is gedaald, aanbod stijgtDe ingrediënten van deze crisis zijn intussen gekend. De verwerkende industrie noteert al meer dan een jaar een daling van de vraag op de wereldmarkten naar diepvriesproducten. Dat heeft onder meer te maken met de verzwakte concurrentiepositie ten opzichte van de Noord-Amerikaanse en Aziatische concurrenten: de inflatie na covid heeft de kosten van arbeid, energie, grondstoffen, enzovoort verhoogd, maar ook aardappelen zijn zowel op de vrije markt als onder contract duurder geworden en de euro is sterker geworden ten opzichte van de dollar.Tegelijkertijd hebben China en India hun export van eindproducten in vijf jaar tijd vertienvoudigd en dan zijn er ook nog de door president Trump ingestelde tariefbarrières die Europese producten benadelen en bijdragen aan de onzekerheid over de toekomst.Die terugval in de vraag kwam voor de telers pas naar buiten op het moment dat heel wat contracten al waren afgesloten, het pootgoed was aangekocht en de grondafspraken waren gemaakt. Een aantal verwerkers kwam, tot verontwaardiging van de telers, nog terug op gemaakte contractafspraken, maar het kwaad was geschied. In de vier grootste productielanden van Noordwest-Europa is de stijging van het aardappelareaal een feit. Er wordt geschat dat het gaat om een stijging van 55.000 hectare in België, Frankrijk, Duitsland en Nederland. Groei lijkt stil te vallenDe daling van de vraag en de stijging van het aanbod wordt nog eens gecombineerd met een vroege oogst dit jaar. Terwijl de aardappelen vorig jaar heel laat waren geplant en dus laat uit het veld werden gehaald, hebben de goede weersomstandigheden er dit jaar voor gezorgd dat er bijzonder vroeg kan geoogst worden. Bovendien tonen proefrooiingen aan dat de opbrengst, ondanks de droogte, behoorlijk lijkt mee te vallen.Viaverda, het proefcentrum dat de proefrooiingen uitvoert, schat de gemiddelde opbrengst in Vlaanderen half augustus op 45 ton per hectare (voor Fontane). Al ziet het er wel naar uit dat de groei van de aardappelen stilvalt op gemiddeld 121 groeidagen, terwijl de maximale opbrengst normaal op zo’n 145 groeidagen wordt bereikt. De kans is dus groot dat er geen topopbrengsten zullen gehaald worden dit jaar. Inzetten op kwaliteit en strikte naleving van contractenGezien het huidige overaanbod aan aardappelen op de markt adviseert Belpotato de aardappeltelers dan ook om dit jaar in te zetten op kwaliteit en niet op maximaal rendement. “De kwaliteit ziet er op dit moment zeer goed uit. Er wordt aangeraden om het loof te doden zodra de aardappelen voldoen aan de criteria over grootte en drogestofgehalte en het volume groot genoeg is voor de teler om zijn contracten te dekken”, aldus de brancheorganisatie. “Dit maakt het mogelijk om van een comfortabel oogstschema te profiteren en de risico’s van onvoorspelbare weersomstandigheden in de herfst te verminderen. Daarnaast komt het ook de bodemkwaliteit en de vroege inzaai van nateelten en vanggewassen ten goede.”Daarnaast doet Belpotato ook een oproep naar alle spelers in de keten. “Gezien de moeilijke context verzoeken wij telers, handelaars en verwerkers om de gemaakte afspraken strikt na te leven, zowel wat betreft volume als kwaliteit en leveringsperiode”, klinkt het. Volgens de brancheorganisatie is dat nodig om de economische duurzaamheid van de sector te verzekeren. Sector begeleiden door moeilijke periodeAl vijf jaar tracht Belpotato, waarin alle schakels in de aardappelketen vertegenwoordigd zijn, de interprofessionele relaties te verbeteren, zeker ook op vlak van contractuele praktijken. “Het is onze ambitie om de sector te begeleiden door de moeilijke periode die voor ons ligt. Dat willen we doen door de transparantie van de markten te bevorderen en het interne overleg binnen de sector te stimuleren. Dat hebben we tijdens de coronacrisis gedaan en dat zullen we nu ook doen”, zo laat de organisatie weten in een persbericht.</content>
            
            <updated>2025-08-26T20:10:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Garnalenprijzen dalen opnieuw dankzij goede vangsten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/garnalenprijzen-dalen-opnieuw-dankzij-goede-vangsten" />
            <id>https://vilt.be/57806</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Goed nieuws voor garnalenliefhebbers: de prijs van gepelde grijze Noordzeegarnalen zit opnieuw in dalende lijn. Sinds het begin van het nieuwe seizoen zijn de vangsten aanzienlijk verbeterd, en dat vertaalt zich in lagere winkelprijzen. Nochtans dalen de prijzen trager dan gebruikelijk door een tekort aan handarbeiders bij pelbedrijven in Marokko.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zee" />
                        <category term="visserij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fe6155bd-ca99-4dd3-8b09-6da58bce4c7d/full_width_gekookte-garnalen-web.jpg</image>
                                        <content>In maart betaalde je nog zo’n 100 euro voor een kilo gepelde garnalen. Vandaag is dat opnieuw gedaald naar ongeveer 70 euro per kilo, bevestigt Steven Timmermans, bedrijfsleider van visgroothandel Alfa Fish. Ook ongepelde garnalen zijn flink goedkoper: die gaan nu voor 22 tot 28 euro per kilo over de toonbank, terwijl dat enkele maanden geleden nog boven de 45 euro was.De oorzaak van de vorige prijsstijging lag bij de slechte vangsten in het voorjaar van 2024. Inmiddels is de bevoorrading hersteld en lijken de prijzen hun piek voorbij. Volgens handelaars is de verwachting dat de aanvoer de komende weken verder zal toenemen, wat een verdere prijsdaling met zich mee zou brengen.Tragere prijsdaling door arbeidskrapte bij pelbedrijvenDe grijze Noordzeegarnaal, ook wel &#039;de kaviaar van de Noordzee&#039; genoemd, is bijzonder geliefd in de Belgische en Nederlandse keuken. Het pellen ervan gebeurt traditioneel nog steeds met de hand, vaak in lageloonlanden zoals Marokko.Toch verloopt het herstel van de markt trager dan gewoonlijk. Dat komt vooral door het handpelproces in Marokko, legt Timmermans uit. &quot;Steeds meer ervaren pelsters kiezen voor beter betaalde banen in sectoren als textiel en toerisme. Daardoor loopt de verwerking trager.&quot;De arbeidskrapte bij pelbedrijven leidt tot langere verwerkingstijden, waardoor de prijs van gepelde garnalen minder snel daalt dan die van ongepelde. De afhankelijkheid van handarbeid in het pelproces maakt het product bovendien gevoeliger voor socio-economische schommelingen in de pelregio&#039;s.De echte prijsdaling wordt dit jaar pas tegen september verwacht, wanneer het toeristische seizoen in Marokko op zijn einde loopt en er weer meer arbeid beschikbaar komt.</content>
            
            <updated>2025-08-27T14:24:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Petitie tegen wolf die alweer pony's en geiten doodbijt, Welkom Wolf! organiseert 'wolvensafari']]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/petitie-tegen-wolf-die-alweer-ponys-doodbijt-welkom-wolf-organiseert-wolvensafari" />
            <id>https://vilt.be/57807</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Drie geiten en opnieuw twee pony's zijn doodgebeten door een wolf in Oudsbergen. In totaal zijn al elf pony’s in deze regio het slachtoffer geworden van een wolvenaanval. Eerder deze week kondigden de gemeenten Peer en Oudsbergen aan dat ze een crisisoverleg wilden houden met Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v). Inmiddels is er ook een petitie voor ‘concrete maatregelen’ tegen de wolf, maar worden er ook safari's georganiseerd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d8054711-9e52-4e0e-9caa-b1e8481c8821/full_width_wolf-wolven.jpg</image>
                                        <content>Al de hele zomer worden de gemeenten Oudsbergen en Peer geteisterd door herhaalde aanvallen van wolven. Telkens weer lijken vooral pony’s het gelag te betalen. Volgens Welkom Wolf! is dat logisch: het zijn kleine, trage dieren, die vaak slecht worden beschermd. Omdat de Limburgse roedel momenteel welpen heeft, hebben de wolven nu extra veel vlees nodig.Twee pony&#039;s en drie geiten doodgebetenMaar dat leidt nu tot enkele spijtige drama’s voor dierenliefhebbers. “Jonge wolven verbruiken dubbel zo veel voedsel als volwassen dieren, maar kunnen zelf nog niet jagen”, vertelt bioloog Joachim Mergeay (INBO) aan De Standaard. “De ouders sleuren dus vlees aan om op te braken voor hun jongen, en dan vallen ook pony’s ten prooi.” Dinsdag heeft de wolf dus toegeslagen in Oudsbergen, waar hij opnieuw twee pony&#039;s heeft gedood. Drie andere pony’s zijn ongedeerd. Dat schrijft vrtnws. De eigenaar had geen speciale wolfwerende omheining. Dat zou geëlektrificeerd zijn, wat de man niet wilde omdat er vaak kinderen bij de pony’s spelen.Woensdagochtend waren enkele geiten aan de beurt, in Ellikom, Oudsbergen. Het Agentschap Natuur en Bos zal onderzoeken of het opnieuw om slachtoffers van een wolvenaanval gaat.PetitieDe actiegroep WAP Wolvenactieplan lanceert een petitie om de problemen met de wolf aan te pakken. “Onze paarden, pony’s, schapen, geiten, koeien en honden leven vandaag onder voortdurende dreiging”, luidt de petitie. De organisatie wijst erop dat de impact verder reikt dan alleen het verlies van een dier: zoals de stress en angst bij achterblijvende kuddedieren, en het emotionele leed bij kinderen en gezinnen die geconfronteerd worden met de doodgebeten dieren. “Onze dieren én onze gezinnen verdienen veiligheid en bescherming”, klinkt het. Onze dieren én onze gezinnen verdienen veiligheid en bescherming WAP vraagt dat de overheid erkent dat de wolf een veiligheidsprobleem met zich meebrengt, en vraagt de overheid concrete maatregelen te nemen om dieren en gezinnen te beschermen. Ook vraagt men een snelle en correcte schadevergoeding na impact en meer hulp bij preventie. Op het moment van schrijven hebben 3.357 mensen de petitie ondertekend.Op wolvensafariNiet iedereen wil de wolf echter verjagen. Zo zijn er natuurliefhebbers die het dier als een verrijking zien voor de biodiversiteit. Een 25-tal mensen reist deze week door de Benelux voor een ‘wolvensafari’, georganiseerd door Welkom Wolf. Dat schrijft het Belang van Limburg. De wolvenliefhebbers trekken doorheen Nederland en België in de hoop om een roedel te spotten. Ook Peer, waar diverse pony’s zijn doodgebeten, is één van de haltes. Organisator Welkom Wolf! heeft ook een petitie gelanceerd, maar met een heel andere insteek dan WAP. Zij vragen vooral maatregelen om de wolf te beschermen en zijn leven te faciliteren, onder meer door een verbod op de jacht op reeën in kerngebieden van de wolf, en een onmiddellijke opheffing van migratiebarrières die de dieren inperken tot een bepaald gebied. Welkom Wolf eist bovendien minstens twee ecoducten over de N74 en de N76, zodat de wolf vrijer kan bewegen.Boeren vragen concrete maatregelenDe Landelijke Beweging, een coalitie van Boerenbond, Landelijke Rijverenigingen (LRV), Landelijke Gilden, KLJ, FERM en Groene Kring, laat ook van zich horen in het wolvendebat. Zij dringen aan op meer concrete maatregelen om de veiligheid op het platteland te garanderen. “De impact van de huidige wolvenroedel op het landschap en het platteland neemt toe”, schrijven ze in een gezamenlijk statement. “Paardenhouders, schapenhouders, hobbyhouders en zelfs rundveehouders houden hun dieren veel meer op stal of stoppen zelfs hun hobby uit angst voor aanvallen.”“Zolang het protocol probleemwolven en de Europese Habitatrichtlijn haaks op de realiteit van onze leefwereld staan, krijgen we de problematiek niet onder controle”, klinkt het nog. “Een wolf die op een maand tijd negen pony’s doodbijt, is duidelijk een “probleemwolf” waarvoor bijkomende maatregelen zich opdringen.” Er wordt nu te vaak met de vinger gewezen naar wie dieren houdt en de wolfproof omheiningen niet goed aanlegt “Wolfproof omheiningen zijn niet de ultieme oplossing”Volgens Landelijke Gilden zijn er binnen de huidige beleidscontext, met nog steeds een strikte bescherming vanuit de Europese habitatrichtlijn, weinig mogelijkheden die voor een grote kentering kunnen zorgen. “Het plaatsen van wolfproof omheiningen wordt vaak aanzien als de ultieme oplossing maar is allesbehalve evident”, klinkt het. “Er wordt nu te vaak met de vinger gewezen naar wie dieren houdt en de wolfproof omheiningen niet goed aanlegt.”“Als men de wolf toelaat in onze maatschappij, moet ook de veiligheid gegarandeerd worden voor de inwoners van het platteland die evenzeer het recht hebben om hobbydieren te houden”, aldus de boerenorganisaties.</content>
            
            <updated>2025-08-27T15:09:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Golfstroom valt mogelijk al vanaf 2055 stil: "Grote gevolgen voor klimaat en landbouw"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/golfstroom-valt-mogelijk-al-vanaf-2055-stil-grote-gevolgen-voor-klimaat-en-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/57808</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Golfstroom, die warmte van de Golf van Mexico naar Noordwest-Europa voert, stort mogelijk al midden deze eeuw in als gevolg van de door de mens veroorzaakte klimaatverandering. Daarvoor waarschuwen wetenschappers van de Universiteit Utrecht. Als dat gebeurt, dan zou dit grote gevolgen hebben voor de landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bde2acb2-e7d3-45db-b8ef-3d447e1005b1/full_width_tractor-sneeuwo.jpg</image>
                                        <content>Als de Golfstroom instort, daalt de temperatuur in Noordwest-Europa, met een hoge zeespiegelstijging, koude winters, droogte en hevigere stormen tot gevolg. In de landen onder de evenaar wordt het juist nog warmer, wat ook daar kan leiden tot extreem weer. De ineenstorting van de Golfstroom zal waarschijnlijk &quot;ernstige maatschappelijke gevolgen hebben&quot;, stellen de Utrechtse onderzoekers.Kantelpunt bereikt in 2055 of 2063?Wetenschappers doen vaker onderzoek naar de Atlantic Meridional Overturning Circulation (AMOC), de stroming waar ook de Golfstroom toe behoort. Ze hebben al eerder alarm geslagen omdat onderzoeken laten zien dat de stroming afzwakt. Toch is er nog geen eensgezindheid over wanneer dat onomkeerbare kantelpunt wordt bereikt. Als de Golfstroom stilvalt, leven we niet langer in een gematigd klimaat en dat vormt een bedreiging voor de landbouw in Noordwest-Europa De Utrechtse onderzoekers keken naar twee toekomstscenario&#039;s: één waarin de uitstoot nog een tijd gelijk blijft en daarna langzaam daalt, en één waarin de uitstoot van broeikasgassen hoog blijft. Bij dat eerste scenario kan het kantelpunt worden bereikt rond 2063. Bij een hoge uitstoot ligt het omslagpunt mogelijk al rond 2055. Tot nog toe ging het VN-klimaatpanel IPCC er vanuit dat een instorting niet voor 2100 zou plaatsvinden. Einde van gematigd klimaat betekent krimp van landbouwareaalDe verzwakking van de AMOC kan zo de opwarming in Europa deze eeuw al verminderen of omkeren, schrijven de onderzoekers. Pieter Boussemaere, docent klimaat en wereldgeschiedenis aan de Vives Hogeschool, waarschuwde eerder al voor de gevolgen. We zouden niet langer in een gematigd klimaat leven en dat zou volgens hem een bedreiging vormen voor de landbouw in Noordwest-Europa.Voor onze regio is er nog geen specifiek onderzoek gebeurd naar dat scenario, wel al voor het Verenigd Koninkrijk waar de winters gemiddeld zo’n tien graden kouder zouden zijn. Het zou het landbouwareaal in het land met zo’n 20 procent doen krimpen. “In datzelfde onderzoek werden ook mogelijke technieken bekeken die landbouwers zouden kunnen inzetten om toch te blijven produceren, maar de hoge kosten bleken niet op te wegen tegen de opbrengsten”, aldus Boussemaere. Nog niet te laatAls het kantelpunt eenmaal gepasseerd is, duurt het nog ongeveer 100 jaar voordat de Golfstroom helemaal stilvalt. Volgens onderzoeker René Van Westen is het echter nog niet te laat om de ontwikkeling te stoppen. &quot;Onze studie laat ook zien dat als je de opwarming beperkt, het risico op het stilvallen van de Golfstroom steeds kleiner wordt. En je kan het zelfs helemaal voorkomen, maar dan moet er wel actie worden ondernomen&quot;, zo zegt hij aan NOS.</content>
            
            <updated>2025-08-27T15:18:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Samenwerking BelOrta met Nederlandse Greenery voor een sterkere Europese concurrentiepositie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/samenwerking-belorta-met-nederlandse-greenery-voor-een-sterkere-europese-concurrentiepositie" />
            <id>https://vilt.be/57809</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Groente- en fruitveiling BelOrta en haar Nederlandse evenknie hebben een officiële samenwerking gelanceerd onder de naam FreshAlliance. Beide organisaties hadden de samenwerkingsplannen, in de vorm van een Transnationale Unie van Producentenorganisaties&nbsp; (TUPO), eerder deze zomer kenbaar gemaakt, en willen hiermee een sterkere vuist maken in de Europese retailmarkt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="groente" />
                        <category term="fruitteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c5321887-9bc8-4feb-814c-a87ea257e122/full_width_s-dsc02089-belorta-dc.jpg</image>
                                        <content>Woensdag is de oprichtingsakte van FreshAlliance bij de notaris gepasseerd. Zodra op basis hiervan de erkenning is goedgekeurd, kan het samenwerkingsverband officieel van start. Deze Transnationale Unie van Producentenorganisaties (TUPO) is een flexibele vorm van samenwerking waarbij beide organisaties hun zelfstandigheid behouden en tegelijk meerwaarde creëren voor telers en klanten. “Het gaat niet om een fusie”, benadrukken de partijen. Beide coöperaties blijven zelfstandig bestaan, met behoud van hun eigen structuur, ledenbasis en merken.&amp;nbsp;De samenwerking richt zich op thema’s waar dit meerwaarde biedt, zoals afzet, duurzaamheid, innovatie en data. “Met FreshAlliance zetten we een stap vooruit. We verbeteren onze afzetmogelijkheden, terwijl we de coöperatieve wortels van beide organisaties behouden. Deze samenwerking biedt flexibiliteit en stelt ons in staat om stap voor stap de thema’s op te pakken die toegevoegde waarde bieden voor klant en teler”, laat David Markowski, CEO van The Greenery, weten.&amp;nbsp;Ook consolidatie in retail en handelDe organisaties geven aan dat de samenwerking een antwoord is op de consolidatie en schaalvergroting bij retail en handel. “Door de samenwerking verbeteren The Greenery en BelOrta hun geografische spreiding en risicoprofiel. Daarmee ontstaat een nog aantrekkelijkere propositie voor telers én klanten”, klinkt het.&amp;nbsp; Hoewel er van een fusie dus geen sprake is, staan er wel verschillende gradaties van samenwerking open. Philippe Appeltans, CEO BelOrta, zegt hierover: “Er is geen dwingende reden tot samenwerking, we willen stap voor stap op zoek gaan naar kansen en mogelijkheden die zorgen voor een win-win op de domeinen die onze telers en klanten ten goede komen. FreshAlliance laat zien dat samenwerking en autonomie prima hand in hand gaan.”</content>
            
            <updated>2025-09-01T16:59:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Uitdagingen én kansen: MilkBE bouwt aan een duurzame zuivelsector]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/uitdagingen-en-kansen-milkbe-bouwt-aan-een-duurzame-zuivelsector" />
            <id>https://vilt.be/57810</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met de komst van nieuwe regeringen werd het afgelopen jaar onderstreept dat landbouw een essentiële sector is.<u> </u>Voor MilkBE, de brancheorganisatie van de zuivelsector, is dat een erkenning die aansluit bij de dagelijkse inzet van de melkveehouders. In haar jaarverslag 2025 benadrukt de organisatie dat de sector die rol wil blijven waarmaken, onder meer met de lancering van een Waalse Duurzaamheidsmonitor volgend jaar.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="zuivel" />
                        <category term="duurzaam" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f445458a-ad2a-42f4-bda5-78b5792df4ea/full_width_melkkoe.jpg</image>
                                        <content>“Het voorbije jaar stond in het teken van verandering en vooruitgang. Met de vorming van nieuwe regeringen werd duidelijk gesteld dat landbouw een essentiële sector is. Een waardering die MilkBE met beide handen omarmt”, stelt voorzitter Dirk Van De Keere. “Onze zuivelketen levert namelijk elke dag opnieuw gezonde, veilige en duurzame producten, waar de consument van kan genieten. Die inzet verdient de nodige erkenning van onze overheid.”&amp;nbsp;Volgens de brancheorganisatie is er is wel nog werk aan de winkel voor de nieuwe ministers om de Europese klimaatdoelstellingen concreter in te vullen. “Daar willen we zeker aan bijdragen”, klinkt het. Volgend jaar wil de organisatie onder meer haar sectoraal duurzaamheidsprogramma, de Duurzaamheidsmonitor, in Wallonië uitrollen. Daarmee worden de duurzaamheidsinitiatieven van de melkveehouders geïnventariseerd, en worden landbouwers gestimuleerd om verder in te zetten op verduurzaming. “Melkveehouders zullen zich kunnen vergelijken met het sectorgemiddelde en tegelijk de inspanningen op het niveau van hun eigen bedrijf visualiseren&quot;, aldus Mathilde Glorieux van de Waalse landbouworganisatie FWA.&amp;nbsp;Verder ondersteunde MilkBE afgelopen jaar ook actief de brede uitrol van klimaatscans, die maatregelen inzichtelijk maken voor elke individuele melkveehouder. “We lanceerden ook voor de eerste keer de Duurzaamheidsawards, waarmee we melkveehouders extra in de bloemetjes willen zetten voor hun dagelijkse inzet richting een duurzamere sector.”&amp;nbsp;Naast verduurzaming, blijven voedselveiligheid en kwaliteit ook belangrijke pijlers voor MilkBE.&amp;nbsp; Afgelopen jaar werd rauwe melk geanalyseerd op de aanwezigheid van contaminanten zoals PFAS, residuen van pesticiden of diergeneesmiddelen in melk. Dit leverde volgens de voorzitter “geruststellende resultaten op; alle melkstalen bleven ruim onder de geldende normen.”.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Het voorbije jaar zette MilkBE ook in op één van de vele grieven van de melkveehouders: administratieve vereenvoudiging. De sectororganisatie vereenvoudigde het lastenboek van de melkveehouders (IKM). “IKM levert mooie resultaten op en staat synoniem voor hoge kwaliteit. Het blijft noodzakelijk om voortdurend aandacht te besteden aan kwaliteit. Door regelmatige evoluties en bijsturingen kunnen deze doelstellingen worden bereikt”, aldus MilkBE.&amp;nbsp;Uitdagingen en kansen volgend jaar&amp;nbsp;MilkBE kijkt vastberaden naar 2026 en zal zich blijven inzetten op structurele verduurzaming en kwaliteitsborging in de sector. “Om de vooropgestelde Europese broeikasgasreductiedoelstellingen te halen, zullen er van alle sectoren inspanningen verwacht worden, ook van de melkveesector”, aldus Van de Keere. “Onze sector staat voor grote uitdagingen, maar ook enorme kansen. Met een gedragen aanpak en een open dialoog blijven we bouwen aan een toekomstgerichte zuivelketen.” Melkveesector 2024&amp;nbsp;534.891 melkkoeien&amp;nbsp;5.640 melkveebedrijven&amp;nbsp;6.060 jobs in de zuivelindustrie&amp;nbsp;4,35 miljard liters opgehaalde melk&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-08-28T13:14:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Groenteteelt floreert in EU: zes procent meer oogst in 2024]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/groenteteelt-floreert-in-eu-zes-procent-meer-oogst-in-2024" />
            <id>https://vilt.be/57811</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De groentesector in Europa kende in 2024 een opmerkelijke groei. In totaal werd er 62,2 miljoen ton verse groenten geoogst, een stijging van 6 procent ten opzichte van 2023. Dat blijkt uit recente cijfers van Eurostat. Tegelijkertijd daalde de oogst van fruit, bessen en noten licht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="groente" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/57a7b908-d1fc-4295-917f-ad76ed477d20/full_width_wortelgroenteteelt.jpg</image>
                                        <content>Spanje (14,8 miljoen ton), Italië (13,9 miljoen ton) en Frankrijk (5,8 miljoen ton) bevestigen hun reputatie als ‘de moestuin van Europa’. Deze drie zuiderse landen spelen door hun grote productie van verse groenten een belangrijke rol in de Europese voedselvoorziening. Samen zijn ze goed voor 55 procent van de totale oogst.&amp;nbsp;Ook steeg de oogst van verschillende belangrijke groentesoorten, waaronder tomaten (5% hoger op 16,8 miljoen ton), wortelen (6% hoger op 4,7 miljoen ton) en uien (11% hoger op 7,0 miljoen ton). Italië blijft de onbetwiste tomatenkampioen met 36 procent van de EU-oogst, gevolgd door Spanje (27%) en Portugal (10%). Duitsland (18%) is de grootste wortelproducent, gevolgd door Frankrijk (14%) en Polen (12%). Buurland Nederland is de uienkampioen en produceert ongeveer een kwart (26%) van de geoogste uien in de EU, gevolgd door Spanje (20%) en Duitsland (12%). Fruitproductie kent lichte dalingIn 2024 produceerde de EU 24,3 miljoen ton fruit, bessen en noten (exclusief citrusvruchten, druiven en aardbeien). Dat is een afname van twee procent in vergelijking met 2023. De belangrijkste producenten zijn Italië (5,4 miljoen ton), Spanje (4,3 miljoen ton) en Polen (4,1 miljoen ton). Samen zijn ze goed voor 57 procent van de EU-productie van deze producten.De geoogste appelproductie bedroeg 11,6 miljoen ton, waarvan het grootste deel afkomstig is uit Polen (29%), Italië (21%) en Frankrijk (17%). De EU-productie liep in 2024 met vier procent achteruit. De peren doen het met 1,9 miljoen ton, twee procent beter dan in 2023. De belangrijkste producenten zijn Italië (24 %), Nederland (17 %) en België (15%).De productie van perziken was nog geconcentreerder, aangezien Spanje (37%), Italië (33%) en Griekenland (21%) samen goed waren voor 91 procent van de geoogste productie in de EU. De productie steeg met twee procent ten opzichte van 2023.</content>
            
            <updated>2025-08-29T12:17:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Twintigtal bewoners ziek na E.coli-infectie in woonzorgcentra, mogelijk al vier overlijdens]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/twintigtal-bewoners-ziek-na-stec-uitbraak-in-woonzorgcentra-in-drie-provincies" />
            <id>https://vilt.be/57812</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In zes woonzorgcentra in Vlaams-Brabant, Antwerpen en de regio Aalst zijn een twintigtal bewoners ziek geworden door een E. coli-infectie (STEC). Er zouden ook al vier personen overleden zijn. "Het type infectie en de verspreiding wijst op een besmetting via de voeding", bevestigt Liesbeth Van de Voorde, woordvoerder van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). "We onderzoeken momenteel de hele voedselconsumptie van de verschillende woonzorgcentra waar besmettingen opduiken." Het is momenteel nog te vroeg om al een vermoedelijke bron van de besmettingen aan te duiden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeding" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/464fae61-3d27-49f2-8dfd-82da218448cf/full_width_ziekenhuis-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Het Departement Zorg meldt 21 STEC-besmettingen in zes woonzorgcentra in Vlaams-Brabant, Antwerpen en de regio Aalst. &quot;Vier overlijdens zijn mogelijk gelinkt aan de STEC-bacterie&quot;, zegt Barbara Hartert, woordvoerder van de rusthuisgroep Armonea. Ze voegt eraan toe dat mogelijk ook andere zaken, zoals de gezondheidstoestand van de betrokken personen, een rol heeft gespeeld bij het overlijden.&amp;nbsp;STEC is een bacteriële infectie veroorzaakt door shigatoxine-producerende Escherichia coli. Een infectie met STEC kan zonder symptomen verlopen, maar kan ook milde diarree of soms bloederige diarree veroorzaken. Ook koorts en hoofdpijn kunnen optreden. Als complicatie kan het hemolytisch-uremisch syndroom (HUS) optreden, waarbij de nieren worden aangetast.&quot;De afgelopen dagen en uren kregen we verschillende meldingen van bewoners in woonzorgcentra met klachten die wijzen op een STEC-infectie&quot;, zegt Joris Moonens, woordvoerder van het Departement Zorg. &quot;Onderzoek bij deze bewoners toont aan dat ze door hetzelfde type bacterie ziek geworden zijn.&quot; Volgens het FAVV zou het mogelijk over een besmetting via voeding gaan.Zowel het Departement Zorg, het FAVV, het nationaal referentiecentrum in Brussel als Sciensano onderzoeken de uitbraak. Bij mensen met klachten worden stalen genomen om te onderzoeken of ze door hetzelfde type bacterie besmet zijn geraakt en wordt nagekeken wat ze wanneer gegeten hebben. Het FAVV brengt de voedselketen in kaart en doet daar het onderzoek om een bron te identificeren.Volgens het Departement Zorg zijn enkele rusthuisbewoners door de besmetting ernstig ziek en in het ziekenhuis opgenomen. Huisartsen en ziekenhuizen in de regio&#039;s worden geïnformeerd door het Departement Zorg om eventuele gevallen te melden. Het valt dus niet uit te sluiten dat er de komende dagen nog meer meldingen komen van mensen die de afgelopen dagen ziek geworden zijn in woonzorgcentra of op andere locaties.</content>
            
            <updated>2025-08-27T20:44:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Helft van wat de landbouw produceert, komt niet op ons bord terecht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/studie-de-helft-van-wat-de-landbouw-produceert-komt-niet-op-ons-bord-terecht" />
            <id>https://vilt.be/57813</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Onze huidige landbouwproductie zou 7,2 miljard extra mensen kunnen voeden. Dat berekenden Amerikaanse onderzoekers van de Universiteit van Minnesota in een studie in voorpublicatie. In totaal produceren we dus genoeg calorieën voor 15 miljard mensen. Toch belandt de helft daarvan niet op ons bord: ze gaat "verloren" aan veevoer en biobrandstoffen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="voedselverlies" />
                        <category term="voedselzekerheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee7e6d02-203e-4106-ab27-f3020830f273/full_width_vleesveevleeskoewitblauw.jpg</image>
                                        <content>Tussen 2010 en 2020 werd landbouwgrond minder efficiënt benut voor menselijke voeding. De wetenschappers analyseerden vijftig belangrijke gewassen, goed voor 97,6 procent van alle calorieën wereldwijd. Slechts 50,1 procent kwam daadwerkelijk bij mensen terecht. Het werkelijke cijfer ligt wellicht nog lager, want verliezen door bederf of verspilling zijn niet meegeteld. Volgens de onderzoekers is een efficiënter voedselsysteem broodnodig, zeker omdat landbouw nu al zo’n veertig procent van het aardoppervlak in beslag neemt.Melkkoeien efficiënt, vleeskoeien nietDe onderzoekers spreken van ‘verspilling’ om de enorme efficiëntiewinst te benadrukken die mogelijk is. Rundvlees is daarbij de slechtste leerling van de klas: voor elke 33 calorieën veevoer levert een rund slechts 1 calorie vlees op. Bij pluimvee ligt die conversie veel gunstiger. Welvarende landen zouden daarom meer moeten inzetten op gevogelte en plantaardige eiwitten, en minder op rundvlees, stellen de onderzoekers. Een beperking van rundvleesconsumptie tot het EAT-Lancet-advies van 7,16 kilo per persoon per jaar, zou al voldoende zijn om 850 miljoen extra mensen te voeden.Melkkoeien scoren veel beter: 2,5 calorieën veevoer leveren 1 calorie melk op. Bovendien eten ze veel gras, dat voor mensen onverteerbaar is. Voor vleesvee bestaat het voer voor slechts 15 procent uit gras, bij melkvee is dat 60 procent, blijkt uit Amerikaanse landbouwdata. Meer maïs en soja voor dieren, meer gewassen voor brandstofIn de praktijk beweegt de landbouw echter in de tegenovergestelde richting. Tussen 2010 en 2020 groeide de totale calorieproductie met 23,9 procent, maar die voor menselijke voeding slechts met 16,6 procent. Van alle calorieën gaat 31,2 procent naar veevoer, met name voor rund- en varkensvlees, waar de productie respectievelijk met 31 en 36 procent steeg. Vooral maïs (+59,6%) en soja (+21,1%) nemen sterk toe als veevoer.Daarnaast gaat 36,2 procent van alle calorieën naar niet-voedingsdoeleinden. De grootste stijger is biobrandstof: de productie steeg met 27,9 procent in tien jaar, goed voor 5,3 procent van het totale caloriebudget in 2020. Biodiesel kende zelfs een explosieve groei van 226 procent.Palmolie, die gebruikt wordt in cosmetica, biobrandstoffen en schoonmaakmiddelen, en maïs kenden de grootste stijgingen in de productie van calorieën voor niet-voedingsdoeleinden, met respectievelijk 33,7 procent en 29,1 procent. Andere keuzes voor meer voedselzekerheidDe studie maakt duidelijk dat rundvlees en biobrandstoffen de grootste veroorzakers zijn van inefficiënt landgebruik. Bovendien is dat probleem geconcentreerd in enkele landen. Een verschuiving naar gezondere voedingspatronen in de VS en Brazilië, en een beperking van biobrandstoffen in de VS, Brazilië, de EU en Indonesië zou al een enorme impact hebben op landbouwgrondgebruik wereldwijd.De onderzoekers pleiten daarom voor gerichte beleidskeuzes, niet alleen voor voedselzekerheid en efficiënter landgebruik, maar ook voor gezondheid en milieu.Lees de volledige studie hier.</content>
            
            <updated>2025-08-29T09:19:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hybride vleesbereidingen winnen terrein in België]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hybride-vleesproducten-winnen-terrein-in-belgie" />
            <id>https://vilt.be/57814</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belg lijkt meer en meer open te staan voor hybride vleesbereidingen. Eén op de vier verkochte hamburgers bij Lidl is inmiddels een zogenaamde ‘hybride burger’, een combinatie van rundvlees en plantaardige eiwitten. Voor gehakt gaat het zelfs om één op drie. Volgens de supermarktketen draait het allemaal om een eenvoudige ambitie: consumenten een gezonder en duurzamer alternatief bieden, zonder dat ze moeten inboeten op smaak.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vleesvervanger" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="eiwitshift" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3c893a4b-b173-47f3-9fdb-180b7dce1e27/full_width_vlees-in-schap-clean-jpg-2.jpg</image>
                                        <content>De hybride hamburger bestaat uit 60 procent rundvlees en 40 procent plantaardige eiwitten. Zowel visueel als qua smaak zouden de producten vergelijkbaar zijn met traditioneel gehakt, maar met een aanzienlijk kleinere ecologische voetafdruk. Volgens Lidl zorgt de verkoop van deze producten gemiddeld voor een reductie van 190 kg CO₂ per winkel, per week – het equivalent van twee maanden het licht thuis uitlaten.Hybride-assortiment breidt verder uitLidl was in juni de eerste supermarktketen die hybride burgers op de markt bracht en blijft zijn aanbod uitbreiden. Eind augustus lanceert de keten een nieuw product: een hybride kaasburger met smeltkaas en rundvlees, speciaal ontworpen om te grillen of bakken. Hoewel dit product zich nog in de testfase bevindt, is het de bedoeling om het assortiment permanent uit te breiden als de verkoopresultaten positief zijn.“Als het gaat om het verminderen van vleesconsumptie, denken veel mensen nog steeds in termen van alles of niets. Daarom zijn we bijzonder trots op dit nieuwe en groeiende assortiment. We willen mensen toegankelijke manieren aanreiken om te kiezen voor duurzamere alternatieven”, aldus Isabelle Colbrandt, woordvoerder van Lidl. We willen mensen toegankelijke manieren aanreiken om te kiezen voor duurzamere alternatieven Ook lokale boeren spelen in op eiwitshiftNiet alleen grote ketens zoals Lidl zetten in op hybride vleesproducten, ook op lokaal niveau ontstaan innovatieve initiatieven. Zo lanceerde varkensboerin Mieke Verniest van Zwalmbeekhoeve begin dit jaar de Duoburger. Deze ambachtelijke burger bestaat uit 50 procent zelfgekweekt varkensvlees van het Vlaams Ardennenvarken en 50 procent peulvruchten zoals spliterwten, gecombineerd met wortelen, gember en kurkuma.Volgens Verniest biedt de combinatie het beste van twee werelden: “Peulvruchten hebben een ziltige smaak die mooi in balans komt met het sappige varkensvlees. Zo creëren we een burger die niet alleen lekker, maar ook voedzaam is.” De Duoburger is rijk aan plantaardige eiwitten, ijzer, B-vitaminen en vezels, en blijkt populair bij zowel jonge gezinnen als ouderen die bewuster willen eten zonder volledig vlees te laten.</content>
            
            <updated>2025-08-29T09:17:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[We moeten een nieuwe, creatieve deal maken met het platteland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/we-moeten-een-nieuwe-creatieve-deal-maken-met-het-platteland" />
            <id>https://vilt.be/57815</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In de landbouw zijn niet alleen nieuwe recepten nodig, schrijft bioboer Bavo Verwimp in een opiniestuk. De hele keuken is aan vernieuwing toe.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="platteland" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f347f18f-d4f9-4617-85cd-8a23fb0aeaeb/full_width_plattelandomheining.jpg</image>
                                        <content>Iedereen heeft een mening over het platteland. Nepboeren dreigen de “fermettisering” van het platteland in de hand te werken. Wat we niet willen is duidelijk. Maar hoe we het wel moeten aanpakken, is voer voor discussie. Het gaat over natuur, recreatie en wonen op het platteland, maar uiteraard ook over de landbouw.In het voorjaar startte minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) het proces voor een nieuwe langetermijnvisie op de landbouw. Er kunnen heel wat bedenkingen gemaakt worden bij dat initiatief. Maar of je nu voor of tegen het beleid van Brouns bent, zijn aanpak verdient het voordeel van de twijfel. Want eindelijk is er iemand die op zijn minst probeert om iets verder te denken dan de huidige legislatuur.In veel bedrijven wordt vaak niet verder geredeneerd dan enkele kwartalen. Want dát telt voor de aandeelhouders. In de politiek denkt men vaak vooral tot aan de volgende verkiezingen. Maar de landbouw is een sector waar geredeneerd moet worden in veel langere cycli. Dat heeft uiteraard te maken met de grote hoeveelheid kapitaal die er nodig is, in verhouding tot de omzet. Investeringen worden vaak gemaakt voor een termijn van minstens twintig jaar. Maar ook de productie zelf vraagt langetermijndenken. Want een gezonde veestapel bouw je niet op in twee jaar. Fruitbomen beginnen pas echt te dragen na vier à vijf jaar. Een voedselbos kijkt nog veel verder. Boeren zijn dus echt blij met het idee om te werken aan een perspectief op langere termijn.Het is dan uiteraard te hopen dat het geen oude wijn in nieuwe zakken wordt. Want nu de prijzen voor heel wat producten zoals melk en rundvlees pieken, is de verleiding groot om verder te werken op het huidige elan. Heel wat bedrijven halen opgelucht adem en verdienen momenteel veel geld. Daarover wordt stilletjes gezwegen.70 à 80 uur werkenAls het over de langere termijn gaat, zijn er twee onaangename waarheden die we niet kunnen negeren, twee uitdagingen voor de landbouw van de eenentwintigste eeuw. Voor wie voedsel produceert, is de klimaatverstoring veel meer voelbaar dan voor andere takken van de samenleving. In Vlaanderen hebben we de afgelopen jaren duidelijk te maken met hittegolven, droogte, waterschaarste. Maar in andere delen van Europa zoals bijvoorbeeld Portugal en het zuiden van Spanje is het nog veel erger. Daar dreigt landbouw haast onmogelijk te worden. Graasweides voor het vee veranderen in een droge steppe. De watervoorraden voor intensieve tuinbouw raken er uitgeput. Wie zijn ogen open houdt, ziet dat we de onzekerheden van de klimaatverandering niet mogen negeren.Een tweede hindernis zijn de lonen. Hoewel er momenteel enkele sectoren hoge ogen gooien, het blijft een gegeven dat wie voedsel produceert veel moet werken voor een laag loon. Boeren die 70 à 80 uren per week werken voor een bescheiden loon, zijn geen uitzondering. En over vakantie spreken we beter niet. Boer Lander Thyssen getuigde er niet lang geleden over in De Standaard: “Tijd voor onszelf zit er voorlopig niet in.” Hij heeft duurzame keuzen gemaakt voor zijn bedrijf. Dat past volledig in de kwetsbare omgeving van de Noorderkempen. Hij lijkt de wissel op de toekomst in handen te hebben. Maar tegen welke prijs?In de statistieken zijn er enkele takken van de landbouw die beter scoren. We denken dan bijvoorbeeld aan de glastuinbouw. De bedrijfsleider heeft daar inderdaad een goed loon. Maar wie echt tussen de tomaten staat, plukt daar de vruchten niet van mee. Niet te verwonderen dat er in de serres nauwelijks mensen uit de buurt werken. Zonder seizoenarbeiders uit onder andere Oost-Europa lukt het niet in de sectoren met veel plukwerk. Het blijft een onaangename waarheid dat wie werkt in de productie van voedsel (en andere goederen), veel minder verdient dan in de handel of dienstensector. Niemand kaart die ongelijkheid aan.Minister Brouns heeft dus gelijk dat het tijd is om een langetermijnvisie te ontwikkelen over de aanpak van onze voedselproductie. Want met alleen enkele nieuwe technologische snufjes zullen we er niet raken. We hebben niet alleen nieuwe recepten nodig. De hele keuken is aan vernieuwing toe. We hebben nood aan andere denkkaders, nieuwe paradigma’s.Uiteraard kijken we daarvoor naar het beleid. Ook de Europese Unie heeft recent aangekondigd dat er wordt nagedacht over een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid. Maar al van voor de start wordt erbij vermeld dat landbouw het met minder middelen zal moeten doen. In onzekere tijden blijft het vreemd dat er gekozen wordt om meer geld te voorzien voor wapens en minder voor voedsel. Puur strategisch gezien kun je daar heel wat vragen bij stellen. Maar de trend is duidelijk. Wie vindt dat boeren zich alleen mogen bezighouden met de productie, veroordeelt een ganse sector tot de armoede Grillige marktenBoeren zullen voor hun inkomen steeds minder steun van de overheid moeten verwachten. Ze zullen het zelf moeten doen. Ze moeten meer ondernemer worden. Boeren kunnen het zich dus niet meer permitteren om alleen te focussen op de technische kant van de medaille. De vaardigheid van de verkoper is minstens even belangrijk. Risicobeheer is meer dan ooit aan de orde, tegen het licht van de moeilijke klimaatomstandigheden. De grillige markten dwingen boeren tot meer flexibiliteit in hun onderneming. Dat zijn allemaal aspecten die horen bij het ondernemen.In de praktijk gaat dat over de gekende paden van de hoevewinkel, de boerderijcamping en groene zorg. Maar het gaat nog veel meer over nieuwe creatieve ideeën. Daarvoor is het nodig om los te komen van het keurslijf van de rigide wetgeving en te zoeken naar oplossingen op maat. Boeren zullen letterlijk en figuurlijk ruimte moeten krijgen. Want wie vindt dat zij zich alleen mogen bezighouden met de productie, veroordeelt een ganse sector tot de armoede. Creatief ondernemen vereist een ruimtelijke omgeving, waar handel en diensten ook een deel van de boerderij zullen vormen. De toekomst is aan de boerderijen die gonzen van bedrijvigheid, die een kruispunt vormen van economische en sociale activiteiten. Dat geldt uiteraard niet voor iedere boer. En niet iedere activiteit past binnen de ruimtelijke draagkracht van het Vlaamse platteland. Maar kleinschalige en creatieve ondernemers, zijn zeker niet altijd “nepboeren”.Het is duidelijk dat we kansen moeten creëren voor ondernemers die voedsel produceren. Voor de echte boeren dus. En dan zitten we uiteraard snel bij het spanningsveld met de “fermettisering”. Maar als boeren creatief moeten zijn, kunnen we dat van het beleid ook verwachten. Nieuwe instrumenten zoals de contractuele en tijdelijke vergunning, een verdieping van het concept van “actieve landbouwer”… Er zijn tal van maatregelen mogelijk, maar het vraagt een nieuwe deal met het platteland. Als boeren de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw moeten torsen, zal het niet alleen over landbouw en voedsel gaan, maar ook over de ruimte waarin ze werken en ondernemen. Met dit opiniestuk, dat eerder in de krant De Standaard verscheen, wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteur:Bavo Verwimp is landbouweconoom en specialist plattelandsontwikkeling bij VLM, daarnaast runt hij bioboerderij De Kijfelaar in Noorderwijk.</content>
            
            <updated>2025-08-28T14:52:28+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meer dan 8.200 zorggasten vonden in 2024 plek op een zorgboerderij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meer-dan-8200-zorggasten-vonden-in-2024-plek-op-een-zorgboerderij" />
            <id>https://vilt.be/57816</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal zorgboerderijen in Vlaanderen blijft jaar na jaar stijgen. Volgens de nieuwste cijfers van Steunpunt Groene Zorg waren er in 2023 al 1.021 zorgboerderijen actief, een aantal dat in 2024 verder groeide tot 1.039. Samen boden zij plaats aan maar liefst 8.271 zorggasten – een stijging met meer dan 600 ten opzichte van het jaar voordien.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groene zorg" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b41eaf77-591b-417d-a7b5-25210ccab447/full_width_brounszorgboerderij.jpg</image>
                                        <content>De cijfers werden woensdag voorgesteld tijdens een bezoek van Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) aan zorgboerderij Lowet/Strauven in Heers. Daar mocht het landbouwersgezin Strauven-Lowet een eerste schijf van 6.100 euro ontvangen ter ondersteuning van de zorgactiviteiten.Op de boerderij worden zorggasten actief betrokken bij het dagelijkse werk: kalfjes voederen, konijnen verzorgen, koeien naar de weide brengen of de stallen schoonmaken. Maar even goed schuiven ze mee aan bij het middagmaal. “Onze zorggasten maken deel uit van onze familie”, zegt landbouwster Annick Strauven. “We geven hen de kans talenten te ontdekken en zelfvertrouwen op te bouwen. Dankzij de steun voelen we ons gewaardeerd en gemotiveerd om dit warme werk verder te zetten.” Administratieve vereenvoudiging als motorVolgens minister Brouns is de positieve trend onder meer het gevolg van een administratieve vereenvoudiging. Waar vroeger inkomens- en bedrijfsgrenzen beperkend werkten, volstaat vandaag de erkenning als actieve landbouwer om in aanmerking te komen voor steun. “Onze landbouwers produceren niet enkel voedsel, ze dragen ook zorg voor mensen en creëren unieke leerplekken”, aldus de minister. “Zorgboerderijen tonen hoe landbouw, zorg en onderwijs elkaar versterken.” Een unieke kruisbestuivingZorgboerderijen combineren landbouw met zorg en educatie. Mensen met zorgnoden vinden er een zinvolle dagbesteding, jongeren ontwikkelen vaardigheden en landbouwers nemen een belangrijke maatschappelijke rol op. Het contact met dieren, de natuur en het ritme van de seizoenen blijkt bijzonder heilzaam.Steunpunt Groene Zorg, opgericht door Boerenbond en Ferm, ziet de vraag naar zorgboerderijen jaar na jaar toenemen, zowel vanuit welzijn als onderwijs. “Onze zorgboerderijen zijn plekken van activering, waar iedereen welkom is en kansen krijgt”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-08-28T14:20:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[‘Klimaatflatie’ zet landbouw én consument wereldwijd onder druk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/klimaatflatie-zet-landbouw-en-consument-wereldwijd-onder-druk" />
            <id>https://vilt.be/57817</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De landbouw staat wereldwijd onder druk door steeds extremere weersomstandigheden. Hittegolven, droogte, overstromingen en bosbranden zorgen voor mislukte oogsten, hogere productiekosten en verstoringen in de toeleveringsketens. Het gevolg is een fenomeen dat steeds vaker de kop opsteekt: klimaatflatie – een door klimaatverandering aangedreven stijging van voedselprijzen. Dat blijkt uit recente inzichten die de Britse krant The Guardian bundelde in een reportage.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="Boeren" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fed80a78-a041-495a-bad2-6cd8ebb04faf/full_width_droogte-groot-flickr-asian-development-bank.jpg</image>
                                        <content>Boeren wereldwijd voelen de gevolgen van het veranderende klimaat aan den lijve. In het Verenigd Koninkrijk daalde de hooioogst op sommige plaatsen met de helft door uitblijvende regen. In West-Afrika mislukten cacaoplantages door hittegolven. In Zuid-Europa gaan traditionele mediterrane gewassen zoals olijven, citrus en druiven verloren door droogte en verwoestende branden.Volgens een Europese analyse van de EIB en de Europese Commissie zullen oogstverliezen in de EU tegen 2050 gemiddeld met twee derde toenemen. Boeren moeten daardoor almaar vaker ingrijpen in hun bedrijfsvoering, van aanpassen van gewassen tot reduceren van veestapels. Prijzen schieten de hoogte inOnderzoekers, waaronder klimatoloog dr. Maximilian Kotz (Barcelona Supercomputing Center), wijzen erop dat klimaatverandering steeds vaker zorgt voor prijsstijgingen van voedingsproducten. Enkele markante voorbeelden:In 2022 stegen de groenteprijzen in Arizona en Californië met 80 procent door droogte.In april 2024 waren de wereldwijde cacaoprijzen 280 procent hoger na een hittegolf in Ivoorkust en Ghana.In India veroorzaakte een hittegolf een prijsstijging van 80 procent voor uien en aardappelen.Vooral bederfelijke producten zoals groenten en fruit zijn kwetsbaar voor prijsschommelingen, omdat ze minder lang kunnen worden opgeslagen. Impact op consument en gezondheidDe stijgende voedselprijzen hebben ook sociale gevolgen. Onderzoek van de Food Foundation heeft aangetoond dat mensen in tijden van stijgende voedselprijzen meestal bezuinigen op gezonde producten – vooral verse voeding - voornamelijk in huishoudens met een laag inkomen. Dat verhoogt het risico op gezondheidsproblemen zoals obesitas, diabetes en hart- en vaatziekten.Volgens de denktank Autonomy Institute zouden de voedselprijzen in het VK tegen 2050 met meer dan 33 procent kunnen stijgen als gevolg van klimaatverstoringen. De combinatie van hoge voedsel-, energie- en huisvestingskosten zet de koopkracht van gezinnen verder onder druk.Structureel probleem vraagt structurele oplossingenKlimaatflatie is geen tijdelijk fenomeen. Onderzoek toont aan dat temperatuurstijgingen blijvend kunnen zorgen voor hogere voedselprijzen, met effecten die tot twaalf maanden na een klimaatschok voelbaar zijn.Volgens dr. Kotz is de belangrijkste hefboom om klimaatflatie te temperen het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Tegelijk is er nood aan innovatie in de landbouwsector om gewassen beter bestand te maken tegen extreme weersomstandigheden, en aan beleid dat kwetsbare consumenten beschermt tegen prijsschokken.</content>
            
            <updated>2025-08-29T11:41:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[STEC-uitbraak woonzorgcentra: "Bacterie vermoedelijk via voedingsproducten de woonzorgcentra binnengekomen"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stec-uitbraak-woonzorgcentra-bacterie-vermoedelijk-via-voedingsproducten-de-woonzorgcentra-binnengekomen" />
            <id>https://vilt.be/57818</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De besmettingen met de STEC-bacterie in verschillende woonzorgcentra, zijn vermoedelijk via aangeleverde voedingsproducten de woonzorgcentra binnengekomen. Dat zegt rusthuisgroep Armonea donderdag.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gezondheid" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e953781f-bc3f-4f62-b48a-5f738cfa1b53/full_width_rusthuisbejaarderollator.jpg</image>
                                        <content>Sinds dinsdag werden in zes woonzorgcentra in Vlaams-Brabant, Antwerpen en de regio Aalst een twintigtal besmettingen genoteerd. Ook een personeelslid liep een besmetting op. Woensdag kwam het nieuws dat er al vier overlijdens te betreuren waren door de STEC-bacterie (Shigatoxine-producerende E. coli). Donderdag volgde een bericht over een vijfde overlijden in een rusthuis in Leuven, dat onder de koepel valt van Zorg Leuven. Armonea werkt momenteel samen met de leveranciers en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) om de bron van de besmetting te achterhalen. Volgens het FAVV is het nog te vroeg in het onderzoek om een mogelijke bron aan te duiden.De rusthuisgroep zegt ook sterk mee te leven met de betrokken medewerkers, bewoners en hun familie &quot;in deze moeilijke situatie&quot;.Crisisprocedure opgestartDe rusthuisgroep heeft onmiddellijk haar crisisprocedure in werking gesteld. Dat houdt in dat onder meer de getroffen bewoners door een zorgteam en artsen nauwgezet worden opgevolgd, alle risicovolle producten van de menu&#039;s zijn verwijderd en er nog meer aandacht is voor strikte hygiëne. &quot;Bewoners en familie werden meteen op de hoogte gebracht en elke woonzorgcentrum staat in nauw contact met hen voor vragen of bezorgdheden&quot;, aldus nog Armonea.Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) reageerde al op het nieuws. &quot;Ik leef heel hard mee met de families, medebewoners en de zorgverleners van de getroffen woonzorgcentra&quot;, schrijft ze in een reactie. &quot;Samen met het federaal Voedselagentschap zetten we alles op alles om de bron van de vermoedelijke voedselbesmetting op te sporen en om de bewoners op te vangen, te verzorgen en beschermen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-08-28T16:21:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aanvragen voor wolfwerende omheiningen worden binnen de week afgehandeld]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aanvragen-voor-wolfwerende-omheiningen-worden-binnen-de-week-afgehandeld" />
            <id>https://vilt.be/57819</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Aanvragen voor een wolfwerende omheining zullen binnen de week worden afgehandeld door het Wolf Fencing Team. Dat heeft Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) donderdag bekendgemaakt in Oudsbergen na het overleg met 27 burgemeesters uit het wolvenleefgebied. Het team met driehonderd vrijwilligers krijgt versterking van alle gemeentearbeiders om de omheiningen sneller geplaatst te krijgen. Tegelijk benadrukte Brouns dat het bestaande Vlaamse interventieprotocol bij probleemsituaties met wolven wordt aangescherpt om sneller en gerichter te kunnen ingrijpen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                        <category term="schade" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fa8543c1-0827-41d3-a35f-ad9e50bcd3e9/full_width_wolfwerendeomheining-wolffencingteam.jpg</image>
                                        <content>Brouns roept de lokale besturen op hun eigen personeel mee in te schakelen. Daarnaast zei hij dat professionele plaatsers van omheiningen aangeschreven zullen worden en een opleiding kunnen krijgen om die wolfwerende omheiningen te zetten. Verder mogen diereneigenaars in tegenstelling tot de huidige vergunningsregels hun schuthokken voor de dieren afsluiten, te rwijl die nu open moesten zijn. Zo kunnen de dieren &#039;s nachts beter beschermd worden.Gratis rescue kitsDe zogenaamde &#039;rescue kits&#039; om snel een omheining te plaatsen die bestand is tegen wolven, in afwachting van een definitieve omheining, worden gratis ter beschikking gesteld. Als een wolf toch schade heeft aangericht en een of meerdere dieren heeft doodgebeten, dan zal de factuur van vilbeluik Rendac voor het ophalen van de kadavers door Vlaanderen gedragen worden. &quot;De eerste prioriteit is het beschermen van de dieren&quot;, aldus Brouns over de maatregelen op korte termijn.&amp;nbsp; Statusverlaging opent deur naar scherpere beheermaatregelenEr bestaat al een Vlaams interventieprotocol bij probleemsituaties met wolven, maar daarin moeten bepaalde stappen nog aangescherpt worden. Verder liet de minister weten dat er gaat bekeken worden hoeveel wolven Vlaanderen aankan. Europa heeft de status al verlaagd van &#039;strikt beschermd&#039; naar &#039;beschermd&#039;.&amp;nbsp;&quot;Als een wolf zich langdurig ophoudt in dorpskernen in een woongebied, dan moet er preventief meer worden ingegrepen maar dan kan je ultiem ook gaan verjagen. Een wolf is slim en inventief, want hij gaat vooraf bekijken waar gemakkelijke prooien staan&quot;, verklaarde Brouns.Het wetenschappelijk onderbouwde wolvenplan zal dan bepalen hoeveel wolven er in Vlaanderen mogen zijn. Met een verlaagde status kan er volgens Dries Gorissen, afdelingshoofd bij het Agentschap voor Natuur en Bos, ook sprake zijn van het &#039;beheer&#039; van de wolven, wat in bepaalde gevallen, zoals bij een overtal, neerkomt op het verjagen met eventueel paintballgeweren of het effectief schieten in de meest extreme situaties met een probleemwolf.&amp;nbsp;Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) is begin 2025 al gestart met de studie en het ontwikkelen van een wetenschappelijk habitatmodel voor wolven. Momenteel telt Vlaanderen maar één wolvenroedel en dat is die van Hechtel-Eksel in Midden-Limburg. Verder is er een solitaire vrouwtjeswolf in de Kalmthoutse Heide in de Antwerpse Kempen. &quot;Er is een solitaire wolf in Bosland en een wolf in het Nationaal Park Hoge Kempen, maar daarvan weten we nog niet of zij zich hier definitief gaan vestigen. Dat wetenschappelijk habitatmodel en een duurzame staat van instandhoudingen worden uitgetekend in samenspraak met onze buurlanden, zoals Nederland, Duitsland en Luxemburg, maar ook met Polen en Denemarken&quot;, legt Dries Gorissen uit.Het spoedoverleg van de Limburgse burgemeesters met de bevoegde minister kwam er na de recente wolvenaanvallen op elf pony&#039;s en enkele geitjes in onder meer Peer en Oudsbergen. Het WAP Wolvenactieplan startte een petitie en verzamelde intussen bijna 5.000 handtekeningen. De petitie is bedoeld om overheid en beleidsmakers op te roepen dringend werk te maken van het welzijn en de veiligheid van mens en dier.</content>
            
            <updated>2025-08-28T15:14:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Droogtecommissie schakelt naar code oranje: “Bijkomende én structurele maatregelen nodig”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/droogtecommissie-schakelt-naar-code-oranje-bijkomende-en-structurele-maatregelen-nodig" />
            <id>https://vilt.be/57820</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Droogtecommissie heeft donderdag beslist om het beheerniveau voor droogte op te schalen naar code oranje, het op één na hoogste beheerniveau. Deze beslissing komt er door de aanhoudende droogte en de verslechterde hydrologische toestand. De voorspelde neerslag blijft onzeker en zal onvoldoende zijn om de zeer lage waterpeilen structureel te herstellen. De waterbedrijven vragen om spaarzaam om te gaan met drinkwater.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="schade" />
                        <category term="oogst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/da269fd5-d253-4c54-926e-c23cc94527f8/full_width_droogtebodem.jpg</image>
                                        <content>Om verdere schade te beperken, zijn er enkele tijdelijke maatregelen van kracht.Er is een onttrekkingsverbod in bijna alle onbevaarbare waterlopen.Er zijn schutbeperkingen aan verschillende sluizen en diepgangbeperkingen op een aantal waterwegen.Ook zijn er captatieverboden door verzilting of aanwezigheid van blauwalgen.Watervangen op het Albertkanaal en de Kempische kanalen zijn voor 80 procent dicht.Tot slot zijn er voorzorgsmaatregelen voor recreatie en captatiebeperkingen op locaties met blauwalgen.Voorlopig zijn er geen problemen met de drinkwatervoorziening, maar de waterbedrijven blijven extra waakzaam. Spaarzaam omgaan met drinkwater en gevallen neerslag blijft de norm.&quot;We raden altijd aan om kraanwater in de eerste plaats te gebruiken voor toepassingen waarvoor het absoluut noodzakelijk is, zoals drinken, eten bereiden, je tanden poetsen of douchen. Voor laagwaardige toepassingen zoals je wc doorspoelen, kleren wassen, de vloer of auto poetsen of planten water geven is regenwater een prima alternatief. We merken aan de huidige verbruikscijfers dat deze boodschap goed wordt opgepikt en moedigen iedereen aan om op de ingeslagen weg verder te gaan&quot;, zegt Carl Heyrman, algemeen directeur van AquaFlanders. Flirten met kritische drempelwaarde waterschaarste&quot;Het waterpeil in Vlaamse rivieren en kanalen is laag door de droogte die eigenlijk al in maart begonnen is&quot;, verduidelijkt professor Patrick Willems van de KU Leuven. &quot;Ook in augustus was het uitzonderlijk droog. Het waterdebiet in het Albertkanaal ligt momenteel tussen 40 en 50 kubieke meter per seconde. Als dat 35 bereikt, komt men aan een kritische drempelwaarde. In het Kanaal Gent-Terneuzen ligt het debiet momenteel tussen 15 en 20 kubieke meter per seconde, en als dat richting 10 gaat, dan spreekt men van echte waterschaarste.&quot;Of die kritische waarden bereikt zullen worden, hangt af van de regenval in de komende dagen en weken. &quot;De huidige voorspellingen wijzen erop dat er voldoende neerslag zal vallen om de situatie te stabiliseren, maar weersvoorspellingen blijven onzeker&quot;, vervolgt Willems. &quot;Valt er minder regen dan verwacht, dan kan het alsnog richting die drempelwaarden gaan. De risico&#039;s zijn dus reëel, maar hopelijk blijft het zover niet komen. In augustus 2022 en september 2019 zagen we een gelijkaardig beeld. Ook toen flirtte men met de kritische grenswaarden, al werd de situatie telkens net op tijd gestabiliseerd door regenval.&quot;Oogstkalender wordt verstoordVolgens Boerenbond heeft de droogte van de afgelopen maanden ook impact op de oogsten en de nateelt, maar die zal al bij al nog meevallen. &quot;De nateelten kunnen goed verlopen, maar voor een vlotte kieming is wel regen nodig&quot;, zegt Tessa De Prins, woordvoerder van de landbouworganisatie. &quot;Bij uien bijvoorbeeld zien we dat op veel plaatsen nog niet geoogst kan worden, omdat de grond te zwaar is door het gebrek aan neerslag. We merken ook dat aardappelen iets vroeger afsterven door de droogte, maar we verwachten dat de opbrengst gemiddeld tot goed zal zijn. Wel is regen nodig om de oogst vlot te kunnen binnenhalen.&quot;Maïs wordt door de droogte dit jaar al vroeger geoogst dan andere jaren. &quot;En ook bij suikerbieten verwachten we hoge opbrengsten, al kan de droogte ook daar voor oogstproblemen zorgen. In de fruitteelt wordt intussen veel geïnvesteerd in bescherming tegen zonnebrand en hitte, met bijvoorbeeld druppelirrigatie om gericht water te geven. Daar is de impact van de droogte voorlopig dus heel beperkt.&quot;De situatie verschilt volgens Boerenbond ook sterk per regio. &quot;In de Westhoek is het bijvoorbeeld duidelijk droger dan in het oosten van het land. Over het algemeen verwachten we echter een goede oogst&quot;, besluit De Prins.De situatie wordt wekelijks geëvalueerd. Een overzicht van alle maatregelen is beschikbaar via: https://www.vlaanderen.be/droogtemaatregelen</content>
            
            <updated>2025-08-28T16:34:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dossiers nutriëntenemissierechten voortaan enkel nog digitaal]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dossiers-nutrientenemissierechten-voortaan-enkel-nog-digitaal" />
            <id>https://vilt.be/57822</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf 1 september zullen alle aanvragen in verband met nutriëntenemissierechten (NER) volledig digitaal verlopen. Aanvragen, overnames of annulaties van NER’s kunnen enkel nog gebeuren via het Mestbankloket. Volgens de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) verdwijnt hiermee een pak papierwerk en wordt het voor landbouwbedrijven eenvoudiger om hun NER’s te beheren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="administratieve rompslomp" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eaa523c7-b9b0-442f-9ee8-8ea40c8090af/full_width_laptop-computer.jpg</image>
                                        <content>Op het Mestbankloket staat alles rond NER-dossiers voortaan in de rubriek ‘NER &amp;gt; Mijn NER’. Het gaat zowel om nieuwe aanvragen, overnames, herkwalificaties, annulaties en wijzingen in bestuursfuncties of aandelenoverdracht. Ook jaaroverzichten, beslissingen en bezwaarprocedures zijn er direct raadpleegbaar.“Hiermee verdwijnen een heel aantal papieren formulieren”, aldus VLM. Het bijkomende voordeel is dat de volmachthouder, zoals een adviesbureau, én de landbouwer ermee aan de slag kunnen. Al moet de ondertekening door de landbouwer gebeuren. “Dit zorgt voor meer overzicht en meer flexibiliteit. Zo kan een opgestarte aanvraag later verder afgewerkt worden of kunnen kleine fouten eenvoudig gecorrigeerd worden. Aanvragen blijven ook altijd raadpleegbaar op het Mestbankloket”, klinkt het nog.De Mestbank wil met deze stap naar eigen zegen volop inzetten op administratieve vereenvoudiging en gebruiksvriendelijke digitale dienstverlening.</content>
            
            <updated>2025-08-29T09:26:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tarievenoorlog: Amerikaanse landbouwproducten als pasmunt voor Europese auto's]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tarievenoorlog-amerikaanse-landbouwproducten-in-ruil-voor-europese-autos" />
            <id>https://vilt.be/57823</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie heeft voorgesteld om de invoerrechten op Amerikaanse industriële goederen af te schaffen en meer markttoegang te bieden voor visproducten en een aantal landbouwproducten van de andere kant van de Atlantische Oceaan. In ruil zouden de Verenigde Staten de invoertarieven op Europese auto's verlagen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/baee3095-5d66-4817-9472-d3fc8b9c0410/full_width_containter-handel-haven-import-export.jpg</image>
                                        <content>De twee wetgevende voorstellen, die goedgekeurd moeten worden door de lidstaten en het Europees Parlement, maken deel uit van de handelsdeal die Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en de Amerikaanse president Donald Trump eind juli sloten in Schotland en in die in augustus op papier werd gezet.&amp;nbsp;Vooral autofabrikanten winnenDe Verenigde Staten beloofden de invoertarieven voor Europese auto&#039;s retroactief te verlagen van 27,5 naar 15 procent vanaf 1 augustus, op voorwaarde dat de Commissie nog deze maand haar voorstellen over Amerikaanse industriële producten en landbouwproducten zou indienen.&amp;nbsp;&quot;Het is in ons beider belang dat beide partijen hun verplichtingen nakomen en ervoor zorgen dat de overeenkomst volledig wordt uitgevoerd&quot;, reageert Eurocommissaris voor Handel Maros Sefcovic. &quot;Ik ben vooral blij met de verlaging van de invoerrechten op auto&#039;s en auto-onderdelen vanaf 1 augustus, waardoor onze auto-industrie wereldwijd concurrerend kan blijven.&quot;De autofabrikanten zullen zo volgens de Commissie meer dan 500 miljoen euro aan Amerikaanse invoerrechten besparen. Dat biedt vooral de Duitse autosector wat soelaas. Vorig jaar exporteerden onze oosterburen voor zo&#039;n 30 miljard euro aan auto&#039;s en onderdelen naar de Verenigde Staten.&amp;nbsp;De EU voorziet op haar beurt nultarieven voor onder meer Amerikaanse auto&#039;s en auto-onderdelen, machines, hout en houtproducten en papier en karton. Nu reeds gelden nultarieven of zeer lage tarieven op 67 procent van de Amerikaanse export. De uitbreiding naar de overige 33 procent kost zo&#039;n 4,5 tot 5 miljard euro aan invoerrechten, maar dat is in het licht van de totale Amerikaanse export naar de EU (335 miljard euro) een beperkte toegeving, stelt de Commissie. &amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp; Tariefverlagingen voor Amerikaanse landbouwproductenDaarnaast bevat het wetgevende voorstel tariefverlagingen voor bepaalde hoeveelheden zeevruchten, noten, zuivelproducten, groenten en fruit, verwerkte levensmiddelen, granen, sojabonen en varkensvlees. Daardoor zou Europa ongeveer 300 miljoen euro aan invoerrechten derven. Meer gevoelige landbouwproducten als rundvlees, gevogelte, rijst of ethanol zijn niet weerhouden.&amp;nbsp;Het andere, tweede voorstel verlengt de tariefvrije behandeling van kreeft en voegt verwerkte kreeft toe.Toen de contouren van de nieuwe handelsafspraken tussen de EU en de VS bekend werden, reageerde de Europese landbouworganisatie Copa-Cogeca bijzonder boos. Ze noemde de deal een strategische fout ten koste van de Europese landbouwers. “Europa heeft veel toegevingen gedaan, zonder ook maar iets te realiseren voor de eigen landbouwsector. Deze overeenkomst biedt betere markttoegang voor Amerikaanse agrovoedingsproducten, terwijl EU-producenten worden geconfronteerd met hogere tarieven die nu oplopen tot 15 procent op belangrijke exportproducten”, klonk het.Tegelijk was er ook de vrees dat bepaalde duurzaamheids- en fytosanitaire regels versoepeld zouden worden voor Amerikaanse producenten. “Dat klopt niet”, reageert de Europese Commissie. “Wij doen geen concessies aan de normen op vlak van gezondheid en veiligheid bij handelsakkoorden. De EU heeft de afgelopen jaren ambitieuze regels ingevoerd waaraan alle goederen die in de unie verkocht worden, moeten voldoen. Voor bepaalde gevoelige producten hanteren we zorgvuldig opgestelde invoerquota. Deze quota worden stap voor stap ingevoerd en bepalen hoeveel van bepaalde landbouwproducten de EU mogen binnenkomen”, weerlegt de Commissie de kritiek.</content>
            
            <updated>2025-08-29T11:59:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Steeds meer boerinnen leiden Vlaamse landbouwbedrijven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aandeel-boerinnen-vlaamse-land-en-tuinbouwsector-stijgt-opmerkelijk-veel-jonge-bedrijfsoverneemsters" />
            <id>https://vilt.be/57824</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiders in de Vlaamse land- en tuinbouwsector blijft toenemen. Vooral jonge landbouwsters wagen steeds vaker de sprong naar een leidinggevende rol. Dat blijkt uit de VLIF-aanvragen voor bedrijfsopstart of -overname. “De evolutie naar meer gendergelijkheid in leidinggevende functies kunnen we, ook in de landbouw, alleen maar toejuichen”, reageert Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) tijdens een bedrijfsbezoek aan het melkveebedrijf van Lio Bollen, die twee jaar geleden het bedrijf van haar ouders overnam.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9673bb88-97c3-4073-8d49-171c91031a2e/full_width_lio-bollen.jpg</image>
                                        <content>Vandaag wordt 20 procent van alle Vlaamse landbouwbedrijven geleid door een vrouw. Vijf jaar geleden was dat nog 19 procent. In 2023 stonden in 4.857 landbouwbedrijven in Vlaanderen vrouwen aan het roer. Vrouwelijke bedrijfsleiders zijn het sterkst vertegenwoordigd in de sector “overige graasdieren” zoals schapen- en geitenhouderij (30%) en in de varkens- en pluimveehouderij (27%). Het aandeel bij melk- en vleesveebedrijven is 12 procent.De stijgende trend zet zich nog sterker door bij de jongere generatie. In 2023 waren 52 van de 199 goedgekeurde VLIF-aanvragen voor bedrijfsopstart of -overname afkomstig van jonge landbouwsters (26%). In 2024 ging het al om 93 van de 239 aanvragen (39%).&amp;nbsp;Dat maakte het kabinet van minister Brouns bekend naar aanleiding parlementaire vragen van Vlaams parlementslid Loes Vandromme (cd&amp;amp;v). Interesse verschuift van ergotherapie naar landbouwEén van de jonge boerinnen die VLIF-overnamesteun kreeg, is Lio Bollen uit Hamont-Achel. Twee jaar geleden nam de 25-jarige Limburgse het melkveebedrijf van haar ouders over. Ze melkt 55 koeien en wil op termijn uitbreiden naar 65 melkkoeien. “We hebben twee jaar geleden een melkrobot geplaatst met capaciteit voor 65 melkkoeien. Voor de lichte uitbreiding van de veestapel hopen we een nieuwe stal te kunnen bouwen voor de droogstaande koeien.”Aan minister Brouns, die haar bedrijf vrijdag bezocht, legde ze uit hoe haar keuze tot stand kwam: “Ik studeerde in 2019 ergotherapie en zat tijdens corona lange tijd thuis. Toen groeide mijn interesse in de landbouw en nam die in ergotherapie af.&quot; Over twee jaar wil ze ook het leghennenbedrijf van haar ouders overnemen.” “De instroom van zoveel jonge landbouwsters is een zegen voor de broodnodige generatiewissel in onze sector”, zegt minister Brouns. “Slechts 13 procent van de bedrijfsleiders ouder dan 50 heeft vandaag een opvolger. Des te hoopgevender is het dat steeds meer jonge vrouwen de riek opnemen met frisse ondernemerszin. Hen zekerheid en kansen bieden blijft ons doel, ook de komende jaren.”In zijn thuisprovincie Limburg ziet Brouns de trend nog sterker: “Vorig jaar waren 13 van de 25 jonge landbouwers die VLIF-overnamesteun kregen, vrouwen. Een mooi evenwicht dat we alleen maar kunnen toejuichen.”Goede marktperspectief, onzekere regelgevingDe sectorbrede rechtsonzekerheid speelt ook bij de familie Bollen, al beïnvloedde die de overnameplannen niet. “Dat is ook voor ons een grote zorg”, vertelt vader Jos Bollen, die vijf dochters heeft. “We hebben onze kinderen zeker niet gepusht om het bedrijf over te nemen.”Volgens hem hebben veel landbouwers in de regio die luxe niet, en verdwijnen er steeds meer bedrijven. Toch ziet hij door de kaalslag in de sector veel perspectief: “Zowel de melkveehouderij als de pluimveehouderij doen het goed. Doordat er geen bedrijven bijkomen, blijft het marktperspectief gunstig. Nu hopen dat de rechtszekerheid terugkeert en de regeldruk vermindert.”Ook burgemeester Tom Cox (cd&amp;amp;v) ziet het aantal landbouwbedrijven in zijn gemeente, Hamont-Achel, dalen. Met beleidsaanpassingen probeert hij dat tij te keren. “Bij de pachttoekenning van onze 400 hectare landbouwgrond krijgen jonge boeren uit de gemeente voorrang. Daarnaast stimuleren we gepensioneerde boeren om hun gemeentelijke pachtgrond beschikbaar te stellen voor jonge starters.”</content>
            
            <updated>2025-08-29T14:51:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Te veel grachten maken Vlaanderen onnodig droog]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/te-veel-grachten-maken-vlaanderen-onnodig-droog-1" />
            <id>https://vilt.be/57825</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen telt te veel grachten die water afvoeren en daardoor het grondwaterpeil aantasten. Dat blijkt uit een analyse van twee wetenschappers van de Universiteit van Antwerpen, die een grachtenkaart opstelden. Deze kaart toont tot 81.000&nbsp;kilometer aan grachten waarvan er sommige door bossen lopen en ooit aangelegd zijn voor houtwinning. “Deze grachten kunnen eenvoudig gedempt worden.” Ook in landbouwgebieden staan grachten ter discussie: ze houden laaggelegen percelen droog, maar maken hele gebieden natter. “Door ze te dempen, kunnen hoger gelegen percelen net profiteren.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c70daae9-1e3a-4d92-b4f0-f60ef8f2269f/full_width_grachtbeekwaterloopdenderbelle.jpg</image>
                                        <content>Tot hun spijt zagen onderzoekers Jan Staes en Dirk Vrebos, gespecialiseerd in water en ecosystemen, hoe de grachtenkaart van de Vlaamse overheid stuitte op stevige landbouwweerstand. Daardoor besliste minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) de kaart uit te stellen tot 2029. Omdat ze overtuigd waren van de noodzaak, begonnen Staes en Vrebos al een jaar eerder zelf met het opstellen van een kaart.Hun kaart, gebaseerd op eigen watersysteemkaarten en het Digitale Hoogtemodel, toont hoe Vlaanderen letterlijk dooraderd is met grachten: tussen de 73.000 en 81.000 kilometer. Ooit hadden die een functie. Vanaf de middeleeuwen tot in de 20ste eeuw werden ze aangelegd om moerassige gronden geschikt te maken voor landbouw, en in de achttiende eeuw om houtwinning in bossen mogelijk te maken. Andere tijden, andere nodenMaar de noden van toen zijn niet die van nu, zeggen de onderzoekers. Vandaag draait het vooral om de beschikbaarheid van grondwater. Grachten voeren water razendsnel af naar zee en verhinderen infiltratie in de bodem. Dat helpt verklaren waarom Vlaanderen deze zomer opnieuw te kampen had met droogtestress, terwijl 2024 nog uitzonderlijk nat was met hoge grondwaterstanden. Uit studies blijkt dat de grachten jaarlijks 600 tot 1.100 miljoen kubieke meter water afvoeren.Die lage grondwaterstanden hebben nefaste gevolgen voor natuur en biodiversiteit. “Bomen en bossen lijden onder droogtestress, sommige amfibieën overleven niet. De biodiversiteit staat zwaar onder druk. Er moeten dringend maatregelen komen”, aldus Jan Staes.Grachtennetwerk onder de loep en op de schopDe onderzoekers pleiten voor een stevig klimaatadaptatieplan waarin ook het grachtennetwerk kritisch wordt bekeken. “Veel grachten, zoals in bossen, zijn overbodig en kunnen gedempt of minder diep gemaakt worden, zonder negatieve gevolgen voor omwonenden of landbouw”, zegt Staes. Hij pleit voor een gebiedsgerichte aanpak.Ook landbouwgebieden komen daarbij in beeld. “Soms wordt een heel gebied leeggetrokken om enkele lagergelegen percelen droog te houden”, zegt Staes. Hierdoor komen zowel landbouw als natuur in de problemen tijdens droge periodes.Naast het dempen van grachten en het plaatsen van stuwen zijn er volgens hem nog oplossingen, zoals “inbuizen”. Daarbij wordt de afvoer van grachten die door hoger gelegen gebieden lopen via buizen geregeld, zodat alleen water wordt afgevoerd waar dat nodig is. De landbouw heeft belang bij een beter grachtenbeheer. Anders wordt het in de toekomst een roulette: wordt het een natte of droge zomer? Stuwtjes voor juiste balansOok stuwen kunnen helpen. Sander Palmans van het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL) in Bocholt bevestigt dat. PVL is betrokken bij verschillende projecten, zoals Digistuw in Limburg, waarbij met digitale info de afvoer via regelbare stuwtjes wordt gestuurd.“Het nadeel van dempen is dat water dan ook niet meer kan worden afgevoerd”, zegt Palmans. “In natte jaren, zoals 2024, zou dat landbouwpercelen onder water zetten. Daarom is een herzien grachtenbeheer beter, met stuwtjes die water vasthouden maar bij nood nog kunnen afvoeren.” Ook Boerenbond deelt die visie. “Bij dempen zal de grondwaterstand te hoog komen en kunnen teelten in gevaar te komen. Wij zien daardoor meer heil in het behouden van grachten, maar door middel van bijvoorbeeld stuwtjes de afvoer naar de zee zo goed mogelijk te voorkomen.”Toch waarschuwt Staes: stuwen zorgen niet automatisch voor meer water in beken. Onderzoek binnen het project TURQUOISE toont een stuwbeheer waarbij men de stuwen open laat in de winter en dicht zet in de zomer, leidt tot nog lagere basisdebieten in de waterlopen. “Stuwen moeten dus in de winter dicht, ook als velden nat staan. Een dynamisch stuwbeheer dat anticipeert op weersvoorspellingen en evoluties in grondwaterstanden is eigenlijk noodzakelijk om de efficiëntie te verhogen.”Kosten en batenStaes begrijpt de gevoeligheid van het onderwerp in de landbouwsector, maar wil de discussie open voeren. “Ik ben niet tegen irrigatie, maar er zijn limieten op de beschikbaarheid van water en dan zou men toch ook moeten durven kijken naar de maatschappelijk en economische kosten en baten. Irrigatie van voedergewassen zou ik bijvoorbeeld in vraag durven stellen.”&amp;nbsp;&amp;nbsp;Hij wijst op het voorbeeld van een enkel lagergelegen perceel dat tijdens droge periodes profiteert van de ligging, maar tegelijk enorme hoeveelheden water doet afvloeien. “Door die percelen terug te vernatten, kunnen natuur, maatschappij én hoger gelegen landbouwpercelen voordeel halen. Voor boeren met productieverlies zou een premiesysteem een oplossing kunnen zijn.”Volgens Staes heeft ook de landbouw belang bij een beter grachtenbeheer. “Zo vergroten we de weerbaarheid in droge periodes. Anders wordt landbouw in de toekomst een roulette: wordt het een natte of droge zomer? Door nu te handelen, maken we ons grondwatersysteem klimaatrobuuster.”</content>
            
            <updated>2025-08-29T14:18:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dat wolven nodig zijn om het ecosysteem te ‘reguleren’, is een romantische fantasie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dat-wolven-nodig-zijn-om-het-ecosysteem-te-reguleren-is-een-romantische-fantasie" />
            <id>https://vilt.be/57826</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Als we overlast door de wolf willen vermijden, moet de mens het recht hebben om hem te verstoren. Dat stelt Christian Parmentier in een opiniestuk waarbij hij zich afvraagt of de wolf een meerwaarde biedt voor ons ecosysteem.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/25ad2518-756a-4421-b1e4-8628f407e4d9/full_width_wolf-cees-van-kempen-welkomwolf-bos.jpg</image>
                                        <content>Vier interessante opiniestukken in De Standaard denken na over onze relatie met de wolf. Moraalfilosoof&amp;nbsp;Stijn Bruers&amp;nbsp;stelt dat soortenrijkdom boven dierenwelzijn plaatsen een morele vergissing is en oppert dat we door roofdieren te herbivoriseren het lijden in de wereld zouden minimaliseren, maar realistisch is dat voorstel niet. Volgens hoogleraar ethiek&amp;nbsp;Raf Geenens&amp;nbsp;spelen in onze omgang met dieren ook principes zoals “dierlijke waardigheid” en de “intrinsieke waardigheid” van planten en zelfs niet-levende entiteiten. Zijn pleidooi om terug te keren naar de boodschap van de twintigste-eeuwse ecologische beweging met een houding van zorg en bewondering voor de natuur is sympathiek, maar lost de problemen niet op.Docent milieurecht&amp;nbsp;Hendrik Schoukens&amp;nbsp;haalt de EU-wetgeving aan. De wolf mag niet bejaagd of “verstoord” worden. De wetgeving verplicht ons tot een “co-existentie” met de wolf, waarbij preventie en subsidies de schade aan vee moeten beperken. Maar subsidies zijn niets anders dan belastinggeld met een mooi label. En kun je spreken van een “co-existentie” als de ene partij onaantastbaar is en de andere alle gevolgen moet dragen? Ook Schoukens blijft in reflectie hangen. Landschapsfilosoof Glenn Deliège stelt dat we een rijkere reflectie nodig hebben over onze relatie met dieren. We moeten volgens hem erkennen dat mensen en dieren in dezelfde werkelijkheid leven en dat ze elkaars identiteit vormgeven. Dat klopt. Daarom moeten we ons ook afvragen waarom wolven altijd een slechte reputatie hebben gehad. De geschiedenis leert dat onschadelijke dieren die mensen geen kwaad doen, nooit worden gedemoniseerd. De angst voor wolven die we in historische verslagen, sprookjes en legenden aantreffen, vindt zijn oorsprong in de werkelijkheid. Maar ook bij Deliège geen concrete oplossingen. De angst voor wolven die we in historische verslagen, sprookjes en legenden aantreffen, vindt zijn oorsprong in de werkelijkheid Romantische fantasieLaten we de simpele vraag stellen: heeft het zin om samen te leven met de wolf, rekening houdend met alle kosten en problemen die erbij horen? Er wordt beweerd dat wolven van grote ecologische waarde zijn, omdat ze noodzakelijk zijn voor het ‘ecosysteem’ en altijd deel zijn geweest van onze natuur. We keren nooit meer naar het verleden terug. In de 150 jaar dat er hier geen wolven waren, is er veel veranderd in het landschap en is de bevolking bijna verdrievoudigd. Dat wolven nodig zijn om het ecosysteem te ‘reguleren’, is een romantische fantasie. Dierenpopulaties bestaan naast elkaar en groeien of krimpen afhankelijk van hun overlevingssucces in bepaalde omstandigheden. Net als alle andere dieren proberen wolven op hun eigen manier te overleven, door predatie. Maar ze reguleren niets. Daarom is de wolf in Vlaanderen meer een luxe dan een noodzaak. De drijvende kracht achter de onvoorwaardelijke bescherming van wolven is niet ecologie of natuurbehoud, maar een krachtige emotionele basis van een mythisch dier dat verstedelijkt publiek fascineert. Dat wolven nodig zijn om het ecosysteem te ‘reguleren’, is een romantische fantasie Willen we toch met wolven samenleven in Vlaanderen, dan moet de huidige Europese wetgeving afstappen van het idee dat wolven van nature bang zijn voor mensen. Dat zijn ze niet. De angst bij wolven voor mensen is aangeleerd, en moet continu worden versterkt door directe menselijke aanwezigheid expliciet te associëren met een reële bedreiging. Daarom moeten we het verstoren van wolven die in de omgeving van mensen, honden, gebouwen en hun afrastering komen, legaliseren. De enige haalbare manier om met wolven samen te leven is op afstand. De juiste plaats voor wolven is die waar geen menselijke activiteiten plaatsvinden, dus alles moet worden gedaan om hen weg te houden van die activiteiten. Alleen zo kunnen mens, dier én natuur beschermd worden, niet vanuit ideologie, maar met realisme en gezond verstand. Met dit opiniestuk, dat eerder in de krant De Standaard verscheen, wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurChristian Parmentier is doctor in de diergeneeskunde, gepensioneerd bonthandelaar en auteur van het boek ‘Dierenwaanzin&#039;.</content>
            
            <updated>2025-08-29T14:59:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“7.300 extra stikstofmeetpunten gaan de Vlaamse samenleving niets opleveren”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/7300-extra-stikstofmeetpunten-gaan-de-vlaamse-samenleving-niets-opleveren" />
            <id>https://vilt.be/57827</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering investeert in 7.300 extra meetpunten om de stikstofdepositie in de lucht en de bodem in kaart te brengen en watermeetpunten om de nitraatvervuiling te monitoren. Volgens Mark Wulfrancke van ABS zijn deze meetpunten waardeloos als men geen onderzoek doet naar de herkomst van deze vervuiling. "De data zullen leiden tot blind beleid waarbij de landbouw kop van Jut is", schrijft hij in een opiniestuk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="ABS" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/12343e3a-b2de-4e0a-a590-458905444c01/full_width_mark-wulfrancke-abs-woordvoerder.jpg</image>
                                        <content>Dik anderhalf jaar na de boerenprotesten lijkt een aantal beloften van de Vlaamse regering ver weg. Niet alleen de stem van de boer wordt genegeerd. In de aankondiging over de 7.300 extra stikstofmeetpunten komt zelfs een zekere minachting voor de Vlaamse medemens naar boven. De Vlaamse Milieumaatschappij zegt in diezelfde aankondiging dat er niet naar de bron van de uitstoot wordt gekeken, wel naar de effecten op de natuur. Deze ene zin duwt je keihard met de neus op de feiten dat het oude, doelloze beleid gewoon verdergaat. De oude wijn wordt zelfs niet in nieuwe zakken gedaan. In 2024 is er, door het bereiken van een akkoord over MAP7 tussen ogenschijnlijk onmogelijke partners, duidelijk gemaakt dat het anders en beter kan. De Vlaamse regering heeft toen beloofd om zaken waarover twijfel bestond, zoals de deugdelijkheid van het MAP-meetnet, te onderzoeken. Beloften die herhaald zijn bij het beëindigen van de boerenprotesten in het voorjaar van 2024. Ondertussen komt de vraag niet alleen maar van de landbouwers. Ook de deelnemers van het burgeronderzoek naar waterkwaliteit en diverse plattelandsbewoners hebben vragen.Geen verbetering van meetnet470 meetpunten komen erbij voor het oppervlaktewater. Geen idee waar ze die gaan plaatsen, maar ze zullen alvast niet dienen om het bestaande meetnet te verbeteren en evengoed de invloed van de gehele Vlaamse bevolking (overstorten, slecht werkende waterzuiveringen, ongezuiverde lozingen) in kaart te brengen én openbaar te maken.Die extra meetpunten voor grondwater zullen evengoed een pak resultaten geven. Alleen gaan die data weinigzeggend zijn zolang je de input niet in kaart brengt. Je kunt niet langer een abstractie maken van het vele stikstofrijke afvalwater dat op ons oppervlaktewater geloosd wordt en zo ook het grondwater beïnvloedt, om nog te zwijgen over de vele sterfputten die afvalwater rechtstreeks het grondwater inbrengen. Vaarwel de hoop op beter beleid. Correct beeld nodig van depositie van bedrijven Over naar de meetpunten voor bodem en lucht. Iedereen weet dat de gebruikte modellen atmosferische stikstofdepositie niet deugen. Nieuwe meetpunten voor stikstofdepositie zouden prioritair gebruikt moeten worden om de depositie van bedrijven correct in beeld te brengen en de verspreiding lokaal en bovenlokaal te bepalen. Heb je dat correct in beeld, dan kan je ook gericht en vooral gedragen beleid voeren.Geen onderzoek (weigering) via isotopen om de oorsprong van de stikstof te weten. Als je weet dat zowel de Kalmthoutse Heide en ook het Turnhouts Vennengebied onder de rook van stikstofspuwende industriegebieden (Sluiskil, Terneuzen, Antwerpse haven, Chemelot,...) liggen, dan stel je je hierbij vragen. 7300 extra meetpunten dreigen de zoveelste stok te worden om een sector die al heel veel inspanningen doet, nog wat verder dood te slaan “Landbouw is gedoodverfde boosdoener”“Geen gevolgen voor de landbouwsector”, enkel een grapjas durft, in een dronken bui weliswaar, dit te beweren. De landbouw is vandaag al de gedoodverfde, gemakkelijke boosdoener en dat zal morgen niet anders zijn. De gebruikte kaduke modellen en aannames schrijven namelijk alle atmosferische depositie toe aan de nabijgelegen veehouders (20 kilometer, weet u wel), ook al is er bakken bewijs dat dit niet klopt en dat er wel degelijk een significante invloed van buiten de landbouw is.Hetzelfde gaat op voor de metingen op oppervlakte- en grondwater. 7300 extra meetpunten dreigen de zoveelste stok te worden om een sector die al heel veel inspanningen doet, nog wat verder dood te slaan.Geld valt beter te bestedenStop hier per direct mee en besteed dit budget aan onderzoek en metingen die de waterkwaliteit wel ten goede komen. Zet dit geld in om correcte modellen te maken, om over te gaan van theoretische aannames naar praktisch bewezen feiten. Voer ook voor het oppervlaktewater brononderzoek uit.Het is niet omdat enkelen vasthouden aan een bestaand, vastgeroest beleid dat kritisch onderzoek naar correct beleid geen prioriteit moet zijn. De bestaande rekenmodellen moeten niet gevoed worden. Zeker voor wat de atmosferische depositie betreft, moet er van nul af aan een nieuw model gemaakt worden door wetenschappers die voldoende kritisch zijn om wat reeds bestaat in vraag te stellen.Na het bereiken van het princiepsakkoord MAP7 tussen landbouworganisaties en milieubeweging, na de protesten, had ik het gevoel dat er iets bereikt was, dat er een zekere disruptieve beweging op gang gekomen was. Dat gevoel is weg, de vechtlust niet. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. Hij schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.De auteurMark Wulfrancke is beleidsmedewerker landbouw bij het Algemeen Boerensyndicaat (ABS). In die hoedanigheid was hij onder meer betrokken bij het overleg over MAP7 tussen de natuur-, milieu- en landbouworganisaties.</content>
            
            <updated>2025-09-02T17:25:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van ambachtsdemonstratie tot wereldkampioenschap: De geschiedenis van ploegwedstrijden in België]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-ambachtsdemonstratie-tot-wereldkampioenschap-de-geschiedenis-van-ploegwedstrijden-in-belgie" />
            <id>https://vilt.be/57828</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wat ooit begon als eenvoudige demonstraties van boerenambacht, groeide uit tot een internationale sport waarin vaardigheid, techniek en traditie samenkomen. Belgische ploegers bereiden zich vandaag met evenveel toewijding voor op het wereldkampioenschap als topsporters in andere disciplines. Op 5 en 6 september 2025 vertegenwoordigen zij ons land op het WK in Tsjechië. Naar aanleiding daarvan blikt CAG terug op de rijke geschiedenis van het wedstrijdploegen in België: een verhaal van vakmanschap, vernieuwing en erfgoed.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="geschiedenis" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="landbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7a8e0097-7815-48dd-8069-26f266c7cf16/full_width_deelnemer-aan-een-ploegwedstrijd-rijdt-de-eerste-ploegsnede-in-ca-1959-1979-kadoc-ku-leuven-beeldarchief-boerenbond-boerenbond.png</image>
                                        <content>In tegenstelling tot landen als het Verenigd Koninkrijk, waar ploegwedstrijden al in de 19e eeuw ingeburgerd waren, kende België pas in de jaren 1950 een georganiseerde opstart. De Boerenjeugdbond (BJB) – de voorloper van Groene Kring en KLJ – nam toen het voortouw met de eerste officiële wedstrijden.In elke landbouwstreek werden lokale manches georganiseerd. Wie daar uitblonk, kon doorstromen naar het provinciaal kampioenschap en uiteindelijk het Belgisch kampioenschap. Voor de BJB waren deze wedstrijden veel meer dan een sportieve competitie. Ze vormden jonge boeren in vakmanschap en technische kennis, met als ultiem doel deelname aan het wereldkampioenschap. De wedstrijden waren voorbehouden aan leden jonger dan 35 jaar, aangesloten bij BJB of haar Waalse tegenhanger. Jaar na jaar werden de prijskampen een vaste waarde in het verenigingsleven. Van paard naar trekkerDe opkomst van de tractor bracht een omwenteling in het ploegwerk. Waar de ploeger met paard voortdurend het resultaat kon volgen en bijsturen, zat de tractorbestuurder vóór de ploeg en verloor daardoor het directe zicht op de voren.Ploegen met de trekker vergde nieuwe vaardigheden. Een paard besturen verschilde fundamenteel van het werken met een machine. Bovendien bracht de mechanisering technische innovaties met zich mee: betere risters, meer scharen, nauwkeurige diepteregeling en handige wentelmechanismen maakten het mogelijk om steeds preciezer te werken. De focus verschoof van fysieke kracht naar technische beheersing. Met een Nederlander als bondscoachTot in de jaren 1970 bleven Belgische prestaties op het internationale toneel eerder bescheiden. Ondanks een rijke landbouwcultuur, ontbrak het aan de professionele omkadering die nodig was om op topniveau te presteren.Daar kwam verandering in toen het Belgisch Ploegcomité eind jaren ’70 besloot te investeren in training en begeleiding. Er werden speciaal uitgeruste wedstrijdploegen aangekocht en Marinus Schoonen – oud-wereldkampioen uit Nederland – werd aangesteld als bondscoach. Zijn expertise bleek van grote waarde. In 1972 werd Karel Van Dijck Belgisch kampioen; een jaar later behaalde hij de vijfde plaats op het WK in Ierland – een mijlpaal die uitgebreid werd opgepikt in de landbouwmedia. Internationale successenHet duurde tot 1989 voor België zijn eerste wereldtitel behaalde: Daniël Hertleer uit Lembeke won toen het rondgaand ploegen in Noorwegen. In 2009 volgde een tweede wereldtitel voor Roel Cuyvers uit Kleine Brogel, die in Slovenië het wentelploegen op zijn naam schreef. Tussen 1992 en 2013 sleepten vier Belgische ploegers ook een Europese titel in de wacht. Het succes van deze ploegers onderstreept de impact van de professionaliseringsgolf uit de jaren ’70.Afnemende belangstellingTot in de jaren ’80 genoten ploegwedstrijden een groot maatschappelijk aanzien binnen de landbouw- en plattelandswereld. Vertegenwoordigers van hun gewest of provincie werden als helden onthaald en Belgische kampioenen kregen ruime aandacht in de agrarische pers en hun eigen gemeente.Vanaf de jaren ’90 veranderde dit. Het platteland kende een diverser vrijetijdsaanbod en ook de populariteit van de uit Amerika overgewaaide trekkertrek nam toe. Het trage, precieze karakter van ploegwedstrijden legde het moeilijk af tegen het brute geweld van brullende tractormotoren. Ploegen als levend erfgoedToch leeft de traditie verder. Regionale en nationale ploegwedstrijden blijven bestaan, met deelnemers die rijden met klassieke tractoren, moderne precisieploegen of zelfs met paard en handploeg. Jong en oud nemen deel, vaak binnen families waar het ploegambacht van generatie op generatie wordt doorgegeven.&quot;Wedstrijdploegen is vandaag een unieke combinatie van erfgoed, vakmanschap en passie. Het herinnert ons eraan dat goede landbouw begint met een rechte voor – en met mensen die hun stiel met trots en precisie uitoefenen&quot;, stelt CAG dat deze geschiedenis tot leven wekt met een expo over ploegwedstrijden tijdens de Werktuigendagen op 20 en 21 september 2025, op de oldtimersite. Wie meer wil lezen over de geschiedenis van ploegwedstrijden kan terecht op de website van CAG. </content>
            
            <updated>2025-09-01T17:13:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Laiterie des Ardennes ontslaat directeur Louis Ska]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/lda-neemt-afscheid-van-directeur-louis-ska" />
            <id>https://vilt.be/57829</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Waalse zuivelverwerker Laiterie des Ardennes (LDA) heeft afscheid genomen van algemeen directeur Louis Ska. LDA doet geen mededelingen over de redenen van het ontslag dat toch als een verrassing komt. Ska leidde het bedrijf sinds 2019 en loodste het in 2023 de lijst van Belgische bedrijven met een miljardenomzet in. Dit voorjaar werd nog een forse investering in de kaasmakerij bekendgemaakt. Bij leden klinkt wel onvrede over de melkprijs.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6caa9723-f55c-4833-8638-b6e8ed9b6bb6/full_width_laiterie-des-ardennes-baudour-mozzarella.jpg</image>
                                        <content>“De Groep Laiterie des Ardennes deelt u mee dat de samenwerking met de heer Louis Ska, Algemeen Directeur, wordt beëindigd op 28 augustus 2025, in onderling akkoord”, schreef het Waalse zuivelbedrijf eind vorige week aan haar leden. Over de reden van het ontslag doet het bedrijf geen mededelingen. Pieter Bourdeaudhui, vertegenwoordiger van het bedrijf in Vlaanderen, spreekt van een “verschil in visie over de toekomst&quot;.&amp;nbsp;Ska leidde het bedrijf sinds 2019 en loodste het in 2023 binnen op de lijst van Belgische bedrijven met een miljardenomzet. Dit voorjaar kondigde LDA nog een uitbreiding van haar fabriek in Baudour aan met een kaasmakerij. Hierdoor zal de capaciteit van de kaasverwerking verdrievoudigen. Ontslag komt als verrassingBij de leden komt het ontslag dan ook aan als een verrassing, al zijn er wel al langer zorgen om de melkprijzen bij LDA. “De voorbije 12 maanden lag de melkprijs 1,5 cent onder die van de best betalende zuivelverwerkers in Vlaanderen”, reageert een West-Vlaamse melkveehouder in een gesprek met VILT. Hij baseert zich op een melkprijsvergelijking van Boerenbond.“Vooral de laatste maanden is het verschil opvallend”, vervolgt de LDA-melker. “Waar veel andere zuivelbedrijven standhouden, is de melkprijs bij LDA gezakt van 51,5 euro in mei tot 49 euro in juli.” In juli zou LDA vier cent minder betalen dan de best betalende zuivelverwerker in Vlaanderen.Bourdeaudhui verwerpt de suggestie dat LDA in zwaar weer verkeert en ontkent dat het bedrijf zijn leden 1,5 euro per 100 liter minder zou hebben uitbetaald dan andere zuivelondernemingen. Hij benadrukt vooral de langetermijnvisie: “LDA schrijft gewoon zwarte cijfers. De afgelopen jaren – ook toen sommige Nederlandse zuivelverwerkers leveranciers moesten laten gaan – behoorden wij tot de betere betalers in Vlaanderen. Ook nu blijven we vertrouwen houden in de toekomst en houden we vast aan onze overtuiging dat kaas meer toegevoegde waarde biedt dan melkpoeder.”De vertegenwoordiger in Vlaanderen benadrukt dat ook andere zuivelverwerkers hun prijzen hebben verlaagd. “De internationale melkprijs staat gewoon onder druk,” zegt hij, wijzend op de dalende boternoteringen. “Dat is vaak een teken dat ook de melkprijs snel volgt.” Ska: &quot;Trots op wat we met LDA hebben bereikt&quot;Ska wilde tegenover VILT geen verdere uitleg geven over zijn vertrek bij LDA, maar bevestigt dat de gesprekken daarover al maanden aan de gang waren. “Het enige wat ik wil zeggen, is dat ik trots ben op wat we de voorbije jaren met LDA hebben bereikt.”In afwachting van de benoeming van een nieuwe algemeen directeur schuift LDA Benoît Hoscheit naar voren als waarnemend directeur. Hoscheit werkt al meer dan 20 jaar bij het bedrijf en is momenteel ook financieel directeur.In het voorbije decennium, toen LDA nog tot de best betalende melkerijen behoorde, wist de coöperatie enkele honderden Vlaamse melkveebedrijven aan zich te binden. Alleen al in West-Vlaanderen telt de Waalse zuivelcoöperatie inmiddels meer dan 300 leden-melkveehouders.</content>
            
            <updated>2025-09-01T16:46:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Hogere nettarieven fnuiken verduurzaming van de glastuinbouw"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hogere-net-tarieven-fnuiken-verduurzaming-van-de-glastuinbouw" />
            <id>https://vilt.be/57830</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De verhoging van de netkosten door de VREG heeft ongunstige gevolgen voor de elektrificatie in de glastuinbouw. Vooral het gebruik van e-boilers, die bij negatieve stroomprijzen elektriciteit van het net halen en omzetten in warmte voor serres, wordt hierdoor minder interessant. “Zo snijdt de overheid zichzelf in de vingers als het gaat om verduurzaming,” klinkt het kritisch vanuit de sector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="serre" />
                        <category term="glastuinbouw" />
                        <category term="groene energie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bbdb4020-65d6-4707-a617-0c9e02a5a0b1/full_width_belichteteelttomatenserre-belorta.jpg</image>
                                        <content>De afgelopen jaren golden e-boilers als hét sleutelwoord in de Vlaamse serreteelt. Ze zetten stroom om in warmte en bieden een alternatief voor de klassieke WKK-installaties die gas gebruiken om warmte en elektriciteit op te wekken. Daarmee zijn ze een belangrijk instrument in de verduurzaming van de sector. Daarnaast helpen de boilers het net stabiel te houden: netbeheerders Elia en Fluvius zetten ze in om overschotten van zon- en windenergie weg te werken. Telers ontvangen hiervoor een activatievergoeding.Tarief steeg tot wel 70 procentBuiten die vergoeding betalen tuinders ook zelf nettarieven op de stroom die ze van het net halen. Precies daar wringt het schoentje. Volgens Herman Marien, energie-expert bij wkk-coöperatie WOM, zijn de nettarieven het voorbije jaar fors gestegen. “Het gemiddelde tarief steeg met 30 procent, terwijl het maximumtarief zelfs met 70 procent toenam: van 59 naar 150 euro. Voor telers die de e-boiler slechts beperkt inzetten – minder dan zeven procent van de tijd – wordt meteen het maximumtarief aangerekend.” Volcontinu draaien is echter geen optie. “De elektriciteitsprijs ligt daarvoor te hoog. Misschien verandert dat in de toekomst, maar vandaag is dat financieel niet haalbaar”, aldus Marien. Vorig jaar was het gebruik van een e-boiler interessant bij een negatieve stroomprijs van 80 euro per megawattuur. Dit jaar is dat 150 euro geworden en dat komt minder vaak voor Door de hogere nettarieven is het gebruik van e-boilers minder interessant geworden. Vorig jaar werd het gebruik interessant bij een negatieve stroomprijs van 80 euro per megawattuur, dit jaar is dat 150 geworden en dat komt minder vaak voor”, aldus Marien.&amp;nbsp; Hij stelt dat hierdoor het gebruik van de e-boilers is teruggelopen van vijf à tien procent naar minder dan één procent. “En hierdoor is de terugverdientijd opgelopen van drie jaar vorig jaar tot meer dan zeven jaar nu.” Dat heeft volgens hem de interesse voor e-boilers bij serretelers sterk doen afnemen. Van no-brainer naar ingewikkelde rekensomDat beaamt ook Hanne Leirs, klimaatexpert bij Boerenbond. “Wat vroeger een no-brainer was, is vandaag een ingewikkelde rekensom. In sommige gevallen komt de teler zelfs tot de conclusie dat een e-boiler niet rendabel is,” zegt ze. Marien geeft aan dat de e-boilers hun intrede maakten in 2023 en vorig jaar veel geplaatst werden. Hij schat het totale vermogen in Vlaanderen op 150 megawatt, wat gelijk staat aan 50 windturbines op zee. “Vanaf dit jaar zien we dat de vraag naar e-boilers sterk is afgezwakt.”Dat is ook te horen bij de telers zelf. “In Vlaanderen zijn er gewoon te weinig momenten met voldoende hoge negatieve stroomprijzen. Voor ons bedrijf is het daarom twijfelachtig of een e-boiler rendabel is”, vertelt Jan Heulens die in Vremde, in de schaduw van Antwerpen, op zes hectare aubergines kweekt. Flexibiliteit op energiemarkt voor elk bedrijf cruciaalTomatenbedrijf Den Boschkant uit West-Vlaanderen, dat vorig jaar twee e-boilers van samen 2.400 kW installeerde, ervaart hetzelfde. Zaakvoerder Charlotte Wils is dan ook bijzonder kritisch over de hogere nettarieven: “Daardoor stijgt de kostprijs per kWh onnodig. Precies de groene stroom die beschikbaar is op momenten van overschot, zou zo efficiënt mogelijk moeten worden benut. De keuze om daarop extra nettarieven te heffen, werkt contraproductief en staat haaks op de klimaat- en energiedoelstellingen van de overheid.” De overheid streeft naar een CO2-reductie in de glastuinbouw, maar dit beleid werkt deze doelstelling net tegen Ook Boerenbond en WOM kaarten dit aan bij de Vlaamse overheid. “De overheid wil CO₂-uitstoot in de glastuinbouw verlagen, maar dit beleid werkt die doelstelling net tegen,” aldus Leirs.Ondanks de langere terugverdientijd houdt Den Boschkant vast aan de technologie. Het bedrijf plant zelfs de aankoop van twee extra boilers. “We blijven geloven in hun meerwaarde, omdat flexibiliteit op de energiemarkt in de toekomst cruciaal zal zijn voor elk bedrijf,” besluit Wils.</content>
            
            <updated>2025-09-01T22:24:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fitnesshype betekent forse push-up voor melkprijs]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fitnesshype-is-forse-pushup-voor-melkprijs" />
            <id>https://vilt.be/57831</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De prijs van rauwe melk is op tien jaar tijd nagenoeg verdubbeld. Daar zijn diverse redenen voor. Door de toenemende mondiale welvaart is de wereldwijde vraag naar zuivel gestegen, maar ook de fitnesshype speelt een niet te onderschatten rol. Wei, een bijproduct van kaas, werd lang vooral gebruikt in diervoeder. Vandaag is het een gegeerd hoofdingrediënt van proteïneshakes.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                        <category term="kaas" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="voeding" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ff79212b-cff4-41bf-b4d7-ca16fa5aa46e/full_width_man-3502830-1920.jpg</image>
                                        <content>Het hoeft niet te verbazen dat wei lange tijd werd gezien als een afvalproduct. Dit gelig, onwelriekend goedje dat bij de kaasproductie overblijft na het stremmen van de melk, zet niet aan tot eten. Voor sporters is het echter vloeibaar goud. Wei is een vetarme proteïnebron die geen gelijke kent. Eiwitbron voor sportersWe contacteren Ruben De Gendt, een Gentse sportarts, die op moment van schrijven renners begeleidt bij de Spaanse Vuelta. Ook hier wordt voor en na elke etappe weipoeder in maaltijden en drinkbussen gemengd om de spieren in topvorm te houden. Maar De Gendt ziet lang niet alleen professionals naar de wei grijpen. “Alle trainingsmethodieken die vroeger waren voorbehouden voor de nichesporter, worden nu door ook door amateurs gebruikt”, zegt hij. “En daar hoort natuurlijk voeding bij.”Waar wei bij professionals al zo’n twee decennia een begrip is, zullen vandaag zelfs de jongste fitnessboys de mond vol hebben van het product. “Vooral bij krachtsporten is wei populair en interessant, omdat het een supergoede bron van eiwitten is”, zegt De Gendt. “Maar ook bij uithoudingssporten is het interessant. Weiproteïne is gemakkelijk beschikbaar en goed opneembaar, en in poedervorm kan je het zowel in gerechten als shakes makkelijk verwerken. Als je dezelfde hoeveelheid eiwitten uit andere producten wil halen, zoals soja of andere groenten, dan moet je er al zeer veel van eten. Dat maakt het moeilijker om voldoende binnen te krijgen.”Wei heeft op zich een vrij vieze smaak, maar met de nodige smaakstoffen kan een proteïneshake best lekker zijn. De Gendt waarschuwt echter dat weishakes niet zomaar een vieruurtje zijn: het is onverstandig ze te consumeren als je geen sporter bent. “Als je je eiwitinname gaat verhogen, heb je daar best een reden voor, zegt hij. “Denk maar aan herstel van inspanningen of om meer spieropbouw te hebben. Maar als je dagelijks geen fysieke activiteiten doet die dit bevorderen, dan zullen die shakes alleen bijdragen tot extra calorieën en extra gewicht.” Van diervoer naar premiumproductDat wei zo’n forse populariteit kent, is de Belgische zuivelcoöperatie Milcobel niet ontgaan. Drie jaar geleden is het bedrijf een partnerschap aangegaan met het Deense Arla Foods Ingedriënts om wei hoogwaardig te vermarkten. De verwachtte meerprijs voor melk bedroeg toen tot één euro per hectoliter.Managing Director Premium Ingredients Francis Relaes staat mee aan het roer van de weirevolutie bij zuivelproducent Milcobel. &quot;Vroeger werd wei voornamelijk gezien als een restproduct en werd het vooral gebruikt als diervoeder&quot;, licht hij toe. &quot;In de laatste decennia is men echter meer gaan inzien dat wei rijk is aan hoogwaardige eiwitten en bioactieve componenten. Dankzij technologische vooruitgang kan wei vandaag worden verwerkt tot ingrediënten voor voeding, sportvoeding en farmaceutische toepassingen. Het is dus geëvolueerd van een &#039;bijproduct&#039; naar een waardevolle grondstof. Steeds meer wei wordt verwerkt in hoogwaardige toepassingen omdat die economisch aantrekkelijker zijn.&quot;&quot;Exacte verhoudingen verschillen per regio en markt, maar de trend is duidelijk: de menselijke voeding en farmaceutische toepassingen winnen terrein&quot;, zegt Relaes. &quot;Bij Milcobel gaat alle wei die ontstaat uit de productie van mozzarella naar toepassingen met een hogere valorisatie.&quot; Hoe wordt wei gemaakt?&quot;Bij het kaasmaken worden aan de melk zuursel en stremsel toegevoegd&quot;, legt Francis Relaes van Milcobel uit. &quot;Melk wordt zo omgezet in wrongel, een vast gedeelte, en wei, een vloeibaar gedeelte. Wei is dus de vloeistof die overblijft nadat melk is gestremd en de wrongel is afgescheiden bij de kaasbereiding. Bij mozzarella wordt de vaste wrongel gebruikt om de kaas te maken, terwijl de resterende vloeistof – de wei – veel waardevolle voedingsstoffen bevat, zoals lactose, eiwitten, mineralen en vitamines.&quot;Milcobel maakt onder meer vloeibare wei die traditioneel gebruikt wordt als diervoeder of verder verwerkt wordt tot ingrediënten. Een andere categorie zijn de Wei-eiwitconcentraten, ofwel WPC. Dit is het product dat onder meer door sporters gegeerd is. &quot;Deze ontstaan door ultra-filtratie en concentratie van de eiwitfractie&quot;, zegt Relaes. &quot;Deze bevatten meestal 35 tot 80 procent eiwit. Vandaar spreek je ook van WPC35 of WPC80. Milcobel produceert WPC80 voor Arla Foods Ingredients. Dit is weiproteïneconcentraat van premium kwaliteit dat gebruikt wordt in sportvoeding, farmaceutische toepassingen of babyvoeding.&quot; Ook steeds meer in klassieke voedingHoewel de groeiende fitness- en gezondheidsindustrie de vraag naar wei-eiwitten sterk heeft doen stijgen, benadrukt Relaes dat het lang niet alleen sporters zijn die de wei hebben ontdekt. Naast de sportshakes, -repen en -supplementen wordt wei ook steeds meer in klassieke voeding gebruikt, bijvoorbeeld als ingrediënt in bakkerij- en snackproducten. &quot;De laatste jaren is er een duidelijke verschuiving naar de markt van gezonde en functionele voeding, waar consumenten meer waarde hechten aan eiwitrijke producten&quot;, zegt hij. &quot;Eerder dan een fitnesshype, is het dus correcter te spreken van een &#039;high protein&#039;-trend. Die zie je niet enkel in sportmilieus, maar ook in voeding bijvoorbeeld of in voedingssupplementen voor senioren.&quot;Relaes merkt eveneens dat naast intensieve sporters, ook meer recreatieve fietsers, lopers en wandelaars proteïnerijke voedingsproducten opzoeken, net als senioren en baby&#039;s. &quot;De vraag naar babyvoeding is ook stijgende omwille van de toenemende wereldbevolking&quot;, zegt Relaes. &quot;Het is dus ook een gegeerd exportproduct.&quot;Grote spieren, grote melkprijzenDe weinoteringen op de internationale zuivelmarkt zijn de afgelopen jaren dan ook sterk gestegen, meldt Milcobel. En dat komt vooral door de toenemende vraag vanuit de sport- en voedingsindustrie wereldwijd. &quot;De prijs volgt, net als bij andere zuivelgrondstoffen, schommelingen afhankelijk van vraag en aanbod, maar de trend is positief&quot;, zegt Relaes. &quot;En als de noteringen voor wei hoger zijn, heeft dat ook een positieve weerslag op de melkprijs van de melkveehouders, toch voor die zuivelverwerkers die ook die wei-stroom aan een hogere valorisatie verwerken, zoals de WPC80 die Milcobel produceert samen met Arla Foods.&quot;&quot;Toch moet je voorzichtig zijn: de melkprijs wordt door veel factoren bepaald, zoals kaas- en boterprijzen, internationale markten, energie- en andere werkingskosten van het zuivelverwerkende bedrijf&quot;, nuanceert Relaes nog. &quot;De gezondheidsrage helpt dus mee om de waarde van melk te verhogen, maar is slechts één van de vele elementen die de uiteindelijke melkprijs beïnvloeden.&quot;</content>
            
            <updated>2025-09-04T14:35:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FAVV nog steeds op zoek naar oorzaak voedingsbacterie in woonzorgcentra]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/favv-zoekt-oorzaak-voedingsbacterie-in-woonzorgcentra-acht-personen-overleden" />
            <id>https://vilt.be/57832</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het FAVV blijft zoeken naar de infectiebron van een STEC-uitbraak in woonzorgcentra. Intussen zijn al acht personen overleden. STEC is een vorm van E.coli. Meestal verspreidt de infectie zich via besmette voeding. Volgens het Departement Zorg is er wellicht een besmet voedingsproduct langs de keukens van deze centra gecirculeerd, maar ondertussen zou er geen gevaar meer zijn voor nieuwe besmettingen via voeding.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/642f13be-5086-4d8c-9c91-0e9a0d5fd058/full_width_hands-4346328-1920.jpg</image>
                                        <content>In België zijn intussen al acht personen overleden aan een besmetting met de STEC-bacterie. Dat maken het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) en de regionale zorgagentschappen (AVIQ, Departement Zorg en Vivalis) maandag bekend. De besmettingen beperken zich niet tot één woonzorgcentrum. In heel Vlaanderen zijn er al minstens acht centra getroffen, maar ook twee centra in het Waalse Ottignies en een centrum in Jette in Brussel. De autoriteiten bevestigen dat zeven mensen in Vlaanderen en één in Wallonië overleden zijn. In totaal zijn er nog 63 rusthuisbewoners ziek (48 in Vlaanderen, 14 in Wallonië en 1 in Brussel).De besmettingen in Vlaanderen betreffen telkens hetzelfde type O157. In Wallonië en Brussel wordt nog onderzocht om welke stam het gaat. &quot;De bron van de besmetting is voedselgerelateerd en waarschijnlijk dezelfde als in Vlaanderen&quot;, vermoedt de Brusselse zorgdienst Vivalis. Een aantal mogelijke besmettingen met recentere ziekteklachten lijkt ons toe te schrijven aan besmettingen van mens op mens Geen nieuw gevaar&quot;In Vlaanderen tellen we intussen dus acht woonzorgcentra waar bewoners hoogstwaarschijnlijk door eenzelfde bron ziek zijn geworden&quot;, bevestigt Joris Moonens van het Departement Zorg. &quot;Ik wil benadrukken dat we momenteel geen indicaties hebben dat er nog nieuwe besmettingen opduiken door voedsel. Een aantal mogelijke besmettingen met recentere ziekteklachten lijkt ons toe te schrijven aan besmettingen van mens op mens.&quot;Het Departement Zorg blijft &quot;uiteraard heel waakzaam voor nieuwe meldingen&quot;, klinkt het nog.Complex onderzoekIn Wallonië is er naast de twee eerder vermelde woonzorgcentra ook nog één ander rusthuis waar bewoners met ziekteklachten kampen die kunnen wijzen op een STEC-besmetting. &quot;Maar er is nog geen bevestiging dat het hier om de STEC-bacterie gaat&quot;, zegt het FAVV, dat een intensief onderzoek voert naar de bron van de besmettingen.Het feit dat de besmettingen enkele weken geleden plaatsvonden, maakt het onderzoek volgens het FAVV des te meer complex. &quot;De inspecteurs gaan ter plaatse bij elk verdacht woonzorgcentrum om eventuele resten nog te kunnen meenemen voor analyse. Daarnaast wordt ook de voedselketen in kaart gebracht en gekeken naar gemeenschappelijke leveranciers en levensmiddelen. Op dit moment is het nog te vroeg in het onderzoek om al concrete pistes aan te duiden&quot;, klinkt het.Waar is de schuldige?STEC is een variant van E.coli en kan koorts, hoofdpijn en (bloederige) diarree veroorzaken. De bacterie wordt vaak via voeding overgedragen. Volgens de Franstalige nieuwszender RTL werken alle getroffen voorzieningen met dezelfde voedselleverancier. De EHEC-uitbraak in 2011 in Europa heeft ons geleerd dat we niet te snel in één richting mogen kijken. Toen werden tomaten en komkommers geviseerd, terwijl maanden later bleek dat de oorzaak lag bij kiemgroenten Het FAVV is echter voorzichtig om te snel conclusies te trekken. &quot;De uitbraak van 2011 van de E.coli-bacterie (EHEC) in Europa heeft ons geleerd dat we niet te snel in één richting mogen kijken”, zegt Hélène Bonte van FAVV. Toen werden tomaten en komkommers geviseerd, terwijl maanden later bleek dat de kiemgroenten werkelijk aan de bron lagen van de besmettingen.&quot;“Het Voedselagentschap is met man en macht aan het werk om de bron van de besmettingen te vinden, maar het is geen gemakkelijk onderzoek”, klinkt het nog. “Voor deze bacterie kunnen er tot wel negen dagen zitten tussen de besmetting en het vertonen van symptomen, daarna volgt dan ook eerst het onderzoek van artsen die de diagnose moeten stellen. Pas wanneer voeding als mogelijke bron wordt geïdentificeerd, start ons onderzoek v. We moeten hier zéér nauwkeurig te werk gaan”, aldus nog Bonte.</content>
            
            <updated>2025-09-01T18:19:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wolf slaat opnieuw toe in Oudsbergen: nu ook paard slachtoffer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wolf-slaat-opnieuw-toe-in-oudsbergen-nu-ook-paard-slachtoffer" />
            <id>https://vilt.be/57833</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het Limburgse Oudsbergen is opnieuw een hobbydier het slachtoffer geworden van een vermoedelijke wolvenaanval. Dit keer gaat het om een 26-jarig renpaard dat zware verwondingen opliep aan de bil en uiteindelijk moest worden geëuthanaseerd. “De wolf hoort niet thuis in een dichtbevolkt gebied als Vlaanderen”, reageert ABS op de recente aanvallen van de wolf op pony's, geiten en nu ook een paard.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                        <category term="Limburg" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee284c47-3055-43fd-99a8-814505bd624d/full_width_wolfaanvalpaard.png</image>
                                        <content>De aanval vond vermoedelijk plaats op vrijdag rond 15 uur, in Meeuwen, een deelgemeente van Oudsbergen. Tijdens het voedermoment trof de eigenaar het paard onrustig aan in de weide. Bij nader onderzoek ontdekte hij een diepe vleeswonde aan de bil. Een opgeroepen dierenarts stelde vast dat het om ernstige bijtwonden en klauwsporen ging, met een uitgescheurd stuk spier. “De verwondingen waren niet te genezen”, klinkt het aangeslagen bij de eigenaars. “Daarom hebben we de moeilijke beslissing moeten nemen om Job Des Vaux in te laten slapen.”Twijfel bij Natuur en BosHoewel de dierenarts meteen aan een wolvenaanval dacht, is er volgens Natuur en Bos nog geen sluitend bewijs. “Het paard heeft een wond aan de bil, maar er zijn geen directe sporen gevonden die wijzen op een wolf”, zegt woordvoerder Jeroen Denaeghel. “Op basis van de eerste vaststellingen kunnen we niet met zekerheid zeggen of een wolf verantwoordelijk is. Verder onderzoek moet uitsluitsel brengen.” Reeks aanvallen: “Waar stopt dit?”De aanval op Job Des Vaux is niet het eerste incident in de regio. In en rond Oudsbergen stierven eerder al minstens elf pony’s, geiten en schapen bij vermoedelijke wolvenaanvallen van de Limburgse wolvenroedel. De lokale bezorgdheid groeit.“Vorige week heeft het Wolf Fencing Team onze aanpalende geitenweide nog wolfwerend gemaakt”, vertellen de eigenaars. “Voor de paardenweide liep de procedure ook, maar jammer genoeg waren we te laat. We kozen er bewust voor om eerst de geiten te beschermen omdat ons werd gezegd dat wolven geen grote paarden aanvallen. Die zouden te sterk zijn. Maar blijkbaar is dat niet langer zo. Elf pony’s, drie geiten en nu ons groot paard... We voelen ons compleet in de steek gelaten. Waar stopt dit?” Kunnen ook grote dieren het slachtoffer worden?Volgens Jan Loos van de organisatie Welkom Wolf is het risico op een wolvenaanval vooral groot voor kleinere prooidieren zoals schapen, geiten en pony’s. Maar ook grotere dieren zijn niet volledig uitgesloten.“Bij grotere dieren is de kans kleiner, maar zeker niet onbestaande”, legt Loos uit. “Wolven richten zich in de regel op jongere, zwakke of gewonde dieren. In dit geval gaat het om een paard van 26 jaar, dat fysiek waarschijnlijk minder weerbaar was. Dat maakt zo’n dier alsnog kwetsbaar. Jaren geleden is er al eens een aanval geweest op een volwassen paard, maar die mislukte toen.”In Oudsbergen is de bezorgdheid intussen groot, en sommige inwoners uiten ook angst over de veiligheid van hun kinderen. Volgens Loos is die vrees ongegrond. “Wolven hebben geen interesse in mensen. Ze staan absoluut niet op het menu van de wolf.&quot; Crisisoverleg in Oudsbergen: nieuwe maatregelen aangekondigdDoor de aanhoudende incidenten en de groeiende onrust organiseerde minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) op vraag van de burgemeesters van Oudsbergen en Peer vorige week een spoedoverleg. Tijdens dat overleg, waaraan ook wolvenexperten, het provinciebestuur en buurtbewoners deelnamen, werden extra maatregelen aangekondigd.Het Wolf Fencing Team krijgt meer middelen en personeel zodat aanvragen voor wolfwerende omheiningen binnen een week afgehandeld kunnen worden. Ook worden tijdelijke ‘rescue kits’ – mobiele omheiningen – breder beschikbaar gesteld. De Vlaamse overheid neemt bovendien de kosten van kadaverophaling op zich en de vergunningsregels rond schuilhokken worden aangepast, zodat dieren ’s nachts beter beschermd kunnen worden.Daarnaast wordt onderzocht hoeveel wolven Vlaanderen aankan, met het oog op een evenwicht tussen natuurbescherming en leefbaarheid voor de mens. “We moeten die vraag durven stellen”, aldus minister Brouns. De aanwezigheid van wolven zorgt voor toenemende angst bij bewoners van het buitengebied ABS: &quot;Wolvenbeleid houdt onvoldoende rekening met Vlaamse situatie&quot;Het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) begrijpt de bezorgdheid van de eigenaars én van de bredere plattelandsbevolking. Volgens de organisatie hoort de wolf simpelweg niet thuis in een dichtbevolkt gebied als Vlaanderen.“De aanwezigheid van wolven zorgt voor toenemende angst bij bewoners van het buitengebied”, zegt voorzitter Bruno Vincent. “Niet alleen om hun hoeve- en hobbydieren, maar zelfs voor de veiligheid van hun kinderen. De voorgestelde oplossing – wolfwerende omheiningen – biedt geen absolute zekerheid. In de praktijk zien we steeds meer veehouders die hun dieren dag en nacht opsluiten, wat geen duurzame of wenselijke situatie is.”Daarnaast stelt ABS dat het huidige wolvenbeleid te sterk gebaseerd is op situaties in andere delen van Europa en onvoldoende rekening houdt met de unieke kenmerken van Vlaanderen. “Wat werkt in uitgestrekte, dunbevolkte natuurgebieden, is hier niet vanzelfsprekend. Vlaanderen is een dichtbevolkte regio waar mens en dier dicht op elkaar leven. Ons landschap laat zulke risico’s niet zomaar toe.”De organisatie pleit daarom voor een beleid op maat van Vlaanderen, met realistische en uitvoerbare maatregelen. “Het ongenoegen groeit. Als het beleid daar geen gehoor aan geeft, dreigt het draagvlak voor natuurbeheer te verdwijnen”, besluit Vincent.</content>
            
            <updated>2025-09-01T18:31:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoe aardappeloverschotten duurzaam inzetten in het rundveerantsoen?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoe-aardappeloverschotten-duurzaam-inzetten-in-het-rundveerantsoen" />
            <id>https://vilt.be/57834</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nu de aardappelprijs op de vrije markt gekelderd is en er door de industrie geen vraag is naar niet-gecontracteerde aardappelen, vragen veel landbouwers zich af waar ze met hun overtollige aardappelen terecht kunnen. “In tijden van overschot kunnen aardappelen worden ingezet in het rundveerantsoen”, klinkt het bij ILVO, Inagro en Boerenbond. “Het kan zelfs een interessante én duurzame optie zijn.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="voeder" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e7721cfb-fa8a-4b88-b6e1-7977814a76b9/full_width_ruwvoedermelkvee-hooibeekhoeve.jpg</image>
                                        <content>Voederwaardeprijs als graadmeterDoor hun hoge zetmeelgehalte hebben verse aardappelen een interessante voederwaardeprijs. Dat is een economische waarde die toegekend wordt aan veevoeder, op basis van de voedingsstoffen die het bevat. Voor aardappelen schommelt die tussen 37 en 75 procent, afhankelijk van de prijs die betaald wordt. Als het om 20 euro per ton gaat is die 37 procent, bij 40 euro per ton gaat het om 75 procent. Ter vergelijking: zetmeelrijke maïsproducten zoals maïsmeel, CCM (corn cob mix) en MKS (maïskolvenschroot) zitten tussen de 90 en 120 procent. Eigen kuilmaïs haalt een voederwaardeprijs van 62 procent. Eerder krachtvoeder dan ruwvoederDe onderzoekers van ILVO en Inagro waarschuwen er wel voor dat aardappelen, in tegenstelling tot de alternatieven die we net opgesomd hebben, geen ruwvoeder zijn en dus best worden ingezet als krachtvoeder. “Structuurtekort is het grootste risico en dat kan een daling van het melkvetgehalte als gevolg hebben bij melkkoeien”, luidt het. Een rantsoen heeft best een structuurwaarde van 1,1. De structuurwaarde van aardappelen bedraagt ongeveer 0,65 tot 0,75. Die van kuilgras schommelt tussen 2 en 4,1 en van kuilmaïs 1,5 tot 2,4. “Je kan aardappelen enkel gebruiken als vervanging van ruwvoeder als er voldoende gras of ander ruwvoeder beschikbaar is. We raden aan om de inpasbaarheid altijd te bespreken met je voederadviseur.”Toch raden de onderzoekers aan om aardappelen in de eerste plaats te gebruiken om krachtvoeder deels te vervangen. Vooral rantsoenen met kuilmaïs van vorig jaar komen vaak zetmeel tekort. Het is in die context dat aardappelen een interessante aanvulling zijn, stellen ze. Hun zetmeelaandeel is vergelijkbaar met maïsmeel of CCM. MKS bevat iets minder zetmeel. Bovendien waarschuwen ze ervoor dat het zetmeel in aardappelen bestendiger is waardoor het trager verteert en rustiger is in de pens. Dat is wel gunstig voor de pensgezondheid, maar het betekent ook dat aardappelen iets meer ruwvoeder verdringen. Opletten voor verstikking en vuile aardappelenRundveehouders die aardappelen in het rantsoen willen verwerken, moeten wel opletten voor een aantal zaken. Zo kan er verstikkingsgevaar ontstaan. Runderen kunnen gulzig eten waardoor een hele aardappel in de keel kan blijven steken. Aardappelen gesneden in de mengvoederwagen zijn vaak onvoldoende fijn, maar een voerbak met een bietenmes kan een oplossing bieden. Een ander aandachtspunt is dat de aardappelen voldoende vrij moeten zijn van aarde. Wassen is een optie, maar nadien kunnen ze nog slechts twee weken bewaard blijven. Wat wel kan helpen, is de aardappel droog uitrijden. Dan blijft de aanwezigheid van aarde vaak beperkt.Aardappelen in de graskuilOm de bewaring van aardappelen op langere termijn te garanderen, kunnen ze ingekuild worden. Vooral inkuilen met gras is een interessante optie. Het voordeel is ook dat najaarsgras en aardappelen elkaar in evenwicht houden als het gaat om de onbestendig eiwitbalans (OEB), dat zorgt voor meer pensenergie en een betere eiwitbenutting in de pens. “Zeker als je een aardappel-najaarsgraskuil kan combineren met een voorjaarskuil in het winterrantsoen, heb je als melkveehouder de versnellingspook in de hand om het rantsoen bij te sturen volgens de voederwaarde in de maïskuil”, klinkt het.Inagro, ILVO en Boerenbond raden aan om ongeveer 1.750 kilo aardappelen per hectare gras aan gemiddelde opbrengst in te kuilen. Die aardappelen moeten zo gelijkmatig mogelijk over de kuil verdeeld worden en dat kan wel enig berekeningswerk vragen. Bijkomend voordeel is dat de ingekuilde aardappelen niet moeten gemalen of gesneden worden. Dat blijkt uit onderzoek van ILVO dat in de jaren ’80 gebeurde. Wat wel nodig is, is dat de aardappelen vrij zijn van grond. Aardappelen in de maïskuilWorden de aardappelen ingekuild met maïs, dan is de nodige voorzichtigheid aangewezen. Dat is zeker nodig met maïs van dit jaar, die wellicht een gemiddeld betere kwaliteit en een hoger zetmeelgehalte zal hebben dan vorig jaar. Gecombineerd met aardappelen wordt dat een zetmeelrijke kuil en die wordt beter gecombineerd met kuilgras. Melkveehouders die een beperkte grasvoorraad hebben, moeten dus opletten dat het rantsoen niet té zetmeelrijk wordt.Daarom raden de onderzoekers aan om in de praktijk een verhouding van vijf kilo aardappelen per 25 kilo maïs te hanteren. Dat betekent dat je per hectare maïs met een opbrengst van 50 ton per hectare, ongeveer 10 ton aardappelen kan bijmengen. Al moet er ook gekeken worden naar de rijpheid van de maïs: hoe rijper, hoe bestendiger het zetmeel en aardappelen bevatten zelf ook veel bestendig zetmeel. Ook interessant voor vleesveeIn de afmestfase hebben vleesstieren en zoogkoeien nood aan een energierijk rantsoen, waarbij aardappelen een interessant en goedkoper alternatief voor krachtvoeder kunnen zijn. ILVO-onderzoek bij Belgisch witblauwe stieren toonde aan dat een rantsoen met 25 procent aan droge stof uit aardappelen, 60 procent aan droge stof uit krachtvoeder en 15 procent aan droge stof uit kuilmaïs leidt tot een iets betere groei en slachtrendement dan een klassiek rantsoen met 75 procent droge stof uit krachtvoeder en 25 procent droge stof uit kuilmaïs. Aardappelen stimuleren de voederopname, wat interessant is bij dikbillen door hun beperkte opnamecapaciteit. Ook bij zoogkoeien bleken aardappelen een interessante vervanger van krachtvoeder: ze drukten de kostprijs zonder negatieve effecten op groei, karkaskwaliteit of vleeskwaliteit.In de praktijk worden aardappelen best beperkt tot 25 procent van de droge stof, of 2 kilo per 100 kg lichaamsgewicht, met aandacht voor het totale zetmeelaandeel, voldoende structuur en een geleidelijke opbouw. De onderzoekers waarschuwen er wel nog voor dat te veel aardappelen aan het einde van de afmestperiode het risico verhogen op waterachtig vlees. In het VLAIO-LA traject KringLoopKoe werken ILVO, Inagro en Boerenbond samen aan het optimaliseren van nutriëntenkringlopen via het voeder. Landbouwers die begeleiding op maat willen om met aardappelen of andere circulaire voedermiddelen in het rantsoen aan de slag te gaan, kunnen bij ILVO en Inagro terecht voor begeleiding op maat.</content>
            
            <updated>2025-09-02T10:30:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Deadline uitrijden effluent vervroegd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/deadline-uitrijden-effluent-vervroegd" />
            <id>https://vilt.be/57835</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De uiterste datum voor het uitrijden van effluent met een lage stikstofinhoud is vervroegd naar 15 oktober. Vroeger was dat 31 oktober. Dat meldt VLM in een persbericht. Meststoffen worden in het najaar en de winter amper opgenomen, wat zorgt voor een groot risico op uitspoeling van nutriënten. In het gewijzigde mestdecreet is de uitrijregeling daarom aangepast voor effluent met lage stikstofinhoud (maximaal 0,6 kilogram stikstof per ton met attest).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a58bef0e-b860-4afa-8c8c-6cf2220fd7a3/full_width_handhaving-sg.jpg</image>
                                        <content>Naast de vervroegde deadline treden er na 1 september ook nog enkele andere regels in werking. Zowel voor grasland als akkerland is de hoeveelheid in de periode van 1 september tot en met 15 oktober beperkt tot 25 ton per hectare en maximaal 10 kilogram werkzame stikstof per hectare.Op akkerland kan men alleen nog bemesten op percelen waarop na een niet-nitraatgevoelige hoofdteelt uiterlijk op 15 september een vanggewas wordt ingezaaid. Bemesten na 31 augustus mag bovendien alleen als er een gewas aanwezig is of als er binnen de zeven dagen na bemesting een vanggewas wordt ingezaaid. Na 15 september mag bemesten dus alleen op het ingezaaide vanggewas.Tot slot gebeurt het vervoer altijd met een AGR-GPS-systeem. Dat wil zeggen: met de AGR-GPS-app of door een erkende mestvoerder.Verstrenging in 2026In 2026 zijn er minder mogelijkheden om effluent te spreiden. Het uitrijden mag vanaf 16 februari. Vroeger was dat vanaf 16 januari. Vanaf 1 september 2026 is het alleen toegelaten om effluent met lage stikstofinhoud te spreiden op zware kleigronden.Meer info over de nieuwe regelgeving vindt men in het schematische overzicht van de uitrijregeling op de website van de Vlaamse overheid. Effluent met lage stikstofinhoud werd ook toegevoegd aan de afdrukbare uitrijkalender. Een overzicht op maat kan men krijgen via de online uitrijtool.</content>
            
            <updated>2025-09-02T14:32:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nu ook perfecte storm in diepvriesgroentesector: "Brand Horafrost komt bovenop die moeilijke situatie"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/grote-onzekerheid-in-markt-van-industriegroente" />
            <id>https://vilt.be/57836</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na jaren van voorspoed gaat het de sector van de industriegroenten momenteel minder voor de wind. Al langer waren er signalen van een verzadigde markt door een slabakkende afzet. Daarbovenop verloor Horafrost, één van de grote Vlaamse verwerkers, een deel van zijn capaciteit na een zware brand. Het bedrijf riep overmacht in en kondigde aan dat telers een deel van hun gecontracteerde volume kwijt zijn. Hoeveel precies, blijft voorlopig onduidelijk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/125e5ce3-acdb-4066-86ec-5095e97a4468/full_width_bonengroente.jpg</image>
                                        <content>Industriële groentetelers Lieselot Demolder en Thijs Demaeght uit Esen, bij Diksmuide, haalden onlangs de landelijke media met hun weggeefactie van boontjes. Zij leveren aan Horafrost in Staden, maar door de brand in de nacht van 11 op 12 juli kon het diepvriesgroentebedrijf slechts een deel van hun bonenoogst verwerken.Begin augustus liet Horafrost weten dat twee van de vier productielijnen volledig vernield zijn. De overige twee lijnen draaien wel nog, aangevuld met een installatie bij zusterbedrijf Homifreez in Ardooie. Ook de koel- en opslagruimtes liepen schade op. In een brief van 4 augustus aan haar telers meldde de fabriek dat alle lopende contracten ontbonden worden. Tegelijk beloofde het bedrijf alles in het werk te stellen om alsnog een deel van de oogst af te nemen en te verwerken. Andere verwerkers om hulp vragen leverde niets op. “Iedereen kampt met een overschot aan groenten,” aldus directeur Stefaan Naeyaert. Horafrost: &quot;Flexibiliteit is weg door brand&quot;Een maand na de brand is er nog altijd veel onzekerheid. “We zouden graag duidelijkheid geven, maar dat is simpelweg onmogelijk. De oogst is voor een groot deel afhankelijk van het weer, maar met twee van de vier lijnen missen we een groot deel van onze flexibiliteit. Een lijn stilleggen om kleinere oogsten tussendoor te nemen kost ons te veel rendement,” zegt Naeyaert.Door de overmacht-clausule in de contracten krijgen boeren geen vergoeding voor de niet-geleverde groenten. Met de grootste productie in het verschiet in het najaar, zoals bloemkool en spruiten, bestaat er bij de telers veel onzekerheid over welke volumes de fabriek zal afnemen. Dat hangt voor een groot deel af van de oogstplanning. “Loopt een bloemkoolcampagne zes of twaalf weken? Dat maakt een wereld van verschil voor de rest van onze verwerkingscapaciteit&quot;, aldus Horafrost.Het bedrijf benadrukt dat het zijn best zal doen het leed zo goed en zo eerlijk mogelijk over de leveranciers te verdelen. “Uiteraard is dit voor alle telers een ramp en wij proberen alles in het werk te stellen om de schade te beperken&quot;, stelt Naeyaert. Volgens hem werd ongeveer 50 procent van het volume boontjes afgenomen, maar het mag duidelijk zijn dat dit voor alle teelten zal verschillen.  Niet-gecontracteerde volumes blijven op veld staanZolang er geen duidelijkheid komt over welke groenten aan welk volume afgenomen zullen worden, kunnen boeren weinig anders doen dan afwachten. Veel productie dreigt noodgedwongen op het veld te blijven staan. Maar dat is dit jaar niet alleen het geval voor Horafrost-leveranciers. Ook andere verwerkers halen nauwelijks of tegen sterk verminderde prijzen extra volumes bovenop de contracten op. Die gewassen blijven gewoon op het veld staan. “De vraag naar verwerkte groenten valt tegen, waardoor er overal een overschot is,” zegt Luc De Waele van telersvereniging Ingro.Stefaan Naeyaert spreekt van een “perfecte storm” waarbij verschillende zaken bij elkaar komen in de sector. “En tot overmaat van ramp is daar onze brand nog bij gekomen.” De directeur blijft niettemin vertrouwen houden in de toekomst van de groenteteelt in West-Vlaanderen. “We gaan proberen zo snel mogelijk een nieuwe fabriek te plaatsen.”</content>
            
            <updated>2025-09-02T17:58:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Extra commissie Leefmilieu over 'rode lijst' veebedrijven met hoogste stikstofimpact]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/extra-commissie-leefmilieu-over-rode-lijst-veebedrijven-met-hoogste-stikstofimpact" />
            <id>https://vilt.be/57837</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Komende maandag komt een extra commissie Leefmilieu bijeen in het Vlaams parlement over de lijst met landbouwbedrijven die piekbelasters zijn van stikstof zijn. Dat meldt Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA). De lijst telde aanvankelijk 41 bedrijven, maar na een herberekening en maandenlange onzekerheid verdwenen 30 bedrijven van de vroegere lijst. Diverse partijen vragen meer duidelijkheid over hoe men tot deze slotsom gekomen is.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Vlaamse Landmaatschappij" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dc16c336-98b5-41d7-bfaa-769264012c20/full_width_koeveeteeltweide.jpg</image>
                                        <content>Volgens Pieters kwam de vraag voor een extra zitting van N-VA, Groen, Vlaams Belang en van commissievoorzitter Lydia Peeters (Open Vld) zelf. &quot;Minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) communiceerde dat het aantal bedrijven op de lijst afnam van 41 naar 11, maar uit de informatie die hij later bezorgde, is onvoldoende duidelijk hoe hij daartoe komt&quot;, aldus Pieters.Een herberekening was nodig omdat de vroegere rode bedrijven werden geïdentificeerd op basis van gegevens uit 2015. In het stikstofdecreet werd een nieuwe berekenmethode afgesproken voor de piekbelasters, waarbij de impactscore berekend werd op de situatie van 2020, 2021 en 2022. Maar er is te weinig transparantie over hoe die berekening is verlopen, stellen diverse oppositiepartijen. Dat vinden ook de organisaties Bond Beter Leefmilieu en Natuurpunt.Opheldering gevraagdPieters heeft de berekeningsmethode opgevraagd bij Lydia Peeters die voorzitter is van de Commissie Leefmilieu, maar heeft die tot op vandaag niet ontvangen. “De minister heeft gezegd dat hij niets kan bezorgen en dat we, als wij opheldering wilden, een commissie moesten organiseren”, zegt Andy Pieters. Die commissie zal komende maandag dus plaatsvinden om 13 uur. Om de vraagstellers tegemoet te komen, heeft VLM begin vorige week een persbericht gelanceerd met bijkomende informatie over de berekeningsmethode, maar Pieters blijft op zijn honger zitten. “Wat we missen? De berekeningen zelf, natuurlijk. Welke parameters men gebruikt heeft. Die hebben we niet ontvangen. Bovendien is het de vraag of deze 11 bedrijven op de oorspronkelijke lijst van 41 stonden. Zijn er dus bedrijven bijgekomen, of niet? Ook dat is niet zo helder. En klopt het dat van de oorspronkelijke 41 al 20 bedrijven gestopt zijn? Want in dat geval is de daling vooral daaraan te wijten, en niet aan de herberekening. Het zijn deze zaken die we helder in kaart willen hebben, zodat we fatsoenlijk kunnen bekijken of we nog in lijn zitten richting de doelstellingen.”Stoppers spelen een rolIn haar communicatie wijst VLM er inderdaad op dat een aantal bedrijven sinds 2015 zijn gestopt, maar het precieze aantal wordt niet vermeld. Bovendien zouden verschillende bedrijven zijn ingegaan op het vrijwillig flankerend beleid en hebben ze hun veeteeltactiviteiten stopgezet of omgeschakeld, of ze hebben emissiereducerende technieken of PAS-maatregelen toegepast waardoor hun emissies sterk daalden. ​Anders dan in het verleden wordt een bedrijf met een impactscore van meer dan 50 procent immers niet meer automatisch verplicht tot sluiting.Wel rest nog de vraag of het stikstofdecreet en dus de basis van deze herberekening overeind blijft. Boerenbond stapte in augustus vorig jaar naar het Grondwettelijk Hof om het aan te vechten, nadat de Raad van State enkele kritische adviezen had gegeven. Die procedure loopt nog.De overgebleven piekbelasters zijn vier Oost-Vlaamse bedrijven, drie in Antwerpen, drie in Limburg en één in Vlaams-Brabant.</content>
            
            <updated>2025-09-02T14:38:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Grensboeren brengen kruidenier terug in het dorp met een rondreizende korteketencontainer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/grensboeren-brengen-kruidenier-terug-in-het-dorp-met-een-rondreizende-korteketencontainer" />
            <id>https://vilt.be/57838</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Plattelandsgemeenten verliezen in sneltempo hun bakker, café of de plaatselijke kruidenier. Een groep Vlaamse en Nederlandse grensboeren springt in dat gat en brengt met een rondreizende streekproductencontainer de supermarkt terug in diverse gemeenten van grenspark Groot Saeftinghe.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6134bd59-b761-4285-9683-e4cef58e6890/full_width_mobiele-streekcontainer2.jpg</image>
                                        <content>In aanwezigheid van tientallen genodigden heeft de Vlaamse landbouwer Alexander Cerpentier&amp;nbsp;van de Arenberghoeve uit Kieldrecht een streekproductencontainer in Grenspark Groot Saeftinghe officieel geopend. De container, die is gevuld met streekproducten van diverse lokale boeren, zal wisselend aanwezig zijn op diverse locaties in het grenspark dat zich uitstrekt over Nederland en België.De onbemande containerwinkel, gebouwd in een zeecontainer, is een initiatief van de grensoverschrijdende “Coöperatie Grenspark Groot Saeftinghe&amp;nbsp;Smaekt” waar ook Cerpentier deel van uitmaakt. “In de huidige container bieden 17 boeren lokale producten aan”, aldus Cerpentier die er zelf aardappelen, lamsstoofvlees en vol-au-vent te koop aanbiedt. Daarnaast kunnen er jam, eieren, zuivel en andere seizoensgebonden streekproducten gekocht worden op elk moment van de dag. Elke boer vult eigen schap aanDe container bevat verschillende koelkluisjes voor de deelnemende boeren. Zij krijgen digitaal een signaal als de voorraad opraakt zodat ze die zelf kunnen aanvullen. “Alle neuzen in dezelfde richting krijgen, was één van de grootste uitdagingen van het project”, vertelt een trotse Cerpentier bij de onthulling van de container die al enkele maanden proefdraaide.Het project kreeg financiële steun van de Provincie Zeeland en staat dan ook op Nederlands grondgebied, bij de Mariahoeve op de Koninginnenstraat 4 in Emmadorp. De container zal diverse locaties in het Grenspark Groot Saeftinghe aandoen. Volgens de wetgeving mag de container onbeperkt op boerenerven staan, omdat hij mobiel is. Op openbare locaties is een periode van acht weken toegestaan. “Op termijn zal de container zeker af en toe de grens met Vlaanderen oversteken”, aldus Cerpentier. &quot;Streekproducten interessant voor toeristen&quot;Behalve de lokale dorpsbewoners hopen de deelnemende boeren ook te kunnen profiteren van de groeiende toeristenpopulatie die het park aandoet. Cerpentier speelde hier in het verleden al eerder op in door te starten met een B&amp;amp;B. Met de rondreizende korteketenwinkel hoopt de schapenhouder-akkerbouwer ook zijn hoeveproducten beter te kunnen vermarkten. “Al is het niet de bedoeling om grote hoeveelheden te verkopen”, benadrukt hij.Volgens de Vlaming is de start van de container goed verlopen. “Het is nog een proefproject, maar het slaat al goed aan. De provincie Zeeland heeft zelfs gevraagd om een tweede winkel in te richten. Al is dat op dit ogenblik nog wat voorbarig”, stelt hij. Mobiele hoevewinkel moeilijker te realiseren in VlaanderenHoewel het om een Nederlands project gaat, volgt het Steunpunt Korte Keten de korteketencontainer met veel interesse op. &quot;Eén van de sleutels voor het opschalen van de korte keten ligt zeker in samenwerking tussen ondernemers in de uitwisseling van producten zodat klanten (B2C en B2B) één aanspreekpunt of kanaal hebben voor hun korteketenaankopen”, stelt Ann Detelder, coördinator van het steunpunt. Ze merkt wel op dat de uitrol van een gelijkaardig initiatief in Vlaanderen moeilijker ligt. &quot;Producten verzamelen op één punt is in Vlaanderen geen sinecure want dit wordt niet aanzien als een landbouwactiviteit. Een dergelijke activiteit moet in principe in een kmo-zone gebeuren. De vraag is ook wie dat daar gaat beheren of financieren”, stelt zij. “En wil je als boer een breed aanbod van producten aanbieden, dan stelt de wetgever dat 60 procent van je productgamma eigen producten moeten zijn”, besluit ze.</content>
            
            <updated>2025-09-02T20:08:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europa wil PFAS-ban op consumentenproducten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europa-wil-pfas-ban-op-consumentenproducten" />
            <id>https://vilt.be/57839</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Zweedse Europees Commissaris voor Milieu, Waterbestendigheid en een Competitieve Circulaire Economie, Jessika Roswall, werkt aan een Europees verbod op PFAS in consumentenproducten. Dat zei ze dinsdag bij een bezoek aan Zwijndrecht, waar ze de zwaar vervuilde zone rond de 3M-site bezocht. Die mededeling kwam er kort na de bekendmaking dat de Belgische industrie nog ruim 8.000 ton geïmporteerde PFAS gebruikt, vooral bij de productie van medische apparaten en textiel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="PFOS" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/92c324fc-7ca4-4920-9dcb-88b93bc20d4a/full_width_pfos-3m-zwijndrecht-antwerpen-1250.jpg?t=1630334678</image>
                                        <content>Er gelden al beperkingen voor onder meer pizzadozen, textiel en blusschuim, maar volgens Roswall blijft bijkomende actie nodig. &quot;Wat me vooral opviel, is de urgentie waarmee we moeten handelen,&quot; zei de eurocommissaris na afloop van een rondetafelgesprek met PFAS-experts. De import van door PFAS vervuilde producten in Europa is zo een aandachtspunt. &quot;Onze industrieën moeten aan strenge normen voldoen. We moeten vermijden dat schadelijke stoffen via ingevoerde producten toch op de Europese markt belanden,&quot; aldus Roswall. Voor toepassingen zonder alternatief, zoals in de medische sector, pleit ze voor strikt emissiebeheer en veilige productie zonder afvalvervuiling. Wat is PFAS?PFAS is een verzamelnaam voor meer dan 10.000 verschillende chemicaliën die water, vet en vuil afstoten. Daarom worden ze vaak gebruikt in consumentenproducten en industriële toepassingen. PFAS zijn echter ook schadelijk voor mens en omgeving. De &quot;forever chemicals&quot; zijn in zowat alle Belgische waterlopen aangetroffen, over heel Europa zijn meer dan 23.000 sites ermee vervuild. De Europese Commissie werkt intussen aan een herziening van de REACH-verordening, die dateert van 2007. REACH staat voor registratie, evaluatie, autorisatie en beperking van chemische stoffen. Het doel is de wetgeving te moderniseren, te vereenvoudigen en sneller beslissingen te kunnen nemen, met een sterkere bescherming van gezondheid en milieu.Op de fietsbrug in Zwijndrecht met zicht op de 3M-fabriek kreeg de EU-commissaris uitleg over de vervuiling, de meetinstrumenten en de sanering. 440.000 ton vervuilde grond zal worden afgevoerd en vervangen. Die werken, die minstens vijf jaar duren, starten vermoedelijk in de zomer van 2026, na de bouw van een brug over de E34. We moeten naar een uniforme norm in heel Europa, met een gelijk speelveld Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v), die de commissaris heeft vergezeld bij het 3M-bezoek, pleit mee voor een uniforme Europese regelgeving. &quot;Het kan niet dat de PFAS-normen verschillen van land tot land. Burgers begrijpen dat niet. We moeten naar een uniforme norm in heel Europa, met een gelijk speelveld&quot;, stelde hij. Beperking of totaalverbod?Die norm mag voor sommigen gerust een totaalverbod worden. Ruim 27.000 Belgen dringen in een petitie van Bond Beter Leefmilieu, Canopea, de mutualiteiten en 90 andere organisaties aan om PFAS in België en Europa over de hele lijn te verbieden. De organisaties hebben de petitie dinsdagochtend hebben overhandigd aan federaal minister van Klimaat Jean-Luc Crucke (Les Engagés). Crucke wil niet alleen wachten op Europa en onderzoekt daarom ook welke maatregelen er op korte termijn op nationaal niveau genomen kunnen worden door de federale regering.Volgens Bond Beter Leefmilieu en de overige ondertekenaars moet de federale regering actie ondernemen om de omslag te maken naar onschadelijke alternatieven voor PFAS. &quot;De brede steun voor de petitie toont aan dat burgers bezorgd zijn en daadkrachtig beleid willen. De chemische sector kan en moet inzetten op veiligere en duurzamere alternatieven&quot;, zeggen de initiatiefnemers van de petitie. &quot;Die zogenaamde &#039;forever chemicals&#039; vervuilen de lucht, het water en de bodem. Ze stapelen zich op in planten, dieren en zelfs in ons lichaam. Eenmaal aanwezig, breken PFAS nauwelijks nog af en toch verspreidde de industrie ze aan de lopende band.” De PFAS-kraan moet dringend dicht. Veilige alternatieven bestaan al, alleen daadkrachtig beleid ontbreekt De krachten achter de petitie willen dat België een voortrekkersrol speelt in het uitvaardigen van een verbod op Europees niveau, terwijl de federale regering werk moet maken van een nationaal uitfaseringsplan. &quot;De PFAS-kraan moet dringend dicht. Veilige alternatieven bestaan al, alleen daadkrachtig beleid ontbreekt. Dat is wat meer dan 27.000 burgers nu eisen&quot;, duidt Inès Martin, beleidsexperte bodem- en waterkwaliteit bij Bond Beter Leefmilieu.&quot;Onze gezondheid verdient bescherming, voor de huidige en toekomstige generaties. PFAS vormen een gezondheidsrisico en hebben een groot kostenplaatje voor onze samenleving, zeker in de gezondheidszorg&quot;, zegt nog Ann Morissens, voorzitster van de intermutualistische werkgroep Milieu en Gezondheid.Minister overweegt eigen maatregelenMinister Crucke benadrukt dat de vraag niet in dovemansoren valt. &quot;Ik begrijp heel goed de bezorgdheden van burgers en organisaties over PFAS. We moeten hier dus dringend en ernstig mee omgaan&quot;, aldus minister Crucke, die zijn administratie de opdracht heeft gegeven om op korte termijn te onderzoeken welke federale maatregelen reeds genomen kunnen worden zonder op Europa te wachten. &quot;Ik zal de regering in de komende weken een voorstel voorleggen over onder meer een verbod voor bepaalde productcategorieën die op de Belgische markt komen.&quot; Crucke herinnert eraan dat de Europese Unie al bezig is met het uitwerken van een universeel verbod. &quot;Maar als dat te traag zou zijn, zullen we zelf handelen.&quot; PFAS-importIntussen blijft de Belgische industrie grootimporteur van PFAS. Jaarlijks gaat het om ruim 8.000 ton, vooral bij de productie van medische apparaten en textiel. Dat meldt De Standaard op basis van cijfers van de FOD Economie.Dat we zoveel PFAS importeren, komt ten dele omdat 3M in Zwijndrecht zijn PFAS-productie heeft stopgezet. Nadat bleek dat de ruime omgeving van de fabriek vervuild was, worden de chemicaliën niet langer op Belgische bodem geproduceerd, maar de vraag naar dit soort chemicaliën blijft. De omvang van het PFAS-gebruik in ons land raamde de federale overheidsdienst Economie eind 2023 op 8.300 ton. Naast onze Europese buren zijn ook VS en China belangrijke leveranciers.Ook de landbouwsector is gelinkt aan het PFAS-verhaal. Zo komen PFAS ook voor in sommige gewasbeschermingsmiddelen, maar volgens experten is er een verschil tussen de stoffen die vrijkwamen tijdens industriële processen in het verleden en de stoffen die vandaag gebruikt worden in de landbouw. “Bij correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen vormen deze stoffen een beperkt risico voor mens en milieu”, staat ook te lezen op de website van de FOD Volksgezondheid. Daarnaast ondervinden sommige landbouwers ook verregaande gevolgen van met PFAS vervuilde gronden. Zo betaalde 3M eerder dit jaar 1,3 miljoen euro schadevergoeding voor de schade die land- en tuinbouwers in 2024 hebben geleden als gevolg van de PFAS-verontreiniging.</content>
            
            <updated>2025-09-02T16:40:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Varkens eerste aan beurt voor Vlaams dierenwelzijnslabel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/varkens-eerste-aan-beurt-voor-vlaams-dierenwelzijnslabel" />
            <id>https://vilt.be/57840</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) heeft de eerste concrete plannen klaar voor een Vlaams dierenwelzijnslabel. Dit label moet aan Vlaamse consumenten duidelijk maken of een producent dierenwelzijn hoger in het vaandel draagt dan de wettelijke minimumvereisten. Het label “Beter voor Dieren” zal eerst worden ingevoerd voor varkensvlees, later volgen de pluimvee- en rundveesector. Het label zal eind dit jaar opduiken in de winkelrekken, meldt Weyts.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="consument" />
                        <category term="supermarkt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dcecc505-e8eb-438f-b985-9e0ad13278f0/full_width_varkenbig.jpg</image>
                                        <content>Vlamingen raken vandaag niet wijs uit de wildgroei aan welzijns- en kwaliteitslabels. Dat blijkt uit een bevraging bij 2.000 Vlamingen, in opdracht van het ministerie. Nog geen 40 procent van de mensen heeft al een diervriendelijk label opgemerkt tijdens het winkelen. Dit terwijl 86 procent van alle mensen die zo&#039;n diervriendelijk label gezien hebben, aangeven er rekening mee te houden. Volgens Weyts zal een eerste officieel Vlaams dierenwelzijnslabel duidelijkheid scheppen in de winkelrekken, en dus ook het aankoopgedrag sturen. “Hoe meer kennis over dierenwelzijn, hoe minder dierenleed”, stelt de minister. “Vlamingen willen diervriendelijke keuzes maken, zelfs in de supermarkt, maar dan hebben ze daar correcte informatie voor nodig”. Vlamingen willen diervriendelijke keuzes maken, zelfs in de supermarkt, maar dan hebben ze daar correcte informatie voor nodig Er komt eerst een label, dat &#039;Beter voor Dieren&#039; zal heten, voor varkensvlees, later volgen de pluimvee- en rundveesector. Het label wordt ontwikkeld voor alle diersoorten en is bedoeld voor Belgische producenten. Dat wil zeggen: dieren die geboren, gehouden en geslacht zijn in België.Sector en wetenschap denken meeDe criteria van het &#039;Beter voor Dieren&#039;-label voor varkens werden opgesteld op basis van een benchmark van dierenwelzijnscriteria uit bestaande lastenboeken in België (BePork Welfare) en Nederland (Beter Leven-keurmerk). Dat meldt Michaël Devoldere, woordvoerder van Ben Weyts. &quot;Drie adviescomités - een wetenschappelijk, een maatschappelijk en een sectorcomité - zullen telkens de voorstellen voor de ‘Beter voor Dieren’-criteria beoordelen en hierover advies verstrekken. De definitieve criteria zullen integraal gepubliceerd worden om maximale transparantie te garanderen.”“Er wordt ook gestreefd naar uitwisselbaarheid met labels en hun criteria in andere landen zoals Nederland, Duitsland en Frankrijk om harmonisatie binnen de Europese markt te bevorderen”, zegt Devoldere nog. Vlaanderen zou zo een voortrekkersrol moeten spelen voor andere Europese landen en er ook de eigen sector inspireren. “Als het label succesvol is, zullen er meer veehouders aansluiten en zal de Vlaamse veehouderij nog diervriendelijker worden”, stelt Devoldere. Via het label op de verpakking zullen consumenten direct kunnen zien welke producent extra inspanningen levert voor dierenwelzijn bovenop de wettelijke vereisten Deelnemen aan het label blijft voor de duidelijkheid wel vrijwillig. &amp;nbsp;De controle en handhaving van de voorwaarden verbonden aan het label zullen gebeuren via een samenwerkingsovereenkomst met Belpork vzw en OCI’s (een onafhankelijke derde partij die het autocontrolesysteem van operatoren beoordeeld, red.) “Er wordt een onafhankelijke kostenanalyse uitgevoerd om de financiële impact van elk bovenwettelijk dierenwelzijnscriterium te berekenen”, geeft Devoldere nog mee. “Consumenten zullen direct kunnen zien welke producent extra inspanningen levert voor dierenwelzijn bovenop de wettelijke vereisten via het label op de verpakking. Verdere informatie kan bekendgemaakt worden zodra alles definitief is.”Wil de consument meer betalen voor diervriendelijkheid?Binnen de dierlijke sectoren wordt vaak gezegd dat consumenten vooral in enquêtes hun dierenhart tonen, maar minder in de praktijk. Wanneer diervriendelijke producten gepaard gaan met een hogere prijs, laten veel consumenten hun idealen varen. Dit wordt deels weerspiegeld in de jaarlijkse consumentenbevragingen van VLAM. In de Vleestracking van 2025 zegt slechts 50 procent bereid te zijn om een meerprijs te betalen voor vlees dat diervriendelijk geproduceerd werd, wat minder is dan het jaar daarvoor. In diezelfde bevraging geeft 62 procent wel aan het dierenwelzijnslabel een waardevol idee te vinden.Volgens VLAM is de hoofdbekommernis van consumenten dat de dieren respectvol worden behandeld, gehouden en geslacht, en in een zo natuurlijk mogelijke omgeving kunnen leven. Daarmee doelen ze op voldoende ruimte, zonlicht en buitenlucht, zodat de dieren natuurlijk gedrag kunnen stellen. Ook worden ze liefst niet te jong geslacht. VLAM wijst er ook op dat aandacht voor dierenwelzijn leidt tot betere vleeskwaliteit en –smaak.Wat het label betreft, zegt VLAM dat er vooral duidelijke en transparante info moet worden gegeven over de controles, met duidelijke en objectieve criteria waaraan de producenten moeten voldoen. Bovendien moeten de labels duidelijk en visueel bondig zijn en makkelijk te begrijpen voor de consument.</content>
            
            <updated>2025-09-02T17:47:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Griekse fraude met landbouwsubsidies groter dan gedacht: mogelijk 23 miljoen onterecht uitbetaald]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/griekse-fraude-met-landbouwsubsidies-groter-dan-gedacht-mogelijk-23-miljoen-onterecht-uitbetaald" />
            <id>https://vilt.be/57841</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het onderzoek naar grootschalige fraude met landbouwsubsidies in Griekenland draait om een totaalbedrag van minstens 22,7 miljoen euro. Dat heeft minister van Burgerbescherming Michalis Chrysochoidis bekendgemaakt. De fraude leidde eerder al tot een miljoenenboete voor Griekenland en het ontslag van een minister. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a047f541-b1bf-455c-8130-84b737317cb7/full_width_griekenland-platteland.jpg</image>
                                        <content>De Griekse afdeling van het Europese parket startte een aantal maanden geleden een onderzoek naar mogelijke fraude met subsidies bij de Griekse landbouwadministratie en haar betaalorgaan OPEKEPE. Daarbij werden documenten en elektronische dragers in beslag genomen.Ruim 1.000 onterechte aanvragenOok de Griekse autoriteiten zelf zijn intussen een onderzoek gestart. Daaruit blijkt dat al 6.354 aanvragen uit de periode 2019-2024 onderzocht zijn. Ruim 1.000 aanvragen bleken onterecht, omdat ze gebaseerd waren op valse eigendomsverklaringen, aldus de minister. In totaal zou zo bijna 23 miljoen euro aan subsidies zijn uitbetaald aan fraudeurs.Daarmee deint het schandaal verder uit. In maart 2024 werd Griekenland op de hoogte gebracht van de fraude door de Europese antifraudedienst. In een rapport beschreef de antifraudedienst dat zowat 100 personen zes jaar lang systematisch Europese steun hadden opgestreken voor landbouwgronden die ze niet bezaten of voor landbouwmaatregelen die nooit werden uitgevoerd.In juni dit jaar legde de Europese Commissie Griekenland een boete op van bijna 400 miljoen euro omdat het betalingen had gedaan zonder voldoende eigendomsbewijs te vragen of controles ter plaatse uit te voeren. De Commissie sprak van systematische tekortkomingen en dreigt de landbouwsteun in de komende jaren met vijf procent terug te schroeven.Bewust onder de mat geschovenHet schandaal leidde in Griekenland eerder al tot het ontslag van een minister en drie viceministers en tot de ontbinding van OPEKEPE, het overheidsagentschap dat de Europese landbouwsteun uitbetaalde. Dat agentschap stond onder toezicht van het ministerie van Landbouw en betaalde jaarlijks drie miljard euro uit aan zowat 900.000 boeren. OPEKEPE zou een interne auditor aan de kant hebben geschoven toen ze het gesjoemel ontdekte. Toen de zaak verder werd onderzocht, probeerde ook de toenmalige minister van Landbouw meermaals het onderzoek te blokkeren.</content>
            
            <updated>2025-09-02T20:06:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Geen drinkwater uit Nederlandse Maas door vervuiling propamocarb in Wallonië]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geen-drinkwater-uit-nederlandse-maas-door-vervuiling-waalse-boeren" />
            <id>https://vilt.be/57842</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De drinkwaterwinning in de Nederlandse Maas wordt verhinderd door vervuiling in Wallonië. Dat meldt de Nederlandse drinkwatermaatschappij WML. De verontreiniging wordt vooral veroorzaakt door te hoge concentraties van het bestrijdingsmiddel Propamocarb. WML vraagt om drinkwaterbronnen beter te beschermen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="water" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/04b2a099-a4ec-40f7-a4ed-52b962057dc1/full_width_leidingwater-kraantjeswater.jpg</image>
                                        <content>Propamocarb is een fungicide dat gebruikt wordt in de aardappelen voor de plaagbestrijding en ziektebestrijding in diverse groenten. De precieze oorsprong van de verontreiniging is nog niet gekend, maar de lozingen zijn volgens WML gebeurd ten zuiden van Luik, tussen sluis Flemalle en Outremeuse. Het is nog niet duidelijk of dit gebeurd is door landbouwers of een andere gebruiker van Propamocarb. Volgens Ellen Pauwelyn van Inagro kan dergelijke verontreiniging ontstaan door puntvervuiling. “Bijvoorbeeld vermorsingen met het product tijdens het vullen van het spuittoestel of reinigingswater van het spuittoestel dat in de riolering of waterloop terechtkomt”, duidt ze. “Puntvervuiling kan vermeden worden door te vullen en reinigen op het veld of op een ingerichte vul- en spoelplaats waar vermorsingen en reinigingswater worden opgevangen. Het opgevangen restwater kan dan gezuiverd worden met een zuiveringssysteem zoals een biofilter of fytobak.”Anderzijds kunnen gewasbeschermingsmiddelen ook in de waterloop terechtkomen door drift of afspoeling van de velden na een hevige regenbui. “Ik weet niet wanneer de vervuiling plaatsvond en of het kort voordien hevig regende om na te gaan of dit een mogelijke verklaring kan zijn in dit geval”, zegt Pauwelyn. “Om drift te vermijden zijn driftreducerende doppen of technieken en bufferzones een oplossing. Om afspoeling te vermijden is het belangrijk om erosiemaatregelen te nemen op erosiegevoelige velden.” Nederland wil betere bescherming drinkwaterbronnenDoor de verontreiniging kan WML al een maand geen water uit de Maas onttrekken. Onderzoek in samenwerking met Rijkswaterstaat wijst erop dat de vervuiling afkomstig is uit Wallonië. &quot;Deze situatie onderstreept het belang van betere bescherming van de drinkwaterbronnen,&quot; aldus Joyce Nelissen, directeur-bestuurder WML. &quot;De kwaliteit van de bronnen staat onder druk, wat steeds meer inspanningen en investeringen vereist om drinkwater van hoge kwaliteit te kunnen blijven leveren. Of zelfs het water tijdelijk helemaal niet meer bruikbaar is, zoals nu het geval is met de Maas.”Dat de waterverontreiniging in Wallonië zelfs in Nederland nog gevolgen heeft, is geen verrassing voor Sigrid Maebe van Belplant, de sectorfederatie voor gewasbescherming. “De normen voor gewasbeschermingsmiddelen in drinkwater zijn zeer streng”, zegt ze. “De drinkwaternorm voor een middel is 0,1 microgram per liter. Dat komt overeen met 0,1 gram per miljoen liter, die in het water ‘mag’ zitten. Dat wil zeggen dat een klontje suiker in een olympisch zwembad al gemeten kan worden. De vervuiling hoeft dus niet veel volume te hebben om toch nog gemeten te worden, kilometers verder.” Drinkwaterreserves vangen tekort opWML pleit, net als andere drinkwaterbedrijven, al langer voor meer aandacht voor (internationale) bronbescherming. Nederland voelt nu immers de gevolgen van Belgische vervuiling. Al stroomt er in Nederland wel nog steeds water uit de kraan. Voorlopig kan het bedrijf nog gebruikmaken van Maaswater dat vóór de vervuiling werd opgeslagen in voorraadbekkens. Mocht het opgeslagen water niet meer voldoende zijn, dan schakelt WML volledig over op grondwater. Door deze reserves en de mogelijkheid om tussen bronnen te wisselen, blijft de drinkwatervoorziening voor inwoners en bedrijven gegarandeerd.Belplant geeft nog mee dat het de gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen ondersteunt om verspreiding in het milieu en in het bijzonder het water te voorkomen. Eén zo’n hulpmiddel is de online tool Fyteauscan.be. Daar worden mogelijke knelpunten op het bedrijf opgelijst om zo de risico’s op vervuiling absoluut te minimaliseren. “Daarnaast leggen de overheden diverse verplichtingen op, zoals de keuring van spuittoestellen en het gebruik van drift-reducerende technieken”, zegt Maebe. “Bovendien moeten gebruikers van professionele middelen beschikken over een kenniscertificaat of fytolicentie.”</content>
            
            <updated>2025-09-04T13:13:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van brood tot bioplastic: voedselreststromen krijgen nieuw leven in Antwerpen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-brood-tot-bioplastic-voedselreststromen-krijgen-nieuw-leven-in-antwerpen" />
            <id>https://vilt.be/57843</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wat vandaag overschot is in de bakkerij, supermarkt of zuivelverwerking, kan morgen de basis zijn van een verpakking. Het Israëlische bedrijf TripleW opent in de Antwerpse haven de eerste commerciële fabriek ter wereld die bioplastic maakt uit voedselafval.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="afval" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b3929b2d-0bf7-4b67-acd1-d792bd181eba/full_width_oncobrood-kareldegrotehogeschool.jpg</image>
                                        <content>Met een investering van 100 miljoen euro wil TripleW tegen 2027 dagelijks 300 ton reststromen verwerken. Voor de Vlaamse agrovoedingssector betekent dat een stabiele en waardevolle bestemming voor producten die anders vaak in de verbrandingsoven eindigen. Deze verpakkingen in bioplastic zien en voelen hetzelfde aan als klassiek plastic. Het verschil zit in de oorsprong van de grondstof én in de veel lagere ecologische voetafdruk.Nieuwe bestemming voor lokale reststromenTot nu toe werd bioplastic vooral gemaakt uit ingevoerde landbouwgewassen zoals suikerriet en maïs. TripleW schakelt nu over naar Belgisch voedselafval, rechtstreeks afkomstig van bakkerijen, supermarkten en de zuivelindustrie. “Wij maken het eerste commerciële bioplastic ter wereld dat volledig uit voedselafval wordt geproduceerd,” zegt CEO Tal Shapira. “Zo tonen we dat duurzaamheid en industriële schaal perfect samengaan.”Van proeffabriek naar industriële schaalSinds april draait in het NextGen-district in de Antwerpse haven al een proeffabriek die tien ton per dag omzet naar melkzuur, de basis voor bioplastic. De geplande fabriek zal dat opschalen naar 300 ton per dag – een enorme extra afzetmarkt voor reststromen uit de Vlaamse voedingssector.Volgens TripleW ligt de CO₂-uitstoot tot 75 procent lager dan bij conventioneel plastic. Afval wordt zo een volwaardige grondstof, met een hogere waarde dan compost of biogas.Economische en circulaire kansenDe komst van TripleW creëert niet alleen nieuwe jobs in de haven, maar ook samenwerkingskansen voor de agrovoedingssector. Reststromen die vandaag weinig opleveren, krijgen een duurzame en lokale verwerkingsroute.Hoewel bioplastic voorlopig duurder blijft dan fossiele plastics, ziet TripleW een verschuiving in de markt richting circulaire materialen. &quot;Antwerpen kan daarbij uitgroeien tot een internationaal centrum voor circulaire chemie&quot;, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-09-03T14:38:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Steven De Cuyper van Agristo wordt CEO bij Iscal]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/agrodirecteur-agristo-wordt-ceo-van-iscal-ook-hoofdagronoom-vervangen" />
            <id>https://vilt.be/57844</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De top van suikerbietverwerker Iscal uit Fontenoy ondergaat een grondige transformatie. Zowel CEO Robert Torck als hoofdagronoom Ronald Demuynck gaan met pensioen. De dagelijkse leiding komt vanaf 2026 op de schouders van Steven De Cuyper, die nu actief is bij aardappelverwerker Agristo. “We zochten iemand met affiniteit met de landbouw”, aldus Torck die ook stilstaat bij de forse terugval van de suikerprijzen en de impact van Oekraïne hierop.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="suiker" />
                        <category term="biet" />
                        <category term="Oorlog Oekraïne" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/75a03805-b475-49ee-8f30-240ff9e3472f/full_width_ronald-demuynck-robert-torck-en-jo-brouns.jpg</image>
                                        <content>De Waalse suikerbietverwerker Iscal neemt de komende maanden afscheid van CEO Robert Torck. Zijn plaats wordt ingenomen door Steven De Cuyper die 12 jaar lang actief is als &#039;agro business director&#039; bij aardappelverweker Agristo uit Wielsbeke. De laatste maanden was hij verantwoordelijk voor de Verenigde Staten en India. Daarnaast is hij ook voorzitter van de brancheorganisatie voor de aardappelsector Belpotato en bestuurder bij Vegaplan.“Steven heeft veel kennis van en affiniteit met de landbouw en daar waren wij naar op zoek”, vertelt Torck. “Bieten zijn onze belangrijkste grondstof en daardoor zijn de teelt en de telers voor ons cruciaal.” Torck verklaart de wisseling aan de top door zijn leeftijd. “Ik ben pensioengerechtigd en wil het rustiger aan gaan doen. Steven is veel jonger en kan het bedrijf de toekomst in loodsen.” Torck werd vier jaar geleden aangesteld als interim-CEO bij Iscal en leidde het bedrijf door woelige tijden. Suikerprijzen van piek naar dalVooral de oorlog in Oekraïne zorgde voor uitdagingen. Bij het uitbreken van de oorlog liepen de grondstofkosten hoog op en ook de suikerprijzen gingen door het dak met recordprijzen tot wel 1.000 euro per ton. Die gestegen prijzen zetten ook de boeren in Vlaanderen aan om meer bieten te zetten. Als gevolg van dit grotere aanbod ging de prijs weer sterk naar beneden. Ook de aanvoer uit Oekraïne speelde volgens Torck een grote rol bij deze prijsval. Na het uitbreken van de oorlog, waarbij markten in Afrika voor het land wegvielen, kon Oekraïne tariefvrij suiker invoeren in Europa.Deze steun van Europa aan Oekraïne pakte nefast uit voor de suikerverwerkers. “Klanten konden plotseling ook volop Oekraïense suiker kopen en drongen aan op prijsverlagingen”, vertelt Torck. Volgens hem is de markt nog steeds niet helemaal hersteld van deze schok. “De huidige prijs ligt op 560 tot 570 euro per ton. Dat is te weinig voor een rendabele verwerking of teelt.” De import uit Oekraïne was op het hoogtepunt te vergelijken met de productie van twee tot drie Europese fabrieken Op het hoogtepunt in 2023 en 2024 voerde Oekraïne 500.000 ton suiker in de Europese Unie in, terwijl dat volume tot de oorlog steeds beperkt was tot 50.000 ton op jaarbasis&amp;nbsp;of minder. “Dat is te vergelijken met de productie van twee tot drie fabrieken in Europa. Je kunt begrijpen dat de impact groot is als dat volume er plotseling bijkomt”, aldus Torck. Oekraïense import fors aan het dalenHet is de vraag of een prijsverbetering in zicht is. Door het goede weer worden overal in Europa hoge opbrengsten verwacht. Iscal denkt zelf 25 procent hoger uit te komen dan vorig jaar. Extra aanbod heeft vaak een negatieve impact op de prijs. Positief is wel dat er intussen veel minder suiker uit Oekraïne op de Europese markt terechtkomt. De EU heeft intussen een nieuw, verstrengd handelsakkoord bereikt met Oekraïne. Daardoor is de import gedaald met 80 procent.Voor het lopende seizoen 2024-2025 wordt verwacht dat Oekraïne zo&#039;n 100.000 ton suiker zal invoeren in de EU. “Laten we hopen dat dit ook een positief effect heeft op de prijsvorming”, aldus Torck. Hij start eind deze maand met het inwerken van&amp;nbsp;Steven De Cuyper die vanaf 1 januari 2026 het heft in handen krijgt.De nieuwe CEO is niet de enige wissel aan de top van Iscal. Ook Ronald Demuynck, agro-manager en hoofdagronoom, gaat binnenkort met pensioen. Zijn functie wordt intern overgenomen door Guillaume Iweins die al twee jaar meeloopt aan de zijde van Demuynck. “Wij hebben er alle vertrouwen in dat onze opvolgers het goed zullen doen&quot;, klinkt het nog.</content>
            
            <updated>2025-09-04T10:08:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dierenextremisten beroeren Nederlandse landbouwsector]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/terwijl-nederland-debatteert-over-dierenextremisme-is-brandstichter-alweer-op-vrije-voeten" />
            <id>https://vilt.be/57845</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De roep om een harde aanpak van dierenextremisten klinkt steeds luider in Nederland. BBB-leider Caroline van der Plas waarschuwt voor “dierenterroristen” na bedreigingen van de leider van Animal Liberation Front, die eerder een aanslag op een kippenslachthuis opeiste. Ook landbouworganisaties melden steeds vaker intimidatie, van drones boven stallen tot inbraken, en vragen om zwaardere straffen en strikter optreden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="slachthuis" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="Boeren" />
                        <category term="imago" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/da30e4f2-af4f-4264-9fe4-2a4990cf3ee2/full_width_noah-alfer-instagram-crop.jpg</image>
                                        <content>Tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer, vroeg BBB-fractievoorzitter Caroline van der Plas aan de Nederlandse minister van Justitie en Veiligheid David van Weel om &quot;serieus aan de slag te gaan&quot; met het opsporen en in kaart brengen van groepen dierenextremisten of ‘dierenterroristen’, zoals Van der Plas ze noemt. Volgens haar is de dreiging die uitgaat van deze mensen groter dan uit een eerder gepubliceerd rapport van de Nederlandse staatsveiligheid naar voor is gekomen. Ze verwijst naar de socialemediakanalen van activisten waar beelden zijn te zien van insluiping, brandstichting en vernieling. &quot;Geweld wordt er verheerlijkt, dat is schokkend om te zien.&quot; Ze roept de Nederlands justitieminister op waar nodig op te treden. &quot;Want anders gaat dit op een dag gruwelijk mis&quot;, waarschuwt de BBB-leider.Dat doet ze nadat De Telegraaf afgelopen weekend een interview publiceerde met dierenrechtenactivist Adriaan B., die onder zijn pseudoniem ‘Noah Alfer’ voorman is bij ALF. Adriaan B. deed zijn plannen ondubbelzinnig uit de doeken: “Caroline van der Plas doen we niks, maar dat kantoor van die partij komt aan de beurt. De fik erin.” Daarop deed BBB aangifte bij de politie. Ook aanslag op kippenslachthuis opgeëistAdriaan B. eiste eerder al de aanslag op het kippenslachthuis in Blokker op. Die zou geraamd zijn door zijn kompanen bij ALF. “Deze actie is nodig”, vertelde hij in De Telegraaf. “En er komen meer bedrijven aan de beurt. We staan daarachter. Zolang er geen dieren of mensen bij omkomen, is dit geoorloofd&quot;, stelt B. Bij het politieonderzoek naar de aanslag werd niemand gehoord of aangehouden, aldus De Telegraaf. Na de dreigementen aan het adres van BBB is Adriaan B. wél aangehouden, kort na de aangifte van Van der Plas. Woensdag oordeelde de rechter-commissaris echter om B. onder voorwaarden vrij te laten. Het Openbaar Ministerie zou de bedreiging wel verder onderzoeken.Het lijkt er alleszins op dat Adriaan B. geen enkeling is. De ALF-leider maakt gewag van 32 kernleden, waaronder, zoals Peter J., alias de Vegan Streaker, die meerdere veroordelingen voor onder andere brandstichting op zijn conto heeft. ALF onderhoudt ook nauwe banden met Extinction Rebellion, de organisatie die recent nog de kantoren van Boerenbond in het vizier nam. Dreigtelefoons, inbraken en drones boven landbouwbedrijvenOok de Nederlandse landbouworganisatie LTO trekt aan de alarmbel voor dierenextremisme. De afgelopen maanden kwamen tientallen meldingen binnen via het nieuwe Meldpunt Agro Intimidatie. Het gaat om dreigende telefoontjes, maar ook vernielingen, drones boven bedrijven en zelfs inbraken waarbij verborgen camera’s werden geplaatst. LTO aanvaardt niet dat zulke incidenten niet meespelen bij het berekenen van het Nederlands terreurdreigingsniveau. Samen met sectororganisaties POV en Vee&amp;amp;Logistiek vraagt LTO nadrukkelijk voor strafverzwaring bij dergelijke feiten.Stallen binnengaan? Geen huisvredebreukZo is er in de Tweede Kamer gevraagd om het binnendringen van stallen te klasseren als huisvredebreuk of zelfs inbraak. Bij de stalbezetting in Boxtel oordeelde de rechter immers dat het binnengaan van stallen niet onder deze noemer valt, en dus gingen 67 activisten vrijuit.Voor de Nederlandse sectororganisaties mogen zulke zaken zich niet meer herhalen. Zij vragen om het herstel van een centraal meldpunt bij de politie, een stevige aanpak van misbruik van de Wet open overheid en vooral een hardere strafrechtelijke lijn. “Alleen dan wordt recht gedaan aan de ernst van de situatie”, aldus de organisatie.</content>
            
            <updated>2025-09-03T22:23:55+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelbescherming Vlaanderen hekelt incorrecte patrijzentellingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelbescherming-vlaanderen-hekelt-incorrecte-patrijzentellingen" />
            <id>https://vilt.be/57846</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een aantal wildbeheereenheden (WBE's) in Vlaanderen heeft van het Agentschap Natuur en Bos (ANB) toelating gekregen voor de jacht op patrijzen in het aankomende jachtseizoen, terwijl er onzekerheid is over de telgegevens die deze WBE's aan het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) bezorgd hadden. Dat meldt Vogelbescherming Vlaanderen, dat pleit voor een onmiddellijke stopzetting van de jacht op patrijs.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="jacht" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/baa72466-b611-48f4-bc19-11a718ec7249/full_width_patrijs-partridge-iangould.jpg</image>
                                        <content>Volgens Vogelbescherming Vlaanderen staat de patrijs zwaar onder druk in Vlaanderen. &quot;De populatie daalt al bijna 20 jaar sterk, met gemiddeld 4,8 procent per jaar en een verlies van 57 procent sinds de start van de monitoring in 2007&quot;, klinkt het. INBO voerde daarom in 2021 een telprotocol in, zodat op basis van objectieve en vergelijkbare gegevens beslist kan worden of er op patrijs gejaagd mag worden. De Vlaamse jachtregels bepalen dat er enkel op patrijs gejaagd mag worden als er minstens drie broedparen per 100 hectare open ruimte aanwezig zijn, drie jaar op rij.Drie WBE&#039;s kregen geen toestemming om patrijs te bejagenUit onderzoek van INBO is evenwel gebleken dat er onzekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de telgegevens van 13 WBE&#039;s, of één op de vijf WBE&#039;s die het telprotocol uitvoerden. &quot;Statistisch gezien zijn deze cijfers onbetrouwbaar&quot;, klinkt het bij INBO. &quot;Naar zeer grote waarschijnlijkheid kloppen ze niet. Al dan niet bewust werden incorrecte tellingen doorgegeven. Wij hebben dit aangegeven in ons advies aan ANB.&quot;Het is ANB dat vervolgens op basis van dit advies en een advies van de wildbeheercommissie beslist of de jacht in een bepaalde regio mag plaatsvinden. &quot;Ondanks het advies van INBO om de jacht niet toe te staan in tien WBE&#039;s omwille van onbetrouwbare gegevens, heeft het ANB zeven ervan alsnog toestemming gegeven om de jacht op patrijs te openen&quot;, aldus Vogelbescherming Vlaanderen.Bij ANB bevestigt men dat cijfer. &quot;Omdat bij die zeven de oorzaak van de fout in de tellingen niet aangetoond kon worden - bij drie andere was er duidelijk fraude - wou de wildbeheercommissie hen het voordeel van de twijfel gunnen en heeft ze het advies gegeven om die WBE&#039;s toch te laten jagen&quot;, klinkt het. ANB benadrukt dat het gaat om een statistische inschatting dat er mogelijk iets fout is aan de data, maar dat er in die gevallen geen bevestiging van fraude was.HVV: &quot;Kort door de bocht&quot;Jagersvereniging Hubertus Vlaanderen vindt de vaststellingen van Vogelbescherming Vlaanderen &quot;kort door de bocht&quot;. &quot;In het verleden zijn er bij de INBO-controletellingen meestal zelfs meer patrijzen geteld dan door de jagers zelf&quot;, zegt woordvoerder Christophe Rutsaert, die wel erkent dat de resultaten van een telling kunnen variëren. &quot;Patrijzen zijn akkervogels en die vind je dus vooral op akkers waar er gewassen staan, niet in de weiden waar ook koeien lopen. En dat is soms het probleem. Soms zullen jagers de patrijzen wel tellen op een correcte manier, maar doen ze dat op deze akkers waar ze weten dat de patrijs leeft, en niet op de weilanden.&quot; Met andere woorden: soms zullen jagers hun tellingen doen op akkers waar veel patrijzen zitten en die telling extrapoleren ze naar het hele jachtgebied. &quot;En dat kan een vertekend beeld geven&quot;, aldus Rutsaert.</content>
            
            <updated>2025-09-04T14:43:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ABS: “Grachten niet blind dempen, maar beter onderhouden”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geen-grachten-blind-dempen-maar-beter-onderhouden" />
            <id>https://vilt.be/57847</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>"We moeten beginnen met het beter onderhouden van het Vlaamse grachten- en bekenstelsel. Ondiepe grachten en niet uitgebaggerde kanalen verliezen een groot deel van hun bufferende werking." Dat stelt ABS in reactie op de conclusie van twee Antwerpse wetenschappers die ervoor pleiten om waar mogelijk grachten te dempen om zo water langer op te kunnen houden. De wetenschappers houden voet bij stuk. "Diepe grachten voorkomen de overstromingen van een landbouwperceel, maar verderop kunnen ze een woonwijk blank zetten."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a615e8b3-aece-4740-9c97-9eeb227f1fbb/full_width_blank-staande-akkers-aan-kleine-laak.jpg</image>
                                        <content>Vlaanderen telt te veel grachten en die leggen het land onnodig droog. Dat was eerder deze week de stelling van twee Antwerpse wetenschappers die een grachtenkaart hadden opgemaakt en geanalyseerd. Om de droogterobuustheid en grondwaterstanden op te krikken, moet er volgens de hen dringend werk gemaakt worden van een gerichtsgebied grachtenbeleid. In sommige gevallen moet daarbij ook het dempen van bepaalde grachten overwogen worden om te voorkomen dat water te snel wordt afgevoerd naar zee en het grondwater niet aangevuld kan worden.Deze voorgestelde maatregel, onderdeel was van een set aan mogelijke gebiedsgerichte maatregelen, stuitte op veel kritiek van onze lezers. “Zijn ze de overstromingen van enkele jaren geleden nu al vergeten? Het is nu weer even een droge periode, maar er komt ongetwijfeld ook weer een natte periode. Dan moet het water toch weer weg kunnen?”, schrijft een lezer. “Eerst kijken naar waterloopbeheer”Ook bij ABS klonk er kritiek. Waar het dempen van grachten als één van de waterbufferende maatregelen wordt aangevoerd door de wetenschappers, vindt de landbouworganisatie dat er eerst gekeken moet worden naar een beter grachten- en bekenbeheer. Achterstallig onderhoud en dicht slippende beken zijn al langer een zorg van de sector. “Ondiepe grachten en niet-uitgebaggerde kanalen verliezen een groot deel van hun bufferende werking. Dat is vanzelfsprekend, maar niet in het huidige waterbeleid en al helemaal niet in deze studie”, aldus ABS-beleidsmedewerker Mark Wulfrancke.Daarnaast hebben ondiepe waterwegen - wat de Antwerpse onderzoekers in sommige gevallen een goede oplossing vinden - volgens Wulfrancke nog een andere eigenschap. “Ondiepe wateren warmen nu eenmaal ook veel sneller op of koelen sneller af. Dat versnelt enerzijds de verdamping, anderzijds is een hogere watertemperatuur evengoed nefast voor de waternatuur en zorgt het mee voor ongewenste algengroei.” &quot;Grachtenkaart is niet representatief&quot;Volgens de ABS-beleidsmedewerker ligt de oorzaak van de droogte in ons land in eerste instantie bij de klimaatopwarming. “De oorzaak van droogte is en blijft voornamelijk klimaatverandering, in combinatie met een zeer hoog ruimtebeslag. We mogen ook de industriële wateronttrekkingen en grondwateronttrekkingen voor drinkwater niet vergeten die een zéér grote impact hebben op het niveau van ons grondwater”, kinkt het.Daarnaast heeft Wulfrancke ook kritiek op de grachtenkaart, waar de onderzoekers zich op baseren en die mede gebaseerd is op hoogtemodellen. Critici brachten eerder al naar voor dat ook zaken als ploegvoren hiermee in een grachtenkaart zouden kunnen komen. “Een grachtenkaart met een digitaal hoogtemodel op basis van artificiële intelligentie is zéér weinig representatief en niet voor niets uitgesteld door Vlaanderen tot in 2029”, aldus Wulfrancke.Volgens hem heeft Vlaanderen geen behoefte aan een “kaart met onbestaande waterlichamen, wel aan een goed waterbeleid”. Hij stelt: “Dat goed waterbeleid is en blijft een kwestie van gezond boerenverstand te laten primeren en waarbij snel schakelen in geval van extreme neerslag of net geen neerslag belangrijk is.”ABS is overigens wel voorstander van stuwtjes om water langer op te houden. Ook dat is één van de maatregelen die de Antwerpse wetenschappers voorstellen om het water te bufferen. “We merken echter dat de invoer hiervan stroef verloopt en dat is niet door onwil op het veld”, besluit Wulfrancke. &quot;Water maximaal vasthouden waar het valt&quot;In een reactie op de kritiek laat de Antwerpse onderzoeker Jan Staes weten dat grachten in ieder geval wel degelijk breder en ondieper mogen. “Uitdiepen is zeker geen oplossing want dan blijven we water afvoeren tot de bodem van de gracht bereikt is”, klinkt het.De wetenschappers zegt het perspectief van de landbouw te begrijpen, maar werpt tegen: “Uitdiepen kan ervoor zorgen dat landbouwgronden lokaal niet blank komen te staan, maar dit verschuift het probleem en leidt enkel tot grotere overstromingen elders. En dat kan dan bijvoorbeeld zorgen voor een overstroomde woonwijk enkele kilometers verderop.” Hij legt uit: “Elke kleine gracht die water afvoert, komt samen in grotere grachten en uiteindelijk in de hoofdwaterwegen. Daar kan een dergelijke ophoping van al dat water leiden tot overstroming. Dat hebben we enkele jaren geleden ook gezien.”Volgens Staes is de basisgedachte van waterbeheer dat we het water maximaal vasthouden waar het valt. “En als iedereen dat doet, krijgen die grachten en hoofdwaterlopen ook geen enorme hoeveelheden water te slikken.”&quot;De grachtenkaart is zeker niet bedoeld als een aanval op de landbouw als sector. We willen net komen tot betere kennis om de uitdagingen op vlak van klimaatverandering het hoofd te bieden. De weerpatronen van de afgelopen jaren gaan niet verdwijnen. En daarvoor is een slim beheer van grachten (en stuwen) nodig. De eerste stap is deze grachten in kaart te brengen en deze verder te onderzoeken om zo tot oplossingen te komen&quot;, besluit hij. </content>
            
            <updated>2025-09-03T21:22:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Krimpende veestapel in Nederland: ABN Amro voorspelt sluiting van zuivelfabrieken en slachthuizen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/krimpende-veestapel-in-nederland-abn-amro-voorspelt-sluiting-van-zuivelfabrieken-en-slachthuizen" />
            <id>https://vilt.be/57848</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De krimpende veestapel in Nederland verstoort de zuivel- en vleessector. Dat schrijft de Nederlandse bank ABN-Amro in een nieuw rapport. “De structurele daling in de productie van melk en vlees heeft enerzijds een prijsverhogend effect en anderzijds zal er ook overcapaciteit ontstaan bij zuivel- en vleesverwerkende bedrijven”, klinkt het. De bank sluit niet uit dat dit tot sluitingen van bedrijven of consolidaties zal leiden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="varken" />
                        <category term="zuivel" />
                        <category term="melk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/11d8401c-ad17-4fef-93b3-d14363f855ea/full_width_slachthuis-varkensvlees.jpg</image>
                                        <content>Door verschillende regelingen waarbij wordt aangestuurd op een afroming van productierechten of het stopzetten van een veebedrijf, onder meer in het kader van stikstof, wordt de komende jaren een krimp van de Nederlandse veestapel verwacht. Voor varkens en pluimvee zou het gaan om een daling van 15 tot 18 procent, voor melkkoeien om zo’n 8 procent. Dat becijferde de bank eerder al.  Goed voor de boer, slecht voor de verwerkingABN-Amro onderzocht in een nieuw rapport wat de impact is van die krimp op de zuivel- en vleessector. Enerzijds stelt het vast dat door het dalende aanbod van vlees en melk van Nederlandse bodem, de prijs opgedreven wordt. “Dat is goed nieuws voor de overblijvende landbouwers die ondanks de internationale prijsvorming hun inkomsten zien stijgen”, klinkt het.Maar voor de bedrijven die afnemen van boeren, is er een dubbel negatief effect. Enerzijds krijgen zij te maken met hogere kosten die zij maar in beperkte mate kunnen doorrekenen aan de consument en dat bezorgt hen een concurrentienadeel ten opzichte van bedrijven elders die niet met zo’n sterke prijsstijgingen te maken krijgen. Een tweede gevolg is dat het dalende aanbod een overcapaciteit in de hand werkt. Slachtlijnen of verwerkingslijnen worden onvoldoende benut en dat kost geld. Drie tot vier zuivelfabrieken zullen sluitenDe Nederlandse bank verwacht dat richting 2030 drie tot vier zuivelfabrieken zullen sluiten. Hoewel de productiviteit per koe waarschijnlijk nog licht toeneemt, wordt toch uitgegaan van een structurele daling van de melkplas. Er zal dan ook een strijd ontstaan tussen de zuivelverwerkers om boeren aan zich te binden om voldoende melk te hebben.Deze zogenaamde ‘war for milk’ is al langer aan de gang in de zuivelsector en heeft al tot consolidaties geleid. Zo kondigden de grootste Belgische coöperatie Milcobel en de Nederlandse coöperatie FrieslandCampina al aan dat ze een fusie onderzoeken. Het Nederlandse Royal A-ware is al een tijdje in de buurlanden op overnamepad, ook in België. Het Belgische familiebedrijf Olympia dat in 2022 werd overgenomen door Royal A-ware sloot intussen al de deuren omdat de Nederlanders de fabriek niet rendabel kregen. Sanering van de slachtcapaciteit is onvermijdelijkSlachthuizen, die al met lage marges werken en zwaar geïnvesteerd hebben in geautomatiseerde lijnen, worden nog harder geraakt, stelt ABN-Amro. Volgens de bank hebben slachterijen maar een beperkte bewegingsvrijheid om zich aan te passen aan de daling van 15 tot 18 procent.“Een oplossing zou kunnen zijn dat de slachthuizen meer vlees uit het buitenland haalt”, aldus het rapport. Een andere interessante oplossing die ABN Amro ziet voor de vleesverwerkende industrie zijn producten die zowel dierlijke als plantaardige ingrediënten combineren, de zogenaamde hybride producten. Toch gaat de bank ervan uit dat “de sanering van de slachtcapaciteit” onvermijdelijk is. Producten aankopen in het buitenland heeft een prijskaartje: de keten verliest zijn grip op kwaliteit, dierenwelzijn en duurzaamheid en vaak zijn de transportkosten hoger Hoe korter bij de boer, hoe moeilijkerEen andere vaststelling is dat verwerkers en handelaars die verder van de boer afstaan, wendbaarder zijn. Zij zijn beter in staat om schommelingen in aanbod en prijs op te vangen dan kapitaalsintensieve slachthuizen of melkfabrieken omdat ze bijvoorbeeld gemakkelijker hun producten kunnen aankopen in het buitenland. Al heeft dat ook een prijskaartje: de keten verliest zijn grip op kwaliteit, dierenwelzijn en duurzaamheid en vaak zijn de transportkosten hoger.De bank adviseert bedrijven om zich minder te richten op volume en meer op toegevoegde waarde. “In plaats van melk in bulk te verwerken tot drinkmelk, kunnen ze kiezen voor hoogwaardige producten zoals speciale kazen of sportvoeding. Vleesverwerkers kunnen zich bijvoorbeeld gaan richten op luxevleesproducten voor de horeca. Ook verduurzaming biedt kansen, want biologische of natuurinclusieve producten leveren vaak een hogere prijs op. Samenwerking met boeren of supermarkten, of meer stappen in de keten naar zich toe trekken, kunnen ook zorgen voor een grotere marge, meer stabiliteit en meer impact op de afzetmarkt. Op lange termijn ook slecht voor de boerAls die sanering er komt, waar ABN Amro voor waarschuwt, dan heeft dit op lange termijn ook gevolgen voor de landbouwers. Waar ze in eerste instantie hogere prijzen en meer onderhandelingsruimte mogen verwachten, zullen er op termijn minder fabrieken zijn. En als die verdwijnen, hebben boeren minder opties om hun dieren, melk en eieren af te zetten. Bovendien zorgen onvoorspelbaar beleid en een onstabiele keten ook voor een rem op investeringen en innovatie, klinkt het.Beleidschaos zorgt voor kapitaalsvernietigingDe bank becijferde eerder al dat de krimp in de veestapel de Nederlandse economie jaarlijks 1,5 miljard euro en 13.300 jobs kost. Het hekelt daarbij het overheidsbeleid. Dat hanteert forse opkoopregelingen. Intussen zouden in Nederland al een duizendtal veehouders ingestapt zijn in de opkoopregelingen. Via haar eigen klantenbestand ziet ABN-Amro dat het vaak gaat om grotere gangbare bedrijven. Zij zien door de beleidschaos in Nederland geen toekomst meer en stappen eruit. De bank adviseert de overheid dan ook om met voorspelbaar langetermijnbeleid te komen om zo kapitaalsvernietiging te voorkomen. Ook Vlaamse veestapel krimptToen de vorige Vlaamse regering een stikstofbeleid uitstippelde, heeft het ook nooit rekening gehouden met de gevolgen van het beleid op de rest van de agrovoedingsketen. Nochtans hebben verschillende sectoren verschillende keren gewezen op het domino-effect die een forse krimp van de veestapel in Vlaanderen teweeg zou brengen.In 2022 becijferde de Belgische zuivelfederatie BCZ dat het stikstofakkoord zou leiden tot een daling van de melkplas met 15 tot 20 procent tegen 2030. Een daling die dus nog een stuk sterker is dan in Nederland. Door die daling zouden in de zuivelsector in ons land 725 tot 1.100 jobs verloren gaan, terwijl de omzet zou dalen met 600 tot 800 miljoen euro. De Belgische zelfvoorzieningsgraad voor zuivel zou onder de 100 procent vallen en ook de internationale concurrentiepositie van de Belgische bedrijven zou afnemen.In datzelfde jaar kwam ook FEBEV, de federatie van het Belgisch vlees, met een berekening naar buiten. Een daling van de varkensstapel met tien procent zou de slachthuizen en uitsnijderijen met een totale kost opzadelen van 187 tot 137 miljoen euro. Dat bedrag mag wellicht verdrievoudigd worden omdat het stikstofbeleid niet aanstuurt op tien procent maar wel op 30 procent minder varkens. FEBEV verwacht dat ongeveer drie slachthuizen daardoor de deuren zouden moeten sluiten. Voor de rundveesector zou de totale kostprijs voor de slachthuizen oplopen tot 128 miljoen euro.</content>
            
            <updated>2025-09-04T09:52:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europa legt Mercosurdeal op tafel met veel beloftes voor landbouwers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europa-legt-mercosurdeal-op-tafel-met-veel-beloftes-voor-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/57849</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie heeft woensdag haar voorstellen voor de nieuwe vrijhandelsakkoorden met Mercosur en Mexico voorgesteld. De deal ligt zeer gevoelig bij landbouwers, onder meer omdat men vreest voor oneerlijke concurrentie. De Commissie hoopt met "robuuste" vrijwaringsmaatregelen sceptische lidstaten en Europarlementsleden over de streep te trekken. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ced016fc-061f-4df2-97ba-2b1d574339c2/full_width_mercosurdecember24.jpg</image>
                                        <content>Landbouwers zijn bijzonder ongerust over de concurrentie van Latijns-Amerikaans rundvlees, gevogelte, suiker en andere kwetsbare producten. Volgens de Commissie blijft de toegang van deze producten tot de Europese markt beperkt tot een fractie van de Europese productie, bijvoorbeeld tot 1,5 procent voor rundvlees. Daarnaast heeft ze naar eigen zeggen &quot;robuuste&quot; vrijwaringsmaatregelen klaar om de landbouwers te beschermen.Geen wijziging fytosanitaire invoernormenZo belooft de Commissie dat de Mercosurdeal niets zal wijzigen aan de sanitaire en fytosanitaire invoervoorschriften van de EU. “Onze normen voor voedselveiligheid en -gezondheid blijven van toepassing op alle producten op de EU-markt, ongeacht of ze hier zijn geproduceerd of geïmporteerd”, luidt het perscommuniqué van de commissie. De commissie belooft meer voedselcontroles voor importgoederen uit derde landen.Ten slotte omvat het voorstel voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2027 een afgeschermd budget van ten minste 300 miljard euro voor inkomenssteun. De Commissie introduceert ook het nieuwe &#039;Unity Safety Net&#039; voor crisismaatregelen, met een totale capaciteit van 6,3 miljard euro. Dit moet landbouwers beschermen tegen marktverstoringen en geopolitieke instabiliteit. Signaal naar protectionistische VSDe Commissie had eind vorig jaar, in de aanloop naar het heraantreden van Donald Trump als Amerikaans president, een doorbraak geforceerd in de al meer dan twee decennia aanslepende handelsonderhandelingen met Mercosur. De deal zou de grootste vrijhandelszone ter wereld creëren, met meer dan 700 miljoen mensen. Sinds de tweede termijn van Trump heeft het dossier ook een symboolwaarde gekregen. Het wordt gezien als een signaal naar het protectionistische beleid van het Witte Huis, dat ook een land als Brazilië hard treft.&quot;In het huidige onzekere geopolitieke klimaat is het diversifiëren van onze toeleveringsketens en het verdiepen van onze relaties met betrouwbare partners en vrienden geen luxe meer, maar een noodzaak&quot;, beklemtoonde Eurocommissaris voor Handel Maros Sefcovic woensdag bij de presentatie van de teksten die nu ter goedkeuring naar de lidstaten en het Europees Parlement worden verstuurd. Pot van 6,3 miljard voor eventuele marktstoornissenOm weigerachtige lidstaten als Frankrijk, Italië en Polen tegemoet te komen, heeft de Commissie de vrijwaringsmaatregelen uit het akkoord nu vertaald in een wetsontwerp. De handel zal volgens Sefcovic nauwlettend in het oog worden gehouden. Als er plots marktstoornissen opduiken in één of meerdere lidstaten, dan kan de Commissie binnen 21 dagen maatregelen treffen. &quot;We zullen er zijn als er iets gebeurt&quot;, verzekerde Sefcovic. Hij wees er ook op dat de nieuwe meerjarenbegroting een pot van 6,3 miljard euro voor crisismaatregelen uittrekt.De Commissie maakt zich sterk dat de deal met Mercosur de Europese export naar het Latijns-Amerikaanse blok met ongeveer 40 procent per jaar (49 miljard euro) kan laten toenemen en zo meer dan 440.000 jobs in Europa kan ondersteunen. De afschaffing van de soms bijzonder hoge importtarieven zou onder meer de Europese fabrikanten van auto&#039;s, machines en farmaceutische producten kansen moeten bieden.De Commissie belooft ook dat de landbouwers hun voordeel kunnen doen met de upgrade van het vrijhandelsakkoord met Mexico. Het einde van hoge Mexicaanse invoertarieven op onder meer gevogelte, varkensvlees, kaas, chocolade, wijn en pasta, zou de Europese producten veel concurrentiëler moeten maken in dit land. Mexico is geen kleine afzetmarkt: de EU exporteert er onder het huidige akkoord uit 2000 al jaarlijks voor 70 miljard euro aan goederen. Nog niet geratificeerdDe twee akkoorden moeten uiteindelijk in alle lidstaten geratificeerd worden, maar de Commissie hoopt dat een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten en een meerderheid in het Europees parlement de tijdelijke handelsakkoorden al sneller goedkeuren. Sefcovic hoopt op witte rook tegen het einde van het jaar. Volgens de Slovaak worden handelsakkoorden immers &quot;irrelevant&quot; wanneer er jaren verstrijken tussen het einde van de onderhandelingen en de inwerkingtreding. Het akkoord met Canada bijvoorbeeld is nog steeds niet geratificeerd in België en negen andere lidstaten, maar het is intussen wel al sinds 2017 voorlopig van kracht.</content>
            
            <updated>2025-09-03T22:57:46+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Oneerlijke concurrentie en consumentenbedrog": EU-voorstel voor Mercosur kan boeren en Waalse regering niet overtuigen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oneerlijke-concurrentie-en-consumentenbedrog-eu-mercosur-voorstel-kan-boeren-en-waalse-regering-niet-overtuigen" />
            <id>https://vilt.be/57850</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoewel de Europese Commissie heel wat aandacht besteedt in de Mercosurdeal om de eigen landbouwsector tegemoet te komen, lijkt die allerminst overtuigd. Boerenbond waarschuwt voor oneerlijke concurrentie en consumentenbedrog. Ook ABS was eerder al niet mals voor het Mercosurakkoord. De Waalse regering laat alvast weten het handelsakkoord niet goed te keuren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3b666505-0dde-4d1e-9d72-f42a943f7dbb/full_width_boerenprotestmercosur-fugea.jpg</image>
                                        <content>Boerenbond: &quot;Gevoelige sectoren zullen zware prijs betalen&quot;Het handelsakkoord dat de Europese Commissie met de Mercosurlanden heeft aangenomen, vormt een grote bedreiging voor de Europese landbouwsector aangezien het landbouwproductiemodel in deze landen niet overeenstemt met de normen die in Europa gehanteerd worden. “Gevoelige landbouwsectoren en de Europese consument zullen een zware prijs betalen”, klinkt het.&quot;De productienormen in de EU verschillen sterk van die in de Mercosurlanden. De normen op vlak van traceerbaarheid, voedselveiligheid, sanitair en fytosanitaire maatregelen, biodiversiteit, dierenwelzijn zijn er van een andere orde en controles en borging zijn niet sluitend. In de Mercosurlanden gebruikt men nog meerdere gewasbeschermingsmiddelen die in België al lange tijd verboden zijn&quot;, legt Giel Boey, adviseur internationaal beleid bij Boerenbond, uit.&quot;Terwijl men in Europa de duurzaamheids- en klimaatlat steeds hoger legt, zet men met dit akkoord de deur open voor meer en goedkoper geïmporteerd vlees en suiker dat minder duurzaam geproduceerd wordt dan het eigen lokale Europese product. De consument zal, tegen zijn maatschappelijke keuzes in, bedot worden en de Europese boer wordt weggeconcurreerd door hogere kosten en goedkope import”, laat Boerenbond in een eerste reactie weten. ABS: &quot;Geloofwaardigheid van EU staat op het spel&quot;Ook ABS heeft zich in het verleden duidelijk gekant tegen een handelsakkoord met het Latijns-Amerikaans handelsblok. De vrijwaringsmaatregelen die Europa heeft voorzien om de landbouwsector over de streep te trekken, zijn onvoldoende voor ABS. “Spiegelclausules of een compensatiefonds zullen geen gelijk speelveld creëren”, was te horen.“Een compensatiefonds zou pas echt een schijnvertoning zijn, want wat compenseer je? Compenseer je de boer omdat die door de Europese beleidsmakers bedrogen wordt? Of ga je de burger compenseren die eveneens in de zak gezet wordt? Die laatste zal immers geconfronteerd worden met een aanbod in de supermarkt van producten die hier niet geproduceerd mogen worden, maar wel snel geconsumeerd mogen worden”, klonk het scherp uit monde van de oud-voorzitter Hendrik Vandamme.Volgens ABS gaat dit ook over de geloofwaardigheid van de Europese instellingen en deze van haar lidstaten. “De overeenkomst is nog niet inhoudelijk uitgewerkt, maar wordt nu ter ratificatie voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad. Dat is zeer schadelijk en het zal de kloof tussen landbouwgemeenschappen en de Europese Commissie verder vergroten&quot;, schrijft huidig voorzitter Bruno Vincent in het ledenblad van de organisatie. Hij wijst erop dat de Commissie continu het meest strategische goed ter wereld, namelijk voeding, op alle fronten ondermijnt. &quot;Na de bezuinigingen op het landbouwbudget, de verzwakking van de gemeenschappelijke dimensie in het landbouwbeleid en de toegevingen in het kader van de handelsdeal met de VS, komt daar nu ook nog eens de Mercosurdeal bij.&quot; Waalse regering stuurt aan op Belgische onthoudingOok in Wallonië is er forse tegenkanting tegen de deal. De Europese Commissie had haar wetsontwerp nog niet toegelicht of de Waalse regering kwam al met een duidelijk standpunt. &quot;Het is neen tegen het akkoord in zijn huidige vorm&quot;, reageerde de Waalse minister van Landbouw Anne-Catherine Dalcq woensdag in de plenaire vergadering van het Waalse parlement. Dalcq gelooft dat de deal ons doet afstevenen op meer oneerlijke concurrentie.Het Waalse verzet betekent dat België zich &quot;op zijn minst&quot; zal moeten onthouden wanneer het voorstel op de tafel van de handelsminister belandt, concludeerde de Waalse landbouwminister. Het wordt ook uitkijken naar het standpunt van andere lidstaten. Frankrijk voerde tot dusver het protest aan. Wil Parijs de deal blokkeren, dan moet het minstens vier lidstaten verenigen die minstens 35 procent van de bevolking van de EU vertegenwoordigen.Werkgeversorganisaties: &quot;Van cruciaal belang voor slagkracht van EU&quot;Uit de ondernemingswereld is wél te spreken over het voorstel van de Commissie. Zo herhalen werkgeversorganisaties VBO, VOKA, AKT, BECI, AVED en Unizo in een reactie hun steun voor het handelsakkoord. &quot;Het sluiten van dat akkoord is niet enkel een lichtpunt, maar markeert een duidelijke trendbreuk met de recente golf van protectionisme, handelstarieven en nieuwe barrières die de mondiale economie onder druk zetten&quot;, stellen ze.&quot;In een wereld die steeds meer wordt gekenmerkt door geopolitieke spanningen, economische fragmentatie en rivaliteit tussen grootmachten, is het sluiten van strategische handelsakkoorden van cruciaal belang voor de economische en geopolitieke slagkracht van de Europese Unie&quot;, klinkt het. &quot;Het akkoord met Mercosur vormt in die context een belangrijke hefboom voor de diversificatie van handelsstromen, zeker nu de invloed van China in Latijns-Amerika toeneemt, de oorlog in Oekraïne voortduurt, sancties tegen Rusland van kracht zijn en het handelsbeleid van de VS onder Donald Trump ontregelend werkt.&quot;De werkgeversorganisaties roepen alle bevoegde autoriteiten in ons land op om &quot;een constructieve en toekomstgerichte houding aan te nemen ten aanzien van het EU-Mercosurakkoord, in het belang van de Belgische economie en haar internationale concurrentiekracht&quot;. &quot;Mislukken is geen optie&quot;, klinkt het nog.</content>
            
            <updated>2025-09-04T10:06:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Uitgekochte Geelse melkveehouder start opnieuw in Frankrijk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/uitgekochte-melkveehouder-is-opgestart-in-frankrijk" />
            <id>https://vilt.be/57851</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse melkveehouder Koen Op ’t Roodt is vorige maand verhuisd naar het Franse Normandië. De boer zag geen toekomst meer in Geel. Een verhoging van de waterstanden voor natuurherstel zou er zijn landbouwgronden onder water zetten. Hij liet zich uitkopen door de Vlaamse Landmaatschappij (VLM en met het geld kocht hij een bedrijf in Noord-Frankrijk met 400 melkveeplaatsen. “De dieren zijn goed aangekomen en we zijn gestart met melken”, laat hij weten vanuit Normandië.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/58e45d5f-3f2d-487c-b935-2c2e61d3ad27/full_width_koen-op-t-roodt.jpeg</image>
                                        <content>Einde van een levenswerkMet pijn in het hart nam Guy Op ’t Roodt uit Geel begin augustus afscheid van zijn koeien. Op enkele dagen tijd werden 300 melkkoeien en 200 stuks jongvee in de veewagen geladen en op transport gezet naar Les Champs-de-Losque, een gemeente in Noord-Frankrijk. Hier wachtte zijn zoon Koen de dieren op. “Ik heb hier altijd geboerd, en voordien mijn ouders. Aan dat levenswerk is nu een einde gekomen”, vertelt Guy.Voor dat einde heeft de landbouwer niet zelf gekozen. VLM had een vernatting – een verhoging van de grondwaterstanden – voor ogen voor natuurherstel in het gebied de Zegge. Het gaat om een voormalig moerasgebied tussen de Roerdompstraat en de Kleine Nete dat na de Tweede Wereldoorlog is leeggepompt en is ingericht als landbouwgebied. “Ons bedrijf bevond zich op het laagste punt, waardoor onze gronden waardeloos zouden worden. We hadden feitelijk geen andere keus dan ons bedrijf te verkopen aan VLM”, vertelt Koen Op ’t Roodt. Wallonië of Frankrijk?De 41-jarige Kempenaar had door de vele jaren van onzekerheid - de natuurplannen in het gebied speelden al veel langer - zijn passie voor de landbouw niet verloren. Met het geld dat hij van VLM kreeg, kocht hij een rundveebedrijf met bijbehorend areaal in Frankrijk. “We hebben ook naar Wallonië gekeken. Maar we zochten een bedrijf met veel grond rondom het bedrijf en die zijn er moeilijk te vinden.”Uiteindelijk kwam Op ’t Roodt dan uit in Normandië. Nog voordat het bedrijf op zijn naam was gezet, maar er wel al een principeakkoord was bereikt, startte hij met de voorbereidingen in Noord-Frankrijk. Zo werden onder andere zandligboxen voorzien voor een maximaal koecomfort. “Er was haast bij geboden omdat we tegen 1 augustus ons bedrijf moesten verlaten. Daarnaast raakte ook het voeder in Geel op”, vertelt de boer. Oudste koeien verhuizen niet meeDe verhuizing van de koeien is goed verlopen, geeft de 41-jarige immigrant aan. Enkele oudere dieren zijn in de regio Geel verkocht om hen de lange reis naar Frankrijk te besparen. In Noord-Frankrijk beschikt Koen over een bedrijf met 400 melkveeplaatsen. “Mogelijk dat we de komende jaren de veestapel kunnen uitbreiden van 300 naar 400 dieren, maar op dit moment wil ik eerst bekomen van de verhuis”, vertelt hij.&amp;nbsp; Ze noemen het een vrijwillige opkoopregeling, maar in feite hadden wij geen keus Ook de opstart van de nieuwe dieren gaat goed, zegt de robotmelker. In Geel haalde hij bijna 13.000 liter melk per jaar uit zijn dieren. Op &#039;t Roodt stond ook bekend om de hoge levensproductie van zijn dieren. Hij had over de jaren heen maar liefst 28 honderdtonners op stal staan, dieren die minimaal 100.000 liter melk produceren in hun leven. Hij hoopt in Frankrijk dezelfde statistieken te kunnen realiseren.&amp;nbsp;Volgens hem zijn er in Frankrijk veel mogelijkheden voor landbouwers. “Bij de vergunning wordt er vooral gekeken of je voldoende grond hebt om het mest van je vee af te zetten. Daarnaast geven ze boeren de vrijheid om hun bedrijf te ontwikkelen. Dat is wel anders dan in Vlaanderen waar niets meer mogelijk is”, aldus Koen. Hij kijkt met een bitter gevoel terug op zijn vertrek. “Ze noemen het een vrijwillige opkoopregeling, maar in feite hadden wij geen keus.”</content>
            
            <updated>2025-09-05T10:42:51+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wat is een aardappel? Een negen miljoen jaar oude tomaat]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wat-is-een-aardappel-een-negen-miljoen-jaar-oude-tomaat" />
            <id>https://vilt.be/57852</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De aardappel is wereldwijd onmisbaar: jaarlijks wordt er meer dan 350 miljoen ton geproduceerd. Ze zijn voedzaam, veelzijdig te bereiden en groeien efficiënt op allerlei plekken. Maar de vraag waar de aardappel vandaan komt, bleef lang een raadsel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c15bb746-8a22-48f0-b2c0-f7b868e3cb97/full_width_agristo-aardappelverwerking-agristo.jpg</image>
                                        <content>Nieuw onderzoek biedt nu een verrassend antwoord: de aardappel is het product van een oeroude kruising tussen tomaten en een groep Zuid-Amerikaanse planten genaamd Etuberosum. Volgens het onderzoek leidde deze hybridisatie tot het ontstaan ​​van de kenmerkende eigenschap van de aardappelplant: de knol, een ondergrondse structuur die voedingsstoffen opslaat en, zoals de mens uiteindelijk ontdekte, eetbaar is. Het raadsel van de knolHet onderzoek, gepubliceerd in Cell, werd uitgevoerd door een internationaal team onder leiding van de Chinese Academie voor Landbouwwetenschappen. De wetenschappers vergeleken 128 genomen van tomaten, aardappelen, Etuberosum en hun verwanten. Hun analyse liet zien dat de moderne aardappel acht tot negen miljoen jaar geleden ontstond uit een hybride lijn. Cruciaal daarbij was de ontdekking dat twee genen – SP6A uit tomaat en IT1 uit Etuberosum – samen de knolvorming mogelijk maakten. “Een aardappel is het kind van tomaat en Etuberosum”, zegt hoofdauteur Zhiyang Zhang. Daarmee wordt duidelijk waarom aardappelen genetisch nauwer bij tomaten horen, maar uiterlijk lijken op Etuberosum.Aanvankelijk leverde de kruising weinig op, zegt plantengeneticus Esther van der Knaap. Maar miljoenen jaren natuurlijke selectie vormden uiteindelijk een nieuwe soortengroep, aangepast aan de koude klimaten van de Andes. Betekenis voor de toekomstOmdat aardappelen vaak via klonen worden vermeerderd, is hun genetische variatie beperkt – en dus ook hun weerstand tegen ziekten. Inzicht in hun hybride oorsprong zou nieuwe kansen kunnen bieden voor veredeling, bijvoorbeeld door gebruik te maken van tomatengenetica. Wat vaststaat: de nederige aardappel is niet zomaar een knol, maar de verre nakomeling van een oeroude liefdesgeschiedenis tussen tomaat en Etuberosum.</content>
            
            <updated>2025-09-04T11:56:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aziatische hoornaar meest gemelde insect bij recordeditie Insectenzomer van Natuurpunt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aziatische-hoornaar-meest-gemeld-bij-recordeditie-insectenzomer-van-natuurpunt" />
            <id>https://vilt.be/57853</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Aziatische hoornaar was dit jaar het meest gemelde insect tijdens de Insectenzomer, de jaarlijkse campagne van Natuurpunt. Van1 juni tot 31 augustus registreerden zo’n 52.000 mensen samen 2,2 miljoen insecten, een recordaantal.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="insect" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="invasieve exoten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1f8601c2-8d9d-4475-b122-fe5db984a54f/full_width_aziatischehoornaar-copyright-dominiquesoete-1250.jpg</image>
                                        <content>“Dat de Aziatische hoornaar op nummer één staat, is opmerkelijk”, zegt Wim Veraghtert van Natuurpunt Studie. “Het is niet het meest voorkomende insect in Vlaanderen, maar de soort groeit sterk en krijgt veel media-aandacht. Via Vespawatch.be worden mensen bovendien actief aangemoedigd om meldingen door te geven.” Exotische insecten steeds meer gemeldNiet alleen de hoornaar valt op. Het Aziatisch lieveheersbeestje, ook een exoot, haalde de top tien. Andere uitheemse soorten werden veel vaker gemeld, zoals de bruingemarmerde schildwants (+34%), de Mexicaanse zwartsteel (+118%) en de Aziatische langsteelgraafwesp (+70%). Nieuwkomers zoals de vedalia-kever uit Australië, de Japanse kever en de Amerikaanse cicade Metcalfa pruinosa doken voor het eerst in Vlaanderen op.“Niet alle exoten zijn schadelijk, maar de snelle toename baart zorgen”, vertelt Veraghtert. “Sommige soorten veroorzaken schade aan landbouw en natuur en brengen economische risico’s met zich mee.” Top 10Aziatische hoornaarAkkerhommelAardhommelgroepBruin zandoogjeKlein koolwitjeAziatisch lieveheersbeestjeBlinde bijOranje zandoogjeAtalantaBont zandoogje Positieve nootNa een moeilijk jaar in 2024 staan de de akkerhommel en de aardhommelgroep dit jaar in de top drie. Ook dagvlinders zoals de kleine vuurvlinder en het icarusblauwtje deden het opvallend beter. Daarnaast merkten veel mensen dat er dit jaar meer wespen waren: van Aziatische en Europese hoornaars tot gewone en Duitse wespen, veldwespen en zelfs de zeldzame rode wesp. Van die laatste werden dit jaar 18 exemplaren gemeld, tegenover slechts één in 2024.Bijzondere ontdekkingenNet als in vorige edities stond de gratis app ObsIdentify centraal in de campagne. Zo konden ook onervaren waarnemers bijzondere ontdekkingen doen. Bart Dujardin fotografeerde in Grimbergen een zweefvlieg die nog niet eerder in Vlaanderen was gezien, Eristalinus taeniops. In een tuin in Dworp werd dan weer het eerste klein tijgerblauwtje waargenomen, een dagvlinder die nooit eerder in ons land gezien was.Meer meldingen door het mooie zomerweerDit jaar werden er maar liefst 2.224.629 insecten geregistreerd, een absoluut record. Ter vergelijking: in 2024 en 2023 waren dat er 1,5 miljoen. Natuurpunt zet wel een paar kanttekeningen bij de recordeditie. Zo waren er door het goede weer een derde meer deelnemers. Daarnaast speelde ook de mediacampagne met bekende Vlamingen een rol.</content>
            
            <updated>2025-09-04T14:39:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sinds begin juli meer dan 200 aanvragen voor wolfwerende omheiningen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sinds-begin-juli-meer-dan-200-aanvragen-voor-wolfwerende-omheiningen" />
            <id>https://vilt.be/57854</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Sinds 1 juli zijn er 210 aanvragen ingediend om wolfwerende omheiningen te plaatsen. Het gaat om 202 aanvragen uit de risicozone in Limburg en acht uit de risicozone in Antwerpen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers die het Agentschap Natuur en Bos (ANB) donderdag heeft vrijgegeven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9ae94662-d9c6-4765-b944-27ddf060b344/full_width_wolfwerende-omheining-wolf-fencing-team.png</image>
                                        <content>Grootste aantal uit OudsbergenDe meeste aanvragen bij het Wolf Fencing Team (WFT) kwamen uit Oudsbergen (50 aanvragen) en Peer (33). Bij 176 van de dossiers gaat het om wolfwerende omheiningen voor schapen, geiten, alpaca&#039;s, runderen, paarden en pony&#039;s. De overige dossiers betreffen omheiningen die uitsluitend geschikt zijn voor paarden en pony&#039;s (32 aanvragen) of voor schapen en geiten (2 aanvragen).&quot;De massale instroom van aanvragen toont dat veehouders dringend nood hebben aan bescherming&quot;, zegt Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v). &quot;Met het plan van aanpak zorgen we ervoor dat die preventieve maatregelen versneld op het terrein komen. Alleen zo herstellen we het vertrouwen en brengen we rust in de regio.&quot; Afspraak om snel en doortastend te handelenDat plan van aanpak werd vorige week besproken tijdens een crisisoverleg tussen de minister en de burgemeesters van Noord-Limburg, nadat verschillende pony&#039;s door een wolf waren aangevallen. Er werd afgesproken om snel en doortastend te handelen, met concrete stappen om dieren beter te beschermen.Zo zullen wolfwerende omheiningen sneller geplaatst worden, wordt het mogelijk om schuilstallen volledig af te sluiten zonder vergunning en zullen kadavers gratis opgehaald worden door Rendac. De aanvragen voor wolfwerende omheiningen in het kerngebied van de nieuwe roedel worden prioritair behandeld. Bovendien wordt de inzet van ploegen op het terrein versterkt om de plaatsing te versnellen. Met de gemeenten is ook afgesproken dat gemeentepersoneel wordt ingezet om te helpen bij de uitvoering. Extra toezicht op terreinTijdens het crisisoverleg tussen de minister en de burgemeesters van de risicogebieden werd ook een plan van aanpak met bijkomende acties afgesproken. De prioriteit ligt daarbij op maatregelen om de dieren beter te beschermen, de gedupeerden beter te ondersteunen en een kritische evaluatie van het protocol dat bepaalt wanneer er sprake is van een probleemwolf.Daarnaast werd afgesproken om een meer proactieve communicatie op te zetten en de informatie-uitwisseling met gemeenten en burgers te verbeteren. Er is specifieke aandacht voorzien voor paardenhouders. Verder komt er extra toezicht op het terrein door middel van camera&#039;s, drones en een verhoogde aanwezigheid van toezichthouders en veiligheidsdiensten. Het is de combinatie van preventie, compensatie, juridische duidelijkheid en communicatie die ervoor moet zorgen dat we deze crisissituatie beheersbaar maken &quot;We maken duidelijk dat we niet wachten op nieuwe incidenten, maar nu al alles in het werk stellen om onze veehouders en hun dieren te beschermen&quot;, zegt minister Brouns nog. &quot;Het is die combinatie van preventie, compensatie, juridische duidelijkheid en communicatie die ervoor moet zorgen dat we deze crisissituatie beheersbaar maken. Tegelijk wil ik ook het bredere debat voeren: hoe kan Vlaanderen samenleven met de wolf in een dichtbevolkt gebied? Dat debat moet eerlijk en grondig gevoerd worden, op basis van de juiste wetenschappelijke inzichten, zodat er blijvend draagvlak is voor ons beleid.&quot;</content>
            
            <updated>2025-09-04T18:00:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fegra noteert goede graanoogst na jaren tegenslag]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/goede-graanoogst-na-jaren-tegenslag" />
            <id>https://vilt.be/57855</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De graanboeren trekken voor één keer niet het kortste strootje. Fegra, de federatie van de Belgische graanhandel, noteert in 2025 een aanzienlijk betere oogst dan de voorbije jaren. Na een zeer sombere en natte maand januari volgde een uitgesproken droog voorjaar. In tegenstelling tot 2024, toen langdurige regen het groeiseizoen bemoeilijkte, viel de neerslag dit jaar op de juiste momenten, waardoor de graangewassen zich snel en homogeen ontwikkelden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="graan" />
                        <category term="tarwe" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d23a8511-7438-4110-ad4f-c5063855fdd3/full_width_tarwe-oogst-graan-tractor.jpg</image>
                                        <content>Het wordt een graanjaar met normale opbrengsten en een betere kwaliteit. Dat besluit graanfederatie Fegra uit de voorlopige cijfers van Waalse en Vlaamse verzamelaanvragen en uit een eigen ledenenquête. Volgens Fegra groeide vooral de wintergerst opvallend vlot. “Eind april, begin mei was de aarzetting al zichtbaar, een vroeg teken van de voorspoedige ontwikkeling. De hoge temperaturen in mei en begin juni zorgden voor een snelle afrijping, waardoor op sommige percelen al half juni werd gedorst”, meldt de organisatie.Warm en droogDe hittegolf van eind juni en de droge start van de zomer boden ideale oogstomstandigheden om rijpe en droge granen te oogsten. In de meeste regio’s verliep de oogst vlot en zonder lange onderbrekingen. Wintertarwe was in veel streken voor meer dan 80 procent geoogst tegen 21 juli. Enkel in het zuidoosten liep de oogst door tot begin augustus.Het droge weer had ook een gunstig effect op de gezondheid van de gewassen: de ziektedruk bleef uitzonderlijk laag. Bladvlekkenziekte werd nauwelijks waargenomen en ook dwergroest en gele roest bleven dit seizoen beperkt.Goede opbrengst met gunstig vochtgehalteOver de hele lijn zijn de resultaten goed. “De opbrengsten in 2025 waren homogener dan in eerdere jaren”, noteert Fegra. “Regionale verschillen bleven beperkt, en in het algemeen kan worden gesproken van een licht bovengemiddeld jaar.”Na het uitzonderlijk slechte 2024 liggen de rendementen duidelijk hoger en bevinden ze zich iets boven het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar. Voor wintertarwe en wintergerst betekent dit zo’n 30 procent hoger dan vorig jaar. Ook bij spelt waren de resultaten sterk, met rendementen die 50 procent hoger lagen dan in 2024, maar in lijn met een goed gemiddeld jaar.Het vochtgehalte lag gemiddeld onder de 14 procent voor gerst waardoor er dit jaar nauwelijks nood was aan drogen. Enkel bij tarwepercelen die te vroeg geoogst werden, waren er granen die nog niet volledig rijp waren, maar dit bleef eerder uitzonderlijk.De koolzaadoogst van 2025 was eveneens merkbaar beter dan vorig jaar. Afhankelijk van de regio schommelden de opbrengsten tussen 4,2 en 5,5 ton per hectare, wat duidelijk in de lijn ligt van een goed gemiddeld jaar. Daarmee wisten de hogere rendementen deels het effect van het kleiner geworden areaal te compenseren.Areaal groeit weer na sterke terugvalNa de sterke terugval van het areaal in 2024 (-41% bij wintertarwe en -26% bij wintergerst door het natte najaar van 2023), toen veel akkers niet tijdig konden worden ingezaaid, ziet Fegra dit jaar een duidelijke inhaalbeweging.In Vlaanderen ging het graanareaal (exclusief maïs) met een kwart omhoog, terwijl Wallonië een stijging van iets meer dan 11 procent noteerde. Bij beide gewesten springen tarwe, spelt en triticale eruit als groeiers, terwijl wintergerst terrein verliest. In Vlaanderen nam het areaal wintertarwe toe met 48 procent tot ruim 59.800 hectare, het areaal spelt verdubbelde (+106%) tot meer dan 900 hectare en triticale nam met 59 procent toe tot bijna 1.300 hectare. Daartegenover staan duidelijke terugvallen bij andere graangewassen. Wintergerst kromp met een kwart tot ruim 12.300 hectare, zomertarwe daalde met een derde (–500 hectare) en ook de zomergerst nam met ongeveer 20 procent af. Ook voor koolzaad is de tendens neerwaarts: in heel België daalde het areaal met 18 procent tot net geen 9.000 hectare. Wereldwijde tarweconsumptie groter dan oogstWereldwijd zien we een gemengd beeld: sterke oogsten in de VS, India en Roemenië zorgen voor recordvolumes, maar in andere regio’s halen droogte en kleinere arealen de resultaten naar beneden.De wereldproductie van tarwe wordt dit jaar geraamd op 811 miljoen ton, een stijging tegenover vorig jaar (799,7 miljoen ton). De consumptie volgt en is met 815,8 miljoen ton hoger dan de productie. In China werd de oogst met twee miljoen ton naar beneden bijgesteld tot 140 miljoen ton, maar dat blijft ruim boven het vijfjarig gemiddelde. Ook in Brazilië en Argentinië lag de productie lager door een kleiner areaal en eerdere klimaatschade.Dichter bij huis is de tarweoogst beter. Fegra ziet positieve signalen uit de EU27, waar de oogst op 138,3 miljoen ton wordt geraamd, met een recordoogst in Roemenië van 12 miljoen ton. Aan de overkant van de oceaan heeft men hoge verwachtingen van de Amerikaanse oogst. Goede gerst, slechte maïsVoor gerst blijft de situatie grotendeels stabiel, met een wereldproductie van 144,3 miljoen ton, vergelijkbaar met vorig jaar. De markt blijft gevoelig voor weersinvloeden en prijsschommelingen. In totaal komt de productie van overige granen (waaronder maïs, gerst en sorghum) op 1.564,5 miljoen ton, een stijging met 3,5 procent.Voor Oekraïne is de gerstoogst inmiddels binnen en valt die tegen, terwijl de maïsoogst voorlopig redelijk lijkt. In de EU is de situatie omgekeerd: een goede gerstoogst, maar verwachtingen van een tegenvallende maïsoogst, waarbij de raming van het Internationals Grains Council (IGC) van 57,5 miljoen ton vermoedelijk eerder rond 55 à 56 miljoen ton zal uitkomen.Positieve signalenAl bij al is Fegra tevreden.&amp;nbsp;Het Belgisch areaal herstelde zich fors na de terugval van 2024, met een uitgesproken stijging van wintertarwe in Vlaanderen en een sterke groei van tarwe, spelt en triticale in Wallonië. Wintergerst verloor daarentegen duidelijk terrein in beide gewesten.</content>
            
            <updated>2025-09-08T11:52:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Wie ‘ja’ zegt tegen biodiversiteit, zegt ook ‘ja’ tegen de wolf"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wie-ja-zegt-tegen-biodiversiteit-zegt-ook-ja-tegen-de-wolf" />
            <id>https://vilt.be/57856</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen heeft wolven. “Hoera,” kraait de ene, “de wolf is nodig om het ecosysteem in evenwicht te brengen.” “Awoert,” roept de andere, “Vlaanderen is te klein voor wolven.” Volgens Joachim Mergeay, bioloog en onderzoeker bij INBO en KU Leuven, is de natuur evenwel geen winkel waarin je kunt shoppen en alleen kan kiezen wat je op dat moment goed uitkomt. “Het is een totaalpakket, besproken en afgeklopt omdat we als maatschappij hebben ingestemd met het algemene principe dat biodiversiteit belangrijk is”, schrijft hij in een opiniestuk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c8736640-1b2d-4362-8b44-acbb56f26ca1/full_width_wolf.jpg</image>
                                        <content>Je zult mij niet rap horen zeggen dat in Vlaanderen wolven nodig zijn om het ecosysteem te reguleren. Je kunt argumenteren dat ze een meerwaarde hebben, hier en daar, voor andere soorten. Maar is dat werkelijk de onderliggende reden dat hier wolven voorkomen, en dat iedereen op het spoedoverleg tussen de Limburgse burgemeesters en minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) het eens was dat wolven hier zijn en zullen blijven?We hebben als maatschappij afgesproken dat we biodiversiteit in al haar vormen willen behouden voor toekomstige generaties. Dat is verankerd in de Conventie voor Biologische Diversiteit uit 1993, maar ook in andere internationale conventies en wetgeving. Daarin heeft iedereen verantwoordelijkheden te nemen. We kunnen niet kiezen welke soorten we wel en niet willen uitsluiten van die lijst omdat het ons (hier en nu) maatschappelijk hindert, op de invasieve uitheemse soorten na (die hebben zo’n negatieve impact op de Europese biodiversiteit dat ze een bedreiging vormen voor de eerder genoemde doelstelling).Biodiversiteit nodig voor duurzame toekomst als soortNatuur is geen winkel waarin je kunt shoppen en alleen kiezen wat je op dat moment goed uitkomt. Het is een totaalpakket, besproken en afgeklopt omdat we als maatschappij hebben ingestemd met het algemene principe dat biodiversiteit belangrijk is. Dat principe is verankerd in een waardekader: we vinden dat we het recht niet hebben om soorten te laten verdwijnen, maar verwijzen ook naar het gegeven dat wij mensen deel uitmaken van de natuur en er onlosmakelijk mee verbonden zijn, en dat we natuur en biodiversiteit nodig hebben voor een duurzame toekomst als soort. Als wij al niet kunnen samenleven met een handvol wolvenroedels, hoe kunnen we dan vragen van veel minder bemiddelde Afrikaanse of Aziatische gemeenschappen dat ze samenleven met olifanten, krokodillen, leeuwen, tijgers, luipaarden en hyena’s?&amp;nbsp; “Maar die wolven kunnen toch elders voorkomen,” zullen sommigen opperen, “in de echte wilde natuur, elders in Europa, we hoeven ze toch niet in Vlaanderen te dulden?” Tja, hoe bepaal je dan wat dat is, “wilde natuur”? Elk land zal zeggen dat wolven maar elders hun onderkomen moeten vinden. In Zweden, een gigantisch land met een gemiddelde dichtheid van 24 inwoners per vierkante kilometer (20 keer minder dan Vlaanderen), is het argument van Nils met de Pät ook dat Zweden te klein en te dichtbevolkt is voor wolven. Als het beleid daar zijn gang gaat, hebben Nederland en België binnen enkele jaren meer wolven dan Zweden.Dan ben je terug waar we vóór 1979 waren (voor de Conventie van Bern, over het behoud van in het wild voorkomende dieren- en plantensoorten), toen de wolf (en alles wat scherpe tanden of klauwen had) werd bestreden, met een overheidspremie erbovenop.De wolf is niet heiligWe zijn een moderne maatschappij, met tal van hulpmiddelen die ons toelaten om op een creatieve manier duurzaam samen te leven met soorten die het ons niet altijd makkelijk maken. Dat betekent niet dat een wolf heilig is en alles mag. Wolven die mensen actief opzoeken of niet weglopen voor mensen, en door hun gedrag een bedreiging kunnen vormen voor mensen, moet je kunnen afschrikken (met meer dan wat handgebaren en getoeter) en zo nodig afschieten. Dat staat al enkele jaren beschreven in het interventieprotocol van het Agentschap voor Natuur en Bos.Tot slot: velen onder ons gaan graag op reis naar verre streken om daar te genieten van wildere natuur. Ook daar vergt de aanwezigheid van zulke moeilijke soorten moeite, en vormt die een uitdaging voor lokale gemeenschappen. Als wij al niet kunnen samenleven met een handvol wolvenroedels, hoe kunnen we dan vragen van veel minder bemiddelde Afrikaanse of Aziatische gemeenschappen dat ze samenleven met olifanten, krokodillen, leeuwen, tijgers, luipaarden en hyena’s?&amp;nbsp; Met dit opiniestuk, dat eerder in de krant De Standaard verscheen, wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurJoachim Mergeay is bioloog en onderzoeker bij het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en de KU Leuven. Hij voert onder meer onderzoek naar de wolf en is hij betrokken bij expertengroepen over de wolf op Europees en internationaal niveau.</content>
            
            <updated>2025-09-15T16:12:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[China voert tijdelijke heffingen tot wel 60 procent in op Europees varkensvlees]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/china-voert-tijdelijke-heffingen-in-op-europees-varkensvlees" />
            <id>https://vilt.be/57857</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>China heeft tijdelijke invoerheffingen ingevoerd op varkensvlees uit de Europese Unie. De taksen variëren van 15,6 tot 62,4 procent en gaan in vanaf 10 september, zegt het Chinese ministerie van Handel. Voor België dreigt het hoogste tarief, al is dat nog niet helemaal duidelijk. "Dit is een onaangename verrassing", zegt Michael Gore van FEBEV.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1a6aae1a-a76f-4914-a137-93402d2d0772/full_width_varkenskarkassen-slachthuis-noordvlees-van-gool-gevilt.jpg</image>
                                        <content>De beslissing om deze heffingen op te leggen, vloeit voort uit een antidumpingonderzoek over de invoer van varkensvlees dat China in 2024 was opgestart. De Chinese autoriteiten stellen dat Europese producenten varkensvlees en nevenproducten aan dumpingprijzen hebben geëxporteerd, waardoor de eigen sector schade heeft geleden. In Europa werd het antidumpingonderzoek gezien als een reactie van China op extra Europese heffingen die werden ingevoerd op elektrische auto’s uit China.In juni kwam nog het nieuws dat de Chinezen hun onderzoek met zes maanden zouden verlengen tot 16 december. Experts in de Belgische varkenssector hoopten toen dat deze verlenging een excuus zou zijn om de zaak op de lange baan te schuiven. Die hoop is ijdel gebleken. Vrijdag kondigde het Chinese ministerie van Handel aan dat er wel degelijk invoerheffingen zouden komen op Europees varkensvlees. En die heffingen zijn niet mals: ze lopen op tot 62,4 procent. Nog veel onduidelijkheidHoewel de Belgische varkenssector nog volop bezig is om de maatregelen die China heeft uitgevaardigd te interpreteren, ziet het er niet goed uit voor de Belgische bedrijven. Op het eerste zicht lijkt het Belgisch varkensvlees in de hoogste categorie te vallen. Bovendien gaan de heffingen ook al in op 10 september. Dat betekent dat op enkele tientallen containers die momenteel op weg zijn naar China, een extra heffing zou komen van 62,4 procent.Bij FEBEV, de federatie van het Belgisch vlees, is te horen dat het vreemd is dat België in de hoogste categorie valt. “De periode die aanleiding vormde voor China om een antidumpingonderzoek in te stellen, is er helemaal geen Belgisch varkensvlees geëxporteerd naar China omdat het land ons al sinds 2018 een importban had opgelegd omwille van varkenspest. Maar nu worden onze bedrijven toch aan extra heffingen onderworpen”, zegt Michael Gore van FEBEV.Het valt hem bovendien op dat landen als Denemarken en Nederland die wel in het antidumpingonderzoek vervat zaten, minder hoge heffingen krijgen opgelegd. De differentiatie aan tarieven die is opgelegd aan landen en bedrijven noemt hij dan ook “heel bizar”. Volgens FEBEV hoopt op de nodige politieke en diplomatieke inspanningen om de maatregelen te verzachten of ongedaan te maken. &quot;Voor bepaalde andere landen gelden lagere heffingen, dus er moet wel ruimte zijn&quot;, aldus Gore. &quot;Mijns inziens is de relatie tussen België en China goed.&quot; Belangrijke markt voor vijfde kwartierDe Europese Unie voerde vorig jaar voor meer dan 2 miljard euro aan varkensvlees uit naar China, dat de grootste importeur van varkensvlees ter wereld is. Toch kampt het land op dit ogenblijk met een overaanbod aan varkensvlees terwijl de consumptie hapert.Vaak is er veel kritiek op de export van varkensvlees naar China en wordt de duurzaamheid ervan in vraag gesteld, maar toch is de Chinese markt enorm belangrijk voor Belgische vleesbedrijven omdat ze complementair is met de eigen markt. Het grote voordeel van China is dat de consumenten er verzot zijn op het zogenaamde vijfde kwartier, zoals oren en poten. &quot;Dat zijn producten die bij ons weinig tot niet geconsumeerd worden en dus lagere prijzen halen, maar waar ze in China een premium voor neerleggen omdat het past in hun consumptiepatroon&quot;, legt Gore uit.&amp;nbsp;Volgens hem zullen de heffingen dus zeker een impact hebben op de waardering van het varkenskarkas en dus op de prijs die de varkenshouders krijgen. EU-Commissie: &quot;In strijd met WTO-regels&quot;De Europese Commissie laat intussen weten dat het &quot;alle noodzakelijke maatregelen&quot; zal nemen om de producenten van varkensvlees te beschermen. &quot;We gaan de zaken in detail bestuderen&quot;, klinkt het. De Commissie zegt dat het dit antidumpingonderzoek van nabij heeft opgevolgd. &quot;Volgens onze analyse is het gebaseerd op betwistbare beweringen en onvoldoende bewijzen&quot;, aldus een woordvoerder. Ze concludeert dan ook dat het onderzoek van China niet in lijn is met de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De maatregel kan de handelsspanningen tussen de Europese Unie en China verder doen oplaaien. Een ander antidumpingonderzoek, naar Europese zuivelproducten, is momenteel nog lopende. Dat onderzoek werd ingesteld in augustus 2024 en werd recent verlengd voor nog eens zes maanden.</content>
            
            <updated>2025-09-05T15:33:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns leidt Japanse ambassadeur rond langs Limburgse boomgaarden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-leidt-japanse-ambassadeur-rond-langs-limburgse-fruitboomgaarden" />
            <id>https://vilt.be/57858</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams Landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v) heeft samen met de Japanse ambassadeur in België een bezoek gebracht aan een Vlaamse perenteler en aan pcfruit in Sint-Truiden. De rondleiding moest bijdragen aan de opening van de Japanse markt voor onze peren. De Vlaamse fruitsector probeert al jaren voet aan de grond te krijgen in Japan. Dat land houdt hermetisch de grenzen dicht uit angst voor de import van ziekten en plagen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1e6654bb-3916-4033-990e-790272247bf2/full_width_peren-peer-fruit.jpg</image>
                                        <content>Een Limburgs fruitbedrijf in Sint-Truiden&amp;nbsp;kreeg vorige week bijzonder bezoek. Vlaams landbouwminister Jo Brouns kwam samen met de Japanse ambassadeur en de landbouwattaché van de Japanse ambassade langs. In hun kielzog een delegatie van vertegenwoordigers uit de fruitsector, waaronder VBT-secretaris Luc Vanoirbeek, VLAM-directeur Filip Fontaine en Leslie Lambregts, directeur internationale zaken van het Voedselagentschap. &amp;nbsp; 124 miljoen kapitaalkrachtige inwonersHet bezoek kaderde in de Vlaamse poging om de Japanse markt aan te boren voor Belgische peren. Het land met 124 miljoen kapitaalkrachtige inwoners is een potentieel interessante afzetmarkt voor onze conférence-peren, maar tot op vandaag mogen onze vruchten het land niet binnen. “We proberen al 12 jaar toegang te krijgen tot de Japanse markt”, verzucht Luc Vanoirbeek.De terughoudendheid van de Japanners komt grotendeels voort uit hun vrees dat met de import van Vlaamse peren ook ziektes en plagen voet aan de grond kunnen krijgen in Japan. Zo is er onder andere angst voor de fruitmot. Deze is endemisch aanwezig in onze fruitboomgaarden, maar door chemische behandelingen, sortering en andere stappen in het productie- en logistieke proces zijn hiervan geen sporen terug te vinden op het eindproduct.Minister Brouns&amp;nbsp;benadrukte het belang van het bezoek: “Onze perentelers leveren topkwaliteit en verdienen toegang tot de Japanse markt. Sinds mijn bezoek aan Tokyo in april werken we samen met alle betrokken partners om dit dossier vooruit te krijgen. Het feit dat de ambassadeur nu zelf onze perenplantages bezoekt, toont dat er vertrouwen groeit. Dit is een belangrijke stap richting een doorbraak.”Van fruitbedrijf naar proefcentrumOm de diverse stappen in het productie- en logistieke proces te illustreren, trok de delegatie vervolgens naar het proefcentrum voor fruit, pcfruit in Sint-Truiden. Daar kon de Japanse ambassadeur kennismaken met de diverse onderzoeksfaciliteiten en de bewaringsloodsen. “Ook ULO-bewaring zorgt voor een stukje voor de verdelging van de fruitmot. Momenteel zijn we dat met een onderzoek aan het aantonen”, vertelt pcfruit-directeur Dany Bylemans.Filip Fontaine van VLAM, dat het event georganiseerd had, hoopt dat de opening van de Japanse markt met het bezoek een stukje dichterbij komt. Ook hij ziet het Aziatische land als een interessante markt waar momenteel al Vlaamse witloof, knolselder, prei en spruiten te vinden zijn. “Er gaat al meer dan 20 jaar witloof naar Japan en sommige van onze bedrijven leveren maatwerk voor deze markt. Zij verpakken witloof in houten kistjes in lagen van vijf met steeds hetzelfde aantal stronken. Dit omdat witloof in Japan per stuk verkocht wordt”, zegt hij. 23 euro voor knolselderVanoirbeek ziet op basis van de huidige exportstromen in ieder geval een interessante niche voor onze peren. “Tijdens een bezoek twee jaar geleden heb ik een knolselder in een Japanse winkel zien liggen voor 23 euro. Dat is misschien niet representatief, maar zegt wel wat over het financiële potentieel van de markt.”Vanoirbeek was er twee jaar geleden in het kielzog van een Europese handelsmissie onder leiding van toenmalig Eurocommissaris van&amp;nbsp;Landbouw, Janusz&amp;nbsp;Wojciechowski. Hoofdoel van zijn bezoek was ook het promoten van Vlaamse peren en toegang te krijgen tot de Japanse markt.</content>
            
            <updated>2025-09-08T10:30:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bietentelers woest om Mercosurdeal: “Europa importeert suiker aan standaard die het hier verbiedt”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bietentelers-woest-om-mercosur-deal-europa-importeert-suiker-aan-standaard-die-het-hier-verbiedt" />
            <id>https://vilt.be/57859</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“Europese en Belgische bietplanters worden als pasmunt ingezet om tot handelsakkoorden te komen.” Dat schrijft bietentelersorganisatie CBB nu de Europese Commissie op 3 september de Mercosurovereenkomst heeft goedgekeurd. De EU belooft hier grote hoeveelheden suiker en ethanol uit Zuid-Amerika rechtenvrij in te voeren. Telers vrezen voor hun omzet, maar hekelen ook hoe Europa producten importeert die niet voldoen aan de normen voor gewasbescherming, milieu en arbeid die het aan de eigen telers oplegt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="suiker" />
                        <category term="mercosur" />
                        <category term="biet" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cc017d8f-59de-4838-add3-241c4b460e5a/full_width_suikerriet-csiro.jpg</image>
                                        <content>Volgens CBB-voorzitter Hendrik Vandamme is het Mercosurakkoord niet alleen relevant voor telers, maar ook voor de consument. “Het zou niet mogen dat men suiker importeert die geproduceerd is met middelen die hier verboden zijn, of zelfs nooit erkend zijn geweest”, zegt hij.De Mercosur-overeenkomst is voor de duidelijkheid nog niet definitief. De deal is goedgekeurd door de Europese Commissie, maar moet nog worden geratificeerd door de Raad en het Parlement alvorens ze in werking treedt.Geen verwaarloosbare hoeveelheidDe bietensector produceert zowel suiker voor consumptie als voor ethanolproductie, het type alcohol dat in alcoholische dranken zit. In de overeenkomst belooft Europa om 190.000 ton suiker te importeren, zonder douanerechten. “Dat is bijna het equivalent van de productie van de suikerfabriek van Iscal Sugar in Fontenoy, bij Doornik”, waarschuwt CBB. De organisatie kaart ook de invoer aan van 8,2 miljoen hectoliter ethanol aan. Dat is evenveel als de volledige Franse productie van bietenethanol.“Dergelijke volumes worden door de Commissie “verkocht” als zijnde marginaal ten opzichte van de Europese suikerproductie, maar iedere kilo suiker die geïmporteerd wordt, is er één die hier niet meer geproduceerd kan worden”, stelt CBB. “Tel daarbij het cumulatief effect van andere handelsovereenkomsten en we kunnen enkel vaststellen dat de Europese en Belgische bietplanters als pasmunt ingezet worden om tot handelsakkoorden te komen.” Wat is het verschil tussen rietsuiker en bietsuiker?In de Mercosurlanden Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay groeien geen suikerbieten. Deze landen winnen hun zoetstof uit suikerriet. Het gewas en het productieproces zijn dus anders dan bij ons, maar het eindproduct is identiek. “Finaal is de kristalsuiker hetzelfde product”, zegt CBB-voorzitter Hendrik Vandamme. “Het suikerkorreltje vormt zich bij de kristallisatie, een chemisch-fysisch proces wanneer het sap van het gewas wordt ingedikt. Het zou een mooi statement zijn van producenten om geen rietsuiker uit de Mercosurlanden te aanvaarden, omdat het geproduceerd wordt met middelen die hier verboden zijn. Maar om de smaak zal men het niet doen, want die is van beide producten hetzelfde.” Europa strenger voor eigen telers dan importproductenWat ook de consument zorgen kan baren, is dat de handelsovereenkomst geen spiegelclausule bevat voor de suikerimport.” De Commissie heeft er duidelijk voor gekozen de invoer toe te staan van producten die zijn gemaakt van suikerriet dat is geteeld met talloze gewasbeschermingsmiddelen die in Europa verboden zijn. Dat is voor ons onaanvaardbaar”, stelt CBB. “De onderhandelingen over deze handelsovereenkomst met de Mercosurlanden begonnen in de vorige eeuw, toen het Europese landbouw- en milieubeleid nog helemaal niet in verhouding stond tot het huidige beleid met de vermaledijde Green Deal en de steeds strenger wordende regels rond gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen.” Hoe kan de Commissie aan boeren vragen hun praktijken te veranderen voor een groener Europa, maar tegelijkertijd de poort wijd open zetten voor de invoer van producten die niet aan onze normen voldoen? De spreidstand van Europa, waarbij enerzijds gepleit wordt voor gezonde, agro-ecologische landbouw en anderzijds producten worden ingevoerd die niet aan deze standaarden voldoen, is al langer een ergernis van Hendrik Vandamme. De oud-voorzitter van ABS kaart al vele jaren deze dubbele standaard aan in de gehele landbouwsector, en als voorzitter van de CBB verdedigt hij ook de bietenbelangen. &quot;Het handelsbeleid dat de Europese Commissie de voorbije jaren en vooral de voorbije weken uitrolt, is destructief voor onze landbouw”, zegt hij. “Hoe kan de Commissie aan boeren vragen hun praktijken te veranderen voor een groener Europa, maar tegelijkertijd de poort wijd open zetten voor de invoer van producten die niet aan onze normen voldoen? Ik roep, namens alle Belgische bietentelers, alle regeringen en parlementen in ons land en alle leden van het Europees Parlement met aandrang op om deze overeenkomst met alle middelen stop te zetten.” Boerenprotest op LuxemburgpleinVandamme staat niet alleen met die mening. Donderdagavond betoogden verschillende landbouworganisaties op het Brusselse Luxemburgplein tegen de Mercosurdeal. “Als het akkoord er komt, zijn hevige boerenprotesten waarschijnlijk”, klinkt het bij Boerenforum. Een tweehonderdtal actievoerders tekende present.&quot;De Mercosurdeal is verraad van de boeren. Wij zijn hier om op te komen voor de lokale landbouwers die door Europa in de steek gelaten worden&quot;, zegt Kato Demeester van Boerenforum. &quot;De deal is nefast voor de voedselzekerheid, die nochtans des te belangrijker is in tijden van geopolitieke spanningen.” Ook Demeester vindt het niet kunnen dat de Mercosurlanden de strenge Europese normen niet moeten volgen.De Waalse regering gaf woensdag al aan zich te zullen blijven verzetten tegen de Mercosurdeal. Dat verzet betekent volgens de Waalse minister van Landbouw Anne-Catherine Dalcq dat België zich &quot;op zijn minst&quot; zal moeten onthouden wanneer het voorstel op tafel van de handelsminister belandt. Ook Frankrijk is tegen, en wil de deal blokkeren. Maar om dat te doen, moet het minstens vier lidstaten verenigen die minstens 35 procent van de bevolking van de EU vertegenwoordigen.</content>
            
            <updated>2025-09-05T15:14:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Augustus bracht amper vijfde van de regen: sterk gedaalde debieten en laag grondwaterpeil]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/augustus-bracht-amper-vijfde-van-de-regen-sterk-gedaalde-debieten-en-laag-grondwaterpeil" />
            <id>https://vilt.be/57860</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met slechts een vijfde van de normale neerslaghoeveelheid was augustus een zeer droge maand. &nbsp;Bijna overal in Vlaanderen zijn de debieten van de onbevaarbare waterlopen sterk gedaald tegenover begin augustus. In het Denderbekken ligt het 14-daagse gemiddelde debiet nu zelfs onder het historische minimum. Dat blijkt uit de recentste cijfers over de droogte van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/50a3e2b0-4419-463c-a836-2f609a219e06/full_width_aardappel-droogte.jpg</image>
                                        <content>Van 9,8 mm tot 61,4 mmAfgelopen maand registreerde het KMI 17,8 mm neerslag in Ukkel, of 21 procent van de normale neerslaghoeveelheid. In het pluviometernetwerk van de VMM varieerden de gemeten hoeveelheden van minimum 9,8 mm in Vosselaar (Antwerpen), tot 61,4 mm in Dudzele (West-Vlaanderen).&amp;nbsp;Door het opgebouwde neerslagtekort schakelde Vlaanderen op 28 augustus over naar code oranje voor droogte. Omwille van zeer lage debieten op de onbevaarbare waterlopen gelden op nagenoeg alle onbevaarbare waterlopen tijdelijke onttrekkingsverboden. Debieten tot 90 procent teruggevallenIn de meeste meetplaatsen zijn de waarden voor de evolutie van de 14-daagse gemiddelde debieten sterk gedaald tegenover begin augustus. De VMM stelt op sommige plaatsen een terugval met meer dan 90 procent vast.&amp;nbsp;Begin vorige maand waren de debietwaarden in twee op de drie meetplaatsen nog normaal voor de tijd van het jaar, nu is dat nog het geval in 31 procent van de meetstations. In 63 procent van de meetplaatsen is sprake van lage tot zeer lage waterloopdebieten, tegenover 23 procent vorige maand.&amp;nbsp;De zeer lage neerslaghoeveelheid de voorbije maanden leidt ertoe dat het aandeel lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar veel groter is dan op hetzelfde tijdstip in 2023 en 2024. In net geen drie kwart van de meetlocaties zijn de peilen laag tot zeer laag.&amp;nbsp; Uiterst nat 2024 voorkomt ergerHet freatisch grondwater evolueert, onder invloed van de droogte, naar een steeds drogere situatie. De VMM voegt daar wel aan toe dat de peilen toch nog relatief hoog blijven op sommige locaties, vooral in het zuidoosten van Vlaanderen. Daar werken de uiterst natte weersomstandigheden van 2024 nog steeds door.</content>
            
            <updated>2025-09-05T15:05:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[West-Vlaams transportbedrijf verliest vergunning door inbreuken op dierenwelzijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/west-vlaams-transportbedrijf-verliest-vergunning-door-inbreuken-op-dierenwelzijn" />
            <id>https://vilt.be/57862</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een transportbedrijf uit Houthulst ziet zijn vergunning geschorst omwille van herhaaldelijke inbreuken op het dierenwelzijn bij het vervoer van varkens. Dat laat Vlaams minister voor Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) weten. FEBEV noemt dit een “positief precedent”. “Dierenwelzijn is een verantwoordelijkheid van de hele keten, niet alleen van de slachthuizen”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2afe7124-1d7e-4161-a118-57e16ff843eb/full_width_dierentransportdierenvervoer.jpg</image>
                                        <content>Naast strenge controles op dierenwelzijn in de slachthuizen houden de Vlaamse ‘dierenartsen met opdracht’ (DMO) ook toezicht op de professionele transporteurs die dieren vervoeren. “Doorgaans volstaan waarschuwingen en PV’s met boetes om fouten recht te zetten”, zegt minister Weyts. Maar in het geval van het transportbedrijf uit Houthulst was dat onvoldoende. “De eigenaar ontving meerdere waarschuwingen en talloze zwaarwichtige processen-verbaal, maar hij bleef levende dieren vervoeren met ontstekingen, snijwonden, navelbreuken, ligwonden en abcessen. En regelmatig waren de transporten overladen”, klinkt het.Daarom wordt nu voor het eerst de transportvergunnning van een dierenvervoerbedrijf geschorst. “We hebben deze transporteur de kans gegeven zijn zaken op orde te brengen”, zegt Weyts. “Maar bij wie na herhaalde waarschuwingen blijft volharden, is het schorsen van de vergunning de enige oplossing. Dit is de eerste keer dat we zo ver moeten gaan, maar alle transporteurs moeten beseffen dat dit kan gebeuren als er geen respect komt voor alle dieren die vervoerd worden.” &quot;Alle schakels zijn verantwoordelijk&quot;FEBEV begrijpt dat deze beslissing moeilijk kan liggen voor het bedrijf in kwestie, maar anderzijds vindt de sectorfederatie van de Belgische slachthuizen dit ook een “positief precedent”. “Als sector staan wij hier achter. Dierenwelzijn is een zaak van de hele keten, niet alleen van de slachthuizen. Het is goed dat andere schakels mee verantwoordelijk worden gesteld en dat het niet meer beperkt wordt tot de slachthuizen waar de vaststellingen worden gedaan”, zegt Michael Gore.Volgens hem hebben de dierenartsen in opdracht een overzicht dat slachthuizen zelf niet hebben. “Zij kunnen onderzoeken of de varkens de verwondingen hebben opgelopen tijdens het transport of al op de boerderij. Vervolgens kunnen zij over de slachthuizen heen, kijken &amp;nbsp;of herhaaldelijke vaststellingen terug te brengen zijn tot eenzelfde transporteur of een eenzelfde producent”, verduidelijkt Gore. “Als de pakkans voldoende groot is, zal dit voor transporteurs en boeren een trigger zijn om veel alerter te zijn. Vaak zijn ze zich onvoldoende bewust van de problematiek.”</content>
            
            <updated>2025-09-08T17:40:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Primeur: Drone zaait groenbemesters onder maïs]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/drone-zaait-groenbemesters-onder-mais" />
            <id>https://vilt.be/57863</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Heist-op-den-Berg kreeg de Vlaamse landbouw er een primeur bij: een drone zaaide er groenbemester rechtstreeks onder de bestaande maïs. Terwijl de hoofdteelt nog op het veld staat, strooit de drone van bovenaf het zaad uit. Zo krijgt de groenbemester alvast een voorsprong en groeit die rustig verder na de oogst. Het resultaat: een bodem die ook in herfst en winter bedekt blijft, minder stikstofverlies en extra voeding voor het bodemleven, een echte boost voor biodiversiteit dus. Bovendien kan de drone zaaien op momenten dat de bodem te nat is voor tractoren, een groot voordeel in dit laaggelegen gebied.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                        <category term="groenbemester" />
                        <category term="technologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9402420f-6614-496f-8b2e-f6ad6b89efa1/full_width_thumb-30.jpg</image>
                        
            <updated>2025-09-07T21:24:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Jong Geleerd Oud Gedaan: Yoshi]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/jong-geleerd-oud-gedaan-yoshi" />
            <id>https://vilt.be/57864</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tien jaar geleden leidde de jonge Yoshi uit Essen ons vol enthousiasme rond op het melkveebedrijf van zijn ouders. Met glunderende ogen toonde hij de koeien, de machines en zijn favoriete plek op de boerderij. Vandaag, een decennium later, staan we opnieuw op het erf. De liefde voor de landbouw is gebleven, maar de toekomst ligt nog open. Neemt Yoshi het bedrijf later over? Die vraag blijft hangen, net als de uitdagingen waar veel jonge boeren vandaag voor staan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="opvolging" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7f3a1c3d-caaa-4843-852f-0fc342f67338/full_width_thumb-31.jpg</image>
                        
            <updated>2025-09-08T18:03:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoogstraten schakelt tandje bij in duurzaamheidsinspanningen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoogstraten-schakelt-tandje-bij-in-duurzaamheid-en-organiseert-internationale-aardbeiencongres" />
            <id>https://vilt.be/57865</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Coöperatie Hoogstraten heeft zich officieel aangesloten bij het Science Based Targets initiative (SBTi), een internationaal milieucertificeringsproces. Daarmee belooft de veiling haar klimaatimpact in lijn te brengen met de meest recente klimaatwetenschappelijke inzichten. Het inpandige Proefcentrum Hoogstraten speelt een sleutelrol in de verduurzaming van de teelt en vertaalt onderzoek naar praktische toepassingen voor telers. Die expertise wordt later dit jaar ook gedeeld op het internationale aardbeiencongres in Antwerpen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardbei" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="duurzaam" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7badaa7d-6e81-479e-a7b8-adf25c31e91a/full_width_hoogstraten.jpg</image>
                                        <content>“Als coöperatie van 165 gespecialiseerde producenten willen we een voortrekkersrol opnemen in de verdere verduurzaming van de tuinbouw,” zegt Jan Engelen, Manager Sustainability bij Coöperatie Hoogstraten. “Met onze deelname aan het SBTi-traject zetten we in op concrete en meetbare emissiereductiedoelstellingen die volledig in lijn liggen met het klimaatakkoord van Parijs.”Het Science Based Targets initiative (SBTi) is een internationaal programma dat bedrijven ondersteunt bij het terugdringen van hun broeikasgasuitstoot, in lijn met de doelstelling om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5°C. De organisatie biedt een wetenschappelijk onderbouwd raamwerk, valideert doelstellingen onafhankelijk en begeleidt bedrijven bij de uitvoering ervan. Niet alleen voedingsbedrijven, zoals zuivelverwerker Royal A-ware, maar ook bedrijven uit andere sectoren sluiten zich aan.Voor Coöperatie Hoogstraten past de inschrijving in een breder duurzaamheidsplan. Daarbij ligt de focus onder meer op energie-efficiëntie en -transitie, duurzaam waterbeheer, milieuvriendelijke verpakkingen, duurzamer transport en het terugdringen van voedselverspilling. Sleutelrol voor Proefcentrum HoogstratenBij de verduurzaming van de aardbei- en andere serreteelten in Hoogstraten speelt het Proefcentrum Hoogstraten een sleutelrol. Eerder dit jaar opende het centrum een nieuw onderzoekscomplex met ultramoderne infrastructuur, waar onderzoek wordt gedaan naar duurzame teeltmethoden. De inzichten die hier ontstaan, worden actief gedeeld met de telers.Een mooi voorbeeld is het uitgebreide onderzoek naar de inzet van de UV-robot bij de bestrijding van witziekte in aardbeien. Dankzij deze innovatie konden telers het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aanzienlijk verminderen – een belangrijke stap vooruit in de verduurzaming van de sector.Ook Coöperatie Hoogstraten toont al jaren haar duurzame ambities. Al meer dan tien jaar neemt de coöperatie deel aan het VOKA Charter Duurzaam Ondernemen (VCDO), waarbij deelnemers jaarlijks hun inspanningen rond duurzaam ondernemen moeten aantonen. In het huidige VCDO Champion-traject profileert Hoogstraten zich nog sterker als voortrekker, met de UV-robot als uithangbord van haar innovatieve aanpak. Internationale aardbeiencongres in AntwerpenProefcentrum Hoogstraten staat bekend om zijn expertise in de tomaten-, aardbeien- en paprikateelt. Vooral op het vlak van aardbeien geniet het centrum een sterke internationale reputatie. Dat blijkt onder meer uit de organisatie van het Internationaal Aardbeiencongres, waarvan dit jaar de vijfde editie plaatsvindt.Van 17 tot 20 september wordt Antwerpen het ontmoetingspunt voor de aardbeienwereld. Op het congres komen zowel wetenschappelijke thema’s als handel en marketing aan bod. Een vorige editie bracht meer dan 300 experts uit 32 landen samen – een duidelijk bewijs van de internationale uitstraling en relevantie van het evenement.</content>
            
            <updated>2025-09-09T09:15:52+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Twee gewasbeschermingsmiddelen geschrapt: nieuwe variëteiten redden cichoreiteelt in België]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/twee-gewasbeschermingsmiddelen-van-de-markt-eind-cichoreiteelt-kunnen-vermijden" />
            <id>https://vilt.be/57866</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische cichoreiteelt ontsnapte dit jaar ternauwernood aan de ondergang. "Twee cruciale herbiciden verdwenen van de markt, maar dankzij nieuwe variëteiten en aangepaste teeltschema’s blijft de oogst overeind", zegt Erwin Boonen, directeur grondstoffen bij Tiense Suiker en zusterbedrijf BENEO, dat cichorei verwerkt tot inuline. Hij verwacht een goede opbrengst van cichorei, net bij de suikerbieten. Volgende week start Tiense met de bietencampagne. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="biet" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/65cc56f8-7dce-43ff-9939-8c235260a830/full_width_pibo-campus-vertakte-chicoreiwortel-bij-directzaai-web.jpg</image>
                                        <content>Cichorei: Goede oogst, maar wel kwaliteitsverliesBENEO is net als de Tiense Suikerraffinaderij van de Duitse Südzucker Group. Het bedrijf is vandaag gestart met de verwerkingscampagne voor cichorei in haar fabriek in Oreye (Oerle). Uit de cichoreiwortel wordt inuline gewonnen, een suiker- en vetvervanger die onder meer wordt gebruikt in yoghurt, ontbijtgranen, vezelrijk wit brood en zelfs chocolade.De teelt hing door het verdwijnen van twee gewasbeschermingsmiddelen van de Belgische markt aan een zijden draadje, maar BENEO is erin geslaagd om tijdig nieuwe variëteiten en nieuwe teelttechnieken te ontwikkelen, al moest het onderzoek de afgelopen jaren versneld worden. Er worden nu andere schema’s van gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, schema&#039;s die niet toepasbaar waren op de vorige variëteiten.Die omschakeling naar variëteiten ging wel ten koste van de kwaliteit. &quot;De opbrengst is uitstekend door de vele zonuren die de teelt kreeg, maar de nieuwe rassen halen niet het kwaliteitsniveau van hun voorgangers. Maar het was deze kwaliteit of geen cichorei,” aldus Boonen. Dit jaar wordt in België zo’n 10.000 hectare cichorei geteeld, met Wallonië als zwaartepunt. De oogst wordt wel bemoeilijkt door de droogte. &quot;Door de droge bodem treedt wortelbreuk op, waardoor een deel van de wortels verloren gaat&quot;, klinkt het. Het was deze kwaliteit of geen cichorei. We hebben het einde van de cichoreiteelt in België kunnen vermijden Bieten: Goede opbrengst, maar wachten op regenDe directeur grondstoffen hoopt dan ook op wat neerslag de komende dagen. Dat zou ook het rooien van de bieten kunnen vergemakkelijken. Deze teelt heeft het dit jaar eveneens goed gedaan. Boonen verwacht dat de opbrengst dit jaar boven het vijfjarige gemiddelde van 88 ton uitkomt. En ook het suikergehalte komt met ruim 17 procent opvallend hoog uit. Ter vergelijking: vorig jaar bleef dit cijfer door aanhoudende regen onder de 16 procent steken.Ondanks de goede vooruitzichten verwacht Tiense Suiker wel iets minder suiker op te halen dan vorig jaar. Dat heeft alles te maken met het lagere areaal. Door de tegenvallende suikerprijs heeft Tiense Suiker begin dit jaar besloten 15 procent minder suikerbieten te laten planten. “De meeropbrengst van de suiker weegt vermoedelijk niet op tegen het verminderde areaal”, aldus Boonen.Tiense Suikerraffinaderij start volgende week maandag in Tienen met de campagne en een week later gaan de verwerkingslijnen in Wanze aan. Vooral in de Waalse fabriek is de zomer gebruikt om de fabriek grondig aan te pakken. “We hebben grote herstellingen gedaan in Wanze. We kampten hier met problemen met de verdamping en hebben de systemen robuuster gemaakt”, aldus Boonen. CBB: “Structurele bedreigingen zijn niet weg”De andere grote suikerfabriek in ons land, Iscal Sugar in Fontenoy, start deze week al op woensdag met haar campagne. De eerste bieten daarvoor zijn inmiddels gerooid en worden aangevoerd bij de fabrieken.De Confederatie van de Belgische Bietenplanters (CBB) spreekt van “bijzonder gunstige” vooruitzichten voor de oogst. “Door een vroege zaai vanaf half maart konden de bieten optimaal profiteren van een lange groeiperiode. De uitzonderlijk zonnige zomer heeft de suikeropbouw in de wortels gestimuleerd, wat resulteert in een uitstekende kwaliteit van de geoogste suikerbieten&quot;, aldus voorzitter Hendrik Vandamme.Dankzij haar diepe wortelontwikkeling heeft de plant de droogte ook beter doorstaan dan veel andere teelten. Zelfs tijdens de extreem droge periodes van de voorbije zomer bleven de bieten gezond en uniform groeien. &quot;De bietenteelt toont zich opnieuw als een robuuste en toekomstgerichte teelt&quot;, meent Vandamme die zelf bieten teelt in Oostende. &quot;Dankzij de inzet van onze telers en de natuurlijke veerkracht van de suikerbiet, kijken we uit naar een campagne met goede kilo-opbrengsten, hoge suikergehaltes en een uitstekende kwaliteit.”Toch ziet CBB structurele bedreigingen. “Europese vrijhandelsakkoorden zorgen voor een groeiende instroom van suiker uit derde landen, vaak geproduceerd onder lagere milieu- en arbeidsvoorwaarden. Dit zet de concurrentiepositie van de Belgische telers zwaar onder druk”, herhaalt CBB de kritiek die het vorige week uitte op het Mercosurverdrag.Daarnaast wordt de beschikbare toolbox aan gewasbeschermingsmiddelen steeds beperkter. “Telers hebben steeds minder middelen om hun gewas onkruidvrij en gezond te houden tot aan de oogst, wat de rendabiliteit en duurzaamheid van de teelt bedreigt”, klinkt het. &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-09-08T23:28:53+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Arvesta ondertekent manifest voor duurzame tarweteelt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/arvesta-ondertekent-manifest-voor-duurzame-tarweteelt" />
            <id>https://vilt.be/57867</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Arvesta heeft het manifest van het Sustainable Wheat Initiative Europe ondertekend. Dit Europees samenwerkingsverband wil tegen 2050 een regeneratief en klimaatneutraal graansysteem realiseren, met als eerste doelstelling 30 procent minder emissies tegen 2030.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tarwe" />
                        <category term="duurzaam" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d1cda74d-a0c4-459c-a08a-16ab934af81a/full_width_niek-esther-signed-manifesto1.jpg</image>
                                        <content>Met haar handtekening engageert Arvesta zich als Belgische partner om duurzame tarweteelt te stimuleren via regeneratieve landbouw en carbon farming. CEO Niek Depoorter zette afgelopen week zijn handtekening onder het engagement: “Bij Arvesta geloven we dat duurzame innovatie de sleutel is tot een toekomstbestendige landbouw. Deze stap onderstreept ons engagement om de lokale landbouw sterk en duurzaam te houden.” Het Sustainable Wheat Initiative Europe, gecoördineerd door de European Association of Industrial Bakeries (AIBI), steunt landbouwers in de transitie naar regeneratieve teelt.50.000 hectare duurzame tarwe tegen 2030Arvesta wil de komende jaren fors investeren in regeneratieve landbouw en carbon farming. “Door de inzet van regeneratieve technieken zorgen we sinds 2021 samen met boeren voor CO₂-opslag in de bodem en een verminderde uitstoot tijdens de tarweteelt. Dochterbedrijf Aveve streeft ernaar om in de toekomst 100 procent van haar bloem uit carbon farming te halen”, klinkt het.De aanpak steunt op drie pijlers. Ten eerste wil men minder CO₂-uitstoot door een lagere inzet van meststoffen, minder intensieve grondbewerking en een ruimere gewasrotatie met onder meer vlinderbloemigen. Een andere doelstelling is meer CO₂-opslag dankzij verbeterde bodemkwaliteit, maximale bodembedekking en een hoger gehalte aan organische stof. Tot slot focust men op samenwerking met de landbouwers. Wat begon met drie pilootbedrijven is intussen uitgegroeid tot 90 deelnemende boeren. Tegen 2030 mikt Arvesta op 500 landbouwers, goed voor 50.000 hectare duurzame teelt en 50.000 ton graan met een gecertificeerde koolstofvoetafdruk.Urgentie voor de sectorDe Europese industriële bakkerijsector (AIBI) verbruikt jaarlijks 25 miljoen ton tarwe, goed voor een uitstoot van 12,5 miljoen ton CO₂-equivalenten. Opvallend: 64 procent van de uitstoot gebeurt vóór het meel de bakkerij bereikt, wat neerkomt op ongeveer 1 tot 1,25 kilogram CO₂ per brood van 500 gram. Bovendien vraagt de productie van 1 kilogram tarwe 900 tot 2.000 liter water. “Als sector willen we onze verantwoordelijkheid nemen om boeren te ondersteunen in de overgang naar duurzame landbouw. Alleen zo kunnen we onze klimaatdoelen halen en de veerkracht van de Europese broodketen beschermen”, aldus Jean-Manuel Lévêque, voorzitter van AIBI.Brede steun in EuropaIntussen hebben meer dan 40 bedrijven het manifest van het Sustainable Wheat Initiative Europe ondertekend. Daarmee krijgt de beweging voor een klimaatbestendige en regeneratieve Europese graanketen steeds meer draagvlak.</content>
            
            <updated>2025-09-08T18:02:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[China laat Amerikaanse soja links liggen door handelsoorlog: wordt soja nog goedkoper in Europa?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/amerikaanse-sojatelers-met-handen-in-haar-na-chinese-ban-wordt-soja-nog-goedkoper-in-europa" />
            <id>https://vilt.be/57868</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het kielzog van de handelsoorlog met de Verenigde Staten heeft China massaal contracten afgesloten met Braziliaanse sojaproducenten. Voor Amerikaanse sojatelers dreigt daardoor een zware klap: hun belangrijkste afzetmarkt valt grotendeels weg. Mogelijk kan Europa een deel van dat verlies opvangen, al zal veel afhangen van de EUDR-wetgeving die vanaf volgend jaar geldt en ontbossing voor sojateelt moet tegengaan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeder" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7fdb31bc-771d-492a-bc5a-fee4bf9d9dd2/full_width_us-uitgestrekte-sojavelden.jpg</image>
                                        <content>De prijs van sojaschroot zakte sinds juni vorig jaar met zo’n dertig procent, van 470 naar 330 euro per ton. Daarmee ligt de prijs opnieuw op het niveau van vóór de oorlog in Oekraïne, toen die zelfs piekte tot 600 euro per ton. Voor Vlaamse veehouders, die soja als belangrijke eiwitbron gebruiken, is dat goed nieuws.De kans bestaat dat die prijsverlaging zich verder doorzet. De handelsoorlog die de Amerikaanse president Trump is gestart, heeft ervoor gezorgd dat China invoerheffingen is gaan opleggen voor soja uit de VS. Daardoor is de sojatrafiek van Amerika richting China stilgevallen. Dat leidde al tot noodkreten vanuit de American Soybean Association (ASA) richting het beleid. De oogst van soja in de VS gaat weldra van start, maar dat gebeurt voor het eerst sinds lang zonder aankooporders vanuit China. Omschakeling naar Braziliaans sojaChina is traditioneel een dominante speler op de wereldmarkt. Het land importeerde vorig jaar 105 miljoen ton soja, waarvan iets meer dan 22 miljoen ton uit de VS. Tot voor kort ging de helft van de Amerikaanse soja-export naar China. Zo werd tijdens het seizoen 2023-2024 vijf keer meer Amerikaanse soja naar China verscheept dan naar Europa.Omdat de Amerikaanse soja door importheffingen duurder is geworden, kiezen Chinese importeurs massaal voor contracten met Braziliaanse bedrijven. Volgens handelaars hebben Chinese importeurs al zo’n acht miljoen ton sojabonen voor september en vier miljoen ton voor oktober vastgelegd in Zuid-Amerika, en niets in de VS. Nadat China en Verenigde Staten rond 2018 eerder een handelsoorlog voerden, had China zijn aandacht al verlegd naar Brazilië en is in dat land de sojaproductie sterk toegenomen.Mogelijke prijsverlaging in EuropaVolgens Ben Samyn, trader bij Vanden Avenne Commodities uit Kortrijk, kan dit op termijn ook de Europese markt beïnvloeden. Vanden Avenne Commodities levert sojameel aan Belgische en Franse veevoederfabrikanten. &quot;De Chinese boycot van Amerikaanse soja leidt logischerwijs tot een overschot in de VS. In theorie drukt dat de prijs, maar momenteel zien we die druk echter nog niet.&quot; Voor onze sector weegt de onzekerheid rond de ontbossingswet momenteel veel zwaarder De handelaar bij Vanden Avenne Commodities herinnert zich dat in 2018 de situatie gelijkaardig was, toen China tarieven oplegde voor Amerikaanse soja en de VS zijn aandacht verlegde naar Europa. “Vandaag is de situatie evenwel complexer door de invoering van de Europese ontbossingswet (EUDR). Vanaf volgend jaar mogen importeurs enkel nog ontbossingsvrije producten op de Europese markt brengen&quot;, aldus Samyn. Onzekerheid over ontbossingswet weegt zwaarder doorOok de Belgian Feed Association (BFA) volgt de situatie met argusogen. “Indien de trend van Chinese aankopen aanhoudt, kan Braziliaanse soja duurder worden en de Amerikaanse soja goedkoper”, aldus Katrien D’hooghe van BFA. “Maar voor onze sector weegt de onzekerheid rond de Europese ontbossingswet momenteel veel zwaarder.”De aanhoudende onzekerheid rond EUDR werd eerder al door de Europese koepelorganisatie van de veevoederindustrie FEFAC aangekaart in Europa. Die is nog steeds niet weggewerkt, is ook te horen bij BFA. “Het Amerikaanse overschot aan sojaschroot zou interessant kunnen zijn voor Europa, maar de vraag is of die soja überhaupt EUDR-conform zal zijn,” zegt Katrien D’hooghe nog.</content>
            
            <updated>2025-09-09T13:40:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe lijst piekbelasters meteen onder vuur in Vlaams parlement]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-lijst-piekbelasters-meteen-onder-vuur-in-vlaams-parlement" />
            <id>https://vilt.be/57869</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Elf van de 41 piekbelasters uit 2022, veebedrijven wiens stikstofuitstoot een grote impact heeft op nabijgelegen natuurgebieden, zijn vrijwillig gestopt. Dat maakt de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) maandag bekend in de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement. Tijdens die commissie bleek ook dat de verouderde kritische depositiewaarden (KDW’s) zijn gebruikt in de berekening.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8f8abb0d-6365-4f82-ab40-6ca8f23f01cc/full_width_stikstof-varkensbedrijf-diest-afbraak-omgeving-natuur-1225.jpg</image>
                                        <content>Het parlementaire jaar start normaal later in de maand september, maar toen Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) een drietal weken geleden met een nieuwe lijst van piekbelasters naar buiten kwam, zorgde dit meteen voor wrevel bij oppositie en meerderheid. Zij vroegen en kregen een extra commissiezitting om meer tekst en uitleg te krijgen bij de nieuwe berekeningswijze.Ruimere periode in rekening gebrachtPiekbelasters zijn de veebedrijven die door de combinatie van hun ligging met hun stikstof- en ammoniakuitstoot de grootste impact hebben op de beschermde natuur in hun omgeving. Op de lijst met piekbelasters, de zogenaamde ‘rode bedrijven’, die in februari 2022 werd bekendgemaakt stonden 58 landbouwbedrijven op de lijst. Toen een jaar later het stikstofakkoord vorm kreeg, hadden al 17 veebedrijven hun activiteiten hun activiteiten stopgezet, omgevormd of verplaatst.De andere 41 bedrijven kregen pas deze zomer echt duidelijkheid, want in het stikstofdecreet was bepaald dat de impactscore geen momentopname (uitstootgegevens 2015) meer zou zijn, maar dat ze over een ruimere periode zou berekend worden. Het was de periode 2020 tot 2022 die in rekening werd gebracht. In de nieuwe berekening werden onder meer ook andere meteo- en habitatkaarten gebruikt. Van sluiting naar uitstoot verminderenDoor deze hertelling werden minder piekbelasters geïdentificeerd. “Een landbouwbedrijf belandde daarbij pas op de nieuwe lijst als het in de betrokken periode minstens twee jaar verantwoordelijk was voor de helft (of meer) van de stikstofneerslag die de nabije natuur aankan”, zo lichtte Bart De Schutter, gedelegeerd bestuurder van de VLM, toe aan de commissie. De uiteindelijke lijst die minister Brouns bekendmaakte, bevatte nog maar 11 piekbelasters: vier van die bedrijven liggen in Oost-Vlaanderen, drie in Limburg, drie in Antwerpen en één in Vlaams-Brabant. Twee van hen zijn al ingegaan op het flankerend beleid.De vorige Vlaamse regeringen achtten de impact van de bedrijven op de rode lijst zo groot dat hij niet opgelost kon worden. Daarom werden ze verplicht te sluiten tegen 2025, weliswaar tegen een uitkoopvergoeding. Maar onder de huidige regeling krijgen de huidige bedrijven op de rode lijst nog meer tijd om hun uitstoot te drukken. Dat kan bijvoorbeeld door extra investeringen in technologie of door de veestapel te verkleinen. Ze krijgen daarvoor de tijd tot hun vergunning verloopt, en uiterlijk tot 2030. KDW’s van in de periode 2020-2022 gehanteerdWaar grote verontwaardiging over was in de commissie was het feit dat de verouderde kritische depositiewaarden (KDW’s) zijn gebruikt om de nieuwe lijst te berekenen. Dat zijn waarden die bepalen hoeveel stikstof een bepaald habitattype kan verdragen zonder dat het risico bestaat dat de natuur er schade van ondervindt.&amp;nbsp;In juli werden de KDW’s aangepast. Dit gebeurde nadat de Raad van State een nieuwe vergunning voor Nelissen Steenfabrieken in Lanaken had vernietigd omdat er bij de goedkeuring geen gebruik werd gemaakt van de meest recente gegevens rond die kritische depositiewaarden.N-VA, Vooruit, Groen, Open Vld en PVDA stelden zich in de commissie vragen over die verouderde waarden. Minister Brouns benadrukte dat de berekening van de piekbelasters volledig conform het stikstofdecreet gebeurde en dat de VLM de KDW&#039;s heeft gebruikt &quot;die van toepassing waren in de periode 2020-2022”. Maar de gebruikte depositiewaarden zijn ondertussen dus achterhaald. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) toonde in 2024 al aan dat een derde van de Vlaamse natuur nog kwetsbaarder is voor stikstof dan eerder gedacht. Bom onder rechtszekerheid?“Dit legt een bijkomende bom onder de rechtszekerheid, terwijl het regeerakkoord die rechtszekerheid net wil herstellen”, aldus Andy Pieters (N-VA) die toen nog in de hoedanigheid van kabinetschef van toenmalig minister van Omgeving Zuhal Demir het stikstofdecreet mee vorm gaf. “Als één van de tegenpartijen voor het Grondwettelijk Hof dit argument inbrengt, dreigt volgens het parlementslid een groot probleem voor de hele economie.” Ook Mieke Schauvliege van Groen was niet te spreken over deze “juridisch wankele lijst”.Volgens de minister maakt de situatie met de gewijzigde KDW&#039;s duidelijk dat er &quot;al langer met bewegende doelpalen moet worden gewerkt&quot;. &quot;Op die manier kan je nooit rechtszekerheid geven. Daarom wil ik liever vandaag dan morgen de omslag maken naar een meer emissiegebaseerd vergunningenbeleid.&quot; Het kwam vervolgens nog tot een stevige woordenwisseling tussen coalitiepartners N-VA en cd&amp;amp;v. Toen Pieters de minister beschuldigde van “gechipoteer”, maakte Brouns zich boos. “Dit pik ik niet”, klonk het.</content>
            
            <updated>2025-09-09T15:29:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bioboer uit Knokke-Heist in de running voor beste bioboerderij van Europa]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bioboer-uit-knokke-heist-in-de-running-voor-beste-bioboerderij-van-europa" />
            <id>https://vilt.be/57870</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Slechts drie mannen en drie vrouwen zijn nog in de running voor de prijs van beste bioboer bij de EU Organic Awards. Eén van hen is onze landgenoot Lieven Devreese (37), eigenaar van de CSA-bioboerderij Het Polderveld in Knokke-Heist. Naast de reguliere CSA-klanten heeft Devreese een overeenkomst met de lokale ziekenhuiskeuken. Zo worden lokale bioproducten van het Polderveld in het nabije AZ Zeno geserveerd om de patiënten aan te sterken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="CSA" />
                        <category term="bio" />
                        <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/69ed8087-eaf1-4e3e-aaca-7721f990fbec/full_width_lieven-devreese.jpg</image>
                                        <content>Devreese verwelkomt ons aan een tafel met daarop een massief terrarium. Op het eerste gezicht is het leeg, maar de bioboer wijst naar een populatie wandelende takken die ons gecamoufleerd tussen het gebladerte gezelschap houdt. Devreese is bioloog van opleiding en noemt zijn liefde voor al wat leeft één van de redenen om met bio te beginnen. De andere reden is bedrijfsrealisme: op zijn jonge bedrijf leek een biologisch CSA-model het meest voor de hand liggende. Deelnemers die instappen in het model, betalen telkens een vaste prijs en krijgen in ruil een deel van de oogst. Hoe beter de oogst, hoe meer waar ze krijgen voor hun geld. De boer zelf heeft het voordeel van een stabiel, zeker inkomen. Gezonde voeding voor de zorgsectorTien jaar geleden begon Devreese zijn CSA-bedrijf in de Knokse polderklei, op gronden van zijn familie. “Een gigantische luxe als startende bioboer”, zegt hij.&amp;nbsp; Het jaar na opstart maakte Devreese een deal met het lokale ziekenhuis om biologische groentjes af te zetten. “Een project dat werkt dankzij het creatieve keukenteam, want het aanbod verandert met het seizoen”, zegt Devreese. “We leveren producten aan en zij verwerken het tot lekkere en gezonde gerechten voor de patiënten. De cateringmanager Pieter De Smet heeft een heel unieke kijk op voeding. Er worden iedere dag meerdere gerechten aangeboden in het ziekenhuis, waardoor patiënten maaltijden kunnen kiezen die ze écht lekker vinden. Dat biedt troost en het helpt bij het genezingsproces.”Wat ook helpt, is dat het ziekenhuis de smaak en voedingswaarde van producten als belangrijker inschat dan het uitzicht. “Als je rucola veel kleine gaatjes bevat van aardvlo kan je dat niet meer verkopen in de supermarkt. Maar op zich is er met die rucola niets mis. In het ziekenhuis verwerken ze dat bijvoorbeeld tot een lekkere pesto”, zegt Devreese.Op de vraag welke groenten Devreese precies teelt, is het antwoord niet eenduidig. “Quasi alles, eigenlijk, behalve witloof”, zegt de bioboer. “Al hebben we met het ziekenhuis de afspraak om vooral groenten te telen die makkelijk te verwerken zijn in de grootkeuken. Koolrabi telen we bijvoorbeeld in beperkte hoeveelheid want dat gaat gepaard met veel schilwerk. Maar met paksoi hoeft niet veel te gebeuren voor het in de pot kan.”Naast groenten heeft Devreese ook fruitbomen aangeplant, al produceren deze nog niet ten volle. “Voor de rest zijn er twee percelen van elk 4.000 vierkante meter voor klassieke akkerbouw”, zegt de bioboer nog. “Geen voedergewassen, mijn dieren eten enkel gras.” Biovlees zonder bioslachthuisDat brengt Devreese bij de grootste eyecatcher van het bedrijf: een kudde Herdwickschapen die op een grote weide langs de oprijlaan graast. Herdwick is een Brits ras dat goed bestand is tegen barre weersomstandigheden. Het zijn relatief onderhoudsvriendelijke grazers . Maar zo mooi als ze zijn, ze staan niet centraal in de bedrijfsvoering. “De verhouding oppervlakte-winst is bij deze schapen niet zo goed”, zegt Devreese. “Voor wol krijg je niets, dat is eerder een ‘afvalproduct’. Het vlees verkoop ik aan particulieren. Maar hoewel ik ze biologisch opkweek, kan ik ze niet als dusdanig verkopen. Er zijn geen biologische slachthuizen in de buurt, wat spijtig is.”Devreese is met de schapen begonnen uit vooral praktische overwegingen. “De dieren staan op drie hectare permanent polderweiland. Met die percelen mag ik niets anders doen, dus grazers waren de meest logische optie. Ik heb schapen gekozen in de veronderstelling dat het minder werk vergt dan koeien, maar eerlijk gezegd weet ik niet of dat waar is. Het is wel zo dat je grotere stallen nodig hebt voor koeien. En als het te nat is, lopen ze de graszoden kapot, zeker op deze kleibodem. Dat is minder het geval bij schapen.”Onverwachte uitdagingenDe meeste winst en arbeid gaan naar de groenteteelt. Hoewel de bioloog zich bij de opstart van zijn boerderij geen illusies maakte over de hardere kantjes van de boerenstiel, waren er toch enkele onverwachte moeilijkheden. “De grootste uitdaging, zeker in het begin, was de bodem. We hadden erg veel aardvlo. Onderzoekscentrum Inagro is wekelijks aardvlo komen tellen met een feromoonval. Een plastiekje dat kleeft langs twee zijden. Dat zat boemvol, en dan had je nog een aantal vlooien die zich erbij probeerden te wurmen. Inagro had zoiets nog nooit gezien.” Het systeem is niet feilloos, maar werkt wel veel beter dan niet-bioboeren neigen te denken “De uitdaging bij bio is dat je middelen om ziektes en plagen te bestrijden beperkter zijn”, zegt Devreese. “Ons uitgangspunt is om biodiversiteit als wapen te zien. De lieveheersbeestjes en de bladluizen zijn hier het meest gekende voorbeeld, maar ook een rijk bodemleven biedt bescherming tegen allerhande pathogenen. Als je bodem rijk is aan ‘goede’ schimmels, dan zorgen die voor bescherming tegen de schimmels die je oogst aantasten. Het systeem is niet feilloos, maar werkt wel veel beter dan niet-bioboeren neigen te denken. Alleen vraagt het veel tijd om zulk bodemleven op te bouwen, en dat was zeker in het begin de uitdaging.” “De polderklei is goede grond, maar geen makkelijke grond om groenten te telen”, zegt de bioboer. “Het is een late grond. Hij warmt niet snel op in het voorjaar, is snel te nat, en als het droog is, is de grond hard en moeilijk te bewerken. Je hebt dus maar een klein venster waarin je aan bodembewerking kunt doen. Traditioneel wordt hier voor de winter geploegd, maar binnen onze werkwijze is dat niet haalbaar. Onze teelten zoals prei en kolen willen we gedeeltelijk in de winter laten staan en in bio wordt meer en meer afgestapt van ploegen, omdat het voor de bodem niet ideaal is.”‘Maraichage sol vivant’Uiteindelijk heeft Devreese besloten om te werken volgens de maraichage sol vivant, een Franse teeltfilosofie met minimale bodembewerking. Door de bodem te bedekken met houtsnippers wordt het bodemleven gestimuleerd en hebben onkruidzaden minder kans om te ontkiemen. “Wanneer je de bodem bewerkt, heb je meer onkruid”, zegt Devreese. “Maar we missen natuurlijk ook enkele voordelen van bodembewerking, bijvoorbeeld om natte kleigrond sneller te laten drogen, en om slakkeneitjes te vernietigen. Ons systeem vraagt ook meer manueel werk, want het onkruid dat doorkomt door onze houtsnippers kunnen we niet machinaal verwijderen.”Devreese graaft met zijn hand tussen de houtschilfers en diept een klompje zwarte klei op in zijn handpalm. “Hier heb je een gangetje van de regenworm. Je ziet hier hoe het organisch materiaal hier deels verwerkt is door de regenwormen en opgenomen door de klei. De grond is nog altijd hard, maar ze verkruimelt makkelijk in een losse structuur. Normaal gezien is alles in de landbouw gericht op stikstof, maar dit systeem focust eerder op koolstof. De stikstof is slechts een bijproduct van de organische vertering. Is het een ideaal systeem? Nee. Het is moeilijk dit systeem te mechaniseren, maar het staat ons wel toe om in deze kleibodem het jaarrond groenten te telen.” Het is moeilijk dit systeem te mechaniseren, maar het staat ons wel toe om in deze kleibodem het jaarrond groenten te telen.” SuccesverhaalWat minder moeizaam ging, was klanten vinden. De CSA-boerderij levert naast het ziekenhuis ook nog eten aan 150 gezinnen. De hoofdprijs op de EU Organic Awards is voor Devreese absoluut geen must, al zou het wel een mooie eer zijn. “Of een CSA-bedrijf succesvol is of niet, heeft met een aantal zaken te maken”, zegt hij. “Het aanbod en de kwaliteit spelen uiteraard een rol, maar een heel grote factor is je locatie. Als je op een plaats woont omgeven door mensen die ervoor openstaan, zal je veel makkelijker succes boeken. Dat is gewoonlijk eerder rond de steden. Op het platteland heb je nu eenmaal minder bewoning en dus ook minder potentiële klanten, en velen hebben al een eigen moestuin.”Tot slot is Devreese ook bijzonder fier op zijn samenwerking met de zorgkeuken van AZ Zeno. “In samenwerking met ZoBio van Bioforum inspireren we ook andere CSA-boerderijen en zorginstellingen om gelijkaardige samenwerkingen aan te gaan”, zegt hij. “Ik vind het mooi dat we zo al een aantal boerderijen en zorginstellingen hebben kunnen inspireren.”De prijsuitreiking van de EU Organic Awards valt op 23 september 2025. Eén mannelijke en één vrouwelijke bioboer zullen dan verkozen worden tot de beste van Europa. De andere overgebleven kandidaten komen uit Frankrijk, Finland, Bulgarije, Hongarije en Oostenrijk.</content>
            
            <updated>2025-09-09T15:40:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Steeds meer meisjes kiezen voor opleiding tot slager: “Voor het eerst in de meerderheid”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/steeds-meer-meisjes-kiezen-voor-opleiding-tot-slager-voor-het-eerst-in-de-meerderheid" />
            <id>https://vilt.be/57871</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De opleiding tot slager-traiteur trekt steeds vaker meisjes aan. Dat merken ze ook bij slagerijschool Ter Groene Poorte in Brugge. Daar zijn dit jaar 30 meisjes gestart met de opleiding slagerij-traiteur, een stijging met 50 procent. De school heeft nu voor het eerst klassen waarin meisjes in de meerderheid zijn.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="slachthuis" />
                        <category term="onderwijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/188e3468-ce96-4e54-82da-d418c087f883/full_width_slager-varken-versnijding-ambacht.jpg</image>
                                        <content>De bakkerij- slagers- en hotelschool Ter Groene Poorte ontvangt dit jaar in het derde jaar dubbele finaliteit, het eerste jaar waarin de volwaardige slagersopleiding begint, voor het eerst meer meisjes dan jongens. “Dit jaar hebben we zeven meisjes tegenover vijf jongens,” vertelt Daan Vanslembrouck, PR-verantwoordelijke van de school. “Ik werk hier 20 jaar en heb nog nooit eerder meegemaakt dat meisjes in de meerderheid zijn.” Dat vrouwelijke studenten zich meer en meer aangetrokken voelen blijkt ook uit de totale cijfers van de opleiding. “Vorig jaar telden we nog maar 20 meisjes in de hele richting. Vandaag zijn dat er al 30.” Er wordt ingespeeld op maatschappelijke trends zoals charcuterie met minder zout of vet, vegetarische alternatieven en kant-en-klare gerechten. Dat maakt het beroep veelzijdiger en aantrekkelijker Van karkas tot culinaire creativiteitDe populariteit van de richting bij meisjes is volgens de school te verklaren door de evolutie van het metier van het slagersambacht. Waar vroeger vooral het uitbenen en versnijden van vlees centraal stond, gaat het tegenwoordig om een breder pakket. “Een moderne slager is vandaag ook een goede kok en een productontwikkelaar,” legt Vanslembrouck uit. “Er wordt ook ingespeeld op maatschappelijke trends zoals charcuterie met minder zout of vet, vegetarische alternatieven en kant-en-klare gerechten. Dat maakt het beroep veelzijdiger en aantrekkelijker.”Opvallend is wel dat de nieuwe lichting meisjes niet weg deinst voor het klassieke ambacht. “Veel van hen zeggen dat ze het uitbenen en versnijden van vlees net het leukst vinden”, klinkt het. Divers publiek en werkzekerheidDe meisjes die kiezen voor de opleiding komen uit diverse milieus. Sommigen zijn dochters van landbouwers of slagers, anderen maakten hun keuze pas na de brede oriëntatie in de eerste jaren van het secundair onderwijs. “De invloed van enthousiaste leerkrachten speelt daarbij mee”, aldus de school. &amp;nbsp;Ook het toekomstperspectief is een belangrijke factor. Het werkveld kampt met grote tekorten. “Slager, bakker en kok blijven knelpuntberoepen”, klinkt het bij Ter Groene Poorte. “Wie afstudeert, vindt vrijwel meteen werk. Veel leerlingen werken al tijdens hun opleiding bij een ambachtelijke slager of een vleesverwerkend bedrijf en sommigen beginnen op termijn hun eigen zaak.”Groeiende instroomDe totale instroom in de slagersrichting stijgt mee. Waar de school vorig jaar nog zo’n 91 leerlingen telde, zijn dat er vandaag 119. Het aantal meisjes neemt daarbij sneller toe dan dat van de jongens. “In tijden van meer diversiteit zien jongeren dat ook dit vak voor hen openstaat. De creativiteit en de brede toekomstmogelijkheden maken het extra aantrekkelijk.”Die groeiende instroom is alvast een opsteker voor de vleessector. Die sloeg eind mei nog de handen in elkaar met de onderwijssector om het beroep van slager nieuw leven in te blazen. Elk jaar studeren ongeveer 100 leerlingen af als slager. Daar tegenover staat dat er op dit moment 4.000 openstaande vacatures zijn in de sector. &quot;Als er geen slagers meer zijn, komt de hele keten in gevaar. Dan zullen we dieren naar het buitenland moeten sturen voor de slacht en verwerking”, zei Michael Gore van FEBEV, de federatie van het Belgisch vlees, bij de ondertekening van een charter dat die samenwerking tussen sector en onderwijs moest bezegelen.</content>
            
            <updated>2025-09-09T13:51:33+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[75 jaar Rederscentrale: "Nood aan meer vertrouwen, samenwerking en luisterbereidheid ten aanzien van vissers"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rederscentrale-viert-75ste-jubileum-met-nieuwe-naam-en-internationale-rebranding" />
            <id>https://vilt.be/57872</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Rederijcentrale vierde afgelopen week zijn 75-jarig jubileum in het Provinciaal Hof in Brugge. De sector blikt hoopvol vooruit naar de toekomst, maar voorzitter Geert De Groote waarschuwt ook hoe de steeds complexere regelgeving en onbetrouwbare visserijdata het vaarwater voor de sector vertroebelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                        <category term="vis" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/267350ad-8e41-4d72-b2e3-46a4b3fde24b/full_width_crevits-rederscentrale.jpg</image>
                                        <content>Directeur van de Rederscentrale Emiel Brouckaert en voorzitter Geert De Groote blikten op de jubileumavond terug op de rijke geschiedenis van de Rederscentrale, maar ook op de toekomst. Brouckaert ijvert voor een veilige en sociale visserijsector, met zo weinig mogelijk impact op milieu en maatschappij. Tijdens een panelgesprek uitte De Groote enkele gerieven aan Jurgen Batsleer van de Europese Commissie, Patricia De Clercq van het Agentschap Landbouw &amp;amp; Zeevisserij en Hans Polet van ILVO. Volgens De Groote is er nood aan meer vertrouwen, samenwerking en luisterbereidheid ten aanzien van de visserman. “Voor iedere wet of regel die erbij komt, zou er één moeten wegvallen. Maar dat gebeurt niet”, zegt de rederijvoorzitter. “En daar zien we nu de gevolgen van, want het werkt niet meer. We zitten in een dalperiode in de sector en het is hopen dat er geen slachtoffers vallen. Het kan simpeler. Het kan beter. &amp;nbsp;Er is nood aan meer realistische regelgeving.” Voor iedere wet of regel die erbij komt, zou er één moeten wegvallen. Nood aan betrouwbare dataDat beaamt wetenschappelijk directeur van ILVO Hans Polet. “Visserijplanning wordt tegenwoordig veel meer bepaald door quota, sluitingen en regels, dan efficiëntie. Enerzijds heeft Europa de drang om alles zo intensief mogelijk te controleren. En – ik steek hier de hand in eigen boezem - er zijn ook wel een aantal issues met de wetenschappelijke adviezen in de visserij. De wetenschappers doen hun werk zo goed als ze kunnen, maar ze beschikken over heel weinig goede data om mee te werken. En dan krijg je dus quota-adviezen en complexe regelgeving die niet altijd overeenkomen met de werkelijkheid.”Volgens Polet kan de hervorming van het Europees Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) soelaas bieden. Al zal die hervorming ook moeten leiden tot betere vangstregistratie en betrouwbare data, zodat wetenschappers en beleidsmakers een goede basis hebben voor hun adviezen en regelgeving.Patricia De Clercq, Administrateur-Generaal bij het Agentschap Landbouw &amp;amp; Zeevisserij, kaartte nog aan hoe de overheid de bezorgdheden van de sector mee op tafel heeft gelegd bij de Europese hervorming van het GVB. “Al kijken we vanuit de overheid niet alleen naar de belangen van de industrie, maar ook naar de maatschappelijke belangen”, zegt ze. “Daar moet een evenwicht gezocht worden, maar dat kunnen we wel.” De Clercq wees er ook op dat de eerste resultaten van het nieuwe Visserijfonds positief ogen voor de sector. Op 75 jaar tijd van 400 naar 55 actieve vaartuigenNaast de complexe regelgeving wijst rederijvoorzitter De Groote ook op andere uitdagingen voor de sector, zoals de toenemende druk op visgronden door windmolenparken en marien beschermde gebieden, en de inkrimping van de vissersvloot: van meer dan 400 schepen 75 jaar geleden naar 55 actieve vaartuigen vandaag. Daarbovenop is er een nijpend tekort aan gekwalificeerd personeel.Maar de voorzitter wijst ook op positieve evoluties, zoals de afname in ernstige ongevallen en duurzaamheidsprojecten zoals het project Visserij Verduurzaamt en de Valduvis-tool, waarmee vissersvaartuigen erkenning krijgen op basis van duurzaamheid. “De voorbije 75 jaar hebben we samen met de Rederscentrale een sector vertegenwoordigd die voortdurend evolueert”, besluit De Groote. “Dat is een bewijs van veerkracht, betrokkenheid en samenwerking. Tijdens dit jubileumevenement hebben we samen kunnen stilstaan bij deze rijke geschiedenis en de vele samenwerkingen die onze organisatie hebben gemaakt tot wat zij vandaag is. De rebranding die we vanaf 1 januari 2026 doorvoeren, symboliseert onze ambitie: met respect voor traditie, maar met de blik op morgen.” Crevits: &quot;Door quota moeten bedrijven elk jaar hun businessplan herzien&quot;Het slotwoord werd verzorgd door Viceminister-president en Vlaams minister bevoegd voor zeevisserij Hilde Crevits (cd&amp;amp;v), die haar wensen voor de toekomst van de sector en de cruciale rol van samenwerking met de Rederscentrale onderstreepte. “De sector moet vertrouwen krijgen. Welke ondernemers moeten nog elk jaar hun businessplan volledig herzien? Dat maakt langetermijninvesteringen quasi onmogelijk.”“Voor sommige vissoorten zien we vijf, zes jaar aan een stuk heel sterke dalingen in de quota, terwijl er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn”, zegt de minister nog. “Voor sommige soorten baseren we ons op cijfers van 2024, terwijl we ondertussen bijna eind 2025 zijn. We moeten naar een betrouwbaarder systeem, want zonder vertrouwen kan je niet ondernemen.”</content>
            
            <updated>2025-09-09T19:21:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaming hecht meer belang aan lokale voeding, maar herkent die niet in de winkel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaming-hecht-meer-belang-aan-lokale-voeding-maar-herkent-het-niet-in-de-winkel" />
            <id>https://vilt.be/57873</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bijna 50 procent van de Vlaamse gezinnen geeft aan belang te hechten aan het land van herkomst bij hun aankoop van verse voeding. Dit blijkt uit de VLAM Tracking 2025, waarin ons aankoopgedrag onder de loep wordt genomen. Toch zeggen bijna evenveel consumenten dat ze lokale voeding onvoldoende herkennen in de winkel. Daarom organiseert VLAM voor het eerst een Lekker van bij ons-week.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VLAM" />
                        <category term="consument" />
                        <category term="lokaal" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f6eba146-d607-4cc5-b330-bda4949936b5/full_width_blockchainqrcodevarkensvleestraceerbaarheid-vincotte.jpg</image>
                                        <content>Het belang van het land van herkomst piekte tijdens de coronacrisis, maar in 2022 en 2023 zagen aanzienlijk minder consumenten het als een prioriteit, wat volgens VLAM te maken heeft met de hoge inflatie in die periode. In 2024 en 2025 is de belangstelling voor het herkomstland opnieuw toegenomen. Vandaag zegt 47 procent van de Vlamingen belang te hechten aan de herkomst van verse producten. Tegelijk geeft meer dan de helft (52%) aan in de toekomst nog vaker voor lokaal te willen kiezen. Bijna driekwart van hen vindt dat we met z’n allen meer voedingsproducten van eigen bodem zouden moeten kopen.Wat wellicht niet zal verrassen, is dat mensen die belang hechten aan het land van herkomst bijna allemaal een voorkeur hebben voor Belgische producten, zeker wat betreft dierlijke producten zoals eieren en melk, maar ook bij aardappelen (meer dan 95%). De twee belangrijkste redenen die de bevraagden daarvoor geven, zijn milieu en de lokale economie. Maar ook vertrouwen speelt een rol: België kent strenge normen en controles op vlak van voedselveiligheid, kwaliteit en duurzaamheid, en daar lijkt de consument zich bewust van te zijn.&amp;nbsp; Het milieu-argument leeft ook, al wordt dat vooral aangehaald door personen uit de hogere sociale groepen en uit een stedelijke omgeving. Steun aan de lokale economie is ook een argument om lokaal te kopen, maar dat argument wordt vooral door personen uit de middenklasse aangegeven. Genot en gemak wegen sterkste doorVLAM identificeert vijf grote factoren die de consumentenkeuzes op het vlak van voeding beïnvloeden. De 5G’s, zo stelt VLAM, zijn genot, gemak, geld, gezondheid en geweten. Globaal genomen weegt genot het sterkst door en geweten (waaronder milieu, lokale economie en eerlijke handel) het minst sterk.Drie op vier Vlamingen beaamt wel dat het belangrijk is om met zijn allen meer voedingsproducten van inlandse herkomst te kopen. Dit percentage is de laatste jaren gestegen, want in 2023 was dit slechts twee op drie Vlamingen. Het zijn eerder personen uit hogere sociale groepen en stedelijke omgevingen die dit belangrijk vinden. 51 procent van de Vlamingen zegt in de toekomst (nog) meer te willen kiezen voor lokale producten. Dat is vooral het geval bij de jongere groep van 18-34-jarigen. 55-64-jarigen geven immers aan dat ze dit momenteel al vaak doen. Eerste Lekker van bij ons-weekMaar wat weerhoudt mensen om lokaal te kopen? Volgens de bevraging speelt prijs een rol, maar ook de beschikbaarheid en zichtbaarheid van inlandse versproducten in de winkel. Een grote groep Vlamingen wil lokaal kopen, maar slechts één op tien Vlaamse gezinnen zoekt bewust naar Belgische producten in de winkel. VLAM concludeert dat een grotere zichtbaarheid voor lokale producten in de winkel dus een duwtje in de rug kan geven. Slechts 49 procent van de Vlamingen vindt momenteel dat Belgische producten gemakkelijk herkenbaar zijn in de winkel.Om de consument aan te moedigen meer voor lokale voeding te kiezen organiseert VLAM van 15 tot 21 septembervoor het eerst de Lekker van bij ons-week. &quot;Tijdens deze actieweek roepen we iedereen op om het winkelmandje te vullen met lokale producten. Belgische groenten, een lokaal stuk vlees, zuivel van eigen bodem of een eitje van bij ons: het smaakt niet alleen heerlijk, het is ook goed voor onze landbouw, het milieu en de economie&quot;, benadrukt VLAM-CEO Filip Fontaine.Ook Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) steunt de campagne. “Onze Vlaamse producenten steken elke dag opnieuw hun passie, kennis en vakmanschap in het maken van kwaliteitsvolle voeding. Ze leveren topproducten af die voldoen aan strenge normen. Door lokaal te kopen steun je niet alleen onze landbouwers, je kiest ook voor versheid, kwaliteit én duurzaamheid. Dat is een bewuste keuze met impact”, benadrukt hij.Benieuwd hoe het gesteld is met jouw kennis van lokale voeding?&amp;nbsp;Doe hier de test.</content>
            
            <updated>2025-09-09T19:10:53+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eerste Belgische edamamebonen in de winkelrekken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eerste-belgische-edamamebonen-in-de-winkelrekken" />
            <id>https://vilt.be/57874</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor het eerst zijn er verse, lokaal geteelde edamamebonen te koop in België: een primeur voor de Belgische landbouw. De peulvruchten, vooral bekend uit de Aziatische keuken, worden de komende twee maanden aangeboden in Colruyt-winkels. De edamameteelt van eigen bodem past in de bredere inspanningen om meer plantaardige eiwitbronnen lokaal te produceren. Het brengt bovendien verschillende landbouwkundige voordelen met zich mee: het verbetert de bodemstructuur, legt stikstof vast in de grond en vraagt weinig bemesting of gewasbescherming.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="peulvrucht" />
                        <category term="eiwitshift" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8088cc87-7236-4267-8a71-299d366dfac7/full_width_boni-edamameteelt-1588.jpg</image>
                                        <content>Edamame zijn jonge, groene sojabonen die doorgaans kort gekookt of gestoomd gegeten worden, vaak als snack of als ingrediënt in salades en pokébowls. Omdat ze vroeg geoogst worden, bevatten edamamebonen meer suikers en smaken ze zoeter dan een rijpe sojaboon. Tot nu toe waren ze in België enkel ingevroren verkrijgbaar, meestal geïmporteerd.Met deze eerste teelt op Belgische bodem komt daar verandering in. De Aardappelhoeve uit Tielt experimenteerde in samenwerking met Colruyt Group dit jaar met het gewas en levert nu een verse oogst die tijdelijk in de winkelrekken van de supermarktketen ligt. “Doordat de edamamebonen vers worden aangeboden, zijn ze beperkt houdbaar. Op termijn kunnen wel plannen worden gemaakt om de peultjes in te vriezen, zo zou het jaarrond aanbieden wel mogelijk zijn. Maar we willen eerst bekijken of dit alvast kan aanslaan”, vertelt Wouter Devlies van De Aardappelhoeve. Duurzame teelt en lokale verankeringEdamamebonen worden gezaaid rond half mei, eens de kans op nachtvorst verdwenen is. “De timing van de oogst, die begin september plaatsvond, is belangrijk. De peul dient goed gevuld en groen te zijn. Als het gewas te rijp wordt, dan worden de peulen geel en gaat ook de smaak achteruit”, aldus Devlies.De teelt is ideaal voor de teeltrotatie en zorgt voor heel wat extra zuurstof in de grond. Het gewas laat een goed doorwortelde bodem na. Samen met de ingewerkte bladmassa zorgt dit voor een rijke bodem met goede structuur. “Ook de volgteelt profiteert van het nalaten van een gezonde bodem. De plant leeft in symbiose met stikstoffixerende bacteriën waardoor een lage bemesting kan worden aangehouden. Daarnaast is soja weinig ziektegevoelig en vereist het dus een lage input aan gewasbeschermingsmiddelen”, klinkt het bij De Aardappelhoeve.Ook op vlak van duurzaamheid is er winst te boeken. De teelt in België vermijdt de lange transportketen van ingevoerde edamame die vaak uit Azië komt. &quot;Het spreekt ook voor zich dat de lokaal geteelde edamame een duurzamere optie is dan het geïmporteerde - vaak Chinese - product&quot;, zegt Kristof Bellemans, aankoper van Colruyt Group. Hij wijst erop dat de supermarktgroep via deze samenwerking met De Aardappelhoeve haar engagementen op het vlak van de eiwitshift wil nakomen. &quot;Het is opnieuw een mooi voorbeeld van waar Colruyt Group voor staat als enige nog echt Belgische retailer: inzetten op constructieve samenwerkingen en een lokaal product&quot;, klinkt het nog.</content>
            
            <updated>2025-09-09T18:49:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe rode lijst: 19 bedrijven vallen eraf en twee nieuwe bedrijven erop]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-rode-lijst-19-bedrijven-vallen-eraf-en-twee-nieuwe-bedrijven-erop" />
            <id>https://vilt.be/57875</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De lijst met 11 piekbelasters, die enkele weken geleden gecommuniceerd werd, blijkt twee nieuwe bedrijven te bevatten. Dat vertelde Bart De Schutter, gedelegeerd bestuurder van VLM, maandag in de commissie Leefmilieu. Zeventien bedrijven die in 2022 nog wel tot de toenmalige 41 piekbelasters behoorden, zijn dan weer van de lijst gevallen. De Schutter verklaart de verschuivingen door de nieuwe berekeningswijze die over meerdere en andere referentiejaren is uitgesmeerd en waarbij de veebezetting mogelijk verschilde. De nieuwe rekenmethode kon evenwel op veel kritiek rekenen bij, zowel bij oppositie als meerderheid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dfcd993f-5604-4bed-92d5-98332db93a82/full_width_commissie-leefmilieu-stikstof.jpeg</image>
                                        <content>De Vlaamse regering kreeg felle kritiek, ook vanuit de landbouw, toen het enkele weken geleden bekendmaakte dat de lijst van piekbelasters geslonken was van 41 naar 11 bedrijven. “Sommige landbouwers leefde jarenlang in angst of zijn onterecht gestopt. In plaats van haar excuses aan te bieden hiervoor, doet de overheid net alsof ze goed nieuws brengt”, zei pluimveehouder Bart Baeyens toen. Het feit dat het aantal piekbelasters en de rode lijst over de loop der jaren verschillende keren veranderden, riep veel vraagtekens op in de sector.Deze kritiek vond maandag zijn weerklank in de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement waar de nieuwe lijst met piekbelasters centraal stond in een urenlang debat. “Er zijn 32 bedrijven van de rode lijst gevallen. Deze bedrijven hebben jaren in onzekerheid geleefd. De sociale impact hiervan is niet de onderschatten voor de gezinnen. Het zou niet misplaatst zijn als er vanuit de Vlaamse regering een ‘mea culpa’ komt of misschien wel een verontschuldiging”, aldus cd&amp;amp;v-parlementslid Bart Dochy. Nieuwe referentie jaren, nieuwe methodiekOp de meest recente rode lijst is het aantal piekbelasters teruggevallen van 41 (in 2022) tot 11 nu. Bart De Schutter, gedelegeerd bestuurder van VLM, verklaart dit door de nieuwe berekeningswijze die over meerdere en verschillende referentie jaren is uitgesmeerd. “Bij de lijst van 2022 is er gewerkt met 2015 als referentiejaar. Volgens de nieuwe berekeningswijze, op basis van afspraken in het stikstofdecreet, werden de referentiejaren 2020, 2021 en 2022 meegenomen. Als een bedrijf in twee van de drie jaren een impactscore van meer dan 50 procent had, kwam het op de lijst. Daarnaast hebben we ook meer rekening gehouden met bedrijfsspecifieke omstandigheden.”Van de rode lijst van 2022 blijken er 19 niet langer piekbelaster omdat hun uitstoot in twee of drie van de nieuwe referentiejaren onder de 50 procent lag. Elf van de toenmalige rode bedrijven zijn intussen al ingestapt in het flankerende beleid en twee bedrijven hebben emissiereducerende technieken toegepast. Wat rest zijn negen bedrijven. Deze komen ook op de nieuwe lijst van 11 piekbelasters voor.Op deze nieuwe rode lijst staan ook twee nieuwe bedrijven die nooit eerder als rood aangeduid waren. “Hun uitstoot was wel altijd aanzienlijk en zij stonden al langer bij ons op de radar”, benadrukt De Schutter. Hij geeft aan dat een grotere veebezetting in de nieuwe referentiejaren een reden kan zijn dat deze bedrijven plotseling wel op de lijst zijn beland. Lijst van elf bedrijven kan nog veranderenTwee van de elf rode bedrijven zijn inmiddels ingegaan op een uitkoopregeling van de overheid en zullen op termijn stoppen. De negen resterende bedrijven hebben nu ook nog de mogelijkheid een bezwaarprocedure te starten, liet landbouwminister Jo Brouns weten. “Een herberekening is mogelijk op basis van bedrijfseigen informatie, informatie waar de overheid niet over beschikte. Zo kan het zijn dat het bedrijf al emissiereducerende technieken toepast, denk bijvoorbeeld aan weidegang.”De rekenmethode en “willekeurige werkwijze” van de Vlaamse overheid kan op weinig vertrouwen rekenen bij Vlaams Belang. “In een eerste versie waren er een 150-tal rode bedrijven, in een tweede versie schoten er 45 over, nu zijn er ineens maar 11 meer”, aldus parlementariër Dries Devillé die de kundigheid van VLM in twijfel trekt, de organisatie die verantwoordelijk is voor de impactsoreberekening. “In de periode dat de VLM die doodvonnissen naar de betrokken bedrijven verstuurt, maakt het doodleuk bekend dat ze duizenden nieuwe meetpunten in gebruik gaan nemen. Ze geven dus impliciet zelf toe dat ze eigenlijk geen flauw benul hebben of al hun theoretische berekeningen in de praktijk wel kloppen.”Oppositie- en coalitiepartijen kritisch over gebruik oude KDW’sZowel uit de oppositie als de meerderheid klonk er felle kritiek op de nieuwe lijst en vooral op de nieuwe berekeningswijze op basis van verouderde KDW’s. Deze KDW’s werden eerder door de Raad van State als niet streng genoeg beoordeeld en in juli geactualiseerd. “Door de oude KDW’s toch te gebruiken, begeeft u zich toch op juridisch drijfzand en speelt u met de rechtszekerheid van de boeren?”, vroeg Mieke Schauvliege (Groen) zich af. Door te blijven discussiëren en profileren rond meetmethodes en kritische depositiewaarden raakt de kern van het probleem niet opgelost Ook Bieke Verlinden (Vooruit) begreep niet waarom de nieuwe KDW’s niet gebruikt zijn. Zij sprak van “hocus pocus trucks” met lijsten. Krimpende lijsten zorgen er volgens haar niet voor dat de druk op de natuur afneemt en de bedrijfszekerheid onder de landbouwers toeneemt. Minister Brouns was duidelijk ‘not amused’ met deze woorden en zei in een reactie dat de berekening van de impactscore een uitvoering van het stikstofdecreet is.Hij bleef de volgende dag op Facebook bijzonder uitgesproken tegen zijn critici. “Eens te meer vallen de maskers af. Het is blijkbaar niet alleen bij de partij Groen dat het erom gaat om zoveel mogelijk bedrijven te sluiten? Ook sommige parlementsleden van N-VA en Vooruit hadden die lijst liefst bloedrood gezien. Het lijkt voor hen pas genoeg wanneer ook de laatste landbouwer in Vlaanderen is weggepest. Zo geven ze enkel munitie aan organisaties die onze landbouw én industrie liever zien verdwijnen en allerlei juridische procedures opstarten”, schrijft hij. Boerenbond spreekt van politiek toneelHet gekissebis in de politieke arena en daarbuiten kon om weinig begrip rekenen van Boerenbond. “Het is onbegrijpelijk dat men zich blijft vastrijden in het huidige decreet. We horen de parlementairen graag praten over rechtszekerheid voor de landbouwers, maar intussen worden de KDW&#039;s aangepast en het rendement van emissiereducerende maatregelen in vraag gesteld. Er is nood aan fundamentele oplossingen en een geheel andere kijk in plaats van te morrelen aan een kaduke methode”, aldus Boerenbond.De landbouworganisatie vraagt al langer om snel werk te maken van een emissiebeleid in plaats van het huidige depositiebeleid. In het Vlaams regeerakkoord zijn afspraken gemaakt om deze omslag te maken en ook Brouns is hier een groot voorstander van. Bij de omslag naar een emissiebeleid, waarbij bedrijven worden beoordeeld op hun uitstoot, zijn veranderende KDW’s minder relevant. Boerenbond spreekt in dit verband dan ook van een politiek toneel dat wordt opgevoerd rond stikstof. “Door te blijven discussiëren en profileren rond meetmethodes en kritische depositiewaarden raakt de kern van het probleem niet opgelost.” BBL en Dryade: &quot;Stikstofproblematiek wordt opnieuw niet ten gronde aangepakt&quot;In een persbericht zeggen Bond Beter Leefmilieu en Dryade op hun beurt dat ze onthutst zijn over het feit dat er met voorbijgestreefde cijfers wordt gewerkt. &quot;De minister ondermijnt hiermee de bescherming van de natuur, maar stort ook de landbouwsector in verdere chaos&quot;, klinkt het. Deze keuze staat volgens hen haaks op het&amp;nbsp;arrest van de Raad van State over het &#039;GRUP Steenfabrieken Nelissen&#039;, waaruit volgt dat vergunningen gebaseerd op achterhaalde wetenschappelijke inzichten niet rechtsgeldig zijn.&quot;Door verouderde KDW&#039;s te hanteren blijft onze natuur te veel stikstof slikken en zijn er nog steeds heel wat landbouwers die niet weten waar ze aan toe zijn. Minister Brouns weigert zo, opnieuw, de stikstofproblematiek ten gronde aan te pakken. Landbouwers en natuur verdienen beter&quot;, zeggen beide organisaties.</content>
            
            <updated>2025-09-10T11:12:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wereldwijde kinderobesitas voor het eerst groter probleem dan ondergewicht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wereldwijde-kinderobesitas-voor-het-eerst-groter-probleem-dan-ondergewicht" />
            <id>https://vilt.be/57876</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid zijn er meer kinderen en adolescenten met obesitas dan ondergewicht. Dat zegt Unicef, de kinderrechtenorganisatie van de Verenigde Naties. Wereldwijd is één op de vijf kinderen te zwaar. Eén op de tien, of 188 miljoen in totaal, lijdt aan obesitas. Zowel rijke als arme landen worden getroffen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gezondheid" />
                        <category term="gezond" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b99dbd0b-2043-496c-b28c-e18c7245048a/full_width_obesitas-kinderen.jpg</image>
                                        <content>In alle regio&#039;s ter wereld - behalve Sub-Saharaans Afrika en Zuid-Azië - komt obesitas nu vaker voor dan ondergewicht. Globaal genomen is sinds 2000 het aantal kinderen tussen 5 en 19 jaar met ondergewicht gedaald van 13 procent naar 9,2 procent. In dezelfde periode steeg het aantal kinderen met obesitas van 3 procent naar 9,4 procent. Dat becijferde Unicef op basis van data uit meer dan 190 landen.Er is een onderscheid tussen overgewicht en obesitas of zwaarlijvigheid. Bij overgewicht ligt de BMI tussen 25 en 29,9. Bij obesitas is de BMI 30 of meer. In sommige landen is de situatie ronduit alarmerend. Dramatische cijfers vinden we in een aantal eilanden in de Stille Zuidzee: tot 38 procent van de kinderen heeft obesitas in Niue en 37 procent op de Cookeilanden. Maar obesitas bij kinderen is ook een probleem in rijke landen: 27 procent in Chili en 21 procent in de VS en de Verenigde Arabische Emiraten. Ongezonde voedselomgevingenAls verklaring wordt verwezen naar &quot;ongezonde voedselomgevingen&quot;, waarin ultrabewerkte en fastfoodproducten rijk aan suiker, zout, vet en additieven dominant aanwezig zijn. &quot;Ultrabewerkte voeding vervangt steeds vaker fruit, groenten en eiwitten, terwijl goede voeding juist cruciaal is voor de groei, cognitieve ontwikkeling en mentale gezondheid van kinderen&quot;, zegt algemeen directeur van Unicef, Catherine Russell.Unicef onderstreept dit met een peiling bij 64.000 jongeren, waar 75 procent zegt dat ze de voorbije week advertenties te zien kregen voor ongezonde voeding. Zes op de tien verklaarden hierdoor meer zin te krijgen in deze producten, zelfs in conflictgebieden.De organisatie merkt wel dat sommige landen stappen ondernemen om deze evolutie tegen te gaan. In Mexico bijvoorbeeld, waar ultrabewerkte voeding 40 procent van de dagelijkse calorie-inname van kinderen uitmaakt, werd de verkoop van deze producten op school verboden. Vandenbroucke wil ongezonde voeding minder aantrekkelijk maken&quot;We moeten ongezonde voeding minder aantrekkelijk maken en werken aan een gezonde omgeving.&quot; Dat zegt minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) na afloop van een obesitassymposium in het bijzijn van Koningin Mathilde. De Koningin heeft bij haar openingsspeech een lans gebroken voor een &quot;ambitieus en alomvattend voedingsbeleid.&quot;De koningin bepleit een inclusieve aanpak. Armere mensen met minder financiële slagkracht kopen vaak ook minder kwalitatief voedsel aan. &quot;Het beleid moet zich richten op de hele bevolking, zonder oordeel of uitsluiting&quot;, aldus de Koningin in het Résidence Palace in Brussel woensdagmorgen.Vandenbroucke wijst er nog op dat België nog een lange weg heeft af te leggen inzake gezonde voeding voor iedereen. &quot;Een kleine minderheid van de Belgen eet dagelijks een stuk fruit&quot;, zo duidt hij onder meer. Ruim één op twee Belgen zou daarenboven nog te kampen hebben met overgewicht. &quot;Er is urgentie. De cijfers over Belgische voedingsgewoonten stemmen tot nadenken en leiden tot chronische ziekten. Deze chronische ziekten wegen zwaar op onze gezondheidszorg.&quot; Stabiele cijfers in BelgiëIn ons land blijven de cijfers rond overgewicht en obesitas bij kinderen opvallend stabiel. Zo had in 2022 21 procent van hen overgewicht, evenveel als in 2000, en stegen de obesitascijfers licht van 6 naar 7 procent. Ons land blijft daarmee onder het Europese gemiddelde (8 procent). Ook het aandeel kinderen met ondergewicht bleef in België stabiel op 2 procent, tegenover 3 procent in Europa.Zonder actie kunnen de economische gevolgen van kinderobesitas wereldwijd oplopen tot meer dan 4 miljard dollar per jaar tegen 2035, waarschuwt Unicef. De VN-organisatie roept dan ook op om dringend actie te ondernemen. De organisatie schuift enkele mogelijke maatregelen naar voren, zoals een strenge regelgeving rond voedselmarketing, etikettering en belastingen, een verbod op junkfood in scholen en het toegankelijker maken van gezonde voeding via sociale programma&#039;s.Overgewicht en obesitas verhogen het risico op ernstige ziekten zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk en bepaalde vormen van kanker.</content>
            
            <updated>2025-09-10T15:43:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Waals Parlement wil strijd tegen gewasbeschermingsmiddelen met PFAS opvoeren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/waals-parlement-strijdt-tegen-gewasbeschermingsmiddelen-met-pfas" />
            <id>https://vilt.be/57877</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een analyse van de vzw Corder toont een significante verhoging van het gebruik van PFAS in de landbouw in het zuiden van het land. Waals parlementslid Marie Jacqmin (Les Engagés) vraagt namens de meerderheid in een motie aan de Waalse regering het actieplan tegen PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen te versterken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="PFOS" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d6576d2e-e9d5-480d-9b2c-dd970e59e686/full_width_sproeiengewasbescherming-cofabel.jpg</image>
                                        <content>De tekst die dinsdag in de commissie Leefmilieu van het Waals Parlement werd ingediend, roept de regering op om waterwingebieden beter te beschermen. Concreet vraagt de motie om het sproeiverbod in de preventiezones rond waterwinningen uit te breiden. Daarnaast wordt gepleit voor een evaluatie van de waterwinningscontracten om hun doeltreffendheid te verhogen, of zelfs voor een verbod op het gebruik van PFAS-houdende pesticiden door particulieren. Zo wil men de verspreiding van PFAS in het milieu en in woningen beperken.De motie vraagt verder om extra aandacht voor kwetsbare groepen, zoals kinderen op speelplaatsen en zieken, en benadrukt de nood aan meer bewustmaking, betere voorlichting en gerichte opleidingen. Ook wordt gepleit voor het stimuleren van milieuvriendelijke alternatieven bij particulieren en het verduidelijken van de bestaande pesticidewetgeving.&quot;Wallonië kan niet passief blijven tegenover de onzichtbare maar zeer reële dreiging van dit wereldwijde pesticidenprobleem. Deze motie is een oproep tot gezond verstand, voorzichtigheid en verantwoordelijkheid&quot;, vatte Marie Jacqmin samen. Wat is PFAS?PFAS is een verzamelnaam voor meer dan 10.000 verschillende chemicaliën die water, vet en vuil afstoten. Daarom worden ze vaak gebruikt in consumentenproducten en industriële toepassingen. PFAS zijn echter ook schadelijk voor mens en omgeving. De &quot;forever chemicals&quot; zijn in zowat alle Belgische waterlopen aangetroffen, over heel Europa zijn meer dan 23.000 sites ermee vervuild. De meningen verschillen zijn echter verdeeld over de mate waarin onze landbouw PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen kan missen. PFAS heeft geen inherente werking als gewasbeschermingsmiddel, maar wordt wel gebruikt als bindingsmiddel. Dat gebeurt niet niet alleen voor gewasbeschermingsmiddelen maar ook voor veel cosmetica. PFAS is dus vooral een technologisch hulpmiddel voor het eindproduct. Zo zorgt PFAS in gewasbescherming er ook voor dat er minder product nodig is om hetzelfde effect te bereiken, maar de keerzijde is dat PFAS nauwelijks afbreekt in het milieu.PFAS is overalEerder sprak VILT met toxicoloog Jan Tytgat over de gezondheidsrisico’s van PFAS. &quot;Er is wel een terechte bezorgdheid over een langdurige en intensieve blootstelling aan PFAS die de hormoonwerking kan verstoren, net als het cholesterolgehalte. Het immuunsysteem kan afzwakken en de werking van PFAS op de lever is ook niet gezond. Maar de vrees dat PFAS zou leiden tot kanker, daarvoor is geen enkel wetenschappelijk bewijs op dit ogenblik. Dus hierin wil ik de mensen wel geruststellen. Er is geen sprake van een acuut gezondheidsrisico zoals bij bijvoorbeeld asbest.” Een overheidsstudie uit 2023 toont aan dat 75 procent van de PFAS-vervuiling een industriële bron heeft. De grootste PFAS-bronnen vindt men in de medische sector, textiel en koelsystemen Tytgat pleit ervoor om PFAS uit te faseren, al lijkt een onmiddellijke ban hem onrealistisch omdat PFAS erg wijdverspreid is, lang niet alleen in gewasbescherming. Vandaag zouden PFAS-bevattende gewasbeschermingsmiddelen ook slechts een klein deel van het totale bestrijdingsmiddelengebruik omvatten. Van alle chemische oplossingen met werkzame stoffen, waren er in 2024 32 PFAS-houdend, waarvan er steeds meer worden uitgefaseerd. Bovendien toont een Belgische overheidsstudie uit 2023 aan dat 75 procent van de PFAS-vervuiling een industriële bron heeft. Vijf procent is afkomstig van gewasbeschermingsmiddelen. De grootste PFAS-bronnen vindt men in de medische sector, textiel en koelsystemen. Is er een alternatief?Dat het PFAS-aandeel van gewasbescherming dus relatief beperkt is, is voor velen echter geen reden om het ongemoeid te laten. Ook niet bij middelen die particulieren gebruiken, zoals luizenmiddelen bij huisdieren en slakkenkorrels. In een eerder interview met VILT duidt emeritus prof. dr. Jacob de Boer, expert in toxicologie en milieuchemie, hoe één korrel tot 7.000 liter grondwater kan verontreinigen. Net als Tytgat pleit hij voor een uitfasering. “Zolang de slechte middelen gebruikt mogen worden, komen er geen alternatieven. Start-ups in de sector kunnen nooit opboksen tegen de producten van de grote multinationals”, stelt hij.Volgens de organisatie tegen chemische gewasbescherming PAN Europe zijn er alternatieven genoeg om PFAS-houdende gewasbescherming te vervangen, al spreekt de sector dat tegen. Volgens Peter Jaeken van Belplant ligt dit zeker bij nicheteelten zeer moeilijk en dreigen boeren als alternatief te grijpen naar gewasbeschermingsmiddelen die andere minpunten hebben, zo zei hij eerder in een hoorzitting in het Vlaams parlement. Zo is er het risico dat landbouwers overstappen van PFAS-producten met een selectieve werking naar breder werkende middelen, die soms zwaardere gevolgen hebben voor het milieu. Europa wil een banToch is het draagvlak voor een PFAS-ban groot. Niet alleen in de ontwikkeling van gewasbeschermingsmiddelen, maar voor alle producten die deze chemische stoffen bevatten. &amp;nbsp;Ruim 27.000 Belgen hebben een petitie getekend van Bond Beter Leefmilieu en andere organisaties om PFAS in België en Europa over de hele lijn te verbieden. De Zweedse Europees Commissaris voor Milieu, Waterbestendigheid en een Competitieve Circulaire Economie, Jessika Roswall werkt aan een Europees verbod op PFAS in consumentenproducten. Voor toepassingen zonder alternatief, zoals in de medische sector, pleit ze voor strikt emissiebeheer en veilige productie zonder afvalvervuiling.</content>
            
            <updated>2025-09-15T10:41:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Trailer nieuwe aflevering VILT TeeVee: vanaf zondag 14 september op PlattelandsTV]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/trailer-nieuwe-aflevering-vilt-teevee-vanaf-zondag-14-september-op-plattelandstv" />
            <id>https://vilt.be/57878</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In een nieuwe Vilt Teevee<strong> </strong>gaan we langs bij Veerle. Samen met haar man en drie dochters runt ze een moderne vleeshoeve&nbsp;met Limousin- en Belgisch Witblauw-runderen. Daarna ontmoeten we Werner: een hoeveslager&nbsp;die zijn ambacht met ongeziene passie en precisie&nbsp;uitoefent. Fientje is zes jaar en de jongste spruit op een familiale rozenkwekerij. Met twinkelende oogjes leidt ze ons door de kleurrijke serres. We duiken in de wereld van innovatie en techniek&nbsp;en zien hoe de spuitmachine&nbsp;door de jaren heen evolueerde. Tot slot verwelkomen we een nieuw gezicht bij de Veldvloggers: Mieke toont het leven op een melkveebedrijf, zoals het echt is. Een aflevering vol passie, vakmanschap en het mooiste van het boerenleven. Dat is Vilt Teevee, vanaf zondag 14 september op plattelandsTV.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8c43e023-e736-4fa7-a1ad-45e5d7c87cf6/full_width_thumb-34.jpg</image>
                        
            <updated>2025-09-11T11:08:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenplatform Boeren en Buren in Spaanse handen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenplatform-boeren-en-buren-in-spaanse-handen" />
            <id>https://vilt.be/57879</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Spaanse CrowdFarming heeft 'La Ruche qui dit Oui' overgenomen, het moederbedrijf van Boeren en Buren dat via Buurderijen korteketenproducten aan de man brengt. Vlaamse franchisenemers, die Buurderijen uitbaten, vragen zich af wat de impact is van de overname. “Mogelijk kan de overnemer door zijn expertise op het gebied van digitale marketing meer naambekendheid voor ons genereren?”, is te horen bij een Buurderij-uitbater.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="korte keten" />
                        <category term="schaalvergroting" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e9dd44af-70ca-4fa5-8908-80fb17410f2c/full_width_korteketen-groenten-markt-1250-nb.jpg</image>
                                        <content>Met de overname van het Franse &#039;La Ruche qui dit Oui&#039; claimt het Spaanse CrowdFarming &quot;het grootste rechtstreekse verkoopkanaal van boer tot bord” te hebben gecreëerd. Het Spaanse bedrijf, dat ook in Vlaanderen biologische landbouwproducten rechtstreeks te koop aanbiedt aan consumenten, is 15 jaar geleden opgericht door twee broers die de vroegere familiale teelt van sinaasappels en mandarijnen nieuw leven in wilden blazen.“Om de crisis in de landbouwsector te omzeilen (door lage prijzen en geen onderhandelingspositie tegenover de grote supermarkten, red.), hebben we een eenvoudige website opgezet waarmee we ons fruit rechtstreeks aan de eindconsument konden verkopen”, vertelt boer en&amp;nbsp;CrowdFarming-oprichter Gonzalo Úrculo. Na een succesvolle verkoop heeft de ondernemer het verkoopplatform ook opengesteld voor andere boeren.10.000 producenten en 1,5 miljoen consumentenMet de overname van &#039;La Ruche qui dit Oui&#039; is het bedrijf verder gegroeid en volgens CrowdFarming is zo een gemeenschappelijk platform tot stand gekomen met meer dan 10.000 producenten die 1,5 miljoen consumenten bereiken. Beide platformen verwachten dit jaar een omzet van 100 miljoen euro. Het Spaanse bedrijf verwacht de nodige schaalvoordelen door de overname van het Franse &#039;La Ruche qui dit Oui&#039;.Het korteketenbedrijf wijst erop dat directe verkoop, vooral van Europese, biologisch geteelde producten, in opmars is, maar het blijft alsnog een nicheverkoopkanaal. Volgens gegevens van de Europese Unie is het goed voor slechts ongeveer twee procent van de totale verkopen. “In de afgelopen decennia hebben supermarkten toeleveringsketens ontwikkeld die geoptimaliseerd zijn voor grootschalige producenten van bulkgoederen en bewerkte voedingsmiddelen. Deze toeleveringsketens zijn echter economisch inefficiënt voor kleine en middelgrote producenten, vooral voor diegenen die werken met verse producten”, klinkt het. Schaalvergroting biedt voordelen voor aangesloten boerenDirecte verkoop stelt deze boeren volgens CrowdFarming in staat om betere prijzen te ontvangen en het verbetert de kwaliteit voor de eindconsument op het gebied van versheid en voedingswaarde. Naast een direct verkoopplatform biedt CrowdFarming ook programma’s aan die overgang naar regeneratief-biologische landbouw ondersteunen en de productiviteit van een boerderij verbeteren. Ook de leveranciers van Boeren en Buren zouden toegang krijgen tot deze programma’s.Anders dan CrowdFarming werkt &#039;La Ruche qui dit Oui&#039;, dat jarengeleden Boeren en Buren als spin-off lanceerde in Vlaanderen, ook met fysieke verkooppunten. In deze Ruches, oftewel Buurderijen, kunnen consumenten producten van lokale boeren afhalen. Vlaanderen telt volgens de website van Boeren en Buren zo’n 20 lokale Buurderijen. 20 Buurderijen in VlaanderenAnnik is één van de lokale franchisenemers van Boeren en Buren. Sinds negen jaar runt zijn een Buurderij in Kortenberg en Tervuren. Zo’n 25 boeren en lokale voedselbereiders leveren op donderdagavond vooraf bestelde producten af. Deze kunnen de volgende dag door consumenten opgehaald worden. “De winkel is maar korte tijd open”, vertelt de zaakvoerster.Het is volgens haar één van de redenen waarom Boeren en Buren standhoudt, terwijl veel andere korteketeninitiatieven sinds corona zijn stopgezet, zoals bijvoorbeeld Lokaalmarkt. “We werken niet met personeel waardoor de operationele kosten erg laag liggen”, vertelt Annik. Volgns haar betalen de boeren 20 procent commissie  voor het gebruik van het platform en de winkel. Dat platform stelt consumenten in staat een bestelling te plaatsen en te betalen.De parttime winkeluitbaatster geeft aan dat de korteketenverkoop momenteel door een moeilijkere periode gaat. De overname door de Spaanse speler kan mogelijk een ommekeer betekenen. “Ik weet dat CrowdFarming online citrussen verkoopt. Dat geeft vertrouwen dat ze sterk zijn in digitale marketing. Mogelijk kunnen ze bijdragen om de naambekendheid van de Buurderijen op te krikken”, zegt ze.</content>
            
            <updated>2025-09-10T17:16:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wijnbouwers verwachten topdruiven en goede oogst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wijnbouwers-voorzien-topdruiven-en-goed-oogsten" />
            <id>https://vilt.be/57880</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaamse wijnbouwers stevenen af op zeer kwalitatieve druiven, terwijl sommige telers ook recordoogsten noteren. De droge weersomstandigheden waren ideaal voor de druiventeelt in ons land. “De opbrengst is 20 procent hoger dan in normale jaren. Dit heb ik nog nooit eerder gezien”, vertelt Simon Loos van Jerom Winery uit Borgloon. Om de overtollige druiven niet verloren te laten gaan, wil de wijnbouwer ze gaan verwerken in sappen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="druif" />
                        <category term="wijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4b7e7b7f-c794-4036-b730-77ee5fde6094/full_width_wijngaard-wijnbouw-druivenrank-1280.jpg</image>
                                        <content>“Normaal kent de Vlaamse wijnbouw elk jaar wel een tegenslag”, zegt Simon Loos, commercieel directeur van Jerom Winery uit Borgloon. Zo was er vorig jaar sprake van een late winterprik waardoor veel Vlaamse wijntelers hun volledige oogst verloren zagen gaan. Als gevolg hiervan produceerden de Belgische wijnbouwers in 2024 64 procent minder wijn dan in 2023, goed voor in totaal 1.225.747 liter.Niet alle druiven kunnen tot wijn verwerkt wordenDit jaar is volgens Loos echter een uitzondering. “Alles zat werkelijk mee. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Het weer was perfect voor druiventeelt, droog en zonnig”, aldus de wijnbouwer. Hij teelt zelf verschillende druivensoorten op 38 hectare. De Limburger is twee weken geleden gestart met de druivenoogst en spreekt van een recordoogst met opbrengsten die 20 procent hoger liggen dan in normale jaren. &quot;En misschien wel twee keer zo veel als vorig jaar.&quot;De wijnboer zag de overproductie al langer aankomen en reageerde dan ook enthousiast toen de Belgische startup Waste Warriors, dat voedselverspilling probeert tegen te gaan, hem benaderde. “De capaciteit van onze wijnproductie is gelimiteerd, we kunnen nu eenmaal niet meer druiven verwerken. Daarom dreigen veel van onze druiven aan de tros te blijven hangen.” Druivensap als alternatiefIn samenwerking met Waste Warriors kunnen de druiven mogelijk toch te gelde worden gemaakt. Een deel van de druiven zal verwerkt worden tot druivensap die met andere producten gecombineerd wordt tot een voedselbox. “In de box kan je negen producten terugvinden, gemaakt van geredde groenten en fruit. Met daarin nu dus dit heerlijk druivensap”, klinkt het bij Waste Warriors.Voor Jerom Winery biedt deze samenwerking mogelijk ook nuttige inzichten voor de toekomst. “De algemene trend is dat de mondiale alcoholproductie onder druk staat. Alhoewel wij dat nog niet voelen op dit moment, is het toch goed om naar alternatieve bestemmingen voor onze druiven te kijken. Sap zou een mooie optie kunnen zijn”, aldus Loos. Mooie kwaliteit en hoog suikergehalteOok elders in Vlaanderen zijn de vooruitzichten goed, al wordt het beeld van recordoogsten niet bevestigd. “Het is een normale oogst, maar wel met een zeer kwalitatieve druif”, vertelt Vicky Everaerts van pcfruit. Ook zij wijst op het mooie voorjaar en de zomer met veel zonuren. “Daardoor is er weinig schimmeldruk geweest en zijn de druiven van een goede kwaliteit.” Zij benadrukt dat de voorspelde regen de kwaliteit tijdens het afrijpen alsnog wat zou kunnen beïnvloeden.Diederik Vandersteene van Wijndomein Vandersteene uit Zwijnaarde heeft zelfden zo’n mooie kwaliteit gezien. “De druiven hebben uitzonderlijk goede waarden en een zeer hoog suikergehalte”, aldus de Oost-Vlaming. Hij combineert wijnbouw op ruim drie hectare met een sierteeltbedrijf.Ook Raf Rombouts uit Loenhout is een sierteler die de voorbije jaren heeft gediversifieerd met wijnbouw. Hij spreekt van een goede opbrengst. Door het goed uitdunnen van de trossen eerder dit jaar heb ik een overvloed aan druiven kunnen voorkomen. Het is nefast wanneer de rank zijn voedingsstoffen over te veel druiven moet verdelen”, verklaart hij.De Kempenaar, die vier jaar geleden startte met de druiventeelt, begint morgen met de pluk. Hij merkt dat de druk van de suzukivlieg stijgt en met het vochtige weer op komst, kan deze meer schade berokkenen de komende dagen. “Vandaar dat we besloten hebben toch maar te gaan plukken. Deze schade zou de extra suiker die de druiven de komende week nog kunnen aanmaken, tenietdoen”, verklaart hij.</content>
            
            <updated>2025-09-12T09:39:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Milcobel en FrieslandCampina presenteren definitief fusievoorstel: "We zitten op schema"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/milcobel-presenteert-definitieve-fusievoorstel-fusie-loopt-volgens-planning" />
            <id>https://vilt.be/57881</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Milcobel en de Nederlandse zuivelverwerker FrieslandCampina hebben een definitief fusievoorstel uitgewerkt en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en de Nederlandse Staatscourant. Nu start een inzageperiode van drie maanden waarna het voorstel nog eens voor finale goedkeuring wordt voorgelegd aan de Ledenraad van FrieslandCampina en de Algemene Vergadering van Milcobel. “We zitten op schema om de fusie begin volgend jaar te finaliseren, mits we de nodige goedkeuringen verkrijgen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="schaalvergroting" />
                        <category term="coöperatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d70df65e-1dc8-4d3d-bc55-014389e2dbce/full_width_milcobel-milcobel.jpg</image>
                                        <content>Eind december 2024 kondigden de Vlaamse zuivelceöperatie Milcobel en de Nederlandse zuivelcoöperatie Friesland Campina hun plannen aan om te gaan fuseren. Teams van beide bedrijven zaten sindsdien intensief samen om een definitief fusievoorstel uit te werken. “Het gaat om een herbevestiging van wat eerder is voorgesteld en aan de leden is voorgelegd”, vertelt Milcobel-woordvoerder Kathleen&amp;nbsp;De Smedt.Het fusievoorstel is vorige week gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en de Nederlansde Staatscourant en kan de komende drie maanden ingekeken worden door het publiek. Het wordt de komende maanden ook toegelicht aan de leden van beide coöperaties. Bij FrieslandCampina gebeurt dit tijdens de najaarsledenbijeenkomsten en districtsraden in oktober en november. Milcobel organiseert in september en oktober open ledenkringbesturen, in combinatie met de bespreking door de Coöperatieraad.Na de consultatieronde wordt het fusievoorstel op 16 december finaal voorgelegd ter goedkeuring aan de Ledenraad van FrieslandCampina en de Algemene Vergadering van Milcobel. Voor goedkeuring is bij FrieslandCampina een tweederdemeerderheid vereist, bij Milcobel een drievierde meerderheid. &quot;Meer zekerheid in competitieve zuivelomgeving&quot;In een persbericht herhaalt Milcobel-voorzitter Betty Eeckhaut de voordelen van de fusie. “Het samengaan met FrieslandCampina versterkt onze positie en biedt meer zekerheid in een erg competitieve zuivelomgeving. Bovendien brengt het groeikansen voor het bedrijf in een omgeving die steeds veeleisender wordt door marktontwikkelingen, maatschappelijke verwachtingen, regelgeving en uitdagingen op het gebied van duurzaamheid.”Kathleen&amp;nbsp;De Smedt geeft aan dat Milcobel en FrieslandCampina op koers liggen om te fusie begin volgend jaar (januari 2026) te finaliseren, mits goedkeuring door de Ledenraad en de Algemene Vergadering, en goedkeuring door de Europese mededingingsautoriteiten. “De Europese autoriteiten hebben contact genomen met onze klanten, melkveehouders en concurrenten. We zitten nu in het traject dat we vragen van Europa beantwoorden. Eens we die voldoende beantwoord hebben, zouden we de goedkeuring moeten krijgen om een finaal fusievoorstel in te dienen (de Form CO). Vervolgens heeft de Europese Commissie vijf weken om een beslissing te nemen”, aldus De Smedt. Melkveehouders kijken met interesse naar fusieplannenDe zuivelcoöperatie merkt nu al een verschil in participatie bij melkveehouders en ook klanten. “We merken dat onze leden-melkveehouders met vertrouwen naar de toekomst kijken en positief afwachtend zijn voor wat de nieuwe fusiecoöperatie met zich mee kan brengen.&amp;nbsp;Er is zeker ook interesse van andere melkveehouders die wel vertrouwen hebben in wat de combinatie Milcobel-FrieslandCampina hen kan bieden. Veel melkveehouders volgen de ontwikkelingen uiteraard met belangstelling.”</content>
            
            <updated>2025-09-10T17:24:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Varkenshouder geeft overschotten van groenten tweede leven als varkensvoeder]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/varkenshouder-geeft-overschotten-van-groenten-tweede-leven-als-varkensvoeder" />
            <id>https://vilt.be/57882</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Varkenshouder Johan Lavens uit Westrozebeke heeft met een eigen ontwikkeld systeem een stap gezet richting circulaire landbouw. Hij kon rekenen op VLIF-steun voor innovatieve investeringen om reststromen van groenten te verwerken tot voedzaam en duurzaam varkensvoeder. “In de regio zijn veel groentetelers voor de versmarkt en zij kampen vaak met overschotten die niet aan de normen voldoen,” legt Lavens uit. “Voor velen is dat afval, maar ik zag er een kans in: waarom die stromen niet omzetten in volwaardige voeding?”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                        <category term="voeder" />
                        <category term="duurzaam" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6fadc43e-daca-4430-821d-c164480d3b24/full_width_johan-lavens-varkenshouder-circulair-voeder.jpg</image>
                                        <content>Van idee naar praktijkLavens wilde weten of hij echt iets kon doen met die reststromen van groenten - en of het voedzaam genoeg was. “Je kan wel zeggen: we doen aan innovatie, maar je moet eerst goed weten waar je naartoe wil. Heeft het écht zin? Kunnen we er stappen mee zetten?” Om de haalbaarheid te testen, startte hij met een proefinstallatie. Daaruit bleek al snel dat er veel potentieel zat in groenten als koolgewassen bleken potentieel te hebben. Met verschillende partners uit verschillende branches ging hij aan de slag.De varkenshouder kwam echter al gauw een aantal struikelblokken tegen, zo getuigt hij bij het Vlaams Ruraal Netwerk. Zo zijn verse groenten maar beperkt houdbaar. Zodra het product zich aanbiedt, moet het ook meteen bewerkt of verwerkt worden om de voedingswaarde te garanderen. Daarnaast was er nog een uitdaging: “Varkens kunnen geen rauwe groenten verteren. Daarom moeten we de groenten eerst vermalen tot kleinere stukken, dan vermoezen, koken en vervolgens fermenteren. Op die manier kunnen varkens de groenten wel verteren.” Van reststroom tot gefermenteerde krachtbronDe groenten, onder meer kolen, wortelen, knolselder en voederbieten, komen van collega-landbouwers uit de buurt of Lavens haalt ze zelf op bij de diepvriesfabriek. “Zo weet ik perfect wat ik binnenhaal”, zegt hij. Binnen de 48 uur gaan de groenten de stationaire ruwvoedermenger in. Vooral kolen moeten goed gebroken worden, anders lukt het vermoezen niet.Daarna gaat het mengsel via een vijzel naar wat hij zelf &quot;de vermoezer&quot; noemt. “Dat toestel lijkt op een wasmachine. De gebroken groenten draaien rond in een trommel en worden door gaatjes tot moes gefilterd.” Onder de vermoezer staat een grote procestank van 5000 liter. “Daar voegen we bacteriën en vocht aan toe en vervolgens wordt alles opgewarmd tot 40 graden. Zo kunnen we het mengsel enten en mooi homogeen mengen.” Twee tot vier uur blijft het daar draaien, daarna verhuist het mengsel naar een aparte ruimte met zes fermentatietanks waar de temperatuur en zuurtegraad voortdurend gemonitord worden. “Afhankelijk van de groente fermenteren we tussen de 24 en 48 uur”, legt Lavens uit. En er staat nog meer op de planning. “We zijn bezig met verticale opslagtanks. Zo kunnen we in de toekomst ook per groentesoort stockeren en de groenten echt gericht inzetten in het rantsoen.” Stap vooruit qua dierenwelzijn én qua duurzaamheidTijdens de testfase met het gefermenteerde voedsel kwamen verschillende voordelen aan het licht. “Het fermentatieproces heeft echt een impact op de gezondheid van onze dieren. Het antibioticagebruik is sterk gedaald en we merken ook op dat de varkens rustiger zijn wanneer ze gefermenteerd voedsel krijgen. Dit komt omdat de voeding lichter verteerbaar is, waardoor er minder irritatie in de darmen optreedt. Daarnaast is ook het drinkwaterverbruik sterk verminderd&quot;, aldus de landbouwer. Als landbouwer moet en kan je niet alles zelf weten, laat je omringen door mensen die de kennis hebben en die mee willen denken Ook voor de mestkwaliteit zijn de eerste signalen veelbelovend. “We staan nog niet ver genoeg om definitieve uitspraken te doen, maar het lijkt erop dat hoe beter je fermenteert, hoe minder nutriënten terechtkomen in de mest. Onze oplossing is dus een enorme stap vooruit, zowel qua dierenwelzijn als qua duurzaamheid&quot;, klinkt het. Duurzaamheid als familietraditieVoor Johan is duurzaam werken geen nieuwe trend. “Ik ben al de derde generatie op het landbouwbedrijf en we zijn eigenlijk altijd bewust bezig geweest met duurzaamheid”, vertelt hij. “We telen al meer dan20 jaar zelf korrelmaïs voor onze varkens. En wat we tekortkomen, kopen we bij collega’s in de buurt&quot;, vertelt Lavens. Op die manier wil hij minder afhankelijk zijn van overzeese soja en granen. “Maar dan moet je wel weten wat de voedingswaarde is van die reststromen. Dat zijn we dus nu verder aan het uitzoeken.”Samen sterkerDe varkenshouder heeft nog een advies voor zijn collega’s: “Als landbouwer moet en kan je niet alles zelf weten, laat je omringen door mensen die de kennis hebben en die mee willen denken.” Dat was ook bij Lavens het geval: hij kon rekenen op verschillende mensen die bereid waren mee te zoeken naar een technisch haalbare en goede oplossing. “Die contacten waren echt een trigger. Ik wilde weten of er potentieel zat in die groentereststromen als voeding, maar er bestond geen naslagwerk over de voedingswaarde. Dus wisten we op voorhand: we zullen dat zelf moeten onderzoeken.”Een kleine testinstallatie werd opgezet om groenten tot moes te kunnen verwerken. “Daaruit groeide het besef dat dit potentieel heeft, maar dat het wel op een andere manier moet, want varkens kunnen geen rauwe groenten verteren.” Vanaf dat moment kwam het besef dat er serieuze investeringen nodig zouden zijn, en begon de zoektocht naar ondersteuning, met succes. “Via beurzen kwam ik in contact met verschillende mensen die mij uiteindelijk naar&amp;nbsp;VLIF-innovatie&amp;nbsp;geleid hebben.” &quot;Blijf niet twijfelen&quot;Voor landbouwers die durven vernieuwen, biedt het&amp;nbsp;Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF)&amp;nbsp;via&amp;nbsp;VLIF-steun voor innovatieve investeringen financiële&amp;nbsp;steun om hun nieuwe innovatieve ideeën uit te werken en te testen in de praktijk. “Durf er gewoon mee naar buiten te komen“, zegt Lavens overtuigend. “Er zijn nog heel wat landbouwers met goeie ideeën, maar ze blijven soms hangen in de twijfel. Terwijl&amp;nbsp;VLIF-steun&amp;nbsp;er net is om land- en tuinbouwers vooruit te helpen.”</content>
            
            <updated>2025-09-10T16:45:46+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Von der Leyen verdedigt handelsdeals op State of The Union]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/von-der-leyen-verdedigt-handelsdeals-op-state-of-the-union" />
            <id>https://vilt.be/57883</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Minder papierwerk, meer vertrouwen en een gelijk speelveld: het zijn enkele van de beloftes die Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen heeft gemaakt op haar jaarlijkse State of the Union. Von der Leyen nam ook de gelegenheid om de fors bekritiseerde handelsdeals met de VS en Zuid-Amerika te verdedigen. Tot slot lanceert Europa een nieuwe campagne om Europees voedsel te promoten en zal de wetgeving inzake oneerlijke concurrentie worden herbekeken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/422b9298-f23e-42bb-8855-8c23ec58f195/full_width_p-067758-00-10-03-med-615860.jpg</image>
                                        <content>Voedsel was één van de laatste onderwerpen in von der Leyens State of the Union, maar niet de minst belangrijke. Von der Leyen erkent dat boeren tegenwind krijgen door hoge inputkosten, bureaucratie en oneerlijke concurrentie. “We ondernemen actie op al deze fronten”, zegt de commissievoorzitter. “We hebben het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) vereenvoudigd zodat er minder papierwerk en meer vertrouwen is. We hebben de inkomenssteun in ons meerjarig financieel kader versterkt en ervoor gezorgd dat de financiering kan worden aangevuld met nationale en regionale enveloppes.”Compensatie voor boerenDe Mercosur-handelsdeal die Europa wil afsluiten met Zuid-Amerika krijgt sterk de wind van voren bij landbouworganisaties omdat men vreest voor oneerlijke concurrentie. Von der Leyen beweert dat de voorliggende deal de nodige voorzorgen heeft genomen en noemt een gelijk speelveld essentieel. Zo verwijst ze naar het voorziene budget om Europese boeren “waar nodig” te compenseren. &quot;Europa kreeg best mogelijke akkoord&quot;Maar niet enkel de deal met Zuid-Amerika houdt Europese boeren wakker. Ook von der Leyens handelsbesprekingen met de VS worden fors bekritiseerd door Europese landbouwers, ondernemers en verschillende fracties binnen het Europees Parlement. Voor de meeste Europese goederen die naar de VS worden uitgevoerd, zal er een handelstarief gelden van 15 procent. Een flinke klap voor wie naar Amerika exporteert, want vorig jaar gold er een quasi nultarief voor de meeste Europese goederen. Bovendien beloofde von der Leyen aan Trump een versoepeling in de fytosanitaire regelgeving, waardoor Amerikaanse landbouwproducten die niet volgens onze huidige standaard geproduceerd worden, toch toegang krijgen tot de Europese markt. De Europese landbouworganisatie noemde dit een strategische fout die Europese boeren ondermijnt.Von der Leyen maakte in haar State of the Unionvan de gelegenheid gebruik om op deze kritiek te reageren. “Ik begrijp de eerste reacties. Laat ik daarom zo duidelijk mogelijk zijn: de handelsbetrekkingen met de Verenigde Staten zijn onze belangrijkste. We exporteren jaarlijks voor meer dan een miljard euro aan goederen. Miljoenen banen zijn hiervan afhankelijk. Als voorzitter van de Commissie zal ik nooit gokken met de banen en het levensonderhoud van mensen. Daarom hebben we een akkoord gesloten om de markttoegang voor onze industrieën te behouden en ervoor te zorgen dat Europa het best mogelijke akkoord krijgt.” We hebben onze bedrijven een relatief voordeel bezorgd omdat sommige van onze directe concurrenten te maken hebben met veel hogere tarieven van de VS De invoertarieven zijn niet min, maar von der Leyen benadrukt dat de importtarieven voor de EU relatief laag zijn vergeleken met sommige andere landen. “We hebben onze bedrijven een relatief voordeel bezorgd omdat sommige van onze directe concurrenten te maken hebben met veel hogere tarieven van de VS”, zegt von der Leyen. Ze noemt de huidige deal dan ook de beste overeenkomst die we konden krijgen. &quot;Alternatief was erger&quot;De Europese Commissievoorzitter erkent dat ze zelf geen voorstander is van invoertarieven, maar volgens haar was het enige alternatief een handelsoorlog met de VS, en dat zou rampzalige gevolgen hebben. Zeker ten aanzien van andere geopolitieke machthebbers zoals Rusland en China, die samen met Noord-Korea onderling nauwere banden aanhalen. Volgens von der Leyen moet Europa haar handelspartners diversifiëren om weerbaar te blijven voor de geopolitieke aardverschuivingen. “80 procent van onze handel is met landen die niet de VS zijn”, zegt ze. “In een tijd waarin het wereldwijde handelssysteem afbrokkelt, verzekeren we onze globale positie door middel van bilaterale overeenkomsten met landen zoals Mexico en de Mercosurlanden, die tegen het einde van het jaar een historische handelsovereenkomst met India afronden.” Volgens von der Leyen moet Europa meewerken aan een nieuwe internationale handelscoalitie van gelijkgestemde landen.“Maar ik wil ook heel duidelijk zijn over één punt. Of het nu gaat om milieu- of digitale regelgeving, wij stellen onze eigen normen vast. Europa zal altijd zelf beslissen”, zegt von der Leyen nog.Ze belooft ook de wetgeving inzake oneerlijke handelspraktijken te herzien en waar nodig aan te passen. Tot slot kondigt ze een nieuwe Europese voedselcampagne aan, getiteld ‘Buy European Food’. In het Nederlands: ‘Koop Europees voedsel’. Boerenbond: &quot;Voeg de daad bij het woord&quot;Boerenbond hoopt alvast dat de Europese Commissie de daad bij het woord voegt. &quot;De commissivoorzitter erkent dat onze Europese voeding de beste in de wereld is en landbouw wordt opnieuw expliciet benoemd als een strategische sector die versterkt moet worden in het kader van de Europese onafhankelijkheid en competitiviteit. Willen we dat zo houden, dan zijn extra inspanningen noodzakelijk&quot;, zo benadrukt Giel Boey, adviseur internationaal beleid bij Boerenbond. Die inspanningen moeten op verschillende niveaus gebeuren, aldus de landbouworganisatie. &quot;Zo moet de Europese vergunningenknoop ontward worden. Investeren en daaropvolgende snellere verduurzaming en modernisering begint bij vergunningen. Zonder juridisch perspectief komen er geen investeringen en is er geen wissel op de toekomst&quot;, aldus Boey.Boerenbond wijst erop dat landbouwers de sleutel tot ‘huisgemaakte energie’ in handen hebben. &quot;Faciliteer naast zonne- en windenergie ook decentrale energieproductie op het platteland in symbiose met voedselproductie (WKK in glastuinbouw) of vanuit mest (biogas). Dat werkt heel het jaar door én kan het elektriciteitsnet stabiliseren bij overschotten en onze autonomie vergroten. Bij dunkelflaute, als de zon niet schijnt en de wind niet waait, kan landbouw zo voor oplossingen zorgen. Laat ook toe dat dierlijke mest meer ingezet kan worden in een circulaire bedrijfsvoering en bouw zo de afhankelijkheden van fossiele energie en import van meststoffen af&quot;, vraagt de organisatie.Ze roept de commissievoorzitter op tot daden. &quot;Vandaag erkent von der Leyen dat de Europese landbouw wereldklasse is, maar intussen is er het voorstel van de Commissie om het Europese landbouwbudget met bijna 25 percent te laten dalen en heeft men het handelsakkoord met de Mercosurlanden voor goedkeuring voorgelegd, wat nefaste gevolgen zal hebben voor onze Europese landbouw&quot;, klinkt het. Voor Boerenbond is het duidelijk: &quot;Versterk het GLB-budget, laat het Mercosurakkoord in deze vorm niet passeren en maak werk van de beloofde rechtszekerheid en administratieve vereenvoudiging. Enkel zo kunnen we onze landbouw op topniveau houden.&quot;</content>
            
            <updated>2025-09-10T18:32:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europees Parlement legt bindende doelstellingen op tegen voedselverspilling]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europees-parlement-legt-bindende-doelstellingen-op-tegen-voedselverspilling" />
            <id>https://vilt.be/57884</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Europees Parlement gaf deze week definitief groen licht voor nieuwe maatregelen om voedsel- en textielverspilling in de Europese Unie te voorkomen en te verminderen. De EU-doelstellingen om voedselverspilling tegen 2030 terug te dringen, zijn bindend voor alle lidstaten. Non-profitorganisatie Zero Waste Europe (ZWE) juicht de maatregelen toe, maar noemt ze “te weinig en te laat”.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselverlies" />
                        <category term="voedsel" />
                        <category term="afval" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b994cf90-d859-40c7-ac61-f13a6252f44a/full_width_voedselverspilling.jpg</image>
                                        <content>EU-regels en doelstellingenDe nieuwe regels maken deel uit van de herziening van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen en sluiten aan bij de &#039;Farm to Fork&#039;-strategie, die een duurzamer voedselsysteem moet bevorderen. De reductiedoelstellingen zijn als volgt:Detailhandel, restaurants, horeca en huishoudens: 30 procent vermindering per hoofd van de bevolkingProductie- en verwerkingssectoren: 10 procent verminderingZero Waste Europe vindt deze doelstellingen onvoldoende. Volgens de organisatie is het reductiepotentieel van de sector veel groter, vooral omdat wanbeheer van voedsel een belangrijke bron is van methaan, het op één na krachtigste broeikasgas dat bijdraagt aan klimaatverandering.De voortgang wordt beoordeeld op basis van de gemiddelde hoeveelheid voedselafval die jaarlijks tussen 2021 en 2023 wordt gegenereerd.Voedselverspilling in cijfersElke Europeaan verspilt gemiddeld 132 kilogram voedsel per jaar, met een geschatte marktwaarde van 132 miljard euro. Om voedselverspilling terug te dringen, moeten de EU-lidstaten maatregelen treffen zodat economische actoren die een belangrijke rol spelen in de toeleveringsketen.Gerichte oplossingen stimuleren, zoals:Verkoop van “lelijk” fruit en groentenVerduidelijking van verwarrende houdbaarheidsdataVerhoging van donaties van nog eetbare, onverkochte producten en deze faciliterenDoor voedselverspilling te verminderen, hoopt de EU ook de hoeveelheid water, meststoffen en energie die nodig is voor productie, verwerking en opslag van voedsel te reduceren.Na inwerkingtreding van de EU-regels hebben de lidstaten 20 maanden de tijd om de maatregelen in nationale wetgeving om te zetten.</content>
            
            <updated>2025-09-10T17:39:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Steun voor “Bio zoekt Boer” verlengd: "Project speelt essentiële rol in omschakelingstraject"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bio-zoekt-boer-project-krijgt-opnieuw-subsidie-van-landbouwminister-brouns" />
            <id>https://vilt.be/57885</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) heeft 219.697 euro subsidie voorzien voor het project ‘Bio zoekt Boer en Bioclusters 2025-2026’. Dit project biedt advies aan land- en tuinbouwers die de omschakeling naar biologische landbouw overwegen. De steun kadert in het Vlaamse streven naar een groter aandeel biologische landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/078c291b-8ef9-4b7c-a26a-5234a9e0c67d/full_width_biologischelandbouwbiolandbouwsupermarkt-copyrightvlamallesoverbio.jpg</image>
                                        <content>“Vlaanderen blijft inzetten op een groeiende biosector. Die speelt in op een belangrijk marktsegment, maar inspireert ook collega gangbare boeren om verder te verduurzamen.&amp;nbsp;Het project&amp;nbsp;’Bio zoekt boer’&amp;nbsp;vormt daarbij een belangrijke sleutel door laagdrempelig te sensibiliseren, informeren en activeren”, aldus Brouns. Om die reden kan het project, dat sinds 2009 bestaat en een samenwerking is tussen BioForum, ABS en Boerenbond, opnieuw rekenen op steun. “Dankzij deze ondersteuning kunnen we het project ‘Bio zoekt Boer’&amp;nbsp;verderzetten. De focus van het project ligt dit jaar op markten die weer groeien, zoals de biologische zuivel en op nieuwe kansen voor sectoren zoals sierteelt en groen”, reageert Boerenbondvoorzitter&amp;nbsp;Lode Ceyssens. Het 5-5-5-plan van VlaanderenDe subsidie kadert in het Strategisch Plan Bio 2023-2027, een vijfjarenplan dat de strategie voor de biologische landbouw in Vlaanderen vastlegt.&amp;nbsp;Met het Strategisch Plan Bio wil Vlaanderen tegen 2027 evolueren naar 5 procent biologisch landbouwareaal, 5 procent bio-omzet in de dierlijke productie en 5 procent biologische landbouwbedrijven.&amp;nbsp;Om verdere groei mogelijk te maken, is marktinzicht cruciaal. Bio zoekt Boer onderzoekt of vraag en aanbod in balans zijn, waar er groeipotentieel zit en hoe de markt zich ontwikkelt voor landbouwers en bedrijven die willen omschakelen. Daarnaast informeert het boeren met interesse in omschakeling en kaart het knelpunten aan. Hogere arbeidskosten bemoeilijkt overstap naar bioIn een persbericht van minister Brouns is te lezen dat de context rond biologische landbouw veranderd is. “Bio is arbeidsintensiever en geschikte arbeid wordt schaarser en duurder. Nieuwe verdienmodellen en technologische innovatie kunnen daar een antwoord op bieden. Ook de wetgeving maakt voor landbouwers de omschakeling naar bio complex”, klinkt het.Guy Vandepoel, van de werkgroep bio bij Boerenbond, benadrukt de functie van informatievoorziening. “We zijn het eerste aanspreekpunt voor landbouwers in hun voorbereidingstraject. Omschakelen is een proces van jaren en vraagt ook een mentale omslag. Door te luisteren naar vragen en twijfels maken we vanuit dit gesubsidieerde project het verschil voor ondernemers. Via een stappenplan en proactieve begeleiding op maat worden ondernemers vervolgens geactiveerd. Sensibilisering blijft essentieel.”Eind 2024 telde Vlaanderen 634 biolandbouwbedrijven. Dat is een stijging&amp;nbsp;tegenover 562 biolandbouwbedrijven eind 2019.&amp;nbsp;Eind 2024 bedroeg het bioareaal meer dan 10.237 hectare in Vlaanderen.</content>
            
            <updated>2025-09-11T13:19:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kwart van Vlaamse landbouwgrond wordt niet door landbouw gebruikt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/een-kwart-van-agrarische-gronden-in-vlaanderen-wordt-niet-actief-voor-landbouw-gebruikt" />
            <id>https://vilt.be/57886</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bijna een kwart van de landbouwgrond in Vlaanderen wordt vandaag niet meer voor landbouw gebruikt. Dat blijkt uit een grootschalige analyse van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, waarover Apache bericht. Steeds vaker belandt landbouwgrond bij kapitaalkrachtige kopers die ze inzetten voor zonevreemde functies, zoals recreatie of wonen. Dat gebruik van schaarse en dure landbouwgrond voor andere doeleinden ligt al jaren onder vuur en zorgt voor blijvende maatschappelijke en politieke discussies.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="landbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e75e0c69-5a20-4284-825a-939ef341ab8a/full_width_landbouwgrond-dorp-drone-2-verkleind.jpg</image>
                                        <content>Uit de ‘Ruimteboekhouding’ van het Departement Omgeving blijkt dat het grootste deel van Vlaanderen (57%) planologisch bestemd landbouwgebied is. Na onderzoek van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij blijkt dat ongeveer 76 procent van de 782.500 hectare agrarische grond gebruikt wordt door landbouwers die verplicht een verzamelaanvraag indienen. Hiervan wordt 64 procent effectief benut door actieve boeren.“We hadden onvoldoende zicht op wat er gebeurt in het agrarisch gebied, terwijl er veel data beschikbaar zijn”, zegt Sam Van Vlierberghe, diensthoofd Ruimte van het agentschap, in een gesprek met Apache. Om een antwoord te formuleren op de vraag wat er gebeurt met het resterende kwart van de gronden in landbouwbestemming doken data-experts in allerlei overheids- en andere publieke data. Ze zetten ook AI in om luchtfoto’s te analyseren.De analyse van al deze bronnen levert het volgende op:10 procent van de niet door landbouw gebruikte landbouwgronden is bebouwd met (voormalige) bedrijfsgebouwen en landbouwwoningen of wordt recreatief gebruikt voor bijvoorbeeld sport, jeugdactiviteiten, paardenpistes, tuinen, enz.8 procent is onbebouwd, maar dient als paardenweide of voor water- en natuurbeheer.6 procent wordt ingenomen door infrastructuur zoals wegen, spoorlijnen, windturbines of hoogspanningscabines.“De som van veel kleine functies maakt samen een groot geheel”, zegt Van Vlierberghe. “Als bijna een vierde van het agrarisch gebied voor niet-landbouw wordt ingezet, is dat een grote hap.”De verklaring van die grote waaier aan activiteiten in agrarisch gebied die niets met landbouw te maken hebben, is onder meer te vinden in een besluit van de Vlaamse overheid uit 2003 dat een (heel ruime) lijst zonevreemde functiewijzigingen in agrarisch gebied toelaat. Die regels maken het mogelijk om in een voormalige boerderij pakweg nachtverblijven, een feestzaal of eender welke zelfstandige activiteit uit te bouwen, naast uiteraard ruim wonen ‘in ‘t groen’. Vertuining, verpaarding en fermettiseringNieuwswebsite Apache stelt dat landbouworganisaties en een deel van politiek Vlaanderen in het verleden scherp keken naar Natuurpunt die ‘gesubsidieerd’ landbouwgrond aankoopt om er natuur van te maken. Maar uit een berekening op basis van de ruimteboekhouding blijkt volgen de nieuwswebsite dat amper twee procent van het landbouwgebied voor natuur gebruikt wordt en 4,5 procent bebost is. Een groter probleem zijn de kapitaalkrachtige Vlamingen die graag akker- en weilanden kopen om paarden en andere hobbydieren te houden of hun tuinen te vergroten. Ook ruim wonen in oude hoeves op het platteland is in trek, net als het verbouwen van loodsen en stallen voor allerlei andere activiteiten dan landbouw.&amp;nbsp;Dat zorgt ervoor dat de prijzen voor landbouwgrond vandaag vaak de landbouwkundige waarde overstijgen, waardoor landbouwers moeilijk kunnen concurreren met kapitaalkrachtige kopers die grond gebruiken voor niet-landbouw gerelateerde activiteiten. Grond kopen op de vrije markt is voor jonge boeren bijna onmogelijk. De gronden zijn vaak te duur om nog je kost op te verdienen Grond steeds duurder en moeilijker bereikbaarVolgens cijfers van de Notarisbarometer steeg de gemiddelde prijs van landbouwgrond in Vlaanderen tussen 2020 en 2024 met 21 procent. In de eerste jaarhelft van 2024 lag de gemiddelde prijs van één hectare landbouwgrond op net geen 69.000 euro. In West-Vlaanderen liggen de prijzen het hoogst, gemiddeld zo’n 83.000 euro per hectare.De toegang tot grond zit vast in een paradox, zo schrijft Apache. &quot;Op vijftien jaar tijd daalde het aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen en met een gemiddelde leeftijd van 56 jaar zal de vergrijzing onder landbouwers ook het komende decennium voor steeds minder bedrijven zorgen. Er zijn veel minder startende boeren dan zij die ermee stoppen. Toch is het voor starters moeilijk om aan betaalbare grond te geraken&quot;, schrijft journalist Steven Vanden Bussche.Bioboer Piet De Bolle uit Schilde bevestigt dat de toegang tot grond een blijvende uitdaging vormt. “Grond kopen op de vrije markt is voor jonge boeren bijna onmogelijk. De gronden zijn vaak te duur om nog je kost op te verdienen”, getuigt de landbouwer. “Wij hadden het geluk dat we gronden konden kopen van een familie die ons bedrijf genegen is. Het zou ons nooit gelukt zijn, moesten die openbaar verkocht geweest zijn.” BeleidsreactiesDe moeilijke toegang tot landbouwgrond is al langer een heikel thema. Het wordt dan ook vermeld in het Vlaams regeerakkoord. Daarin wordt aangekondigd dat er onder meer een actualisatie zal komen van de zonevreemde functiewijzigingen. De regering wil in de toekomst deze functiewijzigingen koppelen aan kwaliteitseisen en voorwaarden om het ruimtebeslag terug te dringen, onder meer door bijgebouwen te slopen en het bouwvolume en de verharding te verminderen. Voor minister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) is dat voornemen een prioriteit voor 2025.</content>
            
            <updated>2025-09-11T15:46:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ook Colruyt springt op de kar van hybride vlees]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/colruyt-group-lanceert-nieuw-assortiment-plantaardig-verrijkt-vlees" />
            <id>https://vilt.be/57887</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na Lidl breidt ook Colruyt Group zijn aanbod uit met een nieuw assortiment plantaardig verrijkt vlees. Dat is vlees waar plantaardige eiwitten, zoals groenten, paddenstoelen of peulvruchten, aan toegevoegd zijn. Verrijkt gehakt is nu al beschikbaar bij de supermarktketen, vanaf oktober volgen verrijkte worsten en hamburgers. "Met deze stap speelt de groep pelen we in op veranderende voedseltrends en begeleiden we onze klanten naar een duurzamer consumptiepatroon", klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="vleesvervanger" />
                        <category term="eiwitshift" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cd2b508e-2ccd-400c-83da-0790881d4e80/full_width_plantaardigverrijktgehaktmix-colruyt.JPG</image>
                                        <content>Het verrijkte gehakt dat in de Colruyt-winkels zal liggen, bestaat uit 60 procent rundvlees en 40 procent tuinboonbloem. Tuinbonen zijn duurzaam, rijk aan eiwitten en een goed alternatief voor soja. “Door tuinboonbloem toe te voegen, verminderen we de hoeveelheid dierlijke eiwitten zonder in te boeten op smaak, textuur of voedingswaarde”, aldus Colruyt. &quot;Het gehakt kan op dezelfde manier worden bereid als traditioneel rundsgehakt, maar het bevat minder verzadigde vetten en meer vezels, terwijl de vleessmaak blijft behouden.&quot;Het assortiment wordt verder uitgebreid met worsten waarin 25 procent vlees wordt vervangen door paddenstoelen en zeewier, en hamburgers met 25 procent pompoen.Bewuste keuzes voor flexitariërsMet dit assortiment mikt Colruyt Group vooral op flexitariërs en consumenten die minder vlees willen eten. “Plantaardig verrijkt vlees biedt een evenwicht tussen traditie en vernieuwing, met een betere voedingswaarde en een kleinere ecologische impact. Het is een mooie tussenstap voor consumenten die meer plantaardig willen eten of iets nieuws willen proberen, terwijl ze ook letten op gezondheid en milieu. Volledig plantaardige alternatieven zijn voor sommige consumenten nog een te grote stap weg van de echte vleeservaring”, aldus Colruyt.Eiwitshift en Green DealColruyt Group streeft ernaar om tegen 2028 een eiwitbalans van 60 procent plantaardig en 40 procent dierlijk aan te bieden. “Met dit initiatief dragen we bij aan de eiwitshift en het Green Deal-engagement van Colruyt Group. We verkleinen de ecologische voetafdruk van voeding door klanten te stimuleren geleidelijk minder dierlijke eiwitten te consumeren en vaker voor plantaardige alternatieven te kiezen”, aldus Pascal Dekelver, verantwoordelijke divisie vlees bij Colruyt.</content>
            
            <updated>2025-09-11T16:17:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Krak in het Vak: Preventieadviseur Prevent Agri]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/krak-in-het-vak-preventieadviseur-prevent-agri" />
            <id>https://vilt.be/57888</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In deze Krak in het vak lopen we een dag mee met Mieke, preventieadviseur bij Prevent Agri. Vandaag voert ze een audit uit op een landbouwbedrijf, waar ze met scherpe blik risico’s in kaart brengt — van machines tot werkprocedures. Met kennis van zaken én oog voor de praktijk helpt Mieke bedrijven om veiliger te werken. Ze stelt gerichte vragen, bekijkt documenten en loopt met de boer het erf op. Haar doel? Niet alleen regels afvinken, maar vooral mensen bewust maken van veilig en gezond werken. Dankzij krakken als Mieke blijft welzijn op het werk topprioriteit in de agrovoedingssector. Onzichtbaar op de voorgrond, maar onmisbaar achter de schermen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b0c54335-5b0d-4477-9ad6-bbcc6340b533/full_width_thumb-35.jpg</image>
                        
            <updated>2025-09-17T18:10:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Varkenssector: "Chinese importheffingen zetten marges onder druk"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/varkenssector-chinese-importheffingen-zetten-marges-onder-druk" />
            <id>https://vilt.be/57889</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische varkenssector vreest de gevolgen van de nieuwe importheffingen op varkensvlees die sinds woensdag van kracht zijn in China. De Belgische exporteurs worden met de allerhoogste tarieven onevenredig zwaar getroffen. "De zeer zware tarieven zullen al op de korte termijn de markt verstoren", klinkt het bij PORK.be, de brancheorganisatie van de Belgische varkenshouderij. Kort na het persbericht van PORK.be, ging de Danis-prijsnotering met vier cent naar beneden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/707717be-3f80-49f3-a9a0-a95ffb3e1e52/full_width_varkenspoten-danis.jpg</image>
                                        <content>Ons land exporteert jaarlijks 15.000 ton varkensvlees en bijproducten naar China. Dat zijn delen van het varken zoals poten en oren die&amp;nbsp;in eigen land minder in de smaak vallen, maar wel in China. Daarom is het land een cruciale afzetmarkt voor de producenten, verwerkers en slachthuizen, klinkt het.De hogere heffingen dreigen volgens PORK.be de marges zwaar onder druk te zetten, wat kan leiden tot een verlies van marktaandeel, prijsdruk en een directe impact op de tewerkstelling. &quot;Deze handelsmaatregelen raken niet enkel onze exporteurs, maar de volledige waardeketen: van boer tot slachthuis en verwerker. Voor een open economie als de onze, die sterk afhankelijk is van internationale handel, zijn dergelijke heffingen bijzonder schadelijk. We rekenen op een &amp;nbsp;krachtig antwoord op Vlaams, Belgisch en Europees niveau om de balans in de handel te herstellen&quot;, aldus voorzitter Filip Fontaine.PORK.be is alleszins tevreden met de opvolging van het dossier door de federale en de Vlaamse overheid. De sector vraagt nu onder meer snel duidelijkheid over de praktische gevolgen en pleit ook voor een &quot;solidair&quot; Europees antwoord om de export te vrijwaren. Ook zit de sector nog met vragen wat de gevolgen zijn voor transporten die al onderweg zijn. Deze handelsmaatregelen raken niet enkel onze exporteurs, maar de volledige waardeketen: van boer tot slachthuis en verwerker Belgische bedrijven in hoogste tarievenDe Chinese tijdelijke invoerheffingen variëren van 15,6 tot 62,4 procent en gelden sinds 10 september. Peking stelt dat Europese producenten van varkensvlees en nevenproducten hun vlees aan dumpingprijzen hebben geëxporteerd naar China, waardoor de eigen sector schade heeft geleden. &quot;België wordt in dit dossier onevenredig zwaar getroffen. Omdat geen enkel Belgisch bedrijf voorkomt in de lijst van “meewerkende bedrijven” vallen we volledig onder de categorie &#039;overige EU-bedrijven&#039; met een heffing van 62,4 procent bovenop het bestaande tarief”, aldus Joris Coenen Belgian Meat Office, onderdeel van VLAM.Hij schets de ironie van de situatie. “Onze bedrijven vallen in het hoogste tarief, terwijl België geen varkensvlees uitvoerde naar China tussen 1 januari 2023 en 31 december 2023, de periode waarover het &amp;nbsp;antidumpingonderzoek zich uitstrekte.” Dat was volgens hem ook de reden dat België, wegens geen uitvoer, niet eens kon meewerken aan het Chinese onderzoek. Coenen vermoedt dat er meer achter zit en is niet geheel verrast door de timing van deze maatregel.&amp;nbsp;“China&#039;s binnenlands aanbod is op dit momenteel zo groot dat de Chinese overheid eind augustus interventieaankopen heeft aangekondigd.” Er zijn tientallen containers van Belgische exporteurs onderweg naar China De snelle invoering (amper vijf dagen na bekendmaking) zijn volgens hem wel verrassend en ook bijzonder pijnlijk voor Belgische exporteurs. “Er zijn tientallen containers onderweg.” Coenen benadrukt dat het om een voorlopige maatregel gaat. “We bekijken met de sector en samen met Buitenlandse Zaken en het FIT-kantoor de mogelijkheden om de Chinese overheid ervan te overtuigen ook voor Belgische bedrijven een lager tarief te bekomen.&quot;Prijsnotering Danis meteen vier cent in de minAls hat verleden als voorspelling kan dienen voor de evolutie van de toekomstige varkensprijzen, dan belooft dat niet veel goeds. De vorige exportban van 2020 tot 2023 op China, omwille van de uitbraak van Afrikaanse varkenspest, had een nefaste impact op de varkensvleesprijzen waardoor de Vlaamse varkenssector door een jarenlange crisis ging. Boerenbond, dat de zorgen van PORK.be deelt, constateert dat de huidige invoerheffingen in de regel neerkomen op een “stopzetting van de export hiervan naar China”. Ook Boerenbond pleit voor een dialoog met China op nationaal, maar ook Europees niveau.De impact van de Chinese maatregel is ook meteen voelbaar in de markt. De Danis-notering ging donderdag met vier cent onderuit naar 1,30 euro per kilo, terwijl Nederlandse slachthuizen hun prijs woensdag al verlaagden met vijf cent per kilo.</content>
            
            <updated>2025-09-12T08:18:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Braadkippenprijs naar recordhoogte door dierziekten, stikstofbeleid en groeiende vraag]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tekort-aan-vleeskuikens-dierziektes-en-groeiende-vraag-stuwen-kippenprijzen-naar-recordhoogtes" />
            <id>https://vilt.be/57890</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dierziekten zoals vogelgriep, een tekort aan vleeskuikens en strenge milieuregels beperken het aanbod van kippenvlees. Tegelijkertijd neemt de vraag sterk toe, wat zorgt voor recordprijzen. Volgens Landsbond Pluimvee zal de aanhoudend gunstige markt, samen met de positieve vooruitzichten, op korte termijn leiden tot een uitbreiding van bedrijven. De organisatie benadrukt dat de huidige hoge prijzen noodzakelijk zijn om toekomstige investeringen te kunnen financieren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="vogelgriep" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/66800795-2cc9-4530-87e0-ba83da7d7d63/full_width_kip-pluimvee-vlees-braadkip.jpg</image>
                                        <content>De Deinzenotering voor braadkippenvlees klokte deze week af op 1,40 euro per kg levend gewicht, wat een stijging is met twee cent ten opzichte van vorige week. Dit is maar liefst 21 cent meer dan eind januari, het moment waarop de kippenvleesprijs consequent begon te stijgen. Boerenbond spreekt in zijn analyse van “ongekende hoogtes” en ziet ook de nabije toekomst rooskleurig in. “De verwachting is dat het tekort op de braadkippenmarkt nog wel even aanhoudt.”Danny Coulier, braadkippenhouder in West-Vlaanderen en bestuurslid van Landsbond Pluimvee, is tevreden met de huidige conjunctuur, maar waarschuwt voor overdreven euforie. “De situatie moet ook in perspectief geplaatst worden. Met de investeringen die op ons als sector afkomen, zijn dergelijke prijzen absoluut nodig.”Coulier houdt 108.000 braadkippen over drie stallen. De oudste stal is meer dan 30 jaar oud en zou op termijn vervangen moeten worden. “De prijzen voor de bouw van een moderne stal liggen vier tot vijf keer zo hoog als 30 jaar geleden. Ook de arbeidskosten zijn enorm gestegen”, schetst hij.&amp;nbsp; Tekort aan fokmateriaalDe pluimveehouder verklaart de hoge kippenvleesprijzen door het krappe aanbod op de wereldmarkt. De mondiale impact van dierziekten zoals vogelgriep speelt daarbij een belangrijke rol. Deze drukt niet alleen de braadkippenveestapel, maar ook die van de moederdieren. “Er is daardoor een groot tekort aan fokmateriaal en eendagskuikens”, aldus Coulier. Dat is ook in de prijs terug te zien. Op twee jaar tijd is de prijs van een eendagskuiken gestegen van 38 cent naar 55 cent.Behalve dierziekten speelt in Noordwest-Europa ook het overheidsbeleid een belangrijke rol, meent hij. “Klimaat- en milieuwetgeving hebben de sector lange tijd op slot gegooid in Nederland en Vlaanderen. Uitbreiding was niet mogelijk”, aldus Coulier. Hij stelt ook vast dat Nederlandse braadkippenhouders ook massaal zijn overgeschakeld naar een ander houderijsysteem met traaggroeiende&amp;nbsp;rassen en een lagere veebezetting. “Ook hierdoor zijn de pluimveestapel en het aanbod verminderd.” Vraag blijft stijgenDe kleinere braadkippenstapel stuwt de prijs van kippenvlees omhoog, maar zorgt tegelijk voor lagere inkomsten bij toeleveranciers zoals veevoederbedrijven. Volgens Danny Coulier wordt vanuit die hoek gelobbyd om nieuwe pluimveebedrijven op te starten, vooral in Noord-Frankrijk. “Kleinere akkerbouwers worden er benaderd om kippen te gaan houden,” zegt hij.Door de moeilijke marktomstandigheden zijn veel akkerbouwers gevoelig voor die oproep, en Coulier ziet er al volop nieuwbouw verschijnen. Ook in Vlaanderen verwacht hij de komende jaren een capaciteitsuitbreiding: “Er zijn al de nodige vergunningen verstrekt.”Toch betekent een (lichte) uitbreiding niet automatisch dat de vleesprijzen structureel zullen dalen. Want naast het beperkte aanbod is er ook sprake van een blijvend groeiende vraag. “Uit een marktonderzoek van de Europese sectororganisatie Avec blijkt een duidelijke verschuiving van rood naar wit vlees. Tegen 2030 zal pluimveevlees instaan voor zo’n 80 procent van de wereldwijde groei in vleesproductie. Daarmee neemt het een marktaandeel van ongeveer 43 procent in de totale vleesproductie in. Jaarlijks groeit de productie met zo’n 2,2 procent,” besluit Coulier.</content>
            
            <updated>2025-09-12T12:51:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Varkens op de loopband: een experiment voor beter dierenwelzijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/varkens-op-de-loopband-een-experiment-voor-beter-dierenwelzijn" />
            <id>https://vilt.be/57891</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Stel je voor: een varken dat zijn snuit tegen een knop duwt en vervolgens vrijwillig een halfuurtje gaat joggen. Het klinkt als een grap, maar in Dummerstorf in het noorden van Duitsland is het al werkelijkheid. Onderzoekers van het Research Institute for Farm Animal Biology testen of varkens door loopbandtraining gezonder, actiever en misschien zelfs gelukkiger kunnen worden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/08e188f7-a8e7-40d8-b989-7395e1ec12c2/full_width_schermafbeelding-2025-09-11-175528.png</image>
                                        <content>In één van de stallen in Dummerstorf klinkt het zachte zoemen van een loopband. Geen atleet in hardloopshirt, maar een nieuwsgierig varken staat erop. Zodra het dier de knop indrukt, komt de band in beweging. Even later stopt het varken met bewegen, draait zich om en wandelt weer de stal in. Alles geheel vrijwillig.Het idee erachter: varkens in de veehouderij bewegen normaal gesproken nauwelijks. Meer beweging zou kunnen leiden tot betere conditie, sterkere spieren en een gezonder hart, net zoals bij mensen. Sportieve en luie varkensOnder leiding van onderzoeker Steve Lebing worden de dieren uitgerust met sensoren die hartslag, ademhaling en hartslagvariabiliteit registreren. Elke loopsessie duurt 30 minuten. Zo kan precies worden gevolgd hoe inspanning hun lichaam beïnvloedt. &quot;We willen weten of varkens die meer bewegen uiteindelijk fitter zijn, beter tegen stress kunnen en misschien ook minder vatbaar zijn voor ziektes&quot;, aldus de onderzoeker. Als de varkens moe zijn van het rennen, openen ze gewoon de deur en gaan weg – of ze laten zich naar achteren drijven, zodat een lichtsensor de loopband tegenhoudt. Van de proefdieren wordt verwacht dat ze dit allemaal vrijwillig doen.Het onderzoek loopt nu veertien weken en de verschillen tussen de dieren zijn al zichtbaar: de één blijkt een geboren hardloper, de ander liever lui dan moe. Studente Lina Brüling werkt aan het project en wijst naar een genummerd dier. &quot;Er zijn er altijd een paar die blijven liggen en niet naar ons toe komen. Bijvoorbeeld nummer vier, die altijd wat extra motivatie nodig heeft, en nummer negen bijvoorbeeld, die altijd vooraan staat en meestal in de rij, soms rent ze gewoon rond.&quot; Win-win voor het varken én de boer?Het project draait niet alleen om beweging. De wetenschappers willen met behulp van kunstmatige intelligentie ook patronen herkennen: hoe vaak gebruiken de dieren de loopband, hoe verandert hun hartslag en hoe zien hun herstelwaarden eruit? Zulke data kunnen boeren in de toekomst helpen om zieke of gestreste dieren sneller op te sporen.En er is nóg een mogelijke bijwerking: vlees van varkens die meer bewegen zou van hogere kwaliteit kunnen zijn. Steviger, gezonder en smaakvoller. Daarmee slaat het onderzoek twee vliegen in één klap: beter welzijn voor de dieren én economische voordelen voor de boer. Wat nu nog een futuristisch experiment lijkt, kan over een paar jaar misschien wel realiteit worden op boerderijen. De stal als fitnessruimte – niet voor de boer, maar voor de dieren zelf.</content>
            
            <updated>2025-09-14T16:14:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ingenieur en boerenzoon Maarten Perneel introduceert AI in de melkveestal]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ingenieur-en-boerenzoon-maarten-28-introduceert-ai-in-melkveestal" />
            <id>https://vilt.be/57892</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wat als een computer niet alleen elke koe eenvoudig kon herkennen, maar ook haar gezondheid, gedrag en welzijn kon monitoren? Ingenieur en boerenzoon Maarten Perneel (UGent) ontwikkelde een AI-tool die het werk van de veehouder en het leven van de dieren aanzienlijk kan verbeteren. Het systeem draait op eenvoudige bewakingscamera’s en kan zaken als bronst, kreupelheid en afkalving nauwkeurig detecteren. Perneel demonstreerde de tool donderdag op het melkveebedrijf van Andy Van Rossem in Lokeren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="robot" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="technologie" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/20fba540-47a5-48aa-aeb7-d30dd4dd2279/full_width_andy-en-maarten.jpg</image>
                                        <content>Maarten Perneel is geen klassieke onderzoeker: hij groeide op tussen de koeien, op het melkveebedrijf van zijn ouders. Die praktijkkennis koppelde hij aan een passie voor technologie. Tijdens zijn masterstudies ontwikkelde hij een methode om op basis van genetische gegevens en historische bedrijfsdata te voorspellen welke jonge kalveren het grootste potentieel hebben. Zijn publicatie hierover werd recent opgepikt in het gezaghebbende Journal of Dairy Science. “De meeste melkveehouders fokken elk jaar meer vrouwelijke kalveren op dan nodig,” legt Perneel uit. “Met AI kunnen we nu veel gerichter voorspellen welke dieren op lange termijn het best zullen presteren op dat specifieke bedrijf. Dat bespaart kosten, verhoogt de efficiëntie én verlaagt de uitstoot.”De mogelijke toepassingen van het onderzoek zijn breed: vereenvoudigde, meer accurate en goedkopere detectie van afkalving en bronst en zelfs registratie voor PAS-maatregelen (Programmatische Aanpak Stikstof) behoren tot de mogelijkheden, zo blijkt op een persmoment georganiseerd door BCZ, de federatie van Belgische zuivelverwerkers, en VLAM.“AI maakt het mogelijk om menselijke observaties te automatiseren én te objectiveren,” aldus Perneel. “Het is geen vervanging van de boer, maar een slimme assistent die 24/7 meekijkt, meet en signaleert. De boer wint tijd, het dier krijgt nog betere zorg en de sector kan efficiënter én duurzamer worden.” Betaalbare spitstechnologieDe AI-tool van Perneel mag als science fiction klinken, maar men heeft geen gesofisticeerde apparatuur nodig om het programma te laten werken. “De tool werkt op basis van eenvoudige, vier megapixel bewakingscamera’s aan twee frames per seconde”, zegt de onderzoeker. “Je kan dit ook doen met complexe apparatuur en 3D-camera’s, maar ik wilde het economisch haalbaar houden voor de veehouder. Omdat koeien grote dieren zijn en vrij traag bewegen, zijn zelfs hakkelige beelden voldoende om het gedrag van koeien te analyseren.”Het programma werkt als volgt: camera’s in de melkveestallen maken doorlopend beelden van de aanwezige runderen. Het computerprogramma legt de coördinaten vast van het hoofd, de neus, de schoft, de staartbasis en de heupen van het rund. De afstand en positie waarop deze punten zich tot elkaar verhouden, vormen meetbare data waaruit het programma afleidt welke houding het dier aanneemt. Eindeloze mogelijkhedenOp zich lijken deze data weinigzeggend, maar de precieze manier waarop een koe beweegt, biedt een schat aan informatie. “Alles wat je als veehouder kan zien, kunnen wij, en meer”, zegt Perneel. “Een praktische toepassing is bronstdetectie. Een koe die niet gekalfd heeft, geeft geen melk. Op het moment dat een koe haar vruchtbaarste periode heeft, stijgt de activiteit, of er nu een stier in de buurt is of niet.”Aan de hand van die verhoogde activiteit, kan de computer exact bepalen wanneer een koe bronstig is, en wat dus het ideale moment is om tot inseminatie over te gaan.Door de lichaamsmaten van de koe voortdurend te registreren, wordt ook groei nauwkeurig bijgehouden in overzichtelijke curves. “Er is twee centimeter foutenmarge, maar met 5.000 metingen per dag wordt dat geneutraliseerd.”En daar stopt het niet. Wanneer een koe verminderde mobiliteit heeft, bijvoorbeeld door een zoolzweer, zal dit het programma evenmin ontgaan.Ook bij het afkalven is het programma een nuttige assistent. “Bij melkvee is afkalven tegenwoordig minder een probleem, maar bij vleesveerassen loopt dat niet altijd even goed”, zegt Perneel. “In de periode voor het afkalven worden dieren ongeduriger en zullen ze steeds meer afwisselend liggen en staan. Op het moment dat ze kalft, komen de pootjes uit. Het programma kan dit detecteren en de veehouder uit zijn bed bellen. Zo hoeft hij niet de hele nacht te waken.” Veel nauwkeuriger dan bestaande detectiemethodenNog een toepassing is lokalisatie: “De huidige detectiemethoden gebruiken signalen die gevoelig zijn aan metaal. En als er nu één omgeving is waar je veel metaal vindt, dan is het wel een melkveestal. De signalen van huidige methoden zijn vaak dus tot op een meter of drie, vier onnauwkeurig. Onze camera’s hebben daar geen last van. Ze kunnen tot op twee centimeter nauwkeurig zeggen waar een koe is.”Ook het eten- en liggedrag van koeien wordt met het programma nauwkeurig in kaart gebracht. “We kunnen zelfs zien of een koe op de linker- of rechterzij ligt. Het nut daarvan? We kunnen kijken welke ligboxen het vaakst worden ingenomen en op welke manier een koe erin gaat liggen. Meestal is dat met de achterkant beschut en met uitzicht op het voer. Dat zijn data die we kunnen meenemen in toekomstige stalontwerpen.”Of een koe staat of ligt is ook relevant, want elk uur dat een koe ligt, levert de veehouder een liter extra melk op. “Een koe is een fermentatievat dat zichzelf stuurt. Om ruwvoeder te verwerken moet een koe herkauwen, en herkauwen gebeurt in rust. Dus hoe meer een koe kan rusten, hoe meer melk zij produceert.”Als een koe onrustig is in de stal, heeft dat bovendien vaak te maken met gedrag. Niet enkel van de koe zelf, maar ook ten opzichte van andere koeien. Zo kan het systeem uitlezen welke koeien dominante ‘pestkoppen’ zijn, die de rust van andere koeien verstoren. De veehouder kan op basis daarvan de sociale samenstelling van zijn stallen aanpassen. HindernissenDe praktische toepassingen voor AI in de veehouderij zijn dus ontelbaar. Volgens Perneel kent het systeem slechts twee grote hindernissen. “Eén ervan valt technisch te overbruggen: het energieverbruik. We werken nu met beelden aan twee frames per seconde, en het kost veel energie om deze te analyseren. Maar als het louter gaat om activiteitsmonitoring zoals kreupelheids- en afkalvingsdetectie, dan mag de beeldfrequentie lager zijn en komt het energieverbruik op een niveau dat rendabel is voor veehouders.”En de tweede hindernis? “Spinnenwebben”, zegt Perneel. “Overdag zijn die geen probleem, maar op de nachtbeelden zijn ze soms heel pertinent. We moeten de camera’s dus geregeld afkuisen, maar we gaan het systeem blijven gebruiken op het bedrijf van mijn ouders, zeker voor het afkalfproces”, zegt hij. Wie wil investeren?Hoe revolutionair het systeem ook moge lijken: het ouderlijk bedrijf van Perneel blijft voorlopig ook de enige locatie waar het AI-systeem zal worden gebruikt. Plannen om het systeem om te zetten in commerciële software die ook breder kan worden ingezet, zijn er nog niet. “Ik heb alle code in Github geplaatst, een platform waar al wie het wil, het kan downloaden”, zegt Perneel. “Firma’s en onderzoeksinstellingen die hiermee aan de slag willen, kunnen dat vanaf vrijdag doen.” Als het over de financiering gaat van projecten die nuttig kunnen zijn voor de landbouw, en zeker voor de veehouderij, zitten we in Vlaanderen met een probleem “Eigenlijk is het een wonder dat we de nodige onderzoeksmiddelen hebben gekregen”, zegt Perneel nog over zijn onderzoek. “Als het over de financiering gaat van projecten die nuttig kunnen zijn voor de landbouw, en zeker voor de veehouderij, zitten we in Vlaanderen met een probleem. Ik heb als masterstudent vrij goede punten gehaald, wat waarschijnlijk de reden is dat ik de beurs heb gekregen. Maar projecten die gericht zijn op de landbouw, zeker gericht op de veehouderij, krijgen heel moeilijk onderzoeksmiddelen. Dus hierop verder werken op universitair niveau, wordt zeer moeilijk.”Of die moeizame financiering politiek gedreven is? “Neen”, zegt Perneel. “Er is niemand die expliciet zegt dat projecten voor de veehouderij geen financiering mogen krijgen. Maar de universitaire gemeenschap die bepaalt hoe onderzoeksgelden worden besteed, heeft een bepaalde samenstelling. En dat stuurt de middelen onbewust in een bepaalde richting.”Geautomatiseerde werkkrachtInteresse voor Perneels project lijkt er alleszins wel te zijn. Melkveehouder Andy Van Rossem, wiens boerderij de setting vormde voor Perneels AI-presentatie, toont interesse voor alle technologie die het leven van de veehouder vergemakkelijkt. “Dankzij de automatisatie via mijn melkrobot, voederrobot en mestrobot kan ik veel op mijn eentje doen, kan ik alles volgen op mijn gsm.” Andy runt op zijn eentje een melkveebedrijf met 160 koeien. Iets wat hij zonder zijn hulprobots niet had gekund. “Ik heb de keuze gemaakt, ga ik slaaf blijven van mijn bedrijf, of automatiseren?”, zegt hij. “Ik denk dat er misverstanden bestaan over de terugverdientijd van automatiserende systemen”, zegt Perneel. “Arbeid kost ook heel veel geld en dat spaar je hiermee uit.&quot; Dat bevestigt ook Andy Van Rossem: &quot;Aan mijn automatische voedersysteem heb ik maar drie uur werk per week. Plus ik heb een surplus op mijn melkproductie, want de koeien worden elke drie uur vers gevoederd. Moest ik Maartens systeem kunnen gebruiken, dan zouden we die winst mooi kunnen uitlezen.”</content>
            
            <updated>2025-09-12T13:03:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Stop met cijferfetisjisme: Vlaanderen heeft nood aan een stabiel stikstofbeleid"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stop-met-cijferfetisjisme-vlaanderen-heeft-nood-aan-een-stabiel-stikstofbeleid" />
            <id>https://vilt.be/57893</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>&nbsp;De discussie over stikstof dreigt te verzanden in een spelletje achter de komma, terwijl we met cijfergegoochel in de praktijk geen gram stikstof reduceren. Landbouwers hebben vooral nood aan een duidelijk investeringskader, want vandaag wordt de landbouwsector verlamd door de onzekerheid. Dat schrijft Hans Verstreken, coördinator federatiewerking bij Fedagrim, in een opiniestuk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4a39bd34-2e43-490a-935a-4e16a87ed7a1/full_width_pocketvergister-biogasinstallatie-stikstofstripper2-biolectric-3000.jpg</image>
                                        <content>Recent ontstond ophef over de lijst van piekbelasters en de gehanteerde berekeningsmethode. Die zou niet gebaseerd zijn op de nieuwste inzichten, die pas in juli beschikbaar kwamen. Maar laten we eerlijk zijn: deze berekeningen zijn complex en steunen altijd op historische data. Het politieke debat hierover is niet meer dan symboolpolitiek.Wie heeft er baat bij dit cijfergegoochel? In de praktijk reduceren we geen gram stikstof door met spreadsheats te goochelen of modellen te verfijnen. Uiteraard is een correcte berekening belangrijk voor landbouwers, maar de stikstofproblematiek lossen we niet op met komma’s en herberekeningen. Beleid mag geen verlammend kluwen worden dat innovatie smoort De realiteit is veel urgenter. Tegen 2030 moeten de reductiedoelstellingen gehaald worden. Ondernemers die vooruit willen, krijgen vandaag geen houvast. De overheid biedt geen stabiel kader om te investeren. Integendeel: voortdurende bijstellingen, herberekeningen en politieke onzekerheid verlammen onze landbouwsector. Dat is niet alleen nefast voor voedselzekerheid, maar ook voor onze handelsbalans en dus voor onze welvaart op lange termijn.Laat er geen misverstand over bestaan: milieuregels zijn noodzakelijk. Maar beleid mag geen verlammend kluwen worden dat innovatie smoort. Landbouwers hebben nood aan een duidelijk investeringskader, niet aan eindeloze rekenoefeningen.Neem nu de proefstalregeling voor emissiearme technieken: die is dringend aan herziening toe. Vlaanderen heeft een traditie van innovatie, maar te vaak blijven nieuwe systemen liggen op de tekentafel of trekken ze naar het buitenland. We zijn gul met subsidies, maar we bieden ondernemers geen rechtszeker kader om die middelen rendabel in te zetten.Als we Vlaanderen welvarend willen houden, moeten we ophouden met cijferfetisjisme. Het echte debat gaat niet over lijsten en modellen, maar over de vraag: geven we onze landbouwers de ruimte om te innoveren en milieudoelen te halen? Alleen een stabiel en toekomstgericht beleid maakt dat mogelijk. Daar veranderen herberekeningen niets aan. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteur:Hans Verstreken, coördinator federatiewerking bij Fedagrim. Fedagrim is de federatie voor de landbouwmechanisatie die ook stallenbouwers en verdelers van staltechnieken vertegenwoordigt.</content>
            
            <updated>2025-09-12T09:42:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gigantische toename milieuvriendelijke praktijken op één jaar tijd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gigantische-toename-milieuvriendelijke-praktijken-op-een-jaar-tijd" />
            <id>https://vilt.be/57894</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers nemen aanzienlijk meer milieu- en klimaatvriendelijke praktijken op in hun bedrijfsvoering. Op één jaar tijd is de toepassing van diverse ecoregelingen toegenomen met 30 tot 142 procent. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) is lovend. “Onze landbouwers tonen met deze cijfers dat ze niet alleen voedsel produceren van topkwaliteit, maar tegelijk ook meebouwen aan oplossingen voor klimaat, water en biodiversiteit.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="agro-ecologie" />
                        <category term="beheerovereenkomst" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b9f53b56-40e3-4a7d-bd9f-d699ebffe139/full_width_faunamengsel.jpg</image>
                                        <content>Het hardnekkige verwijt dat landbouwers en natuur lijnrecht tegenover elkaar staan, blijkt absoluut niet te kloppen. Dat stelt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij vast op basis van de verzamelaanvraag van 2025. Zo zijn de arealen van de beheerovereenkomst ‘bloemenakker’ gestegen met 142 procent. Nog positieve evoluties zien we bij de ecoregeling ‘grasbufferstroken langs waterlopen’ (+77%), de ecoregeling ‘éénjarige eiwitteelten’ (+32%) en de ecoregeling ‘mechanische onkruidbestrijding’ (+30%). Deze forse toenames zijn gebeurd op slechts één jaar tijd, sinds 2024.Daarnaast kiezen steeds meer landbouwers voor de ecoregeling ‘niet-kerende bodembewerking’ (44.232 ha in 2025 ten opzichte van 15.175 ha in 2023). Ook de &amp;nbsp;ecoregeling ‘faunamengsel’ blijft een groot succes (6.144,20 ha).Ecoregelingen, agromilieuklimaatmaatregelen en beheerovereenkomsten zijn afspraken die landbouwers kunnen maken met de overheid om tegen een vergoeding natuurvriendelijke maatregelen te nemen. Deze gaan altijd wat verder dan de bestaande verplichtingen inzake biodiversiteits-, milieu- en klimaatdoelstellingen. “Het zijn stuk voor stuk keuzes die inspanning vragen, maar die een groot verschil maken voor de toekomst van onze landbouw en onze leefomgeving. Dat verdient alle waardering”, zegt minister Brouns over deze positieve cijfers.Meer bloemen en meer bioDe sterkste stijger in 2025 is de aanvraag voor de beheerovereenkomst ‘bloemenakkers’. Deze verhogen het voedselaanbod voor insecten zoals bijen en vlinders, in de vorm van pollen en nectar. De maatregel laat zich ook gelden hogerop de voedselketen, want meer insecten betekent ook meer voedsel voor akkervogels, zoals bijvoorbeeld de veldleeuwerik en de gele kwikstaart.Hoewel in minder sterke mate, steeg ook het aangevraagd areaal onder de agromilieuklimaatmaatregel ‘omschakeling naar de biologische productiemethode’ (+18%). Daarnaast neemt ook het aangevraagd areaal van de ecoregeling ‘mechanische onkruidbestrijding’ toe (+30%). Blijvend grasland populairste maatregelMaar hoe zit het in absolute cijfers? Het grootst aantal deelnemers zien we bij de ecoregeling ‘behoud meerjarig grasland’, met 6.953 landbouwers. Blijvend grasland zorgt voor een grote koolstofopslag in de bodem en speelt een belangrijke rol in de strijd tegen de klimaatverandering. De ecoregeling ‘verhogen organisch koolstofgehalte door stalmest of champost’ (5.866 landbouwers) en de ecoregeling ‘grasbufferstrook langs waterlopen’ (3.823 landbouwers) vervolledigen de top drie.Uit de aanvraagcijfers blijkt ook dat jonge landbouwers (tot en met 40 jaar) meer deelnemen dan andere landbouwers aan maatregelen die inzetten op biologische landbouw, boslandbouwsystemen, precisielandbouw, vruchtafwisseling, mechanische onkruidbestrijding en de omzetting van tijdelijk naar blijvend grasland.Een volledig overzicht van alle aangevraagde perceelsgebonden ecoregelingen, agromilieuklimaatmaatregelen en beheerovereenkomsten valt te lezen op de cijferwebsite van het Agentschap Landbouw en Zeeviserij.</content>
            
            <updated>2025-09-12T13:00:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Clarinval neemt aardappelcontracten onder de loep tegen misbruik]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/clarinval-neemt-aardappelcontracten-onder-de-loep-tegen-misbruik" />
            <id>https://vilt.be/57895</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De wereldwijde aardappelprijzen naderen het vriespunt en dat lijdt soms tot oneerlijke marktpraktijken. “Sommige grote afnemers hebben handelscontracten unilateraal aangepast en soms zelfs verbroken, waarschijnlijk om goedkopere contracten in het buitenland af te sluiten”, meldt het kabinet van federaal landbouwminister David Clarinval (MR). De economische inspectie heeft in opdracht van de minister een onderzoek geopend naar de betrokken ondernemingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ff94acf5-47b5-4e3c-b337-6d2f22460639/full_width_ilvo-aardappel-bloei-en-knol.JPG</image>
                                        <content>Het onderzoek focust zich vooral op de eenzijdige wijzigingen van contracten, agressieve handelspraktijken en laattijdige betalingen. “Het onderzoek is complex: het impliceert de verzameling en de analyse van talrijke stukken, hoorzittingen met actoren uit de sector en getuigenissen van landbouwers”, meldt het ministerie. “Er werden al twee verslagen opgesteld en doorgestuurd, de eerste stap naar eventuele sancties. Naargelang de ernst van de vastgestelde feiten kan er op drie manieren gevolg gegeven worden aan deze dossiers: een minnelijke schikking, een administratieve boete of een doorverwijzing naar het parket.”Duidelijke termijnen voor onderhandelen en afsluiten contractenAls tweede maatregel tegen oneerlijke handelspraktijken wordt de Gedragscode Belpotato gewijzigd om duidelijke termijnen op te nemen voor het onderhandelen en afsluiten van contracten. Dit wordt uitgevoerd door een werkgroep gecoördineerd door de FOD Economie en een contactpersoon van de agrovoedingsketen. &quot;Het is de bedoeling om een akkoord te bereiken tegen eind september 2025&quot;, aldus de minister.“Ik wil billijke handelsrelaties in de aardappelsector, net zoals ik dat wil in al onze landbouwsectoren”, zegt Clarinval. “De in 2025 vastgestelde misbruiken zijn onaanvaardbaar. Het lopende onderzoek zal het mogelijk maken illegale praktijken te bestraffen en de aanpassingen van de Gedragscode zullen onze landbouwers meer transparantie en contractuele zekerheid garanderen voor de toekomst.”De aardappelsector in België is traditioneel rendabel, maar de onevenwichten in 2025 hebben volgens de minister aangetoond dat er nood is aan verhoogde waakzaamheid en aangepaste overheidsinstrumenten.</content>
            
            <updated>2025-09-13T04:38:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse landbouwers leren van elkaar in tien nieuwe duurzaamheidsprojecten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/1-miljoen-euro-voor-10-leerprojecten-duurzame-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/57896</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering ondersteunt tien nieuwe demonstratieprojecten om landbouwers op weg te helpen naar een duurzame bedrijfsvoering. Dat meldt Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v). De projecten richten zich op agro-ecologische praktijken en bufferstroken. De Hooibeekhoeve uit Geel speelt hierin een prominente rol met twee geselecteerde projecten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="agro-ecologie" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="ecologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e17052c5-be3d-44f9-993b-e004f73a54c1/full_width_graslandscheuren-hooibeekhoeve.jpg</image>
                                        <content>Veel landbouwers willen duurzamer werken, maar hebben niet altijd de kennis om dit te doen. De demonstratieprojecten laten landbouwers leren van hun collega’s. Zo wordt men bewust van nieuwe mogelijkheden op het vlak van duurzame praktijken en technieken. Bovendien tonen de demonstraties concreet hoe ze deze praktijken en technieken kunnen toepassen op hun bedrijf, en met welk resultaat. “Ik merk veel bereidheid bij onze Vlaamse landbouwers om aan de slag te gaan met duurzame technieken, maar de vraag blijft vaak: werkt dit ook op mijn bedrijf?”, duidt minister Brouns. De projecten moeten de gelegenheid bieden om kennis uit te wisselen.In totaal worden tien projecten ondersteund, goed voor bijna één miljoen euro, waarvan 430.000 euro uit Europese middelen. De projecten lopen maximaal twee jaar, tussen 1 oktober 2025 en 31 maart 2028. Twee projecten voor HooibeekhoeveTwee van de tien projecten worden uitgevoerd door de Hooibeekhoeve, het praktijk- en voorlichtingscentrum voor melkveehouderij en plattelandsontwikkeling. Het eerste gaat om agro-ecologie in de melkveehouderij. Samen met ILVO, Inagro en Boerenbond zet de Hooibeekhoeve de online Routeplanner Melkvee in om scenario’s door te rekenen op basis van bedrijfsspecifieke cijfers. Melkveehouders krijgen hier individuele begeleiding en studiedagen om hun resultaten in deze tool correct te interpreteren. Zo wordt duidelijk welke agro-ecologische maatregelen in hun bedrijf haalbaar zijn zonder de economische rendabiliteit uit het oog te verliezen. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen zoals een hoger aandeel gras in het rantsoen, alternatieve ruwvoeders of niet-productief areaal.De bodem staat centraal in het tweede Hooibeekhoeveproject. De Hooibeekhoeve, de Bodemkundige Dienst van België en Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant brengen het bodemleven op verschillende percelen in kaart om de effecten van bodembeheer te demonstreren. ‘Bodempioniers’ zullen hun opgedane kennis over agro-ecologische maatregelen delen met collega’s. Deelnemers krijgen ook concrete tools en laagdrempelige meetmethodes aangereikt, zodat zij zelf aan de slag kunnen gaan om hun bodemkwaliteit en bodemgezondheid te herkennen, te begrijpen en te versterken. Bodem, buffers en beestenNaast de twee Hooibeekhoeve-projecten werden de volgende initiatieven geselecteerd:Slim beheer van bufferstroken (SLIM-BUF) – Praktijkcentrum voor Land- en Tuinbouw (PCLT)Obstakels voor het toepassen van regeneratieve praktijken wegwerken – InagroBio-regeneratieve praktijken in het veld! – Coördinatiecentrum Praktijkgericht Onderzoek en Voorlichting Biologische TeeltVan theorie naar veld – agro-ecologie in actie – Boerennatuur VlaanderenKruidenrijk grasland op Vlaamse wijze – InagroBeschermingsstroken voor land- en tuinbouw – ViaverdaBufferBoost: van uitdaging naar kansen – Boerennatuur VlaanderenSamenwerking tussen landbouwers en horeca ter bevordering van de afzet van agro-ecologische producten – Voedsel Anders“Als bevoegde gedeputeerde voor landbouw ben ik blij dat Vlaanderen de Hooibeekhoeve erkent als kenniscentrum om die omslag mee te begeleiden”, laat Antwerps gedeputeerde voor Landbouw Jinnih Beels (Vooruit) nog weten. “Met deze projecten willen we theorie en praktijk dichter bij elkaar brengen. Landbouwers krijgen niet alleen nieuwe kennis aangereikt, maar leren ook hoe ze die meteen kunnen toepassen op hun eigen bedrijf.”</content>
            
            <updated>2025-09-14T14:07:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Verwerker van geitenmelk zoekt Vlaamse biologische geitenbedrijven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geitenzuivelverwerker-zoekt-vlaamse-biologische-geitenbedrijven" />
            <id>https://vilt.be/57897</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er is een tekort aan biologische geitenmelk. Dat zegt Johan Devreese van Organic Goatmilk Coöperatie, dat biologische geitenmelk verwerkt, tijdens een bedrijfsbezoek aan melkgeitenbedrijf De Bormtehoeve in Lokeren. Het begeleide bezoek was georganiseerd door Bio Zoekt Boer, een gedeeld initiatief van Boerenbond, ABS en BioForum. Devreese benadrukt dat er ruimte is voor meer biologische geitenbedrijven in Vlaanderen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                        <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/efadf040-cf0b-4927-82e4-adb8fb2811c9/full_width_studiedag-bormtehoeve.jpeg</image>
                                        <content>Annelies Paelinck en Stephen Poppe waren nieuwkomers in de landbouw toen zij vier jaar geleden hun biologisch geitenbedrijf Bormtehoeve in Lokeren begonnen. Zij waren bovendien het laatste vergunde Vlaamse geitenbedrijf voordat het stikstofarrest in 2021 de sector op slot gooide.De Oost-Vlamingen hadden een betere tijd kunnen kiezen voor de bedrijfsopstart. De oorlog in Oekraïne joeg de energie- en grondstofprijzen naar recordhoogtes. Tot overmaat van ramp zakte de biologische geitenmelkprijs in de post-coronaperiode. “Corona was een goede periode voor de sector. Daarna gingen mensen terug op reis en als gevolg van de inflatie die zich voordeed, werd er beknibbeld op de uitgaven voor voeding”, vertelt Johan Devreese van Organic Goatmilk Coöperatie (OGC).OGC is een internationale coöperatie met 40 geitenhouders in Nederland, Duitsland en momenteel drie Belgische bedrijven. Tijdens de moeilijke post-coronajaren heeft de verwerker van biologische geitenmelk door de gebrekkige vraag een deel afgezet in het gangbare circuit. Het gevolg hiervan was een prijsdaling van het melkgeld. Dit terwijl de kosten bij de geitenhouders omhooggingen. Laatst vergunde biologisch geitenbedrijfHet was een wervende advertentie van OGC in de zomer van 2020 die Paelinck en Poppe op het idee van een biologische geitenbedrijf bracht. In bijberoep hielden ze in Moerbeke 65 vleesveekoeien op het bedrijf van de grootouders van Stephen en hadden ze 14 hectare landbouwgrond. De eerste jaren verliepen uiterst moeizaam waarbij het gezin op privé-uitgaven moest bezuinigen en met hard werken het geitenbedrijf wist uit te breiden tot 900 melkgeiten nu. &amp;nbsp;De Oost-Vlamingen bouwden in stapjes hun bedrijf op, een proces dat nog steeds niet helemaal voltooid is. Dat gebeurde op hetzelfde moment dat veel geitenhouders juist hun biologische activiteiten staakten. “Zes van de twaalf biologische geitenbedrijven zijn in deze periode wegens teleurstellende prijzen teruggeschakeld naar gangbare geitenhouder”, vertelt Bart Thoelen, projectleider van Bio zoekt Boer. Van de zes biologische bedrijven in Vlaanderen, zijn er drie hoevezuivelaars die de melk volledig zelf verwerken. Naast het melktekort voor de klanten in ons werkgebied, is er ook biogeitenmelk te weinig in midden, zuid- en oost-Europa. Anno 2025 is de situatie omgekeerd. Naast de omgeschakelde bedrijven heeft ook blauwtong en een slechte ruwvoeropbrengst vorig jaar de productie gedrukt. In combinatie met een aangetrokken vraag heeft dit geleid tot een tekort aan biologische melk. “Wij kunnen onze klanten momenteel niet voldoende melk garanderen”, vertelt Devreese. Volgens hem zal de melkprijs van volgend jaar boven één euro liggen.  Op zoek naar nieuwe leveranciersAls gevolg van de groeiende vraag en het verminderde aanbod is de coöperatie weer op zoek naar nieuwe coöperant-leveranciers. “Naast het melktekort voor de klanten in ons werkgebied, is er ook biogeitenmelk te weinig in midden, zuid- en oost-Europa.”, aldus Devreese die vooral ook in Zuid-Europa een groot potentieel ziet. “Door het opwarmende klimaat is de ruwvoederwinning in Zuid-Europa steeds moeilijker waardoor de biologische geitenhouderij het daar lastig krijgt.”Devreese deelde zijn marktanalyse en een oproep voor meer biologische geitenbedrijven tijdens een begeleid bedrijfsbezoek op de Bormtehoeve in Lokeren. Het evenement was georganiseerd door “Bio Zoekt Boer”, een gedeeld initiatief van Boerenbond, ABS en BioForum dat sinds 2009 boeren en zij-instromers informeert over de mogelijkheden in de biologische landbouw.“Twaalf mensen hadden zich voor het evenement aangemeld”, vertelt Bart Thoelen projectverantwoordelijke van Bio zoekt Boer. Het profiel van potentiële biologische geitenmelkers is volgens hem in de voorbije jaren sterk gewijzigd. “Waar er zeven jaar geleden vooral veel interesse was bij melkveehouders om over te schakelen naar de biologische melkgeitenhouderij, zie je dat tegenwoordig minder.”Omschakelaars en zijinstromersVolgens Thoelen zullen in de toekomst vooral zij-instromers geitenboer worden, zoals dus Annelies Paelinck en Stephen Poppe die wel van boerenkomaf zijn, maar die niet het bedrijf van hun ouders konden overnemen. Toch waren ook bestaande boeren aanwezig op de Bormtehoeve: “Boeren die door omstandigheden een meer rendabele activiteit zoeken”, zegt Devreese.Hij hoopt dat er onder de aanwezigen toekomstige leveranciers zijn. “Bij sommigen voel je serieuze interesse.” Thoelen is voorzichtiger over mogelijke nieuwe biologische geitenhouders. “Het vergunningentraject mag niet onderschat worden”, benadrukt hij.</content>
            
            <updated>2025-09-15T21:43:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Maïsoogst verloopt bijzonder vlot en belooft hoge opbrengsten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mais-kent-goede-opbrengsten-en-is-nog-nooit-zo-vroeg-geoogst" />
            <id>https://vilt.be/57898</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De maïscampagne is in een ver gevorderd stadium. Een maand geleden zijn de eerste percelen geoogst en over twee weken zal het grootste deel van de oogst binnen zijn. “Ook in 2018 en 2022 was de oogst vroeg, maar de opbrengst en de kwaliteit lijkt nu beter te zijn”, vertelt Gert Van de Ven, coördinator bij het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV). Op de proefvelden van Hooibeekhoeve ziet hij een drogestofopbrengst van 18 tot 22 ton per hectare.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="maïs" />
                        <category term="voeder" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a21577f2-8472-4fa7-91dd-a3e27e3969bb/full_width_graanoogstmaisoogsttractorveldlandbouw-1250.png</image>
                                        <content>“De start van het maïsjaar 2025 verliep vlot. Dankzij de hoge temperaturen groeiden de planten voorspoedig,” blikt LCV terug. “Na verloop van tijd begon de aanhoudende droogte in combinatie met de warmte wel door te wegen. Eerst zagen we de droogtegevoelige percelen het moeilijk krijgen, later ook de nattere gronden. Dat verklaart de grote verschillen in opbrengst, zowel tussen als binnen percelen.” Drogestofpercentage is hoogOp verschillende proefvelden in Vlaanderen volgt LCV de afrijping van nabij. Half september waren vier percelen al gehakseld en staat de oogst op zes andere velden voor de deur. Uit staalnames op 4 september blijkt een gemiddeld drogestofpercentage van 37,8 procent. Volgens Gert Van de Ven is dat een positief signaal: “We halen gemiddeld 18 tot 22 ton drogestof per hectare. Dat is meer dan de gebruikelijke 16 tot 18 ton.” Al wijst hij er wel op dat er een groot verschil bestaat tussen percelen. Een opvallend verschil met andere jaren is de vroege oogst. Al in week 35 – zo’n 19 weken na zaai – werd een gemiddeld drogestofpercentage van 35 procent bereikt. “Dat is twee tot drie weken vroeger dan normaal,” zegt Van de Ven. “2018 was ook een vroeg jaar, maar toen moest men noodgedwongen te vroeg hakselen en viel de opbrengst tegen.&quot; Ook op een ander vlak verschilt dit jaar van andere jaren: zowel kuil- als korrelmaïs zijn sneller klaar en de oogstmomenten schuiven dichter naar elkaar toe. Scherp contrast met 2024De situatie staat in scherp contrast met vorig jaar, toen het natte voorjaar de inzaai zwaar vertraagde. “Toen zijn boeren van april tot juni bezig geweest met zaaien. De maïs rijpte daardoor erg laat af. Pas in oktober begon de oogst en die liep door tot december,” aldus Van de Ven. Die vertraging in 2024 was voor Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) reden om de deadline van 15 oktober voor de inzaai van vanggewassen tijdelijk te schrappen. Dit jaar zal dat volgens Van de Ven niet nodig zijn: “Er zullen geen problemen zijn om tijdig vanggewassen in te zaaien.”</content>
            
            <updated>2025-09-15T18:27:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dag van de Landbouw: 83% van de Vlamingen wil dat ons land zelfvoorzienend is op vlak van voedsel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dag-van-de-landbouw-83-van-de-vlamingen-wil-zelfvoorzienend-zijn-op-vlak-van-voedsel" />
            <id>https://vilt.be/57899</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met de focus op lokale voeding is de 43ste Dag van de Landbouw zondag officieel afgetrapt in Ninove. Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens had goed nieuws voor de Vlaamse land- en tuinbouwers. “Uit een bevraging blijkt dat 83 procent van de Vlamingen vindt dat ons land in zijn eigen voedselproductie moet kunnen voorzien. Laat dit een signaal zijn richting de politiek om een pro-landbouwbeleid te voeren.” Zijn boodschap richtte hij tot Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v), die de opening bijwoonde.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="imago" />
                        <category term="Dag van de Landbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/46fcbbdb-50dc-4e41-9f69-8843c31fb8ed/full_width_dag-van-de-landbouw-2025-jos-van-snick-rondleiding.jpg</image>
                                        <content>Dag van de Landbouw is de jaarlijkse opendeurdag van de Vlaamse land- en tuinbouw. “Dit jaar zetten 42 land- en tuinbouwbedrijven hun poorten wagenwijd open voor bezoekers om te tonen hoe ze zich dag in dag uit met passie inzetten voor het eten dat bij elk van ons op tafel komt”, aldus Ceyssens. “Onze oproep is duidelijk: leer de lokale landbouw beter kennen, want lekker tafelen, dat start bij onze boeren.” Boerenbond verwacht zo’n 100.000 bezoekers op Dag van de Landbouw.Van landbouwbedrijf rechtstreeks naar eigen slagerijZondagochtend was het meteen al druk op Hof Eendenplas, het vleesveebedrijf van de familie Van Snick in Meerbeke (Ninove). Jos Van Snick houdt er 150 à 160 Belgisch witblauwrunderen en heeft ook de nodige gronden waar het voeder voor de dieren wordt geteeld. Van Snick is slager van opleiding en baat wat verder Slagerij Jos uit.In zijn slagerij wordt enkel rundvlees verkocht van de eigen dieren. “De combinatie van slagerij en landbouwbedrijf is niet evident en ik kan daarbij rekenen op de nodige hulp, maar het voederen van de dieren is iets wat ik elke dag zelf voor mijn rekening neem”, legt hij uit. Dat vindt Van Snick belangrijk, want het rantsoen bepaalt in belangrijke mate de vleeskwaliteit.Dat het bedrijf van de familie Van Snick werd uitgekozen om de Dag van de Landbouw officieel te openen, hoeft niet te verwonderen. Veel lokaler kan voeding niet zijn. Vlaming heeft vertrouwen in landbouwUit een bevraging die Boerenbond liet uitvoeren bij 1.000 Vlamingen, blijkt ook dat de consument die lokale voeding belangrijk vindt. “93 procent van de Vlamingen zegt vertrouwen te hebben in landbouwproducten van Vlaamse bodem en driekwart gaat hier tijdens het winkelen ook bewust naar op zoek”, somde voorzitter Ceyssens op. Dit toont volgens hem aan hoe groot het maatschappelijk belang van onze landbouw is. “De consument waardeert kwaliteit van eigen bodem. Daar moeten we met z’n allen ook wat meer fier op durven zijn.&quot;Een ander opvallend resultaat, zo beklemtoonde Ceyssens, is dat maar liefst 83 procent van de bevraagden vindt dat België zelfvoorzienend moet blijven voor voedselproductie. “Ervoor zorgen dat we kunnen instaan voor ons eigen voedsel, is een strategische noodzaak. Het is zeer positief dat de maatschappelijke steun hiervoor groot is.” Nood aan pro-landbouwbeleidDe voorzitter riep de beleidsmakers dan ook op om een pro-landbouwbeleid te voeren. “Om rendabel te kunnen ondernemen en in regel te zijn met de klimaatdoelstellingen worden van landbouwers zeer grote investeringen verwacht. De sector is bereid om in te zetten op duurzaamheid en innovatie, maar dan moet daar wel een haalbaar toekomstkader tegenover staan.”Ceyssens wees erop dat vandaag maar één op drie landbouwers zichzelf ziet verder boeren na 2030. “Rechtsonzekerheid en onzekerheid over de toekomst worden aangehaald als belangrijkste redenen om het bedrijf te stoppen. Ik roep iedereen dan ook op om ervoor te zorgen dat we binnen 20, 50 en 100 jaar nog steeds een actieve en bloeiende Vlaamse landbouwsector hebben.” Rechtszekerheid als belangrijkste werf voor VlaanderenDie boodschap bereikte ook minister Brouns. “Het besef dat lokale voedselvoorziening van strategisch belang is, is er bij mij al langer. Ik ben blij dat de consument dit nu ook aangeeft. “Zeker op het ogenblik dat de wereld op zijn grondvesten davert, is voorzien in de eigen basisbehoeften – energie, veiligheid en voedsel – een kerntaak”, benadrukte hij. “Maar dat mag niet alleen bij zinnen en woorden blijven in een regeerakkoord of in beleidsnota’s, dat moet ook blijken uit concrete beleidsdaden.”De minister erkende dat dit een dagelijkse strijd is. “Als je mij vandaag vraagt wat de belangrijkste werf is voor Vlaanderen, en zelfs voor heel Europa, dan is het rechtszekerheid voor al wie onderneemt. We moeten als overheid vooral ruimte, zuurstof en kansen geven, veel meer nog dan subsidies. We moeten veel meer vertrouwen hebben in onze ondernemers, minder administratieve lasten en minder regels opleggen. Want ja, de meeste mensen deugen en die hebben al die betutteling vanuit Brussel niet nodig.” Limburgse vlaai als symbool van dankbaarheidDe minister had ook een geschenk bij voor Jos Van Snick. “Deze Limburgse vlaai staat symbool voor de dankbaarheid die wij vanuit de Vlaamse overheid willen uiten ten aanzien van de hele landbouwsector”, aldus Brouns. “Dagen zoals Dag van de Landbouw die zijn er wat mij betreft in de eerste plaats om ‘dank u’ te zeggen aan onze Vlaamse land- en tuinbouwers en hun gezinnen. In vaak moeilijke omstandigheden en veel instabiliteit geven zij elke dag het beste van zichzelf om topkwaliteit af te leveren.”Brouns benadrukte dat het voedsel in Vlaanderen aan de allerhoogste standaarden voldoet. “Of het nu gaat over voedselveiligheid, over dierenwelzijn, over fytosanitaire voorwaarden of over milieuvoorwaarden, onze Vlaamse producten zijn top en gegeerd in heel de wereld.” Dat uit de bevraging van Boerenbond blijkt dat de consument daar ook van overtuigd is, stemt de minister tevreden. “Maar ik wil de consument toch oproepen om het niet alleen bij woorden te houden, maar in de winkelkar ook iets vaker voor producten van hier te kiezen.”</content>
            
            <updated>2025-09-15T16:01:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zwalmbeekhoeve lokt mensenmassa met eigen varkenras, duoburgers en mooiste boerin]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zwalmbeekhoeve-lokt-mensenmassa-met-mooiste-boerin-duoburgers-en-eigen-varkenras" />
            <id>https://vilt.be/57900</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor het eerst waren er meer mensen dan varkens op de Zwalmbeekhoeve in Munkzwalm. Voor de Dag van de Landbouw hadden boerenkoppel Mieke Verniest en Luc De Reu, hun dochters Elena, Louise en Leonie en Els Desmet meerdere activiteiten in petto, gaande van lekkere burgers tot leerrijke rondleidingen. Vooral hun duoburger, een mix van zelfgekweekte peulvruchten en vlees van hun Vlaamse Ardennenvarken, viel in de smaak.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="bedrijfsbezoek" />
                        <category term="imago" />
                        <category term="Dag van de Landbouw" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="lokaal" />
                        <category term="eiwitshift" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f7d52cee-e47e-4eaa-aab3-493f5293b476/full_width_mieke-verniest-dochter-louise.jpg</image>
                                        <content>Drie parkeerweides bleken zelfs niet genoeg om de ruime groep geïnteresseerden te ontvangen. Ondanks de twijfelachtige kans op neerslag, kwamen bezoekers uit een ruime regio naar de Zwalmbeekhoeve om te proeven van het befaamde Vlaamse Ardennenvarken, een zelfgekweekt varkensras gecombineerd uit een Britse Duroc en een Zweedse zeug. De slagerij draaide overuren om een breed pallet aan lokale lekkernijen aan de man te brengen. Een boontje voor de duoburgerNieuw op het menu was de duoburger, een jaar geleden ontsproten uit het hoofd van Verniest, samen met het Leaderproject Diversipeul. In deze hamburger wordt het Vlaamse Ardennenvlees gecombineerd met peulvruchten zoals gele erwt en wortel, gekweekt op de eigen hoeve, gekruid met gember en kurkuma. Het project lijkt een voorbode van de hybride gehaktbereidingen die enkele maanden later in supermarkten zijn gelanceerd, maar met een belangrijk verschil. Waar de hybridebereidingen in de supermarkt doorgaans geblend worden tot een product dat visueel oogt als ‘gewoon’ gehakt, kiest de duoburger er bewust voor om de groentjes niet te ‘verstoppen’. De lokaal geteelde peulvruchten bevinden zich in hun originele vorm en textuur in het gehakt, en zijn zo duidelijk visueel te onderscheiden. “Een bewuste keuze om transparant te zijn naar de consument toe.” zegt Nele Lauwers, consulent verdienmodellen bij Boerenbond. “Zo ziet men precies welke ingrediënten er zijn gebruikt.” In het barbecuekraam voor de slagerij draait de grill overuren. “Iedereen is laaiend enthousiast als ze hem proberen”, zegt Mieke Verniest. “Mensen komen naar onze hoeveslagerij speciaal voor deze burgers. Ze zijn bijvoorbeeld populair bij mensen die op hun cholesterol moeten letten, of ouders die hun kinderen groentjes willen leren eten.” Varkens kijkenDe échte sterren van de boerderij zijn de varkens zelf, met de beer Maurice op kop. Wie het gewicht van dit logge dier kan raden, maakt kans op een smakelijk pakket van de boerderij. Maurice bewijst dat je maar zo dik bent als je je voelt, want de schattingen van bezoekers variëren tussen de 200 en 400 kilo. De beer wordt vooral gebruikt om bronst bij de zeugen uit te lokken, met oog op kunstmatige inseminatie. Het resultaat daarvan konden bezoekers - mits het nemen van de nodige hygiënemaatregelen - gadeslaan in de vernieuwde kraamstal. Piétrains wordt er grootgebracht voor de groothandel, maar het unicum van deze boerderij is het Vlaamse Ardennenvarken, dat gehouden wordt voor de eigen slagerij. Schoonste boerinDat de Zwalmbeekhoeve ooit een begrip zou worden in de streek, leek jaren geleden nog ondenkbaar. “We hebben echt wel slechte jaren gehad in de varkenssector”, zegt Verniest. “In 2017 heb ik meegedaan aan de wedstrijd van de Schoonste Boerin en zo is de bal aan het rollen gegaan”, zegt ze. “Via de wedstrijd kwam ik in contact met Beneo.”, zegt Verniest. “Zij zochten boerderijen die een meerwaarde aan hun bedrijf wilden geven via een hoeveslagerij. Onder deze impuls zijn we toen ook met het Vlaamse Ardennenvarken begonnen. Zo konden wij een extra inkomen genereren in deze moeilijke jaren. De verkiezing heeft dus wel wat deuren geopend.” Bij de nieuwe hoeveslagerij hoorde ook een nieuw product. “Beneo stelde dat het voer van je dieren bepalend kan zijn voor de smaak van het vlees”, zegt Verniest. “Van daaruit heb ik de kans gekregen om dit nieuwe varkensras te kweken, een Britse Duroc gekruist met een Deense zeug. Ze worden gevoerd met zelf geteelde maïs, gerst, winterveldbonen en soja, maar ook algen en zeewier. Dankzij die laatste ingrediënten bevat ons vlees veel Omega 3. En neen, onze varkens zullen hierdoor niet naar vis smaken”, grapt de boerin. Ook de kwaliteiten van de Duroc zijn aanwezig in het Vlaams Ardennenvarken. “Het vlees is mooi vetdooraderd, wat bijdraagt aan de smaak.” Liefde voor lokaalDat de varkens smaakvol zijn, wordt beaamd door de aanwezige bezoekers. Verniest en haar familie zijn overdonderd door de grote opkomst. “Ik heb geen idee hoeveel mensen hier zijn, maar het is ongelofelijk”, zegt ze. “We wisten niet goed wat te verwachten want het was onze eerste deelname. Eigenlijk wilde ik eerder al meedoen aan de Dag van de Landbouw, in het jaar dat ik de verkiezing won van Schoonste Boerin, maar alle bezoeken aan varkensbedrijven zijn toen geannuleerd uit voorzorg voor de varkenspest. Vandaag kan het bezoek doorgaan dankzij veiligheidsmaatregelen zoals ontsmettingsmatjes en dubbele omheiningen rond de zeugen, zodat bezoekers er niet te dichtbij kunnen.”Ook andere lokale handelaars pikten een graantje mee. Een producent van hoeve-ijs zorgde voor een zoete afsluiter bij het varkensvlees, een lokale wijnboer zorgde voor de drank en ook een pompoenteler en een lokale kunstenaar tekenden present. Borden met wist-je-datjes maakten de mensen wegwijs in het bedrijf. Ook gedeputeerde van de provincie Oost-Vlaanderen Joke Schauvliege kwam over de vloer en at een hapje mee.</content>
            
            <updated>2025-09-15T17:35:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaming wil betere ruimtelijke ordening en behoud van open ruimte op platteland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaming-wil-betere-ruimtelijke-ordening-en-behoud-van-open-ruimte-op-platteland" />
            <id>https://vilt.be/57901</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het behoud van open ruimte en een goede ruimtelijke ordening moeten een absolute prioriteit zijn voor het Vlaams Plattelandsbeleid. Dat vinden de burgers die hebben deelgenomen aan de Vlaamse plattelandsbevraging. Vlaams minister van Plattelandsbeleid Hilde Crevits (cd&amp;v) lanceerde de bevraging om te leren wat kan in het beleid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="platteland" />
                        <category term="open ruimte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d904d43e-c2f7-4ed5-a3ce-d5688454fd7e/full_width_stad-platteland-domtoren.jpg</image>
                                        <content>Naast de bovengenoemde zaken, zijn ook de beperkte bereikbaarheid, problemen rond mobiliteit en een tekort aan dienstverlening de grootste uitdagingen op het Vlaamse platteland De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) organiseerde de plattelandsbevraging in opdracht van Crevits in het voorjaar. Er waren zo’n 800 deelnemers, waarvan de helft woonde op het platteland, zonder zelf landbouwer of ondernemer te zijn. Bijna één op zeven was dat wel. Een vijfde was lid van een socio-culturele, milieu- of natuurvereniging.Winkels en openbaar vervoerDe bevraagden vinden dat rust, ruimte en een groene en gezonde leefomgeving de belangrijkste troeven zijn van wonen op het platteland. Een beperkte bereikbaarheid, problemen rond mobiliteit en een tekort aan dienstverlening vormen dan weer de belangrijkste uitdagingen. Ook basisvoorzieningen, zoals winkels, scholen of kinderopvang, blijven een aandachtspunt, net als voldoende openbaar vervoer.&quot;Platteland moet dienen voor voedselproductie&quot;Voor de helft van de bevraagden is ook de verduurzaming van landbouw en voedselvoorziening een belangrijke prioriteit. Het merendeel van de deelnemers vindt dat de open ruimte moet dienen voor landbouw- en voedselproductie, mét aandacht voor natuur en biodiversiteit. Ze vragen een doordachte ruimtelijke ordening, die de open ruimte beschermt, en pleiten voor een evenwichtige relatie tussen natuur en landbouw. Kernverdichting werd genoemd als mogelijke oplossing.Uit de bevraging komt daarbij een oproep naar voren om kleinschalige, duurzame landbouw te beschermen en jonge landbouwers aan te trekken. Meer ontmoetingsmogelijkheden, bijvoorbeeld in dorpshuizen of via buurtfeesten, moeten de sociale cohesie versterken. Ook de korte keten en lokale economie spelen een belangrijke rol.Beleidsmakers aan de slag met resultatenNu de bevraging voltooid is, wil minister Crevits er samen met VLM mee aan de slag gaan. Dat gebeurt in de vorm van het Plattelandspact. Dit pact bundelt via verschillende beleidsvoorstellen een realistisch toekomstperspectief voor het platteland. &quot;Het Plattelandspact moet ervoor zorgen dat het platteland een plek is waar het aangenaam wonen, werken en leven is. Want hoewel er veel troeven zijn, toont de bevraging toch ook duidelijke uitdagingen op het vlak van dienstverlening, open ruimte, mobiliteit en sociale cohesie&quot;, aldus Crevits in het persbericht.Alle informatie over het plattelandspact is te vinden op www.plattelandspact.be</content>
            
            <updated>2025-09-15T17:29:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vertrouwen in lokale voeding is groot, maar zichtbaarheid in winkel blijft werkpunt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vertrouwen-in-lokale-voeding-is-groot-maar-zichtbaarheid-in-winkel-blijft-werkpunt" />
            <id>https://vilt.be/57902</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlamingen zijn wel fan van producten van eigen bodem, maar ze zetten dit niet altijd om naar aankoopgedrag. Een grotere zichtbaarheid op het moment van aankoop kan consumenten een duwtje in de rug geven om ook effectief een binnenlands product te kopen. Dat blijkt uit een recent onderzoek van VLAM.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="lokaal" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/82787ec9-523b-4044-ac3e-01e50171d29a/full_width_lokale-producten-carrefour.jpg</image>
                                        <content>Tijdens Dag van de Landbouw maakte Boerenbond al bekend dat 83 procent van de Vlamingen van mening is dat ons land zelfvoorzienend moet zijn op vlak van voeding. Daarnaast zegt 93 procent van de Vlamingen vertrouwen te hebben in landbouwproducten van Vlaamse bodem gaat driekwart hier tijdens het winkelen ook bewust naar op zoek. Voor milieu en om lokale economie te steunenUit de VLAM-barometer naar koop- en kookkeuzes, uitgevoerd door IVOX in mei 2025, komen gelijkaardige resultaten naar voor. Zo hecht 47 procent van de Vlaamse gezinnen belang aan het land van herkomst bij de aankoop van verse voeding. Bovendien kiezen bijna al deze consumenten het liefst voor inlandse producten. Meer dan 95 procent van hen verkiest Belgische eieren, aardappelen en melk.Gepolst naar de drijfveren om voor lokale voeding te kiezen, wordt vooral het milieu en steun aan de eigen economie genoemd. “Vlamingen gaan ervan uit dat inlandse producten een kleinere ecologische voetafdruk hebben dankzij kortere ketens en minder transport”, legt VLAM uit. “Lokale aankopen worden ook gezien als een manier om onze boeren en economie te versterken. Ook spelen vertrouwen en kwaliteit een rol, want voeding van bij ons wordt geassocieerd met strenge normen, versheid en smaak.” Voorkeur voor lokale voeding neemt toeNet zoals Boerenbond vaststelde, blijkt uit het VLAM-onderzoek een sterke wil om lokaal te kopen: drie op de vier Vlamingen vindt dat we met zijn allen meer Belgische voedingsproducten zouden moeten kopen. Dat aandeel is bovendien stijgend: in 2023 was dat nog twee op de drie. Daarnaast geeft 51 procent aan in de toekomst nog vaker voor lokale producten te willen kiezen. Die intentie is het grootst bij 18- tot 34-jarigen. Kijken we naar wie vandaag al lokale producten koopt, dan zijn het vooral 55- tot 64-jarigen.Wat consumenten kan helpen om hen een duwtje in de juiste richting te geven, is de zichtbaarheid op het moment van aankoop vergroten. Vandaag vindt maar 49 procent van de Vlamingen dat Belgische producten gemakkelijk te herkennen zijn in de winkel. VLAM wil daarop inspelen. “Met de Lekker van bij ons-week willen we die trend naar meer lokale voeding versterken en consumenten blijven inspireren om te kiezen voor producten van bij ons,” zegt Filip Fontaine, CEO van VLAM.Niet alleen woorden, maar ook dadenOok Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) denkt dat de Vlaming nog meer de lokale reflex kan maken. “We weten dat de Vlaming lokaal wíl kopen. Nu is het moment om dat ook effectief te doen. Wie kiest voor voeding van bij ons, kiest tegelijk voor versheid, kwaliteit én duurzaamheid.” Tijdens de Dag van de Landbouw deed hij eenzelfde oproep. “Ik wil consumenten aanmoedigen om het niet alleen bij woorden te houden, maar in de winkelkar ook iets vaker voor producten van hier te kiezen.” Lekker van bij ons-week​Tijdens de actieweek die nog tot en met 19 september loopt, zetten heel wat verswinkels en horecazaken hun lokale producten extra in de kijker, met een actie of event. Daarnaast loopt er op Qmusic en JOE FM een Lekker van bij ons-wedstrijd. Luisteraars maken kans er dagelijks op een aantrekkelijk prijzenpakket dat helemaal in het teken staat van lokale producten.</content>
            
            <updated>2025-09-16T16:56:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Dag van de Landbouw 2025: Lokaal voedsel in de kijker]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dag-van-de-landbouw-2025-lokaal-voedsel-in-de-kijker" />
            <id>https://vilt.be/57903</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De 43ste editie van de Dag van de Landbouw bracht opnieuw duizenden bezoekers op de been. Dit jaar stond lokale voeding centraal. In Geel opende het familiale melkveebedrijf De Schutter, met maar liefst 380 melkkoeien en 300 stuks jongvee, de deuren voor het grote publiek. Jong en oud konden er kennismaken met het leven op de boerderij en het traject van melk van koe tot consument.</p><p>Maar de dag ging niet alleen over proeven en beleven: ook onderzoek en innovatie kregen ruime aandacht. Het Proefbedrijf Pluimveehouderij, hét expertisecentrum van de sector, gaf inkijk in zijn werk rond dierenwelzijn, emissies en rendabiliteit. Zo werd de Dag van de Landbouw opnieuw een ontmoetingsmoment tussen boer, onderzoeker en consument – met één duidelijke boodschap: de toekomst van voeding is lokaal, duurzaam en innovatief.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Dag van de Landbouw" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="lokaal" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/70389bc4-875d-41b8-b2c7-9d172bc8cec5/full_width_schermafbeelding-2025-09-15-172344.png</image>
                        
            <updated>2025-09-15T17:31:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fiscus vordert belastingvoordeel terug bij groente- en fruittelers: Boerenbond vraagt snelle oplossing]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fiscus-vordert-belastingvoordeel-terug-bij-groente-en-fruitbedrijven-boerenbond-vraagt-oplossing" />
            <id>https://vilt.be/57904</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De fiscus is begonnen met de terugvordering van een belastingvoordeel dat was toegekend aan groente- en fruitbedrijven. Dat gebeurt nadat het Grondwettelijk Hof het voordeel in juni had vernietigd. Het gaat soms om aanzienlijke bedragen. Boerenbond vreest zware gevolgen voor de sector en vraagt de overheid om zeer dringend een oplossing te voorzien.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tuinbouw" />
                        <category term="seizoenarbeid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fa46f504-d2db-41fb-837d-bf2e6ec333f3/full_width_seizoensarbeid.jpg</image>
                                        <content>De Franstalige omroep RTBF bracht het nieuws over de terugvorderingen naar buiten. Claude Vanhemelen, algemeen secretaris van de Waalse tuinbouwfederatie FWH, bevestigt aan persagentschap Belga dat enkele weken na het arrest bedrijven in het hele land brieven van de fiscus kregen. &quot;Sommige grote landbouwbedrijven moeten meer dan 70.000 euro terugbetalen&quot;, zegt ze.Intussen zijn door de FOD Financiën de brieven voor terugvordering voor de periode van 1 januari 2024 tot mei 2025 verstuurd. Boerenbond zal intussen zijn leden bijstaan en advies geven hoe ze uitstel tot betaling kunnen aanvragen.De sector had voor de tewerkstelling van seizoenarbeiders een vrijstelling gekregen van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing. Federgon, de federatie van uitzendkantoren, was daartegen naar het Grondwettelijk Hof getrokken omdat de regeling niet van toepassing was op seizoensarbeid via een interimkantoor. Het Grondwettelijk Hof vernietigde de wetgeving uiteindelijk omdat de regering het voordeel niet bij de Europese Commissie had aangemeld.Bij het kabinet van minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) valt te horen dat er nog overleg is geweest met de sector, &quot;maar dat de regering zich moet schikken naar de gerechtelijke beslissing&quot;. De bedragen moeten dus worden terugbetaald, maar er zal wel een contactpunt worden opgericht om bijvoorbeeld een afbetalingsplan af te spreken. Boerenbond vraagt zeer dringend een oplossingBoerenbond waarschuwt dat deze maatregel een grote onzekerheid en financiële druk teweegbrengt bij tuinders.&amp;nbsp;“De bedrijven hebben deze vordering niet verwacht. Op dit ogenblik is de oogst in de fruitteelt en ook in de groenteteelt nog volop bezig. Er zijn nog heel wat uitgaven, zoals de lonen van de seizoenwerknemers. Anderzijds komen de inkomsten uit de verkoop pas heel wat later”, stelt de organisatie.Boerenbond vraagt dat de federale regering snel met een oplossing over de brug komt. “In 2023 is het aantal dagen seizoensarbeid verruimd naar 100 dagen. Tegelijkertijd zijn de lonen fel verhoogd: bovenop de hoge indexering van 10.96 procent is er een extra verhoging tussen de 10 en 15 procent gekomen. Om die grote stijging te compenseren, heeft de overheid onder meer een fiscale compensatie voorzien. Het&amp;nbsp;akkoord van de sociale partners en de overheid bestaat uit drie onlosmakend verbonden onderdelen: 100 dagen, optrekken lonen en fiscale compensatie”, stelt Boerenbond.“Boerenbond rekent erop dat het derde onderdeel, namelijk de compensatie van de loonsverhoging tot op het niveau van het GGMMI (gemiddeld gewaarborgd minimum maandinkomen) behouden blijft. Pacta sunt servanda. Afspraken moeten nagekomen worden”, aldus de landbouworganisatie. </content>
            
            <updated>2025-09-15T21:55:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Maakt federale regering grensaankopen minder aantrekkelijk door belastingverlaging?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/maakt-federale-regering-grensaankopen-minder-aantrekkelijk-door-belastingverlaging" />
            <id>https://vilt.be/57905</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De oproep van Fevia om grensaankopen aan te pakken, lijkt eindelijk gehoor te vinden. Vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen Jan Jambon (N-VA) kondigde aan dat hij het fenomeen van ‘grensshoppen’ minder aantrekkelijk wil maken door bij ons de belastingen te verlagen. Volgens hem kan dat er net voor zorgen dat in eigen land de belastinginkomsten verhoogd worden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="supermarkt" />
                        <category term="voeding" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f30e6cbb-fb07-4ab6-9873-e14e3e51b8e0/full_width_supermarkt-winkelkar.jpg</image>
                                        <content>Fevia trok al herhaaldelijk aan de alarmbel over de stijging van het aantal grensaankopen. Vooral in 2023 stegen de voedingsaankopen in onze buurlanden exponentieel. Het ging in totaal om 764 miljoen euro, een stijging van 40 procent in vergelijking met 2022. De federatie berekende ook het directe verlies aan belastinginkomsten voor ons land: 140 miljoen euro. Daarnaast zadelt het ons land ook op met een indirect verlies in termen van ontwikkeling van activiteiten en werkgelegenheid. Want het aantal voedingsaankopen in België daalde in datzelfde jaar met drie procent.Meer dan drie op tien Belgen deed in 2023 een deel van zijn inkopen in onze buurlanden, zo achterhaalde Fevia. Bovendien gebeurt het vrij frequent: zo’n tien keer per jaar of gemiddeld om de vijf weken. Het meest populair zijn de alcoholische en niet-alcoholische dranken. Die producten zijn goed voor een derde van de grensaankopen. Terwijl mensen vooral voor die producten over de grens gaan, vullen ze hun kar terzelfdertijd ook met heel wat andere producten. Zo wordt ook vaak vlees (12%), brood en ontbijtgranen (12%) en groenten en fruit (12%) gekocht. Concurrentiehandicaps als oorzaakHoewel het aantal voedingsaankopen van Belgen in de buurlanden in 2024 licht daalde, bleef het totaalbedrag met 745 miljoen euro nog steeds op een hoog niveau. De oorzaak waarom steeds meer Belgen naar het buitenland trekken, ligt volgens Fevia in de verschillende concurrentiehandicaps die voeding in ons land duurder maken. Het gaat onder meer om hogere loon- en energiekosten, maar ook om allerlei taksen en heffingen. De federatie becijferde dat de taksen en heffingen de voedingsindustrie tien procent van haar omzet kost.Fevia hekelde ook dat er vanuit de politiek zo weinig aandacht was voor het fenomeen van grensaankopen. Daar lijkt nu verandering in te komen. In een gesprek met VTM Nieuws in de aanloop naar de federale begrotingsonderhandelingen liet Jambon verstaan dat hij liever geen nieuwe belastingen zou invoeren omdat “België al het zwaarst belaste land is van heel de OESO”. Toch gelooft hij dat het moet mogelijk zijn om de belastinginkomsten te verhogen, net door de belastingen te verlagen. Goedkopere winkelkar en toch meer belastinginkomsten?Jambon gaf het voorbeeld van de grensaankopen, waarbij Belgen de grens met Frankrijk oversteken om hun boodschappen in de supermarkten daar te gaan doen. Hij wijst erop dat de accijnzen bij ons zo hoog zijn dat de producten daar goedkoper zijn. Als je de belastingen verlaagt, kan je er volgens hem voor zorgen dat de mensen meer in eigen land gaan kopen. “Belastingverlaging leidt zo tot meer inkomsten”, klinkt het.In het regeerakkoord waren ook al een aantal belastingverlagingen aangekondigd om de winkelkar goedkoper te maken en grensaankopen tegen te gaan. Zo zouden taksen op zero-dranken, koffie en thee worden afgeschaft en de verpakkingsheffing op herbruikbare verpakkingen zou moeten verdwijnen. Daarnaast wil de regering volgens het regeerakkoord ook bekijken of de suikertaks en hogere accijnzen op alcohol kunnen worden verlaagd.</content>
            
            <updated>2025-09-16T17:01:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bloemen als wapen tegen trips in de preiteelt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bloemen-als-wapen-tegen-trips-in-de-preiteelt" />
            <id>https://vilt.be/57906</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Trips zijn de laatste jaren uitgegroeid tot één van de hardnekkigste problemen voor preitelers. De miniscule insecten veroorzaken onschuldige bleke plekjes op de groente. Vooral cosmetische schade, maar voor de teler economisch een ramp. Onderzoekers gaan de strijd nu aan met bloemen als bankerplant waarin natuurlijke vijanden zich thuis voelen en die trips op een natuurlijke manier kunnen bestrijden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="insect" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c07e936d-10a9-4ef8-8870-6346abccc12b/full_width_foto-1-prei-2.jpg</image>
                                        <content>Trips zetten zich vast op het loof van prei en veroorzaken zuigschade die zichtbaar wordt als bleke vlekjes. Voor de consument zijn die onschuldig, maar door de cosmetische schade belandt de prei wel in een lagere prijsklasse. De frustratie over het minuscule insect is de laatste jaren alleen maar toegenomen, nu steeds minder chemische middelen beschikbaar zijn of onvoldoende werken om het insect te bestrijden. Daardoor wordt volop gezocht naar alternatieven. Bloemen als wapenEén van de alternatieve pistes zet in op een verrassende bondgenoot in het veld: het laagblijvende bloeiende plantje ‘Lobularia maritima’. Het wordt in de spuitsporen tussen de preiruggen geplant en voorziet heel het seizoen bloemen en stuifmeel. Natuurlijke vijanden van trips, zoals de roofwants Orius laevigatus, vinden er een ideale thuis met voeding in overvloed, waardoor ze zich sneller ontwikkelen.“Orius is in de natuur al aanwezig, maar verschijnt vaak pas wanneer er al veel trips zijn. Dan ben je eigenlijk al te laat,” legt Annelien Tack, ‘teamleider groenten intensief’ van Viaverda, uit. In Nederland loopt daarom al enkele jaren onderzoek naar het effect van het uitzetten van roofwantsen op de bloemen in samenwerking met Koppert, een bedrijf dat gespecialiseerd is in biologische gewasbescherming, in plaats van te wachten tot ze zelf opduiken. Afwisselend succes, toch groot potentieelDe Nederlandse onderzoeken kennen een wisselend succes. “Heel veel hangt af van de weersomstandigheden”, duidt Tack. Toch is ze overtuigd van het potentieel. “Je weet nooit vooraf of het honderd procent effectief zal zijn. Maar dat geldt vandaag ook voor de bestrijdingsmiddelen die nog beschikbaar zijn,” klinkt het. Deze middelen zijn lang niet meer zo sterk als vroeger of kennen heel wat beperkingen in de toepassing ervan.We moeten zoeken naar een goede balans tussen minder gevoelige rassen, gewasbeschermingsmiddelen en de inzet van bankerplanten met natuurlijke vijanden,” vervolgt ze. “De kostprijs van de bloemen valt bovendien goed mee. Er gaat slechts een beperkte oppervlakte prei verloren en de plantjes kunnen eenvoudig geplant worden in de ponsgaten van de prei.” Flowerpower op de WerktuigdagenOp de Werktuigdagen, die plaatsvinden op 20 en 21 september in Oudenaarde, krijgen landbouwers dit jaar een concreet beeld van de mogelijkheden om trips te bestrijden. Twintig rassen van zes verschillende zaadhuizen liggen er naast elkaar, met daartussen lobularia aangeplant. Zo zien de bezoekers niet alleen hoe de rassen scoren, maar ook hoe bloemen een onverwachte bondgenoot worden in de strijd tegen een minuscuul maar hardnekkig insect.Viaverda voert dit onderzoek uit in het kader van het Interreg Frankrijk-Wallonië-Vlaanderen project ‘REFLECHI’ dat gewassen beter bestand wil maken tegen de uitdagingen waarvoor de klimaatverandering ons stelt. Ook de komende jaren zal deze strategie verder onderzocht worden met steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.</content>
            
            <updated>2025-09-16T13:11:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Limburgse bedrijven tonen veerkracht tijdens Dag van de Landbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/drie-uiteenlopende-limburgse-bedrijven-tonen-landbouwminister-brouns-ondernemingszin-in-land-en-tuinbouw" />
            <id>https://vilt.be/57907</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven daalt al jaren. Toch bewijzen drie Limburgse ondernemingen dat de sector niet stilstaat. Tijdens de Dag van de Landbouw bezocht Vlaamse landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v) in zijn thuisprovincie een hoeveslagerij die groeide uit een varkensbedrijf, een nieuwe aardbeienteler die een bestaand bedrijf overnam en een fruitbedrijf dat fors investeerde in opslag en sortering.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Dag van de Landbouw" />
                        <category term="imago" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/da20a306-6887-4cc0-8913-082e9ae82b70/full_width_brouns-op-bedrijf-van-michelle-fontana.jpg</image>
                                        <content>Zij-instromer in de aardbeienteeltMichelle Fontana uit Heers runt sinds vorig jaar een aardbeienbedrijf met een serre van 8.000 vierkante meter en aanvullende stellingenteelt. “Ik kom niet uit een boerenfamilie, maar mijn partner – met een loonbedrijf in het hardfruit – heeft me met de microbe besmet”, vertelt ze. De bedrijfsovername verliep vlot: de vorige teler werkte haar nog een tijd in en ze legde ook elders haar oor te luister. “Het gaat goed en we hebben een mooie opbrengst.”Minister Brouns toonde zich onder de indruk: “Dit bewijst dat er jonge ondernemers, ook zij-instromers, zijn die met vertrouwen en goesting in de land- en tuinbouw stappen.” Brouns bezocht het aardbeienbedrijf zondag tijdens de door Boerenbond georganiseerde Dag van de Landbouw. In totaal bezocht de cd&amp;amp;v&#039;er vijf bedrijven, waarvan drie in zijn thuisprovincie Limburg. De bedrijven symboliseerde de grote diversiteit in de Vlaamse land- en tuinbouw waar ondernemers op verschillende manieren hun rendabiliteit proberen op te krikken. Hoeveslagerij in combinatie met varkens en akkerbouwZo diversifieerde de familie Mattens uit Alken haar varkens- en akkerbouwactiviteiten jaren geleden met een hoeveslagerij en hoeveslachthuis waar ze ook dieren van andere korteketenbedrijven slachten. “De varkensstapel is sterk afgebouwd, maar het personeelsbestand uitgebreid”, concludeert Brouns tijdens het bedrijfsbezoek.Hij verwees ook naar een recente bevraging van Boerenbond: 83 procent van de Vlamingen vindt dat ons land zelfvoorzienend moet zijn in voedsel. Volgens Brouns moet dit ook tot uiting komen in ons aankoopgedrag. “Wie bewust voor Vlaamse producten kiest, geeft onze boeren een steuntje in de rug.” Waarde creëren door opslag en sortering van fruitWaar de familie Mattens inzet op hoeveverkoop, doet de familie Peeters-Hermans aan diversificatie via haar sorteer- en verpakkingsbedrijf Gigema in Sint-Truiden. De familie runt al jarenlang een hardfruitbedrijf met 90 hectare appels en peren. Toen de fruitprijzen in 2000 slecht waren, heeft Guido&amp;nbsp;Peeters besloten een sorteerbedrijf te starten onder de naam Gigema.Gigema was het laatste bedrijf op het lijstje van Brouns. Vandaag kan Gigema dagelijks 20.000 tot 25.000 kilo appels en peren verwerken. Sinds 2010 beschikt het bedrijf over 1.000 ton ULO-opslag, waarmee het rijpingsproces vertraagd wordt.Dit jaar kwam daar een nieuwe loods met ammoniakkoeling bij, goed voor 3.200 ton extra opslag. “Die uitbreiding was voor ons de reden om deel te nemen aan de Dag van de Landbouw”, vertelt zoon Gert Peeters. Dankzij de bijkomende capaciteit kan de familie nu vrijwel de volledige oogst zelf vermarkten.Op het bedrijf werden rondleidingen verzorgd en werden kinderen meegenomen in de wondere wereld van verpakkingen.</content>
            
            <updated>2025-09-16T18:50:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen versnelt eiwitshift met focus op jongeren en onderwijs]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-versnelt-eiwitshift-met-focus-op-jongeren-en-onderwijs" />
            <id>https://vilt.be/57908</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaming haalt nog maar 42,6 procent van zijn eiwitten uit plantaardige voeding, terwijl de Vlaamse doelstelling 60 procent is tegen 2030. Met de ‘Eiwitshift 2.0’ wil de Vlaamse overheid de overgang naar meer duurzame eiwitten versnellen. Naast consumenten en bedrijven worden nu ook onderwijsinstellingen en de jeugdsector expliciet betrokken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="eiwitshift" />
                        <category term="vlees" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f57763cb-0792-4ae5-a53f-817b7b0066f0/full_width_healthy-diet-vegan-food-veggie-protein-original-plantaardig.jpg</image>
                                        <content>De eiwitshift moet het Vlaamse voedingspatroon tegen 2030 grondig veranderen: minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten, met een streefverhouding van respectievelijk 40 en 60 procent. Vandaag is die verhouding nagenoeg omgekeerd. “Dat doel werd in 2021 vastgelegd en blijft onze ambitie”, zegt Kristof Rubens, beleidsadviseur bij het Departement Omgeving.De voorbije jaren werd al een eerste Vlaamse Green Deal Eiwitshift uitgerold, onder meer zichtbaar via de campagne half-half, waarin Vlamingen worden aangespoord om de helft van de week voor een plantaardige maaltijd te kiezen. Ondanks deze inspanningen verloopt de eiwitshift traag: in 2024 bedroeg het aandeel plantaardige eiwitten in het dieet van de Vlaming slechts 42,6 procent, een verbetering van amper vier procentpunt in tien jaar. Om de doelstelling van 60 procent tegen 2030 te halen, is een versnelling dus noodzakelijk.Nieuwe pistes: onderwijs en jeugdBegin deze week werd daarom de nieuwe &quot;Green Deal Eiwitshift op ons bord 2.0&quot; in Brussel afgetrapt, in aanwezigheid van meer dan 65 partners, waaronder supermarkten, cateraars en voedselproducenten.Een belangrijk verschil met de eerste Green Deal is de verbreding naar nieuwe doelgroepen. “We starten twee specifieke werkpaden”, legt Rubens uit. “Enerzijds onderwijs, van leerplicht tot hoger onderwijs en levenslang leren. Hierbij gaat het niet alleen om aanbod, maar ook om&amp;nbsp; educatie. Anderzijds richt de nieuwe eiwitshift op de jeugdsector, die met jeugdbewegingen, jeugdverblijven en sportclubs jaarlijks bijna een miljoen jongeren bereikt. Het is een enorme doelgroep die we niet willen missen.” Samenwerking blijft sleutelNet als bij de eerste Green Deal blijft samenwerking centraal staan. Het platform bundelt partners uit overheid, kennisinstellingen en middenveld, zoals het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, Departement Zorg, het Vlaams Instituut Gezond Leven, UGent, KU Leuven en Next Food Chain. “Eiwitshift 2.0 lanceert zelf geen grote campagnes, maar biedt een kader en stimuleert en ondersteunt partners om samen acties te ondernemen, die elkaar versterken”, aldus Rubens.Landbouwers: geen directe focus, wel belangDe Green Deal richt zich in eerste instantie op de consument, maar landbouw blijft niet buiten beeld. “Wanneer het voedingspatroon verandert, creëert dat kansen voor landbouwers en verwerkers zoals bijvoorbeeld via nieuwe teelten”, zegt Rubens. “Zo werken we onder meer samen met een kikkererwtenboer om de link met het veld niet te verliezen.” Binnen de bredere Vlaamse eiwitstrategie, die zes doelstellingen omvat, wordt landbouw wel rechtstreeks meegenomen.De eiwitshift roept intussen ook politieke reacties op. Vlaams Belang hekelt de volgens hen “dubbelzinnige houding” van minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v), die op de Dag van de Landbouw de vleesveesector nog prees, maar enkele dagen later de Green Deal Eiwitshift 2.0 lanceerde die Vlamingen juist aanspoort minder vlees te eten.  De uitdaging is om smakelijke, betaalbare alternatieven aan te bieden en een nieuwe voedselcultuur te creëren Uitdaging: gewoonte doorbrekenDe grootste horde blijft het eetgedrag van de Vlaming. “Aardappelen, vlees en groenten vormen nog steeds de heilige drievuldigheid op het bord”, zegt Rubens. “De uitdaging is om smakelijke, betaalbare alternatieven aan te bieden en een nieuwe voedselcultuur te creëren. Dat vraagt inspanningen van alle actoren en tijd. Maar de geschiedenis toont dat verandering mogelijk is: ook de aardappel was ooit nieuw en heeft uiteindelijk een vaste plaats in ons menu gekregen.”Nieuwe eiwitbronnen zoals algen, zeewier, microbieel eiwit of insecten staan nog ver van de Vlaamse eetcultuur, erkent Rubens. “Maar dat biedt tegelijk veel kansen. Er zijn verschillende oplossingsrichtingen, wat mij optimistisch stemt.”Doelstelling 2030 blijft richtinggevendOf de eiwitshift tegen 2030 haalbaar is, blijft de vraag. “Het is belangrijk om die stip op de horizon te houden”, zegt Rubens. “Misschien duurt het langer, maar zonder ambitie geraak je nergens. En soms gaat verandering sneller dan verwacht. Dat kan bij duurzame eiwitten ook.”</content>
            
            <updated>2025-09-16T18:42:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Clarinval mikt op doorbraak in Japanse perenexport]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/clarinval-mikt-op-doorbraak-japanse-perenexport" />
            <id>https://vilt.be/57909</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische perentelers hopen na jaren van blokkades eindelijk voet aan de grond te krijgen in Japan. Federaal minister van Economie, Werk en Landbouw David Clarinval (MR) legde dinsdag in Tokio tijdens een ontmoeting met zijn Japanse ambtgenoot Shinjiro Koizumi het dossier op tafel. België exporteert momenteel jaarlijks voor ongeveer 230 miljoen euro aan landbouwproducten naar Japan, maar de toegang voor Belgische peren is al 13 jaar dicht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/53991923-3212-4a7f-a315-36c009a0d64d/full_width_clarinval-japan-peren.jpg</image>
                                        <content>Onderhandelingen tussen het federaal Voedselagentschap (FAVV) en het Japanse equivalent ervan leverden tot nu weinig op. Japan vreest dat niet alleen vruchten maar ook invasieve insectensoorten zullen worden geïmporteerd. Clarinval riep zijn Japanse collega op om de onderhandelingen opnieuw op te starten en te versnellen. “Ik heb er alle vertrouwen in”, aldus de minister.Naast Clarinval zijn ook minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot (Les Engagés) en minister van Digitalisering en Regie der Gebouwen Vanessa Matz (Les Engagés) in Tokio voor bilaterale besprekingen. Het drietal had een onderhoud met minister van Staat Hayashi Yoshimasa, de huidige algemeen secretaris van de ontslagnemende premier Shigeru Ishiba.Eerder deze maand zette Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) al een belangrijke stap richting de Japanse markt. Samen met de Japanse ambassadeur in België bracht hij een bezoek aan een Vlaamse perenteler en het proefcentrum voor fruit pcfruit in Sint-Truiden. Het bezoek moest het vertrouwen van de Japanners in de kwaliteit en veiligheid van Belgische peren versterken. Brouns benadrukte dat onze perentelers topkwaliteit leveren en toegang tot Japan verdienen.Met de gecombineerde inspanningen van federale en Vlaamse ministers en de actieve betrokkenheid van de fruitsector lijkt de langverwachte opening van de Japanse markt voor Belgische peren eindelijk binnen handbereik.</content>
            
            <updated>2025-09-16T17:57:33+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[283 beleidsmensen ontdekken maatschappelijke meerwaarde van verbrede landbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/283-beleidsmensen-ontdekken-maatschappelijke-meerwaarde-van-verbrede-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/57910</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met het oogsten van groenten, het plukken van druiven en fruit en een gps-speurtocht over land- en tuinbouw leefden 283 werknemers van de Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) zich afgelopen vrijdag uit op het landbouwbedrijf Ons Dagelijks Groen in Meldert, bij Aalst. Een twintigtal mensen uit een naburige zorginstelling werd mee op sleeptouw genomen. “We wilden vooral landbouwverbreding in al zijn facetten tonen aan de ambtenaren en hen de maatschappelijke meerwaarde ervan duidelijk maken”, vertelt Sonja Moens van Ons Dagelijks Groen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="verbreding" />
                        <category term="diversificatie" />
                        <category term="groene zorg" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/118621cc-4ddd-460d-b0d8-f95dd6929f2e/full_width_luc-de-neef-ons-dagelijks-groen-teambuilding-vlaio.jpg</image>
                                        <content>Het bedrijf van Sonja en haar man Luc De Neef, organiseert wel vaker teambuildings. “We ontvangen gemiddeld twee keer per maand groepen”, legt Sonja uit. “Dat is heel divers: bedrijven, scholen, maar ook veel zorginstellingen. We zijn een zorgboerderij, dus vandaar de link.” Centraal op zo’n dag staan de verschillende takken van landbouwverbreding waarin het bedrijf zich gespecialiseerd heeft: korte keten, educatie en groene zorg. &amp;nbsp;Reclame maakt Ons Dagelijks Groen niet. “Mond-tot-mondreclame zorgt ervoor dat de weg naar ons bedrijf goed gevonden wordt.” &quot;Geen vrijblijvend uitje&quot;Ook VLAIO klopte aan bij Ons Dagelijks Groen, maar nu waren de instructies iets concreter. Het mocht geen vrijblijvend uitje worden, zo kreeg Sonja Moens te horen. Het moest een leerrijke dag worden waarbij de mensen die het beleid rond ondernemen en innovatie mee vorm geven, inzicht krijgen in verbreding in de Vlaamse land- en tuinbouw en de uitdagingen waar landbouwers tegenaan lopen. Zelf de handen uit de mouwen steken op het bedrijf was belangrijk, zo klonk het vooraf.Sociale inclusie was eveneens een aandachtspunt. De medewerkers van VLAIO konden elk een activiteit kiezen en werden in teams ingedeeld. Aan elk team werd iemand van Levensvreugde, een lokale zorginstelling, toegevoegd. Handen uit de mouwenOp hun expliciete vraag konden de ambtenaren ook meehelpen op het veld. Ze oogstten spitskool, rode bietjes en pompoenen samen met boer Luc op het veld of gingen appels en peren plukken bij een naburige fruitteler of hielpen bij de druivenpluk bij een wijnboer wat verderop. Bij elk bedrijfsbezoek kregen ze eerst uitleg over de bedrijfsfilosofie en nadien staken ze de handen uit de mouwen.Met gedrevenheid en een kwinkslag vertelt Luc aan de VLAIO-medewerkers welke groenten er op zijn veld staan en hij laat ze proeven en mee oogsten. “Vandaag rooien we met de hand, maar de meeste landbouwers oogsten vandaag machinaal omdat handarbeid te duur en te zwaar is”, legt hij uit. Investeren in machines is vaak goedkoper dan personeel inschakelen. “Ik gebruik zelf een moderne tractor met gps en combineer die met werktuigen die verschillende bewerkingen in één keer kunnen uitvoeren. Zelfs voor een kleinschalig bedrijf als het onze, is dat rendabeler dan extra personeel in te schakelen.” Tegelijk benadrukt hij dat vindingrijkheid nodig is, zeker voor kleinere bedrijven die werken voor de korte keten. “Het werk is minder te automatiseren, maar daar staat tegenover dat de marges hoger liggen en je directe waardering van klanten krijgt. Als mensen me zeggen hoe lekker mijn groenten smaken, dan is dat een dubbele beloning: niet alleen financieel, maar ook mentaal”, aldus Luc.En natuurlijk moet het met ambtenaren ook over administratie gaan. “Die wordt elk jaar zwaarder”, klinkt het. “Maar nee, een workshop administratie op een landbouwbedrijf staat vandaag niet op het programma’, voegt hij er lachend aan toe. Ook korteketenboer is ondernemerHet was een hele uitdaging voor Luc en Sonja om de dag in elkaar te boksen, zeker voor zoveel mensen tegelijk. “Voor ons is deze dag geslaagd als we hebben duidelijk gemaakt dat verbrede landbouw zo veel meer is dan enkel korte keten: het gaat om samenwerken met de natuur, korte ketenverkoop via onze hoevewinkel, educatie en maatschappelijke betrokkenheid. En vooral: dat een boer vandaag meer dan ooit een ondernemer is, ook in de verbrede landbouw”, zeggen Sonja en Luc.Voor Jolien Boumkwo, die bij de Afdeling Steun Ondernemingen van VLAIO werkt, is het belangrijk dat een teamdag als deze niet betekenisloos is. “Het is heel fijn om op de boerderij te zijn en inzicht te krijgen in wat landbouwers dagelijks doen. Het is duidelijk dat het geen job is, maar een leven”, vertelt ze. “Het voelt goed om zo dicht bij natuur en voedselproductie te zijn, het sociale aspect is aanwezig en we leren onze collega’s op een andere manier kennen”, somt ze alle troeven op.Sonja merkt dat zo’n dag effectief iets losmaakt. “Veel mensen hebben geen idee van hoe landbouw vandaag werkt. Na zo’n teambuilding zeggen ze vaak dat ze met een totaal andere kijk naar huis gaan. Dat is belangrijk, want in de media hoor je vaak alleen de negatieve verhalen. Hier krijgen ze de andere kant te zien: de fierheid, de passie en de maatschappelijke meerwaarde van verbrede landbouw.” Landbouw(LA)-trajectenLand- en tuinbouwers zijn allemaal vertrouwd met investeringssteun voor projecten door het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Maar ook VLAIO helpt landbouwers bij investeringen en ondernemerschap, al ligt hier vooral de focus op samenwerking met andere ondernemingen of andere schakels in de keten. Zo zijn er bijvoorbeeld de Landbouw-trajecten. Die willen vanuit een concrete probleemstelling of vanuit een vraaggedreven opportuniteit van een collectief van ondernemingen, innovatieve oplossingen aanbieden die op relatief korte termijn toepasbaar zijn en resulteren in zichtbare veranderingen met een duidelijke (economische) meerwaarde voor een ruime doelgroep. Kenmerkend voor LA-trajecten is de integratie van het volledige traject van kennisverwerving tot kennisoverdracht en het concreet toepassen van die kennis bij de doelgroepondernemingen binnen één project. Het werkprogramma wordt modulair samengesteld in functie van de behoeften en de noden.Momenteel loopt er nog een projectoproep tot 25 november 2025. Alle informatie hierover kan je op de website van VLAIO terugvinden. </content>
            
            <updated>2025-09-16T17:44:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Terugvordering belastingvoordeel fruittelers: “Onverwachte kostenpost van tienduizenden euro’s”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/onverwachte-kostenpost-van-tienduizenden-euros" />
            <id>https://vilt.be/57911</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De terugvordering van belastingvoordeel aan groente- en fruitbedrijven komt hard aan in de sector. “Het komt als een onverwachte kostenpost op een uiterst ongelegen moment”, vertelt Bert Toetenel, voorzitter van de vakgroep fruit bij Boerenbond.&nbsp;“Alle grote kosten komen eraan in de komende maanden.” De fruitteler uit Diest kreeg zelf een naheffing van 20.000 euro. Hij vreest eerder in het voorjaar te moeten starten met de verkoop van appelen om inkomsten te generen. “Daardoor verwachten we ook minder inkomsten.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="groente" />
                        <category term="seizoenarbeid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0e07c7af-546c-4ef0-b662-e98ca6b0916a/full_width_fruitperenpluk.jpg</image>
                                        <content>Vlaamse groente- en fruitbedrijven werden vorige week onaangenaam verrast toen ze de brievenbus openden. Daarin vonden ze een brief van de belastingdienst die het belastingvoordeel op de loonkosten van seizoenarbeiders terugvorderde voor de periode van 1 januari 2024 tot mei 2025.Het gaat concreet om de vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing. De sector had dit voordeel gekregen in een akkoord over de tewerkstelling van seizoenarbeiders met de vakbonden en de overheid. Op verzoek van de vakbonden werden de lonen boven de indexering extra opgetrokken. De landbouworganisaties kregen hiervoor in ruil een verlenging van het aantal dagen seizoensarbeid van 65 naar 100 dagen en een vrijstelling op de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing. Dat kwam neer op een belastingvoordeel van 1,23 euro per uur.Dit kostenvoordeel werd eerder deze zomer al afgeschaft nadat het Grondwettelijk Hof deze wetgeving had vernietigd omdat de regering het voordeel niet bij de Europese Commissie had aangemeld. In de geest van de uitspraak van het Grondwettelijk Hof is de FOD Financiën nu ook gestart met het terugvorderen van de bedragen. In totaal spaarden zo’n 1.600 groente- en fruitbedrijven 21,4 miljoen euro aan belastingen uit in de periode van begin 2024 tot mei 2025.Een onverwachte rekening van 20.000 euroOok Bert Toetenel, fruitteler uit Diest en voorzitter van de vakgroep Fruit van Boerenbond, kreeg vorige week de brief in de bus. Hij moet tegen februari 2026 zo’n 20.000 euro terugbetalen. “Een bittere pil, want dit is een onverwachte kostenpost die de totale kosten verder doet stijgen”, aldus de teler. &amp;nbsp;De extra kost komt niet alleen onverwacht, maar ook op een bijzonder slecht moment. “Wij, en andere fruittelers, zijn nu juist bezig met de pluk waarna het fruit in de koeling gaat. Hierdoor maken we op dit moment grote kosten, terwijl we pas in het voorjaar inkomsten verwachten als we starten met de verkoop van fruit.”Ook de loonkosten zijn plotseling verhoogd met 1,27 euro per uur door het wegvallen van het fiscale voordeel. In het geval van Toetenel, die 35 seizoenarbeiders zo’n 30 dagen aan het plukken heeft, betekent dat een extra kostenpost van zo’n 10.000 euro.Tegenover de oplopende kosten staan tegenvallende inkomsten. “Wij hadden vorig jaar een hele slechte oogst en minder inkomsten”, vertelt Toetenel. Hij is bang dat hij het komende voorjaar eerder moet beginnen met de verkoop van fruit om de naheffing van de fiscus te kunnen voldoen. “Als we moeten verkopen als de prijs slecht is en nog meer telers moeten dan doen, zou dat een behoorlijke inkomstenderving kunnen betekenen.”Omdat hij vorig jaar een slechte oogst had, en daardoor minder seizoenarbeiders heeft ingezet, valt de naheffing in zijn geval nog relatief laag uit. Uit analyses zou het gaan om zo’n 750 tot 1000 euro per hectare. Bij de grote fruitbedrijven, met meer dan 100 hectare, kunnen de kosten daardoor oplopen tot boven de 100.000 euro. Komt overheid tot inkeer?Toetenel heeft er nog vertrouwen in dat de landbouworganisaties, de vakbonden en de federale overheid tot een akkoord kunnen komen. Chris Botterman leidt die onderhandelingen namens de landbouworganisaties. “We hebben eind 2022 een akkoord gemaakt met drie afspraken die onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Als daar nu één van wegvalt, wankelt heel het akkoord”, stelt hij.&amp;nbsp;Ook Botterman rekent er op dat de overheid tot inkeer komt. “We hebben nog tot 14 oktober, als traditioneel de premier de beleidsverklaring en de begroting namens de regering moet voorstellen in het parlement, om één en ander uit de wacht te slepen”. &amp;nbsp; Ook grote schadepost in de groenteteeltOok in de groenteteelt komt de terugvordering hard aan. “Onze telers hadden niet gerekend op deze kosten en hebben er in de berekeningen ook geen rekening mee gehouden”, aldus Luc De Waele van Ingro, de coöperatie van industriële groentetelers. Ingro ontvangt dezer dagen veel telefoontjes van bezorgde telers.De Waele geeft aan dat er vooral in de arbeidsintensieve teelten, zoals prei, courgettes, bloemkool en spruiten veel met seizoenarbeiders gewerkt kan worden. “Op sommige bedrijven zijn tientallen seizoenarbeiders aan het werk, waarvoor de teler nu plotseling 1,27 euro&amp;nbsp;per gewerkt uur&amp;nbsp;moet terugbetalen.”Berekeningen van Ingro wijzen uit dat de extra kosten door deze terugvordering liggen op 600 euro per hectare voor prei, 200 euro per hectare voor bloemkool en 500 euro per hectare voor courgette&amp;nbsp;en dan zwijgen we nog over spruitkool. “Bij sommige bedrijven kan de schade hierdoor oplopen in de tienduizenden euro’s”, aldus De Waele. “En deze kostenpost zullen we in de komende onderhandelingsronde met de verwerkers zeker mee moeten nemen. De kosten blijven maar oplopen voor de groentetelers. Elk jaar vallen er nieuwe lijken uit de kast.&quot;</content>
            
            <updated>2025-09-16T20:15:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gent deze week gaststad van internationaal sierteeltcongres]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gent-deze-week-gaststad-van-internationaal-sierteeltcongres" />
            <id>https://vilt.be/57912</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Sierteeltdelegaties uit 25 landen in de wereld zijn deze week neergestreken in Gent voor het jaarlijkse het AIPH-sierteeltcongres dat over een aantal dagen loopt. Op het congres komen trends, innovaties en uitdagingen in de sierteeltsector in beeld. Na het congresgedeelte bezoeken de delegatieleden in kleine groepjes ook een reeks Vlaamse sierteeltbedrijven. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ba7be8ae-6c46-43d0-af90-4d3351135b8b/full_width_officiele-opening-erik-boterdaele-avbs.jpg</image>
                                        <content>International Association of Horticultural Producers (AIPH) is een internationale organisatie die in 1948 werd opgericht. Belgische siertelers stonden mee aan de wieg ervan. De bedoeling was toen om na de Tweede Wereldoorlog opnieuw te zorgen voor goede contacten tussen de verschillende sierteeltlanden van Europa. “Deze samenwerking is decennia later nog steeds actueel”, aldus Erik Boterdaele, voorzitter van de Vlaamse sierteeltfederatie AVBS.&quot;Geopolitieke context maakt wereldcongres des te belangrijker&quot;In zijn openingswoord stond Boterdaele stil bij toenemende geopolitieke onzekerheden en hun invloed op toeleveringsketens, kosten en internationale handel. “Daarom vind ik het des te belangrijker om op een congres als dit samen te komen: om kennis te delen, ervaringen uit te wisselen en onze internationale banden te versterken. Die snelle ontwikkelingen wereldwijd maken duidelijk dat we onze inspanningen op het gebied van duurzaamheid en innovatie verder moeten opvoeren.&quot;Ondertussen opereert AIPH wereldwijd en verzamelt de associatie ook cijfers over de sector en zorgt ze voor de uitwisseling van ideeën rond thema’s die de sector aanbelangen, zoals leefmilieu, gewasbescherming en kwekersrechten. Deze thema’s staan ook centraal op de 77ste editie van het AIPH-sierteeltcongres waar een aantal sprekers op de openingsdagen stilstonden bij duurzaamheid en het potentieel van artificiële intelligentie in de sierteelt. Siertelers ondernemen in een maatschappelijke context. Het is daarom van groot belang om mee te gaan in deze maatschappelijke ontwikkelingen Eén van de sprekers was Bruno Gobin, directeur van Viaverda, het voormalige Proefcentrum voor Sierteelt. In zijn lezing stond Gobin stil bij het belang van duurzaamheid in de sector. “De Vlaamse sector heeft de voorbije jaren en decennia grote stappen genomen in verduurzaming, maar ze kunnen de snel veranderende maatschappelijke wensen niet altijd bijbenen.” Toch adviseert hij telers niet de ogen te sluiten voor deze maatschappelijke geluiden. “Siertelers ondernemen in een maatschappelijke context. Het is daarom van groot belang om mee te gaan in deze maatschappelijke ontwikkelingen.” Bezoek aan Vlaamse sierteeltbedrijvenNa een congresgedeelte op maandag en dinsdag staan er op woensdag en donderdag een serie bedrijfsbezoeken op het programma. Op woensdag werd Viaverda bezocht en stond ook Anjers Denys, in Erpe-Mere op het programma. “Ook op dit innovatieve bedrijf is duurzaamheid een belangrijk item”, aldus Gobin. “Het bedrijf breidt ook verder uit, met de bouw van een nieuwe serre. Tegelijk stapt een jonge generatie mee in het bedrijf.”Donderdag bezoekt de internationale delegatie in afgeslankte vorm die sierteeltbedrijven van Raf Rombouts in Loenhout en van Dirk Mermans in Wommelgem. Dat laatste bedrijf, Plantlovers dat gespecialiseerd is in warme kamerplanten, heeft ook recent een bedrijfsuitbreiding doorgevoerd. Plantlovers is dit jaar eveneens de Belgische inzending voor de The International Grower of the Year (IGOTY) Awards. Deze prijs wordt door AIPH georganiseerd. De winnaar wordt begin volgend jaar bekend gemaakt op IPM Essen, de grootste sierteeltbeurs van de wereld.</content>
            
            <updated>2025-09-17T12:42:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Milcobel en NoPalm Ingredients verwerken nevenproduct uit kaas tot alternatief voor palmolie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/milcobel-en-nopalm-ingredients-verwerken-reststromen-tot-palmolie-alternatief" />
            <id>https://vilt.be/57913</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Milcobel en het Nederlandse biotechbedrijf NoPalm Ingredients bundelen de krachten om weipermeaat te valoriseren tot een duurzaam alternatief voor palmolie. Weipermeaat is een vloeistof die overblijft na het scheiden van eiwitten uit wei, een bijproduct in de kaasproductie dat populair is als eiwitbron. Milcobel wil voor dit project, samen met No Palm Ingredients, een fabriek op de Milcobelsite in België ontwikkelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/788c1ac0-fc19-4bce-9446-db85f4197dda/full_width_palmolie.jpg</image>
                                        <content>NoPalm Ingredients is een biotechbedrijf dat duurzame alternatieven voor palmolie produceert door middel van fermentatie. De demonstratiefabriek van NoPalm Ingredients zal in 2026 in productie gaan, met grondstoffen van Milcobel. Tegelijkertijd zullen beide bedrijven de haalbaarheid onderzoeken van een gezamenlijke commerciële productiefaciliteit van NoPalm Ingredients op de site van Milcobel.Foodtech-startup NoPalm Ingredients noemt zijn oliën en vetten vergelijkbaar met conventionele palmolie en andere tropische vetten, geproduceerd via een “geavanceerde fermentatietechnologie” die het bedrijf ontwikkeld heeft. Het bedrijf gebruikt hiervoor agro-industriële zijstromen, waar weipermeaat één van is. Het bedrijf wil zo een circulair en emissiearm alternatief bieden voor palmolie, dat vaak in verband wordt gebracht met ontbossing en aantasting van het milieu. Wat is palmolie?Palmolie is één van de goedkoopste en populairste oliën ter wereld, goed voor een derde van de wereldwijde productie van plantaardige olie. Palmolie is te vinden in bijzonder veel voedingsmiddelen, voornamelijk bewerkte producten zoals chips, snoep, chocolade, paneermeel, soep in brik, margarine, kant-en-klaarmaaltijden, en ook populaire chocopasta’s zoals Nutella. Maar ook in bijvoorbeeld kaarsen en cosmetica vind je palmolie terug. Bovendien wordt palmpitmeel geregeld in veevoeder gebruikt.In zijn ongeraffineerde vorm is palmolie niet ongezond. Het product is rijk aan betacaroteen en vitamine E. In gangbare producten wordt echter geraffineerde palmolie gebruikt, een proces waarbij de olie zijn kenmerkende roodachtige kleur verliest, en ook zijn uitgesproken smaak. Het resultaat is een heldere, neutraal smakende olie die inzetbaar is in vele voedingsproducten zonder de smaak aan te tasten. De keerzijde is dat het product tijdens het raffineringsproces ook veel van zijn vitaminegehalte is verloren. Palmolieproducten bevatten ook meer verzadigde zetten dan andere oliesoorten, wat nadelig is voor de gezondheid. Haalbaarheid twee jaar getestMilcobel en NoPalm Ingrediënts geloven dat weipermeaat een volwaardig alternatief kan bieden. Industriële proeven in de afgelopen twee jaar zouden de haalbaarheid hebben aangetoond van het gebruik van weipermeaat als grondstof voor het fermentatieproces van NoPalm Ingredients. De technologie produceerde consistent oliën volgens specificatie op industriële schaal, wat de compatibiliteit met de zijstromen van Milcobel bevestigt.&quot;Bij Milcobel is het onze missie om de hoogst mogelijke waarde te creëren voor onze coöperatieve leden&quot;, aldus Francis Relaes, Managing Director Milcobel Premium Ingredients. &quot;Meer dan 25 jaar geleden hebben we een strategische keuze gemaakt om ons te concentreren op mozzarella. In 2022 was onze samenwerking met Arla Foods Ingredients om wei-eiwitretentaat te valoriseren een verdere versterking van onze strategie en een belangrijke stap voorwaarts in de valorisatie van onze wei-bijproducten. Deze nieuwe samenwerking met NoPalm Ingredients maakt de cirkel rond: het tilt de valorisatie van weipermeaat naar een hoger niveau in de waardeketen en zet het om in duurzame, hoogwaardige olie-ingrediënten voor voedingsmiddelen en non-foodproducten. Het versterkt niet alleen ons economisch model, maar ook ons streven naar circulariteit en naar minder impact op de planeet.&quot; Mikken op échte circulariteitBeide bedrijven zullen de operationele haalbaarheid van co-locatie van een NoPalm Ingredients-fabriek op de Milcobel-site in Langemark verder onderzoeken, inclusief integratie met de bestaande infrastructuur. Door fabrieken te bouwen naast voedselproductiefaciliteiten en gebruik te maken van lokale zijstromen, wil NoPalm Ingredients de uitstoot, het landgebruik en de afvalproductie drastisch verminderen en tegelijkertijd nieuwe economische waarde toevoegen aan de bestaande infrastructuur.&quot;Deze samenwerking bewijst de kracht van ons co-locatiemodel: bijproducten omzetten in hoogwaardige ingrediënten op de plaats waar ze worden geproduceerd, waardoor transport wordt verminderd en infrastructuur wordt gedeeld&quot;, zegt Lars Langhout, CEO van NoPalm Ingredients. &quot;De samenwerking met Milcobel laat zien hoe een biotech-startup en een toonaangevende zuivelproducent echte circulariteit kunnen creëren met economische en ecologische waarde voor beide partijen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-09-17T22:39:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rekenhof: “Onvoldoende controle op gelegenheidswerk in land- en tuinbouw”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rekenhof-onvoldoende-controle-op-gelegenheidswerk-in-land-en-tuinbouw" />
            <id>https://vilt.be/57914</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het&nbsp;Rekenhof, dat de overheidsfinanciën controleert, waarschuwt voor een gebrekkige controle op het voordelige stelsel van gelegenheidswerk in de land- en tuinbouw. Daardoor blijft er volgens de organisatie een risico bestaan op zwartwerk en mensenhandel. Volgens Chris Botterman, hoofd sociale zaken bij Boerenbond, worden er heel wat controles uitgevoerd. Naast de reguliere controles, zijn er ook nog jaarlijkse flitscontroles. “Hieruit blijkt dat het aantal inbreuken van jaar tot jaar afneemt. Onregelmatige aannemingconstructies of sociale dumping komen in de tuinbouw zeer weinig voor”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="seizoenarbeid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/568373e9-4d62-4ed2-8b80-7f722df20c2e/full_width_peer-fruit-pluk-seizoenarbeider.jpg</image>
                                        <content>9.475 werkgevers en 60.000 seizoenarbeidersWerkgevers uit de land- en tuinbouw kunnen via het stelsel van gelegenheidswerk een beroep doen op een vorm van flexibele arbeid waaraan verlaagde sociale bijdragen gekoppeld zijn, het zogenaamde stelsel van seizoenarbeid. De sociale bijdragen die de werkgevers en de gelegenheidswerknemers betalen, worden berekend op basis van een forfaitaire dagvergoeding, maar het toegestane aantal dagen is beperkt per werknemer en per jaar. In 2022 waren er in de land- en tuinbouw 9.472 werkgevers actief en werden er bij de RSZ 60.000 gelegenheidswerknemers aangegeven (tegenover 8.000 reguliere werknemers).De financiële impact van de steunmaatregel in land- en tuinbouw op de ontvangsten van de sociale zekerheid wordt geraamd op 29,3 miljoen euro.&amp;nbsp;Een groot deel van het gelegenheidswerk is geconcentreerd bij een beperkt aantal werkgevers. In 2022 was 10 procent van de werkgevers goed voor 55 procent van de gepresteerde dagen gelegenheidswerk. Nagenoeg 20 procent van de gelegenheidswerknemers werkt bijna het maximale aantal toegestane dagen en soms wordt het maximum overschreden, zo meent het Rekenhof. &quot;Gebrek aan duidelijkheid belet efficiënte controle&quot;In een recent rapport wijst het Rekenhof op de risico’s van fraude en mensenhandel die met dit systeem gemoeid gaan. Zo is er bijvoorbeeld geen schriftelijke arbeidsovereenkomst nodig en worden er veelal laaggeschoolden arbeidskrachten uit het buitenland ingezet. Om sociale fraude tegen te gaan is, controle door het RSZ essentieel, aldus het Rekenhof. Maar hier wringt volgens het hof het schoentje. Door herhaaldelijke en complexe aanpassingen van de regelgeving, lopen die controles mank. &quot;Het gebrek aan duidelijkheid belet een efficiënte controle&quot;, klinkt het.Uit een steekproef op basis van gegevens van 2022 komt het Rekenhof diverse overtredingen tegen. Zo werd bij 752 werknemers (1,8 %) het toegestane aantal dagen gelegenheidswerk overschreden. Voor 68 werknemers werd de 180-dagenregel niet gevolgd, die bedoeld is om te voorkomen dat een reguliere betrekking wordt omgezet in gelegenheidswerk. In veel gevallen werd de inzet van een seizoenarbeider niet ingediend voor aanvang van de prestatie. &quot;Seizoenarbeid is noodzakelijk voor land- en tuinbouw&quot;Chris Botterman, hoofd sociale zaken bij Boerenbond, reageert dat het aan de overheid is om voor duidelijke regelgeving te zorgen en hierop te controleren.&amp;nbsp;“Iedereen is trouwens gebaat bij een duidelijke regelgeving. Dat is de grond voor rechtszekerheid”, zegt hij. Hij benadrukt het belang&amp;nbsp;van het statuut van seizoenarbeid voor de land- en tuinbouw. “Seizoenarbeid is voor de&amp;nbsp;land- en tuinbouw op de piekmomenten (de oogst) noodzakelijk. Er zijn dan op korte termijn heel veel handen nodig, wat niet is op te vangen met reguliere arbeid.”Het&amp;nbsp;Rekenhof&amp;nbsp;beveelt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) aan om een efficiënte controlestrategie aan te nemen. Ook de regering zou een aantal stappen kunnen zetten om de controles te verbeteren, zo blijkt uit de audit. Volgens Botterman zijn er al veel controles in de tuinbouw. “Er zijn ook jaarlijks flitscontroles. Hieruit blijkt dat het aantal inbreuken van jaar tot jaar afneemt”, besluit hij.</content>
            
            <updated>2025-09-17T18:18:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[McDonald’s investeert in 1,6 miljoen hectare regeneratief grasland in VS]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mcdonalds-usa-investeert-in-16-miljoen-hectare-regeneratief-grasland" />
            <id>https://vilt.be/57915</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Amerikaanse fastfoodgigant McDonald’s zal de komende zeven jaar meer dan 200 miljoen dollar, of zo'n 170 miljoen euro, investeren in regeneratief grasland. Dit moet leiden tot 1,6 miljoen hectare regeneratief beheerd grasland voor vleesvee. De fastfoodketen wil tegen 2050 zijn ecologische voetafdruk reduceren met 72 procent.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ecologie" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/79e06ec3-b7e9-4d96-8dfd-ed5f0a78865f/full_width_mcdonalds.jpg</image>
                                        <content>McDonald’s lanceert dit initiatief in samenwerking met de Amerikaanse regering, de National Fish &amp;amp; Wildlife Foundation (NFWF) en diverse leveranciers zoals Coca-Cola en Cargill. McDonald’s USA wil zo de implementatie van regeneratieve begrazingsprincipes onder Amerikaanse rundveehouders versnellen.Het initiatief moet de bodemgezondheid verbeteren, water besparen en de habitats van wilde dieren versterken. De wildbeheersorganisatie NFWF beheert het fonds. Zij zullen samenwerken met veeboeren en hen subsidies toekennen, onder meer uit de pot van McDonald&#039;s, om de ecologische praktijken uit te voeren. De eerste subsidies worden in januari 2026 toegekend.&quot;Voorbeeld van krachtige publiek-private samenwerking&quot;“Als merk dat jaarlijks meer dan 90 procent van de Amerikanen bedient, erkennen we onze verantwoordelijkheid om onze voedselsystemen te helpen beschermen”, zegt Cesar Piña, Senior Vice President en Chief Supply Chain Officer bij de Noord-Amerikaanse tak van McDonald’s. “Door onze steun aan dit initiatief laat McDonald&#039;s USA zien hoe krachtig de samenwerking tussen de publieke en private sector kan zijn en dat het voeden van de bevolking en het beheer van onze natuurlijke hulpbronnen hand in hand kunnen gaan.”“De voordelen van graslandbehoud zijn legio”, zegt Jeff Trandahl, uitvoerend directeur en CEO van NFWF in een persbericht. “Wanneer vee duurzaam wordt beheerd, houdt het land meer water vast, groeit er beter gras en kan er meer wild leven. Vrijwillig door veeboeren toegepaste instandhoudingsmaatregelen kunnen de productiviteit van graslanden verbeteren, de winstgevendheid van veeteelt vergroten en lokale gemeenschappen versterken.”Ecologisch imagoDe restaurantketen wordt sinds jaar en dag bekritiseerd om zijn ecologische impact. Zo is er vleesproducent JBS, één van de belangrijkste leveranciers van McDonald’s, dat sterk wordt gelinkt aan illegale houtkap in het Amazonewoud. De doelstelling van JBS om hier komaf mee te maken tegen het einde van 2025, zal naar alle waarschijnlijkheid niet worden gehaald.Desondanks wil McDonald’s zijn milieuvriendelijk imago oppoetsen. In Frankrijk heeft het bedrijf vorig jaar de aanplant van 230.000 bomen aangekondigd. Dit gebeurt op de houtkanten van de boerderijen waar het bedrijf mee samenwerkt. Het bedrijf investeert sinds vele jaren ook in groene energie en waterbesparende maatregelen in zijn restaurants.</content>
            
            <updated>2025-09-17T21:50:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Economische sancties tegen Israël: Wat betekent dit voor onze voedingsector?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/economische-sancties-tegen-israel-wat-betekent-dit-voor-onze-voedingsector" />
            <id>https://vilt.be/57916</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Europa heeft beslist om economische maatregelen te treffen tegen Israël. De belangrijkste maatregel is het opschorten van de voordelige invoertarieven voor bepaalde Israëlische producten. Het gaat hier om een totaalwaarde van 5,8 miljard euro aan goederen, vooral landbouwproducten, zoals fruit en groenten. Het lijkt echter wel dat deze maatregel Israël veel harder zal treffen dan de EU.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/05d2cfff-4987-46e9-8fb3-65148d452543/full_width_israelische-nederzettingen-palestina-israel.jpg</image>
                                        <content>De sancties zijn bedoeld om Israël te straffen voor de vele mensenrechtenschendingen in Gaza. Vooral landbouwgoederen worden getroffen, al is de Belgische handel voor agrovoeding- en sierteeltproducten met Israël zeer klein.Dat er maatregelen zouden komen, werd eerder al aangekondigd door Europees Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen tijdens haar State of The Union. De Commissie stelt voor om bepaalde delen van het associatieverdrag met Israël op te schorten. Ook worden de huidige voordelige invoertarieven voor Israël verhoogd tot het niveau van de standaardtarieven die gelden voor landen die geen handelsakkoord hebben met de Europese Unie. Het gaat vooral om landbouwproducten, goed voor 37 procent van Israëls totale uitvoer naar de EU. Mes snijdt langs twee kanten, maar vooral Israël voelt hetInvoertarieven zijn een taks die Europese importeurs zullen moeten betalen op bepaalde Israëlische producten. Enerzijds zal de Europese consument dus meer betalen voor Israëlische producten, anderzijds zullen consumenten en importeurs op zoek gaan naar goedkopere alternatieven, wat de Israëlische export schaadt.Tarieven zijn normaal een mes dat langs twee kanten snijdt, maar in dit geval zal vooral Israël het voelen. Dat is toch te horen bij de Europese Unie. 32 procent van alle export van Israël is voor ons bestemd. Kijken we alleen naar agrovoeding- en sierteeltproducten, dan spreken we over 50 procent. Dat blijkt uit cijfers van VLAM. Bovendien importeert Israël zo’n 35 procent van zijn agrovoeding- en sierteeltproducten uit Europa. Israël zou de Europese sancties dus wel kunnen voelen. Verwaarloosbare exportmarkt voor BelgiëOmgekeerd is Israël een kleine markt voor de EU. Slechts 0,8 procent van de Europese export gaat die richting uit. Zoomen we in op Belgische landbouwproducten, dan zijn de cijfers nog meer te verwaarlozen. Israël heeft slechts een aandeel van 0,4 procent in de Belgische export van agrovoedingsproducten en sierteelt, en een aandeel van 0,1 procent in de Belgische import voor deze producten. Ook voor agro-industriële goederen zoals meststoffen, is het belang van Israël in zowel de Belgische als Europese handel zeer beperkt. Omgekeerd is het belang van de Europese afzetmarkt voor Israël groter. Onze belangrijkste exportproducten richting Israël zijn akkerbouwproducten zoals aardappelen en meer bepaald aardappelbereidingen, afgeleide producten van cacao zoals chocolade, graanproducten en vaste biet- en rietsuiker. Ook onze dranken zoals water, limonade, bier en alcohol worden in Israël gesmaakt, net zoals onze verwerkte groenten en zuivel.Vooral snijbloemen en granen uit IsraëlBelgië importeert vooral sierteeltproducten, voornamelijk snijbloemen, en graanproducten uit Israël. Maar dit zijn beperkte tonnages. Nog voor de sancties zaten deze cijfers in een dalende trend.Voor individuele bedrijven die een nauwe zakenrelatie hebben met Israël, kunnen deze handelstarieven alsnog sterke gevolgen hebben. Maar voor de gehele Belgische agrovoedingsindustrie blijft de impact zeer beperkt.</content>
            
            <updated>2025-09-17T21:20:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Vlaamse akkerbouw heeft nood aan nieuwe toekomstvisie"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-akkerbouw-heeft-nood-aan-nieuwe-toekomstvisie" />
            <id>https://vilt.be/57917</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse akkerbouw staat voor een kantelpunt. Nieuwe verdienmodellen en een sterkere maatschappelijke verankering zijn noodzakelijk, stelt BNP Paribas Fortis. Met die boodschap wil de bank het gesprek aangaan tijdens de Werktuigendagen. “Wij hebben een toekomstvisie uitgeschreven, maar niet om die op te leggen,” zegt Jan de Keyser, Head of Agri &amp; Food bij BNP Paribas Fortis. “Wel willen we ze gebruiken als basis om samen het debat te voeren.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkerbouw" />
                        <category term="toekomst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/92135527-a0b2-4bb8-b401-a7f66a736c28/full_width_zaaienakkerbouw-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Oude recepten werken niet meerVandaag is de rendabiliteit in de akkerbouw problematisch, zeker in vergelijking met de veehouderij. Moeilijke prijsvorming, bodemuitputting, klimaatextremen en maatschappelijke druk zetten de sector onder druk. Nochtans bouwden generaties landbouwers een wereldvermaarde sector uit die bekendstaat om zijn productiviteit en kwaliteit, maar volgens de bank is de klassieke reflex om ‘nog efficiënter en intensiever’ te werken stilaan uitgeput. De bodem is geen productiefactor die je kan uitputten, maar een kapitaal dat je moet versterken “De uitdaging is nu om bedrijven economisch leefbaar én ecologisch weerbaar te houden,” aldus de Keyser. Dat vraagt volgens hem om nieuwe verdienmodellen waarin landbouwers niet alleen voor voedselproductie, maar ook voor ecosysteemdiensten, landschapsbeheer en klimaatadaptatie worden beloond. Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor de bodem. Investeringen in organische stof, groenbemesters en precisielandbouw moeten worden gezien als strategische keuzes. “De bodem is geen productiefactor die je kan uitputten, maar een kapitaal dat je moet versterken,” benadrukt de Keyser.Ook diversificatie krijgt nadruk in de visie van BNP Paribas Fortis. Nieuwe teelten zoals veldbonen, lupinen, soja en hennep kunnen bijdragen aan de eiwittransitie en bio-economie. Agrobosbouw en strokenteelt bieden economische én ecologische voordelen. Bedrijven zullen bovendien structureel moeten inspelen op klimaatverandering met maatregelen rond waterbeheer, lichtere machines en microklimaten die gewassen beschermen tegen extremen.Durven samenwerken en vernieuwenDe bank ziet zichzelf in dit verhaal niet als toeschouwer, maar als partner. “Onze rol is drievoudig: kennis, financiering en verbinding,” legt de Keyser uit. “We willen landbouwers ondersteunen met inzichten, investeringsruimte en door bruggen te slaan met andere spelers in de keten. De landbouw van morgen moet zowel duurzaam als rendabel zijn, en daar willen wij mee onze schouders onder zetten.”Bezoekers van de Werktuigendagen kunnen op de stand van de bank een gedrukt exemplaar van de toekomstvisie meenemen en in gesprek gaan met de Keyser en andere experts. “De landbouw van morgen begint vandaag,” besluit hij. “Vlaanderen heeft alle troeven in huis om een voortrekkersrol te spelen – als we durven samenwerken en vernieuwen.”</content>
            
            <updated>2025-09-17T21:37:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Knolcyperus rukt op en bedreigt aardappel- en groenteteelt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/onkruid-rukt-op-en-bedreigt-voedselproductie" />
            <id>https://vilt.be/57918</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Knolcyperus vormt een steeds groter probleem in de Vlaamse land- en tuinbouw. Het hardnekkige onkruid, dat in 1985 voor het eerst werd vastgesteld, verspreidt zich razendsnel en is haast niet te bestrijden. Zodra een perceel besmet is, mogen er geen aardappelen, bieten, wortelen of andere knolgewassen meer geteeld worden. “Het is een bedreiging voor de aardappel- en groenteteelt en kost landbouwers jaarlijks duizenden euro’s,” klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onkruid" />
                        <category term="aardappel" />
                        <category term="groente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f4c06fc3-5677-4e51-ba8c-4ebe5e6f8abe/full_width_knolcyperus-in-mais.jpg</image>
                                        <content>Volgens Sander Palmans, coördinator van het Proef- en Vormingscentrum voor Landbouw (PVL) in Bocholt, neemt het probleem overal in Vlaanderen toe. “Op basis van vrijwillige meldingen schatten we dat in sommige gemeenten 10 tot 15 procent van het areaal besmet is. In bepaalde regio’s kan dat zelfs nog hoger liggen.”De boosdoener is knolcyperus, ook bekend als aardamandel of tijgernoot. De plant lijkt op gewoon gras, maar vormt ondergronds talloze knolletjes die instaan voor de voortplanting. “Daardoor verspreidt hij zich bliksemsnel en duurt het jaren om hem weg te krijgen,” aldus Palmans. Ook landbouworganisatie Boerenbond volgt de situatie al jaren op. Pieter Van Oost noemt het een “groeiend en moeilijk te bestrijden probleem”. Minder middelen, meer aardappelenDe bestrijding wordt bemoeilijkt doordat de afgelopen jaren veel gewasbeschermingsmiddelen van de markt zijn gehaald. “De middelen die nog toegelaten zijn, mogen enkel in gras en maïs gebruikt worden. Daarom is er binnen IPM (Integrated Pest Management, red.) een uitzondering voorzien: monocultuur maïs mag ingezet worden om knolcyperus te bestrijden,” legt Van Oost uit.De plant belandde in de jaren zeventig via de Nederlandse bloembollenhandel bij onze noorderburen en werd in 1985 voor het eerst in Vlaanderen gemeld. De universiteit van Gent schat dat intussen minstens 25.000 hectare landbouwgrond besmet is, al vermoedt Palmans dat het werkelijke cijfer veel hoger ligt.De verspreiding, via landbouwmachines waar grond aan blijft hangen, lijkt de laatste jaren te versnellen. Daarvoor zijn volgens Palmans meerdere oorzaken: de verminderde beschikbaarheid van bestrijdingsmiddelen, de uitbreiding van de aardappelteelt en dus grondbewerkingsmachines die van perceel naar perceel rijden. Ook de schaalvergroting in de landbouw speelt volgens hem mee. “Landbouwers moeten hierdoor verder rijden tussen percelen.” Op besmette percelen is het wettelijk verboden om wortel-, bol- of knolgewassen te telen, zoals aardappelen of bieten. Dat maakt dat gronden in waarde dalen en landbouwers opbrengsten mislopen Verbod op teelt knolgewassenVan waar nu de ophef over een onkruid? De knolcyperus is in concurrentie met andere gewassen en zorgt voor een verminderde opbrengst. Dit is volgens Palmans echter niet het grootste probleem. “Op besmette percelen is het wettelijk verboden om wortel-, bol- of knolgewassen te telen, zoals aardappelen of bieten. Dat maakt dat gronden in waarde dalen en landbouwers opbrengsten mislopen. Vooral akkerbouwers die leven van aardappelen, zien hun inkomen bedreigd.”Tot 2015 gold er een meldingsplicht bij het FAVV, maar die werd afgeschaft omdat landbouwers uit angst voor de gevolgen vaak niets meldden. “Daardoor hangt er nog altijd een taboesfeer rond dit probleem. Hoe langer we wachten, hoe moeilijker de bestrijding wordt. Uiteindelijk komt de voedselproductie in gevaar,” aldus Palmans. Officieel 124 besmette percelenOp basis van meldingen door landbouwers heeft het Agentschap Landbouw en Visserij een kaart met besmette percelen opgesteld. “Eind 2024 waren er 124 percelen opgenomen in deze kaart”, klinkt het. Een perceel wordt als besmet beschouwd als er tien vierkante meter of meer duidelijk is besmet. Een vierkante meter is duidelijk besmet als er tien planten per vierkante meter staan ofwel een minimale bodembedekking van 50 procent is.Om het thema bespreekbaar te maken organiseerde het Agentschap Landbouw &amp;amp; Visserij samen met PVL vorige week een studienamiddag. Ruim 150 landbouwers, landbouworganisaties, verwerkers, loonwerkers en beleidsmakers namen eraan deel. Geen afname van bieten bij besmettingOp die studiedag benadrukte Erwin Boonen, directeur grondstoffen bij Tiense Suiker, dat bieten van besmette percelen niet worden aanvaard. “Sinds de afschaffing van de meldingsplicht in 2016 hebben wij dat verbod opgenomen in onze contracten.” Daar wordt volgens hem streng op toegezien. “Wij willen niet bijdragen aan de verdere verspreiding van de knolcyperus. Boeren die ondanks een besmetting toch bieten telen, riskeren dat deze niet worden afgenomen.”Voor de bietenteelt is de impact voorlopig beperkt. “Het percentage bieten dat geweigerd wordt wegens knolcyperus is minimaal,” zegt Boonen. “Bovendien beschikken we over bezinkingsvijvers waar de grond, die samen met de bieten naar de fabriek wordt gevoerd, drie tot zeven jaar wordt opgeslagen. Vanuit die bassins zien we ook geen&amp;nbsp;druk van de knolcyperus.”Maar niet alle verwerkers hebben dergelijke voorzieningen. Daardoor is het risico groot dat besmette grond via fabrieken verder verspreid raakt. Bij groenteverwerker Greenyard zou er daarom eveneens streng gecontroleerd worden dat er geen knolgewassen geteeld worden op besmette percelen. Onzekere toekomst voor knolgewassen in LimburgVolgens Jan Haveneers van loonwerkersorganisatie Landbouw-Service neemt de druk van knolcyperus sterk toe. Hij vreest dat de bieten- en aardappelteelt het hierdoor moeilijk kunnen krijgen in Limburg. “Misschien resteren dan enkel nog maïs- en grasvelden. Er zijn amper middelen tegen dit onkruid, enkel bepaalde maïspesticiden bieden wat soelaas. Maar ook dan duurt het jaren.”Erwin&amp;nbsp;Boonen&amp;nbsp;is iets optimistischer. “Het onkruid is weliswaar wijd verspreid, maar de besmettingsgraad op de meeste percelen is vrij laag en beperkt tot bepaalde plekken. Als we snel ingrijpen, kunnen we de verspreiding stoppen.” Volgens hem is er wel degelijk een techniek om het onkruid te lijf te gaan, namelijk thermische bewerking. “Wij hebben enkele jaren geleden meegewerkt aan deze techniek.&amp;nbsp;Na verwarming van de grond sterven de knollen af en deze&amp;nbsp;blijken&amp;nbsp;ook niet terug te komen.”&amp;nbsp;In Midden-Limburg is er volgens hem een vergunningsaanvraag voor de bouw van een dergelijke installatie ingediend, maar deze zou vooral bedoeld zijn voor de ontsmetting van grond voor residentieel gebruik.&amp;nbsp; Overheid als partnerDe techniek is duur, benadrukt Boonen. “Maar als de overheid de strijd tegen knolcyperus ernstig neemt, zou ze landbouwers kunnen compenseren voor thermische grondbehandeling.”Ook Boerenbond wijst op de rol van de overheid. “Wij zijn vragende partij om meer middelen te kunnen inzetten ter bestrijding van de knolcyperus”, aldus Pieter Van Oost. Naast chemische bestrijding zijn er volgens hem ook andere oplossing om de plant uit te putten, zoals mechanische onkruidbestrijding of het braakleggen van percelen. “Maar het moet betaalbaar blijven, de boer zou een vergoeding moeten ontvangen als hij met deze vorm van bestrijding bezig is.”Volgens Van Oost biedt precisielandbouw op termijn nieuwe kansen. “Met geavanceerde technieken kunnen we knolcyperus lokaal detecteren en aanpakken. Vandaag is dat nog duur, maar de technologie zal verfijnen en breder beschikbaar worden. We mogen niet opgeven en moeten blijven investeren.” Bewustwording, onderzoek en sanctioneringHet Agentschap Landbouw en Visserij laat in een reactie weten het probleem van knolcyperus van nabij op te volgen. Zo gaat er veel aandacht naar sensibilisering, zoals via de studiemiddag in Bocholt. “Maar we informeren ook met onze nieuwsbrief en op sociale media”, klinkt het.Naast bewustmaking financiert de overheid ook projecten die de bestrijding van knolcyperus tot doel hebben. Denk bijvoorbeeld aan het recente VLAIO-project &#039;Geïntegreerde bestrijding van knolcyperus’ door Inagro, HoGent, UGent, het Proef- en Vormingscentrum voor Landbouw (PVL) en Hooibeekhoeve. Dat project wil de kennis over de knolcyperus en mogelijke bestrijdingstechnieken vergroten.Daarnaast wordt er ook gecontroleerd en gesanctioneerd. “Wie het teeltverbod niet respecteert, loopt kans op een conditionaliteitsanctie. Concreet betekent dit een mindering van de Europese steun”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-09-18T17:33:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[CAG-podcast graaft met beide handen in compostverleden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/cag-podcast-graaft-met-beide-handen-in-compostverleden" />
            <id>https://vilt.be/57919</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Composteren is terug van weggeweest. Het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG) ziet de eeuwenoude praktijk zelfs als immaterieel erfgoed en wijdt er een nieuwe podcastreeks aan. Boeren, onderzoekers en terreinbeheerders vertellen hoe compost door de eeuwen heen de basis vormde voor gezonde bodems en waarom het vandaag opnieuw gezien wordt als een sleutel voor duurzame landbouw, biodiversiteit en waterbeheer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="cag" />
                        <category term="geschiedenis" />
                        <category term="compost" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cac3fd91-37b6-4d4d-aafe-c4970e374b0f/full_width_willem-tel-2025-piet-de-bolle-controleert-de-temperatuur-van-de-compost.jpg</image>
                                        <content>CAG ziet composteren als immaterieel erfgoed. Aan de hand van interviews met diverse boeren, onderzoekers en terreinbeheerders wordt duidelijk hoe boeren eeuwenlang met zorg hun bodems gevoed hebben. Want compost is meer dan een middel voor voedselproductie alleen. Het verhoogt het organische stofgehalte, verbetert de structuur en veerkracht van de bodem en helpt kringlopen te sluiten. Ook de waterhuishouding en biodiversiteit hebben daar baat bij. Bovendien geeft het waarde aan reststromen, het ‘afval’ op de boerderij.&quot;Zolang de mens aan landbouw doet, was er compost&quot;In de aflevering Compost: van vergeten kennis naar levende toekomst benadrukt Kristof Van Stichelen (VLACO) het belang van gezonde bodems: “Door compost te maken en te gebruiken, creëren we vruchtbare bodems met meer biodiversiteit en minder nood aan chemische meststoffen.” Joost Eens (bio-boerderij Oogstappel) licht toe dat deze organische meststof al eeuwenoud is: “Wij doen niks nieuw. De ideeën en technieken zijn volgens mij nog bij veel landbouwers aanwezig.” Dat beaamt ook Koen Willekens van ILVO: “Zolang de mensheid aan zet is geweest om aan landbouw te doen, zal er altijd wel op een of andere manier aan composteren gedaan geweest zijn.” Van een goede bodemkwaliteit naar een slechte bodemkwaliteit gaan, is een heel snel en makkelijk proces. Omgekeerd is het vaak een werk van lange adem De tweede podcast, Leven in de bodem. Compost als hulpmiddel, gaat dieper in op bodemkwaliteit. Annemie Elsen van de Bodemkundige Dienst België stelt: “Van een goede bodemkwaliteit naar een slechte bodemkwaliteit gaan, is een heel snel en makkelijk proces. Omgekeerd is het vaak een werk van lange adem.” En volgens Ruben Staar (Nederlands Openluchtmuseum) draait het uiteindelijk allemaal om het voeden van het bodemleven: “Wat zij achterlaten, dat is de voeding voor de plant.” Jerome Rops (Boerennatuur) ziet daarom een belangrijke rol voor compost in de toekomst: “Het zal ook (met steun voor de landbouwer) een organisch verhaal worden van bodemleven, hoe dat te stimuleren en de bodem te voeden.”Klank met beeldDe podcasts zijn gemaakt in functie van de reeks Water &amp;amp; Land en zijn ook aangevuld met informatieve filmpjes. CAG trok het veld in om te zien hoe boeren en natuurbeheerders vandaag met composteren aan de slag gaan. Niet alleen de praktische kant, maar ook de ervaringen, twijfels en inzichten komen aan bod. Door historische kaarten te bekijken, zien we hoe bewust boeren vroeger met hun landschap omgingen Op ’t Sierveld in Mechelen (Nederlands-Limburg) kijken de boeren nieuwsgierig onder de microscoop naar hun eerste mestcompost. “In één eetlepel aarde zitten een miljard micro-organismen, waarvan we waarschijnlijk de helft nog niet eens kennen. Die kennis kan ons helpen om bodems sterker en weerbaarder te maken,” vertelt Yves Janssen. Zijn partner Iris Claessens verbindt die blik op de bodem met het verleden: “Door historische kaarten te bekijken, zien we hoe bewust boeren vroeger met hun landschap omgingen. Dat geeft ons vandaag inzichten om veerkrachtiger te werken.”Ook op De Dobbelhoeve in het Antwerpse Schilde wordt geëxperimenteerd met compost, in samenwerking met Natuurpunt. Boer Piet De Bolle merkt duidelijke voordelen: “De compost wordt bij ons gebruikt om het organisch gehalte in de bodem te verhogen. Dat zorgt voor een betere waterhuishouding, ook tijdens droge periodes.” Voor Natuurpunt biedt de samenwerking tegelijk een oplossing voor reststromen. “Het is een win-win,” aldus Wim Dirckx. “Wij geraken ons maaisel kwijt, terwijl landbouwers extra koolstof en compost krijgen om in hun akkers te verwerken.”Water &amp;amp; Land, een project van het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG) en het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN), presenteert een nieuwe reeks podcasts en filmpjes over het erfgoed en de toekomst van composteren. Alle podcasts en filmpjes zijn gratis te bekijken en beluisteren via www.waterenland.be.</content>
            
            <updated>2025-09-18T14:24:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse uitrol van "Airkoe" gestart: gratis bomen als schaduwplek voor koeien]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/inschrijving-voor-gratis-airkoe-bomen-geopend" />
            <id>https://vilt.be/57920</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers die struiken of bomen willen planten die zorgen voor beschutting van hun vee, kunnen zich inschrijven bij “Airkoe”. Het project van de Vlaamse overheid in samenwerking met de Regionale Landschappen voorziet in gratis plantmateriaal en kadert in de schuttingsplicht in de nieuwe codex Dierenwelzijn die in 2029 van kracht wordt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                        <category term="boom" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f0ac57f0-65d9-4fee-8c30-d0a96ee32193/full_width_vleesveegrazenweide.jpg</image>
                                        <content>Vanaf 1 januari 2029 moeten alle dieren die buiten gehouden worden altijd beschutting hebben. De beschutting moet de dieren beschermen tegen koude, warmte, zon en regen en mag kunstmatig (een hok) of natuurlijk zijn. Denk bij een natuurlijke beschutting aan een boom of een haag.Om de aanleg van schaduwbomen te stimuleren, lanceerde de Vlaamse overheid samen met de Regionaal Landschappen het project Airkoe. Boeren kunnen vanaf nu een aanvraag voor een boom of meerdere bomen indienen op de website. Er zijn 1.800 schaduwbomen beschikbaar die in de winter van 2025-2026 of de winter van 2026-2027 kunnen worden aangeplant.&amp;nbsp;&quot;Extra groen én extra dierenwelzijn&quot;Vlaanderen trok 600.000 euro subsidie uit voor dit project. Behalve het plantgoed draagt Regionaal Landschap zorgt voor de aanplant en eventuele boompalen en boombescherming tegen vraat. Deze subsidie zorgde eerder deze zomer voor de nodige ophef in het Vlaamse parlement. Vlaams Belang-parlementslid Tom Lamont sprak van &quot;belastinggeldverkwisting in het kwadraat&quot;.Vlaams minister van Dierenwelzijn wuifde de kritiek weg en verwijst naar de beschuttingsplicht in de nieuwe codex Dierenwelzijn. &quot;Deze investering dient om landbouwers aan te sporen om in die beschutting te voorzien, niet via het kris kras neerplanten van betonnen hokken maar via de aanplanting van natuurlijke beschutting. Zo winnen we extra groen én extra dierenwelzijn.” Gestart in West-VlaanderenHet project Airkoe startte enkele jaar geleden als een West-Vlaams project en zorgde voor de aanleg van honderden bomen in verschillende West-Vlaamse gemeenten. &quot;Door de aanplant van nieuwe bomen en struiken, creëert de boer niet alleen een beschutting voor dieren, tevens draagt hij bij aan de versterking van het landschap en de biodiversiteit&quot;, motiveerde de provincie het project toen.</content>
            
            <updated>2025-09-22T09:01:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zeeduivel is Vis van het Jaar: "Lelijk eendje, culinaire topper"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zeeduivel-is-vis-van-het-jaar" />
            <id>https://vilt.be/57921</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“Een schoonheidswedstrijd zal hij niet winnen, maar culinair is het een topper.” Zo maakte Vlaams minister voor Zeevisserij Hilde Crevits (cd&amp;v) bekend dat de zeeduivel dit jaar uitverkoren is als Vis van het Jaar. De vis is één van de sterkhouders van de Vlaamse visserij en er bestaat geen gevaar voor overbevissing, zo klinkt het bij VLAM dat de wedstrijd elk jaar organiseert.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                        <category term="vis" />
                        <category term="VLAM" />
                        <category term="marketing" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0d6a7b68-7718-43e0-8601-97cbb03205f2/full_width_vlam-vis-zeeduivel-tom-swalens.jpg</image>
                                        <content>Zeeduivel is een opvallende vis met een onaantrekkelijke kop. Die kop wordt door de meeste vissers al verwijderd aan boord. Wat overblijft is een stevige staart zonder graten, met een centraal been. Daarom wordt hij ook staartvis genoemd of lotte in het Frans. Bij de gewone zeeduivel, die het vaakst gevangen wordt, is het buikvlies wit van kleur. Daarnaast heb je nog de zwarte zeeduivel die, vandaar ook zijn naam, zwart gekleurd buikvlies heeft.Belangrijke soort voor Vlaamse vlootDe vis kan tot twee meter lang worden, maar gemiddeld genomen is hij zo’n meter lang, kop inbegrepen. De vis leeft op de zeebodem op een diepte van 200 tot 300 meter, waar hij op de loer ligt voor zijn prooi. “Voor de Vlaamse visservloot is zeeduivel, na tong en inktvisachtigen, één van de belangrijkste soorten”, vertelt Sander Meyns, adjunct-directeur van de Rederscentrale. In 2025 werd er 556 ton aangevoerd. Dit jaar, tot en met juli, werd al 331 ton gevangen.Er wordt nagenoeg het hele jaar door zeeduivel opgevist door de Vlaamse vissers, maar de vangstgebieden veranderen doorheen het jaar. Zo zijn het Bristolkanaal, het Engels Kanaal en de Ierse Zuidkust belangrijk in het voorjaar, de Golf van Biskaje in de zomer en in het najaar wordt in de Oostelijke Noordzee heel wat zeeduivel gevangen. Stabiele afzet en prijsvormingOmdat zeeduivel een geliefde vis is, niet alleen in Zuid-Europa maar ook steeds meer bij ons in Vlaanderen, is de prijsvorming vrij stabiel. “In 2024 lag de gemiddelde prijs in de Vlaamse Visveiling op 10,21 euro per kilo, een lichte stijging tegenover 2023. Dit jaar schommelen de prijzen voorlopig tussen 9 en 13 euro per kilo, met pieken tot 15 à 17 euro voor de grootste sorteringen in de zomermaanden”, vertelt Meyns. Dat vertaalt zich in prijzen in de viswinkel van al gauw 25 euro per kilo.Volgens de Rederscentrale is zeeduivel een belangrijke economische pijler voor de Vlaamse vissers. “Een stabiele marktprijs en een goed beheer zijn essentieel om de rentabiliteit van onze vloot te waarborgen”, zegt Meyns. “Zeeduivel sluit ook perfect aan bij de hedendaagse consument: makkelijk te bereiden, duurzaam gevangen en van uitzonderlijke kwaliteit.” Vooral buitenshuis gegetenIn de viswinkel wordt zeeduivel wordt aangeboden zonder kop en zonder vel. Het centrale been wordt niet gegeten. Een groot voordeel is dat hij geen graten heeft. “De vis is een echte delicatesse”, klinkt het ook bij VLAM. “Het visvlees is stevig, blank en heeft een milde en zoete smaak. Bovendien is het een vis die gemakkelijk te bereiden is op veel verschillende wijzen.” In België wordt de vis vooral buitenshuis gegeven. Slechts twee procent van de Belgische huishoudens koopt zeeduivel om zelf thuis klaar te maken, zo blijkt uit YouGov-cijfers.Minister Crevits is tevreden dat zeeduivel is verkozen tot Vis van het Jaar 2025. “Het is één van de sterkhouders van onze visserij, maar de bekendheid van de vis is vrij beperkt”, stelt ze. “Uit het verleden weten we dat de consument na de bekendmaking vlugger geneigd is om zelf eens in de keuken aan de slag te gaan met de Vis van het Jaar.”Heel het jaar in de kijkerVLAM is in elk geval van plan om de vis een jaar lang op heel wat manieren te promoten. “We hebben een receptenfolder samengesteld die samen met een affiche wordt verdeeld door visspeciaalzaken en viskramen om de consument aan te zetten om zeeduivel uit te proberen in de keuken. Ook via de visgroothandel en supermarkten willen we aan de bekendheid van de vis werken”, klinkt het. Ook tijdens de wedstrijd&amp;nbsp;‘Viskok van het jaar 2026’ staat zeeduivel centraal. Daarnaast zijn er onder meer workshops voor leerlingen van hotelscholen.Het is de 36ste keer dat VLAM samen met de visserijsector een Vis van het Jaar heeft gekozen. “Dit is een belangrijke wedstrijd voor de visserijsector”, benadrukt minister Crevits. “Het is het uitgelezen moment om de rijkdom van de verschillende soorten vis die onze vissers vangen in de kijker te plaatsen.”</content>
            
            <updated>2025-09-18T17:01:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Oost-Vlaanderen legt 17 speerpunten voor toekomstgerichte landbouw vast]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oost-vlaanderen-legt-17-speerpunten-voor-toekomstgerichte-landbouw-vast" />
            <id>https://vilt.be/57922</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met 17 speerpunten en vier pijlers schuift de provincie Oost-Vlaanderen een toekomstrichting voor de land- en tuinbouwsector naar voren. Rendabele bedrijven, een goede ruimtelijke organisatie, circulaire modellen en een sterkere band tussen boer en burger staan daarbij centraal. De plannen worden voor het eerst voorgesteld in aanloop naar de Werktuigdagen in Oudenaarde.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="toekomst" />
                        <category term="Oost-Vlaanderen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/861b0166-7017-41ef-86d5-9e5a1dedb6f1/full_width_landschap-landelijk-platteland-provincie-oost-vlaanderen.jpeg</image>
                                        <content>Niet enkel op Europees en Vlaams niveau wordt gewerkt aan een langetermijnvsie voor de land- en tuinbouwsector. Ook provincies denken na over de richting die de sector moet uitgaan om in de toekomst kwalitatief en duurzaam te blijven. Met de Werktuigdagen in Oudenaarde in aantocht trekt de provincie Oost-Vlaanderen alvast het doek van haar landbouwvisie 2035. Helft van Oost-Vlaanderen in landbouwgebruikDie visie omvat 17 speerpunten en steunt op vier pijlers. “Ze moet richting geven aan de werking van onze dienst Landbouw en Platteland, maar ook aan samenwerkingen en initiatieven op het terrein”, licht de provincie toe waarom ze deze oefening ondernam.De impact van de visie kan groot zijn aangezien de helft van Oost-Vlaanderen in landbouwgebruik is. In sommige gemeenten loopt dit zelfs op tot 80 procent. “Onze boeren en tuinders zorgen niet alleen voor voedsel, bloemen en planten maar ook voor het landschap, biodiversiteit en de leefbaarheid van onze dorpen”, klinkt het. Volgens de provincie kan de sector in de toekomst ook een sleutelrol spelen in een circulaire, biodiverse en klimaatneutrale samenleving. “De 17 speerpunten scheppen een kader om deze nieuwe kansen en uitdagingen aan te pakken”, luidt het. Vier pijlersVoor die sleutelrol zijn rendabele bedrijven onmisbaar. Tegen 2035 wil de provincie daarom onder meer inzetten op samenwerking binnen en buiten de agrobusiness. Zo kunnen kosten gedrukt worden, kennis en risico’s gedeeld en de positie van de boer in de keten versterkt. Innovatie en praktijkgericht onderzoek moeten tegelijk een hefboom vormen voor efficiënter werken. Ook wil de provincie jonge boeren en agro-startups extra stimuleren om een nieuwe instroom aan talent te waarborgen.Een tweede pijler bundelt de speerpunten rond circulair, natuurinclusief en klimaatadaptief werken. Duurzaam waterbeheer, gezonde bodems, circulaire landbouwmodellen, een biodivers landbouwlandschap en eiwitrijke teelten zullen daarbij de ruggengraat vormen voor de komende tien jaar.Daarnaast wil de provincie meer waardering voor landbouwers opbouwen door educatie, zorg en korte keten tot speerpunten te maken. Zo moet de band tussen boer en burger sterker worden.Tot slot focust Oost-Vlaanderen ook op ruimtelijke ordening. “Hoeves zullen agrarisch herontwikkeld worden om startende land- en tuinbouwers meer kansen te geven, en agrarisch gebied zal maximaal ingezet worden voor land- en tuinbouwactiviteiten”, somt de provincie op. “Ook publieke gronden zullen als instrument ingezet worden.”Uitgebreide visieVolgens gedeputeerde Joke Schauvliege (cd&amp;amp;v), bevoegd voor Landbouw en Platteland in Oost-Vlaanderen, tonen de verschillende speerpunten hoe breed er gewerkt wordt en hoe belangrijk samenwerking is. “Samen met andere beleidsmakers, onderzoekers, verenigingen, land- en tuinbouwers en andere partners kunnen we een veerkrachtige en duurzame land- en tuinbouwsector realiseren”, besluit ze. De provincie zal haar landbouwvisie dit weekend verder toelichten op haar stand op de Werktuigdagen.</content>
            
            <updated>2025-09-18T17:11:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hardnekkige misverstanden blijven overeind: Meerderheid Europeanen gelooft dat veehouderij groeihormonen gebruikt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-enquete-toont-misvattingen-meerderheid-gelooft-dat-veehouders-groeihormonen-gebruiken" />
            <id>https://vilt.be/57923</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een nieuwe Europese enquête in opdracht van AnimalhealthEurope, de sectorfederatie van diergeneesmiddelen, toont aan dat er vele hardnekkige misverstanden bestaan over de veehouderij. Zo weet drie op vijf niet dat groeibevorderaars in de veehouderij verboden zijn. 39 procent denkt dat antibiotica routineus worden toegediend zonder dat er sprake is van ziekte. Ook dit is onwaar.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="imago" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8c96634c-0f8b-4054-8943-ccd30f719e90/full_width_hormoonverstoorders-gezinsbond.jpg</image>
                                        <content>Misvattingen over hormonenDe gemiddelde Europeaan heeft een verouderd beeld van de veehouderij. In België zijn groeihormonen in de veehouderij op 15 juli 1985 bij wet verboden. In 1989 volgde de EU met een Europees hormonenverbod. Toch gelooft 55 procent van de ondervraagden nog steeds dat veehouders groeihormonen mogen gebruiken. 59 procent denkt dat men antibiotica mag gebruiken als groeibevorderaar. Maar dit is sinds 1 juni 2006 in heel de EU verboden.Clandestien hormonengebruik is trouwens ook quasi verdwenen. Hoewel illegale groeihormonen een reëel probleem waren binnen de veehouderij tijdens de jaren 90, hebben moderne detectiemethoden illegaal gebruik nagenoeg onmogelijk gemaakt. Waar hormonendossiers ooit nog centraal stonden in het takenpakket van de Nationale Opsporingseenheid (NOE), zijn dit nu uitzonderingen. Als het gebeurt, gaat het nagenoeg altijd om sportpaarden en niet om dieren voor consumptie.Misvattingen over medicatieOok op andere vlakken bestaan er veel misverstanden over de veehouderij. 32 procent van de respondenten gelooft dat biologische veebedrijven geen antibiotica mogen toedienen. 50 procent van de consumenten is zich er niet van bewust dat een veehouder verplicht tijd moet laten tussen het toedienen van medicatie en de slacht.Hoewel antibioticagebruik in de veehouderij fors is gereduceerd, naar een niveau dat zelfs lager ligt dan humaan gebruik, is dat duidelijk niet geweten bij de modale EU-burger. Nochtans mogen veehouders antibiotica uitsluitend gebruiken in geval van ziekte en onder strikt toezicht van een veearts. Zelfs antibioticagebruik via gemedicineerd voeder komt amper nog voor, omdat deze toedieningsmethode ook gezonde dieren aan antibiotica blootstelt.Een kanttekening: de enquête werd afgenomen bij 6.300 respondenten uit Zweden, Noorwegen, Denemarken, Finland, Duitsland, Nederland, Polen, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Belgische respondenten waren er niet, al kan men vermoeden dat dit in lijn zou liggen met de Europese resultaten.De bevraging keek ook naar het belang dat de gemiddelde consument hecht aan diergezondheid. 78 procent vindt ziektepreventie bij landbouwdieren beter dan behandeling. 74 procent is voorstander van regelmatige vaccinaties bij landbouwdieren. De makers van de enquête geven aan dat dit niet alleen de diergezondheid, maar ook het imago van de sector kan verbeteren.</content>
            
            <updated>2025-09-18T17:19:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwcommissie vraagt aandacht voor mentaal welzijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwcommissie-vraagt-aandacht-voor-mentaal-welzijn" />
            <id>https://vilt.be/57924</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Veel Vlaamse landbouwers kampen met stress, onzekerheid en isolement. Hun mentaal welzijn staat onder druk en dat treft vaak ook het hele gezin. Met een nieuwe resolutie willen zeven parlementsleden de Vlaamse regering aansporen om meer aandacht te besteden aan het welbevinden van boeren. “We mogen hen én hun gezinnen niet uit het oog verliezen”, zegt Els Robeyns (Vooruit), één van de indieners. Het onderwerp komt binnenkort op de plenaire agenda van het Vlaams parlement.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mentaal welbevinden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d9b304fa-cb24-4c35-b882-bdf649b88cca/full_width_koe-boer.jpg</image>
                                        <content>Landbouwers zijn minder tevreden over hun levenskwaliteit dan de gemiddelde Vlaming en ervaren in hun beroep veel stress. Dat wees een onderzoek vorig jaar uit. De werkdruk is hoog en gaat gepaard met grote beroepsrisico’s, economische onzekerheid en voortdurend veranderende regelgeving. Daarbovenop komen frustraties rond een onzekere toekomst.&amp;nbsp;&amp;nbsp;“Landbouwers moeten ook steeds meer rollen en taken op zich nemen als ondernemer. Binnen landbouwgezinnen lopen die verantwoordelijkheden vaak door elkaar. Partners of vader en zoon zijn tegelijk familie en collega’s, wat tot spanningen kan leiden”, aldus de zeven cd&amp;amp;v-, N-VA- en Vooruit-parlementsleden. De kloof met de samenleving wordt daarnaast ook groter, waardoor veel boeren het gevoel hebben dat hun werk niet wordt begrepen of gewaardeerd.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Mentale problemen die hieruit vloeien, blijven vandaag vaak verborgen omdat in de sector sterk leeft dat je je zorgen zelf moet oplossen. “Landbouwers zijn doorgaans hard omdat de stiel dat nu eenmaal vereist, maar het is ook een karaktertrek die de stap om effectief hulp te zoeken, bemoeilijkt”, schrijven de parlementsleden uit de meerderheid in hun resolutie.&amp;nbsp;Ontzorgen en correcte vergoedingen&amp;nbsp;Het actieplan rond mentaal welbevinden uit 2022 was volgens de meerderheid een belangrijke stap, maar verdere opvolging en structurele maatregelen zijn nodig. Zo moeten landbouwers volgens hen meer ontzorgd kunnen worden door administratieve vereenvoudiging en moeten ze duidelijker geïnformeerd worden over veranderende regelgeving.&amp;nbsp;Ook zou er volgens de partijen meer respect geuit moeten worden voor het werk en de producten die landbouwers afleveren, met een vergoeding voor hun maatschappelijk relevante uitbreidingsactiviteiten. “Daarnaast moet er voldoende budget uitgetrokken worden voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid om land- en tuinbouwers correct te vergoeden en op die manier ook een sociaal duurzaam landbouwmodel te realiseren”, leest de resolutie verder. “Lokale besturen moeten bovendien handvatten krijgen om met de specifieke problemen van landbouwers om te gaan.”&amp;nbsp;Tot slot moet ook de sociale cohesie op het platteland versterkt worden. Dorpen zien steeds vaker banken, postkantoren, cafés en openbaar vervoer verdwijnen. “Een boer, die vaak niet lang weg kan van zijn bedrijf, verliest daarbij zijn kans op sociaal contact doorheen de dag. We moeten dus echt ook die plattelandsdorpen meer leven inblazen en stoppen met daar dienstverlening te schrappen”, aldus Robeyns.&amp;nbsp;&amp;nbsp; Hulpverlening op maat&amp;nbsp;De reguliere hulpverlening moet in de toekomst ook beter afgestemd worden op de leefwereld van boeren, vinden de drie partijen. “Een psycholoog uit de stad moet al heel wat moeite doen om zich in het boerenleven in te leven. Er moet dus een degelijk aanbod zijn op het platteland zelf”, gaat Robeyns verder.&amp;nbsp;Er moet volgens haar en de andere coalitiepartners ook extra aandacht komen in het beleid voor het welzijn van kwetsbare groepen, zoals jonge landbouwers, landbouwers op rust en kortgeschoolden. Ook kinderen mogen niet door de mazen van het net vallen. “Bij bedrijfsproblemen moeten de gevolgen voor het hele gezin in kaart gebracht worden, daarbij moet een kindreflex ontwikkeld worden”, klinkt het.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Niet alleen overheid en hulpverleners moeten alert zijn om problemen bij landbouwgezinnen tijdig te signaleren. Ook erfbetreders spelen daarin een belangrijke rol, een punt dat via een amendement van de meerderheidspartijen nog eens extra in de verf werd gezet.&amp;nbsp;&amp;nbsp; “Geen focus op singles en diepere oorzaken”&amp;nbsp;De resolutie werd woensdag aangenomen door de landbouwcommissie waardoor ze binnenkort besproken zal worden op de plenaire vergadering van het Vlaams parlement. &amp;nbsp;Oppositiepartij Groen stemde mee, maar vindt dat de belangrijkste oorzaken van de mentale moeilijkheden te weinig worden aangepakt met de resolutie. “Een faire prijszekerheid, toegang tot betaalbare grond, weerbaarheid tegen klimaatverandering en een betrouwbare overheid die zekerheid biedt. Zolang dit niet gebeurt, blijft het moeilijk om grote stappen vooruit te zetten”, zegt parlementslid Mieke Schauvlieghe.&amp;nbsp;Ook Open Vld schaarde zich achter de resolutie, maar vroeg in een amendement meer aandacht voor alleenstaande boeren. “Er is focus voor eenzaamheid in de resolutie, maar dit is niet dezelfde problematiek die singles ervaren. Voor landbouwers die er helemaal alleen voor staan is het financieel en emotioneel nog complexer, en bovendien moeilijker om met iemand in gesprek te gaan over onzekerheden”, stelt Vlaams parlementslid Lydia Peeters. Ze pleitte voor een ‘single-reflex’ naast de kindreflex, maar dat voorstel haalde het niet.</content>
            
            <updated>2025-09-18T16:58:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoe beïnvloeden de lage prijzen het rooigedrag van aardappeltelers?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoe-beinvloeden-de-lage-prijzen-het-rooigedrag-van-aardappeltelers" />
            <id>https://vilt.be/57925</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De vroege en halfvroege aardappelrassen zijn grotendeels gerooid, terwijl de late bewaaraardappelen de komende weken nog uit de grond moeten. Waar telers de afgelopen jaren door de hoge prijzen niet konden wachten om te oogsten, stellen ze dat nu juist uit. “De prijs voor vrije aardappelen dekt de kosten van rooien, transport en opslag niet.” Vooral vroege aardappelen zijn hierdoor mogelijk in de grond blijven staan.&nbsp;&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dd308f07-c01e-42e7-aaf4-b757018ffd2c/full_width_aardappelakkerbouw-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Hopen op prijzen die aantrekkenGuido Willemse, aardappelteler in Ravels, begint volgende week met de oogst. Hij leverde jarenlang aan de Amerikaanse verwerker McCain, maar omdat hij dit jaar zijn aardappelen te laat aanmeldde, liep hij een contract mis. “Daardoor zijn al onze aardappelen, op 150 hectare, nu vrij.”Met prijzen van zo’n vijf euro per ton op de vrije markt heeft hij weinig reden tot optimisme, al blijft hij hoopvol. “Wij slaan de aardappelen op in onze loods. De kans bestaat dat de prijzen volgend jaar weer aantrekken. Het zou niet de eerste keer zijn dat de markt in het vroege voorjaar volledig omslaat. Ik panikeer nog niet.”Niet alle boeren beschikken echter over een opslagloods. Vooral dit jaar ligt het aantal telers zonder opslagmogelijkheden hoger dan voorheen. Door de hoge prijzen in de afgelopen seizoenen zijn er veel nieuwe aardappeltelers bijgekomen. “Voor hen kan het een strategie zijn om de aardappelen langer in de grond te laten in de hoop dat de prijs op korte termijn bijtrekt,” legt Willemse uit. Onder de grond zijn de bewaaromstandigheden volgens hem ideaal. “In principe kun je tot november wachten, zolang het niet vriest.” Rooien van vrije aardappelen is verlieslatendMathieu Vrancken, voorzitter van brancheorganisatie Belpotato en zelf aardappelteler, bevestigt dat het rooien van vrije aardappelen momenteel verlieslatend is. “De kosten van rooien, transporteren en stockeren liggen hoger dan de opbrengst.” Toch waarschuwt hij voor uitstel. “Het weer kan plots omslaan, waardoor je in oktober of november niet meer het veld op kunt en de aardappelen in de grond verpieteren. Als dan de prijzen in het voorjaar aantrekken, doe je slechte zaken.”Ook hij begint volgende week te rooien. Het grootste deel van zijn aardappelen is gecontracteerd, maar een deel gaat naar de vrije markt. “We hopen allen dat de prijzen in de loop van het verdere seizoen wat zullen herstellen, maar momenteel zijn er weinig elementen die deze hoop ondersteunen”, aldus de Limburger. Vroege aardappelen inwerkenBij bewaaraardappelen kunnen telers speculeren op latere prijsstijgingen, maar dat geldt minder voor vroege en halfvroege rassen zoals Frieslander, Amora en Anosta. “Die rassen worden door de verwerkers vooral gebruikt om de kloof tussen de oude oogst van het jaar voordien en de nieuwe oogst van bewaardaardappelen op te vullen. Zodra die er zijn, laten ze de vroege rassen links liggen,” legt Vrancken uit.Hij vermoedt dat sommige telers hun vroege rassen daarom in de grond hebben laten zitten. “Het rooien was de moeite niet waard. Omdat deze aardappelen niet bewaard kunnen worden, is er ook geen kans dat de prijs later herstelt.” Het niet rooien staat in schril contrast met de voorbije jaren, toen door de gunstige marktomstandigheden letterlijk alle aardappelen telden. Stootblauw bemoeilijkt bewaringVrancken benadrukt dat deze beslommeringen over de oogst enkel voor de vrije aardappelen gelden. “Gecontracteerde aardappelen gaan zoals gepland, tegen vaste prijzen, naar de fabriek.” In Vlaanderen gaat het ruwweg om een verhouding van een derde vrije aardappelen tegenover twee derde contractteelt.Tot slot wijst hij op een bijkomende uitdaging: de aardappelen hebben dit jaar gemiddeld een hoog onderwatergewicht en zetmeelgehalte. Dat maakt het rooien lastiger en kan leiden tot meer afkeuring bij de fabriek. “Door het hoge zetmeelgehalte zijn de knollen gevoeliger voor stootblauw, wat de bewaring bemoeilijkt.”</content>
            
            <updated>2025-09-19T13:57:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Minister Brouns plukt druiven om chauvinisme voor Belgische wijn aan te wakkeren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-plukt-druiven-om-chauvinisme-voor-belgische-wijn-te-oogsten" />
            <id>https://vilt.be/57926</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse wijnbouw beleeft hoogdagen. Nog nooit stonden zoveel wijnboeren in de rij om hun druiven te plukken, en 2025 belooft zelfs een uitzonderlijk wijnjaar te worden. Ook bij Wijnkasteel Genoels-Elderen in Riemst hangen de trossen vol. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) stak er mee de handen uit de mouwen, niet alleen om de oogst in de verf te zetten, maar ook om het chauvinisme voor Belgische wijn aan te wakkeren. Want ondanks internationale erkenning en gouden medailles, grijpen Belgen nog te vaak naar buitenlandse flessen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wijn" />
                        <category term="Limburg" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1b1c6de3-52a3-4288-a993-fa4bf2c6d768/full_width_thumb-36.jpg</image>
                        
            <updated>2025-09-18T21:35:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bite Back moet campagne in De Standaard aanpassen na klacht van Landsbond Pluimvee]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bite-back-moet-campagne-de-standaard-aanpassen-na-klacht-landsbond-pluimvee" />
            <id>https://vilt.be/57927</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dierenrechtenorganisatie Bite Back verspreidde onjuiste informatie in een campagne tegen de "pluimvee-industrie". Dat oordeelt de Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame, kortweg JEP. Bite Back haalde de shortlist van de Solidariteitsprijs van De Standaard, en mocht als beloning gratis een advertentie publiceren op de achterzijde van de krant. Op die advertentie staat dat 60 procent van Belgische kippen gehouden wordt in verrijkte kooien, maar dat is niet correct.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="ei" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/af271662-e818-40f5-af43-b7ec33d3ae30/full_width_pluimveeleghenvogelgriep.jpg</image>
                                        <content>Bite Back moet van de JEP de campagne onmiddellijk stopzetten, of aanpassen. Maar aangezien de campagne reeds is afgelopen, is dat niet aan de orde. Martijn Chombaere van de Landsbond Pluimvee ziet het dossier dus vooral als een &quot;symbolische overwinning&quot;. “Iedereen mag zijn mening geven, ook als die anti-landbouw is. Maar het moet dan wel gebaseerd zijn op correcte informatie.” Drie klachtenLandsbond Pluimvee had drie concrete klachten omtrent de campagne. Zo stoorde de organisatie zich aan het campagnebeeld. “Op het eerste gezicht een AI-gegenereerde foto die een volledig foutief beeld schetst van de werkelijke situatie, dit om via de emotionele weg sympathie te winnen bij de achterban om zo een groter bereik te bekomen. Dit geeft een vertekend beeld aan de burger die zich hierdoor kan laten misleiden”, stelt de sectororganisatie. Op de advertentie is een kip te zien die gekneld zit in een metalen hok. In de realiteit zijn zulke kooien voorzien van een zitstok, een krabmat en nestruimte. JEP oordeelde echter dat het &quot;voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk is dat het niet gaat om een representatie van de werkelijkheid, en dat deze door de afbeelding niet misleid zal worden.”De Landsbond kaartte ook aan dat de dieren niet individueel gehuisvest worden, maar in groep. “Hierdoor is de totale oppervlakte waarvan een hen gebruik kan maken groter.” Ook over de geadverteerde oppervlakte per hen was er discussie, al besloot de JEP om Landsbond Pluimvee daar niet in te volgen. De advertentie stelt dat de voorziene ruimte per kip kleiner is dan een krantenpagina, wat ook zo is. Een kip in een verrijkte kooi heeft een voorziene ruimte van minimum 750 vierkante centimeter. In plaats van onze sector steeds in een slecht daglicht te plaatsen, zouden de mensen zich beter eerst verdiepen in waarom we bepaalde zaken net wel of net niet doen Voor JEP gaf de derde klacht de doorslag: het gebruik van foutief cijfermateriaal. In België bevindt rond de 34 procent van alle legkippen zich in verrijkte kooien, wat nagenoeg de helft minder is dan wat Bite Back beweert.Goed voor het dier, slecht voor het milieuChombaere stoort zich vooral aan de dubbele houding wat betreft consumenten en dierenwelzijn. &quot;Kooisystemen zijn niet zomaar geïntroduceerd. Indertijd moesten we kippen van de grond halen, omdat ze zo minder kans maken op ziektes en infecties zoals coccidiose en clostridium”, zegt hij. “En nu moeten ze weer kunnen scharrelen. In plaats van onze sector steeds in een slecht daglicht te plaatsen, zouden de mensen zich beter eerst verdiepen in waarom we bepaalde zaken wel of net niet doen.”Chombaere wijst er ook op dat de ecologische voetafdruk van kooisystemen vele malen kleiner is dan van een scharrelstal. Een kip in een emissiearme volièrestal stoot per jaar 0,09 kg ammoniak uit. Bij een kip in een emissiearme verrijkte kooi, is dat zes keer minder (0,015 kg NH₃ per dierplaats per jaar). “Het is echt niet zo’n eenduidig verhaal”, zegt Chombaere. Marie Verhulst versus de pluimveesectorVolgens Chombaere zijn het lang niet alleen dierenrechtencampagnes waar misinformatie schering en inslag is. “In het programma De Verhulstjes op Play4 vertelt Marie Verhulst dat ze enkele kippen had gered uit &#039;legbatterijen&#039;. Terwijl zulke systemen in Europa al sinds 2012 verboden zijn. Zo zie je hoe makkelijk misinformatie zich verspreidt.”“De consument is enkel begaan met de herkomst van hele eieren&quot;, zegt Chombaere nog. &quot;Er wordt met geen woord gerept over alle koekjes en cosmetica waar ei-producten in zitten. Om die te maken, importeren we zonder gêne eieren uit landen als Oekraïne. Daar houdt men kippen wel degelijk in legbatterijen. Ondanks het Europees verbod.” Gelijk speelveldChombaere roept dierenrechtenorganisaties op tot een constructieve samenwerking met de sector. “In principe zou een organisatie als Bite Back zij-aan-zij met ons moeten strijden, op Europees niveau. Maar ik heb het gevoel dat zulke organisaties verkiezen om bottom-up te werken. Ze denken: we pakken de industriële veehouderij aan in Vlaanderen, en dan zal de rest wel volgen. Zo werkt het niet. We zouden alleen nóg meer eieren importeren uit landen waar men zich niet houdt aan de EFSA-normen, zoals wij, maar aan de veel laksere FAO-normen.&quot;&quot;Er zijn verbeterpunten mogelijk in de pluimveehouderij, net als in elke sector&quot;, concludeert Chombaere. &quot;Maar doe dat dan op Europees niveau. Zo zijn de spelregels voor iedereen gelijk, en blijven we competitief. Anders komen we geen stap vooruit.”VILT nam contact op met dierenrechtenorganisatie Bite Back, maar die was bij de originele publicatie van het stuk niet bereikbaar voor commentaar. Update 23/09/2025Dierenrechtenorganisatie Bite Back reageert op de bemerkingen van Landsbond Pluimvee. &quot;Twee klachten waren compleet uit de lucht gegrepen, één klacht was terecht - cijfermateriaal over de vee-industrie is niet altijd makkelijk en eenduidig te verkrijgen - maar uiteraard vinden we een percentage van 34 procent ook nog steeds veel te hoog voor het aandeel leghennen in verrijkte kooien in Vlaanderen&quot;, zegt Anthe Lainé van Bite Back.&quot;Dat het geen echte foto betreft, maar een AI-afbeelding, kan een reclamebureau of een dierenrechtenvereniging moeilijk verweten worden aangezien het voor ons beiden onmogelijk is om met de nodige toestemmingen originele foto’s te produceren. Bovendien staat het ieder vrij om met respect voor ieders privacy met AI-gegenereerde foto’s te werken&quot;, laat Lainé nog weten.Lainé merkt ook nog op dat de advertentie op een pagina van De Standaard zo’n 200 cm² groter is dan de minimumnorm voor een legkip in een verrijkte kooi. &quot;Bovendien betrof het sowieso een eenmalige campagne die niet herhaald ging en gaat worden, ongeacht het oordeel. We hoeven deze dus niet aan te passen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-09-23T15:33:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU verdeeld over exacte klimaatdoelen 2035 en 2040]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-verdeeld-over-exacte-klimaatdoelen-2035-en-2040" />
            <id>https://vilt.be/57928</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese lidstaten raken het voorlopig niet eens over een exact klimaatdoel voor 2035 en 2040. Spanje en Zweden willen hoog mikken. Maar landen zoals Polen en Tsjechië waarschuwen voor de concurrentiekracht van hun bedrijven. Intussen moeten wereldleiders woensdag bij de VN hun doelen voor 2035 presenteren, zoals afgesproken in het Akkoord van Parijs. Omdat consensus uitblijft, komt de EU zonder concreet cijfer, maar niet met lege handen. Lidstaten kwamen voorlopig overeen dat de uitstoot van broeikasgassen in de EU tegen 2035 met 66,25 tot 72,5 procent moet dalen ten opzichte van 1990.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="emissie" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bbe88df8-90f6-420b-8a7a-ff7751b0f669/full_width_koeien-weide-natuur-weiland-bomen.jpg</image>
                                        <content>De EU-lidstaten vinden elkaar niet in het vastleggen van klimaatdoelstellingen. Om te voorkomen dat ze met lege handen op de VN-bijeenkomst in New York zouden verschijnen, hebben ze hun toevlucht genomen tot het opstellen van een &#039;intentieverklaring&#039;.&amp;nbsp;Deze kwam afgelopen donderdag tot stand na langdurige onderhandelingen. De 27 ministers van Milieu van de EU zijn het er uiteindelijk over eens geraakt om een brief aan de VN te sturen, waarin ze beloofden om vóór de start van de COP30-klimaattop in november een concrete doelstelling in te dienen. De doelstelling zal tussen 66,25 procent en 72,5 procent van het CO2-emissieniveau van 1990 liggen. De EU bevestigt tegelijk dat de 55%-doelstelling voor 2030 haalbaar blijft. En dat ze trouw blijft aan Parijs en de beperking van de opwarming tot anderhalve graad.Europees Parlementslid Sara Matthieu (Groen), milieucoördinator voor haar fractie, reageert teleurgesteld over het &quot;vaag klimaatengagement&quot;. &quot;Dit duikt onder de lat van wat volgens wetenschappers en onszelf nodig is om klimaatopwarming te beperken: 90 procent reductie tegen 2040&quot;, zegt ze. &quot;Europa riskeert hiermee haar klimaatleiderschap uit handen te spelen en bij te dragen aan een zwakke uitkomst van deze cruciale klimaattop. Bovenal laat ze Europese burgers in de steek die vandaag al hun stinkende best doen door te verduurzamen.&quot; Waar schuurt het?De doelstelling voor 2035 is gekoppeld aan die voor 2040. Die hoeft niet bij de VN ingediend te worden, maar moet wel worden vastgelegd in de Europese klimaatwet. In juli stelde de Europese Commissie voor om de uitstoot van broeikasgassen met 90 procent te reduceren tegen 2040, om zo tegen 2050 klimaatneutraliteit te halen. Maar over dat voorstel zijn de meningen verdeeld en blijven de onderhandelingen aanslepen.Sinds de Europese verkiezingen van 2024 staat de concurrentiekracht van de Europese industrie hoog op de agenda. Landen als Polen, Hongarije, Slovakije en Tsjechië verzetten zich hierdoor tegen te ambitieuze klimaatdoelstellingen en ook zwaargewichten als Duitsland en Frankrijk zijn voorzichtig. In het andere kamp zitten landen als Spanje en Zweden die net tempo vragen, onder meer na recente klimaatrampen.Ondertussen dringt de tijd want op 10 november start de VN-klimaatconferentie (COP30) in het Braziliaanse Belém. Als de EU daar met uitgewerkte doelen voor 2035 en een duidelijke lijn voor 2040 wil staan, zal er snel consensus gevonden moeten worden. Hoogste CO2-uitstoot door natuurbranden in Europa in 23 jaarDe uitstoot van CO2 als gevolg van natuurbranden in Europa bevindt zich ondertussen op het hoogste niveau sinds de gegevens 23 jaar geleden werden bijgehouden. Dat meldt de Europese aardobservatiedienst Copernicus. Het brandseizoen is nog niet ten einde en er werd reeds een uitstoot van 12,9 megaton opgetekend, heel wat meer dan het vorige record van 11,4 megaton in 2003 en 2017. Vooral Spanje en Portugal kregen zware branden te verwerken, zij zijn dan ook verantwoordelijk voor ongeveer driekwart van de totale uitstoot. Maar ook Turkije, Cyprus en de Balkan werden getroffen. In totaal ging in Europa dit jaar al meer dan een miljoen hectare in vlammen op, ruim drie keer meer dan gemiddeld.</content>
            
            <updated>2025-09-19T14:32:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Groen licht voor renure: Boeren kijken uit naar toelating kunstmestalternatief]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/groen-licht-voor-renure-boeren-kijken-uit-naar-toelating-kunstmestalternatief" />
            <id>https://vilt.be/57929</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Europees Nitraatcomité keurt het voorstel van de Europese Commissie inzake renure goed. Hierdoor staat het gebruik van de kunstmestvervanger aan de vooravond van een officiële toelating binnen de Europese regelgeving. Voor landbouwers opent dit de deuren naar de afbouw van dure kunstmest en de opbouw van een circulair alternatief met een lagere CO2-voetafdruk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="renure" />
                        <category term="mest" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ab9b6b27-7b5a-4cbd-ae9b-022828658d94/full_width_kunstmest-pibo-tongeren.jpg</image>
                                        <content>Renure zijn meststoffen met eigenschappen van kunstmest, gemaakt uit stikstof die uit dierlijke mest wordt teruggewonnen. Het verwerkingsproces kan kleinschalig op het landbouwbedrijf plaatsvinden en waardeert zo een reststroom op tot een nuttige grondstof in een circulair systeem.Kunstmest is een veelgebruikte stikstofbron in de landbouw, zo’n 45 procent van de stikstofbemesting in ons land komt uit kunstmest. Deze worden vandaag vaak ingevoerd uit Rusland. Het gebruik van renure zou die afhankelijkheid kunnen verminderen en tegelijk de CO2-voetafdruk verkleinen, want kunstmest wordt geproduceerd op basis van aardgas.Europese wetgeving zag renure tot nu toe als dierlijke mest en niet als kunstmestvervanger. Daardoor bleef het voor veehouders weinig aantrekkelijk en bleef de toepassing beperkt. Maar zo’n zes jaar na de eerste grootschalige onderzoeken naar renure, lijkt daar nu verandering in te komen. Goedkeuring van het NitraatcomitéVorig jaar stelde de Europese Commissie voor om renure toe te laten als kunstmestvervanger in de Nitraatrichtlijn. Hierdoor zullen landbouwers binnenkort stikstof uit renure kunnen gebruiken ter vervanging van kunstmest, bovenop de huidige hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest.Vrijdag ging het Europese Nitraatcomité, waarin alle lidstaten vertegenwoordigd zijn, akkoord met dat voorstel. Voor onze boeren zou dit betekenen dat ze maximaal 80 kilo renure-stikstof per hectare mogen gebruiken, op voorwaarde dat de veestapel niet uitbreidt.“Dit is een concrete stap om onze landbouwers meer mogelijkheden te bieden en tegelijkertijd onze gemeenschappelijke natuurlijke hulpbronnen te beschermen”, aldus Eurocommissaris voor Milieu Jessika Roswall (EVP).Het akkoord is nog geen officieel groen licht voor landbouwers om dierlijke mest te beginnen verwerken tot renure. Het voorstel moet eerst nog drie maanden ter inzage liggen bij het Europees Parlement en de Raad. Komen daar geen bezwaren uit de bus, dan pas kan de Commissie de wijziging officieel aannemen in de Nitraatrichtlijn. Lidstaten die renure willen toestaan, kunnen de wijziging daarna in hun nationale regelgeving opnemen. Vlaamse inzetVlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) reageert alvast verheugd op de doorbraak. Hij wijst erop dat hij samen met partijgenoot en Europarlementslid Wouter Beke renure meermaals op de Europese agenda zette en er herhaaldelijk bevoegde Eurocommissarissen over aansprak. “We overtuigden ook veel parlementsleden en collega-ministers uit andere lidstaten om hun steun uit te spreken,” zegt Brouns. “Ik ben trots dat ons werk loont. Renure geeft boeren meer circulaire oplossingen, verkleint onze afhankelijkheid van dure kunstmest en ingevoerde grondstoffen zoals Russisch gas, en draagt bij aan een eerlijk inkomen voor onze landbouwers. Dit is een evenwichtige en broodnodige stap vooruit.”Landbouworganisatie Boerenbond rekent erop dat renure een vlotte uitrol zal kennen op Vlaams niveau. “Dit betekent een grote stap vooruit voor de landbouwsector. Renure-meststoffen hebben geen extra risico voor ammoniakemissies of de waterkwaliteit en ze dragen bij aan minder afhankelijkheid van import van dure kunstmest en prijs- en productieschommelingen. Zowel het milieu, de landbouwer als de consument winnen erbij”, zegt voorzitter Lode Ceyssens. “Wij rekenen op een vlotte laatste goedkeuring in de EU-instellingen en ook een snelle haalbare en toepasbare implementatie op Vlaams niveau. We roepen in deze fase iedereen op om mee aan de kar te trekken van oplossingsgericht beleid.”Ook het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) is tevreden met de beslissing  van het Nitratencomité, maar benadrukt dat het traject nog niet afgerond is. Volgens de organisatie is het belangrijk waakzaam te blijven dat er geen bijkomende voorwaarden worden toegevoegd die het gebruik voor landbouwers minder aantrekkelijk zouden maken.</content>
            
            <updated>2026-04-04T13:42:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Varkensprijzen dalen opnieuw met 10 cent per kilo]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/varkensprijzen-dalen-opnieuw-met-10-cent-per-kilo" />
            <id>https://vilt.be/57930</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Sinds China twee weken geleden aankondigde dat het heffingen zou opleggen voor Europees varkensvlees is de varkensprijs in Vlaanderen met 14 cent gedaald: vier cent vorige week en deze week ging er opnieuw tien cent af. “Dit louter aan de Chinese heffingen toeschrijven, is voorbarig”, klinkt het bij experten. “In het najaar zien we traditioneel een daling in de prijs, maar die lijkt zich nu toch een stuk scherper door te zetten.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3f969397-e6d0-4c54-87f5-7c0ef02e56b4/full_width_varkensonderzoek.jpg</image>
                                        <content>Dat het aangekondigde antidumpingonderzoek dat China was gestart naar Europees varkensvlees ons land zo hard zou treffen, was als een donderslag bij heldere hemel. België had in de periode waarover het antidumpingonderzoek zich uitstrekte, immers geen varkensvlees geëxporteerd naar China omdat er nog steeds een ban was omwille van de uitbraak van Afrikaanse varkenspest. Toch heeft de Chinese overheid beslist om elk land dat niet meewerkte aan het onderzoek, de hoogste heffing op te leggen. Prijsdruk meteen voelbaarEn zo kregen de Belgische bedrijven een heffing van 62,4 procent opgelegd en dat vanaf 10 september. De sector trok meteen aan de alarmbel. Volgens PORK.be, de brancheorganisatie van de Belgische varkenshouderij, zouden deze zware tarieven “op korte termijn de markt verstoren”. Dat zou leiden tot verlies van marktaandeel, prijsdruk en een directe impact op de tewerkstelling, waarschuwde de organisatie.Die prijsdruk laat zich meteen voelen. Vorige week daalde de prijs (Danis) van 1,34 euro per kilo naar 1,30 euro. Deze week gaat er nog eens tien cent van af waardoor de prijs daalt naar 1,20 euro per kilo. Ook in Duitsland en Nederland namen de varkensprijzen een duikvlucht van 10 eurocent, terwijl beide landen minder zwaar getroffen zijn door de heffingen. Markt al langer onder drukDie prijsdalingen één-op-één toeschrijven aan de heffingen van China doen experts niet. “Het is al heel de zomer niet zo gemakkelijk. Zo is het aanbod op de Europese markt wat toegenomen en bovendien importeert China minder. Daar kampen ze met een overaanbod”, vertelt Wouter Wytynck, varkensexpert van Boerenbond. Zo heeft de Chinese overheid in augustus beslist om varkensvlees op de eigen markt op te kopen om in de reserve te steken, iets wat enkel weloverwogen gebeurt. Ook de dure euro tegenover de dollar speelt de Europese varkensvleesproducenten parten in de export.Daarnaast is het zo dat het najaar altijd een moeilijke periode voor de prijsvorming is. “Na de zomer zien we altijd een typische dip. Als daar dan iets bijkomt dat de spanning in de afzet doet toenemen, zoals nu de beslissing van China om heffingen op te leggen, dan kan het heel snel grote invloed hebben”, verklaart Wytynck. Het is volgens hem ook maar de vraag of het bij deze prijsdaling blijft. Biggenprijzen op laagste niveau in drie jaarNiet alleen de varkensprijzen staan onder druk, ook de biggenprijzen bevinden zich op het laagste prijsniveau op drie jaar tijd. Waar ze al de hele zomer op een vrij laag niveau lagen van ongeveer 33 euro per big, zakt de biggenprijs nu voor het eerst dit jaar onder 30 euro-grens. Met 28 euro per big ligt de prijs een heel stuk onder prijzen van het vroege voorjaar, toen die boven de 60 euro uitsteeg. “Traditioneel zouden we verwachten dat de biggenprijs nu begint aan te trekken, maar dat zien we dus niet”, zegt Wytynck. “Maar als de varkensprijzen dalen, dan is er bij de varkenshouders ook minder animo om biggen aan te kopen.” Politieke en diplomatieke druk opvoerenOndertussen doet de sector er alles aan om via de politieke en diplomatieke weg de contacten met de Chinese overheid op te drijven om tot een verlaging of kwijtschelding van de heffingen te komen. Zo zijn er contacten met het Chinese minister van Handel, en met het FIT-kantoor in China en zijn de kabinetten op federaal, Vlaams en ook Europees niveau aangeschreven om te bemiddelen. “Van minister Brouns hebben we al gehoord dat er contacten zijn opgezet met de Chinese ambassade”, zegt Michael Gore van FEBEV, de federatie van het Belgisch vlees. &amp;nbsp;Toen de beslissing viel over de heffingen waren er tientallen containers met Belgisch varkensvlees onderweg naar China. Een gezamenlijke oplossing voor die containers is er niet. “De Belgische bedrijven moeten klant per klant op zoek naar een akkoord, want heffingen van ruim 60 procent dat neem je er niet zomaar bij”, vertelt Joris Coenen van het Belgian Meat Office. De containers verschepen naar andere landen kan volgens hem niet. “Vaak wordt er per land met een bilateraal certificaat gewerkt. Dat wordt niet zomaar aanvaard door een ander land.”</content>
            
            <updated>2025-09-19T17:41:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe infofiches ondersteunen tuinders bij onthaal van seizoenarbeiders]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/seizoenarbeiders-wegwijs-in-vlaanderen-met-nieuwe-infofiches-in-zeven-talen" />
            <id>https://vilt.be/57931</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Kenniscentrum Groene Sectoren werkte samen met Cera en Boerenbond aan een reeks infofiches om seizoenarbeiders in de tuinbouw wegwijs te maken in thema’s zoals veilig werken, gezondheidszorg en vrijetijdsbesteding. “Het is vooral de bedoeling om het psychosociaal welzijn van de seizoenwerknemers te bevorderen en om meer werknemers aan te trekken voor onze sectoren”, aldus landbouworganisatie Boerenbond.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="seizoenarbeid" />
                        <category term="tuinbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e1836639-d1b2-4f1b-852b-d348f9a887ae/full_width_seizoenarbeiders.jpg</image>
                                        <content>Om de productiepieken op te vangen doen land- en tuinbouwers in Vlaanderen jaarlijks een beroep op zo’n 60.000 seizoenarbeiders. Veel tuinders doen al heel wat moeite om hen goed te ontvangen en duidelijk te informeren. &quot;De nieuwe infofiches kunnen werkgevers voortaan extra ondersteunen hierin&quot;, vertelt Boerenbond.Veilig werkenDe fiches behandelen zes deelsectoren in de tuinbouw. Ze verduidelijken wat het werk inhoudt, welke kennis verwacht wordt, wat de loon- en arbeidsvoorwaarden zijn en hoe de werkuren doorgaans verlopen. Daarmee kunnen ook potentiële werknemers worden aangetrokken. “Op die manier willen we voor toekomstige arbeidskrachten de drempel verlagen”, zegt Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens.Daarnaast zijn er fiches ontworpen die telkens de meest voorkomende risico’s en gevaren van de betreffende deelsector belicht. Ook wordt aangegeven welke maatregelen nodig zijn om problemen en ongevallen te vermijden. Werkgevers kunnen deze fiches overhandigen aan werknemers of uithangen in de eet- of slaapruimte. Gezondheid en vrijetijdsbestedingVier fiches geven antwoord op de meest voorkomende vragen van buitenlandse seizoenarbeiders over gezondheid. Bijvoorbeeld: wat als ik een huisarts nodig heb, waar kan ik medicatie vinden, wat bij dringende medische hulp en kan ik terecht in een ziekenhuis? Op elk van deze vragen vinden ze praktische tips en concrete antwoorden op de fiches.Ook vrije tijd krijgt aandacht. “Het is belangrijk dat seizoenarbeiders niet voortdurend in hun logement blijven, maar ook de regio verkennen en enkele bezienswaardigheden bezoeken”, aldus het Kenniscentrum. Vlaanderen werd in 12 regio’s ingedeeld met een grote concentratie aan seizoenpersoneel. Samen met toeristische diensten is er voor elke regio een lijst opgesteld van mogelijkheden voor sport, cultuur, ontspanning, fietsen en wandelen. “In een latere campagne volgen nog fiches over thema’s zoals verzekeringen, wonen en huren en belastingen”, voegt Boerenbond toe.Alle fiches zijn beschikbaar in zeven talen: Nederlands, Frans, Engels, Pools, Roemeens, Bulgaars en Oekraïens. Ze worden verspreid via werkgevers, maar ook via gemeenten en VDAB.</content>
            
            <updated>2025-09-21T19:48:55+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaco lanceert app tegen voedselverspilling]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaco-lanceert-app-tegen-voedselverspilling" />
            <id>https://vilt.be/57932</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een derde van al het voedsel dat wereldwijd wordt geproduceerd, gaat verloren. Een gelijkaardig deel van de wereldbevolking lijdt honger. De organisatie voor biologische kringlopen Vlaco lanceert een nieuwe app tegen voedselverspilling. Zo kunnen Vlamingen hun steentje bijdragen. Dat is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de eigen portemonnee.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselverlies" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c9cd66e2-f3f8-4fee-bd41-6f56333fea5e/full_width_voedselverspilling-modernfarmercom.jpg</image>
                                        <content>Een aanzienlijk deel van alle voedselverspilling gebeurt bij de mensen thuis. Uit een bevraging bij 2.000 Vlamingen concludeert Vlaco dat Vlamingen vooral eten weggooien door bederf en overmatige aankopen. Ook geven veel mensen aan dat ze restjes weggooien omdat ze niet meer in een volgende maaltijd passen.Vlaco concludeert dat tijdsdruk een belangrijke rol speelt. “Mensen willen echt wel minder verspillen, maar in een drukke week is het plannen van maaltijden vaak het eerste dat sneuvelt. Praktische hulpmiddelen zoals een boodschappenlijst, maaltijdpakketten of een weekmenu maken daarom een groot verschil”, zegt Elfriende Anthonissen, Vlaco-medewerker bij het team thuiskringlopen.Hier moet de app dus bij helpen, onder meer via het &#039;Plan-eet weekmenu&#039;. Dit menu kan je downloaden in de app, en bevat ontbijt, lunch, avondeten en tussendoortjes, volledig uitgebalanceerd en gekoppeld aan een boodschappenlijstje. Zo kan een restje van de ene dag de volgende dag eenvoudig worden verwerkt. De boodschappenlijst heeft een afvinkfunctie en kan per portie worden aangepast, afhankelijk van met hoeveel personen je je huishouden deelt.“Met een eenvoudig hulpmiddel zoals een weekmenu kan je efficiënt boodschappen doen, creatief omgaan met restjes én gevarieerd eten zonder veel denkwerk,” aldus Anthonissen.Het eerste weekmenu zullen de gebruikers vanaf 29 september kunnen downloaden in de gratis Plan-eet app van Vlaco. Naast de weekmenu’s biedt de app bewaartips en creatieve recepten om voedselverlies thuis tot een minimum te beperken.</content>
            
            <updated>2025-09-22T13:11:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[7 bedrijven in Turnhouts Vennengebied uitgekocht, 17 nog in procedure]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zeven-bedrijven-in-turnhouts-vennengebied-uitgekocht-17-in-procedure" />
            <id>https://vilt.be/57933</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zeven bedrijven in het Turnhouts Vennengebied stapten al in op het flankerend beleid van de Vlaamse overheid. Daarnaast zijn nog 17 bedrijven in gesprek over een mogelijke uitkoop. Als ook zij ingaan op het aanbod, wordt een aanzienlijk deel van de bijkomende stikstofreductiedoelstellingen voor 2030 gerealiseerd. Dat lichtte de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) toe aan de leden van de commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement, tijdens hun werkbezoek aan het maatwerkgebied vorige week.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a80fe864-2c7b-498c-bacd-b92caec3ce10/full_width_commissie-leefmilieu2.jpg</image>
                                        <content>Deze zomer maakte Bart Dickens, voorzitter van Farmers Defense Force België en melkveehouder in het Turnhouts Vennengebied, bekend dat hij zich door de Vlaamse overheid liet uitkopen. Naar eigen zeggen was hij de eerste veehouder in het Turnhouts Vennengebied die instapte in het flankerend beleid. Tijdens het bezoek van de commissie Leefmilieu bleek dat intussen nog twee bedrijven een uitkoopbod hebben aanvaard. Wachten op een intendantZo’n 15 commissieleden trokken naar de Antwerpse Noorderkempen om zich ter plaatse te informeren over de stikstofproblematiek en de bezorgdheden in de regio.Boeren leven er al sinds het eerste stikstofakkoord van februari 2022 in onzekerheid. Toen kreeg het gebied bijkomende reductiedoelstellingen opgelegd. Aanvankelijk was het Turnhouts Vennengebied het enige maatwerkgebied, maar in het definitieve stikstofdecreet werd het één van vijf.Een intendant moet er een ontwikkelingsplan uitwerken dat meer duidelijkheid moet brengen over de toekomst van de landbouw. Sinds het vertrek vorig jaar van Piet Vanthemsche is die functie echter niet ingevuld. In diverse stadia van procedureIntussen kunnen bedrijven beroep doen op flankerende maatregelen. Zo geldt er sinds de vorige legislatuur onder meer de algemene stoppersregeling voor varkensbedrijven. In de eerste twee rondes maakten vier bedrijven uit het Turnhouts Vennengebied daarvan gebruik. Daarnaast geldt er sinds deze legislatuur ook de opkoopregeling voor oranje bedrijven en bedrijven in maatwerkgebieden. Via die regeling zijn dus al drie bedrijven gestopt.Volgens VLM, die een stand van zaken gaf aan de commissieleden, hebben nog eens 17 boeren zich aangemeld voor de uitkoopregeling. Die procedure verloopt in fases: na de indiening van een aanvraagdossier volgt eerst een analyse, waarna de landcommissie een berekening maakt en een bod uitbrengt. De 17 betrokken bedrijven zitten elk in een andere fase, klonk het bij VLM. “Eén bedrijf heeft een bod ontvangen, voor tien bedrijven is een berekening gemaakt en wordt een officieel bod voorbereid. Zes bedrijven zitten in het begin van de procedure.&quot; &quot;70 procent van extra reductiedoelstellingen gerealiseerd&quot;Als ook deze bedrijven instappen, zou het totaal op 24 komen. “Daarmee zou 70 procent van de extra reductiedoelstelling van het maatwerkgebied tegen 2030 gehaald worden”, antwoordde VLM op een vraag van N-VA-parlementslid Arnout Coel. Het maatwerkgebied, dat 128 landbouwzetels telt, moet in totaal 100 ton extra stikstofreductie realiseren. “Dit gaat om een richtwaarde in de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof, red.) en is dus indicatief”, nuanceert VLM.Toch blijft het onzeker of de 17 bedrijven effectief zullen instappen. “Het gaat om een vrijwillige procedure, landbouwers kunnen zich op elk moment terugtrekken,” benadrukt VLM. 70 procent klinkt mooi, maar wat is de echte waarde? Na 2030 worden er aanvullende stikstofdoelstellingen opgelegd voor 2045. Voor ons boeren blijft het onzekerheid troef Leden van de stuurgroep Turnhouts Vennengebied zijn sceptisch. “Veel bedrijven schrijven zich in om de waarde van hun bedrijf te kennen, maar ze zullen zeker niet allemaal ingaan op het bod,” zegt Jos Bols, bestuurslid van de stuurgroep. Hij wijst er bovendien op dat bedrijfswoningen zonevreemd worden zodra veebedrijven hun vergunning verliezen.De stuurgroep is evenmin onder de indruk van de mogelijke resultaten. “70 procent klinkt mooi, maar wat is de echte waarde? Na 2030 worden er aanvullende stikstofdoelstellingen opgelegd voor 2045. Voor ons boeren blijft het onzekerheid troef,” aldus Bols. &quot;Interesse in vergoeding nulbemesting is lauw&quot;Binnen de flankerende instrumenten van het stikstofdecreet valt ook de vergoeding voor nulbemesting. Eigenaars van percelen waar in 2028 een bemestingsverbod geldt, hebben recht op zo&#039;n vergoeding. Die stijgt naarmate een bedrijf vroeger instapt. In het Turnhouts Vennengebied blijkt de interesse echter beperkt: voor slechts vijf van de 64 getroffen percelen werd een aanvraag ingediend, meldt VLM.</content>
            
            <updated>2025-09-22T16:45:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Australische onderzoekers waarschuwen voor onderschatte methaanlekken uit boorputten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/australische-onderzoekers-waarschuwen-voor-onderschatte-methaanlekken-uit-boorputten" />
            <id>https://vilt.be/57934</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Uit een oud boorgat voor een steenkoolmijn in Australië ontsnapt jaarlijks zo’n 235 ton methaan. Mogelijk is dit ook het geval bij de andere honderdduizenden boorgaten in Australië. Dat stellen onderzoekers van de Universiteit van Queensland. Zij waarschuwen voor een tot nu toe sterk onderschatte bron van methaan in de atmosfeer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="methaan" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/31c7bd61-dcad-447b-a378-acefa6693a4e/full_width_wolfgang-weiser-x5dcmjn5vyw-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Op een boerderij, in het zuiden van Queensland, hebben onderzoekers van de lokale universiteit gedurende een week de uitstoot van een verlaten boorput gemeten. “Dit was de eerste langdurige meting van methaanemissies uit een verlaten steenkoolboorput,” zegt professor Phil Hayes van het onderzoeksteam. Hoewel de plek er op het eerste gezicht uitziet als een kaal stukje grond in een weiland, bleek de boorput een zogenoemde ‘super-verspreider’. Jaarlijks ontsnapt er volgens de onderzoekers 235 ton methaan, wat qua klimaatimpact overeenkomt met de emissies van 10.000 nieuwe auto’s die elk 12.000 kilometer rijden.Er zijn naar schatting 130.000 van zulke putten in Queensland waarvan de afdichting onzeker is. &quot;Je hoort me niet zeggen dat alle 130.000 boorgaten methaan lekken. Ik ben er zeker van dat dat bij de meerderheid niet het geval is. Maar zelfs als het bij een klein aantal gebeurt, is de impact niet te verwaarlozen,&quot; vertelt Hayes aan de Australische televisieomroep ABC. “Onze metingen tonen aan dat ze samen een grote, ongerapporteerde bron van broeikasgassen kunnen zijn.” Het onderzoek richt zich voorlopig op steenkoolboringen, maar Hayes sluit niet uit dat ook andere putten, zoals waterboringen, methaan kunnen lekken. Laaghangend fruitIn Australië zijn bedrijven verplicht om boorgaten te dichten zodra ze buiten gebruik raken. Toch is het onzeker of dat in het verleden altijd correct is gebeurd. Sommige putten dateren van meer dan een eeuw geleden, toen de mijnbouw in Queensland op gang kwam en de regelgeving veel minder streng was. Intussen zijn de bedrijven die destijds actief waren vaak al lang verdwenen.Onderzoekers en milieuorganisaties pleiten intussen voor een brede controle van alle boorgaten in Australië. &quot;Wij hebben aangegeven dat er een probleem is. Het is nu aan de overheid&quot;, zegt Hayes. &quot;Het is niet zo moeilijk om boorgaten te dichten voor methaan. Dit is laaghangend fruit in de strijd tegen de klimaatopwarming.&quot;</content>
            
            <updated>2025-09-22T18:51:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouw in 2050: "Schotel ons niet méér van hetzelfde voor"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouw-in-2050-schotel-ons-niet-meer-van-hetzelfde-voor" />
            <id>https://vilt.be/57935</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ecologische, sociale en gezondheidscrisissen dagen ons huidige landbouwmodel enorm uit. Realisme noopt ons tot een radicale koerswijziging. De Vlaamse landbouwvisie 2050 moet een transitieplan zijn dat voedselproductie volledig herdenkt als een ecologisch, sociaal en gezondheidsgericht systeem. Dit is bovendien een kans om voortrekker in Europa te zijn. Dat schrijft Esmeralda Borgo, beleidsmedewerker bij Voedsel Anders, in een opiniestuk naar aanleiding van het eerste forum dat dinsdag gegeven wordt over de Vlaamse landbouwvisie voor 2030-2050.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="toekomst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2dcc62aa-8f39-4b92-bbca-9de092bf313f/full_width_agro-ecologische-landbouw-op-perceel-van-provincie-antwerpen-in-kontich-aan-de-kerk.jpg</image>
                                        <content>Meer droogtes én wateroverlast, een verwachte temperatuurstijging van drie graden, veel boeren die de handdoek in de ring gooien, en een obesitasepidemie: al deze uitdagingen zetten ons huidige landbouwmodel onder enorme druk. Vandaag, 23 september 2025, geeft landbouweconoom Guido Van Huylenbroeck het startschot voor de uitwerking van een langetermijnvisie voor de Vlaamse landbouw tegen 2050. Hij doet dat in opdracht van minister voor landbouw Jo Brouns. Deze opdracht kadert binnen een van de beloftes van het Vlaamse regeerakkoord. Zo kondigde de Vlaamse regering aan dat ze tegen 1 januari 2026 een visie zou uitwerken over hoe ons landbouw- én voedselsysteem er in 2050 moet uitzien. Die visie zou, aldus het regeerakkoord, een rendabel landbouwmodel moeten verzoenen met de ecologische grenzen van onze regio. Een robuuste visie tot 2050 kan stabiliteit, richting en vertrouwen geven in een sector die al veel te lang in onzekerheid leeft &quot;Landbouw is niet zomaar onderdeel van de economie&quot;Een duidelijke visie is absoluut nodig voor onze boeren. Tot nog toe werden ze al te vaak geconfronteerd met een lappendeken van losse beleidsmaatregelen, zonder veel samenhang. Dat maakt hen bijzonder kwetsbaar en velen gaven er al de brui aan. Een robuuste visie tot 2050 kan stabiliteit, richting en vertrouwen geven in een sector die al veel te lang in onzekerheid leeft. Een sector die terecht “strategisch” wordt genoemd: zonder voedsel kunnen we immers niet leven. Landbouw is daarom veel meer dan zomaar een onderdeel van de economie!De Vlaamse landbouwvisie moet realistisch zijn en daarom rekening houden met de instabiele wereld waarin we leven. De klimaatwetenschap is helder: we zullen steeds meer te maken krijgen met frequente droogtes, hittegolven of extreme neerslag. Volgens het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) is de gemiddelde jaartemperatuur sinds 1890 al gestegen met 1,9 °C. Op basis van de huidige trend is een totale temperatuurstijging tot 3°C tegen 2050 realistisch, tenzij er drastische emissiereducties plaatsvinden.Die opwarming treft de landbouw rechtstreeks: droogtestress, wateroverlast, ziektes en bodemerosie leiden tot grillige oogsten, en dat terwijl de biodiversiteit – onze natuurlijke buffer tegen klimaatverandering – in alarmerend tempo afneemt. Rekening houden met de ecologische grenzen betekent bovendien dat we moeten stilstaan bij de verdeling van schaarse hulpbronnen zoals water - niet alleen voor landbouw, maar ook voor drinkwaterproductie, industrie en natuur. Dat water moet ook aan voldoende kwaliteitseisen blijven voldoen: kwaliteitsnormen zijn niet rekbaar!Niet alleen het klimaat en ons leefmilieu, maar ook de volksgezondheid staat onder druk. Volgens het Vlaamse gezondheidsrapport heeft bijna de helft (45,2%) van de Vlaamse volwassenen overgewicht en 13,6 procent kampt zelfs met obesitas. De link tussen ongezonde voeding, en overgewicht en chronische ziekten is wetenschappelijk goed onderbouwd, net zoals de gezondheidsimpact van pesticiden, stikstof, zoönosen, enz. De landbouwvisie moet met deze realiteiten rekening houden, anders mist ze haar maatschappelijke opdracht. &quot;Klassiek landbouwmodel is niet veerkrachtig genoeg&quot;Het klassieke landbouwmodel, dat vooral aanstuurt op verhoogde productie en sterk afhankelijk is van kunstmest, pesticiden en geïmporteerde soja, is niet veerkrachtig genoeg. Het is niet ontworpen om te functioneren onder ecologische stress. We hebben dus niet meer van hetzelfde nodig, integendeel. We hebben nood aan een grondige systeemverandering, gebaseerd op lokale veerkracht en ecologische stabiliteit.Hoe moet een realistisch landbouw- en voedselsysteem er dan in 2050 uitzien om optimaal op deze trends in te spelen? Hoe kunnen we veerkracht inbouwen? En wat moet tegen 2030 gebeuren om in 2050 een veerkrachtig landbouw- en voedselsysteem te realiseren dat ons van gezonde voeding voorziet? Dat zijn de vragen die professor Van Huylenbroeck zich moet stellen bij de uitwerking van zijn voorstellen. Eerlijke prijzen voor agro-ecologische boeren zijn essentieel: milieu- en gezondheidskosten moeten geïntegreerd worden en boeren moeten een eerlijk inkomen overhouden Een geslaagde toekomstvisie zal niet enkel uitgaan van de ecologische draagkracht van ons leefmilieu, maar moet inzetten op de versterking van de ecologische buffers, zoals bodem- gezondheid en biodiversiteit. Alleen zo realiseren we een veerkrachtig systeem dat in staat is om schokken (zoals droogte en ziektes) op te vangen.Toekomstgericht betekent ook: de landbouwstiel aantrekkelijk maken voor jonge starters, en oplossingen zoeken voor de problematiek van toegang tot grond voor boeren die willen werken aan een ecologische en gezonde voedselproductie.Voedselproductie moet bovendien sociaal robuust zijn én bijdragen aan de volksgezondheid. Eerlijke prijzen voor agro-ecologische boeren zijn essentieel: milieu- en gezondheidskosten moeten geïntegreerd worden en boeren moeten een eerlijk inkomen overhouden. Een goede landbouwvisie gaat uit van een voedselstrategie die de consumptie van gezond voedsel vooropstelt en vergemakkelijkt.&quot;Realisme vergt radicale koerswijziging&quot;Dit alles is niet niets. Realisme in het landbouw- en voedselbeleid vergt een radicale koerswijziging. De Vlaamse landbouwvisie 2050 moet een transitieplan zijn dat voedselproductie herdenkt als een ecologisch, sociaal en gezondheidsgericht systeem. Voedsel Anders, de beweging voor agro-ecologische landbouw, kijkt hoopvol uit naar de voorstellen die professor-emeritus Van Huylenbroeck over enkele maanden zal presenteren. Die voorstellen moeten gebaseerd zijn op een brede maatschappelijke dialoog, want dat is absoluut nodig om te komen tot een écht breed gedragen visie.Dit is een kans om voortrekker te worden binnen Europa. Schotel ons niet meer van hetzelfde voor, maar kies voor een landbouw die voedt, herstelt en verbindt met mens, natuur en de samenleving. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteur:Esmeralda Borgo is beleidsmedewerker bij Voedsel Anders, een beweging die ijvert voor agro-ecologie als alternatief voor ons voedselsysteem, samen met&amp;nbsp;29&amp;nbsp;lidorganisaties&amp;nbsp;en vele burgers, bedrijven en lokale groepen.&amp;nbsp;Ze is ook freelance onderzoeker en journalist. </content>
            
            <updated>2025-09-22T18:12:33+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vijf lessen die we kunnen trekken uit het European Milk Forum]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vijf-lessen-die-we-kunnen-trekken-uit-het-europese-melkforum" />
            <id>https://vilt.be/57936</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De melkveehouderij is een internationale sector, en ook één die in heel Europa met gelijkaardige uitdagingen kampt. Dat blijkt na afloop van het European Milk Forum dat jonge veeboeren en experts uit heel Europa samenbracht om de toekomst van de sector te bespreken. En daaruit vallen enkele lessen te trekken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/da55118a-88ff-4c3f-9a0a-d10b960afe17/full_width_leyschulte.jpg</image>
                                        <content>1. Jonge boeren hebben ruimte nodig, zowel ruimtelijk als reglementairEuropa wil de uitstoot van de veehouderij beperken en vaak vertaalt zich dat in een afbouw van de veestapel. Dit zet jonge veeboeren meteen voor een moeilijke beslissing. Want jonge boeren willen méér dan het ouderlijk bedrijf voortzetten. Ook zij willen hun onderneming laten groeien en hun carrière eindigen met een florerend bedrijf. Hoewel sommige landen, waaronder België, financiële stimulansen bieden aan jonge boeren in de vorm van VLIF-steun, wordt dit soms tenietgedaan door andere regelgeving. Eén van de meest spraakmakende getuigenissen komt van de Belgische melkveehouder Quinte Jochems, uit Beerse. Zelf is hij nog maar twee weken actief in de stiel, maar hij stoot meteen op een groot probleem.“Als je in België een landbouwbedrijf overneemt van je vader of moeder, dan kan je dat doen zonder verlies van emissierechten. In mijn geval wordt de boerderij beheerd door zowel mijn vader als mijn nonkel. Mijn nonkel is geen rechtstreekse familie en dus verliezen we 25 procent van onze emissierechten zodra ik het landbouwbedrijf overneem. In plaats van mijn VLIF-steun te gebruiken om duurzame investeringen te doen, zal ik 60 procent van het bedrag moeten gebruiken om nieuwe emissierechten aan te kopen. Ik moet een groot bedrag betalen aan de overheid louter om het bedrijf in zijn huidige vorm te laten bestaan, en in mijn ogen is dat een nutteloze investering. Het zou niet mogen uitmaken of ik een boerderij overneem van mijn nonkel of van mijn vader, maar in België is dat wel zo.” 2. Dierenwelzijn is crucialer voor imago dan uitstootVeeboeren hebben niet overal een goed imago. Daar kunnen ze echter zelf deels invloed op uitoefenen. “We moeten fier zijn op wat we doen en daarmee naar buiten durven treden”, zegt de Deense boerin Hanne Line Skovgaard Revsbech.“Als veehouder neem je een groot deel van het landschap in en dat gaat gepaard met een bepaalde verantwoordelijkheid”, zegt ze. “Daarom raad ik aan: neem deel aan lokale events en integreer je in de lokale gemeenschap. Soms ondervinden mensen overlast van je boerderij, en dan helpt het als je aanspreekbaar bent.”De veehoudster geeft wel toe dat ze erg ver gaat in het verzorgen van haar imago. &amp;nbsp;“Ik sponsor de lokale volleybalploeg. Ze hebben koeien op hun truitjes”, zegt ze. “Daarnaast werk ik eraan om mijn bedrijf goed te integreren in het landschap, met bijvoorbeeld wandelpaden.”Het enige dat de veehoudster bewust niet heeft, is een Facebookpagina. “Ik zie bij collega’s wat voor bagger daarop verschijnt”, zegt ze. “De prioriteit voor de politiek ligt op uitstoot, maar de consument is vooral bezig met dierenwelzijn. Ze stellen zich minder vragen over uitstoot en wel waarom een kalf bijvoorbeeld niet bij zijn moeder is. Het is belangrijk om zulke zaken te duiden.” 3. Innovatie vraagt Europese samenwerkingVoor een zuinige veehouderij moet je niet alleen kijken naar het aantal koeien, maar ook naar de productie per uitstoot. Dat is de grondgedachte bij de Duitse melkveehoudster Katharina Leyschulte. “Als je efficiënte melkkoeien hebt, draag je ook bij aan het milieu, maar dat is een deel van het plaatje dat te weinig bekeken wordt”, zegt ze.De jonge Leyschulte gaat prat op innovatie in de veehouderij. Zo werkt ze mee aan Kuhvision, een Duits project waarbij men genetische data verzamelt van meer dan een miljoen koeien. De bedoeling is om Holsteinkoeien te verbeteren. Via gerichte fokkerij, welteverstaan, al zou genbewerking volgens Leyschultes persoonlijke mening geen taboe mogen zijn. “Het is niet omdat het niet mag in Europa, dat we er geen debat over mogen voeren”, zegt ze. “In andere delen van de wereld zal men die boot niet missen.”Eén van de meest beloftevolle vondsten is het zogenaamde ‘slick-gene’, een gen aangetroffen bij koeien in Senegal. “Zulke koeien hebben een gladde vacht, waardoor ze beter tegen de hitte kunnen. Dat resulteert in meer welzijn, en een betere melkproductie. Dieren met het &#039;slick gene&#039; produceren gemiddeld vier kilogram extra melk per dag.”Volgens Leyschulte is het van cruciaal belang dat Europa een databank aanlegt voor fokwaarden, waar de genetische potentie van elk dier wordt vastgelegd. Zoiets bestaat al in grootmachten zoals de VS, maar niet bij ons. “Volgens mij zou zo’n databank een fantastisch hulpmiddel zijn om de duurzaamheid en productiviteit van de veehouderij te verbeteren. Goedkope genetische testapparatuur zou voor elke boer beschikbaar moeten zijn.” 4. Meten is wetenNiet enkel jonge boeren kwamen aan het woord. De Noord-Ierse veeboer en academicus professor John Gilliland werkt aan een bijzondere innovatie om uitspoeling te voorkomen. Gilliland gebruikte LiDAR om landbouwbedrijven topografisch in kaart te brengen. LiDAR is een technologie waarbij men een nauwkeurig 3D-beeld maakt van een omgeving aan de hand van laserstralen. Dit kan hypernauwkeurig gebeuren: dezelfde technologie wordt ook gebruikt om bijvoorbeeld zelfrijdende auto’s obstakels te laten vermijden.“In ons voorbeeld zijn we gaan kijken naar een traditionele melkveehouderij met een monocultuur van Engels raaigras en hoog kunstmestgebruik. Via LiDAR konden we detecteren langs waar de velden afspoelen, en de impact die dat heeft op de waterkwaliteit.Maar het belangrijkste volgens Gilliland is de bodem. “Zit je bodem niet goed, dan hebben je planten het niet goed en als je dat voert aan je koeien, zal je het ook merken aan de kwaliteit van de melk die je produceert.”Daarom werd ook het koolstofgehalte van de bodem op vele locaties gemeten. “Wanneer men spreekt over emissiereductie, kijkt men te weinig naar de planten die aanwezig zijn op veebedrijven, en de rol die ze kunnen spelen in koolstofcaptatie. Als we data hebben over de bodem, kunnen boeren hun kunstmestgebruik en teeltstrategie daaraan aanpassen, en kunnen we ook zien wat het effect is van aangepaste praktijken. In ons geval heeft de veehouder zijn gebruik van kunstmest met 80 procent gereduceerd. Door over te schakelen van een monocultuur naar kruidenrijk grasland is ook de biodiversiteit verbeterd. In zijn bodem zitten nu drie keer zoveel regenwormen als vroeger.” 5. Europese steun is cruciaal in veranderlijke wereldmarktMisschien de meest hooggeplaatste jonge landbouwer aanwezig op het congres, was Anne-Catherine Dalcq (MR), Waals minister voor Landbouw, Landelijkheid, Natuur, Jacht, Visserij en Bossen. De minister had een hoopvolle boodschap voor de boeren, maar erkende dat de landbouw zich in een woelig tijdperk bevindt. De geopolitieke verschuivingen in de wereldhandel, commerciële uitdagingen, duurzaamheidsverplichtingen en de grote maatschappelijke druk op landbouwers spelen een rol. Tegelijk heeft het verleden ons geleerd wat innovatie voor de sector kan betekenen. “Op 40 jaar tijd is de productiviteit van melkkoeien verdubbeld”, zegt Dalcq. “En toch hebben we op 30 jaar tijd meer dan de helft van de melkveebedrijven in Wallonië verloren. De uitdaging zit hem in het behoud van landbouwbedrijven op mensenmaat. Als minister is het mijn opgave om de economische, maatschappelijke en duurzaamheidsdoelstellingen van de sector met elkaar te verzoenen, om de sector voor de komende decennia toekomstperspectieven te bieden. Een sector met ruimte voor innovatie, zodat ook de komende generaties goed zullen boeren.”Volgens Dalcq moet er dan ook meer worden geïnvesteerd in wetenschappelijk onderzoek voor de veehouderij, en moet er vooral sprake zijn van betere kennisdeling op Europees niveau. “Onderzoekers zijn zich te weinig bewust van welke innovaties er bestaan in de veehouderij”, zegt ze.Hoewel de zuivelprijzen vandaag relatief stabiel zijn, waarschuwt Dalcq ook dat de wereldmarkt vrij fragiel is. “De prijzen zijn vrij correct vandaag, maar de wereldmarkten zijn volop in beweging”, zegt ze. “We moeten hierop anticiperen en ook op Europees niveau voldoende middelen voorzien voor onze landbouwers.”De Europese Commissie heeft voor de periode 2028 tot 2034 een pakket van 300 miljard euro voorgesteld voor inkomenssteun en crisisbeheer, wat neerkomt op 80 procent van het huidige GLB-budget voor 2023-2027. Volgens Dalcq zullen deze budgetten absoluut verhoogd moeten worden om de toekomst van de sector veilig te stellen.</content>
            
            <updated>2025-09-22T19:29:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bio overschrijdt voor eerst 10.000 hectare, maar groei blijft bescheiden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bio-overschrijdt-voor-eerst-10000-hectare-maar-groei-blijft-beperkt" />
            <id>https://vilt.be/57937</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het biologische landbouwareaal overschrijdt voor het eerst de grens van 10.000 hectare. Een erg forse groei (+2,5%) betekent dit echter niet voor het volledig bio-areaal in Vlaanderen, dat nu 1,7 procent van de totale oppervlakte cultuurgrond uitmaakt. Zo staat te lezen in het jaarlijkse biorapport, dat vandaag verschijnt naar aanleiding van de EU Organic Day. De opvallendste groei is te zien in de bioveestapel, waar het aantal dieren met acht procent stijgt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d16dd6f5-2809-4ef3-9924-11b3db761ede/full_width_pfos-bio-bioforum-kobe-van-looveren.jpg</image>
                                        <content>De evolutie van de biologische landbouw vertoont in 2024 een gemengd beeld. Het landbouwareaal onder biologische controle stijgt licht, en ook de bioveestapel neemt toe. Het aandeel biobedrijven in Vlaanderen blijft daarentegen hangen op net geen drie procent.Meeste biogrond bestaat uit graslandIn 2024 telde Vlaanderen een bio-areaal van 10.237 hectare. Dat komt overeen met 1,7 procent van de totale oppervlakte cultuurgrond. De bio-oppervlakte wordt vooral ingenomen door grasland (41%). Dit aanzienlijke areaal (3.108 hectare) hangt samen met de specificiteit van de biologische landbouw waarbij een grote oppervlakte weiland per dier nodig is om een maximale voederautonomie te waarborgen. Voedergewassen maken zo’n 30 procent uit van de Vlaamse bio-oppervlakte en bestaan voornamelijk uit klavergewassen (1.832 hectare) die gebruikt worden als bodemverbeteraar, als eiwitrijk ruwvoeder en om de stikstofvoorziening in de bodem te stimuleren.Akkerbouwteelten maken in 2024 10 procent uit van de Vlaamse bio-oppervlakte. De belangrijkste biologische akkerbouwgewassen zijn tarwe, gerst, aardappelen en korrelmaïs. De groente- en kruidenteelten vertegenwoordigen eveneens 10 procent. Peulvruchten hebben daarbij het grootste aandeel. Biologische fruitteelt neemt slechts acht procent van het bio-areaal in.Uit de analyse van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij blijkt dat de gemiddelde oppervlakte biogrond per bedrijf 16,2 hectare groot was in 2024. Dit is 12,6 hectare kleiner dan het gemiddelde areaal van een Vlaamse land- en tuinbouwbedrijf. West- en Oost-Vlaanderen hebben de grootste totale bio-oppervlakte, maar Limburg en Vlaams-Brabant hebben het hoogste bioaandeel in hun totale landbouwareaal. 2,9 procent van de Vlaamse land- en tuinbouwers teelt biologischEind 2024 telt Vlaanderen 634 biologische landbouwbedrijven, twee minder dan een jaar eerder. Het bio-aandeel in het totale aantal landbouwbedrijven blijft daarmee stabiel op 2,9 procent. Vorig jaar waren er 37 nieuwe aanmeldingen voor biolandbouw. 16 starters zijn volledig nieuw in de landbouwsector, 16 anderen waren al langer dan twee jaar actief vóór hun erkenning als biobedrijf. Tegelijk haakten ook 39 bedrijven af in 2024, 32 van hen bleven wel actief in de gangbare landbouw. Meer dan de helft van de stoppers had meer dan vijf jaar ervaring als bioproducent. Meer bedrijven met combinaties van landbouwactiviteitenDe specialisatiegraad van de biolandbouwers daalde licht (-3%) vorig jaar. Zo haalde 83 procent van de biolandbouwbedrijven het merendeel van zijn bedrijfsopbrengsten uit één specifieke bedrijfstak, terwijl 17 procent de bedrijfsinkomsten spreidde over meerdere bedrijfstakken.Een vijfde van de bioboeren oefent naast de primaire landbouwactiviteit ook één of meerdere andere biologische ketenactiviteiten uit. De vaakst voorkomende activiteit is distributie van bioproducten: hiervoor zijn 92 van de 634 Vlaamse biolandbouwers gecertificeerd. Ruim acht op de tien van deze 92 bioboeren verkoopt ook rechtstreeks aan de eindconsument. 71 biolandbouwers staan ook onder controle voor de bereiding van bioproducten. Bioveestapel groeitRuim een kwart van de 634 Vlaamse biologische landbouwbedrijven houdt op het bedrijf dieren die onder biocontrole staan. Voor het eerst in twee jaar groeide de totale biologische veestapel in Vlaanderen opnieuw aan met acht procent tot 704.678 stuks. Deze stijging is vooral te danken aan het aantal stuks pluimvee. Zonder pluimvee zou er een lichte terugval (-1%) geweest zijn. Vooral het aantal biologische legkippen nam toe (+16%). “Deze stijging wordt deels verklaard door de heropstart van een grote legkippenhouder die tijdelijk teruggeschakeld was, en door het feit dat enkele bestaande legkippenhouders hun productie gevoelig hebben opgetrokken”, aldus het Agentschap.Hoewel de totale biologische rundveestapel net als in 2023 licht achteruitgaat, neemt het aantal biomelkkoeien wel toe (+2%). Wordt gekeken naar de evolutie sinds 2020, dan is er zowel een groei bij de melkkoeien (+9%) als bij de totale rundveestapel (+5%) op te merken. Het aantal biovarkens bleef min of meer stabiel (-1%) in 2024.Bij de bioschapen is er in 2024 een terugval met 12 procent tegenover het jaar voordien. De biologische geitenstapel groeit daarentegen opnieuw met vier procent, na twee jaar van daling. In vergelijking met 2020 blijft het aantal geiten wel bijna een derde lager. Meer activiteit in de bioketenNaast de 634 biolandbouwers telt Vlaanderen ook nog 1.410 bedrijven die actief zijn in de bioketen, een stijging met bijna drie procent. Distributie blijft de vaakst voorkomende activiteit, gevolgd door bereiding. Een meerderheid van deze bedrijven combineert daarbij verschillende gecertificeerde biologische marktactiviteiten.Wat betreft de import van bioproducten uit niet-EU-landen, werd in 2024 304.731 ton ingevoerd , een stijging met zeven procent. Het gaat voornamelijk over plantaardige producten zoals vruchten, noten, koffie, thee en kruiden. We voeren het meest bio binnen van Ecuador (28%), het gaat hierbij voornamelijk over bananen.Het biorapport voor het jaar 2024 is beschikbaar op www.vlaanderen.be/landbouwcijfers.</content>
            
            <updated>2025-09-29T20:42:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Toekomst van Vlaamse landbouw getoond op natte maar drukbezochte Werktuigendagen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/toekomst-van-vlaamse-landbouw-getoond-op-natte-maar-drukbezochte-werktuigendagen" />
            <id>https://vilt.be/57938</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Afgelopen weekend stond Oudenaarde opnieuw in het teken van de Werktuigendagen, de grootste demonstratiebeurs voor de land- en tuinbouw in Europa. Bezoekers maakten er kennis met de nieuwste machines en innovaties, met een duidelijke focus op duurzaam grondbeheer. Tijdens live demonstraties kwamen onder meer bodemvriendelijke technieken, moderne voedermengwagens en de robotisering van onkruidbestrijding uitgebreid aan bod. Ondanks het natte weer zakten maar liefst 47.000 bezoekers af naar het evenement. De organisatie blikt dan ook tevreden terug op een geslaagde editie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkerbouw" />
                        <category term="technologie" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="precisielandbouw" />
                        <category term="robot" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/32822f60-7945-4ee6-b42a-29369fb5d64c/full_width_thumb-37.jpg</image>
                        
            <updated>2025-09-22T20:53:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Week Zonder Voedselverspilling: “Hardnekkige verwarring over houdbaarheidslabels blijft”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/week-zonder-voedselverspilling-hardnekkige-verwarring-over-houdbaarheidslabels-blijft" />
            <id>https://vilt.be/57939</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Drie op de vier Belgen vertrouwen op hun zintuigen om voedsel te beoordelen, maar verwarring over houdbaarheidslabels zorgt ervoor dat er nog veel eten in de vuilbak belandt. Dat blijkt uit onderzoek van Too Good To Go, voorgesteld tijdens de Week Zonder Voedselverspilling.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselverlies" />
                        <category term="voedsel" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/795a6a0c-e455-477c-aafb-4b2519e43ec7/full_width_voedselverspilling-voedselverlies-1250.jpg</image>
                                        <content>België verspilt jaarlijks 1,8 miljoen ton voedsel, waarvan ruim 40 procent afkomstig uit huishoudens (Eurostat 2024). Dat maakt consumenten tot een cruciale schakel in de strijd tegen verspilling. Zo’n drie kwart van de bevolking ruikt, proeft en kijkt alvorens voedsel wordt weggegooid. Dat is een duidelijke verschuiving ten opzichte van 2022, toen de meeste mensen vooral de houdbaarheidsdata volgden. Vooral oudere generaties nemen die stap: meer dan acht op de tien 55-plussers vertrouwen op hun eigen oordeel, terwijl bij jongeren slechts twee derde dat doet. Ook vrouwen blijken sneller op hun instinct af te gaan dan mannen.Hardnekkige verwarring over THT en TGTOndanks dat steeds meer Belgen hun zintuigen gebruiken bij voedsel, blijft er veel onduidelijkheid over houdbaarheidslabels. Bijna 40 procent kent het verschil niet tussen “ten minste houdbaar tot” (THT) en “te gebruiken tot” (TGT). Dat leidt ertoe dat eetbaar voedsel onnodig wordt weggegooid.De THT-datum gaat over kwaliteit: na deze datum kan smaak, geur of kleur iets achteruitgaan, maar het product is vaak nog veilig te eten. Het advies: kijk, ruik en proef voordat je het weggooit.De TGT-datum gaat over veiligheid: producten zoals vlees, vis of voorgesneden groenten zijn tot die datum veilig. Daarna kunnen ziekteverwekkers groeien die je niet ziet of ruikt, dus deze producten moeten worden weggegooid. Een pot yoghurt kan dus nog dagen na de THT-datum prima zijn, terwijl kip na de TGT-datum wél gevaarlijk kan zijn. Onze zintuigen zijn vaak de beste gids in de keuken Zintuigen als leidraadHet onderzoek kadert in de Week Zonder Voedselverspilling die loopt van 23 september tot 29 september. Tijdens deze week spoort Too Good To Go consumenten aan om bewuster om te gaan met eten. “Onze zintuigen zijn vaak de beste gids in de keuken,” zegt Isabelle de Bidlot, woordvoerder van Too Good To Go. “Het is hoopgevend dat steeds meer Belgen erop vertrouwen, maar vooral jongere generaties blijven voorzichtig. Meer kennis over labels en meer zelfvertrouwen kunnen ons samen veel voedsel – én geld – besparen.”Bindende Europese doelstellingenOok op het Europees niveau werden begin september knopen doorgehakt om voedselverspilling terug te dringen. Het Europees Parlement heeft bindende doelstellingen aangenomen om verspilling in de EU tegen 2030 terug te dringen. Voor huishoudens, winkels en horeca betekent dit een reductie van 30 procent per persoon. Lidstaten krijgen nu 20 maanden om de regels in nationale wetgeving om te zetten. Door verspilling te verminderen, kan ook het verbruik van water, energie en meststoffen in de voedselketen omlaag.</content>
            
            <updated>2025-09-24T10:33:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Turnhouts Vennengebied smacht naar intendant en duidelijkheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/turnhouts-vennengebied-smacht-naar-intendant-en-duidelijkheid" />
            <id>https://vilt.be/57940</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Jaren van onzekerheid hebben tot veel opgekropte woede geleid bij boeren in het Turnhouts Vennengebied. Dat bleek uit een bezoek van de leden van de commissie Leefmilieu en Landbouw van het Vlaamse parlement aan het landbouwgebied in de Noorderkempen. Een intendant moet in het gebied een ontwikkelingsplan uitwerken en zo voor duidelijkheid zorgen, maar er is al een jaar geen intendant meer actief. Nadat recent een kandidaat-intendant is afgewezen, zal Maarten Goris van VLM binnenkort de gesprekken met de boeren heropstarten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/54fb0ff9-547c-4f46-8327-2c4095e81285/full_width_commissie-leefmilieu-en-landbouw.jpg</image>
                                        <content>“In afwachting van een nieuwe intendant ga ik de komende weken opnieuw in gesprek met de landbouworganisaties, natuursector en lokale besturen. Het is de bedoeling om te kijken of er, los van de gevoeligheden, al maatregelen mogelijk zijn die bijdragen aan een stikstoplossing voor dit gebied.” Met die boodschap verwelkomde Maarten Goris, projectcoördinator voor het Turnhouts Vennengebied&amp;nbsp;bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), vorige week een delegatie van de commissie Leefmilieu en Landbouw van het Vlaamse parlement.De commissieleden trokken naar het hart van het Turnhouts Vennengebied om er de uitdagingen en gevoeligheden in het gebied met eigen ogen vast te stellen. De politici bezochten twee landbouwbouwbedrijven, een ontmoetingsplaats van Natuurpunt en de kijktoren Bels Lijntje in Turnhout die uittorent boven de vennen. Zij luisterden ook naar toelichtingen van verschillende betrokkenen, die elk hun visie op het stikstofdossier deelden.Het eerste stikstofakkoord van februari 2022 sloeg in als een bom in het Turnhouts Vennengebied. Bovenop de generieke maatregelen die voor heel Vlaanderen gelden, worden er van het maatwerkgebied veel aanvullende inspanningen vereist. Het gebied staat bekend om zijn vennen, een natuurtype dat zeer gevoelig is voor stikstofdepositie. Daarnaast kampt het landbouwrijke gebied met stikstofdepositie uit Nederland. Al ruim jaar geen intendantVoor het maatwerkgebied werd Piet Vanthemsche als intendant aangesteld. Zijn opdracht: samen met de landbouwers en natuurorganisaties een ontwikkelingsplan voor het gebied uitwerken. Parrallel aan die gesprekken liep een hydro-ecologisch onderzoek, bedoeld om de natuurdoelstellingen voor het gebied te bepalen. Volgens de boeren was afgesproken dat zij zouden worden betrokken bij dat onderzoek en dat ze inspraak zouden hebben in de richting van de overheidsplannen. Maar sinds Vanthemsche in juni vorig jaar zijn opdracht neerlegde, ontbreekt er een intendant. Daardoor blijven de landbouwers in het ongewisse. Ook de planning voor het ontwikkelingsplan, dat oorspronkelijk in maart klaar moest zijn, is met zijn vertrek tot nader order uitgesteld. Geen overeenstemming over kandidaat-intendantSinds het vertrek van intendant Piet Vanthemsche blijft het grotendeels stil rond stikstof in het Turnhouts Vennengebied. Minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) zoekt intussen naar een opvolger, maar dat blijkt minder eenvoudig dan gedacht. Deze zomer kondigde hij aan een kandidaat op het oog te hebben, maar dat kreeg geen goedkeuring van de Vlaamse regering. Volgens ingewijden waren er twijfels over de partij-onafhankelijkheid van de voorgestelde intendant. Toch staat de tijd in het gebied niet helemaal stil. Het hydro-ecologisch onderzoek loopt intussen verder. Onderzoekers proberen in kaart te brengen hoe stikstof precies binnenkomt in de kwetsbare vennen. Niet alleen de neerslag vanuit de lucht speelt een rol, ook het grondwater blijkt een belangrijke factor. “Vennen zijn bijzonder gevoelig voor stikstofaanvoer via het grondwater,” legde Jan Wouters van het Instituut Natuur- en Bosonderzoek (INBO) uit aan de parlementaire delegatie. Volgens hem zijn er al enkele vennen geïdentificeerd waar natuurherstel kansrijk lijkt. Uitkoop bedrijven en stikstofreductieOok de flankerende maatregelen van vorige en deze legislatuur brengen veranderingen teweeg die de toekomst van de landbouw in het gebied vorm geven. Zo liet de VLM weten dat vier bedrijven in het Turnhouts Vennengebied zijn ingegaan op de varkensstoppersregeling en dat drie bedrijven een uitkoopbod aanvaardden binnen de flankerende maatregel maatwerkgebieden en oranje bedrijven.Op de sinds deze legislatuur lopende vrijwillige uitkoopregeling schreven nog 17 bedrijven zich in. Wanneer in totaal 24 bedrijven de zouden instappen in de uitkoopregeling, zou dat goed zijn voor 70 procent van de aanvullende stikstofreductiedoelstellingen tegen 2030. Voor het Turnhouts Vennengebied geldt in de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) al een indicatieve richtwaarde van 100 ton extra stikstofreductie. “Het is net alsof wij nummer zijn”Deze cijfers wegen zwaar op de boeren. Tijdens een toespraak van een VLM-medewerker brak melkveehoudster Nikki Van Otten in tranen uit. “Het is soms confronterend om te horen hoe mensen die ons en ons gebied totaal niet kennen en zelfs weinig landbouwkennis hebben, toch iets in de pap te brokken hebben en over onze bedrijven praten alsof het nummers zijn, dingen zonder waarde...,” schreef ze een dag later op Facebook. De aanhoudende onzekerheid en het gebrek aan communicatie maken veel boeren gefrustreerd. “Het decreet, de wet en de habitatrichtlijn verplichten overleg met de plaatselijke actoren. Nu is er geen intendant meer en gaat achter de schermen alles door,” vertelde Gunter Klaassen tijdens een presentatie op het bedrijf van Johan en Mark Van Roey op het Kijkverdriet in Ravels. Ook de Vlaamse parlementairen merkten de opgekropte frustraties bij de boeren op. “Ik ben geschrokken van de polarisatie en woede,” zei Mieke Schauvliege (Groen). Ze wijst daarbij onder meer in de richting van de landbouworganisaties, die volgens haar door opruiing bijdragen aan de verhitte sfeer tussen landbouw en natuur. “In haar presentatie reikt Natuurpunt de hand uit naar de landbouw, maar de landbouworganisaties deden dat niet in hun presentatie.”Dringend nood aan intendant om vertrouwen te herstellenOok Bart Dochy (cd&amp;amp;v) voelde de woede en het wantrouwen van de boeren richting overheid duidelijk aan. Zowel hijzelf, de meerderheid van de Vlaamse regering als de oppositie waren het erover eens: er moet snel een intendant worden aangesteld. “Zo kunnen we het vertrouwen van de landbouwers herstellen en hen zekerheid over hun toekomst geven,” zei Dochy.Hij stelde voor om de plaatselijke politiek een belangrijke rol te geven, geïnspireerd door de presentaties van burgemeester en schepen van Turnhout en de burgemeesters van Ravels en Merksplas. Zij benadrukten het belang van zowel natuur als landbouw in hun gemeente en legden de nadruk op de synergie tussen beide. “Alleen door goed overleg kunnen we een ontwikkelingsplan uitwerken dat door alle betrokken actoren wordt gedragen.&amp;nbsp;Daarbij zijn vertouwen, rechtszekerheid en communicatie de sleutelbegrippen.”</content>
            
            <updated>2025-09-23T18:04:52+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse bio-uitgaven blijven onder Europees gemiddelde]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-bio-uitgaven-blijven-onder-europees-gemiddelde" />
            <id>https://vilt.be/57941</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vorig jaar kochten we samen zo’n 8,5 procent meer bioproducten. Toch blijft Vlaanderen achter binnen Europa. Een Vlaming spendeert gemiddeld 90 euro aan bio, minder dan het Europese gemiddelde van 104 euro en ver onder de 147 euro die Brusselaars in 2024 uitgaven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ddafc27f-73cf-4393-ac12-8b44c40370f8/full_width_bio-frankrijk-agence-bio.jpg</image>
                                        <content>Vlamingen besteedden in 2024 voor 601 miljoen euro aan bioproducten. Daarmee zitten de biobestedingen in de lift (+8,5%). Verse producten zoals fruit, groenten, vlees en zuivel gingen 13 procent vaker mee naar huis, snelle bioconsumptiegoederen negen procent. Daarmee blijft Vlaanderen koploper in België. Wallonië haalde 521 miljoen euro, Brussel 166 miljoen.Per inwoner doet Vlaanderen het echter minder goed. De Vlaming spendeerde gemiddeld 90 euro aan bioproducten, dat is ruim twee derde minder dan een Brusselaar of Waal. Ook in de EU-klas hinkt Vlaanderen met deze besteding achterop, daar ligt het gemiddelde op 104 euro. Omdat er nog geen cijfers voor 2024 zijn, gaat het om het gemiddelde van 2023. Toen gaven Vlamingen 83 euro uit.Absolute koplopers zijn Zwitsers, Denen en Oostenrijkers met respectievelijk 468 euro, 362 euro en 292 euro per capita. Ook veel van onze buurlanden doen beter. Fransen geven gemiddeld 176 euro uit per jaar en Duitsers 191 euro. In Luxemburg leggen consumenten er voor 228 euro aan bioproducten in hun winkelkar. Alleen Nederland zit op hetzelfde niveau als Vlaanderen met 91 euro per jaar.Intensieve biokopers staat in voor driekwart van Vlaamse bio-omzetIn Vlaanderen is een kleine groep kopers verantwoordelijk voor het grootste deel van de omzet. Zo zorgde 20 procent van de biokopers in 2024 voor 76 procent van de totale bestedingen. Het gaat vooral om welgestelde gepensioneerden en gezinnen met kinderen die wekelijks bio in hun winkelkar leggen.Groenten zijn het populairste bioproduct. Maar liefst 71 procent van de Vlaamse huishoudens koopt ze wel eens. Daarna volgen fruit (65%) en zuivel (52%). Voor zuivel is de trend licht dalend, behalve voor room en boter. Ook bio-eieren verliezen terrein (24%). Biovlees wint dan weer kopers (30%), terwijl vegetarische bio-alternatieven gemengd scoren: vleesvervangers dalen licht (11%), zuivelalternatieven stijgen (17%).Vlaams biomarktaandeel in de lift maar blijft onder nationale gemiddeldeDe supermarkt blijft het belangrijkste kanaal voor bioproducten, goed voor 41 procent van de aankopen. Gespecialiseerde zaken zoals natuurwinkels, bakkers of slagers volgen met 28 procent. Vijf procent van de Vlamingen koopt rechtstreeks bij de boer of op de markt.Het marktaandeel van bio groeit, maar blijft lager dan het Belgische gemiddelde. Snelle bioconsumptiegoederen haalden in Vlaanderen een aandeel van 3,1 procent, verse producten 5,3 procent. In België als geheel ligt dat op respectievelijk 3,9 en 6,6 procent.</content>
            
            <updated>2025-09-23T15:33:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese Commissie wil ontbossingswet opnieuw met een jaar uitstellen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-commissie-wil-ontbossingswet-opnieuw-met-een-jaar-uitstellen" />
            <id>https://vilt.be/57942</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie wil de invoering van de ontbossingswet opnieuw een jaar uitstellen. Volgens Eurocommissaris voor Milieu Jessika Roswall (EVP) is het uitstel nodig omdat de ondersteunende IT-systemen nog niet klaar zijn. Of de druk van handelspartners meespeelt, liet de commissaris in het midden. Opvallend is wel dat het nieuws samenvalt met de afronding van handelsgesprekken met Indonesië, ’s werelds grootste exporteur van palmolie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ontbossing" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c95b915f-bdf6-4ff4-ac00-0ee8de1ba24f/full_width_houtkapontbossingboombomen-1280.jpg</image>
                                        <content>De European Deforestation Regulation (EUDR) verbiedt de invoer en handel van producten die afkomstig zijn van gronden die sinds 2020 ontbost werden. Het gaat om palmolie, rundvlees, hout, koffie, cacao, rubber, soja en alle afgeleide producten zoals chocolade, meubels, printpapier, enzovoort. Importeurs moeten aantonen dat hun goederen niet van ontboste gronden komen en via de nodige administratie de traceerbaarheid tot op boerderijniveau garanderen.De maatregel moet een einde maken aan de tien procent van de wereldwijde ontbossing die voortkomt uit Europese consumptie van ingevoerde goederen. Met de verordening neemt de EU wereldwijd een unieke positie in. Geen enkele andere economische speler probeert ontbossing op deze manier tegen te gaan.Maar toen de praktische uitwerking vorig jaar uitbleef, konden veel bedrijven en lidstaten zich niet voorbereiden en werd de wet met een jaar uitgesteld. Ze trad daardoor niet in werking op 30 december 2024, maar werd gepland voor eind dit jaar. Ook protest van handelspartners EUHet verzet van sommige lidstaten en handelspartners bleef echter aanhouden. In mei vroegen elf EU-landen nog om een herziening of nieuw uitstel, omdat de opgelegde eisen voor land- en bosbouwers volgens hen te zwaar of zelfs onuitvoerbaar zijn. “Ze staan niet in verhouding tot de doelstelling van de verordening, namelijk het aanpakken van ontbossing daar waar die echt plaatsvindt,” klonk het toen.Ook veel handelspartners luidden opnieuw de alarmbel voor oplopende kosten voor hun export naar de EU. Als onderdeel van het handelsakkoord met de Verenigde Staten beloofde de EU rekening te houden met de EUDR-bezorgdheden van Amerikaanse producenten. De Amerikaanse papier- en pulpindustrie drong daarbij al aan op een vrijstelling van de regels. Ook India zou de kwestie aangekaart hebben bij EU-ambtenaren tijdens de handelsonderhandelingen.Toeval of niet, het nieuws over het nieuwe uitstel komt ook vlak na de afronding van de handelsgesprekken met Indonesië, &#039;s werelds grootste exporteur van palmolie. Twijfels over stabiliteit IT-systeem Eurocommissaris voor Milieu Jessika Roswall verklaarde echter dat het uitstel nodig is om tegemoet te komen aan zorgen over de paraatheid van de administratieve systemen die de wet moeten ondersteunen. Het heeft volgens haar niets te maken bezwaren van handelspartners tegen het beleid. “We maken ons zorgen over het IT-systeem, gezien de hoeveelheid informatie die daarin moet komen... Dat geeft ons ook tijd om de verschillende risico’s te bekijken,” verklaarde ze in een brief.Het uitstel moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de lidstaten.</content>
            
            <updated>2025-09-23T20:59:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Beter voor Dieren-label voor varkens is klaar: "Dierenwelzijn zichtbaar en meetbaar maken voor consument"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/beter-voor-dieren-label-brengt-meer-transparantie-in-varkenshouderij-en-dierenwelzijn" />
            <id>https://vilt.be/57943</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Beter voor Dieren-dierenwelzijnslabel lanceert vandaag officieel zijn referentiekader voor varkens. Dat doet het via de website van de Vereniging voor de bevordering van het Welzijn van Landbouwhuisdieren (VVWL). "De Vlaamse varkenshouderij krijgt hiermee een nieuw instrument om dierenwelzijn zichtbaar en meetbaar te maken", klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fe281344-0bf4-4d76-bda6-564cea2cb57c/full_width_varkens-ierland.jpg</image>
                                        <content>“Het Beter voor Dieren-label is bedoeld om de consument in de winkel te informeren over de extra inspanningen die producenten leveren bovenop de wettelijke vereisten”, vertelt professor Sarne De Vliegher, voorzitter van VVWL vzw. “Het geeft duidelijkheid en voorkomt dat er een wildgroei aan verschillende dierenwelzijnslabels ontstaat, die de consument kunnen verwarren.”Drie niveaus van dierenwelzijnHet keurmerk werkt met drie niveaus (+, ++, +++), die elk een extra reeks bovenwettelijke maatregelen omvatten:Niveau 1 (+): omvat bijvoorbeeld het verbod op chirurgische castratie, een langere speenleeftijd, stallen met voldoende daglicht en ruimere oppervlaktenormen.Niveau 2 (++): voegt extra maatregelen toe zoals bodembedekking, verrijkingsmateriaal en nog ruimere oppervlaktenormen.Niveau 3 (+++): biedt de hoogste standaard, inclusief de ruimste oppervlaktenormen en buitenuitloop. Varkenshouders die willen instappen, kunnen dit doen via het BEpork-label, waarmee VVWL samenwerkt. Het Beter voor Dieren-label biedt een extra referentiekader waarin bestaande lastenboeken kunnen worden getoetst aan de criteria van het keurmerk. De Vliegher benadrukt: “Bedrijven kunnen hun huidige lastenboeken vergelijken met ons referentiekader. Wie niet voldoet, kan zich aanpassen om het label te behalen. Zo stimuleren we stap voor stap meer dierenwelzijn, met respect voor de realiteit op het bedrijf.”Toegankelijk voor grote én kleine bedrijvenHet label richt zich niet alleen op grote bedrijven. “Kleine bedrijven hebben soms al praktijken die aansluiten bij beter dierenwelzijn en kunnen flexibeler werken. Het is absoluut niet de bedoeling dat alleen grote bedrijven in dit verhaal stappen”, zegt De Vliegher. “We hopen dat iedereen zich welkom voelt en dat het instappen behapbaar is. De kans is groot dat kleine bedrijven, die al inspanningen leveren, makkelijk kunnen aansluiten.” Het label moet zichtbaar maken welke producenten echt investeren in dierenwelzijn, zodat dit ook financieel wordt gewaardeerd Marktpositie en meerkostNaast dierenwelzijn wil het label ook de marktpositie van varkenshouders versterken. “Het label moet zichtbaar maken welke producenten echt investeren in dierenwelzijn, zodat dit ook financieel wordt gewaardeerd. We laten de meerkost van de extra maatregelen berekenen zodat varkenshouders een geïnformeerde beslissing kunnen nemen en eventueel gebruik kunnen maken van ondersteuningsmaatregelen, zoals VLIF-steun.”Realistisch en evolutief kaderHet referentiekader is evolutief: het wordt regelmatig geëvalueerd op basis van wetgeving, technologische vooruitgang en wetenschappelijke inzichten. De Vliegher licht toe: “We hebben rekening gehouden met praktische uitdagingen, zoals vergunningen en stikstofdossiers. Sommige maatregelen zijn pas van toepassing bij nieuwbouw of verbouwing. Het gaat erom dat bedrijven stap voor stap hogere dierenwelzijnsnormen kunnen invoeren, met overgangstermijnen waar nodig.”Controle gebeurt via onafhankelijke instanties, maar VVWL voert ook extra controles uit op de controles zelf, om de betrouwbaarheid te garanderen. “We willen absoluut vermijden dat er een indruk van verbeterd dierenwelzijn wordt gewekt die in de praktijk niet klopt. Het label moet geen greenwashing zijn.”De komende maanden werkt VVWL verder aan onder andere praktische richtlijnen en erkenningsprocedures zodat lastenboeken vlot kunnen aansluiten bij het keurmerk, aan de validatie van het kostenmodel waarin de meerkost van de bovenwettelijke dierenwelzijnsinspanningen helder wordt vastgelegd en aan de erkenning van bestaande lastenboeken zodat varkenshouders, transporteurs, en slachthuizen zich kunnen laten certificeren onder het keurmerk.</content>
            
            <updated>2025-09-23T20:54:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Lieven Devreese uit Knokke-Heist uitgeroepen tot beste mannelijke bioboer van Europa]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/lieven-devreese-uit-knokke-heist-uitgeroepen-tot-beste-mannelijke-bioboer-van-europa" />
            <id>https://vilt.be/57944</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op de EU Organic Day werd Lieven Devreese, biolandbouwer uit Knokke-Heist, uitgeroepen tot beste mannelijke bioboer van Europa. De jury was vooral lovend over zijn samenwerking met een lokale ziekenhuiskeuken waardoor de patiënten van het ziekenhuis verse biogroenten krijgen geserveerd. Het is de eerste keer dat een Belgische bioboer deze prijs wint.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5ca73342-c4df-44db-a1b8-48f8295afbb6/full_width_eu-organic-awards-bio-lieven-devreese.png</image>
                                        <content>Als enige Belg genomineerdSinds 2021 viert de Europese Unie op 23 september de EU Organic Day om de biologische landbouw in de kijker te zetten. “Met onze awards willen de inspanningen van de verschillende actoren in de biologische keten erkennen”, klinkt het. “We willen vooral innovatieve en duurzame projecten in de kijker zetten die een echte meerwaarde betekenen voor de productie en consumptie van biologische producten.”In totaal waren er zeven prijzen te winnen in zes categorieën: Beste biologische landbouwer (mannelijk en vrouwelijk), Beste bioregio, Beste biologische stad, Beste kmo in de biologische voedingsverwerking, Beste bioretailer en Beste biorestaurant (of grootkeuken). Enkel in de categorie Beste mannelijke bioboer was een Belg genomineerd.Unieke samenwerking met lokaal ziekenhuisLieven Devreese baat in Knokke-Heist CSA-boerderij Het Polderveld uit. Hij teelt er een veelheid aan biogroenten, waarbij het aanbod van seizoen tot seizoen, en houdt er ook Herdwickschapen. Naast zijn reguliere CSA-klanten, ongeveer 150 gezinnen, heeft Devreese ook een unieke samenwerking opgezet met AZ Zeno, het lokale ziekenhuis. Het keukenteam verwerkt de biogroenten van Devreese tot lekkere en gezonde gerechten voor de patiënten. Al is er de afspraak met het ziekenhuis om vooral groenten te telen die gemakkelijk te verwerken zijn in de grootkeuken, toch vergt deze aanpak heel wat creativiteit van het keukenteam. Niet alleen wisselt het aanbod van seizoen tot seizoen, ook worden er elke dag meerdere gerechten aangeboden in het ziekenhuis waardoor patiënten kunnen kiezen wat ze echt lekker vinden.Met deze aanpak werd Lieven Devreese gekozen als beste mannelijke bioboer. Hij won voor een landbouwer uit Hongarije en één uit Oostenrijk. Hij kreeg zijn prijs overhandigd uit handen van Europees landbouwcommissaris Christopher Hansen en Emilio Fidora van COPA.&quot;Samenwerking met ziekenhuis maakt ons bedrijf uniek&quot;Devreese noemde de award “een mooie herkenning”. “Biologische groenten telen in openlucht is niet altijd vanzelfsprekend”, zei toen hij zijn award ontving. Hij betrok ook zijn medewerkers op de boerderij in de hulde en sprak lovende woorden over de samenwerking met AZ Zeno. “Wat ik doe op de boerderij is niet zo verschillend van wat andere bioboeren doen. Het is de samenwerking met het ziekenhuis dat ons bedrijf uniek maakt. Laat deze prijs ook een erkenning zijn van hun bewuste keuze om te werken met verse biogroenten, rechtstreeks van het veld.”Wil je weten wie in de andere categorieën gewonnen heeft? Dat vind je hier terug.</content>
            
            <updated>2025-09-26T09:42:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[BioForum pleit voor tijdelijke vrijstelling van stikstofregels voor bioboeren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bioforum-pleit-voor-tijdelijke-vrijstelling-stikstofmaatregelen" />
            <id>https://vilt.be/57945</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er bestaan nauwelijks technieken voor stikstofreductie die toepasbaar zijn in de biologische veehouderij. Bovendien versterkt biolandbouw juist de natuur. Daarom pleit BioForum ervoor om bioboeren tijdelijk vrij te stellen van de stikstofregels. De organisatie deed dat tijdens een bezoek van Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v) aan biobedrijf De Kijfelaar in Herentals, in het kader van de Europese Dag van de Biolandbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/be3d8416-05e5-4601-b5bc-1a99ed61d766/full_width_kijfelaar-biolandbouw.jpg</image>
                                        <content>Die Europese Dag van de Biolandbouw, uitgeroepen door de EU, valt jaarlijks op 23 september. BioForum greep de gelegenheid aan om de minister uit te nodigen bij Bavo Verwimp, die op zijn boerderij De Kijfelaar groente- en graanteelt combineert met vleesveehouderij en korteketenverkoop.Naast Brouns was ook Vlaams parlementslid Mien Van Olmen (cd&amp;amp;v) aanwezig. Ze kwam met de fiets en vertelde een vaste klant te zijn in de boerderijwinkel die op vrijdag en zaterdag de deuren opent. “Ik kom hier in het weekend vaak groenten halen met mijn kleinzoon,” zei Van Olmen, die zelf uit een landbouwfamilie komt. Haar broer runt een aspergebedrijf in de buurt.Beide politici benadrukten dat de Vlaamse regering de biolandbouw een warm hart toedraagt en dat zowel het areaal als de consumptie omhoog moeten. “Biologische landbouw toont dat landbouw en natuur kunnen samengaan en verdient daarom een centrale plaats in het Vlaamse landbouwbeleid,” aldus Brouns. Volgens hem vinden praktijken uit de biolandbouw steeds vaker hun weg naar andere landbouwsystemen. Twee jaar geleden lanceerde de Vlaamse regering het Strategisch Plan Bio, met als doelstelling: 5 procent biologisch landbouwareaal, 5 procent bio-omzet in de dierlijke productie en 5 procent biologische landbouwbedrijven. Biolandbouw zit effectief in de lift – recent werd de grens van 10.000 hectare overschreden – maar volgens BioForum gaat de groei nog te traag.Hoewel de beleidsintenties positief zijn – zo wil de Vlaamse overheid ook in de eigen catering het aandeel bioproducten verhogen – botsen bioboeren in de praktijk vaak op regelgeving die hun ontwikkeling afremt. Daarom nodigde BioForum vier bioboeren uit om het gesprek aan te gaan met minister Brouns.Geen stikstofreducerende maatregelen voor biobedrijvenEen van hen is Renaat Devreese van ’t Reigershof in Klemskerke, waar hij een biologische geitenhouderij runt met zuivelverwerking aan huis. “Het stikstofdecreet stelt de biologische veehouderij voor grote uitdagingen”, zegt de West-Vlaming. “Veel toegestane technieken in de conventionele landbouw zijn uitgesloten in de biologische sector, omdat ze bijvoorbeeld indruisen tegen dierenwelzijnsregels. Daardoor hebben bioboeren nauwelijks instrumenten om stikstofuitstoot te reduceren.”Devreese pleit al jaren voor de erkenning van zeoliet als PAS-maatregel. Dit grijze kleimineraal mengt hij in het voeder, wat volgens hem niet alleen de levensduur van zijn geiten verlengt, maar ook het ureumgehalte verlaagt en zo de ammoniakuitstoot vermindert. “We strooien het ook in de stal, wat volgens een WUR-onderzoek uit 2013 een stikstofreductie oplevert tot 86 procent,” zegt Devreese. Bovendien ziet hij positieve effecten op de mestkwaliteit en het bodemleven. Uitzonderingsregel biobedrijven niet voldoendeMinister Brouns erkent dat er weinig stikstofreducerende technieken bestaan voor de biologische landbouw en dat de bio-ambities van de Vlaamse overheid soms botsen met de stikstofdoelen. Daarom voorziet het stikstofdecreet een hogere stikstofdrempel voor biobedrijven: de impactscore voor gangbare bedrijven mag maximaal 0,025 procent zijn om vrijgesteld te zijn van generieke reductiemaatregelen, voor biologische veehouderijen ligt dat op 1 procent. “Maar voor bedrijven die willen omschakelen geldt nog steeds de drempel&amp;nbsp;van&amp;nbsp;0,025 wat de transitie naar biolandbouw bemoeilijkt,” zegt BioForum.Volgens de belangenorganisatie vormt zelfs de drempel van 1 procent voor sommige grotere biobedrijven een serieus obstakel. Bioforum pleit daarom voor een tijdelijke vrijstelling van de stikstofdoelen voor de biologische sector, totdat er ook PAS-maatregelen beschikbaar zijn voor de biologische veehouderij.Volgens Laura van Selm, directeur van BioForum, gaat biologische landbouw verder dan enkel het vermijden van kunstmest en chemische pesticiden. “Onze bioboeren werken actief aan oplossingen voor het hele ecosysteem. Ze creëren meer natuur en biodiversiteit in landbouwgebieden en zorgen voor een levende, gezonde bodem.”BioForum benadrukt dat biologische landbouw een holistische aanpak volgt, waarbij natuur, leefomgeving, klimaat en dierenwelzijn als één geheel worden bekeken. “Als we alleen aan de stikstofknop draaien, verliezen we die balans uit het oog. Een luchtwasser bijvoorbeeld verlaagt wel de stikstofuitstoot, maar vergt veel energie en water, met een grote impact op het milieu,” legt Van Selm uit. Regeldruk bovenop biologische verplichtingenTijdens gesprekken met minister Brouns wezen de bioboeren ook op de grote administratieve lasten. Ze moeten voldoen aan uitgebreide bio-lastenboeken en worden regelmatig gecontroleerd. Daarbovenop komen nog inspecties door Vlaamse overheidsdiensten, die in sommige gevallen dubbelop plaatsvinden.Brouns reageerde begripvol: “Ik laat onderzoeken hoe we het principe ‘green by definition’ verder kunnen toepassen. Zo kunnen we regels schrappen voor pioniers en hen extra kansen geven.”</content>
            
            <updated>2025-09-24T16:22:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van stikstof tot water: Waar wordt er bespaard in landbouw- en omgevingsbeleid?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-stikstof-tot-water-waar-wordt-er-bespaard-in-landbouw-en-omgevingsbeleid" />
            <id>https://vilt.be/57946</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ongewijzigd budget voor stikstofbeleid, minder geld voor natuuraankopen, meer geld voor de Blue Deal en besparingen op subsidies: dat zijn de belangrijkste conclusies op vlak van landbouw en omgeving die te trekken zijn uit het begrotingsakkoord van de Vlaamse regering. Vooral over de extra middelen voor de Blue Deal is bevoegd minister Jo Brouns (cd&amp;v) tevreden. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7cc1ed18-763a-4ad5-88aa-af6761035e75/full_width_landschapbeekrundvee.jpg</image>
                                        <content>Er is al veel gezegd en geschreven over het begrotingsakkoord dat de Vlaamse regering afgelopen weekend bereikte. Maar wat betekent het voor landbouw en omgeving? VILT ging op zoek naar de belangrijkste wijzigingen en kwam er een aantal op het spoor.“Budget voor stikstofbeleid blijft ongewijzigd”Hoewel er bij aanvang van de begrotingsgesprekken signalen waren dat er fors zou bespaard worden op de middelen die zijn voorzien om het stikstofbeleid uit te voeren, blijkt dat niet het geval. “Aan die budgetten wordt niet geraakt”, verzekert minister Brouns. “Zowel de middelen die zijn voorzien voor landbouwers die investeren in innovatie als de middelen om onze natuur toekomstbestendig en veerkrachtig te maken, blijven volledig behouden.”Brouns noemt in zijn communicatie de stikstofaanpak “een van de grootste uitdagingen in het omgevingsbeleid van de komende jaren”. Hij noemt het dan ook logisch dat op die budgetten niet wordt bespaard.De Tijd schreef dat er “iets langer gewacht wordt met de flankerende maatregelen in het stikstofbeleid, waardoor de komende twee jaar 85 miljoen euro kan worden bezuinigd”. Maar volgens het kabinet-Brouns gaat het om een aantal begrotingstechnische maatregelen en zullen landbouwers niet moeten wachten op steun voor stikstofmaatregelen.“We zien vandaag een stuk onderbenutting van de budgetten. Je moet weten dat wanneer die steun wordt aangevraagd, het vaak nog een jaar of langer duurt vooraleer een stal gebouwd is en de steun ook moet uitbetaald worden. We verschuiven die budgetten dus gewoon in de tijd, in de praktijk zal dit weinig tot geen impact hebben”, klinkt het. “Aankoopsubsidies voor natuur dalen”In een gezamenlijk persbericht hekelen Bond Beter Leefmilieu, Natuurpunt, Greenpeace en WWF dat Vlaanderen minder middelen voorziet voor natuuraankoop en -beheer. “Terwijl er nergens in Europa minder natuur is dan in Vlaanderen, snijdt de Vlaamse regering in de budgetten voor de aankoop van natuur”, zeggen de organisaties. Zij wijzen erop dat investeren in natuur en klimaat geen uitgave is, maar “een noodzakelijke investering in de toekomst”.Ook de besparingen op natuurbeheer vallen zwaar, klinkt het. “Een slag in het gezicht van duizenden vrijwilligers van Natuurpunt. Het is enkel dankzij hun inzet dat Vlaanderen op vlak van natuur en milieu resultaat kan behalen”, zegt Mattias Bruynooghe van Natuurpunt.Op het kabinet van Brouns is te horen dat er op de budgetten van natuuraankopen en natuurbeheer telkens vijf miljoen euro wordt bespaard. Onder de vorige minister van Omgeving en Natuur Zuhal Demir (N-VA) werd in 2023 nog 90 miljoen euro uitgetrokken voor natuuraankopen. Het jaar later ging het om 70 miljoen euro.Bij het begin van de legislatuur onder minister Brouns werd dit budget teruggebracht naar 20 miljoen euro. Daar gaat nu nog eens vijf miljoen euro af. “We focussen ons op aankopen in functie van bebossingsprojecten en in functie van de Europese verplichtingen in het kader van de habitatrichtlijn”, aldus het kabinet. “100 miljoen extra voor Blue Deal”Waar op natuuraankopen en -beheer wordt bespaard, is er voor ander natuurbeleid extra budget. Zo krijgt de Blue Deal 100 miljoen euro extra. “Het gaat om 25 miljoen euro per jaar, tot het einde van legislatuur. Dat zijn nieuwe middelen die in natuurbeleid worden geïnvesteerd. We zijn heel tevreden dat we die middelen hebben kunnen verkrijgen”, is te horen op het kabinet van Brouns. “Dat we in budgettair krappe tijden hier extra in investeren, toont aan dat dit absolute prioriteit is.”Eerder dit jaar keurde de Vlaamse regering een budget van 330 miljoen euro goed voor de vernieuwde Blue Deal. Daar kwam toen stevige kritiek op omdat het budget een stuk lager lag dan tijdens de vorige legislatuur toen minister Demir kon rekenen op Europese cofinanciering uit het coronafonds. Toen voorzag Vlaanderen zelf 292 miljoen euro en werd er 258 miljoen door Europa bijgepast waardoor het totale budget op 550 miljoen euro lag.“Met 430 miljoen euro voorziet Vlaanderen een recordbedrag voor waterveiligheid, droogtebestrijding en waterkwaliteit”, aldus minister Brouns. Volgens hem zal dit geld onmiddellijk worden ingezet om Vlaanderen beter voor te bereiden op periodes van droogte en om de waterkwaliteit te verbeteren. Strategische projecten, zoals in de Denderstreek en de Westhoek, kunnen daardoor sneller worden aangepakt om water te bufferen. Er zal ook geïnvesteerd worden in gebiedscoalities, bovenstroomse oplossingen en in duurzame wateroplossingen voor landbouw en industrie.De natuur- en milieuorganisaties lijken niet onder de indruk. “Het extra budget voor de Blue Deal volstaat amper om de lopende rekeningen te betalen. Voor structurele oplossingen die Vlaanderen echt waterrobuust maken en weerbaar tegen de klimaatextremen die op ons afkomen, is minstens 250 tot 300 miljoen euro per jaar nodig”, zegt&amp;nbsp;Julie Vandenberghe&amp;nbsp;van WWF. “Misbruik van beroepsprocedures halt toeroepen”Budgettair minder impactvol, maar toch een belangrijke verwezenlijking volgens minister Brouns is de aanpak van misbruik van beroepsprocedures. Wie beroep wil aantekenen tegen een omgevingsvergunning zal meer geld op tafel moeten leggen en zal hun dossier beter moeten motiveren, is te horen.“We zorgen ervoor dat inspraak en beroep gegarandeerd blijven, maar de dossierkosten worden verhoogd en onredelijke beroepen kunnen met een geldboete bestraft worden”, aldus Brouns. “Vandaag is het zo dat iedereen voor slechts 100 euro een project maandenlang kan blokkeren. Dat leidt tot onredelijke vertragingen zonder gevolgen voor wie een onterecht beroep indient.” Volgens hem is het de bedoeling de beroepencarrousel te stoppen en de rechtszekerheid te versterken.Die maatregel zou één miljoen euro moeten opleveren. Hoe dat precies moet gebeuren, moet nog verder uitgewerkt worden, zo is te horen bij het kabinet van de minister. Daarbij zal ook gekeken worden naar de aanbevelingen van de expertencommissie die zich op vraag van de Vlaamse regering buigt over de vergunningsverlening in Vlaanderen, die “sneller, eerlijker en flexibeler” moet worden.Boerenbond rekent erop dat deze ambities ook gelden voor de landbouwsector. “Landbouwbedrijven staan klaar om verder te verduurzamen, maar botsen vandaag op een lasagne van constant veranderende regelgeving en administratie. Die haalt elk perspectief onderuit”, reageert voorzitter Lode Ceyssens. “Negen miljoen euro minder subsidies”Bij het sluiten van het regeerakkoord spraken de coalitiepartners af dat elke minister tijdens de legislatuur ook zou besparen op allerhande subsidies die worden toegekend. Voor landbouw was voorzien dat er in 2026 drie miljoen euro moest bespaard worden. Dat bedrag is, net als voor andere ministers, opgetrokken. In plaats van drie miljoen gaat het om negen miljoen euro. Om welke subsidies het precies zal gaan, is vandaag nog niet duidelijk. “De gesprekken daarover zijn lopende, ook met de betrokken administraties. Het is nog te vroeg om daar uitspraken over te doen”, aldus het kabinet-Brouns.</content>
            
            <updated>2025-09-25T11:07:53+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Handelsakkoord EU–Indonesië: "Winst voor Europese landbouw, verlies voor lokale boeren"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/handelsakkoord-eu-indonesie-winst-voor-europese-landbouw-verlies-voor-lokale-boeren" />
            <id>https://vilt.be/57947</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie heeft een handelsakkoord met Indonesië afgerond en noemt het een overwinning voor de Europese agrovoedingssector. Middenveldorganisaties zoals 11.11.11 zien echter geen enkele overwinning voor het milieu en kleine boeren uit Indonesië. “Een toenemende vraag naar onder meer palmolie, waarvan het land de grootste producent ter wereld is, zal de biodiversiteit aantasten en de leefomstandigheden van kwetsbare gemeenschappen verslechteren”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7bdc4f92-1597-40c9-ba86-6cb8f2254ad8/full_width_palmolie-oliepalm-2.jpg</image>
                                        <content>Om haar markt en beleid minder kwetsbaar te maken voor de invloed van onvoorspelbare spelers zoals de Verenigde Staten, zet de EU volop in op nieuwe handelsakkoorden. Deze week sloot de Europese Commissie na meer dan tien jaar onderhandelen de handelsgesprekken af met Indonesië.Het akkoord zou 98,5 procent van de bestaande tarieven voor Europese export opheffen en zo nieuwe kansen openen voor heel wat bedrijven. Daarnaast moet het ook de aanvoer van kritieke grondstoffen zoals nikkel, kobalt, koper en tin versterken, onmisbaar voor de Europese groene transitie. In ruil verdwijnen voor Indonesië het merendeel van Europese importtarieven, onder meer op palmolie voor voeding, koffie en kleding.Volgens de Commissie zou de uitgebreide economische partnerschapsovereenkomst (CEPA) een belangrijke overwinning zijn voor de Europese landbouwers. De EU-uitvoer van agrovoeding zou toenemen, terwijl typische Europese producten extra bescherming krijgen. &quot;Beperkte impact voor EU-agrovoedingsmarkt&quot;De Commissie verwacht een beperkte impact op de Europese agrovoedingsmarkt. “Indonesië produceert of exporteert niet veel agrovoedingsproducten naar Europa. De belangrijkste landbouwexportproducten van Indonesië naar de EU zijn palmolie, cacao en koffie, producten die de EU zelf niet produceert. De EU exporteert daarentegen voornamelijk zuivel en andere dierlijke producten naar Indonesië”, klinkt het.Veel invoertarieven op agrovoeding zouden verdwijnen, waaronder 30 procent op verwerkte producten en 10 procent op zuivel. Europese agrovoedingsbedrijven die naar Indonesië exporteren, zouden ook profiteren van snellere, eenvoudigere en voorspelbaardere exportprocedures.Al zouden er ook enkele rode lijnen gesteld zijn. Zo zou de overeenkomst gevoelige agrovoedingsproducten zoals rijst, suiker, eieren, verse bananen en ethanol niet liberaliseren. Voor onder meer knoflook, champignons, suikermaïs en producten met een hoog suikergehalte zouden quota komen. Grote impact op milieu en lokale boerenDe impact op de Europese agrovoedingsmarkt mag dan beperkt zijn, door een verhoogde export zullen volgens middenveldorganisaties praktijken als landroof, ontbossing en watervervuiling toenemen in Indonesië. Problemen die vaak gelinkt worden aan het ontginnen van kritieke grondstoffen en de palmolieproductie, waarin Indonesië wereldwijd de grootste speler is. “Het handelsakkoord houdt risico&#039;s in voor kleine boeren en milieu&quot;, waarschuwt 11.11.11. “Grootschalige nikkelwinning heeft sociale en ecologische gevolgen. Inheemse gemeenschappen worden van hun land verdreven en natuurlijke hulpbronnen zoals bossen, rivieren en waterbronnen raken vervuild. Bij de verwerking van nikkel, essentieel voor batterijproductie, wordt steenkool ingezet, wat leidt tot een aanzienlijke toename van de CO2-uitstoot.”Ook palmolieproductie is er volgens de ngo problematisch. “Om aan een toegenomen vraag te kunnen voldoen gaf de president aan dat gouverneurs zo veel mogelijk land moeten vrijmaken voor palmolie. Die evolutie leidt tot een afname van biodiversiteit, meer voedselonzekerheid en verslechterde leefomstandigheden van kwetsbare gemeenschappen”, stelt 11.11.11. Uitstel ontbossingswetEén van de Europese maatregelen tegen ontbossing is de ontbossingswet, die de invoer van palmolie van recent ontboste gronden verbiedt. Tegen die wet verzetten zich al enkele jaren verschillende handelspartners, waaronder Indonesië. De wet zou eind dit jaar in werking treden, maar kort na de afronding van de gesprekken stelde de Commissie voor de invoering opnieuw een jaar uit te stellen.11.11.11 vraagt dat de EU het akkoord pas ondertekent als er duidelijke en afdwingbare garanties zijn voor mensenrechten, arbeidsrechten en milieubescherming.</content>
            
            <updated>2025-09-24T20:29:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Commissie zoekt mening van landbouwers en burgers over dierenwelzijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/commissie-zoekt-mening-landbouwers-en-burgers-over-dierenwelzijn" />
            <id>https://vilt.be/57948</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie werkt aan een herziening van de dierenwelzijnswetgeving. Deze zou volgens haar niet langer aansluiten bij de Europese doelstellingen, noch bij de huidige maatschappelijke en ethische verwachtingen. Via onder meer een online bevraging wil de Commissie nu input verzamelen om de nieuwe wetgeving uit te tekenen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/298c037f-f35a-430d-a3a7-ca79d5d8b3ff/full_width_kippen-pluimvee-eu.jpg</image>
                                        <content>Boeren, burgers, bedrijven, overheden en middenveldorganisaties kunnen tot midden december hun zeg doen over de geplande herziening van de Europese regels rond dierenwelzijn op landbouwbedrijven. Die herziening maakt deel uit van de bredere Europese Visie voor Landbouw en Voedsel.Wetgeving sluit niet langer aan bij Europese doelenUit een geschiktheidscontrole blijkt volgens de Europese Commissie dat de huidige dierenwelzijnswetgeving haar doel mist en niet langer aansluit bij maatschappelijke en ethische verwachtingen. Een voorbeeld van dergelijke ethische bezwaren is het Europees burgerinitiatief ‘End the Cage Age’, dat een einde vraagt aan het gebruik van kooien in de veehouderij. In 2021 beloofde de Commissie een voorstel te doen om deze vraag om te zetten naar wetgeving.Naast een geleidelijk kooiverbod voor bepaalde dieren bekijkt de Commissie nog andere opties. Op tafel liggen onder meer ‘een beter gebruik van dierwelzijnsindicatoren’ en de mogelijkheid om Europese dierenwelzijnsstandaarden ook te laten gelden voor ingevoerde producten.&quot;Iedereen aan tafel&quot;Eén van de inputs die de commissie zal meenemen in de beoordeling van de verschillende opties is de feedback uit de online enquête. “Uw inbreng is waardevol om de situatie goed te beoordelen en ervoor te zorgen dat toekomstige wetgeving gebaseerd is op feiten, proportioneel blijft en rekening houdt met zowel maatschappelijke verwachtingen als de economische realiteit”, klinkt het bij de Commissie. Eurocommissaris voor dierenwelzijn Olivér Várhelyi benadrukt dat brede betrokkenheid nodig is: “We hebben iedereen aan tafel nodig om te komen tot haalbare en toekomstbestendige oplossingen, gebaseerd op stevig bewijs.”Momenteel heeft de enquête al 53 antwoorden gekregen waarvan 44 van burgers. Tegen eind volgend jaar wordt verwacht dat de Commissie een eerste voorstel voor de nieuwe wetgeving zal presenteren.De bevraging kan hier gevonden worden.</content>
            
            <updated>2025-09-24T11:48:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sierplant kan landbouw aanzienlijk teisteren: terugroepactie na vondst aaltjes]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sierplant-kan-landbouw-teisteren-terugroepactie-na-vondst-aaltjes" />
            <id>https://vilt.be/57949</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) roept consumenten op om goudpalmen, gekocht bij Ikea, Brico en Oh’Green terug te brengen naar het verkooppunt. De sierplanten zouden mogelijk besmet zijn met Meloidogyne enterolobii, een uiterst schadelijke soort wortelknobbelaaltjes die aanzienlijke schade kan veroorzaken in de landbouw. Het FAVV vraagt om de planten bij transport goed in te pakken, liefst in twee plastic zakken, zodat er geen besmetting kan optreden via de potgrond of wortels.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/81797782-9c27-4493-9b4e-0af0d2f4f92d/full_width_areca-palm-goudpalm.jpg</image>
                                        <content>Volgens het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) vormt Meloidogyne enterolobii een ernstige bedreiging voor verschillende teelten. De microscopisch kleine nematode nestelt zich in de wortels en veroorzaakt daar knobbels die de opname van water en voedingsstoffen verstoren.“De gevolgen voor landbouwgewassen kunnen aanzienlijk zijn”, klinkt het bij ILVO. “Bij vruchtgroenten zoals tomaat en komkommer leidt de aantasting tot sterke opbrengstverliezen. Ook aardappelknollen zijn gevoelig, wat de impact voor de Vlaamse landbouw extra groot maakt.” Naast economische schade in de groente- en aardappelteelt kan de aaltjesplaag ook de sierplantenproductie treffen. Bij siergewassen kan de aantasting de groei belemmeren.Sinds april 2022 staat Meloidogyne enterolobii op de lijst van quarantaineorganismen van de EU. Dat betekent dat lidstaten verplicht zijn om bij een vaststelling onmiddellijk maatregelen te nemen om verdere verspreiding te voorkomen. Belang van alertheidDe terugroepactie toont hoe belangrijk een strikt toezicht blijft, ook bij de handel in sierplanten. Hoewel de aangetroffen goudpalmen in eerste instantie voor particuliere tuinen en woonkamers bedoeld zijn, kan een onzorgvuldig weggegooide of verplante pot grond vol aaltjes in de open lucht een bron van besmetting vormen.Voor de landbouw betekent dit dat preventie en snelle detectie cruciaal zijn. “Een introductie van Meloidogyne enterolobii in Vlaamse teelten zou leiden tot aanzienlijke opbrengstverliezen en extra kosten voor bestrijding,” klinkt het bij ILVO.Het FAVV benadrukt daarom dat consumenten hun plantjes niet zelf mogen weggooien of composteren, maar enkel mogen inleveren bij het verkooppunt.De terugroepactie betreft goudpalmen (Dypsis lutescens/Chrysalidocarpus lutescens) met het plantenpaspoortnummer NL-290884039 en mogelijk het MPS-label NL-602409. Ze werden in juli en augustus verkocht.</content>
            
            <updated>2025-09-24T22:09:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eerste forum geeft inkijk in Vlaamse Landbouwvisie 2030-2050]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eerste-forum-geeft-inkijk-in-vlaamse-landbouwvisie-2030-2050" />
            <id>https://vilt.be/57950</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het Vlaams parlement werd afgelopen dinsdag een eerste inkijk gegeven in de Vlaamse Landbouwvisie 2030-2050. Dit document zal de komende decennia de leidraad worden voor het Vlaams landbouwbeleid. Professor Guido Van Huylenbroeck werd aangesteld als opdrachthouder voor de ontwikkeling van deze visie, met ondersteuning van de strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d48d33ca-b829-4ab7-bba9-772e0e7234c3/full_width_guido-van-huylenbroeck.jpg</image>
                                        <content>In het Vlaams Regeerakkoord staat dat tegen uiterlijk 1 januari 2026 er een Vlaamse landbouwvisie 2030-2050 op tafel moet liggen, maar die deadline is inmiddels bijgesteld. Minister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) gaf in april dit jaar de opdracht aan professor Guido Van Huylenbroeck om een visie uit te werken en geeft hem daarvoor een jaar de tijd. Tegen eind april 2026 moet deze gerenommeerde landbouweconoom en voormalig decaan aan de faculteit bio-ingenieurswetenschappen aan de UGent, de Vlaamse landbouwvisie voltooien. Nadien zal ook SALV op basis van deze visie aanbevelingen formuleren voor het beleid. Niet van bovenafDe landbouwvisie mag geen top-down gegeven zijn, uitgewerkt door een select panel of door Van Huylenbroecks persoonlijke overtuigingen, zo benadrukt de professor. “Neen, het zal een visie worden die gevormd wordt in samenwerking met de betrokken sectoren”, zegt de professor. Maar hoe gaat dit dus in zijn werk? Op het eerste forum van de Vlaamse Landbouwvisie werd het werkingsproces en de uitdagingen voor de Vlaamse landbouwvisie toegelicht.“Van mei tot september zijn we begonnen met verkennende gesprekken met de stakeholders. In de eerste plaats organisaties die in de SALV zetelen, maar ook met de werkgroepen van VLAM waarin actoren uit de ganse keten vertegenwoordigd zijn”, zegt Van Huylenbroeck.Van oktober tot januari zal men in gesprek gaan met diverse spelers uit verschillende sectoren. “Samen met landbouwers en andere spelers uit de keten gaan we SWOT-analyses opstellen”, zegt de professor. Een SWOT-analyse is een strategisch planningsinstrument dat interne factoren (Sterktes en Zwaktes) en externe factoren (Kansen en Bedreigingen) van een organisatie of project categoriseert.“Nadien zal het grote werk beginnen om alles samen te brengen en een visie te formuleren”, zegt Van Huylenboeck. “Dan zullen we nog een tweede en misschien derde forum organiseren om dit toe te lichten.” De visie moet perspectief geven aan onze boeren en tuinders, en ruimte laten voor hun individuele keuzes als ondernemer Het hoeft niet te verbazen dat woorden als ‘duurzaamheid’ geregeld terugkomen in deze toekomstvisie. Maar ook de rechtszekerheid en economische rendabiliteit van de sector worden in acht genomen. “Belangrijk daarbij is om de visie niet te ontwikkelen volgens één bedrijfsmodel. De diversiteit van onze Vlaamse landbouw is belangrijk”, zegt Van Huylenbroeck. “De visie moet perspectief geven aan onze boeren en tuinders, en ruimte laten voor hun individuele keuzes als ondernemer.”Vlaanderen versus de wereldOm de visie vorm te geven, kijken de analisten naar mondiale trends die rechtstreeks of onrechtstreeks de sector kunnen beïnvloeden. Demografische veranderingen bijvoorbeeld. “De diversiteit van onze bevolking maakt dat andere eetgewoonten optreden”, geeft de professor als voorbeeld. Maar ook gezondheidstrends en sociaal bewustzijn spelen een rol.Andere mondiale fenomenen die in rekening worden gebracht zijn de klimaatverandering, en de opkomst van nieuwe technologieën zoals robotisering en AI. Ook het veranderende handelsklimaat wordt niet vergeten. De recente verschuivingen in mondiale handelsblokken maken het volgens Van Huylenbroeck extra cruciaal dat Europa zijn strategische autonomie behoudt.Uit gesprekken met de stakeholders leidt de professor af dat er over veel zaken wel een consensus is. Rechtszekerheid is voor alle actoren binnen de keten een basisvoorwaarde. Tegenstrijdige wetgeving moet worden aangepakt. Enerzijds heb je actoren die pleiten voor tech-optimisme, terwijl anderen pleiten voor een systeemtransitie waarbij we het huidige landbouwsysteem op de schop doen Maar er zijn ook een aantal thema’s waar de betrokken sectoren niet op één lijn zitten. “Enerzijds heb je actoren die pleiten voor tech-optimisme, terwijl anderen pleiten voor een systeemtransitie waarbij we het huidige landbouwsysteem op de schop doen”, zegt Van Huylenbroeck. Ook de discussie over schaalvergroting of -verkleining blijft een gevoelig thema.Verschillende experten, verschillende visiesOp het forum kwamen diverse sprekers en kenners aan bod om uitdagingen en mogelijke strategieën te schetsen. Filip Fontaine van VLAM had het over consumptietrends en de marktomgeving, en het belang om onze eigen producten herkenbaar te promoten. Vlaamse landbouwproducten kennen hoge productienormen en zolang de consument bewust blijft van de superieure smaak, de gezondheids- en kwaliteitsvoordelen, is men bereid daarvoor te betalen.Patricia De Clercq van het Vlaams Agentschap Landbouw en Zeevisserij belichtte kerncijfers binnen de Vlaamse landbouw en agrovoedingsketen, zoals de toenemende schaalvergroting en fors gestegen landbouwgrondprijzen. De gemiddelde verkoopprijs van landbouwgrond ligt op 68.934 euro per hectare. Dat is driekwart meer ten opzichte van 2013.Toon Denys van het Departement Omgeving belichtte het milieuluik. De massale sterfte van bestuivers is geen te onderschatten probleem, net zoals de afnemende bodemkwaliteit. Bodemcompactatie – het ‘samendrukken’ van de bodem – en een verarmd bodemleven hebben reële gevolgen voor teeltopbrengsten. Onder meer aangepaste machines kunnen hier een uitweg bieden, maar zoiets kost natuurlijk geld.Joris Relaes van ILVO lichtte het wetenschappelijke luik toe. ILVO onderzoekt en promoot teelttechnieken die een cruciale rol kunnen spelen voor de Vlaamse landbouw van de toekomst. “Onlangs sprak ik met enkele wetenschappers uit het Zuiden van Europa”, zegt Relaes. “Ze zeiden: zorg ervoor dat jullie je landbouw behouden, want wij kunnen voor het eerst in de geschiedenis het Middellandse zeegebied niet zelf meer voeden.”Relaes had echter ook een boodschap van hoop. Landbouwcrisissen zijn al zo oud als de landbouw zelf en toch is de sector blijven bestaan, ook na de dioxinecrisis, of de toetreding van Spanje en Portugal tot de Europese Gemeenschap in de jaren ’80. Analisten vreesden toen voor het einde van de Belgische tuinbouw, maar deze doemdenkers kregen ongelijk. “Misschien iets om indachtig te houden in het kader van het Mercosur-akkoord”, zegt Relaes. Hoe jammer het ook is: zelfregulering werkt niet Een laatste expert was agro-econoom Joost Dessein (UGent). Dat het forum samenviel met de start van het academiejaar in zijn universiteit, weerhield de man er niet van om een begeesterd pleidooi te voeren voor onze beleidsmakers om hun verantwoordelijkheid op te nemen. “Het is aan hen om deze landbouwvisie te sturen, richting te geven en te handhaven. Hoe jammer het ook is: zelfregulering werkt niet. Zowel wetenschappelijk onderzoek als de dagdagelijkse gebeurtenissen die we rondom ons zien, geven dit telkens weer aan.”Ook de slagkracht van lokale besturen moet volgens Dessein groter worden. “Dit zou leiden tot een beleidsomgeving die zekerheid en stimulansen biedt, waar lokale voedselomgevingen, markten en netwerken gemakkelijker vorm en opschaling kunnen krijgen.” De boeren aan het woordWie niet vergeten werd op dit forum, was de landbouwer zelf. Een panel van jonge boeren, bestaande uit Willem Derynck (Groene Kring), Justine Dewitte (BioForum), Frederik Vandenbroucke (Jong ABS), Jonas Vereertbugghen (VAC), Jana Bulcke (VABS) en Liesbet Desmet (Ferm), werd verwelkomd op het forum om hun input voor een beter landbouwbeleid te geven. Deze jongelingen zijn zeldzaam in hun soort, want de sector vergrijst aan een ijzingwekkend tempo. De gemiddelde landbouwer is 56 jaar.De wensen van deze jonge boeren zijn eenvoudig te formuleren: ze willen een toekomst voor hun bedrijf, én ze willen aan het einde van de dag “het vuil vanonder hun nagels kunnen kuisen, en niet de dag afsluiten met propere handen van computerwerk.” Zo illustreerde minister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) nog aan het begin van het forum. Een stelling die meermaals herhaald werd door de aanwezige boeren. Je kan de hulp inroepen van een boekhouder, maar zelfs zij vinden nog amper hun weg in de regelgeving De grieven van de zes landbouwers, vijf keer gangbaar en één biologisch, klinken dan ook bekend in de oren. Boeren die dure ecologische investeringen doen, zonder garanties over de terugverdientijd of de zekerheid of hun bedrijf de ecologische minimumdoelen zal halen. Boeren die hele dagen ploeteren door papierwerk, en amper nog tijd vinden voor hun échte job. “Je kan de hulp inroepen van een boekhouder, maar zelfs zij vinden nog amper hun weg in de regelgeving”, verzucht serreteler en nationaal ondervoorzitter van Groene Kring Willem Derynck. Iedere ondernemer moet minstens vijf jaar vooruitdenken, maar als landbouwer zijn dat er twintig. Dat beaamt varkenshoudster Liesbet Desmet van Ferm “Iedere ondernemer moet minstens vijf jaar vooruitdenken, maar als landbouwer zijn dat er twintig. Om te beginnen omdat onze leningen zo lang lopen. We moeten nu belangrijke keuzes maken, en de onzekerheid speelt een grote rol. Ik maak me veel zorgen over concurrentie uit het buitenland. Ik heb de documentaire Food for Thought gezien op VRT Max. In de wereld wordt voedsel geproduceerd aan zeer lage kost, en men moet zich er aan weinig regels voldoen. En dat maakt me angstig. Als ik dan de richtlijnen van het Departement Omgeving zie… ik zie ze hier zitten op hun gsm, vooraan in de zaal, maar hopelijk luisteren jullie ook. Het Departement Omgeving kent heel veel regelgeving die weinig te maken heeft met ondernemerschap. Het stelt me niet gerust naar de toekomst toe.”Ook de consolidaties van kleine familiebedrijven tot grote voedselreuzen, baart de boeren zorgen. Boeren onder een franchise spreekt geen van de panelleden aan. “Als landbouwbedrijven te groot worden – en daar zien we nu al bewijzen van - dan neemt de 9-to-5-mentaliteit het over. Dan krijg je producenten die geen verantwoordelijkheid nemen voor hun product”, zegt Derynck.Volgens de boeren moet de Vlaamse regering er dus alles aan doen om de toekomst van familiebedrijven te garanderen. “Ik heb een product waar ik dag en nacht mee bezig ben”, zegt Derynck. “Ik ga nooit op reis. Als mijn komkommers vijf minuten geen water krijgen, zijn ze goed voor de mesthoop. Wat is het verschil tussen een boer en een rookverslaafde? Als een rookverslaafde stopt, kan hij altijd herbeginnen. Als een boer stopt, is het gedaan.”</content>
            
            <updated>2025-09-26T09:31:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Melkprijs al even onder druk, maar geen reden tot paniek volgens experts]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/melkprijs-tijdje-onder-druk-maar-experts-zien-geen-reden-tot-paniek" />
            <id>https://vilt.be/57951</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De melkprijs staat al enkele maanden onder druk. Milcobel verlaagde deze maand zijn melkprijs met drie cent en volgde hiermee de markt. Ook de boternoteringen, die richting geven aan toekomstige melkprijzen, staan in het rood. Experts verwachten hierdoor dat de melkprijs de komende maanden verder kan dalen, maar vermoeden een tijdelijke dip. “De structurele vraag blijft sterk en het aanbod zal slechts beperkt toenemen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f331d0e7-aa55-4cf3-b17d-c275dfc7cdaa/full_width_melkrobot-wikicommonsanoek2.jpg</image>
                                        <content>Milcobel verlaagde in september haar melkprijs met drie cent ten opzichte van augustus. Hierdoor ontvangen melkveehouders deze maand een reëel uitbetaalde melkprijs van 52,02 euro per hectoliter.De zuivelverwerker wijt de daling aan sterk terugvallende mozzarellaprijzen, een productgroep met een belangrijk aandeel in het portfolio van Milcobel.Volgens de zuivelverwerker speelt de traditionele zomerdip op de zuivelmarkten al even, waarbij vooral de poederprijzen het zwaar te verduren hadden. In juni, juli en augustus hielden enkel nog de goede mozzarellaprijzen het melkgeld bij Milcobel overeind. In deze zomermaanden bleef de prijs constant op 55,10 per hectoliter.&amp;nbsp;De “zomerdip” zet ook bij andere zuivelverwerkers druk op de melkprijzen. Royal A-ware verlaagde de prijs met 0,75 cent in september en ook bij Laiterie des Ardennes (LDA) daalt de melkprijs al sinds mei. Verdere daling mogelijkExperts stellen dat de melkprijs de komende maanden nog verder kan dalen. Een indicatie daarvoor zijn onder andere de poeder- en boterprijzen die onder druk staan. De boterprijs&amp;nbsp;- volgens de Nederlandse zuivelnoteringen - zakte vorige week met 50 euro. Deze week ging daar nog eens tien euro af, waardoor de boter nu uitkomt op 550 euro per 100 kilo. Een dalende boterprijs resulteert weken later vaak in dalende melkprijzen.Jan Leyten, Agro Economist bij KBC, verbaast zich niet over de terugval van de boternoteringen. &quot;De boterprijs was de laatste tijd heel erg oververhit.” Als verklaring voor de druk op de zuivelmarkt wijst hij op het stijgende aanbod. “Op globaal vlak is de productie in Nieuw-Zeeland en in de Verenigde Staten licht toegenomen, wat mee aan de basis ligt van de lagere prijzen.” Rentabiliteit niet onder drukVolgens hem is er voor de Vlaamse melkveehouders geen reden om zich zorgen te maken. “De melkprijs kan de volgende maanden nog wat zakken. Maar volgens mij is dit maar een tijdelijke dip. Structureel blijft de vraag goed en zal het aanbod maar beperkt stijgen.”Daarnaast ziet hij ook positieve ontwikkelingen aan de kostenkant waardoor melkveehouders hun rentabiliteit mogelijk vast kunnen houden. “De verwachting is dat de veevoedergrondstoffen soja en granen nog een beetje zullen dalen waardoor de voerderkosten voor boeren kunnen afnemen.”</content>
            
            <updated>2025-09-24T20:41:46+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Klimaatscans wijzen boeren de weg: eficiëntie en goed veemanagement drukken klimaatimpact melk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/klimaatscans-wijzen-boeren-de-weg-eficientie-en-goed-veemanagement-drukken-klimaatimpact-melk" />
            <id>https://vilt.be/57952</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Melkveebedrijven die efficiënt voederen, een hoge melkproductie per koe bereiken en hun vee en jongvee goed managen, hebben de laagste klimaatimpact. Wanneer die bedrijven jaarlijks hun impact laten berekenen en systematisch bijsturen, dan slagen ze er bovendien in een continue daling te realiseren. Dat concludeert ILVO uit een grondige analyse van 550 klimaatscans die tussen 2021 en 2023 zijn afgenomen bij 320 melkveehouders.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f987689d-63f2-400f-a8f8-3a9cb91aa3b3/full_width_klimrek-klimaat-melkkoeien-bis.jpg</image>
                                        <content>De klimaatscans werden afgenomen in het kader van KLIMREK-project (Klimaatmaatregelen met Economische Kansen op het landbouwbedrijf). Het onderzoek wordt gecoördineerd door ILVO en Boerenbond en MilkBE, de brancheorganisatie voor de zuivelsector, zijn partner in het project. Drie jaar lang brachten opgeleide klimaatconsulenten door middel van een digitale rekentool de klimaatinspanningen van melkveehouders in kaart.Gemiddeld één kilo broeikasgassen per liter melkUit dat onderzoek blijkt nu dat er per productie van één liter melk in Vlaanderen gemiddeld één kilo aan broeikasgassen vrijkomt. Al zit achter dat gemiddelde wel een grote variatie tussen de bedrijven, want de klimaatimpact van 0,64 tot 1,76 kilogram CO2-equivalenten per kilo melk. ILVO ging op zoek naar verklaringen voor die variatie en kwam tot een aantal opvallende conclusies.Bedrijven met een hogere melkproductie per koe realiseren over het algemeen een lagere klimaatimpact per kilogram melk. “Dit wordt grotendeels verklaard door de verdeling van de emissies over een groter productievolume, maar toch is dat niet het enige”, aldus ILVO. Schaalgrootte speelt geen rolIntensivering van de productie op zich is volgens de onderzoekers geen afdoende klimaatmaatregel en ook schaalgrootte in de zin van meer koeien per bedrijf is dat ook niet. “Analyse van de verschillen tussen de best en de slechtst scorende bedrijven, toont aan dat het aantal koeien, schaalgrootte dus, geen rol speelt. Hoewel erg kleine bedrijven eerder slecht presteren, zitten in de topgroep ook bedrijven met minder koeien dan de bedrijven in de middelmoot”, klinkt het.Waar zit het verschil dan wel? “We zien dat bedrijven die hun hoge melkproductie bereiken door in te zetten op efficiënt voederen en veel aandacht hebben voor diergezondheid, zeker bij de opfok van de kalveren, maar ook daarna, over het algemeen het best scoren”, vertelt Veerle Van linden, coördinator van het KLIMREK-project. Efficiënt (jong)veemanagementWanneer bedrijven een lagere afkalfleeftijd en een lager vervangingspercentage aanhouden, kunnen ervoor zorgen dat ze minder jongvee moeten aanhouden, waardoor de klimaatimpact van het bedrijf automatisch verlaagt. “Vroeger kunnen afkalven door goed groeiend jongvee, kan bovendien zorgen voor een hogere melkproductie over de totale levensduur van de dieren, wat op zijn beurt de klimaatimpact per koe verlaagt”, concluderen de onderzoekers.Koeien in de weide helptBeweiding speelt ook een rol. Wanneer koeien buiten kunnen lopen, komt de mest tijdens de zomer direct op de weilanden terecht en moet het minder lang op het bedrijf opgeslagen worden. Ook dat gaat over het algemeen gepaard met een lagere klimaatimpact, klinkt het. Grote impact van voederaankoop en mestopslagWaar ILVO de grootste kansen voor verbetering vaststelt, is op vlak van voederaankoop en mestopslag. “Het gaat dan niet zozeer om minder gebruik van soja, maar om het efficiënt omzetten ervan in melk. De best scorende bedrijven produceren bijvoorbeeld gemiddeld 39,5 kilo melk per kilogram gevoederde soja, terwijl de slechtste groep met een kilo soja slechts 16,5 kilogram melk produceert”, aldus de onderzoekers. Volgens Van linden is deze vaststelling meteen ook goed nieuws: “Veranderingen in voederbeheer zijn doorgaans op korte termijn uitvoerbaar, terwijl wijzigingen in mestopslag investeringen en dus langetermijnplanning vragen.” Opvolging en advies werpen vruchten afContinue opvolging en advies op maat werpen in de ogen van de ILVO-onderzoekers hun vruchten af. Want bij de bedrijven die jaarlijks een KLIMREK-scan lieten uitvoeren, in totaal een 80-tal, werd daadwerkelijk een dalende trend vastgesteld.“Door de scan jaarlijks te laten uitvoeren, krijgen we beter zicht op de invloed van externe factoren. Soms kan een landbouwer een belangrijke maatregel nemen die zich niet meteen vertaalt in een lagere klimaatimpact door externe factoren zoals het weer of een ziekte-uitbraak. Het is belangrijk dat we begrijpen hoe dat werkt, zodat landbouwers meer controle krijgen over hun eigen voetafdruk en gerichter kunnen bijsturen”, vult Van linden aan.Ook stikstofuitstoot is lagerNog een opvallende vaststelling volgens de onderzoekers: “De maatregelen die de klimaatimpact verbeteren, hebben ook een positief effect op andere milieuthema’s, zoals de uitstoot van ammoniak. Wat dus ook in de stikstofdiscussie een troef kan zijn. Jan Van den Keybus, melkveehouder in Essen: &quot;Groen boeren met rode cijfers is geen optie&quot;Jan Van den Keybus is een melkveehouder in het Antwerpse Essen. Zijn kudde bestaat uit 300 melkkoeien. Hij liet de voorbije drie jaren telkens een klimaatscan uitvoeren en heeft zijn klimaatimpact stelselmatig kunnen verkleinen door in te zetten op efficiënt voederbeheer en een hoge melkgift. Zijn melk scoort met 0,86 kg CO2-equivalenten aan broeikasgassen per liter beter dan gemiddeld.“Ik ben trots dat we beter scoren dan het Vlaams gemiddelde. We doen heel veel inspanningen om de gezondheid en melkgift van onze koeien te verbeteren en het rantsoen hieraan aan te passen&quot;, zegt hij. Elk (teelt)jaar is volgens hem anticiperen om zo efficiënt mogelijk te werken. &quot;Het is dan ook een meerwaarde dat ik zoveel informatie over mijn werking uit de analyses haal en dat ik zelf kan bepalen welke bijkomende maatregelen ik wil treffen om mijn klimaatimpact verder te verbeteren. Want elke verandering heeft een impact op onze bedrijfsvoering maar ik wil ook het financiële plaatje niet uit het oog verliezen. Groen boeren met rode cijfers is ook geen optie.” Projectpartners willen klimaatscans verder uitrollenBoerenbondvoorzitter Lode Ceyssens is tevreden met deze nieuwe vaststellingen. “Uit de vorige analyse van KLIMREK bleek dat onze Vlaamse koemelk de klimaatvriendelijkste is ter wereld. Daar mogen we trots op zijn.” De nieuwe resultaten tonen dan weer de noodzaak aan om onze eigen lokale melkveehouderij in stand te houden en te ondersteunen in plaats van af te bouwen.”Hij ziet de meerwaarde van het KLIMREK-project niet zozeer in het rekenmodel, maar vooral in het gepersonaliseerd advies en het inzetten op maatregelen die passen binnen het bedrijf. “Daarom zet ook het Vlaams Energie- en Klimaatplan in op de klimaatscan en een keuzemenu voor melkveehouders. Met Boerenbond blijven we dan ook investeren in KLIMREK-modules voor melkveehouders en andere sectoren”, stelt Ceyssens.Ook de andere projectpartner, MilkBE, is voorstander van een snelle uitrol van klimaatscans. “Al meer dan een jaar geleden benadrukten we in ons Duurzaamheidscharter het belang van individuele klimaatscans. Deze resultaten bevestigen onze visie: scannen zet bedrijven in beweging en stimuleert continue verbetering. Ik onthoud vooral het belang van inzetten op efficiëntie, hiermee hebben we op sectorniveau nog een mooi potentieel. Het zijn belangrijke inzichten die we als MilkBE verder zullen uitdragen”, aldus MilkBE-ondervoorzitter Lien Callewaert.</content>
            
            <updated>2025-09-25T08:49:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Colruyt verliest terrein omdat concurrentie op zondag opent]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/colruyt-verliest-terrein-omdat-concurrentie-op-zondag-opent" />
            <id>https://vilt.be/57953</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Colruyt heeft in de eerste vijf maanden van&nbsp; het boekjaar zijn marktaandeel zien dalen. Dat heeft de groep woensdag op een algemene vergadering bekendgemaakt. Om het tij te keren, zal dochter Okay vanaf januari ook zondag de deuren openen. CEO Stefan Goethaert roept de regering ook op om de concurrentiekracht van Belgische bedrijven beter te ondersteunen. “Stop met het invoeren van almaar nieuwe milieuheffingen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="supermarkt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1e5b0beb-be9a-4b00-8c0a-def16e70617f/full_width_clpimagotrackimagotvspotdiepvries515colruyt.jpg</image>
                                        <content>Colruyt is de grootste supermarktketen van het land, maar de keten geeft aan te lijden onder een hoge prijs- en promodruk. Het aandeel van de Colruyt-winkels, Comarkt, Okay en Spar daalde de eerste vijf maanden van het gebroken boekjaar met ongeveer 35 basispunten naar 28,9 procent, aldus de groep. Toch zegt de groep ernaar te streven het bedrijfs- en nettoresultaat van het vorige boekjaar stabiel te houden dit boekjaar.Wat volgens Colruyt ook meespeelt, is het feit dat de concurrenten de winkel ook op zondag openen. Midden juli dit jaar is de verplichte wekelijkse sluitingsdag afgeschaft en daar maakt de concurrentie gretig gebruik van. Supermarktketen Okay zal daarom vanaf januari ook op zondagen de deuren openen.Daarnaast vormt het verschil in arbeidsvoorwaarden tussen de verschillende paritaire comités binnen de retail een wezenlijk concurrentieel nadeel dat moet worden aangepakt, stelt de groep. “Verandering op dit vlak vergt blijkbaar tijd”, klinkt het. Vernieuwde strategieTijdens de algemene vergadering belichtte CEO Stefan Goethaert het vernieuwde strategische plan van de groep. “We focussen nog meer op voeding en gezondheid, werken aan verdere groei in de stad en op de B2B-markt en stemmen ons aanbod nog beter af op de klantennoden.” De CEO heeft ook een boodschap voor de beleidsmakers. Volgens hem moet de regering de concurrentiekracht van de Belgische bedrijven beter ondersteunen. “Creëer een gelijk speelveld via een vereenvoudiging van de bestaande paritaire comités in de handel. Stop met het invoeren van almaar nieuwe milieuheffingen, die vaak sneller of verder gaan dan wat Europa vraagt. Deze lasagne aan bestaande en nieuwe milieuheffingen zadelt onze bedrijven op met pijlsnel stijgende kosten die voor de hele sector zouden kunnen oplopen tot ruim 750 miljoen euro per jaar. Dit dreigt de concurrentiepositie van de Belgische bedrijven volledig uit te hollen.”Hoe dan ook wil Colruyt zelf sterker inzetten op duurzaam ondernemen. “Denk aan minder en milieuvriendelijkere verpakkingen, de shift naar plantaardige eiwitten of het herstel van de biodiversiteit. Voorts investeren we in verdere digitalisering van onze services, onder meer via doorontwikkeling van onze Xtra-app”, zegt Goethaert. Belgische producten“Als enige Belgische retailer kiezen we waar mogelijk voor Belgische landbouwproducten, afkomstig van zo’ 6.000 landbouwbedrijven”, stelt Goethaert nog. “Vers vlees, melk en eieren zijn voor bijna 100 procent afkomstig uit eigen land, net als het overgrote deel van de groenten en fruit. Zo zijn wij verzekerd van continue bevoorrading en de producenten van afzet op de lange termijn, wat hen ruimte biedt om te investeren in innovatie en duurzaamheid.&quot; Tegelijk blijft Colruyt Group naar eigen zeggen investeren in zijn productieafdelingen, waar het kan rekenen op 1.300 medewerkers en tientallen jaren ervaring in de ontwikkeling, productie en verpakking van voedingswaren.&quot; Via tal van projecten zetten we sterk in op kwaliteit, efficiëntie en duurzaamheid&quot;, klinkt het. De CEO zegt ook te willen inzetten op de “vereenvoudiging van de organisatie en processen, om meer te kunnen realiseren met minder middelen en energie.” Fitness, farma, fashion en energieColruyt Group is overigens niet enkel actief in de retail. Zo kon de fitnessclub Jims, sinds 2021 in handen van Colruyt, voor het tweede jaar op rij een omzetstijging van bijna een kwart realiseren. Na de overname van 40 clubs van NRG werd Jims de tweede grootste fitnessspeler op de Belgische markt. Ook de online apotheek Newpharma zag zijn omzet voor het tweede opeenvolgende jaar op vergelijkbare basis duidelijk groeien en voorziet verdere groei in de categorieën beauty, skincare en dierenvoeding.In een licht krimpende fashionmarkt met beperkte inflatie kon de modegroep The Fashion Society (bekend van o.a. Zeb) na een tweetal moeilijke seizoenen opnieuw aanknopen met groei. De groep haalde zelfs de hoogste rentabiliteit in de Belgische modemarkt. In een verder krimpende fietsenmarkt met dalende volumes kon Bike Republic zijn marktaandeel behouden. Het merk blijft de grootste fietsenwinkel van België.Binnen het vakgebied Energie belichtte CEO Goethaert de ontwikkelingen bij de energieholding Virya Energy, waarin de groep voor 30 procent participeert. In Zeebrugge werd de eerste steen gelegd van Hyoffwind, de eerste Belgische fabriek voor de industriële productie van groene waterstof. Het nieuwe laadplein op de Colruyt Group-zetel in Halle is met maar liefst 326 laadpunten één van de grootste van Europa. Het laadplein moet de groep helpen om tegen 2030 de ambitie van Zero Emission Transport te realiseren.</content>
            
            <updated>2025-09-25T14:11:46+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[‘Farmageddon’: hoe Trumps beleid de Amerikaanse landbouw in het nauw drijft]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/deel-amerikaanse-boeren-vreest-voor-landbouwcrisis-volgens-anderen-is-die-er-al" />
            <id>https://vilt.be/57954</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>‘Farmageddon’, zo noemt het Amerikaanse nieuwskanaal CNN de huidige toestand van de Amerikaanse landbouw. Deze zinspeling op de Apocalyps klinkt ietwat sensationeel, maar ze is niet volledig misplaatst. De VS produceren veel meer landbouwproducten dan zij zelf consumeren en de handelspolitiek van president Donald Trump heeft vele afzetmarkten voor landbouwers geblokkeerd. Bovendien zijn de inputkosten fors gestegen en is er een personeelstekort door Trumps harde immigratiepolitiek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="economie" />
                        <category term="wereld" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/541a2655-63bf-4012-85ca-255af8a714b5/full_width_amerika-verenigde-staten-tractor.jpg</image>
                                        <content>De handelsovereenkomsten waarvan velen hoopten dat ze snel tot stand zouden komen nadat president Donald Trump invoerheffingen had opgelegd aan enkele van de grootste afnemers van Amerikaanse landbouwproducten, zijn er niet gekomen. De Amerikaanse landbouwers, bij wie Trump heel wat stemmen haalde, zeggen dat de tijd dringt. De oogstmachines draaien op volle toeren, maar de kans is reëel dat tonnen maïs en soja in de silo’s zullen vergaan.Dat zeggen niet alleen de nieuwsmedia die Trump steevast van ‘fake news’ beticht, maar ook de sectororganisaties. Volgens een nieuw onderzoek van de National Corn Growers Association (NCGA) denkt bijna de helft (46%) van de Amerikaanse boeren dat het land op de rand van een landbouwcrisis staat. 65 procent maakt zich nu meer zorgen over de financiële situatie van hun boerderij dan een jaar geleden. Belangrijkste akkerbouwgewassen vinden geen afzetMaïs is veruit het belangrijkste akkerbouwgewas in de VS, met een teeltoppervlakte van 36,4 miljoen hectare. Terrain, een Amerikaans bureau gespecialiseerd in landbouwanalyses, zegt dat veel producenten van akkerbouwgewassen al jaren op rij verlies lijden of in het beste geval break-even draaien. En dat beperkt zich niet tot maïs. Veel landen weren Amerikaanse producten. China koopt geen soja meer van de VS door de hoge importtarieven, maar wel van goedkopere Zuid-Amerikaanse producenten, zoals Brazilië.Het wegvallen van de Chinese markt is een ramp voor Amerikaanse sojaboeren. Caleb Ragland, voorzitter van de Amerikaanse sojaorganisatie ASA, dringt aan bij de Amerikaanse regering om de Chinese handelsbanden te herstellen. &quot;China is &#039;s werelds grootste afnemer van sojabonen en doorgaans onze belangrijkste exportmarkt. De VS hebben in dit nieuwe verkoopseizoen voor landbouwproducten nog niets aan China verkocht vanwege de vergeldingsheffingen van 20 procent die China heeft opgelegd als reactie op de Amerikaanse heffingen. Hierdoor hebben andere exporteurs, Brazilië en nu ook Argentinië, onze markt kunnen veroveren, ten koste van de Amerikaanse boeren.”Ragland spreekt van een overweldigende frustratie bij Amerikaanse sojatelers. &quot;De prijzen voor Amerikaanse sojabonen dalen, de oogst is in volle gang en landbouwers lezen krantenkoppen die niet gaan over het sluiten van een handelsovereenkomst met China, maar over het feit dat de Amerikaanse regering 20 miljard dollar aan economische steun verleent aan Argentinië, terwijl dat land zijn exportheffingen op sojabonen heeft verlaagd om in slechts twee dagen tijd 20 scheepsladingen Argentijnse sojabonen aan China te verkopen.” Vertrouwen in VS ernstig beschadigdOok de dichte buren van de VS weren Amerika als handelspartner. De campagne ‘Buy Canadian’, ingevoerd na Trumps dreigementen om Canada te annexeren, laat zich voelen bij Amerikaanse voedselproducenten. De import van Amerikaanse wijn bijvoorbeeld is in Canada quasi volledig stopgezet.Hoewel Trump de tarieven voor sommige landen alweer verlaagd heeft, lijkt het vertrouwen in de VS als handelspartner ernstig beschadigd. Veel grote afnemers van Amerikaanse soja en maïs zijn niet teruggekeerd.“Onze boeren hebben generaties lang gewerkt aan het opbouwen van deze exportmarkten, om ze vervolgens te zien verdwijnen door willekeurige invoerheffingen”, zegt Amy Klobuchar aan CNN, senator voor Minnesota en hoofd van de Democratische partij in de Senaatscommissie voor Landbouw. “We hebben tijdens de handelsoorlog in de eerste ambtstermijn van de president geleerd dat deze markten niet van de ene op de andere dag terugkomen.” Inputkosten fors gestegenDaarbovenop komen de steeds hogere inputkosten voor Amerikaanse landbouwers. Krista Swanson, hoofdeconoom bij de NCGA, deelt mee dat een boer ongeveer 5,7 ton maïs moet verkopen om één ton ammoniumfosfaat te kunnen kopen. De kosten voor kunstmest bedragen 36 procent van de productiekosten voor maïs in 2025.De kunstmestprijzen zijn wereldwijd gestegen, onder andere door de duurdere gasprijzen, maar er zijn ook enkele factoren die extra doorwegen in de VS. Zo heft het land invoerrechten op ammoniak uit Trinidad en Tobago, een belangrijke leverancier. De binnenlandse fosfaatproductie is nog steeds niet volledig hersteld nadat orkaan Milton in Florida vele productiefaciliteiten heeft beschadigd.Op aandringen van de kunstmestsector heeft de VS wel de invoerheffingen op potas bijgesteld. Dit is een belangrijk ingrediënt voor kunstmest, dat de VS importeert uit Canada. In augustus kondigde Trump aan dat hij de invoerheffing van 25 procent die hij eerder had ingesteld op de meeste Canadese producten, zal verhogen naar 35 procent. Voor energiegrondstoffen zoals potas zou er echter een uitzonderingstarief gelden van ‘slechts’ 10 procent.Ook energie, zaden en machinerie zijn aanzienlijk duurder geworden. Bovendien hebben landbouwers steeds meer moeite om personeel te vinden door Trumps immigratiepolitiek. De Amerikaanse immigratiedienst ICE voert geregeld raids uit op landbouwbedrijven om arbeiders letterlijk van de velden te plukken. De meesten verdwijnen zo maandenlang in detentiecentra in afwachting dat hun dossier behandeld wordt, of tot ze er zelf mee akkoord gaan de VS te verlaten. Boeren vragen geen subsidies, maar werkende economieHelemaal onvoorspelbaar is deze gang van zaken niet. Tijdens de eerste ambtstermijn van de Amerikaanse president Trump is het aantal faillissementen onder Amerikaanse landbouwers tussen 2018 en 2019 gestegen met 20 procent, ondanks de miljarden dollars aan steun die Trump toen had uitgekeerd aan boeren die leden onder de handelsoorlog met China. Opnieuw klinken er in de Amerikaanse regering stemmen om de opbrengsten van de handelstarieven aan te wenden om landbouwers te redden, maar de vraag is of het genoeg zal zijn.Holly Spangler, boerin en hoofdredacteur van de Amerikaanse landbouwnieuwssite Farmprogress, fileert Trump in een opiniestuk. “We hebben geen (nieuwe) reddingsoperatie nodig. We hebben echte markten nodig, zodat we ons graan voor een fatsoenlijke prijs kunnen verkopen. Een nieuwe reddingsoperatie zorgt er alleen maar voor dat het geld door de handen van de landbouwers stroomt en teruggaat naar landeigenaren, leveranciers van productiemiddelen en machinefabrikanten. Niemand hoeft de prijzen te verlagen als boeren het zich kunnen veroorloven.”De penibele situatie treft de Amerikaanse landbouwers niet alleen economisch. Uit gegevens van de Amerikaanse gezondheidsorganisatie CDC blijkt dat ze ook te maken hebben met hogere zelfdodingscijfers dan de rest van de bevolking.</content>
            
            <updated>2025-09-25T20:48:52+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Greenpeace vraagt verwerping Mercosur in witwasrapport illegale veeteelt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/greenpeace-vraagt-verwerping-mercosur-in-witwasrapport-illegale-veeteelt" />
            <id>https://vilt.be/57955</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Europese consumenten eten zonder het te beseffen rundvlees afkomstig van vee dat illegaal in het Amazonewoud wordt gehouden. Dat blijkt uit een rapport van Greenpeace Brazilië. Eén van de toeleveranciers van de Braziliaanse vleesgigant JBS zou systematisch illegaal gehouden koeien hebben verplaatst naar een reglementaire fokkerij. Greenpeace laakt deze praktijken en vraagt de EU om het Mercosurakkoord te verwerpen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veeteelt" />
                        <category term="ecologie" />
                        <category term="mercosur" />
                        <category term="ontbossing" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/abefde8d-2c26-4648-b0fe-e679c99e33bd/full_width_tuane-fernandes-greenpeace-brazilie-illegale-weide.jpg</image>
                                        <content>Het onderzoek betreft twee slachthuizen van JBS die eigendom zijn van de Braziliaanse zakenman Mauro Fernando Schaedler. Greenpeace beschuldigt hem ervan vee te hebben verplaatst van een gebied beschermd voor inheemse volkeren, waar veeteelt verboden is, naar een legaal bedrijf, om het vervolgens aan JBS te verkopen. Een witwas van vee, dus.De twee slachthuizen die in het onderzoek worden genoemd, hebben vergunningen om vlees te exporteren naar verschillende landen, waaronder Spanje, Duitsland, Italië, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, China en Japan. Greenpeace Italië heeft in juli 2025 vlees van één van de slachthuizen op Italiaanse groothandelsmarkten aangetroffen. JBS levert aan grote internationale supermarktketens en fastfoodgiganten zoals McDonald’s.Greenpeace: &quot;Verwerp Mercosur&quot;Het onderzoek is extra actueel aangezien het gepubliceerd is kort na de goedkeuring van de Mercosur-overeenkomst door de Europese Commissie, waardoor de hoeveelheid vlees die naar Europa wordt geëxporteerd aanzienlijk zou toenemen. De lidstaten moeten het akkoord nog goedkeuren. Greenpeace wijst erop dat de internationale veeteelt één van de belangrijkste oorzaken is van de ontbossing in het Amazonewoud.&quot;Volgens Greenpeace Nederland zou JBS tot 1,7 miljard euro winst kunnen maken als het akkoord doorgaat”, stelt een andere studie in opdracht van Greenpeace Nederland.De organisatie roept de EU-leiders op om de overeenkomst met Mercosur te verwerpen en ervoor te zorgen dat de Europese regelgeving inzake ontbossing (EUDR) volledig wordt uitgevoerd.Het volledige rapport van Greenpeace leest u hier.</content>
            
            <updated>2025-09-25T16:56:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ondanks nieuwe richtlijnen blijft gekibbel over natuurbeheerplannen aanhouden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ondanks-nieuwe-richtlijnen-blijft-gekibbel-over-natuurbeheerplannen-aanhouden" />
            <id>https://vilt.be/57956</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Natuurbeheerplannen zorgen opnieuw voor wrevel tussen landbouwers en natuurbeheerders. Aanleiding deze keer is natuurbeheerplan Den Dotter in Oost-Vlaanderen, waar Natuurpunt het reservaat wil uitbreiden en daarvoor een aangepast plan heeft ingediend. Opnieuw ligt er heel wat agrarisch gebied in het globaal kader van het natuurbeheerplan. Nochtans waren er nieuwe richtlijnen uitgevaardigd door Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) om een einde te maken aan de polarisatie tussen landbouw en natuur op het terrein.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c49c9815-8ce5-427f-b71d-6a0b9fe9b5dc/full_width_natuurbeheerplan-den-dotter.jpg</image>
                                        <content>Den Dotter had al een goedgekeurd natuurbeheerplan, maar nu heeft Natuurpunt een nieuwe aanvraag ingediend omdat het de percelen die als natuurreservaat worden uitgebaat, wil uitbreiden. In totaal gaat het om 39,60 hectare. Dat heeft ook gevolgen voor het globaal kader: dat wordt uitgebreid naar 323,19 hectare, waarvan 41 procent in agrarisch gebied ligt.Globale kaders ter discussieIn zo’n globaal kader geeft de indiener van het natuurbeheerplan aan waar er op termijn eventueel natuurontwikkeling kan plaatsvinden. Het gaat daarbij om gronden die nog niet onder effectief natuurbeheer staan. Tot 2017 was zo’n globaal kader geen onderdeel van beheerplannen, maar sinds het natuurdecreet eind 2017 werd gewijzigd, moeten alle beheerplannen omgezet worden naar een natuurbeheerplan waarin een langetermijnvisie wordt vastgelegd voor de komende 24 jaar.Heel wat gronden in agrarische bestemming kwamen op die manier in de globale kaders van de natuurbeheerplannen terecht. Volgens Boerenbond ging het eind 2022 al om 27.000 hectare. Vaak gebeurde dat zonder dat de eigenaar of gebruiker van de betreffende percelen daarvan op de hoogte werd gesteld. Welles-nietes over gevolgen van globaal kaderEr wordt steeds benadrukt dat de opname in het globaal kader geen gevolgen heeft voor de grond in agrarische bestemming. Op de website van het Agentschap Natuur en Bos (ANB) staat letterlijk te lezen: “De ligging in het ruimer globaal kader heeft geen enkel gevolg voor het huidige grondgebruik en leg geen bijkomende beperkingen op. Alle bestaande rechten op gronden in eigendom of verpacht aan landbouwers blijven behouden.”Vanuit de landbouwsector gelooft men daar niet in. Er wordt op gewezen dat de indiener van het natuurbeheerplan kan rekenen op aankoopsubsidies van de Vlaamse overheid wanneer die gronden in het globaal kader wil aankopen om ze onder natuurbeheer te plaatsen. &amp;nbsp;Daarom leidden natuurbeheerplannen op verschillende plaatsen tot hevig landbouwprotest. Hier en daar kon er een compromis worden bereikt tussen de landbouwsector en de indiener van het natuurbeheerplan, vaak onder impuls van de betrokken gemeenten, maar op veel andere plaatsen werd weinig tot geen rekening gehouden met de bezwaren. Nieuwe richtlijnen moeten duidelijkheid brengenOm de polarisatie tussen landbouw en natuur te temperen, besliste minister Brouns in juni om nieuwe richtlijnen uit te vaardigen. Die bepalen dat enkel in welomschreven gevallen agrarisch gebied kan opgenomen worden in het globaal kader. Die richtlijnen gelden voor alle natuurbeheerplannen type 4. Dat zijn plannen waar aankoopsubsidies aan verbonden zijn. Aan natuurbeheerplannen type 2 en 3 zijn geen aankoopsubsidies verbonden en dus worden de richtlijnen “aanbevolen”. Nog een belangrijke aanvulling in de richtlijnen: percelen gelegen in Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG) worden nooit opgenomen in een globaal kader. En wanneer een eerder goedgekeurd globaal kader, gewijzigd of ongewijzigd, opnieuw wordt ingediend, dan moet het volledige globaal kader aan de bovenstaande richtlijnen voldoen.Protest tegen Den DotterOndanks die richtlijnen blijkt er op het terrein toch nog veel onduidelijkheid en onvrede te leven over de globale kaders. In Oost-Vlaanderen kwamen een paar weken geleden nog heel wat landbouwers met hun tractor naar het gemeentehuis van Haaltert en Erpe-Mere afgezakt om hun misnoegen te uiten over het aangepaste natuurbeheerplan voor Den Dotter. Uiteindelijk gaven beide gemeentebesturen een negatief advies voor het ontwerp van het natuurbeheerplan. Ze hekelden onder meer het gebrek aan overleg tussen Natuurpunt, dat het natuurbeheerplan indiende, en de lokale landbouwers.Natuurpunt diende een nieuw dossier in voor Den Dotter omdat het de gebieden onder natuurbeheer verder wil uitbreiden. Dat had tot gevolg dat het globaal kader verder werd uitgebreid (blauw op kaart) tegenover het vorige globaal kader (groen op kaart). Om aan de richtlijnen van Brouns tegemoet te komen, werd een stuk van het oorspronkelijke globaal kader (roos op kaart) geschrapt. Volgens landbouwers in de regio gaat het om zeer goede, vruchtbare landbouwgrond. “Niet alles volgens richtlijnen minister”Toch struikelen zij nog steeds over een aantal zaken. “De helft van de percelen van Natuurpunt ligt in een agrarische bestemming”, vertelt Laura Speeckaert, regioconsulent voor Boerenbond. De gebieden rond die percelen worden nu ook opgenomen in het aangepast globaal kader. &quot;We stellen vast dat zonevreemde ontwikkelingen hier worden gebruikt om nog meer agrarisch gebied in te nemen.&quot;Boerenbond hekelt ook het feit dat agrarisch gebied mag worden opgenomen in het globaal kader volgens de richtlijnen van minister Brouns, zolang de percelen kleiner dan één hectare zijn. “Maar slaat die oppervlakte op de grootte van het kadastraal perceel, of op het perceel zoals het in gebruik is genomen en is doorgegeven in de verzamelaanvraag?”, vraagt Speeckaert zich af. Ze wijst erop dat veel percelen bestaan uit verschillende kadastrale nummers.Volgens Speeckaert zijn er ook een aantal voorbeelden waar de de richtlijnen van de minister niet zijn gevolgd. Zo is er in Aaigem een uitbreiding van het globaal kader aangevraagd tot tegen een landbouwbedrijfszetel en in de buurt van meerdere andere bedrijfszetels. Daarnaast is er in Heldergem een bos van 17 hectare aangeplant waarrond ook extra percelen zijn opgenomen in het globaal kader. Dat zou gaan om agrarisch gebied dat meer dan één hectare groot is en dat niet ligt ingesloten door ander bos of natuurgebied. Bovendien zijn niet alle landbouwpercelen in agrarisch gebied uit het reeds goedgekeurde globaal kader geschrapt. Plannen worden niet geweigerd, wel aangepastVolgens ANB is het natuurbeheerplan Den Dotter wel aangepast aan de richtlijnen van de minister. “Ook het reeds goedgekeurde globaal kader werd ingekrompen om hieraan tegemoet te komen”, klinkt het. “De percelen die zijn opgenomen in het globaal kader die gelegen zijn in agrarisch gebied, zijn ofwel percelen die bos of natuur zijn en een groot deel van het globaal kader is ook beschermd cultuurhistorisch landschap”, laat ANB weten.Het agentschap geeft nog aan dat het de richtlijnen van het kabinet zal volgen in de beoordeling van de natuurbeheerplannen, maar een volledige beoordeling gebeurt pas na de publieke consultatie (die vorige week afliep, red.). Natuurbeheerplannen weigeren gebeurt volgens ANB niet. “De bezwaren worden samen met de adviezen van de adviesverleners en het advies van ANB bezorgd aan de indiener van het plan. Die laatste moet dan een verslag maken waarbij geantwoord wordt op de bezwaren, wat tot een aanpassing van het natuurbeheerplan kan leiden. Die aanpassingen kunnen gebeuren tot wanneer de natuurbeheerplannen in orde zijn om door ons goedgekeurd te worden”, aldus het agentschap.</content>
            
            <updated>2025-09-25T20:44:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[63 landbouwprojecten krijgen steun voor innovatie en samenwerking]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/63-landbouwprojecten-krijgen-steun-voor-innovatie-en-samenwerking" />
            <id>https://vilt.be/57957</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij heeft 63 nieuwe Vlaamse land- en tuinbouwprojecten geselecteerd voor financiële steun. De initiatieven variëren van wateropvang tot slimme verlichting voor kruiden en moeten de sector duurzamer, efficiënter en toekomstgericht maken. In totaal gaat het om 7,6 miljoen euro aan middelen.<strong>&nbsp;</strong></p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bbdb4020-65d6-4707-a617-0c9e02a5a0b1/full_width_belichteteelttomatenserre-belorta.jpg</image>
                                        <content>Van de 63 goedgekeurde innovatieve projecten zullen er 29 samen een steunbedrag van 4,48 miljoen euro krijgen van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). De thema’s van de projecten lopen sterk uiteen: van emissies en energiebesparing tot precisielandbouw, automatisering en circulariteit.&amp;nbsp;In één specifiek project zullen bijvoorbeeld drie bedrijven de handen in elkaar slaan om tijdens de wintermaanden overtollig beekwater op te vangen. In droge periodes kan het water dan gezuiverd en gebruikt worden in de glastuinbouw. Een ander project ontwikkelt dan weer stuurbare lichttechnologie voor de teelt van biologische kruiden in pot. “Via lichtoptimalisatie kunnen kruiden sterker worden, een langere houdbaarheid met intensere aroma’s krijgen, en wordt er efficiënter met energie omgesprongen”, verduidelijkt het het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.&amp;nbsp;“Alle projecten hebben aangetoond hoe innovatie en samenwerking kunnen bijdragen aan een klimaatbestendige, efficiënte en toekomstgerichte land- en tuinbouw. Allemaal hebben ze ook potentieel om verder uitgerold te worden in de sector”, aldus het Agentschap.Steun voor agro-ecologie&amp;nbsp;Naast de VLIF-steun gaat ook 1 miljoen euro naar zeven demonstratieprojecten die agro-ecologische praktijken toepassen en drie projecten die landbouwers en adviseurs informeren over het nut van bufferstroken, maar ook over het onderhoud en de praktische aanpak ervan.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Hooibeekhoeve, het praktijk- en voorlichtingscentrum voor melkveehouderij en plattelandsontwikkeling, zal met steun melkveehouders helpen de impact van agro-ecologische maatregelen op hun bedrijfsvoering in te schatten en drempels weg te nemen.Samenwerkingssteun&amp;nbsp;Tot slot krijgen 24 projecten in kader van EIP (Europees partnerschap voor innovatie) ook een steunbedrag van 2,16 miljoen euro. De subsidies worden uitgereikt aan projecten die een innovatieve oplossing of samenwerkingsverband ontwikkelen als antwoord op een bepaalde problematiek of een opportuniteit. “Alle projecten zijn er gekomen op vraag van landbouwers of groepen landbouwers die met een bepaalde uitdaging te kampen hebben”, aldus het Agentschap. De projecten moeten telkens worden uitgevoerd door een operationele groep, een samenwerkingsverband dat bestaat uit onder andere landbouwers, actoren uit de agro-voedingsketen, adviseurs, onderzoekers, productenorganisaties.&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;Zo ontwikkelt ‘Weide-PASpoort’ een prototype registratie- en detectiesysteem als praktische oplossing voor de PAS-maatregel ‘beweiden in groep’. “Het prototype wordt ontwikkeld op basis van ideeën die bij 15 veebedrijven zijn verzameld”, aldus het Agentschap. “Het zal in een latere fase uitgetest worden op drie melkveebedrijven.”&amp;nbsp;Het project ‘SAM-Versnijden’ brengt dan weer hoeveslagers en veehouders samen om karkassen te versnijden tot vleespakketten voor verkoop in de korte keten. “De mogelijkheden om eigen dieren lokaal te laten slachten en versnijden, nemen af”, verduidelijkt het Agentschap. “Regionale samenwerking kan dit gat helpen vullen.”&amp;nbsp;Ontdek alle projecten op de website van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.</content>
            
            <updated>2025-09-25T17:31:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wolven veroorzaken ruzie tussen onderzoekers en landbouwminister in Nederland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wolven-veroorzaken-ruzie-tussen-onderzoekers-en-landbouwminister-in-nederland" />
            <id>https://vilt.be/57958</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een rapport over het aantal wolvenroedels dat Nederland kan dragen, leidt tot ruzie tussen demissionair staatssecretaris van Landbouw Jean Rummenie (BBB) en de gerenommeerde Wageningen Universiteit. Rummenie noemt het onderzoek “onbruikbaar” omdat het geen rekening houdt met maatschappelijke en sociaaleconomische gevolgen. “Onjuist en misleidend”, bij de universiteit van zich af.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                        <category term="Nederland" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c8736640-1b2d-4362-8b44-acbb56f26ca1/full_width_wolf.jpg</image>
                                        <content>Door de versoepelde Europese beschermingsregels kunnen lidstaten de wolf makkelijker verjagen of doden. Voorwaarde is wel dat er een gezonde populatie van wolvenroedels aanwezig is. Om dit na te gaan, vroeg het Nederlandse ministerie een studie aan de universiteit van Wageningen (WUR).&amp;nbsp;Uit dat onderzoek blijkt dat de wolvenpopulatie eerst nog zou moeten groeien vooraleer er aan populatiebeheer gedaan kan worden. Nu leven er naar schatting 13 à 14 roedels in Nederland, maar er zou ruimte zijn voor 23 tot 56 roedels.&amp;nbsp;&amp;nbsp;“Onbruikbaar”&amp;nbsp;Een conclusie waar de staatsecretaris van Landbouw erg ‘teleurgesteld’ over is, zo liet hij weten. “Ik verwachtte dat de onderzoekers rekening zouden houden met de specifieke situatie voor een klein en dichtbevolkt land als Nederland. Dat is helaas niet het geval”, aldus Rummenie. Volgens hem hebben de onderzoekers geen rekening gehouden met de maatschappelijke en economische impact van wolven in Nederland. Ook zou er niet gekeken zijn naar de impact van een grote wolvenpopulatie op de rest van de aanwezige dieren en biodiversiteit. Daarom zou het Wageningse onderzoek volgens hem “te theoretisch” en “niet bruikbaar” zijn.&amp;nbsp;&amp;nbsp;“Misleidend”&amp;nbsp;De universiteit lijkt de reactie van Rummenie niet zomaar te pikken. “Rummenie krijgt wat-ie vroeg, maar is daar niet blij mee”, kopt WUR-magazine Resource in een bericht. “Het was de keuze van het ministerie zelf om de onderzoekers niet naar maatschappelijke effecten te laten kijken. Wat Rummenie verklaart is niet alleen onjuist, maar ook misleidend.” &amp;nbsp;Ondertussen liet de BBB-staatssecretaris weten een nieuw onderzoek te laten uitvoeren door “een internationale, deskundige onderzoekspartij”.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-09-25T17:36:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Digitalisering stokt in Europese landbouw: eenvoudige apps populair, geavanceerde technologie niet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/digitale-transformatie-in-eu-landbouwsector-geavanceerde-technologie-blijft-achter" />
            <id>https://vilt.be/57959</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ondanks de veelbesproken voordelen van precieslandbouw blijft de toepassing ervan in de EU relatief laag. Algemene digitale hulpmiddelen worden wel vaak gebruikt, maar meer gespecialiseerde en vaak duurdere technologieën voor gewassen en vee vinden minder ingang. Dat blijkt uit een nieuw Europees onderzoek naar de digitale transformatie in de sector.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                        <category term="technologie" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="precisielandbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ade4fbd9-2835-40d5-afc1-9702dd7bea3d/full_width_koeweidehof-copyright.jpg</image>
                                        <content>Digitalisering in de land- en tuinbouwsector is een speerpunt binnen zowel de bredere digitale agenda van de EU als het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De Europese Commissie ziet digitale technologie als een katalysator om uitdagingen aan te pakken zoals concurrentievermogen, klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en voedselzekerheid.&amp;nbsp;Om zicht te krijgen op de huidige digitalisering in landbouw en platteland, werden 1.444 landbouwers in negen EU-lidstaten bevraagd (Duitsland, Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Litouwen, Hongarije en Polen).&amp;nbsp;Technologie voor gewassen en vee minder populair&amp;nbsp;Algemene IT- en softwaretools zoals boekhoud- en administratieve platforms, weervoorspellingsapps of communicatieapps als WhatsApp, zijn al wijdverspreid: 93 procent van de landbouwbedrijven gebruikt minstens één tool, 68 procent zelfs drie of meer.&amp;nbsp;De toepassing van gespecialiseerde technologieën verloopt daarentegen trager. Ongeveer 79 procent van de akker- en tuinbouwers gebruikt minstens één gewasspecifieke technologie, maar slechts 29 procent drie of meer. Het gaat bijvoorbeeld om drones voor gewasmonitoring, bodemsensoren, verbonden weerstations of bedrijfsmanagementsoftware voor gewasbeheer en boekhouding.&amp;nbsp;Ook in de veeteelt is het gebruik beperkt. Hierbij gaat het over geavanceerdere technologie zoals melkrobots, mest- en voederschuivers, of halsbanden met sensoren. Gemiddeld gebruikt 83 procent van de veehouders één technologie, slechts 17 procent drie of meer.&amp;nbsp;“Na een sterke toename is de adoptie van nieuwe technologieën sinds 2020 vertraagd, vooral door economische onzekerheid. Landbouwers geven ook aan dat ze in de komende vijf jaar slechts beperkt nieuwe toepassingen willen invoeren”, stelt het rapport.&amp;nbsp; Wie gebruikt de meeste technologie?&amp;nbsp;De bedrijfsgrootte blijkt doorslaggevend: grotere landbouwbedrijven gebruiken tot 84 procent meer digitale toepassingen. Ook connectiviteit, directe verkoop op de boerderij en opleidingsniveau beïnvloeden het gebruik.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Dat mannen vaker technologie zouden omarmen, blijkt de studie niet te bevestigen. Geslacht speelt geen rol. Leeftijd daarentegen wel, maar minder eenduidig dan bedrijfsgrootte. Bij veeteelttechnologieën is de link bijvoorbeeld zwak. Voor sommige toepassingen, zoals automatische melksystemen en mestschuivers, scoren oudere boeren zelfs hoger. Jongere landbouwers gebruiken daarentegen vaker digitale veeadministratie.&amp;nbsp;Toch tekent zich een digitale kloof af. Jongere boeren investeren sneller in innovatie ondanks een beperkter startkapitaal, terwijl oudere — hoewel financieel sterker — vaker afwachtend zijn door naderend pensioen of onzekerheid over opvolging.&amp;nbsp;Opvallend is dat gedeeltelijk grondbezit of pacht samengaat met een hogere adoptie van veeteelttechnologieën, mogelijk door een andere investeringslogica.&amp;nbsp; Drijfveren en belemmeringen&amp;nbsp;De meeste landbouwers zien digitalisering als positief voor de duurzaamheid van hun bedrijf: 76 procent verwacht economische voordelen, 72 procent ecologische en 67 procent sociale. Bovendien denkt 68 procent dat digitalisering hun veerkracht tegen schokken kan vergroten. Toch blijken dit niet de belangrijkste redenen om te investeren. Efficiëntiewinst, kostenbesparing, groeimogelijkheden, naleving van regelgeving en betere levenskwaliteit spelen een grotere rol.&amp;nbsp;Dat landbouwers niet nog meer technologie aanschaffen, komt vooral door hoge kosten, gebrek aan vaardigheden en beperkte interesse.&amp;nbsp; Gegevensverzameling en -deling blijft moeizaam&amp;nbsp;Landbouwers verzamelen een breed scala aan gegevens, van financiële en bodemdata tot gegevens over hun vee en markten. Dit doen ze meestal maandelijks, vaak nog handmatig of met eenvoudige digitale hulpmiddelen zoals gescande documenten of spreadsheets. Slechts een minderheid gebruikt gespecialiseerde software of automatische systemen. “Digitale hulpmiddelen zouden nochtans administratieve lasten kunnen verlichten en de digitale transformatie ondersteunen”, aldus het rapport.&amp;nbsp;Uit de resultaten blijkt dat landbouwers ook zeer voorzichtig en selectief zijn in het delen van hun gegevens. Veel landbouwers delen helemaal niets, en wie dat wel doet, houdt het bij vertrouwde partijen zoals adviseurs, collega’s of coöperaties. Samenwerking met onderzoeksinstellingen, banken of technologiebedrijven is beperkt. Grote bedrijven en jongere landbouwers zijn doorgaans meer bereid gegevens te delen. Belangrijkste remmingen zijn zorgen over privacy, veiligheid en controle.&amp;nbsp; Maatwerk nodig&amp;nbsp;Een uniforme aanpak zal weinig effect hebben, benadrukt het rapport. Het gebruik van technologie verschilt sterk per regio, bedrijfsgrootte en sector. Gericht beleid, financiële ondersteuning en gespecialiseerde opleidingen zijn nodig om adoptie te versnellen. Daarnaast kan een transparant en betrouwbaar gegevensbeleid het vertrouwen vergroten. Landbouwers moeten duidelijk voordeel halen uit het delen van data, bijvoorbeeld via toegang tot kennis, advies of op maat gemaakte diensten.&amp;nbsp;Vertrouwen in het gegevensbeleid wordt volgens het rapport extra belangrijk met de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) in de landbouw. “Omdat AI sterk afhankelijk is van data, moeten zorgen over privacy en eigendom worden weggenomen. Pas als landbouwers tastbare voordelen ervaren, zal AI breed ingang vinden”, besluit het rapport.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-09-25T17:56:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Einde wereldwijde cacaocrisis lijkt in zicht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/einde-wereldwijde-cacaocrisis-lijkt-in-zicht" />
            <id>https://vilt.be/57960</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Analisten en handelaren uit de cacaosector verwachten dat betere oogsten in Zuid-Amerika en een afnemende vraag zullen leiden tot een grote cacao-overschot. Daarmee zou er een einde kunnen komen aan de wereldwijde cacaocrisis, die leidde tot recordprijzen voor cacao en duurdere chocolade. Dat concludeert persbureau Bloomberg na gesprekken met analisten en handelaren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselprijzen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8501a745-1065-483f-b02e-a4e9d295dc48/full_width_cacaobonen-chocolade.jpg</image>
                                        <content>De cacaoproductie in het nieuwe seizoen, dat volgende maand begint, zal volgens experts de vraag ruimschoots overtreffen. Dit is niet alleen het gevolg van betere oogsten, maar ook van een teruggevallen vraag. Consumenten kopen minder door de hogere chocoladeprijzen, terwijl ook de industriële vraag afneemt omdat veel retailers hogere prijzen weigeren door te rekenen en zo de marges van producenten onder druk zetten.Het overschot zou daardoor twee keer zo groot worden als dit seizoen. In dat geval kunnen de wereldwijde voorraden worden aangevuld, die geslonken waren na de opeenvolgende tegenvallende oogsten in West-Afrika.De laatste jaren verviervoudigde de cacaoprijs op de handelsmarkt. In december bereikte de cacaoprijs een recordhoogte van 12.000 euro per ton.Hoewel de cacaoprijs historisch gezien nog steeds hoog is, is deze dit jaar alweer stevig gedaald doordat consumenten minder chocola zijn gaan kopen en chocolatiers hun recepten aanpasten. Cacao noteert momenteel rond de 6.500 euro per ton.</content>
            
            <updated>2025-09-26T16:19:52+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Goed Gerief: De cultivator]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/goed-gerief-de-cultivator" />
            <id>https://vilt.be/57961</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Van een eenvoudige tandeneg, getrokken door een paard, tot de hightech cultivator die vandaag in één werkgang diep losmaakt en nauwkeurig werkt. De evolutie van de cultivator toont hoe bodembewerking steeds efficiënter én preciezer werd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5d671815-9fee-47ba-ae04-e4a4de5fd1c0/full_width_thumb-38.jpg</image>
                        
            <updated>2025-09-28T12:51:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouworganisaties trekken aan alarmbel over 5%-stikstofmaatregel voor rundveehouders]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-vraagt-opschorting-van-5-stikstofmaatregel-voor-rundveehouders" />
            <id>https://vilt.be/57962</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouworganisatie Boerenbond luidt de alarmbel. Tegen het einde van dit jaar moeten rundveehouders vijf procent stikstof reduceren op hun bedrijf. “Maar zolang er geen duidelijkheid is over de reductiepercentages van de stikstofverlagende maatregelen en de toepasbaarheid ervan, is dit onhaalbaar”, stelt Boerenbond. De landbouworganisatie vraagt om de stikstofmaatregel op te schorten tot er juridische en beleidsmatige duidelijkheid is. ABS gaat nog een stap verder en vraagt de afschaffing van deze regel voor vleesveehouders omdat het aantal zoogkoeien tussen 2015 en 2024 al gedaald is met 28,65 procent.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bbe88df8-90f6-420b-8a7a-ff7751b0f669/full_width_koeien-weide-natuur-weiland-bomen.jpg</image>
                                        <content>Begin vorig jaar werd in het stikstofdecreet goedgekeurd dat melkvee- en vleesveehouders tegen eind 2025 een tussentijdse emissiereductie-inspanning van vijf procent moeten realiseren. Tegen 2030 wordt een reductie van 25 procent van hen verwacht. Veehouders kunnen hun uitstoot verlagen met ammoniakreducerende technieken (AER-technieken). In theorie kan men ook minder dieren houden, maar dat heeft gevolgen voor het inkomen. Veel veehouders kijken daarom naar AER-technieken om aan de stikstofregels te voldoen. Maar niet elk bedrijf beschikt over een waaier aan methoden dat bij de bedrijfsvoering past. Daarnaast stelde het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV) deze zomer de reductiepercentages in vraag die aan zulke technieken zijn gekoppeld. “Men verwacht van de landbouwers grote investeringen via maatregelen zoals mestrobots of nieuwe emissiearme vloeren in de stallen, maar ‘en cours de route’ worden de toepassing en efficiëntie van die maatregelen in vraag gesteld. En dat louter gebaseerd op theoretisch onderzoek van WeComV”, zegt Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens hierover. “Dat is ongehoord, onverantwoord en onrespectvol naar de landbouwers toe.” Er werd ons in april een pragmatische aanpak beloofd, maar intussen is er nog geen duidelijkheid Volgens Ceyssens zijn landbouwers bereid om inspanningen te leveren, maar er is nood aan meer toepasbare maatregelen en er mag onderweg niet gemorreld worden aan eerder vastgelegde reductiepercentages. “De Vlaamse overheid moet eerst voor duidelijkheid en rechtszekere technieken zorgen alvorens deze verplichting te handhaven”, klinkt het.Hij haalt aan dat Boerenbond al sinds april benadrukt dat de deadline onhaalbaar is. Uit een bevraging bleek toen dat 80 procent van de rundveehouders problemen verwachtte om de tussentijdse reductiedoelstelling te kunnen verwezenlijken tegen het einde van dit jaar. “Er werd ons in april een pragmatische aanpak beloofd, maar intussen is er nog geen duidelijkheid”, klinkt het. Juridische procedures versterken twijfelBoerenbond betreurt ook de recente beslissing van milieuorganisatie Dryade om een juridische procedure op te starten tegen de meldingsakte van de 5%-maatregel. “Dit vergroot de rechtsonzekerheid voor landbouwers en onderstreept de instabiliteit van het huidige stikstofkader”, klinkt het. De organisatie wijst ook op de aangepaste kritische depositiewaarden (KDW), waardoor impactscores van sommige bedrijven veranderd zijn. “Het is onaanvaardbaar dat boeren investeringsbeslissingen moeten nemen in een beleid dat voortdurend wordt bijgestuurd”, aldus Boerenbond. Opschorting 5% en ommezwaai naar emissiemodelDe landbouworganisatie roept de Vlaamse regering op om de 5%-maatregel op te schorten tot er meer duidelijkheid is. “Enkel zo kan het vertrouwen van de sector worden hersteld en kan er gewerkt worden aan een duurzaam en gedragen stikstofbeleid”, zegt Boerenbond. Daarnaast benadrukt de organisatie nogmaals de vraag naar een snelle omslag naar een emissiereductiemodel “dat echt rechtszekerheid biedt” in de plaats van het huidige depositiemodel.“Een emissiemodel is niet gebaseerd op de neerslag van stikstof, maar op de uitstoot ervan. Die omslag is afgesproken in het Vlaams regeerakkoord. Onze landbouwbedrijven zorgen voor veilig en lokaal voedsel, en staan in voor onze voedselzekerheid. Dat wordt nu allemaal op de helling gezet&quot;, aldus Lode Ceyssens. “Er is nood aan fundamentele oplossingen die voor toekomstperspectief zorgen voor de boeren. In plaats van te blijven morrelen aan een decreet dat gebouwd is op drijfzand.&quot; ABS vraagt afschaffing van 5%-regel voor vleesveehoudersOok ABS was in het verleden niet mals voor de 5%-reductiedoelstelling voor rundveehouders. &quot;Wij hebben dit voorjaar al bij minister-president Matthias Diependaele (N-VA) aangekaart dat die doelstelling best wordt afgeschaft voor vleesveehouders. De vleesveestapel is de laatste jaren al dramatisch gedaald. Tegenover het referentiejaar 2015 is er bij zoogkoeien een daling genoteerd van 28,65 procent&quot;, zegt ABS-voorzitter Bruno Vincent. Hij wijst erop dat de aantallen zoogkoeien een goede indicator zijn voor de totale vleesveestapel.Volgens ABS is deze daling groter dan de inspanning die gevraagd wordt in het stikstofdecreet. &quot;Wij vragen dat die daling nu al in rekening wordt gebracht zodat de generieke emissiereductie tegen eind dit jaar voor vleesvee kan afgeschaft worden. In tweede instantie kan de deze reductie ook al gebruikt worden voor melkvee dat in ingestrooide stallen gehouden wordt, te depanneren&quot;, aldus Vincent. &quot;Op dit moment zijn deze melkveehouders immers zo beperkt in reductietechnieken dat er op die manier voor hen druk van de ketel kan gehaald worden.&quot;ABS herhaalt zijn oproep naar de Vlaamse regering om niet blind te zijn voor de &quot;dramatische terugval&quot; van het aantal vleesveehouders. &quot;Het is een duurzame sector die vlees produceert dat door elke Vlaming geapprecieerd wordt en waar Europa bovendien verre van zelfvoorzienend is&quot;, klinkt het. De landbouworganisatie stelt vast dat veel jonge vleesveehouders nu al afhaken of niet starten. &quot;Daarom vragen we om die 5%-reductiedoelstelling voor hen af te schaffen zodat ze het positieve signaal krijgen dat ze verdienen&quot;, aldus nog de ABS-voorzitter. Brouns: &quot;Voor schrapping is meerderheid in parlement nodig&quot;Bevoegd minister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) laat weten dat hij begrip heeft voor de zorgen in de sector. &quot;We beseffen heel goed dat er grote inspanningen gevraagd worden. Precies daarom hebben we geen euro bespaard op het transitiefonds rond stikstof om onze landbouwers te kunnen ondersteunen bij investeringen&quot;, benadrukt hij. Toch ziet hij een schrapping van de tussentijdse reductie van vijf procent weinig haalbaar. &quot;Daarvoor is een meerderheid nodig in het Vlaams parlement en die is er op dit ogenblik niet.&quot;Volgens de minister wordt er hard gewerkt aan voldoende werkbare en betaalbare technieken die passen binnen de diversiteit aan bedrijfsmodellen in de rundveehouderij. &quot;Daarnaast maken we werk van een zo eenvoudig mogelijke procedure om de inspanningen te melden en te valideren, zonder gevolgen voor de bestaande vergunningen&quot;, klinkt het. De vraag van Boerenbond naar een emissiemodel ondersteunt hij. &quot;Dat is niet alleen in het belang van de landbouw, maar ook van de brede industriële en chemische cluster die vandaag verantwoordelijk is voor een groot deel van de emissies. Hoe sneller we dat kunnen realiseren, hoe beter&quot;, aldus Brouns.</content>
            
            <updated>2025-09-26T15:42:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouw vanuit de ruimte: VITO zet satellietbeelden om in bruikbare teeltinformatie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouw-vanuit-de-ruimte-vito-zet-satellietbeelden-om-in-bruikbare-teeltinformatie" />
            <id>https://vilt.be/57963</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) speelt een sleutelrol in de overgang naar precisielandbouw. Vanuit het onderzoekscentrum in Mol vangt VITO satellietbeelden van vegetatie op en combineert die met andere data in de digitale tool WatchITgrow. Deze toepassing wordt steeds vaker ingezet, onder meer bij de waardebepaling van pachtpercelen. Sommige landbouwers gebruiken de tool zelfs om hun bemestingsprogramma’s op af te stemmen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="precisielandbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1edc235d-859d-444f-bcd2-a45252433fdd/full_width_watch-it-grow.png</image>
                                        <content>Wat is WatchITgrow?WatchITgrow is een online platform dat telers helpt het oogstpotentieel van hun percelen duurzaam te verbeteren met behulp van satellietbeelden en aanvullende data. Dit leidt tot efficiëntere oogsten, kostenbesparing en betere kwaliteit. Zo genereert het onder meer groeikaarten en variabiliteitskaarten, waarmee telers verschillen in gewasontwikkeling kunnen opsporen. Ook kunnen taakkaarten voor variabele bemesting en gewasbescherming aangemaakt worden. Datacaptatie, artificiële intelligentie en digitalisering: het zijn een paar sleutelwoorden die centraal staan in de transitie naar precisielandbouw, een transitie die de klimaat- en milieu-impact van landbouw kan verminderen en de productie kan boosten. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), waar in totaal 1.300 mensen werken, speelt een belangrijke rol in deze transitie.Acht jaar geleden lanceerde VITO samen met CRA-W, de universiteit van Luik en de aardappelindustrie de applicatie WatchITgrow. Het gaat om een online platform dat met verschillende data wordt gevoed en dat landbouwers bijstaat om hun percelen vlot en efficiënt te kunnen opvolgen. Satellietbeelden als basisDe kern van de applicatie zijn de satellietbeelden die VITO sinds 1998, in opdracht van ESA, verzamelt. Deze vegetatiedata worden omgezet in heldere beelden. Het onderzoekscentrum in Mol heeft hiervoor een indrukwekkend datacenter tot zijn beschikking. “Vergelijk het met Google Maps, maar dan met updates om de paar dagen, terwijl Google soms maanden nodig heeft,” zegt Jürgen Decloedt van VITO Remote Sensing.VITO Remote Sensing is de afdeling van VITO die zich specifiek bezighoudt met de captatie en verwerking van de satellietbeelden tot onder meer zogenaamde vegetatiekaarten. Hier zijn meer dan 300 onderzoekers en medewerkers aan verbonden. De organisatie werkt samen met een uitgebreid netwerk van partners in het bedrijfsleven, de onderzoekswereld en overheden over de hele wereld.Zo bracht het in het kader van ESA’s WorldCereal-programma alle landbouwvelden op aarde in kaart. Daarmee kunnen onder andere graan- en maïsvelden worden herkend, wat kan bijdragen aan het tegengaan van voedselspeculatie. Naar concreet advies voor landbouwerWatchITgrow kan gezien worden als de Vlaamse tegenhanger van WorldCereal, maar gaat verder. Naast satellietbeelden worden ook andere databronnen geïntegreerd, zoals verzamelaanvragen, weersinformatie, erosiegevoeligheid en kleine landschapselementen. Landbouwers kunnen bovendien zelf extra gegevens toevoegen, zoals bodemscans.Doordat de satellietbeelden regelmatig vernieuwd worden, kunnen gewasontwikkelingen nauwgezet gevolgd worden. In combinatie met AI kan zo inzicht ontstaan in droogtestress of ziektedruk. Verschillen binnen een perceel worden zichtbaar, waardoor taakkaarten voor precisiebemesting of gewasbescherming opgesteld kunnen worden. Samen met de Vlaamse landbouwkennisinstellingen werkt VITO verder aan het vertalen van al die data in concreet advies voor de landbouwer. Voorlopig vooral in aardappel- en grasteelt gebruiktVolgens Decloedt gebruikt voorlopig slechts een beperkt aantal landbouwers de tool voor zulke geavanceerde toepassingen. Momenteel wordt WatchITgrow het meest in de aardappel- en vlasteelt gebruikt. Ook is de app meer en meer in trek bij landbouwers met seizoenpacht, die zo het opbrengstpotentieel en de kwaliteit van percelen kunnen inschatten.Het proefcentrum van de Provincie Antwerpen, de Hooibeekhoeve in Geel, maakt gebruik van de tool. “Bij proefvelden streven we naar een gelijkmatige groei. WatchITgrow toont ons waar extra bemesting nodig is, zeker op pachtpercelen die we niet goed kennen,” zegt onderzoeker An Schellekens. Ook is de tool volgens haar interessant om het moment van bemesting of zelfs voor het ideale tijdstip voor het afrijden van snedes gras te bepalen. Integratie met andere commerciële dienstenIn oktober 2025 telde het platform al zo’n 650 actieve gebruikers. De populariteit groeit, ook omdat commerciële diensten de tool integreren. Zo gebruikt KBC de toepassing bij de eerste analyse voor haar brede weersverzekering. “Bijvoorbeeld: als driekwart van een perceel overstroomt, zie je dat meteen op de groeikaart. Nadien volgt altijd nog een bezoek ter plaatse,” aldus Decloedt.Volgend jaar wordt een nieuwe boost verwacht als de registratie van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verplicht wordt. “Landbouwers kunnen hiervoor onze gratis tool ook gebruiken”, klinkt het. Technologische vooruitgang vergroot potentieelVolgens VITO Remote Sensing ligt er nog veel potentieel in digitalisering en AI. Decloedt: “In de meest kapitaalintensieve teelten zie je dat sensoren en datacaptatie al stevig ingeburgerd raken. Zo worden nieuwe landbouwmachines steeds vaker uitgerust met oogst- en andere sensoren. Hoe meer data beschikbaar komen, hoe beter we de landbouwers kunnen bijstaan met data onderbouwd advies.”Ook vooruitgang van de technologie zal digitalisatie dichter bij de boer brengen. Zo ontwikkelden de experten van VITO recent de tool CropSAR. Deze tool, die ook radargegevens van een satelliet gebruikt, maakt het mogelijk door de wolken heen te kijken. Zo kan de evolutie van het gewas ook op bewolkte dagen gemonitord worden, waar dat voorheen nog blinde vlekken waren. Helden van onze veldenHet bedrijfsbezoek werd georganiseerd door VLAM in het kader van de campagne Helden van onze velden. Daarmee zet VLAM de duurzaamheidsinspanningen van de Vlaamse landbouw in de kijker. Tools zoals WatchITgrow tonen hoe technologie en satellietdata landbouwers helpen om die inspanningen waar te maken.</content>
            
            <updated>2025-09-26T16:19:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwopleiding Sint-Niklaas verwelkomt voor het eerst uitsluitend vrouwelijke eerstejaars]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwopleiding-sint-niklaas-verwelkomt-voor-het-eerst-uitsluitend-vrouwelijke-eerstejaars" />
            <id>https://vilt.be/57964</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De traditioneel eerder mannelijke landbouwopleiding aan de Odisee-hogeschool in Sint-Niklaas ontvangt voor het eerst een volledig vrouwelijke lichting. De school noemt het een primeur die de opvallende instroom van vrouwelijke studenten in de landbouwopleiding bevestigt. Vorig jaar was slechts een derde van de studenten een vrouw. Maar dat is niet de enige nieuwigheid op de school: sinds dit academiejaar kunnen leerlingen een duik nemen in het keuzevak ‘aquacultuur’.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderwijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c9e3aafe-a25d-42c2-a52d-278bdfae09cc/full_width_484a2156.jpg</image>
                                        <content>Dit jaar telt de afstudeerrichting Landbouw binnen de opleiding Agro- en Biotechnologie uitsluitend vrouwen. Antoon Vanderstraeten, docent en trekker van de afstudeerrichting, spreekt van een spectaculaire stijging. “Het toont hoe sterk de opleiding aanspreekt én hoe vrouwen hun weg vinden naar een sector die volop inzet op duurzaamheid.”De afstudeerrichting Landbouw biedt een brede, praktijkgerichte opleiding met aandacht voor teelttechnieken, bodemkunde, dierenwelzijn en bedrijfsbeheer. Maar ook duurzaamheid speelt een belangrijke rol in het curriculum, met onder meer agro-ecologie en regeneratieve landbouw. “Vrouwen nemen vaak het voortouw in duurzame landbouwinitiatieven”, aldus Vanderstraeten. “Hun keuze voor deze opleiding is dus geen toeval: ze willen actief bijdragen aan de omslag naar een meer toekomstbestendige landbouw.”Duurzaamheid troefHoewel de volledige vrouwelijke instroom historisch is, wil de school zoveel mogelijk streven naar een diverse leeromgeving. De school benadrukt dat het “geen exclusieve meisjesrichting” wil creëren. “Mannen zijn en blijven meer dan welkom”, benadrukt Liesbet Devos, opleidingshoofd Agro- en Biotechnologie. “Een volgende lichting kan opnieuw gemengd zijn, en dat zien we graag. De sector heeft iedereen nodig die wil werken aan een duurzamere landbouw, ongeacht gender.”Vanderstraeten sluit zich daarbij aan: “De landbouw staat voor grote uitdagingen: van klimaat tot bedrijfsinnovatie. Daarvoor hebben we alle talenten nodig, zowel mannen als vrouwen. Deze lichting is een momentopname, geen koerswijziging.” Aquacultuurcursus voor leerlingen en externe geïnteresseerdenMan of vrouw, met deze nieuwe lichting wil Odisee een bijdrage leveren aan een sector in volle transitie. “Onze afgestudeerden zijn klaar om innovatieve landbouwbedrijven te versterken of zelf te starten”, zegt Devos. “Hun kennis van duurzame technieken en bedrijfsvoering is niet alleen een troef voor henzelf, maar ook voor de regionale economie. Vlaanderen heeft professionals nodig die een antwoord kunnen bieden op de uitdagingen van morgen.”Maar dat is niet het enige nieuws uit deze school. Dit academiejaar is de introductiecursus aquacultuur van start gegaan, onder de noemer ‘Duurzame teelt van aquatische organismen.’ Deze introductiecursus wordt gevolgd als keuzevak door studenten van de bacheloropleiding Agro- en Biotechnologie, maar kan ook als microcredential worden gevolgd door externe geïnteresseerden. “Elk van de vier bestaande afstudeerrichtingen kan dit vak dus volgen. Maar het is als microcredential ook beschikbaar voor externe geïnteresseerden.”, zegt lesgever en onderzoeker Joachim Claeyé van de Odisee-hogeschool. “Op dit moment zijn er al 23 studenten ingeschreven voor het vak. Er kan nog altijd ingeschreven worden.”</content>
            
            <updated>2025-09-26T15:11:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen etaleert zich met topkwaliteit op vlak van vlees en zuivel op internationale voedingsbeurs Anuga]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-etaleert-topvlees-en-zuivel-op-internationale-voedingsbeurs-anuga" />
            <id>https://vilt.be/57965</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Veertig Belgische bedrijven trekken van 4 tot 8 oktober 2025 naar Anuga in Keulen, de beurs van de wereldwijde voedingsindustrie Op drie gezamenlijke standen van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) zal Belgisch lekkers worden gepromoot. Met een exportwaarde van meer dan 9,1 miljard euro doen ons rund-, varkens- en kalfsvlees, gevogelte, konijn en zuivelproducten het bijzonder goed bij buitenlandse klanten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VLAM" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/045d1f50-35d4-43e7-8839-7e7dfeb6421f/full_width_250826flandern-auf-der-anuga-meat-92098c34dd59cbf75f35c444c412943e.jpg</image>
                                        <content>België is bijzonder populair voor zijn varkensvlees. In 2024 werd in België 945.000 ton varkensvlees commercieel geproduceerd, waarvan 690.000 ton naar het buitenland ging. Ons varkensvlees doet het vooral goed in Duitsland, Polen en Nederland. Volgens VLAM hoeft dat niet te verbazen. “Topkwaliteit, een flexibele service en een hoog slachtrendement typeren de Vlaamse varkensvleessector”, klinkt het.Aanzienlijk kleiner, maar zeker niet klein, is onze rund- en kalfsvleesproductie. Die bedroeg 249.000 ton, waarvan 155.000 ton bestemd was voor export. Naast Nederland en Duitsland is niet Polen, maar Frankrijk de belangrijkste afnemer. “Belgisch rundvlees op maat leent zich uitstekend voor de meest uiteenlopende productieprocessen”, stelt VLAM.Bezoekers van Anuga kunnen de Vlaamse vleesleveranciers en het team van Belgian Meat Office terugvinden. Ze worden dit jaar culinair verwend door de leerlingen van hotelschool Ter Duinen. Zuivel blijft groeienOver naar de melk. In 2024 is de omzet van de Belgische zuivelindustrie gestegen met vijf procent tegenover het jaar ervoor, tot ruim 7,3 miljard euro. In 2024 bedroeg de melkaanvoer in België bijna 4,4 miljard liter en in totaal werd ruim 5 miljard liter melk verwerkt in een breed gamma aan zuivelproducten met witte consumptiemelk als belangrijkste product, gevolgd door gefermenteerde melk, consumptieroom, melkpoeder en kaas. Waar de productie van witte consumptiemelk wat afneemt, zien we stijgende productievolumes voor onder andere kazen, met name mozzarella, en zuivelproducten zoals room en desserts.De export van Belgische zuivelproducten groeit gestaag. In 2024 werd het volume van 2,7 miljoen ton overschreden, goed voor een waarde van 5,5 miljard euro. De belangrijkste afzetmarkten zijn onze buurlanden Nederland, Frankrijk en Duitsland.Drie zuivelbedrijven zullen aanwezig zijn op de stand van VLAM op Anuga om zich verder te profileren richting buitenlandse handelspartners. Gevogelte populair bij de burenGestuwd door een stijgende vraag naar pluimveevlees, Zijn er volgens de Belgische pluimveestatistieken ruim 310 miljoen dieren geslacht in 2024. Dit is een sterke stijging ten opzichte van de voorgaande jaren. Het geproduceerd volume pluimveevlees is gestegen tot 538,5 miljoen kg. Kippen, kalkoenen en eenden zijn qua aantal het meest vertegenwoordigd.Ruim 500.000 ton werd in 2024 geëxporteerd naar het buitenland, goed voor een exportwaarde van 1,2 miljard euro. Samen met Frankrijk zijn Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk de belangrijkste exportmarkten voor Belgisch pluimvee. Maar de afzet reikt wel veel verder met meer dan 80 landen waar België pluimveevlees vermarkt en hiermee en plaats verovert in de top zes van grootste pluimvee-exporteurs in de wereld. Op Anuga nemen tien bedrijven plaats op de VLAM-stand om hun troeven richting exportmarkten in de kijker te zetten.  Konijnenvlees gewild exportproductDe laatste vleescategorie die ons land in de kijker zet op Anuga, is konijn. Zo’n 3.000 ton konijnenvlees hebben de Belgische producenten vorig jaar op buitenlandse markten aangeboden. Het gros van de volumes wordt besteld door Nederland, Duitsland en Frankrijk. Twee Vlaamse bedrijven nemen deel aan Anuga om hun producten te promoten.</content>
            
            <updated>2025-09-26T15:08:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rauw rundsgehakt waarschijnlijke oorzaak van STEC-uitbraak woonzorgcentra met negen doden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rauw-rundsgehakt-waarschijnlijke-oorzaak-van-stec-uitbraak-woonzorgcentra-met-negen-doden" />
            <id>https://vilt.be/57966</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Rauw rundvleesgehakt was de waarschijnlijke bron van de STEC-besmettingen in de Belgische woonzorgcentra in augustus. Dat zegt het voedselagentschap FAVV vrijdag in een gezamenlijk persbericht met de regionale gezondheidsautoriteiten, Departement Zorg, Aviq en Vivalis. Het onderzoek kan echter geen honderd procent zekerheid bieden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/06717d81-1e69-42d8-a1c4-bebd5e43a8be/full_width_rundvlees-gehakt.JPG</image>
                                        <content>Eind augustus raakte het nieuws bekend dat er in verschillende woonzorgcentra besmettingen waren opgetreden met de Shigatoxineproducerende Escherichia.coli-bacterie (STEC). In totaal raakten in Vlaanderen, Wallonië en Brussel bewoners van elf woonzorgcentra besmet. Daarbij vielen ook negen doden. Bij meer dan 70 personen traden ziekteklachten op. Er werd een onderzoek ingesteld naar de oorzaak, maar dat bleek niet eenvoudig.Geen stalen voor onderzoekUit het traceringsonderzoek blijkt dat in alle betrokken woonzorgcentra rundvlees van hetzelfde lot werd geserveerd. In totaal werden meer dan 70 voedingsstalen van producten uit de toeleveringsketen geanalyseerd. Het onderzoek wijst in de richting van het rauwe rundvlees, maar omdat er geen stalen meer beschikbaar waren van het betrokken lot, is daar geen zekerheid over. Er kan dus ook geen laboratoriumanalyse worden uitgevoerd die uitsluitsel zou geven.Hoe dan ook komt het rauw gehakt rundvlees naar voren als de meest waarschijnlijke besmettingsbron. &quot;Rauwe voeding kan besmet zijn met ziekmakende bacteriën&quot;, zegt Hélène Bonte, woordvoerster van het FAVV. &quot;We raden kwetsbare consumenten zoals ouderen, jonge kinderen, zwangere vrouwen en mensen met een verzwakt immuunsysteem aan om die producten te vermijden of voldoende te verhitten. Zij lopen namelijk een verhoogd risico op ernstige complicaties bij voedselinfecties.&quot;</content>
            
            <updated>2025-09-29T11:24:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Provincie zoekt akkers met oogstresten voor overwinterende vogels]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/provincie-zoekt-akkers-met-oogstresten-voor-overwinterende-vogels" />
            <id>https://vilt.be/57967</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De provincie Oost-Vlaanderen wil samen met landbouwers opnieuw voedselrijke velden klaarleggen voor kleine zwanen en andere wintergasten. Landbouwers die meedoen aan het project krijgen daarvoor een vergoeding. Dit jaar komen niet alleen resten van suikerbieten, maar ook achtergebleven aardappelen in aanmerking.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Oost-Vlaanderen" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cc4cf4b6-19b3-48c8-9ef1-8ce5478e6762/full_width_suikerbietresten-kleine-zwaan-oost-vlaanderen.jpg</image>
                                        <content>De kleine zwaan is een Europees beschermde wintergast die tijdens de trek van de Noord-Russische toendra naar het zuiden vaak halthoudt in Oost-Vlaanderen. De vogels verblijven hier enkele weken, herstellen hun kracht en zoeken oogstresten als voedsel.De provincie zoekt landbouwers die hun oogstresten niet meteen willen onderwerken. Zo blijven bietenresten of aardappelknollen langer liggen, waardoor vogels voedsel vinden. Dit betekent wel dat veldwerkzaamheden enkele weken opschuiven, met invloed op teeltkeuze en opbrengst in het voorjaar.Landbouwers mogen zelf een prijsofferte indienen met de vergoeding die ze hiervoor nodig achten. “Nieuw dit jaar is dat niet enkel oogstresten van suikerbieten, maar ook aardappelknollen in aanmerking komen”, zegt gedeputeerde voor Landbouw en Platteland Joke Schauvliege (cd&amp;amp;v).Geschikte percelen liggen bij voorkeur niet langs een drukke weg, zijn minstens één hectare groot en trekken idealiter al kleine zwanen aan.</content>
            
            <updated>2025-09-29T13:41:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Samenwerking tussen BelOrta en Hoogstraten levert blauwebessentelers geen betere prijs op, maar smaakt wel naar meer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/samenwerking-belorta-hoogstraten-blauwe-bessentelers-levert-geen-betere-prijs-op-maar-smaakt-wel-naar-meer" />
            <id>https://vilt.be/57968</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Vlaamse blauwebessenseizoen, dat half mei van start ging, is inmiddels afgerond. De telers zijn gematigd tevreden. De prijzen staan al jaren onder druk en om sterker te staan tegenover de retail besloten BelOrta en Coöperatie Hoogstraten dit jaar hun volumes gezamenlijk in de markt te zetten. “De samenwerking leverde geen hogere prijzen op, maar zonder bundeling was het wellicht nog slechter geweest,” zegt teler Frans Schrijnwerkers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/63b2b787-69f0-4cce-b39a-33e6ffc593b9/full_width_blauwe-bessen-hoogstraten.jpg</image>
                                        <content>Smurfenactie geeft impulsBegin juni opende het seizoen feestelijk in Oudsbergen, waar Aldi de symbolische eerste bessen in ontvangst nam. Tijdens dat persevent stelde BelOrta ook haar smurfenactie voor: een speciale verpakking waarbij consumenten kans maakten op een filmticket. Volgens Schrijnwerkers was de actie een succes en bracht ze de telers effectief een meerprijs op. Toch dekte ze slechts een klein deel van het volume. “Daarbuiten verliep de verkoop moeizaam, vooral door de prijzenoorlog tussen supermarkten,” aldus de teler. Hogere kosten, lagere margesAl langer waarschuwen de telers en coöperaties dat de Vlaamse teelt onder druk staat door hogere kosten dan in concurrerende landen zoals Polen. “Als we de teelt van blauwe bessen in Vlaanderen willen behouden, moet de retail bereid zijn meer te betalen,” zegt Miguel Demaeght, verantwoordelijke zachtfruit bij BelOrta.Samen sterkerOm de prijsdruk te verlichten, liet Hoogstraten dit jaar gastveilen bij BelOrta, dat ook instond voor de verpakking. De samenwerking moest een sterker front vormen tegenover de retail. Toch bleef de seizoensprijs gemiddeld steken tussen 6,5 en 7 euro per kilo, iets onder het niveau van vorig jaar. Schrijnwerkers blijft ervan overtuigd dat samenwerking noodzakelijk is: “Alleen zo kunnen we de teelt redden. En acties zoals die met de Smurfen tonen dat er nog kansen zijn om de retail te overtuigen. Maar ook de komende jaren zullen acties nodig zijn om de retail extra te laten betalen.&quot; SupermarktoorlogVolgens Demaeght maakt de felle concurrentie tussen Belgische supermarkten het moeilijk om een meerprijs te bedingen. “Ze gebruiken buitenlandse bessen als referentie en zijn bereid een klein surplus te betalen, maar niet meer. Tijdens het Belgische seizoen ligt de prijs van buitenlandse bessen vaak één à twee euro per kilo lager.”Bramen populair in het buitenlandTerwijl het blauwebessenseizoen is afgesloten, loopt de teelt van bramen, frambozen en rode bessen nog door. De eerste bramen komen nu uit koude tunnels, maar vanaf volgende week nemen verwarmde serres het over. Vier BelOrta-telers leveren samen van 2,5 hectare, grotendeels bestemd voor export.“Onze bramen, die nog tot december beschikbaar zijn, zijn bijzonder gegeerd in Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië,” zegt Demaeght. “Ze smaken beter dan importbramen en hebben, net als de Vlaamse blauwe bessen in het seizoen, een langere houdbaarheid. Ook supermarkten waarderen dat.”</content>
            
            <updated>2025-09-29T14:09:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Limburgse fruitteler pioniert met begrazing door speciaal schapenras]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/limburgse-fruitteler-pioniert-met-begrazing-door-speciaal-schapenras" />
            <id>https://vilt.be/57969</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Fruitsnacks, het fruitbedrijf van de familie Paesmans uit Nieuwerkerken, zet dit jaar voor het eerst schapen in voor het beheer van zijn boomgaard. De inzet van de natuurlijke grazers in plaats van machines moet leiden tot een gezondere bodem en meer biodiversiteit.&nbsp;Voor het testproject wordt een speciaal schapenras ingezet dat de schors en takken van de boom ongemoeid laat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="schaap" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7f622497-bad3-45e7-8a4e-72082f51ab59/full_width_schapen-fruitsnacks.jpg</image>
                                        <content>Inwoners van Nieuwerkerken zullen de komende maanden vreemd opkijken als zij schapen zien grazen in de boomgaarden van de familie Paesmans. Normaal zet de familie machines in om het gras in de boomgaarden kort te houden en het onkruid te bestrijden, maar dit jaar voert het testen uit met schapen. “Hierdoor hoeven fruittelers niet met zware machines de boomgaard in en kan eventuele structuurschade aan de bodem voorkomen worden”, vertelt Nikki Willems van het schapenbedrijf Mekkertje.Ook de bodemkwaliteit en biodiversiteit profiteren volgens de pioniers van de natuurlijke begrazing. “De enzymen aan de bek van de dieren stimuleren de gewassen om harder te groeien en meer worteleksudaten uit te scheiden. Op deze manier wordt ook het bodemleven gevoed. Uiteraard genieten bodem en planten ook nog van de lekkere bemesting door de schapen”, klinkt het.Al langer bezig met regeneratieve landbouwFruitsnacks, dat recent zijn 20ste verjaardag vierde, zet al jaren in op milieuvriendelijke technieken in de boomgaard en zet stelselmatig meer in op regeneratieve fruitteelt. Zo heeft het al biodiverse zadenmixen ingezet als groenbemester, maar ook al geëxperimenteerd met het aanplanten van microklaver onder de bomen en inzaaien van bloemen in de grasbanen.Hiermee wil het bedrijf de uitdagingen van de klimaatopwarming tegen gaan. “Met regeneratieve fruitteelt willen we onze bodem verbeteren, optimaliseren en tegelijk de biodiversiteit in en rond de boomgaard stimuleren. Een gezonde bodem kan meer water vasthouden en koolstof vastleggen. Zo kunnen we de impact van de klimaatopwarming beperken en inspelen op de noden van de boomgaard”, aldus Fruitsnacks-zaakvoerder Karel Paesmans.Het testen van de effectiviteit van schapenbegrazing lijkt daarom een logische vervolgstap, klinkt het. Nu lopen er 46 schapen op een eerste perceel, waarna ze worden verhuisd naar een volgend deel van de boomgaard. Shropshire schapenras eet geen schorsVoor de test met de natuurlijke begrazing worden Shropshire schapen ingezet. “Dat is een speciaal ras dat niet eet van de schors van de bomen en van de takken, iets wat andere rassen wel doen”, vertelt Nikki Willems. De Shropshire schapen eten alleen het onkruid en gras onder de bomen. “Dit fenomeen komt alleen bij raszuivere Shropshires voor en is 20 jaar geleden ontdekt”, lezen we online.Voor schapenbedrijf Mekkertje, dat zo’n 1.000 schapen heeft, betekent de samenwerking een uitbreiding van de activiteiten. Het bedrijf verdient vooral de kost met natuurbegrazing voor steden, gemeenten en het Agentschap Natuur en Bos (ANB) en heeft in de winter minder begrazingsweides voor zijn dieren. “Op deze manier hebben we meer jaarrond werk voor onze dieren”, aldus Willems.</content>
            
            <updated>2025-09-30T11:42:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Pascal De Greef volgt Dominique Michel op als CEO van Comeos]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pascal-de-greef-volgt-dominique-michel-op-als-ceo-van-comeos" />
            <id>https://vilt.be/57970</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Pascal De Greef is aangesteld als de nieuwe CEO van handelsfederatie Comeos. De Greef volgt Dominique Michel op die op 1 juli zijn mandaat neerlegde in overleg met de raad van bestuur van Comeos. Deze federatie verdedigt de belangen van de handel, zowel in de food als de non-food in winkels en online.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="supermarkt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d4f9a1b4-fd95-4d4d-a138-b3aa36bd8fb4/full_width_pascal-de-greef-comeos.jpg</image>
                                        <content>Volgens Comeos heeft De Greef een “indrukwekkende loopbaan” van maar dan 32 jaar in diverse sectoren, waaronder de dienstensector, e-commerce logistiek en retail. “Hij bekleedde functies in financiën en algemeen management en staat bekend om zijn sterk leiderschap, strategisch inzicht en doortastend stakeholdermanagement”, klinkt het. De 53-jarige De Greef werkte in het verleden onder meer voor Bpost, Carrefour en Makro/Metro.Grote uitdagingen voor handelHij noemt het een grote eer dat hij het vertrouwen van Comeos mag ontvangen. “Samen met het team en de leden wil ik verder bouwen aan een sterke en toekomstgerichte handel in België, dynamisch, innovatief en duurzaam,” aldus Pascal De Greef.Erwin Van Osta, voorzitter van de raad van bestuur van Comeos, is verheugd met de komst van De Greef. “Met zijn brede ervaring en visie is Pascal uitstekend geplaatst om onze federatie te leiden in een tijd waarin de handel voor grote uitdagingen staat. Hij is de juiste persoon om onze federatie verder te versterken en de uitdagingen van vandaag aan te pakken. Denk bijvoorbeeld aan de impact van Aziatische webshops op onze markt. We hebben er alle vertrouwen in.”Na 17 jaar afscheid van Dominique MichelDe Greef die start op 1 oktober als CEO, volgt Dominique Michel op. Die nam op 1 juli afscheid na een carrière van 17 jaar als CEO van Comeos. “Een beslissing die is genomen in overleg met de voorzitter van de raad van bestuur Erwin Osta”, zo werd in januari gecommuniceerd.Grootste private werkgeverComeos vertegenwoordigt Belgische handels- en dienstenbedrijven die actief zijn in 20 sectoren. De volledige sector realiseert 11 procent van het bruto binnenlands product en stelt 550.000 mensen tewerk. Daarmee is de handel de grootste private werkgever van het land.</content>
            
            <updated>2025-09-30T12:50:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Stijgende vleesprijzen jagen inflatie opnieuw boven twee procent]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stijgende-vleesprijzen-jagen-inflatie-opnieuw-boven-twee-procent" />
            <id>https://vilt.be/57971</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De inflatie in België is opnieuw boven de grens van twee procent uitgekomen en bedraagt nu 2,12 procent. Dat meldt statistiekbureau Statbel. De toename komt vooral door duurdere voeding, met opvallend sterke prijsstijgingen voor vlees zoals rundvlees en gevogelte.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="inflatie" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="voedselprijzen" />
                        <category term="prijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/520ce22b-dc5f-4102-a776-ce5f88f04e1e/full_width_slager-vlees-unsplash.jpg</image>
                                        <content>De inflatie steeg in september tot 2,12 procent, tegenover 1,91 procent in augustus. Ze ligt daarmee nog steeds dicht bij het streefpercentage van twee procent van de Europese Centrale Bank (ECB). Vooral door duurder vleesDe hogere inflatie is vooral te verklaren door duurdere voeding. Gemiddeld betaalden Belgische gezinnen deze maand 3,32 procent meer voor voedingswaren dan een jaar geleden. De grootste prijsstijgingen doen zich voor bij vlees. Rund- en kalfsvlees is nu 16,9 procent duurder, terwijl schaaps- en lamsvlees 11 procent meer kost dan een jaar geleden. Ook varkensvlees (+5,6 procent) en gevogelte (+7 procent) werden duurder. Eieren stegen met 6,5 procent in prijs. Zelfs de koffiepauze is duurder geworden, koffie kost 13,9 procent meer dan een jaar geleden en chocolade 12,7 procent.Niet alleen voeding drijft de inflatie omhoog. Huishoudelijke diensten zijn op jaarbasis 21,8 procent duurder geworden. Ook tickets voor evenementen stegen in prijs (15,6%). Daartegenover staat een forse daling bij technologie: televisies zijn 16,1 procent goedkoper, smartphones 14,2 procent en computers 12,4 procent. Ook de energieprijzen blijven dalen, ondertussen is energie 1,48 procent goedkoper dan een jaar geleden. September was goedkoper dan augustusAls de prijzen vergeleken worden met die van augustus, in plaats van met september vorig jaar, dan daalde de levensduurte met 0,3 procent. Dit komt voornamelijk door de seizoensgebonden prijsdalingen in de reissector, met vliegtickets die 14,8 procent goedkoper werden en hotelprijzen die met 8,3 procent daalden.</content>
            
            <updated>2025-09-29T15:31:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europees milieurapport: "Green Deal moet sneller en sterker worden uitgevoerd"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europees-milieurapport-green-deal-moet-sneller-en-sterker-worden-uitgevoerd" />
            <id>https://vilt.be/57972</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het gaat niet goed met het milieu in Europa. Dat blijkt uit het vijfjaarlijkse rapport van het Europees Milieuagentschap EMA. De vooruitzichten voor de meeste milieutrends zijn zorgwekkend en vormen niet alleen een groot risico voor onze veiligheid en levenskwaliteit, maar ook voor de economische welvaart. Het rapport dringt dus aan om meer te doen. Ook België moet meer inspanningen leveren, al zijn we lang niet de slechtste van de klas.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a6c33ba1-76ea-4caf-8ad8-c8d4d8377fd7/full_width_klimaatveranderingoverstromingextreemweer.jpg</image>
                                        <content>Inspanningen doen voor het milieu gaat vaak gepaard met een economische kost, maar niets doen is duurder. Dat blijkt uit het rapport van EMA. De onderzoekers benadrukken dat klimaatverandering en de milieuverontreiniging een directe bedreiging vormen voor het concurrentievermogen van Europa, dat afhankelijk is van natuurlijke hulpbronnen. Bovendien zijn we niet op koers om de doelstelling van klimaatneutraliteit tegen 2050 te halen.Het rapport dringt aan op een intensievere uitvoering van de beleidsmaatregelen overeengekomen in de Europese Green Deal. De huidige inspanningen zijn niet genoeg, al erkent het rapport wel dat de Europese Unie niettemin wereldleider is op het gebied van klimaatinspanningen. Er is de afgelopen 15 jaar in heel Europa vooruitgang geboekt in het verbeteren van de luchtkwaliteit en efficiënt grondstoffengebruik en ook afvalrecycling is fors toegenomen.België op koers voor circulariteit, energieverbruik en afvalproductieSpecifiek voor ons land zijn de resultaten zeker niet slecht. België zou een leidende positie innemen in Europa op het gebied van circulair materiaalgebruik, al is er vanaf 2020 een neerwaartse trend zichtbaar. De Belgische bouwsector is een voorbeeld op het vlak van circulariteit, maar volgens het rapport is dat niet het geval voor andere sectoren. Ook onze afvalproductie moet verder verminderd worden, al neemt dat niet weg dat België wel degelijk op koers is om de Europese doelstellingen inzake circulariteit, energieverbruik en afvalproductie te behalen. Kritiek op beperkt aandeel biolandbouwOp andere vlakken zijn meer inspanningen nodig. EMA stelt dat vooral transport, verstedelijking en intensieve landbouw de milieudruk in België opvoeren. “Het is van essentieel belang deze druk te verminderen om het verlies aan biodiversiteit te vertragen en de waterkwaliteit en bodemgezondheid te verbeteren”, stelt de Europese instelling. De doelstelling om tegen 2030 25 procent van ons landbouwoppervlak biologisch te beheren, wordt in de verste verte niet gehaald. Tussen 2012 en 2022 is het bio-aandeel slechts beperkt vermeerderd, van 4,5 procent naar 7,6 procent.Dat de groei van de biosector stokt, wijt EMA aan verschillende factoren. De groei van de sector sinds 2005 werd gestimuleerd door een toename van de vraag naar biologische producten en door enthousiasme bij sommige landbouwers voor de werkwijze. In 2020 heeft de gezondheidscrisis (COVID-19) de vraag nog iets verder doen stijgen. “Maar in 2022 heeft de inflatie geleid tot een stijging van de grondstofprijzen en een daling van de koopkracht van de consument, waardoor de groei van de biologische sector is vertraagd”, aldus de onderzoekers. Nood aan meer beschermde natuurgebiedenDe onderzoekers van EMA stellen ook dat België meer beschermde natuurgebieden moet creëren. Dat het aandeel natuur in België ver onder het Europese gemiddelde ligt, heeft gevolgen voor onze fauna en flora. Zo zoomt het rapport in op de toestand van onze akkervogels, wiens populaties tussen 2000 en 2023 aanzienlijk zijn afgenomen.Op zee doen we het beter dan op land en in de lucht: 37,8 procent van onze wateren is marien beschermd gebied, wat meer is dan het Europese minimumdoel van 30 procent.Uitstoot van broeikasgassen moet sneller dalenDe uitstoot van broeikasgassen is in België afgenomen, maar het tempo van de daling moet eveneens worden opgevoerd om de ESR-doelstelling (Effort Sharing Regulation doelstelling) tegen 2030 te halen.Hoewel België mooie cijfers voorlegt wat betreft energiezuinigheid, voornamelijk van de industrie, transport en gebouwen, loopt de toename van het aandeel hernieuwbare energie te traag. België is een koploper op het gebied van offshore windenergie, maar de bestaande infrastructuren moeten worden aangepast om het potentieel van de productie van hernieuwbare energie in het binnenland te vergroten. Waalse overstromingen en &#039;institutionele complexiteit&#039;Een domein waar België het historisch goed doet, maar nu plots niet meer, zijn de ‘klimaatgerelateerde economische verliezen’. Dat is grotendeels te wijten aan de zware overstromingen van juli 2021 in Wallonië. Opmerkelijk is dat twee derde van de bevraagde Belgische burgers het risico dat klimaatverandering hen persoonlijk treft als slecht matig aangeven. EMA vraagt zich dus ook af of burgers zich voldoende bewust zijn van de urgentie van de klimaatkwestie en de gevolgen daarvan voor hun levensstijl.EMA erkent tot slot dat België beleid, programma&#039;s en fondsen heeft opgezet om de doelstelling van een rechtvaardige transitie te verwezenlijken, maar de onderzoekers zien ook “structurele uitdagingen in een context van institutionele complexiteit.”Het volledige rapport valt te lezen op deze link.</content>
            
            <updated>2025-09-29T15:44:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[West-Vlaanderen subsidieert slimme landbouwmachines om waterkwaliteit te beschermen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/west-vlaanderen-subsidieert-slimme-landbouwmachines-om-waterkwaliteit-te-beschermen" />
            <id>https://vilt.be/57973</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De provincieraad van West-Vlaanderen trekt 80.000 euro uit om landbouwers en loonwerkers te ondersteunen bij de aanpassing van hun machines, zodat slakkenkorrels preciezer verspreid worden. Op die manier wil de provincie vermijden dat schadelijke stoffen in waterlopen terechtkomen en de drinkwaterproductie in gevaar brengen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="slak" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                        <category term="Inagro" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/53b5db31-8ec1-4728-a05b-fe94f944a078/full_width_beek-water-rivier.jpg</image>
                                        <content>Slakkenkorrels op basis van metaldehyde veroorzaken grote problemen in oppervlaktewater. Wanneer ze in de waterloop terechtkomen, geven ze langzaam hun actieve stof af. Slechts enkele korrels kunnen al leiden tot een normoverschrijding en de drinkwaterproductie in het gedrang brengen. Zo moest De Watergroep dit jaar de waterinname in het winningsgebied De Blankaart tijdelijk stopzetten.“Door landbouwmachines slimmer en gerichter te maken, vermijden we dat schadelijke stoffen in de natuur en het water terechtkomen. Zo ondersteunen we onze landbouwers en beschermen we de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater”, zegt gedeputeerde Bart Naeyaert (cd&amp;amp;v), bevoegd voor Integraal Waterbeleid en Landbouw.Financiële steun voor landbouwersLandbouwers die hun machines laten aanpassen, kunnen rekenen op een subsidie tot 70 procent van de investeringskost. Voor spuittoestellen bedraagt de steun maximaal 3.000 euro, voor schoffelmachines maximaal 5.000 euro. Dankzij deze technische aanpassingen worden korrels veel preciezer verdeeld waardoor landbouwers minder product verliezen, kosten besparen en tegelijk bijdragen aan schoner water. Efficiënter strooienKleine technische ingrepen aan de strooier maken al een groot verschil. Bij spuittoestellen gaat het onder meer om:de strooirichting naar binnen afstellen,de juiste afstelling van de strooiers,het plaatsen van de strooiers vooraan op de spuitboom, zodat ze naar voren strooien.Een correct ingestelde strooier zorgt voor:minder verlies langs de zijkanten,een gelijkmatiger strooibeeld,minder risico op afspoeling naar waterlopen.Belangrijk is ook om gemorste korrels op te ruimen en te vermijden dat er in grachten of op wegen wordt gestrooid. Toediening tijdens het schoffelenOok tijdens het schoffelen kunnen slakkenkorrels efficiënt worden toegepast. Met een APV-strooier op de schoffelmachine worden de korrels pneumatisch naar de verschillende schoffelelementen geleid. Via een ketsplaatje komen ze dicht bij het gewas terecht, tussen de rijen. Zo kan preventief gewerkt worden en worden ouderdieren bestreden bij jonge gewassen.Bewijs uit de praktijkEerder dit jaar toonde praktijkcentrum Inagro tijdens demonstraties dat deze ingrepen effectief zijn. Het aantal korrels in kwetsbare zones daalde er drastisch. Voor landbouwers betekent dit dat ze met beperkte aanpassingen een groot verschil kunnen maken, zonder hun teelten in gevaar te brengen.De provincie voorziet een budget van 80.000 euro voor deze maatregel, die deel uitmaakt van het West-Vlaams waterkwaliteitsactieplan.</content>
            
            <updated>2025-10-01T17:07:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wikipedia voor landbouwers: Europese wetenschappers lanceren EU-FarmBook]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wikipedia-voor-landbouwers-europese-wetenschappers-lanceren-eu-farm-book" />
            <id>https://vilt.be/57974</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er wordt enorm veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de landbouwsector, maar heel wat bevindingen blijven steken in wetenschappelijke tijdschriften. Daar wil de nieuwe online onderzoekscatalogus EU-FarmBook iets aan doen. De tool laat mensen toe om, met of zonder academische achtergrond, zich te informeren over de nieuwste ontwikkelingen in de landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3429a67f-1542-46b0-933e-53b1ee554e6a/full_width_themabeeld-eu-farmbook.jpg</image>
                                        <content>Huwelijk tussen Wikipedia en FacebookToegankelijk wetenschappelijk onderzoek, dat is het opzet van EU FarmBook. Projectcoördinator en UGent-professor Pieter Spanoghe noemt het platform een huwelijk tussen Wikipedia en Facebook, gericht op al wie in de land- en tuinbouw of bosbouw werkt. “In heel Europa worden miljarden uitgegeven aan landbouwonderzoek”, zegt Spanoghe. “Meestal worden de resultaten dan gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften, maar die worden vaak niet door landbouwers en bosbouwers gelezen.” EU-FarmBook is een nieuw referentiepunt voor landbouwers en adviseurs dat de kloof overbrugt tussen door de EU gefinancierd onderzoek en degenen die het in de praktijk het meest nodig hebben In de zeldzame gevallen dat dit wel gebeurt, komt de informatie niet verder dan de landsgrenzen. “Daarom kwam vanuit Europa de vraag om aan deze onderzoeken een praktisch verhaal te koppelen, waar ook de ‘man in de straat’ iets mee kan aanvangen”, aldus de professor. Spanoghe noemt EU-FarmBook een nieuw referentiepunt voor boeren, bosbouwers en adviseurs dat de kloof overbrugt tussen door de EU gefinancierd onderzoek en degenen die het in de praktijk het meest nodig hebben.Op het online platform kunnen bezoekers duizenden studies per sector raadplegen op een aanschouwelijke manier, met behulp van filmpjes, handleidingen, infographics of presentaties die de essentie helder uitleggen. Maar zelfs wie slechts de verkorte versie van deze studies wil lezen, is even bezig. In totaal zijn er al meer dan 7.000 ‘kennisobjecten’ opgenomen in de online tool. Voor thema’s als veeteelt, gewassen en milieu loopt de teller telkens op in de duizendtallen. ChatGPT voor landbouwersOm gebruikers hun weg te helpen vinden in alle informatie, hebben de oprichters van EU-FarmBook naast een zoektool ook een eigen AI-chatbot ontwikkeld, de &#039;Farm Assistant&#039;. Niet louter een kopie van ChatGPT, welteverstaan. “De gangbare AI-chatbots halen hun informatie van overal op het internet, ongeacht de betrouwbaarheid van de bron”, zegt Spanoghe. “Onze AI-chatbot is uitsluitend getraind op de studies van EU-FarmBook. Zo vermijden we misinformatie. We hebben nu een heel specifieke database van betrouwbare landbouw- en bosbouwprojecten. Bijgevolg zal de chatbot nog weinig kunnen vertellen over thema’s waar nog niet veel info over beschikbaar is, maar hij wordt continu getraind om beter en beter te worden.”EU Farm-Book is al sinds maart vorig jaar gelanceerd met een ‘soft launch’. Dat betekent dat de tool grotendeels operationeel is, maar dat nog niet alle functies beschikbaar zijn. De harde lancering is eind dit jaar in december: dan moet de tool volledig op punt staan voor het grote publiek. “Momenteel kan je de site in alle Europese talen raadplegen. Er is ook een vertaalknop voor de gidsen en richtlijnen, maar aan de ondertitels bij de filmpjes werken we nog.”Spanoghe hoopt dat veel mensen hun weg zullen vinden naar de tool. “Meestal schrijven onderzoekers voor wetenschappelijke bladen in een bepaalde taal en stijl gericht op academici, en zo komt de boodschap niet terecht bij de eigenlijke sector. Ik denk dat een tool als deze voor veel sectoren interessant kan zijn.”De EU-FarmBook valt te raadplegen via deze link.</content>
            
            <updated>2025-09-30T12:11:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Blauwtongvirus serotype 8 vastgesteld in België: impact beperkt door vaccinatie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/blauwtongvirus-serotype-8-vastgesteld-in-belgie-impact-beperkt-door-vaccinatie" />
            <id>https://vilt.be/57975</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op rundveebedrijven in de provincies Luik en Namen is het blauwtongvirus serotype 8 vastgesteld bij jonge runderen. “De dieren vertoonden geen symptomen, maar werden positief getest in het kader van exportprocedures en routinetoezicht”, aldus het Voedselagentschap. Het is al een aantal jaren geleden dat er in ons land nog besmettingen met serotype 8 waren. Volgens het FAVV werpt de verplichte vaccinatiecampagne zijn vruchten af. &nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="blauwtong" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/19a40e06-be8e-4a34-99a4-c35d3239be61/full_width_blauwtong-bij-rundvee2.jpg</image>
                                        <content>Beperkende maatregelen door uitbraakDe besmetting verandert de regels voor het transport van runderen, schapen en geiten. België wordt voortaan beschouwd als besmette zone voor serotype 8. Dat betekent dat export naar andere Europese lidstaten enkel mogelijk is voor gevaccineerde dieren. Sommige landen kunnen onder voorwaarden wel afwijkingen toestaan. Voor slachtdieren gelden soepelere voorwaarden: zij mogen nog uitgevoerd worden zolang op het bedrijf van herkomst de laatste 30 dagen geen infecties of ziekteverschijnselen zijn vastgesteld.Hoewel het virus al langer circuleert in Frankrijk, zijn dit de eerste bevestigde besmettingen met serotype 8 in jaren in België. Toch was er vorig jaar in ons land een grote blauwtonguitbraak met meer dan 3.600 besmettingshaarden, maar het ging toen om serotype 3. Om die reden besliste federaal landbouwminister David Clarinval (MR) om dit voorjaar over te gaan tot een grootschalige vaccinatiecampagne tegen blauwtong, zowel serotype 3 als 8 , en tegen epizoötische hemorragische ziekte (EHD). Einde van vectorseizoen nadertVolgens het FAVV werpt die grootschalige vaccinatiecampagne zijn vruchten af. “Dieren kunnen nog wel besmet raken, maar gevaccineerde dieren vertonen geen of veel minder ernstige symptomen”, zegt FAVV-woordvoerder Hélène Bonte. “Bovendien naderen we het einde van het vectorseizoen, waardoor de kans op verdere verspreiding sterk daalt.”Ook minister Clarinval is tevreden dat de investering van 40 miljoen euro in de vaccinatiecampagne zijn nut bewijst. “Dankzij de verplichte vaccinatie blijft de impact op onze veestapel beperkt. Vaccinatie is vandaag de enige doeltreffende manier om ons vee te beschermen tegen blauwtong en andere vectorziekten. Zo beschermen we niet alleen de gezondheid van de dieren, maar ook de economische stabiliteit van onze landbouwers en de hele sector.”Blauwtong is een virusziekte die voornamelijk voorkomt bij schapen en runderen en wordt verspreid door kleine insecten, de knijten. Typische symptomen zijn koorts, ontstekingen in de mond, ademhalingsproblemen en een verminderde melkproductie. Het virus kan dodelijk zijn voor dieren, maar vormt geen gevaar voor de mens.</content>
            
            <updated>2025-09-29T18:14:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoogstamboomgaard Den Boogerd wint BioVLAM 2025]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoogstamboomgaard-den-boogerd-wint-biovlam-2025" />
            <id>https://vilt.be/57976</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De prijs voor innovatie en duurzaamheid in de Vlaamse biolandbouw gaat dit jaar naar Nia Ponsaerts en haar zoon Maarten Gelders van hoogstamboomgaard Den Boogerd. Zij kregen de BioVLAM-award persoonlijk overhandigd door Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v). “Na een topoogst in onze boomgaard dit jaar voelt deze erkenning als de kers op de taart voor ons bedrijf”, aldus Gelders.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="VLAM" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f25a8db3-41e4-4e6d-b6ca-1415571129f9/full_width_whatsapp-image-2025-09-29-at-203437.jpeg</image>
                                        <content>De BioVLAM is een initiatief van de biosector in samenwerking met VLAM en zet de innovatieve kracht van de Vlaamse biolandbouw in de kijker. Dit jaar werd voor de vijfde keer een gepassioneerde bio-ondernemer met een vernieuwende aanpak bekroond. Uit vijf genomineerde bedrijven selecteerde zowel de vakjury van biospecialisten als het publiek Den Boogerd uit als winnaar.Het Limburgse familiebedrijf in Zelem is gespecialiseerd in biologische hoogstamboomgaarden. “Een zeldzaamheid vandaag”, klinkt het bij de jury. “Maar de drive van de familie is ongelooflijk groot om hoogstambomen opnieuw een vitale rol te laten spelen in het landschap én in de biosector. Maarten heeft een enorme technische kennis en is zeer realistisch, ook in zijn economische inzichten. Hij denkt vooruit en zet voortdurend stappen om agroforestry duurzaam rendabel te maken.”De technische expertise en het toekomstigericht ondernemerschap waren voor de vakjury cruciaal om Maarten en zijn familie dit jaar tot ambassadeurs van de bio te bekronen. Ook minister Brouns was onder de indruk: “Den Boogerd toont hoe passie en inzet kunnen bijdragen aan de biodiversiteit in Vlaanderen.” Voor de minister is een economisch leefbaar model ook de sleutel tot succes van de sector. “Visies op rendabiliteit kunnen verschillen, maar uiteindelijk is dit op het einde van de rit doorslaggevend.” Meegroeien met de bomenDen Boogerd is nog jong en wil verder uitbreiden. “Dat kan ook niet anders”, legt Maarten uit. “Met boomgaarden groeit de productie mee met de leeftijd van de bomen. In het begin haalden we amper 300 kilo per hectare, vijf jaar later zitten we op tien ton. En we zijn nog niet aan het maximumrendement dat we binnen vijftien jaar verwachten. Die consequente, gestage groei is voor ons cruciaal. We zijn een jong koppel, uiteindelijk moet het bedrijf ons ook een inkomen geven.” Duurzame groeiDe visie van den Boogerd, die authenticiteit en ecologie koppelt aan een duurzame bedrijfsgroei, sluit goed aan bij de huidige situatie van de biosector. “Die groeide vorig jaar met één procent. Dat lijkt niet veel, maar een stabiele, duurzame groei is veel waardevoller dan één met gekke bokkensprongen”, duidt Filip Fontaine, CEO van VLAM. Ook minister Brouns verwelkomt de “gezonde evolutie van de biomarkt”.“De biosector is een belangrijk onderdeel van het antwoord dat we zoeken op veel landbouwuitdagingen. Veel praktijken en innovaties uit bio sijpelen door naar de gangbare sector, denk aan agro-ecologie”, aldus Brouns. “Vlaanderen heeft tot doel om uiteindelijk een groei van vijf procent te realiseren, in zowel consumptie, het aantal bioboeren en het bio-areaal. Om dit te realiseren hebben we ambassadeurs nodig, mensen die het voortouw nemen en met hun gedrevenheid anderen aansteken. Enthousiasme werkt aanstekelijk.”De minister feliciteerde niet alleen Den Boogerd, maar ook de andere genomineerden voor hun durf en ondernemerschap. Uithangbord voor de biosectorMet zijn overwinning krijgt Den Boogerd niet alleen erkenning, maar ook een stijlvol uithangbord als trofee. Een jaar lang mag het zich ambassadeur van de Vlaamse biosector noemen. Hoe het die rol precies gaat invullen, bekijkt het na de oogst. “Binnen twee weken is alles binnen, dan kunnen we eens brainstormen”, aldus Maarten die meegeeft dat de oogst uitzonderlijk goed was. “Zowel qua hoeveelheid als kwaliteit.”Voor wie twijfelt om zelf de overstap naar bio te maken, heeft Maarten alvast een duidelijke boodschap: “Gewoon doen. Ik hield het jaren bij een bijberoep en vond telkens een reden om niet volledig te springen: een energiecrisis, een pasgeboren kind… Maar ik ben blij dat we doorgezet hebben. Bio is de toekomst; laat je niet afremmen in je plannen.”</content>
            
            <updated>2025-09-30T12:02:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Opdrachtgevers" van dierenleed kunnen volgend jaar ook bestraft worden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opdrachtgevers-van-dierenleed-kunnen-volgend-jaar-ook-bestraft-worden" />
            <id>https://vilt.be/57977</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) breidt de bestraffing voor dierenmishandeling ook uit naar 'opdrachtgevers' en 'medeplichtigen'. Bovendien komen er nieuwe, dwingende boetes en kan Dierenwelzijn Vlaanderen nu ook een deurwaarder sturen naar iedereen die weigert te betalen. Tot slot kan de dienst voortaan plegers dwingen om hun dieren te verkopen, of om een dierenarts in te schakelen. De nieuwe regelgeving gaat van kracht op 1 januari 2026.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/16dae16a-eefa-4b01-aafb-6db197d00e0e/full_width_dierenwelzijn-1024.jpg</image>
                                        <content>Niet alleen wie zelf de dierenwelzijnsregels heeft overtreden, maar ook de opdrachtgevers en wie de dienst medeplichtig acht aan dierenleed, kan volgend jaar bestraft worden voor dierenleed. “Denk bijvoorbeeld aan iemand die een schaap vasthoudt bij een onverdoofde slachting, een baasje dat aan de dierenarts vraagt om een hond te couperen of een kweker die de instructie geeft om nog meer kippen te laden ook al zit de vrachtwagen vol”, illustreert het kabinet-Weyts.Meer dwingende maatregelenDierenwelzijn Vlaanderen kan voortaan ook de deurwaarder inschakelen bij overtreders die hun boete weigeren te betalen. Tot nu leidt wanbetaling tot een lange procedure, die volgens Weyts nog te vaak eindigt in een seponering door het parket. Bovendien voert Weyts een nieuwe ‘administratieve transactie’ in, waarbij de overtreder meteen een geldsom moet betalen.Dierenwelzijn Vlaanderen krijgt nu ook expliciet de mogelijkheid om dwingende maatregelen op te leggen, zoals het verplicht verkopen of afstand doen van dieren of het inschakelen van een dierenarts.Sinds de bevoegdheid Dierenwelzijn naar de Vlaamse overheid is overgegaan, is het budget onder Weyts meer dan vertienvoudigd en het aantal personeelsleden verdriedubbeld. &amp;nbsp;“De opbrengst van alle boetes gaat integraal naar ons Vlaams Dierenwelzijnsfonds”, zegt Weyts. “Zo betalen dierenbeulen mee voor meer dierenwelzijn.”</content>
            
            <updated>2025-09-30T12:59:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[De Klimaatkoploper 2025: dit zijn de vijf laureaten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/de-klimaatkoploper-2025-dit-zijn-de-vijf-laureaten" />
            <id>https://vilt.be/57978</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vijf Vlaamse land- en tuinbouwers dingen mee naar de titel van De Klimaatkoploper 2025. Met deze tweejaarlijkse wedstrijd bekronen Boerenbond, Cera en KBC landbouwers die innovatieve technieken toepassen en bijdragen aan een duurzame, klimaatvriendelijke sector. Op 10 december maakt een vakjury de nieuwe klimaatambassadeur bekend. Daarnaast wordt ook een publieksprijs uitgereikt, waarvoor iedereen vanaf nu zijn stem kan uitbrengen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="Boerenbond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dc09fc8d-bde5-47df-aae2-414565bd9885/full_width_klimaatkoploper-2025.jpg</image>
                                        <content>Uit 37 inzendingen stelde de organisatie een shortlist van tien sterke dossiers samen. Deze werden beoordeeld door een vakjury bestaande uit:Jonas Vandicke, coördinator Expertisecentrum Landbouw en Klimaat (ILVO)Georges Van Keerberghen, voormalig ondervoorzitter BoerenbondJoeri Deuninck, socio-economisch expert Agentschap Landbouw en ZeevisserijBram Verbruggen, VRT-weerman en juryvoorzitterNa grondige selectie bleven deze vijf laureaten over: Peter Bauwens (Vlaamse Ardennen) Zijn melkveebedrijf op een heuveltop is de ideale locatie voor een windmolen. Peter investeert sterk in biodiversiteit, bodemgezondheid en dierenwelzijn, en deelt zijn kennis via bedrijfsbezoeken en presentaties. Sven en Evelien Neufkens (Lennik)Sinds 2017 specialiseren ze zich in serreteelt van aardbeien op substraat. Duurzame keuzes zoals regenwateropvang, een UV-robot, zonnepanelen en seizoensgebonden teelten vormen de basis van hun bedrijf. Bart Vanderstraeten &amp;amp; Marijke d’Hertefelt – Koeweidehof (Merchtem) Hun gemengd landbouwbedrijf profileert zich onder de merknaam ‘Oh!Lait’, waarmee ze zuivelproducten rechtstreeks naar de consument brengen. Innovatie en duurzaamheid gaan er hand in hand, met o.a. een pocketvergister en waterzuivering. Jan en Patrick Van der Velpen (Bierbeek) Als tweede generatie fruittelers zetten de broers sterk in op rationeel energie- en waterbeheer, waardoor hun bedrijf beter bestand is tegen klimaatopwarming. Een groot deel van hun appels en peren wordt via de korte keten verkocht. Mitch Vermeiren – Meer Fresh Products (glastuinbouw, tomaten) Het familiebedrijf is al drie generaties actief in de glastuinbouw en focust op innovatie en duurzaamheid. Met vijf grote foliebassins vangen ze regenwater van serres en loodsen op voor hergebruik. Bezoeken en finale selectieIn september bezocht de jury alle vijf de bedrijven om hun inspanningen rond klimaat en duurzaamheid met eigen ogen te zien. Op basis van die bezoeken én de ingediende dossiers wordt de uiteindelijke winnaar gekozen.De uitreiking vindt plaats tijdens de vierde en laatste KBC-Klimaatavond op 10 december in Roeselare.PublieksstemmingNaast de hoofdwinnaar worden ook de vier andere laureaten gehuldigd. Samen zullen zij de komende jaren als klimaatstem van de sector optreden.Daarnaast is er een publieksprijs te winnen. Iedereen kan mee bepalen wie deze eer te beurt valt. Stemmen loont bovendien dubbel: onder de stemmers worden twee verblijfscheques van Vlaanderen Vakantieland verloot, elk ter waarde van 250 euro.Stemmen kan vanaf nu via www.deklimaatkoploper.be.KlimaatavondenOp de KBC-Klimaatavonden stellen de laureaten hun verhalen voor aan het publiek. Ook VRT-weerman en juryvoorzitter Bram Verbruggen zal van de partij zijn om een eigen kijk op klimaat en landbouw te delen. Wie de laureaten wil ontmoeten en met sectorgenoten van gedachten wil wisselen op zoek naar inspiratie kan zich inschrijven via de website van Boerenbond.</content>
            
            <updated>2025-11-20T15:29:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Romeinen legden de basis voor een moderner landbouwsysteem]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/romeinen-legden-de-basis-voor-een-moderner-landbouwsysteem" />
            <id>https://vilt.be/57979</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Romeinen hebben in Limburg de fundamenten gelegd voor de moderne landbouw. Dat stelt Yves Segers naar aanleiding van een tentoonstelling in Nederlands-Limburg over het boerenleven in de Romeinse tijd. “Zij introduceerden nieuwe teelten en technieken. Tegelijk zette de verstedelijking zich in. De stedelingen en de Romeinse legers moesten gevoed worden, en de boeren namen die taak op zich.”</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/ebff7ae4-ce18-4093-8ab2-85b229a45256/full_width_graanakker.jpg</image>
                                        <content>De oorsprong van de Vlaamse land- en tuinbouw is vermoedelijk terug te herleiden tot Haspengouw. Rond 7.000 voor Christus vond daar de sedentarisering plaats: jager-verzamelaars vestigden zich op één plek en begonnen hun eigen voedsel te verbouwen. “Kleine nederzettingen ontstonden, die volledig zelfvoorzienend waren,” legt professor Yves Segers van het Centrum Agrarische Geschiedenis (KU Leuven) uit.Dat juist Haspengouw het decor was voor deze eerste boeren, had alles te maken met de vruchtbare leemgronden in de Maasvallei. “Ook in Zuid-Limburg, net over de grens, verschenen de eerste nederzettingen. In andere streken leefden mensen nog veel langer van jagen en verzamelen,” aldus Segers.Een volgende mijlpaal voor de landbouw diende zich aan in de Romeinse periode. Terwijl de Romeinse legers steeds verder noordwaarts oprukten, vestigden ze zich ook in onze contreien. Kort voor Christus kreeg Tongeren zo zijn eerste vorm: van een legerbasis groeide het uit tot de eerste Vlaamse stad. De Romeinen bouwden heerwegen en verharde wegen, wat leidde tot meer welvaart in de regio. “Een goede logistieke ontsluiting stimuleerde handel en economische activiteit,” zegt Segers.Vraag naar voedsel, landbouw als specialisatie De groeiende steden en de Romeinse garnizoenen langs de Rijn (de zogenaamde Limes) deden de vraag naar voedsel fors toenemen. Daardoor ontwikkelde zich een agrarische economie met grotere en meer gespecialiseerde boerderijen. “Kleine nederzettingen evolueerden tot marktgerichte landbouwbedrijven,” benadrukt Segers. Volgens hem werd hiermee de basis gelegd voor ons moderne landbouwsysteem.Die ontwikkeling ging hand in hand met de opkomst van de Romeinse villa’s. “Vandaag denken we bij een villa aan een luxueus woonhuis, maar toen waren het in feite landgoederen,” verduidelijkt Karen Jeneson, conservator van het Romeins Museum in Heerlen.In dit museum in Nederlands-Limburg loopt nu een tentoonstelling die een inkijkje geeft in het boerenleven van die tijd.&amp;nbsp; “De expositie vertelt het verhaal van de Zuid-Limburgse boeren uit de Romeinse tijd, geeft inzicht in het Romeinse landbouwmodel en laat zien hoe de Romeinse villa’s eruitzagen”, aldus Jeneson. Nieuwe technieken, nieuwe teeltenDe invloed van de Romeinen op de landbouw is volgens Segers nauwelijks te overschatten. Ze brachten niet alleen nieuwe technieken, maar ook tal van gewassen mee uit het Midden-Oosten en Klein-Azië, toen al meer ontwikkelde gebieden. “Denk aan linzen, bonen, nieuwe graansoorten, maar ook de walnoot en wijndruiven,” zegt hij.Ook de moderne fruitteelt vindt hier haar oorsprong. “Wilde fruitsoorten bestonden al, maar de Romeinen introduceerden veredelde rassen zoals perzik, kers en abrikoos,” vervolgt Segers.Wie de landbouwgeschiedenis van dichtbij wil ontdekken, heeft meerdere opties. Waar het museum in Heerlen focust op het agrarische leven, belicht het Gallo-Romeins Museum in Tongeren eveneens de rol van de boeren. En in het Archeocentrum van Velzeke kan je het dagelijks leven uit de Romeinse tijd ervaren. “Velzeke lag bovendien op het kruispunt van twee belangrijke heerbanen: Boulogne-Keulen, die ook Tongeren aandeed, en Doornik-Nijmegen,” tipt Segers.</content>
            
            <updated>2025-09-30T13:05:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond wil verlenging van verplichte vaccinatie tegen blauwtong]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-wil-verplichte-vaccinatie-tegen-blauwtong" />
            <id>https://vilt.be/57980</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Boerenbond roept op tot een verlenging van de vaccinatieplicht tegen blauwtong. Het doet deze oproep een dag nadat bekend werd dat er blauwtong serotype 8 is vastgesteld in België.&nbsp; “Dankzij de geslaagde vaccinatiecampagne in ons land kan het virus nu weinig schade veroorzaken. Gevaccineerde dieren worden niet ziek of hebben milde symptomen”, klinkt het.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="blauwtong" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/56b11744-60c3-4264-aa72-dd4bed1ba59d/full_width_vaccinatie-schaap-veearts-gevilt.jpg</image>
                                        <content>Maandag meldde het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) dat voor het eerst sinds 2023 gevallen van blauwtong serotype 8 zijn vastgesteld in België. De impact van de besmetting is beperkt en dat verklaart het FAVV door de vaccinatiecampagne. Dit jaar moesten rundvee- en schapenhouders verplicht inenten tegen blauwtongvirus stereotypes 3 en 8 en tegen epizoötische hemorragische ziektes (EHD). &quot;Verplichting om te vaccineren was terecht&quot;Het nieuws van FAVV is voor Boerenbond aanleiding te pleiten voor een verlenging van de vaccinatieplicht. De landbouworganisatie haalt het verwoestende effect van de blauwtongbesmettingen serotype 3 vorig jaar in herinnering.&amp;nbsp;Er was sprake van tienduizenden dode schapen en runderen.” Daarnaast is er volgens Boerenbond ook veel gevolgschade die nu stilaan duidelijk wordt.&amp;nbsp;“In de eerste helft van 2025 zijn er 13 procent minder kalvingen in Vlaanderen ten opzichte van 2024.”“De beslissing om de vaccinatie dit jaar verplicht te maken was dan ook terecht”, zegt Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens. “De dierenartsen en veehouders zijn massaal aan de slag gegaan: de vaccinatiegraad van de dieren benadert 100 procent. Dat heeft ons zeer grote schade bespaard. In Frankrijk, waar vaccinatie niet verplicht is, zijn duizenden besmettingen vastgesteld. Daarom vragen we ook een verplichte vaccinatie tegen blauwtong serotype 3 en 8 in 2026, met behoud van de ondersteuning.” Snel duidelijk vereistDe landbouworganisatie wil hier snel duidelijkheid over. Door vaccinatie verplicht te maken, is er een gegarandeerde afzet van vaccins, maar fabrikanten moeten wel tijdig voldoende vaccindoses kunnen produceren en leveren. “Dat is essentieel om de vaccinaties tijdig te starten. Idealiter worden de combinatievaccins, één vaccin voor serotype 3 en 8 samen, versneld vergund”, klinkt het.Dat een laattijdige oekaze de planning in de war kan schoppen, bleek ook dit jaar. Door een gebrekkige beschikbaarheid van vaccins werd de vaccinatiedeadline meermaals opgeschoven. Volgens experts was dit nodig omdat de overheid pas in november 2024 de vaccinatie verplicht maakte.&amp;nbsp; Snel duidelijk vereistDe landbouworganisatie wil hier snel duidelijkheid over. Door vaccinatie verplicht te maken is er een gegarandeerde afzet van vaccins, maar fabrikanten moeten wel tijdig voldoende vaccindoses kunnen produceren en leveren. “Dat is essentieel om de vaccinaties tijdig te starten. Idealiter worden de combinatievaccins, één vaccin voor serotype 3 en 8 samen, versneld vergund”, klinkt het.Dat een laattijdige oekaze de planning in de war kan schoppen, bleek ook dit jaar. Door een gebrekkig beschikbaarheid van vaccins werd de vaccinatiedeadline meermaals opgeschoven. Experts verklaarden dit doordat de overheid pas in november 2024 de vaccinatieplicht installeerde.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-09-30T18:13:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgische uitstoot blijft dalen, maar landbouw houdt tempo niet overal bij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-uitstoot-blijft-dalen-maar-landbouw-houdt-tempo-niet-overal-bij" />
            <id>https://vilt.be/57981</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>België stoot steeds minder vervuilende gassen uit. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Federaal Planbureau. De uitstoot van broeikas- en verzurende gassen blijft dalen. De drie belangrijkste verzurende gassen, zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak, gingen de voorbije 15 jaar samen met 42 procent omlaag. Vrijwel alle sectoren boekten sterke vooruitgang met meer dan 60 procent minder uitstoot. De primaire sector, met onder meer landbouw, visserij en bosbouw, volgt trager en beperkte de daling tot 17 procent. Daardoor is hij intussen de grootste bron van verzurende gassen geworden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="emissie" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cfaf4135-9f91-471e-9212-b9d716b00b9d/full_width_koeien-methaan.jpg</image>
                                        <content>Na de Vlaamse stand van zaken presenteert nu ook het Federaal Planbureau zijn jaarlijkse overzicht van de luchtvervuiling in België. Luchtvervuilende gassen kunnen onder meer onze omgeving verzuren en daarbij planten, dieren, bodem en grondwater aantasten. De grootste boosdoeners zijn zwaveldioxide uit het verbranden van fossiele brandstoffen, stikstofoxiden uit verkeer en gascentrales en ammoniak uit meststoffen en veehouderij. Verzurende gassen: halvering tussen 2008 en 2023De totale uitstoot van verzurende gassen is in de periode 2008-2023 gehalveerd (-49%). Vooral stikstofoxides namen een flinke duik, met 54 procent minder uitstoot. Toch blijven ze in 2023 nog altijd goed voor 42 procent van de verzuringsindex. Zwaveldioxide nam nog sterker af, 80 procent minder, waardoor het aandeel terugviel van een kwart in 2008 naar amper 10 procent in 2023. Ammoniak ging slechts 16 procent omlaag. Omdat de andere gassen sterker terugvielen, maakt ammoniak nu de helft uit van de Belgische verzuringsindex.De primaire sector en de industriële sectoren zijn verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de verzurende emissies. De uitstoot van verzurende gassen in de industriële sectoren werd meer dan gehalveerd (-61%). De primaire sector bracht de eigen uitstoot met 17 procent terug, maar omdat de andere sectoren harder dalen, steeg zijn aandeel van 32 procent in 2008 naar 52 procent in 2023. Het aandeel van de industrie kromp van 28 naar 22 procent. Ook energie (-74 procent) en transport (-70 procent) zetten sterke verbeteringen neer. Broeikasgassen: -28 procent tussen 2008 en 2023Naast verzurende gassen, worden ook broeikasgassen uitgestoten. Deze houden warmte vast in de atmosfeer en dragen zo bij aan de opwarming van de aarde. Niet elk gas doet dat echter even sterk. Om toch goed te kunnen vergelijken wordt elk gas uitgedrukt in CO2-equivalenten, aan de hand van hun aardopwarmingsvermogen.Tussen 2008 en 2023 is de uitstoot van broeikasgassen in ons land met 28 procent gedaald. De coronaperiode zorgde voor een forse terugval toen veel activiteiten stilvielen. Nadien steeg de uitstoot even kort, maar sinds 2022 zet de daling opnieuw door.Koolstofdioxide (CO2) is veruit het meest uitgestoten broeikasgas, goed voor 87 procent van alle emissies in 2023. Dat komt vooral door het verbranden van fossiele brandstoffen. De hoeveelheid CO2 daalde sinds 2008 wel met 28 procent.Lachgas (N2O) en methaan (CH4) volgen op afstand met respectievelijk zeven en vijf procent van de totale emissies. Lachgas komt vooral van meststoffen en de productie van salpeterzuur, methaan van veeteelt, afvalverwerking en fossiele energie. Hun uitstoot daalde met respectievelijk 33 en 19 procent in de periode 2008-2023. Industrie als grootste uitstoterDe industrie is de grootste uitstoter, goed voor ruim een derde van de totale broeikasgasuitstoot, gevolgd door huishoudens (22%) en de energiesector (14%). De primaire sector en de dienstensector blijven de kleinste uitstoters met respectievelijk 12 procent en 11 procent van de emissies in 2023.Vooral de energiesector (-44%), het transport (-34%) en de industrie (-32%) drukten hun uitstoot fors in de periode van 2008-2023. Huishoudens stootten 26 procent minder uit dan in 2008, al gingen zij samen met de primaire sector en de dienstensector tussen 2022 en 2023 net weer licht omhoog.</content>
            
            <updated>2025-09-30T21:00:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Engeland staat genbewerkt voedsel toe in 2026]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/engeland-staat-genbewerkt-voedsel-toe-in-2026" />
            <id>https://vilt.be/57982</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf volgend jaar zullen inwoners van Engeland genetisch bewerkt voedsel in de supermarkt vinden. Gewassen die ontwikkeld zijn via precisieveredeling onder de Genetic Technology Act 2023, zullen voor het eerst legaal verkrijgbaar zijn in Engeland. In Europa valt precisieveredeling via bijvoorbeeld CRISPR-Cas onder de ggo-wetgeving, waardoor producten die hieruit zijn voortgekomen niet zomaar kunnen worden verkocht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="genetische modificatie" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="wetgeving" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ddf519a6-e144-4b57-b150-9522ee11ab35/full_width_veldproef-mais-veredeld-met-crispr.jpg</image>
                                        <content>De nieuwe wetgeving zal voorlopig enkel gelden in Engeland, dus niet in het volledige Verenigd Koninkrijk. Via precisieveredeling kunnen aangeboden gewassen smakelijker, gezonder en langer houdbaar gemaakt worden. In aanloop van deze wetgeving hebben universiteiten en particuliere bedrijven al een hele reeks producten ontwikkeld, waaronder brood met minder kankerverwekkende chemicaliën, ziektebestendige aardappelen, zoetere sla en langer houdbare aardbeien en bananen. Vanaf 13 november kunnen ontwikkelaars een vergunning aanvragen om genetisch gemodificeerde gewassen voor menselijke consumptie of veevoer op de markt te brengen. De vergunningverlening zal naar verwachting ongeveer twee maanden in beslag nemen. De nieuwe producten zullen alleen in Engeland verkrijgbaar zijn, aangezien de gedecentraliseerde overheden nog geen steun hebben gegeven. Genbewerking of genetische modificatie?De Engelse wetgeving spitst zich toe op genbewerking waarbij men een gerichte aanpassing in het DNA doet. Het resultaat is een specifieke mutatie die in principe ook van nature zou kunnen ontstaan. De nieuwe Engelse wetgeving geldt niet voor klassieke genetische modificatie waarbij extern DNA geïntroduceerd wordt in een nieuw organisme.Voor de Europese regelgeving worden zowel het aanbrengen van gerichte mutaties als het toepassen van klassieke genetische modificatie op dezelfde manier behandeld, wat betekent dat ze pas worden toegelaten op de markt als ze een uitgebreide veiligheidsbeoordeling, traceerbaarheid en etikettering hebben ondergaan. &quot;Engeland loopt nu voor op alle andere Europese landen&quot;Britse wetenschappers reageren positief op dit nieuws. In de Britse krant The Telegraph is coördinator van de denktank Science for Sustainable Agriculture Daniel Pearsall lovend over de nieuwe wetgeving. &quot;Engeland loopt nu voor op alle andere Europese landen wat betreft het invoeren van progressievere regelgeving voor deze technologieën. Voor het eerst in meer dan 30 jaar tijd wordt er in dit land nieuwe wetgeving voorgesteld die het gebruik van genetische innovatie in de landbouw mogelijk maakt in plaats van verder te beperken.”Ook de centrumlinkse minister van Voedselzekerheid en Plattelandszaken Daniel Zeichner is enthousiast. Zeichner zegt in The Telegraph dat precisieveredeling “essentieel is voor het welzijn van onze boeren én voor de voedselzekerheid van het Verenigd Koninkrijk&quot;.De producten worden beoordeeld volgens een systeem met twee niveaus, waarbij Tier 1 gewassen als laag risico worden bestempeld en sneller worden behandeld, terwijl Tier 2 gewassen met grotere samenstellingsveranderingen grondiger moeten worden geëvalueerd. Het Britse voedselagentschap FSA krijgt een adviserende functie, maar de goedkeuringen worden uiteindelijk door ministers toegekend. Wat met België?In België zijn genetisch gewijzigde gewassen zeldzaam, net als in de rest van Europa. Dat komt omdat de wetgeving zo streng is, stelt ILVO-onderzoeker Katrijn Van Laere. Het opmaken van de nodige dossiers en risicoanalyses is tijdrovend en duur, waardoor vaak alleen de grotere bedrijven ggo-producten op de markt brengen. “CRISPR-Cas is echter een technologie die zeer toegankelijk is, ook voor kleinere bedrijven. Moest de Europese wetgeving het toelaten, zouden we ook meer kleinere bedrijven hebben die er gebruik van maken.”Dat heeft ook een impact op het type gewassen die vandaag het voorwerp zijn van genbewerking. “In Europa zien we vooral genbewerkte producten in de categorie van economisch belangrijke gewassen, zoals graan, maïs en soja. Moest de wetgeving versoepelen, zullen ook andere sectoren, zoals sierteelt- en groentesector, er volop met CRISPR/Cas aan de slag gaan.” Niet te onderscheiden van mutatie in de natuurIs de huidige Europese wetgeving dus onterecht? “Puur wetenschappelijk bekeken zijn de mutaties die we aanbrengen via CRISPR-Cas-technologie niet te onderscheiden van een mutatie die ook in de natuur voorkomt. Dat maakt de huidige wetgeving rond CRISPR-Cas moeilijk te handhaven, want je kan niet aantonen of een mutatie in het labo of de natuur is gebeurd.”Volgens Van Laere kan deze technologie echter wel een extra innovatieve tool zijn die de veredeling van planten kan versnellen, en op die manier sneller kan inspelen op de noden die er vandaag zijn rond voeding en klimaatverandering.</content>
            
            <updated>2025-10-01T17:16:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Agristo zet frietlijn in Noord-Frankrijk on hold]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/agristo-zet-frietlijn-in-noord-frankrijk-on-hold" />
            <id>https://vilt.be/57983</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische frietproducent Agristo stelt de opening van de nieuwe frietlijn in Noord-Frankrijk met drie jaar uit. De fabriek zal in 2027 wel opstarten met twee andere lijnen: een specialiteitenlijn zoals gepland en een pureelijn die eerder operationeel zal zijn dan voorzien. Dat bevestigt Agristo aan VILT.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1f372c0b-a6ae-4221-b51e-7312b3ea6ce4/full_width_aardappelverwerkingwielsbeke-agristo.jpg</image>
                                        <content>Enkele maanden geleden startte Agristo met de bouw van een nieuwe fabriek op de Noord-Franse site in Escaudoeuvres. De frietproducent zou er 350 miljoen euro investeren in een vestiging die op termijn 300.000 ton afgewerkte aardappelproducten per jaar moet leveren. Bouwaannemers kregen echter onlangs te horen dat de productiefocus verschoven is, waarbij de plannen voor de frietproductie voorlopig stilliggen.“We stellen de frietlijn uit tot juni 2030”, licht woordvoerder Francesca Derkinderen toe. “De productie van de pureelijn wordt dan weer drie jaar naar voren verschoven en zal samen opstarten in juni 2027 met de reeds voorziene hashbrown-lijn. Dit stelt ons in staat om beter in te spelen op de behoeften en vraag van onze klanten.” Agristo heeft vooral sterke afzetmarkten in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. ExpansieplannenHet uitstel van de frietlijn zal voor Belgische telers een beperkte impact hebben omdat Agristo in Escaudoeuvres vooral met Franse telers zou samenwerken. De beslissing verandert volgens Agristo ook niets aan de verdere expansieplannen van het bedrijf. &quot;Onze huidige productiecapaciteit komt neer op ongeveer 900.000 ton afgewerkt product per jaar. We mikken komende jaren op een groei van vijf procent per jaar”, aldus Derkinderen.Op de Agristo-site in Wielsbeke zal volgende zomer een vierde productielijn starten, en ook de internationale projecten in India en de Verenigde Staten gaan door. In de VS wil de producent een fabriek bouwen met een capaciteit van 200.000 ton diepvriesfrieten per jaar. In India, waar nu enkel gedroogde aardappelvlokken worden gemaakt, moet volgend jaar ook een frietlijn in werking treden. In totaal gaat het om een investeringsprogramma van meer dan één miljard euro. “We willen onze positie versterken door verder te groeien op de Europese markt en tegelijkertijd onze internationale aanwezigheid uitbreiden”, liet het bedrijf daarover eerder weten in een persbericht. Goudgele toekomst in de pureeVerder groeien op de Europese markt is vandaag echter geen vanzelfsprekendheid meer. De motor van de aardappelsector sputtert al maanden en het uitstel bij Agristo lijkt erop te wijzen dat verwerkers hun Europese expansieplannen aan het herbekijken zijn.“Dat verrast me eerlijk gezegd niet”, reageert Mathieu Vrancken, aardappelteler en voorzitter van brancheorganisatie voor de Belgische aardappelketen Belpotato.be. “Ik denk dat iedereen in de aardappelsector eens goed moet nadenken hoe we met de huidige situatie op de aardappelmarkt de volgende jaren moeten omgaan. We moeten een nieuw evenwicht vinden.” Verdere uitbreiding is daarbij niet de verstandigste keuze volgens Vrancken. “Iedereen in de aardappelwereld heeft gouden tijden gekend, maar misschien moeten we nu genoegen nemen met kleinere marges dan in het verleden.”Hij benadrukt dat die kleinere marges ook evenwichtig over de hele keten verdeeld moeten worden, zodat er winst overblijft voor elke speler. “Ongeveer een derde van de aardappelen wordt op de vrije markt verkocht. Daar zijn de prijzen momenteel spotgoedkoop. Als dat een heel seizoen zo blijft, houden telers er niets aan over en hebben verwerkers een mooi concurrentieel voordeel door een goedkopere grondstof.”</content>
            
            <updated>2025-10-02T22:07:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Allerhoogste koelmagazijn ter wereld binnenkort gevuld met Vlaamse groenten en aardappelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/allerhoogste-koelmagazijn-ter-wereld-binnenkort-gevuld-met-vlaamse-groenten" />
            <id>https://vilt.be/57984</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Kuurne bouwt de familie Demuynck-Soens, met roots in de vleesveehouderij, een mastodont van koelmagazijn van 47 meter hoog. Daarmee wordt het wellicht de hoogste diepvries ter wereld. De bouwwerken zijn bijna afgerond en vanaf januari 2026 wordt het magazijn in gebruik genomen. Ook sectorgenoot Vanmarcke realiseert in Gullegem een gelijkaardig rekkenmagazijn. De groei van de groente- en aardappelverwerkende sector stuwt de vraag naar externe opslagcapaciteit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="diepvries" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0b6ebedc-c743-49e1-b075-010d9a20c99f/full_width_coldo-diepvriesmagazijn-coldo.png</image>
                                        <content>Specialist in gekoelde opslag Coldo trok deze zomer veel aandacht met de bouw van een logistiek complex in Kuurne. Het diepvriesmagazijn is 47 meter hoog, 129 meter lang en 78 meter breed, goed voor 60.000 palletplaatsen. Volgens ChatGPT is het daarmee het hoogste koelmagazijn ter wereld.Zaakvoerster Bénédicte Soens (35), die samen met haar echtgenoot Thomas Demuynck (37) het bedrijf leidt, verwacht dat de bouwwerken in oktober of november worden afgerond. Daarna volgt een testperiode, zodat vanaf de tweede week van januari de eerste levensmiddelen kunnen worden opgeslagen.“Het magazijn is volledig computergestuurd en volautomatisch,” licht Soens toe. “Daarom nemen we uitgebreid de tijd voor testen.” Dagelijks zullen hier maximaal 12.000 paletten verwerkt worden, aangevoerd en afgevoerd met vrachtwagens. Tijdens piekmomenten betekent dat zo’n 12 vrachtwagens per uur. Capaciteit nu al bijna volgeboektHet nieuwe diepvriesmagazijn biedt plaats aan 60.000 pallets. Begin oktober was al 75 procent van de capaciteit gereserveerd. “We zijn bovendien in gesprek met extra klanten waardoor we verwachten binnen enkele weken volledig volgeboekt te zijn,” zegt Soens. Hoewel het magazijn openstaat voor uiteenlopende levensmiddelen, zijn vooral groente-, fruit- en aardappelverwerkers vragende partij.Ook bij Becold, de belangenorganisatie van koelbedrijven, klinkt dat bijna alle capaciteit in de sector benut is. “Vandaag is 95 procent van de opslag van onze leden volzet. Dat creëert serieuze uitdagingen bij nieuwe aanvragen,” aldus de organisatie. Met dit gebouw spelen we in op de snelgroeiende productie van bedrijven zoals Clarebout, Ecofrost, Westvlees en Greenyard De vraag naar externe opslag nam de voorbije jaren sterk toe. Een belangrijke reden is de kapitaalsintensieve aard van zulke investeringen. De bouw van de megadiepvries in Kuurne kostte bijvoorbeeld 52 miljoen euro. “Verwerkende bedrijven investeren dergelijke bedragen liever in hun eigen productie en besteden de opslag uit. Daarnaast is logistiek, diepvrieslogistiek in het bijzonder, een specialisme op zich,” aldus Becold.Daarnaast kenden groente- en aardappelverwerkers de laatste jaren een sterke groei. “Met dit gebouw spelen we in op de snelgroeiende productie van bedrijven zoals Clarebout, Ecofrost, Westvlees en Greenyard,” verklaarde Thomas Demuynck deze zomer aan VRT.Ook sectorgenoot Vanmarcke speelt in op die trend. In Gullegem investeert het bedrijf tientallen miljoenen in een diepvriesmagazijn van 85 meter lang, 80 meter breed en 45 meter hoog. Iets kleiner dus dan dat van Coldo, maar met 55.000 palletplaatsen eveneens een mastodont van een diepvries. Ook daar gebeurt de verwerking volautomatisch. Van vlees naar diepvriesDe familie Demuynck-Soens kwam toevallig in de koelopslag terecht. In 2016 namen ze de Vleesgroothandel Demuynck over, opgericht door grootvader Walter vanuit de vleesveehouderij. De groothandel specialiseert zich in rund-, kalver- en lamsvlees. Het slachten wordt uitbesteed, maar de karkassen worden in Kuurne versneden en daarna geleverd aan beenhouwers, supermarkten, toeleveranciers en vleeshallen.Onder leiding van de derde generatie groeide het bedrijf sterk en nam het ook sectorgenoot Bossuyt uit Moeskroen over. Om de expansie op te vangen verhuisde het familiebedrijf in 2016 naar de voormalige fabriek van ijsjesproducent Frisa op bedrijvenpark Kortrijk-Noord. “Daar hadden we diepvriesruimte over en besloten we een nieuwe activiteit te starten: diepvriesstockage voor derden,” vertelt Soens.De nevenactiviteit bleek al snel een succes. De ligging, op het kruispunt van belangrijke verkeersassen zoals de R8, de E17 en de A19, gecombineerd met de aanwezigheid van talloze verwerkers in de regio, gaf het bedrijf een stevige duw vooruit. Binnen enkele jaren opende Coldo een derde diepvriesmagazijn, in 2023 volgde een vierde, en het huidige project in Kuurne wordt de vijfde site. Volgens Soens is het de bedoeling om beide bedrijven, de vleesgroothandel en het koelbedrijf, naast en los van elkaar verder te laten groeien. Zorgvuldige planning is noodzaakBehalve de trend van specialisatie bij verwerkers en het uitbesteden van de koellogistiek verklaart Soens de groei van diepvriesopslag ook door de strijd tegen voedselverspilling. “Er worden steeds minder producten weggegooid.” Ook de groeiende populariteit van diepvriesproducten hangt hier volgens haar mee samen.De bezetting van het nieuwe magazijn vraagt echter zorgvuldige planning. “Groenteverwerkers bouwen vanaf de zomer voorraden op die in de winter pieken en daarna weer afnemen. Bij ijsjesproducenten is dat net omgekeerd. Door die verschillende ritmes slim te combineren, zorgen we voor een optimale benutting van onze capaciteit”, aldus Soens. Er is minder handeling voor de aardappel- en groenteklanten. We zien dat producten langer in stock blijven staan Kanarie in de koolmijnAls logistieke dienstverlener merkt Coldo marktbewegingen vaak als eerste op. Zo zegt Soens ook de tegenvallende conjunctuur in de sector van diepvriesgroenten en -aardappelen te voelen. “Er is minder handeling voor de aardappel- en groenteklanten. We zien dat producten langer in stock blijven staan”, klinkt het.Voor eventuele bewaarproblemen bij groenteverwerkers biedt het toekomstige diepvriesmagazijn geen oplossing. “Dit is een rekkenmagazijn waar pallets opgeslagen worden, meestal gevuld met kant-en-klare producten. In de groenteverwerkende industrie zijn er vooral problemen met de bulkopslag van groenten. Groenten worden in houten boxen opgeslagen en worden vervolgens op vraag van de klant verpakt”, aldus Luc Dewaele, van telersvereniging Ingro.</content>
            
            <updated>2025-10-02T08:59:04+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bijna alle Vlaamse gemeenten in orde met hemelwater- en droogteplan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bijna-alle-vlaamse-gemeenten-in-orde-met-hemelwater-en-droogteplan" />
            <id>https://vilt.be/57985</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op één gemeente na, zijn alle Vlaamse gemeenten die rioleringssubsidies willen, in orde met hun hemelwater- en droogteplan. Dat antwoordde Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) op een schriftelijke vraag van parlementslid Andy Pieters (N-VA).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1233a6c4-a0fb-4e13-be43-d13b03f4c265/full_width_riolering.jpg</image>
                                        <content>17 gemeenten hebben nog geen planDe plannen omvatten alle initiatieven van een lokaal bestuur om regenwater lokaal te hergebruiken of te infiltreren in de bodem en hoe ze zich voorbereiden op periodes van droogte. Ruim twee jaar geleden was slechts tien procent van gemeentes in orde. Uit een eerdere parlementaire vraag in juni dit jaar blijkt dat zeventien gemeenten nog geen plannen over waterschaarste en wateroverlast hebben ingediend.Verplichting voor wie subsidies wilSinds 1 januari moeten gemeenten beschikken over een goedgekeurd hemelwater- en droogteplan om subsidies te kunnen krijgen voor rioleringsprojecten, individuele of kleinschalige waterzuivering. De maatregel kadert in de Vlaamse Blue Deal 2.0.Slechts één gemeente dreigt bij de recentste projectoproep niet in orde te zijn. Die gemeente krijgt van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) nog een beperkte kans om dit recht te zetten, anders krijgt ze geen subsidies.&quot;Een hemelwater- en droogteplan is een structurele hefboom om water slim te beheren&quot;, zegt Pieters. &quot;Als we rioleringssubsidies toekennen zonder zo&#039;n plan, missen we een unieke kans om Vlaanderen weerbaarder te maken tegen droogte en wateroverlast.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-01T16:17:55+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opgeschort sojamoratorium blijft dan toch van kracht tot eind 2025]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opgeschort-sojamoratorium-blijft-dan-toch-van-kracht-tot-eind-2025" />
            <id>https://vilt.be/57986</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Braziliaanse mededingingsorgaan CADE heeft besloten het sojamoratorium voorlopig toch nog tot 31 december 2025 in stand te houden nadat het in augustus nog oordeelde dat het moet opgeschort worden omwille van oneerlijke concurrentie. Vanaf 1 januari 2026 wordt het dan beëindigd. Het moratorium beperkt de aankoop van soja uit gebieden in het Amazonewoud die na 2008 ontbost zijn.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ontbossing" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/25f8ca01-e847-4118-9796-a52072e4c4f7/full_width_amazone-bosbrand-greenpeace.jpg</image>
                                        <content>Door de opschorting uit te stellen wil de Braziliaanse mededingingsautoriteit bedrijven en overheidsinstanties de tijd geven om overleg te voeren over de toepassing van het akkoord. CADE-voorzitter Gustavo Augusto benadrukte dat deze preventieve maatregel geen conflict met de milieuwetgeving veroorzaakt, maar voorkomt dat multinationals eenzijdig regels opleggen voor een product dat cruciaal is voor de voedselketen.&quot;Sluit concurrentie uit&quot;De mededingingsautoriteit boog zich over het sojamoratorium na een klacht van de Commissie voor Landbouw van het Braziliaanse Lagerhuis. Die klacht stelde dat buitenlandse handelshuizen een dominante positie hadden ingenomen door de markt te monitoren en een akkoord te creëren dat voorwaarden voor de aankoop van soja in het land vastlegt. Op die manier zouden boeren en gemeenten grote economische verliezen lijden.CADE oordeelde daarop dat het moratorium concurrentie uitsluit en schadelijk is voor de soja-export. Het kondigde een onderzoek naar kartelvorming aan. Als voorlopige maatregel mocht er geen commerciële informatie over verkoop, productie of aankoop van soja verzameld, opgeslagen, gedeeld of verspreid worden. Ook audits mochten niet meer uitgevoerd worden. Maar deze voorlopige maatregelen worden nu opgeschort tot eind dit jaar.Ontbossing daalde met 69 procentHet sojamoratorium werd in 2008 in het leven geroepen om de ontbossing in het Amazonewoud tegen te gaan. Aanvankelijk werd de overeenkomst jaarlijks of tweejaarlijks verlengd, maar sinds 2016 werd ze voor onbepaalde duur van kracht. Volgens ngo’s is het moratorium “één van de meest succesvolle instrumenten tegen ontbossing in het Amazonewoud”. Tussen 2009 en 2022 daalde de ontbossing met 69 procent, terwijl de sojaproductie in het gebied juist toenam.Greenpeace noemde de beslissing van CADE om het moratorium op te schorten in augustus dan ook onbegrijpelijk. “Op deze manier moedigt CADE niet alleen ontbossing aan, het ontneemt de consument ook de mogelijkheid om producten te kiezen die niet bijdragen aan de vernietiging van het Amazonewoud”, klonk het toen. De milieuorganisatie noemde de aanvallen op het moratorium “politiek gemotiveerd”.</content>
            
            <updated>2025-10-01T21:57:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Parlementairen krijgen realitycheck over gewasbescherming: "Misschien hebben we mensen te weinig geïnformeerd"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/misvattingen-over-gewasbescherming-ontkracht-tijdens-infosessie-bij-parlementsleden" />
            <id>https://vilt.be/57987</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Drie vaak gehoorde claims over gewasbescherming kregen een realitycheck tijdens een informatiesessie voor leden van de landbouwcommissie van het Vlaams parlement. “De aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen wordt vaak automatisch als probleem gezien. Onterecht”, vindt professor Dany Bylemans. “Misschien hebben we het publiek daar te weinig over geïnformeerd.”&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/52c3cd9e-ba34-481a-954e-9b263de95dfe/full_width_sproeien-spuittoestel.jpg</image>
                                        <content>Het debat over gewasbeschermingsmiddelen laait in het Vlaams parlement geregeld hoog op. Om de polarisatie te doorbreken en de feiten scherper te stellen, nodigden verschillende ketenpartners onlangs de leden van de landbouwcommissie uit voor een informatiesessie. Parlementsleden van alle fracties tekenden aanwezig, uitgezonderd die van Groen en PVDA die zich niet inschreven. Het parlementslid van Open Vld moest op het laatste moment afhaken wegens ziekte.Voor de vele praktijkverhalen aan bod kwamen, zetten Barbara De Coninck en Dany Bylemans, beiden professor aan de KU Leuven, de wetenschappelijke feiten op een rij en prikten ze enkele hardnekkige misverstanden door.&amp;nbsp;Misvatting 1: Mits aanpassingen kunnen landbouwers zonder chemische gewasbeschermingsmiddelen&amp;nbsp;werkenIn theorie is alles mogelijk. Maar is de kost ervan nog in evenwicht met het voorgesteld probleem, vraagt Bylemans zich af. “In Zwitserland onderzoekt men sinds 2018 het verschil in opbrengst bij tarwe met en zonder chemische bescherming,” zegt De Concink. “Met gewasbeschermingsmiddelen wordt gemiddeld zeven ton per hectare geoogst, zonder slechts 5,2 ton.”&amp;nbsp;“Een Vlaamse studie bracht recent het inkomensverlies in kaart als enkel de PFAS-houdende middelen tussen 2018 en 2024 weggevallen zouden zijn,” vult Bylemans aan. “Meer dan de helft van de graantelers zou hoogstens uitzonderlijk nog winst maken. Vooral bedrijven met al een lage rendabiliteit zouden zwaar verliezen lijden. Wie snoeit in gewasbescherming, snoeit dus ook in oogstzekerheid en inkomenszekerheid van landbouwers.”&amp;nbsp;Zonder enige chemische gewasbeschermingsmiddelen zou het merendeel van de landbouwbedrijven kapseizen. Voor sommige ziekten hebben landbouwers vandaag helemaal geen oplossing Volgens De Concink blijven chemische middelen dan ook noodzakelijk in de sector om de voedselzekerheid te garanderen, al is reductie mogelijk via geïntegreerde gewasbescherming (IPM). “Maar dan moeten landbouwers wel kunnen terugvallen op alternatieven. Vandaag is die alternatieve toolbox te beperkt. Er zijn weinig biologische producten op de markt en hun efficiëntie is vaak ook wisselvallig.”&amp;nbsp;“IPM werkt met selectieve producten, gericht op één ziekteverwekker in plaats van breedwerkende middelen. Maar daarvoor moet zo’n selectief middel wel bestaan”, vult Bylemans aan. Bovendien betekent IPM niet automatisch een minder gebruik van middelen, waarbij hij nog een misvatting duidt. “Als er een andere ziekteverwekker is, heb je een tweede middel nodig. Bovendien zijn veel middelen niet meer zo effectief, waardoor herhaalde toepassingen nodig zijn.”&amp;nbsp;Nieuwe ziekten duiken bovendien geregeld op. “In Italië zag ik perenboomgaarden die ondanks herhaaldelijke bespuitingen 100 procent werden aangetast door de Aziatische stinkwants,” vertelt Bylemans. “Naast bestrijdingsmiddelen wordt vaak ook natuurlijke vijanden ingezet. Maar omdat veel van deze beestjes exoten zijn, hebben ze hier geen natuurlijke vijanden en valt die optie ook weg. Voor sommige ziekten hebben landbouwers vandaag dus helemaal geen oplossing, en dat geldt niet alleen voor nieuwe. Soms keren oude ziekten terug waarvoor intussen geen enkel middel meer beschikbaar is. Het gezondheidsrisico van een tekort aan groenten en fruit is veel groter dan dat van gewasbeschermingsmiddelen Misvatting 2. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen brengt een groot risico met zich mee voor de gezondheid van de consument&amp;nbsp;Bylemans vindt dat de gezondheidsrisico’s rond gewasbeschermingsmiddelen eerlijker moeten worden besproken. “Het feit is dat het werkelijke risico extreem laag is, maar dat raakt vaak volledig ondergesneeuwd in het debat. Vergelijk je met andere levensrisico’s, dan staan gewasbeschermingsmiddelen helemaal onderaan”, zegt hij. De aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) wordt berekend door de dosis zonder enig schadelijk effect in dierproeven te delen door een veiligheidsfactor van minstens honderd. “In de bouwsector wordt doorgaan een veiligheidsfactor van 1,35 genomen”, geeft Bylemans de parlementsleden mee “Niemand ligt wakker van gebouwen die zullen instorten, we vertrouwen in de normen. Maar de veiligheid van gewasbeschermingsmiddelen, die extreem hoog is, staat bij velen wel hoog op de agenda.”&amp;nbsp; Hij hekelt de angst rond gewasbeschermingsmiddelen. “Hun aanwezigheid wordt automatisch gelinkt aan ‘een probleem’”, aldus Bylemans. “We hebben Vlamingen misschien te weinig geïnformeerd dat, net zoals henzelf, planten ook vaak ziek worden en medicijnen nodig zijn.”&amp;nbsp;&amp;nbsp;Hij wijst ook op een ander gezondheidsrisico: dat van niet genoeg groenten en fruit eten. “Zonder gewasbeschermingsmiddelen wordt voeding veel duurder. Vooral mensen met een laag inkomen zullen dan afhaken, terwijl het gezondheidsrisico van een tekort aan groenten en fruit veel groter is dan dat van gewasbeschermingsmiddelen.”&amp;nbsp; Als oogsten mislukken, zal er nog meer land bewerkt moeten worden om dezelfde hoeveelheid voedsel te produceren Misvatting 3. Het reduceren van gewasbeschermingsmiddelen zal resulteren in een beter florerend milieu&amp;nbsp;Kunnen we elk effect van pesticiden op het milieu uitsluiten? “Nee, net zoals je geen enkele impact op het milieu kunt uitsluiten van reizen of die aangename temperatuur van 20 °C in je woonkamer”, aldus Bylemans. “Maar bekijk het in perspectief: we zullen de planeet niet redden door voedsel uit het buitenland te importeren. De EU heeft het strengste systeem ter wereld voor de evaluatie van pesticiden.”&amp;nbsp;Dit bevestigt De Concinck: “De EU beschikt over één van de strengste wetgevingen rond gewasbeschermingsmiddelen, zowel voor het op de markt brengen als voor het duurzaam gebruik ervan. Dit om het milieu, de biodiversiteit en de consument te beschermen, en resistentieontwikkeling te voorkomen.” De Concink haalt ook aan dat het bannen van de middelen een impact zal hebben op de biodiversiteit, aangezien er veel mislukte oogsten zullen zijn zal er op meer land bewerkt moeten worden, voor dezelfde productie.&amp;nbsp;Ze wijst erop dat Wageningen Universiteit berekende dat de EU 11 miljoen hectare extra akkerland nodig zou hebben om een productieverlies van 12 procent op te vangen bij een reductie van 50 procent in chemische gewasbeschermingsmiddelen, zoals de farm-to-forkstrategie tegen 2030 voorstelt. Neonicotinoïden verdwenen omwille van hun effect op bijen. Maar zeven jaar later blijkt 2024 het slechtste jaar ooit voor de bijen Bylemans pleit er ook voor om resultaten van maatregelen veel vaker en consequenter op te volgen. Hij haalt het verbod op veel neonicotinoïden aan. “Die middelen verdwenen omwille van hun effect op bijen. Maar zeven jaar later blijkt 2024 het slechtste jaar ooit voor de bijen. Vandaag zijn dus eigenlijk middelen verdwenen aan een milieukost die hoger is dan voordien.” Hij vraagt zich ook af of het beleid de burger moet volgen die geen gewasbescherming wenst, of de consument die goedkope producten vraagt aan een perfecte (esthetische) kwaliteit.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Wat volgens hem wel vaststaat, is dat een succesvolle groene transitie nood heeft aan enerzijds een toolbox met een selectie gewasbeschermingsmiddelen die landbouwers als laatste redmiddel kunnen inzetten, maar ook aan toegang tot NGT’s,  een veel vlotter registratieproces voor biologische gewasbeschermingsmiddelen en een EU die daar niet voor terugdeinst. “Handel ook steeds op basis van feiten en wetenschap, en maak bredere risicogebaseerde beoordelingen”, geeft hij de parlementsleden nog mee.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-10-02T14:26:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bizar of beloftevol? Britse ecologe haalt eerste succesvolle rijstoogst binnen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bizar-of-beloftevol-britse-ecologe-viert-eerste-succesvolle-rijstoogst" />
            <id>https://vilt.be/57988</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Britse ecologe Nadine Mitschunas heeft geschiedenis geschreven. Deze zomer haalt ze haar eerste rijstoogst binnen. Deze heeft ze geteeld op vier kleine rijstvelden op boerderijgrond ten noorden van Ely, een stad in de buurt van Cambridge. Verbouwen we binnenkort in heel Europa onze eigen rijst of kiezen de Britten voorlopig liever <em>chips</em> bij hun <em>fish</em>?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b6ff6ead-7224-4436-85a3-0344eb356118/full_width_rice-2380804-1920.jpg</image>
                                        <content>Aan regen is er nooit gebrek geweest in Engeland, aan warmte wel. Dat ligt ‘dankzij’ de klimaatopwarming nu anders. “Niemand heeft dit eerder geprobeerd, maar door de klimaatverandering hebben we gewassen die we tien jaar geleden niet voor mogelijk hadden gehouden. Over tien jaar zou rijst wel eens een perfect gewas voor ons kunnen zijn”, zegt de fiere rijstteler aan journalisten van de BBC.Hoewel we rijst voornamelijk associëren met Aziatische landen zoals India, China en Thailand, wordt er wel degelijk in Europa rijst verbouwd. De grootste rijstproducent in Europa is Italië, vooral in de vruchtbare Povlakte in Noord-Italië. Het land produceert 1,3 miljoen ton rijst, waarvan iets meer dan de helft wordt geëxporteerd naar andere Europese landen. Ook in landen als Spanje, Portugal, Frankrijk en Griekenland is de rijstteelt geen experiment meer zoals in Engeland, maar een economisch rendabele teelt. Waarom telen we niet onze eigen rijst?Geen van de Europese landen zal de Aziatische rijstteelt snel van de troon stoten. China alleen is de grootste rijstproducent ter wereld en produceert jaarlijks meer dan 200 miljoen ton. Toch zijn er steeds meer Europese landen die met rijstteelt experimenteren. In Zwitserland en Nederland wordt de teelt voorzichtig onderzocht. In Vlaanderen is er in het verleden labo-onderzoek gebeurd naar rijst, maar het huidige areaal ligt, voor zover geweten door onze kennisinstellingen, op nul. Noch het Praktijkpunt Landbouw, Inagro of ILVO doen aan rijstonderzoek en daar is een reden voor. De centra geven aan dat, zelfs als we rijst kunnen laten groeien ondanks moeilijke teeltomstandigheden, de kous daarmee nog lang niet af is. Zo vraagt een nieuwe teelt ook om nieuwe verwerkings- en afzetketens. Wat Belgische rijst betreft spreken we over verwerkers die drogen en sorteren, en afnemers die bereid moeten zijn om kleinere, lokale volumes af te nemen tegen een prijs die hoger is dan die op de wereldmarkt.Nele Jacobs van ILVO vult nog aan dat het altijd moeilijk is een nieuwe teelt te introduceren, onder meer door het ontbreken van aangepaste machines en loonwerk. Een gebrek aan gepaste rassen en bij uitbreiding ook aan fytomiddelen speelt ook mee. Deze zaken vallen misschien wel op te lossen, maar dat kost tijd en geld. Basisgewas op de wereldmarkt&quot;Rijst is een basisgewas dat op de wereldmarkt verhandeld wordt, in tegenstelling tot rauwe melk, bijvoorbeeld&quot;, zegt Jacobs nog. &quot;Fun fact: slechts tien procent van de landbouwgewassen wordt effectief wereldwijd verhandeld. We hebben in Europa geen tekort aan graangewassen, integendeel. Wel aan eiwitgewassen, daarom zetten we in op lokale soja, kikkererwten, quinoa en mengteelten van granen, grassen met peulvruchten. Die zijn relevanter voor de strategische autonomie.&quot;Hoewel de Britse wetenschappelijke wereld de geslaagde rijstoogst als knap staaltje vakmanschap ziet van de ecologe, is het voorlopig niet de start van een nieuwe economische piste. Mitschunas’ rijstteelt gebeurde in opdracht van onderzoekscentrum UKCEH, dat er onder de huidige omstandigheden nog weinig mogelijkheden in ziet. “Dit is de uiterste grens waar rijst momenteel kan groeien en het zou voor boeren riskant zijn om dit gewas commercieel te verbouwen”, zegt prof. Richard Pywell aan de BBC. Pywell zit mee aan het roer van dit project, bij UKCEH. Als de klimaatverandering zich blijft voortzetten met de voorspelde 2 tot 4 graden Celsius, gelooft Pywell echter wel dat rijst economisch interessanter kan worden. Zo stelde hij vast in een onderzoek dat in januari is gepubliceerd. Nieuwe teelten in BelgiëHoewel België zich (voorlopig) niet waagt aan de rijstoogst, experimenteren onze boeren wel met andere nieuwe teelten die jaren geleden nog onmogelijk waren. Belgische soja, zoete aardappel en kikkererwten zijn al lang geen culinaire science fiction meer. Ook de Belgische wijnsector is dankzij klimaatverandering een serieuze business geworden. In Vlaanderen alleen is op vijf jaar tijd het aantal wijnbouwers gestegen van 111 naar 184. Het areaal Vlaamse wijngaarden is haast verdubbeld van 269 naar 486 hectare. In wijnland Frankrijk daarentegen heeft de oogst voor de zoveelste keer op rij geleden onder een te grote hitte. Dat steeds meer landen het onderzoek opvoeren naar nieuwe teelten, hoeft dus niet te verbazen. Wat binnen tien jaar?“Het is mogelijk dat voor bepaalde gebieden het vernatten van drooggelegde veengebieden en het verbouwen van rijst een haalbare optie is&quot;, zegt de Britse onderzoeker Pywell nog over de rijstoogst. &quot;In andere gebieden kunnen we onze conventionele gewassen blijven verbouwen, maar dan onder andere omstandigheden.”De onderzoeker benadrukt wel nog dat de rijstteelt hoe dan ook ingewikkeld wordt, zo ver in het noorden van Europa. Toch sluit ook hij niet uit dat er in het komende decennium Britse rijst op ons bord komt.</content>
            
            <updated>2025-10-02T14:19:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Oppositie kritisch en sector afwachtend over dierenwelzijnslabel: “Regel dit op Europees niveau”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oppositie-kritisch-en-sector-afwachtend-over-dierenwelzijnslabel-regel-dit-op-europees-niveau" />
            <id>https://vilt.be/57989</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoewel het niet officieel op de agenda stond, kreeg het nieuwe dierenwelzijnslabel van Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) de wind van voren op de commissie Landbouw. Open Vld en Vlaams Belang waarschuwen voor een wildgroei aan labels. Parlementslid Lydia Peeters (Open Vld) pleit voor eenduidigheid op Europees niveau, ook om onze export te beschermen. Ook de vleesverwerkende sectoren hebben hun bedenkingen. “Mensen beseffen dit niet, maar hoe meer labels, hoe meer voedselverspilling”, zegt Anneleen Vandewynckel van Fenavian.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cdd4d42c-7e47-4848-8119-72f39bc36c8b/full_width_varkens-bio-stro-snuit.jpg</image>
                                        <content>Het nieuwe ‘Beter voor Dieren’-label is vorige week gelanceerd door de Vereniging voor de bevordering van het Welzijn van Landbouwhuisdieren (VVWL) en de Vlaamse overheid, maar het wordt niet overal op applaus onthaald. Zowel de vleesverwerkende sectoren als de oppositiepartijen zijn pro dierenwelzijn, maar men stelt zich wel vragen bij de uitwerking van dit concept.“Dit label is verre van een oplossing. Het zadelt onze varkenshouders die nu al gebukt gaan onder administratieve verplichtingen op met nog eens bijkomende lasten en kosten.”, reageert Vlaams parlementslid Stefaan Sintobin (Vlaams Belang) in een persbericht.Meerdere labels per land zorgen voor verwarringVoor Anneleen Vandewynckel van vleesverwerkersfederatie Fenavian is dierenwelzijn belangrijk, maar ze vraagt zich af of een nieuw Vlaams label voor vleesproducten wel realistisch is op het veld. “De vleesverwerkende sector is veel complexer dan de voorgaande schakels. Een Vlaams varken heeft dezelfde noden als een Nederlands of een Duits varken. Toch bestaan er in elk&amp;nbsp;land zoveel verschillende labels, elk met eigen criteria, gradaties en communicatie”, zegt ze. De wildgroei aan labels leidt tot &#039;food waste&#039; Vandewynckel benadrukt dat deze veelvoud aan labels, hoe goed bedoeld ook, voor de bedrijven veel impact heeft, “Het is enerzijds verwarrend voor de consument, maar in een exportgerichte sector brengt elk label ook een pak extra complexiteit met zich mee&quot;, zegt ze. &quot;Bovendien bemoeilijkt het de handel: vandaag maken wij al veel producten voor de Nederlandse en Duitse markt, waar ze ook al dierenwelzijnslabels hebben. Tot slot is dit niet duurzaam, want in plaats van één geharmoniseerd kader met duidelijke normen, werkt men met een lappendeken. De wildgroei aan labels leidt tot &#039;food waste&#039;. Vroeger kregen we vlees binnen, we verwerkten het en het ging de deur uit. Maar vandaag heb je zeer veel verschillende keurmerken en moet je die grondstof apart verwerken. Zelfs al gaat het om hetzelfde product en dieren grootgebracht in zeer gelijkaardige omstandigheden.”Vandewynckel waarschuwt ook voor concurrentievervalsing. “Een varken met exact dezelfde levensomstandigheden kan in het ene land 1 ster Beter Leven krijgen, in het andere land Haltungsform 2, en in Vlaanderen nog een ander label. Voor de consument lijkt dat een groot verschil, terwijl het dier niets anders ervaart.”Niet enkel overheden hebben labelsDaarbovenop hebben niet enkel overheden, maar ook supermarktketens vaak eigen dierenwelzijnslabels. “Vaak zijn het eerder marketinglabels”, zegt Vandewynckel. “Men overspoelt ons met allerlei eisen op vlak van onder meer duurzaamheidsrapportering, met een kostenplaatsje van tien- tot honderdduizenden euro. We willen vooral kwaliteitsvol en veilig eten maken, met oog voor dierenwelzijn, maar de veelheid aan labels, audits en digitale verplichtingen drukt steeds zwaarder op de bedrijven en werkt kostprijsverhogend voor het product, zonder grote meerwaarde. Hoeveel gaat er nog naar de kern van dat product?” Labels betekenen niet enkel papier, maar ook bijkomende kosten, audits, digitale aanpassingen en exportproblemen, terwijl de marge om dat te compenseren uitblijft “Wij zijn vanzelfsprekend voor dierenwelzijn – dat is voor ons belangrijk. Maar het huidige systeem legt een onevenredige druk op bedrijven die nu al kapotgaan aan administratieve overbelasting en de steeds toenemende regels. Labels betekenen niet enkel papier, maar ook bijkomende kosten, audits, digitale aanpassingen en exportproblemen, terwijl de marge om dat te compenseren uitblijft.” &quot;Uniformiteit is duurzaam&quot;Vandewynckel pleit dan ook voor een geharmoniseerd Europees dierenwelzijnskader, dat zowel dieren, consument als bedrijven ten goede komt. &quot;De uitwisselbaarheid met of aansluiten bij bestaande, bijvoorbeeld Duitse systemen of het ‘Beter Leven’-label in Nederland is voor ons essentieel&quot;, zegt ze. &quot;Dat heeft al een mooi parcours afgelegd en het systeem werkt al jaren, en we maken al dit soort producten. Wij zorgen voor meerwaardecreatie in eigen land. Maar als we die hier willen houden, moeten we vereenvoudigen.”Bovenal pleit Vandewynckel voor uniformiteit. “Iedereen heeft de mond vol van duurzaamheid, maar uniformiteit ís duurzaam. Ik nodig beleidsmakers graag uit om een kijkje te komen nemen op de fabrieksvloer, zodat ze kunnen zien wat al deze labels voor onze bedrijven betekenen. De leefbaarheid van de KMO-sector bij ons komt in het gedrang. Retailers kopen nu al vaak goedkoper aan in het buitenland, en we maken onszelf alweer zwakker.”“Last but not least: we zijn altijd grote pleitbezorger geweest voor een eerlijke margeverdeling voor de hele keten”, zegt Vandewynckel nog. “Maar we zien dat vandaag dat de burger die pro dierenwelzijn is, toch kiest voor het goedkopere alternatief als consument. We zijn een flexibele sector, en alles kan, maar er moet een billijke vergoeding tegenover staan die de meerkosten verwaardt.” Afwachtende houdingMichael Gore is gedelegeerd bestuurder bij FEBEV, de organisatie die slachthuizen en versnijders vertegenwoordigt. Hij neemt een meer afwachtende houding aan. FEBEV vertegenwoordigt de verwerkende schakel in het ketenoverleg dat mee vorm geeft aan het nieuwe label. Voor de landbouwsector is dat Boerenbond, de retailsector wordt vertegenwoordigd door Comeos. “Wij geven onze input zodanig dat het label toch zo dicht mogelijk aanleunt bij de realiteit op het terrein en dat het realiseerbaar is door de verschillende schakels in de keten”, zegt Gore. “Of het label eerder een meerkost of een meerwaarde wordt en of de consument ook zal kiezen voor deze producten, dat zullen we moeten afwachten.” Er is een verschil tussen burger en consument: de burger pleit voor dierenwelzijn, terwijl de consument vooral goedkope voeding wil Gore waarschuwt wel dat het label niet louter een Vlaams verhaal mag zijn. “Ook in het Waals gewest moeten inspanningen geleverd worden voor dit label. We moeten ervoor zorgen dat producten met dit label overal binnen het Belgisch grondgebied kunnen worden vermarkt.”De gedelegeerd bestuurder haalt ook het verschil aan tussen burger en consument: de burger pleit voor dierenwelzijn, terwijl de consument vooral goedkope voeding wil. “The proof of the pudding in the eating: pas als het label volledig is afgerond en wordt gebruikt, kunnen we zien in welke mate er tractie is van de consument om erin mee te gaan”, zegt Gore.&quot;Wie de wet volgt, is niet goed bezig?&quot;Hoewel het label pas op over twee weken op de Vlaamse regering zal besproken worden, lieten oppositiepartijen Open Vld en Vlaams Belang toch al een kritische stem horen in de marge van een debat over de handel met de VS. “De opstart werd door minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) gesubsidieerd met bijna één miljoen euro, maar de operationele en controlekosten worden doorgeschoven naar de sector”, stelt Sintobin. “Onze varkenshouders doen vandaag al aanzienlijke inspanningen. Dit label dreigt de indruk te wekken dat wie gewoon de wet volgt, eigenlijk niet goed bezig is, terwijl er bovendien geen enkele garantie is dat boeren ook effectief een betere prijs krijgen voor hun product.” Het geld dat naar dit soort structuren en labels gaat, zou beter besteed worden aan een eerlijke vergoeding voor de producent “Dit soort initiatieven betekenen in de praktijk méér administratie, méér controle en méér kosten voor de sector, zonder dat de boer er iets aan overhoudt”, vervolgt de Vlaams Belanger. “Het geld dat naar dit soort structuren en labels gaat, zou beter besteed worden aan een eerlijke vergoeding voor de producent.”Vlaams parlementslid Lydia Peeters had liever een label gezien op Europees niveau. Bovendien waarschuwt ze dat het label de concurrentiekracht van Vlaams varkensvlees niet mag aantasten. Ze waarschuwt voor ‘goldplating’, het fenomeen waarbij EU-lidstaten bij het omzetten van richtlijnen hun eigen wetten strenger maken dan vereist, wat leidt tot extra kosten en lasten.Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) liet zich alvast ontvallen hierover te waken en benadrukt dat de dierenwelzijnslabels geen verplichting zullen worden. Het keurmerk betreft uitsluitend inspanningen die verder gaan dan wat de wet voorschrijft.</content>
            
            <updated>2025-10-03T13:57:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Boerenstiel met hart en ziel: Sebastiaan de Backer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenstiel-met-hart-en-ziel-sebastiaan-de-backer" />
            <id>https://vilt.be/57990</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zeventien jaar werkte Sebastiaan als tuinaannemer, maar het verlangen naar de boerenstiel zat diep. Vandaag runt hij SDB-Boerderij, waar zijn varkens buiten scharrelen, in de modder kunnen rollen en gewoon varken mogen zijn. Zijn grootste geluk? Een gezond, levendig nestje biggen. Met SDB — smaakvol, duurzaam en betrouwbaar — staat Sebastiaan voor eerlijke landbouw en korte keten, van dier tot bord.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e75de4f5-c61e-4215-b579-e6b096305415/full_width_thumb-39.jpg</image>
                        
            <updated>2025-10-02T18:14:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Quasi alle parlementsleden roepen regering op tot meer aandacht voor welzijn landbouwers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/quasi-alle-parlementsleden-roepen-regering-op-tot-meer-aandacht-voor-welzijn-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/57991</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nagenoeg alle parlementsleden vragen de Vlaamse regering om zich sterker en consequenter in te zetten voor het mentaal en sociaal welzijn van Vlaamse landbouwers. 13 aanbevelingen rond het onderwerp kregen parlementaire steun en gaan nu door naar de regering. “Het welzijn van onze landbouwers verdient structurele aandacht en opvolging”, klinkt het uninsono.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mentaal welbevinden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/53143d7a-1597-4cff-b70d-f9ac3e914e9b/full_width_vlaams-parlement-vlaams-parlement.jpg</image>
                                        <content>De meerderheidspartijen Vooruit, N-VA en cd&amp;amp;v werkten de voorbije maanden in de landbouwcommissie aan een voorstel van resolutie over het mentaal welbevinden in de landbouwsector. Met een resolutie kunnen parlementsleden aanbevelingen overmaken aan de Vlaamse regering.De resolutie bevat 13 aanbevelingen gericht op het versterken van het welzijn van landbouwers. “Er zijn in het verleden reeds duidelijke acties hierrond uitgewerkt, maar er is amper rapportering en geen duidelijke eindverantwoordelijkheid. Met deze resolutie manen we de regering aan om dit wel de nodige structurele opvolging te geven. Het welzijn van onze landbouwers kan geen bijzaak zijn”, verduidelijkt Vlaams parlementslid en mede-ontwerper van de resolutie Eva Ryde (N-VA). “Landbouwers zijn veel meer dan producenten van ons voedsel. Ze zijn ouder, grootouder, partner, vrijwilliger en echte ondernemers. Hun welbevinden raakt het hele platteland, de leefbaarheid van dorpen en de voedselzekerheid van Vlaanderen. Wie voor ons voedsel zorgt, verdient ook onze zorg.”“De reguliere zorg gaat vaak ook voorbij aan de realiteit van de landbouwer”, vult parlementslid Els Robeyns (Vooruit) aan. “Er moet ingezet worden op toegankelijke steun, en bij uitbreiding ook op brede dienstverlening en sterke sociale netwerken dichtbij, in onze dorpen.” Robeyns hielp ook mee de resolutie opstellen. &quot;Doe iets aan het welbevinden van onze boeren&quot;Open Vld benadrukte het spijtig te vinden dat haar voorgestelde toevoegingen en aanpassingen aan de resolutie afgewezen werden. “Verwonderlijk, want al onze amendementen wilden het welbevinden van de boeren nog meer onderstrepen”, aldus parlementslid Lydia Peeters. Peeters had graag gezien dat de resolutie explicieter de link legde tussen het welbevinden van landbouwers en hun behoefte aan rechtszekerheid. Ook haar pleidooi om meer aandacht te besteden aan alleenstaande landbouwers haalde de tekst niet. “Finaal zijn dat een aantal nuances, de boodschap van de resolutie is uiteraard: doe iets aan het welbevinden van onze boeren. Dat steunen wij met onze partij volledig.”Ook Vlaams Belang staat achter deze centrale boodschap, maar is minder overtuigd van de aanpak. Volgens de partij bevat de aanbevelingen in de resolutie “veel mooie woorden, maar weinig concrete daden”. “Woorden zijn niet genoeg. Het zijn de daden die zullen uitmaken of onze landbouwers opnieuw hoop en vertrouwen krijgen”, aldus parlementslid Stefaan Sintobin. Dochy houdt collega’s aan belofteGroen vatte de resolutie in de plenaire vergadering uiteindelijk samen als “een aansporing om nog beter te doen, om elkaar bij de les te houden, maar vooral een goede aanzet om mentaal welzijn centraal te zetten”.Een samenvatting waar parlementslid Bart Dochy (cd&amp;amp;v) zich kan achter scharen. Hij wierp zich in het parlement alvast op als degene die erop zal toezien dat ieders engagement bij de resolutie niet vergeten wordt. &quot;Op momenten dat hier gestemd zal worden over belangrijke zaken voor de landbouwers, zal ik jullie wijzen op jullie engagement van vandaag en de toets te maken of jullie beslissingen allemaal conform zijn met hetgeen hier nu in alle enthousiasme door iedereen besproken wordt&quot;, aldus Dochy. Ook hij werkte mee aan de resolutie.Eén stem tegenUiteindelijk werd het voorstel met uitzondering van één iemand door alle Vlaamse parlementsleden goedgekeurd. Maurits Vande Reyde (Onafhankelijke) stemde tegen omdat het voorstel volgens hem extra budget vraagt. “We kunnen niet voor elk maatschappelijk fenomeen oproepen om meer budgetten, actieplannen en extra overheid.” Een statement dat cd&amp;amp;v en N-VA in het algemeen kunnen volgen, maar niet als het om deze resolutie gaat: “We vragen met deze resolutie op geen enkele manier extra budget of een extra actieplan. We willen gewoon opvolging van wat er vandaag al ligt en van beter te doen wat we kunnen verbeteren.&quot;Met de plenaire goedkeuring gaan de aanbevelingen nu officieel naar de Vlaamse regering.&quot;Benoem problemen, maar ook oorzaken&quot;Landbouworganisaties Boerenbond en Groene Kring reageren tevreden dat het welbevinden van de landbouwers de nodige aandacht krijgt. Tegelijkertijd roepen ze op om niet alleen de problemen te benoemen, maar ook aan de oorzaken te werken. Er wordt onder meer verwezen op het huidige rechtsonzeker klimaat dat weegt op het mentaal welzijn van landbouwondernemers.</content>
            
            <updated>2025-10-02T21:40:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gloednieuw praktijkcentrum opent de deuren naar innovatieve tuinbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gloednieuw-praktijkcentrum-opent-de-deuren-naar-innovatieve-tuinbouw" />
            <id>https://vilt.be/57992</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen heeft er een nieuw demonstratie-, ontmoetings-, en ervaringscentrum bij. In Sint-Katelijne-Waver opende Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) officieel de deuren van Hortivec. Het centrum moet ervoor zorgen dat de nieuwste innovatieve technieken hun weg vinden naar de tuinbouwbedrijven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tuinbouw" />
                        <category term="glastuinbouw" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b7a85332-d8a8-46e9-a6fb-79e22fd6c052/full_width_hortivec.jpg</image>
                                        <content>Hortivec staat voor ‘Horticulture Vegetable Skills and Experience Centre’ en wil praktijkkennis en vaardigheden bijbrengen aan iedereen in de tuinbouwsector. Het centrum is een initiatief van het Proefstation voor de Groenteteelt (PSKW). “De ambitie om praktisch haalbare oplossingen tijdig tot bij de telers te krijgen, is niet vanzelfsprekend,” zegt Els Berckmoes, directeur van PSKW. “Tot nu toe deden we dat vooral via projecten, maar projectsubsidies zijn steeds moeilijker binnen te halen. Wachten kunnen onze telers zich echter niet permitteren. Met steun van EFRO en VLAIO investeerden we daarom in dit gloednieuwe centrum.&quot;Ook gericht naar het onderwijsHortivec focust op drie hoofddoelen: demonstreren, bijleren en de stap zetten naar implementatie. Het richt zich daarbij niet alleen op tuinbouwers die vandaag actief zijn, maar ook op de generatie van morgen die nog op de schoolbanken zit. Studenten kunnen er zelf met GPS-systemen werken, robots bekijken en een beter beeld krijgen van hoe hun werk in de tuinbouw er later kan uitzien. “Als school willen we dat onze studenten mee zijn met wat er speelt en leeft in de wereld van de tuinbouw. Theorie is één ding, maar met deze theorie in de praktijk aan de slag gaan, is een enorme meerwaarde”, aldus Kathleen Massant, technisch directeur van PTS Mechelen. “Het vak tuinbouw wordt op deze manier aantrekkelijker gemaakt.”Ook zij-instromers, teeltmedewerkers, anderstaligen of pas afgestudeerden kunnen er terecht voor basisopleidingen. Zo wil het centrum invulling geven aan een heikel punt op veel bedrijven momenteel: het vinden van medewerkers met voldoende vakkennis.&quot;Plek om technologieën van morgen te ontdekken&quot;&quot;Onze land- en tuinbouwsector is vandaag al een koploper in innovatie. Maar voor land- en tuinbouwers is het vaak nog onvoldoende duidelijk of die nieuwe technieken ook werkbaar zijn in hun bedrijf. Precies daarom is een centrum als Hortivec zo belangrijk”, benadrukt minister Brouns bij de opening. “Hier kunnen telers in één oogopslag tal van innovaties aan het werk zien en krijgen bedrijfsleiders de kans om opleidingen te volgen om er op de juiste manier mee aan de slag te gaan. Een plek waar de teler van vandaag en morgen de technologieën van de toekomst ontdekt en eigen maakt, zal in de komende jaren alleen maar aan belang winnen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-02T18:13:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van slalomparcours naar snelweg? Experten reiken 140 voorstellen aan voor vlottere vergunningen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-slalomparcours-naar-snelweg-experten-reiken-vlaamse-regering-140-voorstellen-aan-voor-vlottere-vergunningen" />
            <id>https://vilt.be/57993</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een expertencommissie heeft een advies klaar voor Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) en minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) om weer vaart te krijgen in de ­Vlaamse vergunningverlening. Volgens de experten moet de Vlaamse regering wieden in overtollige regels en beroepsprocedures inkorten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="open ruimte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/74cb79a1-26f1-4eeb-b15a-12a589ba12c6/full_width_nieuwbouw-stal.jpg</image>
                                        <content>Al in het regeerakkoord noemde de Vlaamse regering rechtszekere en robuuste vergunningen een prioriteit. Al snel werd een commissie opgericht met daarin experts en vertegenwoordigers van de overheid, de academische wereld en de rechterlijke macht. Mark Andries, administrateur-generaal van VLAIO, werd gevraagd om de commissie voor te zitten en tegen september met een rapport te komen met concrete aanbevelingen. Ook het middenveld werd daarbij geconsulteerd.45 adviezen en 140 concrete voorstellenDat rapport is nu klaar en bevat 45 adviezen en meer dan 140 concrete voorstellen die als doel hebben om vergunningstrajecten korter, soepeler en robuuster te maken. We lichten er een aantal uit die voor de vergunningverlening in de land- en tuinbouwsector relevant zijn.Meer aandacht voor het voortrajectVóór een vergunning wordt ingediend, heeft de aanvrager van de vergunning recht op vooroverleg zodat hij of zij beter geïnformeerd wordt en ingelicht wordt over wat essentieel is bij de aanvraag. Er zou tijdens de procedure ook ruimte moeten komen voor een pauze of bemiddeling. Niet-bindende en constructievere adviezenIn een vergunningstraject moeten vaak allerlei overheidsinstanties advies geven. Denk daarbij aan het Agentschap Natuur en Bos en het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Volgens de expertencommissie moeten die adviezen “ondubbelzinnig” een niet-bindend karakter krijgen omdat ze nu vaak wel aanzien worden als bindend. De commissie wil ook komaf maken met ‘gunstig’ of ‘ongunstig’ als advies, een advies moet constructiever geformuleerd worden zodat duidelijk wordt waar het schoentje knelt en hoe het beter kan.Het algemeen belangDe commissie wil ook decretaal verankerd zien dat overheden rekening houden met de maatschappelijke, economische of sociale meerwaarde van een project en dat afwegen tegen eventuele particuliere belangen. Deze zogenaamde “integrale maatschappelijke afweging” lijkt alvast in de smaak te vallen bij Diependaele en Brouns.Weg met soft lawDaarnaast viseert de expertencommissie ook wat ze zelf ‘soft law’ noemt: standaarden, richtlijnen en visies die geen kracht van wet hebben, maar die wel vaak gebruikt worden om vergunningsaanvragen tegen te houden. Inperking van de beroepsmogelijkhedenDe beroepsmogelijkheden moeten worden ingeperkt, zo luidt een ander advies. Beroep zou alleen mogen aangetekend worden door wie in een voorafgaand openbaar onderzoek bezwaar heeft geuit. Verenigen die beroep willen aantekenen, denk daarbij aan milieuorganisaties zoals Dryade, zouden moeten aantonen dat ze een rechtstreeks belang hebben in de zaak. De experten willen hiermee “een halt toeroepen aan de bestaande praktijk van zogenaamde ‘strategische procedures’ die erop gericht zijn om het beleid te sturen of te beïnvloeden”. Volgens De Standaard impliceert dit dat een stikstofarrest niet meer mag gericht mag aangevallen worden. Wie dat wel doet, zou een geldboete riskeren.Probleemoplossende Raad voor VergunningsbetwistingenDe vernietiging van een vergunning bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen zou de uitzondering moeten zijn. De experten willen dat de raad “probleemoplossend zoekt naar een finale geschillenbeslechting”. Nieuwe argumenten zouden niet meer mogen aanvaard worden in een geschil voor de Raad van Vergunningsbetwistingen. Dat zou enkel mogen gebeuren op basis van argumenten die eerder in de vergunningsprocedure naar voor zijn gekomen. Ook zouden alle argumenten in één keer moeten behandeld worden, om zo tijdswinst te boeken. De doorlooptijd bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen zou moeten ingekort worden van twaalf naar negen maanden. Soepeler standstill-principeDe commissie vraagt ook dat het standstill-principe soepeler wordt. Dit principe bepaalt dat overheden bepaalde grondrechten niet mogen terugschroeven. Zeker inzake milieurecht is dat belangrijk omdat het bepaalt dat een nieuwe beslissing van de overheid het leefmilieu niet mag doen achteruitgaan. De experten vernoemen hierbij expliciet kwetsbaar erkend VEN-gebied, zo meldt De Standaard. Volgens hen zou alleen “betekenisvolle” aantasting een probleem mogen zijn in plaats van “elke” aantasting zoals het vandaag is.Van advies naar conceptnotaOp 17 oktober wil minister-president Diependaele de eerste concrete resultaten boeken. Tegen dan wil hij de adviezen herwerken tot een conceptnota die voor de Vlaamse regering de leidraad zou worden om de omslag in het vergunningenbeleid te maken. Dat wordt nog een hele uitdaging, want veel elementen uit het rapport zijn al jaren bekend, maar tot nu toe bleek het niet evident om dit om te zetten in aangepast beleid. Boerenbond: &quot;Nood aan snelle omzetting naar de praktijk&quot;Boerenbond reageert positief op de voorstellen van de expertencommissie, maar wacht de praktijktoets af. “Dit is een gedegen werkstuk, dat nu snel in de praktijk moet worden omgezet. Het gebrek aan rechtszekerheid beknot momenteel de toekomst van onze landbouwsector”, zegt voorzitter Lode Ceyssens. “We zijn hoopvol, maar de praktijktoets zal uitwijzen dat dit geen dode letter op papier blijft. Momenteel zitten onze boeren in de grootste onzekerheid, waardoor het voor hen ook onmogelijk is om verder te verduurzamen. Zo moeten bijvoorbeeld&amp;nbsp;rundveehouders tegen het einde van dit jaar vijf procent stikstof reduceren, maar de toepasbare technieken veranderen of blijven uit. Het mag niet blijven bij enkel verbeteringen in de procedure, maar ook het stikstofkader moet aangepast worden. Het is nu tijd voor actie.” Voka: &quot;Bevat noodzakelijke paradigmaverschuivingen&quot;Ook Voka ziet in het advies een &quot;gedegen werkstuk&quot; met &quot;quick wins&quot; en &quot;noodzakelijke paradigmaverschuivingen&quot;. “Het bevat de kern van de grondige hervormingen die het Vlaams vergunningenbeleid nodig heeft om te komen tot een voorspelbare en rechtszekere vergunningverlening voor alle sectoren&quot;, zegt de werkgeversorganisatie in een reactie. &quot;Het is cruciaal dat de regering dit advies snel en gericht omzet in regelgeving&quot;, zegt gedelegeerd bestuurder Frank Beckx.Bouwsector: &quot;Eindelijk klinkt er hoop&quot;Ook de sectorfederaties van de bouw- en vastgoedsector en de architecten reageren positief op het eindrapport. &quot;Eindelijk klinkt er hoop: de commissie nam de bezorgdheden uit het werkveld ernstig en schuift concrete voorstellen naar voor die de vergunningsprocedures sneller, eenvoudiger en robuuster moeten maken&quot;, zeggen Embuild Vlaanderen, Bouwunie, BVS, en NAV in een gemeenschappelijk persbericht.Ze roepen de Vlaamse regering op om onmiddellijk met de voorstellen aan de slag te gaan. En er blijven nog &quot;twee werven&quot; over die aangepakt moeten worden. Zo bepleiten de lobbygroepen om de &quot;veelheid aan regelgevingen en verordeningen en de versnippering van bevoegdheden&quot; aan te pakken. Ook vragen ze een doorgedreven digitalisering van het bouw- en vergunningenproces. Unizo: &quot;Advies komt geen dag te vroeg&quot;Volgens Unizo komt dit advies “geen dag te vroeg”. “Het aantal vergunningsaanvragen in de bouw en industrie staat op een historisch dieptepunt”, klinkt het. “Vandaag is ons vergunningenbeleid een slalomparcours vol haarspeldbochten”, zegt gedelegeerd bestuurder Bart Buysse. Volgens hem krijgt de Vlaamse regering een stevige gereedschapskist aangereikt met dit rapport om dat parcours terug recht te trekken. Hij raadt aan om “het ijzer te smeden terwijl het heet is”. BBL: “Teruggekatapulteerd naar tijd van Daens”Bond Beter Leefmilieu is dan weer totaal niet te spreken over het rapport van de expertencommissie. “Beroepsmogelijkheden dienen beknot te worden, vergunningen moeten minder gebonden worden aan adviezen, er moeten minder bindende voorwaarden erkend worden bij projecten en als klap op de vuurpijl riskeren burgers die de wet inroepen, geldboetes te krijgen”, somt de milieuorganisatie de grootste struikelblokken op.“Met deze kortzichtige suggestie om de gezondheid van burger en omgeving uit het debat te weren, riskeren we teruggekatapulteerd te worden naar de tijd van Daens”, aldus beleidscoördinator Benjamin Clarysse. Hij wijst erop dat het stikstofarrest er juist is gekomen omdat de overheid haar eigen wetgeving niet volgt bij het afleveren van vergunningen. “Checks and balances blijven nodig. Dat is de rode draad bij alle bedreigingen voor gezondheid en omgeving, of het nu om PFAS, klimaat of water gaat. Inspraakmogelijkheden beknotten opent de deur voor nieuwe schandalen, in plaats van ze te vermijden.&quot; Groen: &quot;Open ruimte zal aangetast worden&quot;Ook Groen reageert bezorgd op het rapport. Het viseert onder meer het “integrale maatschappelijke afwegingskader”. Volgens Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege betekent dit in de praktijk dat “de politiek vrij mag bepalen wat maatschappelijk verantwoord is”. “Onze vrees is dat de open ruimte verder zal worden aangetast. We hebben minder beton nodig, niet meer. Het belangrijkste principe van de bouwshift ligt onder vuur”, stelt ze.Volgens Schauvliege leest het rapport als een catalogus van maatregelen waar de regering uit kan kiezen. &quot;In het rapport zitten goede maatregelen, (...) maar er zitten ook veel zorgwekkende voorstellen die het Vlaams omgevingsbeleid compleet uithollen. Onder het mom van vereenvoudiging wordt de bescherming van ons milieu op het spel gezet. Soepeler vergunnen kan, maar het doel moet zijn om kwaliteitsvollere projecten te vergunnen. Dat is hier allerminst het geval.&quot;Bijzonder zorgwekkend vindt Schauvliege de aantasting van het standstill-principe, een hoeksteen van het Europese milieurecht. &quot;Door dit uit te hollen, verliezen we een cruciale bescherming. Dit is ronduit een ramp voor de milieubescherming in Vlaanderen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-03T09:10:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Open Bedrijvendag: ILVO geeft inkijk in landbouw en voeding van de toekomst en lanceert boek]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/open-bedrijvendag-ilvo-geeft-inkijk-in-landbouw-en-voeding-van-de-toekomst-en-lanceert-boek" />
            <id>https://vilt.be/57994</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wat ligt er morgen op ons bord, en hoe wordt dat voedsel geproduceerd? Tijdens Open Bedrijvendag van Voka geeft ILVO daar een inkijk in. Op twee locaties in Merelbeke-Melle ontdekken bezoekers hoe wetenschap, landbouw en voeding samen de toekomst vormgeven. Bovendien presenteert ILVO er een primeur: het gloednieuwe boek <em>Het komt goed met ons eten</em>.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ILVO" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="technologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f0f562aa-ec29-4b38-b7f5-95f2ab7c6f60/full_width_veldproefonderzoekdemoilvo.jpg</image>
                                        <content>Met meer dan 750 medewerkers en 240 hectare proefvelden is het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek, of kortweg ILVO, één van de grootste onafhankelijke onderzoeksinstellingen van Vlaanderen. In serres, stallen, labo’s en een eigen proeffabriek werken de onderzoekers dagelijks aan duurzame oplossingen voor landbouw, visserij en voeding. ILVO Plant: Landbouw van de toekomstTijdens Open Bedrijvendag op zondag 5 oktober stelt ILVO twee sites open voor bezoek. Het gaat om de site &#039;ILVO Plant&#039; en &#039;Food Pilot&#039;, allebei in Merelbeke-Melle op zo’n vier kilometer van elkaar. “Op de proefvelden van onze site &#039;Plant&#039; staat de landbouw van morgen centraal”, vertelt Sandra Leroy van de communicatiedienst van ILVO. “Hier zie je hoe onderzoekers nieuwe teelten testen en aanpassen aan ons veranderend klimaat, van hennep tot lavendel en engelwortel. Deze gewassen kunnen niet alleen voeding leveren, maar ook hernieuwbare grondstoffen voor de bouw, verfindustrie of farmacie.”Tegelijk kunnen bezoekers er ook ontdekken hoe wetenschappers oplossingen zoeken voor klimaatuitdagingen, zoals droogte. “Met sensoren en ondergrondse netwerken meten we hoe planten reageren op droogtestress. Zo selecteren we rassen die beter bestand zijn tegen veranderende omstandigheden”, aldus Leroy. Spectaculair zijn ook de machines van de toekomst. Denk daarbij aan robots die schoffelen, drones die over velden vliegen en sensoren die AI-modellen voeden met data en foto’s. “Zij helpen de landbouwer te zien waar ingrijpen echt nodig is zodat er minder gewasbescherming, mest of water moet gebruikt worden, wat de landbouw duurzamer maakt.” Food Pilot: Voeding van de toekomstIn de Food Pilot werkt ILVO, samen met partner Flanders’FOOD aan onderzoek naar voeding van de toekomst. “We beschikken er over een uniek proefcentrum waar onderzoekers samen met bedrijven nieuwe voedingsproducten ontwikkelen”, vertelt Karen Verstraete, onderzoeker voeding. “Plantaardige drankjes, vleesvervangers, gezondere snacks of efficiëntere productietechnieken: alles wordt er op kleine schaal getest met industriële precisie.”Ook reststromen krijgen in deze proeffabriek een tweede leven. “We tonen hoe we ingrediënten en bijproducten optimaal benutten en vertalen dat naar concrete producten die bezoekers kunnen proeven”, aldus Verstraete. Daarnaast gaat de fabriek ook aan de slag met gisten, schimmels en microbieel eiwit als basis voor duurzame voeding. “Ook hier laten we de bezoekers van proeven. Daarnaast kunnen ze ook ervaren hoe keuzes in de supermarkt ons eetgedrag ervaren.” Boek ‘Het komt goed met ons eten’Een primeur voor de bezoekers die langskomen op Open Bedrijvendag is het gloednieuwe boek van ILVO. “Onze wetenschappers publiceren constant hun bevindingen in wetenschappelijke tijdschriften en leveren wel vaker een bijdrage aan een boek van anderen”, vertelt Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO en co-auteur van het boek. “Tegelijk beseffen we dat er ook heel wat impliciete kennis bij onze wetenschappers aanwezig is. Die kennis wilden we samenbrengen in een toegankelijk boek dat stilstaat bij de innovaties en keuzes die ons eten in de toekomst veranderen.”Het boek kreeg de titel ‘Het gaat goed met ons eten’. “We hebben lang gediscussieerd of er een vraagteken moest komen achter die titel, want uiteraard zijn de uitdagingen waar we voor staan groot”, vertelt Nele Jacobs, eveneens co-auteur van het boek. Ze wijst erop dat er nog elke dag vruchtbare landbouwgrond en open ruimte verdwijnt, dat de gevolgen van klimaatopwarming het de boeren vandaag al moeilijk maken en dat de wereldwijde biodiversiteit afneemt.Maar toch hebben de auteurs het vraagteken achterwege gelaten. “We mogen niet vergeten dat er oplossingen in de maak zijn. De weg is vooruit”, vult Relaes aan. “In dit boek lichten de ILVO-wetenschappers toe welke trends zij zien en aan welke technologieën ze werken. Op die manier blijven ze werken aan een verduurzaming van de landbouw-, visserij- en voedingssector. Maar we zijn ons tegelijk meer dan ooit bewust dat voortdurend bijsturen noodzakelijk is.”Relaes maakt daarbij de parallel met elektrische wagens. “Hadden we het debat afgewacht tot we zeker waren dat het ecologisch totaalplaatje sluitend was, dan zouden we nog steeds nagenoeg volledig op fossiele brandstoffen rijden. Met vallen en opstaan zijn er wagens op de markt gebracht die een veel kleinere ecologische voetafdruk hebben dan enkele jaren geleden.”Dat is volgens hem ook de leidraad voor het ILVO-onderzoek. “Er zijn nog vragen over de impact van alternatieve eiwitten en microbieel geproduceerde vetten, maar we zetten toch al stappen vooruit en lossen de vragen gaandeweg op. Robots en AI-modellen zijn nog duur en imperfect, maar we bouwen al prototypes en sandbox-omgevingen om de noodzakelijke vooruitgang te maken.” Relaes is er dan ook van overtuigd dat het goed komt met ons eten. Van boek naar podcastOp 170 pagina’s krijg je veel verteld, maar toch is er nog heel wat meer te zeggen over de voeding en de landbouw van de toekomst. Daarom heeft ILVO de handen in elkaar geslagen met VILT om een podcast te maken over het boek. In een vijftal uitzendingen staat de podcast stil bij vragen als wat we kunnen verwachten van nieuwe eiwitten en fermentatietechnologie, welke kansen bodemherstellende landbouw biedt, wat de nieuwe generatie plantenveredelingstechnieken ons brengt, wat robotica en data de voedselketen te bieden hebben en hoe we de toegang tot grond kunnen verbeteren.Het boek zal in primeur te koop zijn op Open Bedrijvendag op beide ILVO-sites. Vanaf dinsdag 7 oktober is het ook te vinden in de betere boekhandels en de bekende webshops. De podcast is vanaf dinsdag te beluisteren op de website van VILT, ILVO en via Spotify.</content>
            
            <updated>2025-10-02T22:12:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Melkveehouder met potstal: “Beloond voor verspreiding van stalmest, bestraft voor de productie ervan”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/beloond-voor-verspreiding-stalmest-bestraf-voor-de-productie-ervan" />
            <id>https://vilt.be/57995</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met minder dan een kwartaal te gaan tot de deadline voor de vijf procent stikstofreductie-eis zit melkveehouder Bram Dauchy uit Heuvelland met de handen in het haar. De West-Vlaming houdt zijn dieren in een potstal en voor dit staltype bestaan geen emissiereducerende maatregelen. “De enige optie is minder dieren houden, maar dat gaat ten koste van de levensvatbaarheid van ons bedrijf”, aldus de boer. Hij is kritisch over het zwalkende overheidsbeleid. “Voor het toedienen van stalmest krijgen boeren subsidies, voor het produceren van stalmest word je nu afgestraft.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/69ed884c-3e35-4994-a230-4c39589f001d/full_width_dauchy-026-web.jpg</image>
                                        <content>Landbouworganisaties Boerenbond, ABS en ook Bioforum riepen eerder deze maand op tot uitstel van de vijf procent reductie-eis voor stikstof. Tegen het eind dit jaar moeten rundveehouders op stalniveau een stikstofreductie van vijf procent realiseren. Dat staat zo in het stikstofdecreet dat sinds vorig jaar van kracht is.Volgens de landbouworganisaties is deze deadline niet realistisch. Zij wijzen op het gebrek aan maatregelen waardoor voor sommige bedrijven alleen een vermindering van de veestapel een optie is.Dat geldt bijvoorbeeld voor bedrijven die met een potstal werken, een “ouderwets” stalsysteem waarbij de dieren op stro gehouden worden. Waar in de melkveehouderij ligboxen met roostervloeren de voorbije jaren de overhand hebben genomen, werken vleesveehouders nog wel met potstallen. Ook worden de melkkoeien bij gezondheidsproblemen of bij droogstand en afkalving in een potstal geplaatst wegens het verhoogde comfort. Meer koecomfort en betere mestHet is ook om deze reden dat er nog steeds melkveehouders zijn die bij nieuwbouw uitzonderlijk kiezen voor zo&#039;n potstal. Bram Dauchy uit Heuvelland is zo iemand. De West-Vlaming die in 2010 instapte in het bedrijf van zijn ouders, liet in 2011 een potstal bouwen voor 70 melkkoeien. “Dat stalsysteem is het best voor het koecomfort en daarnaast geloof ik ook sterk in de positieve effecten van stalmest.”Dauchy is naast melkveehouder ook akkerbouwer. De stalmest van zijn melkkoeien brengt de West-Vlaming aan op zijn akkers. “Wij besteden zeer veel aandacht aan onze bodemgezondheid en werken bijvoorbeeld al 20 jaar ploegloos.” De stalmest speelt een belangrijke rol in deze strategie. “Stalmest verhoogt het organische koolstofgehalte van de grond en de bodemkwaliteit”, volgens de boer. Belonen en straffenDe Vlaamse overheid is deze mening ook toegedaan. Als een landbouwer minstens tien ton compost of dierlijke mest toedient aan zijn grond, krijgt hij daarvoor een subsidie. “Bodems met een goed gehalte aan organische koolstof zijn beter bestand tegen erosie, zijn vruchtbaarder en kennen een betere waterhuishouding waardoor ze beter gewapend zijn tegen droogte of wateroverlast”, verklaart het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.In deze context, vindt Dauchy de impact van het stikstofdecreet onbegrijpelijk. “We worden aan de ene kant beloond voor stalmest, aan de andere kant worden we bestraft voor de productie ervan.” Hij doelt op het feit dat er voor potstalhouders geen erkende maatregelen bestaan waarmee zij hun stikstofuitstoot kunnen reduceren. “De enige oplossing voor ons is het verminderen van de veestapel, maar daarmee komt de rendabiliteit van ons bedrijf in gevaar”, aldus de boer. Bouwers van stalroosters, mestrobots, luchtwassers en andere technieken hebben een commercieel belang om hun techniek erkend te krijgen. Maar wie kan er geld verdienen aan potstallen? Geen commercieel belangVolgens hem zijn er geen erkende PAS-technieken omdat niemand voor het systeem lobbyt. “Bouwers van stalroosters, mestrobots, luchtwassers en andere technieken hebben een commercieel belang om hun techniek erkend te krijgen. Maar wie kan er geld verdienen aan potstallen? Niemand. En daarom maakt ook niemand zich sterk voor dit stalsysteem”, zegt hij.Daarnaast meent hij dat het stalsysteem an sich al minder stikstof uitstoot dan alternatieve stalsystemen. “De urine wordt door het stro opgenomen en komt daardoor minder in aanraking met de dikke mestfractie. En het is juist deze reactie die ammoniakuistoot tot gevolg heeft”, klinkt het.Sander Herinckx, consulent emissies bij Boerenbond, stelt dat het onderzoek niet eenduidig is over de emissies in ingestrooide stallen en dat metingen in deze stallen complex zijn. Herinckx geeft aan dat beweiding in combinatie met volledig ingestrooide stallen enkel voor vrouwelijk jongvee erkend is als reducerende maatregel, goed voor 15 tot 45 procent reductie. &quot;Daarnaast is het zo dat niet elke PAS-maatregel bij elke bedrijfsvoering past en daarom willen we de keuzelijst aan werkbare technieken voor alle veehouders vergroten. In het verleden werden een aantal maatregelen voor (deels) ingestrooide stallen ingediend bij WeComV, maar dit heeft slechts tot beperkt succes geleid.&quot;Voor Dauchy zou beweiding als mogelijke maatregel niets brengen. &quot;Wij werken met een melkrobot en dat is zeer moeilijk te combineren met weidegang. Dat zou een enorme stap terug in de tijd zijn en de voordelen van automatisering ongedaan maken”, zegt hij. De boer hoopt dan ook dat de Vlaamse overheid gehoor geeft aan de eis van de landbouworganisaties en dat de vijf procent reductie-eis wordt uitgesteld. Ruimte voor 140 koeienSinds de aanpassing van zijn vergunning enkele jaren geleden waarbij is omgeschakeld van vleesvee naar melkvee, heeft Dauchy 140 vergunde melkveeplaatsen terwijl hij er op dit moment maar 70 houdt. Plannen om zijn melkveetak uit te breiden, had hij in 2018 op de langere baan geschoven omdat hij fel uitbreidde in de aardappelteelt. De West-Vlaming heeft ook veel seizoenpacht in Noord-Frankrijk.De plannen voor de uitbreiding van de melkveehouderij zitten nog steeds in zijn hoofd. “Om ook een toekomstbestendig bedrijf te houden voor onze kinderen is een uitbreiding van de melkveestapel, of in ieder geval de mogelijkheid hiervan, van groot belang. Maar sinds het stikstofdossier weten we niet waar we aan toe zijn”, aldus de boer. Bijdrage aan het Vlaamse mestoverschotNaast akkerbouwer en melkveehouder is Dauchy ook mestverwerker. Binnenkomende dikke fractie van omringende rundvee-, pluimvee-, en varkenshouders composteert hij. Door een warmtebehandeling, waarmee bacteriën en ziekteverwekkers gedood worden, mag de gehygiëniseerde mest ook op export naar Frankrijk.</content>
            
            <updated>2025-10-06T11:29:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoe een potje preparé de rente van jouw huis kan beïnvloeden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoe-een-potje-prepare-de-rente-van-jouw-huis-kan-beinvloeden" />
            <id>https://vilt.be/57996</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De voedselinflatie in Europa is vandaag ongezien hardnekkig. Dat meldt de Europese Centrale Bank (ECB). Waar prijsstijgingen in de supermarkt vroeger amper opvielen, houden ze nu wel ieders aandacht vast. Zelfs die van de ECB. De prijzen zijn ondertussen al zo lang op een hoog niveau dat ze intussen impact hebben op de algemene inflatie, de prijsstabiliteit en rente in Europa.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="inflatie" />
                        <category term="voedselprijzen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/da972baa-968b-4fac-9333-ce7a5af4f9fd/full_width_winkelmandje-winkelkar-supermarkt.jpg</image>
                                        <content>Het is de taak van de Europese Centrale Bank om de prijzen in het eurogebied stabiel te houden. Dit doet de bank door ervoor te zorgen dat de inflatie laag en voorspelbaar blijft. De ECB richt zich doorgaans op de algehele prijsontwikkeling en besteedt daarbij minder aandacht aan afzonderlijke categorieën zoals voeding. Toch houdt ze vandaag nauwlettend de schappen van de supermarkten in de gaten. Daar hebben ze drie redenen voor.Ongezien hoge en langdurige voedselinflatie&quot;Ten eerste is de kloof tussen voedselprijzen en de totale prijzen veel groter en hardnekkiger dan ooit te voren&quot;, schrijft de ECB op haar blog. Sinds de invoering van de euro in 1999 zijn voedselprijzen over het algemeen iets sterker gestegen dan andere prijzen. Maar de kloof die zich sinds 2022 heeft gevormd, is echter “duidelijk uitzonderlijk en aanhoudend”. Al zijn er veel verschillen tussen producten. De vleesprijzen liggen bijvoorbeeld meer dan 30 procent boven het niveau van eind 2019, terwijl boter ongeveer 50 procent duurder werd. Koffie, olijfolie, cacao en chocolade stegen daarentegen nog harder in prijs. Wereldwijde vleesprijzen op recordVorige maand stegen de vleesprijzen wereldwijd nog naar een nieuw record. Dat blijkt uit een index van de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO). Er is steeds meer vraag naar rund, terwijl de veestapel in de VS zich op het laagste niveau in decennia bevindt. Ook in Brazilië - een belangrijke uitvoerder - stijgen de prijzen. Daarbovenop is er ongerustheid over de verspreiding in Mexico van de schroefwormvlieg, die voor runderen dodelijk kan zijn. De voedselprijzen blijven hardnekkig hoog, één derde hoger dan voor de pandemie Omdat consumenten bijna dagelijks voedsel kopen en prijsveranderingen meteen voelen, hebben voedselprijzen een onevenredig grote invloed op hoe mensen de algemene inflatie waarnemen en verwachten. Die algemene inflatieperceptie beïnvloedt dan weer hoe mensen zich gedragen en is op haar beurt cruciaal voor de ECB om de prijsstabiliteit in de eurozone te bewaken. Nu de prijzen in de supermarkt al zeer lang hoog blijven, is dit effect zodanig sterk geworden dat de voedselinflatie vandaag relevant geworden is voor het monetaire beleid van de ECB.Lage inkomens voelen grote impact in de supermarktEen tweede reden waarom de ECB de huidige voedingsinflatie belangrijk vindt, is dat ze kwetsbare huishoudens harder raakt dan andere. Huishoudens met een lager inkomen ervaren een hogere effectieve inflatie dan hun rijkere buren, wat betekent dat ze meer moeten bezuinigen op andere uitgaven om hun budgetten in evenwicht te brengen. Daarnaast kan het ook de looneisen aanwakkeren en zo de inflatie verder aanvuren via de zogenoemde tweede-ronde-effecten. Voeding geeft inzicht in langetermijnkrachtenDe voedingsinflatie is niet in elk land even krachtig. Dat komt onder meer door uiteenlopende blootstelling aan schokken in grondstoffenprijzen, verschillen in loonkosten en variërende energiekosten. In de eurozone varieert de stijging van de voedselprijzen sinds eind 2019 momenteel van 20 procent in Cyprus tot 57 procent in Estland. De Baltische staten zagen de sterkste prijsstijgingen omdat hun economieën kwetsbaarder waren voor de energie- en grondstoffenschok na de Russische invasie in Oekraïne dan het gemiddelde euroland.“Voedselprijzen worden niet alleen bepaald door kortetermijnschokken”, merkt de ECB op, “maar ook door langdurige, structurele krachten.&quot; De productiviteitsgroei in de landbouw blijft bijvoorbeeld achter in vergelijking met andere sectoren. Wereldwijd stuwt de groei van inkomens in opkomende economieën dan weer de vraag naar landbouwproducten, wat de prijzen onder druk zet. En klimaatverandering zorgt steeds vaker voor extreme weersomstandigheden die de voedselketen ernstig kunnen ontregelen.Dit is meteen een derde reden waarom de ECB de voedselprijzen in de gaten houdt: ze geven inzicht in hoe aanhoudend een schok kan zijn, maar ook hoe langetermijnfactoren zoals klimaat invloed hebben op de inflatie.“Alle factoren samen zijn bijzonder relevant voor onze huidige analyses en tonen hoe belangrijk het is om de ontwikkeling van voedselprijzen vandaag nauwlettend te volgen”, besluit de ECB. Zelfs alledaagse producten zoals préparé spelen zo onrechtstreeks een rol in het monetair beleid van de ECB en de rente die je voor je huis betaalt.</content>
            
            <updated>2025-10-06T10:19:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[37 procent meer stoppers dan starters in de landbouwsector]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/37-procent-meer-stoppers-dan-starters-in-de-landbouwsector" />
            <id>https://vilt.be/57997</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2024 startten in het Vlaamse en Brusselse Gewest 675 ondernemingen met landbouwactiviteiten, terwijl 926 ermee ophielden. Dat blijkt uit cijfers van Statistiek Vlaanderen. Het aantal stoppers lag bovendien 21 procent hoger dan een jaar eerder.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="opvolging" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/de93825d-ed20-4e8c-92c1-80f1ce3715b6/full_width_boerderijlandbouw.jpg</image>
                                        <content>675 startersIn het Vlaamse en Brusselse Gewest startten vorig jaar 675 ondernemingen een landbouwactiviteit op. De meeste starters kozen in 2024 voor een eenmanszaak (56%), gevolgd door vennootschappen (34%) en verenigingen van natuurlijke personen (10%).Ongeveer een derde van de nieuwe bedrijven specialiseert zich in akkerbouw en een ander derde in veeteelt. Tuinbouw en gemengde bedrijven waren goed voor respectievelijk 13 en 9 procent. Opmerkelijk is dat sinds 2019 steeds meer landbouwers een bedrijf opstarten. Een belangrijke nuance is wel dat niet elke starter altijd een echte nieuwkomer is. Soms worden bestaande bedrijven door administratieve aanpassingen ook als starter meegeteld.926 stoppersSinds 2019 neemt niet alleen het aantal starters toe, ook het aantal stoppers volgt dezelfde trend. In 2024 legden 926 landbouwbedrijven hun activiteiten neer, dat zijn er 161 meer dan een jaar eerder.De meeste stoppers waren eenmanszaken (86%). Ook qua type zijn de verhoudingen vergelijkbaar met de starters: 33 procent akkerbouw, 31 procent veeteelt en 9 procent tuinbouw.De cijfers tonen hoe het landbouwlandschap blijft verschuiven. Hoewel het aantal starters sinds enkele jaren opnieuw toeneemt, blijven er nog steeds meer bedrijven verdwijnen dan erbij komen. Dit jaar waren er 37 procent meer stoppers dan starters.</content>
            
            <updated>2025-10-03T15:55:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Afbouw veestapel leidt indirect tot slechtere waterkwaliteit in Nederland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/afbouw-veestapel-leidt-indirect-tot-slechtere-waterkwaliteit-in-nederland" />
            <id>https://vilt.be/57998</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De afbouw van de veestapel heeft in Nederland een onbedoeld neveneffect op het milieu. Aangezien er minder koeien zijn, wordt er steeds meer blijvend grasland gescheurd in een shift naar akkerbouw, ontdekte het Nederlandse <a href="https://specials.fd.nl/verdwijnend-grasland-het-volgende-landbouwprobleem-over-tien-jaar-kopen-we-akkerbouwers-uit" target="_blank" target="_self">Financieele Dagblad.</a> Niet alleen gaat zo belangrijke koolstofopslag verloren, meer akkerbouw leidt ook tot meer nitraatuitspoeling en uitspoeling van gewasbeschermingsmiddelen, en dus verontreinigd water.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="gras" />
                        <category term="CO2" />
                        <category term="koolstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/292d3e0a-e19d-4e1f-9025-3c5a650bf4f1/full_width_melkkoe-koe-rund-ruben-de-keyzer.jpg</image>
                                        <content>In Vlaanderen is er van een duidelijke shift in grasland naar akkerbouw nog niet echt sprake: zowel het areaal blijvend grasland als akkerland gaan erop achteruit, wat logisch is gezien de steeds grotere druk op het Vlaamse landbouwareaal. In welke mate het verdwenen grasland te wijten is aan een shift naar akkerbouw, is echter niet bekend. Toch is het niet ondenkbaar dat we in Vlaanderen gelijkaardige tendensen zullen zien: als een krimpende of stoppende veeboer zijn weides niet meer nodig heeft, is akkerbouw een logisch alternatief. CO2-captatieIn Nederland brengt het fenomeen alvast nuance in het milieudebat. Melkveehouders uitkopen verlaagt de stikstofuitstoot, maar brengt onbedoeld andere gevolgen mee voor het milieu. Door het omploegen van blijvend grasland komt namelijk de vastgelegde koolstof opnieuw in de atmosfeer terecht als CO2.Verschillende Franse en Belgische studies tonen aan dat onder grasland evenveel koolstof in de bodem kan worden opgeslagen als onder bos. Volgens ILVO kan grasland in Vlaanderen dus een belangrijke rol spelen in de strijd tegen klimaatverandering. Idealiter moet grasland zo lang mogelijk blijven liggen, en liever wordt het begraasd dan gemaaid.Uiteraard heeft de veehouderij ook negatieve gevolgen voor het broeikaseffect. Ongeveer de helft van de broeikasgasuitstoot door landbouw is methaan. Methaan is als broeikasgas vele malen krachtiger dan CO2, al blijft het aanzienlijk korter in de atmosfeer. Methaan blijft slechts tien tot twaalf jaar actief in de lucht, bij CO2 zijn dat honderden jaren. UitspoelingMaar vooral de Nederlandse waterkwaliteit lijdt nu onder de switch van vee naar akkerbouw. Akkerbouwgewassen zoals aardappelen en maïs vragen veel kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen, en in tegenstelling tot gras is er geen permanente bodembedekking om de uitspoeling van nutriënten en pesticiden te verhinderen. Wanneer de akkers kaal zijn in de winter, spoelen de overtollige nitraten en pesticiden gemakkelijker weg van het veld, en komen ze dus terecht in het grond- en oppervlaktewater. In België zijn de waterlopen er slecht aan toe. In het waterrapport van de Europese Commissie haalt nul procent van ons oppervlaktewater alle parameters om in een goede chemische toestand te verkeren. Beleidsmaatregelen zoals MAP7 moeten ervoor zorgen dat de uitspoeling van akkers wordt verminderd.Dit neveneffect van de afbouw van de veestapel zet in Nederland kwaad bloed bij milieuorganisaties. Rond de Peel, in Noord-Brabant en Limburg, pleit werkgroep ‘Behoud de Peel’ al jaren voor een afbouw van de veehouderij in eigen streek. Dat is ook effectief gebeurd. Vele boeren hebben hun vee omgeruild voor intensieve akkerbouw, met alle gevolgen voor het landschap. De actiegroep protesteert nu om ook de akkers te laten verdwijnen. Het Financieele Dagblad kopt schamper dat Nederland binnen tien jaar ook akkerbouwers zal mogen uitkopen.</content>
            
            <updated>2025-10-06T09:09:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Staking bij Clarebout Potatoes: personeel wil meedelen in miljardendeal]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/staking-bij-clarebout-potatoes-personeel-wil-meedelen-in-miljardendeal" />
            <id>https://vilt.be/57999</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het personeel van aardappelverwerker Clarebout Potatoes legde donderdag en vrijdag het werk neer. Nu het West-Vlaamse bedrijf voor een miljardenbedrag verkocht is aan het Amerikaanse Simplot, eisen de werknemers een eenmalige premie voor hun jarenlange inzet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5f053a93-a1ab-4435-a9f4-50afbca10c54/full_width_oogstaardappel-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>De staking begon donderdag bij alle vestigingen van Clarebout Potatoes. Samen werken er zo’n 3.000 mensen op de sites in Nieuwkerke, Waasten, Moeskroen en het Franse Duinkerke. Door de staking werd de productie aangepast in functie van het beschikbaar personeel.De aanleiding tot de staking is het ongenoegen over de verkoop van het bedrijf aan het Amerikaanse Simplot. Het exacte bedrag is niet gekend, maar er circuleren bedragen van twee tot vier miljard euro. De werknemers willen een deeltje van de koek, omdat ze het bedrijf mee hebben opgebouwd, zo argumenteren ze.De directie bood uiteindelijk een premie van 500 euro aan, maar dat vinden de werknemers onvoldoende. Hoeveel ze precies vragen, is niet bekend, maar de directie heeft tot nu toe geen nieuw bod gedaan. “Wij hebben tot nu toe nog niets gehoord van de werkgever. Wij wachten op een signaal, maar zolang dat er niet komt, staken wij voort,” aldus Lars Decock van het Algemeen Christelijk Vakverbond.</content>
            
            <updated>2025-10-03T15:43:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU-Raad schaart zich achter nieuwe bodemrichtlijn, maar milieuorganisaties vinden die te vrijblijvend]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/natuurorganisaties-kritisch-over-europese-bodemrichtlijn-geen-bindende-doelstellingen" />
            <id>https://vilt.be/58000</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Raad heef haar fiat gegeven voor de nieuwe richtlijn bodemmonitoring. De EU wil tegen 2050 gezonde bodems realiseren in heel Europa en deze nieuwe richtlijn moet dat garanderen. Maar er komt forse kritiek van milieu- en natuurorganisaties op de richtlijn. "Er zijn wel verplichtingen voor monitoring en verslaggeving, maar niet voor verbeteringsdoelstellingen die wettelijk afdwingbaar zijn", klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bodem" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fd31c5ee-2bb9-4512-817b-de1e6efe6ec9/full_width_bodemwateroverlast-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Met de nieuwe richtlijn wil Europa een beter beeld krijgen van lokale bodems. Het idee van zo&#039;n richtlijn kwam er in 2021 toen de de Europese Commissie een nieuwe bodemstrategie aannam, als onderdeel van de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030. Het doel is dat alle bodems in de EU tegen 2050 in goede staat zijn. Maar er ontbrak specifieke EU-wetgeving om bodemdegradatie aan te pakken. Daarom kwam de Commissie in 2023 met een voorstel voor de richtlijn Bodemmonitoring.Volgens de nieuwe richtlijn, zoals hij is goedgekeurd door de Raad, zullen de lidstaten hun bodem moeten monitoren en verslag uitbrengen aan de Commissie en het Europees Milieuagentschap over de toestand van de bodemgezondheid, het ruimtebeslag en mogelijke verontreinigde locaties. Er zullen ook stappen genomen worden om stoffen als PFAS, gewasbeschermingsmiddelen en microplastics in de bodem te monitoren, zo is er afgesproken. Details over de frequentie, datakwaliteit, verplichting tot actie na monitoring, enz. zijn nog onderwerp van onderhandelingen. Wel is geweten dat Europa de data van de lidstaten zal koppelen aan niet-bindende streefwaarden.Volgens de Raad van Europa is de richtlijn een belangrijke stap naar gezondere en veerkrachtige bodems en essentieel voor voedselzekerheid, schoonwater en het milieu. &quot;Gezonde bodems zijn cruciaal voor het behalen van de klimaatdoelstellingen, het tegengaan van woestijnvorming en bodemdegradatie en het behoud van biodiversiteit en de volksgezondheid&quot;, klinkt het. Bodemdegradatie verergert op veel plekken door niet-duurzaam landbeheer, verontreiniging en overexploitatie. In combinatie met extreme weersomstandigheden door klimaatverandering wordt dit proces versneld. &quot;Te vrijblijvend&quot;Dat deze richtlijn een belangrijke stap is richting gezonde en veerkrachtige bodems, daar zijn milieu- en natuurorganisaties het niet mee eens. Ze hekelen dat er geen verplichtingen komen om een bepaalde bodemkwaliteit te behalen binnen een vast tijdsbestek. Ze vragen zich af hoe doeltreffend dit allemaal zal zijn. Het European Environmental Bureau (EEB), een groot Europees netwerk van milieuorganisaties, is van mening dat de vooropgestelde ambities te laag liggen en dat er wettelijk bindende doelstellingen en bodemgezondheidsplannen ontbreken.“Door van de lidstaten niet te eisen dat zij duurzame bodembeheerpraktijken vaststellen en uitvoeren, en door gemeenschappelijke beginselen voor bodembeheer te schrappen, slaagt de wet er niet in een weg te banen naar een echte verbetering van de bodemgezondheid”, communiceert EEB nog over de nieuwe richtlijnen.Volgens EEB worden er ook te weinig stappen genomen om open ruimte te vrijwaren. Het toepassingsgebied is beperkt tot bodemafdekking en -verwijdering. Er is dus geen sprake van maatregelen voor de doelstelling van de bodemstrategie om tegen 2050 geen netto landgebruik meer te hebben.Ook Natuurpunt is ontevreden met wat Europa nu voorlegt. “Deze wet dreigt de aanhoudende bodemdegradatie - meer dan 60 procent van de Europese bodems zijn in slechte staat - louter te monitoren in plaats van die actief om te keren. Weetje bij dit alles: de Vlaamse landbouwbodems horen tot de meest gecompacteerde van heel Europa. Net bij ons is dus dringend actie nodig om voedselzekerheid te garanderen”, zegt de organisatie in een reactie.Dat de bodem in Vlaanderen zo verdicht is, is onder meer te wijten aan zware landbouwmachines. Bij bodemverdichting worden bodemdeeltjes samengedrukt, waardoor de ruimte voor water en lucht vermindert. Stemming voor einde van het jaarHet Europees Parlement zal naar verwachting in de komende weken zijn eindstemming houden. Vanaf de inwerking­treding van de richtlijn hebben de lidstaten drie jaar om deze in nationale wetgeving om te zetten.</content>
            
            <updated>2025-10-03T18:46:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns: “Impact handelsdeal VS op Vlaamse landbouw eerder beperkt”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-impact-handelsdeal-vs-op-vlaamse-landbouw-eerder-beperkt" />
            <id>https://vilt.be/58001</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een eerste analyse van het handelsakkoord met de Verenigde Staten toont slechts een beperkte impact voor de Vlaamse landbouw en voedingsindustrie. Dat zei Vlaams minister Jo Brouns (cd&amp;v) in de landbouwcommissie. Soja en maïs vallen volgens hem alvast niet onder het handelstarief van 15 procent omdat het om grondstoffen gaat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="export" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a721a8d1-845e-482a-b558-0676e5ae20b0/full_width_amerikaanse-vlag-belgische-vlag-vilt.png</image>
                                        <content>Twee maanden geleden sloot de Europese Unie een handelsakkoord met de Verenigde Staten. Daarbij werd aangekondigd dat veel Europese exportproducten een invoertarief van 15 procent zullen krijgen, voor een aantal landbouwgoederen zou wel een vrijstelling voorzien zijn. Al is het nog niet volledig geweten welke producten dat zijn, onder meer omdat er nog onderhandelingen lopen.Volgens de overkoepelende Europese landbouworganisatie Copa-Cogeca is de handelsdeal een “een strategische fout die de eigen boeren, landbouwcoöperaties en plattelandseconomieën van de EU ondermijnt”. “Terwijl de VS nieuwe voordelen plukt, worden EU-producenten geconfronteerd met nieuwe hoge tarieven op belangrijke exportproducten”, stelde de organisatie scherp bij de bekendmaking van de deal. “Uiterst schadelijk voor een sector die al onder druk staat door stijgende kosten, regelgeving en toenemende wereldwijde concurrentie.” In de landbouwcommissie wilden Vlaams parlementsleden Stijn De Roo (cd&amp;amp;v) en Lydia Peeters (Open Vld) van minister Brouns weten welke impact hij verwacht op de Vlaamse landbouw, voedingsindustrie en landbouwmachinebouw.Op basis van een eerste analyse zou de impact op de Vlaamse landbouw en voedingsindustrie eerder beperkt zijn en zou er volgens Brouns rekening gehouden zijn met de defensieve belangen binnen de landbouwsector. “Ook de Europese toegevingen voor voedingsproducten lijken aanvaardbaar, omdat het vooral om Europese export gaat”, aldus Brouns. Soja en maïs vallen volgens hem niet onder het algemene handelstarief van 15 procent, omdat het om grondstoffen gaat.Voor de tarieven en de impact op Vlaamse producenten van landbouwmachines had de minister nog geen inschatting. Hij gaf ook aan later te bekijken hoe sectoren die toch getroffen worden, ondersteund kunnen worden.</content>
            
            <updated>2025-10-05T13:41:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Open Vld wil debat over modernisering van standstill-principe in de Grondwet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/open-vld-wil-debat-over-modernisering-van-standstill-principe-in-de-grondwet" />
            <id>https://vilt.be/58002</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Open Vld-Kamerlid Steven Coenegrachts vraagt een debat in de Kamer over het zogenaamde standstill-beginsel uit artikel 23 van de Grondwet. Dat principe bepaalt dat het beschermingsniveau van sociale of milieurechten niet mag dalen, maar volgens Coenegrachts verlamt het vandaag de slagkracht van de overheid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/35b4a826-bad6-4f11-abae-d6506f5a5e35/full_width_productief-landschap-reo-onderzoeksserre-tim-van-de-velde.jpg</image>
                                        <content>Het voorstel van Coenegrachts komt er na het eindrapport van de expertencommissie die door de Vlaamse regering werd aangesteld om concrete aanbevelingen te formuleren om de vergunningverlening in Vlaanderen terug vlotter te trekken. In dat rapport stelt de commissie dat de strikte toepassing van het standstill-beginsel een structurele hinderpaal vormt voor doeltreffend beleid. De experten pleiten daarom voor soepeler standstill-beginsel. Het gaat niet om rechten afbouwen, maar om evenwicht te brengen tussen bescherming en slagkracht &quot;Hervorming is democratische noodzaak&quot;&quot;De vrijheid om beleid aan te passen aan de noden van vandaag is een democratische noodzaak&quot;, zegt Steven Coenegrachts. &quot;Wanneer bescherming verwordt tot verlamming, ondermijnt dat niet de rechtszekerheid, maar de hervormingskracht van ons land&quot;. Volgens Coenegrachts duiken de gevolgen op in dossiers zoals stikstof, de financiering van zorg voor personen met een handicap en sociale tegemoetkomingen.De Open Vld&#039;er vraagt in een brief aan commissievoorzitter Philippe Goffin dat de Commissie Grondwet hoorzittingen organiseert met experten en bereidt een grondwetsherziening voor. &quot;Het gaat niet om rechten afbouwen, maar om evenwicht te brengen tussen bescherming en slagkracht. De overheid moet kunnen bijsturen zonder juridisch drijfzand&quot;. &quot;Cruciale bescherming gaat verloren&quot;Bond Beter Leefmilieu en Groen hebben zich meteen gekant tegen een soepeler standstill-principe. “Dit principe is een hoeksteen van het Europese milieurecht”, zei Groen-parlementslid Mieke Schauvliege. “Door dit uit te hollen verliezen we een cruciale bescherming. Dit is ronduit een ramp voor de milieubescherming in Vlaanderen.”</content>
            
            <updated>2025-10-06T12:42:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zij-instromer profiteert van hotelopleiding en start hoevewinkel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zij-instromer-profiteert-van-hotelopleiding-en-start-hoevewinkel" />
            <id>https://vilt.be/58003</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bjorn Verstraete stapte zes jaar geleden als zij-instromer in de landbouw, nadat hij het melkveebedrijf van een aangetrouwd familielid in Nieuwpoort overnam. Omdat een uitbreiding van de veestapel door het stikstofbeleid niet haalbaar is, kiest hij samen met zijn vrouw Yasmine voor een nieuw pad: binnenkort openen ze hun eigen hoevewinkel. “Daarbij komt mijn opleiding aan de hotelschool goed van pas,” vertelt de boer.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/f2fce579-722c-4cc5-91e2-6a6866a20ffd/full_width_hoeve-verstraete.jpg</image>
                                        <content>“Open 10 oktober”, staat er met grote letters op de hoevewinkel van Born en Yasmine Verstraete-Vandenberghe in Nieuwpoort. De winkel is gelegen aan de rotonde aan de N355 met de afslag Calais aan bij de ene kant en de afslag Brugge/Brussel aan de aan de andere kant. “Een strategische ligging voor een hoevewinkel”, beaamt Bjorn Verstraete.De 30-jarige ondernemer stapte in 2019 in het melkveebedrijf van een aangetrouwd familielid en gespreid over vijf jaar kwam de overname van het melkveebedrijf tot stand. “Ik ben niet van boerenkomaf. Ik heb zes jaar hotelschool gestudeerd, maar ik was veel liever tussen te dieren dan op de schoolbanken. Ik hielp regelmatig mee op dit bedrijf”, verklaart Verstraete zijn overstap naar de landbouw. Meer tijd voor hoeveverkoop door robotSinds een jaar is ook zijn vrouw Yasmine Vandenberghe officieel mee in het bedrijf gestapt. “Zij komt uit een landbouwersfamilie: haar ouders zijn melkveehouders,” vertelt Bjorn. De West-Vlaming melkt zo’n 130 koeien en doet dat sinds twee maanden met een melkrobot. “De robot geeft ons meer flexibiliteit en bespaart heel wat arbeidsuren. Vroeger waren we bijna zes uur per dag bezig met melken,” zegt hij.De investering in de robot past in het bredere plaatje van de hoevewinkel die sinds mei in aanbouw is. “In principe neem ik de winkel op mij, maar nu kan Bjorn op drukke dagen ook inspringen,” vult Yasmine aan. Zij krijgt daarnaast ook hulp van twee medewerkers.Met de hoevewinkel willen de ondernemers hun bedrijf verder laten groeien, iets wat via de landbouw zelf momenteel niet mogelijk is. “Door het stikstofdecreet kunnen we ons aantal dieren niet uitbreiden. Daarom zijn we op het idee van een hoevewinkel gekomen,” legt Bjorn uit.Daarnaast besteedt hij het landwerk uit aan loonwerkers. “Net zoals de schoolbanken, is een tractor niks voor mij,” lacht hij. Kennis hotelschool komt van pasWat wel past in zijn plaatje is een hoevewinkel. Dankzij zijn opleiding aan de hotelschool in Brugge beschikt Bjorn over de nodige kennis van hospitality, marketing en voedselbereiding. In de winkel verkopen ze ijs en andere zuivelproducten van eigen melk. “Maar we willen een ruim aanbod voorzien met ook groenten, fruit, vlees en bereide gerechten, zodat klanten hier terechtkunnen voor al hun boodschappen,” vertelt Bjorn.Enkele dagen voor de opening straalt hij vooral enthousiasme en vertrouwen uit. “Wat is er nu leuker dan je eigen producten verwerken en rechtstreeks aan de consument verkopen?” glimlacht hij.</content>
            
            <updated>2025-10-07T14:44:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Stikstofreductie: keuze voor koecomfort en arbeidsgemak breekt melkveehouder zuur op]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/melkveehouder-in-de-pas-problemen-door-te-grote-stal" />
            <id>https://vilt.be/58004</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met nog drie maanden te gaan tot rundveehouders moeten voldoen aan verplichting om hun stikstofuitstoot met vijf procent te reduceren, weet de West-Vlaamse melkveehouder Pieter Obin&nbsp;niet wat hij moet doen. Bij de nieuwbouw van zijn stal zes jaar geleden voorzag hij veel ruimte voor zijn koeien. Dat komt hem nu duur te staan. “Het besmeurbare oppervlak in mijn stal ligt boven de 5,5 vierkante meter per dierplaats waardoor bijna alle gekende stikstofreducerende maatregelen niet geschikt zijn.”&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/756c3ce4-712b-42f0-833c-673c1b6c5cc1/full_width_pieter-obin.jpg</image>
                                        <content>We ontmoeten melkveehouder Pieter Obin (37)&amp;nbsp;op zijn gemengd melkvee- en varkensbedrijf in Diksmuide als hij op de mengvoerwagen de droogstaande koeien voedert. Het voederen is één van de meest arbeidsintensieve onderdelen van de melkveehouderij sinds hij in 2019 overschakelde naar robotmelken. Met de bouw van een nieuwe melkveestal in 2019 steeg de melkveestapel naar 145 koeien, goed voor twee robots.Arbeidsgemak als leidraadOok bij de inrichting van de melkveestal is rekening gehouden met het arbeidsgemak. “Wij hebben daarom bewust gekozen voor gestuurd koeverkeer, wat een speciale stalinrichting vereist”, zegt hij. Een selectiehek met individuele koeherkenning beslist of de koe moet gemolken worden en dus gestuurd wordt richting de wachtruimte voor de melkrobot. Als de koe nog niet moet gemolken worden, stuurt het selectiehek haar terug naar de stal.“Hiermee voorkomen we het probleem dat koeien handmatig naar de robot moeten geleid worden. Dat scheelt een hoop tijd”, vertelt Obin die sinds vorig jaar ook voorzitter is van Dierengezondheidszorg Vlaanderen&amp;nbsp;(DGZ). Om gestuurd koeverkeer mogelijk te maken, is een wachtruimte voorzien, een aantal extra hekkens en ook een separatieruimte voor koeien die extra aandacht nodig hebben.&amp;nbsp;De extra kosten voor de veestal nam hij voor lief. Koecomfort versus stikstofuitstootHet is deze extra ruimte en de wachtruimte bij de robot die de melkveehouder nu duur komt te staan. Net als alle rundveehouders in Vlaanderen moet hij tegen eind dit jaar vijf procent stikstof reduceren op stalniveau. Veel boeren lossen dit op door een mestrobot te plaatsten, een maatregel die goed is voor 10 tot 15 procent stikstofreductie. “Maar in mijn geval is dat niet mogelijk omdat mijn besmeurbare oppervlakte 6 tot 6,5 vierkante meter per koeplaats is, terwijl er maar 5,5 vierkante meter per koeplaats is toegestaan bij deze maatregel”, legt hij uit.&amp;nbsp;Het maximaal besmeurbare oppervlak werd bij de opmaak van de zogenaamde PAS-fiches (2015-2021) vastgelegd op 5,5 vierkante meter&amp;nbsp;in overeenstemming met de Nederlandse fiches. “Het meetrapport van ILVO, waar 4 verschillende praktijkstallen werden doorgemeten, geeft aan dat de emissies toenemen bij een toenemend besmeurbaar oppervlakte”, aldus Sander Herinckx, consulent emissies bij Boerenbond. Hij voegt eraan toe: &quot;De 5.5 m² besmeurbare oppervlakte houdt geen rekening met moderne stallen waar ruimer gebouwd wordt omwille van nieuwe inzichten in stalinrichting, aangepast managent en dierenwelzijn. Meer ruimte voor de koeien betekent een verhoogd koecomformt.&quot;  Robotmelken beperkt mogelijkhedenHet besmeurbare oppervlak omvat de ruimte waar de koeien kunnen lopen, de loopgangen, de doorsteken en de wachtruimte. De wachtruimte telt niet mee als deze bijvoorbeeld kan worden afgesloten zodat de melkkoeien er tussen de melkbeurten geen toegang tot hebben. Bijkomend moet er een dichte vloer gelegd worden en moet deze na elke melkbeurt gereinigd worden.  “In mijn geval is dat niet mogelijk omdat wij 24 uur per dag melken”, aldus Obin.&amp;nbsp; Voor de enige optie die overblijft, moeten we alle openingen zoveel mogelijk dichten, terwijl wij gekozen hebben voor een melkveestal met open karakter Ook de voederstoep wordt niet meegerekend bij het met mest besmeurd​​​e oppervlak. Het gaat daarbij om een stoepje, een betonnen rand, aan het voederhek. “Sommige melkveehouders kunnen een dergelijk stoepje aanleggen om zo onder de 5,5 vierkante meter&amp;nbsp;per koeplaats te komen, maar ook dat is in mijn geval onmogelijk omdat de koe zo hoger komt te staan dan niveau van het voer in de gang.”Ook andere maatregelen op de PAS-lijst, die de voorwaarde van 5,5m² niet hebben, zijn om deze reden niet voor hem weggelegd. Ook beweiding is in zijn geval praktisch onhaalbaar. “Dat is niet te combineren met een melkrobot. In dat geval moet de stal zoveel uren per dag leeg staan en bij ons is er altijd in- en uitloop van koeien die 24 uur per dag gemolken worden”, legt hij uit.De enige optie die overblijft op de PAS-lijst, is een chemische luchtwasser. “De werking daarvan is bewezen en ook wij hebben er positieve ervaring mee bij onze varkensstallen. De voorwaarde hier is het creëren van een onderdruk in de stal, waardoor alle openingen zoveel mogelijk dicht moeten, terwijl wij gekozen hebben voor een melkveestal met een open karakter. Bovendien kunnen onze koeien tijdens de zomermaanden vrij kiezen of ze naar buiten willen of binnen blijven, wat met een luchtwasser niet kan.” &quot;Brussel moet wakker worden&quot;Met nog drie maanden te gaan, is Obin&amp;nbsp;nog niet ten einde raad. De West-Vlaming heeft hoopt dat de Boerenbond- en ABS-lobby zijn vruchten afwerpt. De landbouworganisaties pleitten vorige week nog voor een uitstel van de PAS-maatregelen omdat er voor bepaalde bedrijven geen geschikte maatregelen bestaan. “Het zou toch niet mogen dat veel rundveehouders buiten hun schuld om in de problemen komen doordat er geen maatregelen bestaan”, aldus Obin.De boer blijft ook nog hopen dat de voorwaarde van de besmeurbare oppervlakte van tafel gaat. Obin heeft zijn zaak voorgelegd aan de&amp;nbsp;bevoegde instanties die dit met het WeComV besproken hebben. HIj wacht nog op een reactie. “Laat we hopen dat men daar in Brussel wakker wordt en ons geen onhaalbare maatregelen oplegt die ons veel pijn doen.”Voor Obin bestaat de enige optie vandaag erin om zijn veestapel te reduceren. “We zouden een deel van het jongvee nog kunnen laten beweiden, maar met het reductiepercentage dat we hiermee halen, moeten we toch nog vijf tot zes melkkoeien wegdoen, maar dan komt ons financieringsplaatje in het gedrang. Dat is berekend op een veebezetting van 150 koeien”De melkveehouder benadrukt dat de uitdagingen op korte termijn over vijf procent stikstofreductie gaan. Tegen 2030 moet er nog eens bijkomend 20 procent gereduceerd worden. “Tegen 2030 zou ik intern kunnen salderen door minder varkens te houden. Als dat de enige optie is om te voldoen aan de 25 procent reductie bij mijn melkvee, zonder dat ik het aantal runderen moet verminderen, zegt dit veel over de praktische inpasbaarheid van het stikstofdecreet”, besluit hij. Veestapel reduceren leidt automatisch tot groter besmeurbaar oppervlakVolgens Herinckx van Boerenbond kan de theorie van &#039;besmeurbaar oppervlak&#039; ook tegen 2030 voor heel wat problemen zorgen. “Wanneer rundveehouders tot een reductie moeten komen van 25 procent in 2030, zullen een aantal onder hen zowel moeten kiezen voor een vermindering van de veestapel als voor een stikstofreducerende techniek. Maar als je het aantal dieren beperkt, wordt de kans groter dat je tegen de ondergrens van het besmeurbaar oppervlak aanloopt, waardoor verschillende stikstofreducerende technieken niet meer in aanmerking komen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-07T13:48:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[SALV: “Visserij verdient haar plaats in de mariene ruimte”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/salv-visserij-verdient-haar-plaats-in-de-mariene-ruimte" />
            <id>https://vilt.be/58005</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse visserijsector zet volop in op verduurzaming en innovatie. Om deze inspanningen te erkennen en te ondersteunen, pleit de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) voor een evenwichtig en geïntegreerd marien ruimtebeleid, zowel binnen de EU als bij derde landen. Het doel is duidelijk: zoveel mogelijk ruimte vrijwaren voor visserij, terwijl andere mariene functies zoals energieproductie en natuurbehoud ook hun plaats krijgen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ec8add50-f553-4c9d-a0ec-f01573a8d011/full_width_passievevisserijpot-ilvo2.jpg</image>
                                        <content>Technologische innovatie en databeheer creëren kansen voor meervoudig ruimtegebruik, waarbij visserij kan samengaan met andere functies op zee. Momenteel erkent het marien ruimtelijk beleid deze mogelijkheden onvoldoende en worden steeds meer gebieden volledig afgesloten voor visserij. Om dit te vermijden, adviseert SALV bestaande samenwerkingsfora, zoals het Greater North Sea Basin Initiative (GNSBI), te gebruiken én te verbeteren. Systematische coördinatie tussen lidstaten en stakeholders voorkomt versnippering en tegenstrijdige maatregelen, wat cruciaal is voor een sector die vaak grensoverschrijdend actief is en bijdraagt aan voedselzekerheid, aldus SALV.Drie prioriteiten voor een evenwichtig beleidVanuit visserijperspectief vraagt de adviesraad om:Cumulatieve impactbeoordelingDe ruimtevraag van energie, blauwe economie en mariene bescherming moet worden afgewogen tegenover de rol van visserij in de voedselvoorzieningsketen en de Europese voedselstrategie.Genuanceerde mariene beschermingTechnologische innovatie en precisievisserij maken gecontroleerde toegang mogelijk tot kwetsbare gebieden, waarbij bodemberoerende visserij wordt vermeden zonder volledige sluiting. Voorbeelden zoals de proefprojecten NoriVis en PreciVis bieden waardevolle inzichten voor een duurzame aanpak.Ruimte-efficiënte offshore energieHernieuwbare energie-installaties moeten zo worden ingepland dat ze de minste verstoring veroorzaken voor visserijgebieden en het marien milieu. Natuurinclusief ontwerp en afstemming binnen een EU-breed marien ruimtelijk plan zijn hierbij essentieel.Volgens SALV kan zo de Vlaamse visserij duurzaam blijven werken, bijdragen aan voedselzekerheid én tegelijk ruimte bieden voor andere functies op zee. “Onze innovatie en precisie verdienen erkenning, anders dreigt een toekomst waarin visserij steeds verder naar de marge wordt gedrukt,” waarschuwt de adviesraad.</content>
            
            <updated>2025-10-06T16:15:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aldi stopt met biopompoenen: bioboer uit Deftinge moet op zoek naar alternatieve afzet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bioboer-verliest-afzet-aan-aldi-kwijt-en-blijft-achter-met-20000-kilogram-pompoenen" />
            <id>https://vilt.be/58006</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Guy Depraetere, bioboer in Deftinge, verwacht een groot deel van zijn pompoenenopbrengst niet te kunnen vermarkten. Nadat hij het zaadgoed gekocht had, annuleerde Aldi de jaarlijkse bestelling van biopompoenen, omdat zij volgens Depraetere overgestapt zijn op gangbare pompoenen. Door het organiseren van opraapdagen voor het publiek hoopt hij een deel van zijn biologische pompoenen alsnog te kunnen verkopen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="seizoensgroente" />
                        <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8de0f0c6-e0e1-4644-8758-bde7949c75d3/full_width_guy-pompoenenraapdag.jpg</image>
                                        <content>Guy Depraetere teelt samen met zijn zoon sinds vier jaar biologische pompoenen voor de supermarktketen Aldi. Het contact met Aldi loopt niet rechtstreeks, maar gaat via een groothandel als tussenschakel. In het voorjaar informeerde de bioboer meermaals naar de plannen voor dit jaar, maar de groothandel kon geen uitsluitsel geven. “Uiteindelijk hebben we dan besloten zaaigoed te bestellen, goed voor een kost van 5.500 euro.” Bio steeds meer onder druk in supermarktKort na de ontvangst van het zaaigoed volgde het nieuws dat Aldi niet langer biologische pompoenen zal afnemen. “Blijkbaar schakelen ze opnieuw over naar gangbare pompoenen. Zo kunnen ze beter concurreren met de andere warenhuisketens”, aldus Depraetere. Volgens hem is dit symptomatisch voor bio, dat steeds vaker onder druk komt te staan. “Op papier klinkt het allemaal mooi, maar als het erop aan komt, kiezen consumenten voor hun portemonnee.”Aldi bevestigt de verminderde consumenteninteresse in bioproducten. “We zien de laatste jaren dat de vraag naar bio daalt. Dat heeft ons doen besluiten om ons aanbod aan te passen waar nodig.” De supermarktketen benadrukt dat het aanbod biologische producten de afgelopen jaren vrij stabiel is gebleven, maar dat de biopompoenen uit de rekken zijn gehaald. Vorig jaar bestond het Belgische pompoenaanbod nog uitsluitend uit biologische exemplaren.  Meer dan 20 ton opbrengst per hectareGuy Depraetere besloot het zaaigoed alsnog te benutten en zaaide zes hectare is. De voorbije weken heeft hij er alles aan gedaan om toch nog afzet te vinden voor de biologische pompoenen, maar daar is hij maar ten dele in geslaagd. “Het is niet eenvoudig om last minute nog afzet te vinden, de meeste supermarkten hadden al contracten afgesloten. Bovendien heeft niet elke keten interesse in bioproducten.&quot;Dat betekent dat Depraetere nu met een berg pompoenen zit. “We hebben zo’n 70 ton binnen liggen en 20 ton staat nog op het veld”, aldus de boer. Doordat het een groeizaam jaar was, lag de opbrengst dit jaar hoger dan in andere jaren. “Normaal halen we zo’n 16 tot 18 ton van een hectare. Dit jaar meer dan 20.” Opraapdagen als laatste redmiddelAls laatste redmiddel is de boer een publieke actie begonnen. “De komende weekends organiseren we opraapdagen voor onze pompoenen. Mensen krijgen een aardappelnet mee en kunnen dat vullen met pompoenen.” Het eerste weekend was alvast een succes en verkocht Depraetere 150 netzakjes aan 5 euro.Toch vreest hij dat hij op deze manier niet voor alle pompoenen een afzetmarkt zal vinden. “Wat er overblijft, zullen we over&amp;nbsp;het land moeten rijden en inwerken.” Hij schat de kostenpost op 6.000 euro per hectare. Vooral de oogst is een grote kostenpost. “Er worden in Nederland wel machines voor ingezet, maar wij doen alles nog met de hand.” Ook aardappelen op overschotNiet alleen voor de pompoenen zit de bioboer met een overschot. Ook zijn biologische aardappelen brachten door het gunstige weer meer dan 40 procent meer op dan in normale jaren. &quot;Daardoor hebben meer dan 140 ton over. Ook die geraken we aan de straatstenen niet kwijt. Alle aardappelboeren vissen in dezelfde vijver in hun zoektocht naar een afzetmarkt. Door de geslaagde oogst zien we zelfs onze winst wegvloeien&quot;, aldus Depraetere die als voormalig secretaris van ABS nog steeds het aardappelpraatje voor de landbouworganisatie verzorgt. </content>
            
            <updated>2025-10-07T10:57:28+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minder gewasbeschermingsmiddelen, meer zorgen: telers en verwerkers getuigen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minder-gewasbeschermingsmiddelen-meer-zorgen-telers-en-verwerkers-getuigen" />
            <id>https://vilt.be/58007</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tachtig procent verlies op één oogst: bioboer Bert Toetenel weet hoe dat voelt. Zijn peren werden vorig jaar zwaar getroffen door perenschurft, een schimmelziekte die steeds moeilijker te beheersen valt. Toetenel staat niet alleen. Ook andere telers en ketenpartners botsen steeds vaker op de grenzen van hun gewasbescherming. “Minder doeltreffende gewasbescherming betekent niet alleen meer risico op misoogsten, maar zet ook de Vlaamse concurrentiepositie onder druk”, klonk het onlangs op een infosessie voor Vlaamse parlementsleden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/789d7bc0-7905-4eed-b414-958f9a9f5292/full_width_peerfruitgewasbescherming-bayerforwardfarming.jpg</image>
                                        <content>Om het beleid een helder beeld te geven van de problemen rond gewasbeschermingsmiddelen, kregen leden van de Vlaamse landbouwcommissie onlangs tijdens een infosessie directe getuigenissen uit de praktijk te horen.“Vorig jaar was zo’n tachtig procent van mijn peren aangetast door perenschurft,” vertelt bioboer Bert Toetenel uit het Vlaams-Brabantse Webbekom. Verkoop op de versmarkt was geen optie meer, waardoor hij ze veel goedkoper moest afzetten in de industrie en een rood jaar optekende. Naast perenschurft zorgt ook de wollige bloedluis voor problemen in zijn boomgaarden. Die plaag verzwakt appelbomen sterk en vermindert de fruitopbrengst. “In sommige boomgaarden moeten de bomen zelfs helemaal gerooid en opnieuw aangeplant worden,” zegt Toetenel.Biologische gewasbescherming maar helft doeltreffendDe strijd tegen ziektes en plagen is in de biologische teelt extra moeilijk, getuigt Toetenel. “De producten die wij als biolandbouwers mogen gebruiken, zijn minder doeltreffend dan de producten uit de gangbare landbouw”, duidt hij. “De werkzaamheid in de gangbare teelten ligt rond de 90 procent, wij hebben een marge van 50 procent of het product aanslaat of niet.” Succes hangt bovendien sterk af van het weer. “Af en toe krijg ik reacties van gangbare collega’s die onze middelen enthousiast uitproberen maar uiteindelijk erg teleurgesteld zijn op het einde van de rit”, aldus Toetenel. De gewasbescherming is voor 60 tot 70 procent effectief, maar consumenten moeten geen prei hebben die voor 30 procent beschadigd is Daar weet Dirk Boeren, een Oost-Vlaamse prei- en slateler alles van: “In mijn preiteelt is trips de grootste kopbreker. De beschikbare middelen halen daar maar een werkzaamheid van 60 tot 70 procent, maar consumenten moeten geen prei hebben die voor 30 procent beschadigd is.” Ook in zijn slateelt ondervindt hij problemen met insectenbestrijding. Daar is het de bladluis die roet in het eten gooit. “Er zijn vandaag niet genoeg middelen voorhanden om de sla in sommige periodes insectenvrij te houden”, aldus Boeren. “Nochtans eisen onze klanten de beste kwaliteit, zij willen geen schade door trips of bladluizen.” Neonics-verbod blijft wringen“Vroeger bood een zaadcoating met neonicotinoïden nog volledige bescherming tegen de bladluis, waardoor spuiten niet nodig was”, herinnert Boeren de parlementsleden. Het gebruik van neonics blijft een gevoelig thema in de sector.“Het verbod was een politieke beslissing,” stelt Erwin Boonen, directeur grondstoffen bij Tiense Suiker. “Zeker in de bietenteelt, waar bijen zelfs niet in contact kwamen met de neonics, is dat moeilijk te begrijpen. Maar intussen voeren we wel Oekraïense suikerbieten in waar de eerste tot de laatste met neonicotinoïden is behandeld. We discussiëren te veel over ‘gevaar’ en te weinig over ‘risico’. Nul risico bestaat niet, we moeten beginnen afwegen wat aanvaardbaar is.” Concurrentiepositie ten grabbelDe landbouwers getuigen aan de parlementsleden hoe het wegvallen van doeltreffende gewasbeschermingsmiddelen en de onbetrouwbaarheid van alternatieven hen veel stress en kopzorgen bezorgt. Een zekere oogst is er niet meer, en dat ondermijnt niet alleen het inkomen van de boer maar ook de Vlaamse concurrentiepositie. “Een afnemer zei me dat hij zijn peren voortaan uit Italië zal halen,” vertelt Toetenel. “Het ongelijke speelveld is nefast voor ons. In onze buurlanden mogen nog middelen gebruikt worden die hier niet meer beschikbaar zijn.” Als deze lijn zich doorzet en steeds meer middelen verdwijnen, zal het bio-areaal krimpen in plaats van groeien, terwijl Vlaanderen net het tegenovergestelde wil Toetenel geeft aan met grote bezorgdheid naar volgend jaar te kijken. Dan mag hij geen koper meer gebruik in zijn biologische teelt. “Dat is nochtans het enige middel tegen aardappelplaag, schurft en kanker in peren- en appelboomgaarden en tegen valse meeldauw in wijngaarden,” legt hij uit. “Als deze lijn zich doorzet en steeds meer middelen verdwijnen, zal het bio-areaal krimpen in plaats van groeien, terwijl Vlaanderen net het tegenovergestelde wil.”Hij kan daarbij de drang naar goldplating niet goed plaatsen. “Binnen EFSA loopt momenteel een grote studie naar koper, waarvan de resultaten in 2027 worden verwacht. Waarom lopen wij vooruit op de zaken en wachten we die conclusies niet af?” Ik hoop dat snel iemand de moed heeft in de politieke wereld om zich achter de intensieve landbouw te scharen op voorwaarde dat het op een zo duurzaam mogelijke manier gebeurt Christophe Vermeulen, CEO van de sectorfederatie van de aardappelhandel en -verwerking Belgapom, deelt die kritiek. “Alles waar we zo goed in zijn in dit land en waar we lang aan gebouwd hebben, geven we nu gewoon weg door te goldplaten: onze knowhow, onze boeren, onze ligging, ons transport, onze efficiëntie. Dit zijn politieke keuzes. Ik hoop dat er snel iemand de moed heeft in de politieke wereld om hiervoor op te komen en duidelijk zegt: ik sta open voor intensieve landbouw als het op een zo duurzaam mogelijke manier gebeurt.”Wildgroei aan commerciële kwaliteitseisenBovenop de goldplating en de strengere wetgeving komen er steeds hogere marktvereisten, merkt teler Boeren op. Hij vraagt zich af of de kwaliteitseisen van afnemers en consumenten nog wel passen bij de nieuwe realiteit waarin hij soms geen gewassen meer kan garanderen die niet (esthetisch) aangetast zijn.“Naast de wettelijke regels rond maximumresidulimieten (MRL’s), fytosanitaire voorschriften en voedselveiligheid krijgen landbouwers ook een heleboel extra eisen opgelegd door retailers,” gaat Luc Vanoirbeek van het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT) hierop verder. “Zo aanvaardt een Duitse grootwarenhuisketen slechts 70 procent van de toegestane MRL’s, terwijl een Franse supermarkt de lat legt op 50 procent. Op deze manier ontstaat, bovenop de strenge wettelijke normen, nog eens een wildgroei aan aparte commerciële kwaliteitseisen.” We moeten blijven vooruitgaan, maar met de voeten in de realiteit &quot;Zorg voor alternatieven voor je uitfaseert&quot;De boodschap aan de landbouwcommissie was helder: landbouwers zetten alles op alles om duurzaam en veilig te produceren, maar hebben daarvoor wel doeltreffende middelen of alternatieven nodig. “Investeer daarom ook in meer onderzoek naar biologische oplossingen en zorg dat ze sneller op de markt kunnen komen”, klinkt het unisono bij de landbouwers.De vraag naar financiële middelen voor onderzoek wordt volgens Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA) gehoord tot in de regering. “Vlaanderen blijft inzetten op onderzoek en ontwikkeling, er zullen geen grote besparingen komen op dat vlak”, aldus Pieters. Het grote issue zit volgens hem eerder in het laatste pleidooi van de landbouwers. “De erkenningsprocedures van nieuwe middelen kan tien jaar duren”, klinkt het. “Dit moet aangepakt worden.” Deze trage doorlooptijd staat volgens hem niet verhouding in met de huidige uitfaseringsrealiteit.En waar Pieters resoluut past om de rol van pleitbezorger voor de agrovoedingsindustrie en duurzame intensieve veeteelt op zich te nemen, iets waar Christophe Vermeulen eerder voor pleitte, klinkt Vlaams parlementslid Bart Dochy (cd&amp;amp;v) genuanceerder. “Agro-industrie klinkt voor velen als een vies woord, maar ze ontstond in de jaren zestig als antwoord op de maatschappelijke vraag van toen. Laat haar nu mee evolueren met de noden van vandaag, zonder ze meteen als iets duivels te bestempelen.” Hij geeft aan de verzuchtingen van de landbouwers op de infosessie zeker mee te nemen naar het Vlaams parlement. “Ik voel dat er een grote bereidheid is onder de landbouwers om zo goed mogelijk en zo weinig mogelijk gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Middelen kunnen dus uitgefaseerd worden, mits er eerst onderzoek is naar alternatieven en duidelijk vaststaat dat uitfaseren ook echt nodig is”, klinkt het.Ook voor Vlaams Belang is het cruciaal dat er genoeg onderzoek gedaan wordt naar de huidige middelen. “Er wordt momenteel te weinig aan risicoanalyse van de huidige gewasbeschermingsmiddelen gedaan”, aldus Vlaams parlementslid Leo Pieters. “Het huidig arsenaal moet beter in kaart gebracht worden.” Daarnaast vindt hij dat we geen producten mogen verbieden zolang we voeding invoeren uit derde landen die wél met die middelen behandeld is.Tot slot was ook Vooruit aanwezig op de informatiesessie. Vlaams parlementslid Els Robeyns noemt de getuigenissen waardevol. “Het werd duidelijk dat theorie en praktijk soms nog iets te ver uit elkaar liggen. Boeren doen al veel om het gebruik te beperken, maar het moet voor hen ook nog mogelijk zijn om kwaliteitsvolle producten af te leveren die iets opbrengen. We moeten blijven vooruitgaan, maar met de voeten in de realiteit”, besluit ze.</content>
            
            <updated>2025-10-09T08:33:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Moeskopperij blijft een plaag voor landbouwers: “Als je ze niet op heterdaad betrapt, kan je weinig doen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/moeskopperij-blijft-een-plaag-voor-landbouwers-als-je-ze-niet-op-heterdaad-betrapt-kan-je-weinig-doen" />
            <id>https://vilt.be/58008</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Van een geplukte appel tot een koffer vol ajuinen: moeskopperij of akkerdiefstal blijft een probleem voor veel landbouwers in Vlaanderen. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is het wel degelijk strafbaar om fruit of groenten van iemands veld te stelen. Maar de daders ter verantwoording roepen, ligt vaak moeilijk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="oogst" />
                        <category term="imago" />
                        <category term="wetgeving" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/54096a3a-e0dc-43fc-8407-c99f7dda414e/full_width_boerenkool-moeskopperij-geknipt.jpg</image>
                                        <content>De archaïsche benaming verraadt dat ‘moeskopperij’ zo oud is als de landbouw zelf. Sommigen plukken enkel een appel voor zichzelf of hun kind, anderen laden een hele koffer vol. Boerenbond krijgt geregeld meldingen van wanpraktijken. Woordvoerder Gerrit Budts verwijst naar de veelvoorkomende diefstal van ajuinen. Die liggen vaak nog even te drogen op het veld, waarop mensen stoppen om hun koffer in te laden. “Bij de pompoenen zijn er telers die de eerste drie meter van hun veld kwijt zijn, zeker als dit wat achterin ligt”, zegt Budts. “Andere groenten worden per stuk afgesneden en meegenomen, vergelijkbaar met fruit. Bij witloofwortelen en aardappelen gebeurt het dat mensen na het rooien oprapen wat er achter gebleven is op het veld. Als men een afspraak maakt met de teler, mag dat uiteraard wel.”Budts wijst erop dat ook de ‘onschuldige’ vormen van moeskopperij voelbaar zijn bij fruittelers. “Wie door een boomgaard wandelt en enkele appels plukt staat er misschien niet bij stil, maar die raakt wel aan het inkomen van de landbouwer. Het lijkt weinig uit te maken, maar vele kleintjes maken één groot. We roepen dan ook op om respectvol om te gaan met de oogst, en dus het inkomen, van de landbouwers. Je kan zeker in een naburige (hoeve)winkel terecht om de producten aan te kopen.”“Soms worden er bakken of koffers volgeladen, dan is het duidelijk voor ons een criminele daad, die ook zo vervolgd zou moeten worden”, stelt Budts. Wie door een boomgaard wandelt en enkele appels plukt, staat er misschien niet bij stil, maar die raakt wel aan het inkomen van de landbouwer Uit het strafwetboek, maar nog steeds strafbaarDaar loopt het in de praktijk vaak mis. VILT ging ten rade bij diverse landbouwers over moeskopperij. In veel gevallen werd de politie nooit gecontacteerd, maar wanneer dit wel gebeurt, blijven de gevolgen vaak uit. Dit was ook het geval bij groenteboer Antoon Vanderstraeten van Den Bosbeekhof in Merchtem. “Wanneer het bij mij gebeurde, heb ik de politie gebeld, maar de agent zei me dat moeskopperij niet meer strafbaar is.”Deze agent had het bij het verkeerde eind. Moeskopperij is inderdaad in 2005 als specifiek misdrijf uit het strafwetboek geschrapt, maar dat maakt het niet legaal. Vandaag wordt het eenvoudigweg bestraft als diefstal. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is het dus wel degelijk illegaal om groenten of fruit van iemands erf te nemen.Hageland onderneemt actieDat moeskopperij illegaal is, is wel geweten aan de andere kant van Brussel, in het Hageland. Daar neemt de politie gerichte actie tegen ‘moeskoppers’. Na klacht van fruitboeren bij diverse gemeenten in de streek, patrouilleert de lokale politie nu ook langs de fruitboomgaarden om oogstdieven te ontraden. Met de combi, of te paard langs de weilanden. “Spullen meepakken die niet van jou zijn, dat blijft diefstal”, zegt korpschef Kurt Marcoen. “We kregen soms zelfs melding van wagens die tussen de rijen fruitbomen stonden, klaar om in te laden. Vorig jaar zagen we bij de kersenpluk hoe mensen hele emmers meehadden. Door onze zichtbaarheid te verhogen hopen we dat mensen afgeschrikt worden om zulke feiten te plegen. Maar we zijn ook blij dat de media hierover bericht. Zo komt er hopelijk wat meer bewustzijn rond deze problematiek, en ook meer sociale controle.”Kinderwagen vol oogst geladenVoor Vanderstraeten is moeskopperij een jaarlijks terugkerend gegeven. De landbouwer is journalist in hoofdberoep en beschikt over een bloemen- en groenteakker van 40 are. Het kleinschalige karakter van de boerderij weerhoudt de dieven er niet van om de velden te rooien. “In 2022 stelden we vast dat onze courgetten steevast verdwenen, net als onze pompoenen die verkoopsklaar waren. Op een gegeven moment is ook al onze boerenkool boven de grond afgebroken en verdwenen. Onze zonnebloemen ook, toen en dit jaar. Het komt bij ons voor, maar ook bij de boeren in de buurt. Bij één van onze collega’s is bijna 100 meter aan aardappelen uitgegraven. Er was ook een volledige rij savooikolen verdwenen. Dit jaar waren ze ajuinen aan het uitrijden en nog voor de tractor de straat uit was stond er al iemand klaar op het veld met jutezakken vol, die hij aan zijn fiets heeft gebonden en is weggereden.” Dit jaar waren ze ajuinen aan het uitrijden en nog voor de tractor de straat uit was, stond er al iemand klaar op het veld met jutezakken vol Op zij eigen terrein heeft Vanderstraeten al enkele keren dieven betrapt. Hen aanspreken is één zaak, hen ter verantwoording roepen ligt moeilijker. “Zo zag ik eens twee vrouwen met een kinderwagen tussen mijn zonnebloemen staan. Ik spreek hen aan in het Frans, over hoe men de velden moet respecteren. Ze gaven aan dat ze me begrepen, maar een tweetal uren later zie ik hen wandelen langs ons huis, met hun kinderwagen. Later stel ik vast dat er oogst verdwenen is.”Vanderstraeten deed een oproep voor getuigen op sociale media. De vermoedens werden snel bevestigd. “Binnen het kwartier stuurden twee mensen me berichten dat ze gezien hadden hoe deze vrouwen hun kinderwagen hadden volgeladen met oogst.” Geen bewijs, dus machteloosMelding bij de lokale politie levert niet veel op. “Ik kan niets bewijzen”, zegt Vanderstraeten. “Een andere keer zag ik een man die een hele bundel zonnebloemen mee had. Hij beweerde dat ze een geschenk waren van iemand uit de buurt. Opnieuw: geen bewijs dat hij liegt, dus ik sta machteloos.”De vrouwen met de kinderwagen zijn inmiddels veelplegers op het erf van Vanderstraeten. “Dit jaar zag ik hen opnieuw rond mijn veld. Een paar dagen later waren onze zonnebloemen weg. ‘Je moet ze op heterdaad betrappen’, zegt de politie. Maar dan waarschuwt men ook dat ik er niet aan moet denken een vinger naar hen uit te steken, want de kans is groot dat ik dan zelf een klacht aan mijn been krijg.”“De politie zegt dat ik mijn perceel zou moeten afsluiten, maar dat betekent 10.000 euro aan omheining. En ik geloof niet dat het de mensen zou tegenhouden.” ‘Je moet ze op heterdaad betrappen’, zegt de politie. Maar dan waarschuwt men ook dat ik er niet aan moet denken een vinger naar hen uit te steken, want de kans is groot dat ik dan zelf een klacht aan mijn been krijg Sociale controleMario Vanhellemont, fruitteler in Meensel-Kiezegem, moet eveneens geregeld passanten aanspreken wanneer ze fruit plukken. “Al is het zeker niet zo erg als bij sommige collega’s, van wie de boomgaarden langs drukke fietsroutes lopen. De collega’s in Limburg hebben er meer last van dan ik. Als ik mensen fruit zie plukken, dan spreek ik hen erop aan. Ofwel laten ze het fruit dan staan, ofwel betalen ze het. Maar soms komt men af met excuses, dat men niet zou weten dat dit verboden is, of dat er ‘toch genoeg fruit hangt’. In één geval kwam een jager met de vraag of hij mijn velden mocht betreden om wildtellingen te doen. En dan zie ik hem uit de rij komen met een hele zak peren. Ik heb hem sindsdien verboden om nog het terrein tijdens de pluk te betreden.” Een groenteboer zal het altijd zien als er oogst gestolen is. Maar bij fruitbomen weet je niet hoeveel appels er eigenlijk aan de boom hadden moeten hangen Hoe vaak er precies fruit van de bomen wordt geplukt, kan Vanhellemont onmogelijk zeggen. “Dat is ons nadeel als fruittelers. Een groenteboer zal het altijd zien als er oogst gestolen is. Maar bij fruitbomen weet je niet hoeveel appels er eigenlijk aan de boom hadden moeten hangen.”Locatie lijkt hoe dan ook het beste verweer tegen ‘moeskoppers’. In bioboerderij en -winkel De Wassende Maan in Deinze komt oogstdiefstal slechts zeer zelden voor. “We hebben aardbeien en frambozen voor zelfpluk in het seizoen, maar er gebeurt nooit diefstal in een mate dat het opvalt”, klinkt het. “Hier hebben we natuurlijk altijd een conciërge die de zaken in de gaten houdt. Eén van onze medewerkers heeft ooit een zware oogstdiefstal meegemaakt. Hij had velden op een halfuur rijden van onze winkel. Dat kan je moeilijk in de gaten houden.”Hoeveel oogst er jaarlijks precies verloren gaat in euro, is door de onderrapportering van moeskopperij niet geweten. Wel is het een duidelijk signaal dat bepaalde politiezones dit misdrijf duidelijk ernstig nemen. “Ik weet dat niet iedereen dit eenvoudig vindt, maar als je oogstdiefstal ziet, is het belangrijk om elkaar daarop aan te spreken”, zegt de Hagelandse korpschef Marcoen nog. “Maak duidelijk dat dit niet kan. En als het te gortig is, verwittig dan de politie.”</content>
            
            <updated>2025-10-07T13:15:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Podcast over nieuwe eiwitten, slimme robots en schaarse gronden: waar gaat onze landbouw naartoe?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/podcast-over-nieuwe-eiwitten-slimme-data-en-schaarse-grond-waar-gaat-onze-landbouw-naartoe" />
            <id>https://vilt.be/58009</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wat brengen nieuwe eiwitten en fermentatietechnologie ons? Welke nieuwe generatie plantenveredelingstechnieken zit eraan te komen? Wat met bodemherstellende landbouw? Wat hebben data en robotica ons te bieden? En wat kunnen maatregelen rond water en grond betekenen? In de gloednieuwe podcast ‘Komt het goed met ons eten?’ gaat VILT in gesprek met ILVO-wetenschappers over de toekomst van onze landbouw en voeding.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeding" />
                        <category term="ILVO" />
                        <category term="toekomst" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5c8c10fa-0dc8-4618-821a-493c859ee154/full_width_schermopname-6-10-2025-223210-vimeocom.jpeg</image>
                                        <content>Vanaf vandaag, dinsdag 7 oktober, ligt het boek ‘Het komt goed met ons eten’ van ILVO in de boekhandel. In dat boek beschrijven Joris Relaes en Nele Jacobs de cruciale kantelpunten waar de landbouw en voedingssector voor staan. Tegelijk leggen ze uit welke kansen, nieuwe inzichten en technologische innovaties er voor de deur staan en hoe die ons kunnen helpen om in te spelen op tal van uitdagingen die op de sector afkomen.Vijf afleveringen lang brengt VILT wetenschappers van ILVO naar de podcast-studio voor een boeiend gesprek over deze kantelpunten en kansen. Starten doen we met Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO, en Elke Rogge, wetenschappelijk directeur van de eenheid Landbouw &amp;amp; Maatschappij bij ILVO. Zij gaan dieper in op moeilijkheden die landbouwers ondervinden om voldoende grond in handen te krijgen en te houden om hun bedrijf verder te zetten. Grond als cruciale schakel in bedrijfsvoeringIn Vlaanderen is landbouwgrond immers schaars, duur en steeds vaker onderwerp van concurrentie. Dat heeft gevolgen voor de beschikbaarheid, betaalbaarheid en de kwaliteit van landbouwgrond. Tegelijk blijft grond een cruciale schakel in de bedrijfsvoering van een landbouwbedrijf: het bepaalt of je een vergunning krijgt, hoeveel dieren je mag houden, hoe het zit met je mestafzet, enz.Relaes en Rogge pleiten onder meer voor de oprichting van een observatorium voor de Vlaamse vastgoedmarkt en voor een Vlaamse grondenbank. Want vandaag is het zo dat de grondprijzen al fors zijn gestegen boven hun landbouwkundige waarde. Dat doet nadenken over het eigenaarschap van de grond: moeten landbouwers wel eigenaar zijn van de grond die ze bewerken? We leggen de ILVO-wetenschappers ook de vraag voor of het nog verantwoord is dat landbouwers met hun gezin borg staan voor heel het bedrijf en voor alle investeringen en leningen. De volgende aflevering van de podcast verschijnt op dinsdag 28 oktober.</content>
            
            <updated>2025-10-06T23:07:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoogste EU-aanklager: “In heel Europa subsidiefraude”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoogste-eu-aanklager-heel-europa-fraudeert-met-landbouwsubsidies" />
            <id>https://vilt.be/58010</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De grootschalige fraude met landbouwsubsidies reikt veel verder dan <a href="https://vilt.be/nl/nieuws/griekse-fraude-met-landbouwsubsidies-groter-dan-gedacht-mogelijk-23-miljoen-onterecht-uitbetaald" target="_blank" target="_self">Griekenland</a> alleen. Dat vertelt het hoofd van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) Laura Codruța Kövesi. Subsidiefraude komt volgens Kövesi voor in bijna alle lidstaten, het verschil zit hem vooral in de omvang. De landbouwsubsidies van de Europese Unie zouden een aantrekkelijk doelwit zijn voor corruptie, aangezien ze een derde van de totale EU-begroting uitmaken. Maar het gaat niet alleen landbouwsubsidies. Ook andere subsidievormen, zoals onderwijs- en coronasteun, zijn vaak onterecht toegekend.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9c75bc17-3891-4219-9738-fd120088f106/full_width_laura-kovesi-02.jpg</image>
                                        <content>Europa loopt naar schatting 50 miljard euro (58 miljard dollar) per jaar mis door belasting- en douanefraude. Dat zijn momenteel de meest aantrekkelijke criminele activiteiten in de EU. Dat zei Kövesi op een persconferentie aan de Griekse haven Piraeus. De hoogste Openbaar Aanklager van de EU zegt dat er een hardere aanpak nodig is.De keuze voor Griekenland om de persconferentie te geven, is niet toevallig. Zo kreeg het land een paar maanden geleden nog een boete opgelegd door de Europese Commissie van bijna 400 miljoen euro wegens grootschalig wanbeheer van landbouwsubsidies. Zowat 100 personen zouden zes jaar lang systematisch Europese steun hebben opgestreken voor weilanden die ze niet bezaten of voor landbouwmaatregelen die nooit werden uitgevoerd. Ook de bevoegde Griekse overheidsinstantie wordt aangeklaagd omdat ze ontoereikende controles heeft uitgevoerd.Fraude met landbouwsubsidies neemt niet alleen gemeenschapsgeld weg, het zorgt er ook voor dat deze middelen niet meer terechtkomen bij legitieme landbouwers. Zo zei Kövesi dat ze een brief had ontvangen van een Griekse boer die beweerde dat eerlijke aanvragers werden uitgesloten van EU-fondsen omdat anderen deze bekomen hadden via omkoping. Italiaans fraudenetwerkMaar de fraudezaken stoppen niet aan de Griekse landsgrenzen. In Italië worden 48 personen verdacht van een criminele samenzwering om 20 miljoen aan EU-landbouwfondsen te ontfutselen. Dat meldt de EOM dinsdag. 17,2 miljoen euro aan landbouwsubsidies zijn nu bevroren in het kader van het onderzoek. De &quot;landbouwers&quot; probeerden het GLB-plafond van 500.000 euro per aanvrager van het Landbouwgarantiefonds (ELGF) te omzeilen door de activa van een landbouwbedrijf te verdelen over 12 lege vennootschappen.Binnen datzelfde onderzoek kwam ook aan het licht hoe men steun aanvroeg voor &#039;begrazingsactiviteiten&#039; die nooit hebben plaatsgevonden. Om de schade aan de EU-begroting te compenseren, zijn er naast het bevriezingsbevel van 17,2 miljoen euro ook percelen grond, appartementen en villa&#039;s in beslag genomen en bankrekeningen bevroren. Daarnaast zijn 8.590 basisbetalingsrechten in het kader van het GLB in beslag genomen, ter waarde van vier miljoen euro. Roemeense schapenboeren en corrupte ambtenarenIn Roemenië is er eveneens een georganiseerde fraudezaak aan het licht gekomen. Daar zijn dinsdag vier verdachten, waaronder drie ambtenaren, voor de rechtbank van Timiș aangeklaagd voor een criminele constructie waarmee op frauduleuze wijze 2,2 miljoen euro aan EU-subsidies voor weidegronden is verkregen.Eén van de verdachten is een schapenhouder die een groot landgoed in Roemenië bezit. Volgens het onderzoek heeft hij een criminele constructie opgezet om EU-subsidies te verkrijgen voor weidegronden die niet in aanmerking kwamen voor financiering. Tussen 2018 en 2023 zou de schapenhouder werknemers hebben ingezet om weilanden te identificeren en te pachten die hij niet in eigendom had, en deze te registreren op naam van zijn ouders en een bedrijf dat hij controleerde, om zo op frauduleuze wijze EU-middelen te verkrijgen. Om dit ongemerkt te laten passeren zou hij ook enkele ambtenaren onder de arm hebben genomen. De verdachte heeft zo ongeveer 2,2 miljoen euro aan landbouwmiddelen verkregen. Letse PlattelandsontwikkelingIn Letland is eveneens het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) misbruikt. Het gaat hier om twee landbouwontwikkelingsprojecten, waarbij de bouwwerkzaamheden via fictieve aanbestedingen waren gegund aan bedrijven die heimelijk door de exploitant werden gecontroleerd, wat in strijd is met de aanbestedingsregels. Om de zwendel te verhullen, produceerde de exploitant valse documenten en regelde hij fictieve financiële transacties.Tijdens de procedure werden de verduisterde bedragen terugbetaald aan de Letse dienst voor plattelandsontwikkeling. De veroordeelde exploitant en het begunstigde bedrijf mogen gedurende drie jaar niet deelnemen aan projectoproepen. Deze veroordeling is het resultaat van een schikking op basis waarvan de exploitant werd veroordeeld tot een boete van 75.480 euro. De rechtspersoon werd onderworpen aan een dwangmaatregel van 425.500 euro. Lang niet alleen landbouwsubsidies geviseerdLandbouwsubsidies zijn voor alle duidelijkheid niet het enige doelwit van georganiseerde fraudeurs. In Tsjechië zijn er 280.000 euro aan subsidies, waarvan 85 procent EU-middelen, ontvreemd voor het organiseren van drie zomerkampjes en andere buitenschoolse activiteiten die nooit hebben plaatsgevonden. Een ander geval in Tsjechië betreft een Europese subsidiefraude van 250.000 euro voor de fictieve verbouwing van een schoolkeuken.Zo gaat het door. In Slovenië hebben bedrijven 255.000 euro ontfutseld uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) voor de aanschaf van Covid-19-beschermingsmiddelen. Mondmaskers en ander gerei dat nooit is aangekocht. Werk genoeg dus voor het EOM, want de cases die vermeld worden in dit artikel zijn niet eens een volledige oplijsting van alle zaken waar het Europees Openbaar Ministerie sinds september mee naar buiten is getreden. &quot;Geen veilige havens&quot;“We willen de criminelen achter deze grootschalige fraude een krachtige boodschap sturen: de spelregels zijn veranderd, er zijn geen veilige havens meer voor jullie”, zei Kovesi tegen verslaggevers in Piraeus. “We moeten terugvechten als Europeanen.”Het Openbaar Ministerie heeft een reeks fraudezaken onderzocht die Griekenland op zijn kop hebben gezet, waaronder een zaak met de naam “Calypso” waarbij bendes betrokken waren die zich uitstrekten van China tot ten minste 14 EU-landen en die opereerden vanuit Piraeus.Het bureau heeft meer dan 2.400 zeecontainers in beslag genomen in de haven, die voor het grootste deel eigendom is van het Chinese COSCO. Dit is de grootste inbeslagname tot nu toe in de EU. De bendes zouden de waarde van goederen die vanuit China de EU binnenkwamen te laag hebben opgegeven, wat sinds 2017 heeft geleid tot een verlies aan btw-inkomsten en invoerrechten van ongeveer 800 miljoen euro. &quot;Nood aan meer middelen&quot;Gezien de omvang van de fraude vraagt Kövesi meer personeel en middelen om fraude over de landsgrenzen heen op te sporen. “Er is geen enkel land dat schoon is. Iedereen heeft te maken met corruptie en financiële fraude”, zei ze.</content>
            
            <updated>2025-10-10T19:02:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europees onderzoek kaart grootschalige verharding aan: “We gaan van groen naar grijs”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europees-onderzoek-kaart-grootschalige-verharding-aan-we-gaan-van-groen-naar-grijs" />
            <id>https://vilt.be/58011</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Europa gaat van groen naar grijs. Dat is de conclusie van een <a href="https://greentogrey.eu/" target="_blank" target="_blank">internationaal onderzoek</a> naar open ruimte in Europa. Verhoudingsgewijs is Nederland veruit de grootste verharder van Europa. Op de tweede plaats? België. Niet alleen waardevolle natuur, maar ook vruchtbare landbouwgrond gaat volgens het onderzoek in sneltempo verloren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="water" />
                        <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c1752885-02e1-4044-811e-62b6fd060b4b/full_width_betonmixerbetonstopbouwshiftverharding.jpg</image>
                                        <content>Elk jaar gaat er in Europa 1.500 vierkante kilometer verloren aan bouwprojecten. 900 vierkante kilometer is natuur, de overige 600 vierkante kilometer gaat om landbouwgrond. De onderzoekers waarschuwen dat naast natuur en biodiversiteit ook de voedselzekerheid zo ernstige gevolgen ondervindt.Tussen januari 2018 en december 2023 is er in heel Europa een gebied zo groot als Cyprus – ongeveer 9000 vierkante kilometer – verhard. Dat komt neer op bijna 30 vierkante kilometer per week, ofwel 600 voetbalvelden per dag. Voorbeelden zijn er genoeg: van een duinbos dat plaats ruimt voor een Grieks luxehotel tot een dichtbegroeid naaldbos in Duitsland dat gerooid wordt voor de bouw van een Tesla-fabriek. Ironisch genoeg om ‘milieuvriendelijke’ wagens te bouwen.Woningen en wegen grootste boosdoenersTot nu toe waren de beste Europese schattingen van het natuurverlies gebaseerd op officiële cijfers van het Europees Milieuagentschap (EMA), dat een methodologie hanteert waarbij alleen grootschalige bouwprojecten op satellietbeelden worden gedetecteerd. Maar dit nieuwe onderzoek neemt ook minder zichtbare bouwwerken zoals smalle wegen en spoorwegen mee in rekening. Vier op vijf bouwprojecten vinden plaats in bevolkte gebieden die al door menselijke activiteiten waren getransformeerd, zoals parken en recreatiedomeinen.Woningen en wegen zijn de grootste ‘boosdoeners’ in dit verhaal, maar ook voor commerciële activiteiten, luxewoningen en toerisme moeten natuur en landbouw vaak wijken. De belangrijkste drijfveer voor deze verharding in heel Europa is geld, zegt Peter Lacoere, docent en onderzoeker architectuur aan Universiteit Gent. Hoewel bevolkingsgroei een voor de hand liggende reden voor landgebruik lijkt, is er een directer verband met de Europese welvaart, aangezien rijke landen niet alleen essentiële zaken ontwikkelen, maar ook overbodige zaken, van golfbanen tot kunstmatige skipistes. “Deze beelden illustreren op schrijnende wijze hoe we worstelen om het westerse consumentisme in toom te houden”, zegt hij in het onderzoek. Wat met Vlaanderen?Volgens Statistiek Vlaanderen is tussen 2001 en 2023 het aantal hectare landbouwareaal &amp;nbsp;met 2,9 procent afgenomen. Bovendien berichtte Apache eerder al hoe een kwart van de Vlaamse landbouwgrond niet eens voor landbouw wordt gebruikt.In welke mate de afbouw van landbouwgrond aan verharding te wijten is, is niet duidelijk. Soms worden weides en akkers omgezet naar natuurgebied. De meest recente verhardingscijfers zijn niet hoopgevend. In 2022 was 15,3 procent van het Vlaams gewest afgedekt of verhard. Het gaat om 208.430 hectare. In 2013 was 14,2 procent of 192.570 hectare van Vlaanderen verhard. Tussen 2013 en 2022 is er dus 15.860 hectare verharding bijgekomen. Dat is niet enkel problematisch voor lokale biotopen, maar ook voor de grondwaterstanden. Water infiltreert immers niet in verharde bodems. Hoewel alle Europese landen in hetzelfde verharde bedje ziek zijn, heeft België een toppositie binnen de verhardingsstatistieken. Verhoudingsgewijs zijn we na Nederland de grootste verharders, met een jaarlijkse verhardingsgraad van 0,36 procent. Het onderzoek ziet een correlatie tussen dichtbevolkte gebieden en een hogere verhardingsgraad.Maar dat spreekt de andere landen niet vrij. In absolute oppervlakte staat Turkije bovenaan de lijst met 1.860 vierkante kilometer aan natuur- en landbouwgrond die tussen 2018 en 2023 verloren is gegaan. Polen volgt met meer dan 1.000 vierkante kilometer verlies, gevolgd door Frankrijk en Duitsland. Per capita zijn de Scandinavische landen dan weer de grootste verharders. Voor elke Noorse inwoner wordt er 6,26 vierkante meter verhardt. In ons land wordt er per Belg jaarlijks 1,55 vierkante meter verhardt. Boerenbond vraagt actievere beschermingLandbouworganisatie Boerenbond maakt zich zorgen om de systematische teloorgang van Vlaamse landbouwgrond. “We pleiten voor een actiever beleid ter bescherming van agrarisch gebied”, zegt woordvoerder Gerrit Budts. “Agrarisch gebied moet maximaal behouden blijven voor actieve landbouw.”In De Standaard wordt een diepere blik geworpen op de Vlaamse situatie. Stedenbouwkundige Peter Lacoere (HoGent, KUL) stelt in de krant dat Vlaanderen 80 procent van alle ruimte idealiter open zou moeten houden voor natuur en landbouw. “50 à 55 procent voor landbouw en 30 procent voor natuur”, zegt hij aan de krant. “Dat geeft maximaal 15 à 20 procent voor huizen, industrie, recreatie, enz. Vlaanderen zit aan het dubbele. Hoog tijd dus om dit af te toppen.” Brouns belooft verhardingstrend aan te pakkenHet kabinet-Brouns neemt zich voor om het grijze tij te keren. Dat zit onder meer omvat in de Blue Deal en het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, waarbij de nadruk ligt op het hergebruiken en verdichten van al bebouwde zones in plaats van bijkomende open ruimte in te nemen. “Wie een functiewijziging aanvraagt, moet tegelijk bijdragen aan het herstel van open ruimte&quot;, zegt Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v). &quot;Het behoud van landbouw en natuur staat voorop. We willen ruimte gebruiken met gezond verstand, niet verharden.” Geen toename in natuurgebied&quot;De verharding in Vlaanderen situeert zich voor het overgrote deel buiten natuur, bos of gebieden die gebruikt worden voor landbouw&quot;, zegt Tom Demeyer, woordvoerder van minister Brouns. &quot;Ongeveer driekwart van alle verharding is toe te schrijven aan woningen, bedrijventerreinen en wegen. Ook de bijkomende verharding komt vooral uit die hoek. Binnen landbouw- en natuurgebied is de situatie veel stabieler: er is nauwelijks bijkomende verharding en in natuurgebied zelfs helemaal geen toename.&quot;Demeyer wijst er ook nog op dat een functiewijziging van landbouwgrond steeds onderworpen is aan voorwaarden om bijkomende verharding te voorkomen. &quot;Er wordt gevraagd om bestaande verhardingen en bijgebouwen te slopen of te ontharden, zodat er netto geen bijkomende verharding ontstaat. Zo dragen functiewijzigingen zelfs bij aan het herstel van open ruimte.&quot;&quot;Het beleid wil zo vermijden dat landbouwgronden stukje bij beetje verdwijnen onder verharding, terwijl tegelijk kansen worden geboden om bestaande, verspreide bebouwing beter in te passen in het landschap&quot;, zegt Demeyer nog. &quot;Dat is een evenwichtsoefening: het gaat er niet om alles te verbieden, maar om verantwoord om te springen met de schaarse open ruimte die Vlaanderen nog heeft.&quot;Lees een volledige samenvatting van de studie hier.</content>
            
            <updated>2025-10-07T16:19:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Verdwijnt de Vlaamse kerstkalkoen van ons feestmenu door stikstof?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/verdwijnt-de-vlaamse-kerstkalkoen-van-ons-feestmenu-door-stikstof" />
            <id>https://vilt.be/58012</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse kalkoenhouderij is geen grote, maar wel een levendige sector. Op 28 bedrijven worden elk jaar zo’n 350.000 kakelende kalkoenen grootgebracht. Toch weet geen enkele houder of hij binnen vijf jaar nog verder kan in Vlaanderen. “Omdat er nog geen erkende ammoniakemissiereducerende technieken voor kalkoenen bestaan, dreigt de kalkoensector af te stevenen op een impasse”, waarschuwt Landsbond Pluimvee.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d5d286f1-3a4b-4278-a208-8a9ac37a61e2/full_width_kalkoenpluimveevogelgriep.jpg</image>
                                        <content>Vandaag kunnen Vlaamse kalkoenhouders nog een tijdelijke vergunning krijgen tot eind 2030, zonder dat ze maatregelen moeten nemen om hun ammoniakuitstoot te beperken. Maar hoe de houders daarna verder moeten, is hoogst onzeker. Willen ze ook na 2030 van een vrijstelling genieten, dan moet er in hun omgeving eerst voldoende depositieruimte vrijkomen. Maar dat lijkt voorlopig zeer twijfelachtig. “Er is wel een dalende trend, maar de vraag is of die tegen 2030 groot genoeg zal zijn,” zei Vlaamsl minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) hierover.Indien er geen depositieruimte over is in 2030, zullen de kalkoenhouders tegen dan moeten voldoen aan hun PAS-referentie. Net zoals de andere pluimveehouders houdt dit een emissiereductie in van 60 procent ten opzichte van de situatie in 2021. Om dit te bereiken moeten veehouders ofwel dieren wegdoen ofwel emissiereducerende technieken installeren. En daar wringt het schoentje: de kalkoensector heeft op dit moment geen enkele erkende techniek voorhanden. Hierdoor kunnen kalkoenhouders weinig concrete plannen maken voor na 2030.“De kalkoenhouders hebben er wel alle geloof in dat het probleem opgelost zal worden”, reageert Martijn Chombaere van Landsbond Pluimvee op de situatie. “Maar zo eenvoudig is het niet. En als er geen oplossingen komen, dan is 2030 het laatste jaar dat er nog kalkoenen gekweekt worden in Vlaanderen.” Weinig interesse in kleine sectorDat er tot op heden geen technische oplossingen zijn, heeft onder meer te maken met de kleinschaligheid van de kalkoensector. Vlaanderen telt slechts een dertigtal kalkoenhouders, voornamelijk in West-Vlaanderen. &quot;Daarom tonen toeleveranciers weinig interesse om systemen te ontwikkelen en te laten doormeten”, aldus Chombaere.Het tekort aan technieken werd onlangs door Vlaams parlementslid Lydia Peeters (Open Vld) op de agenda geplaatst van de landbouwcommissie. Daar liet minister Brouns weten dat hij het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veeteelt (WeComV) opdracht heeft gegeven om zich prioritair te focussen op sectoren waar nog geen technieken voor bestaan, zoals de kalkoenhouderij. “Maar voorstellen voor maatregelen en reducerende staltechnieken kunnen zeker ook vanuit de sector zelf worden aangebracht”, geeft Brouns nog mee. “Voor dergelijke initiatieven kan een beroep worden gedaan op innovatiesteun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) om de technieken uit te testen en door te meten.”De sector kan daarnaast ook Nederlandse systemen voorstellen aan WeComV en zo via de ‘fastlane’ een erkenning in Vlaanderen aanvragen, zonder bijkomende metingen. &quot;Ook systemen uit andere pluimveesubsectoren kunnen we zo trachten erkend te krijgen. Hiervoor hebben we al verschillende malen overleg gevoerd, al zal dit geen evidentie zijn”, reageert Chombaere. Strengere milieu- en dierenwelzijnswetten dan buurlanden“Opmerkelijk hoe de overheid bepaalde eisen oplegt en de sector vervolgens haar plan moet trekken”, aldus Chombaere. Daarbij is het stikstofdossier niet zijn enige zorg. “Vlaams minister van Dierenwelzijn, Ben Weyts (N-VA), had vorig jaar nieuwe huisvestigingsnormen ingevoerd voor de sector. De normen waren irreëel en onpraktisch en zouden de lat veel hoger leggen dan andere EU-landen waardoor de Vlaamse kalkoenhouders vrezen voor hun concurrentiepositie. Deze werden uiteindelijk door de Raad van State vernietigd. Een nieuw voorstel zou bijna uitgewerkt zijn, maar buiten ons onderhoud met minister Weyts zijn wij niet verder betrokken geweest.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-08T09:27:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hagelandse perziken en Gaverse amandelspeculaas erkend als Vlaams streekproduct]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hagelandse-perziken-en-gaverse-amandelspeculaas-erkend-als-vlaams-streekproduct" />
            <id>https://vilt.be/58013</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Hagelandse perziken van Ludo Rosseels uit Aarschot en de speculaas Gavers Flupke van Bon Appetine uit Gavere zijn voortaan erkend als Vlaams streekproduct. Dat maakt het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) bekend.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VLAM" />
                        <category term="streekproduct" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6c934c16-9137-4713-918a-c5b08e6b2ca3/full_width_hagelandse-perziken-streekproduct-vlam1.jpg</image>
                                        <content>Beide producten krijgen het label streekproduct.be, zo besliste de Sectorgroep Streekproducten van VLAM. Afhankelijk van het aantal aanvragen voorziet VLAM twee of drie erkenningsrondes per jaar. De erkende producenten mogen het label voortaan gebruiken op hun producten en in hun communicatie.“Met deze erkenningen maken we ons eetbaar erfgoed beter herkenbaar en stimuleren we Vlamingen om de producten te ontdekken”, zegt Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v). “Vandaag vertegenwoordigen de Vlaamse erkende streekproducten ongeveer 300 vakmensen met oog voor traditie en kwaliteit, goed voor 222 verschillende erkende producten.” Perziken uit het HagelandOp de Hagelandse heuvelruggen in Vlaams-Brabant teelt Ludo Rosseels zowel oude lokale perzikrassen als nieuwere variëteiten. De lokale rassen dateren van rond 1800 en komen uit verschillende perzikteeltcentra in Vlaanderen. De Vlaamse perzikteelt kende zijn hoogtepunt in de jaren 1960, maar veel boeren schakelden nadien over op appels, peren en grondwitloof. De familie Rosseels startte met perzikteelt in 1956 en vandaag is Ludo de laatste perzikenteler uit de streek. Hij oogst zijn steenvruchten van eind juni tot midden augustus en verkoopt ze via een kraam langs de Rillaarsebaan in Aarschot. Belgische speculaas met amandelBakker Kris Demeyer ontwikkelde de amandelspeculaas in 1994. Zijn dochter bakt ze nog steeds in haar koffiebar en winkel volgens het oorspronkelijke recept. De speculaas is erkend omdat het gaat om typische Belgische speculaas met amandelen. Bovendien draagt het koekje een unieke afdruk: geen molentje of bloemetje, maar een fontein uit Gavere uit 1781.</content>
            
            <updated>2025-10-07T16:03:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriep in Nederland: moeten we ons zorgen maken?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriep-in-nederland-moeten-we-ons-zorgen-maken" />
            <id>https://vilt.be/58014</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In de Nederlandse provincie Drenthe is vogelgriep vastgesteld op een bedrijf met vleeskuikenouderdieren. Dat meldt de Nederlandse overheid. Circa 71.000 dieren worden geruimd. Het gaat om de eerste besmetting sinds maart van dit jaar. In België maken pluimveehouders zich zorgen, al is er voor zover bekend geen besmetting bij het Vlaamse pluimvee.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="vogelgriep" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c2e53e4a-588c-4551-84eb-3b7f923cbf39/full_width_leghenkippluimveevogelgriepophokplicht-1250.png</image>
                                        <content>Het federaal voedselagentschap FAVV volgt de internationale vogelgriepsituatie op, maar ziet nog geen reden tot paniek. “Wat betreft de situatie in de buurlanden zijn er in Nederland al wat gevallen bij wilde vogels vastgesteld”, zegt woordvoerder Hélène Bonte. “Deze uitbraak situeert zich bovendien in het noorden van het land. Idem voor Frankrijk, waar nog geen haarden bij pluimvee zijn, maar de laatste dagen wel meer gevallen bij wilde vogels zijn vastgesteld. In het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zijn er wel al haarden. Bij ons zijn er momenteel nog geen haarden en weinig meldingen van dode vogels. Het is dus relatief rustig waardoor er momenteel geen reden is om extra maatregelen of afschermplicht in te voeren. De geldende bioveiligheidsmaatregelen zijn uiterst belangrijk na te leven, zeker omdat de vogeltrek op gang komt.”Pluimveebond: &quot;We houden hart vast&quot;De Vlaamse pluimveesector kijkt met argusogen naar de internationale vogelgriepsituatie. Voor hen staat er veel op het spel. &quot;Als je ziet waar het overal aan het gebeuren is, dan houden wij absoluut ons hart vast”, zegt Martijn Chombaere van Landsbond Pluimvee. “Het is moeilijk om in te schatten hoe het bij ons zal evolueren. We hebben in het verleden altijd gemerkt dat de eerste gevallen in Nederland waren. De voorbije jaren zijn we relatief gespaard gebleven. Het is ook wel zo dat alles rondom vogelgriep in België goed geregeld is. In die zin weten we goed hoe we ermee om moeten gaan eens er een uitbraak zou zijn.”België is sinds maart 2025 vrij van vogelgriep. Daarvoor werden er drie uitbraken op commerciële pluimveehouderijen en vijf bij hobbyhouders van vogels vastgesteld. Dat deze hoogst besmettelijke ziekte niet verder is verspreid, wijt FAVV aan het goed opvolgen van de preventiemaatregelen. Er werden in&amp;nbsp;2024&amp;nbsp;geen uitbraken vastgesteld op pluimveebedrijven en bij hobbyhouders.Nederland stelt perimeter inIn Nederland is het intussen alle hens aan dek om de besmetting in te tomen. De precieze locatie is een pluimveebedrijf in het dorp Gasselternijveenschemond, Drenthe. Binnen de driekilometerzone liggen zes andere pluimveebedrijven die door de Nederlandse voedselautoriteit NVWA worden gescreend. In de beperkingszone van tien kilometer rond de besmette locatie liggen nog 25 andere commerciële pluimveebedrijven. Daar geldt een vervoersverbod en een verbod op afvoer van mest en gebruikt strooisel, zowel bij vogels als voor andere dieren en dierlijke producten afkomstig van bedrijven met vogels. Ook geldt een ophok- en afschermplicht in de hele tienkilometerzone. Van een landelijke ophokplicht is er voorlopig geen sprake.</content>
            
            <updated>2025-10-08T11:39:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw protocol regelt vergoedingen voor landbouwers bij werken aan ondergrondse leidingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuw-protocol-regelt-vergoedingen-voor-landbouwers-bij-werken-aan-ondergrondse-leidingen" />
            <id>https://vilt.be/58015</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische landbouworganisaties, ABS, Boerenbond en FWA, hebben een nieuw protocol afgesloten met de verschillende bedrijven die ondergrondse vervoersleidingen aanleggen en beheren. “Hierin zijn afspraken vastgelegd om schade aan landbouwgronden en gewassen te vergoeden bij werken aan die leidingen”, klinkt het. Er bestond al een dergelijk protocol, maar dat was intussen verouderd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                        <category term="schade" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ba520fa1-4547-4fb7-a97b-73d1591cace4/full_width_leidingen-landbouwlandschap.png</image>
                                        <content>De komende jaren zullen er in ons land heel wat nieuwe ondergrondse vervoersleidingen worden aangelegd, onder meer voor waterstof en CO2. “Die kruisen vaak agrarisch gebied en bij die werken in weilanden en akkers is er voor de betrokken landbouwers vaak heel wat impact”, aldus de landbouworganisaties.In april dit jaar legden fruittelers in de regio Zelzate en Kallo nog de aanleg van een waterstofleiding tussen Antwerpen en Gent stil. Ze stapten naar de rechter uit vrees voor PFAS-vervuiling als gevolg van grondwaterbemaling. Zij kregen voorlopig gelijk van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de vergunning werd geschorst. Toen al klonk er een pleidooi bij de landbouworganisaties voor duidelijke afspraken en een eerlijke vergoeding voor de getroffen landbouwers.Nochtans werd in het verleden al een protocol afgesloten met Fluxys waarin vergoedingsmaatregelen waren voorzien. Dat dateerde van 2009 en werd in 2012 herzien. Maar het ongenoegen van de fruittelers over de waterstofleiding tussen Antwerpen en Gent toont aan dat een nieuwe update nodig was. &quot;Voordeling voor alle partijen&quot;Deze keer werd het protocol opgesteld vanuit Fetrapi, de vzw die de vervoersleidingenbeheerders in België vertegenwoordigt. “Dit protocol is voordelig voor alle partijen”, klinkt het unisono. Het grote voordeel is volgens de organisaties dat het duidelijke, transparante en uniforme vergoedingen aan alle landbouwers biedt voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd door de transportleidingbeheerders in België.“Dit vergemakkelijkt de afhandeling van de vergoedingen aan het einde van de werkzaamheden aanzienlijk en biedt de garantie dat ze correct worden uitgevoerd. Ook worden alle landbouwers op gelijke voet behandeld en dat met prijzen die marktconform zijn”, luidt het. Deze duidelijkheid zorgt er ook voor dat alle partijen voor, tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden, “sereen en in goede verstandhouding met elkaar kunnen omgaan”. Tarieven worden elke drie jaar herzienConcreet voorziet het protocol een vergoeding voor schade aan cultuurgewassen, voor structuurschade aan de bodem en mogelijke andere schade. De tarieven zijn gebaseerd op een vastgelegde methodologie die voornamelijk leunt op de prijsevolutie in de afgelopen drie jaar en de evolutie van de rendementen in de afgelopen vijf jaar. Individuele expertises kunnen er altijd voor zorgen dat er wordt afgeweken van de voorgestelde vergoedingen, maar dan moeten daar ook de nodige bewijsstukken voor geleverd worden.Het protocol werd dinsdag officieel ondertekend door alle partijen in Brussel en de toepassing ervan gaat meteen in en dit voor alle projecten, waarvoor de uitbetalingen van de vergoedingen nog niet gestart zijn. Het geldt voor onbepaalde duur, maar om de drie jaar worden de tarieven herzien volgens de afgesproken methodologie. Tevreden landbouworganisatiesBoerenbond en ABS zijn bijzonder tevreden over dit protocol. “Goede afspraken maken goede buren”, zegt ABS-voorzitter Bruno Vincent. Hij rekent erop dat dit protocol zal zorgen voor een stabiele samenwerking. Ook Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens is van mening dat dit nieuwe protocol meer garanties biedt voor landbouwers. “Door de nieuwe berekeningsmethode zullen de boeren vanaf nu een correctere vergoeding ontvangen. Daar hebben we sterk op ingezet en we zijn tevreden dat we hier een akkoord over gevonden hebben”, zegt hij.</content>
            
            <updated>2025-10-07T19:47:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[België vindt compromis over invulling EU-klimaatdoelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgie-vindt-compromis-over-invulling-eu-klimaatdoelen" />
            <id>https://vilt.be/58016</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een jaar na de deadline kan België zijn Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) aan de Europese Commissie voorleggen. Al zal die het plan niet ambitieus genoeg vinden, zegt Brussels milieuminister in lopende zaken Alain Maron (Ecolo). “Het NEKP mikt op een uitstootdaling van 42,7 procent, terwijl Europa 47 procent oplegt”, zegt hij. Maron duidt Vlaanderen aan als schuldige, dat slechts de "realistische kaap van 40 procent" wil halen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fb89ce14-1f2e-41ad-9b97-539282c16ed4/full_width_klimaatbetogingplanetb.jpg</image>
                                        <content>België miste de Europese deadline in mei omdat Vlaanderen zijn Energie- en Klimaatplan pas in juli afrondde. Zodra dat plan klaar was, kwamen de gesprekken over het nationale plan bij de federale regering en de gewesten in een stroomversnelling. Waals minister voor Lucht en Klimaat Cécile Neven (MR) liet weten dat de regeringen ondertussen eens geraakt zijn en het dossier naar de Europese Commissie kan. Die had de vorige versie in juni 2024 nog afgewezen als ‘ontoereikend’. Elk gewest een ander doelBrussels milieuminister in lopende zaken Alain Maron (Ecolo) bestempelt ook de nieuwe versie als ontoereikend. &quot;In de landbouw, bouw en mobiliteit wil het NEKP de uitstoot tegen 2030 met 42,7 procent verlagen, terwijl Europa een reductie van 47 procent oplegt”, zegt zijn kabinet. Daarbij hekelt het kabinet van Maron vooral de beperkte ambitie van Vlaanderen en het te zwakke engagement van de federale regering.In de vorige legislatuur stelde toenmalig Vlaams minister van Omgeving en Energie Zuhal Demir (N-VA) dat de EU-doelstelling onhaalbaar was om de niet-ETS-sectoren (landbouw, bouw, mobiliteit) met 47 procent te reduceren. Vlaanderen mikt daarom op de &quot;realistische reductiekaap&quot; van 40 procent. Wallonië engageert zich om-46,5 procent te halen, en Brussel een reductie van 48,7 procent. Ook akkoord over verdeling van de middelenHuidig Vlaams minister van Energie en Klimaat Melissa Depraetere (Vooruit) verwerpt de kritiek op een zwak Vlaams engagement en benadrukt de vooruitgang. &quot;We hebben de voorbije maanden in Vlaanderen keihard gewerkt aan een ambitieus Vlaams plan dat goed is voor de planeet en de portemonnee. Waarbij we extra inzetten op hernieuwbare energie, onze CO2-uitstoot verlagen en elektriciteit goedkoper maken. Zo bereiken we de emissiereductiedoelstelling die Europa ons oplegt. In Vlaanderen zijn we ambitieus&quot;, aldus Depraetere. &quot;Door nu ook een nationaal klimaatplan af te kloppen, vermijdt ons land om boetes te moeten betalen.&quot;De federale regering en de deelstaten vonden ook een akkoord over de verdeling van de Belgische middelen uit het Europese sociaal klimaatfonds. Dat voorziet steun voor de meest kwetsbare gezinnen en kleine bedrijven. Van de 1,7 miljard euro voor 2026-2032 zal 13 procent naar de federale overheid gaan, 33 procent naar Wallonië, 43,5 procent naar Vlaanderen en 10,5 procent naar Brussel.</content>
            
            <updated>2025-10-07T20:08:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ondanks recordprijzen voor cacao blijven boeren arm]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ondanks-recordprijzen-voor-cacao-blijven-boeren-arm" />
            <id>https://vilt.be/58017</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoewel de wereldmarktprijs voor cacao historisch hoge toppen scheert en we afstevenen op een bijzonder dure Sinterklaas, zwemmen cacaoboeren allesbehalve in het geld. Dat blijkt woensdag uit de tweejaarlijkse Cacaobarometer van het internationale Voice Network, waartoe onder meer Rikolto behoort. Klimaatverandering, ziektes en politieke onzekerheid maken de zaak er niet beter op.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wereld" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee742a51-d747-46fe-a55a-af5a8b7b3aed/full_width_cacaobonenchocolade.jpg</image>
                                        <content>Een vleugje Dickens in de nieuwe Cacaobarometer 2025, dat de sector beschrijft als één die haar beste én slechtste tijden beleeft. De wereldmarktprijs van cacao is historisch hoog, maar miljoenen boeren in Ghana en Ivoorkust – goed voor 70 procent van de wereldproductie – blijven gevangen in armoede.Bovendien zijn de huidige hoge prijzen vooral het gevolg van een fragiel systeem. Door misoogsten, verouderde bomen en klimaatverandering steeg de wereldmarktprijs van cacao tot recordhoogte. Voor Rikolto is dit dus niet alleen een sociale, maar ook een duurzaamheidskwestie. Dat is de paradox waar de sector vandaag in vastzit: een dure grondstof, maar een onleefbaar inkomen voor wie ze produceert Vaste contracten niet aangepast aan dure grondstofOndanks de hoge cacaoprijzen kregen boeren in Ghana en Ivoorkust amper een hogere prijs omdat ze vastzitten aan vooraf vastgelegde contracten. Tegelijk kampen coöperaties met liquiditeitsproblemen en neemt de druk op bossen toe. “Dat is de paradox waar de sector vandaag in vastzit: een dure grondstof, maar een onleefbaar inkomen voor wie ze produceert”, zegt Jelle Goossens, woordvoerder van Rikolto.Rikolto ziet armoede als de basis van bijna alle problemen in de sector: van kinderarbeid tot ontbossing en genderongelijkheid. De Cacaobarometer pleit daarom voor een driedubbele omslag met leefbare en transparante aankooppraktijken via langetermijncontracten, een goed bestuur met stabiele regelgeving en infrastructuur en duurzame landbouwpraktijken, zoals agroforestry in plaats van monocultuur. &quot;Duurzaam model is geen idealisme&quot;Die omslag is geen utopie, benadrukt Rikolto. Sinds oktober 2024 komen alle standaard Boni Selection chocoladetabletten in Colruyt-winkels uit een directe, transparante aanvoerketen die werd opgezet met Fairtrade, chocoladeverwerker Puratos en Rikolto. Die samenwerking heeft niet alleen oog voor leefbare inkomens, maar ook voor duurzaamheid. “Dit model bewijst dat duurzame handel geen idealisme is, maar een kwestie van verstandig zakendoen”, zegt Jelle Goossens. “Het combineert een commerciële samenwerking met ontwikkelingsimpact.” Ook initiatieven zoals Tony’s Open Chain tonen dat transparantie en eerlijke prijzen haalbaar zijn op grote schaal.Rikolto vraagt om een nieuwe wetgeving om deze manier van werken de norm te maken. “Duurzaamheidswetgeving zoals de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) en de EU Deforestation Regulation (EUDR) is belangrijk omdat ze grote bedrijven verantwoordelijk maakt om mensenrechten en milieu te beschermen in hun aanvoerketens”, klinkt het. Toekomst sector in het gedrang“In de cacaosector wordt nog te vaak over boeren gepraat, in plaats van met hen”, zegt Goossens nog. “Beslissingen worden genomen in Europa, maar boeren zijn zelden vertegenwoordigd aan tafel en dat houdt de historische machtsongelijkheid in stand.” Daarbij pleit Rikolto ervoor dat Europa niet alleen ambitieuze regels oplegt, maar ook financiële en technische steun biedt, zodat de kosten niet bij boeren terechtkomen.Deze maatregelen zijn volgens Rikolto niet louter een gewetenskwestie, maar ook cruciaal om een stabiele toekomst voor de sector te garanderen. “Een stijging van de opbrengsten zonder hogere prijzen stopt kinderarbeid niet en zal leiden tot een overaanbod en een nieuwe prijscrash, zoals in 2016. Eerlijke prijzen moeten eerst komen, anders blijven boeren gevangen in hetzelfde verliesmodel.”“Leefbare inkomens voor boeren en het stoppen van ontbossing zijn geen luxe”, concludeert Rikolto. “Het is de enige manier om de cacaosector te redden en dus ook de toekomst van onze chocolade.”</content>
            
            <updated>2025-10-08T15:56:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Biosector vraagt eerlijk maatschappelijk debat over gewasbescherming"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/biosector-vraagt-eerlijk-maatschappelijk-debat-over-gewasbescherming" />
            <id>https://vilt.be/58018</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>BioForum vzw, de sectororganisatie van de biologische sector,&nbsp;vindt dat het debat over gewasbescherming in de landbouw de laatste weken erg eenzijdig wordt gevoerd. "Opvallend is hoe biologische landbouw meermaals naar voren werd geschoven als pleitbezorger voor gewasbescherming", meldt de organisatie. "Dat staat nochtans haaks op de visie van de biobeweging. De biosector pleit eerder voor een breed gevoerd maatschappelijk debat over de noodzakelijke afbouw van gewasbeschermingsmiddelen." Dat schrijft directeur van BioForum Laura van Selm in een opiniestuk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="BioForum" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/62794958-1529-4f86-8d66-fc7908a41c2e/full_width_rs23117-team-2025-11-lpr.jpg</image>
                                        <content>&quot;Zonder gewasbescherming geen voedselzekerheid&quot;, zo konden we de voorbije dagen meermaals lezen in de landbouwpers. De teneur is steeds dezelfde: boeren krijgen het moeilijk als ze minder toegang hebben tot gewasbescherming. Wie de artikels leest, gelooft dat ook de biosector daarvoor pleit.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Dat klopt niet: als biobeweging streven we duidelijk naar minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De nadelen van deze producten wegen immers steeds zwaarder door. Als we kijken naar de negatieve impact op bestuivers en bodem(leven), twee essentiële schakels in onze voedselvoorziening, kunnen we ons zelfs de vraag stellen of ze de voedselzekerheid niet eerder ondergraven. Jaarlijks kosten hormoonverstorende stoffen België maar liefst 4,4 miljard euro aan gezondheidskosten Daarnaast is er het schadelijke effect op de menselijke gezondheid. Jaarlijks kosten hormoonverstorende stoffen België maar liefst 4,4 miljard euro aan gezondheidskosten. Een groot deel daarvan is volgens het Nationaal Actieplan voor Hormoonverstoorders toe te schrijven aan chemisch synthetische pesticiden. Duitsland, Italië en Frankrijk erkenden&amp;nbsp;dan weer de ziekte van Parkinson als een beroepsziekte bij landbouwers. Geen wonder dat ziekenfondsen, Kom Op Tegen Kanker en de Vlaamse Parkinson-liga zich al aansloten bij de vraag tot een verbod op glyfosaat. Ook BioForum vindt dat boeren het recht hebben om hun werk zo gezond mogelijk uit te voeren.Daarom is één van de leidende principes in bio dan ook het vermijden van pesticiden. Dat vraagt een andere manier van werken, die veel meer uitgaat van preventie. Denk aan teeltrotatie, een goed bodembeheer, diversiteit in gewassen, robuuste rassen en aangepaste managementpraktijken. Door de biodiversiteit op een boerderij te versterken, trekken bioboeren natuurlijke vijanden aan die plagen helpen bestrijden.  Veel van onze Vlaamse bioboeren bewijzen elke dag opnieuw dat deze aanpak werkt. Ze willen het ook niet anders. &amp;nbsp; Zolang de retail alleen maar perfect glanzende Jonagold-appels zonder vlekjes wil, is het voor een landbouwer bijzonder moeilijk om zonder gewasbescherming aan deze eisen te voldoen En moeten bioboeren toch ingrijpen, dan kunnen ze als laatste redmiddel gebruikmaken van natuurlijke gewasbescherming. Dat gebeurt allemaal binnen een zeer strikt gereglementeerd kader waarbij een zo beperkt mogelijk gebruik vooropstaat. We weten dat de uitdagingen in sommige sectoren op dat vlak vandaag groter zijn dan in andere, maar we vinden het ook jammer hoe die verantwoordelijkheid vandaag volledig bij de boer komt te liggen. Eigenlijk is de hele keten hiervoor verantwoordelijk. Kopergebruik in de fruitteelt is daar een goed voorbeeld van. Zolang de retail alleen maar perfect glanzende Jonagold-appels zonder vlekjes wil, is het voor een landbouwer bijzonder moeilijk om zonder gewasbescherming aan deze eisen te voldoen.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Die huidige uitdagingen nemen niet weg dat we als biosector een duidelijk doel voor ogen hebben: toewerken naar een landbouw die de gezondheid van mens, dier, milieu en planeet vooropstelt. Dat zou ook de inzet moeten zijn van het maatschappelijk debat rond pesticiden. De brede hoorzittingen die hierover de voorbije maanden in het Waals parlement werden gevoerd, zijn op dat vlak alvast inspirerend. Ook de oefening van een langetermijnvisie voor de Vlaamse landbouw biedt een kans. &amp;nbsp;Vandaag wordt dat gesprek niet gevoerd en moeten we het stellen met eenzijdige informatie. Daar wordt niemand beter van.&amp;nbsp;Daarom deze oproep aan overheid, onderzoeksinstellingen en voedingssector: laten we allemaal samen rond de tafel gaan zitten en het debat op een eerlijke manier voeren. Als biosector nemen we daar ook graag een voortrekkersrol op. &amp;nbsp; Over de auteurLaura van Selm is sinds 1 april 2025 directeur van BioForum, de sectororganisatie voor de biologische landbouw- en voedingsketen. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.</content>
            
            <updated>2025-10-08T14:04:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese landbouworganisaties vragen om alternatieven voor chemische gewasbescherming sneller toe te laten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-landbouworganisatie-wil-alternatieven-chemische-gewasbescherming-sneller-toelaten" />
            <id>https://vilt.be/58019</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Duurzame alternatieven voor chemische gewasbescherming moeten sneller op de markt komen. Dat is het opzet van de samenwerking tussen de International Biocontrol Manufacturers Association (IBMA) en de Europese koepel van landbouworganisaties Copa-Cogeca. Momenteel kan het tot tien jaar duren voordat deze duurzame biocontrolemiddelen op de markt komen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boerenbond" />
                        <category term="bio" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d8a79c9e-ff7d-40a6-b9ed-db79143ac1c9/full_width_copa-cogeca-biocontrole.jpg</image>
                                        <content>Het actieplan van Copa-Cogeca en IBMA wordt uitgelegd in hun nieuwe gezamenlijke routekaart. De Belgische landbouworganisatie Boerenbond zegt zich te scharen achter de uitgangspunten: een geharmoniseerde Europese definitie van biocontrolemiddelen, een versnelling van de goedkeuringsprocedures, een betere EU-brede erkenning, meer investeringen in kennis en capaciteit en financiële stimulansen voor toepassing op het veld. “Het is van cruciaal belang dat boeren in heel Europa toegang krijgen tot veilige, doeltreffende en duurzame gewasbeschermingsmiddelen”, zegt Boerenbond.De bijeenkomst van IBMA en Copa-Cogeca bracht vertegenwoordigers samen uit de sector, wetenschap en landbouwpraktijk. Allen benadrukten ze het belang van toegankelijke, veilige en effectieve alternatieven voor chemische pesticiden.Europarlementsleden scharen zich achter voorstel“Biocontrole moet deel uitmaken van een brede gereedschapskist voor onze boeren. Door het autorisatieproces te versnellen, regels – vooral voor kmo’s – te vereenvoudigen, en investeringen in Europa te stimuleren, kunnen we het concurrentievermogen, de veerkracht en de duurzaamheid van de Europese landbouw versterken. Daar bovenop kunnen ze boeren ook de innovatieve oplossingen bieden die ze nodig hebben om de vele uitdagingen van vandaag aan te gaan”, aldus Europarlementslid Benoît Cassart (Renew Europe).Het Italiaans Europarlementslid Cristina Guarda (Green Europe) hoopt dat de Europese Commissie er een prioriteit van maakt om het stappenplan van Copa-Cogeca en IBMA uit te voeren. “Als we serieus willen afstappen van chemische bestrijdingsmiddelen, moeten boeren toegang hebben tot veilige, effectieve en duurzame alternatieven”, zegt ze.Ook Boerenbond toont zich voorstander van het actieplan. “Met deze routekaart willen IBMA en Copa-Cogeca de transitie naar een duurzamer Europees landbouwmodel versnellen. Dat is een ambitie die wij actief mee ondersteunen en uitdragen binnen de Europese besluitvorming”, aldus de organisatie.Lees de volledige roadmap hier.</content>
            
            <updated>2025-10-09T17:08:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ann Wurman wordt nieuwe CEO van Fevia]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ann-wurman-wordt-nieuwe-ceo-van-fevia" />
            <id>https://vilt.be/58020</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ann Wurman is aangesteld als de nieuwe CEO van Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie. Vanaf 3 november zal ze de leiding over de federatie opnemen in opvolging van Bart Buysse die na de zomervakantie afscheid nam van Fevia. Haar voornaamste focus: de concurrentiekracht van de Belgische voedingsindustrie herstellen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f3bcd269-e8c2-490a-9164-48d7a8b2911f/full_width_ann-wurman-ceo-fevia.jpg</image>
                                        <content>Industrie als rode draadDie focus ligt in lijn met de eerdere jobs die ze uitvoerde. Sinds 2021 is Wurman directeur van essenscia Vlaanderen, de regionale afdeling van de federatie voor chemie, kunststoffen en life sciences. Daarnaast is zij ook directeur van IVP Coatings, de federatie van de Belgische coatingsindustrie. Voordien was ze onder meer werkzaam bij ExxonMobil waar ze actief was in marketing, communicatie, commerciële en managementposities, zowel op Belgisch, Benelux en EMEA (Europa, Midden-Oosten en Afrika, red.) niveau.Volgens Ann Wurman staan de Belgische voedingsbedrijven wereldwijd bekend om hun kwaliteit, innovatie en duurzaamheid. “In deze uitdagende tijden wil ik samen met de leden van Fevia, beleidsmakers en partners werken aan een toekomstgerichte en competitieve sector die tegelijk economische meerwaarde, werkgelegenheid én maatschappelijke impact blijft bieden.” De passie voor voeding heeft ze naar eigen zeggen met de paplepel meegekregen. “Nood aan sterker industrieel beleid”In een interview in De Tijd laat Wurman optekenen dat esscenscia, waar ze tot nu toe werkzaam was, altijd heeft gepleit voor een sterker industrieel beleid. Volgens haar is er in de Europese en Vlaamse politiek een mentaliteitswijziging gebeurd, maar op het terrein is er volgens haar nog niet veel veranderd. De hogere kosten voor energie en lonen en de administratieve overlast tasten de competitiviteit van de industrie aan, ook van de voedingsindustrie. Daarnaast hekelt ze ook de moeilijkheden die bedrijven ondervinden om een vergunning te krijgen in ons land.Wurman wil naar eigen zeggen deze boodschap “assertief” overbrengen naar de politiek. “Alle partijen moeten goed beseffen dat ze de tak waarop ze zitten, niet mogen afzagen. Wil je de sociale zekerheid kunnen blijven betalen, dan ga je de industrie nodig hebben. Don’t bite the hand that feed you”, laat ze optekenen in de krant. “Gedreven leider met juiste mix van competenties”Fevia wijst er in een persbericht op dat Ann Wurman meer dan 30 jaar ervaring in bedrijfsvoering, communicatie en belangenbehartiging meebrengt naar de federatie. “Met Ann halen we een ervaren en gedreven leider in huis die de juiste mix van strategisch inzicht, ervaring en het vermogen om bruggen te bouwen bezit. Ik ben ervan overtuigd dat zij onze voedingsindustrie verder zal helpen om duurzame waarde te creëren en klaar te stomen voor de uitdagingen en kansen van de toekomst”, aldus Nathalie Guillaume, voorzitter van Fevia. Grootste sector binnen Belgische industrieFevia vertegenwoordigt 27 sectoren en meer dan 750 lid-bedrijven, die samen instaan voor bijna 90 procent van de tewerkstelling en omzet van de Belgische voedingsbedrijven. De voedingsindustrie is de koploper binnen de Belgische industrie, goed voor meer dan 102.000 jobs en een omzet van 82 miljard euro, waarvan 39 miljard uit export.</content>
            
            <updated>2025-10-08T13:55:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gewasbeschermingsonderzoek UGent-studenten bekroond met Bayer Award]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gewasbeschermingsonderzoek-ugent-studenten-bekroond-met-bayer-award" />
            <id>https://vilt.be/58021</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Studenten Aurore Lunskens en Stefanie De Clercq zijn de winnaars van de Bayer Awards 2025. Deze prijs werd uitgereikt tijdens de proclamatie van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen aan de UGent. Lunskens onderzocht manieren om de efficiëntie van herbiciden met driftreducerende koppen te verbeteren. De Clercq deed onderzoek naar biologische bestrijders tegen de hardnekkige bodemschimmel Verticillium dahliae.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/38e978cf-097a-4c69-8c55-6a5656eb446b/full_width_spuittoestelkeuring-ilvo.jpg</image>
                                        <content>De eerste prijs ging dit jaar naar Aurore Lunskens. Onder leiding van haar promotor professor Benny De Cauwer onderzocht Lunskens hoe hulpstoffen de efficiëntie van herbicidetoepassingen met driftreducerende doppen kunnen verbeteren. Die doppen worden vanaf 2026 verplicht in Vlaanderen om verwaaiing van gewasbeschermingsmiddelen met 90 procent te reduceren. Het nadeel is evenwel dat deze doppen grotere druppels leveren en dus soms een lagere werking hebben. Haar studie toonde aan dat bepaalde hulpstoffen de herbicidewerking kunnen herstellen of zelfs versterken waardoor minder actieve stof nodig is. Dat is ook beter voor het milieu.De Bayerprijzen werden op 20 september uitgereikt door de fiere decaan profesoor Els Van Damme. Zoals steeds gaat deze jaarlijkse bekroning naar de beste masterproeven binnen het domein van landbouw en gewasbescherming. De tweede prijs werd uitgereikt aan Stefanie De Clercq voor haar onderzoek naar de bestrijding van Verticillium dahliae, een hardnekkige bodemschimmel die wereldwijd belangrijke gewassen aantast. De Clercq testte, onder leiding van haar promotor professor Monica Höfte, in paprika en vlas de inzet van onschadelijke endofytische schimmels als biologische bestrijders. Haar resultaten tonen aan dat bepaalde isolaten van Verticillium isaacii het ziekteverloop kunnen afremmen, afhankelijk van de inoculatiemethode en het gewas.Belangrijke bijdragen voor milieu en efficiëntieDe prijzen zijn mogelijk gemaakt dankzij Bayer, de Duitse gigant in gewasbescherming en farmacie. De jury benadrukte dat beide masterproeven een belangrijke bijdrage leveren aan de zoektocht naar milieuvriendelijke en efficiënte methoden voor gewasbescherming.“Met deze prijzen willen we uitzonderlijke studenten vieren en belonen,” zegt Wouter Devarrewaere, duurzaamheidsmanager bij Bayer CropScience. “Tegelijk willen we landbouwonderzoek stimuleren dat dicht bij de praktijk staat en helpt om de dagelijkse uitdagingen van boeren aan te pakken. Die worstelen steeds meer met beperkingen en producten die wegvallen. Met hun toepasbaar onderzoek naar effectieve onkruidbeheersing en biocontrole hebben de twee laureaten van dit jaar hun steentje bijgedragen aan een duurzame en haalbare landbouw.”</content>
            
            <updated>2025-10-09T19:26:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[België verliest aandeel op wereldfrietmarkt, maar blijft wel koploper]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgie-verliest-aandeel-op-wereldfrietmarkt-maar-blijft-koploper" />
            <id>https://vilt.be/58022</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>België blijft de grootste exporteur van frieten in de wereld, maar ons aandeel neemt wel af. Dat blijkt uit cijfers van World Potato Markets. De wereldwijde handel in diepgevroren aardappelproducten bedroeg in het afgelopen seizoen 9,28 miljoen ton eindproduct. Van dat volume neemt België 2,9 miljoen ton voor zijn rekening. China en India zijn nieuwkomers in de top tien van grootste exporterende frietlanden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c15bb746-8a22-48f0-b2c0-f7b868e3cb97/full_width_agristo-aardappelverwerking-agristo.jpg</image>
                                        <content>Dat de aardappelverwerkende industrie een moeilijke tijd kent, was al langer bekend. Uit cijfers van analysebureau World Potato Markets blijkt nu ook dat België vorig jaar acht procent minder exporteerde dan het jaar ervoor. Met 2,9 miljoen ton in het seizoen 2024-2025 blijft ons land wel het grootste exportland. Uitgedrukt in euro&#039;s daalt de exportwaarde voor België van 3,94 miljard euro naar 3,52 miljard euro. Andere landen in de top drie van grootste exporteurs zijn Nederland met 1,73 miljoen ton en Canada met 1,41 miljoen ton. Ook het Nederlandse aandeel daalde vorig jaar met 7,4 procent.Op de Europese markt zijn Polen en vooral Frankrijk de opkomende landen. Frankrijk exporteert inmiddels 0,7 miljoen ton friet, een verdubbeling ten opzichte van 2019. Christophe Vermeulen, CEO van de sectorfederatie van de aardappelhandel en -verwerking Belgapom, merkt op dat de Franse groei voor een groot deel het gevolg is van nieuwe Belgische fabrieken in Noord-Frankrijk. Als je dat meeneemt, daalt de positie van Belgische producenten minder dan op het eerste oog lijkt, zo duidt hij.  Dollarkoers en concurrentie uit AziëVermeulen heeft een aantal verklaringen voor de dalende export van Belgische bedrijven. Zo speelt onder andere de koers van de dollar een rol. “Hierdoor worden Belgische producten duurder in de Verenigde Staten, wat een erg belangrijke markt is voor ons.”Ook de tarievenoorlog tussen Europa en de VS doet de handel geen deugd en kan op termijn leiden tot een verdere daling van onze export. De Amerikanen betalen momenteel acht procent importheffingen op Belgische diepgevroren aardappelproducten, maar dat percentage gaat omhoog naar 15 procent als de handelsdeal tussen Europa en de Verenigde Staten van kracht wordt.Nieuwkomers in de top tien van grootste exporterende frietlanden zijn China en India, met een productie van respectievelijk 290 en 200 miljoen ton. Het lijken geen grote cijfers, maar het toont ook wel aan dat beide landen met een bevolking van meer dan één miljard mensen zelfvoorzienend zijn. “Bovendien concurreren ze in Azië en het Midden-Oosten met onze frieten”, aldus Vermeulen. De loonkosten zijn in drie jaar tijd met 22 procent gestegen. Dat gaat uiteraard ten koste van onze concurrentiepositie Tegenover de snel opkomende verwerkende industrie in Azië, waaronder ook Belgische bedrijven met lokale productiesites, slinkt het concurrentievoordeel van de Belgische industrie. Dat heeft volgens Vermeulen te maken met de hoge productiekosten in ons land. “De prijzen voor de belangrijkste grondstof, aardappelen, zijn de voorbije jaren sterk gestegen, net als de loonkosten. Deze loonkosten zijn in drie jaar tijd met 22 procent gestegen. Dat gaat uiteraard ten koste van onze concurrentiepositie.” Transitie hangt in de luchtToch is er volgens Vermeulen geen reden tot paniek. Hoewel de concurrentiepositie slinkt, blijft de industriële kern van de Belgische bedrijven sterk. “We hebben een sterke positie op het gebied van kennis en innovatie”, aldus Vermeulen. Hij noemt het voorbeeld van gecoate frieten. Dat zijn frieten die bij het afbakken in de airfryer krokant blijven. “Met dat soort innovaties speelt de Belgische industrie in op de groeiende conveniencemarkt.”Onder meer door die groeiende markt verwachten experten de komende jaren een verdere groei van de handel in diepgevroren aardappelproducten. De wereldwijde export is sinds 2019 met 13,4 procent gestegen. Zelfs met toenemende concurrentie uit andere werelddelen liggen er volgens Vermeulen nog kansen om de Belgische industrie verder te laten groeien. “Het is de vraag wie die groei invult en met welke producten.”Volgens de Belgapom-CEO nopen de veranderende internationale omstandigheden de aardappelverwerkende industrie in ons land tot een transitie. Een teken dat deze transitie in volle gang is, zijn de gewijzigde bouwplannen van Agristo in Noord-Frankrijk. Dat bedrijf liet recent weten dat het de bouwplannen voor zijn geplande frietlijn uitstelt, terwijl het de bouw van een specialiteitenlijn juist naar voren wil halen. Staking bij Clarebout duurt voortDe staking bij aardappelverwerker Clarebout Potatoes blijft ook vandaag voortgaan. De staking startte vorige week donderdag op alle vestigingen van het bedrijf. Het personeel eist een premie nu het West-Vlaamse bedrijf voor miljarden is verkocht. De directie stelde een premie van 500 euro voor, maar dat bleek onvoldoende. &amp;nbsp;Vermeulen hoopt dat er spoedig aan tafel een akkoord bereikt wordt, maar spreekt zijn twijfels uit over de eis van het personeel. “Ik heb geen weet van een algemeen principe dat werknemers participeren in de verkoop van een bedrijf, net zoals zij dat ook niet doen bij een faillissement van een bedrijf.”Bij Clarebout is te horen dat de impact op de lopende contracten voorlopig beperkt blijft. Er is ook nog steeds productie bij Clarebout, al is die wel aangepast in functie van het aanwezig personeel. Er weken zo’n 3.000 mensen bij de aardappelverwerker.</content>
            
            <updated>2025-10-09T00:35:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Deze keer wel meerderheid in Europees parlement voor verbod op vleesbenamingen voor veggie producten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/deze-keer-wel-meerderheid-in-europees-parlement-voor-verbod-op-vleesbenamingen-voor-veggie-producten" />
            <id>https://vilt.be/58023</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Europees parlement heeft woensdag gestemd voor een verbod op vleesbenamingen voor plantaardige alternatieven. Het wil dat termen als "burger", "steak" of "worst" enkel worden voorbehouden voor vleesproducten, waardoor benamingen als "veggieburger" verboden zouden worden. In 2020 werd een gelijkaardig voorstel nog met een ruime meerderheid van tafel geveegd. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vegetarisch" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b232c966-923c-46ef-8ccd-c217cd29fd39/full_width_vegetarische-slager-namaakvlees.jpg</image>
                                        <content>De landbouwcommissie van het Europees parlement had voorgesteld om termen als &quot;burger&quot; voor te behouden voor voedingsproducten die dierlijk vlees bevatten. De benamingen zouden dan niet meer gebruikt kunnen worden voor plantaardige alternatieven die gemaakt worden op basis van groenten of granen.Reëel risico op verwarring?Volgens het rechtse Franse parlementslid Celine Imart (EVP) moet het verbod er komen omdat er &quot;een reëel risico op verwarring&quot; bestaat bij de consumenten, wat in het nadeel is van de landbouwers. Bovendien werd enkele jaren geleden een gelijkaardige regel goedgekeurd voor melkproducten, en &quot;het is maar eerlijk om hetzelfde te doen voor vlees&quot;.&amp;nbsp;Tegenstanders spreken over een cultuuroorlog die wordt aangestuurd door de vleeslobby, die de aandacht afleidt van belangrijkere thema&#039;s. Zo past &#039;de strijd om de veggieburger&#039; namelijk binnen een breder debat over het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Het bewuste amendement over de benamingen werd toegevoegd aan het standpunt van het parlement om de positie van de landbouwers in de agrovoedingsketen te versterken. Het parlement stemde daarnaast over een vereenvoudiging van de regels binnen het GLB.Tijdens het debat over de teksten dinsdag klonk dan ook de kritiek dat de EVP belangrijke debatten wilde kapen met een kwestie die de boeren helemaal niet ten goede komt. EVP-voorzitter Manfred Weber noemde de ban voor hem persoonlijk &quot;helemaal geen prioriteit&quot;. &quot;De mensen zijn niet dom als ze naar de supermarkt gaan en hun producten kopen&quot;, zei hij tijdens een persconferentie. Volgens een bron was er ook geen stemadvies vanuit de fractie, omdat er te veel discussie was over het voorstel. Enkel Vlaams Belang-parlementsleden stemden voorWoensdag stemden 355 parlementsleden voor, 247 tegen en 30 onthielden zich. Van de Vlaamse Europarlementsleden stemde enkel Vlaams Belang voor het specifieke amendement over de vleesbenamingen, de andere aanwezige parlementsleden - dus ook fractiegenoten van rapporteur Imart, Wouter Beke en Liesbet Sommen (cd&amp;amp;v) - stemden tegen.&amp;nbsp;In 2020 werd een gelijkaardig voorstel nog met een ruime meerderheid van tafel geveegd. Na de verkiezingen van 2024 zijn de machtsverhoudingen in het parlement echter veranderd, met meer rechtse parlementsleden die nauwe banden onderhouden met de landbouwsector.Het is ook nog niet zeker of de &quot;veggieburgerban&quot; er ook echt komt. Het parlement moet daarover nog onderhandelingen starten met de lidstaten. &quot;Heeft niets te maken met versterken van marktmacht&quot;Europees Parlementslid Sara Matthieu (Groen) noemt het &quot;beschamend&quot; dat het verbod - &quot;het toppunt van betutteling&quot; - werd goedgekeurd. &quot;Terwijl boeren kampen met te lage inkomens, oneerlijke contracten met supermarkten en de gevolgen van klimaatverandering, zit rechts te marchanderen over woordjes op verpakkingen&quot;, zegt ze. &quot;Als je boeren echt wil helpen, geef ze dan sterkere contracten. Geef ze een beter inkomen. Help ze innoveren, zoals het Ieperse Bonmush bewijst dat precies innovatie in hun voordeel kan spelen.&quot;Ook Bruno Tobback (Vooruit) hekelt dat geen enkele boer of consument wordt geholpen met het verbod en wijst erop dat het Europees Hof van Justitie een dergelijke poging van Frankrijk om de benaming van dergelijke producten te verbieden al afwees. &quot;Het versterken van hun marktmacht, ervoor zorgen dat hun harde werk meer opbrengt en investeren in kortere ketens, dat maakt écht het verschil voor boeren&quot;, stelt hij.</content>
            
            <updated>2025-10-08T15:45:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Natuurorganisaties clashen met hervormingsvoorstel vergunningenbeleid en verlaten klankbordgroep]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/natuurorganisaties-clashen-met-hervormingsvoorstel-vergunningenbeleid-en-verlaten-klankbordgroep" />
            <id>https://vilt.be/58024</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu willen op geen enkele manier verbonden worden aan het nieuw adviesrapport om het Vlaams vergunningenbeleid rechtszeker en robuuster te maken. Volgens hen is het advies “eenzijdig, onevenwichtig en té gericht op het faciliteren van aanvragers”. Beiden stappen ook uit de klankbordgroep, net nu die met andere middenveldorganisaties debatteert over een reactienota op het rapport. Onbegrijpelijk, reageert Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) in het parlement.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="open ruimte" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3ef82697-3ae8-4447-8078-e926353fc3d2/full_width_tuinenvansteneoostendelandbouwpark-timvandevelde.jpg</image>
                                        <content>De Vlaamse regering wil in de toekomst rechtszekere en robuuste vergunningen. Om daartoe te komen werd de ‘Gemengde Commissie Vergunningen’ opgericht met 15 experts uit de academische wereld, de overheid en juridische sector. Hen werd gevaagd om een advies op te maken met concrete maatregelen die als basis kunnen dienen voor het uiteindelijke actieprogramma van de Vlaamse regering.Tijdens de opmaak van het advies werd ook de inbreng van onder meer de klankbordgroep meegenomen. Dat verklaarde de voorzitter van de commissie Mark Andries,administrateur-generaal va Vlaio, tijdens de voorstelling van het rapport in de commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement. “De voorstellen die we in dit rapport doen, zijn evenwel uitsluitend die van ons als leden van de commissie en hebben we in alle vrijheid en onafhankelijkheid geformuleerd.” Eenzijdig en onevenwichtigNatuurpunt, Bond Beter Leefmilieu, maar ook de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP) zijn het echter grondig oneens met de voorgestelde maatregelen van de expertencommissie en laten in een persbericht weten “zich formeel te distantiëren”. “Het eenzijdige en onevenwichtig advies heeft geen oog voor de essentie van het vergunningenbeleid en zal de problemen alleen maar groter maken in plaats van oplossen”, luidt het. Het advies leest volgens de drie organisaties als een “wenslijst van vergunningaanvragers” en zou de leefomgevingskwaliteit niet genoeg beschermen. Er wordt gesteld dat de adviesmaatregelen inspraakmogelijkheden van burgers en verenigingen “onaanvaardbaar inperkt” en hun toegang tot de rechter beknot.Ze vinden het onthutsend dat het advies het bestaansrecht van milieu- en natuurorganisaties zou aanvallen door ‘strategische procedures’ tegen te willen gaan. “Zulke strategische procedures zijn er niet op gericht om de politiek te beïnvloeden, maar wel om te zorgen dat die zich aan haar eigen afspraken houdt, om zo voor rechtszekerheid te zorgen”, aldus BBL, VRP en Natuurpunt. “Een vergunning is een manier om een particulier initiatief in lijn te brengen met het algemeen belang, dat is de essentie van het vergunningenbeleid. Een consequent beleid met mogelijkheid tot tegenspraak, is de enige manier om te zorgen dat regelgeving effect heeft. En dat is vandaag, meer dan ooit, nodig om de ecologische grenzen en de kwaliteit van onze leefomgeving te beschermen. Deze license to kill voor de open ruimte is onaanvaardbaar.” Het uitwerken van deze aanbevelingen zal niet in onze naam gebeuren Minder stoelen aan de overlegtafelDe organisaties stellen vast dat het geen zin heeft verder deel te nemen aan de klankbordgroep. “Het uitwerken van deze aanbevelingen zal niet in onze naam gebeuren. Wij roepen minister Brouns op om op zoek te gaan naar werkbare oplossingen waar zowel omgevingskwaliteit als vergunningsaanvragers wel bij varen”, klinkt het.In het Vlaams parlement betreurt Andries dat organisaties die opkomen voor het behoud van de open ruimte, voor de natuur en het klimaat, het rapport afwijzen. “Er kan geen transitie naar een duurzame maatschappij gemaakt worden zonder rechtszekere vergunningen. Deze zijn een noodzaak. Ik vind het jammer dat zij dit niet inzien”, aldus Andries. “Ook betreur ik dat ze de kans laten liggen om hun standpunten toe te lichten in de klankbordgroep bij de andere middenveldorganisaties. Iedereen staat vrij om dit in persberichten uit te sturen, maar het is net het doel van de klankbordgroep om elkaars meningen te leren kennen en begrijpen. Daarvoor hoeft er nog niet noodzakelijk een consensus te zijn. Maar blijf je weg van de tafel, dan wordt dit onmogelijk.&quot;Ook Brouns laat in de commissie weten het onbegrijpelijk te vinden dat de organisaties nu weglopen. “De klankbordgroep krijgt tot half oktober om de maatschappelijke debatten te voeren over het advies. Het is een gemiste kans om niet deel te nemen. Ik hoop dat ze zich nog bedenken”, geeft hij mee. In de klankbordgroep zitten onder meer landbouworganisatie Boerenbond en werkgeversorganisatie Voka. We moet vandaag minder voor- en tegenkampen hebben, maar meer debatten en onderlinge dialogen die een voorstel verbeteren Meer debat, minder tegenkampenTijdens de rapportvoorstelling in de omgevingscommissie, en nadat duidelijk was dat de drie partijen de klankbordgroep verlieten, benadrukten Andries en Brouns nog eens extra het belang van dialoog in het traject. “Er is tussen de experts op een integere manier heel veel met elkaar gedebatteerd. Iedereen heeft het beste van zichzelf gegeven met het algemeen belang voor ogen. Dat is ook een beetje het model waar we met de vergunningen naartoe moeten”, aluds Andries. “Minder voor- en tegenkampen, maar meer debatten en onderlinge dialogen die een voorstel verbeteren.”“Het eindrapport draagt de naam ‘Samen in actie voor rechtszekerheid en robuustheid’”, vult Brouns aan. “Om het verschil op het terrein te maken, is samenwerking nodig van velen.” Daarbij benadrukt hij ook het belang van ‘oplossingsgericht adviseren’: “We hebben vandaag verschillende agentschappen in Vlaanderen die elk vanuit hun achtergrond en expertise adviezen geven. Het is belangrijk dat iedereen bereid is oplossingen aan te reiken in plaats van vast te houden aan het eigen verhaal.”Volgende stappenZodra de klankbordgroep haar reactie heeft gegeven, zal alles in de schoot van Vlaamse regering doorgelicht worden. Daarna wordt een actieplan opgesteld dat wordt vertaald naar concrete beleidsmaatregelen.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-10-08T16:50:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rechtbank verwerpt vordering Vogelbescherming Vlaanderen tegen jachtrechten Saverys wegens "geen belang"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rechtbank-verwerpt-vordering-vogelbescherming-vlaanderen-tegen-jachtrechten-saverys-wegens-geen-belang" />
            <id>https://vilt.be/58025</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De rechtbank van eerste aanleg in Dendermonde heeft de vordering van Vogelbescherming Vlaanderen vzw tegen ondernemer Nicolas Saverys onontvankelijk verklaard. De natuurvereniging kon volgens de rechter geen rechtstreeks belang aantonen in de zaak over jachtrechten in het Oost-Vlaamse natuurgebied Groot Broek. Volgens het vonnis stelde de vzw zich op “als verdediger van de rechten van andere jagers”, wat niet strookt met haar statutaire doel om de jacht zoveel mogelijk aan banden te leggen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="jacht" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3b34d44d-a956-4882-820c-b99c3fdead38/full_width_jacht-jager.jpg</image>
                                        <content>Waar gaat het om?Het natuurgebied Groot Broek, gelegen in Waasmunster en Temse, maakt deel uit van het Sigmaplan voor de Durmevallei. In 2012 werd een jachtovereenkomst gesloten met Nicolas Saverys, van wie gronden waren onteigend voor dat project. Hoewel hij zijn eigendom verloor, mocht hij zijn jachtrecht behouden op de voormalige percelen, samen goed voor 9,19 hectare.In 2019 werd een addendum toegevoegd aan de overeenkomst, waarmee het exclusieve jachtrecht werd uitgebreid tot 73,75 hectare. Volgens Vogelbescherming Vlaanderen gebeurde dat zonder transparantie of mededinging en dat is in strijd met het Jachtdecreet van 1991. Addendum 2019 versus jachtovereenkomst 2012Saverys betwistte de aantijgingen en de rechtbank volgde zijn standpunt. In een vonnis van 19 september stelt de rechter dat de vordering van de vzw “niets te maken heeft met leefmilieu, natuurbehoud of vogelbescherming”. Het optreden tegen individuele jachtrechten die aan jagers zijn toegekend, valt volgens de rechtbank buiten het werkingsgebied van de vereniging.De rechter merkt bovendien dat de vordering van Vogelbescherming Vlaanderen zich enkel de vernietiging van het addendum van 2019 beoogt, terwijl de jachtovereenkomst van 2021 niet het voorwerp uitmaakt van de procedure. “Dat addendum verandert niets aan de bestaande jachtvoorwaarden, frequentie of intensiteit”, zo oordeelde de rechter.De organisatie kon volgens de rechtbank niet aantonen dat er sprake is van bijkomende verstoring in vergelijking tot de jachtovereenkomst van 2012. Ook van een reeds verkregen en dadelijk belang is geen sprake, aangezien de jachtrechten van Saverys momenteel zijn opgeschort in het kader van de uitvoering van het Sigmaplan. Kosten en mogelijk beroepDe rechtbank veroordeelde Vogelbescherming Vlaanderen tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 1.883 euro aan zowel Saverys als aan De Vlaamse Waterweg.De vzw overweegt evenwel beroep tegen het vonnis. “Omdat de jachtrechten voorlopig geschorst zijn, heeft de rechtbank zich niet uitgesproken over de grond van de zaak en dat vinden we jammer,” zegt Vogelbescherming Vlaanderen. “Het arrest levert niet het verhoopte resultaat op, maar we blijven ons inzetten voor de bescherming van waardevolle natuurgebieden zoals het Groot Broek.”</content>
            
            <updated>2025-10-08T18:40:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opnieuw discussie over gebruikte data bij berekening piekbelasters]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opnieuw-discussie-over-gebruikte-data-bij-berekening-piekbelasters" />
            <id>https://vilt.be/58026</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA) waarschuwt dat bij de impactberekeningen van de piekbelasters niet voor elk landbouwbedrijf dezelfde data werden gebruikt. “Dit is mogelijk een schending van het gelijkheidsbeginsel”, luidt het. Daarmee legt Pieters extra buskruit onder de al fel bekritiseerde lijst met piekbelasters.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e31d2959-89f7-49bc-a128-dbf186f4050b/full_width_koe-rund-stal-european-union.jpg</image>
                                        <content>Na de vele vragen over het niet gebruiken van de meest recente kritische depositiewaarden bij de berekeningen van de nieuwe lijst met piekbelasters, plaatst Vlaams parlementslid Andy Pieters er nog een extra vraagteken bij. Volgens hem zouden niet in elk dossier dezelfde data gebruikt zijn tijdens de berekeningen van de impactscore.Om de impactscore te berekenen worden bedrijfsgegevens van landbouwers in modellen met datalagen van de overheid verwerkt. Volgens Pieters werd bij minstens één bedrijf een verouderde datalaag gebruikt. Tijdens de berekeningen zou het systeem een foutmelding gegeven hebben met de suggestie om een nieuwe berekening te maken met de actuele data. “Maar deze werd genegeerd”, aldus Pieters.Update modelDe Vlaamse Landmaatschappij voerde de berekeningen door en weerlegt de stelling dat er verschillende data gebruikt zouden zijn. “De gebruikte data zijn voor de berekening van de impactscores voor alle piekbelasters identiek”, laat VLM weten. Maar het gebruikte IFD-model kreeg wel een update wanneer de impactscores berekend werden. “In de periode dat VLM de impactscores berekende, vond een update van de versie van het IFD-model plaats in de impactscoretool, waardoor sommige berekeningen nog met een eerdere versie van het IFD-model zijn gebeurd”, aldus VLM.De aanpassingen aan het IFDM-model hadden echter geen enkele invloed op de berekeningen gebruikt voor de aanduiding van de piekbelasters, verzekert VLM verder. Schending van het gelijkheidsbeginselPieters kon enkel de berekeningen van de elf piekbelasters inkijken, maar vindt dat het parlement ook inzage moet krijgen in de berekeningen van de bedrijven die op de vroegere lijst van piekbelasters stonden. De berekeningen worden niet openbaar gemaakt om ze private bedrijfs- en persoonsgegevens van landbouwbedrijven bevatten. Alleen parlementsleden hebben inzage en kunnen ze vergelijken.Het N-VA parlementslid vraagt zich af of er wel een juridische check is gebeurd op deze aanpak van berekenen. “Onzorgvuldigheid kan dit dossier missen&quot;, zegt Pieters. Dat niet voor elk bedrijf hetzelfde model werd gebruikt, lijkt volgens hem op een schending van het gelijkheidsbeginsel. Volgens hem druist het daarnaast ook in tegen het decreet zelf, dat stelt dat steeds met de meest actuele informatie moet worden gewerkt. “Dat geldt voor alle dossiers”, zegt Pieters, verwijzend naar het ene dossier met een andere datalaag van het IFD-model.Het is niet de eerste keer dat het hanteren van ‘de meest actuele informatie’ bij de berekeningen onder vuur ligt. Zowel oppositie- als meerderheidspartijen reageerden vorige maand nog verontwaardigd dat niet de recentste kritische depositiewaarden (KDW’s) werden toegepast. Toen noemde Pieters dit al een “bijkomende bom onder de rechtszekerheid” van de lijst. Het vermeende dataverschil voegt daar nog extra buskruit aan toe. Wie zijn piekbelasters?Piekbelasters zijn de veeteeltbedrijven die door de combinatie van hun ligging met hun stikstof- en ammoniakuitstoot de grootste impact hebben op de beschermde natuur in hun omgeving. In 2022 telde de rode lijst 41 bedrijven, op basis van uitstootgegevens van 2015. Na een recente herberekening bleven echter nog 11 piekbelasters over.</content>
            
            <updated>2025-10-08T18:43:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Biogassector positief over toekomst pocketvergisters]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/biogassector-positief-over-toekomst-pocketvergisters" />
            <id>https://vilt.be/58027</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2024 bleef de productie van groene stroom door Vlaamse biogasinstallaties vrijwel stabiel op 767 GWh. Daarvan is 6 GWh afkomstig van 58 boerderijvergisters. Het aantal van deze zogenaamde pocketvergisters is al jaren stabiel, maar dat staat volgens Biogas-E niet in verhouding tot de interesse erin. Volgens het kennisplatform zijn er een aantal ontwikkelingen die de groei in aantal pocketvergisters op korte termijn een flinke boost kunnen geven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groene energie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2b358d3d-784f-41b5-b9ca-4e49538b7206/full_width_pocketvergister-biogasinstallatie-biolectric-1250.jpg</image>
                                        <content>Vlaanderen verwerkt jaarlijks meer dan drie miljoen ton organische (afval)stromen, afkomstig van de landbouw, voedingsindustrie, huishoudens en waterzuivering, via anaerobe vergisting. Daarbij wordt biogas geproduceerd dat onder meer wordt benut in een warmtekrachtkoppeling, wat resulteert in de terugwinning van zowel groene stroom als groene warmte.Vlaanderen telde in 2024 143 groot- en kleinschalige biogasinstallaties die samen 767 GWh aan groene elektriciteit en 891 GWh aan groene warmte opwekten. De Vlaamse biogassector voorziet zo respectievelijk zes procent en negen procent van de groene elektriciteit en warmte in Vlaanderen. Dat aandeel is de laatste jaren vrij stabiel. Dit blijkt uit het recent gepubliceerde rapport ‘De Vlaamse biogassector in 2024’ door Biogas-E, het centraal aanspreekpunt voor anaerobe vergisting in Vlaanderen.De vergistingsinstallaties op landbouwbedrijven, de zogenaamde pocketvergisters, spelen een bescheiden rol in groene elektriciteits- en warmteopwekking met respectievelijk 6 en 14 GWh. Toch benadrukt Tine Vergote, coördinator van Biogas-E, dat hun belang op vlak van energievoorziening en emissiereductie voor landbouwbedrijven niet te onderschatten is.  In aantal verandert er weinig. Dat is vooral toe te schrijven aan het feit dat er weinig vergunningen werden verleend in 2023 en 2024, onder meer door de onzekerheid rond stikstof Onzekerheid rond stikstofNadat het aantal pocketvergisters vanaf 2011 tot 2014 snel groeide tot 65, stabiliseert het aantal al jaren rond de 58.&amp;nbsp;“In aantal verandert er weinig. Dat is voornamelijk toe te schrijven aan het feit dat er weinig vergunningen werden verleend in 2023 en 2024, onder meer door de onzekerheid rond stikstof”, zegt Vergote.Ook de komende jaren verwacht ze op dat vlak weinig verandering. “Mogelijk dat er enkele installaties stopgezet worden omdat ze aan het einde van hun levensduur zijn. Anderzijds zullen er vermoedelijk ook een paar nieuwe bijgebouwd worden.” Zo werd in 2024 bijvoorbeeld een biovergister geplaatst bij een West-Vlaams varkensbedrijf, waardoor het totale vermogen van de boerderijvergisters wel iets toenam. En dit jaar nam melkveehouder Joachim&amp;nbsp;De Ruyck in Kruisem nog een installatie in gebruik. Signalen die hoopvol stemmenOp de iets langere termijn zijn er wel een aantal signalen die Biogas-E hoopvol stemmen. Zo keurde het Europees Nitraatcomité enkele weken terug het voorstel rond renue (herwonnen stikstof uit dierlijke mest, red.) goed, waardoor de officiële erkenning ervan als kunstmestvervanger een stap dichter komt. “Mits goedkeuring op Vlaams niveau kan dit ook een belangrijke doorbraak betekenen voor de afzet van dierlijk digestaat verkregen na pocketvergisting en verdere nabehandeling. De boer heeft minder mestafzetkosten en kan de renure verkopen. Bijkomend levert dit extra milieuwinsten op.”Ook het pleidooi van landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) om de bouw van pocketvergisters vrij te stellen van vergunningsplicht kan volgens Vergote positief werken. &quot;Dit zou een stap in de goede richting zijn, maar dat de vrijstelling zal enkel betrekking hebben op het stedenbouwkundige luik van de vergunning. Een beoordeling van de milieu-impact blijft logischerwijs nodig&quot;, verduidelijkt Vergote. Erkenning door WeComV kan boost betekenenHet&amp;nbsp;echte lot van de pocketvergisters ligt volgens haar in handen van het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV). Er werd een dossier ingediend om pocketvergisting in combinatie met stripping-scrubbing&amp;nbsp;te erkennen als ammoniakemissiereducerende maatregel. “Als dat er doorkomt, zou dat een boost voor boerderijvergisters kunnen betekenen”, klinkt het.Door de traagheid van de procedures verwacht Vergote dat de resultaten pas over enkele jaren zichtbaar zullen zijn. “De komende periode zal het aantal pocketvergisters dan ook achterblijven op de ambities van de Vlaamse overheid. In het Vlaamse Energie- en Klimaatplan wordt uitgegaan van 500 tot 700 pocketvergisters tegen 2030 (in vergelijking met 2022), met in 2025 en 2026 telkens 60 tot 90 extra installaties. Ook positief voor klimaatMet die ambitie erkent de Vlaamse overheid de bijdrage van pocketvergisters aan de reductie van methaanemissies uit mestopslag. Ook op grote schaal heeft vergisting, en dan vooral bij gebruik van mest, een positieve impact op de CO2-uitstoot. “Mest die gewoon ligt te verteren, gaat gepaard met een methaanuitstoot en dus CO2-impact. Door gecontroleerde vergisting in een reactor wordt het methaan gevaloriseerd en daalt die impact”, aldus Vergote.Zij besluit met een punt van kritiek op het Vlaamse beleid: “Europa erkent duidelijk de positieve invloed van mestverwerking en nieuwe installaties met hoogwaardige technieken op CO2-emissies en stuurt aan op incorporatie van mest in de recyclagesector. Het huidige beleid in Vlaanderen geeft jammer genoeg eerder aanleiding tot het tegenovergestelde. Het neemt het bredere plaatje van anaerobe vergisting vaak onvoldoende mee, waardoor men kansen laat liggen om sneller te evolueren richting de vooropgestelde klimaatdoelstellingen.”Een volledige analyse van de biogassector in Vlaanderen, met een overzicht van de recente wijzigingen in wetgevend en regelgevend kader en een ruime samenvatting van de productiecijfers, is hier terug te vinden.</content>
            
            <updated>2025-10-10T13:33:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Makreelbestand voor onze kust baart zorgen, Colruyt weert vis uit de schappen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/makreelbestand-voor-onze-kust-baart-zorgen-supermarkten-doen-vis-in-de-ban" />
            <id>https://vilt.be/58028</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door structurele overbevissing is het makreelbestand in de Noordoost-Atlantische Oceaan tot een kritiek niveau gezakt. Dat blijkt uit een wetenschappelijk onderzoek van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES). De organisatie adviseert om de quota met meer dan 70 procent terug te schroeven. De Belgische visserij wordt hierdoor niet rechtstreeks geraakt, maar het kan wel moeilijker worden om gerookte makreel te kopen in de winkel. Zo stoppen Colruyt en Jumbo België met de verkoop van makreel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/049e3efd-2181-42be-b470-679a4e0c2766/full_width_visserijmakreel.jpg</image>
                                        <content>De Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES) publiceerde vorige week een rapport over de kritieke toestand van het makreelbestand in de Noordoost-Atlantische Oceaan. Volgens de organisatie, die de Europese Unie adviseert over de hoogte van visquota, is ingrijpen noodzakelijk om de vissoort te laten herstellen.ICES stelt voor om het maximale volume makreelvangst volgend jaar te reduceren tot 174.357 ton. Dat betekent een vermindering met 77 procent ten opzichte van dit jaar. Daarmee zou op termijn opnieuw een gezond makreelbestand kunnen worden bereikt. Volgens Emiel Brouckaert, directeur van de Rederscentrale, de producentenorganisatie die de belangen van de zeevisserij behartigt, is het onvermijdelijk dat de quota zullen dalen. “De vraag is alleen op welke manier.”200 miljoen schade in IerlandIn reactie op het ICES-advies uitte de Europese Vereniging van Visproducentenorganisaties (EAPO), waar ook de Rederscentrale bij aangesloten is, scherpe kritiek op het beheer van het makreelbestand. Vooral veel niet-Europese landen zouden de quota niet respecteren en beduidend meer vangen dan toegestaan. Bij de toekenning van de quota zouden de EU en de betrokken landen daar rekening mee moeten houden, aldus de organisatie.De weerstand tegen verlaagde quota is het grootst in landen met een sterke makreelsector. Daar wordt gepleit voor mildere maatregelen uit vrees voor sociale en economische gevolgen. Zo is makreel in Ierland de meest waardevolle vangst voor de visserij, met een exportwaarde van 94 miljoen euro. Met de verwerkende industrie meegerekend verwacht Ierland een schadepost van 200 miljoen euro als de quota met 70 procent worden teruggeschroefd. Geen impact voor Vlaamse visserijDe Belgische visserij zal weinig impact ondervinden van een lager makreelquotum in de toekomst. “Onze vissers specialiseren zich meer in platvis. Er wordt wel wat makreel gevangen, maar dat is meestal een bijvangst.” Makreel valt onder de pelagische visserij, waarbij er gevist wordt in de open waterkolom. Pelagische vissen zijn – in tegenstelling tot platvissen – niet afhankelijk van de zeebodem voor voedsel.Waar de Vlaamse visserij zich voorlopig geen zorgen hoeft te maken, heeft een vermindering van Europese quota wel gevolgen voor Belgische importeurs en handelaars. Zo merkt groothandel Alfa Fish uit Brecht nu al de effecten van de recente ophef in de media. “We ontvangen signalen van leveranciers dat de beschikbare volumes makreel dalen. Dat vertaalt zich in hogere prijzen, vaker wisselende leverdata en kleinere partijen dan normaal”, klinkt het.Ook speelt volgens Alfa Fish het risico op uitval. “In andere landen en ketensegmenten zijn al berichten dat supermarkten en handelaren makreel uit de schappen halen.” Dat geldt bijvoorbeeld voor Nederland, waar een aantal grote supermarkten stopt met de verkoop van Atlantische makreel vanwege overbevissing. Zo vinden Albert Heijn, Lidl en Jumbo het niet langer verantwoord om makreel te blijven verkopen en stoppen zij, na de verkoop van de huidige voorraad, voorlopig met het aanbieden ervan. Belgische supermarkten weren makreelNavraag door VILT wijst uit dat ook supermarkten in België de vissoort uit de schappen halen. &quot;Bij&amp;nbsp;Colruyt&amp;nbsp;Group kiezen we ervoor om enkel vis aan te bieden die op een duurzame manier gekweekt of gevangen is. Dit betekent dat we geen overbeviste vissoorten in onze rekken willen. Aangezien het visbestand van makreel nu onder een kritisch niveau dreigt te komen, zal&amp;nbsp;Colruyt&amp;nbsp;Group op zoek gaan naar een alternatief&quot;, zegt de supermarktketen.Voor makreel in blik schakelt de Belgische supermarktketen in het eerste kwartaal van 2026 over van de Atlantische makreel naar de Chileense horsmakreel. &quot;Voor de gerookte makreel werken we volop aan alternatieven voor de variant van de Atlantische makreel, om zo de klant op een duurzame manier gerookte makreel te kunnen blijven aanbieden. Indien er geen duurzaam alternatief beschikbaar is, zal&amp;nbsp;Colruyt&amp;nbsp;Group geen gerookte makreel meer aanbieden&quot;, klinkt het.Jumbo België volgt het voorbeeld van haar Nederlandse winkels. “Jumbo maakt de voorraad op en stopt daarna met de verkoop van makreel omdat makreel rood staat op de Viswijzer (een Nederlandse gids die consumenten en de vissector informeert over de duurzaamheid van vis, red.) en niet MSC-gecertificeerd is. Dit geldt alleen voor eigen merkproducten. We zijn op zoek naar alternatieven die gecertificeerd zijn via MSC/ASC/GGN. We hebben nog geen ontwikkelingen te melden. Het is in ieder geval lastig om een goed alternatief te vinden”, vertelt een woordvoerder.Volgens Steven Timmermans van Alfa Fish staat niet alleen de makreel er slecht voor. Zo staat de Europese paling (Anguilla anguilla) op de IUCN-lijst als “ernstig bedreigd”. “Dat is een duidelijk voorbeeld van een soort waarvoor de vangst en de handel sterk gereguleerd en gereduceerd zijn. Ook de zeebaars verdient volgens hem een voorzichtig beheer, terwijl de kabeljauw onder verhoogde monitoring staat en er in sommige gebieden strikte vangstadviezen van ICES gelden.”</content>
            
            <updated>2025-10-12T20:52:34+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kauwenplaag in West-Vlaanderen: landbouwers en lokale besturen vragen ruimere bestrijding]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kauwenplaag-in-west-vlaanderen-landbouwers-en-lokale-besturen-vragen-ruimere-bestrijding" />
            <id>https://vilt.be/58029</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De roep om meer mogelijkheden om kauwen te bestrijden klinkt steeds luider, ook buiten de landbouw. In het West-Vlaamse grensdorp Helkijn is het geduld van inwoners met de kauwenpopulatie op. Burgemeester Mathias Goos (Pro8587) kondigt maatregelen aan nadat de vogels herhaaldelijk schade aanrichtten aan isolatie, zonnepanelen en auto’s. Boerenbond erkent het probleem en vraagt al langer dat de bestrijdingsmogelijkheden voor kauwen worden verruimd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="schade" />
                        <category term="landbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9cd155f9-1382-4505-967c-f8a1b73909ec/full_width_kauw.jpg</image>
                                        <content>Volgens burgemeester Goos is de situatie in Helkijn niet langer houdbaar. “De slinger inzake de protectie van kraaiachtigen is compleet doorgeslagen”, vertelt hij aan Het Laatste Nieuws. &amp;nbsp;“De kauw is een predator en is overbeschermd, net als kraai en de ekster. Ze roven nesten leeg en brengen schade toe aan landbouw en particuliere eigendommen. Het risico op schouwbranden neemt ook toe met hun grotere aanwezigheid.”“Overreglementering, zonder voeling met realiteit”De gemeente wil deze winter starten met een zachte aanpak via auditieve signalen – ultrasone geluiden die de vogels moeten verjagen. Als die maatregel onvoldoende blijkt, sluit Goos zwaardere middelen niet uit. “We kunnen vallen plaatsen of, in overleg met hogere overheden, de lokale jachtvereniging inschakelen om de populatie te reduceren.”De burgemeester vraagt een koerswijziging in het Vlaamse beleid en pleit voor een jachtopening op kauwen en eksters, zoals in andere Europese landen. “Het is een voorbeeld van overreglementering vanuit Brussel of vanuit een groene loft in Gent, zonder voeling met de realiteit op het platteland.” Beschermde diersoort, beperkte uitzonderingDe kauw is een inheemse vogelsoort in Vlaanderen en valt onder het Soortenbesluit van 2009, een uitvoering van de Europese Vogelrichtlijn uit 1979. Daardoor is het verboden om kauwen te doden, vangen of verhandelen. Bestrijding is enkel toegestaan in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld wanneer professioneel geteelde gewassen ernstige schade dreigen op te lopen, wat het geval kan zijn bij pas ontkiemende zaden. Vooraleer bestrijding kan plaatsvinden, moet de aanvrager eerst alle redelijke preventieve maatregelen hebben genomen om het gewas te beschermen. In de praktijk betekent dit dat minstens één preventieve maatregel moet zijn toegepast om de kraaiachtigen bij de oogst weg te houden.Voorbeelden van zulke maatregelen zijn: afschrikken met vogelverschrikkers, vlaggen, ballonnen, bewegende poppen, imitatie van een roofvogel of geluidssignalen zoals gaskanonnen of dierengeluiden of de oogst afschermen door deze te overdekken of af te dekken. Het pikken door het plastic van kuilvoer of schade aan pas ontkiemde zaden is een vaak terugkerend probleem Boerenbond: “Kauwen veroorzaken aanzienlijke landbouwschade”Ook in de landbouwsector groeit de frustratie. Volgens Boerenbond ondervinden land- en tuinbouwers al jaren schade door kraaiachtigen, waaronder de kauw. De organisatie verwijst naar recente onderzoeksgegevens waaruit blijkt dat vooral zwarte kraai en kauw voor de meeste schadegevallen in de landbouw zorgen.“Tijdens de kiemperiode gaat het om verliezen tussen twee en tien procent,” stelt Boerenbond. “Het pikken door het plastic van kuilvoer of schade aan pas ontkiemde zaden is een vaak terugkerend probleem.”Cijfers op Vlaams niveau ontbreken nog, maar Boerenbond roept landbouwers op om schadegevallen te registreren via het platform WildInzicht. “Preventieve maatregelen zoals lasers of knalapparaten hebben vaak een beperkt of slechts tijdelijk effect. Daarom blijft bestrijding noodzakelijk.”Pleidooi voor ruimere bestrijdingsmogelijkhedenVandaag mag de kauw enkel worden bestreden bij schade aan maïs en fruitteelt. Boerenbond vindt dat te beperkt: “We pleiten voor een ruimere bestrijdingsmogelijkheid, ook bij andere teelten en bij schade aan kuilvoer. De populatie stijgt, maar de regelgeving blijft achter. De bescherming die vandaag geldt, staat in contrast met de realiteit op het veld,” klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-10-09T16:05:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bostoename in Vlaanderen gehalveerd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bostoename-in-vlaanderen-gehalveerd" />
            <id>https://vilt.be/58030</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen heeft dit jaar 335 hectare bos aangeplant, de helft minder dan het jaar daarvoor, en net onder het gemiddelde van voorganger Zuhal Demir (N-VA) <em>(385 hectare, red.)</em>. Dat blijkt uit cijfers die Sanne Van Looy (N-VA) en Kris Verduyckt (Vooruit) voorleggen aan het Vlaams parlement. De bosdoelstelling voor 10.000 extra hectare tegen 2030 lijkt zo des te verder weg. Laure De Vroey van BOS+ wijst erop dat ze nog voor geen kwart is behaald.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bos" />
                        <category term="ontbossing" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/86f8f66c-111a-4d9f-9d87-d57ef06d5a15/full_width_nieuwe-aanplant-van-bomen.jpg</image>
                                        <content>Verduyckt en Van Looy namen de Week van het Bos als aanleiding om minister Brouns aan de tand te voelen over zijn bosbeleid. Volgens Van Looy zijn er verschillende redenen waarom de nieuwe bosaanplant dit jaar gehalveerd is ten opzichte van 2024. “De subsidieoproep voor lokale besturen kwam een beetje te laat”, zegt Van Looy. “Maar ook de nieuwe voorwaarden die daarin zijn opgenomen spelen een rol. Je kunt niet meer overal bos planten en soms gaat het gepaard met toch wel ingewikkelde planinstrumenten.”Verduyckt verwijst nog naar de toenemende verharding in Vlaanderen. “Er komt meer asfalt, meer beton en minder ademruimte”, zegt hij. Volgens hem betekent de halvering van bosaanplant dat er onder Brouns ongeveer een miljoen minder bomen werden geplant in het jaar na zijn voorganger. “Wat we ook zien, is dat het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) nauwelijks grond heeft aangekocht om bosaanplantingen te doen”, zegt Verduyckt.In 2023 kocht het agentschap nog 251 hectare te bebossen grond, vorig jaar 120 hectare en dit jaar 12,7 hectare. “Dat maakt ons toch wel bezorgd”, zegt Verduyckt. “Ik denk dat we geen vertraging nodig hebben, maar juist een versnelling. Dat zien we vandaag niet in de feiten.” Dat beaamt ook Mieke Schauvliege (Groen).Tien procent bos heeft andere inkleuringVILT sprak met algemeen directeur Laure De Vroey van BOS+. Zij wijst erop dat, hoewel het Vlaams bosdecreet ontbossing verbiedt, hier voortdurend uitzonderingen op worden gemaakt. Tien procent van het bos in Vlaanderen staat als woon- of industriegebied op het gewestplan ingekleurd en loopt dus risico om ‘uitzonderlijk’ gekapt te worden.Met alle bestemmingen samen is in totaal een derde (31%) van het bos in Vlaanderen ‘zonevreemd’ of ruimtelijk bedreigd. Deze bossen beschermen door ze te herbestemmen naar bos- of groengebied, gebeurt zelden omdat lokale besturen angst hebben voor hoge schadevergoedingen aan eigenaars. Bosgrond is immers minder waard dan bouwgrond. De Vroey wijst erop dat de compensatie voor planschade in Vlaanderen hoger ligt dan eender waar in Europa. “En zo blijven we ons baseren op gewestplannen die in de jaren 70 zijn opgemaakt.”Ontbossing niet altijd gecompenseerdVolgens De Vroey zou het bebossingstempo net moeten versnellen, niet afnemen. Op meer dan zes jaar tijd is nog geen kwart van de tienjarige doelstelling gerealiseerd. “Er is de vorige legislatuur veel op poten gezet, onder meer via het samenwerkingsverband Bosalliantie, en nu is het tijd om te versnellen, niet om te vertragen. Met de wissel van legislaturen, zowel op Vlaams als op lokaal niveau, zien we dat er dit jaar veel minder projecten gerealiseerd worden. Dat tij moeten we keren.” Met de wissel van legislaturen, zowel op Vlaams als op lokaal niveau, zien we dat er dit jaar veel minder projecten gerealiseerd worden Hoewel Vlaanderen compensatiemechanismen voorziet bij ontbossing, is ook deze ontoereikend. “Normaal moet de compensatieoppervlakte in veel gevallen groter zijn dan het verdwenen bos, maar veel projecten zijn vrijgesteld van deze compensatie”, zegt De Vroey. “Bovendien heeft een jong bos tientallen tot honderd jaar tijd nodig om dezelfde functies te vervullen als een oud bos.”Cijfers die BOS+ jaarlijks opvraagt bij het Agentschap voor Natuur en Bos tonen aan dat er in Vlaanderen jaarlijks 200 à 300 hectare mét vergunning wordt ontbost. Dat is 0,7 hectare of een groot voetbalveld per dag.Brouns: &quot;Meer inzetten op samenwerking met lokale besturen&quot;In Het Vlaams Parlement verdedigde Brouns het beleid aan de hand van diverse maatregelen. Zo wordt de verhoogde subsidie voor bebossing met twee jaar verlengd voor initiatieven van derden, zoals de terreinbeherende organisaties. Ook worden de samenwerkingen met de Bosgroepen, BOS+ en Regionale Landschappen met minstens een jaar verlengd. Bovendien wil Brouns meer inzetten op samenwerking met lokale besturen. “En ja, ook de bescherming van landbouwgrond moet in die context worden meegenomen”, zegt Brouns.“Dat is een valabel spoor, maar dat kan niet het enige zijn”, zegt De Vroey. “Bovendien moeten lokale besturen hiervoor de nodige middelen krijgen. Niet alleen voor de bebossing zelf, maar ook voor het opmaken van gedragen visies. Als we dit spoor serieus nemen, moet het uitgebouwd worden. En dat is niet wat we zien in de huidige besparingsronde.” De Vroey wijst er ook op dat vergunningen verkrijgen voor bebossing niet altijd eenvoudig is. In het parlement wijst Brouns er wel op dat bosaanplant in bosgebied zal worden vrijgesteld van vergunning.&quot;Grote winsten te boeken bij private spelers&quot;Bovendien vallen er volgens Brouns nog grote boswinsten te boeken bij private spelers. “Ik ben er inderdaad niet van overtuigd dat het aankoopbeleid van de Vlaamse overheid en de natuurverenigingen de enige mogelijkheid zou zijn om bijkomend bos in Vlaanderen te ontwikkelen”, zegt Brouns. “Daarom wil ik ook onderzoeken of, naast de lokale besturen, private eigenaars en grondeigenaars geïnteresseerd zijn om samen met ons dat extra bos te realiseren. We zijn ook aan het onderzoeken om dat op specifieke locaties te doen, zoals in de groene bestemmingen in speciale beschermingszone (SBZ’s), om zo ook sneller die Europese doelen te kunnen realiseren. We hebben daar nog 2.100 hectare te gaan. Ik heb het Agentschap voor Natuur en Bos gevraagd ook die piste verder te onderzoeken.” Ik ben er inderdaad niet van overtuigd dat het aankoopbeleid van de Vlaamse overheid en de natuurverenigingen de enige mogelijkheid zou zijn om bijkomend bos in Vlaanderen te ontwikkelen Ook in de groene bestemmingen ligt er nog 30.000 hectare dat vandaag geen bos of natuur is, stelt Brouns. Een andere piste ziet Brouns in de ‘watergevoelige openruimtegebieden’ of ‘worgs’. Dat zijn openruimtegebieden waar niet meer wordt gebouwd vanwege het risico op wateroverlast. Volgens Brouns gaat het om meer dan 500 hectare dicht bij de dorpskernen.De Vroey ziet ook mogelijkheden in het bebossen van deze ‘worgs’. “Bovendien zijn natte bossen ecologisch zeer waardevol en zeldzaam in Vlaanderen”, zegt ze.“Ook het agrarisch gebied op percelen waarvoor geen interesse is bij de landbouwers om die productief in te zetten, kan in de toekomst nog altijd bebost worden”, geeft Brouns nog mee.De Vroey waarschuwt dat de doelstelling van 10.000 hectare extra bos hoe dan ook geen eindpunt zal zijn, noch voor Vlaanderen, noch voor Europa. “Zowel internationale doelstellingen zoals het Kunming-Montréalakkoord als de wetenschappelijke consensus stellen dat om biodiversiteitsverlies tegen te gaan en ecosystemen te herstellen, 30 procent van onze ruimte zou moeten worden ingenomen door natuur, waarvan een groot deel bos. Om daar te geraken, moeten we nog een veelvoud van die 10.000 hectare realiseren.”</content>
            
            <updated>2025-10-10T14:13:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Korteketenveehouders lopen vast op verwerkingsknelpunten, nieuw project zoekt oplossing]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/korteketenveehouders-lopen-vast-op-verwerkingsknelpunten-nieuw-project-zoekt-oplossing" />
            <id>https://vilt.be/58031</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Veehouders die hun vlees zelf willen afzetten in de korte keten lopen vandaag vaak vast in wettelijke kaders die eerder gericht zijn op grotere spelers. Het wordt zo steeds moeilijker voor kleine veehouders om slagers of uitsnijderijen te vinden voor hun dieren. Met het project 'Samen versnijden' wil het Steunpunt Korte Keten van landbouworganisaties Ferm en Boerenbond daar een mouw aan passen. “We willen onder meer een haalbaar wettelijk kader uitwerken op maat van de korte keten zodat de toekomst van Vlaamse vlees- en vleespakketverkopers verzekerd blijft”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/188e3468-ce96-4e54-82da-d418c087f883/full_width_slager-varken-versnijding-ambacht.jpg</image>
                                        <content>Dat veehouders die hun vlees willen afzetten in de korte keten heel wat drempels ervaren, is een understatement. Een allereerste uitdaging is een slachthuis vinden dat hun dieren wil slachten. Veel slachthuizen sloten de voorbije jaren de deuren en in de overblijvende zijn korteketenboeren niet altijd welkom. Kleine aantallen dieren slachten voor één klant is voor hen omslachtig, en niches zoals buitenloopvarkens of andere rassen maken het proces nog tijdrovender. Daarnaast staan slachthuizen ook niet te popelen om de hele papierwinkel in te vullen voor één kleine veehouder.Een lange weg voor een korte ketenWanneer een veehouder er toch in slaagt zijn dieren te laten slachten, vormt het versnijden van de karkassen de volgende uitdaging. Daarvoor hebben korteketenboeren drie mogelijke pistes, die in de praktijk echter vaak doodlopen. Ofwel kunnen ze terecht bij een erkende uitsnijderij, maar daar botsen ze al vaak op dezelfde moeilijkheden als bij de slachthuizen. Erkende uitsnijderijen verwerken dagelijks tonnen karkassen op een gestandaardiseerde manier en richten zich grotendeels op export. Voor kleine veehouders is er zelden plaats, zeker niet als ze met andere rassen werken die specifieke handelingen vereisen.Een tweede optie is het karkas opnieuw naar de boerderij laten vervoeren. In dat geval moet de veehouder wel zelf de kennis hebben om het karkas te verwerken, of een slager in dienst hebben die het vlees in een conforme ruimte verwerkt. Alleen is slager in Vlaanderen een knelpuntberoep, waardoor het vandaag bijzonder moeilijk is om iemand te vinden. Bovendien weegt de loonkost zwaar door, wat de rendabiliteit van de korte keten onder druk zet. Daarbovenop geldt dat de veehouder minstens 70 procent van het vlees rechtstreeks aan consumenten moet verkopen (B2C), en slechts 30 procent mag afzetten aan ondernemingen zoals collega’s, horeca of retail (B2B). Een derde optie is om de karkassen bij een (hoeve)slager te laten versnijden, maar ook daar speelt de wet niet in het voordeel van korteketenboeren. Karkassen op naam van de veehouder mogen niet door een slager verwerkt worden, waardoor de slager eerst de dieren moet aankopen van de veehouder om nadien het versneden vlees opnieuw te verkopen aan de veehouder. In dat geval mag de veehouder zijn vlees enkel nog rechtstreeks aan consumenten verkopen (B2C). En ook de slager moet opletten, want in zijn omzet mag maximaal 30 procent B2B-verkoop zitten.Een omweg is een ‘toelating vleeswinkel’ bij het FAVV, gekoppeld aan een extra VEN-nummer op het adres van de slager. Dat laat verwerking bij een slager onder strikte voorwaarden toe, maar vraagt een strikt onderscheid tussen de eigen activiteiten van de slager en die voor de veehouder. Zo mag er nooit vlees van beiden tegelijk aanwezig zijn, en moeten er onder meer gewerkt worden met aparte koelcellen en ingrediënten. In de praktijk blijkt dit nauwelijks haalbaar te zijn. Haalbaar kader gezocht voor korte ketenIn het kader van hun project ‘Samen versnijden&#039; zoekt het Steunpunt Korte Keten nu samen met het FAVV en de Vlaamse overheid naar een oplossing zodat het praktisch haalbaarder wordt dat slagerijen onder de ‘toelating vleeswinkel’ het vlees van veehouders in korte keten kunnen verwerken.Daarnaast zetten ze ook in op een vierde piste: slagers die een erkenning van een uitsnijderij aanvragen. Al blijkt dit geen fluitje van een cent te zijn. “Kleine uitsnijderijen worden aan dezelfde eisen onderworpen als de grote. Dit zowel naar aantal betalende controles als naar aantal betalende analyses. Dit zorgt ervoor dat op vandaag een kleinschalige uitsnijderij per definitie niet rendabel is”, legt Ann Detelder van Steunpunt Korte Keten uit.Daarom wil het steunpunt ook hier werk maken van aangepaste regelgeving om een haalbare en rechtszekere erkenning uit te tekenen, op maat van korteketenondernemers. “Een soort van light-erkenning&quot;, verduidelijkt Detelder. &#039;Met deze twee opties zouden veehouders en slagers elkaar makkelijker kunnen vinden en kan er een duurzaam netwerk voor de korte keten opgebouwd worden.&#039;Meer vlees in korte keten krijgenHet Steunpunt Korte Keten ziet de korte keten als een kans en een verdienmodel voor een deel van de veehouders. “Maar daarvoor is een haalbaar wettelijk kader nodig waarin slagers de karkassen voor de korteketenveehouders kunnen versnijden”, klinkt het.Ook Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns onderstreept het belang van het project. &quot;Dit project versterkt de toekomst van korteketenondernemers én stimuleert tegelijk een voldoende aanbod van lekker, lokaal, vers en duurzaam vlees&quot;, klinkt het. &quot;Zo maken we het voor de consument makkelijker om bewust te kiezen voor voedsel dat dicht bij huis geproduceerd wordt.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-09T19:29:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Compensatie aanvragen voor nulbemesting in SBZ-H kan nog tot 31 oktober]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/compensatie-aanvragen-voor-nulbemesting-in-sbz-h-kan-nog-tot-31-oktober" />
            <id>https://vilt.be/58032</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers die percelen hebben in een groene bestemming in de Speciale Beschermingszones van de Habitatrichtlijn (SBZ-H) hebben nog tot 31 oktober om vervroegd in te stappen in de nulbemestingsregeling vanaf 2025 of 2026. Hoe sneller ze overschakelen, hoe hoger de vergoeding.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e10c7c14-b47c-49ed-a7b7-ddb09ef7845d/full_width_natuur-veld-bio.jpg</image>
                                        <content>Al 73 landbouwers stapten inIn het stikstofdecreet is bepaald dat percelen in groene bestemmingen&amp;nbsp;in SBZ-H-gebied vanaf 2028 niet langer bemest mogen worden. Zij kunnen ervoor kiezen om sneller over te gaan op nulbemesting voor die percelen in ruil voor een hogere vergoeding. Zo stapten in 2024 al 73 landbouwers vrijwillig over op nulbemesting. Het ging om 167 hectare en per hectare werd 15.000 euro uitbetaald. In totaal ontvingen de landbouwers op die manier iets meer dan 2,5 miljoen euro.Deadline van 30 september naar 31 oktoberWie nog niet instapte in de nulbemestingsregeling, kan dit nog doen voor 2025 en 2026. Normaal lag de uiterste deadline daarvoor op 30 september, maar de Vlaamse regering heeft die deadline nu versoepeld naar 31 oktober 2025. Landbouwers met percelen in groene bestemmingen in SBZ-H - zij werden daarover ook ingelicht in februari via de Mestbank - kunnen tot die datum nog instappen in de nulbemestingsregeling.Wie al in 2025 nulbemesting toepaste op zijn SBZ-H-percelen en uiterlijk op 31 oktober een aanvraag indient bij de Mestbank, ontvangt een vergoeding van 14.375 euro per hectare. Wie in 2026 vervroegd wil overschakelen, ontvangt nog 13.750 euro per hectare. Versoepelingen voor familiale overdrachten en seizoenpachtenVoor de compensatievergoeding is er nu ook een versoepeling goedgekeurd voor familiale overdrachten en ook voor seizoenpachtcontracten. Op percelen in de groene bestemmingen in SBZ-H waar een vrijstelling van het bemestingsverbod, ontheffing genoemd, van toepassing is, kan de compensatievergoeding overgedragen worden binnen familiale verwantschap tot de ontheffing verloren gaat.Op percelen in de groene bestemmingen in SBZ-H waar de nulbemestingsregeling nog niet van toepassing is, kan het recht op de compensatievergoeding overgedragen worden naar een nieuwe gebruiker. Ook bij seizoenpacht blijft het recht op de compensatievergoeding voor de verpachter behouden, op voorwaarde dat de seizoenpacht geen twee jaar na elkaar plaatsvindt.&amp;nbsp;De betrokken&amp;nbsp;landbouwers&amp;nbsp;ontvangen in de loop van oktober een persoonlijk bericht via het Mestbankloket. SBZ-H versus VENDe Vlaamse Landmaatschappij wijst er nog op dat deze regeling niet verward mag worden met de vrijwillige nulbemesting in VEN-gebied, die er nog komt door MAP7.</content>
            
            <updated>2025-10-09T19:12:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU licht “ijzersterke garanties” voor landbouw toe in Mercosurakkoord, landbouworganisaties niet overtuigd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-licht-ijzersterke-garanties-voor-landbouw-toe-in-mercosurakkoord-landbouworganisaties-niet-overtuigd" />
            <id>https://vilt.be/58033</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie heeft haar garanties toegelicht voor boeren die nadelige gevolgen zouden ervaren van de Mercosur-handelsovereenkomst. “Dankzij deze ijzersterke juridische garanties kunnen landbouwers het Mercosurakkoord met vertrouwen steunen”, klinkt het vanuit de Commissie. Onzin, reageren zowel Boerenbond als de overkoepelende Europese landbouworganisatie Copa-Cogeca. “Deze garanties zijn helemaal niet sluitend.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/aa0d975e-be5d-4f69-bb1f-00a57482059b/full_width_tractorprotest-brussel-sfeerbeeld.jpg</image>
                                        <content>De landbouwsector is bezorgd over het vrijhandelsakkoord dat de Europese Commissie eind vorig jaar met het Zuid-Amerikaanse handelsblok bereikte. De landbouwers vrezen het risico op oneerlijke concurrentie van goedkopere importproducten, vaak geproduceerd onder minder strenge sociale en milieuregels.Volgens de Commissie is deze bezorgdheid niet nodig. De toegang van de Mercosur-landbouwproducten tot de Europese markt zou zeer geleidelijk gebeuren en zou uiteindelijk erg beperkt zijn. Bovendien zijn er “robuuste beschermingsmaatregelen voor het onwaarschijnlijke geval” dat het handelsakkoord toch zou leiden tot een schadelijke stijging van de invoer uit Mercosur of een buitensporige daling van de prijzen bij Europese producten.De beschermingsmaatregelen werden deze week verduidelijkt door de Commissie. Zo zou er een verbeterde monitoring komen van de marktontwikkeling van de zogenaamde gevoelige landbouwproducten zoals rundvlees, gevogelte, honing, eieren, ethanol en suiker. De Commissie stelt voor om elke zes maanden een impactevaluatie op te maken van de import van deze producten. “Dit maakt het mogelijk om risico&#039;s in een vroeg stadium te identificeren en snel actie te ondernemen om mogelijke negatieve gevolgen te verhelpen”, schrijft de Commissie.Als er duidelijke ‘triggers’ zijn, belooft ze deze ook onmiddellijk te onderzoeken. De Commissie ziet duidelijke triggers bij Mercosurproducten waarvan de importprijs minstens tien procent lager ligt dan die van een vergelijkbaar EU-product, in combinatie met een stijging van tien procent in de jaarlijkse invoer of een daling van 10 procent in de importprijs van datzelfde product, vergeleken met het voorgaande jaar.Als uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van ernstige schade, kan de EU tijdelijke beschermingsmaatregelen invoeren. Bij een dreigende situatie waar geen tijd is om het volledige onderzoek af te wachten, moet ze binnen 21 dagen voorlopige maatregelen nemen.Eerder gaf de Commissie aan dat landbouwers in uitzonderlijke gevallen ook een beroep zullen kunnen doen op een crisisfonds. Bovendien benadrukt ze dat het vrijhandelsakkoord voor veel landbouwers en voedingsbedrijven nieuwe afzetmarkten zal openen. Zo wordt momenteel veel olijfolie, maar ook wijn en andere dranken naar de Mercosurlanden geëxporteerd. We hebben de zorgen van de boeren gehoord en we handelen ernaar Commissie ziet reden tot vertrouwen, boeren niet“Het versterken van het concurrentievermogen en de maatschappelijke rol van onze landbouwers blijft de topprioriteit van de EU-handelsagenda. We hebben de zorgen van de boeren gehoord en we handelen ernaar”, verzekert EU-commissaris voor Handel, Maros Sefcovic (EVP). “Onze landbouwers kunnen dankzij deze ijzersterke juridische garanties het Mercosurakkoord met vertrouwen steunen.” &amp;nbsp;Al wordt dat vertrouwen door Boerenbond en Copa-Cogeca voorlopig niet gedeeld. “De voorgestelde beschermingsmaatregelen beantwoorden deels aan onze bezorgdheden, maar ze bieden geen sluitende garantie”, aldus Boerenbond. “Het venijn zit vaak in details, bovendien is er nog geen bewijs geleverd dat deze maatregelen zullen werken.”&amp;nbsp;“Zelfs kleine veranderingen, ook al blijven ze binnen de vastgelegde grenzen, kunnen een grote impact hebben op markten met krappe marges, zoals de rundvleessector”, duidt Giel Boey, EU-expert bij Boerenbond, één van de vele bezorgdheden. “De Commissie bekijkt de impact van de Mercosurimport ook afzonderlijk, het houdt geen rekening met extra import uit andere landen. Samen kunnen deze een grotere druk op de markt betekenen.” Mercosur-landbouwers kunnen makkelijk diep onder onze prijzen duiken Geen duidelijkheid over handhaving productienormenEen andere bezorgdheid van de organisaties is dat de Commissie nog geen duidelijkheid geeft over hoe ze zal toezien op het naleven van productienormen rond dierenwelzijn en voedselveiligheid in Zuid-Amerika. In de EU-lidstaten worden deze normen over de hele keten opgelegd en gecontroleerd door een uitgebreide monitoringsstructuur.De Commissie verzekert dat geen enkel product wordt ingevoerd als het niet aan de Europese standaarden voldoet. “Maar concrete uitleg over hoe die normen in de praktijk zullen worden gehandhaafd en gecontroleerd, ontbreekt nog steeds”, reageert Copa-Cogeca.Naast de normen op vlak van dierenwelzijn en voedselveiligheid komen er voor de EU-boeren ook steeds strengere eisen bij op vlak van milieu en duurzaamheid. Normen die de EU niet kan afdwingen bij handelspartners, maar die wel zorgen voor een ongelijk speelveld. “Omwille van de verlaagde handelstarieven, de verhoogde standaarden in de EU en gestegen kosten, kunnen landbouwers in Mercosur makkelijk diep onder onze prijzen duiken”, schetst Boey. “Dit zorgt voor desinformatie bij de consument en bedrog bij onze producenten.” De garanties bieden geen antwoord op onze bezorgdheden over een gelijk speelveld en eerlijke concurrentie, gezien de verschillen in productienormen Niet gesust“We erkennen de inspanningen van de Commissie om de beschermingsmaatregelen te verduidelijken en te verbeteren, maar volgens ons volstaan die niet om het risico van invoer uit de Mercosurlanden op te vangen. Vooral niet in de rundvlees-, suiker- en pluimveesector”, besluit Copa-Cogeca. “Hoewel de garanties rekening houden met mogelijke marktimpact, bieden ze geen antwoord op onze bezorgdheden over een gelijk speelveld en eerlijke concurrentie, gezien de verschillen in productienormen.”Beide landbouworganisaties laten er geen twijfel over bestaan: de Europese garanties stellen hen niet gerust, en &amp;nbsp;dus steunen ze het Mercosurakkoord niet. “De basis van het akkoord blijft dezelfde, de garanties zijn niet meer dan een doekje voor het bloeden”, zegt Boerenbond. Copa-Cogeca roept de lidstaten en het Europees parlement dan ook op om het akkoord te verwerpen.</content>
            
            <updated>2025-10-09T19:41:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Biobrandstoffen stoten meer CO2 uit dan de fossiele brandstoffen die ze vervangen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/biobrandstoffen-stoten-meer-co2-uit-dan-de-fossiele-brandstoffen-die-ze-vervangen" />
            <id>https://vilt.be/58034</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De productie van biobrandstoffen wereldwijd stoot 16 procent meer CO2 uit dan fossiele brandstoffen, zo blijkt uit de studie. Dat komt door de onrechtstreekse impact van ontbossing en landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/13f76cb7-40c6-4d56-be8d-80224ef9ab5b/full_width_ethanol-biobrandstof.jpg</image>
                                        <content>Voor de productie van biobrandstoffen is veel grond nodig. Wereldwijd wordt er naar schatting 32 miljoen hectare voor gebruikt, een oppervlakte groter dan heel Italië. Biobrandstoffen dekken daarmee slechts vier procent van de wereldwijde energiebehoefte in transport. Volgens een studie in opdracht van Transport &amp;amp; Environment, de Europese organisatie voor duurzaam vervoer, zou met diezelfde landoppervlakte 1,3 miljard mensen gevoed kunnen worden.Bovendien zou met slechts drie procent van die oppervlakte evenveel energie kunnen worden opgewekt als ze zou worden volgeplaatst met zonnepanelen. Die energie zou volstaan om een derde van het wereldwijde wagenpark van elektriciteit te voorzien.90% nog steeds afkomstig van voedselgewassenEr wordt de laatste jaren wel werk gemaakt van klimaatvriendelijkere vormen van biobrandstoffen, maar uit het onderzoek blijkt dat 90 procent van de productie nog steeds afkomstig is van voedselgewassen. In 2023 werd zo 150 miljoen ton maïs en 120 miljoen ton suikerriet en suikerbiet gebruikt.Het productieproces vergt daarnaast ook veel water. Honderd kilometer rijden op biobrandstoffen komt overeen met een waterverbruik van 3.000 liter, terwijl amper 20 liter volstaat om dezelfde afstand af te leggen met een elektrische wagen die stroom gebruikt afkomstig van zonnepanelen.Oproep om te stoppen met biobrandstoffenT&amp;amp;E becijferde dat de vraag naar biobrandstoffen tegen 2030 met minstens 40 procent zou toenemen, waardoor het land- en watergebruik nog flink zou oplopen. Daarom roept de koepelorganisatie wereldleiders op om op de VN-klimaattop COP30 in november in Brazilië paal en perk te stellen aan de uitbreiding van biobrandstoffen.&quot;Biobrandstoffen vormen een verschrikkelijke klimaatoplossing en een onthutsende verspilling van land, voedsel en miljoenen aan subsidies&quot;, stelt Cian Delaney van T&amp;amp;E. &quot;Regeringen wereldwijd moeten hernieuwbare energie voorrang geven op biobrandstoffen.”</content>
            
            <updated>2025-10-10T17:25:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse couveuseplantjes vinden hun weg over de hele wereld]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-couveuseplantjes-vinden-hun-weg-over-de-hele-wereld" />
            <id>https://vilt.be/58035</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De kamerplantjes in Europese Ikea-filialen vinden onder meer hun oorsprong in Lochristi bij Denis-Plants dat dit jaar zijn vijftigste verjaardag viert. Het bedrijf brengt meer dan 800 soorten kamerplanten en vaste planten in een laboratorium tot leven en verkoopt de jonge planten na enkele maanden aan telers over heel Europa, maar ook in overzeese landen. “Corona heeft het imago van groen blijvend veranderd”, klinkt het hoopvol voor de toekomst.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/704e80d7-d1d2-4798-862d-7dbf1c52ad15/full_width_verspenen-van-plantjes.jpg</image>
                                        <content>Een werknemer van Denis-Plants in labokleding kijkt door een microscoop naar een plantje, een andere werknemer verplaatst een palletkar. We bevinden ons buiten het R&amp;amp;D-centrum van Denis-Plants in Lochristi, het historische hart van de Vlaamse sierteelt. We mogen niet naar binnen. “Binnen is een steriele werkomgeving, we kunnen het ons niet veroorloven om ziektes binnen te brengen”, vertelt Johan Vrancken, directeur van Denis-Plants. In vitro vermeerdering: ziektevrij, homogeen maar duurderIn het R&amp;amp;D-centrum worden nieuwe inzetten gedaan van de moederplanten en worden beperkte in vitro stocks opgebouwd. Daarnaast fungeert het R&amp;amp;D-lab als onderzoekscentrum voor verdere protocoloptimalisering. De beperkte in vitro stocks worden op geregelde tijdstippen verstuurd naar partnerlabs in het buitenland, onder meer naar Vietnam. De gebeurt de feitelijke in vitro vermeerdering op grote schaal. In vitro vermeerdering is de vermeerdering van plantgoed in een laboratorium, waarbij de moederplant feitelijk gekloond wordt. Dit heeft zeer homogeen plantgoed tot gevolg, iets wat voor sommige teelten essentieel is.“Daarnaast is het zo dat sommige planten zich moeilijk laten vermeerderen met zaad of door verstekking. Bovendien is in vitro plantmateriaal vrij van ziektes”, schets Vrancken nog wat voordelen van de vermeerdering in het laboratorium ten opzichte van de klassieke methode. Het is om deze reden dat sierteeltbedrijven de hogere kostprijs van in vitro plantgoed voor lief nemen. Wij maken in feite van couveuseplanten babyplanten Wekelijks worden enkele isomoboxen met in vitro plantgoed aangeleverd uit het buitenland. Deze weefselplantjes worden vervolgens in pluggen afgehard waarna ze als jongplanten verkocht worden aan siertelers in Europa en andere landen in de wereld. “Wij maken in feite van couveuseplanten babyplanten”, verklaart Vrancken het proces in simpele woorden.Leiding overgedragen sinds 2022Jaarlijst levert de vermeerderaar uit Lochristi op deze manier 12 miljoen jongplanten af. Het gaat om meer dan 800 variëteiten kamerplanten en vaste planten. De laatste jaren is het assortiment flink uitgebreid. In combinatie met opgevoerde verkoopinspanningen heeft dit geleid tot een groei van het bedrijf dat dit jaar zijn vijftigste verjaardag viert. Het bedrijf werd in 1975 opgericht door René Denis.In 2022 gaven René en zijn echtgenote Solange Declercq de dagelijkse leiding door aan Johan Vrancken, die CEO en medeaandeelhouder werd. Samen met hun kinderen blijven de oprichters actief als medeaandeelhouder en lid van de Raad van Beheer. Evolutie Vlaamse sierteeltIn een halve eeuw is de sierteelt in Vlaanderen sterk veranderd. Waar Lochristi ooit het epicentrum was van de mondiale azaleateelt, is deze plant in populariteit gedaald. Experts wijten de achteruitgang van de plant onder meer aan de opkomst van concurrerende kamerplanten.Waar het aantal azaleatelers de voorbije decennia sterk gedaald is en Vlaamse siertelers zich toegelegd hebben op koude teelten, hebben Vlaamse vermeerderaars van warme kamerplanten zich wel opgewerkt tot mondiale spelers. Naast&amp;nbsp; Denis-Plants is ook Deroose Plants een wereldspeler. Dit bedrijf vermeerdert de planten in China. Hoge arbeidskosten leiden tot automatiseringVrancken vertelt dat in vitro vermeerdering wegens arbeidskosten decennia geleden grotendeels vertrokken is uit Vlaanderen. Arbeidskosten en de beschikbaarheid van personeel zijn ook vandaag weer een uitdaging in de sierteelt. Denis-Plants, dat 30 mensen op de loonlijst heeft staan en op piekmomenten nog eens 30 seizoenwerkers, speelt hierop in met automatisering. Zo werden er het voorbije jaar twee verspeenrobots gekocht, machines die de binnenkomende couveuseplantjes in pluggen steekt.Alhoewel de sierteelt, vooral de energie-intensieve sierteelt, enigszins onder druk staat door haar ecologische voetafdruk ziet Vrancken de toekomst rooskleurig in. “Corona heeft de interesse in groen blijvend geboost. Ook onder de jeugd zie je meer interesse in groen. Mijn kinderen zijn dit jaar gaan studeren en wonen op studentenkamers. In deze studentenhuizen zie je opvallend veel kamerplanten.” Ook wat betreft de voetafdruk is hij optimistisch. “Ik denk dat er op termijn duurzame technieken ontstaan waardoor we (deels) van het gas afkunnen.”</content>
            
            <updated>2025-10-14T10:57:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Lidl en massale opkomst bij opraapdagen verlossen bioboer van pompoenenoverschot]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/lidl-verlost-bioboer-van-pompoenenoverschot" />
            <id>https://vilt.be/58036</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Duitse supermarktketen Lidl en een massale opkomst tijdens de opraapdagen dit weekend hebben bioboer Guy Depraetere uit Deftinge verlost van zijn pompoenenberg. In verwachting van een groot contract met Aldi had de boer op vijf hectare pompoenen geteeld. Toen de bestelling van Aldi uitbleef, zat de bioboer plotseling met een overschot. Nadat de media er deze week massaal over berichtten, meldde Lidl zich met een grote bestelling bij Depraetere en ook de opraapdagen waren een onverhoopt succes.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fb996330-cbc2-419f-865d-e3797f9f63e2/full_width_pompoen-te-rapen-2025.jpg</image>
                                        <content>Op het moment waarop we bioboer Guy Depratere interviewen, is er net een vrachtwagen met pompoenen vertrokken op de boerderij in Deftinge. De lading is bestemd voor supermarktketen Lidl dat deze week een grote bestelling plaatste nadat de bioboer de krantenkoppen haalde met zijn pompoenenberg.De West-Vlaamse bioboer teelde al vier jaar biologische pompoenen voor Aldi en was er dit jaar ook vanuit gegaan dat deze afspraak doorging. Na de inkoop van zaaigoed, liet de supermarktketen weten geen biologische pompoenen meer aan te kopen dit jaar. Volgens Aldi werd er opnieuw overgeschakeld naar gangbare pompoenen om beter te concurreren met andere supermarktketens.Grote bestelling van LidlMet Halloween op 31 oktober in het vooruitzicht, traditioneel het hoogtepunt van de pompoenverkoop, plaatste Lidl een bestelling van 20 ton. Daarom verwacht Depraetere dat zijn volledige voorraad alsnog uitverkocht raakt. Naast het volume dat naar Lidl gaat, heeft hij nog 20 ton op stock en daarvan is een groot deel inmiddels ook al verkocht. “Na de mediaberichtgeving zijn er veel kleinere bestellingen binnengekomen”, aldus de Oost-Vlaming die ook Carrefour als klant heeft voor de gele najaarsvrucht. Uitverkocht op één dagVoor de stock die nog op het veld staan, naar schatting zo’n 15 ton, bleef Depraetere rekenen op zijn consumentenactie. De boer heeft “pompoenopraapdagen” in het leven geroepen waarbij consumenten voor vijf euro een zak pompoenen mogen rapen en dat elk weekend van de maand oktober. Het eerste weekend kwamen zo&#039;n 150 gegadigden langs op het veld, maar na de enorme mediabelangstelling was het tweede weekend een overdonderend succes.Van heinde en ver kwamen gezinnen afgezakt naar Deftinge om een zak pompoenen te rapen, met de nodige verkeerschaos tot gevolg. De stormloop zorgde ervoor dat het hele veld op één dag tijd volledig leeg was. Op Facebook plaatste de bioboer zaterdagavond nog een bericht dat er geen opraapdagen meer waren. Toch kwamen er zondag nog heel wat mensen naar de Oost-Vlaamse gemeente afgezakt. Depraetere kon toen enkel nog pompoenen aanbieden die al waren opgeslagen.&quot;Een grote dankjewel aan iedereen die langskwam, meehielp of het nieuws deelde. Jullie enthousiasme heeft onze oogst gered, en ons hart verwarmd&quot;, klonk het op Facebook.</content>
            
            <updated>2025-10-12T20:50:51+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "Handel zal nooit helemaal eerlijk zijn"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opinie-handel-zal-nooit-helemaal-eerlijk-zijn" />
            <id>https://vilt.be/58037</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tijdens een herfstwandeling kan je dezer dagen de Vlaamse boer suikerbieten zien rooien. Geen beetje, maar vrachtwagens vol. "De Vlaamse boer heeft veel voordelen: vruchtbare grond, kennis en een sterke entourage om hem bij te staan. Toch horen we almaar vaker dat het speelveld niet eerlijk is", stelt landbouweconoom Tessa Avermaete vast in een opiniestuk. "Heeft de Vlaamse boer een punt?"</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f1e4c4ce-7312-475f-83c3-120a31c6a0a9/full_width_suikerbiet9.jpg</image>
                                        <content>Eerlijke handel veronderstelt een perfecte markt, met een evenwicht tussen vraag en aanbod, identieke producten en volledige transparantie. Die perfecte markt is een zeldzaamheid. In het debat over eerlijke handel wordt de schuld vaak in de schoenen van grote bedrijven geschoven: zij nemen te grote marges en melken de boer uit. Een verhaal met goede en slechte spelers opbouwen is makkelijk. Dan kan je de slechterik beboeten en de goede spelers een pluim geven. Maar zo eenvoudig is de realiteit niet.Suikerbiet toont complexiteit handel aanDe suikerbiet toont aan hoe complex eerlijke handel is. Het product is behoorlijk homogeen, waar je het ook teelt. Suikerbiet heeft een grote concurrent in het zuidelijk halfrond: suikerriet. Suikerriet en suikerbiet moeten in een suikerraffinaderij verwerkt worden vooraleer de consument er wat aan heeft.Vlaamse boeren hebben heel wat kennis en expertise om suikerbieten te telen. In drie generaties steeg de productiviteit van 30 ton suikerbieten per hectare naar meer dan 80 ton, één van de hoogste opbrengsten ter wereld. Het levert de Vlaamse teler een enorm comparatief voordeel op tegenover suikerbiettelers in Oost- en Centraal Europa en de suikerriettelers in het zuidelijk halfrond.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Maar dat is niet het hele plaatje. De Vlaamse boer heeft ook hoge kosten, die zijn comparatief voordeel bijna geheel tenietdoen. Landbouwgrond kost in Vlaanderen gemiddeld 67.000 euro per hectare. In Europese lidstaten als Roemenië en Polen kan je al landbouwgrond kopen voor 10.000 euro per hectare. Dan mag je nog zo productief zijn, zo’n prijsverschil valt moeilijk te overbruggen.&amp;nbsp;&amp;nbsp; En dan is er nog de wetgeving. Met een Europees landbouwbeleid kan je denken dat alle boeren dezelfde regels moeten respecteren. Dat is een illusie. De lidstaten hanteren niet allemaal dezelfde regels. Sommige gewasbeschermingsmiddelen staan in het ene land op de rode lijst en kunnen in een andere lidstaat zonder probleem worden gebruikt. Nog erger wordt het als we vergelijken met de regels in landen buiten de EU. Voor het gebruik van neonicotinoïden gelden strenge regels die veel Europese boeren slapeloze nachten bezorgen.Toch importeren we massaal suikerriet uit landen waar het gebruik van neonicotinoïden niet eens de politieke agenda haalt, waar landbouwgrond een peulschil kost en de rechten van de arbeiders op het veld nauwelijks aandacht krijgen. Zo kunnen de kosten enorm gedrukt worden en kan het rendabeler zijn suikerriet in Europa te verwerken dan de suiker te halen uit onze ‘eigen’ suikerbieten. Als consument merk je er niets van: de smaak van suiker is dezelfde, of je die nu uit suikerriet of uit een suikerbiet haalt.&amp;nbsp; Niet eenvoudig voor consumentenWe zien als consument maar het topje van de ijsberg van de voedselproblematiek. Het wordt ons ingelepeld dat eerlijke handel een kwestie van goede wil is en dat je als consument gewoon de juiste keuzes moet maken. Maar zo eenvoudig is het dus niet. Helemaal eerlijk zal het ook nooit worden. Maar beleidsmakers, de industrie, landbouworganisaties en wetenschappers hebben wel de verantwoordelijkheid om samen te zoeken naar manieren om de spelregels coherent en transparant te maken. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteur&amp;nbsp;Tessa Avermaete is landbouweconome en oprichtster van Run and Harvest.</content>
            
            <updated>2025-10-10T18:42:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Directie en personeel houden been stijf bij Clarebout: premie komt er, staking blijft]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/directie-en-personeel-houden-been-stijf-bij-clarebout-premie-komt-er-staking-blijft" />
            <id>https://vilt.be/58038</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een verzoeningsoverleg bij Clarebout Potatoes is mislukt. Het personeel legt al een week het werk neer uit onvrede over de eenmalige premie die ze willen na de miljardenverkoop van het bedrijf. Ondanks een finaal voorstel van eigenaar Jan Clarebout blijven de vakbonden bij hun eis voor een hogere bonus en meer respect. Het bedrijf laat weten dat het hoe dan ook de premie zal uitkeren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cb078476-e5f7-4341-a38f-605e2dbaf147/full_width_aviko-productie-aardappelen-frieten.jpg</image>
                                        <content>Bij de West-Vlaamse aardappelverwerker wordt al een week gestaakt in de vestigingen in Nieuwkerke, Waasten, Moeskroen en Duinkerke in Frankrijk. Clarebout telt zo’n 3.000 werknemers. Volgens de directie loopt de productie nog, maar is die aangepast aan het aantal aanwezige personeelsleden.Verzoening blijft uitNu de frietproducent voor miljarden wordt verkocht aan een Amerikaans bedrijf, wil het personeel een premie. Tijdens een verzoeningsoverleg donderdag deed Jan Clarebout een ‘finaal voorstel’. Werknemers met een vast contract ontvangen een premie van 500 euro netto. Wie tien jaar anciënniteit of meer heeft, ontvangt een premie van 750 euro netto. En vanaf 20 jaar anciënniteit wordt dat 1.000 euro netto.Maar de vakbonden vinden dit onvoldoende en zetten de staking voort. “Dit betreuren we ten zeerste, aangezien dit een extra erkenning is voor iedereen, zonder enige wettelijke verplichting”, klinkt het bij de directie. Toch zal de premie worden uitbetaald. &quot;Ondanks het feit dat de vakbond dit voorstel niet aanvaard heeft, heeft Jan Clarebout beslist om dit voorstel uit te voeren.”Volgens de krant De Tijd struikelen de vakbonden over het ongewijzigde basisbedrag van 500 euro. Eén van de redenen is volgens de bonden dat veel van de in totaal zowat 3.000 werknemers niet aan tien jaar dienst raken. “Het bedrijf is vooral de jongste jaren sterk gegroeid. Daardoor zijn er veel mensen bijgekomen”, legt ACV-vakbondssecretaris Lars Decock uit aan De Tijd. We schatten het verlies op ongeveer drie miljoen euro per dag. Met het geld van één dag zouden ze de premie al betaald kunnen hebben Meer respectHet zou volgens de vakbondssecretaris niet louter om het geld te doen zijn. “Er heerst heel wat frustratie bij de werknemers, het gebrek aan respect is het voornaamste probleem. Er zijn te veel arbeidsongevallen. De indruk bestaat dat het bedrijf er de kantjes afloopt en dat het personeel soms uitgeperst wordt. Clarebout belooft wel beterschap, maar dan belandt de zaak weer op de lange baan”, klinkt het. “De boodschap die het bedrijf geeft, is dat het liever geld verliest door niet te produceren dan het personeel een premie te geven. We schatten het verlies voor de groep op ongeveer drie miljoen euro per dag. Met het geld van één dag zouden ze de premie al betaald kunnen hebben.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-10T18:25:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mensensmokkel, witwas en uitbuiting: Waalse slachthuizen geviseerd door Braziliaanse maffia]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mensensmokkel-witwas-en-uitbuiting-waalse-slachthuizen-geviseerd-door-braziliaanse-maffia" />
            <id>https://vilt.be/58039</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Federale Gerechtelijke Politie (FGP) heeft samen met de Franse Gendarmerie een grootschalige actie uitgevoerd tegen internationale criminele netwerken die opereerden in Waalse vleesverwerkende bedrijven. Het gaat om malafide onderaannemers die zich schuldig maken aan sociale uitbuiting en witwaspraktijken. Er is geen aanwijzing dat de slachthuizen hier zelf bij betrokken zijn. Febev, de Federatie van het Belgisch Vlees, vindt dat de overheid gefaald heeft om de betrokken bedrijven te beschermen. “Wij leveren de data aan, maar we hebben zelf niet de tools om frauduleuze paspoorten te screenen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="slachthuis" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3a07773f-c6c8-452b-93de-72ec59e0c9ea/full_width_waals-slachthuis-federale-politie.jpg</image>
                                        <content>De grootschalige politieactie vond plaats op 23 september en leidde tot 18 arrestaties bij slachthuizen in Moeskroen, Luik en Sankt Vith. De criminelen worden gelinkt aan de zogenaamde “Braziliaanse netwerken”, oorspronkelijk actief in sociale fraude, met name via zwarte arbeid in de bouw- en schoonmaaksector. De onderaannemingsbedrijven legden facturen voor aan de slachthuizen om hun werkkrachten te betalen, hoofdzakelijk Brazilianen die zich uitgaven voor Portugezen. Deze werkkrachten zagen van hun loon niet veel terug: zij kregen slechts een veel lager bedrag in cash.Tegenwoordig bieden deze netwerken ook witwasdiensten via compensatie aan voor andere criminele organisaties die zich schuldig maken aan drugshandel, mensenhandel, mensenmokkel of financiële fraude. Dat meldt de federale politie. Bij de actie werden de tussenpersonen aangepakt die internationale arbeidskrachten leveren, afkomstig uit alle delen van de wereld. Deze tussenpersonen zorgden voor de contante betalingen en de fictieve facturatie waarmee illegale winsten werden witgewassen. Als je op een artikel zo’n titel plaatst, lijken wij de maffiabazen. Geen aanwijzing dat slachthuizen op de hoogte warenGedelegeerd bestuurder van Febev Michael Gore reageert verbolgen, enerzijds om de criminele feiten, anderzijds om de communicatie daarrond. De communicatie van de federale politie spreekt over ‘georganiseerde criminaliteit in de vleessector’, terwijl het in feite gaat om onderaannemers. “Die nuance wordt wel gebracht, maar slechts in de laatste paragraaf van het artikel van de federale politie”, zegt Gore. “Als je op een artikel zo’n titel plaatst, lijken wij de maffiabazen.”Hoofdcommissaris François Farcy van de federale politie bevestigt dat de slachthuizen zelf momenteel niets ten laste wordt gelegd. Er zijn nog geen aanwijzingen dat zij op de hoogte waren van deze wanpraktijken bij hun onderaannemers. “Het ging om een thematisch onderzoek in het vleesmilieu, in het kader van wanpraktijken die we inmiddels ook al kennen bij bepaalde onderaannemers actief in de bouw, transport, enzovoort.”Personeelstekort maakt sector kwetsbaarDat slachthuizen afhankelijk zijn van onderaannemers, is een gevolg van het chronisch personeelstekort. Volgens Gore heeft de gehele Belgische vleessector een tekort van 10.000 man. In de vleesindustrie alleen, zijnde de slacht en versnijding, zijn er 4.000 openstaande vacatures. “Bedrijven sturen geen vacatures meer uit omdat het een verloren zaak is”, zegt Gore. “Ze blijven jaren onbeantwoord. Bovendien is er de onderwijshervorming onder Zuhal Demir, die maakt dat opleidingen die niet voldoende leerlingen trekken, geschrapt kunnen worden. Dat dreigt dus het geval te worden voor de slagersopleiding. Daarom dus doen onze bedrijven beroep op onderaanneming en detachering. Op zich is dat geen foute tewerkstellingsmaatregel. Maar het misbruik dat eraan gekoppeld is, is problematisch.” Bedrijven krijgen niet de tools om frauduleuze paspoorten te identificeren of om na te gaan dat bepaalde loonfiches frauduleus zijn opgesteld Gore betreurt dat de vleesverwerkers nu reputatieschade lijden voor het niet-detecteren van deze misdrijven. “Bedrijven krijgen niet de tools om frauduleuze paspoorten te identificeren of om na te gaan dat bepaalde loonfiches frauduleus zijn opgesteld”, zegt Gore. Dat behoort niet tot de kennis van een ondernemer. Maar de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van onze bedrijven is niet nul. Wij moeten werfmeldingen doen en de Check Inhoudingsplicht, en afdrachten organiseren als er sociale of fiscale schulden zijn bij onderaannemers. En als er bepaalde elementen niet koosjer zijn, dan moeten we dat melden. Indien we dit niet doen, zijn onze ondernemers hoofdelijk aansprakelijk. Maar dan moet je er natuurlijk weet van hebben.”&quot;Overheid moest ons inlichten&quot;“Alle informatie die we hebben, bieden we op een plateau aan de overheid aan”, zegt Gore nog. “Wij brengen vandaag perfect in kaart met wie er wordt samengewerkt, en welke de personen zijn die op dat moment op het bedrijf actief zijn. Wat doet de overheid met deze informatie? Als er bepaalde probleemsituaties zijn die onze bedrijven niet kunnen zien, verwachten we dat zij ons inlichten. Het blijft een verhaal van samenwerking. Met repressie alleen zal het niet opgelost worden, toch niet als de verkeerde partijen op vandaag geviseerd worden.”De zaak wordt ongetwijfeld vervolgd. Naast de huidige arrestaties en bewijsstukken, leverde de actie waardevolle informatie op over criminele onderaannemingsnetwerken actief in België, Portugal en Frankrijk, wat de weg vrijmaakt voor nieuwe grensoverschrijdende onderzoeken.</content>
            
            <updated>2025-10-10T17:45:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Crevits “not amused” over EU-budgetvoorstel voor platteland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/crevits-not-amused-over-eu-budgetvoorstel-voor-platteland" />
            <id>https://vilt.be/58040</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Plattelandsbeleid Hilde Crevits (cd&amp;v) maakt zich ernstige zorgen over de toekomst van de Europese middelen voor plattelandsbeleid. Dat heeft ze in het Vlaams parlement geantwoord op vragen van Eva Ryde (N-VA) en Jeremie Vaneeckhout (Groen). Volgens de nieuwe voorstellen van de Europese Commissie dreigt het LEADER-programma minder middelen te krijgen en verliest het zijn brede, lokale aanpak.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="platteland" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5b760deb-242c-41b7-8347-9e03eb6f98b1/full_width_platteland-jozefien.jpg</image>
                                        <content>LEADER (Liaison Entre Actions de Développement de l’Economie Rurale) is een Europees subsidieprogramma voor plattelandsontwikkeling dat lokale gemeenschappen de mogelijkheid geeft om hun regio duurzaam te verbeteren. Het richt zich op projecten die bijdragen aan landbouw, leefbare dorpen en de kwaliteit van landschap en biodiversiteit.Voor de periode 2023-2027 bedraagt het programmabudget 50,5 miljoen euro. Zo’n 57 procent wordt voorzien door Vlaanderen en de provincies, de andere helft is afkomstig van de EU en staat momenteel op de helling. Het vastgeklikt budget dat lidstaten van de EU ontvangen, verdwijnt in de nieuwe voorstellen. Voortaan krijgen ze één gezamenlijke enveloppe waarin ook middelen van andere beleidsdomeinen zitten, wat concurrentie tussen uitgaven veroorzaakt. De lidstaten zouden dus niet langer verplicht zijn om een afgesproken budget van de EU-middelen aan plattelandsbeleid te besteden. Bovendien zal de enveloppe minstens 20 procent minder dik zijn dan die vandaag is. Fundamenten van het plattelandsbeleid vallen wegDaarnaast verdwijnen in de voorstellen van de Europese Commissie nog twee belangrijke fundamenten. “Zo wordt de rol van de Lokale Actiegroepen in vraag gesteld. De beslissingsmacht zou verschuiven naar hogere niveaus, waardoor het bottom-up karakter en het toepassen van projecten op maat van een specifieke regio dreigt verloren te gaan”, schetst Vlaams parlementslid Ryde. “Ook wordt de doelgroep ingeperkt waardoor enkel nog actieve landbouwers steun zouden krijgen.”“Dit zou betekenen dat lokale besturen en samenwerkingsverbanden met andere maatschappelijke partners niet langer een gericht plattelandsbeleid met Europese middelen zouden kunnen uitrollen. We zien dat dat in de praktijk vandaag nochtans de grootste trekkers zijn”, vult Vaneeckhout aan in de commissie. &quot;Not amused&quot; en &quot;oprecht bezorgd&quot;Minister Crevits maakt in de commissie geen geheim van haar ontzetting en verbijstering over het voorstel van de Europese Commissie. “Ik ben ‘not amused’. Dit vind ik geen goede manier van werken”, klinkt het. “Ik ben heel kritisch over wat er op tafel ligt. LEADER is een belangrijk instrument voor plattelandsontwikkeling, het belang ervan werd al meermaals aangetoond. Het lijkt mij geen goede keuze dat Europa thema’s als voedselzekerheid en plattelandsbeleid zou laten vallen.”Ze verzet zich tegen het feit dat de middelen dalen en er geen vast percentage meer wordt voorzien voor voedselzekerheid en plattelandsbeleid, terwijl de totale investeringsvolumes van de EU fors stijgen. “Ook voor het level playing field binnen de EU is dit een slechte zaak”, benadrukt de minister. Over de Lokale Actiegroepen is ze even duidelijk: “Duurzame versterking op het platteland groeit van onderuit. Lokale Actiegroepen zijn daarbij een zeer waardevolle partner. Het is zeker onze bedoeling om die naar waarde te blijven schatten.”Crevits belooft zich blijvend in te zetten voor het behoud van voldoende middelen in Vlaanderen. “De formele stellingname van de Vlaamse regering over de finale voorstellen van de Europese Commissie volgt nog op initiatief van de minister-president. Daarna kunnen we bekijken met wie we kunnen strijden voor een gedragen plattelandsbeleid binnen Europa. Maar ik heb al gelijkaardige geluiden gehoord. Al is het nog niet gezegd dat ze zullen luisteren, ik ben hier dus oprecht bezorgd over.”</content>
            
            <updated>2025-10-13T09:44:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[België telt ruim 300 kazen, maar consument kiest er zelden voor: “Vlamingen mogen chauvinistischer worden in hun kaaskeuze”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlam-vlamingen-mogen-gerust-wat-chauvinister-worden-in-hun-kaaskeuze" />
            <id>https://vilt.be/58041</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) lanceert onder de noemer 'Supporters van goeie smaak' deze week een campagne om Belgische kazen te promoten. Want hoewel de ‘kazen van bij ons’ al goed gekend zijn, mogen Vlamingen gerust nog chauvinistischer worden in hun kaaskeuze, vindt VLAM.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="kaas" />
                        <category term="VLAM" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d7af3c98-8b05-462e-8608-dfb66a611520/full_width_melkkaaszuivel.jpg</image>
                                        <content>&quot;Belgische kazen hebben een duidelijke inhoudelijke en emotionele identiteit, die zich situeert tussen het alledaagse karakter van Hollandse kazen en het uitgebreide gamma van Franse kazen&quot;, licht VLAM toe. Maar van de 11 kilogram kaas die een Vlaming jaarlijks eet, is slechts 15 procent van Belgische makelij. Dat kan beter, zo meent VLAM. Daarom lanceert het centrum deze week een campagne die consumenten oproept om “supporter te worden van goeie smaak en bewust te kiezen voor kazen van bij ons”. Om volop te kunnen geniet van de Belgische kazen geeft VLAM volgende kaastips mee:Bewaar kaas in de groentelade van je koelkast, waar de temperatuur iets hoger is. Uitzonderingen zijn verse kaas, blauwschimmelkaas en sterk gerijpte kaas: zij moeten hoger in de koelkast worden bewaard.Bewaar kaas steeds goed verpakt, want kaas neemt gemakkelijk geurtjes op van andere producten in je koelkast.De smaak van kaas komt het beste tot zijn recht bij kamertemperatuur. Neem kaas daarom een half uur voor gebruik uit de koelkast. België ademt kaas. Door een lange traditie van vakmanschap kunnen we vandaag kiezen uit meer dan 300 Belgische kazen: van abdij- en bierkazen tot kruidige geitenkazen en biologische rauwmelkse toppers. In het filmpje hieronder neemt kaasmaker Hans je mee in zijn ambacht.</content>
            
            <updated>2025-10-13T22:18:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Cd&v wil rijbewijs G zonder examen voor tractorbestuurders ouder dan 43 jaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/cdv-wil-rijbewijs-g-zonder-examen-voor-tractorbestuurders-ouder-dan-43-jaar-1" />
            <id>https://vilt.be/58043</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een grote groep Belgische bestuurders van landbouwvoertuigen dreigt vanaf 1 januari 2026 niet langer over Nederlandse wegen te mogen rijden. Belgische bestuurders van landbouwvoertuigen zullen dan verplicht een G-rijbewijs moeten hebben. Boerenbond en ABS pleiten om hen dit rijbewijs aan te bieden zonder test. Ook cd&amp;v-parlementslid Mien Van Olmen schaart zich nu achter dit idee en richt zich hiervoor tot de Vlaamse en federale ministers voor Mobiliteit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tractor" />
                        <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0e6cad55-ab8f-4718-a9ea-3b2b06f72a02/full_width_vlnr-landbouwschepen-kaat-pelkmans-uit-ravels-landbouwer-herman-pelkmans-uit-weelde-vlaams-parlementslid-mien-van-olmen-kleiner.jpg</image>
                                        <content>De nieuwe regeling is relevant voor bestuurders die geboren zijn vóór 1 oktober 1982 en wel een Belgisch rijbewijs categorie B hebben maar geen categorie G. In België volstaat het voor tractorbestuurders jonger dan 43 jaar om een rijbewijs B te hebben, en in Nederland voorlopig ook. Maar vanaf 1 januari doen onze noorderburen deze gunstregeling op de schop. Vanaf dan moeten alle bestuurders van landbouwvoertuigen daar een geldig rijbewijs kunnen voorleggen, ongeacht hun leeftijd.“Volgens landbouworganisaties gaat het om zo’n 1.500 bestuurders,” zegt Vlaams parlementslid Mien Van Olmen (cd&amp;amp;v). “Het is een diverse groep van landbouwers, loonwerkers, hun personeelsleden en occasionele helpers, hobbylandbouwers, paardenhouders, enzovoort. Langs onze langgerekte grens met Nederland steken zij die grens geregeld over om akkers of weilanden op Nederlands grondgebied te bereiken of om kilometers omrijden te vermijden.”In België worden rijbewijzen door de federale overheid uitgereikt, maar het organiseren van rijexamens is sinds de zesde staatshervorming een gewestelijke bevoegdheid. Daarom wil Van Olmen Vlaams minister voor Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) hierover bevragen. De federale minister voor Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés), heeft in een brief alvast aan De Ridder gevraagd om de G-rijexamens prioritair te laten organiseren door de examencentra of om een vereenvoudigde procedure in te voeren.&quot;Administratieve vereenvoudiging&quot;Van Olmen vraagt zich echter af of onze examencentra over voldoende capaciteit beschikken om alle betrokkenen nog voor 1 januari een G-rijexamen te laten afleggen. Ze wil ook weten hoe zulke vereenvoudigde procedure er zal uitzien. “Maar de hoofdvraag is voor mij of Vlaanderen dit wel moet oplossen; eigenlijk kan dat perfect op federaal niveau gebeuren”, zegt Van Olmen.Daarom stelt de cd&amp;amp;v-politica voor om op federaal niveau alle bestuurders van landbouwvoertuigen geboren voor 1 oktober 1982 automatisch een rijbewijs G te overhandigen, zolang ze al in het bezit zijn van een rijbewijs categorie B. “Het gaat immers om chauffeurs die zonder problemen in België de weg op mogen met hun tractor en die al tientallen jaren rijervaring hebben”, zegt ze.“We hebben de mond vol over administratieve vereenvoudiging en overbodige regelgeving. Hier kan de overheid zelf een probleem van honderden burgers oplossen zonder dat het hen veel geld kost,” besluit Van Olmen.De vraag om uitleg van Vlaams volksvertegenwoordiger Mien Van Olmen aan minister voor Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport komt volgende week donderdag aan bod in de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken.Boerenorganisatie ABS hoopt op een snelle oplossing. &quot;Het Algemeen Boerensyndicaat heeft actief bemiddeld tussen de Belgische en Nederlandse verantwoordelijke beleidsmensen om in eerste instantie een overgangsperiode te bekomen die België moet toelaten om een definitieve oplossing te bekomen. Dat Nederland in een politieke crisis zit met nakende verkiezingen is geen hulp&quot;, zegt woordvoerder Mark Wulfrancke. &quot;De enige oplossing hier is om wie het nodig heeft, dus niet enkel landbouwers, maar ook occassionele chauffeurs, alsnog de voertuigcategorie G op het rijbewijs bij te zetten. De verkeersveiligheid in België wordt hier niet door beïnvloed. Op de Belgische wegen blijven de oude regels immers van kracht.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-14T12:58:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[‘De doos van Pandora’ versterkt mentale zorg voor landbouwers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/de-doos-van-pandora-versterkt-mentale-zorg-voor-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/58044</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op Wereld Geestelijke Gezondheidsdag lanceert Boerenbond, met steun van Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v), het nieuwe Europese project ‘De doos van Pandora’. Het initiatief wil het mentaal welzijn van landbouwers versterken door hen sneller toegang te geven tot de juiste zorg en hen én hun omgeving te ondersteunen bij moeilijke gesprekken over mentale gezondheid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mentaal welbevinden" />
                        <category term="Boerenbond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/826688d1-a039-4e2a-897d-c3502a080b89/full_width_mentaalwelzijn1.jpg</image>
                                        <content>“De bedoeling is dat elke land- en tuinbouwer met zijn hulpvraag ergens terechtkan en op tijd de juiste zorg krijgt”, zegt Lut D’Hondt, ondervoorzitter van Boerenbond en zelf melkveehoudster. “We maken welzijnszorg op het platteland toegankelijker en effectiever zodat we landbouwers beter kunnen ondersteunen.”Signalen sneller herkennenDoor onzekerheid, hoge werkdruk of familiale problemen kunnen mentale en fysieke klachten ontstaan bij landbouwers. Volgens hulporganisatie Boeren op een Kruispunt ligt het aantal hulpvragen bij boeren al enkele jaren op een hoog niveau. Het project richt zich op landbouwers, huisartsen en erfbetreders omdat deze drie groepen samen cruciaal zijn voor het vroegtijdig herkennen en aanpakken van mentale problemen.Landbouwers willen ze zelf leren wanneer en waar ze hulp kunnen zoeken, huisartsen worden tools gegeven om signalen van stress en burn-out op te merken en erfbetreders, zoals dierenartsen en consulenten, worden geleerd hoe ze moeilijke gesprekken kunnen voeren en ondersteuning kunnen bieden. “Veel erfbetreders willen helpen, maar geven aan dat ze nood hebben aan extra ondersteuning om die rol goed te kunnen vervullen,” klinkt het bij Boerenbond. Door in te zetten op deze drie doelgroepen ontstaat een netwerk dat tijdige zorg toegankelijker maakt.Opleiding en hulpmateriaal‘De doos van Pandora’ start met een bevraging om te achterhalen wat deze drie groepen precies nodig hebben. Daarna wordt geschikt materiaal ontwikkeld dat kan helpen om hulp te vinden en gesprekken over mentale gezondheid aan te gaan. Ook wordt er ingezet op vorming voor landbouwers, huisartsen en erfbetreders. Het project mikt op het bereiken van 12.000 landbouwers, 5.000 huisartsen en 400 erfbetreders in Vlaanderen.  Het is een mooie, maar veeleisende stiel die soms zwaar kan wegen. Minister Brouns: “Welzijn vanzelfsprekend maken”Minister van Landbouw Jo Brouns benadrukt het belang van de mentale gezondheid van landbouwers. “Onze landbouwers verdienen alle respect, want ze zorgen dag in dag uit voor ons voedsel. Het is een mooie, maar veeleisende stiel die soms zwaar kan wegen. Met de steun voor Boeren op een Kruispunt en projecten zoals Zaadjes van Geluk zetten we al in op het versterken van de mentale veerkracht bij (jonge) landbouwers”, vertelt Brouns.“Met ‘De doos van Pandora’ bouwen we daarop verder: we willen ervoor zorgen dat landbouwers die hulp nodig hebben, die ook tijdig en op de juiste manier kunnen krijgen. Zo maken we aandacht voor welzijn vanzelfsprekender in de land- en tuinbouwsector.” Het project loopt van 1 oktober 2025 tot 30 september 2027. Boerenbond werkt daarbij samen met Boeren op een Kruispunt, Domus Medica, verschillende huisartsenpraktijken en twee actieve landbouwers.Vlaams parlement doet 13 aanbevelingenHet mentale welzijn van landbouwers krijgt steeds meer aandacht, ook in het Vlaams parlement. Bijna alle parlementsleden keurden een resolutie goed die de regering oproept om het mentaal en sociaal welzijn van landbouwers structureel te volgen en te versterken. De resolutie bevat 13 aanbevelingen en benadrukt dat landbouwers niet alleen producenten zijn, maar ook een centrale rol spelen in het plattelandsleven en de voedselzekerheid. Met de plenaire goedkeuring gaan de aanbevelingen nu officieel naar de Vlaamse regering.Ben je zelf op zoek naar een luisterend oor? Dan kan je terecht bij boerenopeenkruispunt.be.</content>
            
            <updated>2025-10-13T15:26:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Britse voedselafhankelijkheid maakt boodschappen extra duur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/britse-voedselafhankelijkheid-maakt-boodschappen-extra-duur" />
            <id>https://vilt.be/58045</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het Verenigd Koninkrijk wijst de voedingsindustrie met een beschuldigende vinger naar haar eigen regering als verklaring voor de almaar stijgende voedselprijzen. Terwijl veel landen kampen met de nasleep van klimaatverandering, geopolitieke onzekerheden en dure energie, vindt het Britse bedrijfsleven dat ondoordacht beleid van de eigen regering de voedselprijzen omhoog jaagt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="prijs" />
                        <category term="voedselprijzen" />
                        <category term="voedselzekerheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ea9dd03c-0d4a-48a3-aaf8-5f848d6de3b7/full_width_britse-supermarkt-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Het minimumloon stijgt al jaren in Groot-Brittannë. Dat is gunstig voor werknemers, maar producenten en retailers voelen de stijging direct in hun marges. In april ging het minimumloon met 6,7 procent omhoog, naar 12,21 pond per uur. Tegelijk komen er steeds nieuwe regels bij, bijvoorbeeld rond verpakkingen en duurzaamheid. Ook sociale lasten en werkgeversbijdragen nemen toe. Volgens brancheorganisaties zoals de&amp;nbsp;Food and Drink Federation&amp;nbsp;stapelen die kostenverhogingen zich op. En daar moet een consument uiteindelijk weer voor betalen. &amp;nbsp;Sinds januari 2021 is voedsel in het Verenigd Koninkrijk gemiddeld 38 procent&amp;nbsp;duurder&amp;nbsp;geworden. In augustus bedroeg de jaarlijkse inflatie in Groot-Brittannië 5,1 procent en die zal naar verwachting oplopen tot 5,7 procent aan het eind van het jaar. Daarmee kent het VK de hoogste voedselinflatie van alle G7-landen, flink hoger dan in Duitsland (3,1%), Frankrijk (2,6%) en de VS (1,8%). Producten als rundvlees, boter en koffie zijn tot een kwart duurder dan een jaar eerder. De oorzaak ligt volgens de sector bij politieke keuzes in eigen land, schrijft de&amp;nbsp;Financial Times. Brexit blijft doorwerkenDe nasleep van de brexit is nog altijd voelbaar. Nieuwe regels voor&amp;nbsp;handel met de EU&amp;nbsp;zorgen voor vertragingen aan de grens, extra papierwerk en hogere kosten. Alleen al de vleesverwerking betaalt naar schatting 150 miljoen pond per jaar extra. Dat is nog exclusief de personeelskosten voor de administratie.Daarnaast is het lastiger om personeel te vinden. Vóór de brexit kwamen er veel mensen uit EU-landen werken in de landbouw en voedselverwerking. Nu dat niet meer kan, zijn er grote tekorten aan bijvoorbeeld slagers, bakkers en melkveehouders. Zuivelcoöperatie Arla meldde dat 84 procent van haar leden moeite heeft om vacatures in te vullen. Belastingen en regels drukken op de ketenDe nieuwe landbouwsubsidies richten er zich op natuur en milieu. Boeren krijgen steun voor bloemenranden of minder bemesting, maar niet voor voedselproductie. Dat heeft tot gevolg dat sommige boeren minder zijn gaan produceren.Wie wel wil uitbreiden, loopt - net als in België - vast in een traag en stroperig vergunningssysteem. Veel boeren en verwerkers mogen geen nieuwe stallen of loodsen bouwen, waardoor het aanbod achterblijft en prijzen stijgen. Hoewel de regering werkt aan aanpassing van de regels, blijven investeringen voorlopig steken in bureaucratie.Een dure optelsomVolgens Tom Bradshaw, voorzitter van de Britse boerenorganisatie National Farmers’ Union, ontbreekt het aan een duidelijke koers: “Het ministerie heeft wel doelen voor natuur, maar niet voor voedselproductie. In tijden van geopolitieke spanningen is het dom om afhankelijker te worden van import.” Het VK haalt ruim 30 procent van zijn&amp;nbsp;voedsel van buiten&amp;nbsp;de landsgrenzen. Daardoor drukken prijsstijgingen op de wereldmarkt harder op het land dan landen die meer zelf produceren.De voedingsindustrie stelt dat de overheid verder moet kijken dan CO₂ of stikstof. Voedselzekerheid en betaalbaarheid horen net zo goed thuis in het beleid. Anders dreigt het Verenigd Koninkrijk, met een ooit bloeiende agrovoedingssector, een land te worden dat voor duur eten afhankelijk is van anderen.</content>
            
            <updated>2025-10-13T17:06:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw-Zeeland halveert doel voor methaanreductie in landbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuw-zeeland-halveert-doel-voor-methaanreductie-in-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/58046</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nieuw-Zeeland, één van de grootste zuivelexporteurs ter wereld, halveert zijn klimaatambitie voor methaanuitstoot in de veehouderij tegen 2050. In plaats van een reductie van 24 tot 47 procent ten opzichte van het niveau van 2017, mikt het land nu op een vermindering van 12 tot 24 procent.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="methaan" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/32cada0d-49b4-491a-bad4-1810564861f3/full_width_niuw-zeland-koeien-unsplash.jpg</image>
                                        <content>De Nieuw-Zeelandse regering verklaart dat het nieuwe doel wetenschappelijk onderbouwd is, maar ook realistisch en eerlijk. De regering verwijst daarbij naar een onafhankelijke wetenschappelijke evaluatie uit 2024, die stelde dat de eerdere doelstelling te ambitieus was in verhouding tot de huidige stand van technologie en kennis.Volgens de minister van Landbouw en Handel biedt de nieuwe doelstellingen landbouwers en exporteurs een helder kader aan om emissies te verlagen “zonder de productiviteit of het concurrentievermogen op te offeren”. &amp;nbsp;“Het is een duidelijk traject dat de efficiëntie van de Nieuw-Zeelandse landbouw erkent, uitstoot vermindert, voedselproductie beschermt, banen behoudt en onze klimaatverplichtingen respecteert”, klinkt het. Eerste land dat belofte afzwaktNieuw-Zeeland is één van de meer dan 150 landen die de Global Methane Pledge hebben ondertekend, waarin wordt opgeroepen tot een vrijwillige reductie van methaanuitstoot met minstens 30 procent tegen 2030 (ten opzichte van 2020). Toch is Nieuw-Zeeland nu het eerste land dat zijn doelstellingen voor biogeen methaan onder deze belofte afzwakt.De regering beklemtoont dat het tussentijdse doel voor 2030 onveranderd blijft, net als het bredere engagement om tegen 2050 netto nul uitstoot van alle broeikasgassen, behalve biogeen methaan, te realiseren. De methaandoelstelling voor 2050 zal in 2040 opnieuw worden geëvalueerd. Zo wil men garanderen dat het beleid in lijn blijft met de wetenschap en met de visie van belangrijke handelspartners.&amp;nbsp; Doelstelling VlaanderenOok Vlaanderen onderschrijft, als onderdeel van België, de Global Methane Pledge en engageert zich zo tot een vrijwillige methaanreductie van 30 procent tegen 2030. Voor methaanuitstoot uit de spijsvertering van runderen (enterische emissies) werd een specifiek reductiedoel van 19 procent ten opzichte van 2005 vastgelegd. Om dit te realiseren, sloot de Vlaamse overheid een sectorakkoord met de rundveesector: het ‘Convenant Enterische Emissies Rundvee 2019–2030’. Sterk maar kortstondig broeikasgasMethaangassen kunnen worden ingedeeld op basis van hun oorsprong. Twee belangrijke types zijn fossiel methaan en biogeen methaan. Fossiel methaan ontstaat bij de winning van gas, olie en kolen. Biogeen methaan komt dan weer voort uit natuurlijke processen, zoals de spijsvertering van runderen, mestopslag, rijstvelden of wetlands.Alle methaanbronnen samen zijn verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de wereldwijde opwarming sinds de industriële revolutie. Hoewel methaan een veel krachtiger broeikasgas is dan CO₂, blijft het slechts ongeveer 12 jaar in de atmosfeer, tegenover eeuwen voor CO₂. Het reduceren van methaanuitstoot heeft dus een snel effect op de aardeopwarming op korte termijn.  Boeren opgelucht, milieuorganisaties verbijsterdDe landbouworganisaties in Nieuw-Zeeland reageren overwegend positief op de aangepaste methaandoelstelling. Volgens Beef + Lamb New Zealand en de Meat Industry Association is het nieuwe doel realistischer en wetenschappelijk beter onderbouwd dan het vorige. Tegelijk benadrukken ze dat de doelen nog steeds ambitieus blijven en dat verdere reducties vooral via vrijwillige investeringen in efficiëntie, technologie en genetische vooruitgang moeten komen. Milieuorganisaties, waaronder Greenpeace, uitten daarentegen scherpe kritiek en waarschuwden dat het verlagen van de ambities een gevaarlijk precedent kan scheppen voor andere landen, met ernstige gevolgen voor het klimaat. Greenpeace verwijt de Nieuw-Zeelandse premier dat hij de belangen van de agro-industrie heeft laten primeren boven de toekomst van volgende generaties.</content>
            
            <updated>2025-10-13T17:52:52+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Digitaal register voor gewasbescherming uitgesteld tot 2027, maar boeren juichen nog niet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/digitaal-gewasbeschermingsmiddelenregister-uitgesteld-tot-2027" />
            <id>https://vilt.be/58047</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Europa heeft beslist om de invoer van het digitaal register voor gewasbeschermingsmiddelen uit te stellen naar 2027. Dit register kreeg kritiek van diverse landbouworganisaties in Europa. Tijdens het aanbrengen van gewasbescherming is werken met pen en papier voor vele landbouwers eenvoudiger. Maar misschien nog belangrijker is dat men in dit nieuwe registratiesysteem aanzienlijk meer data zal moeten aanleveren. En hoewel boeren nog even zullen mogen kiezen of ze dit digitaal of op papier doen, blijven de bijkomende verplichtingen onveranderd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="administratieve rompslomp" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d6576d2e-e9d5-480d-9b2c-dd970e59e686/full_width_sproeiengewasbescherming-cofabel.jpg</image>
                                        <content>Boerenbond vindt dat het nieuwe systeem getuigt van een gebrek aan overleg met de sector. “In Europa, maar ook in Vlaanderen en op het federale niveau heeft men de mond vol van administratieve vereenvoudiging”, zegt Boerenbondjurist Pieter Van Oost. “En hier gaat men net vragen om extra gegevens te registreren. Dat gaat er bij onze leden niet in. Dit is een bijkomende administratieve last waar niets tegenover staat. En als je een klein foutje maakt, kan dat worden aangewend om te sanctioneren.” Wat houdt digitale registratie in?Wanneer de FOD Volksgezondheid eind maart 2025 via fytoweb communiceerde over het nieuwe registratiesysteem, ontplofte er een klein bommetje in landbouwmiddens. Naast de gebruikelijke data zouden gebruikers ook het toelating- of vergunningsnummer van het product, de naam van het gewas, de omvang van het behandelde gebied, het groeistadium van het gewas, het starttijdstip van de behandeling en de referentie van het perceel moeten doorgeven. De nieuwe verplichting zou gelden voor alle professionele gebruikers van gewasbescherming, dus naast landbouwers ook bijvoorbeeld groenwerkers. Papier mag voorlopig...Europese landbouwers tonen zich geen voorstander te zijn van het nieuwe systeem en al zeker niet van het tempo waaraan dit systeem wordt ingevoerd. Het digitale register ging oorspronkelijk van start gaan op 1 januari 2026, nog geen jaar na de aankondiging door de FOD Volksgezondheid. Dat landbouwers voorlopig de nieuwe registratiedata&amp;nbsp;met pen en papier mogen ingeven, is een eerste kleine overwinning. Digitale administratie is in vele sectoren misschien wel de norm, maar vele sectoren doen hun werk niet in wind en regen.“Wanneer je met dikke fytohandschoenen aan het werk bent, is pen en papier net iets eenvoudiger dan zaken ingeven met een app”, zegt Van Oost. “En ik kan me inbeelden dat mensen buiten de sector hier niet bij stilstaan, maar gewasbescherming aanbrengen is vaak erg tijdsgevoelig. Het voorjaar en de herfstmaanden zijn drukke tijden voor landbouwers, en net in die drukke periodes zal men aan extra administratie moeten doen.” ...administratieve overlast blijftBoerenbond is dus ook teleurgesteld dat er naast de uitstelmogelijkheden voor het digitale register nog geen administratieve vereenvoudiging is doorgevoerd. De organisatie vraagt om bepaalde registraties te schrappen, zoals de EPPO-codes en de BBCH-monografie. “Ook de begintijd registreren van een bespuiting gaat veel te ver”, vindt Van Oost.Met hoe de zaken er vandaag voorstaan, zullen landbouwers in januari 2028 hun fytogegevens voor heel 2027 digitaal moeten ingeven. Vanaf 1 januari 2030 wordt de tijdspanne tussen spuiten en registreren aanzienlijk korter. “Dan zal men binnen de voorziene aantal dagen moeten registreren”, zegt Van Oost, die erop wijst dat ook dit zal doorwegen in drukke periodes. “Alle registratie moet gebeuren in een digitaal leesbaar formaat. Een foto maken van handgeschreven notities volstaat dus niet. Een bestand in bijvoorbeeld Excel dan weer wel.”Boerenbond ziet het uitstel van de digitalisering als een kleine overwinning, maar blijft lobbyen om de dreigende administratieve overlast aanzienlijk te verminderen.Ook ABS is al van bij het begin hevige tegenstander van het digitale register. &quot;Ook nu weet de overheid immers vrij goed wat waar gespoten wordt aangezien geweten is wat er aan de boer geleverd wordt&quot;, zegt woordvoerder Mark Wulfrancke. &quot;Wat is dan de zin van een complex register dat digitaal doorgegeven moet worden en waar gegevens ingevuld moeten worden in benamingen die geen enkele landbouwer of adviseur gebruikt of begrijpt zoals die EPPO-codes en BBCH-monografie?&quot;&quot;Administratieve fouten zullen snel gemaakt zijn&quot;, zegt Wulfrancke nog. &quot;Bovendien zullen ze quasi niet recht te zetten zijn omdat het moeilijk te bewijzen is welk gewasstadium het nu exact was. Is er iets en is het nodig dat er op perceelsniveau gebeurd is, dan is dat op vandaag trouwens ook al geweten. Iedere landbouwer houdt teeltfiches bij waarop dit allemaal genoteerd is.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-14T19:20:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Podcastreeks ‘De Streekshow’ brengt luisteraars bij streek- en hoeveproducenten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/podcastreeks-de-streekshow-brengt-luisteraar-bij-streek-en-hoeveproducente" />
            <id>https://vilt.be/58048</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De provincie Vlaams-Brabant en Streekproducten Vlaams-Brabant lanceren een nieuwe podcastreeks: ‘De Streekshow’. In acht afleveringen nemen streek- en hoeveproducenten de luisteraar mee achter de schermen van hun bedrijf én in hun verhalen. De reeks is te beluisteren via alle gekende streamingplatformen en op de website van Straffe Streek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="streekproduct" />
                        <category term="Vlaams-Brabant" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/22dd5cc4-97b0-4059-a9d6-708146bfd904/full_width_destreekshow-c-vlaams-brabant1.jpg</image>
                                        <content>“Niet iedereen heeft de kans of tijd om op bezoek te gaan bij een streek- of hoeveproducent”, zegt Tom Dehaene, Vlaams-Brabants gedeputeerde voor landbouw en streekproducten. “Met deze podcastreeks haal je hen letterlijk in huis. In minder dan tien minuten leer je de persoon achter het bedrijf kennen en hij of zij neemt je zelfs in de maling. Eén van de drie verhalen die ze vertellen is namelijk niet waar. Het is aan de luisteraar om te raden welk.”De reeks biedt een luchtige maar authentieke inkijk in het leven van lokale producenten. De podcast biedt hen een platform om hun bedrijf, product en passie te tonen. De afleveringen zijn opgenomen op locatie, midden tussen de boomgaarden, in de bakkerij of de brouwerij. Dat zorgt voor een levendige sfeer waarin de luisteraar de geur, klank en bedrijvigheid van het bedrijf bijna kan ervaren. Luisteraars leren niet alleen de producten kennen, maar ook hoe ze gemaakt worden, welke ambachtelijke technieken gebruikt worden en welke rol ze spelen in de lokale economie en duurzaamheid.Elke woensdag verschijnt een nieuwe aflevering. Tot aan Nieuwjaar komen achtereenvolgens producenten uit heel de provincie aan bod: van witloof uit Kampenhout, tot brood met oude granen uit Zemst, geuze uit Beersel en fruit uit het Hageland. Meer info: https://straffestreek.be/podcasts/</content>
            
            <updated>2025-10-14T11:11:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[David versus Goliath: Uit verontwaardiging ontwikkelde duurzaamheidstool wordt standaard voor voedingsindustrie in EU]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/uit-verontwaardiging-ontwikkelde-duurzaamheidstool-wordt-standaard-voor-voedingsindustrie-in-eu" />
            <id>https://vilt.be/58049</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een Belgische duurzaamheidsgids die Fenavian ontwikkelde uit verontwaardiging over de overvloed aan rapporteringsverplichtingen waarmee kmo’s te kampen krijgen, wordt de standaard in de Europese voedings- en drankensector. “Onze tool blinkt uit in eenvoud en haalbaarheid voor de betrokken bedrijven. Het is nog steeds een extra belasting, maar we zijn er wel in geslaagd om van een berg een heuvel te maken”, zegt Anneleen Vandewynckel, directeur van Fenavian en Brema.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="duurzaam" />
                        <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/efda70ab-c9e2-4718-aaef-65362d41a5c8/full_width_charcuterie.jpg</image>
                                        <content>De sector van de verwerking van vlees en andere eiwitten (Fenavian) en de sector van bereide maaltijden (Brema) bestaan bij uitstek uit kmo’s. Toen hun leden vorig jaar overspoeld werden door de vele vragenlijsten van hun afnemers in het kader van de verplichte duurzaamheidsrapportering (CSRD) die de Europese Unie aan grote bedrijven heeft opgelegd, trokken ze aan de alarmbel bij hun sectorfederatie.Alle energie naar rapportering, niet naar duurzaamheidAl die hulpkreten kwamen bij Anneleen Vandewynckel terecht. “Ik kreeg ellenlange vragenlijsten doorgestuurd, opgesteld in onbegrijpelijke taal”, vertelt ze. “Elke retailer, bank of grote afnemer had een eigen rapporteringssysteem ontwikkeld, opgesteld door dure consultantbureaus. Het resultaat was een ongelofelijk complex kluwen van moeilijke vragen met onrealistische deadlines en om de juiste data te kunnen invullen, waren vele duizenden euro’s nodig. Bovendien moesten de kmo’s een duur abonnement nemen op al die rapporteringspakketten”, herinnert ze zich.Het maakte haar echt boos, want ze besefte dat de kmo&#039;s niet de nodige kennis en het nodige personeel in huis hadden om daar tegenop te kunnen. &quot;Bovendien zorgde het voor een enorme extra financiële en administratieve belasting, terwijl die al zo zwaar was. Nog erger vond ik dat op die manier alle energie en financiële middelen niet naar duurzaamheid gingen, maar naar de rapportering.&quot;‘Licence to operate’Toch besefte Vandewynckel ook dat de bedrijven hier niet onderuit konden en duurzaamheidsrapportering er is om nooit meer weg te gaan. “Het is als het ware de ‘licence to operate’ voor onze bedrijven. Dus besloten we er zelf mee aan de slag te gaan. Eerst werd er nog contact opgenomen met consultants, maar die vroegen astronomische bedragen om een pakket te ontwikkelen en vervolgens een abonnementskost van duizenden euros per bedrijf dat er gebruik van zou maken. Dus bleef er maar één optie meer over: het zelf doen.” We leerden onze leden zelf aan de slag gaan met duurzaamheid. We leerden hen dus vissen in plaats van hen een vis te geven Samen met haar leden maakte Vandewynckel een eenvoudige cursus waarbij de complexe themalijst naar eenvoudige vragen werd vertaald. Zo ontstond een invultool waar bedrijven al hun duurzaamheidsdata konden verzamelen, nodig om te kunnen rapporteren. &quot;Deze tool werd erg enthousiast onthaald door onze leden. We leerden onze leden zelf aan de slag gaan met duurzaamheid. We leerden hen dus vissen in plaats van hen een vis te geven. Het werd een manier om duurzaamheid echt te integreren in het bedrijfsbeleid. Op die manier konden we aantonen dat duurzaamheid een opportuniteit kon zijn in plaats van het zoveelste moetje.&quot; Probleem van de kleintjes én de grotenToen VILT hierover in januari berichtte, werd Vandewynckel overstelpt met aanvragen van andere bedrijven en sectoren uit binnen- en buitenland om meer te weten over de duurzaamheidsgids die het had ontwikkeld. “Eerst hoorden we dezelfde echo’s van bedrijven en federaties uit andere sectoren en enthousiaste federaties zoals onder meer FVPhouse en BFA dachten actief mee, net zoals de Tsjechische, Franse, Nederlandse en Duitse collega’s. Maar we gingen ook langs bij de CSRD-verantwoordelijken van retailers en de duurzaamheidswerkgroepen van Comeos en voedingsfederaties uit heel Europa. De Europese federatie van de voedingsindustrie Food Drink Europe pikte het op en werd een enthousiaste partner. Ook grote bedrijven trokken aan onze mouw om onze tool te mogen gebruiken voor hun leveranciers, en zelfs voor hun overzeese dochterondernemingen om in Europa te kunnen leveren. De roep om vereenvoudiging en hulp bij deze duurzaamheidsrapportering was blijkbaar universeel.”Het was het begin van een lange cavalerietocht, maar wel één met resultaat. “De eerste gesprekken met de retail en andere grote bedrijven, verliepen vlot. We merkten al snel dat het niet alleen een probleem van de kmo’s is, maar ook van de groten, want zij kregen geen data binnen en de data die ze kregen, waren niet uniform”, aldus Vandewynckel. Er was overal een nood voor een bruikbare, eenvoudige, betaalbare standaard om te kunnen rapporteren. &quot;Nu zitten we samen met Eurocommerce, de Europese federatie van de distributie en handel, de Europese hoofdkantoren van de retail, en ook van SME United, de Europese koepel van kmo&#039;s, krijgen we de steun.&quot; Eerste erkende sectorbrede duurzaamheidsstandaardEn zo kwam Vandewynckel ook bij EFRAG terecht. EFRAG is de organisatie die verslaggevingstandaarden ontwikkelt en de Europese Commissie hierover adviseert. “Ook daar waren ze heel enthousiast over het werk dat we gedaan hebben”, klinkt het. &quot;Vooral het verhaal dat het vanuit de federaties kwam, en de positieve energie sprak hen aan.&quot; Het is de allereerste sectorbrede standaard die bovendien gemaakt werd vanop de bedrijfsvloer in plaats vanuit een ivoren toren Ondertussen heeft de Fenavian-duurzaamheidsstandaard de compliance test doorstaan en is nu &quot;fully VSME-proof&quot;. Dat betekent dat de standaard volledig voldoet aan de vrijwillige duurzaamheidsrapportering voor kmo’s (Voluntary Sustainability Reporting Standard for SMEs, red.), zoals door Europa is ontwikkeld. Het is daarmee de allereerste Europese sectorbrede duurzaamheidsstandaard zonder commercieel doel die zo’n erkenning krijgt. &quot;De eerste bovendien die gemaakt werd vanop de bedrijfsvloer in plaats vanuit een ivoren toren, ver van de praktijk, mee gestuwd door de positieve energie van een groot aantal sectorfederaties van alle uithoeken van Europa&quot;, benadrukt Vandewynckel. Ondertussen zal de tool ook vertaald worden naar 27 talen. Bruikbaar voor 290.000 kmo’sSinds de EU in augustus de CSRD-rapporteringsvoorwaarden heeft versoepeld in het kader van administratieve vereenvoudiging, moeten enkel nog bedrijven met meer dan 1.000 werknemers aan een verplichte en uitgebreide rapportering voldoen in plaats van die vanaf 250 werknemers. Dat betekent dat nog meer kleine bedrijven en kmo’s kunnen beroep doen op de nieuw ontwikkelde duurzaamheidsstandaard van Fenavian. In heel Europa zijn er zo’n 290.000 kmo’s actief in de voedings- en drankensector.“Wij kunnen zwart op wit zeggen tegen grote bedrijven dat als kleine bedrijven deze tool invullen, grote bedrijven alle nodige informatie hebben om aan hun CSRD-verplichtingen te voldoen”, zegt Vandewynckel. Anderzijds krijgen kmo’s en kleine bedrijven een online tool in handen die uitblinkt in eenvoudig taalgebruik, overzichtelijke invulvelden en die tips en tricks meegeeft aan bedrijven zodat ze zelf aan de slag kunnen met duurzaamheid. “Zo hebben we iets dat aanvankelijk negatief en zonder meerwaarde was, omgebogen in iets dat positief is en opportuniteiten biedt.” Duurzaam betekent volhoudbaarEen bijkomend voordeel van de tool is dat bedrijven in het bezit blijven van hun eigen data. Bij de meeste tools zijn de bedrijven hun data kwijt als ze die invullen. “Wij hebben er met onze standaard voor gezorgd dat bedrijven een plek hebben waar ze hun data kunnen plaatsen en dat ze vervolgens zelf kiezen met wie ze die data delen”, is te horen bij Fenavian.Vandewynckel erkent dat het nog steeds een opgave is voor bedrijven om met de duurzaamheidstool aan de slag te gaan. “Maar we hebben wel van een berg een heuvel gemaakt en gezorgd voor een level playing field. Ook de kmo’s kunnen op die manier mee in het duurzaamheidsverhaal.” De reactie van de leden maakt het volgens de Fenavian- en Brema-directeur dan ook allemaal de moeite waard. &quot;Zij zijn echt blij met deze praktische tool. Het is een mooi voorbeeld van de kracht die een federatie kan hebben als ze maar kort genoeg bij haar leden staat.&quot;Ze wijst er tot slot op dat duurzaamheid in het Zuid-Afrikaans als ‘volhoubaarheid’ wordt vertaald. “Iets is maar duurzaam als het ook volhoudbaar is”, benadrukt ze. “Daarom wil ik ook nog een oproep doen richting de overheid en retail: Alsjeblief, stop met onze bedrijven extra te belasten en al dat gold plating. Dat werkt enorm demotiverend.&quot;De tool is beschikbaar via www.workable-method.eu</content>
            
            <updated>2025-10-13T22:23:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dag van de Boerin: “Ik heb nog geen minuut spijt gehad dat ik boerin ben geworden”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dag-van-de-boerin-ik-heb-nog-geen-minuut-spijt-gehad-van-boerin-worden" />
            <id>https://vilt.be/58050</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dertien jaar geleden stapte Lieselotte Steurs zonder landbouwachtergrond in het melkveebedrijf van haar man. Naast het werk op de boerderij doet ze de huishouding en de boekhouding en is er geen tijd voor vakantie. Toch kijkt ze met veel genoegen terug op carrièreswitch. “Alhoewel het niet altijd eenvoudig is, heb ik er geen minuut spijt van dat ik boerin ben geworden.” VILT zocht het bestuurslid van Ferm Agravrouwen op naar aanleiding van de Vlaamse Dag van de Boerin die elk jaar op 15 oktober wordt gevierd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="vrouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c5756442-3e9a-4e45-b301-c17ab7b90da5/full_width_lieselotte-steurs.jpg</image>
                                        <content>Om 04u45 opstaan om een melkflesje klaar te maken voor haar kinderen, een half uur later naar de melkveestal. “Vooral toen de kinderen klein waren, was het niet altijd makkelijk om het werk op de boerderij te combineren met het gezin”, vertelt Lieselotte Steurs (35) op het melkveebedrijf Sint Willebrordushoeve in Geel dat zij samen met haar man Bob De Schutter (37) runt.Inmiddels zijn de kinderen al wat groter en minder afhankelijk en is het bedrijfs- en gezinsleven iets makkelijker te combineren en te managen. “Maar dat gaat met fases. In het voorjaar is het drukker als mijn man veel van huis is voor het landwerk en gisteren was er bijvoorbeeld IKM-controle, wat de nodige voorbereiding vereist”, klinkt het.Boerderijwerk, huishouden en administratieLieselotte is op het bedrijf verantwoordelijk voor het insemineren, melken en het voederen van het jongvee. “Denk daarbij aan biestmanagement en het rondgaan met de melkkar”, vertelt ze aan de keukentafel waar privé- en bedrijfsonderwerpen vaak in elkaar over lopen. Ook het huishouden en de boekhouding van het bedrijf zijn voor haar rekening. “Mijn man gaat lopen als hij papieren ziet”, knipoogt ze. Zo’n 20 jaar geleden had de 35-jarige niet verwacht full timeboerin te worden. “Ik kom uit Deurne, een deelgemeente van Diest, uit een burgergezin. “Mijn vader was leraar.” Ondanks de afwezigheid van landbouwroots schreef Lieselotte zich in voor de Landbouwschool in Geel. “Ik voelde mij wel aangetrokken tot de landbouw, maar dacht meer aan een job als consulente dan als melkveehoudster.” Dag van de BoerinVandaag (woensdag) is het Dag van de Boerin. De feestdag is een is een initiatief van&amp;nbsp;Ferm&amp;nbsp;om boerinnen en tuiniers in Vlaanderen te eren. Het wordt jaarlijks gevierd op&amp;nbsp;15 oktober, de Internationale Dag van de Boerin, en brengt de inzet inzet, flexibiliteit en cruciale rol van vrouwen in de landbouw en samenleving onder de aandacht. De dag staat in het teken van erkenning en waardering voor de harde werkzaamheden en de flexibele rollen die vrouwen in deze sector vervullen.&amp;nbsp;Door heel Vlaanderen organiseren de verschillende afdelingen van Ferm Agravrouwen evenementen voor hun leden op de Dag van de Boerin. Ferm Zuidoost Antwerpen, waar Lieselotte Steurs bestuurslid is, gaat ontbijten met de leden. “In het dagelijkse leven staan ze non stop klaar voor het gezin en de boerderij. Met het ontbijtje kunnen we leuk een moment voor onszelf hebben”, klinkt het.Aan de landbouwschool leerde zij haar man kennen. Lieselotte en Bob trouwden, zij werd meewerkende echtgenote op het melkveebedrijf van haar schoonouders en kort nadien kreeg het echtpaar drie kinderen: Wout (10), Niel (11) en Linn (13) “Doordat mijn schoonouders ook nog op het bedrijf actief waren, heb ik de kinderen nooit naar een crèche moeten sturen. Daar ben ik heel dankbaar voor, ik heb ze letterlijk zien opgroeien.” Geen vakantie, wel gezamenlijk levenswerkAnno 2025 heeft ze geen minuut spijt van de carrièrestap die haar leven radicaal overhoopgooide. Waar ze vroeger af en toe op vakantie ging, zit dat er met de boerderij niet meer in. “Het zou wel kunnen, maar het is lastig om vervanging te regelen. Daarom doen we het in de praktijk niet”, aldus Lieselotte. “Maar ondertussen bouwen we wel iets op met elkaar, een levenswerk dat we hopelijk ooit kunnen overdragen aan onze kinderen als die dat willen.”Sinds haar intrede heeft het bedrijf een sterke groei doorgemaakt. In 2021, één week voor het stikstofarrest, ontvingen de melkveehouders een vergunning voor de uitbreiding van de melkstal van 180 naar 380 koeien. Datzelfde jaar werd de serrestal gebouwd. Door drie keer daags te melken – met hulp van extern personeel – haalt het echtpaar gemiddeld 13.000 liter per jaar uit een koe. “Wij hebben geluk gehad met onze vergunning, alhoewel je tegenwoordig niets meer zeker weet. Kijk maar naar de boeren in de Zegge in Geel waar ze plotseling natuur willen creëren”, aldus Lieselotte. “Toen de stikstofcrisis uitbarstte, hebben we wel even stress gehad, maar we gaan er inmiddels vanuit dat men in Brussel is gaan inzien dat landbouwers essentieel zijn voor de voedselproductie.” &amp;nbsp;Samenkomen met lotgenoten12 jaar geleden sloot Lieselotte zich aan bij Ferm en drie jaar geleden werd ze bestuurslid bij Ferm voor Agravrouwen, regio Zuidoost Antwerpen. De boerinnen komen vier keer per jaar samen voor een vergadering, een uitstapje of iets anders. “Het is leuk om even van het bedrijf te zijn”, aldus Lieselotte. Tijdens deze bijeenkomsten gaan de vrouwen ook moeilijke onderwerpen niet uit de weg. “We hebben regelmatig vergaderingen waar lastige onderwerpen naar voren komen, over overnames, over stikstof en over vergunningskwesties. Het kan er dan wel eens emotioneel aan toe gaan, maar dan is het fijn dat je onder lotgenoten bent en je als het ware je hart kunt luchten. Ook dat doet goed. Iedereen zit in hetzelfde schuitje en begrijpt elkaar”, aldus Liselotte.Ook voor woensdag is haar agenda weer gevuld. Na het eerste werk in huis heeft zij in de buurt een ontbijt ter gelegenheid van de Dag van de Boerin. Terug thuis wacht het werk op de boerderij. Tussendoor moeten ook de kinderen naar de hobby’s gebracht worden. “Wout is dit jaar hoger op gaan voetballen en moet drie keer trainen in Dessel”, besluit ze.</content>
            
            <updated>2025-10-14T11:33:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Danone ondersteunt Vlaamse melkveehouders bij investeringen in stikstofreductie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/danone-ondersteunt-vlaamse-melkveehouders-bij-pas-maatregelen" />
            <id>https://vilt.be/58051</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zuivelverwerker Danone ondersteunt zijn Vlaamse melkveehouders bij het behalen van de stikstofdoelstellingen voor 2025. Boeren krijgen een tegemoetkoming van 1250 tot 3750 euro in de kosten voor het toepassen van een stikstofreducerende techniek. “Op deze manier willen wij ons steentje bijdragen aan de verduurzaming van de melkveehouderij en willen we de melkleveringen veiligstellen aan onze fabriek in Rotselaar”, klinkt het op het melkveebedrijf van Johan en Stef Hillen.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="robot" />
                        <category term="mest" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e8b84e76-008c-439b-bc48-d88bd685a881/full_width_danone-en-hillen.jpg</image>
                                        <content>Sinds begin dit jaar schuift een mestrobot enkele malen per dag de mest aan in de melkveestal van Johan en Stef Hillen in het Limburgse Helchteren. “Wij hebben deze investering gedaan om zo de stikstofuitstoot te reduceren en zo ook in regel te zijn met de stikstofwetgeving”, vertelt Johan Hillen. Hij doelt hiermee op de vijf procent reductie die elke Vlaamse rundveehouder volgens het nieuwe stikstofdecreet tegen het eind van dit jaar moet realiseren.De investering is mee mogelijk gemaakt door zuivelverwerker Danone aan wie de familie Hillen al sinds 1998 melk levert. “De stikstofdoelstellingen zijn niet alleen een probleem voor de boeren, wij als zuivelverwerker willen ook ons steentje bijdragen aan de verduurzaming van de melkveehouderij”, vertelt Marion Bloemendal, Head of Milk bij Danone België.&amp;nbsp; Productiesite in Rotselaar als vlaggenschipDanone heeft sinds de jaren &#039;60 een productie-eenheid in België, meer bepaald in Rotselaar. Het werkt er samen met ongeveer 80 melkveehouders in een straal van 70 kilometer rond de site. Daar maakt het bedrijf Actimel, Activia Fruit, Danone Fruit en Vitalinea. Naast Rotselaar heeft Danone een site in Wevelgem waar het plantaardige producten maakt onder de naam Alpro. In totaal stelt het bedrijf ongeveer 1.600 mensen tewerk in België.Danone noemt de fabriek in Rotselaar en de producten die hier gemaakt worden, zijn “vlaggenschip”. Het doelt daarmee op de duurzaamheid van de fabriek, maar vooral ook van de Vlaamse melkveehouderij. “De Vlaamse melkveehouders presteren het beste op het gebied van klimaatimpact en dragen hierdoor bij aan onze bedrijfsfilosofie: de productie van smakelijke voedsel met een zo laag mogelijke klimaatimpact”, klinkt het.Afhankelijk van de grootte van het melkveebedrijf kunnen ondernemers aanspraak maken op een tussenkomst van Danone van 1250 tot 3750 euro wanneer zij investeringen doen in stikstofreducerende technieken. Het gaat niet alleen om een mestrobot, maar ook over aanpassingen van de stal, zoals bijvoorbeeld het dichtleggen van de roostervloer. “Ook investeringen die in het verleden gemaakt zijn om de stikstofuitstoot te verlagen, tellen mee”, benadrukt Bloemendal. Al langer ondersteuning bij verduurzamingDe ondersteuning van melkveehouders bij hun duurzaamheidsinvesteringen is niet nieuw. Net als sommige andere zuivelverwerkers heeft Danone zich tot doel gesteld om de CO2-input van de gehele keten te verminderen. Daar hoort ook de melkveehouderij bij. Sinds 2017 brengt het de CO2-uitstoot van melkveebedrijven in kaart en ondersteunt het melkveehouders bij het verminderen van hun klimaatimpact.&amp;nbsp;Binnen dit programma ontvangen Vlaamse melkveehouders bijvoorbeeld een tussenkomst in de merkertesten. Dat is een onderzoek naar de genetische eigenschappen van een kalf kort na de geboorte. “Op deze manier kan een melkveehouder de genetische eigenschappen van zijn veestapel sneller verbeteren en zo ook stappen zetten op het gebied van uitstoot. Een koe met een grotere levensproductie heeft een kleinere CO2-voetafdruk”, klinkt het. &amp;nbsp;&amp;nbsp; Vrees voor voldoende melkDuurzaamheid is niet de enige reden voor de tussenkomt in de stikstofreducerende maatregelen. “Op deze manier willen we ook de melkleveringen aan onze fabriek zeker stellen”, vertelt&amp;nbsp;Bloemendal. De onzekerheid die met de stikstofwetgeving gepaard gaat, hangt volgens haar als een donkere wolk boven de melkveehouderij en dus ook boven de zuivelverwerking. “Boeren kunnen niet investeren en ontwikkelen en staan al jaren stil. Mede door de onzekerheid is er ook minder bedrijfsopvolging.” Op deze manier willen we ook de melkleveringen aan onze fabriek in de toekomst zeker stellen De voorbije jaren zag Danone al een aantal melkveehouders stoppen. Alhoewel sommige andere leveranciers hun productie opvoerden door bijvoorbeeld op een tweede locatie te startten, moest de zuivelverwerker dit jaar toch op zoek naar nieuwe melkveehouders. “Dat was ook nodig omdat we meer vraag zagen naar de producten die in Rotselaar gemaakt worden”, aldus Bloemendal. &amp;nbsp;Nieuwe leveranciers gevondenAlhoewel er een hevige strijd woedt in Vlaanderen om de handtekening van de melkveehouders op een leveringscontract, is Danone er toch in geslaagd een handvol nieuwe leden aan zich te binden. De flexibele prijsformules die Danone hanteert, helpen daarbij. Het bedrijf laat melkveehouders de keuze: ofwel een stabielere prijsovereenkomst voor drie jaar, ofwel een flexibel standaardmelkcontract.&amp;nbsp;Bloemendal erkent dat de zuivelverwerker meer moet doen dan vroeger om de melkveehouders aan zich te binden. “Maar het feit dat veel bedrijven al 20 jaar of meer aan ons leveren, wil toch zeggen dat ze onze samenwerking appreciëren”, besluit ze met een knipoog.</content>
            
            <updated>2025-10-16T13:11:46+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Beyond Meat crasht: 99 procent van beurswaarde verloren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/beyond-meat-crasht-99-procent-beurswaarde-verloren" />
            <id>https://vilt.be/58052</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Amerikaanse producent van vleesvervangers Beyond Meat zit in moeilijke papieren. Sinds de hoogdagen in 2020 heeft het bedrijf al meer dan 99 procent van zijn waarde verloren. Maandag maakte het bedrijf nog een laatste tuimeling en verloor het tegenover de laatste notering op vrijdag 58,3 procent van zijn waarde. Vandaag staat het aandeel op 1,04 Amerikaanse dollar. Op zijn hoogste notering in 2019 was het aandeel nog 239,71 dollar waard.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vleesvervanger" />
                        <category term="vegetarisch" />
                        <category term="eiwitshift" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a6bd5104-ad6d-48fc-9622-c9b69222a1e1/full_width_beyond-meat-vleesvervanger-vegetarisch-burger.jpeg</image>
                                        <content>Vijf jaar geleden was Beyond Meat nog hét renpaard waar de hippe belegger zijn geld op verwedde. Veggie was in, dus zouden de producten van dit Amerikaanse bedrijf zelfs de meest verstokte vleeseter overtuigen. Tenminste, dat was de theorie. Sinds juni 2021 is de beurswaarde van het bedrijf in vrije val en die trend is nooit meer gekeerd.Noch vleeseters, noch vegetariërs blijken de Beyond-producten te lusten zoals het bedrijf had gehoopt. Beyond Meat deelt mee dat vooral het gebrek aan interesse bij Amerikaanse consumenten het bedrijf pijn heeft gedaan. Tegen het eind van 2024 had het een schuldenberg van 1,3 miljard dollar. Als redmiddel heeft de groep voor 800 miljoen dollar aan converteerbare obligaties omgezet naar aandelen. Hierdoor is de schuldenberg geslonken, maar door het massaal uitgeven van nieuwe aandelen is de waarde van elk aandeel aanzienlijk gedaald. Lekker en gezond?Een andere verklaring voor de plotse koersdaling is dat er nog maar weinig vertrouwen is dat Beyond Meat het tij zal keren. De Beyond-burgers zijn ultrabewerkte voeding en hoewel Beyond Meat claimt dat ‘ultrabewerkt’ niet gelijkstaat aan ongezond, is het de vraag of die boodschap ook geloofd wordt door de consument. Een andere vaststelling: ook nu zijn de Beyond-burgers aanzienlijk duurder in de supermarkt dan de vleesproducten die ze nabootsen.Zal het nog goed komen met het bedrijf? In een verklaring aan de veganistische beleggerssite Vegconomist ontkende Beyond Meat in augustus dat het bedrijf op weg was naar een faillissement. Niet iedereen gelooft dat. Al in 2023 schreef de Amerikaanse investeringsbank TD Cowen dat er fundamentele problemen zijn met het product. Zowel smaak als textuur zijn volgens de beursanalisten niet in lijn met de wensen van de consument, zeker niet vergeleken met de concurrerende vleesalternatieven. De investeringsbank ziet de toekomst van Beyond Meat somber in en raadt aandeelhouders aan om te verkopen.</content>
            
            <updated>2025-10-14T16:06:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Organisaties mogen niet langer met subsidiegeld procederen tegen Vlaamse overheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/organisaties-mogen-niet-langer-met-subsidiegeld-procederen-tegen-vlaamse-overheid" />
            <id>https://vilt.be/58053</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Organisaties die Vlaamse subsidies krijgen, mogen dat geld niet meer gebruiken om procedures aan te spannen tegen de Vlaamse overheid. Dat heeft de Vlaamse regering beslist, zo meldt minister van Begroting en Financiën Ben Weyts (N-VA). Oppositiepartij Groen is niet te spreken over de beslissing. Volgens fractieleider Mieke Schauvliege worden subsidies op die manier een soort van "zwijggeld".</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wetgeving" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c5bb67d8-a578-4bf8-a86a-5e6a8708a6be/full_width_benweyts.jpg</image>
                                        <content>Een organisatie die subsidiegeld aanwendt om te procederen tegen de Vlaamse overheid: zeldzaam is het niet. Denk bijvoorbeeld aan de vele natuurorganisaties die juridische stappen ondernemen tegen het klimaat- of natuurbeleid van de Vlaamse overheid. Een gekend voorbeeld hiervan is de Nitraatzaak. Vijf natuurorganisaties, zijnde BBL, Dryade, Greenpeace, Natuurpunt en WWF, sleepten de Vlaamse regering voor de rechter voor het mestbeleid, wat resulteerde in stevige dwangsommen voor de Vlaamse regering.In milieumiddens is vooral Dryade bekend en berucht om hun veelvuldige procedures. De startsubsidie van 180.000 euro voor deze organisatie is in 2024 stopgezet. Officieel verdedigde Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) deze beslissing - genomen door voorganger Demir - door erop te wijzen dat er “binnen het departement Omgeving veel dwingendere en urgentere vragen zijn”, al klonk er binnen het parlement al langer kritiek op het subsidiëren van de procederende ngo.Het stopzetten van deze subsidie kan gezien worden als een voorbode van de nieuwe beleidsmaatregel om geen enkele organisatie nog Vlaams subsidiegeld te laten gebruiken om gerechtelijke of administratieve procedures aan te spannen tegen de Vlaamse overheid. Dit is niet alleen relevant voor milieuorganisaties, maar voor alle organisaties die langs juridische weg willen doorwegen op het Vlaams beleid.&quot;We viseren geen bepaalde groepen&quot;“Dit is meer een princiepskwestie dan een poging om bepaalde groepen te viseren”, zegt woordvoerder Michaël Devoldere van het kabinet-Weyts. “Het is onderdeel van het programmadecreet, dat een eerste keer werd goedgekeurd door de Vlaamse regering. De regeling bestond al binnen het beleidsdomein Omgeving, maar wordt nu veralgemeend.”“Organisaties kunnen nog altijd procederen tegen de Vlaamse overheid, ze mogen daar alleen hun subsidiegeld niet meer voor gebruiken”, verduidelijkt hij nog. “Uiteraard staat het iedereen vrij te procederen met eigen middelen.” Op de vraag hoe er concreet zal worden gecontroleerd uit welke ‘pot’ er wordt geprocedeerd, antwoordt Devoldere dat organisaties nu ook al verantwoording afleggen hoe ze hun subsidiegeld besteed hebben. “Ze hoeven dus niet eens hun volledige boekhouding voor te leggen”, zegt hij. &quot;Af van de subsidiecultuur&quot;“We moeten af van de subsidiecultuur die ontstaan is in Vlaanderen”, zegt minister Weyts. “We besparen nu 210 miljoen euro rechtstreeks op al die subsidies en ook in de rest van onze begrotingsoefening kijken we in de eerste plaats naar subsidies en andere overheidsuitgaven. Ik wil op dat pad verdergaan en de subsidies nog verder afbouwen. Bovendien worden we dus ook strenger op het gebruik van subsidiegeld.”Wanneer een organisatie subsidies aanwendt om te procederen tegen de Vlaamse overheid, betaalt de Vlaamse belastingbetaler in feite voor beide partijen. “Er waren in het verleden heel pijnlijke voorbeelden waarbij subsidiegeld werd misbruikt om te procederen tegen projecten van algemeen belang en projecten met een breed democratisch draagvlak. Soms houdt een kleine minderheid via allerhande procedures jarenlang vooruitgang tegen”, zegt Weyts.Alle juridische kosten die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met gerechtelijke of administratieve procedures tegen de Vlaamse overheid, zijn vanaf nu dus niet langer subsidiabel. Dat geldt voor bijvoorbeeld: honoraria van advocaten, gerechts- en deurwaarderskosten, kosten voor juridische adviezen en bemiddeling en arbitrage. Weyts noemt dit een middel om subsidiegeld enkel nog te laten stromen naar “de doelstellingen die organisaties zelf naar voren hebben geschoven om dat geld te krijgen”. &quot;Subsidies worden zwijggeld&quot;Oppositiepartij Groen is niet te spreken over de beslissing. Volgens fractieleider Mieke Schauvliege worden subsidies op deze manier een soort van &quot;zwijggeld&quot;. &quot;In een volwassen democratie is een regering niet bang van kritische stemmen, maar omarmt ze die. Belangenorganisaties, van 11.11.11 tot vakbonden en Kom op tegen Kanker, houden een regering scherp. N-VA, Vooruit en cd&amp;amp;v maken die liever monddood&quot;, meent Schauvliege.Volgens Schauvliege is de rechtbank voor middenveldorganisaties &quot;een laatste redmiddel&quot;. &quot;In plaats van organisaties monddood te maken en hen het recht op rechtspraak te ontnemen, kan de regering zich misschien gewoon aan de wetgeving houden, dan heb je zulke dwaze regels niet nodig&quot;, zegt de Groen-politica.</content>
            
            <updated>2025-10-14T16:24:37+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Omzet sector stijgt, maar boeren blijven verdwijnen: Boerenbond vraagt rechtszekere toekomst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/omzet-sector-stijgt-maar-boeren-blijven-verdwijnen-boerenbond-vraagt-landbouwvriendelijk-beleid" />
            <id>https://vilt.be/58054</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse landbouw zal in 2025 een omzetstijging van 2,1 procent boeken tegenover vorig jaar. Dat maakte landbouworganisatie Boerenbond bekend tijdens zijn jaarlijkse Nazomerontmoeting. Hoewel niet elke sector kon meegenieten van die groei, kan algemeen gesproken worden over een relatief positief economisch jaar. Toch overheerst bezorgdheid. “De economische cijfers staan in schril contrast met de evolutiecijfers”, waarschuwt voorzitter Lode Ceyssens. “Het aantal landbouwbedrijven daalt elk jaar en ligt inmiddels bijna 13 procent lager dan in 2013.” Drie kernvoorwaarden kunnen dit volgens hem keren: “rechtszekerheid, rechtszekerheid en rechtszekerheid.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boerenbond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0ad14e73-f26c-45f5-ac68-28383b446698/full_width_whatsapp-image-2025-10-15-at-001829.jpeg</image>
                                        <content>In het kader van de jaarlijkse Nazomerontmoeting geeft Boerenbond traditiegetrouw een eerste inzicht in de jaarresultaten van de land- en tuinbouwsector. Voor 2025 raamt de landbouworganisatie een omzetstijging&amp;nbsp; van 2,1 procent tegenover 2024. “Economisch gezien kunnen we spreken van gemiddeld een relatief goed jaar. Toch zijn er zeer grote verschillen tussen de sectoren. Zo scoren de voornaamste akkerbouwsectoren zoals aardappelen en suikerbieten in 2025 niet goed, terwijl de omzet van de meeste dierlijke sectoren omhooggaat”, duidt Lode Ceyssens.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Rijden met de handrem op&amp;nbsp;Hoewel de economische cijfers positief zijn, geven ze geen volledig beeld van de huidige sector volgens Boerenbond. “Het aantal landbouwbedrijven daalt elk jaar en is ten opzichte van 2013 met bijna 13 procent teruggelopen. De gemiddelde leeftijd van een landbouwer is 56 jaar en slechts 12 procent van de bedrijfsleiders ouder dan 50 jaar heeft een opvolger”, schetst Ceyssens. “We staan op een keerpunt. De volgende jaren zijn cruciaal voor de toekomst van onze landbouw.“Uit een consumentenbevraging blijkt dat acht op de tien Vlamingen vinden dat Vlaanderen zelfvoorzienend moeten blijven, en dus kan instaan voor onze eigen voedselproductie”, gaat de voorzitter verder. “Daarvoor zijn er boeren en tuinders nodig. Helaas kunnen zij niet overleven op alleen sympathie van de maatschappij. Het is het beleid dat voor een haalbaar economisch kader en duurzaam toekomstperspectief moet zorgen.”Volgens Ceyssens heerst er binnen het beleid wel degelijk ambitie, maar blijft het voor boeren nog steeds “rijden met de handrem op”. Om die rem los te krijgen en hun ondernemings- en investeringszin voluit in te zetten, zijn er volgens hem drie simpele kernvoorwaarden. “Rechtszekerheid, rechtszekerheid en nog eens rechtszekerheid&quot;, vat hij samen. Regels veranderen ‘en cours de route’Volgens Boerenbond ondermijnt niet alleen ‘de lasagne’ van regelgeving en administratie het ondernemerschap, maar ook het feit dat regels voortdurend worden aangepast. “Het is onaanvaardbaar dat ondernemers investeringsbeslissingen moeten nemen in een context waarin het beleid de spelregels continu verandert en de bestemming onderweg wijzigt. Dit haalt elk perspectief onderuit, voor zowel jonge als minder jonge boeren”, klinkt het.Rechtszekere toegang tot grondDaarnaast wijst Boerenbond op het structureel probleem van betaalbare landbouwgrond. De druk op het areaal neemt al jaren toe en blijft stijgen. “Steeds vaker komt landbouwgrond in handen van niet-agrarische spelers&quot;, zegt Ceyssens. “Maar zonder rechtszekere toegang tot betaalbare, bewerkbare grond is boeren simpelweg onmogelijk.”De hoge lat van de EUEen derde kernvoorwaarde is een rechtszeker en correct speelveld waarin Vlaamse landbouwers competitief kunnen zijn. “In de EU legt men de duurzaamheids- en klimaatlat steeds hoger, terwijl handelsakkoorden zoals Mercosur de deur openzetten voor meer en goedkoper vlees en suiker die onder minder strenge voorwaarden geproduceerd worden. Dat is niet het model waar we naartoe willen”, aldus Ceyssens. Landbouwers kunnen niet overleven op alleen sympathie van de maatschappij Landbouwvriendelijker beleidEurocommissaris voor Landbouw Christophe Hansen (EVP) prees tijdens het Boerenbondevent nochtans de cruciale rol van landbouw in het veiligstellen van onze voedselvoorziening in een veranderende wereld. Volgens hem verdient de sector erkenning en steun, omdat hij mee de stabiliteit van Europa waarborgt.“In de praktijk ziet de sector daar weinig van terug”, zegt Ceyssens. “Er is een algemene consensus bij beleidsmakers, op zowel Europees als Vlaams niveau, om onze landbouw te koesteren en te steunen. Maar de daad komt niet voldoende bij het woord. Wij blijven rekenen op het landbouwhart van commissaris Hanssen, want er ligt in Europa nog bijzonder veel werk op de plank om het tij te keren.” Daarbij verwijst hij niet enkel naar het Mercosurakkoord, maar ook naar het Europese voorstel om het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid te hervormen en het budget met bijna 25 procent te verlagen.“Wie onze voedselproductie in eigen handen wil houden, moet zorgen dat boeren op een concurrentiële en rechtszekere manier kunnen ondernemen. Zorg voor een ‘pro-landbouwbeleid’ en bestendig de toekomst van de landbouw. We mogen niet verkwanselen wat de voorbije generaties hebben opgebouwd”, richt hij zich tot alle beleidsmakers.</content>
            
            <updated>2025-10-15T00:20:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vooruit: "Slechts kwart van budget voor stopperregeling varkens gebruikt"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pas-een-vierde-van-het-budget-voor-de-stopperregeling-varkens-opgesoupeerd" />
            <id>https://vilt.be/58055</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen wil tegen 2030 zijn varkensstapel met 30 procent inkrimpen en zette daarvoor een budget van 200 miljoen euro opzij. Maar de vaart zit er nog niet in, volgens Vlaams parlementslid Els Robeyns (Vooruit). Na twee oproepen stapten 366 varkenshouders in de stoppersregeling in, samen goed voor 371.000 dieren. Daarmee is 46,5 miljoen euro uitgekeerd. “We staan nog maar op een vijfde van de doelstelling, terwijl driekwart van het budget ongebruikt blijft", aldus Robeyns. Ze dringt er bij Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) op aan een tandje bij te steken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d30904db-29b2-4e99-9232-86bfff69cac0/full_width_varkensboer-inagro.jpg</image>
                                        <content>De vrijwillige stoppersregeling voor varkenshouders is onderdeel van&amp;nbsp;de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) die tot doel heeft de stikstofuitstoot te verminderen. Na twee oproepen zijn ondertussen 366 varkensbedrijven gestopt, goed voor 371.294 varkens. De betrokken boeren kregen hiervoor in totaal 46.421.777 euro. Dat blijft uit cijfers die Robeyns opvroeg bij de Vlaamse overheidsinstellingen.“Dat zijn op zich mooie cijfers, maar wel ver onder de lat die de regering gelegd had”, constateert ze. “Er is 200 miljoen euro voorzien. En dat moet leiden tot 1,77 miljoen minder varkens. We zitten dus nog maar aan één vijfde van wat er nodig is. En drie vierde van het budget blijft nog over”, stelt ze. 1,77 miljoen minder varkens&quot;De reductie van de varkensstapel met 30 procent werd opgenomen in het stikstofdecreet&quot;, verduidelijkt Stefan Van Linden, woordvoerder van de Vooruit-fractie, de cijfers. &quot;Volgens Statistiek Vlaanderen waren er in 2015 5,9 miljoen varkens. 30 procent daarvan is dan 1,77 miljoen.&quot;Volgens Robeyns verloopt de daling te traag, waardoor Vlaanderen zijn doelstellingen niet zal halen. Dat dreigt volgens haar zware gevolgen te hebben voor de economie. “De stoppersregeling is één van de manieren om de stikstof te doen dalen en als we niet genoeg doen om de stikstofuitstoot te verlagen dreigt een vergunningsstop. Dat zou een catastrofe zijn voor de economie, de jobs en de koopkracht van gewone werkende mensen. Zo’n stikstofcrisis zoals Nederland die gekend heeft, wil niemand”, argumenteert ze. &quot;Brouns moet tandje bijsteken&quot;Robeyns dringt er bij Brouns dan ook op aan om een tandje bij te steken. “Er is budget over én we halen niet de doelen die we wilden halen. Dan is het duidelijk dat de minister meer kan doen en meer moet doen.” Tegelijk benadrukt ze dat stoppen voor veel varkenshouders geen eenvoudige keuze is. “Het gaat vaak om bedrijven waar generaties lang hard is gewerkt. Boeren die beslissen om te stoppen, nemen een moeilijke, maar moedige beslissing.”Daarnaast plaatst ze vraagtekens bij de effectiviteit van de regeling. Ze wil weten of het stopzettingsbedrag wel volstaat om de kosten te dekken en of de juiste doelgroepen&#039; worden bereikt. &quot;Kiezen de meer kleinschalige, familiale bedrijven voor stopzetting, of tekenen ook de grote industriële varkenshouderijen erop in?&quot;Komt er volgende oproep?Minister Brouns laat in een reactie weten dat de stoppersregeling eerst intern geëvalueerd wordt, “samen met andere evoluties in de sector”. Pas daarna besluit hij of er eventueel een volgende oproep komt. Ook benadrukt hij dat er nog aanvullende regelingen lopen voor varkensbedrijven in en rond maatwerkgebieden en voor bedrijven met een impactscore van meer dan vijf procent. Voor deze bedrijven is ook flankerend beleid voorzien.Op Facebook kwam Brouns nog terug op de kwestie. Daar wijst hij erop dat het aantal varkens sinds 2015 met 19 procent gedaald is en dat de uitstoot van de varkenssector met 30 procent gereduceerd werd. Hij vindt het dan ook niet kunnen dat er door Vooruit gevraagd wordt &quot;om gas te geven&quot; om bedrijven te sluiten. &quot;Mag er nog met wat respect worden gesproken over onze landbouwers, een sector waar het mentaal welbevinden nu al heel broos is? Het is beneden alle peil&quot;, klinkt het fel. Meeste stoppers in West-VlaanderenVan de 366 varkensbedrijven die instapten in de varkenstoppersregeling, kwamen er 182 uit West-Vlaanderen. Hiermee is het aantal stoppers in West-Vlaanderen veruit het grootste, gevolgd door Antwerpen met 74 bedrijven en Oost-Vlaanderen met 58 bedrijven. Ook qua vergoedingen ontvingen de varkenshouders in West-Vlaanderen het gros van de ruim 46 miljoen euro die de Vlaamse overheid uitbetaalde aan de stoppers, bijna 21 miljoen euro.</content>
            
            <updated>2025-10-15T13:39:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Screening milieu en mensenrechten ingeperkt: Europa beperkt verplichtingen tot allergrootste bedrijven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/screening-milieu-en-mensenrechten-ingeperkt-europa-beperkt-zorgplicht-tot-allergrootste-bedrijven" />
            <id>https://vilt.be/58056</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Alleen nog de allergrootste ondernemingen met meer dan 5.000 werknemers moeten hun toeleveringsketens screenen op schendingen van mensenrechten of milieuschade. Dat heeft het Europees Parlement in navolging van de lidstaten besloten. Deze screening is omvat in de zorgplichtwet. Ze kwam al snel in het vizier toen de Europese Commissie begin dit jaar een groot offensief lanceerde om de administratieve druk op bedrijven te ontlasten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ed9f97ca-72cd-4e21-ae35-1d474d750cd0/full_width_europa-vlaggen-nb.jpg</image>
                                        <content>De nieuwe regeling draait zowel om mensenrechten als om het milieu. Alleen nog de allergrootste ondernemingen moeten hun toeleveringsketens screenen op wantoestanden zoals kinderarbeid en dwangarbeid. Dat staat in de aangepaste zorgplichtwet, een richtlijn (CSDDD) uit 2024 die al een jaar was uitgesteld en nu dus afgeslankt wordt ingevoerd. De wet is enkel van toepassing op bedrijven met meer dan 5.000 werknemers en meer dan 1,5 miljard euro netto-omzet.Ook de plicht om te rapporteren over de impact op klimaat en milieu in het kader van de zogenaamde CSRD-richtlijn, zal enkel nog gelden voor de allergrootste bedrijven. Europa wil de reikwijdte beperken tot bedrijven met gemiddeld meer dan 1.000 werknemers en een netto omzet van minstens 450 miljoen euro.&quot;Sterke steun voor vereenvoudiging&quot;De versoepelingen werden in commissie goedgekeurd met 17 tegen 6 stemmen en 2 onthoudingen. &quot;Dit bewijst dat er in het Europees parlement een sterke steun bestaat voor vereenvoudiging&quot;, zegt de Zweedse rapporteur Jorgen Warborn (EVP). &quot;We bieden bedrijven voorspelbaarheid met een rapport dat kosten bespaart, het concurrentievermogen versterkt en de groene transitie van Europa op koers houdt.&quot;Warborn kwam de voorbije weken onder vuur te liggen omdat hij ermee had gedreigd steun te zoeken bij uiterst rechts als de socialisten en liberalen niet zouden meestappen in zijn verhaal. &amp;nbsp;De groenen waren niet te spreken over de handelwijze. &quot;Wat de EVP hier doet is onaanvaardbaar. Je bouwt geen stabiel Europa door samen te werken met extreemrechts&quot;, reageerde Europarlementslid Sara Matthieu van Groen. Volgens haar wil de EVP de wet &quot;alleen maar afbreken&quot; en &quot;legt ze zich liever neer bij de lobby van bedrijven die hun verantwoordelijkheid willen ontlopen&quot;.Bij cd&amp;amp;v, dat deel uitmaakt van de EVP, is men vooral tevreden dat er een compromis is bereikt. &quot;Het is vooral positief dat er eindelijk eensgezindheid is om deze complexe regels eenvoudiger te maken”, zegt Wouter Beke. “Niet in het minst voor onze Vlaamse bedrijven.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-16T13:34:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boeren dreigen vast te lopen in administratie bij melding 5%-stikstofreductie, handhaving mogelijk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geen-uitstel-5-procent-pas-reductie-handhaving-na-deadline" />
            <id>https://vilt.be/58057</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er komt geen uitstel voor rundveehouders om tegen het eind van dit jaar vijf procent stikstof te reduceren en handhaving door inspectie is mogelijk in 2026. Dat bevestigde Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) recent. “Er zijn vandaag nog te weinig veehouders mee bezig. Tegelijk stellen we vast dat er nog veel onduidelijkheid heerst”, waarschuwt Carl De Braeckeleer van adviesbureau DLV. Volgens hem dreigt een probleem voor de boeren om alles nog tijdig administratief afgehandeld te krijgen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fa4a6c04-6f50-41b4-ae92-aaea159d9932/full_width_koeienindeweide.jpg</image>
                                        <content>De vijfprocent stikstofreductie die tegen het eind van dit jaar gerealiseerd moet worden op rundveebedrijven doet al maanden veel stof opwaaien in Vlaanderen. Landbouworganisaties Boerenbond en ABS drongen enkele weken geleden al aan op een uitstel van deze deadline omdat er op dit moment te weinig maatregelen beschikbaar zouden zijn.Brouns wees dit verzoek van de hand. &quot;Daarvoor is een meerderheid in het parlement nodig en die is er op dit ogenblik niet&quot;, zei hij. In de commissie Leefomgeving van het Vlaamse parlement herhaalde hij dat standpunt. “De deadline voor deze vijf procent reductie bij rundveebedrijven is in het stikstofdecreet opgenomen en daar kunnen we niet zomaar onderuit.”Handhaving is mogelijkOp een vraag van Vlaamse parlementslid Dries Devillé (Vlaamse Belang) zei de minister bijkomend dat er na het verstrijken van de deadline op rundveebedrijven gehandhaafd kan worden door de inspectie. Devillé wees op de weinige tijd die nog resteert tot de deadline. Niet alleen zijn er beperkte stikstofreducerende maatregelen beschikbaar, tevens zijn boeren volgens hem in onzekerheid over de procedures. “De overheid heeft anderhalf jaar de tijd genomen om te palaveren over interpretaties. Nu moeten landbouwers zich daar op vier maanden tijd naar schikken om een deadline te halen”, liet Devillé zich uit. “U voelt toch aan alles dat zo’n manier van werken niet ernstig genoemd kan worden.”De minister gaf aan begrip te hebben voor de zorgen in de sector. &quot;Daarom werken we aan een zo eenvoudig mogelijke meldingsprocedure, zodat landbouwers de melding zelf kunnen doen en niet via gespecialiseerde bureaus hoeven te werken.” Verder gaf hij aan begeleiding in te zetten voor bedrijven die worstelen met te nemen maatregelen. &amp;nbsp; Vastlopen in de papierwinkel“Het is allesbehalve eenvoudig,” zucht een 59-jarige veehouder die liever anoniem getuigt. Hij kocht een mestrobot om zich in regel te stellen. “Ik ben al een hele tijd bezig met de melding. Er kroop al veel tijd in om op te zoeken hoe ik in het loket aan de slag moet en welke documenten ik nodig heb. Uiteindelijk liep ik gewoon vast in het programma. In mijn vergunning staan mijn 200 runderen als totaal vermeld, niet onderverdeeld in categorieën. Maar het loket aanvaardt dit niet.” Om er wijs uit te raken, schakelde hij een adviesbureau in. “Zij zoeken nu uit hoe ik verder kan. Het kan bijna niet anders dat ook andere boeren vastlopen zoals ik.”Zijn frustratie is groot en groeit met elke nieuwe regel. “Ik werk een goeie 80 uur per week, zoals zoveel boeren. Als je dan ’s avonds eindelijk achter je bureau geraakt en vastloopt in die papierwinkel... Ik heb al twee keer mijn computer kapotgeslagen,” zegt hij zonder ironie. “We kregen onlangs een e-mail om mee na te denken over hoe het papierwerk kan worden verlicht, en even later horen we dat er een verplicht digitaal spuitregister komt. Ik heb het gevoel dat de overheid ermee aan het lachen is. En telkens hoor ik instanties zeggen dat het eenvoudig is en niet veel werk, maar nog steeds lijkt niemand te beseffen hoeveel papieren we al voor anderen moeten invullen.” Mocht iedereen plots tegelijk vastlopen en om hulp komen vragen, dan zal het niet evident zijn om dat nog te bolwerken voor de deadline Vrees voor lawine aan hulpvragenCarl De Braeckeleer, gedelegeerd bestuurder bij landbouwadviesbureau DLV (United Experts), bevestigt dat de gecontacteerde veehouder niet de enige is die voor zijn melding aanklopt bij een adviesbureau.Volgens hem zou het voor de veehouderij een groot probleem kunnen worden als te veel landbouwers te lang wachten om hun melding in te dienen. “Er zijn vandaag nog te weinig mensen mee bezig. Ik kan moeilijk inschatten hoeveel boeren hun melding uiteindelijk zelf zullen doen, maar mocht iedereen plots tegelijk vastlopen en om hulp komen vragen, dan zal het niet evident zijn om dat nog te bolwerken voor de deadline”, aldus De Braeckeleer.Nog steeds verschillende interpretaties van de wetHijzelf ervaart geen problemen met de gebruiksvriendelijkheid van het online Omgevingsloket. “Maar ik kan perfect begrijpen dat het omslachtig is als je er niet vaak mee werkt. Wij zitten er dagelijks in en ik vind dat het goed functioneert.” Wel botst hij op een andere moeilijkheid. “Slag om slinger zijn er andere interpretaties van bepaalde onderdelen van de wet in het kader van die melding. Er leven bijvoorbeeld veel interpretaties over het verschil tussen de diercategorieën in de vergunning en die op de mestbankaangifte. Voor een aantal gevallen heb ik eigenlijk nog steeds geen 100 procent duidelijkheid.” Druk op de deadlineLandbouworganisaties Boerenbond en ABS luidden eerder al de alarmbel. ABS-voorzitter Bruno Vincent vindt dat uitstel van de maatregel vandaag meer dan aan de orde is. “De minister moet samen met zijn collega’s oog hebben voor de realiteit,” zegt hij. “Er zijn heel wat praktische problemen met de regelgeving. Daarnaast wordt de vleesveestapel al sterk afgebouwd, vaak meer dan vijf procent. En nog steeds kunnen melkveehouders met ingestrooide stallen niet voldoen aan de maatregel zonder in te boeten op hun bedrijf en inkomen. Wat nu eerst nodig is, is uitstel.” Volgens Vincent moet de overheid die tijd gebruiken om alle knelpunten op te lossen. “Tegen dan kennen we hopelijk ook al de uitspraak van het Grondwettelijk Hof over het stikstofdecreet.”</content>
            
            <updated>2025-10-17T19:17:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Wereldwijde bossen in crisis”: landbouw en branden zetten 2030-doelen onder druk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wereldwijde-bossen-in-crisis-landbouw-en-branden-zetten-2030-doelen-onder-druk" />
            <id>https://vilt.be/58058</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De wereld loopt ver achter op de doelstelling om ontbossing tegen 2030 te stoppen, waarschuwt het <a href="https://forestdeclaration.org/resources/forest-declaration-assessment-2025/" target="_blank" target="_self">Forest Declaration Assessment 2025</a>. Alleen al in 2024 verdween wereldwijd 8,1 miljoen hectare bos, een oppervlakte bijna drie keer zo groot als België. Volgens het rapport zijn bosbranden en landbouwuitbreiding de belangrijkste oorzaken van deze verliezen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bos" />
                        <category term="ontbossing" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9ab4678c-2783-4e71-bec2-0f49023cafa9/full_width_ontbossing.jpg</image>
                                        <content>“Wereldwijde bossen verkeren nog steeds in een crisis”, opent het jaarlijks rapport, opgesteld door een coalitie van tientallen ngo’s. “Het is niet de kop die we in 2025 hadden willen schrijven. Nu we halverwege het decennium van ambitieuze bosbeloften zijn, had dit jaar een keerpunt moeten worden. Ondanks de onmisbare rol van bossen is het oordeel duidelijk: we liggen niet op koers om ontbossing tegen 2030 te stoppen en om te keren.” Volgens de auteurs loopt de planeet 63 procent achter om deze doelstelling te behalen.Tijdens de VN-Klimaatconferentie COP26 in 2021 in Glasgow namen 145 landen de ‘Bosverklaring’ aan. Daarin beloofden ze een einde te maken aan ontbossing en bosdegradatie en 30 procent van alle gedegradeerde ecosystemen te herstellen vóór 2030. In het laatste decennium is gemiddeld 86 procent van de wereldwijde jaarlijkse ontbossing veroorzaakt door permanente landbouw Brandhaarden in het AmazonegebiedDe situatie is vooral ernstig in de tropen. In 2024 ging wereldwijd 6,7 miljoen hectare tropisch primair bos verloren, wat 3,1 miljard ton CO₂-equivalent uitstootte. Primaire bossen zijn onvervangbare ecosystemen die eeuwenlang zijn gevormd, met unieke soorten en habitats. De koolstof die zij opslaan, kan op menselijke tijdschalen niet worden hersteld.De belangrijkste oorzaken zijn bosbranden (50%) landbouwuitbreiding (zowel industriële als kleinschalige landbouw) en houtkap. Recorddroogtes veranderden grote delen van het normaal vochtige regenwoud in een kruitvat. Veel branden worden opzettelijk aangestoken om land vrij te maken, waarna ze zich ongecontroleerd verspreiden. De CO₂-uitstoot van het brandende Amazonegebied was vorig jaar zeven keer hoger dan het gemiddelde van de afgelopen twee jaar. Volgens de onderzoekers brengen de branden het bos steeds dichter bij een punt van onherstelbare schade. 86% van ontbossing door permanente landbouwVolgens het rapport is landbouw de hoofdoorzaak van wereldwijde ontbossing in het afgelopen decennium. “In het laatste decennium is gemiddeld 86 procent van de wereldwijde jaarlijkse ontbossing veroorzaakt door permanente landbouw, bijvoorbeeld voor veeteelt of akkerbouw”, aldus de onderzoekers. Wereldwijde vraag naar soja, rundvlees, hout, steenkool en metalen versterkt deze trend. Andere factoren verhogen de druk op bossen verder: mijnbouw, infrastructuurontwikkeling en uitbreiding van nederzettingen veroorzaken ook bosdegradatie, waardoor bossen later kwetsbaarder worden voor verdere ontbossing.Financiering blijft achterHet rapport wijst op een scheefgroei in internationale financiering: terwijl ruim 368 miljard euro aan landbouwsubsidies ontbossing aanjaagt, bedraagt de publieke steun voor bosbescherming gemiddeld slechts 5,4 miljard euro per jaar. Om de doelstellingen van het Glasgow-akkoord te halen, is volgens de onderzoekers tussen 108 en 274 miljard euro nodig.Met de VN-klimaattop COP30 in aantocht, die in november in het Braziliaanse Belém plaatsvindt, wordt uitgekeken naar de lancering van het Tropical Forest Forever Facility (TFFF). Dit fonds wil 115 miljard euro ophalen voor duurzame bosfinanciering, waarvan 20 procent bestemd is voor inheemse en lokale gemeenschappen. Het fonds zou jaarlijks 3,1 miljard euro kunnen uitkeren en wordt gezien als een cruciale stap om verdere bosvernietiging te voorkomen.</content>
            
            <updated>2025-10-15T15:27:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU herziet handel met Oekraïne: meer wederkerigheid, maar ook beperkingen op tarwe en suiker]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-herziet-handel-met-oekraine-meer-wederkerigheid-maar-ook-beperkingen-op-tarwe-en-suiker" />
            <id>https://vilt.be/58059</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Raad herziet de Oekraïense handelsrelatie met een focus op "wederkerigheid" en "integratie in de EU". Er komen nieuwe beperkingen op tarwe, gerst, gevogelte, honing, suiker, eieren en appelsap. De douanerechten op zuivel, vers fruit en verse groenten, vlees en vleesbereidingen worden langs beide kanten verlaagd of geschrapt. Bovendien vraagt de nieuwe overeenkomst dat Oekraïne zijn productiestandaarden op termijn in lijn brengt met die van Europa wat betreft dierenwelzijn, gewasbescherming en geneesmiddelengebruik.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Oorlog Oekraïne" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="export" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d23a8511-7438-4110-ad4f-c5063855fdd3/full_width_tarwe-oogst-graan-tractor.jpg</image>
                                        <content>De handel tussen Europa en Oekraïne is voortdurend onderhevig aan verandering. Oekraïne maakt deel uit van de handelsruimte DCFTA of de Deep and Comprehensive Free Trade Agreement. In deze overeenkomst werden de meeste importtaksen tot een bepaald volume opgeschort, op voorwaarde dat de DCFTA-landen, waaronder ook Moldavië en Georgië, hun producten in lijn brengen met de Europese standaard.Na de Russische inval in februari 2022, besloot Europa Oekraïne te steunen door de handelsovereenkomst te versoepelen. Oekraïne kon taksvrij goederen naar Europa exporteren. Het land maakte hier dankbaar gebruik van, zeker omdat de gebruikelijke handelspartners moeilijk bereikbaar zijn sinds Rusland de Oekraïense toegang tot de Zwarte Zee blokkeert.Deze steunmaatregel had echter ook gevolgen voor de Europese economie. Vooral Polen en Hongarije vonden het niet kunnen dat de markt nu overspoeld werd met goedkope en minder streng gereguleerde Oekraïense landbouwproducten. Onder druk van Polen en Hongarije heeft Europa in juni 2025 de gunstregeling voor Oekraïense producten dan ook aanzienlijk bijgesteld. Oekraïense tarwe en suiker krijgt het moeilijkVandaag worden de handelsregels voor Oekraïne grotendeels versoepeld, al blijven de spelregels voor veel producten strenger dan voor juni 2025. In de Oekraïense krant Kyiv Independent voorspelt econome Veronika Movchan dat de nieuwe regels de Oekraïense export zullen raken. “Voor tarwe, gerst, gevogelte, honing, suiker, eieren en appelsap zijn de nieuwe tariefquota lager dan wat Oekraïense producenten in 2024 naar de EU exporteerden”, zegt ze. Movchan wijst erop dat in 2024 de Oekraïense export van tarwe nog 6,4 miljoen ton bedroeg, terwijl de nieuwe quota slechts 1,3 miljoen ton toestaan ​​voordat tarieven worden toegepast. Een gelijkaardig verhaal zien we bij suiker: de suikerexport bedroeg in 2024 320.000 ton, maar het nieuwe quotum bedraagt ​​slechts 100.000 ton. Dat blijkt uit een binnenkort te verschijnen rapport dat de Oekraïense economische onderzoeksinstelling IER heeft opgesteld. &quot;Bovendien zijn de tarieven buiten de quota zo hoog dat ik geen export verwacht boven de quota voor tarwe, gerst en suiker,&quot; voegt Movchan eraan toe. Zowel de EU als Oekraïne zullen baat hebben bij de afschaffing van douanerechten Liberalisering“Uit dit nieuwe besluit blijkt opnieuw de onverminderde en veelzijdige steun die de EU Oekraïne, na drie jaar niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde militaire agressie van Rusland, blijft bieden”, zegt Minister van Buitenlandse zaken Lars Løkke Rasmussen van Denemarken, dat momenteel het voorzitterschap bekleedt van de Europese Raad. “We helpen Oekraïne niet alleen militair en financieel, maar ook door de liberalisering van de handel te bevorderen. Zowel de EU als Oekraïne zullen baat hebben bij de afschaffing van douanerechten. Het leidt tot langdurige economische stabiliteit, duurzame handels­betrekkingen en verdere integratie van Oekraïne met de Unie.”De nieuwe handelsovereenkomst belooft ook rekening te houden met de specifieke behoeften van bepaalde landbouwsectoren. Zo zou er sprake zijn van een vrijwaringsmechanisme dat elke partij kan activeren in het geval van marktverstoring.</content>
            
            <updated>2025-10-16T21:34:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[563 meewerkende echtgenoten in landbouw kregen eigen pensioen in 2023 en 2024]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/563-meewerkende-echtgenoten-in-landbouw-kregen-eigen-pensioen-in-2023-en-2024" />
            <id>https://vilt.be/58060</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2023 en 2024 kregen in totaal 1.613 meewerkende echtgenoten een eigen pensioen. Daarvan waren er 563 actief in de landbouwsector. Voordien kwamen vrouwen en mannen die thuis meedraaiden op het bedrijf van hun echtgenoot of echtgenote niet in aanmerking voor het gewone minimumpensioen. Dat laat cd&amp;v-kamerlid Nathalie Muylle weten naar aanleiding van Dag van de Boerin.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vrouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e4091ada-193f-4855-8da5-b597c807fde9/full_width_vrouwboerin-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Van de 1.613 meewerkende echtgenoten die in 2023 en 2024 met pensioen gingen, zijn er 1.546 vrouwen en 67 mannen. Zij betaalden jarenlang verplicht bijdragen, maar konden onmogelijk in aanmerking komen voor het gewone minimumpensioen omdat zij door de afwezigheid van een statuut vóór 2005 nooit de drempel van 30 loopbaanjaren konden bereiken. Daardoor vielen zij terug op het gezinspensioen van hun partner. &quot;Schrijnend onrecht&quot;“Dit was een schrijnend onrecht”, zegt Muylle die er jarenlang voor gevochten heeft om deze meewerkende echtgenoten een versoepelde toegang tot het minimumpensioen te kunnen bieden. “Deze vrouwen en mannen hebben keihard gewerkt en bijdragen betaald, maar zouden daarvoor geen pensioen krijgen. Het doet deugd om te zien dat mensen door onze strijd er vandaag financieel op vooruit gaan.”De regeling is van toepassing op een specifieke groep: het gaat enkel om mensen geboren tussen 1 januari 1956 en 31 mei 1968. Volgens Muylle betekent dit dat nog tot 2035 meewerkende echtgenoten op pensioen zullen gaan onder dit uitzonderingssysteem. 640 tot 1.150 euro bruto extraUit cijfers die Muylle opvroeg bij de minister van Zelfstandigen blijkt dat meer dan 90 procent van die meewerkende echtgenoten een (geregistreerde) loopbaan heeft van zo’n 16 tot 29 jaren. Dat levert hen een eigen pensioen van ongeveer 640 tot 1.150 euro bruto op. Samen met het zelfstandigenpensioen van hun partner betekent dit een verhoging van 190 tot 700 euro tegenover het gezinspensioen (€2.260,25 in 2025) waar ze zonder de soepelere regeling op moesten terugvallen.</content>
            
            <updated>2025-10-15T13:49:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Stikstof: Milieuorganisaties vechten erkenning Lely Sphere aan bij de Raad van State]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/milieuorganisaties-vechten-goedkeuring-lely-sphere-aan-bij-de-raad-van-state" />
            <id>https://vilt.be/58061</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Milieuorganisaties Bond Beter Leefmilieu en Dryade stappen naar de Raad van State om de erkenning van de Lely Sphere te vernietigingen. Dat is een nieuw stalsysteem dat de ammoniakuitstoot bij runderen sterk zou verminderen. De techniek werd in juli in de lijst van ammoniakemissiereducerende technieken (AER-lijst) opgenomen, maar de milieuorganisaties trekken de werking in twijfel. "Er zijn geen garanties dat dit dure stalsysteem de beloofde reductiepercentages in de praktijk zal halen." Boerenbond betreurt de rechtsgang die juist een rem zet op verduurzaming en de rechtsonzekerheid doet opleven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/97666da8-6417-4906-a5c6-a293fc1e676c/full_width_lely-sphere.jpg</image>
                                        <content>De Lely Sphere wordt al jaren als een veelbelovende techniek beschouwd in de melkveehouderij. Het gaat om een systeem van machinebouwer Lely dat meststromen scheidt en ammoniak uit de stallucht terugwint en omzet in een vloeibare circulaire meststof (renure). Hiermee vergroot het de circulariteit op het bedrijf en reduceert het systeem tegelijkertijd ook de stikstofuitstoot.De stikstofreducerende werking ervan, die in Nederland al langer erkend is, werd in juli in Vlaanderen officieel erkend en op de AER-lijst geplaatst voor een reductiefactor van 77 procent. Sindsdien is er grote interesse onder de Vlaamse melkveehouders, want zij moeten tegen 2030 30 procent stikstof reduceren. De bestaande systemen realiseren vaak niet meer dan 25 procent reductie. Twijfel over werking in praktijkomstandighedenBond Beter Leefmilieu en Dryade leggen nu een bom onder de heilige graal in het stikstofverhaal. Zij stappen naar de rechter om de erkenning van de techniek te vernietigen. “Er zijn geen garanties dat dit dure stalsysteem de beloofde reductiepercentages in de praktijk zal halen. Dit besluit brengt de Vlaamse stikstofdoelen in gevaar én zet veehouders op een verkeerd spoor”, stellen ze.De reductiefactor is volgens de organisaties gebaseerd op metingen bij slechts vier Nederlandse testbedrijven, waar het systeem onder gecontroleerde en optimale omstandigheden werd geëvalueerd. “Er is geen bewijs dat deze prestaties onder praktijkomstandigheden in Vlaanderen en bij langdurig gebruik kunnen standhouden.” Zij wijzen daarbij ook op de twijfels die het Administratief Team hierover eerder uitte. Juridische gebreken en bevoegdheidsoverschrijdingDe techniek nu al erkennen zou volgens de organisaties dan ook overhaast zijn en onverantwoord ten aanzien van de landbouwer. Ze wijzen daarbij op het prijskaartje van de Lely Sphere. &quot;De installatie van dit stalsysteem is duur: het&amp;nbsp;kost de individuele landbouwer 150.000 à 170.000 euro, waarvan zo’n 80 procent door overheidssubsidies gedekt kan worden.&quot;Tot slot stellen de organisaties, zoals ze dat eerder deden, ook vraagtekens bij de juridische procedure waarmee de erkenning van Lely Sphere tot stand kwam. “Het ministerieel besluit waarmee Lely Sphere werd erkend, vertoont ook ernstige juridische gebreken. Zo ontbreekt de beoordeling van de milieueffecten en kwam de beslissing toe aan de Vlaamse regering en niet aan de minister zelf, die zijn bevoegdheid daarmee heeft overschreden”,&amp;nbsp;aldus&amp;nbsp;Dries Verhaeghe&amp;nbsp;van&amp;nbsp;Dryade. De milieuorganisaties hebben eerst heel hard gepleit voor het verlagen van de stikstofuitstoot. Nu bedrijven technieken voorzien die dat daadwerkelijk mogelijk maken, zijn ze er ook weer tegen &quot;Dit komt bijzonder cynisch over&quot;Minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) reageert teleurgesteld op de rechtsgang van Dryade en Bond Beter Leefmilieu. “De milieuorganisaties hebben eerst heel hard gepleit voor het verlagen van de stikstofuitstoot. Nu bedrijven technieken voorzien die dat daadwerkelijk mogelijk maken, zijn ze er ook weer tegen. Bij de landbouwsector komt zo&#039;n initiatief dan ook bijzonder cynisch over.”&amp;nbsp;Het kabinet van Brouns wijst ook de inhoudelijke kritiek resoluut van de hand. Zo zou het wetenschappelijk team van WeComV nooit vraagtekens hebben geplaatst bij het reductiepotentieel en hadden de bezwaren van Administratief Team slechts betrekking op de praktische implementatie. “Deze bezwaren zijn door het WeComV weggewerkt, waarna ook het Administratief Team het eens was dat de implementatie kon&amp;nbsp;plaatsvinden.”Ook zou de minister van Landbouw en Omgeving volledig volgens de wet hebben gehandeld door zelf de techniek te erkennen en is een milieueffectenrapport niet nodig voor elk technisch systeem dat goedgekeurd wordt. &amp;nbsp; Wat verwachten deze organisaties nu eigenlijk van de landbouwers? Rechtszekerheid weer onder drukBoerenbond reageert eveneens teleurgesteld. De landbouworganisatie benadrukt dat dergelijke initiatieven een rem zetten op verduurzaming van de landbouw omdat ze de rechtszekerheid en dus de investeringslust aantasten. “Veehouders worden door het stikstofdecreet genoodzaakt om ammoniakemissies af te bouwen en intussen worden erkende ammoniakreducerende technieken en maatregelen permanent in vraag gesteld. Wat verwachten deze organisaties nu eigenlijk van de landbouwers?&quot;, vraagt Lode Ceyssens zich af.De voorzitter van Boerenbond geeft aan dat veehouders bereid zijn om op hun bedrijf investeringen te doen om ammoniakemissies af te bouwen, &quot;maar dan is er nood aan een rechtszeker investeringsklimaat en dit op lange termijn. Wat vandaag geldt, moet morgen of overmorgen ook nog gelden”, klinkt het. Lely wil werking systeem uitleggen aan natuurorganisatiesDe producent van het stalsysteem, Lely, wijst in een reactie eveneens op de onzekerheid die met de rechtszaak gepaard gaat. “We realiseren ons dat dit bezwaar mogelijk onzekerheid oplevert voor Vlaamse boeren. Dat betreuren we ten zeerste, omdat wij – op basis van de wetenschappelijke resultaten – geloven in het systeem en het perspectief dat dit boeren kan opleveren.”Het Nederlandse bedrijf zegt met de natuurorganisaties in gesprek te willen gaan over de werking van het systeem en mee te willen denken over een goede borging van het Sphere-systeem. “Als daar behoefte aan is, bespreken we dit met de daartoe aangewezen instanties. Het is in ieders belang dat de investering in verduurzaming daadwerkelijk resultaat oplevert”, laat het aan VILT weten. Eerste en enige gebruiker Lely Sphere in VlaanderenMelkveehouder Geert Vandenbussche uit Watou is momenteel de enige boer in Vlaanderen die werkt met de Lely Sphere. “Op den duur begin je je af te vragen waarin we wél nog kunnen investeren. Het systeem werkt bij ons. Is het belangrijkste niet dat de ammoniakuitstoot&amp;nbsp;afneemt?”, reageert de boer in De Standaard op de aanklacht van de milieuorganisaties.Het systeem werd eind vorig jaar geïnstalleerd met het doel de circulariteit van het bedrijf op te krikken en de stikstofuitstoot te reduceren. “Het systeem creëert verschillende meststromen die (in de toekomst mogelijk als renure) inzetbaar zijn als volwaardige kunstmestvervanger. Hierdoor kunnen we duurzamer en circulairder werken en bijvoorbeeld de teelt van mais inruilen voor de teelt van grasklaver. Op deze manier levert het systeem dus een bedrage aan de vermindering van onze impact op milieu en klimaat.”De West-Vlaamse boer die pioniert met het nieuwe stalsysteem, kan meespreken over de populariteit van de Lely Sphere onder de Vlaamse rundveehouders. “Bij de laatste infoavond op onze boerderij kwamen liefst 300 landbouwers langs”, vertelt boer. Ook bij Lely valt te horen dat er veel interesse is uit Vlaanderen en dat de eerste vergunningsaanvragen mogelijk zijn ingediend.</content>
            
            <updated>2025-10-17T13:39:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[90 procent van personeel weer aan het werk bij Clarebout na twee weken durende staking]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/negentig-procent-personeel-weer-aan-het-werk-bij-clarebout-na-2-weken-durende-staking" />
            <id>https://vilt.be/58062</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De staking bij Clarebout Potatoes lijkt zo goed als achter de rug. De directie laat weten dat 90 procent van het personeel weer aan het werk is. De staking startte twee weken geleden omdat het personeel mee wilde delen in de verkoop van het bedrijf. Een eerste aanbod van Clarebout van 500 euro per werknemer werd later verhoogd voor mensen met meer anciënniteit. Volgens de vakbonden is de staking nog niet achter de rug.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4f88cff9-8d5a-482d-b56e-0f4db34fb686/full_width_clareboutwarneton-clarebout.jpg</image>
                                        <content>Bij de diepvriesfrietenproducent Clarebout wordt al bijna twee weken gestaakt. Het personeel eiste een premie nadat duidelijk werd dat het bedrijf wordt verkocht aan het Amerikaanse Simplot. Clarebout kwam tegemoet aan de eis van het personeel en stelde een premie van 500 euro netto per werknemer voor. Dat bod werd verworpen door het personeel. In een volgend bod zou de basispremie van 500 euro netto verhoogd zijn naar 750 euro netto vanaf 10 jaar anciënniteit en 1.000 euro vanaf 20 jaar anciënniteit.Alhoewel ook dit bod naar verluid verworpen werd, hebben de meeste werknemers het werk terug opgenomen. De directie laat weten dat 90 procent van het personeel weer aan de slag is. &quot;Personeel blijft ontevreden&quot;Bij de vakbonden zijn andere geluiden te horen. &quot;De meerderheid van de werknemers is nog steeds in staking&quot;, klinkt het daar. &quot;Het bedrijf gebruikt alle middelen om de staking te breken: ze zetten druk op de werknemers, ze hangen berichten op die de spanning opvoeren, ze geven illegale premies voor werknemers die komen werken en ze maken misbruik van deurwaarders.&quot;Lars Decock van vakbond ACV stelt dat er inderdaad mensen terug aan het werk zijn gegaan, maar dat dit niet betekent dat zij tevreden zijn. Wie nu al twee weken buiten staat te staken, heeft een enorm loonverlies. De helft van een maandloon is nu al weg. Iedereen heeft een eigen persoonlijke financiële situatie en als ze aan het werk gaan, dan is dat vooral daarom. Het is niet zo dat werknemers nu plots akkoord gaan met de gang van zaken. Ze zijn nog altijd ontevreden.&quot; Expert: &quot;Wat als boeren ook hun deel opeisen?&quot;Jozef Lievens van het Instituut voor het Familiebedrijf noemde de staking in Het Laatste Nieuws eerder al “ongezien”. “Nergens in West-Europa is ooit op deze manier al om ‘geld van de baas’ gevraagd. Ja, ze hebben het bedrijf mee groot helpen maken, net zoals het klopt dat ze met hun harde werk en vakmanschap belangrijk zijn op de werkvloer. Maar daarvoor hebben ze, zoals contractueel is bepaald, een loon, sociale zekerheid en dergelijke gekregen.”Volgens hem komt de toegevoegde waarde van het bedrijf alleen de eigenaar toe. “De staking gaat voorbij aan de fundamenten van het ondernemerschap”, meent Lievens. “Wie heeft destijds het risico genomen om zo’n bedrijf op te starten en leningen af te sluiten? De baas, toch? Dat grote risico werd uiteindelijk beloond met eigendom en zakelijk succes. Zouden de arbeiders van hun eigen spaarrekening hebben bijgelegd als het bedrijf was failliet gegaan?”Hij vraagt zich af wat er zou gebeuren als de boeren dezelfde redenering zouden doortrekken en hun deel van de miljardenverkoop zouden opeisen omdat ze al die jaren aardappelen hebben geleverd aan de aardappelverwerker. “Zonder die aardappelen zou er ook geen sprake zijn geweest van Clarebout. Zie je hou absurd het op deze manier dreigt te worden?”, meent Lievens. Voor hem is het simpel: “de miljarden van Jan Clarebout zijn gewoon de miljarden van Jan Clarebout”.</content>
            
            <updated>2025-10-15T17:21:53+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wereldvoedseldag: "Wereldwijd samenwerken om te streven naar betere productie, betere voeding, beter milieu en beter leven"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wereldvoedseldag-wereldwijd-samenwerken-om-te-streven-naar-betere-productie-betere-voeding-beter-milieu-en-beter-leven" />
            <id>https://vilt.be/58063</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tachtig jaar na de oprichting van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) is er nog steeds honger in de wereld, maar dat is niet onvermijdelijk. Met een visie gebaseerd op de ‘Vier Beters’ wil de FAO dat realiseren: betere productie, betere voeding, een beter milieu en een beter leven voor iedereen. Wereldwijde samenwerking is daarbij nodig, zeker nu wereldwijde voedselsystemen meer dan ooit met elkaar verweven zijn. Dat schrijft Qu Dongyu, Directeur-Generaal van de FAO, in een opiniestuk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wereld" />
                        <category term="honger" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cc6ae922-cc07-43bf-ac96-2c6f7a49436a/full_width_qu-dongyu-fao.png</image>
                                        <content>Op 16 oktober viert de wereld World Food Day of&amp;nbsp;Wereldvoedseldag. Het is één van de bekendste dagen op de VN-kalender. Met de voedselcrisis die wereldwijd toenemen, is Wereldvoedseldag actueler dan ooit, klinkt het bij FAO. Elk jaar zetten meer dan 150 landen zich in, van overheden en ngo’s tot journalisten, jongeren en burgers, met als doel: positieve verandering stimuleren op het gebied van voedselzekerheid, voeding en duurzaamheid. Dit jaar start FAO op Wereldvoedseldag met de bewustmakingscampagne ‘Hand in hand voor beter voedsel en een betere toekomst’. Naar aanleiding van Wereldvoedseldag kroop de Directeur-Generaal van de FAO, Qu Dongyu, in zijn pen voor een opiniestuk. Keuze tussen vooruitgaan en achteruitgaanDit jaar staat Wereldvoedseldag in het teken van het 80-jarig bestaan van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), die, sinds haar oprichting, het mandaat heeft om te streven naar een wereld waarin niemand aan gebrek of honger lijdt.Vandaag lijdt ongeveer 8,2 procent van de wereldbevolking aan chronische ondervoeding. Ter vergelijking: in 1946 leefde bijna twee derde van de wereldbevolking in gebieden met onvoldoende voedselvoorziening, zoals bleek uit de eerste Wereldvoedselenquête die de FAO in de eerste maanden van haar bestaan uitvoerde.In 2025 produceert de wereld, ondanks een bevolking die meer dan drie keer zo groot is, ruim voldoende calorieën om iedereen te voeden. Nu we Wereldvoedseldag herdenken en stilstaan bij de uitdagingen uit het verleden, het heden en de toekomst, herinner ik me één van de conclusies uit die eerste enquête: “De keuze is tussen vooruitgaan en achteruitgaan.” Van het runderpestvirus tot de Codex AlimentariusDe FAO en haar lidstaten hebben in de voorbije decennia indrukwekkende resultaten geboekt: het uitroeien van het runderpestvirus, het opstellen van de Codex Alimentarius voor voedselveiligheidsnormen, een quasi verdrievoudiging van de wereldwijde rijstopbrengst sinds de oprichting van de Internationale Rijstcommissie eind jaren ‘40, het onderhandelen van internationale verdragen over duurzame visserij en genetische hulpbronnen, de invoering van waarschuwingssystemen tegen plagen en ziektes, de oprichting van het Agricultural Market Information System (AMIS) ter ondersteuning van de handel en de ontwikkeling van voedingsrichtlijnen die niet alleen gericht zijn op het bestrijden van ondervoeding, maar ook op het groeiende probleem van overgewicht in de wereld.Toen in 2019 de woestijnsprinkhanen-crisis uitbrak, midden in de zwaarste periode van de covid-19-pandemie, werd er 231 miljoen dollar gemobiliseerd om de situatie aan te pakken, waardoor er naar schatting 1,77 miljard dollar aan verliezen werd vermeden en de voedselvoorziening voor meer dan 40 miljoen mensen in tien landen werd gevrijwaard. Samenwerking leidt tot succesverhalenDeze verwezenlijkingen zijn te danken aan onze lidstaten, die standvastig zijn gebleven in hun steun voor het idee dat een wereld zonder honger een betere wereld is voor iedereen. Deze en andere succesverhalen tonen aan wat mogelijk is wanneer landen hun kennis en middelen bundelen, wanneer er politieke wil is, en wanneer partnerschappen effectief worden ingezet. De wereldwijde voedselsystemen zijn sterker dan ooit met elkaar verweven: meer dan een vijfde van alle calorieën die we consumeren, passeert internationale grenzen Vandaag is het belangrijker dan ooit om die geest van samenwerking die al 80 jaar aan de basis ligt van ons werk, in stand te houden. De wereldwijde voedselsystemen zijn sterker dan ooit met elkaar verweven: meer dan een vijfde van alle calorieën die we consumeren, passeert internationale grenzen. Tegelijkertijd worden deze systemen bedreigd door klimaatschokken, plagen, economische crisissen en conflicten die geen grenzen kennen en decennia van vooruitgang kunnen ondermijnen.Zoals we vandaag zien met de verspreiding van vogelgriep, de herfstlegerworm en sprinkhanenplagen, kan geen enkel land deze grensoverschrijdende bedreigingen alleen aan. We moeten ervoor zorgen dat de meer dan één miljard mensen die werken in de voedselsystemen en ons allemaal van voedsel voorzien, de veerkracht hebben om de risico’s waarmee ze dagelijks worden geconfronteerd, het hoofd te bieden én te overwinnen. Inspanningen opschalen en versnellenWe beschikken over de nodige technologieën, financiële instrumenten, beleidskaders, kennis en capaciteit om honger in de wereld snel en doeltreffend aan te pakken. Een betere toegang tot markten is daarbij essentieel, zowel om ongelijkheid te verminderen als om voedsel daar te krijgen waar het nodig is. Volwaardige marktparticipatie betekent toegang tot droogteresistente zaden, kennis over duurzame normen voor de visserij en bosbouw, fytosanitaire regelgeving voor planten- en diergezondheid, digitale technologieën, innovatieve instrumenten voor hulpbronnenbeheer en vroegtijdige waarschuwingssystemen.We hebben al een kader om onze inspanningen op te schalen en te versnellen. Het ‘Hand in Hand’-initiatief van de FAO identificeert investeringskansen in regio’s waar niet alleen armoede en honger het grootst zijn, maar ook het landbouwpotentieel het hoogst is. Het ‘One Country One Priority Product’-initiatief stimuleert landen om hun unieke landbouwproducten te promoten en zo duurzame voedselsystemen en plattelandsontwikkeling te ondersteunen.Het Zuid-Zuid en Driehoeksamenwerkingsprogramma erkent dat veel ontwikkelingslanden belangrijke spelers zijn geworden in de internationale ontwikkeling en economie, en ondersteunt investeringen en partnerschappen tussen landen. Het Digital Villages initiatief wil landbouwers wereldwijd toegang geven tot digitale technologieën, e-commerce en kennis, om zo de digitale kloof verkleinen. De G20 Global Alliance Against Hunger and Poverty brengt landen en partners samen om actie en investeringen te mobiliseren in de strijd tegen honger en armoede in de wereld. De Vier Beters als gedeeld doelBij FAO vertalen we deze visie in de Vier Beters: betere productie, zodat boeren meer kunnen produceren met minder middelen; betere voeding, omdat kwaliteit even belangrijk is als kwantiteit; een beter milieu, om gezonde ecosystemen te behouden; en een beter leven voor iedereen, zodat plattelandsgemeenschappen waardigheid en kansen kunnen opbouwen.Samen zorgen deze Vier Beters ervoor dat niemand wordt achtergelaten. Als we ervoor kiezen deze doelen níét na te streven, dan zetten we stappen achteruit. Tachtig jaar na de oprichting van de FAO is er nog steeds honger in de wereld, maar dat is niet onvermijdelijk. Met een gedeeld doel kunnen we, en moeten we, vooruitgang boeken. Met blijvende samenwerking kunnen we honger in de wereld definitief uitroeien. Voor een betere, voedselzekere toekomst voor iedereen. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.De auteurDr. Qu Dongyu is Directeur-Generaal van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO). </content>
            
            <updated>2025-10-15T16:55:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Schauvliege en Brouns in de clinch over klimaatadaptatieplan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/schauvliege-en-brouns-in-de-clinch-over-klimaatadaptatieplan" />
            <id>https://vilt.be/58064</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Is het Vlaams klimaatadaptatieplan dode letter? Vlaams parlementslid en fractieleidster van Groen, Mieke Schauvliege, vindt van wel. In de commissie Leefmilieu stelde bevoegd minister Jo Brouns (cd&amp;v) dat het plan moet worden gekoppeld aan bestaande initiatieven zoals de Blue Deal. Volgens Schauvliege komt dit neer op de afschaffing van het plan, maar de minister ontkent dat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Green Deal" />
                        <category term="water" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f6157736-8a6c-4031-b8dd-9d05e2beb816/full_width_jobrouns.jpg</image>
                                        <content>Het Vlaams klimaatadaptatieplan werd afgeklopt in 2022. Het is bedoeld om Vlaanderen te sterken tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittegolven, droogte en zwaardere neerslag. In 2023 werd hiervoor nog 103 miljoen euro budget vastgelegd. In het jaar 2024 ging het om 105 miljoen euro. Dat meldt het kabinet Brouns. Eind vorig jaar hekelde Groen nog dat er geen budget meer was voor het plan, maar daar is volgens de minister een reden voor.Tom Demeyer, woordvoerder van Brouns, zegt dat alle doelstellingen binnen het Vlaams Klimaatadaptatieplan elders zijn ondergebracht. Volgens de minister komt de focus van het klimaatadaptatiebeleid de komende jaren in de eerste plaats op de Blue Deal te liggen. Ook de Blue Deal moet Vlaanderen beter wapenen tegen droogte en waterschaarste. In 2024 zette de Vlaamse regering 285 miljoen euro apart voor deze Blue Deal, de helft minder dan het jaar voordien, maar die verlaging van het budget was vooral een gevolg van de Europese middelen uit het coronafonds die waren weggevallen. Dit jaar wordt het budget weer verhoogd tot 430 miljoen euro, al is er voor het ‘klimaatadaptatieplan’ als dusdanig geen geld begroot.&quot;Het nieuwe klimaatadaptatieplan zal een ander karakter hebben&quot;, zegt minister Brouns in een antwoord op Schauvliege. &quot;Het document met een krachtige visie moet aansluiten bij Vlaamse beleidsinitiatieven&quot;, klinkt het. &quot;We gaan geen bijkomende plannen maken, gewoon om bijkomende plannen te hebben.” &quot;Blue Deal is niet genoeg&quot;Schauvliege is geen fan van deze aanpak. Volgens haar zijn vele doelstellingen in het Klimaatadaptatieplan nu nergens opgenomen. “Klimaatadaptatie is meer dan je enkel voorbereiden op droogte en overstromingen”, zegt ze aan VILT. “Er moest schaduw voorzien worden in de steden, er moesten heggen en bomen worden geplant. Er moest onthard worden: één vierkante meter per inwoner tegen 2030, dus zes miljoen vierkante meter in totaal. Dat is allemaal niet opgenomen in het nieuwe voorstel. Er is geen nieuw voorstel. Het enige wat er is, is een Blue Deal-plan dat hij (minister Brouns, red.) heeft opgeladen met nieuwe doelstellingen rond waterkwaliteit. Dus niet adaptatie. En hij zegt dat hij er extra middelen tegenover heeft gezet, maar dat zijn bestaande middelen die in de vorige begroting al opzij waren gezet om aan waterkwaliteit te werken.”Schauvliege hekelt ook een gebrek aan opvolging van de klimaatdoelen. In het Vlaams parlement antwoordde minister Brouns dat “een globale evaluatie van de acties uit het vorige klimaatadaptatieplan niet mogelijk is”.“Omdat we het slecht doen”, zegt Schauvliege. “Verharding wordt niet opgevolgd. Het aantal aangeplante bomen ook niet. Er was een monitor in het Lokaal Energie- en Klimaatplan voor lokale besturen. Die resultaten zijn superslecht. Men wil zich er niet meer verder mee bezighouden om die te monitoren omdat Vlaanderen te weinig stappen onderneemt.”Ook Leo Pieters (Vlaams Belang) zegt vragende partij te zijn voor een klimaatadaptatieplan. &quot;In het oude plan staan zaken die anders bekeken moeten worden, maar we zijn wel degelijk voorstander van adaptatie.&quot; Green Deal en Blue DealVolgens Demeyer van het kabinet-Brouns gaat het vooral om een semantische discussie. “We hebben de oefening intern gemaakt: er staat niets in het klimaatadaptatieplan dat niet wordt opgevangen in ofwel de Blue Deal, ofwel in andere zaken die nog lopende zijn. De Green Deal Klimaatbestendige Omgeving, Tuinstraten, Natuurinclusieve Parkeerterreinen, Groenblauwpeil,…dat is allemaal nog lopende. Maar het zit niet meer in de budgetlijn klimaatadaptatieplan.”“De minister is één van de enigen die bij de laatste begrotingsonderhandelingen extra middelen uit de brand heeft gesleept voor de Blue Deal, voor klimaatadaptatie&quot;, zegt Demeyer. &quot;Dat was één van de enige dingen waarvoor extra geld is voorzien in de regering.”Volgens Demeyer komt er ook nog een Vlaams adaptatieplan waarin alle overlap met bestaande initiatieven zoals LULUCF en Blue Deal zal geduid worden. Dit plan zal volgens de woordvoerder eind dit jaar worden voorgesteld.</content>
            
            <updated>2025-10-16T14:58:46+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dierlijke sectoren boeken winst, rode cijfers op het veld]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dierlijke-sectoren-boeken-winst-rode-cijfers-op-het-veld" />
            <id>https://vilt.be/58065</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Volgens berekeningen van landbouworganisatie Boerenbond zal de Vlaamse land- en tuinbouw dit jaar een omzetstijging van 2,1 procent optekenen. De groei is vooral te danken aan sterkere prijzen in de dierlijke sectoren, met uitzondering van de varkenshouderij. De landbouwers in de plantaardige productie konden daarentegen niet meesurfen op die opgetogenheid. Zij kregen te maken met bijzonder zwakke prijzen voor aardappelen, graan en suiker. Ook de groenteteelt kende een moeilijk jaar, met witloof als opvallende verliezer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                        <category term="akkerbouw" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/226d3a29-2d83-4c5e-ad46-c3f4677f00c6/full_width_west-vlaanderenonweer-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Elk jaar na de zomer evalueert Boerenbond het productiejaar van de land- en tuinbouw om zo een raming van de jaarresultaten te maken. Voor 2025 raamt de organisatie de omzet van de Vlaamse land- en tuinbouw op 7,85 miljard euro. Dat is bijna 12 procent boven het vijfjarig gemiddeld en 2,1 procent hoger dan in 2024. De globale omzet van de Vlaamse boerderij vertoont onderliggend wel grote variaties naargelang de sector.Betere teeltopbrengst brengen weinig vreugdeIn het bijna voorbije jaar zorgden gunstige weersomstandigheden voor een uitstekende groei van veel gewassen. De graanopbrengsten per hectare lagen maar liefst 24 procent hoger dan vorig jaar, terwijl de suikerbieten een topjaar kenden met een verwachte suikeropbrengst die zo’n 20 procent boven het niveau van 2024 ligt. Ook de aardappeloogst steeg met negen procent.Boerenbond noteerde uiteindelijk een gemiddelde opbrengststijging van vier procent in de plantaardige sector. Toch bleef de opgetogenheid in sommige sectoren erg beperkt door de zwakke prijsvorming. Aardappelen, suikerbieten, bloemkool en witloof als grootste verliezersOp het vlak van prijsvorming scoren de granen en aardappelen dit jaar bijzonder zwak. Bij graan is dat het gevolg van hogere wereldwijde oogsten, die naar schatting 3,6 procent boven het niveau van 2024 liggen. In de Europese Unie bedraagt de stijging zelfs 16 procent.In de aardappelmarkt gaat het dit jaar eveneens de verkeerde kant uit met een ineenstorting van de prijzen op de vrije markt (-94%). Ook de suikermarkt werd gekenmerkt door gevoelige prijsdalingen (-25,5%). “De markt anticipeerde op een grotere Braziliaanse productie en op een gedeeltelijk herstel van de productie in India. Die zou in 2025-2026 stijgen met 18 procent, wat het land opnieuw in staat zou stellen twee miljoen ton suiker te exporteren”, aldus Boerenbond.Door de hogere opbrengsten in Europa daalden de prijzen zowel voor openlucht- als glasgroenten. Vooral bloemkool (-35%), courgette (-36%) en prei (-20%) kenden scherpe prijsdalingen. De productie van diepvriesgroenten nam bovendien toe dankzij het gunstige weer, wat leidde tot een lichte daling van de contractprijzen voor industriegroenten. Na twee sterke jaren halveerden ook de prijzen van witloof in 2025, terwijl de productie slechts in beperkte mate steeg. Dit zorgde voor een omzetdaling van 42 procent. Gemengd beeld voor fruitVoor fruittelers zal 2025 eveneens een uitstekend jaar zijn in vergelijking met vorig jaar. Maar ook hier is het enthousiasme beperkt door een omzetdaling van vijf procent. Voor appelen en peren is niet de zwakke prijszetting de oorzaak, maar fors lagere verkoopvolumes terwijl de prijzen stegen. In de eerste acht maanden van 2025 ging het volume peren bijvoorbeeld met 28,5 procent achteruit, terwijl de prijs met 10 procent steeg.De daling van de omzet voor hardfruit stond wel in schril contrast met de omzetstijging die zich voordeed voor kleinfruit zoals kersen en pruimen. Vooral de kersenoogst viel bijzonder goed mee dit jaar. Deze liet zelfs een verdrievoudiging optekenen tegenover 2024, toen de overvloedige neerslag een domper op de oogst zette.Door de slechte prijzen noteerde Boerenbond een omzetdaling in de plantaardige sectoren van zes procent. Betere prijzen en lagere producties in dierlijke sectorenIn de dierlijke sectoren tekent zich een omgekeerd beeld af. De productie daalde overal, behalve in de braadkippensector. Daartegenover stonden wel hogere prijzen, met als uitzondering de varkenshouderij, waar de prijzen met 10 procent terugliepen.Het meest opvallend waren de prijsverbeteringen in de rundvlees- (+31%), de zuivel- (+21%) en de eiersector (+33%). Maar ook in andere dierlijke sectoren zoals de braadkippensector en de schapenhouderij verbeterden de prijzen.De prijsstijging in de dierlijke sectoren staat in rechtsreeks verband met de terugloop van het aanbod, hoofdzakelijk wegens sanitaire redenen. In de rundvee- en schapenhouderij heeft het blauwtongvirus zich in de tweede helft van 2024 razendsnel verspreid over Vlaanderen en België, met onder meer een verminderde melkproductie en oversterfte van runderen en schapen tot gevolg. In de eiersector blijft het vogelgriepvirus zowel in de EU als in de VS leiden tot een productiedaling voor eieren en braadkippen. Het lijkt er op dat de landbouwsector er sinds 2023 beter in slaagt om de stijgende kosten door te rekenen in de keten Werkingskosten stijgen opnieuw licht, maar toegevoegde waarde stijgt ookWaar de kosten bij land- en tuinbouwers na een forse stijging in 2020-2022 terug wat zakten, stijgen ze opnieuw licht dit jaar met 1,9 procent. Prijsstijgingen van energie en plantenvoeding liggen hier aan de basis van. Ook de kosten voor diergeneeskundige diensten (+8%) stegen omwille van de toename van het aantal diergeneeskundige interventies, die te maken hadden met het bestrijden van het blauwtongvirus. Alle andere kosten zoals loonkosten en allerlei diensten waarop de sector een beroep doet, stegen mee met de inflatie. “79 procent van de gerealiseerde omzet gaat in 2025 op in werkingskosten”, aldus Boerenbond.De stijging blijft echter beperkt in vergelijking met de sprong van 19 procent in 2021. “Dit gematigd kostenverloop draagt ook bij aan de algemene verbetering van de toegevoegde waarde, die dit jaar met 3,1 procent toeneemt”, aldus Boerenbond. “Het lijkt er ook op dat de sector er sinds 2023 beter in slaagt om de stijgende kosten door te rekenen naar de volgende schakels in de keten. Een verdere margeverbetering is weliswaar absoluut noodzakelijk om een verdere verduurzaming van de sector mogelijk te maken.”</content>
            
            <updated>2025-10-15T19:51:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Verharding in Vlaanderen steeg in 2023 opnieuw met 10 hectare per dag]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/verharding-in-vlaanderen-steeg-in-2023-opnieuw-met-10-hectare-per-dag" />
            <id>https://vilt.be/58066</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2023 is de verharde oppervlakte van het grondgebied in Vlaanderen gestegen van 15,3 naar 15,7 procent. Daarmee steeg de verharding met minstens 10 hectare per dag. Dat blijkt uit cijfers van het Departement Omgeving. De toename ligt weer in lijn met de trend voor 2020, terwijl er tussen 2020 en 2022 een stabilisatie was.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="open ruimte" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/50790106-7b3f-4164-a753-b3401c0a1ab4/full_width_verharding-parkeerterrein.jpg</image>
                                        <content>Vooral wegen, opritten, terrassen en parkeerterreinenVerharding betekent dat de bodem wordt afgedekt met kunstmatige materialen, zoals asfalt, tegels, beton of kunstgras. In 2023 was 15,7 procent van de oppervlakte in Vlaanderen verhard. Dat komt overeen met 213.680 hectare of 315 vierkante meter per Vlaming. Het gaat om een nettostijging van 5.250 hectare in vergelijking met 2022.Een deel van de stijging is te verklaren omdat de meetmethode recent is verfijnd, legt woordvoerder Ann Heylens uit. &quot;Los daarvan bedraagt de snelheid waarmee wordt verhard in 2023 minimaal 10 hectare per dag. Het grootste aandeel van de bijgekomen verharding betreft geen nieuwe gebouwen, wel verharding als wegen, opritten, terrassen of parkeerterreinen&quot;, legt ze uit.Stabilisatie tijdens coronajarenSinds 2013 brengt het Departement Omgeving de verharding in kaart. In tien jaar kwam er netto 21.110 hectare verharde oppervlakte bij, of gemiddeld zowat 5,8 hectare per dag. Enkel tussen 2020 en 2022 was er een stabilisatie in de stijgende trend, vermoedelijk door de lagere economische activiteit tijdens de coronacrisis.&amp;nbsp; Van de 285 gemeenten in het Vlaamse Gewest hadden er 128 in 2023 een verhardingsgraad boven het Vlaamse gemiddelde van 15,7 procent. De verhardingsgraad ligt het hoogst in de gemeenten in de Brusselse en Antwerpse rand en in de steden Antwerpen (43,3 procent) en Gent (38,7 procent). Ook gemeenten zoals Kuurne, Oostende, Roeselare en Waregem zijn voor meer dan 35 procent verhard. In meer randstedelijke en landelijke gemeenten, zoals ten noorden van Hasselt, is de verhardingsgraad ook relatief hoog. Ontharding als onderdeel van Beleidsplan Ruimte VlaanderenHet Departement Omgeving wijst erop dat verharding in vele opzichten een probleem is. “Wanneer de bodem kunstmatig is afgedekt kan regenwater niet meer infiltreren, met als gevolg een groter risico op overstromingen en droogteproblemen, hitte in stads-en dorpskernen, minder CO2-opslag door planten en bodem en een verlies aan biodiversiteit”, somt Heylens op. Vlaanderen blijft een van de meest verharde regio’s van Europa.Ontharding en het vermijden van bijkomende verharding vormen daarom een belangrijk onderdeel binnen het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). In dat plan staat dat de verhardingsgraad binnen ‘harde’ bestemmingen als wonen, industrie en recreatie, ten laatste tegen 2050 opnieuw op het niveau van 2015 moet zijn. In openruimtebestemmingen, zoals landbouw, bos en natuurgebied, is de ambitie 20 procent ontharding. “Omgerekend zou er 26.700 hectare onthard moeten worden tussen 2023 en 2050.&amp;nbsp; Veel onthardingspotentieel is aanwezig bij verharde tuinoppervlakte, parkeer-en industrieterreinen, wegen en zonevreemde constructies”, aldus het departement. Groen vraagt &quot;ambitieus plan&quot;&quot;Elke dag verdwijnen meer dan tien voetbalvelden onder het beton&quot;, hekelt Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) in een reactie. &quot;De gewone Vlaming doet zijn best om zijn voortuin te ontharden, maar de Vlaamse regering geeft betonboeren vrij spel. Vlaanderen verandert in een betonnen woestijn.&quot;&amp;nbsp;Groen vraagt minister Jo Brouns (CD&amp;amp;V) om met een ambitieus actieplan te komen. &quot;We hebben nood aan concrete maatregelen: een onthardingsfonds, een verankering van verhardingsneutraliteit in het ruimtelijk beleid en alle ruimtebeslag in landbouw- en natuurgronden vergunningsplichtig maken. Lokale besturen moeten worden ondersteund om overtollige wegen te ontharden&quot;, aldus Schauvliege.</content>
            
            <updated>2025-10-15T19:10:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voor het eerst daalt de gemiddelde melkproductie van Vlaamse koeien]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voor-het-eerst-daalt-de-gemiddelde-melkproductie-vlaamse-koeien" />
            <id>https://vilt.be/58067</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nadat de gemiddelde melkproductie van Vlaamse koeien de voorbije jaren sterk steeg, daalt ze nu voor het eerst. In de periode september 2024 tot augustus 2025 produceerde de Vlaamse koe gemiddeld 9.666 kilo melk, tegenover 9.726 in dezelfde periode een jaar eerder. Dat blijkt uit statistieken van CRV, de Nederlandse-Vlaamse coöperatie, die melkproductieregistratie uitvoert bij 1.464 Vlaamse bedrijven. De blauwtonguitbraak van vorig jaar is een mogelijke verklaring voor de productiedaling.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="blauwtong" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a733d0c6-d16f-4687-987c-0c9ff45403a3/full_width_crv-mpr.jpg</image>
                                        <content>De Vlaamse melkveestapel toont doorheen de jaren een indrukwekkende groei van de melkproductie. Van 8.175 kilo in 2010 steeg de gemiddelde productie per koe naar 9.726 in 2023-2024. Dit boekjaar (september 2024 tot 31 augustus 2025)&amp;nbsp;daalde de melkproductie wel licht naar 9.666 kilo.Dat wil volgens CRV niet zeggen dat het potentieel van de melkkoe is uitgeput. De coöperatie vermoedt dat blauwtong roet in het eten gooide. “Blauwtong heeft de productie in de tweede helft van vorig jaar verminderd”, aldus woordvoerder Wichert Koopman. Hardste melker van VlaanderenDat er met 9.726 kilo in 2024 niet het uiterste uit de koeien gehaald wordt, blijkt ook uit de top tien van bedrijven met de hoogste productie per koe in Vlaanderen. Deze lijst maakt CRV niet langer openbaar, maar konden wij via een melkveehouder inzien. De derde plaats op deze ranglijst wordt ingenomen door Dries Maenhout uit Poeke. Vorig jaar haalde de Oost-Vlaamse melkveehouder, die al jaren in de top tien van Vlaanderen staat, gemiddeld 14.037 kilo melk uit zijn koeien.Andere ranglijsten, die wel openbaar gemaakt worden, bevatten de top tien bedrijven met hoogste gemiddelde levensproductie per koe van de melkveestapel. Deze lijst wordt aangevoerd door Peter Claessens. De levensproductie van de 75 aanwezige koeien op het bedrijf van deze melkveehouder uit Wiekevorst lag afgelopen boekjaar op 38.867 kilo melk met 4,44 procent vet en 3,59 procent eiwit bij een gemiddelde leeftijd van 5 jaar en 10 maanden. Minder honderdtonners, meer tientonnersIndividuele koeien kunnen nog veel hogere levensproducties halen. Afgelopen boekjaar passeerden 207 Vlaamse koeien een levensproductie van 100.000 kilo melk. In het vorige boekjaar waren dat er 217. Elf Vlaamse koeien realiseerden afgelopen boekjaar een levensproductie van meer dan 10.000 kilo vet en eiwit. In het vorige boekjaar waren dat er acht.Claessens voert, net als drie jaar geleden, ook het klassement voor levensproductie bij afvoer aan. De Antwerpse melkveehouder voerde afgelopen jaar tien koeien af, die gemiddeld 57.586 kg melk met 4,41 procent vet en 3,64 procent eiwit hadden geproduceerd. De gemiddelde leeftijd van de dieren was 7,1 jaar en ze gingen 4,6 lactaties mee. Ter vergelijking: op Vlaams niveau kalft de koe gemiddeld 3,1 keer af, een cijfer dat al jaren stabiel is.Over heel Vlaanderen produceerden de koeien bij afvoer 31.253 kilo melk. Dat is 70 liter minder melk dan de levensproductie van afgevoerde koeien in 2024. Ook hier speelt blauwtong mogelijk een rol. Het virus deed niet alleen de productie dalen, maar had ook slachtoffers tot gevolg. “Koeien moesten hierdoor sneller afgevoerd worden”, klinkt het. Fokken op gehaltesWaar de melkproductie bij afvoer licht daalde, gingen wel de gehaltes vet en eiwit van deze koeien licht omhoog naar respectievelijk 4,23 procent en 3,49 procent. “Hierdoor bleef het netto bedrijfsresultaat van deze koeien gelijk”, volgens de CRV-statistieken. De coöperatie verklaart dit onder andere door de genetische verbetering van de veestapel. “Melkveehouders in Vlaanderen hebben de voorbije jaren gefokt op het verhogen van de gehaltes.”Waar ligt het uiterste van de melkkoe?Waar ligt het genetische potentieel als het om melkproductie gaat? “Ik had ooit het doel om naar 15.000 kilo op jaarbasis door te groeien, maar ik denk niet dat ik dat ga halen”, vertelt Maenhout. Dat ligt volgens hem niet meteen aan het genetisch potentieel, maar ook aan management en bijvoorbeeld aan koecomfort. “Om de productie verder te laten stijgen, moet ik bijvoorbeeld zandligboxen installeren”, aldus de boer.Ook CRV denkt dat er meer mogelijk is. “Waar de grens ligt weten we niet, maar wat we wel weten is dat die voorlopig nog lang niet bereikt is. We zien dat de moeders van de stieren op onze testbedrijven probleemloos producties van 15.000 kilo of meer realiseren. Vlaamse melkveehouders die stieren van CRV gebruiken, hebben in de toekomst ook koeien met deze genetische aanleg op stal.” Melkproductieregistratie als instrumentDe Nederlandse-Vlaamse coöperatie voert sinds jaar en dag melkproductieregistratie uit bij Vlaamse veehouders. Tientallen monsternemers, vaak mensen in bijberoep of boeren zelf, nemen maandelijks twee melkstalen van de koeien. De monsters geven inzicht in melkproductie, gehaltes en kengetallen die onder meer inzicht geven in uiergezondheid. De gegevens worden door melkveehouders gebruikt als managementinstrument.Dit jaar voerde CRV de melkproductieregistratie uit bij 1.464 Vlaamse melkveehouders. Dat betekent dat ruim 40 procent van de 3.429 Vlaamse melkveebedrijven meegenomen wordt in de meting. Per bedrijf werden gemiddeld 114 koeien gemolken.</content>
            
            <updated>2025-10-16T16:26:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nestlé schrapt 16.000 banen wereldwijd: ook impact in België verwacht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nestle-schrapt-16000-banen-wereldwijd-ook-impact-in-belgie-verwacht" />
            <id>https://vilt.be/58068</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Zwitserse voedingsreus Nestlé wil de komende twee jaar wereldwijd 16.000 banen schrappen. Concrete cijfers voor België zijn er nog niet, maar ook in ons land wordt een impact verwacht, zo klinkt het bij het bedrijf en de vakbonden. Nestlé kondigde de plannen aan bij de publicatie van de resultaten van de eerste negen maanden van 2025. Het boekte in die periode een omzet van 65,9 miljard Zwitserse frank (71 miljard euro), een daling met 1,9 procent.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="supermarkt" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fca9896b-f812-44ec-8681-e1a6987d64ce/full_width_nestlevoedingsindustriefabriek.jpg</image>
                                        <content>Nestlé, bekend van merken als Nespresso, KitKat en Vittel, wil de komende twee jaar 16.000 banen schrappen, of zo&#039;n 6 procent van het wereldwijde totaal van zo&#039;n 277.000 werknemers. “De wereld verandert snel en Nestlé moet sneller veranderen”, reageerde topman Philipp Navratil in een persbericht.Het nieuws komt tegelijk met de bekendmaking van de cijfers voor de eerste drie kwartalen van dit jaar. Daaruit blijkt een omzetdaling van 1,9 procent tot 71 miljard euro. Vorig jaar groeide Nestlés omzet met 2,2 procent, de traagste groei in twee decennia. Het bedrijf doet het slechter dan sectorgenoten Unilever en Danone.Met de reorganisatie, die onderdeel is van een grote bezuinigingsoperatie wil de Zwitserse voedingsreus het investeringsvertrouwen terugwinnen. Experts geven verschillende verklaringen voor de matige prestaties van Nestle. Zo wordt erop gewezen dat de forse prijsstijgingen van de voorbije jaren klanten hebben weggejaagd naar de concurrentie en vooral naar huismerken. &quot;De merken die onder Nestlé vallen, zijn onder andere actief in chocolade en koffie, en dat zijn twee producten waarvan de prijzen de afgelopen jaren geëxplodeerd zijn”, aldus Stefan Van Rompaey, hoofdredacteur van het vakblad RetailDetail. Productie in België Nestlé is ook aanwezig in België, met het hoofdkantoor van Nestlé Belgilux in het Brusselse Anderlecht, een productievestiging van mineraalwater (Valvert en Nestlé Pure Life) in Etalle, in de provincie Luxemburg, en enkele Nespresso-winkels. Er werken volgens de website zowat 700 mensen voor Nestlé in België en het Groothertogdom Luxemburg. In België gaat het om 648 mensen van wie het merendeel in de hoofdzetel.&quot;Het is vandaag niet mogelijk om al duidelijkheid te geven&quot;, klinkt het bij Nestlé Belgilux. Maar de &quot;impact zal er zijn&quot;, dat kan het bedrijf niet uitsluiten. Van de 16.000 bedreigde jobs zou het gaan om wereldwijd 12.000 bediendejobs en 4.000 banen in de productie.</content>
            
            <updated>2025-10-16T16:42:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Amerikaanse sojacrisis zet zich voort na geannuleerd handelsgesprek]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/amerikaanse-sojacrisis-zet-zich-voort-na-geannuleerd-handelsgesprek" />
            <id>https://vilt.be/58069</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het gaat niet goed met Amerikaanse sojaboeren en dat laat zich wereldwijd voelen. Belangrijke afzetmarkt China koopt geen soja meer van de VS door de steeds escalerende handelsoorlog en dus valt het inkomen van lokale landbouwers in duigen. In augustus zijn Europa en de VS overeengekomen om de markttoegang voor Amerikaans soja tot de EU te verbeteren, maar door het Amerikaanse overaanbod komt er druk op de prijzen voor Europa's eerder kleine sojasector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="wereld" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f5f159b5-9fdd-414e-9a50-a1821588c90d/full_width_sojaoogst.jpg</image>
                                        <content>Soja is één van de belangrijkste exportgewassen voor de VS en met zijn groeiende veestapel is China de belangrijkste klant. Meer dan de helft van alle soja-export vanuit de VS komt historisch gezien in China terecht, met een exportwaarde van 12,8 miljard dollar in 2024. Dit jaar kent Amerika een uitzonderlijke sojaoogst, maar het land geraakt zijn sojabonen niet volledig kwijt.China bevoorraadt zich in BraziliëTrump kiest voor een harde handelspolitiek en dat zet druk op de Chinees-Amerikaanse handelsrelatie. Sinds mei 2025 is er geen boon Amerikaanse soja meer de landsgrenzen overgegaan. China koopt zijn soja nu in Zuid-Amerika, voornamelijk Brazilië, waar de teelt gelinkt is aan hevige ontbossing. China importeert 60 procent van alle soja op de wereldmarkt om zijn vee te voeden en dat lukt klaarblijkelijk zonder hulp van de VS. Waar de EU meer sojaschroot aankoopt, koopt China voornamelijk hele sojabonen die het zelf tot voer verwerkt.De reden voor de verzuurde relatie tussen de VS en China is gekend. Sinds Trumps aantreden weet heel de wereld wat het woord ‘handelstarief’ betekent. Vorige week maakte de Amerikaanse president bekend een importtaks van 100 procent te heffen op Chinese producten, bovenop de tarieven die hij eerder al had ingevoerd. Dat kondigde hij aan omdat China beslist had de export van zeldzame aardmetalen te beperken, al was ook dat een tegenreactie op eerdere handelstarieven van de Amerikaanse president. Inkomsten uit importtaksen worden landbouwsubsidieTrump laat de Amerikaanse sojaboeren - vooral actief in de rurale gebieden waar hij populair is -niet volledig aan hun lot over. Volgens de Amerikaanse nieuwssite CNN werkt de president aan een steunpakket van 10 tot 14 miljard dollar zodat Amerikaanse landbouwers de crisisperiode kunnen overbruggen. Dit komt bovenop de ruim tien miljard dollar die het Amerikaanse landbouwministerie al in maart had uitgekeerd via het Emergency Commodity Assistance Program voor het oogstjaar 2024. Op zijn sociale netwerksite Truth Social zegt de Amerikaanse president dat de inkomsten die de VS ontvangt van de handelstarieven kunnen worden aangewend voor bijkomende steun.“Onze sojaboeren lijden onder een China dat om onderhandelingsredenen zijn import heeft stopgezet”, schrijft de president. “We hebben zoveel geld verdiend met de handelstarieven dat we een klein stukje aan onze boeren kunnen geven. IK LAAT ONZE BOEREN NIET IN DE STEEK! Slaperige Joe Biden heeft onze handelsdeal met China niet bekrachtigd, waarin stond dat ze voor miljarden aan landbouwproducten zouden kopen, vooral sojabonen. Het zal allemaal zeer goed uitdraaien.&quot; In de post gaf Trump ook aan dat hij over vier weken zou samenzitten met president Xi Jinping en dat de sojabonen daar een belangrijk discussiepunt zouden zijn. De meeting met Xi Jinping waar Trump in deze post nog over sprak, is recent geannuleerd. De American Soybean Association uitte haar bezorgdheid dat de poging tot verzoening – of op zijn minst een leefbare handelsdeal - nu ook van de baan lijkt. ASA-president Caleb Ragland, zelf een sojaboer uit Kentucky, schrijft in een persbericht zeer teleurgesteld te zijn. “ASA had goede hoop dat deze komende gesprekken tussen de Verenigde Staten en China zouden leiden tot een deal die de Amerikaanse sojabonenexport naar China zou herstellen”, schrijft hij. “Handelsoorlogen zijn schadelijk voor iedereen, en deze laatste ontwikkelingen zijn diep teleurstellend op een moment waarop sojaboeren worden geconfronteerd met een steeds groter wordende financiële crisis. ASA hoopt dat de gesprekken weer op de rails kunnen worden gezet om de markten en de handelsrelaties te herstellen.” Soja uit VS is vergiftigd geschenk voor EUMaar wat betekent dit nu allemaal voor Europa? De Franse geopoliticus Olivier Antoine schreef het boek ‘Géopolitique du Soja’ en ziet de goedkope Amerikaanse soja als een vergiftigd geschenk. In een interview met de Europese nieuwssite Euractiv beschrijft hij hoe de Europese sojaboeren – die aanzienlijk lagere opbrengsten kennen per hectare – het nog moeilijker zullen krijgen door de prijsdruk. Waar Brazilië 3,5 ton soja teelt per hectare, ligt het gemiddelde in Frankrijk op 1 ton.Soja telen in het Europees klimaat is hoe dan ook niet eenvoudig. In Vlaanderen voert onder meer ILVO onderzoek naar lokale sojateelt. Rassen die aangepast zijn aan een koeler klimaat zijn een deel van de puzzel, maar Vlaamse grond ontbreekt van nature aan de nodige bodembacteriën om aan sojateelt te doen. Deze moet een teler dus zelf voorzien. Andere stemmen uit de wetenschappelijke wereld vinden de lokale sojakweek een dood spoor en geloven dat het duurzamer is om deze gewassen louter te telen op plaatsen waar ze van nature goed gedijen. Soja-afhankelijkheid leidt tot economische kwetsbaarheidWe hebben de Amerikaanse soja dus ook nodig, duidt Antoine in Euractiv. Wat er nog mag gebeuren met de wereldmarkt: veel marge voor onderhandeling heeft Europa niet. Sinds de Tweede Wereldoorlog importeert Europa massaal soja om de toen nog groeiende veestapel in stand te houden. Volgens Antoine zou het interessanter zijn om onze soja niet langer alleen uit de VS te halen, maar ook te kijken naar de Mercosurlanden of leveranciers buiten de EU zoals Oekraïne. Naast de &#039;graanschuur van Europa&#039;, is Oekraïne immers ook een grote sojaproducent. Volgens het Oekraïense landbouwministerie werd er in 2024 zes miljoen ton soja geproduceerd. Volgens Donau Soja, een non-profitorganisatie voor duurzame soja, ligt het productiecijfer van de EU in 2024 op slechts 2,8 miljoen ton. De meest recente cijfers van Eurostat dateren van 2023, en spreken over 2,9 miljoen ton. Donau Soja raamt dat de EU in zijn sojabehoefte slechts voor acht procent zelfvoorzienend is.In een interview met het Franse Société de Géographie licht Antoine nog toe hoe deze soja-afhankelijkheid leidt tot economische kwetsbaarheid. Elk land dat vee houdt, heeft het nodig. Maar 90 procent van alle productie, is in handen van slechts zes landen. Geen enkel Europees land hoort daarbij.</content>
            
            <updated>2025-10-17T12:27:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Totale Belgische aardappeloogst wordt geschat op net geen vijf miljoen ton]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-telers-produceren-bijna-5-miljoen-ton-aardappelen" />
            <id>https://vilt.be/58070</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>België kent dit jaar een recordopbrengst voor aardappelen. Volgens schattingen van proefcentrum Viaverda stevenen we af op een opbrengst van 4,96 miljoen ton aardappelen. Dat is 16 procent meer dan vorig jaar en evenaart bijna het vorige record van 2017. Tegenover de goede oogst, staan nog steeds slechte prijzen voor de vrije aardappelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ac1923a4-c4e0-4f44-b40a-c925cdaf81b8/full_width_aardappelen-bewaarloods2.jpg</image>
                                        <content>85 procent geoogstDe laatste aardappelen worden momenteel geoogst. Guy Depraetere, die met zijn wekelijks ABS-aardappelpraatje de situatie in de sector schetst, schat dat al 85 procent van de aardappelen geoogst is. Het rooien verloopt volgens hem vlot waarbij de boeren aan “hoge” snelheden tot 4,5 kilometer per uur rijden. Ook de beperkte grondtarra draagt bij aan de vlotte oogst. Volgens Depraetere gooit de droogte in bepaalde regio’s, zoals de polders, wel roet in het eten. “Zij die toch rooien, riskeren stootblauw en kwetsuren die later in de bewaring kunnen rot geven.”Op basis van de bruto-opbrengsten van proefrooiingen van onder andere Fontane, Challenger en Innovator verspreid over België schat proefcentrum Viaverda de totale aardappelopbrengst dit jaar op 4,96 miljoen ton. “Hiermee komen we hoger uit dan de voorbije vijf jaar. In 2024 ging het om 4,31 miljoen ton, in 2023 om 4,43&amp;nbsp;miljoen ton en nog een jaar eerder om 3,97 miljoen ton”, aldus Ilse Eeckhout, teamleader aardappelen bij Viaverda.Ook in de jaren daarvoor werd er nooit zo’n hoge oogst behaald. Het vorige oogstrecord dateert van 2017. Toen werd er 5,08 miljoen ton uit de grond gehaald, nog 120.000 ton meer dan dit jaar. Hoge opbrengst én areaaluitbreidingEeckhout verklaart de hoge productie van dit jaar enerzijds door de hoge gemiddelde opbrengst per hectare en anderzijds door de areaaluitbreiding. “Er werd dit jaar 7,3 procent meer uitgeplant dan vorig jaar”, klinkt het. Fontane is met 58 procent van het totale areaal het dominante aardappelras, gevolgd door Innovator (7%), Challenger (6%) en Bintje (3%).De gemiddelde opbrengst over alle rassen heen, lag ondanks de droogte op zo’n 46 ton per hectare. Dat is 7,5 procent meer dan vorig jaar. Dat kan onder meer te maken hebben met het grote aantal groeidagen. Fontane werd bijvoorbeeld 20 dagen eerder geplant en telde 145 groeidagen. Dat is 23 dagen meer dan vorig jaar en 5 dagen meer dan het vijfjarige gemiddelde.World Potato Markets, een internationaal aardappel-adviesbureau, stelt dat de latere aardappelrassen beter hebben gepresteerd dan de vroegere rassen. Dit wegens de droge omstandigheden in het voorjaar en de vroege zomer.Door de droogte vertonen de aardappelen, vooral die van percelen die voor de regen begin oktober gerooid werden, wat stootblauw. “Als er ook op de inschuurlijn voldoende aandacht was voor valhoogtes en productstroom, viel het schadepercentage al bij al nog mee”, aldus Viaverda. Parallellen met 2017?Tegenover de mooie opbrengsten, staan zeer lage prijzen. Vrijdag noteerde Belgapom een prijs van 15 euro per 100 kilo, maar de week voordien was er al voor de tweede keer geen Belgapomnotering wegens te weinig transacties op de vrije markt. Depraetere constateert dat vraag en aanbod ver uit elkaar liggen. “In een aantal verwerkingsbedrijven liggen lijnen stil. Frigo’s zitten vaak vol.”In zijn aardappelpraatje zegt hij dat het nog maanden kan duren voordat vraag en aanbod in evenwicht komen en de prijs aantrekt. World Potato Markets maakt de vergelijking met 2017. Ook in dat jaar boekten de telers recordoogsten, maar zakten de prijzen als een pudding in elkaar.</content>
            
            <updated>2025-10-17T11:26:40+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederland voert met onmiddellijke ingang ophokplicht in na uitbraak vogelgriep]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederland-voert-met-onmiddellijke-ingang-ophokplicht-in-na-uitbraak-vogelgriep" />
            <id>https://vilt.be/58071</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Nederland wordt opnieuw en met onmiddellijke ingang een landelijke ophok- en afschermplicht ingevoerd voor pluimvee nadat vorige week op een pluimveebedrijf in de provincie Drenthe vogelgriep is geconstateerd. Het risico op vogelgriep is volgens deskundigen toegenomen en daarom heeft het Nederlandse ministerie van Landbouw nu besloten dat pluimveehouders hun dieren binnen moeten houden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="Nederland" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7e1e9149-e65c-4f34-a219-e91691b3e587/full_width_pluimveekipvogelgriepvrijuitloop-1250.png</image>
                                        <content>De maatregelen gelden zowel voor landbouwbedrijven als voor particulieren die kippen houden. Ook de uitzondering voor tentoonstellingen van risicovogels wordt ingetrokken. De maatregel moet de kans op besmetting met vogelgriep zo veel mogelijk verkleinen. Het ministerie noemt de ophok- en afschermplicht &quot;een zware maatregel&quot; voor commerciële bedrijven en hobbyhouders, maar wijst erop dat de ziekte &quot;erg onvoorspelbaar&quot; is. De situatie wordt nauwlettend in de gaten gehouden, luidt het.De maatregelen volgen op een uitbraak van vogelgriep bij een moederdierenbedrijf in Gasselternijveenschemond in de provincie Drenthe. Ongeveer 71.000 dieren werden er geruimd. Ook mogen in een zone van 10 kilometer geen dieren worden vervoerd. Het gaat om de eerste besmetting sinds maart van dit jaar. </content>
            
            <updated>2025-10-16T21:32:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van hectaresteun naar resultaatgerichte milieusteun: UGent-studie pleit voor een koerswijziging in het GLB]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/an-hectaresteun-naar-resultaatgerichte-milieusteun-ugent-studie-pleit-voor-een-koerswijziging-in-het-glb" />
            <id>https://vilt.be/58072</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De steun binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) wordt niet verdeeld in verhouding tot wat nodig is om de milieudoelen te halen. Dat stelt een nieuwe studie van UGent, in opdracht van Bond Beter Leefmilieu. De onderzoekers pleiten ervoor om de basisinkomenssteun per hectare te herzien en te verschuiven naar milieuresultaatgerichte betalingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="GLB" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9df39fc7-e051-4450-8d7e-d0cd680ead05/full_width_platteland-2-jozefien.jpeg</image>
                                        <content>“Ecoregelingen zijn onderbenut”In een nieuwe studie analyseren onderzoekers van UGent hoe de financiële stromen naar de Vlaamse landbouw zich verhouden tot de milieudoelstellingen. “Is het GLB een hefboom of eerder een hinderpaal voor milieu, biodiversiteit en klimaat?”, klinkt het. Op basis van de meest recente publieke gegevens uit 2023 leidden ze af dat in Vlaanderen in totaal 423 miljoen euro aan GLB-steun werd uitbetaald.Een kwart van dit budget ging onrechtstreeks naar de landbouwsector via maatregelen zoals onderzoek en plattelandsinitiatieven. De resterende 75 procent werd rechtstreeks aan landbouwers uitgekeerd. Binnen de rechtstreekse steun is de basisinkomenssteun de omvangrijkste maatregel (28%), gevolgd door de investeringssteun voor productieve investeringen (20%).In 2023 konden landbouwers voor het eerst steun aanvragen voor ecoregelingen, agromilieuklimaatmaatregelen en beheerovereenkomsten. Tegen het einde van dat jaar vertegenwoordigden deze samen 13 procent van het totale budget. “Dit is een onderbenutting”, zegt UGent-onderzoeker Ruben Savels, “deels te wijten aan hun nieuwigheid, maar ook aan het gebrek aan advies en begeleiding van deze praktijken.” Nochtans blijken deze maatregelen volgens een bevraging bij experts een grote bijdrage te leveren aan de Europese milieudoelstellingen. Beperkingen van onderzoekDe conclusies in het rapport over de bijdrage van GLB-maatregelen aan de milieudoelen werden genomen op basis van een bevraging aan experts. “Dat heeft enkele beperkingen”, waarschuwt Savels. “Zo is de steekproefgrootte erg beperkt.” De onderzoekers kregen slechts een impactbeoordeling van 13 experts; drie antwoorden vanuit het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, drie van het Agentschap Natuur en bos, één van het Departement Omgeving, drie vanuit het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en tot slot nog drie van de Vlaamse Landmaatschappij. De experts beoordelen de bijdragen elk vanuit hun eigen expertise en met een zekere invalshoek.“Hoewel de beleidscoherentieanalyse enkele interessante bevindingen aanlevert, dienen deze resultaten dan ook met de nodige behoedzaamheid te worden geïnterpreteerd. Er kunnen geen uitspraken worden gedaan over de effectieve impact en coherentie van de geanalyseerde maatregelen”, wordt in het rapport gesteld. Waar de ecoregelingen sterk bijdragen aan het behalen van de milieudoelen, heeft de basisinkomenssteun volgens de beleidscoherentieanalyse slechts een beperkte impact. Nochtans gaat het om de meest omvangrijke steunmaatregel binnen het GLB. “De relatieve steun uitgekeerd via de verschillende maatregelen is dus niet coherent met het bereiken van de verschillende milieudoelstellingen”, concluderen onderzoekers Ruben Savels, Jaron Bousard, Theo Brackx, Stijn Speelman en Joost Dessein. Onvoldoende kansen voor natuurgebaseerde oplossingen binnen VLIFEen andere incoherentie zien de onderzoekers in het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). “Een bedrijfsontwikkeling richting natuurgebaseerde oplossingen wordt door de huidige organisatie van VLIF ontmoedigd tot zelfs tegengewerkt”, stellen ze scherp. “Dit is een grote beleidsinconsistentie met betrekking tot het bereiken van de milieudoelstellingen van het GLB.”Binnen VLIF kan steun voor productieve investeringen aangevraagd worden, de op één na grootste uitgavenpost binnen het GLB-budget. Deze steun heeft als doel landbouwbedrijven toekomstbestendiger en slagkrachtiger te maken zodat ze onder meer kunnen inspelen op nieuwe eisen vanuit de overheid en beter kunnen voldoen aan de huidige maatschappelijke verwachtingen. Denk aan nieuwe efficiëntere landbouwmachines, of ammoniakemissiearme stalsystemen.&amp;nbsp;“Hoewel wordt verwacht dat veel van die investeringen een relatieve reductie in milieu-impact met zich meebrengen, is het onduidelijk wat de absolute impact van deze investeringen is”, stellen de onderzoekers. “Dit omdat ze vaak gepaard gaan met een capaciteitsverhoging en theoretische reductiepercentages in de praktijk vaak lager uitvallen.” Volgens de onderzoekers duwen deze investeringen bedrijven in een ‘lock-in’ waardoor alternatieve ontwikkelingspaden bemoeilijkt worden. Er wordt proportioneel heel wat minder op natuurgebaseerde oplossingen ingezet dan op technologische oplossingen Daarnaast kunnen landbouwers ook steun krijgen voor niet-productieve investeringen, zoals de aanleg van hagen, bloemenranden of bufferstroken. Maar deze steun is heel wat minder populair. “Er werd zo’n honderd keer minder uitgekeerd dan de productieve investeringssteun, waardoor proportioneel heel wat minder op natuurgebaseerde oplossingen worden ingezet dan op de vaak eerder technologische oplossingen uit de productieve investeringen”, aldus de onderzoekers. &amp;nbsp;“Een verschuiving richting niet-productieve investeringen, gekoppeld aan voldoende begeleiding en advies, kan een positieve impact hebben voor het milieu&quot;, stellen de onderzoekers in een aanbeveling. &quot;De ontwikkelingsrichting naar een natuurgebaseerde, agro-ecologische bedrijfsvoering kan zo aantrekkelijk gemaakt worden, in de plaats van een bedrijfsvoering gebaseerd op technologie.” Milieuresultaten in de plaats van hectarenDe GLB-steun komt ook onevenwichtig bij de landbouwers terecht, stellen de onderzoekers. Zo ontving 25 procent van de grootste bedrijven, 46 procent van de steun. Deze ongelijke verdeling is grotendeels toe te schrijven aan het feit dat het gros van de inkomenssteun op hectarebasis wordt uitbetaald. “Niet enkel is binnen dit systeem de uitgekeerde inkomenssteun niet gekoppeld aan de effectieve nood aan inkomensondersteuning, maar daarnaast zorgt het ook nog voor een Mattheuseffect”, aldus de onderzoekers. “De steun kapitaliseert in de grondwaarde, draagt bij aan stijgende grondprijzen en bemoeilijkt de toegang tot grond.”“Herdenk de inkomenssteun op hectarebasis en verschuif deze richting resultaatgebaseerde betalingen, zoals de ecoregelingen”, luidt de grootste aanbeveling van Savels. “Landbouwers krijgen dan een vergoeding op basis van behaalde milieuresultaten, waarbij milieu-indicatoren als maatstaf kunnen worden gebruikt voor de hoogte van de betalingen.” Hij wijst ook op het potentieel van collectieve maatregelen, waarbij landbouwers zich samen op landschapsniveau engageren in plaats van elk afzonderlijk op bedrijfsniveau Hectaresteun kapitaliseert in grondwaarde en draagt bij aan stijgende grondprijzen  Biologische landbouw als model voor de toekomstOm het GLB dichter aan te laten sluiten bij de milieudoelstellingen moet biologische landbouw ook meer naar voren geschoven worden als toekomstmodel volgens de onderzoekers. “Ze kunnen als model dienen voor landbouwbedrijven die minder afhankelijk zijn van inkomenssteun en een significant inkomen kunnen halen uit het toepassen van milieuvriendelijke praktijken en het verschaffen van ecosysteemdiensten.” Daarnaast stellen de onderzoekers voor om, naast een jongeboerentoets, ook een toetrederstoets in te voeren. Zij-instromers lopen volgens hen veel steunmaatregelen mis. Zo’n toets zou kunnen nagaan hoe toegankelijk het huidige beleid voor hen is en waar bijsturing nodig is. Vergroenen gaat niet als je in het rood staatVolgens Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) toont de studie aan dat er “vanzelfsprekend nog vooruitgang mogelijk is”, maar bevestigt ze tegelijk dat Vlaanderen al belangrijke stappen heeft gezet. Hij benadrukt dat elke landbouwer die vandaag in het GLB stapt, gebonden is aan een heel strikte naleving van goede landbouw- en milieuconditionaliteiten. “De helft van het totale GLB-budget gaat naar specifieke acties die de bedrijfsvoering verder verduurzamen. En meer dan 35 procent van de middelen voor 2023-2027 gaat specifiek naar verhoogde milieu- en klimaatdoelstellingen”, aldus de minister.Een andere reactie is te horen bij Bond Beter Leefmilieu. “De analyse brengt slecht nieuws”, concludeert de organisatie. “De overgrote meerderheid van de GLB-middelen komt de gezondheid van ons leefmilieu en de natuur niet ten goede. De studie geeft duidelijk aan dat het gros van de maatregelen beperkt of niet bijdragen aan de verschillende milieu-, natuur- of klimaatdoelen waarop de landbouw invloed heeft.” Andere steunvormen met een directe milieu-impact blijven onderbelicht in de studie “Het is juist dat we in de toekomst ons instrumentarium moeten blijven afstemmen op onze milieu-ambities, maar dat kan alleen als we landbouwers correct vergoeden voor hun inspanningen”, aldus Brouns. “Boeren willen graag verder verduurzamen, ze moeten het ook kunnen. Je kunt niet vergroenen als je in het rood staat. Voor mij blijft de economische pijler van ons landbouwbeleid dus minstens even belangrijk.” Resultaatgericht werken lijkt voor hem een interessante piste, op voorwaarde dat het uitvoerbaar en rechtvaardig blijft voor de landbouwer. Wel hamert de minister erop dat er vooral mét de boer moet gepraat worden en niet alleen over de boer.Hij merkt ook op dat, naast de ecoregelingen en agromilieumaatregelen, andere steunvormen met een directe milieu-impact onderbelicht blijven in de studie. Zo verwijst hij naar duurzame investeringen in mechanische onkruidbestrijding, precisielandbouw voor gewasbescherming en de steun voor beter isolatiemateriaal. “Ook de vernieuwde zoogkoeienpremie, ooit behouden op vraag van natuurorganisaties, draagt sterk bij aan biodiversiteit en koolstofopslag via blijvend grasland. Dat zijn allemaal vormen van steun die de verduurzaming van de sector concreet vooruithelpen”, klinkt het. De besteding van het publieke geld draagt te weinig bij aan de doelen van het GLB Zwakke return on investment voor maatschappijVolgens BBL toont de studie duidelijk aan dat de maatschappelijke ‘return on investment’ van de landbouwsubsidies te zwak is. “De besteding van het publieke geld draagt te weinig bij aan de doelstellingen van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)”, luidt het. Milieuzorg, klimaatactie en de bescherming van landschappen en biodiversiteit behoren in het meest recente GLB tot de tien centrale doelen. &quot;Grote bedrijven krijgen daarnaast nog steeds een pak meer geld dan de kleinste bedrijven, die het waarschijnlijk meer nodig hebben.&quot;“De gedetailleerde cijfers van deze studie laten onze politici toe om eindelijk gerichte keuzes te maken. Vlaanderen besteedt elk jaar 423 miljoen euro belastinggeld aan landbouwsubsidies. Dit onderzoek wijst uit dat maar een heel beperkt deel daarvan de gezondheid van de omgeving versterkt. Dat is een gemiste kans voor de natuur, de belastingbetaler en de landbouwer”, besluit Sofie Bracke van Bond Beter Leefmilieu.</content>
            
            <updated>2025-10-20T22:33:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Stikstof: Fedagrim roept milieuorganisaties op om naar de overlegtafel te komen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stikstofreductie-fedagrim-roept-milieuorganisaties-op-om-naar-de-overlegtafel-te-komen" />
            <id>https://vilt.be/58073</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“Als Bond Beter Leefmilieu en Dryade het écht goed menen met de Vlaamse landbouwers en met de natuur, dan is de oplossing niet te vinden in de rechtbank, maar aan de overlegtafel.” Dat zegt Fedagrim, de federatie voor landbouw- en tuinbouwmechanisatie, naar aanleiding van de aankondiging van de milieuorganisaties om naar de raad van State te trekken tegen de erkenning van de Lely Sphere.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f04b403d-feae-4973-b172-b1cbe7e5d7db/full_width_lely-sphere-lely.png</image>
                                        <content>“Op den duur begin je je af te vragen waarin we wél nog kunnen investeren. Het systeem werkt bij ons. Is het belangrijkste niet dat de ammoniakuitstoot afneemt?” Met deze quote in De Standaard trok Geert Vandenbussche, melkveehouder in Watou, eerder deze week de aandacht. Hij is momenteel de enige Vlaamse boer die met de Lely Sphere werkt op zijn bedrijf.Dit stalsysteem is sinds deze zomer officieel opgenomen op de lijst met erkende ammoniakemissiereducerende technieken. De techniek heeft een reductiefactor gekregen van 77 procent. Daarmee is het een eerste erkende veelbelovende techniek voor rundhouders die hun ammoniakuitstoot willen terugdringen. Volgens het stikstofdecreet moeten alle rundveehouders tegen 2030 hun uitstoot met 30 procent omlaag brengen. Er waren al een aantal andere technieken erkend, maar zij realiseren vaak niet meer dan 25 procent reductie.Maar Bond Beter Leefmilieu en Dryade geloven niet dat de Lely Sphere de beloofde reductiepercentages in de praktijk zal halen. Bovendien stellen ze zich vragen bij juridische procedure waarmee erkenning van de Lely Sphere tot stand kwam. Om die redenen trekken ze naar de Raad van State om de erkenning van de techniek te laten vernietigen. &quot;Engagement van landbouwers wordt telkens onderuitgehaald&quot;Onbegrijpelijk, klonk het eerder al uit de mond van de minister en de landbouworganisaties. Nu kaart ook Fedagrim deze handelswijze van de milieuorganisaties aan. De leden van Fedagrim zijn de bedrijven die deze stalsystemen ontwikkelen en op de markt brengen. “De verzuchting van melkveehouder Geert Vandenbussche raakt de kern van het probleem”, zegt Hans Verstreken van Fedagrim. “Terwijl landbouwers bereid zijn de nodige stappen te zetten die hun uitstoot verlagen, dreigt hun engagement telkens opnieuw onderuitgehaald te worden door juridische procedures en onzekerheid.”Dryade en BBL zijn van mening dat het overhaast en onverantwoord was om de staltechniek nu al te erkennen omdat de erkenning is gebaseerd op metingen bij “slechts vier Nederlandse testbedrijven”. Volgens Fedagrim is er op dit moment geen andere piste. “De erkenning als proeftechniek biedt de landbouwers geen enkel houvast omdat dit geen officiële emissiereductie oplevert in de berekeningen richting 2030. Ze hebben dus geen enkele zekerheid dat hun investeringen later meetellen in de stikstofdoelstellingen”, verduidelijkt Verstreken. Laat ons een afspraak maken dat we niet langer voortdurend procederen, maar samenwerken aan oplossingen Om die reden roept Fedagrim dan ook op om de regeling rond testtechnieken, de zogenaamde proefstalregeling, dringend te verbeteren. “Als voorlopige reducties niet erkend worden zolang de techniek aantoonbaar werkt in de praktijk, welke boer gaat er dan investeren in zo’n testtechniek, laat staan dat ze al een vergunning kunnen krijgen voor de investeringen die in dat kader moeten gebeuren”, klinkt het. De federatie is van mening dat wie vandaag durft te investeren in innovatieve systemen, vertrouwen verdient. Naar een vredesakkoord tussen landbouw en natuur?Willen Bond Beter Leefmilieu en Dryade dat er echt werk wordt gemaakt van stikstofreductie, dan is de oplossing volgens de federatie niet te vinden in de rechtbank, maar aan de overlegtafel. “Samenwerken aan oplossingen biedt veel meer perspectief dan rechtszaken die alleen maar extra onduidelijkheid en frustratie veroorzaken bij wie wél stappen vooruitzet”, aldus Verstreken.Hij dringt, samen met de leden van Fedagrim, aan op écht overleg tussen natuur- en landbouworganisaties. “Dat overleg moet inzetten op een snel en werkbaar kader waarmee landbouwers hun reducties kunnen halen op een manier die bij hun bedrijf past. Dat kan via een daling van de veestapel, door technische innovaties of door een combinatie van beiden.”Fedagrim hoopt dat dit overleg kan leiden tot een soort ‘landbouw-natuurvredesakkoord’. “Laat ons een afspraak maken dat we niet langer voortdurend procederen, maar samenwerken aan oplossingen. Alleen zo vermijden we dat onzekerheid de verduurzaming fnuikt en alleen zo kunnen landbouwers met vertrouwen investeren in een toekomst die goed is voor mens, dier én milieu”, aldus nog de sectorfederatie.</content>
            
            <updated>2025-10-17T13:40:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Jong Geleerd: Jean-Baptiste (12)]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/jong-geleerd-jean-baptiste-12" />
            <id>https://vilt.be/58074</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Maak kennis met Jean-Baptiste, een enthousiaste 12-jarige boerenzoon uit Koksijde. Hoewel hij nog jong is, kent hij het agro-ecologische akkerbouwbedrijf van zijn ouders als zijn broekzak. Vol trots leidt hij ons rond over het erf, langs de indrukwekkende machines, ruime loodsen en velden waar natuur en landbouw hand in hand gaan. Jean-Baptiste vertelt hoe ze samenwerken met de bodem, het klimaat en de insecten, en toont precies welke tractor welke taak heeft.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="VILT" />
                        <category term="akkerbouw" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                        <category term="jonge boeren" />
                        <category term="Jong geleerd" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f790089e-128e-4fb3-a907-252355a68f63/full_width_thumb-40.jpg</image>
                        
            <updated>2025-10-20T08:41:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bestrijding Aziatische hoornaar: “Is het sop de kool nog waard?”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bestrijding-aziatische-hoornaar-is-het-sop-de-kool-nog-waard" />
            <id>https://vilt.be/58075</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het seizoen voor de bestrijding van de Aziatische hoornaar loopt stilaan op zijn einde, maar de discussie over de aanpak laait weer op. In de commissie Leefmilieu vroeg Vlaams parlementslid Sanne Van Looy (N-VA) aan minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) hoe doeltreffend de Vlaamse bestrijdingsstrategie nog is, nu het aantal gemelde nesten in 2025 is verdubbeld tot bijna 15.000. Terwijl sommige bestrijders hun campagnes al stopzetten, klinkt op het terrein kritiek dat dit veel te vroeg is. De centrale vraag luidt dan ook: is de bestrijding van de Aziatische hoornaar nog wel kostenefficiënt?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="invasieve exoten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0123ef71-6a23-4ad8-a296-e72b91f22c1a/full_width_aziatische-hoornaar-primair-nest-vbi-nicky-torbeyns2.png</image>
                                        <content>Minister Brouns wees afgelopen week in de commissie op de omvang van het probleem: in 2025 werden bijna 15.000 nesten gemeld, een verdubbeling ten opzichte van voorgaande jaren. Veel nesten zijn moeilijk bereikbaar of onvindbaar. Daarom ligt het aantal effectief verwijderde nesten fors lager, zo werden in 2024 slechts 3.700 nesten geregistreerd. “Ondanks de zware inspanningen op het terrein van imkers, burgers en lokale besturen, kan de opmars van de Aziatische hoornaar momenteel weinig tot niet afgeremd worden”, stelt de minister.Van Looy benadrukte de exponentiële groei van de hoornaars: “Gemiddeld ontstaan er vijf nieuwe nesten per niet-geruimd nest. Dat betekent dat Vlaanderen een zeer kostbare strijd voert, terwijl omliggende regio’s zoals de provincie Zeeland in Nederland, Wallonië en Frankrijk nauwelijks nog bestrijden.”Ze vraagt zich af of de Vlaamse inspanningen nog efficiënt zijn en of er geen budget wordt uitgegeven aan een strijd die intussen achterhaald is? &quot;Als de bestrijding niet werkt zoals bedoeld is, moeten we dat eerlijk erkennen. Het natuurbudget is immers beperkt en de middelen zijn vandaag al schaars&quot;, aldus Van Looy. &quot;Is het sop de kool nog waard?”Brouns erkent dat de kosten van de bestrijding blijven stijgen en dat een voortdurende kosten-batenafweging nodig is. Volgens hem moet de focus liggen op de meest kwetsbare plekken, vooral waar de impact op de volksgezondheid het grootst is.  De Aziatische hoornaar uitroeien zal niet meer lukken, maar met gericht beheer blijven we de impact beperken RATO vzw: cijfers en beleid in de praktijkDe invasieve wespensoort blijft intussen een zware druk uitoefenen op zowel de biodiversiteit als de imkerij. In Oost-Vlaanderen verwerkte RATO vzw tussen eind mei en half oktober 2025 6.064 meldingen, bijna vijf keer zoveel als in 2024. 95 procent van de actieve nesten werden geruimd. Sinds dit jaar focust de organisatie steeds meer op schadebeperking in plaats van populatiebeheer omdat uitroeiing van de soort niet meer haalbaar is. “De Aziatische hoornaar uitroeien zal niet meer lukken, maar met gericht beheer blijven we de impact beperken”, vertelt Joop Verzele, voorzitter van RATO.Samen met de Brandweerzone Vlaams-Brabant stopt RATO vzw vanaf midden oktober met de systematische bestrijding. “De resterende nesten hangen hoog en veroorzaken weinig overlast. Het verwijderen kost veel tijd en middelen, terwijl we ons moeten concentreren op de zomermaanden wanneer de nesten laag hangen en schade voorkomen kan worden.” Kritiek vanuit het veld: Nicky TorbeynsVoor professioneel verdelger Nicky Torbeyns is het stoppen halverwege oktober echter veel te vroeg. “Zolang de nesten leven, produceren ze koninginnen. Nu stoppen zou betekenen dat veel eerdere bestrijdingen praktisch teniet worden gedaan. Eén nest kan tot 500 koninginnen produceren.” Torbeyns benadrukt dat dit jaar veel grote, goed geïsoleerde nesten voorkomen die tot laat actief blijven. “Zolang de temperaturen boven 13 graden liggen, vliegen de koninginnen uit”, waarschuwt hij.Torbeyns vindt dat de opleidingen voor verdelgers professioneler moeten worden en dat de bestrijding beter kan worden toevertrouwd aan ervaren bedrijven zoals RATO, die 24 op 7 bestrijden. “Cursisten volgen slechts een halve dag opleiding, hoeven geen examen te doen, maar zijn wel na afloop erkend als verdelger. Dat is echt onvoldoende.”De aanpak van de bestrijding van de invasieve wespensoort verschilt sterk tussen de verschillende lokale besturen in Vlaanderen. De regelgeving is volgens Torbeyns &quot;te versnipperd&quot; en pleit voor een betere Vlaamse gecoördineerde aanpak, zodat inspanningen effectiever en kostenefficiënter zijn.</content>
            
            <updated>2025-10-20T10:31:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Het onkruid van de duivel: Inagro waarschuwt voor giftige doornappel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/het-onkruid-van-de-duivel-inagro-waarschuwt-voor-giftige-doornappel" />
            <id>https://vilt.be/58076</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een onkruid zo venijnig dat het de bijnaam ‘duivelskruid’ heeft: doornappel heeft zijn naam niet gestolen. Het is een publiek geheim dat vele Vlaamse akkers geteisterd worden door dit moeilijk verwijderbare en uiterst giftige onkruid. Elke bol bevat duizenden zaden die tot 70 jaar lang kiemkrachtig blijven. Dit onkruid trekken is niet voldoende. Effectieve manieren zijn de plant minimaal één meter diep onder de grond begraven of afvoeren naar een verbrandingsoven van meer dan 1.000 graden Celsius.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onkruid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5d59a00a-34a4-4e3e-8e25-bb0ec45afc66/full_width_doornappel-grote-plant-inagro.JPG</image>
                                        <content>Danny Callens van het West-Vlaams onderzoeks- en adviescentrum Inagro, volgt de doornappelsituatie in Vlaanderen op. Meer dan tien procent van de velden in West-Vlaanderen zijn inmiddels besmet. Dat VILT desondanks geen landbouwers vindt die erover willen getuigen, vindt Callens logisch. “Niemand wil hiermee te koop lopen”, zegt hij. “Maar de verspreiding van het onkruid is de afgelopen jaren toegenomen.” Doeltreffende herbiciden zijn verbodenDoornappel kan overal verschijnen, al zal de ene teelt er meer last van hebben dan de andere. “Er zijn een aantal herbiciden die goed werken tegen doornappel, maar die zijn niet erkend voor alle teelten”, zegt Callens. “Sencor is een goed voorbeeld. Dat werkte zeer goed, maar het is inmiddels uit de handel. Hetzelfde geldt voor Atrazine. Bovendien kiemt de plant het hele jaar door, van april tot de zomer. Doornappel komt vaak pas door wanneer de herbicidetoepassing is uitgewerkt.”Het gevolg is dat doornappel in veel gevallen manueel moet worden bestreden. “Mét handschoenen en lange mouwen”, benadrukt Callens. Doornappel bevat hallucinogene alkaloïden die zeker niet in de voedselketen mogen terechtkomen. Alle plantendelen van dit kruid zijn giftig, zowel de zaden, de bladeren als de stengels. “Als je de plant niet kan verwijderen, knip dan minstens de doosvruchten af zodat de plant zich niet kan vermeerderen. Deze bevatten duizenden zaden en kunnen dus een zeer grote oppervlakte van je perceel besmetten.” Gif is gevaar voor mens en dierIn de praktijk wordt doornappel niet altijd tijdig opgemerkt. “Controleer je veld geregeld”, zegt Callens. “Als doornappel mee wordt verhakseld in je voedergewassen, is dat toxisch voor je dieren. Hoe giftig precies, hangt natuurlijk van de hoeveelheid af. Doornappel is dus niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld knolcyperus. Ook een vervelend onkruid, maar niet giftig.”Het goede nieuws is dat doornappel – tenminste bij het begin – slechts in heel gelokaliseerde clusters voorkomt. Wie tijdig ingrijpt, kan zo het onkruid beheren. Dat is belangrijk, want sommige teelten kunnen niet geoogst worden bij aanwezigheid van dit onkruid. Vandaar dat de verplichte bestrijding al sinds 2022 is opgenomen in de IPM-checklist. “Er zijn al recalls gebeurd omdat er te veel giftige alkaloïden in een oogst zijn aangetroffen”, zegt de Inagro-expert. Waarom doornappel nu zo alomtegenwoordig is, valt niet met zekerheid te zeggen. “Het kan zeker meespelen dat bepaalde herbiciden niet meer zijn toegelaten”, zegt Callens. “Bovendien gedijt doornappel bij een warmer klimaat. De opwarming van de laatste jaren, speelt dus mogelijk ook een rol.”Callens merkt ook nog op dat de doornappel, met zijn donkergroene bladeren en trompetvormige witte bloemen, een zeer mooie plant is die sterk lijkt op een sierplant. “Ze wordt op die manier gebruikt en heeft zo bouwland geïnfecteerd”, zegt hij.Meer info en bestrijdingtips zijn beschikbaar op inagro.be.</content>
            
            <updated>2025-10-20T13:46:39+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoe (on)terecht is de paniek over antibiotica in ons eten?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoe-onterecht-is-de-paniek-over-antibiotica-in-ons-eten" />
            <id>https://vilt.be/58077</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De maximale toegestane hoeveelheid antibiotica in ons voedsel is te hoog. Dat concludeert het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) uit een nieuwe studie. Vier weken lang kregen 20 vrijwilligers dagelijks de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) van ciprofloxacine, een veelgebruikt antibioticum wereldwijd. Een veilige dosis in theorie, maar dat bleek niet het geval. Het ITG vraagt om de huidige regelgeving te herzien. Maar bevat onze voeding werkelijk zoveel antibiotica als de studie impliceert?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="antibiotica" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3095f4a0-91bb-4b07-9f2c-241ae4a1dbdb/full_width_denangelusbiefstuk.jpg</image>
                                        <content>Professor diergeneeskunde Jeroen Dewulf is voorzitter van AMCRA, een kenniscentrum opgericht om antibioticagebruik bij dieren te reduceren. Volgens hem weerspiegelt de proef niet de realiteit. Een zeer groot aandeel van de dieren die we eten, zijn nooit behandeld geweest met antibiotica. “De framing is totaal fout. De stelling dat er in alle vlees antibiotica aanwezig is, zelfs in hele lage concentraties, slaat nergens op”, zegt hij. Antibioticagebruik in de veehouderij is sinds 2011 met 60 procent gedaald Het probleem van antibioticagebruik bij mensen is volgens Dewulf slechts in “absoluut verwaarloosbare” mate te wijten aan onze voeding. Hoewel Belgische landbouwdieren ooit nog preventief antibiotica kregen om ziektes te vermijden, is dat vandaag absoluut niet meer het geval. “Preventief gebruik van antibiotica is verboden, en de sector heeft zeer veel inspanningen geleverd om het gebruik ook in andere gevallen te minderen”, zegt hij. “Antibioticagebruik in de veehouderij is sinds 2011 met 60 procent gedaald. Dat kunnen we niet zeggen van de humane geneeskunde. Antibiotica zal soms nog worden toegediend bij erg zieke dieren – als dat nodig is om hun welzijn te garanderen – maar dat gebeurt meestal alleen bij jonge dieren die zeer ver verwijderd zijn van de slacht.”Antibiotica bij dieren steeds zeldzamerDat de studie uitgaat van een worst case scenario, waarbij een consument vier weken lang toevallig vlees eet dat telkens de maximaal toegelaten hoeveelheid antibiotica bevat, leidt volgens Dewulf tot verkeerde conclusies. “In theorie kan het wel, maar wat men eruit besluit gaat niet één, maar meerdere bruggen te ver. In de studie gebruikt men een rood antibioticum. Antibiotica worden gesorteerd met de kleurcodes geel-oranje-rood om het risico op resistentie weer te geven. Rode antibiotica hebben een hoog risico, en dus mogen ze enkel worden gebruikt als men kan bewijzen dat er geen alternatieven zijn. Dat komt zelden voor. Sinds 2011 is het gebruik van rode antibiotica met 81 procent gedaald. Bij runderen wordt dit middel niet gebruikt, bij varkens ook niet. Enkel bij pluimvee, af en toe, wanneer het echt nodig is. Er zitten dus heel wat veralgemeningen in de studie die niet correct zijn.”Toch ziet Dewulf met spijt dat de dierlijke sectoren opnieuw een deuk krijgen in hun imago. “Ik lees de berichtgeving die volgt op deze studie. Dierenartsen en veeboeren worden weer eens geviseerd en dat is absoluut niet terecht.” De meeste kweekvis die we kopen, komt van buiten Europa. Voor het antibioticagehalte van deze producten steek ik mijn hand niet in het vuur Wat met importvoeding?Eén belangrijke kanttekening mag men echter niet vergeten: niet alle voeding die we eten, is gemaakt volgens de strenge Europese normen. Sommige producten worden uit andere werelddelen geïmporteerd. “De aquacultuursector in België bijvoorbeeld is zeer klein”, zegt Dewulf. “De meeste kweekvis die we kopen, komt van buiten Europa. Denk aan Zuid-Amerika, Azië en delen van Afrika. Voor het antibioticagehalte van deze producten steek ik mijn hand niet in het vuur. Een doctoraatstudent van mij werkt rond antibioticagebruik in Pakistan. Daar wordt zeer veel antibiotica gebruikt tot dicht bij het moment van slacht. Dat gebeurt hier niet.”Jaarlijkse controlesHet Federaal Voedselagentschap FAVV bevestigt eveneens dat het feitelijke antibioticagebruik in onze voedingssector zeer laag ligt. “De aanwezigheid van natuurlijke (lichaamseigen) en potentieel ziekmakende bacteriën, evenals hun resistentie tegen antibiotica, wordt elk jaar in het slachthuis onderzocht en geanalyseerd”, zegt woordvoerder Hélène Bonte. “De veterinaire sector en de veehouderij hebben enorme inspanningen geleverd om het antibioticagebruik te doen dalen”, aldus nog het FAVV. ITG: &quot;Wél stijging wereldwijd&quot;Of de beleidsmakers zullen ingaan op de oproep van ITG om de antibioticalimieten in onze voeding bij te stellen, is afwachten. ITG-professor Chris Kenyon hoopt van wel. &quot;We zijn het eens met Jeroen Dewulf dat de concentraties antibiotica die in de vleesindustrie in België worden gebruikt, aanzienlijk zijn gedaald&quot;, zegt hij. &quot;Dit geldt echter niet wereldwijd, waar deze hoeveelheid elk jaar toeneemt. Er zijn ook recente studies&amp;nbsp;uit Europa en het Verenigd Koninkrijk die aantonen dat de concentraties antibiotica in voedsel vaak vele malen hoger zijn dan de maximaal toegestane limieten (MRL&#039;s). Er zijn ook een aantal studies die een verband leggen tussen het gebruik van antibiotica bij voedselproducerende dieren en antimicrobiële resistentie bij bacteriën bij mensen.&amp;nbsp;&quot;&quot;Uiteindelijk onderzochten we een zeer eenvoudige en concrete vraag. Kunnen de toegestane concentraties antibiotica in voedsel resistentie veroorzaken? Onze resultaten suggereren dat het antwoord ja is. We hebben ook vastgesteld dat de zogenaamde veilige limieten ons microbioom beïnvloeden. Tot slot, als je kijkt naar de criteria die EMA (European&amp;nbsp;Medicines&amp;nbsp;Agency, red.) en FAO hanteren om de MRL&#039;s of aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) te bepalen, dan zie je dat de inductie van antibioticaresistentie of het effect op het microbioom daar niet in zijn opgenomen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-20T09:15:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FAVV roept jagers op tot waakzaamheid: "Eén fout kan Belgische varkensexport opnieuw lamleggen"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/favv-roept-jagers-op-tot-waakzaamheid-een-fout-kan-belgische-varkensexport-opnieuw-lamleggen" />
            <id>https://vilt.be/58078</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nu het jachtseizoen officieel van start is gegaan, roept FAVV, het federaal Voedselagentschap, jagers op om extra waakzaam te zijn voor de Afrikaanse varkenspest. “De ziekte is zeer besmettelijk en dodelijk voor varkens en wilde zwijnen. Voor de mens is er geen risico, maar de economische gevolgen voor de Belgische varkenshouderij kunnen wel zeer verregaand zijn”, aldus het Voedselagentschap.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="afrikaanse varkenspest" />
                        <category term="jacht" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/492399c3-65ec-498b-902f-2f3e284a3df8/full_width_everzwijn-varkenspest-wildvarken-avp-1250.jpg</image>
                                        <content>In 2018 viel 70% van exportmarkten buiten EU wegDe laatste keer dat er in ons land Afrikaanse varkenspest werd vastgesteld, dateert van 2018. Hoewel er enkel wilde zwijnen werden besmet, had dit grote gevolgen voor de varkenssector. Maar liefst 29 landen buiten de Europese Unie stelden beperkingen in voor de invoer van Belgisch varkensvlees op hun grondgebied. Daardoor viel zo’n 70 procent van onze exportmarkt buiten de EU weg.Het kostte jaren onderhandelen en diplomatieke gesprekken vooraleer de meeste landen hun embargo weer hebben opgeheven. Zo is het pas sinds begin 2024 weer mogelijk om Belgisch varkensvlees naar China te exporteren. Andere landen hanteren nog steeds embargo’s en de gesprekken over de opheffing ervan, lopen nog. Verspreiding gebeurt vooral door menselijke activiteitenGezien die grote impact lanceert FAVV een brede oproep naar jagers om extra voorzichtig te zijn. Zeker omdat er deze zomer nog gevallen waren van Afrikaanse varkenspest op 180 kilometer van de Belgische grens, in het Duitse Noordrijn-Westfalen. “Bovendien stellen we vast dat de verspreiding van de ziekte vooral gebeurt door menselijke activiteiten, waaronder ook de jacht”, aldus FAVV.Om die reden lijst het agentschap de “gouden regels” en verplichtingen op die jagers moeten naleven. “We vragen om risicogebieden, zoals Oost-Europa, Duitsland, Italië en Griekenland, te vermijden en geen vlees of jachttrofeeën mee te nemen uit besmette regio’s. Voor en na de jachtactiviteit is het belangrijk om de jachtuitrusting, zowel wapens, voertuigen als schoeisel, te ontsmetten”, adviseert FAVV. Jagers spelen een essentiële rol. Door enkele eenvoudige maatregelen te respecteren, dragen zij rechtstreeks bij tot het behoud van onze veestapel en de bescherming van een hele economische sector Een andere belangrijke regel: wacht na contact met een wild zwijn 72 uur om een varkenshouderij te bezoeken. Etensresten, zoals een broodje met ham, worden beter niet achtergelaten in de natuur en tot slot raad FAVV aan om het eigen jachtgebied en de gezondheid van de wilde zwijnen in dat gebied nauwlettend in de gaten te houden. “Let op tekenen van ziekte bij de dieren. Meld onmiddellijk verdachte gevallen van zieke of dode zwijnen bij de gewestelijke diensten voor natuurbeheer”, klinkt het.Situatie blijft kwetsbaarOok federaal minister van Landbouw David Clarinval herinnert eraan dat de situatie kwetsbaar is. “We zijn al meerdere jaren vrij van Afrikaanse varkenspest en dat is een gezamenlijke prestatie waar we trots op mogen zijn. Toch is waakzaamheid voortdurend nodig”, benadrukt hij. “Jagers spelen daarbij een essentiële rol. Door enkele eenvoudige maatregelen te respecteren, zoals FAVV aanraadt, dragen zij rechtstreeks bij tot het behoud van onze veestapel en de bescherming van een hele economische sector.”</content>
            
            <updated>2025-10-20T13:03:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Jonge landbouwers trekken investeringsgolf in emissiearme stallen op gang]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwers-investeren-fors-in-emissiearme-stallen" />
            <id>https://vilt.be/58079</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In de eerste helft van 2025 hebben Vlaamse landbouwers al meer geïnvesteerd in ammoniakemissiereducerende systemen en emissiearme nieuwbouwstallen dan in het volledige jaar 2024. Vooral jonge landbouwers trekken die trend mee op gang. Hun aandeel in de totale steun steeg van 39 procent in 2023 naar 60 procent in de eerste helft van 2025.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bdd9aa1e-8a41-4dc9-a649-2793b1b6e4f5/full_width_nieuwbouwloodsstallenbouwtoelevering.jpg</image>
                                        <content>Tegen 2030 moeten heel wat veehouders de ammoniakuitstoot van hun bedrijf fors verlagen. Om te kunnen blijven verder boeren moeten pluimvee- en varkenshouders zonder emissiearme stal binnen vijf jaar een reductie van 60 procent realiseren. Dit zet velen aan om te investeren in ammoniakemissiereducerende (AER) technieken.Zo werd in de eerste twee kwartalen van 2025 al 46,5 miljoen euro aan steun uit het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) toegekend voor investeringen in AER-systemen en emissiearme nieuwbouwstallen. Hiermee ligt het bedrag nu al hoger dan de 45,2 miljoen euro steun die in heel 2024 werd toegekend. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) bekendmaakt. Ze werden opgevraagd door Vlaams parlementslid Els Robeyns (Vooruit).Vooral jonge landbouwers nemen het voortouw: zij konden rekenen op 27,7 miljoen euro VLIF-steun. Goed voor een aandeel van 60 procent momenteel. Ook vorig jaar ging iets meer dan de helft van de steun naar jonge landbouwers (55%). In 2023 was dit slechts 39 procent.“De totale toegekende VLIF-bedragen tonen duidelijk dat onze landbouwers volop inspanningen leveren om hun stikstofuitstoot te verlagen. En het bewijst dat de investeringssteun die we voorzien ook wordt ingezet. Ik vind het bijzonder positief dat vooral jonge landbouwers investeren en zo tonen dat ze een toekomst zien in de Vlaamse landbouw,” zegt minister Brouns. Landbouwers investeren fors in nieuwe stallenVoor nieuwe stallen kunnen landbouwers 40 procent steun krijgen, voor een jonge landbouwer loopt dat zelfs op tot 65 procent. Voor investeringen in een AER-techniek bij een bestaande stal, zoals een luchtwasser of mestrobot, kunnen landbouwers tot 80 procent steun krijgen.Na twee jaren van terughoudendheid lijkt het investeringsklimaat in nieuwe stallen voor oudere landbouwers ook opnieuw aan te trekken. De 40%-steun is in de eerste helft van 2025 al meer dan verdubbeld tegenover heel 2024. Ook bij de 80%-steun, bedoeld voor landbouwers die investeren in AER-technieken, ligt het bedrag op koers om het niveau van vorig jaar te overtreffen. Er werd al 16,5 miljoen euro toegekend, tegenover 19,5 miljoen euro in heel 2024.“Bovendien werken we volop aan de uitbreiding van de AER-lijst met nieuwe technieken. Door die innovaties in het regelgevend kader op te nemen, geven we landbouwers rechtszekerheid en moedigen we hen nog sterker aan om te investeren in circulaire en emissiearme technieken die passen bij hun bedrijf,” benadrukt minister Brouns.De verwachting is dat het totale selectiebedrag in 2025 nog verder zal oplopen tot 110 miljoen euro.</content>
            
            <updated>2025-10-20T13:28:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voor het eerst in 700 jaar geen koeien op wintermarkt Sint-Lievens-Houtem door IBR]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ibr-voor-het-eerst-in-700-jaar-geen-koeien-op-wintermarkt-sint-lievens-houtem" />
            <id>https://vilt.be/58080</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Geen koeien, maar wel nog paarden op de enige openluchtveemarkt in Vlaanderen. De Winterjaarmarkt van het Oost-Vlaamse Sint-Lievens-Houtem trekt jaarlijks meer dan 40.000 bezoekers, ten dele dankzij zijn traditionele veemarkt met meer dan 900 runderen. Door de uitbraak van IBR of ‘koeiengriep’ blijven de koeien voor het eerst in 700 jaar op stal.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Paardenhouderij" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="markt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4ae2422b-823d-4031-a264-166b10e59963/full_width_jaarmarkt-sint-lievens-houtem-veiling-vee-2.jpg</image>
                                        <content>De jaarmarkt in Sint-Lievens-Houtem begint met een winterdip. Vorig jaar heeft de gemeente het rundergedeelte van zijn traditionele winterjaarmarkt, die erkend is als Unesco-werelderfgoed, dankzij uitgebreide testing toch nog kunnen laten doorgaan. Met een kostprijs van 30 euro per bloedstaal konden de organisatoren garanderen dat de veemarkt IBR-proof zou zijn.Niet veiligOok dit jaar had de gemeente maar al te graag de bloedproeven bekostigd om de veemarkt toch maar te laten doorgaan. Maar omdat de IBR-verspreiding dit jaar nog erger is dan het jaar voordien, kan het federaal Voedselagentschap (FAVV) de veemarkt zelfs met deze voorzorgsmaatregelen niet toelaten.“Het FAVV heeft een uitgebreide risicoanalyse uitgevoerd”, zegt woordvoerder Hélène Bonte. “Sinds eind augustus is het aantal IBR-positieve bedrijven in Oost-Vlaanderen (Meetjesland) sterk toegenomen. Tot nu toe is de ziekte vastgesteld op zes bedrijven. De laatste haard werd begin vorige week nog bevestigd. De regio in en rond Aalter, Nevele, Knesselare, Lievegem en Evergem geldt momenteel als hoog-risicogebied voor IBR, met veel viruscirculatie. Het agentschap gaf daarom een negatief advies aan minister David Clarinval (MR). De minister volgde dit advies.” Houtemnaren zoeken alternatiefBurgemeester van Sint-Lievens-Houtem Tim De Knyf betreurt dat er geen koeien zullen zijn op de winterjaarmarkt. “Voor de Houtemnaar valt dit redelijk zwaar”, zegt hij. “Het gaat hier om de laatste openluchtveemarkt in Vlaanderen. De jaarmarkt bestaat al meer dan 700 jaar en de verkoop van vee – meer dan 900 koeien – is hier altijd al een onderdeel van geweest. We betreuren het enorm. Het uitzicht en de geur van de beesten, dat zorgde mee voor de sfeer van onze jaarmarkt. De bezoekers willen meemaken hoe de beesten verhandeld worden met handjesklap en dat zal nu niet kunnen. Maar bij de meesten is er wel begrip voor de situatie.” We maken van de nood een deugd en zetten het paard centraal Desondanks belooft de burgemeester dat de winterjaarmarkt dit jaar een boeiende editie wordt. “We maken van de nood een deugd en zetten het paard centraal. Deze dieren maken ook al 700 jaar uit van onze winterjaarmarkt. We zullen hen nu meer centraal stellen onder de markthal met paardenshows, keuringen enzovoort. Normaal hebben we bijna 1.000 paarden, dit keer kunnen het er meer worden. We hebben ook ezels. Het zal een fantastische editie worden, al willen we volgend jaar de runderen graag terug.”Nog steeds een hoge opkomst verwachtOndanks het gewijzigde programma, verwacht De Knyf dat de markt ook dit jaar mooie bezoekersaantallen zal kennen. “De winterjaarmarkt is een totaalbelevenis. Buiten de runderen gaan er nog veel dieren zijn. Je hebt de marktkramers, een tent in het thema van Het Zwarte Woud waar ze specialiteiten verkopen van de regio. Er zijn ook de kermis, de gelegenheidscafés en mensen die tractoren en andere apparatuur verkopen. Er valt hier zoveel te beleven dat we niet verwachten dat mensen nu zullen thuisblijven, zelfs al zal deze editie wel anders zijn.”De komende editie van de winterjaarmarkt zal doorgaan op 10, 11 en 12 november.</content>
            
            <updated>2025-10-20T15:23:51+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eeuwig jong dankzij prei: studenten zetten preiafval om in groene energie en dagcrème]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eeuwig-jong-dankzij-prei-studenten-zetten-preiafval-om-in-groene-energie-en-dagcreme" />
            <id>https://vilt.be/58081</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een team van drie studenten van de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent heeft een bioreactor ontwikkeld voor preiafval. Het project ‘AllioNova’ zet de preiresten om in duurzame grondstoffen voor hernieuwbare brandstof en natuurlijke verjongingszalf genaamd ‘On Fleek’. Met hun uitvinding haalden de jongeren de tweede plaats in de Europese finale van de Bio-based Innovation Student Challenge Europe (BISC-E).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="reststromen" />
                        <category term="voedselverlies" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1d69fe18-5c14-4c07-91b6-5009b143d71f/full_width_preigroen-veld.jpg</image>
                                        <content>Jaarlijks wordt in België tot 60.000 ton prei-afval weggegooid. Studenten Gurjot Kaur, Emilia Chmiel en Yarn Maes ontwikkelden een bioreactor die gebruik maakt van een milieuvriendelijk, solventvrij proces om polyfenolen en suikers uit prei te winnen. De polyfenolen, waaronder quercitrin en astragalin, vormen de basis voor een natuurlijke verjongingszalf met sterke antioxidatieve en fotobeschermende eigenschappen. De resterende suikers worden verder verwerkt tot bio-ethanol, een tweede generatie biobrandstof.“We wilden tonen dat wat vandaag als afval wordt gezien, morgen een waardevolle grondstof kan zijn,” zegt student Gurjot Kaur. “Onze technologie combineert lokale landbouw, duurzame chemie en circulaire economie in één systeem.” Duurzaam en economisch haalbaarDe innovatie van AllioNova past volgens de studenten perfect binnen de Europese Green Deal en de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN. De reactor verhoogt de opbrengst aan polyfenolen en suikers met 25 tot 50 procent ten opzichte van traditionele methoden, zonder het gebruik van schadelijke oplosmiddelen. Bovendien kan de technologie eenvoudig opgeschaald worden voor andere plantaardige reststromen, zoals appelpulp of aardappelschillen.Volgens de economische simulatie van het team is het concept ook commercieel levensvatbaar: naast bio-ethanol genereert het project inkomsten uit cosmetica en nevenstromen die kunnen dienen als diervoeder of bodemverbeteraar.De studenten kregen voor hun werk een zilveren medaille op de Europese BISC-E-finale, een prijs die beloftevolle studenten uit heel Europa samenbrengt. De UGent-studenten vertegenwoordigden België en namen het op tegen teams uit onder meer Duitsland, Spanje, Finland en Nederland.“AllioNova illustreert hoe onze studenten wetenschap, ondernemerschap en duurzaamheid weten te verbinden,” zegt Nathan De Geyter, die het project van de studenten heeft begeleid. “Ze zijn het levende bewijs van de innovatieve kracht die binnen onze faculteit aanwezig is.”</content>
            
            <updated>2025-10-20T15:23:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hooibeekhoeve krijgt samen met Global Farm Platform internationale erkenning van FAO]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/duurzaam-global-farm-platform-krijgt-internationale-erkenning" />
            <id>https://vilt.be/58082</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Global Farm Platform (GFP) heeft een prestigieuze erkenning ontvangen van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO). Het wereldwijd netwerk van onderzoekscentra en landbouworganisaties, waaronder de Hooibeekhoeve, kreeg de onderscheiding tijdens een officiële ceremonie in Rome naar aanleiding van het 80-jarig bestaan van de FAO en het World Food Forum.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/98c15d32-4d7f-4b17-b6b6-8900cc4fc8c5/full_width_jordana-rivero-en-thanawat-tiensin.jpg</image>
                                        <content>Global Farm Platform werkt volgens een hub-and-spoke-model: onderzoeksboerderijen fungeren als hubs waar nieuwe kennis wordt ontwikkeld, terwijl lokale landbouwers (de spokes) die kennis toepassen en verder verspreiden. Zo worden innovatieve oplossingen afgestemd op lokale contexten, van kleinschalige boeren in Afrika tot melkveehouders in Vlaanderen.Van Afrika tot AntwerpenZo heeft het Small-Scale Livestock and Livelihoods Programme in Malawi het inkomen van boeren met 30 tot 50 procent verhoogd en helpt het Palo a Pique-project in Uruguay om bodemvruchtbaarheid te verbeteren via natuurlijke landbouwmethodes.Dichter bij huis maakt het provinciaal proef- en vormingscentrum Hooibeekhoeve uit Geel sinds 2024 deel uit van dit wereldwijde netwerk. Met zijn expertise rond melkvee, voederteelt en klimaatadaptieve landbouwmethodes versterkt Hooibeekhoeve de brug tussen internationaal onderzoek en Vlaamse landbouwpraktijk.&quot;De Hooibeekhoeve is al jaren een plek waar theorie en praktijk samenkomen”, zegt Jinnih Beels (Vooruit), gedeputeerde voor Landbouw van de provincie Antwerpen. “Wat onderzoekers hier bedenken, wordt getest op het veld, en wat landbouwers op het terrein ervaren, vloeit terug naar het onderzoek. Dat is precies wat deze samenwerking met het Global Farm Platform zo waardevol maakt.” Op zes continenten actiefGFP telt inmiddels 19 onderzoekscentra en 28 partnerorganisaties verspreid over zes continenten. Het platform werkt aan projecten rond klimaatvriendelijke veeteelt, biodiversiteit en voedselzekerheid. In de afgelopen 12 jaar voerde GFP meer dan 15 internationale projecten uit, ondersteunde het tientallen jonge onderzoekers wereldwijd en publiceerde het bijna 200 wetenschappelijke artikelen.“Deze erkenning van de FAO bevestigt dat ons model werkt,” zegt dr. Jordana Rivero, voorzitter van GFP. &quot;We brengen wetenschap en praktijk samen en zoeken oplossingen die werken voor zowel landbouwers als het milieu. Samen bouwen we aan een duurzamere toekomst.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-20T17:05:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU wil glyfosaat en TFA opnemen in kwaliteitsnormen voor water]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-wil-glyfosaat-en-tfa-opnemen-in-kwaliteitsnormen-voor-water" />
            <id>https://vilt.be/58083</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie stelt voor om meer gewasbeschermingsmiddelen op te nemen in de Europese milieukwaliteitsnormen voor oppervlakte- en grondwater. Dat gebeurt in het kader van een actualisering van de waterwetgeving. Ook trifluorazijnzuur (TFA) wordt toegevoegd als nieuwe stof om te reguleren. “Het voorstel zorgt ervoor dat de Europese waterwetgeving gelijke tred houdt met de wetenschap en rekening houdt met opkomende verontreinigende stoffen”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="PFOS" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c70daae9-1e3a-4d92-b4f0-f60ef8f2269f/full_width_grachtbeekwaterloopdenderbelle.jpg</image>
                                        <content>De Europese Unie verplicht alle lidstaten om hun oppervlaktewateren, zoals rivieren en meren, en hun grondwateren tegen 2027 in een goede kwaliteit toestand te brengen. Om dat te realiseren, moet het water voldoen aan een reeks van milieukwaliteitsnormen. De beoordeling gebeurt volgens het principe van “one out, all out”. Dit wil zeggen dat als één parameter niet aan de norm voldoet, het waterlichaam als geheel niet in goede kwaliteit is. In België verkeert momenteel geen enkele waterloop in goede toestand. De knelpunten liggen zowel bij ecologische parameters met betrekking tot nitraten, gewasbescherming en afvalwaterlozing als bij chemische parameters zoals kwik, PFOS en heptachloor. Update lijst prioritaire stoffenDe reeks Europese milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater zijn gebaseerd op een lijst met 45 prioritaire stoffen die een negatieve invloed hebben op oppervlakte- en grondwater. Uit onderzoek in 2019 bleek dat deze lijst niet langer strookt met de huidige wetenschappelijke inzichten en aan een update toe is. In hetzelfde kader worden ook de normen voor verontreinigende stoffen in grondwater geactualiseerd. Na veel onderhandelen bereikten de Europese Raad en het Parlement daarover vorige maand een akkoord.Voor oppervlaktewater wil het voorstel de stoffenlijst sterk uitbreiden. Er worden onder meer actieve stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen aan toegevoegd, waaronder glyfosaat. Daarbovenop wil de EU niet alleen de afzonderlijke gewasbeschermingsmiddelen, maar ook hun gezamenlijke hoeveelheid reguleren. Zo wordt een somnorm voorgesteld van 0,2 microgram per liter. Glyfosaat valt daar niet onder, de norm heeft enkel betrekking op stoffen die in de huidige wetgeving als prioritaire verontreinigende stof zijn aangemerkt.Ook voor PFAS stelt de EU zo’n somnorm voor. Daar zou de maximumconcentratie van 25 PFAS-stoffen liggen op 0,0044 microgram per liter. Eén van die 25 PFAS is trifluorazijnszuur (TFA). De kleinste telg uit de PFAS-familie duikt daarbij voor de eerste keer op in de Europese milieukwaliteitsnormen voor oppervlakte- en grondwater. Wat is TFA?TFA wordt gebruikt als proceshulpstof in onder meer de farmaceutische sector en bij de productie van verf en werkkledij. De stof ontstaat ook als bijproduct wanneer aircogassen in auto’s in de atmosfeer afbreken of wanneer fluorhoudende gewasbeschermingsmiddelen afgebroken worden in de bodem. TFA breekt niet af in het milieu en bleef lange tijd grotendeels onopgemerkt, omdat het om een zeer kleine PFAS-verbinding gaat. Recente studies tonen aan dat de kleine stof inmiddels wijdverspreid in het milieu aanwezig zou zijn. Ook voor grondwater houdt het voorstel een actualisering in. Zo wordt onder meer een somnorm voorgesteld voor PFAS met een maximumwaarde voor 4 PFAS, TFA zit daar niet bij.“Momenteel is niet duidelijk of de wijzigingen van de milieukwaliteitsnormen een politiek akkoord is, dan wel een wetenschappelijke benadering”, reageert Boerenbond op zijn website. De landbouworganisatie benadrukt dat de nieuwe normen wetenschappelijk onderbouwd moeten zijn en dat er vooraf een grondige impactanalyse moet worden uitgevoerd. “Correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen moet mogelijk blijven.”Nieuwe monitoringVoor oppervlaktewater introduceert het voorstel ook een nieuwe monitoringsmethode; effect-based monitoring. Daarbij wordt gekeken naar de biologische effecten die de verontreinigende stoffen samen teweegbrengen. Zo komen niet alleen de aanwezige concentraties, maar ook de impact van de verontreiniging beter in beeld. Het ‘one out, all out’-principe blijft daarbij ongewijzigd.Het akkoord voorziet ook om op EU-niveau de oprichting van een gemeenschappelijke meetfaciliteit te onderzoeken. Lidstaten kunnen hiervan gebruikmaken bij het ontwikkelen van nieuwe analysemethoden en het monitoren van prioritaire stoffen. “Verslechtering” beter gedefinieerdDaarnaast wordt ook de definitie van achteruitgang van de toestand van waterlichamen in de compromis explicieter omschreven. Hoewel de Kaderrichtlijn Water (KRW) al een verbod bevat op verslechtering van de chemische en ecologische toestand, was dit een vrij globale definitie van het begrip achteruitgang. Landen zoals Nederland en Duitsland pleitten eerder al voor een verduidelijking van dit begrip. Als de definitie wordt gevolgd die het Hof van Justitie interpreteert, blijken projecten met een tijdelijk kortetermijneffect van verslechting, maar zonder langetermijngevolgen en projecten met een ‘netto negatief effect’ ook onder de Kaderrichtlijn Water te vallen.Het gaat om projecten rond renaturatie, waterloopbeheer - zoals het verbreden of baggeren van waterlopen - of andere ingrepen waarbij grondverzet nodig is. Activiteiten die vaak noodzakelijk zijn, maar die door de strikte interpretatie van het Hof niet meer uitvoerbaar zijn.Het nieuwe voorstel sluit nu expliciet aan bij de strikte definitie maar schrijft meteen ook twee vrijstellingen uit. Eén voor tijdelijke achteruitgang van korte duur die geen blijvende impact heeft en één bij verplaatsing van verontreiniging zonder dat de totale hoeveelheid verontreiniging toeneemt binnen een waterlichaam. Volgende stappenDe compromistekst moet nog formeel worden goedgekeurd maar dit lijkt geen struikelblok te zullen zijn. Na publicatie van de definitieve richtlijn in het EU-publicatieblad zullen de lidstaten tot eind december 2027 de tijd krijgen om de nieuwe regels om te zetten in nationale wetgeving. Voor de nieuwe prioritaire stoffen zouden lidstaten tot 2039 krijgen om aan de normen te voldoen, met onder voorwaarden uitstel tot 2045. Voor stoffen waarvoor herziene en strengere milieukwaliteitsnormen gelden in oppervlaktewater, is de deadline al in 2033. Voor bestaande prioritaire stoffen blijft de deadline van 2027 gelden.</content>
            
            <updated>2025-10-20T20:55:50+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Staking bij Clarebout Potatoes voorbij zonder akkoord over premie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/staking-bij-clarebout-potatoes-voorbij-zonder-akkoord-over-premie" />
            <id>https://vilt.be/58084</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De staking bij aardappelverwerker Clarebout Potatoes is voorbij. Een akkoord over een premie is er echter niet. Dat is vernomen bij vakbonden en directie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1f372c0b-a6ae-4221-b51e-7312b3ea6ce4/full_width_aardappelverwerkingwielsbeke-agristo.jpg</image>
                                        <content>Bij de producent van diepvriesfrieten werd de voorbije twee weken gestaakt. Het personeel eiste een eenmalige bonus voor hun inzet nu het bedrijf wordt verkocht aan een Amerikaanse concurrent. Maar de vakbond en de directie geraakten het niet eens over het bedrag van de premie. Zo werd het voorstel van de directie verworpen waarbij elke werknemer 500 euro netto zou krijgen, oplopend tot 1.000 euro afhankelijk van de anciënniteit. Hoeveel de werknemers precies vragen, is niet duidelijk.Intussen is wel iedereen opnieuw aan het werk. &quot;Er zijn geen stakers meer, en ook geen acties bij het bedrijf. Alle lijnen draaien. De productie draait aan 90 procent&quot;, zegt Clarebout-woordvoerder Raphael Tassart en wordt bevestigd door vakbond ABVV. Dat iedereen opnieuw aan het werk is, betekent niet dat het overleg volledig afgerond is. &quot;We hopen op een constructief gesprek met de werkgever rond de situatie&quot;, aldus ABVV.Eigenaar Jan Clarebout zei eerder al dat hij de voorgestelde premie zou storten aan het personeel, ook al is er geen sociaal akkoord. De storting is evenwel nog niet gebeurd. &quot;Dat zal pas gebeuren als de overname van Clarebout door Simplot is gefinaliseerd&quot;, zegt de woordvoerder.Clarebout Potatoes wordt verkocht aan de Amerikaanse concurrent Simplot. Een overnamebedrag werd nooit bekendgemaakt. Het zou gaan om enkele miljarden euro&#039;s. Clarebout is gespecialiseerd in diepvriesfrieten voor private labels, waar het een wereldspeler in is. Er werken 3.000 mensen voor Clarebout, in vestigingen in West-Vlaanderen, Henegouwen en Duinkerke in Frankrijk.</content>
            
            <updated>2025-10-21T17:18:26+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bietenteler Thomas Moors uit Riemst siert verpakking Tiense Suiker na succes van zijn vlogs]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bietenteler-thomas-moors-uit-riemst-siert-verpakking-tiense-suiker-na-succes-van-zijn-vlogs" />
            <id>https://vilt.be/58085</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wat begon als een reeks vlogs over het boerenleven, groeide voor Thomas Moors uit Riemst uit tot iets veel groters. Zijn filmpjes voor de #Veldvloggers-rubriek van VILT werden goed ontvangen door het publiek én door Tiense Suiker. Vandaag prijkt Thomas op de verpakking van het suikermerk en vertegenwoordigt hij als ambassadeur het ‘duurzame landbouwprogramma’ van Tiense Suiker.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="biet" />
                        <category term="suiker" />
                        <category term="akkerbouw" />
                        <category term="duurzaam" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d9a57329-195e-4707-b622-5040fedaf864/full_width_thomas-moors-tiense-suiker.jpg</image>
                                        <content>Al 15 generaties is de familie Moors uit Vlijtingen actief in de landbouw. Thomas combineert een gesloten varkenshouderij met akkerbouw en is de vierde generatie die zich bezighoudt met suikerbietenteelt. Voortaan is de twintiger niet enkel terug te vinden op zijn boerderij, maar ook op de verpakkingen van Tiense Suiker.“Het begon vorig jaar, toen ik voor VILT een tiental vlogs maakte over mijn ervaringen als landbouwer en mijn liefde voor het beroep”, vertelt Thomas aan Het Belang van Limburg. “De vlogs werden zo goed ontvangen dat ook Tiense Suiker ze opmerkte. Via de agronomen Dominique Van Goidsenhoven en Erwin Boonen namen ze contact op om iets soortgelijks voor hen te maken. Zo ging de bal aan het rollen.” Ambassadeur duurzaam landbouwprogrammaThomas is één van de 1.000 Belgische bietentelers die deelnemen aan het ‘duurzame landbouwprogramma’ van Tiense Suiker. Het programma richt zich op het verduurzamen van het hele proces, van akker tot fabriek. Belangrijke onderdelen zijn het minimaliseren van gewasbescherming door beter rasonderzoek, het bevorderen van biodiversiteit met onder andere bloemenstroken, en het efficiënt gebruik van water en energie. Inmiddels tekende meer dan een derde van de telers van het merk in.“Het programma stimuleert landbouwers om bewuste keuzes te maken en hun teelt stap voor stap duurzamer te maken, op basis van wetenschappelijke inzichten en datagedreven opvolging”, aldus de suikerfabriek. “Sinds 2024 neemt Thomas deel aan het programma, en nu wordt hij daar het gezicht van.” Duurzaamheidsacties“Binnen het duurzaamheidsprogramma kunnen we, met steun van Tiense Suiker, verschillende duurzaamheidsacties uitvoeren, samen met wetenschappelijke partners”, legt Thomas uit. De voormalige Agro- en Biotechnologie-student uit Geel licht enkele voorbeelden toe: “We leggen bloemenstroken aan rond de akkers voor biodiversiteit en landschapswaarde. In het najaar zaaien we groenbemesters zoals mosterd en Japanse haver met facelia als voorteelt voor de bieten. Daarnaast gebruiken we alleen organische meststoffen uit onze eigen varkensstallen.”Ook de bodem krijgt veel aandacht. “Onze akkers worden regelmatig geanalyseerd, zodat we precies weten welke voedingsstoffen nodig zijn en het gebruik van minerale meststoffen kunnen afstemmen. Dat vermindert de CO₂-uitstoot zonder verlies van opbrengst.”Thomas benadrukt het belang van duurzame landbouw voor de toekomst: “Landbouw is een grote verantwoordelijkheid, voor mijn bedrijf, voor het land en voor toekomstige generaties. Ik wil mijn grond in de best mogelijke staat kunnen doorgeven. Maar het is niet altijd makkelijk om in de wirwar van informatie te bepalen wat écht duurzaam is en wat niet. Het is fijn dat de industrie ons daarin ondersteunt. Ik ben trots nu het gezicht te mogen worden van die duurzame en bewuste aanpak van Tiense Suiker.”Limited editionNaast Thomas krijgt ook Nicolas, een Waalse bietenteler uit Orp-Jauche die bloemenranden rond zijn velden zaait, een eigen verpakking. Van nu tot het einde van het jaar zijn de &#039;limited edition&#039; pakjes fijne bietensuiker verkrijgbaar bij alle Belgische retailers.“Met deze tijdelijke verpakkingen willen we de lokale landbouwers achter onze suiker in de kijker zetten”, zegt Anna Pietraszek, marketing manager bij Tiense Suiker. “Onze telers werken dagelijks aan een betere bodem, meer biodiversiteit en minder uitstoot, met kennis, technologie en passie voor het vak. Hun inzet voor een toekomstbestendige Belgische landbouw verdient een plek op onze verpakkingen.”Herbekijk de volledige #Veldvloggers-reeks met Thomas op het Youtube-kanaal van VILT.</content>
            
            <updated>2025-10-21T18:02:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse machinebouwer is internationaal actief: "Over vijf jaar is de tomatenplukrobot ingeburgerd"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-machinebouwer-is-internationaal-actief-over-vijf-jaar-is-de-tomatenplukrobot-ingeburgerd-in-de-tomatenteelt" />
            <id>https://vilt.be/58086</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De machines voor de serreteelt van Bogaerts Greenhouse Logistics worden over de hele wereld verkocht. Oprichter en zaakvoerder Joris Bogaerts surfte mee op de razendsnelle ontwikkeling en explosieve groei van de mondiale glastuinbouw. Sinds het stikstofarrest is de rek er in ons land uit en moet de machinebouwer het hebben van innovatie op bedrijfsniveau. Vooral automatisatie en robotisatie zijn hot topics in de sector. “Binnen vijf jaar is de tomatenplukrobot ingeburgerd in de tomatenteelt.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="glastuinbouw" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="robot" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/58210e66-b28e-418e-bdc2-b000d23a326d/full_width_bogaerts-logistics-machinebouwer.jpg</image>
                                        <content>Drones die rondvliegende motten in de kas versnipperen, volautomatische bewatering en voeding op plantniveau, precisiebesproeiing van gewasbeschermingsmiddelen, UV-robots voor de bestrijding van meeldauw en een robot die rijpe tomaten plukt: robotisatie en artificiële intelligentie doen hun intrede in de glastuinbouw en moeten de kosten drukken en de efficiëntie verbeteren.Eén van de bedrijven die het stuur van de glastuinbouw van de toekomst in handen heeft, is Bogaerts Greenhouse Logistics. Vanuit een gloednieuwe bedrijfssite in Hoogstraten ontwerpen en bouwen 250 medewerkers machines en toebehoren voor de serreteelt, van buisrailwagens tot spuittoestellen, oogstkarren, elektrische trekkers, UV-robots, verwerkingslijnen, enz. Krapte op de arbeidsmarktAutomatisatie en robotisatie zijn momenteel hot items in de serreteelt, vertelt oprichter en zaakvoerder Joris Bogaerts. “Robotisatie is zeker de toekomst. Het biedt onder meer een antwoord op de oplopende loonkosten en de krapte op de arbeidsmarkt. Het wordt ook steeds moeilijker om (seizoen)arbeiders uit Oost-Europa naar hier te halen.” Minder nieuwbouw en uitbreiding Robotisatie is ook voor Bogaerts van wezenlijk belang voor het voortbestaan van het bedrijf. “In het verleden bouwden we machines en toebehoren voor glastuinbouwers die hun bedrijf uitbreidden of kozen voor een nieuwbouw. Door de problematiek rond vergunningsverlening in Vlaanderen en Nederland is die markt grotendeels weggevallen, en moeten we het hebben van innovatie binnen bestaande bedrijven.”Door de strenge en snel veranderende regelgeving is het investeringsklimaat in ons land volgens Bogaerts matig. De machinebouwer verwacht dat dit zal leiden tot Vlaamse investeringen overzee. Hij wijst op het voorbeeld van Den Berk Délice, dat actief is in Marokko, en het Nederlandse bedrijf Agro Care, dat al jaren in Tunesië actief is en ook in landen als Duitsland en Frankrijk opereert.Bogaerts zelf is al langer overzees actief en genereert 70 procent van zijn omzet buiten België en Nederland. “We werken in 70 verschillende landen en hebben een dochteronderneming in Canada. Vooral Noord-Amerika is een belangrijke regio. Op dit moment hebben we bijvoorbeeld een project lopen bij een tomatenserre van 20 hectare, waar we de interne logistiek van A tot Z regelen”, klinkt het. Steeds minder gewasbeschermingsmiddelenHoewel vooral Nederlandse techniek de serrebouw wereldwijd domineert, zijn er wel degelijk regionale verschillen. Zo is de UV-robot sterk in opmars in de Vlaamse serreteelt. Dat zijn robots die ’s nachts autonoom door de aardbeirijen rijden en UV-licht verspreiden ter bestrijding van meeldauw. Hierdoor is de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen sterk afgenomen. Bogaerts heeft wereldwijd ruim meer dan 100 machines actief, waarvan drie kwart in België en Nederland.Dat wil volgens hem niet meteen zeggen dat de Vlaamse en Nederlandse glastuinbouw op dat gebied vooroploopt in de wereld. “De reden dat er hier zo veel UV-robots rondrijden, is eerder de milieuwetgeving. Steeds meer gewasbeschermingsmiddelen worden uit de markt gehaald, waardoor de sector aangewezen is op alternatieve bestrijdingsmethoden.” Tomatenplukrobot op komstDe volgende robot die de Vlaamse serres zal veroveren, is zonder twijfel de plukrobot, aldus Bogaerts. De Kempenaar vertelt dat er in Nederland al pilootprojecten lopen met tomatenplukrobots van diverse producenten. “Ik ben ervan overtuigd dat de tomatenplukrobot over vijf jaar gemeengoed zal zijn in de glastuinbouw.”Ook zelf heeft hij een plukrobot in ontwikkeling. Die zal binnenkort getest worden. Voor het testen beschikt Bogaerts over een eigen proefserre op het ouderlijk bedrijf in Loenhout. Daarnaast werkt hij veelvuldig samen met het Proefcentrum Hoogstraten en voert het ook testen uit bij naburige telers. Revolutionaire verandering in de glastuinbouwDe tuinderszoon heeft de sector sterk zien veranderen in de voorbije decennia. Het was juist die verandering die de start en groei van zijn bedrijf mogelijk maakte. “Ik was vertegenwoordiger bij een verdeler van tuinmachines en machines voor de serreteelt. Op een gegeven moment was er vraag naar een hogere schaarlift. Doordat de serres steeds hoger werden gebouwd, voldeden de bestaande schaarliften niet langer,” aldus de ondernemer.De schaarlift is nog steeds een belangrijk product in het gamma van Bogaerts, maar dat gamma is ondertussen flink uitgebreid. Jaarlijks rollen ruim 10.000 machines en toebehoren van de glastuinbouw van de productieband. “Behalve gestandaardiseerde producten bouwen we ook dedicated automatiserings- en sorteringslijnen voor glastuinbouwers,” aldus Bogaerts. Door de problematiek rond vergunningverlening in Vlaanderen en Nederland is de nieuwbouwmarkt grotendeels weggevallen en moeten we het hebben van innovatie binnen bestaande bedrijven Verhuizing en sterke groeiDoor de sterke groei bouwde het bedrijf enkele jaren geleden een nieuwe site op het industrieterrein van Hoogstraten. De nieuwbouw viel uitzonderlijk samen met een mindere periode rond de coronacrisis. “Normaal gezien gaat het altijd wel goed in een bepaalde regio waardoor er steeds afzet is, maar door corona viel alles stil”, klinkt het. Na corona volgde de energiecrisis en werd vooral de tomatenteelt overspoeld met allerhande virussen. “Dat waren wel moeilijke jaren”, vertelt Bogaerts.Hoewel er met de energiecrisis vragen rezen over de toekomst van jaarrond telen met belichting en verwarming, is Bogaerts heilig overtuigd van de toekomst van de glastuinbouw. “Is het niet hier, dan wel in Zuid-Europa. Mensen moeten eten, en er moet voedsel geproduceerd worden.”</content>
            
            <updated>2025-10-21T17:35:33+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[IBR-crisis in Vlaanderen: “Dringend gezamenlijke actie nodig”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ibr-crisis-in-vlaanderen-dringend-gezamenlijke-actie-nodig" />
            <id>https://vilt.be/58087</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De IBR-problematiek bij rundvee in Vlaanderen neemt opnieuw zorgwekkende proporties aan. In 2025 zijn al 42 nieuwe inslepen en haarden van deze besmettelijke virale ziekte vastgesteld, een recordaantal. Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) waarschuwt dat “snelle en gecoördineerde actie” nodig is om de controle te herwinnen, de handel veilig te houden en economische schade te beperken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f7d6f41e-b6af-4e0c-95cc-3c478d7d76f9/full_width_koe-melkvee.jpg</image>
                                        <content>Om dat te realiseren stelt DGZ een uitgebreid actieplan voor om de IBR-situatie in ons land opnieuw onder controle te brengen. Eén van de eerste stappen is de oprichting van een gemandateerde IBR-crisiscel, samengesteld uit vertegenwoordigers van de FOD Volksgezondheid, FAVV, Arsia en DGZ. Deze cel zou de bevoegdheid moeten krijgen om binnen de bestaande wetgeving maatregelen te nemen of noodreglementering voor te stellen. Daarnaast moet ze ook risicogebiedenkunnen bepalen, tijdelijke standstills van dierbewegingen kunnen invoeren en het systematisch testen binnen de afgebakende zones kunnen coördineren. Preventieve maatregelen&quot;Parallel aan de crisiscel worden preventieve acties opgezet om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Zo wordt de handel in risicogebieden tijdelijk beperkt en krijgen veehouders het dringende advies om geen dieren naar prijskampen of jaarmarkten te brengen&quot;, zo adviseert DGZ. Daarnaast wil het dat het FAVV gerichte controles zal uitvoeren op markten, handelstallen en verzamelcentra. &quot;Bij overtredingen moeten tijdelijke blokkeringen en bijkomende maatregelen kunnen worden opgelegd aldus het DGZ-actieplan. Aanpak van bronbesmettingHet vraagt ook dat afmestbedrijven volledig worden gescreend om hun infectiestatus te bepalen, zodat besmette bedrijven onmiddellijk geïdentificeerd kunnen worden. &quot;Voor gekende IBR-dragers vragen we een beperkte afmesttermijn, enkel na een risicoanalyse ter plaatse door het FAVV. Ook moeten diertransporten worden verzegeld zolang de dieren niet aantoonbaar vrij zijn van IBR en we willen dat er een tweede aankooponderzoek komt zolang handel niet veilig kan verlopen.&quot;DGZ wil ook dat veehouders en dierenartsen worden aangespoord om verdachte symptomen en sterfgevallen onmiddellijk te melden, zodat tijdige monstername en uitgebreide diagnostiek mogelijk zijn. Dat moet ook mogelijk zijn bij routineonderzoeken naar ademhalingsproblemen of abortusgevallen. Veilig transport en traceerbaarheidEen veiligere transportketen is volgens DGZ essentieel om nieuwe besmettingen te voorkomen. Daarom wordt voorgesteld om voorlopig enkel directe één-op-ééntransporten toe te staan. “Als een tussenstop onvermijdelijk is, moet een sluitende realtime tracering aantonen dat dieren niet in contact kwamen met runderen van een lager statuut,” aldus DGZ.Geïmporteerde dieren moeten bovendien op hun eerste locatie in quarantaine blijven tot een gunstig aankooponderzoek bevestigt dat ze vrij zijn van IBR. Tegelijk vraagt DGZ een striktere handhaving van de verplichte registratie van runderbewegingen, bij voorkeur realtime en digitaal, in overleg met de handelssector. &quot;Een aankopende veehouder moet op elk moment toegang hebben tot de volledige historiek van het verhandelde dier&quot;, meent de organisatie.Op locaties waar meerdere beslagen of operatoren actief zijn, vraagt DGZ een strikte epidemiologische scheiding. Bij contacten tussen dieren met verschillende gezondheidsstatussen moet onmiddellijk worden ingegrepen, aldus het crisisplan. Daarnaast benadrukt DGZ het belang van volledige reiniging en ontsmetting van vervoersmiddelen en naleving van bioveiligheidsmaatregelen door iedereen die betrokken is bij het vervoer van runderen. Door samen verantwoordelijkheid te nemen, kunnen we verdere verspreiding voorkomen en het vertrouwen in de Vlaamse rundveesector behouden Bioveiligheid en samenwerkingNaast technische maatregelen wil DGZ ook inzetten op bewustwording. Bezoekers van rundveebedrijven moeten geregistreerd worden en bioveiligheid moet uitgroeien tot een vaste praktijk in de sector.Tot slot onderstreept DGZ dat samenwerking cruciaal is om de IBR-crisis te bezweren. “Elke veehouder die getroffen wordt door IBR is een slachtoffer en verdient economische en psychologische ondersteuning,” klinkt het. “Door samen verantwoordelijkheid te nemen, kunnen we verdere verspreiding voorkomen en het vertrouwen in de Vlaamse rundveesector behouden.”</content>
            
            <updated>2025-10-21T20:41:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eerste vogelgriepbesmetting van het seizoen vastgesteld in Luik]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eerste-vogelgriepbesmetting-van-het-seizoen-vastgesteld-in-luik" />
            <id>https://vilt.be/58088</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een eerste geval van vogelgriep is vastgesteld bij een hobbyhouderij in Welkenraedt. Dat bevestigt het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Omdat het om een hobbyhouder gaat, behoudt België voorlopig zijn vogelgriepvrije status. Om die zo lang mogelijk te behouden, zal het FAVV aan federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) vragen om opnieuw een afschermplicht voor alle geregistreerde pluimveehouderijen in te voeren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c2e53e4a-588c-4551-84eb-3b7f923cbf39/full_width_leghenkippluimveevogelgriepophokplicht-1250.png</image>
                                        <content>Wilde watervogels hebben vogels van een hobbyhouder in de provincie Luik besmet met hoogpathogene aviaire influenza van het type H5N1. Er werden geen beperkingszones afgebakend, omdat het om een klein aantal vogels ging en het risico op verspreiding van het virus daardoor zeer gering is. België behoudt daarom voorlopig ook zijn vogelgriepvrije status voor commercieel pluimvee.Vogelgriep in seizoenenIn 2023 werden op acht commerciële pluimveebedrijven vogelgriep vastgesteld en het jaar ervoor bij 11 bedrijven. Vorig jaar bleef ons land gespaard van vogelgriep, toen kenden we geen enkele uitbraak bij zowel bedrijven als hobbyhouders. Ook dit jaar blijft het voorlopig rustig. Tot nu toe werden twee uitbraken vastgesteld bij pluimveebedrijven en vijf bij hobbyhouders. Dat was in februari. Het is nog af te wachten of de vaststelling in Luik het begin vormt van een nieuw vogelgriepseizoen of dat België er dit jaar opnieuw grotendeels aan ontsnapt.De vooruitzichten zijn evenwel niet bijzonder gunstig, aangezien in Duitsland, Nederland en Frankrijk al meerdere uitbraken zijn gemeld. “Hoewel het nog vroeg is in het vogelgriepseizoen is de virusdruk nu al hoog. Dit zal de komende maanden aanhouden, en mogelijk nog slechter worden”, duidt Hélène Bonte van het FAVV. “Er zijn steeds meer besmette wilde vogels, wat wijst op een toenemende circulatie.”“Vogelgriep bereikt ons land via besmette wilde vogels die onderweg in hun trekroute een tussenstop maken,” legt Bonte uit. “Tot enkele jaren geleden was vogelgriep daardoor vooral seizoensgebonden. Met de vogeltrek kwam de viruscirculatie op gang en daarna verdween ze weer. Door de klimaatopwarming trekken vogels echter minder ver en blijven ze vaker hier, waardoor het virus het hele jaar door sluimert. Toch zien we vooral in de koudere maanden meer beweging bij de vogels en dus meer verspreiding van het virus, zoals nu.”Preventieve maatregelen nemenVolgens het FAVV is het uiterst belangrijk om het Belgische pluimvee opnieuw beter te beschermen tegen rechtstreekse en indirecte besmetting door wilde vogels. Het agentschap roept pluimveehouders op om de preventieve maatregelen en de bioveiligheid binnen en rond hun bedrijven strikt na te leven. Het vraagt ook aan minister Clarinval om de preventieve maatregelen te verstrengen. Het FAVV zou graag een afschermplicht in België zien voor alle geregistreerde pluimveehouderijen. Dit betekent dat pluimveehouders hun dieren binnen moeten houden. Als ze die toch buiten willen laten scharrelen, moeten er netten over de ren gespannen worden om contact met wilde vogels onmogelijk te maken.</content>
            
            <updated>2025-10-21T17:41:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meerderheid wil nog dit jaar Vlaams plan voor uitfasering PFAS-houdende pesticiden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meerderheid-wil-nog-dit-jaar-vlaams-plan-voor-uitfasering-pfas-houdende-pesticiden" />
            <id>https://vilt.be/58089</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse meerderheidspartijen willen dat de Vlaamse regering tegen 1 januari 2026 met een plan op de proppen komt rond de bescherming van het drinkwater met daarbij een uitfasering van PFAS-houdende gewasbescherming in Vlaanderen. Dat staat in een voorstel van resolutie van Vlaamse meerderheidspartijen. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="PFOS" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b71c3c17-2be1-4942-85c6-2a1814b53143/full_width_koolzaadgewasbescherming-amazone.jpg</image>
                                        <content>Eerder dit jaar pleitte Groen in een resolutie voor een onmiddellijk verbod op PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen. Die resolutie haalde het niet, maar de bezorgdheid over deze stoffen bleef leven binnen het parlement. Zo werd nog een hoorzitting met experts gehouden in de Commissie Leefmilieu over het thema. Hoorzitting zorgt voor kaderPFAS worden in gewasbeschermingsmiddelen gebruikt om de werking van actieve stoffen te versterken, waardoor minder product nodig is en middelen efficiënter zijn. Het probleem is dat deze stoffen, waaronder trifluorazijn (TFA) niet afbreken in het milieu en zich opstapelen in water en bodem. Op die manier kunnen zij mogelijk een risico vormen voor de gezondheid en het ecosysteem.Toch zijn experts ervan overtuigd dat een volledig verbod niet zo eenvoudig is omdat er voor sommige teelten nog weinig werkbare alternatieven bestaan waardoor die teelten in gevaar komen. Bovendien verloopt de ontwikkeling van nieuwe middelen bijzonder traag en complex in de EU. Tegelijk wezen de experts op cijfers van een Belgische overheidsstudie die stelt dat 75 procent van de PFAS-vervuiling een industriële bron heeft en vijf procent afkomstig is van gewasbescherming. Nieuwe resolutie van meerderheidNa die toelichting van experts werkten N-VA, cd&amp;amp;v en Vooruit uiteindelijk samen aan een nieuwe resolutie. Voor N-VA waren parlementsleden Andy Pieters, Sanne Van Looy en Hans Vanhoof betrokken. Voor cd&amp;amp;v namen Bart Dochy en Stijn De Roo het voortouw en bij Vooruit werkten Kris Verduyckt Hannes Anaf mee.In de resolutie wordt aan de regering gevraagd om tegen 1 januari 2026 een strategisch plan rond de bescherming van het drinkwater op te maken. Een verbod op moeilijk verwijderbare stoffen, zoals bijvoorbeeld PFAS, moet deel uitmaken van dat plan. Wel is het voor de partijen belangrijk dat er telkens wordt gekeken of landbouwers aan de slag kunnen met alternatieve gewasbeschermingsmiddelen.Daarnaast stelt de resolutie dat de regering in het kader van de bescherming van mens en gezondheid ook moet nagaan welke gewasbeschermingsmiddelen met welke PFAS er op dit moment toegelaten zijn en waar ze worden aangewend: door huishoudens, in de landbouw, in de nijverheid of in andere omgevingen?&amp;nbsp;&quot;Op wetenschappelijke wijze uitfaseren&quot;&quot;Als je hoort wat de mogelijke gevolgen zijn voor de gezondheid van PFAS-houdende gewasbescherming, is het nodig om extra maatregelen te nemen. Met deze resolutie geven we een krachtig signaal dat we deze vervuiling niet blauwblauw laten, maar op verstandige en wetenschappelijk onderbouwde wijze uitfaseren in het belang van mens en milieu&quot;, zegt Pieters.&quot;De tijd van wegkijken is nu echt wel voorbij&quot; vult Vooruit-fractieleider Kris Verduyckt aan. &quot;De samenleving is te lang onvoorzichtig omgegaan met stoffen die we niet kennen, zoals PFAS. We moeten de gezondheid van iedereen hier in Vlaanderen vooropzetten. Daarom willen we een einde aan pesticiden met PFAS.&quot;Voor CD&amp;amp;V-parlementslid Bart Dochy is het cruciaal dat er een &quot;verstandige uitfasering&quot; komt met aandacht voor de beschikbare alternatieven. &quot;Vlaanderen is geen eiland, vandaar dat we pleiten voor een Europese aanpak. Daarmee garanderen we een gelijk speelveld voor de telers maar ook voor de consumenten ten aanzien van voedingsproducten die hier geïmporteerd worden&quot;, luidt het. Groen niet onder de indrukGroen-parlementslid Mieke Schauvliege is echter niet onder de indruk van de resolutie. Integendeel. &quot;Deze resolutie beslist eigenlijk niets nieuw&quot;, zegt Schauvliege. &quot;Een drinkwaterplan moest er hoe dan ook komen. En een plan aankondigen is niet hetzelfde als actie nemen. De uitfasering van PFAS-pesticiden kan zo nog jaren aanslepen, zeker gezien het standpunt van de minister die gevoelig is voor de landbouwlobby&quot;, meent Schauvliege.&amp;nbsp;Voor Groen is het allemaal wat &#039;too little and too late&#039;. &quot;PFAS zullen vele honderden jaren in onze omgeving blijven. We vinden ze nu al terug in grondwater én drinkwater. Onze gezondheid beschermen moet prioritair zijn. Voor ons, en voor de experten uit de hoorzitting, is het duidelijk dat een verbod op gebruik van deze stoffen in drinkwaterwingebied beter vandaag dan morgen wordt ingevoerd. Dit is te traag en te weinig&quot;, aldus nog Schauvliege.</content>
            
            <updated>2025-10-21T21:11:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw EU-plan wil jonge boeren aantrekken, maar Groene Kring mist financiële onderbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuw-eu-plan-wil-jonge-boeren-aantrekken-maar-groene-kring-mist-financiele-onderbouw" />
            <id>https://vilt.be/58090</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met een nieuwe strategie en een ‘starterspakket’ wil de Europese Commissie boerendochters en -zonen over de streep trekken om het erf niet te verlaten. De ambitie van de Commissie is alvast groot, maar de belangrijkste tools om dit te realiseren lijken nog te ontbreken. “Goed dat de Commissie eindelijk met een strategie komt, maar het succes zal afhangen van het budget dat ze de komende jaren aan de sector gunt,” zegt Groene Kring, de Vlaams landbouworganisatie voor jonge boeren. "Ook rechtszekerheid wordt een cruciale factor voor ons."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="Groene Kring" />
                        <category term="jonge boeren" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0756bd58-4d9c-4635-b340-1bd85175841a/full_width_bedrijfsovername-jongerencongres-opvolging-liba.jpg</image>
                                        <content>Onmiskenbare vergrijzingsgolfDe gemiddelde Vlaamse landbouwer die een bedrijf leidt, is vandaag 56 jaar oud. 15 jaar geleden was dat nog 52. De vergrijzing tekent zich niet alleen af bij de bedrijfsleiders, maar in de hele sector. Eén op de vier landbouwers is ouder dan 65, terwijl nog slechts 16 procent jonger is dan 40. 15 jaar geleden lagen die cijfers beide op 19 procent. Van de landbouwers ouder dan 50 heeft ook slechts 14 procent een vermoedelijke opvolger.Aan cijfers ontbreekt het alvast niet om de vergrijzingsgolf en nood aan generatievernieuwing in de sector te illustreren. Een evolutie die niet alleen in Vlaanderen zichtbaar is, maar weinig verrassend de hele EU treft. Zo is slechts 12 procent van de Europese landbouwers jonger dan 40 jaar, waarvan amper 2,5 procent vrouw. Dat is niet alleen weinig goed nieuws voor de sector, maar ook voor de Europese voedselzekerheid.De Europese koepelorganisatie voor jonge landbouwers (CEJA) trok hierover de voorbije tien jaar herhaaldelijk aan de alarmbel. Die lijkt nu gehoord te zijn binnen de Europese Commissie. Dinsdag presenteerde ze haar plan met een ambitieuze doelstelling: tegen 2040 wil de Commissie het aandeel jonge boeren verdubbelen van 12 procent naar 24 procent. De demografische evolutie lijkt haar daarbij alvast in de kaart te spelen. Vijf prioriteitenDe Commissie wil een vlottere generatiewissel bereiken via acties rond vijf prioriteiten: toegang tot financiering, kennis en opleiding, grond, een eerlijk inkomen op het platteland en bedrijfsoverdracht en pensioenen. De belangrijkste hefboom lijkt te liggen in de invoering van een ‘starterspakket’, bedoeld om jonge en nieuwe landbouwers te helpen bij de opstart en uitbouw van een rendabel bedrijf. Naast onder meer opleidingen en een betere toegang tot leningen en andere fondsen, zou het pakket ook een opstartsteun tot 300.000 euro voorzien. De Commissie geeft ook aan te zullen onderzoeken hoe er meer steun vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) terecht kan komen bij jonge boeren.Ook herhaalt de Commissie haar belofte om een Europees Landobservatorium op te richten voor meer transparantie op de grondmarkt. Dit zou landbouwers een vlottere toegang moeten geven tot grond, grondspeculatie voorkomen, maar ook bedrijfsopvolging ondersteunen. Verder belooft de Commissie de levensomstandigheden op het platteland te verbeteren en initiatieven te ondersteunen die landbouwers de mogelijkheid bieden om vervanging te krijgen wanneer ze ziek zijn of even verlof willen nemen.De Commissie eist ook dat de lidstaten hun huiswerk maken en een nationale strategie voor generatievernieuwing uitwerken tegen 2028. Ook wordt aangemoedigd om op regionaal niveau alle instrumenten in te zetten om het beroep aantrekkelijker te maken, zoals belastinghervormingen, het opvolgen van grondmobiliteit en het vergemakkelijken van bedrijfsoverdrachten. Tot slot raadt de Commissie de lidstaten aan om minstens zes procent van hun GLB-budget te besteden aan generatievernieuwing. In de versies van het plan die eerder circuleerden, stond dit nog als een verplichting ingeschreven, maar in de definitieve strategie is het afgezwakt tot een aanbeveling.“We moeten ervoor zorgen dat jonge boeren opnieuw perspectief krijgen. Dat betekent minder regels, betere prijzen en vooral: de mogelijkheid om een bedrijf effectief te kunnen overnemen. Daarom ben ik blij met de sterke voorstellen van Europees landbouwminister Christophe Hansen (EVP)&quot;, reageert Europees parlementslid Hilde Vautmans (Renew Europe, Open Vld). We stellen vast dat er geen verplicht minimumbudget voor jonge boeren vastligt  Waar zijn de middelen?Veel aangekondigde prioriteiten en een ambitieuze doelstelling maar speelt het plan ook in op de noden en verwachtingen van jonge Vlaamse landbouwers en nieuwkomers? “Niet helemaal”, duidt Justine Arkens, voorzitter van Groene Kring. “Om jonge boeren écht een kans te geven, moet men hen ook budget geven. Helaas stellen we vandaag vast dat de Commissie in geen van haar voorstellen een minimumbudget voor jonge boeren vastlegt. Volgens eerdere voorstellen wil de Commissie het budget voor de volledige sector bovendien met 22 procent reduceren, waardoor er sterk aangevuld zal moeten worden met nationale middelen om alle uitdagingen het hoofd te kunnen bieden”, aldus Arkens. Ook de Europese financiering voor plattelandsontwikkeling staat onder druk, een evolutie waar Vlaams minister van Plattelandsbeleid Hilde Crevits (cd&amp;amp;v) eerder “ernstige zorgen” over uitte. “Verstikkende wetgeving” wordt niet aangepaktWouter Beke (EVP, cd&amp;amp;v), lid van de landbouwcommissie in het Europees parlement, reageert voorzichtig positief op de strategie. “Dit pakket is een goede stap vooruit, maar verre van zaligmakend. Als men de trend ook in Vlaanderen wil keren, moet de Commissie durven kijken naar de realiteit op het terrein, waar vergunningen en de Natura 2000-wetgeving jonge boeren vandaag letterlijk verstikken”, haalt hij een ander groot knelpunt aan voor Vlaamse jong boeren.“Laat ons inderdaad de olifant in de porseleinkast niet vergeten”, reageert Arkens. “Het stikstofdecreet hangt als een zwaard van Damocles boven ons hoofd en ontneemt ons alle toekomstperspectief. Rechtszekerheid en perspectief zijn nodig voor ons.” Vlaanderen moet aantonen dat het ambitie heeft om de instroom in de sector te ondersteunen en belang hecht aan voedselzekerheid Oproep naar Vlaanderen“Het is 5 voor 12 voor de jonge boeren. De uitdagingen zijn dringend en vragen om concrete stappen”, gaat Arkens verder. “Stappen die aantonen dat Vlaanderen het meent met de jonge boeren en die aantonen dat Vlaanderen de ambitie heeft om de instroom in de sector te ondersteunen en belang hecht aan voedselzekerheid.”Groene Kring roept de Vlaams minister van Landbouw alvast op om niet te wachten tot 2028 om werk te maken van een actieprogramma rond generatievernieuwing. “Voer bovendien snel de beloften uit het regeerakkoord uit: richt een prijsmonitoringsorgaan op, ontwikkel een fiscaal gunstregime voor successie- en registratierechten bij de overdracht van landbouwgrond, en geef jonge boeren voorrang bij de toewijzing van vrijgekomen gronden van lokale besturen”, luidt het.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-10-21T22:11:33+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Uitstel ontbossingswet: zes maanden voor grote bedrijven, een jaar respijt voor kleine bedrijven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-verduidelijkt-voorstel-uitstel-ontbossingswet" />
            <id>https://vilt.be/58091</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vorige maand stelde Europees Commissaris voor Milieu Jessika Roswall (EVP) voor om de inwerkingtreding van de EU-verordening tegen ontbossing met een jaar uit te stellen. Deze week verduidelijkte de commissaris dat ze enkel kleine bedrijven een jaar respijt wil geven, grote bedrijven zouden zes maanden extra krijgen om aan de ontbossingswet te voldoen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ontbossing" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ff643f08-c036-4a92-b889-17d2ea078e24/full_width_ontbossingtrinidad.jpg</image>
                                        <content>De European Deforestation Regulation (EUDR) moet een einde maken aan de tien procent van de wereldwijde ontbossing die voortkomt uit Europese consumptie van ingevoerde goederen. De ontbossingsverordening op zich is al in 2023 in werking getreden maar de belangrijkste onderdelen moesten pas vanaf januari 2025 geïmplementeerd worden. Zo zou de invoer en handel verboden worden van producten die afkomstig zijn van gronden die sinds 2020 ontbost werden. Het gaat om soja, rundvlees, cacao, koffie en aanverwante producten. Importeurs moeten daarbij aantonen dat hun goederen niet van ontboste gronden komen en via de nodige administratie de traceerbaarheid tot op boerderijniveau garanderen. Zo niet, riskeren ze forse boetes. De implementatie kreeg vorig jaar echter een jaar uitstel omdat de regels rond de praktische uitwerking uitbleven.Eind vorige maand stelde de Commissie de lidstaten en de europarlementsleden voor om de implementatie opnieuw vooruit te schuiven. Het uitstel zou nodig zijn volgens Roswall omdat de ondersteunende administratieve systemen nog niet paraat zijn.Het voorstel stuitte op veel kritiek, onder meer van grote bedrijven als Nestlé en Ferrero. Zij lieten weten al volop geïnvesteerd te hebben om tegen eind 2025 aan de EUDR te voldoen en betreuren dat een technisch IT-probleem nu als uitstelreden dient. In een brief pleiten ze voor een ‘pragmatische aanpak’: als bedrijven het IT-systeem door technische problemen niet kunnen gebruiken, moet dat gelden als overmacht met een overgangsperiode van maximaal zes maanden waarin controles en boetes worden opgeschort. Verschil in uitstel voor kleine en grote bedrijvenDe brief lijkt goed aangekomen bij Roswall, want deze week verduidelijkte ze wat ze met het uitstel bedoelt. Het uitstel van een jaar zou enkel van toepassing zijn op kleine bedrijven. Voor grote bedrijven worden de regels wel eind dit jaar van kracht, maar de Commissie wil hen zes maanden extra tijd gunnen om zich in te werken in het systeem. In die periode riskeren ze geen boetes.Daarnaast wil de Commissie de rapporteringsvereisten versoepelen voor kleine bedrijven, waardoor kleine boeren zich enkel via een vereenvoudigde procedure zouden moeten registreren als ze nog niet zijn opgenomen in een nationale of Europese databank. Bedrijven die zich beperken tot het verwerken of doorverkopen van producten die al aan de wetgeving voldoen, zouden geen conformiteitsverklaringen meer moeten afleggen.Volgens Roswall verlichten deze maatregelen de druk op de administratieve IT-systemen, waardoor een extra periode van een half jaar voor grote bedrijven volstaat. Het Europees Parlement en de Raad van de EU waarin alle lidstaten zetelen, moeten het voorstel nog goedkeuren. Van tevredenheid tot schandeBoerenbond reageert alvast tevreden. “We vragen al langer om de administratieve last voor onze boeren uit de ontbossingswet te halen. In het huidig voorstel moest elke veehouder in Vlaanderen voor elk dier een bewijs afleveren dat er niet op ontboste grond gegraasd is. Dat is zinloos en irrelevant in een regio waar al streng wordt gewaakt over ontbossing”, zegt voorzitter Lode Ceyssens.Federaal minister van Klimaat Jean-Luc Crucke (Les Engagés) haalde tijdens een eerste gedachtewisseling met de lidstaten aan dat de maatregel voor oneerlijke concurrentie zou kunnen zorgen. “Bedrijven die de regels niet naleven, zouden we niet mogen toelaten om te concurreren op de markt”, klinkt het.Greenpeace verwijt de Commissie dat ze de wet “uitkleedt”. Volgens Joeri Thijs van Greenpeace België ondermijnt ze zo het vertrouwen van bedrijven die wel al investeerden om de wet tegen begin dit jaar toe te passen, terwijl vervuilers beloond worden. Europarlementslid Sara Matthieu (Groen) noemt het “een schande” dat de EU in drie jaar geen deftig IT-systeem op poten krijgt maar wel de deur openzet voor bedrijven die illegale houtkap steunen. FAO: &quot;Ontbossing vertraagt maar blijft zorgwekkend&quot;De landbouworganisatie van de VN (FAO) rapporteerde deze week dat het nettoverlies aan bossen tussen 2015 en 2025 gemiddeld 4,12 miljoen hectare per jaar is. Dat is twee tot drie keer minder dan in de periode 1990-2000. Toch verdwijnt er elk uur nog ruim 12 vierkante kilometer. &quot;De ontbossing wereldwijd vertraagt, maar blijft zorgwekkend, vooral in Brazilië&quot;, klinkt het.88 procent van de wereldwijde ontbossing vindt plaats in tropische gebieden. Vooral het Amazonegebied wordt getroffen, het bos staat er vooral onder druk van de landbouw. Brazilië is verantwoordelijk voor meer dan 70 procent van dat nettoverlies, terwijl het 12 procent van de bossen op aarde huisvest. Ondanks een halvering van het verlies sinds de jaren 1990, bereikte de vernietiging van tropische oerbossen in 2024 opnieuw een piek, vooral door branden.Wereldwijd beslaan bossen nog 4,14 miljard hectare, goed voor 32 procent van het landoppervlak, waarvan de helft in vijf landen ligt: Rusland, Brazilië, Canada, de Verenigde Staten en China.</content>
            
            <updated>2025-10-22T20:55:47+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriep treft nu ook pluimveebedrijf in West-Vlaanderen, afschermplicht van kracht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opnieuw-afschermplicht-voor-pluimvee-door-vogelgriep" />
            <id>https://vilt.be/58092</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na een vogelgriepbesmetting bij een hobbyhouder in Luik, is nu ook een commercieel pluimveebedrijf in West-Vlaanderen getroffen. Om de Belgische pluimveestapel zoveel mogelijk te beschermen, zullen vanaf donderdag verstrengde beschermingsmaatregelen gelden. Zo zal onder meer een afschermplicht worden ingevoerd voor pluimvee en vogels van professionele houders. Dat meldt het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/af271662-e818-40f5-af43-b7ec33d3ae30/full_width_pluimveeleghenvogelgriep.jpg</image>
                                        <content>Na heel wat ravage te hebben aangericht in onze buurlanden, lijkt het vogelgriepvirus nu ook België bereikt te hebben. Deze week werd vogelgriep van het type H5N1 vastgesteld bij zowel een hobbyhouder in Luik als bij een commercieel pluimveebedrijf in Houthulst, West-Vlaanderen. “De afgelopen weken zijn ook steeds meer besmettingen bij wilde vogels vastgesteld”, geeft het FAVV aan. Daarom verstrengt het agentschap samen met minister van Landbouw David Clarinval (MR) de beschermingsmaatregelen tegen vogelgriep.Vanaf donderdag moeten commerciële en in Sanitel geregistreerde pluimveehouderijen hun pluimvee en vogels afschermen van wilde vogels. Vogels en pluimvee van particulieren moeten enkel worden afgeschermd in de zones rond de haard in Houthulst. Elders in het land is het niet verplicht, wel moeten ze vanaf donderdag ook afgeschermd eten en water krijgen. Het gebruik van onbehandeld oppervlakte- of regenwater is daarbij niet langer toegestaan.Ook al is het niet verplicht, toch raadt het FAVV wel sterk aan om ook de vogels en kippen bij hobbyhouders en particulieren preventief te beschermen door de kippenren of volière af te schermen. Dit kan door deze bijvoorbeeld met netten te overspannen. De beschermende maatregelen hebben in het verleden al hun doeltreffendheid bewezen Bedreiging voor pluimvee en economieOp het bedrijf in Houthulst wordt het aanwezige pluimvee geruimd om een verdere verspreiding van het virus tegen te gaan. “Vogelgriep vormt een ernstige bedreiging voor de pluimveehouderijen en voor onze economie. De beste manier om onze dieren te beschermen en de verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het nemen van preventieve maatregelen, zoals de verplichting tot afschermen”, duidt Clarinval. “Deze maatregelen hebben in het verleden al hun doeltreffendheid bewezen. Het seizoen begint en de virale druk zal de komende maanden toenemen. Ik roep dan ook iedereen op om waakzaam te blijven en de bioveiligheidsmaatregelen strikt toe te passen.”In Houthulst is naast het ruimen van de kippen ook een beschermingszone ingesteld van drie kilometer en een bewakingszone van tien kilometer. Binnen de zone van tien kilometer moeten alle pluimveehouders (ook particulieren) hun pluimvee afschermen. In de beschermingszone geldt deze verplichting ook voor andere vogels. In heel het land wordt steeds meer vogelgriep bij wilde vogels vastgesteld. De virusdruk zal de komende maanden aanhouden en mogelijk nog slechter worden Oproep aan wandelaars: raak geen dode vogels aanSinds een aantal weken worden in ons land opnieuw meer besmettingen van vogelgriep bij wilde vogels vastgesteld. Dat gebeurde eerst in de kustzone maar is ondertussen verspreid over het hele land.Wandelaars die een dode vogel opmerken, roept Sciensano op om het dier niet aan te raken en dit te melden via het gratis nummer 0800/99 777. “Mensen en zoogdieren in het algemeen zijn niet heel vatbaar voor vogelgriep, maar voorzichtigheid is wel geboden. Wie met de hond gaat wandelen, moet ook zeker zorgen dat zijn huisdier van zieke of dode vogels afblijft,” zegt Mieke Steensels van Sciensano.Wat is het vogelgriepvirus?Vogelgriep is een zeer besmettelijke virusziekte waar bijna alle vogelsoorten gevoelig voor zijn. De ernst van de ziekte verschilt per dier en is afhankelijk van de virusstam, de omgeving en eventuele andere infecties. Besmetting kan plaatsvinden door direct contact met zieke dieren of besmet materiaal, zoals mest of vuile kratten. Zoogdieren kunnen uitzonderlijk besmet raken, bijvoorbeeld wanneer zij een karkas van een besmette vogel opeten of intens in contact komen met het vogelgriepvirus. Besmetting bij mensen is uitzonderlijk. Tot nu toe is er wereldwijd geen virusoverdracht van mens op mens waargenomen.Meer informatie over de beschermende maatregelen is te vinden op de website van het FAVV.</content>
            
            <updated>2025-10-22T20:45:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dubbel feest na meer dan tien jaar varkens- en melkveeonderzoek van ILVO, UGent en HOGent]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dubbel-feest-na-meer-dan-tien-jaar-varkens-en-melkveeonderzoek-ilvo-en-hogent" />
            <id>https://vilt.be/58093</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Meer dan 170 wetenschappelijke proeven zijn er uitgevoerd binnen de melkvee-onderzoeksstal en de varkenscampus van ILVO. Op de dag van het tienjarig jubileum zijn er bij de varkenscampus 70 wetenschappelijke experimenten uitgevoerd naar diergezondheid, precisievoeder, dierenwelzijn en ammoniakemissies, goed voor 6.000 stages, practica en workshops. Meer dan 100 proeven zijn uitgevoerd in de melkvee-onderzoeksstal, die deze week 11 kaarsjes uitblaast. Hier ligt er een duidelijke focus op voeder- en emissieonderzoek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="varken" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="ILVO" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a6461a9a-cffd-414f-b5aa-5e0981267878/full_width_ilvo-varkens-biggen.jpg</image>
                                        <content>Naar aanleiding van het dubbel jubileum gaf ILVO op een persconferentie een overzicht van het voorbije decennium aan wetenschappelijk onderzoek.Meten is weten in de VarkenscampusDe Varkenscampus op de site van ILVO-Dier in Merelbeke-Melle is uniek in zijn soort. De hele stal en het management zijn gericht op data-onderzoek, gaande van individuele dierregistratie, individuele en groepsgewichten, voederverbruik, opvolgen van reproductieparameters, opvolgen van diergedrag en gezondheid (vb. mestscores, huidletsels en manken), karkasgegevens, vleeskwaliteit en klimaatparameters.Om dit nauwkeurig, objectief, uniform en snel te kunnen doen, werd de afgelopen jaren geïnvesteerd in sensoren, camera’s, dataregistratie via tablets en digitalisering via een eigen ontwikkelde applicatie (SmartFarm). Ook het gedrag van zeugen en biggen in de kraamstal wordt met nieuwe camera’s en artificiële intelligentie geanalyseerd.“De Varkenscampus is een ongeëvenaarde bron aan data over en voor de varkenshouderij”, zegt Sarah De Smet, coördinator van de Varkenscampus (ILVO). “Het onderzoek gebeurt ook altijd vraaggedreven en in praktijkrelevante omstandigheden, waardoor het snel vertaald kan worden naar toepasbare praktijken.” Welzijn, hittestress en voederWaar de focus van de proeven enkele jaren geleden nog lag op het zoeken van alternatieven voor onverdoofde castratie van mannelijke biggen, vleeskwaliteit en hittestress, ligt deze vandaag op het verlagen van de ammoniakemissies en precisievoedering. Varkensbedrijven moeten namelijk 60 procent ammoniakreductie realiseren op de emissies van niet-ammoniakemissiearme stallen op het bedrijf ten opzichte van de gemiddelde veebezetting in 2021.Efficiënt voederen betekent niet alleen een lagere kostprijs voor de boer, maar ook minder uitstoot. Ook nieuwe diervoedergrondstoffen krijgen aandacht. In het project “Future Flemish Pig” werd aangetoond dat voeders zonder soja of granen kunnen functioneren, mits de alternatieve grondstoffen goed gekarakteriseerd zijn. Momenteel trekt ILVO op de site naast de Varkenscampus nog een nieuwe pilootfaciliteit op, de Feed Pilot, die zich richt op de productie van precisievoeders. Biggensterfte beter monitorenDe onderzoekers werken ook aan hogere bigoverleving in kraam- en biggenstal. Biggensterfte is helaas niet zeldzaam, en omdat varkenshouders niet 24/7 in de stallen aanwezig zijn, blijft de oorzaak vaak onduidelijk. Hier spelen dus de monitoringssystemen van de varkenscampus een belangrijke rol. De onderzoekers ontwikkelden een AI-systeem dat automatisch het werp-, zoog-, eet- en liggedrag van de zeug en haar biggen via camerabeelden identificeert. Een RFID-systeem (radiofrequentie-identificatie) brengt het eetgedrag van de biggen in kaart via elektronische oormerken en een antenne en geeft daarmee ook een indicatie van hun gezondheid.De data leverden al enkele bevindingen op: biestopname is cruciaal voor de overleving van jonge biggen, terwijl na spenen een snelle voederopname belangrijk is. Maatregelen zoals split suckling (alternerend zogen) en multisuckling (bij twee zeugen zogen) zouden dit kunnen bevorderen, al zijn er nog veel onduidelijkheden rond de best practices hiervan. Dit wordt de komende jaren verder onderzocht.ILVO wijst ook op de lange staarten van de campusvarkens. Net als in vele EU-landen worden in Vlaanderen nog praktisch alle staarten van pasgeboren biggen gecoupeerd om te vermijden dat de dieren overgaan tot staartbijten. ILVO onderzoekt minder invasieve manieren om zulke gedragsstoornissen te voorkomen. Niet enkel mooi in theorieEen belangrijk aandachtspunt bij alle onderzoek, is dat de voorgestelde maatregelen haalbaar zijn in de praktijk. “Het onderzoek in de Varkenscampus is er altijd op gericht de varkenshouderij te ondersteunen in economisch haalbare, maatschappelijk gewenste transities”, zegt afdelingshoofd van ILVO-Dier Bart Sonck. “Dat inspelen op actuele noden vergt ook blijvende investeringen in de infrastructuur en uitrusting.”Ook het energievraagstuk is niet te onderschatten. Vandaag is de veehouderij wereldwijd nog sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen. Slechts vier procent van de gebruikte energie komt uit hernieuwbare bronnen. Ter vergelijking: het wereldwijde gemiddelde ligt rond de 30 procent, en de EU mikt op 45 procent tegen 2030.De Varkenscampus heeft ook een belangrijke rol als onderwijsfaciliteit. Sinds de opening ontving de Varkenscampus in totaal bijna 6.000 studenten, adviseurs, veehouders en dierenartsen. Melkveeonderzoek met 140 melkkoeienOver naar de melkkoeien, want naast de tiende verjaardag van de Varkenscampus blaast ook de melkveestal 11 kaarsjes uit. De ILVO-kudde bestaat uit 140 melkkoeien met bijbehorend jongvee (vervangingspercentage van ongeveer 30%) en elke koe produceert jaarlijks gemiddeld 11.093 liter melk. Recent werd nog een bijzondere koe in de bloemetjes gezet, zij is tien jaar oud en leverde al meer dan 100.000 kg melk.De unieke melkveestal is in twee grote onderzoekszones verdeeld, één voor voederonderzoek en één voor gedrags- of omgevingsonderzoek. In de stal werden de afgelopen 11 jaar meer dan 100 experimenten uitgevoerd. Het hoeft niet te verbazen dat de focus hier naast voeder op emissie ligt. Ongeveer een kwart van de experimenten werd op vraag van bedrijven uitgevoerd. Emissies helder in kaart brengenBelangrijk en uniek in Vlaanderen is dat de wateropname in groep en de ruwvoederopname individueel per koe opgevolgd wordt met “roughage intake control” of RIC-bakken. De installatie laat toe om koeien in dezelfde fysieke ruimte te huisvesten, maar wel ander ruwvoeder te verstrekken. Krachtvoerautomaten en twee Greenfeed-installaties, met daarbovenop mobiele Greenfeeds bij beweiding, registreren elke individuele krachtvoeropname en methaanemissies. Na elke melkbeurt worden de koeien gewogen en krijgen ze een body conditiescore.Gras, maïs of alternatieve gewassen telen, doet ILVO zelf en de voederwaarde en -kwaliteit van de kracht- en ruwvoeders wordt nauw opgevolgd. Deze gedetailleerde informatie wordt samengebracht in een zelf ontwikkelde database waardoor onderzoekers precies weten hoeveel nutriënten de koeien hebben opgenomen.Belangrijk voor het emissie-onderzoek in de melkveehouderij zijn de zes hoogtechnologische Gas-Uitwisselings-Kamers (GUK’s) voor het meten van individuele emissies (broeikasgassen methaan, CO2 en lachgas en ook ammoniak), mest en urine. Dieren blijven maximaal enkele dagen in deze kamers en enkel na goedkeuring door de Ethische Commissie Dierproeven. Daarnaast heeft ILVO vier PAS-stallen om ook bij jongvee ammoniakemissies te meten en potentiële reductiemaatregelen te onderzoeken.“Dankzij onze gespecialiseerde infrastructuur en onze voederexpertise weten we intussen dat bepaalde additieven en rantsoenen de uitstoot van methaan effectief kunnen verlagen”, zegt Leen Vandaele, wetenschappelijk directeur ILVO Veehouderij en voormalig coördinator van het rundveeonderzoek. Huisvesting en kalverpleinDe zone voor gedragsonderzoek in de stal telt 64 ligboxen (diepstrooiselboxen) met twee melkrobots. Hier verblijven de koeien die niet in een voederproef zitten. Ook hier onderzoeken camera’s de impact van aanpassingen in de huisvesting zoals beddingmateriaal en bezettingsdichtheid op diergedrag, welzijn, diergezondheid en melkproductie.Sinds de opening van de melkveestal in 2014 investeerde ILVO in de aanleg van een nieuw en overdekt kalverplein voor onderzoek naar jongvee-opfok en biestmanagement (2021). Ook de jongvee-infrastructuur werd doorheen de jaren heringericht en vernieuwd. Hier gebeurt bijvoorbeeld onderzoek naar spenen en het effect op groei, maar ook waterverbruik. Kalveren blijken bijvoorbeeld meer te drinken als het water warm is, al heeft dit verder geen effect op de voederopname of groei. Rechtstreekse toegang tot pens en herkauwsensorenILVO heeft als één van de weinige onderzoekscentra in Europa ook een klein aantal gefistuleerde koeien. Deze koeien hebben een heelkundig aangebrachte, rechtstreekse (maar afsluitbare) toegang tot de pens of darm, waardoor de onderzoekers stalen van de pens- of darminhoud kunnen nemen en zo de vertering van het voeder in de darm nauwgezet kunnen opvolgen. Het onderzoek hier spitst zich vooral toe op de waarde van nieuwe voederstromen voor rundvee, denk maar aan reststromen uit de voedingsindustrie (bierdraf, koekjesmix, algenproducten,…).ILVO investeerde tot slot in herkauwsensoren voor een groot deel van de koeien. Daarmee kan niet alleen de herkauwfrequentie, maar ook de temperatuur, de activiteit en gezondheid van de dieren opgevolgd worden. Deze sensoren worden ingezet in het voederonderzoek, maar zullen ook gebruikt worden om de impact van hittestress op de dieren in kaart te brengen. Urgentie van ammoniakonderzoekHet stikstofdecreet dat sinds februari 2024 van kracht is, zorgt voor een grote urgentie van ammoniakonderzoek. Het decreet bepaalt dat elke melkveehouder tegen eind 2025 verplicht is om de stikstofemissie met vijf procent te reduceren en tegen eind 2030 zelfs met 25 procent ten opzichte van het referentiejaar 2021. ILVO ziet hier een belangrijke uitdaging. Sommige maatregelen kunnen immers ongewenste neveneffecten hebben op het vlak van dierenwelzijn of andere duurzaamheidsaspecten zoals water- of energieverbruik. Sommige maatregelen zijn bovendien niet toepasbaar bij elke productiemethode, zoals bio.Het verminderen van de stikstofinput via het voeder en het verhogen van de stikstofefficiëntie van het dier, zijn volgens ILVO beloftevolle strategieën om zowel de stikstofexcretie als de ammoniakemissie aan te pakken. Deze strategieën bieden bovendien een economisch voordeel voor de veehouder, aangezien voedereiwit duur is. Het VLAIO-project Ekopti (2019–2023) bood veehouders concrete handvatten om via voeding de stikstofefficiëntie van hun koeien te verbeteren. Dit project wordt momenteel voortgezet onder de naam KringLoopKoe (2024-2028), waarbij bovendien ook gekeken wordt naar circulaire voedermiddelen. Hoopvol onderzoek voor de toekomstHoewel ILVO al veel resultaten heeft geboekt na dit jarenlange onderzoek, zullen de wetenschappers zich niet snel vervelen. De uitdagingen blijven groot, maar toch heeft het centrum al vele concrete bevindingen kunnen voorleggen. Wie een volledig overzicht wil van al wat deze campussen in huis hebben, kan online een virtueel bezoek brengen aan beide campussen, zowel de Varkenscampus als de melkveestal.</content>
            
            <updated>2025-10-23T10:05:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond: "PFAS-gewasbescherming vormt slechts één deel van de discussie"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-pfas-gewasbescherming-maakt-slechts-een-deel-uit-van-de-discussie" />
            <id>https://vilt.be/58094</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouworganisatie Boerenbond plaatst enkele kanttekeningen bij het nieuwe voorstel van resolutie over PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen. De landbouworganisatie wijst erop dat PFAS in gewasbeschermingsmiddelen slechts een deel uitmaken van het totale PFAS-gebruik. Boerenbond zegt ook dat de stoffen die vandaag in de landbouw worden gebruikt, niet te vergelijken zijn met die uit vroegere industriële processen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1d851233-20c5-4ce6-8ec1-36e98411dc72/full_width_gewasbeschermingsproeienkoolzaad-cofabel.jpg</image>
                                        <content>Deze week dienden parlementsleden van cd&amp;amp;v, Vooruit en N-VA een voorstel van resolutie in over PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen. Daarmee willen ze de Vlaamse regering aansporen om een eerder vastgelegde deadline zeker te halen: die van 1 januari 2026. Dan zou er volgens het ‘Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik tot 2027’ een strategisch plan op tafel moeten liggen dat het drinkwater beter beschermt, en waarin ook een verbod komt op moeilijk verwijderbare stoffen zoals PFAS. &amp;nbsp;Dit verbod moet opgesteld worden &quot;met oog voor de beschikbaarheid van alternatieven en een werkbare invoering&quot;, zo luidt het.Naast het uitwerken van deze afspraken, vragen de meerderheidspartijen dat de regering ook in kaart te brengt welke gewasbeschermingsmiddelen PFAS bevatten, waar ze worden gebruikt en welke PFAS-vrije alternatieven beschikbaar zijn. “Daarnaast is het nodig om zicht te krijgen in welke tijdsspanne de onderzochte alternatieven Europees erkend kunnen worden en federaal op de markt kunnen worden gebracht”, luidt het.De parlementsleden pleiten tot slot voor meer begeleiding op het terrein. Landbouwers die PFAS-middelen gebruiken, moeten beter worden geïnformeerd en ondersteund bij hun overstap naar alternatieven. Ook vragen ze een kader dat investeringen in vul- en spoelplaatsen voor landbouwvoertuigen stimuleert. Eén stuk van de puzzelHoewel de resolutie focust op PFAS in gewasbeschermingsmiddelen, halen de indieners aan dat dit slechts één stukje van de puzzel is. “De kwestie van de PFAS-houdende pesticiden is maar één onderdeel van zowel de PFAS-discussie als het bredere gewasbeschermingsdebat”, klinkt het. “PFAS omvat veel meer dan bestrijdingsmiddelen, en omgekeerd.”In een reactie op het resolutievoorstel onderstreept Boerenbond dit met nadruk: “PFAS in gewasbeschermingsmiddelen zijn minder dan vijf procent van de PFAS die vandaag op de markt komen. We moeten vaststellen dat er nog heel wat toepassingen zijn waar PFAS op vandaag minder in vraag gesteld wordt.” &amp;nbsp;De organisatie haalt onder meer de aanwezigheid van trifluorazijnzuur (TFA) in drinkwater aan als voorbeeld. “TFA is niet alleen een afbraakproduct van PFAS in gewasbeschermingsmiddelen, maar komt ook in het milieu terecht via farmaceutica, industriële processen, synthetische koelmiddelen, antischuimmiddelen, enzovoort”, klinkt het. “De aanwezigheid van TFA in drinkwater is dus deels toe te schrijven aan landbouw, maar komt ook in grote mate van andere bronnen.”De organisatie wijst er ook op dat de PFAS-stoffen die vandaag in de landbouw worden gebruikt, niet te vergelijken zijn met de stoffen die vroeger bij industriële processen vrijkwamen. “Bij correct gebruik vormen ze volgens de huidige inzichten van de FOD Volksgezondheid slechts een beperkt risico voor mens en milieu.” Wat als alternatieven resistent worden?Dat zowel het regeerakkoord als het resolutievoorstel stellen dat PFAS-middelen pas kunnen worden uitgefaseerd als er volwaardige, mens- en milieuvriendelijke alternatieven beschikbaar zijn, stemt Boerenbond wel tevreden. “De noodzaak van een alternatief wordt erkend”, aldus Boerenbond. De organisatie waardeert verder dat de resolutie aandacht besteedt aan een duidelijk wettelijk kader voor vul- en spoelplaatsen en aan steunmaatregelen die landbouwers helpen overschakelen op alternatieven.Tot slot brengt Boerenbond een punt naar voren dat in de resolutie ontbreekt: resistentiemanagement. “Nochtans zeer cruciaal”, reageert de organisatie. “Eén alternatief volstaat niet. Ziekten en plagen passen zich aan. We moeten zorgen dat er voldoende alternatieven zijn om, in geval van nood, op een verantwoorde manier snel te kunnen schakelen.”</content>
            
            <updated>2025-10-22T21:33:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Antwerpen keert vergrijzing en West-Vlaanderen blijft de grootste: zo gaat het met landbouw in uw provincie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/antwerpen-keert-vergrijzing-en-west-vlaanderen-blijft-de-grootste-zo-gaat-het-met-landbouw-in-uw-provincie" />
            <id>https://vilt.be/58095</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De jongste landbouwers leven in Antwerpen, akkerbouwers vind je vooral in Vlaams-Brabant en de meeste sierteelt onder glas gebeurt in Oost-Vlaanderen. Dit blijkt uit het vernieuwde landbouwrapport van provincies.incijfers.be. Via het online platform kan iedereen specifieke informatie vinden over diverse sectoren in zijn of haar gemeente. VILT brengt een greep uit de cijfers.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/b741d303-96b7-4889-85a2-b4bf0d3bba0f/full_width_tarwe-graan-jongeboeren-akker-1250.jpg</image>
                                        <content>Het landbouwrapport komt met enkele opmerkelijke vaststellingen. Zo is West-Vlaanderen de grootste landbouwprovincie: 64,4 procent van alle grond wordt er voor landbouw gebruikt.Limburg blijft sterk in fruitLimburg is dan weer verantwoordelijk voor maar liefst 58 procent van het Vlaamse areaal appels, peren en kersen. De Limburgse tuinbouw was in 2023 goed voor 306,4 miljoen euro. De totale omzet van beroepsmatige landbouwbedrijven in Limburg bleef lange tijd stabiel, maar kende in 2022 een sprong van 707,5 miljoen euro naar 790,2 miljoen euro in 2023. De fruitteelt is er bovendien om gekend om sterk te berusten op seizoensarbeid. Op een dip in de covidperiode na, trekt het plukseizoen telkens zo&#039;n 12.000 seizoenarbeiders naar de provincie, goed voor zo&#039;n 6.000 vte&#039;s. Uiteraard worden seizoenarbeiders ook in andere teelten ingezet en niet enkel in het fruit. Oost-Vlaanderen is sierteeltkoning54 procent van alle Vlaamse productie van sierteelt onder glas situeert zich in Oost-Vlaanderen. In deze provincie kennen de tuinbouwbedrijven een omzet van 303,9 miljoen euro, maar de hoogste omzet wordt hier gedraaid in het melkvee. Bedrijven met melkproductie zijn goed voor een omzet van 348,5 miljoen euro. Net als in andere provincies is de gemiddelde dierbezetting er echter in dalende lijn. Niet enkel bij melkkoeien, maar ook bij varkens. Waar Oost-Vlaanderen in 2013 nog 1,13 miljoen varkens telde, bleven er in 2023 nog 818.305 varkens over. Zulke dalingen vallen in heel Vlaanderen op te tekenen. Antwerpen keert motor van vergrijzingVergrijzing is binnen de landbouwsector een reëel probleem, maar de provincie Antwerpen breekt deze trend: het is de enige provincie waar bijna evenveel boeren starten als stoppen, met 104 starters tegenover 105 stoppers. Opvallende cijfers aangezien er globaal binnen Vlaanderen beduidend minder starters (585) dan stoppers (751) zijn. Zeker in de Noorderkempen is de leeftijd van landbouwers opvallend lager dan in de rest van Vlaanderen.Het afgelopen decennium (2014 – 2024) was de daling in het aantal landbouwbedrijven ook het kleinst in provincie Antwerpen, van 3.611 landbouwbedrijven in 2014 naar 3.406 bedrijven in 2024.“Als we de dalende trend willen keren, moeten we durven loslaten dat opvolging alleen binnen de familie kan”, zegt gedeputeerde voor Landbouw Jinnih Beels (Vooruit). “Daarom werken we als provincie Antwerpen mee aan het project Landmobiliteit, dat stoppende boeren koppelt aan nieuwe starters. Op 12 december brengen we landbouwers samen die willen stoppen of starten, om samen te kijken hoe we meer succesvolle overnames buiten de familiekring kunnen realiseren.”De tuinbouwsector wint relatief gezien aan belang binnen de provincie Antwerpen. In 2013 vormden de melkveebedrijven de grootste groep van bedrijven: een kwart (25%) van alle bedrijven was toen een melkveebedrijf. In 2023 zijn er evenveel melkveebedrijven als tuinbouwbedrijven, namelijk 22 procent van het totaal.Provincie Antwerpen behoudt ook zijn toppositie binnen de glastuinbouw. Net als tien jaar geleden bevindt zich 42,7 procent van het Vlaamse areaal glastuinbouw op het grondgebied van provincie Antwerpen. Maar hoewel het glastuinbouwareaal in de provincie Antwerpen sterk gegroeid is van 830 hectare in 2014 tot 1.113 hectare in 2024, is de relatieve groei het grootst in de provincie Limburg (+134%). Vlaams-Brabant zet in op korte ketenVlaams-Brabant laat zich opmerken doordat 35 procent van de beroepsmatige landbouwbedrijven een akkerbouwbedrijf is. Een groot verschil met de andere provincies waar de akkerbouwbedrijven maar tien tot 25 procent van de bedrijven uitmaken. Op de tweede plaats komen de tuinbouwbedrijven met 19 procent. Akkerbouw- en tuinbouwbedrijven vormen samen ruim de helft van de land- en tuinbouwbedrijven in Vlaams-Brabant.“Op tien jaar tijd is onze provincie ook uitgegroeid tot de korte keten-provincie”, zegt Tom Dehaene (cd&amp;amp;v), gedeputeerde voor Landbouw. “Niet minder dan 7,1 procent van de landbouwbedrijven staat bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) geregistreerd als hoeveproducent. Het gemiddelde voor Vlaanderen bedraagt 4,9 procent.”Hoeveproducenten zijn bedrijven die hun producten op het eigen bedrijf verwerken tot nieuwe producten, zoals zelf melk verwerken tot zuivelproducten. Het gaat dus een stap verder dan eigen producten zoals melk, aardappelen of fruit verkopen in een hoevewinkel of automaat. West-Vlaanderen heeft grootste landbouwareaalDat West-Vlaanderen de grootste landbouwprovincie blijft, komt in het nieuwe rapport duidelijk naar voren. Zo bevinden zich 7.373 van de 21.514 Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven (ruim een derde) in West-Vlaanderen. “Het nieuwe rapport toont dat West-Vlaanderen de landbouwprovincie bij uitstek blijft&quot;, aldus Bart Naeyaert (cd&amp;amp;v), gedeputeerde voor Landbouw. “Bovendien is het effect op onze economie niet te onderschatten&quot;, zegt Naeyaert. “Niet minder dan 7,5 procent van onze tewerkstelling bevindt zich in de agrobusiness. In Vlaanderen bedraagt het gemiddelde 4,9 procent.” Een volledig overzicht van alle cijfers valt te raadplegen op provincie.incijfers.be.</content>
            
            <updated>2025-10-22T21:29:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[An Vrancken wordt nieuwe voorzitter van Ferm]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/an-vrancken-wordt-nieuwe-voorzitter-van-ferm" />
            <id>https://vilt.be/58096</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ferm, de grootste vrouwenorganisatie van Vlaanderen en vroeger bekend als KVLV, krijgt een nieuwe voorzitter. Ann Vrancken nam woensdag met trots de fakkel over van Monique Swinnen. “Het DNA van Ferm sluit mooi aan bij wat mij zelf drijft: zien wat mensen nodig hebben. En dan voluit de handen uit de mouwen steken, met gezond boerenverstand en veel empathie”, aldus Vrancken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vrouw" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/59d8d9c8-85da-4bf4-92d0-454499e707ab/full_width_ferm.jpg</image>
                                        <content>An Vrancken is juriste, 60 jaar oud en kent Ferm al vrij goed vanuit een vroegere professionele ervaring. Ze bekleedde tot 1 september een topfunctie bij de Vlaamse overheid. Zij volgt Monique Swinnen op die bijna vijf decennia een belangrijke rol vervulde binnen de organisatie. “Ik heb een enorm respect voor wat Monique en alle medewerkers van Ferm tot nu hebben verwezenlijkt”, vertelt Vrancken. &amp;nbsp; Met An Vrancken zetten we een eeuw succesvol vrouwelijk leiderschap verder Ferm bestaat al meer dan 100 jaar en is ondertussen uitgegroeid tot één van de belangrijkste spelers in kinderopvang, thuiszorg, huishoudhulp en vrije tijd. De nieuwe voorzitter komt aan het hoofd van een netwerk van 10.0000 werknemers. Steeds stond een vrouw aan het stuur. “Elk van hen legde op een eigenzinnige manier een succesvol parcours af, waardoor we nu het grootste vrouwennetwerk in Vlaanderen zijn”, klinkt het. “We zijn lokaal sterk aanwezig en brengen jaarlijks tienduizenden mensen samen. We worden gezien als een netwerk dat mensen ontzorgt, dat zeer professioneel is en tegelijk ook warm en persoonlijk.”Eenheid en ondernemerschapDe focus van Vrancken zal liggen op het verder versterken van de eenheid en het ondernemerschap van Ferm. Ze is dan ook de allereerste voorzitter van elke aparte organisatie van Ferm. Hiermee wil het netwerk de onderlinge samenhang, synergie en dienstverlening versterken. “Samen met alle organisaties zijn we een krachtig geheel dat een eigentijds antwoord kan blijven bieden op maatschappelijke noden zoals zorg, ondersteuning van gezinnen en vrouwen, en de versterking van het leven op het platteland”, aldus Vrancken. “Er liggen genoeg uitdagingen op de plank. Veel jongeren en jonge gezinnen staan onder hoge druk, het aantal mensen dat zorg nodig heeft stijgt, mensen vervreemden van de samenleving. Maar ik zie vooral veel hoopvolle signalen: mensen die samenwerken, mekaar versterken, zich solidair inzetten voor buren en buurt en het sterke netwerk van Ferm dat hen ondersteunt.”</content>
            
            <updated>2025-10-22T21:21:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Explosie in vraag naar mestrobots nu stikstofdeadline nadert]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vraag-naar-mestrobots-geexplodeerd" />
            <id>https://vilt.be/58097</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met nog tweeënhalve maand te gaan tot de deadline om de vijf procent stikstofreductie te realiseren, zijn Vlaamse rundveehouders druk in de weer om hun bedrijf in regel te krijgen. Vooral mestrobots worden gekozen om aan die reductieverplichting te voldoen. Stallenbouwers en leveranciers zien de vraag exploderen en sectorfederatie Fedagrim waarschuwt dat niet alle landbouwers hun robot tijdig zullen kunnen installeren. “Boeren grijpen nu naar de makkelijkste oplossing en denken nog niet aan 2030,” klinkt het bij een leverancier van mestrobots.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9206a2d1-9d8f-43a1-b548-8791b0ceda98/full_width_mestrobots-geplaatst.jpg</image>
                                        <content>In Hove, bij Antwerpen, rijdt melkveehouder Herman Moons met de heftruck een gloednieuwe mestrobot zijn stal in. Honderd nieuwsgierige koeien kijken toe hoe het toestel op de roostervloer neerdaalt. “Na een dag of twee zijn ze eraan gewend,” vertelt de technieker. De installatie neemt gemiddeld zo&#039;n twee dagen in beslag.Dagelijks op pad voor installatiesOp dag één wordt de stal opgemeten en een plannetje gemaakt in de computer. Het robotprogramma vertelt vervolgens waar de sensoren geïnstalleerd moeten worden. Deze sensoren, 100 stuks in het geval van het bedrijf van Herman Moons, leiden de robot door de stal. Op dag twee wordt het robotstation geïnstalleerd. Vanuit dit laad- en ruststation rukt de robot elke twee à drie uur uit. De techniekers van Audenaert NV, distributeur van landbouwmachines uit Kaprijke hebben dezer dagen hun handen vol aan de installatie van mestrobots over heel Vlaanderen. “We zijn dagelijks op pad voor de installatie van mestrobots,” vertelt medezaakvoerder Frederick Audenaert. “De vraag is dit jaar tien keer groter dan vorig jaar. En nog steeds komen er nieuwe aanvragen binnen.”Dat de vraag groot is, blijkt ook uit de aanvragen voor investeringssteun voor mestrobots. De eerste helft van dit jaar werden maar liefst 445 dossiers goedgekeurd tegenover 424 over het hele jaar 2024 en 163 in 2023. In totaal werd in de eerste jaarhelft van 2025 een bedrag van 6,48 miljoen euro aan investeringssteun toegekend voor de mestrobots. Over heel 2024 ging het om 6,6 miljoen euro.Eén van de weinige betaalbare techniekenDe reden is duidelijk: Vlaamse rundveehouders moeten tegen eind dit jaar hun stikstofuitstoot met vijf procent verminderen om in regel te zijn met het nieuwe stikstofdecreet. De mestrobot is één van de maatregelen op de lijst met erkende stikstofreducerende technieken (PAS-lijst). &quot;Eén van de weinige betaalbare maatregelen op die lijst”, preciseert Moons, die samen met zijn vrouw Kathleen Janssen het melkveebedrijf runt. Bij het koppel is er weinig begrip voor het stikstofbeleid. Het hekelt vooral de praktische uitvoerbaarheid. “De overheid is tegen industriële landbouw, maar door bijvoorbeeld de installatie van luchtwassers worden veebedrijven juist fabrieken”, aldus Kathleen. Zij kan moeilijk geloven dat hun grazende runderen vervuilender zijn dan industrie en verkeer. “Onze koeien grazen op gras dat met hun mest groeit. Meer circulair kan je het toch niet hebben?” Fedagrim: deadline niet realistisch voor alle melkveehoudersFedagrim, de federatie voor landbouw- en tuinbouwmechanisatie, bevestigt dat alle mestrobotleveranciers in Vlaanderen kampen met een enorme vraag. “Wij hebben al signalen ontvangen dat vermoedelijk niet alle robots tegen het eind van het jaar geplaatst en geïnstalleerd kunnen worden”, aldus Hans Verstreken, coördinator van de federatiewerking.Fedagrim organiseerde deze zomer twee informatienamiddagen in Vlaanderen om melkveehouders te informeren over de naderende deadline voor de reductieverplichting. Alhoewel veel boeren sindsdien stappen hebben ondernomen, zijn er ook rundveehouders die tot het laatste moment hebben gewacht. “Dat is de reden waarom de productie van robots de vraag niet kan volgen en er op dit moment langere levertijden gelden”, aldus Verstreken. “Bewijs en uitvoerbaarheid weidegang moeilijk”Weidegang staat ook als maatregel op de PAS-lijst. Herman Moons en zijn vrouw hebben dan ook lange tijd getwijfeld om weidegang aan te geven als PAS-maatregel, maar stuitten hierbij op de praktische uitvoerbaarheid. “Je moet de weidegang registreren met een logboek zodat het bewijs sluitend is, maar wij vonden geen passende technologie”, aldus de boerin. “Bij Milcobel, onze afnemer van de melk, krijgen wij wel een weidegangpremie omdat we aan het lastenboek voldoen.”Deze zomer hakte het echtpaar de knoop door en werd beslist om een mestrobot aan te kopen. Zo zijn ze zeker dat ze voldoen aan de reductieverplichting, want een mestrobot staat garant voor een uitstootvermindering van tien procent (bij zes keer uitrijden per dag). &quot;Bijkomend voordeel van deze techniek is dat de robot onze mestschuif kan vervangen. Tot nu toe schoven we de mest twee keer per dag aan met een zitmachine, maar die had haar beste tijd gehad&quot;, klinkt het. En ook de VLIF-steun, goed voor 80 procent van de investering, was mooi meegenomen.   &quot;Minder dieren betekent waardevermindering van het bedrijf&quot;Het verminderen van de veestapel hebben de melkveehouders nooit overwogen. “Wij hebben twee zonen. Mogelijk zit daar een opvolger bij. Door de veestapel te reduceren, verminder je de waarde van het bedrijf”, aldus de boerin. Waar haar man de melkveehouderij runt, is zij sinds enkele jaren actief met landbouweducatie op het bedrijf. Heel het jaar door komen er veel scholen langs.Het koppel hoopt dat er op termijn ook een praktische oplossing komt voor de registratie van weidegang. “Als we dat kunnen combineren met de mestrobot, kunnen we misschien wel voldoende reductie halen om tegen 2030 te voldoen aan de stikstofreductie-eisen die dan nog strenger worden&quot;, klinkt het nog.  Boeren denken vooral aan eerste horde stikstofreductieFrederick Audenaert stelt vast dat rundveehouders vaak kiezen voor een mestrobot om de reductiedoelen te halen. &quot;Onlogisch is dat niet. Het is het laaghangend fruit als het om stikstofreductie gaat: een robot is relatief goedkoop&amp;nbsp;en makkelijk te installeren op roostervloeren, vaak zonder aanpassingen aan de stal.”Maatregelen die een grotere reductiefactor hebben, zoals de Lely Sphere of nieuwe stalroosters, vergen een grotere investering. En de machineverdeler merkt grote onzekerheid op in de sector. De recente rechtszaak die een aantal milieuorganisaties aanspanden tegen de erkenning van de Lely Sphere is daarbij symbolisch. “Sommige boeren zijn bang om grote investeringen te doen en dan later te horen dat de techniek toch niet in aanmerking komt.”Moons en Janssen zijn tevreden over de komst van hun mestrobot, die ze “Joske” gedoopt hebben, naar de merknaam JOZ. Nu moet de mestrobot nog in het omgevingsloket geregistreerd worden. Een eerste poging liep voor Kathleen niet van een leien dakje. “Je moet zelf berekenen en ingeven hoeveel ammoniak je reduceert”, aldus de boerin. Zij heeft besloten SBB in te schakelen en de extra kost voor lief te nemen.</content>
            
            <updated>2025-10-22T20:36:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenprotest aan EU-parlement: "Onze voedselzekerheid staat op het spel”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenprotest-in-straatsburg-onze-voedselzekerheid-staat-op-het-spel" />
            <id>https://vilt.be/58098</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Boeren uit verschillende Europese landen voerden aan het Europees Parlement in Straatsburg actie tegen de geplande hervormingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). &nbsp;Zo’n 200 landbouwers lieten hun ongenoegen blijken over de richting die Europese Commissie wil inslaan. “De plannen vormen een bedreiging voor de voedselzekerheid, de plattelandsontwikkeling en de toekomst van de Europese landbouw”, luidde het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="boerenprotest" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4857c60c-f46d-4b88-8fd5-7f1dd2a40b56/full_width_copa-protest.jpg</image>
                                        <content>De actie werd georganiseerd door de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca. De organisatie verwijt de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen dat ze &quot;talloze rode lijnen overschrijdt die de toekomst van de sector en de Europese voedselzekerheid in gevaar brengt”.De landbouwers hekelen enerzijds het voorstel om het tweepijlerstelsel van het GLB te ontbinden en onder te brengen in één enkel fonds. Volgens hen dreigt dit te leiden tot meer administratieve rompslomp, minder voorspelbaarheid en vooral een ongelijk speelveld tussen lidstaten en een aantasting van de interne markt.Anderzijds is de besparing op landbouwmiddelen ook een heikel punt. &quot;De aanzienlijke bezuinigingen, waardoor de steun voor de landbouw minder dan 15 procent van de totale EU-uitgaven bedraagt, staat volledig los van de huidige economische, sociale, geopolitieke en klimatologische realiteit&quot;, aldus de landbouwkoepel. &quot;De voorstellen schenden de beloftes die de Commissie eerder deed. Ons werd een duidelijk kompas beloofd. In plaats daarvan ontvingen we grootse toespraken en politieke voornemens die de andere kant op gingen. Landbouw is gedegradeerd tot de marges van de prioriteiten van Von der Leyen.&quot; Hoop op Europees ParlementDe hoop van de landbouworganisaties is nu gevestigd op het Europees Parlement, waar ze steun vinden bij sommige Europarlementsleden. Vijftig parlementsleden uit verschillende fracties sloten zich aan bij de actie in Straatsburg en spraken hun steun uit voor een “sterk, gemeenschappelijk en adequaat gefinancierd landbouwbeleid”.Onder de slogan “Onze voedselzekerheid staat op het spel - Europarlementsleden, aanvaard het onaanvaardbare niet” vroegen de actievoerders het parlement om de plannen grondig te herzien. &quot;Een alternatief is mogelijk én noodzakelijk&quot;, aldus de organisatie.</content>
            
            <updated>2025-10-23T10:26:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Flanders’ FOOD viert 20 jaar innovatie in de Vlaamse voedingsindustrie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/flanders-food-viert-20-jaar-innovatie-in-de-vlaamse-voedingsindustrie" />
            <id>https://vilt.be/58099</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Flanders’ FOOD, het innovatieplatform van de Vlaamse voedingssector, bestaat 20 jaar. Wat begon als een bescheiden initiatief van Fevia Vlaanderen, is uitgegroeid tot een krachtige speerpuntcluster die vandaag meer dan 350 bedrijven ondersteunt bij hun innovatieprojecten. "Vlaanderen gelooft sterk in de kracht van speerpuntclusters zoals Flanders’ FOOD”, aldus Mathias Diependaele, minister-president van de Vlaamse regering. “Zo blijft Vlaanderen een topregio voor kwaliteitsvolle, innovatieve en duurzame voeding."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9378bc63-19cd-4c2d-a4f0-47039f4d7b8f/full_width_food-pilot-flanders-food.jpg</image>
                                        <content>Jaarlijks begeleidt Flanders’ FOOD zo’n 70 projecten, goed voor projectmiddelen die sinds de oprichting vertienvoudigden. Samen met kennisinstellingen bouwde het ook vier hoogwaardige pilootinfrastructuren uit, waar bedrijven nieuwe technologieën kunnen testen. Ook Europees speelt de organisatie mee als coördinator van verschillende clusterprojecten. &quot;Samenwerking is de kern van ons succes&quot;Algemeen directeur Inge Arents benadrukt dat samenwerking de kern vormt van het succes. “We brengen bedrijven, onderzoekers, consumenten en overheden samen rond concrete projecten die echte impact hebben. Daarnaast brengen we ook bedrijven met andere bedrijven in contact die met dezelfde vraagstukken kampen. Dit samenspel is essentieel om onze voedingsbedrijven competitief te houden in een wereld vol uitdagingen. Zo blijft innovatie geen modewoord, maar een motor voor groei en duurzaamheid in onze sector.”“Onze leden presteren op vlak van productiviteit minstens twee keer beter dan niet-leden”, vult voorzitter Jan Vander Stichele aan. “Niet-leden geven innovatie vaak een te kleine rol.”Voor Fevia Vlaanderen, de federatie van de Vlaamse voedingsindustrie, is Flanders’ FOOD ondertussen ook een cruciale schakel geworden. “Wij bepalen de strategische koers met onze duurzaamheisroadmap, Flanders’ FOOD vertaalt die ambities naar concrete acties en onderzoeks- en innovatieprojecten voor bedrijven”, zegt directeur Nadia Lapage. Scherpere ambities voor de komende jarenFlanders’ FOOD scherpt haar ambities voor de komende jaren nog verder aan. “De maatschappelijke uitdagingen zijn veelvuldig: klimaatverandering, consumentenvertrouwen, energietransitie, concurrentiekracht”, klinkt het. “Stuk voor stuk domeinen waarin de voedingsindustrie een sleutelrol speelt.”“De voedingsindustrie is goed voor meer dan één vijfde van alle industriële investeringen in Vlaanderen. Door in te zetten op duurzaamheid en samenwerking maken we onze voedingsbedrijven klaar voor de uitdagingen van morgen. Zo blijft Vlaanderen een topregio voor kwaliteitsvolle, innovatieve en duurzame voeding”, besluit minister-president Diependaele.</content>
            
            <updated>2025-10-23T17:50:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond lanceert AgriTech-loket om landbouwers te helpen digitaliseren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-lanceert-agritech-loket-om-landbouwers-te-helpen-digitaliseren" />
            <id>https://vilt.be/58100</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Om de kloof tussen technologische innovatie en de dagelijkse landbouwpraktijk te verkleinen, start Boerenbond met het AgriTech-loket. “Zie het als een adviesloket waar land- en tuinbouwers kunnen aankloppen wanneer ze hulp nodig hebben bij digitalisering en automatisering. We helpen hen om de juiste technologieën en partijen te vinden”, zegt Robby Cloesen van Boerenbond.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="precisielandbouw" />
                        <category term="smart farming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fa0cce68-1460-483b-97b9-7a7cb06b5138/full_width_precisielandbouw-gps.jpg</image>
                                        <content>Centraal aanspreekpuntUit een Europees onderzoek blijkt dat bijna alle Europese landbouwbedrijven intussen digitale basismiddelen zoals internet, smartphones en kantoorsoftware gebruiken. Maar zodra het gaat over toepassingen als precisielandbouwsoftware, sensoren, robotica of digitale diermonitoring zakt het gebruik sterk, zo kwam uit het onderzoek naar voor.Om de drempel te verlagen naar deze technologieën en innovaties start Boerenbond nu met het AgriTech-loket. “Onze leden hebben zo één aanspreekpunt voor digitale technologie, data en automatisering”, vertelt Robby Cloesen, consulent Digitale innovatie landbouw bij Boerenbond. “We richten ons zowel op starters als op voorlopers in digitalisering.” Van vraag naar concreet stappenplan“Samen met de landbouwer bekijken we welke technologie relevant en haalbaar is en we brengen hem in contact met de partijen die geschikt zijn om hun vraag naar de praktijk te bepalen”, aldus Cloesen. “Daarbij maken we een duidelijk stappenplan op. Zo begeleiden we ook waar nodig een innovatieaanvraag bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) of mogelijke deelname aan onderzoeksprojecten.”Het loket wil advies bieden over een brede waaier aan thema’s: van kantoorwerking en databeheer tot specifieke toepassingen zoals variabele bemesting, slimme irrigatie, drones en robotisering. “Digitaliseren hoeft zeker geen gigantisch project te zijn, één slimme toepassing kan al een groot verschil maken”, verduidelijkt Cloesen nog.</content>
            
            <updated>2025-10-23T14:11:07+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese Commissie keurt fusie tussen Milcobel en FrieslandCampina goed]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europa-keurt-fusie-milcobel-en-frieslandcampina-goed" />
            <id>https://vilt.be/58101</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie heeft de voorgenomen fusie tussen Milcobel en FrieslandCampina goedgekeurd. De Europese mededingingsautoriteit heeft geconcludeerd dat de fusie geen “significante belemmering vormt voor de concurrentie op relevante markten, waaronder de kaashandel en verse zuivelproducten in Nederland, België en Frankrijk". Met de Europese goedkeuring is het laatste woord aan de leden, die zich medio december over de fusie buigen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="zuivel" />
                        <category term="coöperatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d70df65e-1dc8-4d3d-bc55-014389e2dbce/full_width_milcobel-milcobel.jpg</image>
                                        <content>“We hebben gisteren groen licht gekregen vanuit Europa voor de fusie, waardoor een belangrijke horde in het proces is genomen,” vertelt Tom Schiettecat, directeur Milk &amp;amp; Farms bij Milcobel.Een onderzoek naar de fusie door de mededingingsautoriteiten is de voorlaatste en verplichte stap in het fusietraject dat eind vorig jaar is ingezet door beide coöperaties. “De mededingingsautoriteiten kijken of de fusie niet marktverstorend werkt. Het dient ter bescherming van de consument,” aldus Schiettecat.Beide zuivelverwerkers dienden enkele maanden geleden een dossier in bij de mededingingsautoriteiten, die onder de verantwoordelijkheid van de Europese Commissie vallen. Onderdeel van het onderzoek zijn gesprekken met Milcobel-klanten, melkveehouders en concurrenten. “In de laatste fase van de voorbije weken hebben onze CEO’s bijkomende vragen moeten beantwoorden,” vertelt Schiettecat. Ook is bij de Europese Commissie een melding gedaan in het kader van de Verordening inzake buitenlandse subsidies, en ook hierover volgde een positief besluit. Laatste woord aan de ledenMet de Europese goedkeuring ligt de weg open voor de laatste horde in het fusietraject. Op dinsdag 16 december 2025 nemen de Buitengewone Algemene Vergadering van Milcobel en de Ledenraad van FrieslandCampina het finale besluit over de fusie.De Buitengewone Algemene Vergadering van Milcobel bestaat uit zo’n 70 leden die vanuit de Milcobel-ledenkringen worden afgevaardigd. “Het laatste woord is aan de leden,” concludeert Schiettecat, die er alle vertrouwen in heeft dat de leden instemmen. Na goedkeuring door de leden zou de fusie vanaf 1 januari volgend jaar van kracht worden.</content>
            
            <updated>2025-10-23T17:02:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Theemakers verbeteren biodiversiteit met kruidenstroken bij boeren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/theemakers-verbeteren-biodiversiteit-met-kruidenstroken-bij-boeren" />
            <id>https://vilt.be/58102</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De kruiden- en bloemenstroken die de startup (on)kruid bij boeren aanlegt voor de productie van lokale thee, hebben een positieve impact op de biodiversiteit. Dat blijkt uit monitoringsonderzoek van HOGENT en Natuurpunt op een proefveld in Lievegem. Er werden onder meer 105 soorten nachtvlinders geteld en talloze nuttige insecten. (On)kruid ziet in het onderzoek een bevestiging van zijn bedrijfsfilosofie: het verbeteren van de biodiversiteit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="Boeren" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/96d697dd-816d-47c8-907c-14611d5252f1/full_width_kruidenstrook-thee-onkruid.png</image>
                                        <content>“We zien talloze nuttige insecten opduiken: van bijen en hommels tot zweefvliegen en vlinders. Die spelen een cruciale rol in bestuiving en plaagcontrole”, vertelt Greet Verlinden, onderzoeker aan HOGENT. De Gentse hogeschool en vrijwilligers van Natuurpunt monitorden de biodiversiteit op een proefperceel in Lievegem.Op het demoveld groeien sinds dit voorjaar meer dan 30 soorten kruiden, zoals kamille, goudsbloem en citroenmelisse. De kruiden dienen voor de productie van thee door (On)kruid. De startup werd enkele jaren geleden gelanceerd door drie jonge Vlamingen, onder wie boerenzoon Brecht Herteleer. Tijdens een project voor zijn toenmalige werkgever Boerennatuur kwam hij op het businessidee. Meer biodiversiteit en extra inkomenMet hun lokale theeproductie willen de ondernemers, naast de vermarkting van thee, via de bloemen- en kruidenstroken ook bijdragen aan de verbetering van de biodiversiteit. Daarnaast willen ze landbouwers op deze manier een aanvullend inkomen bieden. De ondernemers betalen boeren voor de aanleg van kruidenstroken. Van één vierkante meter kan een zakje thee worden gemaakt.Bij (on)kruid zien ze in het monitoringsonderzoek door HOGENT en Natuurpunt een bevestiging van hun bedrijfsfilosofie. “De koninginnenpage, één van de grootste vlinders van België, is opnieuw opgedoken. Dat toont hoe snel de natuur zich kan herstellen als je ze de kans geeft.” Vrijwilligers van Natuurpunt telden 105 nachtvlinders. “Nachtvlinders zijn een goede indicator voor de biodiversiteit en de kwaliteit van leefgebieden. Er zijn ontzettend veel verschillende soorten, en ze reageren snel op veranderingen in hun omgeving”, aldus Brecht Herteleer. Ook werd er een babyree aangetroffen tussen de theekruiden in Lievegem. Thee in 150 Aveve-winkelsSinds de oprichting maakt (On)kruid een gestage groei door. De verkoop van diverse theesoorten verloopt via een webshop en een aantal lokale winkels. Recent is de startup ook een samenwerking aangegaan met Aveve: de Belgische thee is voortaan in 150 Aveve-winkels te koop. “Dankzij Aveve bereiken we meer mensen, kunnen we meer velden inzaaien en extra sociale tewerkstelling creëren”, aldus Herteleer.(On)kruid stond begin vorig jaar in de spotlights toen het de Social Impact Award van Cera en Start it @KBC won. Met deze prijs willen de organisatoren startende ondernemers belonen die sociale ateliers betrekken bij hun bedrijfsidee en zo meewerken aan een inclusievere samenleving. De startup laat zijn thee verpakken in sociale werkplaatsen.</content>
            
            <updated>2025-10-23T17:41:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Planten als sleutel tot beter waterbeheer: landbouwbedrijven testen natuurlijke zuivering]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bloemen-als-sleutel-tot-beter-waterbeheer-vlaamse-landbouw-test-natuurlijke-zuivering" />
            <id>https://vilt.be/58103</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Drie Vlaamse landbouwbedrijven verlagen momenteel hun waterverbruik en lozingskosten door water te zuiveren met planten en ijzergranulaat. Het systeem, ontwikkeld door Vlaamse onderzoekers en het bedrijf HelloWater, zit nog in een testfase maar kan volgens hen in de toekomst dienen als blauwdruk voor beter waterbeheer in de volledige agrovoedingssector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ffbdd441-069f-4161-8ce0-edc737efcd66/full_width_hello-water.jpg</image>
                                        <content>In het project ‘Agro&amp;amp;Blauw’ zuiveren landbouwers proceswater op hun bedrijf met behulp van planten en een circulair ijzergranulaat. Het gezuiverd afvalwater kunnen ze vervolgens opnieuw inzetten in hun productie. Het systeem wordt momenteel getest bij drie landbouwbedrijven en helpt hen hun verbruik van vers water te beperken, wat hun watervoetafdruk verkleint en meer zekerheid biedt in droge periodes. Daarnaast is het water van zulke kwaliteit dat het voldoet aan de Wezernormen en zonder problemen kan worden geloosd in waterlopen. “Zo boeken landbouwers ecologische, economische en juridische winst”, klinkt het.Volgens de onderzoekers is het project toepasbaar in tal van bedrijven, op verschillende schalen en is het ook betaalbaar. Agro&amp;amp;Blauw, een samenwerking tussen VLAIO, UGent, VEG-i-TEC, Flanders&#039; FOOD en het bedrijf HelloWater, wil de resultaten dan ook gebruiken als blauwdruk voor een beter waterbeheer binnen de sector. “Het project maakt zichtbaar wat het beleid vaak bedoelt maar zelden realiseert: een sector die zijn water kent, gebruikt en bewaart”, klinkt het.In de toekomst wil het project zich meer toespitsen op maatwerk van de waterstromen binnen een bedrijf. “Elk agrovoedingsbedrijf heeft andere hergebruikpaden van water. Water kan bijvoorbeeld gebruikt worden om teelten te irrigeren, als poetswater, als proceswater om voeding te wassen of om machines te laten draaien”, legt Wouter Igodt van HelloWater uit. “Elk van die stromen heeft specifieke vereisten. Irrigatiewater mag bijvoorbeeld meer nutriënten bevatten, terwijl proceswater een veel fijnere filtering vraagt dan poetswater. In de toekomst willen we onze zuiveringssystemen kunnen afstemmen op het specifieke hergebruik, steeds met natuurlijke filters en sensoren die de waterkwaliteit garanderen.”</content>
            
            <updated>2025-10-27T14:57:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[N-VA wil minder drempels voor Blue Deal: "Verbeter vergunningsprocedures en laat boerderijcompostering toe"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/n-va-boerderijcompostering-nodig-voor-blue-deal" />
            <id>https://vilt.be/58104</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering wil natte natuur herstellen via de Blue Deal, maar daarvoor stoot ze op verschillende obstakels. Niet in het minst: zichzelf. Dat besluit de N-VA-fractie in haar conceptnota over hydrologisch herstel die voorgelegd is aan de Vlaamse regering. Vernattingsprojecten worden vaak gehinderd door trage en moeizame vergunningsprocedures. Bovendien moet de regering werk maken van een wetgevend kader voor boerderijcompostering, vindt N-VA, om zo het maaisel van deze natte natuur te verwerken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="compost" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f9631932-71ec-4376-8d27-a0b1441f697a/full_width_nattenatuur-water-wijmeers-sigmaplan.jpg</image>
                                        <content>De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) signaleert verschillende kunstmatige knelpunten die de Blue Deal bemoeilijken. Zo zijn er de vergunningskwesties. “Die maken dat sommige projecten niet of in een lightversie zijn doorgegaan”, licht parlementslid Andy Pieters (N-VA) toe. Op basis van de aanbevelingen van het CIW, stelde N-VA een conceptnota op voor een efficiënter Blue Deal-beleid.Als één van de voorbeelden van inefficiëntie haalt Pieters de MER-plicht aan, of de milieu-effectenrapportage. Dit is een procedure die vaak veel tijd in beslag neemt. “We merken dat deze MER-plicht in sommige gevallen ervoor zorgt dat gesubsidieerde projecten, waaronder bijvoorbeeld het ontdiepen van grachten in landbouwgebied, de subsidietermijn overschrijden.” Pieters stelt voor om bijvoorbeeld in geval van MER-plicht de subsidietermijn te verlengen. Boerderijcompostering nodig voor herstel natte natuurEen ander element is het beheer van deze natte natuur. “Vernatting bemoeilijkt vaak het beheren, maaien en afvoeren van grasland. Droge graslanden worden vaak beheerd via gebruiksovereenkomsten met landbouwers&quot;, zegt Pieters. &quot;Bij natte graslanden ligt dat moeilijker, ze zijn niet altijd goed toegankelijk. Het voorstel is om een regelgevend kader uit te werken voor boerderijcompostering en de verwerking van verteerd natuurmaaisel, zodat we een fatsoenlijk beheer van die natte natuur mogelijk maken. Ik weet dat landbouworganisaties zelf op dat vlak ook wel bepaalde voorstellen hebben.”Boerderijcompostering is een proces waarbij landbouwers op hun eigen bedrijf organisch restmateriaal verwerken tot compost. Vandaag is dit type compostering juridisch moeilijk haalbaar. Compostering van 100 procent eigen materiaal voor eigen gebruik is vrijgesteld van vergunning, maar bij het gebruik van &quot;vreemd&quot; materiaal ligt dat anders. Een landbouwer die compostmateriaal gebruikt afkomstig van natuurbeheer, moet aan dezelfde VLAREM-normen voldoen als industriële composteringsbedrijven. De regering beloofde afgelopen zomer wel om nog vóór de jaarwisseling een wettelijk kader voor boerderijcompostering te voorzien. Vooronderzoek op eigen kosten?Pieters haalt ook aan dat het voorbereidend onderzoek naar de impact van vernattingsmaatregelen vandaag niet wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid. Nochtans is dit wel belangrijk, want zulke onderzoeken bekijken of een vernattingsmaatregel gevolgen heeft voor de omliggende (landbouw)gronden, en is dus ook cruciaal voor het uittekenen van flankerende maatregelen. Pieters vraagt zich af of het niet beter zou zijn moest Vlaanderen niet alleen bepaalde projecten, maar ook de daarbij horende vooronderzoeken financieren.De conceptnota worden nu nagelezen door de bevoegde adviesraden en wordt verder behandeld in november. Zodra dit wordt uitgewerkt in concreet beleid, moet het de Blue Deal en de daarbij horende vergunningen faciliteren en versnellen.</content>
            
            <updated>2025-10-23T17:45:51+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kwaliteit kraanwater blijft sterk, grondwaterwinning voor drinkwater historisch laag]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kwaliteit-kraanwater-blijft-sterk-grondwaterwinning-voor-drinkwater-historisch-laag" />
            <id>https://vilt.be/58105</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Vlaamse kraanwater blijft van hoge kwaliteit. Dat blijkt uit het nieuwe drinkwaterrapport van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). 99,56 procent van de gecontroleerde kraanwaterstalen voldeed aan de normen in 2024. Tegelijk pompten de waterbedrijven minder grondwater op dan in eender welk jaar sinds 2011.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/65c89880-b97a-434d-93c6-dbbfe1bc60af/full_width_kraanwater.jpg</image>
                                        <content>De kwaliteit van het kraanwater in Vlaanderen was vorig jaar opnieuw goed, dat stelt VMM in het nieuw drinkwaterrapport. 99,56 procent van de gecontroleerde waterstalen aan de kraan voldeed aan alle normen. De meeste normoverschrijdingen zijn vastgesteld voor lood, gevolgd door enterokokken en nikkel.“Lood blijft vanuit gezondheidskundig oogpunt het belangrijkste aandachtspunt”, benadrukt minister Brouns. Het metaal komt meestal in het kraanwater terecht via oude loden leidingen. “Dit vraagt bijzondere aandacht in publieke gebouwen en kinderdagverblijven.” PFAS en gewasbeschermingsmiddelenHet drinkwater wordt niet alleen aan de kraan gecontroleerd. Ook in de waterwingebieden wordt het getest op allerlei parameters zoals PFAS en gewasbeschermingsmiddelen. In 93 procent van de leveringsgebieden lag de gemiddelde concentratie voor alle chemische parameters onder 60 procent van de normwaarde.Specifiek voor pesticiden meldt VMM dat er vorig jaar 20 normoverschrijdingen werden vastgesteld voor glyfosaat, fenuron en een metaboliet. Dit laatste is een afbraakproduct van een bestrijdingsmiddel. Ook voor de metaboliet 1,2,4-triazool werden waarden gemeten boven de parameterwaarde (0,1 µg/l). Omdat hiervoor tijdelijk een hogere norm (1 µg/l) geldt, worden deze metingen niet als overschrijding beschouwd. De waarden blijven volgens Brouns ruim binnen de gezondheidsnormen. “Maar extra inzet op bronbescherming en een optimale waterproductie blijft voor ons een belangrijke actie”, luidt het. Meer oppervlaktewater, minder grondwaterVolgens het rapport over de drinkwaterbalans pompten de zes Vlaamse drinkwaterbedrijven vorig jaar dan weer minder grondwater op dan in eender welk jaar sinds 2011. Door de overvloedige neerslag in 2024 konden ze meer oppervlaktewater uit rivieren en meren gebruiken voor de productie van drinkwater, wat goed is voor de natuur en de grondwatervoorraad.Door lekken in het drinkwaternet gaat jaarlijks een deel van het water verloren, al blijft dat verlies in Vlaanderen beperkt. Onze waterbedrijven halen een gemiddelde score van 0,96 op de Infrastructure Leakage Index (ILI). Internationaal geldt een waarde onder twee als goed: bijkomende investeringen om het verlies nog verder te beperken leveren dan meestal weinig op.“Beide rapporten tonen aan dat Vlaanderen blijft investeren in veilig en duurzaam drinkwater voor iedereen. We mogen trots zijn op de uitstekende kwaliteit van ons kraanwater en de inspanningen van de waterbedrijven om onze voorraden duurzaam te beheren”, reageert minister Brouns. “Maar we zijn niet blind voor de uitdagingen. Samen blijven we werken aan een toekomst waarin elke Vlaming kan rekenen op gezond en betrouwbaar drinkwater, vandaag én morgen.”</content>
            
            <updated>2025-10-23T18:07:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Massale sterfte van kraanvogels door vogelgriep in Duitsland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/massasterfte-van-kraanvogels-door-vogelgriep-in-duitsland" />
            <id>https://vilt.be/58106</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nabij Berlijn zijn meer dan 1.000 kraanvogels gestorven aan de vogelgriep. Duitse natuurbeheerders waarschuwen voor een grootschalige uitbraak. Het virus dook deze week ook op in ons land.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2bd5804a-ffc7-4553-a219-3a3f9058e409/full_width_kraanvogel-pixabay.jpg</image>
                                        <content>Zo&#039;n 839 dode kraanvogels werden deze week gevonden in het Duitse plaatsje Linum, nabij Berlijn. Elk jaar strijken tienduizenden kraanvogels in de regio neer voordat ze hun wintertocht naar het zuiden vervolgen. Plaatselijke natuurbeheerders spreken van een ongekende uitbraak van de ziekte onder wilde dieren. Ze schatten dat het totale aantal gestorven vogels oploopt tot wel 1.500.Vrijwilligers zijn al dagen in de weer, zwaar ingepakt tegen het besmettelijke virus, om de kadavers zo snel als mogelijk te ruimen. Raven en roofvogels kunnen zich voeden met de dode dieren en zo bijdragen aan de verdere verspreiding van het virus. Vogelgriep is immers uiterst besmettelijk en vaak snel dodelijk voor vogels en pluimvee. Het virus kan occasioneel overspringen op mensen, maar is doorgaans niet gevaarlijk.Het virus heeft in Duitsland al zware schade aangericht. Volgens de Duitse onderzoeksinstelling voor diergezondheid moesten er al meer dan 400.000 eenden, ganzen en kippen worden geruimd. Met het hoogtepunt van de najaarstrek in zicht vrezen experten een verdere toename van sterfgevallen en een snelle verspreiding in Centraal-Europa.Afschermplicht in BelgiëIn ons land werd een pluimveebedrijf in Houthulst deze week getroffen. Ook daar worden alle dieren geruimd. &quot;Vogelgriep vormt een ernstige bedreiging voor de pluimveebedrijven en voor onze economie&quot;, stelde federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) woensdag. Hij voerde een afschermplicht in voor pluimvee en vogels van professionele houders. &quot;De beste manier om onze dieren te beschermen en de verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het nemen van preventieve maatregelen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-10-24T10:57:15+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Open Vld hekelt nieuwe regels rond planschade bij omzetting naar landbouwgebied]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/open-vld-hekelt-nieuwe-regels-rond-planschade-bij-omzetting-naar-landbouwgebied" />
            <id>https://vilt.be/58107</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Open Vld is niet te spreken over de aanpassing aan de planschadevergoeding die de Vlaamse regering heeft gedaan wanneer lokale besturen harde bestemmingen omzetten naar open ruimte. “Daardoor moeten lokale besturen die open ruimte willen redden door er landbouwgebied van te maken, de rekening alleen ophoesten. Dit is de zoveelste factuur die de Vlaamse regering doorstuurt”, zegt Open Vld-parlementslid Lydia Peeters.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="open ruimte" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8307ce82-36a8-42bf-9045-acf67bb19f38/full_width_melkveestallandschapsintegratie-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Planschade door waardeverminderingOppositiepartij Open Vld wijst erop dat het vooral dankzij de landbouwers is dat er nog open ruimte is in Vlaanderen. “Soms is de grond waarop ze werken, niet ingetekend als landbouwgebied maar bijvoorbeeld als woonuitbreidingsgebied”, klinkt het. Volgens de partij kunnen lokale besturen ervoor kiezen om die woonzone, bedrijventerrein of recreatiezone via een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) om te zetten naar open ruimte.Maar die keuze voor meer open ruimte heeft ook gevolgen. Om het eigendomsrecht te beschermen, moet het lokale bestuur dan planschade betalen aan de eigenaars van die grond. Want landbouwgrond is bijvoorbeeld minder waard dan bouwgrond en dus moet krijgt de eigenaar een vergoeding omdat zijn eigendom minder waard is geworden. Tot voor kort was het zo dat de Vlaamse overheid de helft van de rekening betaalt om de lokale besturen te helpen. Het kan daarvoor putten uit het ‘Beleidsplan Ruimte Vlaanderen’-fonds. Extra regels en uitzonderingenVolgens Open Vld heeft de Vlaamse regering deze regel nu gewijzigd. “Plotseling zijn er heel wat regels en uitzonderingen toegevoegd die de omzetting naar landbouwgebied uitsluiten van die financiële hulp van de Vlaamse overheid, tenzij in heel specifieke gevallen”, aldus Lydia Peeters. Ze wijst erop dat er enkel een 50%-tussenkomst is wanneer er herbestemd wordt naar ‘bouwvrij agrarisch gebied’, ‘agrarisch gebied met ecologisch belang’ of ‘agrarisch gebied met natuurverweving’.“Herbestemmingen naar ‘agrarisch gebied’ (klassieke beroepslandbouw) of ‘agrarische bedrijvenzone’, zoals glastuinbouwzones, met bijvoorbeeld een landbouwbedrijf of een serre op het gebied, komen niet langer in aanmerking voor de tussenkomst.&amp;nbsp;Voorheen werd landbouwgrond per definitie als bouwvrij beschouwd. Nu gaat men daar een hele hoop criteria en categorieën aan toevoegen”, meent Peeters. “Wil een lokaal bestuur in de toekomst woonzone omzetten naar agrarisch gebied, dan moet het daar zelf de volledige kost voor dragen.” &quot;Factuur naar lokale besturen&quot;Het liberale parlementslid klaagt in dat opzicht “de regeldrift en onbetrouwbaarheid van de Vlaamse regering” aan. “Deze Vlaamse regering wantrouwt landbouwers. Iedereen roept om minder regeldruk, maar in plaats van minder krijgen ze juist meer regels, categorieën en criteria.” Peeters vindt dat de regering onbetrouwbaar is. “Men vraagt lokale besturen werk te maken van een bouwshift en belooft hen daarbij te helpen. Maar als het eenmaal zo ver is, wordt de factuur van het beleid opnieuw doorgestuurd naar de lokale besturen en de belastingbetalers.”</content>
            
            <updated>2025-10-27T14:58:36+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minstens 37 arrestaties in Griekenland na fraude met landbouwsubsidies]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minstens-37-arrestaties-in-griekenland-na-fraude-met-landbouwsubsidies" />
            <id>https://vilt.be/58108</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De fraude met Europese landbouwsubsidies in Griekenland dijt verder uit. Afgelopen week werden er 37 mensen opgepakt. Het zou gaan om overheidsfunctionarissen, mensen uit de privésector en in beperkte mate om landbouwers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a76f4cfb-c337-4efb-83b5-6ad35957ffaf/full_width_griekenland.jpg</image>
                                        <content>Vorig jaar kwam waarschuwde de Europese antifraudedienst de Griekse autoriteiten over mogelijke fraude met subsidies bij de Griekse landbouwadministratie en haar betaalorgaan OPEKEPE. De antifraudedienst had bewijzen gevonden dat landbouwers en overheidsfunctionarissen de Europese Unie sinds minstens 2019 zouden hebben opgelicht met valse subsidieaanvragen. &amp;nbsp;Het zou gaan om fictieve informatie over landbouwgronden en onterecht uitgekeerde subsidies voor rotsachtige percelen, bossen en zelfs grond in Noord-Macedonië. Zo’n 100 personen zouden op die manier zes jaar lang systematisch Europese steun hebben gekregen. In totaal zou bijna 23 miljoen euro aan subsidies onterecht zijn uitbetaald. Boete van bijna 400 miljoen euroHet schandaal deed in Griekenland al behoorlijk wat stof opwaaien. Eerder dit jaar leidde het al tot het ontslag van een minister en drie viceministers. Ook OPEKEPE, het overheidsagentschap dat de Europese landbouwsteun uitbetaalde, werd ontbonden. Daarnaast legde de Europese Commissie Griekenland een boete op van bijna 400 miljoen euro omdat het de betalingen had uitgevoerd zonder voldoende eigendomsbewijs te vragen of controles ter plaatse uit te voeren.Nu komt daar de arrestatie van 37 personen bij. In het hele land werden er huiszoekingen en invallen uitgevoerd, gecoördineerd door het Europees Openbaar Ministerie (EPPO), dat misdrijven onderzoekt die de financiële belangen van de EU schaden en al enkele jaren de fraudezaak in Griekenland opvolgt. Daarnaast voert de Griekse politie een afzonderlijk onderzoek, waarbij sommige verdachten in beide dossiers zijn geïdentificeerd. &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-10-24T10:56:46+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wolf Maurice vermoedelijk dood: ANB ziet geen kwaad opzet, Welkom Wolf trekt dat in twijfel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wolf-maurice-vermoedelijk-dood-anb-ziet-geen-kwaad-opzet-welkom-wolf-trekt-dat-in-twijfel" />
            <id>https://vilt.be/58109</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Al bijna twee maanden is er geen spoor meer van de Limburgse mannetjeswolf Maurice. Alle andere wolven van de roedel in Hechtel-Eksel, wolvin Noëlla en de zeven welpen, kwamen sinds dan wel al meermaals in beeld. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) gaat ervan uit dat Maurice hoogstwaarschijnlijk dood is.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/57b60db2-5b85-4cb8-9c62-a053a73cd182/full_width_wolf-op-plateau-van-tervuren-10-februari-2023-om-8u43-credit-welkom-wolf-laura-fache.jpg</image>
                                        <content>&quot;Geen tekenen van kwaad opzet&quot;“Het vermoeden was er al een tijdje”, schrijft het Agentschap Natuur en Bos (ANB) in een persbericht. “Een tweede check-up van de camerabeelden en een grondig sporenonderzoek op het terrein, doen wolvenexperts besluiten dat de mannelijke wolf al enkele weken niet meer te bespeuren is en dus wellicht dood is.”De doodsoorzaak is volgens ANB niet gekend. “Er is geen indicatie dat hij in het verkeer zou zijn omgekomen, want we ontvingen geen enkele melding van een aanrijding”, klinkt het. “Ook is het onwaarschijnlijk dat de wolf is weggetrokken uit het gebied terwijl hij welpen heeft. Er zijn bovendien geen tekenen van kwaad opzet.”Dat doet ANB en INBO besluiten dat het dier een natuurlijke dood is gestorven. “De natuurlijke sterfte bij volwassen wolven met een territorium ligt op ongeveer 12 procent per jaar en voor een manke wolf, zoals Maurice, is dat waarschijnlijk een stuk hoger”, zo staat in het persbericht. Verkeersslachtoffers niet uit te sluitenANB verwacht direct geen problemen voor de welpen van het wolvenpaar. “Ze zijn op dit moment bijna volgroeid en gaan de komende maanden mee jagen met hun moeder”, stelt het agentschap. In dat kader waarschuwt het ervoor dat de welpen nog heel onervaren zijn en het dus niet valt uit te sluiten dat ze dichter bij bewoning en mensen komen dan ervaren welpen. “Het ligt ook in de lijn van de verwachting dat er binnenkort verkeersslachtoffers vallen, zoals in de voorbije jaren rond deze periode.” In het middelpunt van polemiekDie communicatie van ANB is niet naar de zin van Welkom Wolf. “Omdat er geen harde bewijzen zijn voor een gewelddadige dood, stellen ANB en Natuurinspectie dat er sprake is van een natuurlijke dood”, zegt Jan Loos van Welkom Wolf. Hij wijst erop dat rond de periode dat de wolf verdween, krantenwebsites en sociale media “bol stonden van doodsbedreigingen aan het adres van de wolf”.In augustus beheersten de Limburgse wolven immers het nieuws. Op een maand tijd werden zo’n tiental pony’s doodgebeten tijdens een wolvenaanval. Al gauw kwam er een polemiek op gang of de wolf niet te veel bescherming genoot. Voorstanders van de wolf stelden dan weer dat het met de juiste omheining perfect mogelijk was om de wolf uit paardenweides te houden.Welkom Wolf begrijpt dat kwaad opzet niet bewezen is, maar heeft er geen begrip voor dat ANB, gezien de context van dat moment, die mogelijkheid meteen wegwimpelt. “Zo ontslaat ANB zich gemakshalve van elke verantwoordelijkheid om het zelfs maar uit te zoeken”, foetert Loos. Ook vindt hij dat het agentschap meer had moeten doen om te voorkomen dat de wolf is gestorven. &quot;Overheid mist visie&quot;In dat kader stoort Welkom Wolf zich eveneens aan de aankondiging van ANB dat het in de lijn van de verwachting ligt dat er in de komende periode jonge wolven zullen aangereden worden. “Natuurlijk ligt dat in de lijn van de verwachting als je als Vlaamse overheid&amp;nbsp;opzettelijk&amp;nbsp;nalaat&amp;nbsp;om&amp;nbsp;voorzorgsmaatregelen te nemen om die aanrijdingen te voorkomen”, stelt Loos.“Door het plotse verdwijnen van een volwassen wolf - nota bene de enige volwassen mannetjeswolf in Vlaanderen - te &#039;normaliseren&#039; en al meteen ook het doodrijden van welpen als &#039;normale uitval&#039; voor te stellen, toont ANB nog maar eens dat het geen enkele visie heeft over wat nodig is om de wolf in Vlaanderen een duurzame toekomst te bieden”, klinkt het.Welkom Wolf wijst nog op de rechtszaak die het heeft aangespannen tegen de Vlaamse overheid, de zogenaamde Wolvenzaak, om een betere bescherming van de wolf af te dwingen. Een uitspraak in die rechtszaak is pas verwacht tegen begin 2027. “Intussen bekijken we of we nog bijkomende procedures kunnen starten tegen de Vlaamse overheid die haar eigen wetgeving met de voeten blijft treden”, besluit Welkom Wolf.</content>
            
            <updated>2025-10-24T15:26:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Verwerkende industrie voorziet fonds voor investeringen in betere waterkwaliteit in West-Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/provincie-inagro-en-industrie-samen-aan-de-slag-voor-beter-water" />
            <id>https://vilt.be/58110</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De provincie West-Vlaanderen, Inagro, Belgapom en Vegebe hebben bij Aviko in Poperinge een samenwerkingsovereenkomst ondertekend om de waterkwaliteit in West-Vlaanderen versneld te verbeteren. De focus ligt op het terugdringen van nutriëntenverliezen en resten van gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlakte- en grondwater. “De waterkwaliteit verbeteren lukt alleen als we de krachten bundelen over de sectoren heen”, zegt gedeputeerde Bart Naeyaert (cd&amp;v), bevoegd voor Integraal Waterbeleid. Nieuw is dat de verwerkende industrie een duurzaamheidsfonds voorziet voor investeringen op het terrein.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="Inagro" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/532b93c7-cabf-4342-a10a-902f127288ce/full_width_ondertekening-water-01-web.jpg</image>
                                        <content>De actie kadert in het Provinciaal Waterkwaliteitsactieplan. Dit plan is goedgekeurd in 2024 en moet de Vlaamse en Europese doelstellingen vertalen naar concrete acties in West-Vlaanderen. “Met Belgapom en Vegebe als partners brengen we de verwerkende industrie mee aan tafel, niet als toeschouwer, maar als actieve partner in duurzame oplossingen,” zegt gedeputeerde Bart Naeyaert. De overeenkomst verankert de structurele samenwerking tussen de provincie, Inagro en de beroepsfederaties Belgapom en Vegebe, die samen het merendeel van de aardappel- en groenteverwerkende bedrijven vertegenwoordigen.Concrete actiesEén van de agendapunten binnen deze samenwerking is de sensibilisering en begeleiding van landbouwers en teeltbegeleiders inzake bodembeheer, precisielandbouw, spuittechnieken en randenbeheer. Daarnaast zullen er via demonstraties en praktijknetwerken biologische en minder schadelijke alternatieven voor bepaalde gewasbeschermingsmiddelen in de verf worden gezet. Bovendien willen de partners pilootprojecten opzetten voor nieuwe innovaties in de waterzuivering op en rond bedrijfs- en teeltlocaties, met monitoring van het effect op emissies. Tot slot komt er een duurzaamheidsinvesteringsfonds vanuit de verwerkende industrie om projecten op het terrein te cofinancieren. De verwerkende industrie is mee afhankelijk van zuiver water en vruchtbare bodems. Via een duurzaamheidsinvesteringsfonds willen we mee investeren in oplossingen die werken op het terrein “De verwerkende industrie wil samen met haar landbouwpartners verantwoordelijkheid opnemen,” zegt Christophe Vermeulen, CEO van Belgapom en Vegebe. “Onze bedrijven zijn mee afhankelijk van zuiver water en vruchtbare bodems. Via dit fonds willen we mee investeren in oplossingen die werken op het terrein.”Individuele landbouwers spelen belangrijke rolHoewel de overeenkomst formeel gesloten is tussen overheid, onderzoeksinstelling en industrie, blijft de betrokkenheid van landbouwers essentieel. “Wij vertalen onderzoek naar concrete, toepasbare maatregelen op het veld,” zegt Inagro-directeur Mia Demeulemeester. “Door samen te werken met alle partners in de keten bereiken we sneller schaal en impact. Doelstelling is kennis te verspreiden en nog actiever in te zetten op begeleiding van, voor, door en met onze landbouwers en hun teeltbegeleiders.”De samenwerking loopt vijf jaar (2025–2030) en wordt jaarlijks geëvalueerd.</content>
            
            <updated>2025-10-26T17:34:18+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van koelcel tot veilzaal: REO investeert in moderne verbouwing]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/an-koelcel-tot-veilzaal-reo-investeert-in-moderne-verbouwing" />
            <id>https://vilt.be/58111</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Binnenkort zal het niet alleen het nieuwe logo zijn dat de vernieuwing bij fruit- en groentenveiling REO in Roeselare zichtbaar maakt, maar ook een heuse verbouwing van het hoofdgebouw en de aanvoerloods. “Een duurzame nieuwe infrastructuur sluit aan bij onze strategie en zal onze positie naar de toekomst versterken,” duidt algemeen directeur Filip Vanaken. “Telers zullen onder meer vlotter kunnen aanvoeren en een algemene betere service krijgen door een modernere veilomgeving.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="coöperatie" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                        <category term="groente" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fb8a5c13-d4f0-46cb-a1a1-b327d911b473/full_width_reodakserre-timvandevelde.jpg</image>
                                        <content>REO heeft grote verbouwplannen. De coöperatieve veiling wil tegen 2029 een gloednieuw hoofdgebouw, aanvoerloods en veilingzaal. De gebouwen staan er ondertussen 35 jaar en hebben hun diensten meer dan bewezen volgens Vanaken. “De meeste koelcellen zijn aan het einde van hun levensduur. En ook in het hoofdgebouw merken we steeds vaker plaatsgebrek en ongemakken die ons dagelijks hinderen. Bovendien vragen de noden van vandaag en morgen een andere aanpak.”Zo zijn de wensen van haar klanten rond de koude keten doorheen de tijd veranderd. “In de nieuwe gebouwen wordt het mogelijk om geconditioneerde en niet-geconditioneerde ruimtes van elkaar te scheiden. Fruit en groenten die een gesloten koude keten vereisen, zullen voortaan altijd in gekoelde ruimtes kunnen staan,” legt Vanaken uit. “Daarnaast komt er ook een vernieuwde allesomvattende aanpak die aanvoer, keuring en logistiek slimmer op elkaar afstemt.”Ook het hoofdgebouw is aan een vernieuwing toe. Volgens Vanaken is het niet alleen het structurele plaatsgebrek, waardoor personeel vandaag in containerunits werkt, dat een vlotte en efficiënte werking in de weg staat. De afdelingen liggen ook ver van elkaar, wat samenwerking bemoeilijkt. Bovendien laat de huidige gebouwstructuur geen moderne ICT- en netwerkvoorzieningen toe”, klinkt het. “Ook qua uitstraling sluit het geheel niet meer aan bij het moderne REO dat we willen zijn.” De herinrichting van het hart van de coöperatie, de veilzaal, maakt eveneens deel uit van die vernieuwing.Alle aanpassingen zullen voordelen en meer efficiëntie opleveren voor zowel het personeel als de REO-telers. Medewerkers krijgen meer ruimte, kunnen vlotter samenwerken en zullen werken in moderne werkplekken met betere natuurlijke lichtinval. Voor de telers belooft REO een vlottere en flexibelere aanvoer, en een betere service dankzij een vernieuwde, moderne veilomgeving.</content>
            
            <updated>2025-10-27T14:57:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse bodems zullen voortaan beoordeeld en gemonitord worden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-bodems-zullen-voortaan-beoordeeld-en-gemonitord-worden" />
            <id>https://vilt.be/58112</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie heeft voor het eerst een richtlijn aangenomen die de gezondheid van bodems in kaart moet brengen. Het Europees Parlement gaf daarvoor definitief groen licht. Daarmee komt er een gemeenschappelijk kader om de bodemgezondheid in alle lidstaten te beoordelen. De richtlijn focust uitsluitend op het verzamelen van gegevens en legt geen verplichtingen op om bodems actief te herstellen, een uitkomst die voortkwam uit langdurige onderhandelingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="bodem" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f77e014a-b515-497b-8d66-5b72db6bf48a/full_width_bodemgrondkoolstoflandbouwspoor.jpg</image>
                                        <content>De Europese Unie wil tegen 2050 alle bodems in goede staat brengen en zo houden in de toekomst. Een nieuwe stap in die richting is de bodemmonitoringswet. Die introduceert voor de allereerste keer een monitorings- en beoordelingskader voor alle bodems in de EU, inclusief een duidelijke definitie van wat een gezonde bodem precies is.De richtlijn zal lidstaten binnenkort verplichten om de toestand van hun bodems regelmatig te monitoren en te rapporteren. Ze zullen eerst alle bodems moeten beoordelen en categoriseren. De classificatie zal gebeuren in drie groepen van goede tot slecht ‘gesteldheid’, waarin een onderscheid gemaakt kan worden per criterium. Zo kan een bodem voor koolstof een goede beoordeling krijgen, maar een matige score hebben voor bodemverdichting.Alleen observerenDe nieuwe richtlijn focust zich voornamelijk op het monitoren van de bodems, daarbij worden geen bindende hersteldoelen opgelegd. “De reikwijdte werd door vergaande compromissen beperkt tot voornamelijk het observeren in de plaats van actief herstellen”, aldus het European Environmental Bureau (EEB), een groot Europees netwerk van milieuorganisaties. “Toch is de goedkeuring een mijlpaal. Maar het succes ervan zal afhangen van een grondige implementatie en strikte handhaving. Hoewel de wet niet ambitieus genoeg is, kunnen en moeten de lidstaten verder gaan met de omzetting en implementatie. Indien goed uitgevoerd, kan dit het begin zijn van een reis naar gezonde bodems in Europa.”Ook het monitoren van verontreinigde locaties vallen onder de richtlijn. Lidstaten zullen alle mogelijke vervuilde sites moeten identificeren, registreren en onderzoeken. Bij bevestigde vervuiling zullen de risico’s moeten worden beoordeeld en aangepakt. Met de richtlijn wil de EU ook het ruimtebeslag terugdringen en bodems beter beschermen tegen overmatig gebruik. Europese leiders vragen flexibiliteit voor klimaatbeleidEnkele honderden kilometers van Straatsburg, waar de bodemmonitoringswet werd goedgekeurd, vond in Brussel ook een EU-top plaats. Daar bespraken Europese leiders of de Unie zich nog steeds een ambitieus klimaatbeleid kan veroorloven. Centraal stond het nieuwe voorstel van Eurocommissaris van Klimaat Wopke Hoekstra (EVP) om tegen 2040 de uitstoot van broeikasgassen met 90 procent terug te dringen. Europese staatshoofden en regeringsleiders gaven aan dat de doelstelling de concurrentiepositie van de Europese economie zeker niet mag ondermijnen. Ze vroegen ook om bijkomende flankerende maatregelen.De bezorgdheid over de nieuwe klimaatdoelstellingen past in een bredere dynamiek binnen de EU, waarbij sommige lidstaten terughoudender worden tegenover nieuwe klimaat- en milieuregels. Het enthousiasme voor de Europese groene ambities is minder vanzelfsprekend dan voorheen. Nieuwe voorstellen roepen steeds vaker debat en compromissen op rond pragmatiek en flexibiliteit.In Brussel vatte voorzitter van de Europese Raad António Costa het sentiment uiteindelijk als samen: “We hebben onze gehechtheid aan het Verdrag van Parijs opnieuw bevestigd, maar beklemtoond dat we pragmatisch en flexibel moeten zijn in onze strategie.”</content>
            
            <updated>2025-10-27T11:22:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "IBR-crisis in Vlaanderen: hoe een succesverhaal ontspoorde"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opinie-ibr-crisis-in-vlaanderen-hoe-een-succesverhaal-ontspoorde" />
            <id>https://vilt.be/58113</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De virale runderziekte Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (IBR) steekt opnieuw de kop op in Vlaanderen. Volgens dierenarts Peter De Swaef legt deze heropleving pijnlijke knelpunten bloot in het vroegere beleid en de strategie rond IBR. Ook bij de huidige aanpak stelt hij kritische vragen. “Het is tijd voor een structurele herziening op basis van beproefde wetenschap, transparantie en sectorale samenwerking”, aldus De Swaef. “Alleen dan kan IBR-bestrijding opnieuw uitgroeien tot een echt succesverhaal.”&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f52e9796-78ca-43aa-adfb-14583376caf2/full_width_dierenarts-veearts-koe.jpg</image>
                                        <content>Met 42 IBR-haarden op de teller spreekt Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) over een dreigende grootschalige herbesmetting en roept op tot “dringende gezamenlijke actie” via een crisiscel. De toon is ernstig en de oproep terecht. Maar tegelijk roept het ook ongemakkelijke vragen op: hoe kon het zover komen, en wie draagt daarvoor verantwoordelijkheid?&amp;nbsp;Van succesverhaal naar terugval&amp;nbsp;Het Belgische IBR-bestrijdingsprogramma startte in 2007 als een vrijwillig initiatief en werd in 2012 wettelijk verplicht voor alle rundveebedrijven. Bedrijven kregen een statuut (I2, I3 of I4) op basis van hun IBR-besmettingsgraad. Wie besmette dieren had, moest maatregelen nemen zoals vaccinatie, afvoer van gE-positieve runderen, bloedonderzoek en quarantainemaatregelen. Het einddoel: een IBR-vrij België, vrij van handelsbeperkingen en vrij van vaccinatiekosten.&amp;nbsp;Jarenlang gold Vlaanderen als voorbeeldregio. Vaccinatie bracht de ziekte onder controle en het aantal besmettingen daalde gestaag. Tot de strategie rond 2017-2018 veranderde. Toen werd het hoogste IBR-vrije statuut (I4) zeer hard gepromoot, dit statuut hield een verbod op vaccinatie in.&amp;nbsp;Het resultaat liet niet op zich wachten. De verkoop van IBR-vaccins daalde met 70 procent in één jaar tijd. In januari 2022 hadden 96,3 procent van de bedrijven een I4-statuut.&amp;nbsp;&amp;nbsp;In 2018 waarschuwde Algemeen Boerensyndicaat (ABS) voor de risico’s, en voorspelde dat de lage vaccinatiegraad tot een terugval zou leiden als het IBR-vrije statuut voor gans België niet tijdig werd behaald. Precies dat scenario speelt zich nu af.&amp;nbsp;In 2023 begon de besmettingscurve opnieuw te stijgen, de bestrijding kende van dan af een verloop zoals de processie van Echternach. Twee jaar later slaat DGZ alarm. De basisregel van virus-eradicatie, vaccineren tot het virus verdwenen is, werd verlaten. En nu betaalt de sector de prijs.&amp;nbsp; Financiële gevolgen&amp;nbsp;&amp;nbsp;De crisis laat zich intussen ook voelen in de financiën van het Sanitair Runderfonds.&amp;nbsp;Door de opeenstapeling van nieuwe haarden met vergoedingen voor de afvoer van besmette dieren, is de kas zwaar onder druk komen te staan. Bedrijven die begin 2025 een vergoeding toegewezen kregen voor de verplichte afvoer van IBR-positieve runderen, wachten volgens sectorbronnen nog altijd op hun uitbetaling. Voor getroffen veehouders is dat meer dan een administratieve hinderpaal: het is een liquiditeitsprobleem dat het vertrouwen in het hele systeem ondermijnt.&amp;nbsp;Handel als zondebok? De zwakke schakel ligt elders&amp;nbsp;DGZ wijst in haar persbericht naar de handel als belangrijk risico. In 2025 raakten volgens de organisatie 496 IBR-vrije runderen besmet via verplaatsingen. Maar de echte zwakte ligt in het monitoringssysteem zelf. Een bedrijf met een IBR-vrij statuut wordt slechts één keer per jaar getest, via bloed of enkele keren via tankmelk. Het resultaat is een vals gevoel van veiligheid. Bij onopgemerkte insleep kunnen besmette dieren het bedrijf verlaten en via de handel terecht komen tussen voor het grootste deel naïeve, niet-gevaccineerde dieren.&amp;nbsp;De enige veilige aanpak is systematisch onderzoek vóór verkoop: enkel IBR-vrije dieren mogen het handelscircuit in. Toch wordt deze maatregel, nog steeds niet structureel toegepast.&amp;nbsp; Als een programma structureel faalt, hoort de evaluatie niet uitsluitend in handen te zijn van wie het uitvoerde Van preventie naar symptoombestrijding&amp;nbsp;Het huidig actieplan van DGZ bevat tal van logische maatregelen: tijdelijke standstill in risicogebieden, ontsmetting van transportvoertuigen, betere tracering. Allemaal nodig.&amp;nbsp;Maar tegelijk valt op dat het plan reactief is: brandjes blussen in plaats van structureel IBR voorkomen. De kernvraag blijft onbesproken. Waarom werd het vaccinatiebeleid afgebouwd terwijl het virus nooit volledig verdwenen was? Zonder een duidelijke heroriëntatie op dat vlak dreigt de crisiscel een herhaling te worden van oude fouten, met nieuwe middelen.&amp;nbsp;Een crisiscel die volgens DGZ opgericht moet worden met FOD Volksgezondheid, FAVV, Arsia en DGZ. Echter zijn dit dezelfde instellingen die de strategie die nu faalt, bepaalden. Hun betrokkenheid is vanzelfsprekend, maar de vraag is: waar blijft de onafhankelijke evaluatie? Als een programma structureel faalt, hoort de evaluatie niet uitsluitend in handen te zijn van wie het uitvoerde. Een doeltreffende crisiscel zou ook onafhankelijke virologen, dierenartsen uit de praktijk, vertegenwoordigers van de handel en veehouders moeten omvatten. Alleen zo kan een nieuwe realistische, wetenschappelijk onderbouwde strategie ontstaan.&amp;nbsp; Tijd voor een echte herstart&amp;nbsp;Als Vlaanderen zijn rundveesector wil beschermen, is het tijd om terug te keren naar de wetenschappelijke basisprincipes van een virus-eradicatie. Dat betekent onder meer een verplichte test vóór verkoop en transport, een herinvoering van vaccinatie zolang besmettingen worden vastgesteld met minstens een verplichting op bedrijven met risicoprofiel en een transparante snelle communicatie over besmettingshaarden en beleidskeuzes.&amp;nbsp;DGZ heeft gelijk: er is dringend actie nodig. Maar de oplossing ligt niet in een gesloten crisiscel of tijdelijke noodmaatregelen. Wat Vlaanderen nodig heeft, is een structurele herziening van het programma, gedragen door beproefde wetenschap, transparantie en sectorale samenwerking.&amp;nbsp; Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurPeter De Swaef is dierenarts, diergeneeskundig adviseur bij ABS en ondervoorzitter van vzw Verenigde Veehouders.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-10-24T20:06:32+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Grondwitloofteler dacht twee keer aan stoppen, maar heeft nu de wind in de rug]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/grondwitloofteler-dacht-twee-keer-aan-stoppen-maar-heeft-nu-de-wind-in-de-rug" />
            <id>https://vilt.be/58114</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tom Van Bael legde zes jaar geleden zijn activiteiten als tuinarchitect neer en volgde zijn passie naar de grondwitloofteelt. Door slechte prijsvorming dacht de Vlaams-Brabander twee keer aan stoppen. “Nu we een vast levercontract hebben met een supermarktketen, is er meer stabiliteit”, vertelt de teler die in de voetsporen van zijn grootouders stapte. Hij is één van de weinige nieuwkomers in de arbeidsintensieve teelt van Brussels grondwitloof, die met uitsterven bedreigd is.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="witloof" />
                        <category term="seizoensproduct" />
                        <category term="groente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/12e31dce-e703-4c64-82ad-cde6530c439c/full_width_verwarming-grondwitloof.jpg</image>
                                        <content>Alle witloof over één kam scheren zou een misvatting zijn. Voor sommigen zelfs een belediging. “Grondwitloof is veel rijker aan smaak dan het meer industriële en jaarrond hydrowitloof”, klinkt het onder de telers van grondwitloof. Maar ook binnen de grondwitloofteelt bestaat er een belangrijk onderscheid tussen het Brussels en het Brabantse witloof.De eerste teelt heeft een Beschermde Geografische Aanduiding (BGA) van de Europese Unie gekregen en moet volgens een welbepaald lastenboek geteeld worden. Zo moet Brussels grondwitloof in Vlaams-Brabant, in de rand van Brussel, geteeld worden en dienen telers gebruik te maken van eigen geteelde wortelen. Daarnaast moet Brussels grondwitloof met een grondlaag afgedekt worden, terwijl dat bij het Vlaams-Brabantse witloof ook met een doek mag.“Wij telen zoals er 100 jaar geleden geteeld werd”, zegt Tom Van Bael uit Haacht. De Brussels grondwitloofteler zit op zijn knieën en legt witloofwortelen in de zwarte grond om ze vervolgens met een laag te bedekken. “Gisteren regende en stormde het en was het niet mogelijk om in te tafelen”, vertelt de 39-jarige teler. De ingetafelde wortelen zijn bedekt met een verplaatsbare ijzeren koepel en worden beschermd tegen de regen. Een kachel op steenkool houdt via een buizensysteem de 22 tafels vorstvrij. “De kachel dient ook om de grond per witlooflaag te verwarmen (forceren) en zo de productie te timen.” Brussels grondwitloof met uitsterven bedreigdDe Vlaams-Brabander behoort tot het uitstervende ras van Brussels grondwitlooftelers. Waar er tien jaar geleden nog zo’n 25 telers actief waren, zijn er nu nog tien over. “Het is een zeer arbeidsintensieve teelt waarbij de telers op korte tijd hun jaarinkomen moeten verdienen”, vertelt Willy Vankelst van Brussels Grondwitloof. Het seizoensproduct ligt in de winkelrekken van oktober tot eind mei. “Wij voorzien dat de komende jaren nog meer telers stoppen en hun bedrijf ophoudt te bestaan”, aldus Vankelst. De vzw zet zich in voor de promotie en het voortbestaan van de traditionele teelt.“Je moet het echt graag doen”, vertelt Van Bael. Hij was een uitzondering toen hij op 33-jarige leeftijd in de teelt stapte. Hij zegde er zelfs zijn job als tuinarchitect voor op. “Mijn familie heeft altijd grondwitloof geteeld en ik hielp in mijn jeugd steeds mee. Het zit in mijn, bloed”, verklaart hij zijn keuze. De opkomst van de jaarrond hydroteelt en het ineenstorten van de prijs dwongen zijn vader in de jaren negentig tot het vinden van een andere job. Droom van vader komt uitToen Van Bael junior zes jaar geleden thuis zijn ambitie bekendmaakte, was zijn vader meteen enthousiast. “Mijn vader was instructeur zwaar vervoer tot zijn pensioen, maar het was zijn droom om weer actief te worden in de grondwitloofteelt. Zonder mijn vader had ik niet kunnen beginnen. In je eentje is het te veel werk”, vertelt Van Bael.Terwijl hij de wortels intafelt, roept er iemand vanaf de straat. De teler stapt naar een bijgebouw van zijn woonhuis en geeft de man een doos van 2,5 kilo grondwitloof mee. Thuisverkoop is een belangrijk afzetkanaal en genereert zo’n 15 procent van zijn inkomsten. Om het tijdverlies van het wegen en verpakken te beperken, verkoopt de teler alleen in dozen van 2,5 kilo. “Mensen zijn er inmiddels aan gewend. Je kunt grondwitloof lang bewaren in de koelkast.”Het dalende aantal telers van het Brussels grondwitloof heeft ook voordelen. Zo nam de Vlaams-Brabander dit jaar de korteketenklanten over van een teler die met pensioen ging. Volgens Vankelst is dit maar een schijnvoordeel. “De thuisverkoop is gelimiteerd en doordat er steeds minder telers van grondwitloof overblijven, komt de toelevering aan supermarkten onder druk te staan.” Jaarinkomen op 2,5 maanden verdienenOmdat grondwitlooftelers op korte tijd de kost moeten verdienen, volstaat ook een hoge prijs niet altijd. Momenteel klokt het gele goud af op 9,5 euro per kilo. “Maar na nieuwjaar storten de prijzen traditioneel in en komen we vaak niet meer uit de kosten”, vertelt Van Bael. In het voorjaar en de zomer is hij druk met het inzaaien van wortelen en schoffelen. “Deze rassen witloof kunnen slecht tegen gewasbeschermingsmiddelen”, klinkt het.&amp;nbsp;Dit betekent feitelijk dat hij in 2,5 maanden een jaarinkomen moet genereren. De vorige jaren bleek dat erg moeilijk, waardoor de teler twee keer dacht aan stoppen. Vast levercontact bij CruInmiddels heeft hij de wind in de zeilen. De thuisverkoop draait steeds beter en, nog belangrijker, hij sleepte een vast levercontract in de wacht bij de vier Belgische Cru-winkels van Colruyt. “Ik ben geïntroduceerd door de teler die er grondwitloof aanvoerde en het wat rustiger aan wilde doen”, vertelt Van Bael. Het levercontract bezorgt hem extra inkomensstabiliteit.Zijn herwonnen vertrouwen in de toekomst blijkt ook uit de nieuwe loods die dit jaar verrees naast de witloofhof. Hier slaat hij zijn landbouwmachines op, kuist hij zijn witloof en wil hij in de toekomst zijn korteketenklanten ontvangen. Terwijl de teler ons rondleidt op zijn bedrijf, vertrekt zijn vader Erik (65) met de tractor naar het wortelperceel. Vader en zoon hebben in totaal drie hectare wortelen.Totdat de vorst inslaat, proberen ze de grondstof zo lang mogelijk in de aarde te bewaren. “We hebben maar een kleine frigo. Ook dat is een actiepunt voor de toekomst”, besluit de jonge teler, die met zijn bedrijfsopstanding de hoop voor het Brussels grondwitloof symboliseert.</content>
            
            <updated>2025-10-26T16:49:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Renure niet toegestaan in de biologische landbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/renure-niet-toegestaan-in-de-biologische-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/58115</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Terwijl gangbare landbouwers met spanning wachten op de erkenning van renure als kunstmestvervanger, slapen biologische landbouwers er geen minuut minder om. De meststof bevat veelal minerale stikstof, een vorm van stikstof die volgens het biologische lastenboek niet is toegestaan. Dat is te horen bij BioForum.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="renure" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/844da08c-0d06-4eba-ac72-500f32ef4e00/full_width_bavo-vee.jpg</image>
                                        <content>Medio september keurde het Europees Nitraatcomité het voorstel van de Europese Commissie inzake renure goed. Hierdoor wordt het in de toekomst mogelijk om renure, bijproduct uit de mestverwerking, in te zetten als kunstmestvervanger. Dit betekent dat er in theorie minder kunstmest moet ingezet worden en er op vlak van kringlooplandbouw stappen vooruit worden gezet.Het nieuws uit Europa werd enthousiast onthaald door de gangbare landbouworganisaties. Door de erkenning van renure sluit niet alleen de kringloop verder, maar wordt mest van kostenpost een potentiële inkomstenbron. Chemische bewerkingenDe biologische landbouwers worden koud noch warm van de Europese erkenning. “Renure is inderdaad niet toegelaten in de biologische landbouw”, laat Annick Cnudde van BioForum weten. Renure bevat vrijwel uitsluitend minerale stikstof, een vorm van stikstof die in de biologische landbouw niet is toegestaan. Ook zouden de chemische bewerkingen, die niet zijn opgenomen in de toegestane technieken, niet passen in het biologische lastenboek.“Snelwerkende minerale stikstof en vergaande bewerkingsstappen zijn uitgesloten binnen de biologische landbouw”, becommentarieert Cnudde. “Bio&amp;nbsp;kiest voor traagwerkende organische bemesting via compost, dierlijke mest en groenbemesters en zorgt op die manier voor een gezonde, levende bodem, vol met nuttige bacteriën, een wirwar aan goede schimmels en allerlei ander leven.” Niet voldoende biologische mestIn de biologische veehouderij zijn er strenge regels op vlak van veevoeder. Zo mogen alleen biologische grondstoffen gebruikt worden voor bioveevoeder. Die strenge regels gelden niet voor mest: biolandbouwers mogen wel gebruikmaken van gangbare mest. “Anders zou er domweg te weinig mest voorradig zijn”, verklaart Bavo Verwimp&amp;nbsp; die in Herentals een biologisch landbouwbedrijf runt. Maar toch zijn er ook beperkingen, zo kan stalmest en runderdrijfmest gebruikt worden, maar geen drijfmest van varkens- en kippen.”Naast biologische groenten, heeft Verwimp ook rundvee. “Die houd ik vooral voor de mest”, vertelt de boer. Dat is ook de reden waarom hij de dieren alleen overdag buiten laat grazen en &#039;s nachts op stal zet. “Zo hebben we meer stalmest”, vertelt hij.</content>
            
            <updated>2025-10-26T16:25:31+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nu ook vogelgriep vastgesteld op een pluimveebedrijf in de Noorderkempen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nu-ook-vogelgriep-vastgesteld-op-een-pluimveebedrijf-in-de-noorderkempen" />
            <id>https://vilt.be/58116</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op een pluimveebedrijf in Weelde (Ravels), tegen de Nederlandse grens, is een besmetting met de hoogpathogene variant van vogelgriep vastgesteld. Dat heeft het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) zaterdag gemeld. Het gaat om vogelgriep van het type H5. Om de verdere verspreiding van het virus tegen te gaan, wordt het aanwezige pluimvee er geruimd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/70f1b344-41dd-4b55-b45a-fa743a28e90b/full_width_nestborncolruytwelzijnskipdierenwelzijnpluimvee-2-1250.jpg</image>
                                        <content>Rond het besmette bedrijf in de Antwerpse Noorderkempen worden ook een beschermingszone van drie kilometer en een bewakingszone van tien kilometer ingesteld. Binnen de tien-kilometerzone moeten alle pluimveehouders, zowel professionele als particuliere houders, hun pluimvee afschermen. In de drie-kilometerzone geldt die verplichting ook voor andere vogels.De vogelgriep heeft de afgelopen weken opnieuw aan intensiteit gewonnen. Er werden uitbraken vastgesteld bij een bedrijf in Houthulst en bij een hobbyhouder in Welkenraedt. Ook zijn er meer besmettingen bij wilde vogels en het virus is in opmars in de buurlanden. Daarom geldt sinds donderdag 23 oktober opnieuw een afschermplicht voor vogels en pluimvee van professionele houders.Vogels en pluimvee van particulieren moeten niet verplicht worden afgeschermd, maar ze moeten wel binnen of afgeschermd voer en water krijgen. &quot;Het FAVV raadt wel sterk aan om je dieren zo veel mogelijk te beschermen door de kippenren of volière af te schermen van wilde vogels. Dat kan door die bijvoorbeeld met netten te overspannen&quot;, stelt woordvoerder Hélène Bonte.</content>
            
            <updated>2025-10-26T17:30:51+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond neemt landbouwers en verwerkers mee op hennep-inspiratietoer in Nederland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-en-studenten-onderzoeken-hennepteelt-in-nederland" />
            <id>https://vilt.be/58117</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hennep telen is in onze contreien geen probleem, maar vermarkten is moeilijker. Om meer te leren over het opzetten van hennepketens,  trok Boerenbond samen met Arteveldehogeschool naar Nederland om de kansen van industriële hennep in kaart te brengen. Want hoewel er momenteel weinig afzet bestaat voor deze oude teelt, zijn er wel beloftevolle toepassingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="hennep" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eaa8bdb5-e5fa-4b94-946d-49c101334250/full_width_hennep1.jpg</image>
                                        <content>De link tussen Nederland en hennep is snel gemaakt en hoewel de studiereis vooral draaide rond industriële hennep, heeft de Vlaamse delegatie ook even haltgehouden bij Bedrocan, een producent van werkzame cannabis. Niet voor recreatief gebruik, welteverstaan. “De teelt gebeurt hier voor de farmacie”, zegt Lukas Puffet, consulent bio-economie bij Boerenbond. “Nederland is één van de weinige Europese landen waar de regering toelaat om de hoog-THC-varianten van hennep te telen, maar dat gebeurt onder heel strenge voorwaarden. Deze THC-producten komen ook onze markt binnen via de apotheek bijvoorbeeld, want ze worden in bepaalde medicijnen gebruikt, maar dat is een echte nichemarkt.”De legale hennepteelt in Vlaanderen omvat uitsluitend industriële hennep. Hiermee wordt onder andere textiel gemaakt. “We spreken over hennep met een THC-gehalte lager dan 0,3 procent”, zegt Puffet. “Om te kaderen hoe weinig dat is: je moet vijf voetbalvelden industriële hennep hebben opgerookt om het effect te hebben van één marihuanasigaret.” Lokaal om rendabel te blijvenWaar de afzetmarkt voor industriële hennep in België vrij beperkt is, staat men er in Nederland volgens Puffet iets verder mee. “In Nederland hebben we geleerd dat hennep een heel lokaal verhaal is, en dat ook zal blijven. Een verwerkingsfabriek die we bezocht hebben zegt dat men enkel hennep aanneemt binnen een straal van 40 kilometer rond hun bedrijf. Ze zeggen: ‘als we verder gaan, is het niet meer rendabel’. Ook het eindproduct wordt in Nederland afgezet. Vandaar hopen wij ook in Vlaanderen lokale ketens op te zetten.”Die ketens hoeven lang niet enkel om textiel te gaan. Integendeel. Puffet ziet vooral in de bouw een grote rol weggelegd voor hennep. Het is niet alleen een duurzamer isolatiemateriaal dan kunststof, het bevat ook andere interessante eigenschappen. “Hennep is een vochtregulerend materiaal”, zegt Puffet. “Wat je vandaag ziet, is dat men nieuwbouwwoningen zeer sterk isoleert, als het ware omhuld door een ‘plastic zak’, en dan zeer uitgebreide ventilatiesystemen installeert omdat er geen lucht kan worden uitgewisseld. Bij hennep daarentegen kan je ‘damp-open’ bouwen en dat reguleert de lucht in je huis veel beter.” Bouwen met hennep verbetert luchtcirculatie“Maar het grootste voordeel is hoe het de temperatuur reguleert”, zegt Puffet. “Hennep kan in de warme maanden je huis beter koelhouden. Bij isolatiemateriaal kijkt men nu zeer hard naar hoe goed het de koude buiten houdt in de winter. Dat ís belangrijk. Maar isoleren tegen de warmte, daar is een bio-based oplossing als hennep veel beter in. Hennep mag dan wel duurder zijn om te bouwen, maar bij een nieuwbouw met de klassieke materialen zal je als koper sneller in airco moeten investeren.” Als we CO2 vastleggen in hennep tijdens de groei en het dan vastleggen in de woning, dan heb je CO2-neutraal of zelfs CO2-negatief gebouwd “Bovendien is de bouw verantwoordelijk voor meer dan 50 procent van de CO2-uitstoot&quot;, zegt Puffet. &quot;Zij hebben ook klimaatregels opgelegd gekregen. Bio-based bouwen kan hen daarbij helpen. Eén hectare hennep kan tien ton CO2 capteren. Als we CO2 vastleggen in hennep tijdens de groei en het dan vastleggen in de woning, dan heb je CO2-neutraal of zelfs CO2-negatief gebouwd. Dan wordt het zeer interessant om de klimaatdoelstellingen te halen.”Hoewel bouwen met hennep op de lange termijn goedkoper kan zijn, aangezien het de nood aan ventilatie- en aircosystemen vermindert, betekent de kleinschaligheid van de teelt dat het voorlopig toch nog niet als fiscaal rendabel wordt gezien. “Dat verklaarde men ook bij de Nederlandse hennepverwerker Dun Agro: zolang je niet kan opschalen naar grote volumes die een geautomatiseerde fabriekslijn verantwoorden, blijven hennep en hennepbouwmaterialen een hobby. Zolang hennep kleinschalig blijft, zal het dus ook nooit concurrentieel worden met de klassieke, fossielgebaseerde isolatiematerialen of bouwmaterialen. Dun Agro zelf heeft de ambitie om slechts tien procent duurder te zijn dan niet-biobased materialen door een fabriek neer te zetten van 60 miljoen euro voor hennepverwerking. Zo kan de keten zich ontwikkelen, kan men bepaalde volumes draaien, en zal hennep courant worden in woningbouw.”Volgens Puffet zou ook de overheid dus een rol kunnen spelen om hennepmaterialen in de bouw te stimuleren. “Als overheidsgebouwen kiezen voor bio-based, kan men ook een bepaald productievolume bekomen”, zegt hij. “Maar de bouwmarkt is hier ook anders dan in Nederland. In Nederland zijn veel woningen gezet via coöperaties, waar de bouwbedrijven op kunnen inspelen. Men hoeft maar een paar spelers mee te hebben alvorens ze op een bepaalde schaal bio-based kunnen werken. In België zijn vooral particulieren eigenaar van hun woning en is het dus moeilijker om zulke samenwerkingen te organiseren.” Werken aan de toekomstDe afzetmarkt blijft volgens de consulent van Boerenbond dan ook de grootste uitdaging. Hennep telen lukt immers prima. “Ons advies naar landbouwers is dus ook om pas hennep in te zaaien zodra je weet wie het kan afnemen. En je moet ook iemand vinden die het kan oogsten, want niet elke loonwerker beschikt over zulke machines. Zodra de keten groter wordt, zal dat ook veranderen, maar daarvoor is er werk aan de winkel.”De studiereis hield halt bij Spinning Jenny, Bedrocan, Hempflax en Dun Agro. Die laatste twee zijn de grootste hennepverwerkers van Nederland. “Bij Hempflax kregen we inzicht in de productie van isolatiematten, strooisels en composieten. CEO Mark Reinders deelde zijn visie op hoe een uitgebouwde infrastructuur bijdraagt aan de rendabiliteit van de teelt”, zegt Puffet. “Dun Agro toonde hoe hennep verwerkt wordt tot prefab bouwpanelen met kalkhennep en andere biobased bouwmaterialen. CEO Albert Dun illustreerde hoe zijn bedrijf van zaadje tot gebouw actief meewerkt aan de circulaire bouw van morgen.”Boerenbond deelt mee dat het de komende maanden verder zal inzetten op de versterking van de Belgische hennepketen, met aandacht voor kennisdeling, beleidsbeïnvloeding en ondersteuning van landbouwers die nieuwe teelten willen opnemen in hun bedrijfsstrategie.</content>
            
            <updated>2025-10-28T16:17:23+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rundertuberculose na exact één jaar terug van weggeweest]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rundertuberculose-na-exact-een-jaar-terug-van-weggeweest" />
            <id>https://vilt.be/58118</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het FAVV heeft rundertuberculose vastgesteld bij een rund afkomstig van een landbouwbedrijf in West-Vlaanderen. De besmetting werd ontdekt in het slachthuis. Naar aanleiding van letsels werd een bacteriekweek uitgevoerd door Sciensano die positief werd bevonden. Het epidemiologisch onderzoek loopt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c873b95e-514b-40f7-9ed9-1f058518683a/full_width_koe-rund-vaccinatie-european-union-2018.jpg</image>
                                        <content>Officieel is België door de Europese Commissie sinds 25 juni 2003 vrij verklaard van rundertuberculose. “Toch worden er sporadisch nog haarden gedetecteerd”, zegt Hélène Bonte van het Voedselagentschap FAVV. “Zo’n vondst van rundertuberculose in België stelt onze ziektevrije status niet in vraag, hiervoor zijn meerdere haarden nodig. Landen zoals Frankrijk en Duitsland hebben ook bijvoorbeeld elk jaar meerdere uitbraken van tuberculose.”Het vorige geval van rundertuberculose dateert van bijna exact een jaar geleden, op 28 oktober 2024 bij een landbouwbedrijf in Oost-Vlaanderen.Dit jaar was de koe afkomstig van een stoppend melkveebedrijf. De overige dieren van het bedrijf zullen geruimd worden. Op korte termijn worden alle 17 contactbedrijven door het FAVV bezocht en zullen ook daar analyses moeten gebeuren. Gevaar voor mensenToch is het opletten geblazen voor veeboeren. Rundertuberculose is niet alleen gevaarlijk voor het dier, maar ook voor de mens. Hoewel menselijke besmettingen met rundertuberculose zeldzaam zijn, geldt er een verhoogd risico voor al wie veelvuldig in contact komt met besmette dieren. Wie uitgehoeste bacteriën inademt, kan ziek worden. “Al zijn zulke besmettingen zeer zeldzaam in België”, nuanceert Bonte.In België worden runderen voornamelijk geslacht tussen zes en acht jaar. Omdat rundertuberculose traag evolueert, worden de meeste runderen niet oud genoeg om eraan te sterven. De ziekte wordt gekenmerkt door vermagering in combinatie met toenemende ademhalingsmoeilijkheden, maar door het trage verloop wordt een infectie gewoonlijk pas na slacht vastgesteld. Behandeling en vaccinatie verbodenEens besmet, zal een dier niet meer genezen. “Behandeling en vaccinatie tegen rundertuberculose zijn verboden”, zegt Bonte. De ziekte wordt van het ene dier op het andere overgedragen, voornamelijk via de lucht en in mindere mate via de spijsvertering.”“In de landen waar de ziekte endemisch is, vormt vooral de consumptie van rauwe melk (of rauwmelkse producten) afkomstig van besmet melkvee een risico op besmetting”, zegt Bonte. “Daarom is het belangrijk om rauwe melk te koken alvorens deze te consumeren.”De ziektesymptomen van tuberculose bij de mens zijn: chronisch hoesten, pijn in de borst, moeheid, lusteloosheid, vermageren en in een later stadium ophoesten van bloed.</content>
            
            <updated>2025-10-27T15:45:38+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Melkprijzen tuimelen onder de 50 euro in november]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/melkprijzen-tuimelen-onder-de-vijftig-euro-in-november" />
            <id>https://vilt.be/58120</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Naarmate het kwik zakt, daalt ook de prijs van de melk. Dat de hoge melkprijzen van het voorjaar en de zomer verleden tijd zijn, werd in oktober al duidelijk, maar in november gaat de prijs nog verder de dieperik in. De garantieprijs van FrieslandCampina komt komende maand uit op 46 euro per 100 kg melk. Milcobel komt uit op een standaardprijs van 43 euro per 100 liter.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f445458a-ad2a-42f4-bda5-78b5792df4ea/full_width_melkkoe.jpg</image>
                                        <content>FrieslandCampinaDe garantieprijs van FrieslandCampina daalt in november met zeven euro ten opzichte van vorige maand en komt zo voor het eerst onder de 50 euro te liggen. Opmerkelijk is dat in voorgaande jaren de melkprijs net steeg in het najaar.De zuivelverwerker stelt dat de daling vooral gedreven is door de verwachting dat de referentieondernemingen hun vergoeding voor gangbare boerderijmelk zullen verlagen, in lijn met de recente sterke daling van de prijzen voor basiszuivelproducten. Daarnaast is de daling toe te schrijven aan een negatieve correctie vanwege een te hoge inschatting van de referentieprijzen voor boerderijmelk in de afgelopen periode.Wat melkcomponenten betreft, telt FrieslandCampina een eiwitwaarde van 702,65 euro en een vetwaarde van 468,43 euro per 100 kilogram.De integrale melkprijs, inclusief de maximale Foqus planet-toeslag voor duurzaamheidsprestaties en de kwantumtoeslag, komt voor november uit op 49,21 euro per 100 kilo melk.&amp;nbsp;De bio-garantieprijs blijft stabiel, en stijgt zelfs met 0,75 euro naar 68,50 euro per 100 kg melk. De zuivelcoöperatie verwacht dat de markt stabiel blijft. De integrale biomelkprijs komt uit op 75,58 euro per 100 kg melk. MilcobelMilcobel verlaagt de melkprijs in oktober met 4,50 euro en betaalt een standaardmelkprijs van 43 euro per 100 liter. Bij melk die aan alle premievereisten voldoet voor kwaliteit, duurzaamheid, hoeveelheid en over waarden beschikt van gemiddeld 43 gram vet en 35 gram eiwit per liter, kan de prijs oplopen tot 47,40 per 100 liter.De zuivelverwerker ziet de zuivelmarkten blijvend onder druk staan, niet in het minst de prijs van mozzarella. Dat is een probleem voor Milcobel, dat één van de grootste mozzarellaproducenten is in Europa. In tegenstelling tot wat velen denken, is de grootste Europese mozzarella niet Italië, maar België. Geopolitiek en moeilijke handelsrelatiesHoe de melkprijzen zullen evolueren, valt moeilijk in te schatten. De wereld kent met Oekraïne en Israël twee geopolitiek onzekere gebieden en het blijft koffiedik kijken hoe de handelsrelatie tussen de EU en de VS zal evolueren. Dat heeft een impact op alle schakels van de keten, gaande van zuivel tot de prijzen van het voeder dat de melkkoe eet.</content>
            
            <updated>2025-10-27T20:38:34+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minder telers, meer kansen: Vlaamse chrysant zoekt nieuw leven buiten het kerkhof]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/chrysantentelers-draaien-goed-seizoen-in-aanloop-naar-allerheiligen" />
            <id>https://vilt.be/58121</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De bolchrysant staat traditioneel bekend als kerkhofplant en wordt rond Allerheiligen, op 1 november, bij het graf gezet. Door de ontkerkelijking van onze samenleving neemt deze traditie af. “Maar we exporteren veel naar het buitenland, waar de chrysant als terrasplant geldt", klinkt het bij sierteler Dylan Van Dingenen. Het aantal chrysantentelers daalt, net als het areaal. Tegen de stroom in breidde Van Dingenen zijn serreareaal juist uit met 1,4 hectare.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/189a062e-4f12-436c-85dd-2c27a6234882/full_width_van-dingenen.jpeg</image>
                                        <content>Eind oktober loopt het chrysantenseizoen ten einde op het sierteeltbedrijf van Van Dingenen in Merksplas. Allerheiligen op 1 november, als katholieken een bloemetje bijzetten op het graf van hun geliefde, geldt traditioneel als piek en einde van het verkoopseizoen van de najaarsplant. Met 12 hectare buitenteelt behoort Dylan Van Dingenen (31) tot de grotere chrysantentelers in Vlaanderen. Hij runt het bedrijf samen met zijn vader Filip.Door verduisteringsdoeken in te zetten in de buitenteelt houdt de tuinder de chrysanten voor de gek en slaagt hij erin het seizoen te vervroegen naar medio september. Het gros van de planten verlaat op deze manier in september en oktober het sierteeltbedrijf en gaat op export naar Scandinavische landen, Duitsland en Nederland. Daar speelt het imago van de kerkhofplant minder en wordt de chrysant als terrasplant ingezet.Vraagmarkt met relatief goede prijzenZo’n kwart van zijn chrysanten is bestemd voor de Allerheiligenmarkt. Door de ontkerkelijking neemt de vraag rond 1 november af. “Maar doordat het aanbod nog sterker daalt omdat telers ermee stoppen, is er sprake van een vraagmarkt”, aldus de tuinder. Hij stelt vast dat de prijzen vrij goed zijn.  Uit cijfers van VLAM blijkt dat het bolchrysantenareaal gestaag afneemt. Telde ons land in 2016 nog 264 hectare, dan is dat aantal afgenomen tot 225 vorig jaar. “Er is een consolidatie gaande. Kleinere telers stoppen ermee en grote bedrijven worden groter. In het algemeen daalt ook het areaal”, becommentarieert Vincent Verbaeys van veredelaar Gediflora uit Staden.Verenigde Staten als groeilandGediflora staat symbool voor de rijke potchrysantenteelt in ons land. Waar de teelt in de loop der decennia terugliep, heeft Gediflora andere markten gezocht en gevonden. &quot;België is nog maar goed voor vijf procent van onze afzet. De rest gaat naar andere landen in Europa, de Verenigde Staten en Azië.&quot; Ik verwacht dat op korte termijn de afzet in de VS die in de volledige Europese Unie evenaart Vooral de Verenigde Staten is een belangrijk groeiland voor Gediflora. Verbaeys schat dat de afzet daar op korte termijn de afzet in de volledige Europese Unie evenaart. En in de Verenigde Staten kleeft het imago van grafplant niet aan de chrysant. “Daar wordt de plant gebruikt als terrasplant.”Ondanks de teruglopende traditie van Allerheiligen is 75 procent van de Vlaamse teelt volgens Verbaeys bestemd voor op het kerkhof. “De rest gaat als kamer- of terrasplant naar niet-katholieke landen.” Vooral Scandinavië, Duitsland en ook Nederland zijn belangrijke afzetmarkten voor Vlaamse telers.Maar het groeipotentieel van de export is beperkt, meent Verbaeys. “De transportkosten zijn de voorbije jaren sterk toegenomen, waardoor het niet rendabel is om over lange afstanden bolchrysanten te vervoeren. Zij nemen door hun vorm veel ruimte in de vrachtwagen in. Hierdoor zien we dat er meer lokaal geteeld wordt in Europa.”Uitbreiding en diversificatieGelet op de verdere terugloop in het aantal chrysantentelers verwacht Verbaeys dat er nog steeds een mooie toekomst weggelegd is voor Vlaamse chrysantenbedrijven. De bedrijfsontwikkeling bij Van Dingenen symboliseert deze toekomstverwachtingen. Geheel tegen de stroom in besloot de jonge ondernemer uit te breiden. Eind vorig jaar voegde hij 1,4 hectare nieuwe serre toe aan de bestaande serre van één hectare.Eind oktober heeft de Kempenaar er een jaar opzitten in de nieuwe serre. Door ook andere planten te kweken, heeft hij nagenoeg het jaarrond productie. “We starten met primula, daarna volgen violen en in het voorjaar perkplanten. Daarna zetten we bolchrysanten.” Het seizoen van de bolchrysanten onder glas loopt van eind juli tot half augustus, waarna de serre weer gevuld wordt met primula.De goede prijsvorming voor de chrysanten dit jaar heeft niet alleen te maken met het afgenomen areaal, maar ook met de weersomstandigheden. “Door de droogte zijn de potchrysanten aan de kleine kant gebleven. Telers met grotere maten kunnen op dit moment goede prijzen krijgen op de klok”, besluit Verbaeys. Bedrijfsovername en groeiEen bedrijf met drie tot vier hectare chrysantenbuitenteelt geldt in Vlaanderen als een groot bedrijf. Naast de kleinere telers zijn er ook nog een aantal lokale producenten die vooral ook voor de thuisverkoop kweken. Eén van deze bedrijven is De Deckers uit Hove. Het bedrijf heeft 0,25 hectare buitenteelt naast de serre. “De thuisverkoop is een belangrijk afzetkanaal, maar we hebben ook een rechtstreeks contract met een retailer”, vertelt Stijn De Deckers.Met zijn 28 jaar behoort Stijn tot de jongere siertelers in Vlaanderen. Hij heeft plannen om het bedrijf van zijn ouders over te nemen. Een uitbreiding van de chrysantenteelt zou hij dan overwegen. “We hebben vier vrachtauto’s verkocht aan een retailklant, maar die had er wel veertig kunnen gebruiken.”</content>
            
            <updated>2025-10-29T17:47:41+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Recordtevredenheid over economische situatie in vleesveesector]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/recordtevredenheid-over-economische-situatie-in-vleesveesector" />
            <id>https://vilt.be/58122</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De optimistische stemming in de Vlaamse vleesveesector van het voorjaar houdt ook in het najaar aan. Dat blijkt uit de nieuwe halfjaarlijkse landbouwconjunctuurindex, waarin de sector de hoogste score haalt sinds de start van de metingen in 2007. Vooral de hoge prijzen voor geslachte vleeskalveren stuwden de economische tevredenheid in de voorbije zes maanden. De algemene landbouwconjunctuurindex daalt daarentegen licht, maar blijft op een relatief hoog niveau. Landbouwers ervaren vooral hinder door het weer en door beperkingen opgelegd door de overheid.&nbsp;&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="economie" />
                        <category term="landbouwrapport" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5d23b454-e755-487b-9c9c-2f8f181b1793/full_width_veeteeltvleesveekoe.jpg</image>
                                        <content>De Vlaamse landbouwconjunctuurindex geeft het gevoel van de landbouwers weer: hoe beschouwen ze de afgelopen zes maanden en wat verwachten ze van de toekomstige periode. Het gemiddelde van die twee vormt de conjunctuurindex. De algemene landbouwindex toont een zeer lichte daling als het gaat om vertrouwen in de komende zes maanden en een lichte daling in tevredenheid over de afgelopen zes maanden.&amp;nbsp;Het economisch sentiment hangt samen met de marktsituatie en verschilt per sector. In de meeste sectoren blijft de evolutie stabiel of stijgt ze licht, maar in de varkenshouderij is de index sterk teruggevallen, vooral door het gedaalde vertrouwen voor de komende maanden. Ook in de groenteteelt is de trend minder positief.&amp;nbsp;All-time high voor vleesveesector&amp;nbsp;Vooral de vleesveesector springt in het oog: deze index behaalt de hoogste score sinds de start van de enquête in 2007, wat wijst op een opmerkelijke groei en vertrouwen. De prijsvorming is daarbij een zeer belangrijke factor. In september lag de prijs van geslachte vleeskalveren 22 procent hoger dan een jaar eerder en 32 procent boven het meerjarig gemiddelde. Ook de prijzen van de meeste categorieën runderkarkassen zijn sinds begin dit jaar verder gestegen.&amp;nbsp;&amp;nbsp;De belangrijkste reden daarvoor is de afname van het aantal vleesrunderen, een daling die zich blijft doorzetten. Pas recent vertaalt deze krimp zich ook in een lager aantal geslachte dieren. In de eerste helft van 2025 noteerde België een daling van zeven procent.&amp;nbsp;&amp;nbsp;De hoge prijzen drukken ook op de internationale handel. De Europese uitvoer van rundvlees daalde de afgelopen maanden met bijna 14 procent, terwijl de invoer met zes procent steeg. Daarbij valt op dat er meer hoog kwaliteitsvlees richting Europa komt, mede doordat Braziliaans rundvlees andere afzetmarkten zoekt door de hogere Amerikaanse invoertarieven. Ook in België begint de handel de gevolgen te voelen. Zo nam de uitvoer van vers vlees in de eerste vijf maanden van 2025 af met maar liefst 32 procent.&amp;nbsp;De positieve stemming lijkt de komende maanden wat te temperen. De vooruitzichten wijzen op een lichte terugval van de index, van 110 naar 107, vermoedelijk door de stabilisatie van de prijzen sinds de zomer.&amp;nbsp; Opnieuw flinke deuk voor varkenssector&amp;nbsp;Een iets minder positievere stemming heerst in de varkenssector. De index maakt een forse duik en zakt van 94 naar 78. Terwijl de beoordeling van de voorbije zes maanden nog nagenoeg stabiel bleef, kelderen de vooruitzichten voor de komende zes maanden van 95 naar 63. Bijna twee derde van de bevraagde varkenshouders verwacht de komende periode een daling van de verkoopprijs.&amp;nbsp;De prijzen gingen tijdens de zomer omlaag, maar stabiliseerden de afgelopen weken net boven 190 euro per 100 kg. Hoewel de varkensprijzen nog steeds relatief hoog liggen, blijven ze lager dan vorig jaar. Traditioneel bereikt de prijs zijn piek in de zomer om vervolgens te zakken richting het jaareinde. De verwachte daling in de komende periode lijkt niet alleen het gevolg te zijn van de traditionele dip. Zo heerst nog wat onduidelijkheid over de export naar China naar. Daar gelden momenteel invoerheffingen op Europees varkensvlees. “Hoewel experts verwachten dat de marktsituatie voorlopig stabiel blijft, is het nog onzeker welk effect deze - voorlopig tijdelijke - Chinese maatregelen zullen hebben op de Europese markt”, klinkt het. Daarnaast zijn er nog bijkomende onzekerheden door dreiging van dierziekten.&amp;nbsp;&amp;nbsp; Dalende tevredenheid &amp;nbsp;bij melkveehouders&amp;nbsp;De index voor melkvee blijft op een hoog niveau staan (van 90 naar 91). “Het is echter belangrijk te vermelden dat de tevredenheid over de economische situatie van de afgelopen zes maanden steeg van 100 naar 113, terwijl er voor de komende zes maanden een daling van 80 naar 69 is aangegeven”, wordt geduid in het rapport. “Dat wijst op een duidelijk dynamische markt.” &amp;nbsp;Een meerderheid van 75 procent verwacht dan ook dat de melkprijs zal dalen in de nabije toekomst. De hogere melktoevoer tijdens de zomer, gecombineerd met een afnemende vraag, heeft de prijzen onder druk gezet. Daarbovenop komt een verminderde export, mede door een sterke euro en een melkoverschot in China. Toch verwachten analisten dat deze negatieve trend niet lang zal aanhouden omdat de voorraden van boter en kaas relatief beperkt zijn.&amp;nbsp; Akkerbouw stijgt licht, tuinbouw varieert&amp;nbsp;De index voor de akkerbouwsector stijgt licht van 67 naar 71, maar blijft daarmee op een relatief laag niveau. Deze stijging is vooral toe te schrijven aan een positievere inschatting voor de komende zes maanden.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Binnen de tuinbouwsectoren noteren de telers van groenten in openlucht de grootste daling. De groenteteelt onder glas valt dit najaar terug van 86 naar 81. De groenteteelt in openlucht noteert een forsere daling van 90 naar 79. De zomer verliep moeilijk voor de groenteteelt. Door de aanhoudende hitte en watertekorten ondervond de sector aanzienlijke uitdagingen. Deze omstandigheden hadden een directe impact op de teeltresultaten en weerspiegelden zich duidelijk in de prijsvorming. De tevredenheid van de voorbije zes maanden daalt hierdoor van 100 naar 86. Ook de verwachtingen dalen van 80 naar 73. De index voor zowel de fruitteeltsector als de siertelers onder glas blijft stabiel.&amp;nbsp;Wat belemmert de landbouwers?&amp;nbsp;Het aantal belemmeringen dat land- en tuinbouwers ervaren, neemt in deze najaarsbevraging opnieuw toe: van 80 procent naar 85 procent. De stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de toename van weersgerelateerde problemen (58%), die traditioneel hoger scoren in het najaar. De hittegolven eind juni en in augustus, gecombineerd met de beperkte beschikbaarheid van water en het oppompverbod, zijn hiervan de belangrijkste oorzaken.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Overheidsbeperkingen vormen de tweede grootste uitdaging (41%), maar namen af met bijna tien procentpunten. De meeste belemmeringen worden gemeld binnen de dierlijke sectoren. Het stikstofdecreet en de daarmee gepaard gaande onzekerheid over de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven spelen hierbij een grote rol. Ook de strengere bemestingsregels uit het nieuwe Mestactieplan (MAP7) en de bijhorende administratieve lasten zorgen voor extra druk. &amp;nbsp;Daarnaast valt ook een duidelijke toename op van de afzetproblemen, die verdubbelden van 10 procent naar 20 procent. Dat is het hoogste niveau sinds 2022. Afzetproblemen worden vooral gerapporteerd in de sierteelt, gevolgd door akkerbouw en groenten in openlucht. Financiële problemen worden dan weer het vaakst genoemd in de varkenssector, gevolgd door sierteelt onder glas en groenten in openlucht.&amp;nbsp; Hoe werkt de landbouwconjunctuurindex?De conjunctuurindex kan gaan van 0 (alle landbouwers zeer negatief) tot 200 (alle landbouwers zeer positief). Bij een waarde van 100 zijn er evenveel negatieve als positieve antwoorden. Om de conjunctuurindex op te stellen werd een enquête gehouden waaraan 489 landbouwers uit het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN) aan deelnamen.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-10-27T17:53:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederlands stikstofmodel opnieuw onder vuur: “Modeluitkomsten worden blind gevolgd”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederlands-stikstofmodel-opnieuw-onder-vuur-modeluitkomsten-worden-blind-gevolgd" />
            <id>https://vilt.be/58123</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Nederland laait het debat over de computermodellen achter het stikstofbeleid opnieuw op. “We zijn blind modeluitkomsten aan het volgen, zonder de mogelijkheid te hebben om te controleren waar we mee bezig zijn”, stelt Ronald Meester, hoogleraar Waarschijnlijkheidsrekening aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ook op de Nederlandse nieuwswebsite Foodlog kwam recent een kritisch stuk over het Nederlandse model AERIUS. Volgens een ingenieur zouden onwetenschappelijke meetcorrecties er steeds vaker willekeurig de werkelijkheid bepalen.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cf965806-afe0-49dd-bb34-5866a3110a02/full_width_nederlandlandbouwgrondwindmolen.jpg</image>
                                        <content>Op verzoek van demissionair staatssecretaris van Landbouw Jean Rummenie (BBB) voerde Ronald Meester een onderzoek naar de manier waarop de cijfers van de totale stikstofdepositie op de natuur zijn gebruikt bij het opstellen van de natuurdoelanalyses. Ook werd hij gevraagd om in zijn algemeenheid in te gaan op het gebruik van statistische modellen.&amp;nbsp;Geen mogelijkheid op controleMeester is in zijn rapportage kritisch over het beleid: “Ik concludeer dat we met de combinatie van de onzekerheden in de kritische depositiewaarden (KDW’s) en de door het model berekende deposities van AERIUS feitelijk niet weten wat we aan het doen zijn. We zijn blind modeluitkomsten aan het volgen, zonder de mogelijkheid te hebben om te controleren waar we mee bezig zijn.”&amp;nbsp; Bijna geen enkele cijfermatige uitspraak over stikstof valt echt te controleren&amp;nbsp; De hoogleraar stelt dat bijna geen enkele cijfermatige uitspraak over stikstof echt te controleren valt. Volgens hem is het gebruik van het rekenmodel AERIUS in combinatie met de Kritische Depositiewaarde (KDW) dan ook wetenschappelijk niet verantwoord. “Uitspraken over de toestand van de natuur, met verstrekkende juridische gevolgen moeten controleerbaar zijn,” stelt Meester, “en dat zijn ze niet.”&amp;nbsp;Het gebruik van een kritische depositiewaarde voor stikstofdepositie is volgens Meester statistisch ook niet goed. “De gedachte dat een unieke en wel gedefinieerde KDW zou bestaan voor individuele habitats is onjuist. Ik heb geen enkele wetenschapper gesproken die vanuit die wetenschap een unieke (exacte) waarde verdedigt”, klinkt het.&amp;nbsp;De Nederlandse hoogleraar adviseert om helemaal af te zien van de modellenwerkelijkheid. En de KDW’s, AERIUS en andere modellen niet langer te gebruiken. “Het beleid moeten gefundeerd zijn op waarnemingen, in de breedste zin van het woord. De staat van de natuur kan niet worden afgelezen door een model van welke aard dan ook”, schrijft Meester. “De Europese Habitatrichtlijn geeft ons die ruimte.”&amp;nbsp; Nederland heeft niet hetzelfde stikstofbeleid als Vlaanderen&amp;nbsp;Vlaanderen werkt met een ander model dan Nederland. Ook de vergunningsverlening is er anders georganiseerd. Bovendien onderzoekt Vlaanderen deze legislatuur of het tegen 2030 kan overschakelen van een depositie- naar een emissiebeleid. De onzekerheid op emissies zou kleiner zijn bij het emissiemodel dan de onzekerheid van depositie. Het ammoniakgat aan de NoordzeeCentraal in de discussie staat het Nederlandse rekenmodel AERIUS. “AERIUS bepaalt met ogenschijnlijk grote precisie de stikstofdepositie op elk vierkantje natuur in Nederland. De uitkomsten van AERIUS zijn wet en daarom onverbiddelijk. Ze bepalen of een boer mag uitbreiden, een visser mag uitvaren of een bouwproject mag starten”, stelt Nederlands ingenieur Wouter de Heij op Foodlog. Eén van de meest controversiële aspecten van AERIUS is volgens hem het zogeheten ‘ammoniakgat’ aan de Noordzee. Al jaren zou er een groot verschil zijn tussen de feitelijk gemeten en berekende ammoniakconcentraties. Met meetcorrecties wordt dit aangepast, recent kreeg het model opnieuw zo&#039;n update. “In de meest recente update van het model blijkt de berekende depositie in de duinen plots heel fors verlaagd”, stelt de Heij. “Dat is in lijn met de metingen, maar tegelijk een pijnlijk bewijs van de willekeur van de getallen waarmee het model rekent om te bepalen hoe ons land wel en niet mag functioneren op het gebied van bouw, infrastructuur en landgebruik.”&amp;nbsp; Het stikstofbeleid is verworden tot een jacht op een bewegend doel&amp;nbsp; “De jaarlijkse, grillige aanpassingen aan het model tonen de gevaren van een rigide, op modellen gebaseerd, vergunningsbeleid aan”, gaat hij verder. “Het stikstofbeleid is daardoor verworden tot een jacht op een bewegend doel. “&amp;nbsp;Volgens de Heij wordt het hoog tijd in Nederland voor een “fundamentele herziening”. “Die moet in ieder geval leiden tot het stoppen met onwetenschappelijke correctiefactoren en het aanpassen van het model op basis van de best beschikbare wetenschap. Dat kan het vertrouwen in de wetenschappelijke basis van het stikstofbeleid herstellen”, aldus de Nederlandse ingenieur.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-10-27T18:15:00+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Welke eiwitten liggen er morgen op ons bord?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/welke-eiwitten-liggen-er-morgen-op-ons-bord" />
            <id>https://vilt.be/58124</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Welke eiwitten liggen er morgen op ons bord? Die vraag schotelde VILT voor aan twee ILVO-wetenschappers in een nieuwe aflevering van de podcast ‘Komt het goed met ons eten?’. Microbiële eiwitten zouden voor een landbouwrevolutie kunnen zorgen, maar tegelijk zijn er nog veel drempels om deze eiwitten massaal op ons bord te laten belanden. Intussen zet ILVO zich in om de veehouderij verder te verduurzamen, want vlees zal de komende jaren nog niet van het menu verdwijnen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="eiwitshift" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="ILVO" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5c8c10fa-0dc8-4618-821a-493c859ee154/full_width_schermopname-6-10-2025-223210-vimeocom.jpeg</image>
                                        <content>In het boek ‘Het komt goed met ons eten’ beschrijven Joris Relaes en Nele Jacobs van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) de kantelpunten waar de landbouw en voedingssector voor staan. Tegelijk leggen ze uit welke kansen, nieuwe inzichten en technologische innovaties er voor de deur staan en hoe die ons kunnen helpen om in te spelen op tal van uitdagingen die op de sector afkomen.Vijf afleveringen lang brengt VILT wetenschappers van ILVO naar de podcast-studio voor een boeiend gesprek over deze kantelpunten en kansen. Een veel besproken onderwerp dat vaak de emoties doet oplaaien, is de zogenaamde eiwitshift. Vandaag halen we 60 procent van onze eiwitten uit dierlijke producten en 40 procent uit plantaardige producten. De overheid wil deze verhouding omkeren. Maar waarom is dat nodig? En hoe werken we aan die eiwitdiversificatie?Van microben naar eiwitten, vetten en suikervervangersGeert Van Royen is expert vlees en eiwitbronnen bij ILVO en projectmanager bij de Food Pilot. Hij vertelt ons alles over de verschillende eiwitbronnen die vandaag potentieel hebben om op ons bord te belanden. Het meest in het oog springt eiwitfermentatie: microben, zoals gisten of schimmels, worden in een grote brouwketel samengebracht met voedingsstoffen, een suikerbron en een stikstofbron, en daaruit ontstaan eiwitten, vetten of suikervervangers. “Vandaag kennen we in dat kader al quorn, maar de mogelijkheden van eiwitfermentatie zijn veel breder dan dat”, legt Van Royen uit.Om meteen ook een aantal bottlenecks te kaderen: “Vandaag is het nog steeds moeilijk om de technologie van een labo-omgeving naar een grote schaal te brengen.” Bovendien is het maar de vraag of de consument erop zit te wachten. “We hebben nog graag een lekkere biefstuk of een ambachtelijke stuk kaas”, kadert Van Royen.Blijvend inzetten op duurzame veehouderijOok Sam De Campeneere, wetenschappelijk directeur bij ILVO Dier, schuift aan bij het gesprek. Hij wijst erop dat de veehouderij al heel wat inspanningen heeft geleverd en nog steeds stappen zet om verder te verduurzamen. Al moeten we ook realistisch zijn, zo waarschuwt hij. “Verwachten dat de veehouderij op alle duurzaamheidsparameters top kan scoren, is een illusie. Een bedrijf dat volop inzet op dierenwelzijn, heeft vaak meer staloppervlakte en soms buitenbeloop, want een negatieve impact heeft op de emissies van het bedrijf.”Dat de eiwitshift bij veehouders moeilijk ligt, vindt hij begrijpelijk. “Op sectorniveau is het eenvoudig om te zeggen, we maken die shift en we zetten meer in op plantaardige eiwitten. Maar op bedrijfsniveau is dat allesbehalve eenvoudig”, stelt De Campeneere. “Vee houden is vaak een traditie, een gezinsgebeuren. Bovendien moet je over voldoende grond beschikken en je mag de enorme investeringen niet uit het verliezen die landbouwers in hun bedrijven hebben gedaan.”&amp;nbsp;De volgende podcast behandelt het thema veredeling en zal vanaf 28 november te beluisteren zijn.</content>
            
            <updated>2025-10-27T21:00:43+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VN: Gaza lijdt honger, maar landbouw onmogelijk door giftige grond]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vn-gaza-lijdt-honger-maar-landbouw-onmogelijk-door-giftige-grond" />
            <id>https://vilt.be/58125</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De oorlog in Gaza heeft het milieu zodanig vernietigd dat er amper nog landbouw mogelijk is. Dat blijkt uit een rapport van het VN-milieuprogramma UNEP. 82,4 procent van de akkers is vernield. De meeste waterzuiveringsinstallaties zijn eveneens vernietigd, waardoor er amper schoon water is. Bovendien zijn de bodem en het water ernstig vervuild.&nbsp;Volgens UNEP is grootschalige voedselproductie niet meer mogelijk. Als herstel nog kan, zal dit decennia duren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselzekerheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/20282a44-24f9-4b70-bc39-0d94c9918402/full_width_unrwa-gaza.jpg</image>
                                        <content>Hoewel de Amerikaanse president Trump al luidop droomt om het vernielde Gaza om te vormen tot het nieuwe Dubai, ligt de realiteit pijnlijk anders. Volgens het UNEP-milieurapport zijn hele ecosystemen verwoest en wordt het voortbestaan van zowel mens als dier in de regio bedreigd. Dat de wapens nu (even) zwijgen, brengt daar geen verandering in. Volgens UNEP dreigt er op veel plekken verwoestijning. Het gebruik van zwaar oorlogsmateriaal leidde tot een zodanige bodemverdichting dat water niet meer in de bodem infiltreert en het bodemleven is stilgevallen. Bovendien verhoogt dit het risico op overstromingen.Fruitbomen worden brandhoutVoor de oorlog telde de Gazastrook 24.745 landbouwbedrijven. Of beter: bedrijfjes, want het merendeel was nog geen tien are groot. Samen waren al deze boerderijen wel voldoende om 44 procent van Gaza van voedsel te voorzien. De rest werd geïmporteerd uit de Westelijke Jordaanoever, Egypte en… Israël. Hoeveel van deze boerderijen er overblijven – laat staan nog vruchtbaar zijn – valt moeilijk te zeggen, maar op basis van satellietbeelden kunnen de VN een vrij nauwkeurige schatting maken. Vier vijfde van alle akkers, 89 procent van alle weilanden en 97,1 procent van alle fruit- en notenbomen zijn beschadigd of vernietigd. Dat vooral de bomen het moesten ontgelden, komt omdat er een tekort is aan brandstof. Voor de Gazanen die overleven van dag tot dag, hebben fruitbomen meer waarde als brandhout om te koken of zich te verwarmen.Het land kan de Gazanen dus niet meer voeden, maar wat met de zee? Er wordt nog wel vis gevangen in Gaza, maar gezond is die niet. Er gebeuren geen gezondheidscontroles en de VN-milieudienst vermoedt dat veel gevangen vis ronduit giftig is. Door de vernieling van waterzuiveringsinstallaties, opengebroken rioleringen, afval en oorlogsmunitie, is het oppervlaktewater zeer vervuild. Dat geldt ook voor de kustlijn. Proper water om te drinken, wassen, koken of om nog maar het toilet door te spoelen is amper voorhanden. Vandaag lijden alle Gazanen honger, waarvan 500.000 mensen en kinderen in acute hongersnood. Infectieziekten alomPoelen van rioolwater maken van Gaza één infectiehaard. Huidziekten zoals schurft en diverse infectieziekten verspreiden zich als een lopend vuurtje. Op één jaar tijd nam acute diarree met 36 keer toe, bloederige diarree 24 maal. Gaza telt op één jaar tijd 384 keer meer gevallen van geelzucht (hepatitis A). Luchtweginfecties – mede aangezwengeld door fijn stof van de vele explosies – nemen ook exponentieel toe en zelfs het poliovirus is opnieuw opgedoken en blijft in omloop.Giftige bodemWaar te beginnen om deze situatie te keren? Alles begint bij voeding en dus is de eerste prioriteit om zoveel mogelijk akkers in sneltempo te herstellen, stelt de VN. Waar dat mogelijk is, welteverstaan. Op de langere termijn moet een grootschalig bodemonderzoek uitgevoerd worden, want de grimmige vaststellingen die nu gebeuren, zijn slechts op basis van oppervlakkige waarnemingen.Sinds oktober 2023 zijn er geen bodemtesten mogelijk in Gaza. Men weet niet in welke mate chemicaliën en munitie de bodem precies hebben aangetast en dus is er een groot risico dat de weinige geoogste gewassen giftig zijn. Het vlees is niet veiliger, want meerdere waarnemingen hebben vastgesteld dat het weinige vee dat de oorlog tot dusver heeft overleefd, voedsel zoekt in afvalbergen en andere broeihaarden van infecties. Bovendien hebben zowel vee als gewassen zuiver water nodig. Hoe te beginnen aan wederopbouw?Om een idee te krijgen hoe moeizaam de heropbouw zal lopen, kan de VN terugblikken op de oorlogsescalatie van 2008-2009. Ook toen leidden de gevechten tot ondergrondse rioollekkages en verontreinigingen met zware metalen als lood, cadmium, chroom, koper, kobalt, nikkel, kwik en zink die veel wijder verspreid waren dan aanvankelijk leek. De VN vermoedt dat het dit keer nog erger zal zijn. Net daarom moeten de kleine, (relatief) onbeschadigde resterende gebieden koste wat het kost beschermd worden, vindt de VN-milieudienst. Deze bevinden zich vooral in het midden en ten westen van de Gazastrook. Ook verticale landbouwsystemen - die nu al her en der zijn opgezet, zelfs in vluchtelingenkampen – kunnen nuttig zijn. Groenten die gekweekt worden via hydroponie komen immers niet in contact met de ernstig vervuilde bodem.Hoewel Gaza een grote woningnood kent, moet de regio volgens de VN opletten om noodwoningen absoluut niet in de nabijheid van de weinige vruchtbare grond te bouwen. Bovendien moeten er dringend waterzuiveringsketens worden opgezet zodat men gewassen kan irrigeren zonder de bodem verder te vergiftigen. Er zullen ook tonnen puin moeten worden geruimd om de nodige infrastructuur te herstellen. De VN schat dat er 727 hectare land nodig zal zijn om alle puin te bergen, wat in het dichtbevolkte Gaza niet realistisch is. Zeker niet omdat Gaza al voor oktober 2023 moeite had met afvalbeheer. Recyclen is dan ook het antwoord volgens UNEP, want dat zou de totale kostprijs van afvalverwerking ietwat verminderen. Hoe dan ook zal puinruiming alleen ongeveer één miljard Amerikaanse dollar kosten. &quot;De kostprijs om van Gaza opnieuw een leefbaar gebied te maken met gezonde natuur, waterinfrastructuur en een consistente voedselvoorziening, valt niet te overzien&quot;, luidt de conclusie van het rapport.Lees het volledige rapport hier.</content>
            
            <updated>2025-10-28T13:58:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Criminelen sluizen afval in mest: 3.000 ton industrieel zout op Kempense landbouwgrond]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/criminelen-sluizen-afval-in-meststof-3000-ton-industrieel-zout-op-kempense-landbouwgrond" />
            <id>https://vilt.be/58126</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Criminele netwerken in de Kempen hebben duizenden tonnen afvalstoffen gedumpt op Kempense landbouwgrond. Dat blijkt uit onderzoek van de federale politie, in samenwerking met de Nederlandse politie. Officieel lost het parket geen namen van de verdachten, maar volgens de Gazet Van Antwerpen gaat het om een criminele organisatie rond de beruchte Nederlandse varkensboer en mesthandelaar Peet W. uit Baarle-Nassau, die wellicht ook betrokken was bij de Fertikal-fraude rond mestverwerking en biogasproductie in 2021.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f6c82556-f91c-45d1-a89c-7cba76afc562/full_width_vlm-controle-mestbank-vlm.jpg?t=1613151027</image>
                                        <content>De precieze omvang van de afvaldumping is nog niet duidelijk, maar volgens Gazet van Antwerpen zou er minstens 3.000 ton vervuild industrieel zout zijn uitgereden over verschillende akkers in het Belgisch-Nederlands grensgebied. Peet W. en loonwerker Geert H. hebben dit vermengd met bodemverbeteraar en als dusdanig aan boeren aangeboden. Ook sloopafval met asbest zou zijn uitgereden, maar dat niet alleen. Vorig jaar werden bij staalnames in Baarle-Nassau sporen van amfetamines en crystal meth aangetroffen. Of er ook hier drugsafval is geloosd, is voorlopig onduidelijk.Aard van het afval wordt nog onderzochtHet parket van Antwerpen bevestigt aan VILT dat de precieze aard van de vervuiling nog volop wordt onderzocht. “De inspectiediensten hebben staalnames gedaan om te onderzoeken welke afvalstoffen er illegaal vermengd zijn in het milieu. Verdere staalnames maken deel uit van het lopend onderzoek. Daaruit zal ook moeten blijken in welke mate er afval is gedumpt en waar het overal is uitgereden.”De “bodemverbeteraar” in kwestie was niet verkrijgbaar bij reguliere handelaars. “Het lijkt erop dat de verdachten hun mengsel als legitiem hebben doen uitschijnen, maar de handel gebeurde via het illegale circuit. Meststoffen die officieel worden verkocht zijn onderhevig aan controles en worden streng gereguleerd.”Zijn de vervuilde groenten op ons bord beland?Of gewassen van de behandelde velden in onze voedselketen zijn terechtgekomen, is voorlopig onduidelijk. “Op dit moment weten we dat niet”, klinkt het bij het parket.Hoewel onze voeding onderhevig is aan strenge controles, is het niet onmogelijk dat vervuilde gewassen door de mazen van het net glippen. De afvalstoffen waarvan sprake in het onderzoek, worden niet gedetecteerd volgens de standaard testmethoden. “Er gebeurt geen analyse van deze stoffen binnen ons standaard controleprogramma om de simpele reden dat er geen normen bestaan voor deze stoffen in meststoffen”, zegt Hélène Bonte van het FAVV.Het is evenmin duidelijk hoe lang deze praktijken al gaande zijn. Het parket kan voorlopig geen timing meegeven. Het is dus mogelijk dat dit afval al jaren op velden wordt gedumpt. “We weten niet sinds wanneer deze praktijk gaande is”, zegt het Antwerps parket. “Het onderzoek loopt al even. Vorige week is er een tussenkomst geweest met een aantal huiszoekingen en arrestaties. Zes mensen zijn op dat moment gearresteerd en hebben een verklaring afgelegd. Drie van hen zijn voor de onderzoeksrechter verschenen.” Linken met voorgaande onderzoeken naar mestfraudeVorige week deed de federale politie een reeks simultane huiszoekingen in Baarle-Hertog, Merksplas, Ravels en Weelde. Daarbij werden zes personen opgepakt: het gaat om vier mannen van 32, 33, 33 en 64 en twee vrouwen van 63. Via een internationale samenwerking werden op hetzelfde moment ook drie huiszoekingen uitgevoerd op Nederlandse grondgebied.&amp;nbsp;Volgens Gazet van Antwerpen zou hoofdverdachte Peet W. nog niet zijn gearresteerd. Het parket van Antwerpen kan dit noch ontkennen, noch bevestigen.Bij de tussenkomst van dinsdag werkten de Vlaamse Milieu-inspectie en de Vlaamse Landmaatschappij mee. &quot;Er loopt al geruime tijd een handhavingstraject bij de bedrijven van de personen die in de pers worden genoemd&quot;, zegt Ann Heylens van het Departement Omgeving. &quot;Er zijn de voorbije jaren verschillende processen-verbaal opgesteld, niet alleen door de milieu-inspecteurs van het Departement Omgeving, maar ook door de Mestbank. Dit naar aanleiding van inbreuken op de afvalstoffenwetgeving. Daarnaast zijn er aanmaningen gebeurd en bestuurlijke maatregelen opgelegd.&quot;Hiermee lijkt het Departement Omgeving de link te maken naar het onderzoek dat in 2021 werd opgestart naar grootschalige mestfraude bij Fertikal en de Quireynen Group. Fertikal was op dat moment één van de grootste mestverwerkers van West-Europa. In het bestuur van dat bedrijf zaten onder meer bestuurders van de Quireynen Group, maar ook een zekere Peet W. uit Baarle-Nassau was bestuurder van Fertikal. Of het om dezelfde Peet W. gaat wil het parket bevestigen noch ontkennen, maar de kans lijkt in elk geval groot.  430.000 euro in beslag genomenHeylens bevestigt dat de bevindingen van de Vlaamse Milieu-inspectie hebben geleid tot gerechtelijke acties. &quot;Op basis van onze vaststellingen, en na onderzoek door de gerechtelijk politie, is vorige week overgegaan tot huiszoekingen en aanhoudingen. Een toezichthouder van onze afdeling Handhaving was betrokken om de gerechtelijke politie te ondersteunen met technische bijstand. Aangezien deze dossiers momenteel in fase van opsporing zitten, kunnen wij hier verder niet over communiceren.&quot;Bij één van de huiszoekingen werd een illegaal wapen aangetroffen. Minstens 430.000 euro kon in beslag worden genomen. Het onderzoek wordt verdergezet.</content>
            
            <updated>2025-10-28T15:51:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "Betaal boeren voor natuurbeheer, het is de logische weg vooruit"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opinie-betaal-boeren-voor-natuurbeheer-het-is-de-logische-weg-vooruit" />
            <id>https://vilt.be/58127</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers die aan natuurbeheer doen, moeten zich tegelijk aan de regels van de landbouw en van het natuurbeheer houden. “Je zou denken dat zulke verplichtingen gepaard gaan met een gepaste vergoeding, maar dat is niet zo”, schrijft bioveehouder Pieter Coopmans in een opiniestuk. Hij pleit ervoor dat boeren die natuur helpen onderhouden daar ook correct voor betaald worden. Volgens hem worden landbouwers die natuur beheren onmisbaar in een steeds groener wordend landbouwlandschap.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4910b1e8-1b19-4c81-b356-b6896edf3510/full_width_landschaphoutkantknotwilgbiodiversiteit-1280.jpg</image>
                                        <content>Ik bevind me wel vaker tussen hamer en aambeeld. De eeuwige strijd om mijn landbouwbedrijf rendabel te houden, blijft een dagelijkse realiteit. Alleen: hoe langer ik ermee bezig ben, hoe minder ik nog op een klassieke landbouwer lijk. Steeds vaker voel ik me een natuurbeheerder met koeien in plaats van een boer met grond. En precies daar loopt het fout.Ik val onder de regels van de landbouw, betaal mijn belastingen en bijdragen, en onderga de nodige controles. De lijst is eindeloos, én duur. Toch werk ik tegelijk onder een reeks beperkingen: niet bemesten, laat maaien, lage veebezetting, natuurdoelen, vernatting… Je zou denken dat zulke verplichtingen gepaard gaan met een gepaste vergoeding, maar dat is niet zo.We slagen er al enkele jaren in om het hoofd boven water te houden, vooral dankzij wat betaald onderhoudswerk en de opbrengst van onze dieren. Maar dit is geen duurzaam evenwicht. Het kan niet de bedoeling zijn dat landbouwers op natuurgronden met een goedgekeurd beheerplan geen recht hebben op een vergoeding, terwijl de terreineigenaar wél wordt betaald. Boeren voeren dat beheer immers vaak gratis uit, met dezelfde zorg en inspanning. Met de toenemende ‘vergroening’ van landbouwgebieden dringt een fundamentele vraag zich op: wie zal het beheer van onze open ruimte op zich nemen als de boeren verdwijnen?  Een collega vertelde me onlangs dat zijn hooioogst dit jaar uitzonderlijk laag was door de droogte. Toen ik zei dat onze landbouwpremie op natuurgronden nog maar een kwart bedraagt van wat ze vroeger was, viel hij stil. Ik grapte dat je er de loonwerker niet eens meer van kunt betalen, maar eerlijk gezegd was het een wrange lach. Want de cijfers liegen niet: de lasten blijven, de opbrengst verdwijnt. Enkel de hoge vleesprijzen houden ons nog even overeind. Met de toenemende ‘vergroening’ van landbouwgebieden dringt een fundamentele vraag zich op: wie zal het beheer van onze open ruimte op zich nemen als de boeren verdwijnen? Zonder landbouwers rest alleen aannemingswerk en dat zal de gemeenschap duur komen te staan.De oplossing is nochtans eenvoudig: vergoed boeren voor natuurbeheer. Laat landbouwers die de natuur onderhouden daar ook correct voor betaald worden. Ze kennen hun grond, ze werken er met respect voor het landschap en ze doen dat al generaties lang. Of je nu leeft van een graanoogst of van het behalen van natuurdoelen, maakt in wezen weinig verschil, zolang het past binnen een gezonde bedrijfsstrategie.Wat telt, is dat landbouwers de kans krijgen om te blijven doen waar ze goed in zijn: zorgen voor het land. En ja, daar lig ik soms van wakker. Want ik schud al lang genoeg aan die boom, maar de vruchten blijven voorlopig uit. Toch blijf ik hopen dat iemand ze binnenkort eindelijk ziet hangen. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurPieter Coopmans is een biologische landbouwer op de voormalige abdij van Herkenrode nabij Hasselt. Hij houdt een 50-tal vleesveekoeien en verbouwt zijn eigen granen. Voor zijn grond heeft hij een gebruikscontract met de Vlaamse overheid. &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-10-28T16:07:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Duitsland verzet zich tegen verbod op namen als veggieburger]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/duitsland-verzet-zich-tegen-verbod-op-namen-als-veggieburger" />
            <id>https://vilt.be/58128</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Duitsland verzet zich tegen een mogelijk Europees verbod op benamingen zoals ‘veggieburgers’ en ‘tofuworsten’ voor plantaardige alternatieven. “Zo'n verbod zou de economie met ongelooflijk hoge kosten opzadelen”, argumenteerde de Duitse minister van Landbouw Alois Rainer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vegetarisch" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3302a2aa-c428-47f8-aabd-8d4ccd9d7c45/full_width_vegetarische-burger.jpg</image>
                                        <content>Het Europees Parlement keurde onlangs met een nipte meerderheid een verbod goed op het gebruik van vleesnamen zoals burger, steak, schnitzel en worst voor plantaardige producten. Het voorstel wordt nu nog besproken met de lidstaten.De voorstanders in het Europees Parlement betoogden dat de benamingen verwarring kunnen veroorzaken bij de consument, maar daar gaat Rainer, zelf een gediplomeerd slager, niet in mee. &quot;Wanneer zij een veggieburger kopen, weten ze dat die niet van vlees is gemaakt”, klinkt het.Het zou volgens de Duitse minister “ongelooflijk hoge kosten voor de economie en bureaucratie veroorzaken”. &quot;Ik ben vastbesloten om de bureaucratie te verminderen en daarom steun ik dit voorstel niet”, zei hij deze week tijdens een ontmoeting met EU-collega’s in Luxemburg. “We hadden deze discussie tien of twaalf jaar geleden moeten voeren. Nu is het overbodig om deze discussie te voeren.” Grootste producent van plantaardige alternatieven in EUDuitsland is één belangrijke speler in de vleesindustrie en behoort tot de grootste producenten van Europa. In 2024 werd er voor meer dan 44 miljard euro aan vlees en vleesproducten geproduceerd. Tegelijk is het land ook koploper in de productie van vleesvervangers binnen de EU. In 2024 bedroeg die productie 126.500 ton, meer dan het dubbele van vijf jaar geleden.Weinig houvast voor producenten en consumentenOok organisaties voor consumentenbescherming en bedrijven in de voedingsindustrie hebben het mogelijke verbod bekritiseerd. Ondernemingen als Aldi, Burger King, Beyond Meat en ‘De Vegetarische Slager’ waarschuwden in een gemeenschappelijke brief aan de parlementsleden voor de economische schade om de veganistische en vegetarische merkidentiteit af te stemmen op het voorstel.“Een verbod op bekende benamingen maakt het voor bedrijven moeilijker om hun producten te verkopen. Vertrouwde termen helpen consumenten bij het inschatten van smaak, textuur en bereiding van een product”, klinkt het. “Daarom gebruiken producenten van plantaardige alternatieven bekende benamingen, gecombineerd met duidelijke aanduidingen zoals ‘100% plantaardig’. Dat zorgt voor transparantie en houvast en stelt bedrijven in staat hun aanbod af te stemmen op hun doelgroep. Het verbod zou bovendien ingaan tegen het streven naar een veerkrachtige en diverse voedselvoorziening met sterke landbouwbedrijven. Landbouwbedrijven die momenteel profiteren van een groeiende vraag naar eiwitgewassen zouden bij een verbod dan ook nadeel ondervinden.”</content>
            
            <updated>2025-10-28T16:37:35+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Genbewerking met CRISPR-Cas maakt varkens resistent tegen pestvirussen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/genbewerking-met-crispr-cas-maakt-varkens-resistent-tegen-pestvirussen" />
            <id>https://vilt.be/58129</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Duitse en Britse onderzoekers hebben via genbewerking varkens geproduceerd die resistent zijn tegen het klassieke varkenspestvirus (KVP). De bevindingen bieden volgens de onderzoekers een veelbelovende mogelijkheid om ziekteweerbaarheid bij vee te versterken. “Er is een groeiend potentieel van genbewerking om de gezondheid van dieren te verbeteren en duurzame landbouw te ondersteunen”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="genetische modificatie" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="varken" />
                        <category term="afrikaanse varkenspest" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ae5b7ee2-1f90-4585-8b7a-d8e3b5cd44f6/full_width_varken-1250.jpg</image>
                                        <content>Voordat onderzoekers van de Duitse universiteit Lübeck en het Engelse Edinburgh de specifieke varkens ontwikkelden, plozen ze uit hoe pestivirussen zich gedragen met varkenscellen. Het team focuste zich voornamelijk op DNACJ14, een belangrijk eiwit bij varkens dat een grote rol speelt bij virusvermenigvuldiging. Uit labo-onderzoek bleek dat een aanpassing aan het gen dat dit eiwit aanmaakt, de virusreproductie stopt.En zo geschiedde. Via de CRISPR-Cas-technologie brachten onderzoekers een nauwkeurige verandering aan in een deel van het DNAJC14-gen in varkensembryo&#039;s. CRISPR-Cas is nieuwe genomische techniek (NGT) waarbij wetenschappers heel gericht stukjes DNA kunnen aanpassen, vervangen of verwijderen.Toen de varkens volwassen waren, werden ze uiteindelijk blootgesteld aan het klassieke varkenspestvirus. De genetisch aangepaste varkens vertoonden geen enkel teken van infectie, terwijl niet-aangepaste varkens wel typische symptomen ontwikkelden. Door de genetische modificatie kon het virus niet langer de varkenscellen gebruiken om al zijn eigen virale eiwitten te produceren.Volgens onderzoeker Simon Lillico toont dit onderzoek het groeiende potentieel van genbewerking om de gezondheid van vee te verbeteren en duurzame landbouw te ondersteunen.Mogelijkheden voor andere diersoortenDezelfde genetische bewerking zou in theorie ook op andere veesoorten kunnen worden toegepast, waardoor een bredere bescherming tegen ziekten wordt geboden, legt het onderzoeksteam uit. De onderzochte pestivirusfamilie omvat bijvoorbeeld ook virale ziektes zoals boviene diarree (BVD) bij runderen en border disease (BDV) bij schapen. Hoewel er vaccins bestaan, blijft bestrijding lastig door viruspersistentie en overdracht tussen soorten.DoorbraakDit is pas de tweede keer dat wetenschappers een complete weerstand tegen een dodelijk virus hebben bereikt bij vee via gerichte genbewerking, de eerste was resistentie tegen het PRRS-virus bij varkens.Genetisch bewerkte varkens zijn in sommige landen, waaronder Colombia, Brazilië, de Dominicaanse Republiek en de VS, al goedgekeurd voor gebruik in de voedselketen. In de EU kan dit enkel onder strenge voorwaarden en na uitgebreide tests.</content>
            
            <updated>2025-10-28T16:38:10+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Slatelers denken aan stoppen nu Movento-tijdperk ten einde loopt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/slatelers-denken-aan-stoppen-nu-movento-tijdperk-ten-einde-loopt" />
            <id>https://vilt.be/58130</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Slatelers in vollegrond bezinnen zich over hun toekomst. “Als er geen adequaat bestrijdingsmiddel komt tegen maart, stop ik”, vertelt slateler Wim Van Bulck. Directe aanleiding is het verbod op Movento, dat de actieve stof spirotetramat bevat. Deze stof mag niet langer gebruikt worden. Hierdoor is het praktisch onmogelijk om sla zonder bladluis te telen. Ook veel andere gewassen, zoals kolen en peren, komen in het gedrang. Boerenbond schreef een brandbrief aan federaal minister Clarinval en pleit voor een noodtoelating.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="tuinbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bc8de498-699f-467c-ae64-963c7df2c234/full_width_sla.jpg</image>
                                        <content>Het is een rampjaar voor slatelers in openlucht. “De druk van de bladluis is nog nooit zo groot geweest als dit jaar”, vertelt Wim Van Bulck uit Duffel. De slateler heeft 1,5 hectare sla in buitenteelt en teelt daarnaast ook onder glas. Daar is de schade door bladluis veel minder groot. De Antwerpenaar schat de uitval door luizen dit jaar op 30 procent. “Op piekmomenten hebben we 100 procent van de teelt kunnen weggooien.”Redenen voor de grote luizendruk zijn de weersomstandigheden en het verdwijnen van gewasbeschermingsmiddelen. Zo is sinds mei het middel Gazelle niet langer toegestaan. Vanaf 1 november mag ook het middel Movento (actieve stof spirotetramat, red.) niet langer gebruikt worden. De Europese Unie trok in april 2024 de erkenning voor spirotetramat in en tot eind deze maand gold een periode waarin de voorraad mocht opgebruikt worden.Doordat Movento de voorbije jaren één van de weinige gewasbeschermingsmiddelen was dat nog was toegelaten, hebben de slaplanten een soort resistentie ontwikkeld. “Maar desondanks bleef dit veruit het meest efficiënte middel. Zonder Movento hadden we dit jaar nog meer uitval gehad en waren de cijfers nog roder geweest”, vertelt Van Bulck. Geen alternatieven voor luisbestrijdingDe slateler ziet de toekomst somber in nu het laatste middel uit de handel gaat. “Als er voor maart geen alternatieve bestrijdingsmiddelen bijkomen, dan stop ik met de teelt. De kosten zijn enorm en zonder gewasbeschermingsmiddelen is het risico op uitval door bladluis nog groter. Dat risico wil ik niet nemen.”Het probleem wordt erkend door Ilse Leenknegt, adviseur sla bij het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver. “Er zijn inderdaad nog geen alternatieven voorhanden., al wordt aan die alternatieven wel hard gewerkt.&quot; Ze denkt daarbij onder meer aan de veredeling van resistente rassen en aan de gecombineerde inzet van biologische bestrijdingsmiddelen en de zogenaamde phytodrip, een chemische behandeling die nog wel is toegestaan. Phytodrip beschermt voor korte tijdBij phytodrip wordt een druppel gewasbeschermingsmiddel toegevoegd bij het zaadje. Hierdoor is de jonge plant enkele weken beschermd tegen bladluis. “Maar deze bescherming duurt maar enkele weken, waarna de bladluis terug kan toeslaan”, aldus Leenknegt.Zij bevestigt dat meerdere telers nadenken over hun toekomst. Veel onder hen hopen nog op alternatieve bestrijdingsmiddelen. Het is immers niet zo eenvoudig om over te stappen op een andere teelt. Zij hebben geïnvesteerd in infrastructuur en een machinepark dat volledig is uitgerust voor de slateelt.Luizen in bladsla accepteren?Eén van die slatelers is de 33-jarige Jens Van Den Eynde uit Sint-Katelijne-Waver. Hij teelt sla op vier hectare en wil vooralsnog niet opgeven. “Ik hoop dat er toch nieuwe middelen op de markt komen. In het uiterste geval kan ik misschien overwegen om de teelt in piekperiodes van luizen te stoppen.”Ook Ortwin Ceulemans uit Lier wil nog van geen wijken weten. “Als er geen nieuwe middelen op de markt komen, is het niet mogelijk om in bepaalde periodes luisloos te telen en zal de afnemer zijn nultolerantie wat betreft bladluizen moeten herzien”, aldus de teler. Hij levert vooral aan snijderijen, want door de hardere bladeren is buitensla bij uitstek geschikt voor de verwerkers die de sla bijvoorbeeld in slamixen verwerken.Volgens Leenknegt bereiden deze snijderijen zich voor op de nieuwe toekomst. “Door de toepassing van nieuwe technieken slagen verwerkers er beter in om luizen uit de sla te verwijderen, maar helemaal luisloos is moeilijk.” Bij deze nieuwe technieken zou de sla op lagere temperatuur langer gewassen worden.Of ook de retailers en andere afnemers in de versmarkt luizen zullen accepteren, is sterk de vraag. De landbouworganisaties willen de zaak niet zo hoog laten oplopen. Boerenbond waarschuwt al ruim een jaar voor de risico’s van het intrekken van de erkenning van gewasbeschermingsmiddelen voordat alternatieven voorhanden zijn. “Op deze manier komen de oogstzekerheid en uiteindelijk ook de voedselzekerheid in gevaar”, aldus Pieter Van Oost van Boerenbond. Brandbrief en verzoek om noodtoelatingBoerenbond en het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT) stuurden eerder deze maand een brandbrief aan federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR). “Hierin wijzen we op de risico’s voor de voedselzekerheid en vragen we om een noodtoelating voor de actieve stof spirotetramat voor het seizoen 2026. Op deze manier hebben veredelaars, onderzoeksinstellingen en boeren nog even de tijd om alternatieven te ontwikkelen”, aldus Van Oost.Hij waarschuwt ook voor concurrentie uit niet-Europese landen waar het middel wel nog is toegestaan. “Voor Boerenbond is het cruciaal dat binnen Europa alle land- en tuinbouwers strijden met dezelfde wapens. We mogen niet aanvaarden dat producten hier verkocht worden, behandeld zijn met middelen die wij hier niet mogen gebruiken.”Van Oost stelt dat er ook nauw contact is met landbouworganisaties in andere Europese lidstaten. “We merken dat er lidstaten zijn waar men heel duidelijk gaat inzetten op het bekomen van een noodtoelating.”Hij benadrukt dat niet alleen de slateelt onder druk staat, maar een brede waaier aan gewassen. Zo is spirotetramat een enorm belangrijk middel in de bestrijding van perenbladvlo. Daarnaast lopen ook koolgewassen, bieten en aardbeien grote risico’s door een onbeheersbare insectendruk. Veilingen wachten vol spanning afBij de veilingen wacht men met spanning af. “We hopen op een positieve reactie van Clarinval. Anders moeten we misschien toch de gesprekken met klanten starten over de nultolerantie voor bladluizen. Consumenten moeten er misschien vrede mee hebben dat men weleens een luis in de sla tegenkomt”, vertelt Rik Decadt van REO in Roeselare.Ook bij BelOrta is men zenuwachtig over de toekomst. “Het aantal afkeuringen door bladluizen is dit najaar gigantisch gestegen. Telers geven het beperkte middelenpakket als reden aan. Wij houden ons hart vast voor volgend jaar”, vertelt Isabelle De Blaise, kwaliteitsmanager bij BelOrta.</content>
            
            <updated>2025-10-31T10:48:10+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Laat akkers niet kaal de winter in: deadline bodembedekking nadert]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/laat-akkers-niet-kaal-de-winter-in-deadline-bodembedekking-nadert" />
            <id>https://vilt.be/58131</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij roept landbouwers op om zeker voldoende bodembedekking te voorzien voor eind november. “Tegen 1 december moet minstens 80 procent van het bouwland zichtbaar bedekt zijn”, klinkt het. “Er zijn verschillende opties om de akkers niet kaal te laten deze winter.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkerbouw" />
                        <category term="duurzaam" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a51f8e94-f9d6-44e3-bfde-b2f2fdef6586/full_width_3-lege-akker.jpg</image>
                                        <content>Landbouwers die steun ontvangen uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) moeten aan enkele verplichtingen voldoen. Eén van deze verplichtingen, de zogenaamde conditionaliteiten, is bodembedekking in de winter. Daarvan nadert de deadline want uiterlijk tegen 1 december moet minstens 80 procent van het bouwland bedekt zijn. Dit kan niet enkel via de inzaai van een vanggewas maar kan ook via oogstresten.Bodembedekking in de winter biedt voordelen voor zowel de natuur als de landbouwer. “Enerzijds blijft de bodem goed doorworteld, wat een betere bodemstructuur oplevert”, duidt Simon Verreckt, sectoradviseur bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. “Anderzijds is er ook minder erosie en minder uitspoeling van nutriënten naar het grondwater.”Landbouwers kunnen hun akkers bedekt houden met een groenbedekker, een nateelt, stoppels of achtergebleven plantenresten. “Populaire bodembedekkers zijn Japanse haver, gele mosterd en facelia, of een mengsel van de twee”, aldus Verreckt. Deze gewassen leveren geen directe valorisatie op, maar wel een indirecte meerwaarde, klinkt het.“De gewassen nemen tijdens het najaar nitraat op. Wanneer landbouwers ze in het voorjaar onderwerken, komt dat nitraat opnieuw vrij in de bodem, wat gunstig is voor het volggewas in 2026. Tegelijk draagt het onderwerken bij aan de opbouw van organische koolstof, waardoor de bodem weerbaarder wordt. Dat is voor landbouwers het grootste voordeel”, legt Verreckt uit. “Sommige landbouwers kiezen wel voor een gewas dat je kan oogsten, zoals Japanse haver of rogge. De keuze hangt van de bodem en de landbouwer af.”Welke mogelijkheid er ook gekozen wordt, de bodembedekking moet minstens in de periode van 1 december 2025 tot 31 januari 2026 zichtbaar aanwezig zijn. “Als er na de oogst op het perceel onvoldoende oogstresten achterblijven of er wordt verwacht dat de oogstresten snel verteerd zullen zijn, , dan is de inzaai van een groenbedekker of een nateelt de enige mogelijkheid om het perceel te laten meetellen voor de 80%-bodembedekking”, waarschuwt het Agentschap nog. “En als hiervoor gekozen wordt, moeten de stoppels, opslag of plantenresten van de hoofdteelt behouden worden tot de voorbereidende werkzaamheden voor de inzaai van de groenbedekker of de nateelt gestart zijn.”</content>
            
            <updated>2025-10-28T17:14:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoe werkbaar zijn beschermingsstroken? Nieuwe regels op komst in 2026]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoe-werkbaar-zijn-beschermingsstroken-nieuwe-regels-op-komst-in-2026" />
            <id>https://vilt.be/58132</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De aanleg van beschermingsstroken langs waterlopen is een nieuwe maatregel uit het gewijzigd mestdecreet. In 2025 moest men stroken van vijf meter breed vrijhouden bij nitraatgevoelige teelten langs gebieden met een slechte waterkwaliteit, goed voor ongeveer 10.000 beschermingsstroken in 2025. In 2026 zal dit aantal fors toenemen, want dan worden de verplichte zones flink uitgebreid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/49988ed2-493f-4eb3-bcf9-2f103ed2a0f8/full_width_bufferteeltvrijezone-vlm.jpg</image>
                                        <content>Een beschermingsstrook is een onbewerkte strook grond die de scheiding vormt tussen een landbouwperceel en een waterloop. Met die beschermingsstroken wil men vermijden dat meststoffen, gewasbescherming en sediment in de grachten terechtkomen. Voor 2025 zijn er ongeveer 10.000 beschermingsstroken aangegeven in de verzamelaanvraag, maar volgens VLM is dat een onderschatting.In 2026 komt er ook de vijf meter strook bij voor percelen in natuurgebieden, zijnde bos, natuur en SBZ-H (speciale beschermingszones op basis van de habitatrichtlijn). Alle percelen langs waterlopen die in de Vlaamse Hydrologische Atlas staan, de zogenaamde VHA-waterlopen, zullen een drie meter brede strook moeten aanleggen. De overgrote meerderheid van de stroken moet dus nog aangelegd worden.Om landbouwers wegwijs te maken in deze regelgeving deelt VLM een overzichtsfiche&amp;nbsp;met de regels voor 2026, maar nog niet alle details zijn gekend “We verwachten in de komende weken ook meer duidelijkheid over de lijst met buffergewassen, nitraatgevoelige teelten en de mogelijkheden voor ecoregelingen en beschermingsstroken in 2026”, klinkt het bij VLM. “Eenmaal dit duidelijk is, plannen we daarover nog een webinar in samenwerking met het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.” Landbouworganisaties kritisch voor verlies landbouwgrondVele landbouwers wachten de maatregelen af met een bang hart, want hoewel beschermingsstroken nuttig zijn voor de waterkwaliteit, betekenen ze ook een verlies aan landbouwgrond. Een strook van drie meter breed lijkt niet veel, maar zulke stroken over de gehele lengte van een gracht – en aan weerskanten van de oever – betekenen aanzienlijke oppervlaktes die niet meer mogen bewerkt worden.Boerenbond hoopt dan ook dat landbouwers afdoende worden gecompenseerd. “De beschermingsstroken zijn het resultaat van het akkoord over MAP7 tussen landbouw- en milieuorganisaties”, duidt Gerrit Budts van Boerenbond. “Daarbij werd gezocht naar een werkbaar compromis binnen de bestaande regels: een bemestingsvrije strook van vijf meter en een gewasbeschermingsvrije strook van drie meter langs VHA-waterlopen. De aanleg van deze stroken betekent echter verlies van waardevolle Vlaamse landbouwgrond. Daarom drong Boerenbond aan op een eerlijke financiële vergoeding. Ook het onderhoud van de stroken moet goed mogelijk blijven. Boerenbond is tegen het maaiverbod tussen 15 maart en 15 juli en tegen het verbod op betreding of bewerking van de eerste meter naast de talud. Deze maatregelen verbeteren de waterkwaliteit niet, maken het onderhoud moeilijker en staan niet in het sectorakkoord.” Boerenbond is tegen het maaiverbod tussen 15 maart en 15 juli en tegen het verbod op betreding of bewerking van de eerste meter naast de talud. Deze maatregelen verbeteren de waterkwaliteit niet Ook bij ABS klinkt er weinig enthousiasme over het voorstel. “Niemand is fan van die drie meter brede beschermingsstroken”, zegt woordvoerder Mark Wulfrancke. “Dit gaat niet alleen over het verlies van een duur productiemiddel, ook betalen landbouwers nu voor grond waar ze niks mee zijn.”“Deze drie meter beschermingsstrook is er vooral gekomen als een verbeterde invulling van de bufferstroken uit de kaderrichtlijn water, de fameuze één meter teeltvrije zone, drie meter fytovrij en vijf meter bemestingsvrije strook. Deze stroken zijn nu teruggebracht tot één beschermingsstrook van drie meter die weliswaar teeltvrij is, op gras en enkele andere “buffergewassen” na, naast de één meter teeltvrije zone. Verder mag deze strook ook als wendakker gebruikt worden.&amp;nbsp; Zijn we daar blij mee? Neen, maar het is nu tenminste duidelijk en helder.” Dit gaat dan ook over niet alleen over het verlies van een duur productiemiddel, ook betalen landbouwers nu voor grond waar ze niks mee zijn “Bij het opmaken van het princiepsakkoord en ook aanvaard door de bevoegde minister is er bepaald dat er op deze beschermingsstrook ecoregelingen en/of een agromilieuklimaatmaatregel (een landbouwsubsidie binnen het GLB red.) zouden moeten kunnen afgesloten worden ter compensatie. Dit is er nu nog niet. Een probleem bij de ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen is wel dat dit enkel bijkomende kosten kan compenseren, maar niet het waardeverlies door betaalde pacht of de beperking in het vrij gebruik van een eigendom. Dit moet dringend aangepast worden zodat landbouwers niet langer met een spreekwoordelijke aalmoes bedankt worden, maar daadwerkelijk gecompenseerd worden.” VLM deelt positieve ervaringenHoe nuttig beschermingsstroken nu precies zijn voor de waterkwaliteit, zal pas later duidelijk worden, wanneer alles is aangelegd en de impact kan gemeten worden. “Het is wel één van de maatregelen waarvan de grootste impact wordt verwacht omdat ze het effectieve mestgebruik op het veld vermindert”, stelt VLM. Daarnaast zijn er andere voordelen. Wanneer men deze stroken bezaait met meerjarige mengsels met verschillende bewortelingdieptes, worden nutriënten uit diepere lagen opgenomen. Daardoor hebben ze, naast het feit dat er minder directe lozing in het water terechtkomt, ook een gunstig effect tegen uitspoeling van nutriënten naar grond- en oppervlaktewater. Bovendien lokken deze mengsels insecten en bijen, belangrijk voor de bestuiving. Ze vergroten ook het CO2-opslagpotentieel van de bodem en kunnen een rol spelen bij het beperken van overstromingsrisico en tegen de impact van de droogte.De landbouwers die in 2025 stroken hebben aangelegd, volgen de regels alvast keurig op. Handhavers van VLM controleerden 1.769 percelen bij 659 verschillende landbouwers en stelden slechts bij 6,4 procent van de percelen inbreuken vast.VLM sprak bovendien boeren die wel enthousiast zijn over de regeling en de omkaderende maatregelen. Hun bevindingen deelt VLM in drie video-interviews. ​Zo is er landbouwer Bart Claes uit Dessel die met knotwilgen langs de waterloop bestuivers aantrekt en brandhout produceert om zijn loods te verwarmen. Samen met collega-landbouwers Nico Vandervelpen uit Bekkevoort en Dirk De Wulf uit Deinze wil hij aan landbouwers duiden dat beschermingsstroken wel degelijk hun nut hebben om waterlopen te beschermen. &quot;Zonder gezonde natuur, kan er immers ook niet aan landbouw worden gedaan&quot;, klinkt het onder meer.</content>
            
            <updated>2025-10-29T12:59:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederlandse onderzoekers kweken tomaten zonder plant]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederlandse-onderzoekers-kweken-tomaten-zonder-plant" />
            <id>https://vilt.be/58133</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tomaten vers van de petrischaal: het is bizar, maar het kan. Onderzoekers van de Nederlandse onderzoeksinstelling WUR gebruiken losse bloemen – zonder plant – om tomaten te kweken, louter door ze op suikerwater te zetten. Het praktisch nut? Dit systeem bespaart ruimte, energie, kunstmest en bestrijdingsmiddelen, en bovendien is er slechts een fractie van de gebruikelijke hoeveelheid water nodig.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatieve teelt" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="tomaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c76b6b40-2bd3-47a5-9ead-5c68aae879be/full_width_wageningen-universiteit-en-research.jpg</image>
                                        <content>Zelfs voor de ontwikkeling van de losse bloemen is geen plant meer nodig. Onderzoekers Lucas van der Zee en Niels Peeters Utrecht kweken tomatenbloemen rechtstreeks uit cellen, afkomstig van de bloemstengels. ‘Fruit of Knowledge’ zo heet het overkoepelend project, wil verschillende fruitsoorten kweken uit delen van planten. De plantloze vruchten halen hun energie niet uit licht, maar uit het suikerwater waarin ze worden gekweekt.In de jaren tachtig van de vorige eeuw deed de Wageningse plantenfysioloog Antal Varga al soortgelijke proeven. Zijn conclusie was dat tomaten ook groeien en rijpen zonder de plant, zolang ze genoeg voeding in de vorm van suikers kunnen opnemen. Van der Zee zet dit onderzoek voort en wil nu het principe van vruchten zonder plant uitbouwen tot een nieuw, duurzaam productiesysteem.Nog enkele vraagstukken op te lossenMaar de productie van suikerwater vergt natuurlijk ook grondstoffen. Hoe duurzaam het totaalconcept uitpakt, moet nog blijken, benadrukt Van der Zee. Maar dat deze teeltmethode ook mogelijk is in gebieden die te droog, te koud of te donker zijn om tomaten te doen groeien, biedt kansen.Van der Zee heeft de eerste tomaatjes van zijn zelfgekweekte bloemetjes al geoogst en geproefd. Deze zijn nog wat droog en klein, maar de tomatensmaak is er wel. De resultaten lijken te worden beïnvloed wanneer er nog een stukje stengel aan de bloem zit. Met stengel worden ze groter.Niels Peeters wil nog uitzoeken waarom en hoe een plantencel aangezet wordt tot bloeien. “We weten uit de literatuur dat cellen die je op een voedingsbodem zet zich resetten tot een soort stamcel, die tot van alles kan uitgroeien”, zegt hij in een publicatie van WUR. “Maar als ik een stukje van een bloemstengel gebruik, wordt het alsnog een bloem. Alsof het zich herinnert dat het daarmee bezig was. Hoe ze dat onthouden is nog een raadsel.”De bevindingen van Van der Zee en Peeters, en hun toekomstvisie voor de plantloze tomatenkweek, zijn gepubliceerd in het toonaangevende tijdschrift Trends in Biotechnology.</content>
            
            <updated>2025-10-29T18:22:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Blokkerende meerderheid groeit tegen EU-hervorming van landbouwsubsidies]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/blokkerende-meerderheid-groeit-tegen-eu-hervorming-van-landbouwsubsidies" />
            <id>https://vilt.be/58134</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het voorstel van de Europese Commissie om landbouw- en regionale subsidies te bundelen in één nationale enveloppe stuit op een steeds breder wordende weerstand. Zowel het Europees Parlement als de lidstaten hebben scherpe kritiek en lijken niet geneigd het plan in zijn huidige vorm goed te keuren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="GLB" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="platteland" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fcf6e682-140c-4d91-a491-5332a56094b3/full_width_kudde-koeien-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Deze zomer stelde de Europese Commissie haar begrotingsvoorstel voor de periode 2028–2034 voor. Het voorstel houdt een breuk in met het verleden. Zo zou de Commissie graag afstappen van de historische tweepijlerstructuur van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Alle EU-landbouwsteunmiddelen zouden samengevoegd worden met andere beleidssubsidies in één enveloppe. Daarin zou ook het budget voor plattelandsontwikkeling opgenomen worden, dat bovendien niet langer een vastgelegd budgetdeel toegewezen krijgt. Landbouwers krijgen daarentegen wel nog een deel (300 miljoen) specifiek voorbehouden aan hen. Dit komt overeen met het budget van de huidige eerste GLB-pijler, die directe inkomenssteun omvat.&amp;nbsp;De middelen voor plattelandsontwikkeling en de overige landbouwsubsidies zullen in de nieuwe enveloppe moeten concurreren met andere beleidsprioriteiten. Hoe die verdeling er uiteindelijk uitziet, wordt beslist door de nationale regeringen. Zij krijgen het beheer over de enveloppe, wat ook een breuk met het verleden betekent. Europarlementsleden en regio’s vrezen hierdoor hun invloed te verliezen op de toewijzing en controle van fondsen. Naar een blokkerende meerderheid in Parlement?De Commissie is momenteel in overleg met het Europees Parlement en de Raad, waarin de lidstaten zetelen, om hun standpunten te beluisteren en te bespreken. Volgens de Europese nieuwswebsites Euractiv en Politico zou de druk op commissievoorzitter Ursula von der Leyen ondertussen oplopen om het voorstel te wijzigen. Heel wat parlementsleden van von der Leyens eigen partij EVP, maar ook de S&amp;amp;D, de Groenen en Renew Europe hebben zich ondertussen uitgesproken tegen de renationalisering van het Europees beleid, de samenvoeging van de landbouwsubsidies en het niet specifiek toewijzen van een budget aan plattelandsontwikkeling. Samen zouden de fracties een blokkerende meerderheid in het Parlement kunnen vormen.“Het is duidelijk dat er een overweldigende meerderheid is,” zei medeonderhandelaar van het Europees Parlement, Siegfried Mureșan (EVP) aan Euractiv. “De Commissie heeft de omvang van de eisen begrepen en is op technisch niveau bereid om zaken recht te zetten.”Volgens Politico hebben de vier centrumpartijen via een brief gevraagd om het voorstel grondig te herzien, in lijn met de standpunten. “Aangezien het huidige voorstel over de nationale plannen geen rekening houdt met onze kernverzoeken, kan het niet dienen als basis voor onderhandelingen,” zou de brief klinken. “We kijken ernaar uit dat onze belangrijkste eisen duidelijk worden weerspiegeld in een aangepast voorstel van de Commissie, zodat de onderhandelingen met het Europees Parlement verder kunnen.” Ook België is geen fan van de nationale enveloppesNiet alleen het Europees Parlement kan de plannen van de Commissie dwarsbomen. Ook de 27 lidstaten hebben inspraak, en daar groeit evenzeer de kritiek. 17 landen, waaronder België, pleiten in een gezamenlijke verklaring voor het behoud van het tweepijlermodel in het landbouwbeleid na 2027. Ook vragen ze een “adequaat en betrouwbaar financieringskader” om de toenemende uitdagingen in de landbouw aan te pakken. Het begrotingsvoorstel van de Commissie zou namelijk heel wat minder budget voorzien voor landbouw dan momenteel het geval is. De lidstaten benadrukken tot slot het belang van een sterke coördinatie binnen het landbouwbeleid, omdat ze vrezen dat de GLB-bepalingen te veel verspreid raken over verschillende wetgevende kaders.De stemming over het begrotingsvoorstel van de Commissie is nog niet voor morgen. De onderhandelingen staan pas aan het begin en zullen vermoedelijk nog tot 2027 aanslepen.</content>
            
            <updated>2025-10-29T17:17:44+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[SALV: "Actief openruimtebeleid is nodig om landbouwgrond te behouden"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/salv-actief-openruimtebeleid-is-nodig-om-landbouwgrond-te-behouden" />
            <id>https://vilt.be/58135</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er is in Vlaanderen nood aan een actief openruimtebeleid met voldoende instrumenten en middelen. Dat zegt de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij (SALV) in een advies over de conceptnota Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. “Dat is nodig om agrarisch gebied maximaal in landbouwgebruik te brengen en te houden”, aldus de adviesraad.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="open ruimte" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="grond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/124f706d-ac56-40ec-acf1-b48e0a43264c/full_width_verstedelijkingopenruimtelandschapvlaanderen-timvandevelde.jpg</image>
                                        <content>Afgelopen zomer kreeg SALV het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) voorgelegd om een advies over te formuleren. Met dit plan wil de Vlaamse regering het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) uit 1997 volledig vervangen. Vandaag is dat RSV nog steeds het kader voor het ruimtelijk beleid in Vlaanderen. De laatste wijzigingen aan het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dateren van 2010. Krachtige koers nodig“Wij verwelkomen de conceptnota Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, maar we vragen een krachtigere koers met een actief openruimtebeleid”, klinkt het advies van SALV. Volgens de adviesraad bouwt dit voort op wat het al vroeg in zijn visienota voor een duurzame toekomst voor de landbouw in Vlaanderen. “Dergelijk actief openruimtebeleid zou als prioritaire sleutelkwestie in het BRV-proces moeten uitgewerkt worden en is nodig om agrarisch gebied maximaal in landbouwgebruik te houden.”De voorwaarde is evenwel dat er genoeg instrumenten en middelen worden voorzien voor dit beleidsplan. “Dat moet waarborgen dat landbouw er maximaal de hoofdbestemming blijft, dat het oneigenlijk gebruik van landbouwgronden wordt teruggedrongen en dat de toegang tot grond voor (toekomstige) landbouwers wordt versterkt”, aldus SALV. Ruimteboekhouding en publieke grondenOm dat te verwezenlijken vraagt de adviesraad dat er een juridische verankering komt van een ruimtebalans of ruimteboekhouding binnen de strategische visie van het BRV. Ook moeten er garanties zijn voor een stelselmatige daling van bijkomende ruimte-inname richting 2040 en een strikter kader voor zonevreemde functiewijzigingen.Daarnaast wil SALV dat vrijgekomen agrarische sites met landbouwpotentieel voor land- en tuinbouwer beter gevrijwaard worden en dat er een landbouwversterkend beleid wordt gevoerd door lokale besturen als het gaat om publieke gronden. Tot slot moet het BRV ook de koppeling maken met de oppervlaktedoelstellingen binnen het strategisch plan bio als het gaat om de toegang tot grond voor biolandbouw. Participatieproces voor zonevreemde landbouwactiviteitenDe adviesraad pleit ook voor beleidscoherentie tussen het BRV en het landbouw- en belendend beleid, inclusief een koppeling met vergoedingskaders voor ecosysteemdiensten. “We verwijzen ook naar eerdere advies als het gaat om de operationele kaders water en biodiversiteit”, luidt het.Voor zonevreemde landbouwactiviteiten vraagt het dan weer een “gedegen participatieproces zonder voorafname van het soort instrument in het BRV”. “Tot slot pleiten we voor een verduidelijking van de taakverdeling tussen het Vlaams Gewest en de overige beleidsniveaus binnen Vlaanderen in functie van de opvolging en realisatie van de openruimtedoelstellingen. &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-10-30T10:52:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vertrouwenscrisis in het voedselsysteem: helft van de Europeanen wantrouwt producenten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vertrouwenscrisis-in-het-voedselsysteem-helft-van-de-europeanen-wantrouwt-producenten" />
            <id>https://vilt.be/58136</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Slechts 46 procent van de Europeanen zegt vertrouwen te hebben in voedingsproducenten. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het EIT Food Consumer Observatory, dat spreekt van een vertrouwenscrisis in het Europese voedselsysteem. Veel consumenten twijfelen aan gezondheids- en duurzaamheidsclaims, omdat ze denken dat producenten winst belangrijker vinden dan hun klanten. Meer dan de helft vindt bovendien dat ze zelf te weinig weten over hoe duurzaam hun voeding echt is.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="consument" />
                        <category term="supermarkt" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="voeding" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/da972baa-968b-4fac-9333-ce7a5af4f9fd/full_width_winkelmandje-winkelkar-supermarkt.jpg</image>
                                        <content>Als het van de cijfers afhangt, lijkt een therapiesessie tussen Europese consumenten en voedingsproducenten geen overbodige luxe. 54 procent geeft namelijk aan geen vertrouwen te hebben in de claims die producenten over hun voedingsproducten maken. Landbouwers blijken de meest vertrouwde ketenpartner te zijn: 67 procent van de consumenten gaf aan vertrouwen te hebben in boeren. Volgens het EIT Food Consumer Observatory, dat onderzoekt hoe Europeanen denken en handelen over voeding, komt dat vertrouwen voort uit traceerbaarheid, transparantie en integriteit.Consumenten zijn kritisch geworden voor gezondheids- en duurzaamheidsclaims van voedingsbedrijven. Ze denken dat producenten loze beloften doen om winst te maken, en wantrouwen de controle op de claims. Ook het vertrouwen in overheidsinstanties en de doeltreffendheid van regelgeving is laag. De instanties worden gezien als zwak of beïnvloedbaar door lobby’s.Veel consumenten voelen zich ook geremd in hun pogingen om duurzaam te kopen door onduidelijke communicatie en een gebrek aan kennis. Meer dan de helft van hen vindt dat ze te weinig weten over duurzaamheid in voeding, en de meesten willen daar meer over leren. “Dit creëert een vraag naar toegankelijke en transparante informatie over hoe duurzaam producten werkelijk zijn”, concludeert EIT Food.Misleidende marketing versus wetenschappelijke claimsNaast duurzaamheidsclaims staan ze ook wantrouwig tegenover gezondheidsclaims. Over de voedselveiligheid voelen ze zich relatief zeker, maar kunstmatige toevoegingen en ultrabewerkte voeding baren zorgen.“Consumenten zijn beter geïnformeerd over hun voeding en willen betrouwbare voedingsinformatie”, duidt EIT Food. “Betrouwbare informatiebronnen zijn daarbij cruciaal om onderscheid te maken tussen wetenschappelijk onderbouwde claims en misleidende marketing.” Wie vertrouwt, durft andere keuzes te nemenVertrouwen is volgens EIT Food nochtans doorslaggevend bij de bereidheid van consumenten om nieuwe producten te proberen. Slechts 16 procent van de consumenten met weinig vertrouwen wil nieuwe producten proberen, tegenover 38 procent van wie de keten wel vertrouwt. Wie toch iets nieuws wil proberen, grijpt vaak naar de zekerheid van een bekend merk of volgt aanbevelingen van vrienden en familie. En als de nieuwsgierigheid groot genoeg is, blijkt dat consumenten hun scepsis ook even opzij kunnen zetten.“Transparantie over herkomst, verwerking en bewezen gezondheidsclaims kunnen helpen om het vertrouwen te versterken”, aldus EIT Food. “Transparantie geeft consumenten een gevoel van controle in een complex, mondiaal voedselsysteem. Met eerlijke informatie kunnen ze claims begrijpen en toetsen. Dat versterkt het vertrouwen in innovatieve producten, zelfs bij gezondheids- en duurzaamheidsclaims die vaak op scepsis stuiten.”Transparantie kan ook de kwaliteitsperceptie van consumenten versterken. Wie inzicht krijgt in de weg van boer tot bord, ziet een product sneller als kwaliteitsvol. Herkomst speelt daarbij een rol, want veel consumenten hechten belang aan het steunen van lokale landbouw. Transparantie bouwt vertrouwen op termijnToch speelt transparantie nauwelijks een rol in de dagelijkse voedselkeuzes van consumenten. Hoewel ze openheid belangrijk vinden en een eenvoudige ingrediëntenlijst als een basisrecht zien, blijkt uit het onderzoek dat dit uiteindelijk geen doorslaggevende factor te zijn in wat uiteindelijk in hun winkelmand belandt.</content>
            
            <updated>2025-10-29T18:01:29+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: “IBR uitroeien is een illusie, vaccineren is verstandiger”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ibr-uitroeien-is-een-illusie-vaccineren-is-verstandiger" />
            <id>https://vilt.be/58137</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nu het IBR-virus in Vlaanderen terug opleeft, roepen sommigen op tot draconische maatregelen om het virus definitief uit te roeien. Raf Bombeek, dierenarts en meewerkend echtgenoot op een vleesveebedrijf, vraagt zich af of we ons echt moeten blijven vastbijten in een eradicatiestrategie. "Die kost steeds meer en levert steeds minder op. Als dierenarts én rundveehouder stel ik die vraag met klem: is volledige IBR-uitroeiing in België nog wel een wenselijk doel?", schrijft hij in een opiniestuk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b0c4aae7-2967-4890-807b-d05dec73d23b/full_width_sd-grasland-op-vleesveebedrijven-042.jpg</image>
                                        <content>Waarom willen we IBR nog uitroeien?Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis is een virale luchtweginfectie bij runderen. De ziekte is zeer besmettelijk, maar niet dodelijk en niet overdraagbaar op de mens. Er bestaat bovendien een veilig, effectief en betaalbaar vaccin. Vanuit volksgezondheidsoogpunt is er dus geen enkele reden om de ziekte koste wat het kost uit te roeien. De enige reden voor eradicatie is economisch: mogelijke handelsbeperkingen vermijden. Maar dat argument verliest zijn kracht als de bestrijdings- en de maatschappelijke kosten én de risico’s van herinsleep&amp;nbsp; hoger worden dan de vermeende handelswinst. Precies dat is vandaag het geval. Zelfs al zou België erin slagen IBR volledig uit te roeien, dan nog blijft het risico op herinsleep via handel, toerisme of zelfs bioterrorisme continu bestaan Een duur ‘succesverhaal’Sinds 2007 hebben de overheid en de sector – via het Sanitair Runderfonds en verplichte bijdragen – tientallen miljoenen euro’s geïnvesteerd in de bestrijding van IBR. Denk daarbij aan al de vaccinaties, bloednames, bloedonderzoeken, quarantaine- en administratiekosten. Om van de kostprijs van de verplicht afgevoerde, vaak kerngezonde dieren nog te zwijgen. Vaccineren kost ook geld, maar het voorkomt grote verliezen. Dat kan je gerust vergelijken met een verzekeringspremie. &amp;nbsp;Alleen is men sinds 2017 die verzekering systematisch gaan opzeggen. Onder druk van het ‘IBR-vrije statuut (I4)’&amp;nbsp;werd vaccinatie zelfs ontmoedigd of verboden. Het gevolg? Het overgrote deel van de Belgische runderen is opnieuw gevoelig voor infectie. Zodra het virus dan&amp;nbsp;binnensluipt – wat nu het geval is – kan het zich razendsnel en ongrijpbaar verspreiden.De prijs van een illusieVandaag zitten we met minstens een veertigtal nieuwe haarden, én een dalend vertrouwen in het beleid. De zwarte piet wordt lustig naar elkaar doorgeschoven: de koeienboeren volgen de regels niet, de rundveedierenartsen zijn nonchalant, de handelaars zijn de schuld van alles en het FAVV controleert niet genoeg. Tot overmaat van ramp is het Sanitair Runderfonds zo goed als leeg. Terwijl de economische schade opnieuw oploopt. En wie betaalt uiteindelijk de rekening? Niet de overheid of de agro-industrie, maar de veehouder. De vraag dringt zich op: wat als we aan geen verplicht eradicatieprogramma waren begonnen? Dan hadden we IBR zonder veel problemen onder controle gehouden. Zonder deze dure cyclus van programma’s opstellen, overheadkosten, ruimingen, paniek en crisisvergaderingen. Het is niet de taak van FAVV of DGZ om elk diergezondheidsrisico te willen uitroeien. Die verantwoordelijkheid moet liggen bij de veehouder en zijn bedrijfsdierenarts Uitroeien is fragiel, vaccineren is veerkrachtigZelfs al zou België erin slagen IBR volledig uit te roeien, dan nog blijft het risico op herinsleep via handel, toerisme of zelfs bioterrorisme continu bestaan. Dan hangt IBR als een zwaard van Damocles boven de rundveehouderij. Eén besmet dier of één illegale verplaatsing kan het hele kaartenhuis doen instorten. Dan volgen onvermijdelijk opnieuw ruimingen, quarantaines, schutkringen, boerenleed en maatschappelijke commotie. Vaccinatie daarentegen biedt structurele immuniteit: het houdt de druk op het virus laag, voorkomt economische schade en laat de sector ademen. Vaccineren is geen zwaktebod, maar een rationeel risicobeheer. Bij vaccinatie voorkom je problemen, bij eradicatie hol je achter de problemen aan. Zoals elke verzekering kost het geld, maar je koopt er zekerheid en gemoedsrust mee.Verantwoordelijkheid bij de veehouder en zijn dierenartsDe vraag is dus niet of de overheid nog strengere regels moet opleggen, maar of we de juiste lessen trekken. Het is niet de taak van het FAVV of DGZ om elk diergezondheidsrisico te willen uitroeien. De verantwoordelijkheid moet liggen waar ze hoort: bij de veehouder en zijn bedrijfsdierenarts. Zij kennen het bedrijf, het risicoprofiel, de aan- en afvoer van dieren. Zij kunnen samen beslissen of vaccinatie aangewezen is. Dat is niet anders dan bij andere virale runderademhalingsziektes zoals Parainfluenza, RSV of Adenovirus. Ook daar vertrouwen we op hun kennis, ervaring en gezond verstand in plaats van op regels, papierwerk, controles en sancties.Laat ons dus afstappen van de illusie dat centralistische controle en uitroeiingsdwang ons beschermen. De echte bescherming komt van goed overleg tussen boer en bedrijfsdierenarts en van een doordachte, vrijwillige vaccinatiestrategie die de sector wapent tegen onverwachte heropflakkeringen. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurRaf Bombeek is wetenschappelijk medewerker-dierenarts in het Vlaams Parlement bij de Vlaams Belang-fractie. Verder is hij meewerkende echtgenoot op een BWB-fokbedrijf. Hij schreef deze opinie in eigen naam.</content>
            
            <updated>2025-10-29T21:58:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU wil Mercosur-deal rond krijgen tegen Kerstmis]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-wil-mercosur-deal-rond-krijgen-tegen-kerstmis" />
            <id>https://vilt.be/58138</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie wil nog voor Kerstmis het langverwachte handelsakkoord met het Zuid-Amerikaanse Mercosur-blok afronden. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen plant op 20 december naar Brazilië te reizen voor een officiële ondertekening. Dat meldt de Europese nieuwswebsite Politico.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="economie" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e3929a7f-e7b6-4bf3-b4e3-17d796338b46/full_width_vonderleyen-copyrighteuropeanunion2024.jpg</image>
                                        <content>Voor von der Leyen met een goedgekeurde deal het vliegtuig naar Brazilië opstapt, zal eerst nog heel wat diplomatiek gefinetuned moeten worden. Nieuw is dat de EU nu mikt op een “big bang”-goedkeuring, waarbij zowel het handels- als het politieke luik in één stemming worden behandeld. In eerdere handelsakkoorden werden die onderdelen vaak opgesplitst om het handelsdeel er sneller door te krijgen, terwijl de politieke bepalingen soms jaren bleven hangen.Volgens Politico wil de EU het proces versnellen door beide onderdelen in één keer goed te keuren via een stemming met gekwalificeerde meerderheid. Daarvoor is de steun nodig van 15 van de 27 lidstaten, samen goed voor 65 procent van de EU-bevolking. Tot nu toe ging men ervan uit dat elk land het politieke deel afzonderlijk moest goedkeuren. Dat maakte de zaak moeilijk omdat ook landen zoals Frankrijk en Polen, die de deal afwijzen uit bezorgdheid voor hun landbouwers, hun toestemming zouden moeten geven.Mogelijk heeft de EU daar nu een uitweg voor gevonden. De komende maanden zal moeten uitwijzen of die aanpak standhoudt.</content>
            
            <updated>2025-10-30T15:56:28+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vrees van Nederlandse boeren komt uit: D66 wint verkiezingen, BBB verliest terrein]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vrees-nederlandse-boeren-komt-uit-in-verkiezingsuitslag-bbb-afgestraft-door-kiezers" />
            <id>https://vilt.be/58139</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Tweede Kamerverkiezingen in Nederland hebben niet goed uitgepakt voor de boeren. Het links-liberale D66, dat in het verleden nog pleitte voor een halvering van de veestapel, komt als grote overwinnaar uit de bus. De boerenpartij bij uitstek, BBB, wordt afgestraft door de kiezers en zakt van zeven naar vier zetels. “In de campagne stond migratie centraal en daarmee heeft de partij haar boerenidentiteit verloochend”, klinkt het. Al staat daar een stevige remonte van CDA tegenover. Deze partij, die in het verleden goed scoorde bij landbouwers, stijgt van 5 naar 20 zetels.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Nederland" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6dbb1513-acb3-46fe-a4fd-c4734afa863d/full_width_caroline-van-der-plas-bbb-bbb.jpg</image>
                                        <content>De Tweede Kamerverkiezingen in Nederland lijken uit te draaien op een gelijke stand tussen het rechtse PVV en het links-progressieve D66. Met een winst van 9 naar 26 zetels volgens de laatste tellingen is D66 de morele winnaar van de verkiezingen. De PVV, die bij de vorige verkiezingen nog op 37 zetels uitkwam, verliest 11 zetels en houdt er nog 26 over. Omdat de PVV door veel partijen wordt uitgesloten, lijkt D66 de aangewezen partij om de coalitievorming te gaan leiden en de premier te leveren.Hiermee komt de vrees van Nederlandse boeren uit. Bij een peiling van Nieuwe Oogst onder boeren en tuinders kwam eerder naar voren dat de agrarische sector niet zit te wachten op het leiderschap van D66. Eenenzestig procent van de ondervraagden gaf aan de partij van Jetten liever niet in een nieuwe coalitie te willen zien. Enkel GroenLinks-PvdA, de partij van Frans Timmermans, scoorde nog slechter bij de landbouwers: 81 procent gaf aan deze partij niet in een coalitie te willen. Niet langer halvering veestapelDie slechte score bij de Nederlandse landbouwers voor D66 heeft mogelijk te maken met de groene signatuur van de partij en de eerdere opstelling in de stikstofdiscussie. Toenmalig D66-kamerlid Tjeerd de Groot, ooit ook actief bij de Nederlandse Zuivel Organisatie, pleitte in 2019 voor een halvering van de veestapel om zo het stikstofprobleem op te lossen. Hij groeide hiermee uit tot het mikpunt van de boerenprotesten van de voorbije jaren.De Groot verliet ondertussen de politiek en anno 2025 lijkt de partij minder radicaal in het stikstofdossier te staan, maar toch kan ze de boeren nog niet overtuigen. “De uitspraak over halvering in ons verkiezingsprogramma uit 2021 had betrekking op varkens en pluimvee. Het recente verkiezingsprogramma pleit voor halvering van de stikstofuitstoot in 2030, niet van de veestapel”, klinkt het nu.De nederlaag van Frans Timmermans met GroenLinks-PvdA zal de Nederlandse boeren wel tevreden stemmen. De sociaal-groene partij levert vijf zetels in en komt uit op twintig zetels. Het verlies vormde de aanleiding voor Timmermans, die als eurocommissaris de Green Deal op poten zette, om af te treden. BoerBurgerBeweging heeft niet geleverdEen andere verliezer in de verkiezingen is BoerBurgerBeweging, die opkomt voor de boerenbelangen. De partij van Caroline van der Plas eindigt op vier zetels, drie minder dan bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen. De Nederlandse verkiezingen en het verlies van BBB is voer voor discussie in appgroepen van Vlaamse boeren. Gunter Klaassen, bestuurslid van Stuurgroep Turnhouts Vennegebied, stelt dat Van der Plas is afgestraft voor haar regeringsdeelname, waarin de partij “onvoldoende tot niets” heeft kunnen realiseren voor de boeren.Klaassen vraagt zich af of de Vlaamse politiek lessen trekt uit de verkiezingsuitslag. BBB in Nederland en cd&amp;amp;v in Vlaanderen zijn partijen die zich het meest richting de landbouw profileren. “Hopelijk gaan bij cd&amp;amp;v de ogen open en gaan ze eindelijk wat doen voor hun achterban. Anders volgt ook hier een afstraffing&quot;, meent de boer die in het Turnhouts Vennengebied een pluimveebedrijf uitbaat.Volgens Bram Van Hecke, voorzitter van Jong cd&amp;amp;v, oud-voorzitter van Groene Kring en kabinetsmedewerker van Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v), bewijst deze verkiezingsuitslag vooral de grilligheid van het electoraat. “De Nederlandse verkiezingen zijn zoals gewoonlijk bijzonder onvoorspelbaar en volledig gestuurd door de peilingen van de voorbije twee weken. De bokkensprongen die de Nederlandse kiezer maakt zijn, laat ons eerlijk zijn, onnavolgbaar.” Dat zorgt er volgens hem voor dat de Vlaamse politiek “niet bijzonder veel” kan leren uit deze Nederlandse verkiezingen. “Partijen zullen allerlei conclusies trekken, maar de voornaamste moet zijn: zorg ervoor dat je de laatste twee weken van de campagne fris bent”, laat hij op sociale media weten.&amp;nbsp;&amp;nbsp; Stikstof en boerenonvrede geen item in verkiezingenPolitieke commentatoren in Nederland wijzen erop dat landbouw en stikstof nauwelijks een item waren in de verkiezingscampagne. BoerBurgerBeweging voer tijdens de Provinciale Statenverkiezingen in 2023 nog op de onvrede van de boeren en werd in alle Nederlandse provincies de grootste partij. Dat was in een periode dat Nederland en ook Vlaanderen overspoeld werden door boerenprotesten.Twee jaar na datum is de boerenonvrede naar de achtergrond verdwenen in het publieke debat. “Stikstof was geen onderwerp in de campagne van BBB. De partij heeft veel over migratie gepraat. Hierdoor heeft zij haar eigen verhaal niet in de verf gezet en heeft ze door te praten over migratie en islam eigenlijk campagne gevoerd voor Geert Wilders van de PVV”, aldus Nederlandse commentatoren op NPO Radio 1.In een reactie nuanceert Caroline van der Plas het verlies van BBB en wijst ze op het feit dat de partij niet van de kaart is geveegd zoals Nieuw Sociaal Contract (NSC). Deze partij van Pieter Omtzigt, die bij de vorige verkiezingen nog 20 zetels haalde en onderdeel uitmaakte van de coalitie, eindigt nu op nul zetels. “Het is geen makkelijke uitslag. Het voelt waardeloos en het doet veel pijn. Het is geen verlies van onze missie. Wij hebben bewezen dat BBB geen eendagsvlieg is”, aldus Van der Plas. Wat nu?De impact van de verkiezingen op het Nederlandse landbouwbeleid zal afhangen van de komende coalitievorming, waarin D66 vermoedelijk het initiatief zal nemen. Rob Jetten heeft in de campagne aangegeven een coalitie met het rechts-liberale VVD, het christendemocratische CDA (traditioneel populair onder de boeren) en GroenLinks-PvdA te ambiëren. Dilan Yeşilgöz, partijleider van de VVD, dat al sinds 2010 aan de macht is, ziet een samenwerking met deze partij echter niet zitten. Andersom is er ook weerstand bij de linkse partij om samen te werken met de VVD.Gezien de peiling van Nieuwe Oogst geven de boeren de voorkeur aan een coalitie met rechtse partijen. Deze coalitie zou kunnen bestaan uit D66 (26 zetels), VVD (22), CDA (18) en het rechtse JA21 (9). Met 75 zetels heeft deze coalitie net geen meerderheid in het 150-koppige Nederlandse parlement. Mogelijk dat er dan toch nog een rol is weggelegd voor het ingekrompen BBB. Maar dit blijft hypothetisch, want de aangegeven zetelverdeling is nog voorlopig. Het zou nog enkele dagen kunnen duren vooraleer de verkiezingsuitslag definitief is. LTO: &quot;Nood een stabiel kabinet dat dringende dossiers oppakt&quot;Landbouworganisatie LTO, de Nederlandse evenknie van Boerenbond, zegt geen politieke voorkeur te hebben en pleit voor een snelle coalitievorming. “De Nederlandse agrarische sector snakt naar een stabiele coalitie die duidelijkheid, rust en perspectief voor de sector brengt.” Stabiliteit is iets wat de vorige coalitie ontbeerde. Deze coalitie ging vanaf de start ruziënd over straat en heeft het nog geen jaar uitgehouden.&quot;In dat jaar zijn volgens LTO wel een aantal agrarische zaken in de steigers gezet door minister van Landbouw Femke Wiersma (BBB). &quot;Die zaken slepen vaak al jaren aan en moeten door een volgende coalitie dringend worden aangepakt. Doelsturing, een uitweg uit het stikstofslot, de toelating van groene gewasbeschermingsmiddelen en verdere stappen op dierenwelzijn zijn belangrijke dossiers die op korte termijn om een antwoord vragen. PAS-melders en andere knelgevallen kunnen niet langer op een oplossing wachten”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-10-30T21:09:45+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van Limburgs naar Vlaams probleem: nieuwe everzwijncoördinator moet overlast aanpakken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/everzwijn-spreidt-zich-uit-over-vlaanderen-brouns-komt-met-nationale-coordinator" />
            <id>https://vilt.be/58140</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na de aanstelling van een Limburgse everzwijncoördinator in 2022 wil landbouwminister Jo Brouns nu ook een Vlaamse coördinator. Dat besluit illustreert de opmars van het everzwijn, dat steeds meer schade veroorzaakt in landbouwgebied. De populatie groeit niet alleen in Limburg, maar verspreidt zich over heel Vlaanderen. Een coördinator moet de verschillende betrokken partijen samenbrengen en de overlast helpen beperken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wild" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d73235b0-cbf3-4df3-a313-944bcd79619a/full_width_everzwijn.jpg</image>
                                        <content>Momenteel loopt de sollicitatieprocedure voor de Vlaamse everzwijncoördinator, die in januari 2026 aan de slag gaat. Dat maakte minister Brouns onlangs bekend. Sinds 2022 is er al een coördinator actief in Limburg, de bosrijke provincie met de grootste populatie wilde zwijnen.Het wilde zwijn rukt vanuit deze provincie en ook Waals-Brabant op naar andere gebieden in Vlaanderen. “Wat ooit een Limburgs fenomeen was, is vandaag een Vlaams verhaal. In minstens 51 gemeenten duiken ze op, en dat aantal groeit. Dat brengt uitdagingen mee: landbouwers ondervinden schade aan hun gewassen en ook in bewoond gebied zijn er meer meldingen van overlast of gevaarlijke situaties. Daarom moeten we de krachten beter bundelen”, klinkt het op het kabinet van Brouns.Coördinatie met lokale betrokkenenDe nieuwe Vlaamse&amp;nbsp;everzwijncoördinator&amp;nbsp;krijgt de opdracht om in heel Vlaanderen het beleid rond everzwijnen te stroomlijnen. “Die&amp;nbsp;coördinator&amp;nbsp;brengt alle betrokkenen uit de landbouw, jacht, natuur en lokale besturen samen om per regio een gedragen aanpak te vinden”, klinkt het.Door de functie van Hasselt naar Brussel te verhuizen, kan volgens Brouns kordater opgetreden worden. “De&amp;nbsp;coördinator&amp;nbsp;zal nog altijd nauw samenwerken met de mensen op het terrein, maar vanuit Brussel kan hij of zij sneller schakelen tussen regio’s en beleid. Zo kunnen we kennis en ervaring uit Limburg delen met andere provincies die nu pas met het probleem te maken krijgen.”Jagersvereniging Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV) en landbouworganisatie Boerenbond reageren enthousiast op het besluit van Brouns. “Het is positief dat er een everzwijncoördinator bevoegd wordt voor het Vlaamse niveau. We stellen inderdaad vast dat naast de grote aanwezigheid en schade in Limburg, everzwijnen de laatste jaren meer en meer verschuiven naar Vlaams-Brabant en Antwerpen”, klinkt het bij Boerenbond. “Landbouwers zijn het beu”De landbouworganisatie constateert dat landbouwers steeds meer schade ondervinden, onder meer aan mais. “En ze hebben geen toegang tot enige vorm van schadevergoedingen, wat zeer frustrerend is. De enige werkende preventieve maatregelen zijn stevige of elektrische omheiningen waar de landbouwer volledig zelf voor moet opdraaien. De landbouwers zijn dit meer dan beu”, klinkt het.Boerenbond kijkt uit naar de start van de&amp;nbsp;everzwijncoördinator. “Wij verwachten dat deze zowel naar de landbouwers komt luisteren als concrete oplossingen en middelen zoekt voor de gemelde problemen. Daarnaast hopen we dat deze&amp;nbsp;coördinator&amp;nbsp;de lokale actoren tot meer actie op het terrein kan doen bewegen zodat er meer afschot plaatsvindt”, klinkt het. Populatie groeit sterkHet is onbekend hoeveel everzwijnen ons gewest telt, maar dat hun aantal groeit staat als een paal boven water. “Het groeiend aantal blijkt duidelijk uit de afschotgegevens van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Dat is de beste indicatie voor de populatie”, aldus HVV-woordvoerder Christophe Rutsaert. Uit deze statistiek blijkt dat er in 2009&amp;nbsp;115 everzwijnen werden afgeschoten, in 2024 maar liefst 3.419.De toenemende overlast staat al langer op de politieke agenda. Eerder dit jaar keurde het federale parlement daarom het gebruik van geluiddempers en nachtkijkers voor jagers goed. “Dat maakt het makkelijker om ’s nachts te jagen, het zijn tenslotte echte nachtdieren,” aldus Rutsaert. “We wachten nu op de Vlaamse implementatie van die maatregel.”</content>
            
            <updated>2025-10-30T15:56:03+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vanaf 8 november kunnen bezwaren ingediend worden tegen hoogspanningslijn Ventilus]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vanaf-8-november-kunnen-bezwaren-ingediend-worden-tegen-hoogspanningslijn-ventilus" />
            <id>https://vilt.be/58141</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het openbaar onderzoek in het kader van de omgevingsvergunningsaanvragen in het Ventilus-project gaat op 8 november van start. Dat laat netbeheerder Elia weten. Tot en met 7 december kan iedereen opmerkingen of bezwaren indienen tegen de hoogspanningslijn in West-Vlaanderen. Elia organiseert ook infosessies om omwonenden te informeren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="boerenprotest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b0d963c2-f111-472d-9b3a-e49987b468f3/full_width_ventilusprotest.jpg</image>
                                        <content>De omgevingsvergunningsaanvragen, die Elia eind september heeft ingediend, zijn ontvankelijk verklaard door de administratie. Zo kan op 8 november het openbaar onderzoek starten. Elia organiseert zeven infosessies in november langs het Ventilustracé van 82 kilometer om inwoners en omwonenden te informeren. Omwonenden worden via een persoonlijke brief uitgenodigd. Elia lanceert ook een digitale tool om de impact van Ventilus weer te geven.&amp;nbsp;Een kwart van het traject bestaat uit een nieuwe luchtlijn en op een groot deel van het traject worden bestaande luchtlijnen versterkt. Verder worden 60 nieuwe hoogspanningsmasten gebouwd. Tien kilometer van het project wordt ondergronds ingericht. Het project moet windproductie van in de Noordzee aan land brengen.&amp;nbsp; Vijf omgevingsvergunningsaanvragenEerder werd al het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan goedgekeurd door de Vlaamse Regering. In juni werden vijf omgevingsvergunningsaanvragen ingediend, die elk een stukje van het traject behandelen. Na enkele aanpassingen verklaarde het Departement Omgeving de aanvragen ontvankelijk.&amp;nbsp;Het openbaar onderzoek zal een maand lopen en laat personen, organisaties of gemeenten de kans om opmerkingen en bezwaren te formuleren. De kans is groot dat die er ook zullen komen, want het project is enorm gecontesteerd. Er werden al verschillende juridische stappen ondernomen tegen Ventilus. Zo zijn al vijf schoringsverzoeken bij de Raad van State verworpen en zijn nog 25 vernietigingsberoepen hangende, onder meer van de West-Vlaamse gemeenten Zedelgem, Oostkamp, Ardooie, Izegem, Lendelede en Wingene.Wanneer het openbaar onderzoek afgerond is, zal de Vlaamse administratie alle opmerkingen, vragen en suggesties bekijken. Het is nadien aan de Vlaamse regering om de omgevingsvergunningen goed te keuren. Daarop kan Elia starten met de werken. Elia wil de werken volgend jaar starten, zodat Ventilus in de loop van 2029-2030 in dienst kan gaan. Compensaties voor bedrijven en landbouwersTijdens de informatiesessies zal Elia meer uitleg geven over hoe een ondergrondse kabel of bovengrondse lijn wordt aangelegd, welke compensaties van toepassing zijn voor gezinnen die in de directe buurt van de nieuwe bovengrondse 380kV-lijn wonen en welke compensaties er van toepassing zijn voor bedrijven of voor landbouwers. Elia zal er ook de nieuwe update van de projectatlas tonen.&amp;nbsp;&quot;Wij organiseren deze infosessies omdat het belangrijk is dat betrokken gezinnen de juiste informatie krijgen. Het is geen verplichting in de procedure, maar er gaat veel foutieve informatie rond en we hopen hiermee weerstand die gebaseerd is op verkeerde informatie deels weg te nemen&quot;, zegt woordvoerder Lotte Van der Stockt.</content>
            
            <updated>2025-10-30T15:20:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[452 schadedossiers: Vlaanderen onderzoekt draagvlak en versterkt beleid rond wolven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/452-schadedossiers-vlaanderen-onderzoekt-draagvlak-en-versterkt-beleid-rond-wolven" />
            <id>https://vilt.be/58142</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Sinds de terugkeer van de wolf in Vlaanderen zijn meer dan 450 schadedossiers geregistreerd, goed voor 851 gedode of gewonde dieren, zo antwoordt Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) op een parlementaire vraag van Sanne Van Looy (N-VA). Na een eerdere versnelde uitrol van preventiemaatregelen kondigt de minister nu een vereenvoudigde subsidie- en schaderegeling aan. Tegelijk start hij een wetenschappelijk onderzoek naar het maatschappelijk draagvlak van de wolf.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/070a8d61-bfb6-44a5-a748-6a329bf80c33/full_width_wolf-vogelbeschermingvlaanderen.jpg</image>
                                        <content>Sinds 2018 werden 851 dieren gedood of gewond door wolven. Het merendeel betreft schapen, gevolgd door pony’s, damherten en geiten. Opvallend is dat slechts één huisdier (een hond) werd gedood. Volgens het Agentschap Natuur en Bos (ANB) vonden de meeste aanvallen plaats bij dieren die niet of onvoldoende binnen wolfwerende omheiningen stonden. Slechts twee incidenten gebeurden binnen een correct functionerende omheining.Momenteel leven er 12 wolven in Vlaanderen: één roedel in Noord-Limburg met twee volwassen dieren en minstens zeven welpen (het mannetje werd al een tijd niet meer waargenomen), één gevestigde wolvin in Noordwest-Antwerpen (Emma), en twee zwervende individuen bij Nationaal Park Bosland en Nationaal Park Hoge Kempen. Snellere preventie en betere ondersteuningIn augustus leidde een reeks wolvenaanvallen op pony’s in Limburg tot grote ongerustheid bij landbouwers en burgers, wat resulteerde in een crisisoverleg tussen lokale besturen en minister Brouns. Hierop volgde een versnelde en verbrede uitrol van preventieve maatregelen in het kerngebied van de Limburgse roedel. Sinds 2022 werd meer dan 263 kilometer omheining wolfwerend gemaakt en gesubsidieerd.Daarnaast werkt de minister aan een vereenvoudigde subsidie- en schaderegeling om administratieve lasten te verminderen en snellere uitbetalingen te garanderen. “Wie schade lijdt, ervaart dat niet alleen financieel, maar ook emotioneel. We moeten hier maximaal ontzorgen”, zegt Brouns. Onderzoek naar maatschappelijk draagvlakVlaanderen wil nu ook weten hoe groot het maatschappelijk draagvlak is voor de wolf. “Het ontbreekt momenteel aan systematisch onderzoek naar de maatschappelijke draagkracht van wolven in Vlaanderen. Dit is essentieel om conflicten met de wolf én tussen maatschappelijke groepen wetenschappelijk te kunnen onderbouwen. Daarom start ik een wetenschappelijk onderzoek naar het maatschappelijk draagvlak van de wolf in Vlaanderen,” aldus Brouns.Het wordt de eerste studie die peilt naar hoe burgers, landbouwers en andere betrokkenen denken over de aanwezigheid van de wolf en mogelijke beheermaatregelen. Ecologische draagkracht van VlaanderenParallel onderzoekt het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) hoeveel wolven Vlaanderen ecologisch kan dragen. Hiervoor wordt een habitatgeschiktheidsmodel ontwikkeld dat rekening houdt met ecologische factoren, versnippering en menselijke aanwezigheid. Zo kan worden bepaald wat het maximaal haalbare aantal territoria is in Vlaanderen, over het hele landschap, niet enkel in natuurgebieden.Evaluatie en toekomstDe Europese beschermingsstatus van de wolf werd recent versoepeld van &#039;strikt beschermd&#039; naar &#039;beschermd&#039;. Vlaanderen bekijkt nog hoe dit wordt vertaald naar een Vlaamse wetgeving. Intussen wordt het interventieprotocol wel geëvalueerd. “In het huidige interventieprotocol zijn geen concrete drempels voorzien die automatisch leiden tot een handeling bij probleemsituaties of probleemwolven. We bekijken hoe we beslissingsbomen en drempels kunnen aanscherpen. Wanneer een wolf problematisch gedrag vertoont, moet kordaat worden opgetreden. Dit is voorzien in het huidige protocol”, besluit Brouns.</content>
            
            <updated>2025-10-30T21:05:10+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Boerenstiel met hart en ziel: Vleesveehoudster Veerle Buyens]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenstiel-met-hart-en-ziel-veerle-buyens" />
            <id>https://vilt.be/58143</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Veerle Buyens is een gedreven landbouwster met een passie voor vleesvee. Op haar hoeve in Wuustwezel houdt ze Limousin- en Belgisch witblauw-runderen, met veel aandacht voor gezondheid, rust en kwaliteit. Ze kiest bewust voor een zorgzame aanpak en koopt haar dieren zorgvuldig aan, onder andere bij fokkers in Frankrijk. Het vlees van haar runderen vindt uiteindelijk zijn weg naar de hoevewinkel op het erf. Een boerin die met kennis van zaken én toewijding haar stiel uitoefent.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="VILT" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/687eba38-b32f-474d-b46f-734728bc414e/full_width_thumb-41.jpg</image>
                        
            <updated>2025-10-30T21:06:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Jong Geleerd: Fien Scheers (6) stelt de bloemenkwekerij van haar ouders voor]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/jong-geleerd-fien-scheers-6" />
            <id>https://vilt.be/58144</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In deze hartverwarmende aflevering van Jong Geleerd maken we kennis met Fientje, de zesjarige jongste telg van bloemenkwekerij Rozen Scheers. Met haar guitige glimlach en tomeloze enthousiasme neemt ze ons mee op een rondleiding van de kleurrijke bloemenserres tot aan de verskoopsautomaat. Fientje helpt papa al graag mee in de serre en droomt ervan om later ook in de kwekerij te werken, want, zoals ze zelf zegt: "Het is hier gewoon superleuk!" Een kleine bloem in volle groei!</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b404a3fe-4d7b-4cdf-8102-cb29161a49b2/full_width_thumb-43.jpg</image>
                        
            <updated>2025-11-27T18:18:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Goed Gerief: De spuitmachine]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/goed-gerief-de-spuitmachine" />
            <id>https://vilt.be/58145</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In deze aflevering van Goed Gerief duiken we in de wereld van de spuitmachine – het onmisbare werktuig voor het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen. Waar men vroeger met de hand en rugspuit het veld introk, zien we vandaag hypermoderne machines met gps-technologie, sensoren en precisiespuiting. De evolutie staat niet stil: innovatie en technologie zorgen voor efficiënter gebruik van middelen, meer precisie én minder impact op mens en milieu. Een blik op vroeger en nu, en op de toekomst van slim sproeien.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1b5d6ecc-c3fa-4e2f-bcbb-9ad87134f568/full_width_thumb-44.jpg</image>
                        
            <updated>2025-11-13T18:15:13+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Veehouders op zoek naar toekomst: Hoe aantrekkelijk is de pluimveesector?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veehouders-op-zoek-naar-toekomst-hoe-aantrekkelijk-is-de-pluimveesector" />
            <id>https://vilt.be/58146</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De pluimveesector kent gouden tijden. Veehouders die omwille van het stikstofbeleid op zoek zijn naar een toekomst, onderzoeken steeds vaker of kippen een rendabel alternatief kunnen bieden voor hun bedrijf. Toch is de overstap niet vanzelfsprekend: vergunningstrajecten, stikstofregels en dure nutriëntenrechten blijven grote struikelblokken. Hoe aantrekkelijk is de pluimveesector vandaag echt?&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="varken" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d307885c-086b-4eb7-bc09-f28bc8c4112b/full_width_zidis-proefbedrijf-pluimveehouderij-lowres-123.jpg</image>
                                        <content>Hoogconjunctuur in de pluimveesector&amp;nbsp;De pluimveesector beleeft momenteel een gunstige economische periode. Bij de legkippen blijven de&amp;nbsp; prijzen voor eieren stijgen. “Traditioneel zien we de vraag toenemen naarmate het eindejaar nadert”, zegt Martijn Chombaere van Landsbond Pluimvee. “Die stijging wordt dit jaar extra versterkt door de vogelgriep die door Europa trekt. Daardoor daalt het aanbod net op het moment dat de vraag piekt.”&amp;nbsp;Bij de vleeskippen werd midden september een recordprijs van 1,40 euro per kilogram levend gewicht bereikt. In de vijf weken nadien zakte die met 15 cent, al bleef de prijs deze week voor het eerst stabiel, door toedoen van vogelgriep. Hoe de markt zich verder ontwikkelt, hangt volgens Chombaere sterk af van het verdere verloop van de vogelgriep dat een aanzienlijke impact heeft langs de aanbodzijde. “Bomen groeien echter niet tot aan de hemel en dalingen zijn nooit leuk, maar de prijzen liggen nog altijd boven het niveau van vorig jaar.”&amp;nbsp;Door de gunstige situatie merkt Landsbond Pluimvee op dat er sinds enige tijd veel interesse in de sector is van zij-instromers. “We zien een boom in de mobiele kippenstallen, maar bijvoorbeeld ook een stijgend aantal varkenshouders die kijken of de pluimveesector voor hen een toekomst kan bieden”, duidt Chombaere.&amp;nbsp; Informatieaanvragen voor pluimveestallen stijgen&amp;nbsp;Die toegenomen interesse stelt ook Mahieu Construct, een bedrijf dat onder meer pluimveestallen bouwt, vast. “Sinds augustus vorig jaar zien we een toename in informatieaanvragen voor pluimveestallen, al komen die vooral uit Noord-Frankrijk en Wallonië. Ook in Vlaanderen zien we groei, maar die verloopt anders dan in Frankrijk”, zegt David Moeyaert van Mahieu Construct. “Hier blijft het vergunningstraject moeilijk. We zien dat veevoederfabrikanten daarom momenteel vooral nieuwe klanten zoeken in Frankrijk.” &amp;nbsp;Dat er sprake zou zijn van een golf aan varkenshouders die willen overschakelen naar pluimvee, vindt Moeyaert dan ook overdreven. “Voor 2026 horen we dat er in West-Vlaanderen een twintigtal nieuwe pluimveestallen op de planning staan. Van een boom kan je dus niet spreken. ” De nieuwbouwstallen in Frankrijk en België van Mahieu Construct gaan zowel naar jonge landbouwers die met pluimvee starten, als naar varkenshouders die de overstap maken.&amp;nbsp; Veehouders op zoek naar nieuwe richtingen&amp;nbsp;Bij Carl De Braeckeleer van agrarisch adviesbureau DLV horen we dat er recent enkele veehouders hebben aangeklopt die een heroriëntatie naar de pluimveesector overwegen. “Tegen 2030 moeten veehouders aan hun PAS-referentie 2030 voldoen. We hebben enkele varkenshouders, maar ook rundveehouders met oude stallen, die vandaag de afweging maken om voor hun nieuwe investeringen in de richting van pluimvee te gaan”, vertelt hij.&amp;nbsp;Het PCLT uit Roeselare, dat onder meer opleidingen in de land- en tuinbouw aanbiedt, stelt ook een stijging van het aantal aanvragen voor de cursus pluimveehouderij vast. “Die komen zowel van jonge landbouwers als van varkenshouders die een heroriëntering overwegen”, vertelt directeur Marc Ballekens. Hij benadrukt dat deze cursus geen verplichting is voor landbouwers die al actief zijn. &amp;nbsp; Ik zie vandaag nog geen groeigolf terug zoals we in 2017 en 2019 zagen Nog geen investeringsgolfDeze interesse zorgt nog niet meteen voor een enorme golf aan investeringen in pluimveestallen, horen we bij Crelan. “Ik zie vandaag in mijn cijfers absoluut geen groeigolf terug zoals we in 2017 en 2019 zagen”, duidt Wim Vranken, Manager Credit Policy en Review &amp;amp; Reporting &amp;nbsp;bij Crelan. “Wel merk ik dat er beweging is in de pluimveesector. Er is een gezonde groeiende interesse om te investeren.”&amp;nbsp;Bij Crelan zijn het vooral de jonge pluimveehouders die aankloppen en een goed momentum zien voor hun investeringswens. Hij wijst er wel op dat een gunstige economische context niet automatisch betekent dat banken elke ondernemer in de sector krediet zullen verlenen. Vranken ziet de hoge verdienste van vandaag op lange termijn niet standhouden. “Ik hoop voor de sector van wel, maar waarschijnlijk zal dit niet het geval zijn”, duidt hij. “Desalniettemin zijn de vooruitzichten wel gunstig. Langs de vraagkant zijn er weinig belemmeringen.”&amp;nbsp; Vraag naar pluimveevlees in de wereld blijft hoog&amp;nbsp;Zo toonde een marktonderzoek van de Europese sectororganisatie Avec aan dat er een duidelijke verschuiving van rood naar wit vlees gaande is. Tegen 2030 zal pluimveevlees instaan voor zo’n 80 procent van de wereldwijde groei in vleesproductie. Daarmee neemt het een marktaandeel van ongeveer 43 procent in de totale vleesproductie in. “Dit zijn absolute troeven voor een pluimveehouder”, aldus Vranken. “Al zijn er aan de aanbodzijde wel enkele uitdagingen. Denk aan dierziekten zoals de vogelgriep, maar ook aan de moeilijkheden binnen het vergunningenbeleid.”&amp;nbsp;Van varkensstal naar kippenstal is niet zo eenvoudigDie vergunningen vormen inderdaad een uitdaging. Eerst en vooral moet er gekeken worden of de PAS-referentie gehaald kan worden in de nieuwe plannen. De wetgeving laat toe om van diercategorie te veranderen, maar de ammoniakuitstoot op het bedrijf zal tegen 2030 moeten dalen. Anders dan bij de rundveebedrijven, hebben pluimveehouders iets minder moeilijkheden om een techniek te vinden die hen daarbij kan helpen. De meest gangbare ammoniakemissiearme technieken voor kippenstallen hebben bijvoorbeeld een reductiepotentieel van 60 procent of meer. &amp;nbsp; Het draagvlak in de buurt kan een probleem vormen in de vergunningsverlening om van een varkensstal naar een pluimveestal te gaan Naast de vereiste stikstofreducties zijn er nog andere factoren die maken dat een overstap naar een andere stal in de praktijk minder eenvoudig is dan zou lijken. “Het draagvlak in de buurt kan een probleem vormen in de vergunningsverlening”, duidt Gert Van Thillo, business manager landbouw bij SBB. “Denk daarbij aan mobiliteit, geur of het zicht. Pluimveestallen zijn doorgaans wat groter dan varkensstallen. Daarnaast kunnen ook de nutriëntenemissierechten een struikelblok vormen voor de veehouder.”&amp;nbsp; Wie een veehouderij uitbaat, moet voor het aantal gehouden dieren over een overeenstemmend aantal nutriëntenemissierechten (NER’s) beschikken. Die kunnen veehouders kopen en verkopen. Maar momenteel staan de NER’s zeer hoog in prijs. “Bestaande veehouders hebben uiteraard al NER’s, maar er bestaan twee soorten. Zo zijn er vrij invulbare NER’s en vaste NER’s die niet voor andere diercategorieën kunnen gebruikt worden. Als een varkenshouder enkel vaste NER”s heeft, is hij onmiddellijk al beperkt in zijn plannen om te heroriënteren. Hij kan op de markt zoeken naar pluimvee-NER’s, maar die zijn zeer duur momenteel”, geeft Van Thillo mee.&amp;nbsp;Voor veehouders die zich richting 2030 omwille van de stikstofregels moeten heroriënteren lijkt de pluimveehouderij inderdaad een interessante piste. Maar om van een golf aan nieuwe pluimveestallen te spreken, lijkt het volgens de experts uit de sector dus zeker nog te vroeg. Op bedrijfsniveau moeten er immers heel wat drempels overwonnen worden.</content>
            
            <updated>2026-02-23T19:52:36+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Trailer nieuwe aflevering VILT TeeVee: vanaf zondag 16 november op PlattelandsTV]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/trailer-nieuwe-aflevering-vilt-teevee-vanaf-zondag-16-november-op-plattelandstv" />
            <id>https://vilt.be/58147</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In een nieuwe VILT TeeVee duiken we in de wereld van de Vlaamse streekproducten — waar passie, traditie en kwaliteit samenkomen in elk product. In Brecht bezoeken we de boerderij van Ton. Ooit melkveehouder, vandaag een trotse geitenboer. In Jong Geleerd nemen Ties en Lasse van varkensboerderij Bagynhof ons mee voor een vakkundige, maar speelse rondleiding. En kaasmaker Hans toont hoe melk verandert in pure ambacht — van de eerste druppel tot de perfecte kaas. Ook de Veldvloggers zijn terug, met nieuwe verhalen recht van het veld. Kijk naar de nieuwe aflevering van VILT TeeVee, vanaf zondag 16 november op PlattelandsTV. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/67b68eb5-4e4d-4997-9c71-8ebd94ce564d/full_width_thumb-45.jpg</image>
                        
            <updated>2025-11-12T13:34:36+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Veel ondernemers uit agrovoedingssector op ranglijst allerrijkste Nederlanders]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veel-ondernemers-uit-landbouwsector-op-ranglijst-allerrijkste-nederlanders" />
            <id>https://vilt.be/58148</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De recente gepubliceerde Quote 500, de ranglijst van de 500 rijkste Nederlanders, telt veel ondernemers uit de agrovoedingssector. De rijkste agrarische ondernemer is Wijnand Pon met 5 miljard euro, de rijkste Nederlandse agro-familie is Van Drie, dat ook actief is in België. Jan Anker, eigenaar van zuivelbedrijf Royal A-Ware dat al een aantal jaar op overnamepad is in België, maakt een sprong op de ranglijst en wordt een vermogen toegedicht van 365 miljoen euro. Ook in de lijst van rijkste Belgen komen we agro-ondernemers tegen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="economie" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="agrovoedingsketen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ae977bc2-7361-4665-8364-7584a95b28a4/full_width_geldinkomen.jpg</image>
                                        <content>De Rijkste NederlandersMet een geschat vermogen van 1,8 miljard euro is de familie Van Drie de op vijf na rijkste familie in Nederland. Dat blijkt uit de &#039;Quote 500&#039; die deze week is gepubliceerd. Deze lijst met allerrijkste Nederlanders wordt jaarlijks samengesteld door het tijdschrift Quote. Net zoals andere jaren telt de lijst veel ondernemers en families met roots in de agrovoedingsindustrie. De familie Van Drie verdiende en verdient haar geld in de kalverhouderij en is als integrator ook actief in Vlaanderen. ZuivelverwerkingOp de ranglijst van rijkste Nederlanders staan nog meer ondernemers die actief zijn in Vlaanderen. Zo maakte Jan Anker, eigenaar van zuivelverwerker Royal A-Ware, dit jaar een sprongetje van plaats 232 naar plaats 176. Zijn vermogen wordt geschat op 365 miljoen euro. Ook zuivelverwerker Jaap Vreugdenhil van Vreugdenhil Dairy Foods vinden we terug op de lijst, op plaats 229, met een geschat vermogen van 295 miljoen euro.AardappelverwerkingHogergeplaatste agro-ondernemers zijn Piet de Bruijne van Farm Frites en Kees Meijer van Meijer Frozen Foods, die in 2022 door Lamb Weston werd uitgekocht. Hun vermogen wordt geschat op respectievelijk 400 miljoen en 975 miljoen euro. De rijkste ondernemer met roots in de landbouw en verwerkende industrie is Wijnand Pon. Met vijf miljard euro neemt hij de vijfde plaats in. Pon verdiende zijn geld met melkvee en fokkerij, maar ook met auto’s en graafmachines. VeevoedersectorIn de top 50 van allerrijkste Nederlanders staan ook een aantal ondernemers die hun vermogen vergaarden in de diervoedersector. Zo wordt het vermogen van Jobien, Co en Koen de Heus, de vierde generatie van diervoederbedrijf De Heus Animal Nutrition, geschat op 2,2 miljard euro. Daarmee nemen de ondernemers plaats 20 in op de ranglijst van rijkste Nederlanders.VleesverwerkingHoewel de vermogensontwikkeling van Nederlandse ondernemers moeilijk te relateren is aan recente marktontwikkelingen, merkt vakblad Boerenbusiness wel op dat families in de vleesverwerking dit jaar minder goed boerden. Zo werd Erik van Loon van de Van Loon Group 15 miljoen euro armer. Ook het vermogen van Marc en Addy van Rooi van de gelijknamige slachterij zakte iets, naar 440 miljoen euro. De eigenaar van vleesbedrijf Westfort, Egbert van Kruiswijk, ziet zijn vermogen met drie procent inslinken tot 140 miljoen euro en gaat daarmee van plek 460 naar 493.Niet alle families met roots in het vlees werden armer. Uitzondering is de familie Van Drie. Deze familie zag haar vermogen met zes procent stijgen. De Rijkste BelgenOok in Vlaanderen zijn agro-ondernemers goed vertegenwoordigd op de ranglijst van rijkste Belgen, zij het minder prominent dan in Nederland. Deze Belgische ranglijst, die wordt bijgehouden door de website De Rijkste Belgen, wordt aangevoerd door Eric Wittouck met een geschat vermogen van 11,5 miljard euro. Op plaats twee en drie staan Alexandre Van Damme en de familie Werner de Spoelbergh. Zij vergaarden hun vermogen met bierbrouwer AB InBev. Clarebout en ColruytDe eerste naam op de Belgische lijst met hechtere landbouwroots is de familie Clarebout, bekend van Clarebout Potatoes. Clarebout verkocht zonet zijn aardappelverwerkende fabrieken aan het Amerikaanse Simplot, naar verluid voor zo&#039;n drie miljard euro en dat levert hem geen windeieren op in de ranking. Het vermogen van de familie wordt vandaag geschat op 3,33 miljard euro, goed voor een sprong van de 68ste naar de 12de plaats.Daarmee staat Clarebout een stapje lager op de ranglijst dan de familie Colruyt van de gelijknamige supermarktketen. Het vermogen van de Halse familie bedraagt volgens de website van De Rijkste Belgen 3,34 miljard euro. Groenten, suiker en gewasbeschermingsmiddelenAndere agro-ondernemers op de Belgische lijst zijn de familie Haspeslagh van diepvriesgroenteverwerker Ardo op plaats 62 met een vermogen van 624,9 miljoen euro en de familie Wallays-Raes van aardappelverwerker Agristo op plaats 63 met een vermogen van 620 miljoen euro. Ietsje lager op de ranglijst staan ook de familie Olivier &amp;amp; Paul Lippens van De Suikergroep (538,7 miljoen euro), de familie Jacques Dossche van agrovoedingsgroep Dossche (352,6 miljoen euro) en de familie Quaghebeur van gewasbeschermingsmiddelenbedrijf Globachem (341,5 miljoen euro).</content>
            
            <updated>2025-11-05T22:42:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[China zou dit seizoen opnieuw Amerikaanse soja aankopen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/china-zou-dit-seizoen-opnieuw-amerikaanse-soja-aankopen" />
            <id>https://vilt.be/58149</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Verenigde Staten en China zouden een nieuwe handelsdeal bereikt hebben die Amerikaanse sojaboeren opnieuw wat ademruimte moet geven na maanden van onzekerheid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c3f7b997-6098-4b0d-8d49-26d4b14e06e9/full_width_pet-amerika-vs-trump.jpg</image>
                                        <content>Volgens de Amerikaans president Donald Trump heeft zijn Chinese ambtsgenoot Xi Jinping groen licht gegeven voor de aankoop van “massale hoeveelheden” Amerikaanse landbouwproducten zoals soja en graan. De precieze details zijn nog niet bekend, maar volgens de Amerikaanse minister van Financiën zal China dit seizoen nog 12 miljoen ton soja invoeren en de komende drie jaar telkens minstens 25 miljoen ton. Dat komt overeen met de handelsvolumes van vóór de handelsoorlog.Sojabonen zijn in waarde het belangrijkste Amerikaanse exportproduct naar China. Toen Trump hoge invoertarieven op Chinese goederen oplegde, reageerde Peking met een vergeldingscampagne waarbij de invoer van landbouwproducten met de helft daalde. Vooral de sojaboeren werden getroffen, China verlegde zijn aankopen voornamelijk naar Brazilië. Voor de handelsoorlog exporteerden Amerikaanse boeren jaarlijks voor 18 miljard dollar aan soja naar China, maar tussen januari en juli van dit jaar zakte dat bedrag naar 2,4 miljard dollar. Vrees voor faillissementenHet wegvallen van China als afzetmarkt wakkerde in het Amerikaanse platteland de vrees aan voor een nieuwe landbouwcrisis zoals in de jaren tachtig, toen veel bedrijven failliet gingen. De regering-Trump werkte aan een steunpakket om boeren door het oogstseizoen te helpen, maar dat kwam stil te liggen door de aanhoudende sluiting van de federale overheid.Volgens de Amerikaanse minister van Financiën heeft Trump met het nieuwe akkoord zijn belofte voor steun aan de landbouwers ingelost. “Onze geweldige sojaboeren, die de Chinezen als politieke pionnen hebben gebruikt, zijn daar nu van verlost en zouden de komende jaren weer moeten kunnen floreren,” aldus de minister.</content>
            
            <updated>2025-10-31T17:05:19+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vliegen verspreiden resistente MRSA-bacteriën in varkensstallen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vliegen-als-superverspreiders-van-resistente-bacterien-in-varkensstallen" />
            <id>https://vilt.be/58150</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vliegen spelen een cruciale rol bij de verspreiding van MRSA-bacteriën in de varkenshouderij. Dat blijkt uit <a href="https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12486699/#_ad93_" target="_blank" target="_self">een studie</a> van de Universiteit voor Diergeneeskunde in Wenen. Zowel huisvliegen als stalvliegen blijken belangrijke dragers van de resistente bacterie. De bevindingen benadrukken het belang van bioveiligheid en geïntegreerde vliegenbestrijding in de veehouderij.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="antibiotica" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d6900dd7-4556-469e-a6d5-b938dea874c6/full_width_varkenbig-inagro.jpg</image>
                                        <content>Het onderzoeksteam onder leiding van Flora Hamar ontdekte dat vliegen een belangrijke rol spelen in de verspreiding van MRSA op Oostenrijkse varkensbedrijven. De bacterie Staphylococcus aureus komt overal voor en is meestal ongevaarlijk. Sommige stammen zijn echter resistent tegen antibiotica, zoals de beruchte methicilline-resistente variant (MRSA). Varkens dragen deze bacterie vaak zonder symptomen, maar mensen met direct contact – vooral beroepsmatig – lopen een verhoogd risico om drager te worden. Infecties kunnen zowel voor dieren als mensen problematisch zijn.De vee-gerelateerde LA-MRSA-bacterie is al jaren aanwezig in de varkenshouderij. “Vliegen vormen een schakel in de overdracht”, verklaart Hamar. “Ze kunnen bacteriën opnemen en verspreiden tussen dieren, binnen stallen en mogelijk zelfs daarbuiten.”Huisvliegen vaker besmet dan stalvliegenHet team analyseerde monsters van 24 Oostenrijkse varkensbedrijven. Op bijna de helft van de boerderijen (41,7%) werd MRSA aangetroffen. “De hoge prevalentie toont aan hoe wijdverspreid LA-MRSA is in varkensstallen”, aldus de onderzoekers. Huisvliegen bleken vaker besmet (53,2%) dan stalvliegen (19,1%). Ook omgevingsmonsters, zoals laarsswabs en stofdoekjes, lieten zien dat de bacterie zich breed in de stal verspreidt.Hoge mate van multiresistentieAlle gevonden bacteriestammen waren resistent tegen cefoxitine (antibioticum). Bovendien vertoonden 94 procent van de isolaten multiresistentie, wat betekent dat ze ongevoelig zijn voor meerdere antibiotica tegelijk. “Deze brede resistentie is zorgwekkend”, zegt Hamar. “Het beperkt de behandelingsmogelijkheden bij infecties. De oorzaken van deze multiresistentie worden verder onderzocht.”Bioveiligheid en vliegenbestrijdingDe onderzoekers pleiten voor strengere hygiënemaatregelen en een geïntegreerde aanpak van ongediertebestrijding. Effectieve vliegenbestrijding kan de verspreiding van MRSA binnen en tussen bedrijven beperken. Daarnaast is verantwoord antibioticagebruik essentieel om de druk op bacteriën te verminderen en verdere resistentie te voorkomen. “Het is een gedeelde verantwoordelijkheid”, benadrukken de onderzoekers. “Alle schakels in de keten – van boer tot arts – moeten samenwerken.”</content>
            
            <updated>2025-10-31T17:18:35+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Clarebout Potatoes vanaf nu officieel in Amerikaanse handen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/clarebout-potatoes-vanaf-nu-officieel-in-amerikaanse-handen" />
            <id>https://vilt.be/58151</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het West-Vlaamse Clarebout Potatoes is overgegaan in Amerikaanse handen. De overname door het Amerikaanse bedrijf Simplot is afgerond, zo werd bekendgemaakt. "Clarebouts erfenis van uitmuntendheid en innovatie sluit perfect aan bij de waarden en toekomstvisie van Simplot", reageert de overnemer. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cc862304-1362-4848-916f-5391ac52acaf/full_width_aardappel-oogst.jpg</image>
                                        <content>De overname van de West-Vlaamse producent van diepvriesaardappelproducten door de internationale voedingsmiddelen- en landbouwonderneming is succesvol afgerond. &quot;Met de strategische overname breidt Simplot zijn dienstverlening aan klanten en zijn wereldwijde capaciteit op het vlak van diepgevroren aardappelproducten verder uit&quot;, zegt de overnemer in een persbericht. Met de vijf fabrieken van Clarebout erbij, heeft Simplot nu 23 productievestigingen.&amp;nbsp;&quot;Clarebout brengt complementaire capaciteiten en een sterke Europese aanwezigheid mee, waardoor we onze klanten en gemeenschappen beter van dienst kunnen zijn&quot;, stelt Graham Dugdale, voorzitter van Simplot Global Food, in een persbericht.&amp;nbsp; Economische realiteit en rationeel inzichtDe overnameplannen waren in juli aangekondigd. &quot;We hadden op eigen krachten kunnen doorgaan, maar de economische realiteit van de wereld en rationeel inzicht hebben ons samengebracht&quot;, zei de CEO van het West-Vlaamse bedrijf, Jan Clarebout, toen. Beide bedrijven benadrukten ook dat personeel en fabrieken in Europa behouden en zelfs uitgebreid zullen worden na de overname.&amp;nbsp;&quot;De overname markeert een nieuw, spannend hoofdstuk voor Clarebout&quot;, duidt Simplot. Staking na overnameEen nieuw spannend hoofdstuk, dat alvast met de nodige spanning werd ingeleid. Tijdens het overnameproces waren er stakingen omdat het personeel een premie eiste voor hun inzet van de voorbije jaren. Het kwam niet tot een akkoord en na twee weken werd het werk uiteindelijk hervat. De directie beloofde dat elke werknemer minstens een bonus van 500 euro zal krijgen.Clarebout heeft zijn hoofdzetel in het West-Vlaamse Nieuwkerke en biedt werk aan meer dan 3.000 mensen. De Belgische fabrieken bevinden zich in Nieuwkerke en in Waasten.</content>
            
            <updated>2025-10-31T17:23:10+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EUDR dreigt Europese veevoederketen te ontwrichten: kosten kunnen oplopen tot 1,5 miljard euro]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eudr-dreigt-europese-veevoederketen-te-ontwrichten-kosten-kunnen-oplopen-tot-15-miljard-euro" />
            <id>https://vilt.be/58152</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese en Belgische diervoedersector, maar ook de Europese graanhandelaars, trekken nog maar eens aan de alarmbel over de Europese ontbossingswet. Op 20 oktober liet de Europese Commissie weten dat het eerder aangekondigde uitstel met een jaar enkel geldt voor kmo’s. “Dat is volstrekt onaanvaardbaar en een flagrante schending van het vertrouwen”, klinkt het. “Deze beslissing ondermijnt ernstig de concurrentiekracht van de Europese veehouderij.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ontbossing" />
                        <category term="voeder" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/218c0f65-b4bb-45cd-853d-6fa0977c4491/full_width_cerradoontbossing-wwfpandaorg.jpg</image>
                                        <content>De European Deforestation Regulation (EUDR) verbiedt de invoer en handel van producten die afkomstig zijn van gronden die na 2020 ontbost werden. Het gaat om palmolie, rundvlees, hout, koffie, cacao, rubber, soja en afgeleide producten daarvan. De implementatie van deze ontbossingsverordening, die normaal vanaf 30 december 2024 in voege moest gaan, loopt evenwel niet van een leien dakje.Na een eerste jaar uitstel omdat de regels rond de praktische uitwerking uitbleven, kondigde Eurocommissaris voor Milieu Jessika Roswall (EVP) in september aan dat ze twijfelt of de ondersteunende IT-systemen wel klaar zijn om grote hoeveelheid data te verwerken. Daarop stelde ze voor om opnieuw een jaar uitstel te verlenen, maar nauwelijks een maand later kwam de Commissie terug op die communicatie. Het zouden enkel de kleine bedrijven zijn die een jaar respijt krijgen. Voor grote bedrijven geldt dat uitstel niet, maar zij zouden mogen rekenen een gratieperiode van zes maanden waarin geen sancties worden opgelegd.Heel wat Europese organisaties zijn boos over deze manier van communiceren. FEFAC, de Europese sectorfederatie voor de veevoedersector, kroop in de pen en schreef een brief aan de Deense landbouwminister die tijdens het EU-voorzitterschap van Denemarken, de Europese landbouwraad voorzit. Ook de EU-parlementsleden werden aangeschreven. “Het nieuwe voorstel druist volledig in tegen de publieke aankondiging van september 2025”, klinkt het in die brief. Markten reageren fors op aankondigingspolitiekFEFAC wijst erop dat markten sterk reageren op dergelijke ‘duidelijke’ signalen. Dat was nu niet anders en daarom hebben heel wat FEFAC-leden op termijn ingekocht voor het eerste en tweede kwartaal van 2026. “Op termijn inkopen is een standaard praktijk in onze sector. Op die manier doen we aan gezonde risicospreiding”, vertelt Katrien D’hooghe, managing director van de Belgische sectororganisatie BFA. Zij wijst erop dat deze ontwikkeling ook nodig was om de nodige verlichting in de markt te brengen, want die was vastgelopen door een tekort aan aanbod van EUDR-conforme sojaproducten. &amp;nbsp;Nu het jaar uitstel niet geldt, heeft dit voor grote juridische onzekerheid gezorgd op het terrein, benadrukt FEFAC. “Opnieuw zien we dat de markten daar heel sterk op reageren. Leveranciers van sojaproducten hebben hun marktvoorstellen voor 2026 ingetrokken, terwijl de resterende aanbiedingen voor 2025 sterk zijn beperkt en gepaard gaan met scherpe prijsstijgingen”, aldus FEFAC, dat dit verduidelijkt aan de hand van een grafiek met de prijsevolutie van soja. Impact van geopolitieke contextDe Europese veevoedersector zegt de economische onrust die deze politieke besluitvorming teweegbrengt, ten zeerste te betreuren. “Nu al wordt de concurrentiekracht van de Europese veehouderij geschaad. Het is van cruciaal belang te begrijpen dat ook andere dynamieken, zoals het aanhoudende handelsconflict tussen China en de Verenigde Staten, de traditionele sojastromen en de voorkeurspositie van kopers in producerende landen ingrijpend veranderen”, aldus FEFAC.Zo heeft China zijn aankopen van soja verplaatst naar Brazilië en Argentinië, terwijl de VS in het verleden de grootste sojaleverancier was. Voor Brazilië en Argentinië is het ook interessanter om aan China te leveren, want daar worden geen extra eisen opgelegd rond ontbossing. “Het probleem is dus niet zozeer dat de Europese bedrijven niet klaar zijn, maar wel dat er onvoldoende EUDR-conforme soja wordt aangeboden”, duidt D’hooghe. Directe en indirecte kosten lopen op tot 1,5 miljard euroDat blijkt ook uit een recente risicoanalyse van FEFAC. Die toont aan dat er tot september 2025 slecht zeer beperkte hoeveelheden EUDR-conforme soja beschikbaar waren voor levering in het eerste kwartaal van 2026. “Dit baart ons grote zorgen en vraagt een snel optreden op Europees niveau”, meent de Europese diervoedersector. “Het wijst erop dat handelsverstoringen onvermijdelijk kunnen worden om aan de totale Europese marktvraag naar EUDR-conform veevoeder voor 2026 – 33 miljoen ton sojaschroot – te voldoen.Volgens FEFAC kan het gecombineerde effect van directe en indirecte kosten in 2026 oplopen tot 1,5 miljard euro. “Dit betekent een reëel gevaar voor de veerkracht van de veehouderijsector, het stelt landbouwers en voedingsproducenten bloot aan onevenredige marktrisico’s en het kan leiden tot voedselinflatie”, klinkt het. “Bovendien staan deze dreigende risico’s haaks op de visie die de Europese Unie voor landbouw en voeding heeft ontwikkeld.” Eén jaar uitstel en meer pragmatische aanpakOm die reden roept FEFAC de Europese Raad en het Europees Parlement, dat zich eind november over de kwestie zou buigen, op om het laatste voorstel van de Commissie niet te volgen. Wij vragen dat het eerder aangekondigde uitstel van één jaar gehandhaafd blijft voor alle bedrijven, ook de grote. “Dat is niet alleen nodig om ernstige verstoringen in de handel van soja-import te voorkomen, maar het geeft de EU ook de tijd om een meer pragmatische aanpak te hanteren die rekening houdt met de huidige geopolitieke context.”Ook BFA ondersteunt die oproep. “Wij hebben de Europese Commissie al deze zomer opgeroepen om tijdig een beslissing te nemen zodat alle operatoren in de keten weten wat ze moeten doen”, aldus D’hooghe. Zij wijst op de lange termijn tussen de aankoop van de soja en de uiteindelijke verwerking in veevoeder. “Vorig jaar hadden heel wat bedrijven al – duurdere – EUDR-conforme soja aangekocht, terwijl er dan op de valreep toch nog een uitstel is gekomen.” Ook COCERAL ondersteunt de oproepDe oproep van FEFAC krijgt ook steun van COCERAL, de Europese federatie van de handel in granen, oliehoudende gewassen, rijst, peulvruchten en oliën en vetten. “De inconsistente boodschappen en de gefragmenteerde implementatie die de Europese Commissie voorstelt, hebben het vertrouwen in de bevoorradingsketen aanzienlijk ondermijnd. Daardoor is de bereidheid om de vereiste informatie tegen 31 december 2025 aan te leveren, sterk afgenomen”, zegt de organisatie in een persbericht.Volgens COCERAL is in de huidige omstandigheden een uitstel van één jaar “de enige realistische optie”. “Dit moet ernstige bevoorradingsproblemen in 2026 vermijden en de concurrentiekracht van onze sector, onze klanten en de Europese consument waarborgen” luidt het.</content>
            
            <updated>2025-10-31T17:34:54+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FACTCHECK: Schakelen West-Vlaamse boeren massaal over op kippenkweek?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/factcheck-west-vlaamse-boeren-schakelen-massaal-over-op-kippenkweek" />
            <id>https://vilt.be/58153</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Standaard publiceerde vrijdag een artikel met de titel ‘West-Vlaamse boeren schakelen massaal over op kippenkweek: het is lucratief en de overheid is zeer gul met subsidies’. Die titel steunt echter op foutieve cijfers, waardoor het beeld dat in het artikel wordt geschetst niet geheel overeenstemt met de feitelijke situatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dcc34954-d40f-4ae4-ac7f-e2a477d72e5c/full_width_pluimveekuiken.jpg</image>
                                        <content>30 nieuwe vergunningen?In het betreffende artikel wordt gesteld dat het kabinet van de West-Vlaamse gedeputeerde voor Milieu en Landschap Jurgen Vanlerberghe (Vooruit) in de voorbije zes maanden 30 aanvragen telde van landbouwers die van varkens- of rundveehouderij naar pluimvee willen overschakelen, of een bestaand kippenbedrijf willen uitbreiden.Uit cijfers die VILT opvroeg, blijkt echter dat het kabinet tot op heden in totaal 30 vergunningsdossiers heeft ontvangen. Slechts 18 aanvragen waren uitbreidingen, waarvan zes aanvragen om bestaande pluimveebedrijven uit te breiden. Tien dossiers betreffen een omschakeling van varkens naar kippen, waarbij het bedrijf geheel of gedeeltelijk stopt met varkens. Twee aanvragen houden een omschakeling van runderen naar kippen in. Van de 30 dossiers zijn er ook er drie inkrimpingen. De overige negen vergunningsdossiers zijn hernieuwingen met ongewijzigde aantallen kippen.Vanlerberge geeft in een korte reactie mee dat het inderdaad om 18 uitbreidingsdossiers gaat. “Ik had aan De Standaard meegegeven dat het cijfer gebaseerd was op een zeer grove screening van het aantal dossiers”, aldus Vanlerberghe over de 30 dossiers.Van de ruim 7.000 landbouwbedrijven in West-Vlaanderen hebben dus 12 een vergunningsaanvraag ingediend om gedeeltelijk of volledig over te schakelen naar een andere sector. In dat licht kan getwijfeld worden of 12 onder de noemer van ‘massaal’ valt. De zeer gulle subsidies van de overheid?VILT vroeg het Agentschap Landbouw en Zeevisserij ook om toelichting bij de subsidies voor ammoniakreducerende technieken in bestaande en nieuwe stallen in de pluimveesector. In het artikel wordt namelijk het volgende gesteld: “In de eerste helft van 2025 lag het uitgekeerde subsidiebedrag met 46,5 miljoen euro hoger dan in heel 2024, tonen cijfers van minister Brouns. De verwachting is dat dat bedrag dit jaar oploopt tot 110 miljoen euro.”Het bedrag van 46,5 miljoen is echter niet de steun die naar de pluimveehouderij gaat, maar het budget van de volledige sector. “Momenteel is 15,6 procent van dat bedrag gereserveerd voor de pluimveesector in heel Vlaanderen, niet enkel in West-Vlaanderen”, klinkt het bij het Agentschap. Dit werd ondertussen online al rechtgezet door De Standaard. Kippenrush?In het artikel wordt er steevast gesproken van een kippenrush omdat er steeds meer kippen in West-Vlaanderen vergund worden. In een eerder artikel nam VILT poolshoogte bij banken, stallenbouwers, adviesbureaus en vormingscentra naar de groei van de sector in Vlaanderen. Daaruit bleek dat tot op heden niemand van een echte ‘boom’ kan spreken. Na enkele jaren van een quasi-vergunningsstop door het ontbreken van een stikstofkader, in combinatie met de huidige gunstige marktomstandigheden, is er volgens betrokkenen wel opnieuw sprake van een gezonde investeringsinteresse in de sector.&amp;nbsp;Wanneer precies van een ‘kippenrush’ of ‘een toenemende investeringsinteresse’ kan worden gesproken, is een kwestie van semantische interpretatie. Cijfers bieden een meer objectieve basis.Om de rush op de pluimveesector te staven worden in het artikel van De Standaard cijfers aangehaald van de volledige Vlaamse kippenstapel tussen 2013 en 2023, waaruit blijkt dat het aantal stuks pluimvee in die periode met de helft is toegenomen.Maar daarbij kan er nog niet goed ingeschat worden hoe de recente toename eruitziet in West-Vlaanderen. Uit cijfers van het kabinet van gedeputeerde van Landbouw Bart Naeyaert (cd&amp;amp;v) blijkt dat het netto aantal bijkomende vergunde kippen in West-Vlaanderen eind oktober op 870.306 staat. Dat aantal omvat alle uitbreidingen waarvoor landbouwers dit jaar een vergunning aanvroegen, verminderd met de bedrijven die langs het vergunningsloket passeerden met een inkrimping. Kippen van gestopte landbouwers die hun vergunning niet langer gebruiken, zijn hierin niet meegerekend. Het cijfer geeft vooral een indicatie van de recente evolutie in de vergunde capaciteit.Vergeleken met de voorgaande, eerder atypische jaren is dit een forse toename. In vergelijking met de periode vóór het stikstofarrest van 2021 blijft het aantal nog steeds onder de piekjaren 2017 en 2019, maar tekent zich wel een merkbare groei op tegenover de andere jaren.</content>
            
            <updated>2025-11-03T13:57:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Pluimveesector bezorgd om nieuwe EU-Oekraïne-deal die meer kip en eieren toelaat]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pluimveesector-bezorgd-om-nieuwe-eu-oekraine-deal-die-meer-kip-en-eieren-toelaat" />
            <id>https://vilt.be/58154</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De pluimveesector reageert bezorgd op de hernieuwde handelsdeal tussen Europa en Oekraïne, die vorige week weer van kracht werd. In deze nieuwe deal zijn de quota, waarbinnen Oekraïne heffingsvrij mag exporteren naar Europa, voor een aantal landbouwproducten flink verhoogd. Zo mag er 120.000 ton kippenvlees Europa binnen, in plaats van 90.000 ton, en 18.000 ton eieren in plaats van 6.000 ton. “Elke Oekraïense kip die Europa binnenkomt, is een oneerlijke kip,” klinkt het bij Landsbond Pluimvee.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="Oorlog Oekraïne" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/82138c28-c5b8-4492-8595-b21467fbeb6a/full_width_kippenvlees.jpg</image>
                                        <content>Eerder deze maand scherpte Europa zijn handelsrelatie met Oekraïne aan. Deze relatie was gebaseerd op de Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne uit 2014, die een diepe en brede vrijhandelsruimte (DCFTA) omvat. Volgens deze spelregels, die in 2017 nog een keer werden aangepast, waren bepaalde quota voor landbouwproducten opgenomen. Binnen deze quota mocht Oekraïne tariefvrij exporteren naar Europa: voor eieren was dat 6.000 ton, voor kippenvlees 90.000 ton.In 2022, na de Russische inval in Oekraïne, liet Europa deze quota ‘tijdelijk’ varen. Om de Oekraïense economie te stutten, die onder meer gebukt ging onder de Russische blokkade van de Zwarte Zee, mochten veel landbouwproducten onbeperkt tariefvrij worden geëxporteerd. Wat volgde, was een explosieve groei van de import van vooral Oekraïens kippenvlees en eieren naar Europa. Quota los, Oekraïense export explodeertVoerden de Oekraïners in 2021 nog 102.000 ton uit, dan was dat opgelopen tot 161.000 ton in 2022 en maar liefst 232.000 ton in 2023. In de eerste vijf maanden van dit jaar bedroeg de import 84.900 ton. Met deze cijfers is Oekraïne veruit de belangrijkste exporteur van kippenvlees naar Europa.De instroom van Oekraïens kippenvlees en ook eieren bracht veel kritiek teweeg in de Europese lidstaten, waar lokale pluimveehouders de concurrentie zagen toenemen. “Wij zijn niet tegen concurrentie, maar wel tegen oneerlijke concurrentie,” vertelt Martijn Chombaere van Landsbond Pluimvee. &quot;En er is in dit geval sprake van oneerlijke concurrentie.&quot; Oneerlijke concurrentieChombaere legt uit: “In Oekraïne gelden geheel andere productieomstandigheden, omstandigheden die hier al lang niet meer zijn toegestaan en die de kostprijs enorm drukken. Denk bijvoorbeeld aan legbatterijen, een wijdverspreid houderijsysteem dat bij ons sinds 2012 niet meer is toegestaan.”In oktober werden de oorlogse overgangsmaatregelen omgezet in een nieuwe deal die de associatieovereenkomst uit 2014 vervangt. In de nieuwe deal, die afgelopen week van kracht werd, is het invoerplafond van eieren opgeschroefd naar 18.000 ton en dat van kippenvlees naar 120.000 ton. “Dat is een forse verhoging in vergelijking met de vorige deal,” aldus Chombaere.Hongarije bant Oekraïense importDe belangenorganisatie is dan ook uiterst kritisch over de nieuwe deal, hoewel deze wel degelijk paal en perk stelt aan de onbegrensde import van de voorbije jaren. De nieuwe quota liggen immers een stuk lager dan wat de vorige jaren naar hier kwam. In Oekraïense media is daarom ook te lezen dat de nieuwe handelsdeal een negatief effect heeft op de Oekraïense export van pluimveeproducten, waarvoor andere markten gezocht moeten worden. “Dat kan wel zo zijn, maar elk ei en elk stuk vlees dat vanuit Oekraïne in Europa binnenkomt, is oneerlijk. Het wordt volgens andere productiestandaarden geproduceerd,” herhaalt Chombaere.Het ongelijke speelveld was aanleiding voor Hongarije, Polen en Slowakije om medio oktober tegen de nieuwe handelsovereenkomst te stemmen. Deze drie landen stelden eerder ook een importban in op producten uit Oekraïne, en Hongarije heeft bevestigd deze ban voort te zetten, ongeacht de nieuwe handelsdeal.Wederkerigheid en integratie in EUDe onderhandelaars van de Europese Unie benadrukken dat de focus in de nieuwe handelsdeal ligt op “wederkerigheid” en “integratie in de EU”. Zo zal Oekraïne ook meer Europees pluimvee vrij van invoerrechten moeten toelaten: 120.000 ton pluimveevlees in plaats van 20.000 ton. “Dat klinkt mooi, maar het gaat om minderwaardig vlees, de restproducten van de kip, die beduidend minder waard zijn dan de filets,” aldus Chombaere.Bovendien vraagt de nieuwe overeenkomst dat Oekraïne zijn productiestandaarden op termijn in lijn brengt met die van Europa wat betreft dierenwelzijn, gewasbescherming en geneesmiddelengebruik. “Dat klinkt goed, maar zoals het eruitziet, gaat dat vooral om de inhoud (van het ei en het vlees, red.) en niet om de houderijsystemen,” stelt Chombaere. Broze marktsituatieOndanks de ongeremde import van Oekraïense pluimveeproducten kennen de Vlaamse braadkippen- en leghennenhouders al lange tijd gouden tijden. Dat heeft volgens de sector vooral te maken met het vogelgriepvirus, dat de mondiale productie drukt, en met de vergunningenstop in Vlaanderen en Nederland, waardoor uitbreiding onmogelijk is. En dat terwijl de vraag naar dit gezond basisproduct met een lage ecologische voetafdruk jaar na jaar toeneemt.Chombaere benadrukt dat deze marktsituatie broos is. “Als er minder uitval is door het vogelgriepvirus, kunnen de prijzen zomaar instorten. En dan heeft de Oekraïense import een grote impact.” Hij wijst ter illustratie op de pluimveeprijs: de kiloprijs levend gewicht daalde de voorbije vijf weken met maar liefst 15 cent naar 1,25 euro. Grote investeringen in pluimveehouderijOnder andere de exportmogelijkheden naar Europa maakten de Oekraïense pluimveehouderij de voorbije jaren tot een zeer lucratieve business, volgens Chombaere. Dit zou hebben geleid tot een sterke groei van de sector. Producent MHP zou wat dat betreft de kroon spannen. “Die slachten wekelijks acht miljoen dieren, terwijl er in heel Vlaanderen maar vijf miljoen kippen worden geslacht,” aldus Chombaere.Hij verwijt Europa hypocrisie. “Terwijl in de Europese Unie de normen op het gebied van milieu, klimaat en dierenwelzijn steeds verder worden aangescherpt, krijgt Oekraïne vrij spel met verouderde technieken. Door het importbeleid van de EU wordt de uitbouw van dit systeem zelfs gefaciliteerd.”Daarnaast pompt Europa volgens hem zelfs geld in de Oekraïense pluimveesector. Hij doelt daarbij op de lening die de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) recent toekende aan Dniprovska Group, de op één na grootste pluimveeproducent van het land. De bank verstrekte een garantie van vijf miljoen dollar voor een nieuwe lening van ruim 12 miljoen dollar via haar partnerbank Crédit Agricole Ukraine. “Hoe hypocriet kun je zijn? Dit is gewoon spelen met de Europese pluimveehouders,” besluit Chombaere. Oekraïne wil Europees landbouwbeleid mee vorm gevenOekraïne wil een stem krijgen in de vormgeving van het Europese landbouwbeleid. De Oekraïense vicepremier Taras Kachka heeft voorgesteld dat zijn land als waarnemend lid mee aan tafel zit. Binnen de Europese Unie bestaat er echter verdeeldheid en scepsis over de Oekraïense integratie.&amp;nbsp;&amp;nbsp;De Oekraïense vicepremier Taras Kachka heeft op de vergadering van de Europese Landbouwraad in Luxemburg aangegeven dat Oekraïne deel wil uitmaken van een gezamenlijke Europese agrovoedingsstrategie. Volgens hem ontwikkelt de sector zich in lijn met de EU-normen en is men bereid tot verdere stappen. Dat is voor Europa ook een voorwaarde om de banden verder aan te halen.Kachka heeft in Luxemburg voorgesteld om als waarnemend lid mee vorm te geven aan het toekomstige landbouwbeleid van Europa.&amp;nbsp; Dat zou vooraf kunnen gaan aan een EU-besluit over officiële volledige toetreding.Het lijkt echter sterk de vraag of zijn voorstel gehoord wordt. Onder de Europese lidstaten bestaat namelijk veel verdeeldheid over de Europese toekomst van Oekraïne. Zo heeft met name Hongarije zich uitgesproken tegen verdere stappen naar EU-toetreding. Volgens Hongarije brengt een verdere integratie van de Oekraïense landbouwsector de economische stabiliteit en arbeidsmarkt in veel Europese landen in gevaar.</content>
            
            <updated>2025-11-03T09:19:03+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoe kijken melkveehouders naar productief kruidenrijk grasland?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/deel-jouw-visie-over-productief-kruidenrijk-grasland-met-vlm" />
            <id>https://vilt.be/58155</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een Europees onderzoek wil beter begrijpen hoe melkveehouders kijken naar productief kruidenrijk grasland. Het project loopt in vijf landen, waaronder België. De onderzoekers willen inzicht krijgen welke ervaringen melkveehouders vandaag al hebben op hun percelen en welke verwachtingen zij hebben voor de toekomst. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) vraagt Vlaamse melkveehouders om hun visie te delen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="gras" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e4bc0e87-6bd6-4108-b619-6ec7ff821e4d/full_width_divgrass-close-up-kruiden-kruidenrijk-grasland.png</image>
                                        <content>Niet wijdverspreid ondanks voordelenProductief kruidenrijk grasland is grasland dat bestaat uit een meerjarig mengsel van verschillende soorten grassen, vlinderbloemigen en kruiden. “Steeds meer melkveehouders en praktijkonderzoekers in Vlaanderen ontdekken de voordelen ervan”, duidt VLM. “De bodem is beter bestand tegen droge omstandigheden, er is minder nood aan bemesting door efficiënter stikstofgebruik en het heeft een positieve invloed op de lokale biodiversiteit. Toch werkt vandaag nog maar een kleine groep melkveehouders met dit type grasland.”Via het Europese Interreg North Sea Region-project DivGrass, willen onderzoekers nu meer inzicht krijgen in de ervaringen, verwachtingen, motivaties en percepties van melkveehouders in België, Nederland, Duitsland, Frankrijk en Zweden ten aanzien van productief kruidenrijk grasland. “We onderzoeken welke type graskruidenmengsels interessant zijn, hoe bedrijfsdoelen, bedrijfskenmerken en beleid de keuzes van landbouwers beïnvloeden, en hoe melkveehouders praktisch ondersteund kunnen worden bij aanleg en beheer van productief kruidenrijk grasland”, aldus VLM. De bevraging zal worden begeleid door professoren van de Universiteit Utrecht.Informatie voor toekomstig landbouwbeleidDe resultaten van het onderzoek kunnen volgens VLM waardevolle informatie opleveren voor de praktijk en het toekomstig Vlaams en Europees landbouwbeleid. Het doel is praktische richtlijnen en aanbevelingen te ontwikkelen die het succesvol toepassen van productief kruidenrijk grasland bij Vlaamse melkveehouders stimuleert.Melkveehouders kunnen de bevraging via volgende link invullen: bevraging productief kruidenrijk grasland. “Maak mee het verschil voor jouw collega-melkveehouders in Vlaanderen en Europa door de bevraging in te vullen”, aldus VLM. “De deelname duurt een kwartier en er kan kans gemaakt worden op een cadeaubon van 150 euro. Alle antwoorden zijn ook anoniem.”</content>
            
            <updated>2025-11-04T17:31:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Artikel L'Echo zet kwaad bloed bij LDA: "Wij verkeren niet in financiële moeilijkheden"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/artikel-lecho-zet-kwaad-bloed-bij-lda" />
            <id>https://vilt.be/58156</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een artikel van de Franstalige krant L’Echo met een analyse over de zuivelmarkt heeft kwaad bloed gezet bij zuivelverwerker LDA. Het Waalse bedrijf, dat ook veel Vlaamse leveranciers-melkveehouders heeft, zou in financiële problemen verkeren en veel minder betalen dan de concurrentie. "Faliekante onwaarheden", volgens LDA, dat de krant contacteerde en haar leveranciers informeerde.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6caa9723-f55c-4833-8638-b6e8ed9b6bb6/full_width_laiterie-des-ardennes-baudour-mozzarella.jpg</image>
                                        <content>“De melkproductie staat voor ongeziene turbulentie: dalende prijzen, toenemende internationale concurrentie en Europese fusies. Nog nooit gezien in 30 jaar. Dreigt België zijn verankering in de zuivelsector te verliezen?”Dit is de zeer beknopte samenvatting van een recente analyse van de zuivelmarkt door de Waalse krant L’Echo. In een periode waarin nagenoeg alle zuivelverwerkers hun melkprijs fors naar beneden bijstellen, komt L’Echo met het artikel naar buiten. De krant haalt experts aan die voorspellen dat de melkprijs in februari 2026 kan zakken naar 35 cent, waar die een jaar geleden nog rond de 60 cent was.Crisis van 2009 in zichtDaarmee komt de melkcrisis van 2009 dichtbij, een periode waarin boeren hun melk lieten wegstromen in Ciney uit protest. “35 cent is misschien het dubbele van de 18 cent in 2009, maar aangezien onze productiekosten sindsdien zijn verdubbeld, is het eigenlijk hetzelfde niveau,” haalt de krant een expert aan.L’Echo voert een mondiaal overaanbod als reden van de prijsval aan. Het merkt ook de sterke concurrentie uit het buitenland op, waarbij de Belgische zuivelcoöperatie Milcobel “wordt overgenomen” door FrieslandCampina. “In België zou dan nog maar één grote zuivelfabriek overblijven: de Laiterie des Ardennes (LDA),” klinkt het.En deze melkerij zou te weinig hebben ingezet op producten met toegevoegde waarde en te veel gefocust hebben op basismelkproducten. Dit en de situatie op de zuivelmarkt zouden verklaren waarom LDA volgens L’Echo zo’n acht cent minder betaalt dan andere verwerkers. Ook zou de zuivelverwerker, volgens een anonieme expert die de krant sprak, “in grote moeilijkheden verkeren” en zelfs vechten voor haar voortbestaan. “Faliekanten onwaarheden”De analyse van L’Echo heeft kwaad bloed gezet bij LDA, dat de beweringen over het bedrijf tegenspreekt. De directie van het zuivelbedrijf heeft contact opgenomen met de redactie van de krant en om recht van antwoord gevraagd. Daarnaast heeft zij ook haar leden geïnformeerd, mogelijk om eventuele onrust in de kiem te smoren. LDA-leden klagen al langer over een prijsval die bij hen sneller lijkt te gaan dan bij andere zuivelbedrijven.In de brief aan de boeren stelt LDA dat het &quot;niet in grote moeilijkheden verkeert&quot;. “De financiële indicatoren die wij nauwgezet opvolgen, voldoen aan de vereiste ratio’s van onze partners, en verschillende daarvan bevinden zich zelfs op bijzonder sterke niveaus voor een onderneming in onze sector”, klinkt het.Dat LDA acht cent minder zou betalen dan de concurrentie, spreekt het zuivelbedrijf tegen. “Dat cijfer is gebaseerd op een vereenvoudigde berekening over een korte periode. In werkelijkheid bedraagt het gemiddelde verschil sinds het begin van dit jaar twee eurocent per liter. Deze nuance is belangrijk om de situatie correct te begrijpen,” klinkt het. Langetermijnverwachtingen zuivelmarkt blijven goedHet zuivelbedrijf leest in de analyse van L’Echo ook de suggestie dat LDA het pad van overnames en schaalvergroting zou moeten volgen. “Wij willen u met klem verzekeren dat wij er alles aan zullen doen om dat te voorkomen. Onze ambitie is duidelijk: onze onafhankelijkheid behouden en ons verder ontwikkelen, met trots, als één van de laatste Belgische coöperaties. Deze identiteit is onze krach, en we zullen ze met overtuiging verdedigen.”In de brief aan haar leveranciers stelt LDA de melkveehouders gerust. “Hoewel de zuivelmarkt dit jaar moeilijk loopt, is er geen enkele objectieve reden tot ongerustheid.”</content>
            
            <updated>2025-11-03T13:47:45+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Amerikaanse goedkeuring in aantocht voor Vlaamse biologische gewasbeschermer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/amerikaanse-goedkeuring-in-aantocht-voor-vlaamse-biologische-gewasbeschermer" />
            <id>https://vilt.be/58157</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Gentse biotechbedrijf Biotalys lijkt na vijf jaar wachten eindelijk groen licht te krijgen om zijn eerste biologische gewasbeschermingsmiddel op de Amerikaanse markt te mogen brengen. Het middel biedt bescherming tegen de schimmelziektes echte meeldauw en grijze schimmel. In Europa zit het middel nog steeds in de toelatingsprocedure. “We verwachten een Europese goedkeuring in de tweede helft van 2026”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/39cb34d4-7674-48ed-8a74-e6554b0df81b/full_width_komkommer-en-tomaten-plant.jpg</image>
                                        <content>Biotalys is een agritechbedrijf dat met eigen gepatenteerde technologie een nieuwe generatie biologische bestrijdingsmiddelen wil lanceren. De middelen zijn gebaseerd op eiwitten die ontworpen zijn om plagen gericht aan te pakken. Het bedrijf werd in 2013 opgericht als spin-off van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIBà en is sinds vijf jaar beursgenoteerd.EVOCA is een biologische gewasbeschermingsmiddel op basis van eiwitten om groenten en fruit, waaronder komkommers, aardbeien, tomaten en blauwe bessen, te beschermen tegen schimmelziektes zoals meeldauw en de botrytis-schimmel.Biotalys startte de goedkeuringsprocedure bij het Amerikaanse milieubeschermingsagentschap EPA voor zijn eerste zogenaamd biofungicide al begin 2021 op. Sindsdien liet een beslissing op zich wachten.Goedkeuring zonder residu-limietMaar nu staat het Amerikaanse agentschap op het punt om de biofungicide groen licht te geven. Belanghebbenden zoals telers en sectororganisatie hebben nu vijftien dagen de tijd om feedback te geven, de laatste stap in het goedkeuringsproces, waarna het EPA de autorisatie kan finaliseren.Het EPA maakt ook een uitzondering op de gebruikelijke residuregels, door het middel geen maximale residulimiet op te leggen. Volgens Biotalys toont dit aan dat de veiligheidsbeoordeling van hun product gunstig is. Gunstig voor Europese toelatingHet voorstel van goedkeuring in de VS kan een positieve invloed hebben op de beoordeling van het Europese dossier. “De bekende Amerikaanse autoriteit geniet van groot gezag tussen autoriteiten, dit kan de grondige wetenschappelijke beoordeling in de EU inspireren”, geeft Biotalys mee. Begin januari heeft Nederland, het land dat het dossier in een eerste fase onderzoekt, alvast een positief advies gegeven. “Dit advies wordt nu verder op Europees niveau bekeken.”Biotalys schat de goedkeuring in Europa voor de tweede helft van 2026. “Wij hebben het EU-dossier ook drie maanden later ingediend dan in de VS”, duidt Biotalys.Verdere groei“EVOCA is ons eerste product en we ontwikkelen op dit moment een verbeterde versie die goedkoper is om te produceren: EVOCA Next Generation (EVOCA NG). We verwachten dat product in de VS commercieel te kunnen lanceren rond 2029, en in de EU in 2030”, aldus Biotalys. “EVOCA zelf gaan we niet commercialiseren aangezien het nog te duur is.&quot;</content>
            
            <updated>2025-11-03T15:02:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Peren steeds minder in trek bij Belgen, campagne moet tij keren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/peren-steeds-minder-in-trek-bij-belgen-campagne-moet-tij-keren" />
            <id>https://vilt.be/58158</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische conferencepeer was ooit een vaste waarde in het winkelmandje van de Belg, maar dreigt nu uit het collectieve geheugen te verdwijnen. Uit recente cijfers blijkt dat de perenconsumptie in acht jaar tijd met 40 procent is gedaald in ons land. Met een nieuwe campagne wil groente- en fruitveiling BelOrta de consument de conferencepeer opnieuw laten ontdekken. “Conferenceperen zijn zeer veelzijdig, niet alleen lekker uit het vuistje, maar ook als volwaardig ingrediënt in de keuken”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruit" />
                        <category term="consument" />
                        <category term="marketing" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5b33b5c3-8a10-400a-a01c-2707fa7ed11b/full_width_conferenceperen.jpg</image>
                                        <content>Vorig jaar kochten Belgische gezinnen in het voorbije jaar gemiddeld 1,74 kilogram peren per persoon, tegenover 2,92 kilogram in 2016. Dat betekent een daling van 40 procent op acht jaar tijd. Ook de aankoopfrequentie daalde van negen aankopen per jaar in 2019 naar zeven in 2024. Dat blijkt uit recente cijfers van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). Vooral jongeren vinden blijkbaar slecht de weg naar dit stuk fruit. Amper 14 procent van de -35-jarigen eet wekelijks peren, tegenover 39 procent bij 55-plussers.De conferencepeer, het paradepaardje van de Belgische perenteelt, geniet nog steeds de voorkeur bij consumenten. In 2024 vertegenwoordigde de peer zelfs 80 procent van de totale perenverkoop. In 2016 was dit nog 69 procent. “Dat toont dat de Belg trouw blijft aan kwaliteit van eigen bodem, maar dat de peer nood heeft aan een nieuw verhaal en hedendaagse culinaire invulling”, aldus BelOrta.Nog volgens cijfers van VLAM gebruikt slechts 18 procent van de Belgen peren in warme gerechten. “De meeste consumenten eten ze enkel als tussendoortje, precies dat beeld wil onze campagne ‘Het Nationale Perengerecht’ doorbreken”, duidt de fruit- en groentecoöperatie.Belgische conferencepeer opnieuw in de Belgische keukenBelOrta roept Belgische consumenten in de campagne op om weer met conferenceperen aan de slag te gaan in de keuken en hun favoriete recept door te sturen. Niet geheel toevallig gaat de campagne op 9 november van start in Peer. Chef Sarah Renson bereidt er in de BelOrta Greenhouse live perenhapjes voor het publiek. Tijdens de campagne zullen ook sociale-media-influencers experimenteren met perengerechten.“Deze actie wil de peer opnieuw verankeren in de Belgische eetcultuur en aantonen dat ze niet alleen een lekker en gezond tussendoortje is, maar ook een volwaardig culinair ingrediënt”, aldus BelOrta.Tot slot worden ook restaurants in heel België aangemoedigd om een peergerecht op hun kaart te zetten. Op die manier wil BelOrta samen met chefs, consumenten en handelaars de Belgische peer een populariteitsboost geven.</content>
            
            <updated>2025-11-03T15:15:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[China ziet landbouwspionage als nieuwe bedreiging voor nationale voedselzekerheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/china-ziet-landbouwspionage-als-nieuwe-bedreiging-voor-nationale-voedselzekerheid" />
            <id>https://vilt.be/58159</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Chinese ministerie van Staatsveiligheid heeft een waarschuwing de wereld ingestuurd over toenemende spionage van buitenlandse inlichtingendiensten in de landbouwsector. Ze proberen op die manier genetische gegevens en zaden van gewassen als soja, maïs en rijst te bemachtigen. “Dit is een bedreiging van onze nationale voedselzekerheid”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselzekerheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/50c6426b-41f8-4038-9485-15fd2d7b15f8/full_width_landbouw-china.jpg</image>
                                        <content>Het Chinese ministerie stelt dat buitenlandse inlichtingendiensten de afgelopen jaren zich intensiever zijn gaan infiltreren in de Chinese graansector. Op die manier willen ze allerlei genetische gegevens van onder meer soja, maïs en rijst achterhalen, zo communiceerde het ministerie op haar officiële WeChat-account.Twee incidentenHet verwijst daarbij naar een aantal recente zaken. Zo was er een Chinese zakenman, Zhu genaamd, die onder het mom van een gezamenlijk zaadproject verboden ‘ouderzaden’ verkocht aan een buitenlandse partij. Deze ouderzaden zijn de eerste generatie zaden die worden gebruikt in experimenten met hybriden en die niet geëxporteerd mogen worden. De zaden waren verstopt in containers die waren aangegeven voor andere exportproducten. Zhu werd uiteindelijk veroordeeld tot anderhalf jaar gevangenisstraf, terwijl 17 andere administratieve sancties kregen opgelegd.Bij een ander incident zouden buitenlandse medewerkers en experts van een consulaat uit een niet nader genoemd land veldonderzoek hebben gedaan in een belangrijke landbouwprovincie waarbij ze gegevens over gewasopbrengsten en voorraden hebben verzameld. De betrokkenen gebruikten volgens het ministerie bepaalde technieken om niet ontdekt te worden, zoals vaak wisselen van auto of het reizen via kleinere wegen.Burgers wordt gevraagd alert te zijnDe Chinese staatsveiligheid heeft tegen beide incidenten actie ondernomen. De dienst dringt er bij de Chinese bevolking ook op aan om verdachte activiteiten te melden. China beschouwt voedselveiligheid al langer als een strategisch onderdeel van nationale veiligheid. Een analist van Trivium China, een bedrijf dat gespecialiseerd is in het monitoren en analyseren van het beleid van de Chinese overheid, stelt dat de Chinese overheid met deze berichten het wantrouwen van Chinezen wil aanmoedigen tegenover buitenlandse belangstelling voor landbouw en voeding.</content>
            
            <updated>2025-11-03T15:10:31+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Delhaize krijgt nieuwe CEO]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/delhaize-krijgt-nieuwe-ceo" />
            <id>https://vilt.be/58160</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Alexandros Boussis wordt op 1 januari 2026 de nieuwe CEO van Delhaize. Hij volgt Xavier Piesvaux op, die een nieuwe uitdaging aangaat binnen moedergroep Ahold Delhaize. Dat meldt de supermarktketen zelf.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="supermarkt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0e24271f-662e-454c-bc67-9436677888d9/full_width_delhaize.jpg</image>
                                        <content>Boussis heeft momenteel bij Delhaize de functie &#039;SVP Commerce &amp;amp; Marketing&#039;. Hij startte zijn loopbaan bij Delhaize in 2011 en nam sindsdien diverse verantwoordelijkheden op in finance en commerce. Sinds 2019 maakt hij deel uit van het directiecomité van Delhaize.“Ik ben trots om deze uitdaging te kunnen aangaan. Samen met alle 30.000 collega’s in de Delhaizefamilie, met onze aangesloten partners en met onze leveranciers kijk ik ernaar uit om onze meer dan vijf miljoen klanten op de best mogelijke manier te blijven bedienen”, aldus Boussis. “Het is een enorme eer om verder te kunnen bouwen op de sterke fundamenten die Xavier heeft gelegd de afgelopen acht jaar.”Verzelfstandiging winkelsPiesvaux maakte vooral naam als de man achter de verzelfstandiging van 128 Delhaizewinkels. Volgens De Tijd kostte de hele operatie - inclusief stakingen - Ahold Delhaize 577 miljoen euro, maar dit zou terugverdiend worden door de snel stijgende omzet in de vestigingen sinds de verzelfstandiging. Vooral de zondagsopeningen zijn een groot succes. Harde cijfers over het succes van Delhaize onder Piesvaux zijn er niet. Ahold Delhaize is al jaren geleden gestopt met de aparte rapportering van de resultaten van zijn Belgische dochters.Strategie rond verse en gezonde producten“In meer dan acht jaar heeft Piesvaux Delhaize opnieuw een gezicht gegeven en een strategie uitgebouwd rond verse en gezonde producten”, klinkt het bij Delhaize over de bijna ex-CEO. “Hij heeft ook het businessmodel grondig hervormd. Het is vooral zijn verdienste dat Delhaize opnieuw succesvol is binnen de Belgische en Luxemburgse retailmarkt.”Piesvaux zal de fakkel doorgeven aan Boussis op 1 januari.</content>
            
            <updated>2025-11-03T21:54:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond bezorgd over lumpy skin disease: “Importeer geen runderen uit Frankrijk, Italië en Spanje”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-importeer-geen-runderen-uit-frankrijk-italie-en-spanje" />
            <id>https://vilt.be/58161</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Boerenbond roept Vlaamse veehouders op om voorlopig geen runderen te importeren uit Frankrijk, Italië en Spanje vanwege uitbraken van lumpy skin disease, ook wel nodulaire dermatose of knopvelziekte genoemd. Die oproep komt er nadat de Franse overheid het exportverbod voor runderen, dat op 18 oktober was ingesteld, vervroegd heeft opgeheven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/aca46af6-c05d-4a3d-b7c5-70ce93935841/full_width_lumpy-skin-disease-wwwciftlikdergisicomtr.jpg</image>
                                        <content>Omdat de situatie rond lumpy skin disease (LSD) onder controle lijkt, staat Frankrijk sinds 1 november de export van levende runderen weer toe. Op 18 oktober was er een exportverbod uitgevaardigd nadat er meerdere uitbraken van de ziekte hadden plaatsgevonden. Hoewel het importeren van runderen dus weer mogelijk is, roept Boerenbond de Vlaamse veehouders op om voorlopig geen runderen in te voeren. “Boerenbond roept op om aankopen en aanvoer van runderen uit Frankrijk, Italië en Spanje indien mogelijk uit te stellen en maximaal preventieve maatregelen te nemen. Het is de verantwoordelijkheid van iedereen om onze veestapel maximaal te beschermen”, klinkt het.Niet alleen Frankrijk, maar ook Italië en Spanje hebben volgens de landbouworganisatie te kampen met verschillende uitbraken van lumpy skin disease. “Ondanks uitgebreide vaccinaties, monitoring en ruimingen van getroffen bedrijven is het niet te voorspellen waar het opnieuw zal opduiken. Zowel in België als in Nederland zijn loten runderen geblokkeerd uit risicozones waar zeer recent de ziekte is vastgesteld”, klinkt het. Lumpy skin disease in Zuid-EuropaHet besmettelijke lumpy skin disease dat door insecten wordt overgedragen, kan bij runderen leiden tot koorts, huidbulten en productieverlies. De ziekte werd deze zomer voor het eerst aangetroffen op het Italiaanse eiland Sardinië. Van daaruit verspreidde het virus zich naar het Italiaanse vasteland en later naar Spanje en Frankrijk. Vooral in Frankrijk gaat de verspreiding snel, en inmiddels is er een vaccinatiecampagne opgestart. Ook negatief importadvies in NederlandOok Nederlandse landbouworganisaties roepen veehouders op geen runderen uit vooral Frankrijk te importeren. Zo wijst LTO op de incubatietijd van de ziekte, die meer dan twee weken kan bedragen. “Om dan na twee weken het transportverbod alweer op te heffen omdat er even geen nieuwe uitbraken zijn, is veel te vroeg. Daar zitten waarschijnlijk commerciële belangen achter, maar dat moeten we niet doen. Dat is heel onverstandig. Als de ziekte uitbreekt, krijg je te maken met een beschermingsgebied van 20 kilometer en een toezichtsgebied van 50 kilometer.”In Nederland en ook in Vlaanderen gaan Franse dieren vooral naar de vleesveehouderij. Zo zijn Charolais, Limousin en Blonde d’Aquitaine populaire Franse rassen die vaak nog in Frankrijk worden aangekocht.</content>
            
            <updated>2025-11-05T11:39:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Veeteelt stoot minder uit, maar landbouw blijft achter richting klimaatneutraliteit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veeteelt-stoot-minder-uit-maar-landbouw-blijft-achter-richting-klimaatneutraliteit" />
            <id>https://vilt.be/58162</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ondanks de bemoedigende evolutie in sommige sectoren, blijft België nog ver verwijderd om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken. Dat meldt de FOD Leefmilieu. De veehouderij kent alvast een klimaatpositieve tendens, maar volgens het rapport verloopt de transitie in de landbouw als geheel nog te traag.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a6461a9a-cffd-414f-b5aa-5e0981267878/full_width_ilvo-varkens-biggen.jpg</image>
                                        <content>De Dienst Klimaatverandering van de FOD Leefmilieu publiceerde de tweede editie van de Klimaattransitiebarometer. Dit rapport geeft jaarlijks antwoord op de vraag of België op koers ligt richting klimaatneutraliteit tegen 2050.“Geen enkele uitstootsector ligt op koers, ondanks enkele positieve evoluties”, luidt het antwoord. Vier sectoren evolueren volgens het rapport te traag. Het gaat om de industrie, energietransformatie, gebouwen en landbouw. De sectoren landgebruik en internationaal transport gaan zelfs de verkeerde richting uit.Ondanks deze vaststelling zijn sommige evoluties bemoedigend en kunnen enkele indicatoren de nul-emissiezone bereiken op voorwaarde dat de inspanningen in hetzelfde tempo worden voortgezet tot 2050. Het gaat onder meer om broeikasgasemissies in de veehouderij.De bruto productie van rood vlees, de oorzaak van veel uitstoot, neemt af. Op basis van een extrapolatie van de historische trends zal er in 2050 sprake zijn van een netto nul-uitstoot. Deze klimaatpositieve trend is echter niet te zien in de gehele landbouwsector. Landbouwsector niet op koersOndanks een daling sinds 1990 is de uitstoot door de landbouw de afgelopen tien jaar terug gestabiliseerd. De vermindering in de veeteelt en een trage daling in het gebruik van meststoffen wordt gecompenseerd door een stijgende uitstoot van CO2 door het gebruik van fossiele brandstoffen. De verwarming van serres, stallen en de landbouwmachines zorgen zo voor 23 procent van de uitstoot. “Deze uitstoot neemt al minstens tien jaar toe, terwijl het met 100 procent moet dalen om in overeenstemming te zijn met de scenario&#039;s voor klimaatneutraliteit tegen 2050”, aldus het rapport.Ook de uitstoot van distikstofoxide bij bodembemesting vertegenwoordigt 23 procent van de sectoruitstoot. Deze uitstoot daalt wel, maar te traag om de doelen te halen. De netto uitstoot van nul zou een uitstootreductie van 40 procent tot 100 procent beteken in 2050 ten opzichte van 2023.Om klimaatneutraliteit te bereiken in de volledige landbouwsector, zouden de emissies op basis van de bestaande scenario’s in 2050 met minimaal 40 procent moeten worden verminderd ten opzichte van 2023. Negatieve veranderingen in landgebruikOp vlak van landgebruik scoort België ook geen goeie klimaatpunten. De natuurlijke capaciteit van bodems en vegetatie om koolstof op te slaan, daalt snel. &quot;Deze trend moet zo vlug als mogelijk worden omgebogen&quot;, aldus de FOD Leefmilieu. Verschillende indicatoren in de sector van het landgebruik, verandering van landgebruik en bosbouw staan op rood. &quot;Er is meer bos, maar de opslagcapaciteit van een hectare bos is afgenomen&quot;, klinkt het. Verandering in landgebruik, vooral de omzetting van graslanden en toegenomen bebouwing zijn de voornaamste oorzaken van de gedaalde koolstofopname.Volgens&amp;nbsp;Jean-Luc Crucke (MR) , federaal minister van Klimaat en Ecologische Transitie, toont de Klimaattransitiebarometer aan dat België vooruitgaat, maar nog niet snel genoeg om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken. &quot;Er zijn positieve signalen, in de industrie, de landbouw en de energiesector, maar die moeten zich nu uitbreiden naar de hele samenleving.&quot;</content>
            
            <updated>2025-11-04T14:50:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Waar blijft de kweekvleesrevolutie?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/waar-blijft-de-kweekvleesrevolutie" />
            <id>https://vilt.be/58163</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Kweekvlees is als Eurosong: als je de media gelooft, is de grote doorbraak nooit veraf. Maar anno 2025 worden onze koteletten nog steeds gekweekt op stro en niet in petrischalen. Op de tiende editie van de Belgian Pork Academy schetste professor Lieven Thorrez (KU Leuven) waarom de beloofde kweekvleesrevolutie uitblijft.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="kweekvlees" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b5f45495-e6d9-43a5-8227-c82d207fa249/full_width_kweekvlees-mosa-meat.jpg</image>
                                        <content>Professor Lieven Thorrez is hoofd van het Tissue Engineering Lab van de KU Leuven. Een labo opgericht in 2012, dat onder andere ‘mini-spieren’ ontwikkelt uit spierstamcellen. Niet om op te eten, welteverstaan. “Alle innovaties uit kweekvlees komen initieel uit de medische sector”, zegt Thorrez, die samen met zijn collega’s weefsels ontwikkelt op zoek naar geneeskundige toepassingen. Oude technologie, nieuwe hypeKweekvlees is dus ouder dan de hype errond. Een precies beginpunt van het moderne kweekvlees valt moeilijk te definiëren. “Al in de jaren ’70 en ’80 ontwikkelde professor Vandenburgh van Brown University spierweefsels om diverse processen te bestuderen, zoals de effecten van gewichtloosheid op speerweefsel”, zegt Thorrez. “In die tijd kon hij dat niet doen met menselijk weefsel, dus gebruikte hij kippencellen voor zijn experimenten. Kweekvlees avant la lettre, al was het ook hier niet voor consumptie bedoeld.”Kweekvlees op ons bord kwam pas echt in het maatschappelijke debat rond 2013, wanneer de Nederlandse hoogleraar vasculaire fysiologie Mark Post in London ’s werelds eerste kweekvleeshamburger heeft voorgesteld aan de internationale pers. Een onthulling die niet alleen dierenliefhebbers, maar ook durfkapitalisten deed dromen. “Sedert 2016 zagen we de echte ‘explosie’ van kweekvlees, met veel nieuwe bedrijven en patentaanvragen”, zegt Thorrez. “Vorig jaar is er naar schatting drie miljard dollar geïnvesteerd in de ruime kweekvleessector, zowel voor menselijke voeding als voor dierlijke consumptie. Het is een vrij grote business geworden op slechts een paar jaar tijd.”Ook regulatoir wordt het pad voor kweekvlees wereldwijd geëffend. “Vooral in Amerika, waar een aantal firma’s al toelating hebben gekregen van het voedselagentschap FDA om hun product op de markt te brengen”, zegt Thorrez. “Dit jaar zijn er in Australië en Nieuw-Zeeland ook diverse nieuwe producenten erkend. In Europa is er vooralsnog geen toelating voor de verkoop van kweekvleesproducten, al heeft in 2024 de Franse firma Gourmey een aanvraag ingediend bij het agentschap EFSA. Zij produceren kweekvlees-foie gras.” Men wil een celmassa verkopen als product. Maar spierweefsel, en dus vlees, is wel wat meer dan een hoop cellen op elkaar “Men spreekt op dit moment bij alle toelatingen over tweede generatieprocessen, waarbij men doelt op het oogsten van cellen die men heeft vermenigvuldigd. Men wil dus een celmassa verkopen als product. Maar spierweefsel, en dus vlees, is wel wat meer dan een hoop cellen op elkaar”, waarschuwt Thorrez.Kweekvlees gelijk aan dierlijk vlees? Vandaag nog nietVolgens de strikte definitie is kweekvlees niet te onderscheiden van dierlijk vlees. Een claim die ook door sommige fabrikanten wordt gemaakt, maar die niet klopt. “Ik ken geen enkel product dat vandaag of in de nabije toekomst aan deze strikte definitie voldoet”, zegt Thorrez. “Wanneer we vandaag spreken over kweekvlees, spreken we over een product dat qua smaak en nutritionele eigenschappen lijkt op vlees, met belangrijke verschillen.”“Neem nu de hamburger die in 2013 werd voorgesteld door Mark Post. Hoe is deze gemaakt? Ook al heeft men altijd de mond vol over open en transparante wetenschap, je vindt er weinig info over in wetenschappelijke publicaties”, zegt Thorrez. “Op het internet vind je wel een filmpje waarin hij de productie toelicht. Je ziet een plastic plaatje met daarop stukjes wit weefsel. Dat ziet eruit als de spierachtige constructies die wij maken in ons labo. Die van Post zijn gemaakt uit een bepaald eiwit, maar welk eiwit precies is niet duidelijk. Wellicht gaat het om collageen of fibrillen. Je kan deze cellen vermeerderen om spierachtige constructies te maken, en het eindresultaat is vergelijkbaar met hoe spiercellen zich embryonaal of foetaal ontwikkelen. Maar zulke weefsels – ook degene die we in ons labo maken - zijn niet te vergelijken met de spieren van een werkelijk lichaam.” Een eerste belangrijk verschil tussen kweekvlees en echt vlees, ziet men in de kleur. De tienduizenden kleine spiertjes die Post verwerkt tot een burger, hebben een bleke kleur. “Echte spieren zijn rood, maar deze kleine spiertjes zijn wit. Er zit geen bloed in”, zegt Thorrez. “Als oplossing heeft Post in dit geval bietensap toegevoegd om het vlees een roze kleur te geven. Het weefsel was zeer zacht en had weinig textuur, dus hij heeft ook een vleesbinder toegevoegd, broodkruimels voor de textuur, en smaakmakers zoals saffraan en karamel. Tot slot werd het product opgebakken in boter zodat het ook wat vet bevat. U bepaalt zelf of u dat klasseert als vlees.”Kweekvlees-grondlegger Post is duidelijk optimistischer dan Thorrez. In 2016 liet hij in De Standaard optekenen dat men binnen drie jaar kweekvlees zou kunnen produceren en commercialiseren op grote schaal. De burgers zouden duur zijn maar niet onbetaalbaar, met een prijs van 11 euro per stuk. “Intussen is het 2025 en zijn we er nog altijd niet”, zegt Thorrez. “Posts hamburgers liggen nog steeds niet in de winkel, laat staan dat ze 11 euro kosten.” Echte spieren zijn rood, maar deze kleine spiertjes zijn wit. Er zit geen bloed in Maar hoe maak je kweekvlees dat werkelijk niet te onderscheiden is van het dierlijke product? Volgens Thorrez zijn er een heleboel innovaties voor nodig. “Het moeilijkste van al is het matureren. Dat is de stap waarbij men de heel kleine spiervezeltjes zoals je ze in een embryo vindt, omvormt naar de volwassen spieren van een koe of varken. Bij een varken duurt het een aantal maanden alvorens de spieren voldoende nutritionele spiermassa ontwikkelen. De celmassa van kweekvlees zit qua maturiteit op dag nul. Spieren groeien door beweging, en daar is veel tijd voor nodig. Of dat gaat lukken in een industriële setting is een grote vraag.”Op kleine schaal is het niet onmogelijk. Ook in Thorrez’ labo maakt men toestellen om gekweekte spiertjes te laten samentrekken en ‘trainen’, bijvoorbeeld met behulp van elektrische pulsen. “Gaan we hierin stappen vooruit zetten? Absoluut. Maar gaan we in de eerste paar jaar vlees maken zoals het eruit ziet in een volwassen spier? Dat durf ik niet zeggen.”Aantal celdelingen lijkt niet oneindigEen ander probleem: voor kweekvlees worden stamcellen gebruikt. In elke biopt van een spier kan je deze stamcellen vinden en in een labo doen opgroeien. Maar is dat voldoende? “Tienduizend cellen kunnen we vlot vermeerderen tot zo’n zeshonderd miljoen”, zegt Thorrez. “Dat aantal kan je vergelijken met het aantal cellen in een goeie lap vlees. Als je het equivalent van een volledig dier wil produceren, spreek je over 100 biljoen cellen. En wil je een hele kudde vervangen, dan moet je die cellen verdubbelen. Je moet dus een cel tot veertig keer laten delen om een kudde te vervangen.” Als je een cel te lang in een artificiële omgeving houdt zoals een plastic schaaltje, dan verliest ze de ‘kennis’ om zich om te vormen tot een spiervezel Zijn zulke hoeveelheid celdelingen haalbaar? Eigenlijk wel. Maar dan moet men er ook de neveneffecten bij nemen. “Als je een cel zich te lang laat delen buiten het lichaam, in een artificiële omgeving zoals een plastic schaaltje, dan verliest ze de ‘kennis’ om zich om te vormen tot een spiervezel. En dat gebeurt vrij snel. We hebben dit aangetoond in onze eigen studies, al zijn deze nog niet gepubliceerd. Na slechts een zestal celdelingen zien we een heel groot verlies in de capaciteit om spiervezels te maken”, zegt Thorrez. Hoewel het dus mogelijk is om de cellen voldoende te laten delen, is het een ander verhaal om er vlees van te maken. Ook kweekvlees is een dierlijk productNog een probleem is de vloeistof die men gebruikt om cellen te kweken. “Gangbaar is FBS, fetaal Bovine serum”, zegt Thorrez. “Zoals de naam het zegt, komt dit uit foetale runderen. Kweekvleesproducenten willen dit niet gebruiken, want je hebt er dieren voor nodig. Er loopt onderzoek naar niet-dierlijke alternatieven voor FBS, maar dat kost tijd. Hopelijk komt er dus een alternatief, en ook één dat goedkoper is, want één flesje FBS kost 300 euro.”Een derde obstakel ziet Thorrez in het creëren van geschikte, steriele omgevingen. “Er is een stroming van denkers die geloven dat we onze boerderijen massaal gaan vervangen door kweekvleesfirma’s. Zo makkelijk gaat dat niet. Kweekvlees is een heel andere business dan dieren kweken, al is het maar om de steriliteit. Eén bacterie of één schimmel in je groeiende cellen is voldoende om heel de boel kapot te krijgen.” Misschien komt er morgen iemand met een radicaal nieuwe technologie om kweekvlees te ontwikkelen, maar vandaag blijft het een traag en moeizaam proces Nog een uitdaging is het nabootsen van een echte vleesstructuur. Thorrez verwijst hiervoor naar ‘bioprinters’, of machines die met behulp van bepaalde grondstoffen de dierlijke cellen een overtuigende vleesstructuur geven. “Maar de huidige generaties printen vrij traag”, zegt Thorrez. “Je kan er structuurtjes mee maken van enkele kubieke millimeter groot, maar meer is vandaag niet mogelijk.”Sommige van deze obstakels zullen door de wetenschap ooit wel worden opgelost, maar Thorrez betwijfelt of we dit snel zullen meemaken. “Al weet je nooit natuurlijk. Vooruitgang gaat in sprongetjes”, zegt Thorrez. “Misschien komt er morgen iemand met een radicaal nieuwe technologie om kweekvlees te ontwikkelen, maar vandaag blijft het een traag en moeizaam proces.”Is kweekvlees even gezond?Thorrez sluit zijn uiteenzetting af met enkele promobeelden van kweekvleesfirma’s. Als je de brochures mag geloven zien hun worsten er niet alleen uit als vlees, ze zijn vlees. “Hier heb ik een heel duidelijke mening over: fake news”, zegt Thorrez. “Het is commercieel gezwets.”De voedingswaarde van kweekvlees is grotendeels onbekend terrein. “We hebben dit bestudeerd, samen met UGent, maar we weten er niet veel over”, zegt Thorrez. “Er zijn slechts een beperkt aantal producten op de markt die we kunnen testen. Het weinige kweekvlees dat op de markt is, is qua voedingswaarde helemaal anders dan echt vlees. Denk maar aan ontbrekende peptiden, vitaminen en post-mortemprocessen. Men kan zaken als vitamine D achteraf toevoegen, maar het eindresultaat zou ik geen vlees noemen.” Grote beloftes, weinig bewijsNog een voorbeeld zijn de kweekvlees-chicken nuggets, vandaag op de markt in Singapore. “Deze bevatten een minuscule hoeveelheid spierweefsel en bestaan vooral uit bindweefselcellen omdat spierweefsels moeilijker te maken zijn. Van mensen ter plaatse vernemen we dat deze kweekvleesnuggets slechts in beperkte oplage verkocht worden, eerder als PR-stunt, vooral bedoeld om journalisten te laten geloven in het kweekvleesverhaal.”Een ander voorbeeld is het Belgische kweekvleesbedrijf ‘Piece of Meat’ van ondernemer Dirk Standaert. “Opgericht met 3,6 miljoen euro steun van de Vlaamse overheid”, zegt Thorrez. “Er is mij gevraagd door mensen van Flanders Food om eraan mee te werken, maar ik heb dat geweigerd om diverse redenen. De belangrijkste reden was dat men claims maakte die eigenlijk niet heel eerlijk waren. Het &#039;investor exposé&#039; van Piece of Meat beloofde om in 2023 50 miljoen dollar omzet te halen uit foie gras. In 2025 zou men vlees maken van varkens en kippen en daar 1,4 miljard dollar mee binnen harken.”“De realiteit was ongenadig: dag op dag een jaar later stond in De Tijd hoe Piece Of Meat verkocht werd aan een nóg jongere Israëlische firma voor 15 miljoen euro. De oprichter Dirk Standaert heeft er dus geen slechte zaak mee gedaan, maar hoewel de firma nog enige tijd heeft bestaan onder de Israëlische supervisie, werd de Belgische afdeling midden 2023 afgesloten. Einde verhaal voor Piece of Meat.” Academische onafhankelijkheidThorrez somt nog een aantal andere kweekvlees- en kweekvisbedrijven op. Allemaal maken ze claims die de KU Leuven-prof twijfelachtig vindt, maar de bottom line is efficiëntie. Kweekvleesfaciliteiten die werken volgens de huidige technieken, hebben zeer veel grondstoffen, dure bioreactoren en hoogopgeleide werkkrachten nodig om slechts een minimum aan product te produceren. Ook dit stelt de betaalbaarheid in vraag.“En ik ben misschien een dwaas om dit aan te kaarten, want als ik slim zou zijn, dan zou ik het hoera-verhaal dat we in de media lezen net moeten onderschrijven&quot;, zegt Thorrez. &quot;Als ik dat doe, dan komt er meer geld voor weefselonderzoek en dus ook voor mijn projecten.”“Om nog te eindigen met een bemerking rond academische onafhankelijkheid: kweekvlees leeft vandaag hoofdzakelijk door grote investeerders”, zegt Thorrez tot slot. “Jeff Bezos is daar één van. Nu vind ik het opmerkelijk dat Jeff Bezos en zijn collega-investeerders nu ook universiteiten zijn beginnen sponsoren. Het Imperial College in Londen heeft 30 miljoen dollar fondsen gekregen van Jeff Bezos om de sector te onderzoeken. In welke mate kan een academicus dan nog onafhankelijke uitspraken doen? Ik heb er mijn bedenkingen bij.”</content>
            
            <updated>2025-11-03T21:53:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onrust bij Deense melkveehouders die Bovaer gebruiken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/onrust-onder-deense-melkveehouders-die-bovaer-gebruiken-koeien-vallen-om" />
            <id>https://vilt.be/58164</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bij Deense melkveehouders is onrust uitgebroken na meldingen van gezondheidsproblemen bij koeien die gevoerd werden met Bovaer. Dat middel wordt toegevoegd aan het rantsoen om de methaanuitstoot te verminderen. In Vlaanderen zijn vooralsnog geen gezondheidsproblemen gemeld. De producent benadrukt bovendien dat het product uitgebreid getest is en al drie jaar succesvol wordt ingezet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="methaan" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f7d6f41e-b6af-4e0c-95cc-3c478d7d76f9/full_width_koe-melkvee.jpg</image>
                                        <content>Nadat vorig jaar ook al controverse was ontstaan rond het additief Bovaer in het Verenigd Koninkrijk, is er nu ongerustheid over het middel in Denemarken. De Deense krant Jyllands-Posten sprak met een aantal boeren die aangeven problemen te hebben met het middel. Ze meldden onder meer dat de melkproductie van hun koeien sterk daalde, dat dieren omvielen en in sommige gevallen wegens zwakte zelfs moesten worden geëuthanaseerd.De krant sprak ook met Kjartan Poulsen, voorzitter van de Deense zuivelproducentenvereniging. Hij zegt te worden overspoeld met telefoontjes van boeren die klachten indienen. In Denemarken wordt Bovaer massaal ingezet om de methaanuitstoot te verminderen sinds het middel op 1 oktober 2025 verplicht moet gebruikt worden. Wat is Bovaer?Bovaer is een voederadditief dat aan het rantsoen van runderen wordt toegevoegd om de uitstoot van methaan te verminderen. Het middel werkt in op de enzymen in de maag van de koe die verantwoordelijk zijn voor de productie van het broeikasgas. Volgens de fabrikant DSM-Firmenich, die een patent heeft op de werkzame stof 3-NOP, vermindert het supplement de methaanuitstoot van melkvee gemiddeld met 30 procent en tot 45 procent bij vleesvee. Het additief kan zo bijdragen aan een significante en directe vermindering van de broeikasgasemissie in de veehouderij. Eerder al controverse in Verenigd KoninkrijkBovaer wordt gemaakt van siliciumdioxide, propyleenglycol en de organische verbinding 3-nitrooxypropanol (3-NOP). Door de chemische stoffen in het additief leefde in het Verenigd Koninkrijk de vrees dat het schadelijk zou zijn voor mens en dier. De producent van Bovaer benadrukte toen al dat er sprake was van “nepnieuws” en “misinformatie”.Ook nu wijst het bedrijf in een reactie de geruchten uit Denemarken naar het rijk der fabelen. “Bovaer wordt door 1.400 Deense rundveehouders gebruikt. Tot op heden heeft slechts een handvol boeren zorgen geuit over het middel. Toen deze gevallen werden onderzocht, bleek Bovaer geen factor te zijn.” &quot;Met succes in meer dan 70 landen gebruikt&quot;De producent stelt dat het additief een bewezen effectieve en veilige oplossing is, die met succes wordt gebruikt sinds drie jaar door duizenden boeren in meer dan 25 landen. “Het is beschikbaar in 70 landen, waaronder de Verenigde Staten, de Europese Unie en Zwitserland. De voedselautoriteiten in al deze landen hebben Bovaer onderzocht en bevestigen de veiligheid en de efficiëntie van het middel in het terugdringen van methaan.”Ook in Vlaanderen, waar het middel is toegestaan, zijn vooralsnog geen meldingen van gezondheidsproblemen bij runderen door het gebruik van Bovaer.</content>
            
            <updated>2025-11-03T20:57:36+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[UGent vraagt landbouwprofessionals wat studenten moeten onderzoeken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ugent-vraagt-landbouwprofessionals-wat-studenten-moeten-onderzoeken" />
            <id>https://vilt.be/58165</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Universiteit Gent presenteert een nieuwe reeks landbouwkundige studie-onderwerpen, waar de studenten zich de komende tijd op zullen richten. Deze onderzoekstopics zijn er gekomen via de jaarlijkse ‘Call for Challenges’, waarbij externe partners suggesties konden doen voor bepaalde maatschappelijke of technische uitdagingen. Binnen de landbouwcontext leverde dat een breed palet aan thema’s op, van koolstoflandbouw tot biodiversiteit op recreatieve terreinen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="onderwijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c8e85101-89d3-4a7e-8bd4-334556d0327b/full_width_ugent-onderzoekers.jpg</image>
                                        <content>De studenten van UGent zullen aan de slag gaan rond de thema’s koolstoflandbouw, bodemverbetering, CO₂-opslag in landbouwgronden, de valorisatie van houtige biomassa, hergebruik van reststromen, lokale verwaarding, dierenwelzijn, voederefficiëntie in veeteeltbedrijven, biodiversiteitsherstel op recreatieve terreinen, erosiebestrijding, precisielandbouwtoepassingen en biogebaseerde filtersystemen.&quot;De verzamelde uitdagingen tonen een landbouwsector die volop in verandering is, maar ook kansen biedt&quot;, aldus UGent. &quot;De Call for Challenges vormt daarbij een krachtig instrument om die evolutie te versnellen. Door kennisinstellingen, studenten en praktijkpartners rond één tafel te brengen, ontstaat een dynamiek die de landbouw van morgen vorm kan geven, met wetenschap én werkveld als gelijke partners.&quot;De uitwerking van deze Call for Challenges vindt plaats binnen het vak ‘Geïntegreerd project landbouwkunde’, dat zich richt op landbouwuitdagingen met biologische, technologische, socio-economische en duurzaamheidsfactoren. De onderzoekstopics zijn er gekomen via een uitgebreide bevraging van landbouwers, bedrijven en onderzoeksinstellingen, ondersteund door de UGent/Crelan-leerstoel. De input werd gebundeld in een 40-tal uitdagingen die illustreren hoe breed landbouw en duurzaamheid vandaag met elkaar verweven zijn.“We willen onze studenten laten werken aan échte uitdagingen uit het werkveld”, zegt professor Stefaan De Smet, lesgever aan de UGent. “Zo leren ze de complexiteit van de landbouwsector beter begrijpen. Tegelijkertijd krijgen bedrijven en organisaties frisse ideeën en een wetenschappelijke blik op hun praktijk. Die wisselwerking is bijzonder waardevol.”Meer info over de onderzoekschallenges vindt men hier.Externe partners die een samenwerking willen aangaan, kunnen zich wenden tot info.crelanleerstoel@ugent.be.</content>
            
            <updated>2025-11-04T17:18:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgen grensshoppen voor champagne en A-merken, Nederlanders kiezen voor huismerken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/grenshopbelgen-kopen-a-merken-nederlanders-kiezen-discounters-in-het-buitenland" />
            <id>https://vilt.be/58166</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vandaag geven Belgische huishoudens 2,4 procent van hun jaarlijkse boodschappenbudget uit in de buurlanden. Wie naar de supermarkt gaat over de grens, doet dat vooral uit prijsoverwegingen. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van Yougov. Het onderzoek stelt vast dat grensoverschrijdend winkelen in België zijn hoogtepunt heeft bereikt, maar in Nederland blijft het gestaag toenemen. Bovendien zijn er opvallende verschillen tussen Belgen en Nederlanders in wat ze in het buitenland kopen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="consument" />
                        <category term="supermarkt" />
                        <category term="voedselprijzen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9a06e19a-1aa1-4c09-82f7-137b669ccff0/full_width_supermarktalbertheijn.jpg</image>
                                        <content>Zowel Belgische als Nederlandse consumenten noemen lagere prijzen als de belangrijkste reden om over de grens te winkelen. Sommige producten zijn immers goedkoper in onze buurlanden, en vice versa. In Nederland zegt 64 procent van de respondenten dat het prijsvoordeel hen motiveert, terwijl dit percentage in België 67 procent bedraagt. Een andere belangrijke factor is afstand. Grensshoppen gebeurt logischerwijs vooral door mensen die dichtbij de grens wonen.Belgen kopen champagne en A-merken, Nederlanders verkiezen discountersWat mensen over de grens kopen, verschilt duidelijk tussen Belgen en Nederlanders. Belgen kopen vooral (alcoholische) dranken in het buitenland, terwijl Nederlandse consumenten naast dranken ook persoonlijke verzorgingsproducten kopen. In België zien we ook enkele seizoensgebonden effecten: in september piekt bijvoorbeeld de aankoop van champagne in Frankrijk.Een ander opvallend verschil is de voorkeur voor merkproducten. Belgen kiezen bij het winkelen in het buitenland overwegend voor A-merken, terwijl Nederlandse consumenten hun zuinige reputatie waarmaken. Zij kiezen vooral voor huismerkproducten in buitenlandse winkels. Duitse harddiscounters zijn zo zeer populair bij Nederlandse shoppers. Tanken over de grensIn Nederland is het combineren van winkelen met tanken een gangbare praktijk: 49 procent van de Nederlandse shoppers stopt ook bij een benzinestation, tegenover slechts 9 procent van de Belgische consumenten. Vooral Nederlanders die in het noorden, oosten en zuiden wonen tanken in de buurlanden. In deze regio’s geven ook veel gezinnen aan hun tabak over de grens te kopen.Voor Belgen is tanken in Nederland niet zo interessant. Benzineprijzen zijn doorgaans hoger in Nederland dan in België, en hoger in België dan in Frankrijk. Daarom ook is het geen verrassing dat vooral respondenten in de Belgische provincies Luxemburg, Namen en Luik rapporteren dat ze hun grensoverschrijdend winkelen combineren met een tankbeurt. Grensshoppingtrends blijven stabielOp de zeer lange termijn is het aantal Belgische grensshoppers stabiel gebleven, met enkele logische dieptepunten tijdens de coronalockdowns. Na de lockdowns was er door de voedselinflatie een korte piek in de grensshoppingcijfers. In juli 2023 werd een historisch hoogtepunt bereikt waarbij Belgen 3,2 procent van hun boodschappenbudget in het buitenland spendeerden, maar dat cijfer ligt nu terug op de gebruikelijke 2,4 procent.Grensoverschrijdend winkelen blijft dus een populair fenomeen in België en Nederland, gedreven door prijsvoordelen en slimme combinaties met andere activiteiten, zoals tanken. Maar er is dus wel een duidelijk verschil in wat Belgen en Nederlanders zoal bij hun buurlanden kopen.</content>
            
            <updated>2025-11-04T17:02:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bijna één miljoen vogels afgemaakt vanwege vogelgriep in Duitsland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/-27" />
            <id>https://vilt.be/58167</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Duitsland zijn dit jaar al bijna een miljoen vogels afgemaakt vanwege de sterke opmars van de vogelgriep. Dat meldt het Friedrich Loefflerinstituut (FLI), dat in Duitsland bevoegd is voor dierengezondheid. Daarmee is de verspreiding van de vogelgriep in Duitsland nu al vergelijkbaar met de omvang van het vorige recordjaar 2021.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/67ee5070-a7b5-4f72-ad1a-da969ac75828/full_width_vogelgriepuitbraaknederlandsesterns-twitterroelfhovinga-1250.jpg</image>
                                        <content>Het H5N1-virus is sinds september aan een hevige opmars bezig in Duitsland. Al 66 pluimveebedrijven werden getroffen. Sommigen daarvan hadden een aanzienlijke omvang waardoor bijna één miljoen kippen al geruimd moesten worden. Daarnaast werden ook al 300 dode wilde dieren teruggevonden die besmet waren met het virus. Wordt recordjaar 2021 geëvenaard?Volgens het FLI zijn de cijfers vergelijkbaar met die van het jaar 2021. Toen werden uiteindelijk 286 pluimveebedrijven, dierentuinen en particuliere bedrijven getroffen en twee miljoen dieren moesten worden afgemaakt. Als de besmettingsgolf zich tegen hetzelfde tempo voortzet, kunnen er voor 2025 gelijkaardige cijfers verwacht worden, aldus het instituut.Alleen al afgelopen weekend werden ongeveer 15 nieuwe besmettingsgevallen gemeld op pluimveebedrijven. Volgens berichten hebben de meeste uitbraken tot nu toe plaatsgevonden in Nedersaksen. Daar zijn inmiddels 30 bedrijven getroffen.&amp;nbsp;n Brandenburg zijn volgens het Friedrich Loefflerinstituut 11 veehouderijen getroffen, in Mecklenburg-Vorpommern zeven, en in Sleeswijk-Holstein en Thüringen elk vijf.Verspreiding naar zuidwesten?&quot;We hebben in 2025 al heel vroeg te maken gehad met de besmettingsgolf en nu is het afwachten of die ook eerder afneemt in tegenstelling tot eerdere golven&quot;, aldus een woordvoerder van het Federaal Instituut voor Diergezondheid. Toch hebben de experts van het instituut daar zelf twijfels over, gezien het grote aantal nieuwe besmettingen. Een verschuiving van de verspreiding van de infectie naar het zuidwesten wordt meer waarschijnlijk geacht, aangezien het virus zich verder verspreidt door de herfstvogeltrek” aldus FLI.</content>
            
            <updated>2025-11-04T16:38:20+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse accelerator voor innovatieve landbouwscale-ups wint Europese award]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-accelerator-voor-innovatieve-landbouwscale-ups-wint-europese-award" />
            <id>https://vilt.be/58168</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Uit meer dan 300 inzendingen kreeg het acceleratorprogramma ‘Scale it Agro’ van Start it @KBC goud op de Europese bankinnovatie-awards. Het programma biedt bedrijfjes met innovatieve oplossingen voor de landbouw een platform aan met een breed netwerk van experts en gerichte begeleiding.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/231e3116-8151-449c-9135-d58e2944fb0e/full_width_scaleit.jpeg</image>
                                        <content>Geselecteerde bedrijven binnen ‘Scale it Agro’ krijgen een programma van enkele maanden dat coaching en ondersteuning op maat biedt in verkoop, recrutering en fondsenwerving. Bedoeling is onder meer om concrete problemen, bijvoorbeeld rond fundraising of de vermarkting van een product, te tackelen, maar ook om te putten uit de reeds opgedane kennis en ervaringen van andere start- en scale-ups.320 inzendingen uit 53 landenHet initiatief van Start it @KBC met steun van Agri Investment Fund (AIF), Arvesta, Boerenbond en Cera werd vorig jaar gelanceerd en krijgt nu een internationale erkenning binnen de bankensector voor zijn missie om duurzame en innovatieve oplossingen voor land- en tuinbouw versneld naar de markt te brengen.“We werden als winnaar gekozen uit 320 inzendingen van 130 banken uit 53 landen”, vertelt Lode Uytterschaut, oprichter en CEO van Start it @KBC. “De categorie waarin we wonnen, eert banken die inspirerend zijn in hun benadering van ESG (Environmental, Social en Governance) binnen enerzijds de organisatie, en anderzijds in de ontwikkeling van een passend klantenaanbod. Dat we nu een internationale erkenning krijgen, is een mooie bevestiging voor alle partners die mee hun schouders gezet hebben onder dit project.”Reële en duurzame impact“Met de verschillende invalshoeken en expertises van onze partners hebben we een indrukwekkend agro-ecosysteem opgezet om opschalende bedrijven alle kansen te bieden succesvol de land- en tuinbouwsector te bedienen. Dat is nodig als we een duurzame en rendabele toekomst willen garanderen voor onze landbouwers, en onze voedselvoorziening veiligstellen voor morgen”, aldus Kjell Clarysse, programmamanager van Scale it Agro.</content>
            
            <updated>2025-11-04T17:25:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[OESO: Wereldwijde landbouwinnovatie daalt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oeso-wereldwijde-landbouwinnovatie-daalt" />
            <id>https://vilt.be/58169</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er wordt onvoldoende geïnvesteerd in de wereldwijde landbouw om zijn milieu-impact te beperken. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de OESO. Het rapport analyseert het landbouwbeleid in 54 landen en concludeert dat overheden te veel investeren in verouderde landbouwsystemen en te weinig in duurzame technieken. Bovendien staat de wereldwijde handel en dus ook de voedselzekerheid onder druk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ed3d95a8-2e45-405f-8492-0cac32c8ce33/full_width_onderzoek-bis.jpg</image>
                                        <content>De wereldwijde overheidssteun aan de landbouw blijft boven het niveau van voor de pandemie, namelijk 733 miljard euro per jaar. Toch daalt hij in verhouding tot de totale omvang van de sector. En hoewel de landbouwproductie is toegenomen, houdt de groei geen gelijke tred met de toegenomen vraag naar voedsel.De OESO tekent ook op dat de handel in agrovoedingsmiddelen verstoord wordt door binnenlandse en grensmaatregelen. Nochtans is handel cruciaal voor de mondiale voedselzekerheid, want slechts één land ter wereld is in staat om zichzelf van gezonde voeding te voorzien. Marktverstorende overheidssteunHoewel de overheidsinvesteringen in landbouw met 20 procent gestegen zijn ten opzichte van voor de pandemie, bestaat de helft van dat bedrag (290,7 miljard euro) uit subsidies die de OESO marktverstorend acht, zoals prijssteun om de marktprijs van een product in lijn te houden met de wereldprijzen. Het meeste marktprijsbeleid drijft de binnenlandse prijzen boven het wereldwijde prijsniveau, waardoor consumenten impliciet worden belast.De potentieel meest prijsverstorende vormen van steun waren goed voor 66 procent van alle producentensteun. Dit is vooral het geval in India, waar de OESO 95 procent van alle overheidssteun als marktverstorend acht. Bovendien wordt in de onderzochte landen slechts vijf procent van alle overheidssteun pas gegeven als landbouwers duurzaamheidsmaatregelen nemen die verder gaan dan het wettelijke minimum.De investeringen in landbouwkennis en -innovatie zijn gedaald in verhouding tot de omvang van de sector. Met naar schatting 0,54 procent van de productiewaarde van de sector, liggen deze investeringen ver onder het niveau van voor de pandemie en bedragen ze amper meer dan de helft van wat ze 25 jaar geleden nog waren. Internationale handel onder drukOESO neemt ook de internationale handel onder de loep. Sinds 1997 hebben OESO-landen 130 duurzame handelseisen ingevoerd. Volgens de OESO zijn duurzaamheidseisen in handelsovereenkomsten een goede manier om de wereldwijde milieustandaarden te versterken en het bevordert ook eerlijke concurrentie. Als niet slechts één land of werelddeel maar werkelijk iedereen onder dezelfde (milieu)voorwaarden aan landbouw doet, is er ook een gelijk speelveld voor iedereen. De OESO merkt echter wel op dat zulke handelsvoorwaarden een impact kunnen hebben op kleine producenten en ontwikkelingslanden, omdat deze niet de middelen hebben om te investeren in duurzaamheid.Hoewel onze voedselsystemen steeds afhankelijker worden van internationale handel, staat die handel steeds meer onder druk. Veel producten steken nu meerdere keren de grens over voordat ze de consument bereiken., maar het algemene niveau van handelsbescherming is afgenomen. Agrovoedingsproducten worden steeds meer geconfronteerd met hogere handelstarieven en importlimieten. De wereldwijde handelsoorlogen laten zich dus steeds harder voelen.Lees de volledige studie hier.</content>
            
            <updated>2025-11-04T17:51:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Pootgoedareaal klimt tien procent in 2025 na tekort voorgaande jaren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pootgoedareaal-klimt-tien-procent-in-2025-na-het-zware-tekort-vorig-jaar" />
            <id>https://vilt.be/58170</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Belgisch areaal van pootgoedaardappelen steeg in 2025 met 9,9 procent. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van Statbel, het Belgisch statistiekbureau. “De stijging is niet voldoende om ons eigen Belgisch areaal uit te planten. Er is nog steeds een groot tekort”, duidt pootgoedteler Bart Ryckaert.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8bc3e2bf-0173-410a-ba25-2a959e8b468a/full_width_aardappelveld-potatoeurope-1200.jpg</image>
                                        <content>Aardappeltelers hebben dit jaar tien procent meer areaal aangeplant met plantaardappelen. Daarbij komt het areaal op 3.324 hectare te liggen, een recordaantal. De stijging komt er na een ernstig tekort in 2023, toen was de opbrengst met 63.775 ton bijzonder laag. &quot;2023 kende een bijzonder nat najaar&quot;, duidt Pieter Van Oost, adviseur plantaardige productie bij Boerenbond. &quot;Hierdoor waren er problemen om in 2024 pootgoed te kunnen uitplanten. Het tekort was zodanig groot dat pootgoed met grote maat in twee werd gesneden.&quot;&quot;De kwaliteit van de aardappelen heeft daar onder geleden. Die situatie heeft zijn sporen nagelaten in de sector. Een aantal telers wilden niet opnieuw in zo’n schaarse situatie terechtkomen en zijn daarom zelf hoevepootgoed beginnen te telen. Al is dit niet voor iedereen weggelegd. Het poten van aardappelen is een specialisatie, en vraagt heel wat investeringen en onderzoek.”Volgens Bart Ryckaert is de stijging van tien procent echter niet voldoende om het Belgisch tekort op te vangen. “Hiermee blijven we nog altijd ver verwijderd van zelfvoorziening”, stipt hij aan. “Er moet nog steeds veel geïmporteerd worden uit Nederland.” Onze noorderburen zijn de referentie voor pootgoed, zij bevoorraden de Noordwest-Europese markt. Of het pootgoedareaal volgend jaar de stijgende trend zal doorzetten, daar durft Ryckaert zich niet over uit te spreken. “Een gedeelte van het pootgoed, de licentierassen, worden op meerdere jaren verkocht. Die contracten liggen dus al vast voor 2026. Maar voor de rest zal nog heel veel afhangen van de contractteelt.” Totale aardappeloppervlakte groeit met zeven procentNaast het areaal pootaardappelen steeg eveneens de oppervlakte vroege aardappelen&amp;nbsp;(+47,7%) en bewaaraardappelen (+4,7). In totaal nam het aardappelareaal in 2025 met zeven procent toe tegenover vorig jaar. De toename in vroege aardappelen valt daarbij op in de cijfers. Waar in 2024 5.434 hectare vroege aardappelen werd gezet was dat dit jaar 8.028 hectare. “Hier spelen klimatologische effecten. Na het natte najaar van 2023, kende 2024 een zeer nat voorjaar waardoor het moeilijk was om vroege aardappelen uit te planten. In 2025 waren de omstandigheden dan weer ideaal”, aldus Van Oost. Hij benadrukt ook dat vroege aardappelen slechts acht procent innemen van de totale aardappelteelt.“Voor 2026 zal dat aandeel opnieuw zakken”, verwacht Guy Depraetere. Hij volgt wekelijks de sector op voor het Algemeen Boerensyndicaat (ABS). “Naast klimatologische factoren, wordt de markt van de vroege aardappelen ook gestuurd door het aanbod bewaaraardappelen in de loodsen van de vorige oogst. Als dat aanbod beperkt is, worden er meer vroege aardappelen geplant. Maar door de teruggezakte vraag zijn de voorraadschuren momenteel nog goed gevuld.” Ik verwacht dat Wallonië Vlaanderen in aardappeloppervlakte nog zal voorbijsteken Waalse expansieDe teelt van bewaaraardappelen komt dit jaar met een toename van 4,7 procent op 96.333 hectare. De grootste groei situeert zich in Wallonië. Daar is het areaal met 8,2 procent gestegen. In Vlaanderen bleef de toename beperkt tot 1,5 procent. Die evolutie zorgt ervoor dat Wallonië vandaag bijna evenveel bewaaraardappelen teelt als Vlaanderen.Daar schrikt Depraetere niet van: “Al tien jaar zien we in Wallonië een jaarlijkse areaalstijging. Anders dan in Vlaanderen is daar nog veel ruimte om aardappelen te telen. Voornamelijk graanakkers worden er omgeschakeld.” Volgens hem is het ook geen tijdelijke trend. “Er komen steeds meer bewaarschuren bij waarbij er geïnvesteerd wordt met een langetermijnvisie. Ik verwacht dat Wallonië Vlaanderen in oppervlakte nog zal voorbijsteken.”Zowel Van Oost als Depraetere verwachten dat het aardappelareaal volgend jaar andere cijfers zal tonen dan nu. “Voortgaand op de huidige prijsvorming zullen er naar mijn inzicht veel minder aardappelen geplant worden”, aldus Van Oost.Hoge opbrengst verwachtHet geplante areaal geeft op zich nog geen volledig beeld van de uiteindelijke opbrengst. Die is ook sterk afhankelijk van het weer. Statbel bracht er nog geen indicatie van, maar volgens schattingen van proefcentrum Viaverda zal dit 16 procent hoger liggen dan vorig jaar. Daarmee zou België een opbrengst van 4,96 miljoen ton aardappelen noteren.</content>
            
            <updated>2025-11-05T15:01:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Werknemers Clarebout krijgen 'patattenpremie' op hun rekening gestort]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/werknemers-clarebout-krijgen-patattenpremie-op-hun-rekening-gestort" />
            <id>https://vilt.be/58171</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nu Clarebout Potatoes definitief is overgenomen door de Amerikaanse concurrent Simplot, krijgt het personeel een premie gestort. Dat bevestigt Clarebout-woordvoerder Raphael Tassart.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ddf07278-d479-4d0b-aafd-b7385b1848b8/full_width_aardappelverwerkingagristo.jpg</image>
                                        <content>Over die premie ontstond begin oktober een stevig sociaal conflict bij de producent van diepvriesfrieten. Nadat bekend raakte dat het bedrijf zou worden overgenomen in een vermeende miljardendeal, wou het personeel een deel van de koek onder de vorm van een &#039;patattenpremie&#039;. Het werk in de verschillende sites in West-Vlaanderen, Henegouwen en Duinkerke in Frankrijk werd er weken neergelegd.Een voorstel tot een premie door eigenaar Jan Clarebout werd door het personeel als onvoldoende bestempeld. Een sociaal akkoord kwam er niet en de stakingsacties hielden uiteindelijk wel op. Het bedrijf beloofde alsnog de premie te geven aan de werknemers.Nu de Amerikaanse overname definitief is, zal ook de &#039;patattenpremie&#039; gestort worden naar de werknemers. Dat bevestigt de woordvoerder van Clarebout. Concreet krijgen de 3.000 werknemers als basispremie 500 euro netto. Vanaf 10 jaar carrière wordt dat omhoog getrokken naar 750 euro en vanaf 20 jaar gaat het om een bedrag van 1.000 euro.</content>
            
            <updated>2025-11-04T20:49:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoe proper zijn mijn bakker en slager? FAVV publiceert inspectiescores met “Food Hygiene Rating”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoe-proper-is-mijn-bakker-favv-publiceert-inspectiescores-online-met-food-hygiene-rating" />
            <id>https://vilt.be/58172</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Voedselagentschap heeft de “Food Hygiene Rating” (FHR) gelanceerd. Dit is een <a href="https://fhr.favv-afsca.be/nl" target="_self">online tool</a> waarmee gebruikers de inspectieresultaten van voedingszaken kunnen raadplegen. Het gaat hier om restaurants, traiteurs, maar ook bakkers, slagers, kruidenierszaken en zelfs hoevewinkels.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8627846d-65a9-47ab-9c12-16b66beded48/full_width_broodbakker-1280.jpg</image>
                                        <content>Volgens het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) moet de publicatie van de resultaten bijdragen tot een groter consumentenvertrouwen in de Belgische voedselveiligheid. Het gros van de winkels of horecazaken scoren ‘goed’ of ‘zeer goed’. Een winkel of horecazaak die bij zijn laatste inspectie als resultaat ‘gunstig’ of &quot;gunstig met opmerkingen&quot; behaalde, krijgt de score ‘Zeer goed’. Een bedrijf dat een ‘ongunstig’ resultaat behaalde maar dit bij hercontrole kon rechttrekken, krijgt de score ‘goed’. Niet elke inbreuk is gelijkDiverse ondernemingen krijgen het label ‘te verbeteren’. Dat zijn ondernemingen waar een ongunstige controle ook bij hercontrole geen verbetering kon aantonen. Dit leidt tot een proces-verbaal van de controleurs. Moeten zo’n winkels dan niet sluiten? “Een gedwongen sluiting doen we enkel wanneer er een acuut risico is voor de gezondheid van de consument”, zegt Hélène Bonte van het FAVV. “Dat risico kan ook door een opeenstapeling zijn van vaststellingen die we doen. Ongedierte op plaatsen waar voeding wordt bereid of opgeslagen, temperaturen die absoluut niet in orde zijn, of andere hygiënische vaststellingen. Sommige items op onze checklist wegen harder door dan andere.”Het FAVV werkte tijdens de ontwikkeling van de toepassing nauw samen met alle betrokken sectoren en belangenorganisaties voor consumenten en ondernemingen in de voedselketen. De online zoektool is nu beschikbaar, zowel voor consumenten als professionals. Klanten kunnen zien of hun restaurant de regels nauw naleeft, ondernemingen kunnen bijvoorbeeld nagaan of hun leveranciers beschikken over een toelating of een erkenning en dus gekend zijn bij het FAVV. Voor inspecteurs betekent de toepassing een snellere toegang tot relevante informatie wanneer ze op het terrein aan het werk zijn.De restaurants en winkels die nog niet zijn gecontroleerd, krijgen ook geen score.  Transparante informatie voor iedereen“Voedselveiligheid begint bij toegankelijke informatie voor iedereen,” zegt Christine Romeyns, gedelegeerd bestuurder van het FAVV. “We willen de interactie met het FAVV eenvoudiger, transparanter en efficiënter maken voor iedereen die een rol speelt in de voedselketen, van producent tot consument.&quot;Federaal minister Clarinval noemt de tool een “erkenning” voor de zaken die het goed doen. Deze online tool is de eerste concrete realisatie binnen het programma &#039;Digitale Transformatie FAVV-AFSCA&#039;, dat het FAVV de komende jaren volledig digitaal wil transformeren. De toepassing wordt gefinancierd via een Europese subsidie in het kader van het Nationaal Plan voor Herstel en Veerkracht.Consumenten kunnen de lijst raadplegen op deze link. Ook de lijst voor professionelen is raadpleegbaar op de website van het FAVV.</content>
            
            <updated>2025-11-05T18:11:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Agentschap Landbouw en Zeevisserij waarschuwt: “Geef stallen en gebouwen correct aan in verzamelaanvraag”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/agentschap-landbouw-geef-stallen-en-gebouwen-correct-aan-in-verzamelaanvraag" />
            <id>https://vilt.be/58173</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf de volgende Mestbankaangifte bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) moeten landbouwers bepaalde diergegevens per stal doorgeven. De stallen worden overgenomen uit de verzamelaanvraag. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij roept veehouders op om zeker voor 31 december 2025 na te kijken of men de de stallen correct heeft aangegeven in de verzamelaanvraag. Hier worden immers geregeld fouten op gemaakt en dat kan leiden tot problemen bij de Mestbankaangifte.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2418716e-429c-4d8c-b408-5af595bb7cd2/full_width_hens-melkveestal-ii.jpg</image>
                                        <content>In de verzamelaanvraag van sommige veehouders blijken niet alle stallen correct aangegeven te zijn. Volgens het Agentschap gebeurt het vaak dat gebouwen verkeerdelijk worden aangeduid als loods (code 12) en niet als stal. Bovendien worden nieuwe stallen soms niet aangegeven, afgebroken stallen worden soms niet geschrapt, en anderen geven per abuis hun hele erf aan als één gebouw.Het Agentschap roept veehouders dus op om de verzamelaanvraag 2025 nog voor het einde van dit jaar na te kijken, en alle stallen correct aan te duiden met ‘code 11’. In de kolom moet men zowel de perceelsnaam als een duidelijke stalnaam ingeven, zodat deze gemakkelijk terug te vinden is bij de mestbankaangifte. Er is haast bij, want na 31 december 2025 zijn aanpassingen aan de verzamelaanvraag niet meer mogelijk.</content>
            
            <updated>2025-11-06T15:23:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Productie bij CNH in Zedelgem op historisch dieptepunt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/productie-bij-chn-op-historisch-dieptepunt" />
            <id>https://vilt.be/58174</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De malaise in de agrarische machinebouw in Vlaanderen is nog niet ten einde. CNH in Zedelgem stevent af op een historisch lage productie. “We produceren nu acht dorsmachines per dag, waar dat er twee jaar geleden nog 14 waren”, klinkt het. Geopolitieke spanningen, een onzeker investeringsklimaat en lage graanprijzen worden als reden aangevoerd. “We verwachten dat de vraag in 2027 weer aantrekt.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkerbouw" />
                        <category term="mechanisatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8f7f6f00-9fc2-4502-bb2a-6e6ddc804a5b/full_width_new-holland-combine-entering-the-in-line-test-booths-at-zede-660143.jpg</image>
                                        <content>Eerder dit jaar gaf technologiefederatie Agoria aan dat het verwachtte dat de dip in de verkoop van landbouwmachines achter de rug was. Na twee goede jaren kende de sector vorig jaar een flinke terugval. De voorspellingen van Agoria zijn voor CNH uit Zedelgem niet uitgekomen. “We hebben een historisch lage productie”, vertelt Tom Verbaeten, Chief Supply Chain Officer van CNH en voormalige plantmanager.CNH specialiseert zich in Zedelgem in de productie van balenpersen, hakselaars en vooral maaidorsers die de hele wereld over gaan. In 2024 lanceerde het bedrijf zijn vlaggenschip, de CR11, die zo&#039;n 100 ton graan per uur kan dorsen. In de fabriek in Zedelgem werken 2.500 mensen en gingen in 2023 nog 2.600 maaidorsers op jaarbasis de deur uit. In 2025 stevent de fabriek af op een productie van 1.600 exemplaren, iets minder dan in 2024.Verbaeten voert een aantal redenen aan voor deze stevige terugval. “2022 en 2023 waren zeer goede jaren en hebben we veel dorsers verkocht. Dat heeft enerzijds de honger van landbouwers gestild, maar anderzijds zien we de impact van lage graanprijzen en de geopolitieke spanningen in de wereld. Hierdoor is er sprake van een ongunstig investeringsklimaat en stellen boeren de aankoop van een dure machine uit.” &quot;In 2027 weer groei&quot;De machinebouwer verwacht ook volgend jaar geen grote veranderingen en een magere afzet. Maar omdat de wereldbevolking gevoed moet worden, zullen ook de investeringen in landbouwmachines op termijn weer op gang komen. “Als je de verkoop over meerdere jaren ziet, is die eigenlijk stabiel. Op basis van deze historische cyclus verwachten wij dat de vraag in 2027 weer aantrekt”, vervolgt Verbaeten.In de tussentijd werkt de machinebouwer aan zijn productieproces. Niet alleen productinnovatie vergroot de concurrentiekracht van de machinebouwer, ook de optimalisatie van het productieproces is van groot belang. “In landen als China en India gaan de technologische ontwikkelingen heel snel en staat men ver op het gebied van digitale, volautomatische productie. Wij moeten ook mee in deze ontwikkeling, anders verliezen we de slag”, aldus Verbaeten. Efficiëntere, slimmere productie door samenwerkingWij bezochten de landbouwmachinebouwer bij de presentatie van de resultaten van het zogenaamde Accelerator-project. Dat project, waaraan nog vijf grote Vlaamse maakbedrijven meewerkten, ontving steun van de Vlaamse overheid en werd gecoördineerd door Flanders Make (kennisinstelling voor de maakindustrie, red.). Doel van het driejarige project, dat nu officieel ten einde is, was gezamenlijk stappen zetten in slimme, digitale en geautomatiseerde productie.Verbaeten legt uit: “In China, maar ook in landen als Turkije en India, komt de groeiende concurrentie vaak uit nieuwe fabrieken, greenfields, waar het makkelijker is om geautomatiseerde productielijnen met een hogere productiviteit op te zetten. Bij ons gaat het om een transformatie van de bestaande productie, waarbij je beperktere vooruitgang boekt op het gebied van efficiëntie en de return on investment dus lager is.”&amp;nbsp; Het Accelerator-project is bedoeld om deze hogere investeringskosten in ons land te drukken door samenwerking tussen maakbedrijven. “Innovaties die bij de deelnemende bedrijven ontwikkeld zijn, kunnen gekopieerd worden bij andere maakbedrijven. Omdat er geen research en development meer nodig is, liggen de kosten dan veel lager”, legt de topman van CNH uit.Deelname aan het Accelerator-project door CNH is niet louter altruïstisch. “Wij hebben ook baat bij een sterke maakindustrie in Vlaanderen. Veel van onze onderdelen komen van Vlaamse leveranciers die ook te maken hebben met concurrentie uit landen als China”, aldus Verbaeten.Een sterke maakindustrie in Vlaanderen creëert volgens hem een ecosysteem waar CNH ook van kan profiteren. Sterker nog, het is dat ecosysteem en de productiesite in Zedelgem, in combinatie met een eigen research- &amp;amp; developmentafdeling, die de kracht van de site bepaalt. “Wij hebben alle specialisten en kennis, die in 100 jaar is opgebouwd, hier in huis. Deze productie verplaats je niet zomaar naar lageloonlanden”, klinkt het. Chinezen voorblijvenAlhoewel er grote stappen worden gezet in landen als China, ervaart CNH vooralsnog geen concurrentie uit die hoek. “Wij hebben nog geen last van concurrentie uit China zoals in de westerse automobielindustrie. Mogelijk dat de eerste Chinese tractoren zich in Europa ook aandienen, maar op het gebied van maaidorsers produceren de Chinezen vooral kleinere exemplaren die afgestemd zijn op de lokale markt. Maar om hen voor te blijven, moeten we flinke stappen vooruit zetten en een grotere efficientie van onze fabriek nastreven”, besluit Verbaeten.</content>
            
            <updated>2025-11-07T13:36:27+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zowel varkens- als rundveestapel blijft afnemen in 2025]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/varken-en-rundveestapel-blijven-afnemen-in-2025" />
            <id>https://vilt.be/58175</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In mei 2025 telde België 2,2 procent minder varkens dan in mei 2024. Dat blijkt uit de voorlopige landbouwcijfers van Belgisch statistiekbureau Statbel. De rundveestapel daalde nog sterker, met 5,7 procent. Statbel wijt dit onder meer aan het blauwtongvirus, maar uiteraard ook aan beleidsmaatregelen zoals de reductie van de stikstofuitstoot.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b1ff59cf-ef24-4038-92fe-f90e359d97e2/full_width_bigvarken.jpg</image>
                                        <content>Twee miljoen varkens minder op 25 jaar tijdDe varkensstapel is gedaald, maar niet over de hele lijn. Het aantal biggen van minder dan 20 kilogram daalde slechts licht met 0,6 procent. Het aantal mestvarkens nam af met 2,8 procent, maar niet in elke categorie was er een afname. Zo steeg het aantal varkens van 20 tot 50 kilogram met 8,4 procent, en dat van varkens boven 110 kilogram zelfs met 33,9 procent. Statbel ziet een mogelijke verklaring voor deze stijging in de gunstige varkensprijzen van mei 2025.Dat het totale aantal varkens toch daalt, komt onder meer door de sterke daling van 12,7 procent bij mestvarkens van 80 tot 110 kilogram. Bij de fokvarkens werd een daling van 3,5 procent vastgesteld. Die daling geldt voor alle categorieën, behalve bij de voor het eerst gedekte zeugen, die licht stegen met 0,6 procent.De varkensstapel blijft dus ook dalen. Waar België in 1999 nog 7,4 miljoen varkens in de stallen had, zijn het er vandaag twee miljoen minder. Rundveestapel sterk gedaald op één jaar tijdDe Belgische rundveestapel kromp in mei 2025 met 5,7 procent. Statbel wijt dit zowel aan factoren zoals het blauwtongvirus als aan de verplichte stikstofedructie. Vooral runderen jonger dan één jaar (-10,7%) zijn afgenomen. Toch zijn er ook een aantal stijgingen: het aantal vaarzen van meer dan twee jaar voor vleesproductie steeg met 6,2 procent en het aantal fokvaarzen van meer dan twee jaar steeg met 5,3 procent. Het aantal zoogkoeien daalde met 6,8 procent en het aantal melkkoeien met 3,8 procent.De Belgische rundveestapel daalt intussen al enkele jaren op rij. Tussen 2023 en 2024 is de omvang van de veestapel met nog eens 4,1% gedaald.900.000 runderen minder op 25 jaar tijdWaar België aan het begin van de eeuwwisseling nog meer dan 3,04 miljoen runderen had, ligt het officiële cijfer van 2024 op slechts 2,15 miljoen. Zowel in Vlaanderen als Wallonië was er een forse daling. Rond 2008 had Wallonië zelfs even meer runderen dan Vlaanderen, maar dat is vandaag niet meer het geval.En wie koeien zegt, zegt ook melk. In vergelijking met de afgelopen vijf jaar (periode 2019-2023) produceerden de Belgische zuivelbedrijven in 2024 meer kaas (+25%), meer verse zuivelproducten (+10%) en meer ingedikte melk en wei (+7%), meldt Statbel. Er is dus meer verwerking, maar het aantal liter opgehaalde koemelk is fors gedaald. De maandelijkse melkproductie in 2025 ligt volgens de voorlopige cijfers 20.000 liter lager dan de voorbije twee jaar. Een daling van ongeveer vijf procent. Hoewel de productie van verse zuivelproducten in zijn totaliteit dus toeneemt, zien we een afname bij consumptiemelk. Afname zal zich blijven voortzettenVoor wie de dierlijke sectoren al even volgt, zijn deze cijfers geen verrassing. In juli 2025 voorspelde het Agentschap Landbouw en Zeevisserij aan de hand van een enquête bij veehouders dat meer dan een derde van de varkensbedrijven niet meer zal bestaan tegen 2030. Bij melkveebedrijven gaat het om een vijfde, bij vleesveebedrijven gaat het om een kwart. Die “natuurlijke afvloeiing” van veehouders zal logischerwijs bijdragen tot de stikstof- en klimaatdoelen, maar doet wel vragen rijzen over onze inlandse voedselproductie.Er zullen meer stoppers zijn in Wallonië dan Vlaanderen, omdat vooral de kleinere bedrijven er de brui aan geven. Het Agentschap voorspelt dat België in 2030 16 tot 23 procent minder varkens zal hebben dan in 2024. De daling van methaan- en lachgasemissies gebeurt evenredig met hetzelfde percentage. De daling van ammoniakemissies zal nog groter zijn, omdat vooral de bedrijven zonder ammoniakemissiearme stallen zullen stoppen met varkens. Bovendien is er de vergrijzing. De gemiddelde leeftijd van de Vlaamse landbouwers blijft toenemen. De gemiddelde Vlaamse landbouwer die een bedrijf leidt, is vandaag 56 jaar oud. Vijftien jaar geleden was dat nog 52 jaar. Van de landbouwers ouder dan 50 heeft slechts 14 procent een vermoedelijke opvolger.Ook het aantal rundveebedrijven en het aantal runderen zal afnemen, maar deze trend is minder uitgesproken. Twintig procent van de melkveebedrijven geeft aan te willen stoppen tegen 2030, tegenover 25 procent van de vleesveebedrijven. Maar bij de melkveehouders ziet een kwart van de bedrijven anderzijds het aantal dieren op het bedrijf toenemen. Daardoor zal de melkveestapel met slechts zes procent verminderen, terwijl het bij de vleesveestapel eerder tien tot vijftien procent zal zijn.15 miljoen meer kippen op 25 jaar tijdDe enige dierlijke sector waar de veestapel voorlopig niet lijkt af te nemen, is de pluimveesector. De pluimveestapel is de afgelopen decennia gevoelig gestegen, van 40,6 miljoen stuks in 2000 tot 55,6 miljoen dieren in 2024. Recent kwam ook aan het licht dat varkens- en rundveehouders op zoek naar toekomst na het stikstofdecreet durven overwegen om over te stappen naar pluimvee, al blijft het aantal dat effectief de overstap maakt, alsnog beperkt. Boerenbond: We zien tendens niet kerenBoerenbond ziet de sector met lede ogen inkrimpen. &quot;Dit is een tendens die we niet meteen zien keren. We zien over het algemeen een dalende lijn in het aantal landbouwbedrijven, wat zich dan uiteraard ook doorzet in een verminderd aantal dieren aangezien er weinig opvolging is binnen de sector&quot;, zegt woordvoerder Gerrit Budts. &quot;Bijkomstig zijn er ook heel wat regelgevingen die ervoor zogen dat het aantal dieren verder zal dalen. Wat betreft de varkenssector zullen we in de cijfers stilaan de gevolgen van de uitkoopregeling in de varkenssector beginnen zien.&quot; Daarnaast stelt Boerenbond ook een daling van de export van biggen naar Spanje vast. &quot;De vraag vandaar is minder groot geworden. De reden daarvoor is dat de zware PRRS-uitbraak die er een paar jaar geleden was en vooral in de zeugenhouderij voor grote problemen zorgde, nu onder controle is. De biggenproductie komt er dus terug op peil en dat voelen we hier. Daardoor zien we een stijging van de jonge vleesvarkens. De stijging van het aantal varkens in de categorie boven de 110 kg is te verklaren doordat de varkenshouders hun varkens zwaarder &amp;nbsp;afleveren.&quot;Wat betreft de rundveesector volgt Boerenbond de redenering van Statbel. &quot;Er is uiteraard de daling door dierziekten zoals het blauwtongvirus dat in de zomer en het najaar van 2024 veel schade aanrichtte, vooral omdat er problemen waren met vruchtbaarheid door blauwtong waardoor het afkalfspatroon meer verschoven is naar het najaar 2025&quot;, aldus Budts.</content>
            
            <updated>2025-11-05T20:55:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU-milieuministers willen uitstoot broeikasgassen tegen 2040 met 90 procent terugdringen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-milieuministers-willen-uitstoot-broeikasgas-tegen-2040-met-90-procent-terugdringen" />
            <id>https://vilt.be/58176</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na een dag en een nacht onderhandelen hebben de Europese milieuministers woensdagochtend in Brussel een akkoord bereikt om de uitstoot van broeikasgassen in de Europese Unie tegen 2040 met 90 procent (ten opzichte van 1990) terug te dringen. België heeft zich onthouden bij deze beslissing. Werknemersorganisatie Voka is niet te spreken over het voorstel, dat “de-industrialisering” in de hand zou werken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9fcc99de-66c0-43e2-a209-e8fbbd586994/full_width_europesevlag-europainjebuurt.jpg</image>
                                        <content>&quot;We kunnen nu naar COP30 met een sterke beslissing en we zullen er opnieuw wereldwijd leiderschap tonen&quot;, zo verwees de Deense minister Lars Aagard op de afsluitende vergadering naar de nakende VN-klimaatconferentie in Brazilië. &quot;Tegelijkertijd hebben we de garantie dat de doelstelling geen nadeel voor Europa zal zijn, maar cruciaal voor concurrentiekracht en industriële kracht&quot;.Grotere marge om uitstoot af te kopenHet akkoord bevat wel heel wat toegevingen in vergelijking met het voorstel dat de Europese Commissie in juli op tafel legde. Zo mogen de lidstaten vanaf 2036 niet drie, maar vijf procent van de inspanning leveren via de financiering van projecten die de uitstoot verminderen in derde landen. In de periode van 2031 tot 2035 start er ook al een pilootfase voor het gebruik van deze internationale klimaatkredieten.Terwijl de Europese milieuministers hun compromis over de klimaatdoelstelling voor 2040 presenteerden, werd enkele honderden meters verderop in het Europees Parlement ook voor het eerst gestemd over het voorstel. Daar wou een meerderheid het aandeel van internationale koolstofkredieten wél beperken tot drie procent, wat dus niet is gebeurd. Goed dat er eindelijk een klimaatdoel is, maar ministers openen het achterpoortje nog verder voor landen die te weinig ambitieus zijn &quot;Goed dat er eindelijk een klimaatdoel is, maar ministers openen het achterpoortje nog verder voor landen die te weinig ambitieus zijn&quot;, reageerde Sara Matthieu (Groen). Voor Bruno Tobback (Vooruit) kan 5 procent &quot;nuttig&quot; zijn, maar &quot;het mag geen uitvlucht worden&quot;. &quot;Wie liever investeert in schone productie buiten Europa, moet doen wat hij niet laten kan. Maar wij bouwen liever de jobs, de technologie en de industrie van de toekomst hier in Europa en voor onze burgers.&quot;Net als Matthieu en Tobback steunde ook Yvan Verougstraete (Les Engagés) het standpunt van de Commissie. Bij de EVP, die in verspreide slagorde stemde, onthield Wouter Beke (cd&amp;amp;v) zich. &quot;De tekst die op tafel lag, bood te weinig garanties voor de koopkracht van gezinnen, de concurrentiekracht van onze bedrijven en de toekomst van onze landbouwers&quot;, zegt hij. Kris Van Dijck (N-VA) en Barbara Bonte (Vlaams Belang) stemden tegen. Uitstootrechtenhandel uitgesteldOpvallend ook is dat de lancering van de handel in uitstootrechten in de transportsector en de gebouwen (ETS2) met een jaar wordt uitgesteld tot 2028. Dat maakte strikt genomen geen deel uit van de onderhandelingen, maar een groep lidstaten onder aanvoering van Polen had zich de voorbije maanden steeds ongeruster getoond over de impact op de koopkracht. De Commissie had eerder al flankerende maatregelen beloofd tegen het einde van dit jaar.&amp;nbsp;Uiteindelijk kon het compromis rekenen op de vereiste meerderheid van 15 van de 27 lidstaten die minstens 65 procent van de Europese bevolking vertegenwoordigen. Volgens Aagard ging het zelfs om 21 lidstaten die bijna 82 procent van de bevolking vertegenwoordigen. Polen, Tsjechië, Hongarije en Slovakije konden ook na de versoepelingen niet instemmen. Bulgarije heeft zich onthouden, net als ons land. Dat gebeurde volgens persagentschap Belga voornamelijk op aansturen van Vlaanderen.Aagaard noemt het akkoord &quot;een sterk compromis, het beste wat we konden bereiken&quot;. Volgens de Deense minister is dit akkoord ondanks de toegevingen in lijn met het Europese engagement in het kader van het klimaatakkoord van Parijs uit 2015, dat ervoor moet zorgen dat de opwarming van de aarde onder twee graden Celsius blijft en liefst onder 1,5 graden. Hoekstra: &quot;We doen beter dan VS en China&quot;De EU is steeds een voortrekker in internationale klimaatonderhandelingen geweest, maar tegen de achtergrond van de geopolitieke instabiliteit en de bezorgdheid over de concurrentiekracht van de Europese industrie is het politieke kompas ook op het oude continent aan het schuiven. Zo komt er tegen het jaareinde ook nog een herziening van de uitfasering van benzine- en dieselauto&#039;s tegen 2035.&amp;nbsp;Bevoegd Eurocommissaris Wopke Hoekstra hamerde er echter op dat de EU nog steeds een duidelijke koers vaart en veel meer inspanningen levert dan grotere vervuilers als China of de Verenigde Staten. &quot;Misschien met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk is onze doelstelling nog steeds ongeëvenaard”, stelt hij.Voka: “De de-industrialisering is ingezet&quot;Intussen stromen ook de eerste reacties binnen op de nieuwe klimaatdoelstelling. Werkgeversorganisatie Voka vindt dat dit akkoord aanstuurt op een “de-industrialisering”, in plaats van een transitie. Voka zei eerder al dat &quot;doelenfetisjisme niet noodzakelijk leidt tot versnelde emissiereductie&quot;. In plaats van onrealistische en niet-onderbouwde doelstellingen in 2040 te formuleren, moet Europa net alle zeilen bijzetten om de competitiviteit van ondernemingen te versterken &quot;In plaats van onrealistische en niet-onderbouwde doelstellingen in 2040 te formuleren, moet Europa net alle zeilen bijzetten om de competitiviteit van ondernemingen te versterken. Woorden moeten dringend omgezet worden in daden, want de de-industrialisering is ingezet. Dit betekent niet alleen een enorm welvaartsverlies, maar maakt ons geopolitiek ook zeer afhankelijk en kwetsbaar&quot;, zegt Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van Voka.</content>
            
            <updated>2025-11-05T18:22:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zorgen bij Deense boeren over methaanremmer Bovaer: Vlaanderen ziet geen gelijkaardige problemen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vermeende-problemen-in-denemarken-met-methaanremmer-bovaer-in-vlaanderen-geen-problemen" />
            <id>https://vilt.be/58177</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De voorbije weken is grote onrust ontstaan onder Deense melkveehouders over het gebruik van de methaanremmer Bovaer in het rantsoen. Het middel zou tot gezondheidsproblemen bij de dieren leiden, met zelfs dodelijke slachtoffers. In Vlaanderen, waar zo’n 200 melkveehouders het middel gebruiken, lijkt alles wel vlekkeloos te verlopen en kijkt men vreemd op van het nieuws uit Denemarken. “De beschreven symptomen lijken niet aan Bovaer toegeschreven te kunnen worden. Mogelijk zijn er andere oorzaken,” klinkt het bij ILVO.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="melk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c9e17a03-77bd-4b99-ac39-cd9b795f5cc9/full_width_hand-vol-voer-krachtvoer-orffa.jpg</image>
                                        <content>“Dit moet stoppen, liever gisteren nog dan vandaag,” citeert het Nederlandse vakblad Melkvee een Nederlandse melkveehouder in Denemarken. De Nederlander, Huibert van Dorp, geeft zijn koeien sinds 1 oktober Bovaer, een additief dat de methaanuitstoot van de koeien remt. Sinds hij is gestart met  het geven van het middel, ervaart de melkveehouder gezondheidsproblemen bij zijn dieren. Zo is de gemiddelde melkproductie met 1,5 tot 2 liter gedaald en heeft hij al twee koeien verloren.De Nederlander is één van de vele boeren die de voorbije dagen meldingen deden van gezondheidsproblemen. “Zo’n 1.400 melkveehouders maken sinds 1 oktober gebruik van het middel en in de helft van de gevallen is er sprake van gezondheidsproblemen,” vertelt Kjartan Poulsen, voorzitter van de Deense zuivelproducentenvereniging en tevens voorzitter van de European Milk Board (EMB), een Europese belangenorganisatie voor melkveehouders. 80 dagen verplicht gebruik van BovaerHet gebruik van Bovaer is sinds dit jaar verplicht in de Deense melkveehouderij als middel om de CO₂-uitstoot in de sector te verminderen. “Boeren moeten het minimaal 80 dagen gebruiken dit jaar en velen hebben de opstart uitgesteld tot het najaar,” aldus Poulsen. Dit zou volgens hem kunnen verklaren waarom problemen met het middel juist nu aan het licht komen.De producent DSM ontkent dat de problemen in Denemarken met het middel te maken hebben. Het wijst erop dat er in meerdere landen uitvoerig onderzoek is uitgevoerd naar Bovaer en dat het middel op basis van deze onderzoeken markttoegang heeft tot een hele reeks landen, waaronder ook België. Andere problemen aan de bron?Ook experts twijfelen aan het causale verband tussen de Deense gezondheidsproblemen bij runderen en Bovaer. Nico Peiren was als ILVO-onderzoeker betrokken bij een intensief onderzoek van 18 maanden waarbij op een commercieel bedrijf groepen koeien met Bovaer werden vergeleken met groepen koeien die geen Bovaer kregen. “Hierin en in eerdere experimenten zijn nooit problemen voorgekomen,” aldus de onderzoeker. Van op afstand is het voor hem moeilijk om een inschatting te maken. “Maar mogelijk liggen er andere factoren aan de oorzaak van de gezondheidsproblemen.”Dat is ook de opvatting van de Nederlandse WUR-onderzoeker Jan Dijkstra, die in de Nederlandse vakpers spreekt van “bangmakerij”. “Wellicht kunnen de problemen samenvallen met het voeren van een nieuwe maiskuil. Die gaat vaak te vroeg open: de kuil is dan nog niet stabiel. Hierdoor kunnen ziektekiemen aanwezig zijn.”Ook voerfouten zijn volgens Dijkstra niet uit te sluiten. “De dosering is 60 milligram per kilo droge stof. Dit wordt aan het krachtvoer toegevoegd. Waar gewerkt wordt, worden soms fouten gemaakt, ondanks dat er volop kwaliteitscontroles zijn om dit uit te sluiten.” Peiren heeft zijn twijfels bij deze analyse. “Het middel is wettelijk toegestaan en dus veilig bewezen tot 100 ppm. Zelfs bij een bijna dubbele dosering zouden er geen problemen mogen zijn.”Deense dierenartsen denken dat de oorzaak vooral te maken heeft met een te snelle opstart van Bovaer. Het middel vermindert de methaanproductie in de pens door de microben die methaan vormen te beïnvloeden. Wanneer het middel echter te snel wordt ingevoerd, zou dit evenwicht in de pens verstoord kunnen raken.(Lees verder onder de video) 150 Vlaamse melkveehouders gebruiken BovaerOok in Vlaanderen wordt Bovaer toegepast. Alle expert die VILT contacteerde (DGZ, Boerenbond en Milcobel), hebben geen weet van problemen met het middel. Het aantal melkveehouders dat het middel toedient aan het rantsoen ligt rond de 150. Deze schattingen zijn gebaseerd op het aantal aanvragers van de ecoregeling “Voedermanagement bij rundvee”. Binnen deze ecoregeling gaat het gros van de subsidies naar Bovaer-gebruikers.Bart Schildermans uit Pelt voegt de methaanremmer sinds ruim drie jaar toe aan zijn rantsoen. Behalve een GLB-subsidie ontvangt hij hiervoor ook een premie van zuivelverwerker Danone, aan wie hij de melk levert. “Sinds ik het additief toepas, heb ik nog nooit gezondheidsproblemen ervaren bij de koeien,” vertelt hij.Ook hij stelt dat een mogelijke overdosis misschien de reden kan zijn. “Mineralen zoals koper, mangaan en selenium zijn in grote doses dodelijk voor het rundvee, maar lage doses zijn wel nodig. Datzelfde geldt voor Bovaer. Het is ook de reden dat melkveehouders in België de stof op zich niet in huis mogen hebben. Boeren krijgen het additief bijvoorbeeld via hun leverancier van mineralen, die het inmengt.”</content>
            
            <updated>2025-11-06T16:48:34+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vragen over rol van omgevingsinspectie na afvalschandaal in de Kempen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vragen-over-rol-van-omgevingsinspectie-na-afvalschandaal-in-de-kempen" />
            <id>https://vilt.be/58178</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De afvalzwendel uit de Kempen was al enkele jaren bekend bij de omgevingsinspectie. Haar vaststellingen waren uiteindelijk de basis waarop het parket van start is gegaan. Dat liet minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) in de commissie Leefmilieu weten.&nbsp;Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) plaatst daarbij vraagtekens bij de werking van de milieuhandhaving. Volgens haar toont de zaak aan dat de handhaving en wetgeving faalt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/50ebdf0e-5f0b-4aed-b03d-5e94425cec34/full_width_2-akker.jpg</image>
                                        <content>In een onderzoek naar een georganiseerde afvalzwendel, viel de federale politie eind oktober binnen op meerdere locaties in het grensgebied van België en Nederland. Er zou meer dan 3.000 ton vervuild industrieel zout als meststof verkocht zijn, waarna het op akkers is beland. “Een dergelijke grootschalige afvalzwendel opzetten en in de grond steken, doe je niet op één dag. Dat dit nu pas aan het licht komt, toont dat niet aan dat de milieuwetgeving en vooral de milieuhandhaving faalt”, vraagt Schauvliege zich af. “Wat moet gebeuren om dit te voorkomen?”Ze verwijst naar aanbevelingen die Audit Vlaanderen drie jaar geleden deed over de rol van de Omgevingshandhaving in het PFAS-schandaal. Ze hekelt dat minister Brouns geen antwoord kan verschaffen op haar vraag of deze aanbevelingen ook effectief opgevolgd werden. Daarnaast vraagt ze zich af of er wel voldoende milieu-inspecteurs op het terrein actief zijn. Er zouden bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) zeven voltijdsequivalenten als toezichthouder actief zijn, bij het Departement Omgeving 85. De rol van de omgevingsinspectieVolgens minister Brouns zijn er alvast voldoende handhavers aanwezig op het terrein. Hij benadrukt dat omgevingsinspecteurs vooral een toezichtersrol hebben, opsporingsonderzoek behoort niet tot hun takenpakket. “Dat is de opdracht van het parket. Zij voeren de strijd tegen georganiseerde criminaliteit. De omgevingsinspectie tracht in eerste instantie om schendingen van de milieuregelgeving ongedaan te maken door raadgevingen, aanmaningen en bestuurlijke maatregelen op te leggen”, verduidelijkt hij. “Naargelang de aard van de vaststellingen wordt er uiteraard nauwgezet samengewerkt met andere bevoegde instanties. Dat lijkt me ook de correcte taakverdeling en aanpak.”Wat heeft de omgevingsinspectie gedaan in de Kempen?De afvalzwendel zou al lange tijd bekend geweest zijn bij de omgevingsinspectie waarbij tal van vaststellingen gebeurd zijn bij de betrokken personen. “Er zijn in het totaal 13 pv’s overgemaakt aan het parket. Het is op basis van de vaststellingen van de omgevingsinspectie dat het parket is kunnen overgaan tot een gerechtelijk onderzoek”, verduidelijkt Brouns. De zaak bewijst niet het falen, maar net het succes van de milieuhandhaving Naast het opmaken van de pv’s werden er ook aanmaningen gegeven en bestuurlijke maatregelen opgelegd. “Het zal evenwel niet verbazen dat die slechts beperkt opgevolgd werden door deze criminelen. Dat werd ook door de omgevingsinspectie gemeld aan het parket en dat heeft hun dossier nog verder verzwaard”, aldus Brouns. Hij vindt dat de zaak niet het falen, maar net het succes van de milieuhandhaving bewijst. “De omgevingsinspecteurs hebben een cruciale bijdrage aan het parket geleverd.”Omgevingshandhavingsrapport afwachtenDat de omgevingsinspecteurs correct gehandeld hebben, laat Schauvliege liever in het midden. “Ik hoop dat dit zo is en vertrouw erop dat ze hun best doen, maar ik doe er geen uitspraak over”, klinkt het. “Ik hoop dat we binnenkort het Omgevingshandhavingsrapport ter bespreking krijgen en dat we het kunnen nagaan bij de administratie zelf. Handhaving is het sluitstuk van vergunningen en milieuwetgeving, er moet daarom ernstig op worden ingezet. Ik spoor de minister aan om na te gaan of de inspecteurs talrijk en voldoende gewapend zijn om die handhaving goed uit te voeren.&quot;Schauvliege krijgt ook steun van parlementslid Sanne Van Looy (N-VA) “Het is een heel terechte bezorgdheid. Georganiseerde milieucriminaliteit lijkt geen marginaal fenomeen meer te zijn. Het kan niet dat georganiseerde misdaad sneller de gaten vindt dan dat wij ze kunnen dichten.” Ze roept de minister op om zowel de transparantie als de coördinatie tussen de bevoegde instanties te blijven versterken en in te bedden in het milieuhandhavingsbeleid.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-11-05T22:54:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ventilus: Elia voorziet 100 miljoen euro compensatie voor omwonenden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ventilus-elia-voorziet-100-miljoen-euro-compensatie-voor-omwonenden" />
            <id>https://vilt.be/58179</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoogspanningsbeheerder Elia raamt de totale compensatiekost voor de impact van de nieuwe hoogspanningslijn Ventilus op 70 à 100 miljoen euro.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgeving" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7ec70a49-9568-4edf-b5e6-e2a590882e75/full_width_ventilusprotest.jpg</image>
                                        <content>Ventilus is de nieuwe hoogspanningslijn die Elia in West Vlaanderen wil bouwen om de stroom van de windparken op zee naar het binnenland te vervoeren. De hoogspanningsbeheerder hoopt volgend jaar met de werken te kunnen starten. De totale factuur wordt geschat op 1,6 miljard euro.Compensatie op basis van perimeter en schattingswaarde woningEen deel van Ventilus zal ondergronds lopen, maar over een traject van 21 kilometer zal er een nieuwe hoogspanningslijn worden gebouwd. Andere bestaande lijnen zullen dan weer worden versterkt. Wie in de omgeving van van de nieuwe lijn, een verzwaring van een bestaande lijn of een nieuw hoogspanningsstation woont, komt in aanmerking voor een compensatie. Het bedrag hangt af van de afstand tot de lijn en van de geschatte waarde van de woning. Wie bijvoorbeeld binnen 35 meter van de nieuwe lijn woont, heeft volgens Elia recht op een compensatie van 25 procent van de schattingswaarde van de woning.De hoogspanningsbeheerder schat dat ongeveer 320 woningen in de buurt van de nieuwe hoogspanningslijn in aanmerking komen voor een compensatie, en dat circa 160 woningen compensaties kunnen vragen omdat ze in de buurt liggen van een traject dat wordt verzwaard. Ook bedrijven en landbouwers zullen compensaties kunnen aanvragen.Mensen zullen ook hun woning vrijwillig kunnen verkopen aan Elia. Dat geldt voor wie in de buurt van 100 meter woont van de nieuwe bovengrondse lijn. Elia gaat uit van een honderdtal woningen die voor verkoop in aanmerking komen. Het bedrijf zal die huizen na aankoop weer op de markt brengen.De hoogspanningsbeheerder benadrukt dat de compensatiebedragen een kost zijn voor de firma en daarom ook zullen worden doorgerekend in de elektriciteitsfactuur van iedereen.In 2026 van startHet bedrijf maakte de cijfers bekend naar aanleiding van het openbaar onderzoek naar de omgevingsvergunningsaanvragen dat op 8 november van start gaat. Omwonenden hebben vanaf dan een maand te tijd om opmerkingen of bezwaren in te dien. Om iedereen juist te informeren, zal Elia de komende dagen zeven infosessies voor buurtbewoners geven.&quot;We rekenen erop om in 2026 met de bouw te kunnen starten en Ventilus in 2029 of 2030 in dienst te kunnen nemen&quot;, aldus Markus Berger, chief infrastructure officer van Elia. De omgevingsvergunningen worden begin volgend jaar verwacht.Er lopen wel nog 25 vernietigingsberoepen bij de Raad van State, onder meer van de West-Vlaamse gemeenten Zedelgem, Oostkamp, Ardooie, Izegem, Lendelede en Wingene. Een uitspraak wordt eind dit jaar of begin volgend jaar verwacht.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-11-05T18:35:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Veel interesse bij Limburgse boeren om met houtsnippers van lokale gemeenten bodem te verbeteren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/limburgse-boeren-werken-houtsnippers-in-van-lokale-gemeenten" />
            <id>https://vilt.be/58180</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Limburgse boeren werken houtsnippers in die vrijkomen bij het houtkantenbeheer in de gemeenten Pelt, Peer en Hamont-Achel. De samenwerking is onderdeel van het project Bodemgoud dat vorig jaar gelanceerd is en als doel heeft de bodemkwaliteit te verbeteren. Tot dusver werd op 21 hectare houtsnippers ingewerkt. “Maar de interesse onder boeren is enorm”, klinkt het bij Boerennatuur, één van de projectpartners.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bodem" />
                        <category term="koolstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2e7eb8b3-0a19-4f15-bd74-6c96ff1bc30f/full_width_demo-houtsnippers-boerennatuur.jpg</image>
                                        <content>Een groep boeren en projectpartners van Bodemgoud verzamelde deze week op een perceel in Pelt voor een demonstratie houtsnippers inwerken. “Voor het eerst werd een graduele strooier ingezet. Door middel van een takenkaart die tot stand kwam na een bodemscan van het organische stofgehalte, kan preciezer ingestrooid worden waar de nood aan koolstof het grootste is”, vertelt Jerome Rops van Boerennatuur Vlaanderen.Binnen het project Bodemgoud en&amp;nbsp;met&amp;nbsp;de&amp;nbsp;financiële steun van&amp;nbsp;LEADER&amp;nbsp;Kempen, provincie&amp;nbsp;Limburg,&amp;nbsp;Pelt,&amp;nbsp;Peer en Hamont-Achel&amp;nbsp;hebben&amp;nbsp;sinds augustus 2024&amp;nbsp;al&amp;nbsp;14 landbouwers&amp;nbsp;in Noord-Limburg&amp;nbsp;houtsnippers in de bodem ingewerkt, goed voor&amp;nbsp;ongeveer 21 hectare.Lokale houtsnippers gebruiktVanaf&amp;nbsp;het najaar&amp;nbsp;van&amp;nbsp;2026&amp;nbsp;kunnen&amp;nbsp;ze&amp;nbsp;zelfs houtsnippers uit de eigen gemeente gebruiken dankzij de nieuwe&amp;nbsp;valorisatieketens waarbij houtsnippers uit het gemeentelijk houtkantenbeheer&amp;nbsp;ingezet worden als bodemverbeteraar.&amp;nbsp;“Wanneer dat hout vrijkomt bij het houtkantbeheer, wordt het gesnipperd en opgeslagen bij een landbouwer tot het volgende najaar. Op dat moment kan het in de bodem ingewerkt worden”, aldus Rops. Volgens hem komen er op dit moment meer aanvragen binnen van boeren dan binnen het project verwerkt kunnen worden. “Het inwerken van houtsnippers&amp;nbsp;raakt goed ingebed bij de landbouwers in Noord-Limburg”, constateert Boerennatuur dan ook. “Het is fijn om te zien hoeveel landbouwers interesse hebben in deze techniek die door de opslag van CO2&amp;nbsp;een&amp;nbsp;positieve maatschappelijke impact heeft.&amp;nbsp;We hopen&amp;nbsp;op termijn&amp;nbsp;alle geïnteresseerden de kans&amp;nbsp;te&amp;nbsp;kunnen&amp;nbsp;geven om deze techniek uit te proberen.” Verhogen organische gehalte en CO2 vastleggenHet doel van het project is om het organische stofgehalte in de bodem te verhogen.&amp;nbsp;“Dat zorgt voor een betere bodemstructuur en maakt de bodem veerkrachtiger bij weersextremen zoals natte of droge periodes”, aldus&amp;nbsp;Marijke&amp;nbsp;Gijbels van Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL) dat ook bij het project betrokken is. PVL heeft nulmetingen gedaan voor het instrooien van de houtsnippers en wil de evolutie van de bodemkwaliteit de komende jaren monitoren.Naast het&amp;nbsp;verbeteren van&amp;nbsp;de bodemkwaliteit en ook het vastleggen van CO2 in de bodem,&amp;nbsp;werkt&amp;nbsp;Bodemgoud ook aan het versterken van de landschappelijke kwaliteit van houtkanten.&amp;nbsp;“We beschermen toekomstbomen in houtkanten door ze een verzorgingsbeurt te geven”, klinkt het bij Regionaal Landschap Lage Kempen.</content>
            
            <updated>2025-11-06T18:45:43+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nog geen structureel herstel van grondwaterpeil]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nog-geen-structureel-herstel-grondwaterpeil" />
            <id>https://vilt.be/58181</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ondanks een natte oktober blijven de niveaus van het grondwater overwegend lager dan normaal. Dat blijkt uit de recentste cijfers over de droogte van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Begin november vertoonde 60 procent van de meetplaatsen een lage tot zeer lage grondwaterstand.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="droogte" />
                        <category term="regen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e0446680-a12c-448c-8392-5411694a1a26/full_width_regenwatergrondwaterdroogtegras-uea.jpg</image>
                                        <content>Oktober was somber en op de meeste plaatsen natter dan normaal. Het KMI noteerde in Ukkel 83,6 millimeter neerslag, goed voor 123 procent van wat normaal is. Centraal West-Vlaanderen was het natst, terwijl de omgeving van het Demerbekken en het oostelijke Maasbekken relatief droog bleef.Grondwaterpeil overwegend lager dan normaalToch geldt er voorlopig nog steeds code geel voor droogte.&amp;nbsp;&quot;Door de aanhoudende droogte sinds februari 2025 is het freatische grondwaterpeil structureel nog niet hersteld&quot;, aldus VMM. Begin november registreerden de meetnetten lage tot zeer lage waarden op 60 procent van de locaties. Op 24 procent van de meetpunten was het peil normaal en op 16 procent hoog tot zeer hoog.Debieten wel sterk gestegenDe evolutie van de 14-daags gemiddelde debieten toont aan dat op de meeste meetplaatsen in Vlaanderen de waarden wel sterk zijn gestegen tegenover begin oktober. In 64 procent van de meetstations meet de VMM normale waarden voor de tijd van het jaar. Vorige maand was dat maar 34 procent. 9 procent van de meetplaatsen vertoont lage tot zeer lage waterloopdebieten. Het aandeel hoge tot zeer hoge debieten stijgt naar 27 procent.</content>
            
            <updated>2025-11-06T15:27:51+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boomplantdag: "Door klimaatverandering nog belangrijker je boom in het najaar te planten"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boomplantdag-door-klimaatverandering-nog-belangrijker-je-boom-in-het-najaar-te-planten" />
            <id>https://vilt.be/58182</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) heeft donderdag in Limburg het symbolische startschot gegeven voor de Nationale Boomplantdag van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). De organisatie wil hiermee het belang van groen onder de aandacht brengen en het ideale plantmoment in de verf zetten. De boomkwekerijsector is blij met het initiatief. “De consument is vervreemd van de natuur en plant steeds meer in het voorjaar”, klinkt het. “Maar het beste moment is toch echt het najaar. Zeker met de klimaatverandering die gaande is.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vergroening" />
                        <category term="boom" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee5f156e-d7f7-4202-80ac-2d3027cb2c53/full_width_boomplantdag-brouns.jpg</image>
                                        <content>Samen met de leerlingen van De Zevensprong in Tessenderlo-Ham&amp;nbsp;gaf minister Brouns het startschot voor de Nationale Boomplantdag en plantte hij de eerste boom. “Vergroenen is een collectieve verantwoordelijkheid en het begint op kleine schaal”, zei hij. “Met één boom, struik of vaste plant kun je al het verschil maken. Daarom mijn oproep aan iedereen: plant deze periode extra groen in je tuin, op school of in de buurt en draag zo zelf bij aan een gezonde leefomgeving.”Schaduw, verkoeling en biodiversiteitMet de Nationale Boomplantdag, traditiegetrouw op de tweede zaterdag van november, wil VLAM het belang van groen benadrukken en Vlamingen aanzetten tot het planten van een boom, haag, struik of bloem. “In een tijd waarin steden verharden en natuur schaarser wordt, maakt een boom meer verschil dan ooit. Het zorgt voor schaduw, verkoeling, biodiversiteit en zuurstof. Aanplanting maakt buurten mooier en gezonder”, klinkt het.November is volgens VLAM het ideale moment om te planten. “De bodem is nog warm en vochtig, en dat helpt om goed te wortelen voor de winter. Door te planten in het najaar krijgt het groen de beste start.” Consument plant als het mooi weer isDat wordt benadrukt door Joost De Winter van Boomkwekerij De Winter uit Wetteren. Op 22 hectare teelt de 42-jarige ondernemer laan-, bos- en fruitbomen. Traditioneel vindt het gros van zijn afzet in het najaar plaats, maar de laatste jaren verschuift dat ook richting het voorjaar. Dat heeft veel te maken met een veranderend consumptiepatroon. “De consument is steeds meer vervreemd van de natuur en plant een boom als hij buiten komt om in de tuin te werken. Dat is meestal als het zonnetje begint te schijnen in april-mei.”Dat is volgens De Winter eigenlijk te laat. Zeker in een periode waarin klimaatopwarming zorgt voor langere en hevigere periodes van droogte in het voorjaar en de zomer. “Als je een plant in het najaar plant, kan hij wortelen en zich wapenen tegen een droog voorjaar. Als je hem in het voorjaar plant, is hij niet gewapend tegen droogte en is de kans van slagen aanzienlijk kleiner.”Door de consument te wijzen op het belang van groen en het juiste plantmoment, krijgt de VLAM-actie de brede goedkeuring van de boomkwekerijsector. “Ook voor ons is het najaar het meest geschikte moment om te rooien. In het voorjaar zijn we druk in de weer met snoeien en enten. In het najaar kunnen we ons alleen bezig houden met rooien”, stelt De Winter.Wind in de rug sinds coronaDe Winter is ook voorzitter van de Wetterse boomtelersvereniging, die onderdeel uitmaakt van AVBS. De Oost-Vlaming constateert dat de sector de wind in de rug heeft sinds corona, een periode waarin de consument aan huis gekluisterd was en veel aandacht aan zijn tuin besteedde. Sinds de pandemie uit ons land verdwenen is, is de interesse in groen wel wat verminderd. “Maar het belang van groen wordt steeds meer erkend”, stelt hij.Vorig jaar kende de nodige uitdagingen door de lange regenperiode. Hierdoor viel de vraag van consumenten tegen omdat deze geen geschikt plantmoment vonden. “Verder heeft de grond toen de nodige schade opgelopen omdat we in natte omstandigheden moesten rooien”, aldus De Winter. Dit jaar is voor de boomkweker een stuk stabieler verlopen.</content>
            
            <updated>2025-11-06T21:50:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Markt voor diepvriesproducten zit in de lift, maar Vlaamse verwerkers hebben betere tijden gekend]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/de-markt-voor-diepvriesproducten-zit-in-de-lift-maar-vlaamse-verwerkers-hebben-betere-tijden-gekend" />
            <id>https://vilt.be/58183</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De vraag naar conveniencefood, kant-en-klare maaltijden en diepvriesbereidingen zit stevig in de lift. Dat stelt Pierre-Alexandre Billiet van het retailmagazine Gondola op basis van interviews met experts in de sector. Ondanks deze groeiende markt en rooskleurige vooruitzichten, kennen de Belgische verwerkers van industriegroenten en aardappelen dit jaar mindere tijden. Zo doen heffingen de export stokken en constateren Belgische verwerkers meer lokale concurrentie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="diepvries" />
                        <category term="consument" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/64051b78-365b-4f2c-b935-6407dfe26de2/full_width_diepvrieserwten.jpg</image>
                                        <content>“Consumenten zoeken naar maaltijden en producten die snel klaar en makkelijk te bereiden zijn. Diepvriesproducten beantwoorden perfect aan die behoefte. Ze zijn altijd beschikbaar en dankzij portieverpakkingen gebruik je enkel wat je nodig hebt, wat voedselverspilling helpt te voorkomen”, vertelt Colruyt Group-woordvoerder Clara Geurs in een artikel van het retailvakblad Gondola.In dit artikel wordt gesuggereerd dat de markt voor diepvriesproducten sterk groeit. Vooral groenten en fruit doen het goed. Een veranderend consumptiepatroon, met meer nadruk op conveniencefood zoals kant-en-klare maaltijden, snacks en aardappelproducten, verklaart dit fenomeen. “De coronapandemie en het vele thuiswerken hebben de behoefte aan gemak verder versterkt”, analyseert Mieke De Laat, marketingmanager bij McCain Foods Belgium.Zij vervolgt: “Consumenten grijpen ook sneller naar producten die langer houdbaar zijn. Dat gaf categorieën zoals frieten, aardappelspecialiteiten en sharinghapjes een stevige duw in de rug. Het totale volume diepvriesaardappelen is in het afgelopen jaar gestabiliseerd, maar de oven- en airfryerfrieten blijven sterk groeien”, klinkt het. Importtarieven en concurrentie van verse groentenDe analyse in het Gondola-artikel staat in schril contrast met de problemen bij aardappel- en diepvriesgroenteverwerkers. De aardappelverwerkers zien hun verkoop onder meer stokken door de opkomst van lokale productie in Aziatische landen. Bij Vegebe dat de verwerkers van industriële groenten verenigt, krijgen we te horen dat importtarieven en concurrentie van verse groenten verstorend werken. “We merken dat de importtarieven in bepaalde markten tijdelijk voor enige voorzichtigheid kunnen zorgen, terwijl de verse markt dit jaar uitzonderlijk scherp geprijsd was.”Deze context beïnvloedt volgens de sectorfederatie “tijdelijk” de verkoop bij industriële groenteverwerkers. “Er verandert niets aan het algemene consumptiepatroon. Diepvriesproducten blijven een praktische, betrouwbare, gezonde, kwalitatieve en smaakvolle keuze die perfect aansluit bij de vraag naar gemak, versheid en beschikbaarheid doorheen het hele jaar”, klinkt het. &quot;Nieuwe prijsdaling is verkeerde stap&quot;Bij Ingro, de coöperatie van industriële groentetelers in Vlaanderen, hopen ze dat deze conclusie zal doorwegen in de prijsonderhandelingen. Volgende maand starten traditioneel de gesprekken over de prijzen en contracten in de industriële groenteteelt. Luc De Waele van Ingro verwacht dat de verwerkers deze tijdelijke situatie en de economische conjunctuur zullen aangrijpen om de prijzen te drukken. De voorbije jaren is de prijs voor de meeste groenten gestegen, een stijging die volgens De Waele broodnodig was. “Een nieuwe prijsdaling zou een verkeerde stap zijn. We moeten onze teelten hier behouden, zodat er op lange termijn nog voldoende groenten kunnen worden aangeleverd.”Volgens Pierre-Alexandre Billiet, CEO van Gondola, sluiten de groeiende vraag naar diepvriesproducten en de stokkende vraag wereldwijd elkaar niet uit. “Wij hebben vooral de situatie in Europa onder de loep genomen. Ook in het buitenland zie je groeiende interesse in kant-en-klare maaltijden, maar tevens zie je de trend dat retailers dit met lokale productie willen invullen. Lokale bevoorrading in combinatie met import uit het buitenland verkleint het risico dat supermarkten zonder product komen te zitten.”Ook Christophe Vermeulen van Belgapom bemerkte eerder de groeiende concurrentie van lokale verwerkers in bijvoorbeeld Aziatische landen. Dat betekent niet dat de Belgische bedrijven potentieel uitgespeeld zijn op wereldniveau. Er zit volgens Vermeulen enorm veel kennis in de Belgische sector, waarbij het zaak is om nieuwe niches aan te boren. Hij gaf het voorbeeld van de oven- en airfryerfrieten: “Verwerkers slagen er steeds beter in om ook in dit segment verbeteringen aan te brengen, bijvoorbeeld op het gebied van de krokantheid van de friet.”</content>
            
            <updated>2025-11-12T17:38:54+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Retailexpert scherp voor 2+5 gratis-actie van Albert Heijn: "Dit maakt de markt kapot"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kapotmakerij-van-de-markt-hoe-albert-heijn-met-een-juridisch-trucje-onder-de-prijs-verkoopt" />
            <id>https://vilt.be/58184</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De belofte van een “onmisbare promo” lonkt wel elke week in de folder van een supermarkt, maar het gebeurt slechts zelden dat men ermee de krantenkoppen haalt. Toch is dat het geval voor Albert Heijn en Colruyt, die elkaar bestrijden met een ongeziene ‘2+5 gratis’-actie. Opmerkelijk, want in België is het verboden om producten met verlies te verkopen. Worden deze producten doorgaans dan aan een veel te hoge prijs verkocht, of is er meer aan de hand?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="supermarkt" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="prijs" />
                        <category term="voedselprijzen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7282af5b-2153-462f-b714-bc235c042801/full_width_albert-heijn-ghelamco.jpg</image>
                                        <content>Albert Heijn treedt de Belgische retailwetgeving niet met de voeten, maar omzeilt ze wel. En hoewel de consument vooral gelooft te profiteren van deze mooie koopjes, zal aan het einde van de rit vooral de supermarkt winnen. Retailexpert Silvie Vanhout van Gondola ziet de “race to the bottom” met lede ogen aan. “Albert Heijn mag niet verkopen met verlies, tenminste, als ze hun aankopen in België doen”, zegt Vanhout. “Maar ze doen hun aankopen in Nederland en daar mag je wél met verlies verkopen. Het is dus volkomen wettelijk, maar je kan erover discussiëren.”&quot;Ongeziene actie&quot;Hoewel acties als &#039;1+1 gratis&#039; zo oud zijn als de straat, noemt Vanhout deze promoactie “ongezien”. “De laatste gelijkaardige actie was in 2019, met de actie ‘1+2 gratis’ voor diverse producten”, zegt Vanhout. “Toen heeft Albert Heijn de economische inspectie over de vloer gekregen en werd er effectief een boete opgelegd voor twee producten die met verlies werden verkocht. Maar de retailer heeft zijn lesje geleerd en pakt de zaken nu anders aan.”Volgens Vanhout was er toen trouwens ook een overrompeling waarbij de kassamedewerkers niet eens hun pauze konden nemen omdat het zo druk was in de winkel. “En wat we nu zien, met mensen die zelfs uit elkaars winkelkar producten graaien, gaat nog een stap verder”, stelt ze. De consument verliest evengoed, alleen heeft die het niet door. Om de promoties te betalen, zal Albert Heijn andere producten duurder prijzen Vlaanderen is het doelOpmerkelijk: wie van de koopjes wil proeven in Nederland, komt van een kale reis terug. De stunts van Albert Heijn gebeuren enkel in Vlaanderen. “In Wallonië zal je deze actie ook niet zien&quot;, zegt Vanhout. &quot;De concurrentiestrijd tussen Albert Heijn en Colruyt speelt al sinds de Nederlandse supermarktketen 14 jaar geleden de overstap naar België maakte. Het gevolg daar is dat de retailprijzen in Vlaanderen nu twee procent lager liggen dan in Wallonië.”En Colruyt reageert daarop met eigen ‘2+5’-promo’s. “Wat ze ook mogen, zelfs al kopen ze niet aan in Nederland. Het is in de wet voorzien dat je onder de prijs mag verkopen als dit reële prijzen op de markt zijn”, verduidelijkt de retailexperte van Gondola. Wie de prijzenoorlog zal winnen, zal de toekomst uitwijzen. Maar één winnaar is al zeker van zijn zege: de consument. Of toch niet? “De consument verliest evengoed, alleen heeft die het niet door”, zegt Vanhout. “Om de promoties te betalen, zal Albert Heijn andere producten duurder prijzen. En omdat de producten in promo vaak als eerste uit de rekken verdwijnen, maken shoppers die de boot missen zelfs die winst niet.” Kan en moet de overheid ingrijpen?Bovendien zullen de merken die onderwerp zijn van de promotie, zeer veel overtuigingskracht aan de dag moeten brengen om hun producten in de toekomst te verkopen zonder promotie. “Dit maakt de markt gewoon kapot”, zegt Vanhout. “Voor mensen is het inmiddels allang normaal dat een pak Dash slechts vier euro kost. Veel producten, zoals tandpasta, worden zelfs amper nog buiten promo verkocht.”Er is vooralsnog geen tik op de vingers voor de onzichtbare hand van de vrije markt. “In Frankrijk zou het anders zijn, daar mag je slechts maximaal 34 procent korting geven”, zegt Vanhout. “Maar België kent geen gelijkaardige wettelijke bepaling. Natuurlijk, als zulke promotiestunts aanhouden, zal de wetgever daar misschien ook verandering in brengen. Anders vallen de kleine producenten uit de boot.”Collateral damageDe prijzenoorlog tussen Albert Heijn en Colruyt brengt ook vandaag al nevenschade aan bij andere retailers. “Winkels zoals Aldi verkopen in veel gevallen niet de merkproducten waar men vandaag promostunts op doet, maar ook zij moeten natuurlijk volgen en bepaalde prijzen verlagen. Andere retailers zoals Carrefour zullen wellicht ook volgen met promoties om het verlies van deze week goed te maken. Want zo werken promoties nu eenmaal: klanten komen binnen voor het promoproduct, maar intussen doen ze ook hun andere boodschappen. En daar wordt dan de winst op gemaakt.”Hoewel Vanhout hoopt dat de promo-oorlogen zullen temperen, vreest ze voor het tegendeel. “En vergeet niet: Retailers financieren deze promo’s niet volledig zelf. Ook de fabrikanten – die ten eerste al betalen om in de schappen te liggen – betalen mee aan deze acties. Eigenlijk vraagt men bijna aan de overheid om in te grijpen. Maar het is afwachten of het zo ver komt.” Colruyt: &quot;Gratis bestaat niet&quot;Op LinkedIn reageert Michon van Doorn, Head of pricing &amp;amp; promotions bij Colruyt, op alle commotie. &quot;We hebben gereageerd op deze promo, zoals we steeds alle promo&#039;s volgen in de markt. Dat is wat we beloven, dat is wat we doen&quot;, schrijft ze. &quot;We kennen de klappen van de zweep en we weten heel goed welk marktspel er gespeeld wordt. We weten natuurlijk ook dat consumenten die in één keer zo&#039;n groot volume kopen dit in de komende tijd niet bij de concurrent zullen kopen.&quot;Ze gaat ervan uit dat Albert Heijn deze promo juridisch goed heeft onderzocht. &quot;Maar toch blijft er iets knagen. Al jarenlang is het devies in onze organisatie dat gratis niet bestaat. Dat betekent dat iemand altijd ergens de kost draagt. En dan bedoel ik niet onze kost voor het volgen op deze promo door onze prijs te verlagen. Ik verwijs naar de kost van het product. De kost die iemand ergens in de keten betaalt. De retailer, de leverancier, de producent, de klant? Met dan de vraag: hoe houdbaar is dit? Een promo waar je meer dan 70 procent van de waarde weggeeft. Kan er hier sprake zijn van een win-win-win of is er eigenlijk maar één win hier?&quot;Van Doorn wijst erop dat &quot;gratis bestaat niet&quot; ook gaat over duurzaam ondernemen. &quot;Ja, ook economisch duurzaam ondernemen: kijken naar de lange termijn en verder dan enkel je eigen perspectief als retailer. Doen wij dat bij Colruyt altijd perfect? Vast niet. Dat we die intentie wel hebben als Belgische retailer met een belangrijke rol en verantwoordelijkheid in de keten, dat is zeker&quot;, voegt ze nog toe.</content>
            
            <updated>2025-11-07T14:48:25+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VLAM sleept vijf nieuwe Europese promotiedossiers in de wacht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlam-sleept-vijf-nieuwe-europese-promotiedossiers-in-de-wacht" />
            <id>https://vilt.be/58185</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) diende dit jaar zes dossiers in bij de Europese oproep voor promotiecampagnes voor landbouw- en voedingsproducten. Vijf werden uiteindelijk goedgekeurd, goed voor meer dan vier miljoen euro Europese steun. “Hiermee bevestigen we onze positie als één van de toonaangevende promotiebureaus binnen de Europese agrovoedingssector”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VLAM" />
                        <category term="marketing" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/261f9205-1b73-4a87-84bf-7a2fe03e79ff/full_width_vlam-fijnproevertje-090321-wai0303.jpg</image>
                                        <content>Drie Vlaamse promotiecampagnes goedgekeurdTwee van de goedgekeurde projecten richten zich op de duurzaamheid van de groente- en vleessector, en één op biologische landbouwproducten voor de EU-markt. Het gaat over driejarige campagnes, die VLAM zelf zal coördineren. Met de Europese steun kan een kleine helft van het campagnebudget worden gedekt.​Twee Europese samenwerkingsprojectenDaarnaast neemt VLAM deel aan twee internationale samenwerkingsprojecten met partners uit andere Europese landen. Samen zijn deze goed voor 805.000 euro aan extra EU-steun. “Ook deze programma’s lopen drie jaar”, geeft VLAM mee. “Ze zijn bedoeld om Europese landbouw- en tuinbouwproducten te promoten en de vergroening van stedelijke ruimtes te stimuleren.”Internationale erkenning“Terwijl de gemiddelde slaagkans voor de Europese oproep 39 procent bedroeg, werden bij VLAM maar liefst 84 procent van de ingediende projecten goedgekeurd,&quot; zegt Filip Fontaine, CEO van VLAM. Volgens Fontaine toont dit niet alleen de kwaliteit van de dossiers aan, maar is het ook een bewijs dat VLAM’s strategische aanpak en de Vlaamse agrovoedingssector internationaal erkenning krijgen.“Onze combinatie van inhoudelijke expertise en kennis van Europese subsidieprogramma’s, zet Vlaanderen internationaal op de kaart als innovatieve en betrouwbare speler in de landbouwpromotie”, vult adjunct-directeur Leen Jolling nog aan. Wat doet VLAM?VLAM promoot de producten van de Vlaamse landbouw, tuinbouw en visserij in binnen- en buitenland. De campagnes worden meestal per product of productgroep opgezet en gefinancierd door de betrokken sector. Daarnaast voert VLAM ook overkoepelende promotie voor producten van bij ons.</content>
            
            <updated>2025-11-06T18:35:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Goed klimaatnieuws: EU op koers om klimaatdoelstelling 2030 te halen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/goed-klimaatnieuws-eu-op-koers-om-klimaatdoelstelling-2030-te-halen" />
            <id>https://vilt.be/58186</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie zit grotendeels op koers om haar klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen. Dat blijkt uit de jaarlijkse voortgangsevaluatie van het Europees Milieuagentschap (EEA). Als elke lidstaat het geplande klimaatbeleid volledig uitvoert, komt de EU uit op een netto-uitstootreductie van 54 procent ten opzichte van 1990. De doelstelling van 55 procent komt daarmee zeer dicht binnen bereik.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6e66d9d1-38fd-4689-9757-932304bd53c3/full_width_stikstof-bossen-biodiversiteit-faculteit-bio-ingenieurswetenschappen-ugent.jpg</image>
                                        <content>De EU heeft zich als doel gesteld om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. Dit wil zeggen dat er netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten vergeleken met 1990. In tegenstelling tot België lijken de EU-lidstaten samen wel grotendeels op koers te liggen richting die doelstelling. Dat meldt het EEA in een nieuwe stand van zaken. &quot;Fundamentele veranderingen in het energiesysteem, technologische innovatie in de industrie en een grotere publieke bewustwording hebben samen geleid tot een emissiereductie van 37 procent in 2024, in vergelijking met 1990”, aldus het EEA. Als de internationale luchtvaart en het zeevervoer buiten beschouwing worden gelaten, gaat het om een reductie met ruim 39 procent. De uitstoot daalt steeds snellerDe voorbije decennia is de uitstootreductie steeds versneld. Tussen 1990 en 2005 bedroeg de daling gemiddeld 0,5 procent per jaar. Sinds 2005 is dat tempo ongeveer verdubbeld. “Door een goed beleidskader en veel nieuwe technologieën was er in de voorbije vijf jaar sprake van een jaarlijkse reductie van drie procent”, aldus het EEA.Net als de voorbije jaren vond de grootste daling van de uitstoot vorig jaar plaats in de energiesector. De dalingen in andere sectoren, zoals landbouw, bouw en afval, waren meer bescheiden. De uitstoot van de industrie en van het binnenlandse en internationale transport steeg zelfs licht. Landbouw daalt traag maar zit voor op schema“In de landbouwsector gaat de uitstootdaling trager dan in andere sectoren, waardoor sinds 2005 ongeveer zeven procent minder wordt uitgestoten”, aldus het EEA. Maar die beperktere daling was reeds ingecalculeerd in de indicatieve trajecten richting 2030. “De landbouwsector zat in 2023 al bijna op het niveau dat voor 2030 was voorzien.” Bossen en bodems moeten meer koolstof vastleggenDe vaststelling dat de EU op koers is, mag niet geïnterpreteerd worden als ruimte voor minder inspanning bij de lidstaten. Het EEA benadrukt dat het halen van de 55%-doelstelling erg zal afhangen van de effectieve uitvoering van zowel het huidige beleid als de nog geplande maatregelen in de lidstaten. Volgens het agentschap verdient het landgebruik- en bosbouwsegment (LULUCF) daarbij extra aandacht. Het is de enige sector die broeikasgassen uit de lucht haalt via CO₂-opslag in bossen en bodems. Maar de capaciteit om CO₂ vast te leggen is de voorbije tien jaar met gemiddeld 30 procent gedaald. “Die trend moet keren om de doelstelling voor 2030 te halen”, klinkt het. Transport is grootste uitstootbronNaast de dalende koolstofopslag waarschuwt het agentschap ook voor de terugval in de verkoop van elektrische voertuigen. Door de sterke emissiedaling in de energiesector is transport intussen de grootste bron van uitstoot in de EU. De uitstoot in die sector daalde sinds 2005 maar met zes procent. “De vraag naar mobiliteit blijft hoog en dat remt de vooruitgang, waardoor transport nog ruim onder het geplande 2030-traject zit”, aldus het EEA. “Verdere klimaatactie, in elke sector, is nodig.”Deze week bereikten de lidstaten nog onderling een akkoord over een reductie met 90 procent tegen 2040, maar daarover moet nog onderhandeld worden met het Europees Parlement. Start COP30Het EEA publiceerde de stand van zaken vlak voor de aanvang van de VN-klimaatconferentie in Brazilië. De VN-klimaattop COP30 zal doorgaan van 10 tot en met 21 november 2025 en zal dit jaar op meerdere vlakken een symbolische top worden. Zo zal het event plaatsvinden in Belém, aan de poort van het Amazonewoud. Ook markeert COP30 de tiende verjaardag van het Klimaatakkoord van Parijs en de dertigste verjaardag sinds dergelijke VN-klimaatbijeenkomsten worden gehouden.Europa als klimaatkoploperDe Europese Unie blijft wereldwijd een klimaatvoorloper. Het is het enige grote economische blok dat zijn uitstoot van broeikasgassen structureel blijft verlagen, meldt het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) in een nieuw rapport. In China, India en Rusland stijgt de CO₂-uitstoot verder. Zelfs de Verenigde Staten, waar de uitstoot jarenlang daalde, liet vorig jaar opnieuw een lichte toename zien.China is met 15,6 gigaton CO₂ veruit de grootste uitstoter ter wereld en stoot bijna vijf keer meer uit dan de Europese Unie (3,2 gigaton). Verwacht wordt dat de Chinese uitstoot nog enkele jaren zal stijgen, om daarna te kantelen. De volgende grootste uitstoter is de Verenigde Staten met 5,9 gigaton. India sluit de top drie af. De EU staat op de vierde plaats.Klimaatdoelstelling Parijs nog niet binnen bereikWaar de EU haar eigen klimaatdoel in het vizier heeft, is dat voor het wereldwijde doel onder het Klimaatakkoord van Parijs minder het geval. Alle landen engageerden zich tien jaar geleden in Parijs om hun broeikasgasuitstoot terug te dringen, met als doel om de opwarming van de aarde tegen het einde van de eeuw onder de twee graden en liefst onder de anderhalve graad Celsius te houden. Het UNEP-rapport concludeert dat het tempo om dit doel te halen momenteel te traag is. &quot;De technologie om grote emissiereducties te realiseren, is beschikbaar. En de ontwikkeling van wind- en zonne-energie wordt steeds goedkoper. De internationale gemeenschap kan dus de klimaatactie versnellen, mocht ze dat willen&quot;, stelt UNEP. &quot;Snellere emissiereducties realiseren vergt echter dat de internationale gemeenschap de moeilijke geopolitieke context weet te overstijgen, dat de steun aan ontwikkelingslanden fors wordt opgeschroefd en dat de internationale financiële architectuur wordt hertekend.&quot;</content>
            
            <updated>2025-11-06T22:09:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Irrigatie werkt averechts tegen hittestress en waterschaarste, waarschuwt VUB-onderzoek]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/irrigatie-werkt-averechts-tegen-hittestress-en-waterschaarste-waarschuwt-vub-onderzoek" />
            <id>https://vilt.be/58187</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Irrigatielandbouw versterkt de druk op watervoorraden én bevordert hittestress. Dat stelt nieuw onderzoek onder leiding van de Vrije Universiteit Brussel en de Zwitserse universiteit ETH Zürich. Wereldwijd is de geïrrigeerde landbouwoppervlakte sinds 1900 bijna zes keer groter geworden. Helaas gebeurt dit in verschillende werelddelen op een manier die waterschaarste in de hand werkt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="water" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9ab6f9c8-150f-4139-bd42-78d06b85a2e7/full_width_cuba-irrigatie.JPG</image>
                                        <content>Irrigatie zorgt voor meer luchtvochtigheid en dat brengt hittestressproblemen met zich mee. “Voor mensen is vochtige hitte gevaarlijker dan droge hitte,” legt dr. Yi Yao uit, hoofdauteur van de studie en onderzoeker aan ETH Zürich. “Bij dezelfde temperatuur bepaalt de luchtvochtigheid in sterke mate hoe goed mensen met hittestress kunnen omgaan. We tonen aan dat irrigatie in sommige regio’s de vochtige-hittestress juist heeft verergerd, wat miljoenen mensen in gevaar kan brengen.”De studie benadrukt logischerwijs ook dat een grondige reductie van broeikasgassen nodig is om de gevolgen voor voedselproductie en -veiligheid binnen de perken te houden.Nu al voelbare gevolgenHet onderzoek bestaat uit drie afzonderlijke studies. Een eerste studie, gepubliceerd in Nature Communications, keek hoe de uitbreiding van irrigatie tussen 1901 en 2014 extreme hitte heeft beïnvloed. Met behulp van zes geavanceerde klimaatmodellen ontdekten de onderzoekers dat irrigatie weliswaar het aantal extreem hoge luchttemperaturen (droge hitte) in sterk geïrrigeerde regio’s vermindert, maar tegelijk de luchtvochtigheid verhoogt. Daardoor is het dempende effect op “vochtige hitte” veel kleiner of zelfs afwezig. De projecties laten zien dat mensen jaarlijks veel meer uren extreem vochtige hitte zullen ervaren. In sommige tropische regio’s zelfs meer dan 1.000 extra uren per jaar In een tweede studie, eveneens in Nature Communications, keken de onderzoekers naar de toekomst. Met behulp van klimaatsimulaties onder verschillende emissie- en irrigatiescenario’s, blijkt dat irrigatie droge hitte enigszins kan temperen, maar de algemene opwarming niet kan tegenhouden. “De projecties laten zien dat mensen jaarlijks veel meer uren extreem vochtige hitte zullen ervaren. In sommige tropische regio’s zelfs meer dan 1.000 extra uren per jaar. Aan zulke omstandigheden aanpassen zal uiterst moeilijk zijn,” waarschuwt professor Wim Thiery, klimaatwetenschapper aan de VUB en senior auteur van beide studies. “Verontrustend is dat irrigatie die vochtige-hitterisico’s juist versterkt in gebieden zoals Zuid-Azië, waar nu al jaarlijks levensbedreigende hittegolven voorkomen. We berekenden in een eerdere studie dat ongeveer driekwart van de kinderen die in 2020 in India zijn geboren, gedurende hun leven te maken zal krijgen met een ongekende blootstelling aan hittegolven, als we onze huidige uitstoot voortzetten.&quot;, stelt hij. Verdampt water keert slechts deels terugIn een derde studie, gepubliceerd in Nature Water, keek het team welk effect irrigatie heeft op de zoetwatervoorraden. Op geïrrigeerde grond heb je meer waterverdamping en dit wordt niet gecompenseerd door extra neerslag. Er verdwijnt dus meer water dan er via de regen terugkeert. Vooral in de ‘hotspots’ van landbouwirrigatie is er een duidelijke onbalans, die nu al leidt tot aanzienlijke regionale waterverliezen. In sommige ‘hotspots’ van landbouwirrigatie, zoals Zuid-Azië en Centraal-Noord-Amerika, is de wateropslag op land tussen 1901 en 2014 met 500 mm afgenomen.  Er is dringend behoefte aan waterbesparende technologieën, zoals druppel- of sprinklersystemen, en aan de overstap naar gewassen die minder water vergen “Belangrijke irrigatieregio&#039;s bevinden zich al op een onhoudbaar pad”, besluit professor Thiery. “Er is dringend behoefte aan waterbesparende technologieën, zoals druppel- of sprinklersystemen, en aan de overstap naar gewassen die minder water vergen, om verdere uitputting van cruciale zoetwatervoorraden te voorkomen.”Op basis van deze drie studies concluderen de ateurs dat, hoewel irrigatie een verkoelend effect kan hebben, het ook leidt tot een hogere luchtvochtigheid en dus minder draaglijke hitte. Wil de landbouw zich aanpassen aan droogte en klimaatverandering, stellen de onderzoekers dat dit verder gaan dan het uitbreiden van irrigatie alleen. Ze moeten de efficiëntie verbeteren om uitputting van watervoorraden én toenemende hittestress te beperken.</content>
            
            <updated>2025-11-08T10:57:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wolf doodgereden in Geel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wolf-doodgereden-in-geel" />
            <id>https://vilt.be/58188</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een wilde Europese wolf is afgelopen nacht doodgereden in Geel. Dat meldt Welkom Wolf en wordt bevestigd door het Instituut van Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Zulke ongevallen zijn zeldzaam, maar ze verbazen de autoriteiten niet. “Dit is het seizoen waarin jonge, onervaren dieren een habitat zoeken”, zegt INBO-woordvoerder Koen Van Muylem. “En in het dichtbevolkte Vlaanderen moeten ze daarvoor wel eens de weg oversteken of een andere hindernis nemen. En dan kan het wel eens fout lopen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/83a0fe0b-b6e0-44c8-a4c1-5e7646e23a11/full_width_doodgereden-wolf-geel-bel-7-november-2025-beeld-02.jpg</image>
                                        <content>Om twee uur &#039;s nachts van donderdag op vrijdag ontving Jan Loos, voorzitter van Welkom Wolf, een melding van de aanrijding met dodelijke afloop. Het Natuurhulpcentrum Oudsbergen kwam ter plaatse om het kadaver te bergen. Nadien zal INBO een autopsie uitvoeren op het dier. “We hebben het dier nog niet in ons gebied opgemerkt, dus veel over de herkomst en dergelijke kunnen we nog niet zeggen”, zegt Van Muylem.Zwerfseizoen is begonnenVolgens Loos begeven jonge wolven zich in een erg ruime regio. “Met de start van het najaar is ook het zwerfseizoen voor jonge wolven begonnen”, zegt hij. “Rond deze tijd kunnen de jaarlingen - dat zijn welpen van 2024 die inmiddels anderhalf jaar oud zijn - besluiten om hun geboorteroedel te verlaten en de wijde wereld in trekken, op zoek naar een geschikt leefgebied en naar een partner om zélf een roedel te stichten. Daarbij kunnen ze vele honderden en zelfs meerdere duizenden kilometers afleggen door heel Europa.”De kans dat het dier van Belgische herkomst is, is klein. “Aangezien er in de gevestigde wolvenroedel in Limburg geen jaarlingen zijn - vorig jaar zijn daar immers geen welpen geboren - is het eerder onwaarschijnlijk dat het aangereden dier in Geel om een wolf van de roedel Hechtel-Eksel gaat, zoals het Limburgse roedel officieel genoemd wordt”, zegt Loos. “Wolvin Noëlla loopt normaal niet tot in Geel en de welpen van 2025 zijn nog maar zes maanden oud; het is nog minstens een paar maanden te vroeg om al weg te trekken.” Niet duidelijk of het gaat om schapendoderIn de randzones van het Limburgse territorium zijn – “of waren”, nuanceert Loos - nog twee andere solitaire wolven aanwezig die bezig zijn zich te settelen, onafhankelijk van elkaar. “Het kan niet worden uitgesloten dat één daarvan op de dool is gegaan, maar nog waarschijnlijker is dat de wolf in Geel één van de zwervers is die we in deze periode mogen verwachten uit Duitsland, Frankrijk, Nederland of de Hoge Venen”, zegt hij.Op basis van DNA zal wel kunnen worden nagegaan of het om dezelfde wolf gaat die op 6 oktober een schaap doodde in de Kraaistraat in Mol-Millegem. “In dat geval zou de wolf al minstens een maand aanwezig zijn in deze buurt, maar het is veel te vroeg om hierover uitspraken te doen”, zegt Loos nog. “Of er een verband is met de zichtmeldingen in het grensgebied tussen Mol en Geel eind september, zal altijd een raadsel blijven.”</content>
            
            <updated>2025-11-07T13:54:35+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dit zijn de nieuwigheden binnen het GLB vanaf 2026]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dit-zijn-de-nieuwigheden-binnen-het-glb-vanaf-2026" />
            <id>https://vilt.be/58189</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf 2026 worden enkele maatregelen binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) aangepast. Zo wordt de ecoregeling ‘verhogen organische koolstofgehalte – stalmest’ vereenvoudigd en komen nieuwe teelten in aanmerking voor de ecoregeling ‘éénjarige ecoteelten’. Alle aanpassingen zijn onder voorbehoud van definitieve goedkeuring.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="GLB" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b9f53b56-40e3-4a7d-bd9f-d699ebffe139/full_width_faunamengsel.jpg</image>
                                        <content>Nieuwe definitie ‘jonge landbouwer’Een jonge landbouwer die deel uitmaakt van een maatschap of van een groepering van natuurlijke personen met ondernemingsnummer, moet vanaf 2026 - net zoals bij een rechtspersoon - minstens 15 procent van de aandelen en 15 procent stemrecht hebben volgens het UBO-register. Dat is nodig om in aanmerking te komen voor de aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwer en voor verhoogde VLIF-investeringssteun voor bedrijven met een jonge landbouwer als bedrijfsleider.Organische koolstof: minimumtonnage stalmest verhoogd, onderwerken houtsnippers valt wegVoor de ecoregeling ‘verhogen organische koolstofgehalte – stalmest’ wordt het minimumtonnage stalmest verhoogd van 10 ton per hectare naar 15 ton per hectare. Hierdoor moet de landbouwer vanaf 2026 geen foto’s meer maken van de percelen waarop stalmest werd aangebracht. Het agentschap benadrukt wel dat dit pas van toepassing zal zijn vanaf 2026. In 2025 zijn deze foto’s dus nog nodig. Ze zullen in de loop van deze maand opgevraagd worden.Voor de ecoregeling ‘verhogen organische koolstofgehalte – houtsnippers’ valt de verplichting om de houtsnippers onder te werken weg. Het blijft wel noodzakelijk om foto’s te nemen van het aanbrengen van de houtsnippers op het perceel. ‘Bufferstroken’ en AMKM worden gewijzigdWat de ecoregeling ‘Bufferstroken’ betreft, is het Agentschap Landbouw &amp;amp; Zeevisserij bondig. Er wordt gewerkt aan een nieuwe ecoregeling rond het beheer van stroken langs waterlopen vanaf 2026, maar verdere uitleg volgt later.Bij deelname aan de agromilieuklimaatmaatregelen (AMKM) ‘onderhoud van boslandbouwsystemen’ zal een pleksgewijze toepassing van herbiciden mogelijk zijn in gevallen waar het strikt noodzakelijk is. Nieuwe mogelijkheden en stopzettingen binnen éénjarige ecoteeltenHet gros van de aanpassingen bevinden zich binnen de ecoregeling ‘éénjarige ecoteelten’. Binnen de categorie van de éénjarige eiwitteelten komen kikkererwten voortaan in aanmerking voor steun. Voor de ‘éénjarige teelten die voordeel opleveren voor biodiversiteit, klimaat en milieu’ die geoogst mogen worden, worden goudsbloem, deder, gele mosterd en bruine mosterd toegevoegd aan de lijst van toegelaten gewassen. In dezelfde categorie zijn er ook teelten die niet geoogst mogen worden. Vanaf volgend jaar kan men kiezen om tagetes of een niet-productief mengsel van groenbedekkers als hoofdteelt in te zaaien. De inzaai van een zuivere teelt van gele mosterd of bladrammenas komt niet meer in aanmerking voor deze subsidie.Het niet-productief mengsel bestaat overwegend uit minstens twee soorten uit een beperkte lijst van groenbedekkers. De soorten uit deze lijst moeten ook op het veld de dominante teelt vormen. Aan het mengsel mogen bijkomend granen of andere componenten toegevoegd worden, maar geen grassen. Daarnaast valt de verplichting weg om de niet-productieve teelt onder te werken zodat de maatregel ook mogelijk wordt voor landbouwers die kiezen voor een niet-kerende bodembewerking. De voorwaarden worden verder verduidelijkt in de infofiche die op het einde van het jaar gepubliceerd zal worden.Brassicasoorten moeten niet langer verplicht deel uitmaken van faunamengsels. Als ze wel ingemengd worden, kan dat nog steeds tot maximum tien procent. De andere voorwaarden blijven ongewijzigd.Tot slot worden twee ecoregelingen stopgezet. De ecoregelingen ‘voorjaarsbraak’ en ‘faunavriendelijke nateelten’ kunnen niet meer aangevraagd worden vanaf 2026.</content>
            
            <updated>2025-11-08T10:56:27+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgen eten nog steeds (on)bewust ongezond: "Ook plantaardig dieet mag niet eenzijdig zijn"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgen-eten-nog-steeds-onbewust-ongezond-plantaardig-dieet-mag-niet-eenzijdig-zijn" />
            <id>https://vilt.be/58190</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Belgen eten nog steeds te weinig vezels, vitamine C en B, calcium en ijzer. Dat concludeert NICE uit de Belgische voedselconsumptiepeiling (VCP) van Sciensano. Belangrijke risicogroepen zijn jongeren, vrouwen, ouderen en lager opgeleiden. NICE benadrukt ook dat wie plantaardig eet dat niet eenzijdig mag doen. We kennen allemaal de risico’s van te veel (rood) vlees, maar wie het compleet mijdt, kan bepaalde voedingsstoffen missen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsdriehoek" />
                        <category term="voeding" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a6a96edf-65d0-4de4-b326-706e7c33b604/full_width_ongezondevoedingkinderenjongerenobesitas.jpg</image>
                                        <content>Het is een verhaal zo oud als de echte piramiden:&amp;nbsp;de Belg eet nog te veel producten buiten de voedingsdriehoek, zoals fastfood en andere ‘lege’ caloriebronnen, en te weinig basisproducten zoals groenten, fruit, volkoren producten, noten, peulvruchten, melkproducten en vis. Wat we te weinig eten aan vezels, mineralen en vitaminen, staat in contrast met een overvloed aan verzadigde vetten, zout en toegevoegde suikers. Dat laatste geldt vooral ook bij kinderen.Ook vlees bevat belangrijke bouwstenenNICE tekent op dat de trend naar meer plantaardig eten niet mag leiden tot een eenzijdig voedingspatroon en een verhoogd risico op voedingstekorten. Dierlijke producten zijn belangrijke bronnen van hoogwaardige eiwitten maar ook van ijzer (vlees), calcium (melk en melkproducten) en omega 3-vetzuren (vis). Hoewel deze voedingsstoffen ook in plantaardige voedingsbronnen te vinden zijn, is dat vaak in mindere mate en in minder goed biobeschikbare vormen. NICE pleit dus voor voldoende bewustmaking rond hoe je ook plantaardig je bord in evenwicht houdt. Bij vegetariërs en veganisten kunnen supplementen zoals vitamine D, foliumzuur, jodium en vitamine B12 nuttig zijn, stelt NICE. Bevraagden gaven verkeerde calorie-inname doorHoe ging de studie in zijn werk? Tussen maart 2022 en december 2023 werden de eet- en drinkgewoonten van 3.777 Belgen vanaf drie jaar door Sciensano in kaart gebracht. Voor het eerst zijn toen ook 65-plussers bevraagd. De resultaten tonen dat er de afgelopen jaren amper iets veranderd is. We staan nog steeds ver af van de algemene voedingsaanbevelingen.Dit heeft concrete gevolgen. Bijna de helft van de Belgen ouder dan drie jaar heeft overgewicht en dat zijn niet alleen ouderen. Ongeveer 20 procent van de kinderen en de adolescenten (3-17 jaar) is te dik. NICE tekent op dat dit niet in lijn is met de zelfgerapporteerde energie-inname van de bevraagden. Wellicht hebben de bevraagden hun calorie-inname onderschat en ligt ze dus hoger in werkelijkheid. Gezond eten promoten én zichtbaar makenVolgens het kenniscentrum is er nood aan structurele maatregelen die de gezonde keuze de gemakkelijke keuze maken. NICE tekent op dat onze ‘voedselomgeving’ vandaag vooral ongezonde keuzes bevat. Een toegankelijke, snelle hap is veelal ongezond. Ook onze kennis over voeding kan beter. NICE gelooft dat mensen opnieuw moeten leren wat gezond eten betekent en hoe ze dat praktisch kunnen toepassen in hun leven. Wie van kindsbeen af ongezond eet, zal moeite hebben om dit op latere leeftijd af te leren.Maar het kenniscentrum is zich ervan bewust dat er zeer veel (des)informatie over voeding circuleert. De vraag is dus of men meer moet inspelen op de basisregels, of toch moet werken aan de introductie van ‘nieuwe’ gezonde voedingsmiddelen voor variatie. Concrete, positieve en haalbare tips zoals ‘neem een handje noten per dag’, ‘zet een schaal met vers fruit en snoepgroenten op tafel’, ‘voeg meer groenten en eventueel een deel linzen toe aan spaghettisaus’ en ‘drink (spuit)water in plaats van frisdrank’ kunnen al inspirerend werken en helpen, stelt NICE, maar gezonde voeding mag volgens het infocentrum niet worden opgedrongen. Als mensen overtuigd raken van de lekkere smaak van een gezonde hap, is er niet veel overtuigingskracht nodig.Alle resultaten van de VCP zijn te raadplegen op de website van Sciensano.</content>
            
            <updated>2025-11-11T14:39:38+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eierprijs stijgt opnieuw naar recordhoogtes]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eierprijs-stijgt-naar-recordhoogtes" />
            <id>https://vilt.be/58191</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>November en december zijn de&nbsp;traditionele maanden waarin de eierprijzen pieken, maar dit jaar scheren ze bijzonder hoge toppen. Voor het eerst doorbreekt de prijs van een bruin scharrelei het plafond van 18 cent. Experts wijten dit aan de oplopende vraag en het dalende aanbod. Door milieu- en klimaatwetgeving komen er geen kippenboeren bij in Vlaanderen en Nederland. Ondertussen voert ook vogelgriep de druk op. “Dit is structureel. Eieren worden een dure grondstof”, klinkt het in de sector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="ei" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bb2def62-f068-4eb5-b579-e76893bd558e/full_width_eieren.jpg</image>
                                        <content>Een bruin scharrelei met een gewicht van 62,5 gram, wat als het gemiddelde geldt op de eiermarkt, noteerde afgelopen week 18,14 cent in Kruishoutem. Hier wordt elke dinsdagmiddag door een prijzencommissie de richtprijs voor eieren bepaald. Nooit kostte een ei zoveel. De eierprijzen zitten al weken sterk in de lift en stegen op twee maanden tijd met 20 procent. Half september lag de prijs voor een bruin scharrelei op 15,02 cent.Ter vergelijking met de eierprijzen in andere jaren rond deze periode: in 2014 kostte het standaardei 5,810 cent, in 2020 6,130 cent en in 2024 6,81 cent. Ook de prijzen voor witte scharreleieren en verrijktekooieieren liggen op een historisch hoog niveau.Stefaan Verhelle, leghennenhouder en eierhandelaar bij ‘t Munckenei uit Wingene, denkt dat de prijzen hun piek bereikt hebben. “In november en december liggen de eierprijzen traditioneel op een hoog niveau, om dan te dalen in januari en richting Pasen opnieuw te stijgen.” Hij verklaart deze traditionele conjunctuur door de eindejaarsfeesten in het vooruitzicht en een daling van de huis-, tuin- en keukenproductie. “De kippen van particulieren stoppen in de winter met eieren leggen.” Een oude wijsheid stelt dat een land evenveel kippen moet houden als er mensen wonen om zelfvoorzienend te zijn Ei blijft duurDat de prijzen ondanks deze conjuncturele beweging steeds duurder worden, heeft volgens hem een structurele oorzaak. “Enkele jaren geleden zijn er veel leghennenhouders gestopt door de slechte prijsvorming voor 2020. Door de Europese milieu- en klimaatwetgeving is het moeilijk een vergunning te verkrijgen en komen er geen leghennenhouders bij. Daarbij speelt de vogelgriep de voorbije jaren een grote rol.” Dit jaar waren er een aantal grote uitbraken in Duitsland en Spanje. In Vlaanderen werd nog geen leghennenbedrijf getroffen door vogelgriep. “Maar de eiermarkt is een Europees gebeuren”, klinkt het.De analyse van Verhelle wat betreft de leghennenstapel wordt bevestigd door de statistieken. Volgens cijfers van Statbel huisvestten Belgische boeren in 2022 9,4 miljoen leghennen. Vorig jaar waren dat er nog geen 9 miljoen. “Een oude wijsheid stelt dat een land evenveel kippen moet houden als er mensen wonen om zelfvoorzienend te zijn”, aldus de pluimveehouder. Hij stelt dat Vlaanderen niet langer zelfvoorzienend is. Naar schatting zit 83 procent van de leghennen in Vlaanderen. De rest wordt gehouden in Wallonië.Door moeilijkheden met de vergunningverlening lijkt een verbetering nog niet in zicht. In Nederland zal het aantal leghennen verder afnemen door de opkoopregeling die daar van kracht is. Ook in Vlaanderen ligt een daling op de loer als vanaf 2030 verrijkte kooien niet langer zijn toegestaan. Een groot deel van de leghennen wordt in verrijkte kooien gehouden in Vlaanderen. Vraag zit in de liftDe dalende leghennenstapel en de steeds sterkere druk van de vogelgriep staan in contrast met een groeiende vraag. “De vraag naar tafeleieren door de retail is de voorbije jaren met 8 tot 15 procent gestegen”, schat Verhelle. “Flexitariërs minderen hun vleesconsumptie en vervangen dat door eieren. Ook worden eieren steeds meer als gezond gepercipieerd en maken ze onderdeel uit van talloze diëten”, verklaart hij.Daarbij is en blijft een ei voor de consument een relatief goedkope proteïnebron. “Voor 2,50 tot 3 euro koop je in de supermarkt tien eieren en daar kun je twee tot drie maaltijden van maken”, vertelt Jan Vande Wiele, voorzitter van de Unie der Belgische Eiproductenindustrie (UBP). De industrie ondergaat de prijsstijging gelaten. “Eieren worden een dure grondstof”, klinkt het. De vogelgriep zal een impact blijven hebben totdat er gevaccineerd wordt In de verwerkende industrie (eibrekerijen en kokerijen) wordt de prijs voor industriële scharreleieren uitgedrukt in euro per kilogram. In november staat deze prijs op 2,87 euro. Een jaar geleden was dat rond deze periode nog 2,19 euro. Behalve bovenstaande oorzaken speelt in de sector ook nog mee dat de eierverwerkers in de zomer &amp;nbsp;geen voorraad hebben kunnen aanleggen, iets wat ze normaal wel doen. “Tijdens de zomervakantie sluiten veel voedingsbedrijven enkele weken. In deze periode verwerkt men normaliter de eieren tot eipoeder of worden overschotten gestockeerd als afgewerkt product in de vriezer. Door de schaarste en abnormaal hoge eierprijzen is dit afgelopen zomer niet gebeurd”, aldus Jan Vande Wiele.HIj verwacht dat de hoge eierprijzen structureel zijn. “De prijzen zullen afhankelijk van het seizoen wel dalen en stijgen, maar de gemiddelde prijzen zullen hoger blijven dan enkele jaren geleden. Een snelle toename van de leghennenstapel ligt niet in het verschiet. De vogelgriep zal een impact blijven hebben totdat er gevaccineerd wordt. De vraag zal verder stijgen”, vervolgt Vande Wiele. Goed nieuws voor de boeren?De hoge eierprijzen kunnen goed nieuws zijn voor de pluimveehouders, maar Mariëlle Schalk, pluimveehouder in Hoogstraten, ziet ook de nadelen. “Het risico is dat onze afnemers op termijn eieren gaan zoeken in andere landen en wij onszelf uit de markt concurreren.”Volgens Schalk wordt de pluimveestapel in Oost-Europese landen, zoals Roemenië en Polen, uitgebreid. Ze vreest dat ons land achterop blijft. “Ik heb wel gehoord dat er vergunningsaanvragen voor leghennenbedrijven zijn ingediend in West-Vlaanderen”, zegt ze. Hoewel extra concurrentie in Vlaanderen de prijs kan drukken, ziet Schalk er vooral de voordelen van in. “Het kan goed zijn dat als er meer productie komt in Vlaanderen, wij onze positie op de markt kunnen behouden.”</content>
            
            <updated>2025-11-11T14:32:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: In welke richting willen we én kunnen we de Vlaamse landbouw stimuleren?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opinie-in-welke-richting-willen-we-en-kunnen-we-de-vlaams-landbouw-stimuleren" />
            <id>https://vilt.be/58192</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De toenemende pluimveestapel in Vlaanderen is voer voor discussie. Bart Vanwildemeersch van de West-Vlaamse Milieufederatie stelt zich de vraag in welke richting we willen dat de Vlaamse landbouw uitgaat, en hoe we dit kunnen stimuleren. Hij ziet de huidige stijging van de pluimveestapel als een verwachte reactie op het stikstofbeleid en de huidige subsidieregeling. “Zolang er geen horizontale en verticale coherentie in het beleid komt, zal de landbouwsector verder intensiveren, met financiële lock-ins voor landbouwers als gevolg”, aldus Vanwildemeersch.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="open ruimte" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2e01914a-a4be-4a0d-90ba-d7f3879aea45/full_width_varkensstalstallenbouwruimte-geviltloonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>In een factcheck op een artikel van De Standaard, gaat VILT dieper in op de cijfers en aannames die door de reporters van de krant worden aangegeven. Drie thema’s komen aan bod: het aantal vergunningen op dit moment, de eventuele gulheid van de subsidies en het feit of er al dan niet een rush op kippen heerst. We laten de factcheck voor wat ze is en nemen de waarschuwing van de Pluimveebond en tendensen gebracht door Pluimveeweb als een melding van een teneur. Intussen focussen we op de essentie van het debat: in welk landbouwbeleid kadert deze overheidssturing via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF)? Wat is de visie op gezondheid, landschap, duurzaamheid, dierenwelzijn en investeringszekerheid, en welke systemische visie schuilt achter dit beleid?Verkipping van de landbouwDe eerder aangehaalde artikels hebben het over een ‘duidelijke toename’ van de interesse in pluimveeteelt: de prijzen zijn momenteel zeer gunstig en varkenstelers zoeken omwille van het stikstofdecreet naar alternatieven voor hun bedrijf. Op deze manier komt de verdere &#039;verkipping&#039; van de landbouw om de hoek loeren. De Standaard haalt terecht het voorbeeld van Heuvelland aan, waar de pluimveeteelt nu al voor onrust zorgt bij de inwoners en het beleid.Tegelijk geeft Landsbond Pluimvee aan dat niet alleen een oververhitte markt dreigt, maar ook een toename van import, aangezien Europa naast een grote exporteur ook een grote invoerder is. Op zoek naar de tendensOp zoek naar naakte cijfers van die tendensen, blijkt dat noch De Standaard, noch de overheid, noch de banken of andere spelers een eenduidige inschatting kunnen maken. Begrijpelijk ook. Enerzijds raken de cijfers vermengd omdat aanvragen van VLIF en effectieve vergunningen door elkaar gebruikt worden. Anderzijds is er te weinig uitwisseling tussen de verschillende beleidsniveaus. Dat de tendens in de huidige cijfers nog niet helemaal duidelijk is, heeft er ook mee te maken dat landbouwers nog niet allemaal de denkoefening over hun toekomstplannen hebben gemaakt. 8 miljoen extra kippen per jaarHet kabinet van de West-Vlaamse gedeputeerde voor Landbouw Bart Naeyaert (cd&amp;amp;v) geeft aan dat er dit jaar in West-Vlaanderen al 870.306 stuks pluimvee bijgekomen zijn. Het merendeel van de aanvragen valt na juni. We zullen het jaar met gemak afronden met een miljoen extra stalplaatsen voor kippen. Ruwweg omgerekend in productierondes, komt dit neer op ongeveer acht miljoen extra kippen per jaar. Dat is dan een toename van 1.374 procent tegenover 2024. Toegegeven: het waren geen vette jaren voor de aanvragen, maar dit jaar sluit behoorlijk aan bij de trend van het recordjaar van 2019 (1,4 mio dierplaatsen). En we komen nog maar net op gang, zoals eerder aangegeven. Al die kippen komen bovenop de reeds aanwezige pluimveestapel. Om het met de samenvattende woorden van de voormalige voorzitter van de Landsbond Pluimvee te zeggen: “De adviesbureaus draaien overuren. Velen willen een stal bouwen of verbouwen en er worden massaal nieuwe vergunningen aangevraagd of klaargestoomd om in te dienen. Veel erfbetreders adviseren graag om uit te breiden of over te schakelen naar de pluimveesector. Dat doen ze vooral om de eigen omzet op peil te houden of te verhogen. Maar weet, beste collega’s, de bomen groeien niet tot in de hemel. Beleid maken is vooruitzien en dan moeten we verder kijken dan de retoriek en de prijzen van de dag.&quot;120 hectare extra nodig voor voederKeren we even terug naar die reeds vergunde 870.306 extra stuks West-Vlaamse braadkippen. Hun voeder wordt voornamelijk ingevoerd en hun mest gaat naar Frankrijk of overzeese gebieden. Onze kippen zijn dus bij uitstek niet grondgebonden en mogen amper genieten van de reststromen van de voedingsindustrie, in tegenstelling tot varkens. Ze staan dus helemaal los van het systeem. Voor de voeders van deze groep kippen, gebruiken we 120 hectare extra aan landbouwgrond elders. Grond die daar niet voor humane voeding kan worden gebruikt. Onderzoek naar de effecten op de levenskwaliteit en gezondheid van de omwonenden werd opgestart, maar door de toenmalige regeringen achteruitgeschoven Waar blijft immissie-beleid?De 870.306 kippen nemen - volgens de op dierenwelzijn bedenkelijk nauwe Belplume-normen van 42 kg/m² - 4,77 hectare landbouwgrond in. Ze stoten 9,75 ton fijnstof uit (stalsysteem p 6.4) en laten zich gelden op vlak van geur, zeker de laatste twee weken van hun korte groeitijd. Onderzoek naar de effecten op de levenskwaliteit en gezondheid van de omwonenden werd door de provincie West-Vlaanderen in samenwerking met onder meer de West-Vlaamse Milieufederatie en ILVO opgestart, maar door de toenmalige Vlaamse en federale regeringen achteruitgeschoven. Tot op vandaag is er geen degelijk Vlaams onderzoek dat vertrekt vanuit de immissie zoals geur, desinfectiemiddelen, fijnstof of zoönosen. Ondertussen wordt de burger, en bij uitbreiding het groene middenveld dat het aankaart, wel geframed als een last in de vergunningsprocedure. Hoewel een vergunning met grote kans insnijdt op hun grondwettelijk geborgde levenskwaliteit. Niet de boer, maar het beleid is hier nalatig. Moeilijk om als boer een gefundeerde keuze te makenOver naar de boer die op dit moment voor een aartsmoeilijke keuze staat. Springt die in één bepaalde richting van diversificatie, of toch eerder specialisatie of extensivering? Hoe kan je als boer weten welke de juiste richting is? Je kan de erfbetreder uit de veevoedersector volgen en hopen dat niet te veel collega’s dezelfde sprong wagen, zodat de markt niet instort. Gesteund door het subsidiebeleid kan de overtuiging groeien dat je een veilige sprong maakt naar de kapitaalintensieve sector. Je kan bouwen op het discours van het beleid dat insinueert dat de consument juist zal kiezen tussen een (verondersteld niet-duurzame) kip uit het buitenland of de (op een aantal factoren) duurzame kip uit Vlaanderen. Maar je kan ook zoeken naar minder evidente manieren van investeren of desinvesteren. En dan wordt het plots veel complexer omdat onder andere de keten dan minder is uitgebouwd. Het landbouwbeleid moet de trampoline zijn die landbouwers stimuleert om keuzes te maken die de brede maatschappelijke nood invullen Sturing van VLIF en GLBBinnen een voedings- en omgevingsbeleid is de landbouwer, meer dan de toelevering of verwerking, een strategische schakel. Het landbouwbeleid moet de trampoline zijn die de landbouwers stimuleert om keuzes te maken die de brede maatschappelijke nood invullen. De VLIF- en GLB-middelen hebben de facto tot doel te sturen. En dat doen ze, maar niet per definitie in de meest toekomstbestendige richting. Dat stelde ook de UGent vast in een recente studie: de steun stuurt dan het aanbod, maar past geenszins in een coherent beleid. Ze is een &quot;stimulans voor Vlaamse landbouwbedrijven om te kiezen voor een bedrijfsontwikkeling die zich inzet op schaalvergroting en technologische end-of-the-pipe oplossingen van milieuproblemen&quot;. Nood aan een coherent holistisch beleidVoor een coherent beleid kijken we hoopvol naar de Landbouwvisie 2030-2050. Die zou opgemaakt moeten worden vanuit een holistische visie, met een breed spectrum aan inzichten. Maar de Landbouwvisie volgt op het stikstofdecreet, waar de &#039;kippenrush&#039; of ‘toegenomen interesse’ in pluimvee op vandaag ook wel een uitvloeisel van is. Niet alleen de West-Vlaamse Milieufederatie wees op het gebrek aan een brede blik in het decreet en waarschuwde voor neveneffecten naar andere beleidsdomeinen, en een verdere (kapitaals)intensivering - dus lock-in - van de landbouwers zelf. Telkens weer dezelfde mechanismen.De Landbouwvisie zou dus voor een trendbreuk moeten zorgen, maar volgens professor Joost Dessein mist deze al van het begin van het proces de horizontale en verticale coherentie van het beleid. Bovendien wordt er geen rekening gehouden met waar de macht zich bevindt bij het vormgeven van subsidiebeleid en dus wat als norm geldt. En waar ook landbouweconome Tessa Avermaete in een reactie op het pluimvee-artikel in De Standaard op Radio 1 naar verwijst: een coherente visie die eveneens naar de consument kijkt om een holistisch voedselbeleid na te streven. Het zijn telkens weer dezelfde vaststellingen. Dat Vlaanderen zich daarenboven op heel wat manieren terugtrekt uit onderzoek en steun aan een agro-ecologische transitie zorgt voor een versterking van de fuik voor boeren die vandaag de keuze moeten maken. Er zijn meerdere alternatieven, maar de middelen sturen richting intensivering. In welke richting willen en kunnen we de landbouw in Vlaanderen dus stimuleren? Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurBart Vanwildemeersch is beleids- en communicatiemedewerker bij het West-Vlaamse Milieufederatie. Dit is een federatie van natuur- en milieuverenigingen die samen ijveren voor meer en betere natuur, milieu- en leefomgeving in West-Vlaanderen.</content>
            
            <updated>2025-11-11T14:24:26+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Klimaatverandering bedreigt Belgische economie en nationale veiligheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/de-klimaatverandering-bedreigt-belgische-economie-en-nationale-veiligheid" />
            <id>https://vilt.be/58193</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zonder extra klimaatmaatregelen komt de Belgische economie en nationale veiligheid in het gedrang. Dat is één van de bevindingen die klimaatinstituut Cerac in een nieuw rapport bekendmaakte. Cerac voorspelt onder meer duizenden hittedoden, infrastructuur- en voedselproblemen en pandemieën. Daar is België volgens de studie nog niet klaar voor.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/63da26a4-ed1f-4e13-b560-2de64ef7c0c2/full_width_overstroming-woumen-2-t-hof-van-de-rhille.jpeg</image>
                                        <content>Cerac biedt inzichten en aanbevelingen die België weerbaarder moeten maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. &quot;De vraag is niet langer of klimaatrampen zullen plaatsvinden, maar wanneer, en hoe we erop zullen reageren&quot;, zegt Luc Bas, directeur van Cerac. &quot;België moet daarom samenwerken op de verschillende beleidsniveaus om klimaatrampen te voorkomen.&quot;Om de problemen het hoofd te bieden, moet er volgens Cerac ingezet worden op een consequent adaptatiebeleid. Maar daar wringt het schoentje. Door het huidige versnipperde beleid is België volgens Cerac nog niet in staat om een consequente strategie op poten te zetten. Het probleem moet &quot;met dezelfde urgentie en inzet van middelen worden aangepakt als andere grote bedreigingen voor de veiligheid&quot;, zo luidt het rapport. De kwetsbare groepen, zoals ouderen, sociaal zwakkeren, landbouwers en stedelingen, zullen de gevolgen eerst voelen, maar op termijn zal heel de samenleving getroffen worden. Natuurrampen kosten geldCerac schetst een desastreus plaatje voor de Belgische economie. De waterbom die in 2021 verschillende delen van Wallonië en Limburg onder water zette, kostte naar schatting 5,2 miljard euro. Toekomstige rampen kunnen even duur of duurder worden. Als er niets verandert, verwacht Cerac dat de overheidsschuld tegen 2050 met 15 procent stijgt. Dat zou een begrotingsaanpassing vragen ter waarde van ongeveer 1,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp).Tegelijkertijd wordt de grond onder de voeten van verzekeringsmaatschappijen ook te warm, want zij moeten de schadeclaims uitbetalen. &quot;Met de toename van klimaatgerelateerde rampen zouden herverzekeraars de Belgische markt kunnen verlaten, waardoor burgers en bedrijven zich niet meer kunnen verzekeren, of enkel tegen veel hogere prijzen&quot;, zegt econoom Grégory Truong. In Frankrijk is dat al een realiteit. Impact op de voedselvoorzieningDe impact zal ook in bredere economische sectoren te voelen zijn. Binnen België bedreigt waterschaarste cruciale sectoren, zoals de chemie, farma, voedingsindustrie en het toerisme. In de toekomst kunnen de jaarlijkse verliezen in de landbouw oplopen tot tientallen miljoenen euro&#039;s. Die inkomensinstabiliteit kan zorgen voor problemen in de tewerkstelling in de landbouw en onzekerheid in de voedselvoorziening. De Belgische landbouwpraktijken zijn volgens Cerac dus aan een duurzame vernieuwing toe.&amp;nbsp;De klimaatverandering zal ook verschillende gezondheidsrisico&#039;s met zich meebrengen. In een positief scenario verwacht Cerac jaarlijks meer dan duizend extra sterfgevallen door de hitte. Die hitte zal ook zorgen voor meer pollenallergieën, mentale problemen en luchtvervuiling. Mens en dier zullen vaker te maken krijgen met pandemieën zoals vogelgriep, blauwtong, dengue en chikungunya, die door exotische muggen verspreid worden. &quot;Zonder aanpassing dreigt een verdere overbelasting van het zorgsysteem&quot;, besluit Cerac nog.</content>
            
            <updated>2025-11-11T18:41:38+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Studie: duurzame producten worstelen met prijs en geloofwaardigheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/studie-duurzame-producten-worstelen-met-prijs-en-geloofwaardigheid" />
            <id>https://vilt.be/58194</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Belgische shoppers zijn zich steeds meer bewust van milieu-uitdagingen, maar handelen er niet altijd naar. Dat blijkt uit consumentenonderzoek van Yougov. Meer dan een derde van de Belgische huishoudens geeft aan dat economische druk het moeilijker maakt om milieuvriendelijke gewoonten te handhaven. Er is ook een vertrouwensprobleem: twee op de drie Belgen geloven dat de meeste duurzaamheidsclaims slechts marketingtactieken zijn. Wat kan de retail hieraan doen?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="consument" />
                        <category term="duurzaam" />
                        <category term="lokaal" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1cd8dcb6-83b4-43f2-ae82-54c812d1b2e3/full_width_sustainability-duurzaamheid.jpg</image>
                                        <content>Klimaatverandering, voedselverspilling en plasticgebruik behoren tot de grootste zorgen van Belgische consumenten, maar in aankoopgedrag wordt er niet altijd naar gehandeld. En dat is niet alleen de schuld van de consument, want ook producenten kunnen meer doen om de klant te overtuigen. Dat blijkt uit een studie van Yougov.De studie deelt de Belgische consument op in diverse segmenten. Aan het uiteinde van het spectrum zitten de ‘eco-actieven’. Zij hebben niet veel overtuigingskracht nodig om duurzaam te kopen. Ook Fairebel, een lokaal geworteld merk, wordt twee keer zo vaak gekocht door &#039;eco-actieven&#039;. Een vergelijkbare trend zien we bij Garden Gourmet, een producent van vegetarische alternatieven voor vleesproducten. Deze cijfers laten zien dat duurzaamheid voor dit type consument hand in hand gaat met lokale en plantaardige voeding. Belgen zien meerwaarde in lokaalDe liefde voor lokaal ziet Yougov bij alle Belgische shoppers, niet alleen bij wie bewust ecologisch leeft. Ook een voorkeur voor hervulbare verpakkingen en volledig recycleerbare materialen is aanwezig bij de gemiddelde Belg. Twee derde van de bevolking geeft aan zeer gefrustreerd te zijn over plastic afval. Het merendeel van de Belgen neemt proactief stappen om hun plasticverbruik te verminderen. De introductie van herbruikbare boodschappentassen in de supermarkt en herbruikbare drankbekers op events wordt in België bovengemiddeld geaccepteerd. Yougov ziet dit als een signaal dat Belgen gerust duurzaam willen handelen, op voorwaarde dat de oplossingen tastbaar, gemakkelijk en lokaal relevant zijn.84 procent vindt het prima dat supermarkten enkel nog herbruikbare zakken aanbieden. 77 procent aanvaardt het verdwijnen van plastic wegwerpzakjes voor fruit en groenten, en 56 procent is mee met de trend van herbruikbare bekers. Veel &#039;duurzame&#039; producten kennen te vage claimsHet struikelpunt: zeer vaak zijn duurzame alternatieven te duur voor de gemiddelde consument. Er is ook een vertrouwensprobleem. Vele consumenten twijfelen of alle producten gepromoot als &#039;duurzaam&#039;, dit daadwerkelijk zijn. Dat komt omdat de duurzaamheidsclaims op vele producten eerder vaag zijn. Merken moeten duidelijk, geloofwaardig en transparant communiceren als ze de consument willen overtuigen. Een sticker met het woord &#039;ecologisch&#039; is niet genoeg. Specifieke claims, zoals een label met de woorden ‘100% recycleerbaar, gemaakt van 85% gerecycled materiaal’, vindt de consument al veel duidelijker. Zeker als dit kan worden gestaafd met certificeringen of traceerbare gegevens.Hetzelfde geldt voor lokale producten. Is een product van Belgische origine, dan wordt dat bij vele producten nog niet sterk genoeg benadrukt. Marketing via storytelling, zoals getuigenissen over de positieve impact van de korte keten op lokale boeren en ondernemers, blijkt wel degelijk doeltreffend te zijn.Op marketingniveau lijken de oplossingen relatief eenvoudig, maar het prijsvraagstuk ligt moeilijker. Yougov stelt producenten voor om lessen te trekken uit de ‘gangbare’ producten. Plantaardige producten worden bijvoorbeeld te weinig aangeboden in voordeelverpakking.De studie voorspelt dat producenten die het voortouw nemen in duurzaamheidscommunicatie, daar ook voor beloond zullen worden op de markt.</content>
            
            <updated>2025-11-12T18:49:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwers poseren op kalender voor mentaal welzijn van hun collega’s]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwers-poseren-op-kalender-voor-mentaal-welzijn-van-hun-collegas" />
            <id>https://vilt.be/58195</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De boeren- en boerinnenkalenders van Boeren op een Kruispunt zijn <a href="https://www.boerenopeenkruispunt.be/de-boeren-en-boerinnenkalender-2026-is-vanaf-nu-te-koop" target="_blank" target="_self">opnieuw verkrijgbaar</a>. Net zoals eerdere jaren geven 24 landbouwers zich figuurlijk en deels letterlijk bloot, ten voordele van de organisatie die zich inzet voor mentaal welzijn bij landbouwers. Fotograaf van dienst Antoon Vanderstraeten blikt terug op een geslaagde shoot. “We werken niet met professionele modellen, maar échte mensen uit het veld.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boeren" />
                        <category term="mentaal welbevinden" />
                        <category term="imago" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7d55f1aa-c094-4037-892b-a9169bc19303/full_width_img-9246-low-res.jpg</image>
                                        <content>Wat ooit ontstaan is als een spontaan idee van twee boerinnen, is inmiddels een vaste waarde aan de muur van elke landbouwliefhebber. De kalenders zijn vanaf deze maand te koop, onder meer via de webshop van Boeren op een Kruispunt.Elk jaar trekken fotograaf Antoon Vanderstraeten en visagiste Nancy Hendrickx vrijwillig te velde om24 fraaie boeren en boerinnen te shooten. “De zoektocht naar vrouwelijke deelnemers lukt elk jaar redelijk vlot”, zegt de fotograaf, tevens hoofdredacteur bij hectares.be. “Bij de mannen merk je doorgaans wat meer schroom. Ze maken zich zorgen over de reactie van hun vrienden of collega’s. Maar eens ze meedoen, is dat met overtuiging en volle goesting.”De boerinnenkalender bestaat al langer, maar de boerenkalender is nieuw sinds vorig jaar. “Het was de eerste keer niet eenvoudig om 12 mannen te vinden”, zegt Vanderstraeten. “Daarom heb ik er toen zelf ook op gestaan. Dit jaar ging het vlotter.&quot; &quot;Het mooie aan beide kalenders is dat we mensen fotograferen die écht uit de sector komen&quot;, zegt de fotograaf nog. &quot;Alle leeftijdklasses komen aan bod. Het zijn geen lingeriemodellen die we bij een tractor plaatsen en waar we een mooi verhaaltje rond vertellen. De deelnemers zijn échte boeren die fier zijn op wat ze doen en daarmee willen uitpakken. Ik moet zelf dus niet veel werk doen om kandidaten te overtuigen, integendeel.”Met de opbrengst biedt Boeren op een Kruispunt gratis hulp aan Vlaamse land- en tuinbouwers die het moeilijk hebben. In 2024 telde de organisatie 246 aanmeldingen. &quot;Deze waardevolle ondersteuning is kosteloos voor de boeren, maar uiteraard niet zonder kosten&quot;, meldt de organisatie. &quot;Gelukkig kan de vzw rekenen op steun van de Vlaamse overheid, de provincies en landbouworganisaties. Daarnaast zorgen giften en acties zoals deze kalenderverkoop voor extra middelen.&quot;De kalender is volgens de organisatie meer dan een steunactie alleen. &quot;Hij toont de landbouw op een positieve, verbindende manier, over alle sectoren heen.&quot;De boeren- en boerinnenkalenders kan men bestellen via de webshop van Boeren op een Kruispunt. De afzonderlijke kalenders kosten 15 euro, of 25 euro voor allebei. De kalenders worden verzonden of kunnen gratis afgehaald worden op verschillende locaties, waaronder Agribex.</content>
            
            <updated>2025-11-12T20:32:11+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rundveehouders krijgen uitstel voor melding van 5%-maatregel, maar uitvoeringsdeadline blijft]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rundveehouders-krijgen-uitstel-voor-melding-van-5-maatregel-maar-uitvoeringsdeadline-blijft" />
            <id>https://vilt.be/58196</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Elk rundveebedrijf moet tegen eind dit jaar een ammoniakemissiereducerende ingreep toepassen met een rendement van vijf procent. De deadline om de uitgevoerde maatregel aan de overheid te melden, is nu uitgesteld. Dat meldt het Departement Omgeving. Ook verduidelijkt het departement dat veehouders hun veestapel kunnen verminderen door dierplaatsen tijdelijk buiten gebruik te stellen, in afwachting van bijvoorbeeld een nieuwe ammoniakemissiereducerende (AER-)maatregel op het bedrijf. Zodra een nieuwe techniek is toegepast, kunnen de dierplaatsen opnieuw worden ingevuld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/db2ce6c0-2894-4bee-932c-5999cd899815/full_width_melkveemelkkoe.jpg</image>
                                        <content>Vlaamse rundveehouders hebben nog minder dan twee maanden om zich in regel te stellen met het stikstofdecreet. Tegen het nieuwe jaar moet elk rundveebedrijf een tussentijdse maatregel genomen hebben die de ammoniakuitstoot met vijf procent verlaagt. Die ingreep moeten de veehouders ook melden aan de overheid. In die administratieve procedure liepen echter heel wat landbouwers en adviesbureaus vast, waardoor de naderende deadline extra druk veroorzaakte. Vereenvoudiging en uitstel van meldingOm de druk van de ketel te halen, wordt de deadline voor de administratieve melding nu opgeschoven. Veehouders zullen de tijd krijgen om hun maatregel te melden tot de uiterste indiendatum van de Mestbankaangifte, die doorgaans in maart valt. Tegelijk zal de melding grondig vereenvoudigd worden. Zo hoeven landbouwers zelf geen berekeningen meer door te geven en moeten ze enkel nog aangeven welke maatregel ze hebben doorgevoerd en op welke dieren deze van toepassing is. De vereenvoudigde procedure verschijnt op 18 november in het Omgevingsloket en kan vanaf 1 december worden ingediend. Tijdelijke buitengebruikstelling van dierplaatsenHet Departement Omgeving laat ook weten dat veehouders beroep kunnen doen op een tijdelijke buitengebruikstelling van dierplaatsen om aan het stikstofdecreet te voldoen. Wie tegen het einde van het jaar nog geen ammoniakemissiereducerende techniek kan toepassen of voor wie beweiden geen optie is, kan op deze manier zijn rundveestapel tijdelijk verminderen met een reductie van vijf procent.De dierplaatsen worden daarbij niet definitief geschrapt. Zodra een veehouder een AER-techniek installeert of start met beweiding, kunnen de dierplaatsen opnieuw worden ingevuld. Wie voor deze optie kiest, moet dit ook via de melding laten weten aan de overheid. Veehouders die dit niet melden voor de uiterlijke deadline van de Mestbankaangifte in het voorjaar van 2026, zijn niet in regel en kunnen erna enkel nog definitief dierplaatsen schrappen of een ammoniakemissiereducerende techniek toepassen. Het geeft een beetje ademruimte, maar is geen structurele oplossing Geen structurele oplossingLandbouworganisatie Boerenbond riep eerder op om de volledige 5%-maatregel op te schorten. &quot;Er zijn tot op vandaag te weinig technieken voorhanden voor rundveehouders om hun stikstofuitstoot te verlagen&quot;, luidt het. Volgens Boerenbond lost het nieuws van het departement vandaag niet de kern van het probleem op. &quot;Het geeft de boeren die zich, door het falen van de overheid, nog niet in regel hebben kunnen stellen met de 5%-stikstofreductie toch enige ademruimte. Het zijn kleine stappen die de haalbaarheid moeten vergroten. Maar de nood aan fundamentele oplossingen die voor toekomstperspectief zorgen voor de boeren blijft&quot;, aldus Lode Ceyssens, voorzitter van Boerenbond. &quot;In plaats van te blijven morrelen aan een decreet dat gebouwd is op drijfzand vragen we snel de omslag te maken naar een emissiereductiemodel dat echt rechtszekerheid biedt. Ons standpunt blijft heel duidelijk: het stikstofdecreet moet herschreven worden. We betreuren dat de Vlaamse regering niet snel genoeg werk maakt van de omslag naar een emissiemodel.&quot;&amp;nbsp;Ook het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) betreurt dat de volledige regel niet werd opgeschort. &quot;Hoe je het ook draait of keert, fundamenteel blijft het fout om een sector die met meer dan 30 procent in dieraantallen is gedaald, nog verder te willen verkleinen&quot;, aldus Mark Wulfrancke van ABS. &quot;Dan maakt het daarbij niet uit of je het gemakkelijk of moeilijk maakt.&quot;&quot;Dat Vlaams minister van Landbouw en bij uitbreiding de Vlaamse regering hier stoicijns koud voor blijft zegt veel over hoe men over duurzame landbouw denkt&quot;, gaat hij verder. &quot;Hetzelfde gaat ook op voor de melkveehouders met melkvee in ingestrooide stallen. Die worden koud gepakt en het lijkt niemand te deren. Waar wil Vlaanderen heen? Geen koe meer in de weide, weg met een diverse landbouw zoals we die vandaag gelukkig nog kennen?&quot;</content>
            
            <updated>2025-11-13T09:13:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voederkosten in varkenssector stijgen weer, maar prijzen gaan niet mee omhoog]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/interpig-belgen-betalen-meer-voer-dan-nederlanders-lagere-marges-in-het-verschiet" />
            <id>https://vilt.be/58197</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Varkenshouders in België hebben hogere voederkosten dan Nederlanders. Dat blijkt uit een studie van InterPIG. Wel zijn de voederprijzen wereldwijd flink gedaald tussen 2022 en 2024, wat ook leidde tot lagere varkensprijzen. Onderzoeker Robert Hoste gelooft dat varkensvlees in de nabije toekomst nog even goedkoop zal blijven, al kan de turbulentie op de internationale voedermarkt aan de marges vreten. “De voederprijs stijgt weer, maar ook het aanbod aan varkensvlees is gestegen”, zegt Hoste. “In België, Duitsland en zeker Nederland bouwt men de varkensstapel af, maar elders in Europa neemt hij toe.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="voeder" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dcecc505-e8eb-438f-b985-9e0ad13278f0/full_width_varkenbig.jpg</image>
                                        <content>De totale productiekosten tussen Belgische en Nederlandse varkenshouders zijn licht verschillend. De Nederlandse varkenshouders maakten in 2024 1,82 euro kosten per kilo geslacht gewicht. Bij Belgische boeren was dat 1,87 euro. Er is wel een verschil in de samenstelling van deze productiekosten. Voor elke kilo varkensvlees, betaalt een Belgische varkensboer 1,19 euro aan voeder. Dat is 20 cent meer dan men in Nederland aan voer besteedt. Anderzijds betalen Nederlandse boeren beduidend meer aan mestafzet, wat hun totale werkingskosten aanzienlijk verhoogt. In 2023 maakte mestafzet nog negen cent uit van de variabele kosten. In 2024 is dat gestegen naar 13 cent. Volgens Wouter Wytynck van Boerenbond zijn deze kosten lager in België. “Wij hebben al langer ingezet op mestverwerking en hebben onze mestafzet dan ook beter geregeld”, zegt hij.Onderzoeker Robert Hoste is verbonden aan Wageningen Social &amp;amp; Economic Research en voorzitter van InterPIG, een groep internationale economen die jaarlijks de kostprijzen berekent. Hij ziet diverse verklaringen voor de verschillen in het prijzenrapport, te beginnen bij het voeder. “De gemiddelde prijs van compleet mengvoer voor zeugen, biggen en vleesvarkens ligt in Nederland op 303 euro. In België is het 335 euro, of tien procent meer.” Zwaarder slachtgewicht in BelgiëDe voederconversie is in België minder efficiënt. Het traject van een varken van 30 naar 120 kilo ligt in België op een voederconversie van 2,67, in Nederland op 2,44 (hoeveelheid voer gedeeld door gewichtstoename). &quot;Daar zijn verschillende redenen voor, maar één factor is dat de varkens in België in 2024 wat zwaarder werden geslacht&quot;, zegt Hoste. &quot;Er is ook gekozen voor een andere eindbeer op een deel van de bedrijven, het zogenaamde tempovarken, wat kennelijk heeft geleid tot een ongunstige voederconversie omdat niet alle bedrijven driefasevoedering kunnen toepassen. Er worden in Nederland meer natte bijproducten gevoederd, wat bijdraagt tot de meer gunstige voederconversie.”Die analyse wordt ook gevolgd door Belgische experts. “De slachtgewichten zijn bij ons duidelijk gestegen ten opzichte van andere jaren”, zegt Wytynck. “In 2023 ongeveer een tweetal kilogram op het geslacht gewicht en ook in 2025 zien we dat die tendens verder doorgetrokken wordt. Wanneer de varkensprijzen goed zijn, loont het om de varkens zwaarder af te leveren, zelfs al wordt de voederconversie daardoor wat ongunstiger.”Genetica en castratie beïnvloeden voederconversie“De genetica bij ons en in Nederland is toch nog wel verschillend, gezien wij als eindlijn meer met een Piétrainbeer werken, waar de voederconversie ook in het voordeel is”, merkt Wytynck nog op. “Feit is dat de bevleesdheid van onze varkens daardoor over het algemeen wel beter is.&amp;nbsp;We zien echter dat, gezien de kwaliteit te weinig wordt verloond, er meer en meer wordt overgeschakeld wordt op de eindgenetica die ook in Nederland wordt gebruikt en dat het voederverbruik bij ons wel iets gestegen is. Bovendien wordt door het verschil in genetica bij ons ook meer belang gehecht aan de voederkwaliteit, waardoor het voeder dus rijker qua inhoud is en dus ook iets duurder is.” We merken dat beren die niet gecastreerd zijn een aanzienlijk betere voederconversie hebben dan de borgen Nog een mogelijke factor ziet Hoste in het castreren: in Nederland worden 40 procent van de beren niet gecastreerd. “We merken dat beren die niet gecastreerd zijn een aanzienlijk betere voederconversie hebben dan de borgen.”Nederlandse schaalgrootte drukt de kostenWat ook op meerdere facetten meespeelt, is de schaalgrootte. “De bedrijven in Nederland zijn gemiddeld groter dan in België. Op grotere bedrijven worden meer bijproducten gevoerd, en dat maakt voer voordeliger”, zegt Hoste. “Bovendien zijn op grotere bedrijven de ligplaatsen per zeug goedkoper, Eén zeugenplaats inclusief opfok en vleesvarkens bedraagt in Nederland gemiddeld 10.600 euro. In Vlaanderen is dat 11.600 euro.”Wanneer we van de Lage Landen uitzoomen tot heel Europa, vallen er nog ruimere conclusies te trekken. De afbouw van de varkensstapel is een maatregel die niet in heel ons werelddeel wordt gevolgd, integendeel. “Ik voorspel dus ook dat de marges op varkensvlees niet beter worden”, zegt Hoste. “Anderzijds hebben de varkenshouders mooie jaren achter de rug en hebben ze hopelijk ook de nodige reserves opgebouwd voor mindere tijden.” Onzekerheid kost geldHet onderzoek reikt tot 2024 en ook dat blijkt nu een ongelukkige timing. De wereldwijde tendens van dalende voederprijzen is sinds het aantreden van de Amerikaanse president Donald Trump wellicht gekeerd. Hoste is voorzichtig met uitspraken over de toekomst, maar de turbulente wereldhandel is hem niet ontgaan. “Niets is goed te voorspellen als het gaat om veevoer, en al helemaal niet sinds Trump aan de macht is. Onzekerheid kost altijd geld&quot;, zegt Hoste. De verwachting is dat de voederprijzen de komende tijd zullen stijgen. Met name sojaschroot en -bonen, maar ook de tarwe- en maïsprijzen zullen licht stijgen, als we afgaan op de grondstoffenmarkt.” Hoewel de voederprijzen stijgen, zullen de varkensprijzen dat in eerste instantie niet doen Volgens Hoste stijgen en dalen de voedselprijzen telkens weer in golven. “Bij elke stijging of daling merk je dat de voederprijzen vroeg of laat teruggaan naar een normaal niveau, maar dat kan één of twee oogsten duren”, zegt hij. “Dat zie je bijgevolg ook bij de varkensprijzen. Maar hoewel de voederprijzen stijgen, zullen de varkensprijzen dat in eerste instantie niet doen. Het aanbod in Europa is in stijgende lijn. Waar België, Nederland en Duitsland de varkensstapel afbouwen, zien we de slachtcijfers elders toenemen. Dat verklaart waarom de varkensprijzen dit jaar net gedaald zijn, dus ik verwacht ook de komende jaren slechtere marges voor varkensboeren.” Uitschieter OekraïneTot slot nog één opmerkelijk element: de hoge uitschieter van Oekraïne. Daar hebben de boeren zeer hoge kosten per kilo geslacht gewicht. Of niet? “Het is het eerste jaar dat Oekraïne meedoet aan de berekening”, zegt Hoste. “Bij nieuwe landen werken we nog verder aan de betrouwbaarheid van de cijfers, omdat de data die ze aanleveren soms nog niet kloppen met onze definities. Dat kan leiden tot afwijkingen. Wat wel klopt, is dat Oekraïne gigantisch hoge energiekosten heeft. Zij betalen 40 cent energie per kilo karkas, en dat heeft natuurlijk alles met de oorlog te maken.”</content>
            
            <updated>2025-11-12T18:34:00+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aardappeltelers en -verwerkers maken afspraken over timing van contractondertekening]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aardappeltelers-en-verwerkers-maken-afspraken-over-timing-van-contractondertekening" />
            <id>https://vilt.be/58198</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na de spanningen over verbroken afspraken dit voorjaar hebben aardappeltelers en -afnemers duidelijke termijnen vastgelegd voor de ondertekening van contracten. Deze zullen worden opgenomen in de gedragscode voor aardappelcontracten. "Het biedt een garantie voor alle partijen dat er elk jaar opnieuw op korte termijn duidelijkheid is", aldus Boerenbond.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b9000d60-30fe-4ce3-99cb-12980354b5f2/full_width_aardappelberg-warnez1.jpg</image>
                                        <content>De gebeurtenissen van het voorjaar brachten de termijnen voor contractondertekening onder de aandacht. Toen de vrije aardappelmarkt in maart instortte, werden tal van afspraken niet nagekomen. De lange periode tussen een mondelinge overeenkomst en de uiteindelijke ondertekening van het contract was daarbij een groot pijnpunt.“Voor of bij aanvang van het teeltseizoen vinden onderhandelingen tussen een teler en een afnemer plaats”, licht Boerenbond toe. “Meestal starten deze met een voorstel van de afnemer. Maar zolang er geen akkoord is, zijn deze voorstellen niet bindend.” Telers moesten dit voorjaar soms tot tien weken wachten voordat ze hun ondertekende contract terugkregen van hun afnemer, terwijl de markt in die tijd ondertussen sterk was veranderd.Binnen Belpotato en in samenwerking met de FOD Economie kwamen afnemers en telers tot nieuwe afspraken. “Ondanks de moeilijke marktsituatie sinds het voorjaar zijn de onderhandelingen over deze aanpassingen vlot verlopen”, getuigt landbouworganisatie Boerenbond. Aanpassing in gedragscodeVoortaan krijgen telers bij onderhandelingen per e-mail of via een internetplatform 15 kalenderdagen om te reageren op het voorstel of de vraag van de afnemer. Indien een teler niet tijdig reageert, komt het voorstel te vervallen.Vanaf het moment dat de teler het voorstel overmaakt, heeft ook de afnemer 15 kalenderdagen om dit voorstel te aanvaarden of een tegenvoorstel te doen. Indien er geen wijzigingen worden voorgesteld wordt dit aanzien als een akkoord. Als de afnemer tijdig een tegenvoorstel doet, krijgt de teler op zijn beurt zeven kalenderdagen om dit al dan niet te aanvaarden. Indien er geen reactie van de teler komt, wordt het tegenvoorstel als aanvaard beschouwd en is er een overeenkomst.Deze afspraken zullen in een aanpassing van de gedragscode voor aardappelcontracten worden opgenomen. Volgens Boerenbond zal daarin ook worden vermeld dat “onderhandelingen idealiter fysiek gebeuren, zodat beide partijen het contract ter plaatse kunnen ondertekenen”. Een toevoeging waarover Boerenbond zeer tevreden is. &amp;nbsp; Minder onzekerheidOok tegenover de vastgelegde termijnen staat de organisatie positief. “We zijn ons ervan bewust dat telers aandachtig zullen moeten zijn om tijdig te antwoorden”, klinkt het. “Maar het biedt wel een garantie voor alle partijen dat er op een korte termijn duidelijkheid is. Zo wordt de onzekerheid over contracten die nog niet door beide partijen zijn ondertekend, beperkt. Hierdoor kunnen ook andere afspraken zoals de aankoop van pootgoed, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen vlotter afgehandeld worden door telers.”</content>
            
            <updated>2025-11-13T20:05:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[CAG: "Wat de geschiedenis ons kan leren over de eiwitshift"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/cag-wat-de-geschiedenis-ons-kan-leren-over-de-eiwitshift" />
            <id>https://vilt.be/58199</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tegen 2030 wil Vlaanderen de verhouding tussen dierlijke en plantaardige eiwitten op ons bord omkeren, naar 60 procent plantaardig en 40 procent dierlijk. Van grote vooruitgang is voorlopig nog weinig sprake. In het verleden is Vlaanderen er nochtans wel al enkele keren in geslaagd om enkele eiwitshifts te realiseren. Dat schrijft historicus Yves Segers van het Centrum Agrarische Geschiedenis&nbsp;(CAG) in een nieuwe historische analyse over peulvruchten. “Wat ooit lukte met de aardappel, kan vandaag ook met bonen, linzen en erwten”, aldus Segers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="eiwitshift" />
                        <category term="geschiedenis" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5d80ccc8-9e8a-4769-aaad-689b0972cf68/full_width_fababooneiwitpeulvruchtveld-copyrightbeneo-1250.jpg</image>
                                        <content>Het menu van de Vlaamse consument bestaat vandaag uit meer dierlijke dan plantaardige eiwitten. In het verleden was dat nochtans lang anders voor het overgrote deel van de bevolking. Peulvruchten zoals bonen, erwten en linzen, samen met broodgranen, waren eeuwenlang het fundament van de volksvoeding. Zeker in tijden van schaarste speelden ze een sleutelrol. “Toch wisten ze zelden deze positie te behouden”, duidt Segers. Hij werpt in zijn nieuwe essay een historische blik op de eiwittransitie in Vlaanderen en België.Niet vlees, maar peulvruchten waren onze originele eiwitbronnenIn de middeleeuwen waren peulvruchten van onschatbare waarde: ze waren voedzaam, goedkoop en lang houdbaar. Samen met granen werden ze verwerkt in brood, soepen en stoofpotjes. Voor de gewone man waren bonen en erwten eeuwenlang de voornaamste eiwitbron. “In feite waren dit onze oorspronkelijke eiwitbronnen&quot;, stelt Segers in het essay. &quot;Misschien moeten we niet langer peulvruchten als ‘vleesvervangers’ zien, maar vlees eerder als een vervanger van peulvruchten benoemen.&quot;Ondanks hun alomtegenwoordigheid stonden peulvruchten echter niet heel hoog aangeschreven. Ze golden als eenvoudig basisvoedsel, bonen nog meer dan erwten. “Wie erwten kon eten, had het wat beter dan wie bonen moest eten”, aldus Segers. “Peulvruchten hadden trouwens al eeuwenlang in Europa een overwegend negatief imago, vooral door medische, sociale en culturele opvattingen.” Vlees en andere dierlijke producten genoten daarentegen van een hogere status. Het waren symbolen van welvaart en luxe. Maar dit kwam niet op tafel bij de gewone man. Enkel de tafels van de rijken kenmerkten zich met schotels vol wild, gevogelte en vis. De parallellen tussen de introductie van de aardappel destijds en de huidige moeizame herlancering van peulvruchten is opvallend Aardappel was de eerste gamechangerDe introductie en acceptatie van de aardappel vanaf het einde van de achttiende eeuw zorgde voor een cruciale shift. Deze knol zou vanaf dan in belangrijke mate peulvruchten vervangen als bron van plantaardige eiwitten. Al ging de inburgering van de Zuid-Amerikaanse aardappel niet vanzelf. Boeren waren gehecht aan hun vertrouwde gewassen. “Ze waren terughoudend om energie te investeren in een gewas dat ze niet kenden en waarvan de opbrengst en waarde onduidelijk was”, duidt Segers. “Aardappelen dienden dan ook aanvankelijk vooral als voeder voor varkens. De parallellen met de moeizame herlancering van peulvruchten vandaag is opvallend.”Pas in de tweede helft van de achttiende eeuw won de aardappel langzaamaan populariteit. Onze Oostenrijkse bewindvoerders stimuleerden de teelt actief. Ze prezen de aardappel aan als een betrouwbaar middel tegen voedseltekorten, in een tijd van sterke bevolkingsgroei en dure graanprijzen. Ook in onze buurlanden kreeg de aardappel daarom steun. Agronoom en militair apotheker Antoine Parmentier kon zelfs de Franse koning Lodewijk XVI overtuigen om mee de aardappel onder de bevolking te promoten. Wat ooit exotisch was en beschouwd werd als varkensvoer, kan een belangrijke plek veroveren in de keuken van morgen, of overmorgen. &quot;De acceptatie van de aardappel veranderde het voedingspatroon ingrijpend. Vanaf de vroege jaren 1800 is hij nauwelijks weg te denken uit de Belgische keuken&quot;, schrijft Segers. De aardappel verdrong in belangrijke mate peulvruchten als cruciale component van de maaltijd, vooral bij de lagere bevolkingslagen. Enkel in tijden van schaarste en hongercrisissen was er een verhoogde consumptie van peulvruchten vast te stellen. Peulvruchten werden vanaf dan en tot diep in de twintigste eeuw hoofdzakelijk nog geteeld voor veevoeder of voor hun zaden.“In feite kunnen we deze evolutie als een eerste grote eiwitshift benoemen”, aldus de historicus. “Bovendien illustreert de blijvende populariteit van de aardappel dat eetgewoonten en -voorkeuren kunnen veranderen. Wat ooit exotisch was en beschouwd werd als varkensvoer, kan een belangrijke plek veroveren in de keuken van morgen, of overmorgen”, aldus Segers.Peulvruchten verschuiven naar de achtergrondEen tweede omslag volgde aan het einde van de negentiende eeuw. Door industrialisering en massale invoer van goedkope Amerikaanse broodgranen beschikten brede lagen van de bevolking over meer koopkracht. Die toegenomen welvaart weerspiegelde zich rechtstreeks op het bord. Steeds vaker kwamen dierlijke producten in beeld. Vooral vlees werd het symbool van vooruitgang en voorspoed. Deze evolutie werd versterkt door een groeiend geloof in de voedingswaarde van dierlijke eiwitten, mede aangewakkerd door artsen en economen.Omdat graan niet veel meer opleverde en meer mensen vlees aten, gingen boeren zich ook in toenemende mate toeleggen op de veeteelt. “Zo markeerde het fin de siècle een nieuwe, belangrijke culinaire breuklijn”, aldus Segers. “Hoewel groenten en peulvruchten nooit volledig verdwenen van het bord, verschoven ze vanaf dan steeds meer naar de achtergrond.” Nieuw kantelpunt“Ingegegeven door klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, afhankelijkheid van ingevoerde eiwitten en de nood aan gezondere voedingspatronen, staan we vandaag &amp;nbsp;opnieuw voor een kantelpunt”, stelt Segers. Volgens hem vragen peulvruchten om een structurele herwaardering, maar dit zal niet vanzelf gebeuren. &quot;Vlaanderen moet investeren in teelt, keten en cultuur, en consequent beleid voeren. Peulvruchten moeten opnieuw worden gepositioneerd als smaakvol, veelzijdig en eigentijds, ondersteund door investeringen in teelt, verwerking, distributie en culinaire promotie.”Hij gelooft erin dat de huidige eiwitshift kan leiden tot een succes en een blijvende verandering. “Zo kan een oud en vaak vergeten voedingspatroon opnieuw de basis vormen voor een toekomstbestendig voedingspatroon”, besluit de historicus.</content>
            
            <updated>2025-11-14T14:06:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Alles wat je moet weten over de 5% stikstofreductie voor de rundveehouderij in 10 vragen en antwoorden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/alles-wat-je-moet-weten-over-de-5-stikstofreductie-voor-de-rundveehouderij-in-10-vragen-en-antwoorden" />
            <id>https://vilt.be/58200</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Sinds de stemming van het stikstofdecreet begin 2024 is beslist dat elk rundveebedrijf uiterlijk op 31 december 2025 een ingreep moet toepassen met een minimaal rendement van vijf procent. Toch leven er nog heel wat vragen over welke maatregelen daarvoor in aanmerking komen, wie aan de verplichting moet voldoen en welke administratieve stappen er nodig zijn. Wij zetten ze hier op een rijtje.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f6225b34-1295-4d13-9922-c07f26c4adee/full_width_tbaliehofweekvandekorteketenmelkkoevoeder.JPG</image>
                                        <content>1. Waarom geldt er voor de rundveesector een verplichting tot het nemen van een maatregel met een rendement van 5% en voor de andere sectoren niet?Varkens en pluimveehouders moeten ten laatste tegen 31 december 2030 hun PAS-referentie 2030 behalen. Dat wil zeggen dat zij op de emissies van hun varkens en kippen in niet-ammoniakemissiearme (AEA) stallen een reductie moeten halen van 60 procent tegenover die emissies van het jaar 2021 (tenzij uitzonderingen die zijn toegekend door CAPAS, de Commissie Afwijkende PAS-referentiesituatie).Op rundveebedrijven zijn ammoniakemissiearme technieken veel minder ingeburgerd en daarom is er gekozen om de reducties in eerste instantie op sectorniveau vast te leggen. Ook rundveebedrijven moeten tegen 2030 voldoen aan hun PAS-referentie. Het reductiecijfer dat rundveebedrijven moeten toepassen wordt bepaald per deelsector. Momenteel liggen die reductiepercentages op 25% voor melkvee, 0% voor vleesvee en 28% voor mestkalveren, maar die percentages kunnen nog worden bijgesteld. De reductiepercentages moeten eveneens worden toegepast op de ammoniakemissies van 2021 (tenzij uitzonderingen die zijn toegekend door CAPAS, de Commissie Afwijkende PAS-referentiesituatie).Om ervoor te zorgen dat niet iedereen tot het laatste moment wacht om maatregelen te nemen, werd de verplichting ingeschreven in het stikstofdecreet om al een tussentijdse reductie te vragen aan alle rundveehouders. Ten laatste tegen eind 2025 moet elke rundveehouder (met uitzondering van de bedrijven die een vrijstelling hebben gekregen, zie vraag 6) een maatregel met een rendement van 5% toepassen op het bedrijf. 2. Welke opties heb ik om die ingreep toe te passen op mijn bedrijf?De reductie kan op drie verschillende manieren gerealiseerd worden:Ofwel maakt het bedrijf gebruik van één of meerdere ammoniakemissiereducerende (AER) maatregel(en). Als voor deze optie wordt gekozen, dan moet het bedrijf op 31 december 2025 zeker zijn dat de techniek in het daaropvolgende jaar voor een reductie van 5% in de emissies zal zorgen, in vergelijking met de toestand waarin deze maatregel &amp;nbsp;niet zou gebruikt worden. Alle erkende maatregelen per diercategorie zijn terug te vinden op de website van VLM.Het is vanzelfsprekend dat wanneer een rundveehouder bijvoorbeeld kiest om de techniek ‘beweiden’ toe te passen, we niet verwachten dat de koeien op oudejaarsdag op de weide gelaten worden, maar de beweiding moet in de jaren daarna wel 5% van de emissies reduceren.Ofwel maakt het bedrijf gebruik van de mogelijkheid om 5% minder rundvee te houden. Dat kan door 5% van de dierplaatsen voor rundvee ofwel uit de vergunning te schrappen, ofwel tijdelijk buiten gebruik te stellen. In beide gevallen mogen die dieren vanaf 1 januari 2026 niet meer aanwezig zijn op het bedrijf.Ofwel combineert het bedrijf een AER-techniek op (een deel van) het rundvee met het verminderen van het aantal dierplaatsen voor rundvee, al dan niet door ze tijdelijk buiten gebruik te stellen. 3. Welke deadlines moet ik in de gaten houden om in regel te zijn?Vanaf 18 november 2025 zal de vereenvoudigde versie van de melding beschikbaar zijn op het Omgevingsloket, deze kan dan vanaf 1 december ook via die weg ingevuld worden. Als je de oude versie van het meldingsformulier al had ingevuld, dan kan je deze oude versie nog tot en met 30 november indienen. Vanaf 18 november 2025 kan je ook ervoor kiezen om de ingevulde versie te converteren naar de nieuwe versie van het meldingsformulier.Vanaf 1 december 2025 zal de nieuwe, vereenvoudigde versie van de melding kunnen ingediend worden via het Omgevingsloket om de gekozen methode om aan de reductieverplichting te voldoen op te nemen in de vergunning.Die gekozen ingreep moet ten laatste op 31 december 2025 toegepast worden op het bedrijf (zie vraag 2).Bedrijven die op 31 december 2025 de maatregel beginnen toepassen, maar die, op dat moment,&amp;nbsp; nog niet konden opnemen in de vergunning door dit te melden via het Omgevingsloket, krijgen daarvoor nog de tijd tot het moment van de uiterste indieningsdatum van de Mestbankaangifte. 4. Het is voor mij onmogelijk om tegen 31 december 2025 een ammoniakemissiereducerende maatregel (AERM) werkend in de stal te hebben. Maar ik wil dit na deze datum toch doen, hoe kan ik mij dan best in regel stellen?Dan kan de veehouder kiezen voor de optie om een aantal dierplaatsen voor rundvee tijdelijk buiten gebruik te stellen. Op die manier geeft de landbouwer zichzelf de tijd om de juiste techniek voor zijn bedrijf te bepalen. Concreet betekent dit dat vanaf 31 december 2025 er minder runderen gehouden worden op het bedrijf, maar die dierplaatsen kunnen dan terug ingevuld worden eenmaal de nieuwe AERM wordt toegepast en is opgenomen in de vergunning door dit te melden in het Omgevingsloket. 5. Hoe werkt het tijdelijk buiten gebruik stellen van vergunde dierplaatsen?Zoals hierboven gemeld, een veehouder die ervoor kiest om een aantal vergunde dierplaatsen voor rundvee tijdelijk buiten gebruik te stellen, kan deze maatregel opnemen in zijn vergunning door dit te melden via het Omgevingsloket. Dit kan vanaf 1 december 2025 tot de uiterste datum van de Mestbankaangifte die andere jaren op half maart lag. Wordt er nadien een andere ingreep genomen (zoals beweiden of een ammoniakemissiereducerende maatregel), dan moet dit opnieuw gemeld worden en dan krijgt de veehouder de tijdelijk buiten gebruik gestelde dierplaatsen terug. Ook wanneer het bedrijf een nieuwe vergunning vraagt en aan de PAS-referentie 2030 voldoet, kunnen die buiten gebruik gestelde dierplaatsen opnieuw geactiveerd worden, voor zover de bedrijfseigen PAS-referentie 2030 dit toelaat.Het tijdelijk schrappen van dierplaatsen is een ingreep die tijdelijk (enkel via de vereenvoudigde melding in het Omgevingsloket) kan doorgegeven worden om in de bijzondere milieuvoorwaarden op te nemen in de vergunning en dit uiterlijk tot de deadline van de Mestbankaangifte 2026. Wie deze meldingsplicht niet tijdig naleeft, kan nadien enkel nog dierplaatsen definitief stopzetten of een andere ammoniakemissiereducerende maatregel toepassen. 6. Welke documenten en gegevens heb ik nodig om de vereenvoudigde meldingsplicht in te vullen?Vanaf 18 november zal op de website van het Departement Omgeving een aangepaste, vereenvoudigde versie van het meldingsformulier beschikbaar zijn. Dat kan vanaf 1 december digitaal ingediend worden via het Omgevingsloket. Om dit formulier in te vullen, moet je volgende gegevens bij de hand hebben:Type bedrijf (melkvee, vleesvee, mestkalveren, eventueel in combinatie met een andere bedrijfstak)Landbouwernummer en exploitatienummer in de MestbankaangifteAls een ammoniakemissiereducerende maatregel (AERM) wordt gemeld: code (bijv. PAS R-1.1), omschrijving en reductiepercentage van de AERM en op hoeveel dieren (per diercategorie) deze AERM van toepassing isAantal dieren (per diercategorie) die het bedrijf eventueel wil stopzetten of tijdelijk buiten gebruik wil stellenZoals in vraag 3 gesteld, valt de uiterste datum waarin deze vereenvoudigde melding moet gebeuren samen met de uiterste datum van de Mestbankaangifte. 7. Ik heb een vrijstelling voor de PAS-reductie, moet ik dan nog iets doen voor deze tussentijdse doelstelling?Neen, bedrijven die een vrijstelling hebben aangevraagd én verkregen, zijn eveneens vrijgesteld voor het nemen van een maatregel met een rendement van 5%.Ook bedrijven die geacht worden te hebben voldaan aan de verplichting tot een tussentijdse reductie moeten geen melding doen. Dat is het geval voor bedrijven bij wie na 1 januari 2015 al ammoniakemissiereducerende maatregelen in de vergunning zijn opgenomen die een minimaal rendement van 5% tegenover de vergunde ammoniakemissie zonder de ammoniakemissiereducerende maatregel garanderen. Het is belangrijk dat die maatregelen ook effectief zijn opgenomen in de vergunning. Wie bijvoorbeeld een PAS-vloer in zijn stal heeft geplaatst zonder dit in zijn vergunning te laten opnemen, moet dit alsnog melden via het Omgevingsloket.Ook bedrijven die na 1 januari 2015 een nieuwe vergunning verkregen hebben waarin (ten belope van minstens 5% van de emissies) minder rundvee vergund is dan voorheen, worden geacht te hebben voldaan aan de verplichting tot een tussentijdse reductie, en moeten geen melding meer doen. 8. Ik heb een impactscore die kleiner is dan 0,025% en hoef dus niet aan mijn PAS-referentie te voldoen. Moet ik nog iets doen voor deze tussentijdse doelstelling?Ja, elk rundveebedrijf zonder vrijstelling moet een reductie van 5% nemen.Een bedrijf met een impactscore die kleiner is dan of gelijk is aan 0,025 procent kan daarna wel nog een nieuwe vergunning aanvragen die meer emissies zou bevatten dan de huidige vergunde situatie min de 5% reductie, zolang de impactscore op dat moment nog steeds lager is dan 0,025 procent. 9. Ik heb een vleesveebedrijf en moet dus 0% reduceren voor mijn PAS-referentie. Moet ik nog iets doen voor deze tussentijdse doelstelling?Ja, elk rundveebedrijf zonder vrijstelling moet een reductie van 5% nemen.Een vleesveebedrijf dat voor de PAS-referentie 0% moet reduceren, kan daarna wel nog een nieuwe vergunning aanvragen die meer emissies zou bevatten dan de huidig vergunde toestand min 5% reductie, zolang de aangevraagde vergunning voldoet aan de PAS-referentie en desgevallend de gebiedsspecifieke neerwaartse trend niet hypothekeert. 10. Zal de 5%-reductiemaatregel gehandhaafd worden?Ja, de ingreep is een voorwaarde in de bedrijfsvoering vanaf 31 december 2025 tot op het moment dat een bedrijf hetzij stopgezet wordt, hetzij een nieuwe vergunning heeft verkregen met een duurtijd voorbij 2030 en dus de gebiedsspecifieke neerwaartse trend niet hypothekeert.</content>
            
            <updated>2026-01-26T18:05:23+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europa wil snellere goedkeuring biologische bestrijdingsmiddelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europa-wil-snellere-goedkeuring-biobestrijdingsmiddelen" />
            <id>https://vilt.be/58201</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Biologische gewasbeschermingsmiddelen moeten sneller markttoegang krijgen. Dat heeft het Europees Parlement beslist. Op deze manier wil Europa landbouwers minder afhankelijk maken van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Boerenbond reageert tevreden dat Europa lijkt te beseffen dat de huidige registratieprocedures zeer lang duren en complex zijn. “Daardoor laten investeerders in deze middelen Europa links liggen en gaan andere werelddelen wel verder kunnen ontwikkelen”, meldt de landbouworganisatie. Boerenbond en ABS hopen dat dit een aanzet kan zijn voor Europa om ook nieuwe genomische technieken (NGT’s) te omarmen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/27052d57-d170-48f0-ab3b-d2ba4a290552/full_width_lieveheersbeestje-ipm-plaagdruk-gewasbescherming-1250.jpg</image>
                                        <content>Deze week hebben de Commissie milieubeheer, klimaatverandering en voedselveiligheid en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling met 97 stemmen voor, 8 tegen en 2 onthoudingen een initiatiefverslag aangenomen over manieren om de registratie en het gebruik van biologische bestrijdingsmiddelen te versnellen. In mensentaal: Europa neemt zich officieel voor om de procedures te vereenvoudigen en zal dit in de toekomst vertalen in concrete regelgeving.&quot;Landbouwers hebben een breed en evenwichtig instrumentarium nodig om hun gewassen doeltreffend te beschermen”, stak de rapporteur voor de Commissie milieubeheer, klimaatverandering en voedselveiligheid, Alexander Bernhuber (EVP, Oostenrijk) van wal. “Het potentieel van biologische bestrijding moet ten volle worden benut, maar daarvoor zijn snellere goedkeuringen en vergunningen nodig. Adequate financiering voor EFSA (Europees Voedselagentschap, red.) en de nationale autoriteiten is essentieel. De Commissie moet een doelgericht kader voorstellen dat innovatie mogelijk maakt en tegelijkertijd veiligheid en duurzaamheid waarborgt.&quot;Naast een snellere goedkeurings- en autorisatieprocedure wil het Europees Parlement ook een duidelijke wettelijke definitie van biologische bestrijdingsmiddelen opmaken. Europa roept de lidstaten ook op om de lokale procedures voor biologische gewasbescherming te vereenvoudigen. &quot;Mag niet ten koste gaan van toelating conventionele middelen&quot;In de marge benadrukken de leden van het Europees Parlement wel dat deze snellere beoordeling en toelating van biologische bestrijdingsmiddelen niet mag leiden tot verdere vertragingen bij de risicobeoordeling en toelating van conventionele gewasbeschermingsmiddelen. Er mag ook geen sprake zijn van een Wilde Westen: ondanks de versnelling moeten biologische bestrijdingsmiddelen nog steeds aan een strenge wetenschappelijke beoordeling worden onderworpen.Om vertragingen te vermijden, vinden de Europarlementsleden dat zowel de lidstaten als de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) meer moeten investeren in beoordelingscapaciteit. Dit is natuurlijk niet gratis en dus pleiten de EP-leden ook voor prioritaire trajecten met speciale aanvullende financiering. Om meer biologische middelen te ontwikkelen, moet er ook ruimte zijn voor zowel publiek als privaat onderzoek in partnerschap. Alternatieven zijn nodigBovendien wordt in het verslag nog eens onderstreept dat de landbouwproductiviteit op peil moet blijven. Europa benadrukt dat het niet de bedoeling is dat landbouwers zonder effectieve en betaalbare middelen komen te zitten om hun gewassen te beschermen. Er moet ook worden geïnvesteerd in begeleiding voor het praktisch gebruik van biologische bestrijdingsmiddelen, in samenwerking met landbouwers. Als we de afhankelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen willen verminderen, hebben boeren behoefte aan toegankelijke, veilige en effectieve alternatieven De rapporteur voor de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling Anna Strolenberg (Groenen, Nederland) is enthousiast dat het voorstel met een overgrote meerderheidsstem werd goedgekeurd. &quot;De brede steun van alle fracties toont aan dat het Parlement klaar is om concrete stappen te zetten in de richting van innovatie en duurzaamheid in ons voedselsysteem. Als we de afhankelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen willen verminderen, hebben boeren behoefte aan toegankelijke, veilige en effectieve alternatieven. Biologische bestrijdingsmiddelen kunnen daarvoor zorgen, als we ze het juiste kader geven om te gedijen.&quot;De goedkeuring en toelating van biologische bestrijdingsmiddelen en -producten valt momenteel onder een Europese Verordening. Opmerkelijk: biologische bestrijdingsmiddelen op basis van ongewervelde dieren vallen niet onder de EU-wetgeving en zijn onderworpen aan uiteenlopende nationale regels. We merken al jaren dat we voor de productie van onze plantaardige voeding niet meer met dezelfde wapens kunnen strijden Boerenbond: &quot;Mix van middelen nodig&quot;In een reactie laat Boerenbond zich enthousiast uit over het Europees initiatief. “We pleiten we al langer voor een vereenvoudiging van de erkenningsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen”, meldt de organisatie. “We merken al jaren dat we voor de productie van onze plantaardige voeding niet meer met dezelfde wapens kunnen strijden als andere werelddelen. Deze stap is dan ook een stap in de goede richting. Naast het gebruik van biologicals denken wij ook dat nieuwe genomische techieken (NGT) kunnen bijdragen aan een betere plantengezondheid.”“Cruciaal is dat we allemaal inzien dat de nieuwe alleenzaligmakende middeltjes nog niet uitgevonden zijn en dat nieuwe (biologische) en traditionele chemische gewasbeschermingsmiddelen in de toekomst met elkaar moeten worden afgewisseld”, meldt Boerenbond nog. “Gewasbeschermingsmiddelen met verschillende werkingsmechanismen zijn cruciaal om resistentie te voorkomen. Als we dit niet doen, passen ziekten en plagen zich zeer snel aan en gaat het effect van gewasbeschermingsmiddelen uitdoven. Dat is absoluut niet wenselijk in functie van gezonde planten met goede productieve opbrengsten. Niet-chemische gewasbeschermingsmiddelen, biostimulanten en mechanische onkruidbestrijding zijn mooie aanvullingen op klassieke gewasbeschermingsmiddelen.”BioForum: &quot;Chemische gewasbescherming niet simpelweg vervangen door biovarianten&quot;BioForum, de belangenorganisatie voor de biologische landbouw, ziet ook de nood aan een betere goedkeuringsprocedure voor biologische bestrijdingsmiddelen. &quot;Tegelijk willen we duidelijk maken dat een duidelijke definitie van biocontrole een absolute voorwaarde is en dat niet elk biologisch bestrijdingsmiddel automatisch toegelaten is in de biologische landbouw. Dat moet ook zo blijven&quot;, zegt woordvoerder Tom Wouters.&quot;We willen dat de landbouw in het algemeen evolueert naar een meer holistische aanpak in het omgaan met plagen en ziekten, met aandacht voor een veerkrachtig landbouwsysteem dat van nature beter bestand is tegen plagen en extreme weersomstandigheden. Alleen binnen zo’n robuust systeem kan biologische bestrijding echt doeltreffend zijn. Het lijkt ons dus ook niet slim om chemische gewasbescherming simpelweg te vervangen door biologische varianten”, stelt hij.Wouters wijst er nog op dat biologische landbouw eerder streeft naar preventie van plagen en ziekten, dan het aanbrengen van externe inputs. Biologisch of niet. &quot;Alleen als het echt niet anders kan, worden ze ingezet en dan nog steeds als onderdeel van een bredere systeemaanpak&quot;, zegt hij.De plenaire vergadering zal tijdens haar zitting van 24 tot 27 november over de ontwerpresolutie stemmen.ABS: &quot;Werk ook aan procedures chemische gewasbescherming&quot;Boerenorganisatie ABS schaart zich eveneens achter de snellere goedkeuringsprocedure, maar benadrukt dat de procedure voor chemische middelen eveneens doenbaar moet blijven. &quot;Europa heeft een heel hoog nimby-gehalte als het op gewasbeschermingsmiddelen aankomt, wat maakt dat we hier zeer snel achteruitgaan qua middelenpakket&quot;, zegt woordvoerder Mark Wulfrancke.  &quot;Nieuwe en betere middelen, zowel voor milieu als doeltreffendheid, dreigen aan Europa voorbij te gaan als fabrikanten geconfronteerd worden met een bijna onhaalbare toelatingsprocedure waarbij het voorzorgsprincipe wordt misbruikt om principieel niets toe te staan. Europa moet zich niet de illusie maken dat het als afzetmarkt onmisbaar is of het gebruik van deze middelen wereldwijd kan tegengaan&quot; Nieuwe en betere middelen, zowel voor milieu als doeltreffendheid, dreigen aan Europa voorbij te gaan als fabrikanten geconfronteerd worden met een bijna onhaalbare toelatingsprocedure &quot;Europa is dan wel niet bijster consequent als het op import en handelsverdragen aankomt&quot;, zegt Wulfrancke tot slot. &quot;Europese landbouwers staan zo pakweg 200 - 0 achter tegenover bijvoorbeeld de Mercosurlanden. Via de achterdeur van importvoeding komen deze gewasbeschermingsmiddelen dus gewoon bij ons terecht.&quot;&amp;nbsp;&quot;Een snellere toelatingsprocedure blijft goed om het beschikbare middelenpakket aan te vullen. Maar het is aanvullen&quot;, concludeert de ABS-woordvoerder. &quot;Nieuwe chemische middelen, nieuwe genoomtechnieken,... ze zullen allemaal nodig zijn om de inwoners van kwalitatief goed en veilig voedsel te voorzien. Het ene mag dus geen aanleiding zijn om het ander te verbieden of nog verder moeilijk te maken.&quot;</content>
            
            <updated>2025-11-14T10:32:03+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Suikermarkt siddert op grondvesten: Tiense Suiker vermindert areaal met een kwart]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/suikermarkt-siddert-op-grondvesten-tiense-suiker-vermindert-areaal-met-een-kwart" />
            <id>https://vilt.be/58202</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Tiense Suikerraffinaderij plant een vermindering van haar bietenareaal met 25 procent, nadat het vorig jaar ook al met 15 procent werd teruggeschroefd. “De markt is helemaal uit balans, de suikerprijs staat op een dieptepunt”, klinkt het bij Tiense Suiker. Ook Iscal zou plannen hebben om het areaal terug te dringen, terwijl het Nederlandse Cosun haar leden vorige week al informeerde dat het volgend jaar minder bieten wenst.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="biet" />
                        <category term="suiker" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/75bd6781-5e19-4b90-9205-078b7ea334a0/full_width_suikerbieten.jpg</image>
                                        <content>Deze week zijn de bietentelers van Tiense Suiker geïnformeerd over de plannen om het bietenareaal verder te verkleinen. Door de slechte suikerprijzen schroefde het bedrijf het areaal dit jaar al met 15 procent terug. Daar komt volgend jaar nog eens 25 procent bovenop. “Wij moeten reageren om de markt te stabiliseren op een redelijk prijsniveau en dit in het belang van alle betrokken partijen”, aldus het schrijven van Erwin Boonen, directeur grondstoffen bij Tiense Suiker, aan zijn telers.Ook Iscal en Cosun grijpen inTiense Suiker is niet de enige speler in de suikermarkt die deze beslissing neemt. Twee weken geleden communiceerde Iscal naar zijn leden een advies om minder bieten te planten. Woordvoerder Brieuc Vandeleene zegt dat de fabriek op deze manier op zo&#039;n vijf procent minder bieten hoopt uit te komen volgend jaar. &quot;Als kleinere speler kunnen we het ons niet veroorloven om extreem in de bietenbevoorrading te snoeien. Daarbij vonden we het niet fair tegenover onze boeren, met wie we een langetermijnrelatie hebben. Door zo laat te verwittigen zouden zij in de knoop kunnen komen met de teeltplanning en de bestelling van zaaigoed.”Deze overweging speelde ook bij de Nederlandse suikerbietenverwerker Cosun Beet Company. Eerder had de Nederlandse verwerker nog aangekondigd dat de toewijzing voor 2026 stabiel zou blijven op 100 procent, maar vorige week kregen de telers te horen dat dit wordt teruggeschroefd naar 90 procent. Door de marktomstandigheden kon de verwerker naar eigen zeggen niet anders. In de brief verwijst Cosun naar de hoge opbrengsten van 2025, de hoge suikervoorraad in Nederland en de prijsdruk op de wereldmarkt. Overproductie en goedkope importIn een brief aan zijn telers schrijft Erwin Boonen van Tiense Suiker dat de suikermarkt helemaal uit balans is. “Door de hoge opbrengst van de bieten in Europa, de recent toegekende bijkomende importhoeveelheden door de EU en de wereldmarkt die onder grote druk staat, is de Europese suikermarkt volledig uit evenwicht en kampt deze met een overschot. Dit onevenwicht heeft zich de laatste weken sterk uitvergroot.”Bovendien waren de weersomstandigheden in België en in Europa dit jaar uiterst gunstig. Hoewel er 11 procent minder suikerbieten geplant werd dan vorig jaar, lag de opbrengst volgens een oogstraming van statistiekbureau Statbel 11 procent hoger. De opbrengst per hectare lag dit jaar 25 procent hoger dan vorig jaar. “Qua productie is het een topjaar, met opbrengsten tussen de 95 en 98 ton per hectare en een suikergehalte van meer dan 18 procent”, aldus Boonen.De overproductie in Europa en de toegenomen import drukken al geruime tijd op de prijs. In de laatste Europese notering van september stond de suikerprijs op 520 euro per ton. De mondiale suikerprijs staat momenteel echter op ongeveer 360 euro en dit legt een enorme druk op de prijs binnen Europa. Deze prijzen zijn volgens de marktspelers lang niet voldoende om winstgevend te zijn, niet op vlak van teelt en evenmin op vlak van verwerking. Om duurzaam en toekomstgericht te kunnen telen en verwerken schuiven zij een prijs van minimaal 650 euro per ton naar voor.De slechte suikerprijzen wegen trouwens al langer op het bedrijfsresultaat van Südzucker, het moederbedrijf van de Tiense Suikerraffinaderij en één van de grootste suikergroepen in Europa. Door de lage prijzen daalden de suikerinkomsten van de groep van 2,1 miljard euro in de eerste helft van vorig jaar tot 1,4 miljard euro dit jaar, met een verlies van 89 miljoen euro. “Verlaging nodig om de prijs te stutten”Door een verlaging van de suikerproductie probeert Südzucker de schade te beperken en de markt terug in balans te brengen. “Dat laatste was vroeger een taak voor de EU, maar na de liberalisering van de suikermarkt in 2017 is het aan ons”, aldus Boonen. Ook Brieuc Vandeleene van Iscal geeft aan dat het creëren van een onderaanbod cruciaal is om de prijs te stutten. De suikerwerker uit Fontenoy verwacht aan het einde van de campagne met overvolle silo’s te zitten.Met de liberalisering van de suikermarkt werden de minimumprijzen en productielimieten afgeschaft. Het is sinds die periode nooit slechter geweest met de suikerprijzen als nu. Nadat de productielimieten werden geschrapt, ging het areaal de hoogte in. Hierdoor ontstond een overaanbod op de markt en daalde de suikerprijs tot 2020 sterk.Erwin Boonen realiseert zich dat de impact van de maatregel groot kan zijn voor akkerbouwers. Niet alleen omdat teeltplannen vaak al gemaakt zijn en zaaigoed in sommige gevallen al besteld is, maar “temeer omdat ook andere teelten op dit moment slecht renderen”.</content>
            
            <updated>2025-11-14T13:32:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Organisaties gelinkt met Code Rood verliezen subsidies]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/organisaties-gebonden-aan-code-rood-verliezen-subsidies" />
            <id>https://vilt.be/58203</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Al zeker zes organisaties die banden hebben met de radicale klimaatbeweging Code Rood verliezen een deel van hun subsidies. Dat heeft de Vlaamse regering beslist. Code Rood protesteerde in maart nog tegen de ‘agro-industrie’ bij Cargill. Het kabinet Gennez zegt geen Vlaams belastinggeld meer te willen geven aan organisaties die niet ondubbelzinnig afstand nemen van gewelddadig extremisme.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="boerenprotest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dd255b8f-b24a-4285-ac3b-3133e204b27f/full_width_code-rood.png</image>
                                        <content>De organisaties Vrede, Vredesactie, Climaxi, GetBasic, vzw Labo en Headquarters of the Movement (HOTM) verliezen subsidies vanwege banden met de radicale klimaatbeweging Code Rood. Headquarters of the Movement wordt gesteund door activiste Anuna De Wever. Net als de Gentse vzw Labo kreeg Headquarters of the Movement een positief advies van de beoordelingscommissies, maar de Vlaamse regering oordeelt dat ze vanwege hun steun aan de radicale milieuorganisatie Code Rood toch hun subsidie moeten verliezen.“Middenveldorganisaties die betrokken zijn bij of niet ondubbelzinnig afstand nemen van gewelddadig extremisme of het ondersteunen, zullen geen Vlaams belastinggeld krijgen”, zegt Rebecca Castermans, woordvoerder van minister Caroline Gennez (Vooruit). “Dat kadert binnen het deradicaliseringsplan waar de Vlaamse regering eerder over besliste. LABO vzw en Headquarters of the Movement (HOTM) zullen geen subsidies ontvangen.”Vier organisaties die in het verleden steun aan Code Rood hebben betuigd, krijgen nu verminderde steun. “Zij krijgen het wettelijke basisbedrag van 150.000 euro toegekend”, zegt Castermans. “Het gaat om Vrede, Vredesactie, GetBasic en Climaxi.”Climaxi vindt het niet kunnen dat de Vlaamse Regering afwijkt van wat de expertencommissie voorstelt. &quot;Onder druk van N-VA worden een aantal progressieve organisaties neer gesabeld, ter compensatie van de vermindering die Vlaams-nationalistischeverenigingen kregen na een slecht rapport. Vroeger heette zoiets in Vlaamse milieus ‘Belgische Wafelijzerpolitiek’.&quot;Daarvoor zoekt men een stok om een hond mee te slaan&quot;, vervolgt Climaxi. &quot;Eerst kregen we de opmerking dat we te veel juridische procedures lanceerden met overheidsgeld. Dat doen wij dus niet en dat werd bevestigd door een Visitatiecommissie en een speciaal gestuurde Verstrengd Toezicht Subsidies. Toen dat argument zinloos leek, ging het over zogezegd de steun aan Code Rood. Er is dus geen enkele sprake van steun aan zelfs de minste “gewelddadige’acties. Zo is dat ook bij de andere organisaties die getroffen worden.&quot; Maskers opCode Rood pleit voor “burgerlijke ongehoorzaamheid” om de onvrede over het klimaatbeleid te uiten. In maart nam die ongehoorzaamheid de vorm aan van een ‘bezetting’ van Cargill.” Leden van Code Rood worden aangeraden om gemaskerd en zonder identiteitskaart protestacties bij te wonen, om zo vervolging te vermijden.De organisatie roept activisten ook op om zeker geen voorwerpen mee te nemen die als wapen kunnen worden beschouwd. Toch zijn beschadigingen bij deze acties niet ongewoon. Bij de Cargill-actie leidden de daden van enkele activisten zelfs tot een ontploffingsrisico met kans op dodelijke slachtoffers. Volgens het coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse OCAD was het niet de bedoeling om mensenlevens in gevaar te brengen, maar bepaalde strekkingen binnen Code Rood zijn volgens OCAD wel degelijk geradicaliseerd. Oproep van Vlaams BelangDe Cargill-actie was voor Vlaams Belang ook de aanleiding om aan te dringen op een stopzetting van subsidies aan bepaalde organisaties. In maart gooide Vlaams parlementslid Stefaan Sintobin (Vlaams Belang) de kwestie op tafel en nu lijkt hij zijn slag (gedeeltelijk) te hebben thuisgehaald. Naast organisaties die aantoonbare banden hebben met Code Rood, benoemde hij toen ook het Gents Milieufront en Voedsel Anders. Beide organisaties benadrukten echter geen deel uit te maken van Code Rood en veroordeelden de schadelijke manier van actievoeren.</content>
            
            <updated>2025-11-14T08:18:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tomatengroep introduceert eerste elektrische truck in de Belgische landbouwsector]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tomatengroep-claimt-eerste-elektrische-truck-in-de-belgische-landbouwsector" />
            <id>https://vilt.be/58204</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tomeco, een tomatentelersgroep binnen Coöperatie Hoogstraten, heeft deze week zijn elektrische vrachtwagen in gebruik genomen. De e-truck pendelt tussen de verschillende Tomeco-vestigingen en het verpakkings- en sorteringscentrum van de groep in Hoogstraten. De tomatentelers claimen hiermee een primeur in de Belgische land- en tuinbouwsector te hebben.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tomaat" />
                        <category term="vergroening" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ddba581d-dc63-4e8c-afad-be84b48c3527/full_width_e-truck-tomato-masters.jpg</image>
                                        <content>De lang verwachte Mercedes E-Actros is recent geleverd bij Tomeco en hij werd deze week in gebruik genomen. De e-truck heeft een rijbereik van 500 kilometer en wordt ingezet tussen de verschillende Tomeco-vestigingen en het pakstation van de telersgroep in Hoogstraten. Tomeco bestaat uit een aantal telers in de regio Hoogstraten en het tomatenbedrijf Tomato Masters uit Deinze.Concreet zal de elektrische vrachtwagen vooral ingezet worden om tomaten uit Deinze af te leveren in het sorterings- en verpakkingsstation. Door tussendoor bij de bestemmingen te laden, kan hij dagelijks twee tot drie heen- en weerritten tussen Deinze en Hoogstraten maken. Zes dagen per week wordt op die manier telkens zo’n 18 ton tomaten en paprika’s naar Hoogstraten gevoerd.De tomatentelers willen met de inzet van de e-truck de klimaatvoetdruk van de volledige keten verlagen. Dankzij batterijen in Deinze, die dit jaar geïnstalleerd werden, kan de vrachtwagen grotendeels zelfvoorzienend rijden waardoor het transport volledig emissievrij is. De truck zal, naast deze vaste route, ook voor andere trajecten binnen het bedrijf worden ingezet. Inspelen op de energiemarktDe optimale oplaadtijden en -methoden voor de batterij zijn in goede handen bij het tomatenbedrijf. Doordat energie een belangrijke kostenpost is, zijn de telers immers constant bezig met de energiepuzzel. &quot;We beschikken over een batterij-opslagsysteem op ons bedrijf. Wanneer de stroomprijzen laag zijn of er een energie-overschot is in België, laden we die batterijen op&quot;, klinkt het. Zodoende maakt de e-truck onderdeel uit van het brede energieplaatje op het tomatenbedrijf.Het idee om elektrisch te gaan rijden leefde al langer binnen Tomeco. De knoop werd doorgehakt toen de vorige vrachtwagen kapot ging. “Een grondige kostenvergelijking toonde aan dat elektrisch rijden niet alleen duurzamer, maar ook economisch interessanter is dan diesel”, klinkt het.De initiatiefnemers claimen dat ze de eerste e-truck in de Vlaamse land- en tuinbouw in gebruik hebben. &quot;Deze vrachtwagen is de eerste elektrische vrachtwagen in België die wordt ingezet tussen een tuinbouwbedrijf en een coöperatie, en niet door een transportfirma. Voor ons is transport geen kernactiviteit. Het gaat enkel om het vervoer van product. Dat maakt deze stap bijzonder&quot;, preciseert Tom Vlaeminck van Tomato Masters deze claim. &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-11-13T16:24:28+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU zet volgende stap in vereenvoudiging van het GLB]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-zet-volgende-stap-in-vereenvoudiging-van-het-glb" />
            <id>https://vilt.be/58205</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Onderhandelaars van de Europese Raad en het Europees Parlement&nbsp;zijn deze week overeengekomen om de administratieve lasten en regelgeving voor landbouwers te verlichten. Zo zou er per landbouwbedrijf jaarlijks slechts één controle mogen plaatsvinden en komt er meer flexibiliteit voor landbouwers om hun gronden in goede landbouw- en milieuconditie te houden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="GLB" />
                        <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3e176909-aac6-4183-9292-6d4d1c0f3364/full_width_administratiecontrole.jpg</image>
                                        <content>De vereenvoudiging van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) staat hoog op de Europese agenda. Na de strategische dialoog over de toekomst van de landbouw heeft de Commissie een pakket maatregelen ter vereenvoudiging van het huidige GLB gepresenteerd. Met het akkoord tussen de leden van het Europees Parlement en het Deense voorzitterschap van de Europese Raad wordt nu een volgende stap gezet, al moet het akkoord nog definitief worden goedgekeurd door de hele EU-Raad en het Europees Parlement voordat de hervorming van kracht kan worden. Milieu, controles en kleinschalige bedrijvenHet voorlopige akkoord voorziet meer flexibiliteit voor landbouwers om hun gronden in goede landbouw- en milieuconditie te houden. Zo is er beslist dat boeren niet langer verplicht zijn om landbouwgrond om de vijf tot zeven jaar te ploegen om als landbouwgrond erkend te blijven. Grond die op 1 januari 2026 als bebouwbaar land wordt beschouwd, blijft deze status behouden. Ook als ze niet wordt geploegd, bewerkt of ingezaaid. Die verplichting afschaffen is ook goed voor de biodiversiteit, klinkt het.Biologische landbouwers die gecertificeerd zijn, worden ook automatisch geacht te voldoen aan de verschillende eisen om landbouwgrond in goede landbouw- en milieuconditie te houden. Dat geldt ook voor grond die in omschakeling is naar biologisch.Voor controles geldt een ‘eenmaligheidsbeginsel’. Dat had ook de Commissie voorgesteld. Dat betekent dat landbouwers in een bepaald jaar niet meer dan één officiële controle ter plaatse hoeven te ondergaan.Daarnaast gaan de steunbedragen voor kleine landbouwbedrijven omhoog. Jaarlijks zou het gaan om maximaal 3.000 euro en om een nieuwe eenmalige betaling voor bedrijfsontwikkeling van maximaal 75.000 euro. De Europese Commissie had eerst voorgesteld om deze bedragen te beperken tot respectievelijk 2.500 euro en 50.000 euro. &quot;Duidelijker en dichter bij de landbouwer&quot;“Met deze aanpassingen heeft het Europees Parlement laten zien dat het mogelijk is om het GLB eerlijker, duidelijker en dichter bij de mensen te brengen die dagelijks op het land werken”, zegt rapporteur André Rodrigues (S&amp;amp;D). “Deze overeenkomst zorgt voor meer steun voor boeren, efficiëntere regels voor nationale autoriteiten en duidelijkere milieurichtlijnen, zodat goede praktijken worden aangemoedigd in plaats van bestraft door verwarring of bureaucratie.”Als deze aanpassingen ook worden goedgekeurd in het Parlement en de Raad, dan zullen de nieuwe regels vanaf 1 januari 2026 van toepassing zijn op meer dan negen miljoen landbouwers in heel Europa. “We hebben naar hen geluisterd en hun bezorgdheden omgezet in concrete oplossingen”, aldus de rapporteur.</content>
            
            <updated>2025-11-13T18:01:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoe Belpotato.be al vijf jaar de dialoog in de aardappelsector bewaakt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoe-belpotato-al-vijf-jaar-de-dialoog-in-de-aardappelsector-bewaakt" />
            <id>https://vilt.be/58206</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Deze week is het de Week van de Friet, en dat doet elke Belg watertanden. De nationale trots is het resultaat van een samenwerking tussen de Belgische aardappeltelers en -verwerkers. Een samenwerking die de voorbije dagen druk besproken werd bij veel frietliefhebbers na de recente Pano-reportage. "Het overleg tussen de telers en afnemers verloopt niet altijd even vlot, maar wel steeds constructief", gunt brancheorganisatie Belpotato.be een blik achter de schermen. "Ze schuiven al vijf jaar uit vrije wil aan onze tafel, en nog nooit is iemand ervan weggelopen."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/12f3608e-1d85-42e2-a623-c16bb01b25f4/full_width_vrancken.jpg</image>
                                        <content>Na wat spanningen en heisa rond het opmaken van contracten tussen enkele afnemers en hun telers, bereikten beide partijen woensdag een akkoord om duidelijke termijnen voor contractondertekening vast te leggen. De afspraken werden door Belpotato.be opgenomen in de gedragscode voor contracten. Deze wijziging is niet de eerste, vorig jaar werd de gedragscode al eens grondig geactualiseerd. En ook in 2021 werden er na veel onderhandelingen aanpassingen aangebracht.“Binnen een brancheorganisatie zoals Belpotato.be is het verboden om over prijzen te spreken. Wel kunnen we afspraken vastleggen over protocollen, werkwijzen en contractmodaliteiten”, duidt Mathieu Vrancken, voorzitter van Belpotato.be.&amp;nbsp;“Met de recente actualisaties hopen we al een groot deel van de weg te hebben afgelegd naar meer uniforme en professionele contracten. De manier waarop afnemers en telers tien jaar geleden afspraken maakten, valt niet meer te vergelijken met hoe er vandaag wordt samengewerkt.&quot; In goeie economische tijden blijven discussies beperkt. Pas wanneer de financiële druk toeneemt, wordt overleg lastiger Telers en afnemers kunnen niet zonder elkaarMaar de aardappelteelt en de markt zijn geen stilstaand gegeven, weet Vrancken heel goed. “Alles evolueert, waardoor het onvermijdelijk is dat de contracten op termijn opnieuw onder de loep zullen komen. En dan hoop ik dat we op hetzelfde evenwichtig elan kunnen onderhandelen als vandaag”, klinkt het. “Niet dat de aanpassingen dit jaar en vorig jaar telkens in één vergadering door alle partijen werden goedgekeurd. Consensus vinden was niet altijd even makkelijk, daar gaan ettelijke vergaderingen en discussies over. Maar elke partij had telkens goede moed en voorstellen om tot een vergelijk te komen. Heel wat telers en afnemers hebben ondertussen ook door dat ze elkaar nodig hebben.”Alles peis en vree tussen afnemers en telers dus? “Zoals in veel verhoudingen geldt: zolang het economisch voor iedereen goed draait, blijven de discussies beperkt. Pas wanneer de financiële druk toeneemt, worden posities sneller ingenomen en wordt overleg lastiger”, aldus Vrancken. “Dan bestaat de uitdaging erin om aan tafel te blijven, begrip te tonen voor elkaars problemen en samen naar oplossingen te zoeken. Dat is precies waarom Belpotato.be in het leven is geroepen.” Structureel overleg in snel evoluerende marktDe kiem voor een overlegplatform tussen telers en afnemers werd in 2018 gelegd. Door de extreme droogte en hitte was het een uitzonderlijk slecht aardappeljaar, met opbrengsten die tot 40 procent lager lagen dan normaal. Contracten konden vaak niet volledig worden nageleefd, waardoor Belgapom en Agrofront voor het eerst samen rond de tafel gingen. “Het nut van structureel overleg en samenwerking werd toen voor beide partijen duidelijk. Men begreep elkaars problemen en noden beter waardoor er samen naar oplossingen gezocht kon worden&quot;, beschrijft Vrancken.In 2020 werd Belpotato uiteindelijk uit de grond gestampt, met als stichtende leden de Belgische landbouworganisaties FWA, Boerenbond, het Algemeen Boerensyndicaat (ABS), maar ook Fiwap en Belgapom. “Het bestuur en financiering zijn paritair, zodat het gewicht in besluitvorming gelijk is voor beide zijden”, duidt de voorzitter. De belangrijkste doelstelling is het waken over de duurzaamheid van de sector: ecologisch, economisch, maar ook sociaal Constructieve blik op compromissenSindsdien brengt Belpotato.be zowel de afnemer- als de producentenzijde bij elkaar over allerlei uitdagingen. “Ons belangrijkste doel is om te waken over de duurzaamheid van de sector: ecologisch, economisch, maar ook sociaal”, verduidelijkt Vrancken. “We bewaken een evenwichtige relatie tussen telers en afnemers, met eerlijke en transparante communicatie als centraal uitgangspunt.&quot;Vrancken hoopt dat de positieve overlegcultuur binnen Belpotato.be ook doorwerkt op het terrein en een voorbeeld vormt voor telers en afnemers in hun dagelijkse samenwerking. Volgens hem is overleggen essentieel in de sector, net als een constructieve blik op compromissen. “Je kan een compromis zien als iets waarbij niemand volledig zijn zin krijgt, maar evengoed als een oplossing waarbij beide partijen een deel van hun wensen gerealiseerd zien.”Klachten van individuele aardappeltelers krijgt de brancheorganisatie zelden. “Aardappeltelers zullen eerder naar de landbouworganisaties stappen met hun specifieke problemen”, duidt de voorzitter. “Als er al eens een specifiek geval bij ons aangekaart wordt, bekijken we ook eerst of het probleem breder speelt in de sector.” Financiering is een uitdagingBelpotato.be heeft nog heel wat thema’s op de agenda waarop de organisatie zich de komende periode verder wil toeleggen. Voor onderwerpen als bemesting, pootgoed, rassenkeuze en gewasbescherming willen de telers en afnemers in de toekomst nog beter op elkaar afstemmen en samen naar werkbare oplossingen zoeken.“Vandaag beperken we ons tot het strikt noodzakelijke omdat we de werkingskosten voor een uitbreiding niet kunnen dekken”, zegt Vrancken. “We werken nog altijd met de oorspronkelijke donatie van de stichtende leden, terwijl we al lang hadden willen overschakelen naar een paritaire bijdrage van alle Belgische verwerkers, handelaars en telers. Daarvoor hebben we echter gegevens nodig van de Vlaamse en Waalse overheid en dat verloopt stroef. De procedure gaat traag, terwijl onze financiële nood hoog is. Hopelijk kunnen we snel stappen vooruitzetten zodat we onze werking en communicatie kunnen blijven verzekeren.” Pano hoeft commissieleden geen lessen te lerenOok in de landbouwcommissie van het Vlaams parlement werd deze week de aardappelproductie en -verwerking besproken. Vlaams parlementslid Jeremie Vaneeckhout (Groen) zette het onderwerp op de agenda en vatte voor zijn collega&#039;s de Pano-reportage samen: &quot;Onafhankelijkheid, zelfstandigheid en vrije keuze van teelten zijn voorgoed verleden tijd voor boeren die mee in het agro-industriële verhaal stapten. Uiteraard zullen er een aantal landbouwers zijn die daar veel geld aan verdienen, maar dat geldt duidelijk niet voor iedere landbouwer. Pano hoefde ons eigenlijk niets te leren. Want zij die af en toe praten met landbouwers, met diegene die iedere dag worstelen om te overleven, weten dat dit vaak de realiteit is.&quot;Wat volgens Vaneeckhout geen nieuwe les was, noemt Vlaams parlementslid Bart Dochy (cd&amp;amp;v) journalistiek die aan het &#039;schandalige grenst&#039;. &quot;Wie vandaag gelooft dat landbouwers verplicht worden om aardappelen te planten, kent absoluut niets van de landbouwsector&quot;, reageert hij scherp. Volgens hem bevestigt net elke akkerbouwer dat aardappelen de voorbije twintig jaar de meest rendabele teelt waren.Hij geeft aan dat de contracten in de sector een ‘work in progress’ zijn. Maar volgens hem zijn boeren goed op de hoogte wat ze tekenen en kunnen ze de risico’s daarbij zelf inschatten. Dochy wijst er ook op dat telers hun aardappelen op de vrije markt kunnen verkopen, wat de voorbije jaren vaak hoge opbrengsten opleverde. &quot;Dit jaar is slecht, en daarmee wordt alles nu uit zijn context gerukt&quot;, klinkt het.Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) onderstreept tijdens het debat vertrouwen te hebben in het ondernemerschap en ervaring van landbouwers. &quot;Het is verder bekend dat landbouwers heel vaak prijsnemer zijn, wat hen in een kwetsbare positie kan brengen &quot;, aldus Brouns. &quot;Maar het is niet wenselijk om als overheid prijzen vast te leggen, dat zou het marktmechanisme en de ondernemersvrijheid ondergraven.&quot; De overheid moet volgens hem vooral waken over een eerlijke en transparante markt. Die transparantie is volgens de minister ook bij contracten essentieel, “en daarom speelt de brancheorganisatie Belpotato.be een belangrijke rol.&quot;</content>
            
            <updated>2025-11-14T07:49:23+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VIDEO. Zeven wolven in Limburg: Loos pleit voor snelheidsbeperking om aanrijding te voorkomen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zeven-wolven-gespot-in-limburg-jan-loos-pleit-voor-snelheidsbeperking-aan-oversteekplaatsen" />
            <id>https://vilt.be/58207</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De wolvenroedel in Belgisch-Limburg gaf de afgelopen periode weinig teken van leven, maar dat bleek slechts schijn. In de nacht van 12 op 13 november ontving Jan Loos van Welkom Wolf diverse meldingen die tonen dat er nog minstens zeven wolven in goede gezondheid zijn. Dat wordt bevestigd door wildcamera’s. Na de aanrijding met een wilde wolf vorige week, herhaalt Loos zijn pleidooi voor snelheidsbeperkingen in de zones waar wolven geregeld oversteken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e8e4715e-1712-4aaa-a3e9-665feb04f7da/full_width_wolven-gespot.jpg</image>
                                        <content>De aanrijding van een wilde Europese wolf enkele dagen geleden zit bij wolvenliefhebbers&amp;nbsp; en -critici nog diep in het geheugen, hetzij met een wisselend sentiment. Het dier werd doodgereden terwijl het de baan overstak nabij het Antwerpse Geel.Jan Loos van Welkom Wolf ziet soortgelijke incidenten liever niet meer gebeuren. Daarom vraagt hij de Vlaamse overheid om extra veiligheidsmaatregelen te nemen voor de huidige roedel van minstens zeven wolven - moeder Noëlla en haar welpen. “Of er ook nog een achtste wolf aanwezig is, kunnen wij voorlopig niet bevestigen op basis van eigen waarnemingen”, zegt Loos. Video:  Robby Scheelen &amp;amp; Welkom Wolf Naar de rechtbank“Wat wel vaststaat, is dat de bijna volgroeide welpen nu drukke en gevaarlijke wegen oversteken en dat ze dagelijks het risico lopen om slachtoffer te worden van het verkeer”, meldt de voorzitter van Welkom Wolf. “En dat allemaal omdat de Vlaamse overheid het blijft vertikken om de N74 te voorzien van ecorasters en om de snelheid op de N76 te verlagen tot de standaard-snelheid van 70 kilometer per uur op nochtans zeer goed gekende oversteekplaatsen.”Volgens Loos lapt de Vlaamse regering niet alleen de Europese verplichtingen, maar ook haar eigen Vlaamse natuurbehoudswetgeving aan haar laars. “Daarom startte natuurvereniging Landschap vzw een petitie én daarnaast ook een rechtszaak tegen de Vlaamse overheid. De slotpleidooien voor de rechtbank van eerste aanleg in Brussel staan gepland op 14 december 2026. De uitspraak mag dus pas verwacht worden begin 2027.”</content>
            
            <updated>2025-11-14T13:43:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Pcfruit pioniert in onderzoek naar frambozenteelt onder zonnepanelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pcfruit-opent-pioniersonderzoek-naar-frambozenteelt-onder-zonnepanelen" />
            <id>https://vilt.be/58208</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Pcfruit in Sint-Truiden heeft een nieuwe testsite geopend waar frambozen onder zonnepanelen worden geteeld. Dit moet tuinbouwers helpen bij hun energietransitie. Bovendien vormen de panelen een scherm tegen regen en hagel. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) en gedeputeerde Inge Moors (cd&amp;v) namen een kijkje op de nieuwe site.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groene energie" />
                        <category term="tuinbouw" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2add8cb6-8012-48d9-a5e8-42e1af2bd1d3/full_width_foto-av1-web.jpg</image>
                                        <content>Zonnepanelen zijn al langer her en der te vinden in de Vlaamse land- en tuinbouw, maar steeds vaker niet enkel meer op het dak van bijgebouwen. Sinds kort zijn ze ook te vinden boven een frambozenplantage, een primeur voor Vlaanderen. Zonnepanelen monteren boven een teelt is nooit zo eenvoudig als het lijkt, want het kan de vruchten beïnvloeden. Onderzoekers willen nagaan welk effect verschillende types en transparanties van zonnepanelen hebben op de groei, opbrengst en kwaliteit van de frambozen. Ook de impact op watergebruik, microklimaat, ziekten en plagen en de economische rendabiliteit wordt onderzocht.In dit project focust pcfruit zich op kleinfruiteelten zoals frambozen, maar later zijn ook bramen en rode bessen aan de beurt. Deze teelten zijn bijzonder geschikt omdat ze vaak in potten worden gekweekt en dus eenvoudig te wisselen zijn. Het project richt zich nu specifiek op kleinfruit dat vandaag vaak onder regenkappen wordt geteeld. Dat areaal bedraagt ongeveer 70 hectare in Vlaanderen, waarvan ongeveer 45 hectare in Limburg. Vlaanderen investeert in de zonDe Vlaamse regering wil dit project verder ondersteunen. De proef maakt deel uit van het VLAIO-project AgriPV, waarin pcfruit, KU Leuven en Boerenbond samenwerken aan onderzoek naar agrivoltaics: het combineren van voedsel- en energieproductie op één perceel. Zonnepanelen worden daarbij boven gewassen geplaatst, waardoor landbouwgrond dubbel benut wordt, zowel voor voedselproductie als voor lokale duurzame energie. De financiële middelen voor de investering werden gevonden via VLIF en het provinciebestuur. De kostprijs van 56.150 euro, werd gedeeld. Via het VLAIO LA traject wordt het onderzoek voor vier jaar voor een bedrag van 292.759 euro betoelaagd, de rest wordt aangevuld vanuit pcfruit.Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) en de Limburgse gedeputeerde voor Landbouw Inge Moors (cd&amp;amp;v) kwamen een kijkje nemen bij de opstelling van pcfruit. “Onze landbouwers staan voor de uitdaging om op dezelfde oppervlakte voedsel te blijven produceren en tegelijk bij te dragen aan de energietransitie. Agrivoltaics biedt een beloftevol toekomstperspectief”, zegt Brouns. “Met dit proefproject in Sint-Truiden tonen we dat landbouw en energie elkaar kunnen versterken in plaats van verdringen. De landbouw blijft de hoofdfunctie, maar krijgt er een duurzaam luik bij: bescherming tegen het weer en lokale energieproductie.”Panelen bieden bescherming tegen elementenGedeputeerde Moors wijst erop dat de zonnepanelen een nevendienst bieden aan de planten. “Kleinfruiteelten worden nu vaak beschermd met plastic regenkappen. Met agrivoltaics onderzoeken we of zonnepanelen niet alleen energie kunnen opwekken, maar ook bescherming bieden tegen regen, hagel of zonnebrand. Zo werken we aan meer duurzaamheid in onze fruitsector. Ook qua visuele impact op het landschap zijn agrivoltaics een verbetering.”Op de latere planning wil het project in Sint-Truiden nog uitbreiden naar de perenteelt. In Vlaanderen wordt al onderzoek gedaan naar agrivoltaïcs boven peren in Bierbeek en blauwe bessen in Hoogstraten.Ook tuinbouwbedrijven beginnen experimenteren met zonnepanelen. Eerder dit jaar stelde Tomato Masters zijn opstelling met zonnepanelen boven de tomatenplanten voor aan de Vlaamse pers.</content>
            
            <updated>2025-11-14T14:32:29+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Agrifoodexpert BNP over woelig aardappeljaar: "Omarm genetische innovatie, duurzaamheid en efficiëntie"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/-28" />
            <id>https://vilt.be/58209</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dat het woelige tijden zijn voor de aardappelsector, is zacht uitgedrukt. Op één jaar tijd zijn de prijzen in elkaar gestuikt van 150 euro naar 15 euro per ton. Hoe zal het verder gaan? Jan De Keyser, Head Agri &amp; Food bij BNP Paribas Fortis, laat zijn licht schijnen op een sector in verandering. "De aardappelsector staat op een kruispunt", zegt De Keyser. "De volgende tien jaar zullen bepalen wie de uitdaging aangaat en wie achterblijft."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="toekomst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ddf07278-d479-4d0b-aafd-b7385b1848b8/full_width_aardappelverwerkingagristo.jpg</image>
                                        <content>De aardappelsector in Noordwest-Europa staat voor een fundamentele koerswijziging. Waar de voorbije 20 jaar werden gekenmerkt door schaalvergroting, exportgroei en concurrentiekracht, wordt de volgende tien jaar getekend door heroriëntatie en transitie. Dat blijkt uit het nieuwe rapport van agrifoodexpert Jan de Keyser. De Keyser is tevens cd&amp;amp;v-burgemeester van Oostkamp. “De toekomst van de aardappelsector ligt niet in het teruggrijpen naar wat was, maar in het beheersen van verandering,” zegt hij. “Van volume naar veerkracht, van groei naar duurzaamheid.”Een sector in bewegingVolgens het rapport blijft de wereldmarkt voor diepvriesproducten groeien met vier tot zes procent per jaar, maar neemt de volatiliteit toe. “De sector komt in een volwassen fase waarin capaciteitsdiscipline en efficiëntie de sleutel worden,” stelt de Keyser. “Wie wil groeien, zal dat moeten doen met verstand en timing.”De Europese aardappelketen is uitgegroeid tot een wereldspeler. België en Nederland vormen samen het hart van de wereldhandel in diepvriesfrieten en aardappelproducten. Maar vanzelfsprekend is dat succes niet langer. Klimaatverandering, stijgende kosten, strengere regelgeving en maatschappelijke druk zetten het vertrouwde model onder druk. Wie wil groeien, zal dat moeten doen met verstand en timing Van productie naar risicobeheerVoor de teler verandert de aardappelteelt van een productiegerichte naar een risicogestuurde activiteit. Waterbeheer, energiezekerheid en precisietechnologie worden strategisch kapitaal. Bewaring is intussen geëvolueerd van eenvoudige opslag tot high-tech beheersing.Nieuwe contractmodellen met risicodeling en indexatie versterken de samenwerking tussen telers en verwerkers. “De relatie tussen beiden verschuift van onderhandeling naar partnerschap,” klinkt het. Innovatie als hefboomEén van de opvallendste hoofdstukken in de toekomstverkenning gaat over nieuwe genetische technieken (NGT). Deze genetische innovaties maken rassen mogelijk die van nature resistent zijn tegen ziektes als Phytophthora infestans. Volgens de berekeningen kan dit de productiekost per ton met vijf tot zeven procent doen dalen en tegelijk de CO₂-voetafdruk aanzienlijk verminderen.NGT’s zijn echter niet zonder controverse. Wanneer de Europese Commissie plannen voorstelde om de regels rond genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) te versoepelen, leidde dat tot protest in Brussel. Nochtans benadrukt de wetenschappelijke wereld dat nieuwe genomische technieken (NGT’s), zoals CRISPR-Cas niet te vergelijken zijn met de ‘klassieke’ ggo’s. “Europa mag de innovatietrein niet missen,” waarschuwt de Keyser. “Vooruitdenken en testen bieden een duurzaam concurrentievoordeel.” Duurzaamheid en legitimiteitDe Keyser tekent ook op dat de maatschappelijke verwachtingen voor de sector stijgen. Watergebruik, emissies en gewasbescherming worden onder een vergrootglas gelegd. Grote verwerkers krijgen te maken met complexere vergunningstrajecten, vooral door stikstof- en waterbeperkingen. Toch ziet de Keyser duurzaamheid niet als hinderpaal, maar als kans. Bedrijven die aantoonbaar duurzaam werken, genieten meer continuïteit, betere toegang tot financiering en een sterker maatschappelijk draagvlak “Bedrijven die aantoonbaar duurzaam werken, genieten meer continuïteit, betere toegang tot financiering en een sterker maatschappelijk draagvlak,” staat in het rapport. Banken evolueren mee richting duurzaamheidsgebonden kredieten, met rentekortingen voor lagere emissies of hogere energie-efficiëntie.Beleid en financiering als hefboomDe Keyser pleit voor voorspelbare beleidskaders die innovatie niet afremmen, maar stimuleren. Snellere goedkeuring van NGT-rassen, investeringssteun voor water- en energie-infrastructuur en een billijke verdeling van fondsen tussen regio’s zijn volgens hem cruciaal.Ook de financiële wereld zal volgens het rapport een actieve rol spelen in de transitie: “De financiering verschuift van volume naar prestatie. Banken kijken niet enkel naar tonnen, maar naar duurzaamheid, efficiëntie en weerbaarheid.”Van fabriek naar ecosysteemDe aardappelverwerkende industrie blijft de motor van de keten. Jaarlijks verwerkt België meer dan 6,5 miljoen ton aardappelen, goed voor een exportwaarde van 3,5 miljard euro. Maar de toekomst vraagt om ‘slimmere productie’: energie-efficiënt, waterbewust en digitaal gekoppeld aan de teelt.“De sector evolueert van volumemachine naar kennisgedreven waardeketen,” besluit de Keyser. “Wie inzet op genetische innovatie, water- en energiezekerheid, datagestuurde efficiëntie en maatschappelijk draagvlak, zal de toon zetten tot ver na 2035.”</content>
            
            <updated>2025-11-17T13:17:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europa onderzoekt GLB-scenario’s: investeren in productiviteit, duurzaamheid, of… niets?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europa-onderzoekt-glb-scenarios-investeren-in-productiviteit-duurzaamheid-of-niets" />
            <id>https://vilt.be/58210</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese onderzoeksinstelling JRC heeft drie “wat-als”-scenario’s uitgetekend om het beleidsdebat over het GLB te ondersteunen. Eén van deze vragen luidt als volgt: ‘Hoe had de landbouw eruitgezien zonder GLB?’ Er werd ook gekeken naar hoe de landbouw zou evolueren moest het GLB de focus verleggen naar productiviteit enerzijds, of milieu en klimaat anderzijds.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="GLB" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/88d2ca47-6471-4c0e-aad2-adf19f512474/full_width_flasmob-protest-glb2-dieter-telemans.jpg</image>
                                        <content>&quot;Deze scenario’s van extremen zijn vooral bedoeld als stof tot nadenken. Ze dienen niet als blauwdruk voor het beleid&quot;, benadrukt JRC. Als wetenschappelijk onderzoekscentrum van de Europese Commissie ondersteunt JRC het beleid met onafhankelijk, evidence-based onderzoek.Het productiescenarioIn een eerste scenario gaat de GLB-steun vooral naar maatregelen die de productiviteit en het concurrentievermogen verbeteren. In vergelijking met het referentiescenario – waarbij de huidige koers van het GLB behouden blijft - leidt dit tot een stijging van 2,7 procent van de landbouwproductie in de EU in alle sectoren, lagere voedselprijzen, betere handelsresultaten en een verbetering van de handelsbalans van de EU met 2,7 miljard euro. Van banencreatie of -verlies zou amper sprake zijn.Alleen goed nieuws dus? Neen, want door duurzaamheid links te laten liggen, zou de druk op het milieu binnen de EU kunnen toenemen. Dit zou onder meer kunnen leiden tot hogere broeikasgasemissies door de landbouw (+0,5%) en een toename van 1,4 procent van het stikstofoverschot per hectare.Loont investeren in milieu?Over naar het andere uiterste, waarbij het GLB vooral ten dienste staat van milieu en klimaat. In dit scenario wordt de GLB-steun verschoven naar meer op milieu- en klimaatgerichte maatregelen. Dit zou aanzienlijke milieuvoordelen voor de EU opleveren: een vermindering van de broeikasgasemissies met 1,7 procent en van de stikstofverontreiniging met 2 procent per hectare, terwijl de diversiteit van de gewassen zou toenemen en 90.000 nieuwe banen zouden worden gecreëerd.Aan de keerzijde van de medaille zou de landbouwproductie met vier procent dalen. De voedselprijzen zouden stijgen en de invoer zou toenemen, waardoor de handelsbalans van de EU met 1,8 miljard euro zou verslechteren. Lagere efficiëntie en wereldwijd hogere uitstoot als EU extensiveertWat opvalt aan beide scenario’s, is dat de gevolgen misschien wel voelbaar, maar ook niet dramatisch zijn. De twee scenario&#039;s laten zien dat beleidsmaatregelen weliswaar van invloed kunnen zijn op de productie- en prijsdynamiek, maar dat de fundamentele marktfactoren de belangrijkste drijvende krachten achter de productieresultaten blijven.Toch onderstreept het verslag de belangrijkste structurele afwegingen tussen intensivering en extensivering. Op productiviteit gerichte strategieën verbeteren de efficiëntie van het gebruik van hulpbronnen, verhogen de productie en de economische prestaties en beperken de uitbreiding van veestapels en landbouwgrond.Het pleidooi voor milieugerichte extensivering omvat dan weer de verlaagde milieudruk per hectare of per dier. Maar door het productiviteitsverlies vereist extensivering vaak meer vee en land om het niveau op peil te houden. Omdat de efficiëntie lager is, neemt de druk per productie-eenheid toe. Focus op productiviteit net beter voor het milieu?Bovendien is de EU niet alleen op de wereld. Handelseffecten voegen nog een extra laag van complexiteit toe. Hoewel het milieugerichte scenario de landbouwemissies in de EU met succes verlaagt, zou dit onbedoeld de wereldwijde emissies kunnen verhogen. Door de eigen productie te verminderen, zou de EU dit kunnen opvangen met import uit wereldregio&#039;s met minder koolstofefficiënte landbouw. Het klimaatprobleem wordt zo dus opgeschoven en verergerd: een fenomeen dat bekend staat als een emissielek.Het productiviteitsgerichte scenario zou echter, hoewel het de EU-emissies licht doet stijgen, de totale wereldwijde emissies kunnen verlagen, aangezien emissie-efficiënte EU-producenten minder duurzame concurrenten in het buitenland zouden kunnen verdringen. Wat als er geen GLB was?Tot slot simuleert de Scenar 2040-studie een hypothetisch “NoCAP”-scenario. Dit dient als extra referentiepunt voor de alternatieve beleidsscenario&#039;s. Het volledig afschaffen van het GLB is vrij ondenkbaar, onder meer omdat dit onverenigbaar is met de EU-verdragen. Bovendien zou het volgens JRC verschillende negatieve gevolgen hebben.Een eerste slachtoffer van een GLB-loze wereld, is de landbouw zelf. Het inkomen van landbouwbedrijven zou met ongeveer 11 procent dalen, waarbij kleinere en kwetsbaardere bedrijven te maken zouden krijgen met verliezen tot 21 procent. De totale voedselproductie in de EU zou met vijf procent dalen, waardoor de EU minder goed in staat zou zijn om aan de binnenlandse en mondiale vraag te voldoen. De voedselprijzen voor consumenten zouden stijgen, wat onevenredig zwaar zou wegen op de voedseluitgaven van de meest kwetsbare huishoudens in de EU.Ook tekenend voor de welvaart: zonder GLB zou de werkgelegenheid in de agrovoedingssector met ongeveer 250.000 banen dalen.Niet enkel economisch zou het afschaffen van het GLB een ramp betekenen. Het fenomeen van de ‘emissielekken’ zou des te harder spelen, en dus ook het risico van een netto toename van de wereldwijde broeikasgasemissies door de landbouw. Ook hier zou de productie verschuiven naar minder koolstofefficiënte regio&#039;s buiten de EU. &quot;GLB is stabiliserende factor&quot;Al deze resultaten onderstrepen volgens JRC de belangrijke rol van het GLB als stabiliserende factor die de economische veerkracht, de sociale cohesie en het ecologisch evenwicht in de landbouwbedrijven, regio&#039;s en sectoren van de EU ondersteunt.Welke lessen vallen hier dus te trekken? Hoewel er argumenten vallen te maken voor diverse scenario’s, deelt JRC geen uitgesproken voorkeur aan het ene GLB-traject boven het andere. “Het dient veeleer als een instrument voor beleidsmakers, dat illustreert dat er geen ‘wondermiddel’ bestaat”, noteren de auteurs. “De bevindingen vragen om een slimme, evenwichtige en genuanceerde aanpak van het beleid, die een weg kan banen tussen de complexe afwegingen tussen economische levensvatbaarheid, voedselzekerheid en milieubescherming op zowel lokaal als mondiaal niveau.”De resultaten zijn gepubliceerd in de Scenar2040-studie van de Europese Unie.</content>
            
            <updated>2025-11-14T15:23:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse boeren oogsten 50 procent meer tarwe dan vorig jaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-boeren-oogsten-50-procent-meer-tarwe-dan-vorig-jaar" />
            <id>https://vilt.be/58211</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Uit de voorlopige oogstraming door statistiekbureau Statbel blijkt dat er ruim 50 procent meer tarwe geoogst is dan vorig jaar. De goede opbrengsten leveren echter niet meteen meer geld op. Door geopolitieke spanningen en goede oogsten elders in de wereld ligt de tarweprijs al maanden laag. Experts verwachten op korte termijn geen verbetering in de prijs, maar wel een productiegroei in Vlaanderen. “Ook in de aardappel- en bietenteelt gaat het slecht, waardoor boeren meer graan zaaien.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="graan" />
                        <category term="tarwe" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e530116a-6de5-4242-9312-ab5331bbcbe4/full_width_tarwelindiagraankorrel-1280.jpg</image>
                                        <content>Grote verschillen door uitzonderlijk 2024Het is een boerenjaar voor tarwetelers, zo blijkt uit de voorlopige oogstraming door Statbel, het Belgische bureau voor de statistiek. Door het gunstige weer in het voorjaar en de zomer, gecombineerd met neerslag op de juiste momenten, lag de opbrengst 31 procent hoger dan in 2024. In combinatie met een gestegen areaal wintertarwe (19,5%), betekent dit een productiestijging van 50 procent.Een gelijkaardige evolutie zien we bij spelt en triticale. De productie van spelt steeg met maar liefst 133 procent, terwijl triticale een toename kende van 73 procent. Bij de zomergranen is de opbrengststijging beperkter. Zomertarwe bracht 6 procent meer op en zomergerst 11 procent. Door een sterke daling van het ingezaaide areaal zomertarwe (-40,8%) daalde de totale productie met 37 procent, wat zomertarwe het enige graan maakt met een productiedaling.Marc Ballekens, manager van sectorfederatie Seed@Bel en directeur van het Praktijkcentrum voor Land- en Tuinbouw (PCLT)&amp;nbsp;in Roeselare, geeft aan dat de productie dit jaar goed was, maar zeker niet uitzonderlijk. “Ten opzichte van vorig jaar zijn natuurlijk alle tarweopbrengsten beter: 2024 was slecht teeltjaar voor tarwe door de slechte weersomstandigheden”, zegt hij. Ballekens schat de gemiddelde tarweopbrengst tussen de 10 en 11 ton per hectare met uitschieters naar boven.Graanprijs al een jaar slechtMaar die betere opbrengsten stemmen de boeren ook niet per se vrolijker dan vorig jaar. Met een reële graanprijs van rond de 170 euro per ton liggen de graanprijzen op dit moment erg laag. “Met deze prijs komen de boeren niet uit de kosten”, meent Ballekens. Hij wijst erop dat de graanprijs al een jaar laag staat en verwijst naar de Synagra-tabel. “Het voorbije anderhalf jaar beweegt de graanprijs zich bijna constant onder de 200 euro per ton. Naast de goede oogst elders in de wereld, hebben ook de geopolitieke spanningen een impact op de prijs. “De export verloopt moeizaam&quot;, zegt Ballekens. &quot;Rusland exporteert graan aan lage prijzen bij de Europese afnemers in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Ook goedkoop Oekraïens graan komt Europa binnen.”Alhoewel de prijzen volgens Ballekens op korte termijn niet zullen verbeteren, verwacht hij wel dat het areaal graan uitbreidt. “Dit jaar waren de rooiomstandigheden in de mais-, bieten- en aardappelteelt zeer goed, wat ideaal is voor de inzaai van wintertarwe. Daarbij verwacht ik ook dat het areaal bieten en aardappelen volgend jaar slinkt omdat de prijsvorming in beide sectoren onder druk staat. Boeren zoeken hiervoor een alternatief en dat zijn nog steeds gerst en tarwe.”&amp;nbsp; Oogstraming aardappelen, bieten en maisDe goede aardappelprijzen van vorige jaren resulteerden dit seizoen juist in een uitbreiding van de teelt. Het areaal steeg met 7,2 procent ten opzichte van 2024 en de opbrengst nam toe met 8,6 procent. Dit resulteerde in een totale productiestijging van 16 procent.Door de lage suikerprijzen werden 11 procent minder suikerbieten geplant. Toch wordt qua opbrengst een topjaar verwacht, met een stijging van 25 procent. Dit compenseert deels de areaaldaling, waardoor de totale productie met 11 procent toeneemt.In de maisteelt liggen de opbrengsten wel lager dan vorig jaar. Enerzijds werd er minder mais ingezaaid, anderzijds gooide de droogte roet in het eten. Voor korrelmais raamt Statbel de productie op min negen procent ten opzichte van 2024. Bij voedermaïs zien we een daling van min vier procent.</content>
            
            <updated>2025-11-14T15:39:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wetenschappers willen bitterstoffen uit witloof inzetten als natuurlijk insecticide]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/niet-alleen-kinderen-haten-witloof-ilvo-verwerkt-chicorei-tot-insecticide" />
            <id>https://vilt.be/58212</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaamse en Nederlandse wetenschappers van ILVO, UGent en Wageningen Research onderzoeken of de natuurlijke bitterstoffen uit witloof en cichorei bruikbaar zijn als duurzaam alternatief voor de klassieke insecticiden. De nood is hoog, benadrukt ILVO, want het aantal toegelaten synthetische gewasbeschermingsmiddelen in Europa daalt snel. Ondertussen blijft de plaagdruk gelijk of neemt die zelfs toe.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="witloof" />
                        <category term="bio" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/87b82f36-838f-4ef3-9ac6-30f0eeef1445/full_width_grondwitloof-belgianfreshfoodinstitute.jpg</image>
                                        <content>De kenmerkende, bittere smaak van witloof is wat veel volwassenen net lekker vinden aan deze groente, maar die bitterheid heeft ook een functie. “We weten dat de witloof- en cichoreiplanten hun bitterstoffen gebruiken als afweer tegen insecten en ziekten”, zegt Willem Desmedt van ILVO. “We weten ook dat die bitterstoffen efficiënt en budgetvriendelijk uit de wortels te halen zijn.” Sesqui... wat?Sesquiterpeenlactonen, zo heten de bittere stoffen die cichorei en witloof van nature aanmaken, zijn dus de sleutel tot wat witloof zo wansmakelijk maakt voor insecten. Uit eerder doctoraatsonderzoek aan ILVO, UGent en VIB bleek al dat planten waarvan de bitterstoffen verminderd zijn, sneller het doelwit worden van schadelijke insecten zoals trips.“Nu start met het vierjarige project ‘Sesquichic’ de zoektocht naar een toepassing als beschermingsproduct voor andere gewassen”, zegt Desmedt. Het project is vernoemd naar de bittere sesquiterpeenlactonen. Concreet gaan de onderzoekers deze bitterstoffen uit planten isoleren en in verschillende doses, vormen en omgevingen testen op hun werking tegen insecten.Concreet wil men uitzoeken welke stoffen precies werkzaam zijn in de insectenafweer, hoe dat komt, en hoe we deze stof op grotere schaal kunnen produceren om een nieuwe generatie biologische insecticiden te ontwikkelen. Van restproduct naar waardevolle gewasbeschermingHet mooie is dat de productie zou kunnen gebeuren met stoffen die nu als reststroom worden gezien. Zowel bij de productie van witloof als cichorei blijven er restproducten achter met waardevolle componenten. Vandaag worden die reststromen verwerkt in veevoeder of belanden ze op de composthoop, maar ‘Sesquichic’ wil uitzoeken hoe de meest actieve bitterstoffen uit deze biomassa kunnen worden geëxtraheerd en gezuiverd.“Circulariteit is een belangrijk aspect in het project”, zegt projectcoördinator Katrijn Van Laere (ILVO). “Dat zou niet alleen bijdragen aan een duurzamere landbouw, maar ook aan een efficiënter gebruik van onze landbouwgrondstoffen.” Samenwerken voor snelle uitrolIn het consortium bundelen drie kennisinstellingen hun complementaire expertise. ILVO heeft een jarenlange traditie in de ontwikkeling van nieuwe cichoreirassen en combineert dit met een grote praktische landbouw- en plagenkennis. ILVO en Wageningen Research hebben bovendien de afgelopen jaren kennis opgebouwd over de vorming van bitterstoffen in planten en ontrafelen samen de genetische routes die de aanmaak van bitterstoffen aansturen. UGent heeft dan weer veel ervaring in de metabolietsamenstelling van planten en van de chemische en moleculaire analyse van natuurlijke stoffen en de productie ervan.Een stakeholderadviesraad met bedrijven uit de gewasbescherming, biotechnologie, telers en cichoreiverwerkers zorgt ervoor dat de resultaten uit het project ook snel hun weg kunnen vinden naar de praktijk.</content>
            
            <updated>2025-11-18T13:08:23+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe regels maken AER-maatregelen werkbaarder voor rundveehouders]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-regels-maken-aer-maatregelen-werkbaarder-voor-rundveehouders" />
            <id>https://vilt.be/58213</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) keurt een pakket wijzigingen goed dat emissiereductie bij rundvee toegankelijker moet maken voor landbouwers. Bepaalde maatregelen bleken in de praktijk lastig of niet toepasbaar op een deel van de rundveebedrijven. De aanpassingen moeten die barrières wegnemen. Tegelijk wordt ook de procedure om nieuwe technieken te erkennen, verbeterd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/71377f4e-0124-47f6-a033-be9d1d38b67e/full_width_van-craenem-koeien-in-de-weide-brabantse-wouden.jpeg</image>
                                        <content>Vlaamse rundveebedrijven moeten tegen eind december vijf procent ammoniakemissies reduceren. Dat kan op verschillende manieren, onder meer via een ammoniakemissiereducerende maatregel. In de praktijk bleken veel ogenschijnlijk eenvoudige opties moeilijk te rijmen met de uiteenlopende bedrijfsvoeringen in de rundveehouderij. “Op basis van wetenschappelijk advies worden de technieken nu beter afgestemd op de dagelijkse realiteit van veehouders”, zegt minister Brouns.Beter werkbare maatregelenDoor de aanpassingen zullen melkveehouders gemakkelijker kunnen beweiden. In eerste instantie zijn er meer tussencategorieën van het aantal weide-uren opgenomen, waardoor een landbouwer de beweidingstijd beter kan afstemmen op zijn bedrijfsrealiteit. Koeien hoeven bovendien niet langer digitaal geregistreerd te worden om bij te houden wanneer ze op de weide staan. Een manueel logboek volstaat, al blijft digitale registratie mogelijk. PotstallenOok het beweiden voor houders van potstallen wordt mogelijk voor melk- en zoogkoeien ouder dan twee jaar én voor vrouwelijk jongvee tot twee jaar. Daarvoor is een reductiepercentage toegekend van 5 tot 11 procent, afhankelijk van het aantal dagen per jaar waarop volledige beweiding is toegepast. De veehouder kan er ook voor kiezen om zijn dieren 15 tot 20 uur aaneengesloten buiten te laten. Voorheen liepen potstalhouders hier vast op de regel dat de mest onaangeroerd moest blijven, waardoor melkkoeien niet meer naar binnen konden om gemolken te worden. Die voorwaarde is nu aangepast zodat de dieren via de roostergedeeltes wel opnieuw de stal kunnen binnenkomen. Jongvee en vleesveeVoor jongvee en vleesvee op stro wordt voorts niet meer verwacht dat de stal wordt uitgemest. Het onaangeroerd laten van de pot waar het stro ligt volstaat. Ook hier is het reductiepercentage op basis van wetenschappelijk advies verhoogd en wordt beweiding daardoor proportioneel interessanter. Net zoals bij melkvee zijn voor jongvee en vleesvee meer tussencategorieën voorzien in het aantal dagen beweiding.Ook voor jongvee en vleesvee op roosters werden aanpassingen goedgekeurd. Het wordt niet meer verwacht dat de mest uit de put telkens verwijderd wordt. Het is wel nog steeds mogelijk, wat dan weer resulteert in een hogere reductiefactor. Verder werd ook het reductiepercentage op basis van wetenschappelijk advies verhoogd en werden ook meer tussencategorieën in weidedagen voorzien. Op deze manier zal voor jongvee en vleesvee de reductie op een meer werkbare manier mogelijk worden.KalverenTot slot wordt de verlengde leegstand van kalveren erkend. Afhankelijk van het aantal dagen verlengde leegstand op jaarbasis, wordt een reductie van 5 tot 10 procent bekomen. Dit is een hefboom om onze stikstofdoelstellingen te halen en landbouwbedrijven een duurzame toekomst te bieden in Vlaanderen Snellere erkenning van nieuwe techniekenNaast de inhoudelijke aanpassingen aan de maatregelen wordt ook de erkenningsprocedure hervormd. Voortaan zal de samenwerking tussen het Administratief Team (AT) en het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV) meer gestroomlijnd worden en versterkt.Voorts krijgt het WeComV de mogelijkheid om op basis van expertenadvies zelf een emissiefactor toe te kennen. Dit zou onder meer toepasbaar zijn voor aangemelde technieken die reeds vaak onderzocht zijn. Gloednieuwe technieken zullen nog steeds een meetprocedure moeten ondergaan. Tot slot wordt ook de fast lane, waarbij technieken die erkend zijn in onze buurlanden ook snel in Vlaanderen kunnen worden toegepast, concreter uitgewerkt. Zo zullen technieken uit het buitenland voortaan ook door het AT kunnen worden afgehandeld wanneer het dossier geen bijkomend wetenschappelijk oordeel vereist. Door de aanpassingen zouden nieuwe technieken sneller beoordeeld en aan de AER-lijst toegevoegd kunnen worden.“Onze landbouwers willen inspanningen leveren om hun emissies te verminderen, maar hebben daarvoor een duidelijk en betrouwbaar wettelijk kader nodig. Met deze aanpassingen maken we bestaande maatregelen werkbaarder en zorgen we dat innovatieve technieken sneller erkend kunnen worden”, reageert minister Brouns. “Dat is een hefboom om onze stikstofdoelstellingen te halen en landbouwbedrijven een duurzame toekomst te bieden in Vlaanderen.”&quot;Aanpassingen zijn welkom&quot;&quot;De aanpassingen aan de maatregelen zijn welkom&quot;, reageert landbouworganisatie Boerenbond. &quot;In functie van de 5%-reductieverplichting eind dit jaar, dringt de sector erop aan om deze aanpassingen zo snel als mogelijk in voege te laten gaan.&quot; Daarnaast kijkt de landbouworganisatie ook uit naar de erkenning van enkele PAS-maatregelen die nog in de pijplijn zitten zoals het CowToilet en mestballen voor vleeskalveren. Tot slot wacht Boerenbond af of de WecomV-aanpassingen in de praktijk werkelijk zullen zorgen voor een vlottere erkenning van technieken en maatregelen.</content>
            
            <updated>2025-11-17T09:48:03+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Suikerbietentelers luiden alarmbel na terugschroeven van areaal: "Leefbaarheid in het gedrang"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/suikerbietentelers-luiden-alarmbel-na-terugschroeven-van-areaal-leefbaarheid-in-het-gedrang" />
            <id>https://vilt.be/58214</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Confederatie van de Belgische Bietenplanters (CBB) is niet te spreken over de beslissing van Tiense Suiker en Iscal Sugar om in het areaal te snoeien om de overproductie van suiker te voorkomen. “De suikerbietenteelt is al decennialang een hoeksteen van de Belgische landbouw. Deze aankondiging zal een aanzienlijke impact hebben op de leefbaarheid van landbouwbedrijven, de landbouwsector als geheel en de plattelandsgemeenschappen”, aldus CBB-voorzitter Hendrik Vandamme.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="suiker" />
                        <category term="mercosur" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/84eea3be-ea29-48c4-8a07-dfbcc6f4d251/full_width_suikerbiet-tiensesuikerraffinaderij.jpg</image>
                                        <content>Tiense Suiker lichtte afgelopen week zijn bietentelers in over de plannen om volgend jaar het bietenareaal met 25 procent te verkleinen. Dit jaar werd al beslist om het areaal met 15 procent terug te schroeven. Bij Iscal gaat het niet om een beslissing, maar om een advies. Het bedrijf adviseert zijn telers om “selectief aan te planten” om zo tot een lager areaal te komen. De suikermarkt zou uit balans zijn en dus zijn maatregelen nodig om de markt te stabiliseren, zo luidt het. “Beslissing valt veel te laat”CBB, dat al meer dan 90 jaar de belangen van de suikerbietenplanters verdedigt in België, is niet te spreken over deze beslissing, zeker niet omdat die zo laat komt. “Dit verstoort de teeltplanning van de telers aanzienlijk”, stelt Vandamme. “Dit zal onvermijdelijk leiden tot een verschuiving in de gewaskeuze, waar vaak al voorbereidend werk of organische bemesting was uitgevoerd in afwachting van de volgende suikerbietenoogst.”Domino-effectVolgens Vandamme vertaalt dat zich ook in lagere inkomsten voor duizenden suikerbietplanters en de verwerkende bedrijven. “Daarnaast is er ook een domino-effect op leveranciers, loonwerkers en de lokale economie. De toekomst van veel landbouwbedrijven en aanverwante kmo&#039;s komt hierdoor ernstig in gevaar”, waarschuwt hij.De CBB-voorzitter verwacht dat de suikerbietenteelt die decennialang als hoeksteen van de Belgische landbouw gold en bovendien past in een duurzame vruchtwisseling, het in onze regio moeilijk gaat krijgen. “De consument hoeft zich voorlopig geen zorgen te maken, suikerklontjes in de koffie of suiker op de pannenkoeken zullen er nog steeds zijn, maar de vraag zal zijn van waar die suiker komt”, aldus Vandamme. De Europese suiker dreigt vervangen te worden door suiker die wordt geïmporteerd uit regio’s met minder strenge normen Minder strenge normen voor importHij wijst daarbij op de vrijhandelsakkoorden die de Europese Commissie afsluit met de Mercosurlanden en met Oekraïne. “De Europese suiker dreigt vervangen te worden door suiker die wordt geïmporteerd uit regio’s met minder strenge normen. Dat legt grote druk op de Belgische, maar ook op de hele Europese suikersector.” Areaal gehalveerd op ruim 20 jaar tijdVandaag staat België nog in de top vijf van suikerproducenten in Europa en dat ondanks de uitdagingen die de Europese hervormingen van de afgelopen jaren met zich hebben meegebracht. Maar ondertussen heeft twee derde van de Belgische bietenplanters zijn activiteiten al gestaakt sinds 2004. Het areaal suikerbieten zal naar verwachting in 2026 minder dan de helft zijn van wat het was in 2004: minder dan 45.000 hectare versus 91.000 hectare in 2004.“Dankzij de ervaring en expertise van de Belgische bietentelers die jaar na jaar hoogwaardige grondstoffen leveren aan de gerenommeerde suikerfabrieken kent de sector succes, zelfs na de Europese hervormingen in 2008 en de afschaffing van de quota in 2017”, meent de CBB-voorzitter. Volgens hem is de grens bijna bereikt. “Deze expertise en deze toeleveringsketens worden nu bedreigd door ondoordachte beslissingen op Europees niveau.” We zijn uitermate geërgerd door de rampzalige beslissingen die voor de landbouwsector worden genomen “Europa moet nu écht luisteren”Daarom luidt CBB ook de alarmbel. “We zijn uitermate geërgerd door de rampzalige beslissingen die voor de landbouwsector worden genomen. Het is hoog tijd om het Europese beleid te herzien en te stoppen met beslissingen nemen zonder grondig overleg. Europa moet écht luisteren naar de stem van de bietenplanters, die al generaties lang bijdragen aan een duurzame en hoogwaardige suikerproductie. Zonder een koerswijziging binnen de Europese bestuursorganen lopen niet alleen de bietenplanters, maar ook loonwerkers, verwerkende industrieën en plattelandsgemeenschappen het risico failliet te gaan”, klinkt het fors.</content>
            
            <updated>2025-11-14T18:04:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Noorwegens grootste zuivelleverancier bant Bovaer in afwachting van gezondheidsonderzoek]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/noorwegens-grootste-zuivelleverancier-bant-bovaer-voor-gezondheidsrisico" />
            <id>https://vilt.be/58215</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Noorse zuivelleverancier Tine SA en dochterbedrijf Nors Melkeråvare stoppen met het gebruik van Bovaer wegens gezondheidsrisico’s. Bovaer is een voederadditief dat de methaanuitstoot van runderen vermindert, maar het product wordt nu verdacht als mogelijke ziekmaker van runderbeslagen in Denemarken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="methaan" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f30cfa94-eba3-4837-a218-9893398e3e71/full_width_danonebovaermelkveemelkkoevoeder-1250.jpg</image>
                                        <content>Sinds 1 oktober dit jaar zijn Deense melkveehouders met meer dan 50 koeien verplicht om minstens 80 dagen per jaar het voedersupplement Bovaer te gebruiken. Nog voor de maand voorbij was, meldden verschillende veehouders dat hun dieren ziek werden: diarree, koorts, vruchtbaarheidsproblemen en in sommige gevallen zelfs sterfte. Hoewel er nog geen bewezen link is, wijzen sommige Deense veehouders nu met de vinger naar Bovaer. Velen weigeren om het supplement nog te gebruiken.Voor fabrikant DSM-Firmenich is het momenteel brandjes blussen. Het bedrijf reageerde begin november al op de plotse ziektegevallen. “Bovaer wordt door 1.400 Deense rundveehouders gebruikt&quot;, reageerde het bedrijf toen. &quot;Tot op heden heeft slechts een handvol boeren zorgen geuit over het middel. Toen deze gevallen werden onderzocht, bleek Bovaer geen factor te zijn.”&quot;Voorzorgsprincipe hanteren&quot;Hoewel het effectief mogelijk is dat het gaat om een ongelukkig toeval, besluit ook Noorwegens grootste zuivelleverancier Tine SA om geen risico te nemen. Het bedrijf roept het voorzorgsprincipe in en schort alle Bovaergebruik op tot nader onderzoek duidelijkheid biedt.Johnny Ødegård, directeur van Norsk Melkeråvare, herhaalt in de Deense media de boodschap dat het nog steeds niet duidelijk is of er werkelijk een verband is tussen Bovaer en de zieke Deense runderen. “Toch kunnen we niet uitsluiten of er een verband is”, zegt hij, En dus speelt het bedrijf voorlopig op safe. Wat is Bovaer?Bovaer is een voederadditief dat aan het rantsoen van runderen wordt toegevoegd om de uitstoot van methaan te verminderen. Het middel werkt in op de enzymen in de maag van de koe die verantwoordelijk zijn voor de productie van het broeikasgas. Volgens de fabrikant DSM-Firmenich, die een patent heeft op de werkzame stof 3-NOP, vermindert het supplement de methaanuitstoot van melkvee gemiddeld met 30 procent en tot 45 procent bij vleesvee. Het additief kan zo bijdragen aan een significante en directe vermindering van de broeikasgasemissie in de veehouderij. In het vizier van complotdenkersBovendien circuleren er al langer geruchten dat melk van Bovaer-runderen kan leiden tot onvruchtbaarheid en geboorteafwijkingen bij mensen, maar dit wordt in de wetenschappelijke wereld als zeer onwaarschijnlijk beschouwd. Het gerucht is populair bij bepaalde complotdenkers, veelal in uiterst rechtse hoek, die geloven dat Bovaer mannen onvruchtbaar maakt. Maar deze theorie lijkt gebaseerd te zijn op de misinterpretatie van een document van het Amerikaanse voedselagentschap FDA. Het agentschap schrijft dat Bovaer niet voor menselijk gebruik is en dat het de mannelijke vruchtbaarheid kan schaden, maar enkel bij rechtstreekse inname van dit product. Volgens factcheckers en wetenschappelijke instanties is melk van Bovaer-runderen wel degelijk veilig. 3-NOP, de actieve stof van Bovaer, wordt snel afgebroken en komt niet in melk terecht in significante hoeveelheden.150 proeven in 28 verschillende landenBovendien is Bovaer een additief dat lang niet alleen in Scandinavië wordt gebruikt. De toepassing van 3-NOP als methaanreducerend product werd in meer dan 150 trials in 28 verschillende landen met verschillende voedersystemen getest, waaronder Vlaanderen.</content>
            
            <updated>2025-11-17T14:21:03+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Pluimveehouders uit Weelde getroffen door vogelgriep: “Dit is het ergste wat je kan overkomen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/getroffen-door-vogelgriep-dit-is-het-ergste-wat-je-kunt-overkomen" />
            <id>https://vilt.be/58216</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het pluimveebedrijf van Tom en Rens van Bijsterveldt in Weelde werd vorige maand getroffen door een uitbraak van het vogelgriepvirus. In totaal werden 70.000 dieren vernietigd. De pluimveehouders spreken van een vreselijke tijd. Enerzijds is er het dierenleed, anderzijds voelen de pluimveehouders zich schuldig voor de financiële schade die de uitbraak bij andere boeren in de regio berokkent. “Ik weet dat ik er niets aan kan doen, maar ik voel toch schaamte en durf mijn gezicht niet in het dorp te laten zien.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="vogelgriep" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3f3af48d-be8d-487d-8e00-b48e2b23a3b8/full_width_tom-en-rens-van-bijsterveldt-voor-hun-bedrijf-in-weelde-1.jpg</image>
                                        <content>Op 24 oktober werd het pluimveebedrijf van Tom en Rens van Bijsterveldt in Weelde getroffen door het vogelgriepvirus. Vader en zoon houden op twee locaties, gescheiden door een straat, 70.000 moederdieren van wie de eieren door de broeierij uitgebroed worden voor de braadkippenindustrie. Hun bedrijf was het tweede in Vlaanderen waarop dit jaar vogelgriep werd aangetroffen. Na de constatering is een gebied in een straal van tien kilometer rondom het vleeskuikens-moederdierenbedrijf op slot gegaan. We spraken met de pluimveehouders en hun dierenarts. Kan je vertellen wat er op 24 oktober is gebeurd?Tom van Bijsterveldt: &quot;Wij gingen ’s ochtends om 7 uur naar de stal en toen was er nog niets aan de hand. De dieren hadden goed gegeten en gedronken en eieren gelegd. Toen we vervolgens om 11 uur terugkwamen, lagen er plotseling 50 dode dieren in de stal. Toen hebben we meteen de dierenarts opgebeld. Onderweg hierheen heeft deze contact gehad met de crisiscel en zijn alle procedures in werking gesteld. De dierenarts heeft monsters genomen en die avond om middernacht kwam de bevestiging: het was vogelgriep. Wij twijfelden toen al niet meer, want in de loop van de dag waren er nog honderden dode dieren bijgekomen.&quot;Weet je hoe het virus de stal is binnengekomen?Tom van Bijsterveldt: &quot;Helemaal zeker weet je het nooit, maar we vermoeden sterk dat het virus uit het nabijgelegen natuurgebied de stal in is komen waaien. We zitten aan een groot bos met veel vennen. Hier verblijven heel veel dieren. Rond deze periode zijn er bijvoorbeeld veel Canadese ganzen. Deze trekken rond deze periode van Rusland naar Spanje en houden hier pauze. Deze dieren zijn gevoelig voor vogelgriep. Dagelijks worden er wel gevallen van vogelgriep ontdekt.&quot; Wat kan je eraan doen?Rens van Bijsterveldt: &quot;Je kunt er helemaal niets aan doen. Dat is ook het erge. Ik weet zeker dat alle pluimveehouders met angst naar de stal lopen. Dit kan iedereen overkomen.&quot;Is er volgens jullie een verschil in vatbaarheid voor de verschillende soorten pluimvee?Tom van Bijsterveldt: &quot;Vooral moederdieren en ook kalkoenen lijken gevoelig voor vogelgriep. Alle uitbraken van de voorbije vijf jaar in de provincie Antwerpen waren op bedrijven met moederdieren.&quot;Wat gebeurde er nadat vogelgriep in het laboratorium was bevestigd?Tom van Bijsterveldt: &quot;Nog dezelfde dag kwam er een ruimingsploeg, een team van zo’n 40 mensen in witte overalls van een Nederlands bedrijf. Zij hebben de kippen in de besmette stal vergast en geruimd. Ook de kippen in aangrenzende stallen van de twee locaties zijn preventief geruimd. Op beide bedrijven houden we 35.000 kippen. In totaal zijn er dus 70.000 geruimd. Het ruimingsproces verliep uiterst professioneel.&quot; Na het vergassen, moesten wij de stal in om deze te verluchten. Dan zie je alle dieren dood liggen. Dat was voor mij het zwaarste moment Wat gaat er op zo’n dag door je heen?Rens van Bijsterveldt: &quot;Dit is het ergste wat je kan overkomen. Omdat wij vijf jaar geleden al een keer getroffen waren, wisten we wat er ging gebeuren. Maar je kunt je mentaal nooit wapenen tegen zoiets. Na het vergassen moesten wij de stal in om deze te verluchten. De ramen, deuren en ventilatieroosters moesten open. Op dat moment zie je alle dieren dood liggen. Dat was voor mij het zwaarste moment.&quot; Hoe verloopt de vervolgprocedure bij een uitbraak?Tom van Bijsterveldt: &quot;Nadat onze kippen geruimd zijn, is de stal een aantal keren gedesinfecteerd. Naast de kippen hebben we ook zo’n 250.000 eieren vernietigd. Bij Belgabroed, de broederij waar wij onze broedeieren aan leveren, zijn 800.000 eieren vernietigd die wij de weken ervoor hadden aangeleverd.&quot;&quot;Na de uitbraak mogen wij een maand lang geen kippen in de stal houden. Dat geldt ook voor bedrijven in de regio, want na de uitbraak van het virus gaat een gebied in een straal van tien kilometer rond het bedrijf op slot. Vleeskippenhouders mogen hun dieren verder afmesten en naar het slachthuis brengen, maar geen nieuwe dieren opzetten. Dat betekent dat broeierijen hun eendagskuikens ook niet kunnen leveren aan deze bedrijven.&quot; Er is enorm veel gevolgschade. Dat is voor mij misschien zelfs nog het zwaarste. De boeren in de regio kunnen er helemaal niets aan doen, maar lopen grote schade op die niet vergoed wordt &quot;Kortom, er is enorm veel gevolgschade. Dat is voor mij misschien zelfs nog het zwaarste. Deze boeren kunnen er helemaal niets aan doen, maar lopen grote schade op die niet vergoed wordt. Ik weet dat ik er ook niets aan kan doen, maar dit brengt een groot schuldgevoel met zich mee. Ik durf dezer dagen mijn gezicht niet te laten zien in het dorp.&quot;Maar het is toch jouw schuld niet?Tom van Bijsterveldt: &quot;Dat weet ik wel, maar toch heb ik deze schaamtegevoelens.&quot; Betekent dit ook een kostenpost voor jullie bedrijven of worden jullie voldoende vergoed?Tom van Bijsterveldt: &quot;Wij worden vergoed, maar deze vergoeding is bij lange na niet voldoende om de kosten te dekken. De vergoede posten corresponderen niet met de prijs op de markt. Daarnaast worden de gemiste inkomsten niet vergoed. De kippen waren aan het einde van hun legtijd, maar hadden nog drie weken te gaan. In deze weken zouden zij nog een miljoen eieren leggen. Een broedei van een vleeskip brengt momenteel 30 cent op de vrije markt op.&quot;Dat je kippen aan het einde van hun legtijd zaten, is dus een geluk bij een ongeluk?Tom van Bijsterveldt: &quot;Bij de vorige uitbraak zaten we aan het begin van de leg en moesten er nieuwe broedkippen besteld en geleverd worden. Toen hebben we een half jaar leeggestaan. Deze keer hadden we de kippen al besteld. Deze komen volgens plan begin januari aan. Financieel is de strop deze keer iets minder, maar emotioneel is het des te zwaar.&quot; Dat ons bedrijf aan de andere kant van de straat met niet-besmette dieren ook geruimd moest worden, vind ik minder terecht Neem je de overheid iets kwalijk?Tom van Bijsterveldt: &quot;Eigenlijk niet veel. De ruiming is superprofessioneel verlopen. Besmette kippen moeten geruimd worden, anders kan het virus zich als een olievlek verspreiden. Dat ons bedrijf aan de andere kant van de straat met niet-besmette dieren ook geruimd moest worden, vind ik minder terecht. Ik zou voorstellen om daar dagelijks stalen te nemen en de aanwezigheid van virus op te volgen. Verder hoop ik dat de overheid, in dit geval Europa, snel wakker wordt en vaccinaties toestaat. Zonder vaccinaties zie ik dit probleem niet meer verdwijnen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-11-17T13:16:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Storm van kritiek op Deloitte-studie die kostprijs Nederlandse landbouw hoger schat dan opbrengst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/storm-van-kritiek-op-deloitte-studie-die-kostprijs-landbouw-hoger-schat-dan-opbrengst" />
            <id>https://vilt.be/58217</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een nieuw rapport van het Nederlandse Deloitte stelt dat de maatschappelijke kosten van landbouw hoger liggen dan de economische voordelen. De studie, getiteld <em><a href="https://grondbeginsel.nl/wp-content/uploads/2025/11/20251016-The-Hidden-Bill-final.pdf" target="_self">The Hidden Bill</a></em>, stelt dat de Nederlandse landbouwsector een nettoverlies oplevert van 5,3 miljard euro. De opbrengst van de sector zou worden tenietgedaan door ecologische- en gezondheidskosten. Critici zien echter gaten in de berekening. Zo kijkt de studie enkel naar de opbrengst van de primaire landbouwsector en niet de hele keten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="ecologie" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d9c4fa12-191e-43e2-b4ac-ba97428f4bf8/full_width_biologischekippenweideweelde-1920.jpg</image>
                                        <content>Met een maatschappelijke kostprijs van 18,6 miljard euro per jaar, zou de Nederlandse samenleving jaarlijks 5,3 miljard euro meer betalen aan de landbouwsector, dan dat het terugkrijgt. Die kostprijs is de optelsom van onder meer milieuschade, gezondheidseffecten en het verlies van biodiversiteit. Een merkwaardig onderzoek, en volgens critici niet geloofwaardig. De Nederlandse boerenorganisatie LTO, politieke partij BBB en boekhoudkantoor Flynth stellen dat het onderzoek de economische realiteit niet correct weergeeft. Vier scenario&#039;s van DeloitteOverstap naar 100% bioDe studie van Deloitte vergelijkt de economische voordelen en maatschappelijke kosten van het huidige Nederlandse landbouwsysteem en plaatst daar ook vier alternatieve en meer voordelige systemen tegenover. Een eerste alternatief is de overstap naar 100 procent bio. Deloitte stelt dat de sector in dit geval het maatschappelijke verlies reduceert van 5,3 miljard naar 1 miljard euro. Deloitte stelt dat in dit scenario de milieu-impact aanzienlijk zou worden verminderd, de bodemfunctie zou worden hersteld en de biodiversiteit op landbouwbedrijven zou toenemen. Toch erkent Deloitte wel dat dit scenario “aanzienlijke uitdagingen” met zich zou meebrengen wat betreft de lagere opbrengst per hectare, de beschikbaarheid van land voor de productie van veevoer, de rendabiliteit van landbouwbedrijven en de consumentenprijzen.100% bio met slimme innovatieHet tweede scenario dat Deloitte voorstelt, zou het tij keren. In plaats van 5,3 miljard euro verlies, zou de overschakeling naar een landbouwsysteem met lage milieu-impact en slimme innovatie de maatschappij 2,7 miljard euro opleveren. Dit kan men realiseren via de introductie van precisietechnologieën, geëlektrificeerde apparatuur en geavanceerde waterbeheertools, opnieuw in een volledig biologisch systeem. Volgens Deloitte zou zulke innovatie het productiviteitsverlies van biolandbouw compenseren, en tegelijkertijd de uitstoot en het waterverbruik aanzienlijk verminderen. Complete eiwitshiftNog winstgevender dan de bio- en innovatiepiste, is echter het derde scenario: een complete eiwitshift. Door de productie te heroriënteren naar 70 procent plantaardige eiwitten en 30 procent dierlijke eiwitten, stijgt de totale eiwitproductie en worden de ammoniak- en broeikasgasemissies drastisch verminderd. Deloitte noteert wel dat sommige drukfactoren, zoals nutriëntenverlies en bepaalde effecten van landgebruik, kunnen toenemen als ze niet zorgvuldig worden beheerd. Maar de totale kosten voor de samenleving zouden bij zulke eiwitshift aanzienlijk dalen, zodat de maatschappij eindigt op een nettowinst van 5,3 miljard euro.Deloitte concludeert dat een aanzienlijke vermindering van de maatschappelijke kosten dus haalbaar is zonder in te boeten aan voedselzekerheid, op voorwaarde dat het systeem overschakelt op praktijken met een lage input, technologiegestuurde efficiëntie en een beslissende focus op plantaardige eiwitten. Forse inkrimping van de sectorDeloitte gooit ook nog een vierde en laatste alternatief op tafel, waarbij de Nederlandse landbouwsector fors inkrimpt. In dit scenario zou de eiwitproductie dalen met ongeveer 60 procent ten opzichte van vandaag. Deloitte beseft dat de economische opbrengst van de landbouwsector hier aanzienlijk zou dalen, maar dit zou worden gecompenseerd door de broeikasgasemissies, nutriëntenoverschotten en druk op habitats die zouden terugvallen tot een “werkelijk duurzaam niveau.”Ook hier zou de maatschappij landen op een nettowinst van 5,3 miljard euro, al tekent Deloitte op dat de overgang naar een landbouwsysteem binnen de planetaire grenzen risico’s met zich meebrengt. Zo is er kans op aanzienlijke verstoringen van het verdienpotentieel van de sector, de werkgelegenheid, de landbouweconomie, de consumentenprijzen en de consumptiepatronen, indien de landbouwreductie niet zorgvuldig wordt beheerd. Onvolledige rekensom en geen mondiale visieAccountancybureau Flynth prikt gaten in het Deloitterapport. Zo richt het rapport zich uitsluitend op de toegevoegde waarde van de primaire landbouw, zijnde 18,6 miljard euro of 1,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De bredere agrovoedingsketen laat Deloitte buiten beschouwing, terwijl die goed is voor 72 miljard euro of 7 procent van het bbp. Het totale landbouwsysteem vertegenwoordigt volgens Flynth circa 150 miljard euro, ongeveer 15 procent van het Nederlandse bbp.Bovendien lijkt het rapport haaks te staan op een recente Europese studie, waarin de pistes van intensieve en extensieve landbouw worden vergeleken. Media belichten vaak economische, ecologische en sociale perspectieven. Het perspectief van individuele boeren en regionale ondernemersnetwerken komt daarbij te weinig aan bod Van de berekening van Deloitte blijft volgens Flynth dus niet veel over. “Hoewel een kritische blik op de landbouw waardevol kan zijn, roept dit onderzoek belangrijke vragen op over de volledigheid van de analyse en de context waarin de cijfers worden gepresenteerd. Media belichten vaak economische, ecologische en sociale perspectieven. Het perspectief van individuele boeren en regionale ondernemersnetwerken komt daarbij te weinig aan bod”, schrijft Flynth-CEO Jacques Buith.Zoals reeds vele studies hebben aangetoond, wijst Buith er ook op dat het verplaatsen van voedselproductie naar het buitenland juist negatief uitpakt voor het klimaat. De Nederlandse landbouwproductie heeft net als in België een relatief lage uitstoot in verhouding met wat het produceert. Buith veroordeelt dan ook de “simplistische conclusies” van Deloitte, die de samenhang tussen marktwerking, technologische ontwikkeling en consumentengedrag negeren. “Een duurzame toekomst vraagt integraal beleid en betrokken ondernemers, geen verplaatsing van productie naar het buitenland of het ontkennen van economische realiteit.” De rekensommen zijn alleen betekenisvol in een wereld waarin de consument, de markt en (wereld)handel niet bestaan, en waarin de wereld bovendien ophoudt bij de Nederlandse landsgrenzen Ook boerenorganisatie LTO en BBB laten zich kritisch uit over de studie. Ook zij sluiten zich aan bij de kritiek van Flynth. &quot;De rekensommen zijn alleen betekenisvol in een wereld waarin de consument, de markt en (wereld)handel niet bestaan, en waarin de wereld bovendien ophoudt bij de Nederlandse landsgrenzen&quot;, zegt LTO.BBB beschuldigt Deloitte ervan een eerder creatieve boekhouding op na te houden. “De bedragen die Deloitte “maatschappelijke kosten” noemt, zijn geen echte uitgaven die vandaag uit de schatkist gaan, maar modelberekeningen”, stelt de politieke partij. “Het rapport doet alsof er miljarden “verdwijnen”, terwijl die bedragen niet als werkelijke kosten worden betaald. Tegelijkertijd rekent het rapport aan de schadekant heel zwaar, terwijl het de batenkant juist klein houdt.”Het rapport erkent zelf dat het risico groot is dat we de milieuschade simpelweg verplaatsen naar het buitenland als Nederland zijn productie vermindert, maar de studie houdt daar in zijn berekeningen en conclusies weinig tot geen rekening mee, vinden critici. “Het Deloitte-rapport is interessant als denkoefening, maar het mag geen basis worden voor het afbouwen van de Nederlandse landbouw”, aldus BBB.Lees het rapport van Deloitte hier.</content>
            
            <updated>2025-11-17T16:33:49+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw sensibiliseringsprogramma voor landbouwers rond drinkwaterverontreiniging]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuw-sensibiliseringsprogramma-voor-landbouwers-rond-drinkwaterverontreiniging" />
            <id>https://vilt.be/58218</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De federatie van Vlaamse waterbedrijven en rioolbeheerders AquaFlanders, en landbouworganisatie Boerenbond organiseren voor het eerst gezamenlijk opleidingen voor landbouwers over drinkwaterverontreiniging. “Preventie en bronbescherming is heel belangrijk bij drinkwaterwinning: wat niet in het water terechtkomt, hoeft er ook niet uitgefilterd te worden”, aldus Boerenbond.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="water" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="Boerenbond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/88d0ef61-06aa-4176-9ce0-f843e1f8df9a/full_width_drinkwaterreservoirdiksmuide-dewatergroep.jpg</image>
                                        <content>Voor een duurzame waterwinning is ruwwater van goede kwaliteit essentieel. Volgens Carl Heyrman, algemeen directeur van AquaFlanders, begint dat bij zuivere drinkwaterbronnen: “Die moeten we goed beschermen en voorkomen dat ze verontreinigd raken. Want sommige stoffen die in de bronnen terechtkomen, zijn bijzonder moeilijk te verwijderen.” Naast afvalstoffen van bedrijven kunnen bijvoorbeeld bepaalde actieve bestanddelen uit gewasbeschermingsmiddelen ook de waterproductie bemoeilijken.“Landbouwers kunnen daarom een belangrijke rol opnemen in het voorkomen van verontreiniging”, aldus Boerenbond. In totaal zullen 17 opleidingen georganiseerd worden verspreid over Vlaanderen. “Met deze nieuwe opleidingen willen we landbouwers ondersteunen in hun cruciale rol als ondernemer, voedselproducent en beschermer van onze drinkwaterbronnen”, klinkt het.In de opleiding zullen landbouwers inzicht krijgen in hun impact op de drinkwaterkwaliteit, zullen ze zien hoe kleine aanpassingen een grote milieuwinst kunnen opleveren en zullen ze uitleg krijgen over de geldende regelgeving. Afbraakproduct van gewasbeschermingsmiddelen in West-Vlaams waterSinds eind vorig jaar gaat in Vlaanderen veel aandacht naar 1,2,4-triazool in de West-Vlaamse waterwingebieden. Daar werden concentraties gemeten die boven de toegelaten 0,1 microgram uitkwamen. Omdat 1,2,4-triazool onder meer een afbraakproduct is van gewasbeschermingsmiddelen in de aardappelteelt en die teelt in West-Vlaanderen sterk aanwezig is, werd al snel naar landbouwers gekeken.Intussen loopt een onderzoek naar de oorsprong van de verontreiniging. Op vraag van Groen-parlementslid Mieke Schauvliege gaf minister Brouns deze maand daarover een update. “Het onderzoek loopt nog en wijst voorlopig op bronnen in de landbouwsector, in lozingen van bedrijfs- en huishoudelijk afvalwater en in toevoer vanuit Frankrijk”, reageert Brouns. “Op de locatie waar de hoogste waarden werden gemeten, in de Blankaart, lijkt vooral gezuiverd bedrijfsafvalwater met verhoogde concentraties de grootste druk te veroorzaken. Voorlopige onderzoeksresultaten wijzen erop dat triazool mogelijk opgenomen is in de grondstoffen en/of gewassen die de bedrijven verwerken.” Eén van de betrokken bedrijven zou een sojaverwerker zijn, wat eerder in maart al duidelijk werd. Sensibilisering blijft voorlopig de enige stapNaast de algemene bronbeschermingsmaatregelen die al gelden, werden voorlopig nog geen bijkomende verboden opgelegd. Wel werd een sensibilisering opgestart bij landbouwers en bedrijven. “Vooraleer nieuwe beschermingsmaatregelen worden genomen, is het essentieel dat het bronopsporingsonderzoek alle mogelijke bronnen duidelijk in kaart brengt”, aldus minister Brouns.Voor het waterproductiecentrum in de Blankaart is dit jaar nog geen verbetering vastgesteld in de aanwezigheid van 1,2,4-triazool. In de andere waterproductiecentra blijft de concentratie stabiel of is ze gedaald.</content>
            
            <updated>2025-11-19T10:27:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns roept Europa op tot actie tegen Chinese varkenboycot]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-roept-europa-op-tot-actie-tegen-chinese-varkenboycot" />
            <id>https://vilt.be/58219</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) roept de Europese Commissie op om snel op te treden tegen de zware Chinese antidumpingmaatregelen op Europees varkensvlees. Dat deed hij 17 november op de Europese Raad van landbouwministers. De invoertarieven op Belgisch varkensvlees bedragen 62,4 procent en treffen de Belgische sector bijzonder hard. China heeft de tarieven ingeroepen als vergeldingsactie voor de Europese heffingen op Chinese elektrische voertuigen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/707717be-3f80-49f3-a9a0-a95ffb3e1e52/full_width_varkenspoten-danis.jpg</image>
                                        <content>De Belgische varkenhouders zijn vandaag de dupe van een breder handelsconflict. De tarieven die China instelt tegen Europees varkensvlees verschillen van lidstaat tot lidstaat en zijn het hoogst in België. Brouns merkt op dat dit verschil in behandeling de Europese solidariteit onderuit haalt. De minister vraagt de EU om voor eensgezind te zorgen voor een gelijk speelveld voor alle lidstaten en bedrijven. In eerste instantie vindt hij dat de Commissie de diplomatieke inspanningen moet opschroeven, maar lukt dit niet, dan pleit hij om voor de sector compenserende maatregelen te voorzien.China voert sinds juni 2024 een antidumpingonderzoek naar Europees varkensvlees. Exact een jaar later besloot China het onderzoek met nog eens zes maanden te verlengen, tot 16 november. De officiële reden is de &quot;complexiteit&quot; van het dossier, al is de consensus binnen de sector dat het louter gaat om een vergeldingsactie binnen een breder handelsconflict. Varkenspest leverde hogere tarieven opDe premisse van het onderzoek is dat de Europese Unie diverse schakels binnen de voedingsketen subsidieert en dat dit marktverstorend zou werken. Onder diezelfde logica loopt er een soortgelijk onderzoek naar cognac en zuivel.Brouns merkt op dat België door omstandigheden niet in staat was om gegevens aan te leveren tijdens het Chinese onderzoek. “Op dat moment gold hier nog het embargo op varkensvlees door Afrikaanse varkenspest, waardoor er geen export was én Belgische bedrijven niet konden meewerken”, meldt het kabinet. “Toch worden Belgische bedrijven nu automatisch ingedeeld in de categorie ‘niet-coöpererende bedrijven’, met het hoogste tarief van 62,4 procent.”Deze beslissing treft de Belgische varkenssector zwaar. Het varkensvlees dat we naar China exporteren betreft vooral het ‘vijfde kwartier’. Dat zijn stukken zoals oren, snuiten en poten die bij ons niet gangbaar op het bord belanden. Door de tarieven is de Belgische export van het vijfde kwartier quasi onmogelijk geworden, wat overschotten en verdere prijsdruk veroorzaakt op de Europese markt. Sectorfederatie FEBEV waarschuwt voor een ernstige verstoring van marges en marktdynamiek. Onze varkenshouders mogen niet de dupe worden van een geopolitiek handelsconflict Oplossing tegen 15 december?Brouns kaartte de situatie aan bij zijn collega-ministers en de Europese Commissie. Volgens Brouns drukten veel lidstaten hun steun uit voor dit standpunt. “Hoewel gehoopt wordt op een oplossing tegen 15 december, blijft de uitkomst onzeker”, meldt het kabinet. “Ondertussen vraagt Vlaanderen dat de Europese Commissie alle mogelijke maatregelen voorbereidt om de zwaarst getroffen lidstaten en sectoren te ondersteunen, mocht de situatie aanhouden.”“Het is cruciaal dat de Europese Unie één blok vormt,” zegt Vlaams minister Brouns tot slot. “Het huidige systeem van gedifferentieerde tarieven speelt rechtstreeks in de kaart van China en bedreigt zowel onze landbouwsector als de Europese handelspolitieke slagkracht. Onze varkenshouders mogen niet de dupe worden van een geopolitiek handelsconflict.”</content>
            
            <updated>2025-11-17T16:13:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Na moeizame zoektocht krijgt Turnhouts Vennengebied nieuwe intendant]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-heeft-na-anderhalve-jaar-een-nieuwe-intendant-gevonden-voor-het-turnhouts-vennengebied" />
            <id>https://vilt.be/58220</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) heeft de Limburger Frank Smeets aangesteld als intendant voor het Turnhouts Vennengebied. De cd&amp;v’er en oud-burgemeester van Pelt wordt hiermee de opvolger van Piet Vanthemsche, die in juni 2024 opstapte. Smeets zal niet enkel het Turnhouts Vennengebied opvolgen, maar ook alle andere Vlaamse maatwerkgebieden waar extra inspanningen nodig zijn om de stikstofneerslag te reduceren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bef16388-3e25-4fa7-b435-7d860f6f5cd0/full_width_frank-smeets.jpg</image>
                                        <content>Na een zoektocht van anderhalf jaar vond minister Brouns in Smeets een opvolger voor Vanthemsche. Door de complexiteit van het dossier bleek het zeer moeilijk om iemand geschikt te vinden. Afgelopen zomer schoof Brouns al een kandidaat naar voor, maar die kreeg geen goedkeuring van de Vlaamse regering.Met de kandidatuur van Smeets ging de regering wel akkoord, waardoor hij maandag aan zijn nieuwe uitdaging kon beginnen. Hij kreeg alvast de opdracht om het overleg met lokale besturen, landbouw- en natuurorganisaties te hervatten en de uitvoering van de ontwikkelingsplannen te coördineren.De uitdaging van Smeets wordt ook breder dan die van zijn voorganger, aangezien hij niet alleen het Turnhouts Vennengebied moet opvolgen maar ook alle andere Vlaamse maatwerkgebieden. “Op die manier ontstaat er meer samenhang tussen de verschillende gebiedsprocessen”, klinkt het.“Het stikstofbeleid vraagt om een gebiedsgerichte aanpak waarin landbouw, natuur en lokale besturen samen naar oplossingen zoeken. Met de aanstelling van een nieuwe intendant geven we opnieuw vaart aan dat overleg en zorgen we voor meer continuïteit en afstemming tussen de verschillende maatwerkgebieden”, aldus Jo Brouns. Oud-burgemeester van PeltFrank Smeets begon zijn loopbaan als fiscaal advocaat en combineerde dit vanaf 1988 met een mandaat als gemeenteraadslid in Neerpelt. Hij was in totaal 12 jaar burgemeester. Tussen 1993 en 2000 leidde hij Neerpelt en van 2018 tot 2022 werd hij de eerste burgemeester van de fusiegemeente Pelt. Sindsdien draagt hij de titel van ereburgemeester van Pelt.Op provinciaal niveau was hij van 2000 tot 2018 lid van de deputatie van de provincie Limburg, met onder meer de bevoegdheden milieu, natuur, onderwijs, welzijn, wonen en sport.Als lokaal-regionaal politicus was Smeets nauw betrokken bij diverse strategische dossiers en beleidsfusies, waaronder de uitbouw van Bosland en de uitbouw van het Nationaal Park Hoge Kempen. Moeilijke opdrachtMet de job als intendant gaat Smeets nu een nieuwe uitdaging aan. Hij beseft dat het een moeilijke opdracht zal worden, maar niets doen is volgens hem geen optie. &quot;Ik hoop samen met de betrokken partijen tot redelijke, haalbare en toekomstgerichte oplossingen te komen, zodat we samen uit de stikstofimpasse kunnen geraken&quot;, reageert hij. Zijn opdracht loopt voor een periode van 12 maanden, een termijn die erna nog kan worden verlengd.Ter ondersteuning van zijn opdracht krijgt Smeets de beschikking over entiteitsoverschrijdende projectteams, waarin onder meer de Vlaamse Landmaatschappij, het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, het Agentschap voor Natuur en Bos en het Departement Omgeving vertegenwoordigd zijn. Hij zal driemaandelijks rapporteren over de voortgang van de werkzaamheden aan de Vlaamse regering. Reactie Stuurgroep Turnhouts VennengebiedDe aanstelling van de intendant wordt positief onthaald onder de boeren in het Turnhouts Vennengebied. “Het is goed dat er eindelijk iemand gevonden is en dat de gesprekken weer op gang worden getrokken. Er heerst al lange tijd veel onzekerheid in het gebied onder de boeren. We hopen dat er snel duidelijkheid komt over de toekomst en dat de intendant oor heeft voor de zorgen van de boeren”, reageert Johan Spits, voorzitter van de Stuurgroep Turnhouts Vennengebied en vertegenwoordiger van de landbouwbelangen in het gebied.</content>
            
            <updated>2025-11-17T19:43:20+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Franse biomarkt herstelt zich]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/franse-biomarkt-herstelt" />
            <id>https://vilt.be/58221</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na enkele jaren van stagnatie zwelt de verkoop van biologische landbouwproducten in veel Europese landen opnieuw aan. Dat meldt Euractiv en wordt bevestigd door het Europees onderzoeksinstituut voor Biologische Landbouw (FiBL). Ook de Franse biomarkt, die de voorbije jaren stevig terugviel, lijkt zich te herstellen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/725ef1ed-edfe-4562-a2d3-ceabedf87433/full_width_wortelen-gezonde-voeding-sfeerbeeld-rawijs-castrid-agemans-voor-bioforum.jpg</image>
                                        <content>Duitsland is momenteel de motor achter de groei van de EU. Waar vorig jaar de biologische verkoop met 5,7 procent toenam, wordt voor dit jaar een nog sterkere stijging verwacht. Die prognose is gebaseerd op interne cijfers van FiBL, die nog niet officieel gepubliceerd zijn maar wel bevestigd werden. Uit dezelfde cijfers blijkt dat ook Italië, Denemarken en Zwitserland een vergelijkbare groei noteren.Biowinkels veroveren opnieuw Franse hartenFiBL wijst ook op de situatie in Frankrijk. Frankrijk heeft het grootste biologisch areaal van heel de Europese Unie, maar de sector zit sinds 2021 in een diepe crisis. Een combinatie van inflatie, hogere energieprijzen en een scherpe daling in de consumptie leidde tot een terugval die in geen enkel ander EU-land zo uitgesproken was. “Maar de markt vertoont nu tekenen van herstel”, aldus FiBL.De consumentenvraag zou er met 4,1 procent zijn toegenomen.&amp;nbsp;Het herstel is vooral zichtbaar in gespecialiseerde biologische winkels. Na een omzetgroei in 2024 en 2025 is Biocoop, de Franse marktleider, van plan om in de komende vier jaar 160 nieuwe winkels te openen.Ook voor Franse bioproducenten komt er opnieuw ademruimte. &quot;Door de stijgende vraag zie ik ook de prijzen stijgen die producenten voor hun producten krijgen&quot;, zegt Corentin Cnudde, adviseur bij een netwerk van biologische boeren in Noord-Frankrijk, aan Euractiv. De hernieuwde vraag heeft zelfs tot tekorten in biotarwe, - rogge, biologische zwarte linzen en biologische eieren geleid. De factoren achter dit herstel variëren van afnemende inflatie tot communicatiecampagnes&amp;nbsp;en&amp;nbsp;een toegenomen publiek&amp;nbsp;debat&amp;nbsp;over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw.</content>
            
            <updated>2025-11-17T17:20:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Komt er een Mercosurdeal tegen Nieuwjaar? Strijdende kampen leggen kaarten op tafel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/komt-er-een-mercosurdeal-tegen-nieuwjaar-strijdende-kampen-leggen-kaarten-op-tafel" />
            <id>https://vilt.be/58222</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Franse president Emmanuel Macron herbevestigt zijn standpunt dat hij de Mercosurdeal, zoals die nu voorligt, niet zal goedkeuren. Macron belandde in een storm van kritiek wanneer hij na een ontmoeting met de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva zijn toon milderde tegenover de deal. Inmiddels werkt het Europese pro-Mercosurkamp aan een plan om de handelsovereenkomst met gewone meerderheid goed te keuren. Het anti-Mercosurkamp probeert de zaak te redden via het Hof van Justitie, maar het is onduidelijk wie het zal halen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/384dc912-9418-4d88-bcde-22cc0cd88ef6/full_width_mercosurprotestdecember2-2.jpg</image>
                                        <content>Landbouwers over heel Europa verzetten zich tegen het Mercosur-handelsakkoord, met als centraal argument dat het akkoord het gelijk speelveld ondermijnt. De handelsdeal voorziet dat Zuid-Amerikaanse landbouwproducten die volgens andere normen worden geproduceerd dan in de strenge EU, toch bij ons op de markt verschijnen. Dit baart Europese landbouwers zorgen, onder meer voor het marktverstorende effect.Zowel Belgische als Europese landbouworganisaties hebben herhaaldelijk het risico van deze oneerlijke concurrentie aangekaart. Veel Europese landen leggen deze waarschuwing naast zich neer, maar een blok van EU-landen, aangevoerd door Frankrijk, biedt weerwerk tegen het akkoord.“Verraad”Dat blok kwam even aan het wankelen. Frankrijk was steeds de meest prominente dwarsligger bij handelsdeal tussen de EU en het Mercosur-handelsblok, maar na de ontmoeting met Lula zei Macron dat hij onder bepaalde voorwaarden de deal zou willen ondersteunen. Luc Smessaert, vicepresident van de Franse boerenorganisatie FNSEA, beschuldigde Macron van “verraad”. Op 12 november, vijf dagen na de beruchte uitspraak, kwamen zo’n 300 landbouwers zelfs op straat uit protest tegen de president. In navolging van de hevige reactie uit landbouwmiddens, ging Macron vorige week in gesprek met een landbouwdelegatie in Toulouse. Volgens Frans landbouwminister Annie Gevenard heeft Macron op die meeting letterlijk gezegd dat de Mercosurdeal, zoals die nu voorligt, een duidelijke ‘nee’ zal krijgen van Frankrijk. Zolang er dus geen sprake is van spiegelclausules die een gelijk speelveld waarborgen, belooft Frankrijk zich te verzetten tegen het Mercosurakkoord.“Wij, landbouwers en consumenten, kunnen niet aanvaarden dat we voeding importeren die niet voldoet aan de maatstaven die we onze eigen producenten opleggen”, zei Gevenard in een statement aan de pers.Wat doen wij?Waar Frankrijk zijn rol als dwarsligger lijkt te hervatten, houdt ons land zich afzijdig. De Waalse regering blijft zich uitdrukkelijk verzetten tegen het vrijhandelsakkoord, in Vlaanderen is dat verzetminder prominent. België zal zich wellicht onthouden bij de stemming onder de lidstaten.De Nederlandse regering pleit dan weer om de handelsdeal goed te keuren. Hoewel een ruime meerderheid van de Tweede Kamer in oktober nog steun aan het handelsverdrag verwierp, willen VVD-minister David van Weel en zijn staatssecretaris Aukje de Vries van Buitenlandse Zaken de deal toch goedkeuren. In een brief aan de Tweede Kamer wijzen ze erop dat de “economische kansen” en de “geopolitieke context” zwaarder wegen dan de nadelen van het akkoord. Nederland zegt te wachten op de officiële vertaling van de handelstekst alvorens het een definitief standpunt inneemt. De laatste kansVoorstanders van de handelsdeal hoeven niet eens alle lidstaten aan boord krijgen. De Europese Commissie heeft besloten om het handelsdeel (interim Trade Agreement, iTA) apart te ratificeren en dus los te koppelen van de bredere overeenkomst. Het is dus niet nodig dat alle 27 nationale parlementen de deal ratificeren. Een gekwalificeerde meerderheid volstaat. Dat betekent dat slechts vijftien lidstaten die minstens 65 procent van de bevolking van de EU vertegenwoordigen, de deal moeten goedkeuren.Een blokkerende minderheid moet bestaan uit minstens vier lidstaten die 35 procent van de Europese bevolking vertegenwoordigen. Dat wordt geen evidentie, want het is niet duidelijk welk land zich nog naast Frankrijk, Hongarije en Polen zal scharen om de deal te blokkeren. Net als Nederland willen Ierland en Oostenrijk wachten op de definitieve vertaling van de handelstekst en die wordt pas 11 december vrijgegeven.De strijd om Mercosur zal niet alleen politiek, maar ook juridisch worden gestreden. De Europese landbouworganisatie Copa-Cogeca signaleert dat een grote groep Europese parlementsleden het Hof van Justitie hebben aangeschreven om te beoordelen of het akkoord verenigbaar is met de Europese verdragen. Copa-Cogeca verwacht niet het Mercosurakkoord op deze manier te kunnen blokkeren, maar hoopt wel op een vertraging van de definitieve goedkeuring. Veel tijd is er niet meer, want de finale stemming staat gepland voor eind dit jaar. De animo voor een goedkeuring is vrij groot, aangezien Europa zeer graag zijn handelsportefeuille wil diversifiëren om de toenemende spanningen tussen de VS en China het hoofd te bieden.</content>
            
            <updated>2025-11-18T13:08:03+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eierfraude blijft onopgemerkt in buitenland: Landsbond Pluimvee laakt beperkte invoering stempelplicht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oekraiense-batterij-eieren-als-bio-verkopen-het-kan-nog-steeds-landsbond-pluimvee-laakt-beperkte-invoering-stempelplicht" />
            <id>https://vilt.be/58223</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese wetgeving voor het stempelen van eieren wordt in te veel lidstaten niet nageleefd. Dat stelt Landsbond Pluimvee. Sinds 8 november 2024 moet elk ei al op het pluimveebedrijf gestempeld worden. Vroeger gebeurde dit pas in het pakstation, wat de deur openzet om eieren foutief als ‘bio’ of ‘vrije uitloop’ te markeren. De nieuwe wetgeving moet deze praktijken verhinderen, maar één jaar later blijkt België één van de enige landen die de nieuwe wetgeving effectief toepast. In andere landen blijft frauderen kinderspel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="ei" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cdbeb52e-63a0-471b-8470-e579fc159a76/full_width_gekookt-ei-eieren.jpg</image>
                                        <content>De vraag voor de nieuwe stempelwetgeving kwam er vanuit de sector zelf. In pakstations komen eieren binnen van verschillende bedrijven en productiesystemen. Deze kunnen door elkaar geraken of verkeerd worden geëtiketteerd, al dan niet opzettelijk. Bovendien kan foutief stempelen ertoe leiden dat bij een voedselveiligheidsincident het verkeerde bedrijf wordt aangewezen.“Het oude systeem zette de deur open voor fraude”, zegt Martijn Chombaere van Landsbond Pluimvee. “We hebben er geen harde bewijzen van, maar in sommige landen aanvaarden bepaalde pakstations ongestempelde Oekraïense eieren, om ze dan als bio te bestempelen. Moest het stempelen reeds gebeuren op de pluimveebedrijven, dan kan men achteraf niet meer sjoemelen.” Slechts vier landen passen de wet toeLandsbond Pluimvee was dan ook tevreden wanneer Europa besloot om de stempelplicht te verhuizen van het pakstation naar de ‘productie-eenheid’, oftewel het pluimveebedrijf. Maar niet iedereen volgt deze nieuwe wet. Bij een bevraging halverwege 2024 van een beperkt aantal lidstaten, bleken enkel België, Duitsland, Nederland en Italië deze wetgeving toe te passen. Frankrijk zou dit, mits de nodige derogaties, ook toepassen. Van de bevraagde landen blijven Denemarken, Finland, Hongarije, Ierland, Spanje en Zweden stempelen in het pakstation.Dat zoveel landen de stempelplicht op het bedrijf niet naleven, komt door een bepaling die stelt dat lidstaten hun eieren op basis van ‘objectieve criteria’ mogen vrijstellen van stempelplicht op het bedrijf. “Wat deze objectieve criteria mogen zijn, daar hebben we het raden naar”, zegt Martijn Chombaere van Landsbond Pluimvee. Lidstaten moeten bovendien geen melding maken aan de EU indien ze zichzelf die uitzondering zouden toekennen. Sterker nog: Europa heeft er zelfs geen zicht op welke landen de vernieuwde stempelplicht wel of niet naleven. “Ze hebben het ene achterpoortje gedicht en een ander achterpoortje gemaakt”, zegt Chombaere. “Ik heb de Oekraïense eieren aangekaart, maar ik vind het frappant dat er nu ook binnen de EU een ongelijk speelveld is gecreëerd.” Flexibiliteit waar nodig“Na veelvuldig te hebben erop aangedrongen zou de Europese Commissie tegen het einde van dit jaar een survey doen bij de lidstaten om hier inzicht in te krijgen”, zegt Chombaere. “We wachten daar de resultaten van af alvorens we verder actie ondernemen. Europa is duidelijk op de hoogte van de problematiek en doet er voorlopig niets aan.”Hoewel de Landsbond vragende partij is voor stempelplicht op productieniveau, vraagt de organisatie ook wat meer flexibiliteit in de Belgische wetgeving. “In het geval dat een printer defect is, zou het perfect mogelijk moeten zijn om onder voorwaarden een uitzondering te bekomen”, zegt Chombaere. “In Nederland is zo’n derogatie al in de maak. We zijn hiervoor in gesprek met het FAVV en hopen om op korte termijn een oplossing te kunnen uitwerken.”</content>
            
            <updated>2025-11-19T15:17:32+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[BCZ: "Melkproductie veel hoger dan verwacht"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-melkproductie-herstelt-onverwacht" />
            <id>https://vilt.be/58224</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na maanden van dalende volumes trekt de melkproductie in verschillende Europese landen opnieuw aan. Ook buiten de EU boeken melkveehouders sterke resultaten, waardoor de prijs verder onder druk komt. Bereikt de sector zijn plafond? Volgens Lien Callewaert, directeur van de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ), is dat niet het geval. “De onverwachte productietoename veroorzaakt vandaag een overaanbod”, zegt ze. “Maar op langere termijn blijft de wereldwijde vraag naar zuivel stijgen door de groeiende bevolking, terwijl in onze regio’s net een daling van het aanbod wordt verwacht.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d2a458c9-991e-4dac-acc2-9d06e9ccb7dc/full_width_robot-melken-packo-fullwood.jpg</image>
                                        <content>In de eerste zeven maanden van 2025 daalde de melkaanvoer in België met 4,5 procent, tegenover diezelfde periode in 2024. Vanaf augustus keert de trend en stijgt de productie plots met 3,7 procent ten opzichte van dezelfde maand in 2024. In september loopt dit op tot 6,5 procent. Voor oktober zijn nog geen cijfers gekend.De plotse productiestijging heeft verschillende oorzaken. “De hoge melkprijs van de voorbije periode in combinatie met een relatief lage voederkost heeft melkveehouders aangezet om meer te produceren”, duidt Callewaert. “Daarnaast speelden ook de gunstige weersomstandigheden een rol. Maar het is vooral de verschuiving in het aantal kalvingen door de blauwtonguitbraak eind vorig jaar die nu zorgt voor een piek in de najaarsleveringen.”Volgens Callewaert moet de recente stijging ook in het juiste perspectief worden geplaatst. “Er wordt vergeleken met vorig jaar, maar toen was de productie door blauwtong heel wat minder. Tegenover andere jaren zijn de huidige hoge melkleveringen helemaal niet zo uitzonderlijk voor België.” Op zoek naar nieuw evenwichtBelgië is niet het enige zuivelland dat stijgende producties noteert. In heel wat Europese zuivellanden neemt de melkproductie sinds het einde van de zomer opnieuw toe. De combinatie van gunstige omstandigheden en verschoven afkalfperiodes speelt immers in meerdere regio’s. Ook in de belangrijkste zuivelexporterende landen wereldwijd nam het volume aanzienlijk toe. “Die onverwachte productiestijging zorgt momenteel voor een overaanbod aan melk en zuivelproducten”, zegt Callewaert. Dit leidde al tot een verlaging van de noteringen voor zuivelproducten, waardoor noodgedwongen ook de prijzen voor rauwe melk verlaagd moeten worden. “Echter zijn de marges voor zuivelverwerkers al zeer laag, waardoor veel bedrijven de dalende noteringen niet langer kunnen opvangen”, gaat Callewaert verder. “Er zal dus een nieuw evenwicht moeten worden bereikt tussen vraag en aanbod.”Op lange termijn verwacht Callewaert een daling van de melkaanvoer in onze regio, onder meer door de impact van stikstofmaatregelen. Ook aan de consumptiezijde ziet ze een verschuiving. “Door de groei van de wereldbevolking zal de vraag toenemen, waardoor de vooruitzichten voor melk en zuivelconsumptie op lange termijn overwegend positief blijven.” Melkprijs Milcobel duikt onder de 40 euroMilcobel legde deze week de standaard melkprijs vast op 37 euro per 100 liter voor deze maand. Dat is zes euro minder dan vorige maand. De toename van de melkproductie en de enorme daling van de zuivelprijzen zorgen volgens de coöperatie voor een weinig comfortabele situatie in het zuivellandschap. De lagere prijzen drukken de vraag verder omlaag, precies op het moment dat de melkaanvoer blijft toenemen, stelt Milcobel. Toch ziet het bedrijf een eerste voorzichtig lichtpunt. Zo zou de bodem van de zuivelprijzen in zicht zijn.</content>
            
            <updated>2025-11-18T20:21:38+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Japanners in Vlaanderen om rundvleessysteem te inspecteren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/japanners-in-vlaanderen-om-rundvleessysteem-te-inspecteren" />
            <id>https://vilt.be/58225</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een Japanse delegatie houdt deze week een inspectiemissie voor kalfsvlees, rundvlees en vleesproducten in Vlaanderen. “Dit type audit is doorgaans de laatste stap vóór marktopening”, klinkt het bij Belgian Meat Office, opgericht door VLAM, dat al jaren bezig is om toegang te krijgen tot de Japanse markt. Japan behoort tot de grootste economieën van de wereld en is een grote netto-importeur van rundvlees.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="vlees" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/48b74813-36af-455b-989a-5c5b2dd0a7bd/full_width_rundvleesslachthuiskarkas-febevgevilt.jpg</image>
                                        <content>Het slachthuis Velzeke in Zottegem, kalfsintegrator Vanlommel en een bedrijf dat zich specialiseert in vleesproducten krijgen dezer dagen een delegatie Japanners over de vloer. Ze zijn er in het kader van een inspectiemissie voor kalfsvlees, rundvlees en vleesproducten.“Na vele jaren dossierwerk, na uitgebreide vragenrondes en technische evaluaties van zowel het Japanse Ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn als het Japanse Ministerie van Agricultuur, Bosbeheer en Visserij, is er nu sprake van een fysieke inspectie”, vertelt Joris Coenen van Belgian Meat Office. Coenen geeft aan dat dit type audit doorgaans één van de laatste stappen vóór marktopening is. “Als de audit positief verloopt, kunnen we dus mikken op een effectieve marktopening.”“Deze systeemaudit door het Japanse Ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn dient om na te gaan of we kunnen voldoen aan de specifieke hygiëne-eisen die Japan stelt. Op basis daarvan zullen de uiteindelijke voorwaarden worden vastgelegd en, indien het&amp;nbsp;Belgisch&amp;nbsp;systeem wordt goedgekeurd, zullen bedrijven erkend kunnen worden voor export”, verduidelijkt de woordvoerder van het federale Voedselagentschap (FAVV).Coenen voegt hieraan toe: &quot;Het systeem dat Japan doorgaans voorstelt, werkt met pre-listing, wat betekent dat na goedkeuring geen herinspecties nodig zijn voor nieuwe bedrijven.&quot; Grote netto-importeur van rundvleesToegang tot de Japanse markt zou goed nieuws zijn voor de Belgische vleesveehouders.&amp;nbsp; “Japan is een grote netto-importeur van rundvlees, maar de Europese export van rundvlees naar Japan is zeer beperkt. Op dit moment ligt het marktaandeel van de EU nog maar op twee procent”, aldus Coenen.De markt wordt gedomineerd door Australië en de VS, die ook gekoeld rundvlees kunnen aanbieden, terwijl Europese leveranciers enkel bevroren rundvlees kunnen leveren. Coenen geeft aan dat Australië en de Verenigde Staten tegen lagere tarieven naar Japan kunnen uitvoeren. Daarnaast speelt ook de dure wisselkoers op dit moment in het nadeel van Europa.Extra kansen dankzij handelsverdragDit alles kan over een aantal jaren veranderen, zegt Coenen. Hij wijst op het &#039;EU-Japan Economic Partnership Agreement&#039;, een vrijhandelsverdrag dat in 2019 is ondertekend. “Onder dit vrijhandelsverdrag dalen de invoerrechten op rundvlees geleidelijk tot negen procent in 2033, hetzelfde eindtarief als voor Australië (CPTPP) en de VS (USJTA). Hierdoor wordt Europees rundvlees duidelijk competitiever dan vóór 2019, toen tarieven richting 38 procent liepen. Maar de daling voor Europese producten verloopt uiteindelijk trager dan voor Australië en de VS, die eerder in een vrijhandelsverdrag met Japan zijn ingestapt”, aldus Coenen.De marktspecialist van Belgian Meat Office geeft aan dat na de officiële markttoegang het echte werk nog moet beginnen. “Echte handel zal pas volgen na een gerichte positionering en volgehouden inspanningen. VLAM (oprichter van Belgian Meat Office) zal op het juiste moment samen met de sector bekijken welke promotionele acties mogelijk en zinvol zijn.”Ook FEBEV, de Federatie van de Belgische Vleessector,&amp;nbsp;kijkt hoopvol uit naar toekomstige export naar Japan. “Daarmee zouden we nog meer meerwaarde kunnen creëren voor ons hoogwaardig Belgisch rundvlees”, aldus gedelegeerd bestuurder Michael&amp;nbsp;Gore. FEBEV ondersteunt haar leden bij de voorbereiding op de inspectieronde. Wagyu in Japan en VlaanderenJapan heeft een rijke traditie in rundvlees. Een bekend ras, typische voor het Aziatische land, is Wagyu. Op Wikipedia lezen we over de veelgehoorde mythe dat de malsheid van het wagyuvlees onder meer verkregen wordt door de runderen te&amp;nbsp;masseren, klassieke muziek te laten beluisteren en wijn te laten drinken. &quot;Deze praktijk wordt slechts op enkele boerderijen toegepast en geldt zeker niet voor alle producenten van wagyuvlees. Wel worden voor het wagyuvlees van de runderen die op deze manier worden grootgebracht, de hoogste prijzen betaald&quot;, klinkt het. Ook Vlaanderen telt een wagyukwekerij onder de naam &#039;Time to Meat&#039;. Het vlees wordt verkocht in de korte keten.</content>
            
            <updated>2025-11-18T17:51:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Welke kansen bieden de GLB-steunmaatregelen voor teeltplannen in 2026?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/welke-kansen-bieden-de-glb-steunmaatregelen-voor-uw-teeltplan-2026" />
            <id>https://vilt.be/58226</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers die werken aan hun teeltplan voor het jaar 2026, doen er goed aan om ook de GLB-steunmaatregelen af te toetsen. De infofiches voor 2026 worden pas eind dit jaar gepubliceerd op de website van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, maar het Agentschap licht nu al een tipje van de sluier. De aanpassingen aan ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen voor 2026 zijn beperkt en werden <a href="https://vilt.be/nl/nieuws/dit-zijn-de-nieuwigheden-binnen-het-glb-vanaf-2026" target="_self">recent uitgelicht</a>.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="GLB" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9cc3931c-d92e-4de8-be58-0a22ff4d7beb/full_width_luzerne-kiekendiefteelt-saeftinge-vlm-1500.jpg</image>
                                        <content>Eén van de maatregelen die het agentschap in de verf zet, is de ecoregeling ‘bodempaspoort’. Door in de loop van 2026 een minimum aantal bodemstalen te laten nemen en analyseren door een erkend laboratorium dat geconnecteerd is met DjustConnect, kan men hierop aanspraak maken. Om aan deze ecoregeling te kunnen deelnemen, moeten landbouwers nog aan minstens één andere ecoregeling of agromilieuklimaatmaatregel deelnemen.De verzamelde informatie staat ten dienste van het bodempaspoort. Dit biedt uitgebreide info over de bodemkwaliteit op perceelsniveau en valt te raadplegen op www.landbouwvlaanderen.be. Binnen het bodempaspoort kan men ook een koolstofsimulator raadplegen onder het tabblad ‘Bodem’. Daar kan men de koolstofopbouw in functie van bemesting en teelten simuleren voor de toekomst.BiolandbouwOok voor de biolandbouw zijn er specifieke GLB-maatregelen. Enerzijds kan men via de agromilieuklimaatmaatregel ‘omschakeling naar biologische landbouw’ steun ontvangen voor percelen die in omschakeling zijn naar biologische productie. De ecoregeling ‘toepassing biologische landbouw’ biedt steun aan biopercelen die deze omschakelingsperiode al doorlopen hebben. Steunmaatregelen combinerenOp eenzelfde perceel kan men trouwens verschillende ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen combineren. Biolandbouwers voldoen in veel gevallen aan de voorwaarden van de ecoregelingen ‘ecologisch beheerd grasland’, ‘vruchtafwisseling met vlinderbloemige’ en ‘mechanische onkruidbestrijding’. Voor teelten zoals grasklaver, graskruiden, grasluzerne en meerjarige luzerne kan men steun krijgen via de agromilieuklimaatmaatregel ‘meerjarige ecoteelten’. Wie compost, houtsnippers of stalmest op zijn percelen voert, maakt aanspraak op de ecoregeling ‘verhogen organische koolstofgehalte’. In de tabel met aanbreng organische koolstof is per teelt weergegeven hoeveel de aanvoer aan organische koolstof bedraagt. Volledige lijst beschikbaarDe volledige lijst van maatregelen is nog een stuk langer. Landbouwers kunnen deze raadplegen op lv.vlaanderen.be/steun. Zo zijn er maatregelen waarbij landbouwers steun krijgen voor het naleven van bepaalde voorwaarden rond het gebruik van bemesting of gewasbeschermingsmiddelen. Het is hierbij belangrijk om de voorwaarden na te leven vanaf de start van de verbintenis op 1 januari 2026. Voorbeelden zijn bufferstroken, mechanische onkruidbestrijding en precisielandbouw via automatische GPS- of RTK-GPS-aansturing.Bij deelname aan een maatregel is het steeds belangrijk om de gebruiksperiode, de minimumoppervlakte, de samenstelling van de mengsels en de subsidievoorwaarden na te gaan. Deze laatste zijn voor elke maatregel afzonderlijk bepaald.</content>
            
            <updated>2025-11-19T16:29:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Loonwerkersassociatie: “Uitsluiting loonwerkers van VLIF-steun creëert oneerlijk speelveld”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/loonwerkers-associatie-uitsluiting-loonwerkers-van-vlif-steun-creeert-oneerlijk-speelveld" />
            <id>https://vilt.be/58227</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwservice, de beroepsvereniging voor loonwerkers, pleit voor een gelijke behandeling van boeren en loonwerkers als het gaat om het recht op Vlaamse landbouwinvesteringssteun (VLIF). Boeren komen in aanmerking voor VLIF-steun voor de aanschaf van landbouwmachines, terwijl loonwerkers er geen recht op hebben. “Dit creëert een ongelijk speelveld: machines die worden aangeschaft met overheidssteun, worden vervolgens ingezet in concurrentie met professionele loonwerkbedrijven die diezelfde investeringen volledig zelf moeten dragen”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="loonwerk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f3631abe-2fa2-4ee3-8b92-a576c7971987/full_width_spinaziegroente-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>“Als een machine in aanmerking komt voor subsidie, zou dat moeten gelden ongeacht wie ze aankoopt, landbouwer of loonwerker”, zegt Landbouwservice. De organisatie stoort zich al jaren aan het feit dat loonwerkers uitgesloten blijven van VLIF-steun voor landbouwvoertuigen. “We doen hetzelfde werk. Waarom krijgen landbouwers wél subsidies en wij niet?”Jan Haveneers, bestuurslid bij Landbouwservice en zelf loonwerker, constateert dat loonwerkers werk verliezen door de VLIF-steun. “Door machines te subsidiëren neemt de investeringsdrempel voor landbouwers af. Ze kopen een machine, gedeeltelijk met gemeenschapsgeld, die vervolgens maar enkele dagen per jaar wordt gebruikt”, aldus de Limburger.De onvrede van de loonwerkers over de uitsluiting van de VLIF-steun is recent weer naar de oppervlakte gekomen na een schriftelijke vraag van Lydia Peeters (Open Vld) aan landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v). “Blijft de huidige uitsluiting van VLIF-steun voor loonwerkers, althans voor investeringen die louter gebruikt worden voor landbouwdoeleinden, houdbaar en wenselijk, en dit zowel op Europees als op Vlaams niveau?”, was één van Peeters&#039; deelvragen.De Open Vld-politica zegt voorstander te zijn van het uitbreiden van VLIF-steun naar loonwerkers voor investeringen die integraal voor landbouwdoeleinden zijn. “Dat creëert een gelijk speelveld voor iedereen.” Machineringen snoepen minder dan 1 procent VLIF-steun opIn haar vraag aan Brouns merkt de politica ook op dat zogenaamde machineringen wel in aanmerking komen voor VLIF-subsidies. Dat zijn coöperaties waarin boeren gemeenschappelijk machines aankopen die ze voor eigen gebruik mogen aanwenden. Dat deze machineringen in aanmerking komen voor VLIF-steun, is de loonwerkers al langer een doorn in het oog. “Dat zijn zeker geen landbouwbedrijven. In feite lijken ze vooral op loonwerkbedrijven.” Vlaanderen telt 39 machinecoöperaties die in het verleden werden geregistreerd met het oog op VLIF-steun.In een antwoord op de vragen van Peeters nuanceert Brouns het subsidiebedrag dat deze machineringen en samenwerkingsverbanden krijgen. Zij ontvingen vorig jaar zo’n 870.000 euro aan subsidie, in 2023 was dat 745.000, in 2022 1,4 miljoen euro en in 2021 rond het miljoen euro. “Dit bedrag vertegenwoordigt telkens minder dan één procent van het totale selectiebedrag van dat jaar”, klinkt het. Minder landbouwbedrijven voeren loonwerk uitOok verwijzen Landbouwservice en Peeters naar het feit dat sommige landbouwers hun machinepark aanwenden om loonwerk uit te voeren bij andere landbouwbedrijven. Bij loonwerker Jelle Pauwels uit Vlimmeren horen we dat deze praktijk juist afneemt. “Vroeger startte een boerenzoon loonwerkactiviteiten op als het bedrijf te klein was om er fulltime van te leven. Tegenwoordig zijn de landbouwbedrijven zo groot geworden dat daar geen tijd voor is.”Uit de landbouwenquêtes van Statbel blijkt dat het aantal landbouwbedrijven dat loonwerk uitvoert in ieder geval niet toeneemt. In 2023 waren er 736 landbouwers in Vlaanderen die aangaven met de machines van het bedrijf ook loonwerk bij derden uit te voeren. Tien jaar eerder waren er dat 949. Dat aantal daalde in 2016 tot 857, om in 2020 te stijgen tot 1.019 bedrijven.Wel toekomst voor loonwerk, maar geen gerichte steunOp de vraag van Peeters hoe Brouns de toekomstperspectieven van het loonwerk inschat, reageert de minister positief. “Voor landbouwers zullen loonwerkbedrijven belangrijk blijven. Een deel van de landbouwers kiest om persoonlijke redenen om de veldwerkzaamheden en andere arbeid uit te besteden. Vaak is het ook bedrijfseconomisch interessant om gespecialiseerde machines niet aan te kopen, maar een beroep te doen op loonwerk of gebruik te maken van de voordelen van een machinecoöperatie.” Het is niet dat we absoluut subsidies willen voor onze leden. De beste subsidie is geen subsidie. Maar dat moet dan ook gelden voor landbouwers Dat er in de toekomst maatregelen zullen komen om loonwerkers te steunen voor het uitvoeren van hun ondersteunende taken in de landbouwsector, lijkt weinig waarschijnlijk. “Binnen de beschikbare instrumenten worden geen nieuwe maatregelen gepland specifiek gericht op de ondersteuning van loonwerkbedrijven”, aldus de minister.Alle VLIF-steun voor machines afschaffen of premie per hectare?Als loonwerkers in de toekomst geen VLIF-steun krijgen, dan vraagt Landbouwservice dat de investeringssteun bij de aankoop van landbouwmachines volledig wordt afgeschaft, ook voor landbouwers. “Het is niet dat we absoluut subsidies willen voor onze leden. De beste subsidie is geen subsidie. Maar dat moet dan ook gelden voor landbouwers. Wij vragen enkel gelijke regels en eerlijke concurrentie binnen de landbouwsector&quot;, klinkt het.Landbouwservice ziet nog een derde piste om het speelveld meer gelijk te maken voor landbouwers en loonwerkers. “We denken daarbij aan slimmere vormen van ondersteuning. In plaats van het subsidiëren van de aankoop van machines, zou steun beter gericht worden op een premie per hectare of per productieve activiteit, of steun aan landbouwers voor het inhuren van loonwerkdiensten. Zo wordt de actieve landbouwer geholpen, kan de loonwerker correct betaald worden voor zijn werk en wordt tegelijk de overinvestering in landbouwmachines afgeremd.”</content>
            
            <updated>2025-11-19T16:26:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouw niet belangrijkste oorzaak drinkwatervervuiling Westhoek]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouw-niet-belangrijkste-oorzaak-drinkwatervervuiling-westhoek" />
            <id>https://vilt.be/58228</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wie veroorzaakt de triazolenproblematiek in West-Vlaanderen? Die vraag verdeelt de commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement al maanden. Dinsdag liep de discussie opnieuw hoog op. Minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) verzette zich tegen het beeld dat de landbouwsector als hoofdschuldige wordt geframed. “Industrieel, medisch en huishoudelijk afvalwater vormen een grotere bron dan gewasbeschermingsmiddelen met triazolen”, herhaalde hij scherp de bevindingen van het brononderzoek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/96228f49-b40d-4e16-926d-08febb5f169f/full_width_dam-drinkwater-water-natuur.jpg</image>
                                        <content>Nergens in Vlaanderen zitten er meer triazolen in het drinkwater dan in het productiecentrum de Blankaart in Diksmuide. Ook in de productiecentra van Dikkebusvijver en Zillebekevijver in Ieper zijn de concentraties te hoog.&amp;nbsp;Bij de vaststelling van de overschrijdingen, verhoogde minister Brouns op basis van wetenschappelijk advies tijdelijk de norm voor 1,2,4-triazolen van 0,1 microgram per liter tot 1 microgram per liter. Zo bleef de levering van kraanwater aan West-Vlaamse huishoudens gegarandeerd.Omdat triazolen onder meer ontstaan als afbraakproducten van gewasbeschermingsmiddelen in de aardappelteelt en die teelt sterk vertegenwoordigd is in West-Vlaanderen, werd de landbouwsector al snel als vermoedelijke bron aangewezen. Ook de VRT-uitzending van Pano over de aardappelteelt wees voornamelijk in de richting van de aardappeltelers. Bron van frustratieDe problematiek rond triazolen in de West-Vlaamse waterwinningsgebieden is ondertussen een vaak terugkerend onderwerp in de commissie Leefmilieu. Ook dinsdag drongen Vlaams parlementsleden Mieke Schauvliege (Groen) en Simon Bekaert (Vooruit) opnieuw aan op een stand van zaken. Ze wilden van de minister weten wanneer het actieplan rond drinkwater klaar zal zijn en of er een registratie van gewasbeschermingsmiddelen komt. &quot;We moeten het probleem bij de bron aanpakken, namelijk bij het pesticidengebruik&quot;, aldus Bekaert. &quot;En dan moeten we beginnen met een verplichte digitale registratie. Het is belangrijk om als overheid te weten hoeveel van welke gewasbeschermingsmiddelen er gebruikt worden op welke locatie.”Voor de minister de parlementsleden van antwoord diende, liet hij duidelijk merken niet gediend te zijn met de framing. “Industrieel, medisch en huishoudelijk afvalwater vormen een grotere bron dan de triazolenhoudende gewasbeschermingsmiddelen”, herhaalde hij de eerste resultaten van het brononderzoek. “In de Blankaart is de oorzaak vooral industrieel. De betrokken bedrijven onderzoeken momenteel naar manieren om triazolen in hun afvalwater doeltreffend te verwijderen.&quot;“Ook het beeld dat steeds opnieuw wordt gecreëerd dat de landbouwsector geen actie onderneemt, klopt geheel niet”, ging de minister verder. “De landbouw neemt wel degelijk haar verantwoordelijkheid en is voorlopig zelfs de enige sector die concrete stappen heeft gezet”, klonk het scherp. Daarnaast liet de minister weten dat de digitale registratie er komt en het actieplan rond drinkwater “as soon as possible” in 2026 afgewerkt wordt. Het is de agro-industrie die de oorzaak vormt van de triazolen PingpongSchauvliege leek de beschuldiging van framing niet te pikken en richtte diezelfde aantijging aan de minister. “U hebt dit al eens geprobeerd. Eerder dit jaar wees u al een sojabedrijf aan als bron. Nu maakt u het verhaal compleet en trekt u het breder naar de volledige industrie. En ik geef u gelijk&quot;, reageerde ze, &quot;het is de agro-industrie die de oorzaak vormt van de triazolen&quot;. Ze hekelde ook dat de minister geen concrete datum aanstipt wanneer het actieplan rond drinkwater op tafel komt. “Het wordt tijd dat u stopt met minister tegen leefmilieu te zijn en eindelijk één wordt voor leefmilieu. Drinkwaterkwaliteit moet een eerste prioriteit zijn voor u”, besloot ze.Brouns benadrukte dat het drinkwater in West-Vlaanderen” altijd veilig is geweest en nog steeds veilig is”. Dit werd bevestigd en herbevestigd in een second opinion. “Daarnaast kan ik me maar niet van het gevoel ontdoen dat het voor jullie ongemakkelijk is als er wordt vastgesteld dat landbouw niet de voornaamste bron is”, aldus Brouns. “Durf die werkelijkheid onder ogen te zien.”</content>
            
            <updated>2025-11-18T20:25:38+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Praktische keuzetool helpt varkens- en pluimveehouders keuzes maken over emissiereductie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/praktische-keuzetool-helpt-varkens-en-pluimveehouders-keuzes-maken-over-emissiereductie" />
            <id>https://vilt.be/58229</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met een keuzetool willen een reeks proefcentra varkens- en pluimveehouders helpen om de juiste maatregel te kiezen om de uitstoot op hun bedrijf te verlagen. “Onze duurzaamheidsmatrix toont varkens- en pluimveehouders in één oogopslag welke emissiereducerende maatregelen haalbaar zijn voor hun specifieke bedrijfssituatie, zowel voor nieuwbouw als renovaties”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/13278f73-ebcd-4ad0-889d-01babd5d75d9/full_width_duurzaamheidsmatrix-adviesgesprek2.jpg</image>
                                        <content>De stikstofproblematiek staat hoog op de agenda bij heel wat veebedrijven. Omdat zij ten laatste tegen 2030 hun stikstofuitstoot met 60 procent moeten verminderen, zijn zij op zoek naar haalbare oplossingen om aan die doelstelling te voldoen. Een hele reeks Vlaamse en Nederlandse onderzoekscentra, provincies en landbouworganisaties Boerenbond en ZLTO werken binnen het project RAMBO aan innovatieve maatregelen en technieken die varkens- en pluimveehouders in staat stellen om hun ammoniakuitstoot aanzienlijk te verminderen.“De duurzaamheidsmatrix is een ondersteunende tool die veehouders op weg helpt”, aldus de projectpartners. “Het is een handige voorbereiding op een gesprek met een adviseur.” Gezien de grensoverschrijdende samenwerking tussen Vlaamse en Nederlandse projectpartners, is de tool ook geschikt voor zowel Vlaamse als Nederlandse veehouders.De matrix is in feite een Excel-tool die veehouders helpt om snel en overzichtelijk te vergelijken welke emissiereducerende maatregelen het best aansluiten bij hun bedrijfssituatie. “De resultaten die uit de matrix naar voor komen, zijn richtinggevend. Ze gelden dus niet voor de berekening van de PAS-referentie 2030”, luidt het. “Zodra de veehouder zijn richting heeft bepaald, wordt aangeraden om contact op te nemen met een adviseur of bevoegde instantie voor een maatregel of techniek wordt toegepast op het bedrijf.” De matrix houdt rekening met de technische affiniteit van de veehouder. Wie liever geen complexe installaties wil, krijgt vooral managementmaatregelen te zien Om de matrix te kunnen gebruiken, hebben veehouders een aantal basisgegevens nodig: locatie, diersoort, aantal stallen, type stal (nieuwbouw of renovatie), en de gewenste mate van emissiereductie. Eens ze die hebben ingevuld in de tool, geeft die een overzicht van erkende technieken en maatregelen, afgestemd op de Vlaamse of Nederlandse regelgeving. Per stal kan de gebruiker vervolgens verschillende scenario’s simuleren en de effecten van de maatregelen vergelijken op vlak van ammoniakreductie, toepasbaarheid en meer.“De matrix houdt rekening met de technische affiniteit van de veehouder”, aldus de projectpartners. “Wie liever geen complexe installaties wil, krijgt vooral managementmaatregelen te zien.” Bovendien toont de matrix enkel&amp;nbsp;erkende maatregelen. Het resultaat is eenvoudig te exporteren als pdf, wat handig kan zijn voor overleg met adviseurs of als bijlage bij een vergunningsdossier.</content>
            
            <updated>2025-11-18T21:07:02+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[SALV tekent rol uit voor landbouwers in drinkwaterplan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/salv-deelt-aanbevelingen-voor-drinkwater" />
            <id>https://vilt.be/58230</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering werkt aan een ‘Strategisch Plan Drinkwater 2026’, en vroeg daarvoor advies aan de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij, kortweg SALV. De adviesraad stelt een pakket aan maatregelen voor. Eén punt is om het beslist beleid rond beschermingsstroken, bufferzones en geïntegreerde gewasbescherming eerst uit te voeren alvorens tot nieuwe maatregelen over te gaan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/88d0ef61-06aa-4176-9ce0-f843e1f8df9a/full_width_drinkwaterreservoirdiksmuide-dewatergroep.jpg</image>
                                        <content>Meer transparantie in het opmaakproces, duidelijke principes rond waterbevoorrading en de maatregelen tot verbetering van drinkwaterkwaliteit uitvoeren op een integrale, billijke, inclusieve en motiverende manier. Dat vormen de kernelementen van het antwoord van SALV op een adviesvraag van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) voor de opmaak van het strategisch drinkwaterplan.SALV splitste zijn advies op in twee deeladviezen, één op hoofdlijnen samen met Minaraad en SERV, en één apart met een specifieke benadering vanuit landbouw en agrovoeding. SALV bevestigt dat de landbouw- en agrovoedingssector de wateruitdagingen actief wil aanpakken, samen met andere actoren. Maar dat vraagt voldoende doorlooptijd en een aanpak die op lange termijn zekerheid biedt, en die integraal, billijk, inclusief én motiverend is. Vier kernpunten voor landbouwAls gepolst wordt naar wat SALV bedoelt met een integrale aanpak, dan wijst het onder meer op het uitvoeren van adequaat bronnenonderzoek van probleemstoffen. Het is nodig dat men weet waar vervuiling precies vandaan komt, en door welke stof. De aanpak van puntvervuiling is voor SALV een belangrijke beschermingsmaatregel.De aanpak moet bovendien ook ‘billijk’ zijn. “Voer beslist beleid rond beschermingsstroken, bufferzones en geïntegreerde gewasbescherming eerst uit en beoordeel de impact alvorens tot nieuwe maatregelen over te gaan”, stelt SALV. “Koppel onderzoek naar extra bufferzones in waterwingebieden met onderzoek naar innovatieve technieken, agro-ecologische praktijken en biolandbouw om een equivalent effect te bereiken.”Een ander kernpunt is inclusie. Waterbeheer is een spel van verschillende actoren en initiatieven, en die moeten goed op elkaar worden afgestemd. “Verken hierbij mogelijkheden van publiek-private financieringsmodellen om de inspanningen voor een betere (drink)waterkwaliteit te helpen vergoeden”, stelt SALV.Tot slot moet er ook motiverend worden gewerkt. “Waarborg en verbeter de beschikbaarheid van een brede instrumentenkoffer aan effectieve alternatieven en oplossingen voor land- en tuinbouwers om hun teelten te verzorgen, zodat de toepassing van geïntegreerde gewasbescherming ook in de toekomst effectief kan blijven”, aldus SALV. TransparantieHet gezamenlijke deeladvies van SALV, dat dus verder gaat dan landbouw alleen, omvat procesaanbevelingen zoals meer transparantie. Ook zijn er aanbevelingen rond kwantiteit, met principes als ‘water efficiency first’, ‘fit for use’, water vasthouden en peilsturing met aandacht voor vergunningen. Tot slot pleit SALV voor de uitvoering van acties in de stroomgebiedbeheerplannen en het actieplan duurzaam pesticidegebruik voor een betere waterkwaliteit.In welke mate dit advies zal worden omvat in de nieuwe plannen, is afwachten. Vlaanderen wil tegen 1 januari 2026 het Strategisch Plan Drinkwater finaliseren, met daarbij een uitfasering van PFAS-houdende gewasbescherming in Vlaanderen. Maar hoe dit eruit zal zien, is nog voorwerp van discussie. Cd&amp;amp;v-parlementslid Bart Dochy benadrukte bij een hoorzitting in de commissie Leefmilieu nog hoe belangrijk een &quot;verstandige uitfasering&quot; is, met aandacht voor de beschikbare alternatieven. &quot;Vlaanderen is geen eiland, vandaar dat we pleiten voor een Europese aanpak”, zei Dochy nog in oktober.Lees het volledige SALV-deeladvies inzake landbouw hier.</content>
            
            <updated>2025-11-19T18:47:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Spin-off van KU Leuven maakt vlas klaar voor massaproductie in hightechtoepassingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ku-leuven-technologie-maakt-vlas-klaar-voor-massaproductie-in-hightechtoepassingen" />
            <id>https://vilt.be/58231</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met een vernieuwende verwerkingstechnologie geeft de spin-off van KU Leuven Biofibix de traditionele vlasteelt een stevige duw in de rug. Dankzij een unieke vezelbehandeling kunnen vlasvezels voortaan kostenefficiënt en op industriële schaal worden verwerkt tot hoogwaardige composietmaterialen. Hierdoor komen gunstige eigenschappen van vlas – licht, stijf, dempend en duurzaam – volledig tot hun recht in toepassingen zoals sportartikelen, terwijl landbouwers profiteren van een stabiele, nieuwe afzetmarkt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fd928f99-1ab3-45e1-bdba-800027d36578/full_width_vlas-vlasveldeinvlaanderen.jpg</image>
                                        <content>De vlasteelt in België kent al een geschiedenis van duizenden jaren. Het areaal beslaat vandaag zo’n 17.000 hectare, zo blijkt uit cijfers van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Ons land produceert, samen met Zuid-Nederland en Noord-Frankrijk, ongeveer driekwart van de wereldproductie. De stevige vezels worden wereldwijd geëxporteerd voor verwerking tot linnen in de kledingindustrie.Daarnaast zijn vlasvezels dankzij hun natuurlijke sterkte, stijfheid en lichte gewicht bijzonder geschikt voor de productie van composietmaterialen. In dergelijke composieten dienen de vlasvezels als versteviging van kunststof, samengehouden door hars. Zo ontstaat een nieuw materiaal dat zowel licht als stijf is, met uitstekende dempende eigenschappen. Tot nu toe bleef grootschalige industriële productie echter uit door technische beperkingen en hoge kosten.Van laboratorium naar industrieDe spin-off slaagt erin om kostenefficiënt kwalitatieve composietmaterialen te maken met vlas dankzij zijn geoptimaliseerde vezelbehandeling. “Het geoptimaliseerde productieproces maakt de vlasvezels in de composiet vochtbestendiger, laat ze beter hechten aan hun kunststofmatrix en doet ze minder hars opnemen. Door dat laatste bevat de composiet relatief meer vlasvezels, wat zorgt voor betere eigenschappen”, zegt CEO en medeoprichter Gilles Koolen. Dit opent de deur naar massaproductie van vlascomposieten. 1 ton vlasvezelcomposietmateriaal per dagDe geoptimaliseerde vezelbehandeling leidde na Koolens doctoraat én met de steun van het Agentschap Innoveren &amp;amp; Ondernemen (VLAIO) tot een commercieel product: de ‘Hypermat’.“Dat is een vlasvezelcomposietmateriaal waarvan onze spin-off momenteel tot één ton per dag kan produceren”, legt Koolen uit. “Het gaat om een halffabricaat; onze afnemers maken er zelf een eindproduct van. We richten ons voornamelijk op bedrijven die sportartikelen produceren, zoals padelrackets, omdat de eigenschappen van vlasvezelcomposieten – licht, stijf en goed dempend – daar het meest tot hun recht komen.” Wij bieden de landbouwsector een duurzame langetermijnmarkt voor een lokaal geteeld gewas met een lage milieu-impact Samenwerking met de landbouwsectorHet West-Vlaamse vlasteelt- en verwerkingsbedrijf Vanacker Rumbeke BV investeerde 300.000 euro als startkapitaal in het bedrijf. Zaakvoerder Stijn Vanacker stapt bovendien mee in de spin-off als medeoprichter.“Door deze samenwerking hebben we toegang tot een stabiele, hoogwaardige aanvoer van vlas. Omgekeerd bieden wij de landbouwsector een duurzame langetermijnmarkt voor een lokaal geteeld gewas met een lage milieu-impact”, verduidelijkt Koolen. Vlas slaat tijdens de groei CO₂ op en vergt 24 keer minder energie dan voor de productie van koolstofvezels (carbon) nodig is, waardoor het perfect aansluit bij de trend naar klimaatvriendelijke materialen.Met de nieuwe technologie krijgt vlas een tweede leven naast de modewereld. Een groeiende vraag naar vlascomposieten kan dus ook een nieuwe, stabiele afzetmarkt bieden aan landbouwers die aanzienlijk minder afhankelijk is van seizoensgebonden modetrends. Hierdoor ontstaat een duurzame keten waarvan zowel de hightechindustrie als de landbouwsector kunnen profiteren.</content>
            
            <updated>2025-11-19T18:32:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mogelijk faillissement Nederlandse plantenkweker treft ook biologische teelt in Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mogelijk-faillissement-nederlandse-plantenkweker-treft-ook-biologische-teelt-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/58232</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het mogelijke faillissement van Jongerius uit Nederland heeft veel ophef veroorzaakt bij onze noorderburen. Het bedrijf dat gespecialiseerd is in de opkweek van jonge biologische groenteplanten voor de professionele tuinbouw, heeft de activiteiten plotseling neergelegd. Daardoor zien biologische telers hun aanvoer van plantmateriaal in gevaar komen. Ook in Vlaanderen is er een impact. Biologische glastuibouwer Krist Hamerlinck van Ecoveg in Assenede zit met de handen in het haar nu zijn serre voor een deel leeg komt te staan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="serre" />
                        <category term="tuinbouw" />
                        <category term="glastuinbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/48e787d0-4412-4cc1-8641-8a57d76f4f1b/full_width_vitaetom2.jpg</image>
                                        <content>Jongerius heeft aan zijn klanten, biologische groentetelers, plotseling laten weten dat het bedrijf sluit. Tegenover de media hult het bedrijf zich in stilzwijgen en ook in een brief aan de klanten wordt niets gezegd over de reden van de stopzetting. Nederlandse media suggereren dat er een faillissement op komst is.Jongerius is een opkweker van plantgoed voor de tuinbouw. Het bedrijf verzorgt de groenteplanten in de eerste fase, van zaadje of van ent tot kleine plant. Deze planten verkoopt het vervolgens aan groentetelers, vooral in het biologische segment, in binnen- en buitenland. Ook Belgische telers behoren volgens de website tot de klantenkring.De impact van de stopzetting is groot in Nederland. “Elke biologische teler heeft deze jonge planten nodig om voor de productie en dit bedrijf was goed voor zo’n 80 procent van de jonge planten in de biologische sector”, zegt een woordvoerder van Plantum, de Nederlandse brancheorganisatie voor de opkweek van zaden en jonge planten. Ook Bionext, de ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding in Nederland, heeft meteen zijn zorgen geuit.“Kwaliteit plantgoed ging al achteruit&quot;De productiestop van de opkweker wordt ook in Vlaanderen gevoeld. Ecoveg, dat in Assenede onder 13 hectare glas biologische groenten en fruit teelt, koopt zijn sla- en paprikaplanten aan bij het Nederlandse bedrijf. Zaakvoerder Krist Hamerlinck hoorde vorige week dat de productie werd stopgezet.De voorbije weken merkte hij dat de kwaliteit van het plantgoed achteruitging. Jongerius was naar verluidt afgesloten van stroom en gas. “Dat had een grote impact op de teelt van het jongplantgoed”, aldus de Oost-Vlaamse teler. Een kwart van de serre zal de komende maanden leegstaan door niet geleverd plantgoed. Omdat de volledige kosten doorlopen, betekent dat hogere kosten per productie-eenheid De kwaliteit van het jongplantgoed dat deze week geleverd werd, was zelfs zo slecht dat Hamerlinck het niet uitzette. Hierdoor, en door het missen van leveringen in de komende weken, heeft hij te maken met een gat in zijn teeltplanning. “De komende maanden zal een kwart van de serre hierdoor niet gevuld zijn”, aldus de teler. “Maar ik moet wel de volledige serre verwarmen. Dat betekent dus hogere kosten per productie-eenheid.”Nog net paprikaplanten kunnen bestellenDe timing van het mogelijke faillissement komt op een slecht moment. In deze periode bestellen glastuinbouwers paprikaplanten en komkommerplanten bij de opkweker. “Wij hadden al paprikaplanten besteld, maar deze waren nog niet uitgezaaid. We hebben intussen gelukkig wel een andere opkweker voor de paprikaplanten kunnen vinden.”Het is onduidelijk of er nog meer Vlaamse bedrijven zijn die getroffen zijn door de problemen bij Jongerius. “Wij ervaren geen problemen, omdat we niet bij dat bedrijf bestellen”, aldus Koen Van Hauteghem, biologische serreteler uit Zwijndrecht. Van Hauteghem deed navraag bij andere biologische BelOrta-telers. “Ook onder hen leken er zich niet meteen problemen voor te doen.”Bioforum, de Vlaamse belangenorganisatie voor de biologische land- en tuinbouw, heeft naar aanleiding van de perikelen bij de Nederlandse opkweker een rondvraag gedaan bij biologische telers van vollegrondsgroenten. Daar lijkt het probleem minder te spelen. “Mogelijk is dat bij de glastuinbouw anders, maar daar hebben we nog geen zicht op”, klinkt het. Opkweker uit Merchtem ziet vraag stijgenHet faillissement heeft ook impact op de overgebleven telers van jongplantgoed. Zo is de vraag bij plantenkwekerij De Koster uit Merchtem flink gestegen. De Vlaamse opkweker van biologische planten kreeg bestellingen van Ecoveg voor de slaplanten. Het bedrijf produceert echter geen verwarmde serreplanten. Voor zijn paprikaplanten ging Ecoveg te rade bij een Nederlandse opkweker waar ook Van Hauteghem klant is. Zorgen over toekomstige beschikbaarheidZowel Van Hauteghem als Hamerlinck maken zich zorgen over de beschikbaarheid van biologisch plantmateriaal in de toekomst. “Enkele jaren geleden is er al een ander Nederlands bedrijf failliet gegaan”, weet Van Hauteghem. “Met dit faillissement wordt de spoeling voor warmteteelten wel dun. Er zijn nog twee spelers over”, vult Krist Hamerlinck aan. Hij merkt op dat de nieuw bestelde planten aanzienlijk duurder zijn dan aanvankelijk was ingepland. “Omdat onze contracten al ingevuld zijn, zullen we op onze eigen marge moeten interen”, besluit de Oost-Vlaming.</content>
            
            <updated>2025-11-20T15:07:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Slachtresultaten voortaan automatisch per e-mail voor bijna alle veehouders]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/slachtresultaten-voortaan-automatisch-per-e-mail-voor-bijna-alle-veehouders" />
            <id>https://vilt.be/58233</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf heden ontvangen vrijwel alle Belgische rundvee- en varkenshouders automatisch hun slachtresultaten per e-mail, zonder dat ze zich daar nog voor hoeven aan te melden. Dat meldt de Interprofessionele Vereniging voor het Belgisch vlees (I.V.B.), die instaat voor het verzamelen, verspreiden en uniformiseren van slachtgegevens. Tegelijkertijd introduceert de vzw nieuwe digitale tools waarmee veehouders snel hun slachtresultaten kunnen vergelijken en hun positie binnen de sector kunnen analyseren. Hiermee wil I.V.B. de communicatie en transparantie binnen de sector verder versterken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="slachthuis" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c6add7fe-1f67-4db1-822a-cbeae4b1c3fa/full_width_varken-slachthuis-gevilt.jpg</image>
                                        <content>Tot voor kort konden Belgische veehouders hun slachtgegevens via de I.V.B.-website raadplegen en optioneel een automatische e-mail ontvangen door zich eenmalig aan te melden. Vanaf nu ontvangen alle veehouders waarvan de vereniging over een e-mailadres beschikt, automatisch hun slachtresultaten per mail. “Zo bereikt de automatische mailing 95 procent van de actieve Belgische varkenshouders en 90 procent van de actieve rundveehouders,” klinkt het. Wie dat wenst, kan tegen een kleine bijdrage de slachtresultaten nog steeds per briefpost ontvangen. De gegevens worden uiterlijk 24 uur na het slachten beschikbaar gesteld door de Vlaamse slachthuizen, waarna ze direct op de website zichtbaar zijn. De automatische mailing wordt vervolgens elke ochtend om 6 uur verstuurd.Versterkte samenwerking en uitwisseling van gegevensNaast de verplichte aanlevering door Vlaamse slachthuizen, worden ook gegevens van het Brusselse slachthuis (Anderlecht) en enkele Waalse slachthuizen (Wama Beef Ciney, ADL Luik, EMG Moeskroen en Lovenfosse Aubel) vrijwillig gedeeld met I.V.B. Deze gegevens worden via dezelfde kanalen beschikbaar gesteld aan veehouders, waardoor ook Waalse producenten de voordelen van I.V.B. kunnen benutten. Voor de overige Waalse slachthuizen ontvangt I.V.B. gegevens via de Waalse tegenhanger CW3C, maar verificatie van deze gegevens is momenteel nog niet mogelijk.Innovatieve tools voor sectoranalyseI.V.B. heeft bovendien een vernieuwde website gelanceerd met overzichtelijke dashboards en snelle rekenmodules. Producenten kunnen via deze digitale tools hun slachtresultaten vergelijken en hun positie binnen de sector bepalen. Zowel Vlaamse als Waalse rundvee- en varkenshouders kunnen gebruikmaken van deze tools, wat bijdraagt aan een beter inzicht in de sector en de optimalisatie van de bedrijfsvoering.</content>
            
            <updated>2025-11-19T17:24:12+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[YouGov: “Eiwitshift slaat duidelijk niet aan bij de bevolking”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/yougov-eiwitshift-slaat-duidelijk-niet-aan-bij-de-bevolking" />
            <id>https://vilt.be/58234</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De introductie van hybrideproducten in de vleesafdeling van meerdere supermarkten doet de vraag rijzen hoe ver we vandaag staan met de eiwitshift. Waar de gemiddelde Vlaming vandaag 60 procent dierlijke en 40 procent plantaardige eiwitten eet, wil de Vlaamse regering deze verhouding omkeren. Studiebureau YouGov brengt een tussenstand voor heel België.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="eiwitshift" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/27d24b14-c690-429b-b95b-7513f65ff693/full_width_biefstuk-friet-rundvlees.jpg</image>
                                        <content>Sinds 2017 is er weinig veranderd in de consumptiehoeveelheden van vlees en gevogelte voor thuisgebruik. De Belg consumeerde een kilogram minder vlees (rund, varken, wild, schaap, gemengd vlees, ...) per persoon, maar dat verlies werd meer dan goedgemaakt door de groei van de consumptie van gevogelte. Slechts 1,4 procent van de gezinnen koopt geen vlees. Dat is geen absolute graadmeter van het aantal vegetariërs, maar het cijfer blijft stabiel.Het is ook het vermelden waard dat de meest recente cijfers dateren uit het tweede kwartaal van 2025. Of hybridevlees al dan niet een succesverhaal wordt, valt uit de huidige data van Yougov niet af te leiden.Waar gevogelte naar nieuwe hoogtes vliegt, zien we wel een daling in de aankoop van vis, week- en schaaldieren voor thuisconsumptie. Volgens Yougov kan de prijsverhoging daar voor iets tussen zitten: de prijs van vis steeg gemiddeld met 32 procent, die van vlees en gevogelte met 26 procent. De cijfers voor vis, week- en schaaldieren worden trouwens in grote mate gestuurd door de mosselverkoop. Enkele mindere mosseljaren zijn volgens Yougov véél bepalender voor de dalende cijfers dan eventuele wijzigende smaakvoorkeuren en de eiwitshift.  Op acht jaar tijd steeg de penetratie van plantaardige alternatieven voor vlees wel van 27 naar 33 procent. Dat wil zeggen dat veel meer gezinnen al eens een plantaardig alternatief in hun winkelkar leggen. Bovendien eten we er ook meer van: het gemiddelde volume per capita steeg met 42 procent. Dit alles lijkt een aanzienlijke stijging, maar zoals de grafiek hierboven aanwijst, spreken we nog steeds over zeer kleine volumes, vergeleken met de gangbare vleesproducten.Zuivel en plantaardige drinksPlantaardige melkalternatieven zoals sojadrinks trekken nog steeds nieuwe kopers aan, ook al zijn ze al even op de markt. Maar de groei in volume is niet evenredig. We zien een daling in het gebruik van consumptiemelk en die is toch wat sterker dan de toename bij plantaardige drinks. Yougov durft de daling van consumptiemelk dan ook niet toe te schrijven aan de druk van de plantaardige alternatieven. Het is echter wel zo dat plantaardige drinks intussen zijn opgeklommen tot 8,3 procent van de volumes van de consumptiemelk. De relatieve volumegroei is nog sterker in de plantaardige alternatieven voor yoghurt (+44%) en room (+22%), maar die segmenten weerhouden de dierlijke producten niet om ook licht verder te groeien.Eiwitrijke peulvruchtenEen ander thema zijn de eiwitrijke peulvruchten, die in vegetarische en vooral veganistische middens als maaltijdcomponent worden gepromoot. De halfhalf-richtlijn van het Vlaams Instituut Gezond Leven benoemt peulvruchten zoals linzen ook als een gezonde proteïnebron voor wie zijn vleesconsumptie wil minderen.Peulvruchten kregen tijdens het eerste coronajaar wel een boost, maar maken sindsdien geen vooruitgang meer. Een makkelijke, vlezige hapOok binnen het segment van de bereide maaltijden, zoals een kant-en-klare lasagne, valt er een onderscheid te maken tussen de vegetarische maaltijden en deze met vlees, gevogelte of met vis. Bij deze producten is er geen verschil in gebruiksgemak, maar ook hier blijven mensen opvallend genoeg voor vlees kiezen. Plantaardig bestaat al lang, maar trends keren nietAlle overheidsambities ten spijt, concludeert YouGov dat de eiwitshift duidelijk nog niet aanslaat bij de bevolking. Er zijn weinig of geen indicaties dat dierlijke producten langzaamaan vervangen worden door plantaardige. Hoewel enkele plantaardige alternatieven een groei vertonen, blijven ze in verhouding tot de dierlijke producten meestal erg klein.De bewustwording rond de wenselijkheid van plantaardige voeding is nochtans al geruime tijd aan de gang. “Met de opstart van Alpro in 1980 versnelde de omschakeling in de zuivel”, stelt YouGov. “Tofu en tempe maakten ook rond die tijd hun opgang. In de jaren 90 verschenen dan de eerste kant-en-klare vleesvervangers in de supermarkten, met de vegetarische worsten, nuggets, schnitzels en gehaktvervangers, dikwijls op basis van soja.”Toch blijven de consumptietrends tonen dat de eiwitshift voorlopig een verhaal van ctrl+alt+delete is. “We zijn benieuw of de hybride vleesalternatieven hierin verandering zullen kunnen brengen”, deelt YouGov nog mee. “Om dit goed in kaart te kunnen brengen maken we binnen YouGov in onze databases alvast een nieuwe productcategorie aan.”</content>
            
            <updated>2025-11-20T13:45:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Overgangsperiode voor elektronische monitoring op luchtwassers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/overgangsperiode-voor-elektronische-monitoring-op-luchtwassers" />
            <id>https://vilt.be/58235</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Veehouders moeten vanaf 1 januari 2026 bepaalde parameters over de werking van hun luchtzuiveringssystemen automatisch kunnen doorsturen naar de overheid via een elektronisch monitoringssysteem. Door vertraging bij de regelgeving en het digitale platform hebben nog niet alle veehouders zo'n systeem kunnen installeren. "Daarom is er nu een overgangsperiode", kondigde Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) aan in de Commissie Leefmilieu.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/51018f84-809f-4298-b600-7475b68c3c36/full_width_luchtwasser-zonder-logo.png</image>
                                        <content>In 2022 besliste de Vlaamse regering dat nieuwe en bestaande luchtzuiveringssystemen zoals luchtwassers en biobeddden tegen 1 januari 2026 moeten beschikken over elektronische monitoring. Zo’n elektronisch monitoringssysteem registreert verschillende parameters van een luchtzuiveringsinstallatie. Wanneer een parameter een alarm geeft, kan de veehouder of een onderhoudsfirma snel zien waar het probleem zit en hoe het kan worden verholpen, zodat de installatie opnieuw correct functioneert. Vanaf volgend jaar zullen bepaalde relevante parameters van dit systeem ook automatisch doorgestuurd moeten worden naar een digitaal platform van de overheid, zodat er opgevolgd kan worden of een luchtwasser volgens de voorschriften functioneert. Papieren logboek volstaat niet meerDe registratie van deze parameters is vandaag al wettelijk verplicht, hetzij elektronisch of op papier. Die analoge optie verdwijnt echter volgend jaar. “Inspecties uit het verleden van de Mestbank tonen aan dat analoge registraties onvoldoende garantie bieden op een correcte en tijdige opvolging van de werking”, antwoordde minister Brouns op een parlementaire vraag hierover van Vlaams parlementslid Bart Dochy (cd&amp;amp;v).Nieuwe luchtzuiveringssystemen zijn al sinds 2022 verplicht om over een elektronisch monitoringsysteem te beschikken. Bestaande luchtwassers krijgen tot 31 december 2025 om aan deze verplichting te voldoen. Beiden zouden dan vanaf het nieuwe jaar de betreffende parameters automatisch ter beschikking moeten stellen van de overheid. OvergangsperiodeMaar de opmaak van regelgeving en systeemkoppeling liep vanuit de overheid vertraging op. “Ik krijg signalen dat de elektronische monitoring op het terrein wordt uitgerold en dat er snelheid wordt gemaakt, maar dat het niet evident is om bestaande luchtwassers op zo’n korte termijn uit te rusten met de vereiste technologie”, gaf minister Brouns mee in de commissie. “Daar zullen we rekening mee houden. Er is nu een overgangsperiode, zodat de installateurs op het terrein kunnen volgen.” Meer informatie over de overgangsperiode gaf de minister nog niet prijs. Latere communicatie zou nog volgen. Het is nog niet volledig duidelijk welke parameters de overheid precies wil monitoren. Het zou jammer zijn als veehouders nu investeren, om later te horen dat niet alle parameters nodig blijken OnduidelijkheidDatabedrijf Liquisens die samen met Crodeon elektronische monitoring op bestaande luchtwassers installeert beaamt de vaststelling van de minister. “We installeren inderdaad volop onze systemen. Maar door de blijvende onduidelijkheid in de regelgeving wachten ook nog veel varkenshouders voorlopig af”, zegt Steven De Schrijver, CEO van Liquisens. “Zo is nog niet volledig duidelijk welke parameters de overheid precies wil monitoren, zeker bij biobedden. Dat heeft een grote impact op de kostprijs van de monitoring. Het zou jammer zijn als veehouders nu investeren in een volledig pakket, om later te horen dat niet alle parameters nodig blijken.”“Ook het platform ARMOS, waar de registratie van de gegevens op moet gebeuren, is vandaag nog niet operationeel”, geeft De Schrijver mee.KostenplaatjeVoor de installatie van een elektronisch monitoringssysteem op een bestaande luchtwasser kan de landbouwer rekenen op een steunbedrag van 14.000 euro via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Dat zou volgens de overheid overeenkomen met 80 procent van de investeringskost. “Onze ervaring toont dat de volledige monitoring voor de meeste bestaande systemen binnen het voorziene steunbedrag kan worden opgezet.” geeft De Schrijver mee.In de commissie stelde Dochy de vraag in welke mate elektrische monitoring bij oude systemen wenselijk is. Volgens hem is de kostprijs disproportioneel in verhouding tot het doel van de maatregel, waardoor hij pleitte om analoge registraties toch toe te laten, maar dan in een meer performante vorm. “De kostprijs is inderdaad hoog”, reageerde Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA). “Maar de kostprijs van slecht of niet-werkende systemen is ook hoog.”</content>
            
            <updated>2025-11-19T17:51:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europa wil ultrabewerkte voeding volgend jaar belasten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europa-wil-ultrabewerkte-voeding-volgend-jaar-belasten" />
            <id>https://vilt.be/58236</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie wil ultrabewerkte voeding volgend jaar duurder maken. Dat doet het op basis van het zogenaamd ‘hartplan’. De commissie wil cardiovasculaire ziektes aanpakken door heffingen in te voeren op ongezonde middelen. Ook alcopops en mogelijk tabak worden geviseerd. Dat bericht de Europese nieuwssite Euractiv, dat het ontwerp van de plannen heeft kunnen inkijken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="agrovoedingsketen" />
                        <category term="voeding" />
                        <category term="consument" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="gezond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dbb1878f-2de8-47b7-988f-fe4344d6e6a8/full_width_chips.jpg</image>
                                        <content>Europa vindt dat de voedselprijzen nog te sterk spelen in het voordeel van ongezonde voeding. De hogere prijzen moeten ervoor zorgen dat zowel consumenten als producenten een voorkeur ontwikkelen voor voeding met minder vet, zout en suiker. Los van de voedingsmaatregelen wil het hartplan ook inzetten op betere screening en behandeling van hart- en vaatziekten. In de EU sterven elk jaar 1,7 miljoen mensen aan hart- en vaatziekten en de bedoeling is om hun aantal tegen 2035 met 20 procent te verminderen. Lidstaten moeten tegen 2027 hun cardiovasculair plan klaar hebben. Ultrabewerkt wordt meer en meer de normHet nieuws over de plannen loopt gelijk met de publicatie van een spraakmakende voedingsstudie in The Lancet, een peer-reviewed medisch tijdschrift. Wereldwijd neemt de consumptie van ultrabewerkte voeding toe. Meer dan de helft van alle calorieën die in de Verenigde Staten, Australië en het Verenigd Koninkrijk worden geconsumeerd, komt van ultrabewerkte voeding. Dat melden 43 internationale voedingsexperts, ondersteund door het Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) en de Wereldgezondheidsorganisatie WHO.De studie in The Lancet biedt geen cijfers voor Europa, maar volgens een andere voedingsstudie gepubliceerd in 2022 zijn de voedingsgewoonten in ons werelddeel iets beter. Beter, maar niet goed. Ultrabewerkte voeding is goed voor 27 procent van de totale energie-inname in Europa. De beste leerlingen zijn Italië, Hongarije en Roemenië (14%), terwijl Zweden (44%) de hoogste toppen scheert. Het gaat vooral om bakkerijproducten en frisdrank. In België is 30 procent van wat we eten ultrabewerkt. Politieke keuzeIn de driedelige onderzoeksreeks staat omschreven hoe de wereldwijde toename van ultrabewerkte voedingsmiddelen verband houdt met tal van gezondheidsaandoeningen. Volgens de onderzoekers is de consumptie van ultrabewerkte voeding niet alleen een keuze van de consument, maar ook een politieke keuze. Zo lobbyen machtige internationale bedrijven op politiek niveau om hun winsten te beschermen en te maximaliseren. Volgens de onderzoekers is het lang niet voldoende om in te zetten op voedseleducatie en te rekenen op gedragsverandering bij individuen De verslechtering van de voedingskwaliteit is volgens hen een urgente bedreiging voor de volksgezondheid, en moet als dusdanig behandeld worden. Dat vraagt een gecoördineerd beleid waarbij men minder ultrabewerkte voedingsmiddelen nog toelaat op de markt en de toegang tot verse en minimaal bewerkte voedingsmiddelen verbetert. Industrie vecht terugIndustriegroepen, waaronder de Europese voedingsfederatie FoodDrinkEurope – die grote voedings- en drankengiganten zoals Nestlé, Ferrero en Coca Cola vertegenwoordigt – verwierpen de bevindingen als “sensatiezucht” en kanten zich ook tegen een UPF-label (ultra processed food) omdat er geen wetenschappelijke consensus over bestaat wanneer een product precies ultrabewerkt is.De auteurs erkenden dat de meeste onderzochte UPF-studies geen direct causaal verband kunnen aantonen en dat de biologische mechanismen die ultrabewerkte voeding aan ziekten koppelen nog onduidelijk zijn.De tegenaanval van de voedingsindustrie, verbaast de onderzoekers niet. Co-auteur Carlos Augusto Monteiro, professor emeritus aan de Braziliaanse universiteit van São Paulo, duidt bij CNN dat er erg veel geld gemoeid gaat met ultrabewerkte voeding. “Om dit zeer winstgevende bedrijfsmodel in stand te houden, kan de industrie het zich niet veroorloven om minimaal bewerkte voedingsmiddelen te produceren zoals in het verleden”, stelt hij. “Daarom doen ze aan uitgebreid politiek lobbywerk om een doeltreffend volksgezondheidsbeleid dat gezond eten ondersteunt, tegen te houden.” Het was Monteiro die in 2009 de term ‘ultrabewerkte voeding’ bedacht toen hij het NOVA-classificatiesysteem ontwikkelde dat voedingsmiddelen in vier groepen indeelt op basis van hun mate van industriële verwerking.</content>
            
            <updated>2025-11-20T14:48:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aardbeientelers blikken terug op een goed jaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aardbeientelers-blikken-terug-op-een-goed-jaar" />
            <id>https://vilt.be/58237</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaamse aardbeientelers kijken gemiddeld genomen positief terug op het seizoen: de productie was hoog en de prijzen waren behoorlijk. Rond deze tijd van het jaar zakt het volume traditioneel weg, tot na de jaarwisseling er enkel nog productie is uit belichte teelten. In die periode worden buitenlandse markten extra belangrijk. Het winterareaal bij Hoogstraten bedraagt dit jaar 13 hectare, één hectare minder dan vorig seizoen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardbei" />
                        <category term="glastuinbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/60607947-6350-4e4d-8d3a-167b9bf60a46/full_width_aardbeien.jpg</image>
                                        <content>Aardbeienteler Lu Adriaensen is aan de laatste weken van zijn aardbeienteelt bezig. De Hoogstratenteler beschikt in Merksplas over twee serres en is van eind maart tot medio december in productie. “Wij mogen niet klagen over het aardbeienseizoen. De productie was goed en de prijzen lagen op een behoorlijk niveau”, aldus de teler.Op lange termijn maakt Adriaensen zich wel zorgen over de kosten. “Alles wordt veel duurder. Van loonkosten tot potgrond en technische diensten. Als dat zo doorgaat, zal de prijs op termijn zeker moeten stijgen anders komen we niet meer uit de kosten.”Adriaensen behoort tot de verwarmde glastuinbouwers van Coöperatie Hoogstraten. “Momenteel ligt het aangeleverde volume nog op 500 ton per week, maar de komende weken zal dat sterk terugvallen als de najaarsteelten geoogst zijn”, vertelt Michiel Vermeiren, verantwoordelijke fruit bij&amp;nbsp; Coöperatie Hoogstraten.Ook Vermeiren constateert dat het een behoorlijk aardbeienjaar was voor de telers van Hoogstraten. Met 120 telers en een teeltoppervlakte van 850 hectare (als er drie teelten plaatsvinden in een serre van één hectare bedraagt de teeltoppervlakte drie hectare, red.) is Hoogstraten de belangrijkste afzetorganisatie voor aardbeien. Vooral goede productie in voorjaarVooral in het voorjaar was de productie heel goed. “Toen zat alles mee en was er veel zon waardoor het volledige potentieel van de plant tot uiting is gekomen. Dat is heel wat anders dan 2024, toen maart uiterst donker was en de voorjaarsproductie daardoor geremd werd”, legt Vermeiren uit.De goede productiecijfers worden bevestigd door cijfers van het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT). Vanaf het begin van dit jaar tot week 46 lag het totale volume in Vlaanderen op zo’n 49 miljoen kilo. Ter vergelijking: vorig jaar was dat in dezelfde periode 45,7 miljoen kilo en 44,1 miljoen kilo in 2023. Hoge productie en goede prijzen leiden tot hoge omzetTegenover deze productie staan volgens de VBT-cijfers ook prijzen die beter waren dan in voorgaande jaren, met uitzondering van vorig jaar. De middenprijs bedroeg dit jaar tot dusver 4,474 euro per kilo. Vorig jaar was dat nog 4,553 euro per kilo, maar de jaren hiervoor lag de middenprijs steeds onder de vier euro per kilo.Door de combinatie van deze middenprijzen en hoge productievolumes ligt de totale aardbeienomzet in de sector iets hoger dan vorig jaar, maar een pak hoger dan in voorgaande jaren: 217,8 miljoen euro dit jaar tegenover 208 miljoen euro in 2024. In de jaren ervoor (2020 tot en met 2023) lag de totale omzet in Vlaanderen voor aardbeien ver onder de 200 miljoen euro.“Een goede sectoromzet wil niet zeggen dat per se alle aardbeientelers goed geboerd hebben. Veel is ook afhankelijk van je piekmoment en de spreiding van je teelten doorheen het seizoen. Als de productie piekt op het moment dat de prijzen laag liggen, dan is dat slechter voor je omzet”, benadrukt Vermeiren.Aardbeienteler Adriaensen verwacht op dezelfde omzet als vorig jaar uit te komen, al heeft hij nog enkele weken te gaan. “Vorig jaar was de productie iets minder, maar de prijzen iets beter”, vertelt hij. Invloed van Egyptische aardbeienWaar de middenprijs tot dusver boven het vijfjarige gemiddelde valt, zit hij de voorbije weken in een dalende lijn. Zo lag de prijs vorige week net boven de vijf euro per kilo, terwijl hij in voorgaande jaren in deze periode meestal veel hoger lag. “Dat ligt mogelijk aan het aanbod van Egyptische aardbeien die recent op de markt zijn gekomen,” aldus Vermeiren. Hij stelt wel vast dat de prijs intussen weer in stijgende lijn zit.Wanneer de najaarstelers langzaam hun productie stoppen, is het wachten op de wintertelers. Hoogstraten telt 13 hectare belichte teelt, één hectare minder dan vorig jaar. Na de jaarwisseling zijn het uitsluitend belichte telers die nog in productie zijn. De productie bij Hoogstraten, die in juni piekt met twee miljoen kilo per week, valt dan terug tot een fractie van dat aantal: 50 tot 70 ton. Consumptiepatroon wijzigenIn de winter en ook in het najaar kijkt Coöperatie Hoogstraten meer naar het buitenland en is vooral Engeland traditioneel belangrijk. “In het binnenland associeert men de aardbei vaak nog met het voorjaar en de lente en neemt de vraag in het najaar af. In Engeland daarentegen is er meer jaarrond consumptie van aardbeien en in het najaar neemt het aanbod aardbeien van Engelse bodem af,” vertelt Vermeiren.Er worden in het najaar daarom opnieuw gerichte marketinginitiatieven opgezet om de consument in het binnenland te laten weten dat de aardbeien nog steeds beschikbaar zijn. “Coöperatie Hoogstraten was vorige week ook nog hoofdsponsor van de Aardbeiencross, een veldrit in Merksplas, waardoor de aardbeien ook wat extrasportieve aandacht kregen”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-11-20T15:34:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese Raad stemt voor uitstel en herwerking ontbossingswet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europa-stemt-voor-uitstel-en-herwerking-ontbossingswet" />
            <id>https://vilt.be/58238</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een meerderheid van EU-landen heeft gestemd om de Europese ontbossingswet (EUDR) met een jaar uit te stellen. Dat meldt de Europese Commissie in een persbericht. Bovendien wil men nog kritisch evalueren hoe werkbaar de huidige EUDR-maatregelen zijn, en indien nodig de administratieve lasten vereenvoudigen. Met EUDR wil Europa vermijden dat er nog grondstoffen worden geproduceerd en verhandeld die het resultaat zijn van ontbossing.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ontbossing" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9ab4678c-2783-4e71-bec2-0f49023cafa9/full_width_ontbossing.jpg</image>
                                        <content>De verordening inzake ontbossingsvrije producten is al sinds juni 2023 in werking getreden, maar de belangrijkste bepalingen gingen normaal gezien vanaf 30 december 2024 van toepassing zijn. Doordat het ondersteunende administratieve systeem nog niet klaar was en door tegenkanting van de lidstaten, derde landen, handelaren en exploitanten werd eind vorig jaar een eerste uitstel van één jaar goedgekeurd. Dit moest tijd geven om de nodige voorbereidingen te treffen zodat men de voorziene maatregelen kan invoeren.Vandaag is deze uitstelperiode bijna afgelopen. Een meerderheid van de landen heeft afgelopen woensdag een mandaat goedgekeurd dat opnieuw om uitstel verzoekt. Waar de EU-commissaris voor Milieu Jessika Roswall (EVP) in oktober er nog voor pleitte om enkel kleine bedrijven een jaar respijt te geven, met een beperkter uitstel van zes maanden voor de grote bedrijven, dringt de Raad nu aan op een uniform uitstel van één jaar. Dit uitstel zal gelden tot 30 december 2026, met een extra buffer van zes maanden voor de kleine spelers. Zij krijgen dus tijd tot 30 juni 2027.Enkel België, Nederland en Spanje hebben niet voor het voorstel gestemd, zo hebben drie diplomatieke bronnen aan de Europese nieuwssite Euractiv laten weten. Maar zelfs Frankrijk, dat zich uitdrukkelijk positioneert als voorstander van EUDR, heeft toch de vraag om uitstel gesteund.De Raad heeft de Europese Commissie ook opgedragen om uiterlijk op 30 april 2026 een vereenvoudigingsevaluatie uit te voeren waarin de impact van de ontbossingswet en de administratieve lasten voor exploitanten, met name kleine en micro-exploitanten, wordt beoordeeld. Indien nodig moet de evaluatie vergezeld worden van een wetgevingsvoorstel. Kort gezegd: als de voorliggende regelgeving te veel administratieve lasten met zich meebrengt, zal die worden bijgesteld. Wat is de ontbossingswet?De ontbossingswet of EUDR zal gelden zowel voor producten die in de EU zijn geproduceerd en eventueel worden geëxporteerd, als voor producten die in de EU worden geïmporteerd. De EUDR geldt voor grondstoffen die worden gezien als de voornaamste veroorzakers van ontbossing. Dat zijn runderen, palmolie, soja, cacao, koffie, rubber en hout. Het geldt ook voor een aantal daarvan afgeleide producten zoals leer, chocolade en meubels. Volgens de EUDR zullen alle lidstaten zich aan de ontbossingswetgeving moeten houden. Europese bedrijven zullen moeten bewijzen dat hun geproduceerde, geïmporteerde, en geëxporteerde producten ontbossingsvrij zijn. Op het vlak van administratieve vereenvoudiging pleit het mandaat nu al dat exploitanten verderop in de keten niet meer hun eigen verklaring moeten indienen om te bewijzen dat hun producten ontbossingsvrij zijn. Zij zouden enkel het referentienummer van de oorspronkelijke verklaring, opgesteld door de eerste schakel, moeten bewaren en doorgeven. Er geldt wel nog een registratieverplichting voor de exploitanten die zich op het einde van de keten bevinden, en het product op de markt brengen.De Europese Raad start de onderhandelingen met het Europees Parlement op om in de komende weken en vóór de inwerkingtreding van de huidige EUDR op 30 december 2025 tot een definitief akkoord te komen over dit voorstel voor uitstel en vereenvoudiging.</content>
            
            <updated>2025-11-20T16:11:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dalende melkprijs, opstallen en start wildseizoen vergroten afvoer reforme koeien]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/melkprijs-opstallen-en-start-wildseizoen-vergroot-afvoer-reforme-koeien" />
            <id>https://vilt.be/58239</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Boeren nemen makkelijker afscheid van hun oudere koeien nu de melkprijs op een lager niveau ligt. “Het aanbod van reforme koeien is sinds twee maanden met 50 tot 70 procent toegenomen”, klinkt het bij een handelaar. De trend wordt ook bevestigd bij de slachthuizen zelf. “De gedaalde melkprijs heeft een effect, maar het is daarnaast ook een jaarlijks fenomeen: de vaarzen komen op stal en de minst productieve koeien moeten ruimte maken.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ec271475-1ac5-4541-a980-de4c12c3d5f6/full_width_runderslachthuis-febevgeviltnb.jpg</image>
                                        <content>Veehandelaar Olivier van Reusel uit Rumst constateert dat het aanbod van reforme melkkoeien sterk gestegen is sinds twee maanden. “Doordat de melkprijs met 10 tot 15 cent gedaald is, nemen de boeren makkelijker afscheid van hun oudere koeien”, aldus de handelaar die spreekt van een stijging van 50 tot 70 procent. Het was de goede melkprijs in de zomer die er volgens hem voor zorgde dat het aanbod reforme koeien erg laag was. Typische winterpiekAndere spelers in de sector vertellen dat er nog meer zaken meespelen. “De sterk gedaalde melkprijs zal zeker een effect hebben, maar we merken elk jaar rond deze periode dat het aanbod reforme koeien sterk toeneemt”, vertelt Wouter Cokelaere van rundslachthuis Tampere in Lichtervelde. Met de winterperiode in aantocht halen melkveehouders hun vaarzen, die voor het eerst moeten afkalven, naar binnen. “Om deze dieren te kunnen huisvesten moeten minder productieve dieren in de stal ruimte maken”, vertelt&amp;nbsp; Cokelaere.Ook de dalende vleesprijs zou de boeren motiveren om hun reforme koeien eerder weg te doen. “Het wildseizoen is begonnen, waardoor de vraag naar rundvlees iets zakt en de prijs ook. Dat is meestal het moment dat rundveehouders beslissen om een dier toch weg te doen om nog te profiteren van de goede prijs van het moment”, klinkt het bij een slachthuis in de Kempen.Dat slachthuis specialiseert zich in reforme koeien en constateert dat de melkprijs altijd effect heeft op de selectiestrategie van melkveehouders. “Een koe die bijvoorbeeld 20 liter per dag produceert, is rendabel bij een bepaalde melkprijs. Zakt de prijs onder dit niveau dan rendeert de koe niet langer en zal de veehouder afscheid nemen van het dier”, klinkt het. Ook blauwtong had invloedMede om deze reden had het slachthuis deze zomer juist te weinig aanbod van reforme koeien waardoor het maar op 70 procent van zijn capaciteit draaide. ”Door de hoge melkprijs deden rundveehouders minder snel afstand van hun mindere koeien. Daarbij speelde ook de invloed van blauwtong, waardoor er minder aanwas van de veestapel was en er dus minder doorgeselecteerd kon worden.”De extra afvoer van reforme koeien door de dalende melkprijs wil overigens niet zeggen dat de veestapel structureel daalt. Een expert in de sector suggereert dat rundveehouders door de hoge melkprijs hun bezettingsgraad licht overstegen hebben eerder dit jaar. Van deze reforme koeien wordt nu afscheid genomen nu de melkprijs gedaald is.</content>
            
            <updated>2025-11-28T15:05:25+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriepbesmetting in Dilsen-Stokkem: 120.000 kippen geruimd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriepbesmetting-in-dilsen-stokkem-120000-vogels-geruimd" />
            <id>https://vilt.be/58240</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er is woensdagavond een nieuwe besmetting met hoogpathogene vogelgriep van het type H5N1 vastgesteld. Dat meldt Landsbond Pluimvee en wordt bevestigd door FAVV. In totaal worden 120.000 kippen geruimd: 60.000 leghennen werden geruimd in de stal waar het virus is aangetroffen en nog eens 60.000 dieren in de naastliggende stal.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3a17a127-b066-499a-8288-f97501a657a2/full_width_legkip-leghen-ilvo.jpg</image>
                                        <content>Volgens Hélène Bonte van FAVV gaat het inmiddels om het derde getroffen pluimveebedrijf sinds de start van deze uitbraakgolf in oktober. In heel 2025 zijn er al vijf pluimveebedrijven getroffen door het virus en daarnaast vijf hobbyhouders.Veel viruscirculatie“Er is vandaag heel veel viruscirculatie”, zegt Bonte. “Dat zagen we de voorbije weken al met de vele besmettingen bij wilde vogels. Het wordt nu ook kouder, dus de vogels die zich ten noorden van ons bevonden, trekken nu zuidwaarts ons land binnen. We verwachten dat de virusdruk de komende weken zal blijven toenemen. We kunnen alleen maar adviseren om de bioveiligheidsmaatregelen strikt te blijven opvolgen. Onze sector doet dat vandaag al zeer goed, maar we zien dat zelfs bedrijven die zeer goed de regels volgen toch te maken kunnen krijgen met een besmetting.”Op de website van het FAVV kan men alle besmettingen bij wilde vogels van de afgelopen zes maanden raadplegen.De nieuwe besmetting verandert niets aan de geldende bioveiligheidsmaatregelen. “We hebben eind oktober al de afschermplicht ingevoerd voor professionele houders en die blijft van kracht”, zegt Bonte. “Samen met de bioveiligheidsmaatregelen die het hele jaar door gelden, zou dat de kans op nieuwe besmettingen moeten beperken. Maar de kans is nooit nul bij vogelgriep.” Zelfs met goede hygiëne blijft besmetting mogelijkZoals gebruikelijk is bij dit soort gevallen, wordt er in een straal van drie kilometer rond het getroffen bedrijf een beschermingszone ingesteld. Binnen een straal van tien kilometer wordt een bewakingszone afgebakend. Beide gaan gepaard met een resem maatregelen. Zo moet iedereen die pluimvee houdt zijn dieren ophokken of afschermen. De derogaties voor de afvoer van braadkippen en broedeieren worden ingesteld vanaf woensdag 26 november, op voorwaarde dat de eerste screening in de beschermingszone gunstig is.Bonte benadrukt dat een getroffen bedrijf niet noodzakelijk hygiënefouten heeft gemaakt. “We controleren of men de bioveiligheidsmaatregelen goed heeft nageleefd, maar er is nog geen vermoeden dat het tegendeel hier het geval is. We zien ook besmettingen bij bedrijven die heel goed de bioveiligheid naleven”, zegt Bonte. “We hebben een onderzoek opgestart naar de bron van de infectie, maar dat is moeilijk te achterhalen. Een waarschijnlijke oorzaak is dat wilde vogels het virus hebben binnengebracht.”</content>
            
            <updated>2025-11-20T15:47:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gebruik gewasbeschermingsmiddelen blijft dalen in Nederland en België]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gebruik-gewasbeschermingsmiddelen-blijft-dalen-in-nederland-en-belgie" />
            <id>https://vilt.be/58241</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er worden vandaag aanzienlijk minder gewasbeschermingsmiddelen gebruikt dan tien jaar geleden. Dat blijkt uit cijfermateriaal voor Nederland en België. In Nederland heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek becijferd dat er in 2024 een vijfde minder gewasbeschermingsmiddelen werd gebruikt dan in 2020. In België zijn er geen gebruikscijfers, maar wel verkoopcijfers van gewasbescherming. Die tonen een gelijkaardige trend.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/82619dad-55bf-4b1c-b66c-e4322e27628b/full_width_fruitbloesemipmgewasbeschermingecologisch.jpg</image>
                                        <content>In België zijn de verkoopcijfers van gewasbescherming tussen 2019 en 2024 met ongeveer een zesde gedaald, van om en bij de 6.000 ton actieve stof naar 4.800 ton. Een belangrijke nuance: het gaat hier om verkoopcijfers aan alle sectoren, dus niet enkel land- en tuinbouw.De sectorvereniging voor gewasbescherming Belplant ziet diverse redenen voor de daling. Een grote factor is IPM of geïntegreerde gewasbescherming. Dit houdt in dat land- en tuinbouwers enkel nog gewasbeschermingsmiddelen gebruiken wanneer dat écht nodig is om veilige, gezonde en kwalitatieve gewassen te telen. Gezondheidsrisico daaltHoewel de middelenverkoop grosso modo daalt, zijn er relatieve pieken en dalen te bespeuren. “Er zijn uiteraard natuurlijke fluctuaties die jaarafhankelijk zijn, afhankelijk van de gemiddelde ziekte- en plaagdruk en gekoppeld aan een aantal parameters zoals weersomstandigheden, variëteitenkeuze en teeltechnieken zoals precisielandbouw”, zegt Anneleen De Zutter van Belplant. “Daarom moeten deze cijfers ook op een langere periode bekeken worden en mogen we niet focussen op afzonderlijke jaren.”Belplant wijst erop dat de verkoopscijfers van gewasbeschermingsmiddelen niet het volledige verhaal vertellen, maar ook de zogenaamde ‘Harmonised Risk Indicators’ of HRI bevestigen een dalende trend. De HRI is een Europese indicator die op de langere termijn de gezondheidsrisico’s van gewasbescherming opvolgt. Ook hier zitten de trend al jaren in een goede richting. De Zutter wijst er ook op dat we vandaag andere producten gebruiken dan vroeger. “Er waren en zijn ook nog steeds verschuivingen in de producten en gebruiksdosissen die in België toegelaten zijn”, zegt ze. “Ter illustratie: een aantal natuurlijke producten worden bijvoorbeeld in vrij hoge dosissen per hectare toegepast, zoals zwavel in tarwe. Microbiële preparaten daarentegen worden aan lage dosissen toegepast.” Nederlandse landbouwers reduceren sterkDe Nederlandse studie van CBS brengt nog concretere en meer recente evoluties in kaart. Het statistiekbureau becijferde dat de Nederlandse land- en tuinbouw 3,9 miljoen kilogram gewasbeschermingsmiddelen heeft gebruikt in 2024. Dat is 22 procent minder dan in 2020. Per hectare gebruikte de landbouw 5,6 kilogram, vier jaar eerder was dat 7,1 kilogram. De studie omvat zowel chemische als biologische gewasbescherming.Vooral om schimmels, onkruid of insecten te bestrijden gebruikt men minder middelen. In de Nederlandse lelieteelt is het bestrijdingsmiddelengebruik ruimschoots gehalveerd.Het weer speelt tijdens de teelt een grote rol in het gebruik. CBS bevraagt elke vier jaar het landbouwmiddelengebruik. 2024 was een zeer nat jaar, terwijl 2020 droog was. Beide waren bovengemiddeld warm. CBS schrijft de daling ten dele toe aan het verbod op het fungicide mancozeb vanaf 2021.Bij de eerste CBS-bevraging in 2012 gebruikte de Nederlandse landbouw nog 5,76 miljoen kilo gewasbescherming. Vandaag is dat dus een derde minder.</content>
            
            <updated>2025-11-21T14:18:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwproductie daalt licht in waarde, efficiëntie neemt wel toe in EU]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwproductie-daalt-in-waarde-efficientie-groeit-in-eu" />
            <id>https://vilt.be/58242</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2024 daalde de totale waarde van de landbouwproductie in de Europese Unie voor het tweede jaar op rij licht tot 531,9 miljard euro, een daling van 0,9 procent. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Eurostat. Ondanks de lichte stijging van de productiehoeveelheid (+1%), zorgt een prijsdaling van landbouwproducten en -diensten voor deze afname. Dit betekent evenwel dat de bruto toegevoegde waarde van de sector in Europa stijgt met 3,1 procent.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="productie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f965db6e-3357-4fba-bf10-2514ec53511d/full_width_tractor-ploeg-ploeggen-akker-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Ongeveer de helft van de totale productiewaarde kwam uit gewassen (€267,7 miljard), terwijl dierlijke producten goed waren voor 41 procent (€218,8 miljard). De resterende 45,4 miljoen euro was afkomstig uit agrarische diensten en nevenactiviteiten. De landbouwsector droeg in 2024 naar schatting 223,3 miljard euro - ongeveer 1,2 procent - bij aan het totale bbp van de EU. Ter vergelijking: dit komt overeen met het bbp van Griekenland, de 16e grootste economie binnen de Unie. Grote verschillen tussen lidstatenDe productie verschilde sterk tussen de lidstaten. Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje waren opnieuw de grootste producenten en samen goed voor bijna 60 procent van de totale EU-landbouwproductie. In 15 lidstaten steeg de waarde van de output ten opzichte van 2023, met de grootste stijgingen in Ierland (+8,9%), Kroatië (+8,8%) en Zweden (+5,0%). Frankrijk (-9,0%), Roemenië (-8,5%) en Bulgarije (-8,0%) noteerden de sterkste dalingen.Lichte stijging landbouwinkomenIn 2024 steeg het landbouwinkomen in de EU met 0,6 procent, een klein herstel na de daling van 6,4 procent in 2023. Dit komt doordat de inkomsten voor boeren licht stegen, terwijl er minder arbeidsuren in de landbouw werden gepresteerd (-1,3%). Met andere woorden: per gewerkt uur verdienden boeren iets meer, ook al nam de totale arbeid in de sector af.Daling inputkosten drukt uitgavenDe kosten van niet-investeringsgebonden landbouwinputs daalden in 2024 met 3,7 procent tot 303,3 miljard euro. Vooral meststoffen (-17,6%), veevoer (-10,5%) en energie (-8,4%) werden goedkoper, terwijl de kosten voor onderhoud, dierenzorg en zaaigoed juist stegen. Veevoer vormde met 37 procent de grootste kostenpost, gevolgd door uitgaven voor zaden, gewasbescherming en meststoffen, naast diverse algemene bedrijfskosten.Efficiëntere productie verhoogt toegevoegde waardeDoor de dalende inputkosten nam de bruto toegevoegde waarde van de sector toe met 3,1 procent tot 228,6 miljard euro. Omgerekend betekent dit dat voor elke euro die wordt uitgegeven aan goederen en diensten in het productieproces, de landbouwsector 0,75 euro aan toegevoegde waarde creëert. Deze relatieve waarde steeg in 2024 fors en ligt slechts iets onder het hoogtepunt op middellange termijn van 0,77 euro in 2017. Dit onderstreept dat de Europese landbouwsector, ondanks prijsdalingen, efficiënter produceerde en een stabiele economische bijdrage leverde.</content>
            
            <updated>2025-11-20T20:54:41+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wereldwijde vleesconsumptie stijgt fors tegen 2034, met shift van rood naar wit vlees]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wereldwijde-vleesconsumptie-stijgt-fors-tegen-2034-met-shift-van-rood-naar-wit-vlees" />
            <id>https://vilt.be/58243</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tegen 2034 zal de wereldwijde consumptie van pluimvee-, rund- en varkensvlees toenemen met respectievelijk 21 procent, 13 procent en 5 procent. Per persoon vertaalt zich dit naar een stijging van 900 gram vlees per jaar. Dat voorspellen de FAO en de OESO. Ondanks de uiteenlopende regionale trends is één mondiale ontwikkeling onmiskenbaar: de verschuiving van rood vlees naar wit vlees.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="consument" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/70f1b344-41dd-4b55-b45a-fa743a28e90b/full_width_nestborncolruytwelzijnskipdierenwelzijnpluimvee-2-1250.jpg</image>
                                        <content>De combinatie van bevolkingsgroei en stijgende welvaart&amp;nbsp;zal&amp;nbsp;de wereldwijde vleesconsumptie sterk&amp;nbsp;omhoogduwen in de toekomst.&amp;nbsp;Volgens de verwachtingen van de&amp;nbsp;Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling&amp;nbsp;(OESO) en de&amp;nbsp;Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties&amp;nbsp;(FAO)&amp;nbsp;zal&amp;nbsp;62&amp;nbsp;procent van&amp;nbsp;de&amp;nbsp;extra vleesconsumptie wereldwijd&amp;nbsp;voor de rekening van gevogelte zijn.&amp;nbsp;&amp;nbsp;De stijgende bijdrage van&amp;nbsp;gevogelte&amp;nbsp;aan de totale vleesconsumptie is al decennialang een bepalende trend en zal dit ook blijven. In 2034 zal&amp;nbsp;gevogelte&amp;nbsp;35&amp;nbsp;procent van alle geconsumeerde vleesproteïnen aanleveren.&amp;nbsp;“Belangrijke verklaringen zijn de relatief lage kostprijs, het gunstige nutritionele profiel en de lagere milieu-impact vergeleken met rood vlees”, aldus de FAO en de OESO.&amp;nbsp;Consumenten verschuiven&amp;nbsp;hierdoor&amp;nbsp;hun voorkeuren en verminderen bijvoorbeeld de consumptie van rund- en varkensvlees ten voordele van&amp;nbsp;gevogelte.&amp;nbsp;Een trend die in alle landen zichtbaar is, van arm tot rijk.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Varkensvlees&amp;nbsp;verliest&amp;nbsp;leidende rol&amp;nbsp;in rijke landen&amp;nbsp;In landen met een hoog inkomen maakte gevogelte in 2014 nog 34 procent uit van de totale vleesconsumptie. Tegen 2034&amp;nbsp;zou dit aandeel stijgen naar 40 procent. Vooral varkensvlees moet daarbij&amp;nbsp;inleveren.&amp;nbsp;Zo at men in&amp;nbsp;2014 jaarlijks&amp;nbsp;gemiddeld&amp;nbsp;19&amp;nbsp;kilogram gevogelte&amp;nbsp;per jaar&amp;nbsp;en 21,5&amp;nbsp;kilogram varkensvlees,&amp;nbsp;terwijl dat in 2034 verschuift naar 24 kilogram gevogelte en 22&amp;nbsp;kilogram varkensvlees.&amp;nbsp;In landen met een laag of lager middeninkomen,&amp;nbsp;waar gevogelte traditioneel meer gegeten wordt dan varkensvlees, blijft de&amp;nbsp;gevogelteconsumptie&amp;nbsp;ook&amp;nbsp;verder toenemen&amp;nbsp;in de toekomst. In landen met een hoger middeninkomen&amp;nbsp;is eenzelfde stijging verwachtende, al blijft varkensvlees daar nog net de grootste categorie in 2034.&amp;nbsp; Totale consumptie varkensvlees stijgt nog steeds&amp;nbsp;Per persoon zal de consumptie van varkensvlees wereldwijd tegen 2034 met vier procent dalen, omdat de consumptie in hoge-inkomenslanden stagneert terwijl de bevolking vooral groeit in regio’s waar weinig varkensvlees wordt gegeten. De totale consumptie stijgt wel in de meeste regio’s, behalve in China, de Europese Unie, Japan en&amp;nbsp;Zwitserland, waar gezondheids-, milieu- en maatschappelijke factoren een steeds grotere rol spelen.&amp;nbsp;Populariteit rundvlees&amp;nbsp;daalt in onze&amp;nbsp;regioDe wereldwijde consumptie van rundvlees per persoon blijft naar verwachting&amp;nbsp;vrij&amp;nbsp;stabiel. In de meeste regio’s wordt zelfs een daling verwacht, met uitzondering van het Midden-Oosten en delen van Azië, waar een groeiende middenklasse en hogere inkomens de vraag doen toenemen.&amp;nbsp;&amp;nbsp;In Europa, Noord-Amerika en Oceanië, waar de consumptie traditioneel hoog ligt, wordt&amp;nbsp;dan weer&amp;nbsp;de sterkste terugval voorspeld. Dat komt door hogere rundvleesprijzen en een toenemende bezorgdheid over de milieu-impact van rundvleesproductie.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-11-20T20:59:35+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onzekerheid troef: akkerbouwers twijfelen massaal over hun teeltplanning 2026]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/onzekere-teeltbeslissing-voor-akkerbouwers" />
            <id>https://vilt.be/58244</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nagenoeg alle akkerbouwgewassen in Vlaanderen kampen met slechte prijzen. Voor volgend jaar lijkt de interesse in contractteelten van suikerbieten, aardappelen en industriële groenten af te nemen. De teeltplanning voor 2026 zorgt dan ook voor heel wat kopzorgen bij landbouwers. Experts verwachten een verschuiving richting meer graan, maïs en enkele nichegewassen. Toch zou de terugval in aardappelen misschien wel eens minder groot kunnen zijn dan verwacht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkerbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eea994a5-7a72-4bb8-8cec-9c65b866d4b6/full_width_graan-inzaaien-groot.jpg</image>
                                        <content>“De enige ramp is geen ramp”, zo klinkt volgens Limagrain-agronoom Thomas Truyen een oude wijsheid in de akkerbouw. “Dat is dit jaar een beetje het geval. De productie van graan, bieten en aardappelen was niet alleen in Vlaanderen hoog, maar ook in concurrerende regio’s. Daardoor is het aanbod groot en vallen de prijzen tegen.”Teeltplanning in de knoopDie goede productie verklaart volgens Truyen de moeilijke situatie waarin bietentelers, aardappeltelers en telers van industriële groenten zich nu bevinden. Verwerkers kampen met grote voorraden en raken hun producten moeilijk kwijt. Tiense Suiker liet deze week weten volgend jaar 25 procent minder suikerbieten te willen contracteren. Ook Iscal raadt haar telers aan om de productie te temperen. In de aardappel- en groentesector starten de contractonderhandelingen de komende weken, maar een afbouw van contracten lijkt waarschijnlijk.Voor landbouwers maakt dat de planning extra moeilijk. Hoewel de meeste gewassen pas in het voorjaar worden ingezaaid, moeten boeren hun keuzes al veel vroeger maken. “Wij krijgen nu al veel telefoontjes van boeren die zich afvragen wat ze volgend jaar best zaaien”, zegt Truyen. Meer wintertarwe en -gerst?Ook volgens Marc Ballekens, manager van Seed@Bel en directeur van PCLT, hebben sommige boeren al ingespeeld op de marktsignalen. “Er is dit najaar duidelijk meer wintertarwe en wintergerst gezaaid.” De vlotte oogst van de vorige gewassen en de uitstekende zaaiomstandigheden speelden daarbij in de kaart.Hoeveel wintertarwe er precies is ingezaaid, blijft onduidelijk, maar ook zaadveredelaar Limagrain merkt een toegenomen vraag. “Onze rassen worden in België verdeeld via spelers als Arvesta en PaXus. Zij bevestigen dat de vraag naar graan dit najaar hoog lag”, aldus Truyen. Verkoop zaaigraan gestegenArvesta stelt vast dat er dit najaar een hogere vraag is naar graanzaad en er dus meer graan zal worden uitgezaaid. &quot;Dit is niet het gevolg van stijgende graanprijzen, die al geruime tijd laag blijven, maar eerder van een verschuiving in teeltkeuzes&quot;, vertelt Kris Moerman, BU Director Agri &amp;amp; Horti. &quot;Door dalende arealen in andere akkerbouwteelten zoals&amp;nbsp;suikerbieten,&amp;nbsp;aardappelen&amp;nbsp;en groenten kiezen landbouwers vaker voor graan als stabiele optie.&quot; Toen de brief van Tiense in huis kwam, hebben we meteen geschakeld en wintertarwezaad besteld. Een paar dagen later hebben we al kunnen zaaien Belangrijke waarde als rustgewas Eén van de boeren die onmiddellijk op het nieuws van Tiense Suiker reageerde, is Jean-Pierre Van Puymbrouck. Hij is akkerbouwer in Wallonië met Vlaamse roots. Hij beschikt over 800 hectare, waarvan 140 hectare voor bieten bestemd is. Door de beslissing van Tiense Suiker zal hij volgend jaar zijn bietenareaal reduceren naar 105 hectare. “Toen de brief van Tiense in huis kwam, zijn we niet bij de pakken blijven zitten en hebben we meteen wintertarwezaad besteld. Een paar dagen later hebben we al kunnen zaaien”, zegt de landbouwer.Waar Van Puymbrouck normaal 55 procent van zijn areaal inzaait met graan, wordt dat komend teeltseizoen 65 procent. Hij beseft dat de graanteelt, zeker op dit moment, weinig rendabel is. Toch heeft het als rustgewas een belangrijke waarde in de teeltrotatie.  Aardappelteelt nog niet afgeschrevenDe graanprijs bleef het voorbije anderhalf jaar nagenoeg continu onder 200 euro per ton, waardoor de teelt amper rendabel is. “Maar graan brengt wel minder risico met zich mee”, legt Truyen uit. “De kosten zijn laag en de afzet is zeker. Dat is bij aardappelen heel anders: die teelt is alles of niets. De risico&#039;s zijn dus veel groter.”Toch verwacht Truyen geen drastische daling van het aardappelareaal. “Dat valt in de praktijk meestal wel mee. Veel boeren blijven de aardappelteelt interessant vinden. Als de teelt ergens in Noordwest-Europa tegenvalt en de verwerkers op de vrije markt moeten gaan kopen, kunnen de prijzen snel weer stijgen.”Kürt Demeulemeester van Inagro merkt in dit verband nog op dat er lage prijzen spelen in de pootgoedmarkt. “Dat kan sommige boeren aanzetten om meer vrije aardappelen te gaan telen.” Korrelmaïs, hakselmaïs of dubbeldoelmaïsBehalve graan verwachten experts voor volgend jaar ook een toename van korrelmaïs en hakselmaïs. Vlaanderen telde dit jaar 47.777 hectare korrelmaïs, maar dat areaal kan volgens Truyen zomaar met 5.000 tot 10.000 hectare groeien. “Ook hier zijn de prijzen niet fantastisch, maar de risico’s zijn beperkt en er is altijd afzet.”Ballekens verwacht vooral meer dubbeldoelmaïs, die zowel als korrelmaïs als hakselmaïs gebruikt kan worden. “Bij een droog voorjaar en lagere kuilmaïsopbrengst kan de teelt naar hakselmaïs gaan. Bij een normaal voorjaar en voldoende ruwvoer kan de maïs naar de veevoederindustrie of naar de bio-ethanolproductie gaan.”Pieter Van Oost van Boerenbond waarschuwt voor paniek op de markt.&quot; De contractonderhandelingen tussen aardappel- en groentetelers en de verwerkende industrie starten binnenkort, en goede contractprijzen zijn cruciaal voor beide partijen. Zonder telers heeft de industrie ook geen grondstof.” Faunamengsels weer in trek?Experts verwachten dat faunamengsels, die via ecoregelingen gesubsidieerd worden, ook populair zullen zijn. Alhoewel veel voeren het voorbije jaar last hadden van onkruidvorming en ongedierte zullen boeren ook nagaan of er mogelijkheden zijn voor de ecoregeling faunamengsel, aldus Pieter Van Oost van Boerenbond. “Cruciaal is dat hier voldoende budget voor voorzien wordt, want anders gaan boeren hier snel afhaken”, vertelt Pieter Van Oost van Boerenbond.”Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij reageert als volgt op deze vrees: “De regelgeving bevat heel wat mechanismen om te vermijden dat er budget te kort is. Die mechanismen zullen altijd eerst maximaal benut worden. Zo kan er met budgetten kan geschoven worden. In uiterste gevallen kan het subsidiebedrag van de maatregel verminderd worden. We proberen steeds zo veel mogelijk de geplande eenheidsbedragen van de ecoregelingen uit te betalen.” Beperkte groeimogelijkheden in vlasOok Boerenbond ontvangt signalen van akkerbouwers dat er veel meer wintertarwe gezaaid is. “Daarnaast komen er signalen dat er meer wintervlas gezaaid is, maar het is op dit moment nog niet te zeggen of dit ten koste gaat van het zomervlas”, aldus Van Oost.Bij het Algemeen Belgisch Vlasverbond (ABV) horen we dat er meer interesse is in de vlasteelt, maar dat de mogelijkheden beperkt zijn. “Er wordt inderdaad meer grond aangeboden voor vlasteelt, maar de Belgische vlassers zijn voorzichtig. Zij kunnen niet meer vlas telen dan zij kunnen verwerken. Wij verwachten daarom geen grote areaalverschuivingen&quot;, luidt het daar.Van Oost ziet ook groeipotentieel voor koolzaad en uien. “Uien zitten in Vlaanderen in de lift, al zijn de teeltomstandigheden uitdagend, zeker op vlak van gewasbescherming. Toch verwacht ik dat meer telers uien in 2026 zullen uitproberen.” Om te experimenteren met nicheteelten is het nu misschien wel het ideale moment, maar doe het met mate Beperkt experimenteren met nieuwe teeltenKürt Demeulemeester verwacht dat landbouwers op beperkte schaal nieuwe teelten zullen proberen, zoals eiwitgewassen. “We krijgen daarover steeds meer vragen.”Truyen waarschuwt wel voor te snelle groei van deze teelten. “Nicheteelten heten zo omdat ze een beperkte afzet hebben. Als het areaal plots verdubbelt, raken verwerkers het niet kwijt en kelderen de prijzen. Experimenteren is goed, nu is het misschien zelfs het ideale moment, maar doe het met mate.”</content>
            
            <updated>2025-11-23T09:11:41+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Beperkt herstel van Franse vogelpopulaties na verbod op neonicotinoïden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/beperkt-herstel-van-vogelpopulaties-na-verbod-op-insecticide-in-frankrijk" />
            <id>https://vilt.be/58245</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Franse bestand aan insectenetende vogels laat sinds het verbod op neonicotinoïden in 2018 slechts een beperkt herstel zien. Dat blijkt uit <a href="https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0269749125015064" target="_blank" target="_self">een studie</a> gepubliceerd in <em>Environmental Pollution</em>. De onderzoekers benadrukken dat een verbod op zichzelf geen direct herstel van biodiversiteit garandeert en dat aanvullende natuurbeschermingsmaatregelen cruciaal zijn.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogel" />
                        <category term="insect" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8c859d13-4bb3-4108-b955-7e52d85b0c4f/full_width_zwartkop-pixabay1.jpg</image>
                                        <content>In Frankrijk was imidacloprid geruime tijd de meest gebruikte neonicotinoïde. Sinds 2018 geldt in heel Europa een verbod op het gebruik in open velden vanwege het risico voor bijen en andere bestuivers. Ondanks het verbod blijft de stof in bodem en water aanwezig.Neonicotinoïden kunnen vogelpopulaties indirect verlagen door het verminderen van hun voedsel: de insectenpopulaties nemen af door de toxiciteit van deze middelen. Daarnaast kunnen vogels zich voeden met zaden die met neonicotinoïden zijn behandeld, wat vooral bij kleine vogels dodelijke effecten kan veroorzaken. Hoewel verwacht wordt dat neonicotinoïden een belangrijke rol spelen in het teruglopen van vogelpopulaties, zijn er tot nu toe weinig studies die directe sterfte aan het gebruik koppelen. 10 jaar onderzoekDe studie combineerde tien jaar (2013–2022) aan gegevens over vogelpopulaties (French Breeding Bird Survey), de verkoop van gewasbeschermingsmiddelen, landgebruik en klimaat. Op bijna 2.000 percelen werden 57 vogelsoorten geanalyseerd, ingedeeld in insecteneters, granivoren (vogels die zich voeden met zaden en granen, red.) en generalisten. Het gebruik van imidacloprid en andere bestrijdingsmiddelen werd gekoppeld aan de populatiedichtheid van deze vogels, en er werd onderzocht of het Franse verbod effect had op deze populaties.Beperkt herstelDe resultaten laten zien dat insectenetende vogels het meest gevoelig zijn voor imidacloprid: hoe hoger het gebruik van het insecticide, hoe lager de vogelaantallen. Voor gebieden met veel gebruik van imidacloprid vóór het verbod waren er 12,7 procent minder insectenetende vogels dan op locaties zonder gebruik. Vier jaar na het verbod nam dit verschil af tot 9 procent, wat wijst op een beperkt herstel. Granivore en generalistische vogels lieten geen consistente negatieve effecten zien. Extra maatregelen nodig om biodiversiteit te herstellenHoewel de studie een verband toont tussen imidaclopridgebruik en lagere aantallen insectenetende vogels, kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat het verbod zelf het herstel veroorzaakt. De onderzoekers vermelden expliciet dat aanvullende analyses nodig zijn om causale conclusies te trekken. Andere factoren, zoals landschapsgebruik en klimaat, spelen ook een rol. Bovendien wordt imidacloprid nog steeds in het milieu aangetroffen, waardoor de effecten op vogelpopulaties langer aanhouden dan het directe gebruik.&quot;Onze studie bevestigt de schadelijke impact van imidacloprid op insectenetende vogels en benadrukt dat een verbod alleen niet zorgt voor onmiddellijk herstel van biodiversiteit,&quot; zegt onderzoeker Thomas Perrot. &quot;Aanvullende beschermingsmaatregelen in verontreinigde landschappen zijn daarom cruciaal om insecten- en vogelpopulaties te herstellen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-11-24T16:41:35+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Studie: Meeste veehouders weten te weinig over mastitis]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/studie-meeste-veehouders-weten-te-weinig-over-mastitis" />
            <id>https://vilt.be/58246</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Driekwart van de Vlaamse melkveehouders kennen het verschil niet tussen klinische en subklinische mastitis. Dat blijkt uit een onderzoek van Universiteit Gent waarin 126 Vlaamse melkveehouders werden bevraagd. Bovendien nemen ze slechts zelden melkmonsters voor onderzoek. Mastitis is uierontsteking bij melkvee. Ongeveer 26 procent van de Vlaamse melkkoeien maakt jaarlijks minstens één keer een klinische mastitis door. Dat is niet alleen pijnlijk voor het dier, maar biedt ook nadelen voor de melkveehouder. Om te beginnen omdat zieke dieren veel minder melk produceren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8492359c-df4d-490e-a0f8-6487615377ec/full_width_koe-melk-uier.jpg</image>
                                        <content>Klinische mastitis is een uierontsteking die zich manifesteert met zichtbare symptomen zoals afwijkende melk (vlokken, klonten) en een gezwollen, rode of warme uier. Subklinische mastitis is onzichtbaar. De koe toont geen uiterlijke kenmerken van ontsteking en dus kan de ziekte in deze gevallen enkel gedetecteerd worden via melkonderzoek. Let wel: subklinische mastitis is niet minder ernstig dan klinische mastitis, integendeel. Omdat de symptomen niet duidelijk zijn, kan een koe soms wekenlang rondlopen met subklinische mastitis alvorens ze behandeld wordt. Zo gaat de melkproductie achteruit en kan de infectie zich ongemerkt blijven ontwikkelen.Kennis loontVolgens het M-team van de universiteit van Gent, dat samen met ILVO, Hooibeekhoeve en DGZ een vier jaar durend VLAIO LA-project naar mastitis uitvoert, gaat 60 tot 70 procent van alle antibiotica op melkveebedrijven naar de preventie en behandeling van mastitis. Volgens de onderzoeksgroep kan het globale antibioticagebruik in de veehouderij via een slimmere aanpak van mastitis flink verminderen.De onderzoekers van UGent onderscheidden de bevraagde melkveehouders in twee groepen. De ‘minder goed geïnformeerde melkveehouders’, die het verschil tussen klinische en subklinische mastitis niet kennen (75 procent) en de ‘goed geïnformeerde melkveehouders’ (25 procent). De goed geïnformeerde groep werkt vaker samen met de dierenarts via regelmatige bedrijfsbegeleiding. Bovendien zullen ze minder snel antibiotica inzetten tegen mastitis, omdat ze beter kunnen identificeren wanneer het gaat om een minder ernstige infectie. Er wordt te weinig bemonsterdBij de melkmonstering is er nog een duidelijke lacune. Zelfs bij de goed geïnformeerde melkveehouders neemt 28 procent geen melkmonster wanneer ze klinische mastitis waarnemen. Bij de minder geïnformeerde groep neemt 77 procent bijna nooit een melkmonster. Bij zo’n monster komt ook wat werk kijken: je moet de koe vastzetten, de spenen zuiver maken, steriel werken en de flesjes of buisjes klaarmaken.Ook blijkt dat minder dan de helft van de melkveehouders zijn koeien selectief droogzet. Wie dat wel doet, kiest meestal voor een periode van zes weken. 68 procent gebruikt hierbij een speenafsluiter. De droogstand geeft het uierweefsel weken de kans te herstellen en vernieuwen, zodat een volgende lactatie optimaal kan starten. Koeien droogzetten biedt ook een goede gelegenheid om subklinische mastitis te behandelen met langwerkende antibiotica zonder risico op residuen in de melk. Nog veel werk aan de winkelHet onderzoek besluit dat er, ondanks jarenlange kennisverspreiding en opleidingen, nog steeds veel te leren valt op vlak van optimaal mastitisbeheer. Volgens de onderzoekers is er een taak weggelegd voor dierenartsen om het onderscheid tussen klinische en subklinische mastitis goed te onderstrepen, net zoals de juiste praktijken voor een goede uiergezondheid en verantwoord antibioticagebruik beter moeten worden toegelicht. En hoewel veehouders het belang van melkmonsters wel inzien, zien zij blijkbaar nog steeds te veel nadelen om het consistent toe te passen in de praktijk. Slechts 43 procent weet dat er ook sneltesten voor mastitis bestaan. Deze zijn minder betrouwbaar dan een labotest, maar wel eenvoudiger. Ook op dit vlak moet er dus beter worden geïnformeerd, aldus de onderzoekers.Lees de volledige studie hier.</content>
            
            <updated>2025-11-24T15:39:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Drie nieuwe gevallen van vogelgriep in België op twee dagen tijd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoogpathogene-vogelgriep-vastgesteld-in-zeeuw-vlaanderen-vlakbij-oost-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/58247</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het Limburgse Kinrooi, Pelt en in Gembloux in Wallonië zijn afgelopen weekend drie nieuwe gevallen van vogelgriep vastgesteld. In Kinrooi werden 28.000 hennen op een opfokbedrijf geruimd. In Pelt ging het om ongeveer 50.000 leghennen en in Gembloux om 11.500 biologische kippen van een braadkippenbedrijf. Dat heeft het federaal Voedselagentschap FAVV gemeld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b797b099-d29f-4a51-a0ef-36ca2590714d/full_width_kip-stal-1024.jpg</image>
                                        <content>Nadat er afgelopen week een bedrijf met 120.000 kippen in het Limburgse Dilsen-Stokkem werd geruimd, werden afgelopen weekend opnieuw verschillende gevallen van vogelgriep vastgesteld. Zaterdagochtend meldde het FAVV dat er vogelgriep uitgebroken in Kinrooi. Daar ging het om een opfokbedrijf met hennen. Alle 28.000 dieren werden geruimd.Op zaterdagavond werden er twee nieuwe gevallen gemeld. In Pelt ging het om een leghennenbedrijf met 50.000 dieren dat werd geruimd. Later op de dag kwam het nieuws dat er ook in het Naamse Gembloux een nieuwe haard van vogelgriep werd vastgesteld. Daar ging het om een biologisch bedrijf met 11.500 dieren.Rond de besmette bedrijven werd een beschermingszone van drie kilometer en een bewakingszone van tien kilometer ingesteld. In Limburg overlapt die een deel met de zone die in Dilsen-Stokkem al was ingesteld. Daarnaast bevindt een deel van de zones zich in Nederland. Virus heeft aan intensiteit gewonnen Limburg en Namen werden met deze nieuwe besmettingen voor het eerst getroffen door vogelgriep. Eerder waren er al haarden in West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Luik en Antwerpen. De afgelopen weken heeft het virus opnieuw aan intensiteit gewonnen. Dit najaar zijn al uitbraken vastgesteld op verschillende pluimveebedrijven en bij een hobbyhouder. Daarnaast zijn er ook heel wat besmettingen bij wilde vogels.Voor het weekend werd al een geval van vogelgriep bevestigd in het Nederlandse Terhole, een dorp niet ver van de Vlaamse grens. Terhole maakt deel uit van de gemeente Hulst in Zeeuws-Vlaanderen.Het Voedselagentschap waarschuwt ervoor dat bioveiligheidsmaatregelen trouw moeten opgevolgd worden. “Al valt het risico op besmetting nooit helemaal uit te sluiten”, aldus het FAVV. &amp;nbsp;Hoewel de huidige afschermplicht voor pluimvee enkel geldt voor professionele houders, raadt FAVV ook particulieren sterk aan om kippen of andere hobbyvogels af te schermen. “Dit kan door je kippenren met netten te overspannen.” zegt FAVV-woordvoerder Hélène Bonte. Hobbydieren moeten binnen of afgeschermd voer en water krijgen. Wilde vogels raken volop besmetOp de website van het FAVV kan men alle besmettingen bij wilde vogels van de afgelopen zes maanden raadplegen. Het FAVV waarschuwt ook dat dode of zieke vogels niet aangeraakt mogen worden. Een dode vogel in de natuur kan men gratis melden via het nummer 0800/99 777. Het dier kan dan worden opgehaald en onderzocht.</content>
            
            <updated>2025-11-24T09:06:00+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Natuurbeheerplannen blijven vragen oproepen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/natuurbeheerplannen-blijven-vragen-oproepen" />
            <id>https://vilt.be/58248</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De regels rond natuurbeheerplannen blijven na veel discussies en wettelijke verduidelijkingen bij sommige landbouwers en parlementsleden voor onrust zorgen. Vlaams parlementslid Dries Devillé (Vlaams Belang) zegt het problematisch te vinden dat Natuurpunt tegelijk plannen indient en zelf de bezwaren beantwoordt, tegelijk merkt Vlaams parlementslid Bart Dochy (cd&amp;v) op dat landbouwpercelen binnen het globale kader onzekerheid ervaren door de natuurclaim die erop rust.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="grond" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f6b72215-abda-4d5e-815f-96682c9ad647/full_width_boerderij-kleinschaligheid-loonwerk-defour.jpg</image>
                                        <content>Vlaams Belang maakt zicht zorgen over de manier waarop natuurorganisatie Natuurpunt natuurbeheerplannen van het type 4 uitrolt. Dit zijn de plannen die streven naar natuur van de hoogste kwaliteit en waarvoor een langdurig engagement wordt vastgelegd voor een duurzaam natuurbeheer.Rechter en partij?Voor de partij is vooral de mogelijke belangenvermenging bij de goedkeuring van natuurbeheerplannen een heikel punt. “De procedure is zo ingericht dat Natuurpunt vandaag tegelijk optreedt als aanvrager van een dergelijk plan, maar ook als partij in bezwaarprocedures, waarbij het in sommige gevallen zelf bezwaren tegen de eigen plannen kan beantwoorden”, aldus Devillé. Volgens hem voedt dit de perceptie van belangenvermenging en ondermijnt het de objectiviteit en vertrouwen in de procedure.In zijn schriftelijke vraag aan minister Brouns krijgt Devillé geen rechtstreeks antwoord op de vraag of dit verantwoord is. De minister benadrukt wel dat het niet Natuurpunt is die beslist of een natuurbeheerplan al dan niet wordt uitgevoerd. Het Agentschap Natuur en Bos beoordeelt het volledige dossier en formuleert uiteindelijk een besluit dat ter goedkeuring aan de minister wordt voorgelegd.“De indiener van een natuurbeheerplan (zoals Natuurpunt) moet een verslag opstellen van de consultatie en ontvangen adviezen, en kan het plan daarna aanpassen of de ingediende bezwaren gemotiveerd weerleggen”, verduidelijkt Brouns. “Zowel het verslag als het natuurbeheerplan worden daarna overgemaakt aan ANB, die op zijn beurt de beoordeling uitvoert en nog wijzigingen of voorwaarden kan opleggen.”Rol van de lokale besturenNaast de dubbele rol van Natuurpunt bekritiseert Devillé ook dat lokale besturen een beperkte rol hebben in de procedure. “Hoewel zij de lokale situatie doorgaans het best kennen, is hun advies niet bindend en wordt dit vaak geminimaliseerd”, geeft hij aan.Maar dat is volgens de minister niet waar. “De adviezen van de gemeente worden volwaardig meegenomen in de procedure. In geval het advies niet wordt gevolgd, moet dit gemotiveerd weerlegd worden in het verslag”, aldus de minister. Gevolgen voor landbouwbedrijvenOok loopt er nog steeds een discussie over wat het betekent voor landbouwers wanneer hun bedrijf binnen het globale kader van een natuurbeheerplan valt. Dat kader bevat een langetermijnvisie en natuurdoelen voor een ruimer gebied dan de percelen die effectief deelnemen. &amp;nbsp;Heel wat gronden met een agrarische bestemming kwamen op die manier in de globale kaders van de natuurbeheerplannen terecht. Drie jaar geleden ging het volgens Boerenbond al om zo’n 27.000 hectare. Sinds dit jaar kunnen landbouwpercelen enkel nog bij uitzondering opgenomen worden in het globale kader. Landbouwers die met hun bedrijf in het ruimer globaal afgebakend terrein liggen, ondervinden daar geen gevolgen of beperkingen van Landbouwers die met hun bedrijf in het ruimer globaal afgebakend terrein liggen, ondervinden daar geen gevolgen of beperkingen van. Dat verzekerde de minister nogmaals in de Commissie Leefmilieu waar de natuurbeheerplannen door Dochy op de agenda werden geplaatst. “Alle bestaande rechten op gronden in eigendom van of verpacht aan landbouwers blijven behouden”, klinkt het.Daarnaast gaf hij aan dat globale kaders niet als argument of onderbouwing mogen worden gebruikt bij toekomstige waardebeoordelingen of opmaak van beleidsvisies of -processen. “Dit zou expliciet indruisen op de wettelijke bepalingen daaromtrent”, aldus Brouns.“Het enige gevolg van de opname van landbouwpercelen in het globale kaders van een natuurbeheerplan type 4, zijn aankoopsubsidies”, gaat de minister verder. Als een landbouwer zijn perceel verkoopt aan de organisatie die over het goedgekeurd natuurbeheerplan beschikt, dan kan de organisatie aankoopsubsidies krijgen tot 90 procent van de waarde. Waardevermindering door natuurclaimToch blijkt de minister nog niet alle argwaan weg te kunnen nemen over de mogelijke gevolgen op langere termijn. Dochy verwijst in de commissie naar de vernieuwde richtlijn van deze zomer waarin staat dat landbouwgrond, mits uitzondering, niet langer in het globale kader mag worden opgenomen. Volgens Brouns is de richtlijn er gekomen om extra duidelijkheid in het kader te scheppen voor experts bij de opmaak en beoordeling van de globale kaders.Maar door uitdrukkelijk die richtlijn te maken, stel Dochy vast dat er toch een verschil is in impact tussen het wel of niet opgenomen worden in het globale kader. Volgens hem rust er een zekere claim op de gronden omdat ze binnen die logica van natuurbeheerplannen beschouwd worden als toekomstige natuurgebieden. Door de nieuwe richtlijn worden de landbouwpercelen daarvan gevrijwaard, maar voor de gronden die in het verleden in het globale kader belandden, blijft de claim volgens hem nog steeds aanwezig. Actieve informatieverstrekking blijkt niet mogelijkTot slot hekelt Devillé ook dat eigenaars en pachters niet actief geïnformeerd worden over de opmaak van natuurbeheerplannen. “De communicatie beperkt zich veelal tot informatie op de website van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), meldingen aan de betrokken gemeenten en het plaatsen van enkele gele borden ter plaatse”, aldus Devillé. Hij stelt Brouns voor om initiatief te nemen zodat de plannen bij een publieke consultatie ook rechtstreeks naar de eigenaars en pachter gecommuniceerd kunnen worden. Maar dat is volgens de minister niet mogelijk door de privacywetgeving.Voor Devillé laat het weinig twijfel: “Het huidig systeem vertoont ernstige hiaten en heeft dringende hervormingen nodig. Natuurinrichtingsplannen mogen nooit een sluipweg worden om landbouwgebied onder druk te zetten, noch een instrument dat door één organisatie kan worden gestuurd zonder voldoende checks and balances.”</content>
            
            <updated>2025-11-25T20:39:45+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Italiaanse landbouwminister eist onderzoek naar ‘nep-Italiaanse’ pastasauzen van Delhaize]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/italiaanse-landbouwminister-eist-onderzoek-naar-nep-italiaanse-pastasauzen-van-delhaize" />
            <id>https://vilt.be/58249</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een pot Belgische carbonarasaus met een Italiaanse vlag op het etiket heeft een diplomatiek relletje veroorzaakt tussen Italië en België. De Italiaanse minister van Landbouw, Francesco Lollobrigida, trof de ‘Italiaans getinte’ huismerksauzen aan in de Delhaize-supermarkt van het Europees Parlement en stelt dat ze de traditionele recepten niet respecteren. Hij noemt het “onaanvaardbaar” dat zulke producten in de rekken liggen en eist onmiddellijk onderzoek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="voedsel" />
                        <category term="voeding" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/206499e6-51d5-4be4-9219-43a5a1a5f386/full_width_carbonara1.jpg</image>
                                        <content>Volgens Lollobrigida wordt de romige carbonarasaus van Delhaize bereid met pancetta (varkensbuikspek), terwijl de traditionele Romeinse carbonara guanciale (varkenswang) gebruikt en volgens puristen nooit in potvorm thuishoort. Ook een tomatensaus met Calabrische uien schoot hem in het verkeerde keelgat. “Dit zijn slechts ‘Italiaans klinkende producten’,” aldus de minister op sociale media. Italië strijdt al jaren tegen &#039;Italiaans klinkende&#039; productenItalië voert al enkele jaren intensief campagne tegen het zogeheten &#039;Italian Sounding&#039;: producten die buiten Italië worden gemaakt maar zich met Italiaanse namen, kleuren of symbolen als authentiek Italiaans voordoen. De Delhaize-sauzen tonen Italiaanse vlaggetjes bij ingrediënten van Italiaanse oorsprong, maar claimen niet dat ze in Italië zijn geproduceerd. Toch vindt Lollobrigida dat de verpakking de consument een verkeerde indruk geeft van de Italiaanse keuken.Een industrie van 120 miljard euroColdiretti, de grootste Italiaanse landbouwlobby, ondersteunt de minister. Volgens de organisatie loopt Italië jaarlijks zo’n 120 miljard euro mis door de wereldwijde handel in &#039;Italiaans klinkende&#039; producten. Meer dan twee derde van alle ‘Italiaanse’ agrofoodproducten in het buitenland zou namaak zijn, met vooral de VS als grote overtreder.Cruciaal moment voor Italiaanse culinaire identiteitDe controverse komt op een gevoelig moment: Italië kijkt reikhalzend uit naar de Unesco-beslissing over de erkenning van de Italiaanse keuken als immaterieel cultureel erfgoed. Voor Lollobrigida past de affaire in een bredere strijd om de nationale culinaire tradities te beschermen. Begin december wordt de beslissing verwacht. Delhaize: “Geen reden om het product aan te passen”Delhaize laat ondertussen weten geen aanpassingen te overwegen. Volgens de keten heeft een Italiaanse overheidsinspectie de leverancier bezocht en geen inbreuken vastgesteld. “De benaming en verpakking zijn volledig conform de wetgeving,” zegt een woordvoerder aan Het Laatste Nieuws. Toch meldt CNN dat de potten carbonarasaus inmiddels uit de rekken van de Delhaize-winkel in het Europees Parlement zijn gehaald.</content>
            
            <updated>2025-11-23T10:32:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[AIF ziet toekomst in ‘wearables voor planten’]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aif-ziet-toekomst-in-wearables-voor-planten" />
            <id>https://vilt.be/58250</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Agri Investment Fund (AIF), het investeringsfonds van MRBB, ziet potentieel in een Zwitsers bedrijf dat sensortechnologie voor planten wil commercialiseren. “Door gewassen een stem te geven, luidt de technologie een nieuw tijdperk in van precieze, door planten gestuurde besluitvorming in de landbouw”, klinkt het bij AIF, dat 2,7 miljoen euro investeert in de innovatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                        <category term="smart farming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bcb1bb07-3367-44cd-be66-f20060342d52/full_width_aif.png</image>
                                        <content>De technologie van Vivent Biosignals kan via kunstmatige intelligentie de elektrische signalen die planten van nature uitzenden met precisie interpreteren en doorsturen naar landbouwers. Hierdoor kunnen ze stress door plagen, ziekten, droogte of nutriëntentekorten al dagen voor het verschijnen van zichtbare symptomen detecteren. Door deze vroegtijdige waarschuwing kunnen telers vervolgens inputs zoals water, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen nog meer optimaliseren.“Na bewezen effectiviteit in serres, wordt de technologie nu ook meer ingezet in buitenteelten zoals bessen, aardappelen en appels”, duidt AIF. “Vivent monitort ondertussen al meer dan 1.000 hectare in heel Europa.” Door de technologie op te schalen naar buitenteelt heeft het Zwitserse bedrijf naar eigen zeggen inmiddels ’s werelds grootste dataset van gewasbiosignalen opgebouwd.Ondersteuning in opschalingDe Zwitserse technologie trok de aandacht van AIF, dat zijn vertrouwen nu bevestigt met een investering van 2,7 miljoen euro. “De investering geeft Vivent de nodige middelen om de commerciële uitrol te versnellen”, aldus Patrik Haesen, CEO van AIF “Deze nieuwe investering past bijzonder goed binnen onze ambitie om nieuwe technologie sneller bij de boeren te brengen. Wij zien alvast veel potentieel in de technologie om zowel de winstgevendheid van landbouwers als de milieuduurzaamheid te verbeteren.”</content>
            
            <updated>2025-11-23T11:29:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[NX, vernatting en PFAS: Brouns hoort bezorgdheden van Antwerpse polderboeren aan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-hoort-bezorgdheden-antwerpse-polderboeren-aan" />
            <id>https://vilt.be/58251</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op uitnodiging van het gemeentebestuur van Stabroek bracht Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) een bezoek aan twee landbouwbedrijven in de polder Ettenhoven en Muisbroek. Deze polder, die zich uitstrekt van Stabroek tot Ekeren, vormt een buffer met de Antwerpse haven. Infrastructuurplannen van de Vlaamse overheid bezorgen de boeren er al decennialang kopzorgen. “Beslissingen over een aantal grote projecten komen nu echt dichtbij”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="PFOS" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8c789fca-e7bd-4cd3-a78f-2c77a7a1c280/full_width_ekeren2.jpg</image>
                                        <content>Bij vleesveehouders met hoeveslagerij Brouwers-Gabriels in Stabroek zijn ze het intussen gewend: hun activiteiten dreigen opnieuw in het gedrang te komen door de uitbreiding van de Antwerpse haven. Verschillende grote projecten, die al jaren besproken worden, naderen hun finale beslissing. “Binnenkort wordt er een voorkeursbesluit genomen over de Nieuwe Rand, een complex project waaronder diverse infrastructurele plannen vallen, net als de klimaatgordel die een impact kan hebben op de Ettenhoven-Muisbroekse polder”, vertelt Stabroeks schepen Liesbeth Bardyn.Die naderende beslissingen waren voor het gemeentebestuur reden om minister Brouns uit te nodigen. Zo kan hij zich beter laten informeren en zich mengen in het debat over plannen die volgens Bardyn de landbouwtoekomst in het gebied bedreigen. Landbouwgebruik in polder bedreigdEén van die plannen is de NX, een verbindingsweg die het verkeer van en naar de haven uit de woonkernen van Stabroek en Hoevenen moet houden. “Eén van de voorgestelde scenario’s laat de weg dwars door ons landbouwgebied lopen”, zegt Leen Brouwers.Over de NX wordt al jaren gediscussieerd. Tegenstanders betwijfelen of de weg de mobiliteit in de regio werkelijk zal verbeteren. Minister Brouns toonde begrip voor de bezorgdheden. “We moeten ons afvragen of de NX hier wel een zinvolle investering is. We gaan dat alleszins heel kritisch bekijken”, aldus de minister.Ook de mogelijke vernatting van de polder blijft een grote bron van onzekerheid voor de boeren. Als compensatie voor de Oosterweelwerken en in het kader van de Antwerpse Klimaatgordel zijn er plannen om het gebied te vernatten. De polder zou dan dienstdoen als buffer tegen overstromingen, hittestress en andere effecten van klimaatverandering. “Dat zou funest zijn voor de landbouw. We hebben hier een grote diversiteit aan teelten, van aardappelen tot maïs, kruiden en meer”, aldus Bardyn.Minister Brouns bezocht naast het bedrijf van Gabriels-Brouwers ook het bedrijf van Olivier Van Look in Ekeren. Van Look is vleesveehouder en poldergraaf van Ettenhoven en Muisbroek. Ook hij, één van de laatste landbouwers in Ekeren, leeft al jaren in onzekerheid door de toenemende havenactiviteiten. “Landbouwgrond is hier moeilijk te vinden en onbetaalbaar”, zei hij in 2017 al in Het Laatste Nieuws. &quot;Neem jullie bezorgdheden ernstig&quot;Na afloop benadrukte Brouns dat hij de bezorgdheden van de boeren ernstig neemt. “Onze landbouwsector staat voor grote uitdagingen. Dat zorgt voor onzekerheid, zeker in deze regio. De zorgen die ik hier heb gehoord, neem ik ter harte. We blijven werken aan oplossingen die haalbaar zijn en toekomst bieden voor deze streek.”Beperkingen door PFASOok PFAS kwam ter sprake. Minstens één rundveebedrijf staat onder verscherpt toezicht van het FAVV nadat er PFAS in het vlees werd aangetroffen. De melk kan wel worden afgevoerd, maar de verkoop van reforme koeien aan het slachthuis ligt stil. “Voor deze boeren is er voorlopig geen zicht op een oplossing om uit hun PFAS-statuut te raken. Intussen blijven de kosten oplopen”, besluit Bardyn.</content>
            
            <updated>2025-11-23T11:31:06+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ondanks stijgende vraag geen Limburgse subsidies meer voor Wolf Fencing Team]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ondanks-stijgende-vraag-geen-limburgse-subsidies-meer-voor-wolf-fencing-team" />
            <id>https://vilt.be/58252</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De provincie Limburg verlengt de subsidies voor het team dat veehouders helpt zich te beschermen tegen wolven niet. Daardoor verdwijnt één van de twee adviseurs van het Wolf Fencing Team dat veehouders adviseert over het 'wolfproof' maken van hun weides. "Dit jaar kregen we tot dusver al 555 aanvragen. Dat was nog nooit zo veel. Juist nu valt een deel van de subsidie weg”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fa8543c1-0827-41d3-a35f-ad9e50bcd3e9/full_width_wolfwerendeomheining-wolffencingteam.jpg</image>
                                        <content>De provincie startte in 2022 met subsidies voor het Wolf Fencing Team nadat een jaar eerder een pony was aangevallen door een wolf. Door de mediaberichtgeving en de fakkeltochten die aandacht vroegen voor het toenemende probleem van de wolf die zich opnieuw in Limburg vestigde, werd een overeenkomst gesloten tussen de provincie Limburg en het Wolf Fencing Team. Daardoor konden mensen sneller geholpen worden met een wolfwerende omheining.Maar deze overeenkomst loopt deze maand af. &quot;Nu deze subsidie wegvalt, verdwijnt één van onze twee adviseurs en zal de wachttijd oplopen van zes maanden naar een jaar”, vertelt Diemer Vercayie van Wolf Fencing Team. Dat team adviseert professionele veehouders en hobbyboeren bij het wolfwerend maken van hun omheining. De vzw werd in 2019 opgericht door Natuurpunt, Natagora en WWF om de schade door wolven in ons land te beperken en de leefomgeving van het dier te waarborgen.Veehouders en hobbyboeren krijgen hiervoor een subsidie van respectievelijk het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en het Agentschap Natuur en Bos. “Maar er zijn 20 verschillende soorten stroomapparaten en tien verschillende soorten prikkeldraad. Wij adviseren boeren en particulieren hoe zij hun omheining het best wolfwerend maken”, klinkt het. Naast de twee adviseurs heeft de vzw ook nog een leger aan vrijwilligers tot haar beschikking. Aantal aanvragen sterk gestegenIn de loop der jaren is het aantal adviesaanvragen en bezoeken op het terrein sterk gestegen. “Sinds de aanvallen op pony&#039;s in augustus hebben we nog nooit zoveel aanvragen gekregen als nu”, aldus Vercayie. Momenteel staat de teller aan adviesaanvragen al op 555 voor dit jaar, terwijl er 278 bezoeken werden gepleegd. “Bij een kwart van de adviesbezoeken ondersteunen we effectief ook bij het aanpassen van de omheining. Dan komt één van onze adviseurs met wat vrijwilligers langs.” Tien procent van de bezoeken en ondersteuning is bij professionele landbouwbedrijven, het gros bij hobbyboeren.Het groeiende aantal steunaanvragen bij Wolf Fencing Team symboliseert volgens Vercayie het belang van de vzw, die haar diensten gratis ter beschikking stelt. Ondanks dit vermeende belang draait de provincie Limburg nu de subsidiekraan dicht. &quot;Wij vinden dat onbegrijpelijk. We kregen dit voorjaar nog signalen van de provincie dat ze de hulp wilden verderzetten, maar dat blijkt nu niet te zijn.&quot; Op zoek naar alternatieve financieringWolf Fencing Team is nu op zoek naar alternatieve financiering. Kortstondig is overwogen om boeren en hobbyboeren geld aan te rekenen voor haar diensten, maar hiervan is afgezien. “Dat zou drempelverhogend werken”, aldus Vercayie. Hij benadrukt het belang van een degelijke wolfwerende omheining. “Wolfwerende omheiningen zijn dé manier om schade te voorkomen. Tot nu toe is er nog geen enkel geval geweest in Vlaanderen waarbij er een aanval was in een wei met een goede wolfwerende omheining, dus dat helpt echt wel.&quot;De vzw heeft inmiddels een lijntje uitgegooid naar het kabinet van Vlaams minister van Landbouw en Natuur, Jo Brouns (cd&amp;amp;v). Zijn kabinet reageert voorlopig afwachtend op het nieuws over het wegvallen van de Limburgse subsidie. “Vanuit Vlaanderen blijven we ook instaan voor een basisfinanciering van het Wolf Fencing Team, maar wat er nu moet gebeuren door het wegvallen van de provinciale subsidies, dat moeten we nog even bekijken”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-11-24T12:42:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriep rukt snel op: opnieuw besmetting bij pluimveebedrijf in buurt van Gembloux]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriep-rukt-snel-op-opnieuw-besmetting-bij-pluimveebedrijf-in-buurt-van-gembloux" />
            <id>https://vilt.be/58253</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De vogelgriep grijpt snel om zich heen. Na vier nieuwe besmettingen op ongeveer evenveel dagen, laat het Voedselagentschap FAVV weten dat er een nieuwe haard is ontdekt bij een tweede pluimveebedrijf in La Bruyère, bij Gembloux. Het gaat om een vermeerderingsbedrijf met 6.500 dieren, dat zich net buiten de bewakingszone bevindt waar zondag al een bedrijf geruimd werd door vogelgriep.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/af271662-e818-40f5-af43-b7ec33d3ae30/full_width_pluimveeleghenvogelgriep.jpg</image>
                                        <content>FAVV gaf dit weekend al aan dat de circulatie van het vogelgriepvirus hoog is. Dat blijkt ook uit de frequentie waarmee nieuwe besmettingen aan het licht komen. In oktober waren er twee gevallen: één in Houthulst (22/10) en één in Weelde bij Ravels (25/10). Nadien bleef het ongeveer een maand lang stil wat betreft nieuwe besmettingen, maar sinds 20 november duikt het ene geval na het andere op: Dilsen-Stokkem (20/11), het Nederlandse Terhole, vlakbij de Belgische grens (20/11), Kinrooi (22/11), Pelt (23/11) en Gembloux (23/11).Daar komt nu een nieuw geval bij, vlakbij de eerdere uitbraak in het Naamse Gembloux. Een vermeerderingsbedrijf met 6.500 dieren, dat net buiten de 3-kilometerzone ligt van het voorgaande geval, stelde sinds zondagochtend verhoogde sterfte vast. Alle dieren van het bedrijf worden meteen geruimd. Een link met de vorige haard in Gembloux is nog niet bevestigd, maar het epidemiologisch onderzoek wordt nog voortgezet.Rond de nieuwe uitbraak is een bijkomende beschermingszone van drie kilometer en een bewakingszone van tien kilometer afgebakend. “Gezien de grote overlapping met de vorige uitbraak, versmelten deze nieuw afgebakende zones integraal met de bestaande zones”, laat FAVV weten. Binnen de 10-kilometerzone moeten alle pluimveehouders, zowel professionele als particuliere houders, hun pluimvee afschermen. In de 3-kilometerzone geldt deze verplichting ook voor andere vogels.</content>
            
            <updated>2025-11-24T16:13:34+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Clarinval voorziet steun voor landbouwers bij overstap naar e-facturatie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/clarinval-voorziet-steun-voor-landbouwers-bij-overstap-naar-e-facturatie" />
            <id>https://vilt.be/58254</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Net als alle btw-plichtige ondernemingen moeten ook de landbouwers vanaf 1 januari 2026 overstappen op elektronische facturatie. De federale regering voorziet twee fiscale stimulansen om landbouwers te helpen bij die overstap. “De landbouwsector is een sector waar de digitale transitie een uitdaging blijft. Met deze fiscale stimuli helpen we landbouwers om deze stap vlot en geleidelijk te zetten”, aldus David Clarinval, minister van Landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eaa523c7-b9b0-442f-9ee8-8ea40c8090af/full_width_laptop-computer.jpg</image>
                                        <content>De overstap naar elektronische facturatie betekent dat alle btw-plichtige ondernemingen vanaf 1 januari 2026 in staat moeten zijn om facturen te ontvangen en uit te schrijven via het Peppol-netwerk, zowel voor hun aan- als verkopen. Alle landbouwbedrijven, of ze nu onder het forfaitaire of onder het algemene btw-stelsel vallen, zullen aan die verplichting moeten voldoen. Al geldt er een uitzondering voor bedrijven die niet zijn geregistreerd in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO).&quot;Nodige investeringen beperken&quot;De verplichting tot e-facturatie roept volgens minister Clarinval vragen op over de kosten, de complexiteit van de digitale tools en de extra administratie. Om de betrokken landbouwers te begeleiden, heeft de regering twee fiscale stimulansen voorzien om de digitale transitie voor kmo’s en zelfstandigen te ondersteunen. “Er bestaan vandaag al betaalbare, en zelfs gratis softwareoplossingen, maar toch willen we met deze maatregelen ervoor zorgen dat de nodige investeringen gevoelig lager uitkomen”, zegt de minister.Zo is er sinds 1 januari 2025 de digitale investeringsaftrek van 20 procent. Voor de aanslagjaren 2024 tot 2027 kunnen kmo’s en zelfstandigen die gebruik maken van abonnementsformules een verhoogde aftrek van 120 procent toepassen op de facturatiesoftware en de opgelopen advieskosten om zich in regel te stellen met de nieuwe verplichtingen. Bovendien komt het te betalen supplement voor een bestaand softwareabonnement in aanmerking voor de verhoogde aftrek van 120 procent, op voorwaarde dat dit supplement apart op de factuur vermeld staat.“De digitalisering van de facturatie is een belangrijke stap richting administratieve vereenvoudiging. Toch ben ik me ervan bewust dat voor de landbouwers, een beroep dat al een grote veelzijdigheid vergt, de digitale transitie een obstakel kan vormen. Net daarom voorzien we fiscale stimulansen, zodat de financiële impact beperkt blijft en alle landbouwers de stap naar e-facturatie vlot kunnen zetten”, stelt Clarinval.Webinar &#039;Peppol&#039; van Boeren op een KruispuntBoeren op een Kruispunt, de hulporganisatie voor Vlaamse land- en tuinbouwers, waarschuwde eerder al voor een moeilijke introductie van de verplichting. “Veel boeren zijn digitaal ongeletterd, vooral bij oudere landbouwers komt dat voor. Sommigen hebben zelfs geen computer”, zei directeur Els Verté hier eerder over. Om landbouwers te helpen om de overstap naar e-facturatie te maken, organiseert Boeren op een Kruispunt op dinsdag 25 november om 13 uur een webinar ‘Peppol voor landbouwers’. De interesse van landbouwers bij een eerdere cursus over Peppol was al groot.</content>
            
            <updated>2025-11-24T16:40:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[10.000 boeren trekken naar Brussel tegen Mercosur, maar hoe groot is de bedreiging nu echt?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/10000-boeren-trekken-naar-brussel-tegen-mercosur-maar-hoe-groot-is-de-bedreiging-nu-echt" />
            <id>https://vilt.be/58255</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>10.000 boeren trekken op 18 december naar Brussel om de toenemende ‘rookgordijn’-benadering van de EU ten aanzien van de landbouw aan de kaak te stellen. Het protest gaat uit van het Europese koepel van landbouworganisaties Copa-Cogeca, en richt zich met name op de hervorming het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en het Mercosur-handelsakkoord. Maar wat zal het Mercosur-akkoord precies voor ons betekenen? Op de commissie Landbouw van het Vlaams parlement werden de mogelijke gevolgen toegelicht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="suiker" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3b666505-0dde-4d1e-9d72-f42a943f7dbb/full_width_boerenprotestmercosur-fugea.jpg</image>
                                        <content>“Sinds 2024 hebben landbouwers de EU consequent gewaarschuwd hoe buitensporige regelgeving en hervormingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en de begroting de landbouw beperken”, meldt Copa-Cogeca. “Net als het streven om onaanvaardbare handelsovereenkomsten te sluiten, zoals met Mercosur.”Copa-Cogeca noemt Mercosur een ‘historische fout’. De protestdag zal aanvangen enkele uren voordat voorzitter Von der Leyen naar Brazilië vertrekt om de Mercosur-overeenkomst te sluiten. Bovendien zal de Europese Raad die dag samenkomen voor de toekomstige EU-begroting.“Ongeveer 40 landbouworganisaties uit heel Europa hebben hun deelname al bevestigd”, meldt Copa-Cogeca. “We verwachten dat 10.000 boeren een krachtige en eensgezinde boodschap aan de Commissie zullen overbrengen.” Onder meer landbouworganisatie Boerenbond tekent present.Wat betekent Mercosur voor België?Hoe terecht is de bezorgdheid om Mercosur? Zelfs landen die op het eerste gezicht &amp;nbsp;amper geïmpacteerd worden, zullen de neveneffecten voelen van de veranderende wereldhandel. Om de precieze gevolgen van het Mercosur-handelsakkoord goed in te schatten, werden handelsexperts Maarten Catrysse (Vlaams Agentschap Landbouw en Zeevisserij) en Erik Vanderheyden (Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken) ingeschakeld voor een hoorzitting op het Vlaams parlement. De centrale vragen waren hoe het gelijk speelveld gegarandeerd blijft, hoe betrouwbaar de Europese en Zuid-Amerikaanse controlesystemen zijn voor agrovoedingsproducten, en welke economische gevolgen het Mercosurakkoord met zich mee zal brengen.Met name onze suiker-, rundvlees- en pluimveesectoren lopen het risico de dupe te zijn van dit akkoord. Door het schrappen van handelstarieven, zullen deze middelen veel goedkoper worden dan wat we zelf produceren. Voor andere sectoren, zeker de aardappelproducten, liggen er dan weer kansen in het verschiet. Mercosur heft geen tarieven meer op aardappelproducten, net als voor appelen en peren, kaas, varkensvlees, groenten, mout, sterke dranken, groente- en fruitbereidingen en chocolade en zoetwaren. De afzet richting Zuid-Amerika wordt voor deze sectoren dus interessanter. Kleine rechtstreekse import is maar schijnWie enkel kijkt naar de huidige Vlaamse handelscijfers, zal de impact van het Mercosurakkoord minimaliseren. De import van Mercosur-rundvlees in Vlaanderen is gering. In 2024 kochten we zo’n 4.000 ton rundvlees van de Mercosurlanden, vooral uit Brazilië. Een peulschil, wetende dat onze totale import van rundvlees 50.000 ton bedraagt. Voor pluimvee en suiker is het Mercosuraandeel nog kleiner. Vlaanderen heeft in 2025 slechts 4.000 ton pluimveevlees ingevoerd uit Mercosur, terwijl onze totale import 250.000 ton bedraagt. Wat suiker betreft importeerde Vlaanderen 1.730 ton uit Mercosur. Opnieuw een miniem aandeel vergeleken met het totaal: Vlaanderen importeerde in 2024 1.170.000 ton suiker. Maken deze sectoren zich dus druk om niets? Vlaanderen heeft relatief veel afzet naar de buurlanden. Als zij plots overrompeld worden door export vanuit Mercosur, dan kan dat zeer snel gevolgen hebben “De cijfers geven een vertekend beeld, want het lijkt alsof Mercosur maar een klein deel uitmaakt van de Vlaamse markt”, zegt Catrysse. “Maar zelfs als een product niet rechtstreeks bij ons binnenkomt, kan het via een andere weg impact hebben. We zijn een eengemaakte markt, en Vlaanderen heeft relatief veel afzet naar de buurlanden. Als zij plots overrompeld worden door export vanuit Mercosur, dan kan dat zeer snel gevolgen hebben.” RundvleesHet akkoord bepaalt voor gevoelige sectoren een ‘tariefcontingent’. Dat zijn de maximale tonnages waaraan producten aan een verlaagd of nultarief de EU binnenkomen. Is dit ‘tariefcontingent’ bereikt, dan gelden de oude tarieven.Wat rundvlees betreft, mag 99.000 ton rundvlees naar Europa worden verscheept aan een verlaagd tarief van 7,5 procent. Dit plafond zal de eerst jaren nog een stuk lager liggen en wordt in de loop van vijf jaar uitgerold, net als bij andere producten onderhevig aan een dergelijk plafond. De verdeelsleutel voor deze 99.000 ton rundvlees bestaat voor 55 procent uit vers rundvlees en voor 45 procent uit bevroren rundvlees.Een belangrijke kanttekening is dat ook de bestaande tarieven voor de Hilton-quota worden geschrapt. De Hilton-quota gelden voor de hoogwaardige sneden rundvlees die vandaag aan tarieven van 20 procent worden ingevoerd. De Hilton-quota zijn van toepassing op onder andere de VS, Australië en Nieuw-Zeeland, maar ook de Mercosurlanden. “We verwachten dat er ook voor deze producten voelbare gevolgen zullen zijn”, zegt Catrysse. KippenvleesWat pluimvee betreft mag er 180.000 ton tariefvrij naar de EU worden ingevoerd, goed voor 1,3 procent van de Europese consumptie. De verdeelsleutel bedraagt 50 procent voor pluimvee zonder been en 50 procent voor pluimvee met been. Ook hier geldt een transitieperiode van vijf jaar, waarbij de tonnages aanvankelijk lager zullen liggen.“Om die 180.000 ton bijkomend te kaderen: dit komt overeen met één jaar groei van de sector die we momenteel zien”, zegt Catrysse. De invoer van deze tariefvrije quota, zouden in praktijk dus hetzelfde betekenen als een jaar zonder groei in de Europese pluimveesector. Suiker en ethanolBrazilië mag tot 180.000 ton ruwe rietsuiker tariefvrij exporteren naar de EU. Daarna geldt een tarief van 98 euro per ton. Paraguay mag daarbovenop nog eens 10.000 ton tariefvrij exporteren. Speciale suikers, zoals fructose, zijn uitgesloten van de overeenkomst.Wat ethanol betreft mag er 450.000 ton aan nultarief geïmporteerd worden voor gebruik in de chemische industrie. Voor alle andere toepassingen geldt er een plafond van 200.000 ton ethanol, niet aan een nultarief maar aan 19 euro per hectoliter. Ook hier geldt een transitieperiode van vijf jaar, waarin er langzaam naar deze plafonds wordt toegewerkt.Hoewel onze suikerimport vanuit Mercosur miniem is, zullen onze producenten het toch moeilijker krijgen op de Europese eengemaakte markt. Catrysse wijst erop dat onze suikersector nu al een moeilijke periode doormaakt en dat dit wellicht niet zal beteren wanneer we op de Europese markt moeten concurreren met goedkoop suiker uit Mercosur. Overige productenDe overige gevoelige producten waarvoor we tariefcontingenten kennen, zijn varkensvlees, honing, rijst, kaas en look. Het gaat voor varkensvlees om 25.000 ton aan een verlaagd tarief van 83 euro per ton. Voor honing, rijst, kaas en look gelden nultarieven voor respectievelijk 45.000 ton, 60.000 ton, 30.000 ton en 15.000 ton. Ook voor babyvoeding, melkpoeder, eieren, zoete maïs, gewone maïs en sorghum worden tariefcontingenten ingesteld. In sommige gevallen zijn deze wederkerig: ook Mercosur zal bij sommige producten een plafond instellen voor de voordelige tarieven. Wederkerigheid en marktgarantiesGlobaal gezien schaft de EU 92 procent van de invoerheffingen af op Mercosurproducten, en Mercosur 91 procent van alle heffingen op EU-producten. Voor industriële goederen liberariseert de EU 100 procent van alle tarieven, Mercosur 90 procent. Maar waar de EU slechts voor 81 procent van de agrovoeding de tarieven afschaft, doet Mercosur dat voor 95 procent van alle producten.Bovendien zijn er vrijwaringsmechanismen om ernstige marktverstoring te voorkomen. Zo worden zowel de prijs als het invoervolume van alle producten frequent gemonitord. Als er sprake is van mogelijke marktschade, dan komt er een onderzoek. Concreet kan het dus gaan om toegenomen invoervolumes (meer dan 10%) gepaard met prijzen die aanzienlijk lager liggen (verschil van meer dan 10%) dan de gemiddelde EU-prijs. Welke agrovoedingsproducten winnen bij Mercosur?Er zijn agrovoedingssectoren die net munt kunnen slaan uit de Mercosurdeal. Catrysse ziet de grootste opportuniteiten voor (diepgevroren) aardappelproducten. “We spelen hier nu al een centrale rol binnen de EU-export”, zegt Catrysse. “Afschaffing van het 14%-tarief biedt een bijkomende groeikans voor deze sector. Aardappelbereidingen waren goed voor 21 miljoen euro waarde in 2024.” De populairste Europese voedingsproducten binnen Mercosur, zijn olijven en olijfolie. Niet bepaald een sector waar Vlaanderen veel toe kan bijdragen.Wat betreft kaas en zuivel is de export momenteel beperkt, maar volgens Catrysse is er potentieel. Niet enkel voor kaas, maar ook voor melkpoeder en andere verwerkte producten. De handelsovereenkomst biedt voor appelen en peren wel herstelpotentieel, gezien het verlies van de Russische markt Wat vers fruit betreft is onze export naar Mercosur zeer gering. “Maar de handelsovereenkomst biedt voor appelen en peren wel herstelpotentieel, gezien het verlies van de Russische markt”, zegt Catrysse.Ook voor andere Belgische specialiteiten ziet Catrysse veel potentieel. “Alcoholische dranken, groenten, chocolade en zoetwaren zitten in de top 15 van de meest populaire producten in Mercosur. Er zijn dus duidelijke kansen voor deze sectoren.”Kunnen we de gemaakte beloftes vertrouwen?Tot zover Mercosur op papier: een handelsdeal met voor- en nadelen voor Europa. Toch was er in het Vlaams parlement enige argwaan voor hoe doeltreffend Europa onze belangen zal beschermen.Alle producten die we importeren uit Mercosur, zullen – in theorie – aan de Europese productstandaarden voldoen. Wat betreft de productiestandaarden, kunnen we minder eisen stellen. Een voorbeeld: De EU mag niet bepalen welke gewasbeschermingsmiddelen een derde land mag gebruiken. Het kan wel eisen stellen over de achtergebleven residu op het eindproduct.De strenge EU-normen voor voedselveiligheid zullen dus gelden voor Mercosurproducenten die naar Europa willen exporteren. Er volgen ook audits op de naleving van de voedsel- en voederwetgeving. De regels rond plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen zullen gelijk zijn aan de Europese standaard, net als die voor diergezondheid en dierenwelzijn. Als de MRL’s overschreden worden, komt een product niet op de markt. Zo simpel is het Mercosurgoederen zullen aan de grens worden gecontroleerd. Zo’n 13 tot 15 procent van wat wordt geïmporteerd zal aan zo’n controle onderhevig zijn. Eens de producten op de markt zijn, volgen aanvullende controles, bijvoorbeeld op de MRL’s (maximale residulimieten) voor gewasbescherming. Ook op Zuid-Amerikaanse bodem zullen er inspecties gebeuren om te kijken of alles volgens de regels verloopt. “Als de MRL’s overschreden worden, komt een product niet op de markt. Zo simpel is het”, zegt Catrysse.“Maar de vraag blijft: kunnen we alles ook controleren?”, zegt Catrysse. “Wat betreft dierenwelzijn komt er een gestructureerde dialoog en informatieuitwisseling. De EU voert audits uit ter plaatse en werkt samen met de Mercosurautoriteiten om te kijken hoe we dit kunnen bevorderen.” Wat betreft milieu staat het Parijsakkoord ingeschreven als essentieel element van het handelsverdrag. Niet-naleving zou kunnen resulteren in een gedeeltelijke of volledige opschorting van het EU-Mercosurakkoord.Vlaams parlement toont argwaanDe Vlaamse parlementsleden toonden enige argwaan tegenover het Mercosurakkoord. Arnout Coel (N-VA) vroeg zich af wat de prijsimpact zal zijn op agrovoedingsproducten, zelfs wanneer de beloofde maatstaven worden gehanteerd. Leo Pieters (Vlaams Belang) stelde zich vragen bij hoe correct de controles op Mercosurproducten zullen verlopen, zeker wat betreft de zelfcontrole die uitgevoerd door de Mercosurlanden zelf. Zorgen die ook gedeeld werden door Bart Dochy (cd&amp;amp;v), die het recente plofkippenschandaal uit Brazilië aanhaalde. Maar waar de pluimveesector de zorgen nog enigszins kan sussen dankzij groeiende consumptiecijfers, vindt Dochy vooral de vooruitzichten voor rundvlees en suiker zorgwekkend. Met name omdat Mercosurlanden rietsuiker exporteren aan een veel goedkopere prijs dan ons bietensuiker. Ze zullen niet allemaal hun standaarden optrekken, want veel Mercosurproducenten exporteren naar China Beperkt aantal Mercosurproducenten zal naar EU uitvoerenErik Vanderheyden nam het eerste salvo in dit vragenvuur voor zich. Wat betreft de controlesystemen: “De EU zal in de vorm van DG Santé het controlesysteem in de Mercosurlanden regelmatig auditen en zien of de controles robuust en geloofwaardig zijn”, zegt hij. “Het is ook niet zo dat élke Mercosurproducent mag uitvoeren naar de EU, enkel zij die daarvoor goedgekeurd zijn. Als we het systeem onvoldoende robuust vinden, dan wordt de invoer volledig stilgelegd. Dat is niet zo lang geleden al eens gebeurd met Braziliaans rundvlees, omdat de EU de traceerbaarheid onvoldoende vond. De volledige export van vrouwelijk vee werd toen stopgezet. Er zijn zo nog voorbeelden.”Catrysse merkt op dat de import van Braziliaans bevroren rundvlees nu al aan verhoogde controles is onderworpen.Een optimist kan geloven dat het Mercosurakkoord dus een golf van duurzame landbouw zal teweegbrengen in Zuid-Amerika. Vanderheyden betwijfelt dat. “Ze zullen niet allemaal hun standaarden optrekken, want veel Mercosurproducenten exporteren naar China. Laten we dat niet vergeten. Veel producenten zien geen reden om te werken naar bepaalde standaarden, als ze toch niet willen uitvoeren naar de EU.”Vanderheyden wijst er ook nog op dat verordeningen zoals de ontbossingswet (EUDR) eveneens importeurs richting gelijkwaardige productiestandaarden duwen. De concrete prijsimpact is moeilijk in te schatten Volume gekend, prijsimpact nietDe vraag van Coel naar de concrete prijsimpact van Mercosur, konden de experten niet beantwoorden. “Dat is moeilijk in te schatten”, zegt Catrysse. “Het betreft niet enkel import en export, maar ook dierziekten en geopolitieke verschuivingen.”De prijsimpact is dus niet gekend, maar het verwachte exportvolume is dat wel. Naar schatting van de EU zullen Mercosurlanden hun exportvolume richting Europa opschroeven met zo’n vijf procent, duidt Catrysse. De expert wijst er ook op dat het tariefcontingent voor suiker richting Europa relatief beperkt kan aanschouwd worden, al neemt dat de economische impact niet weg.Bekijk de volledige hoorzitting in het Vlaams parlement in de onderstaande video.</content>
            
            <updated>2026-01-07T12:59:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Begrotingsakkoord verhoogt btw op gewasbeschermingsmiddelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/begrotingsakkoord-verhoogt-belasting-op-pesticiden-en-aardgas" />
            <id>https://vilt.be/58256</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Volgens de eerste berichten over het federaal begrotingsakkoord blijft ook de land- en tuinbouwsector niet gespaard van de aangekondigde belastingverhogingen. De regering wil de btw op gewasbeschermingsmiddelen optrekken, wat voor veel landbouwers neerkomt op een extra kost van negen procent.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f496728d-f49d-4d77-8bbe-7d10624155e5/full_width_spruiten-in-de-ieper-regio-december-2023.jpg</image>
                                        <content>Na heel wat stroeve onderhandelingsgesprekken werd maandag uiteindelijk een akkoord gevonden tussen alle regeringspartijen over de begroting. Met een nieuw pakket aan maatregelen plant de regering deze legislatuur om het gat in de begroting met 9,2 miljard euro te verkleinen. Tussen de voorlopig bekende maatregelen zit ook een belastingverhoging die veel landbouwers zullen raken.Kostprijsverhoging van 9 procent Verschillende producten en diensten zullen binnenkort onder een hoger btw-tarief vallen. Eén van die producten zijn gewasbeschermingsmiddelen, waarvan de btw van 12 naar 21 procent zou stijgen. De impact van deze regel voor land- en tuinbouwers is afhankelijk van het btw-stelsel dat ze gebruiken.In België kunnen land- en tuinbouwers kiezen uit twee btw-stelsels. In het gewone stelsel kunnen ze de betaalde btw terugvragen, waardoor een btw-verhoging voor hen weinig effect heeft. Daarnaast bestaat de forfaitaire landbouwregeling. Landbouwers in dat systeem kunnen geen btw aftrekken op hun aankopen, maar moeten in ruil de zes procent btw aangerekend bij de verkoop van hun producten niet afdragen.“Tussen de 50 en 60 procent van de landbouwbedrijven werkt met de forfaitaire landbouwregeling”, duidt Bart Delarue van SBB Accounts &amp;amp; Adviseurs. “Deze bestaan vooral uit kleinere, minder kapitaalintensieve bedrijven. Het zijn ook die landbouwers die de verliezers zijn bij een btw-verhoging op gewasbeschermingsmiddelen. Bij hen wordt de aankoop effectief duurder met negen procent.” Landbouw als strategische sector? Men handelt er niet naar Landbouworganisatie Boerenbond kan de gevolgen van het begrotingsakkoord voorlopig moeilijk duiden. “Zonder de definitieve teksten is het moeilijk om een inschatting te maken&quot;, klinkt het. &quot;Maar elke maatregel die de competitiviteit van onze landbouwbedrijven onder druk zet, is een stap in de verkeerde richting als het aankomt op duurzame, veilige en lokale voedselvoorziening. Het leidt tot vertragingen in investeringen en de verdere verduurzaming van de sector. Iedere beleidsniveau benoemt ons als een strategische sector, maar handelt er nog niet naar.”BBL: “Opstap naar fiscaal kader rond belastende stoffen voor milieu”Volgens Bond Beter Leefmilieu is de verhoging van de btw een eerste stap om schadelijke stoffen te belasten op basis van hun milieu- en gezondheidsimpact. “Ze kan dienen als opstap voor een fiscaal kader voor pesticiden en kunstmest dat ons leefmilieu beschermt&quot;, klinkt het. </content>
            
            <updated>2025-11-25T00:26:44+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Westhoek heeft een derde van kortetermijnacties waterplan al uitgevoerd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/westhoek-heeft-een-derde-van-korte-termijnacties-waterplan-al-uitgevoerd" />
            <id>https://vilt.be/58257</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een derde van de kortetermijnacties die de Taskforce Weerbare Westhoek heeft geformuleerd, zijn vandaag al afgerond. In 2023 beleefden landbouwers na een reeks kurkdroge zomers <a href="https://vilt.be/nl/nieuws/boeren-uit-westhoek-houden-hard-vast-bij-aanhoudende-regen" target="_blank" target="_blank">het andere uiterste</a>: hele gebieden rond het IJzerbekken stonden blank. Een actieplan werd toen afgekondigd om waterrampen in de toekomst te vermijden. De TaskForce is op koers voor de deadline van 2028.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ef2c515c-0311-4602-9ade-1d84786af521/full_width_wateroverlastoverstromingneerslag-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Honderd jaar geleden werd de IJzervlakte opzettelijk blank gezet om de Duitse opmars te stuiten, vandaag houden we het liever droog. Het kortetermijnactieplan van Weerbare Westhoek is dan ook al voor een derde afgevinkt. Intussen wordt gewerkt aan de formulering van de acties op middellange en lange termijn om het IJzerbekken voor te bereiden op zowel natte als droge perioden. Ook de bewaking van de waterkwaliteit is prioritair.Vele terreinwerken afgerondDe taskforce kan al enkele zichtbare resultaten voorleggen. Begin dit jaar was er een slibruiming op de Oude Veurnevaart. Vorige maand startten de baggerwerken in het kanaal Ieper-IJzer. Eind dit jaar is de IJzer aan de beurt en wordt de rivier voor het volledige traject van Roesbrugge tot Nieuwpoort op diepte gebracht. Deze ingrepen dragen bij aan een betere waterafvoer, verhoogde veiligheid en een vlottere bevaarbaarheid van de rivier. De Vlaamse Waterweg versterkt haar onderhoudsinspanningen en zet in op vernieuwing van haar infrastructuur. Ook voor enkele onbevaarbare waterlopen is de afvoercapaciteit verhoogd na slibruiming. De Vlaamse Milieumaatschappij verwijderde ongeveer 10.000m³ slib uit de Houtensluisvaart en 15.000m³ slib uit de Stenensluisvaart. Beide waterlopen zorgen voor de afvoer van het overstromingswater vanuit de IJzer dat in het broekengebied tijdelijk gebufferd wordt bij hoge regenval. De provincie West-Vlaanderen legde gecontroleerde overstromingsgebieden aan, onder andere aan de Blekerijbeek in Ichtegem.De Vlaamse Landmaatschappij maakt concrete inrichtingsdossiers mogelijk door het aankopen en ruilen van gronden zoals in Roesbrugge, Leisele en in het stroomgebied van de Machuitbeek.Sommige maatregelen zijn niet zichtbaar, maar wel belangrijk. 50 van de 75 kortetermijnacties zijn pure terreinmaatregelen, maar daarnaast wordt ook studiewerk verricht en ingezet op communicatie en sensibilisering.Drie kortetermijnacties zijn nog niet opgestart. Ze houden verband met de optimalisering van de elektromechanische installatie van de sluizen in Nieuwpoort en Veurne. Deze acties starten samen op na de afronding van de lopende modelleringsopdracht, vermoedelijk in de loop van 2026. &#039;Blitzstart&#039;Waarnemend gedelegeerd bestuurder en covoorzitter van de taskforce Krista Maes zegt dat de groep op koers is om de de acties op korte termijn zoals voorzien tegen eind 2028 af te ronden. Acties voor de lange termijn zullen eind 2026 worden voorgelegd aan de Vlaamse regering.“Tijdens het eerste jaar namen we een blitzstart” zegt West-Vlaamse provinciegouverneur en covoorzitter van de taskforce Carl Decaluwé. (cd&amp;amp;v) “We willen zo snel mogelijk klaar zijn met de kortetermijnmaatregelen om een herhaling van de dreiging eind 2023 te vermijden.”“We moeten versnellen en samenwerken, ook met Frankrijk, om de Westhoek structureel te beschermen’, laat de gouverneur nog weten.Taskforce Weerbare Westhoek bestaat uit vertegenwoordigers van De Vlaamse Waterweg nv, de Vlaamse Milieumaatschappij, de Vlaamse Landmaatschappij, het West-Vlaamse provinciebestuur, de betrokken polderbesturen en experten.</content>
            
            <updated>2025-11-25T15:34:51+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Op stap met een dierenarts: "Minder antibioticagebruik is logisch gevolg van goed gezondheidsmanagement”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minder-antibioticum-niet-hoofddoel-maar-welkom-gevolg-preventieve-gezondheidszorg" />
            <id>https://vilt.be/58258</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met diverse maatregelen heeft melkveehouder Phille Renders het antibioticagebruik op zijn melkveebedrijf in Rijkevorsel de voorbije jaren fors teruggebracht. Hij wordt hierbij geassisteerd door dierenarts Jeroen Van den Bulck. “Minder dierziektes is het hoofddoel, een verminderd antibioticagebruik is hierbij het welkome gevolg”, vertelt hij. We treffen de dierenarts op het bedrijf van Renders tijdens de “Internationale week van de sensibilisering voor verstandig gebruik van antibiotica”, die liep van 18 tot 24 november.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="antibiotica" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee7437fd-fbe9-4167-8720-d76e176c2c41/full_width_vaccinatie-op-het-bedrijf-van-renders.jpg</image>
                                        <content>De “Internationale week van de sensibilisering voor verstandig gebruik van antibiotica” is een bewustwordingscampagne waarbij organisaties over de hele wereld de risico’s van antibioticagebruik belichten. Namens België maakt AMCRA zich als kenniscentrum sterk voor de reductie van het antibioticagebruik in de veehouderij.Antibioticagebruik kan leiden tot resistente bacteriën en dat vormt een bedreiging voor zowel de gezondheid van mensen als van dieren. “Resistente bacteriën kunnen overgedragen worden van dier op mens en andersom, door direct contact of indirect via de omgeving. Een ‘One Health’-aanpak die mens, dier en milieu integreert vormt de basis van het antibioticumbeleid in België”, klinkt het. Humane en dierlijke gezondheidszorgDierenarts Van den Bulck is zich sterk bewust van deze risico’s, maar ziet tegelijk dat de veehouderij op sommige vlakken voorloopt op de humane geneeskunde. “Ik heb zelf drie keer antibiotica gekregen voor een ontsteking. Achteraf beschouwd was dat misschien niet nodig. In de humane geneeskunde wordt vaak sneller naar antibiotica gegrepen dan in de veehouderij.”Het blijkt moeilijk een gezamenlijk bedrijfsbezoek in te plannen met de dierenarts, die met zijn dierenartsenpraktijk actief is in de Noorderkempen. Het werk van een dierenarts blijkt grillig en onvoorspelbaar. Een afspraak in de voormiddag wordt verschoven naar de namiddag omdat hij moet assisteren bij een keizersnede bij een vleesveehouder. Ook de middagafspraak verschuift naar de avond omdat er tal van noodbezoeken tussenkomen.Phille Renders, die samen met zijn vader een melkveebedrijf met 180 koeien runt, is dan ook opgelucht wanneer de dierenarts uiteindelijk rond 17 uur arriveert. Om hem te assisteren heeft hij één van zijn broers bereid gevonden om te helpen bij het avondmelken. Terwijl Renders een kalf vasthoudt, vaccineert Van den Bulck het dier. Veel vaccineren om ziektes te voorkomenHet vaccin, dat op vier en acht weken wordt toegediend, beschermt tegen vier soorten griep. Om kalveren te beschermen tegen diarree worden droogstaande koeien kort voor het afkalven gevaccineerd. “Ook het melkvee wordt gevaccineerd tegen verschillende soorten diarree, blauwtong type 3 en 8, en EHDV”, zegt Renders. “Als het van mij afhangt, komt daar nog een vaccin tegen IBR bij. Je ziet steeds meer IBR-haarden ontstaan. Het risico wordt te groot.”Volgens Van den Bulck slaagt de familie Renders er dankzij dit vaccinatiebeleid in om het aantal dierziektes sterk te beperken. “En door ziektes te voorkomen en daarmee melkuitval te vermijden, hoef je minder snel naar antibiotica te grijpen. Minder antibioticagebruik is niet het hoofddoel, maar een logisch gevolg van goed gezondheidsmanagement.” Impact van vroege detectie en huisvestingRenders bevestigt dat. Hij merkt bovendien dat koeien die eerder antibiotica kregen soms resistentie ontwikkelen, waardoor het middel minder effectief wordt. Om die reden investeerde hij een jaar geleden in een apparaat dat op basis van melkstalen uierontstekingen kan analyseren. “Er zijn vier types uierontsteking, en één daarvan kan behandeld worden zonder antibiotica.”Door deze aanpak daalde het antibioticagebruik aanzienlijk. In het AB-register, de databank waarin het gebruik wordt geregistreerd, behaalt het bedrijf ondertussen de hoogste score in vier categorieën. Ook een verbeterde jongveestal draagt daaraan bij: enkele jaren geleden werd het dak geïsoleerd en een ventilatiesysteem geplaatst. “De leefomgeving is veel beter geworden en we zien duidelijk minder gezondheidsproblemen bij het jongvee”, vertelt Renders.Van den Bulck vertelt dat Renders tot de best scorende bedrijven in zijn dierenartsenpraktijk behoort op het vlak van antibioticagebruik. Veel problemen zijn volgens hem te herleiden tot slechte huisvesting. “En op dat vlak werkt het stikstofarrest jammer genoeg remmend: door vergunningsproblemen wordt investeren in betere huisvesting al een aantal jaren bemoeilijkt.” Veel gezondheidsproblemen zijn te herleiden tot slechte huisvesting. Het stikstofarrest werkt daarbij remmend: door vergunningsproblemen wordt investeren in betere huisvesting al een aantal jaren bemoeilijkt Na een rondgang door de stal vertrekt Van den Bulck alweer naar de volgende afspraak. “Er belde net een rundveehouder voor een keizersnede en daarna moet ik nog naar een hobbyboer met een mank dier.”Alsof zijn agenda nog niet voldoende gevuld is met dierenartsenwerk, helpt de dierenarts naast zijn fulltime job mee op het landbouwbedrijf van zijn vrouw Nele Verheyen. Zij runt De Kruishoeve in Westmalle, een vleesveebedrijf met hoeveverkoop. Sinds 2017 werkt het bedrijf met Black Angus-koeien, aangekocht in Engeland. Antibioticagebruik in de veehouderijBinnen het “One Health”-beleid van de Belgische overheid zijn de resultaten in de dierlijke sector bemoedigend. Sinds 2011 is de totale verkoop van antibiotica in de dierlijke sector in België met 59,9 procent gedaald. Sinds 2017 wordt het antibioticagebruik op landbouwbedrijven met varkens, vleeskalveren, vleeskuikens en leghennen nationaal geregistreerd en centraal verzameld. Sinds 2023 is de datacollectie uitgebreid naar rundvee, kalkoenen en andere categorieën pluimvee.Deze datacollectie en -analyse laten toe om het antibioticagebruik te meten op bedrijfsniveau en dus ook te benchmarken. “De communicatie van de resultaten op bedrijfsniveau verhoogt de bewustwording bij de betrokkenen”, klinkt het bij AMCRA. Ook de “Internationale week van de sensibilisering voor verstandig gebruik van antibiotica” moet de bewustwording vergroten.</content>
            
            <updated>2025-11-25T21:08:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriep: Eerste menselijke H5N5-infectie in VS loopt dodelijk af]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriep-eerste-menselijke-h5n5-infectie-in-vs-loopt-dodelijk-af" />
            <id>https://vilt.be/58259</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Verenigde Staten melden het eerste menselijke sterfgeval door de zeldzame H5N5-variant van het vogelgriepvirus. Het ministerie van Volksgezondheid van de staat Washington bevestigt dat de besmetting, de allereerste wereldwijd, fataal is afgelopen. Hoewel het risico voor de brede bevolking voorlopig laag blijft, groeit internationaal de bezorgdheid over mogelijke virusmutaties. In Vlaanderen adviseert de Hoge Gezondheidsraad pluimvee- en varkenshouders zich te laten vaccineren tegen de seizoensgriep, om zo het risico op gevaarlijke viruscombinaties te verkleinen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="varken" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/39d31eb1-7b91-4917-84ba-a18ead0d0fd6/full_width_legkippen-vogelgriep.jpg</image>
                                        <content>Net als in Vlaanderen woedt vogelgriep ook in andere landen volop. In Washington overleed een man die sinds november in het ziekenhuis lag met een vogelgriepinfectie. Virologisch onderzoek aan de Universiteit van Washington identificeerde het virus als H5N5, een variant die nooit eerder bij een mens werd vastgesteld. De resultaten werden bevestigd door de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC).Het slachtoffer was een oudere patiënt met onderliggende aandoeningen. Hij raakte vermoedelijk besmet via pluimvee in zijn achtertuin, dat in contact zou zijn gekomen met wilde vogels. &quot;Risico voor bevolking blijft laag&quot;Volgens de gezondheidsautoriteiten wijst niets erop dat dit geval het risico voor de bevolking verhoogt. Het CDC benadrukte eerder dat H5N5 momenteel niet gevaarlijker lijkt dan H5N1, de variant die sinds 2024 al 70 menselijke besmettingen in de VS veroorzaakte, waarvan één dodelijk. In de meeste gevallen gevallen gaat het om milde symptomen bij werknemers op melkvee- en pluimveebedrijven.“Het risico voor de bevolking blijft laag”, klinkt het bij de gezondheidsdiensten van Washington. “Niemand anders die nauw contact had met de patiënt testte positief.” Tot nu toe is er geen bewijs voor overdracht van mens op mens.Toch vraagt het ministerie aan mensen die regelmatig met (wilde of gedomesticeerde) vogels in contact komen om zich te laten vaccineren tegen de seizoensgriep. Dat vaccin voorkomt weliswaar geen vogelgriep, maar vermindert de kans op een gelijktijdige infectie met zowel een menselijke als een dierlijke griepvariant. Waarom dubbele besmettingen zo riskant zijnWereldwijd maken experts zich zorgen dat dierlijke griepvirussen, zoals vogelgriep, zich mengen met menselijke griepvirussen. Dat kan leiden tot een nieuwe variant die zich gemakkelijk van mens tot mens verspreidt.“Griepvirussen kunnen zich met elkaar vermengen en elkaar versterken”, zegt professor Jeroen Dewulf, hoogleraar veterinaire epidemiologie aan de UGent. “Dat kan gebeuren bij mensen die tegelijk besmet raken met een seizoensgriep en een dierlijk griepvirus, zoals vogelgriep of varkensgriep. Ook in varkens kan zo’n mengvirus ontstaan, omdat zij gevoelig zijn voor beide varianten.”Vlaamse campagne voor griepvaccinatie bij veehoudersDaarom adviseert de Hoge Gezondheidsraad pluimvee- en varkenshouders zich te laten vaccineren tegen seizoensgriep. “Wie gevaccineerd is, loopt minder risico om menselijke griep op te lopen. Daardoor verkleint ook de kans dat die menselijke variant in contact komt met dierlijke griep”, aldus Dewulf.Het Departement Zorg is daarom een nieuwe vaccinatiecampagne gestart gericht op pluimvee- en varkenshouders, evenals andere beroepsgroepen die vaak met dieren werken. Voor deze groepen wordt de seizoensgriepprik grotendeels terugbetaald.De vaccinatie is echter slechts één onderdeel van het pakket maatregelen om insleep van vogelgriep of andere infectieziekten op landbouwbedrijven te voorkomen. Strikte bioveiligheid blijft essentieel, benadrukt het departement.Meer info over de campagne op de website van het Departement Zorg.</content>
            
            <updated>2025-11-25T17:14:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Duitsland onderzoekt monopolievorming bij supermarkten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/duitsland-onderzoekt-monopolievorming-supermarkten" />
            <id>https://vilt.be/58260</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Duitse mededingingsautoriteit onderzoekt monopolievorming in de supermarktsector. De vier grote ketens Edeka, Rewe, Aldi en de Schwarz-groep (Lidl, Kaufland) controleren meer dan 85 procent van de markt. De Duitse ngo Rebalance Now stelt dat de dominantie en bijkomende onderhandelingsmacht van de supermarkten lang werd geaccepteerd omdat men hoopte dat dit zou leiden tot lagere consumentenprijzen. Volgens hen werd er weinig aandacht besteed aan de problemen voor producenten, werknemers en het milieu.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="supermarkt" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/85fca251-7a2d-42b5-b6be-24a8cead2889/full_width_retail.jpg</image>
                                        <content>Lage prijzen voor landbouwers en hoge prijzen voor consumenten: dat is volgens Rebalance Now de kostprijs die Duitsland nu betaalt voor de machtsconcentratie in het retaillandschap. Volgens een onderzoek in opdracht van de Europese Commissie zijn basisvoedingsmiddelen in Duitsland relatief duur en is de detailhandel meer geconcentreerd dan bijvoorbeeld in Frankrijk, Polen of bij ons in België.Rebalance Now wijst erop dat het daar niet stopt voor landbouwers. “Een klein aantal bedrijven domineert ook de markt voor belangrijke landbouwgrondstoffen zoals zaden, pesticiden en landbouwmachines”, meldt de organisatie. “Ook de wereldwijde handel in landbouwproducten, de verwerking en de voedselproductie zijn in veel segmenten sterk geconcentreerd.” Duitse landbouwers trekken aan het kortste eindDoor het kleine landschap aan retailers hebben landbouwers slechts beperkte onderhandelingsmacht. Bij een prijsonderhandeling komen ze er vaker wel dan niet bekaaid van af. Bovendien signaleert de ngo oneerlijke handelspraktijken. Zo worden goederen besteld, maar na de oogst niet volledig afgenomen. De boerenprotesten in 2024 brachten de moeilijke situatie van landbouwbedrijven aan het licht.De Duitse mededingingsautoriteit onderzoekt nu hoe de winstmarges zich in de keten hebben ontwikkeld, wie er van de ontwikkelingen profiteert en op welke manier, en welke beleidsmaatregelen passend zijn. Maar de Monopoliecommissie is slechts een adviesorgaan: zij kan aanbevelingen doen, maar heeft geen directe beslissingsbevoegdheid. Uit de tussentijdse resultaten van hun onderzoek besluit de commissie dat de marges van supermarkten en de voedingsindustrie inderdaad stijgen, terwijl de inkomsten van landbouwers dalen.De voorlopige gegevens eindigen voor 2022, dus de meest recente ontwikkelingen zijn nog niet gekend. Wel was er geen enkele periode tussen 2007 en 2022 sprake van prijsverlagingen in de voedingsdetailhandel, ook al waren er prijsverlagingen in de toeleveringsmarkt. Hoe is de situatie in België?Volgens de Duitse ngo Rebalance Now is het Belgische retaillandschap veel diverser dan het Duitse. Retailexpert Silvie Vanhout van Gondola sluit zich daarbij aan. “In België zie ik geen tendens naar monopolievorming. Er zijn veel spelers actief en die beconcurreren elkaar stevig, onder meer met een opeenvolging van promoties.”Carrefour, Delhaize en Colruyt werken elk met een vaste groep landbouwers waarmee ze langdurige contracten afsluiten, legt Vanhout uit. “Daar gaan zware onderhandelingen aan vooraf. Voor landbouwers biedt zo’n contract zekerheid, maar het betekent ook dat ze minder meebewegen met de soms grillige prijsschommelingen op de markt. In die contracten wordt meestal niet gecorrigeerd wanneer de prijzen eigenlijk hoger of lager zouden moeten liggen.”De Duitse praktijk waarbij retailers zonder waarschuwing slechts een deel van de oogst afnemen, speelt in België niet. “Onze landbouwers zijn daarin veel beter beschermd,” benadrukt Vanhout. “De afspraken met landbouwers worden, voor zover ik weet, altijd nagekomen. Fenomenen zoals monopolievorming, die we in Duitsland zien, zijn hier veel minder aan de orde.”</content>
            
            <updated>2025-11-25T16:14:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederlandse melkveehouder wordt eerste "kweekvleesboer" ter wereld]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederlandse-melkveehouder-wordt-eerste-kweekvleesboer-ter-wereld" />
            <id>https://vilt.be/58261</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Van melkkannen naar petrischalen: de Nederlandse melkveehouder Corné van Leeuwen heeft als eerste een kweekvleeslabo neergezet op zijn melkveebedrijf. Dat gebeurde in samenwerking met kweekvleesbedrijf RespectFarms. Zoals gebruikelijk bij kweekvlees zal het uiteindelijke product een hybride samenstelling worden van plantaardig materiaal en dierlijke vetcellen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="kweekvlees" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="vleesvervanger" />
                        <category term="vlees" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/848b3e05-e380-4e84-ae4d-0214c79bfd8d/full_width_respectfarms-team-farmer-cornevanleeuwen-web.jpg</image>
                                        <content>“Grow meat, not animals” is de slogan van het Nederlandse bedrijf RespectFarms, dat wereldwijd samenwerkingen wil opzetten met landbouwers om kweekvlees te produceren. Het idee om een steriele labomgeving te installeren op een traditionele boerderij klinkt op het eerste gezicht vreemd, maar volgens medeoprichter Ira Van Eelen is het juist heel logisch. “Kweekvlees is nooit bedoeld om boeren te vervangen.”Voor melkveehouder Corné voelde kaas maken ooit als een hele leerschool, en de stap naar kweekvlees ziet hij als een vergelijkbare uitdaging. “Hij maakt deel uit van een wereld waar voeding wordt geproduceerd,” zegt Van Eelen. “Cellen hebben voeding, water en energie nodig, allemaal dingen die je op een melkveebedrijf vindt. En steriel werken kan zeker: ook bij het maken van kaas is hygiëne cruciaal.” Aanvullend businessmodelVolgens Van Eelen kan kweekvlees een interessant aanvullend businessmodel vormen voor traditionele landbouwers. Melkveehouder Van Leeuwen verkoopt zijn kaas via de korte keten, en ook zijn toekomstige kweekvleesproducten moeten uiteindelijk in zijn hoevewinkel terechtkomen. Tenminste, zodra Europa daar groen licht voor geeft. Hoewel kweekvlees in enkele landen al op de markt is, wacht de sector in Europa nog op goedkeuring.De kweekvleesunit fungeert dus vooral als praktijkcentrum om te leren hoe kweekvleesproductie de veehouderij kan aanvullen. Onderzoekers ontwikkelen er nieuwe innovaties, maar de dagdagelijkse celkweek wordt uitgevoerd door de melkveehouder. In een finaal concept zou de landbouwer de productie alleen moeten kunnen dragen, zonder externe hulp. Niet honderd procent dierlijkDe komende jaren moet het project ook nog enkele obstakels binnen de kweekvleestechnologie wegwerken. De hoofdfocus ligt nu op ‘hybride producten’: plantaardige voeding verrijkt met dierlijke vetcellen. Van Eelen benadrukt dat dit niet ongewoon is, alle kweekvlees dat vandaag op de markt is, is in feite een hybride tussen plantaardig en dierlijk materiaal.Of een kweekvleesproduct voor 100 procent uit dierlijk materiaal bestaat, vindt Van Eelen niet de kern van de zaak. “Toch niet zolang de beleving hetzelfde is als bij 100 procent echt vlees”, zegt ze. “En er zijn de voordelen van plantaardige producten: het is milieutechnisch beter en veel efficiënter.” Er wordt wel gezegd dat het niet erg slim is om veel te veel vlees te eten. Ik vraag me dus af of het nodig is dat de nutriënten dezelfde zijn als bij de producten die we nabootsen Is de voedingswaarde dan wel gelijk aan die van echt vlees? “Ik vind het een lastige vraag om op te antwoorden”, zegt Van Eelen. “Ik wil er niets verkeerd over zeggen, maar er wordt wel gezegd dat het niet erg slim is om veel te veel vlees te eten. Ik vraag me dus af of het nodig is dat de nutriënten dezelfde zijn als bij de producten die we nabootsen. Maar het is dus wel belangrijk dat mensen begrijpen met welk product ze te maken hebben. Daarom gaan we op de boerderij ook een leeromgeving maken waar mensen de voordelen en eigenschappen van kweekvleesproducten kunnen leren kennen. KostprijsEen andere uitdaging die de kweekvleesrevolutie al lang plaagt, is de prijsvorming. Hoeveel burgers melkveehouder van Leeuwen zal kunnen produceren en aan welke prijs deze producten zullen worden verkocht, valt nog niet te zegen. Maar volgens Van Eelen is kweekvleesproductie vandaag wel al een stuk goedkoper dan vroeger. “Het groeimedium waarin de eerste kweekvleesburger van Mark Post werd gemaakt, kost zo’n 9.000 euro per liter. Op dit moment werken wij met voeding aan een literprijs van 0,40 tot 0,70 euro. Het idee dat voeding voor kweekvlees altijd duur zou blijven, is al lang niet meer aan de orde.”Voor de duidelijkheid: het vroegere gangbare groeimedium voor kweekvleesontwikkelaars is foetaal kalfsserum of FBS. Binnen FBS kunnen cellen zich goed ontwikkelen en groeien, maar het middel wordt gewonnen uit het bloed van bijna voldragen kalfjes. Dit product is niet alleen duur, maar ook dieronvriendelijk, wat haaks staat op de principes van kweekvlees.Het onderzoek naar alternatieve groeimedia heeft inmiddels al enkele concrete resultaten opgeleverd. Naast RespectFarms zijn er inmiddels al diverse bedrijven die hun alternatief op FBS ontwikkeld hebben, maar geen enkele startup maakt zijn volledige receptuur bekend. In het geval van RespectFarms zou het wel gaan om 100 procent plantaardig materiaal. Suiker, zout, eiwit en groeifactoren uit planten zijn enkele van de ingrediënten. Het idee dat kweekvlees altijd duur zal blijven, is al lang niet meer aan de orde Van Eelen geeft mee dat de kostprijs en onderhoud van de bioreactoren een nader te onderzoeken kostenpost blijven, maar dit is niet onoverkomelijk. “Maar het idee dat kweekvlees altijd duur zal blijven, is al lang niet meer aan de orde”, zegt ze. In zijn finale vorm zou de terugverdientijd van een kweekvleesunit voor veehouders slechts zeven jaar bedragen, meldt Van Eelen.De relatieve kleinschaligheid van het project is voor RespectFarms ook een bewuste zet. “De grote kweekvleesfabrieken die er volgens iedereen zitten aan te komen, bestaan nog nergens. Daarom werken we met Corné op een kleinere schaal, waar nu al veel kennis over is, en waarvan de werkbaarheid vandaag al aannemelijk is.” Als Europa niet mee wil...Terwijl de melkveehouder aan de slag gaat met de cellen, werkt RespectFarms aan de verdere inburgering van kweekvlees. “We zijn nu al aan het werk om ons dossier op tijd te kunnen indienen bij EFSA (de Europese voedselautoriteit, red.).”Van Eelen geeft nog mee dat, als Europa geen groen licht geeft voor kweekvlees, RespectFarms zijn markt elders zal opzoeken. “Als we kunnen aantonen dat ons proces realiseerbaar is, winstgevend en werkbaar voor landbouwers, dan kunnen we dit overal ter wereld doen. We hopen dat dit kan in Nederland of België, want ik denk dat we hier een unieke plek hebben om dit te ontwikkelen. Maar als Europa er geen ruimte aan geeft, zullen we elders moeten kijken. We hebben ook interesse van landbouwers buiten Europa, zoals in Afrika en in Zuid-Amerika, en daar waar het goedgekeurd wordt, kunnen we sowieso aan de slag.” We bouwen een model waarin veehouders centraal blijven staan in de voedselproductie en niet vervangen worden door techniek of fabrieken Nog een reden waarom Nederland zo interessant lijkt voor RespectFarms, is de wetgeving. “Wij gaan ervan uit dat elke landbouwer die zijn eigen elektriciteit kan opwekken en er de ruimte voor heeft, kweekvlees kan ontwikkelen. Maar zeker voor veehouders die niet kunnen groeien omwille van de milieuwetgeving, is diversifiëren met kweekvlees interessant.”“We bouwen een model waarin veehouders centraal blijven staan in de voedselproductie en niet vervangen worden door techniek of fabrieken,” zegt Ira van Eelen nog. &quot;Dit is een kans om de eiwittransitie eerlijk, transparant en geworteld in het platteland te maken.”</content>
            
            <updated>2025-11-26T07:13:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wordt de suikerbiet de nieuwe bron van drinkwater in Vlaams-Brabant?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wordt-de-suikerbiet-de-nieuwe-bron-van-drinkwater-in-vlaams-brabant" />
            <id>https://vilt.be/58262</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Watergroep, de Tiense Suikerraffinaderij en de provincie Vlaams-Brabant onderzoeken een nieuwe en unieke bron voor grootschalige drinkwaterwaterproductie: de suikerbiet. Vanaf volgend jaar start het onderzoeksproject met een pilootinstallatie op de site. “Het doel is om tegen 2030 10.000 mensen te kunnen voorzien van drinkwater uit de suikerbiet”, klinkt het. Voor bietentelers die nu al hopen op een nieuwe valorisatievorm: het water zal niet meer opbrengen dan de suiker van de biet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="biet" />
                        <category term="water" />
                        <category term="suiker" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c3db9f7d-4ac7-466d-9606-972508511f94/full_width_suikerbieten-tiense-jozefien.jpeg</image>
                                        <content>Samen met een brede groep partners is de Tiense Suikerraffinaderij deze maand gestart met de ontwikkeling van een technologie om restwater uit de suikerbietenverwerking te zuiveren tot drinkwaterkwaliteit. Het is een volgende stap in het project ‘De Tiense Watervelden’, dat drie jaar geleden werd gelanceerd met de ambitie om 10.000 gezinnen in Vlaams-Brabant te bevoorraden met drinkwater uit suikerbieten. “Suikerbieten bestaan naast suiker uit een aanzienlijke hoeveelheid water. Dat water wordt vandaag beschouwd als restwater in het productieproces, met het project ‘New Water’ willen we daar verandering in brengen”, licht Jan Ingels, directeur van de Tiense Suikerrafinaderij toe.Tiense Suiker zuivert vandaag al het restwater zodat het kan worden geloosd in de waterlopen of gebruikt kan worden als irrigatiewater voor landbouwers in de buurt. De fabriek wil nu echter een stap verder gaan door het water bijkomend te zuiveren tot drinkwaterkwaliteit. Daarvoor kreeg de Tiense Suikerraffinaderij samen met haar partners deze maand een subsidie van 1,3 miljoen euro via het Europese subsidieprogramma Interreg Noordwest-Europa. Met de middelen wordt volgend jaar op de site van de raffinaderij een pilootinstallatie gebouwd om het proces op kleine schaal te testen. Binnen vijf jaar water uit bietenDe partners hebben alvast veel vertrouwen in de technologie en zien het mogelijk om het project op te schalen zodat heel wat gezinnen tegen 2030 water zullen kunnen drinken uit suikerbieten. Ook de voorbereidende werken voor de volgende stap, namelijk het transport van het gezuiverde water naar een bufferbekken op anderhalve kilometer afstand, zijn al begonnen. “Vanuit dat bekken kan De Watergroep het water oppompen en een laatste zuiveringsstap uitvoeren voordat het beschikbaar wordt gesteld aan het publiek”, aldus Ingels. Geen enkele andere Europese verwerker produceert vandaag drinkwater uit landbouwproducten op de schaal waar dit project naartoe wil Diversificatie in drinkwaterbronnen is cruciaal“Om een klimaatrobuuste watervoorziening uit te bouwen, is het belangrijk dat we inzetten op nieuwe circulaire waterbronnen en innovatieve behandelingstechnieken”, zegt Hans Goossens, directeur-generaal van De Watergroep. Voor zover hij weet, werkt geen enkele andere verwerker in Europa aan de productie van drinkwater uit landbouwproducten op een vergelijkbare schaal. “Wel wordt er steeds meer gekeken naar neven- en afvalstromen als potentiële nieuwe drinkwaterbronnen. Brondiversificatie is dan ook noodzakelijk om meer robuuste watersystemen te hebben in de toekomst. Dit unieke project sluit daar perfect bij aan.”Hoog kopieergehalteDe grootste uitdaging binnen het pilootproject is om het zuiveringsproces voldoende flexibel te maken voor elke bietencampagne. “De samenstelling van bieten varieert sterk, en het zuiveringsproces daarop laten meebewegen is de kernuitdaging”, zegt Bart Van Camp, projectmanager bij de Tiense Suikerraffinaderij. “Eens dat lukt, is de technologie vlot toepasbaar in andere suikerfabrieken en bij uitbreiding ook in andere verwerkende bedrijven.” Planten we binnenkort bieten voor het water in de plaats van de suiker?Nu de suikermarkt uit balans is en de opbrengsten laag liggen, zouden landbouwers kunnen dromen van een nieuwe valorisatie van hun bieten. Maar Van Camp tempert die verwachting onmiddellijk: “Het water wordt wel gevaloriseerd, maar niet in de mate dat het geld zal opbrengen. Het is puur een duurzaamheidsproject dat tot doel heeft extra water beschikbaar te maken in periodes van droogte.”“Door de extra zuivering vallen voor de fabriek enkele lozingsheffingen weg, maar de investeringen die daarvoor nodig zijn wegen daar niet tegenop”, aldus Van Camp. Voor landbouwers levert het project evenmin financiële voordelen op. De raffinaderij houdt wel telkens een deel van het gezuiverde water beschikbaar voor irrigatie tijdens droge periodes.</content>
            
            <updated>2025-11-25T19:06:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Derde vogelgriepbesmetting in zone Gembloux]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/derde-vogelgriepbesmetting-in-zone-gembloux" />
            <id>https://vilt.be/58263</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er is opnieuw hoogpathogene vogelgriep vastgesteld bij een bedrijf in de zone Gembloux, waar eerder al twee besmettingen zijn vastgesteld. Deze keer gaat het om een eendenhouderij met ongeveer 250 dieren. Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, wordt ook dit bedrijf geruimd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="vogelgriep" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e479891c-4b0d-465a-9e25-783ff0d31910/full_width_eendenboerderij-flickrcommine.jpg</image>
                                        <content>De getroffen eendenhouderij ligt in de 3 km-zone van de eerdere uitbraak. Nadat zondagavond monsters waren genomen wegens zenuwsymptomen en sterfte op het bedrijf, bevestigde Sciensano dinsdag de aanwezigheid van het hoogpathogene H5N1-virus.Zoals gebruikelijk worden de besmette eenden geruimd en is er rond de nieuwe uitbraak zowel een 3 km-zone als een 10 km-zone afgebakend. Deze overlappen in grote mate met de bestaande zones. &quot;Er is slechts één nieuwe pluimveehouderij betrokken door de uitbreiding van de 10 km-zone&quot;, geeft Landsbond Pluimvee mee. &quot;Het niet-overlappende deel wordt volgens de oude timing opgeheven.&quot; Afschermplicht ook sterk aanbevolen voor particulierenDe vogelgriep heeft de afgelopen weken opnieuw aan intensiteit gewonnen. Met deze nieuwe besmetting staat de teller ondertussen op zeven getroffen pluimveebedrijven en één hobbyhouder. Daarnaast worden heel wat besmettingen bij wilde vogels vastgesteld. Ook in onze buurlanden zijn er talrijke besmettingen van vogelgriep.&amp;nbsp;Daarom heeft minister van Landbouw David Clarinval op 23 oktober&amp;nbsp;de afschermplicht voor pluimvee heringevoerd. Deze maatregel geldt voor alle professionele en geregistreerde hobbyhouders.Vogels en pluimvee van particulieren moeten niet verplicht worden afgeschermd. Ze moeten wel binnen of afgeschermd voer en water krijgen.&amp;nbsp;“Het FAVV raadt wel sterk aan om je dieren zoveel mogelijk te beschermen door de kippenren of volière af te schermen van wilde vogels. Dit kan door deze bijvoorbeeld met netten te overspannen”, aldus&amp;nbsp;Hélène Bonte, woordvoerder FAVV. Het agentschap waarschuwt er ook nog voor dat dode of zieke vogels niet aangeraakt mogen worden.De geactualiseerde kaart met de beperkingszones kan geraadpleegd worden op de website van het FAVV.</content>
            
            <updated>2025-11-25T21:05:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eurobarometer 2025: 7 op de 10 EU-burgers vertrouwen op autoriteiten bij voedselveiligheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eurobarometer-2025-7-op-de-10-eu-burgers-vertrouwen-op-autoriteiten-bij-voedselveiligheid" />
            <id>https://vilt.be/58264</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zeven op de tien Europese burgers vertrouwen in de nationale en Europese autoriteiten die toezien op de veiligheid van ons voedsel. Dat blijkt uit de <a href="https://www.efsa.europa.eu/sites/default/files/2025-09/2025%20EB%20103.3%20EFSA%20Report_vfinal.pdf" target="_blank" target="_self">Eurobarometer</a>-enquête 2025. Tegelijkertijd maken consumenten zich zorgen over bepaalde risico’s, zoals additieven en chemische verontreinigingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/babade36-077f-4558-a54f-3f387852ff2e/full_width_voedingsindustriebakkerij.jpg</image>
                                        <content>Europese consumenten zijn zich sterk bewust van voedselrisico’s, maar ze vertrouwen grotendeels op de autoriteiten die toezicht houden. Bijna de helft van de consumenten gaat ervan uit dat de voeding die ze kopen veilig is. In België kijkt 47 procent daarom niet actief naar informatie over voedselveiligheid, omdat men ervan uitgaat dat de aangeboden producten gewoon veilig zijn. Sinds 2022 ligt het vertrouwen in nationale autoriteiten op 71 procent en in EU-instellingen op 72 procent. Noord-Europese landen scoren het hoogst, terwijl delen van Zuid- en Oost-Europa relatief lager scoren. Zeven op de tien burgers beschouwen bovendien Europese en nationale autoriteiten als betrouwbare bronnen van informatie over voedselrisico’s.Daarnaast is er grote interesse (72%) en kennis over voedselveiligheid bij Europese burgers. De enquête toont aan dat consumenten vooral vertrouwd zijn met onderwerpen als additieven, residu van gewasbescherming en dierziekten. Chemische verontreinigingen blijven de grootste bron van zorg: 28 procent noemt dit spontaan als het belangrijkste risico, gevolgd door additieven. Microplastics in voedsel zijn een opkomende zorg, met zowel het bewustzijn als de bezorgdheid die sinds 2022 zijn gestegen.Hoewel voedselveiligheid meeweegt in het aankoopgedrag van consumenten, blijven prijs en smaak de doorslaggevende factoren bij de keuze van voeding.</content>
            
            <updated>2025-11-26T21:12:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Speels leren over bio: educatief pakket laat leerlingen basisscholen biolandbouw ontdekken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/speels-leren-over-bio-vlam-en-agentschap-lanceren-educatief-pakket-voor-basisscholen" />
            <id>https://vilt.be/58265</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) lanceren een nieuw educatief pakket dat leerlingen uit de derde graad van het lager onderwijs spelenderwijs laat kennismaken met biolandbouw. Via video’s, creatieve opdrachten en een bordspel ontdekken kinderen stap voor stap wat bio precies betekent, hoe bioboeren werken en waarom een levende bodem, dierenwelzijn en biodiversiteit zo cruciaal zijn in de voedselketen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderwijs" />
                        <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/11d8841f-e713-455b-b1ef-ddafb5270de3/full_width_schermafbeelding-2025-11-26-112239.png</image>
                                        <content>Biologische landbouw speelt een sleutelrol in de verduurzaming van onze voedselproductie. Vandaag bedraagt het bioareaal in de Europese Unie zo’n 11 procent. Europa heeft als doelstelling om dit op te krikken naar 25 procent tegen 2030. Ook Vlaanderen (1,7% bio) ondersteunt deze ambitie via het Strategisch Plan Bio 2023–2027.Jongeren vroeg laten proeven van bio is volgens de initiatiefnemers essentieel om die omslag te maken. “Met dit pakket laten we kinderen op een toegankelijke en speelse manier ontdekken wat bio betekent en waarom het belangrijk is”, zegt Liliane Driesen, woordvoerder van VLAM. “Uit een recent VLAM-onderzoek bij 1.000 Vlamingen blijkt dat de kennis over bio gemiddeld slechts vier op tien scoort. Er is dus duidelijk nog werk aan de winkel, en educatie vormt hierbij een belangrijke hefboom.”Modulaire opbouw en flexibel inzetbaarHet lespakket biolandbouw is modulair opgebouwd en bestaat uit drie onderdelen die leerkrachten naar eigen inzicht kunnen combineren:Vier korte video’s met werkblaadjes rond &#039;Wat is bio?&#039;, &#039;De bodem&#039;, &#039;Bioplanten&#039; en &#039;Biodieren&#039;.Hoekenwerk met vijf opdrachten waarbij leerlingen actief aan de slag gaan. Ze knutselen bijvoorbeeld een kippenstal of maken kennis met robuuste rassen.Het bordspel Van boer tot bioheld, een speelse herhaling van de leerstof waarin kinderen hun eigen bioboerderij uitbouwen.In totaal vult het pakket ongeveer vier lesuren.Aansluiting bij de minimumdoelenHet lesmateriaal sluit nauw aan bij de nieuwe minimumdoelen voor het lager onderwijs en is volledig vakoverschrijdend. Naast aardrijkskunde en wetenschap &amp;amp; techniek worden ook taalvaardigheid, wiskundige inzichten en belangrijke attitudes aangesproken.Alle materialen zijn gratis te downloaden via de webpagina van Alles over Bio, KlasCement en Oog voor Lekkers.</content>
            
            <updated>2025-11-26T19:10:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Afschaffen ecoregeling voorjaarsbraak zet kievit nog meer onder druk”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/afschaffen-ecoregeling-voorjaarsbraak-zet-kievit-nog-meer-onder-druk" />
            <id>https://vilt.be/58266</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Natuurpunt heeft kritisch gereageerd op het afschaffen van de ecoregeling 'voorjaarsbraak' volgend jaar. In deze regeling moest de boer zijn perceel onbewerkt laten in de maand mei om zo broedende weidevogels hun gang te laten gaan. “Door het afschaffen van de maatregel komt de kievit verder onder druk”, klinkt het. Het Agentschap van Landbouw en Zeevisserij heeft de regel geschrapt wegens “erg beperkte interesse”.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkerbouw" />
                        <category term="akkervogel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d0353063-ea5e-4670-a13f-d0f09f730cb1/full_width_kievit-1024.jpg</image>
                                        <content>Vanaf volgend jaar kunnen boeren zich niet meer inschrijven voor de ecoregeling ‘Voorjaarsbraak met late inzaai maïs’. Dankzij die ecoregeling konden landbouwers een vergoeding van 350 euro per hectare krijgen voor akkergronden die tussen 20 maart en 10 mei onbewerkt bleven. Daardoor kon de kievit ongestoord broeden.Vanaf volgend jaar wordt deze ecoregeling geschrapt. “De interesse in de ecoregeling ‘voorjaarsbraak’ was in 2025 erg beperkt: zo hebben dit jaar maar 243 landbouwers ingetekend. Daarom wordt deze ecoregeling stopgezet vanaf volgend jaar”, klinkt het bij het Agentschap van Landbouw en Zeevisserij. Nuttig of verkapte vorm van hectaresteun?De overheidsbeslissing roept kritiek op bij Natuurpunt. “Deze ecoregeling was potentieel een uitstekende maatregel om de kievitpopulatie aan te vullen”, vertelt Stijn Leestmans, adviseur Landbouw bij Natuurpunt. &amp;nbsp;De kritiek van Leestmans is opvallend. Eerder had de Natuurpunter zich nog uiterst kritisch uitgelaten over de ecoregeling. “De ecoregeling voorjaarsbraak in zijn huidige vorm is een verkapte vorm van hectaresteun, oftewel rechtstreekse inkomenssteun voor landbouwers”, schreef hij midden vorig jaar in een opiniestuk.Leesmans schreef dit opiniestuk nadat Vlaams parlementslid Chris Steenwegen (Groen) met schriftelijke vragen aan Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) had achterhaald dat er voor de ecoregeling in 2023 voor maar liefst 10.346 hectare was aangevraagd, waarmee de areaaldoelstelling van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij veruit overschreden was. Ecoregeling beter gericht inzetten dan schrappenUit de antwoorden van Brouns bleek toen dat 80 procent van de aangevraagde percelen in gebieden lag waar de soortenbescherming voor akker- en weidevogels niet van kracht was. “In 2023 is de ecoregeling aangevraagd door boeren die door het natte voorjaar toch hun veld niet op konden. Het is als een soort van verkapte inkomenssteun ingezet. Dat jaar is er dus veel geld gegaan naar percelen waar hoogstwaarschijnlijk geen enkele kievit te zien is”, aldus Leestmans.In plaats van schrapping, had de Natuurpunter liever gezien dat de regeling gericht werd in gezet binnen de gebieden met soortenbescherming van weide- en akkervogels. “De natuurherstelwet eist dat de broedvogelindex, waar ook de kievit wordt in meegenomen, tegen 2030 met vijf procent moet stijgen.&amp;nbsp;Momenteel daalt deze index. De weg is nog lang, maar het schrappen van een simpele en vrijwillige maatregel maakt het doel alleen maar nog moeilijker”, zucht hij. Ook landbouworganisatie teleurgesteldOok Boerenbond betreurt dat de ecoregeling geschrapt wordt: “Wij hebben gepleit om de ecoregeling ‘voorjaarsbraak met late inzaai maïs’ alsnog te behouden. Deze ecoregeling stimuleert immers landbouwers om hun akkers gericht braak te laten liggen en zo de kievit mee te helpen beschermen. We vinden het dan ook bijzonder jammer dat deze stimulans alsnog geschrapt is.” Bedreigde vogelsoortLeestmans benadrukt dat de kievitpopulatie in alle Europese broedgebieden onder druk staat. In 2016 belandde de akkervogel op de Vlaamse Rode Lijst in de categorie ‘bedreigd’, nadat de populatie in de periode 2007-2018 sterk is afgenomen met 59 procent. “Begin jaren 2000 werd hun aantal nog op 14.000 tot 20.000 broedparen geschat in Vlaanderen, maar in 2018 bleven daarvan nog 5.000 tot 15.000 over en vallen er steeds meer gaten in hun verspreiding”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-12-02T09:08:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wordt 2027 het jaar van de hoeveslager? Erkenning korteketenuitnijderijen op komst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wordt-2027-het-jaar-van-de-hoeveslager-erkenning-korte-ketenuitnijderijen-op-komst" />
            <id>https://vilt.be/58267</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Veehouders die de stap willen wagen naar een korteketenmodel, stoten vandaag op vele uitdagingen. Er is een tekort aan slachthuizen gericht op kleine spelers en ook de uitsnijderijen, waar karkassen verwerkt worden tot vleesproducten, werken haast uitsluitend op grote schaal. De huidige vergunningswetgeving is immers afgestemd op een grootschalige, exportgerichte markt. Het kabinet van landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v) zit op vraag van Steunpunt Korte Keten samen met het FAVV om tegen 2027&nbsp;het pad te effenen voor kleinschalige vleesverwerking.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="korte keten" />
                        <category term="slachthuis" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f11f95c4-accd-402d-80a2-59a2a0446f5f/full_width_slagerij.jpg</image>
                                        <content>Parlementslid An Hermans (N-VA) schoof de precaire toestand voor verkopers van hoevevlees naar voor tijdens de Commissie Landbouw van het Vlaams parlement. Omdat de huidige administratieve regelgeving zo complex is, is het voor slachthuizen vandaag niet interessant om kleinschalig te werken. “Landbouwers die met kleinere loten komen aankloppen, worden heel vaak wandelen gestuurd. Ook de samenwerking tussen slagers of hoeveslagers en veehouders wordt door tal van regeltjes bemoeilijkt waardoor de efficiëntie en de rentabiliteit ten onder gaan”, stelt ze.Hermans kaart aan dat een kleinschalige uitsnijderij-initiatief onderhevig is aan dezelfde verplichtingen als de grootschalige bedrijven die exportgericht werken. “Dit maakt een kleinschalig initiatief niet rendabel”, zegt ze. Om dit te verhelpen lanceerde Boerenbond samen met het Steunpunt Korte Keten, Vlaanderen en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) het project SAM-Versnijden. Ook minister Brouns steunt dit initiatief. &#039;Light&#039;-erkenningEen belangrijk luik binnen dit project, is de mogelijkheid van een ‘light’-erkenning voor uitsnijderijen, specifiek op maat van de korteketenhoeveslagers. Een hoeveslager die naast zijn toegelaten vleesverkoop ook een erkenning wenst om vlees van collega-veehouders uit te benen en te versnijden, moet dat dus ook kunnen, vindt Brouns. “Hiervoor zijn we momenteel in constructief overleg met FAVV”, zegt Brouns. “De ambitie is om dit tegen midden 2027 te realiseren, uiteraard binnen de krijtlijnen van de Europese voedselveiligheidsregels.”De eerste stap in de vleesverwerking blijft de slachterij, en ook daar ziet Brouns een nijpend tekort wat betreft korte keten. “Daarom ondersteunt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij diverse initiatieven die de toegang verbeteren. Zo wordt momenteel met steun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) een specifiek korteketenslachthuis gebouwd en kreeg ook de mobiele slachteenheid, die deze zomer officieel door het FAVV werd erkend, reeds Vlaamse ondersteuning. Daarnaast kunnen landbouwers of samenwerkingsverbanden die investeren in een eigen uitsnijderij rekenen op VLIF-steun tot 40 procent van de investering.” Zeker sinds het stikstofakkoord zijn er veehouders die hun veestapel afbouwen en dus de piste van korte keten opzoeken Wet werkt kleinschaligheid tegenAnn Detelder van Steunpunt Korte Keten is blij dat de Vlaamse regering hiermee aan de slag gaat, want de nood is hoog. “Zeker sinds het stikstofakkoord zijn er veehouders die hun veestapel afbouwen en dus de piste van korte keten opzoeken. Zij bellen dan naar ons voor advies en telkens opnieuw moeten we hen op de knelpunten wijzen. Steeds meer slachthuizen in Vlaanderen sluiten, en degene die overblijven worden steeds groter en exportgericht. Ze hebben evenveel administratief werk aan een lot van twee of drie varkens dan aan een lot van 100 varkens, en dus is kleinschaligheid voor hen niet rendabel.”Als een veehouder erin slaagt om zijn dieren te laten slachten, is het verhaal nog niet gedaan. “Eens de dieren geslacht zijn, moeten ze nog uitgebeend worden en versneden zodat het vlees verkoopsklaar is. In België heb je dan twee mogelijkheden. Ofwel kies je om zelf slager te worden. Dat is een intensieve cursus en niet iedereen wil dat. Een andere optie is om je vlees te laten uitbenen en versnijden bij een professionele uitsnijderij, en daar zien we hetzelfde probleem als bij de slachthuizen. Ook zij zijn exportgericht en gericht op grootschaligheid. Daar komt nog bij dat sommige veehouders in korte keten werken met andere rassen. Ook dat levert meer werk op voor de grote uitsnijders, die liever gestandaardiseerd te werk gaan.”Een derde mogelijke oplossing, die het kabinet-Brouns en Steunpunt Korte Keten willen realiseren, is de mogelijkheid voor een veehouder om de dieren te laten versnijden bij een collega-hoeveslager. Vandaag kan dit niet. Een hoeveslager kan zijn eigen dieren wel versnijden, maar wil hij de dieren van een collega-boer verwerken, dan moet hij aan dezelfde vergunningsregelgeving voldoen als een grootschalige uitsnijderij. Verplichte infrastructuur niet werkbaar op kleine bedrijvenHet gaat voor de duidelijkheid niet om hygiëneregels. “Die moeten uiteraard identiek blijven, of je groot- of kleinschalig werkt”, zegt Detelder. “We denken eerder aan verplichte en dure labotests, betalende controles, infrastructuuraanpassingen zoals een laad- en loskade, een receptieruimte voor de karkassen, enz. Die zaken zijn niet relevant voor een hoeveslager, want in de kleine hoeveelheden waarmee zij werken, komen er geen vrachtwagens aan karkassen toe. Door al deze zaken te verplichten, is het onmogelijk om rendabel te werken als kleinschalige uitsnijderij.” Vlees in korte keten gaat niet naar andere landen en is niet exportgericht. Er moet dus toch een tussenoplossing te vinden zijn met volledige garanties voor voedselveiligheid? “Vandaar dus het idee voor de light-erkenning”, zegt Detelder. “Vlees in korte keten gaat niet naar andere landen en is niet exportgericht. Er moet dus toch een tussenoplossing te vinden zijn met volledige garanties voor voedselveiligheid?”Een andere uitdaging is ruimtelijke ordening. Een uitsnijderij hoort in eerste plaats op industriegebied. Een hoeveslagerij die een kleine hoeveelheid karkassen verwerkt van naburige bedrijven, hoort volgens de huidige wetgeving dus niet thuis in landbouwgebied. “Terwijl de overlast voor de buurt bij dit zo’n werking eigenlijk onbestaande is. Dit is een kwestie van omgevingswetgeving, en dus ook voor het kabinet-Brouns.&quot;Detelder wijst erop dat de wetgeving ook moeilijk ligt voor hoeveslagerijen die hun vlees B2B, bijvoorbeeld aan een restaurant, willen leveren. &quot;Terwijl de horeca veel interesse toont in unieke vleesrassen die je niet bij grote spelers vindt.&quot;“Tot slot, wat betreft het slachten: we hebben samen met de collega&#039;s van Boerenbond en BioForum ooit een studie gedaan rond mobiel slachten. Voor grootvee is dat absoluut niet rendabel. Waar het wel kan, is voor pluimvee en konijnen. Er is nu sinds augustus een erkend mobiel slachthuis voor kippen en dat draaide goed, al is het momenteel even niet operationeel.”Naar het federale niveauAls het gaat om FAVV-regelgeving is de federale overheid, en dus minister David Clarinval (MR), de verantwoordelijke partij. Hier kan Brouns dus enkel optreden als facilitator. Detelder verwacht echter geen tegenkanting van Clarinval. “We hebben nog niet zo lang geleden met onze Waalse collega’s van DiversiFERM een nota voorgelegd aan minister Clarinval. Hij had er wel oren naar, maar dat was toen een ongelukkige timing, net voor de verkiezingen. We willen de nota zeker verder met hem opnemen.” Enquête bij veehouders in de korte ketenOm de noden van korteketenveehouders in kaart te brengen voert het Steunpunt Korte Keten momenteel een bevraging uit. &quot;De resultaten ervan zijn cruciaal om enerzijds het kabinet van minister Brouns correct te informeren, maar vooral ook om voor de veehouders in de korte keten de juiste oplossingen naar voor te kunnen schuiven&quot;, aldus Ann Detelder. Korteketenveehouders kunnen de bevraging invullen via deze link.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-11-27T07:57:13+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns weigert vraag voor verbod op patrijzenjacht: “Heeft omgekeerd effect”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-weigert-vraag-verbod-op-patrijzenjacht-heeft-omgekeerd-effect" />
            <id>https://vilt.be/58268</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vogelbescherming Vlaanderen wil een verbod op de patrijzenjacht. Dat meldt de organisatie in een persbericht. “Als we niet snel ingrijpen, dan blijven er weldra geen patrijzen meer over”, waarschuwt de organisatie. Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) stelt dat een jachtverbod net een omgekeerd effect zou hebben, want jagers doen net biotoopwerk om het patrijzenbestand te bevorderen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="jacht" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9735a6b2-a205-4817-953a-3655d30c7306/full_width_patrijs-rollinverlinde.jpg</image>
                                        <content>Volgens Vogelbescherming Vlaanderen is het aantal patrijzen in 20 jaar tijd meer dan gehalveerd. &quot;Door de jacht op patrijs af te schaffen, geven we de soort de tijd en de ruimte om zich te herstellen&quot;, stelt de organisatie.Jachtvereniging: &quot;Dit heeft een omgekeerd effect&quot;Volgens jachtvereniging Hubertus Vereniging Vlaanderen, zou een jachtverbod net het omgekeerde effect bereiken. “In gebieden waar de patrijs bejaagd wordt, leveren jagers net veel inspanningen om het dier een goede biotoop te bezorgen. Wildbeheereenheden (WBE’s) investeren met privémiddelen in de aanleg van gebieden waar wild het goed doet. Of het nu gaat om de fazant, haas, ree of de patrijs. In gebieden waar jacht op de patrijs verboden is, zie je de soort steeds verder achteruitgaan omdat er ook geen sprake meer is van een win-winsituatie, en jagers er dus geen inspanningen meer leveren.“Toch blijft Vogelbescherming zich weren als een duivel in een wijwatervat. Jaar na jaar blijven ze, tegen beter weten in, mekkeren en bashen op de jacht. Als ze denken dat het beter zal gaan met de patrijs door de jacht erop te verbieden, gaan ze van een kale reis terugkomen&quot;, zegt Rutsaert.Vandaag is de patrijs hoe dan ook niet vogelvrij verklaard. Het dier mag enkel bejaagd worden in zones waar het telprotocol gunstige resultaten oplevert. “Vanaf drie koppels per honderd hectare jachtgebied, mag je op de patrijs jagen&quot;, zegt Rutsaert. Dat is wat ons betreft perfect legitiem.” In gebieden waar jacht op de patrijs verboden is, zie je de soort steeds verder achteruitgegaan “Het telporotocol is op basis van wetenschap in het leven geroepen&quot;, zegt de jager. &quot;Dus men mag wel eens stoppen met de ideologische strijd die ze telkens aanbinden tegen de jacht. Vogelbescherming Vlaanderen heeft in hun statuten staan dat ze de jacht tout court willen verbieden. Dat zegt genoeg. Moesten ze oprecht begaan zijn met de natuur en de patrijs, dan zouden ze toegeven dat de patrijs het net goed doet in gebieden waar het bejaagd wordt. En dan zou men de persoonlijke aversies tegen de jacht naast zich neerleggen, de jager net feliciteren voor zijn inspanningen voor de natuur, en vragen hoe men hen kan helpen. Handelen vanuit het belang van de patrijs, dus, en niet vanuit hun persoonlijke aversie.&quot;Vogelbescherming wantrouwt telprotocolVogelbescherming Vlaanderen werpt nog op dat uit een studie van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in september bleek dat de resultaten van het telprotocol niet volledig betrouwbaar waren. &quot;In praktijk bleek dat &#039;net niet genoeg geteld&#039; toch voldoende was om toestemming te krijgen om te jagen&quot;, zegt Krien Hansen van Vogelbescherming Vlaanderen. Zeven van de tien WBE&#039;s die onbetrouwbare gegevens afleverden, kreeg van het Agentschap Natuur en Bos (ANB) toch de toestemming om te jagen. &quot;Omdat bij die zeven de oorzaak van de fout in de tellingen niet aangetoond kon worden (bij drie andere was er duidelijk fraude), wou de wildbeheercommissie hen het voordeel van de twijfel gunnen en heeft ze het advies gegeven om die WBE&#039;s toch te laten jagen&quot;, reageerde ANB op de studie van INBO. Wij hopen dat de bevoegde minister het leefgebied van de patrijs versterkt door een kordate uitvoering van de natuurherstelwet Door de jacht op patrijzen volledig af te schaffen, zou er volgens Hansen ruimte komen voor de soort om zich te herstellen. &quot;Wij hopen dat de bevoegde minister het leefgebied van de patrijs versterkt door een kordate uitvoering van de natuurherstelwet&quot;, besluit Vogelbescherming Vlaanderen.Groen steunt jachtverbod, Brouns volgt de jagersVlaams parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) schaart zich achter de oproep van Vogelbescherming Vlaanderen en vindt dat er een verbod moet worden opgenomen in het jachtdecreet. Ze heeft daarvoor een voorstel ingediend. &quot;Soorten die op de rode lijst staan, mogen niet meer bejaagbaar zijn&quot;, zegt Schauvliege.Vlaams minister van Landbouw, Jo Brouns (cd&amp;amp;v) volgt dan weer de redenering van Hubertus Vereniging Vlaanderen. &quot;Een jachtverbod op de patrijs zou een omgekeerd effect hebben&quot;, zegt de minister. Volgens Brouns kan de populatie zich wel herstellen als landbouwers en jagers samenwerken aan een betere biotoop en voldoende voedsel. Een algemeen jachtverbod zou dat biotoopwerk kunnen stilleggen, terwijl dat net cruciaal is voor het herstel van de patrijs.</content>
            
            <updated>2025-11-26T21:31:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vijf innovatieve PAS-projecten ontvangen samen half miljoen euro steun van Boerenbond]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vijf-nieuwe-pas-projecten-ontvangen-boerenbondsubsidie" />
            <id>https://vilt.be/58269</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vijf projecten die zich richten op de reductie van stikstofuitstoot of innovaties die de introductie van nieuwe PAS-technieken verder kunnen helpen, zijn geselecteerd voor de PAS-innovatiesteun van Boerenbond. Met de steunmaatregel, waarbij Boerenbond over vier jaar twee miljoen euro beschikbaar stelt, wil de boerenorganisatie de introductie van nieuwe PAS-technieken stimuleren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3322c97f-6fc6-45b7-a5da-2548c3251d72/full_width_vleesveekalveren-op-bedrijf-van-danny-matthysen.jpg</image>
                                        <content>“Vandaag is de lijst aan keuzemogelijkheden uiterst beperkt en voor sommige deelsectoren zelfs niet-bestaande”, vertelde Sander Herinckx, consulent emissies bij Boerenbond, tijdens de bekendmaking van vijf projecten die dit jaar een subsidie krijgen van de landbouworganisatie.De PAS-technieken die wel bestaan, zijn niet altijd praktisch toepasbaar en duur. “Daarom ondersteunen we bedrijven in het ontwikkelen van gevalideerde en vernieuwende maatregelen voor emissiereductie”, verklaart Herinckx de steunmaatregel van Boerenbond, die het drie jaar geleden lanceerde. Over een periode van vier jaar, verdeeld over vier calls, stelt de organisatie in totaal twee miljoen euro ter beschikking.Uit 16 inzendingen zijn dit jaar vijf projecten geselecteerd voor de PAS-innovatiesteun. In een zaaltje bij pocketvergisterbouwer Biolectric in Temse werden de projecten bekendgemaakt. Biolectric was tijdens eerdere jaargangen van de PAS-innovatiesteunmaatregel al geselecteerd voor een vergistingsinstallatie met nageschakelde stikstofstripper. Met de combinatie van technieken claimt het bedrijf een stikstofreductie van 65 procent te kunnen realiseren. Pocketvergister met ondervloerse ammoniakafvang (reductiepotentieel: 70%)Ook deze editie viel Biolectric in de prijzen, dit keer met zijn biovergister in combinatie met een systeem voor ondervloerse ammoniakafvang. De mest wordt via een dichte vloer frequent naar de afstortput afgevoerd. Zo komt uurverse mest in de vergister, wat de methaanafvang maximaliseert. Nieuw is dat het digestaat actief wordt verwarmd met restwarmte uit de WKK. “Door het warme digestaat af te zuigen, wordt meer ammoniak gestript en omgezet in een geconcentreerde, hoogwaardige stikstofstroom”, vertelt Emmanuel Kleynjans van Biolectric.De gecombineerde technieken worden op dit moment in een pilootopstelling geïnstalleerd op de Laerhoeve, het melkveebedrijf van Wim Verbreuken en Petra Thys uit Kalmthout. De melkveehouders behoorden in 2012 tot de eerste bedrijven met een pocketvergister. “Wij zouden graag nog verdere stappen zetten op het gebied van duurzaamheid”, klinkt het. Luchtwasser kalverhouderij (reductiepotentieel: 90%)De melkveehouders waren niet de enige landbouwers die participeren in één van de vijf geselecteerde projecten, ook twee kalverbedrijven hebben zich kandidaat gesteld voor het testen van Circlair. Dat is de spin-off van een project van de universiteit van Leuven die lucht-/nitraatwassers bouwt met geurtrap. De producent denkt een ammoniakemissiereductie van 90 procent te kunnen realiseren en een geurreductie van 30 tot 70 procent.Op de vraag waarom Circlair zich specifiek richt op de kalverhouderij en niet op de varkenshouderij, reageert CEO Lander Hollevoet door te wijzen op de beperkte mogelijkheden in de kalverhouderij. “In de kalverhouderij zijn er nauwelijks tot geen erkende PAS-technieken, waardoor de situatie in deze sector wel erg nijpend is.” Loopband onder varkenshok (reductiepotentieel: 60%)Een ander varkenshouderijproject dat dit jaar de Boerenbond-jury kon overtuigen is Moving Floor, van de gelijknamige Zweedse producent. Het gaat om een automatische, zelfreinigende vloer die als een soort lopende band onder de varkenshokken beweegt, mest frequent verwijdert en zo ammoniakopbouw voorkomt. Dit zou bovendien de hygiëne en luchtkwaliteit in de stal verbeteren. “Ammoniakemissiereducties van 60 procent of meer zijn mogelijk dankzij de frequente mestverwijdering”, klinkt het.Strooiseladditief met warmtewisselaar (reductiepotentieel: 70%)Het vierde bedrijf dat een subsidie van Boerenbond in de wacht sleept, is Instalec met een strooiseladditief in combinatie met een warmtewisselaar. Dit project is ontwikkeld voor de vleeskuikenmoederdieren, waarbij twee technieken worden gecombineerd. Instalec claimt een ammoniakreductie van 70 procent. Registratiesysteem voor beweiding (reductiepotentieel: 5 tot 26%)Niet alleen emissiereducerende technieken komen in aanmerking voor de PAS-innovatiesteunmaatregel, maar ook innovaties op bijvoorbeeld het gebied van meettechniek of management. De laatste keuze van Boerenbond zit meer in deze hoek. Animal Welfare Solutions (AWS) ontvangt een subsidie voor zijn Autodetect Vee-project, een volautomatisch detectie- en registratiesysteem dat werkt aan de hand van camera’s en AI, en waarmee de weidegang gemonitord kan worden.Beweiding in groep is één van de maatregelen op de PAS-lijst, maar rundveehouders hebben geen technieken voorhanden die deze weidegang sluitend registreren. Autodetect Vee werkt met een camera. Met artificiële intelligentie wordt vastgesteld wanneer er wel dieren en wanneer er geen dieren in de stal lopen. “Alle koeien moeten effectief buiten zijn, anders geldt het niet”, vertelt Bert Driessen, directeur van het bedrijf in Houthalen-Helchteren. Driessen vertelt dat er goede resultaten gehaald worden met het prototype van het systeem dat bij een Limburgse melkveehouder wordt getest. Het systeem kan in de toekomst eveneens worden uitgebreid naar detectie van bronst, kreupelheid, ziektesymptomen en hittestress.</content>
            
            <updated>2025-11-27T10:30:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Een maand voor deadline uitvoering 5%-maatregel: "1.000 boeren hebben reductie al gemeld"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/een-duizendtal-rundveehouders-lieten-weten-aan-overheid-in-orde-te-zijn-met-5-maatregel" />
            <id>https://vilt.be/58270</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tot nu toe hebben ongeveer 1.000 rundveehouders een melding of vergunningsaanvraag ingediend om aan te geven dat zij de tussentijdse reductie van vijf procent behaald hebben. Dat aantal zal volgens minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) nog oplopen nu de veldwerkzaamwerkheden achter de rug zijn en een extra communicatiecampagne lopende is. “Velen hebben gewacht op duidelijkheid rond enkele emissiereducerende maatregelen”, aldus Brouns die ook aangeeft het soms moeilijk te hebben om landbouwers voldoende borging te bieden voor de genomen maatregelen.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/92f50311-6a61-4fcc-8e26-505dca39a1e9/full_width_melkveekoe-1280.jpg</image>
                                        <content>Een duizendtal&amp;nbsp;rundveehouders&amp;nbsp;heeft&amp;nbsp;aan de overheid&amp;nbsp;al laten weten dat zij de vereiste tussentijdse reductie van&amp;nbsp;vijf&amp;nbsp;procent&amp;nbsp;hebben&amp;nbsp;doorgevoerd.&amp;nbsp;Dat is ongeveer een achtste van het aantal rundveebedrijven dat Vlaanderen volgens&amp;nbsp;statistiekbureau&amp;nbsp;Statbel&amp;nbsp;telt.&amp;nbsp;De verhouding van 1.000 op 8.595 is echter&amp;nbsp;niet de beste&amp;nbsp;maatstaf om&amp;nbsp;te beoordelen hoever de rundveesector staat om tegen het einde van het jaar aan de verplichting te voldoen.&amp;nbsp;&amp;nbsp; We weten niet hoeveel rundveehouders een melding moeten doen Nattevingerwerk&amp;nbsp;&amp;nbsp;Zo vallen niet alle rundveebedrijven&amp;nbsp;onder de meldingsplicht.&amp;nbsp;Bedrijven die&amp;nbsp;sinds&amp;nbsp;2015 een reductiemaatregel in hun vergunning hebben&amp;nbsp;opgenomen&amp;nbsp;en bedrijven die zijn vrijgesteld,&amp;nbsp;hoeven niets&amp;nbsp;meer te ondernemen. Hoeveel bedrijven er zich dan exact&amp;nbsp;nog&amp;nbsp;in regel moeten stellen,&amp;nbsp;is niet geweten.&amp;nbsp;Vlaanderen houdt namelijk geen vergunningsregister bij dat toelaat na te gaan welke aanpassingen in het verleden in welke vergunningen zijn doorgevoerd.&amp;nbsp;Daarnaast valt de&amp;nbsp;deadline om&amp;nbsp;de&amp;nbsp;emissiereductie administratief&amp;nbsp;aan de overheid&amp;nbsp;door te geven&amp;nbsp;later&amp;nbsp;dan 31 december, dat verduidelijkte de minister onlangs.&amp;nbsp;De melding moet ten laatste gebeuren bij de indiening van de Mestbankaangifte, meestal in maart.&amp;nbsp;Veldwerkzaamheden en&amp;nbsp;veel&amp;nbsp;onduidelijkheid&amp;nbsp;Het beperkte&amp;nbsp;aantal is&amp;nbsp;volgens de minister&amp;nbsp;ook&amp;nbsp;te verklaren door de veldwerkzaamheden die nog maar pas zijn afgerond. Veehouders wachten vaak&amp;nbsp;tot die drukte achter de rug is vooraleer ze bedrijfsbeslissingen&amp;nbsp;nemen&amp;nbsp;en hun administratie in orde&amp;nbsp;brengen.&amp;nbsp;“Daarnaast&amp;nbsp;wachtten ze&amp;nbsp;op duidelijkheid rond de&amp;nbsp;toepasbaarheid van enkele managementmaatregelen en technieken”, stelt de minister.&amp;nbsp;Hij erkent de kritiek dat&amp;nbsp;enkele&amp;nbsp;AER-maatregelen&amp;nbsp;pas erg laat beschikbaar werden gesteld en dat veel rundveehouders&amp;nbsp;tot een maand geleden nog geen volledig beeld hadden van hoe de regelgeving precies in elkaar zit. “Mijn diensten hebben daarom bewust extra gecommuniceerd om de situatie te verduidelijken”, aldus minister Brouns.&amp;nbsp;Ook de huidige ingewikkelde meldingsprocedure werd onder de loep gelegd.&amp;nbsp;Vanaf&amp;nbsp;maandag&amp;nbsp;1 december 2025&amp;nbsp;zullen&amp;nbsp;rundveehouders&amp;nbsp;de&amp;nbsp;vernieuwde, vereenvoudigde&amp;nbsp;meldingsprocedure op&amp;nbsp;het Omgevingsloket&amp;nbsp;kunnen gebruiken&amp;nbsp;om hun&amp;nbsp;gekozen methode&amp;nbsp;van de 5%-reductieverplichting&amp;nbsp;correct&amp;nbsp;aan te geven.&amp;nbsp;&amp;nbsp; Parlementsleden bespreken stand van zakenOok in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement kwam de stand van zaken aan bod. Parlementslid Arnout&amp;nbsp;Coel&amp;nbsp;(N-VA) bracht het onderwerp woensdag ter sprake en toonde begrip voor de aanpak van de minister. Hij verwees naar de mogelijkheid om rundveeplaatsen tijdelijk buiten gebruik te stellen en naar de snellere beoordeling van technieken door&amp;nbsp;WeComV. Tegelijk benadrukte hij&amp;nbsp;ook&amp;nbsp;dat&amp;nbsp;het evenwicht bewaakt moet worden&amp;nbsp;dat de&amp;nbsp;reductie op het einde van de rit werkelijk&amp;nbsp;ook gehaald wordt.&amp;nbsp;Voor&amp;nbsp;parlementslid&amp;nbsp;Leo Pieters (Vlaams Belang)&amp;nbsp;mogen de&amp;nbsp;regels rond de reducties&amp;nbsp;dan weer nog&amp;nbsp;wat soepeler.&amp;nbsp;Volgens hem zou het ook&amp;nbsp;toegelaten&amp;nbsp;moeten zijn dat veehouders een reductie realiseren met technieken die niet op de erkende AER-lijst staan,&amp;nbsp;als&amp;nbsp;zij dit met sensordata op het bedrijf kunnen aantonen.&amp;nbsp;Ook herhaalde hij&amp;nbsp;het pleidooi&amp;nbsp;om&amp;nbsp;niet zo rigide&amp;nbsp;vast te&amp;nbsp;blijven&amp;nbsp;houden aan de deadline van 31 december 2025.&amp;nbsp;Zolang&amp;nbsp;een&amp;nbsp;dalende evolutie&amp;nbsp;aangetoond kan worden,&amp;nbsp;doet&amp;nbsp;het er volgens hem niet&amp;nbsp;toe of dit nu gerealiseerd wordt in 2025 of 2026.&amp;nbsp; Moeite met rechtszekerheid&amp;nbsp;In de commissie geeft de minister&amp;nbsp;ook aan dat&amp;nbsp;hij&amp;nbsp;soms moeite&amp;nbsp;heeft om een goede borging te kunnen bieden&amp;nbsp;aan de landbouwers.&amp;nbsp;“Landbouwers die vandaag investeringen moeten doen om emissies te reduceren, moeten zeker zijn dat dit standhoudt. Ook in allerhande juridische procedures”, aldus&amp;nbsp;Brouns. “Daar heb ik&amp;nbsp;het soms&amp;nbsp;moeilijk mee.”&amp;nbsp;Of&amp;nbsp;landbouwers nog kunnen vertrouwen op de slagkracht van de minister en op wie zij dan&amp;nbsp;wel&amp;nbsp;moeten rekenen voor rechtszekerheid, antwoordt&amp;nbsp;Brouns&amp;nbsp;aan VILT dat het steeds zijn&amp;nbsp;betrachting&amp;nbsp;blijft om&amp;nbsp;telkens&amp;nbsp;maximale rechtszekerheid en perspectief te bieden.&amp;nbsp;&amp;nbsp;“Maar de&amp;nbsp;politiek werkt niet in een vacuüm.&amp;nbsp;We werken&amp;nbsp;in een politieke context, een juridische context, een context van technische beperkingen en een maatschappelijke context”,&amp;nbsp;verduidelijkt hij. “De combinatie van die vier zal mee bepalend zijn voor de mogelijkheden en zekerheden die landbouwers en andere ondernemers kunnen geboden worden.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-11-27T08:34:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe GLB-voorstellen brengen rust in het Europees parlement, maar niet in de sector]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-glb-voorstellen-brengen-voorlopig-rust-in-het-europees-parlement-maar-niet-in-landbouwsector" />
            <id>https://vilt.be/58271</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De onvrede in het Europees Parlement over het plan van de Commissie om landbouw- en regionale subsidies in één nationale enveloppe onder te brengen, lijkt voorlopig getemperd. Enkele voorstellen van commissievoorzitter Ursula von der Leyen (EVP) stellen een groot deel van de parlementsleden voorlopig gerust. Al geldt dit allerminst voor de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca. “Het voorstel is een poging om iets te veranderen zonder werkelijk iets te veranderen”, reageert de organisatie. “Hoe kan ook maar één Europarlementslid hiermee tevreden zijn?”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/631ff1ad-78bc-40ac-9d87-e671302e785f/full_width_landbouwer-boer-vee.jpg</image>
                                        <content>Sinds de Europese Commissie deze zomer haar begrotingsvoorstel voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bekendmaakte, krijgt het stevige tegenwind van zowel landbouworganisaties als Europarlementsleden. Het plan van de Commissie houdt onder meer in dat alle EU-landbouwsteun samengevoegd wordt in één enveloppe waarin ook andere subsidies zitten van andere beleidsdomeinen.Een deel van het budget zou in die enveloppe worden voorbehouden aan landbouwers, in een vorm die overeenkomt met de huidige rechtstreekse steun uit pijler 1. Voor de overige middelen uit pijler 2, bestemd voor plattelandsontwikkeling en waarvoor lidstaten vandaag een vast minimumbudget ontvangen van de EU, zal geconcurreerd moeten worden met andere beleidsprioriteiten van de lidstaten.Vier Europese fracties (EPP, S&amp;amp;D, Renew en Greens/EFA) gaven aan dat ze een blokkerende meerderheid zouden vormen als het voorstel niet meer tegemoetkomt aan hun kernverzoeken waardoor de onderhandelingen stil zouden komen te liggen. Om te tonen dat het menens was, werd zelfs een stemming om het plan te verwerpen op de agenda van het parlement gezet. Aanpassingen onder drukOnder deze druk stelde von der Leyen uiteindelijk enkele aanpassingen aan het begrotingsplan voor. Ze liet weten dat de Commissie bereid zou zijn om bijvoorbeeld tien procent van de enveloppe vast te leggen voor financiering van plattelandsgebieden, om zo de continuïteit van investeringen in landelijke regio’s te verzekeren.Ze ging ook in op het ongenoegen van parlementsleden over de ruime flexibiliteit voor lidstaten om zelf investeringskeuzes te maken, waardoor het Parlement minder invloed heeft op de toewijzing en controle van de middelen. Om toch wat meer parlementaire sturing over de middelen te verzekeren, stelde von der Leyen onder meer voor dat alle EU-instellingen jaarlijks hun belangrijkste prioriteiten vastleggen. Die prioriteiten moeten vervolgens worden weerspiegeld in de nationale plannen voor het gebruik van de subsidies. Shift in sentimentMet haar voorstellen slaagde von der Leyen erin om het sentiment in het Parlement genoeg om te buigen dat de geplande stemming van de agenda werd gehaald en zo de dreiging van een parlementaire verwerping verdween.“De aanpassingen komen tegemoet aan onze eisen”, zei Europarlementslid Herbert Dorfmann, landbouwcoördinator van de EVP, een fractie die door haar omvang een sleutelrol speelt bij stemmingen. Het is bovendien ook de politieke familie van von der Leyen. Maar zijn alle bezorgdheden van de EVP-parlementsleden daarmee van de baan? “Neen, het originele standpunt van de Commissie was voor ons onaanvaardbaar. Na de voorstellen van von der Leyen, kan het plan nu wel dienen als vertrekpunt voor onderhandelingen”, verduidelijkt de EVP-woordvoerder.Dat beaamt ook EVP-Europarlementslid Wouter Beke: “Wij blijven bijvoorbeeld pleiten voor een ambitieuzer budget dat aansluit bij de steeds uitdagendere context waarin onze landbouwers moeten werken. Ze verdienen onze volle steun in de verdere onderhandelingen over de Europese meerjarenbegroting.” Op dit moment lijkt de ene hand van de EU iets te geven aan het platteland terwijl de andere hand tegelijk wegneemt Ook bij Renew Europe is een gelijkaardig standpunt op te merken. “Het is een goed vertrekpunt om tot een degelijk akkoord voor onze landbouwers te komen”, reageert Europarlementslid en landbouwcoördinator voor Renew Elsi Katainen. Het streefdoel van tien procent voor plattelandsontwikkeling vindt ze positief, “al verandert het niets aan het feit dat de rechtstreekse landbouwsteun wordt verminderd”. “Op dit moment lijkt de ene hand van de EU iets te geven aan het platteland terwijl de andere hand tegelijk wegneemt”, aldus Katainen. Het recente voorstel zijn cosmetische bijsturingen en gaat niet in op onze kernbezorgdheden Nog niet iedereen is overtuigdS&amp;amp;D is dan weer helemaal niet onder de indruk over de voorgestelde aanpassingen. “Het volgende GLB moet inspelen op de verwachtingen van de burgers en blijven zorgen voor veilig, hoogwaardig en betaalbaar voedsel, voedselzekerheid en een landbouw die de natuur herstelt”, laat S&amp;amp;D weten. “Het recente voorstel zijn cosmetische bijsturingen en gaat niet in op deze bezorgdheden. Het dreigt nog steeds de solidariteit te verzwakken en de Europese dimensie van het beleid te versnipperen.” De Europese koepel van landbouworganisaties&amp;nbsp;Copa-Cogeca noemen von der Leyens aanpassingen aan het GLB-budget dan weer “een rookgordijn”. “De marginale aanpassingen aan het meerjarig financieel kader (MFK) en het GLB schieten zwaar tekort om het inkomen van landbouwers en de voedselzekerheid van de EU te beschermen”, klinkt het.Het plan brengt volgens de organisatie nog steeds het voortbestaan van de land- en tuinbouwsectoren in gevaar, maar ook de integriteit van de interne markt en de voedselzekerheid van 450 miljoen Europeanen. Copa-Cogeca benadrukt nogmaals dat het GLB-budget 20 procent lager ligt dan het huidig budget. “En dat zonder rekening te houden met de inflatie”, aldus de landbouwkoepel. “Het ‘plattelandsdoel’ compenseert ook niet het verlies van de tweede pijler van het GLB.”De landbouworganisatie begrijpt niet hoe “ook maar één Europarlementslid hiermee tevreden kan zijn”. “Het voorstel is een poging om iets te veranderen zonder werkelijk iets te veranderen”, concludeert de Europese landbouwkoepel. Om deze en andere vormen van ongenoegen over het Europese landbouwbeleid te uiten, organiseert Copa-Cogeca in december een nieuwe boerenbetoging in Brussel. Bal in het kamp van de RaadDe voorstellen zijn echter slechts voorstellen, de Commissie is nog niet van plan om formele wijzigingen aan het initiële begrotingsvoorstel te maken. Dat bevestigde een woordvoerder aan de nieuwswebsite Euractiv.Volgende maand komen de lidstaten in de Raad samen om onder meer over de voorgestelde wijzigingen te discussiëren. De beslissing die daar valt, of de wijzigingen al dan niet worden opgenomen, zal veel bepalen voor de verdere onderhandelingen in de toekomst.</content>
            
            <updated>2025-11-26T20:24:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europees Parlement bevestigt uitstel ontbossingswet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europees-parlement-bevestigt-uitstel-ontbossingswet-sectorfederatie-fedustria-tevreden" />
            <id>https://vilt.be/58272</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In navolging van de lidstaten wil ook het Europees Parlement de toepassing van nieuwe Europese regels tegen wereldwijde ontbossing nogmaals uitstellen, zo bleek bij een stemming in Straatsburg. Opnieuw leverde uiterst rechts de nodige stemmen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ontbossing" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c0baccc9-837e-4a46-a1fa-c55b45765fae/full_width_ontbossing-congobekken.jpg</image>
                                        <content>De ontbossingwet verplicht invoerders van soja, rundvlees, cacao, koffie en aanverwante producten om aan te tonen dat hun toeleveringsketens niet bijdragen aan de vernietiging van bossen wereldwijd. De wet had eigenlijk eind 2024 van kracht moeten worden, maar vorig jaar werd de toepassing van de regels in extremis uitgesteld tot eind 2025.Op de valreep spreekt het Europees Parlement zich nu uit voor een nieuw uitstel. Een meerderheid van 402 tegen 250 parlementsleden sloot zich woensdag in plenaire zitting aan bij de krachtlijnen van een compromis onder de lidstaten, die het vorige week al eens waren geraakt over een nieuw uitstel.&amp;nbsp;Volgens dat compromis moeten de grootste bedrijven pas vanaf eind 2026 aan de verplichtingen van de wet voldoen en de kleinere pas vanaf 30 juni 2027. De Europarlementsleden sluiten zich ook aan bij de vraag van de lidstaten aan de Commissie om al tegen eind april - dus nog voor de inwerkingtreding - te onderzoeken of het systeem nog eenvoudiger kan.Belgische christendemocraten nemen afstand van EVPNet als bij de recente stemming over de versoepeling van de zorgplichtwet voor ondernemingen konden de traditionele pro-Europese politieke fracties onderling de violen niet stemmen. De christendemocratische Europese Volkspartij (EVP) diende opnieuw haar eigen voorstellen in en kon daarbij rekenen op de stemmen van de conservatief-nationalistische ECR en de uiterst rechtse fracties. De Belgische leden van de EVP namen afstand van hun fractie en onthielden zich.Het liberale Renew stemde verdeeld. Hilde Vautmans van Open Vld en de drie leden van MR steunden het uitstel. Volgens Sophie Wilmès kozen de Franstalige liberalen ervoor de lidstaten te volgen en tijdig een deal uit de brand te slepen. Zoniet dreigde de wet &quot;ondanks de nog onopgeloste problemen&quot; begin volgend jaar van kracht te worden. Yvan Verougstraete van Les Engagés, die ook bij Renew zetelt, stemde dan weer tegen. Groen en links betreuren uitstelDat deden ook de sociaaldemocraten, groenen en uiterst links, maar tevergeefs. &quot;De laatste grote regenwouden op aarde verdwijnen voor onze ogen en toch kiezen christendemocraten ervoor om bedrijven die daaraan bijdragen nóg meer tijd te geven. Het precedent dat is gezet door samen te werken met extreemrechts om de zorgplichtwet uit te kleden herhaalt zich nu schaamteloos&quot;, reageerde Sara Matthieu (Groen).Volgens Vooruit &quot;maakt Europa zichzelf belachelijk met dit soort gekwakkel&quot;. De socialisten menen dat het uitstel de zekerheid voor bedrijven ondergraaft en een slechte indruk nalaat bij de handelspartners. &quot;Ik krijg niet uitgelegd aan bedrijven in Indonesië en Brazilië dat de wetgeving - waar zij zich grondig op hebben voorbereid - er niet komt omdat bedrijven in Duitsland te lui waren om dat te doen&quot;, stelt Kathleen Van Brempt. Nog niet formeel bekrachtigd, maar uitstel lijkt uitgemaakte zaakDe ontbossingswet werd door milieuorganisaties indertijd als pionierswerk onthaald. De wet stootte bij belangrijke handelspartners in Azië en Amerika op kritiek vanwege de bureaucratische rompslomp en de extra kosten die de wet zou meebrengen voor handelaars, landbouwers en bosbouwers. Ook binnen de Europese Unie bestaat er tegenkanting, aangevoerd door Duitsland.Hoewel de lidstaten en het Europees Parlement formeel gezien nog moeten onderhandelen over het uitstel, lijkt het een uitgemaakte zaak. Zo wordt de ontbossingswet opnieuw een symbooldossier voor een EU die in naam van de concurrentiekracht van de Europese bedrijven een rem zet op het ambitieuze klimaatbeleid dat de voorbije jaren was goedgekeurd.</content>
            
            <updated>2025-11-27T18:15:38+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond lanceert dedicated PAS-team voor boeren met stikstofvragen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-lanceert-dedicated-pas-team-voor-boeren-met-stikstofvragen" />
            <id>https://vilt.be/58273</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers met vragen over het stikstofdecreet en over de maatregelen die van hen gevraagd worden, kunnen voortaan terecht bij ‘PAS-advies’. Het gaat om een dedicated team bij Boerenbond van vijf personen met diverse competenties. “Op deze manier kunnen we vragen gecoördineerd aanpakken door het gehele proces, van berekening van de PAS-referentie tot mogelijke toepasbare reductietechnieken”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boerenbond" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f987689d-63f2-400f-a8f8-3a9cb91aa3b3/full_width_klimrek-klimaat-melkkoeien-bis.jpg</image>
                                        <content>Hoewel Boerenbond fel gekant is tegen het stikstofdecreet en hiervoor naar het Grondwettelijk Hof stapte, zet de landbouworganisatie zich in om de landbouwsector zo goed mogelijk voor te bereiden. Zo verleent ze onder andere PAS-innovatiesteun voor projecten en innovatieve technieken die een stikstofreductie realiseren. Vijf specialisten met verschillende competentiesHet laatste initiatief dat Boerenbond heeft gelanceerd, is de PAS-cel, een dedicated team van vijf personen dat zich bezighoudt met landbouwvragen rond het stikstofdecreet. Wat is de PAS-referentie van een bedrijf en hoe kan je die berekenen? Hoe wordt de impactscore berekend? Welke technische aanpassingen zijn mogelijk en realistisch voor de betreffende veehouder? Wat betekent dit voor de vergunning of de financiële toekomst van het bedrijf?“We begrijpen dat onze leden voor moeilijke vraagstukken staan en in een zeer onzekere context hun bedrijf moeten runnen. Daarom bundelen we alle kennis en zetten extra in om hen nog efficiënter en uniformer te adviseren”, zegt Stijn Bossin, directeur Ondernemen &amp;amp; Innovatie bij Boerenbond.Bossin voert het team van vijf mensen aan. Het vijftal is gerekruteerd uit de eigen gelederen, en voor drie van hen is een opvolger aangeworven. Er zit een financieel specialist in, een specialist intensieve veehouderij en een specialist klimaat en emissies. “Het gaat om specialisten met verschillende competenties die elkaar goed aanvullen en PAS-zaken door het hele traject kunnen begeleiden”, klinkt het. Gratis en laagdrempelig totaaladviesEen van de leden van de PAS-cel is Patrick Meulemeester, consulent Ondernemerschap bij Boerenbond. Hij verduidelijkt de werking van de cel: “Soms weten veehouders al heel goed waar men aan toe is en gaat het veelal over technische vragen waar wij mee helpen, zoals de voorwaarden bij toepassing van een mestrobot of mestschuif bij melkvee. Maar evengoed starten we van nul en gaan we ‘all the way’. Dan begint het bij het berekenen van de impactscore en de PAS-referentie 2030. Vervolgens kijken we samen wat de technische mogelijkheden en de voorkeuren zijn, en maken we desgewenst ook een goed beeld van de financiële haalbaarheid. Dankzij de expertises die we delen over al onze consulenten heen, kunnen we zo een totaaladvies aanbieden.”Meulemeester benadrukt dat Boerenbond de dienst “PAS-advies” gratis levert aan leden. “Dat kunnen we aanbieden dankzij de extra financiële steun die Boerenbond heeft vrijgemaakt. We maken het allemaal zo laagdrempelig mogelijk. De tijd tikt, en er zijn nog heel wat landbouwers die hun traject moeten uittekenen. We begrijpen dat er nog veel onduidelijkheden zijn, maar afwachten is echt geen optie. Uiterlijk tegen 1 oktober 2029 moeten de vergunningen in orde zijn. Er moet nu actie ondernomen worden, want een aanpassing van de vergunning vraagt wel wat tijd.” Ook proactief duiding gevenBehalve het behandelen van vragen, zal de PAS-cel ook proactief te werk gaan, klinkt het bij Boerenbond. “We blijven actief de boer opgaan om duiding te geven over de timing, de verwachtingen en de huidige technische mogelijkheden. Het is belangrijk dat iedereen goed weet wat er op hen afkomt en de oefening tijdig maakt. De deadline geldt voor alle professionele veehouders.”</content>
            
            <updated>2025-11-27T18:18:44+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Innovatieve combo-automaat kan ook voor korte keten een troef zijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/startup-wil-de-korteketenboer-op-met-huur-combo-automaat" />
            <id>https://vilt.be/58274</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Gentse start-up KomPak't Gezond ziet kansen in de korteketen met zijn zogenaamde combo-verkoopautomaat. Dat zijn automaten waarin verschillende korteketenboeren samen hun producten kunnen verkopen. “Een automaat kopen is duur en we zagen dat veel automaten halfleeg of slecht onderhouden waren. Zo is het idee ontstaan”, vertelt oprichter Sven Hofman. Recent werd de eerste combo-automaat geplaatst bij een groenteboer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="korte keten" />
                        <category term="automaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c7b84a39-f630-4261-9847-1f4840053d66/full_width_combo-verkoopautomaat.jpeg</image>
                                        <content>De Gentse start-up KomPak&#039;t Gezond heeft deze maand in Eke bij groenteboer Piet Tomaat de allereerste combo-automaat&amp;nbsp;van Vlaanderen geplaatst. Het gaat om een verkoopautomaat waarin verschillende handelaars tegelijk hun producten aanbieden. In dit geval liggen er groenten, fruit en zuivel van Piet&amp;nbsp;De Schepper, door zijn verleden als tomatenteler gekend als Piet Tomaat. Ook liggen er bereide maaltijden van een traiteur.Gecombineerde verkoop versterkt afzetBeide handelaren huren de automaat van KomPak’t Gezond. De start-up regelt ook de betaling aan de eigenaar van de producten. “Handelaars hebben het druk en een&amp;nbsp;automaat&amp;nbsp;kopen is duur”, verklaart medeoprichter Sven Hofman het businessconcept. De startup ontwikkelde een een concept waarbij het betaalsysteem onderscheid kan maken tussen verschillende verkopers in één&amp;nbsp;automaat.Volgens Hofman gaat het om de allereerste combo-automaat van Vlaanderen. De ondernemer ziet ook mogelijkheden in de landbouwsector, vooral in de korteketenverkoop. “Gedeelde verkoop is ook goed voor de opbouw van naambekendheid”, zegt de ondernemer. “Klanten komen voor product A en zien dan ook product B liggen. Na verloop van tijd raken ze hiermee vertrouwd.” Samenwerking is er vandaag al gedeeltelijkKatrien Vanhoutte van Steunpunt Korte Keten beaamt dat het concept nieuw is. In heel veel boerderijautomaten worden inderdaad ook producten van derden verkocht, maar daarbij is de eigenaar van de automaat verantwoordelijk én financieel beheerder.”Steunpunt Korte Keten ziet in de praktijk wel veel samenwerking tussen boeren. In een constructie koopt de eigenaar van de automaat een deel van de producten aan bij een collega-boer om deze dan samen met zijn eigen producten aan te bieden. “In dat geval is de&amp;nbsp;eigenaar van de automaat dan voor een deel handelaar. Hij of zij koopt in en verkoopt”, aldus Vanhoutte.In een andere constructie vult een derde zijn stock in de automaat zelf aan en koopt de eigenaar van de automaat deze niet op voorhand in. Dit systeem brengt meer administratieve last met zich mee. Degene die de automaat aanvult, houdt dat bij en rekent later af met de eigenaar van de automaat. “De eigenaar van de automaat is wel verantwoordelijk voor alle producten die er in zitten”, aldus Vanhoutte. Gedeelde verantwoordelijkheidIn het geval van de combo-verkoopautomaat is elke verkoper verantwoordelijk voor zijn product, vertelt Piet&amp;nbsp;De Schepper. De Schepper opende een half jaar geleden een groente- en fruitwinkel. De gepensioneerde serreteler ziet het wel zitten om de automaat op termijn ook te delen met een aardappelboer uit de regio. “Natuurlijk zou ik de aardappelen ook kunnen aankopen en in de automaat kunnen aanbieden, maar op dat moment draag ik zelf ook alle risico’s.”</content>
            
            <updated>2025-11-28T15:14:06+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Binnenkort snellere biogewasbescherming en een gelijker internationaal productiespeelveld?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europa-bereidt-snellere-toelating-biogewasbescherming-en-eerlijkere-importregels-voor" />
            <id>https://vilt.be/58275</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met een nieuw voorstel dringt het Europees Parlement aan op een versnelling van de goedkeuring en invoering van biologische gewasbescherming. Zo kan de toolbox van landbouwers sneller aangevuld worden met alternatieven om oogsten te beschermen. Tegelijk onderzoekt de Commissie hoe het speelveld tussen Europese en niet-Europese boeren geëffend kan worden bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2cec68aa-e935-4483-ab7b-98b0dad27a86/full_width_gewasbeschermingsmiddelen-1024.jpg</image>
                                        <content>De Europese Commissie onderzoekt hoe de productie-eisen voor gewasbescherming bij ingevoerde producten beter kunnen aansluiten op die voor Europese landbouwers. Daarmee tracht de Commissie tegemoet te komen aan de vraag naar een gelijker speelveld. In de context van recente handelsakkoorden haalden landbouwers herhaaldelijk aan dat er geen gelijk speelveld is wanneer zij moeten concurreren met producten die onder andere sociale, economische en ecologische voorwaarden worden geproduceerd dan binnen de EU. &#039;Importtolerantie&#039; schrappen?Maar Europese productienormen afdwingen in andere landen is geen sinecure. Eén van de pistes die de EU nu onderzoekt, is het schrappen van het begrip ‘importtolerantie’ voor bepaalde gewasbeschermingsmiddelen die binnen de EU verboden zijn. Detecteerbare residuen boven de EU-norm zouden dan niet langer worden toegelaten.De EU benadrukt dat het hier om productienormen gaat. Op het vlak van gezondheid en veiligheid waarborgen de huidige importregels al de bescherming van consumenten.“Meer wederkerigheid in productiestandaarden moet vermijden dat de ambitieuze EU-normen uitmonden in een concurrentieel nadeel voor Europese landbouwers en de agrovoedingsketen, en sluit tegelijk aan bij de verwachtingen van consumenten”, klinkt het.Eerst stap: gevolgen in kaart brengenOm de mogelijke gevolgen van meer wederkerigheid in kaart te brengen, heeft de Commissie een effectbeoordeling opgestart. Die onderzoekt onder meer de impact op handelsstromen, de concurrentiekracht van Europese producenten en de gevolgen voor consumenten. De eerste resultaten worden tegen de zomer van 2026 verwacht. Oproep om biocontrols sneller van het labo naar het veld toe te latenIn het verlengde van een gelijker speelveld geven landbouwers ook al lang aan dat hun kast in de loods met middelen om plagen en ziektes te bestrijden, steeds leger wordt. De EU heeft de voorbije jaren veel producten verboden, terwijl er amper nieuwe alternatieven beschikbaar worden. Een belangrijke oorzaak is de zeer trage toelatingsprocedure voor nieuwe middelen.Deze week riep een meerderheid van 90 procent van het Europees Parlement de Commissie op om de goedkeuring en invoering van biologische gewasbeschermingsmiddelen (biocontrole­middelen) te versnellen. Zonder een passend wetgevend kader dreigt de EU biogewasbescherming voortaan als eerste te ontwikkelen, maar ze uiteindelijk als laatste toe te passen Biocontrolemiddelen zijn anders opgebouwd en verdienen andere regelsFabrikanten van biocontrols, vaak kleine en middelgrote ondernemingen, worden geconfronteerd met hoge kosten, juridische onzekerheid en versnipperde nationale procedures. Dat remt innovatie af en vertraagt de beschikbaarheid van duurzame en betaalbare gewasbescherming voor landbouwers.“De EU is een wereldleider in innovatie op het vlak van biocontrole. Maar zonder een passend wetgevend kader dreigt de EU deze innovaties voortaan als eerste te ontwikkelen, maar ze uiteindelijk als laatste toe te passen”, vertelt Europarlementslid Anna Strolenberg (Greens/EFA). Zij zette samen met een collega-parlementslid het thema op de Europese agenda. “Vandaag kan het tot tien jaar duren voor een product de markt bereikt. Het huidige juridische kader is geschreven voor conventionele chemische pesticiden. Maar biocontrolemiddelen zijn fundamenteel anders en hebben een op maat gemaakt proces nodig.”Haar collega-parlementslid Alexander Bernhuber (EVP) benadrukt dat biologische middelen natuurlijke stoffen en organismen omvatten en minder risico’s meebrengen dan de chemische producten. Hierdoor zouden ze sneller van laboratorium naar het veld moeten kunnen gaan. Aangepaste regelgeving en meer financiering nodig“Via een specifieke beoordeling en extra middelen voor de Europese Voedselautoriteit (EFSA) en nationale bevoegde autoriteiten kunnen de procedures versneld worden”, stellen ze beide. Volgens hen is het cruciaal dat er een duidelijke en brede definitie van biocontrolemiddelen komt, dat de risicobeoordeling beter wordt afgestemd en dat lidstaten elkaars beoordelingen automatisch erkennen om dubbele procedures te vermijden. Doordat fabrikanten nu vaak afzonderlijke toelatingsprocedures moeten doorlopen in verschillende landen, kunnen landbouwers benadeeld worden wanneer zij langer op de toelating van een middel moeten wachten dan landbouwers in naburige landen.“We hebben ons nu intensief gericht op biologische middelen, maar we hebben ook chemische middelen en natuurlijk mechanische oplossingen nodig”, verduidelijkt Bernhuber nog. “Alleen zo kunnen we onze landbouwbedrijven een complete gereedschapskist aanbieden.” Boerenbond staat achter gebruik biologicalsLandbouworganisatie Boerenbond juicht een versnelling van biologicals toe. “We pleiten al langer voor een vereenvoudiging van de erkenningsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen. Dit is een stap in de goede richting”, zegt Boerenbond. “Niet-chemische gewasbeschermingsmiddelen, biostimulanten en mechanische onkruidbestrijding zijn mooie aanvullingen op klassieke gewasbeschermingsmiddelen. Gewasbeschermingsmiddelen met verschillende werkingsmechanismen zijn cruciaal om resistentie te voorkomen. Als we dit niet doen, passen ziekten en plagen zich zeer snel aan en gaat het effect van gewasbeschermingsmiddelen uitdoven.”</content>
            
            <updated>2025-11-28T11:11:13+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mechanisatie, stikstof en slimme data: Agribex mikt op inspiratie en verbinding]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/waar-landbouw-en-innovatie-elkaar-ontmoeten-agribex-mikt-op-inspiratie-en-verbinding" />
            <id>https://vilt.be/58276</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zonder prijskampen, maar met een focus op stikstofreductie, smart farming en energie wil Agribex opnieuw de brede landbouwsector naar Brussels Expo halen. Van 3 tot 7 december gaat de 73ste editie van deze vakbeurs voor landbouw, veeteelt, tuinbouw en groene zones door onder het centrale thema ‘Inspire &amp; Connect’. “We willen meer zijn dan een beurs. We willen een katalysator zijn voor vooruitgang en transitie”, zegt Alain Vander cruys, woordvoerder van Agribex.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Agribex" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="mechanisatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fd25d288-1214-4e3a-8a5a-099cf7f11a48/full_width_agribex-2023-marcel-van-coile.png</image>
                                        <content>De opbouw van de beurs is van start gegaan in en rond de hallen van Brussels Expo. Tijdens de vorige editie wist de beurs zo’n 75.000 bezoekers te lokken. Daarmee is het de grootste professionele indoorbeurs voor de land- en tuinbouw in België. “Het is een pure vakbeurs waar kennisdeling, innovatie en ontmoeting centraal staan”, legt Vander cruys uit. “Met Agribex willen we een omgeving creëren waar professionals niet alleen de nieuwste technologieën ontdekken, maar ook de juiste mensen ontmoeten om samen de toekomst vorm te geven.”Thema-eilanden zorgen voor diepgangDat blijkt ook uit de opzet van de beurs. Naast standen met glimmende tractoren en innovatieve machines zet Agribex ook sterk in op thema-eilanden. “Daarmee willen we helderheid en diepgang bieden aan de bezoekers. Ze kunnen er terecht voor directe gesprekken met experts, demonstraties en advies rond actuele onderwerpen”, klinkt het. “Landbouwers die investeren, willen zeker zijn van hun rendement. Als beurs willen we helpen door correcte en zo volledig mogelijke informatie aan te bieden. Landbouwers staan immers voor moeilijke en onzekere tijden.” Emissiereducerende techniekenEen thema dat volop inspeelt op de actualiteit is dat van de emissiereducerende technieken. In het kader van het stikstofdecreet moeten heel wat veehouders nog belangrijke beslissingen nemen over hoe ze hun uitstoot willen beperken. De uiterste datum waarop ze dat moeten doen, 2030, komt steeds dichter bij. Ook voor methaan staan er nog heel wat uitdagingen op de agenda. Op het thema-eiland is informatie te vinden over zowel erkende stikstof- en methaanreducerende technieken als over projecten die nog in de pipeline zitten. Daarnaast is er ook aandacht voor de regelgeving en in dat verband en worden er diverse voordrachten gegeven. In hal 7 kunnen bezoekers dit thema-eiland ontdekken.Nieuwe energieEen tweede focusthema is energie. De zoektocht naar en vooral de toepassing van&amp;nbsp;nieuwe energie wordt volop uitgerold. Dat is in de landbouwsector niet ander. “Door van energie een strategisch thema te maken op diverse beursstanden, willen we landbouwers vooral duidelijk maken hoe het van een kostenpost naar een inkomstenbron kan evolueren”, aldus de beursorganisator. Zo is er onder meer aandacht voor biogasproductie, zonnepanelen, windturbines, enz. Datatransmissie en slimme technologieModerne landbouwmachines verzamelen niet alleen heel veel data, ze kunnen ook veel preciezer werken op basis van data. Maar hoe haal je het maximale uit landbouwmachines en uit alle beschikbare data? En wat mis je als je deze technologie niet inzet? En misschien nog belangrijker: van wie zijn al deze verzamelde data? Het zijn maar enkele vragen waarop er op dit thema-eiland een antwoord wordt geboden door aanbieders van digitale toepassingen. Het eiland is te vinden in hal 5. Workshop LiveDit thema-eiland is intussen een vaste waarde geworden op Agribex. Studenten van de Thomas More Hogeschool sleutelen er gedurende de hele beursperiode aan tractors, grote landbouwmachines, maar ook klein materiaal. Daarmee willen ze tonen dat het beroep van landbouwmechanieker uitdagend en divers is. “In de landbouwmechanisatie staan heel wat vacatures open. We willen met deze live werkplaats jongeren triggeren en de waarde van een opleiding landbouwmechanisatie promoten”, aldus Vander cruys. Workshop Live is terug te vinden in hal 9. Professionele dagNet als bij vorige edities start de beurs op woensdag 3 december met een professionele dag. “Deze Hospitality Day is een exclusieve dag voor loonwerkers en dealers die volledig in het teken staat van gastvrijheid en efficiëntie: van onthaal tot catering en parking, alles is erop gericht om bezoekers in alle rust te laten netwerken en informatie uit te wisselen”, vertelt Vander cruys. Aangezien alles inclusief is, zijn de tickets voor de professionele dag ook een stuk duurder: 50 euro in voorverkoop in plaats van 17,50 euro op de andere dagen.Ladies DayAl een paar edities heeft Agribex ook extra aandacht voor vrouwen in de landbouw. Deze keer wordt er wel gekozen voor een iets andere aanpak. “We zien onze Ladies Day op 4 december als startschot voor een bredere campagne: de Future Award Lady of the Year”, vertelt Isabelle Huyghe die Michel Christiaens begin volgend jaar opvolgt als CEO van Fedagrim, de organisator van Agribex. “Vrouwen leiden vandaag één op drie landbouwbedrijven in Europa. Met deze award willen we sterke vrouwelijke stemmen in de sector een podium geven.”Daarom worden tijdens Agribex de eerste rondetafelgesprekken georganiseerd met beleidsmakers om de uitdagingen en kansen voor vrouwen in de landbouwsector te belichten. “Maar daarnaast blijft onze Ladies Day vooral een feestelijke gelegenheid om vrouwelijke ondernemers in de bloemetjes te zetten”, klinkt het. Geen prijskampenEén van de traditionele publiekstrekkers, de prijskampen met dieren, gaan voor het eerst in de geschiedenis van Agribex niet door omwille van nieuwe regelgeving. Vlak voor de verkiezingen van 2024 heeft het Brusselse parlement een ordonnantie goedgekeurd die het verkopen, tentoonstellen en showen van dieren in het Brussels gewest verbiedt. Die ordonnantie werd zo ruim geformuleerd dat ook een beurs als Agribex wordt getroffen. Door het uitblijven van een nieuwe Brusselse regering kon geen uitzondering worden aangevraagd. Met tal van exposanten en thematische zones die inspelen op de noden van de veeteelt, zijn we ervan overtuigd dat Agribex ook dit jaar een ontmoetingsplek blijft voor de veehouderij “Het wegvallen van onze Livestock Show is jammer”, erkent Vander cruys. “Maar toch tekent de toelevering voor de veeteeltsector opnieuw present. Met tal van exposanten en thematische zones die inspelen op de noden van de veeteelt, zijn we ervan overtuigd dat Agribex ook dit jaar een ontmoetingsplek blijft voor de veehouderijsector.”Ontmoeten en inspirerenMet deze diversiteit aan thema’s wil Agribex ook tijdens deze editie fungeren als een ontmoetingsplek voor professionals, beleidsmakers en innovatoren. “We hebben gekozen voor de baseline ‘Inspire &amp;amp; Connect. Daarmee willen we aangeven dat we meer willen zijn dan een beurs. We willen mensen samenbrengen, ideeën laten stromen en kennis delen. Op die manier creëren we een omgeving waar innovatie groeit en samenwerking bloeit”, besluit Alain Vander cruys.Praktisch: Agribex vindt plaats van woensdag 3 december tot en met zondag 7 december. Dagtickets kosten 17,50 euro in online voorverkoop en 19,50 euro aan de kassa. Voor de professionele dag en meerdagentickets gelden er speciale tarieven. Alle informatie over de beurs is terug te vinden via www.agribex.be.</content>
            
            <updated>2025-11-27T20:07:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[West-Vlaanderen ziet nood aan extra campagne over risico’s bij het inhalen van tractoren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/25-jaar-west-vlaamse-campagne-rond-modder-op-de-weg-nog-steeds-noodzakelijk" />
            <id>https://vilt.be/58277</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“Modderen we maar wat aan, of werkt de campagne echt?” Dat vroeg West-Vlaams gouverneur Carl Decaluwé zich af na 25 jaar campagne te voeren over modder op de weg. Na evaluatie blijkt de campagne succesvol, maar allerminst overbodig. De provincie wil zelfs een spin-off lanceren om de hoffelijkheid tussen landbouwvoertuigen en andere weggebruikers scherp te houden. “Inhalen op landelijke wegen vormt een groot risico nu landbouwvoertuigen steeds groter worden”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="West-Vlaanderen" />
                        <category term="modder" />
                        <category term="tractor" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6c0bc0a1-c804-4875-9fa4-118aadaeb0a9/full_width_plattelandverkeersluipwegmodder.jpg</image>
                                        <content>Modder op de weg kan valpartijen en verkeersongevallen veroorzaken. Onder het motto “voorkomen is beter dan genezen” voert West-Vlaanderen al 25 jaar een campagne rond de preventie en sensibilisering over modder op de weg. “Uit een evaluatie blijkt dat de campagne werkt en best wordt verdergezet”, haalt Decaluwé aan. “Het plaatsen van verkeersborden, sensibilisering en hoffelijkheid blijven daarbij speerpunten.”Speciale aandacht voor fietsersDe gouverneur acht het ook noodzakelijk om een spin-offcampagne te lanceren voor hoffelijkheid tussen bestuurders van landbouwervoertuigen en andere weggebruikers. Landbouwvoertuigen worden steeds groter en breder, waardoor het risico bij inhalen of kruisen toeneemt. Vooral fietsers lopen gevaar, omdat een val hen onder de wielen kan doen belanden. Omdat landbouwmachines niet zomaar kunnen uitwijken, adviseert de provincie fietsers om bij het kruisen van een voertuig af te stappen. “De evaluatie van de campagne toont aan dat extra aandacht voor tweewielers nodig is, omdat zij als zwakke weggebruiker het grootste risico lopen”, klinkt het.Nieuwe campagne start vroeger en gaat brederVerder merkt de provincie op dat de startdatum van de campagne door klimaatverandering vervroegd zal worden naar eind augustus. De volgende campagne zal algemener worden. “Landbouwers zijn niet de enige vervuilers”, aldus Decaluwé. “Ook jagers, loonwerkers en aannemers laten modder achter op de weg. De vernieuwde brochure is daarom geschikt voor alle vervuilers.”</content>
            
            <updated>2025-11-27T17:49:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Febev kritisch voor ‘light’-vergunning uitsnijderijen: “Regelgeving niet enige obstakel”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/febev-kritisch-voor-light-vergunning-uitsnijderijen-regelgeving-niet-enige-obstakel" />
            <id>https://vilt.be/58278</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het nieuws dat de Vlaamse regering de regelgeving wil versoepelen voor kleinschalige uitsnijderijen, wordt met een dubbel gevoel ontvangen bij sectorfederatie Febev. Gedelegeerd bestuurder Michael Gore waarschuwt dat de grootschaligheid van de sector er niet zomaar is gekomen. Om de korte keten betere toegang te geven tot slachthuizen en de uitsnijderij, schuift hij twee mogelijke oplossingen naar voor.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="slachthuis" />
                        <category term="korte keten" />
                        <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee5e3a10-997b-4cb2-8da4-0fc9847c3470/full_width_varkensvleesslachthuis-vlambmo.jpg</image>
                                        <content>Hoewel Febev zich niet kant tegen de versoepeling an sich, wil Gore vermijden dat ondernemers zich massaal in de sector storten met onrealistische verwachtingen. “We leven niet meer in de jaren vijftig”, zegt hij. “Ik denk dat men een zeer romantisch beeld schept van kleinschalige uitsnijderijen, met het idee dat iedereen zomaar die activiteiten kan opstarten. Men strooit eigenlijk zand in de ogen van producenten. Het is niet zo dat je van vandaag op morgen vleespakketjes kan verkopen.”&amp;nbsp;Grootschaligheid heeft een reden&amp;nbsp;Gore benadrukt dat de sector niet zomaar heeft gekozen voor grootschaligheid. “De marges zijn heel klein dus je hebt een bepaalde schaal nodig om het rendabel te maken”, zegt hij. “Ervan uitgaan dat elke producent in de korte keten een succesvolle ondernemer wordt, is niet de realiteit. Ik wil niet zeggen dat het onmogelijk is, maar het is hard werken en men gaat snel aan die realiteit voorbij. We willen niet dat iemand gaat overinvesteren zonder de kennis en kunde om te voldoen aan alle regels en eisen die erbij komen kijken.”&amp;nbsp; Bij een uitsnijderij op kleine schaal moeten de &amp;nbsp;vaste kosten en expertisekosten verhaald worden op een veel kleiner aantal dieren, en wordt je werking per definitie veel duurder “Bij een uitsnijderij op kleine schaal moeten de &amp;nbsp;vaste kosten en expertisekosten verhaald worden op een veel kleiner aantal dieren, en wordt je werking per definitie veel duurder”, zegt Gore. “Er zijn al veel kleinschalige initiatieven gelanceerd die ook zijn moeten groeien om nog mee te kunnen. Of die intussen reeds verdwenen izjn.”&amp;nbsp;Regels vereenvoudigen? Niet zo makkelijk als gedacht&amp;nbsp;Gore gelooft dat de mogelijkheden tot administratieve vereenvoudiging iets te rooskleurig worden voorgesteld. “We moeten ons onderwerpen aan tal van regelgeving waaronder milieu, dierenwelzijn enzovoort. Men gaat ervan uit dat de politiek en het FAVV een reglementaire versoepeling wel even kunnen regelen, maar er zitten heel veel gewestelijke en federale elementen tussen. Het is zo simpel niet.”&amp;nbsp; Korte keten worstelt vooral met bepaalde diersoorten&amp;nbsp;Gore wijst er ook op dat het korteketenverhaal lang niet zo’n probleem is in elke sector. “In de rundersector kan er perfect per dier worden geslacht. Dus hier zie ik niet in waarom er een probleem is voor de korte keten”, zegt hij. “In de schapensector daarentegen is er geen capaciteit omdat het slachten van schapen niet rendabel is vandaag. Er vallen systematisch slachthuizen weg. Ook overheden stoten de slachthuizen die ze nog in hun beheer hebben, één voor één af. Waarom zou dat in privéhanden anders zijn?”&amp;nbsp;“In de varkenssector heeft er inderdaad consolidatie opgetreden en zijn er minder slachthuizen, maar er zijn daarom niet minder uitsnijderijen”, gaat Gore verder. “Het gaat er dus eerder om te zoeken naar manieren om dat te kunnen kanaliseren, zodat er toch voldoende aantallen geslacht en verwerkt kunnen worden ten behoeve van de korte keten.”&amp;nbsp; Krachten bundelen en slachtpremies&amp;nbsp;Volgens Gore zou het voor de korte keten een interessante piste zijn om kleinschalige veehouders te laten samenwerken en zo grotere volumes aanbieden. &amp;nbsp;Door onderlinge samenwerkingsverbanden op te starten en dieren te bundelen, zouden er grotere aantallen geslacht kunnen worden in één lot. &quot;Ook dat vraagt een regelgevend initiatief.&quot;Een andere piste die volgens Gore interessant kan zijn, is een slachtpremie voor vlees in de korte keten. “Als men het maatschappelijk relevant vindt om de korte keten op de kaart te zetten, dan zou de overheid de extra kost voor slachthuizen kunnen compenseren met een premie. Slachtlijnen zijn voorzien op grotere aantallen. De vaste kosten voor een groot lot of een klein lot zijn dezelfde. Denk daarbij aan de keurkosten enzovoort. Als voor die extra kosten een compensatie komt, dan vergroot de kans dat slachthuizen met korteketenboeren samenwerken.”&amp;nbsp; Als men het maatschappelijk relevant vindt om de korte keten op de kaart te zetten, dan zou de overheid de extra kost voor slachthuizen kunnen compenseren met een premie Volgens Gore zou een slachtpremie voor de korte keten ook mooi in lijn zijn met de ambities van VLAM en het kabinet Brouns om de korte keten te stimuleren. “Als ze die omschakeling menen, is er een incentive nodig. Want anders zijn het allemaal praatjes.”&amp;nbsp;“Betrek de sector in dit verhaal”&amp;nbsp;“De minister kijkt nu enkel naar het FAVV. Maar wij zijn de sector van de slachthuizen en de uitsnijderijen. Wij beheren onder meer de sectorgids die zegt hoe een slachthuis of uitsnijderij volgens de voedselveiligheidseisen - in samenwerking met het FAVV - moeten ingevuld worden. En er zitten versoepelingen in de gids voor kleinere operatoren, maar deze zijn op heden beperkt omdat er bij de totstandkoming van de gids door het FAVV beperkingen werden voorzien voor zeer kleine ondernemingen.Gore wijst tot slot op dat Febev dus niet vergeten mag worden in deze discussie. “Een dialoog dient plaats te vinden met de sector waar het ten slotte over gaat.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-11-27T18:22:31+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aldi kiest voor atypische Belgische peren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aldi-kiest-voor-atypische-belgische-peren" />
            <id>https://vilt.be/58281</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Supermarktketen Aldi breidt zijn versaanbod tijdelijk uit met twee atypische peren van Belgische teelt. De ‘Me Amore’ en ‘Fred’, beide geteeld in Limburg en Vlaams-Brabant, zijn voortaan verkrijgbaar bij de Duitse discounter. Met deze twee peren wil Aldi zijn samenwerking met Belgische tuinbouwers extra in de kijker zetten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/31f6b559-dc8a-495c-908d-d7d37d544226/full_width_me-amore-winkel-2.jpg</image>
                                        <content>“Goed nieuws voor fruitliefhebbers die eens wat anders willen proberen dan de klassieke conference of doyenné. Met de Me Amore en Fred kunnen ALDI-klanten nu twee extra peren van eigen bodem aan hun boodschappenlijstje toevoegen”, begint Aldi haar persbericht.De Me Amore is een rode, sappige peer die geteeld wordt door telers in Zoutleeuw (Vlaams-Brabant) en Herk-de-Stad (Limburg). &amp;nbsp;De Fred is een aromatische handpeer die eventueel ook gestoofd kan worden door zijn goede structuur. “Aldi is momenteel de enige retailer die de Fred als los fruit in zijn aanbod heeft“, aldus Maksim Van Herck, Category Manager Fruit &amp;amp; Vegetables bij Aldi België. Clubras van BelOrtaDe Fred-peer wordt geteeld in Vlaams-Brabantse en Limburgse boomgaarden, zoals in Borgloon en Riemst door BelOrta-telers. De veiling heeft in België de vermarktingsrechten voor het clubras. De peren worden aan Aldi geleverd via groothandelaar Nicolai Fruit. “Door ook andere perensoorten aan ons assortiment toe te voegen, spelen we verder in op de vraag van onze klant die op zoek is naar een brede waaier aan verse en betaalbare producten”, aldus Maksim Van Herck.Alle peren in de winkelschappen van de discounter zijn momenteel van Belgische afkomst. De retailer hecht naar eigen zeggen veel belang aan producten van eigen bodem. &amp;nbsp;Zo was de discounter bijvoorbeeld de eerste retailer die de Belgische miniwatermeloenen en Ziola-appelen op de markt bracht.Niet alleen voor groenten en fruit, maar ook voor andere categorieën trekt Aldi de lokale kaart. “Zo is bijna al ons&amp;nbsp;vers vlees&amp;nbsp;van Belgische oorsprong, net als onze witte&amp;nbsp;melk”, benadrukt de supermarktketen nog. Wat is een clubras?Nieuwe fruitrassen ontstaan door het kruisen van bestaande rassen. Professionele kwekers, zoals Nicolai Fruit, kunnen wanneer zij een nieuw ras ontwikkelen, een patent op dat ras nemen. Dat gebeurt enerzijds om financiële redenen, maar ook omdat ze op die manier de kwaliteit beter kunnen garanderen. Via een clubsysteem bepalen zij wie het ras mag telen, hoeveel ze mogen telen en hoe de afzet gebeurt. Telers die het ras willen telen, moeten dus lid worden van de club. Ze moeten dan royalty&#039;s gaan betalen aan de patenthouders. Die royalty&#039;s zijn een bedrag per plant en een bedrag per hoeveelheid verkocht fruit. Bij vrije fruitrassen worden er geen royalty&#039;s betaald. Het onderscheid tussen clubrassen en vrije rassen is niet absoluut.</content>
            
            <updated>2025-11-28T16:56:51+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dochy maakt balans van ‘meldpunt Agribashing’: “Zowel traditionele media als onderwijs doen het”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dochy-maakt-balans-van-meldpunt-agribashing-zowel-traditionele-media-als-onderwijs-doen-het" />
            <id>https://vilt.be/58282</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Meldpunt Agribashing van Vlaams parlementslid Bart Dochy (cd&amp;v) was vrijdagochtend een onderwerp in het VRT-radiojournaal. Op een jaar tijd heeft het meldpunt "57 gefundeerde schriftelijke meldingen” ontvangen. Volgens Dochy wordt er niet alleen gif gespuid op sociale media, ook binnen de traditionele media en scholen wordt de landbouwsector vaak onterecht door de mangel gehaald.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="agribashing" />
                        <category term="imago" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9b53ae83-32f1-4b20-ab74-e7b0ddaa5bdb/full_width_bartdochyparlement24.jpg</image>
                                        <content>Het meldpunt Agribashing werd opgericht door Vlaams parlementslid Bart Dochy in 2021 en werd eind 2024 versterkt met een jury. Volgens Dochy werd er soms meewarig gedaan over het initiatief en werd het door bepaalde mensen afgeschilderd als Trumpiaans. Volgens Dochy heeft het meldpunt echter wel bestaansrecht. “We gaan natuurlijk geen rechter spelen”, sprak hij op Radio 1. “We proberen wel de juiste context te schetsen.”In 2025 heeft het meldpunt 57 meldingen ontvangen die het als gefundeerd beschouwt. Slechts een zestal meldingen vond de jury naast de kwestie. Daarnaast kwamen er tientallen berichten binnen bij de juryleden, via Whatsapp, Facebook en telefonisch. “Uit de meldingen zien we dat veel mensen bezorgd zijn over hoe er over landbouw wordt gesproken. Ze vragen vooral objectieve info en juiste cijfers die correct worden geduid”, zegt Dochy. Schoolboek: &quot;Boer Teun is niet lief voor zijn dieren&quot;Een greep uit de relevante meldingen: “Reeds 13 jaar ben ik (als vrijwilliger) leesmoeder in het eerste leerjaar”, schrijft iemand aan het meldpunt Agribashing. “Als wij bij de oefening van de tweeklanken komen erger ik mij telkens aan de zin: ‘Boer Teun is niet lief voor zijn dieren’. Dit staat in het boekje van &quot;mol en beer&quot;, ik dacht uitgegeven bij Van In. Van subtiele insinuatie gesproken.”Een ander voorbeeld, dat Dochy ook aanhaalt bij VRT, is hoe weerman Bram Verbruggen landbouw benoemt als verantwoordelijke voor tien procent van alle vervuiling. Welke sectoren verantwoordelijk zijn voor de overige 90%, worden niet benoemd.Nog een voorbeeld is de befaamde hooikoortsstudie, die stelt dat intensief bemest grasland meer pollen produceert. Volgens Dochy is die studie niet relevant omdat dit gras gemaaid wordt voor het in bloei komt. Ook wat betreft de watervervuiling in West-Vlaanderen worden landbouwers volgens Dochy onterecht geviseerd. Weegt door op landbouwgezinnenOp de radio illustreert Dochy hoe die negatieve framing doorweegt op landbouwgezinnen. “Kinderen worden op school gezien als zoon of dochter van vervuilers”, zegt hij.De kern van de meldingen ligt meestal bij desinformatie. Veel burgers maken zich zorgen dat er foutief of onvolledig gebruik van data wordt gebruikt, bijvoorbeeld over klimaat, waterkwaliteit, dierenwelzijn en stikstof. Bovendien worden fragmenten soms uit een context getrokken waardoor het beeld vertekend wordt.“Burgers hebben baat bij eerlijke en volledige uitleg bij de cijfers die gebruikt worden in het landbouwdebat”, zegt Dochy. “Zo vermijden we dat landbouwondernemers en hun gezinnen onterecht in een verkeerd daglicht worden gesteld.” Van dialoog tot parlementaire vraagDe klachten worden op diverse manieren behandeld. In veel gevallen neemt het meldpunt contact op met de ‘pleger’. In het geval van weerman Bram, leidde de tussenkomst van het meldpunt tot een post op sociale media, waarin hij zich excuseerde en verduidelijkte dat hij de landbouw niet wenste te viseren, maar integendeel de klimaatinspanningen van de sector in de verf wou zetten. De opmerking dat inspecteurs van de afdeling Dierenwelzijn vaak onaangekondigde bezoeken doen op momenten die voor het bedrijf uiterst kritisch zijn, zoals tijdens het afkalven van koeien, zorgde ervoor dat Dochy er een vraag over stelde in het Vlaams parlement.Soms gaat het minder formeel. Bij een schokkende postercampagne van een dierenrechtenorganisatie, waarbij dieren werden afgebeeld die levend worden opgegeten, reageerde Dochy met een ludieke instagrampost. Ouders vinden ook geregeld voorbeelden van agribashing in schoolboeken. Wanneer de jury dergelijke meldingen ontvangt, neemt men contact op met de betrokken scholen of uitgeverijen om duiding te vragen en, waar nodig, bijsturingen te vragen.Vraag naar nuance leeft breedDe meldingen tonen dat de vraag naar nuance overal leeft. Van traditionele media tot sociale media, van de overheid tot in het onderwijs. De meeste meldingen komen uit West-Vlaanderen (33%) en Oost-Vlaanderen (30%). De overige klachten zijn gelijk verdeeld over de andere Vlaamse provincies, wat wijst op een breed bereik.De jury zegt dat vooral organisaties, experts en overheden beter moeten letten op hoe ze cijfers en informatie aanleveren. In de jury zetelen de directeur van PCLT en manager bij Seed@bel Marc Ballekens, landbouwster en cd&amp;amp;v-gemeenteraadslid in Ieper Lies Sampers en KMO-coach Jan De Visschere.</content>
            
            <updated>2025-11-28T16:07:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Raad van State vernietigt toelating van drie gewasbeschermingsmiddelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/raad-van-state-vernietigt-toelating-van-drie-gewasbeschermingsmiddelen" />
            <id>https://vilt.be/58283</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Raad van State heeft beslist om drie administratieve verlengingen van toelatingen voor producten op basis van abamectine te vernietigen. Dat melden drie ngo's, waaronder Bond Beter Leefmilieu (BBL), nadat de organisaties eerder in juni 2024 het beleid van de Belgische regering aanvochten. Het gaat concreet om Acaramik, Safran en Vargas. Deze beslissing heeft geen gevolgen voor de bestaande gebruiksvoorwaarden, noch voor het beschermingsniveau dat geldt voor mens, dier en milieu. De annulatie vereist enkel dat de administratie de beslissingen opnieuw en correct motiveert.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="serre" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dffd0f46-a69f-4185-9e8d-00004360a650/full_width_tunnelserre.jpg</image>
                                        <content>Het ziet er niet naar uit dat de stoffen veel gebruikt worden in de Belgische land- en tuinbouw. De sectorfederatie van de gewasbesherming Belplant houdt zich afzijdig in de zaak. “We gaan als sectorfederatie niet reageren op producten die niet van onze leden zijn”, zegt woordvoerder Sigrid Maebe.&quot;Overheid leefde wet niet na&quot;&quot;De Belgische definitie van een gesloten systeem hanteert te beperkte voorwaarden en houdt te weinig rekening met het risico op verontreiniging van bodem, water en lucht&quot;, zegt Heleen De Smet van Bond Beter Leefmilieu. &quot;Door deze lakse omzetting van de Europese wetgeving stelt België het leefmilieu en burgers bloot aan onverantwoorde risico&#039;s.&quot; BBL spande de zaak aan samen met Pesticide Action Network Europe en de Franstalige organisatie Nature et Progrès Belgique. De ngo&#039;s wijzen erop dat abamectine zeer giftig is voor het milieu en bovendien mogelijk kan leiden tot schade aan het DNA en voortplantingssysteem bij mensen.De Raad van State volgt de argumentatie van de ngo&#039;s en stelt dat België de Europese regelgeving te ruim interpreteert. Martin Dermine, directeur bij PAN Europe, is blij met de beslissing. “Dit is de tweede keer in twee jaar dat de Raad van State illegale beslissingen van onze federale administratie vernietigt”, zegt hij in een persbericht. “In 2023 vernietigde de Raad van State ook al drie noodtoelatingen voor zeer schadelijke neonicotinoïden. De voorbeelden van wanbestuur zijn talrijk. Dit is onaanvaardbaar voor een overheid die verondersteld wordt toe te zien op de naleving van de wetgeving, en op de bescherming van onze gezondheid en het milieu.’”Bestaande gebruiksvoorwaarden blijven van krachtDe vernietiging door de Raad van State is gebaseerd op een procedureel punt, meldt fytoweb. De administratieve verlengingen die in 2024 werden toegekend, liepen tot 31 maart 2039. Dit was de maximale periode die op EU-vlak toegestaan is, en de overheid had deze toegekend om geen tussentijdse verlengingen te moeten uitvoeren in afwachting van de evaluatie van de aanvraagdossiers voor de hernieuwing van de toelatingen.Volgens de Raad van State kan een dergelijke termijn niet worden beschouwd als een periode die “noodzakelijk is om het hernieuwingsonderzoek af te ronden” zoals bepaald op EU-vlak. De duur was onvoldoende gemotiveerd.De vernietiging betreft enkel de vorm van de administratieve verlenging en de bestaande gebruiksvoorwaarden blijven van kracht. Er is geen verandering aan de risicobeperkende maatregelen en de annulatie heeft geen gevolgen voor het niveau van bescherming van mens, dier en milieu.</content>
            
            <updated>2025-12-03T17:22:23+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Denen krijgen ruimte om te stoppen met methaanremmer Bovaer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/denen-krijgen-ruimte-om-te-stoppen-met-bovaer" />
            <id>https://vilt.be/58284</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Deense melkveehouders die problemen vaststelden na het gebruik van het verplichte voederadditief Bovaer, krijgen de mogelijkheid om hiermee te stoppen bij bepaalde dieren of zelfs bij de hele veestapel. Het voederadditief verlaagt de methaanuitstoot bij runderen, maar kwam recent onder de aandacht door meldingen van gezondheidsproblemen bij koeien die Bovaer kregen. In één maand meldden 644 van de 1.641 Deense melkveebedrijven met meer dan 50 koeien een probleem.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="voeder" />
                        <category term="methaan" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f6225b34-1295-4d13-9922-c07f26c4adee/full_width_tbaliehofweekvandekorteketenmelkkoevoeder.JPG</image>
                                        <content>Deense veehouders kunnen een uitzondering op het verplichte Bovaergebruik krijgen. Dat meldt het Deense&amp;nbsp;Fødevarestyrelsen, de Dienst voor Diergezondheid en Levensmiddelen. Volgens de dienst is de ondernemer zelf verantwoordelijk voor het welzijn van de veestapel.Daarom mag de veehouder stoppen met koeien voederen met Bovaer als de dieren symptomen vertonen die gerelateerd zijn aan het voer. Daarbij gaat het om bijvoorbeeld verminderd welzijn, minder eetlust of een lagere melkproductie. Ook voor koeien zonder zichtbare symptomen kan een uitzondering worden aangevraagd wanneer de veehouder goede redenen heeft om het voederadditief niet toe te dienen.Verder zal de Deense Dienst voor Diergezondheid in samenwerking met de sector onderzoeken of het nodig is om het model voor het gebruik van methaanreducerend voeder aan te passen vanaf 2026. Een derde van melkveebedrijven gaven probleem doorVeehouders, adviseurs en dierenartsen worden ook aangemoedigd om hun ervaringen en de geconstateerde uitdagingen met Bovaer te registreren zodat de ziektemeldingen in kaart kunnen gebracht worden.Dit onlineformulier werd eind oktober gelanceerd. Op 17 november zijn reacties ontvangen van 644 van de 1.641 gangbare Deense melkveebedrijven met meer dan 50 koeien. Daarvan meldden 419 bedrijven een verminderde voeropname en 434 bedrijven rapporteerden een verminderde melkopbrengst. Bij 376 bedrijven is van beide sprake. Verder meldden 410 bedrijven een toename van spijsverterings- en stofwisselingsstoornissen, zoals verminderde herkauwactiviteit, vergiftigingssymptomen, diarree, atypische melkziekte, koorts en andere spijsverteringsziektenDe Universiteit van Aarhus en onderzoeksinstelling SEGES Innovation zullen de gegevens verder analyseren om de oorzaken te achterhalen. De focus ligt op het verduidelijken of Bovaer de spijsvertering daadwerkelijk verandert en waarom sommige bedrijven wel problemen ervaren en andere niet.</content>
            
            <updated>2025-12-01T13:28:32+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Afrikaanse varkenspest strijkt neer in Catalonië]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/afrikaanse-varkenspest-strijkt-neer-in-catalonie" />
            <id>https://vilt.be/58285</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Afrikaanse varkenspest is aangetroffen in één van de belangrijkste varkengebieden van Europa. Voor het eerst in drie decennia is het virus vastgesteld in Catalonië, in de karkassen van twee dode wilde zwijnen. De dieren werden aangetroffen in de regio rond Barcelona. Het Spaanse landbouwministerie vreest dat dit de exportmogelijkheden in gevaar kan brengen. Dat meldt persagentschap Reuters.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="afrikaanse varkenspest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fdd509a1-7984-4ea8-9398-d61322ee158d/full_width_spain-3638102-1920.jpg</image>
                                        <content>Het Spaanse landbouwministerie vreest dat de toenemende varkensexport richting China nu dreigt stil te vallen door het virus. Gelukkig voor Spanje hebben de landen wel een deal ondertekend waarbij China belooft om zijn importverboden per regio te bekijken en niet voor het hele land. China heeft intussen laten weten dat het geen varkensvlees meer zal importeren uit de regio van Barcelona. Landen als Mexico, Japan en het Verenigd Koninkrijk hebben wel een importverbod voor heel Spanje aangekondigd. Catalonië is echter dé varkensregio van Spanje. Acht procent van alle varkensbedrijven van het land bevinden zich in dit gebied, terwijl Catalonië maar zes procent van de Spaanse landoppervlakte inneemt. Hoewel veel Belgen vooral Duitsland en ook ons land met de varkenssector associëren, is Spanje veruit de grootste producent van varkensvlees in heel de Europese Unie. Het land is goed voor een kwart van alle EU-productie. De Spaanse varkenssector heeft een exportwaarde van 3,5 miljard euro. Zal China de handel stopzetten?Reuters sprak met de Franse analist van de internationale vleessector Jean-Paul Simier. “Dit is slecht nieuws”, zegt hij aan het persagentschap. “De Europese markt heeft het al moeilijk sinds de varkensprijzen in juli met 20 procent zijn gedaald. Nu riskeren we nog een embargo van één van de grootste importeurs van varkensvlees, met name China.&quot;De Spaanse landbouworganisatie Asaja deelt mee dat de sector paraat staat om de pestuitbraak in te dijken. Asaja zegt dat Spaanse varkenshouders de bioveiligheid de afgelopen jaren fors hebben opgeschroefd. Maar willen ze deze dreiging het hoofd bieden, dan verwacht Asaja ook hulp van de overheid, omdat de grote populaties everzwijnen en konijnen hoe dan ook het risico op besmetting vergroten. Alle hens aan dekHet Spaanse gezondheidsministerie heeft inmiddels noodmaatregelen getroffen, met extra strenge bioveiligheidsmaatregelen voor alle varkensbedrijven in de regio. In de besmette zone van tien km liggen vijf professionele varkensbedrijven en in de beschermingszone van 20 km zijn 34 professionele varkensbedrijven aanwezig. Deze bedrijven worden in eerste instantie geblokkeerd en onderzocht op Afrikaanse varkenspest. Intussen blijft men onderzoeken hoe het virus bij de wilde zwijnen in Catalonië is aanbeland. De Afrikaanse varkenspest is onschadelijk voor mensen, maar dodelijk voor varkens. In Duitsland en sinds enkele maanden ook Kroatië is de sector al hevig getroffen door het virus. In Italië raast het virus al vier jaar door het land, met zware economische gevolgen.</content>
            
            <updated>2025-11-30T14:25:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belg geeft opnieuw meer uit aan bloemen en planten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belg-geeft-opnieuw-meer-uit-aan-bloemen-en-planten" />
            <id>https://vilt.be/58286</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na twee jaren van terugval opent de Belgische consument opnieuw de portefeuille voor bloemen en planten. Tussen juli 2024 en juni 2025 stegen de sierteeltbestedingen met 15 procent, blijkt uit een bevraging van YouGov België in opdracht van VLAM bij 6.000 huishoudens. Vooral de sterke verkoop van bomen en tuinplanten tijdens het voorjaar van 2025 zorgde voor een heropleving, nadat het uitzonderlijk slechte weer in het voorjaar van 2024 de markt tijdelijk had vertraagd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/81229854-35c3-45cc-9ad1-88d9a3d6a289/full_width_tulpen-snijbloemen-sierteelt.jpg</image>
                                        <content>In totaal gaven Belgen in periode juni 2024 tot juli 2025 351 miljoen euro uit aan bloemen, planten en aanverwante producten. Dat is omgerekend iets meer dan 30 euro per persoon. Daarmee ligt het niveau duidelijk hoger dan het dieptepunt van 305 miljoen euro in 2023–2024. De groei was het sterkst in Wallonië met 20 procent, terwijl Vlaanderen een stijging van 13 procent noteerde. Snijbloemen blijven grootste omzetmakerBijna 70 procent van de huishoudens koopt jaarlijks bloemen of planten. Gemiddeld koopt een huishouden acht keer per jaar bloemen of planten, iets vaker dan in de voorgaande periode. Snijbloemen zijn met 31 procent van de totale bestedingen de grootste omzetmaker, waarbij gemengde boeketten het populairst zijn. Hierbij is het gemengde boeket goed voor bijna de helft van de bloemenbestedingen. De tweede plaats wordt ingenomen door het mono-boeket van tulpen (16%) dat de rozen voorbij stak. Andere belangrijke categorieën zijn bomen en tuinplanten (21%), kamerplanten (20%), bloemstukken (15%) en balkon- en perkplanten (10%).Supermarkt marktleiderDe supermarkt blijft met 36 procent het belangrijkste verkooppunt voor bloemen en planten, gevolgd door bloemenwinkels (21%) en tuincentra (16%). Hoewel de supermarkt zijn koppositie behoudt, groeide het marktaandeel niet verder.Bestedingen afhankelijk van leeftijd en levensfaseDe uitgaven aan sierteeltproducten zijn sterk leeftijdsgebonden. De 50-plussers zijn goed voor 79 procent van de markt, met vooral de 65-plussers als trouwe kopers die bijna twee derde van de totale omzet voor hun rekening nemen. Oudere alleenstaanden en welgestelde gepensioneerden besteden gemiddeld meer dan 75 euro per jaar aan bloemen en planten, terwijl gezinnen met kinderen en jonge alleenstaanden tussen de 10 en 17 euro uitgeven.</content>
            
            <updated>2025-12-01T13:22:06+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Areaal verminderen of niet? Recordvoorraad dwingt aardappeltelers tot moeilijke keuzes]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/areaal-verminderen-of-niet-recordvoorraad-dwingt-aardappeltelers-tot-moeilijke-keuzes" />
            <id>https://vilt.be/58287</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met 4,11 miljoen ton was de voorraad aardappelen half november in de Belgische bewaarloodsen nog nooit zo hoog. Het gaat om 28 procent meer dan het vijfjarig gemiddelde, zo berekende Viaverda. Ondertussen nemen de zorgen over de bewaring ook toe. Steeds meer worden er kwaliteitsproblemen gemeld en niet elke verwerker gaat daar op dezelfde manier mee om. Telers wachten ook gespannen op de contractprijzen voor volgend seizoen die elk moment kunnen bekendgemaakt worden. Op korte termijn moeten ze immers beslissingen nemen over hun teeltplan voor volgend seizoen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b935a19a-0862-45ce-af5b-807d8e6faf08/full_width_bewaarloods-aardappelen.jpg</image>
                                        <content>Op één jaar tijd is de stemming op de aardappelmarkt compleet veranderd. Vorig jaar deze tijd zat de vakbeurs Interpom er net op en die was verlopen in opperbeste stemming. Een paar maanden later was van die euforie niets meer te merken. De prijzen op de vrije markt stuikten in elkaar en sommige verwerkers beslisten plotsklaps geen nieuwe contracten voor het komende seizoen meer af te sluiten, anderen probeerden ze zelfs eenzijdig terug te schroeven. Absolute recordoogstEen vroeg plantseizoen en ideaal groeiweer zorgden dit jaar dan weer voor enorme opbrengsten, zowel in de vroege (+27%) als in de late (+24%) aardappelen. Proefcentrum Viaverda raamt de totale Belgische oogst op 5,29 miljoen ton, een absoluut record.Dat klinkt als goed nieuws voor de aardappeltelers, maar niets is minder waar. Een sputterende afzet en een groot aanbod hebben grote gevolgen voor de prijsvorming van de aardappelen dit seizoen. Telers geraakten hun vroege aardappelen niet kwijt en ook voor de bewaaraardappelen werd er lange tijd geen prijs genoteerd op de vrije markt omdat er te weinig vraag was. Nadien werd 15 euro per ton geboden, terwijl de contractprijzen rond de 200 euro per ton bedragen.Ondanks de lage prijzen op de vrije markt, is de afzet tot half november wel sneller verlopen dan de voorbije jaren, stelt Viaverda vast. Al 1,18 miljoen ton werd verwerkt. Dat betekent dat nog 4,11 miljoen ton aardappelen in Belgische bewaarloodsen ligt. Ruim een kwart van de voorraad zou volledig vrij zijn. Viaverda polste ook naar de hoeveelheid van de oogst die is afgevoerd naar de vergisting of als veevoeder werd gebruikt, maar dat aandeel blijft al bij al zeer beperkt (0,5%). Zorgen over kwaliteitMaar de aardappeltelers maken zich niet alleen zorgen over hun afzet, ook kwaliteitsproblemen steken meer en meer de kop op. Stootblauw en te kleine knollen zijn vaak gehoorde klachten, zeker bij een ras als Innovator. “Om te voorkomen dat een groot aantal afkeuringen leidt tot extra kosten en onzekerheid in de aanvoer, stellen we voor om dit seizoen een aangepast systeem te hanteren”, schrijft bijvoorbeeld Farm Frites naar zijn telers.Dat systeem houdt serieuze kortingen in op de contractprijzen. Afhankelijk van de kwaliteitsproblemen kan dit oplopen tot 125 euro per ton, een bedrag dat gelijkstaat aan een korting van bijna 50 procent van de huidige contractprijs. Bovendien worden de telers verzocht om binnen de vijf dagen te reageren. Wie dat niet doet of nog niet gedaan heeft, krijgt elke ochtend een herinneringsmail van de aardappelverwerker met het verzoek te tekenen. De nieuwe regeling zou ingaan vanaf 1 december. Wie beslist niet te tekenen, zal zijn aardappelen bij onvoldoende kwaliteit afgekeurd zien en moet dan zelf opdraaien voor de transportkosten.Het Agrofront betreurt deze praktijk. Boerenbond, ABS en FWA hebben contact opgenomen met Belgapom, de sectorfederatie van de verwerkende industrie, met de vraag om bij de leden aan te dringen op overleg om zo samen met de teler naar oplossingen te zoeken. In elk geval lijkt deze praktijk ongelegen te komen. Er loopt momenteel een onderzoek bij de economische inspectie naar oneerlijke handelspraktijken in de sector. Het onderzoek focust zich op eenzijdige wijzigingen van contracten, agressieve handelspraktijken en laattijdige betalingen.In zijn aardappelblog reageert Christophe Vermeulen, CEO van Belgapom, op de kwaliteitsproblemen. Hij benadrukt dat communicatie en overleg het allerbelangrijkste blijft. &quot;Relaties tussen telers en afnemers zijn partnerschappen, en hoewel er soms vlug moet worden geschakeld en er onvoorziene omstandigheden zijn, is het belangrijk om met een open blik rond tafel te zitten en te spreken tot er een wederzijds billijke oplossing gevonden wordt.&quot; Weinig alternatievenIn die context moeten telers ook zeer moeilijke teeltbeslissingen nemen voor volgend jaar. Op dit ogenblik staat de prijsvorming in heel wat akkerbouwteelten onder druk. Zo hebben de suikerfabrieken al laten weten volgend jaar minder suikerbieten af te nemen en de graanteelt is al een paar jaar nauwelijks rendabel. Ook de diepvriesgroentesector gaat door zwaar weer.Aardappelverwerkers hebben al aangekondigd dat zowel de contractprijzen als de gecontracteerde volumes zullen dalen voor het komende seizoen, zo stelt Northwest-European Potato Growers, een netwerk van aardappeltelers en -handelaars uit de vier belangrijkste productiegebieden in Europa. Het gaat om België, Nederland, Duitsland en Frankrijk.Telers kijken reikhalzend uit naar de contractprijzen voor volgend jaar. Die worden normaal eind november bekendgemaakt, maar voorlopig is er geen enkele verwerker die al met prijzen naar buiten is gekomen. Cruciale vraag voor elke teler“In deze context moet elke aardappelteler zichzelf een cruciale vraag stellen”, waarschuwt NEPG. “Kan je het je als teler veroorloven om veel geld te verliezen terwijl je aardappelen blijft produceren op dezelfde schaal?” Volgens NEPG zijn er geen aanwijzingen dat de concurrentieproblemen die de Europese markt voor diepgevroren aardappelproducten treffen, op korte termijn opgelost zullen raken. “De markt is meedogenloos en alleen de sterksten zullen overleven”, klinkt het nog.</content>
            
            <updated>2025-12-02T11:09:02+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Driekwart Waalse landbouwers heeft psychologische klachten, ook in Vlaanderen is de nood hoog]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/driekwart-waalse-landbouwers-heeft-psychisch-lijden-ook-in-vlaanderen-is-nood-hoog" />
            <id>https://vilt.be/58288</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ruim driekwart van de Waalse landbouwers (77 procent) heeft psychologische klachten. Dat blijkt uit een studie uitgevoerd voor een thesis aan de UCLouvain over psychisch lijden in de landbouwsector, waarover Le Soir zaterdag bericht. Ook in Vlaanderen vallen de psychologische noden bij landbouwers niet te onderschatten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mentaal welbevinden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/51553e23-33b2-46b9-80d7-86b6d2ec6015/full_width_boerenstress-1024.jpg</image>
                                        <content>In Wallonië hebben twee auteurs wetenschappelijke literatuur bestudeerd, interviews afgenomen en een enquête gehouden onder een steekproef van 133 landbouwers. Daaruit blijkt dat de helft van de ondervraagde boeren (53 procent) matig ernstige tot ernstige symptomen van een depressie vertoont, terwijl 28 procent een hoog risico op burn-out heeft of al in burn-out is. Daarnaast geeft 18 procent van de ondervraagden aan in de maand voorafgaand aan het interview zelfmoordgedachten te hebben gehad.De Waalse minister van Landbouw Anne-Catherine Dalcq (MR) zal binnenkort de auteurs en hun promotor ontmoeten om de resultaten dieper te analyseren en eventueel maatregelen te nemen.Ook in Vlaanderen blijft mentaal welzijn een uitdagingEls Verté van de Vlaamse hulporganisatie Boeren op een Kruispunt vindt de cijfers ernstig, maar niet verrassend. Ook aan onze kant van de taalgrens is landbouw een harde stiel. Troebele wetgeving, financiële onzekerheid, dierziekten en imagoproblemen zijn vaak de druppels te veel in een reeds volle emmer.In september 2025 kregen de landbouwers binnen het&amp;nbsp;Landbouwmonitoringsnetwerk&amp;nbsp;(LMN) de vraag om hun algemene levenstevredenheid te beoordelen op een schaal van 1 tot 10. Slechts 8 procent van de 489 landbouwers gaven aan zeer tevreden te zijn. 28 procent van de landbouwers noemt zichzelf tevreden, 11 procent noemt zichzelf dan weer ontevreden tot zeer ontevreden. Ter vergelijking: binnen de algemene populatie noemt slechts 5 procent zich ontevreden. Het contrast tussen landbouwers en de gemiddelde Vlaming is dus groot.Gemiddeld geven landbouwers hun tevredenheid een score van 6,6 op 10. In 2012 bedroeg de gemiddelde score bij de landbouwers nog 7,5. Bij de gemiddelde Vlaming ligt het actuele cijfer van de levenstevredenheid beduidend hoger, op 7,2. “We merken wel dat het heel erg lastig is voor veel landbouwers. Er is veel stress. We zien ook vaak signalen van suïcide. Meestal ligt er een opeenstapeling van factoren aan de basis”, zegt Verté. “De regelgeving in Wallonië is niet dezelfde als in Vlaanderen. Het stikstofdecreet en de nakende reductiemaatregel van vijf procent voor rundveehouders zijn voor hen niet van tel, maar dat neemt niet weg dat ook zij te maken krijgen met onzekerheid.”Ook het aanzien van landbouwers binnen de maatschappij kan emotioneel meespelen. Vorige week berichtte het meldpunt Agribashing 57 gegronde meldingen te hebben ontvangen. Vanuit bepaalde hoeken klinkt al snel het verwijt dat landbouwers niet begaan zijn met natuur en dieren. Het effect dat die stigmatisering heeft op iemands welbevinden valt niet te onderschatten, kaderde oprichter van het meldpunt Bart Dochy: “Kinderen worden op school gezien als zoon of dochter van vervuilers.”Taboe blijft in landbouwsectorVolgens de meest recente cijfers van het Agentschap Landbouw &amp;amp; Zeevisserij gaan de nieuwe aanmeldingen bij Boeren op een Kruispunt in stijgende lijn. Dat wijt Verté ook enigszins aan de toegenomen bewustmaking rond mentaal welbevinden vanuit de organisatie. Na een steile klim van het aantal unieke aanmeldingen in de periode 2020-2022, daalde dat aantal in 2024 naar 246. Vooral binnen de veehouderij en de akkerbouw wordt er hulp gezocht. Bij de tuinbouw blijft het aantal unieke aanmeldingen vrij beperkt. Het aantal aanmeldingen ligt in 2024 het hoogst in de provincie West-Vlaanderen (40%). De drempel om hulp te zoeken ligt lager, al is het taboe rond psychologische hulp in de landbouwsector nog zeker niet verdwenen. “Als onze adviseurs ter plaatse komen voor een bedrijfsproblematiek en vaststellen dat er ook mentale problemen zijn, dan zijn ze erop getraind om dat ook een stukje bespreekbaar te proberen maken en hen richting psycholoog te begeleiden. Maar soms lukt dat niet. Landbouwers vinden het niet nodig of ze antwoorden dat ze &#039;niet zot’ zijn, wat er natuurlijk niets mee te maken heeft.”“Wat we wel zien, is dat de vrouwen in de landbouw eerder openstaan voor psychologische hulp. En dat is al zeer positief. Als we erin slagen om met de vrouw bepaalde problematieken bespreekbaar te maken, zal de man zich ook makkelijker openstellen.”Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de website www.zelfmoord1813.be.Boeren op een Kruispunt is te bereiken via het gratis nummer 0800 99 138 of via&amp;nbsp;info@boerenopeenkruispunt.be.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-12-01T17:35:45+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Pachtprijs stijgt verder, West-Vlaanderen de duurste provincie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pachtprijs-stijgt-verder-west-vlaanderen-de-duurste-provincie" />
            <id>https://vilt.be/58289</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2024 betaalde een Belgische landbouwer gemiddeld 348 euro per hectare per jaar aan pacht, al zijn er grote verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië en tussen de provincies. Hoewel de prijzen tegenover 2023 slechts licht stijgen, is het wel een derde meer dan 12 jaar geleden. Dat blijkt uit de gegevens van Statbel. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pachtwet" />
                        <category term="grond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f0290286-3275-4744-8e65-94ae41d19782/full_width_landbouwgrondopenruimte-ilvo.jpg</image>
                                        <content>In 2024 betaalde een Belgische landbouwer gemiddeld 348 euro per jaar voor de huur van akkerland en 299 euro per hectare voor grasland. Dat is een lichte stijging ten opzichte van 2023 met respectievelijk 1,5 en 1,7 procent. Ten opzichte van 12 jaar geleden gaat het om een stijging van respectievelijk 40 en 20 procent. De verschillen tussen de gewesten zijn groot. In Vlaanderen betaalde een boer vorig jaar gemiddeld 446 euro per hectare voor akkerland en 267 euro voor grasland. In Wallonië was dat respectievelijk 369 en 242 euro per jaar.De verschillen tussen de Belgische provincies zijn nog groter. West-Vlaanderen is de duurste provincie, met akkerland dat gemiddeld 526 euro per hectare kost en grasland dat gemiddeld 460 euro kost. Dit is ruim twee keer zoveel als in de provincie Luxemburg, waar de pacht voor akkergrond en grasland respectievelijk 213 en 184 euro per hectare bedraagt. De Duinen en Polders vormen de duurste landbouwstreek, met akkergrond die gemiddeld 481 euro per hectare kost en grasland dat gemiddeld 436 euro per hectare kost. Famenne is de goedkoopste landbouwstreek, met akkergrond die gemiddeld 177 euro per hectare kost en grasland dat gemiddeld 153 euro per hectare kost.Stijgende trend bevestigdGuy Vandepoel, die in het hoofdbestuur van Boerenbond zetelt en zich met pachtprijzen bezig houdt, benadrukt dat de Statbelstatistieken een ruwe indicatie geeft. “De statistieken zijn gebaseerd op een beperkte steekproef onder landbouwers in de verschillende provincies. De pachtprijs is een ruwe schatting, maar de trend is wel accuraat. De pachtprijs blijft stijgen.”</content>
            
            <updated>2025-12-01T17:06:38+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eén op vijf bijenvolken al vóór de winter verdwenen door Aziatische hoornaars, helft van de imkers wil stoppen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aziatische-hoornaar-1-op-5-bijenvolken-al-verdwenen-voor-de-winter-helft-van-de-imkers-wil-stoppen" />
            <id>https://vilt.be/58290</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Vlaanderen is dit jaar al 22 procent van de bijenvolken verdwenen, nog vóór de normale wintersterfte begint. Dat blijkt uit een enquête van het Vlaams Bijeninstituut (VBI) en Honeybee Valley bij 900 imkers. De verliezen worden toegeschreven aan de Aziatische hoornaar, die niet alleen bijenvolken, maar ook imkers zwaar treft. Bijna de helft overweegt te stoppen. VBI roept op tot meer eensgezindheid van de overheid in de bestrijding van deze invasieve exoot.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bij" />
                        <category term="bestuiving" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/53e7b48d-e483-4a1e-999b-775325a7f361/full_width_colruytbijenkastenbestuiverimker2.jpg</image>
                                        <content>Traditioneel treedt wintersterfte pas vanaf december op. Die lag vroeger rond tien procent, maar de afgelopen 40 jaar steeg ze naar 25 à 30 procent door de varroamijt. Sterfte vóór december wijst volgens VBI vaak op andere factoren, zoals een verminderd voedselaanbod of pesticiden. De enquête toont duidelijk dat de Aziatische hoornaar een grote rol speelt bij de huidige verliezen: meer dan één op de vijf bijenvolken is al vóór 1 december verdwenen.“De verliezen zijn zeer zorgwekkend”, zegt VBI-voorzitter René De Backer. “Uiteindelijk is de wintersterfte nog niet gestart en we zien nu al dat 22 procent van de volkeren weg zijn. De overblijvende volken zullen waarschijnlijk verzwakt de winter ingaan, waardoor het definitieve verlies nog hoger kan uitvallen. Het staat vast dat de Aziatische hoornaar dit jaar een zware impact op de bijenvolken en de imkers heeft veroorzaakt.”Zware klappen bij hobby-imkersDe impact verschilt sterk per type imker. Bij hobby-imkers met minder dan zes kolonies (41% van de populatie) verdween 29 procent van de volken. Bij 15 procent van de imkers zijn zelfs alle of bijna alle kasten leeg. In deze categorie geeft 55 procent van de imkers aan om minstens te overwegen om te stoppen. Bij de grotere hobby-imkers (52% van de populatie) ligt het verlies op 20 procent, maar ook daar denkt 42 procent eraan te stoppen. “Imkers investeren vaak duizenden euro’s in hun volken. Als je dan ziet dat ondanks alle inspanningen bijenvolken sterven door de Aziatische hoornaar, dan is dat niet bevorderlijk om door te gaan”, aldus De Backer.Professionele imkers: hoge verliezen bij grote bedrijvenProfessionele imkers (7% van de populatie) verliezen gemiddeld 23 procent van hun volken. Bij imkers met meer dan 100 volken ligt het verlies echter op 34 procent, het hoogste van alle categorieën. “Wij dachten dat het groeperen van kasten de druk van de Aziatische hoornaar zou spreiden, maar deze cijfers tonen dat het geen oplossing is”, zegt De Backer.VBI wijst erop dat dit patroon overeenkomt met wat al eerder in Frankrijk werd gezien, waar de Aziatische hoornaar al 20 jaar actief is en grote imkerijen soms volledig leegrooft. Imkers investeren vaak duizenden euro’s in hun volken. Als dan, ondanks alle inspanningen, bijenvolken sterven door de Aziatische hoornaar, dan is dat niet bevorderlijk om door te gaan Bestuiving in het gedrangHet feit dat bijna de helft van de imkers overweegt te stoppen kan op termijn ernstige gevolgen hebben voor de bestuiving in Vlaanderen. De Backer waarschuwt: “Je wordt ermee geconfronteerd op het moment dat het te laat is: op het moment dus dat er te weinig bestuiving is. Dit is geen utopie: in bepaalde regio’s in China moeten mensen met borsteltjes fruitbomen bestuiven.”Beleidsaanpak versnipperd en onvoldoendeVolgens VBI zitten in sommige regio’s van Noordwest-Spanje tot 22 hoornaarnesten per vierkante kilometer, een niveau waarop imkerij vrijwel onmogelijk wordt. Vlaanderen zit momenteel met één à twee nesten per vierkante kilometer, al voorbij de drempel die VBI als veilig beschouwt. Volgens De Backer is het duidelijk: “We geraken er nooit meer van af. Dat is een absolute zekerheid. Maar we moeten de Aziatische hoornaar wel beheersbaar houden.”De Backer pleit voor meer eensgezindheid tussen de verschillende overheden, vooral rond de voorjaarsvangst van jonge koninginnen, dé methode die in Frankrijk als effectief wordt beschouwd. Een rondzendbrief van het Agentschap Natuur en Bos in december 2024 raadde gemeenten echter af om hierop in te zetten, wat volgens VBI leidde tot minder preventieve acties.Daarnaast vraagt VBI een wetenschappelijke studie naar de effectiviteit van bestrijdingsmethoden, van traditionele vallen tot elektrische vanginstallaties. Veel imkers investeren nu op eigen houtje, zonder duidelijk zicht op wat écht werkt.</content>
            
            <updated>2025-12-02T08:51:35+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van hoofdrolspeler naar belangrijke niche: Belgisch trekpaard blijft van waarde in land- en tuinbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-hoofdrolspeler-naar-belangrijke-niche-brabants-trekpaard-blijft-onmisbaar-in-land-en-tuinbouw" />
            <id>https://vilt.be/58291</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het plattelandsbeeld van de landbouwer die zijn akkers met paard en kar bewerkt, valt vooral nog te bewonderen op de doeken van Permeke en oude Suske en Wiske-albums. Hoewel het Belgisch trekpaard al lang geen hoofdrol meer heeft in het Vlaamse landbouwlandschap, blijven de dieren toch nog onmisbaar voor bepaalde nichefuncties. Corentin Hannon en zijn partner Eva Fillet van Cordeva behoren zo tot de laatste paardenloonwerkers van Vlaanderen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Belgisch trekpaard" />
                        <category term="Paardenhouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d08555de-3c8a-4a01-8705-54ea77ab479a/full_width_corentin-en-eva-met-paard.jpg</image>
                                        <content>“Tussen de jaren 1900 en 1910 was het Belgisch Trekpaard het&amp;nbsp;meest verkochte product in ons land, meer nog dan steenkool. Het is een fenomenaal paard. Rustig en zeer intelligent&quot;, vertelt Hannon. We contacteren hem terwijl hij een wijngaard van acht hectare bewerkt. Met een handploeg worden de stokken bovendien aangeaard, om de wortels te beschermen tegen de koude. Aanwezig onkruid wordt verwijderd. Corentins heeft Brabantse en Ardense trekpaarden, negen in totaal. Voor sommige klussen zijn deze dieren een onnavolgbare partner.“Een tractor zou hier moeilijk te manoeuvreren zijn tussen de ranken”, zegt Hannon..” Ze wegen ook veel en bewegen telkens over dezelfde sporen, en dat maakt de bodem kapot. Daarom kiest men hier om met paarden te werken. Een Brabants trekpaard kan zich op één vierkante meter rond zijn as draaien. Als het regent kan een tractor niet werken. Het zou slippen en wijnstokken kapotmaken.”“Het is een fenomenaal dier”, zegt Hannon nog. “Enorme werkers. Sterk en een goed karakter. Bovendien is het zeer intelligent, vergelijkbaar met een Border Collie of een Mechelaar.” Kleinschalig met respect voor de bodemIn het voorjaar worden Hannons diensten vooral bij bioboerderijen gevraagd. “Mest uitrijden, ploegen, aardappelen planten,… een loonwerker komt er niet voor buiten om zoiets te doen op een veld van 40 are. Daarom doen biologische en kleinschalige bedrijven graag beroep op ons. Ze maken er dan een evenement van en wij passen mooi in het verhaal want met paarden wordt de bodem gerespecteerd.”Ook binnen bosbouw en natuurbeheer is er werk genoeg. “In Wallonië werken we vaak in Natura2000-domeinen waar geen machines met motor binnen mogen”, zegt Hannon. “Of bij de eerste dunningen van de bossen bijvoorbeeld. Als een boom wordt omgehakt blijven deze nogal eens hangen in de takken van naburige bomen. Als mens kan je dan niet veel aanvangen, maar een paard kan deze bomen makkelijk wegtrekken en onderuit slepen. In het Zoniënwoud hebben we zo 1.900 kubieke meter uitgesleept.”Hoewel de trekpaarden een reliek lijken van ver vervlogen tijden, is de zaak van Hannon groeiende. “Vroeger was ik alleen, later kwam mijn vrouw erbij en nu hebben we twee stagiairs”, zegt hij. “Sinds kort doen we ook maaibeheer. We hebben een paar gemeentebesturen die beroep doen op onze paarden om de kanten te maaien. Dat maaisel wordt dan afgevoerd naar bijvoorbeeld de brandweer, waar ze het gebruiken voor brandoefeningen. Binnenkort gaan we ook aan de slag in wachtbekkens. Daar mogen tractoren niet komen, want zij verdichten de grond en dat bemoeilijkt de waterafvoer.” Van begrafenissen tot filmrolIn tegenstelling tot het traditionele boerenpaard, mag Hannon echter niet met oogkleppen werken. Zijn loonwerkbedrijf staat ook vaak garant voor diensten die helemaal niets met landbouw of natuur te maken hebben. “In de opnames van een film over de Eerste Wereldoorlog hebben onze dieren gefigureerd. En recent hadden we een begrafenis van iemand wiens lijkwagen door paard en kar werd aangetrokken. Het is moeilijk om een loon te halen uit enkel bosbouw of landbouw. Enkel wijnbouw is in theorie wel mogelijk. Maar we kiezen dus bewust om te diversifiëren.” Provincie zet symbooldier in voor natuuronderhoudOok overheden zien het Brabants trekpaard niet alleen als een symbooldier, maar ook een praktisch wezen. In de provincie Vlaams-Brabant werden afgelopen week trekpaarden ingezet om boomstammen uit de bedding van de Laarbeek te verwijderen. Dit gebeurde in een moeilijk toegankelijk natuurgebied, waar machinale verwijdering niet toegelaten was.“Het Brabants trekpaard is een prachtig, krachtig dier. Een uitstekend voorbeeld van levend erfgoed en typisch voor Vlaams-Brabant”, zegt gedeputeerde Tom Dehaene (cd&amp;amp;v). Daarom huisvest Provinciedomein Huizingen vijf trekpaarden: Jérôme, Christa, Jarca, Darko en Ilona. In de bekwame handen van hun menner Sam oefenen de paarden geregeld hun traditionele technieken. Daardoor kunnen ze vandaag deze klus met glans uitvoeren.” Bij het ruimen van de Laarbeek vorige week konden de dieren zelfs op bewondering rekenen bij de ruime Vlaamse pers.</content>
            
            <updated>2025-12-03T10:59:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dieven stelen 90.000 euro aan escargots van Franse slakkenboer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/franse-dieven-stelen-90000-euro-aan-escargots-van-slakkenboer" />
            <id>https://vilt.be/58292</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dieven in de Champagnestreek hebben 450 kilo escargots gestolen van een slakkenboer. De totaalwaarde bedraagt 90.000 euro. Het slachtoffer, een slakkenkweker in het Franse Bouzy, is verbouwereerd. Tegelijk vraagt hij zich af hoe de dieren hun buit gaan omzetten in contant geld, want volgens hem is rauw slakkenvlees onverkoopbaar aan particulieren. Enkel professionals en de horeca kunnen er iets mee.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="slak" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9990e123-2644-4267-9fcf-fedb7876409e/full_width_escargot-925593-1920.jpg</image>
                                        <content>“Dit is echt niet het bericht dat we dachten te schrijven met de feestdagen. We zijn het slachtoffer van een inbraak en onze voorraad verse en diepgevroren slakken is gestolen”, schrijft slakkenkweker Jean-Mathieu Dauvergne van L&#039;Escargot des Grands Crus op Facebook. “De komende weken zijn normaal het belangrijkste voor ons. Dit is een schok, een echte klap voor het hele team. Wij doen alles om onze voorraad aan te vullen zodat u tevreden kunt zijn met de feestdagen.” De Franse televisiezender France 3 licht toe hoe de dieven zijn te werk gegaan. Het hekwerk rond de boerderij hebben ze opengeknipt. Daarna vernielden ze de verlichtingssensoren zodat ze ongemerkt het bedrijf konden doorzoeken. Het boerderijwinkeltje en de voorraden van de boerderij werden leeggeroofd.De kweker hoopt dat de verzekering tussenbeide komt, maar hoe dan ook is het een zware klap. Voor hem hebben de slakken een grote sentimentele waarde. “Het is de vrucht van een jaar werk”, zegt hij aan de tv-ploeg. “Het geeft een job aan contractuelen en seizoensarbeiders. Het maakt mensen blij met de feestdagen. Het is mijn trots: het is waarom ik elke ochtend opsta.&quot; De kweker roept restaurants op tot waakzaamheid. Omdat de onbewerkte slakken enkel interessant zijn voor professionals, zullen de dieven wellicht hun waar in de horeca proberen slijten.</content>
            
            <updated>2025-12-01T17:40:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Licht herstel in omzet van Belgische voedingsbedrijven, al blijft druk hoog: “We verliezen zelfs terrein op binnenlandse markt”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/licht-herstel-in-omzet-van-belgische-voedingsbedrijven-al-blijft-druk-hoog-we-verliezen-zelfs-terrein-op-binnenlandse-markt" />
            <id>https://vilt.be/58293</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er tekent zich een voorzichtig economisch herstel af in de Vlaamse voedingsindustrie. Dat meldt sectorfederatie Fevia. In de eerste helft van 2025 steeg de omzet met 5,4 procent tegenover dezelfde periode in 2024. Toch hebben Belgische voedingsbedrijven het almaar moeilijker om te concurreren, niet alleen in Europa maar zelfs in eigen land. De opmars van Nederlandse supermarkten speelt daarbij een grote rol.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="supermarkt" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="export" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f30e6cbb-fb07-4ab6-9873-e14e3e51b8e0/full_width_supermarkt-winkelkar.jpg</image>
                                        <content>De Belgische voedingsindustrie zag in de eerste helft van 2025 een klein herstel in haar omzet. In die periode ging de omzet met 5,4 procent omhoog tegenover het moeilijke jaar 2024. Ook de investeringen stegen met 8,6 procent. “Al is dit herstel niet in alle sectoren op te merken. De verwerkende sector van zetmeelproducten ziet zijn omzet bijvoorbeeld met 12,2 procent dalen”, benadrukt Fevia. “In andere sectoren, zoals de chocoladesector, werd dan weer een omzetstijging genoteerd, voornamelijk gedreven door de stijging van verkoopprijzen.” Naast de prijsstijging wordt de algemene omzetstijging gedreven door een productiestijging van 2,8 procent. Een positief signaal, maar daarmee zit de sector nog niet op het niveau van 2022.De context blijft uitdagend. Grondstofprijzen zijn zeer volatiel en de competitiviteit daalt. West-Europa verliest steeds meer marktaandeel op de wereldmarkt. Ook de Belgische voedingssector heeft het moeilijk en verliest terrein in de interne Europese markt. Export voor de Belgische voedingssector is nochtans cruciaal, ongeveer de helft van de omzet vloeit voort uit uitvoer. “Onze bedrijven krijgen niet alleen meer concurrentie op internationale markten, maar ook op de eigen markt”, duidt Carole Dembour, economisch adviseur van Fevia. “De binnenlandse race naar de laagste prijs, grensaankopen en de toenemende aanwezigheid van Nederlandse producten in Belgische supermarkten zet de volledige voedingsketen onder druk.”Stijging buitenlandse producten in Belgische winkelkarFevia wijst erop dat de groei van Nederlandse supermarktketens in België het aandeel Nederlandse voeding en dranken in onze winkelrekken doet stijgen. In 2010 ging het om 7,7 procent, maar in 2023 steeg dit naar 16,1 procent. Al ligt dat cijfer mogelijk wat hoger dan de werkelijkheid omdat Belgische producten die via Nederlandse aankoopcentrales worden gekocht in de statistieken ook als Nederlands tellen.Ondanks die verschuiving blijft het grootste deel van de uitgaven van Belgische gezinnen nog steeds naar Belgische voeding en dranken gaan, maar dit aandeel zakt jaar na jaar. &amp;nbsp;Zo ging in 2023 62 procent van de bestedingen naar Belgische producten, in 2010 was dit nog 67 procent. “In Frankrijk en Duitsland ligt dit aandeel veel hoger dan bij ons. Daar nemen binnenlandse producten ongeveer 75 procent van het totaal in”, zegt Dembour. &amp;nbsp; Minder grensaankopenTegelijk daalden in 2025 de grensaankopen van Belgen in Frankrijk, onder meer door de suikertaks die Frankrijk sinds maart op gesuikerde frisdranken heft. Ook aan de Nederlandse grens kochten Belgen minder vaak in Nederland. Er tekent zich zelfs een omgekeerde beweging af: meer Nederlanders doen hun boodschappen in Belgische supermarkten.“Op het eerste gezicht lijkt deze dubbele beweging positief”, aldus Dembour. “Maar dat is het niet. De reden dat Nederlanders naar hier komen is de felle prijzenslag die supermarkten in Vlaanderen voeren. Nederlandse supermarkten die zich bij ons vestigen, hanteren een agressieve prijsstrategie, waardoor andere supermarkten gedwongen worden, of op zijn minst proberen, daarin mee te gaan. Het recentste wapenfeit in deze prijzenoorlog: de 2+5-promotie van Albert Heijn.&quot;Volgens Dembour wint nochtans niemand hierbij. “Bij consumenten wekt het de indruk dat er bij verwerkers of supermarkten nog grote marges te rapen vallen”, legt ze uit. “Zo’n prijzenoorlog verstoort het evenwicht en de duurzaamheid van de hele keten op lange termijn. ConcurrentiehandicapDe Belgische voedingsbedrijven blijven het op de Europese markt ook nog steeds moeilijk hebben door hun fiscale en loonkostenhandicap. “De positieve tendens van de eerste helft van 2025 stemt ons alvast hoopvol om deze cijfers ook in de tweede helft van 2025 en 2026 te kunnen zien”, aldus Dembour. “Maar veel zal afhangen van de belastingdruk in België en van de fiscale keuzes die in het buitenland worden gemaakt.”Hoewel nog niet alle details bekend zijn, ziet Fevia in het nieuwe federale meerjarenbegrotingsakkoord alvast enkele positieve signalen. “Het begrotingsakkoord heeft een algemene verhoging van de btw op voeding en dranken voorkomen, wat belangrijk was voor de betaalbaarheid van voedingsaankopen en om een toename van grensaankopen te voorkomen. Verder werkt de kostenbesparing op de loonindex verlagend op de loonkosten. Dit geeft de sector een beetje zuurstof, al blijft de handicap nog steeds groot”, concludeert CEO Ann Wurman. “De totale concurrentiehandicap prijst ons nog steeds uit de markt.”In 2026 wil Fevia zich dan ook verder inzetten om de competitiviteit terug te versterken. Daarnaast wil de sectorfederatie ook het personeelstekort verder aanpakken. “Het tekort aan personeel is namelijk een zeer grote productiebeperking voor onze bedrijven”, klinkt het. Tot slot zal Fevia zich volgend jaar voort focussen op de creatie van toegevoegde waarde, onder meer via een vernieuwd duurzaamheidskompas.</content>
            
            <updated>2025-12-01T23:37:25+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Acht kittens overleden aan vogelgriep in Nederland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/acht-kittens-overleden-aan-vogelgriep-in-nederland" />
            <id>https://vilt.be/58295</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Nederland zijn acht kittens overleden aan vogelgriep, dat schrijft de Nederlandse minister van Natuur Femke Wiersma (BBB) in een brief aan het Nederlandse parlement. De jonge katten zijn geboren op een bedrijf waar ook melkgeiten gehouden worden. Waarschijnlijk raakten de dieren besmet door het eten van een met vogelgriep besmet karkas van een wilde vogel. Het Voedselagentschap bevestigde vandaag nog een nieuwe vogelgriepbesmetting op een pluimveebedrijf in het Nederlandse Weert, vlakbij de grens met België.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cf9e9af6-7530-4e26-bcfe-15364dd7f547/full_width_kitten-1047455-1920.jpg</image>
                                        <content>Op 19 november heeft Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) gemeld dat er een overleden kitten positief is getest op hoogpathogene vogelgriep (HPAI) op een locatie waar ook melkgeiten worden gehouden. Dat meldt minister Wiersma in haar brief. Het gaat om de H5N1-variant van vogelgriep. Op 20 november werden ook de andere dieren onderzocht en bemonsterd. Op het bedrijf waren geen andere kittens uit het nest meer aanwezig, maar wel nog drie volwassen katten waaronder de moederkat van het overleden kitten.&quot;Zowel de katten als de aanwezige melkgeiten zijn onderzocht door de NVWA. Geen van deze dieren vertoonde klinische verschijnselen&quot;, schrijft Wiersma. &quot;De andere zeven kittens uit het nest zijn, nadat ze naar verschillende nieuwe eigenaren zijn gegaan, ook overleden. Waarschijnlijk ook aan het vogelgriepvirus.&quot; Ook eigenaars getestHet is niet duidelijk hoe de kittens besmet zijn geraakt, maar de eigenaar heeft aangegeven dat het moederdier op 27 oktober een karkas van een wilde vogel heeft gevonden en mee naar het nest heeft genomen. Wellicht was de vogel besmet en zijn de katten ziek geworden door van het karkas te eten. De nieuwe eigenaren van de kittens zijn ook getest op vogelgriep. Tot nu toe heeft niemand van de betrokkenen klachten ontwikkeld, maar vogelgriep heeft een zekere incubatietijd.Wiersma merkt op dat alle zoogdieren vogelgriep kunnen krijgen. &quot;Zo is recent nog een vos gevonden met HPAI en eerder is ook vogelgriep vastgesteld bij bijvoorbeeld bunzingen, steenmarters en zeehonden&quot;, schrijft ze. &quot;Ook heeft de Faculteit Diergeneeskunde al eerder antistoffen tegen het vogelgriepvirus aangetoond bij Nederlandse zwerfkatten en huiskatten die buitenkomen.&quot; Wiersma merkt wel op dat dit de eerste keer is dat een Nederlandse kat er ook is aan doodgegaan. Waakzaam blijvenWiersma benadrukt dat katteneigenaren maar beter alert blijven. &quot;Wanneer een kat ziekteverschijnselen vertoont die passen bij vogelgriep, nadat het dier mogelijk in contact is geweest met een besmette vogel, wordt geadviseerd direct een dierenarts te raadplegen en passende hygiënemaatregelen te nemen&quot;, schrijft ze. &quot;Mogelijke symptomen zijn onder andere: koorts, hijgen of benauwdheid, sloomheid, oogontsteking, loopneus, roodheid van de ogen, slijmerige neus- of ooguitvloeiing en neurologische verschijnselen zoals trillen of een wankele gang.&quot;&quot;Vooralsnog is het risico van overdracht van vogelgriep tussen dieren en mensen laag,&quot; schrijft Wiersma nog. &quot;Het is sporadisch voorgekomen in het buitenland bij nauw contact tussen mensen en besmette dieren. Gelet op het mogelijke zoönotische risico wordt de situatie echter nauwgezet gemonitord.&quot;Nieuwe vogelgriepbesmetting op grens met BelgiëNet op het ogenblik dat de besmetting van de kittens met vogelgriep bekend raakt, laat het Belgische Voedselagentschap weten dat er een nieuw geval van vogelgriep is vastgesteld op een bedrijf in Weert, Nederlands Limburg. Rond het besmette bedrijf is een beschermingszone van drie kilometer en een bewakingszone van tien kilometer ingesteld. Een deel van die bewakingszone ligt in België, in het noorden van de provincie Limburg en overlapt volledig met de bestaande zones in Kinrooi en Dilsen-Stokkem. De bestaande maatregelen zullen daar dus langer aanhouden, laat het FAVV weten. </content>
            
            <updated>2025-12-02T18:43:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Italiaans melkvee lijdt onder het klimaat: wordt België nieuwe mozzarellamagnaat?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/italiaans-melkvee-lijdt-onder-het-klimaat-wordt-belgie-nieuwe-mozzarellamagnaat" />
            <id>https://vilt.be/58296</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door het extreme klimaat zijn de Italiaanse zomers lang niet zo <em>dolce </em>meer. Koeien lijden onder de hitte, en dat blijkt ook uit de melkproductie. Tussen maart en september wordt er telkens een zesde minder geproduceerd. Het is een trend die jaar na jaar verergert, en dus beginnen ook Italiaanse zuivelproducenten zich zorgen te maken. Wordt België de nieuwe mozzarellamagnaat?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="kaas" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3d14b7d5-9a1a-4c30-b27c-0840fcbaf725/full_width_mozzarella-681464-1920.jpg</image>
                                        <content>Bovenstaande vraag is een instinker: België is al een mozzarellamagnaat, maar niet dé mozzarellamagnaat. België produceert meer mozzarella dan eender welke andere kaas. Met een totaal van 87.234 ton zijn we wel degelijk een wereldspeler. Italië produceert jaarlijks meer dan 220.000 ton mozzarella en blijft de grootste, maar het gewicht van België op het wereldtoneel valt niet te onderschatten. Dalende melkkwaliteitEigenlijk is het vooral de Italiaanse burrata die het flink te verduren krijgt. Dat koeien minder melk produceren zodra het warm en vochtig is, is één probleem. Maar de melkkwaliteit daalt ook en dus voldoet er steeds minder productie aan de normen om een romige burrata te produceren. De Amerikaanse New York Times ging in gesprek met Italiaanse melkveehouders en zuivelproducenten. De melk voelt &#039;dunner&#039; en stremt trager, volgens een ambachtelijke kaasmaker. Hoewel kaasmakers een deel van de melk kunnen importeren, zijn ze nog steeds grotendeels afhankelijk van lokale veehouders. Eén op tien loopt risico op stopzettingDe hoge temperaturen leiden ook tot hogere voer- en energiekosten bij veehouders, signaleert landbouwvakbond Coldiretti. Veel landbouwers investeren in geavanceerde koelingssystemen in hun stallen. In een rapport waarschuwt de Italiaanse landbouwvakbond dat door deze financiële uitdagingen bijna één op de tien melkveebedrijven in heel Italië het risico loopt te moeten sluiten.Veehouders die zich niet kunnen permitteren om te investeren in degelijke stalkoeling, zien hun omzet met 20 procent dalen. Zelfs de meer gegoede veebedrijven komen in de problemen. Volgens een studie gepubliceerd in ScienceAdvances kan stalkoeling de verminderde melkproductie met slechts de helft afremmen.Een gat in de markt voor België?Vormen de Italiaanse problemen een opportuniteit voor Belgische producenten? Niet meteen, klinkt het bij zuivelverwerker Milcobel. Dit bedrijf produceert tweederde van alle Belgische mozzarella. “Wij produceren een heel specifiek type mozarella, en dat is voor de professionele markt”, zegt Kathleen De Smedt van Milcobel. “Dat zijn dus niet de bolletjes die je in de winkel vindt, maar hele blokken voor professionele klanten. Zij verwerken die dan verder als ingrediënt voor op hun pizza of tussen hun panini, enzovoort. Bovendien produceren we momenteel op volle capaciteit.”</content>
            
            <updated>2025-12-02T13:31:28+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe WUR-studie sluit aan bij eerdere ILVO-bevinding: ammoniakuitstoot melkkoeien ligt hoger dan gedacht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-wur-studie-sluit-aan-bij-eerdere-ilvo-bevinding-stikstofuitstoot-melkkoeien-ligt-hoger-dan-gedacht" />
            <id>https://vilt.be/58297</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Nederlandse universiteit van Wageningen toont in een nieuw onderzoek opnieuw aan dat de ammoniakemissies van melkveestallen hoger liggen dan tot nu toe ingeschat werd. ILVO kwam eerder dit jaar tot eenzelfde conclusie via eigen onderzoek. Een mogelijke actualisatie van de emissies zou zwaar doorwegen, want emissiefactoren zijn een fundament van het vergunningsbeleid. WeComV is zich reeds aan het buigen over de vraag of de emissiefactor voor melkkoeien dient bijgesteld te worden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="uitstoot" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e3f19241-a125-4223-86a5-11fbde3c98db/full_width_koeien-stal-hoeve-talkeveld.jpeg</image>
                                        <content>Nieuw onderzoek van Wageningen University &amp;amp; Research concludeert dat de veelgebruikte ‘CIGR’-formule verouderd is waardoor de ammoniakuitstoot van melkvee in natuurlijk geventileerde stallen onderschat is.Wat houdt de CIGR-formule in?Voor het vaststellen van emissies uit open melkveestallen is het belangrijk om te weten hoeveel ventilatie er plaatsvindt. Elke kubieke meter ventilatielucht transporteert immers een hoeveelheid ammoniak naar buiten. Omdat ventilatie in melkveestallen moeilijk direct te meten is, wordt de ventilatie doorgaans berekend aan de hand van CO₂ concentraties in combinatie met de CIGR-formule.“Om het ventilatiedebiet te bepalen wordt bij deze methode het verschil tussen de CO₂-concentratie van de stallucht en die van de inkomende lucht bepaald”, legt Eva Brusselman, emissie-onderzoeker bij ILVO uit. “Door dit te combineren met de ingeschatte CO₂-productie van de koeien en die van de mestput wordt vervolgens het ventilatiedebiet berekend.”Om de geproduceerde hoeveelheid CO₂ van melkkoeien te kunnen inschatten, werd in 2002 de CIGR-formule opgesteld op basis van veehouderijkenmerken van toen. Maar intussen zijn melkproductie, voeropname en rantsoensamenstelling aanzienlijk veranderd en is de CIGR-formule niet meer aangepast geweest.Verschil van 16 procentUit het WUR-onderzoek blijkt dat de werkelijk gemeten CO₂-productie gemiddeld 16 procent hoger is dan de waarden die de CIGR-formule voorspelt. “Het verschil tussen de werkelijke metingen en de voorspellingen schommelde doorheen het jaar”, merkt WUR ook nog op.” Dat kan samenhangen met variaties in de mesthoeveelheid in de kelder en de temperatuur van de drijfmest.”Een onderschatting van de CO₂-productie betekent dat ook de emissie van ammoniak en methaan uit de stal waarschijnlijk te laag is ingeschat in eerdere emissieberekeningen en emissiefactoren van natuurlijk geventileerde melkveestallen.&amp;nbsp; Bevestiging conclusies onderzoek ILVO“Elk wetenschappelijk onderzoek kent variatie en heeft beperkingen. Daarom is herhaling van onderzoeken belangrijk”, stelt WUR. De universiteit geeft aan dat dit niet de eerste keer is dat de CIGR-formule onderzocht werd. “Ook de resultaten van eerdere studies wijzen in dezelfde richting als onze nieuwste studie.” Zo is in 2016&amp;nbsp;een onderschatting van 10 tot 12 procent gevonden, in 2024 een&amp;nbsp;onderschatting van ongeveer 15 procent en in 2025 een&amp;nbsp;onderschatting van gemiddeld 9 procent. “Deze eerdere resultaten geven de onderzoekers vertrouwen in de gevonden onderschatting in de huidige studie”, aldus WUR.In maart stelde ook ILVO vast dat de ammoniakuitstoot de natuurlijk geventileerde melkveestallen in haar onderzoek hoger lag dan de huidige gehanteerde emissiefactor. De Vlaamse onderzoeksinstelling mat een gemiddelde ammoniakemissie van 17 kilogram per dierplaats per jaar, met een eigen ILVO-meetmethode waarbij het ventilatiedebiet werd bepaald op basis van snelheidsmetingen.De ammoniakemissiefactor die gehanteerd wordt in de vergunningsverlening is 13 kilogram. Deze emissiefactor werd overgenomen uit Nederland en werd vastgesteld op basis van metingen bij Nederlandse stallen die gebaseerd zijn op de CIGR-formule. Moeten emissiefactoren bijgesteld worden?Het ILVO-meetrapport kwam uiteindelijk ook bij het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV) terecht. Daar buigen Vlaamse wetenschappers zich over de vraag of de emissiefactor voor melkkoeien op basis van de nieuwe informatie uit het ILVO-rapport dient bijgesteld te worden.Ondertussen plant ILVO ook een herrekening van de emissiewaarden die bekomen is met de CO₂-methode op basis van de nieuwe inzichten die uit het WUR-onderzoek zijn gekomen.De CIGR-formule wordt voornamelijk gebruikt voor open melkveestallen, minder voor mechanische stallen zoals in de pluimvee- of varkenssector. “De CIGR-formules voor varkens en kippen werden bovendien door WUR al eerder gevalideerd”, geeft Brusselman nog mee. De emissiefactoren voor melkvee werden in 2022 bijgesteld, ik ga er in eerste instantie van uit dat ze nog correct zijn De nieuwe WUR-cijfers zijn volgens Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns op dit moment niet van die aard dat ze de huidige emissiefactoren onder druk zetten. “Ik ga er in eerste instantie van uit dat de emissiefactoren correct zijn. Ze werden in 2022 bijgesteld, en ik twijfel er niet aan dat de toenmalige minister (Zuhal Demir, red.) dat streng en goed onderbouwd heeft gedaan, waardoor ze vandaag nog niet achterhaald zijn”, gaf Brouns in de commissie Leefmilieu mee dinsdag. &quot;Zodra nieuwe wetenschappelijke inzichten dat vereisen, zullen we beleidsmatig bijsturen.”Vlaams parlementslid Leo Pieters (Vlaams Belang) vindt dat de WUR-studie vooral een aanleiding moet zijn om de betrouwbaarheid van het huidige systeem opnieuw tegen het licht te houden. &quot;En niet zozeer een reflex om de lat voor de veehouder opnieuw hoger te leggen&quot;, aldus Pieters.Volgens Brouns tonen de studies aan dat er metingen aan de stal moeten gebeuren, maar dat ze tegelijk grote variaties kunnen geven, onder meer door verschillen in stalmanagement. Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA), die de WUR-studie op de commissieagenda plaatste, vindt dat bij de vergelijking van methodes niet alleen moet worden gekeken naar de effectiviteit, maar ook naar de foutenmarge van elke techniek. “Als de foutenmarge groter wordt bij metingen aan de stal, dan is het noodzakelijk die nauwkeurig af te wegen tegenover de foutenmarge van andere methodes.”</content>
            
            <updated>2025-12-06T15:37:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Educatieve escape room wil waardering voor landbouw vergroten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/educatieve-escape-room-wil-waardering-voor-landbouw-vergroten" />
            <id>https://vilt.be/58298</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Studenten van de Vives Hogeschool in Roeselare hebben een educatieve escape room ontworpen. Farm Quest laat bezoekers allerlei interactieve opdrachten en raadsels oplossen zodat ze zelf ervaren hoe het is om landbouwer te zijn. De escape room is gebouwd op het biolandbouwbedrijf van de familie Bovyn in Zonnebeke.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="imago" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c8db60ab-d783-4341-be89-3a4cf4354f47/full_width_farmquest-escape-room-vives.jpg</image>
                                        <content>Zes studenten agro- en biotechnologie van VIVES hebben één doel voor ogen met de escape room die ze ontwikkelden: meer waardering voor landbouwers en de sector waarin ze werken. De hele escape room staat dan ook in het thema van landbouw en via opdrachten ontdekken de spelers weetjes over voeding, dieren en landbouwproductie.Het principe van de escape room is vrij eenvoudig. Deelnemers moeten binnen een bepaalde tijd ontsnappen door puzzels en raadsel op te lossen. Centraal staat het verhaal van boer Charel. Hij is plotseling verdwenen en de chaos op de boerderij is compleet. Door zijn dagplanning te overlopen, moeten de bezoekers achterhalen wat er met hem is gebeurd. Op die manier ervaren ze wat het echt is om boer te zijn.Om de ervaring zo realistisch mogelijk te maken is de escape room gebouwd op een landbouwbedrijf. De studenten bouwden het decor zelf en bieden de bezoekers nog een extraatje: na afloop van het spel krijgen alle deelnemers nog een korte rondleiding op het bedrijf.Meer informatie: Farm Quest</content>
            
            <updated>2025-12-02T20:37:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meer vrijwillige duurzaamheidinitiatieven moeten omzet in voedingsindustrie opkrikken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meer-vrijwillige-duurzaamheidinitiatieven-moet-omzet-in-voedingsindustrie-opkrikken" />
            <id>https://vilt.be/58299</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vijf jaar na het eerste duurzaamheidskompas presenteert Fevia een nieuw kompas met 21 concrete doelstellingen. Daarmee wil de federatie van de Belgische voedingsindustrie de geboekte vooruitgang verankeren en de rendabiliteit in de sector versterken. Door onder andere hogere vrijwillige dierenwelzijnsnormen en duurzamere grondstoffen mikt de federatie op een hogere toegevoegde waarde.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="duurzaam" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a6461a9a-cffd-414f-b5aa-5e0981267878/full_width_ilvo-varkens-biggen.jpg</image>
                                        <content>De ‘duurzaamheidsroadmap’ van Fevia diende vijf jaar als duurzaamheidskompas voor de sector op vier vlakken: het vertrouwen van consumenten verdienen, de groene transitie versnellen, futureproof loopbanen stimuleren en waardecreatie. 75 procent van deze doelstellingen zal bereikt worden voor het einde van dit jaar.“Onze inspanningen leverden duidelijke resultaten op”, aldus Fevia-voorzitter Nathalie Guillaume. “We hebben onder meer sterker ingezet op verantwoorde voedingmarketing naar kinderen en jongeren en de CO2-uitstoot laten dalen met 28 procent tegenover 20 jaar geleden. Bedrijven blijven ook steeds investeren in een veilige en werkbare omgeving. Ook passen ondertussen minstens 316 van onze 750 leden nu een vrijwillige norm of initiatief toe voor duurzame landbouwgrondstoffen.”Guillaume geeft aan dat de roadmap diende om het gesprek met ketenpartners te voeren, de sector richting te geven én bedrijven houvast te bieden bij hun keuzes. “Maar uiteraard zijn we er nog niet na vijf jaar: we hebben nog een mooie verbetermarge en nieuwe uitdagingen die ons te wachten staan”, klinkt het. Meer respect voor dierenwelzijn en lokale duurzame bevoorradingsketensDie verbetermarge werd uitgewerkt in een nieuwe roadmap met 21 doelstellingen. “Onze gezamenlijke sectorale duurzaamheidsroadmap is een unicum in de EU. Nergens anders werken ze in de voedingsindustrie zo samen op duurzaamheid”, benadrukt CEO Ann Wurman.Zo wil Fevia de komende jaren de CO2-uitstoot verder verlagen van boer tot bord, meer lokale bevoorrading (90%) vanuit België en onze buurlanden bewerkstelligen en blijven inzetten op duurzame bevoorradingsketens. Het doel is dat meer dan 316 voedingsbedrijven samen met landbouwers stappen zetten naar een gecertificeerd duurzaam initiatief, zoals het biolabel, het Beyond Chocolate-initiatief of Farm for Good dat regeneratieve technieken stimuleert.Ook wil Fevia het respect voor dierenwelzijn optillen met meer vrijwillige hoge standaarden voor een respectvolle omgang met dieren. Concreet wil de federatie onder meer dat het aandeel dieren dat volgens de FEBEV+-norm wordt geslacht, behouden blijft en hoger ligt dan de wettelijke vereisten. Vandaag gebeurt dat bij 99 procent van de varkens en 91 procent van de runderen, terwijl de wettelijke drempels op 95 en 90 procent liggen. Duurzaamheid is een extra troef om ons unieker in de markt te zetten en toegevoegde waarde te creëren Concurrentiepositie verstevigen of verzwakken?Fevia lanceert het duurzaamheidskompas op een moment van stijgende kosten, complexe duurzaamheidsvereisten en hoge Europese en internationale concurrentiedruk, benadrukt de federatie zelf. In een context waarin regio’s zoals Azië, Latijns-Amerika en Oost-Europa marktaandeel winnen ten koste van de EU,rijst de vraag of bijkomende vrijwillige duurzaamheidsengagementen ons niet nog verder uit de markt duwen.Maar volgens Fevia zullen de duurzaamheidsinitiatieven de concurrentiepositie alleen maar ten goede komen. “Het zal extra waarde creëren. Onze leden kunnen vandaag geen toegevoegde waarde meer creëren door in grotere volumes te produceren zoals tien jaar geleden. Nu komt de toegevoegde waarde voornamelijk van nicheproducten. Enkele van deze duurzaamheidsinitiatieven mikken daarop. Zo zullen onze producenten zich kunnen onderscheiden door hun superieure status. Duurzaamheid is een extra troef om ons unieker in de markt te zetten.” Wij geven de richting aan, maar het duurzaamheidsverhaal is er één van een gezamenlijke inzet van alle schakels in de keten 60 procent weet niet wat duurzaamheid isVolgens een enquete van Fevia vindt de consument vooral kwaliteit, prijs en smaak bepalend. “Kwaliteit weegt het zwaarst door, gevolgd door prijs, die de voorbije vijf jaar duidelijk belangrijker is geworden in de keuze van consumenten”, aldus Fevia. Ook geeft 60 procent van de consumenten aan niet goed te weten wat duurzaamheid echt inhoudt.Zullen de consumenten de weg dan wel vinden naar de soms iets duurde superieure duurzame producten? En heeft de voedingsindustrie een rol te spelen om duurzaamheid op de verpakking eerlijk en laagdrempelig uit te leggen? Fevia wijst erop dat de EU steeds meer regels invoert om greenwashing te bestrijden, wat volgens de federatie een positief signaal is en het bijdraagt aan een gelijker speelveld.Zelf heeft ze de doelstelling in de ‘duurzaamheidsroadmap’ opgenomen om de consument transparanter en toegankelijk informeren. Daarnaast benadrukt de federatie dat ze erop rekent dat ook andere schakels in de keten mee verantwoordelijkheid opnemen, zodat de beweging richting duurzaamheid breder wordt gedragen. Dat onder meer retailers een plaatsje vrijhouden in de winkelrekken voor superieure Belgische producten en dat consumenten die producten correct weten te waarderen. Doelstellingen op vrijwillige basisVerder benadrukt Guillaume dat elk bedrijf zelf beslist of het al dan niet instapt in een duurzaamheids­samenwerking met een voedingsbedrijf. Volgens haar ontstaat er vanuit de verwerkende sector geen bijkomende druk op landbouwers om zich te scharen achter deze doelstellingen of om extra vrijwillige normen te aanvaarden bovenop de bestaande verplichtingen.“Wanneer landbouwers willen instappen, wordt vaak samen met de voedingsbedrijven gekeken hoe nieuwe investeringen kunnen worden gefinancierd”, klinkt het. “Daarnaast kan ook de overheid bijdragen om deze transitie te doen slagen.” Dat beaamt federaal minister van Klimaat en Leefmilieu Jean-Luc Crucke (Les Engagés): “Ik pleit voor een duidelijk kader en transparante financieringsmechanismen, zodat onze bedrijven met vertrouwen kunnen vooruitgaan naar een echte ‘econologie’: de bewuste alliantie tussen economische prestaties en ecologische verantwoordelijkheid.”</content>
            
            <updated>2025-12-02T19:08:07+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Verplichte blauwtongvaccinatie wordt in 2026 stopgezet, vergoeding ook]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/verplichte-blauwtongvaccinatie-wordt-in-2026-stopgezet-vergoeding-ook" />
            <id>https://vilt.be/58300</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2026 komt er geen verplichte vaccinatie voor blauwtong en EHD. Federaal landbouwminister David Clarinval (MR) heeft ook laten weten dat er volgend jaar geen financiële tussenkomst wordt voorzien voor de aankoop of het toedienen van vaccins. Boerenbond betreurt die beslissing. ABS heeft meer begrip voor de beslissing, maar vraagt wel dat de overheid de vinger aan de pols houdt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="blauwtong" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="schaap" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fb81b393-4db9-4925-8fb5-bdc2abd2d3a4/full_width_vaccinatie-blauwtong.jpg</image>
                                        <content>In 2024 zorgde het blauwtongvirus serotype 3 voor heel wat dode runderen en schapen. Ook in 2025 was de schade nog groot door sterfgevallen en een daling in het aantal kalvingen. Daarop werd beslist om vaccinatie voor blauwtong serotype 3 (BTV3) en serotype 8 (BTV8) en voor epizoötische hemorragische ziekte (EHD) verplicht te maken. Clarinval had daarvoor een budget van 40 miljoen euro vrijgemaakt.Situatie blijft wel zorgwekkend“Deze vaccinatiecampagne loopt ten einde en heeft een zeer hoge vaccinatiegraad in België mogelijk gemaakt”, zeggen Clarinval, FOD Volksgezondheid, FAVV en Sciensano in een mededeling. Voor 2026 komt er geen verplichte vaccinatiecampagne. “Veehouders zijn vrij hun dieren te blijven vaccineren en er is geen federale tussenkomst voorzien voor de aankoop of de toediening van vaccins”, klinkt het nog.Toch waarschuwen de overheidsinstanties dat de situatie in de buurlanden zorgwekkend blijft. Daarom raden zij veehouders aan om de inspanning voort te zetten. In eerste instantie moeten vooral niet-gevaccineerde dieren een vaccin krijgen, daarnaast is het ook belangrijk om een herhalingsvaccin tegen BTV8 en BTV3 toe te dienen aan dieren de al gevaccineerd werden.“Wij bevelen veehouders aan om zo snel mogelijk de nodige vaccins te bestellen bij de dierenarts. De farmaceutische bedrijven wachten immers deze bestellingen af om hun leveringsplanning voor België op te stellen”, aldus nog de mededeling. Boerenbond: &quot;Mogelijk gigantische economische gevolgen&quot;Boerenbond betreurt dat er geen vaccinatieplicht komt en dat er geen ondersteunend budget wordt vrijgemaakt in 2026. “Vorig jaar heeft blauwtong serotype 3 zeer lelijk huisgehouden in ons land en diepe sporen nagelaten in de ​ rundvee- en schapenhouderij. Door de verplichte en door de overheid ondersteunde vaccinatiecampagne hebben we dit jaar grote schade kunnen voorkomen”, zegt Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens.&amp;nbsp;​&amp;nbsp;In Frankrijk was &amp;nbsp;vaccinatie niet verplicht en zijn er duizenden besmettingen vastgesteld, brengt Boerenbond in herinnering. “Dat moeten we in ons land absoluut vermijden. De economische gevolgen zijn gigantisch”, benadrukt Ceyssens. “We roepen in elk geval alle professionele en hobbyhouders op om te blijven vaccineren en om jonge, nog niet-gevaccineerde dieren en fokdieren prioritair te vaccineren.” ABS: &quot;Keuze aan veehouder in regie met overheid&quot;ABS zegt te begrijpen dat er geen financiële tussenkomst meer is. &quot;We staan ook achter de beslissing om de keuze om te vaccineren door de veehouder zelf te laten bepalen&quot;, zegt voorzitter Bruno Vincent. &quot;De initiële verplichting heeft, zoals de minister aangeeft voor een hoge vaccinatiegraad gezorgd en onze veestapel beschermd. Nu is het ook zaak deze bescherming op een beredeneerde en overwogen manier hoog te houden.&quot; De landbouworganisatie raadt daarom aan om niet-gevaccineerde dieren, zoals jongvee, steeds in te enten omdat die nog onbeschermd zijn. Voor de al gevaccineerde dieren ligt het volgens ABS anders. &quot;In dat kader zien we wel degelijk nog een taak van onze overheid weggelegd. Wij hebben gevraagd dat de beschermingsgraad van de gevaccineerde dieren jaarlijks onafhankelijk opgevolgd zou worden door het bepalen van de titer (aantal antilichamen) bij onze veestapel en dit per vaccin. Het is niet geweten hoelang de verschillende vaccins onze dieren beschermen, maar het is aannemelijk dat dit voor een langere termijn zou kunnen zijn&quot;, verwacht Vincent. Hij erkent dat elke landbouwer dat zelf zou kunnen laten doen, maar dat heeft volgens hem beperkingen. &quot;Een universele bepaling per vaccin zou een beter beeld geven en dit kan enkel door de overheid geregisseerd worden. Dit zou onze veehouders ondersteunen bij hun beslissing of en wanneer ze hun dieren opnieuw moeten vaccineren en vooral onnodige kosten&amp;nbsp;vermijden&quot;, aldus de ABS-voorzitter.</content>
            
            <updated>2025-12-02T21:08:40+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Redelijk uienjaar, maar veel problemen in de bewaring]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/redelijk-uienjaar-maar-veel-problemen-in-de-bewaring" />
            <id>https://vilt.be/58301</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De uienteelt zit al jaren in de lift in Vlaanderen. Ook dit jaar werden er meer uien geteeld dan in voorgaande jaren. Hoewel de productie per streek sterk varieert, was de gemiddelde opbrengst redelijk en is ook de prijs intussen niet verlieslatend. Wel lag de ziektedruk dit jaar hoog en worden er veel problemen in de bewaring gemeld. Desondanks verwachten experts volgend jaar een verdere groei van het uienareaal. “Akkerbouwers en groentetelers zijn op zoek naar alternatieven.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="akkerbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b13d762b-cc7f-474e-940f-85ec92000616/full_width_uienajuin.jpg</image>
                                        <content>Het uienareaal in Vlaanderen bedroeg dit jaar 4.530 hectare, een stijging van 2,7 procent ten opzichte van vorig jaar. “In vergelijking met tien jaar geleden is dat meer dan een verdubbeling. En 20 jaar geleden werden er nog nauwelijks uien geteeld in ons land”, vertelt Jonas Bodyn, die bij onderzoeksinstelling Viaverda actief is in de uienteelt.Vorig jaar werden de uientelers geplaagd door het natte voorjaar, waardoor de inzaai van uien fors vertraagd was. Dit jaar verliep de inzaai volgens planning, maar moest er door de droogte veel beregend worden. De opbrengst varieerde sterk van streek tot streek en liep uiteen van 25 tot 50 ton per hectare.“Over het algemeen was de opbrengst niet slecht en was ook de prijsvorming redelijk, waardoor telers dit seizoen geen verlies gemaakt hebben”, aldus Bodyn. De in ons land geteelde uien zijn bestemd voor de lokale versmarkt, de industrie of Nederlandse exporteurs. Al deze afzetkanalen zaten volgens Bodyn de voorbije jaren in de lift. Dit verklaart volgens hem de areaaluitbreiding. Ziektedruk en problemen met bewaringTegenover de redelijke opbrengsten stond volgens Bodyn een hoge ziektedruk. “Er zijn dit jaar veel problemen met onder meer fusarium gemeld. Uien zijn hierdoor aangetast, wat zich vooral laat voelen in de bewaring.”Dat wordt bevestigd door teler-verwerker Joeri Ongena uit Moerbeke-Waas. De akkerbouwer investeerde twee jaar geleden in een nieuwe verwerkingsloods waar eigen geteelde en aangekochte uien worden geschild, versneden en verpakt voor de versmarkt.Experts tasten voorlopig in het duister over de oorzaak van de hoge ziektedruk. Zo werd er fusarium aangetroffen in percelen waar nooit eerder uien geteeld werden. “Uien groeien het best bij een gelijkmatig groeiseizoen. Dit jaar was er eerder sprake van groeistoten en dat verklaart mogelijk de ziektedruk, maar we kunnen dat niet met zekerheid stellen”, aldus Bodyn. Akkerbouwers zoeken alternatieve gewassenOndanks de ziektedruk en de bewaarproblemen verwachten experts dat er volgend jaar meer uien uitgezaaid worden en dat het record van dit jaar verbroken zal worden. Ook de uitdagingen op het gebied van gewasbescherming zullen de telers mogelijk niet afschrikken. “Uien zijn een groente die in Vlaanderen in een stijgende trend zit, hoewel er heel wat uitdagingen zijn op het vlak van gewasbescherming. Toch verwacht ik dat er meer telers zullen proberen om uien te telen in 2026, met mogelijk een areaalstijging”, aldus Pieter Van Oost van Boerenbond.Ook Bodyn verwacht zeker geen daling van het areaal. “Veel akkerbouwteelten draaien slecht, zoals aardappelen, suikerbieten, industriegewassen en ook graan. De kans bestaat dat er daardoor meer boeren instappen in de uienteelt. Het is opletten dat dit niet leidt tot een overaanbod, want dat komt de prijs niet ten goede.”Ongena wijst nog op de complexiteit van de teelt. “Het is geen eenvoudige teelt. De grond moet eigenlijk enkele jaren voorbereid worden.” Zelf denkt de akkerbouwer-verwerker er in ieder geval niet aan om contracten aan te gaan met eventueel nieuwe boeren. “Ik heb schrik voor de kwaliteit”, legt hij uit.</content>
            
            <updated>2025-12-04T19:17:03+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Afvalfraude in de Kempen: omvang en gezondheidsrisico blijven onduidelijk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/afvalfraude-in-de-kempen-omvang-en-gezondheidsrisico-blijft-onduidelijk" />
            <id>https://vilt.be/58302</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Meer dan een maand na de bekendmaking van de afvalfraudezaak in de Kempen is er nog steeds niet bijster veel geweten over de omvang van dit milieuschandaal. Criminele netwerken in de Kempen hebben zich voorgedaan als afvalverwerkers en zo duizenden tonnen afvalstoffen gedumpt op Kempense landbouwgrond. Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA) vroeg in de Commissie Landbouw naar een stand van zaken van het onderzoek. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) overweegt om het Vlaams Gewest zich burgerlijke partij te laten stellen tegen de criminelen en hij raadt lokale besturen aan om hetzelfde te doen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee3374b9-7dbf-4dc6-8118-3d29cbcb1f2f/full_width_landbouwgrond.jpg</image>
                                        <content>Inmiddels is het meer dan een maand geleden dat het parket van Antwerpen naar buiten trad met de melding dat minstens 3.000 ton industrieel zout en een onbekende hoeveelheid chemicaliën, mogelijk asbesthoudend bouwpuin en zelfs drugsafval in en op de bodem werden gedumpt. Op 21 oktober viel de politie binnen op adressen in de Kempengemeenten Baarle-Hertog, Merksplas en Ravels. Zes verdachten werden toen opgepakt, vier mannen van 32, 33, 33 en 64 jaar en twee vrouwen van 63. Speurders namen een illegaal wapen en meer dan 430.000 euro in beslag.Het Antwerps parket kan voorlopig nog niet veel nieuws delen over de zaak. De oppervlakte van het vervuilde gebied is voorlopig niet duidelijk. Men weet ook niet hoe lang deze praktijken al aan de gang waren en hoe groot het risico is voor de volksgezondheid.De info die voorhanden is, komt vooral van ooggetuigen die het onderzoek waarnemen. In het onderzoek naar deze extensieve bodemvervuiling, worden hele gebieden letterlijk uitgespit met graafmachines. Zo zijn er maandag nog bij een tuinaannemer in Poppel (Ravels) graafwerken gestart in opdracht van het parket. Vorige maand was een kalverbedrijf in Merksplas aan de beurt, eveneens met graafwerken in opdracht van de Antwerpse federale politie en de civiele bescherming. Grondwater ook besmet?Parlementslid Andy Pieters (N-VA) vroeg in de commissie Leefmilieu naar een stand van zaken over dit onderzoek. Pieters vindt dat vooral de omwonenden te weinig worden geïnformeerd over het onderzoek. Bovendien suggereert hij dat ook het grondwater en oppervlaktewater vervuild kunnen zijn door de malafide praktijken.Dat valt in lijn met de vaststellingen van ecotoxicoloog Ronny Blust (UAntwerpen), die in een gesprek met De Standaard de potentiële milieu-impact probeert te schetsen. “Op zich is zout niet giftig, maar 3.000 ton is een gigantische massa”, zegt hij aan de krant. “Het kan de bodem verzilten, wat mogelijk dodelijk is voor het leven erin en het hele ecosysteem kan ontwrichten. Als daar nog resten van drugsproductie en andere chemische stoffen bijkomen, krijg je een toxische cocktail die zich als een inktvlek op vloeipapier ondergronds verspreidt. Die giftige boel komt dan in het grondwater terecht. Sowieso is het schadelijk. Hoe erg, dat is te vroeg om te zeggen.” Graafwerken gepauzeerd door giftige dampenPieters meldt bovendien dat de graafwerken bij de opsporing naar vervuilde stortplaatsen tijdelijk gepauzeerd werden nadat er een sterke chemische geur vrijkwam die hinder veroorzaakte bij de politie en civiele bescherming. “Het terrein moest ook even ontruimd worden”, zegt Pieters. “Die feiten illustreren toch wel een potentieel omvangrijk en complexe verontreiniging waarbij niet alleen de federale gerechtelijke diensten, maar ook de Vlaamse milieu- en bodembevoegde instanties een belangrijke rol spelen in het vaststellen van de milieuschade, het inschatten van de risico&#039;s en ook het voorbereiden van eventuele saneringsverplichtingen.” Pieters vroeg aan de minister om toe te lichten welke vaststellingen deze overheidsdiensten hebben gedaan.Omdat een gerechtelijk onderzoek met een zekere geheimhouding gebeurt, kon Brouns niet veel details meegeven. Hij liet wel weten dat de omgevingsinspectie technische ondersteuning biedt in de vorm van staalnames en identificatie van het gevonden afval. De minister spreekt van daden waar men niet hard genoeg tegen kan optreden. Er zijn op dit moment geen soortgelijke dossiers gekend waarin een gelijkaardig gerechtelijk onderzoek werd gestart Een zaak zonder gelijkeBovendien bevestigde Brouns dat OVAM zich in deze zaak burgerlijke partij stelt en hij bekijkt of het nuttig is dat ook het Vlaams gewest dat doet voor de schade die niet door OVAM kan geclaimd worden. Zo raadt hij ook de getroffen lokale besturen aan om zich burgerlijke partij te stellen. Volgens De Standaard is dat al het geval voor Ravels en Merksplas. Als de grond gesaneerd moet worden, dan kan dat de gemeenschap miljoenen kosten.Tot slot bevestigde de minister dat deze zaak geen gelijke heeft. “Er zijn op dit moment geen soortgelijke dossiers gekend waarin een gelijkaardig gerechtelijk onderzoek werd gestart.”Pieters betreurde wel nog dat deze milieucriminaliteit ogenschijnlijk jarenlang systematisch heeft kunnen doorgaan. “Dat ook de civiele bescherming op een bepaald moment het terrein heeft moeten ontruimen, wijst erop dat de feiten niet min zijn”, zegt hij.Omwonenden willen informatieBovenal doet hij een oproep voor transparantie. “Ik hoor lokaal op het terrein dat men niet vindt dat er altijd event transparant gecommuniceerd wordt”, zegt Pieters. Het N-VA-parlementslid erkent dat dit te maken heeft met geheimhouding binnen het gerechtelijk onderzoek, “maar ook al loopt er een gerechtelijk dossier, moeten mensen kunnen weten waar ze gerust of ongerust over kunnen zijn”.Dat het parket niet te veel details lost over de zaak, lijkt voorlopig eerder een zaak van niet kunnen dan niet willen. Er worden steeds meer putten gegraven in de Kempen, maar antwoorden blijven zoek.</content>
            
            <updated>2025-12-02T21:23:38+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aardappelverwerker Agristo verlaagt contractprijzen voor 2026 met 40 euro per ton]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aardappelverwerker-agristo-verlaagt-contractprijzen-voor-2026-met-40-euro-per-ton" />
            <id>https://vilt.be/58304</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Agristo is de eerste aardappelverwerker die met contractprijzen voor het nieuwe seizoen over de brug komt. Het bedrijf heeft aangekondigd dat het de contractprijzen voor 2026 met gemiddeld 40 euro per ton laat zakken. Dit komt neer op een prijsverlaging van 17 procent of 2.000 euro tot 2.500 euro per hectare. Dat meldt de Nederlandse website Boerenbusiness.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ddf07278-d479-4d0b-aafd-b7385b1848b8/full_width_aardappelverwerkingagristo.jpg</image>
                                        <content>Tijdens een telersbijeenkomst in Wielsbeke maakte de aardappelverwerker bekend dat ook de pootgoedprijzen met 17 procent omlaag gaan. Dat zou de kostprijs voor landbouwers met gemiddeld 300 euro per hectare doen zakken. Vroege frietaardappelen zullen uitbetaald worden aan 185 euro per ton (in week 31). Van midden september tot midden oktober bedraagt de contractprijs voor afland aardappelen 140 euro per ton. Vervolgens stijgt de contractprijs verder door naargelang de aardappelen langer bewaard worden: 179 euro per ton in januari 2027, 228 euro per ton eind april tot 265 euro per ton midden juli.Volgens Guy Depraetere, aardappelexpert van ABS, zouden ook Lutosa en Vervaeke hun contractprijzen bekendgemaakt hebben en liggen die in lijn met de prijzen van Agristo. Naast de prijs zal ook het contractvolume naar beneden gaan. Volgens Depraetere zal er voor het seizoen 2026-2027 15 procent minder volume gecontracteerd worden. “Dat is geen goed nieuws, want de teeltkosten dalen niet”, klinkt het. Hij raadt aardappeltelers aan om hun aardappelareaal met meer dan 15 procent te verminderen. “Het is vooral het volume vrije aardappelen dat fors naar beneden moet, willen we een herstel van de vrije markt bekomen”, besluit hij.</content>
            
            <updated>2025-12-03T22:28:54+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe ecoregelingen voor bufferstroken langs waterlopen in 2026]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/-29" />
            <id>https://vilt.be/58305</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De mestwetgeving bepaalt vanaf 1 januari 2026 nieuwe afstandsregels langs VHA-waterlopen. Dat zijn waterlopen opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas. Volgend jaar moet men langs alle VHA-waterlopen beschermingsstroken aanleggen, waarvan de breedte afhangt van het gebiedstype, de teelt en de ligging. Vanaf 2026 kan men twee nieuwe ecoregelingen aanvragen op deze beschermingsstroken.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="beheerovereenkomst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/49988ed2-493f-4eb3-bcf9-2f103ed2a0f8/full_width_bufferteeltvrijezone-vlm.jpg</image>
                                        <content>Een waterloop die opgenomen is in de Vlaamse Hydrografische Atlas is een VHA-waterloop en wordt in het blauw weergegeven op het kaartmateriaal dat terug te vinden is op de fotoplannen van de verzamelaanvraag en het Bodempaspoort te raadplegen op op het&amp;nbsp;e-loket Landbouw en Zeevisserij; de app LV-AgriLens&amp;nbsp; en het Geoloket landbouw.De concrete, verplicht na te leven afstandsregels zijn als volgt: Op de verplicht aan te houden beschermingsstroken langs VHA-waterlopen (blauwe waterlopen) kan men vrijwillig deelnemen aan twee acties binnen de ecoregeling bufferstroken. Voor de ecoregeling ‘Beheer bufferstrook met klepelmaaier’ geldt een vergoeding van 1.000 euro per hectare. Wie maait en het maaisel afvoert, krijgt 1.250 euro per hectare. Meer info hierover is voorhanden op de website van het Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij.Boerenbond is tevreden dat het mestdecreet en meer specifiek het maaibeleid in de beschermingsstroken wordt aangepast. “We hebben steeds hard gedrukt op de nood aan een aanpassing van het maaibeleid in de beschermingsstroken. Zo kan via de ecoregeling een passende financiële compensatie worden voorzien, conform de afspraken uit het MAP 7-akkoord tussen landbouw- en milieuorganisaties,” zegt Lode Ceyssens, voorzitter van Boerenbond.</content>
            
            <updated>2025-12-04T18:59:07+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van meetlint naar hightech: 700 sensoren volgen live grondwaterpeil in Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-meetlint-naar-hightech-700-sensoren-volgen-live-grondwaterpeil-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/58306</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De meting van de grondwaterstanden die de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) maandelijks uitvoert, gebeuren voortaan live en automatisch. Vroeger gebeurden deze manueel met een meetlint dat in de peilbuis werd gestoken, maar met behulp van sensoren ontvangt de VMM nu elke vier uur een automatische update van de standen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a9f13d82-a90f-4411-bf43-6b97571cec39/full_width_binnekant-meetput-met-logger.png</image>
                                        <content>De VMM heeft een 600-tal meetputten verspreid over Vlaanderen. In die putten zijn in totaal 900 peilbuizen geplaatst. In 700 van die 900 buizen zijn nu sensoren geplaatst voor live monitoring. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) kwam woensdag een kijkje nemen bij de één van de putten in Meise. Hij is lovend over het nieuwe systeem. “Zo kunnen we het gedrag van ons grondwater nog nauwkeuriger in beeld brengen en cruciale kennis vergaren voor de Blue Deal sponsdoelen”, zegt de minister.De sensoren sturen standaard elke vier uur een meting door, maar op sommige plaatsen, bijvoorbeeld kortbij een getijdenrivier, gebeurt de meting zelfs elk uur. Ook voorspellingsmodellen worden beterDat we er echt wel baat bij hebben dat de grondwaterstanden meer dan eens per maand gemeten te worden, beaamt Jan Corluy, specialist grondwaterbeheer bij VMM. &quot;De maandelijkse metingen gaven soms een vertekend beeld van de situatie. Het blijft een momentopname: soms gebeurde de meting vlak na een plensbui, terwijl het de rest van de maand droog was&quot;, vertelt hij. &quot;Dat gaf niet altijd de meest juiste weergave van de situatie. Door de waterstanden bijna live op te meten, krijgen we een veel accurater beeld.&quot;Planten en dieren, landbouwgewassen, industriële processen, drinkwaterproductie… allemaal zijn ze afhankelijk van voldoende grondwater. Maandelijks publiceert de VMM daarom een grondwaterstandsindicator op basis van de meetresultaten in de bovenste (freatische) grondwaterlagen. De situatie van 3 december werd zonet gepubliceerd. Een uitgebreide analyse is publiek raadpleegbaar in de Databank Ondergrond Vlaanderen.De extra, live grondwaterdata helpen niet alleen om de huidige grondwaterstanden beter in beeld te brengen. Ook voorspellingen worden accurater door de modellen te voeden met nog meer data. Deze voorspellingen zijn bijvoorbeeld belangrijk in het geven van advies rond preventieve droogtemaatregelen. Data moet leidraad zijn voor waterbeleidDe automatisatie van het grondwatermeetnet kwam tot stand met Europese middelen van de Blue Deal. “Hoeveel extra water moet infiltreren? Waar moet drainage worden aangepast? En hoeveel buffercapaciteit is nodig om droogte en overstromingen op te vangen? Sponsdoelen geven per gebied een helder antwoord op deze vragen. Daarvoor is terreinkennis nodig die berust op accurate data”, zegt minister Brouns.Door de klimaatverandering krijgen we vaker met langere periodes van veel regenval en grote droogte te maken. &quot;Door al de data over grondwaterstanden automatisch te verzamelen, zijn we beter in staat om voorspellingen te doen over het waterpeil en preventieve maatregelen te nemen om het peil op te krikken&quot;, zegt de minister. &quot;Dat is erg belangrijk in het kader van de klimaatverandering. Het grondwater moet op een voldoende hoog peil blijven staan, voor de kwaliteit van het bodemleven, industriële processen, de landbouw en ons drinkwater.&quot;Er wordt echter niet blindelings vertrouwd op deze technologie. Om de drie maanden wordt er nog steeds een manuele meting uitgevoerd. Dat is nodig om de resultaten te vergelijken en de sensoren, indien nodig, te kalibreren.</content>
            
            <updated>2025-12-03T18:51:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van besmet broodje naar negen besmette everzwijnen? AVP in varkensregio Catalonië heeft ook impact in België]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-avp-besmettingen-in-varkenregio-catalonie-en-dat-is-ook-bij-ons-te-voelen" />
            <id>https://vilt.be/58307</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De dreiging van de Afrikaanse varkenspest wordt steeds groter in Catalonië, Spanje. Eind november werden er voor het eerst in decennia wilde zwijnenkarkassen aangetroffen met AVP. Inmiddels zijn er in de omgeving van Barcelona al zeven nieuwe gevallen bij everzwijnen vastgesteld. Dat meldde de Catalaanse landbouwminister Òscar Ordeig. Joris Coenen, manager van Belgian Meat Office bij VLAM, ziet mogelijk grote gevolgen voor één van de belangrijkste varkenslanden van de EU.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="afrikaanse varkenspest" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="varken" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/342dd380-a8e1-4f1d-a7f0-4d23eff0585d/full_width_mortadella-2520335-1920.jpg</image>
                                        <content>Voor Europese en ook voor onze Vlaamse varkensvleesproducenten is de impact tweezijdig. “Spanje exporteert normaal gezien 100.000 ton per maand naar derde landen”; zegt Coenen. “Als 35 procent daarvan momenteel geen bestemming meer vindt, blijft ongeveer 35.000 ton per maand op de Europese markt hangen. Dat komt neer op ongeveer twee procent van de totale EU-productie. Een dergelijke heroriëntatie richting de interne markt leidt vrijwel zeker tot prijsdruk, met een te verwachten daling van 10 tot 15 procent in de komende weken of maanden.”“Anderzijds ontstaan er kansen voor andere exporteurs, waaronder ook de Vlaamse, om tijdelijk marktaandeel te winnen in landen die Spaans varkensvlees volledig blokkeren”, zegt Coenen. “Importprocedures verschillen land per land en zowel importeurs als exporteurs moeten die opnieuw onder de knie krijgen. Ook certificaten, logistieke afspraken en productvereisten moeten worden afgestemd. Afnemers schakelen daarom niet onmiddellijk over van leverancier. Bovendien zullen ook niet-Europese exporteurs zoals de VS, Canada en Brazilië agressief proberen het weggevallen Spaanse volume in te vullen. De internationale concurrentie is zwaar, en het is vraag is in welke mate Europese spelers hiervan kunnen profiteren.” Erkenning van regionalisering maakt het verschilVolgens Coenen hangt de uiteindelijke balans voor de Europese varkenssector af van de snelheid waarmee exportmarkten regionalisering erkennen. “Uit de gegevens van VLAM blijkt dat Spanje tussen januari en september 2025 953.840 ton uitvoerde naar derde landen”, zegt Coenen. “Daarvan wordt vandaag 336.576 ton, ofwel 35 procent, geconfronteerd met een effectieve invoerschorsing. Het gaat onder meer om Japan, de Filipijnen, Taiwan, Mexico, Thailand en Chili, allemaal markten met relatief hoge toegevoegde waarde.”“De overige 65 procent van het volume blijft toegankelijk dankzij de erkenning van regionalisering door onder meer China, Zuid-Korea, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten”, vult Coenen aan. “Toch gelden bijkomende beperkingen voor verschillende bedrijven en verwerkingsinstallaties, en blijven landen met een onduidelijk statuut (zoals Maleisië en Zuid-Afrika) een risico op nieuwe handelsverstoringen.”Ook de evolutie van het Spaanse besmettingsgebied en de internationale concurrentie om het vrijgekomen marktvolume in te vullen, zullen een cruciale rol spelen. Wat met China?Belangrijke afzetmarkt China, goed voor bijna 40 procent van de totale Spaanse export naar derde landen, blijft voorlopig grotendeels open dankzij de erkenning van regionalisering. “Toch is de situatie daar bijzonder onzeker”, zegt Coenen. “Naast de tijdelijke schorsingen van een twaalftal Spaanse bedrijven spelen ook de onduidelijkheid over de finale invoertarieven voor Europees varkensvlees en het lopende handelsdossier tussen de EU en China een rol. Deze onzekerheid maakt Chinese importeurs voorzichtig wanneer ze naar Europa kijken.”Van een broodje naar een internationaal dramaSpanje zelf zit met de handen in het haar. De landbouworganisatie COAG zegt dat de wilde zwijnenpopulatie in Spanje in 30 jaar tijd met 550 procent is gegroeid door een gebrek aan effectieve bestrijdingsmaatregelen. Zo leven er in het Collserolagebergte, vlakbij Barcelona, zo’n 1.000 everzwijnen. Dat zijn 9,2 zwijnen per vierkante kilometer, een daling ten opzichte van de periode 2021-2022 toen er 17,4 evers per vierkante kilometer werden geteld als gevolg van de coronapandemie. Dat blijkt uit gegevens verzameld door de Catalaanse openbare televisie. Die vermindering werd gedeeltelijk bereikt door middel van afschot, samen met andere maatregelen. We hebben de meest bioveilige landbouwbedrijven van Europa, maar we betalen de prijs voor een everzwijn dat een broodje heeft opgegeten Volgens persagentschap Reuters vermoedt de lokale overheid dat het virus is binnengekomen omdat een everzwijn besmet voedsel heeft gegeten, mogelijk een broodje dat door een vrachtwagenchauffeur van buiten Spanje was meegebracht, waarvan de resten bij een tankstation in de buurt van het uitbraakgebied zijn gedropt. “We hebben de meest bioveilige landbouwbedrijven van Europa, maar we betalen de prijs voor een wild zwijn dat een broodje heeft opgegeten”, zegt Jaume Bernis aan Reuters, functionaris bij de VN-organisatie COAG.Dit illustreert alleszins waarom het Belgische voedselagentschap FAVV systematisch campagne voert over het weggooien van vleesresten in de natuur. Bij de AVP-vaststellingen in Frankfurt vorig jaar, liep er een communicatiecampagne die expliciet aanspoorde om geen vleesproducten uit besmette gebieden mee naar België te nemen. Een rest salami dat onzorgvuldig wordt gedeponeerd, kan grote gevolgen hebben.AVP is ongevaarlijk voor de mens, maar dodelijk voor varkens.</content>
            
            <updated>2025-12-03T21:29:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Iran op zoek naar water in buurlanden voor dorstige, "onaangepaste" landbouwgewassen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/iran-moet-water-aankopen-bij-buurlanden-onder-meer-door-onaangepaste-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/58308</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Iran kampt al jaren met steeds langere periodes van droogte. De regering wil nu water kopen van buurlanden. "Als een land bereid is water te verkopen, kopen we het", zegt minister van Energie Abbas Aliabadi. Deskundigen waarschuwen al jaren dat de landbouw in Iran te lijden heeft onder verkeerde prikkels: in plaats van zich aan te passen aan de waterarme omstandigheden, werden juist bijzonder dorstige gewassen gesubsidieerd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/58f7e3c2-8401-4917-85d4-4ef184d73e07/full_width_iran-716331-1920.jpg</image>
                                        <content>Geen druppel regen sinds start regenseizoenIran is één van de droogste landen ter wereld. De afgelopen jaren hebben deskundigen een aanzienlijke afname van de neerslag geconstateerd, terwijl tegelijkertijd droogteperiodes en andere extreme weersomstandigheden toenemen. Op dit moment is de situatie er nog nijpender dan anders. Sinds het begin van het regenseizoen, eind september, heeft een groot deel van het land geen druppel regen gezien. De watercrisis is er zo ernstig dat de Iraanse overheid overweegt om mensen, onder meer uit de hoofdstad Teheran, te gaan evacueren. Daarnaast staat ook de import van producten die veel water verbruiken op de agenda, om zelf water te besparen. Een andere piste die bekeken wordt, is om water te importeren uit buurlanden. Het probleem is dat de meeste buurlanden van Iran zelf te kampen hebben met droogte en watertekorten, waaronder Irak, Afghanistan en de Pakistaanse grensgebieden. Armenië in het noorden beschikt daarentegen over relatief grotere waterreserves. Waterbankroet?Ook voor landbouw is de huidige situatie problematisch. Deskundigen waarschuwen al jaren dat de landbouw in Iran niet aangepast is aan de realiteit op het terrein. Dat komt omdat de overheid al jaren tracht, als antwoord op de westerse sancties, de zelfvoorzieningsgraad voor voedsel op te krikken. Zo worden er al decennialang beleidsmaatregelen getroffen die de uitbreiding van geïrrigeerde landbouw in droge regio&#039;s hebben aangemoedigd. Zo is het geïrrigeerde landbouwareaal sinds 1979 verdubbeld. Het basisvoedsel van Iraniërs is rijst en dat gewas heeft nu eenmaal veel water nodig. Deze beleidsmaatregelen hebben traditionele landbouwmethodes verdrongen, met fatale gevolgen op lange termijn voor de bodem en de reserves. Eerder zei het milieuagentschap van de Verenigde Naties al dat Iran in een staat van &#039;waterbankroet&#039; is. &quot;Het tempo waaraan water onttrokken wordt uit de rivieren, meren en wetlands en uit de ondergrondse waterreservoirs is al jaren veel hoger dan het wordt aangevuld&quot;, aldus dat agentschap.</content>
            
            <updated>2025-12-03T18:05:49+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwrapport Vlaams-Brabant: minder bedrijven, grotere schaal en meer diversiteit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwrapport-vlaams-brabant-minder-bedrijven-grotere-schaal-en-meer-diversiteit" />
            <id>https://vilt.be/58309</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Vlaams-Brabant is het aantal landbouwbedrijven de afgelopen 25 jaar gehalveerd, terwijl de bedrijven groter en diverser zijn geworden. Akkerbouw en tuinbouw blijven de hoofdmoot, maar ook biologische landbouw, hoeveproducten, korteketeninitiatieven en groene zorg winnen sterk aan belang. Dat blijkt uit het recent voorgestelde 'Rapport Landbouw en Voedsel in Vlaams-Brabant', dat dient als basis voor het provinciale landbouw- en voedselbeleid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Vlaams-Brabant" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ac348e3d-06a9-4f80-ad02-7e88e3b589a2/full_width_graanspeltzomer.jpg</image>
                                        <content>Het rapport werd deze week gepresenteerd op de Voedseldag Eet-Wijs in Zemst. Daar verzamelden beleidsmakers, producenten en onderzoekers zich om nieuwe trends, praktijkvoorbeelden en initiatieven voor een duurzamer en meer lokaal voedselsysteem te bespreken. Gedeputeerde Tom Dehaene (cd&amp;amp;v) benadrukte het belang van lokaal voedselbeleid: “Voedselzekerheid is meer dan ooit belangrijk. Door lokaal en duurzaam te eten, voedselverspilling te vermijden en boeren te waarderen, kunnen we bijdragen aan een stabiele voedselvoorziening.”Halvering van bedrijven en schaalvergrotingIn Vlaams-Brabant daalde het aantal landbouwbedrijven van 5.183 in 2001 naar 2.520 in 2024. De provincie telt daarmee het laagste aantal bedrijven van alle Vlaamse provincies, goed voor slechts 12 procent van het Vlaamse totaal. Tegelijkertijd zijn de bedrijven er wel groter: gemiddeld 35,07 hectare per bedrijf tegenover 28,74 hectare in Vlaanderen. Akkerbouw (36%) en tuinbouw (19%, vooral fruit) domineren, terwijl veeteelt beperkt blijft. Plantaardige en dierlijke productieDe provincie onderscheidt zich door een hoog aandeel granen (21% van het areaal, tegenover 11% in Vlaanderen), hoewel dit aandeel in de afgelopen 15 jaar met 20 procent daalde. Ook het areaal suikerbieten nam af met 16 procent sinds 2009. Vlaams-Brabant bezit 28 procent van het Vlaamse appel- en perenareaal. Wijnbouw groeit er ook sterk: van 11 hectare in 2009 naar 89 hectare in 2024.Veeteelt is dan weer eerder beperkt. Slechts 2,6 procent van de Vlaamse varkens, 2,5 procent van het pluimvee en 7,8 procent van de runderen bevinden zich in de provincie. Het aantal runderen daalde tussen 2009 en 2023 met 14 procent, aanzienlijk meer dan het Vlaamse gemiddelde van 6 procent.Verbreding en multifunctionele landbouwNaast de productie van voedsel zetten Vlaams-Brabantse boeren meer en meer in op verbreding. Hoeveproducten, korteketenbedrijven, toeristische activiteiten en groene zorg bieden extra inkomen en versterken er de band met consumenten. Vlaams-Brabant heeft het hoogste aandeel hoeveproducenten (7,1%) en bioboeren (4,9%) van Vlaanderen. Het aantal korteketenbedrijven steeg tot 338 in 2025 en het aantal zorgboerderijen nam sinds 2016 met 48 procent toe.“Publieke gronden als cruciale beleidsinstrumenten”In 2024 was 95.984 hectare landbouwgrond geregistreerd in Vlaams-Brabant (45% van de provincie). Opvallend is dat er bijna 26.000 hectare meer als landbouwgrond bestemd is dan effectief geregistreerd, wat wijst op heel wat ander gebruik dan door landbouw. Van deze gronden is 14,7 procent publiek eigendom, grotendeels in handen van lokale overheden, OCMW’s en kerkfabrieken. Ruim 11.000 hectare ligt in een landbouwbestemming. Eén op vijf beroepslandbouwers bewerkt een deel van zijn areaal op publieke gronden.“Lokale overheden (inclusief OCMW’s) en kerkfabrieken, spelen dus mogelijk zonder het zelf te beseffen, een belangrijke rol in landbouw. Het is dus niet alleen belangrijk om deze gronden goed te beheren, ze zijn ook cruciale beleidsinstrumenten voor een doordacht lokaal landbouwbeleid”, aldus het rapport.</content>
            
            <updated>2025-12-03T21:11:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Agribex van start zonder dieren, maar met lovende woorden van premier De Wever]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/agribex-van-start-zonder-dieren-maar-met-lovende-woorden-van-premier-de-wever" />
            <id>https://vilt.be/58310</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met lovende woorden over de landbouw heeft premier De Wever het startschot gegeven voor de landbouwbeurs Agribex in Brussel. Het is alweer de 73ste keer dat de vijfdaagse beurs plaatsvindt in Brussel, maar voor het eerst worden er geen dieren toegelaten. Ook de conjunctuur in de akkerbouw lijkt de verkopers van landbouwvoertuigen en mechanica niet gunstig gezind. “Maar we kunnen pas na vijf dagen concluderen of onze leden minder orders noteren”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Agribex" />
                        <category term="mechanisatie" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/05004510-7bc8-4f4e-90b9-091288dd34bf/full_width_de-wever-en-brouns-op-fedagrim.jpg</image>
                                        <content>“Onze landbouwsector behoort tot de meest innovatieve ter wereld. Landbouw zit diepgeworteld in onze cultuur. Wanneer buitenlanders aan België denken, komen vaak frietjes, chocolade en bier in beeld,” zei Bart De Wever, premier van België, bij de opening van Agribex in Brussel.Voor een publiek met daarin onder meer de Vlaamse, Nederlandse en Waalse ministers van Landbouw, benadrukte De Wever dat administratieve vereenvoudiging, rechtszekerheid en een vlot, transparant vergunningenbeleid cruciale pijlers zijn voor een gezond ondernemingsklimaat. “Ik wil er alles aan doen om ervoor te zorgen dat het in dit land nog goed boeren is, en dat onze landbouw goed kan boeren,” stelde hij.Zijn woorden kregen kritische aandacht van Tom Van Grieken, partijvoorzitter van Vlaams Belang, die ook aanwezig was op Agribex. “Hij noemt terechte punten, maar het klinkt opvallend uit zijn mond. De Wever schuift de schuld naar Europa, terwijl Wallonië en Duitsland geen stikstofcrisis kennen. En wat regelitis betreft: het klopt dat er veel absurde regels zijn, maar de N-VA heeft de voorbije jaren zelf mee aan de wieg hiervan gestaan.” Vlaamse emigrant naar Amerika in de spotlightHet was de regeldruk die Oost-Vlaming Koen Ally 20 jaar geleden deed emigreren naar de Verenigde Staten. De emigrant-boer, die zijn speech in het Amerikaans begon, was een opmerkelijke spreker bij de opening van de landbouwbeurs. Ally was uitgenodigd door Fedagrim, de Belgische federatie voor landbouw- en tuinbouwmechanisatie én organisator van Agribex, met een duidelijk doel: zijn verhaal delen. Gefrustreerd dat hij zijn ouderlijk landbouwbedrijf, gelegen nabij een natuurgebied, niet kon ontwikkelen, vertrok Ally naar Amerika. In Texas bouwde hij een melkveebedrijf uit met ruim 3.000 dieren. “Met dit verhaal willen we de politiek wakker schudden over de impact van administratieve druk en beperkende regelgeving. Ally zag in ons land geen kans om het ouderlijke bedrijf voort te zetten en emigreerde naar Amerika. Willen we voorkomen dat meer ondernemers de landbouw de rug toekeren, dan moeten we de regeldruk aanpakken en boeren weer toekomstperspectief bieden,” zegt Isabelle Huyghe, CEO van Fedagrim.Huyghe begeleidde de politieke delegatie tijdens een rondgang over de beurs, waarbij een reeks bedrijven in de spotlight werd gezet die toonaangevend zijn in de sectoren landbouw, veeteelt en groenvoorzieningen. Beursaanbod evolueert met landbouw meeHuyghe is bij Fedagrim de opvolger van Michel Christiaens, die begin volgend jaar afzwaait bij de federatie. Christiaens is sinds de eeuwwisseling verantwoordelijk voor de organisatie van Agribex en heeft de landbouwbeurs sterk zien evolueren. “Net zoals in de landbouw is er in de mechanisatie veel schaalvergroting.” Daarnaast heeft recent de klimaat- en milieuwetgeving en het vergunningenslot voor veeteeltbedrijven een impact op de toeleveranciers in de sector. “Sommige toeleveranciers zijn inmiddels al gestopt of hebben zich noodgedwongen gediversifieerd”, vertelt hij.Deze editie van de beurs vindt voor het eerst plaats zonder dieren. Omdat dieren en prijskampen traditioneel veel bezoekers trekken, is het afwachten of het bezoekersaantal van voorgaande edities wordt gehaald. “Bij de vorige editie, twee jaar geleden, mochten we 75.000 bezoekers over vijf dagen verwelkomen. Het zou mooi zijn als we dat opnieuw halen, maar dat is nog de vraag,” aldus Fedagrim. Drukt conjunctuur op verkoop?Ook de investeringsbereidheid bij akkerbouwers blijft een groot vraagteken. Nagenoeg alle teelten – aardappelen, suikerbieten, industriële groenten en graan – staan onder druk. “Veel akkerbouwers lijken voorlopig de kat uit de boom te kijken en beperken zich tot de noodzakelijke vervangingsinvesteringen,” zei Harm Van den Borne, akkerbouwer uit het Noord-Brabantse Reusel en vaste bezoeker van Agribex, die hiermee het gevoel van veel aanwezigen verwoordde.Volgens Christiaens is het afwachten of standhouders daardoor minder orders zullen krijgen. “Dat kunnen we pas over vijf dagen met zekerheid zeggen.” De eerste signalen zijn echter niet positief. Uit het Economisch Dossier 2025 van Fedagrim blijkt dat de verkoop van bepaalde landbouwvoertuigen dit jaar lager ligt dan in voorgaande jaren. Honger naar kennis, innovatie en netwerken blijft sterkOndanks de vele vraagtekens was de opkomst op de eerste beursdag goed en heerste er een gezellige sfeer. Duizenden bezoekers bekeken de nieuwste innovaties op het gebied van landbouwvoertuigen, mechanisatie en stallenbouw. Bij de stand van Claas stond onder andere de Axion 9.450 Terra Trac uitgestald, de tractor die tijdens de Agritechnica-beurs in Hannover enkele weken geleden werd uitgeroepen tot “Tractor van het Jaar” in het hogere pk-segment. Volgens Vlaams landbouwminister Jo Brouns is Agribex naast een baken van kennis en innovatie ook een belangrijk netwerkplatform voor boeren. “Een boer vertelde mij onlangs dat het delen van kennis met collega-landbouwers veel interessanter is dan wetenschappelijke rapporten. Er zit enorm veel kennis in de sector, en ook dat wordt hier gedeeld,” aldus Brouns.Ook Femke Wiersma, minister van Landbouw in Nederland, benadrukte het belang van de beurs. “Hier worden de laatste nieuwigheden getoond. Het is juist deze innovatie die de landbouw helpen de uitdagingen het hoofd te bieden.” Wiersma verwijst daarmee ook naar de stikstofproblematiek in Nederland: “De situatie in Nederland en Vlaanderen is op veel vlakken vergelijkbaar, niet alleen wat stikstof betreft, maar ook op het gebied van nitraatuitspoeling en mest.”</content>
            
            <updated>2025-12-03T22:09:29+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Podcast: Waarom een gezonde bodem cruciaal wordt voor de voedselproductie van morgen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/podcast-waarom-een-gezonde-bodem-cruciaal-wordt-voor-de-voedselproductie-van-morgen" />
            <id>https://vilt.be/58311</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Regeneratieve landbouw is vandaag een <em>buzzword</em>. ILVO neemt liever de term herstellende landbouw of agro-ecologie in de mond. “Al deze termen mikken in feite op hetzelfde: de bodem en het ecosysteem herstellen in plaats van uit te putten”, zegt ILVO-wetenschapper Tommy D’hose in de podcast ‘Komt het goed met ons eten?’. Geen betere dag om een podcast over de bodem te lanceren dan op Wereldbodemdag.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bodem" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5c8c10fa-0dc8-4618-821a-493c859ee154/full_width_schermopname-6-10-2025-223210-vimeocom.jpeg</image>
                                        <content>De Verenigde Naties hebben 5 december uitgeroepen tot World Soil Day. Dat de bodem een eigen internationale feestdag heeft, wijst op het belang dat die bodem heeft voor ons voortbestaan. Ook volgens D’hose kan het belang van een gezonde bodem moeilijk overschat worden. “Een gezonde bodem zorgt voor gezondere en productievere planten en gewassen en voor tal van bijkomende ecosysteemdiensten, zoals klimaatregulatie, rijkere ondergrondse en bovengrondse biodiversiteit en een betere waterhuishouding”, somt hij de voordelen op.Buffer voor water en nutriëntenZeker in de huidige omstandigheden wordt die bodem steeds belangrijker om een stabiele voedselproductie te kunnen garanderen. “Landbouwers kunnen almaar minder gebruik maken van minerale meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en ook water is vaak niet meer voorzien tijdens het hele groeiseizoen”, klinkt het. Daarom kan de bodem niet langer als een substraat beschouwd worden. “Je hebt hem echt nodig om nutriënten te leveren aan de planten en om water te stockeren”, vertelt D’hose.Bodemherstellende maatregelen zijn dan ook watermaatregelen, benadrukt zijn ILVO-collega Sarah Garré op haar beurt. “De bodem is een belangrijke buffer om water in op te slaan en de staat van de bodem bepaalt of de regen die erop valt, er meteen afstroomt en dus verloren is of ter plaatse aanwezig blijft.” Alles wat de bodem herstelt is op die manier ook een maatregel die landbouwers wapent tegen periodes van langdurige droogte of hevige regenval.Uitdaging voor landbouwers én onderzoekersVandaag vertoont zowat 60 procent van de Europese bodems tekenen van bodemdegradatie en Vlaanderen doet het zeker niet beter. Daarom pleiten de ILVO-onderzoekers om volop in te zetten op herstellende landbouw. Dat vraagt niet alleen van landbouwers een extra inspanning, ook voor de onderzoekers is het voor een stuk onontgonnen terrein.In het klassieke landbouwonderzoek wordt gewerkt met één of twee variabelen die worden aangepast en een controlegroep, en dat levert vaak waardevolle informatie op. “Door de holistische aanpak van herstellende landbouw of agro-ecologie moeten ook de samenhang van productiefactoren en de interactie met de omgeving meegenomen worden in het onderzoek. Dat vereist een ander soort wetenschap en meer langdurig experimenteren om echt te kunnen vaststellen of iets werkt of niet”, verduidelijkt Garré.Al zes jaar voert ILVO onderzoek uit op zijn agro-ecologisch proefplatform. Ben je benieuwd welke resultaten daaruit al naar voor zijn gekomen? En waarom je de zorg voor de bodem kan vergelijken met het lopen van een marathon? Beluister dan de podcast ‘Komt het goed met ons eten?’.</content>
            
            <updated>2025-12-04T19:23:43+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU-akkoord over nieuwe genomische technieken moet landbouw concurrerender en duurzamer maken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-akkoord-over-nieuwe-genomische-technieken-moet-landbouw-concurrerender-en-duurzamer-maken" />
            <id>https://vilt.be/58312</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Europees Parlement en de Raad hebben een voorlopig akkoord bereikt over nieuwe regelgeving voor&nbsp;nieuwe genomische technieken (NGT’s). Met deze technieken kunnen plantenrassen sneller en gerichter worden ontwikkeld, bijvoorbeeld rassen die&nbsp;klimaatbestendig, plaagresistent of productiever&nbsp;zijn. Het akkoord moet de Europese agrovoedingssector&nbsp;concurrentiëler en duurzamer&nbsp;maken, de&nbsp;voedselzekerheid versterken&nbsp;en de&nbsp;afhankelijkheid van externe landen verminderen, terwijl&nbsp;gezondheid en milieu goed beschermd blijven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="genetische modificatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ff94acf5-47b5-4e3c-b337-6d2f22460639/full_width_ilvo-aardappel-bloei-en-knol.JPG</image>
                                        <content>NGT’s maken het mogelijk planten sneller en&amp;nbsp;nauwkeuriger aan te passen op manieren die ook natuurlijk of via klassieke veredeling zouden kunnen gebeuren. Het gaat om&amp;nbsp;kleine, gerichte wijzigingen in het DNA van een plant. De techniek onderscheidt zich van de meer omstreden&amp;nbsp;genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s), waarbij vaak&amp;nbsp;genetisch materiaal van een andere soort wordt toegevoegd&amp;nbsp;of&amp;nbsp;grotere, kunstmatige wijzigingen worden uitgevoerd.&amp;nbsp;Concurrentiepositie versterkenEuropa wil met de nieuwe regelgeving het&amp;nbsp;concurrentievermogen van de agrovoedingssector versterken, een&amp;nbsp;gelijk speelveld voor Europese producenten garanderen, en haar positie in de wereldmarkt verbeteren.&amp;nbsp;De Europese Raad benadrukt dat de nieuwe regels gepaard gaan met hoge veiligheidsstandaarden voor mens, dier en milieu. NGT&#039;s maken onze landbouw beter bestand tegen de invloeden van klimaatverandering, verbetert onze voedselzekerheid en biedt ons de kans nog duurzamer te produceren Duurzame en klimaatbestendige variëteitenBoerenbond reageert tevreden op het akkoord: “Dit is een belangrijke stap voor de landbouw. Het toepassen van NGT&#039;s maakt onze landbouw beter bestand tegen de invloeden van klimaatverandering, verbetert onze voedselzekerheid en biedt ons de kans nog duurzamer te produceren”, zegt voorzitter Lode Ceyssens. Zo kunnen nieuwe variëteiten ontwikkeld worden die beter bestand zijn tegen de effecten van klimaatverandering, zoals droogte of overstromingen, en minder meststoffen en pesticiden vereisen.“Welkom antwoord op verminderde gewasbeschermingsmiddelen”Concreet komen er twee categorieën planten. Enerzijds zijn er NGT-planten die niet van nature of via conventionele veredeling kunnen voorkomen. Dat wordt de categorie 2 NGT-planten genoemd. Zij blijven onder de huidige ggo-wetgeving vallen. Een nieuwe behandeling is er voor NGT-planten die ook van nature of via conventionele veredeling kunnen voorkomen (zogenaamde &#039;categorie 1 NGT-planten’). Zij krijgen een licht regime zonder etikettering. Ze worden behandeld als conventionele planten en zijn vrijgesteld van de eisen van de wetgeving inzake genetisch gemodificeerde organismen (ggo&#039;s). Voorbeelden van gewassen waar deze nieuwe techniek zeer doeltreffend voor is, zijn aardappelen met verhoogde phytophthoraresistentie of minder gevoelig voor stootblauw, appelen met verhoogde schimmelresistentie, maïs met verhoogde droogtetolerantie en verhoogde opbrengsten en koolzaad met betere zaadvastheid.“De toepassing van deze techniek biedt een zeer welkom antwoord op de dalende toegang tot gewasbeschermingsmiddelen. Het zorgt ook voor een gelijk speelveld voor Europese boeren, in landen buiten de EU worden NGT’s al langer breed&amp;nbsp;toegepast”, duidt Ceyssens. Octrooien en toezichtDe Europese Commissie kondigt aan&amp;nbsp;toe te zien op transparantie en licenties rond patenten en waar nodig&amp;nbsp;richtsnoeren te ontwikkelen.Ze zal ook&amp;nbsp;onderzoek doen naar de impact van patenten op innovatie, toegankelijkheid van genetisch materiaal en de positie van boeren, met&amp;nbsp;eventuele vervolgmaatregelen als uitkomst. Dat moet vermijden dat veredelaars en boeren afhankelijk worden van een beperkt aantal bedrijven.De verordening moet nu nog formeel worden aangenomen door de Raad en het Europees Parlement. Ze wordt naar verwachting in 2026 gepubliceerd en treedt twee jaar later in werking.</content>
            
            <updated>2025-12-04T18:54:11+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Neen, vogelgriep is niet de schuld van intensieve pluimveehouderij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/-30" />
            <id>https://vilt.be/58313</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“Vogelgriep is niet de schuld van wilde vogels, maar van de te intensieve pluimveehouderij.” Zo kopt De Standaard met een <a href="https://www.standaard.be/opinies/vogelgriep-is-niet-de-schuld-van-wilde-vogels-maar-van-de-te-intensieve-pluimveeteelt/109293929.html" target="_blank" target="_blank">opinie</a> van Bram Renmans, coördinator van opvangcentra voor vogels en wilde dieren bij Vogelbescherming Vlaanderen. De studie werd gretig gelezen en gedeeld door wie kritisch is voor de pluimveesector, maar er klinken ook tegenstemmen. Mark Wulfrancke van ABS verwijst naar een recente <a href="https://www.gefluegelnews.de/article/vogelgrippe-wer-steckte-wen-an-eine-einordnung?fbclid=IwY2xjawOiDmlleHRuA2FlbQIxMQBzcnRjBmFwcF9pZAwyNTYyODEwNDA1NTgAAR6mMRnHE5VK5ZzR_3qC6MtQjPC8XUD905AmR8G9mZUvY5aOI_BVXIlXxE6-Jw_aem_5tqePjTrK9-P5ETIYeP-Jg" target="_blank" target="_blank">studie</a> van het Duitse Friedrich-Loeffler-Instituut (FLI), die aantoont dat noch de omvang, noch het type pluimveehouderij een rol spelen in de verspreiding van het virus.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2bd5804a-ffc7-4553-a219-3a3f9058e409/full_width_kraanvogel-pixabay.jpg</image>
                                        <content>Een opiniestuk gepubliceerd in De Standaard wordt niet gesmaakt door de pluimveesector. Niet alleen belangenvertegenwoordigers zoals ABS-woordvoerder Wulfrancke, maar ook politici Jinnih Beels (Vooruit) en Bart Dochy (cd&amp;amp;v) vinden de framing onterecht. Maar wat schrijft Renmans precies in zijn opinie?&quot;Virologische snelkookpan&quot;De kern van Renmans’ betoog is dat de huidige dominante vogelgriepvariant ontstaan is in de pluimveehouderij. Dit element in zijn betoog klopt: volgens het Duitse Friedrich Loeffler Instituut (FLI) is de H5N1-variant inderdaad voor het eerst vastgesteld in pluimveebedrijven in de jaren negentig in Zuid-China. Volgens FLI is de wereldwijde verspreiding ingezet door toenemend contact met wilde en trekvogelpopulaties in Zuidoost-Azië.Verderop in de tekst vallen beweringen die niet wetenschappelijk gestaafd zijn. Renmans noemt pluimveebedrijven een “virologische snelkookpan.&quot; De grote aantallen vogels op een beperkte ruimte zouden immers de kans op mutaties vergroten. “Hoe meer dieren op een bedrijf, des te groter de kans dat één van de dieren besmet raakt en dat de infectie zich sneller verspreidt. Het virus kan zo ook sneller muteren en gevaarlijker worden”, aldus de coördinator van het vogelopvangcentrum.Dit staat haaks op de bevindingen van het FLI, dat geen verband ziet tussen de pluimveehouderij en de verspreiding of mutaties van het vogelgriepvirus. De zeer strenge bioveiligheidsnormen in de pluimveehouderij voorkomen dit.Politiek reageertVooruit-politica Jinnih Beels vindt het opiniestuk van Renmans veel te kort door de bocht. “De bioveiligheidsnormen liggen al extreem hoog”, zegt Beels op sociale media. Cd&amp;amp;v-raadslid en voorzitter van de Commissie Landbouw Bart Dochy vindt eveneens dat de waarheid onrecht wordt aangedaan. “De vraag is niet alleen waar een uitbraak plaatsvindt, maar vooral waar het virus zich doorgaans in stand houdt”, schrijft hij in een reactie. “Bij vogelgriep ligt dat natuurlijke ‘reservoir’ in de eerste plaats bij wilde (water)vogels. Verschillende soorten eenden, ganzen en andere watervogels kunnen het virus meedragen en uitscheiden, soms met beperkte of weinig opvallende symptomen. Daardoor kan het virus blijven rondgaan binnen die populaties.” Dochy zegt dat dit in contrast staat met de pluimveehouderij: ook hier heb je heel veel dieren op één locatie, maar er bestaan wel beschermingsmechanismen om virusverspreiding tegen te gaan. “Dat is precies waarom het misleidend is om te doen alsof commerciële pluimveebedrijven het virus ‘aanjagen’ of ‘in stand houden’ in de natuur”, schrijft Dochy. “Een professionele uitbraak is net het moment waarop de overheid en de sector alles inzetten om de cyclus te breken door snelle detectie, afbakening van zones, vervoersbeperkingen, ruiming waar nodig en grondige reiniging en ontsmetting.&quot; Een bedrijf is een plek waar het virus, als het binnen geraakt, kortstondig kan amplificeren, waarna de keten hard wordt doorgeknipt “Een bedrijf is dus geen duurzaam reservoir zoals wilde populaties dat kunnen zijn; het is eerder een plek waar het virus, als het binnen geraakt, kortstondig kan amplificeren, waarna de keten hard wordt doorgeknipt”, schrijft Dochy. “En net omdat die buitendruk vanuit de natuur soms extreem hoog is, kan insleep ondanks strenge bioveiligheid toch gebeuren: een minuscuul spoor van materiaal, modder, stof, een logistieke beweging op het erf… Eén onzichtbare schakel volstaat.”Wat Dochy schrijft, komt overeen met de bevindingen van het Duitse onderzoekscentrum FLI. Ook ABS-woordvoerder Mark Wulfrancke verwijst naar hun bevindingen. Pluimveehouderij houdt het virus niet in in standRenmans schrijft dat wilde vogels geen dader, maar slachtoffer zijn binnen het vogelgriepverhaal. En hoewel niemand het dierenleed ontkent, zijn wilde vogels wel degelijk een belangrijke vector voor de verspreiding van het virus.Sinds het ontstaan van de H5-virusstam, heeft het virus zich op vele manieren verder ontwikkeld en zich door vermenging met andere aviaire influenzavirussen steeds beter aangepast aan wilde vogels en met name trekvogels. “Sinds 2005 verspreidde het zich in toenemende mate over verschillende continenten (voornamelijk Azië, Afrika en het Midden-Oosten)”, stelt het FLI. “Hieruit is in het begin van de jaren 2020 een H5-variant ontstaan die zich vooral via trekvogels snel en wereldwijd (behalve Australië) heeft verspreid. De omvang van de populatie en houderij hebben geen invloed op de virulentie.” De omvang van de populatie en houderij hebben geen invloed op de virulentie Ook het type houderij, of het nu vrije uitloop is of een kooisysteem, heeft volgens FLI geen invloed. De strenge bioveiligheidsmaatregelen in Duitsland voorkomen dat een uitbraak op een pluimveebedrijf noch resulteert in secundaire uitbraken bij andere pluimveebedrijven, noch bij wilde vogels. Ook bij ons leidt een vogelgriepbesmetting telkens tot een grootschalige ruiming van pluimveestallen. Zodra een dier ziek wordt in een pluimbestand, worden alle andere dieren gedood om verspreiding en mutatie van het virus te voorkomen.Het zijn dus wel degelijk wilde vogels die de huidige verspreiding en verdere mutatie van het virus in stand houden, stelt het FLI, en dus niet de westerse pluimveehouderij die werkt volgens strikte bioveiligheidsnormen. Volgens FLI zijn het wilde vogels, en vooral wilde watervogels, die de massale aanwezigheid van het virus in het milieu veroorzaken. Kalkoenen en kippen worden zeer snel en zeer ernstig ziek, zodat ook hier de klinische vroegtijdige diagnose zeer goed functioneert “Er is tot nu toe geen hard bewijs voor een onopgemerkte verspreiding van het H5N1-virus in pluimveebedrijven in Duitsland”, concludeert het FLI nog. “Integendeel, kalkoenen en kippen worden zeer snel en zeer ernstig ziek, zodat ook hier de klinische vroegtijdige diagnose zeer goed functioneert. Met name bij eendenbestanden is extra aandacht geboden, omdat het klinische beeld verzwakt kan zijn. Hiermee kan echter rekening worden gehouden met onderzoeksprogramma&#039;s vóór het slachten, die in Nedersaksen al worden uitgevoerd.”</content>
            
            <updated>2025-12-07T08:44:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Agentschap Landbouw en Zeevisserij viert geen bodemdag maar bodemjaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/agentschap-landbouw-en-zeevisserij-viert-geen-bodemdag-maar-bodemjaar" />
            <id>https://vilt.be/58314</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Geen Wereldbodemdag, maar wel een bodemjaar bij het Vlaams Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Vanaf 5 december deelt het agentschap bodemtips op sociale media. “Elke post staat op zich, maar is dus deel van een groter geheel waarmee we een jaar de aandacht trekken naar een gezonde bodem”, zegt woordvoerder Nele Vanslembroeck. “In grote lijnen zijn er verschillende thema’s waarbinnen de posts vallen. Denk maar aan bodemgezondheid, bodemverdichting, organische stof, carbon farming, aaltjes en bodememissies.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c0eac29f-641c-4c23-b575-85172c662cd3/full_width_bodem-grond-koolstofopslag-aarde-1280.jpg</image>
                                        <content>Een gezonde bodem vormt de basis voor een duurzame en productieve landbouw, stelt het agentschap. Gemiddeld twee maal per week wordt een tip over gezond bodembeheer gedeeld via Facebook en LinkedIn. Er komen onderwerpen aan bod zoals steunmaatregelen, bodemleven, bemesting, water, onderzoek, mogelijke ziekten en plagen en de mogelijkheden om ze te voorkomen of bestrijden, enz.Alle tips worden ook gebundeld op een speciale bodemwebsite. Bovendien zal in de periodieke nieuwsflash van het agentschap naar de landbouwers toe, dit thema regelmatig aan bod komen. Wie de bodemtips wekelijks wil ontvangen, kan het agentschap volgen via Facebook of LinkedIn. Wie niet kan wachten om meer te leren over hoe we onze bodem gezond kunnen houden, kan deze week luisteren naar de VILT-podcast ‘Komt het goed met ons eten?&#039;. Daar vertellen ILVO-onderzoekers Tommy D’hose en Sarah Garré in detail wat de bodem precies betekent voor een gezonde landbouw en een gezonde planeet.</content>
            
            <updated>2025-12-04T18:02:43+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tekort aan geschikt en loyaal personeel blijft grote kopzorg voor landbouwmechanisatie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zoektocht-naar-loyaal-en-geschikt-personeel-bezorgt-landbouwmechanisatie-kopzorgen" />
            <id>https://vilt.be/58315</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het is een uitdaging voor alle spelers in de agrovoedingsketen: geschikte mensen vinden die in de sector willen werken. Ook de allereerste schakel in de keten, de leveranciers van landbouwmachines, ondervindt druk door krapte op de arbeidsmarkt. Standhouders op Agribex wijzen op trager draaiende productielijnen, moeilijkere technische bijstand voor landbouwers op kritieke momenten, producties die naar het buitenland uitwijken en bedrijven die steeds meer tijd en kopzorgen kwijt zijn aan het bemannen van teams.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="economie" />
                        <category term="mechanisatie" />
                        <category term="jonge boeren" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/16bb4cd9-8ac1-4b32-aba3-f15a310aa1be/full_width_tractor-montage-techniek-technici-mechanicien-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Momenteel vullen zeven hallen op Agribex zich met het neusje van de zalm aan techniek en innovatie in de land- en tuinbouw. Achter de productie van die machines schuilen heel wat knappe koppen. Lassers, mecaniciens, IT’ers en elektrotechnici maken het mogelijk dat een nieuwe innovatie uiteindelijk van de band rolt. Toch duurt dit bij sommige bedrijven steeds langer omdat technische profielen lastig te vinden zijn.“Wij bouwen onze spuitmachines volledig zelf, maar ik mis de technische profielen om ze sneller bij de klant te krijgen”, zegt Joachim Vanlerberghe, CEO van Delvano. Het familiebedrijf ontwikkelt en produceert al meer dan 60 jaar zijn eigen spuitmachines. “Onze levertermijnen lopen op, simpelweg omdat we het personeel niet vinden.”Switch met het verledenVanlerberghe ziet enerzijds minder afgestudeerden uit technische richtingen, en anderzijds een nieuwe houding bij jongeren die het behouden van personeel bemoeilijkt. “Wij zijn een familiebedrijf met 50 medewerkers. Ik loop vaak het atelier binnen, iedereen kan me aanspreken”, zegt hij. “Het feit dat veel werknemers al meer dan 40 jaar blijven omdat ze zich goed voelen, zien jongeren niet langer als een troef. Sommigen geven mij al bij het begin aan dat ze nooit hun hele leven bij hetzelfde bedrijf willen blijven, zelfs als ze het hier naar hun zin hebben.”“Het snelle jobverloop is vandaag een reële uitdaging in veel technische beroepen”, bevestigt Stien van Hevele, domeinexpertisemanager bij VDAB. “De loyaliteit tegenover werkgevers is sterk afgenomen. “Sommige werknemers stappen al over naar een andere bedrijf voor slechts een heel beperkt loonverschil.” Omdat we het productieproces niet willen vertragen, neemt onze vestiging in Polen een deel van het Belgisch werk over Productie naar Polen verschuivenOok constructeur Joskin getuigt dat technische profielen vinden in België moeilijk blijft. “R&amp;amp;D-ingenieurs vinden is geen probleem, maar vakmensen die onze producten daadwerkelijk maken in onze twee Belgische productiesites is een ander paar mouwen”, klinkt het. “Onze fabrieken draaien op volle toeren, maar omdat we hier de vacatures niet ingevuld krijgen, neemt onze vestiging in Polen een deel van het werk over omdat we het productieproces niet willen vertragen. Daar genieten technische beroepen meer waardering en vinden we veel sneller geschikte profielen.” Na oplevering machine volgt een nieuw knelpunt: het onderhoudenOok bij Case New Holland (CNH) blijft het een voortdurende zoektocht naar personeel, al leidt het bij hen niet tot een vertraging in de projecten. “Het grootste probleem volgt pas in de stap erna. Het vinden van onderhoudstechnici behoort tot de top drie van problemen bij dealers”, aldus de persmedewerker bij CNH. “Die moeilijke profielen vragen een brede kennis, van hydraulica en mechanica tot pneumatica en software.”Ook kmo Delvano getuigt. “Eens mijn machines gemaakt zijn, moet ik ook een service kunnen aanbieden. Landbouwers werken niet van negen tot vijf, dus herstellers moeten mee in dat ritme. Als een machine uitvalt op een cruciaal moment, moet de landbouwer meteen geholpen kunnen worden”, aldus Vanlerberghe. “Geschikte mensen vinden is al lastig, maar mensen die bovendien bereid zijn om ochtend-, avond- en weekenddiensten te doen, is allesbehalve evident.” Onbekend is onbemindNaast de brede deskundigheid en de flexibele uren noemt van Hevele nog een derde factor: onbekend is onbemind. “Vergeleken met andere industriële subsectoren valt het bijzonder op hoe weinig werkzoekende technici weten dat ook de agrosector veel mechanisatie inhoudt”, aldus van Hevele. “We proberen dit te doorbreken door onder meer de aparte opleidingen in autotechniek en zwaardere voertuigen samen te voegen. Zo komen meer mensen in aanraking met de landbouwsector. En op Agribex hebben we dit jaar werkzoekenden uitgenodigd voor een workshop op de beurs, zodat ze de sector in al haar aspecten leren kennen.” We smeken al jaren om bijkomende krachten, honderden vacatures krijgen we maar niet ingevuld Blijvend struikelblok en kopzorgPremier Bart De Wever (N-VA) verwees bij de opening van Agribex naar de federale plannen om langdurige werklozen aan het werk te krijgen. Sectorfederatie Fedagrim hoopt dat de impuls mensen zal aansporen om aan de slag te gaan in de landbouwmechanisatie. &quot;We smeken al jaren om bijkomende krachten, honderden vacatures krijgen we maar niet ingevuld&quot;, klinkt het.Van Hevele ziet vooralsnog geen heilige graal in de federale plannen voor de landbouwmechanisatie. “Deze mensen zullen bijgeschoold of een volledige opleiding moeten krijgen alvorens ze aan de slag kunnen. Wie momenteel een erkende opleiding volgt, kan via een vrijstelling een werkloosheidsuitkering krijgen gedurende de opleiding. Maar die regeling heeft de regering nu teruggeschroefd. Uitkeringen zullen nu in de tijd beperkt worden waardoor de gehele opleidingsduur niet altijd meer gedekt zal zijn&quot;, klinkt het. Van Hevele ziet voorlopig geen andere sluitende beleidsoplossingen om het probleem aan te pakken. Neem tijd voor sollicitatiegesprekken en geef starters ruimte om te kunnen groeien Ondertussen blijven de bedrijven voort vechten in de ‘war on talent’ om goed personeel te vinden én te behouden. Vanlerberghe maakt gebruik van het vacatureplatform &#039;Agrojobs&#039; van sectorfederatie Fedagrim dat alle vacatures extra zichtbaarheid geeft. “Verder weet ik niet hoe ik dit probleem kan aanpakken. Ik kan nog meer adverteren, maar andere bedrijven doen dit ook”, klinkt het bij de West-Vlaming.Als tip voor alle bedrijven geeft van Hevele mee om naast het platform van Fedagrim de vacature ook op VDAB te plaatsen. “Daarnaast raad ik aan om zoveel mogelijk geïnteresseerden uit te nodigen op het bedrijf voor sollicitatiegesprekken. Daar vraagt tijd, maar loont tegelijk als het onverwacht toch een goeie kandidaat oplevert”, aldus van Hevele. “Geef starters tot slot groeikansen. Instromers hebben vaak enkel basiscompetenties, zij hebben de kans nodig om te groeien in hun vaardigheden. Bedrijven die deze ruimte aanbieden, hebben vaker minder moeite om personeel te vinden.”</content>
            
            <updated>2025-12-04T18:42:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen investeert 300.000 euro in de vallei van de Kleine Nete]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-investeert-300000-euro-in-de-vallei-van-de-kleine-nete" />
            <id>https://vilt.be/58316</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen heeft 300.000 euro uitgetrokken voor de verdere ontwikkeling van de vallei van de Kleine Nete in de Kempen. Nadat in een eerdere fase werd ingezet op het ecologisch en hydrologisch herstel van natte natuurkernen en overstromingsgebieden in de regio, wil men nu zoveel mogelijk economische actoren bij het project betrekken. Men kijkt bijvoorbeeld naar nieuwe vormen van landbouw die passen in het watergevoelige gebied.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/36503c6e-de77-495f-8a5a-97e7c9aa1e87/full_width_kleinenetenb.jpg</image>
                                        <content>De vallei van de Kleine Nete strekt zich uit over 13 gemeenten in de Antwerpse Kempen, zoals Grobbendonk, Geel en Lier. De vallei is één van de belangrijkste openruimtestructuren van Vlaanderen. De verregaande plannen voor vernatting en natuurherstel in het gebied, waarbij veel landbouwgrond is ingekleurd, stuiten op veel protest van landbouwers. Vooral in het gebied De Zegge is de impact op de landbouw groot en werden de voorbije jaren gronden opgekocht. Focus op economische uitdagingenWaar in een eerdere fase veel werd geïnvesteerd in ecologisch en hydrologisch herstel van natte natuurkernen en overstromingsgebieden, richt de derde fase van het project zich op economische uitdagingen. Zo wil men zo veel mogelijk economische actoren aan boord krijgen om een optimale balans te vinden tussen landbouw, water, recreatie, natuur, erfgoed, landschap en bewoning.“De bedoeling is om al wie werkt in de vallei van de Kleine Nete mee aan boord te krijgen,” licht Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) de subsidietoekenning van 300.000 euro toe. “Hoe kan men economische schade door droogte en overstromingen vermijden, hoe kunnen bedrijventerreinen en landbouwgebieden klimaatrobuust ingericht worden, welke innovatieve nieuwe verdienmodellen kunnen er in de regio ontwikkeld worden? Over dat soort vragen zal men zich buigen samen met de economische actoren in het gebied”, klinkt het. Nieuwe vormen van landbouwDe subsidie wordt verstrekt aan het Regionaal Landschap Grote en Kleine Nete. Deze organisatie gebruikt het geld de komende drie jaar om een projectcoördinator aan te stellen. “Deze gaat samen met betrokken kennisinstellingen en economische actoren onderzoeken welke activiteiten er mogelijk zijn in het gebied”, verduidelijkt Vlaams parlementslid Mien Van Olmen (cd&amp;amp;v). Zij was als voormalig burgemeester van Herentals van in het begin betrokken bij het project.Van Olmen verduidelijkt dat er ook met landbouwers in het gebied gekeken gaat worden naar mogelijke vormen van landbouw. “Denk bijvoorbeeld aan nieuwe teelten of nieuwe bodemtechnieken die het mogelijk maken om in nattere gebieden landbouw te bedrijven. Uitgangspunt is wel steeds dat het om een rendabele landbouwactiviteit moet gaan.”Paludicultuur in NederlandMede in de context van de vernattingsplannen in de vallei van de Kleine Nete, maar ter voorbereiding van de toenemende regendruk door de klimaatverandering, organiseerde Boerenbond enkele weken geleden een inspiratiereis naar Nederland. Op het programma stonden diverse landbouwbedrijven en -initiatieven in watergevoelige gebieden. Zo werd de miscantusteelt (olifantsgras, red.) onder de loep genomen en een waterbuffelbedrijf bezocht.“De grootste barrière is de markt”, concludeert Patrick Pasgang na de trip. “Nieuwe natte gewassen vragen nieuwe verwerkingslijnen en nieuwe afzetkanalen. Veel pioniers draaien vandaag nog op subsidies, coöperatieve steun of projectfinanciering.” Toch ziet hij wel degelijk potentieel voor paludicultuur, een vorm van landbouw waarbij alternatieve gewassen worden gekweekt op natte bodems. “Als waterbeheer, ketensamenwerking en regelgeving in dezelfde richting bewegen, kan paludicultuur uitgroeien tot een volwaardige pijler binnen een klimaatrobuuste landbouw. Een landbouw die werkt mét het water in plaats van ertegen.”Ook Van Olmen is hoopvol. “De projectcoördinator gaat de komende jaren in samenspraak met boeren en gebruikmakend van de verschillende kennispartners deze mogelijkheden in beeld brengen.”</content>
            
            <updated>2025-12-06T17:07:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoge concentraties TFA in brood: ngo’s slaan alarm, voedingssector sust]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pan-europe-europese-en-vooral-belgische-broden-bevatten-hoge-concentraties-tfa" />
            <id>https://vilt.be/58317</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Europese en vooral Belgische broden en graanproducten bevatten hoge concentraties van de chemische stof trifluorazijnzuur (TFA), een afbraakproduct van PFAS. Dat stellen Bond Beter Leefmilieu (BBL) en PAN Europe op basis van een steekproef. De studie nam 66 graanproducten uit 16 Europese landen onder de loep. De meeste waren aangekocht in de reguliere supermarkt. Drie van de vier geteste graanproducten uit België staan in de top tien van zwaarst besmette stalen uit de steekproef. Fevia, de federatie van Belgische voedingsbedrijven, benadrukt intussen in een reactie dat de producten op de Belgische markt veilig zijn voor de consument.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="PFOS" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b236639f-17b9-496e-90d5-c701e585f2d1/full_width_broodbakker.jpg</image>
                                        <content>PAN heeft in liefst 54 van de 66 geteste producten TFA ontdekt. Vooral Belgische broden komen slecht uit de test. Drie van de vier geteste Belgische producten, een volkorenbrood, een kramiekbrood en een breughelbrood, scoren bij de slechtste van de klas, met TFA-waarden die twee tot meer dan vier keer hoger liggen dan het Europese gemiddelde. Het volkorenbrood scoorde het slechtst, met een TFA-gehalte 340 microgram per kilo. Dit is het op één na hoogst aangetroffen gehalte, na Ierse ontbijtgranen die 360 microgram per kilo bevatten.De federatie van Belgische voedingsbedrijven Fevia zegt zich bewust te zijn van de &quot;maatschappelijke uitdaging rond PFAS&quot;, en betreurt tegelijk dat PAN Europe &quot;met dit onderzoek ongerustheid creëert&quot;. &quot;Het is jammer dat de bevolking onnodig wordt verontrust op basis van een zeer beperkt onderzoek, naar een stof waarvoor op dit moment door regulatoren geen drempelwaarden zijn geformuleerd&quot;, klinkt het. Wat is TFA?TFA wordt gebruikt als proceshulpstof in onder meer de farmaceutische sector en bij de productie van verf en werkkledij. De stof ontstaat ook als bijproduct wanneer aircogassen in auto’s in de atmosfeer afbreken of wanneer fluorhoudende gewasbeschermingsmiddelen afgebroken worden in de bodem. TFA breekt niet af in het milieu en bleef lange tijd grotendeels onopgemerkt, omdat het om een zeer kleine PFAS-verbinding gaat. Recente studies tonen aan dat de kleine stof inmiddels wijdverspreid in het milieu aanwezig zou zijn. Omdat Europa geen MRL’s (maximale residulimieten) heeft vastgelegd voor TFA, vindt PAN Europe dat men de standaard-MRL van 0,01 milligram per kilo zou moeten hanteren. Maar die wordt dus niet gehaald. Hoewel er ook best wat bezorgdheid is omtrent TFA in kraanwater, zijn deze gehaltes klein bier met wat de studie heeft aangetroffen. De gemiddelde aangetroffen hoeveelheid TFA is 107 keer meer dan wat men gemiddeld in kraanwater aantreft.&quot;Het is onaanvaardbaar dat deze stoffen op onze velden worden gespoten, terwijl ze onze bodem, water, natuur en voedsel vervuilen, en de biodiversiteit en gezondheid schaden&quot;, zegt Kristine De Schamphelaere, beleidsmedewerker bij PAN Europe. Uit eerdere onderzoeken bleek al dat 75 procent van het flessenwater in België sporen van TFA bevat. Ook Vlaamse wijn en eieren van hobbykippen kunnen PFAS bevatten. Wat is PFAS?PFAS is een verzamelnaam voor meer dan 10.000 verschillende chemicaliën die water, vet en vuil afstoten. Daarom worden ze vaak gebruikt in consumentenproducten en industriële toepassingen. PFAS zijn echter ook schadelijk voor mens en omgeving. De &quot;forever chemicals&quot; zijn in zowat alle Belgische waterlopen aangetroffen, over heel Europa zijn meer dan 23.000 sites ermee vervuild. PAN Europe pleit voor een onmiddellijke ban op alle gewasbeschermingsmiddelen die PFAS bevatten. De cijfers over de herkomst van PFAS verschillen echter sterk. Een Belgische overheidsstudie uit 2023 toont dat gewasbeschermingsmiddelen verantwoordelijk zijn voor vijf procent van het PFAS-volume, maar andere studies tonen heel andere verhoudingen. Eerder bij VILT stelde Peter Jaeken van gewasbeschermingsmiddelenorganisatie Belplant dat het gebruik en risico van de meest risicovolle gewasbeschermingsmiddelen net fors gedaald zijn het afgelopen decennium. “België streeft naar een halvering van gebruik en risico tegen 2030”, zegt hij. “We zijn goed op weg om dit te halen. Het vergt inspanningen, maar die zijn noodzakelijk en de sector neemt zijn verantwoordelijkheid op.”BBL roept de Vlaamse en federale regeringen opnieuw op tot actie. &quot;We verwachten dat minister Jean-Luc Crucke (Les Engagés) voortgang maakt met een nationaal uitfaseringsplan&quot;, aldus Heleen De Smet van BBL. &quot;Op Vlaams niveau kan minister Brouns (cd&amp;amp;v) al een verbod op pesticiden met PFAS doorvoeren.&quot;Eind oktober vroegen de Vlaamse meerderheidspartijen nog dat de Vlaamse regering voor 1 januari op de proppen komt met een strategisch plan dat het drinkwater moet beschermen tegen onder meer PFAS. Het Europese parlement en de lidstaten kwamen in september nog tot een akkoord om vervuilende stoffen als PFAS terug te dringen in het grond- en oppervlaktewater. Hoe representatief is de studie?Wel rest de vraag hoe representatief de studie is voor Europese graanproducten in hun geheel. De studie berust op 66 staalnames en trekt op basis daarvan conclusies voor heel Europa. PAN Europe noemt de steekproef &quot;een eerste aanzet&quot; om inzicht te krijgen in de verontreiniging van graanproducten met TFA. “De geografische breedte, de verscheidenheid aan geanalyseerde graansoorten en de consistentie van de bevindingen – wijdverbreide verontreiniging, verhoogde gemiddelde concentraties en frequente detecties in alle regio&#039;s – maken de resultaten zeer indicatief voor een structureel EU-breed probleem&quot;, aldus de actiegroep.</content>
            
            <updated>2025-12-07T16:43:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Krak in het vak: Hoeveslager]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/krak-in-het-vak-hoeveslager" />
            <id>https://vilt.be/58318</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In deze 'Krak in het vak' trekken we naar Zoersel voor een bezoek aan Werner Aerts, de bevlogen hoeveslager van ’t Zwarthof. Op zijn boerderij kweekt hij met veel zorg en respect schapen en runderen, die hij zelf versnijdt en verkoopt in zijn eigen hoevewinkel. Voor Werner is het ambacht meer dan werk, het is zijn passie. Het directe contact met zijn klanten en hun eerlijke waardering geven hem de motivatie om elke dag het beste van zichzelf te geven. Een echte krak in zijn vak!</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4225b64d-ef36-45ad-b815-86e3c478a139/full_width_schermafbeelding-2025-12-05-100424.png</image>
                        
            <updated>2025-12-06T17:09:00+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese dierenartsen pleiten voor brede vaccinatiestrategie: “Sleutel tot veerkrachtige landbouw”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-dierenartsen-pleiten-voor-brede-vaccinatiestrategie-sleutel-tot-veerkrachtige-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/58319</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Federatie van Europese Dierenartsen (FVE) roept beleidsmakers en de diergezondheidssector op tot een brede uitrol van effectieve, geharmoniseerde vaccinatieprogramma’s om dierziekte-uitbraken beter te beheersen en grootschalige ruimingen zoveel mogelijk te voorkomen. Vaccinatie wordt daarbij gezien als een cruciaal instrument voor dierenwelzijn, economische stabiliteit en duurzame landbouw in Europa.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/415a1345-bf0a-49ce-b22f-c283d2da4039/full_width_dierenarts-vaccinatie-eu.jpg</image>
                                        <content>Uitbraken van dierziekten zoals vogelgriep, mond- en klauwzeer, blauwtong en lumpy skin disease veroorzaken niet alleen dierenleed, maar leiden ook tot grote economische schade. In 2025 resulteerde een uitbraak van mond- en klauwzeer in de EU in een ruiming van meer dan 18.000 runderen en een verlies van ruim één miljard euro.Volgens FVE kan vaccinatie een preventieve aanpak bieden die uitbraken beperkt, dieren beschermt en economische schade minimaliseert. De organisatie wil af van een beleid dat volgens hen bij een uitbraak primair inzet op ‘stamping out’ (massale slachting) en het preventief ruimen van gezonde dieren. Van &#039;reactief&#039; naar &#039;preventief beleid&#039;FVE pleit voor een omslag naar een betere preventiegerichte diergezondheid: bioveiligheid, surveillancesystemen en grootschalige, goed gefinancierde vaccinatieprogramma’s. Dit moet gepaard gaan met sterkere controle op bioveiligheidsmaatregelen op veehouderijen, waar volgens de federatie grote verschillen bestaan tussen EU-lidstaten.Een preventieve strategie kan volgens de Europese dierenartsen niet alleen dierziekten terugdringen, maar ook bijdragen aan minder antibioticagebruik, beter dierenwelzijn en een duurzamere, economisch efficiënte productie. Innovatie: DIVA-vaccins als sleutelFVE benadrukt het belang van innovatie en beschikbaarheid van vaccins, met name DIVA-compatibele vaccins. Deze vaccins maken het mogelijk om gevaccineerde dieren te onderscheiden van geïnfecteerde dieren, waardoor landen in staat zijn om te vaccineren zonder handelsbelemmeringen op te werpen.Dit opent de deur naar internationale acceptatie van vaccinatieprogramma’s tegen onder meer vogelgriep, mond- en klauwzeer, Afrikaanse varkenspest, blauwtong en lumpy skin disease. Daarmee kan noodvaccinatie volgens de organisatie worden ingezet als alternatief voor massale ruimingen en kan de druk op publieke budgetten worden verlicht. Samenwerking en investeringen noodzakelijkEen effectieve vaccinatiestrategie vereist volgens FVE meer investeringen in veterinaire diensten, logistiek, monitoring en onderzoek. Samenwerking tussen dierenartsen, landbouwers, beleidsmakers en internationale partners is volgens de federatie essentieel om vaccins tijdig te ontwikkelen, beschikbaar te maken en in te zetten.</content>
            
            <updated>2025-12-06T17:06:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Agribex toont Vlaamse parlementsleden innovatie maar ook enkele sectorzorgen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/agribex-toont-vlaamse-parlementsleden-innovatie-maar-ook-enkele-sectorzorgen" />
            <id>https://vilt.be/58320</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Agribex biedt niet alleen een blik op nieuwe machines en technologieën, ook nieuwe sectorinzichten en knelpunten kunnen op elke stand ontdekt worden. Enkele Vlaamse parlementsleden werden vrijdag op sleeptouw genomen doorheen de beurs, waar standhouders hun vaststellingen onomwonden deelden. “Onbegrijpelijk dat de Vlaamse overheid hier niet aanwezig is met een stand om vragen van boeren te beantwoorden rond de stikstofwetgeving”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Agribex" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e625b313-b2f7-430b-b345-c0284e489d2c/full_width_whatsapp-image-2025-12-06-at-132843.jpeg</image>
                                        <content>Op de stand van landbouwmachinedealer Packo stelde de directeur trots een nieuwe autonome zelfrijdende mengvoerwagen voor. “Ik wil parlementsleden duidelijk maken dat de toekomst van de landbouw in automatisering ligt”, zegt Claude Packo. “Wie aan de top wil blijven zoals onze Belgische landbouwers, heeft precisie nodig. Alleen vraagt die precisie veel tijd en handarbeid, twee uitdagingen voor de landbouwers vandaag. Hun rol evolueert steeds maar naar die van een manager. Zelfrijdende machines sluiten naadloos aan bij die rol, omdat ze volledig automatisch en bijzonder precies werken.”Niet automatisch, maar minstens even indrukwekkend is de tentoongestelde maaidorser van Case New Holland. Het toestel trekt veel aandacht door het maaibord van meer dan tien meter breed. “We investeren sterk in Vlaamse R&amp;amp;D”, klinkt het bij CNH, terwijl de gigantische dorser op de achtergrond staat te blinken. “In Wallonië is uitzonderlijk vervoer zonder begeleidingsvoertuig maar mogelijk tot 3,2 meter. In Vlaanderen is begeleiding pas verplicht vanaf 3,50 meter. Op zich is er nu dus geen probleem in Vlaanderen, maar er wordt wel over nagedacht om dezelfde norm te hanteren als in Wallonië. En dat terwijl men daar bezig is om de grens terug naar 3,5 meter te brengen. Dat wilden we onder de aandacht brengen van de parlementairen.” Verontwaardiging over afwezigheid Agentschap en VLMEnkele standen verder, op het thema-eiland &#039;emissiereducerende technieken’, krijgen de parlementsleden van Carl De Braeckeleer van agrarisch adviesbureau DLV onverbloemd een stand van zaken rond de implementatie van stikstofregels op het terrein: “Het is een hele uitdaging om iedereen geïnformeerd te krijgen. Bij veel veehouders leeft nog steeds de perceptie dat alles wel opgelost zal geraken en ze niets moeten ondernemen. Voor de implementatie van de 5%-maatregel vrees ik dat we momenteel slechts 25 procent van de veehouders bereikt hebben. Het is voor ons een bijzonder intensieve periode, maar we zetten alles op alles om zoveel mogelijk boeren te begeleiden en goed te informeren. Ook andere studiebureaus leveren inspanningen, net als de landbouworganisaties en Fedagrim. Het is dan ook een ongelofelijke gemiste kans dat de Vlaamse overheid hier niet aanwezig is met een stand om de vragen van boeren te kunnen beantwoorden.”Hans Verstreken van Fedagrim, de sectorfederatie van de landbouwmechanisatie en stallenbouw die de beurs organiseert, treedt bij: “Met dit PAS-eiland nemen we onze verantwoordelijkheid op en bieden we boeren een platform waar DLV de actuele stand van zaken in het stikstofdossier toelicht. Onbegrijpelijk waarom het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en VLM niet op de beurs aanwezig zijn.”De parlementsleden zijn allen verrast over de afwezigheid. “Er wordt veel regelgeving en administratieve plichten opgelegd aan landbouwers; het was een mooie tegenprestatie geweest als de diensten hier aanwezig konden zijn om hen daar ook wegwijs in te maken. Zij zijn bij uitstek degenen die landbouwers advies kunnen bieden”, reageert Arnout Coel (N-VA).Ook de drie aanwezige parlementsleden van cd&amp;amp;v reageren verontwaardigd. “Ze hadden hier moeten staan”, aldus Bart Dochy. Stijn De Roo benadrukt dat het van groot belang is dat beleidsinformatie de boer bereikt, maar zegt daar tegelijk bij dat er meerdere geschikte kanalen bestaan om dit te realiseren.“Als je mensen mee wil krijgen met je beleid, moet je hen zoveel mogelijk informeren”, aldus Leo Pieters (Vlaams Belang). “De overheid controleert en sanctioneert boeren, maar hier hun vragen beantwoorden kunnen ze dan weer niet.” Proefstalregeling als lege doosTerwijl Verstreken de aandacht van de parlementsleden vasthad op het PAS-eiland legde hij nog een ander pijnpunt bloot: “Ik heb het al meerdere malen herhaald, maar de proefstalregeling is nog steeds een lege doos.”Wanneer techniekbouwers een nieuwe ammoniakemissiereducerende technologie willen laten valideren door WeComV, moet die eerst op meerdere bedrijven worden getest. Via de proefstalregeling kunnen nieuwe technieken op landbouwbedrijven uitgetest worden. “De interesse van landbouwbedrijven in een samenwerking met een techniekenbouwer is echter zo goed als onbestaande, omdat het reductiepotentieel van de proeftechniek niet mag worden meegeteld om aan de PAS-referentie 2030 te voldoen. Geen enkele landbouwer zal dubbel investeren in technieken”, geeft Verstreken aan.Volgens parlementslid Pieters moet de proefstalregeling dringend van de grond komen. “In Nederland heb ik zelf gezien hoe goed dit systeem werkt. Waarom lukt dit bij ons niet?” reageert hij.“Wij staan achter een goed werkende proefstalregeling”, geeft De Roo mee. “Maar daarvoor heb je een meerderheid in het parlement nodig.” De steun van Coel lijkt de cd&amp;amp;v nochtans te hebben. “Als we willen dat het werkt, zullen we bijna niet anders kunnen dan die reducties te laten meetellen”, aldus het N-VA-parlementslid.Innovatie van labo tot veldOp de stand van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) kregen de parlementsleden dan weer te zien hoe experimenten en onderzoek tot concrete veranderingen op het veld kunnen leiden. Zo werd onder meer de nieuwste testopstelling binnen het AgrifoodTEF-project toegelicht. In dat project kunnen bedrijven tegen betaling met ILVO samenwerken om hun machines onder gecontroleerde omstandigheden te testen, te verfijnen en sneller op de markt te brengen. “Vandaag ligt de focus sterk op cameragestuurde mechanische onkruidbestrijding”, legt Nele Jacobs van ILVO uit, terwijl achter haar een prototype van een schoffelmachine wordt gedemonstreerd. “De testfaciliteit versterkt de competitiviteit en duurzaamheid van de Vlaamse technologieën.”“De landbouwsector is een enorm innovatieve sector waar veel in ontwikkeling is, waaronder ook technieken die ons zullen helpen om duurzaamheidsdoelstellingen te halen”, concludeert Coel op het einde van de rondgang op de beurs. “Verder neem ik mee dat we als beleidsmakers extra moeten focussen om zaken te verduidelijken zodat losse eindjes en onduidelijkheden beter vermeden worden.” &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-12-08T20:36:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Verkoop landbouwmachines: "Omslag naar precisie en duurzaamheid is duidelijk ingezet"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fedagrim-onthult-nieuwe-economische-inzichten-op-agribex" />
            <id>https://vilt.be/58321</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische markt voor landbouwmachines blijft duidelijk in beweging. Hoewel de cijfers voor 2025 nog niet volledig zijn, ziet Fedagrim in de verkoopdata van de voorbije jaren en de eerste jaarhelft van dit jaar een consistente trend waarbij innovatie, precisie en duurzaamheid steeds meer de bovenhand nemen. Volgens voorzitter Gracienne Geenens tonen deze evoluties aan dat de sector zich snel aanpast aan nieuwe landbouwpraktijken en beleid: “Waar vroeger kracht en capaciteit de toon zetten, staan vandaag innovatie, duurzaamheid en efficiëntie centraal. Precisiemachines en lichtere robotica duiken steeds vaker op in de verkoopcijfers.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mechanisatie" />
                        <category term="tractor" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/73686037-9be9-4467-ab30-3a8f019a1855/full_width_fendt-elektrische-tractor-agribex-2025.jpg</image>
                                        <content>Het is nog afwachten tot de laatste cijfers van 2025 om een eindconclusie te maken voor dit verkoopsjaar. Op basis van de voorgaande jaren en de eerste helft van dit jaar ziet voorzitter Gracienne Geenens alvast één trend duidelijk naar voren komen. “Waar vroeger kracht en capaciteit de toon zetten, staan vandaag innovatie, duurzaamheid en efficiëntie centraal. Precisiemachines maar ook robotica die heel wat lichter zijn, duiken steeds vaker op in de verkoopcijfers.”Meer interesse in ondiepe grondbewerkingOok ziet de sectorfederatie een ommekeer in de bodembewerkingsmachines. “Cultivatoren zitten in de lift. In 2024 werd een recordaantal verkocht”, duidt de federatie. “Door een wijziging in het subsidiebeleid is de markt ondertussen wel wat afgekoeld. Tegelijk merken we op dat de verkoopcijfers van ploegen sinds 2020 in een dalende lijn zit. Steeds meer landbouwers hechten groot belang aan een gezonde bodem.”Goed jaar voor kunstmestrooiersIn de eerste helft van dit jaar haalde de verkoop van kunstmeststrooiers al bijna het niveau van heel vorig jaar. “Door enkele beleidswijzigingen verwachten we een bijzonder sterk jaar voor deze markt”, aldus Fedagrim.In de markttendensen van 2019 tot de eerste helft van 2025 valt op dat modellen met een weegsysteem en een werkbreedte van minstens 18 meter ook een steeds groter marktaandeel veroveren. Volgens Fedagrim wijst dit op een groeiende waardering bij landbouwers en loonwerkers voor precisie en technologische functies. Het duidt er ook op dat er met bredere machines wordt gewerkt, waarschijnlijk als gevolg van schaalvergroting. Mechanische onkruidbestrijding en vernieuwing spuittoestellenSinds 2022 vertoont de markt voor mechanische onkruidbestrijding redelijk stabiele trend, maar dit jaar is echter een duidelijke daling merkbaar. Tussen 2022 en 2024 gingen jaarlijks ongeveer 45 machines over de toonbank. In de eerste helft van 2025 waren dat er voorlopig slechts 12. “De cijfers van de eerste jaarhelft zeggen echter niet alles. In de tweede helft zien we vaak nog onverwachte bokkensprong”, verduidelijkt Fedagrim.De totale markt voor spuittoestellen vertoont tussen 2019 en 2025 dan weer een overwegend stabiel beeld, met een evolutie naar meer geavanceerde en grotere spuitsystemen waaronder zelfrijdende toestellen en getrokken modellen. “De machines lijken te mee te groeien met de grotere en professioneel georganiseerde landbouwbedrijven of loonwerkers”, aldus de sectorfederatie. Voorlopige terugval in aardappelrooiersSinds het recordjaar 2019 vertoont de markt voor aardappelmachines een wisselend, maar overwegend dalend patroon met schommelingen tussen de soorten machines. De meest stabiele en omvangrijke groep zijn de aardappelplantmachines. Het segment van de getrokken en zelfrijdende bunkerrooiers (2 rijen) vertoont een neerwaartse trend. “Ze lijken grotendeels verdrongen door grotere en efficiëntere machines”, aldus Fedagrim. “Hoewel het verkoopcijfer van de zelfrijdende vierrijige rooiers jaarlijks sterk varieert, blijft dit segment verantwoordelijk voor het grootste deel van de markt. De sterke stijging in 2024 volgde de hoge aardappelprijzen van destijds. In 2025 kennen we een voorlopige terugval.” Groei bij tractoren met hogere vermogensDe markt voor tractoren vanaf 50 pk heeft de voorbije jaren uitgesproken schommelingen gekend. Na het piekjaar 2021 volgde een dalende trend die in 2023 leidde tot 1.841 inschrijvingen, het laagste niveau van de voorbije jaren. In 2024 hernam de markt opvallend sterk tot 2.158 nieuwe inschrijvingen, bijna evenveel als tijdens piekjaar 2021. De voorlopige cijfers voor 2025 wijzen richting een stabilisatie of lichte daling. Eind oktober stond de teller op 1.759 inschrijvingen.Voorlopig lijkt New Holland de grootste speler, met 20,7 procent van de ingeschreven tractoren. John Deere volgt op korte afstand met 19,8 procent. Hoe de verhoudingen in november en december verschuiven, blijft nog af te wachten. Ook vorig jaar reed New Holland als koploper over de meet. Fendt blijft zoals andere jaren stabiel derde met 15,3 procent. De top vijf wordt vervolledigd door Deutz-Fahr (10,5%) en Case IH (9%). Deze vijf merken zijn samen goed voor ongeveer 75 procent van de totale tractormarkt.Nog opvallend bij de tractoren boven de 50 pk is dat de trend naar hogere vermogens zich doorzet. Het segment boven 250 pk groeit jaar na jaar: van 13 procent in 2021 tot 22,5 procent in 2024. De klasse van 180 tot 250 pk blijft stabiel, terwijl de tractoren met een vermogen lager dan 180 pk langzaam terrein verliezen. Tewerkstelling bij landbouwmachinedealers groeitNaast de verkoopcijfers trackt Fedagrim ook de werkgelegenheid bij de landbouwmachinedealers, zij groeiden vorig jaar in omvang. Door de toenemende vraag naar landbouwtechnologie en investeringen in service en onderhoud, groeide het aantal werknemers tussen 2021 en 2024 met 5,3 procent. “Een robuuste groei, maar we stellen toch vast dat hier een tekort aan arbeidskrachten de groei remt”, aldus Fedagrim. Cijfers van 2025 zijn er nog niet.Duurzaamheid en efficiëntie centraalVolgens Isabelle Huyghe, CEO van Fedagrim, tonen de cijfers dat de Belgische landbouwmechanisatie haar vermogen tot aanpassing, innovatie en vooruitdenken intussen duidelijk heeft bewezen. Ook werpt ze een blik op de toekomst: “Om klimaatverandering, energieafhankelijkheid en de uitdagingen rond voedselzekerheid aan te pakken, zal de toeleveringssector een sleutelrol opnemen. Data zullen daarbij een steeds grotere invloed krijgen op efficiëntie, duurzaamheid en besluitvorming op het landbouwbedrijf van morgen.”</content>
            
            <updated>2025-12-08T14:00:26+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Zeoliet als stikstofreducerende maatregel in geitenhouderij is nog niet voor meteen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zeoliet-als-pas-maatregel-in-geitenhouderij-is-nog-niet-voor-meteen" />
            <id>https://vilt.be/58322</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“Er zijn aanwijzingen dat zeoliet een reducerende werking heeft op de ammoniakuitstoot, maar de resultaten van het onderzoek zijn te wisselvallig om vervolgonderzoek volgens de voorgeschreven WeComV-methode te rechtvaardigen.” Dat is de conclusie van het project Zeogoat, waarin landbouwonderzoeksinstelling ILVO de voorbije twee jaar onderzocht of het gebruik van zeoliet als strooisel- en voederadditief de ammoniakemissie vermindert in de geitenhouderij.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Geitenhouderij" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5ab682f6-cd3c-4e33-8d46-6fe057d39fa1/full_width_geiten.jpg</image>
                                        <content>Tijdens een uitwisselingsmoment met geitenhouders gaf het Instituut voor Landbouw-, Voedings- en Visserijonderzoek (ILVO) een stand van zaken mee over het Zeogoat-project, dat begin vorig jaar startte en dit jaar ten einde loopt. Binnen dit project wordt onderzoek gedaan naar het ammoniakreducerende potentieel van zeolieten.Op de infosessie werden de ietwat teleurstellende resultaten van het onderzoek gedeeld. “Op basis van het onderzoek zijn er aanwijzingen dat zeolieten een ammoniakreducerende werking hebben, maar de resultaten zijn te wisselvallig om dat met zekerheid te kunnen stellen”, aldus ILVO-onderzoeker Karen Goossens.Tegenstrijdige conclusiesZeolieten zijn poreuze mineralen die in mijnen gewonnen worden. Door hun structuur kunnen ze verschillende chemische stoffen aan zich binden, waaronder stikstofverbindingen. “In theorie zou zeoliet de stikstofuitstoot in de veehouderij kunnen verminderen, maar de literatuur is erg tegenstrijdig over dit potentieel”, stelt Goossens.ILVO doet al langer onderzoek naar het reductiepotentieel van zeoliet in de veehouderij en constateerde vooral mogelijkheden in de rundveehouderij, maar besloot twee jaar geleden het onderzoek uit te breiden naar de geitenhouderij. Op vandaag zijn er voor de melkgeitenhouderij namelijk geen maatregelen opgenomen op de lijst met ammoniakreducerende technieken, de zogenaamde PAS-lijst.Hoewel de geitenhouderij geen stikstofdoelstellingen opgelegd heeft gekregen, zijn beperkende stikstofmaatregelen wel degelijk relevant voor de sector. Bij een nieuwe vergunningsaanvraag geldt voor dit veehouderijtype namelijk dat de ammoniakemissie niet mag stijgen. Een uitbreiding van de veestapel is daarom alleen mogelijk als er reductiemaatregelen worden toegepast. “Er is dus dringend nood aan nieuwe ammoniakreducerende maatregelen die ook toegepast kunnen worden bij melkgeiten”, concludeert Boerenbond, dat het project Zeogoat mee financierde.Andere partners van het project zijn agrarisch adviesbureau Wim Govaerts en BioForum. Ook het Europese landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling droeg financieel bij aan de realisatie van het project. Proeven op twee geitenbedrijvenRuim twee jaar geleden werd een operationele groep opgericht, waarin ook een Vlaamse geitenhouder werd opgenomen die zeoliet al enkele jaren in zijn bedrijfsvoering heeft opgenomen en die goede resultaten op het gebied van diergezondheid, melkproductie en ammoniakgeur in de stal vaststelde. Doordat zeoliet ammoniak bindt en de mest hierdoor rijker is, heeft het mineraal volgens de geitenhouder ook een positieve impact op de plantengroei.In Zeogoat beperkte het onderzoek zich tot de impact op de ammoniakuitstoot en samenstelling van de mest. Binnen het project werden verkennende proeven uitgevoerd om het ammoniakreducerende potentieel van zeolieten in de geitenhouderij in beeld te brengen. Na een preliminaire proef, waarin de meetopstelling werd geoptimaliseerd, werd in twee dierproeven bij twee geitenbedrijven in de regio Sint-Gillis-Waas het effect van zeoliet op de ammoniakuitstoot gemeten. Voor de proeven werden geen metingen op stalniveau uitgevoerd, maar werden metingen gedaan ter hoogte van het strooiseloppervlak met meetdeksels, een methode die al eerder ingezet werd in de pluimveehouderij. Impact van weersomstandighedenDe eerste proef vond plaats bij de Rodemoerhoeve, waar het effect van zeoliet in het strooisel werd onderzocht. In de eerste meetperiode was er geen “duidelijk en consequent ammoniakreducerende effect, ook niet bij drie keer de normale dosis”, klinkt het. Karen Goossens wijst ter verklaring op de periode van de proeven, tussen oktober 2024 en januari 2025, waarin sprake was van een hoge luchtvochtigheid. “In vitro-onderzoek en stalproeven bij rundvee hadden eerder ook aangetoond dat zeoliet onder vochtige omstandigheden ammoniak minder goed bindt.”De tweede meetperiode vond in de zomer van dit jaar plaats en nu constateerden de onderzoekers wel een emissiereductie in de stal waar zeoliet gebruikt werd. In de onderzoeksopstellingen waren twee soortgelijke zones in de geitenstal afgezet en werd in de ene zone zeoliet gestrooid en in de andere niet. “Er was gemiddeld tien procent minder ammoniakuitstoot in de zeolietstal over de vijf metingen, maar de resultaten varieerden wel sterk per meting”, aldus Goossens.Minder uitstoot, maar resultaten wisselen sterkDe resultaten van de proeven met zeoliet als voederadditief op het bedrijf van Conny Van Lierop en Kenny Laureys waren vergelijkbaar. Over de hele meetperiode werd er 13 procent minder ammoniak uitgestoten in de zeolietstal, maar het verschil tussen de meetperiodes was erg groot. Zo was er in de eerste meetperiode sprake van een reductie van 35 procent, terwijl er in de tweede meetperiode juist 5 procent extra ammoniak vrijkwam in de zeolietafdeling.Het is het sterke verschil tussen de verschillende meetdagen en proeven dat ILVO voorzichtig maakt om een emissiereducerende werking toe te schrijven aan zeoliet. “Er zijn aanwijzingen dat dit het geval is, maar we kunnen dat op basis van deze proeven niet statistisch onderbouwen”, constateert Goossens.De wetenschapper vraagt zich dan ook af of vervolgonderzoek, waarbij de veel complexere onderzoeksmethodiek van WeComV wordt toegepast, interessant is. “Ik betwijfel of WeComV ooit een maatregel accepteert met uiteenlopende reductieresultaten die van externe factoren zoals de luchtvochtigheid afhangen.”Om een plek te krijgen op de PAS-lijst moet er uitgebreid onderzoek gedaan worden op vier bedrijven. Daarbij moeten ook de gasconcentraties aan de in- en uitlaten van de stal gemeten worden en mag er geen puntmeting plaatsvinden zoals in het Zeogoat-onderzoek het geval was. “Intensieve veehouderij voor getrokken”“Deze voorwaarden van het WeComV sturen aan op het gebruik van een luchtwasser, een systeem dat alleen op grootschalige bedrijven haalbaar is en moeilijk ecologisch te verantwoorden is”, aldus kritische melkgeitenhouders in de zaal.De melkgeitenhouder die zeoliet gebruikt, blijft overtuigd van de positieve effecten van zeoliet en wijst op wetenschappelijk onderzoek van onder meer de universiteit van Wageningen dat een ammoniakemissiereducerende werking vaststelt. “Daarbij zouden ook andere effecten moeten worden meegenomen in de beoordeling van een PAS-reductiemaatregel, zoals het dierenwelzijn, dierengezondheid, minder nitraatuitspoeling, geen zware energiekosten en investeringen voor de boer, betere voederconversie, en de CO₂-uitstoot”, klinkt het.Ook wijst de melkgeitenhouder op de beperkingen van het ILVO-onderzoek. De meetmethode met deksels voor de metingen van de ammoniakuitstoot bleek ondanks eerdere succesvolle proeven bij pluimvee minder geschikt voor geitenstallen waar de ammoniakemissie uit het stro lokaal sterk variabel is door stalomstandigheden maar ook door het gedrag van de dieren.Zo werd in de eerste strooiselproef bij de nulmeting in de zeolietstal al een 50 procent lager ammoniakniveau vastgesteld, nog voor er gestart werd met het gebruik van zeoliet. “Omgevingsinvloeden en diergedrag bleken een grotere impact te hebben op de ammoniakuitstoot uit het strooisel, waardoor onderbouwde conclusies trekken heel moeilijk was”, aldus de onderzoekersVolgens de onderzoekers tonen de &amp;nbsp;verkennende proeven aan dat het bewijzen van ammoniakemissiereducties door zeolieten “uitdagend en complex” is, en dat een mogelijke PAS-maatregel rond toepassing van zeolieten “nog niet voor meteen” is.</content>
            
            <updated>2025-12-07T16:34:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Agribex 2025: Minder bezoekers, maar meer professionaliteit en sterke politieke steun]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/agribex-2025-minder-bezoekers-maar-meer-professionaliteit-en-sterke-politieke-steun" />
            <id>https://vilt.be/58323</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met ongeveer vijf procent minder bezoekers, maar een publiek vol professionelen, blikken de organisatoren van Agribex tevreden terug op de 73ste editie. Ook de sterke politieke steun tijdens de openingsdag, onder meer van premier De Wever, werd geapprecieerd. “Dit versterkt de legitimiteit van de beurs als plek voor dialoog, besluitvorming en het uitstippelen van het landbouwbeleid van morgen”, zei Fedagrim-voorzitter Gracienne Geenens op de afsluitende persconferentie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Agribex" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="mechanisatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6e8aa06f-2a86-4259-84b6-6dbb6e7eeb21/full_width_agribex-2025-claas-toty.jpg</image>
                                        <content>Brede politieke vertegenwoordigingVijf dagen lang was Brussels Expo de verzamelplaats voor de Belgische land- en tuinbouwsector. Woensdag 3 december werd het startschot gegeven met een professionele dag. Maar liefst vier ministers tekenden present om de beurs officieel te openen. Naast premier Bart De Wever (N-VA) waren ook de Vlaamse minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v), zijn Waalse collega Anne-Catherine Dalcq (MR) en Nederlandse collega Femke Wiersma (BBB) van de partij. Ook een vertegenwoordiger van het directoraat-generaal Landbouw van de Europese Commissie was erbij.“Die politieke steun heeft ons veel deugd gedaan”, benadrukt Geenens. “Dit is een krachtig signaal dat landbouw door de verschillende beleidsniveaus als een strategische prioriteit wordt gezien en dat Agribex daarvoor een krachtig referentieplatform is.” De Fedagrim-voorzitter bracht ook de woorden van premier De Wever in herinnering. “Hij benadrukte het belang van technologische innovaties voor de landbouw &amp;nbsp;én voor de economie in zijn geheel.” Modernisering en professionalisering zijn realiteitWant ook dat is onmiskenbaar duidelijk geworden op Agribex 2025: de sterke opmars van precisielandbouw, robotica en automatisering. “Zij illustreren een fundamentele verschuiving binnen de sector. De modernisering en professionalisering van de sector zijn geen toekomstbeeld meer, maar een realiteit”, aldus beursvoorzitter Tim Aerts. Hij verwijst daarbij naar autonome robots, intelligente sensoren, verbonden technologieën en datagestuurde toepassingen die aantonen dat de landbouw evolueert naar duurzamere, efficiëntere en meer regeneratieve modellen die een antwoord bieden op economische, klimatologische en maatschappelijke uitdagingen. Vrouwen in de kijkerDe Ladies’ Day op donderdag was volgens Agribex ook een schot in de roos. “Onze exposanten hebben hun creativiteit volop laten spreken en verrasten onze vrouwelijke bezoekers met bijzonder leuke attenties”, vertelt Geenens, de initiatiefneemster achter deze dag die het vrouwelijk ondernemerschap in de brede landbouwsector in de kijker zet. Er werd ook een podcast met vrouwelijke landbouwondernemers opgenomen en de officiële aftrap werd gegeven voor de verkiezing van de Agribex Agro-Lady of the Year, die later zijn ontknoping kent. In dat kader schonk Agribex 1.000 euro aan Pink Ribbon, de organisatie die zich inzet voor borstkankerpatiënten. Geen dieren, wel tevreden veeteeltsectorGrote afwezige op de beurs waren de dieren. “Maar ook zonder Brussels Livestock Show was de veeteeltsector goed vertegenwoordigd op de beurs”, vertelt Frederick Audenaert, verantwoordelijke voor de sectorgroep veeteelt binnen Fedagrim. “Standhouders blikken terug op een goede beurs met veel positieve gesprekken. Landbouwers zijn ondernemers die niet bij de pakken blijven zitten, ze gaan actief op zoek naar stikstofreducerende oplossingen om op die manier aan de normen te voldoen, maar ook om hun bedrijf rendabeler te maken.” Zeker het thema-eiland rond stikstofreducerende technieken was in dat kader een schot in de roos, meent hij.Ondanks de tevreden reacties, werden de dieren toch gemist. “De veeprijskampen zijn nu eenmaal een deel van ons DNA”, klinkt het. Daarom zal Fedagrim zich blijven inzetten om ze opnieuw op de agenda te krijgen. Minder, maar meer professionele bezoekersDe afwezigheid van dieren op Agribex heeft zich volgens de organisatie ook laten voelen in het bezoekersaantal. Dat daalde volgens voorzitter Geenens zo’n drie tot vijf procent en zou dus een deel te verklaren zijn door de afwezigheid van de veeprijskampen, maar ook omdat er een lagere opkomst was van scholen. “We hebben sterker ingezet op de aanwezigheid van secundaire en hogescholen en minder op lagere scholen. Dat was ook een bewuste keuze, zeker gezien de noden die er zijn op vlak van tewerkstelling in de sector.”De 260 aanwezige exposanten laten de iets lagere opkomst zeker niet aan hun hart komen. “Het aantal professionele bezoekers bleef min of meer stabiel, met een mooie groei tijdens de eerste dag. Ook waren er opvallend meer buitenlandse bezoekers uit Nederland, Frankrijk en Duitsland. We horen dat de interacties op de standen intens en doelgericht waren en commercieel veelbelovend zijn. De verwachting is dat de sterke interesse zich op korte termijn ook zal vertalen in concrete aankopen”, aldus de organisatie. De tevredenheid van de exposanten weerspiegelt zich ook in de boekingen voor de volgende editie. “Eén vierde van de standruimtes werd al officieel herboekt. Dit onderstreept de betrokkenheid en het vertrouwen in Agribex.” Laatste editie van Michel ChristiaensDe editie van 2025 was ook de laatste editie voor Michel Christiaens, secretaris-generaal van Fedagrim. Hij was 30 jaar actief bij de federatie, waarvan 25 jaar aan het hoofd ervan. “In die hoedanigheid heeft hij Agribex stevig mee op de rails gezet”, aldus voorzitter Geenens. Zijn opvolgster is Isabelle Huyghe. Vanaf 1 februari neemt zij officieel de fakkel over als CEO van Fedagrim. &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-12-08T08:33:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Weyts pakt uit met nieuwe dierenwelzijnsregel voor kalkoenen, maar die zorgen voor wrevel bij de sector]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/weyts-hervormt-kalkoenhouderij-maar-sector-twijfelt-bepaalde-maatregelen-kunnen-dierenwelzijn-net-verslechteren" />
            <id>https://vilt.be/58324</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) legt net voor de feestdagen nieuwe dierenwelzijnsmaatregelen op voor de kalkoenhouderij. Er komt een wettelijk kader met onder meer een maximaal aantal dieren per vierkante meter en regels over onder meer ventilatie, daglicht en verzorging. Een vorige hervorming sneuvelde bij de Raad van State. Landsbond Pluimvee zal samen met de kalkoenhouders evalueren of de nieuwe bepalingen werkbaar zijn en daadwerkelijk tot beter dierenwelzijn leiden: “Indien dit niet het geval blijkt, behouden wij ons het recht voor om opnieuw juridische stappen te ondernemen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4c5672a0-6a0f-4ea4-8db0-849403ecd419/full_width_kalkoen-linda2-crop.jpg</image>
                                        <content>In een persbericht zegt Ben Weyts dat de nieuwe normen nodig zijn om bescherming te bieden voor de 1,2 miljoen kalkoenen die er in Vlaanderen worden gekweekt. &quot;Ook dieren die gehouden worden achter muren en gesloten deuren verdienen bescherming&quot;, zegt de minister. Hij wijst erop dat er tot nu geen regels waren specifiek op maat van kalkoenen.Ook was er nergens structureel toezicht op hun toestand. Daar brengt hij nu verandering in met een detectiesysteem in de slachthuizen. &quot;Wanneer blijkt dat te veel dieren uit een bedrijf letsels hebben aan hun poten, dan wordt er opgetreden tegen dat bedrijf. Er zal ook voor het eerst toegekeken worden op de groeisnelheid van kalkoenen&quot;, aldus de minister.Letsels aan de potenBovendien komt er nieuw een wettelijk kader voor het houden van kalkoenen. Het maximaal aantal kalkoenen per vierkante meter wordt ingeperkt met duidelijke normen die ook verschillen tussen leeftijdscategorieën: als de dieren iets ouder zijn (en dus groter), dan moeten ze met minder gehouden worden op dezelfde vierkante meter. Er worden voor het eerst ook richtlijnen geïntroduceerd voor het minimaal aantal uren licht per dag, de ventilatie, het geluidsniveau, de zitmogelijkheden, de drink- en watervoorzieningen en het strooisel in de stallen. De kalkoenen moeten minimaal twee keer per dag gecontroleerd worden. Zieke of gewonde kalkoenen moeten afgezonderd worden in een ziekenboeg.Vlaanderen telt momenteel 28 kalkoenbedrijven. De dieren worden in Vlaanderen niet in kooien gehouden, maar in stallen. Volgens Weyts is er soms sprake van overbezetting en gezondheidsproblemen: &quot;99 procent van de hennen en 90 procent van de hanen kampt bijvoorbeeld met letsels aan de poten, die kunnen ontstaan als de dieren te dicht op elkaar gepakt zitten.&quot; Gelijk voor de wetWeyts probeerde eerder al nieuwe maatregelen te introduceren. De Raad van State gaf hem bij een vorige poging ongelijk, onder meer omdat de nieuwe normen toen enkel zouden gelden voor grotere bedrijven met meer dan 200 kalkoenen. De Raad oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel zo geschonden werd. De zaak was aanhangig gemaakt door Landsbond Pluimvee, dat er ook op wees hoe strengere Vlaamse regelgeving de concurrentiekracht tegenover Europese kalkoenhouders zou ondergraven.Weyts heeft nu een nieuw pakket maatregelen klaar, zonder onderscheid tussen kleine en grotere kwekers: alle bedrijven zullen moeten voldoen aan de nieuwe normen.De meeste maatregelen zullen ingaan op 1 januari 2027. Enkel voor het verbouwen van bestaande stallen om meer licht binnen te laten via het dak of via de muren krijgen bedrijven een overgangsperiode van vijf jaar. Weyts spreekt wel aan een toegift aan de sector, in de zin dat er naast het handmatig vangen van dieren nu ook toelating zal zijn om vangmachines te gebruiken. Sector reageert: &quot;Onzekerheid zonder wetenschappelijke basis&quot;De pluimveesector heeft echter niet het gevoel dat zijn inspraak van tel was. “Hoewel Landsbond Pluimvee door de minister werd gehoord, werd er initieel slechts beperkt rekening gehouden met de ingebrachte sectorexpertise”, zegt woordvoerder Martijn Chombaere van Landsbond Pluimvee. “Dierenwelzijn is een belangrijk aandachtspunt, ook voor onze sector. Het is echter onjuist om te suggereren dat de kalkoenhouderij vandaag een soort “Wild West” zou zijn. Kalkoenhouders moeten nu al voldoen aan strikte lastenboeken en worden regelmatig gecontroleerd.” De vraag rijst waarom Vlaanderen nu al regionale regels invoert, terwijl dit ertoe kan leiden dat kalkoenhouders hun stallen opnieuw moeten aanpassen wanneer Europa nadien andere accenten legt Landsbond Pluimvee vraagt zich vooral af waarom Vlaanderen aan de vooravond van nieuwe Europese regelgeving plots een eigen set regels invoert. “Al enkele jaren geleden had de Europese Commissie aan de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) de opdracht gegeven om tegen 31 december 2025 een technisch rapport en wetenschappelijk advies op te stellen over het welzijn van kalkoenen in de veehouderij”, zegt Chombaere. “Op basis van dat advies zal de Commissie geharmoniseerde Europese regelgeving uitwerken. Er komt dus binnen afzienbare tijd een wetenschappelijk onderbouwd Europees kader.”“De vraag rijst dan ook waarom Vlaanderen nu al regionale regels invoert zonder die wetenschappelijke basis, terwijl dit ertoe kan leiden dat kalkoenhouders hun stallen opnieuw moeten aanpassen wanneer Europa nadien andere accenten legt”, zegt Chombaere. “Voor de sector voelt dit aan alsof men een speelbal is in een flipperkast.&quot;Gaat het welzijn er effectief op vooruit?Landsbond Pluimvee zegt samen met de kalkoenhouders grondig te evalueren of de nieuwe bepalingen werkbaar zijn en daadwerkelijk tot beter dierenwelzijn leiden. “Indien dit niet het geval blijkt, behouden wij ons het recht voor om opnieuw juridische stappen te ondernemen”, zegt Chombaere. “Wij vrezen dat bepaalde voorgestelde maatregelen, zoals het verplicht voorzien van plateaus, net kunnen resulteren in een verslechtering van het dierenwelzijn, onder meer door een verhoogd risico op borstbeen- en vleugelbreuken en het ontstaan van borstblaren.” Regelgeving had vanuit het perspectief van het dier moeten worden opgebouwd, op basis van wetenschappelijke inzichten, en niet op basis van wat men dénkt dat nodig is Als de nieuwe regels ertoe leiden het welzijn van de kalkoenen er net op achteruitgaat, is dat voor de Landsbond onaanvaardbaar. “Regelgeving had vanuit het perspectief van het dier moeten worden opgebouwd, op basis van wetenschappelijke inzichten, en niet op basis van wat men dénkt dat nodig is”, aldus Chombaere.</content>
            
            <updated>2025-12-08T16:30:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Helft Belgische bedrijven nog niet klaar voor e-facturatie, overheid kondigt tolerantieperiode aan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minder-dan-de-helft-belgische-bedrijven-voorbereid-op-elektronische-facturatieplicht-in-eerste-drie-maanden-geen-sancties" />
            <id>https://vilt.be/58325</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met minder dan een maand te gaan tot de elektronische facturatieplicht, is nog altijd minder dan de helft van de Belgische bedrijven voorbereid op de maatregel. Dat zegt de Federale Overheidsdienst Financiën meegedeeld. De FOD heeft daarom een “tolerantieperiode” van drie maanden aangekondigd waarin niet gesanctioneerd zal worden.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/a655646d-a4b7-4767-bf57-66e52f2b3cd9/full_width_e-facturatie-computer.jpg</image>
                                        <content>Vanaf 1 januari 2026 wordt elektronische facturatie verplicht voor alle btw-plichtige ondernemingen in België. Ook landbouwbedrijven, zowel onder het forfaitaire als het algemene stelsel, vallen onder deze verplichting en moeten facturen versturen en ontvangen via het Peppol-netwerk. Dat is een door de overheid goedgekeurd elektronisch platform voor de veilige uitwisseling van gestructureerde documenten.Hoewel de verplichting al lang geleden is aangekondigd, blijken veel Belgische bedrijven nog niet klaar. Eind november waren 515.000 van de 1,18 miljoen btw-plichtige bedrijven geregistreerd bij Peppol, wat neerkomt op ongeveer 44 procent. Deze cijfers werden vorige week gecommuniceerd door de FOD Financiën. Een woordvoerder voegt daaraan toe dat deze cijfers wel sterk stijgen. “Veel bedrijven hebben bewust gewacht, een patroon dat we ook zagen in andere landen die de verplichting ingevoerd hebben.”Jesse Annendijck,&amp;nbsp;productmanager accountancy&amp;nbsp;die voor SBB Accountants en Adviseurs het Peppol-dossier opvolgt, stelt dat er geen opsplitsing per sector gemaakt is en er dus geen statistiek bestaat over de gereedheid onder land- en tuinbouwers. “Als we toch een inschatting moeten maken, zou je kunnen redeneren dat de algemene cijfers ook voor landbouw representatief zijn, maar dat blijft een extrapolatie zonder harde data”, klinkt het.&amp;nbsp;“Bij SBB zijn net geen 50% van de klanten agro al overgeschakeld en ook deze laatste weken blijven we sterk informeren en demonsteren om klanten te registreren op Peppol” &quot;Veel boeren niet op de hoogte&quot;Ook Boeren op een Kruispunt waagt zich niet aan een schatting, maar ervaart dat veel landbouwers nog steeds worstelen met digitale toepassingen in brede zin. “Adviseurs merken dat veel landbouwers hiervan niet op de hoogte zijn of niet weten wat te doen. Tijdens vormingen kwam Peppol al regelmatig ter sprake, maar de nood aan praktische ondersteuning blijft groot, vooral bij landbouwers zonder boekhouder of onder het forfaitaire stelsel”, laat directeur Els Verté weten.Om boeren vertrouwd te maken met digitale tools organiseert Boeren op een Kruispunt basisopleidingen computergebruik, soms in samenwerking met Digipunt. Ook gaf de hulporganisatie al enkele cursussen over Peppol, met maar liefst 170 inschrijvingen eind vorige maand. Daarnaast biedt Boeren op een Kruispunt e op verschillende Boerencafés persoonlijke begeleiding. Landbouwers brengen hun laptop en smartphone mee en krijgen hulp bij het installeren en gebruiken van toepassingen zoals Doccle Pro en itsme. Tot nu toe werden al 24 landbouwbedrijven geholpen en bij vijf bedrijven gebeurde dit ter plaatse op de boerderij. Eerste drie maanden geen sanctiesVerté vreest dat veel landbouwbedrijven op 1 januari niet in orde zullen zijn. Wie niet tijdig overschakelt, riskeert boetes van 1.500 tot 5.000 euro. “Gelukkig geldt een eerste waarschuwing als uitstel: bedrijven krijgen tot het volgende kwartaal om zich in orde te stellen”, stelt ze.Zij doelt hiermee op de “tolerantieperiode” die de eerste drie maanden van volgend jaar van kracht is. In de periode van januari tot maart zal de fiscus niet sanctioneren bij inbreuken op de verplichte e-facturatie. Voorwaarde is wel dat de onderneming kan aantonen dat ze “tijdig en op redelijke wijze voorbereidingen” heeft getroffen om de nieuwe verplichting na te leven. “Het zal dus niet het geval zijn voor ondernemingen die na 1 januari de nodige stappen beginnen zetten”, aldus een woordvoerder.</content>
            
            <updated>2025-12-08T16:24:26+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Toonaangevende” glyfosaatstudie uit 2000 ingetrokken, expert UGent reageert kritisch]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/-31" />
            <id>https://vilt.be/58326</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een toonaangevende studie over het gezondheidsrisico van glyfosaat is 25 jaar na datum ingetrokken. Dat meldt VRT NWS. Het wetenschappelijk tijdschrift dat de studie oorspronkelijk heeft gepubliceerd, stelt de objectiviteit van de onderzoekers in vraag. Zo zou Monsanto, de producent van Roundup, het onderzoek hebben beïnvloed. Pieter Spanoghe, professor en expert in gewasbeschermingsmiddelen aan de Universiteit Gent, stelt dat deze studie niet doorweegt op het hedendaags beleid. Bovendien vindt hij de houding van het tijdschrift niet correct. “De auteurs worden over één kam geschoren en ze zijn te oud of overleden zodat ze zich niet kunnen verdedigen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="glyfosaat" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/47349c47-7d0b-4b06-8980-af8a83fb5db5/full_width_glyfosaatgewasbescherming-amazone.jpg</image>
                                        <content>Het wetenschappelijk tijdschrift &#039;Regulatory Toxicology en Pharmacology&#039; kwam volgens VRT NWS al vaker in opspraak. Meermaals moesten studies worden ingetrokken omdat er twijfels waren over de objectiviteit. Zo bleken bijna alle studies naar de gezondheidsrisico&#039;s van roken te zijn uitgevoerd door auteurs die banden hadden met de tabaksindustrie.De Nederlandse emeritus professor toxicologie Martin van den Berg is in 2019 aangesteld om de geloofwaardigheid van het wetenschapsblad weer op te krikken. Hij benadrukt dat hij met de beslissing om deze studie in te trekken, geen standpunt inneemt of glyfosaat nu wel of niet kankerverwekkend is.Monsanto betaalde onderzoekersMaar wat was het probleem met deze studie? Volgens Van den Berg zouden de conclusies over het risico op kanker enkel zijn gebaseerd op ongepubliceerde studies van Monsanto zelf. Andere, toen al gepubliceerde studies, zijn dan weer niet opgenomen in hun overzichtsstudie. Volgens Van den Berg doet dat twijfel rijzen over de objectiviteit van de conclusie, namelijk dat het kankerrisico van glyfosaat verwaarloosbaar klein is.In 2017 kwamen ook nog eens de ‘Monsanto Papers’ aan het licht, interne documenten waaruit bleek dat ook deze onderzoekers een financiële compensatie hebben ontvangen van Monsanto om hun studie uit te voeren.Spanoghe: &quot;Ook in jaar 2000 geen vrijheid, blijheid voor de fytoindustrie&quot;Expert gewasbeschermingsmiddelen Pieter Spanoghe reageert op de nieuwe wending:&amp;nbsp;“Dat wij ons vandaag bezig houden met het gissen hoe publicaties van 25 jaar geleden tot stand kwamen, lijkt mij op zich vreemd. We moeten dat bekijken in de tijdsgeest. In die tijd schreef je als wetenschapper nog vaak een kaartje per post met de vraag om een gedrukt exemplaar van het artikel te bekomen. Antwoordde die niet, dan had je het niet en kon je het niet bespreken. Er was niets mis met de koppen bij mekaar te steken, ook met de bedrijven, om alle kennis bijeen te krijgen en zo te komen tot verantwoorde beslissingen. Ik startte mijn onderzoek in 1998 en kan getuigen dat het in de jaren 2000 zeker geen vrijheid, blijheid voor de fytoindustrie was. De druk op mens en milieu was al voldoende gekend en de wil om het beter te doen was aanwezig.” Er was niets mis met de koppen bij mekaar te steken, ook met de bedrijven, om alle kennis bijeen te krijgen en zo te komen tot verantwoorde beslissingen Anti-glyfosaatlobbygroepenSpanoghe is het niet eens met de aanpak van de hoofdredacteur. “In plaats van een nieuwe publicatie te schrijven over de tekortkomingen van de studie of aan te halen waarom zaken over het hoofd gezien werden en te duiden dat wij dat vandaag beter aanpakken, kiest de redacteur voor een andere aanpak. De auteurs worden over één kam geschoren en ze zijn te oud of overleden om zich nog te verdedigen. Anderzijds zijn deze wetenschappers net als iedereen mensen en geen AI. Afhankelijk van het onderzoeksdomein waarin een wetenschapper actief is, neemt die het onderwerp ter harte. Het kan vandaag overkomen alsof zij in een tunnelvisie zaten, maar dat geldt misschien ook voor de redacteur die met de bril van vandaag naar het verleden kijkt.&quot;“Op een afstand gezien lijkt de zet van het tijdschrift eerder een statement om zichzelf als toonaangevend te profileren”, zegt Spanoghe. “Laat ons hopen dat het in zijn beslissing niet werd aangestuurd door anti-glyfosaatlobbygroepen. Anders maakt het dezelfde denkfout die het de auteurs van de paper in 2000 toeschrijft. Deze groepen hadden in het verleden zelf al wat kritiek te verduren tot het verplicht intrekken van de bekende kankerstudie van Séralini. Een recentere studie door hen gedirigeerd bleek ook weinig waardevol.” &quot;Dubbele standaard&quot;Spanoghe vindt dat er sprake is van een dubbele standaard. “Contacten met industrie waren en zijn tot op vandaag voor toegepast onderzoek in de wetenschap zeer verrijkend”, zegt hij. “Ik kan me voorstellen dat in de sector van de farmacie niemand vreemd opkijkt wanneer gesteld wordt dat fabrikanten samenwerken met artsen om nieuwe geneesmiddelen op proefpersonen te testen op hun helende werking. Ik weet niet of er artsen zijn die hun diensten werkelijk gratis verlenen en over deze samenwerking niets publiceren. Ik illustreer maar hoe verschillend er naar de ene en de andere sector wordt gekeken.”“Als tijdschriften vandaag op eigen initiatief starten met historisch onderzoek van hoe publicaties in het verleden tot stand kwamen, hoop ik dat zij nog tijd vrij maken om zich te buigen over de kwaliteit van het hedendaags onderzoek: de wildgroei van tijdschriften, het gebruik van AI voor het schrijven ervan en tot slot het &#039;peer review&#039;-proces waar echte experten moeten waken over dit schrijfproces”, zegt Spanoghe nog. “Velen onder ons kunnen dat laatste er niet meer bijnemen in de veelheid van taken die ons toegeschoven worden.” Kunnen we onze controlemechanismen nog vertrouwen?Tot slot benadrukt de UGent-professor dat er wel degelijk strenge normen en controlemechanismen bestaan voor onze voedselproductie. “Echter opnieuw wordt een sfeer van wantrouwen geschapen in ons overheidsapparaat en de wijze waarop wij als het ware onverantwoord beleid toepassen rond erkenning en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Ik ben het daar totaal niet mee eens. De kennis over en het garanderen van onze voedselveiligheid is sedert de dioxinecrisis in België en Europa eind de jaren 1990 enorm toegenomen en ik maak mij vandaag geen enkele zorg over drank en voeding in onze winkels”, zegt Spanoghe.Spanoghe zegt ook om de impact van deze studie op het beleid niet te overschatten. “Eender welke risico-evaluator bij de overheid baseert zich op de ruwe data, het oorspronkelijk wetenschappelijk werk en niet op een samenvattende studie”, zegt hij.“Daarnaast zijn na het jaar 2000, door toegenomen aandacht rond het middel, honderden nieuwe studies rond glyfosaat uitgevoerd”, zegt Spanoghe nog. “De nieuwe wetgeving van 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, stelt tevens dat onderzoek moet gebeuren met het voortschrijdend inzicht en de meest recente onderzoeks- en meetmethodes. Dit heeft tot gevolg dat studies van de jaren &#039;80 en &#039;90 gedateerd zijn en dat men tijdens de laatste revisies van glyfosaat door ECHA (European Chemical Agency) en EFSA (European Food Safety Agency) met de echte kankerspecialisten zeker de nodige aandacht zal besteed hebben aan recenter werk om op Europees vlak uitspraken over de kankerverwekkende eigenschappen en veilig gebruik van glyfosaat te doen. In die Europese overheidsinstanties zijn en waren voor zover ons allemaal bekend, geen onderzoekers van Monsanto betrokken.”</content>
            
            <updated>2025-12-08T17:18:20+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Braadkippenhouder denkt aan stoppen door dalende prijzen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/braadkippenhouder-denkt-aan-stoppen-door-dalende-vleesprijs" />
            <id>https://vilt.be/58327</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De braadkippenprijs is de voorbije weken sterk gedaald, terwijl het aanbod aan Vlaamse braadkippen lager ligt door uitbraken van vogelgriep. Deze tegenstrijdigheid is de spreekwoordelijke druppel die pluimveehouder Gunter Klaasen richting de opkoopregeling in het Turnhouts Vennengebied duwt. “Als de overheid met een goed bod komt, denk ik niet dat ik mijn vrouw kan overtuigen om door te gaan.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="kip" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0c755519-a62f-4802-bdf3-2787184ee3a3/full_width_braadkip-ilvo.jpg</image>
                                        <content>Gunter&amp;nbsp;Klaasen&amp;nbsp;behoorde de voorbije jaren tot de gezichten van de boerenprotesten tegen de stikstofregels.&amp;nbsp;Klaasen&amp;nbsp;heeft een braadkippenbedrijf in&amp;nbsp;Ravels&amp;nbsp;en zag de toekomst van zijn bedrijf in duigen vallen door het stikstofdecreet. Volgens dat decreet is het Turnhouts Vennengebied, waar hij boert, een maatwerkgebied waar de impact van de nieuwe stikstofregels bijzonder groot is.Hij is ook bestuurslid van de regionale belangengroep ‘Stuurgroep Turnhouts Vennengebied’, maar na jarenlang mee op de barricaden te hebben gestaan, lijkt hij nu moegestreden. “In&amp;nbsp;januari&amp;nbsp;willen wij ons inschrijven voor de stoppersregeling”, vertelt Klaasen. “Als het bod van de overheid goed is, denk ik niet dat ik mijn vrouw kan overtuigen om door te gaan.”De druppel die de emmer deed overlopen, waren de flink dalende prijzen voor vleeskippen. Waar die in september nog 1,40 euro per kilo bedroeg, is de prijs op enkele weken tijd gezakt tot&amp;nbsp;1,19&amp;nbsp;euro. “Hoe kan de prijs zo sterk zakken als de vraag goed is en het Vlaamse aanbod door vogelgriep lager ligt?”, vraagt&amp;nbsp;Klaasen&amp;nbsp;zich af. De braadkippenhouder denkt dat de slachthuizen de prijs kunstmatig laag houden om zo hun winsten op te drijven.Klaasen&amp;nbsp;kan zelf meepraten over de gevolgen van vogelgriep. Nadat er bij een naburig pluimveebedrijf vogelgriep was geconstateerd, ging de regio in een straal van tien kilometer rond dat bedrijf op slot. Bedrijven mochten in deze periode geen jonge kuikens ontvangen. “Wij hadden toen juist onze stallen leeg en hebben een maand extra leegstand gehad”, vertelt&amp;nbsp;Klaasen. Poolse import duwt prijzen omlaagLandbond Pluimvee verklaart de sterke prijsval – die ook in voorgaande jaren richting het jaareinde zichtbaar is – door de import uit Polen. “Doordat de prijzen hier goed waren, was ons land een interessant afzetgebied voor Polen, dat een grote exporteur van kippenvlees is”, aldus woordvoerder Martijn Chombaere.Gunter&amp;nbsp;Klaasen&amp;nbsp;geeft aan dat het tegen de huidige prijs, die in zijn geval rond de kostprijs ligt, niet meer interessant is om kippen op te zetten. “Had ik dit geweten, dan had ik op 25 november, toen dit gebied weer van het slot ging en we weer kippen mochten laten komen, geen kippen opgezet.” De pluimveehouder stelt dat de slachthuizen steeds met dezelfde argumenten komen. &quot;Iedere keer ligt het aan de export uit Polen. Maar op dit moment ligt de prijs in Polen hoger dan hier&quot;, aldus Klaassen. Deze bewering wordt door andere bronnen in de braadkippenhouderij tegengesproken.  Er is voldoende vraag en veel uitval door vogelgriep. Toch daalt de prijs. Hoe kan dat? Landbond Pluimvee sluit niet uit dat Vlaamse pluimveehouders bij verdere prijsverlagingen hun leegstand verhogen. “Dat is het spel van vraag en aanbod dat je altijd terugziet.” Dat het tot meer stoppende pluimveehouders leidt, lijkt sterk de vraag. “We moeten het ook in perspectief plaatsen. De prijzen komen van heel hoog, met 1,40 euro als een recordprijs. Als we naar de huidige prijs kijken, ligt deze in lijn met die van vorig jaar.”Gunter&amp;nbsp;Klaasen&amp;nbsp;wijst erop dat&amp;nbsp;bijna alle&amp;nbsp;kosten sterk gestegen zijn. “Laden, schoonmaak, strooisel, elektriciteit, maar vooral de prijs van eendagskuikens is ten opzichte van vorig jaar met 10 tot 15 cent gestegen. Door vogelgriep was er veel export naar het buitenland, waardoor het binnenlandse aanbod van broedeieren laag was en de prijzen sterk gestegen zijn.”DemotiverendDe pluimveehouder uit het Turnhouts Vennengebied beaamt dat de braadkippenhouderij&amp;nbsp;goede jaren&amp;nbsp;achter de rug heeft. “Maar er is geen enkele verklaring waarom de vleesprijzen nu moeten dalen. Voor ons is het erg demotiverend dat men zelfs in de sector&amp;nbsp;zelf&amp;nbsp;niet beter zijn best doet om de prijs overeind te houden en te zorgen dat pluimveehouders blijven vechten.”Martijn Chombaere benadrukt in dat kader ook dat de producenten mee aan tafel zitten bij het vaststellen van de Deinze-prijzen. In deze Oost-Vlaamse stad verzamelen zes afgevaardigden van de producenten en zes afgevaardigden van de afnemers onder voorzitterschap van iemand van de stad Deinze. De vertegenwoordigers van de producenten doen daar elke week keihard en pro deo hun best om voor de sector de beste prijzen in de wacht te slepen. Maar de prijs wordt nu eenmaal bepaald door vraag en aanbod. Aan te hoge prijzen gaan slachterijen ook niet gaan invriezen.”</content>
            
            <updated>2025-12-11T17:33:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aantal landbouwbedrijven in Nederland daalt voor het eerst onder 50.000]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aantal-landbouwbedrijven-in-nederland-daalt-tot-onder-50000" />
            <id>https://vilt.be/58328</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2024 is het aantal land- en tuinbouwbedrijven in Nederland gedaald tot 49.900, een afname van ruim 700 bedrijven (-1,4%) ten opzichte van een jaar eerder. Bij meer dan de helft gaat het om melkveebedrijven. Dat blijkt uit het rapport <a href="https://open.overheid.nl/documenten/0d610525-3c60-4ef7-84d7-180b5a84e2f6/file" target="_blank" target="_self">De Staat van Landbouw, Visserij, Voedsel en Natuur 2025</a> van Wageningen Social &amp; Economic Research. De daling volgt de trend van schaalvergroting en tegelijk zorgen duurzaamheids- en stikstofmaatregelen voor extra druk op de sector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Nederland" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="landbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5344fef6-21e2-4441-853e-91c5855f2582/full_width_sfeerbeeld-landbouw-nederland.jpg</image>
                                        <content>Het aantal Nederlandse melkveebedrijven nam in 2024 af met ruim 400 bedrijven (-3,1%). De structurele trend van schaalvergroting en bedrijfsbeëindiging zet zich hiermee onverminderd door. Beleidsmaatregelen gericht op stikstofreductie, gecombineerd met blijvend hoge grond- en voerkosten, lijken hierbij een belangrijke rol te spelen. Hiermee blijft de melkveesector, net als in voorgaande jaren, in absolute zin de grootste bijdrager aan de krimp van het aantal agrarische bedrijven.Het aantal intensieve veebedrijven (varkens, pluimvee en vleeskalveren) daalde in 2024 met drie procent tot ongeveer 4.500. Daarmee zet de neerwaartse trend van de afgelopen decennia zich door. Deze afname is deels het gevolg van natuurlijk verloop, maar ook maatschappelijke druk en strengere milieu-eisen spelen hierin een belangrijke rol. &#039;Zeer grote&#039; bedrijven in opmarsSinds 2000 is de helft van de landbouwbedrijven verdwenen in Nederland, terwijl de omvang net toeneemt. De afgelopen 15 jaar zijn vooral kleine en middelgrote bedrijven in aantal afgenomen, terwijl grote en zeer grote bedrijven zijn gegroeid. Opvallend is de groep &#039;zeer grote&#039; bedrijven. Hoewel zij slechts 13 procent van het totaal uitmaken, genereren ze bijna twee derde van de totale toegevoegde waarde. De gemiddelde balanswaarde van een land- of tuinbouwbedrijf steeg eind 2023 tot ruim 4,4 miljoen euro, vooral door hogere grondprijzen en een toename van eigen grond.&amp;nbsp;“De cijfers laten zien dat de Nederlandse landbouw zich blijft aanpassen aan veranderende omstandigheden”, zegt Allard Jellema, projectleider bij Wageningen Social &amp;amp; Economic Research (WSER). “We zien een verdere schaalvergroting, maar ook toenemende aandacht voor duurzaamheid en innovatie.” Krimp veestapel&amp;nbsp;De krimp in het aantal landbouwbedrijven vertaalt zich ook in een afname van de veestapel. In 2024 daalde de rundveestapel met 1,9 procent. Deze daling hangt vooral samen met de afbouw van de derogatie en hogere mestafzetkosten. De varkensstapel kromp met 3,1 procent tot 10,5 miljoen dieren. De afgelopen vijf jaar nam het aantal varkens met ruim 15 procent af. “Dit hangt nauw samen met uitkoopregelingen en de aanhoudende druk van stijgende voerkosten en tegenvallende marktprijzen”, meldt het rapport. Ook de pluimveesector krimpt: het totaal aantal kippen daalde met 4,1 procent ten opzichte van 2023. Stijgende exportwaarde Ondanks deze structurele veranderingen blijft de afzet van landbouwproducten hoog. In 2024 bedroeg de totale Nederlandse afzet 78,4 miljard euro, waarvan 45,3 miljard euro via export en 33,1 miljard euro via de binnenlandse markt werd gerealiseerd. Het aandeel export blijft hoog en vrijwel stabiel op 57,8 procent. De exportwaarde van Nederlandse landbouwgoederen nam sterk toe tot 128,9 miljard euro (+4,8% ten opzichte van 2023), terwijl de importwaarde groeide met 3,2 procent tot 86,1 miljard euro. Hoewel het volume van in- en uitvoer slechts licht toenam, waren de prijsstijgingen, vooral bij de export, groter, waardoor de exportwaarde iets sterker toenam dan de importwaarde.Zelfvoorzieningsgraad Nederland is voor akkerbouwproducten zoals tarwe en gerst niet zelfvoorzienend, onder andere vanwege het lage eiwitgehalte van binnenlandse zachte tarwe en de beperkte productie van harde tarwe. Voor aardappelen en suiker is Nederland ruim zelfvoorzienend, met productie boven de binnenlandse vraag. Ondanks de krimp van de veestapel blijft Nederland sterk zelfvoorzienend voor varkensvlees, pluimveevlees, schapenvlees, zuivelproducten en eieren, terwijl het voor rundvlees deels afhankelijk is van import.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-12-08T20:14:41+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Albert Heijn past melkverpakking aan wegens misleidende claims]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/albert-heijn-past-melkverpakking-aan-wegens-misleidende-claims" />
            <id>https://vilt.be/58329</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Albert Heijn heeft consumenten misleid met vage duurzaamheidsclaims op zuivelverpakkingen van zijn huismerk en moet ze aanpassen. Dat heeft de Nederlandse Reclame Code Commissie (RCC) geoordeeld na een klacht van dierenrechtenorganisatie Wakker Dier. Ook in België worden de zuivelverpakkingen aangepast. Niet omdat het moet, maar omdat Albert Heijn zowel in België als Nederland identieke melkverpakkingen hanteert.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="consument" />
                        <category term="zuivel" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="marketing" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/55d295a1-1868-4300-a353-0c0dffbcf8d7/full_width_ah-halfvolle-melk1-wakkerdier.jpg</image>
                                        <content>Wakker Dier vindt dat de supermarktketen de producten duurzamer heeft laten lijken dan ze in werkelijkheid zijn. De klacht gaat onder meer over verschillende soorten melk en yoghurt. Daarop staan bijvoorbeeld een afbeelding van een koe, silhouetten van dieren zoals akkervogels, en teksten als &quot;beter voor natuur en boer&quot;. “Je kunt een melkpak versieren met bedreigde vogels, maar daarmee poets je de natuurschade niet weg”, zegt Leonie Vestering van Wakker Dier.Volgens Wakker Dier wekt Albert Heijn de indruk dat de producten bijdragen aan de bescherming van deze bedreigde dieren, terwijl Wakker Dier opmerkt dat intensieve landbouw deze soorten net in het gedrang brengt. Ook zouden de milieuclaims niet goed worden onderbouwd.Uitspraken van de Nederlandse reclamewaakhond zijn niet bindend, maar toch heeft Albert Heijn al laten weten dat de verpakkingen worden aangepast. De RCC beveelt de supermarktketen aan &quot;voor zover nog nodig&quot; niet meer op deze manier reclame te maken.Ook nieuwe zuivelverpakkingen in BelgiëBij Albert Heijn België is men niet op de hoogte van een soortgelijke klacht over de melkverpakking bij de Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame of JEP, de Belgische tegenhanger van RCC. Toch zullen de melkbrikken ook bij ons worden gewijzigd. De supermarkt wordt niet officieel gevraagd om dit te doen, maar uit praktische overwegingen zijn de melkverpakkingen in België en Nederland identiek.“Nederlandse verpakkingen zijn ook Belgische verpakkingen”, zegt woordvoerder Ann Maes van Albert Heijn. “Dat is ook de reden waarom je verpakkingen gekocht in België in Nederland kan ingeven voor statiegeld. We hebben geen distributiecentra in België, alles komt uit Nederland.”Hattrick voor Wakker DierWakker Dier zegt voor de derde keer dit jaar gelijk te krijgen in een zaak over zuivelverpakkingen. Eerder dit jaar werd Wakker Dier in het gelijk gesteld in een RCC-zaak tegen Campina. De zuivelfabrikant beweerde zijn kruidenrijk grasland te hebben verdubbeld en zo de biodiversiteit te bevorderen. Omdat dit slechts een klein deel van zijn totale grasland betreft, is de milieu-impact echter beperkt. De commissie vond dit misleidend.Ook won Wakker Dier dit jaar een RCC-zaak tegen Melkunie. Die beweerde dat de methaanuitstoot van koeien op andere vlakken wordt gecompenseerd door bijvoorbeeld de productie van groene stroom en het planten van bomen. Volgens Wakker Dier werd de doeltreffendheid van die compensatie overdreven.</content>
            
            <updated>2025-12-09T18:09:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Foodwatch: "Gepland Europees verbod op benamingen als veggieburger is onwettig"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/foodwatch-gepland-europees-verbod-op-benamingen-als-veggieburger-is-onwettig" />
            <id>https://vilt.be/58330</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Foodwatch noemt het geplande Europees verbod op vleesbenamingen voor plantaardige producten in de huidige vorm onwettig. De Europese voedselwaakhond baseert zich op een juridisch advies dat verwijst naar een arrest van het Europees Hof van Justitie en de Europese regels voor voedselinformatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="vleesvervanger" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7271b149-d3b7-4278-9ac4-6eb4b7bb61c4/full_width_imperialmeat-vegetarischeburger-1250.jpg</image>
                                        <content>In oktober stemde een meerderheid van het Europees Parlement in met een voorstel om vleesgerelateerde termen exclusief voor vleesproducten te reserveren. Begrippen als “burger”, “steak” en “worst” zouden daardoor niet langer gebruikt mogen worden voor plantaardige alternatieven, waardoor namen als “veggieburger” en “sojaworst” verboden worden.De conservatieve fractie EVP nam het voortouw in deze beslissing. Volgens de partij bestaat er bij consumenten een “reëel risico op verwarring” dat nadelig zou zijn voor de landbouwsector.“Een Europees verbod op ‘tofuworstjes’ of ‘sojaschnitzel’ is niet alleen onzinnig, maar ook onwettig”, zegt Foodwatch-directeur Chris Methmann. Hij roept de Duitse minister van Landbouw, Alois Rainer, op om het voorstel in Brussel te blokkeren. Rainer sprak zich eerder al uit tégen het verbod.Juridisch advies: strijdig met EU-rechtVolgens het juridische advies dat Foodwatch liet opstellen, druist het voorstel in tegen een recent arrest van het Europees Hof van Justitie. Dat vonnis verbiedt lidstaten om gangbare productnamen te schrappen zonder duidelijke, werkbare alternatieven te bieden.Daarnaast zou het voorstel botsen met de Europese verordening rond voedselinformatie, die voorschrijft dat producten moeten worden aangeduid met een “wettelijke”, “gebruikelijke” of “beschrijvende” naam. Volgens het advies vallen namen als “burger” zelfs bij plantaardige producten onder die categorieën.Het juridisch advies wijst er bovendien op dat de gevraagde wetswijziging zelf tot verwarring leidt. Termen als “worst” en “schnitzel” zouden volgens de nieuwe definities “uitsluitend” mogen verwijzen naar eetbare delen van dieren. Daardoor zou zelfs een gepaneerde schnitzel geen schnitzel meer mogen heten, aldus het rapport.Frankrijk teruggeflotenEerder floot het Europees Hof van Justitie Frankrijk terug, nadat het land een nationaal verbod had ingevoerd op het gebruik van vleesnamen voor vegetarische producten. De rechtbank oordeelde dat een dergelijk verbod in strijd is met EU-regels, omdat vleesnamen niet wettelijk beschermd zijn.Woensdag starten mogelijk de laatste onderhandelingen tussen de lidstaten. Het voorstel kan alleen werkelijkheid worden als een meerderheid van de EU-landen ermee instemt. Pas dan zou een Europese “veggieburgerban” officieel worden ingevoerd.</content>
            
            <updated>2025-12-08T20:10:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Al ruim 1.000 digitale bezwaren ingediend tegen Ventilus-traject]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/al-ruim-1000-digitale-bezwaren-ingediend-tegen-ventilus-traject" />
            <id>https://vilt.be/58331</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er zijn ruim duizend digitale bezwaarschriften ingediend tegen het nieuwe&nbsp;Ventilus-traject. Dat gebeurde tijdens het openbaar onderzoek dat liep tot en met zondag 7 december. De bezwaren worden nu onderzocht en beoordeeld, zo bevestigt de woordvoerder van het Departement Omgeving, Ann Heylens.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="energie" />
                        <category term="open ruimte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c0f4f411-4992-4a64-803b-8f5aac033555/full_width_ventilus-frnacky-snaet.jpeg</image>
                                        <content>Het openbaar onderzoek in het kader van de vijf omgevingsvergunningsaanvragen in het&amp;nbsp;Ventilus-project liep van 8 november tot en met 7 december. In die periode konden er bezwaren worden ingediend tegen het traject dat windproductie vanop zee aan land moet brengen. Een kwart van het traject bestaat uit een nieuwe luchtlijn en op een groot deel van het traject worden bestaande luchtlijnen versterkt. Verder worden 60 nieuwe hoogspanningsmasten gebouwd. Tien kilometer van het project wordt ondergronds ingericht.&amp;nbsp;Eerder werd al het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan goedgekeurd door de Vlaamse Regering. In juni werden vijf omgevingsvergunningsaanvragen ingediend, die elk een stukje van het traject behandelen. Na enkele aanpassingen verklaarde het Departement Omgeving de aanvragen ontvankelijk. Tegen het project werden tijdens het openbaar onderzoek 1.039 digitale bezwaarschriften ingediend. De schriftelijke bezwaarschriften volgen later, omdat die worden ingediend bij gemeenten zelf. Zij hebben nog tien dagen de tijd om de bezwaarschriften te verwerken.&amp;nbsp;Het Departement Omgeving bekijkt en analyseert de komende periode alle bezwaarschriften. Eind januari worden de bezwaren beoordeeld in de Gewestelijke Omgevingsvergunningscommissie (GOVC). Die commissie brengt dan advies uit aan bevoegd minister Jo Brouns (cd&amp;amp;v). De minister zou tegen eind februari een beslissing moeten nemen over vier van de vijf vergunningsaanvragen. Over de vijfde aanvraag volgt twee maanden later een beslissing.&amp;nbsp;Als er gegronde bezwaren zijn, kan het proces vertraging oplopen. &quot;De tijdspanne kan worden verlengd als er gegronde bezwaren werden ingediend en de aanvrager iets aan het dossier moet veranderen&quot;, zegt Heylens.Elia wacht het verdere proces ondertussen af. &quot;Wij hebben nog altijd de ambitie om werken te starten in 2026, maar we volgen de procedure&quot;, zegt woordvoerder Lotte Van der Stockt. &quot;Wij volgen het dossier verder op en hopen het traject tegen 2029-2030 in dienst te nemen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-12-08T20:06:07+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU lanceert labels voor alcoholvrije en alcoholarme wijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-lanceert-labels-voor-alcoholvrije-en-alcoholarme-wijn" />
            <id>https://vilt.be/58332</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Europees Parlement en de Raad hebben een akkoord bereikt over nieuwe maatregelen om de noodlijdende wijnsector te ondersteunen. Eén van die maatregelen is een rebranding van ‘alcoholvrije’ en 'alcoholarme' wijnen met duidelijkere etiketten. Dat meldt de Europese nieuwssite Euractiv.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ef33b9a9-d193-4564-9706-bff50856c9e6/full_width_wijnbouw1250.png</image>
                                        <content>Europese wijnproducenten hebben het moeilijk. De vraag daalt al decennialang, exportmarkten worden instabieler en de oogstresultaten vallen geregeld tegen door klimaatverandering. In 2024 bereikte de wereldwijde wijnconsumptie het laagste niveau in 60 jaar, wat leidde tot een overaanbod en een daling van de prijzen.Daarom wil de Europese Commissie de wijnbouwers helpen inspelen op nieuwe consumptietrends. Jonge consumenten kiezen steeds meer voor alcoholarme en alcoholvrije dranken. Daarom lanceert de EU duidelijke etiketten voor alcoholvrije en alcoholarme wijnen die binnenkort op wijnflessen in de hele EU zullen verschijnen.Meer flexibiliteit en promocampagnesEen andere maatregel biedt meer flexibiliteit aan wijnbouwers in het geval van extreme weersomstandigheden, natuurrampen of uitbraken van plantenziekten. Zo krijgen ze een extra jaar de tijd om getroffen wijnstokken opnieuw te planten. De standaardgeldigheid van plantrechten bedraagt drie jaar. Via deze plantrechten wil de EU voorkomen dat er ongecontroleerd wijngaarden bijkomen en de balans tussen vraag en aanbod zoek raakt.De overeenkomst stelt EU-landen ook in staat om een combinatie van Europese en nationale middelen te gebruiken om het rooien van wijnstokken te ondersteunen om het overaanbod aan te pakken. Bovendien verhoogt de financiële steun voor promotiecampagnes voor Europese wijnen in het buitenland, waarbij de EU tot 60 procent van de kosten voor haar rekening neemt.Wijn is een zeer belangrijk exportproduct voor de EU. In 2024 was het de op twee na grootste agrovoedingsproduct qua export, goed voor maar liefst acht procent van de totale uitvoerwaarde van Europese landbouw- en voedingsproducten.De tekst moet nu formeel worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad voordat hij in werking kan treden.</content>
            
            <updated>2025-12-09T16:57:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ondanks eerdere verontrustende signalen in de groenteteelt nemen fabrieken gecontracteerd volume af]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ondanks-eerdere-verontrustende-signalen-in-de-groenteteelt-nemen-fabrieken-gecontracteerde-volume-af" />
            <id>https://vilt.be/58333</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een crisis in de industriële groenteteelt lijkt afgewend. Eerder dit jaar werd nog gevreesd dat fabrieken door slechte verkopen en overvolle pakhuizen gecontracteerde volumes niet zouden afnemen. Begin december is daar geen sprake meer van en verloopt alles volgens plan. Ook Horafrost, dat getroffen werd door een verwoestende brand, slaagt erin om alle groenten af te nemen.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/3d9655b3-e6aa-41a2-8d2e-6e1c97ce5b31/full_width_bloemkool-groot.jpg</image>
                                        <content>Industriële groentetelers Lieselot Demolder en Thijs Demaeght uit Esen, Diksmuide, haalden in augustus de media met hun weggeefactie met boontjes. Zij leveren aan Horafrost in Staden, maar door de brand in de nacht van 11 op 12 juli kon het diepvriesgroentebedrijf slechts een deel van hun bonenoogst verwerken.De brand en capaciteitsvermindering, in combinatie met signalen van een slechte afzet bij de fabrieken, leidden tot paniek in de sector. Horafrostdirecteur Stefaan Naeyaert sprak van een “perfecte storm” in de diepvriesgroentesector. Groentetelers en vooral Horafrost-leveranciers vreesden dat zij hun contracten niet mochten aanleveren. Contracten gerespecteerdDeze zorg blijkt tot nu toe ongegrond. “De eerste weken lag de opbrengst van de bonen heel hoog. Later is dat genormaliseerd en hebben de afnemers hun gecontracteerde volume helemaal afgenomen”, vertelt Luc De Waele van telerscoöperatie Ingro.Hij geeft aan dat ook Horafrost erin geslaagd is zijn contracten af te nemen, ondanks de verwoestende brand. “Ze hebben de uren wat uitgebreid en werken ook in het weekend. Op deze manier slagen ze erin om het capaciteitsverlies te compenseren”, klinkt het.Tot op dit moment mogen boeren hun volledig gecontracteerde volume aanleveren. Doordat de afzet van de fabrieken volgens De Waele genormaliseerd is, verwacht hij ook in de toekomst geen problemen. Zo staat er onder meer nog prei, spruiten en wortelen in het veld. “Het probleem is dat de verkoop bij de fabrieken later is opgestart en de maximale opslagcapaciteit in zicht was. Nu de verkoop aangezwengeld is, verwacht ik ook dat men binnenkomende groenten volgens planning kan verwerken.” Als de afzet slecht is, moet men het volume maar verlagen, niet de prijs Onderhandelingen over nieuwe contracten van startDe groenteverwerkers staan in de tweede week van december voor nieuwe spannende tijden. Deze week beginnen de onderhandelingen met de afnemers, onderhandelingen die Ingro namens de telers voert met de fabrieken. “De afnemers zullen wijzen op de slechte verkoop in de beginmaanden, maar dat kan geen argument zijn om de contractprijzen te verlagen. Sterker nog, door stijgende kosten zou deze eerder moeten stijgen”, aldus De Waele.Hij wil in ieder geval een scenario zoals in de aardappelsector vermijden. Aardappelverwerker Agristo kondigde vorige week een verlaging van de contractprijzen met 17 procent aan voor volgend jaar. “Als de afzet slecht is, moet men het volume maar verlagen, niet de prijs”, besluit De Waele.Doordat de contractonderhandelingen naderen, wenst Vegebe, de federatie van de Belgische groenteverwerking en de handel in industriegroenten, niet reageren op vragen over de conjunctuur. De belangenorganisatie is geen deelnemende partij in de onderhandelingen. Horafrost, dat we ook om een reactie vroegen, had niets toe te voegen aan de inhoud van dit artikel. Bioboer vindt alternatieve afzet voor 10.000 kilo preiNa de boontjes van Lieselot Demolder en Thijs Demaeght uit Esen en de biopompoenen van Guy Depraetere uit Lierde, kwam vorige week de prei van bioboer Johan Venhaeren uit het Limburgse Lummen in de media. Venhaeren dreigde een partij van 10.000 kilogram prei te moeten vernietigen wegens geen interesse van verwerkers. De organisatie Waste Warriors zette een actie op waarbij mensen prei konden doneren aan voedselbanken. Hierdoor slaagde Venhaeren er alsnog in zijn prei te verkopen. Op één dag tijd werden in totaal 2.000 pakketten gedoneerd.&amp;nbsp;Luc De Waele van Ingro geeft aan dat het hierbij om de versmarkt gaat en dat deze situatie niet te vergelijken is met die van de industriegroenten. Volgens Thomas Schiltz van Waste Warriors is er sprake van een verminderde interesse in biogroenten. “We zien de laatste twee jaar een terugval van zeker 20 tot 30 procent in de vraag naar biologische producten. Aan wat dat ligt, weet ik niet, wellicht speelt de prijs mee in deze onzekere tijden.”</content>
            
            <updated>2025-12-12T14:55:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tractorrijbewijs voor Nederland wordt beschikbaar voor alle Belgische chauffeurs]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tractorrijbewijs-nl-wordt-beschikbaar-voor-alle-belgische-chauffeurs" />
            <id>https://vilt.be/58334</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een kopzorg minder voor landbouwers en loonwerkers die regelmatig over de Nederlandse grens werken: vanaf 1 januari zullen ook Belgen die geboren zijn voor 1 oktober 1982 en met een B-rijbewijs een tractor mogen besturen, een G-rijbewijs mogen afhalen aan het gemeentehuis. Deze gunstregeling moet ervoor zorgen dat zij na 1 januari 2026 ook nog met de tractor kunnen rijden in Nederland. Daar zijn tractorbestuurders verplicht om een tractorrijbewijs, het zogenaamde T-rijbewijs, op zak te hebben. Dat meldt federaal minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tractor" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eb71e6cb-add8-4288-bb76-a50e61dcac44/full_width_nederlandsevlagtractor.jpg</image>
                                        <content>Minister Crucke deelde het nieuws dinsdagmiddag op sociale media. “Na overleg met de Nederlandse autoriteiten en de betrokken Belgische overheden heb ik een structurele oplossing uitgewerkt voor Belgische bestuurders van landbouwvoertuigen die in Nederland de weg op moeten”, schrijft hij. “Vanaf 1 januari 2026 zouden Belgische bestuurders in Nederland een tractorrijbewijs moeten hebben. Omdat de vroegere uitzonderingsregeling voor houders van een rijbewijs B er dan afloopt, heb ik intensief onderhandeld om een praktische en structurele oplossing te vinden.”Bestuurders geboren voor 1 oktober 1982 worden vrijgesteld van extra rijlessen of een examen om aanspraak te maken op een G-rijbewijs. Zij moeten dit EU-rijbewijs met vermelding van categorie G wel effectief afhalen bij de gemeente. Een B-rijbewijs zal vanaf 1 januari niet meer volstaan wanneer deze bestuurders in Nederland met de tractor rijden. “Met dit akkoord krijgen landbouwers en loonwerkers die regelmatig grensoverschrijdend werken eindelijk zekerheid”, zegt Crucke op sociale media. Het akkoord is er gekomen mede onder impuls van Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA). Zij heeft ervoor gezorgd dat het voorstel binnen de Vlaamse regering een positief advies kreeg, waarbij ook de samenhang met de Vlaamse rijbewijsregelgeving werd gewaarborgd.Landbouworganisaties ABS en Boerenbond pleitten al langere tijd om de G-rijbewijzen aan te bieden aan Belgische tractorchauffeurs zonder examen. Zij speelden een bemiddelende rol om deze zaak aan te brengen bij de bevoegde overheidsinstanties. Boerenbond laat weten tevreden te zijn dat er een werkbare oplossing is uitgewerkt. &quot;Landbouwers en loonwerkers kunnen op deze manier met een gerust hart de Nederlandse grens oversteken&quot;, zegt de landbouworganisatie. &quot;Wij appreciëren dat beide ministers op onze vraag zijn ingegaan om terug rechtszekerheid te creëren.&quot;“Ik ben zeer tevreden dat het intensieve overleg met Nederland tot deze oplossing heeft geleid”, aldus nog Crucke. &quot;Dat is zeer goed nieuws&quot;Seppe Somers zijn familie runt een melkveebedrijf met hoevezuivelverwerking in de grensgemeente Essen. Hij reageert verheugd op het nieuws. &quot;Essen grenst voor 75 procent aan Nederland. Ook om onze percelen in Vlaanderen te bereiken moeten we vaak door Nederland rijden. Dat geldt ook voor andere boeren in onze gemeente.&quot;In het geval van de familie Somers is het vooral goed nieuws voor de vader van Seppe. &quot;Mijn broer en ik zijn na 1982 geboren en we hebben dus ons G-rijbewijs moeten behalen, mijn vader niet. Hij zou anders vanaf volgend jaar niet meer door Nederland mogen rijden met de tractor, maar gelukkig is er nu een oplossing uit de bus gekomen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-12-10T09:31:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VLAIO-project wil groeiend wormenprobleem in de schapenhouderij met fokkerij aanpakken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaio-project-wil-groeiend-wormenprobleem-in-de-schapenhouderij-met-fokkerij-aanpakken" />
            <id>https://vilt.be/58335</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Maagdarmwormen zijn een groeiend probleem in de schapenhouderij. Om deze problemen aan te pakken startten DGZ en KU Leuven het project StrongSheep. Doel van het project is om met fokkerij en selectie de vatbaarheid van schapen voor maagdarmwormen terug te dringen. Onderdeel van het project is ook de uitwerking van een applicatie waarmee schapenhouders hun stamboeken kunnen bijhouden en ook op andere fokwaarden kunnen sturen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="schaap" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bfb0d2ce-df50-4ee7-a8d1-6ac37a88e9c6/full_width_schapen.jpg</image>
                                        <content>“Door de klimaatopwarming duiken er steeds meer parasieten op die maagdarmproblemen veroorzaken bij schapen. Daarnaast ontwikkelen de wormen steeds meer resistentie tegen ontwormingsmiddelen”, vertelt Steven Janssens van het Centrum voor Huisdierengenetica en Selectie (CABG) van de KU Leuven.Janssens is verantwoordelijk voor het project StrongSheep, dat gefinancierd wordt door VLAIO. In dit project gaan KU Leuven en DGZ met schapenhouders op zoek naar een genetisch antwoord op het maagdarmwormprobleem. “Gevoeligheid voor maagdarmwormen is deels genetisch bepaald. Door fokkerij kun je de gevoeligheid dus terugdringen”, vertelt de onderzoeker.Om tot selectie en fokkerij over te gaan, is genetische informatie over de dieren vereist en die ontbreekt vaak. Momenteel worden schapen in België ook niet individueel geregistreerd bij Sanitel, in tegenstelling tot runderen. Gegevens over geboortes, sterftes, aandoeningen en verplaatsingen worden meestal nog handmatig bijgehouden, vaak zelfs niet gedigitaliseerd. “Hierdoor ontbreken fokwaardeschattingen en kan er geen genetische selectie plaatsvinden”, klinkt het.Nul meting geneticaIn een eerste stadium van het project worden bijvoorbeeld de aanwezigheid van verschillende maagdarmwormen op de deelnemende bedrijven in kaart gebracht en de resistentie van parasieten tegen ontwormingsproducten gekwantificeerd. Ook zal genetisch materiaal verzameld worden van rammen en hiermee zal later de genetische gevoeligheid voor wormen worden bepaald. Het genetisch materiaal maakt het volgende zomer mogelijk om in kuddes vast te stellen welke lammeren van welke dieren afstammen.Snelle verbeteringen mogelijkDoor in de bestaande kudde de wormgevoelige dieren te verwijderen, kunnen volgens Janssens al snelle stappen worden gezet. “Twintig procent van de dieren is verantwoordelijk voor 80 procent van de wormeieren die in de graasweides andere dieren besmetten. Door deze dieren uit de veestapel te verwijderen, zal de wormendruk dus flink afnemen.”Ondertussen wordt ook een mobiele applicatie uitgewerkt waarmee de veehouder informatie over zijn individuele dieren kan ingeven. Via dat systeem moet een nog beter beeld ontstaan van de genetische eigenschappen van de dieren. Op deze manier kan niet alleen de wormgevoeligheid van een stamboekdier worden aangetoond, maar ook bijvoorbeeld de gevoeligheid voor wolvlieg (myiasis) en uierontsteking. Momenteel verzamelen de projectpartners input van schapenhouders over de noden en behoeftest voor deze app. Deelname hieraan kan via deze link.Het project Strong Sheep ging in oktober 2025 van start en loopt vier jaar.</content>
            
            <updated>2025-12-12T11:53:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[België zal zich onthouden bij stemming Mercosur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgie-zal-zich-onthouden-bij-stemming-mercosur" />
            <id>https://vilt.be/58336</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>België slaagt er niet in een eensgezind standpunt in te nemen voor het Mercosur-vrijhandelsakkoord en zal zich dus onthouden bij de Europese stemming. Dat meldt federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR). Hoewel dit vrijhandelsakkoord voordelig zou zijn voor bepaalde industrieën, worden er negatieve gevolgen verwacht voor landbouwsectoren zoals suiker en rundvlees.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/384dc912-9418-4d88-bcde-22cc0cd88ef6/full_width_mercosurprotestdecember2-2.jpg</image>
                                        <content>België slaagt er niet in om in de aanloop naar de stemming een gezamenlijk standpunt in te nemen over het Mercosur-handelsakkoord. N-VA is voor, cd&amp;amp;v, MR en Les Engagés zijn tegen. Zij vrezen immers nefaste gevolgen voor onze landbouwsector. Ook de Waalse en Brusselse regeringen zijn tegen. Omdat er geen overeenstemming kan bereikt worden, zal België zich als geheel onthouden.De Europese Commissie onderhandelde jaren met Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay over een vrijhandelsakkoord dat de grootste vrijhandelszone ter wereld zou creëren. Ze rondde de onderhandelingen eind vorig jaar af, maar de Europese lidstaten en het Europees Parlement moeten nog groen licht geven voor de voorlopige inwerkingtreding.Oneerlijke concurrentieMaar de Europese landbouwsector vreest voor oneerlijke concurrentie uit het Zuid-Amerikaanse handelsblok. EU-lidstaten Frankrijk, Italië en Polen verzetten zich tegen het akkoord, maar om het te blokkeren zijn er tegenstemmen nodig van zeker vier lidstaten, die minstens 35 procent van de Europese bevolking vertegenwoordigen.België geeft geen ‘ja’, maar ook geen tegenstem. Volgens federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR), wiens partij de Waalse regering leidt, is Mercosur wel degelijk voordelig voor de meeste industrieën en voor landbouwsectoren als zuivel en aardappelen, maar &quot;tegelijkertijd zijn we er ons van bewust dat andere sectoren, zoals suiker of rundvlees, negatievere gevolgen kunnen ondervinden, ondanks de voorziene beschermingsclausules&quot;. Landbouworganisaties: &quot;Ook consument wordt bedrogen&quot;Landbouworganisaties Boerenbond en ABS kanten zich eveneens tegen het akkoord. Hoewel ABS de onthouding verkiest boven een goedkeuring, had men liever een duidelijke nee-stem gezien. “Een onthouding is geen goede reactie, vooral omdat dit komt vanuit een onenigheid tussen Vlaanderen en Wallonië”, zegt Mark Wulfrancke van ABS. “Het enige correcte was en is nog steeds een luide en duidelijke ‘nee’-stem tegen Mercosur in deze vorm.”Wulfrancke wijst erop dat het Mercosurakkoord lang niet enkel de landbouwers aangaat. Ook de consument zou hierbij te verliezen hebben. “Objectief gekeken, als Europa enigszins consequent zou zijn, dan kan import van voedingsproducten en dan zeker van rundvlees, kip, eieren en suiker uit de Mercosurlanden niet”, zegt Wulfrancke. “Op gewillig papier is het Mercorsurakkoord het meest duurzame ooit, in de minder gewillige realiteit is het gitzwart. De Europese regels worden er met de voeten getreden, traceerbaarheid is een lachertje, legbatterijen zijn er de norm, enzovoort.”Dat beaamt Boerenbond. “Zo kan het gebruik van hormonen in rundvlees niet uitgesloten worden en in onder meer de suikerproductie mogen nog gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden die hier al lange tijd verboden zijn”, klinkt het. Streng voor onszelf, niet voor een anderBeide organisaties hekelen ook hoe Europa de duurzaamheids- en klimaatlat voor eigen producenten steeds hoger legt en toch de deur openzet voor goedkoper en minder duurzaam geproduceerd vlees en suiker.“Het is een beetje bizar dat je enerzijds zelf extreme eisen oplegt aan de eigen productie en terzelfdertijd heel laks met import omgaat”, zegt Wulfrancke. “Vlaanderen lijkt er blind voor. Het komt heel vreemd over om een Vlaamse minister voor Dierenwelzijn (N-VA-minister Ben Weyts, red.) in een krant pro Mercosur, dus pro legbatterijen en feedlots met duizenden dieren te zien pleiten, terwijl diezelfde minister in Vlaanderen de verrijkte kooien, die in niets gelijken op een legbatterij, weg wil.” Het is vreemd dat minister Weyts in een krant pro Mercosur en dus pro legbatterijen en feedlots met duizenden dieren pleit, terwijl hij in Vlaanderen de verrijkte kooien, die in niets lijken op een legbatterij, weg wil “Dit akkoord zoals het nu voorligt is oneerlijk voor de landbouwers en bedriegt de Europese consument. We kijken verwachtingsvol naar het standpunt van de andere Europese lidstaten en beleidsmakers”, zegt voorzitter Lode Ceyssens.Boerenbond en ABS geven het EU-Mercosur-handelsakkoord ook op als één van de drie redenen waarom het deelneemt aan de betoging van Copa-Cogeca op donderdag 18 december in Brussel. “Niet alleen onze boeren worden structureel benadeeld, ook de consument wordt misleid. Zij verwachten terecht voor elk product dezelfde duurzaamheids- en kwaliteitseisen en dat kan men met dit akkoord niet garanderen”, zegt Boerenbond nog. “De EU-handelsbalans voor agrovoeding verslechtert met één miljard euro.” Dit akkoord zoals het nu voorligt is oneerlijk voor de landbouwers en bedriegt de Europese consument Verbond Belgische Ondernemingen teleurgesteldWaar landbouworganisaties enigszins tevreden zijn, reageert het Verbond van Belgische Ondernemingen teleurgesteld. Met de onthouding &quot;straalt ons land een gebrek aan ambitie uit&quot;. &quot;Het EU-Mercosur-akkoord is zowel economisch als geostrategisch cruciaal voor België en Europa. Dat akkoord niet steunen is een ernstige vergissing en getuigt van een flagrant gebrek aan ambitie&quot;, zegt CEO Pieter Timmermans van het VBO.</content>
            
            <updated>2025-12-09T16:10:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Trump trekt 12 miljard noodsteun uit voor Amerikaanse boeren die getroffen zijn door handelsoorlog]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/trump-trekt-12-miljard-noodsteun-uit-voor-boeren-die-getroffen-zijn-door-handelsoorlog" />
            <id>https://vilt.be/58337</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Donald Trump trekt 12 miljard dollar uit om Amerikaanse boeren te ondersteunen die zwaar worden getroffen door de handelsoorlog met China. Dat maakte de Amerikaanse president bekend tijdens een rondetafelgesprek in het Witte Huis. Het steunpakket moet de acute inkomensverliezen opvangen na de maandenlange blokkering van de Chinese soja-import uit de Verenigde Staten, een vergeldingsmaatregel tegen de nieuwe Amerikaanse importheffingen. De aanhoudende onzekerheid zet de landbouwsector verder onder druk en leidt tot groeiende kritiek op het handelsoffensief van de regering-Trump.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boeren" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a79f82d2-1f34-4099-be33-3b31f7646915/full_width_trump-2546104-1280.jpg</image>
                                        <content>De Amerikaanse president Donald Trump heeft een steunpakket van 12 miljard dollar aangekondigd voor Amerikaanse boeren, een belangrijke achterban die hard is getroffen door de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China. Als vergelding op de Amerikaanse importheffingen op Chinese goederen, halveerde Peking enkele maanden de import van landbouwgoederen uit de VS, waarbij vooral sojabonen getroffen werden. China is een belangrijke afzetmarkt voor Amerikaanse sojabonen en graan, maar door de tarievenoorlog wendde China zich tot alternatieve markten, vooral in Latijns-Amerika. Het wegvallen van de grootste exportmarkt verhoogt de druk op producenten, die al sinds 2022 kampen met dalende grondstoffenprijzen en stijgende productiekosten. Deze ontwikkelingen zorgden voor grote ongerustheid op het platteland, waar men vreesde voor een nieuwe landbouwcrisis zoals in de jaren tachtig toen veel bedrijven overkop gingen.&amp;nbsp; Steunplan voor boeren&quot;Wij gaan een klein deel van de honderden miljarden dollars die we dankzij de douanerechten ontvangen, aan onze boeren geven om hen economische steun te bieden”, verklaarde Donald Trump in het Witte Huis, met naast hem de minister van Financiën, Scott Bessent, en de minister van Landbouw, Brooke Rollins. Het grootste deel van het steunplan van 12 miljard dollar omvat een eenmalige &quot;overbruggingsbetaling&quot; voor boeren met akkerbouwgewassen in nood. Het moet hen ook helpen hun zaaigoed en meststoffen voor volgend teeltjaar te financieren.De aangekondigde overheidssteun moet boeren &quot;meer financiële zekerheid&quot; bieden, in afwachting van nieuwe handelsakkoorden die &quot;nieuwe markten openen&quot;, aldus de adjunct-woordvoerder van het Witte Huis, Anna Kelly, in een verklaring aan persbureau AFP. Volgens ABC NEWS is de omvang van de miljardensteun ongeveer gelijk aan de totale Amerikaanse sojabonenexport naar China in 2024, goed voor de helft van de totale export van Amerikaanse landbouwproducten naar China.&amp;nbsp; Opheffing milieubeperkingenDe minister van Landbouw maakte van de gelegenheid gebruik om de opheffing van &quot;milieubeperkingen&quot; aan te kondigen die tot nu toe van toepassing waren op fabrikanten van landbouwmachines. Volgens haar waren deze regels &quot;nutteloos&quot; en maakten ze de apparatuur &quot;veel duurder en moeilijker te gebruiken&quot;. In ruil voor deze hervorming verwacht de regering dat fabrikanten &quot;hun prijzen verlagen&quot;, waarschuwde Rollins.&quot;Steunpakket neemt fundamentele problemen niet weg&quot;Onder meer vanuit democratische hoek komt kritiek op het steunplan van de regering.&amp;nbsp;“Trumps plan om boeren te redden zal de landbouwgemeenschappen niet eens weer op het rechte pad krijgen”, aldus senator Ron Wyden uit Oregon, de hoogste Democraat van de Senaatscommissie Financiën, in een verklaring. “Ze betalen nog steeds meer voor kunstmest, machines en zaden, terwijl in de VS geteelde landbouwproducten op buitenlandse markten met meer obstakels dan ooit te maken hebben.” Boeren betalen nog steeds meer voor kunstmest, machines en zaden, terwijl in de VS geteelde landbouwproducten op buitenlandse markten met meer obstakels dan ooit te maken hebben De Amerikaanse senator Amy Klobuchar (D-Minnesota), het hoogste lid van de Senaatscommissie voor Landbouw, Voeding en Bosbouw, zei dat boeren hulp nodig hebben, maar dat een &quot;eenmalige betaling geen oplossing voor de lange termijn is”. Boeren waarderen het steunpakket, maar zeggen dat het waarschijnlijk slechts een voorschot is op wat nodig is en dat overheidssteun de fundamentele problemen van stijgende kosten en onzekere markten niet oplost. Ze zeggen dat ze winst willen maken door de verkoop van hun oogsten en niet afhankelijk willen zijn van overheidssteun om te overleven.Tijdens Trumps eerste ambtstermijn gaf hij boeren meer dan 22 miljard dollar aan steun in 2019, aan het begin van zijn handelsoorlog met China, en bijna 46 miljard dollar in 2020, hoewel dat pakket ook steun omvatte in verband met de coronapandemie. Nieuwe handelsdeal moet boeren opnieuw ademruimte gevenAl deze nieuwe maatregelen, samen met ondertekende of verwachte handelsakkoorden, moeten de Amerikaanse landbouw volgend jaar ondersteunen, verzekerde Trump. &quot;Het begint de goede kant op te gaan”, zei hij tevreden, waarbij hij verwees naar de belofte van China om “massale hoeveelheden” soja aan te kopen, goed voor een waarde die hij op &quot;40 miljard dollar&quot; schatte.&amp;nbsp;Na een ontmoeting tussen&amp;nbsp;Trump met de Chinese leider Xi Jinping in Zuid-Korea in oktober, meldde het Witte Huis dat Peking had ingestemd om tegen het einde van het kalenderjaar minstens 12 miljoen ton Amerikaanse sojabonen te kopen, plus 25 miljoen ton per jaar in elk van de komende drie jaar. Sinds de overeenkomst kocht china ongeveer 2,8 miljoen ton sojabonen. Volgens analisten heeft China deze belofte tot nu toe echter slechts gedeeltelijk nagekomen, terwijl Peking zich mogelijk op Zuid-Amerika zou blijven richten.</content>
            
            <updated>2025-12-09T16:47:44+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[AVP-uitbraak Catalonië kwam mogelijk uit labo]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/avp-uitbraak-catalonie-kwam-mogelijk-uit-labo" />
            <id>https://vilt.be/58338</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De uitbraak van de Afrikaanse varkenspest in het Spaanse Catalonië, is wellicht afkomstig van een onderzoekscentrum. Dat meldt het Spaanse landbouwministerie aan persagentschap Reuters. Aanvankelijk vermoedden onderzoekers dat de ziekte verspreid werd door besmette voedselresten, maar uit een autopsie bij dode zwijnen blijkt het te gaan om de variant die gebruikt wordt bij vaccinonderzoek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="afrikaanse varkenspest" />
                        <category term="varken" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f59ded5f-bb68-4d40-9de3-14a06da1255f/full_width_varken-zwart-buitenland.jpg</image>
                                        <content>De AVP-uitbraak is een nachtmerrie voor de Spaanse varkenshouderij. Het land is de grootste producent van varkensvlees in de EU. Eind november werden er voor het eerst in decennia besmette wilde zwijnen in de regio rond Barcelona gedetecteerd, maar niemand weet hoe dit is kunnen gebeuren. Catalonië ligt immers een heel eind verwijderd van andere AVP-haarden in Europa. Daarom vermoedden onderzoekers in eerste instantie dat een toerist of vrachtwagenchauffeur het virus via besmette voedingswaren had binnengebracht. AVP is ongevaarlijk voor de mens, maar als iemand bijvoorbeeld een besmet broodje salami achterlaat in de natuur, dan kunnen wilde zwijnen het opeten en het virus krijgen. Twee decennia oude virusstam duikt plots weer opDe broodjestheorie klinkt aannemelijk, maar is niet noodzakelijk correct. DNA-onderzoek bij besmette dieren toont aan dat Spanje getroffen is door een variant gelijkaardig aan de virusstam die in Georgië circuleerde… in 2007. Deze oude virusstam wordt nog steeds in onderzoekslabo’s gebruikt, maar is niet gangbaar in de natuur. De AVP-besmettingen die elders in Europa worden aangetroffen, behoren tot een andere genetische groep. Het Spaanse landbouwministerie sluit dus niet uit dat het virus wel degelijk afkomstig is van een onderzoeksinstelling. “Het onderzoek suggereert immers dat de oorsprong van het virus niet afkomstig is uit andere landen die getroffen worden door AVP.”Welk onderzoekscentrum heeft het virus dan gelekt? Het Spaanse landbouwministerie noemt geen potentiële schuldigen in zijn persstatement, maar Catalaans parlementslid Oscar Ordeig heeft aan Reuters gemeld dat de regio een onderzoek opent naar Cresa, een overheidsinstelling gespecialiseerd in diergeneeskunde. Dit doet onder meer onderzoek naar AVP. Het labo bevindt zich naast de Universiteit UAB in Barcelona en bevindt zich dus ook dichtbij het getroffen gebied. Ordeig liet wel vallen dat er na Cresa mogelijk ook andere labo’s zullen worden onderzocht.Cresa beperkt zich tot een communicatie aan de Spaanse nieuwssite maldita.es, waarin het zegt nog geen bewijs te hebben gevonden dat het aan de bron ligt van dit lek. Virus leidde eerder tot ongeziene crisisDe bijna 20 jaar oude virusstam die we vandaag zien in Catalonië, heeft zich indertijd verspreid naar diverse landen in Oost-Europa, Rusland en de Kaukasus. In 2018 heeft het China bereikt. Als gevolg van dit virus, is de Chinese productie van varkensvlees in 2019 met 27 procent gedaald. Het bezorgde de Chinese varkenssector een trauma dat het niet wil herbeleven.Spanje vreest dat de huidige AVP-uitbraak zijn exportmogelijkheden aanzienlijk zal verminderen. China is voor Spanje een belangrijke afzetmarkt, goed voor bijna 40 procent van de totale Spaanse export naar derde landen. Voorlopig blijft de handelslijn grotendeels open dankzij de erkenning van regionalisering: vlees uit niet-getroffen Spaanse regio’s wordt nog steeds verhandeld.</content>
            
            <updated>2025-12-11T12:10:12+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse Milieumaatschappij over PFAS in kraanwater: "Veilig om te drinken"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kraanwater-is-veilig-om-te-drinken-reageert-vlaamse-milieumaatschappij-op-pfas-cijfers" />
            <id>https://vilt.be/58339</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“Het kraanwater in Vlaanderen is veilig om te drinken”, zo reageert de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) op de bezorgdheden van Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) over PFAS-concentraties in ons drinkwater. Uit cijfers die Schauvliege opvroeg bij Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) blijkt dat één op de vier Vlaamse drinkwaterstalen niet voldoet aan de strengste Europese streefwaarde.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="PFOS" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/04b2a099-a4ec-40f7-a4ed-52b962057dc1/full_width_leidingwater-kraantjeswater.jpg</image>
                                        <content>Afgelopen weekend waarschuwde Groen-parlementslid Mieke Schauvliege dat zowat 24 procent van de Vlaamse drinkwaterstalen in 2024 niet voldeed aan de streefwaarde voor PFAS, een groep moeilijk afbreekbare chemicaliën die in verband worden gebracht met allerhande gezondheidsproblemen.&amp;nbsp;&quot;De cijfers van mevrouw Schauvliege zijn correct, maar moeten wel geduid worden&quot;, klinkt het bij VMM. &quot;De waarde die het Europees voedselveiligheidsagentschap (EFSA) hanteert, ligt extreem laag. Ze ligt vaak tegen de technische detectiegrenzen van de meetmethodes aan.” De milieumaatschappij wijst erop dat de EFSA-streefwaarde zo dicht bij de rapportagegrenzen ligt dat kleine variaties in meetmethodes al tot grote schommelingen in overschrijdingspercentages kunnen leiden. Dat verklaart waarom het aantal EFSA-overschrijdingen in 2024 met 54 procent steeg ten opzichte van 2023, zonder dat er volgens VMM noodzakelijk sprake is van een reële negatieve trend.&amp;nbsp; “Wettelijke norm wordt overal in Vlaanderen gehaald”Ook minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) ontkent de cijfers niet, maar nuanceert wel. De streefwaarde waar Groen naar verwijst, is geen wettelijke norm, maar een doelstelling van EFSA die eigenlijk pas vanaf 2028 van toepassing is en ook dan geen bindende norm zal zijn. “Het is een signaalwaarde, geen gezondheidsalarm”, benadrukt de minister. “De wettelijke norm wordt overal in Vlaanderen gehaald. Elke Vlaming kan met een gerust hart water van de kraan drinken, daar bestaat geen twijfel over.”&quot;Problematiek wordt geminimaliseerd&quot;Schauvliege betreurt dat de minister de problematiek “minimaliseert” en stelt dat de EFSA-richtlijn de enige waarde is “die alle experts aanbevelen om te volgen”. Ze wijst erop dat de Europese streefwaarde 25 keer strenger is dan de huidige Vlaamse wettelijke norm, die volgens haar “een versoepelde politieke norm is die de vervuilende industrie beschermt”. Beschermingsplan drinkwater&amp;nbsp;Hoewel er volgens Brouns geen gezondheidsrisico is, wil hij wel blijven inzetten op kwaliteitsverbetering van drinkwater. Hij kondigt aan dat hij in januari een nieuw drinkwaterplan zal presenteren, met aandacht voor de verdere uitfasering van schadelijke stoffen zoals PFAS.</content>
            
            <updated>2025-12-09T18:07:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Marges in de melkveehouderij blijven positief, maar prijsdaling nog niet achter de rug]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/marges-in-de-melkveehouderij-blijven-positief-maar-bodem-nog-niet-in-zicht" />
            <id>https://vilt.be/58340</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De voorbije maanden staan de melkprijzen flink onder druk. Gemiddeld ontvingen Vlaamse melkveehouders in november ongeveer 42 cent per liter, dat is ruim tien cent minder dan enkele maanden geleden. Ondanks de felle daling blijven de marges voorlopig nog wel positief. “De beschikbare cashflow is gemiddeld nog tien cent per liter”, vertelt Jan Leyten van KBC. De agro-expert voorziet dat de melkprijs de komende maanden verder kan zakken, waardoor het break-evenpoint wel in zicht kan komen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melk" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7769aac5-8dad-4ecc-875e-36460ee7b1cb/full_width_melkvee-uier-melken-robot-1280.jpg</image>
                                        <content>De laatste keer dat melkveehouders zich zorgen maakten over de melkprijs was in de zomer van 2020. In september protesteerde een groep melkveehouders aan de poorten van de Milcobelfabriek in Langemark, toen het melkgeld op 27 cent per liter stond. “De beschikbare cashflow bedroeg op dat moment drie cent per liter. Dat was net genoeg voor de melkveehouder om zichzelf een inkomen toe te kennen, maar er bleef niets over”, vertelt Jan Leyten van KBC.Cashflow als graadmeterIn november 2025 borrelen nieuwe zorgen op, alhoewel de melkveehouderij goede jaren achter de rug heeft. Dat heeft veel te maken met de sterke prijsdaling van de voorbije maanden. Vanaf september is er tien cent van het melkgeld afgegaan. De gemiddelde melkprijs bedroeg in november 42 cent. Volgens Jan Leyten, agro-econoom bij KBC, is er voor de gemiddelde Vlaamse melkveehouder nog geen reden tot paniek. “De beschikbare cashflow op een gemiddeld bedrijf bedraagt op dit moment nog tien cent per liter. We komen gewoon van een zeer hoog niveau.”De beschikbare cashflow, het verschil tussen de reële inkomsten en uitgaven of wat er dus netto overblijft, is volgens de bank de beste graadmeter om de rendabiliteit van een bedrijf of sector uit te drukken. Deze cashflow is op enkele maanden tijd sterk gedaald. Eind vorig jaar, toen de melkprijs nog piekte op 56 cent per liter, bedroeg de cashflow 24 cent per liter. In september bedroeg die nog 20 cent. Meer melk op de wereldmarktDe daling van de melkprijs is volgens Leyten vooral te wijten aan een groeiend melkaanbod op de wereldmarkt, gestimuleerd door de hoogconjunctuur van de laatste jaren in de melkveehouderij. Door droogte en slechte ruwvoeropbrengsten was er vorig jaar minder productie in Nieuw-Zeeland. Daarnaast had de Verenigde Staten vorig jaar te kampen met een productiedaling door de gevolgen van vogelgriep. In Europa had het blauwtongvirus een negatief effect op de productie. “Deze externe factoren zijn nu weggeëbd, waardoor deze belangrijke zuivelproducenten aanzienlijk meer melk leveren dan vorig jaar”, aldus Leyten.De agro-expert wijst ook op de negatieve gevolgen van de handelsoorlog tussen Amerika en China. Hierdoor zijn de afzetmogelijkheden van Amerikaanse zuivelproducten in China gedaald en wordt er massaal gedumpt op de wereldmarkt. Zuivelnoteringen blijven dalenAlhoewel de marges nog altijd positief zijn, zou dat op termijn kunnen veranderen. Op basis van de prijzen op de spotmarkt en de zuivelnoteringen verwacht Leyten namelijk dat de bodem nog niet is bereikt. “De zuivelnoteringen blijven zakken, wat doorgaans pas enige tijd later in de melkprijs verrekend wordt.”Hierdoor zouden op termijn de marges van 2020 geëvenaard kunnen worden. Toen bedroeg de beschikbare cashflow drie cent. Van deze marge moet een melkveehouder ook zijn eigen inkomen financieren. “Neem een gemiddeld bedrijf met één miljoen liter melk per jaar. Met een gemiddelde beschikbare cashflow van drie cent per liter betekent dat een jaarinkomen van 30.000 euro. Dat is zeker niet overdreven veel”, aldus Leyten.De agro-expert blijft desondanks positief over de toekomst van de Vlaamse melkveehouders wat de prijsvorming betreft. “De langetermijnverwachtingen blijven goed. De vraag op de wereldmarkt blijft stijgen en door klimaat- en milieuwetgeving staat het aanbod, in ieder geval in Europa, onder druk”, klinkt het. Kostprijs stijgt met 10 cent op vijf jaarTegenover de inkomsten uit de verkoop van melk van 42 cent per liter staan kosten van ongeveer 36 cent. Ook dat is een forse stijging ten opzichte van 2020. Toen lagen de kosten op een melkveebedrijf nog op zo’n 27 cent en kon de melkveehouder genoegen nemen met een lagere melkprijs. “De kostprijsstijging vond vooral in 2022 plaats. De laatste twee jaar is die vrij stabiel”, aldus Leyten.</content>
            
            <updated>2025-12-12T17:01:34+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europa versterkt controles op voedsel dat de EU binnenkomt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europa-versterkt-controles-op-voedsel-dat-de-eu-binnenkomt" />
            <id>https://vilt.be/58341</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie voert vanaf januari de controles op ingevoerde landbouw- en voedingsproducten, zowel binnen als buiten de EU, aanzienlijk op. Dat heeft Eurocommissaris voor Gezondheid en Dierenwelzijn Olivér Várhelyi aangekondigd. De Commissie belooft ook dat importproducten aan de strengste EU-normen voor gewasbeschermingsmiddelen moeten voldoen, zodat EU-boeren niet benadeeld worden door import die onder lagere veiligheidsnormen is geproduceerd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/af120e20-c0ad-45ae-863a-640dc2ea1846/full_width_haven-cargo-container-handel-export.jpg</image>
                                        <content>De Commissie wil de audits in derde landen de komende twee jaar verdubbelen. Ook het aantal controles aan Europese grensposten, vooral havens, stijgt met een derde. Zo moet worden gegarandeerd dat de lidstaten hun grenscontroles uitvoeren volgens de Europese standaarden. Daarnaast komt er een EU-taskforce die de effectiviteit van deze controles moet verbeteren, met speciale aandacht voor illegale pesticideresiduen, de veiligheid van voedsel en diervoeder en dierenwelzijnsnormen.“Als ’s werelds grootste handelaar in levensmiddelen moet de EU ervoor zorgen dat elk dierlijk, plantaardig of ander voedingsproduct uit derde landen voldoet aan onze strenge gezondheids- en veiligheidsnormen”, aldus Várhelyi. Verder voorziet de Commissie opleidingen voor zo’n 500 medewerkers van nationale autoriteiten die betrokken zijn bij officiële controles.Strenger voor verboden gewasbeschermingsmiddelenDe EU importeert jaarlijks ongeveer 160 miljard euro aan landbouw- en voedingsproducten. De controles moeten verzekeren dat deze producten voldoen aan de Europese normen, die volgens de Commissie tot de strengste ter wereld behoren. Op vraag van Europese boeren past de Commissie de regels aan voor de invoer van producten die sporen bevatten van gevaarlijke bestrijdingsmiddelen die binnen de EU al verboden zijn. Dit garandeert dat de ambitieuze EU-normen geen concurrentienadeel vormen voor onze boeren en de agrovoedingssector De Commissie belooft dat de meest schadelijke gewasbeschermingsmiddelen die in de EU verboden zijn, ook niet via ingevoerde producten op de Europese markt mogen terechtkomen. “Deze versterkte wederkerigheid garandeert dat de ambitieuze EU-normen geen concurrentienadeel vormen voor onze boeren en de agrovoedingssector, terwijl tegelijk wordt voldaan aan de verwachtingen van de consument”, klinkt het.Mercosur-debatDe aankondiging komt op een moment dat de lidstaten en het Europees Parlement zich buigen over het omstreden vrijhandelsakkoord met het Latijns-Amerikaanse Mercosur. Várhelyi, die de maatregelen dinsdag besprak met Europese stakeholders, benadrukte echter dat de nieuwe regels gelden voor alle handelspartners. “We doen dit niet vanwege het debat over Mercosur, of om in te spelen op beweringen die daarover circuleren”, aldus de commissaris.</content>
            
            <updated>2025-12-10T13:30:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Italiaanse keuken erkend als immaterieel cultureel erfgoed door Unesco]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/italiaanse-keuken-erkend-als-immaterieel-cultureel-erfgoed-door-unesco" />
            <id>https://vilt.be/58342</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Verse pasta, smaakvolle sauzen, ambachtelijke olijfolie... De Italiaanse keuken is woensdag opgenomen in het immaterieel cultureel erfgoed van Unesco. Het is een wereldprimeur voor een land dat daarmee zijn toeristische aantrekkingskracht nog verder ziet toenemen. "Deze erkenning eert wie we zijn en onze identiteit”, reageerde premier Giorgia Meloni tevreden. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="erfgoed" />
                        <category term="culinair" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/15f41428-92be-4bb8-8364-25584228e8d0/full_width_pasta-italie-eetcultuur.jpg</image>
                                        <content>De Italiaanse kandidatuur, ingediend in 2023, maakte deel uit van de 68 dossiers die van dinsdag tot donderdag werden beoordeeld door een commissie van de VN-organisatie die in New Delhi bijeenkwam. Woensdag kwam eindelijk het verlossende nieuws voor Italië: de erkenning is een feit. &quot;Koken is cultuur en traditie&quot;Dat is goed nieuws voor de Italiaanse premier Meloni, want haar radicaal-rechtse regering promoot producten “Made in Italy” als onderdeel van haar nationalistische programma. “Voor ons Italianen is koken niet gewoon voedsel of een verzameling recepten. Het is veel meer: het is cultuur, traditie, arbeid, rijkdom,” aldus Meloni.Recent was de Italiaanse minister van Landbouw Fransesco Lollobrigida nog boos op Delhaize toen hij bij een bezoek aan Brussel een pot Belgische carbonarasaus met een Italiaanse vlag op het etiket aantrof bij een supermarktbezoek. &quot;Dit zijn slechts Italiaans klinkende producten die de traditionele recepten niet respecteren. Hij eiste onmiddellijk onderzoek omdat hij van mening is dat de verpakking de consument de verkeerde indruk geeft van de Italiaanse keuken.  Pizzabakken en gastronomische maaltijd al eerder erkendItalië is wereldberoemd om zijn gastronomie, vooral om pasta, pizza en ijs, maar ook om de grote verscheidenheid aan regionale specialiteiten die met eenvoudige, lokale ingrediënten worden bereid. De kunst van het pizzabakken in Napels staat al op de lijst van immaterieel erfgoed van Unesco, net als espresso. Maar deze nieuwe erkenning is breder van scope, omdat ze de Italiaanse keuken als geheel omvat.Ze verschilt ook van die van Frankrijk, de culinaire rivaal van Italië, dat in 2010 de Unesco-erkenning kreeg voor “de gastronomische maaltijd van de Fransen”, bestaande uit vier gangen. Peter Goossens: &quot;Belgische keuken heeft meer diepgang&quot;Belgisch sterrenchef Peter Goossens vindt het terecht dat de Italiaanse keuken die erkenning krijgt. &quot;Het is een zeer typische, fantastische keuken&quot;, zei hij in De Afspraak op VRT Canvas. Hij vindt het ook fantastisch dat Italië er alles aan doet om die erkenning te krijgen. Volgens hem moet we ook in België meer fierheid aan de dag leggen over onze keuken. &quot;We hebben prachtige specialiteiten: chicons au gratin, vol-au-vent, garnaalkroketten of Gentse waterzooi. Dat is allemaal van ons. Zo hebben we wel 50 gerechten&quot;, stelt Goossens. Hij is ervan overtuigd dat de Belgische keuken zelfs nog meer diepgang heeft dan de Italiaanse. De chef-kok vindt dan ook dat er meer moet ingezet worden op het promoten van de Belgische keuken. </content>
            
            <updated>2025-12-10T13:26:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Goede rentabiliteit akkerbouw leidt tot forse verhoging pachtprijzen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/goede-rentabiliteit-akkerbouw-leidt-tot-forse-verhoging-pachtprijzen" />
            <id>https://vilt.be/58343</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De pachtprijs gaat de komende drie jaar flink omhoog. Dat is het gevolg van de nieuwe pachtprijscoëfficiënten die recent zijn onderhandeld in de pachtprijzencommissie. Deze coëfficiënt, vermenigvuldigd met het kadastraal inkomen van een perceel, bepaalt de maximale pachtprijs. De coëfficiënt, die in Vlaanderen gemiddeld met 22 procent stijgt, is onder meer gebaseerd op de rentabiliteit van de akkerbouwteelten, die de voorbije drie jaar zeer hoog lag.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                        <category term="pachtwet" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee3374b9-7dbf-4dc6-8118-3d29cbcb1f2f/full_width_landbouwgrond.jpg</image>
                                        <content>Het is nog wachten op de publicatie in het Staatsblad, maar de pachtprijscoëfficiënten liggen voor de komende drie jaar vast. De pachtprijzencommissie, die bestaat uit vertegenwoordigers van de landeigenaars en de landbouworganisaties, is recent een gemiddelde stijging van 22 procent in Vlaanderen overeengekomen.“In totaal zijn er in Vlaanderen 20 verschillende landbouwstreken bepaald. De procentuele stijging in dure landbouwstreken is wat minder hoog, terwijl de stijging in goedkopere gebieden wat groter is. Op deze manier worden de grote verschillen in pachtprijzen in Vlaanderen wat uitgevlakt”, vertelt Guy Vandepoel, die in het hoofdbestuur van Boerenbond zetelt en samen met ondervoorzitter Lut D&#039;Hondt het dossier opvolgt.Boerenbond en ook ABS hebben beiden een afgevaardigde die in de pachtprijzencommissie over de pachtprijscoëfficiënten onderhandelt. Waar elke provincie vroeger een eigen commissie had, is dat sinds enkele jaren centraal geregeld. In deze centrale commissie hebben&amp;nbsp;vijf&amp;nbsp;pachters/landbouwers en&amp;nbsp;vijf&amp;nbsp;verpachters/grondeigenaars zitting. Iemand van de overheid zit de commissie voor.Rentabiliteit bepaalt mede de pachtprijsDe pachtprijscoëfficiënt wordt bepaald aan de hand van evoluties in de grondprijs en evoluties in de rentabiliteit van de grondgebonden landbouwssectoren. Omdat er geen nauwkeurige statistiek over de grondprijzen bestaat en omdat deze prijs van veel factoren afhankelijk is, is de rentabiliteit vaak leidend in de discussie in de commissie. “De rentabiliteit van de voorbije drie jaar wordt vergeleken met de drie jaren daarvoor”, verduidelijkt Vandepoel.Hij preciseert dat vooral de rentabiliteit van de akkerbouwgewassen wordt meegenomen. Er wordt geen rekening gehouden met de rendabiliteit in de intensieve veesectoren. “Op vraag van de pachters werd ook de inkomensevolutie in de melkveesector slechts beperkt doorgerekend. Intensieve melkveebedrijven hun rendement wordt immers steeds minder bepaald door de productiviteit van grond”, klinkt het. Op vraag van de pachters werd de inkomensevolutie in de melkveehouderij slechts beperkt doorgerekend. Het rendement in die sector wordt immers steeds minder bepaald door de productiviteit van grond Ondanks deze correcties bleek de stijging van het inkomen nog steeds aanzienlijk. Aardappel-, bieten- en ook graantelers kenden immers goede jaren. Door te wijzen op de grote impact van externe invloeden zoals de oorlog in Oekraïne en extreme droogte konden de pachters-onderhandelaars de rentabiliteitsstijging nuanceren. “Ook hebben we gewezen op de huidige conjunctuur, die natuurlijk veel slechter is dan de referentieperiode”, stelt ondervoorzitter D&#039;Hondt.Hierdoor is de pachtprijsstijging volgens Boerenbond nog relatief beperkt gebleven. “De hoogste en laagste waarden zijn niet meegenomen in de berekening”, vertelt hij over de berekeningsmethodiek. Hij erkent dat het om een forse stijging gaat, maar dat ook de verpachters eisen hadden en ook zij inflatie ervaren. “Het moet ook voor hen interessant blijven om te verpachten.” Pachtprijs ligt nog relatief laagJan Leyten, agro-econoom van KBC Bank, zegt hierover dat grondeigenaars met verpachting slechts een beperkt rendement op hun grond behalen en dat de pachtprijzen in Vlaanderen, in vergelijking met bijvoorbeeld Nederland, relatief laag liggen. “Stel dat iemand&amp;nbsp;20 à 30&amp;nbsp;jaar geleden grond aan 30.000 euro heeft gekocht. Als hij dat nu verpacht aan&amp;nbsp;390&amp;nbsp;euro, dan is het rendement van zijn investering maar&amp;nbsp;ongeveer&amp;nbsp;1 procent. Als je nu grond koopt voor 100.000 euro en die verpacht, is het rendement te verwaarlozen.”Behalve voor gronden werden ook pachtprijscoëfficiënten voor gebouwen vastgesteld. Voor gebouwen werd de evolutie van de inflatie meegenomen, wat resulteerde in een stijging van één keer (+11,58%) of anderhalve keer de index (+17,37%) om ook voor gebouw de verschillen in pachten tussen landbouwstreken kleiner te maken. “Dit lijkt een forse stijging, maar wordt gerechtvaardigd door de sterke stijging van de grondprijzen”, aldus Vandepoel. “Indien de pachtprijzen de grondprijs niet volgen, is geen enkele eigenaar straks nog bereid om te verpachten. Bovendien zijn de betaalde pachten in het forfaitair systeem fiscaal aftrekbaar”, benadrukt hij.De nieuwe pachtprijscoëfficiënten zijn geldig vanaf tien dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad (gepland op 12 december 2025) voor een periode van drie jaar. De nieuwe coëfficiënten gelden voor de pachtprijzen die vervallen vanaf die datum. “Daar vallen de kerstdagpachten die binnenkort opeisbaar zijn al onder”, benadrukt hij. Groot verschil tussen regio&#039;s met Kempen als koploperAlhoewel de pachtprijscoëfficiënt in dure landbouwgebieden minder steeg dan in goedkopere gebieden, blijft het verschil groot. Zo ligt de coëfficiënt het hoogst in de Kempen, in Vlaams-Brabant en Limburg, met 17,13. In de polders van West-Vlaanderen ligt de coëfficiënt het laagst, met 5,88. Vaak werden aan de landbouwstreken met hoge coëfficiënten in het verleden lagere kadastrale inkomens toegekend, zodat het verschil enigszins wordt uitgevlakt.</content>
            
            <updated>2025-12-11T21:17:02+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Trendbreuk in Antwerps landbouwbeleid: Vooruit trekt nieuwe lijn, cd&v reageert kritisch]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/trendbreuk-in-landbouwbeleid-provincie-antwerpen" />
            <id>https://vilt.be/58344</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De deputatie van de provincie Antwerpen heeft deze week het meerjarenplan voor de periode 2026–2031 voorgesteld. Volgens gedeputeerde van Landbouw Jinnih Beels (Vooruit) is er sprake van een “trendbreuk”, waarbij de “landbouwer opnieuw centraal staat” en er aandacht is voor een evenwicht tussen ecologie en economie. Beels is niet langer bevoegd voor plattelandsbeleid, dat is losgeweekt van het landbouwbeleid. Oppositiepartij cd&amp;v reageert kritisch.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="landbouw" />
                        <category term="Antwerpen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b2265c22-c702-408d-b75e-eeb5b6244bb7/full_width_jan-de-haes-en-jinnih-beels.jpg</image>
                                        <content>Bij de presentatie van het meerjarenplan voor de periode 2026–2031 sprak Antwerps gedeputeerde van Landbouw Jinnih Beels over een “trendbreuk” in het landbouwbeleid. “Voor het eerst in 30 jaar wordt het landbouwbeleid in deze provincie niet vanuit een traditionele landbouwpartij (cd&amp;amp;v, red.) gevoerd. Dat wil zeggen dat ik met een redelijk onbevangen blik deze bevoegdheid kon vastpakken, wat zich dan ook vertaalt in de richting van het beleid dat ik de komende jaren wil voeren”, klinkt het.Volgens de provincie ontwikkelt men een landbouwbeleid waarin de landbouwer opnieuw centraal staat. “Er is aandacht voor evenwicht tussen ecologie en economie”, klinkt het. “Innovatie en onderzoek blijven daarbij leidend. Met onderzoekscentra zoals de Hooibeekhoeve en het Proefbedrijf Pluimveehouderij, versterken we allerlei oplossingen die direct toepasbaar zijn op het terrein.”Ruim half miljoen extra naar LandbouwBeels slaagde erin ruim een half miljoen euro extra binnen te halen voor landbouw in vergelijking met de vorige legislatuur. De belangrijkste uitgaven zijn de werkingsmiddelen. Deze blijven behouden op 523.000 euro. De dotatie voor het Praktijkcentrum Pluimveehouderij blijft liggen op 1,7 miljoen euro, maar de Hooibeekhoeve krijgt er 400.000 euro bovenop en komt uit op 1,4 miljoen euro. Ook wordt de dienst Landbouw van de provincie met één voltijdse functie uitgebreid. Landbouw telt opnieuw mee. Ik heb de indruk dat deze bevoegdheid de afgelopen jaren een beetje stiefmoederlijk behandeld is geweest Daarnaast wil de gedeputeerde nog middelen vrijmaken voor de aankoop van strategische landbouwgronden, bijvoorbeeld voor onderzoek. “Dat bedrag ligt nog niet vast, maar met die middelen erbij gaan we vlot boven een half miljoen extra richting landbouw”, klinkt het.Kritiek van cd&amp;amp;vDe aankondiging van de meerjarenplannen kon op de nodige kritiek rekenen van cd&amp;amp;v, dat lange tijd de landbouwlijntjes uitzette in de provincie met 1,9 miljoen inwoners. Vooral het feit dat het plattelandsbeleid is losgeweekt van het landbouwbeleid en onder de nieuwe dienst Lokale Besturen valt, schoot bij de partij in het verkeerde keelgat. “Het plattelandsbeleid wordt geschrapt, opzijgeschoven en elke vorm van sociaal beleid wordt geweerd. Het platteland wordt zo het vergeten land”, reageert fractieleider Wendy Weckhuysen.Zij wijst onder meer op het feit dat het budget van de zogenaamde Leader-projecten gehalveerd werd. “Die projecten genereren normaal gezien Europese fondsen voor een leefbaar platteland.” De vroegere focus op landbouw binnen het plattelandsbeleid was beperkt en de meerwaarde voor de sector was eveneens beperkt Volgens Vooruit is de kritiek onterecht en betekent het onderbrengen van het plattelandsbeleid bij een andere dienst niet dat dit domein genegeerd wordt. Beels verklaart: “De vroegere focus op landbouw binnen het plattelandsbeleid was beperkt en de meerwaarde voor landbouw en landbouwers was eveneens beperkt. Uit een analyse van onze administratie blijkt dat maar zo’n 100.000 euro effectief naar landbouwgerelateerd beleid ging. Die beperkte middelen worden vandaag ruimschoots gecompenseerd door de bijkomende investeringen die we als provincie doen in landbouw”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-12-10T20:32:54+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vergunningen en vrijloopkraamhokken centraal op Trefdag VarkensAcademie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/toekomstgerichte-varkenshouderij-centraal-op-trefdag-varkensacademie" />
            <id>https://vilt.be/58345</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De elfde editie van de Trefdag VarkensAcademie lokte meer dan 200 geïnteresseerden naar infosessies rond actuele sectoruitdagingen en een toekomstbestendige varkenshouderij in Vlaanderen. Vooral de&nbsp;sessies rond vergunningen en vrijloopkraamhokken&nbsp;kregen veel belangstelling. Het jaarlijkse kennis- en netwerkmoment voor West-Vlaamse varkenshouders is een initiatief van de provincie West-Vlaanderen en Inagro.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="jonge boeren" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a3e5e7c3-5ae4-4a3d-a674-86537e888d90/full_width_efficientie-in-de-stal-varkens-inagro.jpg</image>
                                        <content>De Trefdag VarkensAcademie bracht zo’n 240 varkensboeren en geïnteresseerden samen voor infosessies en een netwerkmoment voor kennisuitwisseling. In zijn welkomstwoord benadrukte West-Vlaams gedeputeerde voor Landbouw Bart Naeyaert (cd&amp;amp;v) dat goed geïnformeerd blijven essentieel is in een wijzigende regelgeving.&amp;nbsp;“Als varkenshouder sta je meer dan ooit op een kruispunt richting 2030. Het is belangrijk dat je correcte informatie krijgt, maar even belangrijk is ervaringen uitwisselen met collega’s en praten met experts”, aldus Naeyaert. “Handvatten om bedrijf toekomstgericht te maken”Deze 11de editie was&amp;nbsp;volledig volzet en trok volgens de organisatie opvallend veel jonge varkensboeren die hun bedrijf toekomstgericht willen maken. De Vlaamse varkenshouderij staat immers voor enkele economische, ecologische en maatschappelijke uitdagingen. Zo moet de sector tegen 2030 stevig ammoniakreducties realiseren (onder meer via AEA-stallen of inkrimping), wat hoge investeringskosten vraagt en voor veel bedrijven de toekomst onzeker maakt.“De Trefdag VarkensAcademie bevestigt dat varkenshouders actief op zoek zijn naar informatie om hun&amp;nbsp;bedrijf toekomstklaar&amp;nbsp;te&amp;nbsp;maken. Nieuwe normen, strengere regelgeving en investeringen richting 2030 zorgen ervoor dat veel ondernemers duidelijke handvatten zoeken om de juiste keuzes te maken”, klinkt het bij de initiatiefnemers. Vergunningen: klaar zijn voor 2030Met het oog op de deadline van 2030 bood&amp;nbsp;‘Vergunning onder de loep’ een&amp;nbsp;overzicht van de actuele regelgeving: VLAREM-rubrieken en afstandsregels, het stikstofdecreet, het geurkader en erkende emissiereducerende maatregelen. Een rekenvoorbeeld vertaalde wat het stikstofdecreet concreet betekent voor een varkensbedrijf. Hierbij geldt de centrale vraag: welke varkensboer moet vóór 30 september 2029 zijn omgevingsvergunning vernieuwen?&amp;nbsp;Het stikstofdecreet verplicht immers een emissiereductie van 60 procent voor varkens uit niet-ammoniakemissiearme stallen. Ook bedrijven met een vergunning van onbepaalde duur moeten hun PAS-referentie respecteren en dus tijdig actie ondernemen. Inagro organiseert op 15 januari een extra infosessie rond aanvragen en aanpassen van vergunningen. Varkensboeren kunnen vooraf hun vragen insturen en krijgen concrete handvatten om hun dossier voor te bereiden. Vrijloopkraamhokken: investeren met toekomstvisieDe tweede populaire sessie draaide rond&amp;nbsp;vrijloopkraamhokken, kraamverblijven waarin zeugen zich vrij kunnen bewegen tijdens het werpen en zogen. Volgens Inagro is deze infosessie vooral interessant voor wie nieuwe kraamstallen plant. “Wettelijke verplichtingen zijn nog niet van kracht, maar toekomstige&amp;nbsp;dierenwelzijnsnormen&amp;nbsp;maken het verstandig om nu al vooruit te denken”, klinkt het.&amp;nbsp;De voordracht gaf een inkijk in de verschillende systemen&amp;nbsp;die vandaag in de praktijk bestaan, waarbij ook het concept familiekraamhokken werd besproken. Naast vergunningen en vrijloopkraamhokken, werden ook infosessies gegeven rond water- en voermanagement en diergezondheid.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-12-10T20:55:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond tevreden dat regering stekker uit federale leerrekening trekt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-tevreden-dat-regering-stekker-uit-federale-leerrekening-trekt" />
            <id>https://vilt.be/58346</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op 1 januari 2026 verdwijnt de federale leerrekening definitief. Daar is het federale kernkabinet het woensdag over eens geraakt. Er komt een individuele leerrekening in de plaats. Boerenbond is tevreden met de schrapping, want ook voor de landbouwsector zou deze federale leerrekening een gigantische impact hebben gehad.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8cabee41-581f-43b3-a3e7-e68160a8889f/full_width_seizoensarbeiders-peren.jpg</image>
                                        <content>De Federal Learning Account of FLA is nog een erfstuk van de vorige regering: de hervorming maakte deel uit van de arbeidsdeal die Vivaldi in 2022 sloot. Sinds 2024 hebben werknemers daardoor elk recht op vijf opleidingsdagen per jaar. Om dat te kunnen controleren moeten ondernemingen de opleidingsmomenten in principe registreren in de digitale leerrekening.Individuele leerrekening vanaf 2027Alleen zagen veel ondernemers de verplichting vooral als extra administratieve rompslomp. De Kamer, waar de Arizona-meerderheid intussen aan zet is, stelde de invoering van de leerrekening daarom al drie keer uit. Minister van Werk David Clarinval (MR) kreeg de opdracht om de tool helemaal af te schaffen en op zoek te gaan naar een minder belastend systeem.Het kernkabinet heeft daar woensdag een akkoord over bereikt. Vanaf 1 januari verdwijnt de federale leerrekening definitief.&amp;nbsp;In de plaats komt er vanaf 1 januari 2027 een individuele leerrekening. Die tool zal losstaan van de werkgevers en burgers toelaten om zelf hun opleidingen en attesten te registreren. &quot;Administratieve draak&quot;Boerenbond reageert positief op die beslissing. “We zien dit als een goed signaal van de federale regering dat het hen menens is met de aanpak van de administratieve rompslomp”, zegt voorzitter Lode Ceyssens. Volgens hem zou de federale leerrekening tot gevolg hebben gehad dat alle formele opleidingen, zoals fytolicentie of rijbewijs G, maar ook informele opleidingen, bijvoorbeeld over de werking van machines of over veiligheidsregels, voor elke werknemer afzonderlijk moesten geregistreerd worden.De regeling zou niet alleen gelden voor vaste werknemers, maar ook voor seizoenarbeiders. “Dat zou leiden tot volstrekt onwerkbare bijkomende administratieve last voor werkgevers”, aldus Ceyssens. “We hebben dan ook samen met de andere werkgeversorganisaties steeds voor gepleit om deze administratieve draak af te schaffen.” &amp;nbsp;Wel blijft Boerenbond waakzaam dat de verplichten die deze federale leerrekening met zich meebracht niet via een omweg worden ingevoerd.</content>
            
            <updated>2025-12-10T17:57:00+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voorstel tot vereenvoudiging milieuregels: Commissie wil stresstest voor Vogel- en Habitatrichtlijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voorstel-tot-vereenvoudiging-milieuregels-commissie-wil-stresstest-voor-vogel-en-habitatrichtlijn" />
            <id>https://vilt.be/58347</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie heeft woensdag een reeks vereenvoudigingen in de milieuwetgeving op de tafel gelegd, die de administratieve lasten moeten verminderen voor boeren en bedrijven en zo jaarlijks een miljard euro aan besparingen moeten opleveren. Er komt onder meer een stresstest voor de Vogel- en Habitatrichtlijn en in 2027 wordt de Kaderrichtlijn Water onder de loep genomen. "We vereenvoudigen de toepassing van de wetgeving, terwijl we onze hoge ambities op vlak van het milieu behouden", verzekerde vicevoorzitter van de Europese Commissie Teresa Ribera.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c3bfd14e-22b9-4097-bc9b-e144ebfb5e29/full_width_natuurgebied.jpg</image>
                                        <content>Minder rapportering en snellere vergunningenDe Europese Commissie heeft van de vereenvoudiging van de wetgeving één van haar speerpunten gemaakt deze legislatuur. Ze komt nu met haar achtste omnibuspakket, waarin ze &quot;gerichte wetswijzigingen&quot; voorstelt om de &quot;administratieve lasten te verminderen en de competitiviteit en weerbaarheid van de EU te versterken, en tegelijkertijd de groene groei te stimuleren&quot;.&amp;nbsp;Ze stelt onder meer voor om vergunningsprocedures te versnellen en bepaalde rapporteringsverplichtingen te schrappen voor landbouwers en bedrijven als de lidstaten die informatie kunnen doorspelen aan de Commissie. Bedrijven moeten hun uitstoot ook niet meer rapporteren per installatie, maar enkel hun totale uitstoot.&amp;nbsp; Stresstest voor Vogel- en HabitatrichtlijnDe Europese Commissie wil komend jaar ook een stresstest uitvoeren op de Vogel- en Habitatrichtlijn, “rekening houdend met klimaatverandering, voedselzekerheid en andere ontwikkelingen”, klinkt het ook. Op grond van deze richtlijn zijn in Europa de Natura 2000-gebieden aangeduid, die bijvoorbeeld een belangrijke rol spelen in het stikstofbeleid. De Kaderrichtlijn Water zou in 2026 worden aangepast.De Commissie wil ook een centraal aanspreekpunt per lidstaat dat milieubeoordelingen “gestroomlijnd” kan afhandelen en wil vergunningsprocessen versnellen voor toekomstige strategische projecten. Ze wil ook de databank voor informatie over zorgwekkende stoffen (SCIP) schrappen die &quot;zeer belastend is en weinig efficiënt&quot; is en wil bedrijven minder tussentijdse deadlines opleggen om te rapporteren over hun milieu-impact. “Aanpassen aan veranderende wereld”&quot;We blijven ons inzetten voor de Green Deal, die onze toekomst beschermt en onze bedrijven een competitief voordeel geeft. Maar we moeten ons ook aanpassen aan snel veranderende wereld&quot;, zei Eurocommissaris voor Milieu Jessika Roswall. In totaal moeten de aangepaste regels een miljard euro aan besparingen op vlak van administratie opleveren.De Commissie spreekt van een belangrijke eerste stap, en wijst erop dat ze in komende jaren geleidelijk aan de volledige EU-wetgeving aan stresstests zal onderwerpen, met het oog op een vereenvoudiging ervan.&amp;nbsp; Wetgeving die gemaakt is op basis van wetenschappelijke studies en impactanalyses, wordt nu uitgekleed onder druk van rechts en lobbyisten Het Europees Parlement en de lidstaten moeten zich nog over het voorstel uitspreken. Eerder deze week bereikten zij nog een akkoord over het eerste omnibus-voorstel dat de Commissie op de tafel had gelegd, waarin ze onder meer een herziening van de zorgplichtwet had voorgesteld. Het uiteindelijke akkoord ging een stuk verder dan het voorstel van de Commissie, onder meer door steun van extreemrechts in het parlement.&amp;nbsp;&quot;Milieuwetten worden uitgekleed&quot;De socialistische Ribera, die onlangs nog uithaalde naar de &quot;Trumpistische&quot; trend van deregulering binnen de EU, benadrukte dat de Commissie belangrijke milieuwetten - zoals de natuurherstelwet - buiten schot laat en tegelijk een adequaat antwoord wil bieden op de vraag van de bedrijven en de boeren om de wetgeving te vereenvoudigen. En ze zegt er vertrouwen in te hebben dat het parlement en de lidstaten &quot;die inschatting zullen respecteren&quot;.Europarlementslid Sara Matthieu (Groen) laakt in een reactie dat de Commissie de milieuwetten &quot;simpelweg uitkleedt. &quot;Transparantie over gevaarlijke stoffen in onze producten verdwijnt, het water- en energieverbruik van megastallen verdwijnt uit beeld en versnelde vergunningen maken natuurbescherming ondergeschikt&quot;, zegt ze. &quot;Wetgeving die gemaakt is op basis van wetenschappelijke studies en impactanalyses, wordt nu uitgekleed onder druk van rechts en lobbyisten.&quot; “Milieuregels bemoeillijken investeringen in vergroening”Wouter Beke (cd&amp;amp;v) benadrukt dan weer dat milieuregels essentieel zijn, maar dat ze in de praktijk &quot;werkbaar en proportioneel&quot; moeten blijven. Zo staat de landbouwsector al onder druk door de vergrijzing en geopolitieke onzekerheden, terwijl &quot;ze botst &amp;nbsp;tegen complexe Europese milieuregels die investeringen in de toekomst bemoeilijken, zelfs wanneer die bijdragen aan meer duurzaamheid&quot;. Volgens Beke voelen boeren in Vlaanderen en Nederland dat het systeem kraakt. “Als we dit willen keren, moet Europa werk maken van regelgeving die ambitieus is, maar ook haalbaar en uitvoerbaar. Boeren staan klaar om te investeren en te vergroenen, maar ze Europa moet ze ook die kans geven.”De cd&amp;amp;v’er is dan ook tevreden dat de Commissie stappen zal ondernemen om de nitraatrichtlijn te herbekijken en ondersteuning te bieden bij de implementatie van de natuurherstelwet. “Het is bovendien erg positief dat de Commissie nu ook eindelijk de impact van de Habitat- en Vogelrichtlijn op voedselzekerheid en economische ontwikkeling onderzoekt. Als de evaluatie aantoont dat de huidige regels de ontwikkeling van landbouw en ondernemingen te sterk afremmen, dan moet Europa bereid zijn om bij te sturen en de wetgeving werkbaarder te maken”, besluit Beke.Boerenbond: “Problemen worden erkend, aanpak ontbreekt”Ook Boerenbond reageert op het achtste omnibuspakket, maar die reactie klinkt lauw en afwachtend. “Dit voorstel bevat een aantal goede intenties, de problemen worden tenminste al erkend, maar we missen nog aanpassingen die de wetgeving deblokkeren”, zegt voorzitter Lode Ceyssens. De vereenvoudiging in het kader van de richtlijn rond industriële emissies en de voorgestelde stresstest van de Kaderrichtlijn Water en de Habitat- en Vogelrichtlijn krijgen steun van de landbouworganisatie. Dat er ook ondersteuning komt in het kader van de natuurherstelwet en dat de Commissie werk wil maken van een betere en innovatieve inzet van dierlijke mest, kunnen ook op goedkeuring rekenen. Door rechtspraak en juridische interpretaties komen we in wetgeving terecht die allang het doel niet meer dient maar, zoals met het stikstofdecreet, onze landbouwers elk toekomstperspectief ontneemt Maar toch blijft Boerenbond op zijn honger zitten. “We hebben geen nood aan het verplaatsen van punten en komma’s, maar een fundamenteel debat dat echt leidt tot aanpassingen en vereenvoudigingen”, benadrukt Ceyssens. “Vandaag zien we dat, onder meer door interpretaties ten gevolge van rechtspraak, de regeldruk gigantisch is toegenomen en er een blokkering is van vergunningverlening en dus ook van verdere verduurzaming en de noodzakelijke generatiewissel. Door rechtspraak en juridische interpretaties komen we in wetgeving terecht die allang het doel niet meer dient maar, zoals met het stikstofdecreet, onze landbouwers elk toekomstperspectief ontneemt.”Ceyssens roept de Commissie op om de daad bij het woord te voegen en de landbouwsector écht als prioritaire sector te benaderen. “Onze boeren hebben&amp;nbsp;nood aan echte administratieve vereenvoudiging en vooral een rechtszeker vergunningenbeleid zodat ze hun bedrijven verder kunnen moderniseren, innoveren, verduurzamen om ze klaar te maken voor de volgende generatie. De slechte Europese regelgeving is trouwens één van de redenen waarom er volgende week donderdag een protest plaatsvindt in Brussel.”</content>
            
            <updated>2025-12-10T19:05:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ravels en Merksplas schakelen bodemdeskundige in zaak van afvalfraude]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ravels-en-merksplas-schakelen-bodemdeskundige-in-zaak-van-afvalfraude" />
            <id>https://vilt.be/58348</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De lokale besturen van Ravels en Merksplas hebben een bodemdeskundige ingeschakeld. Dat schrijven de gemeenten donderdag in een persbericht. De streek is al een paar weken in de ban van een afvalschandaal waarbij tonnen afvalstoffen gedumpt zijn op Kempense landbouwgrond.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="afval" />
                        <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/14e6ac1d-fc96-4e36-9ce3-80d8d905319b/full_width_bodemstaal-staalname.jpg</image>
                                        <content>Op 21 oktober viel de politie binnen op adressen in de Kempense gemeenten Baarle-Hertog, Merksplas en Ravels. De zes verdachten die daarbij werden opgepakt waren mannen van 32, 33, 33 en 64 jaaren twee vrouwen van 63.&amp;nbsp;Zij worden ervan verdacht industrieel zout, chemicaliën, asbesthoudend bouwpuin en zelfs drugsafval in en op de bodem gedumpt te hebben.In dat kader werden enkele weken geleden al graafwerken uitgevoerd in Ravels en Merksplas door de civiele bescherming in opdracht van de federale gerechtelijke politie en de omgevingsinspectie. Maar, de resultaten van de analyses vallen onder gerechtelijke geheimhouding en zijn nog niet aan de gemeenten overgemaakt. &quot;Het is op dit moment ook niet bekend wanneer deze resultaten zullen worden meegedeeld&quot;, klinkt het bij de gemeentebesturen.&amp;nbsp; Wachten op analyseresultatenNu de sites alvast zijn vrijgegeven door de onderzoeksrechter, hebben Ravels en Merksplas, in overleg met de omgevingsinspectie en OVAM, besloten een bodemdeskundige aan te stellen. &quot;Dit &amp;nbsp;onderzoek brengt de aard en verspreiding van de vervuiling in kaart&quot;, klinkt het in het persbericht. &quot;Het is belangrijk te benadrukken dat wij pas concrete stappen kunnen ondernemen zodra de officiële analyseresultaten beschikbaar zijn. Zonder deze resultaten is het onmogelijk om de aard, omvang en risico&#039;s van de vervuiling correct in te schatten en passende maatregelen te nemen.&quot; Over de verdeling van de kosten wordt nog verder overlegd met OVAM.De afvalstoffenmaatschappij heeft zich volgens minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) burgerlijke partij gesteld in deze zaak. Ook het Vlaams Gewest beraadde zich over een gelijkaardige stap. De minister riep de betrokken gemeenten alvast op om hetzelfde te doen. Want als de grond gesaneerd moet worden, dan kan dat de gemeenschap miljoenen kosten.</content>
            
            <updated>2025-12-11T13:53:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Melkveehouders Bart en Marijke van het Koeweidehof zijn Klimaatkoploper 2025]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/melkveehouders-bart-en-marijke-van-het-koeweidehof-zijn-klimaatkoploper-2025" />
            <id>https://vilt.be/58349</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bart Vanderstraeten en Marijke d’Hertefelt van het Koeweidehof in Merchtem zijn uitgeroepen tot ‘Klimaatkoplopers 2025’. Hun melkveebedrijf overtuigde de vakjury met een unieke mix van innovatie, duurzaamheid en sterke lokale verankering. Met een mini-melkfabriek en hun eigen zuivelmerk ‘Oh!Lait’ zetten ze volop in op de korte keten. Daarnaast draait het Koeweidehof volledig op duurzame energie dankzij 600 zonnepanelen en een pocketvergister die mest omzet in elektriciteit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="duurzaam" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="groene energie" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/efc958d9-52f6-468c-8e1b-08afa530e7ca/full_width_klimaatkoplopers-2025.png</image>
                                        <content>Bart en Marijke zijn de trotse winnaars van de Klimaatkoploper 2025, een tweejaarlijkse wedstrijd georganiseerd door Boerenbond, Cera en KBC. Het landbouwkoppel mag zich een jaar lang klimaatambassadeur van de land- en tuinbouw noemen. De vakjury bekroont het moderne melkveebedrijf voor de innovatieve technieken en de bijdrage aan een duurzame, klimaatvriendelijke sector. “We runnen ons bedrijf altijd met de insteek om iets positiefs te veranderen. Ons jarenlange werk wordt nu beloond”, klinkt het bij de nieuwe Klimaatkoplopers. “Duurzaamheid verweven in de hele bedrijfsvoering”Volgens juryvoorzitter en VRT-weerman Bram Verbruggen stak het Koeweidehof er bovenuit omdat Bart en Marijke de klimaatimpact van hun volledige bedrijfsvoering het meest doordacht benaderden. “Alle finalisten zijn koplopers binnen hun sector en blinken uit op vele vlakken: een duurzaam verdienmodel, inzetten op onderzoek en innovatie, hernieuwbare energie, slim omgaan met water, een gezonde bodem, de teeltkeuze, enz. Het was een moeilijke beslissing, maar bij Bart en Marijke zagen we een totaalplaatje, gecombineerd met een grote lokale impact en sterk ambassadeurschap.” Bram Verbruggen werd bijgestaan door Jonas Vandicke, coördinator van het Expertisecentrum Landbouw en Klimaat binnen ILVO,&amp;nbsp;Georges Van Vankeerberghen, voormalig ondervoorzitter van Boerenbond en&amp;nbsp;Joeri Deuninck, socio-economisch expert bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Korte keten en eigen zuivelmerkOp het Koeweidehof worden brede begrippen als duurzaamheid en innovatie heel concreet. Sinds 2024 staat naast de melkveestal een ‘Orbiter Lely’, een innovatieve mini-zuivelfabriek die de geproduceerde melk automatisch verwerkt tot verse hoeveproducten. Bart en Marijke zijn met dit type installatie pioniers in Vlaanderen.“Na het melken wordt de melk nu onmiddellijk verwerkt en verpakt tot onze eigen verse zuivelproducten”, legt Marijke uit. De yoghurt, verse melk en ijskoffie brengen ze onder het eigen merk ‘Oh!Lait’ op de markt. Ze verkopen die via een verkoopsautomaat, maar ook aan lokale supermarkten en Brusselse koffiebars. Dankzij deze verbreding houden ze hun CO₂-voetafdruk zo laag mogelijk. “We leveren veel inspanningen om ons verhaal naar de consument te brengen. Met Oh!Lait kunnen we daar een tastbaar, eigen product aan koppelen”, vertelt Bart. Energie uit mest, zon en slimme technologieDuurzaamheid zit in alle keuzes op het Koeweidehof verweven. De energievoorziening is volledig hernieuwbaar. De mest van de koeien dient als energiebron: een pocketvergister zet biogas (methaan) om in groene stroom. Door het vergistingsproces ontstaat ook digestaat in vloeibare en droge vorm. Het vloeibare digestaat wordt gebruikt als natuurlijke meststof, het droge als strooisel voor de ligbedden van de koeien. Daarnaast beschikt het bedrijf over 600 zonnepanelen en een batterijsysteem van 250 kWh dat energie opslaat en slim inzet.Het bedrijf wekt zelf voldoende energie op en haalt enkel elektriciteit van het net wanneer de prijzen extreem laag zijn. Een intelligent rekensysteem verdeelt alles optimaal. Automatisatie brengt rust voor boer en koeDagelijks worden 180 koeien gemolken. In de stal werken melk- en voederrobots samen in een geautomatiseerd systeem dat het comfort en de gezondheid van de dieren centraal stelt. De koeien kiezen zelf wanneer ze gemolken worden, krijgen precies de voeding die ze nodig hebben en liggen op een zachte biobedding die automatisch wordt aangevuld.“De automatisatie geeft ons meer ruimte om met mensen te werken,” zegt Marijke. Dat menselijke contact vindt ze onder meer terug in Farmfun, het teambuildingsconcept waarmee ze jaarlijks tot 6.000 bezoekers ontvangen. Jan en Patrick Van der Velpen zijn publiekslievelingNaast de hoofdprijs werd ook een publieksprijs uitgereikt. Die ging naar Jan en Patrick Van der Velpen uit Bierbeek. Zij kregen het grootste deel van de 4.065 stemmen achter hun naam. Al bijna drie decennia lang telen de broers appelen en peren op hun bedrijf. Ze doen dat op een innovatieve manier en gaan daarvoor diverse samenwerkingen aan. Zo pionieren ze onder meer een waterbassin voor de opvang van regen- en drainagewater, druppelirrigatie en lichtdoorlatende zonnepanelen boven (een deel van) de perenbomen.Het bedrijf is deels biologisch gecertificeerd, wat het engagement van Jan en Patrick voor duurzame teeltpraktijken benadrukt. De broers ontvangen ook regelmatig collega landbouwers en kinderen op hun bedrijf om te tonen wat de mogelijkheden zijn om aan energiezuinige en klimaatrobuuste landbouw te doen. Via hun hoevewinkel en via de coöperatie Kort’om Leuven vermarkten ze hun producten via korte keten.</content>
            
            <updated>2025-12-11T15:15:40+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eerste overname gerealiseerd door matchmakingproject van Groene Kring]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eerste-overname-gerealiseerd-door-matchmakingproject-van-groene-kring" />
            <id>https://vilt.be/58350</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landmobiliteit, het matchmakingproject van Groene Kring, heeft zijn eerste overname in de Vlaamse landbouw afgerond. Dankzij de bemiddeling kon Stijn Devriendt (45) de plantenkwekerij van Luc Yde (60) in Wingene overnemen. Bij de officiële bekendmaking van de match kondigde Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v) aan de steun aan het project te verlengen. “Het aantal overnames binnen dezelfde familie daalt sterk. Daarom willen we jonge ondernemers die gemotiveerd zijn om aan landbouw te doen, begeleiden bij een niet-familiale overname.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                        <category term="jonge boeren" />
                        <category term="Groene Kring" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/34079524-da32-4dc7-bd4d-55b1848b1868/full_width_landmobiliteit-groene-kring-brouns.jpg</image>
                                        <content>Landmobiliteit, het begeleidingstraject van de organisatie voor jonge landbouwers Groene Kring, werd in 2023 opgestart en koppelt landbouwers die hun bedrijf willen overdragen met starters die op zoek zijn naar een bestaand bedrijf of een uitbreiding voor hun bedrijf. Het project moet het hoofd bieden aan het probleem van vergrijzing en het gebrek aan opvolgers in de sector.145 overnemers en 69 overlatersSinds de start van het project hebben 145 kandidaat-overnemers zich aangemeld. Daarnaast meldden zich ook 69 landbouwers aan die hun bedrijf willen overdragen. Verschillende partijen werden al met elkaar in contact gebracht en dit jaar is de eerste volledige overname afgerond.&amp;nbsp;Het gaat om de twee jonge tuinbouwers Stijn Devriendt (45) en Nayana Willemyns (25). Zij handelen in tuinplanten en teelden op kleine schaal. Zij zochten mogelijkheden om hun eigen teelt uit te breiden en zo een breder eigen aanbod te hebben voor hoveniers-klanten. Zij stuitten daarbij op het nabij gelegen plantenbedrijf van Luc en Marie-Rose Yde.&amp;nbsp;De familie Yde had in 37 jaar een succesvol sierteeltbedrijf uitgebouwd dat gespecialiseerd is in vaste planten en siergrassen. De drie kinderen van het echtpaar waren niet geïnteresseerd in overname, waardoor de West-Vlamingen zich bij Landmobiliteit meldden. Nadat meerdere overnamekandidaten over de vloer kwamen, viel de keuze uiteindelijk op Stijn Devriendt die al klant was bij het plantenbedrijf.“Landmobiliteit was voor ons het juiste duwtje in de rug. Zij begeleidden de gesprekken, wijzen beide partijen waar ze op moeten letten en verwijzen door naar de juiste kandidaten”, vertelt Devriendt. De 45-jarige sierteler heeft nu zijn eerste maanden erop zitten in het nieuwe bedrijf. “Luc en Marie-Rose springen regelmatig nog bij”, vertelt hij.&amp;nbsp; Veel nieuwe aanmeldingenEline van Dijk, projectmedewerker van Landmobiliteit, en Justine Arkens, voorzitter van Groene Kring, reageren enthousiast op de eerste match. “De laatste maanden kregen we veel nieuwe aanmeldingen. Dat toont dat zowel jonge als oudere landbouwers ambitie hebben en kansen willen grijpen om nieuwe landbouwverhalen te creëren”, zegt Arkens.Ook Vlaams landbouwminister Jo Brouns (CD&amp;amp;V) heeft veel vertrouwen in Landmobiliteit en kondigde op het sierteeltbedrijf in Wingene aan om de financiële steun aan het project volgend jaar te verlengen met 50.000 euro. “Met deze bijkomende subsidie is er een stevig vervolg. Zo kunnen nog meer niet-familiale overnames worden begeleid en krijgen jonge land- en tuinbouwers extra kansen om in de mooiste sector van het land een toekomst uit te bouwen.”Volgens Brouns is het belangrijk dat er begeleiding is voor jonge ondernemers. “We moeten de toekomst van de landbouw in Vlaanderen verzekeren. Het aantal overnames binnen dezelfde familie daalt sterk. Daarom willen we jonge ondernemers motiveren en begeleiden”, zegt de minister. “Ondernemen wordt moeilijker, en zeker voor land- en tuinbouw. Het is belangrijk dat we die sector voldoende flexibiliteit en ruimte geven om te blijven ondernemen in Vlaanderen.”</content>
            
            <updated>2025-12-11T16:01:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Natuur en Bos verwerft domein van 190 hectare van privé-eigenaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/natuur-en-bos-verwerft-domein-van-190-hectare-van-prive-eigenaar" />
            <id>https://vilt.be/58351</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft een domein van 190 hectare verworven: La Garenne. Het gaat om een aaneengesloten gebied in de omgeving van Brecht, Schoten en Schilde. Dat meldt het kabinet van Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo&nbsp;Brouns (cd&amp;v)&nbsp;donderdag. De grond werd voor een onbekend bedrag verkocht door een private eigenaar.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="grond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/03f8ae02-820a-4f93-8c02-46a85a30c1ec/full_width_la-garenne-natuurgebied-schoten.jpeg</image>
                                        <content>La Garenne wordt beschouwd als een belangrijke bouwsteen voor natuurherstel. Er zijn tal van bossen, graslanden, poelen, vennen en heide.&amp;nbsp;In totaal gaat het om een natuur- en bosgebied van 163 hectare en 27 hectare agrarisch gebied. Van die 27 hectare is 18 hectare bestaand bos en 9 hectare open terrein dat nu al ecologisch werd beheerd. De gronden zijn vrij van pacht of landbouwgebruik.&quot;Het gebied heeft het potentieel om uit te groeien tot een robuuste natuurverbinding tussen bestaande beschermingszones&quot;, aldus de minister. &quot;Denk aan de bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen, de historische fortengordels en de Schietvelden. Het gebied sluit bovendien aan op het Antitankkanaal.&quot;&amp;nbsp; Natuurbeheerplan wordt opgemaaktHet Agentschap voor Natuur en Bos zal nu voor het gebied een natuurbeheerplan opmaken. “Mits een aangepast beheer zal het bos zo een bijdrage geven aan de nationale bosdoelen en zullen nieuwe Europese habitats zoals droge heide en oude eikenbossen worden gecreëerd”, klinkt het.&amp;nbsp;Tot slot zou La Garenne relevant zijn voor enkele soortenbeschermingsprogramma&#039;s. De aanleg van faunapassages en verbetering van de waterkwaliteit moet voor extra leefgebied zorgen voor bijvoorbeeld otters. De bunkers in La Garenne zijn dan weer gunstig voor de vleermuizen.&amp;nbsp;Het gebied grenst aan de dorpskern van St.-Job in &#039;t Goor en ligt langs tal van wandel- en fietsroutes. Momenteel geldt er een overgangsperiode met een uitdoofbeleid van het huidige grondgebruik. &quot;Dus het kan nog een tijdje duren vooraleer het gebied toegankelijk wordt&quot;, besluit het kabinet van Brouns.</content>
            
            <updated>2025-12-11T14:32:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenprotest in Tienen: burgemeester Holslag haalt oppervlaktetaks van agenda]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tientallen-boeren-protesteren-in-tienen-tegen-nieuwe-gemeentetaks" />
            <id>https://vilt.be/58352</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tientallen boeren hebben donderdagavond met tractoren geprotesteerd voor het gemeentehuis in Tienen. Daar stond de invoering van een nieuwe bedrijfstaks op de agenda van de gemeenteraad. De nieuwe taks zou plaatselijke boeren en ook andere bedrijven duizenden tot zelfs tienduizenden euro’s extra kunnen kosten. Burgemeester Jonathan Holslag (Durf) ging het gesprek aan met de protesterende boeren en liet weten dat de gemeenteraad nog geen beslissing zou nemen over de oppervlaktetaks.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="boerenprotest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/210e9d2c-91d8-4964-925b-fe8e82e3031f/full_width_holslag-melkt-de-boer-leeg-protest-tienen.jpg</image>
                                        <content>Het bestuur van de gemeente Tienen, met politicoloog-professor Jonathan Holslag als burgemeester aan het hoofd, heeft plannen om vanaf 2027 een nieuwe bedrijfsbelasting te innen. Ze willen bedrijven een oppervlaktebelasting aanrekenen van liefst 0,70 euro per vierkante meter. Donderdagavond zou het beleidsplan voor de periode 2026-2031, waarin deze nieuwe belasting is opgenomen, ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.100-tal landbouwbedrijven in TienenBoerenbond, maar ook werkgeversorganisatie Voka, reageren furieus op de plannen. Tienen telt een honderdtal landbouwbedrijven. “Deze ongezien hoge belasting treft de land- en tuinbouwsector in Tienen bijzonder hard”, klinkt het bij de landbouworganisatie die haar schouders onder een boerenprotest zette. &quot;Landbouwbedrijven zijn de facto erg groot qua oppervlakte: met stallen en weiden bijgeteld kom je al snel al 20.000 vierkante meter. Voor sommige boeren hier komt de taks neer op 14.000 euro extra per jaar, ofwel 20 procent van hun inkomen. Dat is ongezien.&quot;, vertelt Els Corbeels, provinciaal secretaris van Boerenbond. Deze nieuwe belasting zorgt voor ongelijkheid ten opzichte van andere landbouwbedrijven buiten Tienen. Dit leidt tot concurrentievervalsing Met de demonstratie op donderdag, waarbij met veel protestborden de bekende burgemeester geviseerd werd, wilden de boeren de gemeenteraadsleden van Tienen oproepen om het belastingreglement voor bedrijven niet goed te keuren. “Deze nieuwe belasting zorgt voor ongelijkheid ten opzichte van andere bedrijven buiten Tienen die niet op dezelfde manier worden belast. Dit leidt tot concurrentievervalsing en brengt de verdere verduurzaming van de landbouwbedrijven in Tienen in gevaar”, aldus Boerenbond.Akkerbouwer-melkveehouder Tom Engelbosch is één van de protesterende boeren. Hij vertelt dat de nieuwe belasting in zijn geval een kostenpost oplevert van “in het beste geval” 5.600 euro. “Afhankelijk van hoe men het berekent, kan dat ook nog sterk oplopen.” Volgens hem heeft het gemeentebestuur inspiratie voor de maatregel opgedaan in Puurs. “Maar daar is vooral industrie, geen landbouw,” analyseert hij. Ook bedrijven rond landbouw zwaar getroffenOok de Tiense Suikerraffinaderij wordt hard geraakt door de maatregel. “Wij werken nauw samen met de werkgeversorganisaties en ook de landbouworganisaties om een overleg te krijgen met het stadsbestuur, want deze belasting is heel moeilijk”, klonk het bij de suikerfabriek in de aanloop naar het protest. Tienen telt naast de Tiense Suikerraffinaderij nog verschillende bedrijven die nauw verbonden zijn met de landbouw, zoals SESVanderHave, Citribel, BelOrta Glabbeek en de brouwerij van Hoegaarden.Voka riep de gemeenteraadsleden eveneens op om het belastingreglement van de gemeenteraadsagenda te halen en af te voeren. Volgens de werkgeversorganisatie worden 3.000 Tiense bedrijven en kmo’s getroffen door de maatregel en wordt de jaarlijkse opbrengst geraamd op 2,1 miljoen euro. “Wij zijn van mening dat deze oppervlaktebelasting een onredelijk en disproportioneel gewicht legt op alle ondernemingen, ongeacht grootte of sector,” klinkt het. Overleg in januari met alle actorenDe boodschap van de actievoerders viel niet in dovemansoren. Burgemeester Holslag nam de tijd om te luisteren naar de bezorgdheden van de landbouwers. Hij heeft ook aangekondigd dat de oppervlaktetaks van de agenda zou gehaald worden en dat er in januari een overleg zou plaatsvinden met alle betrokken actoren. &quot;Maar de burgemeester heeft benadrukt dat de financiële toestand van Tienen echt niet goed is en dat er wel iets zal moeten gebeuren&quot;, aldus Corbeels. &quot;We zijn blij met dat overleg, maar we blijven wel heel bezorgd.&quot;</content>
            
            <updated>2025-12-11T21:14:28+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse visserij vreest zware klappen door Britse beschermde zones: “Impact wordt zwaar onderschat”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-visserij-vreest-zware-klappen-door-britse-beschermde-zones-impact-wordt-zwaar-onderschat" />
            <id>https://vilt.be/58353</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse visserijsector slaat groot alarm over de plannen van het Verenigd Koninkrijk om 42 nieuwe mariene beschermde gebieden (MPA’s) in te voeren in de Noordzee. In 36 van die zones zou sleepnetvisserij, de belangrijkste vistechniek van de Vlaamse vloot, volledig worden verboden. Volgens Vlaams minister van Zeevisserij Hilde Crevits (cd&amp;v) onderschatten de Britten de economische impact op de Belgische vissers en ontbreekt er wetenschappelijke onderbouwing voor de maatregelen. Dat zei ze in het Vlaams parlement na een vraag van Open Vld-parlementslid Jasper Pillen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dbfa1ce1-22a6-444c-a9f5-06e2c502d0ff/full_width_visserij-nederland-vissersboot-wikicommons-joost-bakker.jpg</image>
                                        <content>Afgelopen zomer kondigde het Verenigd Koninkrijk aan dat het het aantal beschermde gebieden op zee (MPA&#039;s) met een sleepnetverbod zou uitbreiden van vier naar 41, samen goed voor 30.000 vierkante kilometer. Daarmee wil Londen het mariene ecosysteem beter beschermen. Maar voor de Vlaamse sector dreigen de gevolgen groot te zijn: Belgische vissers halen bijna de helft van hun inkomsten uit Britse wateren, en de volledige vloot werkt met sleepnetten.Uit een analyse die Crevits liet uitvoeren blijkt dat de Britse plannen aanzienlijke en jaarlijks terugkerende verliezen zullen veroorzaken. De MPA’s zijn op zich klein, maar liggen “vlak in of naast de belangrijkste Vlaamse visserijkerngebieden”. Daardoor zouden vissers veel minder toegang krijgen tot cruciale visgronden, met rechtstreekse gevolgen voor hun inkomen. “Onze vloot wordt zwaar geraakt en dat wordt in de Britse analyse sterk onderschat”, zegt Crevits. Gebrek aan wetenschappelijke onderbouwingDe Vlaamse bezorgdheden sluiten aan bij die van de Mid Channel Conference, een overlegorgaan van vissers uit België, Nederland, Frankrijk en het VK. Die groep klaagt het gebrek aan overleg, de disproportionaliteit van een totaalverbod op gesleept tuig en de zwakke wetenschappelijke basis van de Britse voorstellen aan.Ook Crevits vindt dat Londen te weinig duidelijk maakt waarom net deze gebieden gekozen werden en welke natuurdoelen ermee worden nagestreefd. Bovendien houdt het Verenigd Koninkrijk volgens haar geen rekening met innovaties in de Vlaamse visserij, zoals precisievisserij of aangepast vistuig dat de impact op de zeebodem beperkt. “We vragen dat het Verenigd Koninkrijk daar rekening mee houdt.” Europees front tegen de Britse plannenBelgië sloot zich intussen aan bij een gezamenlijke verklaring van verschillende EU-lidstaten. De lidstaten vragen dat het Verenigd Koninkrijk duidelijke, evenredige en wetenschappelijk onderbouwde beschermingsdoelen formuleert. Ze willen dat maatregelen per zone worden uitgewerkt in plaats van algemene verboden die overal gelden. Daarnaast vragen ze grondige socio-economische analyses, zodat de impact op de vissers correct wordt ingeschat. Ook pleiten ze voor een constructief overlegproces waarbij de sector op een betekenisvolle manier wordt betrokken. Volgens Crevits vormt deze Europese samenwerking “de sterkste diplomatieke hefboom die we hebben”.Diplomatieke gesprekken met LondenDe minister bevestigde dat haar kabinet regelmatig overlegt met de Britse ambassade en dat er in januari een nieuwe vergadering op de agenda staat. Vlaanderen onderzoekt bovendien hoe Belgische diplomaten in Londen kunnen bijdragen. Toch houdt Crevits vast aan een multilaterale aanpak. “Onze vloot is klein. Als we land per land met de Britten gaan onderhandelen, staan we zwakker. Een Europees blok is veel krachtiger.” Akkoord visvangsten voor 2026 tussen EU en VKDe Europese Unie en het VK hebben wel een akkoord bereikt over de visvangsten voor volgend jaar. De overeenkomst verzekert dat de Europese vissers tot 288.000 ton mogen vissen, met een waarde van meer dan 1,2 miljard euro. Een aantal vissoorten mogen volgend jaar minder gevangen worden omdat uit wetenschappelijke evaluaties is immers gebleken dat die visbestanden zijn afgenomen tot onder kritieke drempels in de Keltische Zee, de Ierse Zee en het Kanaal.Sinds de brexit onderhandelen de EU en het VK jaarlijks over de vangstmogelijkheden voor de visbestanden die ze gezamenlijk beheren in de Atlantische Oceaan en de Noordzee. Dit voorjaar raakten ze het nog eens om Europese vissers tot 2038 toegang te bieden tot de Britse wateren en vice versa. Na EU-visserijraad: &quot;Belgische visserijsector in moeilijke omstandigheden&quot;Een hele donderdag stonden er zware gesprekken binnen de Europese Visserijraad op het programma. De lidstaten moesten een akkoord bereiken over de visserijmogelijkheden voor 2026. Ook voor de Belgische visserijsector stond één en ander op het spel. &quot;De totale vangstmogelijkheden voor de Belgische visserij blijven op een gelijkaardig niveau, maar de cijfers zeggen niet alles&quot;, klinkt het bij de Rederscentrale.Zo gaan de Belgische vangstquota voor tong er in 2026 met drie procent op vooruit in vergelijking met dit jaar. Van schol (pladijs) mag er dan weer 23 procent minder gevangen worden door de Belgische vissers, maar voor tarbot en griet verbeteren de mogelijkheden met respectievelijk 36 en vier procent. Een andere belangrijke platvissoort voor de Belgische visserij, tongschar, gaat met 23 procent achteruit. Voor kabeljauw leidde een nieuwe berekeningsmethode tot de beslissing om het Noordzeequotum met 44 procent te verminderen. De mogelijkheden voor de Vis van het Jaar, zeeduivel, kennen een kleine correctie na een gevoelige stijging dit jaar. In de Noordzee mogen in 2026 ook 25 procent meer roggen gevangen worden.&quot;De ministerraad is opnieuw uitgelopen door het rigide visserijbeleid van de EU, waarbij onterechte vangstbeperkingen en bijkomende technische regelgeving de lidstaten onderling en de Europese Commissie tegenover elkaar stellen&quot;, zegt Geert De Groote, reder en voorzitter van de Rederscentrale. Zoals Vlaams visserijminister Hilde Crevits (cd&amp;amp;v) al in de november visserijministerraad bepleitte, moet het EU visserijbeleid dringend herzien worden, want niet alleen de Belgische, maar de ganse EU visserijsector en bij uitbreiding de mariene voedselproductie, hebben een beter toekomstperspectief nodig.” Volgens de Rederscentrale brengen vooral de plaatsen waar de quota mogen gevangen worden en de bijkomende administratieve en technische maatregelen die worden opgelegd door de EU, de Belgische vissers in moeilijke omstandigheden.</content>
            
            <updated>2025-12-14T13:07:35+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe landbouwcoöperatie bouwt 80.000 m³ reservoir voor circulair watergebruik]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-landbouwcooperatie-bouwt-80000-m3-reservoir-voor-circulair-watergebruik" />
            <id>https://vilt.be/58354</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vijf landbouwers en groenteverwerker Verduyn bundelen de krachten in de nieuwe West-Vlaamse coöperatie Speyebekken voor duurzaam watergebruik. Samen met steenbakkerij Wienerberger investeren ze in een waterbekken voor de opslag van 80.000 kubieke meter en een leidingnetwerk om het gerecupereerde water te verdelen. Het Speyebekken is de tweede landbouwwatercoöperatie in West-Vlaanderen.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="Inagro" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6d5df098-f0bf-4d11-936a-83c34a7052c5/full_width_bekken-deels-gevuld.jpg</image>
                                        <content>Droogteperiodes komen vaker voor en kunnen direct en indirect een grote impact hebben op de landbouw. In het afgelopen decennium werden maar liefst acht jaren gekenmerkt door captatieverboden op onbevaarbare waterlopen in West-Vlaanderen. De nieuwe coöperatie biedt landbouwers en bedrijven meer waterzekerheid, waardoor ze zich beter kunnen wapenen tegen de grillen van de klimaatverandering.&amp;nbsp;Circulair waterbeheer&amp;nbsp;Het waterbakken wordt aangelegd in Kortemark, op een terrein dat Wienerberger ter beschikking stelt. Voor de kleiwinning van bouwmaterialen pompt de steenbakkerij jaarlijks tot 100.000 kubieke meter groevewater op, een mix van grondwater en hemelwater. Tot nu toe werd dit water afgevoerd richting de Speyebeek, waar het grotendeels wegvloeide. Dit waardevolle&amp;nbsp;water&amp;nbsp;wordt voortaan&amp;nbsp;lokaal opgeslagen in een foliebassin van 80.000 kubieke meter, ongeveer zo groot als vier voetbalvelden.“Geeft rust en zekerheid voor de teelten”Dankzij het reservoir zullen landbouwers minder water uit lokale waterlopen capteren, wat de ecologie ten goede komt.&amp;nbsp;Bovendien kunnen ze rekenen op een aanzienlijke voorraad om hun gewassen te irrigeren tijdens perioden van droogte.&amp;nbsp;“Voor ons als landbouwers betekent Speyebekken dat we ook in droge zomers kunnen rekenen op voldoende water. Dat geeft rust en zekerheid voor onze teelten”, vertelt landbouwer Stefaan Vulsteke.&amp;nbsp;Voor groenteverwerker Verduyn levert dit project een verdere verduurzaming van de productie en een aanzienlijke besparing op leidingwater op. Wienerberger kan het groevewater optimaal blijven benutten om klei te bevochtigen voor de productie van bakstenen.&amp;nbsp;“Klimaatrobuustheid, minder transport, minder afhankelijkheid van natuurlijke waterlopen en een efficiëntere verdeling&amp;nbsp;zorgen voor een duidelijke win-win voor landbouw, bedrijf én ecologie”, klinkt het bij Inagro, dat het Speyebekken-project begeleidt.&amp;nbsp; Efficiënte waterverdeling via leidingnetwerkVia een leidingnetwerk wordt het opslagwater volgens afgesproken debiet verdeeld onder de landbouwers en bedrijven. Het water voor de landbouwers wordt op lage druk getransporteerd naar zes open waterputten, zodat het beschikbaar is bij de percelen. Voor Verduyn wordt het water opgezuiverd tot drinkwaterkwaliteit voor het productieproces. Met debietmeters wordt nauwkeurig bijgehouden hoeveel water elke partner afneemt. Zo zal het bekken jaarlijks in totaal meer dan 95.000 kubieke meter water leveren voor landbouw en industrie. De aanleg van het reservoir start in de komende maanden. Volgens de huidige planning zal het systeem operationeel zijn in 2027. Coöperatie: investeringen en risico’s gedeeld&amp;nbsp;Binnen de coöperatie worden investeringen en risico’s gedeeld en via een duidelijk afsprakenkader wordt het beheer en de verdere uitwerking van het project gegarandeerd.“Dit is een type samenwerking dat we willen promoten: onzekerheden en investeringen worden samen gedragen en dankzij goede afspraken is er voor iedereen een win-win”,&amp;nbsp; vertelt Dries Mergaert, watermakelaar bij Inagro. Inagro en VITO Kennispunt Water begeleidden het Speyebekken-project van bij de start:&amp;nbsp;van subsidieaanvraag tot coördinatie en advies. Inspiratie voor de sectorSpeyebekken is het tweede coöperatieve waterproject in West-Vlaanderen, na INERO CV in Ardooie. Daar wordt gezuiverd bedrijfsafvalwater opgeslagen in een bekken van 150.000 kubieke meter en via een hogedrukleidingnetwerk van 25 kilometer verdeeld onder 53 landbouwers. “Het is de&amp;nbsp;ambitie om het model zoals bij Speyebekken uit te rollen en andere landbouwers en bedrijven te inspireren tot collectieve actie”, klinkt het bij Inagro. Landbouwers of bedrijven die zelf een coöperatie willen oprichten, kunnen terecht bij Inagro en VITO Kennispunt Water voor advies en begeleiding. &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-12-12T16:32:28+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Supermarktoorlog doet champignonsector in Vlaanderen verder krimpen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/supermarktoorlog-doet-paddenstoelensector-in-vlaanderen-verder-krimpen" />
            <id>https://vilt.be/58355</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaamse champignontelers bevinden zich in woelig vaarwater. Door de opkomst van Nederlandse supermarkten in ons land en de daarmee gepaard gaande concurrentiestrijd staat de prijs onder druk. “Het gevolg is dat er dit jaar opnieuw twee telers gestopt zijn”’, vertel Michel Lesage, één van de grootste champignonkwekers in Vlaanderen. Ons gewest telt naar schatting zo’n 25 champignonkwekers. Twintig jaar geleden was dat een veelvoud.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="prijsvorming" />
                        <category term="supermarkt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cc5cbc78-7528-4f21-bb90-2fc31cf217e0/full_width_champignons-bis-2.jpg</image>
                                        <content>De Nederlandse landbouworganisatie LTO luidde afgelopen week de noodklok. Door de onderlinge concurrentie tussen supermarkten wordt de inkoopprijs van champignons naar beneden toe bijgesteld. Hierdoor dreigt volgens LTO een “koude sanering” van de paddenstoelensector in Nederland.Michel Lesage, van Lesage Champignons uit Harelbeke, constateert dat de prijs in Nederland de voorbije jaren juist hoger lag dan in de omliggende landen. Volgens hem speelt ook een verminderde vraag een rol bij de huidige malaise bij onze noorderburen. “Ik denk dat consumenten prijsbewuster zijn geworden en er minder vraag is.” Prijzenoorlog met champignonsDat champignons vaak ingezet worden in de prijzenoorlog tussen supermarkten staat volgens hem als een paal boven water. “Champignons zijn één van de weinige artikelen in het groenteschap met een vaste prijs. Dat maakt het gemakkelijk om te vergelijken tussen de supermarkten. Dit heeft ervoor gezorgd dat er nu geschermd wordt met onze product om zo het imago van de supermarkt op te poetsen.&quot;Ook in Vlaanderen ervaren telers de gevolgen van de concurrentieslag tussen supermarktketens. “We merken vooral de felle opkomst van Nederlandse supermarktketens. De prijs die vereist is om ons product rendabel in de markt te zetten, wordt daardoor maar heel moeilijk behaald”, constateert hij. &quot;Het gevolg van deze prijzenslag is dat er dit jaar opnieuw twee telers gestopt zijn.” Ook Inagro constateert dat de druk vanuit de retail “substantieel is met minimale marges bij de producenten”.&amp;nbsp; Ook vergrijzing treedt opVolgens het landbouwpraktijkcentrum telt België zo’n 25 bedrijven die paddenstoelen produceren, de productie van champignons in België wordt door Inagro op 20.000 ton geschat. Lesage stelt dat er hooguit een tiental champignonbedrijven zijn in Vlaanderen.Nancy Pyck, adviseur eetbare paddenstoelen van Inagro, stelt dat vergrijzing ook meespeelt bij de afname van het aantal champignonbedrijven. “Net zoals&amp;nbsp;in&amp;nbsp;alle landbouwsectoren zetten ook telers&amp;nbsp;in&amp;nbsp;deze sector hun bedrijf stop omdat ze aan het einde van hun loopbaan komen. Het valt dus nog af te wachten de daling zich&amp;nbsp;de komende tijd verderzet. Anderzijds vangen wij signalen op uit de sector dat er investeringen voor nieuwe sites zijn gepland.”</content>
            
            <updated>2025-12-12T16:16:44+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vier Antwerpse landbouwbedrijven storten zich op zakelijk toerisme]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vier-antwerpse-landbouwbedrijven-storten-zich-op-zakelijk-toerisme" />
            <id>https://vilt.be/58356</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vier Antwerpse bedrijven willen met zakelijk toerisme een verdienmodel toevoegen aan hun bedrijfsvoering. Zij namen het voorbije jaar deel aan het project MICE, een afkorting voor meetings, incentives, congressen en events. Het gaat om een project van Toerisme Zuidrand, een streekvereniging van de gemeenten in het zuiden van Antwerpen, dat hiermee de regio aantrekkelijk wil maken voor bijvoorbeeld teambuildingevents.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="verbreding" />
                        <category term="diversificatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/57bcfd3c-53a3-49fd-b82a-6d3140496954/full_width_teambuilding-in-het-groen.jpg</image>
                                        <content>In belevingsboerderij De Zoerderij in Mortsel vond de eindpresentatie van het project ‘MICE op het veld’ plaats. Daarmee zet de regio Zuidrand een volgende stap in haar ambitie om uit te groeien tot een aantrekkelijke bestemming voor MICE-toerisme.Aan het project, dat steun kreeg van de provincie Antwerpen, namen vier bedrijven deel: De Zoerderij, CSA Grondsmaak, Het Groentenhofke en Voedselbos Bosgrond. Zij willen hun boerderij of landbouwbedrijf openstellen voor zakelijke activiteiten: van vergaderingen in het groen en workshops op de boerderij tot teambuildings, proeverijen en bedrijfsevenementen in een landelijke setting. In samenwerking met Boerenbond kregen de vier deelnemende bedrijven gerichte begeleiding en inspiratie om hun aanbod te ontwikkelen en praktisch te organiseren. Inspiratietrip naar NederlandBinnen het project gingen de deelnemende bedrijven onder meer op inspiratiereis naar Nederland en bezochten er bedrijven die landbouw of tuinbouw combineren met beleving, educatie en zakelijk toerisme. Zo bezochten zij onder andere Porcus Campus, een agrarisch belevings- en kenniscentrum rond varkens en voedselherkomst met 16 varkensrassen. Bezoekers kunnen er logeren met zicht op de varkens.Elke Lambert van beleefboerderij De Zoerderij heeft veel opgestoken van het project en de trip naar Nederland bracht haar op meerdere ideeën. “Zo hebben we een bedrijf bezocht dat pizza’s bakt op een open vuur. Dat willen wij ook gaan doen. Op deze manier kunnen we groenten uit eigen tuin verwerken in pizza’s en een extra dimensie toevoegen aan onze workshops en teambuildingevents.” Door landbouwbedrijven open te stellen voor zakelijke ontmoetingen, teambuildings en workshops op het veld ontstaat er een waardevolle kruisbestuiving De Zoerderij faciliteerde al langer vergaderingen en teambuildingevents voor bedrijven, maar met een subsidie van Toerisme Zuidrand hebben ze een bescheiden serre kunnen toevoegen aan hun bedrijf. “Hierdoor kunnen we onze groententuin betrekken bij onze workshops en mensen nog dichter bij de natuur brengen”, klinkt het.De groentetuin van De Zoerderij was aanvankelijk bedoeld om de dieren op de belevingsboerderij te voederen, maar het bedrijf is inmiddels een samenwerking aangegaan met de Colruytwinkel in Kontich. “Wij krijgen de groenteresten uit de supermarkt om onze dieren te voeren en kunnen zo de groentetuin inzetten voor professioneel gebruik.”Extra verdienmodel voor landbouwbedrijvenPatrick Pasgang, die vanuit Boerenbond begeleiding voorzag en informeerde over onder andere wetgeving en marketing, is enthousiast dat de deelnemende bedrijven meteen met praktische zaken aan de slag gaan. “Steeds meer landbouwers zoeken naar manieren om hun activiteiten te verbreden. Door hun bedrijven open te stellen voor zakelijke ontmoetingen, teambuildings en workshops op het veld, ontstaat er een waardevolle kruisbestuiving: bedrijven vinden rust en inspiratie in het groen, terwijl landbouwers een bijkomende economische pijler kunnen uitbouwen.”</content>
            
            <updated>2025-12-15T18:38:07+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Recordaantal schadegevallen door everzwijnen aan landbouwgewassen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/recordaantal-schadegevallen-door-everzwijnen-aan-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/58357</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaamse boeren hebben in 2024 te maken gehad met een nooit eerder gezien aantal schadegevallen door everzwijnen. Dat blijkt uit cijfers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Er werden maar liefst 1.987 gevallen gemeld, voornamelijk in Limburg. Boerenbond pleit voor een ruimere benutting van de jachtmogelijkheden en een versoepeling van de voorwaarden voor een schadevergoeding.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="everzwijn" />
                        <category term="schade" />
                        <category term="jacht" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3735fab8-cf4a-4f5f-87ff-bac9d7180f0f/full_width_wildschadeeverzwijn.jpg</image>
                                        <content>Het aantal schadegevallen door everzwijnen in Vlaanderen bereikte in 2024 een absoluut record, in totaal 2.078. De provincie Limburg telt de meeste meldingen, daar is de populatie het grootst. In ruim 95 procent (1.987) van de dossiers gaat het om schade aan landbouwgewassen.Everzwijnen kunnen in hun zoektocht naar voedsel een ware ravage aanrichten. “Het gaat zowel om wroetschade in graslanden als om vraatschade aan maïs en tarwe”, legt Boerenbond uit. Voor boeren heeft dit vaak een zware financiële tol. “Voor een gemiddeld bedrijf kan de kost al snel oplopen tot 5.000 à 10.000 euro, afhankelijk van het areaal.” Schadevergoeding uitzonderlijkLandbouwers kunnen een schadevergoeding aanvragen, maar dat is onder strenge voorwaarden: ze moeten de schade tijdig melden, preventieve maatregelen hebben genomen én kunnen aantonen dat de schade door everzwijnen is veroorzaakt. In de praktijk blijkt dit moeilijk omdat een vergoeding alleen wordt toegekend als het dier uit een natuurgebied komt waar geen jacht of bestrijding is toegestaan, bijvoorbeeld onder beheer van de overheid of een erkende natuurvereniging. Een landbouwer die preventieve maatregelen heeft genomen, maar toch aanzienlijke schade lijdt, zou een vergoeding moeten kunnen krijgen Boerenbond pleit daarom voor aanpassing van het beleid. Eerst moeten alle mogelijkheden voor bejaging optimaal benut worden, zeker in natuurgebieden. Daarnaast zouden de voorwaarden voor vergoeding moeten versoepelen. “Een landbouwer die preventieve maatregelen heeft genomen, maar toch aanzienlijke schade lijdt, zou een vergoeding moeten kunnen krijgen. Voor een landbouwer maakt het geen verschil vanwaar het everzwijn afkomstig is. De bewijslast mag niet bij hem liggen”, klinkt het.Succesvol wildbeheerproject in GenkDe toenemende overlast van everzwijnen staat al langer op de politieke agenda. Verschillende Limburgse steden en gemeenten namen de afgelopen jaren preventieve en beheermaatregelen om de schade te beperken. Zo werd in Genk in 2023 een proefproject voor wildbeheer in bewoonde gebieden succesvol getest. Daar daalde het aantal meldingen van 496 naar 83 schadegevallen in één jaar. Omdat dit project positieve resultaten opleverde, wordt de aanpak sinds vorig jaar in heel Vlaanderen uitgerold.Ook op beleidsniveau worden maatregelen genomen. Het federale parlement keurde dit jaar het gebruik van geluiddempers en nachtkijkers voor jagers goed, en Vlaanderen stelt een everzwijncoördinator aan die het beleid rond everzwijnen in heel Vlaanderen moet stroomlijnen.</content>
            
            <updated>2025-12-13T14:01:29+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Watercoalitie komt met streng 40-puntenplan voor drinkwater: "Monsterfacturen vermijden"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/watercoalitie-komt-met-streng-40-puntenplan-voor-drinkwater-monsterfacturen-vermijden" />
            <id>https://vilt.be/58358</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Watercoalitie, een vereniging van ruim 14 milieu- en natuurorganisaties, heeft een 40-puntenplan voor het Vlaamse drinkwater voorgesteld. Watervervuiling brengt torenhoge maatschappelijke kosten met zich mee, aldus de Watercoalitie in een persbericht. Onder de aanbevelingen onder meer een digitaal register voor gewasbeschermingsmiddelen, een begeleidingstraject voor landbouwers die agro-ecologisch of biologisch willen werken en zeer strenge bemestingsnormen in beschermde gebieden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="mest" />
                        <category term="PFOS" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/98e869ca-96d3-4d88-913e-a83201d8ac14/full_width_drinkwaterfactuur-actie-watercoalitie-brouns-gennez-bbl.jpg</image>
                                        <content>Symbolische factuur van één miljard euroDe veertien organisaties, waaronder ook Bond Beter Leefmilieu en andere milieuverenigingen, hebben hun 40-puntenplan onder de aandacht gebracht door een symbolische &quot;monsterfactuur&quot; te overhandigen aan Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) en Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit).&amp;nbsp;De symbolische factuur van één miljard euro waarschuwt voor de mogelijke kosten voor de samenleving die zijn gelinkt aan vervuild drinkwater. &quot;Dit omvat onder meer de kosten voor extra zuivering en infrastructuur om verontreinigende stoffen, zoals PFAS, nitraten en pesticiden, uit het water te verwijderen&quot;, aldus de Watercoalitie.&amp;nbsp; Aanpak bij de bron&quot;De Vlaamse regering mag niet bij de pakken blijven zitten bij zo&#039;n duidelijke crisis. Wij leggen een reeks heel concrete maatregelen op tafel.&quot; aldus Benjamin Clarysse van Bond Beter Leefmilieu. &quot;En de belangrijkste van allemaal: pak vervuiling nu eens eindelijk bij de bron aan.&quot;&quot;Onze waterlopen zijn te zwaar belast. Zelfs met dure, geavanceerde technieken krijgen we die chemische cocktail er niet meer volledig uit. Door de vervuiling bij de bron aan te pakken, zorgen we niet alleen voor propere rivieren, maar garanderen we ook ons gezond drinkwater,&quot; stelt Robin Verachtert van Natuurpunt.Ook Join For Water waarschuwt voor het probleem, al zijn &#039;quick wins&#039; volgens Toon Malevé wel haalbaar. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan over een digitaal gebruiksregister voor pesticiden tot collectieve regenwateropvang, strengere controles op grondwaterwinningen en actieve stimulansen voor biologische landbouw.</content>
            
            <updated>2025-12-14T14:00:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Enquête vraagt mening over GLB-beleid: wat loopt goed en wat kan beter?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/enquete-vraagt-mening-over-glb-beleid-wat-loopt-goed-en-wat-kan-beter" />
            <id>https://vilt.be/58359</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een nieuwe enquête laat landbouwers hun mening geven over de toepassing van ecoregelingen, agromilieuklimaatmaatregelen en beheerovereenkomsten op het terrein. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) nemen de antwoorden mee in de discussies over het toekomstige GLB-beleid. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beheerovereenkomst" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bf27e079-0ffe-4d90-8438-07c9d3b552bc/full_width_bloemenrand.jpg</image>
                                        <content>Nu het GLB 2023-2027 van de Vlaamse overheid halfweg is, wil Vlaanderen de betrokken sectoren de kans geven om feedback te geven. De doeltreffendheid van de GLB-maatregelen hangt immers voor een belangrijk deel af van de opnamegraad en de toepassing op het terrein.Daarom peilt de enquête niet alleen naar de werkelijke resultaten op het terrein, maar ook naar de knelpunten van verschillende maatregelen. Men kan ook voorstellen waar het beter kan. Elke landbouwer die een ecoregeling, agromilieuklimaatmaatregel of beheerovereenkomst toepast, krijgt de kans om zijn of haar mening te geven en ervaringen te delen. “Wij doen daarom een warme oproep om de enquête massaal in te vullen. Enkel zo kunnen we ons een goed beeld vormen van wat leeft in de sector en dit meenemen in de discussies over het toekomstig GLB-beleid”, schrijft het Agentschap in de enquêteoproep.StopzettersregelingHet Agentschap geeft ook mee dat de enquêteurs door de privacywetgeving geen toegang hebben tot informatie over landbouwers die in de stopzettersregeling zitten. “Wij excuseren ons dan ook op voorhand indien u in deze regeling zit en diergerelateerde vragen krijgt”, aldus het Agentschap.De enquêtes zijn vanaf 8 december 2025 per mail verstuurd naar alle landbouwers. De e-mail werd verstuurd door het enquêtebureau Indiville. Deelnemers maken kans op een gratis duoticket voor de Agro-Expo in Roeselare of de Agridagen in Ravels.</content>
            
            <updated>2025-12-15T16:24:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Frankrijk vraagt uitstel Mercosur: hoe waarschijnlijk is een blokkerende minderheid?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/frankrijk-vraagt-uitstel-mercosur-vinden-ze-een-blokkerende-minderheid" />
            <id>https://vilt.be/58360</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Frankrijk wil het ondertekenen van de Mercosurdeal uitstellen. Premier Sebastien Lecornu vindt dat de voorwaarden voor een stemming door de Europese lidstaten nog niet zijn vervuld. De Mercosur-handelsdeal is een vrijhandelsakkoord dat de EU wil afsluiten met Argentinië, Brazilië, Uruguay en Paraguay. Tegenstanders vrezen dat dit nadelig kan zijn voor onze landbouwsector. Ons land onthoudt zich van de stemming.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3b666505-0dde-4d1e-9d72-f42a943f7dbb/full_width_boerenprotestmercosur-fugea.jpg</image>
                                        <content>Frankrijk heeft aan de Europese Unie gevraagd om de ondertekening van het handelsakkoord met de Mercosurlanden uit te stellen. &quot;Frankrijk vraagt om de deadlines van december uit te stellen zodat we kunnen doorwerken en legitieme beschermingsmaatregelen kunnen verkrijgen voor onze Europese landbouw&quot;, zegt het kabinet van de premier in een persbericht. De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, wil het vrijhandelsakkoord met Argentinië, Brazilië, Uruguay en Paraguay zaterdag 20 december ondertekenen op een Mercosur-top in de Braziliaanse stad Foz do Iguaçu. Maar de Commissie moet vooraf het akkoord hebben van de lidstaten.&quot;Hoewel er een Mercosur-top gepland staat op 20 december is het duidelijk dat de voorwaarden niet vervuld zijn voor een stemming over de toestemming om het akkoord te ondertekenen&quot;, aldus het kabinet-Lecornu. Alvorens de 27 Europese lidstaten zich uitspreken, wachten ze een stemming af die dinsdag moet plaatsvinden in het Europees Parlement over maatregelen om de landbouwers gerust te stellen. Vooral in Frankrijk krijgt het vrijhandelsakkoord tegenwind. Frankrijk wil vrijwaringsclausulesFrankrijk eist dat er in het akkoord vrijwaringsclausules opgenomen worden om de &quot;landbouwsector tegen iedere marktverstoring&quot; te beschermen. Tegelijk wil Frankrijk maatregelen rond pesticiden en veevoeder, die moeten garanderen dat &quot;geïmporteerde producten op de binnenlandse markt absoluut de milieunormen respecteren&quot;.De Mercosur-handelsdeal krijgt veel kritiek vanuit de landbouwsector. De Europese boerenorganisatie Copa-Cogeca organiseert op 18 december een betoging in Brussel, onder meer tegen de Mercosurdeal. Ook Boerenbond en ABS tekenen present. Hoe waarschijnlijk is een blokkerende minderheid?Het agrovoedingsluik van de Mercosurdeal is voor vele landen, waaronder Frankrijk, een belangrijke reden om de handelsdeal niet te steunen. België zal zich onthouden bij gebrek aan akkoord tussen de verschillende regeringen, maar Frankrijk zoekt volop naar partners voor een blokkerende minderheid. Daarvoor zijn minstens vier landen nodig die samen 35 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen. Voor een goedkeuring is er een meerderheid nodig met minstens 15 van de 27 lidstaten, goed voor 65 procent van de totale EU-bevolking.Naast Frankrijk hebben Polen en Hongarije al duidelijk laten weten dat ze de overeenkomst zoals ze nu voorligt niet zullen ondertekenen. Deze landen vertegenwoordigen respectievelijk 15 procent, 8 procent en 2 procent van de totale EU-bevolking, samen goed voor 25 procent. Het anti-kamp hoopt dus dat ook grote speler Italië zich tegen de Mercosurdeal schaart. Zij vertegenwoordigen 13 procent van de EU-bevolking. Met hun steun zou de blokkerende minderheid ruimschoots worden gehaald.Maar hoewel Italië zich erg kritisch uitlaat over de deal, blijft het uiteindelijke standpunt van de Italianen onzeker. Ook Ierland zou het nee-kamp kunnen vervoegen, al vertegenwoordigt dit land minder dan 1 procent van de Europese bevolking. Toch kan hun nee-stem cruciaal zijn, moest één van de andere vier nee-stemmers het laten afweten. Duitsland en Spanje grootste voorstandersVeel landen hebben echter nog geen kleur bekend over hun stemgedrag. De standpunten van diverse EU-landen blijven wisselen en zelfs de Franse president Macron nam enkele weken geleden nog een mildere toon aan tegenover het Mercosurakkoord. Na hevige kritiek en overleg met de eigen landbouwsector heeft die zijn tegenstand aan de deal herbevestigd. Moest het pro-kamp er alsnog in slagen Frankrijk te overtuigen, dan ligt alle hoop voor een blokkerende minderheid aan diggelen.Voorlopig blijven Duitsland en Spanje de grootste en duidelijkste voorstanders van de Mercosurdeal. Het pro-kamp stelt dat de Mercosurdeal cruciaal is voor de EU als het minder afhankelijk wil worden van de VS en China. Maar veel landbouwsectoren, vooral rundvlees, gevogelte en suiker, dreigen de dupe te worden van een handelsakkoord. Landbouworganisaties hekelen hoe Europa de duurzaamheids- en klimaatlat voor eigen producenten steeds hoger legt en toch de deur openzet voor goederen die goedkoper en minder duurzaam worden geproduceerd.</content>
            
            <updated>2025-12-15T16:14:31+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dagen Milcobel lijken geteld: “Het is ergens jammer, maar ik ben blij met de fusie”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dagen-milcobel-lijken-geteld-het-is-ergens-jammer-maar-ik-ben-blij-met-de-fusie" />
            <id>https://vilt.be/58361</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dinsdag stemmen de leden van Milcobel en FrieslandCampina over de fusieplannen van de coöperatieve zuivelverwerkers. De kans is zeer groot dat Vlaanderen binnenkort een grote, onafhankelijke zuivelverwerker armer is. “Het doet mij zeker wat, maar als oud-boer met opvolging ben ik blij met de fusie”, reageert oud-voorzitter van Milcobel, Guido Veys. Hij was zelf betrokken bij een vorige grote fusie in het Vlaamse zuivelland, waardoor Milcobel in 2005 tot stand kwam. “Ook toen was een fusie nodig om schaalvoordelen te boeken en marktkracht te creëren.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                        <category term="melk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d70df65e-1dc8-4d3d-bc55-014389e2dbce/full_width_milcobel-milcobel.jpg</image>
                                        <content>Honderd jaar geleden telde Vlaanderen meer dan 300 zuivelbedrijven, vaak coöperatieve samenwerkingen tussen boeren uit de buurt. Deze zuivelverwerkers zijn de voorbije decennia allemaal met elkaar gefuseerd en opgegaan in grotere coöperaties. Een grote fusiegolf gebeurde in de jaren tachtig en negentig, toen BZU Melkaanvoer vorm kreeg en Belgomilk tot stand kwam. Deze bedrijven fuseerden uiteindelijk in 2005 tot Milcobel. Drie jaar later sloot de coöperatieve melkerij St.Marie Wuustwezel als laatste zelfstandige vestiging in de Kempen zich bij Milcobel aan.Vermoedelijk wordt dinsdag een nieuw hoofdstuk gebreid aan de voortdurende schaalvergroting van Vlaamse zuivelverwerkers. Tijdens een &#039;buitengewone algemene vergadering&#039; stemmen zo’n 70 afgevaardigde melkveehouders over de fusieplannen van Milcobel. Tegelijkertijd stemt een Nederlandse vertegenwoordiging van coöperanten-leveranciers van FrieslandCampina over hetzelfde plan.Guido Veys, meewerkend gepensioneerd boer op het melkveebedrijf van zijn zoon en oud-voorzitter van Milcobel, verwacht geen weerstand tegen de plannen. “De fusieplannen liggen al een jaar op tafel en er is steeds open gecommuniceerd geweest. Als er al tegenstand zou bestaan, zou dat allang aan het licht gekomen zijn.” Guido’s zoon Dries Veys is één van de 70 Milcobel-afgevaardigden die zich over de fusieplannen buigt.Als de plannen worden goedgekeurd, zal de fusie op 1 januari 2026 ingaan. Milcobel zal als grootste Vlaamse zuivelverwerker van het podium verdwijnen en opgaan in het Nederlandse FrieslandCampina. De fusienaam wordt dan FrieslandCampina. Daarbij zouden de negen ledenkringen van Milcobel-boeren opgaan in twee nieuwe districten, waar de naam ‘Milcobel’ nog wel zal voortleven: Milcobel Oost en Milcobel West. De nieuwe zuivelcoöperatie zal zestien districten kennen. “Motieven om te fuseren waren in 2005 dezelfde”Guido Veys was als voorzitter van Belgomilk nauw betrokken bij de fusie met BZU Melkaanvoer tot Milcobel in 2005. “Een fusie was nodig om extra marktkracht te creëren en schaalvoordelen te realiseren, om zo de efficiëntie te vergroten”, herinnert de West-Vlaming zich. Dat besef was ook onder de leden aanwezig. “De plannen om te komen tot één Vlaamse coöperatieve groep lagen al eerder op tafel, in 2005 bleken de geesten er uiteindelijk rijp voor te zijn.”&amp;nbsp;Hierdoor bestond er volgens hem onder de leden destijds geen tegenstand, alhoewel de identiteit van de fuserende zuivelcoöperaties verwaterde. Belgomilk had zijn roots in Oost- en West-Vlaanderen, met zetels in Langemark en Kallo. BZU Melkaanvoer was georiënteerd op Antwerpen en Limburg. “Als je ondernemende melkveehouders met een coöperatieve geest uit verschillende regio’s bij elkaar brengt, begrijpt men elkaar wel. Destijds was natuurlijk ook een toekomstbestendige melkprijs zeer bepalend.” Fusie onvermijdelijkDit sentiment leeft volgens hem ook onder de huidige Milcobel-melkveehouders. “In de huidige markt, met sterke internationale concurrentie en een onzekere melkproductie door milieu- en klimaatwetgeving, is het vergroten van efficiëntie door schaalvergroting van wezenlijk belang om te overleven”, aldus Veys. Om deze reden juicht hij de fusieplannen toe. “Natuurlijk is het ergens jammer dat de grootste Vlaamse zuivelverwerker als alleenstaande entiteit verdwijnt. Maar als oud-melkveehouder met een overnemer en kleinkinderen die interesse tonen in de sector, ben ik zeer blij met de fusie.”Voor velen kwam het nieuws over de internationale fusie met FrieslandCampina vorig jaar als een grote verrassing. Maar niet voor Veys. Na de fusie in 2005 zette hij tot 2015 als voorzitter het beleid uit van de grootste zuivelverwerker van België, die op het hoogtepunt 3.000 leden-leveranciers telde. Internationale plannen lagen vroeger ook op tafel“Tijdens mijn periode in het bestuur van Milcobel lagen twee scenario’s op tafel. Ofwel ontwikkelden we ons zelfstandig als Vlaamse entiteit, ofwel gingen we op in een grotere coöperatieve structuur.” Deze beide scenario’s vormden volgens hem een leidraad in het beleid van de zuivelverwerker. “Het was enerzijds essentieel om een transparant bedrijf uit te bouwen dat door waardecreatie een goede melkprijs voor de boeren kon realiseren. Anderzijds wilden we ook een zuivelverwerker neerzetten die waarde zou hebben als het zou opgaan in een groter, internationaal geheel.”Dat laatste is volgens hem gelukt: “Als je kijkt naar de plannen, dan worden de Vlaamse melkveehouders als volwaardige leden opgenomen in FrieslandCampina. Dat zegt veel over de waarde van Milcobel”Volgens de 74-jarige West-Vlaming speelde ook de verkoop van dochteronderneming Ysco eerder dit jaar een rol. “Door hier te cashen heeft Milcobel waarde aan de balans kunnen toevoegen en werden de leden-melkveehouders ook beloond voor hun trouw, door toevoeging aan het ledenkapitaal uit de meerwaarde van Ysco.”Zullen laatste zelfstandige Belgische zuivelaars standhouden?Na de vermoedelijke fusie tussen Milcobel en FrieslandCampina is het de vraag hoe de zuivelindustrie in Vlaanderen zich verder ontwikkelt. Veys ziet de war for milk nog voortzetten en zet vraagtekens bij de laatste Belgische zuivelbedrijven die zelfstandig opereren.&amp;nbsp;De Waalse zuivelverwerker Laiterie des Ardennes (LDA) liet recent nog weten zelfstandig aan een toekomst te willen bouwen. “Een zeer moedig besluit. Het zou mooi zijn als dat blijft lukken, maar de druk is groot”, besluit de oud-voorzitter van Milcobel.</content>
            
            <updated>2025-12-15T22:24:34+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Flexi-jobs binnenkort ook mogelijk in de landbouw?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/flexi-jobs-binnenkort-ook-mogelijk-in-de-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/58362</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het systeem van flexi-jobs zal binnenkort naar alle sectoren worden uitgebreid, zo maakte federaal minister David Clarinval (MR) vorige week bekend. Landbouworganisatie ABS is enthousiast dat flexi-jobs ook mogelijk worden in de land- en tuinbouw. Boerenbond reageert afwachtend en wil de besprekingen in het Paritair Comité voor de Landbouw en voor het Tuinbouwbedrijf afwachten. "Pas dan zal duidelijk zijn wat er volgend jaar mogelijk zal zijn in de land- en tuinbouw", luidt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="seizoenarbeid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e59bc3ee-e5f5-4682-b02f-4eef81a669ec/full_width_pluk-fruit-seizoenarbeider.jpg</image>
                                        <content>Flexi-jobs zijn een vorm van tewerkstelling waarbij mensen die al een hoofdbaan of een pensioen hebben, op fiscaal voordelige wijze kunnen bijverdienen. Het flexi-loon is vrijgesteld van belastingen en sociale bijdragen, waardoor het aantrekkelijk is voor de werknemer. Voor de werkgever betekent het lagere loonkosten en extra flexibiliteit op piekmomenten.Op dit moment zijn flexi-jobs mogelijk in bepaalde sectoren, zoals bijvoorbeeld horeca en detailhandel, maar binnenkort wordt het ook naar andere sectoren uitgerold. Dat heeft de federale ministerraad recent besloten. Ook wordt het plafond verhoogd van 12.000 naar 18.000 euro, het maximale bedrag dat onder dat stelsel op jaarbasis verdiend mag worden. De wet zit momenteel nog in voorontwerp, de inwerkingtreding zou voorzien zijn voor de zomer van volgend jaar.Schaarste aan arbeidskrachten op piekmomentenDe Vlaamse landbouworganisaties reageren alvast enthousiast op de plannen. “Wij steunen het voorstel als aanvulling op de bestaande regeling voor seizoenarbeid”, reageert Bruno Vincent, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat (ABS). Hij wijst op het feit dat seizoenarbeid onmisbaar is in de land- en tuinbouw. “Maar arbeidskrachten zijn nog altijd schaars bij onverwachte piekmomenten tijdens het oogst- of plantseizoen.”Ook looft hij de flexibiliteit van het systeem van flexi-jobs. “Ook niet onbelangrijk is dat er geen urenlimiet per dag geldt en dat het systeem, zoals de naam aangeeft, toelaat om zonder complexe verplichtingen snel te schakelen met zowel werkenden als gepensioneerden&quot;, klinkt het. &quot;Eerst inzetten op herstel regeling seizoenarbeid&quot;Boerenbond houdt een slag om de arm. “Wij zijn het federaal voorstel aan het bekijken en zullen dit binnenkort bespreken in het Paritair Comité voor de Landbouw en voor het Tuinbouwbedrijf. Pas dan zal duidelijk zijn wat er volgend jaar mogelijk zal zijn in de land- en tuinbouw”, aldus de woordvoerder van Boerenbond.De landbouworganisatie stelt verder dat het herstellen van de regeling van seizoenarbeid op dit moment haar eerste “bekommernis” is. Het Grondwettelijk Hof vernietigde in juni het fiscale voordeel dat groente- en fruitbedrijven genieten op de tewerkstelling van seizoenarbeiders. Het ging om een korting van 1,23 euro op de belastingen die ze moesten betalen aan seizoenarbeiders per gepresteerd uur.</content>
            
            <updated>2025-12-15T21:19:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond hekelt contradictie EU-regelgeving: “Milieuregels verhinderen bedrijven om te verduurzamen"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-hekelt-contradictie-eu-regelgeving-bedrijven-die-willen-verduurzamen-kunnen-niet-door-milieuregels" />
            <id>https://vilt.be/58363</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Samen met andere Europese landbouworganisaties voert Boerenbond donderdag actie in Brussel. Eén van de drie dossiers waartegen Boerenbond zich verzet, is EU-regelgeving die de Vlaamse land- en tuinbouwsector op slot zou zetten. Daarbij gaat het de landbouworganisatie niet om louter administratieve vereenvoudiging. “De EU moet dringend evalueren of bepaalde Europese juridische interpretaties haar eigen ambities niet afremmen”, aldus Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="boerenprotest" />
                        <category term="water" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8d7e5a5d-270c-40cf-b1dd-518ddf3e6635/full_width_tractorprotest-slogan-18.jpg</image>
                                        <content>“Vandaag zit de Europese regelgeving in een situatie die al lang niet meer zijn doel dient, maar - zoals met het stikstofdecreet - onze landbouwers elk toekomstperspectief ontneemt”, stelt Boerenbond. “De vergunningverlening en ontwikkelingsmogelijkheden voor Vlaamse boeren zitten helemaal vast.” Volgens de landbouworganisatie leidt dit tot een blokkering van verdere verduurzaming. “Het is bijzonder paradoxaal: het zijn de Europese milieuregels zelf die landbouwers verhinderen om hun bedrijf te moderniseren en verder te verduurzamen”, klinkt het.Vlaamse boeren botsen op een Europees slotAan de basis van de problematiek ligt volgens Boerenbond onder meer het verslechteringsverbod. Een principe dat onder meer verankerd is in de Kaderrichtlijn Water (KRW) en lidstaten verplicht om te voorkomen dat de toestand van hun waterlichamen erop achteruitgaat. In een uitspraak uit 2015, het Wezer Arrest, verduidelijkte het Europees Hof van Justitie dat dit verbod ook op individuele vergunningen van toepassing is. Overheden mogen daardoor geen vergunningen meer verlenen aan projecten die kunnen leiden tot een achteruitgang van een waterlichaam, ook wanneer die impact beperkt of tijdelijk is. “Bedrijven moeten bovendien aantonen dat er geen dergelijk effect optreedt, wat in de praktijk complex is en gepaard gaat met aanzienlijke kosten aan studiebureaus”, duidt Giel Boey, EU-expert van Boerenbond. Natuurherstelwet als turboHet verslechteringsverbod werd ook opgenomen in de Habitatrichtlijn, die bescherming en herstel van fauna en flora oplegt in bepaalde gebieden. “Sinds het opstellen van de richtlijn zijn de geografische en demografische omstandigheden ingrijpend veranderd. Het klimaat veranderde, de bevolking groeide en ook bebouwing, industrie en mobiliteit namen toe”, aldus Boey. Volgens hem moet de EU zich durven afvragen of een strikte toepassing vandaag nog realistisch is en of het kader als geheel nog haalbaar blijft. “Bovendien komen de verplichtingen vanuit de Natuurherstelverordening&amp;nbsp;er nog eens aan. Dat is in feite nog eens een turbo op alle problemen die we nu al kennen”, voegt hij eraan toe. De wetgeving is vandaag een toolbox geworden om nationale kaders en individuele vergunningen aan te vallen Bijsturen wat is scheefgegroeid“Door juridische interpretaties van richtlijnen in rechtszaken is de regeldruk op bedrijven in het algemeen, en de vergunningsverlening in het bijzonder, sterk toegenomen”, stelt Boey. “Enkele precedenten zorgen er bovendien voor dat projecten ook systematisch juridisch kunnen worden aangevochten. De mechanismes om aan de doelstelling bij te dragen laten simpelweg te weinig ruimte. De wetgeving is vandaag een toolbox geworden om nationale kaders en individuele vergunningen aan te vallen.&quot;Volgens Boerenbond moet de EU de scheefgroei in regelgeving die de vergunningsverlening beïnvloedt, grondig evalueren en bijsturen. “Dit is dringend nodig om de competitiviteit en een duurzame groei te faciliteren”, klinkt het. De bijsturing zal volgens de landbouworganisatie ook verder moeten gaan dan louter administratieve vereenvoudiging. &quot;Er moet werk gemaakt worden van een betere regelgeving.&quot; De EU moet de scheefgroei in regelgeving grondig evalueren en bijsturen Hoe kan bijgestuurd worden?Boerenbond laat weten concrete voorstellen aan de Europese Commissie geleverd te hebben. Zo stelt de landbouworganisatie voor om een redelijkheidsbeginsel aan de regelgeving toe te voegen. “Er is een disproportionele impact om de onhaalbare en ondertussen onrealistische milieudoelstellingen te bereiken”, verduidelijkt Boey. “Lidstaten zouden opnieuw meer ruimte moeten krijgen om zelf afwegingen te maken, met oog voor andere socio-economische belangen zoals werkgelegenheid, welvaart en strategische autonomie.”Ook vraagt de Vlaamse landbouworganisatie om van de passende beoordeling een werkbaar instrument te maken. “De passende beoordeling werd destijds opgemaakt met de bedoeling om zekerheid te creëren dat er geen significante achteruitgang van de natuur is. Maar door rechtspraak is dit een instrument geworden om een absolute zekerheid te kunnen vastleggen. Maar how to prove a negative? ”, stelt Boey. &quot;Iemand laten bewijzen dat iets niet bestaat, is het onmogelijke vragen.&quot;Daarnaast wordt ook een werkbaardere definitie gevraagd voor het verslechteringsverbod en meer marge wat betreft de indeling van de afgebakende gebieden binnen de Habitatrichtlijnen. “Ook wat betreft de Nitraatrichtlijn, de Richtlijn Industriële Emissies, de Afvalrichtlijn, de Ontbossingsverordening, de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen, en de in ontwikkeling zijnde Bodemmonitoringswet hebben we een reeks voorstellen uitgewerkt”, aldus Boey. “Die hebben steeds tot doel om landbouwbedrijven een werkbaar kader en rechtszekerheid te bieden.” In recente Europese wetsvoorstellen lijken uitzonderingen en afwijkingen op het verslechteringsverbod wél mogelijk gemaakt te worden Bij andere landen stellen deze problemen zich nietMeer ruimte binnen de strikte regelgeving wordt in Vlaanderen al langer aangekaart bij de Europese instellingen. Maar behalve in Nederland en sinds kort ook in Ierland loopt de vergunningsverlening elders niet in dezelfde mate vast. Daardoor schuiven andere lidstaten de vraag naar evaluatie en afwijkingen voorlopig minder nadrukkelijk naar voren. Waarom zou de EU vandaag extra ruimte creëren in haar regelgeving, specifiek voor ons?“Wij blijven inderdaad de kanarie in de koolmijn, maar we blijven ook steeds benadrukken dat het heel snel kan omslaan. Ook in andere landen kan plots rechtspraak komen of afgedwongen worden die het geheel in gevaar brengt”, aldus Boey. Hij wijst er ook op dat in andere recente Europese voorstellen uitzonderingen en afwijkingen op het verslechteringsverbod wel mogelijk lijken gemaakt te worden, bijvoorbeeld voor defensieprojecten of noodzakelijke energieprojecten.“Ook merk ik dat de Europese Commissie de problematiek van de Kaderrichtlijn Water en de Habitatrichtlijn steeds meer erkent en bereid lijkt die opnieuw te toetsen”, zegt Boey. “Voor ons komt het eigenlijk veel te laat, omdat landbouwers nu al afhaken. Maar het blijft een positief signaal.” Concrete ingrepen, zoals een doelfasering van de KRW, ziet Boey voorlopig nog niet op tafel liggen. &quot;Neen&quot; tegen oneerlijke handelsakkoorden&amp;nbsp;en minder Europees budgetDonderdag zal Boerenbond niet alleen op straat komen voor de blokkerende Europese regelgeving. Ook de daling van het landbouwbudget in de toekomstige Europese begroting en het oneerlijke handelsbeleid zetten volgens de organisatie een rem op de toekomst van de landbouwsector.De actie zou wel eens de laatste kunnen zijn voor de officiële goedkeuring van het Mercosur-handelsakkoord, die tegen eind december wordt verwacht. Boerenbond heeft zich steeds sterk verzet tegen het handelsakkoord. De onlangs aangekondigde versterkte controles op geïmporteerde voeding en andere EU-beschermwaarborgen nemen bij de landbouworganisatie de bezorgdheid niet weg. “De deal blijft vandaag fundamenteel oneerlijk voor onze landbouwers en het bedriegt zelfs de Europese consumenten”, stelt voorzitter Ceyssens. “De Europese duurzaamheids- en klimaatlat voor onze boeren wordt steeds hoger gelegd. Intussen zetten de Europese politici wel de deur open voor goedkoper en minder duurzaam geproduceerd rundvlees, kippenvlees en suiker.” Europa moet het slot van onze landbouw halen &quot;Budgetvoorstellen GLB ondermijnen gelijk speelveld&quot;Ook tegen de budgetplannen voor de landbouwsector trekt de landbouworganisatie donderdag de straat op. In de voorgestelde Europese meerjarenbegroting wordt het landbouwbudget met 22 procent verlaagd. Daarnaast verzet Boerenbond zich tegen het plan om het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) los te koppelen van zijn traditionele structuur en onder te brengen in één fonds samen met andere beleidsdoelstellingen.&amp;nbsp;“Lidstaten krijgen zo meer vrijheid om te beslissen hoeveel ze investeren, wat het gelijk speelveld ondermijnt”, duidt Ceyssens. “Europa legt hoge doelstellingen op voor de landbouwers. Om deze mogelijk te maken is een goed en ondersteunend GLB, met de nodige budgetten, noodzakelijk. Want zonder budget, geen boeren. Zonder boeren, geen voedselzekerheid. En zonder voedselzekerheid, geen veiligheid.”&amp;nbsp;Daarom voert Boerenbond samen met meer dan 40 andere Europese landbouworganisaties donderdag actie.&amp;nbsp;“De combinatie van minder steun, meer en slechte regels en oneerlijke concurrentie ondermijnt de landbouwsector in Vlaanderen en Europa”, sluit Ceyssens af. “Europa moet het slot van onze landbouw halen.”</content>
            
            <updated>2025-12-15T22:12:23+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van naoorlogse landbouw tot kerstmenu: hoe kalkoen en wild traditie werden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-naoorlogse-landbouw-tot-kerstmenu-hoe-kalkoen-en-wild-traditie-werden" />
            <id>https://vilt.be/58364</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het klinkt misschien weinig verrassend: Belgen kiezen dit jaar opnieuw massaal voor 'klassiekers' als kalkoen en wild op het kerstmenu, zo blijkt uit een enquête van VLAM. Toch is deze culinaire traditie relatief jong en het resultaat van een historische evolutie waarin landbouw een sleutelrol speelde. VILT sprak met het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG) over de geschiedenis van het Belgische kerstmenu.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="culinair" />
                        <category term="geschiedenis" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6eb281e3-0cf6-4f26-940c-68d37e6856eb/full_width_w1166h674q85aoe0-digitale-afbeelding-1.jpg</image>
                                        <content>Kerstmis is vandaag een feest van familie en&amp;nbsp;culinaire&amp;nbsp;overvloed, maar&amp;nbsp;dat&amp;nbsp;is een relatief jonge&amp;nbsp;traditie.&amp;nbsp;Dat benadrukt Greet Draye, historica bij CAG. “Uitgebreid Kerstmis vieren, ook aan tafel, is iets wat pas na de Tweede Wereldoorlog echt is doorgebroken bij brede lagen van de bevolking”, zegt ze. “Voordien was het hoofdzakelijk een religieus feest, waarbij een rijkelijk kerstmenu vooral was weggelegd voor de elite.”Die omslag begon in de jaren 1950, toen de levensstandaard steeg en mensen meer geld hadden om ook Kerstmis culinair uitbundig te vieren. Vlees, aanvankelijk een luxeproduct, kreeg al snel een prominente plek op het menu. Met de modernisering van de landbouw en een grotere voedselzekerheid werd Kerstmis hét moment om overvloed te tonen. In die context veroverden kalkoen en later ook wild hun vaste plaats op de Belgische kersttafel. In de jaren &#039;50 nam kalkoen de feestelijke rol van kip over: hij is groot en oogt indrukwekkend Kalkoen: een nieuwe traditieVandaag kiest 31 procent van de Belgen voor kalkoen als hoofdgerecht, maar die traditie is allesbehalve eeuwenoud. “De eerste duidelijke vermelding van kalkoen in een Belgisch kerstmenu vinden we pas midden jaren 1960”, zegt Draye. “Vanaf de jaren 1970 en 1980 duikt kalkoen steeds vaker op en wordt hij echt typisch voor Kerstmis.”Die opmars hangt nauw samen met veranderingen en schaalvergroting in de landbouw. De intensivering en specialisatie van de pluimveeteelt maakten kalkoen betaalbaar en breed beschikbaar. Tegelijk verloor kip haar status als feestgerecht. “Kip werd vanaf de jaren 1950 een alledaagser product”, legt Draye uit. “Kalkoen nam die feestelijke rol over: hij is groot, oogt indrukwekkend en past perfect bij het idee van een gevulde feestschotel.”Ook internationale invloeden speelden mee. “Het Amerikaanse idee van kalkoen bij Thanksgiving sijpelde langzaam door”, zegt Draye. “Kerstmis volgt niet veel later in de kalender, en stilaan werd kalkoen ook hier  een vaste waarde tijdens de feestdagen.” Wild: oud symbool van luxe en natuurNaast kalkoen blijft ook wild populair: 23 procent van de Belgen zet het volgens de VLAM-enquête op tafel. Wild draagt een heel andere historische lading. Eeuwenlang was het exclusief voorbehouden aan adel en grootgrondbezitters, voor wie jachtrecht een statussymbool was.“Wild werd al heel lang geconsumeerd, maar de expliciete koppeling aan Kerstmis is minder duidelijk te traceren dan bij kalkoen”, nuanceert Draye. “Het blijft een exclusiever product, dat sterker verbonden is met het seizoenen en de jacht. Hoewel vandaag ook veel wild wordt geïmporteerd, blijft de symboliek van natuur en authenticiteit sterk aanwezig.”Jaren 1990: exotisch menu met zebra en krokodil&amp;nbsp;Naast klassiekers als kalkoen en wild kende het Belgische kerstmenu ook een opvallende, kortstondige afwijking. In de jaren 1990 dook er een uitgesproken ‘exotische periode’ op, waarin consumenten experimenteerden met ongebruikelijke vleessoorten. “Uit onderzoek naar feestfolders&amp;nbsp;van supermarkten uit die periode blijkt hoe ver men soms ging”, vertelt Draye. “In de jaren &#039;90 worden er bijvoorbeeld gourmet- en fondueschotels aangeboden met tientallen vleessoorten, waaronder ook echt exotisch vlees, zoals zebra en krokodil.”Klimaatbewustzijn en vragen rond duurzaamheid hebben exotisch vlees weer uit het kerstmenu verdreven. “Na die exotische piek zie je een terugkeer naar vertrouwde gerechten”, zegt Draye. “Kalkoen en wild bleven overeind, juist omdat ze sterk verankerd zijn in onze jonge culinaire traditie.”</content>
            
            <updated>2025-12-16T11:58:54+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse bodem bevat 155 miljoen ton koolstof, maar dat is niet genoeg]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-bodem-bevat-155-miljoen-ton-koolstof-maar-dat-is-niet-genoeg" />
            <id>https://vilt.be/58365</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse bodem bevat 155 miljoen ton koolstof. Dat blijkt uit metingen die het Departement Omgeving de afgelopen vier jaar heeft uitgevoerd samen met het Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek (INBO) en het Instituut voor Landbouw en Visserij Onderzoek (ILVO). Hoge organische koolstofvoorraden maken onze bodem beter bestand tegen klimaatverandering en zorgen ook dat er minder koolstof, zoals CO2, in de atmosfeer zit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="koolstof" />
                        <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/09cadbea-f276-4d60-9698-92fb189e6774/full_width_carbonfarming-bodem-koolstoflandbouw-inagro.jpg</image>
                                        <content>Het Departement Omgeving pleit ervoor om onze koolstofvoorraden te beschermen en nog te verhogen. Tussen 2021 en 2025 werden op een 1000–tal meetpunten van het Vlaamse bodemmonitoringsnetwerk Cmon stalen genomen. De meetpunten bevinden zich op gronden met verschillende vormen van landgebruik: akkerland, blijvend grasland, bos, open natuur en onverhard ruimtebeslag. Die laatste categorie omwat ruimte die door de mens is ingenomen, maar niet is verhard, zoals tuinen of parken. Het volledige areaal onverharde bodems in Vlaanderen blijkt 87 miljoen ton organische koolstof te bevatten in de 0-30 cm bodemlaag, in totaal gaat het om 155 miljoen ton koolstof in de bodemlaag van 0-100 cm.Waar liggen de hoogste koolstofvoorraden? Binnen een bepaald landgebruik stijgen de gemiddelde koolstofvoorraden als de meetpunten natter zijn. Kleibodems bevatten zo hogere gemiddelde voorraden dan leembodems. Maar vooral veenbodems bevatten tonnen koolstof. De voorraden koolstof die daarin opgeslagen liggen, mogen volgens het Departement absoluut niet verloren gaan.  Vooral potentieel op akkerland en in tuinen en parkenHet Departement ziet vooral potentieel om de koolstofvoorraden op akkerland en in tuinen en parken te verhogen. Per hectare bevatten akkers een lagere organische koolstofvoorraad in vergelijking met bodems met een ander landgebruik, maar in totaal herbergt akkerland wel het grootste aandeel van alle koolstofvoorraad in onverharde bodems, namelijk 33 procent. Omdat akkerland zo’n grote totaaloppervlakte heeft, kunnen kleine ingrepen sterk doorwegen.  Dat kan bijvoorbeeld door de gewassen te kiezen die de koolstofopslag verhogen. Onverhard ruimtebeslag bevat 26 procent van de organische koolstofvoorraden in Vlaanderen. Bij blijvend grasland is dat 18 procent, bos 15 procent en open natuur 8 procent. Dus ook het beheren van het onverharde ruimtebeslag is belangrijk om de organische koolstofvoorraden in Vlaanderen te beschermen of te verhogen, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomen, struiken of hagen.Netto-opslag is afgenomen155 miljoen ton koolstofopslag mag dan veel lijken, het is nog onvoldoende om onze koolstofuitstoot te compenseren. De netto-opslag van koolstof in Vlaanderen nam af doorheen de tijd en sinds 2018 is er zelfs netto-uitstoot. “Om dit om te buigen zou de totale koolstofopslag van 155 miljoen ton in de bodem dus nog moeten stijgen.&amp;nbsp;Het is daarbij belangrijk om de koolstofvoorraden minstens te beschermen en waar mogelijk te verhogen, bijvoorbeeld door te vernatten, het inpassen van groenbedekkers in de landbouw en het vergroenen van de bebouwde omgeving”, stelt het Departement Omgeving.Een Europese verordening (LULUCF-verordening) legt bindende doelstellingen op aan de EU-lidstaten voor bijkomende koolstofopslag. De Europese Richtlijn Bodemmonitoring en de Europese Natuurherstelverordening zetten aan om het potentieel aan koolstofopslag te monitoren en verder uit te bouwen.  Het Cmon-meetnet vormt de basis voor de diverse Europese rapporteringen.Na vier werkjaren zijn op 40 procent van de Cmon-locaties&amp;nbsp;stalen genomen. De komende zes jaar worden de metingen verder gezet.</content>
            
            <updated>2025-12-16T13:06:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Duitse boeren voeren actie tegen discountprijzen van boter]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/duitse-boeren-voeren-actie-tegen-discountprijzen-van-boter" />
            <id>https://vilt.be/58366</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Duitse boeren voerden begin deze week actie tegen het prijsbeleid van discountsupermarkten. Met tractoren blokkeerden ze wegen en trokken ze richting hoofdkantoren en distributiecentra van de Duitse supermarktketen Lidl.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melk" />
                        <category term="zuivel" />
                        <category term="supermarkt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a1d09816-8525-40d8-98eb-4f5b3ccef4b0/full_width_boter.jpg</image>
                                        <content>De nationale acties vloeien voort uit de scherpe daling van de melk- en boterprijzen. De recente verlaging van de prijs van huismerkboter bij verschillende discounters was voor veel Duitse boeren de druppel die de emmer deed overlopen.De supermarkten verlaagden de prijs van een pakje huismerkboter van 250 gram naar 99 cent.&quot;We zijn momenteel getuige van een volstrekt rampzalig prijsbeleid. Het is geen publiek geheim, de reclames hangen uit: Lidl en Aldi voeren een prijzenoorlog&quot;, vertelt Marc Bernhardt, woordvoerder van de landbouworganisatie &#039;Land schafft Verbindung&#039; aan de Duitse nieuwsdienst ZDF. Volgens Bernhardt gaat deze strijd ten koste van de landbouwers. &quot;Zodra boter goedkoper wordt, volgen ook andere zuivelproducten. Dat zet de melkprijs verder onder druk. We weten nu al dat we de komende maanden verlies zullen draaien”, vervolgt Bernhardt.Lidl: &quot;Overaanbod aan rauwe melk&quot;Lidl toont begrip voor de frustratie, maar wijst op marktomstandigheden. Volgens de retailer is er sinds september sprake van een duidelijk overaanbod aan rauwe melk. Prijsverlagingen zouden nodig zijn om afzet te blijven vinden en grotere prijsschokken te vermijden. Zonder aanpassing dreigt volgens Lidl een nog scherpere daling.De keten benadrukt ook dat zij slechts één schakel is in een veel bredere markt. Een deel van het melkoverschot gaat naar export en de inkomsten van boeren hangen sterk samen met internationale prijzen. &quot;De situatie voor boeren is daarom ook grotendeels afhankelijk van de wereldmarktprijzen, die dit jaar aanzienlijk lager liggen dan vorig jaar&quot;, aldus de supermarktketen.</content>
            
            <updated>2025-12-16T18:54:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opnieuw geen rundveeprijskampen op Agridagen: “Het levenswerk van de veehouders beschermen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opnieuw-geen-rundveeprijskampen-op-agridagen-het-levenswerk-van-de-veehouders-beschermen" />
            <id>https://vilt.be/58367</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door de insleep van Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis (IBR) in Vlaanderen zullen er in februari voor de tweede keer op rij geen prijskampen voor melk- en vleesvee plaatsvinden op Agridagen. Daarmee sluit de beurs aan bij Agriflanders en Agribex, waar de prijskampen eveneens werden geannuleerd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5a0fb742-5d88-4d73-9671-2cca18e1539f/full_width_agridagenravels.jpg</image>
                                        <content>Agridagen is niet de eerste beurs die haar prijskampen annuleert. Ook op Agriflanders en Agribex konden veehouders met hun favoriete prijskampkoeien niet deelnemen aan wedstrijden. Bij Agriflanders gingen de prijskampen niet door omwille van mond- en klauwzeer, terwijl Agribex volledig zonder dieren bleef omdat de toenmalige Brusselse regering het houden van levende dieren op evenementen verboden heeft.Voor Agridagen is het ondertussen de tweede keer dat de prijskampen worden geannuleerd. Ook bij de vorige editie gingen ze niet door omwille van het IBR-virus. “Nochtans was het enthousiasme om op deze editie opnieuw rundveeprijskampen te organiseren groot bij alle betrokken partijen”, zegt Joris Van Olmen, voorzitter van Agridagen. “Na de eerdere afgelasting was iedereen extra gemotiveerd om er iets moois van te maken.”De huidige IBR-situatie heeft de organisatie echter doen besluiten om de rundveeprijskampen opnieuw te annuleren. “Als organisator nemen wij onze verantwoordelijkheid. Het belang van de sector staat voorop. Wij willen het levenswerk van onze veehouders maximaal beschermen.” Hoewel prijskampen niet aan de basis liggen van de verspreiding van het virus, is het volgens de organisatie in de huidige omstandigheden niet verantwoord om dieren van verschillende beslagen samen te brengen op een prijskamppiste en in de wachthokken. Vroege beslissingMet nog acht weken te gaan tot de beurs heeft de organisatie de knoop vroeg doorgehakt. “Langer wachten was voor ons geen optie&quot;, klinkt het. Deze moeilijke maar noodzakelijke beslissing wordt nu al genomen omdat de virusdruk naar verwachting niet snel zal afnemen. Door tijdig te beslissen kunnen grotere teleurstellingen en bijkomende kosten voor zowel deelnemers als organisatoren worden vermeden.”Toch blijft de voorzitter geloven in de toekomst van het rundveegebeuren op de Agridagen. “Levende dieren dragen bij tot de beleving op een landbouwbeurs. Ondanks alle sanitaire uitdagingen blijven we strijdvaardig. Binnen twee jaar willen we opnieuw rundveeprijskampen organiseren in Weelde Depot.”De organisatie benadrukt dat ook zonder prijskampen er op de Agridagen heel wat te beleven zal vallen in februari. “Met meer dan 200 standhouders op een uitverkochte beursvloer en drie sectorseminaries belooft het een boeiende editie te worden”, verzekert Van Olmen.</content>
            
            <updated>2025-12-16T15:16:20+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[China verlaagt antidumpingheffing op Vlaams varkensvlees van 62,4% naar 9,8%]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/china-verlaagt-antidumpingheffing-op-vlaams-varkensvlees-van-624-naar-98" />
            <id>https://vilt.be/58368</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na de afronding van haar “antidumpingonderzoek” heeft China besloten om de importheffing op Belgisch varkensvlees drastisch te verlagen van 62,4 procent naar 9,8 procent. De hoge importtarieven waren sinds september van kracht en bemoeilijkten de export naar China. De landbouworganisaties en Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) reageren tevreden op de tariefverlaging. “Dit geeft onze bedrijven zuurstof en perspectief."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="varken" />
                        <category term="afrikaanse varkenspest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f8520d65-b45e-41d5-8bb5-115d84283443/full_width_china-varken-tong-vijfde-kwartier.jpg</image>
                                        <content>Als reactie op de importtarieven die de Europese Unie invoerde op Chinese elektrische wagens, legde China in september dit jaar antidumpingheffingen op Europees varkensvlees op. Vlaanderen viel onder het hoogste tarief en varkensvlees werd sindsdien belast met een heffing van maar liefst 62,4 procent. De varkenssector reageerde onthutst op deze plotselinge, torenhoge tarieven die de export van Vlaanderen naar China aan banden legde. Zeker omdat ons land in de periode waarin China de zogenaamde dumpingpraktijken vaststelde, geen varkensvlees naar China exporteerde. Dat was een gevolg van de importban die China ons land had opgelegd na de vaststelling van Afrikaanse varkenspest bij everzwijnen in Wallonië in augustus 2018. Pas in 2024 ging de Chinese markt opnieuw open voor Belgisch varkensvlees.Als gevolg van de tariefverhoging op varkensvlees daalde de prijs voor varkensvlees in Europa en ook Vlaanderen. China is nog steeds een belangrijk afzetgebied voor ons varkensvlees. De export naar China - zowat 15.000 ton per jaar - is vooral belangrijk voor delen van het varken die in eigen land minder in de smaak vallen, zoals poten en oren, maar in China als een delicatesse worden beschouwd. In de eerste negen maanden van 2025 was de Belgische uitvoer naar China volgens Federatie van het Belgisch Vlees (FEBEV) goed voor bijna 20 miljoen euro. Diplomatiek offensief uit VlaanderenMinister Brouns startte samen met VLAM en FEBEV een offensief om de hoge invoertarieven uit China van tafel te halen. Er werd gelobbyd via de Belgische ambassade in Peking en Brouns agendeerde het onderwerp op de Raad van Europese landbouwministers, waar hij aandrong op een gezamenlijke Europese aanpak om de Chinese markt opnieuw open te krijgen. Hij ontving naar eigen zeggen in Brussel brede steun van andere Europese lidstaten.De hoge tarieven op Vlaamse varkensvlees waren een tijdelijke maatregel in afwachting van de afronding van het antidumpingonderzoek. Nu dat onderzoek door Peking is gebeurd, werden de definitieve antidumpingheffingen bekendgemaakt: deze liggen voortaan tussen 4,9 en 19,8 procent. In het geval van België gaat het om 9,8 procent. Tevreden reacties uit de sectorDe betrokkenen reageren opgelucht. &quot;Dankzij gezamenlijke inspanningen van de sector, VLAM en onze diplomatieke acties kunnen we opnieuw competitief exporteren naar een belangrijke markt als China. Dit geeft onze bedrijven zuurstof en perspectief”, aldus minister Brouns. Het Belgian Meat Office van VLAM trad in het dossier op als verbindende partner tussen bedrijven, sectororganisaties en overheden. &quot;Door informatie te bundelen en te delen en de gezamenlijke standpunten consequent naar de beleidsniveaus te vertalen, konden de Vlaamse belangen duidelijk en geloofwaardig worden verdedigd&quot;, zegt manager Joris Coenen. FEBEV noemt de Chinese aanpassingen &quot;goed nieuws voor de varkenssector&quot;. &quot;Dit biedt een duidelijk werkingskader&quot;, aldus Michael Gore, gedelegeerd bestuurder van FEBEV. Brancheorganisatie Pork.BE is opgetogen over deze doorbraak. &quot;VLAM en FEBEV hebben samen mee kunnen zorgen voor gunstige invoertarieven voor de Chinese markt. Overleg en samenwerking loont en zal zich vertalen in waarde voor de hele keten&quot;, aldus voorzitter Filip Fontaine.Ook Boerenbond is tevreden. “Onze Belgische varkenshouders werden onterecht mee geslachtofferd door de maatregelen. We hebben van in het begin zeer sterk geijverd voor een oplossing, en die is nu gevonden met dank aan de steun van VLAM, FEBEV, minister Brouns en de Belgische ambassade in China&quot;, Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens.</content>
            
            <updated>2025-12-16T16:01:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fusie is definitief: leden stemmen in met samensmelting Milcobel en FrieslandCampina]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fusie-definitief-leden-stemmen-in-met-samensmelting-milcobel-en-frieslandcampina" />
            <id>https://vilt.be/58369</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De fusie tussen Milcobel en FrieslandCampina is een feit. De ledenraad van FrieslandCampina en de buitengewone algemene vergadering van Milcobel hebben vandaag ingestemd met de fusieplannen van beide coöperaties. Het ledenbesluit was de laatste horde op weg naar een samensmelting van de Nederlandse en Vlaamse zuivelbedrijven vanaf 1 januari 2026. De dagelijkse leiding komt in handen van Nederlanders, maar Vlamingen zitten mee aan het stuur.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ba688007-1b69-4460-bcfd-ba394002aa36/full_width_milcobel-kallo-1250.jpg</image>
                                        <content>Niemand voorzag op voorhand tegenstand en dinsdag hebben Milcobel-leden en FrieslandCampina-leden dan ook ingestemd met de fusieplannen. Zowel in de ledenraad van FrieslandCampina als in de buitengewone algemene vergadering van Milcobel was een ruime meerderheid te vinden voor de plannen die een grote Nederlands-Vlaamse zuivelverwerker tot stand brengen. In Nederland stemde ruim 95 procent van de vertegenwoordigende leden voor, in Vlaanderen was er sprake van unanimiteit.“Wij zijn blij dat onze ledenraad en de buitengewone algemene vergadering van Milcobel met de fusie hebben ingestemd. Deze fusie is een logische stap. We bundelen onze krachten, vergroten onze schaal en versterken onze marktposities. Samen staan we sterk”, klinkt het uit Nederland.Ook vanuit Vlaanderen klinkt enthousiasme. “Deze fusie komt voort uit onze gezamenlijke ambitie om onze leden-melkveehouders en hun opvolgers een toekomst met zekerheid en goede inkomsten te bieden. Door onze krachten te bundelen vergroten we onze slagkracht”, aldus Betty Eeckhaut, voorzitter van het bestuur van Milcobel. Milcobel wordt FrieslandCampinaVanaf 1 januari 2026 worden de leden-melkveehouders van Milcobel volwaardig coöperatief lid van FrieslandCampina, met dezelfde rechten, plichten en melkprijssystematiek als de bestaande leden. “Dit waarborgt gelijke behandeling en inspraak voor alle leden binnen de nieuwe coöperatie”, klinkt het.Milcobel-leveranciers zullen voortaan onder de naam FrieslandCampina werken. Met de fusie worden twee nieuwe districten toegevoegd aan de 14 bestaande districten binnen FrieslandCampina: Milcobel-West (district 15), bestaande uit Noordoost-Vlaanderen, Brugse Ommeland, Westhoek, Zuidwest-Vlaanderen en Zuidoost-Vlaanderen. Daarnaast wordt Milcobel-Oost (district 16) in het leven geroepen, bestaande uit Kempenland, Noordwest-Antwerpen, Limburg &amp;amp; Brabant en Cercle Francophone.De nieuwe districtsraden worden geleid door Bram Maes (West) en Vanessa Tindemans-Van Eynde (Oost). Maes heeft een melkveebedrijf in het Vlaamse Aalter en Tindemans-Van Eynde in het Waalse Pessoux. Elke districtsraad telt acht tot tien gekozen melkveehouders en is het aanspreekpunt voor het district. Samen vormen zij de ledenraad, waarbij het stemgewicht per district afhangt van de geleverde hoeveelheid melk. Vlamingen mee in de cockpitOp bestuurlijk-uitvoerend niveau komen de krachtsverhoudingen (FrieslandCampina telt ruim 14.000 leden-melkveehouders, Milcobel nog geen 1.500, red.) wel tot uiting in de bedrijfsvoering. Zo blijft Sybren Attema aan als voorzitter van het bestuur en voorzitter van de raad van commissarissen en en Jan Derck van Karnebeek als CEO van Koninklijke FrieslandCampina.Voormalig Milcobel-voorzitter Betty Eeckhaut neemt zitting in het bestuur van Zuivelcoöperatie FrieslandCampina U.A. en in de raad van commissarissen. Peter Grugeon, voormalig CEO van Milcobel, moet een stapje terug doen, maar treedt wel toe tot het uitvoerende (executive) team van FrieslandCampina. Hij treedt vanaf 1 april aan als president van de businessgroep Professional en geeft daarmee sturing aan veel van de voormalige Milcobel-activiteiten.Betty Eeckhaut herhaalde in een perscommuniqué dat de fusie met FrieslandCampina bijdraagt aan een toekomstbestendig bedrijf dat ook de melkprijs voor de toekomstige generatie kan waarborgen. “Samen zijn we sterker dan ieder voor zich en hiermee denken we zeker in Noord-Frankrijk en België meer melkveehouders aan ons te kunnen binden”, gaf Milcobel-CEO Peter Grugeon eerder al aan. De mozzarella van Milcobel staat hoog aangeschreven om zijn kwaliteit. Dit imago zal ons helpen om ook kwalitatieve boter en vetten bij deze klanten onder te brengen Door portfolio’s, markten en klanten te delen ziet het fusiebedrijf veel synergie. “De mozzarella van Milcobel staat hoog aangeschreven om zijn kwaliteit. Dit imago zal ons helpen om ook kwalitatieve boter en vetten bij deze klanten onder te brengen”, aldus Jan Derck van Karnebeek, CEO FrieslandCampina. Wat met weicontract met Arla en met personeel?Ook de weimarkt werd als een belangrijke opportuniteit genoemd. “Door de weistromen van beide coöperaties te combineren hebben we een groter aandeel in de wereldweimarkt, waar schaalvergroting essentieel is”, klonk het. Het valt daarom nog af te wachten of het Milcobel-weicontract met Arla gerespecteerd wordt, of dat FrieslandCampina deze volumes naar zich toetrekt.Onderdeel van de voordelen van schaalvergroting is ook een efficiëntieslag. CEO Jan Derck van Karnebeek vindt het te vroeg om te antwoorden op vragen of er ook een reorganisatie komt. Integratieplannen liggen op tafel en moeten in 2026 gestalte krijgen. “Het is niet uit te sluiten dat sommige posities door efficiëntieverbeteringen overbodig worden, maar dat zal pas later duidelijk worden&quot;, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-12-16T18:55:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kan peilgestuurde drainage polderlandbouw wapenen tegen droogte?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kan-peilgestuurde-drainage-de-polderlandbouw-wapenen-tegen-droogte" />
            <id>https://vilt.be/58370</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Droogteperiodes volgen elkaar steeds sneller op en ook verzilting zet de polderlandbouw onder druk. Waterbeheer wordt daardoor een cruciale hefboom voor landbouwers. Peilgestuurde drainage wordt vaak genoemd als een mogelijke oplossing, maar over de werking ervan op zware kleigronden bestond tot nu toe weinig praktijkkennis. Vier jaar praktijkonderzoek van Inagro binnen het VLAIO-traject OP-PEIL brengen daar nu meer duidelijkheid in.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Inagro" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/da269fd5-d253-4c54-926e-c23cc94527f8/full_width_droogtebodem.jpg</image>
                                        <content>Bij peilgestuurde drainage wordt het grondwaterpeil actief gestuurd, in tegenstelling tot het klassieke systeem waarbij water continu afvloeit. Het doel is dubbel: in droge periodes blijft water langer beschikbaar voor de gewassen, terwijl het in natte periodes of bij specifieke werkzaamheden, zoals bodembewerking of zaaien, gecontroleerd kan worden afgevoerd. Meer water in winter en voorjaarOp zware kleigronden blijkt peilgestuurde drainage vooral voordelen te bieden in natte periodes. Het effect was het duidelijkst in de winter en het vroege voorjaar, met een betere infiltratie en een hogere bodemvochtreserve bij de start van het groeiseizoen. Daardoor kan een landbouwer in het voorjaar één tot twee irrigatiebeurten uitsparen, afhankelijk van de omstandigheden.Tijdens langere droge periodes verdwijnt die waterbuffer echter relatief snel. “Omdat kleigronden water slecht doorlaten, wordt de waterbuffer na een lange droogteperiode ook moeilijk en traag opnieuw aangevuld”, legt Bert Everaert, praktijkonderzoeker Bodem bij Inagro, uit. De landbouwkundige meerwaarde blijft daardoor in de zomer beperkt. “Dat het vastgehouden water relatief snel verdwijnt, zien we bij alle bodemtypes, maar nu hebben we dit ook duidelijk vastgesteld op kleigronden”, besluit Everaert. Beperkte invloed op opbrengst en verziltingPeilgestuurde drainage kan helpen om het voorjaar vochtiger te starten en waterstress te beperken, maar is tegelijk geen wondermiddel voor hogere opbrengsten of een structurele aanpak van verzilting.Over de volledige onderzoeksperiode bleven de opbrengstverschillen tussen peilgestuurde en klassieke drainage beperkt. Alleen in een droger voorjaar werd bij wintertarwe een lichte meeropbrengst vastgesteld. Peilgestuurde drainage garandeert dus geen hogere opbrengsten, maar draagt wel bij aan een stabielere bodemvochttoestand.Ook op het vlak van verzilting zijn de effecten beperkt. Peilgestuurde drainage verandert weinig aan de dynamiek tussen zout en zoet grondwater. Het extra zoete water kan wel tijdelijk helpen om zoutstress bij groeiende gewassen uit te stellen, maar biedt geen structurele oplossing voor het verziltingsprobleem. We zouden peilgestuurde drainage zeker aanraden in de polders, maar elk perceel is anders. De lokale omstandigheden en het beheer maken het verschil Goed beheer en perceelkennis maken het verschilPeilgestuurde drainage werkt alleen optimaal bij een nauwkeurig beheer van het waterpeil. Een te hoog peil kan leiden tot natte percelen, structuurschade en opbrengstverlies. “De marges bij zware kleigronden zijn kleiner dan bij beter waterdoorlatende bodemtypes zoals zand- of zandleemgronden. Correct peilbeheer en tijdig ingrijpen zijn daarom essentieel”, klinkt het bij Inagro.Volgens Everaert is peilgestuurde drainage vooral geschikt voor landbouwers die actief met de waterhuishouding van hun bodem willen bezig zijn. “We zouden peilgestuurde drainage zeker aanraden in de polders, maar elk perceel is anders. De lokale omstandigheden en het beheer maken het verschil.”Ook de interactie met het poldernetwerk speelt een belangrijke rol. Het beheer van de waterlopen door polderbesturen bepaalt mee hoe efficiënt peilgestuurde drainage kan functioneren. Op percelen waar al een verzameldrain of moerbuis aanwezig is, ziet Inagro duidelijke kansen voor peilgestuurde drainage. “Waar drainagebuizen apart in de gracht uitkomen, kan het dan weer interessant zijn om die situatie zo te laten, zodat infiltratie vanuit de gracht naar het veld mogelijk blijft.”De conclusie van het praktijkonderzoek is dan ook genuanceerd: peilgestuurde drainage is een waardevol instrument binnen het waterbeheer in polders, maar geen universele oplossing. Maatwerk, actief beheer en afstemming met het polderwatersysteem zijn cruciaal om er echt voordeel uit te halen.</content>
            
            <updated>2025-12-17T20:39:26+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gent verkoopt 100 hectare landbouwgrond om stadskas te spijzen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gent-verkoopt-100-hectare-landbouwgrond-om-stadskas-te-spijzen" />
            <id>https://vilt.be/58371</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na het debacle over de verkoop van landbouwgronden aan Fernand Huts heeft Gent beslist om nog eens 100 hectare landbouwgrond buiten de stad te verkopen. Het Gentse stadsbestuur hoopt op die manier 5,5 miljoen euro op te halen. “Maar de maximale prijs is niet het hoofddoel”, klinkt het, “wel moet de landbouwfunctie gegarandeerd blijven.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                        <category term="publieke gronden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2283ce27-b943-4823-9e17-41026802359e/full_width_landbouwgrondbos.jpg</image>
                                        <content>Komt moratorium hiermee ten einde?De beslissing van de stad Gent om opnieuw publieke landbouwgronden te verkopen, is een trendbreuk met het verleden. Na de gerechtelijke procedure die volgde op de verkoop van 450 hectare aan de Antwerpse havenbaas Fernand Huts besliste Gent om een moratorium uit te vaardigen en geen landbouwgronden meer te verkopen.Het is intussen geweten dat het stadsbestuur van Gent fors moet besparen de komende bestuursperiode. Oppositiepartij N-VA is van mening dat een groot deel van de 1.600 hectare landbouwgronden die in het bezit zijn van de stad, moet verkocht worden om de financiën op orde te krijgen. Dat zou volgens de partij tot 100 miljoen euro kunnen opleveren.Schepen Sofie Bracke (Voor Gent) wil zo ver niet gaan. De stad wil erover waken dat de landbouwgrond ook in de toekomst haar specifieke functie behoudt en daarom wil de schepen enkel pachtvrije percelen buiten de stad verkopen, zo vertelt ze aan VRT NWS. Volgens de inschattingen vandaag zou het gaan om ruim 100 hectare die minstens op tien kilometer afstand van de stad liggen. Op zoek naar externe partner?Idealiter vindt Gent een externe partner die de gronden overneemt om ervoor te zorgen dat deze percelen ook in de toekomst kunnen gebruikt worden door landbouwers. “We denken bijvoorbeeld aan de Vlaamse Landmaatschappij”, legt Bracke uit. “In Lierde hebben we een grond van 54 hectare. Het is een interessante case om mee te starten.De maximale verkoopprijs is daarbij niet het belangrijkste criterium. “Grond is schaars en we moeten als overheid garanderen dat ze voor landbouw gebruikt blijft worden,” benadrukt Bracke. Alleen voor zeer kleine of moeilijk verkoopbare percelen kunnen later alternatieve oplossingen worden bekeken.De pachtvrije landbouwgronden binnen Gent en de onmiddellijke omgeving, ongeveer 25 hectare, blijven eigendom van de stad. Daar wil Gent inzetten op langere pachtovereenkomsten, zodat landbouwers duurzaam en economisch rendabel kunnen werken. In de toekomst komt jaarlijks nog vijf tot tien hectare pachtvrije grond vrij, waarvoor dezelfde aanpak zal gelden. Uitverkoop publieke gronden om gemeentekas te spijzen?Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek waarschuwde er eerder al voor dat steeds meer OCMW&#039;s en kerkfabrieken hun landbouwgronden van de hand doen. In Oost-Vlaanderen alleen al zouden kerkfabrieken tien procent en OCMW&#039;s 18 procent van hun gronden van de hand hebben gedaan. Omdat het vaak gaat over eeuwenoud patrimonium zijn deze cijfers vrij spectaculair.De verkopen zijn meestal gemotiveerd door de grote financiële uitdagingen waar deze instellingen voor staan. &quot;Begrijpelijk&quot;, klinkt het bij ILVO, &quot;maar wel zorgwekkend.&quot; Zeker voor de vele pachters is die uitverkoop vaak slechts nieuws. Ofwel voelen die zich genoodzaakt om de grond zelf aan te kopen en zich in de schulden te steken ofwel bestaat de kans dat die grond uit hun handen gaat en hun bedrijfsvoering dus in gevaar komt.Volgens Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO, moet er een tijdelijk verbod komen voor overheden en publieke instellingen om hun gronden te verkopen zolang ze geen doordacht grondenbeleid hebben. &quot;Overheden moeten zich bewust worden dat snel landbouwgronden verkopen aan de meest biedende nefaste gevolgen heeft voor de broodnodige omslag die landbouw moet maken richting duurzame landbouw- en voedselproductie&quot;, zei hij daar eerder over in een opiniestuk.Ook Diksmuide, Boechout, Herzele en Evergem verkopen landbouwgrondNu de meerjarenbegrotingen van de verschillende gemeenten en steden stilaan bekendgemaakt worden, blijkt dat de verkoop van publieke gronden inderdaad een piste is waar lokale besturen willen op inzetten om hun begroting rond te krijgen. De afgelopen week hebben onder meer Diksmuide, Boechout, Herzele en Evergem al aangekondigd landbouwgronden te willen verkopen om de gemeentekas te spijzen.</content>
            
            <updated>2025-12-16T17:56:45+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gewasbescherming en bemesting nabij natuurgebieden vergen passende beoordeling, oordeelt rechtbank]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gebruik-van-gewasbescherming-en-mest-nabij-natuurgebieden-vergt-passende-beoordeling-oordeelt-rechtbank" />
            <id>https://vilt.be/58372</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Volgens de rechtbank van Brussel heeft Vlaanderen bepaalde Europese verplichtingen over gewasbeschermingsmiddelen niet volledig omgezet in de eigen wetgeving. Bij een correcte omzetting zouden landbouwers die mest of gewasbescherming gebruiken nabij een Natura 2000-gebied moeten aantonen dat dit geen schadelijke impact heeft. “Als de regering dit vonnis naast zich neerlegt, kunnen deze landbouwers binnenkort voor de rechter gedaagd worden”, aldus Dries Verhaeghe van milieuorganisatie Dryade.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fff82fe0-1850-478b-8e97-bf1b9503f754/full_width_pesticidetractorgewasbeschermingsmiddelen.jpg</image>
                                        <content>De activiteiten van landbouwers kunnen in Vlaanderen ruwweg in drie categorieën worden onderverdeeld. Er zijn vergunningsplichtige activiteiten, zoals de bouw van een stal, meldingsplichtige activiteiten, zoals kleinschalige grondwaterwinningen, en vrijgestelde activiteiten. Veel gangbare teeltwerkzaamheden vallen in deze laatste categorie: ze zijn wel streng gereglementeerd, maar vereisen vooraf noch een melding, noch een vergunning.Vijf milieuorganisaties stellen dat sommige vrijgestelde landbouwactiviteiten, zoals het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of bemesting, een impact kunnen hebben op nabijgelegen Natura 2000-gebieden (de zogenaamde SBZ-gebieden). Volgens hen eist de EU in haar richtlijnen dat voor deze activiteiten een impactbeoordeling wordt gemaakt. In Vlaanderen is voor vrijgestelde activiteiten vandaag geen voorafgaand onderzoek naar hun gevolgen verplicht.De milieuorganisaties wezen op een lacune in de Vlaamse omzetting van de Europese richtlijnen en stapten daarmee naar de rechtbank van eerste aanleg&amp;nbsp;in Brussel. Die geeft hen nu gelijk. Gevolgen vergunningsverleningDe rechtbank legt de Vlaamse regering verder geen concrete maatregelen op. Hoe die lacune moet worden opgevuld en welke ingrepen nodig zijn, laat de rechtbank over aan de regering, aangezien zij daar niet bevoegd voor is.“Er zijn verschillende mogelijkheden voor de regering om de Europese regels correct om te zetten in de Vlaamse wetgeving”, aldus Verhaeghe. “De activiteiten zouden allemaal vergunningsplichtig gemaakt kunnen worden of ze zouden aan een passende beoordeling onderworpen kunnen worden. Als Vlaanderen dit dossier naast zich zou neerleggen, zouden landbouwers met impactgevoelige activiteiten voor de rechter gesleept kunnen worden als ze hun vergunning wensen te vernieuwen. Zonder aanpassing creëert Vlaanderen extra rechtsonzekerheid voor akkerbouwers en fruittelers”Daar kijkt de woordvoerder van Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) anders naar. &quot;In België kennen we geen bindende case-law zoals in sommige andere rechtssystemen, en al zeker niet op basis van één vonnis van een rechtbank van eerste aanleg. Dit vonnis creëert dus geen automatische of algemene verplichtingen voor individuele landbouwers”, klinkt het. “Het vonnis stelt enkel een fout vast bij de omzetting van de Habitatrichtlijn.”Volgens Verhaeghe kan de uitspraak wel gevolgen hebben. Hij vergelijkt het vonnis met het Nelissen-arrest. &quot;De Raad van State stelde toen dat de meest recente wetenschappelijke informatie over kritische depositiewaarden moest worden gebruikt. Dit had ook een directe impact op de vergunningverlening.&quot; “Duidelijk signaal”Alle vijf de milieuorganisaties (Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu, WWF, Dryade en VELT) reageren alvast tevreden op het vonnis. “We zijn blij met dit duidelijk signaal aan de regering”, klinkt het. “Vlaanderen moet haar landbouwbeleid fundamenteel hertekenen en expliciet kansen creëren voor duurzame landbouw, waar gewasbeschermingsmiddelen minder of niet gebruikt worden&quot;.“Deze uitspraak is goed nieuws voor iedereen: voor de dier- en plantensoorten in onze natuurgebieden, voor de kwaliteit van ons drinkwater, en dus ook voor de gezondheid van ons allemaal&quot;, besluit Mattias Bruynooghe, diensthoofd beleid bij Natuurpunt.Lacune ook nog onderwerp in andere rechtszaakDe omzetting van de Europese Habitatrichtlijn in Vlaamse regelgeving ligt ook nog in een andere zaak ter beoordeling. Eerder dit jaar trok milieuorganisatie Dryade met een gelijkaardige vraag naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Die zaak ging niet over vrijgestelde, maar over meldingsplichtige activiteiten. Ook daarvoor geldt vandaag geen milieutoets, terwijl Dryade stelt dat de Habitatrichtlijn ook voor zulke projecten een passende beoordeling vereist.De Raad voor Vergunningsbetwistingen legde die vraag voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Een uitspraak wordt pas tegen eind 2026 verwacht.</content>
            
            <updated>2025-12-17T15:10:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "Vlaanderen maakt het agro-ecologische veebedrijven onmogelijk om stikstofdoelen te halen"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opinie-vlaanderen-maakt-het-agro-ecologische-veebedrijven-onmogelijk-om-stikstofdoelen-te-halen" />
            <id>https://vilt.be/58373</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse natuurgebieden kampen met een stikstofprobleem. Een deel van de oorzaak ligt bij de ammoniakuitstoot van veehouderijen. Als biologische geitenhouder werk ik al jaren aan oplossingen, maar de Vlaamse overheid maakt me dat vandaag onmogelijk. Dat schrijft biologische geitenhouder Renaat Devreese in een opiniestuk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="bio" />
                        <category term="Geitenhouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3640b0f7-8dc1-458a-9f60-f67cd584cbb4/full_width_treigershofgeitje.jpeg</image>
                                        <content>Beleid focust op technologische oplossingenVlaanderen werkt met een lijst van erkende stikstofreducerende (PAS) maatregelen die boeren kunnen toepassen om hun uitstoot te verminderen. De focus ligt daarbij vooral op dure, technologische installaties als luchtwassers. Die vangen de uitstoot op, maar werken alleen in potdichte omgevingen. Geen oplossing voor mij, want de biologische wetgeving vereist dat mijn dieren buiten mogen. Ik zou ook niet anders willen, want zulke stallen zijn slecht voor de gezondheid van mijn dieren.Door hun kostprijs kozen vooral grote veehouderijen hiervoor. Met overheidssteun wil Vlaanderen ook kleinere bedrijven in die technische richting sturen. Zo vliegt Vlaams belastinggeld letterlijk en figuurlijk de lucht in, want wat blijkt: zulke luchtwassers werken niet altijd even doeltreffend. Een grote veehouderij die 85 procent van de uitstoot opvangt, stoot nog altijd meer uit dan een kleine veehouder die niets doet aan zijn uitstoot. Mijn collega’s en ik zijn nochtans een deel van de oplossing. Dat komt omdat we brongericht werken. Wij voeren geen kunstmest of soja aan, externe bronnen van stikstof Circulaire bedrijven blijven in de kou staanIn dit beleid blijven circulaire boerderijen als de mijne vandaag grotendeels in de kou staan. Nochtans zijn mijn collega’s en ik een deel van de oplossing. Dat komt omdat we brongericht werken. Zo voer ik op mijn bedrijf geen kunstmest of soja aan, externe bronnen van stikstof. Alleen houdt het beleid daar geen rekening mee. Zij houden halsstarrig vast aan theoretische rekenmodellen, die in de echte wereld een slag in het water zijn.Dat werd afgelopen week nog eens pijnlijk duidelijk. Zelf gebruik ik al jaren zeoliet, een mineraal dat de ammoniakuitstoot in mijn stallen vermindert en daardoor luchtweginfecties bij mijn geiten voorkomt. Onderzoek van de universiteit van Wageningen bevestigde dat zeoliet ammoniakuitstoot van bij de bron kan vermijden. Het heeft daarnaast nog meer positieve eigenschappen: minder nitraatuitspoeling naar het grondwater, een verbeterde stikstofopname door planten en een positief effect op de gezondheid van mijn dieren. Modellen en voorspelbaarheid als uitgangspuntDaarom heb ik me de afgelopen jaren sterk ingezet om zeoliet te laten erkennen als PAS-maatregel. Helaas: het WeComV dat de emissiereducerende technieken moet beoordelen, hanteert strikte doorrekenbare modelkaders die uitgaan van stabiliteit, controleerbaarheid en voorspelbaarheid. Als het maar op papier klopt, dan werkt het. In dat kader blijkt zeoliet niet te passen.Het is alsof we vergeten zijn dat landbouw een levend systeem is, dat afhankelijk is van verschillende factoren: het seizoen, het weer, de gezondheid van mijn dieren, het staltype, het voer,… Zulke levende systemen laten zich niet vangen in grafieken en tabellen. Maar door het strenge keurslijf dat Vlaanderen hanteert, verdwijnen goedkope, natuurlijke oplossingen onder de mat. Toekomstperspectief voor bioveehouderij verdwijntDat heeft grote gevolgen. Zolang er geen erkende PAS-maatregelen bestaan voor mijn bedrijf en dat van mijn collega’s, hebben we geen toekomstperspectief. Wij, die al vanuit onszelf inspanningen doen door grondgebonden te werken, kringlopen te sluiten en structureel te werken aan een lagere milieudruk, dreigen te verdwijnen. Zonder dat het resultaat zal hebben.Al sinds het PAS-akkoord in 2023 klop ik op deze nagel, samen met adviseurs en organisaties als BioForum vzw en Voedsel Anders. Na vorige week begint de moed me echt in de schoenen te zakken. De overheid wil de biosector zien groeien, maar het zal eerder het omgekeerde verhaal zijn als ze op deze lijn verder gaan. Er is dringend een andere kijk nodig. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurRenaat Devreese is sinds 1987 biologische geitenhouder op &#039;t Reigershof in De Haan. Het bedrijf groeide de afgelopen jaren uit van een familiaal landbouwbedrijf naar een coöperatie met 30 vennoten. </content>
            
            <updated>2025-12-17T10:08:13+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[60 verlichte tractorparades brengen warmte en kerstmagie in Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/60-verlichte-tractorparades-brengen-warmte-en-kerstmagie-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/58374</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In de donkerste maanden van het jaar zorgen landbouwers overal in Vlaanderen opnieuw voor lichtpuntjes. Met maar liefst 62 sfeervolle tractorparades trekken kleurrijk verlichte en feestelijk versierde landbouwvoertuigen door dorpen en gemeenten. Wat begon als een lokaal initiatief in de Kempen is intussen uitgegroeid tot een breed gedragen hartverwarmende eindejaarstraditie die jong en oud samenbrengt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Kerstmis" />
                        <category term="kerst" />
                        <category term="landbouw" />
                        <category term="imago" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b40ec5bd-c482-4024-b417-1cff40ce064f/full_width_tractorparade-boerenbond.png</image>
                                        <content>De allereerste parade vond 17 jaar geleden plaats in Geel. Vandaag zijn de tractorparades niet meer weg te denken uit de eindejaarsperiode en lokken ze telkens opnieuw duizenden enthousiaste toeschouwers. Langs het parcours verzamelen buren, families en vrienden om samen te genieten van de fonkelende stoeten. De optochten brengen niet alleen licht, maar ook verbondenheid en gezelligheid. “Het is dankzij de enorme inzet van landbouwers en lokale vrijwilligers dat jong en oud kunnen genieten van een sfeervol en gezellig eindejaar”, zegt Justine Arkens, voorzitster van Groene Kring.&amp;nbsp;De verlichte tractorparades tonen landbouwers van hun warmste kant. Met veel creativiteit en engagement steken ze hun tractoren in kerstlichtjes en nemen ze de tijd om hun dorpen en steden een magisch moment te bezorgen. “Met deze parades brengen landbouwers letterlijk en figuurlijk licht en warmte in hun buurt”, vertelt Arkens. Elke parade heeft haar eigen karakter. Zo zijn sommige stoeten extra gericht op kinderen, andere koppelen de optocht aan solidariteitsacties of lokale initiatieven. Om de parades vlot te laten verlopen, zorgen Boerenbond, Groene Kring en Landelijke Gilden ook dit jaar voor praktische ondersteuning. Zo werd opnieuw een gezamenlijke regeling getroffen voor de muziek die tijdens de optochten weerklinkt. Die regeling kwam er nadat enkele parades in 2023 een boete ontvingen na een Sabam-controle. Op die manier kunnen lokale organisatoren en deelnemende landbouwers zich volop focussen op wat telt: een warme en sfeervolle beleving creëren.Ontdek de parade bij jou in de buurt. </content>
            
            <updated>2025-12-17T13:45:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Worden vlottere vergunningen eindelijk werkelijkheid? Regering heeft hervormingsvoorstel klaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/worden-vlottere-vergunningstrajecten-eindelijk-werkelijkheid-regering-heeft-hervormingsvoorstel-klaar" />
            <id>https://vilt.be/58375</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering heeft een hervorming klaar waardoor vergunningen ­vlotter moeten worden verleend, zo blijkt uit een nota die De Tijd kon inkijken. De regels over wie nog tegen projecten in beroep mag gaan, worden aangescherpt. Oppositiepartij Groen vreest dat de strengere beroepsregels neerkomen op "een regelrechte aanslag op de democratie". Minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) vindt die kritiek onterecht. “De toegang tot de rechter blijft essentieel”, zegt Brouns. “Maar de misbruiken moeten er wel uit.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7f896554-e3e1-4ee5-ba25-d02fc6375c3d/full_width_pieter-obin-open-stal.jpg</image>
                                        <content>Meteen alle bezwaren op tafelDe regering wil het ­moeilijker maken om een ­vergunning aan te vechten bij een beroepsrechter. Minister van Omgeving Jo Brouns en minister-­president Matthias Diependaele (N-VA) willen daarom de zogenaamde attentieplicht verstrengen. De ingreep dwingt partijen die een probleem hebben met een project meteen al hun bezwaren op tafel te leggen tijdens het openbaar onderzoek. Bij een beroepsprocedure kan die persoon, gemeente of overheidsinstantie daarna geen nieuwe argumenten meer aanbrengen, ­bijvoorbeeld over geurhinder of geluidsoverlast.De twee ministers willen ook de regels aanscherpen over wie nog tegen projecten in beroep mag gaan. Momenteel moeten verzoekende partijen al een ­persoonlijk belang hebben, maar straks moeten ze ook voor elk ­beroepsargument dat ze inroepen tonen hoe het hen schaadt (de zogenaamde stelplicht). Dat moet oneigenlijke beroepsprocedures onmogelijk maken. &quot;Wie louter commerciële, strategische of financiële motieven heeft, kan de toegang tot de rechter niet langer misbruiken&quot;, klinkt het. Elke fase van vergunningstraject wordt aangepaktDe hervorming sleutelt aan elke fase van het ­vergunningstraject: van het voorproces tot de behandeling van de aanvraag en de beroepsprocedures. In de 1.125 einduitspraken die de Raad voor Vergunnings­betwistingen (RvVb) afgelopen jaar deed, ging het 452 keer om een vernietiging.&amp;nbsp;&quot;In heel grote lijnen gaat het over het feit dat er sneller duidelijkheid moet komen&quot;, zegt minister-president Matthias Diependaele. &quot;We zijn een klein land met heel veel activiteit. Maar je kan dezelfde vierkante meter maar één keer gebruiken: om te wonen, voor industrie, voor landbouw, voor natuur of wat dan ook. We moeten er gewoon in slagen om sneller duidelijkheid te verschaffen wat we met die ene vierkante meter gaan doen&quot;, klinkt het.&amp;nbsp; Enkel wie ernstig nadeel ondervindt, kan in beroepMinister Brouns mikt met de de hervorming naar eigen zeggen op vier werven: een betere voorbereiding van de vergunning, een behandeling waarbij er &quot;oplossingsgericht&quot; gewerkt wordt, een &quot;snellere en strengere&quot; afhandeling van beroepsprocedures en een hervorming van de &quot;bulk aan regelgeving&quot;.&amp;nbsp;Vooral de strengere beroepsprocedure springt in het oog. Zo zal enkel wie een &quot;ernstig nadeel&quot; ondervindt kunnen tussenkomen in een zaak. &quot;Het is niet de bedoeling dat een Zwitserse milieuorganisatie hier in beroep gaat tegen een vergunning&quot;, aldus Brouns. &quot;Dat soort misbruiken moet eruit. Kan je dat ernstig nadeel niet aantonen, dan kan je zelfs gestraft worden voor een onrechtmatig beroep&quot;.&amp;nbsp; Groen: “Rode loper wordt uitgerold voor vervuilers”Groen-fractieleider Mieke Schauvliege vreest dat de hervorming zal neerkomen op &quot;een regelrechte aanval op de democratie&quot;. &quot;Het wordt voor mensen en milieuorganisaties moeilijker om naar de rechtbank te stappen&quot;, zegt Schauvliege.De Groen-politica is op zich niet gekant tegen een snellere procedure. &quot;Het mag absoluut sneller gaan, maar ook de kwaliteit moet gegarandeerd zijn. Nu kiest de regering voor een versnelling zonder dat de gezondheid gegarandeerd is&quot;, aldus Schauvliege. Volgens haar rolt de regering met de hervorming &quot;de rode loper uit voor grote ondernemingen en vervuilers&quot;.&amp;nbsp;Minister Brouns is het niet eens met die kritiek. &quot;Dat wordt nu zo gezegd omdat we misschien streng willen zijn voor misbruiken&quot;, zegt Brouns. Volgens hem blijft de toegang tot de rechter gegarandeerd. &quot;Dat is een grondwettelijk principe&quot;, aldus Brouns.</content>
            
            <updated>2025-12-17T13:42:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Suikerbietsector ziet acute crisis op de Europese suikermarkt en vraagt onmiddellijk actie van EU]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/suikerbietensector-luidt-noodklok-acute-crisis-op-de-europese-suikermarkt-onmiddellijke-actie-eu-vereist" />
            <id>https://vilt.be/58376</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese suikerindustrie is verwikkeld in een gevecht op leven en dood. Alleen al dit jaar sloten vijf Europese fabrieken als gevolg van goedkope suikerimport. Met Mercosur en andere handelsakkoorden in het vooruitzicht vrezen de belangenorganisaties nog meer import uit landen met goedkopere productiestandaarden. “Zonder snelle actie dreigt het risico dat een ‘point of no return’ wordt bereikt, waarbij Belgische bietentelers de teelt verlaten vanwege een gebrek aan rendabiliteit.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="suiker" />
                        <category term="biet" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/45ff81e1-f138-4dcc-930b-126c1ad18f72/full_width_suikerbieten-tiense-jozefien-2.jpeg</image>
                                        <content>De inkrimping van het suikerbietenareaal met 25 procent door Tiense Suikerraffinaderij was eerder dit jaar al een teken aan de wand voor de crisis in suikerland. Deze maand raakte ook bekend dat de vergoeding aan de telers met vijf tot tien procent zal dalen. Het is volgens betrokkenen de vraag of deze maatregelen voldoende zullen zijn om de markt in balans te krijgen.De Confederatie van de Belgische Bietentelers (CBB) en de Belgische Vereniging van Suikerfabrikanten (SUBEL) luiden de noodbel. Zij spreken van een uiterst zorgwekkende situatie op de suikermarkt. “Alleen al dit jaar werden vijf suikerfabrieken in Europa gesloten, terwijl een andere liet weten tijdens de volgende campagne geen suikerbieten meer te zullen verwerken”, zegt Guy Paternoster, voorzitter van SUBEL. &quot;Hele rurale industrie dreigt te verdwijnen in België&quot;Op termijn zou de crisis ook in België de verwerking en het ecosysteem kunnen bedreigen, stellen de organisaties. De Europese suikerprijs ligt op een dieptepunt, met prijzen die schommelen tussen 400 en 450 euro, waar dat twee jaar geleden nog 800 euro was. “Dat is financieel onhoudbaar voor zowel bietentelers als de suikerproducenten.”De organisaties roepen Europa op om actie te ondernemen. “Zonder snelle actie dreigt de sector opnieuw in een diepe crisis terecht te komen, met het ongewenste risico dat een ‘point of no return’ wordt bereikt waarbij Belgische bietentelers de teelt verlaten vanwege een gebrek aan rendabiliteit. Zonder voldoende bietentelers en suikerbieten in België dreigt een hele rurale industrie te verdwijnen: suikerfabrieken, gespecialiseerde loonwerkers en ook transporteurs riskeren maanden werkzekerheid te verliezen”, aldus CBB-voorzitter Hendrik Vandamme. &quot;Bij elk handelsakkoord komt er extra suiker EU binnen&quot;Deze huidige crisis kadert in de ineenstorting van de wereldwijde suikerprijzen als gevolg van overproductie in Brazilië, India en Thailand, die massaal op de wereldmarkt wordt gebracht. Ook de aanzienlijke netto shortposities van speculanten op de termijnmarkten zouden een rol spelen.Waar de Europese suikermarkt als strategische sector traditioneel beschermd wordt door Europa, vervellen deze beschermingsmechanismen in snel tempo. “Bij elk handelsakkoord komt er extra suiker Europa binnen”, vertelt Erwin Boonen van Tiense Suiker. Actuele voorbeelden zijn Oekraïne en het Mercosur-handelsverdrag, maar daarnaast lopen er volgens hem onderhandelingen met Thailand, India en Australië, allemaal belangrijke suikerproducenten.Het probleem schuilt volgens Boonen in een ongelijk speelveld. In de meeste suikerproducerende landen gelden andere productienormen dan in Europa. Denk aan veredeling, gewasbeschermingsmiddelen en klimaat-, milieu- en sociale wetgeving, waardoor de productiekosten veel lager liggen dan in Europa en er sprake is van een ongelijk speelveld.” &quot;Mankementen aan IPP-systeem verstoren de markt&quot;De Belgische suikersector wijst daarnaast ook op de verstoorde werking van het Europese systeem van de “Inward Processing Procedure” (IPP). Het gaat daarbij om een systeem waarbij suiker tariefvrij ingevoerd kan worden om na verwerking opnieuw geëxporteerd te worden, legt Boonen uit. “Maar dat systeem is niet transparant. In de praktijk verlaat de suiker de EU niet, met nog meer druk op de Europese markt tot gevolg.”De Europese Commissie zou volgens Boonen zelf de werking van het systeem in vraag stellen en onderzoek doen naar verbeteringen. “Maar terwijl dit onderzoek bezig is, zou men het systeem kunnen stopzetten.” Dat is volgens hem één van de maatregelen die Europa op korte termijn zou kunnen nemen om de Europese markt te beschermen.Het systeem zou ooit in het leven geroepen zijn om in jaren met weinig suiker ervoor te zorgen dat de verwerkers over voldoende suiker beschikken. “Maar in jaren zoals nu, wanneer er voldoende suiker in Europa aanwezig is, is dit IPP-systeem totaal zinloos”, stelt hij. &quot;Overschot op wereldmarkt reëel risico op aanzienlijke voorraden&quot;De grote productie in Europa komt bovenop het overschot op de wereldmarkt. Het areaal suikerbieten in België en de EU werd voor het productie- en verkoopjaar 2025/26 met bijna 11 procent verminderd. Door de gunstige weers- en agronomische omstandigheden, en bijgevolg hogere opbrengsten, zal de Europese suikerproductie echter niet in dezelfde mate dalen. “De vooruitzichten voor de EU-suikermarkt voor 2025/26 zijn daardoor zorgwekkend, met een reëel risico op aanzienlijke voorraden aan het einde van het seizoen”, klinkt het.De noodkreet van de Belgische bietensector komt in aanloop naar het protest in Brussel, waarin boeren onder andere hun ongenoegen over het Mercosur-handelsverdrag uiten. De keten van de bietenindustrie onderschrijft het protest. “Een dergelijk akkoord, met onvoldoende beschermingsmechanismen voor de Europese suikerindustrie, zou de huidige marktonbalans verder versterken en de inspanningen van Europese bietentelers en suikerfabrikanten verder ondermijnen, net op een moment waarop zij al geconfronteerd worden met scherpe prijsdalingen en stijgende kosten”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-12-17T14:59:34+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[7 kerstcadeautips voor wie van landbouw en platteland houdt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/7-kerstcadeautips-voor-wie-van-landbouw-en-platteland-houdt" />
            <id>https://vilt.be/58377</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op zoek naar een origineel kerstcadeau voor iemand met een hart voor landbouw, platteland en voedsel? Lees dan zeker verder. Deze zeven cadeau-ideeën combineren inspiratie, ontspanning en maatschappelijke relevantie. Ideaal voor onder de kerstboom én met een duidelijke link naar het boerenleven van vandaag.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Kerstmis" />
                        <category term="kerst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/936f7b70-6ce1-4f38-865f-6dd73289fe9f/full_width_decorated-christmas-presents-waiting-on-the-table-high-resolution-3028851.jpg</image>
                                        <content>1. Boeren- en boerinnenkalenderEen klassieker die blijft scoren. De boeren- en boerinnenkalender zet elke maand een Vlaamse boer of boerin in de kijker en brengt zo een eerbetoon aan het dagelijkse werk achter ons voedsel. Praktisch voor in keuken, bureau of stal, maar tegelijk ook een sterk verhaal. Extra mooi: de volledige opbrengst gaat naar vzw Boeren op een Kruispunt, die landbouwers en hun gezinnen ondersteunt in moeilijke tijden. Een cadeau met impact, het hele jaar door. De kalender is te koop op de webshop.  2. Boek: Het komt goed met ons eten (ILVO)Voor wie graag dieper nadenkt over de toekomst van landbouw en voeding is dit boek een aanrader. ILVO-auteurs Joris Relaes en Nele Jacobs nemen de lezer mee langs de grote uitdagingen én kansen van ons voedselsysteem. Van bodemgezondheid en nieuwe technologieën tot consumentengedrag en beleid: wetenschap en praktijk komen samen in een toegankelijk en hoopgevend verhaal. Ideaal voor iedereen die landbouw graag in een bredere maatschappelijke context plaatst. Het boek is te koop via Academia Press of de boekhandel.&amp;nbsp; 3. Adopteer een kalfWil je scoren met een kerstcadeau dat tegelijk origineel én persoonlijk is? Bij melkveebedrijf Boerenijsje in Loenhout kan je symbolisch een kalfje adopteren. Als peter of meter mag je zelf de naam kiezen en ontvang je een officieel certificaat. Zo steun je rechtstreeks een lokale landbouwer én creëer je een tastbare band met het boerderijleven. Perfect voor wie graag af en toe het platteland opzoekt en landbouw van dichtbij wil beleven. 4. Kinderboek Wondergrond Ook voor jonge lezers bestaan er sterke landbouwcadeaus. Wondergrond laat kinderen op een speelse manier kennismaken met wat er zich onder onze voeten afspeelt. Bodem, wormen, schimmels en mineralen worden helder uitgelegd met prachtige illustraties en leuke doe-opdrachten. Het boek wekt verwondering én respect voor natuur en landbouw, en is een ideaal cadeau om al vroeg het belang van gezonde bodems mee te geven. Het boek is te koop via Borgerhoff en Lamberights 5. Spotify-abonnementLange dagen op het veld, in de stal of in de tractor vragen om goed gezelschap. Muziek en podcasts maken het werk lichter, en een Spotify-abonnement is dan ook verrassend praktisch. Extra leuk: wijs de ontvanger op landbouwgerelateerde podcasts, zoals de VILT-reeks Komt het goed met ons eten?, waarin thema’s als water, bodem, precisielandbouw en nieuwe eiwitten aan bod komen. Ontspanning én verdieping in één. 6. Boek: Arm Vlaanderen. Een wereldgeschiedenisDit boek plaatst armoede, platteland en landbouw in een historisch perspectief dat verder reikt dan Vlaanderen alleen. Auteur Maarten Van Ginderachter toont hoe honger, misoogsten en ziektes in de 19de eeuw verbonden waren met wereldhandel en globalisering. Boeiende lectuur voor wie geïnteresseerd is in de historische wortels van onze huidige landbouw- en voedselsystemen en die inzicht geeft in hoe lokaal en globaal al eeuwen verweven zijn. Het boek is te koop via Standaard Boekhandel. 7. Cadeaubon bij de hoevewinkel om de hoek of bij een BuurderijMet een cadeaubon voor een hoevewinkel in de buurt of voor één van de vele Buurderijen geef je vrijheid én smaak cadeau. De ontvanger kiest zelf uit verse groenten, zuivel, vlees of ambachtelijke producten van lokale producenten. Tegelijk steun je de korte keten en krijg je eerlijke voeding recht van bij de boer. Een eenvoudig, maar krachtig cadeau dat perfect past bij de kerstgedachte.</content>
            
            <updated>2025-12-18T11:15:54+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Winstmarge Colruyt Group onder druk door prijzenoorlog in retailmarkt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/winstmarge-colruyt-group-onder-druk-door-prijzenoorlog-in-retailmarkt" />
            <id>https://vilt.be/58378</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Colruyt noteerde in de eerste helft van het boekjaar 2025/26 een omzetstijging van 4,5 procent tot 5,3 miljard euro, maar zag haar brutowinstmarge en bedrijfswinst dalen. Ook het marktaandeel van Colruyt gaat naar beneden. “Dit is het gevolg van hoge prijs- en promodruk en het sterkere concurrentieveld in de Belgische retailmarkt”, verklaarde de Belgische retailer tijdens de presentatie van haar halfjaarcijfers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="supermarkt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dbbcf74a-0e82-474e-b813-cd63336e73d4/full_width_colruyt.jpg</image>
                                        <content>“Colruyt heeft een harde laagsteprijsgarantie en moet alle concurrenten volgen wanneer deze hun prijzen verlagen”, reageert Stefan Van Rompaey, hoofdredacteur van het vakblad RetailDetail, op de halfjaarcijfers van Colruyt Group. Volgens de retailexpert drukt de stevige concurrentie sinds corona op de marges.Van Rompaey is dan ook niet verbaasd dat de marges blijven slinken bij het Belgische bedrijf. Terwijl de omzet met 4,5 procent steeg naar 5,3 miljard euro, daalde de brutowinstmarge van 30,3 procent naar 30,1 procent. De nettowinst daalde met 23 procent tot 150 miljoen euro en het bedrijfsresultaat (ebit) zakte met 15,8 procent tot 213 miljoen euro, oftewel 4 procent van de omzet.Van Rompaey legt uit dat vooral het Nederlandse Albert Heijn is die de Belgische retailer het vuur aan de schenen legt. Die pakte in november bijvoorbeeld uit met een &#039;2+5 gratis&#039;-actie. “Albert Heijn verlaagt de prijzen voor een aantal producten in de relatief weinige winkels die ze hebben. Colruyt moet dat dan in al zijn winkels in België doen”, klinkt het.Behalve de marges staat ook het marktaandeel van Colruyt Group in België onder druk. Het gezamenlijke marktaandeel van Colruyt Laagste Prijzen, Okay, Spar en Comarkt daalde van 29,2 procent in de eerste jaarhelft van 2024/25 naar 28,8 procent in de eerste jaarhelft van 2025/26. Samenwerking met lokale boeren blijft focusOndanks de aanhoudende druk op de marges blijft Colruyt strijdvaardig en wijst het op zijn lokale verwevenheid. “We zijn er fier op de enige nog echte Belgische retailer te zijn die focust op lokale producten, lokale tewerkstelling en investeringen in de lokale economie”, laat een woordvoerder weten.De retailer gaat ook prat op haar samenwerkingen met lokale boeren. “Een aanzienlijk deel van onze verse producten is van Belgische oorsprong: we werken al jaren nauw samen met lokale boeren, telers en producenten om kwalitatieve en verse voeding toegankelijk te maken voor iedereen. Zij staan op hun beurt ook in voor de tewerkstelling van heel wat landgenoten.” Als de marges van Colruyt dalen, zullen zij dat ongetwijfeld ook op hun leveranciers verhalen Deze samenwerking met lokale boeren zou volgens Colruyt niet onder druk staan door de slinkende marges. Toch zouden land- en tuinbouwers en lokale verwerkers impact kunnen voelen. “Als de marges van Colruyt dalen, zullen zij dat ongetwijfeld ook op hun leveranciers verhalen”, aldus van Van Rompaey.De woordvoerder van Colruyt nuanceert dit. “We gaan in eerste instantie vooral zelf heel hard werken aan onze kosten en productiviteit.” De supermarktketen erkent dat de onderhandelingen met grote internationale multinationals er soms stevig aan toe gaan. “Dat is niet te vergelijken met die met de kleinere, lokale producent. Dat loopt echt wel anders.”</content>
            
            <updated>2025-12-17T20:28:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenprotest: Waarom ‘Stop Mercosur’-boodschappen een grote impact kunnen hebben]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenprotest-waarom-stop-mercosur-boodschappen-een-grote-impact-kunnen-hebben" />
            <id>https://vilt.be/58379</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zo’n 10.000 landbouwers uit heel Europa maken zich klaar om donderdag in Brussel niet alleen hun stem, maar ook hun tractorclaxons luid te laten horen. Naast de vele tractoren zullen ook opnieuw veel protestborden te zien zijn. Net nu de onderhandelingen over het Mercosur-handelsakkoord in een cruciale en onzekere fase zitten, kunnen de creatieve slogans mogelijk meer teweegbrengen dan een sympathieke glimlach bij passanten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0783c7ed-e849-4dd6-9f86-5ceada0b03ed/full_width_tractorprotestmaart23stikstof-brussel3.jpg</image>
                                        <content>Meer dan 40 landbouworganisaties uit de 27 EU-landen hebben hun aanwezigheid aangekondigd bij de protestactie in de Europese hoofdstad. Met de actie willen de landbouwers een krachtig signaal van eenheid geven. Hoewel de motivatie per land en sector wat verschilt, hebben ze alvast drie grote gemeenschappelijke frustraties.Zo verwerpen de landbouwers gezamenlijk het voorstel voor het nieuwe GLB dat momenteel op tafel ligt. “Het mist een gemeenschappelijke basis en wordt onvoldoende gefinancierd”, klinkt de kritiek al sinds de Europese Commissie haar plannen deze zomer toelichtte. &amp;nbsp;Een tweede grote frustratie is de herhaaldelijke vraag naar vereenvoudiging, betere regelgeving en rechtszekerheid. “Er is vandaag een scheefgroei in de Europese regelgeving die de Vlaamse vergunningsverlening negatief beïnvloedt”, duidde Boerenbond eerder. “De EU moet dit grondig durven evalueren en bijsturen.”Ook ‘Stop Mercosur’ zal donderdag op heel wat actieborden opduiken. Voor veel landbouwers ligt het EU-handelsbeleid zwaar op de maag. Sommige landbouwsectoren trekken aan het kortste eind in de compromissen van de handelsakkoorden. Extra import van landbouwgoederen die volgens andere productiestandaarden zijn geproduceerd, is voor velen een doorn in het oog. Die kan de interne EU-markten verstoren en opent de deur voor oneerlijke concurrentie. Steun van Franse en Italiaanse boeren gezochtDe ondertekening van het Mercosur-handelsakkoord staat hoog op het kerstverlanglijstje van EU-Commissievoorzitter Ursula von der Leyen (EVP). Zaterdag wil von der Leyen in Brazilië, met steun van een gekwalificeerde meerderheid van de EU-lidstaten, het glas heffen op het einde van 25 jaar onderhandelen over het handelsakkoord. Maar voor de champagne in het vliegtuig kan worden geladen, heeft ze wel zekerheid nodig over de steun van Frankrijk of Italië. Landen waar de landbouwsector een grote rol speelt en zwaar doorweegt op de steun van de nationale regering voor het Mercosur-handelsakkoord. Steun die von der Leyen bij de Franse en Italiaanse landbouwers nog niet heeft kunnen verzilveren.De Commissie stelt nochtans dat ze met wat ze zelf ijzersterke garanties noemt en een reeks concessies de bezorgdheden van landbouwers tegemoet is gekomen. “Misleiding”, is te horen bij Copa-Cogeca, de Europese landbouwkoepel. “We erkennen de inspanningen maar deze zetten de fundamentele onevenwichten niet recht in het akkoord. Er is nog steeds geen doeltreffende en geloofwaardige bescherming om marktverstoring te voorkomen en een gelijk speelveld te garanderen.” Wij willen de Mercosur-overeenkomst alleen goedkeuren als er voldoende garanties voor onze landbouwsector zijn Druk neemt toe in onderhandelingen over garantiesMomenteel zit de Mercosur-onderhandeling in een cruciale fase. Twee dagen voor de deadline wordt nog volop onderhandeld over aanvullende maatregelen die de interne landbouwmarkt en de boeren moeten beschermen. De Commissie legde daarover in oktober een voorstel op tafel. Begin deze week gingen de Europarlementsleden akkoord met een aangepaste versie. Die aanpassingen waren echter niet volledig naar de zin van de Raad van de EU, die eveneens moet instemmen met de beschermclausule. De onderhandelingen lopen daarom door.Het pakket aan beschermingsmaatregelen en garanties vormt momenteel een sleutelstuk in de bredere onderhandelingen over de Mercosur-overeenkomst. Voor Frankrijk en Italië geldt het als een cruciale waarborg om vrijdag steun te kunnen geven aan het volledige akkoord. Beide landen benadrukten wel dat zij hierover geen overhaaste beslissing willen nemen.&quot;Wij willen de overeenkomst alleen goedkeuren als er voldoende garanties voor onze landbouwsector in het pakket aan beschermingsmaatregelen zitten, deze moeten we ook nog kunnen bespreken met de boeren”, zei Italiaanse premier Giorgia Meloni woensdag, aansturend op uitstel van de deadline.Uitspraken die op weinig sympathie kunnen reken aan de overkant van de oceaan. Daar verhoogde de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva woensdag de druk door te stellen dat het handelsakkoord er niet meer zal komen zolang hij president is, als de EU het niet voor het einde van het jaar finaliseert. Landbouwers stappen EU-bubbel binnen op kantelmomentWoensdagavond bereikten de EU-onderhandelaars uiteindelijk een voorakkoord over de beschermmaatregelen. Zowel het Parlement als de Raad moeten de tekst nog formeel goedkeuren en aannemen. Intussen wordt het voorakkoord al ingezet om Frankrijk en Italië de komende dagen over de streep te trekken.Net op dat mogelijke kantelmoment komen boeren uit alle hoeken van Europa in beeld met een grootschalige protestactie in het Europese machtscentrum. Of die actie extra concessies kan afdwingen of het vliegtuig richting Brazilië aan de grond kan houden, zal de komende dagen blijken. Zeker is wel dat de Europese landbouwkoepel donderdag zo’n 10.000 boeren verwacht om hun belangen kracht bij te zetten.Politie waarschuwt voor grote hinder in BrusselDe politie raadt iedereen die donderdag in de hoofdstad moet zijn aan om de wagen thuis te laten en indien mogelijk, het openbaar vervoer te nemen. De boeren trekken ’s ochtends al vanuit verschillende richtingen naar Brussel. Het parcours van de betoging, van de Koning Albert II-laan naar het Luxemburgplein, wordt de hele dag afgesloten.&amp;nbsp;De politie verwacht ook dat de Kleine Ring ontoegankelijk wordt voor het autoverkeer en sluit blokkades van wegen in en rond Brussel niet uit.</content>
            
            <updated>2025-12-18T11:15:10+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Lumpy skin disease deint uit in Frankrijk: aanpak ziekte leidt tot protest]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/lumpy-skin-disease-springt-naar-spaanse-grens-frankrijk-verdenkt-illegaal-veetransport" />
            <id>https://vilt.be/58380</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Frankrijk heeft de maatregelen tegen lumpy skin disease (LSD) verder aangescherpt na twee nieuwe besmettingshaarden in het zuiden van het land. De gehele zuidelijke strook aan de Spaanse grens valt onder een vaccinatiezone. Volgens het landbouwministerie zijn de beperkingen op het veetransport wellicht niet nageleefd. Ondertussen ontstaat er steeds meer protest tegen de aanpak van de ziekte waarbij alle dieren op besmette bedrijven worden geruimd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="boerenprotest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/abf88036-0348-4941-b383-e60f92e23034/full_width_lumpy-skin-disease-efsa.png</image>
                                        <content>113 gevallen van lumpy skin disease (LSD) zijn sinds 29 juni aangetroffen bij Franse runderen, verdeeld over 75 veebedrijven. Iets meer dan 3.000 runderen zijn al geëuthanaseerd. De Franse overheid heeft vandaag al bijna zes miljoen euro uitbetaald om getroffen rundveehouders te compenseren.Aanvankelijk beperkte het virus zich tot de alpenregio’s Savoie en Haute-Savoie, ten oosten van Lyon. Maar nu nog blijft het virus ook elders de kop opsteken. De laatste uitbraak vond plaats in de Ariège, bij de Spaanse grens. Volgens het Franse ministerie van Landbouw hebben sommige veehouders wellicht de transportverboden aan hun laars gelapt, aangezien de haarden die in Ariège en Hautes-Pyrénées zijn ontdekt, zich op meer dan 100 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde getroffen departement bevinden. Dat is veel verder dan de bewegingscapaciteit van de insecten die de ziekte overbrengen (minder dan 5 km).Landbouwminister stoot op verzetDe verplichte ruimingen doen de gemoederen hoog oplopen. Enkele dagen geleden kwam het tot een handgemeen tussen veehouders in Ariège en de lokale gendarmerie, wanneer 200 runderen als preventiemaatregel moesten worden geruimd. “Strikte naleving van de verboden en beperkingen op het vervoer van runderen is van cruciaal belang om verspreiding van het virus over grote afstanden te voorkomen”, schrijft het landbouwministerie in een persbericht. “Anders kunnen overtredingen door enkelen de inspanningen tenietdoen die veel boeren sinds het begin van de epidemie hebben geleverd. Er worden daarom verscherpte wegcontroles uitgevoerd om de naleving van deze maatregelen te garanderen en bij een verdacht besmettingshaard wordt systematisch een onderzoek ingesteld.”Noodvaccinatieprogramma opgezetOm de uitbraken in te dammen, had Frankrijk een noodvaccinatieprogramma opgezet voor ongeveer 350.000 runderen in het beperkingsgebied in de regio Auvergne-Rhône-Alpes. Naarmate de ziekte zich verder verspreidde, werd de vaccinatie geleidelijk uitgebreid naar de nieuwe beperkingsgebieden in de regio&#039;s Bourgogne-Franche-Comté en Occitanië, terwijl op Corsica preventieve vaccinaties werden uitgevoerd vanwege de nabijheid van Sardinië. Sinds het eerste geval eind juni zijn ongeveer één miljoen runderen gevaccineerd. Export in het gedrangDe rechtse landbouworganisatie Coordination Rurale en de linkse Confédération paysanne eisen een breed vaccinatieplan en hekelen het systematisch ruimen van dieren. De grootste landbouworganisatie, de FNSEA, merkt echter op dat de vaccinatiestrategie de &#039;ziektevrije status&#039; van Frankrijk en daarmee de export naar andere landen in gevaar brengt.Na wekenlange onderhandelingen hebben Frankrijk en Italië echter wel een akkoord gesloten waarin sanitaire voorwaarden zijn vastgelegd voor het vervoer van runderen uit het Franse vaccinatiegebied naar Italië. &amp;nbsp;Sinds begin december mogen gevaccineerde runderen en kalveren van gevaccineerde moeders naar Italië komen, op voorwaarde dat ze worden beschermd tegen insecten die LSD overbrengen, dat ze door een dierenarts worden onderzocht en dat ze vóór hun vertrek gunstige bloedtesten ondergaan. Wat is lumpy skin disease?LSD of besmettelijke nodulaire dermatose is een aangifteplichtige ziekte die veroorzaakt wordt door een capripoxvirus dat nauw verwant is aan dat van schapen- en geitenpokken. “De ziekte treft runderen en buffels. Mensen worden er niet door besmet”, benadrukt FAVV. “Het virus wordt voornamelijk overgedragen door beten van vliegen, muggen, teken, enz. en door injectienaalden. Overdracht is ook mogelijk via sperma en direct of indirect contact met de letsels van besmette dieren omdat het virus zeer resistent is in de omgeving.”De symptomen van de ziekte kunnen licht tot ernstig zijn. Na een incubatietijd van vier tot veertien dagen krijgt een besmet dier hoge koorts, een verslechtering van de algemene toestand, een productiedaling en gezwollen lymfeklieren. De ziekte ontleent haar naam aan de knobbels die de volledige dikte van de huid bedekken. Die knobbels verschijnen binnen de 48 uur na het begin van de koorts. Oedeem, letsels van het slijmvlies en onvruchtbaarheid, zowel bij mannelijke als vrouwelijke dieren, kunnen zich ook voordoen.</content>
            
            <updated>2025-12-18T11:53:03+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Duitsland lanceert afschotwet voor wolven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/duitsland-lanceert-wolvenschietwet-nieuw-koppel-in-belgie" />
            <id>https://vilt.be/58381</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Duitse regering heeft een nieuwe wet goedgekeurd waardoor het makkelijker wordt om wolven af te schieten. In het Duitse Ostfriesland is een afschotvergunning echter vernietigd. Jan Loos van Welkom Wolf juicht dit toe en ziet een precedent voor Vlaanderen. Welkom Wolf zegt elke afschotvergunning aan te vechten die onterecht is afgeleverd. Veehouders maken zich echter zorgen om de Europese opmars van de wolf. In België is een nieuw wolvenkoppel opgemerkt in de provincie Luxemburg.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a5d8313a-4288-4dc2-ae67-8f5c1bea700b/full_width_welp-in-aardappelveld-in-peer-20-augustus-2023-credit-jochen-lambrechts-welkom-wolf-web.jpg</image>
                                        <content>De wolf heeft in Europa een beschermd statuut. Maar die bescherming werd in mei wel al wat versoepeld: zo is het bijvoorbeeld toegelaten om wolven te doden als ze een bedreiging vormen voor mens of vee. &quot;De terugkeer van de wolf in Europa is een succes door het beschermde statuut, maar hun groeiend aantal veroorzaakt ook meer conflicten met veehouders en de bevolking in het algemeen&quot;, aldus een woordvoerder van de Duitse regering-Merz. Met de nieuwe wet zullen de Duitse deelstaten met een grote wolfdichtheid het aantal wolven mogen &quot;beheersen&quot;. Dieren die problematisch gedrag vertonen - bijvoorbeeld als ze over hekken klimmen - mogen gedood worden. Boeren die hun dieren willen beschermen, krijgen een financiële vergoeding voor een omheining of herdershond.In Duitsland leven naar schatting 209 wolvenroedels, waarvan de meeste in de deelstaten Brandenburg, Nedersaksen en Saksen. Het aantal aanvallen is er de jongste tijd toegenomen: in 2024 werden ongeveer 4.300 stuks vee, voornamelijk schapen en geiten, gedood door wolven. Dierenorganisaties vechten tegen afschotvergunningenMaar de definitie van een ‘probleemwolf’ is voer voor discussie. Tussen augustus en eind november 2025 werden zeven verschillende aanvallen op schapen en runderen geregistreerd rondom Friedeburg, gelinkt aan een wolvenroedel. Omdat er dit keer ook runderen betrokken waren, leverde het district Wittmund via een spoedprocedure een afschotvergunning af. De administratieve rechtbank van Oldenburg heeft dit vernietigd na bezwaar van dierenorganisatie Freundeskreis Freilebender Wölfe. “Die hoogste rechtbank verwierp het beroep van het district omdat het vóór het afschotbesluit onvoldoende redelijke alternatieven voor het afschieten van wolven had onderzocht. Zo was er onvoldoende gekeken naar het versterken van bestaande omheiningen”, informeert Jan Loos van Welkom Wolf. Volgens het Europees recht is de enige echte &#039;probleemwolf&#039; een wolf die actief mensen zou benaderen, niet elke wolf die landbouwdieren pakt Volgens Loos kan deze vernietigde afschotvergunning een precedent scheppen voor Vlaanderen. “Welkom Wolf en natuurvereniging Landschap vzw benadrukken dat ze ook in Vlaanderen elke mogelijke afschotvergunning zullen aanvechten die een loopje neemt met de wettelijke definitie van een &#039;probleemwolf&#039;”, zegt Loos. “Volgens het Europees recht is de enige echte &#039;probleemwolf&#039; immers een wolf die actief mensen zou benaderen en dus zeker niet elke wolf die landbouwdieren pakt die onvoldoende beschermd zijn door hun eigenaar.”Ook elders in Europa zien we hoe dierenorganisaties zich verzetten tegen afschotvergunningen. In Zweden heeft de rechtbank het voor volgend jaar geplande afschot van 48 wolven opgeschort. Dit gebeurde na beroep van milieuorganisaties. De rechtbank oordeelde dat de autoriteiten niet hadden kunnen aantonen dat de maatregel de populatie op peil zou houden. De Zweedse regering had de &quot;referentiewaarde&quot; voor een gezonde wolvenpopulatie verlaagd van 300 naar 170. Volgens critici maakt dit beleid de populatie juist kwetsbaarder. Nieuwe wolven gespotIntussen wordt de wolf op nieuwe locaties gespot. Beelden van een koppel wolven, die deze week door een jager werden gefilmd, leveren het bewijs dat de wolf zich blijvend heeft gevestigd in het Grote Woud van Saint-Hubert. Dat meldt de Waalse overheidsdienst (SPW). Het gaat om het tweede wolvenpaar dat in de provincie Luxemburg is opgemerkt, na het paar dat afgelopen zomer in het bos van Anlier werd gespot.Sinds september vorig jaar waren in de regio al meerdere keren DNA-sporen aangetroffen van een wolvin van Duits-Poolse afkomst. Haar aankomst in het bos van Saint-Hubert dateert vermoedelijk van rond juli 2025, de periode waarin ook de eerste schadegevallen opdoken die aan wolvenaanvallen op schaapskuddes werden toegeschreven.&quot;De recente komst van een tweede individu verrast de experts van het Waalse wolvennetwerk niet&quot;, aldus de SPW. &quot;We bevinden ons immers in de belangrijkste dispersieperiode, waarin jonge, bijna volwassen wolven hun oorspronkelijke roedel verlaten op zoek naar een eigen territorium.&quot;De overheidsdienst bakende een permanente wolvenaanwezigheidszone af om veehouders in het leefgebied van de wolf te begeleiden. Het voorlopig afgebakende territorium van 25.600 hectare ligt op het kruispunt van de gemeenten Saint-Hubert, Nassogne, Tenneville, Sainte-Ode, Libramont en Tellin. Experts verwachten dat het wolvenkoppel in het voorjaar van 2026 de eerste welpen zal krijgen. WaddenwolfBezieler van Welkom Wolf Jan Loos deelt ook nog mee dat een welp van de Limburgse wolven Noëlla en August het Duitse Waddeneiland Norderney heeft bereikt. “Het dier was amper drie maanden oud toen zijn vader, wolf August, op 25 juli 2023 werd doodgereden op de Limburgse N76 in Oudsbergen”, zegt Loos. “Samen met zes broers en zussen werd hij grootgebracht door moeder Noëlla alleen.”Op het Duitse vasteland tegenover het Waddeneiland werden twee wolvenaanvallen op schapen geregistreerd, die via DNA-staalnames aan de wolf konden gelinkt worden. Intussen heeft de wolf de plaats ingenomen van “het illegaal geschoten mannetje van de Friedeburg-roedel”, zegt Loos. Het is tegen deze wolven dat de Duitse regering een afschotvergunning had uitgevaardigd, maar deze werd dus vernietigd na beroep van een Duitse wolvenorganisatie. “In het voorjaar van 2025 werden in de Friedeburg-roedel minstens vier welpen geboren”, aldus Loos.</content>
            
            <updated>2025-12-18T22:25:23+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aviko opent nieuwe productielijn in Chinese fabriek]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aviko-opent-nieuwe-productielijn-in-chinese-fabriek" />
            <id>https://vilt.be/58382</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Nederlandse aardappelverwerker Aviko opent een nieuwe productielijn in zijn aardappelvlokkenfabriek in het Chinese Gansu. Dat meldt het bedrijf op LinkedIn. De fabriek is een joint venture met de lokale overheid van Minle County.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cb078476-e5f7-4341-a38f-605e2dbaf147/full_width_aviko-productie-aardappelen-frieten.jpg</image>
                                        <content>In het Chinese Gansu verwerkt Aviko al 15 jaar aardappelen. &quot;Deze fabriek verwerkt aardappelvlokken die vanuit Gansu worden gedistribueerd naar klanten in heel Azië en daarbuiten. De uitbreiding versterkt onze positie in de regio en onderstreept het strategische belang van Azië als groeimarkt&quot;, stelt Aviko op LinkedIn.Op 15 december kwam de groep in Zhangye bijeen met vertegenwoordigers, partners en collega&#039;s om de officiële start van de nieuwe uitbreidingsfase van de fabriek in Gansu te vieren. &quot;Met deze stap bouwen we verder aan onze groeistrategie en versterken we onze rol in de transformatie van de aardappelindustrie in de regio, terwijl we vanuit Gansu klanten over de hele wereld bedienen”, schrijft de aardappelverwerker. “De fabriek, een joint venture met de lokale overheid van Minle County, profiteert er van de vruchtbare landbouwgrond, een gunstig klimaat en een sterke infrastructuur.” De nieuwe productielijn zal naar verwachting eind 2027 operationeel zijn.Begin dit jaar heeft Aviko ook zijn productie in België uitgebreid. Het bedrijf kondigde toen aan zijn productie in de fabriek in Poperinge te willen verdubbelen.</content>
            
            <updated>2025-12-18T14:51:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Natuurhulpcentrum vraagt hulp om wilde vogelgriepkadavers te ruimen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/natuurhulpcentrum-vraagt-hulp-om-wilde-vogelgriepkadavers-te-ruimen" />
            <id>https://vilt.be/58383</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Natuurhulpcentrum Opglabbeek doet een oproep aan alle Limburgse steden en gemeenten om hen te ondersteunen bij het ophalen van zieke vogels. Meer dan 70 keer zijn medewerkers de afgelopen weken in de provincie uitgerukt om van vogelgriep verdachte kadavers en zieke dieren op te halen. Hoewel dit veel werk vraagt en aangepast materiaal, zegt het centrum geen extra middelen te krijgen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/da97ec37-259d-47d4-9e1b-7da3f08b9675/full_width_sparrow-hawk-5006730-1920.jpg</image>
                                        <content>“Meer dan 70 keer reden onze medewerkers de afgelopen weken naar alle uithoeken van onze provincie om van vogelgriep verdachte kadavers en zieke dieren op te halen onder de meest strikte bioveiligheidsmaatregelen: veilige pakken, mondmaskers, handschoenen, een aparte wagen die enkel voor dit doel wordt gebruikt. Het ging om onder meer ganzen, eenden, meeuwen en buizerds”, meldt het natuurhulpcentrum op zijn Facebookpagina.Dat werk gebeurde niet voor niets. Na onderzoek door het labo bleek dat men bij bijna 60 ophalingen te maken had met hoogpathogene vogelgriep. “Elk kadaver of ziek dier dat we weghalen, is een potentiële bron van infectie minder, zowel voor wilde dieren als voor (landbouw)huisdieren”, stelt het centrum. “We krijgen hier echter geen extra middelen voor, terwijl het ophalen van zieke dieren die kans geven op epidemieën, zoals vogelgriep, eigenlijk een taak is van de gemeenten die we nu op ons nemen.”Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) weerlegt dat elke prestatie voor het ophalen van ziekte-gerelateerde kadavers door ANB wordt vergoed onder een vergunde openbare aanbesteding. Het centrum zegt dat deze ophalingen echter een zware extra belasting zijn voor de medewerkers. Volgens het centrum is extra ondersteuning dringend nodig om de impact van dit soort ziektes op natuur en landbouw te beperken.Officieel blijft het ophalen van zieke kadavers wel een taak van de gemeenten. Maar omdat die niet altijd over de nodige expertise beschikken, zou dit in praktijk vaak door het centrum gebeuren. Er is werk genoeg. Op onderstaande kaart monitort FAVV alle gekende vogelgriepgevallen bij wilde vogels in België. Vogelgriep is niet enkel een bedreiging voor wilde vogels, maar ook voor de pluimveehouderij. In het Limburgse Kinrooi en Pelt werden in november nog gevallen van vogelgriep gemeld, waarbij tienduizenden kippen zijn geruimd. Maar het ergste geval was in Dilsen-Stokkem, waar eind november 120.000 dieren werden gedood om de verspreiding van het virus te voorkomen. Ook in de buurt van Gembloux, Wallonië, zijn de afgelopen weken verschillende bedrijven getroffen.Dat het virus volop door populaties van wilde vogels raast, maakt dat pluimveebedrijven zelfs met de beste bioveiligheidsmaatregelen toch geen nulrisico lopen. Zo worden wilde vogels bij het bedrijf in Dilsen-Stokkem aangeduid als waarschijnlijke oorzaak.</content>
            
            <updated>2025-12-22T20:06:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw Europees voorstel mikt op efficiëntere toelating voor gewasbescherming]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuw-europees-voorstel-mikt-op-efficientere-toelating-voor-gewasbescherming" />
            <id>https://vilt.be/58384</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Commissie wil de verplichte herbeoordeling om de 15 jaar voor veel gewasbeschermingsmiddelen schrappen. Dat moet de werklast bij toezichthouders verlagen en ruimte maken om nieuwe, groenere alternatieven sneller op de markt te brengen. Gezondheids- en milieuorganisaties waarschuwen echter dat hierdoor een belangrijke veiligheidswaarborg voor bestrijdingsmiddelen verdwijnt.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dfc9f7a6-cb19-4098-adf9-527bd9b5cc22/full_width_kersbiogewasbeschermingipm.jpg</image>
                                        <content>De Europese Commissie wil de structurele vertragingen bij de goedkeuring en verlenging van vergunningen voor werkzame stoffen&amp;nbsp;in gewasbeschermingsmiddelen&amp;nbsp;aanpakken. Vandaag krijgen die stoffen&amp;nbsp;telkens een&amp;nbsp;toelating van maximaal 15 jaar.&amp;nbsp;Nadien moet de stof opnieuw beoordeeld worden. Zonder succesvolle of tijdige&amp;nbsp;verlenging vervalt de vergunning. Deze&amp;nbsp;systematische herbeoordeling&amp;nbsp;zou&amp;nbsp;de Commissie&amp;nbsp;nu graag&amp;nbsp;schrappen voor bestrijdingsmiddelen&amp;nbsp;die niet in de categorie ‘meest gevaarlijke stoffen’ vallen.&amp;nbsp;Verlengingen en gerichte herbeoordelingen&amp;nbsp;zou de Commissie enkel nog willen uitvoeren als daar&amp;nbsp;wetenschappelijke redenen voor zijn.&amp;nbsp;Volgens de Commissie kan de aanpassing de huidige vertragingen bij&amp;nbsp;de bevoegde instanties,&amp;nbsp;zoals de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid&amp;nbsp;(EFSA),&amp;nbsp;aanzienlijk verminderen. De hernieuwingscyclus voor de meeste producten vergt veel capaciteit. Door die werklast te verlagen, krijgen toezichthouders meer ruimte voor producten die wel herbeoordeling vragen en voor alternatieve middelen.&amp;nbsp;Glyfosaat&amp;nbsp;Aangezien&amp;nbsp;de werkzame&amp;nbsp;stof glyfosaat&amp;nbsp;niet&amp;nbsp;gecategoriseerd staat bij de meest gevaarlijke&amp;nbsp;gevaarlijke&amp;nbsp;stoffen, zou deze aanpassing betekenen dat ook deze stof een onbeperkte toelating zou krijgen.&amp;nbsp;Glyfosaat is een zogenaamde totaalherbicide die sinds midden jaren zeventig vooral onder de handelsnaam &#039;Roundup&#039;&amp;nbsp;werd&amp;nbsp;gebruikt.&amp;nbsp;De EU heeft de vergunning van glyfosaat&amp;nbsp;in 2023 opnieuw&amp;nbsp;tot eind 2033 verlengd. Die procedure ging gepaard met heel wat polemiek en politieke spanningen.&amp;nbsp;De EU-lidstaten&amp;nbsp;vonden geen eensgezindheid, waardoor uiteindelijk&amp;nbsp;de Commissie de knoop&amp;nbsp;moest doorhakken in het omstreden dossier.&amp;nbsp;&amp;nbsp; Snellere toegang voor biosbestrijdingsmiddelen&amp;nbsp;Naast het schrappen van de systematische&amp;nbsp;herevaluatie&amp;nbsp;wil de Commissie&amp;nbsp;ook&amp;nbsp;de markttoegang voor&amp;nbsp;biologische&amp;nbsp;bestrijdingsmiddelen&amp;nbsp;versnellen.&amp;nbsp;Het&amp;nbsp;Europees&amp;nbsp;Parlement gaf daar eerder&amp;nbsp;ook&amp;nbsp;al een aanzet toe.&amp;nbsp;De&amp;nbsp;huidige Europese beoordelingskaders zijn&amp;nbsp;afgestemd op conventionele chemische middelen, waardoor producenten van&amp;nbsp;biobestrijdingsmiddelen&amp;nbsp;te maken krijgen met lange, dure en onzekere procedures. Dat remt innovatie af en vertraagt de beschikbaarheid van duurzame en betaalbare gewasbescherming voor landbouwers.&amp;nbsp;De EU wil dit beoordelingsproces nu versnellen door onder meer lidstaten te verplichten prioriteit te geven voor aanvragen voor deze producten en de mogelijkheid geven om voorlopige&amp;nbsp;vergunningen&amp;nbsp;te verlenen. Ook zou er een betere wederzijdse erkenning moeten komen zodat fabrikanten niet in elke lidstaat aparte procedures voor hun producten moeten starten.&amp;nbsp;“We verwachten dat&amp;nbsp;boeren&amp;nbsp;door deze aanpassingen&amp;nbsp;een grotere keuze aan&amp;nbsp;bestrijdingsmiddelen in de&amp;nbsp;toolbox&amp;nbsp;zullen&amp;nbsp;krijgen,&amp;nbsp;vooral als het gaat om innovatieve producten&amp;nbsp;en milieuvriendelijkere gewasbeschermingsmiddelen”,&amp;nbsp;aldus&amp;nbsp;de Commissie.&amp;nbsp;&amp;nbsp; Onbeperkte goedkeuringsperiodes zijn gevaarlijk&amp;nbsp;“Wij zijn verheugd&amp;nbsp;dat de Commissie&amp;nbsp;graag een&amp;nbsp;aangepast&amp;nbsp;kader voor biologische bestrijding&amp;nbsp;zou willen invoeren. Maar tegelijk zijn we zeer bezorgd dat ze voor sommige synthetische middelen onbeperkte goedkeuringsperiodes mogelijk wil maken”,&amp;nbsp;reageert&amp;nbsp;Eric Gall, voorzitter van&amp;nbsp;de Europese biologische&amp;nbsp;sectororganisatie&amp;nbsp;IFOAM. &amp;nbsp;“Dit is niet alleen&amp;nbsp;incoherent, maar ook gevaarlijk. Het is bekend dat synthetische pesticiden ernstige schade toebrengen aan de menselijke gezondheid en het milieu, en juist tijdens periodieke&amp;nbsp;herbeoordelingsprocedures worden dergelijke toxische effecten vastgesteld.”&amp;nbsp;IFOAM en andere milieuorganisaties wijzen erop dat routinematige verlengingsaanvragen&amp;nbsp;bedrijven&amp;nbsp;vandaag&amp;nbsp;verplichten om nieuwe veiligheidsgegevens over hun producten aan te leveren. Het schrappen van die vaste momenten zou volgens hen de bewijslast verschuiven van de industrie naar toezichthouders, onderzoekers en het maatschappelijk middenveld om nieuwe risico’s te signaleren.&amp;nbsp; Nog nieuwe aanpassingen&amp;nbsp;De nieuwe&amp;nbsp;voorstellen&amp;nbsp;rond bestrijdingsmiddelen maken deel uit van het vereenvoudigingspakket voor voedsel-&amp;nbsp;en diervoederveiligheid dat de Commissie deze week voorstelde. Het gaat om de tiende omnibus waarmee de Europese belofte van administratieve vereenvoudiging over verschillende beleidsdomeinen&amp;nbsp;stilaan&amp;nbsp;vorm krijgt.&amp;nbsp;Het tiende voorstel wil de&amp;nbsp;voedsel-&amp;nbsp;en diervoederveiligheidsvoorschriften&amp;nbsp;vereenvoudigen en stroomlijnen.&amp;nbsp;Naast wijzigingen&amp;nbsp;in de toelatingsprocedures voor gewasbescherming&amp;nbsp;bevat het onder meer&amp;nbsp;nog&amp;nbsp;maatregelen om residunormen in geïmporteerd voedsel beter te harmoniseren&amp;nbsp;met de Europese en&amp;nbsp;aanpassingen aan de regels voor voederadditieven.&amp;nbsp;Volgens de Commissie schrapt het pakket&amp;nbsp;voornamelijk&amp;nbsp;overlappende verplichtingen en onnodige procedures, terwijl het de inzet van digitale informatietools uitbreidt zonder in&amp;nbsp;te boeten aan hoge veiligheidsnormen.&amp;nbsp;“Een flexibeler juridisch kader moet actoren toelaten sneller te schakelen, te innoveren en te investeren, wat de concurrentiekracht en veerkracht van de Europese voedsel-&amp;nbsp;en diervoedersystemen moet versterken”, klinkt het.&amp;nbsp;Het pakket moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad voordat het in werking kan treden.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-12-18T21:45:32+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese Commissie gaat ondertekening Mercosurakkoord uitstellen tot januari]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-commissie-gaat-ondertekening-mercosurakkoord-uitstellen-tot-januari" />
            <id>https://vilt.be/58385</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het komt er dan toch, het uitstel voor de ondertekening van het Mercosur-handelsakkoord. Het was een piste waar Italië en Frankrijk op aanstuurden, maar die op een ultimatum botste van de Braziliaanse president Lula da Silva. Nadat hij nadien toch een opening maakte voor uitstel, ging de Europese Commissie overstag. Donderdagavond kwam de bevestiging: er komt uitstel tot januari, maar een precieze datum is er nog niet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="boerenprotest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ad26a862-5928-4c8c-8085-4077617efbc0/full_width_ursula-von-der-leyen-top-december-2025-mercosur-europese-unie.jpg</image>
                                        <content>Er zat druk op de onderhandelingen over Mercosur. Europees commissievoorzitter Ursula von der Leyen wou koste wat het kost zaterdag op een vliegtuig te kunnen stappen richting Brazilië om het akkoord, 25 jaar na de opstart van de onderhandelingen, te ondertekenen. Maar daarvoor heeft von der Leyen het mandaat nodig van de lidstaten, maar twee dagen onderhandelen leverde niet de gekwalificeerde meerderheid op.Macron: “Akkoord is nog niet klaar”Ook de massale aanwezigheid van protesterende landbouwers in Brussel op donderdag heeft dat proces wellicht niet vooruitgeholpen. Bij aanvang van de Europese top, en van het boerenprotest, liet Macron verstaan dat de Europese Unie haar boeren niet onder de bus mag gooien door een akkoord te ondertekenen met de Mercosurlanden dat “nog niet klaar is”.&quot;Frankrijk is van het begin duidelijk geweest: het akkoord is nog niet rond en kan dus niet ondertekend worden&quot;, aldus Macron. &quot;We kunnen niet accepteren dat de coherentie van onze landbouw, onze voeding en de voedselveiligheid van onze burgers op het spel worden gezet met akkoorden die nog niet gefinaliseerd zijn.&quot; Frankrijk heeft al van in het begin drie eisen op tafel gelegd: een vrijwaringsclausule die moet fungeren als noodrem wanneer de markten gedestabiliseerd worden, een spiegelclausule waardoor de boeren in de Mercosurlanden zich moeten houden aan dezelfde regels rond voedselveiligheid als de Europese boeren en extra controles aan de buitengrenzen.Volgens Macron heeft de Commissie een reeks voorstellen gedaan en gaat het werk in de goede richting, maar is het simpelweg nog niet afgerond. Zo werd er woensdagavond nog een akkoord gesloten tussen het parlement en de lidstaten over de vrijwaringsclausule, nadat het parlement het voorstel van de Commissie nog had aangescherpt, maar is er nog geen stemming geweest over dat akkoord. De clausules zijn volgens de president ook nog niet voorgelegd aan de&amp;nbsp;Mercosurlanden. &amp;nbsp;&quot;Onze boeren kampen al met voldoende uitdagingen en moeten gerespecteerd worden. We kunnen hen niet opofferen met een akkoord dat niet ernstig is&quot;, aldus Macron. Hij herhaalde het Franse standpunt dat de stemming en de ondertekening uitgesteld moeten worden. En als de EU toch een stemming wil forceren voor zaterdag, zal Frankrijk tegenstemmen, zei hij.&amp;nbsp; Meloni: “Beetje extra tijd nodig”Een tegenstem van Frankrijk hoefde niet meteen een probleem te vormen voor de nodige gekwalificeerde meerderheid. Maar dat ook Italië het te vroeg vond om zijn goedkeuring te geven voor het vrijhandelsakkoord, veranderde de zaak. &quot;Het lijkt ons noodzakelijk om te wachten tot het pakket aanvullende maatregelen ter bescherming van de landbouwsector is afgerond en dit tegelijkertijd uit te leggen en te bespreken met onze landbouwers&quot;, zei de Italiaanse president Giorgia Meloni woensdag al.Dat betekende volgens haar niet dat Italië het akkoord in zijn geheel zou tegenwerken of blokkeren. “Maar zoals we altijd hebben gezegd, zullen we het alleen goedkeuren als er voldoende garanties voor wederkerigheid voor onze landbouwsector.” De Italiaanse president gaf aan dat ze&amp;nbsp; ervan overtuigd is dat zelfs al begin volgend jaar aan de voorwaarden van Italië kan voldaan zijn. Braziliaanse president laat dan toch opening voor uitstelDaar kwam evenwel al snel reactie op van Lula da Silva, de president van Brazilië. Hij stelde meteen een ultimatum: als het akkoord zaterdag niet wordt ondertekend, dan zal het ook niet meer gebeuren zolang hij president is. Zijn mandaat loopt nog tot eind 2026. Hij benadrukte nog dat het akkoord &quot;voordeliger is&quot; voor de Europeanen dan voor de Zuid-Amerikaanse landen.Donderdag klonk hij al wat milder na een telefoongesprek met Meloni. Zij heeft hem beloofd dat uitstel van een week tot een maand wellicht voldoende is voor Italië om alsnog akkoord te kunnen gaan. Lula da Silva zou de boodschap doorgeven aan de leiders van de andere Mercosurlanden (Argentinië, Uruguay, Paraguay en Bolivië) zodat “zij kunnen beslissen wat ze moeten doen”. Nog geen akkoord over beschermingsmaatregelenDonderdagavond viel dan eindelijk de beslissing: de Europese Commissie stelt de ondertekening van het akkoord uit tot januari. Daarmee werd de druk van de ketel gehaald in de onderhandelingen tussen het EU-parlement en de lidstaten over de beschermingsmaatregelen die Europa wil voorzien om zijn landbouwers beter te beschermen. Over die beschermingsmaatregelen had het Europees parlement zich dinsdag al uitgesproken, maar moest er dus nog een akkoord worden bereikt met de lidstaten.Zo stemde het parlement in met een mechanisme voor verscherpt toezicht op de invoer van gevoelige producten, zoals rundvlees, gevogelte en suiker. Als de boeren ernstige schade ondervinden, dan zou de EU de preferentiële tarieven opnieuw tijdelijk kunnen intrekken.Daarnaast vroegen de parlementsleden dat de Commissie een onderzoek opent wanneer de prijs van een product uit Mercosurlanden minstens vijf procent langer is dan hetzelfde product en de invoer met vijf procent of meer toeneemt. De Commissie had voorgesteld om de drempels op tien procent te leggen. Om sneller te kunnen ingrijpen, willen de Europarlementsleden dat de maximale duur van zo’n onderzoek wordt ingekort: van zes tot drie maanden in het algemeen en van vier tot twee maanden voor de meest gevoelige producten.Ten slotte bepleitte het halfrond onder meer een wederkerigheidsprincipe, dat de Commissie de mogelijkheid zou bieden om vrijwaringsmaatregelen te nemen wanneer producten uit&amp;nbsp;Mercosur&amp;nbsp;niet voldoen aan Europese standaarden op gebied van milieu, dierenwelzijn, gezondheid, voedselveiligheid of arbeidsbescherming. Boerenbond: “Mercosur moet nu terug naar de tekentafel”Boerenbond is tevreden met het uitstel, maar het lost volgens de landbouworganisatie nog niets op. &quot;We hopen dat de extra tijd gebruikt wordt om het akkoord inhoudelijk grondig bij te sturen zodat de echte problemen zoals het ongelijk speelveld en de te ruime tariefcontingenten in het handelsakkoord worden aangepakt&quot;, aldus Boerenbond-voorzitter Lode Ceyssens.</content>
            
            <updated>2025-12-19T10:38:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VIDEO: Tienduizend betogende boeren eisen koerswijziging van Europa]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/video-tienduizenden-betogende-boeren-eisen-koerswijziging-van-europa" />
            <id>https://vilt.be/58386</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zo’n 10.000 boeren uit heel Europa zijn donderdag afgezakt naar Brussel om de Europese Commissie duidelijk te maken dat ze niet akkoord zijn met de manier waarop Europa met zijn landbouwers omgaat. Hoewel het protest grotendeels rustig en vreedzaam verliep, werd de sfeer op het Luxemburgplein bij momenten bijzonder grillig. De organisatoren van het protest namen duidelijk afstand van dit geweld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="boerenprotest" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e00feedc-f411-49be-a909-9e44b6673e69/full_width_boerenprotest-mercosur-boerenbond-copa-cogeca-december-2025.png</image>
                                        <content>Het was de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca die had opgeroepen tot het protest. De respons op die oproep was groot: landbouwers uit alle lidstaten en aangesloten bij maar liefst 40 landbouworganisaties kwamen naar Brussel om hun onvrede te laten horen. Die onvrede focuste zich op drie onderwerpen: het vrijhandelsverdrag met Mercosur, de voorgenomen besparingen op landbouw in de komende EU-begroting en de verstikkende Europese wetgeving.Grote delegatie van Boerenbond en Groene Kring tekent presentOok een grote delegatie van Boerenbond en Groene Kring was aanwezig op het protest. “Uit heel de EU zijn vandaag vertegenwoordigers, ondernemers, uit de landbouwsector aanwezig,&quot; aldus &amp;nbsp;Lode Ceyssens voorzitter van Boerenbond. &quot;Landbouwers betogen niet voor hun plezier. Als de boer op straat komt, en zijn&amp;nbsp;erf en dus zijn&amp;nbsp;werk achterlaat, dan wringt er iets. Zijn loon wordt&amp;nbsp;immers&amp;nbsp;niet doorbetaald&amp;nbsp;en er is geen stakingsvergoeding. Het is een schreeuw naar gehoor, begrip en actie van ondernemers wiens toekomst op het spel staat. De massale opkomst vanuit heel Europa ​&amp;nbsp;beklemtoont de nood aan oplossingen. Dit gaat over de toekomst van onze landbouw en bijgevolg ook over de toekomst van duurzaam,&amp;nbsp;veilig&amp;nbsp;en voldoende&amp;nbsp;eten op het bord van de Europese consument. We rekenen erop dat onze roep wordt gehoord.”Volgens Justine Arkens, voorzitter van Groene Kring, vertrekt Europa vanuit een inspirerend ideaal, maar maakt de vertaling van dat ideaal naar regelgeving het voor jonge Vlaamse boeren bijzonder moeilijk. &quot;In plaats van hen vooruit te helpen, legt men hen hindernissen op waardoor ze zich afvragen of landbouw nog wel een toekomst voor hen heeft. De Europese landbouw heeft nood aan een generatiewissel. We roepen Europa op om de nieuwe generatie niet te verkwanselen.” ABS-kerstman deelt pakjes met loze beloftes uitGeen onderdeel van koepelorganisatie Copa-Cogeca, maar toch aanwezig op het protest, was het Algemeen Boerensyndicaat (ABS). “Wij richten ons tegen het opnemen van voeding in het Mercosur-handelsverdrag, maar ook tegen het doodzieke Europese landbouw- en voedselbeleid”, klonk het. ABS werd vergezeld door de kerstman op het boerenprotest. Die deelde pakjes met “loze beloftes” uit aan de omstaanders. Ook Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) mocht zo’n pakje in ontvangst nemen.Vanuit het Belgische ketenoverleg werd een steunbericht uitgestuurd voor het boerenprotest. Wij onderstrepen mee het strategisch belang van de agrovoedingsketen als geheel en van de landbouwsector in het bijzonder. Dat vraagt niet alleen woorden, maar ook concrete beleidsdaden die de drie pijlers van duurzaamheid evenwichtig benaderen. Die bijsturing is essentieel om onze concurrentiekracht te behouden en verder te versterken. Op die manier wordt ook de nodige ruimte gecreëerd om verder te verduurzamen”, zo klonk het in een persbericht. Amokmakers kapen de betogingDe officiële betoging startte aan het Brusselse Noordstation en na de nodige speeches zouden de actievoerders starten met een mars richting het Luxemburgplein waar de Europese leiders om dat moment verzamelden. Zover kwam het niet, want de mars werd voortijdig afgebroken omdat er in de Europese wijk, waar 950 tractoren die niet tot de officiële betoging hoorden, zich hadden verzameld. Dat leidde tot vernielingen en een kat-en-muisspel met de politie. &amp;nbsp;De organisatoren van het officiële protest namen duidelijk afstand van deze rellen. &quot;Wij begrijpen hun woede, maar wij wilden vandaag een vreedzaam&amp;nbsp;protest&amp;nbsp;voeren&quot;, zegt Ksenija Simovic van Copa-Cogeca. Ook Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens betreurde de praktijken op het Luxemburgplein. “Wij wilden op een vreedzame manier onze stem laten horen aan Europa. Geweld hoort daar niet bij. We betreuren dat er individuen het nodig vinden om schade te berokkenen aan mensen en omgeving en bewust ver over de schreef zijn gegaan.”</content>
            
            <updated>2025-12-19T00:12:44+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Statbel maakt landbouweconomische rekening voor 2025 op]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/statbel-productiewaarde-rundvee-pluimvee-en-eieren-fors-toegenomen-suikerbieten-en-aardappelen-hebben-het-moeilijk" />
            <id>https://vilt.be/58387</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Belgisch statistiekbureau Statbel bevestigt enkele sectorevoluties van het afgelopen jaar in een eerste raming van de landbouwinkomens voor 2025. Zo laten graanproducenten, rundvee- en pluimveehouders gunstige cijfers optekenen, terwijl varkenshouders en telers van suikerbieten en aardappelen een zwak jaar achter de rug hebben. Voor de totale landbouwsector blijft de productiewaarde stabiel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="economie" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="voedselprijzen" />
                        <category term="prijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/05c28dfe-a587-4c82-88f9-87753fe8e27a/full_width_geld-inflatie.jpg</image>
                                        <content>De productiewaarde van de totale Belgische landbouwsector blijft stabiel, maar er zit veel verschil in de deelsectoren.De gemiddelde landbouwer krijgt hogere prijzen voor zijn producten, maar dit wordt tenietgedaan door hogere kosten. De productiewaarde van de Belgische landbouwsector tegen basisprijzen is tegenover 2024 met 0,7 procent gestegen, maar ondertussen zijn de kosten met 1,2 procent toegenomen. De netto toegevoegde waarde van de landbouw daalt met 0,6 procent.Een diverse sector als de landbouw valt echter niet over één kam te scheren. Hoewel een blik op de globale cijfers de indruk geven van een stabiele markt, evolueren de twee grote landbouwtakken anders. De plantaardige productiewaarde van bijvoorbeeld granen, aardappelen, groenten en fruit, is met 4,5 procent afgenomen. Terwijl de dierlijke productie een omgekeerde beweging zag: de productie van melk, vlees en eieren is met 4,6 procent gestegen. Maar ook per sector zitten zijn er onderlinge verschillen. De prijzen voor plantaardige productie dalen over de hele lijn, al slagen sommige sectoren erin het verlies te compenseren door hogere productievolumes. De dierlijke productie is dan weer afgenomen op vlak van volume, maar op varkens na worden de meeste verliezen gecompenseerd door betere prijzen. Dalende graanprijzen gecompenseerd door productievolumeWanneer we dieper inzoomen op plantaardige productie, zien we ook enkele uiteenlopende trends. In 2025 zal de waarde van de graanproductie naar verwachting met 9,7 procent stijgen ten opzichte van 2024. In absoluut volume is de graanproductie fors toegenomen met 33,3 procent, maar de dalende prijzen (-17,7%) remmen de totale productiewaarde enigszins af. Die prijsdaling lijkt te wijten aan een overaanbod, want in heel Europa is de graanproductie toegenomen. Bittere pil voor suikertelersDe suikerbietensector krijgt het in 2025 bijzonder hard te verduren, met een daling van de productiewaarde met bijna een kwart (22,5 procent). De productie nam nochtans met 11,4 procent toe, ondanks het tanende ingezaaide areaal. Dankzij vroege zaaiingen en een zonnige zomer waren de opbrengsten zeer goed wat betreft het tonnage en suikergehalte.Dat suikerboeren ondanks hun mooie oogstvolume toch zo’n forse daling zien in productiewaarde, komt omdat de vergoeding voor telers dit jaar met bijna een derde daalt (-30,5%). De prijzen zijn in vrije val door de lagere contractuele basisprijzen en een suikermarkt die onder druk staat door de stijgende wereldproductie. Aardappelprijzen zakken diep wegDe waarde van de aardappelproductie (inclusief pootplanten) zal naar verwachting met 21 procent dalen onder het gewicht van een vrije markt op zijn laagst. Dat het prijseffect “beperkt” bleef tot -32,2 procent komt dankzij de contractprijzen, die de daling op de markten gedeeltelijk compenseerden.Net zoals bij de suikerbieten gaat een dalende prijs van aardappelen gepaard met een gestegen oogstvolume. Dit nam toe met 16,4 procent. Dit door de combinatie van een toename van de oppervlakte (+7,2%) en de opbrengst (+8,6%). Dalende prijzen voor groenten en fruitDe productiewaarde van verse groenten zou met 16,1 procent dalen ten opzichte van 2024, voorspelt Statbel. Het productievolume is over het algemeen stabiel, maar de producentenprijzen dalen.Ondanks dalende prijzen, stijgt de productiewaarde van fruit in 2025 met 10,2 procent. Fruitboeren krijgen minder geld voor hun product, maar ze hebben wel grotere volumes om te verkopen. De weersomstandigheden waren dit voorjaar gunstig voor de bestuiving en groei in de boomgaarden.Wat de productie van peren betreft, zou België een toonaangevende speler op Europees niveau blijven. Ook de productie van appels en kersen zou sterk stijgen in 2025. Belgisch rundvee wint, varkenshouders trekken kortste eindDe productiewaarde van dieren stijgt in 2025 met 1,6 procent. De rundveesector profiteert van een genereuze prijsstijging (+30,3% op karkasprijzen). Ook hier speelt de wet van vraag en aanbod. De structurele daling van de veestapel, in combinatie met gezondheidsproblemen en een daling van het aantal slachtingen in andere lidstaten, zijn allemaal factoren die de producentenprijzen opdrijven tot hogere niveaus dan in het verleden. Hoewel het geproduceerde volume rundvee aanzienlijk is gedaald, stijgt de totale productiewaarde van rundvee met 19,4 procent. Varkenshouders kunnen echter niet in de vreugde delen. Zij hebben af te rekenen met een forse prijsdaling van ongeveer 15 procent. Omdat het productievolume gelijk is gebleven, kampt de sector met netto verlies. Statbel merkt op hoe Europa in deze sector kampt met een gebrek aan concurrentievermogen op de exportmarkt. De tarieven die China sinds september oplegt, verbeteren de situatie geenszins.Melk en vooral eieren doen het goedDat de totale dierlijke productie het zoveel beter doet dan plantaardige productie, is vooral te wijten aan de ei- en zuivelsector. De productiewaarde van dierlijke producten zou in 2025 met 9,4 procent stijgen. De zuivelsector zou de waarde van zijn productie met 6,4 procent zien stijgen, ondanks de licht gedaalde melkproductie (-4,2%). Dat komt omdat de producentenprijzen flink gestegen zijn, met 11,1 procent. Maar het zijn vooral de leghennenhouders die dit jaar gouden eieren rapen. De totale productiewaarde is hard toegenomen met 27,9 procent. Er werden nochtans niet meer eieren geproduceerd dan vroeger, integendeel. De geschatte stijging is vooral te danken aan de hogere producentenprijzen (+36,9%). &quot;De vraag naar eieren blijft aanhouden, zelfs al wordt het aanbod beperkt door milieu- en gezondheidsnormen&quot;, aldus Statbel.</content>
            
            <updated>2025-12-23T10:01:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vaccinatieverbod tegen IBR uitgesteld tot 1 november 2027]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vaccinatieverbod-tegen-ibr-uitgesteld-tot-1-november-2027" />
            <id>https://vilt.be/58388</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het algemene vaccinatieverbod tegen Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis (IBR) is uitgesteld tot 1 november 2027. Dat heeft het FOD Volksgezondheid deze week bekendgemaakt. “Deze beslissing is genomen om veehouders en dierenartsen meer tijd te geven om de huidige uitdagingen aan te pakken”, klinkt het. Het vaccinatieverbod was aanvankelijk van kracht vanaf november dit jaar.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/be7793dd-6baa-48c7-bceb-c17e03562326/full_width_dierenarts-vaccinatie-eu.jpg</image>
                                        <content>Eerder dit jaar werd het vaccinatieverbod dat normaal op 1 april 2025 zou ingaan, uitgesteld tot 1&amp;nbsp;november&amp;nbsp;2025. Deze week heeft de federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu aagenkondigd het vaccinatieverbod weer uit te stellen, dit maal tot 1 november 2027. Het uitstel is volgens de overheidsdienst noodzakelijk gezien de huidige “ongunstige epidemiologische situatie, waarbij nog steeds nieuwe besmettingen worden vastgesteld”. Regels blijven van krachtDe Raad van het Sanitair Fonds heeft een positief advies gegeven voor dit ontwerp van wetgeving dat als doel heeft om een veilige en haalbare overgang naar een IBR-vrije rundveestapel mogelijk te maken. De aangepaste wetgeving die dit uitstel formaliseert, zal binnenkort gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad.Met de wetswijziging blijven de huidige regels dus van kracht. Vaccinatie blijft verplicht op beslagen waar een IBR-haard is vastgesteld en beslagen met een statuut ‘besmet’. Vaccinatie is en blijft daarnaast verboden op bedrijven met het statuut ‘IBR-vrij’ of ‘gE NEG in transitie’ De keuze voor vaccinatie op een beslag met statuut ‘vrij’ of ‘gE NEG in transitie’ leidt tot het wijzigen van het statuut naar een statuut ‘gE NEG met vaccinatie’ &quot;Situatie loopt uit de hand&quot;In een persbericht spreekt de overheidsdienst begrip uit voor het sentiment onder de Vlaamse veehouders. Deze maken zich zorgen over een escalatie van het IBR-virus. &amp;nbsp;Dierengezondheidszorg Vlaanderen sprak in oktober nog van een IBR-crisis. “De IBR-problematiek laait opnieuw op en dreigt uit de hand te lopen”, klonk het toen.De FOD Volksgezondheid wijst op het belang van bioveiligheid. “Gebruik bedrijfseigen kledij en materiaal.” In risicogebieden adviseert het verder strikte quarantaine en testen van nieuw aangekochte dieren. “Alleen dieren die negatief testen kunt u binnenbrengen in uw beslag.” Bedrijven die de veestapel vaccineren, moeten dat registreren in&amp;nbsp; Sanitel. Dit omdat het virus zich “verdoken” gedraagt bij gevaccineerde runderen. “De screening dient daarom aangepast te worden”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2025-12-19T14:13:03+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kennisplatform EU-Farmbook brengt landbouwstudies in begrijpelijke taal]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kennisplatform-eu-farmbook-officieel-gelanceerd" />
            <id>https://vilt.be/58389</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het informatieplatform EU-Farmbook is nu vrij beschikbaar voor iedereen. Dit gratis, vrij toegankelijke en meertalige onlineplatform verzamelt en deelt kennis over land- en bosbouw verzameld door EU-gefinancierde projecten in heel Europa. Een Wikipedia voor landbouw dus, dat jaren aan wetenschappelijke studies helder uitlegt aan leken en experts. Projectcoördinator en UGent-professor Pieter Spanoghe blikt tevreden terug op de lancering.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/efba8911-c61b-401b-9185-16d5612609fd/full_width_pieter-spanoghe-eufarmbook-lancering.jpg</image>
                                        <content>Eerder legde professor Spanoghe al uit hoe het EU-Farmbook precies in zijn werk gaat. De officiële lancering van het EU-FarmBook op 16 december 2025 in Brussel kreeg veel steun van Europese instellingen op hoog niveau en vertegenwoordigers van de sector. Diego Canga Fano, waarnemend adjunct-directeur-generaal bij het directoraat-generaal Landbouw (DG AGRI) van de Europese Commissie gelooft in het kennisplatform als ‘one-stop-shop’ voor landbouwers, bosbouwers en adviseurs. “Digitalisering biedt ons een unieke kans om kennis sneller te delen, van elkaar te leren en mensen over de Europese grenzen heen met elkaar in contact te brengen”, zegt hij. Fano hoopt dat het nieuwe platform ook een toegangspoort zou kunnen worden voor kmo&#039;s en start-ups die willen investeren in innovaties die voortkomen uit door de EU gefinancierde projecten. Dit kennisplatform wil er dan ook voor zorgen dat onderzoekskennis makkelijker wordt omgezet in de praktijk. Begeleidingsmateriaal zoals infographics en video’s moeten adviseurs en professionals in de sector op de hoogte brengen van de nieuwste inzichten.Onderzoeksgemeenschap opbouwenProfessor Spanoghe is coördinator van EU-FarmBook. Hij benadrukte de sterke netwerkgerichte aanpak, waarbij bijdragen uit 18 EU-lidstaten worden samengebracht. “We willen een onderzoeksgemeenschap opbouwen”, zegt hij. “We willen projecten en mensen met elkaar verbinden.” Spanoghe benadrukte ook dat de aangeboden informatie afkomstig is uit studies gefinancierd door overheidsprojecten en niet gebaseerd is op commerciële activiteiten.Tijdens het lanceringsevenement vond een panelgesprek plaats met als titel “Concurrentievermogen door kennis”. Deelnemers waren onder meer Rūdolfs Pulkstenis, vicevoorzitter van de Europese Raad van Jonge Landbouwers (CEJA); André Laperrière, voormalig uitvoerend directeur van Global Open Data for Agriculture and Nutrition (GODAN); Lauren Dietemann, communicatie- en projectmanager bij het Onderzoeksinstituut voor Biologische Landbouw (FiBL); en professor Margarida Tomé, vicevoorzitter van het bestuur van het Europees Bosbouwinstituut (EFI). De discussie ging over het belang van duurzame praktijken, echte kostenberekening en de uitdagingen om kleine boeren te betrekken. Het opbouwen van relaties met GLB-netwerken en het bevorderen van het delen van gegevens waren belangrijke doelstellingen, met de nadruk op het bereiken van boeren via persoonlijk contact en verenigingen. De panelleden onderstreepten het belang van samenwerking, met een duidelijke nadruk op het betrekken van belanghebbenden.Kennisdeling cruciaal om innovaties te sturenDe bezielers van EU-Farmbook benadrukken ook hoe het Europees concurrentievermogen afhankelijk is van hoe snel effectieve oplossingen in de dagelijkse praktijk worden toegepast. In de afsluitende sessie benadrukte Marion Picot, secretaris-generaal van CEJA, dat de landbouwsector via EU-FarmBook hiertoe kan bijdragen.Met betrekking tot de komende hervorming van het GLB merkte Picot op dat deze aanzienlijke uitdagingen met zich mee zou brengen, met name voor jonge landbouwers, maar ook voor de bredere landbouwgemeenschap. Ook hier onderstreepte zij het belang van voldoende financiering voor landbouwkennis- en innovatiesystemen in het kader van het GLB in alle lidstaten.Geïnteresseerden kunnen een kijkje nemen op eufarmbook.eu.</content>
            
            <updated>2025-12-20T00:49:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brussel meet schade op na hevige rellen tijdens boerenprotest]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brussel-meet-schade-op-na-hevige-rellen-tijdens-boerenprotest" />
            <id>https://vilt.be/58390</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Brusselse politie heeft de balans opgemaakt na de escalatie van het boerenprotest tegen het Mercosur-akkoord van afgelopen donderdag. Daarbij werden 13 relschoppers gearresteerd, raakten vier politieagenten gewond en moest meer dan 50 ton afval worden opgeruimd. Daarnaast is er aanzienlijke schade aan politiemateriaal, gebouwen en weginfrastructuur.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boeren" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d2befd86-2200-492e-80a9-344b5bd09f1d/full_width_vilt-boerenprotesten-brussel00-00-34-08still001.png</image>
                                        <content>Een delegatie boze boeren had zich afgesplitst van de officiële betoging en bezette met zo’n 950 tractoren de Europese wijk. Op het Luxemburgplein ontaardde het protest in een gewelddadige confrontatie. De politie werd bekogeld met aardappelen en straatstenen, maar ook met vuurwerk en  bommetjes. De ordediensten grepen in met het waterkanon, traangas en pepperspray om te verhinderen dat betogers de gebouwen van het Europees Parlement zouden binnendringen. Vier agenten liepen daarbij verwondingen op.In totaal werden zes bestuurlijke en zeven gerechtelijke aanhoudingen verricht. De politie is nog op zoek naar andere relschoppers die voorlopig aan arrestatie ontsnapten, onder meer aan de hand van camerabeelden. Materiële schade &quot;enorm&quot;“De materiële schade is enorm”, zegt een woordvoerder van de Brusselse politie. “Een dozijn gasmaskers en een helm werden vernield, en tientallen uniformen, schilden en helmen werden beklad of bevuild. Ook een politievoertuig raakte beschadigd nadat het door een tractor werd aangereden.”Naast schade aan politiemateriaal is er ook elders aanzienlijke schade vastgesteld. “Zo werden verkeersborden beschadigd of uitgetrokken, ruiten ingeslagen en het wegdek aangetast door brandjes. Ook werden verschillende voorwerpen in brand gestoken”, aldus de politie. Meer dan 50 ton afval opgeruimdDe betogers lieten naast vernielingen ook een enorme hoeveelheid afval achter. Boeren kiepten karren vol aardappelen en bieten leeg op Brusselse straten. Een 20-tal medewerkers werkte tot 23 uur donderdavond om het grootste deel van het afval te verwijderen. Daarbij werd zwaar materieel ingezet, waaronder veegwagens, een hogedrukreinigingswagen, containers en vrachtwagens met kraan.Protest tegen EU-beleidDe timing van het protest was geen toeval: het viel samen met een belangrijke EU-top in Brussel. Ongeveer 10.000 Europese boeren verzamelden zich in de hoofdstad om te protesteren tegen het Europese landbouwbeleid. Strenge EU-regels en besparingen op het landbouwbudget zorgen voor onvrede, maar vooral het Mercosurakkoord ligt bijzonder gevoelig. Boeren vrezen oneerlijke concurrentie als het voorgestelde vrijhandelsakkoord met het Latijns-Amerikaanse handelsblok Mercosur wordt ondertekend.Voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen zou dit weekend naar Brazilië reizen om de overeenkomst te ondertekenen. Op aandringen van Frankrijk en Italië kwamen de EU-leiders echter overeen om de ondertekening uit te stellen tot januari.</content>
            
            <updated>2025-12-19T17:23:32+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Duurder vlees, kansen voor pluimvee en mondiale concurrentie: EU voorspelt landbouw in 2035]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minder-en-duurder-vlees-kansen-voor-pluimvee-en-mondiale-concurrentie-europa-voorspelt-landbouw-in-2035" />
            <id>https://vilt.be/58391</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Minder en duurder vlees, duurdere gewasbescherming en een mooie toekomst voor pluimvee: dat is hoe de Europese Commissie de landbouwsector ziet evolueren in 2035.  Hoewel de Commissie een aanhoudende productiviteitsgroei voorspelt, zal dit enigszins getemperd worden door het klimaat- en duurzaamheidsvraagstuk. Ook de betaalbaarheid van de werkingsmiddelen blijft een uitdaging, net zoals de druk van buitenlandse concurrentie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="toekomst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8bcdf3e0-9c36-4600-a723-0f3b4cbec57b/full_width_autonome-robot-2.jpg</image>
                                        <content>De Europese Commissie blikt in het nieuwe &#039;EU Agricultural Outlook 2025-2035&#039; vooruit op de toekomst. In de prognose komen enkele duidelijke tendensen naar voren. Zo verwacht de Commissie dat de Europese landbouwsector ondanks de duurzaamheidsinspanningen zijn hoog productiviteitsniveau zal behouden. Volgens de vooruitblik zal één landbouwer steeds meer werk kunnen verzetten dankzij technologische innovatie, wat zal bijdragen tot een stijging van het reële inkomen per landbouwarbeider. Al is de vraag natuurlijk of alle bedrijven hiervoor de nodige investeringen zullen kunnen verwezenlijken. Opvallend is dat het rapport geen aandacht besteedt aan de vergrijzing binnen de sector. De EU voorspelt wel dat de tendens van schaalvergroting en consolidaties zich zal blijven voortzetten. De Commissie ziet arbeidsefficiëntie als de motor om Europese landbouw competitief te houden. Geleidelijk minder grote veestapel, behalve pluimveeHet rapport legt ook enkele trends voor. De productie van rundvlees, varkensvlees en schapen- en geitenvlees zal naar verwachting geleidelijk blijven dalen als gevolg van krimpende veestapels en veranderende consumentenvoorkeuren. De duurzaamheidskwesties zullen het komende decennium de productie en consumptie van vlees drukken. De Commissie voorspelt dat de gemiddelde Europeaan tegen 2035 minder vlees per capita zal eten – wat haaks staat op grote globale trends. De vooruitblik spreekt wel van een ‘marginale’ daling. Het voorspelt ook een extensivering van de veehouderij.Door het dalende aanbod zullen de EU-prijzen voor de komende tien jaar blijven stijgen. Ook de stijgende productiekosten en veranderingen in de wereldprijzen spelen hier mee.Pluimvee en eieren zullen volgens het rapport de enige dierlijke sectoren zijn die zullen blijven groeien in termen van productie en consumptie. De EU verwacht dat de kansen voor exportgroei van de EU ook vooral binnen de pluimvee- en eiersector liggen.De verspreiding van dierziekten en geopolitieke conflicten blijven echter een belangrijke bron van onzekerheid.Voor oliehoudende zaden en peulvruchten voorspelt de Commissie dan weer dat het areaal zal uitbreiden, wat leidt tot meer productie. De zuivelproductie zou over het algemeen relatief stabiel blijven, maar de toename in de productie van melkpoeder, boter en magere melkpoeder duidt op een positieve ontwikkeling in de segmenten met een hogere waarde. Steeds minder landbouwgrondHet areaal landbouw- en bosgrond in de EU zal naar verwachting tegen 2035 licht afnemen. Naast het beleid kunnen ook extreme weersomstandigheden en waterschaarste leiden tot verschuivingen binnen het landgebruik. De prognose voorspelt een afname in het areaal grasland, granen en blijvende teelten.De volatiliteit in zowel de betaalbaarheid als de beschikbaarheid van productiemiddelen die van invloed zijn op het concurrentievermogen van akkerbouwgewassen in de EU, en de lagere vraag naar veevoer en biobrandstoffen, ontmoedigen een uitbreiding van het akkerbouwareaal. Technieken zoals precisielandbouw moeten de duurdere kosten van bepaalde inputs enigszins compenseren.Ook de vraag naar akkergewassen die dienen voor diervoeder zal volgens het rapport afnemen. De EU verwacht een gestegen vraag naar gezondere voeding en meer plantaardige eiwitten. Suiker krijgt het moeilijkOver de suikerbietenteelt heeft de Commissie weinig rooskleurigs te vertellen. De Europese Unie blijft een belangrijke speler op de suikermarkt, maar ondervindt hevige concurrentie van landen als Brazilië, India en Thailand. Het rapport erkent dat deze landen hun lagere productiekosten hiervoor benutten. Bovendien beschikken ze over gunstige klimatologische omstandigheden en een goed ontwikkelde exportlogistiek.“Bovendien veroveren deze andere landen op agressieve wijze nieuwe markten door in te spelen op veranderende consumentenvoorkeuren en handelsovereenkomsten”, meldt het rapport, mogelijk verwijzend naar Mercosur.Daartegenover worden suikerproducenten in de EU geconfronteerd met toenemende uitdagingen, waaronder een verminderde beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen en stijgende meststofkosten, uitdagingen waar wel meer teelten mee worstelen.De prijzen voor witte suiker in de EU stegen tot een recordhoogte aan het begin van het seizoen 2022/2023 en daalden vervolgens scherp in de twee daaropvolgende jaren, wat de sector onder grote druk zette. “Consolidatie van de sector is een belangrijke factor voor het vergroten van het concurrentievermogen van de suikersector in de EU. Op het gebied van duurzaamheid zouden nieuwe genomische technieken en nieuwe bietensoorten een bijdrage kunnen leveren”, luidt de prognose. Europe blijft een graanschuurTot slot voorspelt het rapport dat de EU haar concurrentiepositie als netto-exporteur van tarwe zal behouden. De belangrijkste producenten die actief zijn op de wereldwijde graanmarkten zijn naast de EU ook het Zwarte Zeegebied, de VS en Canada. Na een ongunstig oogstjaar in 2024 en 2025, zal de wereldwijde productie volgend jaar wellicht een nieuw hoogtepunt bereiken, dankzij verbeterde teeltomstandigheden. Het hoge aanbod zou ook leiden tot aantrekkelijkere prijzen en een hogere graanconsumptie.Een uitdaging wordt wel de prijs van meststoffen. Die worden niet alleen beïnvloed door de energieprijzen, maar ook nieuwe tarieven die vanaf 2025 worden opgelegd aan stikstofhoudende meststoffen uit Rusland en Wit-Rusland, en de handhaving van de CBAM vanaf 2026. Dit is een bijdrage die producenten moeten betalen wanneer hun productie veel broeikasgassen heeft uitgestoten in derde landen. Eiwitconsumptie blijft toenemenDe eiwitconsumptie in de EU zal naar verwachting iets boven het huidige niveau blijven. De EU-bevolking vergrijst, en dat gaat gepaard met een toenemende eiwitbehoefte. Wat plantaardige eiwitgewassen betreft, voorspelt de EU dat de opbrengst nagenoeg gelijk zal blijven. Hoewel klimaatverandering negatieve effecten kan hebben op de opbrengsten, gelooft men wel dat de opbrengsten van soja en koolzaad stabiel zullen blijven. Vooral koolzaad worstelt met een lagere beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen, maar technologische innovatie, biobestrijdingsmiddelen en andere duurzame praktijken die ondersteund worden door EU-beleid moeten dit compenseren, stelt de prognose.Herstellende marktenMaar hoe kijkt de EU naar sectoren die momenteel in het slop zitten? De olijfolieproductie zal zich naar verwachting herstellen van de dieptepunten van de afgelopen jaren, terwijl de productie van tafelolijven daalt en de tomatenmarkten zich blijven diversifiëren met een groei in de categorieën &#039;verwerking&#039; en &#039;snacks, ondanks een zwakkere vraag naar verse tomaten in sommige regio&#039;s. Ook de vraag naar verwerkte sinaasappelen zou licht stijgen, wat de dalende consumptie en productie van verse sinaasappelen moet compenseren. Naast gedetailleerde informatie over afzonderlijke sectoren behandelt het verslag verschillende thema&#039;s, zoals zelfvoorziening, concurrentievermogen en voedselzekerheid, zowel op EU- als op mondiaal niveau. Kort samengevat blijft de EU zelfvoorzienend op het gebied van essentiële gewassen, vlees en zuivelproducten, maar de handelsprestaties van de EU dreigen te lijden onder concurrentieproblemen. De landbouwbedrijven in de EU zullen naar verwachting zowel de uitstoot van broeikasgassen als de stikstofoverschotten verder verminderen.Veranderende trendsAndere observaties zijn dalende uitgaven van huishoudens aan voedsel en verschuivingen in eiwitbronnen. Hoewel mensen minder geld uitgeven aan eten, voorspelt men toch een toename van de gemiddelde calorie-inname.De prognose erkent ook dat vele factoren moeilijk te voorspellen zijn. De afgelopen jaren is de volatiliteit van de landbouwsector toegenomen als gevolg van de COVID-19-pandemie, geopolitieke conflicten en vaker voorkomende ongunstige weersomstandigheden die bepaalde regio&#039;s treffen. Het is dus belangrijk dat de sector blijft inspelen op veranderende energieprijzen en andere externe factoren zoals het weer, ziekten en veranderende consumentenvoorkeuren.</content>
            
            <updated>2026-01-05T11:15:27+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van stadsmeisje tot landbouwgedeputeerde: “Er wordt zoveel misinformatie over landbouw verspreid”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-stadsmeisje-tot-landbouwgedeputeerde-er-wordt-zoveel-misinformatie-over-landbouw-verspreid" />
            <id>https://vilt.be/58392</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met Vooruit-politica Jinnih Beels kreeg de landbouwportefeuille in de provincie Antwerpen vorig jaar een opvallend nieuw gezicht. Niet gelinkt aan een traditionele landbouwpartij en zonder voorkennis over de sector trok ze een jaar lang het veld in om met landbouwers in gesprek te gaan. “Er leeft zoveel misinformatie over landbouw. Het is één van mijn prioriteiten om die perceptie te keren en landbouw opnieuw een volwaardige plaats aan de overlegtafel te geven”, luidt haar conclusie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="imago" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bb97756d-7632-4589-88fb-d4b00fe8fe3e/full_width_jinnih-beels-proefbedrijf-pluimveehouderij.jpg</image>
                                        <content>Dat ze die opdracht serieus neemt, blijk ook uit haar aanwezigheid op de boerenprotesten donderdag in Brussel. “Ik wil de Vlaamse boeren het signaal geven dat ze gezien worden en dat ik als beleidsmaker naar hen wil luisteren”, zei Beels te midden van de protesterende boeren. “Wij betekenen niets als samenleving als onze voedselzekerheid niet gegarandeerd is. Willen we eten, dan hebben we landbouwers nodig, ook in de toekomst. Als wij in Vlaanderen en Europa onze overladen met regels terwijl we verdragen sluiten met landen die zich daar niets of weinig van aantrekken, getuigt dat van totale onkunde en onwetendheid.”En dus trok Beels mee de straat op met de boeren. Want als beleidsmaker kiest ze resoluut voor het terrein om haar beleid vorm te geven. Die aanpak oogst niet altijd lof bij collega&#039;s, maar geeft haar wel een scherp beeld van de uitdagingen waar landbouwers vandaag mee worstelen: van stikstof en vergunningen tot grondgebruik en publieke beeldvorming. In dit interview blikt ze terug op haar eerste jaar in functie. Had u het verwacht gedeputeerde voor Landbouw in de provincie Antwerpen te worden?Jinnih Beels: Eerlijk? Nee, ik had daar niet op gerekend. Ik heb wel heel bewust campagne gevoerd in de Kempen, uiteraard met de hoop een zetel te behalen. Tegelijk besefte ik dat cd&amp;amp;v en N-VA daar sterk staan. oen de uitslag bekend werd, leek het erop dat dezelfde coalitie zou aanblijven. Dat was ook de boodschap die ik aanvankelijk kreeg van eerste gedeputeerde Luk Lemmens toen hij bij ons kwam luisteren naar onze visie op het provinciebeleid. Maar plots werd er toch in onze richting gekeken, een kans die we niet wilden laten liggen. Vooruit had immers al een tijd geen uitvoerend mandaat meer in de provincie Antwerpen. En dat is altijd mijn ambitie geweest: ik wil mee aan de knoppen zitten en het beleid in een bepaalde richting sturen. Vanuit de oppositie is dat moeilijk. Stond u te springen om de bevoegdheid Landbouw te krijgen? Laat ons eerlijk zijn, landbouw en Vooruit is nooit echt een match geweest.Ik heb me bij de bevoegdheidsverdeling heel bescheiden opgesteld. Landbouw is me aangeboden en ik ben er zonder discussie op ingegaan. Ik wist wel dat het een sector is die voor enorme uitdagingen staat. Maar dan ligt het in mijn karakter om juist daar mijn tanden in te zetten. Het klopt dat Vooruit niet geassocieerd wordt met landbouw, maar ik ben in de politiek gegaan om alle mensen te helpen en zaken in beweging te zetten. Ik heb dat als schepen van Onderwijs van de stad Antwerpen gedaan en ik wil dat nu ook doen als gedeputeerde van Landbouw.&amp;nbsp;Met welk idee over landbouw bent u aan uw mandaat begonnen?Ik heb geen landbouwachtergrond, ik ben een echt stadsmeisje. Mijn grootmoeder had een tweede verblijf op de buiten, in Kortrijk-Dutsel, en wat ik daar als kind zag, bepaalde grotendeels het beeld dat ik had van landbouw: heel verouderd en clichéachtig dus. Tot mijn grote verrassing is dat beeld na een jaar volledig bijgesteld. Vanaf het begin van mijn mandaat heb ik ervoor gekozen om mijn laarzen aan te trekken en op het terrein in gesprek te gaan met landbouwers en de organisaties errond. Ik wil weten tegen welke drempels landbouwers aanlopen, wat hun bezorgdheden zijn en waar het beter kan. Dat leer je niet uit beleidsnota’s, maar door het terrein op te gaan en echt te luisteren.En hoe kijkt u nu naar landbouw?Ik zie het als een sector met enorme knowhow, die innovatief is en eigenlijk al heel duurzaam bezig is. Een sector ook die grote investeringen moet doen. Vandaag is een landbouwer met veel meer zaken bezig dan mensen beseffen: hij werkt op het land, verzorgt zijn dieren, maar is daarnaast ook boekhouder, bioloog, manager en soms zelfs dierenarts. Een boer heeft zoveel petten tegelijk op. Het afgelopen jaar heb ik sterk het gevoel gekregen, en daarin moet ik de landbouwers gelijk geven, dat zij vaak de rol van zwart schaap krijgen U wijst intussen al mensen terecht op Facebook als ze negatief spreken over landbouw, zelfs uw partijgenoten…Door te sector te leren kennen, besef ik hoeveel misinformatie er over landbouw de wereld in wordt gestuurd. Ik ben na een jaar zeker nog niet de grote deskundige, maar ik weet intussen wel hoe één en ander in elkaar steekt en ik besef dat veel van wat in de media wordt beweerd, zoals over de drinkwatervervuiling of recent nog een opiniestuk over vogelgriep, gewoon niet klopt.Het is spijtig dat er op zo negatief wordt gesproken over een sector die ontzettend hard zijn best doet om alle regels na te leven. Vaak is er een bepaalde vooringenomenheid, gelinkt aan lobbygroepen. Begrijp me niet verkeerd, lobbygroepen doen hun werk, maar problematisch wordt het als media dit beeld klakkeloos overnemen. Daardoor krijgt de consument een verkeerd beeld van hoe uitdagingen in de landbouw concreet in elkaar zitten. Het afgelopen jaar heb ik sterk het gevoel gekregen, en daarin moet ik de landbouwers gelijk geven, dat zij vaak de rol van zwart schaap krijgen. Over lobbygroepen gesproken, bij aanvang van de nieuwe deputatie zei N-VA-gedeputeerde Luk Lemmens dat het beleid de landbouwer opnieuw centraal wil stellen en rechtstreeks wil aanspreken, in plaats van allerlei instellingen ertussen. Dat leek op een sneer naar Boerenbond…Ik ben snel na mijn aantreden rond de tafel gaan zitten met Boerenbond en dat gesprek was open en constructief. Het klopt dat er veel negatieve beeldvorming was over de organisatie, maar ik heb ook duidelijk gemaakt dat ik me daar niet door laat beïnvloeden. Ik wil samenwerken met belangenorganisaties, maar mijn prioriteit ligt bij de individuele landbouwer, niet bij bijvoorbeeld Boerenbond. Wel wil ik samen bekijken hoe we het leven van landbouwers rechtszeker, efficiënter en economisch rendabeler kunnen maken. Na een jaar merk ik dat het lukt om met wederzijds respect samen te werken.Mijn deur staat trouwens open voor alle belangenorganisaties, ook uit de hoek van natuur en industrie. Te veel ideologie is in het debat geslopen waardoor het uiteindelijk doel – onze voedselzekerheid garanderen met respect voor de natuur – is verloren gegaan. Oplossingen vind je volgens mij alleen met gezond verstand en voldoende pragmatisme. &amp;nbsp; Ik wil onze dienst Landbouw opnieuw op de kaart zetten, zodat ook andere beleidsdomeinen consequent rekening houden met de impact van hun beslissingen op landbouw De bevoegdheid Landbouw was in de provincie meer dan 30 jaar in handen van cd&amp;amp;v. Mogen we een trendbreuk in het beleid verwachten?Het feit dat ik geen deel uitmaak van een traditionele landbouwpartij is op zich al een trendbreuk, maar ook in het beleid willen we dit doortrekken, op drie niveaus. Ten eerste willen we een mentaliteitswijziging binnen de provincie realiseren: landbouw telt opnieuw mee. Mijn indruk is dat deze bevoegdheid de afgelopen jaren wat stiefmoederlijk behandeld werd. Ik wil onze dienst Landbouw opnieuw op de kaart zetten, zodat ook andere beleidsdomeinen consequent rekening houden met de impact van hun beslissingen op landbouw.De tweede trendbreuk zit in de communicatie. Zoals ik al zei, de perceptie over landbouw is vaak negatief. De valse tegenstelling tussen landbouw en natuur draagt daar sterk aan bij. Die wil ik doorbreken door actief samen te werken met collega’s die bevoegd zijn voor water en natuur, en door landbouw zichtbaar en begrijpelijk te maken voor de burger. Boeren worden te vaak geframed als het probleem, terwijl ze juist een onmisbaar deel van de oplossing zijn. Landbouw zorgt voor voedselzekerheid en in geopolitiek onzekere tijden getuigt het streven naar zelfvoorzienendheid van anticiperend en langetermijnbeleid.Komen er ook inhoudelijk andere klemtonen?Jazeker, dat is de derde trendbreuk. Er is een eerste inhoudelijk speerpunt om te streven naar meer rechtszekerheid en duidelijke kaders. Boeren moeten weten waar ze aan toe zijn. Beleid dat om de haverklap wijzigt of dat buitenlandse producten aan lagere standaarden toelaat, schaadt onze productie en is op zijn zachtst gezegd onwenselijk. Ook het vergunningenbeleid wil ik mee proactief aanpakken: meedenken met dossiers voordat ze vastlopen in plaats van achteraf te moeten bijsturen. Een derde speerpunt is een eerlijke en strategische grondverdeling. Onze Vlaamse vruchtbare gronden zijn onze grondstoffen en moeten beschermd, geactiveerd en toegankelijk gemaakt worden voor startende landbouwers. Dat kan onder meer via aankoopbeleid, agrarisch hergebruik en clustering van percelen. Dat plattelandsbeleid voortaan niet meer gekoppeld is aan het landbouwbeleid kreeg de nodige kritiek. Kan u die volgen?Die is onterecht. Het plattelandsbeleid verdwijnt niet, maar wordt geïntegreerd in een nieuwe Dienst Lokale Besturen die ook landelijke gemeenten beter zal ondersteunen. De middelen vanuit het plattelandsbeleid die vroeger beperkt naar landbouw gingen, worden ruimschoots gecompenseerd door extra provinciale investeringen, onder meer in de Hooibeekhoeve en in de  mogelijke aankoop strategische landbouwgronden. Daarmee gaan we vlot boven een half miljoen euro extra richting landbouw.Met de Hooibeekhoeve en het Proefbedrijf Pluimvee heeft de provincie belangrijke instrumenten in handen om mee richting te geven aan de toekomst van de veehouderij. Is die toekomst er nog na het stikstofdecreet?Die toekomst moet er zijn. Willen we de miljarden mensen op de wereld gezond voeden, dan moeten we landbouw de kans geven om zich aan te passen aan de uitdagingen die er zijn. De manier waarop beslissingen zijn opgelegd, is gewoon fundamenteel verkeerd. We verwachten van landbouwers dat ze enorme investeringen doen in stikstofreducerende maatregelen, terwijl we ze ook hun veestapel moeten verkleinen. Dat is economisch nauwelijks te verantwoorden. En dan worden de regels nog eens en cours de route gewijzigd: dat is toch geen beleid, dat is kafka.&amp;nbsp;Ik heb er ook moeite mee dat in het stikstofdossier niet alle sectoren op een gelijkwaardige manier zijn behandeld. De landbouwsector is bijzonder hard getroffen. Voor landbouwers gaat dit over hun levenswerk en hun toekomst. Die onzekerheid zonder duidelijk perspectief, heeft diepe wonden geslagen en de politieke geloofwaardigheid ondermijnd. Wie draagvlak wil creëren voor een fundamentele koerswijziging, moet voorzichtig te werk gaan en landbouwers actief betrekken. Over hen praten in plaats van met hen heeft geleid tot frustratie en woede op het terrein. Dat had vermeden kunnen worden. Ik denk dat we onderweg gemakshalve zijn vergeten hoe cruciaal en strategisch de landbouwsector voor ons is. Eén van de zwaarst getroffen gebieden op dat vlak ligt in jouw provincie. Hoe kijkt u naar de uitdagingen voor het Turnhouts Vennengebied?Ook hier is landbouw aangewezen als de grote schuldige, maar het Turnhouts Vennengebied ligt niet onder een stolp hé. De haven ligt echt niet zo ver en stikstof laat zich niet tegenhouden aan de grens. Ik snap nog steeds niet goed hoe het zo ver is kunnen komen. Ik denk dat we onderweg gemakshalve zijn vergeten hoe cruciaal en strategisch de landbouwsector voor ons is.Maar nu is er eindelijk een intendant…Ja, eindelijk, Frank Smeets. Eerlijk, het is een shitty job. Het zal niet evident zijn om de drie verschillende sectoren terug tot elkaar te brengen. Zeker in het masseren van de landbouwsector zal hij wel wat tijd moeten steken. Want door de behandeling van de afgelopen jaren voelen landbouwers zich volledig buitenspel gezet. Uw naam circuleerde op een bepaald moment ook voor de positie van intendant?Klopt, toen de minister me de vraag stelde overviel ze mij, maar ik heb vrij snel ja gezegd. Niet omdat ik dacht dat het een makkelijke job zou worden, wel omdat ik het gevoel had dat ik iets zou kunnen doen voor de landbouwers daar. Ik had ook de indruk dat de boeren in het Turnhouts Vennengebied achter mijn kandidatuur stonden. Maar bepaalde partijen vonden de job van intendant zogenaamd niet combineerbaar met mijn mandaat als landbouwgedeputeerde. Ik kwam te veel uit landbouwhoek, terwijl een intendant onafhankelijk moet zijn. Als u het mij vraagt, eerder politieke spelletjes in plaats van op zoek te gaan naar werkbare oplossingen voor heel de samenleving.Mag ik opmerken dat uw visie op landbouw veel raakvlakken vertoont met die van cd&amp;amp;v?Er is mij zelfs al verweten dat ik een partijkaart van cd&amp;amp;v moet aanschaffen. Maar dat soort opmerkingen raakt voor mij de kern van wat vandaag fout loopt in de politiek: te vaak zijn beleidsmakers bezig met elkaar te bekampen of in hokjes te duwen, in plaats van beleid te voeren voor alle mensen op het terrein.Ik begrijp dat partijen bepaalde thema’s willen claimen, daar is op zich niets mis mee. Maar eens je bestuurt, moet je dat doen voor iedereen, los van waar je je stemmen haalt. Dan stopt de campagnepraat en moet je verantwoordelijkheid nemen. Ik weet dat landbouwers traditioneel vaak cd&amp;amp;v stemmen, maar ik voer geen landbouwbeleid om stemmen te winnen. Net daarom spreek ik ook mijn eigen partijgenoten geregeld aan. Ik vraag hen om zich meer in de samenleving te begeven en te spreken als volksvertegenwoordigers, niet als partijvertegenwoordigers. Wanneer kijkt u tevreden terug op uw mandaat dat in 2030 ten einde loopt? Wat hoopt u gerealiseerd te hebben?Ik hoop dat de negatieve perceptie over landbouw gekeerd is. Ik heb me voorgenomen om daar continu werk van te blijven te maken. Daarnaast wil ik ook de consument wijzen op zijn verantwoordelijkheid, niet met een beschuldigende vinger, maar wel door uit te leggen hoe het er wél aan toegaat in de landbouw. Dat boeren begaan zijn met het milieu en de natuur en dat ze goed voor hun dieren zorgen. Ik ben nog op geen enkele boerderij geweest waarbij ik zag dat de dieren niet goed verzorgd worden. Meer zelfs, ik denk dat kippen en varkens vandaag het vaak beter hebben dan mensen in de zorg bijvoorbeeld.En ik hoop ook dat landbouwers aan het einde van mijn mandaat kunnen zeggen: “Beels, je hebt niet alles kunnen veranderen, maar je hebt tenminste naar ons geluisterd en ons opnieuw een volwaardige plaats aan de overlegtafels bezorgd.” Wanneer er opnieuw geluisterd wordt, ontstaat begrip voor de uitdagingen en de knelpunten van de sector en dat helpt om een consequent beleid te voeren.</content>
            
            <updated>2025-12-21T11:41:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Jonge melkveehouder beproeft zijn geluk in Frankrijk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/jonge-melkveehouder-beproeft-zijn-geluk-in-frankrijk" />
            <id>https://vilt.be/58393</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zijn koffers staan ingepakt. Eind dit jaar vertrekt melkveehouder Bert Felis definitief naar Frankrijk. De 32-jarige Vlaams-Brabander nam er een melkveebedrijf met 65 dieren over. “Op het ouderlijke bedrijf waren geen mogelijkheden om te ontwikkelen. We voelden de hete adem van stikstof en het Nationaal Park Brabantse Wouden in onze nek. De grondprijzen stegen en we verloren areaal”, laat hij weten. Ook zijn ouders stappen mee in het avontuur en gaan halftijds op het bedrijf werken.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="jonge boeren" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="Vlaams-Brabant" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/899644b0-380e-44fa-88ea-d43cc84c5331/full_width_bert-felis.jpg</image>
                                        <content>In de eindejaarsperiode gaat VILT langs bij een aantal boeren voor wie 2025 geen gewoon kalenderjaar was, maar een kantelpunt. Ontdek in elke nieuwsbrief de beslissing die de koers van hun leven veranderde. Een zelfrijdende mengwagen is het laatste element dat nog wacht op een verhuizing naar Frankrijk. De machine staat opgesteld voor een lege melkveestal in Beersel, in de zoom van Brussel. De laatste drachtige vaarzen zijn twee weken geleden op transport gegaan naar het nieuwe bedrijf, het melkvee is al langer weg. “In oktober 2023 zijn de melkkoeien verkocht en hebben we onze activiteiten stopgezet. Het enige wat nu nog rest, zijn een twintigtal dikbillen”, vertelt Bert Felis.&amp;nbsp;Enkele jaren geleden liet de jonge landbouwer nog onderzoek uitvoeren naar de ontwikkelingsmogelijkheden van het ouderlijke bedrijf, maar door de oranje PAS-status bleken deze beperkt. “Mijn ouders hadden een melkveebedrijf met 55 dieren en uitbreiding was nodig om het toekomstbestendig te maken”, vertelt hij.&amp;nbsp; Stikstofslot en druk van Brabantse WoudenOok de nabijheid van het Nationaal Park Brabantse Wouden hing als een zwaard van Damocles boven het bedrijf. “Er werd drie jaar geleden een zeer agressief aankoopbeleid gevoerd door de overheid. De grondprijzen stegen daarnaast enorm. Momenteel is de onmiddellijke dreiging wat gaan liggen, maar wie weet wat de toekomst zal brengen”, uit hij zijn twijfels. Felis besloot de toekomst in eigen handen te nemen. Aanvankelijk heeft hij in Vlaanderen en ook Wallonië rondgekeken voor een bedrijfsovername, maar uiteindelijk is de keuze op Frankrijk gevallen. “Frankrijk is relatief dichtbij en ik spreek de taal. Daarbij ligt de grondprijs er een factor tien lager dan hier”, laat hij weten.Nadat verschillende bedrijven de revue passeerden, stuitte hij uiteindelijk op een melkveebedrijf met 65 melkkoeien en 80 hectare grond in Avessé, in het departement Sarthe in het westen van Frankrijk. De stallen dateren van 2009 en met een recente robot is het bedrijf klaar voor de nabije toekomst. “Het echtpaar dat het bedrijf runde, gaat met pensioen en zocht een opvolger”, vertelt de Vlaams-Brabander.Het was via de organisatie &#039;Chambre d’Agriculture&#039; dat hij het bedrijf vond. “Zij hebben een platform waar overlaters hun bedrijf op kunnen zetten.” Bij diezelfde organisatie volgde hij ook een Franse landbouwcursus om in aanmerking te komen voor overnamesteun van de overheid. “Deze steun is vergelijkbaar met VLIF-overnamesteun”, aldus de boer, die stelt dat de Franse overheid hiermee ook de toekomst van de landbouw wil zeker stellen. Want ook daar is er een gebrek aan overnemers.Franse landbouw beter leren kennenNadat begin dit jaar het besluit was gevallen, is Felis naar de regio vertrokken en ging hij aan het werk bij een naburig bedrijf. “Dit om mijn overname voor te bereiden en ook het klimaat, de omgeving en de grond beter te leren kennen”, aldus de boer. &quot;Ik kon nog niet bij mijn overnamebedrijf terecht omdat er onvoldoende werk was voor drie personen en een melkrobot.&quot;Om zich in te werken in het nieuwe bedrijf is Felis de volledige maand december in Frankrijk. “Ik ben nu enkele dagen in België om wat zaken te regelen, maar in principe ben ik de hele maand ter plaatse.” Ouders stappen mee in het avontuur2025 is niet alleen een beslissend moment voor Bert Felis, ook zijn ouders Johan en Véronique staan voor een sprong in het diepe. Zij kochten de boerderijwoning waardoor de financiële druk voor Bert zich beperkte tot de agrarische onderneming. “Wij zijn nog niet met pensioen en ik zal de komende jaren twee weken per maand meewerken op het bedrijf van Bert”, vertelt de vader. Het voorbije jaar heb ik Bert steeds aangemoedigd om door te zetten De 60-jarige landbouwer ziet het avontuur wel zitten. “Ik heb hem van bij het begin gesteund. Bert twijfelde het voorbije jaar erg over het nieuwe hoofdstuk in Frankrijk, maar ik heb hem steeds aangemoedigd om door te zetten”, vertelt hij.&quot;Ik heb halverwege het jaar een moeilijke periode doorgemaakt&quot;, vertelt Bert. “Het overnameproces kostte veel energie en ik vond het toch ook moeilijk om mijn vrienden, kennissen en de vertrouwde omgeving waarin ik ben opgegroeid achter me te laten.” Deze twijfels heeft de 32-jarige inmiddels achter zich gelaten. Op 1 januari krijgt hij de sleutels van het bedrijf en is hij officieel boer in Frankrijk.Nieuw netwerk opbouwenHet voorbije jaar bouwde hij ook in zijn toekomstige woonplaats al een nieuw netwerk op. Zo kwam hij in contact met drie Belgische koppels die de voorbije tien jaar eveneens naar Frankrijk emigreerden en er een melkveebedrijf hebben. Daarnaast wil hij zich ook aansluiten bij plaatselijke verenigingen zoals de ‘JA’ (Jeunes Agriculteurs), vergelijkbaar met de Vlaamse Groene Kring. ““En als ik even terug wil naar België, kan ik altijd heen en weer rijden. Het is uiteindelijk maar 500 kilometer. Vaak neem ik ook de TGV, dankzij de goede treinverbinding tussen Brussel-Zuid en Le Mans.” Verschillen met Vlaanderen&amp;nbsp;De eerste jaren plant Felis zich in te werken in het bedrijf en de melkrobot optimaal benutten. Maar op termijn sluit hij een uitbreiding niet uit. “Ik zou eerst het areaal graag wat uitbreiden. Daarna kan ook de veestapel eventueel wat groeien.” Dit groeiplan ligt in lijn met de Franse wetgeving. “Uitbreiden kan, mits je voldoende mestafzetmogelijkheden en mestopslag hebt. Je moet vier maanden per jaar kunnen overbruggen in de winter, wanneer de mest niet uitgereden kan worden.”Ook op andere vlakken verschilt de landbouw in Frankrijk van die in Vlaanderen. Zo is het er iets droger en beregenen veel boeren hun percelen. “Aan het begin van het jaar krijg je een oppompquotum. Voor komend jaar lijkt dat ruimschoots voldoende te zijn”, vertelt de jonge boer.Zijn melkafnemer luistert naar de naam Bel, en is onder andere producent van de zachte kruidenkaas Boursin. “Bel behoort tot de betere melkprijsbetalers van Frankrijk”, aldus Felis. De prijszetting van de zuivelverwerker verschilt sterkt van de situatie bij andere melkerijen, vertelt hij. “Aan het begin wordt er een basisjaarprijs afgesproken die voor een jaar vaststaat. Daarnaast zijn er toeslagen voor vet en eiwit, en ook toeslagen voor milieu-inspanningen. De basisprijs lag vorig jaar op 47,5 cent per liter. Mogelijk zakt die volgend jaar iets door de wereldmarktprijs, maar ik verwacht geen grote daling.”&amp;nbsp; Plannen voor hoevetoerisme&amp;nbsp;De beperkende milieu en klimaatwetgeving duwde de jonge boer richting Frankrijk, maar hij neemt ook positieve elementen mee uit dat beknellende keurslijf.  Doordat de sector in Vlaanderen al jaren op slot lijkt te liggen, is er veel aandacht voor alternatieve verdienmodellen zoals toerisme. Zo is de Brusselaar ook op het idee gekomen om de grote bedrijfswoning op termijn te verbouwen tot toeristenwoningen. “Het huis leent zich daar goed voor en er is behoorlijk wat toerisme in de buurt”, besluit hij met vertrouwen in de toekomst.</content>
            
            <updated>2025-12-22T09:05:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaams regering hervormt vergunningenbeleid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaams-regering-hervormt-vergunningenbeleid" />
            <id>https://vilt.be/58394</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering heeft groen licht gegeven voor een actieplan dat de vergunningsprocedures moet hervormen. Voortaan zou het verkrijgen van een vergunning efficiënter moeten verlopen, met duidelijkere regels voor adviesverleners, meer ruimte om bezwaren tegemoet te komen en minder kansen op misbruik van beroepsprocedures.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="omgeving" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4d1f0d06-63d2-4611-af91-187d4364c05d/full_width_afbraak-varkensstal-uitkoopregeling-mieke-brusselle.JPG</image>
                                        <content>Op voorstel van minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) en minister-president Matthias Diependaele (N-VA) zal het vergunningenstelsel er binnenkort anders uitzien. De vernieuwingen moeten de vergunningverlening “sneller, voorspelbaarder en juridisch robuuster maken”. &amp;nbsp;Met de hervormingen wil Vlaanderen het beroep voorbehouden aan wie een concreet, actueel en persoonlijk omgevingsbelang kan aantonen. Kennelijk onrechtmatig beroep wil de regering ontmoedigen met geldboetes. Wie naar de rechter stapt, zal bovendien enkel nog argumenten kunnen aanhalen die al tijdens het openbaar onderzoek werden ingebracht. Nieuwe argumenten op tafel leggen tijdens de beroepsprocedure zal niet meer toegestaan worden.Adviesverleners moeten zich niet uitspreken over wenselijkheidVandaag kunnen projecten ook maanden vertraging oplopen doordat vergunningverleners moeilijk een vergunbare oplossing vinden in de veelheid aan, vaak tegenstrijdige adviezen. &amp;nbsp;Door de hervormingen zou er nu één helder, niet-bindend advies komen na overleg tussen alle betrokken adviesinstanties. De klassieke tweedeling tussen ‘gunstig’ en ‘ongunstig’ advies verdwijnt daarbij.Ook wordt in het actieplan benadrukt dat adviesinstanties zich enkel mogen uitspreken over de wettigheid van een project, niet over de wenselijkheid ervan. In een beroepsprocedure zal een negatief advies voortaan niet langer kunnen worden ingeroepen als argument, omdat het slechts om een niet-bindend advies gaat.Maatschappelijke meerwaarde als beoordelingscriteriumEen andere hervorming maakt het dan wel weer mogelijk dat de vergunningverlenende overheid bij de beoordeling van een omgevingsvergunning ook de maatschappelijke, ecologische, culturele, economische of sociale meerwaarde van een project meeweegt bij de inschatting van hinder en ruimtelijke impact. Vraag om betere definitie van ‘gezond leefmilieu’Vlaanderen vraagt de federale overheid ook om de draagwijdte van artikel 23 van de Grondwet, dat het recht op een gezond leefmilieu verankert, te verduidelijken. “De Vlaamse regering staat achter het principe van gezond leefmilieu, maar &amp;nbsp;milieubescherming moet verzoenbaar blijven met democratische besluitvorming, nieuwe inzichten en maatschappelijke evoluties”, verduidelijkt Brouns.Volgens hem zorgt de huidige interpretatie van het standstill-beginsel, waarbij het bestaande niveau van natuurbescherming niet mag worden verlaagd, voor rechtsonzekerheid rond omgevingsregels en vergunningen. “Daardoor worden noodzakelijke beleidsaanpassingen vandaag moeilijk of zelfs onmogelijk”, luidt het. PauzeknopOm de procedures efficiënter te laten verlopen, maken de hervormingen het tot slot ook mogelijk voor initiatiefnemers om de procedure tijdelijk te pauzeren wanneer een omwonende bezwaar heeft ingediend. Die pauze geeft de initiatiefnemer de ruimte om aan dat bezwaar tegemoet te komen, zonder tijd te verliezen of investeringszekerheid kwijt te spelen. Vandaag laten de strikte termijnen voor vergunningverlening dat vaak niet toe, waardoor de procedure moet worden stopgezet en opnieuw opgestart. De nieuwe vergunningsprocedure laat ook toe dat een aangepast ontwerp aan het dossier toegevoegd wordt, zonder het volledige traject opnieuw te moeten doorlopen.&amp;nbsp;“Weg met het pestgedrag”Vlaams minister-president Diependaele hekelt dat vergunningsprocedures vandaag projecten vaker blokkeren dan mogelijk maken. “We moeten af van dat pestgehalte rond ons vergunningenbeleid. Vandaag kan je projecten te makkelijk blokkeren of eindeloos rekken. Dat stoppen we”, luidt het. “Bezwaren moeten meteen op tafel komen, met open vizier. Adviezen moeten helder en oplossingsgericht zijn. En beroep is alleen mogelijk voor wie echt betrokken partij is.” De vergunningenrevolutie kan starten Inwerkingtreding voor laterHet volledige actieprogramma wordt de komende maanden vertaald in concrete decreten en uitvoeringsbesluiten. De kern van de hervorming zou de komende jaren stapsgewijs in werking moeten treden. “Dat zal gepaard gaan met een grondige monitoring en jaarlijkse bijsturing waar nodig”, klinkt het.Een onmiddellijke bijsturing valt zeker niet uit te sluiten. Het Grondwettelijk Hof, dat waakt over de bescherming van burgerrechten, kan nog oordelen dat bepaalde goedgekeurde maatregelen de rechten van burgers te sterk inperken. Zo werd twee jaar geleden een hervorming van de beroepsprocedures van toenmalig Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) teruggefloten.Voor Brouns lijkt het erop dat hij de hervorming zo snel mogelijk in werking wil zien treden. “Het vergunningenstelsel in Vlaanderen staat onder druk. Vergunningen zijn nochtans de motor voor zowat alles wat Vlaanderen nodig heeft en zijn essentieel om de welvaart veilig te stellen. Vandaag zorgen complexe procedures en lange doorlooptijden echter te vaak voor vertraging en onzekerheid. Daar maakt de Vlaamse regering nu komaf mee. We maken van vergunningen opnieuw een instrument dat vooruithelpt in plaats van afremt. Met dit ambitieuze plan houden we woord: de vergunningenrevolutie kan starten”, klinkt het krachtig.</content>
            
            <updated>2025-12-21T16:33:49+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "Goedkoop voedsel, hoge prijs: Mercosur en de afbraak van onze voedselzekerheid"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opinie-goedkoop-voedsel-hoge-prijs-mercosur-en-de-afbraak-van-onze-voedselzekerheid" />
            <id>https://vilt.be/58395</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een gezond voedingspatroon bestaat voor meer dan 85 procent uit minimaal bewerkte voeding, net het type voeding dat verdwijnt in een geglobaliseerd, geïndustrialiseerd voedselsysteem met handelsakkoorden zoals Mercosur. Dat stelt Isabelle Debergh, obesitaschirurg en boerendochter. In haar opinie stelt ze de keuze aan consument en politici: kiezen we voor goedkoop, ziekmakend voedsel via een grillige wereldmarkt en een leeglopend platteland, of voor een veilige buffer met kwalitatieve, lokale voeding die boeren een eerlijk inkomen biedt en de gezondheidszorg ontlast?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="voeding" />
                        <category term="voedselprijzen" />
                        <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/41dc61d5-2626-4f8a-87ce-37688efe2fa4/full_width_fastfood-voeding-ongezond.jpg</image>
                                        <content>Honger is onderdrukking, voeding is vrijheidTijdens de Tweede Wereldoorlog werd pijnlijk duidelijk dat België niet zelfredzaam was. De Duitse bezetter gebruikte voedsel als machtsmiddel en rantsoeneerde het eten: van 2.400 naar amper 1.380 kilocalorieën per dag, voor een bevolking die zwaar fysiek werk verrichtte. Honger was geen neveneffect van de oorlog, maar een instrument van controle. Wie dicht bij voedselproductie stond, overleefde beter. Dat verleden is geen verre geschiedenis. Het is een waarschuwing.Na de oorlog trok Europa wél conclusies. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid werd gebouwd rond één duidelijke doelstelling: nooit meer honger. Boeren kregen bescherming, productie werd afgestemd op de vraag en voedselzekerheid werd een strategische pijler.Dogmatisch vrijhandelslogica presenteert rekeningIn de jaren negentig keerde het tij. Onder druk van de GATT-akkoorden en een dogmatische vrijhandelslogica werd het Europese landbouwmodel ontmanteld. Boeren waarschuwden toen al: “Als GATT hier armoede zaait, is het de agro-industrie die hier de plak zwaait.” Ze kregen gelijk. Kleine en middelgrote landbouwbedrijven gingen massaal over de kop. De markt zou het wel regelen. Dat deed ze ook- in het voordeel van multinationals, niet van boeren. Vandaag, dertig jaar later, zien we de rekening. België telt nog amper 30.000 landbouwbedrijven.Geschiedenis herhaalt zichEn nu is er Mercosur. Opnieuw wordt landbouw ingezet als ruilmiddel om industriële export te bevoordelen. Opnieuw verkoopt men vrijhandel als vooruitgang. Opnieuw belooft men dat quota en noodremmen de schade zullen beperken. Maar de kern blijft dezelfde: Europese boeren moeten concurreren met producten die worden gemaakt onder lagere milieu-, arbeids- en dierenwelzijnsnormen. Dat is geen vrije markt. Dat is georganiseerde ongelijkheid. Een gezond voedingspatroon verdwijnt in een geglobaliseerd, geïndustrialiseerd voedselsysteem Gevolgen voor gezondheidDe gevolgen van Mercosur stopt niet bij de landbouwers. Het raakt onze gezondheid. We vullen monden zonder mensen te voeden. Ultrabewerkte industriële voeding en lege massaproductie is spotgoedkoop, overal beschikbaar en maakt ons ziek. Chronische aandoeningen en obesitas nemen explosief toe, met torenhoge kosten voor de gezondheidszorg en een sociale zekerheid die onder druk staat. Een gezond voedingspatroon bestaat voor meer dan 85 procent uit onbewerkte of minimaal bewerkte voeding - precies het type voeding dat verdwijnt in een geglobaliseerd, geïndustrialiseerd voedselsysteem. Multinationals speculeren op voeding, maken de consument ziek, en concurreren de Europese landbouw stuk.Inzetten op lokale en kwalitatieve voeding is de kern van de oplossing voor Europese soevereiniteit en de reëducatie van de Europese burger. Voor gezonde voeding hebben we de wereldmarkt niet nodig. Die wordt geproduceerd door onze naburige landbouwer. De keuze is dus helder: willen we goedkoop, ziekmakend voedsel en een leeg platteland? Willen we de Europese voedselvoorziening het onderwerp laten van geopolitieke grilligheden op de wereldmarkt? Of kiezen we voor een veilige buffer, met kwalitatieve, lokale voeding die boeren een eerlijk inkomen biedt en onze gezondheidszorg ontlast? Belast ultrabewerkte voeding, subsidieer groenten en fruit, investeer in educatie en beschikbaarheid - zeker voor kinderen. Dat is geen betutteling, dat is beleid met visie.Aan de politiek en consument om te kiezenKan België volledig zelfvoorzienend zijn? Nee. Kan Europa zichzelf voeden in tijden van crisis? Ja, mits keuzes. Een veerkrachtig landbouwsysteem vraagt diversiteit, meer handen op het veld en voedsel als strategische prioriteit. Dat is geen nostalgie, maar geopolitieke volwassenheid.De echte vraag is eenvoudig: blijven we een landbouwmodel verdedigen dat boeren uitperst, landschappen verarmt en onze gezondheid ondermijnt? Of durven we kiezen voor voedselsoevereiniteit, veerkracht en rechtvaardigheid? De boeren die actievoeren herinneren ons eraan wat er op het spel staat. Het is aan de politiek - en aan de consument - om eindelijk te kiezen. De auteurIsabelle Debergh is obesitaschirurg en landbouwdochter. De drijfveer om in haar pen te kruipen komt voort uit haar dagelijkse realiteit: &quot;mensen eten zich ziek want ons voedselsysteem is ziek.&quot;</content>
            
            <updated>2025-12-22T09:49:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoevebrouwer start plukweide voor optimaal rendement per hectare]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerderijbrouwer-start-plukweide-voor-optimaal-rendement-per-hectare" />
            <id>https://vilt.be/58396</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zijn ouders waren geen landbouwers. Daarom moest Dries Janssens (38) creatief te werk gaan om zelf een landbouwbedrijf op te bouwen. In ruim 15 jaar bouwde hij een vierkantshoeve uit tot een hoevebrouwerij, één van de weinige in Vlaanderen. Met de reststromen van de mouterij en brouwerij mest hij zijn koeien af. Dit jaar volgde een nieuw kantelpunt: hmet een plukweide voegde hij een nieuwe nevenactiviteit toe aan zijn businessmodel. “Alle activiteiten versterken elkaar.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="verbreding" />
                        <category term="diversificatie" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7a4358e3-3e4f-4996-919f-58489cb77ba3/full_width_hoevebrouwerij.jpg</image>
                                        <content>In de eindejaarsperiode gaat VILT langs bij een aantal boeren voor wie 2025 geen gewoon kalenderjaar was, maar een kantelpunt. Ontdek in elke nieuwsbrief de beslissing die de koers van hun leven veranderde. “Zolang het kan, blijven mijn koeien buiten lopen”, vertelt Dries Janssens. We staan met de Vlaams-Brabander op de huiskavel van zijn bedrijf in Tildonk, een deelgemeente van Haacht. Een handvol Holstein-ossen graast van de groenbemester die dit najaar werd ingezaaid na de graanteelt. “In het voorjaar starten we met de verkoop van vleespakketten”, vertelt de boer over zijn plannen.Zijn agrarische roots gaan terug tot 2009. Op de vierkantshoeve die zijn ouders 30 jaar geleden aankochten, startte hij dat jaar een hoevebrouwerij. Die vernoemde hij naar de hoeve: Hof Ter Dormaal. In 2020 voegde hij er een mouterij aan toe. Een van de weinige hoevebrouwers in VlaanderenZijn eigen granen verwerkt Janssens in één van de bedrijfsgebouwen tot mout en in een ander gebouw, een oude opslagloods voor graan, brouwt hij het bier. Het bier wordt niet alleen in de hoevewinkel met terras verkocht, maar vindt ook zijn weg naar lokale bierhandelaars en supermarkten. Zijn mout verkoopt hij eveneens aan andere brouwers.Doordat zijn ouders niet van boerenafkomst waren, moest hij creatief zijn om een verdienmodel op te bouwen. Door granen van eigen grond in bier te verwerken, creëerde hij meerwaarde en slaagde hij er al snel in een bescheiden inkomen te genereren. Janssens is één van de weinige – zo niet de enige – hoevebrouwers in Vlaanderen.In de loop der jaren breidde Janssens zijn areaal uit tot 47 hectare. Een deel van de granen verwerkt hij nog steeds in zijn eigen bieren, maar een ander deel gaat naar de handel. “Van de marges in de graanteelt kun je niet leven als je zo weinig grond ter beschikking hebt”, vertelt hij. Constante verbreding voor sluitend bedrijfsmodelIn de loop der jaren voegde hij meerdere activiteiten toe aan zijn businessmodel om voldoende inkomen te genereren. Tien jaar geleden startte Janssens met vleesvee, aanvankelijk met Piedmontese zoogkoeien, maar momenteel schakelt hij over op kalmere Holstein-ossen. Hij koopt stiertjes van 14 dagen oud aan bij melkveehouders en mest deze in twee jaar af tot slachtrijp gewicht.De dieren worden gevoed met eigen ruwvoer en reststromen uit de bierbrouwerij, draf en moutkiemen. “Hierdoor kunnen we de kosten minimaal houden en werken we bovendien volgens een circulair landbouwmodel”, vertelt de boer. Ondanks de lage kosten hield hij lange tijd weinig over aan de veeteelt. “De prijzen zijn pas sinds een jaar voldoende. Daarvoor verkochten we net boven de productiekost. Voor mij was het eerder een hobby dan een verdienmodel. Ik zie graag koeien”, zegt hij. Waar zijn Piedmontese runderen via de handel werden afgezet, wil hij het Holsteinvlees in pakketten op de hoeve verkopen. “Voor een klein bedrijf als het onze is afzet in de lange keten geen optie. In de korte keten liggen de marges hoger”, legt Janssens uit. “Bovendien hebben we door de jaren heen al een cliënteel opgebouwd via onze hoevewinkel met terras.”Het terras, dat van het voorjaar tot het najaar open is, ligt rond een vijver voor het bedrijf. De laatste jaren ziet hij het (fiets)toerisme in de regio sterk toenemen. “Veel fietsers lassen hier een pauze in op de hoeve”, vertelt de 38-jarige landbouwer, die op zijn bedrijf wordt geassisteerd door zijn vader. Plukweide voor extra inkomsten en belevingIn zijn voortdurende zoektocht naar een sluitend businessmodel nam hij dit jaar opnieuw een belangrijke beslissing. Een plukweide werd toegevoegd aan de activiteiten. “Onze dochter kwam thuis met een boeket dat ze samen met vriendinnen op een plukweide had geplukt. Zo is het idee ook bij ons ontstaan. Enerzijds versterkt het de bierverkoop. Het voegt extra beleving toe aan het hoeveterras en lokt hopelijk meer mensen naar hier”, vertelt Janssens.Anderzijds creëert het ook een extra neveninkomen. “Met snijbloemen haal je een hoger rendement per hectare”, zegt de teler. Ook de constante cashflow is een voordeel. “Bij graanteelten steek je eerst veel geld in de teelt (zaaien, spuiten, enzovoort) voordat je er een eenmalig inkomen uithaalt.”Een half jaar na de start blikt hij tevreden terug op de bedrijfsverbreding. “De pluktuin was open van augustus tot oktober. We hebben extra inkomsten kunnen genereren en merken bovendien dat er veel interactie is met mensen op het terras. Voor of na het terrasbezoek wandelen bezoekers vaak door de plukweide.” Mobiele kippenstal als er nog tijd overblijftDoor het succes van de zelfpluktuin is er voor dit jaar een beperkte uitbreiding gepland. Beperkt, omdat het ook zeer arbeidsintensief is. “Vooral het schoffelen en het schoon houden vraagt veel werk”, vertelt de ondernemer.Naast de verkoop van vleespakketten en de uitbreiding van de plukweide plant hij in 2026 ook een verplaatsing van de hopgaard. “Die wil ik dichter bij het terras brengen, zodat er nog meer beleving is.”Voor de verdere toekomst overweegt hij te investeren in een mobiele kippenstal om eieren in de korte keten te verkopen. “Maar eerst moet ik zien of ik daar nog tijd voor over heb”, besluit hij met een glimlach.</content>
            
            <updated>2025-12-24T07:14:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zorgboerderijen vieren 20 jaar Vlaamse steun: landbouwers als partners in zorg en inclusie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zorgboerderijen-vieren-20-jaar-vlaamse-steun-landbouwers-als-partners-in-zorg-en-inclusie" />
            <id>https://vilt.be/58397</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Twintig jaar geleden kende Vlaanderen voor het eerst steun toe aan zorgboerderijen, land- en tuinbouwbedrijven waar mensen met een zorgvraag een zinvolle dagbesteding vinden. Vlaanderen investeerde in twee decennia meer dan 24 miljoen euro, goed voor duizenden zorggasten. Om dit jubileum te vieren ging minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) langs bij zorgboerderij Hoeve Engelenveld in Kinrooi, waar melkveehouders Mathieu en Annemie elke week zorggasten René en Richard met veel warmte ontvangen.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groene zorg" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4ad2dfde-78b5-4991-aa25-d48ce39f5799/full_width_schermafbeelding-2025-12-23-om-085928.png</image>
                                        <content>Zorgboerderijen bieden mensen met een zorgnood de kans om deel te nemen aan het dagelijkse leven op de boerderij zoals dieren of planten verzorgen, groenten oogsten of onderhoud van het erf. “Een boerderij is een economische setting”, benadrukt Els Roelof, coördinator van Steunpunt Groene Zorg. “Wat zorggasten hier doen, is nuttig. Ze zijn geen ‘cliënten’ die beziggehouden worden, maar dragen effectief bij aan het dagelijks functioneren van het bedrijf. Daarbij worden ze aangesproken op wat ze wél kunnen, niet op wat ze niet kunnen. Dit vergroot het gevoel van eigenwaarde, verantwoordelijkheid en zingeving.” Wettelijk kader als kantelpuntVandaag telt Vlaanderen meer dan duizend zorgboerderijen, maar dat succes kwam er niet vanzelf. Steunpunt Groene Zorg, opgericht in 2003 door Boerenbond en Ferm, ging in zijn beginjaren het terrein op om te luisteren naar de bezorgdheden van landbouwers en welzijnsactoren. “Landbouwers wilden zorggasten ontvangen, maar vroegen terecht duidelijkheid en zekerheid: wat bij een controle, wat als er iets gebeurt?” zegt Roelof. “Tegelijk vroeg de welzijnssector garanties rond kwaliteit en veiligheid.”Die vragen leidden in 2005 tot een wettelijk kader en een subsidieregeling binnen het landbouwbeleid, uitgewerkt in samenwerking met de departementen Landbouw, Welzijn en Onderwijs en met betrokkenheid van de sociale inspectie. Centraal staat de samenwerking met een erkende begeleidende welzijnsdienst of een CLB, die instaan voor opvolging en kwaliteit.“Dit partnerschap is cruciaal”, benadrukt Roelof. “De begeleidende dienst blijft tijdens het hele zorgtraject betrokken en ondersteunt zowel de zorggast als de zorgboer of -boerin.” Gestage groeiSinds de invoering van het kader groeide het aantal zorgboerderijen gestaag. Na een administratieve vereenvoudiging in 2023 was er een opvallende toename van kandidaat-zorgboeren. Door een hervorming van de subsidievoorwaarden, komen meer boeren in aanmerking voor de steun aan zorgboerderijen. Jaarlijks melden zich ook telkens meer dan duizend nieuwe zorggasten aan.&amp;nbsp;Bezoek aan zorgboerderij in KinrooiMinister Brouns zette het twintigjarig jubileum in de kijker met een bezoek aan zorgboerderij Hoeve Engelenveld in Kinrooi. Het melkveebedrijf van Mathieu en Annemie Steensels is sinds 2019 ook actief als zorgboerderij. Wat begon met één zorgvraag uit de buurt, groeide uit tot een vaste werking met twee zorggasten die er wekelijks meedraaien.“We wilden zorggasten ontvangen, maar alleen als alles correct geregeld was,” zegt Mathieu Steensels. “Dankzij het wettelijk kader en de begeleiding weten we waar we aan toe zijn. Zo kunnen we ons focussen op wat telt: mensen een plek geven.”Dat bevestigen ook zorggasten René en Richard, die al jaren op de hoeve actief zijn. “Ik kom hier graag,” zegt René. “Ze kennen mij, en ik voel me welkom. Dat maakt werken hier mogelijk voor mij, want ik ken het hier zelf ondertussen ook allemaal goed.” Voor landbouwers is het een verrijking om een maatschappelijke rol op te nemen en mensen een kans te geven Meerwaarde voor landbouw en zorgVolgens Roelof zit de maatschappelijke meerwaarde van zorgboerderijen in de kruisbestuiving tussen landbouw en zorg. “Zorggasten voelen zich nuttig en blijven actief, wat helpt om stabiel te blijven en soms zelfs te groeien in talenten. Voor landbouwers is het een verrijking om een maatschappelijke rol op te nemen en mensen een kans te geven.”Die wisselwerking maakt het Vlaamse model ook uniek in Europa. In tegenstelling tot andere landen, waar zorgboerderijen vaak deel uitmaken van de sociale economie of de zorgsector, groeiden ze in Vlaanderen vanuit de landbouw zelf, met actieve landbouwers in een centrale rol.Na 20 jaar zijn zorgboerderijen uitgegroeid tot een structureel onderdeel van het Vlaamse zorg- en landbouwlandschap. “Twintig jaar investeren in zorgboerderijen is vooral investeren in mensen,” besloot minister Brouns.</content>
            
            <updated>2025-12-26T08:58:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nitraatgehalte in oppervlaktewater op laagste peil ooit: “Inspanningen van landbouwers werpen vruchten af”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nitraatgehalte-in-oppervlaktewater-op-laagste-peil-sinds-start-map-meetnet-inspanningen-van-landbouwers-werpen-vruchten-af" />
            <id>https://vilt.be/58398</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal normoverschrijdingen van nitraat in het oppervlaktewater van Vlaamse landbouwgebieden staat op het laagste niveau sinds de start van de metingen begin deze eeuw. Dat blijkt uit cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). De daling is het gevolg van gunstige weersomstandigheden en van gerichtere bemesting door landbouwers. Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) benadrukt wel dat de doelstellingen nog niet zijn gehaald en dat blijvende inspanningen nodig blijven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e0446680-a12c-448c-8392-5411694a1a26/full_width_regenwatergrondwaterdroogtegras-uea.jpg</image>
                                        <content>In de meetperiode 2024-2025 overschreed 11,5 procent van de meetpunten de drempelwaarde van 50 milligram nitraat per liter oppervlaktewater. Dat is het laagste aandeel sinds de start van het MAP-meetnet. “Dit resultaat is te danken aan de inspanningen van land- en tuinbouwers, in combinatie met gunstige weersomstandigheden”, stelt VMM. Het uitzonderlijk natte jaar 2024 zorgde voor een sterke gewasgroei, waardoor planten meer meststoffen opnamen en minder nitraat in bodem en water terechtkwam. “Deze resultaten tonen dat onze gezamenlijke inspanningen voor een betere waterkwaliteit in landbouwgebieden vruchten beginnen af te werpen&quot;, klinkt het zowel verheugd bij de minister als bij de landbouworganisatie Boerenbond. Ook voor orthofosfaat is er vooruitgang: 48 procent van de meetpunten voldoet aan de milieukwaliteitsnorm. Voor de helft van de meetpunten zijn verdere inspanningen nodig om die norm te halen.Hoewel de cijfers positief evolueren, blijft het het aantal normoverschrijdingen in 2024-2025 wel nog steeds meer dan dubbel zo hoog als de doelstelling (max 5%) die Vlaanderen zich in 2018 oplegde. Regionale verschillenVan alle Vlaamse provincies heeft West-Vlaanderen de meeste normoverschrijdingen, goed voor 16 procent. Vooral het IJzerbekken, maar ook het Maas- en Bovenscheldebekken, blijven probleemzones. Het Denderbekken vormt een positieve uitschieter: daar werd geen enkele overschrijding gemeten.GrondwaterOok de nitraatgehalten in het ondiepe grondwater in landbouwgebied zijn duidelijk gedaald ten opzichte van de piek in 2022. In 2024 overschreed gemiddeld iets meer dan een derde van de meetpunten de norm van 50 mg nitraat per liter, een aanzienlijke verbetering tegenover de voorgaande jaren. De gewogen gemiddelde nitraatconcentratie op het meest ondiepe filterniveau daalde tot 33 mg nitraat per liter.&quot;De reactie van het grondwatersysteem op beleidsmaatregelen verloopt echter traag. De resultaten die we vandaag zien, zijn het gevolg van maatregelen uit het zesde Mestactieplan (MAP6), dat liep van 2019 tot en met 2024”, zegt Boerenbond-voorzitter Lode Ceyssens. Landbouwers moeten eerlijk beoordeeld worden Evaluatie MAP-meetnetIntussen worden de 760 MAP-meetpunten geëvalueerd, zodat enkel meetpunten waar de landbouw effectief een impact heeft, worden meegenomen. “Landbouwers moeten eerlijk beoordeeld worden. Ook andere vervuilingsbronnen, zoals ongezuiverd huishoudelijk afvalwater, hebben een grote invloed op de waterkwaliteit”, benadrukt Ceyssens. “Meten is weten, maar dan moet de relatie tussen oorzaak en gevolg wel duidelijk zijn. Het is niet correct om alles in de schoenen van de landbouw te schuiven. Een evaluatie van het MAP-meetnet moet duidelijk maken welke oorzaken verantwoordelijk zijn voor de resultaten, zodat maatregelen gericht en rechtvaardig kunnen worden genomen.” Europese druk en MAP7Begin dit jaar kreeg België nog kritiek van de Europese Commissie omdat de waterkwaliteit onvoldoende verbetert. Daarbij werd nitraatvervuiling expliciet genoemd, naast PFAS en pesticiden.Sinds januari is het zevende Mestactieplan (MAP7) gedeeltelijk van kracht. Dat voorziet onder meer bredere bufferstroken langs waterlopen waar bemesting verboden is. &quot;Vanaf volgend jaar zijn alle maatregelen van kracht. De effecten daarvan zullen pas meetbaar zijn nadat minstens twee winterjaren zijn verstreken, dus na 2027&quot;, klinkt het bij Boerenbond. Het Departement Omgeving waarschuwde echter al dat ook dit plan mogelijk niet volstaat om volledig aan de Europese nitraatrichtlijn te voldoen.“We zijn er nog niet”, erkent minister Brouns. “De regionale verschillen en de invloed van het weer tonen aan dat we de huidige inspanningen moeten volhouden.” Daarbij kijkt hij niet alleen naar de landbouw. Ook gezinnen in landbouwgebied die nog niet zijn aangesloten op de riolering dragen bij aan de vervuiling. De Vlaamse regering voorziet 138 miljoen euro om die aansluitingen te realiseren of, waar dat niet mogelijk is, lokale zuiveringssystemen te installeren.</content>
            
            <updated>2025-12-23T14:21:11+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU-lidstaten steunen versoepelde regels voor nieuwe genomische technieken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-lidstaten-steunen-versoepelde-regels-voor-nieuwe-genomische-technieken" />
            <id>https://vilt.be/58399</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een gekwalificeerde meerderheid van de EU-lidstaten steunt de nieuwe regelgeving voor&nbsp;het gebruik nieuwe genomische technieken (NGT’s) in de agrovoedingssector. Door gebrek aan consensus tussen de deelstaten moest België zich onthouden, maar federaal minister van&nbsp;Landbouw&nbsp;David Clarinval (MR) reageert niettemin “verheugd”.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="genetische modificatie" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="duurzaam" />
                        <category term="voedselzekerheid" />
                        <category term="wetgeving" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c0c93843-e843-481a-952d-2dc48d2f64c2/full_width_diepvriesgroenten-kolen-nb.jpg</image>
                                        <content>De Europese lidstaten zetten vrijdag het licht op groen voor een akkoord dat begin deze maand met het Europees Parlement en de Raad was bereikt. De overeenkomt creëert versoepelde toelatingsvoorwaarden voor gewassen die met&amp;nbsp;NGT&#039;s worden gekweekt. Die kunnen voortaan zonder label op de markt worden gebracht. Voor de traditionele genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) blijven de strenge voorwaarden van kracht, inclusief de verplichte labeling. &amp;nbsp;Duurzame en klimaatbestendige landbouwVia&amp;nbsp;NGT&#039;s wordt het genetisch materiaal van gewassen aangepast op een manier die ook via de natuur of via conventionele veredelingstechnieken kan voorkomen. In tegenstelling tot ggo’s, wordt geen vreemd gen geïntroduceerd. Met deze techniek kunnen plantenrassen aan de hand van gunstige eigenschappen sneller en gerichter worden ontwikkeld. Zo kunnen sneller verbeterde plantensoorten worden gekweekt die minder meststoffen of&amp;nbsp;pesticiden&amp;nbsp;nodig hebben en beter bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals droogte of overstromingen.&amp;nbsp;De EU wil met de nieuwe regelgeving het&amp;nbsp;concurrentievermogen van de agrovoedingssector versterken, een&amp;nbsp;gelijk speelveld voor Europese producenten garanderen, en haar positie in de wereldmarkt verbeteren.&amp;nbsp;De Europese Raad benadrukte dat de nieuwe regels gepaard gaan met hoge veiligheidsstandaarden voor mens, dier en milieu. De nieuwe genomische technieken bieden belangrijke kansen voor een duurzamere en veerkrachtigere&amp;nbsp;landbouw TegenstandNegen lidstaten gaven hun steun niet aan de nieuwe wetgeving.&amp;nbsp;Tegenstanders waarschuwen voor een ondermijning van de strikte Europese ggo-wetgeving, maar op de vergadering bleek een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten toch bereid om het akkoord te steunen. De Duitse milieuminister Carsten Schneider reageert ontgoocheld. &quot;Als het Europees Parlement deze fout niet corrigeert, kunnen we enkel nog de schade beperken in Duitsland&quot;, zei hij.&amp;nbsp;Schneider betoogde dat landbouwproducten zonder ggo&#039;s mogelijk en betaalbaar moeten blijven. Er zijn toeleveringsketens nodig om ervoor te zorgen dat genetisch gemanipuleerde planten en producten kunnen worden onderscheiden van ggo-vrije producten, aldus de minister.&quot;Uitstekend nieuws&quot;Ook België behoorde tot de negen lidstaten die het akkoord niet konden steunen. Bij gebrek aan consensus onder de deelstaten moest ons land zich onthouden, maar federaal minister Clarinval vindt het &quot;uitstekend nieuws&quot; dat er op Europees niveau een meerderheid is gevonden. Volgens hem zal de regelgeving ervoor zorgen &quot;dat onze landbouwers sneller over meer resistente variëteiten kunnen beschikken&quot;. &quot;De nieuwe genomische technieken bieden belangrijke kansen voor een duurzamere en veerkrachtigere&amp;nbsp;landbouw&quot;, besluit hij.</content>
            
            <updated>2025-12-23T16:30:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[China voert heffingen tot wel 43 procent in op Europese zuivel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/china-voert-heffingen-tot-wel-43-procent-in-op-europese-zuivel" />
            <id>https://vilt.be/58400</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>China voert voorlopig nieuwe, hoge invoerheffingen in op Europese zuivelproducten. De tarieven lopen op tot 42,7 procent en zijn vooral gericht op kaas en room. Na een onderzoek naar Europese zuivelsubsidies concludeert het Chinese ministerie van Handel dat oneerlijke concurrentie de eigen zuivelsector schaadt. Volgens de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ) komt de maatregel neer op een de facto invoerverbod. “Met zulke tarieven wordt export naar China simpelweg onmogelijk”, zegt directeur Lien Callewaert.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="zuivel" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7769aac5-8dad-4ecc-875e-36460ee7b1cb/full_width_melkvee-uier-melken-robot-1280.jpg</image>
                                        <content>Hoewel de nieuwe heffingen op zuivelproducten voorlopig zijn en in februari een definitieve beslissing volgt, betekenen ze wel een nieuwe escalatie in het handelsconflict tussen China en de Europese Unie. De spanningen tussen beide handelspartners lopen al langer op. De Commissie verhoogde eerder de invoertarieven op Chinese elektrische wagens, nadat uit een onderzoek bleek dat die een oneerlijk concurrentievoordeel zouden genieten door staatssteun. China reageerde daarop in september met invoerheffingen tot 60 procent op Europees varkensvlees. Net als bij de zuivelmaatregelen wordt dat beschouwd als een vergeldingsactie.De Commissie laat weten de Chinese beschuldigingen van oneerlijke concurrentie in de zuivelsector te verwerpen en bestempelt het onderzoek als “ongerechtvaardigd en ongegrond”. Het dossier zou gebaseerd zijn op twijfelachtige aannames en onvoldoende bewijs. &quot;We doen alles wat nodig is om Europese boeren en exporteurs te beschermen tegen China’s oneerlijke gebruik van handelsverdedigingsinstrumenten”, aldus de Commissie. Politiek dossier, geen technisch onderzoekBCZ betreurt dat de zuivelsector wordt meegesleurd in het handelsconflict. “Dit is geen technisch, maar een politiek dossier”, benadrukt Callewaert. Ze wijst erop dat de betrokken bedrijven, samen met de nationale en Europese autoriteiten, de voorbije maanden volledig hebben meegewerkt aan het Chinese onderzoek en alle gevraagde informatie tijdig hebben aangeleverd.Uit analyses van de Europese sectorfederatie blijkt bovendien dat de instrumenten van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid geen impact hebben op de Chinese markten voor kaas en room. “Alle maatregelen die China aanhaalt, zijn correct gemeld aan en goedgekeurd door de Wereldhandelsorganisatie (WHO)”, stelt BCZ. Dit zal de Europese zuivelexport naar China tot stilstand brengen Export dreigt stil te vallenDe economische impact kan aanzienlijk zijn. China is een belangrijke handelspartner voor Belgische zuivelbedrijven en staat buiten de EU op de derde plaats, met een exportwaarde van 85 miljoen euro. Ongeveer 40 miljoen euro daarvan bestaat uit melk en niet-ingedikte room, terwijl kaas minder dan 1 miljoen euro vertegenwoordigt. Net die producten worden nu geviseerd in het Chinese onderzoek.Niet enkel België exporteert naar China. In totaal exporteert de EU voor 1,38 miljard euro aan zuivel naar China, waaronder bijna 500 miljoen euro aan melk en niet-ingedikte room en 185 miljoen euro aan kaas. “Met tarieven tot 42,7 procent kunnen Europese producenten niet langer concurreren met andere exporterende regio’s. Dit zal de Europese zuivelexport naar China tot stilstand brengen”, waarschuwt Callewaert.Indirecte gevolgen voor BelgiëOok indirect kunnen de gevolgen voelbaar zijn voor Belgische zuivelbedrijven. Marktverstoringen in andere EU-landen kunnen doorwerken op de afzet binnen de eengemaakt Europese markt. In 2024 verkochten Belgische zuivelbedrijven voor 3,94 miljard euro aan producten op de Europese markt, vooral in de buurlanden.BCZ betreurt dat de sector opnieuw slachtoffer wordt van geopolitieke spanningen. “Net in de huidige internationale context is het cruciaal om Europese zuivelbedrijven competitief te houden op de wereldmarkt”, besluit Callewaert. “Deze maatregelen doen net het tegenovergestelde.” BCZ roept dan ook op om het escalerende handelsconflict zo snel mogelijk op te lossen.</content>
            
            <updated>2025-12-23T19:39:44+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hobbytuiniers kennen regels rond gebruik pesticiden onvoldoende]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hobbytuiniers-kennen-regels-rond-gebruik-pesticiden-onvoldoende" />
            <id>https://vilt.be/58401</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Slakken op je sla of onkruid tussen de tegels? Hobbytuiniers grijpen gemakkelijk naar gewasbeschermingsmiddelen zoals slakkenkorrels, onkruidverdelgers of insectensprays om hun tuin netjes te houden. Toch weten velen onder hen niet hoe ze deze producten veilig en volgens de gebruiksregels moeten gebruiken. Dat blijkt uit een enquête bij 2.000 tuiniers in opdracht van de FOD Volksgezondheid. Het onderzoek toont aan dat er nog veel misverstanden bestaan rond het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en dat de basisregels om vervuiling van het milieu te vermijden niet steeds gekend zijn.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="moestuin" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="Tuinieren" />
                        <category term="tuin" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9d331824-8ac6-4581-888f-881936502b2b/full_width_moestuin-kruiwagen.jpg</image>
                                        <content>Berekening van dosering gaat vaak foutUit de resultaten van de enquête blijkt dat het juist berekenen van een dosis gewasbeschermingsmiddel voor veel tuiniers moeilijk is. Als het etiket bijvoorbeeld aangeeft dat je “90 milliliter product per liter water voor 10 vierkante meter” mag gebruiken, kan slechts vier op de tien juist berekenen hoeveel middel je moet oplossen in hoeveel water om 15 vierkante meter te behandelen.&amp;nbsp;Verder blijkt dat tuiniers regelmatig de aanwijzingen op de productetiketten met een korrel zout nemen, onterecht. Hoewel driekwart weet dat het etiket strikt moet worden gevolgd, denkt meer dan de helft in concrete situaties dat ze toch van bepaalde voorschriften mogen afwijken.Huis-, tuin- en keukenmiddelen zijn illegaalWat dan weer niet met een korrel zout genomen mag worden zijn slakken. Toch denkt één op drie dat zout een correct middel is om naaktslakken te bestrijden. Een significant aantal tuiniers gelooft ook foutief dat huis-, tuin- en keukenmiddelen zoals zout, huishoudazijn en bleekwater correcte middelen zijn om onkruid of plagen te bestrijden. Tegen onkruid denkt één tuinier op acht dat bleekwater en huishoudazijn correcte methoden vormen en één op vijf denkt hetzelfde over zout. &quot;Dergelijke middeltjes zijn niet alleen illegaal, maar kunnen ook schadelijk zijn voor het leefmilieu en de gezondheid van de gebruiker&quot;, geeft FOD Volksgezondheid mee.Een andere veelgemaakte fout is het strooien van slakkenkorrels op hoopjes of in dammetjes. Slechts 21 procent van de tuiniers weet dat dit een verboden praktijk is. &quot;Slakkenkorrels moeten gelijkmatig verspreid worden met ongeveer tien centimeter afstand tussen de korrels&quot;, aldus FOD Volksgezondheid. &quot;Door hoopjes of dammetjes te maken ga je dan ook ernstig overdoseren. Dit verbetert de werking van de korrels niet en het kan gevaarlijk zijn voor kinderen, (huis)dieren en het milieu.&quot; Negatieve effecten voor mens en milieuOverdosering of andere manieren van foutief gebruik kunnen het milieu schaden en negatieve effecten hebben op de gezondheid van de gebruiker. Ook voor kinderen en huisdieren kan dit risico’s met zich meebrengen.&quot;Er worden vrij veel fouten gemaakt die kunnen leiden tot vervuiling van het oppervlaktewater door onjuist gebruik van gewasbeschermingsmiddelen&quot;, klinkt het. Uit de enquête blijkt dat slechts één op drie tuiniers weet dat het verboden is om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken op openbare plaatsen, zoals trottoirs omdat ze afwateren naar de riolering. &quot;Wanneer bij een regenbui het product wegspoelt naar de riool, komt het zo in het oppervlaktewater terecht&quot;, klinkt het. &quot;Twee à drie tuiniers op tien weet ook niet dat de zin “zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt” aangeeft dat je verpakkingen niet mag uitspoelen in de gootsteen, en dat gewasbeschermingsmiddelen niet mogen worden toegepast in de buurt van een gracht of vijver of op een terras dat afwatert naar een riool.&quot; Nieuwe communicatiecampagne en nieuwe berekeningstoolFOD Volksgezondheid roept de hobbytuiniers op om alle instructies op het etiket nauwgezet te volgen bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. &quot;Ook vragen we om geen verboden huis-, tuin- en keukenmiddeltjes te gebruiken, zelfs al lijken ze onschuldig&quot;, luidt het verder. &quot;Durf ook je eigen kennis in vraag te stellen en vraag advies aan een expert in je tuincentrum of bel het callcenter op het gratis nummer 0800 62 604. Zij helpen je met alle vragen rond veilig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, de juiste dosering of duurzame alternatieven.&quot;De studie benadrukt dat de sensibilisering van hobbytuiniers momenteel onvoldoende is. Hierbij vormt de zichtbaarheid en toegankelijkheid van officiële informatiekanalen een belangrijk aandachtspunt, zowel online als in tuincentra en doe-het-zelfzaken. Een belangrijke doelgroep hierbij vormen de min 35-jarigen, die globaal een lagere kennis hebben over het correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. &quot;Aangezien zij zich vooral online informeren, is het essentieel om de digitale vindbaarheid en aantrekkelijkheid van officiële informatie te vergroten&quot;, concludeert  FOD Volksgezondheid.Tegen het voorjaar van 2026 zal er een nieuwe communicatiecampagne uitgerold worden in de verkooppunten van gewasbeschermingsmiddelen. “Hiermee hopen we de knelpunten aan te pakken die in de enquête naar voren kwamen”, aldus de overheidsdienst. Daarnaast werkt Belplant, de Belgische vereniging van de industrie van gewasbeschermingsmiddelen, met ondersteuning van de FOD Volksgezondheid, ook een berekeningstool uit die tuiniers helpt om eenvoudig en correct de juiste hoeveelheid te bepalen.</content>
            
            <updated>2025-12-24T13:32:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw infopunt begeleidt veehouders bij emissiereductie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuw-infopunt-begeleidt-veehouders-bij-emissiereductie" />
            <id>https://vilt.be/58402</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het nieuwe infopunt ‘Veekompas’ bundelt de krachten van zes sectororganisaties om landbouwers te ondersteunen bij keuzes rond emissiereductiedoelstellingen, zoals ammoniak, geur, fijn stof en broeikasgassen. Ook wie zijn bedrijf wil bijsturen of heroriënteren, kan er terecht voor deskundig advies. De oprichting van het infopunt werd goedgekeurd tijdens de laatste ministerraad van dit jaar en zal naar verwachting eind februari 2026 operationeel zijn.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="emissie" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="veeteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3c602bf2-3eda-4661-b509-7f9ddcc7d4ce/full_width_koeien-stal-runderen-european-union.jpg</image>
                                        <content>De Vlaamse veehouderij staat voor grote uitdagingen. De huidige regelgeving rond stikstof en andere emissies dwingt veehouders hun bedrijfsvoering grondig te herbekijken. Zo moet iedere veehouderij tegen 2030 voldoen aan zijn ‘PAS-referentie 2030’, het maximale ammoniakemissieplafond dat voor elk bedrijf individueel wordt berekend op basis van de uitstoot in 2021. Digitale tools en maatwerkadviesDit vereist niet alleen inzicht in complexe wetgeving, maar ook een afweging van technische, economische en maatschappelijke factoren, zoals dierenwelzijn. Veel veehouders hebben vragen over welke maatregelen haalbaar zijn en welke toekomstperspectieven mogelijk blijven.&amp;nbsp;Het infopunt Veekompas zal veehouders informeren via een digitaal platform, nieuwsbrieven, publicaties, kennisuitwisselingsmomenten en video’s. Daarnaast biedt het advies op maat, bijvoorbeeld over hoe emissiereducerende maatregelen concreet kunnen worden toegepast. Wie zijn bedrijf wil bijsturen of heroriënteren, kan rekenen op gerichte begeleiding. Consortium van zes sectorpartners&amp;nbsp;Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij lanceerde een overheidsopdracht voor de oprichting van een infopunt dat veehouders informeert en begeleidt. Na de aanbestedingsprocedure werd de opdracht toegekend aan een consortium van zes partners: Boerenbond Projecten, Inagro, Proefbedrijf Pluimveehouderij, Hooibeekhoeve, Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL) en het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO). Boerenbond Projecten neemt de coördinatie op zich.Volgens Boerenbond-voorzitter Lode Ceyssens komt het initiatief geen moment te vroeg: “Het Vlaams stikstofdecreet heeft grote gevolgen voor de toekomst van veehouderijen in Vlaanderen. De impact op de bedrijfsvoering is vaak aanzienlijk, waardoor de nood aan begeleiding groter is dan ooit. Met Veekompas slaan we de handen in elkaar om landbouwers optimaal te helpen.”Veehouders ondersteunen in onzeker rechtskader&amp;nbsp;Tegelijk benadrukt Ceyssens dat de sector fundamentele bezwaren blijft hebben tegen het huidige stikstofdecreet. Boerenbond pleit voor een omschakeling van een depositiebeleid (neerslag) naar een emissiebeleid (uitstoot). Daarom stapte de beroepsorganisatie in augustus 2024 naar het Grondwettelijk Hof en vroeg de vernietiging van het decreet. “Zo lang die procedure loopt, is het decreet wel van kracht en moeten er beslissingen worden genomen die de toekomst van het bedrijf én het gezin achter dat bedrijf bepalen. Het is goed dat er nu een samenwerking is om veehouders, binnen een zeer onzeker rechtskader, zo goed mogelijk te ondersteunen,” besluit Ceyssens.In de komende weken zullen de uitvoerende partners communiceren over de concrete opstart en werking van Veekompas.</content>
            
            <updated>2025-12-26T08:57:43+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sterke groei noopt 24-jarige tot tweede verhuizing met groentebedrijf]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sterke-groei-noopt-24-jarige-tot-tweede-verhuizing-met-groentebedrijf" />
            <id>https://vilt.be/58403</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met zijn 24 jaar heeft newbie Cesar Van der Spurt al een hele tuinbouwgeschiedenis achter de rug. Hij startte drie jaar geleden met de teelt van microgroenten in een container. Al gauw was de productielocatie te klein en volgde een verhuizing naar een huurserre. Ook hier groeide hij uit zijn jasje en viel zijn oog op een voormalig sierteeltbedrijf van 0,6 hectare dat nu in productie wordt genomen. “Het waren vier jaren met ups en downs, het duurde drie jaar voordat ik mezelf een loon kon uitkeren.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9b66ba7b-6dcb-472d-952c-644087babdd2/full_width_cesar-van-der-spurt-microgroente.jpg</image>
                                        <content>In de eindejaarsperiode gaat VILT langs bij een aantal boeren voor wie 2025 geen gewoon kalenderjaar was, maar een kantelpunt. Ontdek in elke nieuwsbrief de beslissing die de koers van hun leven veranderde. Met twee werknemers selecteert Van der Spurt in een hoek van zijn serre in Merelbeke de benodigde buizen en hoeken voor een afwateringssysteem. Achter hen staat een nieuwe koelcel opgesteld en buiten liggen uitgebroken isolatiepanelen uitgestald. “We zijn de serre aan het ombouwen zodat deze dienst kan doen voor de teelt van microgroenten”, vertelt de 24-jarige zaakvoerder van &#039;Micro’s&#039; dat microgroente teelt en vermarkt.In een met schermen afgezonderde ruimte heeft hij alvast een tijdelijke productieruimte ingericht. Tweedehands gespecialiseerde lampen zorgen voor de verlichting en een heteluchtkanon voor de warmte. “Op deze manier konden we inspelen op de kerstdrukte. We hebben gisteren voor 310 kilo aan producten uitgeleverd, een record”, vertelt de ondernemer, die in Afsnee een voorlopige tweede teeltlocatie heeft en in totaal acht mensen in dienst heeft.Voormalige sierteeltserreOp Google verwijst het adres van de serre in verbouwing nog naar het plantenbedrijf van Yves Naessens uit Destelbergen. De sierteler kweekte er bloeiende kamerplanten totdat hij met pensioen ging en zijn serre verkocht. “Geen evidentie om een gebruikte serre te verkopen”, vertelt Naessens over de telefoon. Meerdere kandidaat-kopers passeerden de revue, maar uiteindelijk sloot hij een deal met Van der Spurt. “De basis van de serre is perfect voor de teelt van microgroenten”, zegt deze. MicrogroentenMicrogroenten zijn kiemgroenten die in ruim een week worden gekweekt. “Tuinkers is de bekendste microgroente, maar daarnaast zijn er nog talloze variëteiten die bij de consument weinig bekend zijn, maar in de horeca steeds populairder raken”, vertelt Van der Spurt. “Denk aan erwt, radijs, zonnebloem, rode kool en broccoli. Wij hebben in totaal 12 soorten.”Zelf stuitte de Gentenaar vier jaar geleden bij toeval op de groente. “Ik studeerde aan de kunstacademie, maar wilde een andere bijdrage aan de maatschappij leveren. Ik was geïnteresseerd in duurzame landbouwtechnieken en ben toen op de teelt van microgroenten gestuit.”Volgens de ondernemer zijn de kiemgroenten rijk aan vitaminen en antioxidanten. “Microgroenten zijn erg gezond en kennen een sterke concentratie aan voedingsstoffen. Tachtig gram microgroenten staat gelijk aan 300 gram rucola.” Gestart in container op de opritGefascineerd door het verhaal van de opkomende groente startte hij in zijn ouderlijk huis met de teelt. “Ik had een zeecontainer gekocht die ik zelf had uitgerust met stellingen, een eb- en vloedsysteem en LED-lampen”, verduidelijkt hij.Nadat hij zich aanvankelijk richtte op de consumentenmarkt voor de eerste kiemgroenten, verlegde hij zijn aandacht al snel naar de horeca: “De consumenten bleken het product nog niet goed genoeg te kennen. Bij chefs zijn microgroenten al meer ingeburgerd.” Na enkele maanden slaagde hij erin zijn volledige afzet te vermarkten aan horecazaken in de regio Gent. Nadat hij vervolgens van de gemeente te horen kreeg dat hij de zeecontainer moest verwijderen van de oprit, besloot de toen 21-jarige de sprong in het diepe te wagen. “Met productie in een zeecontainer hadden we te weinig schaal om een inkomen te genereren, temeer omdat wij alle productie zelf naar onze klanten vervoeren.”Van der Spurt, die intussen Yuval Depicker als zakenpartner had aangetrokken, besloot daarna te starten in een huurserre in Afsnee. “Het ging om een voormalige azaleaserre van 1 hectare, waarvan wij het modernste gedeelte van 1.800 vierkante meter in gebruik hadden.” Infectie en klanten verlorenVanuit de nieuwe locatie richtte Van der Spurt zich op groothandelaren, die hij door de grotere locatie wel kon bedienen. Hierop volgde een snelle en sterke groei van zijn bedrijf. “Eigenlijk ging het te snel en verloren we op een gegeven moment de controle. We hadden bijvoorbeeld te weinig personeel en ook ging het in de productie flink fout. Door een infectie moesten we de hele serre leeghalen en een maand lang reinigen en ontsmetten. In deze periode hebben we ook de nodige klanten verloren.”De startende kwekers slaagden erin de controle terug te krijgen en het klantenvertrouwen te herwinnen. Er ontstond weer groei. “Zo’n acht maanden geleden kwamen we op een kantelpunt en kon ik mezelf eindelijk een inkomen toekennen. Daarvoor leefde ik op zakgeld van 200 euro per maand en werkte ik zeven op zeven”, aldus de Oost-Vlaming. Anno 2025, met de feestdagen voor de boeg, staat hij voor een volgende stap van het bedrijf. “Dit jaar hebben we deze serre in Merelbeke opgekocht. Het gaat om een serre van 6.500 vierkante meter. Dat betekent een verdere vergroting van onze productiecapaciteit”, aldus Van der Spurt. Hij plant zijn definitieve verhuis begin volgend jaar en zal daarna  de deur in Afsnee achter zich dicht trekken.Zelf afzetmarkt creërenMet de nieuwe uitbreiding denkt Van der Spurt voorlopig klaar te zijn voor de Belgische markt. Naast een andere serreteler in Oost-Vlaanderen beperkt de teelt zich in ons land tot een handvol lokale producenten die in een zeecontainer, een vertical farm, kleinschalig kweken voor de lokale horeca.Volgens Van der Spurt moet de sector werken aan een grotere afzetmarkt van microgroente. “Wij moeten zelf bijdragen aan de naamsbekendheid van de groente en onze eigen markt ontwikkelen.” Momenteel komt 75 procent van de omzet van Micro’s uit de horeca. “Maar als de gezonde kwaliteiten van microgroente bekend raken zijn er veel groeimogelijkheden in de consumentenmarkt”, besluit Van der Spurt. &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-12-26T09:49:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe ABS-voorzitter heeft smaak te pakken: “In het begin was het overweldigend, maar ik begin er in te komen.”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-abs-voorzitter-heeft-smaak-te-pakken-in-het-begin-was-het-overweldigend-maar-ik-begin-er-in-te-komen" />
            <id>https://vilt.be/58404</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bruno Vincent trad in april aan als algemeen voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat (ABS). Plots kreeg de Oost Vlaming dossiers op zijn bord waar hij als vleesveehouder weinig voorkennis van had. “In het begin was het overweldigend, maar ik begin mijn weg te vinden”, vertelt hij over de talloze kwesties waar hij bij verschillende contacten en organisaties de belangen van ABS-boeren moet verdedigen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ABS" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b62b2d65-6ceb-48ea-a224-637950854761/full_width_bruno-vincent-abs.jpg</image>
                                        <content>In de eindejaarsperiode gaat VILT langs bij een aantal boeren voor wie 2025 geen gewoon kalenderjaar was, maar een kantelpunt. Ontdek in elke nieuwsbrief de beslissing die de koers van hun leven veranderde. Afgelopen nacht moest hij assisteren bij een keizersnede in zijn veestal, in de voormiddag leidde hij een ABS-actie in Roeselare en in de namiddag stond nog een interview met VILT op de planning. “De agenda is het voorbije half jaar erg druk bezet. De tijd is voorbijgevlogen”, vertelt Bruno Vincent op zijn vleesveebedrijf in Aalter. Tijdens de feestdagen kijkt de 53-jarige Oost-Vlaming terug op de eerste maanden als voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat.Hoe is het allemaal zo gelopen?Bruno Vincent: &quot;In maart werd ik aangesteld als provinciaal voorzitter en een maand later werd ik gevraagd voor de post van nationaal voorzitter. Het ging allemaal snel en onverwacht.&quot;En toen?&quot;Toen is er een golf aan informatie op mij afgekomen. ABS heeft zitting in 14 organisaties waar wij de belangen van de boeren behartigen, van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) tot de beroepsvereniging voor de Belgisch vleesketen (IVB). Van sommige mandaten had ik geen weet en van sommige dossiers evenmin. De voorbije jaren had ik mij veelal beperkt tot dossiers in de vleesveehouderij.&quot;&quot;In het begin was de stortvloed aan informatie overweldigend. Veel nieuwe informatie en veel nieuwe gezichten. Ik kon op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer zien. Gelukkig begint dit te veranderen en kom ik er steeds beter in.&quot; U heeft grote schoenen te vullen binnen ABS.&quot;De voorbije 16 jaar heeft Hendrik Vandamme ABS voorgezeten. Hendrik heeft veel kennis van de verschillende dossiers, nationaal en provinciaal, en een enorm adressenboek. Gelukkig heeft hij mij intensief begeleid en doet hij dat nog steeds. Als ik met vragen zit, kan ik hem altijd bellen. Hij is dan ook nog steeds ondervoorzitter. Samen vormen we het dagelijkse bestuur.&quot;Hoe zijn ze bij u terechtgekomen?&quot;Dat moet u eigenlijk aan het toenmalige bestuur vragen, maar ik was al een tijdje actief met lobbywerk binnen ABS. Ik combineerde mijn vleesveehouderij altijd met een job buitenshuis. In 2019 ben ik bij ABS actief geworden en heb ik de boerenbelangen behartigd in organisaties en dossiers met betrekking tot het vleesvee.&quot;Ligt de belangenvertegenwoordiging u?&quot;Om nu te zeggen dat het mijn liefhebberij is, nee, dat niet. Maar ik voel wel een verantwoordelijkheid om op te komen voor de belangen van de boeren. Daarbij moet ik zeggen dat het lobbywerk me steeds beter gaat liggen. In de loop der maanden heb ik steeds beter mijn weg gevonden en daarnaast hebben wij twee goede syndicale medewerkers (Mark en Frederik, red.) die veel werk op zich nemen.&quot; Welke eigenschappen moet een belangenvertegenwoordiger hebben?&quot;Dat is moeilijk te zeggen. Wat ik wel weet, is dat wij uniek zijn als belangenorganisatie voor en door boeren. In vergaderingen zitten vaak ambtenaren en academici met de nodige afstand tot de landbouwdossiers. Ons gaat het persoonlijk aan. Ik merk dat we hierdoor een bepaalde autoriteit hebben en kunnen wegen op het beleid. De sterke kracht van ABS is bovendien dat wij onafhankelijk zijn. Wij zijn niet aan bedrijven of instellingen gelieerd.&quot;Kunt u het voorzitterschap combineren met uw werk als veehouder?&quot;Mijn leven is erg veranderd. Mijn agenda is een stuk voller en vooral ook onvoorspelbaar geworden. Voor het ABS-voorzitterschap was ik al deeltijds veehouder, maar dit jaar heb ik nog meer activiteiten moeten afstoten om het bestuurswerk mogelijk te maken. Zo besteed ik al het landwerk bijvoorbeeld uit aan loonwerkers.&quot;Hoe ziet u de toekomst van de landbouw?&quot;Nu de prijzen in de vleesveehouderij het voorbije jaar goed staan, zie ik opnieuw zin bij jongeren om in de stiel te stappen. Ook in andere sectoren is er zeker interesse onder jongeren. Alleen maakt de huidige wet- en regelgeving het extreem moeilijk. Daar moet dringend verandering in komen voordat het te laat is. Een landbouwbedrijf dat stopt, komt niet meer terug.&quot; Met regelgeving die om de haverklap verandert, kun je geen landbouwbedrijf runnen en investeringen doen Wat moet er gebeuren?&quot;Met wet- en regelgeving die om de haverklap verandert, kun je geen landbouwbedrijf runnen en investeringen doen. Technieken die nu erkend zijn, kunnen dat over enkele jaren al niet meer zijn. Er moet rechtszekerheid in de sector komen waardoor boeren minstens tien jaar vooruit kunnen kijken. Naast rechtszekerheid moet ook de regeldruk omlaag.&quot;Verlangt u nog iets van de politiek?&quot;Bij rechtszekerheid komt ook een eerlijk internationaal speelveld. Dat zou men steeds in het achterhoofd moeten houden als men handelsverdragen sluit. Een vrijhandelsakkoord zoals Mercosur is een grote bedreiging voor onze land- en tuinbouw. In Zuid-Amerikaanse landen liggen de milieu-, klimaat- en dierenwelzijnsnormen, en dus ook de productiekosten, veel lager. Dat is oneerlijke concurrentie waar wij niet tegenop kunnen boksen. Landbouw mag niet steeds de pasmunt zijn bij een handelsverdrag.&quot;  De familiale landbouw is in onze optiek de hoeksteen voor de toekomst Binnen deze grote thema’s, waar leggen jullie volgend jaar jullie accenten?&quot;Wij komen specifiek op voor de familiale landbouw. Het is de familiale landbouw die Vlaanderen op het punt heeft gebracht waar we nu staan: één van de meest ontwikkelde en innovatieve landbouwsectoren ter wereld. De familiale landbouw is in onze optiek ook de hoeksteen voor de toekomst.&quot;Waarom?&quot;Een familiale landbouwer is enorm bevlogen en betrokken bij zijn landbouwbedrijf. Door deze persoonlijke betrokkenheid zal hij tot het uiterste gaan en de nodige verandering en innovatie niet schuwen. Bij een grote, niet-familiale onderneming is er meer afstand tot het landbouwbedrijf en is het geld leidend.&quot;Zijn er nog andere accenten voor 2026?&quot;We willen ook ons ledental wat opdrijven. We zitten nu op 3.500 leden en zijn in sommige provincies minder vertegenwoordigd. Daar willen we verandering in brengen. Door meer leden in verschillende gemeenten te hebben, zit je ook sneller aan tafel bij landbouwonderwerpen en kun je meer je stempel drukken.&quot;En wat zijn uw persoonlijke voornemens?&quot;Volgend jaar is het de bedoeling dat ik bijna alle mandaten van Hendrik (Vandamme, red.) als voormalig voorzitter heb overgenomen. Ik wil op de ingeslagen weg verdergaan en mij verder ontwikkelen om zo de belangen van onze leden nog beter te kunnen verdedigen.&quot;</content>
            
            <updated>2025-12-30T12:41:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Versterkt en verscherpt protocol ondertekend voor maisbeproeving in België]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/versterkt-en-verscherpt-protocol-ondertekend-voor-maisbeproeving-in-belgie" />
            <id>https://vilt.be/58405</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dit jaar werden in België zo’n 261 maïsrassen getest in veldproeven, zodat objectief kan worden ingeschat hoe een maisvariëteit bij de landbouwer zal presteren. Die schaal is uniek in het Europese maïslandschap en brengt naast voordelen ook aanzienlijke uitdagingen met zich mee. Om die beter te stroomlijnen, werkten de sectororganisatie van de zaaizaadbedrijven ‘Seed@bel’ en alle betrokken proefveldhouders hun bestaande proefprotocol bij. “Voor het eerst zullen zowel totaal nieuwe als alle bestaande maisrassen volgend jaar op alle proeflocaties in België worden getest en zetten we de spelregels vast voor drie jaar”, klinkt het bij de ondertekening van het nieuw proefprotocol.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="maïs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7a5e0847-a644-4d09-b70f-a5e8c3c59e79/full_width_tractor-mais.jpg</image>
                                        <content>Maïs is veruit de grootste teelt in België. Vorig jaar kleurde zo’n 240.000 hectare akkers maisgroen. Om aan het einde van de rit ook een maximale opbrengst te halen op dit areaal, is de rassenkeuze voor landbouwers cruciaal. “De bijstuurmogelijkheden na het zaaien met bijvoorbeeld gewasbescherming of bemesting zijn namelijk niet aanwezig bij maïs”, duidt Marc Ballekens, manager van Seed@bel.Gelukkig is het aanbod aan maïsvariëteiten voor Belgische maïstelers ruim. Afgezet tegen het areaal worden in geen enkel ander Europees land zoveel variëteiten aangeboden als in België.Veel keuze aan maïsrassen dankzij ligging en bodem België“We hebben veel maisrassen omdat ons kleine land heel veel verschillende bodemtypes en hoogteverschillen kent. Een maïsvariëteit in de polder heeft andere noden dan maïs in de Ardennen”, duidt Ballekens. “Anderzijds heeft België voor zowel kuil-als korrelmais een goed uit de kluiten gewassen markt met ook verschillende afzetmogelijkheden. In Nederland blijft de korrelmaismarkt bijvoorbeeld beperkt tot slechts vijf procent van het areaal, terwijl deze in België 20 tot 25 procent bedraagt. Dat vertaalt zich in een brede zadenmarkt, met een groot aanbod aan variëteiten voor zowel kuilmaïs als korrelmaïs of voor dubbeldoelgebruik. De uiteenlopende keuze heeft ook veel te maken met de ligging van België. “Onze markt zou er helemaal anders uitzien moesten de twee grootste Europese maïslanden, Frankrijk en Duitsland, niet in onze achtertuin liggen”, aldus Ballekens. “In die twee landen zijn veel maisveredelaars zeer actief en gebeurt ook veel maiszaadproductie. Daardoor komen veel maisrassen toe op onze markt.”En zo komt België in de positie terecht dat er vorig jaar 150 kuilmaïs- en 111 korrelmaïsvariëteiten onderzocht werden. “Elk maïsras dat op de Europese rassenlijst staat mag in principe in België aangeboden worden. Maar veel variëteiten zijn ongeschikt &amp;nbsp;voor de Belgische boeren omdat ze niet weten hoe ze presteren onder Belgische teeltomstandigheden”, verduidelijkt Ballekens. “Daarom zijn jaarlijks stevig onderbouwde objectieve veldproeven in ons land een absolute noodzaak” Maisproeven onder druk door “wilde uitdagingen”Maisproeven gebeuren in een strikt samenwerkingsverband tussen de zaadsector en de verschillende proefcentra, verzameld in het proefveldnetwerk ‘Varmabel’. “Veldproeven verlopen niet zonder uitdagingen”, geeft Ballekens mee. Zo moeten voldoende grote en homogene percelen beschikbaar zijn om alle variëteiten correct met elkaar te kunnen vergelijken. Daarnaast spelen ook externe factoren mee. “Proefcentra verliezen geregeld proeven door steeds verder oprukkende everzwijnen die nu ook in Vlaanderen aan een gestage opmars bezig zijn. &amp;nbsp;Op één nacht zijn een groepje everzwijnen in staat een mooi aangelegde maisproef compleet overhoop te wroeten en te vernietigen.”“Maar de uitdadingen zijn breder dan dat. Met de beperking van het gebruik van vogelafwerende middelen rond het zaad, komt het steeds meer voor dat een maisproef door kauwen of andere vogels worden vernietigd. Vogels pikken immers maar al te graag een graantje mee. Tot slot krijgen we steeds frequenter te maken met droogtestress wat ook roet in het eten gooit op de maisproefvelden”, aldus Ballekens. “Daarom worden op de proefvelden elk jaar enkele reserveproeven ingezaaid.”MaïsdoolhofOm de variëteiten zo correct mogelijk te testen, worden alle kuilmaïsvariëteiten op acht locaties uitgezaaid. Voor korrelmais gaat het over zeven locaties. Er worden steeds vier herhalingen per locatie uitgezaaid. “Een ware testmachine voor meer dan 250 maisrassen, zo kan je dit maisdoolhof echt wel noemen”, aldus Ballekens. “Maar de Varmabel-maïsrassenbeproeving biedt maïstelers de meest solide houvast om in het brede aanbod het overzicht te bewaren en hun rassenkeuze vandaag en in de toekomst onderbouwd te maken.”Geactualiseerde spelregels ondertekend voor drie jaarDe proeven met de vele variëteiten op verschillende locaties en tijdstippen, leveren uiteindelijk veel data op waarbij heel wat actoren betrokken zijn. Om de procedures en communicatie te stroomlijnen, wordt binnen de sector gewerkt met een protocol. “Dit wordt gesloten tussen alle maïszaadbedrijven en alle proefveldhouders”, verduidelijkt Ballekens. “Dit 13-puntenplan legt zowaar de spelregels van de proeven en communicatie vast, en dient tegelijk als leidraad wanneer een discussie ontstaat over de proeven of rapportering.”“Binnen de hele sector leefde de ambitie al geruime tijd om met het proefprotocol nog grotere stappen vooruit te zetten”, duidt Ballekens. Hij is er fier op dat het nieuwe proefprotocol de goedkeuring wegdraagt van alle 11 betrokken leden van Seed@bel en de 7 partners van Varmabel (de proefveldhouders). &amp;nbsp;“Het vertrouwen in deze update is bij de maiszaadbedrijven en de proefcentra zo groot dat het nieuwe protocol meteen voor een periode van drie jaar wordt ondertekend”, geeft Ballekens nog mee, vlak voor iedereen zijn of haar handtekening zet.&amp;nbsp; &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2025-12-29T14:10:02+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriep vastgesteld bij pluimveebedrijf in Veurne]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriep-vastgesteld-bij-pluimveebedrijf-in-veurne" />
            <id>https://vilt.be/58406</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op een vermeerderingsbedrijf in het West-Vlaamse Veurne is vogelgriep vastgesteld. Dat meldt het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, werd het volledige aanwezige pluimvee geruimd. Het gaat om ongeveer 44.000 dieren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="vogel" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a122a122-a75e-4259-adfe-425361d06672/full_width_nestborncolruytwelzijnskipdierenwelzijnpluimvee-3-1250.jpg</image>
                                        <content>Rond het getroffen bedrijf, vlakbij de Franse grens, zijn de gebruikelijke beperkingszones afgebakend. In de beschermingszone met een straal van drie kilometer moeten niet alleen pluimvee, maar ook andere gehouden vogels verplicht worden afgeschermd. In de bewakingszone van tien kilometer geldt de afschermplicht voor alle pluimveehouders, zowel professionele als particuliere. De maatregelen zijn ook van toepassing net over de grens op Frans grondgebied. Met deze nieuwe besmetting zijn dit najaar al tien uitbraken vastgesteld bij commerciële pluimveebedrijven en twee bij hobbyhouders in België. Naast de nieuwe zones in West-Vlaanderen is momenteel enkel nog een bewakingszone van kracht in Kinrooi in Limburg. Die werd ingesteld na een besmetting begin december in het Nederlandse Weert, net over de grens. Alle andere beschermingszones die eerder werden afgebakend, zijn intussen opgeheven.Afschermplicht ook sterk aanbevolen voor particulieren&quot;Ondanks het opheffen van verschillende zones blijft de vogelgriepsituatie bijzonder zorgwekkend&quot;, aldus het FAVV. De voorbije weken werden in België opnieuw talrijke besmettingen vastgesteld bij wilde vogels. Ook in de buurlanden circuleert het virus intensief.Daarom heeft federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) op 23 oktober de algemene afschermplicht opnieuw ingevoerd. Die geldt voor alle professionele pluimveehouders en geregistreerde hobbyhouders.Voor particuliere houders is afschermen niet verplicht, maar zij moeten voer en drinkwater wel binnen of afgeschermd aanbieden. Het FAVV raadt particulieren wel sterk aan om kippenrennen en volières te beschermen tegen contact met wilde vogels, bijvoorbeeld door ze te overspannen met netten.Oproep tot waakzaamheidHet FAVV benadrukt dat dode of zieke vogels nooit mogen worden aangeraakt. Wie een dode vogel aantreft in de natuur, wordt gevraagd dit onmiddellijk te melden via het gratis nummer 0800/99 777. Het dier kan dan worden opgehaald voor verder onderzoek.</content>
            
            <updated>2025-12-26T18:52:20+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Agristo zet opnieuw sterk financieel resultaat neer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/agristo-zet-opnieuw-sterke-financiele-cijfers-neer" />
            <id>https://vilt.be/58407</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De West-Vlaamse aardappelverwerker Agristo scherpt zijn financiële records aan. De nettowinst voor 2024 gaat voorbij de 250 miljoen euro en de omzet stijgt tot 1,34 miljard euro, bijna zes procent meer dan een jaar eerder. Dat blijkt uit de nieuwe jaarcijfers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cc37e8d1-0fbf-4177-a3fc-b92ae42c08c7/full_width_agristo-aardappelverwerking.jpg</image>
                                        <content>Op de financiële resultaten van 2025 is het nog wachten. Maar de cijfers van 2024 maakte Agristo recent bekend, zo meldt De Tijd. Zowel de omzet als de winst bereikten daarbij een nieuw record. De omzet steeg naar 1,34 miljard euro en de nettowinst kwam uit op 226 miljoen euro, een toename met 7,5 procent. Een resultaat dat ondertussen hoger ligt dan het totale nettoresultaat over de periode 2011 tot en met 2022. Door het reeds hoge overschot van vorig jaar stijgen de huidige geconsolideerde reserves naar bijna 650 miljoen euro.Buffers versterkenDe winsten blijven grotendeels binnen het bedrijf. In het licht van een investeringsprogramma van ongeveer 1 miljard euro zullen ze dienen om de buffers te versterken. De groep zette de voorbije jaren stevig in op uitbreiding. In de zomer van 2026 staat de ingebruikname van een vierde productielijn in Wielsbeke gepland, en ook in India start binnenkort een nieuwe frietlijn op. Daarnaast wordt verder gebouwd aan vestigingen in de Verenigde Staten en Noord-Frankrijk.Door een afkoeling op de Europese aardappelmarkt heeft Agristo de plannen voor de Noord-Franse fabriek recent moeten bijsturen. De opstart van de frietproductielijn werd daarbij met drie jaar uitgesteld, terwijl de ingebruikname van de pureelijn naar voren werd geschoven in de planning.Dit jaar produceerde Agristo 950.000 ton afgewerkte producten. Of de uit balans geraakte markt met een ruim aardappelaanbod en een teruggevallen internationale vraag zal doorwegen in de financiële cijfers van 2025, zal volgend jaar duidelijk moeten worden.</content>
            
            <updated>2025-12-29T11:54:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Matchmakingproject 'Landmobiliteit' inspireert met succesvolle bedrijfsovernames buiten de familiale kring]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landmobiliteit-inspireert-met-succesvolle-bedrijfsovernames-buiten-de-familiale-kring" />
            <id>https://vilt.be/58408</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het matchmakingproject 'Landmobiliteit' van Groene Kring bracht onlangs 35 landbouwers samen rond bedrijfsoverdracht buiten de familiale kring. Dergelijke overdrachten verlopen zelden zonder enkele struikelblokken. Toch werd op de bijeenkomst duidelijk dat het mogelijk is, zelfs als je niet uit een landbouwerfamilie komt. "Begeleiding met een sterk netwerk is een doorslaggevende factor geweest", aldus Piet De Bolle, voormalig havenwerker en nu biolandbouwer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw" />
                        <category term="Groene Kring" />
                        <category term="Antwerpen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e5bcaa2d-6c26-4220-8029-baebb109eed3/full_width_landbouwgrondtekoop-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Hoewel landbouwbedrijven traditioneel van generatie op generatie worden doorgegeven, wordt dat vandaag steeds moeilijker. Zo heeft maar liefst 88 procent van de landbouwers ouder dan 50 jaar geen opvolger. Om dit cijfer op te krikken brengen begeleiders van Groene Kring binnen het project Landmobiliteit de wensen van overlaters en overnemers in kaart om dat cijfer op te krikken. Ze zoeken daarbij naar mogelijke matches en begeleiden het volledige traject, telkens op het tempo van de deelnemers. Tijdens een recente bijeenkomst deelden enkele Antwerpse landbouwers hun ervaringen met bedrijfsoverdracht buiten de familie.Van Zoersel naar Brecht: tien jaar doorzettingsvermogenSinds september 2025 zijn Jonas en Estelle de trotse eigenaars van een melkveebedrijf in Brecht. Hun traject startte meer dan tien jaar geleden in Zoersel en kende heel wat uitdagingen, waaronder een geplande overname die vastliep door Europese natuurdoelstellingen. Uiteindelijk konden ze een nieuwe start maken in Brecht.“Je mag nooit opgeven”, benadrukt Jonas. De sleutel tot succes lag bij hen in het opdoen van praktijkervaring op een bestaand bedrijf, samen investeren en in overleg met de overlater stap voor stap bepalen hoe de overdracht zou verlopen. Gronden naast de boerderij konden Jonas en Estelle meteen overnemen, terwijl andere percelen via langdurige pacht extra zekerheid boden. Een vertrouwenspersoon en duidelijke afspraken op papier bleken daarbij onmisbaar. De Dobbelhoeve: een overname op maatOok de overname van het biologische groentebedrijf De Dobbelhoeve door Piet De Bolle verliep via een traject op maat. Voor hij het bedrijf overnam, werkte Piet in de haven en was hij al actief in de teelt van biogroenten. Hij kwam in contact met een overlater via een gezamenlijke bedrijfsbegeleider.“De kennis van de bedrijfsbegeleider en de inzichten van de boekhouder, die financieel mee uitspitte wat mogelijk was, gaven het nodige vertrouwen voor de overname”, klinkt het. &quot;Begeleiding met een sterk netwerk is uiteindelijk een doorslaggevende factor geweest.&quot; Motivatie en gedrevenheid“Bedrijfsoverdracht in de landbouwsector is meer dan een administratief proces”, klinkt het bij Landmobiliteit. “Het gaat over generaties, identiteit, toekomstplannen én ondernemen in een sector die onder druk staat, maar tegelijk barst van sterke ondernemers en innovatieve ideeën.”Bij een bedrijfsoverdracht kunnen dan ook heel wat struikelblokken opduiken. &quot;Technische, financiële en persoonlijke factoren spelen een rol bij een succesvolle overdracht, maar vooral de motivatie en gedrevenheid van de overnemer blijken vaak doorslaggevend&quot;, aldus de experts op de bijeenkomst. Meerwaarde van LandmobiliteitDe infoavond werd georganiseerd in samenwerking met provincie Antwerpen. “Als provincie kiezen we bewust voor agrarische herontwikkeling”,&amp;nbsp;zegt gedeputeerde voor Landbouw Jinnih Beels (Vooruit).&amp;nbsp;“We investeren daarom in projecten zoals Landmobiliteit. Want dit gaat niet alleen over een bedrijf, een stal of een perceel grond. Dit gaat over ondernemers die hun levenswerk willen doorgeven en starters die kansen nodig hebben. Door hen samen te brengen, zorgen we voor meer succesvolle overnames en voor bedrijven die opnieuw toekomst hebben.”</content>
            
            <updated>2025-12-30T14:21:45+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gratis pannenkoeken en “boerenkerkhoven” tegen Mercosur-deal]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gratis-pannenkoeken-en-boerenkerkhoven-tegen-mercosur-vrijhandelsverdrag" />
            <id>https://vilt.be/58409</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na het intensieve internationale boerenprotest in Brussel laten nu ook Vlaamse boeren met lokale acties hun stem horen tegen het Mercosur-handelsakkoord. In het West-Vlaamse Roeselare deelden ABS-boeren voor de kerst pannenkoeken met Belgische suiker uit onder het motto: “Belgische suikersector dreigt slachtoffer te worden van de handelsdeal". In de Noorderkempen plaatsten anonieme boeren dan weer kruisen. “Ze zijn symbolisch voor boeren die zullen sneuvelen als de handelsdeal met Mercosur doorgaat", klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="boerenprotest" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ebfcda61-2504-445f-9f0c-c301e814aa7b/full_width_img-20251228-wa0018.jpg</image>
                                        <content>Bezoekers aan de Azencross-veldcross in Loenhout konden er maandag niet naast kijken. Op de drie invalswegen vanuit Brecht, Hoogstraten en Wuustwezel is een groot boerenkerkhof te vinden. De tijdelijke kerkhoven, bestaande uit witte kruisen, werden door boeren uit de Noorderkempen aangelegd.De kruisen symboliseren het lot van de Vlaamse boer als het Mercosur-handelsakkoord tussen de EU en Zuid-Amerikaanse landen erdoor komt. “Op 12 januari is er een nieuw overleg over Mercosur gepland en wij willen onze stem laten horen. Als de handelsovereenkomst doorgaat, betekent dat een enorme klap voor de Vlaamse land- en tuinbouw”, vertelt Sabine Vandeweyer, melkveehoudster uit Wuustwezel en medeorganisator van de actie. Volgens de melkveehoudster, die ook cd&amp;amp;v-gemeenteraadslid is in haar gemeente, werkt het handelsakkoord oneerlijke concurrentie in de hand. “In deze landen wordt onder heel andere normen en tegen een lagere kostprijs geproduceerd. Bestrijdingsmiddelen en medicatie die wij al jaren niet meer mogen gebruiken, worden daar nog wel toegepast”, pleit de boerin.Dit treft volgens haar niet alleen de Vlaamse boeren, maar ook de consument. “In de veehouderij passen wij al jaren minder antibiotica toe om zo antibioticaresistentie in de humane gezondheidszorg tegen te gaan. Die inspanningen zijn voor niets geweest. Daarnaast zijn de Zuid-Amerikaanse voedingsproducten van mindere kwaliteit en worden ze minder gecontroleerd, met de nodige gezondheidsrisico’s als gevolg&quot;, meent de melkveehoudster. Internationaal protest in BrusselEen aantal boeren uit de Noorderkempen hebben onlangs ook actiegevoerd in Brussel. Daar had de Europese koepel van landbouworganisaties Copa-Cogeca een protest georganiseerd tegen onder meer de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en het Mercosur-handelsakkoord.Ook het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) was aanwezig op het protest in Brussel, maar besloot later op lokaal niveau zijn stem nogmaals te laten horen. Zo hield de landbouworganisatie in de aanloop naar kerst een actie op de markt van Roeselare, waar gratis pannenkoeken met suiker werden uitgedeeld. Wij zijn niet tegen concurrentie, maar wel tegen oneerlijke concurrentie, zoals hier het geval is Pannenkoeken met Belgische suikerIn aanloop naar de kerst wilde ABS de rust niet verstoren met een tractorprotest en werd gekozen voor een ludieke weggeefactie. “Door pannenkoeken met suiker uit te delen, willen we ook aandacht vragen voor suiker. Wij hopen dat we nog lang Belgische suiker mogen eten, maar de suikersector dreigt een groot slachtoffer te worden van het Mercosur-akkoord”, aldus ABS-voorzitter Bruno Vincent.Hij legt uit: “In Zuid-Amerika wordt suikerriet zeer vlot geteeld. Ze hebben daar twee oogsten per jaar. Bovendien mogen zij producten gebruiken om hun gewassen te beschermen die bij ons niet zijn toegelaten. Dat zorgt voor oneerlijke concurrentie. Wij zijn niet tegen concurrentie, maar wel tegen oneerlijke concurrentie, zoals hier het geval is.” Wie denkt dat het Mercosur-akkoord zal zorgen voor meer voedselzekerheid of goedkoper voedsel, komt volgens de boerenorganisatie bedrogen uit. “Op korte termijn zou dit wel eens voor goedkopere kip of rundsvlees kunnen zorgen. Op langere termijn loopt dit faliekant af, met naast de lokale landbouwer ook de consument als belangrijkste slachtoffer.”Ook ABS wijst op de lagere productienormen in Zuid-Amerikaanse landen. “De manier van kweken, in feedlots met tienduizenden dieren opeen, zonder enige beperking op het gebruik van antibiotica en met weinig tot geen controle op het gebruik van groeibevorderende hormonen (wat daar in een aantal gevallen toegelaten is), laat weinig aan de verbeelding over. Europa wil ook eieren van daar importeren. Weet dat die eieren afkomstig zijn uit legbatterijen die hier al geruime tijd verboden zijn”, klinkt het.150 boeren blokkeren drukke rotonde in BruggeOok in Brugge vond een lokale actie plaats,  daar werd wel een tractorprotest gehouden. Zo’n 150 landbouwers blokkeerden met hun tractoren de rotonde Blauwe Toren, een belangrijk knooppunt richting Zeebrugge en Blankenberge. Ze hielden het verkeer tegen en deelden zakjes aardappelen en flyers uit.“Dat hier 150 tot 200 tractoren staan, toont dat het dringend tijd was voor actie”, zegt initiatiefnemer Tony Smet aan VRT NWS. “In Frankrijk hebben dergelijke acties al een verschil gemaakt. Daar protesteerden boeren nog veel harder. Wij hopen op een gelijkaardig politiek signaal.”</content>
            
            <updated>2025-12-30T19:10:31+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onrust bij veehouders na dood van drie schapen in Wuustwezel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/onrust-bij-veehouders-na-dood-van-drie-schapen-in-wuustwezel" />
            <id>https://vilt.be/58410</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het Antwerpse Wuustwezel zijn in twee dagen tijd drie schapen doodgebeten, vermoedelijk door een wolf. Volgens Jan Loos van Welkom Wolf gaat het “zeer waarschijnlijk” om wolvin Emma, die zich al twee jaar in de regio ophoudt. Het incident zorgt opnieuw voor onrust bij lokale veehouders.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d1f255a2-6c97-4a13-a5b3-49e4ee10ccfe/full_width_wolf-billy-copyright-pieterjandhondt-1250.jpg</image>
                                        <content>Uit DNA-onderzoek van de kadavers zal nog moeten blijken of het effectief om een wolvenaanval gaat. Toch wijzen de eerste vaststellingen volgens Loos duidelijk in de richting van wolvin Emma.Veehouders zijn het “beu”Emma staat bekend als een eerder ‘discrete’ wolf, die doorgaans weinig schade veroorzaakt aan landbouwdieren. Dat ze nu in twee dagen tijd drie schapen doodde, zet veehouders in de regio op scherp. Ze vrezen dat er meer aanvallen zullen volgen.“We zijn het beu”, zegt Paul Van Ginkel in een reportage van ATV. Hij is buurman van de getroffen veehouder en verloor dit jaar zelf al twee schapen door een wolfaanval. “Het is een luguber zicht wanneer je in de weide een doodgebeten schaap aantreft. Je weet dat het dier heeft afgezien en de andere schapen zijn dagenlang van slag”, vertelt hij.&amp;nbsp;Na de aanval liet Van Ginkel een wolfwerende omheining plaatsen. Elke dag rijdt hij langs zijn drie kuddes in Wuustwezel om te controleren of de dieren in goede gezondheid zijn en om de omheining na te kijken. De onzekerheid blijft echter groot.“Schaap was makkelijke prooi”&amp;nbsp;Dat er lange tijd weinig wolvenschade werd gemeld in Wuustwezel, is volgens Loos geen toeval. “Dat betekent dat Emma vooral op wild jaagde en zo onder de radar bleef. Aan de Nederlandse kant van de grens is er wel al schade vastgesteld”, vertelt hij aan Gazet van Antwerpen. Tegelijk benadrukt hij dat wolven altijd voor de makkelijkste prooi kiezen. “Als schapen gemakkelijker te pakken zijn dan wild, dan kiest een&amp;nbsp;wolf&amp;nbsp;voor de schapen. Het dier gaat voor minimale inspanning, minimaal risico en maximale opbrengst.”Tot slot wijst Loos erop dat wolven meestal alleen toeslaan wanneer de omstandigheden gunstig zijn, bijvoorbeeld bij een omheining die niet voldoende wolfproof is. Of dat hier het geval was, kan hij niet bevestigen. “Ik weet niet hoe de omheining precies is geplaatst, of ze volgens de regels staat en hoeveel stroom erop zit.” Finland voert opnieuw jacht inHet wolvendebat leeft niet alleen in Vlaanderen, maar woedt ook elders in Europa. Zo grijpt Finland in vanwege een snel groeiende wolvenpopulatie die steeds vaker een risico vormt voor vee. Het land staat opnieuw beperkte wolvenjacht toe, waarmee de permanente bescherming sinds 1973 wordt opgeheven. In amper één jaar tijd verdubbelde de populatie tot naar schatting 430 dieren.De maatregel past binnen een bredere Europese koerswijziging, nadat de EU eerder besloot de beschermde status van de wolf te verlagen. In Finland zal de jacht plaatsvinden op basis van regionale quota, en geldt het voorlopig lopen van 1 januari tot 10 februari 2026. Waar het doden van wolven vroeger enkel was toegestaan bij directe dreiging of ernstige schade, zouden er in het komende seizoen minstens 65 dieren mogen worden geschoten.</content>
            
            <updated>2025-12-30T17:44:11+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Groen licht voor nieuwe mestderogatie in Ierland, geen voor Nederland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederland-krijgt-geen-nieuwe-derogatie-mest-van-eu" />
            <id>https://vilt.be/58411</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nederland krijgt in 2026 definitief geen derogatie om extra mest uit te rijden. Dat bevestigde Europees commissaris voor Milieu Jessika Roswall (EVP). Ierland krijgt daarentegen wel officieel groen licht om in bepaalde gevallen meer dan 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare toe te passen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Nederland" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fc1ae01a-f644-456e-aa84-825e56092284/full_width_bemestingdrijfmest-vlm.jpg</image>
                                        <content>Eurocommissaris Roswall had in het voorjaar van 2025 al duidelijk gemaakt dat een nieuwe Nederlandse derogatie pas mogelijk zou zijn wanneer de waterkwaliteit er aantoonbaar verbetert. In haar recente beslissing herhaalt ze dat standpunt. Nederland kampt volgens haar nog steeds met zeer ernstige uitdagingen rond het beheer van nitraat en stikstof. Een nieuwe derogatie zou die druk verder verhogen. &quot;Zeker nu de waterkwaliteit en stikstofvervuiling een dringende zorg blijven en de afbouw van de bestaande ontheffing nog niet is voltooid&quot;, aldus Roswall.Het is volgens de Eurocommissaris van vitaal belang dat het volgende Nederlandse actieplan Nitraatrichtlijn strengere stikstofmaatregelen bevat, waaronder de geplande ingrepen om de mestproductie te verminderen. &#039;Voorbij aan het doel&#039;Volgens de ontslagnemende Nederlandse minister van Landbouw Femke Wiersma (BBB) gaat Roswall voorbij aan het uiteindelijke doel, namelijk het verbeteren van de waterkwaliteit. “Bij het verzoek voor een nieuwe derogatie heb ik aangegeven dat de bedrijven die gebruikmaakten van de eerdere derogatie in 2023, in de meeste regio&#039;s onder de norm van 50 milligram per liter bleven voor de gemiddelde nitraatconcentratie in het bovenste grondwater. Dit vanwege het relatief grote areaal grasland van deze derogatiebedrijven.Ook bestaat het risico dat nu steeds meer melkveehouders hun graslandpercelen zullen omzetten naar meer lucratieve bouwlandpercelen met alle negatieve gevolgen van dien op de waterkwaliteit&quot;, stelt Wiersma nog.Landbouworganisatie LTO Nederland deelt de teleurstelling over de afwijzing van het Nederlandse derogatieverzoek. Volgens de organisatie verkeren boeren en tuinders opnieuw in onzekerheid over welke regels straks voor hen gelden. &quot;Het is onaanvaardbaar dat we opnieuw het jaar afsluiten zonder perspectief of duidelijkheid over onze toekomst. Zowel de Europese als de nationale politiek moeten snel met antwoorden komen&quot;, vertelt LTO Nederland-voorzitter Ger Koopmans aan nieuwswebsite Nieuwe Oogst. Grondige analyse van Ierse derogatieVorige maand kreeg Ierland wel een nieuwe derogatie. &quot;De voorwaarden die aan die nieuwe Ierse derogatiebeschikking hangen, zijn nog niet openbaar gemaakt. Zodra dat kan, zullen we die nauwgezet analyseren&quot;, aldus Koopmans.De Ierse derogatie werd eind december officieel bevestigd door de Europese Commissie. De verlenging met drie jaar komt niet zonder voorwaarden, wordt benadrukt. &quot;De nieuwe derogatie handhaaft de voorwaarden van de huidige en voegt daar extra voorwaarden aan toe&quot;, aldus de Commissie. &quot;We hebben nauw samengewerkt met de Ierse autoriteiten aan hun plannen om de waterkwaliteit te verbeteren. Op basis hiervan hebben we ingestemd.&quot; Ik zag de Ierse vooruitgang in waterkwaliteit en besef ten volle hoe belangrijk de derogatie is voor de Ierse graslandgebonden landbouw Ierland heeft het nitraatactieprogramma in februari 2025 aangescherpt. Zo komt er een verhoging van de mestopslagcapaciteit en worden landbouwers die gebruik willen maken van de derogatie verplicht om onder meer bodemanalyses uit te voeren en hun nutriëntenbalansen te berekenen.&quot;Na mijn recent bezoek aan Ierland, waar ik de vooruitgang in de waterkwaliteit zag, besef ik ten volle hoe belangrijk de derogatie is voor de Ierse graslandgebonden landbouw&quot;, aldus Roswall. &quot;We zullen blijven samenwerken aan onze gedeelde doelstelling om, in het belang van de waterkwaliteit, een duurzaam traject uit te tekenen voor Ierse landbouwers. Tegelijk zullen we rechtszekerheid en voorspelbaarheid bieden aan de landbouwers.&quot;</content>
            
            <updated>2026-01-05T11:49:29+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[10 wist-je-datjes over Europese landbouw om mee uit te pakken aan de feesttafel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/10-wistjedatjes-over-europese-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/58412</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De landbouw in de Europese Unie is divers en omvangrijk. Dat tonen de nieuwe <a href="https://ec.europa.eu/eurostat/en/web/products-key-figures/w/ks-01-25-049" target="_blank" target="_self">kerncijfers van de Europese voedselketen</a> aan. Van de omvang van Europese boerderijen en aantal werkuren tot het areaal biologische landbouw: hier zijn tien weetjes om aan de feesttafel mee te scoren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="landbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a21577f2-8472-4fa7-91dd-a3e27e3969bb/full_width_graanoogstmaisoogsttractorveldlandbouw-1250.png</image>
                                        <content>1. Wist je dat... Europese landbouwers meer werkuren presteren?In 2024 lag het gemiddeld aantal gewerkte uren in de landbouw op 40,6 uur per week, hoger dan het EU-gemiddelde van 35,5 uur. Lange werkweken (49 uur of meer) kwamen veel vaker voor: 22 procent van de landbouwers werkte zulke uren, tegenover 6,5 procent in alle sectoren.2. Wist je dat... één op de drie boeren ouder dan 65 is?In de EU wordt 33 procent van de boerderijen geleid door boeren van 65 jaar of ouder. Jonge bedrijfsleiders onder de 40 zijn zeldzaam (12,2%) in de sector. Ook bij nieuwe bedrijfsleiders blijft verjonging geen evidentie. In de zuiderse landen Griekenland, Portugal en Spanje was meer dan 70 procent van de nieuwe bedrijfsleiders ouder dan 40. In negen andere EU-landen daarentegen was een meerderheid van de nieuwe bedrijfsleiders 40 jaar of jonger, met opvallende voorbeelden in Polen, Finland en Oostenrijk.3. Wist je dat... de EU meer dan negen miljoen landbouwbedrijven en 309.000 voedingsverwerkers telt?In 2020 telde de EU ongeveer 9,1 miljoen land- en tuinbouwbedrijven, waarbij bijna één derde in Roemenië was gevestigd. In tien jaar tijd verdwenen drie miljoen bedrijven, vooral kleine bedrijven (-32%), terwijl grote bedrijven toenamen (+14%). Dankzij fusies en overnames bleef het totale landbouwareaal vrijwel onveranderd, goed voor bijna 40 procent van het Europese landoppervlak.In 2023 telde de EU 309.000 ondernemingen in de voedings- en drankverwerking, goed voor 14 procent van alle industriële ondernemingen. Samen stelden zij bijna vijf miljoen mensen te werk en creëerden ze net geen 300 miljard euro aan toegevoegde waarde. Dat is ongeveer 37 procent meer dan de landbouw, die 218 miljard euro aan toegevoegde waarde genereerde tegen basisprijzen.4. Wist je dat... meer dan de helft van de landbouwgrond in handen is van een beperkt aantal bedrijven?Het gemiddelde landbouwbedrijf in de EU was in 2020 17,4 hectare groot. Toch bestaat het grootste aandeel uit kleinere boerderijen. Zo is twee derde van de boerderijen kleiner dan vijf hectare. Anderzijds is het aantal ‘zeer grote bedrijven’ erg beperkt. Slechts 3,6 procent van de bedrijven beheert 100 hectare of meer, maar beschikt wel over 52,5 procent van alle landbouwgrond. 5. Wist je dat... varkensvlees goed is voor de helft van alle vleesproductie?In 2024 produceerde de EU 21,1 miljoen ton varkensvlees, goed voor de helft van de totale vleesproductie. Pluimveevlees volgt met 14,1 miljoen ton, ruim twee keer zoveel als rundvlees (6,6 miljoen ton), terwijl schapen- en geitenvlees een veel kleiner aandeel hebben.&amp;nbsp;Varkensvleesproductie kende tussen 2009 en 2021 een groei van 12 procent. Nadien volgde twee moeilijke jaren (-6% in 2022 en -6,5% in 2023), waarna de productie zich deels herstelde in 2024 (+2%). Pluimveevlees nam sinds 2009 sterk toe (+33%), ondanks kleine dalingen in 2021 en 2022, en groeide sterk in 2023 en 2024. Rund-, schapen- en geitenvleesproductie nam over dezelfde periode af, met de grootste daling bij geitenvlees (-38%). 6. Wist je dat... de gemiddelde EU-burger jaarlijks meer dan 4.000 euro uitgeeft aan voeding?In 2023 gaf de gemiddelde EU-inwoner 4.290 euro uit aan voeding en dranken. Dat is negen procent meer dan in 2022 en vooral het gevolg van stijgende voedselprijzen. Voeding en dranken waren daarmee goed voor 21,7 procent van de huishoudelijke consumptie-uitgaven in de Europese Unie, een aandeel dat met 1 procentpunt is toegenomen tegenover tien jaar geleden (20,7%). Het aandeel verschilt echter sterk tussen de lidstaten. In Duitsland ging het kleinste aandeel van de huishoudelijke consumptie-uitgaven naar voeding en dranken (17,7%), terwijl Portugal met 29 procent en Letland met 31 procent de hoogste cijfers optekenden.7. Wist je dat... de EU meer voedsel exporteert dan het importeert?Vorig jaar exporteerde de EU 226 miljard euro aan landbouw-, visserij-, voedings- en drankproducten naar derde landen, terwijl de import op 190 miljard euro lag. Zo ontstond een handelsoverschot van 36 miljard euro. Deze producten vertegenwoordigden 8,7 procent van alle EU-export en 7,8 procent van alle import, wat hun grote belang voor de Europese handel laat zien. 8. Wist je dat... bijna zes op de tien EU-boerderijen gespecialiseerd zijn in akkerbouw?In 2020 was 58 procent van de boerderijen gespecialiseerd in gewassen zoals granen en oliehoudende zaden, een vijfde in permanente gewassen zoals olijven, fruit en wijngaarden, en slechts 2 procent in tuinbouw. Gespecialiseerde veehouderijen maakten 22 procent uit, met melkveebedrijven als grootste groep, gevolgd door runderen, pluimvee en schapen en geiten. De resterende 19 procent waren gemengde bedrijven die zowel gewassen als vee produceerden. 9. Wist je dat... biologische landbouwgrond verdubbelde in bijna tien jaar?In 2020 waren biologische boerderijen gemiddeld 42,4 hectare, groter dan conventionele boerderijen (16 hectare). Het aantal biologische bedrijven is slechts 2,7 procent. Tegen 2023 besloeg biologisch beheerd land 10,8 procent van het totaal gebruikte landbouwareaal, een stijging van 84 procent sinds 2013. De EU streeft ernaar dat tegen 2030 minstens 25 procent van het landbouwareaal biologisch wordt beheerd als onderdeel van een actieplan voor duurzame landbouw.10. Wist je dat... de landbouwsector instaat voor bijna 12 procent van de totale broeikasgasuitstoot in de EU?Twee jaar geleden stootten landbouwactiviteiten in de EU samen 365 miljoen ton CO2-equivalenten aan broeikasgassen uit. Hoewel de landbouwemissies tussen 1990 en 2023 met 25 procent zijn gedaald, nam het aandeel van de sector in de totale uitstoot toe van 10 naar 11,8 procent. Andere sectoren zoals de energiesector wisten hun uitstoot in die periode sneller terug te dringen dan de landbouw. BONUS 11. Wist je dat...Europese graanproductie met vijf procent daalde in 2024?De EU oogstte 258 miljoen ton graan, dat is 50 miljoen ton minder dan het recordjaar 2014. Extreme weersomstandigheden, zoals langdurige droogte in Centraal- en Zuidoost-Europa en hevige zomerse regen in West- en Noord-Europa, leidden tot lagere opbrengsten en een kleinere graanoppervlakte (-3%). Andere belangrijke EU-gewassen in 2024 waren suikerbieten (122 miljoen ton), groenten en fruit (63,5 miljoen ton), tarwe en spelt (112 miljoen ton), maïs (59 miljoen ton), aardappelen (51 miljoen ton) en gerst (49 miljoen ton).</content>
            
            <updated>2025-12-30T19:19:49+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Boerenstiel met hart en ziel: Geitenhouder Ton Jansen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenstiel-met-hart-en-ziel-geitenhouder-ton-jansen" />
            <id>https://vilt.be/58413</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Boerenzoon Ton Jansen startte aanvankelijk met melkkoeien op zijn boerderij, maar schakelde in 2005 over naar geiten. Wat begon met slechts enkele dieren, groeide uit tot een bloeiend bedrijf met zo’n 600 melkgeiten. Twee keer per dag worden de dieren gemolken. We lopen mee door de stallen en krijgen een uniek kijk in het dagelijkse leven van een boer die zijn vak met hart en ziel uitoefent.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/73b0877e-e266-42ec-97fd-5cdc66374546/full_width_thumb-1.jpg</image>
                        
            <updated>2025-12-30T17:35:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van weerstand naar regulering: Italië omarmt alcoholvrije wijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-weerstand-naar-regulering-italie-omarmt-alcoholvrije-wijn" />
            <id>https://vilt.be/58414</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Italiaanse ministeries van Landbouw en Economie &amp; Financiën hebben een decreet ondertekend dat de binnenlandse productie van alcoholvrije en gedeeltelijk gedealcoholiseerde wijnen mogelijk maakt. Hoewel de Europese Unie sinds 2021 wijn waarvan de alcohol is verwijderd officieel als wijn erkent, weigerde Italië lange tijd deze regelgeving te implementeren. De vrees bestond dat alcoholvrije wijn zou leiden tot een verwatering van de Italiaanse wijncultuur en reputatie.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wijn" />
                        <category term="druif" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ef33b9a9-d193-4564-9706-bff50856c9e6/full_width_wijnbouw1250.png</image>
                                        <content>Tot voor kort moesten Italiaanse producenten het dealcoholisatieproces uitvoeren in andere landen, zoals Frankrijk en Duitsland. Het nieuwe decreet doorbreekt die afhankelijkheid en maakt het nu mogelijk om de volledige productieketen op Italiaans grondgebied te organiseren.Het wettelijk kader biedt bovendien helderheid over accijnzen, vergunningen, goedkeuringsprocedures, opslag, administratie en transport, waardoor producenten onder gelijke concurrentievoorwaarden kunnen werken ten opzichte van andere Europese spelers.&amp;nbsp;Unanieme steun vanuit de sectorDe brancheorganisaties zijn tevreden over de nieuwe maatrel. Het nieuwe kader biedt regelgevende zekerheid voor een snel groeiende wereldmarkt, momenteel goed voor circa 2,2 miljard euro, met een verwachte groei tot drie miljard euro in 2028. Het decreet biedt bovendien nieuwe kansen voor innovatie en export, vooral op internationale markten. Daarnaast laat het ruimte voor groei zonder afbreuk te doen aan kwaliteit, identiteit en beschermde herkomstbenamingen.&amp;nbsp;Volgens de sector is de vraag naar wijnen met minder of geen alcohol geen tijdelijke hype, maar een structurele verschuiving in consumentengedrag, gedreven door gezondheid, welzijn en veranderende levensstijlen.</content>
            
            <updated>2026-01-02T10:50:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VLAM tekent nieuw marketingjaar 2026 uit met meer focus op binnenlandse markt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stijgend-biobudget-en-nieuwe-campagnes-zo-ziet-het-vlam-jaar-2026-eruit" />
            <id>https://vilt.be/58415</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met het nieuwe jaar in zicht biedt het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) een kijkje achter de schermen en deelt het al enkele nieuwe acties die de sectoren in petto hebben. Opvallend is dat de nadruk daarbij steeds duidelijker verschuift naar de binnenlandse markt. Zo zal in 2026 66 procent van het promotiebudget naar campagnes gaan in eigen land en 34 procent naar exportacties.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VLAM" />
                        <category term="marketing" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/261f9205-1b73-4a87-84bf-7a2fe03e79ff/full_width_vlam-fijnproevertje-090321-wai0303.jpg</image>
                                        <content>Met de start van 2026 trapt ook VLAM een nieuw marketingjaar af, vol nieuwe promotiecampagnes. Het marketingbureau werkt in opdracht van zowel de Vlaamse overheid als het bedrijfsleven om Vlaams producten te promoten in binnen- en buitenland. Een balans die opmerkelijk steeds meer opschuift richting de binnenlandse markt. Dit jaar gaat 66 procent van het promotiebudget naar acties in eigen land, tegenover 34 procent voor exportacties. In 2023 lag dat evenwicht nog anders, met 58 procent voor binnenlandse promotie en 42 procent voor buitenlandse campagnes.Daling in Vlaamse subsidiesOm alle campagnes te financieren beschikt VLAM dit jaar over een werkingsbudget van bijna 28 miljoen euro. Dat is twee miljoen euro minder dan in 2025. De subsidies van de Vlaamse overheid nemen daarbij af, maar het relatieve aandeel in het totale budget blijft stabiel op 20,5 procent. “Door de besparingen bij de overheid zijn onze werkingssubsidies verlaagd”, duidt CEO Filip Fontaine. “Tegelijk kregen we tijdens de budgetbesprekingen duidelijke waardering en positieve feedback te horen vanuit de politieke hoek. Die erkenning nemen we zeker mee naar 2026.”De subsidies van de Vlaamse overheid financieren voor twee derde de algemene werking van VLAM. Daarin zitten niet alleen personeelskosten, maar ook onder meer de uitgaven voor de vele data die het marketingbureau aankoopt. “De subsidies volstaan echter niet om onze werking op een hoog niveau te houden, ondanks de intensieve besparingen die we de laatste jaren doorvoerden”, klinkt het. “Daarom investeren de sectoren al enkele jaren mee in de overkoepelende diensten van VLAM. Deze sectorbijdragen worden bepaald op basis van de service die VLAM aan elke sector levert. In ruil wordt een ruim pakket aan services geboden dat beschikbaar is voor elke sector.” Ondanks de besparingen binnen de Vlaamse overheid, kan VLAM het totale budget wel stabiel houden. “Dit is grotendeels te danken aan de nieuwe EU-dossiers die goedgekeurd werden waardoor we opnieuw extra middelen wisten binnen te halen. Vijf van onze zes programmavoorstellen zijn goedgekeurd”, vertelt Fontaine trots. “De slaagkans voor Europese middelen is nochtans maar 1 op 5. Tegenover andere Europese landen haalt VLAM dus veel Europese middelen binnen.” De Europese middelen worden daarbij niet aangewend om Vlaamse producten in het buitenland te promoten. “Alle nieuwe EU-programma’s richten zich op Vlaanderen”, klinkt het. Europese middelen nemen 14 procent van het VLAM-budget voor hun rekening.Het allergrootste deel van de inkomsten komt evenwel uit de sectoren zelf, die in 2026 samen 61 procent van het totale jaarbudget bijdragen. Dit budget omvat zowel de verplichte als de vrijwillige sectorbijdragen.Stijging biobudgetIn 2026 beschikken de varkens-, sierteelt- en zuivelsector opnieuw over de grootste promotiebudgetten. Opvallend is de stevige sprong van de biosector. Die verhoogt het budget van 640.000 euro vorig jaar naar 1,09 miljoen euro dit jaar. De akkerbouwsector zal het daarentegen met minder middelen stellen. Het budget daalt van 2.439.000 euro vorig jaar naar 1.631.000 euro dit jaar.De verschillen tussen de promotiebudgetten heeft VLAM zelf niet in de hand. “Het zijn de 13 sectorgroepen die de budgetten bepalen”, legt VLAM-voorzitter Guy Vandepoel uit. “VLAM werkt per sector samen met de sectorvertegenwoordigers uiteindelijk een sectorstrategie uit, die dan wordt vertaald in concrete jaarprogramma’s.” Nieuwe acties dit jaarNaast veel hernieuwde campagnes maken de jaarprogramma’s van de sectoren dit jaar ook ruimte voor nieuwe initiatieven. “Nadat de campagnestrategie voor verse aardappelen vorig jaar onder de loep genomen werd, is in overleg met de sector gekozen voor een nieuwe aanpak in 2026”, licht VLAM een nieuwe aardappelcampagne toe. “De doelgroep wordt verruimd naar Vlamingen tussen 25 en 44 jaar. Waar de focus eerder op een jonger publiek lag, willen we nu ook jonge gezinnen bereiken.” De communicatie zal toespitsen op de alledaagse keuken, met snelle bereidingen en eenvoudige gerechten waarin aardappelen met een kleine twist een plek krijgen.De promotie van groenten focust dan wel weer bijkomend op jongeren. “Uit marktonderzoek blijkt dat vooral jongeren te weinig groenten eten. We zien ook dat er vooral groenten gegeten worden tijdens de hoofdmaaltijd. Daarom willen we met een nieuwe campagne jongeren inspireren om ook aan de slag te gaan met groenten tijdens de lunch of als tussendoortje.” Ook de biosector zal een nieuwe promotiecampagne uitrollen in 2026. “De campagne heeft als doel de consumptie van bioproducten in België te verhogen bij jonge gezinnen en actieve consumenten. Het wordt gefinancierd door Europese middelen en zal emotionele storytelling combineren met feitelijke argumentatie over dierenwelzijn, milieu-impact en prijsbewustzijn”, geeft VLAM mee.Zowel de nieuwe als de terugkerende campagnes delen één duidelijke rode draad: aandacht voor het vakmanschap van producenten en verwerkers. “We willen ons publiek informeren en de fierheid over Vlaamse producten versterken, zodat consumenten bewust kiezen voor producten van bij ons”, besluit VLAM. “Dat is en blijft de missie van het volledige VLAM-team, ook in 2026.”</content>
            
            <updated>2026-01-05T13:08:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Beperkingszones vogelgriep in West-Vlaanderen verlengd na uitbraak in Noord-Frankrijk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/beperkingszones-vogelgriep-in-west-vlaanderen-verlengd-na-uitbraak-in-noord-frankrijk" />
            <id>https://vilt.be/58416</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na een nieuwe uitbraak van vogelgriep op een pluimveebedrijf in het noorden van Frankrijk worden de bestaande beperkende maatregelen in West-Vlaanderen verlengd. Dat bevestigt het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Zo’n 15 pluimveehouderijen situeren zich binnen de afgebakende zone van tien kilometer rond het besmette Franse bedrijf. &nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e1ef75a0-23fc-4c5e-9bec-86cdc6716b2d/full_width_kip-stal2-1024.jpg</image>
                                        <content>Het virus werd vastgesteld op een groot leghennenbedrijf in Warhem, op ongeveer vier kilometer van de Belgische grens. De besmetting kwam aan het licht na abnormale sterfte onder de dieren. Het bedrijf telt naar schatting 300.000 leghennen, die preventief worden geruimd om verdere verspreiding van het virus te voorkomen.Bewakingszones overlappen in West-VlaanderenRond het besmette bedrijf werd zowel een beschermingszone van drie kilometer als een bewakingszone van tien kilometer ingesteld. Binnen dit gebied moeten alle pluimveehouders – zowel professionele bedrijven als particuliere houders – hun pluimvee afschermen.&amp;nbsp;De uitbraak in Noord-Frankrijk volgt nauwelijks een week na een eerdere besmetting op een vermeerderingsbedrijf in Veurne, vlakbij de Franse grens. Ook daar werden meteen de gebruikelijke beschermingsmaatregelen genomen. Een deel van de Franse bewakingszone strekt zich uit tot in het noorden van de provincie West-Vlaanderen en overlapt grotendeels met de bestaande zones.Daardoor blijven de beperkende maatregelen in die regio langer van kracht. In de bewakingszone rond Warhem bevinden zich een vijftiental pluimveehouderijen. Het FAVV onderzoekt of voor deze bedrijven bijkomende derogaties nodig zijn.Sinds augustus 2025 werden in Frankrijk al 104 uitbraken vastgesteld op commerciële pluimveebedrijven. Daarnaast werden 13 besmettingen gemeld bij hobbyhouders en bij niet-commercieel gehouden vogels in gevangenschap. In ons land werden 10 pluimveebedrijven en twee hobbyhouders getroffen.&amp;nbsp; Daarnaast worden heel wat besmettingen bij wilde vogels vastgesteld.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-01-02T14:10:29+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dikke onvoldoende voor Trumps landbouwbeleid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dikke-onvoldoende-voor-trumps-landbouwbeleid" />
            <id>https://vilt.be/58417</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Donald Trump presenteert zijn handelstarieven graag als een winstmachine voor de Amerikaanse boer. Meer druk op handelspartners zou leiden tot betere deals en dus tot hogere export en inkomens. Niets blijkt minder. Landbouweconoom Roel Jongeneel (WUR) geeft Trumps beleid een dikke onvoldoende.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Donald Trump" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/541a2655-63bf-4012-85ca-255af8a714b5/full_width_amerika-verenigde-staten-tractor.jpg</image>
                                        <content>In het Nederlands vakblad &#039;Boerderij&#039; zet Jongeneel de cijfers op een rij. Hij laat zien dat Trump zijn belofte niet waarmaakt. Integendeel: hij ondergraaft het doel – een sterke exportpositie – expliciet. Dat levert risico’s op voor zowel boeren als belastingbetalers.De VS exporteerden in 2024 voor 174,4 miljard dollar aan landbouwproducten. Dat klinkt indrukwekkend, maar de import lag hoger: 213 miljard dollar. Het verschil tussen die twee bedragen is het agrarische handelstekort dat bijna 40 miljard dollar beloopt. Voor een majeure agroproducent is dat een wanprestatie: het laat zien dat het land te afhankelijk is van inkopen uit andere landen, terwijl het dat gat niet kan dichten met productie waar andere landen op hun beurt weer afhankelijk van zijn. Noodgreep: extra steunTrump brengt door zijn tarievenbeleid de toch al fragiele export verder in gevaar. Dat geldt vooral voor soja, goed voor circa een derde van de Amerikaanse boereneconomie. China wil geen Amerikaanse soja meer zodra Trump zijn machtskaarten speelt en daarmee worden de VS meteen een zwakke speler. Dat is kwalijk voor Amerikaanse boeren, want als zij zo’n belangrijk product slecht kunnen verkopen ontstaat prijsdruk. En dus inkomensdruk op het boerenerf.Dat effect zie je terug in de noodgreep die erop volgt: extra steun. In december werd 12 miljard dollar aan aanvullende hulp goedgekeurd. Jongeneel plaatst de steun in een trend die de VS ook onder de Democraten al volgden: bij lage prijzen of marktproblemen loopt de overheidsrekening op. Over de laatste twintig jaar lagen de landbouwuitgaven gemiddeld rond 15 miljard dollar per jaar, maar die kunnen in een crisis snel omhoogschieten. In 2020 verdriedubbelden de landbouwuitgaven bijvoorbeeld in één jaar.Volgens Jongeneel schuilt het gevaar in de combinatie van handelsbeleid dat markten ontwricht en een systeem dat de schade vervolgens met publieke middelen probeert te dempen. Dat maakt boeren afhankelijk van politieke besluiten, vergroot onzekerheid en jaagt de rekening richting belastingbetalende burger. Beleid on holdDie onzekerheid wordt versterkt doordat de Farm Bill 2018 na een betalingsstop met één jaar is verlengd. Er had allang een landbouwhervorming moeten plaatsvinden die het agrarische handelstekort had moeten terugdringen via een nieuwe, langjarige Farm Bill. Uitgerekend Trump faalde daarin, terwijl Joe Biden er net mee was begonnen nadat Obama er ook een potje van had gemaakt.Hoewel er nog altijd Amerikaanse boeren zijn die Trump steunen, verwacht Jongeneel dat de echte afrekening later volgt, met 2026 als mogelijk jaar van de waarheid. In de&amp;nbsp;Frankfurter Allgemeine Zeitung&amp;nbsp;liet afgelopen week Christoph Gröblinghoff, baas van AGCO dat grote landbouwmachines verkoopt (waaronder Fendt), weten dat Amerikaanse boeren op dit moment niet erg happig zijn op zijn spullen. Ze zetten hun investeringen in de toekomst voorlopig&amp;nbsp;on hold.</content>
            
            <updated>2026-01-02T15:22:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[5 vaststellingen van Vlaamse landbouwstudenten op studiereis naar Denemarken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/5-vaststellingen-van-vlaamse-landbouwstudenten-op-studiereis-naar-denemarken" />
            <id>https://vilt.be/58418</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Enkele maanden geleden trokken de derdejaarsstudenten Agro- en Biotechnologie Landbouw van HOGENT op excursie naar Denemarken. Tijdens bedrijfsbezoeken, ontmoetingen met toeleveranciers en gesprekken met landbouwpioniers kregen ze een brede kijk op een sector die in veel opzichten verschilt van de Vlaamse, maar tegelijk herkenbare uitdagingen kent. De studiereis leverde vijf duidelijke vaststellingen op.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boeren" />
                        <category term="jonge boeren" />
                        <category term="binnenkijken bij boeren" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bdc95e52-8ca9-43c1-8ab8-207a76b962d4/full_width_schermafbeelding-2026-01-02-om-150203.png</image>
                                        <content>1. Deense landbouw is sterk ingebed in een internationale ketenBezoeken aan landbouwmechanisatiebedrijven zoals Lemken en Kverneland maakten duidelijk hoe groot het economische en strategische belang van de sector is. Efficiënte productie, innovatie en kwaliteitscontrole zorgen voor wereldwijde afzet, maar maken de sector ook gevoelig voor geopolitieke spanningen en internationale beleidskeuzes.2. Grootschaligheid sluit vakmanschap niet uitWaar grootschalige land- en tuinbouwbedrijven in Vlaanderen eerder uitzonderlijk zijn, gelden ze in Denemarken vaker als de norm. Op grote akkerbouw- en melkveebedrijven zagen de studenten dat schaalvergroting perfect kan samengaan met technisch vakmanschap, hoge productiviteit en doorgedreven management. Een bezoek bij de Vlaming Robin Kenis leverde een inspirerend verhaal op van ondernemerschap en ambitie. In 2023 nam de jonge Kempenaar samen met zijn vriendin een bestaand melkveebedrijf over in Denemarken. In drie jaar tijd bouwden ze de boerderij uit tot een bloeiend bedrijf met twee melkrobots en een jaarproductie van 14.200 kilogram meetmelk. 3. Productiemodellen verschillen sterk van de Vlaamse praktijkBeweiding van melkvee is in Denemarken eerder uitzondering dan regel en vooral verbonden aan biobedrijven of contracten. In andere gevallen blijven de koeien op stal. Tegelijk maakten innovatieve systemen en doorgedreven automatisering indruk door hun efficiëntie en arbeidseconomie. Op het bedrijf van de familie Jensen zagen de studenten hoe ‘batch milking’ daadwerkelijk in de praktijk verloopt. Zeven groepen koeien worden twee tot drie keer per dag gemolken door veertien robots, aan een tempo van 112 koeien per uur. 4. Uitdagingen zijn verrassend herkenbaarOndanks de verschillen kampen Deense landbouwers met gelijkaardige problemen als hun Vlaamse collega’s: bedrijfsovername, toegang tot grond en diergezondheid.&amp;nbsp;5. Duurzaamheid en circulariteit zijn expliciete beleidskeuzesDenemarken zet sterk in op circulaire landbouw. Een bezoek aan Ausumgaard gaf de studenten inzicht in de vergisting van mest en eiwitextractie uit gras. Overheidsbeleid maar het mogelijk om dierlijke mest economisch te valoriseren via biogasproductie. De studenten leerden dat bij de meeste bedrijven de mest eerst wordt vergist en pas daarna wordt opgeslagen nabij de percelen waar het wordt uitgereden.“Het was bijzonder om te zien hoe Denemarken landbouw en duurzaamheid verenigt”, zegt Steffie Denis, landbouwstudent bij HOGENT. “Deze reis heeft onze blik verruimd en inzichten gegeven die we kunnen gebruiken om onze Vlaamse land- en tuinbouw verder mee te vormen.”</content>
            
            <updated>2026-01-04T14:15:49+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse start-up maakt digitale opsporing van Aziatische hoornaar eindelijk schaalbaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-start-up-maakt-digitale-opsporing-van-aziatische-hoornaar-eindelijk-schaalbaar" />
            <id>https://vilt.be/58419</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Leuvense start-up 'IoTHubspot' brengt een nieuwe zend- en trackingtechnologie op de markt die het opsporen van nesten van de Aziatische hoornaar eenvoudiger, goedkoper en vooral schaalbaar moet maken. Met betaalbare microzendertjes en een gratis smartphone-app wil het bedrijf snelle tracering en registrering van deze invasieve exoot toegankelijk maken voor elke burger. De Vlaamse imkerverenigingen reageren hoopvol en spreken van een 'gamechanger'. De technologie zou beschikbaar zijn vanaf einde maart 2026.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="invasieve exoten" />
                        <category term="bij" />
                        <category term="technologie" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0123ef71-6a23-4ad8-a296-e72b91f22c1a/full_width_aziatische-hoornaar-primair-nest-vbi-nicky-torbeyns2.png</image>
                                        <content>De invasie van de Aziatische hoornaar is een groeiend probleem in Vlaanderen en vormt een bedreiging voor de imkerij, landbouw en biodiversiteit. IoTHubspot bestaat nog maar zes maanden, maar ambieert een doorbraak in de strijd tegen de invasieve exoot. IT-specialist Bart Vermeersch richtte het bedrijf op samen met een team van &#039;Technologie en Data&#039;-experten. Zelf is hij ook imker en zag hij hoe zijn bijenvolken steeds vaker werden aangevallen door de uitheemse wesp. Nesten worden niet succesvol opgespoordIn 2017 werden amper drie nesten van de Aziatische hoornaar geregistreerd, eind november 2025 waren dat er al bijna 25.000. “Toch wordt vandaag nog geen 20 procent van de nesten succesvol opgespoord of gemeld”, zegt Vermeersch. “En niet allen daarvan worden ook effectief vernietigd, zonder opschaling winnen we deze strijd niet.&quot; Te duur en te complexZendtechnologie wordt vandaag al ingezet bij de bestrijding van de hoornaar, maar nauwelijks op grote schaal. Volgens Vermeersch botst de huidige technologie op een aantal drempels. “Bestaande systemen zijn duur, complex en vragen opleiding en gespecialiseerd materiaal. Ze zijn geschikt voor professionelen, niet voor het brede publiek.”Vermeersch wil die obstakels wegwerken. Zijn uitgangspunt luidt: iedereen met een smartphone moet kunnen helpen. “We hanteren voor de track-and-trace het principe van ‘plug-and-play’. Je bevestigt een minuscuul zendertje aan de hoornaar en volgt live de vliegroute via de app. Geen extra apparatuur, geen training.” Een exacte prijs van het zendertje kan Vermeersch nog niet geven, maar stelt dat de aankoopprijs minder dan een kwart zal zijn van de huidige modellen. Volgen tot aan het nestDe microzendertjes hebben vandaag in hun ‘alfa-versie’ een bereik tot 320 meter. Maar dit signaal kan nog verder versterkt worden tot ruim 500 meter.“Een hoornaar kan uitzonderlijk tot twee kilometer van het nest vliegen, maar in de praktijk blijft die afstand veel kleiner”, zegt Vermeersch. “Met een permanent bereik tot 500 meter kunnen we tot 75 procent van de nesten bereiken.” Het zendertje is geschikt voor eenmalig gebruik en zou een batterijduur hebben van 6 tot 8 uur. “De precieze coördinaten en een permanente richtingsaanwijzer moeten het mogelijk maken om binnen een paar uur het nest gegarandeerd te vinden”, klinkt het.Via de smartphone-app Hoornaarspotter volgt de gebruiker live de vliegroute tot aan het nest. De technologie werd getest in uiteenlopende omgevingen: van stedelijke zones tot landbouwgebied en bos.Ook passieve tracking is mogelijk via perimeterbewaking. Zo kunnen risicogebieden sneller in kaart worden gebracht en kan preventief worden opgetreden. “Dankzij een voortdurende registratie en een visuele weergave van hotspots en vliegroutes kunnen imkers of fruittelers hun percelen monitoren&quot;, klinkt het. De nieuwe technologie wordt alvast enthousiast onthaald door de Vlaamse imkerverenigingen. “Voor het eerst zien we een technologische oplossing die aansluit bij de realiteit op het terrein&quot;, reageert Frans Daems, voorzitter van de Limburgse Imkersbond. &quot;Als dit breed wordt uitgerold, kan dit het verschil maken voor imkers, biodiversiteit en de motivatie van vrijwilligers die nesten opsporen.&quot; Van opsporing naar efficiënte verdelgingDe technologie moet niet alleen helpen bij het vinden van nesten, maar ook bij een efficiëntere organisatie van de bestrijding. Vermeersch stelt dat snelle en effectieve verdelging vandaag vaak ontbreekt door onnauwkeurige meldingen. Hierdoor rukken verdelgers vaak meerdere keren uit naar dezelfde zone, soms zonder resultaat. “Met exacte GPS-coördinaten en statusupdates – gespot, actief of vernietigd – kunnen we veel gerichter werken”.Op termijn wil IoTHubspot de app automatisch koppelen aan VespaWatch, zodat erkende verdelgers in de buurt meteen een melding krijgen. Dat moet frustratie bij vrijwilligers verminderen en de inzet van middelen optimaliseren. Focus op primaire nestenVolgens Vermeersch ligt de grootste winst niet alleen bij het opsporen van secundaire nesten, maar vooral bij het vroegtijdig detecteren van primaire nesten. Die ontstaan in het voorjaar en liggen aan de basis van de snelle populatiegroei later op het seizoen.“Als je pas jaagt op secundaire nesten, ben je eigenlijk al te laat”, zegt Vermeersch. “Zeker als deze vóór eind september ook nog niet vernietigd zouden zijn. Dan zijn immers al honderden nieuwe koninginnen gevormd die zullen uitvliegen”.Tests tonen aan dat zelfs jonge werksters van de Aziatische hoornaar een microzendertje tot 120 milligram kunnen dragen zonder dat hun vliegcapaciteit wordt beperkt. De huidige modellen op de markt wegen meer, en zijn hierdoor niet geschikt voor werksters uit primaire nesten, die kleiner zijn.De nieuwe zendertjes met een maximum gewicht van 120 milligram openen dus perspectieven om ook in een vroege fase nesten te lokaliseren en zo de cyclus te doorbreken. Ook Daems benadrukt dat punt. “Met deze technologie kunnen we veel vroeger in het seizoen nesten opsporen. Dat verlaagt de kost, beperkt het gebruik van gif en verhoogt de slaagkans aanzienlijk.”Daarnaast blijft het selectief vangen van koninginnen in de lente en in de herfst aanbevolen door Vlaamse imkerbonden, want ze doorbreken evenzeer de reproductie-cyclus van de koningin. Data als beleidsinstrumentNaast hardware en software wil IoTHubspot ook inzetten op objectieve data. Door nestlocaties en vliegpatronen te analyseren, krijgen onderzoekers en overheden beter zicht op de verspreiding en migratie van de soort. “Met betere data kunnen we beleid helpen onderbouwen om gerichter in te grijpen.” Het bedrijf wenst daarom met enkele stakeholders, zoals het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), Honeybee Valley en imker-koepelorganisaties aan tafel te zitten om deze kennisdeling te versterken.De technologie is daarnaast universeel inzetbaar. Van kleine insecten tot grotere dieren zoals marters of eekhoorns, en zelfs toepassingen in de wijnbouw, fruit- en tuinbouw zijn mogelijk. Opschalen met duizenden burgersVermeersch en zijn team werken momenteel aan de finale hardware en beschikt over een productielijn die van 5.000 tot 500.000 zendertjes per batch kan leveren. “De echte kracht zit in de schaal”, benadrukt Vermeersch. “Als duizenden burgers meedoen, kunnen we een groot verschil maken. Naast de 5.000 aangesloten imkers die Vlaanderen alleen al rijk is, zijn er nog duizenden niet aangesloten burger-imkers die evenzeer hun kasten willen beschermen”.Daems sluit zich daarbij aan: “Als burgers mee kunnen helpen, vergroten we onze slagkracht enorm. Dat is precies wat deze technologie mogelijk maakt.”Hoewel de focus voorlopig op Vlaanderen ligt, ziet het Leuvense bedrijf ook een rol op Europese schaal. “De hoornaar houdt zich niet aan grenzen. Uitroeien is een illusie, maar beheersen is haalbaar – met de juiste technologie en samenwerking over alle grenzen heen, met iedereen die hetzelfde doel voor ogen heeft; het behoud van een leefbare, biodiverse omgeving met een overvloed aan betaalbare land- en tuinbouwproducten. En hiervoor moeten beginnen met de bescherming van onze beste en belangrijkste bestuiver: de honingbij, die goed is voor 30 procent van alle voedsel dat we eten.”</content>
            
            <updated>2026-01-03T11:50:19+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hogere productie, maar forse omzetdaling bij REO]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hogere-productie-maar-forse-omzetdaling-bij-reo" />
            <id>https://vilt.be/58420</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na enkele recordjaren op rij daalde de omzet van REO uit Roeselare vorig jaar met zeven procent, terwijl de productie juist steeg. “In de zomer was er een overaanbod in Europa en door het warme najaar sloeg de consumptie van winterproducten tegen”, verklaart REO de reden waarom er lage prijzen werden neergelegd voor verschillende groenten. Vooral witloof scoorde erg slecht (-48%). Aardbeien deden het dan weer goed, net zoals tomaten.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fb8a5c13-d4f0-46cb-a1a1-b327d911b473/full_width_reodakserre-timvandevelde.jpg</image>
                                        <content>Ondanks de hogere aanvoer van groenten en fruit daalde de omzet van REO vorig jaar met zeven procent ten opzichte van 2024 en kwam die uit op&amp;nbsp;231,5&amp;nbsp;miljoen euro. “In de meeste groentegewassen werd meer geproduceerd en aangevoerd, maar deze hogere volumes hebben zich onvoldoende vertaald in een beter inkomen. Integendeel, de sterke druk op de prijzen heeft ervoor gezorgd dat de totale opbrengst voor groenten is gedaald”, klinkt het.&amp;nbsp;REO-voorzitter Dirk Declercq verklaart&amp;nbsp;het mindere resultaat&amp;nbsp;door het grote aanbod. “We kregen&amp;nbsp;hier&amp;nbsp;te maken met een warme&amp;nbsp;droge&amp;nbsp;zomer. Dat drukte de productie in Vlaanderen, maar elders in Europa lag de productie juist hoog en was er een enorm overaanbod, met dalende prijzen als gevolg.”&amp;nbsp;Overaanbod in Europa en lage consumptie&amp;nbsp;In het najaar hadden de telers door het warme&amp;nbsp;vochtige&amp;nbsp;weer juist te maken met zeer groeizame omstandigheden, waardoor de productie van vooral wintergroenten enorm steeg en de mindere productie door de zomer werd ingehaald. “Daar stond tegenover dat door het warme najaarsweer de vraag naar wintergroenten slecht was”, aldus Declercq.&amp;nbsp; De omzet van witloof daalde met 48 procent Overaanbod in Europa en lage consumptie&amp;nbsp;In het najaar hadden de telers door het warme&amp;nbsp;vochtige&amp;nbsp;weer juist te maken met zeer groeizame omstandigheden, waardoor de productie van vooral wintergroenten enorm steeg en de mindere productie door de zomer werd ingehaald. “Daar stond tegenover dat door het warme najaarsweer de vraag naar wintergroenten slecht was”, aldus Declercq.&amp;nbsp;Vooral witloof werd het kind van de rekening. Het witte goud staat traditioneel hoog in de top tien van grootste inkomstenbronnen van REO, maar is vorig jaar naar nummer zes gezakt. Er werd tien procent meer witloof aangevoerd (17 miljoen kilo), maar de omzet daalde met maar liefst 48 procent tot 13 miljoen euro. “De groente is steeds minder populair, vooral onder jongeren, en een overproductie laat zich snel voelen in de prijszetting”, klinkt het.&amp;nbsp; De cijfers tonen aan dat meer produceren, niet automatisch leidt tot meer inkomen Ook komkommer en prei hadden het moeilijk, nochtans jarenlang de belangrijkste producten van de veiling uit Roeselare. Prei bracht 18 procent (30,5 miljoen euro) minder op dan in 2024, terwijl de productie 3,5 procent hoger was. “Hier werd zeker het warme najaar en de beperkte consumptie gevoeld&quot;, verklaart Declerq.Slecht jaar voor veel telers&amp;nbsp;De lagere opbrengsten bij REO drukten op de inkomens van de telers. “Voor een aanzienlijk deel van onze telers was 2025 dan ook economisch moeilijk, en in sommige gevallen zelfs een verlieslatend jaar”, klinkt het. Doordat de kosten voor arbeid, energie en productiemiddelen toenemen, weegt volgens de veiling zelfs een beperkte omzetdaling zwaar door op het bedrijfsresultaat.&amp;nbsp;Deze cijfers&amp;nbsp;onderstrepen&amp;nbsp;volgens REO dat de sector voor een structurele uitdaging staat. “De cijfers tonen duidelijk aan dat meer produceren niet automatisch leidt tot meer inkomen. De toekomst van onze telers ligt in een betere afstemming tussen aanbod en markt, in meer sturing op waarde en in samenwerking doorheen de keten”, klinkt het.&amp;nbsp; Masterplan 2.0 naar toekomst&amp;nbsp;&amp;nbsp;REO Veiling heeft vorig jaar zelf een reeks veranderingen ingezet waarmee het beter denkt te kunnen inspelen op de vraag uit de markt. Declercq wijst daarbij op het &#039;Masterplan REO 2.0&#039;, waarbinnen veranderingen binnen organisatie, werking en infrastructuur gepland zijn.&amp;nbsp;Zo worden dit jaar de koelcellen vervangen en wordt er 24/7-koelcapaciteit toegevoegd aan de bestaande infrastructuur. “Telers en klanten kunnen op deze manier op elk moment van de dag groenten brengen of halen. Met een inlogpas krijgen ze toegang tot de loods”, vertelt Declercq.&amp;nbsp;Voor de witlooftelers zullen de REO-verkopers een extra stapje bijzetten. “We willen meer promotie maken en nog&amp;nbsp;proactiever&amp;nbsp;de markt op. We willen bijvoorbeeld supermarktketens benaderen voor promo-acties als we voelen dat er een grote productie aankomt”, vertelt Declercq.&amp;nbsp; Tomaten en aardbeien scoren goed&amp;nbsp;Tegenover de slechte resultaten stonden vorig jaar ook goede resultaten voor sommige productgroepen. Zo vertaalde een licht verhoogde productie (+2%) zich in zeven procent meer omzet voor tomaten. Met 57 miljoen euro is de tomaat met voorsprong de belangrijkste groente bij REO, gevolgd door prei (30 miljoen euro) en aardbei (29 miljoen euro).&amp;nbsp;De opbrengst uit aardbeien steeg vorig jaar met 19 procent en hield gelijke tred met de productiestijging. “Tomaten en aardbeien waren twee producten die het dit jaar wel goed gedaan hebben en die hun prijs behouden hebben. We zien dat de consumptie van tomaten en aardbeien jaar na jaar verhoogt”, duidt Declercq de groei van deze twee productgroepen.&amp;nbsp;Mede door de koerswijziging met REO 2.0 houdt Declercq, zelf krulandijvie- en slateler, vertrouwen in de toekomst. Ook de prijszetting is de voorbije tien dagen flink verbeterd, stelt hij. “Door het winterweer zijn de consumptie en de prijsvorming flink aangetrokken. Het is te hopen dat dit zich doortrekt”, besluit hij.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-01-04T14:14:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese landbouwprijzen stijgen, vooral voor rundvee en eieren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-landbouwprijzen-stijgen-vooral-rundvee-en-eieren" />
            <id>https://vilt.be/58421</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese ramingen voor 2025 tonen dat de gemiddelde prijs van landbouwproducten in de EU met drie procent is gestegen ten opzichte van 2024. Ook de inputprijzen voor landbouw zijn gestegen, maar minder sterk, namelijk met minder dan één procent. Deze stijging van de landbouwprijzen volgt op een lichte daling in 2024. Van 2021 tot 2023 zijn de prijzen telkens gestegen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselprijzen" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fea97bee-fc42-461c-b16e-40c1ec1f860d/full_width_vlees-supermarkt.jpg</image>
                                        <content>De sterkste stijgingen zien we bij rundvee (+26%) en eieren (+23%). Ook de prijzen van fruit en melk zijn toegenomen, beiden met tien procent. Pluimvee is gestegen met negen procent.De melkprijzen in 2025 waren hoger dan in 2024 in alle EU-landen, behalve in Griekenland, waar ze met drie procent daalden. De grootste prijsstijgingen werden waargenomen in Denemarken (+21%), Estland (+20%) en zowel Litouwen als Tsjechië (+17%). Olijfolie en aardappelprijzen fors gedaaldDaarentegen waren er aanzienlijke dalingen voor olijfolie (-37%) en aardappelen, met inbegrip van pootaardappelen (-22 %), en kleinere dalingen voor varkens (-6 %) en granen (-1 %). Een kanttekening bij de forse daling voor olijfolie: deze productprijzen kenden in 2024 een ongewone piek, omdat de oogsten massaal mislukten vanwege de droogte. In 2025 was er dan weer sprake van een forse prijsverlaging door overproductie, in die mate dat Spaanse producentenorganisaties aan de alarmbel trokken.Wat de landbouwinputs betreft, waren er gematigde prijsstijgingen voor meststoffen en bodemverbeteraars (+5%) en voor veterinaire uitgaven (+3%). De prijzen daalden echter voor energiesmeermiddelen (-2%), zaden en plantgoed en gewasbeschermingsmiddelen (elk -1%).De Europese cijfers lopen niet overal gelijk met de Belgische trends. Hoe de prijzen zijn geëvolueerd in ons land, lees je hier.</content>
            
            <updated>2026-01-05T12:10:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerennatuur Vlaanderen zoekt kandidaten voor de Koperen Kievit-award]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerennatuur-vlaanderen-zet-andermaal-agro-ecologische-landbouwpraktijken-in-de-kijker-en-zoekt-kandidaten" />
            <id>https://vilt.be/58422</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Boerennatuur Vlaanderen zal voor de tweede keer de ‘Koperen Kievit’-award uitreiken. De prijs wil bij het brede publiek de inspanningen van land- en tuinbouwers op het gebied van landschap, biodiversiteit, bodem en water onder de aandacht brengen. De award wil ook collega-landbouwers inspireren. Landbouwers die agro-ecologische inspanningen leveren, kunnen zich tot 28 februari inschrijven voor de award.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/3df24730-8c86-4115-afa2-ffaa064c1560/full_width_koperen-kievit.jpg</image>
                                        <content>Met de ‘Koperen Kievit’-award wil Boerennatuur Vlaanderen de inspanningen van land- en tuinbouwers voor de boerennatuur in de kijker zetten. “Er zijn heel wat mooie en inspirerende initiatieven van land- en tuinbouwers met betrekking tot boerennatuur die nog te weinig maatschappelijke waardering krijgen”, zegt André D’Eer, landbouwer en voorzitter van Boerennatuur Vlaanderen.“Dit gaat van het bevorderen van biodiversiteit, het beheren of aanleggen van kleine landschapselementen tot inspanningen voor de bodemkwaliteit of waterconservering”. Met de award wil Boerennatuur dergelijke inspanningen voor het voetlicht brengen om zo collega-landbouwers te inspireren en het grote publiek te informeren. “We moedigen dan ook alle land- en tuinbouwers aan om deel te nemen en hun inspirerende voorbeelden met ons te delen”, klinkt het.Volgens Sven Defrijn, directeur van Boerennatuur Vlaanderen, is de keuze voor de kievit als symbool van de award allesbehalve toevallig. “De kievit is een herkenbare akker- en weidevogel en staat symbool voor de nauwe band tussen landbouw en natuur. Net die verbinding willen we met deze award in de kijker zetten.” Het is voor de tweede keer dat Boerennatuur Vlaanderen de award organiseert. Twee jaar geleden mocht Jos Depotter, akkerbouwer uit Koksijde, als allereerste de ‘Koperen Kievit’-award in ontvangst nemen. “Het maakt iets los, die erkenning. We steken er zoveel tijd en energie in, maar vaak blijft dat onder de radar. En dan krijgen we door die award plots de erkenning: je bent goed bezig, dat raakt.”Depotter werkt als akkerbouwer al meer dan tien jaar aan een goede bodemstructuur. Zo past hij minimale grondbewerking toe en past hij een directe inzaai van groenbedekkers toe bij het dorsen van de granen. Twee jaar geleden startte hij met mechanische onkruidbestrijding. De akkerbouwer zaait daarnaast op stroken faunavoedselgewassen in en voorziet nestgelegenheid voor de torenvalk, kerkuil en steenuil. Ik weet dat veel landbouwers soms bang zijn voor het etiket ‘natuur’ of ‘agro-ecologie’. Dat is jammer. Wat wij doen, is eigenlijk gewoon boeren. Dit jaar wordt de award bij het bedrijf van Depotter uitgereikt. “Ik weet dat veel landbouwers soms bang zijn voor het etiket ‘natuur’ of ‘agro-ecologie’. Dat is jammer. Wat wij doen, is eigenlijk gewoon boeren: gewone teelten, gewone praktijken. Alleen hebben we oog voor duurzaamheid omdat dat nodig is om te blijven bestaan”, zegt hij.Land- en tuinbouwers die willen deelnemen aan de Koperen Kievit-award kunnen zich inschrijven tot zaterdag 28 februari 2026. Het team van Boerennatuur Vlaanderen selecteert daarna vijf landbouwers die kans maken op de award en bijhorende prijzen. De uiteindelijke winnaar wordt bepaald door het aantal verzamelde stemmen. Dit wordt bekendgemaakt tijdens de uitreiking op donderdag 25 juni 2026 in Koksijde.</content>
            
            <updated>2026-01-05T13:49:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voedsel schenken aan goede doel wordt eenvoudiger]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voedsel-schenken-aan-goede-doel-wordt-eenvoudiger" />
            <id>https://vilt.be/58423</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Aan het goede doel schenken in natura wordt eenvoudiger. Dit nieuws brengen Comeos, Fevia, Goods to Give en de Federatie van Belgische Voedselbanken. Vandaag is het in bepaalde situaties nog altijd fiscaal voordeliger om onverkocht voedsel en levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen te vernietigen dan ze te schenken. Dat leidt tot onnodige verspilling.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedsel" />
                        <category term="voedselverlies" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b20b9e93-b3e7-4f56-a803-da6972b7eff9/full_width_voedselpakket-1-1-imageorigi.jpeg</image>
                                        <content>Armoedeorganisaties kunnen steeds moeilijker voldoen aan de snel stijgende vraag naar ondersteuning. Toch wordt er nog altijd veel voedsel weggegooid. Want voedsel vernietigen, is fiscaal voordeliger dan schenken. De federale regering heeft nu concrete maatregelen afgeklopt die de fiscale discriminatie tussen schenking en vernietiging deels rechtzetten. Dat meldt de Federatie van Belgische Voedselbanken op zijn website.De voedselbanken geven aan dat zulke maatregelen welkom zijn. “Zeker omdat de middelen voor voedselhulp fors worden teruggeschroefd en voedselbanken vanaf 2026 met aanzienlijk minder middelen meer mensen zullen moeten helpen”, schrijven de voedselbanken.Vrijstelling btw versoepeldIn principe wordt de schenking van voedingsmiddelen onderworpen aan btw. Voor bepaalde voedingsmiddelen geldt vandaag al een uitzondering, maar dit kan enkel onder strikte voorwaarden. Zo moet het onder andere gaan om goederen die niet langer onder normale commerciële voorwaarden kunnen worden verkocht, en waarvan de resterende houdbaarheid beperkt is tot 15 dagen. Is aan die voorwaarden voldaan en gebeurt de schenking aan een erkende instelling? Dan kan die fiscaal neutraal plaatsvinden en is geen btw verschuldigd. Volgens de voedselbanken is die termijn van 15 dagen voor veel producten te kort.&amp;nbsp;Het maakt dat voedingsmiddelen die nog perfect veilig en geschikt zijn voor consumptie, niet in aanmerking komen voor fiscaal neutrale schenking. Daarom worden ze vaak vernietigd. “Dit zorgt voor verspilling die ecologisch en sociaal moeilijk te verantwoorden valt”, melden de voedselbanken.Voor schenkende ondernemingen, zoals voedingsbedrijven of supermarkten, wordt de regeling rond resterende houdbaarheid opgetrokken van 15 dagen naar 30 dagen. Voor schenkingen van lang of zeer lang houdbare producten door ondernemingen die niet rechtstreeks aan de consument verkopen, zoals voedingsbedrijven, is een termijn van zes maanden voorzien.Dat zulke maatregelen nodig zijn om voedselverspilling tegen te gaan, is al langer duidelijk. Rond kerst dreigde nog de vernietiging van 50 ton zoete aardappelen bij een landbouwer uit Lier, omdat ze te groot of te klein waren voor de supermarkt. In het West-Vlaamse Diksmuide heeft een landbouwkoppel dan weer 28 ton boontjes weggegeven. Na de brand bij verwerker Horafrost was er bij meerdere groentetelers een oogstoverschot. Non-food ook eenvoudigerOok andere schenkingen in natura moeten eenvoudiger verlopen. Voor de schenking van onverkochte niet-voedingsmiddelen is in theorie btw verschuldigd, met uitzondering van een beperkte lijst van goederen. De federale regering zal deze lijst herzien en uitbreiden. Zo wordt de schenking van menstruatieproducten, schoonheids- en verzorgingsproducten, schoonmaakmiddelen, babyverzorgingsproducten en schoolmateriaal voordelig. Tegelijk neemt de lijst nu productcategorieën op die tot nu toe expliciet waren uitgesloten. Denk aan elektrische scheerapparaten, meubilair, matrassen en bijverwarmingstoestellen. Ook bedframes maken voortaan deel uit van de lijst. “Dit is een positieve evolutie, aangezien net naar deze producten op het terrein veel vraag bestaat”, aldus Comeos, Fevia, Goods to Give en de Federatie van Belgische Voedselbanken in een gemeenschappelijk statement.</content>
            
            <updated>2026-01-05T21:42:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[500 landbouwers ingezet bij zout strooien en sneeuwruimen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/500-landbouwers-ingezet-bij-zout-strooien-en-sneeuwruimen" />
            <id>https://vilt.be/58424</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zo’n 500 land- en tuinbouwers houden wegen en parkings sneeuw- en ijsvrij. Sinds nieuwjaarsdag hebben ze al meer dan 3.000 opdrachten volbracht: van het strooien van zout tot het ruimen van sneeuw op fietspaden, straten, parkings en zelfs luchthavens. Dat meldt Boerenbond.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/683f9a89-033b-4e4e-b45e-1c3c030a87fa/full_width_img-20260105-wa0003.jpg</image>
                                        <content>Lokale besturen, bedrijven, luchthavens en defensiekazernes doen beroep op de landbouwers om hun terreinen veilig berijdbaar te maken in de winterdagen.&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;De land- en tuinbouwers en loonwerkers voeren diverse opdrachten uit. Verschillende steden en gemeenten en het Agentschap Wegen &amp;amp; Verkeer schakelen landbouwers in om straten en fietspaden te bestrooien. Retailers, productie- en distributiecentra rekenen op hen om hun parkings sneeuw- en ijsvrij maken. Luchthavens doen een beroep op de landbouwers zodat vliegtuigen veilig kunnen opstijgen en landen. ​&amp;nbsp; Werkers in aannemingOngeveer 300 boeren worden aangestuurd door de organisatie Werkers in Aanneming, een divisie van Werkers. Het bedrijf heeft tal van opdrachtgevers, van gemeenten tot bedrijven en luchthavens. “Sinds dit jaar houden we ook de luchthaven van Charleroi sneeuw- en ijsvrij. Hiervoor zetten we onder meer Waalse boeren in”, vertelt Jesse Reweghs, adjunct-directeur van Werkers.Een van de landbouwers die onder de vlag van Werkers opereert, is Jef Burm. Hij runt samen met zijn vrouw een melkveebedrijf in Melsele. &quot;Het is een mooie aanvullende verdienste&quot;, vertelt Burm, die in bijberoep ook actief is als tuinaanlegger.De jonge melkveehouder is de voorbije drie nachten uitgerukt. &quot;Ik hou voor Werkers de sites van zorgcentrum Zorgpunt Oost en West (regio Beveren en Sint-Niklaas, red.) ijs- en sneeuwvrij&quot;, vertelt de Oost-Vlaming die ook de komende dagen weer paraat staat. Naast Werkers hebben boeren ook rechtstreeks contact met bijvoorbeeld gemeenten. In totaal worden 500 Vlaamse boeren ingezet voor de winterwerken, schat Boerenbond. Volgens de landbouworganisatie hebben deze land- en tuinbouwers sinds Nieuwjaar al meer dan 3.000 opbrachten volbracht.”&amp;nbsp;“Onze land- en tuinbouwers werken dag en nacht om wegen, parkings en fietspaden veilig te maken. Ze doen hun uiterste best om mensen zo veilig mogelijk de baan op te laten gaan. Dankzij de inzet van vele van onze boeren blijven we ook bij winterweer bereikbaar en veilig,” klinkt het bij Boerenbond-voorzitter Lode Ceyssens.</content>
            
            <updated>2026-01-05T15:47:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Weg met mango's en avocado's? Frankrijk wil alle producten met verboden gewasbescherming verbieden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/weg-met-mangos-en-avocados-frankrijk-wil-alle-producten-met-verboden-gewasbescherming-verbieden" />
            <id>https://vilt.be/58425</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Frankrijk zal eenzijdig de invoer van voedingsmiddelen met residuen van in Europa verboden gewasbeschermingsmiddelen opschorten. Dat heeft premier Sébastien Lecornu zondag bekendgemaakt op X. Lecornu vernoemt hierbij avocado’s, mango’s, guaves, citrusvruchten, druiven en appels “uit Zuid-Amerika of elders”. Deze zijn enkel nog welkom op Franse bodem als ze geen residu van verboden middelen bevatten. Ook meloenen, kersen, aardbeien of aardappelen worden concreet vernoemd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/509f95af-85f0-48a2-86a2-42d7575c29b4/full_width_avocado.jpg</image>
                                        <content>De nieuwe regels zullen de invoer verhinderen van producten met verboden stoffen zoals mancozeb, glufosinaat, thiofanaat-methyl en carbendazim. Europese landbouwers mogen deze producten niet gebruiken, maar ze zijn wel gangbaar bij de productie van Zuid-Amerikaanse voedingsmiddelen die we ook bij ons consumeren. Frankrijk wil niet langer dat verboden stoffen via deze omweg nog het land binnenkomen. “Op initiatief van de minister van Landbouw zal er de komende dagen een decreet worden uitgevaardigd”, schrijft Lecornu op sociale media.Lecornu zegt ook dat een gespecialiseerde brigade strengere controles zal uitvoeren om ervoor te zorgen dat de gezondheidsnormen worden nageleefd. “Importproducten, ongeacht waar ze vandaan komen, moeten aan onze normen voldoen”, schrijft minister van Landbouw Annie Genevard op X. “Frankrijk geeft het goede voorbeeld in Europa door dit decreet uit te vaardigen dat betrekking heeft op meer dan een dozijn voedingsmiddelen.”Goedkeuring van Europa nodigFrankrijk neemt hier de vlucht vooruit, maar eigenlijk kan het land niet zelfstandig zulke invoerbeslissingen nemen, aangezien handel een bevoegdheid van de EU is. Daarom moet het decreet ook groen licht krijgen van de Europese Commissie. Minister van Landbouw Annie Genevard zal woensdag naar Brussel gaan om dat te bewerkstelligen, meldt persagentschap AFP.Lecornu en landbouwminister Genevard lichten hun landbouwvisie toe in een open brief aan alle Franse landbouwers. Hoewel deze beslissing voor hen als muziek in de oren moet klinken, spaart men de kritiek niet. Midden januari ondertekent de EU immers het Mercosur-handelsakkoord, dat de import van Zuid-Amerikaanse goederen naar de EU net moet faciliteren. Charme-offensiefHoewel Frankrijk zich steeds kritisch heeft gepositioneerd tegenover dit akkoord, is het nog niet duidelijk of het zal voor- of tegenstemmen. De Franse president Emmanuel Macron heeft meer dan eens gesteld dat Zuid-Amerikaanse importen aan dezelfde eisen zullen moeten voldoen als Europese producten. Maar of dit zal worden opgenomen – en nageleefd - in het uiteindelijke akkoord, is nog maar de vraag. Opvallend: in de open brief van Lecornu en Gevenard wordt Mercosur niet eens vermeld.De Franse regering heeft de afgelopen periode heel wat goodwill verloren bij de landbouwers. Franse veehouders blokkeren nog steeds snelwegen om te protesteren tegen de aanpak van de lumpy skin disease bij rundvee. En hoewel Frankrijk zich opwerpt als kritische stem binnen het Mercosur-debat, kreeg Macron een stortvloed van kritiek over zich heen toen hij de toon even verzachtte. Na hevige kritiek en overleg met de eigen landbouwsector heeft Macron zijn standpunt als hardliner herbevestigd. Of dit nieuwe charmeoffensief voldoende zal zijn om de gemoederen te bedaren, is nog maar de vraag.Frankrijk is overigens lang niet het enige land waar de nakende Mercosur-deal tot protesten heeft geleid. Recent zijn er in Brussel nog 10.000 landbouwers op straat gekomen. In Duitsland werd begin deze week nog een nieuwe protestactie aangekondigd. Boeren zijn daar van plan om donderdag de op- en afritten naar snelwegen te blokkeren.</content>
            
            <updated>2026-01-05T21:38:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Natuurpunt: “Vlaanderen schiet tekort op tussentijdse balans Natuurherstelwet”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/natuurpunt-vlaanderen-schiet-tekort-op-tussentijdse-balans-natuurherstelwet" />
            <id>https://vilt.be/58426</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen doet momenteel onvoldoende om de bindende doelstellingen van de Europese Natuurherstelwet te halen. Dat stelt een coalitie van Belgische natuur- en milieuorganisaties nu de helft van de termijn voor het indienen van het nationaal uitvoeringsplan is verstreken. De organisaties roepen de Vlaamse regering op tot een dringende koerswijziging: “De klok tikt.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Natuurpunt" />
                        <category term="natuurherstelwet" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f612142c-9b3f-444b-adc5-dfc6de87c400/full_width_demervallei-natuurpunt.jpg</image>
                                        <content>De Europese Natuurherstelwet verplicht lidstaten om aangetaste ecosystemen tegen 2050 opnieuw in een goede staat te brengen. Tegen september 2026 moeten alle lidstaten daarvoor een nationaal natuurherstelplan indienen bij de Europese Commissie. Dat plan moet onder meer gedetailleerd beschrijven welke herstelmaatregelen worden genomen.Vlaanderen ondermaats volgens natuurorganisatiesNu de helft van de voorbereidingstermijn voorbij is, maakt de Biodiversiteitscoalitie – een samenwerkingsverband van onder meer Natuurpunt, WWF, Greenpeace en Bond Beter Leefmilieu – de tussentijdse balans op. Voor België is het beeld “gemengd”, maar Vlaanderen springt er volgens de coalitie negatief uit. “Het Vlaams beleid schiet tekort op vier cruciale punten: ambitie, wetenschappelijke onderbouwing, financiering en publieke participatie”, klinkt het. Hekkensluiter in EuropaVolgens de coalitie is Vlaanderen vandaag hekkensluiter in Europa wat betreft de staat van Europees beschermde habitats en soorten. Toch is er weinig teken van versnelling. “Extra middelen blijven uit en concrete herstelmaatregelen op het terrein worden niet opgeschaald.”Begin 2025 liet het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) weten dat de Europese deadline voor een nationaal natuurherstelplan onhaalbaar was. België mikte toen op mei 2027, tien maanden later dan voorzien. Hoewel de Vlaamse regering recent aankondigde het plan alsnog tijdig te willen afronden, blijft volgens de organisaties het gebrek aan transparantie en inspraak een pijnpunt. Het brede publiek zou pas laat in het proces worden betrokken. Federaal marien plan als voorbeeld Dat het anders kan, toont volgens de coalitie het federale mariene natuurherstelplan. “Dat werd proactief opgestart, nog vóór de Natuurherstelwet definitief was goedgekeurd. Het plan is sterk wetenschappelijk onderbouwd, betrekt onderzoeksinstellingen en middenveldorganisaties en communiceert helder over de voortgang”, klinkt het. Op Europees niveau geldt het plan als een voorbeeld van goede praktijk en een mogelijke inspiratiebron voor de gewesten.“Natuurherstel is een investering”Volgens de Biodiversiteitscoalitie moet natuurherstel niet als een last, maar als een investering worden gezien. “De uitvoering van de Natuurherstelwet helpt hittestress beperken, beschermt tegen wateroverlast en droogte en versterkt de bodemkwaliteit voor duurzame voedselproductie”, zegt WWF-beleidsdirecteur Julie Vandenberghe.De organisaties pleiten voor structurele financiering tot 2050, het versneld uitvoeren van bestaand beleid – zoals maatregelen in Natura 2000-gebieden – en een actieve betrokkenheid van wetenschappelijke instellingen, middenveld en burgers. Daarnaast vragen ze een duidelijke ambitie: minstens 30 procent van de Vlaamse oppervlakte reserveren voor natuur en overal een degelijke basismilieukwaliteit realiseren.Ook de link met het vergunningenbeleid wordt benadrukt. “De stikstofcrisis is het gevolg van jarenlange beleidsstilstand”, zegt Mattias Bruynooghe van Natuurpunt. “Een robuustere natuur zorgt net voor meer rechtszekerheid voor alle sectoren.”“De kans is er nog”De boodschap aan de Vlaamse regering is volgens de coalitie duidelijk: de tijd dringt, maar ingrijpen kan nog. “Met een proactieve en ambitieuze strategie kan Vlaanderen de maatschappelijke en economische meerwaarde van natuurherstel maximaliseren”, besluiten de organisaties. “Door nu te investeren, vermijden we hogere kosten in de toekomst en bouwen we aan een veerkrachtige en welvarende leefomgeving voor iedereen.”</content>
            
            <updated>2026-01-07T10:59:28+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dit zijn de 10 best gelezen VILT-artikels van 2025]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dit-zijn-de-10-best-gelezen-vilt-artikels-van-2025" />
            <id>https://vilt.be/58427</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse land- en tuinbouwsector kijkt opnieuw terug op een bewogen jaar. Dierziekten zoals IBR en vogelgriep hielden de veehouderij in hun greep, terwijl de impact van het in 2024 goedgekeurde stikstofdecreet steeds duidelijker werd. Ook internationaal bleef het onrustig: handelstarieven aangekondigd door Trump, een op het nippertje uitgestelde Mercosurdeal en de oorlog in Oekraïne die zijn vierde jaar inging. Voor akkerbouwers bracht het afgelopen jaar niet veel goeds: zowel de aardappel- als de suikerprijzen stortten in. Dit waren de best gelezen artikels op VILT:</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b4ed80d7-a504-4c75-b7fb-3cb6d90c5506/full_width_emelie-laeremans.jpg</image>
                                        <content>Kalverhoudster verliest vergunde veeplaatsen door stikstof: &quot;Overheid is in gebreke gebleven&quot;De getuigenis van kalverhoudster Emelie Laeremans maakte duidelijk welke impact het stikstofdecreet heeft op het terrein. Zij moest 56 dierplaatsen inleveren omdat er nauwelijks reductietechnieken bestaan die op het bedrijf kunnen toegepast worden. Boerenbond noemde de deadline voor de tussentijdse reductie voor de rundveehouderij al in mei onrealistisch, maar toch bleef hij behouden. Dat zorgde voor veel onrust in de sector. In allerijl moesten heel wat rundveehouders nog op zoek naar een techniek voor stikstofreductie en dat zorgde onder meer voor overvolle orderboeken bij bedrijven die staluitrusting installeren. FDF-voorzitter is zijn koeien kwijt, maar blijft strijdvaardigDe afgelopen jaren werd Bart Dickens uit Arendonk bekend als de voorzitter van de Vlaamse tak van de activistische Nederlandse landbouworganisatie Farmers Defence Force. De uitzichtloze situatie voor veebedrijven in het Turnhouts Vennengebied en gezondheidsproblemen deden hem beslissen om in de uitkoopregeling van de Vlaamse overheid te stappen. Zijn emotionele getuigenis wist heel wat lezers te beroeren: &quot;Ik heb onderschat hoe moeilijk het was toen de koeien weg waren. Ik heb het er nog steeds moeilijk mee.&quot; Stikstofdepositie daalt met 10 procent, maar niet door de veehouderijOpmerkelijk nieuws in augustus: de achtergronddepositie van stikstof daalde met tien procent tegenover een maand eerder. Niet omdat de uitstoot plots daalde, maar wel omdat de rekenmethode werd aangepast op basis van nieuwe inzichten. Tegelijk werden veel stikstofnormen voor natuurgebieden strenger. Dat liet het kabinet van Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) weten. Dat gegoochel met cijfers was wetenschappelijk onderbouwd, lieten ook INBO, ANB en VITO weten. Voor de veehouders bleef de impact beperkt, maar voor een kleinere groep die al dicht bij de vergunningsdrempels aanzat, kon de herberekening wel gevolgen hebben. Parlement buigt zich over oude hoeves: slopen, bewonen of behouden?Met meer stoppers dan starters komen er heel wat landbouwbedrijven leeg te staan. Waar die hoeves in het verleden erg in trek waren bij gegoede burgers die op zoek zijn naar ruimte en een idyllische omgeving, worden steeds meer vragen gesteld bij zonevreemde functiewijzigingen. Dat dit zowel op het terrein als in het parlement voor heel wat hoofdbrekens zorgt, bewijzen de artikels die VILT over dit onderwerp schreef. Steevast halen ze hoge leescijfers, wat erop wijst dat er heel veel vragen leven over wat wel en niet kan met die oude hoeves. Handelaar-veehouder laat bedrijf aan zoon en vertrekt naar WalloniëIn de zomerreeks van 2025 trok VILT over de taalgrens. We gingen in gesprek met Vlamingen die uitgeweken zijn naar Wallonië omwille van de mogelijkheden en de betaalbare landbouwgronden. Ook veehandelaar en rundveehouder Gislain Van Reusel trok weg uit Vlaanderen om zo zijn zoon op het bedrijf in Retie alle ruimte te geven. Hij bouwde op zijn beurt een bedrijf uit in Vielsalm met 300 dieren die hij op extensieve wijze houdt op 124 hectare grond. Studie: &quot;Geef boeren 1.000 euro per hectare en milieucrisis is opgelost&quot;Een studie van de Nederlandse &quot;onafhankelijke duurzaamheidsorganisatie&quot; Urgenda deed in februari vorig jaar heel wat stof opwaaien. Volgens de studie zouden boeren met een toelage van 1.000 euro per hectare hun bedrijfsvoering kunnen aanpassen. Zo zou het stikstofprobleem als het ware verdwijnen en de impact van landbouw op vlak van water, biodiversiteit en natuur veel beperkter zijn. Al gauw kwam er kritiek op de studie omdat die te kort door de bocht gaat. Ook bio-econoom Tessa Avermaete was die mening toegedaan. Steeds meer oude hoeves worden luxewoning en daar betaalt iedereen aan meeDaar zijn de oude hoeves opnieuw. Uit cijfers blijkt dat het aantal aanvragen om actieve landbouwbedrijven om te zetten naar zonevreemde woningen op vijf jaar tijd zijn verdrievoudigd. Dat zorgt voor heel wat maatschappelijke kosten. Zo zouden zowel boeren als burgers een hoge prijs bepalen voor de versnippering van het platteland. De kostprijs zou oplopen tot 1,7 miljard euro per jaar. Zowel landbouworganisaties als parlementsleden dringen daarom bij de minister aan op actie. Vijftien landbouwbedrijven moeten wijken voor vernattingsprojectDe Roerdompstraat in Geel ademt een stukje landbouwgeschiedenis uit. Zo&#039;n 75 jaar geleden werd een moerasgebied er droog gelegd en werden er grote melkveebedrijven gebouwd. Landbouwers met de juiste kwalificaties kregen de kans om die uit te baten. Een kwarteeuw later is de visie van de overheid veranderd en moet het gebied in zijn oorspronkelijke staat, als vennengebied, hersteld worden. Dat heeft verregaande gevolgen voor 15 melkveebedrijven in de regio: hun bedrijf kan in zijn oorspronkelijke vorm niet verder blijven bestaan. &quot;Het is schrijnend om te zien hoe moderne, gespecialiseerde bedrijven worden weggepest&quot;, reageerde de lokale landbouwschepen op het verhaal. Na bommen nu beesten: Oekraïense landbouw geteisterd door zwermen sprinkhanenAl bijna vier jaar lang woedt de oorlog in Oekraïne. Dat vergde enorme aanpassingen aan de landbouwbedrijven om de voedselproductie in het land op peil te houden. Afgelopen zomer kwam daar nog een bijkomende uitdaging bij: duizenden sprinkhanen deden zich tegoed aan de zonnebloemen, grassen en andere gewassen op de Oekraïense velden. Niet louter een natuurverschijnsel, zo stelden ambtenaren, maar een rechtstreeks gevolg van de oorlog met Rusland. De grote middelen werden ingezet om het natuurfenomeen in te dammen en de voedselzekerheid in het land veilig te stellen. Telers vroege aardappelen maken zich zorgen over opbrengst en prijzenNa een aantal jaar met relatief goede aardappelprijzen kwam begin 2025 de ommekeer. De prijzen stuikten plots in elkaar en dat zorgde meteen voor bezorgdheid over de nieuwe oogst. Die bleek terecht, want de vraag naar vroege aardappelen kwam nooit op gang. Hoewel de droogte de opbrengst van de vroege aardappelen deed tegenvallen, bleven toch heel wat telers met hun aardappelen zitten. En ook voor de late oogst waren de gevolgen groot: enkel gecontracteerde aardappelen werden afgenomen en vrije aardappelen bleven in het veld of in de loods zitten.</content>
            
            <updated>2026-01-06T10:33:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoe Japan zijn berenprobleem opeet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-plaag-naar-bord-hoe-japan-zijn-berenprobleem-opeet" />
            <id>https://vilt.be/58428</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Japan is een escalerende berenplaag uitgegroeid tot een culinaire hype. Het land beleeft zijn zwaarste berenseizoen in decennia, met 13 dodelijke aanvallen in 2025. De overheid zet fors in op berenjacht en subsidieert tegelijk de verwerking en consumptie van het vlees. In restaurants zijn stoofpotten en gegrilde biefstukken van beer daardoor regelmatig uitverkocht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Japan" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9ddd7fe9-ba7b-4f01-b778-9fe766f6fe8c/full_width_schermafbeelding-2026-01-05-om-160228.png</image>
                                        <content>Japan kampt al jaren met een groeiend berenprobleem. Naar schatting leven er zo’n 56.000 beren. De dieren trekken steeds vaker richting dorpen en steden door de bevolkingskrimp op het platteland, veranderend landgebruik en mislukte eikel- en beukennootoogsten. Supermarkten, scholen en woonwijken vormen nieuwe foerageergebieden. Dat leidde in 2025 tot een recordaantal incidenten: 13 dodelijke slachtoffers en honderden gewonden.Om de berenaanvallen in te dammen, is het afschot fors opgevoerd, met zelfs inzet van politie en leger. In de eerste helft van vorig jaar werden al meer dan 9.100 beren gedood, meer dan in heel 2023 en 2024 samen, meldt de South China Morning Post. Een subsidiecampagne van de overheid wil nu dat het berenvlees op het bord verschijnt in plaats van in een kuil te verdwijnen.Eten als plaagbeheerHoewel het zeker geen alledaags gerecht is, wordt berenvlees al generaties lang gegeten in bergdorpjes in heel Japan. Nieuw is dat de overheid dit actief stimuleert. Gemeenten krijgen omgerekend ruim 100,6 miljoen euro aan subsidies voor afschot, verwerking en consumptie. Zo probeert Japan van overlast een economische kans te maken. &quot;Het is belangrijk om van wilde dieren die overlast veroorzaken iets positiefs te maken&quot; aldus het landbouwministerie. De aanpak heeft meerdere doelen. Minder beren betekent minder risico. Verwerking voorkomt verspilling van dierlijk eiwit. Verkoop creëert inkomsten in regio’s die kampen met vergrijzing en leegloop.Een groot deel van het berenvlees wordt echter nog steeds verspild, deels door een tekort aan door de overheid goedgekeurde verwerkingsbedrijven. Japan heeft 826 verwerkingsfabrieken voor wild vlees verspreid over het hele land. Maar slechts een handvol bevindt zich in het noorden, dat het zwaarst door de berenaanvallen is getroffen.Van noodzaak naar hypeOpvallend is hoe snel noodbeheer omslaat in een culinaire trend. De weinige gespecialiseerde restaurants die berenvlees serveren, zijn volledig volgeboekt. Media-aandacht, sociale netwerken en nieuwsgierigheid doen de rest. Influencers posten over hun eerste ‘beerervaring’, chefs presenteren het vlees als lokaal, robuust en authentiek.Berenvlees wordt daarbij niet als fastfood gepositioneerd, maar als delicatesse met een verhaal. Respect voor het dier, gebruik van het hele karkas en verbinding met het landschap zijn terugkerende thema’s. Dat narratief maakt het eetbaar - letterlijk en figuurlijk - voor een stedelijk publiek dat anders ver afstaat van jacht en plaagbeheer.</content>
            
            <updated>2026-01-06T20:08:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wordt Mercosurdeal dan toch ondertekend op 12 januari?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wordt-mercosurdeal-dan-toch-ondertekend-op-12-januari" />
            <id>https://vilt.be/58429</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie ziet "vooruitgang" in de onderhandelingen over de ondertekening van het vrijhandelsverdrag met het Latijns-Amerikaanse handelsblok Mercosur, zo heeft de woordvoerster van voorzitter Ursula von der Leyen maandag gezegd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e00feedc-f411-49be-a909-9e44b6673e69/full_width_boerenprotest-mercosur-boerenbond-copa-cogeca-december-2025.png</image>
                                        <content>&quot;Ik kan bevestigen dat er de voorbije twee weken besprekingen hebben plaatsgevonden en dat er vooruitgang is geboekt&quot;, zei de woordvoerster tijdens de dagelijkse persbriefing. Er is sprake van een ondertekening op 12 januari in Paraguay, maar dat wou ze niet bevestigen. &quot;Maar ik kan bevestigen dat we op de goede weg zijn om, hopelijk binnenkort, een ondertekening te voorzien.&quot;Von der Leyen wou eind vorig jaar naar Brazilië afreizen om haar handtekening te zetten onder het verdrag met het handelsblok van Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay. Maar ze stuitte op de Europese top van 18 december in Brussel op een blokkeringsminderheid aangevoerd door Frankrijk en Italië.Het persagentschap Bloomberg leerde echter van bronnen die vertrouwd zijn met het dossier dat Italië op het punt zou staan om van koers te veranderen en zijn steun zou verlenen voor het verdrag, wanneer de ambassadeurs van de EU-lidstaten zich op 9 januari opnieuw over het dossier buigen. Een woordvoerder van de Italiaanse regering weigerde dat te bevestigen.Informele bijeenkomst van Europese landbouwministersOp woensdag 7 januari komen de Europese landbouwministers alvast naar Brussel voor een informele bijeenkomst. De Commissie en het Cypriotische EU-voorzitterschap organiseren het overleg in de nasleep van de boerenprotesten die plaatsvonden in de marge van de top van 18 december. Die richtten zich onder meer tegen het verdrag met Mercosur.&amp;nbsp;Ook de financiering van de landbouwsector in de volgende meerjarenbegroting zal volgens het Cypriotische voorzitterschap naar verwachting ter sprake komen op het informele overleg, net als de wederkerigheid op het gebied van productienormen en invoercontroles en de gevolgen van de administratieve druk en de stijgende inputkosten voor landbouwers. Goed voor autobouwers, slecht voor landbouwOver het vrijhandelsakkoord met Mercosur is een kwarteeuw onderhandeld. Het verdrag zou de grootste vrijhandelszone ter wereld creëren en nieuwe afzetmogelijkheden kunnen bieden voor onder meer Europese autobouwers. Maar Europese landbouwers waarschuwen voor oneerlijke concurrentie op vlak van een aantal producten, zoals rundvlees.Italië had volgens de bronnen extra waarborgen gevraagd voor de landbouwsector, en garanties voor de financiering van de landbouwers in de nieuwe meerjarenbegroting.Naast waarborgen voor landbouwers vraagt Frankrijk ook zogenaamde spiegelclausules die verzekeren dat de Latijns-Amerikaanse partners geen producten uitvoeren die niet stroken met de Europese normen. Zo kondigde premier Sebastien Lecornu zondag unilaterale maatregelen aan om de invoer te verbieden van producten die gewasbeschermingsmiddelen bevatten die in de EU verboden zijn.</content>
            
            <updated>2026-01-05T21:18:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[China treft Mercosurlanden met extra invoertarieven op rundvlees]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/china-treft-mercosurlanden-met-extra-invoertarieven-in-op-rundsvlees" />
            <id>https://vilt.be/58431</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>China heeft een tijdelijke importheffing van 55 procent aangekondigd op rundvlees uit onder meer de Verenigde Staten, Brazilië en Australië. Dat meldt het Nederlandse persbureau ANP. Het tarief geldt voor vers en bevroren rundvlees, zowel met als zonder botten. Voor de Belgische rundvleessector zijn er geen onmiddellijke gevolgen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="export" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dd75afbd-00cf-4fde-8007-1fd7876bb2da/full_width_prezdecheznouskwaliteitslabelrundvlees3-1250.jpg</image>
                                        <content>De Belgische rundvleesexport naar China is “nihil”, zegt Michael Gore, directeur van vleesfederatie FEBEV. Hoewel China in 2023 het BSE-embargo heeft opgeheven, waardoor België voor het eerst rundvlees naar dit land mag exporteren, komt daar anno 2026 weinig van in huis. Er waren in 2023 gesprekken om de export van Belgisch rundvlees op te starten, maar dat dossier is volgens Gore niet meer gevorderd. “We voeren wel behoorlijk wat rundersperma uit, ik denk ook naar China, maar dat is niet door deze maatregelen getroffen.”Rundvlees berokkende &quot;schade aan industrie&quot;De Chinese maatregel geldt vanaf 1 januari drie jaar lang op importen die een bepaalde hoeveelheid overschrijden. Zodra een land meer rundvlees naar China uitvoert dan is opgenomen in de vooropgestelde quota, geldt er een invoertarief van 55 procent. Voor 2026 ligt het tariefvrije quota voor alle landen samen op net geen 2,7 miljoen ton rundvlees. Het Chinese ministerie van Handel meldt in een verklaring dat onderzoekers hebben vastgesteld dat de import van rundvlees schade heeft toegebracht aan de binnenlandse industrie.De heffingen zijn in de praktijk vooral relevant voor de Mercosurlanden, vooral Brazilië wordt hard getroffen. Of er geen gevaar is dat Brazilië als reactie zijn pijlen op Europa zal richten? “Er zijn in het Mercosur-vrijhandelsakkoord tariefcontingenten vastgelegd die men niet zomaar zal wijzigen omdat China lastig doet”, zegt Gore. “Dus ook wat dat betreft verwacht ik geen grote impact.”VarkenstarievenWat we wel voelden, is hoe China eerder nog importheffingen instelde op Europees varkensvlees. Volgens het land dumpten Europese exporteurs goedkoop varkensvlees op de Chinese markt, wat bedrijven in dat land zou schaden.Dit antidumpingonderzoek was, volgens analisten, vooral een reactie op de importheffingen die de Europese Unie heeft ingesteld op Chinese elektrische auto’s. De claims van China kenden een zeer twijfelachtige basis, zeker omdat ons land geen varkensvlees naar China exporteerde in de periode waarin het land de zogenaamde dumpingpraktijken vaststelde.Na de afronding van het “antidumpingonderzoek” heeft China besloten om de importheffing op Belgisch varkensvlees drastisch te verlagen van 62,4 procent naar 9,8 procent.</content>
            
            <updated>2026-01-06T20:13:12+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vraat, uitwerpselen en verslemping: ANB maakt ganzenplan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vraat-uitwerpselen-en-verslemping-anb-maakt-ganzenplan" />
            <id>https://vilt.be/58432</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Groeiende ganzenpopulaties zorgen steeds vaker voor schade aan Vlaamse graslanden en akkers. Het Agentschap Natuur en Bos werkt daarom aan een ‘ganzenplan’, samen met landbouworganisaties, jagers en natuurverenigingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="invasieve exoten" />
                        <category term="wild" />
                        <category term="schade" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3f7a0582-a1ad-422a-8768-1238d8c69db9/full_width_canadese-ganzen-rato.jpg</image>
                                        <content>Deze winter geen sprookjes van Moeder de Gans, wel pikschade, uitwerpselen en bodemverdichting op graslanden en akkers. Steeds meer Vlaamse regio’s worden geteisterd door ganzenoverlast, net als in Nederland. “Naast brandganzen en grauwe ganzen komen exoten zoals de nijlgans en Canadese gans voor”, zegt Jeroen Denaeghel van ANB. “Deze soorten verspreiden zich de laatste jaren steeds meer, zorgen voor overlast en maken dus ook deel uit van de problematiek.” Ook bestrijdingsorganisatie Rato vzw, actief in de provincie Oost-Vlaanderen, ziet het aantal ganzen toenemen. In 2023 is men uitgerukt voor een afvangst van 764 ganzen, in 2024 waren het er 456. Maar In 2025 staat de teller driedubbel zo hoog, met 1.761 ganzen.Waaraan dit te wijten is? “Gunstige leefomstandigheden en meer beschikbaar voedsel”, zegt Denaeghel. “Door de klimaatopwarming verschuiven de overwinteringsgebieden. Door het mildere klimaat blijven de ganzen nu noordelijker hangen, in plaats van naar het zuiden te trekken. En bovendien vinden ze hier veel voedsel.“Hoewel een individuele gans niet veel schade aanricht, is het anders wanneer er een hele groep komt aangevlogen. Akkers verslempen en gewassen zoals wintergranen, bieten en jonge maïsplanten zijn een snack voor de dieren. Ook aardappelen zijn niet veilig: als deze worden aangepikt op het veld, beginnen ze in de schuur te rotten. Bovendien tasten uitwerpselen de kwaliteit aan van het grasland. GanzenplanIn samenwerking met landbouworganisaties, jagers en natuurverenigingen wordt gewerkt aan een &#039;ganzenplan&#039;. “Dat is opgehangen aan zes pijlers: monitoring van ganzenpopulaties, preventieve maatregelen, schadevergoeding, populatievisie en -beheer, landschapsvisie, communicatie en draagvlak”, zegt Denaeghel. Andere ganzen, andere wettenDe verschillende ganzensoorten hebben elk een eigen wettelijk statuut en vragen dus telkens een andere aanpak. Of een dier geschoten mag worden, hangt onder meer af van de soort en de tijd van het jaar. De nijlgans is bijvoorbeeld een niet-beschermde exoot die iedereen altijd mag vangen en doden. Op winterganzen zoals de kleine rietgans of kolgans is momenteel geen jacht toegestaan. De veelvoud aan soorten leidt tot een complexe regelgeving, zegt Karel Van Moer van Rato vzw: “Er zijn verschillende soorten ganzen die in verschillende perioden in het jaar aanwezig zijn. Die hebben vaak een verschillend wettelijk statuut.”Hij verwijst daarbij naar de ganzenproblematiek die zich momenteel voordoet in Beveren. &quot;Die wordt vooral veroorzaakt door winterganzen”, zegt Van Moer. “Deze schade valt relatief mee in verhouding tot de aantallen aanwezige winterganzen. Dat komt omdat deze winterganzen tijdens het groeiseizoen van de gewassen, wanneer die dus kwetsbaar zijn, weer weg zijn richting het noorden.” Wanneer er groepen van meer dan 25 Canadese ganzen voorkomen tijdens de maand juni en begin juli vangen we deze af. Dat heeft ervoor gezorgd dat de populatie de laatste 15 jaar meer dan gehalveerd is Volgens Van Moer wordt de meeste schade aangericht door zomerganzen. Naast de nijlgans komt er ook veel overlast van de grauwe gans, brandgans en Canadese gans. “RATO heeft de laatste jaren gefocust op beheer van Canadese ganzen”, zegt Van Moer. “Wanneer er groepen van meer dan 25 Canadese ganzen voorkomen tijdens de maand juni en begin juli, vangen we deze af. Dat heeft ervoor gezorgd dat de populatie de laatste 15 jaar meer dan gehalveerd is. Er is een wettelijk kader en de doelstelling om hun aantallen te verminderen is duidelijk. Dat komt omdat de Canadese gans een invasieve uitheemse soort is en er consensus is over de doelstelling dat we minder Canadese ganzen willen.”“Het Waasland, in de buurt van de Westerschelde en de omgeving van de Antwerpse haven, heeft volgens mij vooral overlast van grauwe ganzen ter hoogte van de haven en de grote natte natuurgebieden voor broedvogels”, zegt Van Moer. “In andere delen van Oost-Vlaanderen is die problematiek met grauwe ganzen veel kleiner of is die er niet. Deze soort werd minder gestructureerd beheerd. Dat komt omdat ze enerzijds moeilijker te vangen zijn. En omdat er minder consensus is over de beheerdoelstellingen. Grauwe ganzen zijn wintergasten en behoren in die periode tot onze inheemse fauna. Ze zijn van nature niet aanwezig in de in de zomer. De zomerpopulaties zijn afkomstig van ontsnapte parkvogels of van dieren die niet meer trekken naar hun oorspronkelijk broedgebied.” “Brandganzen zijn vergelijkbaar met grauwe ganzen. Behalve dat de populaties hiervan veel lager zijn”, zegt Van Moer.Ganzen opeten?Wanneer afgevangen dieren gedood worden, gebeurt dit via vergassing. In Nederland is er al geëxperimenteerd met voedingsprojecten waarbij geëuthanaseerde ganzen worden opgegeten. Het gewoonweg vernietigen van deze dieren, ziet de provincie Noord-Holland als voedselverspilling. Bij ons komen geëuthanaseerde ganzen momenteel niet op het bord terecht.</content>
            
            <updated>2026-01-07T17:13:32+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse boer werkt gemiddeld 9 werkdagen per week]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-boer-werkt-gemiddeld-9-werkdagen-per-week" />
            <id>https://vilt.be/58433</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse boer werkt gemiddeld bijna negen voltijdse werkdagen per week, waarvan één volledige dag opgaat aan administratie. Dat blijkt uit een bevraging van Boerenbond bij meer dan 500&nbsp;land- en&nbsp;tuinbouwers. Met een gemiddelde werkweek van 66 uur behoort de landbouwer tot de hardst werkende zelfstandigen van Vlaanderen. Toch blijkt meer dan de helft niet de voldoende financiële buffer te hebben om een slecht jaar te overbruggen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="GLB" />
                        <category term="Boerenbond" />
                        <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee08ff06-46f0-403b-a2b9-407e1d053896/full_width_tractor-gras-grasland-boerenbond.png</image>
                                        <content>Landbouwers maken lange dagen, en kijken niet op een uur meer of minder. Dat bevestigt de enquête van Boerenbond bij 517 landbouwbedrijven uit&amp;nbsp;verschillende&amp;nbsp;landbouwsectoren.&amp;nbsp;De gemiddelde werkweek van 66 uur ligt ver boven die van een standaard voltijds loontrekkende, die gemiddeld 37 uur per week werkt. Ook vergeleken met de gemiddelde zelfstandige scoort de landbouw hoog. Volgens&amp;nbsp;cijfers van Statistiek Vlaanderen&amp;nbsp;werkten zelfstandigen in 2024 gemiddeld 46 uur per week. De Vlaamse boer presteert dus bijna een derde arbeidstijd meer.Een aanzienlijk deel van de werktijd (8,5u) wordt besteed aan administratie.&amp;nbsp;“Vergeleken met het totaal aantal gepresteerde uren is dat ‘slechts’ 13 procent, toch is het&amp;nbsp;meer dan&amp;nbsp;een volle standaardwerkdag die wekelijks opgaat aan paperassen”, zegt&amp;nbsp;Boerenbondvoorzitter&amp;nbsp;Lode Ceyssens.&amp;nbsp;“Voor landbouwers gelden&amp;nbsp;strenge&amp;nbsp;registratie- en rapporteringsverplichtingen&amp;nbsp;en&amp;nbsp;de procedure voor vergunningverlening&amp;nbsp;plus&amp;nbsp;de vele controles&amp;nbsp;zijn bijzonder tijdrovend.&amp;nbsp;Het is niet normaal dan een boer een volledige dag per week met&amp;nbsp;paperasserij&amp;nbsp;moet bezig zijn.&amp;nbsp;De vraag voor&amp;nbsp;vereenvoudiging is groot.”&amp;nbsp; Hard werken, weinig financiële bufferUit de bevraging blijkt dat de gemiddelde periode die een landbouwbedrijf kan overbruggen zonder winst 16 maanden is.&amp;nbsp;Meer dan de helft&amp;nbsp;zegt&amp;nbsp;een moeilijk jaar slecht&amp;nbsp;te kunnen&amp;nbsp;verwerken.&amp;nbsp;Zo&#039;n 23 procent van de bevraagden zit wel in de veilige zone met voldoende marge om twee jaar of meer zonder winst te kunnen overbruggen.​&quot;Landbouwers zijn vaak afhankelijk van externe factoren en hebben af te rekenen met grote schommelingen in oogsten en prijzen. Het beschikken over voldoende cashflow is dan noodzakelijk&quot;, duidt de landbouworganisatie. &quot;Rekening houdend met de sterke volatiele prijzen en opbrengsten, is een termijn van 16 maanden opvallend weinig. Het betekent dat de minste tegenslag zeer snel effect heeft op het gezinsinkomen.&quot;Om de sterk schommelende inkomens te kunnen overbruggen, vraagt Boerenbond meer fiscale mogelijkheden om inkomens te verevenen over meerdere jaren. Zo zouden winsten kunnen worden gespreid en verliezen uitgevlakt. &quot;Dat kan door fiscale reservering, een bedrag dat wordt opzijgezet om toekomstige kosten of belastingen op te vangen of &#039;carry back&#039;- en &#039;carry forward&#039;-systemen. Voordeel hiervan is dat er directe liquiditeitssteun komt in de slechte jaren&quot;, legt Boerenbond uit. Nood aan sterke Europese steunDe landbouworganisatie vindt ook dat de volatiliteit&amp;nbsp;van het inkomen&amp;nbsp;de nood en&amp;nbsp;het belang van Europese steun benadrukt. De middelen vanuit het Gemeenschappelijk&amp;nbsp;Landbouwbeleid ​ hebben&amp;nbsp;tot doel de landbouw in Europa te ondersteunen en de voedselvoorziening veilig te stellen.&amp;nbsp;Voor de periode 2028 tot en met 2034 dreigt het landbouwbudget met 22 procent te dalen, een heikel punt voor Boerenbond. “Dit&amp;nbsp;bedreigt&amp;nbsp;onze&amp;nbsp;voedselzekerheid&quot;, klinkt het. &quot;Europa legt hoge doelstellingen op het vlak van duurzaamheid, milieu en klimaat.&amp;nbsp;Om dit te bereiken is de steun noodzakelijk.&quot;&quot;Boeren zijn geen&amp;nbsp;subsidieslurpers.&amp;nbsp;De voorbije 15 jaar is&amp;nbsp;het aandeel van premies in de omzet en het arbeidsinkomen van Belgische landbouwers fors gedaald. Daarmee scoren we lager dan heel wat andere Europese lidstaten wat het beroep doen op subsidies betreft. De steun waar wel gebruik van wordt gemaakt, is de absolute noodzaak&amp;nbsp;om&amp;nbsp;te innoveren en verder&amp;nbsp;te verduurzamen.&amp;nbsp;Het zorgt&amp;nbsp;ook&amp;nbsp;voor&amp;nbsp;inkomenszekerheid.&amp;nbsp;​Daar mag niet in geknipt worden&quot;, besluit de landbouworganisatie.</content>
            
            <updated>2026-01-06T20:20:43+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VMM start innovatieve studie naar herkomst ammoniak]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vmm-start-innovatieve-studie-naar-herkomst-ammoniak" />
            <id>https://vilt.be/58434</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dit jaar wil de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) met een nieuwe onderzoeksmethode meer inzicht krijgen in de bijdrage van verbrandingsprocessen aan de Vlaamse ammoniakuitstoot. Eerder internationaal onderzoek suggereert dat die bijdrage mogelijk groter is dan tot nu toe wordt aangenomen en dat emissies daardoor te vaak aan de landbouw worden toegeschreven. Het onderzoek in Vlaanderen is één van de eerste in Europa.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="industrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fff714d5-49f8-46b4-bbd1-d395c2b2475d/full_width_havenantwerpen-industrie-1280.jpg</image>
                                        <content>Stikstof komt in de lucht terecht door ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx). Bij stikstofoxiden zijn de belangrijkste herkomstsectoren transport en industrie. Voor ammoniak wordt de landbouwsector verantwoordelijk gehouden voor 95 procent van de uitstoot, dit komt door vervluchtiging uit mest en bodem. Slechts een heel klein deeltje ammoniak komt ook vrij uit verbrandingsbronnen van onder meer de industrie- en transportsector. Het onderscheid tussen de verschillende bronnen blijft echter moeilijk te pinpointen.In 2022 publiceerden onderzoekers van een Chinese universiteit en een Amerikaans instituut een studie in Nature Communications waarin ze een nieuwe methode voorstelden om de oorsprong van ammoniak nauwkeuriger te bepalen. Op basis daarvan claimden ze dat ammoniak uit verbrandingsbronnen in Europa mogelijk een aandeel heeft tussen 25 en 63 procent. Dat ligt aanzienlijk hoger dan de gangbare schatting van ongeveer vijf procent. Innovatieve aanpakHet vernieuwende karakter van het Chinese onderzoek zit hem in de chemische ‘isotopenanalyse’. Ammoniak uit verbrandingsprocessen heeft een andere ‘vingerafdruk’ dan ammoniak uit landbouwbronnen. Dat verschil zit in de verhouding van de stikstofisotopen waaruit ammoniak is opgebouwd. Door die isotopische vingerafdrukken te analyseren, kan er meer inzicht verworven worden of de ammoniak in de lucht komt door verbranding of vervluchtiging. Unieke studie in EuropaDe Chinese benadering trok bij de publicatie van het onderzoek de aandacht van de Vlaamse Milieumaatschappij. “Omdat het relevant leek om dit ook in Vlaanderen verder te onderzoeken, hebben we een laboratorium gezocht dat de specifieke chemische analyse kon uitvoeren”, legt VMM uit. “Op basis van enkele proefmetingen op stalen genomen in Vlaanderen, concludeerden we begin 2024 dat de methode technisch haalbaar was.” We verwachten dat het onderzoek bijkomende informatie oplevert die nog niet beschikbaar was Het onderzoek zal vrij uniek zijn in zijn soort. Op Europees vlak zijn erg weinig gelijkaardige metingen of studies bekend. “Studies naar ammoniak gaan typisch over hoeveel er in de lucht aanwezig is, dus de concentratie. In deze studie meten we niet alleen de luchtconcentratie, maar ook de verhouding van de stikstofisotopen van ammoniak”, duidt VMM het grote verschil. “We verwachten dat dit bijkomende informatie oplevert die niet beschikbaar was in eerder onderzoek.”De ammoniakuitstoot wordt momenteel grotendeels ingeschat op basis van activiteitsdata en rekenfactoren, per bron en per sector. Een methode die beschreven staat in de Europese richtlijnen. “Voor het Vlaams stikstofbeleid is het belangrijk om te weten welke bronnen er ammoniak uitstoten en hoeveel. Met deze innovatieve methode willen we onderzoeken of het meten van stikstofisotopen hiertoe kan bijdragen”, duidt VMM. Nederlandse pilotIn 2024 voerde de Nederlandse Organisatie voor Toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) reeds een pilootstudie uit met een isotropenanalyse in Nederland. Er werd gemeten op 15 locaties voor een half jaar. De resultaten bevestigden dat landbouw de grootste bijdrage leverde aan de emissies, al verschilt die bijdrage sterk per locatie en seizoen.Langs een snelweg in Amsterdam was in het voorjaar 80 procent van de ammoniak afkomstig uit de landbouw, ondanks de nabijheid van verkeer. In december, wanneer landbouwemissies lager liggen, nam de bijdrage van verkeer toe tot 45 procent. In stedelijke gebieden zoals Utrecht en Rotterdam, ver van landbouwbronnen, droegen verbrandingsbronnen en landbouw elk ongeveer 50 procent bij aan de ammoniakconcentraties. In landelijke gebieden en in natuurgebied de Veluwe was meer dan 90 procent van de ammoniak afkomstig uit de landbouw, zelfs in de wintermaanden. 49 bemonsteringenDit jaar zal VMM bemonsteren op 19 plaatsen in Vlaanderen. “We meten nabij snelwegen en in steden, natuurgebieden en landelijke regio’s om veel verschillende mogelijke brontypes te omvatten. We bepalen ook&amp;nbsp;ammoniakale&amp;nbsp;stikstof in fijnstof en regen”, aldus VMM. De Universiteit Gent zal de chemische analyse uitvoeren. Daarnaast wordt ook TNO een onderzoekspartner. De Nederlandse organisatie zal de ammoniakuitstoot bemonsteren bij 30 uiteenlopende bronnen, van stallen tot petrochemische bedrijven.Gerichter stikstofbeleid?De resultaten worden verwacht in de zomer van 2027.&amp;nbsp;VMM benadrukt dat de emissie-inventaris niet meteen zal worden aangepast als het onderzoek verschillen in de herkomst van ammoniak zou blootleggen. &quot;We zullen de resultaten bekijken als die er zijn. We verwachten dat de resultaten inzichten zullen geven in de uitstoottypes op specifieke meetplaatsen”, klinkt het. Het onderzoek laat geen conclusies toe over hoeveel ammoniak afzonderlijke bronnen of sectoren precies uitstoten.</content>
            
            <updated>2026-01-06T18:16:18+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tractorparades op weg naar immaterieel erfgoed? CAG start inventarisatie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tractorparades-op-weg-naar-immaterieel-erfgoed-cag-start-inventarisatie" />
            <id>https://vilt.be/58435</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wat twee decennia geleden begon als een lokaal initiatief met versierde tractoren, is in sneltempo uitgegroeid tot een vaste eindejaarstraditie in heel Vlaanderen. Tractorparades duiken rond kerst overal op: van de Kempen tot West-Vlaanderen, met steeds meer deelnemers, toeschouwers en een sterke lokale verankering. Het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG) wil dit fenomeen nu in kaart brengen en beter begrijpen. “Dit kan het startpunt zijn voor de erkenning als immaterieel erfgoed”, zegt Sven Lefèvre (CAG).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Kerstmis" />
                        <category term="kerst" />
                        <category term="cag" />
                        <category term="erfgoed" />
                        <category term="tractor" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3d3e8d80-7c3f-4626-8042-3c9bf6898f8f/full_width_kerstparade-tractoren-tractorparade.jpg</image>
                                        <content>Sinds het ontstaan in 2007 wint het fenomeen van tractorparades sterk aan populariteit in Vlaanderen. Niet alleen in aantal, maar ook in schaal, organisatiegraad en betekenis. Wat begon met enkele lokale initiatieven in de provincie Antwerpen en de Kempen, is uitgegroeid tot een vaste waarde tijdens de feestdagen op het Vlaamse platteland.CAG wil deze ontwikkelingen en dynamiek beter begrijpen en documenteren. Hoeveel parades zijn er? Wie organiseert ze? Hoeveel deelnemers rijden mee? En vooral: wat drijft mensen om hier jaar na jaar zoveel tijd en energie in te investeren? “We willen alle betrokkenen aan het woord laten via een grootschalige enquête voor zowel organisatoren als deelnemers. Hun ervaringen vormen de sleutel om het fenomeen in zijn volle breedte te begrijpen”, vertelt Lefèvre. Waarom dit meer is dan folkloreVolgens CAG zijn tractorparades in Vlaanderen uitgegroeid tot een nieuwe traditie met een duidelijke erfgoedwaarde.“De wekenlange voorbereiding, de creativiteit van de versieringen en de trots waarmee de tractoren worden getoond, wijzen op een sterke emotionele betrokkenheid. Dat zijn typische kenmerken van wat we immaterieel erfgoed noemen: levende tradities die gedragen worden door een gemeenschap”, klinkt het. Belangrijk daarbij is dat CAG niet zelf bepaalt wat erfgoed is, maar de documentatie kan wel een startpunt vormen voor een mogelijk traject tot erkenning van tractorparades als immaterieel erfgoed. “Erfgoed ontstaat omdat mensen er betekenis aan geven”, verduidelijkt Lefèvre. “Het onderzoek wil nagaan in welke mate de betrokken gemeenschap tractorkerstparades als waardevol, betekenisvol en misschien zelfs als ‘hun’ erfgoed beschouwt. Pas dan kan een eventueel traject richting erkenning zinvol zijn.”  De tractor als cultureel symboolCAG benadrukt dat parades ook vanuit historisch en cultureel perspectief bijzonder interessant zijn. “Ze vertellen een verhaal over het hedendaagse platteland, over landbouwers en hun plaats in de samenleving. De tractor is daarbij een krachtig symbool: een werktuig voor het dagelijkse werk, een middel bij protesten, en vandaag ook een drager van licht, gezelligheid en verbondenheid”, aldus Lefèvre. In een context waarin de landbouwsector al decennia onder druk staat en het contact tussen boer en burger steeds schaarser wordt, vormen de kerstparades een laagdrempelige brug. Ze maken landbouw zichtbaar in een warme, gezinsvriendelijke setting.Nu vastleggen om morgen te begrijpenHet fenomeen van tractorparades bestaat intussen bijna 20 jaar. Voor CAG is dit het uitgelezen moment om met de documentatie te starten. “De pioniers van de eerste parades leven nog en kunnen uit eerste hand vertellen hoe en waarom het begon. Tegelijk legt het onderzoek een momentopname vast van hoe de parades er vandaag uitzien. Die ‘foto in de tijd’ kan later van onschatbare waarde zijn voor historici en onderzoekers”, duidt Lefèvre. Erfgoed is immers niet statisch. Een tractorkerstparade van 15 jaar geleden verschilt sterk van een parade vandaag — en dat is net eigen aan levende tradities. &quot;Door dit nu te registreren en te analyseren creëren we een waardevolle historische bron voor de toekomst&quot;, besluit Lefèvre.</content>
            
            <updated>2026-01-07T16:50:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Von der Leyen wil 45 miljard euro GLB-steun voor landbouw vervroegen in aanloop naar Mercosurakkoord]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/von-der-leyen-wil-45-miljard-euro-glb-steun-voor-landbouw-vervroegen-in-aanloop-naar-mercosurakkoord" />
            <id>https://vilt.be/58436</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie wil haar plannen voor de nieuwe meerjarenbegroting bijsturen om vanaf 2028 extra geld te voorzien voor de landbouwers. Het zou gaan om 45 miljard euro. Dat heeft voorzitter Ursula von der Leyen aangegeven. De geste wordt aanzien als een manoeuvre om steun voor het vrijhandelsakkoord met Mercosur te vergaren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="GLB" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d985f79b-4ae2-4b07-b10b-5ad1d8642707/full_width_agrifish-landbouwraad-europa.jpg</image>
                                        <content>GLB-toegevingen als pasmunt voor Mercosur?In een brief aan het Europees Parlement en het Cypriotische EU-voorzitterschap stelt Von der Leyen voor om 45 miljard euro vervroegd vrij te maken voor de landbouwers. Het gaat om twee derde van het bedrag dat normaal pas halfweg de meerjarenbegroting ter beschikking komt (2031-2032), maar de lidstaten zouden dat geld nu meteen kunnen aanvragen bij de indiening van hun nationale partnerschapsplannen.&amp;nbsp;De nieuwe meerjarenbegroting loopt van 2028 tot 2034. In de huidige voorstellen is 293,7 miljard euro voorzien voor de rechtstreekse inkomenssteun voor landbouwers. Dat komt neer op iets meer dan een vijfde dat in de periode 2021-2027 was voorzien. Het is aan de lidstaten om dat bedrag aan te vullen via (co)financiering met Europese middelen uit andere begrotingsposten. Een combinatie van instrumenten zal landbouwers een ongekend niveau van steun bieden, zelfs meer steun dan in de huidige begrotingscyclus In dat kader herinnert Von der Leyen eraan dat tien procent van de enveloppes voor de nationale partnerschapsplannen voorbehouden wordt voor steun aan het platteland. &quot;De combinatie van deze beleids- en begrotingsinstrumenten zal de landbouwers en plattelandsgemeenschappen een ongekend niveau van steun bieden, dat in sommige opzichten zelfs hoger ligt dan in de huidige begrotingscyclus&quot;, verzekert de Commissievoorzitter. &quot;Verandert niets aan kern van probleem&quot;Boerenbond is niet onder de indruk. “Dit staat los van de problematiek rond Mercosur, de oneerlijke concurrentie wordt niet aangepakt”, reageert voorzitter Lode Ceyssens. “Bovendien is de tegemoetkoming ruim onvoldoende. Een eerdere reductie op het landbouwbudget nu wat kleiner maken, maakt het Mercosurakkoord niet plots verteerbaar. Laat staan dat de vergunningenknoop er mee ontward is.” Deze poging van de Commissievoorzitter om meer steun te vergaren voor het Mercosurakkoord verandert volgens Boerenbond dan ook niets aan de kern van het probleem.&amp;nbsp;&quot;Deze budgettaire ‘toegift’ staat hier los en brengt ons geen stap dichter bij een eerlijker handelsbeleid of betere en deblokkerende regelgeving”, aldus Lode Ceyssens. Informele Landbouwraad op woensdagZe hoopt het sentiment onder de lidstaten te keren door 45 miljard euro vervroegd vrij te maken voor de landbouwers. De aankondiging komt aan de vooravond van een buitengewone vergadering waarvoor de Europese Commissie de landbouwministers van de 27 lidstaten heeft uitgenodigd. België zal daar worden vertegenwoordigd door minister Jo Brouns (Vlaanderen) en minister Anne-Catherine Dalcq (Wallonië).Volgens het Cypriotische voorzitterschap van de Raad van de EU, medeorganisator van de bijeenkomst, zullen de gesprekken voornamelijk gaan over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en over wederkerigheid inzake productienormen en invoercontroles. De gesprekken gaan ook over de impact van de regeldruk en de stijgende kosten van productiemiddelen op de landbouwers.Vorige maand lieten de landbouwers in de marge van de Europese top in Brussel luidkeels hun ongenoegen horen. Niet enkel over de plannen voor hun financiering vanaf 2028, maar ook over de gevolgen van het vrijhandelsakkoord dat de Commissie wil ondertekenen met het Latijns-Amerikaanse handelsblok Mercosur. Tot dusver vond ze daarvoor niet voldoende steun onder de lidstaten.&amp;nbsp; Akkoord op vrijdag?Het voorstel lijkt dan ook op een geste om aarzelende lidstaten als Italië over de streep te trekken, en zo minstens 15 lidstaten achter het verdrag te scharen, die samen minstens 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen. Vrijdag zouden de lidstaten stemmen. Bij groen licht zou het verdrag mogelijk op 12 januari ondertekend worden.</content>
            
            <updated>2026-01-07T09:15:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opnieuw boerenacties met tractorblokkades tegen Mercosur gepland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opnieuw-boerenacties-met-tractorblokkades-tegen-mercosur-akkoord-gepland" />
            <id>https://vilt.be/58437</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Donderdag plannen landbouwers opnieuw acties tegen het Mercosur-vrijhandelsakkoord. Het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) kondigt filterblokkades aan met tractoren op drukke verkeersknooppunten in verschillende Vlaamse provincies. Vrijdag staat de stemming door de lidstaten op de agenda. Met de acties willen de landbouwers beleidsmakers overtuigen om tegen te stemmen, omdat ze vrezen voor oneerlijke concurrentie door landbouwproducten uit Zuid-Amerika.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boeren" />
                        <category term="boerenprotest" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cf133068-ab44-4ca8-9aeb-6ba5bfc5c7c1/full_width_tractorprotestmaart23stikstof-brussel2.jpg</image>
                                        <content>Aan de vooravond van de verwachte stemming trekken boeren opnieuw de straat op. Op verschillende drukke rotondes zullen tractoren het verkeer hinderen. Zo wordt vanaf 11 uur het rondpunt in Wommelgem (Autolei) geblokkeerd, één van de drukste verkeersknooppunten in de Antwerpse regio. Ook in Oost-Vlaanderen zijn acties gepland aan de turborotonde bij Euro-Silo in Gent. En in West-Vlaanderen zullen tractoren het rondpunt boven de A11 blokkeren tot 22 uur, dat bevindt zich aan de Aziëlei in Zeebrugge. Boerenbond kiest voor diplomatieke wegBoerenbond laat weten geen straatprotesten te organiseren en kiest voor diplomatiek overleg. Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens ontmoette dinsdag Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) om de bezorgdheden aan te kaarten, in aanloop van diens overleg met de Europese Commissie. Ook premier Bart De Wever (N-VA) werd hierover door Boerenbond nogmaals gebrieft.Daarnaast zal de landbouworganisatie de volgende dagen met een symbolische actie langsgaan bij diverse Europese&amp;nbsp;parlementairen en hen &quot;het laatste bord lekkere Belgische kost voorschotelen.&quot; Boerenbond stelt dat het handelsverdrag in zijn huidige vorm&amp;nbsp;fundamenteel oneerlijk is voor landbouwers en de Europese consument bedriegt. Zo zouden de productiestandaarden in de&amp;nbsp;Mercosurlanden (Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay)&amp;nbsp;niet voldoen aan de strenge Europese normen rond milieu, dierenwelzijn en voedselveiligheid.&amp;nbsp;“Wij vragen daarom&amp;nbsp;aan onze eigen&amp;nbsp;Europese volksvertegenwoordiger&amp;nbsp;om hun verantwoordelijkheid te nemen en ook anderen mee te overtuigen om&amp;nbsp;het akkoord te verwerpen en terug naar de tekentafel te verwijzen. Anders zou onze symbolische schotel met het laatste&amp;nbsp;lokaal&amp;nbsp;geproduceerde stoofvlees, koninginnenhapje of ambachtelijke zoetigheden wel eens de waarheid kunnen worden. We dreigen overspoeld te worden met minderwaardige, goedkopere en zelfs gevaarlijke producten”, duidt Ceyssens.&amp;nbsp;​De eerste stop is op woensdag 7 januari in&amp;nbsp;Sint-Katelijne-Waver, de thuishaven van Europarlementslid Liesbeth Sommen.&amp;nbsp;In december liet Boerenbond samen met zo’n 40 andere Europese landbouworganisaties haar stem horen tijdens de grote boerenbetoging in Brussel. Toen verzamelden ongeveer 10.000 Europese boeren tijdens een EU-top om te protesteren tegen het Europese landbouwbeleid en het Mercosurakkoord. De stemming over de overeenkomst zou oorspronkelijk enkele dagen na dat protest plaatsvinden, maar werd uitgesteld onder druk van onder meer Italië en Frankrijk die bijkomende garanties voor de landbouwsector eisten. Kaart ligt in handen van Frankrijk en ItaliëBegin december raakte bekend dat België het Mercosur-handelsakkoord niet zal steunen. Intussen lijkt vooral Italië een sleutelrol te spelen. Door zijn grote bevolking beschikt het land over een doorslaggevende stem. &quot;Of Mercosur al dan niet zal worden goedgekeurd, ligt dus niet meer in Belgische handen. De sleutel hiervoor ligt eerder in Parijs en Rome. Daarom blijven wij ook intensief contact houden met onze Italiaanse en Franse collega&#039;s. Hopelijk kunnen zij hun regering (blijven) overtuigen om dit akkoord niet goed te keuren&quot;, aldus Ceyssens. Boerenbond zegt de komende dagen ook de gesprekken met de Europese parlementairen te blijven verderzetten. Is Meloni dan toch geplooid?Volgens persagentschap Bloomberg zou de Italiaanse premier Giorgia Meloni het akkoord intussen toch steunen. Bronnen melden dat haar regering vooruitgang heeft geboekt in onderhandelingen over garanties voor de landbouwsector en over mogelijke extra middelen uit de EU-begroting.Frankrijk en Polen blijven de voornaamste tegenstanders van de handelsovereenkomst. Zonder de steun van Italië beschikken zij echter niet over voldoende stemmen om de overeenkomst tegen te houden. Voor de goedkeuring is een gekwalificeerde meerderheid nodig: minstens 15 van de 27 lidstaten, die samen 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen. Aan het Mercosurakkoord wordt al bijna 25 jaar onderhandeld. Volgens meerdere bronnen mikken EU-diplomaten nu op 12 januari voor de officiële ondertekening van de handelsdeal in Paraguay, op voorwaarde dat de nationale goedkeuringsprocedures tijdig zijn afgerond.</content>
            
            <updated>2026-01-07T13:19:10+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bietenfederatie CBB noemt EU-Mercosur-akkoord “bedreiging voor de Europese landbouw”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bietenfederatie-cbb-noemt-eu-mercosur-akkoord-bedreiging-voor-de-europese-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/58438</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Confederatie van de Belgische Bietenplanters (CBB) waarschuwt dat het EU-Mercosur-handelsakkoord ernstige gevolgen zal hebben voor de Europese landbouwsector. De kans dat het akkoord wordt afgeblokt door een blokkerende minderheid is volgens analisten gering, wat volgens CBB de suiker-, rundvlees en gevogeltesector zal treffen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="suiker" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cc017d8f-59de-4838-add3-241c4b460e5a/full_width_suikerriet-csiro.jpg</image>
                                        <content>“Het huidige akkoord is oneerlijk en schadelijk voor de Europese landbouw. In het bijzonder voor de suiker-, rundsvlees- en gevogeltesector die Europa sinds jaar en dag oormerkt als &#039;gevoelige sector&#039; bij vrijhandelsbesprekingen”, meldt CBB in een persbericht. “De zogenaamde &#039;veiligheidsclausules&#039; die het Europees Parlement via een ultieme amendering nog toevoegde aan de teksten, vóór het grote boerenprotest in Brussel op 18 december, bieden onvoldoende bescherming en blijven een lege belofte. De discussie over zogenaamde spiegelclausules – die moeten zorgen voor gelijke productiestandaarden – blijft beperkt tot residuen van pesticiden, zonder bredere garanties.” Economische en ethische bezwarenWat er precies voorligt in het Mercosur-handelsakkoord, werd eerder toegelicht in VILT. Brazilië mag 180.000 ton ruwe rietsuiker tariefvrij exporteren naar de EU. Dat betekent dat Braziliaanse suiker een sterk concurrentieel prijsvoordeel krijgt tegenover onze eigen suiker. De kleinere suikerproducent Paraguay mag 10.000 ton rechtenvrij exporteren. De export van suiker fluctueert jaar na jaar sterk. Toch zal dit volgens de huidige trends betekenen dat deze landen jarenlang hun volledige suikerexport naar de EU tariefvrij aan de man kunnen brengen.Wat ethanol betreft, mag er voor 450.000 ton aan nultarief geïmporteerd worden voor gebruik in de chemische industrie. Hoewel België vandaag slechts een minimale hoeveelheid suiker importeert uit Mercosur, leven we niet op een eiland. In een&amp;nbsp; hoorzitting bij het Vlaams parlement stelde handelsexpert Maarten Catrysse (Vlaams Agentschap Landbouw en Zeevisserij) dat onze producenten het post-Mercosur moeilijker zullen krijgen op de Europese eengemaakte markt. Catrysse wees er ook op dat onze suikersector nu al een moeilijke periode doormaakt, en we de concurrentie met spotgoedkope suiker uit Zuid-Amerika kunnen missen.Los van de economische argumenten, is er volgens critici ook een ethisch luik aan de discussie: de arbeidsomstandigheden en milieustandaarden liggen in Zuid-Amerika anders dan hier. Lobbywerk gaat voortHet Europees Parlement zal naar verwachting op 19 januari stemmen over het akkoord. Maar CBB en haar partners blijven lobbyen bij Europarlementsleden om hen te overtuigen dit akkoord niet door te duwen. “De enige reële mogelijkheid om het akkoord te blokkeren, is een resolutie van een groep parlementsleden die het Europees Hof van Justitie om advies vraagt over de verenigbaarheid van het akkoord met de historische EU-verdragen. Deze stap zou echter pas na de stemming in de Raad kunnen plaatsvinden”, meldt CBB.CBB gelooft ook niet in de sussende taal die de Europese Commissie spreekt sinds de landbouwprotesten van 18 december. “Door het belang van het Mercosurakkoord te minimaliseren en vage beloftes te doen over verbeteringen in het landbouwbudget, administratieve vereenvoudiging en reciprociteit, wordt de communicatie van de misnoegde actieve landbouwers en bietentelers ondermijnd. Deze beloften zullen niet worden waargemaakt”, meldt CBB.De bietenorganisatie roept alle betrokkenen op om zich te blijven uitspreken tegen het akkoord. “Het is van cruciaal belang om de belangen van de Europese landbouw en onze voedselautonomie en -veiligheid te beschermen”, aldus CBB.</content>
            
            <updated>2026-01-07T17:31:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns overweegt beroep tegen uitspraak gewasbeschermingswetgeving]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-moet-pesticidenwetgeving-aanpassen-volgens-rechtbank-brouns-overweegt-beroep" />
            <id>https://vilt.be/58440</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De rechtbank oordeelt in zijn nadeel, maar Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) ziet voorlopig geen reden om de Vlaamse regels aan te passen rond gewasbescherming en bemesting rond Natura2000-gebieden. Vandaag moeten landbouwers, die mest of gewasbescherming gebruiken nabij een Natura 2000-gebied, niet kunnen aantonen of dit een schadelijke impact heeft. Diverse natuurverenigingen hebben Vlaanderen hierom gedagvaard, omdat dit in strijd zou zijn met de Europese richtlijnen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="wetgeving" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d0ae0ebf-c286-4fab-ba81-9301d12a8b4e/full_width_brouns-14.jpg</image>
                                        <content>De vzw&#039;s Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu, the World Wide Fund for Nature Belgium, Dryade en de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren hadden het gewest gedagvaard omdat er volgens hen fouten waren gemaakt bij de omzetting van de Europese richtlijnen inzake gewasbeschermings- en mestgebruik naar eigen wetgeving.Hoewel de rechtbank geen maatregelen oplegt vanwege de scheiding der machten, kregen de vzw’s gelijk. Volgens de rechtbank had Vlaanderen de verplichtingen in de Europese richtlijnen niet correct opgenomen in de wetgeving. De Vlaamse parlementsleden Mieke Schauvliege (Groen), Dries Devillé (Vlaams Belang) en Stijn De Roo (cd&amp;amp;v) vroegen minister Brouns om een reactie. Hij is het oneens met de uitspraak. Volgens Brouns is de huidige wetgeving wel degelijk conform, en dus bekijkt hij of Vlaanderen in beroep kan gaan tegen de uitspraak van 15 december 2025 van de rechtbank van eerste aanleg in Brussel.Waar loopt het mis?De rechtbank stelde vast dat de Vlaamse regelgeving enkel activiteiten mét vergunningsplicht onderwerpt aan een passende beoordeling inzake het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Conform de Europese regelgeving zou zo&#039;n passende beoordeling ook moeten gebeuren bij projecten die niet vergunningsplichtig zijn. Tenminste als deze projecten mogelijke aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de beschermde Natura 2000-gebieden.Brouns houdt been stijf&quot;Als een lidstaat voldoende maatregelen neemt om in het licht van het verslechteringsverbod te waarborgen dat er geen verslechtering optreedt, moet er op individueel niveau geen passende beoordeling worden opgemaakt&quot;, zei Brouns dinsdag in de Vlaamse commissie Leefmilieu. &quot;Dat is dezelfde systematiek als die dit parlement heeft toegepast in het Stikstofdecreet. Kortom: indien het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en andere pesticiden op algemeen niveau afdoende gereguleerd wordt, zodat er geen sprake kan zijn van een significante achteruitgang van de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszones, dan moet dat gebruik niet aan een passende beoordeling worden onderworpen.&quot;&quot;Voorlopig zie ik dan ook geen reden om de regelgeving bijkomend aan te passen&quot;, vervolgde de minister. &quot;Een decretaal initiatief om de passende beoordelingsplicht in het Natuurdecreet aan te passen, is op basis van dit vonnis evenmin aan de orde.&quot;Oppositie waarschuwt voor rechtsonzekerheid&quot;Ik vind het hallucinant dat de minister deze uitspraak gewoon onder de mat veegt in plaats van de wetgeving in orde te maken en werk te maken van een gezonde leefomgeving&quot;, reageerde Schauvliege. &quot;Rechtsonzekerheid is troef.&quot;“Als de Vlaamse regelgeving een Europese richtlijn niet correct omzet, dan heeft dat een directe werking”, zegt Schauvliege nog. “Dat betekent dat de Habitatrichtlijn, die sowieso het Natuurdecreet overrulet, van toepassing is. Dat betekent dus ook dat de vergunningen voor landbouwers die pesticiden gebruiken, die mest uitrijden, allemaal illegaal zijn.” Er is een lange reeks van rechterlijke uitspraken waarbij de Vlaamse overheid wordt teruggefloten wegens gebrekkige, onzorgvuldige of juridisch wankele omzetting van Europese natuur- en milieuregels Dries Devillé waarschuwt dat de rechtszekerheid binnen de Vlaamse milieuwetgeving op diverse domeinen wankelt. “Er is een lange reeks van rechterlijke uitspraken waarbij de Vlaamse overheid wordt teruggefloten wegens gebrekkige, onzorgvuldige of juridisch wankele omzetting van Europese natuur- en milieuregels”, zegt Devillé. “Eerdere rechtspraak, onder meer inzake stikstof en vergunningverlening, hebben aangetoond dat het huidige regelgevend kader niet alleen juridisch zeer kwetsbaar is, maar ook leidt tot grote rechtsonzekerheid. Dat is natuurlijk nefast voor landbouwers, maar ook voor ondernemers in het algemeen.”Dries Verhaeghe van milieuorganisatie Dryade, één van de klagende partijen in dit dossier, waarschuwde eerder in VILT voor de mogelijke gevolgen van dit vonnis. “Als de regering dit vonnis naast zich neerlegt, kunnen deze landbouwers binnenkort voor de rechter gedaagd worden.”</content>
            
            <updated>2026-01-07T17:21:00+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Is de baas thuis?” De boerin als spil van het bedrijf, maar zelden genoeg erkend]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/is-de-baas-thuis-de-boerin-als-spil-van-het-bedrijf-maar-zelden-genoeg-erkend" />
            <id>https://vilt.be/58441</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Elke dag gaan duizenden vrouwen voluit op hun landbouwbedrijf. Ze werken vele uren, houden het huishouden recht, maken dat de kinderen zorgeloos kunnen opgroeien en vangen de klappen op wanneer het economisch of mentaal moeilijk gaat. Toch levert die combinatie weinig erkenning op. “Ondanks tegenbeweringen van sommigen, bestaat er nog wel degelijk een genderkloof in de landbouwsector”, zegt Leen Beke van Ferm voor agravrouwen. “Dat dit jaar internationaal is uitgeroepen tot het ‘Jaar van de Boerin’, is geen toeval.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vrouw" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="mentaal welbevinden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e4091ada-193f-4855-8da5-b597c807fde9/full_width_vrouwboerin-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>De Verenigde Naties riepen 2026 uit als het ‘Internationaal Jaar van de Boerin’ om gendergelijkheid en empowerment van vrouwen in de landbouwsector te versnellen. Maar hoe relevant is zo’n themajaar anno 2026 in Vlaanderen nog? Zeer relevant, zo blijkt op de aftrap georganiseerd door &#039;Ferm voor agravrouwen&#039;.“In de landbouwsector is het heel vaak alleen de man die zichtbaarheid krijgt”, duidt Leen Beke, coördinator bij Ferm voor agravrouwen. “Het is zeer spijtig dat de perceptie nog steeds leeft dat vrouwen slechts een beperkte rol hebben op het landbouwbedrijf. Velen van hen staan niet naast hun man in de schijnwerpers, maar erachter. Het wordt hoog tijd dat deze ondernemende vrouwen, in een sector die tegelijk bijzonder uitdagend en cruciaal is, de erkenning krijgen die ze verdienen.” Velen gaan er automatisch vanuit dat vrouwen geen bedrijfsleiders zijn of geen zaken kunnen bespreken Naast elke boer staat een sterke vrouwAls je enkel naar de cijfers kijkt, gaat het de vrouwen voor de wind. Geleidelijk aan nemen meer vrouwen het ondernemerschap op landbouwbedrijven ten volle op. In 2024 was bijna 21 procent van de bedrijfsleiders een vrouw, in 2009 was dit 17 procent. &amp;nbsp;Toch worden vrouwen niet altijd ernstig genomen in hun rol als bedrijfsleider. “Een voorbeeld dat ik heel vaak hoor, is dat erfbetreders, zoals verkopers of controleurs, steevast vragen of de baas thuis is”, geeft Beke mee. “Velen gaan er automatisch vanuit dat vrouwen geen bedrijfsleiders zijn of geen zaken kunnen bespreken. Dat soort percepties leeft vandaag nog altijd. En het is hoog tijd dat ze verdwijnen.”Volgens Beke is er nog steeds sprake van een genderkloof in de Vlaamse landbouwsector: “Sommigen beweren van niet, maar uit de verhalen die wij horen, moeten we andere conclusies trekken.” De spilfiguur van het gezin en de ondernemingDe genderongelijkheid schuilt niet alleen in percepties. Het manifesteert zich ook in de vele rollen die landbouwvrouwen vandaag opnemen. Als ze niet voltijds werken op het bedrijf, worden ze vaak ingeschakeld als flexibele arbeidskracht en nemen ze ook de administratie voor hun rekening. “Niet gemakkelijk in tijden wanneer de administratie en wetgeving zeer complex geworden is”, aldus Beke. Daarnaast dragen ze meestal ook het grootste deel van de zorg voor kinderen en ouderen, maken ze maaltijden en houden ze het gezin draaiende, zeker tijdens de piekperiodes in de landbouwkalender.“Vrouwen leveren ook een grote onzichtbare bijdrage aan het gezin”, geeft Beke mee. “Wanneer landbouwgezinnen door pittige periodes gaan, is het vaak de vrouw die de verbinding in het gezin bewaart. Zij weegt af wat je deelt met de kinderen, wanneer je moeilijke situaties benoemt en op welk moment hulp nodig is. Boerinnen zijn ook vaak de eersten die signalen van mentaal welzijn opvangen en de stap zetten naar ondersteuning, zoals van Boeren op een Kruispunt. Die rol in het bewaken van het welzijn is cruciaal.”Die spilfunctie reikt bovendien verder dan het gezin en het erf. “Vrouwen slaan ook bruggen tussen boer en burger”, vervolgt Leen Beke. “Ze runnen vaak een korteketentak, waar ze niet alleen het uithangbord van het bedrijf, maar ook van de sector zijn.” We willen vrouwen versterken zodat ze het woord durven nemen Van onzichtbare bijdrage naar zichtbare erkenningFerm voor agravrouwen wil dit jaar niet alleen het onzichtbare werk zichtbaar maken, maar vrouwen ook versterken. “We willen hen tools aanreiken om sterker te staan in hun ondernemerschap, in hun communicatie en in hun welbevinden”, zegt Leen Beke. “Dat ze het woord durven nemen, durven verantwoordelijkheid opnemen in het lokale bestuur en durven tijdig de stap zetten naar hulp.”Doorheen het jaar zal Ferm voor agravrouwen verschillende events organiseren rond de drie kernthema’s: ondernemerschap, communicatie en welbevinden. “Op elk event zal ook een luisterhoek te vinden zijn, waar we iedereen uitnodigen om met hun verhalen, vragen en noden tot bij ons te komen”, duidt Beke. Op de website van Ferm staat een overzicht van alle events, met bijhorende informatie en data.Tegen het einde van het jaar wil de organisatie bovendien een visiedocument voorstellen aan partners en stakeholders. Daarmee wil de organisatie ervoor zorgen dat de grootste onzichtbare kracht in de Vlaamse landbouwsector niet opnieuw naar de achtergrond verdwijnt.</content>
            
            <updated>2026-01-08T09:02:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Afrikaanse varkenspest rukt op in Spanje: 18 nieuwe gevallen, mogelijk nieuwe virusstam]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/afrikaanse-varkenspest-rukt-op-in-spanje-18-nieuwe-gevallen-mogelijk-nieuwe-virusstam" />
            <id>https://vilt.be/58442</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In de Catalaanse regio rond Cerdanyola del Vallès, nabij Barcelona, zijn bij 18 wilde zwijnen nieuwe besmettingen met Afrikaanse varkenspest (AVP) vastgesteld. Daarmee komt het totaal aantal bevestigde gevallen sinds het begin van de uitbraak op 47. Volgens de Spaanse autoriteiten gaat het mogelijk om een nieuwe, tot nog toe niet-geregistreerde en minder virulente virusvariant.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="afrikaanse varkenspest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/840069a9-7e84-4ee1-809f-2a674082cc0f/full_width_everzwijnafrikaansevarkenspest-1250.png</image>
                                        <content>De Catalaanse veterinaire dienst (SVO) spreekt intussen van twee bijkomende uitbraken, wat sinds november het totaal op dertien officieel bevestigde uitbraken brengt. Alle besmettingen bevinden zich binnen een hoogrisicozone met een straal van zes kilometer rond de oorspronkelijke besmettingshaarden. De regionale overheid benadrukt dat de recente stijging niet wijst op een plotse piek, maar vooral het gevolg is van achterstallige analyses tijdens de feestdagen.Strikte monitoring rond de haardBinnen een bredere zone van twintig kilometer wordt het virus intensief gemonitord. In totaal werden 530 wilde zwijnen -levend of dood- onderzocht, die allemaal negatief testten. 57 varkensbedrijven in het gebied staan onder verscherpt toezicht. Tot op heden werd geen enkele besmetting bij gehouden varkens vastgesteld. De Catalaanse overheid roept varkenshouders wel op om de bioveiligheidsmaatregelen strikt na te leven. Laboratoriumlek uitgeslotenAanvankelijk werd gevreesd dat de uitbraak het gevolg was van een lek uit een nabijgelegen onderzoekslaboratorium. Die piste is intussen zo goed als uitgesloten. Genetisch onderzoek door Catalaanse en Spaanse instellingen toont aan dat de aangetroffen virusstam niet overeenkomt met de zeven stammen die in het naburige IRTA-CReSA-laboratorium in Cerdanyola del Vallès worden gebruikt. Ook een audit vond geen onregelmatigheden in de veiligheidsprotocollen.De genetische analyse wijst op een &#039;specifieke variant&#039; van het virus. Die genetische ‘vingerafdruk’ verschilt duidelijk van de stammen die momenteel in West-Europa circuleren. Onderzoekers zien wel gelijkenissen met geïsoleerde gevallen in Oost-Europa en Azië, wat erop wijst dat het om een nieuwe of tot nu toe ongedocumenteerde variant in Spanje gaat. Omdat Afrikaanse varkenspest zich niet via de lucht verspreidt, maar via direct contact of besmet materiaal, achten experts de introductie via besmet varkensvlees of voedselresten het meest waarschijnlijk.  Virus op retour in DuitslandIn tegenstelling tot Spanje is het aantal gevallen van Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen in Duitsland in de tweede helft van 2025 sterk gedaald. Over heel 2025 werden 1.994 besmettingen geregistreerd, vooral in de eerste jaarhelft. Sinds de zomer is sprake van een duidelijke neerwaartse trend.De meeste besmettingen deden zich voor in de deelstaat Hessen, waar vorig jaar meer dan 1.600 AVP-gevallen werden vastgesteld. Ook daar verbeterde de situatie vanaf mei, waarbij sporadisch nieuwe gevallen opduiken. In het district Olpe, in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, zorgde een uitbraak in juni voor onrust bij Belgische varkensboeren. De uitbraak bevond zich op zo&#039;n 160 kilometer van de grens. Maar strikte maatregelen konden verdere verspreiding voorkomen.Ondanks het aanzienlijke aantal besmettingen werd opvallend genoeg geen enkel commercieel varkensbedrijf getroffen. Begin januari 2026 werden wel opnieuw drie gevallen gemeld bij wilde varkens in Noordrijn-Westfalen, wat het belang van blijvende waakzaamheid onderstreept.</content>
            
            <updated>2026-01-09T10:04:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minister Prévot bezoekt bananencollectie KU Leuven: "Veilig voedsel is een prioriteit"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minister-prevot-bezoekt-bananencollectie-ku-leuven-veilig-voedsel-is-een-prioriteit" />
            <id>https://vilt.be/58443</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Toegang tot veilig en voldoende voedsel wereldwijd is een strategische prioriteit van ons land. Dat heeft minister van Ontwikkelingssamenwerking Maxime Prévot (Les Engagés) gezegd bij een bezoek aan de bananencollectie die KU Leuven beheert.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/56b0535b-955a-4a35-927a-41bed0dc8670/full_width_supermarktbananenplasticverpakking.jpg</image>
                                        <content>De bananencollectie huisvest 1.700 verschillende variëteiten&amp;nbsp;bananen&amp;nbsp;afkomstig uit tropische gebieden wereldwijd, waarvan er 20 replica&#039;s van elke variëteit bewaard worden. De bank is officieel opgestart in 1985, nadat een professor gestart was met het verzamelen van stalen.&amp;nbsp;Vandaag is de databank de grootste van haar soort wereldwijd, maar de onderzoekers weten dat ze nog niet compleet is. Bij de ontdekking van nieuwe variëteiten, kunnen die toegevoegd worden.&amp;nbsp;Onderzoekers analyseren de genetische samenstelling van de&amp;nbsp;bananen, en sturen vanuit Leuven ook stekjes op naar landbouwers, bedrijven en kennisinstellingen wereldwijd. Op die manier kan de impact van de specifieke klimaatomstandigheden van een bepaald land onderzocht worden. Tegelijk proberen de wetenschappers uitdagingen als de klimaatverandering het hoofd te bieden, onder meer door genoomsequentie en CRISPR-Cas-technieken.&amp;nbsp;&quot;Plaatsen zoals deze zijn erg belangrijk als we het hebben over de voedselzekerheid wereldwijd&quot;, zei minister Prévot. &quot;Voedselzekerheid is niet enkel een zaak van de landbouw, het is ook een zaak van vrede, stabiliteit en waardigheid voor bijzonder veel mensen. De bananencollectie toont wat België te bieden heeft door klimaat, biodiversiteit en voedselzekerheid te verbinden met onderzoek en innovatie.&quot;</content>
            
            <updated>2026-01-09T08:29:16+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wereldwijde recordoogst voor aardappelen, Belgische prijzen hinken achterop]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wereldwijde-recordoogst-voor-aardappelen-belgische-prijzen-blijven-achterophinken" />
            <id>https://vilt.be/58444</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De wereld produceert meer aardappelen dan ooit, maar het aandeel van andere gewassen groeit nog sterker. Dat blijkt uit de analyse van World Potato Markets. De opbrengsten bedroegen gemiddeld 22,9 ton per hectare, een stijging van 0,5 procent. Dat is 8,0 procent meer dan tien jaar geleden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="prijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ddf07278-d479-4d0b-aafd-b7385b1848b8/full_width_aardappelverwerkingagristo.jpg</image>
                                        <content>World Potato Markets schat dat er wereldwijd 395 miljoen ton aardappelen zijn geproduceerd. De cijfers voor 2025 zijn nog niet volledig, maar het grote aanbod over de hele wereld wijst erop dat er opnieuw een record is gebroken.Duitsland en Frankrijk zagen een aanzienlijke stijging van de productie in 2024 en dat herhaalde zich in 2025, waarbij de Franse productie voor het eerst ooit boven de tien miljoen ton uitkwam. Van de tien topproducenten bevinden zich er vier in Azië (China, India, Bangladesh en Pakistan), één in Azië/Europa (Rusland), drie in Europa (Oekraïne, Duitsland en Frankrijk), één in Noord-Amerika (VS) en één in Afrika (Egypte).Dat de aardappelproductie blijft toenemen, is vooral het gevolg van meer efficiënte teeltmethoden. Hoewel het areaal aardappelen op een jaar tijd wel degelijk gestegen is, met 0,5 procent tot 17,076 miljoen hectare, ligt het totaaloppervlak nog steeds 5,3 procent lager dan in 2014.De aardappelproductie kende het afgelopen decennium een solide groei, maar die heeft geen gelijke tred gehouden met de toename van de wereldbevolking. Alleen de stijging van de soja- en maïsproductie heeft de toename van de wereldbevolking overtroffen, omdat de vraag naar bewerkte voedingsmiddelen en diervoeder toeneemt. De grootste procentuele stijgingen van de aardappelproductie in 2024 waren te zien in Zuid-Amerika (9,1%), Oceanië (8,8%), het Caribisch gebied (6,9%) en Midden-Amerika (6,5%). Europa kende een stijging van 1,7 procent, terwijl de totale productie in Noord-Amerika daalde met 3,2 procent.Aardappelareaal stijgtHet globale aardappelareaal is met 0,5 procent gestegen. Oceanië kende de grootste toename in oppervlakte, met een stijging van 7,3 procent, gevolgd door Midden-Amerika met 4,5 en Zuid-Amerika met 2,7 procent. In Europa is het areaal in 2024 met 0,3 procent gedaald, al zou dit nu zijn hersteld. In tegenstelling tot Noord-Amerika, waar het areaal in 2024 met -2,3 procent is afgenomen.In Afrika steeg het areaal met 0,6 procent tot 2,216 miljoen hectare, toch is de productie er gedaald met 0,2 procent, naar een totaal van 34,199 miljoen ton.Verrassende top drie grootste aardappelproducentenNiet het Westen maar Azië was goed voor 52,6 procent van de totale aardappelproductie en 54,1 procent van het geoogste areaal. Maar Europa is geen verwaarloosbare speler, want wij produceren als continent 25,9 procent van alle aardappelen ter wereld, goed voor 101,28 miljoen ton.China is de grootste aardappelproducent ter wereld, met 93,43 miljoen ton in 2024. Op de tweede plaats staat India met 60,142 miljoen ton. Op één jaar tijd is hun productie met 7,1 procent toegenomen. De derde plaats is verrassend genoeg niet voor Rusland of de VS, maar voor Oekraïne. Het land in oorlog heeft in 2024 21,36 miljoen ton aardappelen geproduceerd. World Potato Markets zegt dat de Oekraïense data door de oorlog moeilijk te verifiëren vallen, maar ongeloofwaardig zijn ze niet. De cijfers liggen in lijn met vorige jaren.De VS komen op de vierde plaats, en ook hun productie is fors gestegen met 9,6 procent.Ondanks onze kleine oppervlakte is ook België opgenomen in de top 25 van aardappellanden, met een productie van 4,02 miljoen ton. Onze productie is in 2024 toegenomen met 4,2 procent. Al moet dit cijfer waarschijnlijk wel met een korrel zout genomen worden omdat Belgapom, de federatie van de aardappelhandel en -verwerking, spreekt van ruim zes miljoen ton geproduceerde aardappelen. Aardappelprijzen op dieptepunt: verkopen of stockeren?World Potato Markets spreekt ook van een ‘all time low’ voor de Belgische aardappelprijzen. In België is dat geen nieuws meer, maar de analisten zetten toch nog even de feiten op een rij. World Potato Markets stelt vast dat de markt bezig is om weer op gang te komen na de kerst- en nieuwjaarperiode. Maar het jaar begon grotendeels in de sfeer van eind 2025, met weinig verwachting dat de prijzen de komende maanden aanzienlijk zullen stijgen.Telers staan dus voor een moeilijke keuze en een gok. Moeten ze hun verliezen aanvaarden en hun vrijgekochte aardappelen zo snel mogelijk verkopen in plaats van nog meer opslagkosten te maken? Of moeten ze vasthouden in de hoop op hogere prijzen door een lager aanbod in het late voorjaar? Het vriesweer is een extra factor voor wie overweegt om aardappelen te stockeren.World Potato Markets zag geen veranderingen in de Belgapom-prijzen afgelopen week en de Fiwap/Viaverda-waarden. De Belgapom-prijs voor vrije aardappelen Fontane en Challenger is het jaar begonnen op 15 euro per ton, de laagste prijs sinds 2018. Dat is 185 euro per ton minder dan een jaar geleden en 212 euro per ton minder dan de huidige contractprijzen. Fiwap en Viaverda noteren vrijemarktprijzen voor Fontane tussen 10 en 15 euro per ton. Innovator wordt voor 50 euro per ton verkocht en bintjes gaan als verse frietaardappel voor 30 euro per ton. Kopers zouden op de vrije markt bereid zijn een meerprijs te betalen als de grootte en kwaliteit ernaar is. Er zijn exportverkopen naar Zuid- en Zuidoost-Europa en naar Afrika, maar vervoerders ondervinden zeer sterke concurrentie van andere leveranciers. Belgische frieten zijn duurder, maar nog steeds gewildWorld Potato Markets wijdt ook nog een kleine rubriek aan de frietverkoop in Azië. Zowel de Verenigde Staten als China hebben het afgelopen jaar hun verkoopvolumes zien stijgen aan Japan en Hongkong. Hoewel België de grootste exporteur van frieten ter wereld blijft, is de Belgische frietverkoop aan Hongkong op een jaar tijd met 4,5 procent gedaald. Dit was misschien niet verrassend, want Belgische frieten zijn met een verkoopprijs van 1.999 euro per ton veel duurder dan onze concurrenten in de VS (1.560 euro per ton) en India (1.054 euro per ton). Of hun frietjes ook lekkerder zijn kan World Potato Markets niet zeggen, maar op prijsvlak worden we geklopt. Hongkong koopt het merendeel van zijn importfrieten bij de VS.Ook aan Japan is de VS de grootste frietverkoper, met 16.706 ton in november. Maar het land van de sushi kiest ook voor onze frietjes, met een afnamevolume van 3.389 ton in november. We verkopen er onze frieten aan 1.472 euro per ton, wat nog altijd één van de duurdere keuzes is. Toch wil Japan betalen voor onze kwaliteit.</content>
            
            <updated>2026-01-08T15:59:03+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Weer minder slachtoffers van wolven in Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/daling-wolvenslachtoffer-zet-voort-in-vlaanderen-bewijs-dat-wolvenbeleid-vruchten-afwerpt" />
            <id>https://vilt.be/58445</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal bevestigde dodelijke slachtoffers van wolven lag vorig jaar op 80. Daarmee zet de daling van de voorbije jaren zich voort. Twee jaar geleden nam de wolf nog het leven van 86 landbouwdieren, van schapen tot pony’s en kalveren. “Dit is het bewijs dat ons wolvenbeleid duidelijk zijn vruchten aan het afwerpen is”, klinkt het bij Agentschap Natuur en Bos dat voor de cijfers zorgde. In Nederland piekte het aantal wolvenslachtoffers vorig jaar. En het Waals Gewest werkt aan een wolvenplan.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/e8939b73-43d7-494f-b51c-3700aae0261d/full_width_wolven-welpjes-wolf-inbo2.png</image>
                                        <content>De wolvenschade in Nederland bereikte vorig jaar een piek met in totaal 3.128 dode landbouwdieren als gevolg van een wolvenaanval. Bij onze noorderburen zit het aantal wolvenslachtoffers onder landbouwdieren al jaren in de lift. In 2020 sneuvelden er &#039;maar&#039; 315 dieren bij een wolvenaanval. Sindsdien is het aantal roedels gestaag toegenomen tot een tiental vorig jaar en steeg ook het aantal dodelijke aanvallen fel.In Vlaanderen zien we een ander beeld en is de populatie redelijk stabiel met een gevestigde roedel in Limburg. Tussen 2018 en 2021 nam het aantal dodelijke slachtoffers vrij snel toe: van 16 gevallen in 2018 naar 66 een jaar later. In 2021 was de piek bereikt en waren er 189 dode, gekwetste of verdwenen prooidieren.&amp;nbsp;Daarna zakte het aantal slachtoffers van de wolf consequent. In 2024 noteerde ANB 86 dode landbouwdieren als gevolg van een wolvenbeet. Vorig jaar is het dodenaantal verder gezakt tot 80 gevallen en wordt van vier dodelijke gevallen nog onderzocht of een wolf de schuldige is. Onder de dodelijke slachtoffers waren er vorig jaar veel schapen, maar ook pony’s, een geit, damherten en een kalf. Opvallend is dat de slachtoffers alleen te betreuren zijn op locaties zonder wolfwerende omheining. Sinds enkele jaren subsidieert de overheid een omheining die de wolf tegenhoudt. &quot;Stijging verwacht wegens voortplanting&quot;Wolf Fencing Team (WFT) staat in Limburg landbouwers en hobbyboeren bij voor de installatie van zo&#039;n omheining. WFT had in 2025 eerder een stijging van het aantal dodelijke slachtoffers verwacht. Gezien de ontwikkeling van de wolvenpopulatie in Vlaanderen. “Vorig jaar was er in tegenstelling tot 2024 wel voorplanting, door de wolf Maurice, waardoor je meer slachtoffers zou verwachten”, vertelt woordvoerder Diemer Vercayie.Hij legt uit: “In de eerste periode na de bevalling krijgen de jongeren moedermelk, vanaf augustus schakelen zij over naar vlees. Dat vlees wordt door hun ouders opgehaald, vandaar dat we vanaf augustus altijd een piek zien.” Record aantal aanvragen bij Wolf Fencing TeamOndanks de positieve trend kreeg de organisatie vorig jaar een recordaantal aanvragen. Vercayie wijt dat vooral aan de berichtgeving rond de 11 pony’s die op korte tijd in Limburg overleden door een wolvenaanval. “Als gevolg hiervan leefde er veel onzekerheid onder de hobbyboeren”, verklaart hij.Ook Wolf Fencing Team ziet in de cijfers van ANB het bewijs dat ook hun werk loont. “Veertig procent van de geregistreerde schapenhouders in Limburg hebben via ons een wolfwerende omheining geïnstalleerd. Hierdoor heeft de wolf mogelijk zijn bakens verzet naar andere landbouwdieren in Limburg”, suggereert&amp;nbsp; Vercayie.Dit kan volgens hem de stijging van dode pony’s in Limburg verklaren. “In de Kempen waar wolfwerende omheiningen minder wijdverspreid zijn, zie je dat er relatief meer schapen gedood worden.” Zeker 107 aanvallen van wolven in het Waals GewestOok in Wallonië wordt het aantal slachtoffers van de wolf nauwgezet bijgehouden. De afgelopen drie jaar zijn er 107 aanvallen geweest op vee die met zekerheid toe te schrijven zijn aan een wolf. In 46 andere incidenten kon de tussenkomst van een wolf niet worden uitgesloten, 102 aanvallen werden met zekerheid door honden gepleegd. Dat zei minister van Natuur Anne-Catherine Dalcq (MR) in het Waals parlement.De minister werkt aan een wolvenplan, dat nog volop in de overlegfase zit. Het doel is een &quot;harmonieus samenleven met de wolf, rekening houdend met het stijgend aantal wolven op ons grondgebied&quot;, zei ze.&amp;nbsp;Volgens Dalcq is het wel al duidelijk dat de termijnen tussen een aanval en een schadevergoeding voor landbouwers korter moeten, en dat de vergoeding bredere schade moet dekken. Veehouders moeten ook beter beschermd worden tegen wolvenaanvallen, aldus Dalcq.&amp;nbsp;Volgens de meest recente schattingen leeft er een twintigtal wolven in Wallonië, vooral in de Hoge Venen.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-01-09T10:08:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU zet opschorting van kunstmestheffing in als extra concessie voor Mercosur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-wil-invoerheffing-op-kunstmest-tijdelijk-opschorten" />
            <id>https://vilt.be/58446</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie heeft enkele voorstellen gelanceerd om tegenstanders van het vrijhandelsakkoord met de Mercosurlanden over de streep te trekken. Ze stelt onder meer voor om tijdelijk invoerheffingen op kunstmeststoffen te schrappen en lidstaten eerder dan gepland toegang te geven tot een deel van het GLB-budget. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) noemt de voorstellen "ruim onvoldoende om de structurele problemen in de landbouw aan te pakken".</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/27685fde-5a64-45e8-9f8c-9f852dd72ce9/full_width_kunstmest-tractor-inagro-1158.jpg</image>
                                        <content>De Europese Commissie zoekt voldoende steun voor de Mercosurdeal, waarbij Italië een sleutelpositie inneemt. De Italiaanse houding kan bepalen of de vereiste meerderheid wordt gehaald om het akkoord binnenkort te ondertekenen. In een poging om Italië in het ja-kamp te krijgen, kondigde de Commissie woensdag nog enkele voorstellen aan. De aankondiging volgt op een buitengewone bijeenkomst van EU-landbouwministers na de protesten van vorige maand.Goedkopere kunstmeststoffenKunstmeststoffen zijn een belangrijke input voor landbouwers en worden geproduceerd met aardgas. Sinds de Russische inval in Oekraïne in februari 2022 is de Europese kunstmestmarkt ontwricht geraakt. Door de sancties op Russisch gas stegen de energieprijzen en daarmee ook de kunstmestprijzen fors. Vier jaar later zijn de prijzen intussen gedaald, maar zijn ze nog steeds dubbel zo hoog als in 2020.Omdat de Europese Unie zeer veel kunstmeststoffen importeert, stelt de Commissie nu voor om de invoertarieven van 6,5 en 5,5 procent op twee soorten kunstmeststoffen tijdelijk op te schorten om zo de prijzen te drukken. Volgens de Commissie zou de maatregel snel in werking kunnen treden en is die qua omvang vergelijkbaar met de kosten die voortvloeien uit het nieuwe aanpassingsmechanisme voor de koolstofgrens (CBAM), dat begin dit jaar in werking trad.In december liet de Commissie al weten dit mechanisme te willen aanpassen, zodat de toepassing tijdelijk kan worden opgeschort als de impact op de Europese interne markt te groot blijkt. Die opschorting zou met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 kunnen gelden.Op middellange termijn zal de Commissie in het tweede kwartaal van 2026 ook een meststoffenactieplan voorstellen. Dit zal onder meer inzetten op markttransparantie, op een grotere beschikbaarheid en op het gebruik van gerecycleerde nutriënten en alternatieven zoals renure. Wat met Russisch kunstmest?De EU importeert een groot deel van haar kunstmeststoffen uit Rusland. Hoewel er sancties kwamen op Russisch aardgas, bleef de invoer van Russische kunstmest lange tijd buiten schot. Pas vorige zomer besliste de EU om ook daar in te grijpen, door bovenop de gebruikelijke invoertarieven van 6,5 en 5,5 procent een specifiek importtarief in te voeren. Dat tarief wordt stapsgewijs verhoogd en moet binnen drie jaar uitkomen op een invoerheffing van ongeveer 100 procent. Een woordvoerder van de Europese Commissie kon nog niet bevestigen of het nieuwe opschortingsvoorstel ook van toepassing zou zijn op Russische kunstmest. Gewasbescherming in importDe Commissie wil daarnaast drie gewasbeschermingsmiddelen, die in de EU verboden zijn, ook weren uit ingevoerde producten. De Commissie werkt tegelijk aan een reeks technische aanpassingen van de bestaande regelgeving.Tot slot stelde ze voor om 45 miljard euro vervroegd vrij te maken voor landbouwers in de volgende meerjarenbegroting. Lidstaten zouden bij de indiening van hun eerste GLB-plannen vanaf 2028 al toegang kunnen krijgen tot maximaal twee derde van dat bedrag, dat normaal pas later bij een tussentijdse evaluatie beschikbaar is. &quot;Ruim onvoldoende”Minister Brouns, die samen met zijn Waalse collega Anne-Catherine Dalcq (MR) België vertegenwoordigde op de raad, noemt de maatregelen echter &quot;ruim onvoldoende&quot; om de structurele problemen en de fundamentele knelpunten aan te pakken. &quot;Het speelveld blijft ongelijk zolang landbouwers in Europa geconfronteerd blijven met een opeenstapeling van verplichtingen, controles en sancties, terwijl concurrenten van buiten de EU onder minder strenge voorwaarden toegang krijgen tot de markt&quot;, stelt hij. “Europa moet ruimte laten voor lokaal maatwerk. We moeten weg van een systeem dat enkel draait om controle en naar een kader dat inzet op vertrouwen&quot;.Beperkte bijsturingen volstaan volgens de minister niet &quot;om het vertrouwen in het Europese landbouwbeleid te herstellen of om jonge mensen opnieuw perspectief te bieden in de sector&quot;.&amp;nbsp; Alle ogen op ItaliëDe meeting van de landbouwminister kwam er voor een mogelijke stemming op vrijdag van de lidstaten over het EU-Mercosur-vrijhandelsakkoord. De Europese Commissie wil dat akkoord zo snel mogelijk officieel ondertekenen, maar heeft daarvoor nog niet de nodige steun van de lidstaten. Er wordt onder meer naar Italië gekeken, dat zich tot voor kort nog verzette tegen het akkoord, maar volgens verschillende media de kar zou kunnen keren. De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Antonio Tajani schreef in een persbericht alvast dat het akkoord &quot;enorme voordelen&quot; zou kunnen bieden, en hij verwelkomde de maatregelen die de Commissie aankondigde.</content>
            
            <updated>2026-01-09T09:21:45+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bar slecht jaar voor witlooftelers door overaanbod en dalende consumptie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bar-slecht-jaar-voor-witlooftelers-door-overaanbod-en-dalende-consumptie" />
            <id>https://vilt.be/58447</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het was een bar slecht jaar voor witlooftelers. Uit de jaarcijfers van REO en BelOrta bleek al dat de omzet uit witloof bijna gehalveerd was ten opzichte van 2024. Dit wordt bevestigd door telers. “Het was een ramp. De prijzen waren het hele jaar slecht”, klinkt het. De sector wijt de lage prijzen aan de hoge wortelopbrengst in 2024, waardoor de productie hoger lag. Daarnaast daalt de consumptie al jaren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="witloof" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8f433e14-7a6a-406c-8adf-c1ff1ec29768/full_width_witloof.jpg</image>
                                        <content>“Vorig jaar was een ramp. De prijzen waren het hele jaar slecht”, vertelt witloofteler Bert Emmerechts uit het Vlaams-Brabantse Opwijk. Ook witloofteler Stijn Neirynck uit het West-Vlaamse Pittem spreekt van een “bar slecht” jaar, waarbij de verkoopprijzen de “altijd maar stijgende kosten” niet volgen.Statistieken van het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT) geven een beter beeld van de mate van rampzaligheid voor de telers. Waar witloof in 2024 nog 63 miljoen euro in het laatje bracht, zakte dat tot 39 miljoen euro in 2025. Dat is een daling van 39 procent. De gemiddelde jaarprijs zakte van 2,1 euro per kilo, tot 1,1 euro, een daling van bijna 46 procent.De witlooftelers verklaren de slechte prijsvorming door de hogere wortelopbrengst in 2024. Witloof is een tweejarige teelt. In het eerste jaar worden de wortelen geteeld, die het jaar erop als grondstof dienen voor het witloof.“In vorige jaren viel de opbrengst van witloofwortel tegen, waardoor in 2024 meer is ingezaaid&quot;, zegt Bert Emmerechts. &quot;Hierdoor en door de goede teeltomstandigheden lag de opbrengst van witloofpennen in 2024 hoger in Vlaanderen, maar ook in Nederland en Frankrijk.” De VBT-cijfers bevestigen deze overproductie. Vorig jaar kregen de veilingen zo’n 34 miljoen kilo witloof binnen, 12,5 procent meer dan in 2024. Dalende consumptie, vooral onder jongeren&quot;Een klein overschot kan een grote impact op de prijs hebben&quot;, vertelt REO-voorzitter Dirk Declercq, die daarbij ook wijst op de dalende consumptie. Vooral onder jongeren is het witte goud van België steeds minder populair. Dit maakt dat de afzetmarkt slinkt. Ook omdat de groente bijna enkel populair is in ons land, Nederland, Frankrijk en in bepaalde delen van Duitsland.Uit cijfers van VLAM blijkt dat de jaarconsumptie in België daalde van 4,3 kilo per hoofd van de bevolking in 2008 tot 2,2 kilo in 2024. Het voorbije jaar lijkt de daling wel te stabiliseren op 2,3 kilo per persoon. Ten opzichte van 2008 betekent dit wel een halvering van de consumptie in België. Sterke terugval in areaalOok het aantal bedrijven en het areaal daalden de voorbije jaren sterk. Telde Vlaanderen in 2020 nog 146 witloofbedrijven met 232 hectare, dan was dat aantal vorig jaar teruggelopen tot 93 bedrijven met 107 hectare. In deze cijfers gaat het zowel om grondwitlooftelers als hydrotelers. Die laatste groep zorgt veruit voor de grootste volumes.Bij REO in het bijzonder is het aantal witlooftelers gedaald van 77 in 2020 naar 57 in 2025, dus een daling van een goede 25 procent. De productie bleef de voorbije jaren wel redelijk stabiel en schommelde tussen de 14 en 18 miljoen kilo. Ze was sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Inzetten op meer promotieOm de dalende consumptie van witloof te keren, startte VLAM enkele jaren geleden met de promotiecampagne &#039;Week van de witloof&#039; in februari. Vorig jaar is daar een promotiecampagne in de zomer bijgekomen. Op die manier wil men het winterimago afschudden dat aan de groente kleeft en zo de verkoop in de zomer opkrikken. “Bij de traditionele gerechten gaat het vaak om ovenschotels, terwijl witloof als verse salade natuurlijk ook erg geschikt is in de zomer”, klinkt het bij VLAM. Omdat de consumptie tijdens een promotieweek toeneemt, onderzoekt de organisatie aanvullende promo-initiatieven.Ook REO wil dit jaar meer inzetten op promotie. “We willen meer promotie maken en nog ook proactiever de markt op. We plannen bijvoorbeeld supermarktketens te benaderen voor promoacties als we voelen dat er een grote productie aankomt”, vertelt REO-voorzitter Dirk Declercq. Hopen op beterschapDe witlooftelers kunnen weinig anders dan hopen dat de prijs bijtrekt. “Nu liggen de prijzen hoger dan vorig jaar rond deze periode. Het is te hopen dat dit zich doorzet voor de rest van het jaar”, zegt Stijn Neirynck.Bert Emmerechts spreekt dezelfde hoop uit. Wel heeft hij vorig jaar stappen gezet om de kosten te drukken. Zo investeerde hij in een batterij, waardoor hij het eigen gebruik van zelf opgewekte groene stroom via zonnepanelen kan opkrikken. “En misschien kunnen we ook wat minder wortels zaaien om zo het toekomstige aanbod te remmen.”</content>
            
            <updated>2026-01-08T21:20:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Filterblokkades en laatste bord met Belgische kost: landbouwers voeren druk tegen Mercosur op]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/filterblokkades-en-laatste-bord-met-belgische-kost-landbouwers-voeren-druk-tegen-mercosur-op" />
            <id>https://vilt.be/58448</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Donderdag hebben de Vlaamse landbouwers met nieuwe acties hun ongenoegen over het nakende Mercosurakkoord duidelijk gemaakt. ABS riep zijn leden op om filterblokkades op te zetten. Dat gebeurde op het rondpunt in Wommelgem, op de turborotonde in Gent en op de A11 in Zeebrugge. Boerenbond trok naar het Luxemburgplein in Brussel om er “het laatste bord lekkere Belgische kost” voor te schotelen aan de Europarlementairen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="boerenprotest" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e0d1b9c6-b97f-4c72-b6eb-2358a91c1773/full_width_filterblokkades-protest-mercosur-abs.jpg</image>
                                        <content>Havens als doelwit30 tot 40 tractoren bezetten in de provincie Antwerpen de rotonde van Wommelgem. Eén van de drie rijstroken werd afgezet. “De meest linkse rijstrook op het rondpunt is afgesloten voor verkeer en dat geeft wel wat hinder. Al blijft de E313 buiten schot”, zo vatte Peter Bruyninckx, woordvoerder van het Vlaams Verkeerscentrum, er de situatie samen. De landbouwers kregen toestemming van de politie om tot 22 uur het rondpunt te bezetten.Op de A11 in Zeebrugge stonden 150 tot 200 tractoren op de weg. Zij lieten vanaf 11 uur het vrachtverkeer maar met mondjesmaat door. De plaats van actie was bewust gekozen. “Wij viseren vandaag de havens”, vertelt Frederik Vandenbroucke van Jong ABS. &quot;In het Mercosurakkoord draait het ook om de havens. Voor de havens zal het akkoord een ferme boost zijn. Dat begrijpen wij, maar dan moet het met een gelijk speelveld zijn voor de landbouw”, aldus de jonge landbouwer.In Gent waren een 100-tal tractoren van de partij. Zij zetten een filterblokkade op bij de turborotonde nabij Eurosilo in de Gentse haven. Ook daar werd het verkeer gefilterd en slechts via één rijvak doorgelaten. ABS benadrukte dat de actie bedoeld is om de overheid en handel een signaal te geven en de consument te beschermen. &quot;Het is niet onze bedoeling om burgers te treffen, maar om te laten zien dat voedsel geen &#039;platte commerce&#039; mag zijn.&quot; Kritiek van VokaVoka Oost-Vlaanderen is niet te spreken over de actie van de landbouwers. De werkgeversorganisatie erkent dat protesteren een democratisch recht is, maar noemt het &quot;onaanvaardbaar&quot; dat de Gentse haven een &quot;permanent doelwit&quot; wordt. &quot;Na de Code Rood-actie bij Cargill, de acties van de loodsen en de vakbondsstakingen vorig jaar, wordt opnieuw deze cruciale economische draaischijf onder druk gezet,&quot; klinkt het in een persbericht.&quot;De Gentse haven is geen symbool om te blokkeren, maar een motor van jobs en welvaart,&quot; besluit Geert Moerman, co-CEO van Voka Oost-Vlaanderen. &quot;Wie de haven lamlegt, treft niet &#039;het systeem&#039;, maar bedrijven, werknemers en de hele Oost-Vlaamse economie. Het debat over handel voer je met argumenten, niet door poorten te blokkeren.” Boerenbond kiest voor symbolische actieBoerenbond besliste om de tractoren thuis te laten en in te zetten op symbolische en diplomatieke acties. Zo trok Boerenbond woensdag naar Sint-Katelijne-Waver, de thuishaven van Europarlementslid Liesbet Sommen (cd&amp;amp;v). Zij kreeg er van voorzitter Lode Ceyssens “het laatste bord lekkere Belgische kost” voorgeschoteld. Donderdag was het de beurt aan Europarlementslid Hilde Vautmans (Open Vld). Ook zij kreeg een bord met lekkers voorgeschoteld.Voorafgaand aan de informele Landbouwraad op woensdag werden ook de Vlaamse en Waalse landbouwminister benaderd door de landbouworganisaties. Boerenbond gaf minister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) de bekommernissen van de landbouwers nog eens mee. ABS-voorzitter Bruno Vincent overhandigde op zijn beurt een petitie met 4.000 handtekeningen tegen het Mercosurakkoord aan zowel minister Brouns als aan zijn Waalse collega Anne-Catherine Dalcq (MR).</content>
            
            <updated>2026-01-09T08:48:18+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mercosur is goedgekeurd: “Gitzwarte dag voor landbouwer en consument”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mercosur-is-goedgekeurd-gitzwarte-dag-voor-landbouwer-en-consument" />
            <id>https://vilt.be/58449</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door een Italiaanse 'positieswitch' hebben de lidstaten van de Europese Unie vrijdagmiddag het Mercosur-vrijhandelsakkoord goedgekeurd. Landbouworganisaties ABS en Boerenbond reageren verbolgen. Zij waarschuwen dat niet alleen landbouwers, maar ook consumenten de dupe zijn. “De consumentenorganisaties die altijd tegen gewasbescherming zijn, waar staan ze nu?”, zegt ABS-woordvoerder Mark Wulfrancke.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/384dc912-9418-4d88-bcde-22cc0cd88ef6/full_width_mercosurprotestdecember2-2.jpg</image>
                                        <content>De Europese Commissie had eind 2024, na meer dan 25 jaar onderhandelen, een vrijhandelsakkoord gesloten met de landen van Mercosur (Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay). &amp;nbsp;Dat akkoord moest alleen nog officieel ondertekend worden, maar tot vandaag had de Commissie daarvoor geen mandaat.Voor de goedkeuring was een gekwalificeerde meerderheid nodig. Het ging om minstens 15 lidstaten die samen minstens 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen. Vrijdag bleek die meerderheid er wel te zijn. Het Cypriotische voorzitterschap van de Raad kon hierdoor de teksten voor een stemming voorleggen aan de ambassadeurs.Uiteindelijk stemden enkel Frankrijk, Polen, Oostenrijk en Hongarije tegen het akkoord. Italië, dat zich lang verzette, stemde uiteindelijk toch voor. België moest zich onthouden, aangezien er geen gemeenschappelijk standpunt werd gevonden tussen de verschillende regeringen.Alles lijkt nu dus in gereedheid gebracht om het vrijhandelsakkoord te verzilveren. Er volgt nog een schriftelijke procedure om het akkoord officieel goed te keuren. Daarna kan Commissievoorzitter Ursula von der Leyen het akkoord in naam van de EU ondertekenen. &quot;Kaakslag voor de boeren&quot;Het Mercosur-vrijhandelsakkoord stoot op veel kritiek, onder meer van landbouworganisaties omdat er in het verdrag ook de taksvrije import van diverse voedingswaren is opgenomen. Vooral de suiker-, rundvlees- en pluimveesector zullen moeten opboksen tegen goedkope Zuid-Amerikaanse producten. Maar dit wordt volgens Boerenbond blind genegeerd. “Dit is een kaakslag voor onze boeren die elke dag met passie zorgen voor veilig en duurzaam voedsel op het bord van de Europese consument”, reageert voorzitter Lode Ceyssens. De landbouworganisatie roept de Europese parlementsleden op om bij de finale stemming, die nog steeds moet gebeuren, dit akkoord in zijn huidige vorm niet te laten passeren. Terwijl men in Europa de duurzaamheids- en klimaatlat steeds hoger legt, zet men met dit akkoord de deur open voor meer en goedkoper vlees en suiker die minder duurzaam geproduceerd worden dan het eigen Europese product Boerenbond wijst erop dat de gekwalificeerde meerderheid om Mercosur goed te keuren slechts zeer nipt werd behaald. “Terwijl men in Europa de duurzaamheids- en klimaatlat steeds hoger legt, zet men met dit akkoord de deur open voor meer en goedkoper geïmporteerd vlees en suiker die minder duurzaam geproduceerd worden dan het eigen lokale Europese product. De consument zal, tegen zijn maatschappelijke keuzes in, bedot worden en de Europese boer wordt weggeconcurreerd door hogere kosten en goedkope import”, aldus Ceyssens.Koekje van legbatterij en hormonenbiefstukOok Mark Wulfrancke van ABS vindt dat je lang geen landbouwer hoeft te zijn om wakker te liggen van Mercosur. “Een koekje van legbatterijen, hormonenbiefstuk,… als dit de politiek is die Europa wil voeren met de volksgezondheid, dan is dat een erg trieste zaak.”Die visie delen ook sommige milieuorganisaties. Zo publiceerde Greenpeace in 2023 nog een rapport waarin ze waarschuwen hoe bij ons verboden gewasbeschermingsmiddelen via een omweg toch op het bord belanden. Atrazine op suikerriet, Diuron,… zaken die hier al meer dan 20 jaar verboden zijn, worden in Brazilië en masse toegestaan… Zelfs fipronil!  “Atrazine op suikerriet, Diuron,… zaken die hier al meer dan 20 jaar verboden zijn, worden in Brazilië en masse toegestaan… Zelfs fipronil! En waar zitten die zogenaamde consumentenorganisaties? Die hoor je niet. Het is erg dat de landbouworganisaties het belang van de consument moeten verdedigen.”Rusland, China en MercosurAls tegenargument heeft Europa in geopolitiek instabiele tijden wel nood aan nieuwe partnerschappen. Volgens Wulfrancke gaat men hier echter een brug te ver. “We hebben geen probleem met Mercosur op zich, maar doe het niet met voeding. We drijven handel met landen die bevoorrechte partner van China en Rusland zijn. Er zijn geopolitieke spanningen, dat begrijp ik, maar ik weet niet of dit de meest geopolitiek stabiele oplossing is. We sluiten de grenzen voor Russisch kunstmest, maar door handel te drijven met Brazilië steunen we Rusland via een omweg en krijgen we toch hun kunstmest op ons bord.&quot;“En oké, men zegt dan dat het gaat om beperkte hoeveelheden, maar ook op dat vlak is Europa altijd een zeer onbetrouwbare partner geweest&quot;, zegt Wulfrancke nog. “Er wordt gespeeld met de volksgezondheid. En dat komt bovenop de problemen die voor de landbouw gecreëerd worden. De kans is niet onbestaande dat onze suikerindustrie verdwijnt. Ook rundvlees zal onder druk komen te staan. Europa denkt op de korte termijn.” &quot;Europese garanties niet waterdicht&quot;Het Mercosurakkoord omvat wel degelijk controlemechanismen die zouden moeten garanderen dat de importgoederen worden geproduceerd aan een standaard gelijkwaardig aan Europese normen. Maar die garanties zijn volgens critici lang niet waterdicht. “Over die zogenaamde veiligheden: er staat ook in het akkoord dat Mercosurlanden die zich benadeeld voelen, door één of andere regeling in Europa, daarvoor naar de rechter mogen stappen”, zegt Wulfrancke.Boerenbond ziet het Mercosurakkoord als een signaal dat Europa weinig waarde hecht aan de productienormen van voeding. De organisatie zegt cynisch er vanuit te gaan dat er de volgende jaren geen bijkomende voorwaarden meer komen voor de reeds zeer strenge Europese regelgeving.Ceyssens vraagt dus ook een oplossing voor de vergunningenproblematiek. “Na onze actie in december belooft men nu een analyse en aanpak van de problemen met Europese milieuwetgeving voor wat betreft de Habitatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn. Dat is goed, want deze Europese wetgeving ligt aan de basis van de vergunningenproblematiek in Vlaanderen. Maar we rekenen op een snelle en performante aanpak van deze belofte. Die knoop moet worden ontward, zodat onze boeren hun bedrijven kunnen moderniseren, verduurzamen en klaarmaken voor de toekomst”, zegt Ceyssens. &quot;Europa belooft extra geld, maar....&quot;De eerdere budgettaire toegevingen in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid zijn ook een stap in de goede richting voor Boerenbond. “Zolang deze middelen ook effectief en onvoorwaardelijk bij de landbouwers terechtkomen”, benadrukt men wel. “Deze extra middelen veranderen niets aan de kern van de problemen in het Mercosurakkoord of rond het blokkerend beleid. Boerenbond kijkt nu naar het Europees parlement.”Wulfrancke hecht weinig waarde aan de Europese beloften, noch voor het GLB, noch voor de voedselveiligheids- en handelsgaranties. “Veel beloven en weinig geven, doet de zot in vreugde leven”, zegt Wulfrancke. “Dat hebben we al verschillende keren meegemaakt met Europa. Wat het GLB betreft: op de persconferentie woensdag vroeg men waar het geld vandaan ging komen. Daar kwamen weinig antwoorden op. Als je dan ook doorvraagt waar het geld is voor defensie, veiligheid aan de grenzen en andere zaken, krijg je evenmin een antwoord. Europa belooft veel, maar wat ben je zelfs met extra geld als je aan zaken wordt blootgesteld waar je niet aan blootgesteld wil worden?”Boerenbond hoopt dat het akkoord nog net voor de finish zal stranden. “We roepen de parlementsleden op om het akkoord in deze vorm niet te laten passeren”, zegt Ceyssens. “Daarom doen we nogmaals een toer langs de Vlaamse Europarlementsleden. Niet alleen over Mercosur trouwens, maar over alle slechte Europese regelgeving die onze sector vandaag op slot zet. Dat doen we in de schoot van de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca en in overleg met de andere Europese landbouworganisaties.” Boerenprotest blijft aanhoudenHoewel de kogel door de kerk is en de lidstaten groen licht hebben gegeven voor de ondertekening van het Mercosurakkoord, is het protest tegen het handelsakkoord nog niet gaan liggen. Het hele weekend bleef het her en der onrustig. Vooral in Wallonië werden her en der wegen geblokkeerd: in Marquain, Wierde, Courrière en Haut-Ittre werden grote verkeersaders afgesloten. Ook in Vlaanderen waren er spontane acties, onder meer in Kaprijke.Zaterdag heeft een landbouwer een grote lading aardappelen op de Grote Markt in Brussel afgekapt. &quot;Het doel en de boodschap: een vreedzame en symbolische actie om aan te geven dat de boeren er genoeg van hebben. Het zijn wintersolden en Brussel heeft beslist onze landbouw in de uitverkoop te zetten. Onze strijd eindigt hier niet&quot; zo klonk het op de Facebookpagina van de Waalse landbouworganisatie FWA.</content>
            
            <updated>2026-01-11T20:02:40+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Pieter Spanoghe nieuwe voorzitter van onderzoekskoepel Agrolink]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pieter-spanoghe-nieuwe-voorzitter-van-onderzoekskoepel-agrolink" />
            <id>https://vilt.be/58450</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Professor Pieter Spanoghe (UGent) is in naam van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen de nieuwe voorzitter van de onderzoekskoepel Agrolink. De organisatie verenigt onderzoekers van vijftien Vlaamse kennisinstellingen. De komende twee jaar wil Spanoghe vooral inzetten op verdere kennisuitwisseling en verbondenheid binnen het Vlaams landbouwonderzoek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a41f21b4-1819-46b2-b171-c4add98e3ffc/full_width_pieter-spanoghe.JPG</image>
                                        <content>Spanoghe neemt de fakkel over van Mia Demeulemeester (Inagro). Het voorzitterschap van Agrolink roteert om de twee jaar tussen vertegenwoordigers van de vijftien aangesloten kennisinstellingen. Concreet gaat het om de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van UGent, de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van KU Leuven, ILVO, het KBIVB, het Proefbedrijf Pluimveehouderij, Praktijkpunt landbouw Vlaams-Brabant, de Hooibeekhoeve, het Proefcentrum Hoogstraten, Inagro, PSKW, Viaverda, pcfruit, PIBO Campus, VCBT, en VITO.In 2015 besloten deze instellingen zich te verenigen met Agrolink. “We vonden het belangrijk om elkaar te inspireren, maar initieel was Agrolink vooral erop gericht om Vlaams onderzoek meer visibiliteit te geven in Europa. Directeurs van verschillende instituten ontmoetten mekaar om hun ideeën, infrastructuur en projecten op elkaar af te stemmen en te stroomlijnen. Dat is geëvolueerd naar een kennisnetwerk waarbij onderzoekers over de grenzen van de instellingen heen met elkaar in overleg gaan over de uitdagingen van het hedendaags landbouwonderzoek.Digitalisering en AIHet stroomlijnen van dat onderzoek gebeurt op verschillende niveaus. Volgens Spanoghe valt er nog veel winst te maken op het vlak van digitalisering. “Onze instellingen verzamelen enorme hoeveelheden data, maar vaak elk in hun eigen systeem,” zegt Spanoghe. “Het zou bijzonder waardevol zijn om die data-opslag te uniformiseren. Ook de manier waarop we data verzamelen, bijvoorbeeld op welke wijze een onderzoeker de lichaamstemperatuur registreert van een koe of welke plantenveredeling meer ziekteresistent is, heeft baat bij een uniforme aanpak.”Een gestandaardiseerde data-aanpak is bovendien een belangrijke hefboom voor artificiële intelligentie. “AI en digitalisering zijn dé grote opkomende trends in landbouw,” zegt Spanoghe. “Denk aan systemen die automatisch een zieke koe in een veestapel kunnen detecteren of aan slimme camera’s die ervoor zorgen dat herbiciden alleen worden gespoten waar het onkruid groeit, waardoor er tot 90% op gewasbescherming kan worden bespaard. Ook binnen precisielandbouw liggen er grote kansen. Landbouw wordt steeds meer geconfronteerd met klimaatverandering, ziektedruk en plagen, en wij willen graag haalbare oplossingen aanreiken.”De samenwerking binnen Agrolink leidt ook tot efficiëntere investeringen. “Door beter te overleggen vermijden we dat twee instellingen met dezelfde vraag naar de Vlaamse overheid stappen,” aldus Spanoghe. “Zo voorkom je dat er parallel wordt geïnvesteerd in dure infrastructuur, zoals bijvoorbeeld hoogtechnologische serrecomplexen.”Voordelen aan Vlaamse diverse werkingSpanoghe gelooft wel dat het veelvoud aan Vlaamse onderzoeksinstellingen unieke voordelen biedt. Waar de Nederlandse onderzoeksinstelling WUR alle land- en tuinbouwonderzoek herbergt onder één dak, bieden de vele kleine Vlaamse onderzoekscentra unieke voordelen. “Het contact tussen de onderzoeker en de eindgebruiker is vrij uniek in ons Vlaams systeem”, zegt Spanoghe. “Universiteiten kloppen aan bij onderzoekscentra met hun bevindingen uit het labo, en de centra doen praktijktests en communiceren rechtstreeks met de landbouwer.”Spanoghe kijkt ernaar uit wat het Vlaams landbouwonderzoek de komende jaren nog zal opleveren. “Maar eerst en vooral wil ik mijn voorganger Mia Demeulemeester van Inagro hartelijk bedanken, want zij heeft Agrolink de afgelopen jaren voortreffelijk geleid.”</content>
            
            <updated>2026-01-12T08:57:06+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vragen over toewijzing en neutraliteit nieuw infopunt voor veehouders]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vragen-over-toewijzing-en-neutraliteit-nieuw-infopunt-voor-veehouders" />
            <id>https://vilt.be/58451</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>N-VA-parlementslid Andy Pieters stelt zich vragen bij de procedure rond de toewijzing van middelen aan Veekompas, het nieuwe infopunt voor veehouders. Hij heeft ook bedenkingen bij de objectiviteit van de adviezen. Het project kreeg vijf miljoen euro en wordt gecoördineerd door landbouworganisatie Boerenbond. “Ik ga ervan uit dat de minister (Jo Brouns van cd&amp;v, red.) niets te verbergen heeft en bereid zal zijn transparantie te geven", aldus het parlementslid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fcf6e682-140c-4d91-a491-5332a56094b3/full_width_kudde-koeien-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Infopunt Veekompas moet veehouders binnenkort wegwijs maken en ondersteunen in de regelgeving rond stikstof en andere emissies. Naast duiding bij de complexe wetgeving zal het ook gerichte begeleiding geven aan veehouders die hun bedrijfsvoering willen bijsturen of heroriënteren.Na een open oproep vorig jaar om het infopunt op te richten, zou één consortium een geldige aanvraag hebben ingediend en de opdracht toegewezen hebben gekregen. Het consortium omvat zes partners: Boerenbond Projecten, Inagro, Proefbedrijf Pluimveehouderij, Hooibeekhoeve, Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL) en het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO). Transparantie en objectiviteit in vraag gesteldIn een persbericht vraagt Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA) aan Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) nu meer details over de toewijzing van de subsidie. Hij stelt zich vragen over de timing van de toewijzing en over een bestuurswissel bij Boerenbond, de coördinator van Veekompas. De bestuurder waarvan sprake zou drie jaar geleden medewerker zijn geweest van het kabinet van toenmalig landbouwminister Hilde Crevits (cd&amp;amp;v). En nadien aan de slag gegaan zijn bij de landbouworganisatie, om er vorige zomer een bestuursfunctie op te nemen.Volgens Pieters werd deze informatie niet transparant aan alle partijen van de meerderheid meegedeeld.&amp;nbsp;Hij vraagt zich af of dezelfde middelen uitgegeven zouden zijn als de medewerker niet betrokken zou zijn. Boeren die lid zijn van het Algemeen Boerensyndicaat, worden linea recta naar Boerenbond gestuurd. Als Algemeen Boerensyndicaat zou ik daar razend van worden Daarnaast stelt Pieters zich ook vragen bij de objectiviteit van de adviezen van het infopunt voor veehouders. &quot;Boeren die geen lid zijn van Boerenbond, maar van het Algemeen Boerensyndicaat, worden immers linea recta naar Boerenbond gestuurd. Als Algemeen Boerensyndicaat zou ik daar razend van worden&quot;, zegt Pieters.VriendjespolitiekDe vraag tot opheldering, van de gewezen kabinetschef van minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA), komt er nadat zij de voorbije dagen forse kritiek had gekregen vanuit de meerderheidspartijen cd&amp;amp;v en Vooruit. Die discussie speelt zich ook af rond een subsidiedossier. Zo is er ophef over subsidies aan de Thomas More-hogeschool, na een stopzetting van een openbare aanbesteding. Demir werd in dat verhaal door de oppositie beschuldigd van vriendjespolitiek.Deze dynamiek bereikte ondertussen ook al de ministerraad waar beide subsidiedossiers besproken werden. In een reactie aan VRT NWS benadrukt Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) dat beide dossiers correct in elkaar zitten. Tegelijk wijst hij de parlementsleden erop dat elke meerderheidspartij deze dossiers zelf heeft goedgekeurd. &quot;Ik heb er geen probleem mee dat er discussie is. Maar als dat vanuit de meerderheid komt, dan moeten die mensen beseffen dat men ook de eigen ministers en de partijgenoten onder de bus gooit. Want die hebben die beslissingen mee goedgekeurd.&quot; Kritiek mag en moet, maar dan graag op de inhoud. Aan een moddergevecht neem ik niet deel “Alles volgens transparante procedures”Uit cd&amp;amp;v-hoek wordt niet enthousiast gereageerd op de zet van Pieters. De partij wijst erop dat de bewuste subsidie een positief advies kreeg van N-VA-minister van Financiën Ben Weyts. Dat een voormalig kabinetsmedewerker elders in de sector aan de slag gaat, vindt de partij ook weinig opmerkelijk.Minister Brouns benadrukt ook dat het gaat om een transparante overheidsopdracht, uitgevoerd volgens de geldende procedures, en waar iedereen op kon intekenen. De suggestie dat hier sprake zou zijn van voorkeursbehandeling of een gebrek aan concurrentie vindt geen enkele steun in de feiten of de procedure, meent Brouns. “Kritiek mag en moet, maar dan graag op de inhoud”, reageert hij. “Aan een moddergevecht neem ik niet deel.”Waarom opnieuw Boerenbond en geen ABS?Hoe kijkt het Algemeen Boerensyndicaat naar de beweringen dat de procedure zonder voorkeursbehandeling is verlopen en dat er geen sprake was van een gebrek aan concurrentie? “Ik heb niets tegen de procedure waarop de openbare aanbesteding is verlopen”, stelt voorzitter Bruno Vincent. “Ik stel mij wel de vraag waarom de vijf onderzoekcentra niet op zichzelf kunnen opereren en dat er een privépartner bij betrokken moet worden. Nu krijgen wij de opmerking van onze leden dat ze advies moeten gaan vragen via Boerenbond en zo creëert men volgens mij zelf een ongemakkelijke situatie.”Zelf wist Vincent niets af van de open oproep. “We zijn een kleine organisatie die niet altijd de middelen en het personeel hebben om in zo’n groot project te stappen. En deze boodschap moeten we jammer genoeg ook meegeven aan onze leden”, vertelt Vincent. WafelijzerpolitiekNaast de vraag waarom onderzoekcentra niet autonoom kunnen functioneren, stelt hij ook de algemene budgetverdeling bij de uitvoering van het stikstofdecreet ter discussie. Bij de budgetverdeling ziet hij steeds meer ‘wafelijzerpolitiek’. Daarbij wordt het beschikbare budget min of meer evenredig verdeeld, vooral om een politiek conflict te vermijden. Of dat budget bij elke partij ook echt nodig is of efficiënt wordt ingezet, speelt dan een ondergeschikte rol. “De helft van het uitvoeringsbudget van het stikstofdecreet gaat naar landbouw, de andere naar natuur”, duidt Vincent. “Het geld voor de landbouw begint zijn weg te vinden naar allerlei partijen rond de landbouw. Daarbij dreigt de landbouwsector zelf het grootste slachtoffer te worden.” &amp;nbsp;“Begeleiding noodzakelijk”Omdat de opdracht inhoudelijk bijzonder zwaar is, vraagt het volgens minister Brouns een brede en multidisciplinaire samenwerking. “Er moeten meer dan 1.000 veehouders begeleid worden bij het halen van complexe emissiereductiedoelstellingen tegen 2030, in een context van snel veranderende regelgeving”, klinkt het. Landbouworganisatie Boerenbond geeft ook mee dat landbouwers zelf kunnen kiezen door welke organisatie ze geholpen willen worden als ze advies vragen. Politici moeten misschien meer de hand in eigen boezem steken. Als men had werk gemaakt van een werkbaar stikstofakkoord, dan was deze begeleiding niet noodzakelijk geweest om landbouwers een kans op voortbestaan te geven Daarnaast benadrukt Boerenbond dat het in feite fundamenteel oneens is met het stikstofdecreet. “Maar zo lang onze procedure bij het Grondwettelijk Hof loopt voor de vernietiging ervan, moeten beslissingen worden genomen die de toekomst van het bedrijf én van het gezin achter dat bedrijf bepalen. Het is goed dat er nu een samenwerking is om de veehouders, in een zeer onzeker rechtskader, daar zo goed mogelijk bij te kunnen helpen”, aldus Boerenbond. “Politici die niet akkoord zijn met de oprichting van het Veekompas, moeten misschien meer de hand in eigen boezem steken. Als men had werk gemaakt van een werkbaar stikstofakkoord, dan was deze begeleiding niet noodzakelijk geweest om landbouwers een kans op voortbestaan te geven.”</content>
            
            <updated>2026-01-09T18:13:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rikolto promoot ‘Week voor Goed Eten’ met Pascale Naessens en hulde voor lokale initiatieven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rikolto-promoot-week-voor-goed-eten-met-pascale-naessens-en-hulde-voor-lokale-initiatieven" />
            <id>https://vilt.be/58452</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De ngo Rikolto viert van 9 tot 18 januari de ‘Week voor Goed Eten’. Hiermee wil de organisatie aandacht vragen voor het recht op gezonde, eerlijke en duurzame voeding. Verschillende steden en gemeenten doen mee, en zetten hun lokale voedselinitiatieven in de verf. Ook Pascale Naessens en 14 andere chefs zetten hun schouders onder de campagne.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/b646afe0-e638-4ef0-8cb8-ee84922289a7/full_width_week-goed-eten-rikolto.jpg</image>
                                        <content>Gezond en lekker eten is voor veel mensen geen evidentie, stelt Rikolto.“Wereldwijd kan één op drie mensen zich geen gezond en gevarieerd dieet veroorloven, en ook dichter bij huis blijven de uitdagingen groot”, zegt woordvoerder Jelle Goossens. “Ongezonde voeding is vaak goedkoper en wordt harder gepromoot, biodiversiteit neemt af en veel landbouwers vinden geen opvolging.”Daarom zet de campagne diverse mensen en initiatieven in de kijker die elke dag werk maken van goed eten. Denk aan scholen die met gezonde voeding gelijke kansen bevorderen of aan buurtrestaurants die koken met lokale producten. Ook zijn er de initiatieven die voedseloverschotten herbestemmen of de verbinding maken tussen scholen, horeca en cateraars. Rikolto stelde een dossier op dat de goede praktijken bundelt uit 12 centrumsteden. Op basis daarvan geeft men aanbevelingen voor een beter lokaal voedselbeleid.“Als beleid en het engagement van burgers elkaar versterken, is heel veel mogelijk”, zegt Jelle Goossens. “Al die initiatieven tonen dat investeren in lokaal voedselbeleid winst oplevert op alle vlakken: economie, landbouw, onderwijs, sociale rechtvaardigheid en klimaat. Elke stad of gemeente kan het verschil maken.” Daarom roept Rikolto lokale besturen op om niet te besparen, maar net te investeren in een lokaal voedselbeleid. Chefs en thuiskoks dragen steentje bijOok Pascale Naessens en haar culinaire collega’s dragen hun steentje bij. Zij tonen met eenvoudige recepten dat goed eten makkelijk kan zijn voor iedereen. “Goed eten is een basisrecht”, zegt Pascale Naessens. “Wat we eten, bepaalt hoe we ons voelen, hoe we denken, hoe we leven. Iedereen verdient het om toegang te hebben tot voeding die niet alleen vult maar ook écht voedt.”Iedereen die tijdens de campagne een bijdrage doet via de site weekvoorgoedeten.be ontvangt een digitaal receptenboekje met eenvoudige recepten van Hakim Chatar, Regula Ysewijn, Fatma Taspinar, Louise Goederoy en vele anderen.“Zij tonen dat goed eten niet moeilijk of duur is”, zegt Jelle Goossens. “En met de steun die we ontvangen kan Rikolto wereldwijd samenwerken aan structurele oplossingen om ons voedselsysteem eerlijker en duurzamer te maken.”Daarnaast verkopen op verschillende plaatsen in Vlaanderen handelaars en landbouwers de Rikolto-winkelzak, gevuld met lokale producten.</content>
            
            <updated>2026-01-09T16:54:20+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Podcast: Veredeling als stille kracht achter onze voedselzekerheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/podcast-veredeling-als-stille-kracht-achter-onze-voedselzekerheid" />
            <id>https://vilt.be/58453</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Droogte, ziekten, strengere regelgeving en veranderende consumentenverwachtingen: de uitdagingen voor de landbouw stapelen zich op. Maar hoe wapenen gewassen zich tegen die veranderingen? Samen met ILVO-wetenschappers gaan we in de podcast ‘Komt het goed met ons eten?’ dieper in op de vaak onzichtbare, maar cruciale rol die veredeling daarin speelt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5c8c10fa-0dc8-4618-821a-493c859ee154/full_width_schermopname-6-10-2025-223210-vimeocom.jpeg</image>
                                        <content>Al bijna een eeuw lang werkt het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) aan het verbeteren van gewassen. Zo was het voor de jaren 1970 ondenkbaar om maïs te telen in onze contreien, maar dankzij veredeling werden gewassen ontwikkeld die aangepast zijn aan ons klimaat en intussen is de teelt niet meer weg te denken uit de Vlaamse landbouw.Vandaag wordt bij ILVO volop werk gemaakt van de ontwikkeling van sojarassen die onder de teeltomstandigheden in Vlaanderen kunnen presteren. “Maar daar houdt het werk niet op”, zo zegt Hilde Muylle, directeur van de eenheid Plant bij ILVO. “Even cruciaal, naast kwaliteit en opbrengst, zijn aspecten als teelttechniek, mechanisatie en ketenontwikkeling. Ook daar zetten wij op in.&quot;Wie spreekt over verdeling kan niet om genetisch gewijzigde gewassen (ggo’s) of nieuwe genomische technieken, zoals CRISPR-Cas, heen. Marc De Loose, wetenschappelijk directeur bij ILVO met expertise in ggo’s, neemt ons mee in het spanningsveld dat er op dat vlak bestaat tussen wetenschap, beleid en maatschappij. Hij wijst erop dat deze technieken vandaag al buiten Europa zijn toegelaten en dat dit leidt tot een ongelijk speelveld. “Als Europa te traag schakelt, dreigt het de boot te missen”, stelt hij.De podcast biedt geen simpele antwoorden, maar wel inzicht in hoe wetenschap, landbouw en voedselproductie samen zoeken naar oplossingen. Wie benieuwd is hoe de gewassen van morgen vandaag al vorm krijgen, krijgt in deze aflevering een inkijk achter de schermen.</content>
            
            <updated>2026-01-09T17:53:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opnieuw twee haarden van vogelgriep: bedrijf in Alveringem en bedrijf in Wingene getroffen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriep-vastgesteld-bij-pluimveebedrijf-in-alveringem" />
            <id>https://vilt.be/58454</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op twee dagen tijd zijn opnieuw twee West-Vlaamse pluimveebedrijven getroffen door vogelgriep. Op vrijdag berichtte het Voedselagentschap (FAVV) dat er een besmetting was vastgesteld op een pluimveebedrijf in Alveringem. Op zaterdag werd een kalkoenbedrijf in Wingene getroffen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogel" />
                        <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3a17a127-b066-499a-8288-f97501a657a2/full_width_legkip-leghen-ilvo.jpg</image>
                                        <content>55.000 moederdieren in AlveringemDe besmettingshaard in Alveringem is uitgebroken bij een bedrijf dat zich in de 10-kilometerzones bevond die al afgebakend waren na eerdere besmettingen in Veurne en het Noord-Franse Warhem eind december. Het gaat om een vermeerderingsbedrijf met 55.000 moederdieren. Alle dieren werden meteen geruimd.&quot;Een groot deel van de beschermingszone van drie kilometer en een bewakingszone van tien kilometer die rond het bedrijf worden ingesteld, overlappen dus met de bestaande zones en bevinden zich deels op het Franse grondgebied&quot;, aldus het Voedselagentschap. Eind december werd vogelgriep vastgesteld op een pluimveebedrijf in Veurne. Een uitbraak net over de Franse grens zorgde voor een verlenging van de beperkende maatregelen in West-Vlaanderen. In de bewakingszone moeten alle pluimveehouders, professionele en particuliere houders, hun pluimvee afschermen. In een straal van drie kilometer geldt de verplichting ook voor andere vogels.3.500 kalkoenen in WingeneZaterdag kwam er dan opnieuw nieuws over een uitbraak. Dit keer ging het om een bedrijf met zo&#039;n 3.500 kalkoenen uit Wingene. Ook deze dieren zijn geruimd. Rond deze haard werden de gebruikelijke 3-kilometerzone en 10-kilometerzone afgebakend. Het gaat om een pluimveedens gebied waardoor er een 70-tal bedrijven zijn getroffen door de maatregelen die gelden in de zones.&quot;De&amp;nbsp;vogelgriep&amp;nbsp;won de voorbije weken aan intensiteit&quot;, klinkt het bij FAVV. Sinds het najaar van 2025 zijn in totaal nu al uitbraken vastgesteld bij 12 pluimveebedrijven en twee hobbyhouders. Ook zijn bij heel wat wilde vogels besmettingen vastgesteld. Sinds 23 oktober geldt al opnieuw de afschermplicht: professionele en geregistreerde houders moeten hun pluimvee afschermen.Voor particuliere houders geldt die ophokplicht niet, maar de dieren moeten wel binnen of afgeschermd voer en water krijgen. Het Voedselagentschap raadt aan om dieren zo veel mogelijk te beschermen, bijvoorbeeld met een net boven de kippenren of volière.Het FAVV waarschuwt ook om dode of zieke vogels niet aan te raken. &quot;Als u een dode vogel vindt in de natuur, meld dit dan onmiddellijk via het gratis nummer 0800/99 777. Het dier kan dan worden opgehaald en onderzocht.&quot;</content>
            
            <updated>2026-01-11T19:32:00+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Geopolitiek strateeg: "Mercosur is cruciaal, ook voor de Vlaamse boeren"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geopolitiek-strateeg-mercosur-is-cruciaal-ook-voor-de-vlaamse-boeren" />
            <id>https://vilt.be/58456</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“Het Mercosur-handelsverdrag is essentieel voor het behoud van onze welvaart. In een sterk veranderende wereld hebben we vrienden nodig”, vertelt geopolitiek denker Marc Thys. De oud-militair reageert daarmee op de misnoegde reacties van landbouwers nu de lidstaten groen licht hebben gegeven voor de ondertekening van het Mercosurakkoord. “Zonder vrienden kan Europa geopolitiek geen vuist maken, is het snel gedaan met onze welvaart en daar zullen ook de boeren onder lijden.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/71efc60f-dc91-4ebc-8407-7c2cf12dabe1/full_width_mercosur.jpg</image>
                                        <content>Vrijdag is het Mercosur handelsverdrag goedgekeurd waartegen Vlaamse boeren donderdag nog protesteerden met filteracties op verschillende wegen in Vlaanderen. De landbouwers wilden hiermee hun onvrede uiten tegen het Mercosur-verdrag, een handelsverdrag tussen de Europese Unie en Zuid-Amerikaanse landen. Het handelsverdrag werkt oneerlijke concurrentie in de hand, stellen niet alleen de Vlaamse, maar ook de landbouworganisaties in de meeste Europese landen.Hoewel Europa garandeert dat controles aan de grens de kwaliteit van de import van landbouwproducten waarborgen, zijn de boeren er niet gerust in. Waar de kwaliteit gecontroleerd kan worden, geldt dat niet altijd voor de productiemiddelen die in Zuid-Amerikaanse landen gebruikt worden. Gewasbeschermingsmiddelen die hier al jaren verboden zijn, worden daar nog toegelaten en ook de dierenwelzijnsnormen liggen op een heel ander niveau.Marc Thys heeft begrip voor de zorgen van de boeren, maar benadrukt dat de ondertekening van het Mercosur-handelsverdrag cruciaal is voor Europa. We spraken met de geopolitieke strateeg, die zijn visie eerder verkondigde op het ledencongres van AVBS in Gent, over waarom de Europese Commissie zo hoog inzet op het Mercosurakkoord. Om geopolitiek een vuist te kunnen maken, is het essentieel dat we nieuwe vrienden maken. De Zuid-Amerikaanse landen, maar ook Zuidoost-Azië en India, lenen zich daar uitstekend voor Waarom is Mercosur zo belangrijk volgens u?Belangrijk is nog een understatement. Het verdrag is cruciaal, cruciaal voor Europa en het voortbestaan van haar welvaart. De wereld om ons heen verandert razendsnel. Kijk naar de gebeurtenissen rond Venezuela, Groenland en wat er in Oekraïne gebeurt. Oude structuren brokkelen af en nieuwe machtsblokken ontstaan, waarbij Europa niet langer op de Verenigde Staten lijkt te kunnen bouwen.Om geopolitiek een vuist te kunnen maken, is het essentieel dat we nieuwe vrienden maken. De Zuid-Amerikaanse landen, maar ook Zuidoost-Azië en India, lenen zich daar uitstekend voor. Het zijn opkomende economieën met een jonge bevolking.De boeren zijn het niet met u eens. Zij vrezen oneerlijke concurrentie en inkomstenverlies door het handelsverdrag.Ik heb daar begrip voor, maar enerzijds wordt de soep mogelijk niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Anderzijds zouden de gevolgen van het niet aangaan van een handelsverdrag een nog kwalijkere impact kunnen hebben op de boeren. Wat bedoelt u met het eerste?In de media lees ik dat de scherpe kantjes uit het verdrag worden bijgeschaafd. Daarnaast geldt het zogenaamde “Brussels effect”, dat je ook bij andere handelsverdragen ziet. Europa is een grote markt met een half miljard inwoners die welgesteld zijn. In de loop der jaren zullen de Zuid-Amerikaanse landen hierdoor hun productieapparaat bijstellen om aan de vraag en verwachtingen van de Europese consument te voldoen. Hierdoor leidt het Mercosur-verdrag op termijn ook tot een verduurzaming van de Zuid-Amerikaanse land- en tuinbouw en zal er ook meer aandacht zijn voor zaken als dierenwelzijn.Een gedeelte van de Mercosurlanden heeft een links politiek bestel, maar je ziet een verschuiving naar liberaal-rechts. Dat zou de stimulans om de productie op de afzetmarkt af te stemmen verder vergroten en dat zou hen uitstekende handelspartners maken. Daalt ons welvaartspeil, dan neemt niet alleen het besteedbaar inkomen van de consument af, maar ook de financiële draagkracht van de Europese overheid en de nationale overheden En wat bedoelt u met de impact op lange termijn bij het niet aangaan van het handelsverdrag?Zoals gezegd: wij hebben nieuwe vrienden nodig om geopolitiek een vuist te kunnen maken en ons welvaartsniveau op peil te houden. Lukt dat niet en daalt ons welvaartspeil, dan zullen ook de Europese boeren daar de dupe van worden. In dat geval neemt niet alleen het besteedbaar inkomen van de consument af, maar ook de financiële daadkracht van de Europese overheid en nationale overheden. De subsidie die nu voorzien wordt voor de landbouwers, ter compensatie van de negatieve gevolgen van het Mercosur-handelsverdrag, zou in dat geval niet gegeven kunnen worden.Wat is het strategische belang van Zuid-Amerika?Zuid-Amerika biedt ons mogelijkheden om handel te drijven en ook grondstoffen te ontginnen, grondstoffen die cruciaal zijn voor onze industrie. Voor deze zaken zijn we momenteel zeer afhankelijk van China. Kritische landbouwers zeggen ook dat de landbouw geslachtofferd wordt ten koste van de industrie. Wat is uw standpunt?Uiteraard zijn er bij elke handelsdeal deelsectoren die verliezen. Maar volgens mij liggen er ook mogelijkheden voor de Europese landbouw. Onze landbouw is gekend om zijn hoge standaarden. Dat is een unique selling point dat we mogelijk ook in Zuid-Amerika kunnen uitspelen. Ik heb 20 jaar geleden in Canada gewoond. Daar waren de mensen destijds bereid extra te betalen voor Europese producten omdat die kwalitatief zo hoog aangeschreven stonden.Verder klopt het zeker dat in de eerste plaats de Europese industrie van deze deal kan profiteren en dat is ook broodnodig en terecht. Europa heeft zijn (maak)industrie de voorbije decennia verwaarloosd. We zijn enorm afhankelijk van China voor zowel de productie als de grondstoffen. Een handelsdeal met Zuid-Amerika, dat ook rijk is aan grondstoffen, zou een boost kunnen betekenen voor onze industrie, een strategische sector. We moeten af van regels die een marginale of geen winst voor de volksgezondheid of het dierenwelzijn realiseren, maar die wel enorme investeringen vergen. Daarmee prijzen we onszelf uit de markt Landbouw is geen strategische sector?Landbouw is zeker ook een strategische sector, maar op dit moment zijn wij als Europa op het gebied van voedsel wel zelfvoorzienend.Deze zelfvoorzienendheid staat onder druk door Europese regelgeving. Denk aan milieu- en klimaatwetgeving in het kader van de Green Deal. In Vlaanderen gooit het stikstofdecreet de veeteelt op slot. Wat is uw standpunt hierbij?De volksgezondheid is van cruciaal belang, maar we moeten niet doorschieten in regelgeving en idealisme. We moeten af van regels die een marginale of geen winst voor de volksgezondheid of het dierenwelzijn realiseren, maar die wel enorme investeringen vergen. Daarmee prijzen we onszelf uit de markt.Wat betreft de Green Deal zie je nu al verschuivingen. Er ligt een voorstel om het Green Deal-budget voor de periode 2028–2034 te verhogen van 658 naar 700 miljard euro, maar er gaan steeds luidere stemmen op om het budget juist in te krimpen.Weg met de duurzaamheidsplannen?Door de geopolitieke ontwikkelingen zijn de prioriteiten anders komen te liggen, met defensie en veiligheid voorop. Er gaat de komende jaren enorm veel budget naar die sectoren en je kunt een euro maar één keer uitgeven.Gezien deze ontwikkelingen, moet Vlaanderen ook niet haar (stikstof)beleid herzien?Het is elementair en getuigt van goed beleid dat landen hun beleid periodiek herzien; het opstellen van de jaarlijkse begroting is zo’n moment. Ook in België gaat er meer geld naar defensie en dat zou zeker ten koste kunnen gaan van duurzaamheidszaken.</content>
            
            <updated>2026-01-15T14:52:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Grote productie en uitval zetten peren- en vooral appelprijzen onder druk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/grote-productie-en-uitval-zetten-peren-en-vooral-appelprijzen-onder-druk" />
            <id>https://vilt.be/58458</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door de hoge appelproductie in Vlaanderen en onze omringende landen staat de appelprijs flink onder druk. Helaas worden de kosten niet gedekt. “Maar er is hoop dat er meer ruimte komt op de Europese markt als de maanden verstrijken. Dan zou de vraag naar onze appelen weer kunnen stijgen”, vertelt Kris Jans van BelOrta. Bovendien gaat er bij zowel appels als peren een aanzienlijk deel van de oogst naar de industrie. De perentelers geraken met de huidige prijzen nog net uit de kosten, voor de appeltelers is dat vandaag niet het geval.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/db083092-7717-480e-897a-bcddd37370ef/full_width_appeloogstfruitteelt-1280.jpg</image>
                                        <content>Door de goede teeltomstandigheden in 2025 lag de productie van appels en peren vorig jaar veel hoger dan het jaar ervoor, zeg maar historisch hoog. Vanaf augustus plukten Belgische telers 45 procent meer peren (392.000 ton) dan het jaar ervoor en 39 procent meer appels (221.000 ton).&amp;nbsp;BelOrta volgt deze trend. “Deze cijfers geven een ietwat vertekend beeld, omdat de opbrengst in het seizoen 2023-2024 erg laag lag. Maar als je het met het vijfjarig gemiddelde vergelijkt, waren de opbrengsten vorig jaar ook nog zeer goed”, vertelt Kris Jans, directeur fruit bij BelOrta.Deze hoge opbrengsten maken de markt “uitdagend”, volgens Jans. “Bij de start van het seizoen 2025-2026 was de prijs nog behoorlijk, maar richting december zat er toch sterk de klad in, vooral bij de appels.” De huidige prijzen van 50 à 60 cent per kilo voor de versmarkt staan in schril contrast met de prijzen van januari 2025, toen ze tussen de 70 en 80 cent klokten.Jans verklaart dit door het grote aanbod in Vlaanderen en in de ons omringende landen. “Onze appel moet het vooral hebben van verkoop in België en de ons omringende landen: het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland en Frankrijk. Ook in deze landen lag de productie erg hoog, waardoor de vraag naar onze appelen gering is.” Positieve signalen in het buitenlandToch ziet Jans hoopvolle signalen dat de prijs de komende weken en maanden aantrekt. “We zien dat traditionele appellanden zoals Italië, Frankrijk en Spanje meer appels exporteren naar Turkije, Iran en andere landen in het Midden-Oosten, waar de productie erg laag lag. Hierdoor ontstaan mogelijk nieuwe kansen voor onze appelen; onze afnemers-exporteurs moeten zich op atypische markten richten. Veel zal ook afhangen van hetgeen in Duitsland gebeurt.”Veel uitval door hoog suikergehalteMet de huidige appelprijs van 50 tot 60 cent voor de versmarkt komen de appeltelers volgens Jans niet uit de kosten. Ook de grote volumes bieden daarbij geen soelaas. “De productie lag hoog, maar dat wil niet zeggen dat er veel kilo’s zijn. Door de vele zonuren is het suikergehalte erg hoog, wat de kans op rotting vergroot en de bewaring bemoeilijkt. Hierdoor zien we een hoger aandeel appels die door de industrie verwerkt moeten worden.”Deze uitval van zo’n tien procent doet zich ook voor in de perenteelt. Ook deze vrucht gaat door uitdagendere tijden, maar scoort met 60 à 65 cent nog altijd rond de kostprijs. In de peren opereert België in een meer internationale markt. Onze conferenceperen gaan heel Europa over tot zelfs aan de andere kant van de wereld. Ook hier drukt de hoge productie het enthousiasme. “In heel Europa werd vorig jaar 1,8 miljoen ton peren geproduceerd. Dat is minder dan de kritische grens van twee miljoen ton, maar het aandeel conferenceperen ligt wel hoger dan in andere jaren”, aldus Jans. Tuinappelen lopen ten eindeIn het nieuwe jaar verwacht hij dat het lichte overaanbod spoedig weggewerkt is en dat de vraag naar Vlaamse peren een vlucht neemt. “Veel landen hebben hun eigen peren, maar deze raken langzaamaan op”, aldus Jans. Ook private appeltuinen spelen in bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk nog een belangrijke rol. “Veel consumenten hebben een paar appel- of perenbomen. Als deze vruchten niet langer houdbaar zijn, wenden zij zich tot de supermarkt”, klinkt het.Hoewel de vooruitzichten op dat gebied goed zijn, is de wereldhandel wat volatieler. “De geopolitieke spanningen in de wereld brengen heel wat zenuwachtigheid met zich mee en verstoren de handelsstromen”, aldus Jans. Hij wijst als voorbeeld op de export naar China. “Normaal gaat de boot door het Suezkanaal, maar tegenwoordig moet hij omvaren via Zuid-Afrika. Dat betekent twee weken extra vaartijd en hogere transportkosten en dit is maar één voorbeeld.” Omzet hardfruit krijgt knauwHet Europese overaanbod tot het einde van 2025 heeft ook de omzet van BelOrta uit hardfruit gedrukt. “In de eerste jaarhelft waren de prijzen goed door de matige productie van het seizoen 2023-2024, maar was er geen volume om omzet te genereren. In het najaar was er voldoende productie, maar bleven de prijzen achter.”Ook hierdoor daalde de omzet van BelOrta uit appelen en peren vorig jaar met respectievelijk 13 en 14 procent.</content>
            
            <updated>2026-01-12T21:58:31+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriep rukt verder op in West-Vlaanderen, nieuwe besmettingen in Veurne]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriep-rukt-verder-op-in-west-vlaanderen-nieuwe-besmettingen-in-veurne" />
            <id>https://vilt.be/58459</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In West-Vlaanderen zijn de voorbije dagen meerdere gevallen van vogelgriep vastgesteld. Na twee eerdere uitbraken meldt het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) nu nog twee bijkomende besmettingen bij pluimveebedrijven in Veurne. Daarmee loopt het aantal vastgestelde gevallen in drie dagen tijd op tot vier.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e308848d-c2d4-4fda-8b35-0796f128d21a/full_width_kippen-ilvo-1024x559.jpg</image>
                                        <content>De verspreidingen volgen elkaar in snel tempo op de laatste dagen. Met de nieuwe uitbraken erbij staat de teller dit najaar ondertussen op 14 getroffen pluimveebedrijven en twee hobbyhouders. Daarnaast worden heel wat besmettingen bij wilde vogels vastgesteld.Samensmelting beperkingszoneRond de twee besmette bedrijven in Veurne wordt een beschermingszone van drie kilometer en een bewakingszone van tien kilometer ingesteld. Maar door de overlapping van zones als gevolg van vijf uitbraken in de grensregio, en om het beheer van deze nieuwe uitbraken te vereenvoudigen, worden alle bestaande zones versmolten tot een enkele beperkingszone Veurne-Alveringem.Vogels en pluimvee van particulieren moeten niet verplicht worden afgeschermd. Ze moeten wel binnen of afgeschermd voer en water krijgen.&amp;nbsp;&quot;Het FAVV raadt wel sterk aan om je dieren zoveel mogelijk te beschermen door de kippenren of volière af te schermen van wilde vogels. Dit kan door deze bijvoorbeeld met netten te overspannen&quot;, zegt Hélène Bonte, woordvoerster van het FAVV.</content>
            
            <updated>2026-01-12T13:30:35+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Protest tegen Mercosur houdt aan en breidt uit naar luchthavens]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/protest-tegen-mercosur-houdt-aan" />
            <id>https://vilt.be/58460</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Mercosurakkoord tussen de Europese Unie en Zuid-Amerikaanse landen is sinds vrijdag een feit. Maar dat betekent niet het einde van het boerenprotest. Maandagochtend parkeerden zo'n 70 tractoren aan de ingang van de luchthaven van Oostende. Het doel was om het in- en uitgaande vrachtverkeer te blokkeren. ABS kondigt een hele week acties aan. 's Avonds werd ook het vrachtverkeer rond de luchthaven van Zaventem geblokkeerd met tractoren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/10b45eb3-0930-4b8b-aafc-71b3e7c2b1c6/full_width_protest-mercosur-luchthaven-oostende-abs.jpg</image>
                                        <content>Mercosur is een douane-unie tussen Argentinië, Bolivia, Paraguay, Brazilië en Uruguay. Na 25 jaar onderhandelen heeft de Europese Unie (EU) een vrijhandelsakkoord met Mercosur afgesloten. Het moet de Europese handel goedkoper en eenvoudiger maken. Voorstanders van het akkoord zien ook voordelen op geopolitiek vlak. Dit zou de EU minder afhankelijk maken van de grillen van de Verenigde Staten, China en Rusland.Maar de boeren zien dit anders. Belgische producten moeten straks opboksen tegen goedkopere Zuid-Amerikaanse producten. En te veel boeren hangen al in de touwen, om in de beeldspraak te blijven. &quot;Dit is een kaakslag voor onze boeren&quot;, sprak Lode Ceyssens, voorzitter van Boerenbond. &quot;Een gitzwarte dag voor de boer én de consument&quot;, klonk het bij ABS.Vorige week waren er al verschillende acties in heel het land. Maar ook na de ondertekening van het akkoord gaat het protest verder. Volgens ABS werd de actie maandag in Oostende breed gedragen, zowel door landsbouwers als door burgers. Daarom viseren de boeren niet de reizigers en de vakantievluchten. De blokkade was gericht tegen de vrachtwagens die de haven in- of uitreden. En dat was geen toeval. &quot;Dit is een luchthaven waar er producten binnenkomen uit landen die niet dezelfde normen hanteren als wij&quot;, zei Mark Wulfrancke van ABS aan VRT NWS. &quot;Denk bijvoorbeeld maar aan de legbatterij-eieren die wij invoeren vanuit Oekraïne.&quot; Ook protest aan Brussels AirportMaandagavond trokken ook een 50-tal landbouwers naar Brussels Airport. Daar blokkeerden ze een rondpunt in de cargozone van de luchthaven van Zaventem. Er zou nog geen hinder zijn voor het cargoverkeer of voor passagiersvluchten. &quot;We volgen de situatie van nabij op, in samenwerking met de federale politie&quot;, aldus een woordvoerster van de luchthaven. Volgens haar is er een alternatieve route ingelegd voor vrachtwagens. Voorlopig blijft de luchthaven toegankelijk, ook voor passagiers.&amp;nbsp;Van wie de actie precies uitgaat, is niet bekend. Het Vlaamse ABS en het Waalse Fugea ontkennen hun betrokkenheid. In de vele Whatsapp-groepen die zijn ontstaan na de betogingen begin 2024 circuleren tal van oproepen waardoor heel wat acties spontaan ontstaan. MR stelt vrijstelling van belastingen voorIn de nasleep van de ondertekening van het akkoord, stelt de MR in de federale regering voor om landbouwers te steunen via een vrijstelling van belastingen vanuit het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid. Georges-Louis Bouchez, de voorzitter van de Franstalige liberalen, lanceerde het voorstel zondag op het nieuwjaarscongres van de MR. &quot;De bedoeling is dat onze landbouwers waardig van hun werk kunnen leven&quot;, zei hij. Anne-Catherine Dalcq (MR), Waals minister van Landbouw, bevestigt het voorstel.</content>
            
            <updated>2026-01-12T22:30:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Project ‘(On)kruidenthee’ : "Win-win voor boer en biodiversiteit”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/project-onkruidenthee-mikt-op-agro-ecologische-landbouwverbreding-win-win-voor-boer-en-biodiversiteit" />
            <id>https://vilt.be/58461</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers kunnen binnenkort deelnemen aan het pilootproject ‘(On)kruidenthee: van boeren voor natuur’. Het initiatief biedt boeren de kans om kruiden en inheemse planten te telen voor lokale theeproductie. Dit creëert een extra inkomstenbron en versterkt tegelijk de biodiversiteit. Het samenwerkingsproject van Wervel vzw en (on)kruid vzw loopt tot en met 2027.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onkruid" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bbf981c9-ca51-44b4-8427-84f30116b06e/full_width_onkruid-thee-uit-bloemenranden.jpg</image>
                                        <content>Het project ontstond vanuit de oproep &#039;win-win voor landbouw en natuur&#039; van het Departement Omgeving. “We zochten naar kleine, haalbare initiatieven die landbouw en natuur met elkaar verbinden”, vertelt Linde Camps, coördinator bij Wervel. Zo kwam de organisatie terecht bij Onkruid vzw, een jonge vereniging die al enkele jaren experimenteert met het telen van ‘onkruiden’ voor lokale theeproductie. Het is de ambitie van Wervel om lokaal en ecologisch (on)kruidenthee te produceren in heel Vlaanderen met een eerlijke prijs voor de boer.Praktische aanpak: laagdrempelig en haalbaarHet project wil een oplossing bieden aan twee uitdagingen: de vraag van landbouwers naar nieuwe haalbare verdienmodellen en de nood aan meer biodiversiteit in het landbouwlandschap. Het initiatief vertrekt vanuit agro-ecologische principes om landbouw en natuur opnieuw dichter samen te brengen. “Het project kan boeren praktische ervaring bieden met duurzame, agro-ecologische landbouwmethoden, zonder dat ze meteen vastzitten aan bio-labels of lastenboeken”, klinkt het bij Wervel.&amp;nbsp; Landbouwers zaaien een zorgvuldig samengesteld mengsel van kruiden en inheemse planten in, zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of kunstmest. (On)kruid vzw begeleidt de boeren bij de keuze van het juiste mengsel voor hun perceel en bij de praktische teelt. De vzw die in 2024 de &#039;Social Impact Award&#039; van Cera en Start it @KBC won, zorgt na de oogst voor de verwerking en afzet aan lokale winkels.&amp;nbsp; Meerwaarde voor de boerHet project biedt voor de landbouwer extra inkomsten uit de verkoop van de geoogste kruiden voor lokale theeproductie. Tegelijk verhoogt de biodiversiteit op het bedrijf, wat bijvoorbeeld de bestuiving van andere gewassen kan verbeteren. “In sommige gevallen kan de landbouwer rekenen op een extra subsidie binnen bestaande ecoregelingen”, klinkt het bij Wervel.&amp;nbsp;Monitoring en kennisopbouwVrijwilligers van natuur- en milieuorganisaties zullen de percelen monitoren. Ze brengen in kaart welke planten- en diersoorten opduiken en hoe de onkruidpercelen biodiversiteit beïnvloeden.“Die inzichten zijn cruciaal”, klinkt het. “Ze kunnen zelfs invloed hebben op teeltbeslissingen, zoals het moment van oogsten, om insecten hun volledige levenscyclus te laten doorlopen. De verzamelde kennis gebruiken we als waardevolle basis voor toekomstige beleidsaanbevelingen voor landbouw en natuur.”Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met het Departement Omgeving en ontvangt een subsidie van 20.000 euro. Wervel lanceert binnenkort een projectoproep en zal vijf landbouwers selecteren. Het project loopt tot en met 2027.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-01-13T09:32:34+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sectorfederatie ziet gevolgen door duurdere schoolmaaltijden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sectorfederatie-ziet-gevolgen-voor-kinderen-en-landbouwers-met-duurdere-schoolmaaltijden" />
            <id>https://vilt.be/58462</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De btw-verhoging op bereide maaltijden met beperkte houdbaarheid heeft niet alleen gevolgen voor wie soms een pizza of frieten bestelt. Ook maaltijden geleverd aan scholen, rusthuizen, gevangenissen en ziekenhuizen worden duurder. Sectorfederatie Belgian Ready Meals Association (Brema) voorspelt een domino-effect binnen verschillende maatschappelijke lagen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeding" />
                        <category term="prijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ba428637-5b47-418c-bd8f-2d6762be2135/full_width_schoolmaaltijd-lunch-schoolkeuken-favv.jpg</image>
                                        <content>Vanaf 1 maart stijgt de btw op afhaalmaaltijden met beperkte houdbaarheid van zes naar 12 procent. Onterecht, vindt secretaris-generaal Anneleen Vandewynckel van Brema. “Dat de regering geld zoekt begrijpen we, maar dit is gewoon pervers”, zegt ze. “Maaltijden voor scholen en woonzorgcentra worden duurder, maar het btw-tarief op producten als diepvriespizza blijft 6 procent. Welk signaal geef je hiermee als beleid?”Vlaamse cateraars produceren dagelijks zo’n honderdduizend schoolmaaltijden per dag. Dat stelt Anneleen Vandewynckel van Brema. Voor veel gezinnen is de warme maaltijd op school de enige degelijke maaltijd die kinderen krijgen, en dat was voor regeringspartij Vooruit net dé reden om te pleiten voor gratis schoolmaaltijden. “Een maatregel waar we ons ook vragen bij stelden, want gratis bestaat niet”, zegt Vandewynckel. “Maar goed, het is wel degelijk zo dat veel van onze bereide maaltijden bestemd zijn voor kwetsbare groepen, zoals kinderen, zieken en ouderen.”Domino-effectVandewynckel waarschuwt dat het effect van de btw-verhoging veel verder zal gaan dan een extra zes procent te betalen door de eindconsument. Voor veel producenten bedraagt het budget voor het produceren van een schoolmaaltijd om en bij de drie euro. “Een bewust lage prijs, want daarbovenop komen andere kosten zoals transport en bedeling door schoolpersoneel. Het eindproduct moet wel betaalbaar blijven voor alle gezinnen. Dat we met slechts drie euro een kwaliteitsvolle schoolmaaltijd kunnen voorzien, met lokale producten, lukt alleen maar omdat we werken met een zekere schaalgrootte. Als je veel producten afneemt bij een leverancier, krijg je een betere prijs. Maar door het btw-tarief te verhogen, zullen minder mensen schoolmaaltijden bestellen, wordt onze werkingsschaal kleiner, en dus zullen we minder voordelig aan grondstoffen geraken.”Niet enkel de producenten van bereide maaltijden zullen hieronder lijden, waarschuwt Vandewynckel. “We zijn een belangrijke afnemer van Belgische landbouwproducten”, zegt ze.Essentieel of luxeproduct?Ook het signaal dat de regering geeft met deze verhoogde btw, vindt Vandewynckel moeilijk te begrijpen. “Het btw-tarief aan zes procent is een voordeeltarief, bestemd voor essentiële producten. Het tarief van 21 procent geldt doorgaans voor luxeproducten, met het stelsel van 12 procent als ‘tussentarief’. De regering vindt diepvriespizza’s dus essentiëler dan schoolmaaltijden.”Vandewynckel toont wel begrip voor het gegeven waarbij men afhaalgerechten op restaurant als luxeproduct beschouwt. Zou het niet mogelijk zijn om deze categorie af te splitsen van de schoolmaaltijden? “Wellicht is het voor de regering moeilijk om te beslissen waar men juridisch deze lijn trekt”, zegt Vandewynckel. “Het btw-stelsel geldt voor maaltijden met een houdbaarheid van twee dagen. Het geldt niet voor producten die langer houdbaar zijn.” Sommige scholen aanvaarden zelfs geen soep meer, omdat de afwas van alle kopjes te veel extra werk oplevert voor hun personeel Technisch gezien kunnen leveranciers de btw-verhoging dus vermijden door producten aan te leveren die langer houdbaar zijn, bijvoorbeeld door bewaarmiddelen of aangepaste verpakking. Maar hoe rijm je dat met een regering die tegelijk wil dat we minder plastic gebruiken, en maaltijden aanleveren die nutritioneel in orde zijn?”, zegt Vandewynckel. “Als we koude ingrediënten aanleveren, valt dit ook onder het tarief van zes procent, maar dan heeft een school een keuken en eigen personeel nodig om deze koude producten te verwerken. Daar zijn vaak het geld en het personeel niet voor. Sommige scholen aanvaarden zelfs geen soep meer, omdat de afwas van alle kopjes te veel extra werk oplevert voor hun personeel.”Kinderen en ouderen“Dus wat zeggen de scholen? Vele stoppen met warme maaltijden, want veel ouders kunnen of willen het niet meer betalen”, zegt Vandewynckel. “Terwijl veel van de maaltijden die we maken, terechtkomen bij kinderen uit kwetsbare groepen, voor wie de warme maaltijd het enige voedzame is wat ze die dag te eten krijgen. De realiteit is dat veel kinderen met een lege brooddoos of wat chips naar school worden gestuurd. Dat is ellendig om te zien.”“Ook voor ouderen zijn deze warme maaltijden wat hen toelaat om langer thuis te wonen, zeker wanneer wandelen naar de supermarkt of koken niet meer lukt. Voor hen is de warme maaltijd aan huis geen luxe, maar essentieel. Ik ben het ermee eens dat we onze economie moeten rechttrekken, maar niet ten koste van onze kinderen, ouders en Belgische landbouw.”</content>
            
            <updated>2026-01-12T17:24:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Na meloen nu de passievrucht: Proefcentrum Hoogstraten doet teeltonderzoek naar exotische importvrucht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/na-meloen-nu-de-passievrucht-proefcentrum-hoogstraten-doet-teeltonderzoek-naar-exotische-importvrucht" />
            <id>https://vilt.be/58463</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nadat het eerder al onderzoek uitvoerde naar de teelt van meloenen in Vlaamse serres, is Proefcentrum Hoogstraten nu ook gestart met teeltonderzoek naar passievruchten. Sinds vorig jaar is een compartiment van de onderzoeksserre in Hoogstraten gevuld met vijf rassen van de exotische vrucht met Zuid-Amerikaanse roots. “We hadden opmerkelijk veel vruchtzetting in ons eerste jaar. De teelt lijkt goed mogelijk in onze serres”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="serre" />
                        <category term="fruitteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a3f16dab-ff08-45f2-9e65-798a77c85d8e/full_width_vruchtbeoordeling.jpeg</image>
                                        <content>Sinds vorig jaar is een compartiment van de gloednieuwe onderzoeksserre van Proefcentrum Hoogstraten gevuld met passievruchten, goed voor 120 vierkante meter. Stekjes van vijf verschillende rassen werden in april aan het substraat toevertrouwd. “In tegenstelling tot wat we verwachtten, hadden we in het eerste jaar al meteen oogstbare vruchten”, vertelt onderzoekster Lise Soetemans. “We zijn beginnen oogsten eind oktober. Voor één ras is alles nu &#039;afgerijpt&#039; en geoogst, voor de andere rassen zijn we nog steeds vruchten aan het oogsten.”Proefcentrum Hoogstraten wil met het onderzoek vooral nagaan of de teelt van de exotische passievrucht, die momenteel uit zuiderse landen geïmporteerd wordt, mogelijk is in Vlaamse serres. “Het gaat om een verkennend onderzoek naar het potentieel van de teelt”, benadrukt Soetemans.De eerste resultaten zijn wat dat betreft veelbelovend. Behalve de verrassende opbrengst was ook de smaak uitstekend. “Wat ons betreft was de smaak beter dan die van de passievruchten in de winkels: intenser”, vervolgt de onderzoekster. MegapassievruchtBinnen de vijf rassen zijn er wel duidelijke verschillen zichtbaar, en dan niet alleen in smaak. “Eén ras sluit qua formaat nauw aan bij de passievruchten die je in de winkel vindt. De andere vier rassen produceren echter aanzienlijk grotere vruchten. Die halen een vruchtgewicht van ongeveer 120 gram, terwijl gangbare winkelvruchten meestal rond de 50 tot 60 gram wegen. Het gaat hier dus om opvallend grote passievruchten die zich duidelijk onderscheiden”, klinkt het.De passievrucht, of Passiflora edulis, is een klimplant die doorlopend vruchten aanmaakt. “Met uitzondering van de winter, als het te koud is en het licht afneemt, blijven bloei en zetting uit”, aldus Soetemans. Het teeltsysteem is analoog aan dat van tomaat en paprika, mits enkele aanpassingen. Teelten waar Hoogstraten veel onderzoekservaring mee heeft. Uitvloeisel van onderzoek naar meloenenHet onderzoek is eigenlijk een uitvloeisel van eerder onderzoek naar de teelt van meloenen. “Op verzoek van onze telers, die kampten met het tomatenvirus, zijn we enkele jaren geleden gestart met onderzoek naar alternatieve teelten. Aanvankelijk was dat de charentais-meloen, maar vorig jaar zijn we op het idee gekomen om ook de passievrucht te bekijken”, aldus Soetemans.De onderzoekers hopen met de passievrucht hetzelfde traject af te leggen als met de meloen. Die werd uiteindelijk in productie genomen door telers uit de omgeving van Hoogstraten. “Maar veel zal van onze telers afhangen. Zien zij afzetmogelijkheden voor de passievrucht?”, aldus Soetemans.Nog meer exotische vruchten?Is er naast de meloen en de passievrucht ook nog potentieel voor andere exotische vruchten? Soetemans sluit het niet uit. “In de toekomst zouden er eventueel ook andere teelten onderzocht kunnen worden. We hebben al wat vruchten op het oog, maar gaan hier eerst intern verder over spreken.”</content>
            
            <updated>2026-01-12T21:33:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Na negen jaar valt definitief verdict in fipronilaffaire]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/doek-valt-over" />
            <id>https://vilt.be/58464</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na negen jaar is in Nederland het doek definitief gevallen over de fipronilaffaire. De twee Nederlandse verdachten blijven definitief veroordeeld tot een celstraf van 180 dagen en een taakstraf van 200 uur. Hiermee bevestigde de Nederlandse Hoge Raad de uitspraak van het gerechtshof in Arnhem waar de verdachten hoger beroep hadden aangetekend. Ook in Vlaanderen werd een man uit Ravels veroordeeld tot drie jaar cel in de fipronilaffaire.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/fdd04081-d3e5-4614-b43b-a5108c84b492/full_width_fipronilcrisiseiervernietiging-lucmaertenspluimvee.jpg</image>
                                        <content>Illegaal middel uit RoemeniëIn 2017 brak het fipronilschandaal los in Vlaanderen en Nederland. Een man uit Ravels had er een zogenaamd 100 procent natuurlijk middel op basis van menthol en eucalyptusolie op de markt gebracht tegen bloedluizen bij pluimvee. In dat natuurlijk middel zat evenwel fipronil, een stof die efficiënt is in het bestrijden van parasieten bij dieren. Omdat het gaat om een toxische stof die schadelijk is voor de mens, is het gebruik ervan verboden. De man uit Ravels had het middel aangekocht in Roemenië en illegaal naar België gebracht.Het product kreeg al snel de naam een wondermiddel te zijn en kende een wijde verspreiding onder pluimveehouders. Ook in Nederland, waar de bedrijven Chickclean en Chickfriend het product uit Ravels aan de man brachten, was het middel populair. Toen het federaal Voedselagentschap in juni 2017 fipronil aantrof bij eieren in een eierbrekerij in Lokeren, kwam het schandaal aan het licht. De gevolgen waren desastreus: honderden pluimveebedrijven in België en Nederland werden in de zomer van 2017 geblokkeerd. Spilfiguur in België veroordeeldAl gauw kwam Patrick R. uit Ravels in het vizier van het gerecht. In 2021 werd hij veroordeeld tot drie jaar cel, waarvan één jaar effectief, en een boete van 200.000 euro met uitstel. Ook werd de man, die samen met zijn partner werd veroordeeld, verplicht om ruim 22,8 miljoen euro aan schadevergoedingen uit te betalen aan onder meer de getroffen pluimveehouders, het FAVV en afvalstoffenmaatschappij OVAM. Zijn advocaat gaf evenwel aan dat het weinig realistisch leek dat die schadevergoedingen ook effectief zouden betaald worden omdat zijn cliënt “alles was kwijtgeraakt door de affaire”. Spilfiguren in Nederland houden onschuld staandeIn Nederland werden de zaakvoerders van Chickclean en Chickfriend voor de rechter gebracht. Tijdens de zittingen voor de rechtbank in Zwolle hielden zij vol dat ze niet wisten dat het middel illegaal was. “We vertrouwden blind op het bestrijdingsmiddel voor bloedluis dat onze Belgische leverancier had samengesteld”, stelden ze. “Dit hebben wij de boeren nooit aan willen doen.” In Nederland werd de schade door de fipronilcrisis geraamd op 75 miljoen euro.Toch werden beide zaakvoerders veroordeeld door de rechtbank in Zwolle, aanvankelijk tot één jaar gevangenisstraf. De beklaagden gingen tegen die uitspraak in beroep bij het gerechtshof in Arnhem waar ze opnieuw werden veroordeeld voor hun rol bij de fipronilaffaire. Ze kregen wel deels voorwaardelijke celstraffen en voorwaardelijke geldboetes opgelegd. Omdat ze zich niet bij die veroordeling wilden neerleggen, trokken ze naar de Hoge Raad, vergelijkbaar met het Hof van Cassatie bij ons. Hoge Raad acht schuld bewezenDe advocaten van de twee zaakvoerders betoogden onder meer dat de twee verdachten niet konden veroordeeld worden voor feiten die in België zijn gepleegd, maar de Hoge Raad veegde dat argument van tafel. Ook het argument dat de verdachten niet wisten dat het om schadelijke stoffen ging, hield geen stand. De Hoge Raad besliste om de uitspraak in beroep te handhaven. Daarmee komt er na bijna negen jaar een einde aan de strafzaak.</content>
            
            <updated>2026-01-13T09:29:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wekelijkse markt onder druk, maar boerenmarkten doen het goed]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wekelijkse-markt-onder-druk-maar-boerenmarkten-doen-het-goed" />
            <id>https://vilt.be/58465</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De dorpsmarkt was ooit de plek waar je de buren tegenkwam, op zoek naar voedingswaren of een nieuw paar kousen. Vandaag ruilen we de markt steeds vaker in voor de rayons van een supermarkt. Oude marktkramers vinden geen opvolging bij de jeugd. En wie volhoudt, ziet de klanten vaker wegblijven. Al zijn niet alle sectoren even hard getroffen, zien VVSG en de Nationale Vrije Marktkramersvereniging. “Textiel staat onder druk, boerenmarkten doen het goed”, zegt voorzitter David Vaughan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="markt" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8888050a-06ae-4553-bc78-6bb872dc86c8/full_width_bt-wr-boerenmarkt-1816.jpg</image>
                                        <content>Een job met lange uren die je vol overgave doet, maar die je door onzekerheid en instabiele verloning niet altijd aan je kinderen durft aanraden. Nee, voor één keer hebben we het niet over de landbouw, maar wel over de marktkramers. Waar de handtassenverkoper en Vlaamse nachtegaal Eddy Wally ooit symbool stond voor een florerende marktcultuur, zie je vandaag vooral desolate dorpspleinen.Zonder marktkramers, geen marktMarktkramer en voorzitter van de sectorfederatie David Vaughan vult al 24 jaar lege magen met verse hamburgers, maar ziet ook de markten leeglopen. Hoeveel voldoening hij ook haalt uit zijn job, de realiteit is pijnlijk voelbaar. “We hebben elkaar nodig”, zegt Vaughan. “Een goede vriend of een goede concurrent naast jou: dat maakt de markt, samen met het weer. Mensen zijn een zeker comfort gewend. Als het regent, blijven ze weg.”Het werken in openlucht, ook bij slecht weer, is volgens Vaughan een argument dat sommige aspirant-marktkramers afschrikt. Maar de grootste boosdoener is de onzekerheid. “Je moet als jonge mens meteen zware investeringen doen”, zegt Vaughan. “Mijn marktwagen  was een van de eerste met een cabine vooraan. We spreken over een budget van zo’n 100.000 euro. Daar heb je nog geen staanplaats mee. En aan het einde van de rit is je rijdende winkel niets meer waard. Een bakstenen zaak behoudt zijn waarde beter.” Aan het einde van de rit is je rijdende winkel niets meer waard. Een bakstenen zaak behoudt zijn waarde beter Afschaffen levende dieren heeft impact gehad“Bovendien heb je als zelfstandige lange uren en veel onzekerheid. Mensen zien maar een klein deel van wat je als marktkramer doet”, zegt Vaughan. “Iemand met een kippenkraam zal eerst een volledige dag zijn producten voorbereiden, en daar aan het einde van de dag geen euro van zien. Die euro’s krijg je de dag erna pas, bij de verkoop. Maar blijkt het plots te regenen, dan blijven je klanten weg en heb je een probleem. Je wordt niet altijd verloond naar je werk.” Mensen zien maar een klein deel van wat je als marktkramer doet Ook het afschaffen van levende dierenmarkten had een impact op de marktkramers. “In Gent had je op zondag bijvoorbeeld een dierenmarkt aan het water, die is volledig opgedoekt. En op niet-dierenmarkten had je natuurlijk nog altijd mensen die kanaries verkochten. Dat zijn collega’s die zijn weggevallen, en niet meer zijn vervangen.”Vaughan merkt ook dat veel marktkramers de job niet aan hun kinderen aanraden. “Mijn kinderen studeren voor een ander beroep. Ze zoeken een houvast en willen zeker zijn van wat ze elke maand verdienen. Dat kan niet als marktkramer.”Boerenmarkten zeldzame uitzonderingToch ziet Vaughan dat niet elk type markt het slecht doet, denk aan boerenmarkten. “Die lokken nog steeds een vast publiek, vooral mensen die veel bezig zijn met gezonde en lokale voeding. Dat houdt veel beter stand dan bijvoorbeeld textiel, kledij en handtassen.” Nog een uitzondering zijn de kerstmarkten. “Daar is iedereen euforisch en doen alle sectoren het wel goed, ook textiel”, zegt Vaughan. “Er is een goede sfeer en mensen laten het geld rollen. De tijd van het jaar bepaalt veel. Ik heb mijn hamburgerkraam gediversifieerd met een stand van 22 meter aan wenskaarten. Die deed het zeer goed in de feestperiode, maar de komende twee maanden zal ik langs die weg nul inkomsten hebben. Algemeen genomen zijn de zomermaanden wel de beste, onder meer dankzij het weer.”Data over dorpsmarkten ontbreekt, tot spijt van VVSGDe Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten VVSG ziet gelijkaardige trends, al heeft die geen hard cijfermateriaal over de marktensector. &amp;nbsp;En dat is geen goede zaak, vindt Nathalie Debast, directeur Belangenbehartiging en Communicatie. “Er zijn sinds 2025 geen cijfers meer beschikbaar over het aantal marktkramers”, zegt ze. “Nadat Vlaanderen eerder (in 2024, red.) al de leurkaart afschafte (een identificatiemiddel voor marktkramers, red.), is er sinds 2025 met de nieuwe nomenclatuur van economische activiteiten (NACE) geen aparte code meer voor ambulante handel.” Er zijn sinds 2025 geen cijfers meer beschikbaar over het aantal marktkramers Hoewel we dus nog bijhouden wàt een onderneming verkoopt, maakt een NACE-code geen onderscheid tussen een bakstenen winkel, een onlineshop of een ‘ambulante’ zaak zoals een marktkraam. Het is volgens deze data dus onmogelijk te zeggen welke handelaar marktkramer is. Bovendien zijn marktkramers zich zo ook niet bewust van het doen en laten van hun conculega’s. “Dit heeft als mogelijk nadeel dat bij promotiecampagnes de echte marktkramers, die altijd op de markt staan, concurrentie gaan krijgen van handelaars die bij mooi weer op de markt komen”, zegt Debast.Onzekere situatieMaar zelfs zonder concrete cijfers, ziet het VVSG ook signalen dat de wekelijkse markt terugvalt. “Sommige markten doen het goed, maar op heel wat plaatsen zijn er veel minder marktkramers en zijn de wachtlijsten voor een plaats geslonken of verdwenen”, zegt Debast. “Sommigen stellen dan weer vast dat het aantal marktkramers stijgt. Het aantal marktkramers in Oost-Vlaanderen is de laatste tien jaar met twintig procent gestegen, staat op VRT NWS. Maar mogelijk gaat dit ook om foodtrucks die niet op wekelijkse markten gaan staan.” Het aantal marktkramers in Oost-Vlaanderen is de laatste tien jaar met twintig procent gestegen, staat op VRT NWS. Maar mogelijk gaat dit ook om foodtrucks die niet op wekelijkse markten gaan staan Bij gebrek aan goede data, kan VVSG ook moeilijk ingaan op de vraag van gemeenten om vacatures voor marktkramers gericht aan de man te brengen. “Wij zijn al langer vragende partij voor een bovenlokale databank waarbij vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld kunnen worden: marktkramer zoekt markt, gemeente zoekt marktkramer”, aldus Debast. Volgens haar is er dus dringend nood aan een goede database.Het gebrek aan concrete cijfers, betekent ook waarom de media vrij tegenstrijdig berichten over het huidige marktlandschap. Waar de kranten de ene week spreken van een teloorgang, verschijnt de andere week een artikel over hoe de lokale markt floreert.Marktkramer Vaughan blijft wel weemoedig om het veranderende marktlandschap. “Het is één van de oudste beroepen ter wereld”, zegt hij. “En de markt blijft een belangrijke ontmoetingsplaats, zeker voor de oudere generatie.”</content>
            
            <updated>2026-01-12T19:31:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onderzoek naar triazolen legt zwaartepunt West-Vlaamse drinkwaterproblematiek bij industriële lozingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brononderzoek-naar-triazolen-legt-zwaartepunt-van-de-drinkwaterproblematiek-in-west-vlaanderen-bij-industriele-lozingen" />
            <id>https://vilt.be/58466</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Sinds begin 2024 kampt West-Vlaanderen met verhoogde concentraties van 1,2,4-triazool in het drinkwater. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) reconstrueerde de triazolensporen en bracht verschillende bronnen in kaart. Bij het onttrekkingsgebied van De Blankaart in Diksmuide, waar de problematiek het meest uitgesproken is, blijken zeven voedselverwerkende bedrijven en drie zuiveringsinstallaties voor rioolwater de grootste bijdrage te leveren. Ook landbouw en het gebruik van farmaceutische producten bij mensen thuis en in ziekenhuizen dragen in beperktere mate bij aan de verhoogde concentraties.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="industrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c230df94-c82d-4023-86a7-a0abe665b98c/full_width_blankaart2.jpg</image>
                                        <content>VITO voerde het afgelopen jaar een brononderzoek uit naar 1,2,4-triazool in vier West-Vlaamse onttrekkingsgebieden van waterproductiecentra waar verhoogde concentraties werden vastgesteld. Het onderzoek bracht de herkomst van de verontreiniging in kaart en bevestigt dat de problematiek het sterkst speelt in waterproductiecentrum De Blankaart in Diksmuide. Waar de wettelijke Europese drinkwaternorm op 0,1 microgram per liter (μg/l) ligt, werden in De Blankaart regelmatig overschrijdingen gemeten met verhoogde concentraties tot 0,7 μg/l.&amp;nbsp;Dat ligt boven de algemene norm, maar blijft binnen de tijdelijke normafwijking van 1 microgram per liter.Triazolen via de Ieperlee in de BlankaartDe Blankaart onttrekt water uit de Blankaartvijver en de IJzer. Uit het onderzoek blijkt dat de verhoogde concentraties hun oorsprong hebben in de IJzer. Stroomopwaarts, nabij de Franse grens, werden nauwelijks overschrijdingen vastgesteld. De hogere waarden situeren zich voornamelijk verder stroomafwaarts, ter hoogte van de monding van het Ieperkanaal in de IJzer. Vooral de instroom van de Ieperlee blijkt er verantwoordelijk te zijn voor de zeer hoge concentraties. Industriële lozingDe onderzoekers wijzen op een dominante bijdrage van directe lozingen door zeven voedselverwerkende bedrijven en het effluent van drie rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s). Via de rechtstreekse industriële lozingen komt 1,2,4-triazool in het oppervlaktewater terecht vanuit proceswater van bedrijven die landbouwproducten verwerken die met triazoolhoudende stoffen zijn behandeld. Ook het effluent van RWZI’s bevat industriële lozingen, maar ook huishoudelijk afvalwater en ziekenhuisafvalwater. In die laatste stromen zitten 1,2,4-triazoolhoudende geneesmiddelen afkomstig van thuisgebruik en van het afvalwater van het Jan Yperman Ziekenhuis. “Deze bijdragen bepalen in sterke mate de 1,2,4-triazoolconcentraties in het bronwater van de IJzer”, besluit het rapport. Meer dan één sojabedrijfEerder werd al verwezen naar een sojaverwerkend bedrijf in Ieper als een belangrijke bron van vervuiling. Dat bedrijf produceert plantaardige eiwitten uit soja. Tijdens een persbriefing bevestigde de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) dat het om één van de belangrijkste lozingspunten gaat. Tegelijk benadrukte VMM dat de Ieperse voedingsverwerker niet de enige industriële bron is binnen het onttrekkingsgebied van De Blankaart.In het rapport wordt ook verwezen naar een houtverwerkend bedrijf dat houten paletten behandelt en via biociden een potentiële bron van 1,2,4 triazool vormt. Daarnaast bevindt zich op het industrieterrein nabij de Ieperlee een chemisch bedrijf dat gewasbeschermingsmiddelen, reinigings- en ontsmettingsmiddelen produceert voor gebruik in de landbouw, voedselverwerking en grootkeukens. Beide bedrijven zijn aangesloten op de riolering. In de omgeving zijn bovendien ook meerdere aardappelverwerkende bedrijven actief, waarvan sommige rechtstreeks lozen in oppervlaktewater. Tot slot zijn er binnen het onttrekkingsgebied ook verschillende vlees- en zuivelverwerkende bedrijven met directe lozing. Afbraakproducten van gewasbeschermingsmiddelenNaast groenten en aardappelen die door voedingsbedrijven worden verwerkt, waarbij triazolen via proceswater in het water terechtkomen, speelt ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de omliggende landbouw een rol in de verontreiniging. In de analyse voor De Blankaart werden sporen aangetroffen van verschillende afbraakproducten van triazoolhoudende gewasbeschermingsmiddelen. “1,2,4-triazool heeft een brede antischimmelwerking en wordt toegepast in tien toegelaten bestrijdingsmiddelen. Twee daarvan zijn biociden die als houtconserveringsmiddel worden gebruikt”, wordt geduid in het rapport.De bijdrage van landbouwactiviteiten in de omgeving van De Blankaart blijkt evenwel beperkt. Voor de waterproductiecentra Dikkebus en Zillebeke wijst het rapport landbouw wel aan als de dominante bron van verontreiniging, al is de problematiek daar minder uitgesproken dan in De Blankaart. Enkel in de zomerperiode werden er lichte overschrijdingen vastgesteld.Voor het vierde waterproductiecentrum, De Gavers, werden in 2024 slechts enkele lichte overschrijdingen gemeten in het beperkte Vlaamse deel van het onttrekkingsgebied. In 2025 werden geen overschrijdingen meer vastgesteld. Het grootste deel van het onttrekkingsgebied ligt in Wallonië en Frankrijk en is niet in de analyse opgenomen. Vervolgonderzoek en maatregelenMomenteel legt Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) de laatste hand aan Vlaanderens eerste strategisch plan voor drinkwaterbescherming. Hij wil het plan deze maand aan de Vlaamse regering voorleggen. “Het moet een sterker kader bieden om onze drinkwaterbronnen nog beter te beschermen, gericht op de reële risico’s”, aldus Brouns. De betrokken bedrijven zoeken momenteel naar manieren om triazolen doeltreffend te verwijderen Het plan voorziet onder meer een rapporteringsplicht van gewasbeschermingsmiddelen voor betrokken landbouwbedrijven. Vandaag moeten landbouwers al een teeltfiche verplicht invullen waarop staat welke gewasbeschermingsmiddelen er gebruikt worden op welk perceel. “Binnenkort zal het ook verplicht worden om dit actief te rapporteren”, klinkt het.Intussen werden ook alle betrokken verwerkingsbedrijven gecontacteerd. “Zij onderzoeken momenteel de herkomst van triazolen in hun afvalwater en zoeken naar manieren om die stoffen doeltreffend te verwijderen”, aldus Brouns.Met het VITO-bronnenonderzoek is nu duidelijk wie welke concentraties loost. Op basis van deze eerste analyse kunnen al maatregelen worden genomen, geeft VMM nog mee. Maar de puzzel is nog niet volledig gelegd. Verdere analyse zal nog moeten uitwijzen wat de uiteindelijke impact is van elk lozingspunt of bedrijf op de drinkwaterproductie. Zo liggen niet alle lozingspunten even dicht bij het innamepunt voor waterproductie.Boerenbond: &quot;Landbouw nam al veel verantwoordelijkheid, we verwachten dat anderen dit ook doen&quot;Volgens landbouworganisatie Boerenbond zijn al heel wat stappen genomen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zo veel mogelijk naar beneden te halen. &quot;Ze worden enkel gebruikt als het nodig is en dit op een verantwoorde en precieze manier&quot;, klinkt het. &quot;Sinds dit jaar zijn er ook ruimere bufferzones van kracht ten opzichte van waterlopen. Recent zien we ook meer en meer de inzet en ontwikkeling van precisielandbouw met gesofisticeerde spuittoestellen en zeer gerichte inzet van bestrijdingsmiddelen.&quot;&quot;De landbouwsector nam al veel verantwoordelijkheid op en we blijven verdere stappen zetten om het risico te beperken. We pleiten er tegelijk voor dat er voldoende werkingsmiddelen voor handen blijven die cruciaal zijn voor bepaalde teelten. We verwachten dat ook anderen nu hun verantwoordelijkheid opnemen.&quot;</content>
            
            <updated>2026-01-12T22:56:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe pilootvergister bij Inagro brengt biomethaan dichter bij de landbouwpraktijk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-pilootvergister-bij-inagro-brengt-biomethaan-dichter-bij-de-landbouwpraktijk" />
            <id>https://vilt.be/58467</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Inagro heeft op haar biogassite in Roeselare een pilootvergister van 1.000 liter in gebruik genomen. De installatie versnelt de stap van laboratoriuminnovatie naar praktijk en maakt het mogelijk om nieuwe vergistingstechnieken te testen. Zo wordt biogas opgewaardeerd tot hoogwaardig biomethaan, onder meer via in-situ biomethanatie, waarbij waterstofinjectie het methaangehalte van biogas aanzienlijk verhoogt. Zo komt duurzame energie uit mest en reststromen dichter bij toepassingen als brandstof voor landbouwmachines en op termijn voor injectie in het aardgasnet.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groene energie" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a7418832-4b30-48e7-80ca-1e3035a52d83/full_width_foto-inagro.JPG</image>
                                        <content>Tussen een veelbelovende laboproef en een eerste toepassing op industriële schaal gaapt vaak een zogenaamde &#039;Valley of Death&#039;. De pilootvergister van Inagro overbrugt die kloof. De nieuwe plug-and-play testomgeving maakt het mogelijk technologieën op realistische schaal te testen. Inagro heeft een gespecialiseerd team dat ervaring heeft in het testen en implementeren van nieuwe technieken.“Bedrijven en onderzoeksinstellingen kunnen hier technologieën op realistische schaal testen, knelpunten ontdekken en prestaties meten, zonder meteen grote investeringen te doen. Zo brengen we innovatie sneller en veiliger naar de praktijk,” zegt Reindert Devlamynck, onderzoeksleider energie en circulaire economie bij Inagro.&amp;nbsp; Meer energie uit biogasDe pilootvergister is uitgerust voor in-situ biomethanatie: waterstof wordt dan rechtstreeks in de vergister geïnjecteerd, waardoor het methaangehalte van biogas aanzienlijk stijgt. Het resultaat is zuiverder biogas met een hogere energie-inhoud. Dat is een essentiële voorwaarde voor het gebruik als brandstof voor landbouwmachines. Verder onderzoek moet nog uitwijzen of een verdere kwaliteitsverhoging mogelijk is, zodat het kan worden geïnjecteerd op het aardgasnet.&amp;nbsp;Concrete voordelen voor landbouwersDe pilootvergister helpt landbouwbedrijven duurzame innovaties sneller en veilig te implementeren. Dat geeft duidelijke voordelen. Circulaire energieproductie zorgt ervoor dat mest en plantaardige reststromen worden omgezet in hernieuwbare energie. En door waterstofinjectie stijgt de energie-inhoud aanzienlijk, wat een maximaal rendement geeft. Tot slot is er een praktijkgerichte validatie. Want je kan technologieën laten testen op een schaal die aansluit bij de realiteit van landbouwbedrijven. Dankzij deze opstelling krijgen landbouwers een beter zicht op de mogelijkheden van biogas en biomethaan, en kunnen technologiebedrijven en universiteiten hun innovaties valideren zonder zware investeringen.&amp;nbsp; Brug tussen onderzoek en praktijkMet de pilootvergister helpt Inagro landbouwbedrijven de opschaling van duurzame energie te versnellen. Ook het beleid ziet het belang ervan in. Dat bevestigt Bart Naeyaert, West-Vlaams gedeputeerde voor land- en tuinbouw. &quot;&amp;nbsp;Deze pilootvergister is een strategische stap voor circulaire landbouw en de energietransitie op het platteland. Door technologieën eerst op pilootschaal te testen, verkleinen we risico’s voor ondernemers en brengen we duurzame energie dichter bij de praktijk.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-01-13T11:29:16+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Waste Warriors schieten via boeren voedselbanken te hulp]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/waste-warriors-schieten-via-boeren-voedselbanken-te-hulp" />
            <id>https://vilt.be/58468</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De besparingen van de federale regering treffen ook de voedselbanken. De organisatie Waste Warriors schiet te hulp. Het doel van Waste Warriors is om voedselverspilling te bestrijden door overschotten te redden bij boeren. Waarom die overschotten nu niet aanbieden aan de voedselbanken? Oprichter Thomas Schiltz legt uit hoe dat in zijn werk gaat. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselverlies" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2c9beff6-fbec-4b79-bef1-e5f44cdd2237/full_width_thomas-waste-warriors.jpg</image>
                                        <content>De besparingen van de regering hebben bij de voedselbanken vooral een impact op de aankoop van lang houdbare voedingsmiddelen. Daarvoor is de overheidssteun nu erg beperkt, zo viel 40 procent van het werkingsbudget weg. Dat vertaalt zich naar ongeveer acht miljoen maaltijden minder die de Belgische Federatie van Voedselbanken kan aanbieden. Bovendien zijn de tijden sowieso onzeker. Voor de voedselbanken is het elke week afwachten hoe en van wie er voldoende voedingsmiddelen binnenkomen.Maar dat is buiten het nieuwe project van Waste Warriors gerekend. De organisatie haalde vorige maand nog de media met een opmerkelijk initiatief in Lier. Zeker 1.000 mensen zakten af naar de velden van boer Bart T&#039;Seyen om meer dan zeven ton &#039;lelijke&#039; zoete aardappelen te redden. Wie de website van Waste Warriors nu bezoekt, ontdekt een andere opvallende actie. Een pakket van 20 kilo kan je aan 9,95 euro doneren aan de voedselbanken. Dat vraagt om een woordje uitleg. &quot;Een verhaal van twee vliegen in één klap&quot;&quot;Een schenking aan de voedselbanken verloopt inderdaad op die manier&quot;, meldt oprichter Thomas Schiltz. &quot;Er is nog een tweede optie. Je kan zelf een pakket gaan ophalen bij sommige boeren. De actie is opgezet met onze Nederlandse evenknie No Waste Army. In beide landen beschikken we nu over een miljoen kilo groenten. Die zijn afkomstig van boeren die ons contacteren omdat ze met overschotten zitten. En in België zie je nu de lege rekken bij de voedselbanken door de besparing van de regering. Daarom is de actie opgezet. Het is een verhaal van twee vliegen in één klap. Er is ook nog een derde optie. We maken nieuwe producten van wat we ophalen, denk aan pompoensoep. Die producten komen terecht in onze Waste Warriors Box tegen verspilling. Mensen die zo&#039;n box willen ontvangen, kunnen zich bij ons aansluiten.&quot; Wat gaat naar wie?Een geslaagde actie kan altijd buigen op een degelijke organisatie. Is er ook een duidelijk beeld van deelnemende boeren en voedselbanken of wat gaat naar wie? &quot;We hebben contact met de nationale, overkoepelende organisatie van de voedselbanken. Met hen spreken we af, zij bepalen een beetje de richtlijnen. Het kan bijvoorbeeld dat er even geen aardappelen nodig zijn, omdat ze er daar op dat moment al genoeg van hebben. Dan moeten we ons richten naar kolen, wortelen of zoete aardappelen. Die producten kopen we dan aan bij de boeren die daar een eerlijke prijs voor krijgen. Je moet dat niet zien als een pakket. Denk eerder aan vrachtwagens die naar de zetel van de voedselbanken vertrekken, waar alles dan wordt verdeeld over de kleinere voedselbanken in heel België.&quot; &quot;We zijn er voor de buitenbeentjes&quot;Voor een goed begrip, de boeren worden wel degelijk betaald? &quot;Ja, maar we zijn geen klant van de boeren, zoals een supermarktketen. Het gaat wel altijd om een prijs waarmee zeker de kosten gedekt zijn. Voor grote winsten moeten de boeren bij hun klanten zijn. Wij zijn er voor de overschotten, voor de buitenbeentjes. We vinden het heel jammer dat er regels zijn rond het uiterlijk van groenten en fruit. We willen laten zien dat er een bestaansrecht is voor groenten en fruit die er wat anders uitzien. Die proberen we een plek te geven in de voedselketen aan een prijs die voor de boer minstens een break-even oplevert.&quot; Van veld tot winkelrek passeert er heel veel beleid, er zijn zoveel regels. Daarom is er zoveel voedselverspilling Geen Antwerps verhaalWaste Warriors gaat door het leven als een Antwerpse organisatie. In de stad kom je ook een kleine zaak als Rekub tegen, goed voor patisserie of chocolade van afgekeurd fruit. Mogen we &#039;no food to waste&#039; zien als een stedelijke trend? &quot;Waste Warriors is niet echt een Antwerps initiatief. Ik woon in de stad, dat is zowat het enige&quot;, zegt Schiltz. &quot;Want wij helpen boeren in heel België. In Antwerpen had onlangs wel &#039;Het feest van de voedselverspilling&#039; plaats, ook Rekub was daarbij, maar ik denk dat iedereen wel weet dat er niets mis is met een kromme wortel. Van veld tot winkelrek passeert er heel veel beleid, er zijn zoveel regels. Daarom is er zoveel voedselverspilling. Dat verhaal proberen we op een leuke manier te vertellen, zonder dat we met de vinger wijzen. Dat doen we nu als mogelijk eerste organisatie op nationale schaal.&quot;</content>
            
            <updated>2026-01-14T11:03:54+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wim en Liesbeth ruilden hun vleesvee voor kippen en een zelfpluktuin]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wim-en-liesbeth-ruilden-hun-vleesvee-voor-kippen-en-een-zelfpluktuin" />
            <id>https://vilt.be/58469</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwkoppel Wim Kerkhove en Liesbeth Hanssens uit Ruddervoorde ruilde enkele jaren hun vleesvee voor biologische legkippen en een bloeiende zelfpluktuin. “Het pluimvee bleek een goede keuze. We doen het graag en het is economisch haalbaar”, aldus Liesbeth. “De zelfpluktuin moet nog wat meer op gang komen, maar brengt intussen heel wat leven op de boerderij.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="diversificatie" />
                        <category term="bloem" />
                        <category term="sierteelt" />
                        <category term="verbreding" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fdbe78e2-28de-4422-a9dd-1df5cb5a1218/full_width_farm-florette.jpg</image>
                                        <content>Het landbouwbedrijf van Wim en Liesbeth uit Ruddervoorde kende de voorbije jaren enkele grote veranderingen. In 2020 stopten ze met de vleesveetak. “We zagen daar op termijn geen toekomst meer in voor ons bedrijf”, zegt Wim. “We kozen voor een omschakeling naar biologische legkippen.”Die overstap vroeg heel wat voorbereiding. “Ik heb voor veel beslissingen advies ingewonnen, maar uiteindelijk verliep de omschakeling vrij vlot”, klinkt het. Het koppel bouwde een gecompartimenteerde stal en is intussen al meer dan vijf jaar actief met biologische legkippen. “We zijn vandaag nog altijd erg tevreden over die keuze. We doen het werk graag, zijn veel met de dieren bezig en het is economisch haalbaar. Het plaatje klopt.”Zelfpluktuin met steunIn 2024 wilde Liesbeth zeer graag haar grote passie voor bloemen omzetten in een professionele activiteit. Ze speelde met het idee om een plukweide te starten, maar had schrik voor de rendabiliteit. “Die eerste jaren zijn echt moeilijk om uit de kosten te geraken. Klanten vinden en houden is voor een pluktuin niet zo eenvoudig”, legt Liesbeth uit.Steun via het VLIF-fonds gaf het landbouwkoppel een extra duwtje om het avontuur toch aan te gaan. “Zonder VLIF-steun hadden we dit waarschijnlijk ook geprobeerd, maar het zou veel zwaarder geweest zijn”, zegt Wim. “De VLIF-steun compenseert de eerste jaren een deeltje van de omzet die we niet hebben kunnen realiseren omdat we nog moeten groeien.”De VLIF-steun waarop Wim en Liesbeth beroep deden, richt zich tot landbouwers die hun bedrijf willen verbreden of omschakelen naar een nieuw, duurzaam bedrijfsmodel via bijvoorbeeld korteketenverkoop, pluktuinen, zorg- of toeristische activiteiten. “Het moet landbouwers ondersteunen bij het uitbouwen van een verdienmodel dat niet alleen zorgt voor meer financiële autonomie, maar ook een positieve impact heeft op milieu en maatschappij”, legt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij uit. “In een steeds veranderende context is het belangrijk om na te denken over alternatieven. De steun biedt landbouwers de kans om een nieuwe bedrijfsstrategie uit te proberen en om te gaan met de huidige uitdagingen binnen de landbouwsector.” De pluktuin slaat een brug naar de rest van onze boerderij In contact met de buurt en de bijenOndertussen beslaat de zelfpluktuin van Liesbeth en Wim ongeveer 20 are. “De pluktuin is open van juni tot oktober. We beperken het seizoen bewust om het haalbaar te houden naast het andere werk op het bedrijf”, legt Liesbeth uit.“We schrikken ervan hoeveel mensen uit de buurt langskomen”, gaat de landbouwster verder. “Het is duidelijk dat de vraag naar lokale producten groeit. Voor veel bezoekers is het een ontspannend momentje, ze komen met hun kinderen en genieten van de rust. De pluktuin slaat ook een brug naar de rest van onze boerderij. Sommige bezoekers hebben veel interesse in het boerenleven en soms vragen kinderen of ze de kalfjes eens mogen zien.”Voor Liesbeth heeft de pluktuin ook een duidelijke sociale meerwaarde. “Als landbouwer sta je vaak wat afgezonderd”, vertelt Liesbeth. “Maar nu heb ik op zaterdag sociaal contact met de klanten. Je voelt dat de waardering voor ons bedrijf groeit. En de afwisseling in werk is mooi meegenomen.”Daarbovenop bevordert de pluktuin ook de biodiversiteit in de buurt. “In een regio met intensieve landbouw is het fijn dat we ook iets kunnen betekenen voor bijen”, klinkt het. Hoewel klanten heel tevreden zijn, vraagt een pluktuin opbouwen veel tijd, vooral om bekendheid te krijgen Enthousiasme, maar ook uitdagingen“Hoewel klanten heel tevreden zijn, vraagt een pluktuin opbouwen veel tijd, vooral om bekendheid te krijgen. Nieuwe mensen aantrekken blijft moeilijk. We zouden meer moeten inzetten op sociale media, maar eerlijk gezegd is dat is ons ding niet”, geeft Wim toe.Ook de arbeidsintensiteit van het project blijft een punt van aandacht. Toch zien ze potentieel. Het klantenbestand groeit en de bloemenproductie zit goed. De komende jaren willen ze verder investeren en evalueren. “Als 80 procent van de bloemen verkocht wordt, kan dit een rendabel verhaal zijn. We geven het zeker vijf jaar. Het moet rendabel worden, maar we geloven erin”, besluit Wim.Nieuwe kans voor VLIF-steunDeze maand kunnen geïnteresseerde landbouwers een steunaanvraag indienen voor dezelfde VLIF-maatregel die Wim en Liesbeth destijds een extra zet gaf. “Zowel opstartende als bestaande bedrijven kunnen dit doen”, duidt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. “Deze oproep kadert binnen het Vlaams GLB Strategisch Plan 2023-2027, dat inzet op competitiviteit en verduurzaming van de Vlaamse land- en tuinbouw.”De invulling van het bedrijfsplan kan heel uiteenlopend zijn, en hoeft dus niet per se over een pluktuin te gaan. “Een bedrijf kan kiezen voor de omschakeling naar een nieuw veeras dat per kilogram een hogere prijs oplevert, waardoor de veestapel kan worden afgebouwd”, geeft het agentschap mee als voorbeeld. “Ook een andere manier van afzet komt in aanmerking, zoals een samenwerking met een lokale verwerking of horeca. Ook de opstart van minder courante teelten in Vlaanderen komt in aanmerking, zoals verticale landbouw of insectenteelt. Daarnaast kunnen verbredingsactiviteiten deel uitmaken van het nieuwe bedrijfsplan, zoals zorgende of educatieve initiatieven op het landbouwbedrijf. Kortom, de mogelijkheden zijn divers.”De steun wordt telkens verleend onder de vorm van een forfaitaire premie, uitbetaald na uitvoering van het bedrijfsplan. Wie een omzet van minstens 20.000 euro haalt uit de nieuwe activiteiten, ontvangt 20.000 euro steun. De steun kan verhoogd worden tot 40.000 euro. Meer informatie over de voorwaarden op de website van het agentschap.</content>
            
            <updated>2026-01-14T11:20:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Supermarktfederatie steunt boeren in protest tegen Mercosur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/supermarktfederatie-steunt-boeren-in-protest-tegen-mercosur" />
            <id>https://vilt.be/58470</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“Mercosur mag alleen maar doorgaan als er garanties komen dat de ingevoerde producten aan dezelfde productie-eisen voldoen als onze levensmiddelen”, vertelt Nathalie De Greve, directeur duurzaamheid bij handelsfederatie Comeos. De belangenorganisatie vreest voor de kwaliteit van levensmiddelen en de toekomst van de agrovoedingssector. “We hebben gezien waar de massale invoer van goedkope Chinese producten van inferieure kwaliteit toe kan leiden: tot faillissementen van lokale handelaren.”</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/727a3292-c775-4bba-8bc6-aca5de9e8f49/full_width_supermarktvleesrek.jpg</image>
                                        <content>Vaak staan de supermarkten en de landbouwers met gekruiste degens tegenover elkaar. Het gaat dan veelal om de prijs. Als het gaat om het Mercosur-handelsverdrag trekken de partijen aan hetzelfde zeel. “We kunnen alleen maar instemmen met het Mercosur-handelsverdrag als de productie-eisen in Zuid-Amerika dezelfde zijn als in Europa en België”, vertelt Nathalie De Greve.&amp;nbsp;De handelsfederatie, die de belangen van de Belgische supermarkten behartigt, draagt haar bezwaren tegen Mercosur al uit sinds december 2024. De organisatie heeft samen met de landbouworganisaties zitting in het Belgische ketenoverleg, een structureel, interprofessioneel overleg tussen alle schakels in de agrovoedingssector. &quot;Veel lagere productiestandaard&quot;Volgens Comeos, en de Belgische boeren, liggen de productiestandaarden in Zuid-Amerikaanse landen onder het Belgische niveau. “In België moeten we aan steeds strengere productie-eisen voldoen op het gebied van voedselveiligheid, milieu en sociale wetgeving. Dit resulteert in producten van een hoge kwaliteit die de consument weet te waarderen. In de Zuid-Amerikaanse landen liggen de productie-eisen op een veel lager niveau. Denk aan het gebruik van hormonen in de vleessector en de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die hier al jaren verboden zijn.” We dreigen overspoeld te worden met goedkope voedingsmiddelen van inferieure kwaliteit. Dat houdt een groot risico in voor de consument Het Mercosur-vrijhandelsverdrag zou te weinig mechanismen herbergen die toezien op de productiestandaarden van de ingevoerde producten. “Hierdoor dreigen we overspoeld te worden met goedkope voedingsmiddelen van inferieure kwaliteit. Dat houdt een groot risico in voor de consument”, aldus De Greve.Inferieure producen en lokale faillissementenDe handelsfederatie heeft recent gezien waar dit toe kan leiden. Zo is de import van Chinese producten via handelsplatformen als Temu en Shein de voorbije jaren geëxplodeerd. “De douane beschikt bij lange na niet over de middelen om kwaliteitscontroles uit te voeren. Uit steekproeven blijkt dat één op de drie producten niet aan onze kwaliteitseisen voldoet, en dan hebben we het niet eens over de productiemiddelen die worden ingezet.”Hierdoor wordt niet alleen de consument opgezadeld met inferieure producten, maar hebben ook de lokale handelaren het lastig. “Kijk maar naar de kledingindustrie. Veel handelaren hebben de voorbije jaren de boeken neergelegd onder druk van de oneerlijke Chinese concurrentie”, aldus De Greve.&amp;nbsp;Dit dreigt volgens Comeos ook voor de Europese voedingssector. “Die kan door het ongelijke speelveld niet concurreren met de Zuid-Amerikaanse bedrijven en kan het heel zwaar krijgen. Hierdoor zou in theorie onze voedselautonomie in gevaar kunnen komen en dat moeten we uiteraard voorkomen. We willen de lokale voedselproductie vrijwaren en niet alleen van het buitenland afhangen”, besluit De Greve.</content>
            
            <updated>2026-01-13T16:38:29+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mercosur: Waalse boer biedt excuses aan bij koning, acties blijven opduiken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mercosur-waalse-boer-biedt-excuses-aan-bij-koning-acties-blijven-opduiken" />
            <id>https://vilt.be/58471</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Waalse landbouwer die vorig weekend een lading aardappelen op de Grote Markt in Brussel uitstortte, is zijn persoonlijke excuses gaan aanbieden bij koning Filip. “Ik wou hem uitleggen waarom ik deze actie heb uitgevoerd en gratie vragen”, zei hij met een zakje aardappelen in de hand voor het paleis. Terwijl zijn persoonlijke protest intussen is afgerond, blijven elders nieuwe acties opduiken. De Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca kondigt volgende week een nieuwe actie aan bij het Europees Parlement.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dada24ae-7b72-42fb-8e7c-9af16ae286a1/full_width_protest-gent-symposium2.jpg</image>
                                        <content>Landbouwers blijven zich verzetten tegen de Mercosurdeal. Het akkoord kreeg vorige week groen licht van de Europese lidstaten en zal volgend weekend worden ondertekend in Paraguay, maar daarmee is het dossier niet afgerond. Het Europees Parlement moet het akkoord nog finaal goedkeuren. Waar dat bij sommige dossiers een formaliteit is, belooft de ratificatie van Mercosur niet zonder stoot of slag te gebeuren. Het kan uiteindelijk nog maanden duren voor er volledige duidelijkheid is over een eventuele inwerkingtreding.Binnenlandse actie in Oostende blijft durenSinds maandag voert het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) actie aan de luchthaven van Oostende. Vrachtverkeer wordt er tegengehouden dat van en naar de luchthaven gaat. “We laten wel vrachtwagens met bederfbare goederen door”, duidt Mark Wulfrancke van ABS. &quot;De firma heeft begrip voor onze actie en wij willen die goederen niet laten bederven.&quot; Daarnaast wil de landbouworganisatie de consumenten zo min mogelijk treffen met de actie. “We voelen veel steun van consumenten en willen hen dan ook niet viseren&quot;, gaat Wulfrancke verder. &quot;Reizigers kunnen gewoon naar de luchthaven komen.” Dat wil niet zeggen dat de actie is afgelopen. De landbouwers zullen tot dinsdagnacht actie blijven voeren. “Het zou fijn zijn dat de politiek een voorbeeld neemt aan consumenten en transporteurs&quot;, zegt Wulfrancke. &quot;Het is tijd dat er wordt geluisterd en dat er niet over ons, maar met ons wordt gepraat. Voeding is meer dan een platte commerce. Het is geen handelswaar die je zomaar importeert zonder rekening te houden met hoe ze geproduceerd wordt. Wij blijven dit aankaarten. Voor onze boeren en voor onze voedselkwaliteit.”Eerder dit weekend stortte een Waalse boer een volledige lading aardappelen uit op de Grote Markt in Brussel. De politie pakte hem op en hij bracht een dag in de cel door. Ook zijn tractor met aanhangwagen werd in beslag genomen. Dinsdag trok hij naar de koning Filip om zich te excuseren en gratie te vragen. Als symbolisch gebaar had hij een zakje aardappelen bij. Uiteindelijk kreeg hij zijn tractor terug en keerde hij huiswaarts, zonder zijn lading aardappelen. Die waren intussen op de Grote Markt opgeraapt door omstaanders. 350 tractoren omsingelen ParijsBelgische boeren staan niet alleen in hun acties tegen het Mercosurakkoord. Ook over de grens dumpten landbouwers aardappelen om hun ongenoegen te uiten. In Frankrijk trokken zo’n 350 landbouwers met hun tractoren naar Parijs. Het protest richtte zich niet alleen op Mercosur, maar ook op een reeks binnenlandse maatregelen. “We vragen om een ontmoeting met de premier (Gabriel Attal, red.). We gaan hier niet weg voordat we zijn ontvangen en gehoord”, zei Damien Greffin, vicevoorzitter van de Franse landbouworganisatie FNSEA. Later op de dag kondigde de Franse landbouwminister nieuwe maatregelen aan ter ondersteuning van de landbouwers. Nieuwe actie aan het Europees ParlementOnder de Europese koepel Copa-Cogeca plannen landbouwers op dinsdag 20 januari alvast een nieuwe grootschalige actie bij het Europees Parlement in Straatsburg, wanneer de parlementaire goedkeuringsprocedure van start gaat. Ook landbouworganisatie Boerenbond sluit aan. “We willen actievoeren daar waar de beslissingen worden genomen en waar onze stem het luidst moet klinken. De beslissing is nog niet definitief”, aldus de landbouworganisatie. &quot;We vragen de Europese volksvertegenwoordigers om hun verantwoordelijkheid te nemen en ook anderen te overtuigen om het akkoord te verwerpen en terug naar de tekentafel te gaan”, aldus Boerenbond.De Europese problematiek gaat&amp;nbsp;volgens de landbouworganisaties&amp;nbsp;verder dan Mercosur. “Door slechte Europese regelgeving zitten Vlaamse landbouwers muurvast. Ook op die nagel blijven we kloppen”, zegt Lode Ceyssens, voorzitter van Boerenbond. “Als gevolg van onze actie in december belooft men nu de problemen met&amp;nbsp;de&amp;nbsp;Europese milieuwetgevingen,&amp;nbsp;die de kern vormen van het&amp;nbsp;huidig blokkerend beleid, aan te passen. Het is belangrijk dat het niet bij loze beloften blijft maar hier snel werk van gemaakt wordt.”Ook de vermindering van de middelen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid blijft voor Boerenbond en Groene Kring&amp;nbsp;zwaar op de maag&amp;nbsp;liggen. ​ “Voor het nieuwe landbouwbudget belooft de Europese Commissie nu 45 miljard euro extra te voorzien, wat ongeveer de helft is van de reductie die men eerder voorstelde. Dat is een stap in de goede richting, maar geen eindpunt,” besluit Justine Arkens voorzitster van Groene Kring.&amp;nbsp;​&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-01-14T08:51:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opnieuw vogelgriepuitbraak in West-Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opnieuw-vogelgriepuitbraak-in-west-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/58472</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het vogelgriepvirus van het type H5 houdt lelijk huis in West-Vlaanderen. In de zone Veurne-Alveringem, waar de voorbije dagen al meerdere bedrijven werden geruimd, is opnieuw een uitbraak vastgesteld. Dat meldt het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV)</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c2e53e4a-588c-4551-84eb-3b7f923cbf39/full_width_leghenkippluimveevogelgriepophokplicht-1250.png</image>
                                        <content>Het FAVV stelde opnieuw een besmetting met vogelgriep vast in de beperkingszone Veurne-Alveringem. Het gaat om een braadkippenbedrijf met zo’n 70.000 braadkippen. Om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan, werden de dieren onmiddellijk geruimd. Het betrokken bedrijf bevindt zich in de bewakingszones die eerder waren afgebakend na de besmettingen in Veurne, Warhem (Frankrijk) en Alveringem. Een groot deel van de beschermingszone van drie kilometer en een bewakingszone van tien kilometer die nu rond het bedrijf worden ingesteld, overlappen dus met de bestaande zones. Een groot deel van de veiligheidszone bevindt zich deels in Frankrijk.Verscherpt toezichtIn de volledige beperkingszone Veurne-Alveringem wordt een&amp;nbsp;verscherpt toezicht&amp;nbsp;opgelegd voor alle houderijen. Zo moet de dierenarts,&amp;nbsp;bij een&amp;nbsp;sterfte van tien of meer vogels in een stal of een compartiment, onmiddellijk een sneltest of monsters voor een labo-onderzoek afnemen. Het toezicht komt bovenop het bestaande toezicht in de beschermings- en bewakingszones.Wat is vogelgriep?Vogelgriep is een zeer besmettelijke virusziekte waar bijna alle vogelsoorten gevoelig voor zijn. De ernst van de ziekte verschilt per dier en is afhankelijk van de virusstam, de omgeving en eventuele andere infecties. Besmetting kan plaatsvinden door direct contact met zieke dieren of besmet materiaal, zoals mest of vuile kratten. Zoogdieren kunnen uitzonderlijk besmet raken, bijvoorbeeld wanneer zij een karkas van een besmette vogel opeten of intens in contact komen met het vogelgriepvirus. Besmetting bij mensen is uitzonderlijk. Tot nu toe is er wereldwijd geen virusoverdracht van mens op mens waargenomen.</content>
            
            <updated>2026-01-13T18:09:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Clarinval anticipeert op uitbraak nodulaire dermatose en legt vaccinvoorraad aan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/clarinval-anticipeert-op-uitbraak-nodulaire-dermatose-en-legt-vaccinvoorraad-aan" />
            <id>https://vilt.be/58473</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Minister van Landbouw David Clarinval (MR) gaat vaccins kopen om Belgische runderen te beschermen tegen de besmettelijke veeziekte nodulaire dermatose, ook gekend als lympy skin disease (LSD). “Het is belangrijk dat België een vaccinstock heeft zodat er onmiddellijk kan geschakeld worden als er een besmetting wordt geconstateerd op ons grondgebied”, zo laat de minister in een persbericht weten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/be7793dd-6baa-48c7-bceb-c17e03562326/full_width_dierenarts-vaccinatie-eu.jpg</image>
                                        <content>Hoewel het mogelijk is om een beroep te doen op de beschikbare vaccinstocks van de Europese Commissie of van andere lidstaten, wil België toch sneller schakelen. Daarom heeft de minister een procedure opgestart voor de aankoop van vaccins.Momenteel zijn er nog geen besmettingen vastgesteld in België, maar op verschillende andere plaatsen in Europa waart het virus al enkele maanden rond. Zolang de epidemie zich niet naar België verspreidt, is het volgens de Europese wetgeving nog niet toegelaten om de veestapel te vaccineren.&quot;Onmiddellijk kunnen schakelen bij uitbraak&quot;Toch vindt de minister het belangrijk dat nu al een vaccinvoorraad aangelegd wordt. &quot;De ziekte laten circuleren, vormt een groot risico voor een snelle verspreiding naar andere veehouderijen, met zware gevolgen voor de dieren en voor de hele sector&quot;, aldus Clarinval. Met een eigen vaccinvoorraad, die losstaat van de Europese vaccinstock, kan België onmiddellijk schakelen als er in België een uitbraak wordt vastgesteld.&amp;nbsp;Nodulaire dermatose is een veeziekte die wordt veroorzaakt door een virus en is erg besmettelijk voor runderen. Het kan pijnlijke gezwellen op de huid van de dieren en kreupelheid veroorzaken. In ernstige gevallen kan de ziekte ook dodelijk zijn. Volgens Clarinval zijn noodslachting en -vaccinatie de enige gekende manieren om de ziekte efficiënt uit te roeien.&amp;nbsp; Ook ondersteuning voor veehoudersNaast vaccins voorziet de overheid ook in een budget om veehouders te ondersteunen die geconfronteerd worden met het virus. Eens de epidemie België bereikt heeft en de overheid de vaccinatie verplicht, zal dat volgens Clarinval een impact hebben op de sector. &quot;Het impliceert met name het verlies van het ziektevrij statuut zonder vaccinatie, evenals beperkingen op verplaatsingen en de verkoop van runderen en hun producten&quot;, verduidelijkt de minister.&amp;nbsp;In Frankrijk, waar het virus al veel schade berokkende, protesteren boeren al enkele maanden. Eén van hun strijdpunten is het ontoereikende overheidsbeleid om de epidemie in te dijken.Clarinval geeft nog mee dat hij de bevoegde administraties, de organisaties van de veehouders en de dierenartsen snel zal samenroepen om deze maatregelen op een transparante manier te bespreken en toe te lichten wat zij impliceren op Belgisch niveau. Daarnaast zal er ook bekeken worden wie welke rol kan spelen en wordt er een gestructureerd communicatieplan opgemaakt.</content>
            
            <updated>2026-01-14T11:53:49+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wild in Vlaamse detailhandel en supermarkten komt uit Vlaanderen, Wallonië en Polen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wild-in-vlaamse-detailhandel-en-supermarkten-komt-uit-vlaanderen-wallonie-en-polen" />
            <id>https://vilt.be/58474</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het jachtseizoen loopt langzaamaan ten einde. Le Petit Chasseur, een versnijderij van klein wild die samenwerkt met Vlaamse jagers, spreekt van een goed jaar. “De vraag naar wild zit al jaren in de lift. Mensen hebben steeds meer waardering voor kwaliteitsvlees van dieren die een goed leven gehad hebben”, aldus directeur Billy Paelinck. “Klein wild komt uit Vlaanderen, Wallonië en het Verenigd Koninkrijk. Groot wild komt voornamelijk uit Wallonië, Polen is ook een grote exporteur”, vertelt hij over de herkomst van het wild.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/b81615f2-0081-459a-a537-346c2876dff4/full_width_vlees-keuken-wild.jpg</image>
                                        <content>Uit een onderzoek van VLAM blijkt dat 0,8 procent van de respondenten de dag voor het onderzoek wild heeft gegeten. Het gaat om een gemiddeld cijfer over de periode juli 2023 – juni 2025.In de winter en zeker tijdens de feestdagen ligt deze ‘dagpenetratie’ hoger: 2 procent in december en 4 procent, specifiek voor de tweede helft van december. Wild wordt bijzonder gesmaakt door Franstaligen (vooral in Brussel), 25- tot 34-jarigen, mannen, samenwonenden, hoger opgeleiden en door hogere sociale groepen.Over de herkomst van het wildvlees vertelt Billy Paelinck, directeur-eigenaar van Le Petit Chasseur, een versnijderij-handelaar van wild uit Tielt.Wat zijn jullie voor een bedrijf?Le Petit Chasseur is gespecialiseerd in het versnijden en verhandelen van hoogwaardig wild, vooral klein wild zoals patrijs, duif, fazant, haas en konijn.Hoe zijn jullie ontstaan?In 2021 stond ik in contact met een poelier in Gent die ermee stopte en hebben we besloten dat over te nemen. Deze poelier leverde aan restaurants in de buurt. Deze verkoopactiviteiten zijn wij verder gaan professionaliseren. We leveren nu aan restaurants en de detailhandel, poeliers en slagerijen in de wijde omgeving.Hoe komen jullie aan jullie wild?Wij werken veel met lokale jagers, met verschillende wildbeheereenheden (WBE). Het jachtseizoen in Vlaanderen loopt van 15 augustus tot februari. Wij staan in contact met verschillende WBE’s die wekelijks wild ter beschikking stellen. Zij kunnen dit brengen naar twee wildacceptatiepunten (gekoelde opslagpunten, red.) in Alveringem en Damme of rechtstreeks bij ons afleveren in Tielt. Daar komen wij het wild halen om het vervolgens bij ons te versnijden.De Vlaamse productie is echter onvoldoende om de vraag te dekken. Daarom komt ons wild ook uit de Ardennen en krijgen we bijvoorbeeld fazanten uit het Verenigd Koninkrijk.En hoe zit het met groot wild?Groot wild, zoals herten, everzwijnen en reeën komen veelal uit Wallonië. Daarnaast is vooral Polen een grote speler op het gebied van groot wild in Europa.Hoe is jullie jaar verlopen?Het is goed gegaan. Sinds onze oprichting zien we de vraag en onze omzet steeds groeien. Enkele weken geleden hebben we ook een conculega overgenomen, Le Faisan Gris uit Dottignies (Moeskroen). Zo willen we onze markt nog verder verkennen en wildvlees &#039;top of mind&#039; maken.Is er zo veel interesse in wild?We zien de vraag toenemen. Consumenten kiezen steeds meer voor kwaliteitsvol, lokaal vlees. Ook de aandacht voor dierenwelzijn en de negatieve aandacht voor de industriële veehouderij zullen vermoedelijk hun impact hebben. Mensen gaan voor minder maar kwalitatiever vlees.Heeft de wildmarkt ook een impact op de prijs van gangbaar vlees?Ik denk het eigenlijk niet. De consumptie van wild is te klein om de prijs van gangbaar vlees te beïnvloeden.</content>
            
            <updated>2026-01-14T22:19:44+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kritiek in Nederland op uitkoopregeling: “Had goedkoper en drie keer zo efficiënt kunnen zijn”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kritiek-in-nederland-op-uitkoopregeling-had-goedkoper-en-drie-keer-zo-efficient-kunnen-zijn" />
            <id>https://vilt.be/58475</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Nederland klinkt kritiek op de uitkoopregeling die de stikstofdruk op kwetsbare natuur moet verminderen. Drie nieuwsmedia die de regeling onderzochten, stellen vast dat de overheid er niet in slaagde voldoende piekbelasters te overtuigen om te stoppen, ondanks miljarden aan stopsubsidies. Het vrijwillige karakter maakt de regeling duur en weinig doeltreffend.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="Nederland" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3de446b2-f920-4b08-a43f-425bbafbe167/full_width_melkkoeienweide.jpg</image>
                                        <content>De Nederlandse uitkoopregeling voor zogeheten piekbelasters had een veel grotere stikstofreductie kunnen opleveren tegen een aanzienlijk lagere kost. Dat concludeert een gezamenlijk onderzoek van NRC, Follow the Money en Omroep Gelderland. De Nederlandse overheid trok 1,8 miljard euro uit om 723 veehouderijen met een hoge stikstofneerslag nabij kwetsbare natuur vrijwillig uit te kopen. Samen zou dit het stikstofoverschot met acht procent verminderen. Maar volgens de onderzoekers had de overheid in een optimaal scenario dezelfde stikstofwinst kunnen boeken met 330 miljoen euro, waarbij de 133 veehouderijen met de grootste stikstofimpact hadden moeten stoppen.Maximale stikstofwinst tegen minimale publieke kostDe onderzoekers volgen daarbij een kosten-batenlogica waarbij maximale stikstofwinst wordt nagestreefd tegen een minimale publieke kost. Dit is een benadering die de Nederlandse stikstofbemiddelaar Johan Remkes eerder al naar voren schoof. Hij adviseerde in 2022 om de 500 tot 600 grootste piekbelasters uit te kopen. De toenmalige stikstofminister Christianne Van der Wal (VVD) koos er uiteindelijk voor om de groep uit te breiden tot 3.000 piekbelasters en de regeling volledig vrijwillig te maken.Uit de analyse van de nieuwsmedia blijkt dat binnen de groep van 3.000 piekbelasters echter grote verschillen bestaan in natuurbelasting. Daarbij zou het grootste deel van de stikstofwinst te halen zijn bij een kleine kopgroep van 133 veehouderijen. Maar omdat de overheid geen selectie afdwong, werden ook bedrijven met een lage stikstofimpact uitgekocht. Dat leidde tot grote verschillen in kostenefficiëntie. We hebben heel bewust voor vrijwilligheid gekozen, en willen absoluut niemand verplichten om te stoppen Het Nederlandse ministerie van Landbouw verdedigt de aanpak en stelt dat de regeling wel degelijk “gericht en doelmatig” is, omdat het gaat om een selecte groep bedrijven met hoge berekende stikstofneerslag op nabijgelegen natuur. De optimale scenario’s noemt het ministerie theoretisch en niet haalbaar binnen de Europese regels rond staatssteun. “De overheid kan niet zomaar bepalen welke bedrijven moeten stoppen”, stelt een woordvoerder van ontslagnemend landbouwminister Femke Wiersma (BBB). “Boeren verleiden om te stoppen, boekt sneller resultaat dan onteigenen. Verplichtende maatregelen&amp;nbsp;leiden vaak tot lange juridische procedures, waar ook veel geld mee gemoeid kan zijn. We hebben heel bewust voor vrijwilligheid gekozen, en willen absoluut niemand verplichten om met het landbouwbedrijf te stoppen.&quot; Zonder stok achter de deur verloor de regeling geloofwaardigheid Nederland kent geen PAS-referentie 2030Enkele Nederlandse professoren zijn kritisch voor het vrijwillige beleid. Zij wijzen erop dat een vrijwillige uitkoop zonder een duidelijke stok achter de deur weinig geloofwaardig is. Volgens hen zouden vooral de grootste piekbelasters sneller zijn ingestapt als duidelijk was dat hun bedrijfsmodel op termijn niet houdbaar bleef. Veel piekbelasters zouden ook twijfelen aan het ecologische effect.In Vlaanderen legt de overheid via de PAS-referentie een concreet individueel emissieplafond op aan landbouwbedrijven, met vergunningsgevolgen indien niet bereikt in 2030. In Nederland bestaat geen dergelijk beleid met een verplicht individueel reductiepad.Ook de Nederlandse landbouworganisatie LTO vindt het vrijwillige uitkopen van veehouders ineffectief. “Er zijn alternatieven. We moeten met de hele sector de bocht maken, met innovatie, met stalmaatregelen. Maar daar is geen beleid voor, nog altijd niet”, reageert LTO aan de Nederlandse krant NRC.Nieuwe uitkoopregelingDe Nederlandse overheid zegt wel het roer te willen omgooien, met op termijn uitstootdoelen voor elk bedrijf, om de emissie van de landbouw fors te reduceren. “De enige concrete maatregel is vooralsnog een nieuwe uitkoopregeling”, schrijft NRC.Het demissionaire kabinet van Wiersma heeft dinsdag een nieuwe vrijwillige uitkoopregeling voor veehouders in consultatie gebracht. Dit keer zou de regeling openstaan voor alle veehouders, van konijnenhouders tot varkensboeren. Wie binnen een kilometer van een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied ligt, zou recht krijgen op tien procent extra vergoeding. Dat komt neer op 110 procent van het waardeverlies van de stallen. De regeling bevindt zich nog in de consultatiefase en ligt dus nog niet vast.</content>
            
            <updated>2026-01-14T23:17:03+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Studie: één op zes keukenkruiden wordt aangelengd, vooral gesjoemel met oregano]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/studie-een-op-zes-keukenkruiden-wordt-aangelengd-vooral-gesjoemel-met-oregano" />
            <id>https://vilt.be/58476</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Opvallend nieuws komt uit het JRC-laboratorium in Geel. Bijna de helft van alle geteste oregano werd aangelengd met andere, goedkope planten. Een kwart van alle geteste oregano bevat olijfbladeren, maar ook mirteblaadjes worden vaak gebruikt. Dat vertelt onderzoeker Thomas Linsinger van het JRC aan de VRT-podcast Het Uur van de Waarheid. Het gaat voor de duidelijkheid om gedroogde kruiden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="voedsel" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ff065bb5-2925-464c-be9d-11f15b97b5e2/full_width_pizza-3000274-1920.jpg</image>
                                        <content>Het JRC-laboratorium van de Europese Commissie in Geel analyseerde bijna 2.000 stalen van allerhande keukenkruiden. Bij één op de zes geteste stalen van keukenkruiden en specerijen in Europa is er sprake van fraude met de samenstelling. Dit is veelvoorkomend bij oregano, maar ook met andere kruiden is er gesjoemel. Zo wordt er vaak mosterdzaad toegevoegd aan komijn of peper zonder vermelding, terwijl sommige mensen daar allergisch voor zijn. Meestal zijn deze frauduleuze toevoegingen ongevaarlijk voor de gezondheid, maar het blijft consumentenbedrog.&quot;We zien dat er vooral bij oregano een probleem is. Dat is opvallend, want het is geen duur product&quot;, zegt Linsinger op de VRT-podcast Het Uur van de Waarheid. Er werden 295 oreganostalen getest, en bij bijna de helft is er opzettelijk geknoeid. “Oregano wordt in grote hoeveelheden gebruikt. Als je een pasta of pizza maakt, gaat er een goede snuif oregano in. Voor producenten is het voordelig om daar andere goedkope kruiden in te mengen.”Gezondheidsrisico beperkt, wel oneerlijke concurrentieVolgens Linsinger vormen deze aanlengingen bijna nooit een probleem voor de gezondheid. &quot;Het heeft ook niet echt een impact op de smaak, het zal nog steeds naar oregano smaken. Maar als je oregano koopt, wil je natuurlijk oregano krijgen en geen olijfbladeren. Het is ook niet eerlijk tegenover andere producenten die zuivere oregano aanbieden. Eerlijke producenten worden nu uit de markt geprijsd en dat is niet de bedoeling.”De onderzoekers vonden vaak ook onverklaarbaar hoge hoeveelheden tijm, marjolein en salie in de oregano. Ook zwarte peper wordt aangelengdWellicht een van de populairste kruiden in de keuken is zwarte peper, en ook daar is er gesjoemel. In 17 procent van de stalen troffen de onderzoekers vreemde zaken aan, zoals gedroogde pitjes van papaya, rijst, boekweit of andere granen. In sommige gevallen mosterdzaad of zelfs assen.Ook komijn blijkt vaak onzuiver. In 14 procent van alle stalen vond men gemalen koriander, mosterdzaad, lijnzaad en karwij.Linsinger spreekt in de podcast ook over gesjoemel met het peperdure saffraan. Dit kwam voor bij één op de tien geteste stalen. In sommige gevallen werd er geen saffraan aangetroffen, wel andere gele bloemen zoals het afrikaantje of de saffloer.Beluister de volledige podcast op VRT NWS.</content>
            
            <updated>2026-01-15T13:10:49+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zes keer meer geiten in Vlaanderen sinds 2001, markt stabiel na turbulente jaren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zes-keer-meer-geiten-in-vlaanderen-sinds-2001-markt-stabiel-na-turbulente-jaren" />
            <id>https://vilt.be/58477</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het geitenbestand heeft de afgelopen jaren flinke bokkensprongen doorgemaakt, maar vaart nu even rustig. Dat blijkt uit de gegevens van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij op basis van Statbel, en de observaties van geitenkaasfabrikant Capra.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Geitenhouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bcdc97c5-748b-4afa-a56f-a51d79f9599a/full_width_geiten.jpg</image>
                                        <content>De cijfers van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij tonen een explosieve groei in het Vlaamse geitenbestand. In 2001 liepen er nog 11.078 geiten rond in Vlaanderen. In 2023 waren dat er 68.434. Dat is geen alleenstaande trend: in Nederland is het aantal geiten over een gelijkaardige tijdspanne vervijfvoudigd, aldus het Nederlands statistiekbureau CBS. Het gaat hier zowel om melk- als vleesgeiten.Het zijn opmerkelijke trends, al merkt directeur Guy Hex van kaasfabrikant Capra op dat recentere Vlaamse cijfers een genuanceerder beeld zouden geven van de sector. Want hoewel het Vlaams geitenbestand in een kwarteeuw fors is toegenomen, is er sinds 2024 sprake van turbulentie in de sector. Met een carrière van 20 jaar bij Capra volgt hij de melkgeitensector op de voet. “Ik zit er al bij sinds het begin, met een lage geitenmelkproductie van 200 miljoen liter in de Benelux. Vandaag is dat bijna 400 miljoen liter. De laatste 20 jaar is de consumptie van geitenmelk gegroeid met double digits, maar de laatste jaren gaat het om één of twee procent.” Chinezen met koemelkallergieDe forse toename van de vraag naar geitenmelk begon volgens Hex tien jaar geleden. Die vraag kwam vooral uit de Chinese hoek, in de vorm van babymelkpoeder. “In België had je 20 jaar geleden al moeders die elke twee dagen naar Capra kwamen voor verse geitenmelk, wanneer hun baby geen koemelk kon verdragen”, zegt Hex.“De Chinezen zijn van origine geen zuiveleters”, zegt Hex, die erop wijst dat veel Chinezen koemelk moeilijk verteren. “Verpoederde geitenmelk uit de Benelux heeft een heel hoog aanzien bij Chinese ouders”, zegt hij. “Op de melkpoeder van het Chinese Ausnutria stonden om deze reden blauwe Delftse molens afgebeeld.” Dit mooie liedje is niet blijven duren. De afgelopen vier jaar is de Chinese markt in elkaar gestuikt, zegt de Capra-topman. “Het geboortecijfer is er drastisch verlaagd sinds covid. Chinezen komen bovendien naar onze markt om bij te leren. Ze proberen nu stelselmatig, weliswaar met gematigd succes, de producten die wij maken ook in China te produceren.”“In 2024 hadden we een drama in de geitenmelk”, zegt Hex. “We hadden grote melkoverschotten. Al heeft de melkplas zich vrij snel in balans gebracht. In zekere mate door stoppende geitenhouders zonder opvolging, maar ook door de Nederlandse uitkoopregeling. Daar zijn de afgelopen twee jaar heel wat Nederlandse geitenbedrijven op ingegaan waardoor er duizenden geiten minder in productie zijn.&quot;Mildere geitenkaas sterkt vraag bij consumentVandaag blijft China nog steeds een belangrijke markt voor de geitenmelksector, maar ook in de eigen contreien zijn er nieuwe consumptietrends. “Als ik 20 jaar terug een degustatie deed op een beurs, meldden zeven op de tien mensen geen geitenkaas te lusten. Vandaag zijn dat er drie. Met de rassen en melkkwaliteit die we vandaag produceren, hebben we een smaak die geapprecieerd wordt door de Noord-Europeaan.”Zelfs binnen Europa zijn er echter duidelijke verschillen in de smaak die men verkiest. “De geitenkaas die je vroeger in de winkel vond, proeft voor velen te scherp”, zegt Hex. “Maar de Fransen zijn daar net fan van. Daarom werken zij vooral met de scherp proevende melk van Alpine geiten. In België zie je vooral Saanen-geiten. Deze witte dieren produceren melk met een zachte smaak.” Stiel apartGeitenkaas eten is volgens Hex toegankelijker dan ooit. Geiten houden daarentegen, is volgens de Capra-topman een stiel apart. “Het vergt toch wat jaren ervaring om een goede geitenhouder te worden”, zegt hij. “Geiten melken vraagt meer manuele arbeid: er bestaan geen melkrobots voor deze dieren. Dit moet ’s ochtends en ’s avonds gebeuren, zeven dagen op zeven. Bovendien moet je rekening houden met dierziektes enzovoort.”Een melkgeit is aanzienlijk goedkoper dan een koe, maar het kleinere dier produceert uiteraard ook minder melk. Zo’n 1.100 liter per jaar, bijna tien keer minder dan een Holstein koe.Volgens Hex zitten vraag en aanbod binnen de geitenmelk momenteel goed in balans. “Dat zie je aan de huidige basisprijs: die bedraagt zo’n 70 cent per liter. Dat is binnen de sector redelijk aanvaardbaar.”Wat met de toekomst?Een prognose voor de toekomst kan Hex niet geven. “Vandaag ben je van niets meer zeker”, zegt hij. “Koemelk deed het een lange tijd goed, maar kampt de laatste zes maanden met slechtere prijzen door een melkoverschot. En dan heb je landen als China die importtaksen heffen op allerhande landbouwproducten, zoals varkensvlees. Zolang er in de wereld leiders als Trump, Poetin en wie weet nog allemaal aan de knoppen zitten, weet je niet wat je geopolitiek kan verwachten. We zien hoe de wereld op 24 uur tijd sterk kan veranderen. Vandaag gaat het goed, maar misschien is binnen een halfjaar alles wat ik vandaag zeg niet meer aan de orde.”</content>
            
            <updated>2026-01-14T21:58:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriepvirus breidt uit, pluimveesector kritisch over trage Franse aanpak]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriepvirus-breidt-uit-pluimveesector-kritisch-op-trage-franse-aanpak-en-overweegt-schadeclaim" />
            <id>https://vilt.be/58478</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het vogelgriepvirus grijpt om zich heen in de Westhoek, in de regio Veurne-Alveringem. Getroffen pluimveehouders denken dat het virus uit Frankrijk is komen overwaaien en verwijten de Franse overheid laks op te treden. “Het duurde tien dagen voordat een bedrijf net over de grens geruimd was. Zo heeft zich een virusbom kunnen ontwikkelen”, vertelt Danny Coulier van de Landsbond Pluimvee. De sector onderzoekt of er daadwerkelijk een verband is en welke stappen het vervolgens kan nemen. De schade loopt in de honderdduizenden euro's.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b2569608-b727-47e8-b059-d46494fec47a/full_width_kuiken-pluimvee.jpg</image>
                                        <content>Met een vermoedelijk nieuw geval van het vogelgriepvirus bij een pluimveebedrijf in Avekapelle (deelgemeente Veurne) ligt het aantal haarden in de Westhoek momenteel op zes. In de regio werd kort voor Kerstmis een eerste haard aangetroffen, in de weken erna volgden verschillende haarden, ook in Noord-Frankrijk.Na de vaststelling van het virus wordt het getroffen bedrijf hier binnen de 24 uur geruimd door het FAVV en beschermings- (3 km) en bewakingszones (10 km) afgebakend, waar gedurende een maand beperkende maatregelen gelden. Daarmee volgt België de Europese wetgeving, die “snel en onmiddellijk” ingrijpen vereist.“In Frankrijk lijken ze een andere definitie van snel te hebben”, aldus Danny Coulier, pluimveehouder en adviseur van Landsbond Pluimvee. Coulier doelt op de Franse aanpak bij een met vogelgriep getroffen bedrijf, net over de grens. “Na de vaststelling duurde het bijna tien dagen voordat het bedrijf geruimd was.”Hierdoor heeft het virus zich volgens Coulier en andere betrokkenen kunnen opstapelen en is er een “virusbom” ontstaan. “Met een ongunstige westenwind kan het virus, dat niet stopt aan de grens, overwaaien naar Vlaamse bedrijven”, klinkt het. Fransen aansprakelijk?De pluimveesector onderzoekt of er een verband is. En of er nadien vervolgstappen mogelijk zijn, mogelijk zelfs het aansprakelijk stellen van de Franse overheid. Al is dat volgens Coulier vooralsnog een brug te ver.Door middel van genotypering kan worden vastgesteld of het virus in de Vlaamse stallen hetzelfde is als dat in de Franse stal. “Maar daarvoor moeten we eerst de Franse genotypering kennen. Dat vereist samenwerking tussen de overheden”, vertelt Wouter Wytynck, adviseur pluimveehouderij bij Boerenbond. De kwestie staat op de agenda van de volgende vergadering van VEPEK, de brancheorganisatie van de pluimvee- en konijnenhouderij. Schade loopt opIntussen loopt de schade in het gebied sterk op. Naar schatting 60 braadkippenbedrijven liggen in de afgebakende zones. Onder hen ook dat van Danny Coulier, die 105.000 braadkippen houdt in Alveringem. “Het is elke ochtend bang afwachten. Het eerste wat ik doe, is op afstand via de computer controleren hoe het waterverbruik is. Een verminderd waterverbruik is een indicatie van vogelgriep”, vertelt hij.Enkele dagen voordat de eerste haard op 24 december in het gebied werd vastgesteld, had Coulier net zijn eendagskuikens ontvangen. In de afgebakende zones geldt een opzetverbod van vier weken. In deze periode mogen afgemeste kippen het bedrijf wel verlaten, maar mogen er geen nieuwe kippen worden opgezet. De geruimde dieren worden vergoed, maar er is geen economische compensatie voor leegstand Een andere getroffen braadkippenhouder in Veurne heeft zijn stallen juist net niet meer kunnen vullen. Het bedrijf zou op 28 december twee nieuw gebouwde stallen, naast drie bestaande, in gebruik nemen. Nadat er de voorbije weken nieuwe haarden optraden, is het eerste opzetverbod meerdere keren verlengd. Met de uitbraak van dinsdag moet de pluimveehouder, die anoniem wil bijven, opnieuw vier weken wachten.Door deze leegloopstrategie dreigt de financiële schade in de Westhoek enorme proporties aan te nemen. “De geruimde dieren worden vergoed, maar er is geen economische compensatie voor leegstand”, benadrukt Coulier. Bij een vorige uitbraak in het gebied, twee jaar geleden, liep zijn leegstand op tot zes weken. “Dat heeft ons toen 65.000 euro gekost.” Schade en impact in hele ketenDe financiële schade en gevolgen zijn door de hele keten voelbaar. Slachterijen moeten kippen uit de drie-kilometerzone van een ander label voorzien. “In de praktijk is het heel moeilijk om dat vlees te verkopen”, vertelt Andy Cooreman van pluimveeslachterij Cooreman uit Dendermonde. Dit verklaart, samen met de lagere consumptie in januari, onder andere waarom de Deinze-notering voor braadkippen dinsdag met een cent daalde.Daarnaast daalt ook de vleesopbrengst op gezonde bedrijven binnen de zones, doordat het zogenaamde ‘uitdunnen’ niet kan plaatsvinden. Een week voordat de braadkippen slachtrijp zijn, wordt normaal zo’n 20 procent afgevoerd naar het slachthuis om meer groeiruimte te creëren voor de resterende kippen. “Wanneer de beperkende maatregelen van kracht zijn, mogen we maar één keer laden, en dat is meestal enkele dagen vóór ze slachtrijp zouden zijn”, klinkt het. Schuiven met eierenAan het andere einde van de pluimveeketen ondervinden ook broeierijen en veevoederfabrikanten hinder. Het zijn vaak de veevoederfabrikanten die de planning binnen de keten opmaken. Zij regelen dikwijls de verkoop aan slachthuizen en moeten bij het aanleveren van eendagskuikens rekening houden met de beperkingen. “De kuikens die we in de zones niet kwijt kunnen, proberen we nu onder te brengen bij andere pluimveehouders in Vlaanderen die net leegstaan. Zo verschuift de volledige planning”, vertelt Dirk Ghyselen, adviseur en planner braadkippen bij Leievoeders.We spraken Ghyselen en de andere geïnterviewden voor dit artikel tijdens de samenkomst van de prijzencommissie in Deinze. Namens de producenten probeerde Ghyselen dezelfde braadkippenprijs te negotiëren als vorige week, maar hij slaagde hier dus niet in. “Doordat de prijs gedaald is, zal het niet eenvoudiger worden om braadkippenhouders te overtuigen om eerder dan gepland kuikens op te zetten”, besluit hij.</content>
            
            <updated>2026-01-14T22:07:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond stelt drie fiscale ingrepen voor om landbouwbedrijven robuuster te maken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-stelt-drie-fiscale-ingrepen-voor-om-landbouwbedrijven-robuuster-te-maken" />
            <id>https://vilt.be/58479</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De politieke partij MR lanceerde afgelopen weekend het voorstel om een belastingvrijstelling te voorzien op Europese steunmaatregelen voor landbouwers. Boerenbond stelt nu drie aanvullende fiscale gunstmaatregelen voor om de grote inkomensschommelingen op landbouwbedrijven op te vangen, en de bedrijven zo robuuster te maken. Uit een recente bevraging van Boerenbond blijkt dat landbouwers vaak weinig financiële buffer hebben.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="prijsvorming" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/59534435-0f20-44fe-9a30-eef225c86264/full_width_geld-armoede-crisis.jpg</image>
                                        <content>Geen belasting op Europese subsidiesOp het nieuwjaarscongres van MR lanceerde voorzitter Georges-Louis Bouchez afgelopen zondag het voorstel om landbouwers te steunen door hen vrij te stellen van belastingen op steun uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Hij deed dat in de nasleep van de goedkeuring van het Mercosurakkoord door de Europese lidstaten. Boerenbond omarmt dit voorstel. “Het zal boeren stimuleren om verder te verduurzamen als ze netto meer overhouden van de Europese steun”, klinkt het.Tegelijk vraagt de landbouworganisatie dat de lagere belastingen op Europese premies niet enkel gelden voor boeren die belast worden in het forfaitaire systeem. “Ook bedrijven in de vennootschapsbelasting moeten in aanmerking komen”, benadrukt Boerenbond. In Vlaanderen wordt jaarlijks ongeveer 300 miljoen euro Europese subsidies binnen het GLB uitgekeerd. Die vloeien via belasting gedeeltelijk terug naar de federale overheid.Volgens Guy Vandepoel, lid van het hoofdbestuur van Boerenbond, wordt in Wallonië het forfaitaire systeem meer gehanteerd dan in Vlaanderen. “Het is bovendien zo dat er nu al een onderscheid is tussen beide systemen als het gaat om de belasting op Europese premies. Boeren in het forfaitair systeem betalen 12,5 procent belasting op Europese steun, voor bedrijven in de vennootschapsbelasting loopt dat percentage op tot 20 procent.” Goede en slechte jaren fiscaal spreidenDaarnaast vraagt Boerenbond dat het huidig fiscaal systeem beter rekening houdt met de extreme inkomensschommelingen die typisch zijn voor de landbouwsector. “Een fiscale stimulans moet landbouwondernemingen helpen om financiële buffers te voorzien en grote inkomensschommelingen zelf op te vangen. Wij pleiten ervoor dat landbouwers in goede jaren winsten fiscaal gunstig kunnen opbouwen. In slechte jaren kunnen deze buffers helpen om een crisisperiode te overbruggen”, klinkt het.Volgens de landbouworganisatie is dit noodzakelijk omdat land- en tuinbouwers steeds meer geconfronteerd worden met extreme weersinvloeden, en hun inkomen meer afhankelijk wordt van internationale handelsakkoorden en geopolitieke ontwikkelingen.In het verleden werd wel al eens het systeem van ‘carry back’ en ‘carry forward’ bij landbouwsectoren in crisis toegelaten, maar volgens Vandepoel blijft dit een heel moeilijk verhaal dat in de praktijk niet echt werkt. “Wij vragen dat bedrijven een fiscaal gunstige buffer, een soort provisionering, kunnen aanleggen die ze dan kunnen aanspreken in moeilijke tijden”, zegt hij. Vandepoel verwijst daarbij onder meer naar de varkenssector en de aardappelsector. “Als je een reserve kan aanleggen in goede tijden, vermijd je de rode cijfers in crisisjaren. Dat verhoogt de zelfredzaamheid van onze bedrijven.” Geen verzekeringstaks op brede weersverzekeringEen derde en laatste fiscale maatregelen die Boerenbond naar voor schuift, is om de verzekeringstaks van 9,25 procent op de polissen voor de brede weersverzekering af te schaffen. “In Nederland werd deze taks al een tijd geleden afgeschaft. Hierdoor worden de verzekeringsproducten tegen klimaatrisico’s goedkoper en toegankelijker voor landbouwers”, aldus Boerenbond.Weinig financiële buffersUit een recente bevraging bij haar leden concludeert de landbouworganisatie dat landbouwers voor hun inkomen vaak afhankelijk zijn van externe factoren en dat zij af te rekenen hebben met grote schommelingen in oogsten en prijzen.&amp;nbsp; “Het beschikken over voldoende cashflow is dan noodzakelijk. Toch blijkt uit onze bevraging dat een landbouwbedrijf maar een gemiddelde periode van 16 maanden zonder winst kan overbruggen. Meer dan de helft geeft zelfs aan dat het een moeilijk jaar maar moeilijk kan verwerken”, klinkt het.Boerenbond noemt dat cijfer opvallend laag, zeker omdat de landbouwsector gekenmerkt wordt door sterk volatiele prijzen en opbrengsten. “Het betekent dat de minste tegenslag zeer snel effect heeft op het gezinsinkomen”, waarschuwt de organisatie. Uit de cijfers blijkt dat maar 23 procent van de bevraagden in de veilige zone zit, waarbij er voldoende marge is om twee jaar of meer zonder winst te kunnen overbruggen. “Nood aan robuustere bedrijven”“We willen dit momentum aangrijpen en wijzen op het uitzonderlijke karakter van land- en tuinbouw”, stelt Vandepoel. “De portemonnee van land- en tuinbouwers ligt buiten, dierziektes gaan rond in heel Europa en ondertussen is de geopolitieke situatie helemaal veranderd. Er worden handelsakkoorden afgesloten die de volatiliteit op land- en tuinbouwbedrijven alleen maar groter maken. Die volatiliteit wordt bovendien versterkt doordat landbouwbedrijven steeds groter en gespecialiseerder worden. We vragen dat de fiscale realiteit zich meer aanpast aan die ontwikkelingen zodat we bedrijven meer robuuster kunnen maken.”Boerenbond wil zijn voorstellen over fiscaliteit meenemen naar het overleg binnen het Agrofront, waarin ook ABS en het Waalse FWA en FJA zetelen. “Samen willen we dit verder uitwerken zodat we de regering een breed gedragen voorstel kunnen aanbieden”, aldus Vandepoel. &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-01-14T18:51:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Vriendjespolitiek" in landbouwdossier onderwerp in Vlaams parlement]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vriendjespolitiek-in-landbouwdossier-onderwerp-in-vlaams-parlement" />
            <id>https://vilt.be/58480</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het Vlaams parlement kwamen woensdag drie subsidiedossiers onder vuur te liggen tijdens het actualiteitsdebat. Parlementsleden uitten kritiek op het gebrek aan inzage in de documenten van de Inspectie van Financiën over de subsidiebeslissingen. Ook het dossier rond het nieuwe infopunt voor veehouders kwam ter sprake. Daarbij werd niet alleen de beperkte transparantie aangeklaagd, maar ook werd de rol van landbouworganisatie Boerenbond in vraag gesteld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5e2010a8-c62d-46cc-afef-0b3bbd701181/full_width_vlaams-parlement-reger-vlaams-parlement.jpg</image>
                                        <content>Vorige week kreeg Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) kritiek. De oppositie en enkele meerderheidsfracties hadden bedenkingen bij de toekenning van een subsidiedossier aan de Thomas More-hogeschool. Het dossier vormde de aanleiding voor een kettingreactie van wederzijdse verwijten binnen de Vlaamse regering. Daarbij kwam ook een subsidiedossier van minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) en één van minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) onder vuur te liggen.Tijdens het actualiteitsdebat uitten oppositieleden scherpe kritiek op het gebrek aan inzage in de documenten met beslissingen en adviezen over de drie subsidiedossiers. Ze vinden dat de procedures weinig transparant zijn en dat er vooral aan ‘vriendjespolitiek’ gedaan wordt. De focus van de parlementsleden lag vooral op het subsidiedossier van Demir, al werd ook het &#039;Veekompas’ meerdere malen aangehaald. Kritiek op het VeekompasInfopunt Veekompas moet veehouders binnenkort wegwijs maken en ondersteunen in de regelgeving rond stikstof en andere emissies. Het infopunt zal worden beheerd door een consortium van zes partners waaronder verschillende onderzoeksinstellingen, praktijkcentra en landbouworganisatie Boerenbond. Boerenbond zal het infopunt ook coördineren. Om deze taak de komende vier jaar uit te voeren krijgt het consortium een subsidie van vijf miljoen euro.Voor Vlaams parlementslid Maurits Vande Reyde (onafhankelijke) is het dossier een duidelijk voorbeeld van vriendjespolitiek: &quot;Brouns geeft vijf miljoen aan zijn politieke vrienden, alsof Boerenbond nog geen subsidies genoeg krijgt. De regering heeft geen enkel oog voor effectiviteit, efficiëntie en noodzaak.” Volgens hem had hij voor die subsidies ook al gewaarschuwd toen het Vlaams parlement een resolutie aannam over het mentaal welbevinden in de land- en tuinbouw. &quot;Ik was toen de enige die tegen stemde omdat ik ervan overtuigd was dat dit het gevolg van heel die resolutie zou zijn&quot;, aldus Vande Reyde. Vlaams parlementslid Lydia Peeters (Open Vld) vindt het frappant dat er een infopunt opgericht moet worden door een consortium. Ze ziet hierin de bevestiging dat de administraties van Brouns het eigen decreet niet kunnen toelichten aan de landbouwers. “Het hele stikstofdecreet is zodanig complex dat de regering een bestek moet uitschrijven, zodat bevriende organisaties de uitleg en begeleiding kunnen doen voor de veeteeltsector”, aldus Peeters. Ze noemt ook de timing opmerkelijk. “De procedure stond slechts één maand online. In die periode zijn een aantal bevriende organisaties plots tot één consortium gekomen en hebben ze een dossier ingediend.&quot;Samen met Vlaams parlementslid Stefaan Sintobin (Vlaams Belang) en Mieke Schauvliege (Groen) hekelt ze tot slot het feit dat Boerenbond een procedure tegen het stikstofakkoord heeft aangespannen bij het Grondwettelijk Hof, maar nu landbouwers moet begeleiden naar maatregelen om te voldoen aan datzelfde stikstofdecreet.Volgens Schauvliege is het ook “een deontologische brug te ver” dat leden van het Algemeen Boerensyndicaat en BioForum bij Boerenbond te rade moeten gaan in het Veekompas.“Evident en neutraal”Minister Brouns benadrukte dat het over een consortium gaat met verschillende partners om een grote opdracht te kunnen uitvoeren in alle neutraliteit. Hij gaf ook aan het “niet meer dan evident te vinden” om landbouwers zo goed als mogelijk te begeleiden en te ondersteunen in de grote transitie die Vlaanderen van de sector verwacht. “Subsidies zijn een instrument voor middenveldorganisaties om het overheidsbeleid op het terrein mee vorm te geven”, aldus Brouns. “Om de grote opgave goed uit te voeren, hebben wij de nodige expertise gevonden in het consortium.”Verder benadrukte hij dat de openbare procedure volgens de regels is verlopen en voor iedereen openstond. “In heel het traject heeft de Inspectie van Financiën meegekeken, en telkens waren de adviezen van de inspectie gunstig”, klonk het. Schauvliege zei daarop dat zij geen enkel document kon inkijken om dit te verifiëren. “Als u mij vraagt deze ter beschikking te stellen, kan en wil ik dit doen”, besloot Brouns. &quot;Geen enkel probleem.&quot;</content>
            
            <updated>2026-01-14T22:56:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Importolijfolie wordt niet gecontroleerd: Europa belooft gelijke normen, maar handhaaft niet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/importolijfolie-wordt-niet-gecontroleerd-europa-belooft-gelijke-normen-maar-handhaaft-niet" />
            <id>https://vilt.be/58481</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Van buiten de EU geïmporteerde olijfolie, wordt niet of slechts sporadisch gecontroleerd op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. Dat stelt een rapport, gepubliceerd door de Europese Rekenkamer. Europese olijfolie wordt wel aan allerhande controles onderworpen. Waarom gebeurt dit amper voor olijfolie van buiten de EU? Het ontbreken van controles aan de grens speelt mee.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c67918eb-f700-40e3-b8c1-aa2b33c96b08/full_width_olijfboom-olijven.jpg</image>
                                        <content>Het overgrote deel van de olijfolie die in de EU geconsumeerd wordt, is afkomstig uit Europa. Op deze olijfolie zijn er regelmatig controles op gewasbeschermingsmiddelen. Maar de Europese Rekenkamer ziet problemen bij de importproducten. Negen procent van alle Europese olijfolie wordt gemaakt met importolijven, voornamelijk vanuit Tunesië (75%), en in mindere mate uit Turkije, Argentinië of Marokko. Volgens het rapport is er geen of weinig controle op deze producten, wat bestrijdingsmiddelen en andere verontreinigingen betreft.Europa hanteert op papier zeer strenge controlemechanismen voor importvoeding, maar de lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor het opzetten van deze controles. Het Rekenhof nam de controlesystemen van vier EU-landen onder de loep. Naast België gaat het om landen zoals Spanje, Griekenland en Italië, bekend om de productie van olijfolie.Een nul voor BelgiëBelgië maakt een slechte beurt: nul controles waren er aan onze grenscontroleposten, meldt het rapport. Ook in Italië werden in 2023 en 2024 geen partijen gecontroleerd bij de belangrijkste punten van invoer voor olijfolie. In Spanje ging het van 2018 tot 2023 om slechts drie analyses van monsters op bestrijdingsmiddelenresiduen en 50 op andere verontreinigingen. Ook Griekenland krijgt kritiek. Zij controleren wel, maar doen dat pas sinds 2024.De mogelijke aanwezigheid van verboden bestrijdingsmiddelen in producten die in de EU worden ingevoerd, ligt erg gevoelig bij Europese landbouwers. In hun verzet tegen het vrijhandelsakkoord met de Latijns-Amerikaanse Mercosurlanden verwijzen Europese landbouworganisaties onder meer naar het gebrek aan controles op gewasbeschermingsmiddelen. Hun wantrouwen in de Europese controlesystemen wordt nu kracht bijgezet.Er is een klein lichtpuntje. Hoewel ze veel te weinig worden uitgevoerd, zijn de gedane controles op bestrijdingsmiddelenresidu wel correct, stelt het Rekenhof. Dat ligt anders bij de controles op andere verontreinigingen: deze zijn volgens het Rekenhof niet goed ontwikkeld. Ook zijn sommige regels niet duidelijk genoeg. Denk aan de controles op vermenging en traceerbaarheidscontroles. Europa speelt met vertrouwenDe weinig uitgevoerde controles op middelenresidu brachten zelden gevallen van niet-naleving aan het licht. Maar het Rekenhof waarschuwt dat gebrekkige controles onze economische belangen kunnen schaden. Olijfolie is immers één van de belangrijkste producten van de Europese Unie. Europa is wereldwijd de grootste producent (61% van de wereldmarkt), exporteur (65%) en consument (45%). Die toppositie zullen we volgens het Rekenhof alleen behouden als we de kwaliteit en authenticiteit van onze producten kunnen garanderen. Gebrekkige controles zullen het vertrouwen schaden.Ook traceerbaarheid is een probleem. De auditors stelden vast dat het moeilijk is om olijfolie over de grenzen heen te volgen. Dit geldt vooral voor olijfolie uit meer dan één EU-land, of uit een combinatie van EU- en niet-EU-landen. Er is ook een gebrek aan uitgebreide regels of richtsnoeren over hoe en wanneer de traceerbaarheid moet worden gecontroleerd. Bovendien zijn bepaalde wettelijke voorschriften onduidelijk, bijvoorbeeld wat betreft het mengen van oliën uit verschillende oogsten of categorieën. Dit leidt tot uiteenlopende nationale praktijken die na verloop van tijd de productkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden. In de EU gelden weliswaar strenge regels, maar deze worden niet altijd volledig toegepast “Consumenten moeten kunnen vertrouwen op de kwaliteit en authenticiteit van de olijfolie die zij kopen”, zegt Joëlle Elvinger in een persbericht. Elvinger is als lid van de Europese Rekenkamer verantwoordelijk voor de controle. “In de EU gelden weliswaar strenge regels, maar deze worden niet altijd volledig toegepast. Het verbeteren van de controles is essentieel om niet alleen de consument, maar ook de reputatie van Europese olijfolie te beschermen.”In een reactie beklemtoont de Europese Commissie dat geïmporteerde olijfolie &quot;op dezelfde manier moet worden gecontroleerd als de Europese productie&quot;. De commissie zegt &quot;technische bijstand&quot; te willen bieden om de lidstaten daarbij te ondersteunen.</content>
            
            <updated>2026-01-15T16:56:44+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Het succes van Polle: Kempense geitenproducten veroveren Antwerpen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/het-succes-van-polle-kempense-geitenproducten-veroveren-antwerpen" />
            <id>https://vilt.be/58482</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Vlaanderen leven sinds 2001 zes keer meer geiten, zo blijkt uit cijfers die VILT opvroeg. Het succesverhaal van Paul D'Haene en zoon Sam is een mooie illustratie van de opgang van de geitenhouderij in Vlaanderen. Wat begon met een kleine geitenboerderij in Westmalle, is nu uitgegroeid tot een populaire winkel in de Antwerpse Nationalestraat. Een hoevewinkel nabij het chique modekwartier? Jawel, het kan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Geitenhouderij" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/495c3185-59ef-4327-b055-f901f86fd604/full_width_polle-winkel.jpg</image>
                                        <content>Paul D&#039;Haene begon in 1979 met een klein boerderijtje in Westmalle, zo natuurlijk mogelijk groenten kweken was zijn doel. Op het erf liep amper één geit rond. Maar &#039;Polle&#039; zag de dingen groter en verhuisde naar Lichtaart, de gemeente die bekend werd dankzij pretpark Bobbejaanland. In de landelijke Netevallei kwam een geitenboerderij met wel 600 melkgeiten en met eigen verwerking van de geitenmelk. Polle wilde zijn ambachtelijke geitenkazen niet alleen in de Kempen kwijt. Hij trok ermee naar de altijd druk bezochte zaterdagmarkt aan het Theaterplein in Antwerpen, waar zijn producten een echte hit werden. Twee jaar geleden lonkte voor Polle het pensioen. En toen kreeg zoon Sam een ideetje...Van de boerenbuiten naar de stad&quot;We zijn via de zaterdagmarkt al 40 jaar aanwezig in Antwerpen&quot;, vertelde Sam aan de regionale nieuwszender RTV. &quot;Mijn vader stond daar in weer en wind. Maar wat moesten we doen na zijn pensioen? Zelf heb ik het in de kaasmakerij zeer druk. Het leek mij makkelijker en interessanter om een rechtstreeks verkooppunt te hebben in Antwerpen. En toen viel mijn oog op de Nationalestraat. Zo kunnen mensen die geen tijd hebben om naar de markt te gaan wel naar onze winkel komen. Het voordeel van een vaste locatie is ook dat we heel wat Kempense streekproducten van onze collega&#039;s kunnen meenemen. Dan moeten de mensen uit Antwerpen hiervoor niet naar de boerenbuiten.&quot; Op bezoek in de shopEen bezoek aan de shop van Polle mocht natuurlijk niet ontbreken. Sinds februari 2024 bedient Diana De Jezus Batita de klanten. Elke werkdag pendelt ze tussen Herentals en Antwerpen. Een lang gesprek voeren met haar gaat wat moeilijk. Maar dat ligt alleen maar aan de klanten die aan- en aflopen. Diana moet even hollen naar de koelmachine waaruit ze een fles verse geitenmelk tapt. Wat later snijdt ze achter de toog een blok geitenkaas los. Kortom, de zaken lijken hier goed te draaien. Of hoe ziet Diana dat?“Onze klanten kopen onze producten in elk geval erg bewust aan&quot;, meldt de Kempense met Portugese roots. &quot;Dat heeft misschien met het aspect gezondheid te maken Er zijn ook klanten die bijvoorbeeld voor geitenkaas kiezen omdat ze lactose-intolerant zijn. Wat ook meespeelt, is het feit dat we tot de korte keten behoren. Deze producten komen rechtstreeks van de boerderij of van de kaasmakerij. Wat maakt dat alles ook heel vers is.&quot; Wat ontwerper Dries Van Noten doet en hoe wij werken, dat zijn eigenlijk allebei ambachten De winkel bestaat nu bijna twee jaar. Een paar meter verder kom je in de Nationalestraat de chique modewinkels en de hippe koffiebars tegen. Maar hier is blijkbaar ook plaats voor een hoevewinkel. Daar heeft Diana een verklaring voor. &quot;We hebben echt onze vaste klanten. En de ligging is zeer goed. Deze straat vormt de verbinding tussen de Groenplaats en het Zuid, hier is dus veel passage. Over de chique winkels met de haute couture heb ik al eens nagedacht. Ik zie ergens een gelijkenis. Wat ontwerper Dries Van Noten doet en hoe wij werken, dat zijn eigenlijk allebei ambachten. Maar onze klanten zijn heel gewone mensen. De shop ligt ook in Sint-Andries, het pand was vroeger een slagerij. Sint-Andries is een erg volkse wijk. Eigenlijk is het een klein dorpje.”Het vervolg van de marktDat de hoevewinkel aanslaat, heeft wellicht te maken met de zaterdagmarkt op het Theaterplein. Daar was het kraam van Polle de voorbije jaren een echt succes. “Zeker, de meeste bezoekers hier, dat zijn mensen die bij Polle op de markt al klant waren. Na zijn pensioen, is er dan met Sam een andere generatie gekomen. En zo is er beslist om hier een winkel te openen. Het blijft wel een evenwichtsoefening om alle klanten van de markt naar hier te halen. Want de zaterdagmarkt is ook een soort attractie, waar veel toeristen of dagjesmensen uit Nederland naartoe komen.”In de shop kan je trouwens veel meer dan alleen maar geitenproducten kopen. Naast de koffie van het bedrijf Verheyen uit Deurne, kom je vooral allerlei Kempense streekproducten tegen. Vlees van &#039;t Zwarthof uit Zoersel, appelsap van Roes uit Oud-Turnhout, tomatensaus van Stoffels uit Rijkevorsel, noem maar op. Zelfs wijn van het Eersselshof uit Lichtaart kom je er tegen. “Ik merk dat die streekproducten erg in de lift zitten. Dan denk ik niet alleen aan honing, zelfs die wijn begint goed te verkopen. Bij die streekproducten proef je ook het verschil, de klanten waarderen dat erg. We willen daarom hier nog wel even doorgaan. Daar gaan we ons best voor doen.”</content>
            
            <updated>2026-01-15T16:34:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "Waar blijft het Mercosurprotest van de klimaatbeweging?"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opinie-waar-blijft-het-mercosurprotest-van-de-klimaatbeweging" />
            <id>https://vilt.be/58483</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bart Vanwildemeersch is beleids- en communicatiemedewerker bij de West-Vlaamse Milieufederatie en geeft in zijn opiniestuk weer waarom de organisatie niet samen met landbouwers strijdt tegen het Mercosurakkoord. <br>"De grote landbouworganisaties&nbsp;vragen via&nbsp;de Mercosurbetogingen onder meer een afzwakking van de milieu- en klimaatregels in Europa", aldus Vanwildemeersch. "Je kan niet verwachten dat we zij aan zij staan op de barricades."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fb89ce14-1f2e-41ad-9b97-539282c16ed4/full_width_klimaatbetogingplanetb.jpg</image>
                                        <content>Als actor in de West-Vlaamse groene beweging staat de West-Vlaamse Milieufederatie middenin de dagelijkse realiteit van de landbouw, waaronder ook de Whatsappgroepen van de landbouwers. Logisch want we delen de open ruimte en daarmee ook heel wat van de zorgen. We kennen de zorgen van de landbouwers behoorlijk. Vandaag Mercosur en de prijzen van witloof of vrije aardappelen, gisteren het Mestactieplan, morgen de prijzen van de braadkippen. Als we onze mond opendoen, bemoeien we ons te veel, als we zwijgen vraagt men ons waar we dan zitten met onze mening.&quot;Ondertussen zwijgen opvallend veel klimaatactivisten, terwijl dit akkoord opvallend veel ontbossing en uitstoot in de hand werkt&quot;, staat te lezen in het opiniestuk van Isabelle Debergh, MD PhD, chirurg bij AZ Delta in Rumbeke. Een opinie als illustratie van de zorgen die veel West-Vlamingen delen: &quot;Onze landbouwers moeten voldoen aan de strengste normen, maar de producten uit veel minder gecontroleerde landen zullen onze markten overspoelen.&quot;Dat is ten eerste ook omgekeerd waar: Mercosur zorgt eveneens voor kopzorgen in Latijns-Amerika. Onze verwerkende industrie staat mijlenver voor op de lokale verwerking in het Zuiden. Met het wegvallen van de tarieven, bestaat de vrees dat de lokale verwerking zal gefnuikt worden en dus ook de verwerking van de lokale productie. Import van zuivel en aardappelproducten zijn top of mind bij de boeren aan de andere kant van de plas. Voedsel Anders, het platform waar Noord-Zuidbewegingen en de natuur-, klimaat- en milieubeweging elkaar vinden voor een agro-ecologische landbouw, wijst hier al jaren op. Ten tweede houdt de groene beweging zich wat gedeisd, zeker nu de laatste actie van Code Rood tegen Cargill - waarbij onwenselijk vandalisme gebeurde - afgeschilderd werd als een semi-terroristische daad. We willen zeker niet de vergelijking maken met de branden in Brussel bij verschillende boerenbetogingen. Maar dat Cargill geviseerd werd, had ook een link met Mercosur. Steun voor vandalisme moet er zeker niet zijn, maar begrip voor de gevraagde aandacht voor het model van Cargill was er evenmin. Ten derde wordt er tegelijk met de boerenbetogingen een afzwakking van de milieu- en klimaatregels gevraagd: de Green Deal moet eraan, de stikstofregeling wordt voor de Raad van State getrokken, het behalen van de waterkwaliteitsdoelen wordt door de landbouworganisaties in vraag gesteld, vragen gesteld bij de pluimveestallenhausse worden weggelachen, …. En dit voor een groot deel op vraag van de landbouwlobby. We moeten elkaars doelen erkennen. Je kan dan vanuit de landbouw, of als arts met landbouwwortels, niet verwachten dat we zij aan zij staan op de barricades. Uiteraard stellen we ons veel vragen bij Mercosur. Uiteraard willen we meer boeren in plaats van de ‘natuurlijke’ afbouw van de boer met lokale wortels. Maar laat ons dit dan allemaal samen doen en niet alleen als het goed uitkomt. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurBart Vanwildemeersch is beleids- en communicatiemedewerker bij de West-Vlaamse Milieufederatie. Dit is een federatie van natuur- en milieuverenigingen die samen ijveren voor meer en een betere natuur, milieu- en leefomgeving in West-Vlaanderen.</content>
            
            <updated>2026-01-15T13:18:43+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Miljardenwinst voor producenten, maatschappij betaalt: WHO wil hogere taksen op drank, tabak en suiker]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/miljardenwinst-voor-producenten-maatschappij-betaalt-who-wil-hogere-taksen-op-drank-tabak-en-suiker" />
            <id>https://vilt.be/58484</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Suikerhoudende en alcoholische dranken worden steeds goedkoper, stelt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Hoewel diverse landen een alcohol- of suikertaks heffen, zijn deze volgens de WHO in de meeste landen te laag. ”Dat leidt tot obesitas, diabetes, hartziekten, kanker en andere aandoeningen, vooral bij kinderen en jongvolwassenen”, aldus de WHO in een persbericht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="suiker" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d397bad9-b5d7-4883-ba74-d6d10088b10c/full_width_snoep-snack.jpg</image>
                                        <content>In twee nieuwe rapporten roept de Wereldgezondheidsorganisatie regeringen op om de belastingen op suikerhoudende dranken en alcoholische dranken aanzienlijk te verhogen. De rapporten waarschuwen dat de zwakke belastingstelsels ervoor zorgen dat schadelijke producten goedkoop blijven, terwijl onze gezondheidssystemen onder toenemende druk staan door voorkombare welvaartsziekten.De WHO constateerde dat in alle regio&#039;s het belastingaandeel op alcohol laag blijft, met een wereldwijd gemiddeld accijnsaandeel van 14% voor bier en 22,5% voor sterke drank. Suikertaksen op frisdrank bedragen gemiddeld slechts 2%, en bovendien ontspringen veel suikerhoudende dranken deze taks, denk aan fruitsap.“Gezondheidsbelastingen zijn één van de krachtigste instrumenten die we hebben om de gezondheid te bevorderen en ziekten te voorkomen”, zegt dr. Tedros Adhanom Ghebreyesus van de WHO. “Door de belastingen op producten als tabak, suikerhoudende dranken en alcohol te verhogen, kunnen regeringen schadelijk gebruik terugdringen en middelen vrijmaken voor essentiële gezondheidsdiensten.” Door de belastingen op producten als tabak, suikerhoudende dranken en alcohol te verhogen, kunnen regeringen schadelijk gebruik terugdringen en middelen vrijmaken voor essentiële gezondheidsdiensten Maatschappij draait op voor ongezonde voedingVandaag maken vooral de producenten van deze ongezonde producten winst. De wereldwijde markt voor suikerhoudende dranken en alcoholische dranken genereert miljarden dollars aan winst, stelt het rapport. Regeringen krijgen slechts een relatief klein deel van de koek via belastingen gerelateerd aan gezondheid. De WHO stelt dat de taksen hoger moeten. Want nu maken de producenten winst en betaalt de samenleving voor de gezondheids- en economische kosten die deze producten veroorzaken.Nochtans is de ‘suikertaks’ in meer dan één land een begrip. Uit de rapporten blijkt dat tenminste 116 landen suikerhoudende dranken belasten, waarvan vele frisdranken zijn. Maar veel andere producten met een hoog suikergehalte ontsnappen aan deze belasting, zoals 100 procent vruchtensappen, gezoete melkdranken en kant-en-klare koffie en thee. Uit een afzonderlijk WHO-rapport blijkt dat ten minste 167 landen belasting heffen op alcoholische dranken, terwijl 12 landen alcohol volledig verbieden. Desondanks is alcohol sinds 2022 in de meeste landen niet duurder, maar goedkoper geworden of gelijk gebleven in prijs. De huidige belastingen houden geen gelijke tred met de inflatie en de inkomensgroei, stelt de WHO.Wijn is hier een geval apart. In tegenstelling tot andere alcoholische dranken blijft wijn in tenminste 25 landen onbelast. Dat zijn vooral Europese, onbelast.Waar suikerhoudende producten leiden tot gezondheidsproblemen, komen er bij alcohol ook nog maatschappelijke problemen bij, zoals geweld en overlast, benadrukt dr. Etienne Krug, van de WHO. “Terwijl de industrie winst maakt, draagt het publiek vaak de gevolgen voor de gezondheid en de samenleving de economische kosten.”&quot;Belasting niet aangepast aan inflatie&quot;“De belastingen aanpassen aan de inflatie doen weinig landen, waardoor producten die schadelijk zijn voor de gezondheid steeds betaalbaarder worden”, meldt de WHO tot slot. De organisatie verwijst naar een eerdere peiling die stelt dat er bij de algemene bevolking een draagvlak is om deze taksen te verhogen. Het verwijst naar haar nieuwe 3 by 35-initiatief. Dat wil de reële prijzen van tabak, alcohol en suikerhoudende dranken tegen 2035 verhogen. Zodat ze in de loop van de tijd minder betaalbaar worden en de gezondheid van de mensen beter is beschermd.De twee rapporten over alcohol en suiker zijn raadpleegbaar op de website van de WHO.</content>
            
            <updated>2026-01-16T09:44:23+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriep: Vierde pluimveebedrijf getroffen in Veurne, 24.000 kalkoenen gedood in Nederland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriep-pluimveebedrijf-in-veurne-moet-dieren-ruimen-24000-kalkoenen-gedood-in-nederland" />
            <id>https://vilt.be/58485</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nee, dit is niet het nieuws van gisteren: voor een vierde keer is er een uitbraak van vogelgriep vastgesteld op een pluimveebedrijf in het West-Vlaamse Veurne. Het gaat opnieuw om het virustype H5. Het federaal voedselagentschap (FAVV) meldt dat al het aanwezige pluimvee in het bedrijf geruimd zal worden om de verdere verspreiding van het virus tegen te gaan. In de zone Veurne-Alveringem zijn de voorbije dagen al meerdere bedrijven geruimd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c2e53e4a-588c-4551-84eb-3b7f923cbf39/full_width_leghenkippluimveevogelgriepophokplicht-1250.png</image>
                                        <content>Eerder werden er al verschillende beschermingszones van tien kilometer afgebakend nadat er uitbraken ontdekt waren op bedrijven in de West-Vlaamse gemeenten Veurne en Alveringem en in de Franse grensgemeente Warhem. Een deel van de beschermingszone loopt door tot in Frankrijk. Ook het betrokken bedrijf in Veurne valt in deze beschermingszone.Rond elk bedrijf waar de ziekte uitbreekt, wordt een beschermingszone van drie kilometer en een bewakingszone van tien kilometer ingesteld. Binnen de ruimste zone moeten alle houders hun pluimvee afschermen. Binnen de zone van drie kilometer geldt die verplichting ook voor andere vogels. Virus rukt opDe vogelgriep wint de laatste maanden steeds meer terrein in West-Europa. Sinds 23 oktober is de afschermplicht van kracht, wat wil zeggen dat alle professionele en geregistreerde houders hun pluimvee moeten afschermen. Desondanks werden er in België sinds de eerste besmetting al 16 pluimveebedrijven en twee hobbyhouders getroffen door het virus. Daarnaast zijn er heel wat besmettingen bij wilde vogels. Ook in onze buurlanden zijn er talrijke besmettingen met vogelgriep.Het FAVV waarschuwt om dode of zieke vogels niet aan te raken. &quot;Als u een dode vogel vindt in de natuur, meld dit dan onmiddellijk via het gratis nummer 0800/99 777. Het dier kan dan worden opgehaald en onderzocht.&quot;24.000 kalkoenen gedood in NederlandHet vogelgriepvirus houdt pluimveehouders in heel Europa in de greep. Donderdag werd ook vogelgriep vastgesteld bij een kalkoenenbedrijf in het Nederlandse Oisterwijk, nabij Tilburg. Dat meldt de Nederlandse krant Gelderlander. 24.000 kalkoenen zijn er donderdagochtend gedood door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).</content>
            
            <updated>2026-01-15T16:41:16+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ligt zwavelrijk rantsoen aan basis van Deense problemen met Bovaer?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ligt-zwavelrijk-rantsoen-aan-basis-van-deense-problemen-met-bovaer" />
            <id>https://vilt.be/58486</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De problemen die Deense melkveehouders recent ondervonden bij het gebruik van methaanremmer Bovaer kan wellicht gelinkt worden aan een rantsoen met een hoog zwavelgehalte. Dat zou leiden tot een hoger risico op stofwisselingsstoornissen bij melkvee, zo concludeert een innovatiebureau uit Denemarken na een onderzoek bij 200 grote melkveebedrijven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="methaan" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b59cf70f-6f9e-47e2-9c20-3cb02e7dcbf9/full_width_melkveerantsoen-gevilt.jpg</image>
                                        <content>In het najaar van vorig jaar doken er in Denemarken plots allerlei getuigenissen op van melkveehouders die gezondheidsproblemen en een lagere melkproductie vaststelden bij hun melkkoeien nadat ze Bovaer kregen toegediend. Het gebruik van het middel werd sinds 1 oktober 2025 verplicht in het land om de methaanuitstoot bij runderen te verminderen.De producent van het additief, DSM-Firmenich, verdedigde zich door te stellen dat het middel in meer dan 25 landen al drie jaar lang wordt gebruikt door duizenden boeren en dat zonder problemen. Daarop voerde SEGES Innovation, een onafhankelijk onderzoeksbureau, een onderzoek uit bij 200 grote melkveebedrijven om te kijken of er verbanden waren tussen het voederrantsoen, het gebruik van Bovaer en eventuele problemen die zich voordoen bij de runderen. Wat is Bovaer?Bovaer is een voederadditief dat aan het rantsoen van runderen wordt toegevoegd om de uitstoot van methaan te verminderen. Het middel werkt in op de enzymen in de maag van de koe die verantwoordelijk zijn voor de productie van het broeikasgas. Volgens de fabrikant DSM-Firmenich, die een patent heeft op de werkzame stof 3-NOP, vermindert het supplement de methaanuitstoot van melkvee gemiddeld met 30 procent en tot 45 procent bij vleesvee. Het additief kan zo bijdragen aan een significante en directe vermindering van de broeikasgasemissie in de veehouderij. Koolzaad als boosdoener?Alle bedrijven die werden meegenomen in het onderzoek hadden vooraf verklaard dat ze bij de start met Bovaer geen veranderingen hadden doorgevoerd in het rantsoen voor hun vee. In totaal analyseerden de onderzoekers 92 rantsoenparameters, waaronder nutriënten, mineralen, vitaminen en eiwit. Die analyse bracht aan het licht dat het zwavelgehalte van het rantsoen significant hoger ligt bij bedrijven die hadden aangegeven voeder- en stofwisselingsstoornissen vast te stellen bij hun runderen.Zwavel komt vooral voor in koolzaad en koolzaadschroot en vertegenwoordigt doorgaans 50 tot 60 procent van het totale zwavelgehalte in het rantsoen wanneer koolzaad het belangrijkste eiwitbestanddeel is, zo staat in het rapport van de onderzoekers te lezen. In rantsoenen met een hoog aandeel kuilmaïs kan zelfs meer dan 70 procent van de zwavel afkomstig zijn van koolzaadproducten. Combinatie van zwavel en waterstof“Analyse van de data, in combinatie met praktijkwaarnemingen van symptomen bij koeien, leidt ons tot de hypothese dat Bovaer in combinatie met een hoog zwavelgehalte direct of indirect kan bijdragen aan de gezondheidsproblemen die melkveehouders hebben gemeld”, klinkt het. Volgens de onderzoekers verhoogt Bovaer de beschikbaarheid van waterstof in de pens, terwijl koolzaadproducten zwavel aanvoeren. De combinatie van waterstof en zwavel kan leiden tot de vorming van waterstofsulfide, een gas dat giftig is voor zowel koeien als mensen.Toch houden de onderzoekers nog een slag om de arm. “Er is weinig wetenschappelijke literatuur beschikbaar over metingen van waterstofsulfide bij koeien die gevoederd worden met Bovaer en zwavel- of koolzaadproducten. Daardoor is het niet met zekerheid vast te stellen of dit de werkelijke verklaring is voor sommige problemen die zijn waargenomen op bepaalde bedrijven”, luidt het. Vervolgonderzoek op komstSEGES Innovation adviseert veehouders die uitsluitend koolzaadproducten als eiwitbron gebruiken, wel te wachten met het voederen van Bovaer tot het najaar van 2026. Een alternatief is om koolzaadproducten al dan niet voor een deel te vervangen door soja. In het voorjaar van 2026 zal de universiteit van Aarhus een vervolgonderzoek opstarten, specifiek naar de interactie tussen Bovaer en zwavelrijke voederstromen. Dat kan wellicht meer inzicht geven in het probleem.</content>
            
            <updated>2026-01-15T15:14:34+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Met gratis tulpen in Antwerpen wil sierteeltsector zeker ook jongeren bereiken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/met-gratis-tulpen-in-antwerpen-wil-sierteeltsector-zeker-ook-jongeren-bereiken" />
            <id>https://vilt.be/58487</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Komende zaterdag organiseert VLAM de jaarlijkse 'tulpenplukdag' in Antwerpen. Met de actie, waarbij  100.000 gratis tulpen te plukken zijn, wil de agromarketingorganisatie de consument wijzen op het Vlaamse aanbod voorjaarsbloeiers. Vooral jongeren zijn een belangrijke doelgroep van de marketingstunt. Zij besteden minder geld aan sierteeltproducten. Deze komen vaker uit het buitenland, hoewel Vlaanderen een belangrijke sierteeltproducent blijft.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8477d29b-0290-47cf-9655-413b296357ef/full_width_tulpenpluktuin-antwerpen-2025-2.jpg</image>
                                        <content>Duizenden bloemenliefhebbers zullen zich zaterdag melden bij de bloemenpluktuin in Antwerpen. Volgens traditie wordt het Antwerpse Operaplein, op een steenworp afstand van het station Antwerpen-Centraal, in een bloesje van 100.000 tulpen gestoken. Leverancier van de tulpen is Christoph Pieters, die in Wervik en Laarne op twee locaties zo’n 45 miljoen tulpen op jaarbasis kweekt.Actrice en radiopresentatrice Charlotte Sieben is de meter van de actie. Zij opent de pluktuin officieel om 13 uur. Bezoekers mogen tot 15 uur gratis tulpen plukken en meenemen. De vorige jaren kwamen Antwerpenaren massaal af op het event. Met deze publieksactie wil het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) het seizoen van de voorjaarsbloeiers inluiden. Naast tulpen zijn nu en in de komende weken ook andere voorjaarsbloemen beschikbaar in de verkooppunten, zoals hyacinten, narcissen, krokussen, kievitseitjes en druifjes. Vlaanderen heeft een aanzienlijke sierteeltsector met een productiewaarde van 190 miljoen euro in 2023 (exclusief boomkwekerij).De tulpentuinactie is onderdeel van de campagne ‘Word ook een gever’ van VLAM. “Die campagne wil mensen inspireren om vaker bloemen en planten te geven. Tulpen en andere voorjaarsbloeiers zorgen voor sfeer, warmte en een eerste lentegevoel midden in de winter”, klinkt het bij de marketingorganisatie.Teruglopende consumptie onder jongerenDat een beetje promotie voor de Vlaamse sierteeltproductie geen kwaad kan, blijkt uit de consumptiecijfers. Uit een door VLAM georganiseerd onderzoek over de periode najaar 2024 – voorjaar 2025 blijkt dat de sierteeltconsumptie onder druk staat. De omzet groeit met 15 procent naar 350,6 miljoen euro, maar dat komt hoofdzakelijk door de prijsstijging. De vraag staat onder druk. Uit het onderzoek blijkt dat er minder kopers zijn en dat de volumes ook afnemen. Opvallend en zorgwekkend is vooral dat jongeren het laten afweten. Zij besteden een aanzienlijk lager aandeel van hun inkomen aan bloemen en planten. Jonge alleenstaanden en gezinnen met kinderen besteden tussen de 10 en 17 euro per capita aan bloemen en planten. Bij de oudere alleenstaanden (50+) en welgestelde gepensioneerden ligt dat op 75 euro per capita.“De vraagbasis veroudert. Dat ondersteunt de vraag van vandaag, maar zet de langetermijnvolumes onder druk”, aldus Hartwig Moyaert, productiemanager Sierteelt &amp;amp; Groen bij VLAM.Verschraling van het aanbod door stoppende, kleine telersTegenover de vraag staat ook het lokale aanbod onder druk. In de voorbije decennia is het aantal siertelers in Vlaanderen sterk afgenomen door vergrijzing. “Vooral de kleinere bedrijven vallen ertussenuit doordat er geen opvolging is. We zien daarnaast dat bestaande producenten groter worden en dat de totale sierteeltproductie vrijwel stabiliseert”, vertelt Raf Moeyersoons van Euroveiling in Brussel.Het teruglopende aantal telers heeft wel een verschraling van het aanbod tot gevolg. “Vooral de speciale gevallen (bijvoorbeeld nichesierteeltproducten die arbeidsintensiever zijn, red.) vallen ertussenuit en we zien meer bulkproducten”, vervolgt de operationeel verantwoordelijke van de coöperatieve veiling, waar 140 Belgische telers bij aangesloten zijn.Gros op export, maar veel import“Sommige kamerplanten worden niet in Vlaanderen geproduceerd, terwijl andere producten juist in overvloed geproduceerd worden”, vertelt teler Dirk Mermans uit Wommelgem. De kamerplantenteler kan het weten: het gros van zijn productie gaat naar het buitenland.De Antwerpse teler is symbolisch voor de trend van minder, maar grotere telers. Mermans heeft in Wommelgem een serre van 4,25 hectare, waarvan één hectare vorig jaar is opgeleverd. Hij legt zich toe op een beperkt aantal rassen en soorten waarvoor in Vlaanderen onvoldoende vraag is. “Dertig jaar geleden was er een veelvoud aan kleine kamerplantentelers en was het aanbod veel breder”, constateert hij. Meer importDe verschraling van de Vlaamse productie heeft niet tot gevolg dat de consument in de bloemenzaak met lege handen komt te staan. Euroveiling, een belangrijke bron van bloemen en planten voor de Belgische bloemenzaken, compenseert het mindere Vlaamse aanbod door importbloemen. De import uit landen als Nederland, Italië, Spanje, Kenia en Ethiopië, is de voorbije jaren toegenomen.De verhouding België-buitenland bij Euroveiling ligt jaarrond op 60-40, waar dat tien jaar geleden nog 70-30 was. “Maar dat hangt ook samen met de verbreding van ons aanbod&quot;, klinkt het. Deze verhouding kan in bepaalde periodes sterk variëren.&amp;nbsp;In het voorjaar ligt het Belgische aandeel hoog, terwijl dat aandeel in de winter juist laag ligt. “Het is daarom complex om de zelfvoorzieningsgraad van de Vlaamse sierteelt in beeld te brengen”, concludeert Hartwig Moyaert van VLAM. Zelfpluktuinen schieten als paddenstoelen uit de grond De productiemanager Sierteelt &amp;amp; Groen bij VLAM wijst nog op een ander fenomeen in de sierteeltsector. Tegen de trend in is het aantal snijbloementelers gestegen van 123 in 2023 naar 160 in 2024. “Dat zou wel eens gelinkt kunnen worden aan de groei van kleine snijbloementelers in de vorm van pluktuinen”, suggereert hij.</content>
            
            <updated>2026-02-12T15:27:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europees Parlement kan Mercosurakkoord nog maanden tot jaren blokkeren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europees-parlement-kan-mercosurakkoord-maanden-tot-jaren-blokkeren" />
            <id>https://vilt.be/58488</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Mercosurakkoord mag dan het fiat van de EU-lidstaten op zak hebben, de strijd is nog niet voorbij. Het laatste woord ligt nu bij het Europees Parlement. De Europarlementsleden moeten beslissen of de overeenkomst effectief in werking kan treden, een procedure die nog enkele maanden kan aanslepen. Volgende week buigt het Europees Parlement zich bovendien over de vraag of het akkoord eerst nog naar het Europees Hof van Justitie moet. Deze beslissing kan de procedure voor een lange tijd in de koelkast zetten. Intussen blijft het boerenprotest aanhouden. Na afloop van hun actie in Oostende kondigde het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) een nieuwe actie aan in de vrachtluchthaven van Brussels Airport.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f6fe32c2-218d-4537-8b7b-dcd7c2c6649a/full_width_internationalehandel-container-haven-1250.jpg</image>
                                        <content>Zaterdag reist Ursula von der Leyen (EVP), voorzitter van de Europese Commissie, naar Paraguay om het Mercosurakkoord te ondertekenen. De ceremonie lijkt het sluitstuk van 25 jaar onderhandelen, maar dat is het niet. Bij haar terugkeer zal von der Leyen in Europa voorlopig nog geen Argentijnse steak kunnen eten die onder de nieuwe vrijhandelszone is ingevoerd, en dat kan nog enkele maanden zo blijven.Hoewel de lidstaten het akkoord al met een gekwalificeerde meerderheid goedkeurden, ligt de ultieme beslissing bij het Europees Parlement. Het Parlement heeft de macht om het akkoord in zijn geheel alsnog te verwerpen. Von der Leyen zal de komende maanden dus vooral steun moeten zoeken bij de 720 Europarlementsleden. Een stemming wordt later dit voorjaar verwacht.Eerst naar het Hof van Justitie?Bovenop het al complexe traject dreigt het Mercosurakkoord nog in een extra institutioneel vagevuur te belanden. In november stelde een groep van 145 Europarlementsleden van de EVP, S&amp;amp;D, Renew, de Groenen en De Linkse Fractie voor om de juridische geldigheid van het akkoord te laten toetsen door het Europees Hof van Justitie. Keurt het Europees Parlement die motie volgende week goed, dan wordt de volledige goedkeuringsprocedure opgeschort tot het Hof van Justitie zijn advies heeft uitgebracht. Dat kan de inwerkingtreding met maanden tot zelfs twee jaar vertragen.Als het Hof uiteindelijk delen van de overeenkomst onwettig zou verklaren, moeten de onderhandelingen opnieuw worden geopend met de lidstaten, de Mercosurlanden en het Europees Parlement. Toch betekent dit niet noodzakelijk een totale stilstand. Volgens Euronews, dat interne mailwissels kon inkijken, kan de Commissie in principe beslissen om het akkoord voorlopig toe te passen. Maar dat zou op heel wat weerstand stuiten gezien de politieke gevoeligheid van het dossier. Als Mercosur mislukt, kunnen we de EU als wereldspeler wel vergeten Steun gezocht in het parlementVon der Leyen heeft de Europarlementsleden van haar partij alvast opgeroepen om steun te vergaren voor het akkoord. Volgens Euractiv waarschuwde ze tijdens een besloten EVP-vergadering haar partijgenoten: “Als Mercosur mislukt, kunnen we de EU als wereldspeler wel vergeten. Ik moedig jullie aan om het belang van deze overeenkomst zoveel mogelijk te verspreiden”. Von der Leyen hoopt in de eerste plaats de parlementsleden uit haar eigen fractie te overtuigen.De stemming of het akkoord al dan niet eerst naar het Europees Hof van Justitie moet, zou al een beeld kunnen schetsen van de machtsverhoudingen in het Europees halfrond. Volgens de voorlopige agenda staat die gepland op woensdag 21 januari. Van Oostende naar BrusselIntussen blijft de druk vanuit de landbouwsector aanhouden. Volgende dinsdag, een dag voor de stemming, staat een grote Europese landbouwactie gepland in Straatsburg, waaraan ook Boerenbond zal deelnemen.Ook in België blijven landbouwers protesteren tegen het Mercosurakkoord. Vanaf donderdagavond voert ABS actie aan Brucargo, de goederenluchthaven van Brussels Airport. Woensdagavond werd hun actie in Oostende afgerond na overleg met burgemeester John Crombez (Vooruit).&amp;nbsp; Hij ontving van de boeren een lijst met eisen en sprak zijn begrip uit. “Het is een feit dat het steeds moeilijker wordt voor onze landbouwers om aan landbouw te doen&quot;, zegt Crombez. &quot;Het is ook zo dat ze al heel wat acties hebben gevoerd zonder dat daar een politieke reactie op kwam. Integendeel, er komt een akkoord dat het hen nog moeilijker maakt. Daarom heb ik hen beloofd om hun bezorgdheden zo breed mogelijk kenbaar te maken binnen de politiek.&quot;Net zoals in Oostende zullen de landbouwers in Brussel het vrachtverkeer trachten stil te leggen. “Tijdens de actie zal er geen vracht vanaf de luchthaven kunnen vertrekken. Passagiers, hulpdiensten en dringende goederen zoals medicijnen zullen niet gehinderd worden”, luidt het. Het uitbesteden van de landbouwproductie aan het buitenland vormt een bedreiging voor de voedselzekerheid De luchthaven is geen lukraak genomen locatie. “Europa, maar ook Vlaanderen, laat via handelsakkoorden voedingswaren via havens zoals Brucargo toe die geproduceerd worden met in Europa verboden middelen of praktijken zoals legbatterijen of feedlots”, duidt ABS.Als de Mercosurdeal in werking treedt, zal volgens de landbouworganisatie in de praktijk tot 25 procent van het rundvlees uit de Mercosurlanden komen. Dat staat in schril contrast met de 1,6 procent waar de Europese Commissie van uitgaat. “Het uitbesteden van de landbouwsector aan het buitenland is een aanslag op onze voedselzekerheid”, benadrukt ABS. Volgens de landbouworganisatie draait het protest bovendien om meer dan alleen het Mercosurakkoord. “De administratieve last neemt nog steeds toe. De controledrang vanuit zowel de verschillende overheden als afnemers kent geen limieten en er is geen grondenpolitiek als het op landbouw aankomt”, somt ABS op. “Ook het vergunningenbeleid mist standvastigheid, en er kan gerust fiscaal wat veranderen om de landbouw meer ademruimte te geven. Tot slot negeert het stikstofbeleid de demografische evoluties en nieuwe inzichten.”“We roepen de Vlaamse, federale en Europese overheid op om deze luide stem, gedragen door de bevolking, niet langer te negeren en werk te maken van de talloze verzuchtingen”, vat de organisatie samen. “Lokaal, duurzaam voedsel voor iedereen, daar staan en gaan we voor.” Protest in Aalter en aan het AtomiumNaast het protest in de goederenluchthaven worden vrijdag ook landbouwers met tractoren verwacht aan het Atomium in Brussel en aan het op- en afrittencomplex van de E40 in Aalter. In Aalter wordt zware verkeershinder verwacht, daar plant het Algemeen Boerensyndicaat een grootschalige actie met filterblokkades. De politie roept bestuurders op de omgeving te vermijden.</content>
            
            <updated>2026-01-16T00:30:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese toelating voor renure-meststoffen is formeel rond]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-toelating-voor-renure-meststoffen-is-formeel-rond" />
            <id>https://vilt.be/58489</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De toelating om renure als kunstmestvervanger te gebruiken, is definitief goedgekeurd op Europees niveau. Vlaanderen werkt intussen aan de omzetting ervan in de Vlaamse regelgeving. Dat bevestigt Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="renure" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/27685fde-5a64-45e8-9f8c-9f852dd72ce9/full_width_kunstmest-tractor-inagro-1158.jpg</image>
                                        <content>Renure zijn meststoffen met eigenschappen van kunstmest, gemaakt uit stikstof die uit dierlijke mest wordt teruggewonnen. Het verwerkingsproces kan kleinschalig op het landbouwbedrijf plaatsvinden en waardeert zo een reststroom op tot een nuttige grondstof in een circulair systeem.Europese wetgeving zag renure tot nu toe als dierlijke mest en niet als kunstmestvervanger. Daardoor bleef het voor veehouders weinig aantrekkelijk en bleef de toepassing beperkt. Maar daar komt nu verandering in.Geen bezwarenVorig jaar stemde het Europese Nitraatcomité in met het voorstel om renure toe te laten binnen de regels van de Europese Nitraatrichtlijn. Na die stemming kregen de Europese Raad en het Europees Parlement tot begin januari om bezwaar aan te tekenen, maar dat gebeurde niet. Daardoor kan de Europese Commissie het amendement op de nitraatwetgeving over renure nu formeel aannemen.Dit betekent ook dat Vlaanderen de nieuwe regels kan opnemen in de eigen wetgeving en daar wacht het niet mee. Volgens Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) loopt de implementatie al volop. &quot;We hebben de opdracht gegeven aan onze diensten om dit als absolute prioriteit in de Vlaamse regelgeving te implementeren&quot;, klinkt het.Hierdoor zullen landbouwers binnenkort stikstof uit renure kunnen gebruiken ter vervanging van kunstmest, bovenop de huidige hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest.</content>
            
            <updated>2026-01-16T13:18:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Universiteit Gent versterkt onderzoek naar duurzame gewasbescherming via Europees project]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/universiteit-gent-versterkt-onderzoek-naar-duurzame-gewasbescherming-via-eu-horizonproject-reenforce" />
            <id>https://vilt.be/58490</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese landbouw staat voor de dringende uitdaging om gewassen te beschermen en tegelijk de biodiversiteit te behouden en de milieu-impact te verminderen. Om onderzoek en innovatie op dit vlak te versterken financiert Europa het project REENFORCE, dat toonaangevende instellingen uit Griekenland, Portugal en België samenbrengt. Voor de Belgische bijdrage zorgen experts van de UGent.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d6576d2e-e9d5-480d-9b2c-dd970e59e686/full_width_sproeiengewasbescherming-cofabel.jpg</image>
                                        <content>REENFORCE staat voor Research Excellence and Empowerment through New Frameworks for Open Research and Career Enhancement. De Agricultural University of Athens coördineert het project. Het heeft als doel onderzoekers en instellingen in zogenoemde &#039;widening countries&#039; te versterken via gerichte opleidingen, internationale uitwisselingen en samenwerking over sectoren heen. De universiteit van Gent speelt een leidende rol binnen het consortium en coördineert Werkpakket 3, dat focust op opleiding en loopbaanontwikkeling van jonge onderzoekers. “Door samenwerking en mobiliteit tussen de academische wereld en de industrie te stimuleren, helpt het project bij het opleiden van de volgende generatie experts in duurzame gewasbescherming,” zegt professor Thomas Van Leeuwen (Laboratory of Agrozoology, UGent).Drie pijlers voor duurzame innovatieHet nieuwe project richt zich op drie onderling verbonden thema’s die cruciaal zijn voor de toekomst van de Europese landbouw. Ten eerste gaat het om biogebaseerde gewasbescherming met een laag risico. Hierin past de ontwikkeling van veiligere alternatieven voor conventionele gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast is er de ecotoxicologische beoordeling&amp;nbsp;of de evaluatie van milieuvriendelijkheid en langetermijneffecten. Tot slot ligt de focus op slimme spuittechnologieën&amp;nbsp;en de inzet van precisietechnologie om verspilling en blootstelling te minimaliseren.Via meer dan 200 gespecialiseerde opleidingsmodules en gestructureerde uitwisselingen van onderzoekers zal het project de samenwerking tussen universiteiten, onderzoeksinstellingen en agritechbedrijven versterken. Het resulterende handboek met beste praktijken en beleidsaanbevelingen zal bijdragen aan duurzame onderzoeksexcellentie in heel Europa. Onze rol is om ervoor te zorgen dat kennis en vaardigheden vrij over grenzen en sectoren heen stromen, zodat duurzame gewasbescherming een praktische realiteit wordt Bijdrage van UGentExperts van UGent uit het Laboratory of Agrozoology en het Laboratory of Crop Protection Chemistry zullen de uitvoering leiden van onderzoeksstages, opleidingsmodules en loopbaanontwikkelingsplannen. Het team van professor Thomas Van Leeuwen, professor Pieter Spanoghe, dokter Wim Jonckheere en dokter Edelbis López Dávil brengt topexpertise samen op het vlak van plaagbeheer, biogebaseerde oplossingen en milieugerichte risico-evaluatie. “Onze rol is om ervoor te zorgen dat kennis en vaardigheden vrij over grenzen en sectoren heen stromen, zodat duurzame gewasbescherming niet enkel een onderzoeksambitie blijft, maar ook een praktische realiteit wordt,” vult professor Pieter Spanoghe aan.Tegen het einde van het project wil REENFORCE een blijvende impact hebben op de Europese onderzoeksruimte door de inzetbaarheid van onderzoekers, de institutionele capaciteit en innovatie in duurzame landbouw te versterken. Het project ondersteunt bovendien de transitie van Europa naar een veerkrachtige, milieu-arme en competitieve bio-economie.</content>
            
            <updated>2026-01-19T16:17:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[WUR: “Zonder beleidswijziging neemt EU-landbouwgrond met meer dan acht miljoen hectare af”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wur-zonder-beleidswijziging-neemt-eu-landbouwgrond-met-meer-dan-8-miljoen-hectare-af" />
            <id>https://vilt.be/58491</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoe groot Europa ook mag lijken, de Toscaanse heuvels of de uitgestrekte lavendelvelden in de Provence zijn niet eindeloos. Nieuw onderzoek van de Nederlandse Wageningen Universiteit WUR bekijkt hoe we in Europa de schaarse ruimte fair kunnen opdelen tussen voedselproductie, natuur, energie, wonen en infrastructuur. Wat is de vaststelling? Zonder aangepast beleid zal onze landbouwgrond wellicht met acht miljoen hectare afnemen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="grond" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="open ruimte" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8be5f89c-a559-487b-bf52-9ea404d2f1d1/full_width_italie-toscane.jpg</image>
                                        <content>Discussies over landbouw en natuur zijn niet nieuw. Maar de schaal waarop dit onderzoek is gebeurd, is dat wel. Het onderzoek keek naar alle 27 lidstaten en rekende door tot op regionaal niveau, waardoor verschillen tussen bijvoorbeeld Noordwest-Europa, Mediterrane kustgebieden en Oost-Europese plattelandsregio’s zichtbaar werden.De onderzoekers keken naar het landgebruik van de afgelopen decennia, en schetsten op basis daarvan hoe grondgebruik logischerwijze zou evolueren in 2050. De studie bekeek niet alleen de dynamiek in landbouwgrond, maar ook veranderingen in landgebruik voor natuur, stedelijke uitbreiding, infrastructuur en productie van energie en biomassa. Landgebruik werd dus geanalyseerd als één samenhangend systeem.&quot;Business as usual&quot; leidt tot landbouwverliesWUR-onderzoeker Berien Elbersen licht toe: “We hebben verschillende scenario’s doorgerekend, van ‘business as usual’ tot een scenario in lijn met de Green Deal en Farm-to-Fork-ambities. We keken naar emissies, waterkwaliteit, bodem, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, landverlies en productiecapaciteit. Juist daarin, in die integrale aanpak, ligt de grote meerwaarde van dit onderzoek, en de sleutel voor de toekomst.” Het onderzoek toont aan dat zonder extra duurzaamheids- en ruimtelijk beleid de landbouwgrond in de EU tot 2050 met meer dan 8 miljoen hectare kan afnemen. De redenen: toenemende verstedelijking, boeren die stoppen met hun bedrijf, en land dat geen andere productiefuncties krijgt door gebrek aan arbeidskrachten en/of alternatieve verdienmodellen.Dit hoeft echter niet de toekomst te zijn. Met gerichte maatregelen zijn grotere milieu- en klimaatwinsten mogelijk, stelt het onderzoek. Terwijl de voedselproductie en de leefbaarheid op het platteland op peil kunnen blijven.Wat voor maatregelen zijn dat dan? Dat verschilt van regio tot regio. De studie is EU-breed, en toont hoe de risico’s en opportuniteiten overal anders liggen. Geen one-size-fits-all-oplossingEen voorbeeld is de intensieve veehouderij in Noordwest-Europa. “In Nederland, Vlaanderen en Duitsland is de combinatie van intensieve veehouderij en sterke verstedelijking al jaren onderwerp van debat, onder meer door stikstof en waterkwaliteit”, stelt WUR. “Het onderzoek van Elbersen laat zien hoe landbouwgrond hier onder druk staat van woningbouw en infrastructuur, en welke effecten verschillende beleidsopties hebben op emissies, natuur en productie. Dat helpt bij het maken van keuzes. Waar hebben extensivering, kringlooplandbouw of natuurontwikkeling het meeste effect? En hoe kan het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) hierop worden afgestemd?”In de kustregio’s met intensieve irrigatielandbouw en toeristische ontwikkeling, zoals in Andalusië en de Levante, liggen de uitdagingen anders. Daar concurreren landbouw, natuur, stedelijke groei en toerisme sterk om land en water. “Onderzoek laat zien dat irrigatie relatief weinig oppervlakte beslaat, maar een groot deel van de productie en toegevoegde waarde levert. Terwijl urbanisatie en toerisme landbouwgrond en water onder druk zetten”, stelt WUR. In sommige regio’s zoals het binnenland van Spanje en Oost-Europa is niet verstedelijking, maar juist landverlating het grote thema. “Studies laten zien dat landbouwgrond daar soms wordt verlaten, terwijl bebouwing en infrastructuur in andere delen juist toenemen”, stelt WUR. “Dit nieuwe onderzoek koppelt zulke trends aan scenario’s tot 2050 en laat zien waar duurzame landbouw kan bijdragen aan biodiversiteit, klimaatdoelen én leefbaarheid op het platteland. Denk aan High Nature Value-systemen, maar ook aan de productie van biomassa als grondstof voor biomaterialen en chemie. Lidstaten kunnen daarmee gerichte steun geven aan boeren in kwetsbare regio’s, in plaats van generiek beleid te volgen. “ We hebben aangetoond dat boeren, natuurbeheerders, regionale overheden en burgers baat hebben bij transparante scenario’s “Er is dus geen one-size-fits-all-oplossing voor de dilemma’s met betrekking tot het Europese landgebruik”, concludeert Elbersen. “We denken, en dat hebben we nu wetenschappelijk onderbouwd, dat EU-beleid sterker kan worden gericht op regionale verschillen. En dat ruimtelijke planning, landbouwbeleid, natuurherstel, klimaatbeleid en zelfs migratiebeleid beter op elkaar afgestemd moeten worden. We hebben aangetoond dat boeren, natuurbeheerders, regionale overheden en burgers baat hebben bij transparante scenario’s. Ze moeten weten welke keuzes op bepaalde plekken leiden tot welke winsten en verliezen.”De onderzoekers hopen dat dit onderzoek Europese beleidsmakers de nodige aanknopingspunten biedt om zulke transparante scenario’s uit te werken.</content>
            
            <updated>2026-01-16T11:44:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "Mercosurakkoord is meten met twee maten en twee gewichten"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opinie-mercosur-akkoord-is-meten-met-twee-maten-en-twee-gewichten" />
            <id>https://vilt.be/58492</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Volgens de Antwerpse gedeputeerde voor Landbouw Jinnih Beels (Vooruit) wordt het Mercosurakkoord geframed als een noodzakelijke geopolitieke overwinning waartegen je moeilijk bezwaar kan maken. "Daardoor verdwijnt het inhoudelijke debat naar de achtergrond", schrijft ze in een opiniestuk. "Een debat met bezorgdheden die verder reiken dan landbouw alleen."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bb97756d-7632-4589-88fb-d4b00fe8fe3e/full_width_jinnih-beels-proefbedrijf-pluimveehouderij.jpg</image>
                                        <content>De deal moet de handel tussen Latijns-Amerika en de Europese Unie vergemakkelijken en wordt voorgesteld als een noodzakelijke geopolitieke overwinning in woelige tijden. Nu de relatie met de Verenigde Staten onder druk staat, moet Europa economisch zelfstandiger worden. Althans, zo wordt het verkocht. En dat frame werkt, want tegen strategische autonomie valt vandaag moeilijk bezwaar te maken. Precies daardoor verdwijnt het inhoudelijke debat naar de achtergrond.Wie toch vragen stelt, krijgt al snel te horen dat de landbouwsector -nochtans de meest rechtstreeks getroffen partij- zich niet hoeft te beklagen, omdat ze nu al een aanzienlijk deel van het Europees budget ontvangt. Dat is in de eerste plaats een drogreden. Niet alleen omdat ze de kern van de bezorgdheden ontwijkt, maar vooral omdat die bezorgdheden veel verder reiken dan de landbouw alleen. Controles garanderen normen nietOm te beginnen kunnen we geenszins garanderen dat landbouwproducten die Europa binnenkomen, voldoen aan onze gezondheids- en veiligheidsnormen over de volledige productieketen heen. Formeel worden ze aan de grens getoetst aan Europese regels, maar die controle beperkt zich in de praktijk – in het beste geval dan nog - tot het eindproduct. Hoe dieren worden gehouden, welke groeihormonen of diergeneesmiddelen worden gebruikt, welke gewasbeschermingsmiddelen structureel worden ingezet of hoe strikt het antibioticagebruik wordt opgevolgd, valt niet structureel te controleren.Nochtans zijn net die regels in Europa de voorbije decennia bewust aangescherpt, onder meer door het verbod op bepaalde hormonen en het drastisch beperken van gewasbeschermingsmiddelen, precies om de volksgezondheid beter te beschermen. Dat we vandaag ook al importeren onder deze voorwaarden is daarbij geen geruststelling, maar net een bevestiging dat er structurele lacunes bestaan. Dat iets al gebeurt, is geen argument om het niet beter te doen: integendeel. Ondermijnt klimaatambitiesEen tweede reden om sceptisch te zijn, is het ontbossingsargument. Een deel van de landbouwproducten waarvoor het Mercosurakkoord extra markttoegang voorziet -zoals rundvlees en soja- is historisch en structureel gelinkt aan grootschalige ontbossing in Latijns-Amerika.Tegelijk legt Europa zichzelf steeds ambitieuzere klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen op, die het in eigen landbouw en industrie streng afdwingt. Daarbovenop zegt Europa te willen evolueren naar een meer plantaardig voedingspatroon en een verschuiving naar eiwitconsumptie te stimuleren. Deze zaken vallen nog moeilijk met elkaar te rijmen. Want terwijl Europese producenten worden verplicht hun ecologische voetafdruk te verkleinen, dreigt Europa via dit akkoord producten toe te laten die precies die inspanningen elders tenietdoen.Zo wordt duurzaamheid een interne verplichting, maar geen externe voorwaarde. Dat is niet alleen inconsistent beleid, het ondermijnt ook de geloofwaardigheid van Europa’s eigen klimaatambities. Korte, beter controleerbare ketens maken plaats voor lange importketens Voetafdruk verschuiftEn zo komen we bij een laatste tegenstrijdigheid. Europa vraagt aan zijn landbouwers om de veestapel af te bouwen en trekt daar een aanzienlijk deel van het landbouwbudget voor uit. Tegelijk laat het via het Mercosurakkoord meer kippen- en rundvlees uit Latijns-Amerika toe. Dat valt moeilijk te verzoenen met de duurzaamheidsambities die Europa zichzelf oplegt. Zolang er bij consumenten vraag blijft naar vlees, zal die vraag ook ingevuld worden. Als we het aanbod hier bewust verminderen zonder die vraag aan te pakken, verschuift de productie simpelweg naar ergens anders.Wie dat wil oplossen door het consumptiepatroon fundamenteel te veranderen - minder vlees, geen bananen of mango’s in de winter - voert een ideologisch debat dat op zichzelf legitiem is, maar hier niet ter zake doet. Zo doen we ons heiliger voor dan de paus, terwijl onze ecologische voetafdruk niet verkleint maar juist verschuift. Het gevolg is dat korte, beter controleerbare ketens plaatsmaken voor lange importketens, met een directe impact op het inkomen van onze landbouwers en mogelijke risico’s voor de volksgezondheid. Geopolitieke positieAls het hoofdargument om Mercosur te bejubelen werkelijk is dat Europa zich geopolitiek sterker moet positioneren tegenover grootmachten zoals de Verenigde Staten, dan moeten we dat doen zonder onze eigen producenten structureel te benadelen. Strategische autonomie kan geen synoniem worden voor het doorschuiven van kosten naar wie hier onder steeds strengere regels produceert.We zouden intussen beter moeten weten wat de gevolgen zijn van zulke keuzes. Op het vlak van energie en veiligheid hebben we pijnlijk ervaren wat het betekent om ons afhankelijk te maken van externe spelers, met alle geopolitieke en maatschappelijke kosten van dien. Want dat is wat vandaag gebeurt. In plaats van dat eerlijk te benoemen, wordt het debat verengd tot discussies over subsidies en morele oordelen die weinig zeggen over de kern van de beleidskeuze. Zeg dan gewoon waar het op staat: dit akkoord is nadelig voor de landbouwsector. En neem daar politiek verantwoordelijkheid voor. Dat zou tenminste consequent zijn. En eerlijk. In een tijd waarin burgers steeds minder vertrouwen hebben in beleid dat grote woorden gebruikt maar kleine letters verzwijgt, zou dat voor één keer getuigen van lef.</content>
            
            <updated>2026-01-16T14:21:10+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brussels Airlines serveert voor het eerst streekbieren uit het Pajottenland op 12.000 meter]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brussels-airlines-serveert-voor-het-eerst-streekbieren-uit-het-pajottenland-op-12000-meter" />
            <id>https://vilt.be/58493</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Brussels Airlines schenkt voortaan lokale bieren uit Vlaams-Brabant tijdens langeafstandsvluchten. Passagiers kunnen bij hun maaltijd streekbieren bestellen, waaronder negen lambiekbieren, zoals de bekende geuze van brouwerij 3 Fonteinen. Dit is een historische mijlpaal voor traditionele geuze, aangezien het de eerste keer is dat dit biertype aan boord van een passagiersvliegtuig wordt geserveerd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bier" />
                        <category term="Vlaams-Brabant" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c3da2041-45a4-4ffc-b440-feff0b823016/full_width_schermafbeelding-2026-01-16-om-140130.png</image>
                                        <content>Het idee komt van Glenn Verhasselt, chef van het tweesterrenrestaurant Sir Kwinten in Lennik. Sinds begin dit jaar is hij de nieuwe ‘Star Chef’ van Brussels Airlines. Op langeafstandsvluchten kunnen passagiers in Business Class genieten van zijn gerechten, die vergezeld gaan van Vlaams-Brabantse streekbieren.Biersommelier Sofie Vanrafelghem selecteerde samen met Verhasselt 12 ambachtelijk gebrouwen bieren uit Vlaams-Brabant, waaronder negen kriek- en geuzesoorten uit het Pajottenland en de Zennevallei. Deze selectie wordt geserveerd op de Airbus A330-vloot van de luchtvaartmaatschappij.De Gueuze Extra van geuzestekerij Hanssens uit Dworp staat ook op de lijst. John Matthys van brouwerij Hanssens vertelt: &quot;Voor het eerst in de luchtvaartgeschiedenis wordt traditionele geuze geserveerd aan boord van een vliegtuig. Voor ons is dit heel speciaal. Voor Matthys persoonlijk is het extra bijzonder: hij werkte jarenlang als luchtverkeersleider op de luchthaven van Zaventem. &quot;Het is bijzonder dat ons bier nu op 12.000 meter hoogte geschonken wordt&quot;, zegt hij.De andere bieren die geserveerd worden, zijn: Gronckel Blond van Vrijstaat Vanmol, Boon Oude Geuze Mariage Parfait, Oude Kriek Oud Beersel, de druivenlambiek Muscar-Elle van Lambiek Fabriek, Oude Geuze Cuvée Armand &amp;amp; Gaston en Pruim Mirabelle van 3 Fonteinen, Timmermans Oude Gueuze en Chouke van Belgoo. Daarnaast zijn er nog drie streekbieren: Cornet van brouwerij Palm, Alpaïde van &#039;t Nieuwhuys en de Saison van Hof ten Dormaal.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-01-18T21:01:32+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns: “We moeten de jacht meer kansen geven om elk everzwijn af te schieten”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bouns-we-moeten-de-jacht-meer-kansen-geven-om-elk-everzwijn-af-te-schieten" />
            <id>https://vilt.be/58494</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Volgens Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) moeten we in Vlaanderen een tandje bijsteken in het beheer van everzwijnen. Ook aanpassingen aan de vergoedingsregeling voor landbouwers met gewasschade door jachtwild zijn voor hem bespreekbaar. Dat stelde hij na een vraag van parlementslid Lydia Peeters (Open Vld) over de stijgende trend in wroet- en vraatschade door everzwijnen op landbouwpercelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="everzwijn" />
                        <category term="schade" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d0d4adbb-37ea-42a4-8353-74165e6a7ff6/full_width_jacht-jager-hond-sfeerbeeld.jpg</image>
                                        <content>Gerapporteerde wroet- en vraatschade door everzwijnen op landbouwpercelen is in enkele jaren meer dan verdubbeld. Dat bleek eerder uit cijfers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). De dieren komen vooral voor in Limburg, maar duiken intussen ook op in andere provincies.Landbouwers met gewasschade kunnen daarvoor een schadevergoeding aanvragen. Maar in de praktijk worden velen met lege handen wandelen gestuurd omdat er zeer strenge voorwaarden worden opgelegd. “De bewijslast is in de praktijk zeer moeilijk, zo niet onmogelijk”, reageerde Peeters in de landbouwcommissie afgelopen woensdag. Ze vindt het onder meer ridicuul dat landbouwers enkel een schadevergoeding kunnen krijgen als er aangetoond kan worden dat de everzwijnen specifiek komen uit een bejaagbaar gebied. “Ik denk dat het absoluut vijf over twaalf is, dat de minister met de landbouworganisaties en de terreinbeheerders samen gaat zitten om te kijken naar een aangepaster, transparanter en rechtvaardiger vergoedingssysteem”, klinkt het.Vlaams parlementslid Leo Pieters (Vlaams Belang) treedt Peeters bij. Volgens hem getuigt het van “diep wantrouwen tegenover landbouwers” dat de schadevergoeding nu niet automatisch verloopt. Taak van de jagersMinister Brouns geeft mee dat een aangepaste schaderegeling voor jachtwild bespreekbaar is. Maar volgens hem ligt de kern van het probleem niet bij de vergoeding. “Landbouwers willen geen vergoeding, ze willen vooral geen schade. Dat is het uitgangspunt”, stelt hij.“We moeten een tandje bijsteken als het gaat over het beheer van everzwijnen. We moeten alles op alles zetten om jagers nog meer mogelijkheden te geven om elk everzwijn af te schieten”, aldus Brouns. “We kijken op dit ogenblik waar we het Soortenschadebesluit nog kunnen verbeteren en optimaliseren, maar niet op een manier dat het ertoe zou leiden dat we minder intensief zouden bejagen.”Bij de mogelijkheden om de jacht meer kansen te geven haalt de minister de aanpassing van de federale wapenwet aan, waarbij jagers nu ook nachtkijkers en geluidsdempers kunnen gebruiken. “Daarnaast wordt ook volop op het terrein geëxperimenteerd met aangepaste beheertechnieken, is er veel fauna- en beheeroverleg en werd een Vlaamse everzwijnencoördinator aangesteld”, luidt het. “Het is belangrijk dat schade door jachtwild de uitzondering blijft in plaats van de regel.” De everzwijnenpopulatie blijft enorm uitdeinen en zal toekomstgericht heel veel schade veroorzaken Voor gewaarschuwdBrouns plaatst ook een kanttekening bij de gemelde stijging van gewasschade. “Die gerapporteerde trend is per definitie geen een-op-een-weergave van het daadwerkelijke aantal schadegevallen”, duidt hij. Hij benadrukt dat het om vrijwillige meldingen gaat en verwijst daarbij ook naar het toenemende gebruik van de nieuwe laagdrempelige app Wild in Zicht. Tegelijk ontkent hij niet dat ook de everzwijnenpopulatie groeit. “Het is én de populatiegroei, én het eenvoudiger kunnen melden.”Volgens Peeters houdt de stijgende trend in meldingen vooral verband met het toenemende aantal everzwijnen, en niet met de nieuwe app. “Al vijftien jaar waarschuwen de Hubertus Vereniging en de hele jachtsector”, geeft ze aan. “Het is vijf over twaalf. De everzwijnenpopulatie blijft enorm uitdeinen en zal toekomstgericht heel veel schade veroorzaken.”15 everzwijnen in de koelkastVolgens Vlaams parlementslid Tom Lamont (Vlaams Belang) zou je jagers meer kunnen stimuleren als er ook meer everzwijnen verkocht mogen worden. “Momenteel is de verkoop per jager beperkt tot twee everzwijnen per jacht”, stelt hij. “Maar soms heb je op een tableau wel eens meer dan twee everzwijnen. Ze zijn wel smakelijk om op te eten, maar een stuk of 15 mee naar huis nemen is niet altijd evident.”De geschoten everzwijnen invriezen is volgens Brouns een optie. “Dat gebeurt op veel plaatsen”, klinkt het. Verder kan hij als Vlaams minister weinig aan de verkoop wijzigen. “Dit is een federaal knelpunt, maar de gesprekken over dit onderwerp lopen.”</content>
            
            <updated>2026-01-16T16:16:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Prevent Agri buigt zich over instortingsgevaar stalvloeren: “Risico vergroot door milieu-eisen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/prevent-agri-buigt-zich-over-instortingsgevaar-stalvloeren-risico-vergroot-door-milieu-eisen" />
            <id>https://vilt.be/58495</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een instortende stalvloer is een nachtmerrie voor mens en dier, helaas komt het vaker voor dan men denkt. Na verschillende incidenten waarbij dieren door een roostervloer zakken, werken Prevent Agri en Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) aan een plan om de risico’s te minderen. Op de agenda: bewustmaking én aangepast detectiematerieel om structuurfouten te kunnen ontdekken voor het te laat is.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="stal" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0e23fd59-adf3-42d1-9bee-13645a0330d6/full_width_foto-pas-vloer-uitnodiging.jpg</image>
                                        <content>Sofie Joosen (N-VA) en Gianna Werbrouck (Vooruit) vroegen aan minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) en aan minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) hoe ze de problematiek van instortende stalvloeren zullen aanpakken. Dat deden ze respectievelijk in de commissie Landbouw en in de commissie Dierenwelzijn. Werbrouck verwees hierbij naar het regeerakkoord, waarin staat dat de regering samenwerkt met FAVV, Prevent Agri en andere partners voor gerichte sensibilisering en controles om dierenleed te voorkomen. Zowel Joosen als Werbrouck vroegen naar de stand van zaken van deze belofte, en een schets van de actuele situatie.Brouns kaartte aan hoe in veel oudere stallen, zeker bij vleesvarkens, werd gewerkt met diepe mestkelders waarin de roostervloeren steunen op betonnen kolommen. “Die kolommen kunnen door langdurige blootstelling aan mestgassen en mest aangetast worden”, stelt Brouns.Degelijk controleren lukt nietDie aantasting gebeurt sluipend en is van buitenaf vaak moeilijk zichtbaar. Ook professionele controleurs kunnen dit niet zomaar vaststellen. Robin De Sutter van Prevent Agri vraagt aan de overheid om geschikt materiaal te voorzien. “Op de een of andere manier moet je te weten komen wat de status is van de roosters aan de onderzijde. Een visuele controle vanuit de mestkelder raden we absoluut af, gezien de atmosferen die daar heersen. Een andere mogelijkheid is om steekproefgewijs een rooster eruit te halen en de onderkant te bekijken. Maar ook dat geeft geen garantie dat alle roosters in goede staat zijn. Eigenlijk zouden we de volledige roostervloer moeten controleren met behulp van spiegelmateriaal, maar in de praktijk is dat heel moeilijk. We bekijken met het kabinet of het mogelijk is om zulk materiaal te ontwikkelen en ter beschikking te stellen, maar dat zit nog in de eerste fase.”In de commissie Dierenwelzijn haalde Weyts de noodzaak, maar ook de praktische beperkingen van zulk materiaal aan. “Die controle moet dan ook nog op meerdere punten uitgevoerd worden, want het is niet omdat een vloer op één plaats nog in goede staat is dat hij niet op andere plaatsen aangetast kan zijn. En zelfs dan nog kan het rooster het bij wijze van spreken de dag nadien begeven.”Volgens De Sutter zou zulk materiaal, ondanks de praktische uitdagingen, een eerste goede stap zijn om drama’s te voorkomen. “Een instortende roostervloer is geen dagelijkse kost, maar het komt wel regelmatig voor. Het is grotendeels gekoppeld aan beton uit een bepaalde periode, maar niet exclusief. Misschien gaat het om beton dat onvoldoende verdicht is of een te hoog watergehalte bevatte bij de fabricage, maar zeker kan ik dat niet zeggen.” Corrosieve atmosfeerVolgens De Sutter maakt de corrosieve atmosfeer gecreëerd door mestgassen een goede cocktail om beton aan te tasten, zeker in combinatie met de natte omstandigheden in een stal. “Zo kan er vocht en andere stoffen tot aan de wapening komen. Als dit gebeurt, dan zal het ijzer verwerkt in het beton beginnen roesten. Dat ijzer zet dan uit, en dus wordt het beschermde betonlaagje afgeduwd. Zodra het ijzer blootligt, kan het volledig oproesten en is het rooster zijn sterkte kwijt. Dit is een proces dat heel lang en onzichtbaar kan duren, waardoor het soms jaren onopgemerkt doorgaat. Pas bij een piekbelasting – bijvoorbeeld passage van een tractor of een heel zwaar dier – bereikt de vloer zijn limiet en stort het in.”Volgens minister Brouns moet het risico bij nieuwe stallen minder zijn: “Daar wordt meer gewerkt met ondiepe kelders, water- en mestkanalen en ondersteuning via de muren in plaats van de kolommen. Dat zorgt voor een andere belasting en in de praktijk ook voor een lager structureel risico. Bovendien is ook de betonkwaliteit de laatste decennia gelukkig sterk verbeterd, onder meer door de invoering van normen voor roostervloeren en het BENOR-keurmerk voor beton dat sinds 2001 in voege is”, zei de minister.De Sutter waarschuwt wel dat ook de nieuwe vloeren gebreken kunnen hebben. “We zien nog geen incidentie bij nieuwe vloeren, maar dat komt natuurlijk ook omdat die nog niet oud genoeg zijn.” Emissie-eisen verhogen risicoPrevent Agri wil samen met het kabinet een campagne opstarten om verdere incidenten te voorkomen. “Dat zou enerzijds gaan om bewustmaking, maar zodra we het materiaal hebben, kunnen we bekijken om ofwel zelf controles te doen tijdens de audits, ofwel het materiaal ter beschikking te stellen aan de landbouwer. Vandaag kunnen we stalvloeren echter nog niet op een veilige manier controleren, dus gebeurt het niet.”Op het aanleggen van een nieuwe vloer na, is er tot op heden maar weinig dat een veehouder kan doen om instorting te voorkomen. “De natte, corrosieve atmosfeer in een stal, daar kan je weinig aan veranderen”, zegt De Sutter. “En op zich worden de risico’s nog groter omdat er milieutechnische eisen worden gesteld aan de stallen, waarbij emissies meer intern worden gehouden. Dat resulteert in hogere concentraties van corrosieve gassen, en dus vergroot ook de mogelijke impact op die roosters.”Menselijke en dierlijke drama&#039;sPrevent Agri heeft zo al enkele drama’s mogen aanschouwen. De gevolgen van een ingestorte stalvloer is niet min. “Eerst en vooral zijn er de economische aspecten”, zegt De Sutter. “De ingestorte vloer moet verwijderd worden uit de mestkelder, en er moet een nieuwe worden aangelegd. Bovendien kunnen dieren in de mestput terechtkomen. Zij zijn niet altijd… recupereerbaar, als ik het zo mag zeggen. Als een dier niet overlijdt door de gassen kan je het wel proper maken, maar het kan zijn dat het sowieso niet meer in de voedselketen mag terechtkomen. Bovendien is er ook gevaar voor hulpverleners die tijdens de reddingsoperatie worden blootgesteld aan hoge concentraties mestgassen. Of voor een landbouwer die in de paniek van het moment zijn dieren probeert te redden.”Brouns wijst erop dat de reductiedoelen voor ammoniakemissie ertoe leidt dat veel oude stallen vandaag vervangen kunnen worden. “Hierdoor verkleinen we niet alleen de milieudruk, maar ook het veiligheidsrisico”, zei hij. “Voor het vervangen van verouderde roosters door roosters die geïntegreerd zijn in een ammoniakemissiereducerend systeem, is stevige VLIF-steun voorzien.”Zowel Weyts als Brouns noemen een preventieve aanpak voor deze problematiek essentieel.</content>
            
            <updated>2026-01-16T16:38:59+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Achtste vogelgriepuitbraak in West-Vlaanderen: "Hoop dat warmer weer virus afremt"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zevende-vogelgriepuitbraak-in-west-vlaanderen-hoop-dat-warmer-weer-virus-afremt" />
            <id>https://vilt.be/58496</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bij een West-Vlaams pluimveebedrijf in Vleteren is zondag een uitbraak van het vogelgriepvirus type H5 vastgesteld, zo meldt het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). De 40.000 braadkippen werden geruimd. Het betrokken bedrijf valt in de beschermingszone Veurne-Alveringem, die nu oostwaarts uitbreidt. Hierdoor worden zo’n 35 bijkomende pluimveehouderijen getroffen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e4a81d8e-6a14-40b0-a078-b6405200bce8/full_width_pluimveestalvleeskippen-copyrightinagro.jpg</image>
                                        <content>Het geval in Vleteren volgt op een reeks recente opeenvolgende uitbraken in West-Vlaanderen. Vrijdag raakte nog bekend dat een braadkippenbedrijf uit De Panne slachtoffer werd van het vogelgriepvirus. De 80.000 dieren werden meteen geruimd.De haard in Vleteren werd ontdekt in het kader van extra controles die het FAVV afgelopen dinsdag heeft opgelegd voor deze zone om&amp;nbsp;potentiële besmettingen nog sneller te ontdekken. Met het nieuwe incident telt West-Vlaanderen nu al acht uitbraken in enkele dagen tijd.Volgens een FAVV-woordvoerster krijgt de sector deze winter af te rekenen met een erg zwaar vogelgriepseizoen. &quot;De vriestemperaturen en het grote aantal besmettingen in de buurlanden zorgden ervoor dat het virus zich ook bij ons snel kon verspreiden&quot;, legt ze uit. &quot;Het warmere weer van de afgelopen dagen zal hopelijk helpen om de virusdruk in de grenszone te verminderen en het risico van nieuwe besmettingen verkleinen.&quot;Economische schade voor bedrijven in de beschermingszones loopt opMomenteel staat de teller in België op 18 besmette pluimveebedrijven en twee hobbyhouders. Het betrokken bedrijf in Vleteren valt in de beschermingszone die eerder werd afgebakend na uitbraken in de gemeenten Veurne en Alveringem en in de Franse grensgemeente Warhem. Een kaart met al de zones is&amp;nbsp;hier&amp;nbsp;te raadplegen.Ondertussen loopt de schade voor bedrijven in de beschermingszones op tot in de honderdduizenden euro’s. In die afgebakende zones mogen afgemeste kippen het bedrijf wel verlaten, maar mogen geen nieuwe dieren worden opgezet. Daardoor staan bij veel pluimveehouders de stallen leeg. Bij elke nieuwe uitbraak wordt het opzetverbod telkens met vier weken verlengd. De gevolgen van de vogelgriep blijven niet beperkt tot de getroffen bedrijven, maar laten zich voelen doorheen de hele keten, van slachterijen tot broeierijen en veevoederfabrikanten.</content>
            
            <updated>2026-01-18T21:26:25+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mercosurakkoord officieel ondertekend in Paraguay]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-mercosur-vrijhandelsakkoord-ondertekend-in-paraguay" />
            <id>https://vilt.be/58497</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Paraguay hebben de Europese Unie en de Mercosurlanden het veelbesproken vrijhandelsakkoord officieel ondertekend. De deal leidt na meer dan 25 jaar onderhandelen tot de grootste vrijehandelszone ter wereld. Tegelijkertijd blijft het verzet van boeren in heel Europa aanhouden. Zij richten hun hoop op het Europees Parlement, dat het akkoord nog moet goedkeuren.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/3af5af96-3d70-4417-8f0d-daa50a1537cf/full_width_schermafbeelding-2026-01-17-om-183917.png</image>
                                        <content>Na een kwarteeuw van onderhandelingen gaf een gekwalificeerde meerderheid van de 27 lidstaten vorige week groen licht voor de ondertekening van het verdrag met het handelsblok van Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay. Dat kwam er ondanks hevig verzet van onder meer Frankrijk en Polen, en pas nadat Italië uiteindelijk zijn kar keerde na toegevingen van de Commissie voor de landbouwsector.Ondertekening in ParaguayDe ondertekening, die aanvankelijk voor december gepland was in Brazilië, vond zaterdagmiddag plaats tijdens een ceremonie in Asunción, de hoofdstad van Paraguay. Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, Europees Raadsvoorzitter Antonio Costa en de leiders van de Mercosurlanden woonden de ondertekening bij.&amp;nbsp;&quot;Dit akkoord stuurt een sterk signaal de wereld in. Het weerspiegelt een duidelijk en weloverwogen keuze. We kiezen voor eerlijke handel in plaats van tarieven, we kiezen een productief, langdurig partnerschap en bovenal willen we echte en tastbare voordelen voor onze volkeren en bedrijven&quot;, zei von der Leyen zaterdag. In een persbericht voegt ze toe dat beide blokken kiezen &quot;voor samenwerking in plaats van concurrentie, en voor partnerschap in plaats van polarisatie&quot;. Grootste handelszone ooitMet zo&#039;n 720 miljoen inwoners zal de overeenkomst de grootste vrijhandelszone vormen die de EU ooit heeft gecreëerd. Het akkoord moet de Europese industrie nieuwe kansen bieden, maar de Commissie zet ook het geostrategische belang in de verf. &quot;Dit akkoord is een duidelijk pleidooi voor openheid, uitwisseling en samenwerking, en tegen het isolationisme, unilateralisme en het gebruik van handel als geopolitiek wapen&quot;, zei Europees Raadsvoorzitter Antonio Costa zaterdag.Het akkoord schaft de douanerechten af op meer dan 90 procent van de bilaterale handel en bevordert de export van onder meer auto&#039;s, chemische producten en alcoholische dranken naar de Mercosurlanden. In ruil vergemakkelijkt het de toegang tot de Europese markt voor Zuid-Amerikaans vlees, suiker, rijst, honing en soja.&amp;nbsp; Wij zullen blijven betogen. De prijs wordt pas uitgedeeld aan het halen van de meet &quot;Oneerlijke concurrentie&quot;De Europese landbouwsector is dan ook ongerust en vreest oneerlijke concurrentie. Met de steun van Frankrijk en Italië bedongen de landbouwers bijkomende beschermingsmaatregelen van de Commissie, maar die hebben de onrust niet de kop ingedrukt. De Argentijnse president Milei gaf zaterdag bovendien aan dat de activatie van de vrijwaringsclausules waarover de EU-landen en het Europees Parlement een akkoord bereikten, &quot;slecht zou zijn voor iedereen&quot;.Ondertussen blijven boeren zich verzetten tegen het akkoord. Zondag verzamelden de hele dag zo&#039;n 300 tractoren rondom het Atomium aan de Heizelvlakte om te protesteren tegen het handelsverdrag. &quot;Wij zullen blijven betogen. De prijs wordt pas uitgedeeld aan het halen van de meet&quot;, vertelt Bruno Vincent, voorzitter bij het Algemeen Boerensyndicaat (ABS). Goedkeuring Europees ParlementHet Europees Parlement moet zich nu nog uitspreken over het akkoord, voor dat in werking kan treden nadat het ook geratificeerd wordt door het parlement van minstens één van de Mercosurlanden. Het partnerschap met Mercosur bevat ook een politiek luik, dat geratificeerd moet worden in de 42 nationale en regionale parlementen die de EU telt.Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) hoopt dat het Europees Parlement het akkoord tegenhoudt en &quot;roept iedereen op&quot; ertegen te stemmen. Dat zij hij zondag op VTM nieuws. &quot;Je krijgt het aan de Vlaamse boeren niet uitgelegd dat zij onderworpen worden aan de strengste regels op vlak van voedselveiligheid en gewasbescherming, en dat je dan de deur openzet voor producten uit die landen die vandaag nog produceren met pesticiden die al lang verboden zijn en die nota bene hier ons drinkwater komen vervuilen&quot;, aldus de minister.&amp;nbsp;Europa moet volgens hem net inzetten op strategische onafhankelijkheid als het gaat over de eigen voedselvoorziening en moet daarom net inzetten op het versoepelen van &quot;de Europese regels die onze boeren en bedrijven versmachten&quot;.Voor het parlement stemt over het akkoord zelf, moet het volgende week woensdag tijdens de plenaire vergadering in Straatsburg nog stemmen over een verwijzing van het akkoord naar het Europees Hof van Justitie, dat zich zou moeten uitspreken over de verenigbaarheid met de Europese verdragen. De boeren hopen alvast dat die stap er komt, die de goedkeuringsprocedure voor een jaar of langer zou kunnen uitstellen. Dinsdag trekken Europese boeren massaal naar Straatsburg om hun ongenoegen te uiten.</content>
            
            <updated>2026-01-19T09:27:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Waarom deze Vlaamse veehouder met zijn tractor helemaal naar Straatsburg trekt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/waarom-deze-vlaamse-veehouder-met-zijn-tractor-helemaal-naar-straatsburg-trekt" />
            <id>https://vilt.be/58498</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Samen met zeven andere boeren is Pieter Stessel op weg naar het Europees Parlement in Straatsburg. Een lange tocht, maar volgens de veehouder wel de laatste kans om duidelijk te maken hoe oneerlijk het Mercosurakkoord is voor landbouwers. “Het is frustrerend dat de EU vlees wil toelaten dat geproduceerd is onder minderwaardige normen, terwijl wij ons van ’s ochtends tot ’s avonds moeten verantwoorden en schikken naar doelstellingen rond klimaat en dierenwelzijn”, stelt Stessel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="boerenprotest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/418601ce-f9b1-4f6f-85c1-edd1330aace1/full_width_mercosur-tractors.jpeg</image>
                                        <content>In de vroege maandagmorgen vertrokken acht boeren met hun tractoren vanuit Leuven richting Frankrijk, waar dinsdag een grote Europese manifestatie aan het Europees Parlement zal plaatsvinden. Eens in Straatsburg zullen zo’n 100 &amp;nbsp;landbouwers hen vervoegen die met een bus van Boerenbond afgereisd zijn.In kolonne naar StraatsburgOp het moment dat we Stessel spreken, rijdt hij nog over de hobbelige Waalse wegen met zijn tractor. Maar niet voor lang meer, want voor hem liggen de Luxemburgse wegen die hem zullen leiden naar Frankrijk. “Tot nu toe verloopt alles vlot. De politie hield ons even tegen omdat ze filterblokkades vreesden. Maar na onze uitleg dat we naar Straatsburg onderweg zijn, mochten we meteen verder”, vertelt Stessel. “We hadden hen bijna overtuigd om mee te komen.”Voor Stessel is het niet de eerste keer dat hij een lange rit met zijn tractor maakt. Eerder reed hij al tot in Nederland om machinestukken op te halen. “Maar helemaal naar Frankrijk rijden om actie te voeren, heb ik nog nooit gedaan”, zegt hij. “Bovendien is rijden in kolonne toch anders dan alleen.”In totaal zullen de acht boeren 440 kilometer afleggen in kolonne, uitsluitend via nationale wegen. “We hopen tegen 18 uur op zo’n 50 kilometer van Straatsburg te zijn. Daar overnachten we, zodat we dinsdagochtend tijdig aan het Parlement aankomen”, schetst hij de planning.Binnenkort hoeveslagerij met Braziliaans vlees?Terwijl hij actievoert, kan Stessel en de boerderij rekenen op steun van het thuisfront. “Mijn echtgenote, mijn werknemer en mijn vader zijn alvast extra gemotiveerd om de komende dagen het beste van henzelf te geven”, luidt het. Thuis in Veltem-Beisem heeft de landbouwer een akkerbouw- en zoogkoeienbedrijf met een veestapel van 200 koeien van het Belgisch witblauwras.  In de Mercosurlanden kunnen ze hun productie ook telkens uitbreiden, terwijl we hier net moeten inkrimpen omwille van alle doelstellingen Sinds 2003 heeft hij samen met zijn vrouw een hoeveslagerij waar al het eigen vlees wordt versneden en verkocht. Het klantenbestand bouwden ze stap voor stap op. “Onze afzet is heel geleidelijk gegroeid. Mensen kiezen er bewust voor om naar ons te komen. Ze staan achter ons verhaal en dat van lokaal vlees. Als het Mercosurakkoord doorgaat, heb ik niet onmiddellijk schrik dat ik al mijn klanten plots zal verliezen”, duidt hij. “Maar op termijn zal de import de prijzen wel drukken. Het goedkoper vlees zal zijn weg vinden naar grootkeukens en industrie.”Het frustreert hem dat vlees in onze supermarkten zal belanden waarbij de producenten volledig andere regels hebben moeten volgen. “Wij moeten ons van ’s ochtends tot ’s avonds verantwoorden en ons schikken naar steeds strengere doelstellingen rond milieu, klimaat en dierenwelzijn. Bijna iedereen is ondertussen bewust bezig met zijn ecologische voetafdruk”, zegt Stessel. Voor hem wringt het dan ook om video’s te zien waarbij duizenden Zuid-Amerikaanse koeien buiten onder de blote hemel staan”. Methaan en stikstof lijken er minder een issue te zijn.“Daar kunnen ze bovendien hun productie ook telkens uitbreiden, terwijl we hier net moeten inkrimpen omwille van alle doelstellingen”, aldus Stessel, die zich afvraagt waarom Europa Mercosurlanden nu toch betere toegang geeft tot onze markt. In het akkoord is voorzien dat over een periode van vijf jaar 99.000 ton rundvlees tegen een invoertarief van 7,5 procent de EU zou mogen binnenkomen. Laatste kansZover is het voorlopig nog niet. Vandaag komt rundvlees uit Mercosur nog onder de bestaande Hiltonquota de EU binnen, met een invoertarief van 20 procent. Het akkoord dat afgelopen weekend in Paraguay werd ondertekend, kan pas in werking treden nadat minstens één Mercosurland het heeft goedgekeurd én het een meerderheid krijgt in het Europees Parlement. Dinsdag wordt in Straatsburg de aftrap gegeven van de vergaderingen die voorafgaan aan de stemming, die in het voorjaar wordt verwacht.Die timing is echter niet zeker. Als het Parlement woensdag instemt met een voorstel om bepaalde clausules voor te leggen aan het Europees Hof van Justitie, kan de stemming nog worden uitgesteld. Parlementsleden moeten dan eerst wachten op een juridisch oordeel alvorens te kunnen stemmen. Dat advies kan tot twee jaar op zich laten wachten.Stessel hoopt alvast dat het akkoord wordt uitgesteld en uiteindelijk negatief wordt onthaald in het Parlement. Daarom wou hij er ook bij zijn in Straatsburg. “Ik zie het als een laatste kans om mijn stem te laten horen aan de Europese parlementsleden”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2026-01-19T21:01:41+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opnieuw vogelgriep in West-Vlaanderen: is het zinvol om te vaccineren?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opnieuw-vogelgriep-in-west-vlaanderen-is-het-zinvol-om-te-vaccineren" />
            <id>https://vilt.be/58499</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er is vogelgriep van het type H5 vastgesteld bij een pluimveebedrijf in het West-Vlaamse Diksmuide. 40.000 braadkippen worden gedood om verdere verspreiding van het virus te vermijden. De nieuwe haard bevindt zich in de beperkingszone Veurne-Alveringem die bijgevolg wordt uitgebreid. Het virus verspreidt zich als een lopend vuurtje, en dus dringt de vraag zich op waarom er niet wordt gevaccineerd. Volgens het federaal voedselagentschap FAVV is daar een reden voor.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="kip" />
                        <category term="vogelgriep" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fdc2e701-517b-45af-9921-629163a0d9c2/full_width_kuikenbraadkip-inagro.jpg</image>
                                        <content>Een nieuwe vogelgriepbesmetting in West-Vlaanderen: het is haast dagelijks nieuws geworden, maar dat maakt het niet banaal. Elke nieuwe haard staat gelijk aan grootschalig dierenleed en een trauma voor de pluimveehouder.Met deze besmetting erbij zijn er sinds het najaar van 2025 negen uitbraken vastgesteld op 19 pluimveebedrijven en bij twee hobbyhouders. Daarnaast zijn heel wat besmettingen bij wilde vogels vastgesteld. Ook in onze buurlanden zijn er talrijke besmettingen van vogelgriep.Kosten-batenbalans van vaccinerenDe vraag rijst waarom er niet stelselmatig wordt gevaccineerd tegen dit virus. “Op dit moment is er geen vaccin beschikbaar voor de snelle vaccinatie van grote aantallen dieren”, zegt Hélène Bonte, woordvoerster van het FAVV. “Bovendien moet er een kosten-batenbalans zijn. Er is de soms korte levensduur van dieren zoals braadkippen. En de werking van het vaccin daalt tijdens de levensloop, waardoor bijvoorbeeld legkippen op volwassen leeftijd nog eens een vaccin moeten krijgen.” Bonte wijst er ook op dat vaccineren een impact heeft op de export naar andere landen. “Er wordt voorlopig dus nog niet gevaccineerd op commerciële leg- en braadkippenbedrijven in de EU. Er lopen wel enkele proefprojecten, onder meer in  Nederland en Frankrijk”, zegt Bonte nog.”“Als we in de toekomst vaccineren, moeten we eerst een plan opstellen dat de Europese Commissie moet goedkeuren”, zegt Bonte. “Als dat is goedgekeurd, moet de FOD Volksgezondheid wetgeving opstellen met voorwaarden, en bepalen welke segmenten van de pluimveesector zullen vaccineren.&quot;Afschermplicht en ziektes meldenOns land neemt wel andere maatregelen om het virus in te dijken. Zo moeten alle pluimveehouders in een zone van tien kilometer rond een virushaard hun pluimvee afschermen. In de zone van drie kilometer geldt deze verplichting ook voor andere vogels.Vogels en pluimvee van particulieren moeten niet verplicht worden afgeschermd. Ze moeten wel binnen of afgeschermd voer en water krijgen. “Het FAVV raadt wel sterk aan om je dieren zoveel mogelijk te beschermen door de kippenren of volière af te schermen van wilde vogels. Dit kan door deze bijvoorbeeld met netten te overspannen”,Het FAVV waarschuwt dat je dode of zieke vogels niet mag aanraken. Als je symptomen bij jouw dieren vaststelt, neem dan contact op met een dierenarts. Als je een dode vogel vindt in de natuur, meld dit dan onmiddellijk via het gratis nummer 0800/99 777. Het dier wordt dan opgehaald en onderzocht.</content>
            
            <updated>2026-01-19T15:16:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Overleg tussen Clarinval, Agrofront en FAVV over voedselstandaard Mercosur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/clarinval-agrofront-en-favv-in-beraad-over-voedselstandaard-mercosur" />
            <id>https://vilt.be/58500</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor landbouworganisaties is het Mercosur-vrijhandelsakkoord niet alleen een economische kwestie, maar ook een kwestie voor de consument. Onder de koepelnaam Agrofront deelden Boerenbond en ABS samen met  FWA, FJA en Fugea hun bekommernissen met federaal landbouwminister David Clarinval (MR) en het FAVV over de kwaliteit van de Zuid-Amerikaanse importproducten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e00feedc-f411-49be-a909-9e44b6673e69/full_width_boerenprotest-mercosur-boerenbond-copa-cogeca-december-2025.png</image>
                                        <content>De landbouworganisaties vragen dat er grondige controles worden uitgevoerd op Mercosurproducten. “We hebben onze bekommernissen gedeeld met het FAVV en de minister”, zegt Tessa De Prins, de woordvoerder van Boerenbond sprak hierbij in naam van Agrofront. De Prins vindt het positief dat het FAVV en minister Clarinval strikte controles beloven, en indien nodig deze controles zullen opschalen. &quot;Voor ons is het belangrijk dat de kosten voor deze extra controles bij de importeurs liggen.&quot;Federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) spreekt van een constructief overleg. Hij herhaalde dat de normen en controles voor Belgisch voedsel ook gelden voor producten uit Zuid-Amerika. &quot;In geval van een toename van de invoervolumes zal het Agentschap de organisatie van zijn controlemissies aanpassen door het nodige personeel opnieuw toe te wijzen&quot;, aldus het FAVV. Vijftien tot dertig procent van alle zendingen uit de Mercosurlanden worden onderworpen aan fysieke controles en een stalenanalyse.Controle aan beide kanten van de grensHet FAVV lichtte ook nog eens de bestaande controlemechanismen toe. Zo kunnen alleen door de EU erkende bedrijven naar hier exporteren. Ter plekke wordt het vlees gecontroleerd door de officiële autoriteiten van het exporterende land. Om zich ervan te verzekeren dat dit op een correcte manier gebeurt, organiseert de Europese Commissie volgens het FAVV regelmatige audits. Eens aangekomen in Europa wordt elke zending aangemeld en gecontroleerd in de grenscontrolepost van de lidstaat, deze controle gebeurt door officiële dierenartsen. Ook zijn er controles op de documentatie en traceerbaarheid. Afhankelijk van de productcategorie wordt een zesde tot een derde van alle zendingen onderworpen aan fysieke controles. De temperatuur en zelfs het uiterlijk en de geur worden beoordeeld. Er gebeuren ook staalanalyses op ziekteververwekkers zoals salmonella of residu van diergeneesmiddelen.Ongelijke productiestandaardenAgrofront merkt wel op dat deze controles geen gelijkwaardigheid garanderen. “Onze vrees zit niet zozeer in de productnormen waar het FAVV op toeziet, maar wel in de ongelijke productienormen”, zegt De Prins. “Een ingevoerd product kan dan wel voedselveilig zijn, maar de productiestandaarden zijn niet gelijk. Het is niet omdat er geen residuen van hormonen in het eindproduct zitten, dat ze niet gebruikt zijn. De manieren om salmonella te bestrijden zijn verschillend. En als het om gewasbeschermingsmiddelen gaat, worden er in de Zuid-Amerikaanse landen nog producten gebruikt die hier al lange tijd verboden zijn. Op het eindproduct zullen dankzij de controles weinig verschillen zitten, maar het hele productieproces gebeurt op ongelijke voet.” Het is niet omdat er geen residuen van hormonen in het eindproduct zitten, dat ze niet gebruikt zijn Hoewel Agrofront dus enigszins positief terugblikt op het gesprek met het FAVV en de minister, zijn de bezorgdheden verre van gesust. Dinsdagochtend reizen een honderdtal landbouwers per bus naar het Franse Straatsburg om te betogen tegen het Mercosur-handelsakkoord. Acht leden van Boerenbond zijn maandagochtend vanuit Leuven al vertrokken per tractor. “Het handelsakkoord met de Mercosurlanden is niet de enige reden waarom Boerenbond morgen naar Straatsburg trekt”, zegt De Prins. “Het gaat ook om het Europees blokkerend beleid dat onze bedrijven hier op slot zet. Onze bedrijven zitten muurvast met hun vergunningen waardoor landbouwers hun bedrijven niet kunnen verduurzamen, vergroenen en klaarmaken voor de toekomst.”De Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca verwacht zo&#039;n zes- à zevenduizend deelnemers aan de manifestatie. Er zullen ook een duizendtal tractoren aanwezig zijn, voornamelijk uit de regio van de Elzas.</content>
            
            <updated>2026-01-20T08:09:27+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eurocommissaris Hansen pleit voor EU-vermelding op vlees]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eurocommissaris-hansen-pleit-voor-eu-vermelding-op-vlees" />
            <id>https://vilt.be/58501</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Eurocommissaris van Landbouw Christophe Hansen (EVP) neemt een duidelijk standpunt in over de oorsprongsetikettering van voeding. “Voor een product dat hoofdzakelijk uit vlees bestaat, zou ik minstens de vermelding willen zien of het om Europees vlees gaat”, stelde hij op de Duitse landbouwbeurs Grüne Woche.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeding" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9c1d7d6d-1f30-445d-8283-4545139aeb46/full_width_vleessupermarkt.jpg</image>
                                        <content>Volgens Eurocommissaris Hansen moeten consumenten weten waar hun voedsel vandaan komt, zeker bij sterk verwerkte producten. “Neem het voorbeeld van een kipnugget. Je kan achterhalen waar die is geproduceerd, maar niet of het om Duits, Luxemburgs, Oekraïens of Braziliaans kippenvlees gaat”, stelt hij. “Dat vind ik problematisch.” Voor een product dat hoofdzakelijk uit vlees bestaat, wil hij minstens een vermelding zien dat het om Europees vlees gaat.Hij verduidelijkt dat hij geen verregaande regionale detaillering nastreeft. Een Europese vermelding zou volstaan. “In dat opzicht ben ik een overtuigd Europeaan,” zei hij. “Ik wil niet dat we overal Baden-Württemberg of Luxemburg moeten beginnen vermelden.” Meer inzicht in de herkomst van voeding kan consumenten helpen hun voedsel meer te waarderen en aandacht te krijgen voor de diversiteit en kwaliteit van de Europese landbouw Betere etikettering zorgt voor meer inkomen voor de boerHet is niet de eerste keer dat Hansen pleit voor voedingsetikettering die consumenten meer inzicht geeft in de Europese inspanningen van landbouwers. De ‘Visie voor Landbouw en Voeding’, de routekaart voor de landbouwsector opgemaakt door Europese Commissie vorig jaar, stelt dat de voedseletikettering volledig herzien en geactualiseerd moet worden. “De Europese landbouw- en voedselsystemen zorgen ervoor dat iedereen eenvoudig toegang heeft tot veilig, voedzaam, duurzaam en betaalbaar voedsel van hoge kwaliteit, met respect voor dierenwelzijn”, stelt de Commissie. Eén van de speerpunten in de visie is om “de gezonde en duurzame keuze, de standaardkeuze” te maken.Om die keuze te kunnen maken moeten consumenten goed geïnformeerd worden, via onder meer duidelijke etikettering en marketingcampagnes. De visie stelt dat één van de voorwaarden is dat consumenten beter inzicht krijgen in de herkomst van hun voedsel, en in de manier waarop het werd geproduceerd, inclusief de externe effecten. “Dat helpt hen hun voedsel meer te waarderen en oog te krijgen voor de diversiteit en kwaliteit van de Europese landbouw en voedselsystemen, hun producten en het werk op de bedrijven”.Met de waardering zal volgens de Commissie ook de bereidheid komen om een gepaste prijs te betalen. Zo spelen consumenten met hun winkelkeuzes een doorslaggevende rol in de ondersteuning van de transitie naar een duurzaam agrovoedselsysteem. Europees label dierenwelzijn voor verwerkte vleesproductenNaast de evaluatie van de voedseletikettering, staat ook de ontwikkeling en uitbouw van een vrijwillig dierenwelzijnslabel op de Europese agenda. “Het EU-etiketteringssysteem zal alle primaire en verwerkte vlees- en zuivelproducten uit de EU omvatten”, belooft de Commissie in de visie. “Het doel van een dergelijk label is om het bewustzijn rond dierenwelzijnsnormen te vergroten bij consumenten, en landbouwers aan te moedigen en belonen.” Het label zou vrijwillig zijn, al geeft de Commissie aan dat er “overwogen moet worden of verplichte etikettering nodig is”.</content>
            
            <updated>2026-01-19T20:47:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Jong Geleerd: Ties (6) en Lasse (10) van varkenshouderij Bagynhof 🐷]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/jong-geleerd-ties-6-en-lasse-10-van-varkenshouderij-bagynhof" />
            <id>https://vilt.be/58502</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In deze aflevering van Jong Geleerd nemen Ties (6) en Lasse (10) je mee achter de schermen van het gesloten varkensbedrijf Bagynhof in Sint-Niklaas. Ze geven een rondleiding door de stallen en tonen hoe de dieren elke dag met zorg worden grootgebracht. Op het Bagynhof kweken ze hun eigen varkensras: het Bagynvarken. Van geboorte tot bord gebeurt alles op de boerderij zelf, met verwerking in de eigen hoeveslagerij. Daarnaast heeft het bedrijf ook een gigantisch maïsdoolhof en een gezellig hoeveterras. Benieuwd of Ties en Lasse later zelf ook boer willen worden? Kijk mee en ontdek het!</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Jong geleerd" />
                        <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/879039ae-0d64-450f-be5b-0844628cbadd/full_width_thumb-3.jpg</image>
                        
            <updated>2026-01-19T20:44:02+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tractorzegening en varkenskoppen onder de hamer tijdens Sint-Antoniusviering]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tractorzegening-en-varkenskoppen-onder-de-hamer-tijdens-sint-antoniusviering" />
            <id>https://vilt.be/58503</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In tal van Vlaamse dorpen vond het afgelopen weekend de Sint-Antoniusviering plaats. Tijdens dit dorpsfeest wordt de patroonheilige van de varkenshoeders, beenhouwers en landbouwers gevierd. “Met de hulp van Sint-Antonius moet het dit jaar ook weer goedkomen met de oogst”, vertelt een boer die zijn tractor liet wijden in Achtel, een gehucht in Rijkevorsel. Historicus Yves Segers noemt het dorpsfeest één van de tradities die verwijst naar de centrale rol die landbouw en het varken ooit speelden in onze samenleving.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tractor" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/572034c3-58ad-4cc9-9f37-42841285e447/full_width_wijding-van-tractor2.jpg</image>
                                        <content>Priester Kenny Brack sprenkelt het wijwater over de tientallen tractoren die zijn kapel in Achtel passeren. Daarvoor hield hij een mis in het plaatselijke kapelletje en wijdde hij een mand gevuld met landbouwproducten. Nadat de tractorstoet gepasseerd is, wordt deze mand met etenswaren naar een lokale feesttent gebracht, waar de producten even later geveild worden.VILT is getuige van de Sint-Antoniusviering die traditioneel op de eerste zondag na 17 januari plaatsvindt. Het katholieke feest staat in het teken van Sint-Antonius, de patroonheilige van varkenshoeders, slagers en landbouwers in brede zin. De cultus van Antonius gaat terug tot de vroege middeleeuwen, de heilige kreeg in de loop der eeuwen de bijnaam &#039;Toontje met het varken&#039;. Varkens offeren“Diegenen die hem vereerden, de Sint-Antoniusbroederschappen, kweekten varkens om er zieken en zwakkeren mee te helpen”, verklaart Yves Segers, historicus van het Centrum Agrarische Geschiedenis en verbonden aan de KU Leuven. “Deze broeders lieten de varkens bij de sterfdag van Sint-Antonius, rond 17 januari, slachten en gaven het vlees aan de armen.”Zoveel eeuwen later is de traditie in sommige dorpen nog springlevend. Niet alleen in Achtel, maar in tal van andere Vlaamse gemeenten, vooral in de Kempen, verzamelen honderden dorpsbewoners zich voor de viering van de katholieke feestdag. Hoewel de gewoontes van het feest per dorp kunnen verschillen, zijn er een aantal gemeenschappelijke elementen.Zo start de feestdag met een misviering, het wijden van tractoren, dieren en landbouwproducten. Er is ook het veilen van landbouwproducten en de offergaven van de landbouwers, met de varkenskop als belangrijkste hebbeding. Geloof in een goed boerenjaarOnder de deelnemende boeren van de Sint-Antoniusviering in Achtel is ook Phille Renders. Samen met zijn twee broers liet hij zijn tractor zegenen en was hij getuige van de veiling van landbouwproducten. “Nu is de kans groot dat het een goed jaar gaat worden. Daar is het bij de viering om te doen”, vertelt de melkveehouder uit het naburige Rijkevorsel.Dat geldt ook voor Luc Mertens, nog een melkveehouder uit Rijkevorsel. De 54-jarige boer komt uit het gehucht Achtel, dat volgens hem ooit 30 boerenbedrijven telde, maar nu nog maar twee landbouwbedrijven huisvest. “Maar het aantal dieren is wel hetzelfde gebleven. De bedrijven zijn groter en meer gespecialiseerd”, vertelt de boer. Van varkenskop naar bieten en melkOok het feest is in de loop der jaren veranderd, weet de melkveehouder. “Vroeger werden veel meer varkensproducten geofferd en geveild. Denk naast varkenskoppen ook aan -poten, -neuzen en -oren. Tegenwoordig is de nadruk op varkensproducten verminderd en gaat het meer om landbouwproducten en levensmiddelen in bredere zin”, vertelt hij.De melkveehouder en zijn zoon Michel Mertens hebben een doos suikerbieten en vijf flessen melk meegebracht naar de dorpstent. De flessen melk van anderhalve liter worden later op de middag geveild voor 13 euro per fles. De varkenskop is het laatste item dat voor verkoop wordt aangeboden. Na het nodige alcoholgebruik zit de stemming erin en loopt de veiling van de varkenskop uit op een biedingsfestijn, waarbij de winnaar uiteindelijk 420 euro voor de varkenskop neerlegt. Verwijzing naar historisch belang landbouwYves Segers ziet in het dorpsfeest één van de tradities die verwijst naar de centrale rol die landbouw ooit speelde in onze samenleving. Waar tegenwoordig een zeer klein gedeelte van de boeren het voedsel voor de hele bevolking produceert, was dat vroeger een veel groter deel van de bevolking. Veel mensen waren aangewezen op hun eigen groente- en vleesproductie.Naast de landbouw is de viering ook een verwijzing naar de centrale rol van het varken in onze cultuur, aldus Segers. “Mensen moesten in het voorjaar, de zomer en het najaar een varken afmesten om vervolgens eten te hebben in de magere wintermaanden. Het spaarpotvarken verwijst ook naar deze traditie.”Hoewel de boerenstand in ons land terugloopt, leven dorpsfeesten zoals de Sint-Antoniusviering juist op. In een globaliserende wereld, waar veel zaken gelijk zijn, verlangen mensen terug naar de eigenheid van hun cultuur. “Je ziet dat ook in de eetcultuur: we eten allemaal graag Chinees of andere exotische gerechten, maar de populariteit van streekgerechten en -producten is nog nooit zo groot geweest als nu”, aldus Segers.Volgens de historicus zijn er nog tal van hedendaagse tradities die hun roots hebben in de landbouw. “Neem de kermissen in dorpen en steden. Dat zijn vaak uitlopers van de oogstfeesten”, besluit hij.</content>
            
            <updated>2026-01-19T20:42:40+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns lanceert projectoproep van 1 miljoen voor diergezondheid, veiligheid en gewasbescherming]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-lanceert-projectoproep-van-1-miljoen-voor-diergezondheid-veiligheid-en-gewasbescherming" />
            <id>https://vilt.be/58504</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) lanceert, via het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, een nieuwe oproep voor demonstratieprojecten. Die projecten focussen op preventieve gezondheidszorg in de dierlijke sectoren, geïntegreerde gewasbescherming (IPM), arbeidsveiligheid en ongevallenpreventie. Non-profitorganisaties met expertise in duurzame landbouwpraktijken en sterke voeling met het werkveld kunnen tot 100.000 euro steun per project ontvangen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f81dc586-2669-4826-93c1-7791ba3a609c/full_width_arbeidgezondheidveiligheid.jpg</image>
                                        <content>Voor de oproep is in totaal 1 miljoen euro voorzien. Dit geld moet gaan naar demonstratieprojecten, die land- en tuinbouwers bewust maken van nieuwe mogelijkheden op het vlak van duurzame praktijken en technieken. De thema’s van deze oproep zijn preventieve gezondheidszorg in de dierlijke sectoren, geïntegreerde gewasbescherming (IPM) en arbeidsveiligheid en preventie van ongevallen.Minister Brouns benadrukt het belang van de praktijkgerichte demonstratieve aanpak in de projecten. “Land- en tuinbouwers staan elke dag voor complexe uitdagingen”, zegt de minister. “Met deze demonstratieprojecten willen we hen tonen wat werkt op het terrein, zodat ze duurzame oplossingen meteen kunnen toepassen op hun eigen bedrijf. Door projecten te ondersteunen die focussen op preventieve gezondheidszorg voor dieren, geïntegreerde gewasbescherming&amp;nbsp; en arbeidsveiligheid, willen we landbouwers niet alleen helpen om hun bedrijfsvoering te verduurzamen, maar ook om een gezondere en veiligere werkomgeving te creëren. Dit draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de sector en het welzijn van onze landbouwers.”Deadline 11 maartDe oproep gebeurt in het kader van het Vlaams GLB Strategisch Plan 2023-2027. Op 5 februari 2026 organiseren het Vlaams Ruraal Netwerk en het Agentschap Landbouw en Zeevisserij een informatiesessie over deze en andere oproepen. U krijgt meer informatie over de oproepen, maar ook tips om een sterk projectvoorstel op te maken. Inschrijven kan op Webinar - Oproepen 2026:&amp;nbsp;EIP-, VLIF-innovatie en demonstratieprojecten. Van 19 januari tot en met 11 maart 2026 kunt u voorstellen voor demonstratieprojecten indienen. Meer info op www.vlaanderen.be/landbouw/demo.</content>
            
            <updated>2026-01-20T13:57:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Intendant bezoekt boeren in het Turnhouts Vennengebied]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/intendant-turnhouts-vennengebied-bezoekt-boeren-in-het-gebied" />
            <id>https://vilt.be/58505</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Limburger Frank Smeets is sinds november vorig jaar door Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) aangesteld als intendant voor het Turnhouts Vennengebied. Hij maakte eind vorige week een rondgang langs enkele landbouwbedrijven in het gebied. De tour was bedoeld om hem een beter beeld te geven van de problematiek in het gebied. Smeets moet als intendant een ontwikkelingsplan opstellen dat landbouw en natuur verzoent. Mogelijk komt er eind dit jaar meer duidelijkheid over de landbouwtoekomst in het gebied.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/37ce1ca6-1f63-4d8e-a14b-6eb32615f221/full_width_smeets-en-beels-in-ravels-bij-klaasen.jpeg</image>
                                        <content>De leden van Stuurgroep Turnhouts Vennengebied, de organisatie die de belangen van de boeren in het gebied behartigt, maakten kort na zijn aanstelling al kennis met Frank Smeets. Eind vorige week trok de nieuwe intendant ook tijd uit om een aantal landbouwbedrijven in het gebied te bezoeken. Op het programma stonden het braadkippenbedrijf van Gunter Klaasen in Ravels, een melkveebedrijf in Weelde en een melkveebedrijf met ijsbereiding in Turnhout.“Het was een opbouwend gesprek en wij hebben onze zorgen zo goed mogelijk proberen duidelijk te maken. Nu is het hopen dat er ook iets gedaan wordt met onze punten en dat er snel duidelijkheid komt”, vertelt Nicky Van Otten, melkveehoudster uit Wieltjes in Turnhout en bestuurslid van Stuurgroep Turnhouts Vennengebied.Het Turnhouts Vennengebied behoort tot de grootste slachtoffers van het stikstofdecreet, zo bleek in februari 2022 toen de eerste plannen uitlekten. In het gebied moet bijkomende stikstofreductie worden gerealiseerd en een intendant moet een plan opstellen dat de natuurdoelstellingen en professionele landbouw in het gebied verzoent.Sinds juni 2024 ligt het werk van deze intendant stil nadat Piet Vanthemsche ontslag nam. Landbouwminister Jo Brouns kon lange tijd geen opvolger vinden en de onzekerheid in het gebied houdt aan. Eind dit jaar meer duidelijkheid?Met de aanstelling van een nieuwe intendant hopen de Kempense boeren dat er snel duidelijkheid komt. “De intendant liet doorschemeren dat hij eind dit jaar hoopt meer zicht te hebben op de situatie en op het toekomstperspectief van de betrokken landbouwers”, vertelt Van Otten.De intendant zelf was niet bereikbaar voor commentaar. “Die bezoeken kaderen binnen de opdracht. Frank Smeets is volop bezig met kennismaken op het terrein, een interview lijkt ons nu niet opportuun”, liet een woordvoerder van het kabinet van Brouns weten. Behalve de roep om snelle duidelijkheid hadden de leden van Stuurgroep Turnhouts Vennengebied ook het verzoek om een onafhankelijke hydroloog aan te stellen. Momenteel voert het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) hydrologisch onderzoek uit in het gebied, waarvan de resultaten ook de natuurallocaties zullen bepalen. De boeren willen het zekere voor het onzekere nemen en vragen dat er nog een specialist meekijkt.Ook Jinnih Beels (Vooruit) maakte de rondleiding mee. De gedeputeerde voor Landbouw van de provincie Antwerpen is kritisch voor de Vlaamse politiek die landbouwers in onzekerheid houdt. “We verwachten terecht dat landbouwers duurzamer en diervriendelijker werken, maar tegelijk maken we het hen via regelgeving, onzeker beleid en financiële druk quasi onmogelijk om de nodige investeringen te doen. Zo jaag je mensen niet vooruit, zo duw je hen in de put.”</content>
            
            <updated>2026-01-20T21:55:25+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Waarom kinderen geen spruitjes en witloof lusten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voedselneofobie-kinderen-zijn-genetisch-voorbestemd-om-geen-spruitjes-en-witloof-te-lusten" />
            <id>https://vilt.be/58506</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Kinderen zijn biologisch geprogrammeerd om een afkeer te hebben van witloof en spruitjes. Dat zei smaakexpert Peter Klosse in de 'De Wereld van Sofie' op Radio 1. Het verzet tegen de bittere smaak zou niets met opvoeding te maken hebben, maar is een evolutionaire overlevingsstrategie.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="witloof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d7c26eeb-4ec0-4f53-b1c0-ade0624f7a48/full_width_witloof-in-de-grond-belorta.jpg</image>
                                        <content>Jonge kinderen zijn vaak dol op frietjes, spaghetti en ijsjes, maar wanneer ze spruitjes of witloof op hun bord krijgen trekken ze hun neus op. “Voedsel proeven doen we niet alleen met onze mond, maar ook met ons brein”, vertelt smaakonderzoeker Peter Klosse. “En dat brein is niet blanco. Het komt met ingebouwde voorkeuren.”Zo zijn we van nature aangetrokken tot de smaken vet, suiker, zout en umami. “Dat is niet toevallig”, stelt Klosse, die al 25 jaar onderzoek doet naar smaak. “Evolutionair gezien zijn we erop geprogrammeerd om deze stoffen op te zoeken, omdat ze essentieel zijn om te overleven. Bitter en zuur horen daar niet bij. Integendeel.” Bitter is verdachtBittere smaken, zoals bij spruitjes en witloof, functioneren als alarmsignaal. De&amp;nbsp;evolutie&amp;nbsp;heeft ons lichaam getraind om bitterheid te associëren met gevaar, zoals toxines of bedorven voedsel.&amp;nbsp;“Onze instincten proberen ons te beschermen”, weet Klosse. “Vooral bij jonge kinderen staat dat beschermingssysteem op scherp.”Hierbij geldt de term ‘voedselneofobie’ als sleutelwoord.&amp;nbsp;“Het is een aangeboren reflex die kinderen tussen twee en zes jaar wantrouwig maakt tegenover onbekend eten&quot;, zegt Filip Fontaine, CEO van VLAM. &quot;Het gaat niet om koppigheid of slechte opvoeding. Het is een overlevingsstrategie. In het verre verleden kon zomaar iets in de mond steken levensgevaarlijk zijn. Wie als kind alles proefde, liep risico. Wie weigerde, bleef leven.”&amp;nbsp; Kinderen proeven intenserJonge kinderen hebben bovendien een veel intensere proefzin dan volwassenen. “Als jonge mens ben je kwetsbaar en moet je extra beschermd worden”, zegt Klosse. “Het systeem dat mogelijke gevaren detecteert, is sterker ontwikkeld.”&amp;nbsp;Tot ongeveer vier à vijf jaar hebben kinderen meer smaakreceptoren. Bitter komt daardoor veel intenser binnen. Wat voor een volwassene ‘licht bitter’ is, kan voor een kind ronduit afstotelijk zijn. Dat aantal receptoren neemt af naarmate we ouder worden. Door ouder te worden en te begrijpen dat bitter ook waardevol is, leren we het appreciëren Smaak verandert (gelukkig)Toch is de ‘spruitjesstrijd’ niet hopeloos, want smaak evolueert. Bitter is een aangeleerde smaak. “Door ouder te worden en te begrijpen dat bitter ook waardevol is, leren we het appreciëren”, zegt Klosse.Maar dat vraagt tijd en herhaling. Volgens Fontaine moet je een nieuwe smaak 10 tot 15 keer proeven voor je die kan accepteren. &quot;Als je na vier pogingen al opgeeft bij het leren eten van een spruitje, zal het kind het inderdaad nooit leren smaken&quot;, zegt Fontaine. Rond de leeftijd van zeven jaar worden kinderen bovendien nieuwsgieriger naar nieuwe smaken. Later, tussen 10 en 12, verschuift de aandacht van textuur naar smaak.Van kinderbord tot landbouwWat we als kind leren eten, blijft ons referentiekader. “Wanneer jongvolwassenen zelf beginnen te koken, grijpen ze meestal terug naar wat ze van thuis kennen. Nieuwe recepten passen ze aan hun comfortzone aan, met vertrouwde ingrediënten”, aldus Fontaine. Wie als kind dus geen bittere groenten leert kennen, zal er later ook minder snel naar grijpen. Dat heeft gevolgen die verder reiken dan individuele voorkeur.De tanende consumptie van bittere groenten, zoals witloof, is vandaag voelbaar op het veld. Belgische witlooftelers kampen met lage prijzen door overproductie en dalende consumptie.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-01-20T21:59:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minister Vandenbroucke lanceert antibioticaplan voor de zorg én dierlijke sectoren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vandenbroucke-lanceert-antibioticaplan-voor-zorg-en-dierlijke-sectoren" />
            <id>https://vilt.be/58507</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De federale regering lanceert ‘One Health’, een nieuw nationaal actieplan tegen antimicrobiële resistentie. Het plan wil over de periode 2026-2030 het antibioticagebruik terugdringen in de gezondheidszorg, het leefmilieu en de dierlijke sector, inclusief huisdieren. Het doel is de om de antibioticaresistentie aan te pakken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="antibiotica" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fa1f550c-f2d3-4a2d-90e1-ffefaa9f700e/full_width_antibioticagebruik.jpg</image>
                                        <content>Volgens minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) overlijden in België jaarlijks 1.300 personen aan een resistente infectie. &quot;We moeten zorgen dat geneesmiddelen kunnen blijven werken&quot;, zegt Vandenbroucke in een persbericht. &quot;Het is een van de grootste uitdagingen voor onze volksgezondheid de komende jaren.”Met de geplande maatregelen zullen artsen, apothekers, verpleegkundigen en dierenartsen anders gaan werken. Europa vraagt tegen 2030 een daling van het antibioticagebruik bij mensen met 18 procent, ten opzichte van 2019, terwijl de daling tot nu toe slechts vier procent bedraagt.Vandenbrouckes plan behelst ook de veehouderij, al erkent de federale regering dat deze sector goed bezig is. Europa vraagt de dierensector om het antibioticagebruik tegen 2030 te halveren ten opzichte van 2018, een doel dat al bijna bereikt is. Minister van Landbouw David Clarinval (MR) stelt dat die vooruitgang aantoont dat de &quot;inspanningen hun vruchten afwerpen&quot; en moet &quot;aanmoedigen om die dynamiek voort te zetten&quot;.Antibioticagebruik in de veehouderij is in het verleden al fors gereduceerd, naar een niveau dat zelfs lager ligt dan humaan gebruik. Zelfs antibioticagebruik via gemedicineerd voeder komt amper nog voor, omdat deze toedieningsmethode ook gezonde dieren aan antibiotica blootstelt.Verplichte registratie wordt opgeschroefdMaar dat wil niet zeggen dat er geen ruimte is voor verbetering. Enkele geplande maatregelen zijn premies voor dierenartsen voor het tijdig, volledig en correct registreren van gegevens voor het gebruik en de verkoop van antibiotica. Er wordt ook een inventaris opgesteld van de beschikbare sneltests voor voedselproducerende dieren. Er worden richtlijnen uitgewerkt voor het optimale gebruik van sneltests. De totale lijst van nieuwe maatregelen voor alle sectoren beslaat 64 concrete acties.Bij de dierlijke pijler is het beleid in België gebaseerd op co-regulatie en daarin heeft de Visie 2030 van AMCRA een centrale rol. “In de dierlijke sector zijn de resultaten goed, maar die werden vooral gehaald dankzij de inspanning van enkele sectoren, namelijk varkens, braadkippen, leghennen en vleeskalveren”, zegt Fabiana Dal Pozzo van AMCRA. “Deze zijn sectoren waar de data van antibioticumgebruik al bekend is sinds 2018 en waar dus gerichte maatregelen konden genomen worden.”Dal Pozzo wijst erop dat andere sectoren zoals de rundveesector pas in augustus 2023 zijn gestart met een verplichte registratie van antibiotica. Om het gebruik binnen een sector te kunnen interpreteren, is er data van meerdere jaren nodig. AMCRA zal de data van de twee voorbije jaren (2024 en 2025) publiceren, en die kunnen dus inzicht bieden waar het in deze sectoren beter kan. “We verwachten dus dat het totaal gebruik bij dieren nog gereduceerd kan worden dankzij de sectoren die nu meer actief betrokken worden in het beleid”, zegt Dal Pozzo.Meer info over de wijzigingen in de registratieplicht valt te raadplegen op de website van AMCRA. Eerste data tonen goede cijfers veehouderijDat de dierlijke landbouwsector hun antibioticagebruik de afgelopen jaren flink heeft teruggeschroefd, blijkt uit de cijfers die AMCRA kan voorleggen. In het laatste Sanitel-Med Barometer (gepubliceerd in december 2025), wordt de evolutie van de totaalvolumes antibiotica getoond, ook houdt men hier geen rekening met de dierlijke biomassa. Anders gezegd: men weet niet hoeveel kilo medicijn er wordt gebruikt per kilo dier. Die info volgt later in een meer gedetailleerd rapport (BelVet-SAC rapport) dat jaarlijks voor de zomer gepubliceerd wordt, zegt AMCRA.Toch kunnen er al enkele aannames gebeuren op basis van de antibioticagebruiksresultaten van juli 2023 tot en met juni 2025. De resultaten zijn overwegend positief. Niet alleen in totaal, maar ook in elke diersoortcategorie nemen de tonnages gebruikte antibiotica verder af. In de belangrijkste diercategorieën daalt het aandeel bedrijven met een rode benchmark-kleurscore (bedrijven met overmatig antibioticagebruik, red.) en stijgt het aandeel bedrijven met een groene benchmark-kleurscore. Gebruik kritisch antibioticum neemt toeMaar er blijven werkpunten. Zo is het gebruikte aantal kilo (fluoro)quinolones toegenomen. Deze antibiotica behoren tot de kritisch belangrijke antibioticaklassen en worden in de veehouderij gebruikt om ernstige bacteriële infecties te behandelen, vooral luchtwegaandoeningen bij runderen maar ook (darm)infecties bij pluimvee.Er is een stijging bij de vleeskippen. Het gaat om 53 kilogram extra tegenover 2024, ofwel een stijging van 12 procent. Bij de vleeskalveren gaat het om een vermeerdering met 8,5 kilogram, een stijging van 40 procent. Dat is zeer opmerkelijk, want bij vleeskalveren nam het aantal bedrijven dat deze producten gebruikte verder af, met bijna 50 procent tegenover een jaar geleden. AMCRA benadrukt wel dat het gaat over niet-gestandaardiseerde gebruiksdata.Waaraan is deze toename van fluoroquinolones te wijten? Bij de vleeskippen verduidelijkt AMCRA dat het percentage bedrijven die deze middelen gebruiken niet is toegenomen. Maar bij zij die dat wel doen, is het gebruiksgewicht gestegen. “Het zou kunnen dat er meer kippen aanwezig zijn per bedrijf, en dus meer kg antibiotica worden gebruikt per bedrijf”, zegt Dal Pozzo. “In dit geval wordt de stijging genormaliseerd door een grotere biomassa van kippen. We zullen dit pas kunnen verifiëren wanneer we ook de cijfers van de aanwezige dieren in dezelfde periode gaan hebben.”Bij de vleeskalveren kan hetzelfde spelen: ofwel een toename van het aantal dieren in bedrijven die fluoroquinolones gebruiken, ofwel een effectieve toename van het gebruik per aanwezig dier. “Een toename in het gebruik is waarschijnlijk gelinkt aan een toename van infecties die dan behandeld worden met deze producten. We moeten dus herinneren dat fluoroquinolones behoren tot de kritische klassen van antibiotica en enkel ingezet mogen worden met respect van de bestaande wetgeving. Herhaaldelijk gebruik van antibiotica (in dit geval kritisch belangrijk) moet veehouders en dierenartsen laten denken aan het toepassen van preventieve en corrigerende maatregelen op bedrijfsniveau en ook binnen een sector.”</content>
            
            <updated>2026-01-20T20:35:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenprotest tegen Mercosur in Straatsburg: “Vandaag is een afspraak met de geschiedenis”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenprotest-tegen-mercosur-in-straatsburg-vandaag-is-een-afspraak-met-de-geschiedenis" />
            <id>https://vilt.be/58508</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Duizenden boeren protesteerden dinsdag massaal tegen het Mercosurakkoord aan het Europees Parlement in het Franse Straatsburg. De Europarlementariërs stemmen er woensdag over een mogelijke verwijzing van het akkoord naar het Europees Hof van Justitie, dat zich zou moeten uitspreken over de verenigbaarheid met de Europese verdragen. De boeren hopen dat het Parlement het omstreden handelsverdrag blokkeert, omdat ze vrezen voor oneerlijke concurrentie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boerenbond" />
                        <category term="Boeren" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1faaa247-8f04-44fc-8d38-c643648f749b/full_width_725eae50-4197-47a2-8ce7-4eedd041ab2b-1.jpeg</image>
                                        <content>Zo’n 8.000 boeren en ongeveer 750 tractoren verzamelden in de hoofdstad van de Elzas om opnieuw te protesteren tegen het Mercosur-akkoord. Europese Landbouwers vrezen dat dit vrijhandelsakkoord voor hen concurrentieel nadelig zou zijn onder meer door &#039;lagere&#039; productienormen in de Latijns-Amerikaanse landen Brazilië, Paraguay, Uruguay en Argentinië. Afgelopen weekend vond de ondertekening plaats in Paraguay, maar de deal is nog niet definitief rond.Belangrijke stemmingWoensdag beslissen de EU-parlementsleden of het dossier eerst nog moet worden voorgelegd aan het Europees Hof van Justitie. Bij een positieve stemming zal het Hof onderzoeken of het akkoord verenigbaar is met de Europese verdragen. Als het advies van het Hof negatief is, moet het akkoord worden aangepast. Een procedure bij het Hof zou de goedkeuring met een jaar of langer kunnen uitstellen. Dat zou een eerste overwinning zijn voor de Europese landbouwers, die zich al geruime tijd verzetten tegen het handelsverdrag. Boeren worden benadeeld door oneerlijke handelsdeals, terwijl ze tegelijk vastlopen door vergunningen en een ‘blokkerend beleid’ dat voortvloeit uit Europese regels Druk uitoefenenDe Belgische delegatie landbouwers in Straatsburg telt een honderdtal leden van Boerenbond, Groene Kring en Ferm voor Agravrouwen. Met hun aanwezigheid willen de boeren druk uitoefenen op het Europees Parlement, aan de vooravond van de stemming over de juridische procedure.Boerenbond werd samen met enkele andere Europese landbouworganisaties ontvangen door verschillende Europarlementsleden en door Manfred Weber, voorzitter van de EVP-fractie. Tijdens dat gesprek kaartten ze vooral het ongelijke speelveld aan dat ontstaat door het Mercosurakkoord in combinatie met de strenge Europese regelgeving. “Boeren worden benadeeld door oneerlijke handelsdeals, terwijl ze tegelijk vastlopen door vergunningen en een ‘blokkerend beleid’ dat voortvloeit uit Europese regels”, vertelt Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens.Volgens Boerenbond had de Europarlementariër hier duidelijk oren naar en wil hij hiermee aan de slag. “Dat zullen we van nabij opvolgen”, besluit Ceyssens. Hij benadrukt dat ze hun acties en overleg zullen voortzetten, samen met andere Europese landbouworganisaties. Dit is om sterker te staan tegenover Europese beleidsmakers en om het ‘blokkerende beleid en de regelgeving’ blijvend op de agenda te houden.Ook het Algemeen Boerensyndicaat zakte dinsdag af naar Straatsburg. “Vandaag is een afspraak met de geschiedenis”, zegt ABS-voorzitter Bruno Vincent. “Het is voor of tegen. Met het Algemeen Boerensyndicaat zijn we hier om onze stem tegen het Mercosurakkoord te laten horen, want voeding is meer dan platte commerce.” RelletjesVolgens verschillende media liepen de spanningen ’s middags buiten het Europees Parlement op. De politie zette traangas in nadat er rookbommen in hun richting waren gegooid. Demonstranten probeerden het parlementsgebouw binnen te dringen, waarop de oproerpolitie traangas inzette om een kleine groep uiteen te drijven.Stemming in het Europees ParlementIndien het Europees Parlement woensdag beslist om het Hof niet te betrekken, zou de stemming over de tekst zelf in de loop van de lente kunnen plaatsvinden. Bij groen licht zou het handelsakkoord in werking kunnen treden zodra een Mercosurland de ratificatie van het verdrag heeft voltooid. De stemming over de verwijzing naar het Hof van Justitie van de Europese Unie staat gepland voor woensdag om 12.30 uur.</content>
            
            <updated>2026-01-21T18:14:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van akker tot algoritme: wat gebeurt er met mijn landbouwdata?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-akker-tot-algoritme-wat-gebeurt-er-met-mijn-landbouwdata" />
            <id>https://vilt.be/58509</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers genereren steeds grotere hoeveelheden data die hun bedrijven efficiënter, duurzamer en rendabeler moeten maken. Tegelijk groeit de bezorgdheid: wie is eigenaar van die data, wie gebruikt ze, en dreigt de sector afhankelijk te worden van grote technologiebedrijven?&nbsp;VILT sprak met Stephanie Van Weyenberg (ILVO) over eigenaarschap, wetgeving en de rol van het Vlaamse datadeelplatform DjustConnect.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ILVO" />
                        <category term="technologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fa0cce68-1460-483b-97b9-7a7cb06b5138/full_width_precisielandbouw-gps.jpg</image>
                                        <content>Vlaamse landbouwbedrijven verzamelen vandaag een brede waaier aan data. Denk aan certificaten en auditverslagen, sensordata van&amp;nbsp;percelen, gewassen, stallen,&amp;nbsp;dieren&amp;nbsp;en&amp;nbsp;landbouwmachines. Die gegevens worden ingezet voor advies, planning en rapportering. “Het is een zeer breed spectrum, en die datastroom zal alleen maar toenemen”, zegt Stephanie Van&amp;nbsp;Weyenberg, expert data-integratie en technologie bij het&amp;nbsp;Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO). Volgens haar&amp;nbsp;loopt Vlaanderen zeker niet achter als het aankomt op&amp;nbsp;datagedreven&amp;nbsp;en AI-gestuurde landbouw. “Er zijn heel sterke AI-bedrijven actief met toepassingen voor de landbouw, onder meer in de regio Gent en in West-Vlaanderen.”&amp;nbsp;Van wie zijn landbouwdata?&amp;nbsp;Een centrale vraag blijft het eigenaarschap van landbouwdata. Europese wetgeving maakt daarbij een onderscheid tussen persoonsgegevens en niet-persoonsgegevens.&amp;nbsp;“Eigenlijk moeten we opmerken dat data-eigenaarschap niet bestaat in de wetgeving. Maar de wet zegt wel&amp;nbsp;iets&amp;nbsp;over rechten rond data.&amp;nbsp;Alle data die herleidbaar is tot een persoon valt onder de GDPR. De rechten op de data die behoren tot de&amp;nbsp;persoon zijn&amp;nbsp;wettelijk eigendom van die persoon”, legt Van&amp;nbsp;Weyenberg&amp;nbsp;uit. “Omdat veel landbouwbedrijven eenmanszaken zijn, en wonen en werken vaak op dezelfde plek gebeuren, valt verrassend veel landbouwdata&amp;nbsp;te linken aan personen en zijn dit bij gevolg&amp;nbsp;persoonsgegevens. In die gevallen is het&amp;nbsp;‘eigenaarschap’&amp;nbsp;van de boer onbetwistbaar.”&amp;nbsp;Voor niet-persoonsgebonden&amp;nbsp;data&amp;nbsp;bestaat&amp;nbsp;er echter een grijze zone. “Daar was lange tijd onduidelijkheid over”, zegt Van&amp;nbsp;Weyenberg. “Om die op te vullen heeft Europa de Data Act ingevoerd. Die geeft gebruikers van technologie, zoals machines en sensoren&amp;nbsp;die automatische data verzamelen,&amp;nbsp;het recht om ook&amp;nbsp;deze&amp;nbsp;niet-persoonsdata te claimen en om zo meer controle te houden.”&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;In de landbouw is dat niet altijd eenvoudig. “Veel machines zijn eigendom van loonwerkers, niet van de landbouwer zelf. Juridisch blijft dat een complex punt.”&amp;nbsp; Gedragscode als oplossing&amp;nbsp;Om die onzekerheid te verkleinen&amp;nbsp;en meer vertrouwen rond het gebruik en het delen van data te creëren, werkten&amp;nbsp;onder meer&amp;nbsp;de Europese landbouworganisatie&amp;nbsp;(COPA-COGECA) en&amp;nbsp;landbouwmachineproducenten (CEMA) al in 2018 een gedragscode voor landbouwdata uit. “Die code stelt dat&amp;nbsp;landbouwers&amp;nbsp;eigenaar&amp;nbsp;zijn&amp;nbsp;van de data die&amp;nbsp;ze&amp;nbsp;zelf produceren, of waarvoor iemand anders is betaald&amp;nbsp;om die&amp;nbsp;voor hen te produceren,” zegt Van&amp;nbsp;Weyenberg. “Dat heeft een groot deel van het probleem opgelost, al is de code vrijwillig.”&amp;nbsp;In Vlaanderen werd die gedragscode verankerd in&amp;nbsp;DjustConnect. “Wie via&amp;nbsp;DjustConnect&amp;nbsp;data&amp;nbsp;deelt, erkent automatisch dat de landbouwer eigenaar is van die data. Daar kan niet van worden afgeweken.”&amp;nbsp; DjustConnect: controle bij de boer&amp;nbsp;DjustConnect&amp;nbsp;is een Vlaams datadeelplatform dat landbouwers toelaat hun data gecontroleerd te delen. De gegevens blijven opgeslagen bij de bron, bijvoorbeeld bij machinefabrikanten, laboratoria of overheidsdiensten. Maar de boer beslist wie toegang krijgt.&amp;nbsp;“Landbouwers loggen in met hun e-ID en krijgen een persoonlijk dashboard”, legt Van&amp;nbsp;Weyenberg&amp;nbsp;uit. “Daar zien ze per aanvraag wie hun data wil gebruiken en voor welk doel. Ze kunnen elke aanvraag afzonderlijk goed- of afkeuren.”&amp;nbsp;Belangrijk is dat toestemming nooit algemeen of permanent is. “Elke nieuwe gebruiker&amp;nbsp;voor de data&amp;nbsp;betekent een nieuw akkoord&amp;nbsp;van de landbouwer”, zegt Van&amp;nbsp;Weyenberg. “En bij elke toestemming geldt een doelbinding: er staat contractueel vast waarvoor de data&amp;nbsp;gebruikt&amp;nbsp;mag worden. Wordt dat doel overschreden, dan is er sprake van contractbreuk.”&amp;nbsp;Volgens ILVO maken ongeveer 4.100 landbouwers gebruik van&amp;nbsp;DjustConnect, goed voor zo’n&amp;nbsp;25 procent van de&amp;nbsp;professionele&amp;nbsp;Vlaamse landbouwbedrijven.&amp;nbsp;&amp;nbsp; Met&amp;nbsp;DjustConnect&amp;nbsp;bieden we vandaag de best mogelijke bescherming die er bestaat, al zal 100 procent zekerheid nooit bestaan Grote&amp;nbsp;techbedrijven&amp;nbsp;en kleine lettertjes&amp;nbsp;Toch blijven er risico’s. Grote technologiebedrijven kunnen data anonimiseren en gebruiken voor de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. “Dat is juridisch toegestaan”, zegt Van&amp;nbsp;Weyenberg. “Maar de vraag is&amp;nbsp;of dit&amp;nbsp;voldoende transparant is&amp;nbsp;en de voordelen fair verdeeld zijn. Landbouwers investeren immers vaak honderdduizenden euro’s in geconnecteerde machines.&amp;nbsp;Maar&amp;nbsp;we moeten&amp;nbsp;onze&amp;nbsp;AI-bedrijven ook de kans&amp;nbsp;en dus toegang tot data geven,&amp;nbsp;om&amp;nbsp;innovatieve oplossingen voor de sector&amp;nbsp;te kunnen ontwikkelen.”&amp;nbsp;Daarom helpt ILVO&amp;nbsp;landbouwers&amp;nbsp;en bedrijven verder in de keten&amp;nbsp;bij het&amp;nbsp;opstellen en&amp;nbsp;lezen van contracten. Dat gebeurt samen met KU Leuven&amp;nbsp;in een&amp;nbsp;VLAIO-project rond data-economie. “Wat staat er in de kleine lettertjes? Begrijpt de landbouwer wat hij tekent?&amp;nbsp;DjustConnect&amp;nbsp;werkt samen met Europese organisaties&amp;nbsp;aan modelcontracten&amp;nbsp;voor de sector, zodat&amp;nbsp;iedereen&amp;nbsp;beter weet&amp;nbsp;waar ze aan toe zijn.”&amp;nbsp;Op Europees niveau wordt ondertussen ook gewerkt aan meer harmonisatie, zodat landbouwers overal in Europa dezelfde garanties krijgen. “Of de machine nu in Scandinavië staat en het managementpakket in Nederland, de boer moet dezelfde bescherming genieten.”&amp;nbsp;Delen loont, maar niet zonder voorwaarden&amp;nbsp;Veel landbouwers blijven sceptisch, maar zien ook de voordelen van datadeling. “De grootste winst is administratieve vereenvoudiging”, zegt Van&amp;nbsp;Weyenberg. “Data moet maar één keer ingevoerd worden en kan daarna voor verschillende toepassingen dienen.” Daarnaast maakt datadeling gepersonaliseerd advies mogelijk en is ze vaak noodzakelijk om in aanmerking te komen voor premies, zoals&amp;nbsp;eco-regelingen of duurzaamheidspremies&amp;nbsp;van verwerkers.&amp;nbsp;“Digitalisering kan niet meer worden teruggedraaid”, besluit Van&amp;nbsp;Weyenberg. “De uitdaging is om een evenwicht te vinden. Landbouwers moeten bewust omgaan met hun data, maar wie alles blokkeert, mist ook kansen. Met&amp;nbsp;DjustConnect&amp;nbsp;bieden we vandaag de best mogelijke bescherming die er bestaat, al zal 100 procent zekerheid nooit bestaan.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-01-20T21:48:59+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouworganisaties en overheid scherpen aanpak rond IBR-besmettingen aan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouworganisaties-en-overheid-scherpen-aanpak-van-ibr-besmettingen-aan" />
            <id>https://vilt.be/58510</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische landbouworganisaties hebben bij federaal minister David Clarinval (MR) gepleit voor nieuwe acties om de virale runderziekte Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (IBR) in te dijken. “Gezien de opflakkering eind 2025 dringen zich bijkomende maatregelen op”, bevestigt de minister. Het doel is om tegen 2027 een Belgische IBR-vrije rundveestapel te hebben.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f737932e-d708-4ea0-a41f-67ec4cbe6804/full_width_jersey-koe.jpg</image>
                                        <content>Om als lidstaat een IBR-vrij statuut te verkrijgen, mogen er in de twee jaar voorafgaand aan die erkenning geen vaccinaties meer aan de veestapel zijn toegediend. Oorspronkelijk was het vaccinatieverbod gepland voor 2025. Door de nieuwe opflakkering vorig jaar, onder meer in Oost-Vlaanderen, bleek die timing niet haalbaar. Het verbod werd daarom verschoven naar 2027 en de aanvraag van het IBR-vrije statuut uitgesteld tot 2030. Dit moet veehouders en dierenartsen meer tijd geven om de huidige uitdagingen aan te pakkenOm die uitdagingen aan te pakken, pleitte Agrofront bij minister Clarinval voor bijkomende maatregelen in het IBR-programma. Agrofront is de koepel boven de Belgische landbouworganisaties. &quot;Samen hebben we concrete afspraken gemaakt om het uiteindelijk doel van een IBR-vrij België dichterbij te brengen&quot;, bevestigt de minister.Zo moet in de toekomst de communicatie naar getroffen en naburige bedrijven sneller en efficiënter gebeuren. En er zullen strengere controles komen op de isolatie van runderen waarvoor de aankooponderzoeken nog niet zijn afgerond. Gezien de huidige IBR-situatie plaatst Agrofront ook grote vragen bij het organiseren van prijskampen. &quot;Bij een ongunstige epidemiologische situatie valt het af te raden prijskampen en tentoonstellingen te organiseren. De&amp;nbsp;mogelijkheid is voorzien om ze tijdelijk te verbieden”, aldus Clarinval.Agrofront kaartte ook de impact van de handel in runderen op IBR-besmettingen aan. &quot;We vragen dat er snel werk gemaakt wordt van in/out register en registratie in handelaarsstallen&quot;, duidt Roel Vaes, adviseur rundvee bij Boerenbond. Dat register zou dan ingevuld moeten worden voor het lossen van de dieren en opnieuw op het moment dat ze vertrekken. Regels worden strenger voor afmestbeslagenVerder komt er meer inzet om de blinde vlekken op het terrein te identificeren. Zo zullen de maatregelen voor afmestbeslagen strenger worden. “Rundveebedrijven kunnen verschillende IBR-statuten verkrijgen”, legt Vaes uit. “Het ultieme statuut is het IBR-vrije statuut, maar er zijn momenteel ook nog tussenstatuten. Afmestbeslagen, waar dieren worden afgemest, kunnen momenteel zo’n tussenstatuut krijgen waarbij ze nog niet helemaal IBR-vrij zijn. De&amp;nbsp;redenering daarachter is dat er steeds minder positieve dieren worden aangevoerd,&amp;nbsp;waardoor deze bedrijven op termijn alsnog IBR-vrij kunnen worden. Maar nu willen we&amp;nbsp;toch een stap verder gaan zodat ook die bedrijven meer gestimuleerd worden om het&amp;nbsp;virus beter in kaart te brengen op hun bedrijf en via grondige analyses kunnen aantonen&amp;nbsp;dat ze ook effectief IBR-vrij zijn, net zoals bij conventionele beslagen. Runderen van beslagen met het ‘afmeststatuut&#039; waarvan de epidemiologische situatie niet gekend is, zullen in de nabije toekomst ook met verzegeld transport moeten worden vervoerd.&quot; Laatste stenenOp iets langere termijn willen Agrofront en de minister ook aanpassingen aan het traceersysteem en vereenvoudigde controles uitwerken. “We mogen de strijd tegen IBR niet opgeven. We hebben in het verleden al mooie resultaten geboekt en we moeten nu nog de laatste stenen verleggen om tot het vrije statuut te komen”, aldus minister Clarinval. “Het overleg met Agrofront toont dat samenwerking en open communicatie de sleutel is tot vooruitgang. We zetten samen, met alle betrokkenen, alles op alles om het IBR-vrije statuut te behalen en de gezondheid van onze rundveesector te waarborgen.”</content>
            
            <updated>2026-01-21T15:45:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kwart minder budget voor FAVV: “Federale regering organiseert zelf de volgende voedselcrisis”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/testaankoop-federale-regering-organiseert-zelf-de-volgende-voedselcrisis" />
            <id>https://vilt.be/58511</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) moet tegen 2029 het budget met 24 procent verminderen, waarvan meer dan de helft nog dit jaar. Consumentenorganisatie Testaankoop reageert verbolgen. “Onze regering organiseert op deze manier zelf de volgende voedselcrisis. Nieuwe besparingen op het FAVV brengen de gezondheid van de consument in gevaar en ondermijnen het vertrouwen in en de duurzaamheid van de hele voedselketen”.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/18ba4560-61f1-4ff3-9d9c-1911d7edf444/full_width_restauranthorecavoedingvoedselveiligheid.jpg</image>
                                        <content>Het FAVV werd opgericht na de dioxinecrisis en vierde vorig jaar het 25-jarige bestaan. Testaankoop wijst erop dat België beschikt over een solide en betrouwbaar voedselveiligheidssysteem, ondanks enkele uitzonderlijke dossiers zoals de fipronilzaak.Maar dat systeem komt volgens Testaankoop nu onder druk te staan. “Sinds 2014 verloor de instantie meer dan 36 miljoen euro aan middelen”, klinkt het in een persbericht. “Vandaag dreigt de regering-De Wever het agentschap de genadeslag toe te brengen: ze plant een besparing van liefst 24 procent tegen 2029. Meer dan de helft daarvan moet bovendien al dit jaar gerealiseerd worden.&quot; Voor Testaankoop is dit geen kwestie van efficiëntie meer, maar van &quot;een bewuste ontmanteling van een instantie met een essentieel maatschappelijk belang&quot;. &quot;Minder middelen betekent minder controles, en dus een hoger risico op nieuwe besmettingen en gezondheidsrisico’s.” Als de beperkte middelen van het Agentschap naar die verhoogde importcontroles gaan, zal dat onvermijdelijk ten koste gaan van nationale controles in supermarkten, restaurants en bij producenten Wat met controles voor Mercosur?Het nieuws krijgt een extra wrange nasmaak in het licht van het Mercosurakkoord. De Europese Commissie stelt in dat akkoord voorop dat er verhoogde controles komen op Zuid-Amerikaanse import. Testaankoop ziet niet hoe dit te rijmen valt met de Belgische regering die middelen voor zulke controles afschaft. “Als de beperkte middelen van het agentschap naar die verhoogde importcontroles gaan, zal dat onvermijdelijk ten koste gaan van nationale controles in supermarkten, restaurants en bij producenten”, zegt Laura Clays, woordvoerder van Testaankoop. “De regering organiseert dus eigenhandig de volgende voedselcrisis.”Niet alleen de consument, maar de gehele economie heeft volgens Testaankoop wat te verliezen bij minder uitgebreide controles. “De Belgische landbouw- en agrovoedingssector is sterk gericht op export”, meldt de organisatie. “Bij problemen rond voedselveiligheid worden de grenzen onmiddellijk gesloten en de export opgeschort. Een proactieve en doeltreffende controle van de voedselveiligheid is dus essentieel om deze sectoren economisch te beschermen.”Testaankoop roept de regering-De Wever op om terug te komen op deze besparingen. “De budgettaire ‘winst’ van deze besparing weegt niet op tegen de astronomische maatschappelijke en economische kosten van een nieuwe crisis”, aldus Laura Clays.Boerenbond, dat ook deel uitmaakt van het Raadgevend Comité van het FAVV, reageert eveneens dat een besparing haaks staat op de communicatie eerder deze week om de controles op ingevoerde producten uit de Mercosur-landen indien nodig op te schalen.“Het FAVV heeft voor ons als landbouworganisatie een ontzettende belangrijke rol in de opvolging van de sanitaire crisissen en dier- en plantziekten waarin zij een zeer performante aanpak hebben. De controle van het FAVV op de voedselveiligheid is niet alleen cruciaal bij geïmporteerde producten maar ook als het aankomt op de export van onze landbouwproducten in het geval van sanitaire druk, zoals bijvoorbeeld bij varkensvlees, is het FAVV een belangrijke factor.”</content>
            
            <updated>2026-01-22T10:36:12+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouw en wonen hand in hand in laatste open ruimte van Brussel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouw-en-wonen-hand-in-hand-in-laatste-open-ruimte-van-brussel" />
            <id>https://vilt.be/58512</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Open ruimte in Brussel, bestaat het nog? Toch wel, daarvoor moet je naar het Petit Chemin Vert in Neder-Over-Heembeek. Een gebied van ongeveer 100 hectare krijgt daar van Stad Brussel een toekomstplan waarbij landbouw en wonen hand in hand moeten gaan.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/aa5049c4-5367-413d-aa8d-649d76d26109/full_width_zavelenberg-leefmilieubrussel.png</image>
                                        <content>In het gebied rond Petit Chemin Vert en de Trasserweg kom je diverse landschappen tegen. Landbouwgronden, sportterreinen, bosgebieden en een mooi zicht op de Zennevallei zijn nooit veraf. Stad Brussel wil dit haast laatste niet-verstedelijkte gebied behouden. Daarom maakt de stad een bijzonder bestemmingsplan (PPAS) op. Dat kwam mee tot stand via buurtvergaderingen en workshops. Het plan moet het evenwicht bewaren tussen wonen, recreatie en landbouw.&quot;Grote delen van de stad waren destijds vastgelegd als bouwgrond. Nu willen we wettelijk verankeren dat een groot deel daarvan natuur- en landbouwgrond is en dat daar nu niet gebouwd mag worden&quot;, liet Milena Vleminckx noteren in De Standaard. Zij is projectcoördinator van het masterplan. Vleminckx werkt ook als stedenbouwkundige bij Stad Brussel.De natuur wordt niet alleen behouden. Het plan is om die zelfs uit te breiden. De landbouwpercelen zullen niet verdwijnen, sommige moestuinen moeten wel verhuizen. Er is ook slecht nieuws voor een maïsveld. Dat moet wijken voor een nieuwbouwproject van minstens 80 woningen. Het idee is om daar een agrowijk te realiseren, een woonconcept waar landbouw en wonen hand in hand kunnen gaan. Zo&#039;n concept bestaat al in Nederland en Frankrijk. Dit biedt een antwoord op hedendaagse stedelijke uitdagingen met behoud van de ziel van het landschap Landbouwgrond die moet wijken voor bebouwing, dat is ook hier een typisch Belgisch compromis. In dit gebied zouden 500 nieuwe woningen kunnen komen. Maar Stad Brussel besliste om voor minder te gaan. Ook wegens de uitzonderlijke biodiversiteit van de bodem. Ook het maïsveld dat moet verdwijnen, heeft die waardevolle bodem. Maar Brussel heeft nu eenmaal een grote nood aan nieuwe woningen. Bovendien zou de ligging hier ideaal zijn. Vandaar dus het compromis.Annaïs Maes (Vooruit) is de schepen van Stedenbouw. Ze meldt in een persbericht dat ze erg tevreden is met het masterplan. &quot;Dit biedt een antwoord op hedendaagse stedelijke uitdagingen met behoud van de ziel van het landschap. Het wordt een groene long voor de hoofdstad Brussel.&quot;</content>
            
            <updated>2026-01-21T19:08:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mercosur op de lange baan: Europees Parlement verwijst door naar Hof van Justitie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mercosur-op-de-lange-baan-europees-parlement-verwijst-door-naar-hof-van-justitie" />
            <id>https://vilt.be/58513</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een meerderheid van het Europees Parlement heeft ervoor gestemd de handelsdeal met Zuid-Amerikaanse landen naar het Europees Hof van Justitie te sturen voor beoordeling. Hierdoor is de invoering van het Mercosurakkoord op de lange baan geschoven en kan het nog twee jaar duren voordat de deal opnieuw ter stemming komt. Landbouworganisaties reageren opgelucht. “Onze stem is gehoord. De democratie heeft gesproken.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ed9f97ca-72cd-4e21-ae35-1d474d750cd0/full_width_europa-vlaggen-nb.jpg</image>
                                        <content>Het Europees Parlement heeft woensdag in Straatsburg besloten om het vrijhandelsakkoord met het Latijns-Amerikaanse handelsblok Mercosur naar het Europees Hof van Justitie te verwijzen. Hiertoe werd in een resolutie een nipte meerderheid bereikt van 334 tegen 324 stemmen (11 onthoudingen). Het Europees Parlement zal nu pas over de deal stemmen nadat het Hof het handelsakkoord heeft beoordeeld. Dit kan tot twee jaar duren, al kan het Hof het tempo van de procedure aanpassen wanneer “institutionele of politieke noodzaak een tijdig antwoord bijzonder belangrijk” maakt.Het Hof moet zich uitspreken over drie punten. Ten eerste is er de splitsing van het akkoord in een politiek luik en een handelsovereenkomst die de nationale parlementen niet moeten ratificeren. Ten tweede wil het Parlement ook een opinie over het compensatiemechanisme in het verdrag. Dat zou volgens tegenstanders de EU beletten om wetgeving met een hoger beschermingsniveau aan te nemen. Tenslotte moet het Hof ook toetsen of het voorzorgsbeginsel wordt gerespecteerd.Aan Vlaamse kant steunde Sara Matthieu (Groen) de verwijzing van het handelsakkoord naar het Hof. “Dit akkoord ondermijnt onze eigen wetten en brengt giftige gewasbeschermingsmiddelen die hier verboden zijn toch op ons bord”, legde ze uit. Ook Vlaams Belang schaarde zich achter de resolutie, terwijl de parlementsleden van cd&amp;amp;v zich onthielden bij de stemming.Verlies van momentumDoor een lang uitstel zal het akkoord zijn momentum verliezen, en loopt de EU het risico dat de Mercosur-landen zelf afhaken. Hierdoor luidt de vraag of de Europese Commissie het akkoord toch al voorwaardelijk in werking zou laten treden. Een hoogst uitzonderlijke stap, maar wel mogelijk van zodra één Mercosurland het akkoord heeft geratificeerd. Voor deze voorlopige inwerkingtreding heeft de Commissie geen instemming van het parlement nodig. Gezien de gevoeligheid van het dossier zou een beslissing zonder democratische inspraak van de parlementsleden op heel wat protest stuiten. &quot;Onze stem is gehoord&quot;Landbouworganisaties reageren enthousiast op het nieuws, waardoor de door hen fel bekritiseerde handelsdeal op de lange baan wordt geschoven. “Dit betekent dat onze stem gehoord wordt na weken van protest”, aldus Bruno Vincent, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat, die opgelucht reageert.ABS organiseerde de voorbije weken diverse protestacties tegen de invoering van het vrijhandelsverdrag. Dinsdag was de organisatie met een groep van vijf leden aanwezig bij het protest in Straatsburg, waaronder twee Kempense boeren die met de tractor naar de Franse stad waren afgezakt.Volgens Vincent heeft de publieke opinie zich door de acties achter de boeren geschaard en heeft dit ook het Europees Parlement bereikt, “de enige democratische instelling” van de Europese Unie. Ook Boerenbond is tevreden met de doorverwijzing naar het Europees Hof van Justitie en het voorlopige uitstel van de handelsdeal. Boerenbond was eveneens met een protestdelegatie aanwezig in Straatsburg. “Het is goed dat het Europees Parlement op zijn strepen staat en fundamentele vragen stelt over zowel de procedure als de inhoud en het ongelijke speelveld van het handelsakkoord.”Milieuorganisatie Greenpeace vindt het eveneens een goede zaak dat het Europees Parlement het Mercosurverdrag heeft overgedragen aan het Europees Hof van Justitie. Greenpeace meent dat het Parlement hiermee duidelijk maakt dat het ernstige twijfels heeft over het handelsakkoord.Ondernemersorganisaties teleurgesteldOndernemersorganisaties VBO en Voka zijn dan weer teleurgesteld. Beide organisaties wijzen opnieuw op de nood aan zo’n handelsdeal voor de Europese markt. “Het is onbegrijpelijk om in deze geopolitieke context zo’n signaal te sturen naar Belgische en Europese bedrijven, die rekenen op een coherent en ambitieus handelsbeleid”, aldus Pieter Timmermans van het VBO.</content>
            
            <updated>2026-01-21T21:51:02+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Een veehouder die zijn mestkelders houdt na een stopzettingsvergoeding, mag dat?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/een-veehouder-die-nog-volle-mestkelders-houdt-na-stopzettingsvergoeding-mag-dat" />
            <id>https://vilt.be/58514</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Veehouders die een stopzettingsvergoeding voor hun stallen ontvingen, krijgen nog steeds een vergunning voor hun oude mestopslag. Dat stelt het nieuwsmedium Apache dat aan onderzoeksjournalistiek doet. Mag dat wel? Ja, zo blijkt. Al is het antwoord iets complexer dan dit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bef61627-1d44-44e6-aa9f-e1dd39bb8eca/full_width_mestputten-puilen-uit.jpg</image>
                                        <content>Varkensboeren die de voorbije jaren door de overheid vrijwillig werden uitgekocht, om de ammoniakemissie in Vlaanderen te reduceren, kregen nog een vergunning voor de mestkelder onder hun opgedoekte stallen.&amp;nbsp;“Uit onze analyse blijkt dat bij 21 van de 54 stopgezette varkensstallen de mestkelder onder de stal bewaard blijft”, verduidelijkt Apache. “Nochtans stoot een opslag van varkensmest nog steeds ammoniak uit.”Volledig of gedeeltelijk? Sloop of stopzetting?Of een veehouder zijn mestput nog mag gebruiken voor opslag, bijvoorbeeld voor mest van andere landbouwers, hangt af van het type vergoeding dat hij heeft ontvangen. Zo is er een verschil tussen een sloopvergoeding en een stopzettingsvergoeding. “Varkenshouders die een stopzettingsvergoeding aanvragen, zijn niet verplicht om te slopen. Men is enkel verplicht om de binneninrichting uit de stallen te halen, en de vergunning bij te stellen”, verduidelijkt de woordvoerder van Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v). &quot;Met de stopzettingsvergoeding worden alle directe en indirecte stalemissies door de desbetreffende dieren stopgezet, dus ook hun mestproductie. Als geen dieren meer op het bedrijf aanwezig zijn en er geen vergunning is voor mestopslag, zal mestopslag op dat bedrijf dus ook niet meer kunnen. De opslag kan wel altijd nog gebruikt worden voor bijvoorbeeld water of effluenten.&quot;Ook kunnen in de stopzettersregeling vergoedingen aangevraagd worden voor een gedeeltelijke stopzetting van de varkenstak op een bedrijf. “Deze landbouwers kunnen, indien ze dit wensen, hun mestputten nog gebruiken voor mestopslag. Ook zij mogen de kelders gebruiken voor opslag van water of effluenten.”Naast de stopzettingsvergoeding kan de landbouwer er ook voor kiezen om zijn stallen te slopen en daarvoor een vergoeding vragen. &quot;In dit geval dient de stal wel in zijn totaliteit te worden gesloopt met inbegrip van mestputten en funderingen&quot;, luidt het.</content>
            
            <updated>2026-01-21T23:00:20+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Afvoer kadavers van landbouwdieren wordt vier procent duurder]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/afvoer-kadavers-van-landbouwdieren-wordt-4-procent-duurder" />
            <id>https://vilt.be/58515</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De abonnementsprijzen van Rendac voor het ophalen van kadavers stijgen dit jaar met vier procent ten opzichte van vorig jaar. Die stijging lijkt beperkt, gezien de subsidievermindering voor Rendac. De specialist in het ophalen en verwerken van kadavers ontvangt dit jaar een kwart minder subsidie van de Vlaamse overheid. Voor kleine hobbyveehouders lijkt de kostenstijging groter.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c1878ead-22a0-495d-8fb0-dbae197626ba/full_width_kadaverophaling-rendac.jpg</image>
                                        <content>De Vlaamse overheid keert Rendac dit jaar een kwart minder subsidie uit voor het afhalen van kadavers in Vlaanderen, van 8 miljoen naar 5,78 miljoen euro. Rendac is in Vlaanderen en Wallonië de enige erkende ophaler van kadavers van landbouwhuisdieren. Door het gedeeltelijk wegvallen van de subsidie wijzigt Rendac de tariferingsmethodiek, waardoor het voor sommige partijen duurder wordt om een kadaver te laten afhalen.Vlaams Belang vreest dat hierdoor het risico bestaat dat sommige partijen hun kadavers niet langer zullen laten ophalen, maar begraven of sluikstorten. Parlementslid Dries Devillé (Vlaams Belang) stelde hierover vorige week een vraag in de Commissie Landbouw van het Vlaams Parlement.Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) vindt deze vrees onterecht. Het zou om een beperkte prijsstijging gaan die de tarieven niet opdrijft tot het niveau van boven onze buurlanden. “De kosten zijn van dezelfde grootorde als de tarieven in een buurland zoals Nederland en staan in verhouding tot de kosten voor het aanbieden van andere afvalstromen”, laat hij weten. “Stijging niet veel hoger dan inflatie”Voor professionele veehouders is de impact beperkt, vervolgt de minister. “De abonnementsprijzen voor 2026, door de Commissie Krengenfinanciering bepaald, zijn met vier procent verhoogd ten opzichte van de abonnementsprijzen van 2025. Dat is niet veel hoger dan de verwachte inflatie voor 2026”, vertelt hij.Hobbyboeren worden harder getroffen, volgens Vlaams Belang. Zij betaalden tot op heden niets en moeten nu wel betalen. Voor particuliere aanbieders is de ophaalkost beperkt tot 45 euro per ophaling, onafhankelijk van het volume. “Dankzij dit lage tarief worden geen illegale praktijken bevorderd”, aldus Brouns.Andere partijen, niet-professionele veehouders, kunnen volgens Brouns instappen in een abonnementsformule die als een soort verzekering kan fungeren. Of ze kunnen per prestatie betalen, waarbij het tarief begrensd is tot 174 euro per ophaling. “Daarbij komt nog eens 21 procent btw, wat toch een behoorlijke kostenverhoging is”, aldus Vlaams Belang, dat verder beweert dat dezelfde dienst in Wallonië gratis is. Boeren krijgen dit voorjaar een voorstelDe oppositiepartij verwijt Brouns verder een gebrekkige communicatie over de tariefverhogingen. De minister van Landbouw geeft aan dat de communicatie over de prijzen voor veehouders &#039;business as usual&#039; is. “Zij zullen op basis van de Mestbankgegevens, die op dit moment nog niet beschikbaar zijn, in het voorjaar van Rendac een concreet voorstel krijgen voor een abonnementstarief dat aansluit bij hun bedrijfsgrootte.”Tot die tijd wordt per prestatie gefactureerd; dit wordt verrekend wanneer zij op het abonnementsaanbod ingaan. “Andere partijen die niet Mestbank-aangifteplichtig zijn, maar in 2025 grote volumes hebben aangeboden aan Rendac, zullen eerstdaags een persoonlijk voorstel krijgen voor een abonnement dat zo goed mogelijk aansluit bij de tarieven die veehouders betalen”, besluit Brouns. Abonnement of niet voor de hobbyboer?Het Agentschap van Landbouw en Zeevisserij geeft op haar webite tekst en uitleg over het nieuwe systeem dat ook hobbyveehouders meer richting een abonnement stuurt. Het somt een aantal voorbeelden op:Guy heeft 40 schapen. Hij is niet aangifteplichtig. In 2025 bood hij 390 kg aan, verspreid over 13 ophalingen. Rendac biedt in januari 2026 een abonnement aan op basis van gewicht. Guy kan en mag aantonen dat hij in 2025 volgens Sanitel slechts 40 schapen had en dus recht heeft op een abonnement van 72 euro. Als hij toch niet op dit aanbod zou ingaan, betaalt hij in 2026 174 euro per ophaling.&amp;nbsp;Thérèse heeft zes geitjes. In 2025 stierf er één, ze bood 50 kg aan bij Rendac. Ze is niet aangifteplichtig. Rendac biedt in januari 2026 geen abonnement aan op basis van gewicht. Thérese betaalt in 2026 45,45 euro per ophaling. Of ze kan instappen in een abonnementsformule die overeenkomt met het goedkoopste abonnement van 54 euro.&amp;nbsp;Didier bood in 2025 als varkenshandelaar 40 ton varkenskrengen aan, verspreid over 66 ophalingen. Hij stond niet op de lijst van Mestbank-aangifteplichtige houders en werd dus als niet-bijdrageplichtig beschouwd. Voor 2026 krijgt hij een aanbod qua abonnement op basis van geleverd gewicht in 2025 van 8.794 euro. Als hij niet op het aanbod ingaat, moet hij 174 euro per ophaling betalen, dus voor 66 ophalingen 11.484 euro. Als handelaar krijgt hij niet de mogelijkheid om te kiezen voor een abonnement op basis van dieraantallen.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Fons heeft in totaal 1.950 varkens (150 zeugen en 1.800 vleesvarkens) en is Mestbank-aangifteplichtig. Hij krijgt een abonnement aangeboden van 2.025 euro. Als hij niet op dit aanbod zou ingaan, betaalt hij in 2026 174 euro per ophaling.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-01-22T10:01:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Protealis haalt sojagenetica uit Canada om Europese teelt te versterken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/protealis-haalt-sojagenetica-uit-canada-om-europese-teelt-te-versterken" />
            <id>https://vilt.be/58516</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwzaadhandel Protealis uit Gent versterkt zijn soja-portfolio via een strategische samenwerking met de Universiteit van Guelph in Canada. Door toegang te krijgen tot hoogwaardige sojagenetica wil het bedrijf sneller inspelen op de groeiende vraag naar performante, duurzame en kwalitatieve sojarassen voor Europese landbouwers.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/bf801f73-4e7f-4101-98c7-944c7feb3310/full_width_sojabooneiwitstrategie.jpg</image>
                                        <content>Protealis is gespecialiseerd in niet-GGO-peulvruchtenzaden en geavanceerde zaadtechnologieën. Het bedrijf krijgt voortaan toegang tot de genetica van sojarassen uit de veredelingsprogramma’s van de Universiteit van Guelph in Canada. De onderzoeksinstelling uit Ontario behoort tot de meest toonaangevende in Canada en bouwt al decennialang expertise op in sojaveredeling.Genetica uit Canada voor Europese teelt“Deze strategische samenwerking is een echte mijlpaal”, zegt Benjamin Laga, CEO van Protealis. “Dankzij de toegang tot deze genetica kan Protealis zijn eigen soja-portfolio verder verbreden, met een duidelijke focus op rassen voor humane consumptie en variëteiten die geschikt zijn voor warmere klimaatzones in Europa.” Humane consumptie en warme teeltzonesConcreet zal het bedrijf de rassen testen onder Europese omstandigheden. En deze eventueel vermarkten en vooral integreren in het eigen veredelingsprogramma, in combinatie met bestaande genetica. Het biotechbedrijf uit Gent verwacht dat deze samenwerking de ontwikkeling van hoogperformante soja voor Europese boeren aanzienlijk zal versnellen.“De sojarassen uit de Canadese veredelingsprogramma’s hebben een andere geografische oorsprong, wat zorgt voor een bredere genetische diversiteit. Die diversiteit laat altijd toe om betere variëteiten te ontwikkelen”, aldus Laga. “Canada zet bovendien sterk in op de ontwikkeling van kwalitatieve sojarassen voor humane consumptie, met een hoog eiwitgehalte en aantrekkelijke smaakprofielen. Deze genetische eigenschappen vormen een interessante aanvulling om te integreren in onze eigen veredelingsprogramma’s.” De samenwerking ondersteunt ook de verdere uitbreiding van de veredelingspipeline buiten de bestaande vroegrijpe sojarassen, door de integratie van rassen die beter aangepast zijn aan warmere Europese teeltzones. “Dit biedt ruimere kansen voor sojateelt in onder meer Zuid-Frankrijk, Noord-Italië en Roemenië”, klinkt het.Beperktere geschiktheid voor VlaanderenVoor Vlaanderen zijn deze latere rassen minder geschikt, maar de kwaliteitsverbetering voor soja bestemd voor humane consumptie blijft wel relevant. “Boeren krijgen voor &#039;foodgrade soja&#039; een hogere verkoopprijs, omdat deze meer eisen stelt en meer waarde heeft binnen de keten. Dat maakt de teelt economisch interessanter”, legt Laga uit. “Hoewel vandaag nog ongeveer 95 procent van de soja wordt gebruikt als veevoeder, wil men de markt geleidelijk verschuiven richting toepassingen met hogere toegevoegde waarde.” In Vlaanderen liggen de kansen vooral bij landbouwers op schralere gronden, zoals in de Kempen, en binnen het segment met hoge kwalitatieve soja voor humane consumptie. Daar ontbreekt momenteel nog een volledig ontwikkelde waardeketen. “Het ILVO-project, met 50 boeren en 50 hectare soja, zet in op de uitbouw van zo’n keten. Zo&#039;n initiatief kan zeker als katalysator dienen om de adoptie in Vlaanderen en Europa te versnellen,” vertelt Laga. Minder afhankelijkheid van soja-importOp Europees niveau ziet Laga duidelijke kansen om de afhankelijkheid van soja-import uit de Verenigde Staten en Zuid-Amerika te verminderen. “Momenteel bestaat slechts drie procent van ons areaal uit peulgewassen, terwijl het wereldwijde gemiddelde zeven à acht procent bedraagt. Voor volledige onafhankelijkheid zouden we naar ongeveer tien procent moeten evolueren. Dat is op langere termijn niet onrealistisch.”Economische en politieke randvoorwaardenOm dat te realiseren, moeten wel nog enkele obstakels worden overwonnen. “Technisch is Europa er klaar voor, maar soja moet economisch competitief zijn tegenover andere teelten. Daarnaast zijn politieke steun en een langetermijnvisie nodig, en moeten boeren overtuigd worden via rendabiliteit en praktijkervaring”, benadrukt Laga. Tot slot biedt Europese sojateelt ook duidelijke duurzaamheidsvoordelen. “Soja heeft ecologische pluspunten zoals minder ontbossing, een lagere CO₂-voetafdruk en positieve effecten op bodemkwaliteit en teeltrotatie binnen regeneratieve landbouw&quot;, besluit Laga. </content>
            
            <updated>2026-01-21T18:11:23+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vooruit dringt aan op nulgebruik van gewasbescherming rond scholen en crèches]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vooruit-dringt-aan-om-bufferzones-voor-gewasbescherming-rond-scholen-en-creches-strikt-na-te-leven" />
            <id>https://vilt.be/58517</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vooruit wil dat de bufferzones rond scholen, crèches, zorginstellingen en woonzorgcentra, die zijn opgelegd in het Vlaams actieplan pesticiden, strikt worden nageleefd. Eén jaar na de inwerkingtreding van dat plan polste Vooruit-parlementslid Bieke Verlinden bij Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) naar de stand van zaken van die bufferzones. “De maatregelen rond de bescherming van kwetsbare groepen zitten in de finale fase van de omzetting naar regelgeving”, antwoordde de minister.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9b660815-83bc-42f8-86a1-8e58fd28d820/full_width_gewasbeschermingsmiddelenpesticide.jpg</image>
                                        <content>“Pesticiden zijn een risico voor de gezondheid. Dan is het logisch dat je ze niet in de onmiddellijke omgeving van bijvoorbeeld scholen en crèches spuit”, zo begon Verlinden haar vraag. Ze verwijst daarbij naar het Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik, zoals het plan voluit heet. Dat voorziet in bufferzones rond plaatsen waar kwetsbare personen aanwezig zijn. “Dat is letterlijk gezond verstand: je gaat geen pesticiden spuiten vlakbij een speelplaats van een school of het tuintje van een crèche waar kinderen zitten te spelen”, aldus het Vooruit-parlementslid.Zij wou van minister Brouns weten hoever het staat met de bufferzones nu het actieplan vorig jaar in werking is getreden. “Zijn landbouwers goed geïnformeerd? En worden ze hierin ondersteund zodat ze weten waar ze aan toe zijn en veilig kunnen werken? Is er duidelijkheid en transparantie voor scholen en zorginstellingen over wat er in hun onmiddellijke omgeving gebeurt?”, klonken haar vragen in de Commissie Omgeving. Uitgevoerd of in laatste fase van implementatieVolgens minister Brouns zijn het Departement Omgeving en het Agentschap Landbouw en Zeevisserij verantwoordelijk voor de uitvoering van het actieplan. “In 2025 werd op mijn vraag een stand van zaken opgemaakt. Daaruit bleek dat het overgrote deel van de voorziene maatregelen die moeten omgezet worden naar regelgeving, zijn uitgevoerd of in de laatste fase van implementatie zitten”, aldus de minister.Hij verwees in dat kader bijvoorbeeld naar de spuitkoppen met 90 procent driftreductie die vanaf dit jaar verplicht zijn. Daarnaast zijn er ook beschermingsstroken langs VHA-waterlopen (waterlopen in de Vlaamse Hydrologische Atlas, red.), waarop landbouwers geen meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen meer mogen gebruiken. De bijkomende maatregelen rond waterwingebieden, de bescherming van kwetsbare groepen en de buffers ten aanzien van kwetsbare natuur zitten dan weer in de finale fase van omzetting.  Ik ben van mening dat we samen met de landbouwers de laatste decennia grote stappen hebben gezet om mensen te beschermen Brouns wees ook op de ondersteuning die landbouwers krijgen wanneer zij investeringen doen in duurzaamheidsmaatregelen. Denk aan VLIF-investeringssteun bij de aankoop van machines rond alternatieve gewasbeschermingstechnieken of investeringen in precisietechnieken. “Er zijn ook verschillende ecoregelingen en agromilieu-klimaatmaatregelen en opleidingen voor de fytolicentie”, somde hij de brede waaier aan maatregelen in het actieplan op.Volgens hem wordt de voortgang van het actieplan “continu geëvalueerd”. “We werken ook continu aan het verbeteren van technieken en een vermindering van de blootstelling aan de landbouwers zelf. Ik ben van mening dat we samen met de landbouwers de laatste decennia grote stappen hebben gezet om mensen te beschermen”, aldus de minister. Cijfers als bewijsHij had ook de nodige cijfers bij om die evolutie te staven. Zo blijkt uit een Europese geharmoniseerde risico-indicator dat het risico van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door de Vlaamse landbouw, voor de menselijke gezondheid en het milieu, tijdens de periode 2011-2023 met 56 procent is afgenomen. Bovendien is het aandeel gewasbeschermingsmiddelen, die ook toegelaten zijn in de biolandbouw, ten aanzien van het totale gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door de Vlaamse landbouw gestegen van negen procent in 2014 tot 20 procent in 2023.Tot slot verwees de minister ook naar de stand van zaken van Integrated Pest Management (IPM). “Vlaanderen staat op dat vlak aan de top”, benadrukte hij. Verder inzetten op IPM, het uitfaseren van een aantal werkzame stoffen en die vervangen door minder zorgwekkende stoffen en een pleksgewijze bestrijding via precisietechnologie en bufferstroken. Dat is de koers die we nu aanhouden.” Brouns zei ook “significante effecten” te verwachten van de regelgeving rond vul- en spoelplaatsen voor spuittoestellen.Op de vraag of landbouwers voldoende op de hoogte zijn van de bufferzones rond kwetsbare groepen, verwees de minister naar de fytolicentie die verplicht dat landbouwers zo’n tweetal vormingen per jaar moeten volgen rond gewasbescherming. “Het is ook belangrijk om aan te geven dat elke landbouwer vandaag weet welk product hij waar, wanneer en voor welke teelt gebruikt. Hij moet dat ook verplicht rapporteren. Ook in de verzamelaanvraag staat individuele informatie, bijvoorbeeld over bufferstroken, die wij de landbouwer aanbieden naast algemene informatie”, besluit hij. &quot;Nulgebruik moet norm worden&quot;Parlementslid Verlinden was niet helemaal tevreden met het antwoord van de minister. “Voor mij is de kernvraag niet zozeer of er maatregelen bestaan, maar hoe zichtbaar en hoe voelbaar zijn ze in de praktijk?”, reageerde ze. Ze blijft naar eigen zeggen op haar honger zitten over de concrete uitvoering van deze maatregel. “Het is goed dat &amp;nbsp;pesticidengebruik goed gereguleerd wordt, en in dalende lijn zit. Maar in de buurt van kinderen, ouderen en zieke mensen is dat niet voldoende: daar moeten we gewoon naar nul”, besluit Verlinden.</content>
            
            <updated>2026-01-21T19:03:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ook Wallonië heeft nu een stikstofarrest: dreigt ook daar een vergunningenstop?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ook-wallonie-heeft-nu-een-stikstofarrest-dreigt-ook-daar-een-vergunningenstop" />
            <id>https://vilt.be/58518</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Raad van State heeft de vergunning voor een biomassacentrale van Bee Green te Visé vernietigd omwille van stikstof. De biomassacentrale zou stikstof uitstoten op waardevolle natuur in Wallonië, Vlaanderen en Nederland. Daarop trokken vijf Vlaamse, Waalse en Nederlandse ngo’s naar de Raad van State. “Het is het eerste stikstofarrest in Wallonië en een belangrijk precedent”, zegt de vzw Dryade. Staan alle vergunningen van Waalse bedrijven nu op losse schroeven?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ed486256-48d1-45eb-9d76-3dc244bb71cc/full_width_vleesveewallonie-jaklienvandorpe.jpg</image>
                                        <content>Bee Green vroeg een omgevingsvergunning aan voor een biomassacentrale in de Maasvallei in Visé. Deze installatie zou stikstofuitstoot veroorzaken op natuurgebieden in Wallonië, Vlaanderen en Nederland. De milieuorganisaties Goed Leven in de Jekervallei, Dryade, Limburgse Milieukoepel, Natuur en Milieufederatie Limburg en Milieu Front Eijsden stapten daarop naar de Raad van State.De ngo’s vorderden de vernietiging van de vergunning omwille van stikstof. Ze deelden hun argumentatie met andere partijen die ook in beroep gingen, waaronder de Nederlandse provincie Limburg, de stad Maastricht en de gemeente Eijsden-Margraten. De Raad van State vernietigde de omgevingsvergunning op de vordering van de Nederlandse provincie en gemeenten en op basis van de stikstofargumentatie aangebracht door de ngo’s.Bij de milieuorganisaties kraakt de champagne. “De stikstofproblematiek wordt in Wallonië volkomen genegeerd. Deze uitspraak brengt daar verandering in. Het Waals Gewest moet vol aan de bak om de stikstofimpact op de Waalse natuur in kaart te brengen en een vergunningskader uit te werken”, stelt Dries Verhaeghe, directeur van Dryade.…en plots heeft ook Wallonië een stikstofprobleemHoewel Dryade zegt dat de Waalse regering een stikstofkader &quot;moet&quot; uitwerken, is het de vraag of men dat ook zal doen. Daar zijn vooralsnog geen aanwijzingen voor. Maar dat de betrokken ngo’s schermen met de term &quot;precedent&quot;, heeft een reden: dit vonnis zal in Wallonië als precedentsdossier kunnen worden gebruikt om gelijkaardige zaken te beslechten. En zonder kader dreigen toekomstige vergunningsaanvragen in moeilijk juridisch vaarwater terecht te komen.“Men gaat dit gebruiken als princiepsarrest”, vertellen juridische bronnen aan VILT. “In Wallonië was er voordien geen stikstofprobleem omdat er niet werd geprocedeerd met het stikstofargument. Maar nu kan elke Waalse landbouwer die zijn vergunning gaat vernieuwen of aanvragen tegen dit argument aanlopen. Waalse veehouders zullen zich niet meer kunnen beroepen op de oude Vlaamse 5%-regel.”Bovendien voelen milieuorganisaties zich mogelijks gesterkt door dit nieuwe arrest. “Gaat men nu, net zoals in Vlaanderen aan strategic litigation doen en vergunningen systematisch aanvechten? Dat is niet ondenkbaar.” Hoe is het zover kunnen komen?In Vlaanderen is stikstof naar de voorgrond gekomen bij het stikstofarrest in 2021, toen een pluimveestal in Kortessem op basis van stikstof zijn vergunning voor een staluitbreiding door de neus geboord zag. De minister had een vergunning verleend omdat het bedrijf een stikstofdepositie had die minder bedroeg dan vijf procent van de kritische depositiewaarde (KDW) van de omliggende natuur. Een KDW is de maximale hoeveelheid stikstof die een specifiek natuurgebied of habitattype kan verdragen zonder dat er significante schade optreedt door vermesting of verzuring. Deze natuurgebieden staan bekend als speciale beschermingszones (SBZ).De kritiek van milieuorganisaties was dat deze grens van vijf procent arbitrair was en dus geen garantie bood om de Europees aangeduide SBZ’s te beschermen. Bovendien hield deze soft law er geen rekening mee hoeveel bedrijven er zich bevonden rond een natuurgebied. De grens hield ook geen rekening met de cumulatieve effecten: er bevinden zich meerdere bedrijven in de buurt van een SBZ die elk afzonderlijk misschien onder de drempel blijven, maar niet noodzakelijk als je ze allemaal samen beschouwt. Bovendien bestond er ook geen wetenschappelijke onderbouwing voor deze drempel.De Raad voor Vergunningsbetwistingen volgde de milieuverenigingen in deze redenering: het toenmalige PAS-kader kende geen wetenschappelijke basis en was dus geen valabele grond om bedrijven te vergunnen. Gevolg: de adviesverlening diende te worden aangepast en verstrengde op basis van ministeriële instructies. 2021 was zo de aftrap van een stikstofkwestie die tot op vandaag als een zwaard van Damocles blijft hangen boven de vergunningverlening. Want hoewel Vlaanderen door deze kwestie een stikstofdecreet heeft uitgewerkt, is er bij VILT al veel digitale inkt gevloeid over de juridische en wetenschappelijke lacunes in die regelgeving. Ook de milieuorganisaties zien in het stikstofdecreet geen oplossing en ook zij vroegen daarom de vernietiging bij het Grondwettelijk Hof: ze richten hun pijlen op de wetenschappelijke onderbouwing van het nieuwe Vlaamse stikstofdecreet. Het is momenteel nog afwachten hoe het Grondwettelijk Hof al die argumenten zal beoordelen. Stikstof of olievlek?Stikstof is een Europese kwestie waar betrekkelijk weinig Europese landen op dit moment last van ondervinden. Het eerste stikstofarrest in Europa viel naar aanleiding van een prejudiciële vraag van de Raad van State Nederland aan het Europese Hof van Justitie. In november 2018 verklaarde het Europees Hof van Justitie (HvJEU) de Nederlandse Programma Aanpak Stikstof (PAS) ongeldig. Dit dossier inspireerde de gelijkaardige zaak in Kortessem, en nu dus ook in Wallonië.De stikstofcrisis wordt zo stilaan een olievlek die zich verspreidt over diverse Europese regio’s, zoals ook in Ierland. Steeds meer klinkt de vraag aan Europa om een uniform en wetenschappelijk onderbouwd en vooral ook praktisch werkbaar stikstofkader te voorzien. Maar juridische bronnen geven aan dat ze daartoe weinig haast zien. “Misschien wordt dat anders als lidstaten zoals Frankrijk of Duitsland getroffen worden. Stikstof is een problematiek die overal in Europa latent aanwezig is. Maar ze komt maar naar boven zodra er een juridisch geschil ontstaat. De rest van Europa kan de ogen nog wat langer gesloten houden, maar dat verandert niets aan het probleem.” Welke instrumenten heeft de Waalse ondernemer nog?Waalse landbouwers en Vlaamse landbouwers die in Wallonië de stikstofproblematiek hoopten te mijden, zijn er nu aan voor de moeite. “Wallonië baseerde zich nog steeds op de drempelwaarde van vijf procent van de KDW. Dat je die niet kan gebruiken, wisten we in Vlaanderen al langer”, zegt een jurist aan VILT. “En nu is er dus een precedent om in heel Wallonië vergunningen aan te vechten. Of men dat ook zal doen weet ik niet, maar in Vlaanderen was dat het geval.”Het valt cynisch te noemen dat het Waalse stikstofarrest niet gevallen is voor een veehouderij of chemisch bedrijf, maar voor een biomassacentrale. Hoewel dit bedrijf kenbaar een impact heeft op de omgeving, kan men wel stellen dat het oplossingen aanbiedt voor andere milieudoelen. De Europese omnibuspakketten voorzien derogaties (uitzonderingen, red.) voor strategische projecten en een vermoeden van geen negatieve impact bij projecten die dienen om een klimaatdoelstelling te bereiken. “Ik noem het juridisch knip- en plakwerk, en je blijft zitten met een latent economisch probleem, want andere bedrijven kunnen geen gebruik maken van deze uitzonderingen”, aldus de jurist. ““Er blijft dus rechtsonzekerheid en die zal er blijven zolang Europa geen systeem biedt dat werkbaar is voor elke vorm van vergunningverlening. En ik betwijfel of zulk systeem met de huidige Europese richtlijnen zelfs mogelijk is.”“Er bestaat misschien nog wel een uitzondering voor projecten van groot algemeen belang, maar al de andere projecten blijven in het stikstofmoeras zitten”, klinkt het. “Wallonië is daarvan het beste bewijs. Wallonië kan ook geen alternatief bieden met de Vlaamse drempels, want die hangen samen met de Vlaamse programmatische aanpak van stikstof die gekoppeld is aan allerhande maatregelen die je in Wallonië niet hebt.”Bij het uitblijven van een stikstofkader, kunnen Waalse bedrijven kiezen voor een individuele passende beoordeling. Dat is een diepgaande ecologische studie die de impact van een project duidelijk in kaart brengt. Het probleem: zulke studies vergen heel wat studiewerk en zijn dus ook heel duur. In veel gevallen is dat onbetaalbaar voor de aanvrager, die aan het einde van de rit niet weet of de passende beoordeling in zijn voordeel zal spreken.Bovendien is zo’n passende beoordeling misschien wel opgesteld door experts, maar juridisch sluitend is dit expertenadvies niet. Het kan nog steeds door de rechter in vraag worden gesteld. Boerenbond: “Habitatrichtlijn kan te makkelijk rechtskaders en vergunningen onderuit halen”Landbouworganisaties vragen dus ook al langer om de Europese richtlijnen minder strikt te interpreteren, om de economie en landbouw te deblokkeren. Zonder juridische zekerheid weet immers geen enkele ondernemer of zijn bedrijf morgen nog in regel zal zijn.Boerenbond bekijkt het tafereel bij de zuiderburen met lede ogen. “Dit arrest bevestigt wat we al zo lang zeggen: het stikstofarrest in Vlaanderen en Nederland is een eerste voorbeeld van een groter Europees probleem. Ondertussen is er de juridische aanpak van derogatie in Ierland, mest in Spanje en nu ook een arrest in Wallonië”, zegt de organisatie.“Het is het volgende bewijs dat de Habitatrichtlijn een toolbox is waar te gemakkelijk rechtskaders en vergunningen mee onderuit gehaald kunnen worden, op elk moment en in elke lidstaat. Het zorgt ervoor dat onze bedrijven op slot zitten en ze niet verder kunnen verduurzamen, net datgene wat de beleidsmakers verwachten.”“Als Boerenbond blijven we Europa dan ook oproepen om de rechtsonzekerheid voor boeren en bedrijven bij de bron aan te pakken en werk te maken van deblokkerend beleid. Zonder de doelstelling om verder te verduurzamen in vraag te stellen maar wel om onze bedrijven verder te kunnen verduurzamen, vergroenen, moderniseren en klaar te maken voor de toekomst.” “Vlaams Gewest mag dankbaar zijn”De Limburgse Milieukoepel, betrokken omdat de Waalse biogasinstallatie impact had op de Maasvallei, ziet het Waalse stikstofarrest wel als een win voor de natuur. “Liefst 65 procent van de stikstofneerslag in Vlaanderen komt uit het buitenland”, zegt Dylan Elen, directeur van de Limburgse Milieukoepel. “Dat het Waals Gewest naar aanleiding van deze uitspraak maatregelen rond stikstof zal nemen, is uitstekend nieuws voor de Limburgse natuur. Het Vlaamse Gewest mag de vijf ngo’s dankbaar zijn omdat ze via deze uitspraak meehelpen het Vlaamse stikstofprobleem op te lossen.”</content>
            
            <updated>2026-01-21T22:54:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Colruyt Group trekt zich volledig terug uit Frankrijk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/colruyt-group-schrapt-meer-dan-700-banen-in-frankrijk" />
            <id>https://vilt.be/58519</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Franse markt werd voor Colruyt Group geen succes. Via het Franse persbureau AFP kwam het nieuws dat het Belgische bedrijf meer dan 700 banen gaat schrappen in Frankrijk. Volgens Colruyt Group heeft dat geen enkele impact op de Belgische markt. Maar wat liep er dan fout bij de zuiderburen?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="supermarkt" />
                        <category term="prijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f3b8b629-51d4-4c8b-9417-3e5b4267cdc8/full_width_colruyt.jpg</image>
                                        <content>Het Belgische familiebedrijf groeide uit tot een multinationale retailgroep, met sinds 1996 een uitbreiding naar Frankrijk. Maar dat werd geen succes. Colruyt Group verwijst voor de duiding naar een persbericht dat vorig jaar op 11 december werd uitgestuurd. Dat meldt dat Colruyt Group op 16 juni een overeenkomst afsloot met Groupement Mousquetaires. Het ging om een beoogde verkoop van 81 winkels en 44 DATS-tankstations. Tegelijk startte Colruyt Group een plan op om de geïntegreerde retailactiviteiten in Frankrijk stop te zetten. Het bedrijf sloot nadien ook bijkomende overeenkomsten af met Mouvement E. Leclerc, Coöperative U en met Carrefour Proximité France. Het ging om een totaal van 19 winkels en één DATS-tankstation. Een insider houdt het qua tekst en uitleg simpel. &quot;Frankrijk was niet rendabel voor Colruyt.&quot; Minstens 700 ontslagenMet betrekking tot die stopzetting bereikte Colruyt Group op 11 december een sociaal akkoord, vandaar het persbericht. De uitvoering van het sociaal akkoord zal leiden tot een geschatte herstructureringskost van 55 tot 65 miljoen euro. Maar volgens de persdienst van Colruyt Group heeft dat geen impact op de Belgische markt. Via het Franse persbureau AFP raakten wel meer details bekend. 700 banen zullen verdwijnen in Frankrijk, allemaal een gevolg van de verkoop van 100 winkels aan de vier vermelde supermarktketens.  De werknemers betalen de prijs voor financiële en strategische beslissingen die zijn genomen om de aandeelhouders tevreden te stellen De verkoop moest de job van 2.080 werknemers redden, maar voor de logistieke vestigingen en het hoofdkantoor in Rochefort-sur-Nenon (Dole) is nog geen koper gevonden. Twee Franse vakbonden spreken nu van 705 ontslagen. &quot;De werknemers betalen de prijs voor financiële en strategische beslissingen die zijn genomen om de aandeelhouders tevreden te stellen&quot;, melden de vakbonden. Harde concurrentie en chauvinismeDe concurrentie voor Colruyt Group was hard op de verzadigde Franse retailmarkt. Dat kenmerkte zich niet alleen in een prijzenoorlog. Er waren ook de hoge loonkosten. Dat Colruyt Group het lastig had om op de Franse markt winstgevend te worden, is een understatement. In 2024 werd een negatief resultaat geboekt van 32 miljoen euro. Het Belgische bedrijf moest vooral de strijd aangaan met de supermarkten van Intermarché. Groupement Mousquetaires dat 81 winkels overneemt is het moederbedrijf van Intermarché. Andere sterke spelers in Frankrijk zijn en blijven Carrefour, E. Leclerc en Auchan. Ook het Franse chauvinisme speelde niet in het voordeel van Colruyt Group, integendeel. Het bedrijf lijkt zijn Franse lesje geleerd te hebben. Colruyt Group blijft wel actief in Luxemburg, maar gaat zich vooral focussen op de Belgische markt. </content>
            
            <updated>2026-01-22T17:59:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Na goede resultaten: Landbouwers en provincie West-Vlaanderen werken structureel verder aan waterkwaliteit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwers-en-provincie-maken-ijzerbekken-gezond-west-vlaanderen-vernieuwt-partnerschap-robuuste-waterlopen" />
            <id>https://vilt.be/58520</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De partners van Robuuste Waterlopen Westhoek hebben woensdag een nieuw samenwerkingsakkoord ondertekend (2026–2031). Daarmee verlengen ze hun gezamenlijke aanpak voor betere waterkwaliteit en minder erosie in het stroomgebied van de Kleine Kemmelbeek en de Bollaertbeek. Ook de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) sluit aan bij de gebiedscoalitie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7376b4f8-9580-4e3a-8523-7c87e5840d5c/full_width_foto-waterlopen.jpg</image>
                                        <content>Robuuste Waterlopen Westhoek is één van de Water+Land+Schap-coalities en richt zich op een betere waterkwaliteit en erosiebestrijding in het stroomgebied van de Kleine Kemmelbeek en de Bollaertbeek. Dat de samenwerking nu wordt verdergezet, laat zich motiveren door de positieve resultaten uit fase 1. De Kleine Kemmelbeek en Bollaertbeek behoren vandaag tot de meest gezonde waterlopen van het IJzerbekken.De voorbije jaren werden in het gebied tal van maatregelen gerealiseerd om afspoeling van sediment en vervuilende stoffen naar de waterlopen te beperken. Landbouwers engageerden zich vrijwillig en kregen hierbij begeleiding van de partners. Tijdens fase 1 werd 63 procent van de waterlopen in 2024 beschermd door grasbufferstroken en grasland, vrijwillig aangelegd door landbouwers. Tien erosiedammen helpen in het heuvelachtige gebied om erosie en afspoeling richting waterlopen te verminderen. Bovendien zijn er gerichte acties gebeurd tegen puntvervuiling en het toepassen van bodemverbeterende technieken droeg bij aan de positieve evolutie.Van projectmatige naar structurele samenwerkingWaar in fase 1 projectmatig werd gewerkt, wil men de komende jaren de samenwerking structureel verankeren. De klemtoon komt te liggen op een gebiedsgericht actieplan, met blijvende begeleiding van landbouwers en bijkomende maatregelen die de bodem- en waterkwaliteit verder verbeteren. Ook wil men burgers en omwonenden actiever betrekken. Tot slot maken de partners werk van een gezamenlijke aanpak om huishoudelijke lozingen terug te dringen en particulieren beter te informeren over het correcte gebruik van producten die de waterkwaliteit kunnen beïnvloeden.“Dit project bewijst dat we grote uitdagingen zoals waterkwaliteit en bodemerosie alleen samen kunnen aanpakken. Dankzij het engagement van de landbouwers en de nauwe samenwerking tussen alle partners zien we vandaag tastbare resultaten op het terrein,” aldus gedeputeerde Bart Naeyaert, voorzitter van de gebiedscoalitie.Landbouwers en overheid slaan de handen in elkaarHet project Robuuste Waterlopen Westhoek maakt deel uit van het Vlaams programma Water+Land+Schap. VLM coördineert en ondersteunt de lokale coalities hierin. In de gebiedscoalitie werken onder meer Provincie West-Vlaanderen, Stad Ieper, Gemeente Heuvelland, De Watergroep, Inagro, Regionaal Landschap Westhoek, Boerenbond en ABS samen, en sinds de nieuwe coalitie ook VMM.</content>
            
            <updated>2026-01-22T21:16:18+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Witloof met kaas en hesp in de oven is de ultieme lievelingskost van de Vlaming]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/witloof-met-kaas-en-hesp-in-de-oven-is-de-ultieme-lievelingskost-van-de-vlaming" />
            <id>https://vilt.be/58521</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het favoriete gerecht van de Vlaming is ‘witloof met kaas en hesp in de oven’. Dat blijkt uit een grote bevraging van omroep VRT, in samenwerking met het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG). Stoofvlees eindigde op de tweede plaats en het koninginnenhapje werd derde.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="witloof" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/935db597-d99b-4245-9dcf-5c7f438bc523/full_width_witloof-met-kaas-en-hesp-in-de-oven-1.jpg</image>
                                        <content>We hebben het allemaal wel: dat ene gerecht waar we altijd blij of nostalgisch van worden. Voor de ene is dat kip met appelmoes, voor de andere hutsepot. Maar dé ultieme lievelingskost van de Vlaming? Dat is witloof met kaas en hesp in de oven, zo blijkt uit een grote bevraging van&amp;nbsp;radioprogramma ‘De wereld van Sofie’&amp;nbsp;en tv-programma&amp;nbsp;‘Dagelijkse kost’.De top tienVijf dagen lang stelden meer dan 17.000 stemmers uit een selectie van tien gerechten hun eigen top van lievelingsgerechten samen. De selectie van de tien genomineerde gerechten gebeurde op basis van de populairste gerechten op de website van&amp;nbsp;‘Dagelijkse kost’. Vervolgens werd gekozen voor een mix aan gerechten die de rijke geschiedenis van onze eetcultuur het best vertellen. Voor die input zorgde het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG).&amp;nbsp;Haalden de top tien uiteindelijk net niet: biefstuk met friet, rode kool met worst, lasagne en konijn met pruimen.&amp;nbsp;​ Dit werd uiteindelijk de top tien van lievelingsgerechten:Witloof met kaas en hesp in de ovenStoofvleesKoninginnenhapjeGarnaalkrokettenMosselen met frietSpaghetti ‘Belgische bolognaise’Balletjes in tomatensaus met pureeHutsepotHet zondagse ontbijtKip met appelmoes Geen vegetarische gerechten in de top tien?Wil dat dan zeggen dat vegetarische gerechten ondervertegenwoordigd zijn in de top tien? “Niet helemaal. Van veel gerechten is er namelijk ook een vegetarische optie mogelijk”, aldus VRT. “In&amp;nbsp;‘De wereld van Sofie’&amp;nbsp;werden deze alternatieven ook expliciet in de verf gezet en de website van ‘Dagelijkse kost’ biedt voor de meeste gerechten ook een vegetarische tegenhanger aan.”Feit is wel dat de vleescultuur nog diep verankerd zit in ons voedingspatroon. In 2014 haalde de Vlaming ongeveer 39 procent van zijn eiwitten uit plantaardig eten en de overige 61 procent uit dierlijk eten. In 2023 blijkt dat respectievelijk 41 en 59 procent. Ook dat heeft het eindresultaat mogelijk mee bepaald.&amp;nbsp;Lof voor witloofMaar de winnaar is dus witloof met kaas en hesp in de oven, een op en top Belgisch gerecht met weinig pretentie. Het werd voor het eerst beschreven in het beroemde ‘Kookboek van de Boerinnenbond’, editie 1927, en is bijna 100 jaar later nog steeds populair. Ook bij kok en televisiepresentator Jeroen Meus:&amp;nbsp;“Het is mijn favoriet al van toen ik kind was. Ik mocht voor mijn verjaardag altijd kiezen wat ik wilde eten, en dat was elk jaar witloof met kaas en hesp in de oven.”Nochtans zijn er ook heel wat Belgen die witloof absoluut niet lusten. Zeker kinderen zitten al eens met lange tanden aan tafel wanneer ze het gerecht voorgeschoteld krijgen. “Kinderen eten vaak niet graag bitter”, reageert Meus. “Mijn zoon is nu 13 jaar en nu pas begint hij dat te eten. Je kan kinderen daar niet in forceren, het komt wel!” Lievelingsgerecht maar toch dalende consumptie witloofHet lievelingsgerecht van de Vlamingen blijkt uit de consumptiecijfers van witloof echter geen dagelijkse kost te zijn. Volgens cijfers van VLAM halveerde de jaarconsumptie in België van 4,3 kilo per persoon in 2008 tot 2,3 kilo in 2024. Ook de witlooftelers voelen deze daling. Een afgeslonken afzetmarkt leidt bij gunstige omstandigheden tot overschotten en drukt de prijzen. Afgelopen jaar waren de prijzen van witloof hierdoor niet in verhouding met de stijgende productiekosten, wat voor veel telers uitmondde in een rampjaar. Misschien zorgt de media-aandacht rond de Vlaamse lievelingsgerechten opnieuw voor een heropleving van witloof. Culinaire geschiedenisweetjesIn het kader van de &#039;Lievelingskost-campagne&#039; dook CAG in de geschiedenis van de gerechten uit de top tien. Samen met Sofie Lemaire werd ook een tiendelige podcastreeks gemaakt. En omdat niet alle boeiende weetjes over het erfgoed van onze keuken in één reeks passen, werkt CAG daarnaast ook aan een boek dat dit najaar uitkomt.Als slotstuk van de culinaire week brengt&amp;nbsp;‘De wereld van Sofie’&amp;nbsp;op Radio 1 een eerbetoon aan het winnende gerecht in een extra uitzending op vrijdag 23 januari tussen 10 en 12 uur, in CC De Krop in Kampenhout.&amp;nbsp;Het gerecht zal er in geuren en kleuren besproken worden door fans en experts, leerlingen van koksschool Ter Duinen maken het gerecht live klaar.</content>
            
            <updated>2026-01-22T23:24:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VN over wereldwijd ‘waterfaillissement’: “Het woord crisis dekt de lading niet meer”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vn-over-wereldwijd-waterfaillissement-crisis-dekt-de-lading-niet-meer" />
            <id>https://vilt.be/58522</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Heel wat landen verbruiken meer water dan zou mogen. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Instituut voor Water, Milieu en Gezondheid van de Universiteit van de Verenigde Naties (UNU-INWEH). Dat is de  denktank van de Verenigde Naties die zich met water bezighoudt. Veel cruciale watersystemen over de hele wereld zijn zelfs failliet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/47c5b11e-2fcf-4320-b4dd-38709df91cbc/full_width_nature-8093509-1920.jpg</image>
                                        <content>Het is een crisis die we snel weer vergeten wanneer we de kraan opendraaien, maar een steeds groter deel van de wereld kampt met een systematisch waterterkort. &quot;Termen als waterstress en watercrisis dekken de lading niet meer&quot;, luidt het rapport. De auteurs benoemen de huidige watertoestand als een &#039;globaal waterfaillissement&#039;. Dit is het gevolg van de voortdurende overonttrekking van oppervlakte- en grondwater en het daaraanvolgende onomkeerbare en dure verlies van watergerelateerd natuurlijk kapitaal. Ze vragen de wereldleiders om zich op een eerlijke en wetenschappelijke manier aan die nieuwe realiteit aan te passen.Wereldwijd leven al miljarden mensen in chronische wateronzekerheid. Driekwart van de mensheid woont in landen die geboekstaafd staan als wateronzeker of kritiek wateronzeker. &quot;Miljoenen landbouwers proberen voedsel te verbouwen met krimpende, vervuilende of verdwijnende waterbronnen. Zonder een snelle overgang naar waterbewuste landbouw, zal het waterfaillissement zich snel verspreiden&quot;, aldus Kaveh Madani, hoofdauteur van het rapport en directeur van UNU-INWEH. Droogte kost de wereld nu al jaarlijks 307 miljard dollar.170 miljoen hectare irrigatielandbouw bedreigdMeer dan 70 procent van het wereldwijde verbruik van zoet water gaat naar landbouw. Het rapport erkent natuurlijk wel dat landbouw een cruciale sector is. &quot;Het voorziet miljarden mensen van voedsel, werkgelegenheid en een stabiel bestaan&quot;, meldt het rapport. Maar die landbouw staat wel onder druk. Ongeveer drie miljard mensen en meer dan de helft van de wereldwijde voedselproductie bevindt zich in regio&#039;s die nu of binnenkort te maken hebben met een afnemende trend in de totale wateropslag. Oppervlakte- en grondwater, sneeuw, ijs en andere waterreserves raken uitgeput omdat ze worden aangewend voor extensieve irrigatiesystemen.Meer dan 170 miljoen hectare geïrrigeerde landbouwgrond gaat momenteel gebukt onder hoge tot zeer hoge waterstress. Dat is ongeveer de gezamenlijke oppervlakte van Frankrijk, Spanje, Duitsland en Italië. Hele regio&#039;s kampen hierdoor met honger en economische instabiliteit. In de lage- en middeninkomenslanden is landbouw goed voor 25 tot 60 procent van de totale werkgelegenheid. Valt dit weg, dan is er niet alleen hongersnood maar ook een sociaal-economische ramp. De VN tekenen ook op dat de tekorten aan zuiver irrigatiewater nu al leiden tot steeds duurdere voedselprijzen. Dat is problematisch in landen waar huishoudens nu al het grootste deel van hun inkomen aan voedsel besteden. Tegelijkertijd ondermijnt de verslechterende waterkwaliteit de fundamenten van voedselsystemen. Boeren in veel stroomgebieden zijn voor hun productie aangewezen op water van mindere kwaliteit. Denk aan zout grondwater, vervuilde rivieren of onbehandeld en slecht gezuiverd afvalwater.Slecht water is beter dan geen water, maar enkel op de korte termijn, stelt het rapport. Want uiteindelijk leidt irrigatie met onzuiver water op langere termijn tot verzilting van de bodem en zieke of vervuilde gewassen. Gevolg: verhoogde voedselveiligheidsrisico&#039;s en kleinere oogsten. In veel regio&#039;s, zoals Sub-Sahara-Afrika, Zuid-Azië en Latijns-Amerika, leiden de watertekorten tot massale emigratie. &quot;Waterfaillissement&quot;Met termen uit de financiële wereld wil het rapport de ernst van de situatie duidelijk maken. De studie maakt de rekening van diverse landen. Voor de meeste gemeenschappen zijn de jaarlijkse &#039;inkomsten&#039; aan hernieuwbaar water uit rivieren, bodems en sneeuw niet toereikend om in de basisbehoeften te voorzien. En dus zitten ze aan hun ‘spaarboekje’ van waterhoudende grondlagen, gletsjers, waterrijke natuurgebieden (wetlands) en andere natuurlijke reservoirs. Deze watervoorraden waren ooit groot, maar oneindig zijn ze nooit geweest. Het resultaat? Verdichte waterhoudende grondlagen, verzakte grond in delta&#039;s en kuststeden, verdwenen meren en waterrijke natuurgebieden. Er is ook een verlies aan biodiversiteit dat niet meer terug te draaien valt.De watervoorraad krimpt dus zienderogen. Meer dan de helft van de grote meren heeft water verloren sinds de jaren 90. 410 miljoen hectare aan waterrijke natuurgebieden is de voorbije 50 jaar verdwenen. 70 procent van de waterhoudende grondlagen vertoont een sterke achteruitgang. Een gebied groter dan zes miljoen vierkante kilometer, bijna vijf procent van het totale landoppervlak, en de bijna twee miljard mensen die daar wonen, worden getroffen door landverzakkingen door overmatige grondwateronttrekking. En 30 procent van de wereldwijde gletsjermassa is verloren gegaan sinds 1970. OngelijkheidDe modale burger merkt hier weinig van, de modale landbouwer iets meer. Maar momenteel zijn het vooral arme regio’s die water tekortkomen. Het &#039;waterfaillissement&#039; is volgens de VN geen louter hydrologisch probleem, maar een kwestie van rechtvaardigheid. De lasten worden vooral gedragen door kleine boeren, inheemse volkeren, stadsbewoners met kleine inkomens, vrouwen en jongeren. Terwijl de lusten van het overmatige waterverbruik de machtigen ten goede komen. &quot;Waterfaillissement wordt een drijvende kracht van kwetsbaarheid, ontheemding en conflicten&quot;, zegt Tshilidzi Marwala, onder-secretaris-generaal van de VN en rector van de Universiteit van de Verenigde Naties. &quot;Een eerlijk beheer is nu van cruciaal belang voor het behoud van vrede, stabiliteit en sociale cohesie. We moeten verzekeren dat kwetsbare gemeenschappen beschermd worden en dat onvermijdelijke verliezen eerlijk worden verdeeld.&quot;Hoewel niet elke voorraad uitgeput is en niet elke land &#039;waterfailliet&#039; is, hebben &quot;voldoende kritieke systemen over de hele wereld die drempels overschreden&quot;, zegt Madani. &quot;Die systemen zijn met elkaar verbonden door handel, klimaat-feedbackloops en geopolitieke afhankelijkheden.&quot; Maar er is ook hoop. &quot;Water kan een brug in een gefragmenteerde wereld zijn. Elk land, elke sector, elke gemeenschap is afhankelijk van zoet water&quot;, aldus het rapport. Investeren in water is investeren in het beperken van de klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en verwoestijning.Van 2 tot 4 december vindt in de Verenigde Arabische Emiraten de VN-Waterconferentie plaats. Op 26 en 27 januari wordt die conferentie voorbereid op een bijeenkomst in de Senegalese hoofdstad Dakar.Lees het volledige rapport hier.</content>
            
            <updated>2026-01-22T15:39:16+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Varkensbedrijven worden jaar na jaar bioveiliger]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/varkensbedrijven-steeds-bioveiliger" />
            <id>https://vilt.be/58523</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De bioveiligheidsscores op Belgische varkensbedrijven gaan er jaar na jaar op vooruit. Dat blijkt uit de resultaten van de vijfde risico-enquête van Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ). Varkensdierenarts bij DGZ Charlotte Brossé ziet de cijfers als een signaal dat varkenshouders, samen met hun dierenarts, gerichter inzetten op het beperken van het risico op insleep en verspreiding van ziekten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5d4f6393-4595-450a-b3e8-18a9d84a4317/full_width_bioveiligheid.jpg</image>
                                        <content>Na het invullen van een enquête ontvangt elk bedrijf drie scores: een algemene bioveiligheidsscore, een score voor de externe bioveiligheid (de mate waarin een bedrijf voorkomt dat ziektekiemen het bedrijf binnenkomen), en de interne bioveiligheid (hoe het bedrijf de verspreiding van ziektekiemen binnen het bedrijf tegengaat). Al deze scores gaan erop vooruit. Wie slecht scoort, stopt snellerOpvallend is dat veel van de bedrijven die na de eerste enquête in 2021 de laagste scores haalden, in totaal 50 bedrijven, intussen zijn gestopt. Van deze 50 bedrijven hebben er slechts 19 de audit voor een vierde keer laten uitvoeren. “De stijging van de gemiddelde score is dus deels het resultaat van die afname, maar vooral het resultaat van de blijvende inspanningen van de actieve bedrijven die bewust blijven verbeteren”, meldt Brossé.Sommige maatregelen zijn niet alleen sterk aanbevolen, maar ook wettelijk verplicht. Zo moet elk varkensbedrijf beschikken over een hygiënesluis waarlangs elke bezoeker het bedrijf betreedt. Bovendien zijn bedrijfskledij en -schoenen verplicht voor bezoekers. De cijfers tonen aan dat de meeste bedrijven dit zeer goed toepassen. Meer dan 93 procent beschikt over zo’n hygiënesluis. Evenveel procent van de bedrijven laten bezoekers verplicht hun handen wassen en ontsmetten voor ze de stallen betreden. Een behoorlijke stijging ten opzichte van de allereerste enquête, waarbij dit slechts op ongeveer 78 procent van de bedrijven het geval was. Meer dan 99 procent voorziet bedrijfskledij en -schoenen voor bezoekers, wat ook een lichte stijging inhoudt ten opzichte van de eerste risico-enquête (96%). Tot slot laten alle bedrijven bezoekers zich verplicht aanmelden voordat ze de stallen betreden. Meer dan 95 procent van de bedrijven past deze bioveiligheidsmaatregelen al toe op het eigen personeel. Hygiënesluis niet altijd correct toegepastToch zijn er nog verbeterpunten. Hoewel het overgrote merendeel van de bedrijven beschikt over een hygiënesluis met bedrijfskledij en -schoenen, moeten deze ook correct worden gebruikt. “Het principe is eenvoudig: bezoekers komen binnen in de publieke of ‘vuile’ zone, waar eigen kledij en schoenen nog zijn toegelaten. De eigen kledij wordt uitgedaan en handen gewassen en ontsmet”, duidt Brossé. “Pas daarna betreedt men de bedrijfseigen of ‘propere’ zone waar de bedrijfskledij en -laarzen worden aangetrokken. De strikte scheiding tussen de &#039;vuile&#039; en &#039;propere&#039; zone is cruciaal om te vermijden dat kiemen vanuit de publieke zone in de stal of op de bedrijfseigen materialen terechtkomen.”Slechts 22 procent van de varkensbedrijven geven aan dat hun hygiënesluis volgens dit principe is ingericht. Volgens Brossé hoeft een correcte indeling echter geen grote investering te zijn: “De enige voorwaarde is dat de ruimte twee toegangen heeft: één naar de publieke zone waarlangs personen het bedrijf binnenkomen en één naar de stallen. Een simpele bank kan al dienen als duidelijke fysieke scheiding tussen beide zones.”</content>
            
            <updated>2026-01-22T20:48:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Staat varkenshouderij voor een nieuwe crisis? Opbrengsten duiken onder de kostprijs]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/staat-varkenshouderij-voor-een-nieuwe-crisis-opbrengsten-duiken-onder-de-kostprijs" />
            <id>https://vilt.be/58525</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De varkenshouderij beleeft moeilijke tijden. Sinds de zomer van vorig jaar daalt de prijs voor varkensvlees en biggen. In de sector horen we dat er sinds enkele weken verlies wordt gemaakt. Ligt een crisis zoals drie jaar geleden op de loer? “Vermoedelijk zal het niet zo erg zijn, maar het gaat momenteel niet goed en er is geen directe verbetering in zicht”, klinkt het bij KBC Bank.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="afrikaanse varkenspest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ff96a468-64ea-4492-88e6-7ad3d463c7f0/full_width_varkens.jpg</image>
                                        <content>Na enkele jaren van relatieve voorspoed staat de varkenshouderij weer voor een moeilijke periode. Al enkele maanden is er een prijsdaling en het kritische break-evenpoint is intussen bereikt. Dat blijkt onder andere uit de periodieke conjunctuurbarometer van KBC Bank. Eind 2025 flirtte de beschikbare cashflow op alle types varkensbedrijven met het nulpunt. Sindsdien is zowel de biggenprijs als de vleesprijs verder gedaald.&amp;nbsp;Beschikbare cashflow of wat er netto overblijft,&amp;nbsp;is volgens de bank de beste graadmeter om de rendabiliteit van een bedrijf of sector uit te drukken. Na een diepe crisis in de periode 2020-2022 ging het jarenlang behoorlijk in de sector, met gemiddelde beschikbare cashflows die piekten op 28 euro per vleesvarken op afmestbedrijven en 82 euro per vleesvarken op gesloten bedrijven. De varkensvleesprijs scheerde medio2023 nog hoge toppen tot 1,83 euro per kilo, terwijl er 76 euro voor een big werd neergeteld.Vrije val vlees- en biggenprijzenBegin 2026 is er van deze hoogconjunctuur geen sprake meer. Zowel de biggenprijs als de vleesprijs is sinds de zomer van 2025 aan een vrije val bezig. Een speenbig bracht in april 2025 nog 62,5 euro in het laatje. Maar zit sindsdien in vrije val en levert nu 10,5 euro op. De voorbije drie weken is er drie euro van de prijs afgegaan.De varkensvleesprijs daalde van 1,6 euro per kilo in juni 2025 tot 0,90 euro per kilo deze week. Het gaat om een prijs zonder toeslagen. In de praktijk krijgen boeren zo’n 1,10 euro per kilo. Volgens varkenshouder en ABS-bestuurslid Dirk Verstappen is deze prijs veruit onvoldoende. “Om er iets aan over te houden en ook jezelf een loon uit te keren, is minstens 1,5 euro per kilo nodig.”Bart Verstrynge die bij KBC Bank de conjunctuur in de varkenshouderij opvolgt, spreekt van een naderend moeilijk voorjaar. “Het ziet er niet goed uit. De gemiddelde beschikbare cashflow voor vleesvarkensbedrijven, gesloten bedrijven en zeugenbedrijven ligt momenteel op of onder nul. Binnen deze eenheid zijn de kosten voor eigen arbeid niet meegenomen. Dat betekent dat een gemiddeld varkensbedrijf in Vlaanderen op dit moment verlies maakt.” De econoom voegt er wel aan toe dat er grote &amp;nbsp;verschillen tussen varkensbedrijven bestaan. “Voor de minder performante bedrijven of bedrijven met een hogere kostenstructuur dan gemiddeld zullen deze verliezen algemeen gezien hoger liggen .”Combinatie van factoren drukt vraagVerstrynge ziet een aantal verklaringen voor de prijsval. “Nadat het varkensaanbod in Vlaanderen en Europa enkele jaren daalde, zag je begin vorig jaar dat dit voor het eerst weer toenam als gevolg van de aanhoudende hoogconjunctuur.” Omdat de vraag niet volgde en de export sputterde, was er sprake van een overaanbod waardoor de prijs vanaf de zomer begon te dalen.Eind september kwamen hier de handelsbelemmeringen van China bovenop. Het Aziatische land, dat belangrijk is voor de vierkantsverwaarding van de Vlaamse varkens, gooide de invoertarieven voor varkensproducten uit Europa omhoog, naar zelfs 62,4 procent voor België. Dit fnuikte de al moeilijke export &amp;nbsp;naar China waardoor de druk op de prijs toenam . Deze druk nam eind vorig jaar verder toe met de vaststelling van Afrikaanse varkenspest in Catalonië in Spanje. Hierdoor sloten veel niet-Europese landen de grenzen voor Spaans varkensvlees en kwam dit op de Europese markt terecht. “Er is binnen het Europese speelveld druk op de bevoorradingsketens om het vroeger exporteerbare volume van Spanje te absorberen”, vertelt Michael Gore, gedelegeerd bestuurder bij FEBEV, de organisatie die slachthuizen en versnijders vertegenwoordigt.Ook bij de varkensslachthuizen klinkt er bezorgdheid over de situatie bij de varkenshouders. “Naast het grote aanbod speelt vandaag ook de matige vraag, die in januari traditioneel kleiner is”, aldus Gore.ABS-bestuurslid Van Stappen stelt nog vast dat de vraag naar biggen uit Spanje laag is door de uitbraak van Afrikaanse varkenspest daar. “Normaal piekt de biggenafzet naar Spanje in december en januari omdat de varkenshouders zich daar schrap zetten voor de zomervraag. In het toeristenseizoen kent de Spaanse markt een grotere binnenlandse vraag naar varkensvlees. Nu is er van export naar Spanje geen sprake.” Hoe moet het nu verder?Hoewel Verstrynge van KBC Bank wel kleine lichtpuntjes ziet (de gunstige evolutie van de grondstofprijzen van veevoeders en de verminderde Chinese importtarieven naar 9,8 procent medio december, red.) verwacht hij op korte termijn geen verbetering in de conjunctuur. “Er is op dit moment nog steeds sprake van een overaanbod en mogelijk is het nog wachten tot de zomer voordat de vraag aantrekt, het aanbod wat terugloopt en de prijs herstelt.”De Afrikaanse varkenspest in Spanje kan op iets langere termijn volgens hem een geluk bij een ongeluk zijn. “De varkensstapel stond de voorbije jaren in veel Europese landen onder druk. In Nederland, België, Duitsland, Italië en Denemarken was er sprake van een structurele daling de laatste vijf jaar. Spanje was een beetje een uitzondering. Het is mogelijk dat hier verandering in komt en het aanbod daar daalt als gevolg van de varkenspest.”Varkenshouder Ton van Limpt uit Weelde ziet voorlopig nog weinig positieve signalen en meldt al enkele weken onder de kostprijs te werken. “Op dit moment moet er elke dag geld bij”, vertelt hij. De Kempenaar denkt dat de nakende crisis tot een verdere kaalslag in de sector kan leiden.De Kempense varkenshouder maakte zich deze zomer nog zorgen over de uitbraak van varkenspest bij Duitse everzwijnen. De varkensziekte blijft de gemoederen in Vlaanderen bezig houden. Michael Gore van FEBEV waarschuwt voor een mogelijke insleep. “Het is zaak waakzaam te blijven voor AVP en anderzijds ook regionalisering te laten erkennen door derde landen met wie we samenwerken.” Bij regionalisering kan vlees uit niet-besmette regio’s – niet Catalonië in het geval van Spanje – wel gewoon worden uitgevoerd.</content>
            
            <updated>2026-01-22T20:40:20+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bart Dochy schrijft boek: “Wie de geschiedenis van landbouw niet kent, kan zijn toekomst niet vormgeven”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bart-dochy-schrijft-boek-wie-de-geschiedenis-van-landbouw-niet-kent-kan-zijn-toekomst-niet-vormgeven" />
            <id>https://vilt.be/58526</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwer en cd&amp;v-politicus Bart Dochy gidst de lezer in zijn nieuw boek ‘Trotse Boeren’ door de geschiedenis, uitdagingen en toekomst van de Vlaamse landbouw. Hij pleit daarin voor meer fierheid op landbouwers en alle sectoren die rond de landbouw zijn gegroeid. “Ik merk dat veel politici deelnemen aan het debat zonder te weten hoe de sector is geworden wat hij vandaag is”, aldus Dochy. “Ik hoop dat het boek de lezer een historische context kan bieden om van daaruit met open vizier naar de toekomst te kijken.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                        <category term="geschiedenis" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b2c055e6-6ee3-4558-95b8-015532bcbbdd/full_width_dochy-boek.jpg</image>
                                        <content>Bart Dochy is al zeven jaar voorzitter van de Vlaamse landbouwcommissie en burgemeester van de landelijke gemeente Ledegem. Ook heeft hij zijn eigen landbouwbedrijf. Stellen dat hij affiniteit heeft met de sector lijkt op zijn plaats. Hij kent zijn vakgebied door en door. Maar hij merkte bij zijn collega’s op dat de historische context vaak vergeten wordt bij discussies over knelpunten en uitdagingen in de sector. Ook de publieke perceptie is volgens Dochy soms onterecht hard en ongenuanceerd. “De landbouw vandaag is het resultaat van een jarenlange evolutie, en dat verdient erkenning”, stelt hij.Dus zette hij alles op een rijtje in een boek. “Niet als nostalgisch eerbetoon, maar als uitnodiging om met een open vizier naar de toekomst te kijken. Waarom is onze Vlaamse land- en tuinbouw vandaag zoals hij nu is? &amp;nbsp;Wat hebben we geleerd? En hoe maken we onze landbouw nog sterker, nog duurzamer, nog waardevoller?”U nodigt mensen uit om met een open vizier naar de toekomst te kijken, werd het boek met eenzelfde open, objectieve blik geschreven?Dochy: “Ik heb het verleden objectief beschreven met het doel een aantal onterechte vooroordelen weg te nemen. Het boek reikt ook niet dé oplossing aan. Die arrogantie heb ik niet. Het wil vooral aanzetten tot reflectie en erkenning creëren voor hoe we gekomen zijn waar we vandaag staan. Want wie zijn geschiedenis niet kent, kan moeilijk richting geven aan de toekomst.” Slechts drie van de tien commissieleden wisten wie Sicco Mansholt was Hoe is de sector geworden tot wat ze vandaag is?Dochy: “Doorheen de geschiedenis zijn de maatschappelijke verwachtingen vaak veranderd, en heeft de landbouwer zich telkens moeten aanpassen. Soms met tegenzin, soms met overtuiging, maar bij de blijvers altijd met veerkracht. Na de Tweede Wereldoorlog lag bijvoorbeeld de focus in Europa op voldoende en betaalbaar voedsel, waarbij landbouwers moesten kunnen leven van hun arbeid. In de jaren 60 kwam het Mansholtplan, dat naar industrieel voorbeeld inzette op minder maar grotere landbouwbedrijven. Het plan lokte hevige boerenprotesten uit, werd afgezwakt, maar werd in grote mate wel doorgevoerd. De Vlaamse boeren van die generatie die in de sector bleven, hebben die overgang met bravoure doostaan. Ze investeerden en vernieuwden, en deden dat met lef, visie en fierheid.&quot;&quot;Het productiestimulerende beleid werd uiteindelijk het slachtoffer van zijn eigen succes met structurele overproductie als gevolg. Ook het landschap onderging mee de gevolgen. Heggen verdwenen, akkers werden gedraineerd, beken werden rechtgetrokken. De biodiversiteit stond onder druk, en het contact tussen landbouwer en consument verminderde.”“Sicco Mansholt, de eerste Eurocommisaris voor Landbouw, heeft met zijn plan een grote impact gehad op de sector en heeft mee bepaald hoe de landbouw er vandaag uitziet. Ik was dan ook verbaasd toen we in 2016 tijdens een parlementaire uitstap door zijn geboortedorp reden en slechts drie van de tien leden van de landbouwcommissie wisten wie hij was.”“Na de decennia van groei en modernisering kreeg het GLB een ander gezicht met nadruk op inkomenssteun, meer marktgerichtheid en plattelandsontwikkeling, en later naar een bredere transitie richting duurzaamheid en gezondheid in de voedselketen. Zo evolueerde de sector van hogere productiviteit naar kwaliteit. Door de successen hierin, ontstond een nieuwe focus op milieu en dierenwelzijn. Domeinen die voor de landbouwer vandaag steeds bepalender zijn.” De trots moet op de hele keten slaan, ook op de agro-industrie Je pleit voor meer trots voor de veerkracht van landbouwers, maar ook voor de agro-industrie. Maak je je daarmee niet onpopulair bij landbouwers? De industrie wordt vaak gezien als de boeman die hen in de greep houdt.Dochy: “De agro-industrie is niet van bovenaf gegroeid, maar altijd organisch mee geëvolueerd vanuit de noden van de land- en tuinbouw. Landbouwers inspireren en dagen mechanisatie, verwerking, logistiek, onderzoek en veredeling uit. Landbouw reikt met andere woorden verder dan alleen de primaire productie, het is een economische activiteit die waarde creëert. Het is belangrijk dat we die dynamiek blijven erkennen. Samen vormen ze een keten van innovatie en topbedrijven van wereldniveau. De trots moet dan ook op de hele keten slaan. Dit betekent niet dat de spanningen binnen de keten ontkend mogen worden. Daar zijn heel wat werkpunten en uitdagingen voor de toekomst.”“Daarnaast is het belangrijk om niet louter naar het economisch belang te kijken. De maatschappelijke impact kan niet miskend worden. Landbouwers zijn verbonden met plattelandsontwikkeling en hebben een sociaal element binnen de dorpsgemeenschap. Vroeger was dit nog meer uitgesproken, maar dit is vandaag zeker nog niet verdwenen. Denk aan de Sint-Eloois- of Sint-Isidoorfeesten die vandaag nog steeds worden gevierd, of de kerstlichtjesparades met tractoren die zeer populair zijn.”Hoe actueel zijn de geschiedenislessen uit het boek vandaag nog?Dochy: “Ik kan veel voorbeelden geven maar ik pik er eentje uit. Hoe komt het dat we vandaag suiker uit suikerbieten hebben?”Geen idee?Dochy: “Dat komt door een continentale blokkade (1806-1814) ten tijde van Napoleon. Hierdoor werd het Europese vasteland afgesneden van de import van Zuid-Amerikaanse suiker en werd er versneld ingezet op de ontwikkeling van suikerraffinage uit suikerbieten. Zo zorgde Napoleon ervoor dat Europa in snel tempo zelfvoorzienend werd in suiker. Het besef van strategische autonomie komt vaak uit noodsituaties. En vandaag geven we exact die strategische autonomie voor onze suikerproductie opnieuw uit handen via het Mercosurakkoord. Ik vind dat we de basisdoelstelling van voldoende voedsel niet mogen vergeten, niet bij handelsovereenkomsten maar ook niet bij de nieuwe focus op klimaat.” De sector heeft al vaker aangetoond zich te kunnen aanpassen aan veranderende maatschappelijke verwachtingen, maar daar hangen voorwaarden aan In het laatste hoofdstuk stip je negen aandachtspunten aan om de toekomst van de landbouwsector te waarborgen. Een punt dat ondernemers uit de sector al decennialang aankaarten is de roep om eenvoudigere regels. Heb je er vertrouwen in dat die trend nog kan worden omgebogen?Dochy: “Opmerkelijk genoeg heeft het digitale tijdperk geleid tot meer complexiteit, terwijl we nog nooit zoveel mogelijkheden hadden om complexe processen te vereenvoudigen. Maar ik zie het alvast positief in: alle huidige complexiteiten in de regelgeving zijn het resultaat van menselijke beslissingen, dit wil zeggen dat de mens ook de macht heeft om de nodige vereenvoudigingen te maken. Ik vergelijk het beleid van de toekomst graag met een smartphone: zeer complex aan de binnenkant, maar wel uiterst gebruiksvriendelijk.”Waar heeft de sector nog nood aan?Dochy: “Een langetermijnvisie. De sector heeft al vaker aangetoond zich te kunnen aanpassen aan veranderende maatschappelijke verwachtingen, op voorwaarde dat daar duidelijkheid, perspectief, rechtszekerheid en respect tegenover staan. Dit missen we momenteel. We moeten vandaag vragen durven stellen over waar we naartoe willen.”“Als we kiezen voor een strategische, toekomstgerichte voedselvoorziening, moeten we beseffen dat we daar ook landbouwers en een leefbaar platteland voor nodig hebben. Een strategisch landbouwbeleid moet ook rekening houden met milieu- en natuurdoelen, maar ook met het samenleven van mens en natuur. Dat betekent normen die haalbaar zijn, rechtszekerheid om te kunnen investeren en een beleid dat de landbouwer niet in een hoek duwt, maar respecteert en vooruithelpt.”“Ik hoop dat mijn boek een bescheiden bijdrage kan leveren aan een achtergrond voor zij die straks het debat dienen te voeren over de toekomstvisie van de land- en tuinbouwsector.”&amp;nbsp; ‘Trotste Boeren. Het echte verhaal van traditie en innovatie in de Vlaamse landbouw’ van Bart Dochy ligt vanaf 31 januari in de boekhandel. Maak kans op een exemplaar!VILT mag 10 x ‘Trotste Boeren. Het echte verhaal van traditie en innovatie in de Vlaamse landbouw’ weggeven. Deelnemen kan door je in te schrijven op onze nieuwsbrief en ons via info@vilt.be&amp;nbsp; jouw leukste, strafste of meest verrassende landbouwweetje te bezorgen. Groot of klein, historisch of hedendaags, alles mag, zolang het iets zegt over onze agrovoedingssector.Op 6 februari selecteren we lukraak 10 winnaars uit alle inzendingen. Zij krijgen het boek thuisgestuurd.</content>
            
            <updated>2026-01-23T02:27:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Directeur Filip Vanaken stoomt REO klaar voor de toekomst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/strategiewijziging-heeft-verliezen-in-preiteelt-al-getemperd" />
            <id>https://vilt.be/58527</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De coöperatieve veiling voor groenten en fruit REO uit Roeselare heeft een licht teleurstellend jaar achter de rug. Maar directeur Filip Vanaken wanhoopt allerminst. “2025 was het jaar van de transitie”, zei hij tijdens de presentatie van de jaarcijfers die lager uitvielen dan in 2024. In een interview met VILT blikt Vanaken niet alleen terug. Een professionalisering van de organisatie, meer interactie met de telers, een herstructurering van de werking en een nieuwe koelinfrastructuur moeten de veiling in Roeselare klaarstomen voor de toekomst.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ac19cbb4-d705-4ac8-97b1-7caf0fca8569/full_width_filip-vanaken.jpg</image>
                                        <content>Het was moeilijk om Filip Vanaken eind vorig jaar te strikken voor een interview. De REO-directeur had het druk met de afronding van de jaarcijfers, terwijl de bouw van tien nieuwe koelcellen bezig is. Die zijn dag en nacht bereikbaar voor leverancier, teler en klant. Naast die  koelcellen staat dit kwartaal de afronding van nog eens vier koelboxen op de planning.De nieuwe koelinfrastructuur is onderdeel van de Beleidsnota REO 2.0, de naam voor de nieuwe strategie die REO in maart vorig jaar presenteerde. De strategie, waaraan enkele jaren gewerkt is, moet de coöperatie toekomstbestendig maken. Volgens Filip Vanaken zijn de eerste resultaten van deze strategiewijziging al zichtbaar, maar moeten die dit jaar nog meer tastbaar gaan worden. “Het omzetverlies in de preiteelt is iets minder groot dankzij de nieuwe commerciële strategie”, vertelde hij eind januari. Eerst over 2025. &amp;nbsp;De omzet groenten en fruit daalt met zeven procent. Een jaar om snel te vergeten?Dat het een slecht jaar was voor de veiling, kunnen we niet zeggen. Het is nog steeds het op drie na beste jaar van REO. In vorige jaren hadden we gewoon te maken met recordjaren wat te maken had met de hogere prijs door het lagere volume. Nu is de omzet iets minder, maar nog goed voor de veiling. Dat wil overigens niet zeggen dat het voor alle telers goed was. Voor veel vollegrondstelers was het slechter dan in 2024 en sommige sectoren hebben een zeer zwaar jaar gehad.Welke sectoren?Vooral de preitelers en, meer nog, de witlooftelers. De omzet uit prei daalde met 17 procent, die van witloof zelfs met 51 procent. De witloofteelt was daarmee vorig jaar zeker niet rendabel.Hoe komt dat?Het aanbod lag hoger dan in de voorbije twee jaar en de vraag was lager. De vraag naar witloof daalt al langer. Voor witloof lijkt dit jaar weer een moeilijk jaar te worden. De worteloogst, het uitgangsmateriaal voor de &#039;forcerie&#039;, was goed, waardoor er weer veel volume verwacht kan worden. Wat doet u om de witlooftelers te ondersteunen?De middelen zijn beperkt. Enerzijds neemt de consumptie van witloof al jaren af en anderzijds is het afzetgebied ook beperkt tot Nederland, België, Noord-Frankrijk en Duitsland. We willen met gerichte marketing samen met VLAM bekijken of we de vraag kunnen aanwakkeren, vooral onder jongeren die steeds minder witloof eten. Ook willen we het gesprek met de supermarkten aangaan om schommelingen tegen te gaan en meer te werken met contracten.De taak van een veiling is om de productie van haar leden zo goed mogelijk te vermarkten. Welke plannen heeft u nog meer om dat te doen?De voorbije jaren hebben we gewerkt aan een strategie om REO klaar te stomen voor de toekomst. Deze strategie is in maart 2025 aan onze leden voorgesteld en draagt de naam REO 2.0. We voorzien grondige aanpassingen op het gebied van koelopslag, de coöperatieve werking en de commerciële werking. Vorig jaar zijn deze veranderingen ingezet, die gaan gepaard met een investering tussen de 15 en 20 miljoen euro over enkele jaren. Dit jaar moet het meer zichtbaar worden. Dat is een behoorlijke investering..De hele koeling gaat op de schop en daarmee de inrichting van het magazijn. De verouderde koeling wordt gefaseerd vernieuwd. Daarbij voorzien we ook 14 extra koelboxen met laadkades die 24 uur per dag bereikbaar zijn voor teler en klant. We hadden al drie van deze 24/7-koelcellen en merkten dat dit zeer goed ontvangen werd. Zo brengen we flexibiliteit in het ophaal- en afhaalproces. Klanten en telers kunnen op elk gewenst moment langskomen en zo de files omzeilen.Gelijk met deze logistieke aanpassingen hervormen we ook onze werking. Nu worden de producten bij levering eerst gekeurd en vervolgens afgezet in de loods. Dat kan filevorming aan de keurtafel of juist rustige periodes tot gevolg hebben. In de toekomst zal het keuren na aflevering plaatsvinden, op een door ons te bepalen moment. De telers hoeven zo niet te wachten en daarmee winnen ook wij intern aan flexibiliteit en kunnen we onze kwaliteitsmedewerkers efficiënter inzetten. Zo kunnen zij andere zaken doen. Welke zaken?We voorzien bijvoorbeeld de introductie van het REO Sublime premium submerk, waarmee we onze topproducten onder de aandacht willen brengen. De kwaliteits- en keuringseisen die hieraan verbonden zijn, zijn strenger en tijdrovender.Daarnaast willen we proactiever terugkoppelen naar de producenten na herkeuring van hun producten. Waar de teler momenteel een beetje input krijgt na afkeur, willen we hem in de toekomst beter informeren en begeleiden naar een verbetering van zijn aanbod, zodat het product beter afgestemd is op de vraag vanuit de markt. Wij ontvangen feedback van klanten over kwaliteitseisen en voorkeuren. Deze zaken moeten we beter doorspelen naar onze  meer dan 700 telers. De wisselwerking tussen telers en coöperatie is voor een stuk ook geïnstitutionaliseerd in REO 2.0.Hoe bedoelt u dat?We willen de telers meer betrekken bij de verkoop. We hebben productstuurgroepen opgericht die periodiek samenkomen. Vroeger waren dergelijke productgroepen deels gebonden aan belangenorganisaties als Boerenbond en liepen commerciële en syndicale werking door elkaar heen. Nu zijn dit structuren binnen REO alleen. Ook de oprichting van Jong REO is onderdeel van deze strategie. De jonge telers zijn onze toekomst; zij moeten mee sturing geven aan het beleid. En wat houdt de nieuwe commerciële strategie in?Behalve een nieuwe merkenstructuur willen we ook flexibeler naar teler en klant optreden. Voordien was het ofwel bemiddeling, ofwel klokveiling. Nu willen we meer op zoek naar hybride varianten.Wanneer verwacht u resultaat van de koerswijziging?De eerste voorzichtige resultaten lijken nu al zichtbaar. Als gevolg van onze commerciële strategiewijziging hebben we een tussenkwaliteit in het leven geroepen voor prei. Aanvankelijk was er alleen het hoge Flandria-kwaliteitskeurmerk, daarna was er alleen Export A.1-klasse. Het kwaliteitsverschil tussen beide segmenten zorgde voor een disproportioneel prijsverschil.Door een tussenkwaliteit in het leven te roepen en deze producten in houten kisten te vermarkten, spelen we in op een vraag uit de markt. Hierdoor realiseren we een hogere prijs voor de telers. Zonder deze aanpassingen zou de omzet uit prei dit jaar mogelijk nog slechter zijn uitgevallen. Hoe ligt de verhouding klokverkoop en bemiddeling bij REO en welke evolutie kent die?Dat is de laatste jaren richting 50-50 gegaan, waar klokverkoop in het verleden altijd leidend was. In 2024 zag je echter dat het aandeel klokverkoop steeg. Dat had te maken met de goede klokprijzen (wegens het lage aanbodvolume), waardoor telers niet geneigd waren contracten aan te gaan. Ik verwacht dat het aandeel contracten de komende jaren verder stijgt.U was ooit in gesprek met Hoogstraten over een fusie. U zag toen mogelijkheden om efficiëntiewinst te boeken. Nu niet meer?De verschillen tussen beide organisaties bleken te groot. Een fusie is niet meer aan de orde, maar ik geloof wel dat een samenwerking tussen de Belgische coöperaties (BelOrta, Coöperatie Hoogstraten en REO) veel mogelijkheden biedt. BelOrta en Hoogstraten vermarkten samen de blauwe bessen, een teelt die zwaar onder druk staat door prijsdruk. Welke samenwerking ziet u voor u?Als we weer teruggaan naar de situatie in de witloofteelt, liggen hier misschien mogelijkheden in samenwerking. In Frankrijk hebben producentenorganisatie jaren geleden verkoopbureaus opgericht die het aanbod op de verwachte vraag afstemt. Zo is de markt beter in balans. Zoiets zou hier ook interessant zijn.Wilt u de witloofproductie drukken?Daar zou in de toekomst over gedacht kunnen worden en dat is in het verleden ook gedaan. Maar dan zou je ook de Nederlandse telers mee moeten hebben.</content>
            
            <updated>2026-01-25T20:02:44+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Greenpeace over GLB: 40 procent van EU-subsidies gaat naar één procent grootste boerderijen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/analyse-greenpeace-glb-40-van-de-eu-subsidies-gaat-naar-1-van-de-grootste-boerderijen" />
            <id>https://vilt.be/58528</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De top één procent van de boerderijen ontvangt tot 40 procent van de landbouwsubsidies. Dat stelt een analyse van Greenpeace over de verdeling van GLB-subsidies (subsidies uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, red.) in zes EU-landen. Twee derde van de GLB-subsidies komt terecht bij tien procent van de begunstigde landbouwbedrijven. "De EU moet het roer omgooien en haar landbouwbeleid afstemmen op de hedendaagse realiteit, waarbij publiek geld daadwerkelijk ten goede komt aan landbouwers die het nodig hebben en aan de planeet", klinkt het bij de milieuorganisatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0f8cee8c-0639-4d9c-bc86-0a2f7f478bc8/full_width_greenpeace-actieglb-creditsjohannadetessieres-greenpeace-1250.jpg</image>
                                        <content>Greenpeace analyseerde GLB-betalingen in Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Italië, Nederland en Spanje voor het jaar 2024. Per land werd gekeken hoe de subsidies zijn verdeeld. De analyse toont aan dat GLB-betalingen sterk geconcentreerd zijn bij een groep kapitaalkrachtige spelers, vaak door hun omvangrijke grondbezit. “De tien procent grootste begunstigden krijgt gemiddeld twee derde van alle landbouwsubsidies. In elk onderzocht land gaat het om 59 procent tot 69 procent van het totaal”, aldus de milieubeweging. In een notendop: subsidies uit de eerste pijler van het GLBHet GLB bestaat uit twee pijlers: inkomenssteun en plattelandsontwikkeling. De eerste pijler is veruit de grootste en voorziet in een basisinkomenssteun per hectare voor actieve landbouwers. Wie dus meer land beheert, krijgt ook meer subsidies.Aan die steun hangen ook enkele voorwaarden vast. Zo moeten landbouwers onder meer voldoen aan de zogeheten conditionaliteiten, een bindend pakket basisregels rond milieu, klimaat, bodem, water, dierenwelzijn en voedselveiligheid. Denk aan bufferstroken langs waterlopen, behoud van blijvend grasland, regels rond erosie of rotatie van gewassen.Bovenop die basissteun kunnen landbouwers vrijwillig extra steun krijgen via eco-regelingen, bijvoorbeeld door bloemenranden aan te leggen of bodembedekkers te zaaien. Volgens Greenpeace zou het GLB in dit landschap van toenemende uitdagingen een levenslijn moeten zijn voor landbouwers én natuur. “Het subsidiesysteem is goed voor ongeveer een derde van de EU-begroting. Het werd opgezet om landbouwinkomens te stabiliseren, plattelandsgemeenschappen te ondersteunen en de voedselvoorziening van Europa veilig te stellen”, aldus Greenpeace. “Hoewel het GLB heeft bijgedragen aan het versterken van de inkomens van landbouwers, heeft het onevenredig veel voordeel opgeleverd voor grote bedrijven en grondeigenaars. Die scheve verdeling vergroot de ongelijkheid op het platteland, stimuleert de industrialisering van de landbouw en schaadt natuur en klimaat, waardoor ook de veerkracht en de houdbaarheid van de voedselproductie onder druk komen te staan”.Het probleem zit volgens de milieuorganisatie in “het fundamenteel gebrekkige ontwerp van het GLB, met niet gerichte, areaalgebonden betalingen als spil”. Europees publiek geld wordt daarbij verdeeld op basis van het aantal hectares, terwijl het volgens de organisatie zou moeten zijn op basis van de maatschappelijke en ecologische waarde van landbouwpraktijken.Roer omgooien: steun voor kwetsbare landbouwers en de planeetHet GLB loopt volgend jaar ten einde waardoor het politieke debat over de volgende GLB-hervorming al volop bezig is. “Een kans voor de EU om het roer om te vormen, om het GLB grondig te hervormen en het landbouwbeleid af te stemmen op de uitdagingen van vandaag”, stelt Greenpeace. “De steun moet terechtkomen bij wie ze echt nodig heeft: landbouwers in een kwetsbare economische positie, zij die in harmonie met de natuur werken en zij die de stap willen zetten naar duurzamere praktijken.”Wie behoort tot de top tien procent?Greenpeace focust in het rapport op een aantal bedrijven die behoren tot de tien procent grootste ondernemingen in de zes onderzochte landen. Zo behoort een bedrijf van één van de rijkste families van Duitsland, de Aldi-erfgenamen, tot de 30 grootste ontvangers van rechtstreekste GLB-steun in Duitsland. De Aldi-erfgenamen zouden tal van landbouwbedrijven en heel wat landbouwgrond bezitten. Greenpeace schat het areaal op 9.000 hectare en een jaarlijkse GLB-steun tussen de drie en de zes miljoen euro.Ook in Italië spelen enkele dominante spelers een belangrijke rol in de landbouwsector. Het grootste landbouwbedrijf, Genagricola, is eigendom van een van de grootste financiële groepen ter wereld. Genagricola beheert meer dan 12.000 hectare landbouwgrond in Italië en Roemenië en produceert akkergewassen, wijn en vee. Via dochterondernemingen breidde het bedrijf zijn activiteiten verder uit naar zaden, meststoffen en dierenvoeding.</content>
            
            <updated>2026-01-25T19:54:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Frans gerecht onderzoekt overlijden van twee baby's: mogelijke oorzaak is vervuild melkpoeder]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/frans-onderzoek-naar-babymelk" />
            <id>https://vilt.be/58529</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Franse gerecht start met een onderzoek naar de dood van twee zuigelingen. Mogelijk dronken ze poedermelk, vervuild via de giftige stof cereulide. Nestlé is al wekenlang bezig met een terugroepactie van melkpoeder wegens de mogelijke aanwezigheid van cereulide. Het melkpoeder is over verschillende continenten in bijna 60 landen aanwezig. In Vlaanderen werd zeker één kind ziek wegens een besmetting met cereulide.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e6c09ccc-ba4b-4caa-8834-bd43dd23a7fb/full_width_babymelk.jpg</image>
                                        <content>De baby&#039;s overleden in de regio&#039;s Angers en Bordeaux, respectievelijk in West- en Zuid-Frankrijk. Het kind dat in Bordeaux stierf, zou melk hebben gedronken van het merk Guigoz. Dat is één van de merken dat betrokken is bij de terugroepactie. De aanwezigheid van cereulide kan leiden tot aanhoudend braken en buikloop. Ook het kind dat in Angers overleed, zou de poedermelk van Guigoz hebben gedronken. De betrokken procureur heeft het over &quot;een ernstige piste&quot;, maar een verband is nog niet aangetoond. Volgens de Franse autoriteiten is de bron van de besmetting te vinden bij een bestanddeel dat wordt geleverd door een Chinees bedrijf.Guigoz behoort tot het gamma van Nestlé. De multinational begon op 5 januari met een grootschalige terugroepactie in Europa. Maar Guigoz is ook aanwezig in Afrikaanse en Aziatische landen. Volgens verschillende ngo&#039;s wachtte Nestlé te lang met ingrijpen. De Franse consumentenorganisatie Foodwatch zou op 15 december al vragen hebben gesteld aan Nestlé over een mogelijke besmetting van babyvoeding. Intussen liet het Zwitserse bedrijf wel wereldwijd kunstvoeding voor baby&#039;s uit de winkelrekken halen. Volgens de internationale nieuwsdienst Reuters gaat het om de grootste terugroepactie uit de geschiedenis van Nestlé, opgericht in 1866.Te late waarschuwing? Greep Nestlé echt te laat in? Het bedrijf detecteerde een bacteriële besmetting in kunstmelk voor baby&#039;s, na 19 november verspreid in Europa. Bij een interne controle werd cereulide ontdekt, de giftige stof is ontstaan door een bacterie die op plantaardige olie zat. Nestlé denkt aan arachideolie, afkomstig van een toeleverancier. Op 12 december kwam er een eerste waarschuwing om bepaalde blikken poedermelk niet meer te gebruiken. Op 5 januari begon Nestlé dan met de grootschalige terugroepactie. Hij huilde bij het drinken, kreeg diarree en werd grauw Volgens de Europese database RASFF met meldingen rond voedselveiligheid gaat het om poedermelk uit een fabriek in het Nederlandse Nunspeet. Maar volgens het Oostenrijkse voedselagentschap zijn maar liefst 800 producten van Nestlé betrokken, afkomstig uit minstens tien fabrieken. De Franse krant Le Monde noemt naast Nederland nog Frankrijk, Spanje, Zwitserland en Duitsland. Ook het Noorse voedselagentschap mengde zich in het dossier en sprak van &quot;geen acute bedreiging&quot; voor de volksgezondheid. Maar in verschillende Europese landen doen nu tegenstrijdige berichten de ronde.Zeker één ziektegeval in VlaanderenNestlé meldde begin januari dat er geen enkele baby ziek werd door de poedermelk. Dat valt naar verluidt moeilijk te bewijzen. De symptomen lijken erg op buikgriep. In de winter zijn baby&#039;s sowieso vatbaar voor virussen. De kans bestaat daarom dat ziekenhuizen bij een binnengebrachte baby niet op zoek gaan naar de daadwerkelijke oorzaak van buikgriep. Het Nederlandse RTL Nieuws berichtte wel over vier baby&#039;s die ziek werden na het drinken van flesvoeding. &quot;Hij huilde bij het drinken, kreeg diarree en werd grauw&quot;, vertelde een vader aan RTL Nieuws. Hier is het afwachten of er een verband is met door cereulide besmet melkpoeder.Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) kreeg na de terugroepactie twee meldingen binnen van zieke baby&#039;s. Zij zouden de bewuste poedermelk hebben gedronken. Een labo onderzocht het melkpoeder, maar trof geen sporen van cereulide aan. Ook bij het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid kwamen meldingen binnen van zieke kinderen, na het drinken van poedermelk. Uit de laboresultaten bleek dat alvast één kind ziek werd door een besmetting met cereulide uit een melkproduct van Nestlé. Het kind is intussen wel hersteld.In ons land zijn op 5 januari een tiental producten van het babyvoedingsmerk NAN van Nestlé preventief uit de rekken gehaald. België werd door Nestlé niet vernoemd als een risicoland. Toch besloot het FAVV geen enkel risico te nemen. Het FAVV controleert producenten van poedermelk één keer om de twee jaar, wel enkel als ze in België produceren.</content>
            
            <updated>2026-01-24T17:22:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tiense Suikerraffinaderij sluit met positief gevoel recordcampagne af na miserie in suikerland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/na-miserie-in-suikerland-sluit-tiense-met-positief-gevoel-recordcampagne-af" />
            <id>https://vilt.be/58530</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De campagne bij de Tiense Suikerraffinaderij loopt deze week ten einde. Hoewel de suikermarkt er nog altijd erg aan toe is, heeft deze fabrikant reden tot juichen. “De campagne is goed verlopen en ook het uitstel van het Mercosur-vrijhandelsverdrag zijn zeer goede signalen”, klinkt het. Met een opbrengst van 100 ton per hectare wordt het record in het 190-jarige bestaan gebroken. Ook het suikergehalte van meer dan 18 procent ligt hoog.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="suiker" />
                        <category term="biet" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c3db9f7d-4ac7-466d-9606-972508511f94/full_width_suikerbieten-tiense-jozefien.jpeg</image>
                                        <content>Vrijdag werden de laatste bieten aangeleverd bij Tiense Suikerraffinaderij. Problemen bij de fabriek in Wanze hebben de campagne met enkele dagen vertraagd, maar dat mag de pret niet drukken. “De bieten zijn allemaal in goede toestand binnengekomen en goed verwerkt”, vertelt Erwin Boonen, directeur landbouwgrondstoffen van het bedrijf.De opbrengst van 100 ton per hectare en het suikergehalte van meer dan 18 procent liggen ver boven het gemiddelde. “100 ton hebben we in ons 190-jarige bestaan zelfs nooit gehaald”, aldus Boonen. Crisis in bietenlandEerder dit jaar kwam er weinig goed nieuws uit Tienen en andere suikersteden. Doordat de suikerprijs onder druk stond, schroefde de Tiense Suikerraffinaderij voor het komende seizoen het gecontracteerde bietenareaal sterk terug en daalde ook de prijs. Het geplande Mercosur-vrijhandelsverdrag deed de sector vrezen voor de toekomst.In deze context is de succesvolle suikercampagne goed nieuws. Ook het uitstel van Mercosur stemt Boonen tevreden. Het is volgens hem ook een erkenning van het boerenprotest, waaraan het bedrijf ook deelnam. Zo was ex-CEO Guy Paternoster eerder deze week ook naar Straatsburg afgereisd. “De Europese instanties lijken te beseffen dat er gevoelige landbouwsectoren zijn in Europa die je bij vrijhandelsverdragen moet vrijwaren.”Boonen hoopt dat bij toekomstige handelsverdragen hiermee rekening wordt gehouden. “Europa is ook bezig met een vrijhandelsakkoord met India. Wij hebben signalen ontvangen dat de suikerindustrie hierin gevrijwaard wordt.”</content>
            
            <updated>2026-01-25T20:10:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederlandse landbouwexport richting België groeit met negen procent, met een opmerkelijke trend]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederlandse-landbouwexport-richting-belgie-groeit-met-9-procent" />
            <id>https://vilt.be/58531</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nederland exporteerde in 2025 een waarde van 137,5 miljard euro aan landbouwgoederen naar het buitenland. Zo blijkt uit de nieuwe ramingen van het Nederlandse statistiekbureau CBS en van het studiebureau WSER uit Wageningen. De exportwaarde van landbouwproducten richting België groeide met negen procent tot 17,1 miljard. Vooral de exportwaarde van Nederlandse cacaoproducten richting België is verhoudingsgewijs sterk gestegen, met 49 procent.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="agrovoedingsketen" />
                        <category term="Nederland" />
                        <category term="export" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/48dcc6e5-1591-49c5-8ade-4305ce2e2e20/full_width_cacao-chocolade.jpg</image>
                                        <content>De Nederlandse agro-exportwaarde bedroeg in 2025 zo’n 80,8 miljard meer dan de Belgische in 2024. De cijfers van ons land voor 2025 zijn nog niet beschikbaar. Naast export is ook de Nederlandse landbouw-importwaarde gestegen. Die werd in 2025 geschat op 95,1 miljard euro, een stijging van 11,3 procent ten opzichte van 2024.Duitsland is van oudsher de belangrijkste leverancier van landbouwgoederen voor Nederland, met een aandeel van 16,8% in de totale landbouwimport. België volgt met 12,9 procent, daarna Frankrijk (6,0%).Volgens CBS komt de meeste import van eindproducten uit Italië en België (23%). Denk aan zaken zoals pastasaus, wijn, ham of olijfolie in het geval van Italië en chocolade of bier voor België. België tweede belangrijkste exportbestemming voor NederlandHet gros van de Nederlandse landbouwexport in 2025 gaat naar de EU (72,9%). Duitsland blijft met een aandeel van 25 procent van de landbouw-exportwaarde de belangrijkste exportbestemming voor de Nederlanders, gevolgd door België (12%), Frankrijk (8%) en het Verenigd Koninkrijk (VK) (7%).Dat het land van tulpen en kaas een grote exportwaarde kent bij zuivel en eieren (13,3 miljard euro) en sierteeltproducten (12,3 miljard euro), zal niemand verbazen. Dit zijn de eerste en derde grootste exportcategorie. De tweede grootste categorie is cacao en cacaobereidingen (12,4 miljard). Het jaar voordien stond deze sector nog twee plaatsen lager op de ranglijst met een exportwaarde van ‘maar’ 9,9 miljard. Hoe fier we ook zijn op onze Belgische chocoladecultuur: we snoepen voor beduidend meer geld bij onze buren. De chocolade-export naar België groeide met 49 procent en steeg van een kleine 1,1 miljard in 2024 naar 1,6 miljard euro in 2025. Na Duitsland, België en Polen is Nederland de grootste EU-exporteur van cacaobereidingenZuivel, cacao en sierteelt behelzen dus de top drie. Op de vierde, vijfde en zesde plaats exporteert Nederland vooral vlees (12,1 miljard euro), fruit (9,6 miljard euro) en aardappelen en groenten (9,4 miljard euro) naar het buitenland.Kaas en melkDe exportwaarde van zuivel en eieren bedraagt in 2025 zo’n 13,3 miljard euro. Ten opzichte van een jaar eerder groeit de exportwaarde met bijna tien procent. De importwaarde stijgt procentueel sterker met 14,5 procent tot 6,4 miljard euro. In 2025 is er bij de export naar de belangrijkste landen een wisselend beeld te zien. Hoewel de drie belangrijkste exportbestemmingen een groei lieten zien, nam de exportwaarde van zuivel en eieren naar vooral Duitsland (+13,5%) en Frankrijk (+19,2%) toe. De exportwaarde van Nederlands zuivel en eieren naar België is met bijna 8 procent gestegen.Dat zuivelverkeer gaat in twee richtingen. Op grote afstand van Duitsland waren België en Ierland de nummers twee en drie, wat betreft de import van zuivel naar Nederland. De belangrijkste groep bestaat uit melk, room, boter, en producten zoals wei en natuurlijke honing. Deze groep heeft een exportwaarde van ruim 6,9 miljard euro in 2025, een groei van bijna 12 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. De importwaarde van deze producten steeg nagenoeg met hetzelfde percentage (11,5%) tot 3,6 miljard euro. De absolute stijging van de exportwaarde is nog wel hoger dan die van de importtoename.Wat de melkproductie betreft was er rond juli een stijging door het mooie weer, en het blauwtongvirus hield er minder lelijk huis dan vorig jaar. Dit was niet uniek voor Nederland: ook het Europees melkaanbod lag op een hoger niveau. Een zeer sterke prijsdaling was het gevolg, waardoor prijzen van veel producten gedurende de tweede helft van het jaar onder die van vorig jaar kwamen te liggen, weipoeder uitgezonderd.Kaas vormt een tweede subgroep. Met een exportwaarde van 5,7 miljard euro in 2025 is er een sterke toename van 6,7 procent geraamd. De importwaarde van kaas laat procentueel een grotere groei zien: bijna 12 procent. Ook hier is de absolute exportgroei nog wel hoger dan de groei van de importwaarde. De importwaarde komt in 2025 uit op een kleine 2,3 miljard euro. EierenEieren en eierproducten vormen de derde groep. De exportwaarde van deze producten steeg het sterkste in 2025: met 16 procent tot 781 miljoen euro. Ook de importwaarde nam sterk toe (+58%). De absolute stijging van de importwaarde overtreft de groei van de exportwaarde. Eieren zijn naast gebruik voor directe consumptie ook veelal een grondstof voor het maken van andere producten.CBS tekent op dat, door vogelgriep in Nederland en in andere landen, het aanbod van eieren beperkter is geworden. Ook door de per half juni 2024 ingestelde EU-invoerbeperkingen voor eierproducten uit Oekraïne, zijn eieren duurder geworden. De consumentenvraag en het krappe aanbod zijn daarbij niet in evenwicht.In Nederland draagt bedrijfsbeëindiging door stikstof ook bij aan een verdere vermindering van de productie, alsook de vastgelopen vergunningverlening (geen nieuwe stallen) en de beweging naar extensivering (minder kippen per stal). Ondanks de uitdagingen zijn de exportwaarden van kaas, weipoeder en andere melkproducten voor Nederland positief voor het gehele jaar, stelt CBS. Het bureau merkt op dat Europese verwerkers steeds meer een cluster vormen. FrieslandCampina kondigde in december 2024 aan te fuseren met Micobel (België). Het Deense Arla, met leden in diverse landen, wil samen verder met de Duits georiënteerde DMK Group.Van alle geïmporteerde goederen uit de groep van zuivel- en eierproducten is in 2023 ruim 69 procent, al dan niet na bewerking, bedoeld voor de uitvoer. Ongeveer 43 procent gaat vrijwel direct de grens over, 26 procent wordt eerst nog bewerkt in Nederland. Slechts een vijfde van de Nederlandse zuivel- en eierimport was direct bedoeld voor de binnenlandse besteding, 11 procent wordt eerst verwerkt voordat de producten worden geconsumeerd. Vlees doet het goed, met een uitzonderingDe importwaarde van Belgisch vlees richting Nederland is op een jaar tijd met 12 procent toegenomen. Hoewel Nederland een grotere exportwaarde aan vlees kan noteren richting de grootste afzetmarkten, is de exportwaarde van varkensvlees gedaald. Nederland heeft ook minder varkensvlees geïmporteerd.Cijfers van het CBS laten zien dat er per 1 april 2025, voor het eerst sinds een halve eeuw, minder dan tien miljoen varkens in Nederland zijn. Dat is een daling van vijf procent ten opzichte van vorig jaar. Door stoppersregelingen en fusies daalde het aantal bedrijven sterk, maar de overgebleven bedrijven werden wel groterDe recent door China opgelegde antidumpingheffingen hebben, na invoering in september 2025, geleid tot een verdere prijsdaling. Dat zet de marges binnen de hele Europese varkensvleesketen onder druk. In december 2025 heeft China voor de komende vijf jaar invoerheffingen voor de import van varkensvlees wel bijgesteld tot maximaal 19,8 procent.Voor het overige vlees is juist een veel hogere waarde voor zowel de Nederlandse export als import zichtbaar.Belgische aardappelen blijven populairDe handelswaarde van aardappelen, uien en groenten uit de open grond en de kas nam in 2025 toe, met 5,6 procent. De Nederlandse importwaarde nam met 2,5 procent af. Omdat vooral in de winter minder groenten van eigen bodem beschikbaar zijn, koopt Nederland vooral in Spanje groenten. Dit jaar daalde de importwaarde uit dit land met zes procent tot net boven de 700 miljoen euro. Dat is ook het geval voor Duitsland. De import uit België groeide in tegenstelling tot Spanje en Duitsland wel.Niet onbelangrijk om te vermelden zijn de aardappelbereidingen. CBS plaatst deze cijfers in een optelsom met groenten- en fruitbereidingen. Hierdoor heeft Brazilië een plaats als tweede belangrijkste importland dankzij zijn sinaasappelsap. België staat  op nummer één in deze categorie. Niet omwille van fruitsap, maar wel door onze bevroren aardappelproducten. Vooral het volume nam toe bij lagere prijzen.</content>
            
            <updated>2026-01-25T19:53:32+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bemesten we onze velden weldra met insectenafval? Inagro onderzoekt ‘frass’]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bemesten-we-onze-velden-weldra-met-insectenafval-inagro-onderzoekt-frass" />
            <id>https://vilt.be/58532</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Insectenkweek lijkt voor de klassieke landbouwer een ver-van-mijn-bedshow, maar deze minuscule vorm van dierlijke productie zou wel eens heel waardevol kunnen blijken voor de land- en tuinbouw. Inagro onderzoekt de mogelijkheden van frass, het restproduct van insectenkweek. De eerste resultaten zijn veelbelovend. Frass blijkt geen afval, maar een waardevolle meststof en biostimulant, met potentieel voor akkerbouw, groenteteelt en biologische champignonteelt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Inagro" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="insect" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1b5ac7ac-1106-40d2-ab9f-85bf1749f5f2/full_width_zwarte-soldatenvlieg-inagro.jpg</image>
                                        <content>Frass is meer dan insectenmest. Het bestaat deels uit insectenuitwerpselen, maar ook uit voederresten en maximaal vijf procent dode insecten. De combinatie van nutriënten, organische stof en micro-organismen maakt het potentieel interessant als meststof.Maar om het effectief zo in te zetten, wil het onderzoekscentrum Inagro eerst enkele vragen beantwoorden. Wanneer werkt frass, en wanneer niet? En hoe past het binnen een strikt Europees regelgevend kader?“Net zoals dierlijke mest sterk verschilt naargelang diersoort, voeder en houderijsysteem, is frass een verzamelnaam voor producten met uiteenlopende eigenschappen”, meldt Inagro. “De samenstelling hangt onder meer af van de insectensoort, het gebruikte voeder en de productiemethode. Die variatie bepaalt hoe frass zich gedraagt in de bodem en hoe snel nutriënten beschikbaar komen voor het gewas.” &quot;Geen wondermiddel, maar ook geen afval&quot;Inagro voerde potproeven uit met wintertarwe die aantonen hoe groot die verschillen kunnen zijn. Hoewel vaak een gemiddelde NPK-waarde wordt genoemd, blijkt frass allesbehalve uniform. Wat wel opvalt: frass is doorgaans fosforrijk, waardoor fosfor in de praktijk vaak de eerste limiterende factor wordt bij veldtoepassingen. Ook de stikstofvrijstelling varieert sterk. De best presterende frasstypes gedroegen zich vergelijkbaar met andere organische meststoffen, zoals een rundmest-kippenmestmix.“Frass is geen wondermiddel, maar ook zeker geen afval”, benadrukt Carl Coudron, onderzoeker bij Inagro. “Het is een product dat je moet begrijpen voor je het toepast. Timing, dosering en context maken het verschil.” Veldproeven scheppen duidelijkheidDie inzichten werden verder getoetst in veldproeven. In de aardappelteelt testte Inagro frass als gedeeltelijke of volledige vervanger van kunstmest. Percelen met hoge frassgiften startten trager, maar groeiden later in het seizoen gelijk op met de kunstmestcontrole. De uiteindelijke opbrengst was vergelijkbaar, met in sommige gevallen zelfs grotere knollen.Ook in wintertarwe bleken dosering en timing bepalend. Hoge concentraties frass konden groeiremmend werken, terwijl lagere dosissen positieve effecten op de plantgezondheid lieten zien. In bloemkool toonden proeven over meerdere jaren een hogere plantweerbaarheid tegen insectenschade. Daarnaast onderzoekt Inagro in de biologische champignonteelt, binnen het Rese(c)t-project, of frass een duurzaam alternatief kan zijn voor biologische kippenmest. De eerste resultaten zijn veelbelovend: frass kan tot 50 procent van de stikstofgift vervangen zonder noemenswaardig verlies aan opbrengst of kwaliteit.De komende jaren breidt Inagro het frassonderzoek verder uit. Nieuwe veldproeven in aardappelen, winter- en zomertarwe, bloemkool en champignons moeten duidelijk maken hoe frass optimaal kan worden ingezet als meststof en biostimulant.</content>
            
            <updated>2026-01-25T19:52:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Stilstand en kapitaalverlies": ILVO ziet systeemfouten in beleid rond oude hoeves]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stilstand-en-kapitaalsverlies-ilvo-waarschuwt-voor-falend-beleid-rond-vrijkomende-hoeves" />
            <id>https://vilt.be/58533</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het huidige beleidskader rond zonevreemde functiewijzigingen biedt onvoldoende houvast en loopt vast tussen ‘te streng’ en ‘te soepel’. Dat stelt ILVO in een nieuw rapport waarmee de onderzoeksinstelling het publieke debat over landbouwhoeves wil onderbouwen. “We zien dat de huidige verstrengingen enkel leiden tot stilstand en kapitaaldevaluatie. Agrarisch hergebruik wordt er zelden door gerealiseerd”, zeggen onderzoekers Anna Verhoeve en Elke Vanempten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="open ruimte" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="hoeve" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a32fd1dd-8226-415b-92c1-e7dd8f3f8f0a/full_width_ruimtelijke-ordening-open-ruimte-leegstaande-hoeves-ilvo-jonathan-clerckx.jpg</image>
                                        <content>Dat debat over zonevreemde functiewijzigingen is inderdaad in volle gang. In oktober legde N-VA nog een conceptnota op tafel voor nieuwe regelgeving over de ‘fermettisering’ van het Vlaamse landbouwlandschap. En komende woensdag vindt er een hoorzitting plaats in de Commissie Landbouw van het Vlaams parlement over het onderwerp.20.000 vrijgekomen hoevesIn de aanloop naar die hoorzitting brengt het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) een nieuw rapport naar buiten om het debat “met onderzoek en inzichten te onderbouwen”. Volgens de onderzoekers hebben meer dan 20.000 hoeves en agrarische sites de voorbije decennia hun oorspronkelijke landbouwfunctie verloren. Tegelijk stellen ze vast dat startende landbouwers steeds moeilijker een geschikte en betaalbare plek vinden om hun bedrijf uit te bouwen.Verhoeve en Vanempten spreken van “een sluipende evolutie die het resultaat is van samenlopende ontwikkelingen”. “Landbouwbedrijven stoppen vandaag sneller dan dat er nieuwe starten, landbouwsites komen vrij, en kapitaalkrachtige niet-landbouwers hebben op de vastgoedmarkt vaak een sterkere positie dan landbouwers. Tegelijk heeft de Vlaamse regelgeving via uitzonderings- en overgangsbepalingen zonevreemd gebruik juridisch mogelijk gemaakt”, duiden ze. Sluipende verstedelijking op plattelandDat zorgde stap voor stap voor een sluipende verstedelijking van de landbouwruimte. Want vaak gaan functiewijzigingen als wonen of recreatie gepaard met bijkomende verharding, tuininrichting en privaat gebruik van omliggende landbouwgrond. “Gemiddeld wordt ongeveer 30 procent van de agrarisch bestemde ruimte vandaag niet meer gebruikt door professionele landbouwers”, aldus Verhoeve. Dat fenomeen duikt volgens haar zelfs op in de meest rurale Vlaamse gemeenten.Dat heeft impact op landbouw door een toenemende economische, ruimtelijke en sociale druk. Die druk vertaalt zich hoofdzakelijk in concurrentie op de vastgoedmarkt, stijgende prijzen, structureel verlies aan landbouwgrond en verdere versnippering van percelen. Wat de leefbaarheid van landbouw onder druk zet en conflicten of hinder in de omgang met nieuwe plattelandsbewoners, zo beschrijven de onderzoekers. &amp;nbsp; Beleidsversoepelingen en -verstrengingen&amp;nbsp;“Het wettelijk kader heeft onbedoeld bijgedragen aan die structurele verstedelijkingsdynamiek in de landbouwruimte. Via diverse uitzonderings- en overgangsbepalingen heeft de Vlaamse regering de wettelijke mogelijkheden gecreëerd voor zonevreemd gebruik en eigendom van agrarische sites”, legt Verhoeve uit.Ondertussen zijn er recente beleidsverstrengingen die deze trend proberen af te remmen, maar die hebben niet het gewenste effect. “Een verbod op zonevreemde functies leidt enkel tot stilstand en kapitaaldevaluatie, terwijl agrarisch hergebruik er zelden wordt door gerealiseerd”, klinkt het. De ILVO-onderzoekers menen dat er systeemfouten zijn die ervoor zorgen dat het huidige beleidskader onvoldoende houvast biedt. “Het loopt vast tussen te streng en te soepel.” De kern van het probleem ligt in het ontbreken van een beleidsmatig antwoord op de blijvende uitstroom van landbouwsites Fundamentele vraag blijft onbeantwoordHet aantal stoppers is groter dan het aantal starters. Zelfs bij een optimale doorstroming blijft er dus een overtal aan vrijgekomen hoeves. “De beleidsvraag moet dus niet alleen gaan over betere matching van stoppers en starters. Fundamenteel gaat het over hoe Vlaanderen omgaat met een blijvende voorraad vrijgekomen landbouwpatrimonium”, aldus Verhoeve en Vanempten. Als op die laatste vraag geen antwoord komt, ontstaat er een spanningsveld.“Correcties binnen het ene spoor, bijvoorbeeld een strengere advisering, leggen andere systeemfouten dus juist scherper bloot”, luidt de analyse van ILVO. “De kern van het probleem ligt dus niet in het al dan niet toelaten van zonevreemde functies op zich, maar in het ontbreken van een beleidsmatig antwoord op de blijvende uitstroom van landbouwsites. De vraag naar valorisatie van vrijgekomen hoeves verdwijnt niet bij strengere regelgeving, zij wordt net urgenter.” Beleidskader rond drie principesHet antwoord ligt in de ogen van de onderzoekers dan ook niet in een verstrenging of een versoepeling van het beleidskader. “We moeten komen tot een samenhangend ruimtelijk en landbouwkundig beleidskader dat gebiedsgericht richting geeft aan een duurzaam hergebruik van eigendommen in de landbouwruimte”, aldus ILVO. De uitgangspunten daarbij moeten zijn: het versterken van toekomstperspectieven voor jonge landbouwers en starters, het vrijwaren van de open ruimte als belangrijke klimaatbuffer en het actief inzetten van zonevreemd hergebruik om maatschappelijke doelen te bereiken.Naast een analyse van het probleem schuiven de onderzoekers ook vijf concrete beleidsadviezen en een reeks debatwaardige vragen naar voor. Die draaien rond een aantal principes. Zo is agrarisch hergebruik prioritair waar het zinvol is. Zonevreemd gebruik kan enkel waar de locatie het toelaat en als er geen extra grondinname bij komt kijken. Tot slot moeten sloop en ontharding ook erkend en ondersteund worden als reële opties omdat dit volgens de onderzoekers in bepaalde contexten de meeste kansen biedt voor herstel en ontsnippering van de open ruimte.</content>
            
            <updated>2026-01-26T17:53:06+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mahdi wil stikstofdecreet op de schop zodat landbouwers kunnen concurreren met Mercosur]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mahdi-wil-stikstofdecreet-op-de-schop-zodat-landbouwers-kunnen-concurreren-met-mercosur" />
            <id>https://vilt.be/58534</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor cd&amp;v-voorzitter Sammy Mahdi mag het in de Vlaamse regering felbevochten stikstofdecreet op de schop, als dat betekent dat de Belgische landbouwers beter kunnen concurreren met landbouwers uit de Mercosurlanden. Dat heeft hij gezegd in De Afspraak op Vrijdag.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ca7f352f-e9e8-4e97-ba79-05c0546353cc/full_width_sammy-mahdi-tomaten.jpg</image>
                                        <content>Cd&amp;amp;v verzet zich als enige Vlaamse regeringspartij tegen het Mercosur-handelsakkoord dat de Europese Unie sloot met de Zuid-Amerikaanse Mercosurlanden (Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay). Het verdrag leidt tot oneerlijke concurrentie voor de Europese landbouwers, vrezen de christendemocraten, omdat ze moeten opboksen tegen Zuid-Amerikaanse collega&#039;s die aan minder strenge milieuregels moeten voldoen.De stikstofrichtlijn is daar een voorbeeld van, vindt voorzitter Mahdi. &quot;Het is heel vreemd om aan een landbouwer in Vlaanderen te zeggen: een landbouwer uit Brazilië of Mexico moet de regels die jij moet naleven niet naleven, maar dat moet nu eenmaal omwille van het belang van de Europese Unie.&quot;&amp;nbsp; Op de vraag of dat dan betekent dat het stikstofakkoord op de schop moet, antwoordde de cd&amp;amp;v-voorzitter &quot;absoluut&quot;. &quot;Het Ineos-project (de grote ethaankraker in de Antwerpse haven, red.) hing af van 150 gram stikstof. Voor een miljardenproject dat ofwel in Europa terechtkomt, of bij de Chinezen eindigt. Als we in Europa in staat zijn om heel wat van die absurde regels te versoepelen, denk ik dat er geen enkele reden is om dat niet te doen.&quot;</content>
            
            <updated>2026-01-25T19:37:40+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Een bijzondere boerderij in Ruiselede: "Als ik werk, vergeet ik dat ik gedetineerde ben"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gedetineerden-worden-landbouwers-in-ruiselede" />
            <id>https://vilt.be/58535</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In een gewone gevangenis waken de cipiers over de gedetineerden. In het Penitentiair Landbouwcentrum (PLC) in Ruiselede is dat anders. Daar waken de gedetineerden over de dieren. Elke dag staat een ploeg voor dag en dauw in de stallen tussen 220 koeien. Om boerderijtje te spelen? Nee, het landbouwbedrijf is een eigen entiteit met een budget, klanten en Holsteinrunderen die dagelijkse zorg nodig hebben. Het is zwaarder dan bezigheidstherapie, maar wie hier werkt, kan nieuwe vaardigheden leren en voorzichtig uitkijken naar een leven na de straf.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                        <category term="bedrijfsbezoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/44c16faa-3377-4072-8b0a-fa99a2c8ac50/full_width_dsc-1095-vervaagd-web.jpg</image>
                                        <content>Hoewel deze landbouwarbeiders in gevangenschap leven, valt dat besef even weg wanneer ze tussen de koeien staan. De binnenkoer van de gevangenis is omgeven door hoge hekken, maar kijkt wel uit op de dieren in de stal. Wie zich kan bewijzen als goede werkkracht op de boerderij, mag aan de andere kant van de hekken aan de slag, tussen de koeien en omgeven door weidse velden. Achter het detentiecentrum ligt nog een groentetuin voor eigen keuken en 120 hectare akkerland.Open, maar niet softPLC Ruiselede is een open gevangenis. Een omheining is er wel, maar die is simpel te verschalken. Toch is er niet veel drang om te ontsnappen. Integendeel, de gedetineerden hebben een heel traject doorlopen om hier te mógen zitten. Het gaat uitsluitend om veroordeelden van vaak ernstige feiten die al een significant deel van hun straftijd doorlopen hebben. In het PLC krijgen ze de unieke kans om zich voor te bereiden op een leven buiten de muren.De gezellige boerderijsfeer van het PLC staat echter niet gelijk aan een softe aanpak. “Gedetineerden weten dat ze moeten werken als ze naar hier komen”, zegt gevangenisdirecteur Sarah Maere. Zij overziet de penitentiaire vleugel van het centrum. Naast haar zit Danny Vande Ginste, die het landbouwluik van de gevangenis overziet. De boerderij en de gevangenis zijn officieel aparte entiteiten. Het landbouwbedrijf verkoopt zijn groenten en een deel van zijn melk aan de gevangenis. De rest gaat naar het zuivelbedrijf Campina. “De gevangenis en het landbouwbedrijf werken beiden met een apart budget”, zegt Vande Ginste. “Voor mijn part wil ik onze producten wel gratis aan de gevangenis geven, maar dat wordt in Brussel bepaald.” “We hopen natuurlijk op een vriendenprijs”, zegt Maere. “Daarvoor moeten we soms onderhandelen.” Een extra blik cola en toekomstperspectiefZoals bij elke job in een gevangenis krijgen de gedetineerden ook een vergoeding voor hun werk, al is die niet te vergelijken met een ‘normale’ tewerkstelling. Het werk leidt wel tot meer dan een extra blik cola uit de automaat. In zijn lange bestaan heeft het PLC al diverse veroordeelden op het rechte pad geholpen. “De laatste jaren zijn er zelfs een aantal mensen effectief aan de slag gegaan op een landbouwbedrijf”, zegt Vande Ginste.De vaardigheden die gedetineerden leren op de boerderij zijn ook bij andere beroepen toepasbaar. Zowel technische vaardigheden als soft skills, een goede werkethiek en collegialiteit. “Je moet er niet aan denken om hier te niksen”, zegt Vande Ginste. “Als iemand zijn deel niet doet, zullen het in de eerste plaats de gedetineerden zijn die dat niet pikken. We rekenen ook op hen: wij houden toezicht, maar de gedetineerden houden de boerderij draaiende.” Kalven gebeurt altijd door de gedetineerden. We hebben bijna nooit een veearts moeten bellen omdat het fout loopt Net als bij het echte boerenleven is het werk niet ‘9 to 5’. Als de nachtwaker ziet dat de koeien moeten kalven, dan zullen drie vooraf aangeduide gedetineerden uit hun bed worden gehaald om dit te vergemakkelijken. “Dit gebeurt altijd door gedetineerden”, zegt Vande Ginste. “We hebben bijna nooit een veearts moeten bellen omdat het fout loopt.&amp;nbsp; Sommige gedetineerden hebben al een aantal kalvingen meegemaakt. En zij leren dan aan de nieuwelingen hoe het moet. Zo gaat dat met elke vaardigheid op de boerderij.”“Er zijn ook een aantal gedetineerden die een vorige ervaring hadden met het landbouwleven”, zegt Maere nog. “Maar voor de meesten is dit allemaal nieuw. Sommigen ontdekken hier dat ze er toch een passie voor hebben.” “Of we het jammer vinden als een goede werkkracht wordt vrijgelaten? Soms wel”, vult Vande Ginste aan. De tractor: werktuig of vluchtrisico?De meeste vaardigheden worden vlot aangeleerd, maar één landbouwtaak is een struikelblok: het rijden met de tractor. Alleen Belgen geboren voor 1 oktober 1982 hebben hiervoor geen specifiek rijbewijs (G) nodig. Een segment van de gedetineerden dat elk jaar vergrijst. “Dat wordt stilaan een probleem, want we hebben 120 hectare om te onderhouden”, zegt Vande Ginste. “Het gevangenispersoneel moet steeds vaker bijspringen.”Eén keer heeft de gevangenis een jongere gedetineerde zijn rijbewijs helpen halen. “Ik ben toen met die man meegereden naar Roeselare voor de opleiding”, zegt Vande Ginste. “Voor zijn praktische proef moest hij acht uur aan een stuk rijden. De eerste vier uur heb ik erachter gereden, de rest deed hij zelfstandig. Dat is gelukt. Maar het probleem is: als je iemand opleidt, kan die voor hetzelfde geld twee weken later alweer vertrokken zijn. Ofwel vrijgelaten, ofwel overgeplaatst naar een andere gevangenis omdat ze iets dom hebben gedaan.”Misschien hebben sommige gedetineerden er al over gefantaseerd om de tractor te gebruiken als vluchtwagen, maar dat is nog niet gebeurd. “In al die jaren nog nooit”, zegt Maere. “We zijn een open gevangenis, maar we merken dat de drempel hoger is om te vluchten, dan om simpelweg niet terug te keren uit verlof. Dat gebeurt wel eens, zoals bij elke gevangenis. We proberen zulke zaken ook in te schatten alvorens een gedetineerde naar buiten gaat voor zijn verlof. Iemand die ons vertrouwen niet beschaamt, mag meer.”Toch gebeurt het soms dat een gedetineerde probeert te vluchten. “Soms één op een jaar, soms drie, maar nu al een hele tijd geen”, zegt Maere. “Sinds kort is het strafbaar geworden om de gevangenis te ontvluchten. Vroeger was dat niet het geval, al werd je wel bestraft voor de feiten die je pleegt tijdens je vlucht. Als je bijvoorbeeld nog kledij draagt van de gevangenis, dan is dat diefstal.” Risico&#039;s en dierenliefdeEen ander belangrijk vraagstuk is het gevaarlijk materieel op de boerderij. “Twee jaar geleden was iemand aan het rijden met zijn machine en heeft schade gemaakt met de arm”, zegt Vande Ginste. “Recenter is er een deur beschadigd. Maar het gaat altijd om materiële schade, nog nooit lichamelijk.”Ook op fysieke agressie wordt er grondig gescreend. “Als we het gevoel hebben dat iemand niet veilig werkt, grijpen we snel in”, zegt Maere. “We hebben een keer een goeie werkkracht gehad. Hij kwam van een landbouwbedrijf en werkte alsof hij alleen op de boerderij was. Hij dacht altijd dat hij voorrang had en reed veel te snel. Dat kan natuurlijk niet”, zegt Vande Ginste.Wat niet valt aan te leren, is een liefde voor de dieren. Die is er bij de meeste gedetineerden. “Ze zijn er zeer mee begaan”, merkt directeur Maere op. “Ik geloof dat werken met dieren heilzaam werkt. Niet elke gedetineerde heeft de nodige voeling met de koeien, maar het is wel iets wat we verwachten van al wie voor dit werk kiest.” Er is een stevige selectieprocedure: Ze moeten geschikt zijn om in groep te leven en niet te veel agressie hebben vertoond in andere gevangenissen Leven op het ritme van de koeienBinnen de selectieprocedure wordt ook gekeken naar het psychologische profiel van een gedetineerde. Zware feiten zoals moord of pedofilie betekenen niet noodzakelijk uitsluiting. Vluchtgevaar of grote psychiatrische problematieken dan weer wel. “Een stevige selectieprocedure heb je bij elke open gevangenis”, zegt Maere. “Ze moeten geschikt zijn om in groep te leven en niet te veel agressie hebben vertoond in andere gevangenissen. En dat blijft hier gelden. Lukt het niet, dan moeten ze hier stoppen.”“Meestal beginnen ze in den hof”, zegt Vanden Ginste. “Daar zie je al snel welk vlees je in de kuip hebt. Of het werkers zijn met oprechte interesse. Sommigen moeten een tandje bijsteken en als dat niet lukt, dan stopt het ook.”De hardste werkers, die blijven over. “Vaak vragen ze me zelfs of ze hun lunch kunnen krijgen op de boerderij, zo moeten ze niet terug naar de refter en verliezen ze minder tijd”, zegt Vande Ginste. “De groep melkers is een groep van slechts vijf gedetineerden, en door het ritme waarop ze werken zijn ze altijd wat apart van de rest. Maar je merkt dat ze onderling een goede band hebben. Ze leven op het ritme van de koeien.”“Veel gedetineerden vragen om zeven op zeven te werken, maar dat mag niet omwille van de arbeidsduur”, zegt Maere. “Waarom ze liever langer zouden werken? Niet alleen omdat ze dan meer verdienen, maar ook omdat het hen bezighoudt.” “Je hebt mensen die om zeven uur op het veld staan en pas ’s avonds om acht uur dertig weer naar binnen gaan”, zegt Vande Ginste. “Er wordt hier heel veel werk verzet.” Boerenleven na de celDe vraag rijst in welke mate die motivatie zich vertaalt naar een job in de echte wereld. “Dat soort begeleiding gaat uit van de VDAB, maar we hebben ook de PSD, de psychosociale dienst. Zij werken naar reklassering toe, het zoeken van werk, een woonst, enzovoort. Onze begeleider Kaat heeft intussen al haar contactpersonen. Inagro bijvoorbeeld heeft wel eens vacatures voor hen. Meestal begint dat met een stage van een week of twee. Is er een klik, dan gaan ze verder met een IBO-contract van zes of drie maanden. Zulke contracten zijn voordelig voor de werkgever, om de risico’s wat te minderen.”Het enige waar de potentiële werkgever geen inkijk in krijgt, is het verleden van de gedetineerde. “Als de gedetineerde dat wil, kan hij dat zelf vertellen, maar wij mogen niet meedelen voor welke straf ze gezeten hebben. Zeker niet zonder hun toestemming.” KameraadschapBij een wandeling op het erf passeren Maere en Vande Ginste een deel van de werkploeg. Twee mannen nemen kolderiek elkaars hand vast om de goede sfeer te demonstreren. Een scherts, maar er is wel een duidelijk kameraadschap ontstaan tussen de werkkrachten op de boerderij. “Heb je onze nieuwste stier al gezien?”, grapt een gedetineerde over zijn struise compagnon.In een gesprek met de gedetineerden komt al snel naar voor waarom ze zo genieten van het landbouwwerk. “Omdat je buiten kan werken, in de natuur, onder de dieren. Ik vind het geestig om dit soort werk te doen, ook omdat ik zelf van een boerderij afkomstig ben. Maar ik leer elke dag nog bij. Werken in de melkput, kalven, medicatie toedienen, de ziektes waarnemen,...”Een gedetineerde rijdt met een tractor. Dat doet hij volleerd, al zijn ook zaaien en ploegen stielen die hij pas recent heeft geleerd. “Ik heb in het verleden gewerkt voor een organisatie waarbij ik insprong voor veehouders die in verlof zijn of gekwetst.”Een andere gedetineerde met een verleden als grondwerker mag eveneens de tractoren bedienen. De toekomst? Die speelt met de invrijheidstelling in zicht ook al een beetje mee. “Ja, absoluut. Bij een boer werken zou ik zien zitten”, zegt een gedetineerde. “Of als loonwerker.”Een andere gedetineerde is koeienjager: hij brengt de dieren telkens naar de melkput en terug. “In het begin moeten de koeien je leren kennen. Maar op den duur zien ze je en zetten ze zich al recht.” &quot;Als je goed werkt, gaan mensen je niet beoordelen&quot;Of werkgevers de gedetineerden na hun straf een kans zullen geven, dat is afwachten. “Mensen gaan natuurlijk curieus zijn naar je verleden”, zegt een gedetineerde. “Na een tijd vertel je wel waarom je hebt binnen gezeten. En wat je de laatste jaren hebt gedaan. Als je een goede werker bent en je doet je job goed, gaan mensen je er niet op beoordelen, is mijn indruk.”“Maar je moet willen werken”, zegt de ander. “En interesse hebben ook. Dat is niet bij iedereen zo, maar binnen zitten op sectie vind ik niet plezant. Ofwel vind je mij op de fitness, ofwel op de boerderij. Als ik aan het werk ben, dan peins ik er niet meer aan dat ik gedetineerde ben.</content>
            
            <updated>2026-01-30T11:50:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogeltelweekend zorgt voor goed en slecht nieuws: pimpelmees verdringt de huismus]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogeltelweekend" />
            <id>https://vilt.be/58536</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Natuurpunt organiseerde het afgelopen weekend editie 23 van Het Grote Vogeltelweekend. Een recordaantal Vlamingen telde mee vogels in hun tuin. Het waren er minstens 71.285, 33 procent meer dan vorig jaar. De vogeltellers zorgden voor goed en slecht nieuws. Voor het eerst duikt de pimpelmees de top drie binnen, meteen goed voor plaats twee. Op de derde plaats staat de huismus, maar die populatie gaat verder achteruit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogel" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3c27b8a0-06ae-4709-89f8-3a9241e2a172/full_width_39962399861-a22333ec34-k.jpg</image>
                                        <content>Pimpelmees bevestigt de verwachtingenMet Het Grote Vogelweekend verzamelt Natuurpunt gegevens over tuinvogels. De duizenden tellingen geven belangrijke inzichten in de evolutie in vogelpopulaties in Vlaanderen. Met deze actie maakt de natuurorganisatie mensen ook attent op de natuur die zich vlak bij ons bevindt.Voor het eerst sinds 2009 duikt de pimpelmees op in de top drie. Met 110.000 getelde exemplaren springt hij dit jaar van de zesde plaats in 2025 naar de tweede plaats. De koolmees staat op één en de huismus vervolledigt de top drie. “Deze telling bevestigt de hoge aantallen pimpelmezen die in de herfst al arriveerden in West-Europa en dus ook in Vlaanderen, en hier zijn gebleven om te overwinteren. Doordat ze hier voldoende voedsel vinden, worden ze niet gedwongen om nog verder zuidwaarts te trekken. Het feit dat veel mensen tijdens de winter vogels voederen in hun tuin, draagt daar wellicht aan bij”, zegt Bastiaan De Ketelaere, vogelexpert bij Natuurpunt. Doordat pimpelmezen hier voldoende voedsel vinden, worden ze niet gedwongen om nog verder zuidwaarts te trekken De huismus en de merel gaan opnieuw sterk achteruitEen soort die al onze hulp kan gebruiken, is de huismus. Hun aantal in onze tuinen daalt jaar na jaar. Ondanks het recordaantal tellers, daalt het gemiddeld aantal mussen per telling met maar liefst 20 procent. “Huismussen voelen zich het beste thuis in tuinen waar ze broed- en schuilplaatsen en voldoende eten vinden. De inrichting van je tuin bepaalt in grote mate welke vogels zich er vestigen&quot;, legt De Ketelaere uit.&quot;Eenvoudige ingrepen als het aanplanten van struiken of hagen, kunnen voor de huismus het verschil maken. Daarnaast is het plaatsen van mussenkasten zeer nuttig, want door de renovatie van huizen verliezen ze helaas veel van hun broedplaatsen&quot;, aldus de vogelexpert. Niet alleen betere isolatie fnuikt de huismus. Gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw zorgen voor minder insecten als voedingsbron. Ook de verharding in Vlaanderen speelt mee. In 2020 leefden er volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek minstens 200.000 huismussen in Vlaanderen. Dat is een halvering van het bestand op 50 jaar tijd.Ook het aantal merels per telling daalt nog verder met 7,9 procent. Waar ze tot 2016 nog in ruim 80 procent van de tuinen werd waargenomen, was dat in 2025 nog in 68 procent. Dit jaar daalde dat verder naar 63 procent. Nieuw dieptepunt ondanks één miljoen getelde vogelsTijdens het weekend werden er meer dan één miljoen vogels geteld, dat zijn er 123.000 duizend meer dan vorig jaar. “Die stijging is vooral te verklaren door het gestegen aantal tellingen. Het gemiddelde aantal vogels per telling daalt echter verder tot 19,4 en zakt daarmee voor het eerst onder de 20. Er hebben dit jaar dus meer mensen vogels geteld, maar het aantal vogels dat ze per tuin telden, is gedaald tot een nieuw dieptepunt.&quot;, klinkt het bij Natuurpunt.Tijdens de vogeltelweek voor scholen telden 5.386 leerlingen van 332 klassen in 227 scholen ijverig mee. Dat zijn er ongeveer evenveel dan vorig jaar. De top drie van de meest getelde vogels is ook onveranderd. De zwarte kraai staat met het kleinst mogelijke verschil op de eerste plaats, op de voet gevolgd door de kauw. De houtduif vervolledigt de top drie. Ook hier daalt het aantal getelde vogels van 25,6 naar 23,2.Tellers kunnen hun tellingen nog tot vrijdag doorgeven via www.vogelweekend.be De top 10 in Vlaanderen (tussen haakjes de ranking van 2025)&amp;nbsp;Koolmees (2)Pimpelmees (6)Huismus (1)Vink (3)&amp;nbsp;Houtduif (4)&amp;nbsp;Kauw (5)&amp;nbsp;Merel (7)&amp;nbsp;Ekster (8)&amp;nbsp;Roodborst (-)Turkse tortel (9)&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-01-26T19:29:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse vis­sers hel­pen mee data te ver­za­me­len over vis­soor­ten: “Belangrijk voor adviezen rond visquota”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-vissers-helpen-mee-data-te-verzamelen-over-vissoorten-belangrijk-voor-adviezen-rond-visquota" />
            <id>https://vilt.be/58537</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaamse vissers zullen de komende jaren een centrale rol spelen in wetenschappelijk onderzoek naar visbestanden in de Noordzee. Dat blijkt uit het vierde Convenant voor duurzame visserij 2026-2030, dat werd ondertekend in de vismijn van Oostende. Dankzij een vernieuwende samenwerking tussen vissers en onderzoekers moet de dataverzameling over vissoorten verbeteren, wat cruciaal is voor correcte visquota en een duurzaam beheer van de zee.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                        <category term="vis" />
                        <category term="Hilde Crevits" />
                        <category term="ILVO" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9f4c7cad-91cd-4b9b-8ad2-1cc1ffa8ac82/full_width_ilvo-data-vis.png</image>
                                        <content>Het convenant werd ondertekend door Vlaams minister van Visserij Hilde Crevits (cd&amp;amp;v), de Rederscentrale, Natuurpunt, het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en de provincie West-Vlaanderen. Voor het eerst staan de vissers expliciet centraal in de overeenkomst, die geldt als leidraad voor het visserijbeleid tot 2030.eDNA als nieuwe bron van kennisEen concreet voorbeeld van die nauwere samenwerking is een innovatief onderzoeksproject van ILVO. Belgische vissersvaartuigen worden uitgerust met een automatische eDNA-sampler, een toestel dat tijdens het varen zelfstandig zeewaterstalen neemt en bewaart. Op basis van DNA-sporen in het water kunnen onderzoekers achterhalen welke vissoorten in een bepaald gebied voorkomen.Volgens ILVO kan met deze methode vandaag al voor 87 procent van de 160 Belgische vissoorten worden vastgesteld waar ze zich bevinden. Het grote voordeel is dat er veel frequenter en uitgebreider data worden verzameld dan via klassieke vangstgegevens, en dat die informatie sneller beschikbaar is.Bovendien brengt de techniek soorten in beeld die met traditionele netten moeilijk te detecteren zijn. Zo blijkt uit eDNA-stalen dat er meer sardienen in de Noordzee zwemmen dan uit vangstcijfers naar voren komt, omdat die vissen hoger in de waterkolom leven en niet in sleepnetten terechtkomen. Betere adviezen, eerlijkere quotaDe verzamelde data zijn van groot belang voor de vaststelling van visquota, die op Europees niveau worden bepaald op basis van wetenschappelijke adviezen. “Hoe correcter en stabieler die adviezen zijn, hoe beter voor zowel de sector als het ecosysteem”, benadrukt minister Crevits. Door vissers actief te betrekken bij de datacollectie ontstaat volgens haar meer wederzijds begrip tussen wetenschap en praktijk.Vandaag zijn nog slechts twee Belgische vaartuigen uitgerust met de eDNA-sampler, maar het is de bedoeling om dat aantal uit te breiden. Het project wordt omschreven als een internationale primeur in de samenwerking tussen vissers en onderzoekers. Minder administratie, meer werkbaarheidNaast onderzoek en innovatie zet het nieuwe convenant ook sterk in op administratieve vereenvoudiging. Vissers kampen, net als landbouwers, met een hoge regeldruk en uitgebreide rapporteringsverplichtingen. In overleg met de sector wil de Vlaamse overheid daarom werk maken van een actieplan om administratieve lasten te verlagen en procedures te vereenvoudigen.</content>
            
            <updated>2026-01-26T15:28:19+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bodemonderzoeken in Kempens afvalfraudedossier stellen zware verontreinigingen vast]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bodemonderzoeken-in-kempens-afvalfraudedossier-stellen-zware-verontreinigen-vast" />
            <id>https://vilt.be/58538</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De eerste resultaten van de bodemonderzoeken na graafwerken in het grote afvalfraudedossier in de Antwerpse Kempen tonen aan dat de bodem op verschillende locaties zwaar verontreinigd is door gedumpt afval. Dat bevestigt het Antwerpse parket. In Merksplas is het bodemwater op sommige plaatsen zelfs even zout als zeewater.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f2accfbb-e8b7-4531-92da-cf0365786c98/full_width_landbouwgrondakkerveld.jpg</image>
                                        <content>In oktober vorig jaar raakte bekend dat criminelen afvalstoffen als bodemverbeteraar aan landbouwers verkochten. Daardoor werd duizenden tonnen afval uitgereden op verschillende akkers in de Kempen. De betrokkenen dumpten ook zelf afval in de bodem. Het ging onder meer om bouwpuin, chemisch afval en mogelijk drugsafval. Verschillende verdachten werden gearresteerd, maar zijn intussen vrij onder voorwaarden. Ze zullen zich vermoedelijk later voor de rechtbank moeten verantwoorden.Het parket liet na de arrestaties onmiddellijk bodemonderzoeken uitvoeren. Uit de eerste resultaten blijkt dat in Merksplas op sommige plaatsen zo’n hoge zoutconcentraties gemeten werden dat het water er even zout is als zeewater. In één zone werden ook alcoholachtige stoffen ontdekt die volgens het parket “duidelijk niet in de bodem thuishoren”.In Ravels is dan weer in één staal een verhoogde hoeveelheid zware metalen gevonden, en verder eveneens veel zout en vetzuren. &quot;De aangetroffen stoffen in de bodem kunnen oplossen in grondwater en het water zo sterk vervuilen&quot;, stelt het parket. &quot;Ze overschrijden ook de bodemsaneringsnorm. De bestuurlijke overheden zijn intussen op de hoogte gebracht van de ernstige verontreiniging. Het gerechtelijk onderzoek loopt voort.&quot;Nog geen communicatieGazet van Antwerpen signaleert dat de resultaten van het parket voor nieuwe politieke commotie zorgt in Ravels. Groen haalt uit naar het huidige cd&amp;amp;v-bestuur dat te weinig zou communiceren over de mogelijke risico&#039;s voor bodem en grondwater.De partij benadrukt dat niemand het gemeentebestuur vraagt om details uit het lopende gerechtelijk onderzoek te delen, maar wel om duidelijke risicocommunicatie. “Burgers mogen weten welke risico’s er mogelijk zijn, welke maatregelen lopen en waar ze terechtkunnen met vragen”, stelt Groen. Daarbij wijst de oppositie (Groen en N-VA, red.) ook op landbouwers en eigenaars van percelen in de omgeving van de betrokken sites.Landbouworganisatie Boerenbond bevestigt dat de lokale Boerenbond-adviseurs nog geen informatie kregen over de bodemonderzoeken en impact voor landbouwers.</content>
            
            <updated>2026-01-26T15:36:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Melkkoe besmet met vogelgriep in Friesland, nieuwe besmettingen in België bij pluimvee]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/melkkoe-besmet-met-vogelgriep-in-friesland-nieuwe-besmettingen-in-belgie" />
            <id>https://vilt.be/58539</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er zijn antistoffen van het vogelgriepvirus aangetroffen bij een melkkoe van een melkveehouderij in de gemeente Noardeast-Fryslân in de Nederlandse provincie Friesland. Dat meldt de ontslagnemende Nederlandse landbouwminister Femke Wiersma (BBB) in een brief aan de Nederlandse Tweede Kamer. Het is het eerste Europese geval van vogelgriep bij een melkkoe in Europa. In Vlaanderen is in het West-Vlaamse Deerlijk een nieuw pluimveebestand getroffen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="vogelgriep" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bfbfd21d-9ca0-4336-886e-96713bd14047/full_width_melkkoeien-ruben-de-keyzer.jpg</image>
                                        <content>Eerst het goede nieuws: er zijn geen aanwijzingen gevonden van viruscirculatie van het vogelgriepvirus onder de melkkoeien op dit bedrijf. Er zijn ook geen signalen van verspreiding naar andere melkveebedrijven.Eerst de katten, nu een koeHet bedrijf in kwestie haalde eind vorig jaar nog het nieuws door een vogelgriepbesmetting bij twee katten. Hierop startte 15 januari onderzoek bij al het aanwezige melkvee. Geen enkel dier was toen ziek, maar uit onderzoek naar antistoffen binnen de melkmonsters, blijkt dat één koe een vogelgriepinfectie heeft doorgemaakt.De Nederlandse voedselautoriteit NVWA heeft op 22 januari het bedrijf opnieuw bezocht voor bloed- en melkmonsters bij alle aanwezige runderen. Daaruit bleek dat er geen actief vogelgriepvirus is op het bedrijf, maar het is nog wachten op de uitslagen van het antistoffenonderzoek. Wie weet waren de melkkoe en de twee katten niet de enige dieren die een vogelgriepinfectie achter de rug hebben. Eén kat is overleden aan het virus.Europese primeurAntistoffen tegen vogelgriep zijn, voor zover bekend, niet eerder aangetoond bij melkvee in Europa. Wel zijn er veel uitbraken met vogelgriep onder melkvee in de Verenigde Staten geweest. Een individuele besmetting van een melkkoe is dus geen wereldprimeur, maar wel een Europese. De Nederlandse overheid benadrukt dus het belang om te onderzoeken of dit tot verspreiding binnen en tussen melkveebedrijven leidt. Er zijn geen aanwijzingen dat dit is gebeurd.&quot;Let op met rauwe melk&quot;Ook Vlaanderens bekendste viroloog Marc Van Ranst is het nieuws niet ontgaan. Van Ranst noemt het nieuwsfeit op X een ‘ernstige ontwikkeling’. “Waakzaamheid blijft geboden”, schrijft Van Ranst. “Het drinken van rauwe melk is, om meerdere redenen, af te raden. Het risico op overdracht naar mensen is momenteel klein.” Het risico dat het in Europa heersende vogelgriepvirus H5N1 overgaat van dier naar mens is volgens de Nederlandse overheid zeer klein. Ook het risico dat mensen vogelgriep krijgen door kip, eieren of rundvlees te eten, of via melkproducten, is heel klein. Eieren, vlees en melk voldoen aan strenge eisen. “Melkproducten worden bijvoorbeeld zo verhit dat virussen doodgaan. Bovendien is de melk van de eerder besmette koe vanwege het bestaande mastitisbeeld niet verwerkt voor humane consumptie”, meldt de overheid in een officiële mededeling.De Nederlandse overheid bevestigt, net als Van Ranst, dat het wel belangrijk is om geen rauwe melkproducten van een met vogelgriep besmette koe te consumeren.Nieuwe besmetting: 26.000 kalkoenen geruimd in DeerlijkOver naar Vlaanderen: daar is het vogelgriepvirus net als in Nederland een reëel probleem. Opnieuw is er in West-Vlaanderen vogelgriep van het type H5 vastgesteld, ditmaal in een kalkoenbedrijf in Deerlijk. Het volledige bestand van 26.000 dieren wordt geruimd.De gebruikelijke maatregelen zijn van kracht: binnen de 10 km-zone moeten alle pluimveehouders (professionele en particuliere houders) hun pluimvee afschermen. In de 3 km-zone geldt deze verplichting ook voor andere vogels.Met deze besmetting zijn sinds het najaar van 2025 nu al uitbraken vastgesteld op twintig pluimveebedrijven en bij twee hobbyhouders. Landsbond Pluimvee merkt wel dat binnen de beperkingszone Veurne-Alveringem de situatie voorlopig is gekalmeerd. “Er is goede hoop dat de virusdruk in deze grote zone ondertussen voldoende is afgenomen om de verdere evolutie positief in te schatten”, meldt de organisatie op zijn website.Ophok- en afschermplichtDaarnaast worden heel wat besmettingen bij wilde vogels vastgesteld. Ook in onze buurlanden zijn er talrijke besmettingen van vogelgriep. Daarom heeft Minister van Landbouw David Clarinval (MR) op 23 oktober de afschermplicht voor pluimvee heringevoerd. Deze maatregel geldt voor alle professionele en geregistreerde hobbyhouders.Vogels en pluimvee van particulieren moeten niet verplicht worden afgeschermd. Ze moeten wel binnen of afgeschermd voer en water krijgen. “Het FAVV raadt wel sterk aan om je dieren zoveel mogelijk te beschermen door de kippenren of volière af te schermen van wilde vogels. Dit kan door deze bijvoorbeeld met netten te overspannen”, aldus Hélène Bonte, woordvoerster van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.Het FAVV waarschuwt dat je dode of zieke vogels niet mag aanraken. Als je symptomen ziet bij een dier moet je contact opnemen met een dierenarts. Wie een dode vogel vindt in de natuur moet onmiddellijk bellen naar het gratis nummer 0800/99 777. Het dier kan dan worden opgehaald en onderzocht.</content>
            
            <updated>2026-01-27T15:42:11+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sommige landbouwsectoren winnen bij het Mercosurakkoord]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sommige-landbouwsectoren-winnen-bij-mercosurakkoord" />
            <id>https://vilt.be/58540</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Mercosur-vrijhandelsakkoord wordt door de algemene landbouwsector negatief onthaald. Vooral de suiker-, rundvlees- en pluimveesector lijken te verliezen met dit vrijhandelsakkoord. Toch zijn er ook sectoren die dankzij Mercosur nieuwe kansen krijgen. Hoge invoertarieven richting de Zuid-Amerikaanse landen vallen immers weg voor cruciale producten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b288da26-c880-408d-a190-c043987915ad/full_width_frieten3.jpg</image>
                                        <content>Volgens Fevia, de federatie van de voedingsindustrie, zullen de aardappel- en zuivelsector, fruit, groenten en chocolade nieuwe kansen krijgen dankzij het Mercosur-vrijhandelsakkoord. Ook voor de varkenssector is er een (klein) lichtpuntje. Het akkoord voorziet in verschillende tariefcontingenten (TRQ’s). Die bepalen hoeveel landbouwproducten de EU aan een verlaagd of nultarief mogen binnenkomen. Voor de varkens worden deze contingenten verhoogd, al zijn de opportuniteiten nog troebel. Een overzicht.Brazilië interessant terrein voor de aardappelmarktJe zou het ons kleine land niet nageven, maar België is de grootste exporteur van verwerkte aardappelproducten ter wereld. Brazilië is na de Verenigde Staten de tweede belangrijkste overzeese afzetmarkt. Vandaag gelden hier nog invoertarieven tot 14 procent, die door het akkoord geleidelijk zullen verdwijnen.CEO van Belgapom Christophe Vermeulen erkent de voordelen. Maar hij benadrukt eerst dat hij bepaalde elementen uit het Mercosurakkoord betreurt. “Het is noodzakelijk dat een vrijhandelsakkoord gelijk is wanneer het gaat om landbouw en voeding”, zegt hij. “Dus wat dat betreft ben ik zeker begripvol en solidair met de andere sectoren.” De export naar Brazilië is laatst met 50 procent gestegen, dus dat is een duidelijke groeimarkt “Hoewel er voor bepaalde sectoren begrijpelijke bezorgdheden zijn, is het inderdaad zo dat Mercosur voor de aardappel- en aardappelverwerkende sector kansen biedt”, zegt Vermeulen. “In een veranderende wereld zijn we onze markt aan het diversifiëren en Latijns-Amerika biedt hier een opportuniteit. We hebben goede producten en die worden daar ook gesmaakt. Brazilië staat in de top vijf van onze exportlanden, na de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk, de VS en Saudi-Arabië. De export naar Brazilië is laatst met 50 procent gestegen, dus dat is een duidelijke groeimarkt. Nu kunnen we onze positie daar versterken. Mercosur is wat dat betreft geen slechte zaak.”Die groeimarkt is welgekomen, verduidelijkt Vermeulen. “We zitten vandaag in een eerder moeilijke internationale economische situatie doordat we grotere concurrentie krijgen uit Egypte, India en uit China. In die landen begint men zelf te verwerken voor de lokale markt en respectievelijk naar het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië begint te exporteren”, legt de Belgapom-CEO uit. “Daar verliezen we dus een stukje marktaandeel. Naar de VS is de export na een lichte achteruitgang min of meer gestabiliseerd, zelfs met de tarieven van Trump. We merken dat die hoofdzakelijk worden doorgerekend aan de Amerikaanse consument.”Hoge tarieven op zuivel vallen wegEen andere mogelijke winnaar is de zuivelsector. Invoertarieven die momenteel kunnen oplopen tot 28 procent zullen verdwijnen voor bepaalde volumes. Deze volumes of tariefcontingenten (TRQ’s) worden verhoogd voor producten zoals kaas, melkpoeder en babyvoeding. Handel en export zijn voor elke sector belangrijk. Elke handelsovereenkomst moet wel in het teken staan van eerlijke handel en gelijke concurrentievoorwaarden Lien Callewaert van zuivelfederatie BCZ benadrukt, net als Belgapom, dat ze het onrechtvaardigheidsgevoel bij diverse sectoren begrijpt. “Handel en export zijn voor elke sector belangrijk, zeker ook voor de zuivelindustrie. Hierbij moet elke handelsovereenkomst wel in het teken staan van eerlijke handel en gelijke concurrentievoorwaarden, zodat een win-winsituatie voor beide partijen mogelijk is.&quot;Voor de Belgische en Europese zuivelsector zijn er dus wel opportuniteiten. “Momenteel is er zeer weinig export vanuit België naar de vier Mercosurlanden”, zegt Callewaert. “Met een exportwaarde van 2,82 miljoen euro staat Brazilië slechts op de 74e plaats van landen waarnaar we zuivel exporteren. Uruguay en Argentinië volgen op de respectievelijk de 139e en 172e plaats en naar Paraguay er is momenteel geen export.”“Voor 30.000 ton kaas en 10.000 ton melkpoeder zullen de huidige tarieven van 28 procent gradueel naar nul procent dalen. Ook voor babyvoeding is een daling van het tarief van 18 procent naar nul voorzien. In dit geval voor 5.000 ton, waardoor de grote consumentenmarkt van deze vier landen beter bereikbaar wordt.” Groenten, fruit en chocolade versterken concurrentiepositieSectorfederatie Fevia ziet ook voor andere sectoren belangrijke kansen. “België is de grootste exporteur van diepvriesgroenten binnen de Europese Unie en de Mercosurlanden zijn duidelijke groeimarkten”, stelt de organisatie. “Momenteel lopen de invoertarieven voor deze producten op tot 17 procent. De afbouw hiervan zal de concurrentiepositie van Belgische exporteurs aanzienlijk versterken.”Ook voor chocolade zijn er kansen, een ander oer-Belgisch product. “België is wereldwijd de tweede grootste exporteur van chocoladeproducten en wordt vandaag geconfronteerd met invoertarieven tot 20 procent, die door het akkoord geleidelijk zullen worden afgebouwd”, stelt Fevia. Een lichtpuntje voor de varkenssector?Een andere grote sector in België is de varkenshouderij. Ook voor hen ziet Fevia potentiële kansen, al zijn die zoals een gedroogde Duroc best met de nodige korrel zout te nemen. Er komen hogere tariefcontingenten voor onze export van varkensvlees, wat bijkomende exportmogelijkheden biedt voor onze varkenssector.Toch blijven sectororganisaties FEBEV en Belpork voorzichtig. “Wellicht zijn er opportuniteiten, maar ik zou toch met twee woorden spreken”, zegt Michael Gore van FEBEV. “We hebben al ervaring met een marktopening voor Mexico, waar de uitwisselingen toch moeizaam zijn verlopen en na jaren weinig is bereikt.&amp;nbsp;Wellicht kan het Mercosurakkoord hier faciliterend optreden.” Bepaalde landen worden geconfronteerd met een complex economisch klimaat, zoals hoge inflatie, wat uiteindelijk ook de toegang voor ons moeilijker maakt “Anderzijds moet er ook gekeken worden naar de geopolitieke situatie en de maturiteit van de Latijns-Amerikaanse markten. Bepaalde landen worden geconfronteerd met een complex economisch klimaat, zoals hoge inflatie, wat uiteindelijk ook de toegang voor ons moeilijker maakt”, zegt Gore. “Het wordt een case by case beoordeling. Ervan uitgaan dat we morgen met Belgisch varkensvlees in de rekken liggen bij de Zuid-Amerikaanse retail, zou mooi zijn, maar ik vrees dat dit niet voor morgen zal zijn.”Fevia merkt wel op dat de kans op marktverstoring door Mercosur onwaarschijnlijk is wat betreft varkensvlees. De landen krijgen een tariefvrij quota van 25.000 ton. “Op dit moment wordt er in België géén varkensvlees ingevoerd uit de Mercosurlanden”, meldt de organisatie. “De EU is voor Brazilië een onbeduidende afzetmarkt, het quotum van 25 000 ton vertegenwoordigt 0,1 procent van hun productie.” Fevia bevestigt vrees gevoelige sectorenDe analyse van Fevia bevestigt wel dat de vrees van diverse landbouwsectoren terecht is. Wat gevogelte betreft, komt er 180.000 ton bovenop het huidige importvolume vanuit Brazilië, ingevoerd over vijf jaar tijd. Fevia vreest marktverstoring, voornamelijk als consumenten van vers Belgisch gevogelte zullen kiezen voor goedkoper diepgevroren Braziliaans gevogelte.Ook voor rundvlees worden de quota verhoogd en de gemiddelde tarieven verlaagd. De tarieven gaan gemiddeld van ongeveer 35 procent naar ongeveer tien procent.En dan is er nog de suikersector. Momenteel heeft Brazilië een exportquotum van 180.000 ton met een tarief van 98 euro per ton. Dat quotum wordt behouden, maar tariefvrij gemaakt. Paraguay krijgt een nieuw tariefvrij quotum van 10.000 ton per jaar. “Als de hoeveelheden geïmporteerde suiker onveranderd blijven, dan zou de prijs met 82 euro per ton naar beneden kunnen gaan”, meldt Fevia.Het Mercosurakkoord voorziet wel zekere beschermingsmaatregelen. Een voorbeeld: bij een importstijging van meer dan vijf procent of een prijsdaling van meer dan vijf procent (tegenover het driejaargemiddelde) kan een onderzoek naar schade en het opschorten van preferentiële tarieven worden gestart.Toch zal het volgens Fevia noodzakelijk zijn dat België en Vlaanderen deze sectoren bijkomend ondersteunen om hun competitiviteit te vrijwaren. Grondstoffenzekerheid voor verwerkersTot slot ziet Fevia wel een voordeel voor bepaalde verwerkende sectoren. “Voor de Belgische voedingsindustrie betekent het EU-Mercosurhandelsakkoord ook een vlottere en stabielere invoer van grondstoffen aan meer competitieve prijzen”, meldt de organisatie. “Grondstoffen zoals koffie, sinaasappelsap, granen, oliën en vetten uit de Mercosurlanden zullen op termijn tariefvrij kunnen worden ingevoerd.”“Door het graantekort als gevolg van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne is bijkomende aanvoer noodzakelijk. Extra grondstoffen uit de Mercosurlanden zijn dan ook bijzonder welkom om de continuïteit van de productie te waarborgen”, aldus de organisatie.</content>
            
            <updated>2026-01-26T20:46:28+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onderzoek in Ronse naar PFAS-ver­vui­ling via eie­ren van tuinkippen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-gaat-pfas-vervuiling-in-ronse-onderzoeken-via-eieren-van-tuinkippen" />
            <id>https://vilt.be/58541</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen start een onderzoek naar PFAS-vervuiling in Ronse via de eieren van tuinkippen. Dat heeft Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) beslist na een nieuw rapport van het Departement Zorg en recente metingen in de stad. De Oost-Vlaamse stad kampt al langer met historische PFAS-vervuiling, onder meer door een sterk verankerde textielindustrie.&nbsp;Ook in andere regio's in Vlaanderen komen er onderzoeken van eieren.&nbsp; &nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/edd7afdb-1d59-4df6-a70f-075b48c0800b/full_width_eieren-nb.jpg</image>
                                        <content>Eerder hadden zowel de inwoners als het stadsbestuur van Ronse de Vlaamse overheid gevraagd om een bloedonderzoek te laten uitvoeren bij mensen die mogelijk aan PFAS zijn blootgesteld. Vlaanderen ging daar toen niet op in, met als motivatie dat er onvoldoende betrouwbare gegevens waren om zo’n grootschalige screening te verantwoorden.Volgens de Vlaamse overheid geven bloedwaarden bovendien geen uitsluitsel over de herkomst van de vervuiling en bieden ze geen medische meerwaarde, aangezien er momenteel geen behandeling bestaat om PFAS uit het lichaam te verwijderen.Vlaanderen kiest er daarom voor om de PFAS-vervuiling in Ronse te onderzoeken via de eieren van kippen in de tuinen van de inwoners. &quot;Omdat dat een duidelijker beeld geeft van de bron en de verspreiding van de vervuiling&quot;, zegt Vlaams minister Gennez. &quot;Uit eerder onderzoek, onder meer rond de 3M-fabriek in Zwijndrecht, blijkt dat de consumptie van eieren van kippen in de eigen tuin een belangrijke manier is waarop PFAS in het menselijk lichaam terechtkomt.” Het onderzoek zal de komende maanden van start gaan.&amp;nbsp;PFAS-vervuiling door textielsectorRonse weet al sinds 2018 van de PFAS-vervuiling, onder meer in de omgeving van de Molenbeek en de actieve textielfabrieken. De stad heeft een rijk textielverleden, wat de historische vervuiling kan verklaren, maar ook vandaag zijn er nog veel fabrikanten actief in de regio.In 2021 werd door OVAM aangetoond dat de waterbodem en de oevers van de Molenbeek al zwaar belast waren met PFAS uit het verleden. Dit heeft geleid tot de gekende no regret-maatregelen, om de blootstelling van bewoners zoveel mogelijk te beperken.&amp;nbsp;Nog eieronderzoeken in VlaanderenGennez zegt dat er ook in andere Vlaamse regio&#039;s nog eierenonderzoeken komen, waar precies is nog niet duidelijk. &quot;De selectie van die regio&#039;s gebeurt op basis van een evaluatie van het Departement Zorg van alle gebieden waar PFAS mogelijk een probleem is&quot;, zegt Gennez.&quot;Om de gezondheid van mensen goed te beschermen, moeten we weten waar de vervuiling vandaag vandaan komt en hoe ze zich verspreidt. Een eierenonderzoek is daarvoor de meest zinvolle stap&quot;, klinkt het bij Gennez, die samen met de Vlaamse regering ook een verbod op PFAS in gewasbeschermingsmiddelen wil onderzoeken.</content>
            
            <updated>2026-01-26T18:01:27+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[N-VA haalt fors uit naar cd&v over pleidooi herziening stikstofdecreet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/n-va-haalt-fors-uit-naar-cdv-over-stikstofdecreet" />
            <id>https://vilt.be/58542</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Cd&amp;v kiest in de stikstofaanpak voor kortetermijnwinst in plaats van wetenschappelijke onderbouwde oplossingen op lange termijn. Dat stelt Vlaams parlementslid Andy Pieters van regeringspartner N-VA. Hij uit de kritiek nadat cd&amp;v-voorzitter Sammy Mahdi liet verstaan dat hij het felbevochten Vlaamse stikstofakkoord op de schop wil.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9d5e55aa-8e9e-44b3-b6fc-1b98a3fedd82/full_width_natuur-koeien-gras-bomen.jpg</image>
                                        <content>Cd&amp;amp;v-voorzitter Mahdi was het afgelopen weekend in tv-interviews en op de nieuwjaarsreceptie van zijn partij duidelijk: de Vlaamse stikstofregels en het Mercosurakkoord gaan niet hand in hand. De huidige stikstofregels moeten wat hem betreft grondig worden herbekeken.“Oer maar dan ook oerdom. Onze hele economie de afgrond in rijden, de rechtszekerheid en welvaart totaal de vernieling in”, laat N-VA-parlementslid Andy Pieters zich uit op X. Ook Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) reageerde scherp: “De vergunningsstop hebben we vakkundig kunnen afwenden met het stikstofakkoord. Nu weer morrelen aan het stikstofakkoord, is onheil over jezelf afroepen. Be careful what you wish for.”Volgens Pieters is het nog te vroeg om het stikstofakkoord nu al opnieuw op tafel te leggen, omdat een alternatieve stikstofregeling “verre van klaar is”. De Wetenschappelijke Interdisciplinaire Commissie Stikstof, die een toekomstig emissiebeleid moet onderzoeken, kwam volgens Pieters tot nu toe slechts drie keer samen, “waarvan één keer louter voor de installatie”. Wat is het WIC-Stikstof?In het regeerakkoord is vastgelegd dat deze legislatuur wordt onderzocht of in 2031 een verschuiving van een depositie- naar een emissiebeleid mogelijk is. De WIC-stikstof kreeg onder meer de opdracht om een toekomstig emissiebeleid uit te werken dat juridisch en wetenschappelijk standhoudt. Tegen het einde van dit jaar moet het comité hierover een expertenadvies voorleggen aan de Vlaamse Regering.In juli vorig jaar schoot het comité uit de startblokken. Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) gaf toen aan dat hij in het WIC Stikstof een eerste stap zag om af te stappen van juridisch wankele en wetenschappelijk omstreden modellen: “Met dit initiatief zetten we in op een toekomstgerichte, planmatige aanpak van stikstof, die vertrekt van robuuste kennis en brede betrokkenheid. Alleen zo kunnen we natuurherstel verzoenen met economische ontwikkeling en rechtszekerheid voor iedereen.&quot; Cd&amp;amp;v kiest volgens Pieters &quot;voor kortetermijnwinst in functie van peilingen, in plaats van wetenschappelijk onderbouwde langetermijnoplossingen waar zowel de boeren, ons leefmilieu als de rechtszekerheid beter van worden. Zeker als je ziet dat de bevoegde minister met de voeten sleept bij de uitvoering van elke afspraak uit het stikstofakkoord&quot;.Zo hanteert minister Brouns volgens Pieters “een creatieve lezing” van de lijst met piekbelasters. “Die lijst is opgesteld op basis van verouderde KDW’s, terwijl het decreet voorschrijft dat alle relevante bijkomende gegevens moeten worden meegenomen”, legt het parlementslid uit. “Ook het dierregister werd afgeschaft, ondanks wat in het decreet staat. Hij bracht ondertussen nog geen alternatief aan, al bestaat er wel een werkbare piste. Verder blijft ook het ontwikkelingsplan over het Turnhouts Vennengebied uit. In het stikstofdecreet werd afgesproken dat er een plan moest komen van een intendant tegen maart 2025. Ander zou de regering er zelf één goedkeuren.” Gevraagd naar een reactie laat Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) weten niet te reageren op de aantijgingen van Pieters.Onafwendbaar na oordeel Grondwettelijk Hof?Het Grondwettelijk Hof buigt zich momenteel over het stikstofakkoord. Verschillende partijen hebben de wetgeving aangevochten omdat die volgens hen fundamentele rechten schendt. Oordeelt het Hof dat dit inderdaad het geval is, dan is de kans groot dat het decreet sowieso opnieuw wordt geopend en de regels herbekeken moeten worden.</content>
            
            <updated>2026-01-26T19:34:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voltallig bestuur van FDF Belgium stapt op]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bestuur-fdf-belgium-stapt-op" />
            <id>https://vilt.be/58543</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouworganisatie FDF Belgium moet op zoek naar een nieuw bestuur. Het voltallige bestuur, inclusief voorzitter Bart Dickens, heeft zijn ontslag ingediend. “Ik voelde te weinig enthousiasme onder de leden. Het is aan een nieuwe voorzitter om het vuurtje weer aan te wakkeren”, verklaart hij.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="boerenprotest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/beeb1795-d4cb-47fe-b671-4f5ab77ecc5c/full_width_dickens-fdf2.jpg</image>
                                        <content>Bart Dickens baarde in mei 2023 opzien met de oprichting van FDF Belgium, de Belgische tak van de Nederlandse Farmers Defence Force. Deze boerenorganisatie had in Nederland een militanter imago dan de meeste andere belangenorganisaties, en Dickens zag hiervoor ook ruimte in Vlaanderen.De nieuwe belangenorganisatie liet zich tijdens het hoogtepunt van de stikstofcrisis meermaals horen met diverse protestacties. “Hoewel we geen plaats aan de onderhandelingstafel hadden, hebben we met onze acties wel de publieke opinie beïnvloed en daarmee een rol gespeeld”, aldus Dickens.De Kempenaar kwam vorig jaar nog in het nieuws omdat hij was ingegaan op de stoppersregeling van de overheid. Hij is nu geen melkveehouder meer. In een interview met VILT verklaarde hij toen dat dit zijn rol bij FDF niet zou beïnvloeden.“Ik heb nu niets meer te verliezen en meer vrije tijd om mij voor FDF Belgium en de belangen van de Vlaamse boeren in te zetten. Het is schandalig hoe de overheid omgaat met de landbouw, een strategische sector die tot de wereldtop behoort”, klonk het toen.Inmiddels heeft Dickens een andere mening en diende hij samen met de andere bestuursleden van FDF Belgium zijn ontslag in. “Ik voelde te weinig enthousiasme onder de leden. Het is aan een nieuwe voorzitter om het vuurtje weer aan te wakkeren”, verklaart hij.Dickens is formeel nog voorzitter, maar FDF Nederland is wel op zoek naar andere bestuursleden. “Geïnteresseerden kunnen zich bij ons melden”, laat Sieta van Keimpema weten, zij is bestuurslid van FDF Nederland. Volgens haar en Dickens blijft er in Vlaanderen ruimte voor een boerenorganisatie die zich wat militanter opstelt en “nee” durft te zeggen. FDF Belgium telt tussen de 100 en 150 leden. </content>
            
            <updated>2026-01-27T13:58:16+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ingro over voorgestelde prijsverlagingen: “Ze knijpen de boeren uit.”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ingro-over-voorgestelde-prijsverlagingen-ze-knijpen-de-boeren-uit" />
            <id>https://vilt.be/58544</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De onderhandelingen over de contractprijzen voor industriële groenteteelt lopen moeizaam. “Sommige fabrieken proberen misbruik te maken van de situatie en bieden prijsverlagingen aan tot 15 procent. Ze willen de boeren uitknijpen. Dat is compleet onacceptabel voor ons”, klinkt het bij Ingro, de coöperatieve belangenvertegenwoordiger voor industriële groentetelers. Met andere fabrieken is er wel een akkoord over beperktere prijsdalingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/df68bd6e-62c1-4266-a877-0b4946135061/full_width_bloemkool.jpg</image>
                                        <content>In navolging van de aardappeltelers en de bietentelers lijken ook de telers van industriële groenten rekening te moeten houden met een contractuele prijsverlaging. De telers, vertegenwoordigd door telerscoöperatie Ingro, voeren op dit moment gesprekken met de verwerkers. De tendens is niet positief. Een daling ligt in de lijn der verwachtingen, horen we bij Luc De Waele van Ingro.Fabrieken spreken volgens hem van grote internationale concurrentie en krimpende marges, waardoor ze de prijs willen drukken. Hij is namens Ingro in gesprek met zo’n acht fabrieken, de grootste verwerkers van Vlaanderen. Daarnaast zijn er nog een aantal kleinere spelers, die meestal de prijzen volgen die met de grotere fabrieken worden afgesproken.Met een drietal afnemers zijn “evenwichtige” akkoorden bereikt, maar hebben de telers een prijsverlaging tot drie procent voor de meeste teelten niet kunnen vermijden. “Wij zetten in op handhaving van de status quo, maar moeten gezien de situatie een lichte prijsdaling accepteren”, aldus De Waele.&quot;Onacceptabele prijsvoorstellen door twee fabrieken&quot;Maar twee fabrieken blijven volgens Ingro inzetten op verdere prijsverlagingen. Het zou dan gaan om prijsdalingen tot 15 procent. En dat is voor Ingro “geheel onacceptabel”, vooral voor de arbeidsintensieve groenten zoals bloemkool, spruiten, courgettes en verschillende koolsoorten. Daarmee zouden de telers onder de kostprijs duiken.Het voorstel van de twee fabrieken roept woede op bij de telers. Op haar beursstand op Agro Expo in Roeselare dit weekend had Ingro een brandbrief van de telers aan de verwerkers uitgestald. De afnemers komen volgens De Waele niet met een onderbouwd verhaal, maar maken “misbruik van de bestaande situatie”. Hij legt uit: “Ook aardappelen, bieten en granen brengen zeer weinig op en deze fabrieken denken dat de boeren toch wel groenten gaan telen.&quot;Sector terug bij af: leefbaarheid in gevaarMet deze prijsvoorstellen is de sector volgens De Waele terug bij af. “Drie jaar geleden is de prijs voor sommige teelten gestegen. Dat was meer een prijscorrectie. De prijs was twintig jaar namelijk niet omhoog gegaan en die stijging was broodnodig, anders zouden sommige telers misschien zijn afgehaakt.”Nu dreigt volgens hem hetzelfde risico. “De kosten blijven stijgen, er zijn steeds minder werkzame gewasbeschermingsmiddelen op de markt. En dan zouden de telers ook nog genoegen moeten nemen met een prijsverlaging om de marges van de fabrieken op te vullen.” Dit roept volgens hem ook de vraag op of er wel sprake is van een duurzaamheidstreven bij de verwerkers. “Kun je daar nog van spreken als de economische en financiële lasten hoofdzakelijk bij de primaire producent worden gelegd?”In reactie op de lage prijsvoorstellen heeft Ingro de gesprekken met deze verwerker en een andere partij stopgezet. Drie andere fabrieken hebben de contactgesprekken nog niet opgestart en spelen daarmee volgens De Waele een gevaarlijk spel. “Door de gesprekken te rekken, komt de teler in het nauw en kan hij dadelijk geen kant meer op.” Hij doelt daarbij onder andere op de planning die in gevaar komt. “Telers moeten een teeltplanning maken, seizoen pacht afsluiten en zaden bestellen. Voor de eerste vrucht bloemkool moeten die nu al besteld worden.”</content>
            
            <updated>2026-01-27T21:13:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mercosur 2.0 vermeden: cruciale sectoren gevrijwaard in Indiase vrijhandelsdeal]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mercosur-20-vermeden-cruciale-sectoren-gevrijwaard-in-indiase-vrijhandelsdeal" />
            <id>https://vilt.be/58545</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie heeft een nieuw vrijhandelsakkoord afgeklopt, ditmaal niet met Zuid-Amerika maar India. Gevoelige Europese landbouwsectoren worden volledig beschermd. Producten zoals rundvlees, kippenvlees, rijst en suiker zijn uitgesloten in de overeenkomst van liberalisering. Vandaag is de voedingshandel met India zeer beperkt. Maar door het schrappen of fors verlagen van tarieven op onder andere wijn en olijfolie, kan dat in de toekomst veranderen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="mercosur" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="export" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7af2c754-2912-485e-a5f0-979a3d5100e2/full_width_indier-india-markt-eten.jpg</image>
                                        <content>Het ziet ernaar uit dat de EU een tweede Mercosur-controverse wil vermijden. De communicatie  benadrukt uitdrukkelijk hoe gevoelige Europese landbouwsectoren gevrijwaard worden bij deze deal. Rundvlees is zo één gevrijwaard product dat de EU met fierheid naar voren schuift. Een cynische grap? Nee, India is inderdaad het land van de heilige koe. En in Noord-India, het demografische zwaargewicht, eet een grote meerderheid van de (hindoe)bevolking inderdaad geen rundsvlees. Maar in andere delen van het land is rundsvlees niet zo ongewoon als men zou denken. Sterker nog: India is de vierde grootste rundvleesexporteur ter wereld.Andere cruciale producten die niet worden geliberaliseerd zijn kippenvlees, rijst en suiker. De handelsdeal speelt zich voor een groot deel af in de non-food. India zal tariefverlagingen aan de EU toekennen die geen van zijn andere handelspartners heeft ontvangen. Zo dalen de tarieven voor auto&#039;s geleidelijk van 110 procent naar tien procent, terwijl ze na vijf tot tien jaar volledig worden afgeschaft voor auto-onderdelen. Tarieven variërend tot 44 procent voor machines, 22 procent voor chemicaliën en 11 procent voor farmaceutische producten zullen ook grotendeels worden afgeschaft.Speelt landbouw wel een rol in onze handel met India?De huidige top 15 exportwaarde van België naar India bevatten nul agrovoedingsproducten. Het overgrote deel van onze huidige exportwaarde richting India betreft ruwe (industrie)diamanten, edelstenen en metalen. Voor de rest gaat het vooral om medische apparatuur en geneesmiddelen, maar ook vlas.Omgekeerd voert India vooral bewerkte (industrie)diamanten naar ons uit, textiel, geneesmiddelen, en staalplaten. Wat importwaarde betreft zijn tijgergarnalen het enige voedingsproduct dat met de non-food kan concurreren. Dat wil niet zeggen dat we géén voedingsbanden hebben met India, althans op Europees niveau. 24 procent van alle voedingsexport van India richting de EU betreft koffie, thee, cacao en kruiden. Met een kleiner aandeel voor tabak (8%), noten en fruit (8%). Ook granen (7,1%) en groenten (5,8%) kopen we in mindere mate bij de Indiërs. Opvallend afwezig op de lijst: vlees- en zuivelproducten.In omgekeerde richting maken dierlijke producten een behoorlijk deel uit van de Europese agro-uitvoer richting India. Zuivel maakt hier 7,5 procent van uit. Ook bier, cider en andere alcoholische dranken (6,1%) en voedergewassen (5,8%) zijn significant, net als fruit en noten (5,2%) en snoep en chocolade&amp;nbsp;(4,6%). Maar het grootste aandeel gaat naar nijverheidsgewassen (23,3%).Deze handelscijfers zouden fors kunnen veranderen bij het ingaan van de handelsdeal. Dat India bepaalde Europese producten amper afneemt heeft niet noodzakelijk te maken met een gebrek aan interesse, maar wel met buitensporige handelstarieven. Voor een ruime selectie aan producten zullen de tarieven aanzienlijk worden teruggeschroefd, en dus de markttoegang verbeterd. Zuivelkansen gemist, maar gevoelige sectoren beschermdEen opvallende afwezige in bovenstaande lijst is zuivel. De Indiase bevolking lust zijn melk en yoghurt, en zou theoretisch gezien een interessante afzetmarkt zijn. Maar net zoals Europa zijn suikermarkt in deze deal afschermt, doet India hetzelfde met zijn zuivel. &quot;Uit onze eerste analyse blijkt dat het resultaat teleurstellend is voor de zuivelsector&quot;, zegt Lien Callewaert van zuivelfederatie BCZ. Een betekenisvolle markttoegang werd ook al tijdens de onderhandelingen als moeilijk beschouwd. Er zouden geen wijzigingen in de tarieven voor zuivel worden doorgevoerd, waardoor hoge tarieven op kaas, melkpoeder, en zuivelgebaseerde nutritionele producten van toepassing blijven.&quot;Het landbouwluik van deze deal staat dus in schril contrast met het Mercosur-handelsakoord, en dat is volgens landbouworganisatie Boerenbond een goede zaak. “Op basis van de beschikbare informatie lijkt deze deal te voldoen aan de basistoetsstenen waar een handelsakkoord aan moet voldoen”, zegt de organisatie. “Er is gezocht naar een balans in het akkoord met respect voor wederzijdse belangen en met aandacht voor de bescherming van gevoelige producten aan beide zijden. We blijven echter sterk benadrukken dat ook voldoende fundamentele afspraken gemaakt moeten worden over de productiestandaarden en voedselveiligheid van geïmporteerde landbouwproducten om het gelijk speelveld te behouden.”Waar liggen de kansen?Giel Boey, adviseur internationaal beleid bij Boerenbond, zegt dat vele gevolgen van dit akkoord pas op termijn duidelijk zullen worden. België is niet bepaald een exporteur van wijn en olijfolie, maar binnen sectoren als bier, chocolade en patisserie liggen er wel kansen. “Ook de tarieven voor worstjes en vleesbereidingen gaan omlaag, maar er blijft een tarief van 50 procent overeind”, zegt Boey. “De markt zal moeten uitwijzen of daar dus opportuniteiten liggen.”Ook voor peren gaan de tarieven significant omlaag. Liggen er binnenkort conferences in de fruitkramen van New Delhi? “Nu de tarieven worden verlaagd kan er wat dat betreft wel marktverkenning gebeuren”, zegt Boey. “Maar er is ook sprake van quota, en die zijn nog niet gespecifieerd. Afwachten dus.&quot;  Stel dat Europa harder had doorgeduwd op de zuivelmarkt, dan hadden we wellicht elders toegevingen moeten doen Dat India geen zuivel opneemt in de vrijhandelsdeal vindt Boey spijtig, maar niet onbegrijpelijk. “Het is heel duidelijk dat we op vlak van zuivel winst hadden kunnen boeken. Maar wellicht heeft India besloten om zijn zuiveltarieven te behouden, omdat ook wij een aantal van onze gevoelige sectoren hebben afgeschermd. Stel dat Europa harder had doorgeduwd op de zuivelmarkt, dan hadden we wellicht elders toegevingen moeten doen.”Haalt de bescherming wel iets uit?Europa voert (bijna) nul kilo rundsvlees, varkensvlees en pluimvee in vanuit India. Is het dan zo belangrijk dat die importtarieven ongewijzigd blijven? “Vandaag lijkt dit inderdaad zinloos, maar je weet niet wat er gebeurt als de tarieven worden afgebouwd. Misschien zou India zijn vleesexport richting de EU dan wel opschroeven.”In de suikersector is er wel duidelijk een ramp vermeden. Belgische suikerproducenten halen opgelucht adem dat de Indiase handelsdeal geen Mercosur 2.0 is gebleken. Er stond veel op het spel voor deze sputterende sector: India is een van de grootste suikerproducenten ter wereld. Dit jaar verwacht men een exportvolume van 1,5 miljoen ton. Die suikerkorrels zullen niet richting Europa stromen, wel naar de gebruikelijke afnemers in Azië en het Midden-Oosten.Suikersector opgeluchtErwin Boonen van Tiense Suiker vermoedt dat de Mercosurprotesten hebben bijgedragen tot de Europese inspanning om suiker dit keer wél te vrijwaren. “India is na Brazilië een van de grootste suikerproducenten ter wereld”, zegt Boonen. “We zagen in Europa de suikerexport al steeds meer toenemen. Eerst met Oekraïne, binnenkort Mercosur,… het is heel positief dat suiker en andere gevoelige landbouwgrondstoffen eruit gehaald zijn.”Volgens Boonen is de suikermarkt vandaag zeer ongunstig. “Volgens het handelsakkoord dat men niet lang geleden gesloten heeft met Oekraïne, is het plafond voor tariefvrije import verhoogd van 20.000 naar 100.000 ton suiker. Bij Mercosur spreken we over 190.000 ton. Dit alles komt bovenop een markt die vandaag al oververzadigd is. We zijn nu al genoodzaakt om minder te produceren, wat zowel de rendabiliteit van fabrikanten als landbouwers onder druk zet.” We zijn nu al genoodzaakt om minder te produceren, wat zowel de rendabiliteit van fabrikanten als landbouwers onder druk zet Boonen merkt op dat suiker ook is weggelaten uit een eerder vrijhandelsakkoord tussen India en het Verenigd Koninkrijk.Wat wel wordt geliberaliseerd, is de export van patisserie, koekjes en chocolade. India had een invoertarief ingesteld van 50 procent op deze Europese goederen, en dit wordt herleid van nul. Zal onze suikerindustrie dus via een omweg een korreltje meepikken? &amp;nbsp;“Wij leveren wel aan patissiers die onze suiker gebruiken, maar ik weet niet of India voor hen een belangrijke klant is of zal worden. Hoe dan ook spreken we hier over een stuk kleinere volumes dan de potentiële volumes die vanuit India naar Europa hadden kunnen komen.”Europa voelt naschok Mercosurprotesten“We hebben mee geprotesteerd tegen Mercosur in Brussel en in Staatsburg. Ik geloof dat het dankzij zulke inspanningen is, van de sector en de landbouwers, dat de Europese Commissie het signaal heeft gehoord en de juiste beslissing heeft genomen, wat suiker betreft. Voor Mercosur heeft ons protest niet mogen baten, maar in de handelsdeal met India krijgen we nu toch een veel gezondere situatie.”Boonen benadrukt dat hij ook geen probleem heeft met handelsakkoorden an sich. “Zeker in het licht van de manier waarop de Verenigde Staten de huidige samenwerkingsverbanden uit de hengsels wringen. Het is belangrijk voor Europa om nieuwe akkoorden te sluiten. Maar we moeten ons bewust blijven van de strategische keuzes die we maken, en onze sectoren niet in gevaar brengen. We hebben weinig natuurlijke rijkdommen zoals ertsen in Europa. Wat we wel hebben, is gediversifieerde, hoogkwalitatieve landbouw. Dat is iets dat we niet zomaar te grabbel mogen gooien.”</content>
            
            <updated>2026-01-27T17:55:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vaccinatie verdeelt Griekenland tijdens schapenpokkencrisis]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vaccinatie-verdeelt-griekenland-tijdens-schapenpokkencrisis" />
            <id>https://vilt.be/58546</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Griekenland slaagt er niet in een grote uitbraak van schapenpokken onder controle te krijgen. Terwijl het virus zich verder verspreidt, loopt ook de spanning op tussen voor- en tegenstanders van vaccinatie, met verstrekkende gevolgen voor Griekse veehouders en liefhebbers van feta.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1ed91c5a-dd58-47c0-91aa-35f60c4a59ac/full_width_schaap-zon-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Sinds de eerste vaststellingen in augustus 2024 tot en met 18 januari 2026 zijn in totaal 472.928 schapen en geiten gestorven aan pokken. Ongeveer 2.550 bedrijven moesten daarbij hun volledige veestapel ruimen. De financiële steun van de overheid aan getroffen veehouders liep eind vorig jaar op tot zo’n 187 miljoen euro.Tijdens de wintermaanden nam de verspreiding van het virus tijdelijk af, maar de omvang van de uitbraak blijft groot. Griekenland slaagt er voorlopig niet in het virus onder controle te krijgen. En zoals vaker bij crisissen, botsen de visies op de aanpak. Het debat polariseert in Griekenland voor- en tegenstanders van vaccinatie.Anti-vaxersHet Nationaal Wetenschappelijk Comité voor de Bestrijding en Beheersing van Pokken en de regering verdedigen dat de pokken alleen kunnen worden uitgeroeid door het implementeren van bio-veiligheidsmaatregelen. De veehouders moeten nauwgezet de uitvoering van de maatregelen volgen en mogen niet illegaal vaccineren.De regering schuift enkel standpunten naar voren waarom de antivaccinatiecampagne blijft vastgehouden. Vooreerst zou massavaccinatie de situatie enkel verergeren. “Vaccins bevatten een levend pokkenvirus met verminderde virulentie. Omdat de ziekte sterk pathogeen is, brengt vaccinatie het risico mee dat het virus zich verder verspreidt in plaats van wordt ingedamd. Zeker wanneer de bio-veiligheidsmaatregelen op bedrijven niet strikt worden nageleefd”, klinkt het. De regering benadrukt bovendien dat in landen waar de ziekte via vaccinatie wordt bestreden, ze nog steeds niet is uitgeroeid. Daar blijft de ziekte plaatsgebonden aanwezig, met aanhoudende sterftegevallen. Economische gevolgenBinnen de Europese Unie worden de schapenpokken geclassificeerd als een ziekte die normaal niet voorkomt in onze gebieden en een onmiddellijke uitroeiingsaanpak vereist. Bij een uitbraak worden de grenzen voor de export van levende dieren en afgeleide producten meteen gesloten, met aanzienlijke economische verliezen op korte termijn tot gevolg.Volgens de regering moet ook de lange termijn worden bekeken. Vaccinatie zou leiden tot het verlies van de status van “vrij land”, met meerjarige exportbeperkingen tot gevolg, zowel binnen de EU als richting belangrijke derde markten. Voor feta gaat het daarbij om een jaarlijkse exportwaarde van ongeveer 1 miljard euro die in gedrang komt.Tot slot voert de regering ook aan dat vaccineren tegen schapen- en geitenpokken wel mogelijk is, maar dat geen enkel van de vaccins geregistreerd is. Volgens de regering zijn die vaccins slechts op een beperkt aantal dieren getest, waardoor grootschalig gebruik onveilig zou zijn. Los van het verlies van het statuut van vrij land zou het inzetten van niet-geregistreerde vaccins ook bijkomende beperkingen opleveren voor de internationale handel.“Een consequente bestrijding van het virus zorgt voor een snelle daling van de besmettingen, kortere beperkingen en een snellere terugkeer naar de normaliteit. Dit is geen standpunt tegen vaccinatie, maar een strategie die aansluit bij de biologie van het virus, de Europese wetgeving en de duurzaamheid van de Griekse veehouderij. Dit met oog voor de bescherming van veehouders en exportproducten zoals feta”, aldus het Ministerie van Volksgezondheid in een artikel in de Griekse krant Ta Nea. Zorgen over voortbestaanAl blijft de vraag hoe ver de Griekse regering wil gaan in het vasthouden aan de langetermijnvoordelen van een beleid zonder vaccinatie. Veehouders in het hele land maken zich ondertussen grote zorgen over hun voortbestaan. Sommigen hebben hun toevlucht genomen tot illegale vaccinatie. De overheid schat dat er een miljoen illegale doses zijn toegediend, wat de epidemiologische gegevens verstoort.&quot;Deze ziekte verdwijnt niet uit Griekenland; ze is hier om te blijven en zonder vaccin zal ze niet weggaan,&quot; vertelt George Terzakis, voorzitter van een lokale veeteeltvereniging in Thessalië, aan EU-nieuwswebsite Politico. Hij behoort tot de veehouders die stellen dat de scepsis van de overheid tegenover vaccins minder wetenschappelijk is ingegeven dan bedoeld. Vooral om de gevolgen van een escalerend schandaal in de veehouderij af te schermen. Griekenland wordt momenteel onderzocht omdat het landbouwsubsidies claimde voor dieren die ingeschreven stonden maar er in werkelijkheid niet zijn. &quot;Als onze dieren gevaccineerd zouden worden, zou het aantal toegediende doses de werkelijke dierenpopulatie van het land onthullen,&quot; zei Terzakis. Feta wordt duurderIntussen komt ook de fetamarkt zwaar onder druk te staan. De fetaproductie vormt een belangrijke economische pijler voor Griekenland. Jaarlijks produceert het land meer dan 97.000 ton feta, waarvan ruim twee derde bestemd is voor export. In 2024 haalde Griekenland met de verkoop van feta een recordomzet van 785 miljoen euro.De feta die vorig jaar verkocht werd, was nog geproduceerd met grondstoffen die goedkoper waren. Maar door de pokkenepidemie nam de aangevoerde melk geleidelijk af bij de Griekse zuivelindustrieën. Nochtans is veel melk nodig voor feta: voor de productie van één kilogram wordt ongeveer vier kilogram melk gebruikt. Volgens kaasproducenten zullen de tekorten onvermijdelijk leiden tot prijsstijgingen dit jaar.</content>
            
            <updated>2026-01-27T17:34:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "Jonge boer, een utopie?"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opinie-jonge-boer-een-utopie" />
            <id>https://vilt.be/58547</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Deze week viert het Vlaams Stikstofdecreet zijn verjaardag, maar op weinig landbouwbedrijven zal er "lang zal het leven in de gloria" weerklinken. Dat schrijft Justine Arkens, voorzitter van Groene Kring, in een opiniestuk. "Vieren zit er niet in. Met de aanhoudende boerenprotesten zou je bijna vergeten waar het echt over gaat: een landbouwsector die al jaren op slot zit, en vooral een toekomst die op slot zit voor jonge boeren. Nog steeds is er geen perspectief, nog steeds geen rechtszekerheid."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Groene Kring" />
                        <category term="jonge boeren" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0756bd58-4d9c-4635-b340-1bd85175841a/full_width_bedrijfsovername-jongerencongres-opvolging-liba.jpg</image>
                                        <content>Op 24 januari 2024 keurde het Vlaams Parlement de Programmatische Aanpak Stikstof goed, beter bekend als het Stikstofdecreet. Na drie jaar onderhandelen, 20.000 bezwaarschriften, tientallen acties en twee vernietigende juridische adviezen ging de Vlaamse landbouwsector op slot. “Krik krak, sleutel in de zak,” leek de boodschap van de Vlaamse politiek.Het akkoord werd voorgesteld als een noodzakelijke stap om onze natuur te beschermen. En laat ons duidelijk zijn: geen enkele boer is tegen natuur. Integendeel. Boeren leven ermee en ervan. Het is een deel van hun dagelijkse realiteit. De doelstelling is dus legitiem. Maar terwijl beleidsmakers schermen met duurzaamheid en lange termijnvisies, wordt ondertussen een hele generatie jonge boeren opgeofferd. Voor elke jonge boer die vandaag afhaakt, komt er geen andere meer in de plaats. Geen enkele jonge boer weet nog wat hij moet bouwen, waarin hij moet investeren of welke toekomst zijn bedrijf heeft En daar zit precies het probleem: jonge ondernemers hebben perspectief nodig. Ze moeten weten waar ze aan toe zijn. Een landbouwbedrijf overnemen is geen hobby, het is een levenskeuze. Je investeert niet voor vijf jaar, maar voor een hele carrière. Stallen, machines, gronden: dat zijn investeringen die je maar één keer doet. Maar vandaag weet geen enkele jonge boer nog wat hij moet bouwen, waarin hij moet investeren of welke toekomst zijn bedrijf überhaupt heeft. Vergunningen zijn onzeker, uitbreiden is quasi onmogelijk en familiale opvolging staat op losse schroeven. De boodschap aan jongeren is duidelijk: “Begin er niet aan.”Als de jonge boer verdwijnt, is dat niet alleen een ramp voor de sector, maar voor de hele samenleving. Vandaag protesteren boeren tegen handelsakkoorden zoals Mercosur, die producten binnenbrengen die aan veel lagere standaarden geproduceerd zijn dan onze eigen voeding. Consumenten steunen lokale landbouw en willen weten waar hun voedsel vandaan komt. Maar hoe willen we die lokale voedselproductie garanderen als we er alles aan doen om jonge boeren te ontmoedigen?Hier wringt het beleid zichzelf vast. We zeggen dat we voedselzekerheid belangrijk vinden, maar maken landbouw onmogelijk. We pleiten voor korte ketens, maar ondergraven ze tegelijk. We willen duurzame productie, maar ontmoedigen net diegenen die daarin willen investeren. Dat is geen visie, dat is contradictie. We pleiten voor korte ketens, maar ondergraven ze tegelijk Twee jaar later zitten jonge boeren nog altijd vast in dezelfde onzekerheid. Hun beslissing om een bedrijf over te nemen kunnen ze niet langer uitstellen: ze worden in een hoek gedreven en móéten kiezen, maar krijgen daarbij geen enkele houvast. En net dat maakt het zo wrang. Deze generatie wil verduurzamen. Ze is beter opgeleid, staat open voor innovatie en wil emissiearm te werk gaan. Maar verduurzamen kost geld - heel veel geld. Een beroep doen op de bank is bovendien steeds minder vanzelfsprekend, want ook financiële instellingen worden terughoudender tegenover onze sector. Ook hier spelen de lopende politieke spelletjes een rol. En zelfs wie wél kan investeren, weet niet waarin dat veilig kan. Nieuwe technieken worden juridisch aangevochten, elke vergunning kan weer worden ingetrokken. Na jaren van inspanningen sta je zo opnieuw aan het begin.Hoe kan je van jonge ondernemers verwachten dat ze blijven investeren, als het beleid morgen alweer volledig kan veranderen?Politici spreken graag over generatievernieuwing. Over toekomstvisies. Over het beschermen van onze landbouw. Maar woorden voeden geen bedrijven. Wanneer wordt het Stikstofdecreet hervormd van een depositie- naar een emissiebeleid? Wanneer stopt Vlaanderen met zichzelf tegen te werken? Wanneer krijgen jonge boeren opnieuw een eerlijke kans?Hoe lang gaan we nog wachten?Tot de jonge boer geen realiteit meer is, maar een herinnering?Tot hij een utopie wordt? Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurJustine Arkens is voorzitster van Groene Kring, de landbouworganisatie voor jonge boeren van Boerenbond.</content>
            
            <updated>2026-01-27T17:35:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Frank Leroi is de enige bio-imker van België: "Geschikte locaties zijn uiterst schaars"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/frank-leroi-is-de-enige-bio-imker-van-belgie" />
            <id>https://vilt.be/58548</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Frank Leroi uit Ulbeek is de enige biologische imker in België. Biologisch imkeren vereist strikte voorwaarden, maar vooral het vinden van een geschikte locatie voor de bijenstand is in Vlaanderen bijna onmogelijk. Binnen een straal van drie kilometer mag er geen zware industrie, vervuiling of intensieve landbouw zijn, waardoor zulke plekken uiterst zeldzaam zijn. Dankzij de omliggende natuurgebieden is zijn bijenstand in Bokrijk één van de weinige locaties waar hij zijn 16 bijenkorven volledig volgens biologische principes kan beheren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bij" />
                        <category term="honing" />
                        <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ae5737ae-e5e1-458d-b111-b26312000c61/full_width_frank-leroi-bio-imker.png</image>
                                        <content>Frank houdt al meer dan 40 jaar bijen en mag zich als enige ‘bio-imker’ in Vlaanderen noemen. “Al enkele jaren deed ik aan natuurlijk imkeren, dat al voor 90 procent aansloot bij het biologische”, vertelt hij. “Toch heeft het enkele jaren geduurd om het label te krijgen. Omdat ik de eerste was in Vlaanderen die het aanvroeg, moesten de controle-eenheden alle Vlaamse eisen en procedures eerst opstellen en uitschrijven. In 2023 ontving ik dan eindelijk het officiële certificaat.” Geschikte locaties zijn uiterst schaarsBijen verzamelen nectar en stuifmeel tot drie kilometer rond hun kast. Voor het bio-label moet minstens de helft van dit gebied bestaan uit biologische gewassen of natuur zonder bestrijdingsmiddelen. Bovendien mag er binnen een straal van vijf kilometer geen vuilverbrandingsinstallatie zijn. “Ik heb erg veel geluk met de locatie van mijn bijenstand”, vertelt Frank. “Het domein Bokrijk is biologisch gecertificeerd en omringd door natuur zonder zware industrie.”Geschikte bio-locaties zijn in Vlaanderen zeldzaam, bevestigt ook Wim Reybroeck, honingexpert en voormalig onderzoeker bij ILVO. “Het ruimtegebruik met veel bebouwing, gangbare landbouw en versnipperde natuur maakt het bijna onmogelijk om een drachtgebied te vinden dat aan de bio-normen voldoet.” Het aandeel biolandbouw in Vlaanderen is beperkt: slechts 1,7 procent (ongeveer 10.000 hectare) van de totale cultuurgrond is biologisch. Het natuurareaal is groter, maar het plaatsen van bijenkasten in natuurgebied is vergunningsplichtig. “Het is geen evidentie om bijenkasten in natuurgebied te vergunnen”, zegt het Agentschap Natuur en Bos. “Wanneer deze louter gericht zijn op honingproductie of als hobbyactiviteit, lijkt een vergunning uitgesloten. Honingbijen concurreren namelijk om voedsel met wilde inheemse bijen, waarvan de populaties het moeilijk hebben.”Nog strengere regels in WalloniëWallonië heeft meer natuur en een biologisch landbouwareaal dat tien keer groter is dan in Vlaanderen. Toch zijn daar geen erkende bio-imkers. De regels zijn er nog strenger.“De opgelegde zone met een straal van drie kilometer, waarbinnen de pollen- en nectarbronnen hoofdzakelijk afkomstig moeten zijn van biologisch geteelde planten, moet in Wallonië voor 99 procent voldoen”, legt Olivier Devalckeneer van CARI uit, het onderzoekscentrum voor bijenteelt in Brussel en Wallonië. “Dit maakt de productie van biologische honing quasi onmogelijk.” Nog meer bio-vereistenDe eisen voor biologische bijenteelt gaan verder dan alleen de locatie. Alleen bijenkasten van natuurlijke materialen zijn toegestaan, zonder chemisch-synthetische verf of lijm. Chemische middelen zijn verboden, ingrepen zoals het knippen van de koningin zijn beperkt. En er gelden strikte regels voor honingwinning, ziektebestrijding en bijvoeren.Frank behandelt zijn bijen niet tegen de varroamijt, een parasiet die het immuunsysteem van honingbijen aantast. “De eerste jaren had ik veel dode volken. De overlevende volken volgen de wetten van de natuur en planten zich op natuurlijke wijze voort door te zwermen. Zo heb ik nu gezonde volken die goed weerbaar zijn tegen de parasiet, met relatief weinig wintersterfte.”Frank is niet gericht op honingproductie en laat zijn volken overwinteren op eigen honing. &quot;Gangbare imkers halen zo&#039;n 20 kilogram honing per slingerbeurt uit één volk. Bij ons ligt dat veel lager tot vijf à tien kilogram per jaar.&quot; Residu in honing?Is er een kwaliteitsverschil tussen bio- en gangbare honing? In Vlaanderen blijkt het effect van gewasbeschermingsmiddelen op honing minimaal. “Pesticiden zijn vetoplosbaar en blijven in de bijenwas, waardoor ze nauwelijks in de honing terechtkomen,” zegt Reybroeck.Conventionele imkers gebruiken soms synthetische middelen tegen de varroamijt, die residuen kunnen achterlaten, maar deze vallen meestal binnen de toegestane grenswaarden. Biohoning gebruikt enkel organische alternatieven.</content>
            
            <updated>2026-01-28T15:45:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zonevreemde functiewijzigingen in de praktijk: “Het beleid creëert onverkoopbare landbouwsites”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zonevreemde-functiewijzigingen-in-de-praktijk-het-beleid-creeert-onverkoopbare-landbouwsites" />
            <id>https://vilt.be/58549</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met een conceptnota, een hoorzitting en nu ook een beleidsadvies van ILVO staan zonevreemde functiewijzigingen in landbouwgebied hoog op de politieke agenda. “En dat wordt tijd”, zo horen we bij onder meer Geert Vanhove die gespecialiseerd is in agrarisch vastgoed. “Op het terrein komen we in een situatie met de facto onverkoopbare sites, met alle gevolgen vandien voor stoppende landbouwers voor wie die hoeve hun appeltje voor de dorst vormt”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="open ruimte" />
                        <category term="hoeve" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1a70113d-eb29-40b1-8138-d0cbd473a419/full_width_hoeve-zonevreemd-wonen-vastgoed-vanhove.jpg</image>
                                        <content>Vergunningsplicht sinds 1984Om te begrijpen waar we vandaag staan op het vlak van zonevreemde functiewijzigingen in landbouwgebied, moeten we even terug in de geschiedenis. Eerst en vooral is er de periode voor 1962. Toen was er geen vergunning nodig en konden eigenaars vrij beslissen wat ze op hun terrein deden. De invoering van de gewestplannen heeft daar verandering in gebracht: per gebied werd vastgelegd welke functies toegelaten waren en een vergunning was verplicht.Specifiek in agrarisch gebied is ook beslist dat landbouwers een woning bij hun bedrijf mogen bouwen. “Zolang die woning bewoond wordt door de exploitant van het landbouwbedrijf, is deze woning ook zone-eigen”, vertellen Dries Goethals en Arianne Delcroix, experten in de materie bij KBC. Van zodra iemand residentieel gaat wonen in een landbouw-exploitanten-woning zonder band met het landbouwbedrijf, wordt die woning zonevreemd. “Maar opgelet, zonevreemd is niet hetzelfde als illegaal”, klinkt het.Samengevat: alles wat vóór 1962 gebouwd is of als bedrijfswoning van de landbouwer vóór 1984 afgesplitst is van het bedrijf, wordt geacht vergund te zijn. In alle andere gevallen doet er zich geen probleem voor zolang de landbouwer zelf in de woning woont, zelfs als hij op rust gaat en het bedrijf stopzet. “Dat verandert wanneer hij zijn eigendom of gebruiksrecht overdraagt. Dan moet er een functiewijziging aangevraagd worden naar residentieel”, zeggen de KBC-experten. 2017 en 2021 als mijlpaalIn het verleden is dat lang niet altijd gebeurd. “Hoewel de wetgeving het sinds 1984 verplicht om een zonevreemde functiewijziging aan te vragen, gebeurde dat in de praktijk zelden”, vertelt Geert Vanhove, van agrarisch vastgoedkantoor Vanhove Vastgoed. Al 15 jaar lang adviseert hij landbouwers en burgers bij de verkoop en aankoop van vastgoed in het buitengebied waardoor hij zowel de wetgeving als de praktijk door en door kent.Volgens hem liet de overheid de regelgeving uit 1984 25 tot 30 jaar grotendeels dode letter blijven. “Tot 2017 werden nauwelijks vergunningen afgeleverd voor zonevreemde functiewijzigingen van oude hoeves. Die functiewijzigingen werden in de praktijk oogluikend toegestaan”, aldus Vanhove. Daar kwam verandering in met een omzendbrief van toenmalig Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege (cd&amp;amp;v). Daarin wees zij de lokale besturen expliciet op die vergunningsplicht en riep ze hen op om terughoudender om te gaan met het toestaan van zonevreemde functiewijzigingen.Op het terrein merkte Vanhove dat lokale besturen in de periode 2017-2020 geleidelijk alerter werden. “Ze wezen burgers op die vergunningsplicht, al bleef de algemene houding er één van willen vergunnen.” Bij het vergunningstraject horen natuurlijk ook adviesvragen aan de betrokken administraties. Het is in die periode dat ook de eerste negatieve adviezen van het toenmalige Departement Landbouw en Visserij opdoken.Waar de omzendbrief van Schauvliege een eerste kantelmoment vormde in de verstrenging van het beleid, ziet Geert Vanhove ook een tweede aanleiding. In 2021 organiseerde de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP) een studiedag over zonevreemde functiewijzigingen in het landbouwgebied. Die &amp;nbsp;vormde het sluitstuk van het project ‘Boer ruimt veld’ waarin ILVO, Boerenbond en KU Leuven op zoek gingen naar werkbare onthardingsconcepten voor de landbouw. Het traject mondde uit in een slotpleidooi, onder meer van de landbouworganisaties, om verdere residentialisering van het buitengebied tegen te gaan. Er wordt steeds gesteld dat de fermettisering van het platteland zich doorzet. Dat klopt niet. De residentialisering is allang een feit Evolutie in adviezenSindsdien merkt Vanhove dat het steeds moeilijker wordt om zonevreemde functiewijzigingen vergund te krijgen. “Niet alleen is het moeilijker, om de drie tot zes maanden duiken er nieuwe voorwaarden op in de adviezen van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. &amp;nbsp;Aanvankelijk volstond het om een paar kleinere gebouwen af te breken. Daarna moesten nagenoeg alle niet-bewoonde gebouwen verdwijnen. Vandaag zien we dat kavels worden herleid tot maximaal 50 op 50 meter, met de bijkomende verplichting om de resterende gronden verplicht in landbouwgebruik te brengen”, somt de vastgoedmakelaar op.Die evolutie vindt hij opvallend, zeker omdat de wetgeving in tussentijd niet is gewijzigd en adviezen van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij niet bindend zijn. “Toch lijken gemeenten die adviezen steeds vaker te volgen. Onder meer omdat het Departement Omgeving er symbooldossiers uitkiest en die voorlegt aan&amp;nbsp;de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Uitspraken van de Raad sturen op hun beurt opnieuw de advisering van de administratie aan”, stelt Vanhove vast. Schrijnende situatiesUit cijfers die N-VA-parlementslid Jurgen Callaerts opvroeg bij Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) blijkt dat de vergunningsverlening moeizaam gaat. In 2025 werden 541 dossiers ingediend voor een zonevreemde functiewijziging. Daarvan kregen er 179 (of 33%) een vergunning en 22 werden geweigerd. Zowat de helft van de dossiers is nog in behandeling (264) in eerste aanleg of in beroep. Bovendien hebben 75 aanvragers hun dossier stopgezet (14%).Ook ILVO wijst in een recent beleidsadvies op een verstrenging in de advisering door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. “Daarmee wil men de druk op landbouw en de ruimtelijke kwaliteit beperken. Maar het laat eigenaars van vrijgekomen hoeves steeds vaker zonder enig toekomstperspectief achter”, zo staat het in het ILVO-rapport. De onderzoekers menen dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en stilstand, terwijl agrarisch hergebruik zelden wordt gerealiseerd. De oorzaak ligt volgens hen bij een systeemfout: er stoppen veel meer landbouwers dan dat er starters bijkomen. “De fundamentele vraag over hoe Vlaanderen omgaat met een blijvende voorraad vrijgekomen landbouwpatrimonium blijft onbeantwoord”, klinkt het. Ik begrijp dat men het landbouwgebied wil beschermen en dat is nobel, maar de manier waarop het vandaag gebeurt, leidt tot zoveel schade en drama Vanhove bevestigt deze vaststellingen. “De huidige beleidsaanpak zorgt voor veel onzekerheid op het terrein, wat leidt tot vraaguitval”, zegt hij. Ook hij kan voorbeelden van kapitaalvernietiging geven. Eén van zijn klanten, een gepensioneerde landbouwer, wou zijn site verkopen, maar kreeg een negatief advies van de landbouwadministratie. De reden? Het lag naast een bestaand varkensbedrijf en moest dus in landbouwgebruik blijven. “De eigenaars van het varkensbedrijf hadden echter geen interesse in die oude hoeve. De site van de oude landbouwer is inmiddels zo goed als onverkoopbaar en de man moest uitwijken naar een sociale woning, terwijl hij had gerekend op de verkoop van zijn hoeve voor zijn oude dag.”“Fermettisering is al voltrokken”De vastgoedmakelaar vindt het ook vreemd dat steeds wordt gesteld dat de fermettisering van het platteland zich doorzet. “Dat klopt niet. De residentialisering is allang een feit”, beweert Vanhove. Hij wijst erop dat Vlaanderen in 1984 zo’n 64.000 landbouwbedrijven telde. Vandaag zijn er dat nog maar 20.000. “Meer dan 40.000 bedrijven hebben vandaag dus al uitsluitend een woonfunctie. Door het gedoogbeleid uit het verleden hebben zij nog geen zonevreemde functiewijziging aangevraagd en dus moeten ze het volledige vergunningstraject nog doorlopen.“Gaat men die dossiers even streng beoordelen bij verkoop of wanneer een vergunning voor een verbouwing wordt aangevraagd? Moeten dan ook alle bijgebouwen bij die woningen worden afgebroken en de kavels worden verkleind?”, vraagt Vanhove zich af. Het mag duidelijk zijn dat er op het terrein grote vraag is naar een eenduidig en werkbaar beleidskader. “Ik begrijp dat men het landbouwgebied wil beschermen en dat is nobel, maar de manier waarop het vandaag gebeurt, leidt tot zoveel schade en drama.”</content>
            
            <updated>2026-01-27T19:48:40+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[3,5 miljoen eieren in broeikassen: broeierijen houden hart vast bij heropening zone Westhoek]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/35-miljoen-eieren-ingelegd-broeierijen-houden-hart-vast-bij-heropening-zone-westhoek" />
            <id>https://vilt.be/58550</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er zijn 3 tot 3,5 miljoen eieren in de broeierijen ingelegd om de door vogelgriep getroffen regio in de Westhoek te herbevolken. Wat als er in het gebied opnieuw vogelgriep uitbreekt? “Zoveel kuikens kunnen we onmogelijk herplaatsen,” klinkt het bij een broeierij. Landsbond Pluimvee pleit ook om deze reden voor een gestage heropstart in het getroffen gebied, maar niet iedereen is die mening toegedaan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fabc7678-dcbc-4bb8-b76a-7953b07e4c37/full_width_s-broeierijen-dsc04298.jpg</image>
                                        <content>Op 24 december werd voor het eerst vogelgriep vastgesteld bij een bedrijf in de Westhoek. Sindsdien breidde het virus zich als een olievlek uit in de regio Veurne-Alveringem en werden sanitaire zones meerdere keren verlengd. In deze zones mogen bedrijven geen nieuwe kuikens opzetten.Eind januari lijkt de rust teruggekeerd in het gebied. “Het meest recente geval van vogelgriep is in een andere regio (Deerlijk), maar in de Westhoek is nu al een week geen nieuwe uitbraak vastgesteld. Dat gaat de goede kant op,” vertelt Dany Coulier. Zijn braadkippenhouderij in Alveringem ligt in de tienkilometerzone. Hij zag hoe de bijhorende sanitaire maatregelen zes keer werden verlengd. Eerder liet Landsbond Pluimvee, de belangenvereniging van de pluimveehouders, al weten dat er zo’n 60 braadkippenbedrijven in de regio liggen. Geleidelijke vrijgave na 13 februariDeze bedrijven bereiden zich nu voor op de vrijgave van het gebied. Vanaf 13 februari worden de sanitaire zones geleidelijk opgeheven en mogen de bedrijven opnieuw worden bevolkt. “Sommige bedrijven hebben dan al zeven weken leeggestaan en zijn hierdoor inkomsten misgelopen,” vertelt Coulier.Ook om deze reden staan de bedrijven te springen om nieuwe kuikens en hebben ze bestellingen geplaatst bij de broeierijen. “Bij alle Vlaamse broeierijen zijn inmiddels tussen de 3 en 3,5 miljoen eieren ingelegd in anderhalve week om de pluimveebedrijven in dit gebied te herbevolken,” vertelt Steven Vervaeke van broeierij Vervaeke-Belavi uit Tielt, die talloze klanten in het gebied heeft. &quot;Enorm risico voor broeierijen&quot;De broeierijen houden hun hart vast. “Voor ons betekent dit een enorm risico. Als er straks toch weer een uitbraak van vogelgriep is en er opnieuw zones worden ingesteld, waar moeten we dan met onze eendagskuikens naartoe?” vraagt Wouter Vanrolleghem zich af. Hij is vertegenwoordiger bij broeierij Ghekiere.Ook Ghekiere heeft klanten in het gebied. De voorbije weken moest de broeierij alle zeilen bijzetten om andere pluimveehouders te vinden voor de eieren die gepland waren voor bedrijven in de Westhoek. “Dat is niet zo eenvoudig, omdat braadkippenbedrijven elders in Vlaanderen door de redelijk goede kippenvleesprijzen een korte periode van leegstand aanhouden. Daarin kan maar beperkt geschoven worden.”Keten niet unaniem over geleidelijke opstartDe broeierijen houden dan ook hun hart vast. Samen met Landsbond Pluimveehouderij hebben ze om deze reden  gepleit voor een gestage heropstart van het getroffen gebied, maar ze botsten daarbij op tegenstanders. “Niet iedereen in de keten was er voorstander van”, vertelt Coulier.Door de weerstand tegen een geleidelijke opstart hadden de broeierijen weinig keuze dan de eieren op te zetten. “Vlaanderen telt tal van gezonde familiale broeierijen en is meer dan zelfvoorzienend. Tot nu toe worden de broedeieren of eendagskuikens altijd geplaatst waardoor het probleem niet tot bij de pluimveehouder komt. Bij volgende gevallen wordt dit onhoudbaar”, stellen beide broeierijen.</content>
            
            <updated>2026-01-28T21:54:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boze groenteboeren blokkeren fabriek Greenyard in Staden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boze-groenteboeren-blokkeren-fabriek-greenyard-in-staden" />
            <id>https://vilt.be/58551</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een groep boeren heeft vandaag de fabriek van groenteverwerker Greenyard Frozen in Westrozebeke geblokkeerd. De groenteboeren, die met tientallen tractoren afkwamen, zijn laaiend over de prijsvoorstellen van de fabriek. Greenyard zou prijsvoorstellen tot min twintig procent hebben gedaan. Greenyard zelf was niet beschikbaar voor commentaar.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f63e4538-7621-4fd0-8152-304528d3fe86/full_width_greenyard-protest.jpeg</image>
                                        <content>Naar schatting 150 West-Vlaamse groenteboeren blokkeerden woensdagvoormiddag met hun tractoren de fabriek van groenteverwerker Greenyard Frozen in Westrozebeke, een deelgemeente van Staden. Het protest had de dagen ervoor vorm gekregen op de landbouwbeurs Agro Expo. De boeren zijn laaiend over de prijsvoorstellen die Greenyard heeft gedaan voor het komende seizoen.Op haar beursstand in Roeselare stak de coöperatieve telersvereniging Ingro haar frustratie al niet onder stoelen of banken. “Hoewel met meerdere afnemers al evenwichtige akkoorden zijn bereikt, blijven sommige partijen aandringen op verdere prijsverlagingen. Voor ons, telers verenigd binnen Ingro, is dat onaanvaardbaar”, was te lezen op een plakkaat op de beursstand. Blijkbaar is Greenyard een van de verwerkers met lage prijsvoorstellen. “Voor sommige groenten hebben ze prijsvoorstellen gedaan die 15 tot zelfs 20 procent lager liggen dan vorig jaar. Daarbij schermen ze ook met het feit dat de productiekosten dit jaar zouden dalen. Dat laatste is een pertinente onwaarheid. De kosten stijgen juist; een sterke prijsdaling is dan ook onaanvaardbaar”, vertelt Danny Metsu, groenteteler uit Vlamertinge.Metsu was een van de telers die de fabriek van Greenyard blokkeerde. “Als het nodig is, zullen we onze acties uitbreiden, maar hopelijk komt het er niet van en kunnen we een constructief gesprek voeren”, aldus de teler, die spreekt van een “spontane actie van Greenyard-telers”.Groenteteler Stephan Obin (35) uit Kortemark vertelt aan VRT NWS zijn verhaal. De teler ziet zijn kosten stijgen terwijl de teeltrisico&#039;s toenemen. &quot; En net nu wil men een sterke prijsdaling voor industriegroenten doorvoeren. De voorgestelde prijs is erg schamel, terwijl de risico&#039;s op teeltmislukkingen steeds groter worden. Voor ons is dat onaanvaardbaar.&amp;nbsp; We moeten een financiële buffer kunnen opbouwen om dat te overbruggen, maar met deze prijzen is dat niet haalbaar.&quot;VILT contacteerde Greenyard, maar kreeg hier geen reactie.</content>
            
            <updated>2026-01-28T14:15:31+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Testaankoop test veggieburgers: vaak ultrabewerkt en te veel vet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/testaankoop-test-veggieburgers-vaak-ultrabewerkt-en-te-veel-vet" />
            <id>https://vilt.be/58552</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Consumentenorganisatie Testaankoop stuurde 28 veggieburgers naar het labo om te kijken of je met zo’n burger een gezonde vleesvervanger op tafel zet. Bij de helft liet de samenstelling van vet, ijzer, vitamine B12 en eiwit te wensen over. Twee derde blijkt ook ultrabewerkt te zijn. Testaankoop roept de fabrikanten op om de kwaliteit van hun producten te verbeteren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vegetarisch" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f9ee1139-2609-4adf-90e2-b97f56e4be5d/full_width_sojaburger-bio-planet.jpg</image>
                                        <content>In vlees en vis zitten essentiële voedingsstoffen zoals hoogwaardige eiwitten, omega 3, vitamine B12 en D, en mineralen als ijzer, calcium, zink en jodium. “Een gezond vegetarisch dieet zorgt voor volwaardige vervangers, die ook best niet te veel zout, suiker en vet bevatten, en liefst ook extra vezels aanbrengen”, aldus Testaankoop.Peulvruchten, noten, tofu, seitan en tempé zijn daarom goede keuzes. Maar wie tegenwoordig op zoek is naar een vleesvervanger, komt al snel bij de veggieburgers uit. “Hoewel wij iedereen aanmoedigen om meer plantaardig te eten, waarschuwden we na een onderzoek in 2023 al om maximaal één keer per week vleesvervangers op de menu te zetten”, aldus Testaankoop. “Dit was een teleurstellend resultaat en we waren nieuwsgierig of er de laatste jaren vooruitgang is geboekt.”De consumentenorganisatie stuurde 28 veggieburgers naar het labo om ze daar letterlijk en figuurlijk op de rooster te leggen. Maar de conclusie bleek min of meer dezelfde te zijn. “We moeten vaststellen dat er eigenlijk weinig burgers op de markt zijn die voldoen aan alle vereisten om een volwaardig alternatief te zijn”, luidt het verdict. Veggieburger op de roosterWat vooral opvalt, is dat veggieburgers vaak enorm bewerkt zijn. 19 van de 28 geteste burgers vallen te kwalificeren als ultrabewerkt, de andere als gewoon bewerkt. Er worden bijvoorbeeld additieven zoals citroenzuur of conserveermiddelen aan toegevoegd, net als aroma’s, zoetstoffen en kleurstoffen. Ultrabewerkte voeding wordt in verband gebracht met hogere risico’s op onder andere kanker, hart- en vaatziekten, diabetes type 2, obesitas en zelfs beroertes.Verder bevatten 15 veggieburgers eigenlijk onvoldoende eiwitten om een goede vleesvervanger te zijn. Vleesburgers bevatten 15 tot 20 gram eiwit per 100 gram, een goede vleesvervanger zou minstens 12 gram eiwit moet bevatten. Maar niet elke burger had dit. Het gaat dan voornamelijk over de zogenaamde groenteburgers. Daarnaast bevatten tien veggieburgers ook te veel vet, meer dan 10 gram per 100 gram. In totaal scoorde 50 procent van de burgers niet goed op de totaalsom van hoeveelheid eiwit, vitamine B12, ijzer en vet.Eén derde goedgekeurdNaast de bewerkingsgraad en de samenstelling beoordeelde Testaankoop de burgers ook op additieven, voedingswaarde, etikettering en smaak. Wanneer alle criteria worden samengeteld, krijgt slechts één derde een positief oordeel, met smaak als doorslaggevende factor goed voor 40 procent.“We zijn uiteraard blij dat de fabrikanten vegetarische alternatieven voorstellen. We sporen hen aan om producten van betere kwaliteit te ontwikkelen. Zodat consumenten die hun vleesconsumptie willen minderen dat niet moeten doen ten koste van hun gezondheid”, vertelt Laura Clays, woordvoerder van Testaankoop. “Maar als je een goede veggieburger wil kiezen, check je dus best de voedingswaarde. Zit er voldoende eiwit in? Zit er niet te veel verzadigd vet in? Wat zegt de Nutri-Score? En is de ingrediëntenlijst niet ontzettend lang, met veel stoffen die je zelf nooit in de keuken zou gebruiken? Het beste blijft om te kiezen voor eiwitten uit onbewerkte plantaardige voeding, zoals peulvruchten, noten, zaden en volkoren granen. De pure vegetariërs of veganisten moeten dat aanvullen met vitamine B12.”</content>
            
            <updated>2026-01-28T14:42:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bosdoelstelling vraagt flinke inhaalbeweging van de Vlaamse regering]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geld-is-er-maar-bosdoelstelling-vraagt-flinke-inhaalbeweging" />
            <id>https://vilt.be/58553</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen is nog lang niet op schema om 10.000 hectare extra bos aan te planten tegen 2030. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) trekt jaarlijks 18,5 miljoen euro uit voor bosuitbreiding, maar de effectieve aanplant blijft voorlopig beperkt. Hoewel lokale besturen vorig jaar slechts een beperkt deel van de pot hebben aangesproken, wijst Brouns erop dat heel het voorziene budget wel degelijk wordt besteed.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bos" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6e66d9d1-38fd-4689-9757-932304bd53c3/full_width_stikstof-bossen-biodiversiteit-faculteit-bio-ingenieurswetenschappen-ugent.jpg</image>
                                        <content>“44 miljoen voorzien voor extra bossen, amper 500.000 euro toegekend”, zo kopt Het Belang van Limburg over het bosbeleid van Vlaams minister Jo Brouns (cd&amp;amp;v). Want het was Limburger Kris Verduyckt die de kat de bel aanbond. Hij is de fractievoorzitter van Vooruit in het Vlaams Parlement. Cijfers die het kabinet Brouns betwist. “Er wordt jaarlijks18,5 miljoen euro besteed aan bosuitbreiding”, zegt woordvoerder Tom Demeyer. “In 2025 is dat ook effectief gebeurd. Als gemeenten het budget niet benutten, zijn er andere spelers zoals bosgroepen, het Agentschap Natuur en Bos en verenigingen die dat wel doen. Elke euro die voorzien werd voor bosuitbreiding, ging naar bosuitbreiding.”Top-down of bottom-up?Verduyckt stelt vast dat de subsidieoproep te laat is gelanceerd, waardoor slechts weinig besturen zich op tijd kandidaat konden stellen. Hij spreekt van een ‘verloren jaar’ voor bosuitbreiding. Bovendien moet de coördinatie volgens hem strakker gebeuren vanuit het Vlaamse niveau, en is er nood aan vereenvoudigde subsidieregelgeving. “Zorg er vooral voor dat we niet nog meer tijd verliezen, dat we de evaluatie op zich niet hoeven af te wachten,. Maar dat we echt een kering kunnen brengen in de evolutie die er nu zit rond de bosaanplanting, want anders gaan we er absoluut niet geraken”, zei Verduyckt in het parlement. Vooruit is nochtans een regeringspartner van cd&amp;amp;v.Het kabinet Brouns vindt het echter waardevol om de regierol vooral aan de lokale besturen te bedelen. “Omdat zij het best geplaatst zijn om te weten waar er nood is aan extra bosuitbreiding in de gemeente: lokaal gedragen, duurzaam en dicht bij de mensen”, zegt woordvoerder Demeyer . “We willen niet vanuit Vlaanderen top-down opleggen waar bos moet komen, maar vertrouwen erop dat lokale besturen het best weten waar de noden het hoogst zijn om extra groen te realiseren.”Wat gebeurt er met het geld?Wil minister Brouns de bosdoelstelling voor 2030 behalen, dan moet hij een flinke achterstand inlopen. Sinds 1 oktober 2019 is er 2.317 hectare nieuw bos bijgekomen in Vlaanderen en werd voor 739 hectare bos gecompenseerd. Bovendien ligt er 929 hectare grond klaar om te bebossen in het kader van bosuitbreiding (niet voor compensatie). Maar de optelsom is nog ver verwijderd van het doel van 10.000 hectare. Het jaarlijks voorziene budget van 18,5 miljoen euro voor bosuitbreiding lijkt dus welgekomen. “Lokale besturen kunnen subsidies tot 90 procent krijgen om bossen aan te planten. Dit via een oproep die loopt van 2025 tot 2029”, legt Demeyer uit. “Daarnaast krijgen ook Natuurpunt subsidies (90%) en krijgt het Agentschap Natuur en Bos (ANB) budget om gronden aan te kopen en te bebossen. Bovendien krijgen Bos+, de bosgroepen en Natuurpunt ook subsidies om lokale besturen te ontzorgen. Het gaat om subsidies voor een aantal VTE om rond bosuitbreiding te werken.”In 2025 hebben de lokale besturen inderdaad maar 500.000 euro van de voorziene 18,5 miljoen opgenomen. Verduyckt benadrukt dat het resterende bedrag niet verloren is gegaan, maar benut door Natuurpunt en het Agentschap Natuur en Bos om boskernen uit te breiden en met elkaar te verbinden. Ook andere kosten zoals de overheid, IT en communicatie van ANB werden hiermee gefinancierd.Tijdrovende processenVolgens woordvoerder Nathalie Debast van VVSG (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten) zijn er verschillende struikelblokken. Eén daarvan is het ruimtelijke vraagstuk: bebossing op industrie- en landbouwgebied wordt niet gesubsidieerd. Een keuze die Debast logisch vindt, maar die de zaken wel bemoeilijkt. Is er een akkoord om landbouwgrond of industrieterrein bebossen, dan moet de gemeente binnen de drie jaar de bestemming wijzigen via een gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP). Dat is een tijdrovend proces.“We vermoeden dat de bebossing vooral is gebeurd of gepland bij het ‘laaghangend fruit’, de gronden die makkelijk te bebossen zijn”, zegt Debast. “Nu is het moeilijker om deze gronden te vinden. Het gaat om gronden die niet de juiste bestemming hebben, of waar de gesprekken met eigenaars wat langer duren. Bovendien hadden lokale besturen het vorig jaar druk met het opmaken van de meerjarenplannen, waardoor er wellicht minder ruimte was om zich met andere zaken bezig te houden. We vermoeden dat bebossing het komende jaar meer onder de aandacht zal komen.” Vordering blijft mogelijkLaure De Vroey van BOS+ acht het niet realistisch dat de bosdoelstelling van 10.000 hectare nog wordt gehaald, maar wil wel met de Vlaamse Regering zoveel mogelijk voortgang boeken. “We willen vooruitkijken, er is echt al iets in gang gezet vorige legislatuur”, zegt ze. “Het is zaak om de bosuitbreiding nu verder te zetten.”Dat lijkt de Vlaamse Regering ook te doen, met het verderzetten van de subsidies. “Maar die duidelijkheid kwam er pas in juni, net voor de zomer. Op dat moment hadden lokale besturen de handen vol met hun meerjarenplannen, wat maakte dat men pas eind september met die subsidieaanvragen aan de slag is kunnen gaan. De tijd om die aanvraag nog te doorlopen voor het plantseizoen was heel kort. Dat is jammer, maar de duidelijkheid is er nu.”De Vroey hoopt dat de beperkte aanplant van vorig jaar een tijdelijke dip is, die de komende jaren zal worden gecompenseerd. De niet-opgenomen subsidies zijn alleszins niet verloren. “Geld dat niet is opgenomen door lokale besturen kan worden aangewend door natuurorganisaties”, zegt zij.Hoewel de ruimte in Vlaanderen schaars is, ziet De Vroey wel nog mogelijkheden voor bosaanplant. Bijvoorbeeld op gronden die zijn aangeduid als natuur, maar nog niet dusdanig zijn ingevuld. “De laatste jaren zijn er ook veel watergevoelige gebieden aangeduid. Gronden die Vlaanderen niet meer verder kan of wil ontwikkelen vanwege een risico op wateroverlast. Dat zijn gebieden waar er wel kansen liggen voor bebossing. En als je zulke gebieden met elkaar koppelt, kan je op grotere projectmatige basis werken.”Meer duidelijkheid nodigDat de minister vooral kijkt naar lokale besturen om bosaanplant te coördineren, noemt De Vroey een valabel spoor. “Maar ze hebben ondersteuning en duidelijkheid nodig vanuit het Vlaamse niveau, niet alleen over de financieringsmogelijkheden maar ook wat betreft de toegang tot grond. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met bebossing in agrarisch gebied? Dat zijn zaken waar we van de minister de komende jaren meer duidelijkheid verwachten.”“Er zijn bijkomende inspanningen nodig. Dat ook de minister mee gaat nadenken over hoe we ruimtelijke processen, specifiek voor bebossing, kunnen vereenvoudigen. Of we geen lichter traject kunnen ontwikkelen rond bebossing in bepaalde gebieden, in plaats van een volledige RUP-procedure te moeten doorlopen. Als we zo&#039;n zaken niet doen, dan gaan we nooit aan die 10.000 hectare geraken. Er zijn middelen voorzien, dat klopt, maar we moeten samenwerken om deze te vertalen naar effectieve projecten.”</content>
            
            <updated>2026-01-28T18:36:16+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Schade aan glastuinbouw door forse gasprijsstijging is beperkt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/schade-glastuinbouw-door-forse-gasprijsstijging-wegens-geopolitieke-spanningen-beperkt" />
            <id>https://vilt.be/58554</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Geopolitieke spanningen tussen de Verenigde Staten en Europa hebben de gasprijs flink doen oplopen. Op twee weken tijd steeg de gasprijs op de TTF-beurs met maar liefst 40 procent. De impact op de Vlaamse glastuinbouw lijkt voorlopig beperkt. “Zij die met een gasketel verwarmen en die via de dagmarkt beleverd worden, moeten tijdelijk op hun tanden bijten”, vertelt energie-expert Herman Marien. Op termijn verwacht hij een normalisering van de prijzen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="serre" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ef51627d-45ba-4ee1-aefc-f0d084b521ec/full_width_serre-tuinbouw-glastuinbouw.jpg</image>
                                        <content>Op twee weken tijd is de gasprijs gestegen van 28,37 euro per megawattuur naar 40,04 euro, een stijging van 40 procent. Experts wijten deze stijging aan de oplopende spanningen tussen de Verenigde Staten en Europa over Groenland. De Verenigde Staten hebben Rusland vervangen als belangrijkste gasleverancier en door de spanningen ontstonden speculaties over deze Amerikaanse leveringen. Ook de strenge winter in de Verenigde Staten, en een grotere binnenlandse vraag, hebben mogelijk hun invloed gehad.Inmiddels zijn een aantal geopolitieke spanningen weggeëbd en is er sprake van een stabilisatie van de gasprijs. Herman Marien, energie-expert bij WKK (Warmte Kracht Koppeling)-coöperatie WOM, verwacht dat de prijs op termijn opnieuw normaliseert. “Als we kijken naar de prijs op langere termijn, zijn de schommelingen veel minder groot.” Volgens hem is er geen fundamentele oorzaak voor een forse prijsverhoging. “Er dreigen geen tekorten, de toevoer is niet in gevaar en de geopolitieke spanning is (voorlopig) weer uit de lucht.”Bij de WKK-eigenaars heeft de prijsverhoging minder impact gehad. Telers leggen ruim op voorhand gas vast. Deze WKK-bedrijven gebruiken de warmte uit de WKK voor het verwarmen van hun serre en de overschotten aan elektriciteit worden verkocht. “De elektriciteitsprijzen zijn ook gestegen. Die extra inkomsten compenseren een hogere gasprijs”, legt Marien uit. Gasketel en dagprijsVolgens hem zijn het vooral telers met een traditionele gasketel – waarbij gas enkel in warmte wordt omgezet – die nu eventueel op hun tanden moeten bijten. “Zij die werken met dagprijzen hebben het nu even moeilijk.” Maar het teeltseizoen is nog lang en doordat gasprijzen mogelijk zullen zakken, verwacht hij een beperkte impact. “Het jaar wordt immers niet op enkele weken gemaakt.”Veel telers met gasketels werken ook via de Verenigde Tuinbouw Groep (VTG), een organisatie die de gasaankoop voor zo’n 180 aangesloten glastuinbouwbedrijven regelt. In totaal zijn deze bedrijven (siertelers, aardbeientelers en groentetelers, red.) goed voor een gasverbruik van 145 gigawattuur op jaarbasis. Dat is vergelijkbaar met de gasbehoefte van zo’n 100.000 à 120.000 huishoudens.“In januari was 75 procent van de gasbehoefte van de VTG-telers ingedekt via de termijnmarkt. Dat betekent dat 25 procent op de vrije markt moet worden bijgekocht en daar ervaren de telers de impact van de prijsverhoging”, vertelt Hein Vansteenkiste van Viaverda in Destelbergen. Vanuit Viaverda heeft hij een mandaat als bestuurder binnen de VTG. &amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp; Langetermijn verwachtingen stabielHet gros van het gas dat momenteel door de VTG-telers wordt gebruikt, is dus in het verleden vastgeklikt. “De gemiddelde vastgeklikte gasprijs ligt hierdoor lager dan de huidige dagmarktprijzen, waardoor telers op dit ogenblik geen negatieve impact hebben van de huidige hoge dagmarktprijzen.”, vervolgt Vansteenkiste. “De gemiddelde vastgeklikte gasprijs voor onze telers lag in januari op 34,68 euro per megawattuur; in december was dat nog 35,95 euro.”Ook voor volgende maand verwacht hij weinig verandering op de langetermijnmarkt. “Ik verwacht dat de prijzen op korte termijn zullen dalen (tenzij er geopolitiek ergens een opflakkering is). De huidige schommeling in de gasprijs was vooral voor de korte termijn. Gasprijzen op lange termijn zijn nauwelijks veranderd de afgelopen weken. Vanuit de VTG streven we ernaar om voor onze aangesloten telers op regelmatige basis gasvolumes vast te klikken, zodat deze zekerheid krijgen aan welke tarieven ze in de nabije en verre toekomst zullen kunnen werken”, besluit hij.</content>
            
            <updated>2026-01-29T20:16:25+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Spanje regulariseert 500.000 asielzoekers voor landbouweconomie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/spanje-regulariseert-500000-asielzoekers-voor-landbouweconomie-vs-kampt-met-arbeidstekort" />
            <id>https://vilt.be/58555</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De linkse Spaanse regering staat op het punt een plan goed te keuren om mensen zonder papieren te regulariseren. Hiervan zullen mogelijk 500.000 mensen kunnen genieten. Dat heeft de woordvoerder van de regering en de Spaanse minister van Sociale Zekerheid en Migratie bekendgemaakt. De Verenigde Staten kiezen voor de omgekeerde aanpak. Land- en tuinbouwbedrijven zien er hun personeel verdwijnen via razzia's van de immigratiedienst ICE. Sinds Trumps aanstelling zijn er 155.000 werkkrachten in de landbouw verdwenen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw" />
                        <category term="seizoenarbeid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2e31fae4-7bb5-46cb-ba82-8ed17c493154/full_width_spanjetuinbouw.jpg</image>
                                        <content>De maatregel is bedoeld om de nationale economie een impuls te geven. Zo worden ongeveer een half miljoen mensen geregulariseerd die tenminste vijf maanden in Spanje verblijven en vóór 31 december 2025 zijn aangekomen. Zij kunnen dan in elke sector overal in het land werken. Dat zei Elma Saiz  op de Spaanse nationale openbare televisie. Zij is minister van Migratie voor de socialistische partij PSOE.Het gaat vooral om immigranten uit Zuid-Azië en Latijns-Amerika, waaronder arbeiders uit Pakistan en India die werkzaam zijn in de landbouw, bezorgdiensten, de zorgsector en kleine bedrijven. Het gaat om een tijdelijke verblijfsvergunning van één jaar. Wie deze bemachtigt, krijgt niet de Spaanse nationaliteit en mag dus ook niet stemmen, noch hebben deze mensen recht op bepaalde uitkeringen. Ze zullen wel belastingen moeten betalen.Om in aanmerking te komen, mogen de personen in kwestie niet over een strafblad beschikken. De aanvraagperiode loopt vanaf april tot eind juni. Van de Middellandse Zee naar de plastic zeeDat de Spaanse landbouw voor een groot deel gedragen wordt door migranten, is niet nieuw. In 2025 publiceerde Amnesty International een artikel waarin het de Spaanse landbouwstrategie aan de kaak stelt. De regio Almería staat bekend als ‘de groentetuin van Europa’. Of in milieugezinde kringen: de ‘mar de plástico’ of plastic zee, vanwege de 37.000 hectare plasticserres verspreid over het landschap.Amnesty vindt het niet kunnen dat Spanje zich verrijkt met ongedocumenteerde en onderbetaalde arbeid, maar die eerste aanklacht wordt nu in zekere zin aangepakt.Om de uitvoering van de maatregel te vergemakkelijken, heeft de regering van de socialistische premier Pedro Sánchez een koninklijk decreet aangenomen. Dat is een regeling die in de grondwet is voorzien en vervolgens in het staatsblad moet worden gepubliceerd. Hiervoor is geen stemming in het parlement nodig, waar de regering geen meerderheid heeft.De maatregel komt er na een volksinitiatief dat door meer dan 600.000 mensen werd ondertekend en dat zo&#039;n 900 verenigingen steunen. Het eiste een uitzonderlijke regularisatie van alle immigranten die zich illegaal in Spanje bevinden. Spanje is samen met Italië en Griekenland één van de drie belangrijkste toegangspoorten voor migranten die Europa willen bereiken. Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn in 2025 bijna 37.000 illegale migranten Spanje binnengekomen. Dat is een sterke daling ten opzichte van 2024, toen er nog 64.000 aankomsten waren. Volgens de meest recente cijfers van het Nationaal Instituut voor de Statistiek wonen er alles samen meer dan zeven miljoen buitenlanders in Spanje, op een totale bevolking van 49,4 miljoen mensen.Amerikaans migratiebeleid leidt tot arbeidstekortDe manier waarop Spanje de illegale migratie aanpakt, staat in schril contrast met het regime aan de overkant van de oceaan. De immigratiedienst ICE  voert in de VS geregeld raids uit op tuinbouwbedrijven, wetende dat deze regelmatig asielzoekers in dienst nemen. Volgens VRT NWS heeft meer dan 70 procent van de mensen die nu in ICE-detentie zitten, geen strafblad. Voorstanders van het beleid van president Trump zullen deze raids toejuichen, maar landbouwers worden geconfronteerd met een chronisch arbeidstekort. Volgens het Amerikaanse ministerie van Landbouw is ongeveer 70 procent van de landarbeiders in de VS elders geboren. Meer dan 40 procent van hen is illegaal in het land. Begin december is het aantal landarbeiders door Trumps strenge immigratiebeleid met minstens 155.000 werkkrachten gedaald.Om dit probleem aan te kaarten heeft een coalitie van Amerikaanse landbouwers de belangenorganisatie Grow It Here opgericht. Zij pleiten voor een gelijkaardige zaak als het Spaanse beleid: tijdelijke verblijfsvergunningen voor arbeidsmigranten. Voorlopig lijkt er vanuit de regering-Trump echter weinig animo om hierop in te gaan.</content>
            
            <updated>2026-01-29T20:17:18+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Milieuorganisaties trekken naar Raad van State : “Genoeg van onbewezen stikstofmaatregelen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/milieuorganisaties-trekken-naar-raad-van-state-genoeg-van-onbewezen-stikstofmaatregelen" />
            <id>https://vilt.be/58556</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Milieuorganisaties Bond Beter Leefmilieu, Natuurpunt en Dryade zijn naar de de Raad van State gestapt. Ze willen het oordeel van de rechtbank over 28 rundveemaatregelen om stikstofuitstoot te verminderen. Het gaat over 22 vloersystemen en zes beweidingsmaatregelen. Volgens de milieuorganisaties baseert Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) zich onvoldoende op de best beschikbare wetenschappelijke kennis.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ab821e61-2b21-486e-817c-35001d1b3810/full_width_platteland-weide-melkkoe.jpg</image>
                                        <content>De vloersystemen die de stikstofuitstoot van runderen verlagen, liggen al langer onder vuur. Vorige zomer toonde het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV) zich in een advies erg kritisch over de werking van de vloersystemen. Jaren geleden werden de reductiepercentages voor deze vloeren toegekend, rekening houdend met onzekerheden, gerelateerd aan de werking bij een ‘conform’ management. Maar op basis van literatuur en expertise stelde het comité vorig jaar vast dat de omstandigheden in stallen in de praktijk niet altijd volgens ‘conform’ management verlopen. Hierdoor zijn de toegekende percentages overschat. Bij systemen met afdichtkleppen in roostervloeren en vloeren met perforaties of groeven raadde WecomV zelfs aan om helemaal geen reductie meer toe te kennen, in plaats van de huidige 25 procent. Ook beweidingsmaatregelen aangevochtenNaast de vloersystemen vechten de milieuorganisaties ook zes beweidingsmaatregelen aan. “We steunen beweiding nochtans als emissiereducerende maatregel omdat beweiding rundveebedrijven motiveert om aan grondgebonden landbouw te doen”, aldus de drie organisaties. “Het probleem is dat het WeComV sinds 2024 in meerdere adviezen aangaf dat de gehanteerde emissiefactoren voor rundvee te laag zijn en verhoogd moeten worden. Dit gebeurde niet, waardoor de vergunningverlening op basis van beweidingsmaatregelen incorrect is.” Landbouwer en natuur verdienen beter beleid Landbouwers die investeren, verdienen rechtszekerheidHet is niet de eerste keer dat de organisaties deze problemen aankaarten. Om grotendeels dezelfde redenen stapten de drie organisaties twee jaar geleden al naar het Grondwettelijk Hof om het AER-decreet, waarin alle ammoniak-emissie-reducerende (AER) technieken verankerd zijn, te laten vernietigen. De uitspraak hiervan wordt later dit jaar verwacht. Ook vorig jaar trok Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu en Dryade naar de rechter om het stalsysteem van Lely Sphere aan te vechten. Volgens hen zijn er geen garanties dat ook dit stalsysteem de beloofde reductiepercentages in de praktijk zal halen.De maatregelen brengen volgens het trio de Vlaamse stikstofdoelen in gevaar, en zetten ze veehouders die erin investeren op een verkeerd spoor. “De goedgekeurde maatregelen zijn niet alleen onbewezen, maar ook duur. Deze kost valt niet te verantwoorden voor de landbouwer, maar evenmin voor de burger, wiens belastingen via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) deze technieken subsidiëren. Landbouwer en natuur verdienen beter beleid”, klinkt het.Reducties vervallen niet automatisch bij vernietigingAfgelopen maandag dienden de drie organisaties een verzoekschrift in bij de Raad van State om de 28 rundveemaatregelen te vernietigen, die onlangs toegevoegd werden in een ministerieel besluit. Een eventuele vernietiging ervan heeft nog geen rechtstreekse gevolgen voor veehouders. De milieuorganisaties richten hun pijlen op de beslissing van minister Brouns om de 28 maatregelen aan een oude AEA-lijst te voegen. Mocht de Raad van State die toevoeging vernietigen, blijven de maatregelen wel nog altijd geldig op de huidige lijst in het AER-decreet. De reductiepercentages zouden pas echt onder druk komen te staan als het Grondwettelijk Hof het AER-decreet in één van de komende maanden zou vernietigen.</content>
            
            <updated>2026-01-28T22:04:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Landbouwers voor de klas: “Door onwetendheid dreigt onze sector vergeten te worden”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwers-voor-de-klas-door-onwetendheid-dreigt-onze-sector-vergeten-te-worden" />
            <id>https://vilt.be/58557</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Acht landbouwers ruilden woensdagvoormiddag hun boerderij in voor het klaslokaal van de tweedejaars van de SILA-middenschool in Westerlo. Met authentieke praktijkverhalen namen ze jongeren mee in de wereld van landbouw en lokale voedselproductie, kennis die bij veel leerlingen steeds verder afneemt. Via het project 'Boerenwijs' wil Boerenbond helpen om die kennis bij te spijkeren en tonen hoe innovatief en duurzaam de sector is. Samen met leerkrachten werkten de boeren interactieve lesactiviteiten uit rond lokale voedselproductie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boerenbond" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="landbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f7cc0da9-9341-4509-8e9f-724d4757ddaa/full_width_boerenwijs-westerlo.png</image>
                        
            <updated>2026-01-28T19:00:59+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Diependaele over oproer stikstof: “Beleid gaat niet op de schop, we gaan voort met  wat is afgesproken”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/diependaele-over-oproer-stikstof-beleid-gaat-niet-op-de-schop-we-gaan-voort-met-wat-is-afgesproken" />
            <id>https://vilt.be/58558</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering is niet van plan het huidige stikstofkader in de vuilnisbak te kieperen. Dat heeft Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) in het Vlaams parlement geantwoord nadat cd&amp;v had laten verstaan dat de huidige stikstofregels herbekeken moesten worden als het Mercosurakkoord er zou komen. “Ik ben verrast door de verraste reacties”, reageerde Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) op zijn beurt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d5ed4e3a-8b4d-4c76-b981-ef963825054b/full_width_diependaele-bij-koeien-van-dries-maenhout.jpg</image>
                                        <content>Verschillende Vlaamse parlementsleden vroegen verduidelijking bij de opmerkingen die cd&amp;amp;v-partijvoorzitter Sammy Mahdi vorige week maakte over het stikstofdecreet. Ze wilden weten of het decreet verder wordt uitgevoerd en of alle partijen het regeerakkoord op dezelfde manier interpreteren.Voor minister-president Diependaele hen te woord stond, liet minister Brouns in het tv-programma Villa Politica weten de commotie niet helemaal te begrijpen. Volgens hem verwees partijvoorzitter Mahdi naar de gemaakte afspraken om het huidige akkoord te veranderen naar een emissiemodel. “Het is een interpretatie geweest dat wij het beleid morgen willen veranderen. Ik heb heel duidelijk gezegd dat wij ons aan het regeerakkoord zullen houden”, luidde het.Welke timing Mahdi al of niet bedoelde, liet de minister-president in het midden. Hij liet verstaan zich niet te laten leiden door wat gezegd werd op nieuwjaarsrecepties, maar wel door afspraken die binnen de regering zijn gemaakt. Daarbij herhaalde hij nogmaals die afspraken. “We hebben in de vorige legislatuur met moeite het stikstofdecreet tot stand gebracht. Maar elke partner aan tafel was toen overtuigd dat dit nodig was om een algemene vergunningenstop te vermijden”, aldus Diependaele. “Toen is ook heel duidelijk vastgelegd dat we na 2030 met een nieuw decreet verder aan de slag moeten. In het regeerakkoord werd afgesproken om dit opvolgbeleid deze legislatuur voor te bereiden. Op voorwaarde dat het juridisch robuust is en wetenschappelijk onderbouwd, zal de focus van dat beleid evolueren naar emissies in plaats van deposities.” &amp;nbsp;Ook Brouns benadrukte deze afspraak: “Dit was voor ons een voorwaarde om het akkoord te kunnen sluiten.” Hij gaf aan dat er intensief wordt gewerkt aan de voorbereiding van dat nieuwe beleid. “Het is niet omdat het wetenschappelijk comité Stikstof nog maar enkele keren is samengekomen dat we er niet mee bezig zijn”, aldus Brouns. Daarmee wees hij de kritiek van Vlaams parlementslid Andy Pieters (N VA) van de hand, die had aangestipt dat het comité tot dusver slechts drie keer bijeenkwam. Nieuw beleid in de maak“Er wordt hard doorgewerkt aan een nieuw model dat wetenschappelijk onderbouwd is en juridisch sterk. Een model met een gezamenlijke ambitie om stikstof aan de bron te verminderen. In plaats van een systeem waarin ondernemers verantwoordelijk worden gesteld voor stikstof die 20 kilometer verder neerkomt op basis van onzekere computermodellen&quot;, aldus Brouns.Dat het Grondwettelijk Hof op elk moment met een uitspraak kan komen die het decreet op losse schroeven zet, zorgt er volgens Brouns voor dat de gesprekken in een hogere versnelling verlopen.Het blijft voorlopig koffiedik kijken hoe dat oordeel precies zal luiden en welk beleid er in 2030, of misschien eerder, zal komen. Wel benadrukte minister-president Matthias Diependaele dat ook in de volgende stappen &quot;het evenwicht bewaakt moet worden tussen de belangen van landbouwers, industrie en kleine ondernemers, én die van de samenleving als geheel&quot;.</content>
            
            <updated>2026-01-28T22:00:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fermettisering onder vuur: landbouworganisaties pleiten voor coherenter kader voor vrijgekomen hoeves]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fermettisering-onder-vuur-landbouworganisaties-pleiten-voor-coherenter-kader-voor-vrijgekomen-hoeves" />
            <id>https://vilt.be/58559</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wat doen we met de hoeves van stoppende landbouwers? Dat is de centrale vraag waar de Commissie Landbouw van het Vlaams Parlement zich tijdens twee hoorzittingen over buigt. Zonevreemde functiewijzigingen zijn al langer een doorn in het oog van de landbouworganisaties. Tijdens de hoorzitting gaven Boerenbond, ABS en Groene Kring hun visie op de zogenoemde fermettisering van het platteland. De landbouworganisaties pleitten vooral voor een duidelijker en vooral coherenter beleidskader.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="hoeve" />
                        <category term="open ruimte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ab5c5182-0dac-4bf5-a6a2-b802e61dd70e/full_width_platteland.jpg</image>
                                        <content>Tijdens een eerste hoorzitting in de Commissie Landbouw van het Vlaams parlement mocht het middenveld zijn visie geven op wat ondertussen de fermettisering van ons platteland wordt genoemd. Daarbij worden hoeves van stoppende landbouwers opgekocht door niet-landbouwers en omgevormd tot luxewoningen of zonevreemde bedrijven. Over twee weken mogen de betrokken overheidsinstanties hun kijk op de materie aan de parlementsleden overmaken. &amp;nbsp;Al ruim tien jaar daalt het aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen met ongeveer 1,3 procent per jaar. Die vrijgekomen agrarische sites zijn enorm populair bij niet-landbouwers. Dat dit ook druk zet op het landbouwareaal in Vlaanderen, is geen geheim. Zowel Boerenbond, Groene Kring &amp;nbsp;als ABS zien dat als een bedreiging van onze lokale voedselvoorziening. Bovendien worden landbouwers steeds vaker geconfronteerd met procedures die worden aangespannen door niet-landbouwers tegen landbouwbedrijven in de omgeving, bijvoorbeeld voor geur- of lawaaihinder. Boerenbond pleit voor ondeelbaar en getrapt systeemMaximale vrijwaring voor landbouwVanuit die vaststellingen komen de landbouworganisaties elk met een aantal aanbevelingen. Boerenbond en Groene Kring schuiven een getrapt systeem naar voor dat als één en ondeelbaar geheel moet gezien worden. Dat getrapt systeem bestaat uit zes stappen. “Eerst en vooral moet er met een systematische beoordeling maximaal worden ingezet op het vrijwaren van sites met landbouwpotentieel voor landbouwgebruik. Kan dat niet, dan moet de landbouwgrond maximaal gevrijwaard worden voor landbouwgebruik”, aldus voorzitter Lode Ceyssens.Hij verwijst naar het project Landmobiliteit van Groene Kring als mooi voorbeeld van hoe het aanbod van stoppers en de vraag van starters in overeenstemming kan gebracht worden. Strikt kader voor functiewijzigingenIs er onvoldoende landbouwpotentieel en is de grond maximaal gevrijwaard, dan kan een zonevreemde functiewijziging, maar daar is volgens Ceyssens een strikter kader voor nodig dat wat er vandaag is. Dat strikter kader moet betere, heldere en duidelijke criteria omvatten over zonevreemde functiewijzigingen. “We merken te vaak dat niet-landbouwers beroepen aantekenen tegen vergunningen voor activiteiten die thuishoren in landbouwgebied. Voor ons is het essentieel dat landbouwbedrijven zich kunnen blijven ontwikkelen”, verduidelijkt de voorzitter.Om dat te voorkomen, schuift Boerenbond twee voorwaarden naar voor. Zo moet de functiewijziging worden beoordeeld in functie van de impact op de ontwikkelkansen voor de omliggende bedrijven. Daarnaast moet er ook een bijzonder statuut komen voor woningen na zonevreemde functiewijzigingen, zodat de nieuwe bewoners niet zomaar juridische stappen kunnen ondernemen tegen bestaande landbouwactiviteiten.Minder verharding en extra betaling“Een volgende stap is dat de zonevreemde functiewijziging gepaard gaat met een ruimtelijke krimp én met een financiële last”, klinkt het. Die ruimtelijke krimp moet ervoor zorgen dat er meer ruimte vrijkomt voor zone-eigen activiteiten. “Een landbouwsite bestaat niet alleen uit landbouwgrond en de gezinswoning maar ook uit stallen, loodsen, sleufsilo’s, enzovoort&quot;, legt Ceyssens uit. “De bebouwde of verharde oppervlakte bij een zonevreemde functiewijziging zou moeten dalen om zo ten goede te komen van onder meer de open ruimte.” Het is duidelijk dat er een spanningsveld is tussen de stoppende boer die zijn boerderij als zijn pensioen ziet en de jonge boer voor wie een zonevreemde functiewijziging van een nabijgelegen hoeve een bedreiging kan betekenen voor zijn bedrijf Sloop mét vergoedingHoeves die niet in aanmerking komen voor agrarisch hergebruik en ook niet voor een zonevreemde functiewijziging, die moeten gesloopt kunnen worden om zo de ruimtelijke verrommeling tegen te gaan. “Maar daar moet een correcte vergoeding tegenover staan om op die manier een gelijke behandeling te garanderen”, stelt Boerenbond. De organisatie is van mening dat een goed flankerend beleid nodig is, met voldoende financiële instrumenten. “Een voor de hand liggende piste is dan een proportionele last die moet worden opgelegd als een vergunning voor een zonevreemde functiewijziging wordt afgeleverd.”Bijzondere evenwichtsoefeningDe Boerenbondvoorzitter benadrukte dat deze stappen één geheel vormen en geen waaier aan voorstellen zijn waaruit naar hartenlust kan gekozen worden. “Tot dit standpunt komen, was een bijzondere evenwichtsoefening binnen onze organisatie. Het is duidelijk dat er een spanningsveld is tussen de stoppende boer die zijn boerderij als zijn pensioen ziet en de jonge boer voor wie een zonevreemde functiewijziging van een nabijgelegen hoeve een bedreiging kan betekenen voor zijn bedrijf.” Volgens Ceyssens werd dit standpunt van onderuit in de organisatie opgebouwd en is het afgeklopt op het hoofdbestuur waarin ook Groene Kring en Ferm voor agravrouwen vertegenwoordigd zijn. ABS wil geen platteland dat voorbehouden is voor kapitaalkrachtigenVerhoudingen op scherpDe analyse van het Algemeen Boerensyndicaat loopt in grote mate gelijk met die van Boerenbond. Voorzitter Bruno Vincent ziet de conflicten tussen landbouwers en hun omgeving eveneens toenemen. Als oorzaken daarvan ziet hij onder meer de veranderende bedrijfsgrootte van landbouwbedrijven. Maar ook de veranderende klimatologische omstandigheden waardoor veldwerkzaamheden op heel korte tijd moeten gebeuren, en bijvoorbeeld in droge of natte periodes stof of modder veroorzaken. Ook het ruimtelijk versnipperde Vlaanderen en een stijging van de aanvragen voor functiewijzingen plaatsen de verhoudingen op het platteland op scherp, meent Vincent. Enkel voor de happy few?Wordt er niets gewijzigd aan het strenge beleid van vandaag, dan vreest ABS dat wonen op het platteland steeds exclusiever zal worden, iets wat enkel is weggelegd voor de rijksten. “Een ander neveneffect dat we zien is dat burgers zich laten erkennen als landbouwer om flexibeler te kunnen omgaan met hun hoeve in agrarisch gebied”, legt de ABS-voorzitter uit.Er bestaat volgens hem ook een gevaar dat het platteland een slaapzaal wordt. “Vaak gebruiken deze mensen hun woning op het platteland enkel om te slapen en uit te rusten, terwijl hun leven zich elders afspeelt. Ze zoeken geen contact meer met hun omgeving en dat zorgt voor meer conflictsituaties”, legt hij uit.Tot slot stelt Vincent zich ook vragen over de impact van de wetgeving. “In bepaalde gebieden, bijvoorbeeld kort bij natuur, is geen intensieve landbouw meer mogelijk. Daar zullen veel hoeves vrijkomen. Maar er is ook een keerzijde aan die medaille, want in andere gebieden is er mogelijk een veel grotere instroom van landbouwbedrijven omdat daar wel nog meer ontwikkelmogelijkheden zijn.”Maximaal voorbehouden voor voedselproductieAls antwoord op al die uitdagingen pleit ABS voor een duidelijke ruimtelijke planning die vanuit één niveau wordt opgelegd. “Vandaag zien we dat er Vlaamse, provinciale en gemeentelijke richtlijnen gelden waardoor het heel onduidelijk wordt aan dewelke men moet voldoen”, klinkt het. In lijn met Boerenbond pleit ABS er ook voor dat gronden in agrarisch gebied maximaal worden voorbehouden voor voedselproductie.Verder vraagt de landbouworganisatie dat landbouwactiviteiten in agrarisch gebied door de wetgeving beschermd worden. “Op die manier moeten procedureslagen tegen vergunningen van landbouwers die zich aan het wettelijk kader houden, vermeden worden. Als landbouwactiviteiten al niet kunnen in agrarisch gebied, waar dan wel?”, vraagt hij zich af. Daarnaast is ABS, net als Boerenbond, vragende partij voor een kader rond zonevreemde functiewijzigingen met duidelijke voorwaarden en procedures. Daarbij moet er aandacht zijn voor de kernwaarden van het landbouwgebied: landbouwactiviteiten, open ruimte en als buffergebied.De landbouworganisatie is van mening dat er meer naar landbouwers zelf moet geluisterd worden in het debat. “De kennis over wat er leeft, zit daar. Nu komen al te vaak enkel academici aan het woord”, stelt Vincent. Ook pleit hij voor voldoende diversiteit op het platteland. “Wonen op het platteland is vandaag exclusief geworden. Wij vinden het belangrijk dat ook de gewone man er nog terecht kan, net als in het verleden.” Heel vaak wordt geëist dat er gebouwen gesloopt worden. Als bepaalde gebouwen op een site moeten verdwijnen, dan vinden wij dat daar een correcte vergoeding moet tegenover staan Sloop moet vergoed wordenVervolgens veroordeelt de ABS-voorzitter ook de kapitaalvernietiging die vaak met een functiewijziging gepaard gaat. “Heel vaak wordt er geëist dat er gebouwen gesloopt worden. Als bepaalde gebouwen op een site moeten verdwijnen, dan vinden wij dat daar een correcte vergoeding moet tegenover staan. Dat lijkt logisch, maar dat is het vandaag niet.” In dat kader pleit hij voor een motiverend beleid in plaats van een dwingend beleid. “Zo zou de overheid al een slooppremie kunnen uitbetalen aan landbouwers wanneer zij aan het einde van hun carrière beslissen om te stoppen met bepaalde activiteiten op hun bedrijf.”Ook met terugwerkende kracht?Een laatste vraag van ABS is dat het beleid ook een zekere mate van terugwerkende kracht voorziet. “Landbouwers die vandaag aan het einde van hun carrière komen, worden veel strenger benaderd dan hun collega’s die eerder al hun bedrijf hebben verkocht. We vragen niet dat zij gestraft worden, maar het zou wel fair zijn dat ze wanneer die zonevreemde woningen worden overgedragen naar een volgende generatie, hen ook gevraagd wordt om aan de wetgeving van vandaag te voldoen”, besluit Vincent.</content>
            
            <updated>2026-02-03T10:36:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van labo naar veld: Globachem zet bacteriën uit databank UHasselt in om biologische gewasbescherming te ontwikkelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaams-bedrijf-test-bacterien-uit-uhasselt-onderzoek-voor-biologische-gewasbescherming" />
            <id>https://vilt.be/58560</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Limburgse gewasbeschermingsbedrijf Globachem sluit een commerciële licentie af met de Universiteit Hasselt om twee bacteriestammen te testen voor de ontwikkeling van gewasbescherming. Deze micro-organismen beschermen planten tegen schadelijke schimmels en hebben daardoor potentieel voor toepassingen in de biologische gewasbescherming. Het is een primeur dat een bedrijf bacteriën uit onderzoek van de Limburgse universiteit gebruikt om tot een nieuw landbouwproduct te komen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5bbea464-822f-4c1a-a040-0ee42ff7a3af/full_width_uhasselt-globachem-bacterie.png</image>
                                        <content>Al sinds 2017 werken de Universiteit Hasselt (UHasselt) en Globachem samen rond onderzoek naar nieuwe types gewasbescherming. Via een onderzoekslicentie testte het bedrijf uit Sint-Truiden al meer dan 100 bacteriën uit de UHasselt-collectie. Twee bacteriën worden nu opgenomen in een commerciële licentie. Hun potentieel om gewassen te beschermen tegen schimmels zal onder meer getest worden via serreproeven en veldstudies. Het doel is om te komen tot een nieuw biologisch product dat kan worden ingezet in de landbouw.Brede inzetbaarheidGlobachem selecteerde de twee bacteriën in de commerciële licentie op basis van hun potentieel om planten weerbaarder te maken tegen schadelijke schimmels. Ze hebben een dubbele werking: de geselecteerde micro-organismen maken niet alleen de plant zelf sterker, maar bestrijden ook potentiële plantenziekten. Door schadelijke bacteriën of schimmels die op planten terechtkomen rechtstreeks aan te vallen, beschermen ze het gewas tegen schimmelziekten.Eén bacterie werd geïsoleerd uit een bodemstaal in België, de andere uit Polen. Dat beide bacteriën afkomstig zijn uit verschillende contexten en toch goede resultaten tonen, wijst volgens UHasselt-onderzoekers op een brede inzetbaarheid.De verdere ontwikkeling van de bacteriën vergt nog meerdere jaren praktijkonderzoek. “Als die resultaten bevestigd worden, kan dit leiden tot nieuwe producten die bijdragen aan een duurzame landbouw en aan een weerbaardere teelt in veranderende klimaatomstandigheden”, vertelt Francis Claes, projectmanager bij Globachem.Databank van 3.000 bacteriënUHasselt bouwde de voorbije decennia een sterke expertise uit in onderzoek naar de interactie tussen bacteriën en planten. Daarbij ligt de nadruk op het weerbaarder maken van planten en op hun capaciteit om verontreinigende stoffen in bodem en grondwater af te breken.Ondertussen identificeerden UHasselt-biologen al meer dan 3.000 individuele bacteriën. Die zijn afkomstig uit bodemstalen en uit plantenwortels, zaden, bladeren en vruchten van verschillende gewassen en locaties wereldwijd.“In één theelepel bodem kunnen wel miljoenen bacteriën zitten, die allemaal in een complex systeem samenleven met planten”, zegt Sofie Thijs. “Het is dan de kunst om net die bacteriën te vinden die planten sterker maken.” Deze zogenaamde plantprobiotica helpen planten om stressfactoren (zoals vervuiling en ziektes), moeilijke groeiomstandigheden (zoals droogte, te veel water, hitte of koude) en nutriëntenstress beter te doorstaan. “Onze kennis van die onderliggende mechanismen vormt al jaren de basis van ons onderzoek.”</content>
            
            <updated>2026-01-29T20:01:36+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Clarinval: “Besparing FAVV bedraagt helemaal geen 24 procent”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/clarinval-besparing-favv-bedraagt-helemaal-geen-24-procent" />
            <id>https://vilt.be/58561</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De besparingen op het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) zetten kwaad bloed bij diverse organisaties. Vorige week communiceerde Testaankoop dat de regering het budget voor het FAVV tegen 2029 met 24 procent vermindert. “De regering organiseert zo zelfs de volgende voedselcrisis”, reageerde Testaankoop scherp. In antwoord op een parlementaire vraag van Irina De Knop (Anders) ontkent federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) deze cijfers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e6d2d6dc-78c0-4319-a4ac-73c902baeba2/full_width_staalname-favv-web.jpg</image>
                                        <content>“Ik wil heel duidelijk zijn in mijn antwoord: Testaankoop heeft het bij het verkeerde eind”, zo stak minister Clarinval van wal. “Ik was zelf zeer verbaasd toen ik hun persbericht las. Ik heb hen gecontacteerd en gevraagd waarom ze niet eerst met mij contact hebben opgenomen. Voordat ze uit het niets over een besparing van 24 procent spreken. Ik betreur het dat er geen contact was voordat dit soort informatie onjuist werd verspreid.”Volgens Testaankoop was het cijfer van 24 procent gebaseerd op wat Christine Romeyns, gedelegeerd bestuurder van het FAVV, had voorgesteld op het Raadgevend Comité, waar Testaankoop deel van uitmaakt. Romeyns zou een fout gemaakt hebben op basis van de cijfers die zij had gekregen van het kabinet van Vanessa Matz (Les Engagés), minister van Modernisering van de Overheid, belast met overheidsbedrijven.Dat wil echter niet zeggen dat er niet bespaard wordt. “Voor het FAVV gaat het om een gecumuleerde besparing, gespreid over vijf jaar, van ongeveer 4,5 procent op de personeelsenveloppe en ongeveer 4,5 procent op de werkingsenveloppe”, zegt Clarinval. “Daarnaast heeft de regering, in het kader van de bespreking van de initiële begroting 2026, beslist om een selectieve vervangingsratio in te voeren voor de federale ambtenaren. De impact van die maatregel wordt geraamd op 100 miljoen euro in 2026, met een geleidelijke evolutie naar 175 miljoen euro in 2029.”Besparingen &quot;enkel op dotatie&quot; FAVVClarinval zegt dat de besparingen de uitvoering van essentiële opdrachten niet in gevaar zouden mogen brengen. De besparingen kaderen in een “algemene inspanning om de efficiëntie van alle overheidsdiensten te verbeteren”, zegt Clarinval. Er zouden uitzonderingen worden gemaakt voor de departementen die instaan voor de veiligheid, met name Defensie, de federale politie en de FOD Justitie.“De besparingen worden doorgevoerd op de dotatie van het FAVV en niet op de eigen inkomsten van het FAVV, in de vorm van heffingen en retributies”, verduidelijkt Clarinval nog. “De heffingen zijn een jaarlijkse bijdrage die wordt betaald door alle actoren in de voedselketen. De retributies worden daarentegen geïnd voor prestaties die het FAVV levert naar aanleiding van een specifieke aanvraag van een operator.”“Het principe van de retributie is dat die de kosten dekt die inherent zijn aan de prestaties die het FAVV uitvoert voor opdrachten op aanvraag. Om zo de essentiële opdracht van de controle van de voedselketen te waarborgen”, zegt Clarinval nog. In België wordt de financiering van de invoercontroles voor een zeer groot deel verzekerd door retributies, betaald door de importeurs en niet via de bijdragen, betaald door de landbouwers.”De minister besluit dat hij ondanks de budgettaire restricties het erg hoog niveau van toezicht op producten wil blijven handhaven.</content>
            
            <updated>2026-01-29T21:45:41+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederlandse landbouwgrondprijzen overtreffen kaap van 100.000 euro]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederlandse-landbouwgrondprijzen-overtreffen-kaap-van-100000-euro" />
            <id>https://vilt.be/58562</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Nederlandse landbouwgrondprijzen zijn met 12,7 procent gestegen in een kwartaal. Je betaalt er nu gemiddeld 104.716 euro voor één hectare landbouwgrond. De landbouwprijzen in Vlaanderen zijn niet gekend. Het laatste prijzenoverzicht dateert uit 2024. Notarissenfederatie Fednot werkt aan een nieuw overzicht tegen de zomer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="grond" />
                        <category term="prijs" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5344fef6-21e2-4441-853e-91c5855f2582/full_width_sfeerbeeld-landbouw-nederland.jpg</image>
                                        <content>Het nieuwste agrarische kwartaalbericht van het Kadaster is even slikken voor wie landbouwgrond wil kopen in Nederland. De gemiddelde landbouwgrondprijzen hebben de symbolische kaap van 100.000 euro overschreden. Voor akkerland betaal je inmiddels 115.694 euro per hectare, een stijging van 8,6 procent op slechts drie maanden tijd. Grasland blijft nog net onder de symbolische kaap, met 94.875 euro per hectare. Dat blijft een smak geld: één kwartaal geleden lag de prijs van grasland nog op 80.646 euro per hectare.Als we even uitzoomen in de tijd, zien we dat de Nederlandse landbouwgrondprijzen een ononderbroken stijging kennen sinds 2019. Toen lag de gemiddelde landbouwgrondprijs nog op 61.856 euro.Het vierde kwartaal is traditioneel de tijd van het jaar waarin de meeste landbouwgronden worden verhandeld. We zien dat de steeds hogere prijzen voorlopig kopers niet tegenhouden. In het vierde kwartaal is 12.100 hectare landbouwgrond verhandeld. Dat is bijna 330 hectare of 2,8 procent meer dan in hetzelfde kwartaal van 2024. In heel 2025 is 33.900 hectare grond verhandeld. Dat is 7,4 procent meer dan in 2024, toen 32.500 hectare werd overgedragen. 200.000 euro per hectare in de jongste Nederlandse provincieHoe dichter bij Vlaanderen, hoe duurder. Dat lijkt de algemene tendens, met één uitzondering. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het vierde kwartaal uiteen van 65.900 euro in Friesland tot bijna 200.000 euro per hectare in het centrale Flevoland. Dat heeft wellicht ook te maken met de atypische aard van deze provincie. Flevoland is een kunstmatig eiland dat de Nederlanders hebben aangelegd in de oostelijke helft van de voormalige Zuiderzee. Agrarisch makelaar Johan Van der Slikke verklaart bij Omroep Flevoland dat de hoge prijs in eerste instantie te maken heeft met de grond zelf. Nergens anders is die zo vruchtbaar als in Flevoland. De voormalige zeebodem biedt heel jonge, kalkrijke zavel- en kleigronden. Die grond is dan ook nog eens heel netjes verdeeld, met strakke en rechte grenzen. In de overige provincies ligt de grondprijs dichter bij elkaar: tussen&amp;nbsp;86.600 euro in Drenthe en 117.200 euro per hectare in Noord-Brabant. Vlaanderen vaart blindMaar hoe zit het nu met de grondprijzen in Vlaanderen? Dat kan niemand precies zeggen. De grondprijzen werden lange tijd jaarlijks bijgehouden door notarisfederatie Fednot, maar de laatste gegevens dateren van 2024. Een landbouwgrond in Vlaanderen kostte in de eerste jaarhelft van 2024 gemiddeld 68.934 euro per hectare. Ook toen was er een stijgende trend te merken. West-Vlaanderen is traditioneel de duurste provincie. Welingelichte bronnen vertellen aan VILT dat de landbouwprijzen lijken te stabiliseren, maar wel beduidend hoger liggen dan in 2024. Al is een grondige en betrouwbare evaluatie niet mogelijk bij gebrek aan cijfermateriaal.Notarisfederatie Fednot deelt mee dat er in 2026 een nieuwe Landbouwbarometer zal verschijnen. “Vorig jaar was er geen publicatie voorzien”, meldt Fednot. “Ons cijferteam is de barometer aan het verfijnen met bijkomende data. In de zomermaanden publiceren we normaal gezien een nieuwe editie.”</content>
            
            <updated>2026-01-29T20:13:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "Zonder systeemverandering blijft antibioticaplan dode letter"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zonder-systeemverandering-blijft-antibioticaplan-dode-letter-bio-toont-al-jaren-hoe-one-health-wel-werkt" />
            <id>https://vilt.be/58563</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het nieuwe antibioticaplan van de federale regering erkent expliciet dat het gebruik van antibiotica in de veehouderij niet los te zien is van de volksgezondheid. “Dat zegt de biosector al jaren, maar echte verandering zal alleen lukken als men alles in rekening brengt”, zegt Laura van Selm, directeur van BioForum in een opiniestuk. “Wie dit plan ernstig neemt, moet dus ook het hele landbouwsysteem aanpakken en duidelijke keuzes maken.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="antibiotica" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/94262446-6913-4c8e-877c-55273da244e2/full_width_biovarkens-kobevanloovereniovbioforumvlaanderen.jpg</image>
                                        <content>Vorige week stelde federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) zijn antibioticaplan voor de zorg- en dierlijke sectoren voor. Dat plan vertrekt van het One Health-principe. Dat principe benadrukt de nauwe samenhang van de gezondheid van mens, dier en milieu.&amp;nbsp; Antibioticaresistentie raakt mens, dier en milieu tegelijk en vraagt dus om een geïntegreerde aanpak.One Health is geen nieuw concept. Biologische veehouders hebben in hun bedrijfsvoering altijd al rekening gehouden met de draagkracht van de omgeving en de gezondheid van hun dieren. Concreet kiezen ze daarom voor een lagere bezettingsgraad, buitenloop, robuuste rassen, aangepast voeder en uitgebreide aandacht voor dierenwelzijn. Ook ziektepreventie staat in bio centraal, waardoor antibiotica slechts uitzonderlijk nodig zijn.Volgens een enquête in het Verenigd Koninkrijk ligt het gebruik van antibiotica bij bioveehouderijen tot wel vier keer lager dan het gemiddelde. Wie het antibioticagebruik wil terugdringen, kan dus niet om de vaststelling heen dat de biologische veehouderij vandaag al doet wat het beleid nu vraagt.Alleen evolueert de veehouderij in Vlaanderen richting schaalvergroting en hoge productiedruk. Dat komt omdat veehouders vaak gevangen zitten tussen volatiele wereldmarktprijzen en stijgende kosten voor voer, energie, mestafzet en arbeid. Zonder een aanpassing van het huidige landbouw- en handelsmodel zullen de doelen die het antibioticaplan vooropstelt dus nooit gehaald worden. Men kan niet eenzijdig blijven inzetten op schaalvergroting, industriële verwerking en goedkope import, terwijl men tegelijk pleit voor minder antibiotica en meer preventie Een goed voorbeeld van die schaalvergroting zien we bij de slachthuizen. Die worden steeds groter en functioneren meer en meer als fabrieken. Doordat lokale slachtmogelijkheden verdwijnen, leggen dieren langere afstanden af. Daarnaast ligt de verwerkingssnelheid erg hoog. Kleinschalige, extensieve bioveehouders hebben met hun beperkte veestapel geen plaats in dit systeem. Zo blijft de bioveehouderij gevangen in zijn niche, wat haaks staat op de One Health-logica. Lokale, korte ketens bieden meer transparantie en hebben lagere gezondheidsrisico’s.Wie One Health ernstig neemt, moet dus ook het hele landbouwsysteem aanpakken en duidelijke keuzes maken. Landbouwsystemen als bio die inzetten op preventie en volksgezondheid worden vandaag afgeremd door schaaldenken en vrijemarktlogica. Men kan niet eenzijdig blijven inzetten op schaalvergroting, industriële verwerking en goedkope import, terwijl men tegelijk pleit voor minder antibiotica en meer preventie.Biologische veehouderij toont al jaren dat een ander model mogelijk is: met lagere gezondheidsrisico’s, meer transparantie en een sterke lokale verankering. Maar dat model heeft ruimte nodig om te groeien. Dat kan alleen als alle overheden hun beleid hierop afstemmen. One Health vraagt dan ook één samenhangend beleid. De biosector toont alvast de te volgen weg. Over de auteurLaura van Selm is sinds 1 april 2025 directeur van BioForum, de sectororganisatie voor de biologische landbouw- en voedingsketen. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.</content>
            
            <updated>2026-01-29T17:43:12+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VLM en Plantentuin Meise zoeken landbouwers om lokaal zaadaanbod voor wilde planten te ontwikkelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlm-en-plantentuin-meise-zoeken-landbouwers-om-lokaal-zaadaanbod-voor-wilde-planten-te-ontwikkelen" />
            <id>https://vilt.be/58564</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Plantentuin Meise en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) zijn op zoek naar telers en zaadverdelers die willen meewerken aan de uitbouw van een lokaal aanbod autochtone zaden. “Vandaag is het aanbod zaden van eigen bodem quasi onbestaande. Nochtans hebben ze heel wat troeven: ze zijn nauw afgestemd op bestuivers, bodemleven en andere soorten. Op die manier vormen ze een essentiële basis voor succesvol natuurbehoud en natuurherstel”, zeggen de initiatiefnemers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="zaad" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2c5202ce-131a-4835-b0b6-9cf0ff9b93ca/full_width_exp-grasland-maaimeiniet-wilde-bloemen-vlm.jpg</image>
                                        <content>De oproep maakt deel uit van het Europese onderzoeksproject EXPBIO dat inzet op het herstel van ecosystemen door onder meer de bodemzaadbank te versterken en innovatieve zaadmengsels te ontwikkelen. Het gaat om zaden van wilde planten, want die vormen volgens de initiatiefnemers een cruciale schakel in het behoud en herstel van de biodiversiteit.Een eerste stap in de ontwikkeling van innovatieve zaadmengsels is al gezet door Viaverda. Het praktijkcentrum vermeerderde vorig jaar verschillende inheemse wildeplantensoorten. Dat zal gebruikt worden als startmateriaal door de telers naar wie VLM en Plantentuin Meise nu op zoek zijn. “Wij zoeken zaadvermeerderaars, zaadverdelers of landbouwers die willen starten met de teelt van autochtone zaden”, klinkt het.Het door Viaverda ontwikkelde startmateriaal wordt aan de deelnemende landbouwers geleverd. “Wij vragen hen om dit zelf verder te vermeerderen. Op die manier kunnen ze bijdragen aan de lokale beschikbaarheid van kwalitatief uitgangsmateriaal”, klinkt het. Via een lerend netwerk willen de projectpartners de deelnemers ondersteunen en kennis uitwisselen tussen de verschillende zadentelers en -verdelers.Tijdens een webinar op 10 februari geven VLM en Plantentuin Meise bijkomende informatie aan geïnteresseerde landbouwers. Zij krijgen tot 22 februari de tijd om hun kandidatuur in te dienen. De inzaai is voorzien in het voorjaar van 2026.</content>
            
            <updated>2026-01-29T18:39:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoe in een café in Deinze wekelijks de kippenprijs wordt bepaald tot ver buiten Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoe-een-prijzencommissie-in-een-cafe-in-deinze-wekelijks-de-kippenprijs-bepaalt-tot-ver-buiten-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/58565</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een twintigtal mannen buigt zich in een donkere ruimte van een Vlaams café over kippenvlees: het doet folkloristisch aan, maar heeft relevantie tot ver over de landsgrenzen. “In landen als Nederland, Duitsland, Denemarken en Frankrijk geldt de Deinze-notering als een richtlijn”, vertelt Koen Dobbels, die namens de pluimveehouders deelneemt aan de onderhandelingen met de afnemers. Beide groepen ontmoeten elkaar elke woensdagvoormiddag in een café in Deinze.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="prijsvorming" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e9b260d8-8fb5-4791-b6c1-fca04afd4b2e/full_width_deinze-prijzencommissie.jpg</image>
                                        <content>Vanaf half negen druppelen de mensen binnen in Café Palace op het marktplein van Deinze. Buiten hebben marktkramers hun kraampjes uitgestald. Met de slogan “Wees er als de kippen bij” springt het verkoopkraam met gegrilde kip het meest in het oog. Tientallen jaren lang was deze markt gevuld met levende kippen en vormde Deinze het epicentrum van de handel in braadkippen en pluimvee.Uit deze tijd stamt ook de prijsnotering van Deinze, een fenomeen waarbij producenten en afnemers wekelijks samen de kippenvleesprijzen bepalen. “De prijzencommissie zetelt hier al 61 jaar”, vertelt Dobbels. Hij verklaart de band tussen Deinze en de pluimveesector door de aanwezigheid van talloze broeierijen en pluimveebedrijven in de regio na de Tweede Wereldoorlog.Ook buitenland volgt Deinze-noteringen aandachtigWaar de fysieke kippenhandel uit Deinze is verdwenen, worden de prijzen er nog steeds vastgesteld. Deze prijsnoteringen worden door 90 procent van de Vlaamse sector gehanteerd, maar gelden ook buiten Vlaanderen als referentie. “Tien minuten nadat de prijzen zijn vastgesteld, is Nederland op de hoogte. Maar ook in Duitsland, Frankrijk, Engeland en Denemarken volgen ze ons op de voet”, aldus Dobbels.De producenten verzamelen zich aan het ene uiteinde van het café, terwijl de afnemers (slachterijen en handelaren) zich in een aparte ruimte afzonderen. Nadat de aanwezigen onderling informatie uitwisselen, die van belang is voor de prijsvorming, gaan beide partijen samen zitten. “Dan worden voorstellen op tafel gelegd”, vertelt Dobbels. Hij is één van de zes onderhandelaars namens de producenten, ook de afnemers tellen zes afgevaardigden.In de even weken komen de afnemers met een voorstel, in de oneven weken is het de beurt aan de producenten om een voorstel te doen. Op basis van deze voorstellen poneert de tegenpartij een tegenvoorstel, en kan de discussie beginnen. Tijdens deze fase mogen leden die niet tot de commissie behoren zich mengen in de gesprekken. Doorgaans wordt hier niet gediscussieerd, maar in het beste geval wel aftastend gezocht naar welke richting de prijs zal evolueren. Deinze als kippenstad van VlaanderenVervolgens trekken de aanwezigen van het café naar een zaal in het gemeentehuis van Deinze. Daar proberen zij onder voorzitterschap van een ambtenaar tot een prijsakkoord  te komen. Het huisvesten van de prijzencommissie symboliseert de culturele waarde die de Oost-Vlaamse stad aan haar pluimveegeschiedenis hecht. In de gemeentezaal is het aan de 12 commissieleden. Toeristen of mensen die komen kijken, moeten zich dan stilhouden. In het café konden ze nog wel hun zegje doen.De onderhandelingen over de lichte (reforme leghennen) en zware soepkippenprijzen (moederdieren van vleeskippen) verlopen meestal zonder grote discussie. Ook de konijnenvleesprijs wordt hier wekelijks vastgesteld. Dat is ook het geval wanneer we de nieuwjaarszitting van 14 januari bijwonen.  Op dat moment houdt vogelgriep een groot deel van West-Vlaanderen in de greep. Maar de prijs van de vorige week wordt aangehouden.Verhitte discussie over de braadkippenWanneer de braadkippen aan bod komen, barst een hevige discussie los. De afnemers willen drie cent van de prijs af, terwijl de producenten de status quo van de vorige week willen handhaven. “Januari is een maand met een rustige vraag. Bovendien hebben we een toestroom van onverkoopbare kippen uit de beschermingszones, de drie kilometer die rond elke nieuwe uitbraak wordt afgebakend”, argumenteren de afnemers. Dat voorstel kan op boegeroep rekenen aan de andere kant van de zaal, waar de producenten zich hebben verzameld. Er heerst enorme stress in de pluimveehouderij door de uitbraak van vogelgriep. Nu een prijsverlaging doorvoeren zou een verkeerd signaal afgeven Nadat er na een halfuur discussie nog geen overeenkomst in zicht lijkt, is het tijd voor de ambtenaar van de gemeente Deinze om in te grijpen. Met de woorden “de discussie zit vast, laat de fles komen” laat hij jonge jenever aanrukken. De tafel is bovendien rijkelijk gevuld met koffiekoeken. “Dat is niet elke week zo. Vandaag is het nieuwjaarszitting en dat gaat gepaard met een toespraak van de burgemeester en de schepen van Landbouw. Andere weken zitten we in een vergaderruimte met enkel balpen en papier voor onze neus” , benadrukt Dobbels. Connecties bij slachthuizen en transportbedrijvenWaarop baseren de producenten hun tegenvoorstel? Hebben ze die voormiddag met de verkoper van de grillkippen gesproken? “Nee hoor, dat is veel te lokaal”, weerlegt Dobbels. “Je moet eerder denken aan medewerkers van slachthuizen of transportbedrijven die we &#039;via via&#039; kennen. Zij kunnen bevestigen of de koelcellen echt zo vol zitten als de onderhandelaars vaak beweren. Bovendien geeft niemand van onze leden zijn of haar bronnen prijs.”Dobbels heeft als vertegenwoordiger van een veevoederfabrikant zelf ook een goed gevoel voor de markt. De veevoederfabrikanten treden vaak als spil in de keten op. Zij fungeren als tussenschakel tussen producent en slachterij of handel, en regelen vaak de afzet naar de slachthuizen. In anderen veesectoren wordt de prijs van bovenaf vastgelegd door de slachterijen. In Deinze hebben de producenten ook een stem Bij de andere onderhandelaars voor de producenten vinden we nog andere vertegenwoordigers van veevoerbedrijven, net als van broeierijen. Een gepensioneerde leghennenhouder, die zijn bedrijf aan zijn twee zonen heeft overgelaten, leunt nog het meest aan bij een echte producent, naast nog één braadkippenproducent. “Het is moeilijk om nieuw bloed te vinden voor de prijzencommissie”, verklaart Dobbels, die zelf 63 is en al 15 jaar lid van de commissie. Stress bij pluimveehouders door vogelgriepDeze keer focussen de producenten zich in de onderhandelingen niet op de koelcellen, maar op het sentiment onder de telers. “Er heerst enorme stress in de pluimveehouderij door de uitbraak van het vogelgriepvirus. Nu een prijsverlaging doorvoeren zou een verkeerd signaal afgeven”, klinkt het.Na nog een halfuur discussie komen de onderhandelaars uit op een prijsverlaging van één cent ten opzichte van de vorige week. “Dat is voor geen van beide partijen ideaal, maar wel aanvaardbaarder dan alle andere alternatieven”, klinkt het.Dobbels beaamt dat de prijzencommissie met haar regels en tradities folkloristisch overkomt. Toch heeft het fenomeen een belangrijke functie in de keten, benadrukt hij. “In anderen veesectoren wordt de prijs van bovenaf vastgelegd door de slachterijen. In Deinze hebben de producenten ook een stem.” Dat draagt volgens hem bij tot een meerprijs van gemiddeld twee cent&amp;nbsp; per jaar. Telefoon roodgloeiendDobbels ervaart het lidmaatschap van de prijzencommissie als een eer, maar ziet ook de gevoeligheid van zijn functie. Kort na de vaststelling van de prijzen staat zijn telefoon roodgloeiend. “Het komt zelden voor dat een pluimveehouder belt uit tevredenheid. Er is meestal kritiek, vooral wanneer we hebben ingestemd met een prijsdaling of wanneer een prijsstijging te beperkt lijkt”, klinkt het. “Als vertegenwoordigers van de producenten steken wij elke week onze nek uit voor diezelfde producenten, en dit volledig onbezoldigd. In tegendeel, de koffie in de Palace betalen we zélf uit eigen zak. Dan doet het wat pijn om nadien nog kritiek te krijgen van de achterban”, besluit Dobbels.</content>
            
            <updated>2026-01-30T19:17:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FOD Volksgezondheid kritisch voor PAN-studie over ‘giftige’ appels: “Media delen bericht zonder te verifiëren”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fod-volksgezondheid-kritisch-voor-pan-studie-giftige-appels-media-delen-bericht-zonder-te-verifieren" />
            <id>https://vilt.be/58566</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>"85 procent van appels bevat een cocktail van gewasbeschermingsmiddelen". Dat besluit een studie van Pesticide Action Network (PAN) Europe. De boodschap van deze ngo werd vrijdagochtend duchtig aangeklikt op diverse nieuwssites. Wordt de Europese bevolking als Sneeuwwitje vergiftigd, of zijn de conclusies ietwat overroepen? Maarten Trybou, diensthoofd Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten bij de FOD Volksgezondheid, betreurt dat de boodschap van PAN onkritisch door diverse media is opgenomen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="appels" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/db083092-7717-480e-897a-bcddd37370ef/full_width_appeloogstfruitteelt-1280.jpg</image>
                                        <content>“Bangmakerij”, zo reageert Maarten Trybou op het bericht van PAN Europe. De ngo waarschuwt voor de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen op appelschillen, en voor het ‘cocktaileffect’. Dat zijn schadelijke gevolgen die volgens PAN kunnen optreden bij het combineren van diverse middelen.Dat er residu van gewasbeschermingsmiddelen aanwezig is op appelschillen, vindt Trybou noch verrassend, noch zorgwekkend. &quot;Het eeuwige discours van PAN is dat de aanwezigheid van middelen op zich al problematisch zou zijn. Maar wat echt belangrijk is, is het risico voor de consument. We spreken hier over toegelaten stoffen, waarvan wij de aanwezigheid ook verwachten. Zolang ze onder de gezondheidsnormen liggen, is er geen enkel probleem. Ik begrijp dus niet waarom dit zo wordt opgeklopt.”&quot;Boodschap PAN doet meer kwaad dan goed&quot;Gewassen die verkocht worden voor consumptie, zijn onderhevig aan een Maximale Residu Limiet (MRL). Dat is de maximale hoeveelheid die nog op een stuk fruit aanwezig mag zijn. Die liggen volgens Trybou zeer ver onder een schadelijke hoeveelheid. “Onze veiligheidsnormen zijn zeer, zeer hoog”, zegt Trybou. “Ik heb het dus heel moeilijk met het advies dat ze geven aan de consument om appels te schillen. Dan verwijder je juist de meest voedzame delen. De meeste vitaminen zitten onder de schil. Ze doen met hun boodschap meer kwaad dan goed.” Ook het zogenaamde ‘cocktaileffect’, waar PAN voor waarschuwt, is volgens Trybou irrelevant. Volgens hem wordt de voedselveiligheid van gewasbeschermingsmiddelen intensief gecontroleerd. “Het voedselagentschap FAVV controleert net als PAN of de veiligheidsnormen worden gerespecteerd. Het Europese EFSA neemt al deze resultaten dan nog eens samen om te checken of er door alle gecumuleerde effecten samen toch een risico aanwezig kan zijn. En altijd is de conclusie dat er geen probleem is.”“Het is dus spijtig dat de media dit bericht van PAN opnemen zonder te verifiëren. De gevonden concentraties zijn veilig en de gezondheidseffecten worden zeer extensief onderzocht.”Appeltje wassen?De studie doet denken aan een experiment van het VRT-programma Factcheckers. Dat onderzocht met welke methoden men &#039;pesticidenresidu&#039; op appels doeltreffend kan verwijderen. De conclusie: “Wassen helpt. Wassen met baking soda helpt nog meer. Schillen helpt nog meer.”De conclusie stond haaks op de documentatie die het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) een jaar voor de uitzending aan de VRT had bezorgd, maar die in de aflevering niet werd gebruikt. Fruit wassen heeft volgens het FAVV vooral nut om stof en vuil te verwijderen. Maar meerjarige studies toonden aan dat er geen gezondheidsrisico is verbonden aan het consumeren van fruit, conform de wettelijke residulimieten. Dat is volgens het FAVV het geval voor 97 procent van alle fruit in de winkel. De limieten kennen heel hoge veiligheidsmarges, dus zelfs de zeldzame overschrijdingen zouden geen probleem mogen vormen.Voor Trybou is de PAN-studie dus een storm in een glas water: “Ze willen choqueren, en &#039;pesticiden&#039; lenen zich daar goed toe.”</content>
            
            <updated>2026-01-30T11:59:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sciensano ontdekt dat internationale testmethode op babymelk faalt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sciensano-poedermelk" />
            <id>https://vilt.be/58567</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De bedrijven Nestlé, Danone en Babybio riepen onlangs producten rond babyvoeding terug. Dat was een gevolg van de ontdekking van de giftige stof cereulide in poedermelk van Nestlé. Sciensano heeft nu ontdekt dat de internationale methode om babymelk te testen op ceruelide voor een sterk onderschat resultaat zorgt. De methode van het Belgisch instituut voor gezondheid ontdekte tot 75 keer hogere waarden in opgeloste melk dan in poedervorm.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/a141869b-7382-427e-b03e-4f347b46c8f4/full_width_babyvoeding-babymelk.jpg</image>
                                        <content>Baby&#039;s kunnen ernstig ziek worden door cereulide. Denk aan braken, diarree en lusteloosheid. In België raakte één geval bekend, maar die zuigeling is intussen genezen. In Nederland werd zes baby&#039;s ziek na flesvoeding, maar een verband is nog niet gevonden. In Frankrijk loopt een onderzoek naar de dood van twee baby&#039;s, maar ook hier is de link met babymelk nog niet bewezen. Een intern onderzoek bij Nestlé vond de bron van de besmetting. Het ging om arachidonzuur, geproduceerd door een Chinees bedrijf dat aan Nestlé levert. Het vetzuur is soms een ingrediënt van babymelk omdat het ook in natuurlijke moedermelk voorkomt.Een ontdekking dankzij waterDe fabrikant uit China leverde aan verschillende bedrijven. Daarom vonden er recent massaal testen plaats op de aanwezigheid van cereulide in babymelk. Dat gebeurde voor ons land in het labo van Sciensano. Eén van de bedrijven vroeg aan het onderzoekscentrum om niet alleen de poedervorm te testen, wat de gebruikelijke methode is. Daarom kwam er ook een test aangelengd met water. Wat bleek? Het niveau van cereulide lag 75 keer hoger in opgeloste melk dan in poedervorm. Het is aannemelijk dat er vroeger loten melk goed uit de test kwamen, terwijl ze toch cereulide bevatten Andere test is niet logischSciensano vraagt nu aan andere labo&#039;s om ook voor deze manier te testen. Maar dat is niet zo simpel. &quot;Vanuit de logica van de wetgeving rond voedselveiligheid is dat niet zo logisch&quot;, luidt het bij Sciensano. &quot;Producenten zijn verantwoordelijk voor het product in de vorm zoals het in de winkel verkocht wordt. In het geval van de flessenmelk is dat dus melkpoeder en daarom laten ze het ook in die vorm testen.&quot; Vanwaar dan het grote verschil? Volgens Sciensano zorgen daarvoor microcapsules met ceruelide die de stof afremmen bij een test in poedervorm. Door water toe te voegen, komt de stof wel vrij.Geen capsules, maar olieNestlé meldt dat bij de teruggeroepen producten het vetzuur enkel in olievorm is toegevoegd, niet via microcapsules. Bij 400 stalen uit de afgelopen drie jaar zou er geen enkele keer ceruelide zijn gevonden. Een link met de teruggeroepen babymelk blijft dus onduidelijk. Volgens Sciensano is het aan de fabrikanten om besmettingen te vermijden of eerder op te sporen, want het resultaat van de test in vloeibare vorm maakt wel iets duidelijk. &quot;Het is aannemelijk dat er vroeger loten melk goed uit de test kwamen, terwijl ze toch cereulide bevatten&quot;, vertelde wetenschapper Julien Masquelier aan VRT NWS.</content>
            
            <updated>2026-01-30T16:28:06+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen investeert half miljoen in 29 nieuwe volkstuinprojecten: “Ze brengen verbinding en ontmoeting”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-investeert-half-miljoen-in-29-nieuwe-volkstuinprojecten-ze-brengen-verbinding-en-ontmoeting" />
            <id>https://vilt.be/58568</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen ondersteunt 29 nieuwe volkstuinprojecten, verspreid over het hele gewest. Dat heeft Vlaams minister van Plattelandsbeleid Hilde Crevits (cd&amp;v) bekendgemaakt tijdens een bezoek aan volkstuin ’t Hof van Rozenberg in Oostrozebeke. Volgens de minister zijn volkstuinen een uitstekende manier om mensen met elkaar te verbinden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Hilde Crevits" />
                        <category term="tuinen" />
                        <category term="tuin" />
                        <category term="moestuin" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/14a4447e-21d7-46c4-9b92-ea4edcf1bff5/full_width_volkstuinstadslandbouw.jpg</image>
                                        <content>Vorig jaar lanceerde Vlaanderen een oproep aan lokale besturen en organisaties voor projecten die nieuwe volkstuinen aanleggen of bestaande volkstuinen verder ontwikkelen. Van de 34 ingediende dossiers selecteerde de jury uiteindelijk 29 projecten.Verbinden en ontmoeten Er werd bewust gekozen voor initiatieven met een sterke sociale insteek, benadrukt minister Crevits. “Volkstuinen zijn een laagdrempelige manier om verbinding en ontmoeting in buurten te stimuleren en tegelijk bezig te zijn in de natuur”, zegt ze. “In een samenleving waar individualisme en vereenzaming toenemen, brengen volkstuinen mensen samen.” “Volkstuinen vervullen eigenlijk drie functies”, aldus Crevits. “Je kweekt gezonde en betaalbare voeding, het is een ontmoetingsplaats waar mensen kennis en ervaringen delen, en het biedt rust. Werken in de grond helpt om rust in je hoofd te krijgen.” Samen kunnen ze rekenen op ongeveer 486.000 euro steun. De subsidies dekken maximaal 75 procent van de totale projectkost, met een plafond van 20.000 euro per project. Meer dan 400 volkstuinen in Vlaanderen Volkstuinen hebben in Vlaanderen een lange geschiedenis. De eerste werd al opgericht in 1861 in Gistel. De voorbije decennia kenden ze een duidelijke opmars, bovendien in uiteenlopende vormen. Het gaat al lang niet meer uitsluitend om individuele percelen. Vandaag bestaan er ook voedselbossen en gemeenschappelijke tuinen met fruitbomen, groenten en kruiden. In Vlaanderen zouden inmiddels meer dan 400 volkstuinen bestaan. Door hun groeiende populariteit kampen sommige volkstuinen met erg lange wachtlijsten.Nieuwe projectoproepNaast de ondersteuning van de huidige projecten wil Vlaanderen ook in de toekomst blijven inzetten op volkstuinen. Crevits kondigt aan dat er dit jaar opnieuw een oproep komt voor lokale besturen.</content>
            
            <updated>2026-01-30T13:21:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FAVV scherpt controles naar bioveiligheid bij veehandel en - transport aan in strijd tegen IBR]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/favv-scherpt-controles-naar-bioveiligheid-bij-veehandel-en-transport-aan-in-strijd-tegen-ibr" />
            <id>https://vilt.be/58569</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf 9 februari zal het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) de controles op IBR versterken in de sectoren van veehandel en veetransport. “Gebrekkige bioveiligheid bij veehandelaars en tijdens het transport vormt de belangrijkste bron van besmetting van IBR-vrije veebedrijven. Met deze controles willen we alle schakels verder sensibiliseren over hun rol voor het verwerven en behouden van de IBR-vrije status”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3913ee06-9c20-4f6f-a625-43f22cc39243/full_width_veetransport-copyrighthvandommelenveetransportenexportstal.jpg</image>
                                        <content>De virale runderziekte Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (IBR) kende vorig jaar een opflakkering in ons land. Nochtans was België op weg naar een IBR-vrij statuut. Om dat te krijgen mogen er in de twee jaar voorafgaand aan die erkenning geen vaccinaties meer aan de veestapel zijn toegediend. Oorspronkelijk was dat vaccinatieverbod voorzien voor 2025, maar de nieuwe besmettingen dwongen tot een andere aanpak. Overleg leidt tot strengere aanpakDe Belgische landbouworganisaties en federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) kwamen twee weken geleden overeen om het vaccinatieverbod te verschuiven naar 2027, en de aanvraag voor het IBR-vrije statuut naar 2030. Daarnaast werden er ook concrete maatregelen afgesproken om die doelstellingen te behalen. Eén van die maatregelen is bijkomende controle op de handel omdat de landbouworganisaties daar een belangrijke bron van besmettingen in zagen.Die controles komen er nu ook. Vanaf 9 februari zal het FAVV extra controles doen in de veehandel- en veetransportsector. Die controles, die in heel België zullen plaatsvinden, zijn voornamelijk gericht op rundveebedrijven die heel vaak dieren verhandelen. Het gaat dus niet om stallen van handelaars of verzamelcentra. Het FAVV controleert die nu al routinematig. Daarnaast vormen ook transporteurs op veemarkten en in slachthuizen een extra focus. Ook belangrijk in strijd tegen andere runderziektesEr komen onder meer controles op de historiek van verplaatsingen van runderen tijdens de voorbije maand en op de naleving van de termijn om de aankoopprocedure te doorlopen. Het FAVV meldt ook controles op de afzondering van runderen na aankoop en op de aanwezigheid van vaccins op het bedrijf. Ook naar bio-veiligheid komen er controles. Denk aan reinigings- en ontsmettingsinstallaties en het bijhouden van een reinigings- en ontsmettingsregister. Speciaal aandachtspunt daarbij vormen de veemarkten en slachthuizen.“Als er onregelmatigheden worden vastgesteld, dan zullen we bijkomende controles uitvoeren”, waarschuwt het FAVV. Het agentschap zegt dat een strikte naleving van de bio-veiligheidsmaatregelen, door alle schakels in de keten, niet alleen goed is om de IBR-besmettingen een halt toe te roepen. “Ook voor andere opkomende ziektes als besmettelijke nodulaire dermatose (LSD) en epizoötische hemorragische ziekte (EHD) die dichter bij de Belgische grens komen, is dit belangrijk”, klinkt het nog.</content>
            
            <updated>2026-01-30T13:34:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Praktijkpunt Herent leidt nieuwe generatie witlooftelers op]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/praktijkpunt-herent-traint-nieuwe-generatie-witlooftelers" />
            <id>https://vilt.be/58570</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>20 mensen hebben zich ingeschreven voor de cursus ‘Grondwitloof telen voor professionals’. Grondwitloof is een typisch streekproduct uit Vlaams-Brabant, maar het aantal actieve telers gaat jaar na jaar achteruit. Met deze nieuwe cursus wil de provincie de stiel nieuw leven inblazen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="witloof" />
                        <category term="tuinbouw" />
                        <category term="onderwijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/73d3bce9-5d36-4fe2-b507-df56b67fe814/full_width_brusselsgrondwitloof-lander-loeckx.jpg</image>
                                        <content>Kinderen hebben er vaak een hekel aan, maar een bittere snipper witloof gaat er bij volwassenen nog steeds in. Witloof met kaas en hesp in de oven werd onlangs nog verkozen tot lievelingskost van de Vlaming in het Radio 1-programma &#039;De wereld van Sofie&#039;. Toch dreigt de kunst van het grondwitloof telen verloren te gaan. Via een uitgebreide cursus leren twintig enthousiastelingen de kneepjes van het vak. “We hadden voor de uitzending al wat inschrijvingen, maar misschien heeft ‘De Wereld Van Sofie’ ook wat deelnemers over de streep getrokken”, klinkt het bij de initiatiefnemers. Interessante aanvullingDe cursus start op 12 februari en bestaat uit een reeks online modules die de deelnemers op eigen tempo kunnen volgen, aangevuld met drie praktijkmomenten op actieve witloofboerderijen. Zo krijgen de deelnemers een mix van theorie en praktische vaardigheden, en leren ze meteen ook ervaren telers kennenVolgens het Praktijkpunt Herent zijn de meeste deelnemers al actief in de landbouw. Grondwitloof is een aantrekkelijke aanvulling voor de thuisverkoop. Het is een teelt die je kan doen zonder al te grote investeringen. Je kan bijvoorbeeld wortels aankopen zodat je enkel nog de forcerie moet voorzien. Hoe wordt witloof gemaakt?Het verbouwingsproces van witloof is vrij complex, maar kortweg gaat het als volgt: de kweek en de oogst van witloofwortels vinden plaats in de zomer. Witloofwortels groeien vanaf mei en worden in september, oktober of november allemaal samen gerooid. Dan gaan ze allemaal samen in de bewaring, Na tien tot 14 dagen bewaring worden ze systematisch uit de bewaring gehaald voor de &#039;intafeling&#039; van de wortels in een sleuf van 25 centimeter diep.Van oktober tot maart wordt het grondwitloof ‘geforceerd’, wat betekent dat er uit de wortels nieuwe blaadjes worden gekweekt in het duister. Het gebrek aan licht is meteen ook de reden waarom witloof kenmerkende witte blaadjes heeft: zonder licht heb je geen chlorofyl en dus ook geen groene bladkleur.De meeste witloof die we in de supermarkt aantreffen, is geforceerd in water. Grondwitloof is gebonden aan de seizoenen, en zal je dus eerder vinden in de periode van oktober tot maart. De prijs is ook iets hoger dan bij witloof geforceerd in water. Dat grondwitloof minder investeringen vraagt, is één reden waarom telers het kunnen verkiezen. Maar volgens de initiatiefnemers is grondwitloof ook romantischer voor de consument, omdat het op kleinere schaal gebeurt en veel manuele arbeid vereist. De technische aard van de teelt toont ook het belang van een cursus. Courgetten of sla zijn voor de meeste tuiniers bekend terrein, maar grondwitloof vraagt een zeer specifieke aanpak. “Weinig mensen weten hoe je er nog maar aan moet beginnen”, klinkt het. “Het vraagt wat meer opzoekwerk dan andere teelten.”Een ambacht om te koesteren&quot;Het ambacht van grondwitloof telen is een traditie die we moeten koesteren&quot;, zegt Rudy Pasgang in een persbericht. Hij is bestuurslid van vzw Brussels Grondwitloof en al meer dan 40 jaar actief als teler. &quot;Het doet deugd te zien dat er opnieuw belangstelling is van mensen die het vak willen leren.&quot;&quot;Grondwitloof is meer dan een gewas. Het is een belangrijk streekproduct dat Vlaams-Brabant internationaal op de kaart zet&quot;, zegt Tom Dehaene (cd&amp;amp;v), Vlaams-Brabants gedeputeerde voor Landbouw, in een persbericht. &quot;We willen er onze schouders onder zetten om de teelt levendig te houden en jonge telers kansen te geven om erin te stappen.&quot;</content>
            
            <updated>2026-02-01T21:57:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe Nederlandse regering trekt 20 miljard euro uit voor stikstofaanpak op basis van doelsturing]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-nederlandse-regering-trekt-20-miljard-euro-uit-voor-stikstofaanpak-op-basis-van-doelsturing" />
            <id>https://vilt.be/58571</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Nederland gaan CDA, D66 en VVD een minderheidsregering vormen. De ministerposten zijn nog niet verdeeld, maar een coalitieakkoord is er wel al. Daarin staat dat er een budget van 20 miljard euro wordt vrijgemaakt om de stikstofcrisis aan te pakken. Ook worden de productschappen opnieuw in het leven geroepen en er komt een convenant gewasbescherming om de willekeur in het beleid in gemeenten en provincies tegen te gaan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                        <category term="Nederland" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3402ef54-4a6e-4884-8312-be4a9ca722b0/full_width_binnenhof-den-haag-regering-nederland.jpg</image>
                                        <content>Samenwerking en overleg in ere herstellenDe keuze voor een minderheidsregering is opvallend. Dat betekent dat de regering op zoek moet gaan naar bredere steun in de Eerste en Tweede Kamer om maatregelen goedgekeurd te krijgen. “In Nederland kennen we geen traditie van minderheidskabinetten, wat dat betreft bevinden we ons op onontgonnen terrein. Het zal een cultuuromslag vragen”, zo schreven de partijen in het akkoord. Ze benadrukken dat ze samenwerking en overleg tussen regering en maatschappelijke organisaties en medeoverheden in ere willen herstellen.Om de stikstofcrisis aan te pakken, willen CDA, D66 en VVD een fonds van 20 miljard euro inzetten. Zo willen ze het stikstofprobleem aanpakken dat Nederland al langer in de greep houdt. Dat fonds wordt ondergebracht bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De stikstofaanpak van het nieuwe kabinet is gebaseerd op een akkoord dat de Nederlandse landbouworganisaties LTO en NAJK, de provincies en gemeenten voor de zomer sloten. Weg met kritische depositiewaardeEén van de belangrijke pijlers van de nieuwe stikstofaanpak is het schrappen van de kritische depositiewaarde uit de wet en te vervangen door doelsturing. Het doel waarnaar de landbouwsector moet evolueren: een reductie van de stikstofuitstoot met 42 tot 46 procent tegenover 2019. Vanaf 2035 zal de sector op het behalen van dit doel afgerekend worden. Slaagt landbouw daar niet in, dan worden vergunningen ingetrokken.Tegen 2030 moeten veehouders al een eerste deel van hun uitstoot verminderd hebben. Ook hier geldt dat er gevolgen zullen zijn als dat niet gebeurt. Welke gevolgen dat precies zijn, moet nog worden ingevuld in overleg met de landbouworganisaties. Aanvullend komen er nog voor de zomer afspraken, opnieuw in overleg met de betrokkenen, over generieke reductiemaatregelen. Dat overleg met de sector en de provincies, om het beleid verder uit te tekenen, wordt verschillende keren herhaald in het coalitieakkoord.Daarnaast neemt de nieuwe regering zich ook voor om de doelen van de Natura 2000-gebieden tegen het licht te houden. “Rondom deze gebieden komt een zonering die bedoeld is om de doelen voor het betreffende natuurgebied te halen”, zo staat in het regeerakkoord.Landbouwers die hun bedrijf moeten aanpassen of die hun bedrijf niet op dezelfde plaats kunnen voortzetten, krijgen een compensatie voor extensivering, verplaatsing of in het uiterste geval voor uitkoop, waardedaling van de grond en andere schade. Op plekken waar het wel kan, wil de nieuwe regering landbouw juist ruimte geven. Het coalitieakkoord voorziet ook in de oprichting van een integrale, nationale grondbank, naast de regionale grondbanken. En dit om bedrijfsverplaatsing mogelijk te maken.Speciale aandacht gaat er ook naar jonge land- en tuinbouwers. Het kabinet zet fors in op jonge mensen, met extra financiële regelingen en behoud van de bestaande regelingen. Meer uitvoeringskracht met productschappenWaar het kabinet-Rutte I ze ruim tien jaar geleden nog afschafte, worden de productschappen door de nieuwe regering terug opgericht. Dat zou vooral een vraag geweest zijn van het christendemocratische CDA. In die productschappen participeert de overheid samen met het bedrijfsleven, het onderwijs en onderzoeksinstellingen. Zij moeten de uitvoeringskracht van het kabinet vergroten.Daarnaast spreekt het regeerakkoord ook over de oprichting van een convenant gewasbescherming. Hiermee wil het de willekeur in het beleid in gemeenten en provincies aan banden leggen. In het convenant moet er meer ruimte komen voor geïntegreerde gewasbescherming. Op Europees niveau wil de nieuwe regering ermee voor zorgen dat veredelingstechnieken als CRISPR-Cas en cisgenese worden toegestaan.</content>
            
            <updated>2026-02-01T21:59:43+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fairtrade Belgium lanceert opnieuw ‘Fairbruary’: een maand eerlijke producten kopen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fairtrade-belgium-lanceert-opnieuw-fairbruary-een-hele-maand-eerlijke-producten-kopen" />
            <id>https://vilt.be/58572</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met 'Fairbruary' roept Fairtrade Belgium op om gedurende de hele maand februari te kiezen voor fairtradeproducten. Dat is niet alleen in het voordeel van de boeren, zegt Fairtrade Belgium, maar ook van de consument. “Hoe eerlijker je aankoop, hoe heerlijker het product”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="consument" />
                        <category term="supermarkt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/385d7dbe-2dc1-4519-8277-1cade759fe28/full_width_fairbruary-fairtrade-affiche.jpg</image>
                                        <content>Vorig jaar lanceerde Fairtrade Belgium de Fairbruarycampagne, een woordspeling op fair en de Engelse benaming voor februari. Dit jaar herhalen ze het initiatief, met opnieuw de ambitie om van de kortste maand van het jaar ook de eerlijkste te maken.“Door 28 dagen lang de lekkerste producten uit eerlijke handel in je winkelkar te leggen, kan je als consument makkelijk meedoen”, klinkt het. “Denk daarbij aan chocolade, suiker, koffie, bananen en nog zoveel meer, herkenbaar aan het Fairtrade label.”Fairtrade is niet per se lokaalDe producten waarop het Fairtrade label gedrukt staat, komen uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Maar de organisatie moedigt ook de aankoop aan van eerlijk verhandelde producten van bij ons. “Uiteraard willen we met de campagne eerst en vooral onze Fairtrade gecertificeerde producten in de kijker zetten, voor boeren in het Zuiden die kampen met extreme vormen van armoede. Zij staan centraal in de campagne”, verduidelijkt Fairtrade Belgium. “Maar voor ons is het ook duidelijk: deze actie verdient een breed draagvlak. Daarvoor is het belangrijk dat er aandacht gaat naar alle vormen van eerlijke handel, ook bij ons.”De organisatie benadrukt dat lokaal geproduceerde landbouwproducten niet per definitie gelijkstaan aan eerlijke handel. “Er moet aan sociale, ecologische en economische criteria voldaan worden om daarvan te kunnen spreken. Het biolabel valt hier bijvoorbeeld onder.”Betere handelsvoorwaarden voor de boerMet de actie wil Fairtrade Belgium benadrukken dat producenten en consumenten dichter bij elkaar staan dan soms gedacht. “De aankoop van een eerlijk product biedt aan een boer betere handelsvoorwaarden, waardoor die meer kan investeren in de kwaliteit van het product. En daar profiteren we als consument van”, aldus Fairtrade Belgium.&quot;Als consument heb je altijd een klein stukje macht in handen,&quot; verduidelijkt CEO Philippe Weiler. &quot;Als we dat principe erkennen en extra aandacht geven aan onze volgende aankoop, dan geven we boeren, hun werknemers en onszelf een belangrijk duwtje in de rug. Uiteindelijk trekken we allemaal aan hetzelfde zeel: boeren verdienen een eerlijker inkomen.”</content>
            
            <updated>2026-02-02T16:09:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriep aangetoond bij vossen in Friesland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriep-aangetoond-bij-vossen-in-friesland" />
            <id>https://vilt.be/58573</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Friesland zijn vossen positief getest op hoogpathogene vogelgriep (HPAI H5N1). Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) en het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC), uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Landbouw. Bij twee van de 50 onderzochte vossen werd een actieve besmetting vastgesteld. Ongeveer de helft van de dieren bleek eerder met het virus in aanraking te zijn geweest. Het onderzoek draagt bij aan de ontwikkeling van een effectief surveillanceprogramma voor vogelgriep bij zoogdieren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/52521ca4-b25b-4477-8ad7-836fa5022f9b/full_width_vos-wikimediacommons-mielon.jpg</image>
                                        <content>Vogelgriep treft voornamelijk (water)vogels, maar ook zoogdieren kunnen besmet raken. In Europa wordt het virus bij zoogdieren het vaakst aangetroffen bij carnivoren en aaseters zoals vossen. In de natuur kunnen deze dieren met het virus in aanraking komen, bijvoorbeeld door het eten van karkassen van besmette vogels.De vossen werden in het kader van beheer- en schadebestrijding geschoten in de provincie Friesland, in de periode van maart 2024 tot en met augustus 2025. De kadavers werden bemonsterd door het DWHC en geanalyseerd door WBVR. De verschillende monsters zijn zowel virologisch als serologisch onderzocht.Actieve vogelgriepbesmettingTwee van de 50 onderzochte vossen testten positief op het vogelgriepvirus. Van één van deze monsters kon een verdere genetische analyse worden uitgevoerd. Hieruit bleek dat het ging om een specifieke variant van het virus die in dezelfde periode ook circuleerde onder wilde fauna in de regio.Bij de genetische analyse werden bovendien potentieel zoönotische mutaties aangetroffen. Deze mutaties worden beschouwd als belangrijke indicatoren voor de aanpassing van vogelgriepvirussen aan zoogdieren. De actieve infectie werd vastgesteld in neus- en keeluitstrijkjes, maar niet in het hersenweefsel. Dit suggereert dat een infectie niet altijd gepaard gaat met beschadiging van het zenuwstelsel. Dit wijkt af van de huidige monitoring bij zoogdieren, die vooral is gericht op neurologische afwijkingen.De helft van de vossen kwam ooit in contact met het virusNaast actieve virusinfecties is ook gekeken naar de aanwezigheid van antilichamen in het bloed. Bij 47 vossen kon dit worden onderzocht; 22 daarvan testten positief. Dit betekent dat ongeveer de helft van de onderzochte vossen ooit in hun leven met vogelgriep in aanraking is geweest.Zowel de vossen met een actieve infectie als de vossen met antilichamen zijn aangetroffen in perioden waarin het virus ook circuleerde onder wilde vogels in de regio.Vos als indicatorsoortHet onderzoek onderstreept het belang van continue surveillance van vogelgriep bij wilde zoogdieren, met name in waterrijke gebieden en in perioden met verhoogde viruscirculatie onder vogels.Volgens de onderzoekers is de vos een geschikte indicatorsoort voor de monitoring van vogelgriep bij zoogdieren. Het testen van geschoten vossen uit beheer- en schadebestrijding kan waardevolle informatie opleveren voor de surveillance van vogelgriep bij zoogdieren. Virologisch onderzoek wordt daarbij gezien als het meest geschikt voor vroegtijdige signalering (‘early warning’), terwijl serologisch onderzoek inzicht geeft in trends van besmettingen onder vossen.</content>
            
            <updated>2026-02-02T16:09:00+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Chinese zuiveltarieven milder dan verwacht, maar wel impactvol]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/chinese-zuiveltarieven-milder-dan-verwacht-maar-wel-impactvol" />
            <id>https://vilt.be/58575</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>China installeert nieuwe invoerheffingen tegen Europees zuivel, maar die vallen lager uit dan verwacht. In december heeft China voorlopige importheffingen opgelegd tot 42,7 procent op room en kaas. De definitieve tarieven liggen veel lager, tussen 7,4 procent en 11,7 procent. Hoewel onze rechtstreekse export naar China van de betrokken producten relatief beperkt is, verwacht zuivelfederatie BCZ toch voelbare gevolgen. “Dit treft de hele Europese markt”, zegt woordvoerder Lien Callewaert.</p><hr>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                        <category term="melk" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d50a6d05-faa8-451b-a690-140d2cb0a68c/full_width_zuivel-vlam.jpg</image>
                                        <content>De Chinese zuiveltarieven worden toegepast op bedrijfsniveau. Volgens Boerenbusiness krijgt FrieslandCampina van alle Europese zuivelbedrijven op de lijst het hoogste tarief opgelegd. Aan VILT reageert FrieslandCampina dat het zich inzet voor een constructieve dialoog met het Chinese Ministerie van Handel.Chinese registratieprocedureBij de aanvang van een antisubsidie-onderzoek, vroeg China alle belanghebbende bedrijven om zich te registreren als belanghebbende partij. Zij die daarop ingingen, worden door de band genomen nu beloond met lagere tarieven. “De onderzochte bedrijven en de nationale en Europese autoriteiten hebben de afgelopen maanden volledig meegewerkt en alle gevraagde informatie tijdig verstrekt”, zegt Lien Callewaert van BCZ. “Uit de analyse van onze Europese federatie blijkt dat de instrumenten van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) geen invloed hebben op de Chinese markten voor kaas en room. Alle door de Chinese autoriteiten genoemde maatregelen zijn gemeld aan en goedgekeurd door de handelsorganisatie WTO.“Ook wijzelf hebben een registratieprocedure moeten doorlopen, maar eenvoudig was dat niet&quot;, zegt Callewaert. &quot;Deze procedures lopen in het Chinees en hebben strikte deadlines. Je hebt zelfs een Chinees gsm-nummer nodig om de registratie te voltooien, en best van al beschik je ook over Chinese contactpersonen. Hoewel veel van onze leden de procedure hebben kunnen doorlopen, was dat niet voor iedereen evident.”Hoe hard zijn wij getroffen?Vanaf dinsdag zullen de tijdelijke Chinese invoerheffingen gelden voor diverse zuivelproducten, waaronder verschillende soorten kaas, melk en room. Ons land kent een zuilvelexportwaarde van 85 miljoen euro richting China. “Zo’n 40 miljoen daarvan is melk en niet-ingedikte room”, zegt Callewaert. “Slechts 338.000 euro betreft kaas. Hoewel dat relatief gezien beperkt is, wil dat natuurlijk niet zeggen dat onze bedrijven hier geen last van ondervinden. Zeker niet bedrijven die zich specifiek hierop richten.”“Bovendien is er een impact op de algehele Europese markt, die aan markttoegang verliest. Wat indirect een impact kan hebben op onze bedrijven”, merkt Callewaert nog op. Chinese vergelding&amp;nbsp;Melk is niet het enige voorwerp van dispuut binnen het Chinees-Europese handelsconflict. Toen Europa invoerheffingen instelde op Chinese elektrische wagens, startte kort nadien ook een antidumping-onderzoek naar varkensvlees. Ook voor het zuiveldossier wijzen alle signalen erop dat het om een politiek dossier gaat (en niet zozeer een technisch dossier).Het zuivel- en varkensonderzoek kennen allebei een gelijkaardige premisse: China vindt dat de GLB-steunmaatregelen Europese landbouwproducten kunstmatig goedkoop maken, wat de Chinese markt zou schaden.Europese impact“Het is een positief signaal dat de tarieven lager zijn uitgevallen, maar ze zullen nog steeds een impact hebben op de export van zuivelproducten vanuit Europa”, zegt Callewaert. “Zelfs al lijkt de rechtstreekse impact voor België niet zo groot. Als we een gezonde economie willen, is het belangrijk dat Europa zijn internationale afzetkanalen blijft behouden. Als BCZ betreuren we ten stelligste dat de zuivelsector in dergelijk handelsdispuut betrokken wordt. Net nu het gezien de geopolitieke situatie des te belangrijker is de Europese zuivelbedrijven competitief te houden op de internationale markt.”</content>
            
            <updated>2026-02-03T11:00:13+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese Commissie wil tariefvrije importsuiker bannen om suikersector te ontlasten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-commissie-wil-tariefvrije-importsuiker-bannen-om-suikersector-te-ontlasten" />
            <id>https://vilt.be/58576</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Europees Commissaris voor Landbouw Christophe Hansen (EVP) wil het mechanisme van het inward-processing-regime (IPR) opschorten om de druk op de suikersector te verlichten. Met dit mechanisme mag niet-Europese suiker tariefvrij de EU binnenkomen om na verwerking opnieuw geëxporteerd te worden. In de praktijk zou er van dat systeem misbruik worden gemaakt, waardoor goedkope importsuiker een oneerlijke concurrent vormt voor Europese suiker. Belangenvertegenwoordigers pleiten al langer voor een herziening van het systeem.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/75bd6781-5e19-4b90-9205-078b7ea334a0/full_width_suikerbieten.jpg</image>
                                        <content>“Ik zal een tijdelijke opschorting van het inward-processing-regime (IPR) voor suiker voorstellen om de druk op suikerproducenten te verlichten”, liet de Luxemburger Christophe Hansen weten op X, het vroegere Twitter. Dat deed hij in de marge van de Raad van Europese landbouwministers. Na het voorstel van Hansen moeten het Europees Parlement en de lidstaten dit nog bespreken en eventueel aanpassen. Hoewel een opschorting daarmee nog geen feit is, vormt dit wel een stap in de goede richting voor de Europese suikerindustrie, die al langer kritiek uit. De IPR-regeling is een Europese douaneregeling die bedrijven toelaat grondstoffen van buiten de EU in te voeren, te verwerken en daarna opnieuw uit te voeren buiten de EU.Het systeem werd ooit in het leven geroepen om in jaren met weinig suiker ervoor te zorgen dat verwerkers over voldoende suiker beschikken. “Maar in jaren zoals nu, wanneer er voldoende suiker in Europa aanwezig is, is dit IPR-systeem totaal zinloos”, aldus Erwin Boonen van Tiense Suikerraffinaderij. Daarnaast zou het systeem niet transparant zijn. “In de praktijk verlaat de suiker de EU niet, met nog meer druk op de Europese markt tot gevolg”, aldus Boonen.Statistieken laten zien dat de tariefvrije import onder IPR de voorbije jaren sterk is gestegen, van zo’n 400.000 ton in 2020-2021 naar meer dan 730.000 ton in 2024-2025. Daarmee vormt deze import inmiddels het overgrote deel van de EU-suikerimport.Hendrik Vandamme, voorzitter van de Confederatie van de Belgische Bietenplanters (CBB), constateert op basis hiervan dat het systeem zijn doel voorbijschiet. “Het systeem is bedoeld om verwerkers in tijden van een laag Europees suikeraanbod van grondstoffen te voorzien, zodat zij hun klanten buiten de EU kunnen bevoorraden.”In de huidige situatie verdringt IPR-suiker de Europese suiker van de markt. “Noorwegen is bijvoorbeeld een niet-EU-land waar IPR-suiker terechtkomt, terwijl dat ook een markt is voor EU-suiker.” Op deze manier moet Europese suiker concurreren met suiker die vaak onder minder strenge normen wordt geproduceerd.CBB, de Belgische Vereniging van Suikerfabrikanten (SUBEL) en Europese dochter- en koepelorganisaties zoals CIBE (International Confederation of European Beet Growers) pleiten daarom al langer voor een herziening van het systeem. Dat was ooit als beschermingsmechanisme voor verwerkers bedoeld, maar zou nu oneerlijke concurrentie in de hand werken.Het protest tegen het gunstregime flakkerde enkele weken geleden opnieuw op, toen ook het Mercosur-handelsverdrag ter ondertekening op tafel lag. De verhoogde import uit Oekraïne en meer goedkope suiker uit de Mercosurlanden, in combinatie met IPR, betekenden een ernstige bedreiging voor het voortbestaan van de suikerindustrie.Nadat Mercosur op de lange baan werd geschoven, ligt een opschorting van IPR nu mogelijk ook in het verschiet. Dit tot opluchting van CBB en andere belangenorganisaties. “Het is belangrijk dat Europese suikerverwerkers zich in eerste instantie richten op suiker die op Europese bodem geproduceerd wordt. De teelt van suikerbieten is van groot belang voor onze landbouwers, zowel voor de gewasrotatie als voor inkomensdiversificatie. Maar de prijs en het areaal staan al geruime tijd onder druk”, klinkt het bij Boerenbond.Ook CBB hoopt bij monde van Vandamme dat een bijsturing van het systeem leidt tot een verbetering van de suikermarkt, die momenteel door een crisis gaat. Als gevolg van de slechte marktsituatie contracteerden veel Europese suikerverwerkers, waaronder Tiense Suikerraffinaderij, voor het aankomende seizoen aanzienlijk minder suikerbieten, om zo het overaanbod te verminderen.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-02-02T16:46:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Milieuschade beperkt na gescheurde mestzak van 300.000 liter]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/milieuschade-beperkt-na-gescheurde-mestzak-van-300000-liter" />
            <id>https://vilt.be/58577</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Afgelopen weekend deed zich in de Westhoek een incident voor waarbij een mestzak met ongeveer 300.000 liter mest is gaan scheuren en de mest wegliep. De milieu-impact dreigde aanzienlijk te zijn. Maar dankzij het snelle optreden van de landbouwer en de hulp van verschillende betrokkenen werd de mest tijdig ingedamd en bleef de schade beperkt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8b1da2fd-0ea5-4749-875d-df4d1bcc4cfe/full_width_tijdelijke-mestopslag.jpg</image>
                                        <content>In Nieuwkerke liep zondagnamiddag ongeveer 300.000 liter mest weg nadat een mestzak op een landbouwbedrijf was gescheurd. De mest stroomde richting naburige waterlopen, waar volgens de politiewoordvoerder “aanzienlijke schade is”.Volgens de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) bleef de impact echter beperkt. “Metingen die zondag en maandag ter plaatse werden uitgevoerd, toonden geruststellende zuurstofwaarden in het water aan”, aldus de woordvoerder van VMM. “Dankzij het snelle ingrijpen van buren, brandweer en loonwerkers kon de mest tijdig worden ingedamd en weggepompt.”Hoe scheurt een mestzak?Volgens de politiewoordvoerder gaat het alvast niet om een opzettelijke lozing. Samen met de collega’s van de VMM zijn zondag onmiddellijk ook inspecteurs van de Mestbank ter plaatse geweest om vaststellingen te doen. “De mestzak was gevuld met rundermengmest, een mestsoort die net als digestaat onder invloed van temperatuur nog kan gisten. Als dit begint te gisten, ontstaat er gas in de mestzak en onder deze druk kan de mestzak scheuren”, geeft de woordvoerder van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) mee. “Jaarlijks stellen we zo ongeveer vijf incidenten vast.”Controles op mestzakkenVLM geeft aan dat bij een omgevingscontrole op een bedrijf steevast alle mestsopslagen worden nagekeken. Bij mestzakken controleren de inspecteurs eerst en vooral nauwkeurig de sluiting. Volgens de wetgeving moet de opslag voor mengmest twee keer gesloten zijn. Zo moet er ook een slot zijn dat voorkomt dat iedereen de afsluiter kan openen. “We stellen toch ieder jaar vast dat een mestzak, niet voorzien van een slot, door iemand opengezet wordt en de inhoud wegvloeit”, aldus VLM. We raden aan om mestzakken maar voor 80 procent te vullen als er mestsoorten inzitten die nog kunnen gisten Sinds het gewijzigde Mestdecreet geldt ook een afstandsregel van tien meter ten opzichte van waterlopen, die ook wordt nagekeken bij controles. Daarnaast wordt ook geïnspecteerd of de mestzak niet te vol is en er geen mest uit de ontluchtingspijpen vloeit. “We raden landbouwers steeds aan om hun mestzakken maar voor 80 procent te vullen als er mestsoorten inzitten die nog kunnen gisten, zoals rundermengmest en digestaat. Zo is er nog 20 procent marge bij eventuele gas- en schuimvorming”, klinkt het.&amp;nbsp;“Tenslotte bekijken we ook de staat van de mestzak. Mestzakken met gebreken, scheuren of slecht herstelde mestzakken leiden tot calamiteiten. In die gevallen vragen we om de mestzak buiten gebruik te stellen en een andere mestzak te gebruiken die voldoet aan alle voorwaarden”, beschrijft VLM de controles.</content>
            
            <updated>2026-02-03T17:05:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Antwerpse veehouders in onzekerheid over toepassing tijdelijke 5%-maatregel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/antwerpse-veehouders-nog-niet-zeker-of-ze-tijdelijke-maatregel-mogen-toepassen-om-aan-5-regel-te-voldoen" />
            <id>https://vilt.be/58578</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor rundveehouders in de provincie Antwerpen is het nog even geduld oefenen. Mogen ze al dan niet hun dierplaatsen tijdelijk buitengebruik stellen om aan de vijfprocentmaatregel te voldoen? Een besluit van Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) voorziet deze mogelijkheid. Maar Antwerpen is de enige provincie die het ministerieel besluit nog niet heeft toegepast. “De provincie erkent enkel de definitieve afbouw van de veestapel”, aldus het Algemeen Boerensyndicaat (ABS), dat het probleem aankaart. “Hiermee dreigt een onomkeerbare en bovendien ook maatschappelijke ongewenste afbouw van familiale landbouwbedrijven in de regio.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c0d80083-8ce3-4b90-8264-bd8e57ff1df1/full_width_vleesvee-koe-weide-1250.jpg</image>
                                        <content>Elk rundveebedrijf moest tegen eind vorig jaar een ammoniakemissiereducerende ingreep toepassen met een rendement van vijf procent. Dit kan een AER-techniek zijn of een AER-maatregel zoals beweiding of het schrappen van dierenplaatsen. Dit om in orde te zijn met de tussentijdse vijfprocentmaatregel voor rundveehouders, een verplichting afgesproken in het stikstofdecreet. Deze maatregel moet al doorgevoerd zijn. Maar landbouwers hebben wel nog tijd om deze administratief door te geven tot de deadline van de Mestbankaangifte, die momenteel 31 maart is. Sommige regels rond de vijfprocentreductie werden pas laat opgeklaard. Veel leveranciers van AER-technieken hadden eind vorig jaar moeite om de bestellingen te volgen. Minister Brouns maakte in november uiteindelijk duidelijk dat de veehouders de mogelijkheid kregen om hun veestapel te verminderen door dierplaatsen tijdelijk buitengebruik te stellen. In afwachting van bijvoorbeeld een nieuwe AER-maatregel op het bedrijf. Op deze manier komt er geen definitieve schrapping en kunnen de lege dierplaatsen opnieuw worden ingevuld, eens de AER-maatregel doorgevoerd is.Maar de provincie Antwerpen gaat momenteel nog niet mee in die beslissing. Dat kaart landbouworganisatie ABS aan. “Terwijl minister Brouns ruimte biedt voor tijdelijke oplossingen om aan de stikstofdoelen te voldoen, houdt de provincie vast aan een strikte interpretatie van het decreet die enkel definitieve afbouw erkent”, klinkt het.“Volgens de provincie heeft een dergelijke maatregel geen structureel effect op de emissies”, zegt ABS. “Maar die argumentatie wijzen we van de hand. De maatregelen in het ministerieel besluit gaan immers niet in tegen de doelstellingen van het stikstofdecreet en tasten de beoogde reductie op geen enkele wijze aan.” Volgens ABS is het juist een praktische en realistische invulling van de regels en worden familiale bedrijven het kind van de rekening. “Door dit te blokkeren worden boeren nu al gedwongen tot definitieve keuzes of zware financiële verplichtingen die het voortbestaan van deze bedrijven hypothekeert. Tijdelijke maatregelen bieden boeren de kans om tegen 2030, wanneer meer bekend is over robuuste en toepasbare technieken, een weloverwogen besluit te nemen over hun toekomst.” Stapels aanvragen in onzekerheidVolgens ABS liggen momenteel stapels aanvragen te wachten van veehouders die rekenen op deze tijdelijke buitengebruikstelling van de dierplaatsen. Ondertussen nadert ook de deadline om tegen 31 maart de melding te maken. Leven deze veehouders deze plicht niet op tijd na? Dan volgt de definitieve stopzetting van de dierplaatsen of de toepassing van een andere ammoniakemissiereducerende maatregel.“Hoewel de provincie strikt genomen het recht heeft om een eigen koers te varen, is dit ongebruikelijk en echt wel een dwaling”, aldus ABS. “We roepen de provincie Antwerpen dan ook op om de ministeriële richtlijnen alsnog te volgen en werk te maken van de stapel aanvragen die ligt te wachten. Het is tijd om de veehouders niet langer in de kou te laten staan en werk te maken van een realistisch landbouwbeleid.”In de provincie van gouverneur Cathy Berx (cd&amp;amp;v) bestaat de deputatie uit vier leden: drie van de N-VA en één van Vooruit. Volgens de woordvoerder van gedeputeerde voor Landbouw Jinnih Beels (Vooruit) staat het dossier op de politieke agenda. “Deze problematiek is ons helaas pas aangekaart geweest eind december en we zijn er onmiddellijk mee aan de slag gegaan”, klinkt het. Er zou binnenkort politiek overleg gepland zijn. Verdere reacties wenst de woordvoerder nog niet te geven om het overleg niet te hypothekeren. “We vinden het spijtig dat dit&amp;nbsp;op deze manier&amp;nbsp;in de pers komt, we hopen dat we binnenkort toch tot een constructieve oplossing kunnen komen voor iedereen.&amp;nbsp;Alle landbouwbedrijven, ook de familiale, liggen ons nauw aan het hart en verdienen een constructieve oplossing.&quot;</content>
            
            <updated>2026-02-03T09:27:28+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minister Brouns vervroegt uitrijregeling voor mest op grasland en geeft uitstel voor Mestbankaangifte]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minister-brouns-vervroegt-uitrijregeling-voor-mest-op-grasland-en-geeft-uitstel-voor-mestbankaangifte" />
            <id>https://vilt.be/58579</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Omwille van de gunstige weersomstandigheden heeft Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) beslist om de uitrijregeling voor mest op grasland te vervroegen naar 9 februari. Stalmest toedienen kon al vanaf 16 januari. Daarnaast heeft de Mestbank ook beslist om de deadline voor de Mestbankaangifte te verschuiven van 15 naar 31 maart 2026.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dc966494-eaa2-425a-876d-a188cf98e2c7/full_width_mestinjectie-vlm.jpg</image>
                                        <content>Vervroegd onder voorwaardenZowel Boerenbond, ABS als BioForum hadden er vorige week op aangedrongen om de datum voor het uitrijden van mest te vervroegen. “De bodem is momenteel voldoende daadkrachtig hiervoor. Landbouwers kunnen vandaag uitrijden zonder schade toe te brengen aan de grasmat. Er wordt ook nog heel wat droog weer voorspeld, wat veilige en emissiearme bemesting toelaat. In Wallonië mag nu al worden bemest”, pleitte de landbouworganisatie op haar website.Boerenbond benadrukte dat het zou gaan om een&amp;nbsp;tijdige, beperkt omvangrijke en agronomisch verantwoorde&amp;nbsp;toepassing, die zowel landbouwkundige als milieukundige voordelen biedt. De vraag sluit volgens de organisatie ook aan bij de geest van het het nieuwe Mestactieplan (MAP7). Daarin werd het principe afgesproken om, waar mogelijk, weg te gaan van een strikte kalenderlandbouw en sterker rekening te houden met&amp;nbsp;reële bodem- en weersomstandigheden. “Vorige week hebben we adviezen van praktijkcentra aan de betreffende diensten afgeleverd, we verwachten snel een antwoord op onze vraag”, klonk het toen nog.Dat antwoord is er nu. Het kabinet van minister Brouns laat weten dat hij samen met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) heeft beslist om het uitrijden van drijfmest op grasland toe te staan vanaf 9 februari in plaats van 16 februari. “Door de drogere winter is het mogelijk om dit jaar al vroeger te starten met het toedienen van de zogenaamde type 2-meststoffen op grasland”, klinkt het.Stalmest toedienen kon al vanaf 16 januari. Voor maïs en aardappelen zonder voorteelt blijft de startdatum wel 16 maart. Draagkracht van bodem is belangrijkVLM laat weten dat het belangrijk is om rekening te houden met de draagkracht van de bodem. “Is het perceel nog te nat, dan is het aangewezen om nog te wachten met bemesting. Het risico op schade en bodemverdichting is dan te groot”, waarschuwt VLM. “Dat zou kunnen leiden tot een slechte waterhuishouding en een verminderde grasgroei.” Ook vraagt VLM om meststoffen te spreiden over het groeiseizoen. “In de week tussen 9 februari en 16 februari is een maximale gift van 100 eenheden stikstof uit dierlijke mest toegelaten. Het gras is dan nog maar net gestart met groeien.”Minister Brouns wijst erop dat landbouwers werken met de seizoenen. “Het is belangrijk dat we in ons beleid durven afstappen van loutere kalenderlandbouw en rekening houden met de weersomstandigheden. Als de temperatuur, de bodem en het gras duidelijk aangeven dat er bemest kan worden, zie ik niet in waarom we onze landbouwers dat zouden verbieden”, stelt hij. De minister benadrukt dat deze beslissing is genomen op basis van wetenschappelijk advies. Mestbankaangifte is ingewikkelderElk jaar moeten land- en tuinbouwers ook een Mestbankaangifte invullen waarin zij de mestproductie, het gebruik, de opslag en de verwerking van mest op hun bedrijf moeten aangeven. Normaal ligt de uiterste deadline voor die aangifte op 15 maart, maar ook hier waren onder meer Boerenbond en landbouw- en milieuadviesbureaus vragende partij voor uitstel. Dat komt er met twee weken waardoor de deadline nu op 31 maart 2026 komt te liggen.Minister Brouns is er zich bewust van dat er dit jaar bij veel bedrijven extra gegevens worden opgevraagd in het kader van het stikstofdecreet. Zo moeten landbouwers voor het eerst diergegevens per stal doorgeven. Het gaat om de gemiddelde veebezetting, het aantal effectieve standplaatsen, het staltype en de eventuele toepassing van beweiding. Daarnaast moeten rundveehouders ook de ingreep die ze deden, om te voldoen aan de tussentijdse stikstofreductie-doelstelling van vijf procent, doorgeven in de Mestbankaangifte. Het gaat dan bijvoorbeeld om een vermindering van het aantal dierplaatsen, één of meerdere ammoniakemissie-reducerende maatregelen of een combinatie van beiden.Door deze nieuwigheden in de Mestbankaangifte zijn alle nieuwe functionaliteiten nog niet volledig operationeel. “Zo worden nog niet alle mogelijke maatregelen weergegeven binnen de vijfprocentmaatregel. En tot twee weken geleden kon de balans nog niet worden berekend. Dat laatste is intussen gelukkig al opgelost”, aldus Boerenbond. De landbouworganisatie was ook vragende partij voor een snelle beslissing over het uitstel. “In het verleden werd uitstel vaak vrij laat gecommuniceerd waardoor de druk niet verlaagde bij de studiebureaus.”Boerenbond reageert tevreden op zowel het uitstel van de Mestbankaangifte als de vervroegde uitrijdatum. “Bemesten gebeurt in functie van de noden van de plant en de toestand van het perceel. We vinden het positief dat de minister afstapt van kalenderlandbouw en rekening houdt met de realiteit op het terrein. Dankzij de vervroegde uitrijregeling kunnen landbouwers een veilige en emissiearme bemesting doen&quot;, luidt het.</content>
            
            <updated>2026-02-02T21:55:49+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Beroep Dryade en BBL "ongegrond": Brouns verleent BASF nieuwe vergunning voor stoomkraker]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/beroep-dryade-en-bbl-ongegrond-brouns-verleent-basf-nieuwe-vergunning-voor-stoomkraker" />
            <id>https://vilt.be/58580</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) heeft een omgevingsvergunning verleend voor de stoomkraker van chemiebedrijf BASF Antwerpen. Daarmee verwerpt Brouns het beroep dat door milieuverenigingen Bond Beter Leefmilieu (BBL) en Dryade was ingesteld tegen de vergunning die de provincie Antwerpen vorige zomer verleende.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/84654793-6c2b-4334-9af8-ae714b9f76ac/full_width_p336-3665-verbund-site-antwerp-belgium.jpg</image>
                                        <content>De vergunning van de stoomkraker loopt binnenkort af. De chemiereus BASF kreeg vorig jaar een nieuwe vergunning voor de &#039;steamcracker&#039;, een kerninstallatie binnen de&amp;nbsp;site in Antwerpen. Het gaat om één van de grootste industriële eenheden van ons land. De installatie verhit oliederivaten zoals nafta, waarbij dan chemische bouwstenen als ethyleen en propyleen ontstaan. Die worden dan gebruikt voor bijvoorbeeld kunststoffen, detergenten, isolatie en andere producten. Bij de productie komen grote hoeveelheden stikstof en CO2 vrij.Volgens de milieuverenigingen zou de stoomkraker na de nieuwe vergunning nog altijd 723 ton stikstof uitstoten. Die stikstof zou bovendien kunnen neerslaan op natuurgebieden zoals de Kalmthoutse Heide en de Brabantse Wal. Daarom gingen de verenigingen in beroep tegen de vergunning, die verleend werd door de provincie Antwerpen.Maar bevoegd Vlaams minister Jo Brouns oordeelt nu dat het beroep ongegrond is. Hij volgt daarbij het advies van zijn administratie. Volgens de minister legt de vergunningsverlening een verdere verbetering van haar milieueffecten op, binnen wat volgens de stand der techniek haalbaar is. &quot;De emissieniveaus en de impact volgen de geldende normen en de installatie bevindt zich, wat stikstofemissies betreft, tot de minst vervuilende stoomkrakers in Europa&quot;, klinkt het.De minister verleent een nieuwe omgevingsvergunning voor onbepaalde duur, maar wel met bepaalde voorwaarden rond emissiereductie.&amp;nbsp;BASF&amp;nbsp;wordt onder meer verplicht om deNOx-katalysatoren (SCR) te installeren op enkele kraakovens en op de stoomketels. Dat zijn katalysatoren die schadelijke stikstof afbreken. Daarmee zou de stikstofuitstoot met circa 30 procent kunnen verminderen.&amp;nbsp;&quot;Met deze beslissing scheppen we duidelijkheid in een belangrijk en complex dossier voor de chemische cluster in de Antwerpse haven. De vergunning geeft&amp;nbsp;BASF&amp;nbsp;Antwerpen de noodzakelijke rechtszekerheid om haar activiteiten verder te zetten, maar koppelt die expliciet aan afdwingbare voorwaarden voor de toekomst&quot;, besluit minister Brouns.</content>
            
            <updated>2026-02-03T11:07:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ruimtelijke zekerheid en keuzevrijheid cruciaal voor bodembeleid, stelt SALV in overheidsadvies]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ruimtelijke-zekerheid-en-keuzevrijheid-cruciaal-voor-bodembeleid-stelt-salv-in-overheidsadvies" />
            <id>https://vilt.be/58581</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoe moeten we in Vlaanderen werken naar gezonde landbouwbodems? Die vraag beantwoordt de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) op eigen initiatief als leidraad voor de Vlaamse regering. Vanuit zijn kennisopbouw met hoorzittingen (bij ILVO en OVAM) en een stage rond bodemgezondheid, wil SALV een bijdrage leveren aan de voorbereiding van een Vlaams bodemzorgplan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f77e014a-b515-497b-8d66-5b72db6bf48a/full_width_bodemgrondkoolstoflandbouwspoor.jpg</image>
                                        <content>“Het Europese beleidsniveau schenkt meer en meer aandacht aan de bodem, en heeft daarvoor een nieuw beleidskader voorbereid dat ook in Vlaanderen vertaald zal moeten worden”, zo motiveren Loes Lysens en Koen Carels hun advies in een brief aan Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v). Zij zijn respectievelijk voorzitter en secretaris van SALV. De specificiteit van landbouwbodems als onderdeel van de voedselvoorzieningsketen en de landbouwinkomensvorming. De coherentie met andere beleidskaders van toepassing op landbouw. En motiverende, keuzegerichte stimulansen voor bodemzorg in landbouw. Dat vormen volgens hen de kernpunten van het advies.Wat coherentie betreft, adviseert SALV om bovenal hindernissen voor een coherent beleid te detecteren. En om deze weg te nemen in plaats van extra beleidslagen te creëren. “Respecteer daarbij het principe ‘no gold plating’ bij de omzetting van de Europese bodemmonitoringrichtlijn”, is het advies.Keuzevrijheid en beleid op maat van bedrijfstype cruciaalBovendien vraagt SALV om de kracht van een motiverend en keuzegericht bodembeleid niet te onderschatten. De adviesraad denkt aan testfaciliteiten uitrusten om goede bodemzorgpraktijken vorm te geven vanuit wetenschap en landbouwpraktijk. Ook voldoende flexibiliteit geven aan landbouwers is belangrijk. En dit in functie van de bedrijfssituatie en de omstandigheden van het moment. SALV noemt nog stimulansen voor bodemzorg opzetten en voldoende informatie verstrekken. Daarbij is het nodig dat regeneratieve (of herstellende) landbouw een bekend begrip is.Daaraan verwant vraagt SALV om goede bodemzorgpraktijken te belonen, en inpasbaar te maken binnen een aantrekkelijk verdienmodel voor de landbouwer. “Zulk beleid borgt een rendabele bedrijfsvoering, biedt stimulansen tot versterking van ecosysteemdiensten en erkent mogelijke negatieve gevolgen en trade-offs”, zegt SALV. De organisatie denkt aan de vergoeding van transitiekosten en aan een ketenwerking die inspanningen meedraagt. Ook een overheid is nodig die private en publieke middelen mobiliseert om publieke (ecosysteem)diensten te vergoeden.Wie het goed doet, mag volgens SALV ook in de bloemetjes worden gezet. “Erken pioniers in de toepassing van goede bodemzorg waaronder regeneratieve praktijken en bio”, stelt de adviesraad.Langdurige toegang tot landEen niet onbelangrijk tweede element is ruimte. Zo wordt vermeden dat een landbouwer de vruchten van zijn jarenlange bodeminvesteringen niet kan plukken. “Leg de link tussen een sterk ruimtelijk landbouwbeleid en bodemzorg, aangezien een zekere en langdurige toegang tot land cruciaal is”, stelt SALV. “Bodemzorgpraktijken zijn immers trage processen.”Al deze principes zou de overheid nu samen met de betrokken stakeholders kunnen uitwerken in een bodemzorgplan. Deze stakeholders en belanghebbenden kunnen in evenwichtig samengestelde werkgroepen een cruciale rol spelen voor een gedragen vervolgtraject.Lees het volledige advies hier.</content>
            
            <updated>2026-02-03T12:00:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minister Brouns wisselt met Chinese collega kennis uit over waterbeheer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/chinese-en-vlaamse-minister-wisselen-kennis-uit-over-waterbeheer" />
            <id>https://vilt.be/58582</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) heeft tijdens een bezoek van de Chinese minister van Waterbeleid de Vlaamse ervaringen in waterbeheer toegelicht. “China en Vlaanderen zijn heel verschillend, maar de droogte- en overstromingsproblematiek zijn gelijkaardig”, klinkt het. Hij nam van de gelegenheid ook gebruik om de markttoegang van de Belgische slachthuizen en zuivelproducten onder de aandacht te brengen bij de Chinese collega’s.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="buitenland" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/06e8aec5-28ad-4dc1-a782-cd2df075043a/full_width_chinese-en-vlaamse-delegatie.jpg</image>
                                        <content>De Chinese minister van Waterbeleid Li Guoying reisde af naar België voor het EU‑China Water Platform. Daarin werken de Europese Unie en China samen rond waterweerbaarheid, kennisuitwisseling en gezamenlijke beleidsinitiatieven. In de marge van deze conferentie bezocht de Chinese minister een aantal toonaangevende Vlaamse projecten. Net zoals Vlaanderen, dat in een deltagebied ligt, kent ook China veel deltagebieden. Tijdens de kennisuitwisseling zag minister Brouns dat er best veel gelijkenissen zijn rond waterbeheer in beide regio’s. Hij lichtte voornamelijk de Vlaamse ervaringen toe in het omgaan met periodes van hevige regenval en droogte. Twee uitdagingen die door de klimaatverandering ook in China steeds prominenter worden.China kampt met een groot tekort aan water en voerde de voorbije jaren ingrijpende maatregelen door. In tien jaar tijd daalde het waterverbruik per inwoner, ten opzichte van het binnenlands product, daardoor met ongeveer 30 procent. &amp;nbsp;“China staat al ver in dat beleid”, klinkt het. Al wil dit niet zeggen dat de aanpak één op één te vertalen is. “Een aantal opties zouden in Vlaanderen niet wenselijk zijn en horen meer bij de Chinese context.”“Het viel op hoe geïnteresseerd China was in ons beleid. Dat toont hoe Vlaanderen internationaal als referentie en koploper geldt op het vlak van waterbeleid”, aldus minister Brouns. “Decennia van overstromingen en droogte hebben ons verplicht om expertise op te bouwen in het beheren van zowel wateroverschotten als -tekorten. Die opgebouwde kennis vertalen we vandaag in een toekomstgericht beleid. Een onderdeel van dat beleid is onze Blue Deal. Dat is een samenhangend plan dat Vlaanderen weerbaarder maakt tegen de gevolgen van klimaatverandering en tegelijk inzet op een betere waterkwaliteit.” Markttoegang voor Vlaamse landbouwproductenMinister Brouns gebruikte het overleg ook om twee belangrijke landbouw-handelsdossiers onder de aandacht te brengen van de Chinese autoriteiten, via een brief gericht aan de Chinese minister van Handel. Zo kaartte Brouns de erkenning aan van Belgische slachthuizen voor export naar China. België exporteert jaarlijks ongeveer 15.000 ton varkensvlees en bijproducten naar China. Het gaat onder meer om delen van het varken die in België minder worden geconsumeerd, maar in China een belangrijke afzetmarkt vinden. Om te kunnen exporteren hebben de Belgische slachthuizen een erkenning nodig van de Chinese autoriteiten. “Verschillende bedrijven wachten nog op video‑inspecties die noodzakelijk zijn om die erkenning te finaliseren. Een snelle afronding van deze audits is cruciaal voor de rechtszekerheid van onze landbouwbedrijven,” aldus Brouns.Daarnaast vroeg de minister aandacht voor de importtarieven die China momenteel toepast op Europese zuivelproducten. Die tarieven vormen een aanzienlijke drempel voor Vlaamse en Europese producenten. “Belgische zuivel geniet internationaal een sterke reputatie op het vlak van kwaliteit en voedselveiligheid,” zegt Brouns. “Een bijstelling van het tariefbeleid zou onze zuivelverwerkers nieuwe economische kansen bieden.”</content>
            
            <updated>2026-02-03T13:50:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nuance nodig in link tussen ziekte van Parkinson en landbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/parkinsononderzoek-universiteit-utrecht-focus-op-enkel-landbouw-is-onterecht" />
            <id>https://vilt.be/58583</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er zijn amper verschillen tussen stedelijke en landelijke gebieden wat betreft parkinson. Dat blijkt uit een onderzoek van het universitair medisch centrum Radboudumc uit Nijmegen en de Universiteit Utrecht. Eerder internationaal onderzoek toonde een verband aan tussen de beroepsmatige blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en het ontwikkelen van de ziekte. Dat wordt in deze studie niet ontkracht. Maar volgens de onderzoekers worden de risicofactoren nu te vaak gereduceerd tot gewasbescherming alleen, terwijl er in de realiteit een combinatie aan factoren speelt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gezondheid" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/02edb242-7990-4d51-81c0-3e1a7e060f9c/full_width_hand-g1bd4cec69-1280.jpg</image>
                                        <content>Het landkaartonderzoek naar parkinson in Nederland toont heel andere resultaten dan soortgelijk onderzoek in het buitenland. Bij het eerste landkaartonderzoek, uitgevoerd in het Canadese Québec, was de ziekte duidelijker aanwezig in landbouwregio’s. Bij dit kaartenonderzoek in Nederland, is er amper verschil tussen dorpelingen en stedelingen.Een mogelijke verklaring? Dorpelingen komen meer in contact met bestrijdingsmiddelen, maar ze ondervinden minder luchtvervuiling. Bij stedelingen is het vice versa. De onderzoekers vermoeden dat hierdoor het risico op parkinson voor dorpelingen en stedelingen vrij gelijkloopt.Nog een verklaring voor het contrast met eerdere onderzoeken: de eerste landkaartonderzoeken werden uitgevoerd in de jaren tachtig. Toen werden andere en mogelijk meer schadelijke middelen gebruikt. Giftige stoffen die waarschijnlijk een relatie hebben met parkinson, zoals paraquat, worden vandaag nog steeds gebruikt in onder andere de VS, maar in de EU is dit verboden sinds eind 2007.Hoe groot is het risico van gewasbescherming en luchtvervuiling?De meeste nieuwe patiënten ziet men in de noordelijke provincies Groningen en Friesland. In het zuiden van Nederland komt de ziekte minder voor. De geografische verspreiding komt niet duidelijk overeen met gekende risicofactoren zoals luchtvervuiling of bepaalde vormen van landbouw. Zo is de luchtkwaliteit in het noorden van Nederland relatief goed, terwijl net die regio zwaar getroffen is.Betekent dit onderzoek dat het risico van gewasbescherming of slechte lucht best meevalt? “Neen”, stellen de onderzoekers. “Omgevingsfactoren blijven relevant, ook al zie je niet één dominante factor terug op de landkaart. Het risico op parkinson lijkt te worden bepaald door een samenspel tussen verschillende (omgevings)factoren.”Let wel: het is nog niet bewezen dat bestrijdingsmiddelen in de omgeving leiden tot meer parkinson. In internationaal uitgevoerde onderzoeken zijn er voorzichtige aanwijzingen dat dit het geval kan zijn, maar in Nederland is hiervoor geen duidelijk of zeker bewijs. Voorlopig is de link enkel aangetoond voor zij die in heel nauw contact staan met deze middelen omdat ze deze professioneel gebruiken. In dat kader loopt nog het Nederlandse onderzoeksprogramma OBO2, dat onderzoekt in welke mate plattelandsbewoners een verhoogd risico kennen door landbouwmiddelen. &quot;Niet uitsluitend op bestrijdingsmiddelen focussen&quot;Toch rijst de vraag of landbouwers niet wat té zeer werden geviseerd in de de discussie rond parkinson. “Aan de ene kant is de aandacht voor pesticiden heel begrijpelijk”, stelt de universiteit in een persbericht. “Pesticiden kregen in het verleden veel aandacht omdat sommige middelen (bijvoorbeeld paraquat en rotenon) in verband zijn gebracht met parkinson, vooral bij mensen die er in hun werk mee te maken hadden. Aanwijzingen voor een relatie tussen pesticiden en parkinson bestaan al sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Er is veel bewijslast uit diverse typen onderzoek. Aan de andere kant laat dit nieuwe onderzoek zien dat landbouwactiviteit niet een verklarende factor is voor regionale verschillen. De nieuwe bevindingen tonen aan dat de omgeving een rol speelt in het ontstaan van parkinson, maar benadrukt dat meerdere factoren meespelen. Daarom is het niet terecht uitsluitend te focussen op pesticiden uit de landbouw. Ook andere factoren zoals luchtverontreiniging, zware metalen en oplosmiddelen kunnen een rol spelen bij het ontstaan van parkinson.” Vele oorzaken blijven onbekendOud, welgesteld en mannelijk: dat is het profiel van de gemiddelde parkinsonpatiënt. Waarom dat zo is, is niet altijd duidelijk. Dat leeftijd een rol speelt&amp;nbsp; is logisch: hoe ouder iemand wordt, hoe groter de kans dat de ziekte zich ontwikkeld. De meeste mensen krijgen pas na hun 65e de diagnose. Maar waarom eerder mannen dan vrouwen deze ziekte ontwikkelen, is niet precies geweten. Mogelijke verklaringen zijn dat vrouwelijke hormonen de hersenen deels kunnen beschermen, of dat mannelijke hersenen een andere opbouw en werking kennen. Een andere mogelijke verklaring: mannen hebben vaker een beroep waarbij men aan schadelijke stoffen wordt blootgesteld.De reden waarom parkinson vooral mensen met een hogere opleiding of inkomen treft, is evenmin duidelijk. Mogelijke verklaringen zijn dat zulke mensen sneller terecht komen bij een specialist, waardoor parkinson eerder wordt herkend. Een andere mogelijkheid is het verschil in levensstijl: mannen met een goede sociaaleconomische positie roken minder vaak, en hoe onlogisch dit ook mag klinken: niet-rokers hebben een hoger risico op het krijgen van parkinson.Lees de volledige studie hier.</content>
            
            <updated>2026-02-03T22:19:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[PVL opent nieuwe onderzoeksstal voor zeugen: "Symbolisch voor vertrouwen in sector"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pvl-neemt-nieuwe-onderzoekstal-voor-zeugen-in-gebruik" />
            <id>https://vilt.be/58584</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL) in Bocholt heeft een nieuwe onderzoeksstal voor zeugen in gebruik genomen. “De varkenshouderij staat voor veel uitdagingen, maar wij geloven rotsvast in haar toekomst. Deze onderzoeksstal is symbolisch voor dat vertrouwen”, vertelde Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) tijdens de officiële opening. Met de bouw van de stal en de bijhorende kantoorruimte is een investering van 2,5 miljoen euro gemoeid. Ongeveer de helft daarvan komt uit het Vlaamse budget.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cb6ae0b4-b9d1-4039-81a6-0c1467cf55d4/full_width_brouns-bij-pvl-in-bocholt.jpg</image>
                                        <content>Op een steenworp afstand van &#039;een Aldi&#039; en &#039;een Carrefour&#039; bevindt zich de nieuwe varkensstal van het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL). De stal ligt midden in het centrum van Bocholt, waar ook de meer dan 100 jaar oude landbouwschool Biotechnicum gevestigd is. “Landbouw en landbouwonderwijs hebben een rijke geschiedenis in Bocholt”, vertelde burgemeester Stijn Van Baelen (VIA) tijdens de officiële opening op maandag.Deze hechte historische band verklaart waarom PVL een vergunning kreeg voor de bouw van een nieuwe onderzoeksstal voor 98 zeugen in het hart van de gemeente. “PVL hoort bij Bocholt en bij de landbouwschool. Het feit dat er tijdens het openbaar onderzoek geen enkel bezwaar werd ingediend, toont aan dat de bevolking daar net zo over denkt”, vervolgde de burgemeester.Meer dan 100 genodigden woonden de officiële opening bij, onder wie Limburgs landbouwgedeputeerde Inge Moors (cd&amp;amp;v) en Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v). Veeteelt is de belangrijkste landbouwactiviteit in Limburg, maar de veestapel neemt de laatste jaren in sneltempo af. Zo daalde het aantal varkens de voorbije tien jaar met 33 procent tot 287.000 dieren in 2024. Pionieren met vrijloopkraamhokkenBij het ontwerp van de stal liet PVL zich ook leiden door de maatschappelijke aandacht voor dierenwelzijn. Zo werden vrijloopkraamhokken voorzien. Dit huisvestingssysteem geeft de zeug meer bewegingsruimte in de periode kort na het werpen. Dat biedt niet alleen voordelen op het vlak van dierenwelzijn. “Onderzoek toont aan dat het ook de melkproductie van de zeugen verhoogt”, aldus Sander Palmans, coördinator van PVL.Een aandachtspunt van dit systeem is wel de verhoogde kans op doodliggen van de biggen door de zeug. “Door hier nu ervaring en kennis mee op te doen, kunnen we op termijn Limburgse en Vlaamse varkenshouders beter informeren over het gebruik van dit systeem”, zegt Palmans. Hij verwacht dat vrijloopkraamhokken op termijn de norm zullen worden in de varkenshouderij. Opvallend is ook het voederstation in de zeugenstal, dat het mogelijk maakt om zowel de voederopname als het gewicht van de zeugen dagelijks op te volgen. “Dit maakt een snelle interventie mogelijk wanneer de voeropname of gewichtsevolutie een onverwachte wending neemt”, aldus Palmans. PVL werkt al jaren met individuele dieropvolging en maakt daarbij gebruik van elektronische identificatie.In de kraamstal gaat het voedersysteem nog een stap verder. Daar kan de zeug zelf bepalen hoeveel voer ze opneemt door een sensor te bedienen. Dierverzorgers kunnen zowel achter de computer als in de stal nagaan of de voederopname binnen het verwachte patroon blijft. Moving Floor voor minder stikstofuitstootWanneer de biggen volgroeid zijn, verhuizen ze naar de vleesvarkensstal van PVL op een andere locatie. Ook in deze stal, die dateert uit 2011, staan veranderingen op stapel. Zo heeft het onderzoekscentrum plannen om er volgend jaar het zogenoemde Moving Floor-concept te implementeren. Dit stalsysteem werkt met een vloer die als een lopende band beweegt en mest afvoert, met als doel de emissies te beperken.Bij de ingebruikname van dit systeem zal Brouns mogelijk opnieuw naar Bocholt afzakken. De Vlaamse landbouwminister nam maandag alvast aandachtig deel aan een rondleiding door de nieuwe stal. De Vlaamse overheid stelde 1,2 miljoen euro ter beschikking voor de bouw van de nieuwe onderzoeksstal via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). “Ondanks de uitdagingen in de varkenshouderij hebben wij veel vertrouwen in de sector”, besloot Brouns.Aan de nieuwbouw van de stal en de nieuwe kantoren voor de 14 medewerkers van PVL hing een totaalprijskaartje van 2,5 miljoen euro. Ook de provincie Limburg en de gemeente Bocholt droegen financieel bij.</content>
            
            <updated>2026-02-04T08:08:00+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tractorverkoop in de buurlanden in het slop, België toont veerkracht]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tractorverkoop-in-de-buurlanden-in-het-slop-belgie-toont-veerkracht" />
            <id>https://vilt.be/58585</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Terwijl de tractormarkt in de buurlanden zwaar onder druk staat, toont België zich in 2025 opvallend veerkrachtig. Hoewel de markt ongeveer tien procent lager ligt dan het uitzonderlijk sterke jaar 2024, bevindt ze zich slechts 3,5 procent onder het vijfjarig gemiddelde.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tractor" />
                        <category term="mechanisatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/14a60e3e-d262-4e79-97d9-5bf91b10a89e/full_width_tractor-unsplash.png</image>
                                        <content>In Frankrijk daalde de markt met 15 procent en in Duitsland met 11 procent, maar België weet de schade te beperken. Hans Verstreken van Fedagrim, de sectorfederatie van de landbouwmechanisatie en stallenbouw, ziet twee mogelijke verklaringen voor de tendens. “De voorbije jaren legde de onzekerheid in de Vlaamse land- en tuinbouwsector veel investeringen stil, maar tractoren vormden een uitzondering. De orderboeken van dealers raakten vol, met lange levertijden tot gevolg. Dat piekmoment in de verkoop ligt ondertussen achter ons, maar ik hoor dat dit deels wordt opgevangen door andere sectoren die tractoren inzetten. Denk bijvoorbeeld aan wegenwerken, België telt momenteel veel grote werven zoals de Oosterweelverbinding.”Voor 2026 is Fedagrim alvast optimistisch. “Klassiek stijgen de tractor-inschrijvingen in de even jaren door de afhandeling van alle verkopen gelinkt aan onze beurs Agribex”, klinkt het.West-Vlaanderen blijft tractorprovincieWest-Vlaanderen&amp;nbsp;bleef de belangrijkste tractorprovincie van België in 2025, gevolgd door&amp;nbsp;Oost-Vlaanderen&amp;nbsp;en&amp;nbsp;Antwerpen. Deze drie provincies vertegenwoordigen samen de helft van alle tractorinschrijvingen boven de 50pk. West-Vlaanderen nam 22 procent van de inschrijvingen voor zijn rekening, Oost-Vlaanderen 16 procent en Antwerpen 12 procent.In het belangrijkste segment, tractoren boven de 50 pk, bevestigde&amp;nbsp;New Holland&amp;nbsp;opnieuw de positie als marktleider met een marktaandeel van&amp;nbsp;20 procent.&amp;nbsp;John Deere&amp;nbsp;volgt als directe uitdager met&amp;nbsp;19,5 procent.Lichte groei in zwaardere tractorenIn het segment van 50+ pk is er ook een lichte trend naar hogere vermogens te spotten. Drie jaar geleden lag het gemiddelde vermogen op 187,68 pk, in 2025 is dit 189,37 pk. Het deelsegment van tractoren boven de 250 pk groeit ook jaar na jaar: van 13,3 procent in 2021 tot 22,5 procent in 2025. Het grootste aandeel (31%) gaat naar tractoren met een vermogen tussen 180 en 250 pk.</content>
            
            <updated>2026-02-03T16:16:27+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bedreigd en onmogelijk te kweken in gevangenschap: glipt de paling weg van ons menu?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bedreigd-en-onmogelijk-te-fokken-in-gevangenschap-glipt-de-paling-weg-van-ons-menu" />
            <id>https://vilt.be/58586</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Eten we deze lente slechts ‘groen met frietjes’ in het Scheldeland? Want de paling is een bedreigde diersoort, en daar lijkt niet meteen verandering in te komen. Vishandel Clatervis in Hove <a href="https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/01/28/vishandel-hove-paling-bedreigd-verkoop-uitsterven/" target="_self"><u>haalde</u></a> vorige week de nationale pers door bij wijze van bewustmaking de vis uit de toonbank te halen. Maar hoe komt het dat dit dier bedreigd is? En kunnen we niet simpelweg meer paling kweken? Volgens Stefan Teerlinck, voorzitter van het Vlaams Aquacultuurplatform, is dat niet zo evident.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aquacultuur" />
                        <category term="vis" />
                        <category term="visserij" />
                        <category term="voeding" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f72e33f1-becb-4b4a-9cf2-05a91ff21fe0/full_width_paling-in-t-groen-belgie.jpg</image>
                                        <content>Overbevissing? Klimaatopwarming?&amp;nbsp;Volgens Teerlinck valt er niet één duidelijke schuldige aan te wijzen voor het palingtekort.&amp;nbsp;De paling is een&amp;nbsp;‘trekvis’.&amp;nbsp;Wanneer hij geslachtsrijp is,&amp;nbsp;glibbert&amp;nbsp;hij van onze&amp;nbsp;beken&amp;nbsp;naar&amp;nbsp;de&amp;nbsp;oceaan. Daar begint hij aan een tocht van duizenden kilometers naar de&amp;nbsp;Noord-Atlantische&amp;nbsp;Sargassozee&amp;nbsp;om er te paren.&amp;nbsp;De&amp;nbsp;volwassen palingen paren op grote diepte en sterven.&amp;nbsp;De larven die daaruit voortkomen,&amp;nbsp;keren via de zeestromingen terug naar de Europese kusten. Een tocht&amp;nbsp;van één tot twee jaar. Eens aangekomen bij de riviermonding, zijn de larven getransformeerd tot glasaal. De minuscule visjes groeien in onze zoete wateren uit tot volwassen palingen.&amp;nbsp;Gevangen of gekweekt?&amp;nbsp;Stefan Teerlinck&amp;nbsp;herinnert zich nog hoe&amp;nbsp;de&amp;nbsp;palingen ooit krioelden in de&amp;nbsp;Boerekreek&amp;nbsp;in Sint-Laureins.&amp;nbsp;Toen zijn grootvader jong was, werd de vette vis toen als volwassen&amp;nbsp;dier gevangen&amp;nbsp;voor een feestmaal van eigen bodem. Een historisch, maar ook een gedateerd tafereel. “Eigenlijk wordt volwassen paling in Vlaanderen zo goed als niet meer gevangen.&amp;nbsp;&#039;Onze&#039; paling&amp;nbsp;in’t&amp;nbsp;groen wordt volgens Teerlinck vooral gemaakt met vis uit Nederland en Noord-Amerika.&amp;nbsp;“Het is hetzelfde als met de mosselen: de Nederlanders kweken ze, en wij eten ze op”, zegt Teerlinck.&amp;nbsp;Is dat dan gekweekte paling? Niet helemaal.&amp;nbsp;Alle paling die we eten, is in&amp;nbsp;de&amp;nbsp;Sargassozee&amp;nbsp;geboren. Een palingkweker werkt uitsluitend met gevangen glasaal, wat hij opkweekt naar ‘volwaardige’ palingen.&amp;nbsp;Waarom sterft de paling uit?&amp;nbsp;Die glasaalvangsten hebben volgens dierenorganisaties zoals&amp;nbsp;WWF&amp;nbsp;nefaste gevolgen voor de palingpopulaties.&amp;nbsp;Volgens Teerlinck is overbevissing echter slechts een klein deel van de puzzel. Een ander deel is&amp;nbsp;de zwemblaasworm, een bloedzuigende parasiet die&amp;nbsp;de zwemblaas van Europese palingen infecteert en ernstig beschadigt.&amp;nbsp;“Die zorgt ervoor dat de glasaal niet meer veilig terug kan zwemmen”, zegt Teerlinck. “Een&amp;nbsp;andere hoofdreden is dat heel veel rivieren niet meer makkelijk op te zwemmen zijn. Er zijn in dammen openingen gemaakt waar de paling door kan, maar optimaal is het niet. Ook de vervuiling speelt hen parten.”&amp;nbsp; Een&amp;nbsp;hoofdreden is dat heel veel rivieren niet meer makkelijk op te zwemmen zijn De visvangst is volgens Teerlinck geen hoofdreden&amp;nbsp;voor het langzaamaan uitsterven. “Maar daarover verschillen de meningen afhankelijk van wie je bevraagt”, zegt hij. “Glasaaltjes komen met miljoenen samen op bepaalde punten, en daar wordt door de visserij een procent uitgehaald. Maar als je weet dat er hoe dan ook slechts een fractie van die miljoenen visjes in het wild overleeft, weet ik niet of visserij de grote factor is. Dat is mijn mening, althans. Er zijn&amp;nbsp;ngo’s&amp;nbsp;die liever een einde zien aan deze visserij.”&amp;nbsp;Pioniers in de palingkweek&amp;nbsp;Zolang de mens er niet in slaagt om palingen zich in gevangenschap te laten voortplanten, is wildvangst&amp;nbsp;van glasaal&amp;nbsp;de enige manier om deze vis te eten.&amp;nbsp;Het bedrijf Glasaal&amp;nbsp;in het Nederlandse Volendam, met aan het roer bioloog Nico Van&amp;nbsp;Straalen,&amp;nbsp;wil de code kraken.&amp;nbsp;“Paling is van oudsher met Volendam verbonden”, zegt Van&amp;nbsp;Straalen. “Een iconisch dier. De lokale voetbalploeg draagt&amp;nbsp;plunjes&amp;nbsp;met een paling op, en in de muziekscène is de&amp;nbsp;palingsound&amp;nbsp;hier geboren.”&amp;nbsp; Eerst het goede nieuws: Van&amp;nbsp;Straalen&amp;nbsp;en zijn team zijn erin geslaagd om jonge palinglarven aan te maken.&amp;nbsp;“In vitro is&amp;nbsp;bevruchting&amp;nbsp;geen enkel probleem”, zegt Van&amp;nbsp;Straalen. “Dat is hetzelfde protocol dat men gebruikt bij vrouwen die moeilijk kinderen kunnen krijgen.&amp;nbsp;Eén&amp;nbsp;paling&amp;nbsp;kan een miljoen eieren leggen.&amp;nbsp;In Japan worden de dieren zelfs gezien als een symbool van vruchtbaarheid.&amp;nbsp;In&amp;nbsp;juli hebben ze er de&amp;nbsp;Palingdag&amp;nbsp;en is het de gewoonte dat jonge stellen er bidden voor een aquarium met palingen in,&amp;nbsp;om&amp;nbsp;hun kinderwens&amp;nbsp;te bezegenen.”&amp;nbsp;Larven&amp;nbsp;in leven houden&amp;nbsp;Palingen bevruchten is dus geen probleem. Larven laten uitgroeien tot glasaal blijkt een ander paar mouwen. “De eerste 14 dagen&amp;nbsp;uit het ei,&amp;nbsp;groeien&amp;nbsp;de larven door hun&amp;nbsp;dooierzak&amp;nbsp;op te nemen. Daarna moeten ze zelf op zoek gaan naar&amp;nbsp;eten. Wij slagen erin om hen te voeden, maar na een dag of 20, 30 gaan er te veel larven dood. Telkens weer&amp;nbsp;blijken ze niet goed te eten. Of sterven ze om een andere reden, waardoor we amper nog larven overhouden. De weinige larven die door die eerste flessenhals zijn gekomen, kunnen we nog behoorlijk lange tijd doorkweken. Een beestje bereikte zo de leeftijd van meer dan 300 dagen. Maar&amp;nbsp;op die tijd zitten de larven nog in het&amp;nbsp;wilgebladstadium. Dat is het stadium dat een larve heeft nog voor ze de kust heeft bereikt. Ze groeien nooit lang genoeg om glasaal te worden. We blijven zoeken naar het juiste voer en de juiste microbiële samenstelling van het kweekwater om dat te verwezenlijken.”&amp;nbsp; Het einddoel is om larven op te kweken naar glasaal, en deze glasaal dan te verkopen aan andere kwekerijen.&amp;nbsp;Als het lukt, zitten ze op een spreekwoordelijke goudmijn.&amp;nbsp;Glasaal is zo duur en exclusief dat er zelfs een clandestiene markt voor bestaat.&amp;nbsp;“Glasaal heeft de prijs van&amp;nbsp;cocaine:&amp;nbsp;bijna duizenden euro’s per kilo”, zegt Van&amp;nbsp;Straalen. “Om te illustreren: in Spanje legt men zo’n 1.500 euro neer voor een klein bordje glasaal. Het niet wenselijk dat deze dieren zo jong gegeten worden, maar in excentrieke kringen&amp;nbsp;gebeurt dat&amp;nbsp;tegen een hoge prijs.&amp;nbsp;Een aantal jaar geleden heeft&amp;nbsp;men op Schiphol&amp;nbsp;nog Aziatische smokkelaars gevat met koffers die waren ingericht om een paar kilo glasaal te vervoeren.&amp;nbsp;We spreken hier over een enorm waardevol product.”&amp;nbsp;Paring nog nooit gezien door de mens&amp;nbsp;Waardevol&amp;nbsp;en mysterieus, want de dieren hebben nog steeds veel geheimen om te ontrafelen. “Er heeft nog geen mens gezien hoe palingen zich voortplanten”, zegt hij. “Eens een paling in zoet water is, duurt het naar schatting een jaar of tien, 20 voor ze de trek naar de&amp;nbsp;Sargassozee&amp;nbsp;ondernemen.&amp;nbsp;Ook hun geslacht wordt pas op late leeftijd&amp;nbsp;bepaald. De dieren die u eet, zijn nog geen man of vrouw. Ze zijn zelfs nog niet adolescent.&amp;nbsp;Hun&amp;nbsp;groene huid is nog slecht ontwikkeld. Palingen zijn pas volwassen eens ze ontwikkeld zijn tot zilveraal. Dat is het stadium waarop ze naar de&amp;nbsp;Sargassozee&amp;nbsp;trekken. En&amp;nbsp;net als bij veel vissen, ligt hun geslacht niet genetisch vast. Ongeveer de helft van de palingen wordt een mannetje, de andere helft een vrouwtje. Bij een hoge dichtheid verschuift de geslachtsverhouding naar de mannetjes. Bij een kleinere populatie komen de vrouwtjes in de meerderheid.”&amp;nbsp; Een aantal jaar geleden heeft&amp;nbsp;men op Schiphol&amp;nbsp;nog Aziatische smokkelaars gevat met koffers die waren ingericht om een paar kilo glasaal te vervoeren. Dat de palingen een vetreserve opbouwen voor deze tocht, draagt trouwens ook bij tot hun consumptiewaarde. Het is een hele gezonde vis, met goede en onverzadigde vetzuren.&amp;nbsp; Een kanttekening is dat je moet opletten met zware metalen en dioxines, maar dat heb je alleen bij wilde paling die in de rivieren wordt gevangen. En die vangst is beperkt. Palingen die gevangen worden in het Markenmeer en het IJsselmeer zijn relatief schoon. Kweekpalingen zijn vrij van zulke verontreinigingen.”&amp;nbsp;Palingpopulaties min 95 procent sinds&amp;nbsp;de sixties&amp;nbsp;Als de organisatie slaagt in zijn doel, zal dat dus niet alleen de wilde paling ten goede komen, maar ook de volksgezondheid. “Daarom willen we dus de andere helft van de cyclus sluiten. We kunnen glasaal opkweken tot paling, nu nog larven opkweken tot glasaal.&amp;nbsp;Want zolang de palingkweek afhankelijk blijft van&amp;nbsp;wild gevangen glasaal, schiet de bescherming van de paling niet op. De&amp;nbsp;Europese Unie heeft een&amp;nbsp;aalbeschermingsplan&amp;nbsp;aangenomen in 2007, waarbij de vangst van wilde glasaal en paling beperkt wordt. Maar zelfs na een jaar of tien laat dat geen resultaten zien. De intrek van glasaal wordt jaarlijks bijgehouden, langs de Europese kust, en die is nog steeds erbarmelijk laag. Maximaal vijf procent van wat het was in de jaren 60 en 70.”&amp;nbsp;Van&amp;nbsp;Straalen&amp;nbsp;hoopt dus snel resultaat te boeken. Maar&amp;nbsp;het wordt geen sinecure: in heel Europa gebeurt er amper soortgelijk onderzoek. “Er is alleen nog een groep in Denemarken, maar die kampten met dezelfde struikelblokken als bij ons. Intussen hebben we hen ingehaald en is onze voortgang groot genoeg om nieuwe investeerders aan te trekken. We hebben nu voldoende financiering voor dit jaar en zeer waarschijnlijk het jaar nadien.&amp;nbsp;We hopen dus tegen 2027 een duidelijk vooruitzicht te hebben. We hebben er alle vertrouwen in.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-02-04T19:52:20+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Illegale mestlozing legt drinkwaterwinning in Dikkebus lam]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/illegale-mestlozing-zet-drinkwaterwinning-dikkebus-lam" />
            <id>https://vilt.be/58587</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door een illegale mestlozing in het Heuvelland werd de drinkwaterproductie in Dikkebus tijdelijk stilgelegd. De lozing zou gebeurd zijn in de nabijgelegen Kemmelbeek. Het zou om een opzettelijke daad gaan door een landbouwer, twee nachten op rij. Het nieuws raakte bekend op de gemeenteraad in Ieper en werd dinsdag gemeld door VRT NWS, maar de feiten dateren van twee weken geleden. Intussen is de drinkwaterproductie weer opgestart.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/65c89880-b97a-434d-93c6-dbbfe1bc60af/full_width_kraanwater.jpg</image>
                                        <content>“De twee lozingen in de Kleine Kemmelbeek gebeurden eind januari, telkens rond vier uur &#039;s nachts. Dat kan geen calamiteit zijn, dat is duidelijk een opzettelijke lozing&quot;, stelt de Ieperse schepen van Landbouw, Milieu en Waterkwaliteit, Miguel Gheysens (Team Ieper) aan VRT NWS.Volgens de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) komen zulke misdrijven geregeld voor. Naast drinkwatercontaminatie kunnen de extra nutriënten in het water ook leiden tot blauwalgen en vissterfte.&quot;Dit treft alle landbouwers&quot;Landbouworganisatie Boerenbond veroordeelt deze misdaad met klem. “We betreuren ten zeerste dat dergelijke zaken gebeuren”, zegt woordvoerder Tessa De Prins. “Dit heeft niet alleen een negatieve impact op het milieu, deze uitzonderingen treffen alle landbouwers die hard hun best doen en grote inspanningen leveren. Zij zijn mee de dupe, want door hogere metingen kunnen er extra maatregelen komen, door de stijging van het gebiedstype.”“Deze fraude is aan het licht gekomen door metingen. Het is goed dat VMM dit goed opvolgt en snel de juiste bron zoekt, met gericht onderzoek”, zegt De Prins nog. “Zo is het ook snel duidelijk geworden dat het om een alleenstaand geval gaat.”Gheysens zegt nog aan VRT NWS dat het water van de Kleine Kemmelbeek ook afgeleid is naar de IJzer. Hierdoor was de vervuiling al zodanig verdund dat de normale meetwaarden daar al niet meer overschreden werden. Er zou ook nog onderzoek volgen door de milieu-inspectie, aangezien de provincie als waterloopbeheerder ook klacht heeft ingediend tegen onbekenden.Het incident komt kort na het nieuws van een gescheurde mestzak in de Westhoek. Daarbij is een zak gescheurd van 300.000 liter. In tegenstelling tot de feiten in de Kemmelbeek, ging het hier echter om een accidentele lozing. De landbouwer in kwestie heeft de lozing snel ingedamd met hulp van enkele betrokkenen, waardoor de schade beperkt bleef.</content>
            
            <updated>2026-02-03T17:23:45+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voorlopig geen gezondheidsrisico’s door afvalmaffia in de Kempen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voorlopig-geen-gezondheidsrisicos-door-afvalmaffia-in-de-kempen" />
            <id>https://vilt.be/58588</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een bodemonderzoek in opdracht van de gemeenten Ravels en Merksplas bevestigt eerdere vaststellingen van het parket. Op plaatsen waar de afvalmaffia illegaal dumpte, is de bodem verontreinigd met zouten en zware metalen. Voorlopig is er geen risico voor de volksgezondheid, al volgt nog verder onderzoek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b792d628-aa18-42d6-a97c-427f5ea911c3/full_width_akkerlandschap.jpg</image>
                                        <content>Eind vorige maand stelde het parket al hoge concentraties zware metalen en grote hoeveelheden zout vast in de bodem op de betrokken terreinen. Die bevindingen worden nu bevestigd door een eigen onderzoek van Ravels en Merksplas. Analyses van het parket laten vaak lang op zich wachten en vallen onder het gerechtelijk geheim. Daarom besloten beide gemeentebesturen, samen met de omgevingsinspectie van OVAM, om zelf een bodemdeskundige aan te stellen.Uit dat onderzoek blijkt dat er voorlopig geen gevaar is voor de volksgezondheid, maar wel een impact op het milieu. In de komende maanden zullen uitgebreidere, beschrijvende bodemonderzoeken volgen om te bepalen of sanering noodzakelijk is. Landbouworganisatie Boerenbond laat weten dat hun lokale consulenten voorlopig nog geen officiële communicatie kregen over de gevolgen voor landbouwers in de regio.De afvalfraudezaak draait om een criminele organisatie die in de Kempense grensregio illegaal bouwpuin, chemisch afval en mogelijk ook drugsafval in de bodem dumpte. Ook verkochten ze afvalstoffen als bodemverbeteraar aan verschillende landbouwers, waardoor afval op hun akkers terechtkwam. Meerdere verdachten werden opgepakt en zijn intussen vrij onder voorwaarden. De organisatie zou draaien rond de beruchte Nederlandse varkensboer en mesthandelaar Peet W., die ook als spilfiguur opduikt in een ander fraudedossier rond mestverwerking en biogasproductie. Alle betrokkenen zullen zich vermoedelijk later voor de rechtbank moeten verantwoorden.</content>
            
            <updated>2026-02-04T13:53:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgische en Franse telers strijden samen voor betere prijzen in de industriële groenteteelt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-telers-roepen-samen-met-franse-telers-op-tot-betere-prijzen-in-de-industriele-groenteteelt" />
            <id>https://vilt.be/58589</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Franse en Belgische telers vragen in een gezamenlijke open brief aan de industriële groenteverwerkers om eerlijke prijzen. De prijsonderhandelingen zitten in een finale fase, maar voor sommige groenten zouden nog steeds prijsverlagingen van tien procent of meer op tafel liggen. “We worden regelmatig tegen elkaar uitgespeeld, samen staan we sterker.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e913fd90-5f0f-4f69-ab91-e831c665b3cc/full_width_courgettetuinbouwgroenteteelt-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>De markt voor diepvriesgroenten verkeert in zwaar weer. “Voor sommige teelten was de industriële vraag in 2025 al fors gedaald. In 2026 dreigt de vraag opnieuw een historisch laag niveau te bereiken”, lezen we in een open brief die Belgische en Franse telers hebben verstuurd naar de nationale media.Hoewel de telers zeggen bereid te zijn om de afnemers tegemoet te komen, kunnen zij niet leven met de voorgestelde prijsverlagingen. Voor bepaalde groenten zouden die tien procent of meer kunnen bedragen. “Voor onze landbouwbedrijven, waarvan de economische stabiliteit zwaar onder druk staat, is een nieuwe prijsdaling voor vollegrondsgroenten een zeer slecht signaal. Wanneer prijzen dalen, haken telers vaker af bij deze risicovolle teelten. Dit zou de bevoorrading van de verwerkende bedrijven en onze voedselsoevereiniteit in gevaar brengen”, klinkt het.De verwerkers wijzen in de onderhandelingen ook op dalende kosten, maar de telers verwerpen dit argument. “Hoewel de index voor aankoopprijzen van inputs (in Frankrijk) stabiliseert, ligt deze nog steeds aanzienlijk hoger dan in 2020, vóór de inflatiegolf. Bovendien weerspiegelt deze index niet alle kosten voor landbouwbedrijven. Kosten nemen toe, waaronder meststoffen, gewasbescherming en lonen.” Soms worden we tegen elkaar uitgespeeldAan Franse zijde is de brief ondertekend door Cenaldi, de nationale vereniging van groenteproducenten-organisaties voor de verwerkende industrie. Die vertegenwoordigt bijna 4.000 producenten, 60.000 hectare en 700.000 ton vollegrondsgroenten, goed voor een omzet van 250 miljoen euro.Aan Belgische zijde hebben Boerenbond, Unigrow (een transnationale unie van drie coöperaties, red.) en telerscoöperatie Ingro zich achter de brief geschaard. Ingro telt 700 diepvriesgroentetelers die leveren aan 11 bedrijven in België, Nederland en Frankrijk, voor een totaal volume van ongeveer 550.000 ton en een omzet van 165 miljoen euro. “We worden in de onderhandelingen vaak tegen elkaar uitgespeeld en krijgen bijvoorbeeld te horen dat de bonen in Frankrijk goedkoper zijn. Door samen op te trekken, staan we sterker”, verklaart Luc De Waele van Ingro het initiatief.Ingro publiceerde ruim een week geleden al een brandbrief waarin het de groenteverwerkers opriep de prijsdalingen binnen de perken te houden. Met sommige fabrieken zijn inmiddels “evenwichtige” akkoorden bereikt, met beperkte prijsdalingen tot drie procent. Maar een aantal fabrieken kwam met voorstellen die volgens de telersorganisatie onaanvaardbaar waren. Greenyard draait bij na boerenblokkadeEén van deze fabrieken is Greenyard uit Westrozebeke. De fabriek werd vorige week geblokkeerd door een groep van 100 boeren. Het protest lijkt de fabriek op andere gedachten te hebben gebracht. Ingro heeft deze week de onderhandelingen met Greenyard voortgezet en de prijsvoorstellen liggen nu meer in lijn met die van de andere fabrieken. Luc De Waele heeft er vertrouwen in dat de prijsdalingen binnen de perken kunnen blijven.Volgens hem moet de open brief ook dienen als een wake-upcall voor toekomstige samenwerking. “De verwachtingen op het gebied van duurzaamheid nemen alleen maar toe, terwijl de risico’s enorm zijn, zowel klimatologisch als fytosanitair. ”Zoals de Franse en Belgische telers in de open brief schrijven: “Wij doen er alles aan om met deze uitdagingen om te gaan. Wij evolueren in onze teeltpraktijken en investeren, onder meer via onze producentenorganisaties, in precisietechnologie, mechanische onkruidbestrijding en beslissingsondersteunende tools. Wij ontwikkelen alternatieve teeltmethoden om het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen verder te verminderen. Meer werk, meer inspanning, meer inzet: dit verdient een correcte vergoeding.”</content>
            
            <updated>2026-02-04T23:03:54+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minister Beenders wil strengere controles op "fraudegevoelige" producten als honing en olijfolie, maar ook op gehakt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minister-beenders-wil-strengere-controles-op-fraudegevoelige-producten-als-honing-en-olijfolie-maar-ook-op-gehakt" />
            <id>https://vilt.be/58590</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Minister van Consumentenbescherming Rob Beenders (Vooruit) wil “producten die gevoelig zijn voor misleiding of fraude” strenger controleren. Daarbij noemt hij expliciet honing, olijfolie en gehakt. Ook de controles op de aanduiding van de herkomst worden aangescherpt. Anneleen Vandewynckel van sectororganisatie Fenavian juicht toe dat de regering voedselfraude wil tegengaan, maar vraagt zich af vanwaar de focus op gehakt komt. Ze waarschuwt om de administratieve lasten voor de vleesverwerkende sector niet te doen toenemen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2dd39a93-f5a3-472e-af65-f2ff1c4c479b/full_width_vlees-gehakt-groot.jpg</image>
                                        <content>Een klein maar opmerkelijk fragment in de beleidsnota van minister Beenders. “Naast de reguliere controles op de etikettering en kwaliteit van voeding, textiel en petroleumproducten zal er bijzondere aandacht zijn voor bepaalde types producten die gevoelig zijn voor misleiding of fraude”, luidt het. “Onder de voedingsmiddelen krijgen onder andere honing, olijfolie en gehakt bijzondere aandacht, evenals de controle op de aanduiding van de herkomst.”Dat er met honing en olijfolie wel eens gefraudeerd wordt, is inmiddels al langer bekend. Aan de Mediahuiskranten verklaart minister Beenders dat ongeveer 40 procent van de honing die in Europa wordt geconsumeerd, import is van buiten de EU. “Uit recente controles blijkt dat 46 procent daarvan vervalst is en aangelengd werd met goedkope suikersiropen. Als mensen honing kopen, dan moeten ze zeker zijn dat het ook echte is”, zegt Beenders. “Daarom komen er versterkte controles én ook een strengere etikettering.”Bewuste fraude?Wat gehakt betreft, gaat het volgens minister Beenders voor alle duidelijkheid niet altijd om moedwillige fraude. “Soms is het zo dat die machines bijvoorbeeld tegenover elkaar staan en dat er dan bijvoorbeeld kip bij het rundergehakt terechtkomt”, zegt woordvoerder Jef Beckers aan VILT. “Vaak door nalatigheid. Dat gaat natuurlijk om uitzonderingen.” Ik heb geen weet van grote problemen met gehakt De federatie van de vleesverwerkende nijverheid Fenavian vindt het een goede zaak dat fraude wordt aangepakt, maar begrijpt de focus op gehakt niet. “Ik heb geen weet van grote problemen met gehakt”, zegt Anneleen Vandewynckel. Ook de Federatie van het Belgische Vlees (FEBEV) zegt in de afgelopen jaren geen problemen te hebben ervaren met gehakt.Vandewynckel hoopt dan ook op redelijkheid. “Het is inderdaad fraude om bewust een goedkopere diersoort te mengen met een duurdere diersoort. Dat is bewust misleiden van de consument. Maar wat resten op productielijnen betreft, dat betreft versleping. Een bedrijf maakt een product met varkensgehakt, kuist de lijnen voor een nieuw product met rundergehakt, en soms zal daar dan inderdaad versleping gebeuren. Dat is een onbedoelde technische overdracht van zeer kleine hoeveelheden vlees. Dat is niet intentioneel en technisch onvermijdbaar. Het gaat over sporen en zeer lage percentages. Het is ook algemeen aanvaard, zelfs in het strenge Europa.”Goldplating“Ik hoop dat er dus voldoende kennis van zaken aan de dag wordt gesteld om het verschil tussen versleping en moedwillige fraude in te zien. Het gaat in zulke gevallen om verwaarloosbare percentages, conform met de wettelijke normen. Uiteraard zijn controles nodig, maar die gebeuren vandaag al op grote schaal in de vleessector.Veel bereide maaltijden bevatten bijvoorbeeld wel olijfolie. We hebben er alle belang bij dat de regering daar goed op controleert, want zo hebben wij ook zekerheid over de kwaliteit van het product dat we inkopen, en dus ook op ons eindproduct.”Vandewynckel hoopt dat de toegenomen controles niet zullen gepaard gaan met extra administratieve lasten. “We zijn een grote exporteur die er nu al onder gebukt gaat dat we hier aan strengere regels worden onderworpen dan elders in Europa”, zegt ze. “Dus alsjeblieft, vermijd goldplating: word dus niet strenger dan de rest. De extra regelgeving die we nu al kennen op Europees, federaal en Vlaams niveau,… we zien door het bos de bomen niet meer. Van het idee van verplichte nutriscores tot het Vlaamse dierenwelzijnslabel, al deze zaken zorgen voor behoorlijke extra administratieve lasten, loonkosten en inefficiëntie. Laat ons dus niet nog meer regeltjes opleggen dan in de rest van Europa. We moeten concurrentieel kunnen blijven. Daarvoor hebben we een level playing field nodig. We roepen de minister op om het gezond verstand te laten primeren.”</content>
            
            <updated>2026-02-05T09:12:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Beslissing over Ventilus uitgesteld, nieuw openbaar onderzoek start vrijdag]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuw-openbaar-onderzoek-ventilus-start-vrijdag" />
            <id>https://vilt.be/58591</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een nieuw openbaar onderzoek voor het Ventilus-project start op 6 februari. "Bezwaarschriften gaan bij voorkeur over de wijzigingen en aanvullingen die Elia aanbracht in de dossiers na het eerste openbaar onderzoek", geeft het departement Omgeving mee. Door het nieuw openbaar onderzoek wordt de procedure met 60 dagen verlengd, waardoor minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) pas tegen eind april een beslissing moet nemen over de omgevingsvergunning voor Ventilus.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="open ruimte" />
                        <category term="energie" />
                        <category term="omgeving" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b0d963c2-f111-472d-9b3a-e49987b468f3/full_width_ventilusprotest.jpg</image>
                                        <content>Ventilus&amp;nbsp;is de hoogspanningslijn die netbeheerder Elia wil bouwen in West-Vlaanderen. De lijn moet elektriciteit van de nieuwe windparken op zee aan land brengen en daar verder transporteren. In november werd al een openbaar onderzoek gehouden, toen werden 2.500 inspraakreacties ingediend. Elia heeft ondertussen al deze adviezen en bezwaren verwerkt en afgelopen vrijdag aanpassingen aan de omgevingsvergunningsaanvraag ingediend.Vrijdag zal een tweede openbaar onderzoek van start gaan. “Bezwaarschriften die worden ingediend, gaan bij voorkeur over de wijzigingen en aanvullingen die Elia aanbracht”, verduidelijkt het departement Omgeving. “Het is dus niet nodig om bezwaren uit het eerste openbaar onderzoek opnieuw in te dienen.” Alle adviezen en bezwaren kunnen ingediend worden tot 7 maart 2026.Uitstel beslissingDoor het nieuw openbaar onderzoek wordt de&amp;nbsp;omgevingsvergunningsprocedure nu verlengd met 60 dagen. Deze verlenging betekent ook dat minister Brouns nu tot eind april de tijd heeft om een beslissing te nemen over de omgevingsvergunning voor Ventilus.&amp;nbsp;Eerder gaf Elia al aan dat de verlenging niet betekent dat de startdatum voor het project uitgesteld wordt. Het blijft de ambitie om nog dit jaar met de werken te beginnen.Informatievergadering BruggeDe stad Brugge zal een digitale informatievergadering organiseren over de aanvraag voor het ‘Hoogspanningsstation Gezelle’ op 11 februari 2026. “Tijdens de informatievergadering worden de procedure, de inhoud van de omgevingsvergunningsaanvraag en het MER (milieueffectrapportage) toegelicht”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2026-02-04T15:27:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[European Milk Board kant zich tegen Mercosur: “Opportuniteiten zijn een mythe”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nu-kant-ook-europese-melkfederatie-zich-tegen-mercosur-opportuniteiten-zijn-een-mythe" />
            <id>https://vilt.be/58592</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>European Milk Board, dat melkveehouders in heel Europa groepeert, vraagt aan de Europese en nationale overheden om het Mercosur-vrijhandelsakkoord te herbekijken. Het akkoord wordt kritisch onthaald door diverse landbouwsectoren, met name pluimvee, rundvlees en suiker. Maar nu mengt ook de Europese organisatie van melkveehouders zich in de discussie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0edffd9c-77eb-419a-891d-b1678792f008/full_width_emb-europeanmilkboard.jpg</image>
                                        <content>De oproep van de European Milk Board om het Mercosurakkoord af te blazen, is vrij opmerkelijk. Zuivel, of althans Belgisch zuivel, is één van de weinige landbouwsectoren waarvoor voedingsfederatie Fevia net opportuniteiten ziet. De export van Belgisch zuivel richting Zuid-Amerika wordt immers aantrekkelijker.Maar een vrijhandelsakkoord werkt in twee richtingen. European Milk Board (EMB) vreest dat Zuid-Amerikaanse melk onze markten zal overspoelen. EMB wijst op structurele verschillen in productieomstandigheden, normen en kosten, lagere arbeidskosten en minder strenge milieuregels. Die zorgen samen voor oneerlijke concurrentie. Wantrouwen in controlemechanismenOndanks de bestaande regels blijft het volgens EMB zeer de vraag of de daadwerkelijke marktstromen voldoende worden gecontroleerd. “De Europese landbouw is afhankelijk van betrouwbare kwaliteits-, gezondheids- en milieunormen, met name op het gebied van dierenwelzijn, pesticiden en genetische manipulatie”, stelt EMB. “Veel van de huidige controlemechanismen zijn te zwak om een toestroom van laagwaardige of oneerlijk geproduceerde landbouwimporten te voorkomen. Dit gaat niet alleen om Zuid-Amerikaanse importen, maar bijvoorbeeld ook importen uit Oekraïne.”Dat het Mercosurakkoord voor bepaalde landbouwsectoren opportuniteiten biedt, is volgens EMB een mythe. “Beweringen dat Mercosur kansen biedt voor Europese boeren – bijvoorbeeld door een exportboom waarvan zij zouden profiteren – zijn misleidend”, stelt de Europese zuivelfederatie. “In exportgerichte landen zoals Ierland is het al duidelijk dat de handel met deze regio&#039;s de boeren geen voordeel oplevert. Integendeel, de invoer in deze gevoelige markt en sector leidt tot overcapaciteit en verhoogde prijsdruk.”EMB vraagt dan ook met aandrang aan de Europese Commissie om het Mercosurakkoord te verwerpen, en onmiddellijk de controlemechanismen voor de invoer van landbouwproducten te evalueren en te versterken. “Onze landbouw mag geen speelbal worden van mondiale marktmechanismen”, aldus EMB.</content>
            
            <updated>2026-02-04T22:58:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Extreme regen in Spanje en Marokko verstoort import groenten en fruit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/extreme-regen-in-spanje-en-marokko-verstoort-import-groenten-en-fruit" />
            <id>https://vilt.be/58593</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het regent al weken onophoudelijk in Spanje en Marokko. En dit laat zich voelen tot in onze Belgische winkelrekken. Het aanbod van gegeerde producten uit deze zuiderse landen zoals paprika’s, tomaten en courgettes staat onder druk. “De oogsten en de logistiek zijn verstoord”, aldus Roel Dekelver, woordvoerder van Delhaize. “Dit heeft impact op het aanbod en dus ook op de aankoopprijzen. Alle producten blijven wel beschikbaar.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="buitenland" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/53b62818-4f90-417d-bd03-afa347f1da77/full_width_paprika-supermarkt-unsplash.png</image>
                                        <content>Heel wat groenten en fruit in de Belgische supermarkten komen uit Spanje en Marokko, zeker in de wintermaanden. Denk aan zacht fruit zoals frambozen en aardbeien of groenten als paprika’s, courgettes, aubergines, tomaten en komkommers. Maar het verloopt momenteel minder vlot dan anders om deze producten tot in onze schappen te krijgen.In Spanje en Marokko valt al weken uitzonderlijk veel regen. In Spanje was januari de op één na natste januarimaand van de 21ste eeuw. En ook voor de komende dagen is er weinig verbetering in zicht, nu storm Leonardo door het land raast. De storm zal nog eens extra veel neerslag met zich meebrengen, terwijl de bodem&amp;nbsp;er&amp;nbsp;al volledig verzadigd is met water. De Spaanse autoriteiten voorspellen overstromingen en landverschuivingen, vooral in de regio Andalusië waar de zogenoemde moestuin van Europa ligt. In verschillende dorpen werden bewoners al geëvacueerd en zijn wegen afgesloten.Droogt handel op door overvloedige neerslag?Hoe meer regen er valt, hoe stroever de uitvoer naar het buitenland verloopt. Dat bevestigt een kleine rondvraag bij de supermarktketens in België. “Het slechte weer in Spanje en Marokko heeft momenteel een impact op onze logistiek”, aldus de woordvoerder van Carrefour. “Ons assortiment blijft hetzelfde, maar sommige producten zijn moeilijker leverbaar. Dat heeft ook gevolgen voor onze geplande promo&#039;s. Als de levering van een product te onzeker is, dan schrappen we promo’s. Zo vermijden we lege rekken en teleurstellingen bij onze klanten.” Om tekorten in de winkel te vermijden, schakelen onze teams razendsnel. We zoeken naar alternatieve leveranciers Het extreme weer bemoeilijkt onvermijdelijk het aanbod van mediterrane groenten en fruit en zet daardoor ook de aankoopprijzen onder druk. “Zowel de oogsten als het transport staan onder druk”, geeft de woordvoerder van Delhaize mee. “De Straat van Gibraltar is bijvoorbeeld een aantal dagen gesloten geweest waardoor er transportvertragingen zijn.” Maar zowel Delhaize als Carrefour, Colruyt en Aldi benadrukken dat alle groente- en fruitsoorten wel nog steeds beschikbaar blijven, er is nog geen tekort in de winkels.Snel schakelen en risicospreiding“Om tekorten in de winkel te vermijden, schakelen onze teams razendsnel”, aldus Carrefour. “We zoeken naar alternatieve leveranciers.” Ook Delhaize exploreert momenteel alternatieve origines, al is dit geen evidentie op dit moment van het seizoen.Op langere termijn zetten de supermarkten meer in op risicospreiding. “Dit soort weer komt steeds vaker voor in januari. Daarom werken we aan een sterker model door onze leveranciers meer te spreiden. Zo kunnen we de klimaatrisico&#039;s in de toekomst beter opvangen”, aldus Carrefour. Eenzelfde geluid is te horen bij Colruyt. “De markt wordt steeds onvoorspelbaarder, niet alleen op vlak van het klimaat maar ook geopolitiek. Door bijvoorbeeld met verschillende planningen te werken, kunnen we gepaste maatregelen nemen wanneer de beschikbaarheid onder druk komt te staan.”Wat de extra neerslag in de zuiderse landen zal betekenen voor de lokale landbouwproductie en uitvoer naar het buitenland, valt nog af te wachten. &quot;We volgen de situatie op de voet&quot;, klinkt het unisono bij de supermarkten.</content>
            
            <updated>2026-02-05T19:04:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Inagro test biologisch afbreekbare mulchfolies]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/inagro-test-biologisch-afbreekbare-mulchfolies" />
            <id>https://vilt.be/58594</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vervangen we onze mulchfolies binnenkort met een biologisch afbreekbaar alternatief? Onderzoeksinstelling Inagro werkt de komende vier jaar mee aan het Europese CELLAGRI-project, dat volledig biologisch afbreekbare mulchfolies ontwikkelt op basis van cellulose. Als deze folie ooit gangbaar wordt, zou dat een immense winst zijn in de strijd tegen plasticvervuiling. Volgens het VN-voedselagentschap FAO werd er in 2019 nog 12,5 miljoen ton plastic gebruikt voor dierlijke en plantaardige productie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="bodem" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/49388652-0537-4532-b7a8-7035761ce221/full_width_website-foto-cell-agri-mulchfolie-inagro.jpeg</image>
                                        <content>Klassieke mulchfolies uit kunststof laten nog te vaak microplastics achter in de bodem. Er bestaan vandaag afbreekbare alternatieven, maar die zijn vaak te duur of niet sterk genoeg. Cellulosefolie moet microplastics in de groenteteelt verminderen zonder in te boeten op opbrengst en werkbaarheid. Het West-Vlaamse onderzoekscentrum Inagro zal deze folies uitvoerig testen in realistische teeltomstandigheden, van sla tot courgette en tomaat.“We willen nagaan of deze folie een haalbaar, duurzaam en werkbaar alternatief kan vormen voor de klassieke PE folie”, vertelt Gino Bauw, onderzoeker circulaire economie bij Inagro.In Europa wordt jaarlijks meer dan 80.000 ton mulchfolie gebruikt, bijna volledig uit kunststof. Door verwering, windschade of onvolledige verwijdering komen nog steeds microplastics in de bodem terecht. Dat vormt een risico voor de bodemkwaliteit, en zorgt tegelijk voor extra kosten bij landbouwers, onder meer voor het verwijderen en afvoeren van gebruikte folies. Verschillende parameters worden getestVia het nieuwe CELLAGRI-project wil men een mulchfolie ontwikkelen die water efficiënter naar de gewassen leidt. Die is  gemaakt uit &#039;plantbased&#039;, bacteriële of geregenereerde celluloserijke materialen en volledig composteerbaar in realistische teeltomstandigheden. Inagro staat binnen het project in voor de praktijkproeven en zal die uitvoeren in verschillende teeltsystemen, klimaatomstandigheden en gewassen. Daarbij beoordeelt het onderzoekscentrum onder meer de afbreekbaarheid van de folie in de bodem, de effecten op gewasgroei, waterbeschikbaarheid en bodemkwaliteit. Ook de praktische toepasbaarheid voor landbouwers komt aan bod, zoals verwerking, sterkte en scheurweerstand, veiligheid en duurzaamheid. En dit volgens het Safe and Sustainable by Design kader (SSbD) en de prestaties in zowel veld- als serreproeven in conventionele en biologische teeltsystemen.Concreet zal men in de zomer een test doen met courgettes, conventioneel in openlucht en vollegrond. Gedurende het jaar wordt er ook geëxperimenteerd met bio-sla en conventioneel geteelde tomaten onder glas, in vollegrond. Naast de gewasontwikkeling en opbrengst zal Inagro ook de biodegradatie van de mulchfolie beoordelen, samen met de sterkte doorheen het seizoen. Ook de bodemparameters worden opgevolgd. De praktijkproeven bij Inagro starten in 2028. De eerste resultaten worden verwacht in de tweede helft van datzelfde jaar. Tegen 2029 marktklaar product“De afbreekbaarheid van de folie in realistische teeltomstandigheden is een cruciale toets,” zegt Sabien Pollet, onderzoeksleider tuinbouw open lucht bij Inagro. “De folie moet sterk genoeg blijven tijdens de teelt, maar daarna ook volledig verdwijnen zonder reststromen achter te laten. Dat is essentieel voor de bodemkwaliteit op lange termijn.”&amp;nbsp;Het CELLAGRI-project loopt nog tot 2029. Tegen het einde van de projectperiode moet een marktklare cellulosefolie beschikbaar zijn die technisch voldoet aan de noden van land- en tuinbouw. Men kijkt ook naar mogelijke toepassingen buiten de landbouw, zoals voedselverpakkingen.</content>
            
            <updated>2026-02-05T14:42:00+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Koudegolf in Oekraïne doet Vlaamse boer vrezen voor tarweopbrengst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/koudegolf-in-oekraine-doet-vlaamse-boer-vrezen-voor-tarweopbrengst" />
            <id>https://vilt.be/58595</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Naast de Russische bombardementen wordt Oekraïne op dit moment ook geteisterd door een strenge winter zoals men die in jaren niet heeft meegemaakt. Temperaturen van -20 graden doen boeren vrezen voor de opbrengst van de wintertarwe. “Er ligt ook niet voldoende sneeuw die als isolatie zou kunnen dienen”, vertelt Vlaming Tom Van Goey op zijn landbouwbedrijf nabij Kiev.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="winter" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/252d2afe-2195-40c0-9833-296a58133711/full_width_bedrijf-tom-van-goey.png</image>
                                        <content>De Russische aanvallen op de Oekraïense energie-infrastructuur hebben de voorbije weken een grote impact gehad op de Oekraïense samenleving. Grote delen van Kiev zitten zonder stroom en honderdduizenden mensen zitten in de kou. Met temperaturen onder de 20 graden kent het Oost-Europese land een winter zoals het al jaren niet gezien heeft.Ook in Tsjerkasy, een stad op 200 kilometer ten zuiden van Kiev, waar Vlaming Tom Van Goey een landbouwbedrijf runt, is men het slachtoffer van de Russische aanvallen. “Veel mensen hebben in het beste geval maar enkele uren stroom per dag en velen zitten zonder verwarming”, vertelt Van Goey vanuit Oekraïne.Dankzij de installatie van een aantal generatoren in de voorbije jaren heeft Van Goey zelf geen last van black-outs. Wel ondervindt ook hij hinder van de koude. De boer vreest voor de opbrengst van de wintertarwe die hij vorig najaar inzaaide. “Als er nu een pak sneeuw zou liggen, zou de koude geen probleem zijn. Sneeuw werkt isolerend. Maar op sommige plaatsen ligt helemaal geen sneeuw en wat er valt, waait vaak weer weg”, vervolgt hij.Ook de Nederlandse landbouwer Kees Huizinga, die in Oekraïne een groot akkerbouwbedrijf met melkvee- en varkenshouderij runt, ervaart hinder van de lage temperaturen. De mest vriest vast op zijn melkveehouderij, waardoor de afvoer stokt. “Daarom brengen we nu alles met de verreiker naar buiten.” Ook ondervindt hij problemen door het bevriezen van het drinkwater.De koude lijkt het voorjaarswerk eveneens op te schuiven. “Voordat de vorst uit de grond is en het landwerk kan starten, zijn we vermoedelijk in de tweede helft van april. Dat is twee weken later dan in vorige jaren”, vertelt Van Goey, die de situatie ook kan relativeren. “Een koude winter hoort er ook bij en is veel minder erg dan die oorlog.”</content>
            
            <updated>2026-02-05T17:03:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Spruitentelers kennen bar slecht jaar, sommigen frezen daarom oogst in]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/spruittelers-kennen-barslecht-jaar-sommigen-frezen-oogst-in" />
            <id>https://vilt.be/58596</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf de start van het seizoen kennen de spruiten zeer slechte verkoopcijfers. De veilingen wijzen voor een verklaring naar de hoge opbrengst, concurrentie uit Nederland en lagere consumptie. Vorig najaar moedigde ook het warme weer niet aan tot het eten van spruitkool. Hoewel de winter inmiddels al een tijdje in het land is, blijft de groente het slecht doen. “Sommige telers vinden het niet de moeite om te oogsten en frezen het in”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="seizoensgroente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f496728d-f49d-4d77-8bbe-7d10624155e5/full_width_spruiten-in-de-ieper-regio-december-2023.jpg</image>
                                        <content>Met een middenprijs van 1,061 euro per kilo doen de spruiten het dit jaar zeer slecht. Ook vorig seizoen was de prijsvorming stukken minder dan in de jaren ervoor. Waar de spruiten in 2023 gemiddeld nog 1,5 euro per kilo in het laatje brachten en in 2024 zelfs 1,56 euro, was dat vorig jaar 1,3 euro per kilo.“Het hele seizoen is al slecht voor de spruiten”, vertelt Guy Jennes, supervisor verkoop van de groentedivisie van de coöperatieve groente- en fruitveiling BelOrta. Door de uitzonderlijk goede oogst is er vanaf het begin van het seizoen - begin oktober - al veel aanbod. “Vooral het uitzonderlijk grote aanbod uit Nederland drukt de prijs”, vertelt hij.Groot aanbod, lager consumptieniveauNederland is een belangrijke speler op de verse spruitenmarkt, maar biedt vooral machinaal geschoonde spruiten aan. Wat bij BelOrta voor de klok komt zijn hoofdzakelijk manueel geschoonde spruiten. “Elke spruit wordt met de hand schoongemaakt, het buitenste blad wordt daarbij verwijderd”, vertelt Jennes. Daardoor ontstaat een hogere kwaliteit dan bij de machinaal geschoonde spruiten. “Deze spruiten krijgen ook een betere prijs, maar het Nederlandse overaanbod drukt desalniettemin de prijs”, vervolgt Jennes. Er zijn telers die hun spruiten onderfrezen omdat de kosten van het rooien hoger liggen dan de opbrengst Deze week brengt de manueel geschoonde spruit maar 80 tot 90 cent op. “En deze prijs zou minstens het dubbele moeten zijn om de kosten voor de teler te dekken”, weet de BelOrta-medewerker.Door de slechte prijsvorming loont het zelfs nauwelijks om spruiten te rooien, vooral niet de lager geprijsde machinaal geschoonde spruiten. “Er zijn telers die hun spruiten onderfrezen omdat de kosten van het rooien hoger liggen dan de opbrengst”, vertelt de West-Vlaamse groenteteler Danny Metsu. Hij teelde jarenlang groenten voor de industrie, maar heeft zijn bedrijf inmiddels overgedragen aan zijn schoonzoon. Spruitkool ook in de industrie onder drukOok in de industrieteelt verkeert de spruitkool in woelig water. Het is één van de arbeidsintensieve groenten waarvoor de verwerkers in de onderhandelingen een (stevige) prijsverlaging voorstellen, een prijsdaling die voor de telers onbespreekbaar is. “De kosten stijgen elk jaar en er worden steeds hogere eisen gesteld”, argumenteren zij.Hoewel het vaak om verschillende rassen gaat, zijn de versmarkt en de industriële markt niet altijd strikt gescheiden afzetkanalen en is er wel eens uitwisseling. “Nu ook de industrie komend seizoen geen afzetruimte lijkt te bieden, zouden we er misschien over moeten nadenken het areaal spruiten, maar bijvoorbeeld ook prei, te verminderen. Om zo de balans tussen vraag en aanbod te herstellen”, vertelde Philiep Willems, commercieel manager van REO, op de landbouwbeurs Agro Expo in Roeselare vorige week. Witlooftelers ook in zwaar weerDaarmee zitten deze wintergroenten in hetzelfde schuitje als het witloof. Ook deze groente scoorde het voorbije jaar slecht. Door een overaanbod en een kwakkelende vraag wordt andermaal een moeilijk jaar voorspeld. REO-directeur Filip Vanaken liet in een interview met VILT weten dat het artificieel drukken van het aanbod een mogelijke oplossing zou zijn. In de praktijk is dat lastig, omdat dan bijvoorbeeld Nederlandse telers in het gat springen.Het spruitjesseizoen loopt nog tot begin april. “Medio maart hebben de meeste telers gedaan, maar een enkele teler blijft nog leveren om zo te profiteren van het mindere aanbod en de hopelijk hogere prijs”, besluit Jennes.</content>
            
            <updated>2026-02-05T21:57:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouworganisaties willen statiegeld terug op tafel: “Zwerfvuil blijft landbouw schade berokkenen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouworganisaties-willen-statiegeld-terug-op-tafel-zwerfvuil-blijft-landbouw-schade-berokkenen" />
            <id>https://vilt.be/58597</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouworganisaties Ferm, FWA en UAW waarschuwen dat zwerfvuil grote schade blijft veroorzaken aan vee, gewassen en landbouwmachines, met hoge economische kosten voor landbouwers. 35 procent van het zwerfvuil in Vlaanderen bestaat uit blikjes en plastic flessen. Daarom roepen de organisaties de Vlaamse en Waalse overheden op om statiegeld op deze verpakkingen opnieuw op de politieke agenda te zetten. “Statiegeld langer uitstellen is onverantwoord”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zwerfvuil" />
                        <category term="afval" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/881d5da6-5d21-48e6-95c4-cb00732ce01f/full_width_statiegeld-blikjes-afval-zwerfvuil-1280.jpg</image>
                                        <content>Afval dat niet in de vuilnisbak terechtkomt, heeft een negatieve impact op mens en milieu, maar veroorzaakt ook aanzienlijke schade in de land- en tuinbouwsector. “Veel zwerfafval vervuilt akkers en graslanden en belandt in machines en veevoeder”, zegt Ferm.Ferm waarschuwt dat afval in veevoeder een dodelijk gevaar vormt voor runderen. “Koeien die scherpe stukjes verbrijzelde plastic of blikjes inslikken, kunnen zware inwendige verwondingen oplopen, soms met spoedoperaties of sterfte tot gevolg.”Ondanks investeringen in maagmagneten en andere preventiesystemen blijft de schade groot, stellen de organisaties. Landbouwers worden bovendien niet vergoed voor economische verliezen zoals dierenartskosten, opruimkosten en herstellingen aan machines.Zwerfvuil blijft een probleem, ondanks inspanningenVlaanderen zamelt jaarlijks zo&#039;n 7.000 ton zwerfvuil in. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) raamt de jaarlijkse kost op ongeveer 164 miljoen euro. “Intercommunales, gemeenten en talloze vrijwilligers zetten al jaren in op sensibilisering, opruimacties en initiatieven zoals ‘blikjesvangers’. Maar ondanks deze tijdsintensieve en dure inspanningen blijven de resultaten ondermaats”, klinkt het bij de landbouworganisaties. Aangezien 35 procent van het zwerfvuil uit blikjes en plastic flessen bestaat, zien zij in statiegeld een maatregel die een groot deel van de schade en vervuiling kan voorkomen. Jarenlang onderzoek, maar geen politieke doorbraakAl sinds 2011 worden in België onderzoek en pilootstudies gedaan naar de mogelijke impact van statiegeld op blikjes en PET-flessen. In 2022 diende toenmalig minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) een conceptnota in voor de invoering van statiegeld in Vlaanderen. “Een start in 2025 is ambitieus maar haalbaar”, klonk het toen.Ook huidig Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) noemde de invoering vorig jaar, net als zijn voorganger, “onvermijdelijk”. Toch blijft de maatregel politiek gevoelig. Cd&amp;amp;v en Vooruit zijn voorstander, maar N-VA keerde zich tegen het plan. Daardoor staat statiegeld in geen enkel gewestelijk regeerakkoord, noch in Vlaanderen, noch in Wallonië. De maatregel staat voorlopig dus ‘on hold’. Europese drukIn 2023 werd in België 83,7 procent van de PET-flessen ingezameld en gerecycleerd. Voor blikjes lag dat percentage op 68,5 procent. Volgens de Europese Verordening inzake verpakkingen en verpakkingsafval (PPWR) moeten lidstaten tegen 2029 minstens 90 procent van de drankverpakkingen in PET en metaal inzamelen.Een uitzondering is enkel mogelijk als een lidstaat tegen 2026 minstens 80 procent inzameling haalt én een geloofwaardig plan indient om tegen 2029 de 90 procent te bereiken. “Een definitieve beslissing over de invoering van statiegeld op plastic flessen en blikjes kan ten vroegste genomen worden wanneer de inzamelcijfers over 2026 beschikbaar zijn, vermoedelijk in de tweede helft van 2027, en dit samen met de andere gewesten”, antwoordde minister Brouns in oktober vorig jaar in het Vlaams Parlement.Buitenlandse voorbeelden tonen duidelijke impact19 Europese landen voerden intussen statiegeld in op plastic flessen en blikjes, waaronder Duitsland en Nederland. Uit het rapport &#039;Monitoring drankverpakkingen in het zwerfafval 2024&#039; van Rijkswaterstaat blijkt dat het systeem in Nederland een duidelijk effect heeft.Het aantal blikjes in het zwerfafval daalde er gemiddeld met ongeveer 64 procent ten opzichte van de eerste helft van 2022, de laatste periode vóór de invoering van statiegeld op blikjes. Het gemiddelde aantal kleine plastic flessen in het zwerfafval lag zelfs 72 procent lager dan in 2020.</content>
            
            <updated>2026-02-05T15:30:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ABS roept op: "Teel minder aardappelen"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/abs-teel-minder-aardappelen" />
            <id>https://vilt.be/58598</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouworganisatie ABS vraagt alle aardappeltelers om hun areaal te minderen, gemiddeld met zo'n 20 procent. Op deze manier hopen ze de marktprijs te herstellen. Die blijft onbeweeglijk op 5 tot 15 euro per ton aardappelen, en volgens ABS is er de eerste maanden geen beterschap in zicht. Ook aardappelverwerker Belgapom treedt de oproep bij.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="akkerbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9e4bd3b8-9500-4a79-9c05-5dc0f2bc2b97/full_width_cg-landbouw-event-biotarwe-guy-depraetere-op-tarweveld.jpg</image>
                                        <content>Aardappelwatcher Guy Depraetere van ABS voorspelt dat de prijzencrisis in de aardappelsector niet zal verlichten, tenzij er dringend wordt ingegrepen in het areaal. Met zijn nieuwsrubriek &#039;aardappelpraatje&#039; houdt hij telers per mail op de hoogte.ABS spreekt van een ‘doem-modus’ voor de aardappelmarkt, al 14 weken op rij. Zal wat geduld heil brengen? “Die opportuniteit lijkt een illusie te zijn als we vernemen dat er nog 800.000 ton vrije aardappelen in stock zitten bij de boeren”, meldt ABS. “We zullen bovendien de oude aardappelen meeslepen tot ver in het nieuwe seizoen. Dan komen we tot de volgende vraag en die is bepalend voor het nieuwe seizoen: welke prijzen mogen we verwachten?”Volgens ABS hebben de telers het antwoord op deze vraag zelf in handen, of toch ten dele. De verwerkers hebben volgens de organisatie al het voorbeeld te geven, door hun contractvolume met 15 tot 20 procent te verlagen. “Als nu ook de boeren volgen en ook een areaalreductie doorvoeren, dan komt alles terug goed”, klinkt het. “Dan hebben we een kans om goede prijzen te ontmoeten in de vrije markt. Dan zal de boer terug een rol kunnen spelen in onderhandelingen met de afnemer. Nu is hij alleen maar ‘lijdend voorwerp’.” Geen aardappelen, maar wat dan wel?Voor aardappeltelers is het kiezen tussen de cholera of de coloradokever. Aardappelen leveren weinig geld op, maar er is geen overschot aan alternatieven. Dat merkt ook Christophe Vermeulen van sectorfederatie Belgapom. “Er moet iets gezet worden op de akkers. En de prijzen zijn niet denderend op dit moment. Of het nu suikerbieten zijn of graan of aardappelen. Door het gebrek aan alternatieven merken we dat veel landbouwers toch aardappelen kiezen voor hun geld.”Belgapom steunt dan ook de oproep van ABS zodat de aardappelprijzen zich kunnen herstellen. Ook ABS zegt zich niet van stuk te laten brengen door de moeilijke zoektocht naar alternatieven. “We weten dat het moment moeilijk is in de akkerbouw: lage graan- en maïsprijzen, areaalinkrimping bij de Tiense, diepvriesgroenten onder druk”, meldt de organisatie. “Toch moeten we ons verstand gebruiken en collectief reageren om uiteindelijk samen er de vruchten van te plukken.”Kan het tij toch keren?Vermeulen erkent dat hoe dan ook de finale keuze bij de landbouwer ligt. “Als een landbouwer aardappelen het beste ziet passen in zijn ondernemersplan, dan is dat een valabele keuze”, zegt hij. “Maar met vorig jaar in het achterhoofd, kan dat opnieuw te veel druk zetten op de prijzen. Aan de andere kant: het seizoen is nog niet begonnen. Voor hetzelfde geld hebben we acht weken regen in april en mei, of een superdroge zomer. Zal dat druk zetten op de oogst en de markt zo corrigeren? Ik heb geen idee.” Capaciteit onder controle houden en inzetten op kwaliteit: dat is het motto van 2026 Een heropleving van de export, die nu wat in de hoek zit, kan volgens Vermeulen ook soelaas bieden. “De export is zich nu wat aan het oriënteren, wat aardappelen betreft. Maar zo vlug zal dat niet gaan. Ik begrijp de oproep van ABS dus wel. Capaciteit onder controle houden en inzetten op kwaliteit: dat is het motto van 2026.”De rekening makenOm landbouwers te helpen bij hun keuze, analyseert Guy Depraetere de kosten-batenanalyse gemaakt door Viaverda. “Contracten worden op schema afgenomen, maar er is geen interesse in vrije aardappelen, tenzij aan prijzen van 1 à 1,5 euro per 100 kilogram”, schrijft Depraetere. “Simplot kiest voor kwaliteit en Innovator. Voor de eerste keer presenteert Simplot-Clarebout zijn contractprijzen, voor oogstjaar 2026. Het bedrijf opent duidelijk de aanval op het Innovator-segment. Daarnaast moet een insteek op kwaliteit het verschil maken, onder andere met een bonus-malussysteem. Om het areaal voldoende te reduceren en de markt gezond te krijgen, past het bedrijf een generieke volumekorting van 25 procent toe voor de meeste rassen. Dat betekent een ganse ommezwaai in vergelijking met een jaar geleden.”“Viaverda vertelde ons dat een hectare aardappelen in 2025 gemiddeld 47,5 ton opbracht en 6.800 euro kostte”, stelt Depraetere. “In geval van seizoenpacht: 8.000 euro. Hoeveel ton moeten we hiervoor leveren om aan deze kost te voldoen? Omgerekend aan contractprijs (13,5 euro afland) moet je 50 ton per hectare oogsten. Dus als je slechts 35 ton per ha contract krijgt, haal je 4.725 euro, wat op zich niet kostendekkend is tenzij er nog 12.500 kilo verkocht wordt aan 16 euro.”ABS waarschuwt dat de kosten nog aanzienlijk hoger liggen bij seizoenpacht. Zelfs wanneer er geen rekening wordt gehouden met de investeringskosten zoals het gebouw en de inschuurlijn, betaalt men nog steeds 2,75 euro per honderd kilo louter aan kiemremming en geleverde arbeid. “Ook niet vergeten dat de aardappelen zes procent gewicht verliezen bij bewaring”, waarschuwt Depraetere nog. Fontane, Innovator of de lotto?ABS raadt telers aan om dus een grondige kosten-batenanalyse te maken op maat van het eigen bedrijf. “Ieder maakt voor zichzelf uit of hij een parcours wil volgen met minder risico’s en een (zeer) matig inkomen of een parcours met grote risico’s en met een kleine kans op succes. De kans om te winnen is allicht groter dan bij de Lotto, maar blijft zeker voor dit jaar bijzonder klein”, besluit de aardappelkenner. “Als we met zijn allen wat gas terugnemen en 10 à 20 procent minder areaal uitplanten kan de markt terug in evenwicht komen.”Bovendien geeft ABS nog enkele geldtips: vermijd dure seizoenpachten, kies de juiste fytomiddelen en volg de waarschuwingsdienst, kies voor grotere percelen en vermijd natte gronden. “Let op, sommige verwerkers leggen de grens van een 35-ton-contract nog een stuk lager”, waarschuwt men nog. “Kopers leggen zo nog meer risico bij de teler.”</content>
            
            <updated>2026-02-05T22:14:34+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Al 343 gratis bomen geplant om vee in weide natuurlijke beschutting te bieden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/al-343-gratis-bomen-geplant-om-vee-in-weide-natuurlijke-beschutting-te-bieden" />
            <id>https://vilt.be/58599</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers die hun vee van een groene beschutting willen voorzien, kunnen sinds september dankzij het project Airkoe tot maximaal tien bomen gratis laten aanplanten. Intussen kregen zo’n 85 Vlaamse landbouwers een bomenexpert over de vloer en werden al 343 bomen in de Vlaamse weidegrond gestoken. Sinds donderdagochtend staat de teller op 344, nadat Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) een boom plantte in de weide van bioboerderij ‘Dubbeldoel’ in Pajottegem.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/41a79dd6-9dd8-440d-b6c6-02a76c1d9ab0/full_width_boom-schaduw-koeien-hitte-regionale-landschappen.jpg</image>
                                        <content>Vanaf 2029 moeten alle weidedieren een beschutting hebben tegen hitte en koude, een verplichting die is opgenomen in de Vlaamse Codex Dierenwelzijn. Om te vermijden dat hierdoor overal stenen of betonnen constructies opduiken in de weides, werd het project ‘Airkoe’ uitgerold in Vlaanderen.Airkoe kent zijn ontstaan in West-Vlaanderen in 2022. In drie jaar tijd werden 1.013 bomen aangeplant in de West-Vlaamse graasweides. Met de invoering van de nieuwe beschuttingsverplichting werd het project opgeschaald naar alle Vlaamse provincies. De Vlaamse overheid trok er een budget van 600.000 euro voor uit en voorziet zo de aanplant van ongeveer 1.800 schaduwbomen.Niet enkel gratis bomenDe 18 Regionale Landschappen nemen de volledige uitvoering van de aanplanting op zich. Hiermee willen ze de landbouwer zoveel mogelijk ontlasten want bij de aanplant komt wel wat kijken. Dat vertelt Bas Van der Veken, voorzitter van het Vlaams Overleg van Regionale Landschappen. “Onze bomenexperten contacteren de landbouwers, controleren de toelatingsvoorwaarden, gaan op plaatsbezoek en doen de ecotoets. Ze geven advies over boomsoorten, maken een inrichtingsovereenkomst op en voeren de aanplant uit met aangepast beschermingsmateriaal”, legt hij uit.“Goede start”Sinds september dienden 122 actieve landbouwers een aanvraag in om binnen het project bomen te laten planten. “We krijgen ook aanvragen van hobbylandbouwers, maar die komen niet in aanmerking als doelgroep”, duidt Greet De Prins, communicatieverantwoordelijke bij Regionale Landschappen Vlaams-Brabant. “Er worden momenteel 85 landbouwers geadviseerd. Bij 45 werden er ook al effectief bomen aangeplant dit plantseizoen.” Eind januari stond de teller op zo’n 343 bomen. “Dit is een voorlopig cijfer, gezien het plantseizoen maar nog halfweg is”, benadrukt De Prins. “We vinden het alvast een goede start. Er zijn ondertussen ook veel eerste contacten gelegd zodat er volgend plantseizoen veel meer bomen de grond in zullen gaan.”Oost-Vlaanderen is de absolute koploper in het project. Daar werden zo’n 117 bomen aangeplant. Vlaams-Brabant volgt met 80 aangeplante bomen. Op de hielen gezeten door Limburg en Antwerpen met respectievelijk 53 en 50 bomen. West-Vlaanderen sluit de rij met 43 aangeplante bomen, al loopt het project daar al langer dan 2025. Bomen als natuurlijk alternatief voor betonMinister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) bracht de campagne donderdag nog eens onder de aandacht op de bioboerderij ‘Dubbeldoel’ in Pajottegem. Hilde Nechelput en Seppe Holemans namen in 2009 de bioboerderij over en werken elke dag met volle overgave aan hun lokaal verhaal. De landbouwers zijn alvast tevreden met de aanplant op hun weide: “Als landbouwer zijn we ook landschapsbouwers. Schaduwbomen zijn goed voor onze koeien én voor het landschap.”Dat beamen de Regionale Landschappen. “Slim aangeplante bomen op weides bieden tijdens warme periodes de nodige schaduw en verkoeling: prachtig voor de weidedieren, maar ook een zegen voor het landschap en de biodiversiteit”, klinkt het. “Bovendien helpt elke aanplanting mee om de Vlaamse bomendoelstelling te halen.”“We verplichten beschutting voor onze dieren, maar daar zijn geen dure of moeilijke investeringen voor nodig, en al zeker geen betonnen constructies”, aldus minister Weyts. Hoeveel bomen nodig als volwaardig groen alternatief?Erg veel schaduw lijkt de aangeplante stek de koeien nog niet te kunnen bieden deze zomer. “De boom heeft uiteraard tijd nodig om te groeien”, nuanceert De Prins. “Net daarom willen we landbouwers vandaag aansporen om nu al met de aanplant te starten, zodat er tegen 2029 natuurlijke beschutting is. De laatste aanplanten doen we in december 2027. Landbouwers die nog van het initiatief gebruik willen maken, dienen hun aanvraag in tegen uiterlijk de zomer van 2027.”Hoeveel bomen een veehouder nodig heeft als volwaardig groen alternatief voor een hok, staat in de Vlaamse Codex Dierenwelzijn niet gespecifieerd. “Het is een vraag dat onze bomenexperts vaak te horen krijgen bij de landbouwers”, aldus De Prins. “Er wordt verwacht dat bij de uitwerking van het uitvoeringsbesluit hierrond meer details zullen kenbaar gemaakt worden.”In het schaduwvraagstuk speelt niet alleen het aantal bomen een rol, maar ook de soort. Daarover bestaat alvast minder twijfel, veel bomen zijn geschikt maar eentje lijkt er toch uit te springen binnen het project Airkoe. Als snelgroeiende soort met een brede, dichte kroon is de lindeboom veruit de populairste keuze. Van de 343 aangeplante bomen zijn er 110 lindes (zowel gewone, zomer- en winterlinde). Ook zwarte els en zomereik doen het goed, met van beide soorten telkens ongeveer 40 aanplantingen.</content>
            
            <updated>2026-02-05T19:55:35+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Podcast over precisielandbouw: "Een toekomst voor landbouw zonder technologie en data is ondenkbaar"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/podcast-over-precisielandbouw-een-toekomst-voor-landbouw-zonder-technologie-en-data-is-ondenkbaar" />
            <id>https://vilt.be/58600</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De digitale revolutie in de land- en tuinbouw is volop aan de gang. Dat zeggen Jürgen Vangeyte en Jarissa Maselyne, experten bij ILVO in precisielandbouw, in de podcast ‘Komt het goed met ons eten?’. Door de combinatie van sensoren, algoritmes en artificiële intelligentie zijn de mogelijkheden eindeloos. “De toekomst van landbouw zal echt wel met technologie en data zijn, zonder is haast ondenkbaar”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="precisielandbouw" />
                        <category term="smart farming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5c8c10fa-0dc8-4618-821a-493c859ee154/full_width_schermopname-6-10-2025-223210-vimeocom.jpeg</image>
                                        <content>Precisielandbouw klinkt hightech en is het in de feiten ook, maar de kern is verrassend eenvoudig: in essentie draait het om het nemen van de juiste beslissing, op het juiste moment, op de juiste plek. Dankzij sensoren, camera’s en slimme algoritmes kan dat vandaag op een veel fijnere schaal dan vroeger, soms zelfs tot op het niveau van één plant, één blad of één dier. Dat laat de landbouwer toe om efficiënter om te gaan met middelen zoals water, meststoffen en gewasbescherming. Dat is goed voor het milieu én voor de portefeuille van de landbouwer.In de podcast geven Vangeyte en Maselyne verschillende concrete toepassingen. In de veehouderij worden bijvoorbeeld camerasystemen ingezet om het gedrag en welzijn van koeien, varkens of pluimvee continu te monitoren. In de akkerbouw en groenteteelt maken robots en beeldherkenning gerichte onkruidbestrijding mogelijk, met minder bodemschade en minder chemische middelen. Ook buiten het veld speelt technologie een rol, bijvoorbeeld bij het meten van voedselverlies of het monitoren van dierenwelzijn in slachthuizen.Data vormen een ander belangrijk aandachtspunt. “Data vormen vandaag een soort strategische productiefactor”, vertelt Jürgen Vangeyte. Hij wijst erop dat het belangrijk is dat landbouwers de toegang tot hun data zelf gaan controleren. Doen ze dat niet, dan gaan andere spelers ermee aan de slag en verliest de boer zijn positie in de keten. Om die reden heeft ILVO het datadeelplatform DjustConnect opgestart, een initiatief dat Europese navolging krijgt. Ook de rol van de landbouwer in heel dit verhaal wordt belicht. Technologie vervangt het vakmanschap niet, maar verandert het wel. “Veel van onze landbouwers werken hard, zitten vele uren op hun tractor in het veld. Maar in de toekomst wordt het ook belangrijk dat ze managers worden en beslissingen nemen op basis van cijfers”, klinkt het bij de ILVO-experten. Ze zien ook een belangrijke rol weggelegd in begeleiding en training om landbouwers wegwijs te maken in precisielandbouw en vertrouwen in de technologie op te wekken. “Tegelijk moeten we ook beseffen dat landbouwers grote investeringen moeten doen. Het is belangrijk dat de meerwaarde die precisielandbouw kan betekenen, ook terugvloeit naar de boeren.” Benieuwd hoe robots, AI en data samenkomen op het veld én op ons bord? Beluister dan zeker de vijfde aflevering van de podcast &#039;Komt het goed met ons eten?&#039;.</content>
            
            <updated>2026-02-06T07:48:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen gaat weidevogels, vleermuizen en otters extra beschermen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bescherming-weidevogels" />
            <id>https://vilt.be/58601</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) heeft subsidies goedgekeurd voor 12 projecten die tot doel hebben het leefgebied van bedreigde diersoorten te behouden en te herstellen. De projecten zetten in op de bescherming van onder meer weidevogels, vleermuizen, zomertortels en otters. In totaal gaat het om een investering van 218.706 euro.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3b5a1cbd-d0d1-4b53-8b2e-cfe763b6074e/full_width_gruttoweidevogel-wimdirckxiovnatuurpunt.jpg</image>
                                        <content>Drie van de goedgekeurde projecten moeten onder meer de migratieknelpunten voor otters wegwerken. De focus ligt op het Regionaal Landschap Kempen en het Maasland. Daar worden deze dieren bij hun verplaatsing gehinderd of tegengehouden door bovengrondse obstakels zoals wegen, spoorlijnen of waterlopen. &quot;De projecten die we vandaag ondersteunen, versterken zowel de biodiversiteit als de leefgebieden van soorten die het moeilijk hebben in Vlaanderen. Voor de otter is het wegwerken van barrières cruciaal. Veilige doorgangen maken letterlijk het verschil tussen leven en dood&quot;, zegt minister Brouns.Niet alleen de goedgekeurde subsidies zorgen voor de nodige financiële steun. Er is ook het project &#039; Otter over de grens&#039; van Interreg Vlaanderen-Nederland. Zo worden 15 van zulke knelpunten langs Limburgse waterlopen aangepakt. Dat gebeurt op geselecteerde locaties langs verscheiden beken. Op locaties waar otters vaak het leven laten wanneer ze bovengronds moeten oversteken, komen er looprichels. Dat zijn kunstmatige oevers die de dieren boven het waterniveau een droge doorgang bieden, ook bij hoge waterstand. Die ingrepen zorgen ervoor dat otters zich opnieuw veilig en ononderbroken kunnen verplaatsen. De projecten die we vandaag ondersteunen, versterken zowel de biodiversiteit als de leefgebieden van soorten die het moeilijk hebben in Vlaanderen De otter verdween in de jaren &#039;60 in Vlaanderen, maar duikt de laatste jaren opnieuw op in Limburg. &quot;In de regio werden al otters waargenomen, onder meer in de Lossing en aan de Maas in Heppeneert. Met deze gerichte maatregelen maken we het leefgebied klaar zodat de soort zich hier op termijn definitief kan vestigen&quot;, zegt Ignace Schops, directeur van het Regionaal Landschap Kempen en Maasland.Een nest op uw perceel?De bescherming van weidevogels is minder nieuw in Vlaanderen. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) en het Agentschap Natuur en Bos (ANB) zorgen al langer voor de bescherming van nesten. &quot;Heel wat akker- en weidevogels kiezen een goed plekje op de grond om te broeden. Zoals de wulp die elk jaar terugkeert naar hetzelfde grasland, of een grauwe gors die zijn nest bouwt in een akker met luzerne. Prachtig om te zien, maar niet zonder risico. Want zo&#039;n nest kan makkelijk verloren gaan als roofdieren het vinden, &amp;nbsp;of als het perceel gemaaid wordt.&amp;nbsp;Daarom is het belangrijk dat landbouwers weten dat ze ons kunnen contacteren,&quot; aldus Naomi Van Brabant, bedrijfsplanner bij de Vlaamse Landmaatschappij. “Ze kunnen begeleiding krijgen én een vergoeding aanvragen bij ANB om het nest te beschermen.&quot; Ook de opsporing van nesten, eventueel met drones, wordt bekostigd door Natuur en Bos.Soms merkt een landbouwer een broedgeval op en belt zelf naar zijn of haar bedrijfsplanner. “Dat is eigenlijk het ideale scenario,&quot; zegt Naomi. “Zeker bij soorten zoals wulp of grauwe gors is bescherming verplicht. In dat geval wordt het nest gemarkeerd of afgezet en wordt er door Natuur en Bos een compensatie voorzien voor het stuk perceel dat tijdelijk niet bewerkt mag worden.&quot; Niet elke vogelsoort heeft formele bescherming nodig. Maar voor een aantal soorten – zoals wulp, grauwe gors, grutto, kwartelkoning, velduil en kiekendieven – is dat wél het geval. In 2024 beschermden 53 landbouwers in Vlaanderen zo samen 80 nesten, waarvoor ze een vergoeding ontvingen.</content>
            
            <updated>2026-02-09T16:38:12+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[15 leuke landbouwweetjes van VILT-lezers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/x-leuke-landbouwweetjes-van-vilt-lezers" />
            <id>https://vilt.be/58602</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Fitbits voor koeien, dieren voor de rechtbank in de middeleeuwen of benefietconcerten voor landbouwers met rocklegendes: onze wedstrijd over landbouwweetjes leverde heel wat straffe inzendingen op. Die willen we jullie niet onthouden, dus bezorgen we jullie een bloemlezing van de leukste reacties. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="weetje" />
                        <category term="geschiedenis" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/021fea8c-84e4-4607-8052-0148fa367df7/full_width_melkkoe-koe-melk-stal-vee.jpg</image>
                                        <content>Naar aanleiding van het interview met Bart Dochy over zijn boek ‘Trotste Boeren. Het echte verhaal van traditie en innovatie in de Vlaamse landbouw’ mocht VILT tien exemplaren weggeven. VILT-lezers konden deelnemen aan deze wedstrijd door ons hun strafste landbouwweetje te bezorgen, en daarop werd massaal gereageerd. Hierbij een greep uit de beste reacties:Herfstvakantie is er dankzij de landbouwWe trappen af met een leuk schoolweetje. Dat onze kinderen in de herfstvakantie telkens een weekje mogen uitblazen, hebben we aan de landbouwers te danken. Dat stelt Davy Roose uit Bekegem.Weten jullie dat de herfstvakantie ooit is ingesteld omdat kinderen dan thuis konden helpen met de aardappeloogst? De oorspronkelijke naam van de herfstvakantie was eerst aardappelvakantie.Dieren voor de rechtbank&amp;nbsp;Landbouw ontsnapt niet aan de juridisering van de maatschappij, en dat was zelfs in de middeleeuwen het geval. Zo leren we uit dit weetje van Isabelle Piesschaert van Hof Bel’Ami in Deinze.In de middeleeuwen werden in Europa tientallen dieren voor het gerecht gedaagd en na een juridisch proces van veroordeling opgehangen, gewurgd, levend begraven, verbrand, onthoofd, verdronken of verbannen.De eerste bekende vermelding van een dier dat voor de rechter moest verschijnen dateert uit 1260. Een varken uit het Franse stadje Fontanay-aux-Roses werd door de monniken ter dood veroordeeld wegens het bijten van een kind. Vanuit het noorden en oosten van Frankrijk verspreidden dierenprocessen zich naar Duitsland, Zwitserland, Italië en de Lage Landen.Vaak eindigde de veroordeling in een doodstraf, waarbij de beul het vonnis voltrok. Had men echter te maken met economische schade, zoals een misoogst door de vraatzucht van slakken, kevers, sprinkhanen, rupsen of ratten, dan stond de gehele diersoort terecht voor een kerkelijke rechtbank. De opgelegde straffen waren dan spiritueel van aard en leidden meestal tot een hamvloek.Wisselteelt in de tijd van ridders en kastelenNog een middeleeuw landbouwweetje komt van Xavier Van Butsel uit Marche-en-Famenne.Wist je dat de middeleeuwse boer al aan wisselteelt deed? Al in de middeleeuwen ontdekten boeren dat ze hun akkers niet elk jaar met hetzelfde gewas moesten inzaaien. Door gewassen af te wisselen – zoals graan, peulvruchten en braakland – bleef de bodem vruchtbaar en verminderden ziekten en plagen. Deze eenvoudige maar slimme techniek vormt nog altijd de basis van moderne duurzame landbouw. Voedsel is historisch goedkoopFrederik Van Hove uit Kruibeke-Zwijndrecht haalt zijn weetje uit het boek ‘Wat schaft de put’ van Jeroen Van Vaerenbergh. VILT ging eerder in gesprek met deze foodarcheoloog.In de negentiende eeuw ging nog 75 procent van het inkomen van de bevolking in Vlaanderen naar voeding, terwijl dit vandaag slechts iets meer dan tien procent van ons inkomen is.Steeds minder boeren, steeds meer monden te voedenLezer Matthias D’Haese kijkt voor zijn weetje naar de toekomst.Momenteel hebben we ongeveer 600 miljoen boerderijen die de wereld voeden, en ze dragen acht miljard mensen op hun schouders.&amp;nbsp;Tegen het einde van de eeuw zullen we waarschijnlijk de helft van het aantal boeren hebben, en die moeten nog meer mensen voeden.&quot; dixit Zia Mehrabi, hoogleraar Universiteit California en hoofdauteur van een onderzoeksstudie in Nature in Knack. 11 miljoen hectare landbouwgrond gezochtEen ander, eerder somber toekomstweetje leren we van Ward Van Meulen. Hij stelt het volgende:Als we de ambitie van de Green Deal in verband met gewasbeschermingsmiddelen uitvoeren zullen we in de EU gemiddeld 12 procent opbrengstverlies hebben en daardoor 11 miljoen hectare meer landbouwgrond nodig hebben om hetzelfde te produceren.Koeien kiezen KlaraEen vrolijker landbouwweetje krijgen we van Senne Beyers, die weet dat koeien veel gecultiveerder zijn dan men zou denken.Wist je dat melkkoeien meer melk geven als ze naar klassieke muziek luisteren? En dat er zoveel meer Klara-luisteraars zijn in Vlaanderen dan de luistercijfers weergeven?Landbouw redt levensEen medisch landbouwweetje komt van Nicole Tailleu. Veel cruciale, levensreddende medicatie, zou niet bestaan zonder onze vierpotige vrienden in de veehouderij.Landbouw zit in alle aspecten van het leven verweven, ook in de geneeskunde en de farma: weet je dat de eerste insuline van dieren afkomstig was?Rocklegendes die boeren tot ster verhevenLandbouwer Michiel Deroo vertelt ons hoe de Amerikanen hun landbouwers zelfs door rockgoden laten vereren.Ik ben al veel jaren stiekem jaloers op de Amerikaans versie van Boeren op een Kruispunt, Farm Aid. Niet omwille dat het beter zou zijn dan Boeren op een Kruispunt, maar wel anders. Vooral het jaarlijks benefietconcert Farm Aid spreekt me aan. Ik ben namelijk fan van veel artiesten die er optreden, maar ook omdat de artiesten openlijk de kaart trekken voor de familiebedrijven in de landbouw.De oprichters Willy Nelson, Neil Young en John Mellencamp lanceerden in 1985 dit concert om geld in te zamelen voor steun aan de familiale landbouw en landbouwers in financiële nood. Drie grootheden op leeftijd in de country- en popmuziek! Jaarlijks gaat dit benefietconcert door en heel veel legendarische namen stonden reeds op dit podium. Ik had al lang zo&#039;n concert willen meemaken met allemaal gelijkgestemde zielen in het publiek, maar de realiteit van boer zijn maakt dit niet zo gemakkelijk.Neil Young treedt op 10 juli op in Rock Zottegem! Mijn tickets zijn alvast gereserveerd en misschien moet ik (om in het thema te blijven) toch een bord dragen &#039;Proud to be a farmer&#039;. Hulp tijdens de oorlogSofie Vanthournout herinnert ons eraan hoe cruciaal landbouwers zijn in moeilijke tijden.Tijdens WOII was er voedselschaarste. Mijn overgrootouders waren boeren en hadden dus nog genoeg. Mijn oma vertelde me dat enkele kinderen uit de buurt dagelijks mee kwamen aanschuiven aan tafel. Voor mijn overgrootouders was het een kleine extra kost, voor de buurtkinderen was dit het enige wat hen redde van ondervoeding. Zo hielpen onze boeren niet alleen hun eigen gezin, maar hun hele lokale gemeenschap om de moeilijke oorlogsjaren door te komen.Manueel aardappelen rooien:&amp;nbsp;3.000 frank voor een tonPieterjan De Cock uit Wortegem-Petegem blikt terug op zijn jeugd voor een landbouwweetje. Hij moest als jonge snaak nog manueel de aardappelen helpen rooien, in de hoeken van een perceel.Met heel veel tegenzin heb ik hieraan geholpen. Duurde heel lang, was super saai en op het einde van de dag lag je met rugpijn in de zetel. Maar we moesten mee! Ik herinner me nog dat we met ons gezin de hoeken aan het rooien waren. Ikzelf was ongeveer 8 jaar. Een klasgenootje passeerde met zijn fiets en zat mij gewoon uit te lachen... Je had toen 1.000 kilo aardappelen voor 3.000 frank (75 euro). Achteraf gezien waren de hoeken aardappelen rooien en kleine strobalen ophalen een leuk familiegebeuren die charme aan de sector hebben geven. Nu missen we die charme want alles moet snel en efficiënt gebeuren.&amp;nbsp;Landbouw bepaalt al eeuwen het landschapSteven De Clercq uit Lochristi beschrijft hoe ons moderne landschap via de landbouw is ontstaan.Onze landbouw die er nu is, is voor een groot deel bepaald door onze verre voorouders. In de tijd van de nederzettingen was men zo slim om zich te vestigen op plaatsen waar men zich continu van voedsel kon voorzien. Het is ook daardoor dat veel van onze bossen staan op gronden die niet voor voedselproductie geschikt waren. Van daaruit is alles gegroeid. Later heeft men daar een inkomen proberen uit te halen. Bij de beste bodems kon men leven van de productie van de grond, bij de minder goede bodems kon men enkel gras telen en begon men met dierlijke productie. Vandaar dat vruchtbare bodems open vlaktes gebleven zijn met grote akkers en met weinig veeteelt. Als de percelen kleiner worden, zie je meer veeteelt. Na de Tweede Wereldoorlog was er een babyboom. Meerdere kinderen wilden boeren maar er was maar één boerderij. Dat is de oorsprong van de intensivering naar gespecialiseerde varkens- , pluimvee- of tuinbouwbedrijven.Vriendschapsband dieren en landbouwers ouder dan men denkt&amp;nbsp;Een landbouwweetje van Pieter De Graef gaat over de band tussen veehouders en hun dieren, die ook vroeger intenser was dan men zou denken.Hij of zij kende de dieren door en door, herkent karaktereigenschappen en weet wanneer het goed dan wel slecht met hen gaat. Wanneer de band boer-dier uniek en speciaal wordt, bestaat de kans dat de boer een naam geeft aan bepaalde dieren. En dat is een fenomeen dat lang niet zo recent is dan we zouden denken. Onderstaande afbeelding geeft bewijs van die unieke band tussen boer en dier.Een boer uit de 17deeeuws in Kallo had zo’n speciale band met zijn paard dat hij deze merrie de naam ‘Prutsken’ meegaf. Uniek en bijzonder is dat de schatter na het overlijden van deze boer de naam ook vermeldde in de staat van goed, een verplichte schatting van het vermogen wanneer een overledene minderjarige kinderen naliet. Geen rietjes maar stierenBetty Van Merhaeghe uit Tienen deelt herinneringen uit de tijd toen koeien zich niet aan een rietje, maar een stier konden verwachten voor de bevruchting. Stierlijke &#039;callboys&#039; werden het hele land rondgereden om de kuddes te bevruchten.Tot in de jaren ’90 werd er nog steeds werd rondgereden met stieren naar andere rundveeboeren voor de bevruchting van hun bronstige koeien. Wij hadden thuis een “stierenhouderij”. De landbouwers belden naar ons en zeiden met welke stier mijn vader, later op de dag, moest langskomen. Alle stieren hadden een naam.Wij hadden zowel Oost-Vlaamse stieren, Holsteinstieren, Wit-blauwe stieren, … er was een breed gamma. Het waren leuke tijden voor ons als kind. We mochten meerijden met onze papa en moesten dan de “dekbewijsjes” schrijven en het geld ontvangen. Meestal kregen we dan ook een snoepje of koekje van de boerin. Eind jaren 1990, begin 2000 is er dan een verbod gekomen op natuurlijke dekkingen bij rundvee door stieren van externen.Ook mijn vader is overgeschakeld op kunstmatige inseminatie. Alleen voor ons als kind was het minder leuk…&amp;nbsp;Fitbit voor koeienDe VILT-mailbox is overspoeld met leuke weetjes, maar als afsluiter kiezen we nog een laatste weetje uit de veehouderij, meegedeeld door Mathieu Descamps.Sommige koeien dragen stappentellers of “activiteitssensoren”. Als een koe plots veel meer stappen zet dan normaal, denkt de boer niet: “Sportief bezig”; maar: “Aha, ze is waarschijnlijk vruchtbaar.”De stappentellers meten beweging, lig- en sta-tijd. Wanneer een koe bronstig is, wordt ze onrustiger en loopt ze meer rond. Dankzij die data weten boeren precies wanneer het beste moment daar is om haar te insemineren, zonder de koe constant te moeten observeren. Bonusweetje: sommige van die sensoren zijn zo slim dat ze eerder ziekte signaleren dan de boer zelf, omdat een zieke koe juist minder beweegt dan normaal. Een soort Fitbit, maar dan voor herkauwers.Winnaars worden weldra bekendgemaaktStaat jouw weetje hier niet tussen? Geen paniek. Onze redactie ontving een overvloed aan weetjes en kan er slechts enkele delen in dit artikel. Welke weetjes beloond zullen worden met een exemplaar van het boek van Bart Dochy, maken we later bekend.</content>
            
            <updated>2026-02-08T22:52:26+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mededingingsautoriteit verwijt Tiense Suikerraffinaderij misbruik van marktpositie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mededingingsautoriteit-verwijt-tiense-suikerraffinaderij-misbruik-marktpositie" />
            <id>https://vilt.be/58603</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) heeft een mededeling van grieven overgemaakt aan de&nbsp;Tiense&nbsp;Suikerraffinaderij en haar moederonderneming Südzucker over een mogelijk misbruik van economische afhankelijkheid ten opzichte van suikerbietentelers. Dat meldt BMA vrijdag in een persbericht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="suiker" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fc388313-d17a-4491-a83e-b282752f8bfd/full_width_suikerfabriektiensesuikerraffinaderij.jpg</image>
                                        <content>Volgens de mededeling van grieven bevinden de betrokken suikerbietentelers zich in een positie van economische afhankelijkheid ten opzichte van de&amp;nbsp;Tiense&amp;nbsp;Suikerraffinaderij. Daarnaast stelt de mededeling van grieven dat de onderzochte praktijken een misbruik inhouden en de mededinging verstoren, in het bijzonder met betrekking tot de bevoorrading van suikerbieten.De&amp;nbsp;Tiense&amp;nbsp;Suikerraffinaderij en Südzucker kunnen nu hun recht van verdediging ten volle uitoefenen en krijgen toegang tot het onderzoeksdossier om hun antwoord voor te bereiden. De mededeling aan&amp;nbsp;Tiense&amp;nbsp;Suikerraffinaderij en Südzucker loopt niet voorop op de uitkomst van het lopende onderzoek, benadrukt BMA.Volgens de concurrentiewaakhond ontstaat er misbruik van economische afhankelijkheid wanneer een onderneming zijn bijzondere marktpositie gebruikt om onbillijke voorwaarden op te leggen aan één of meer handelspartners die geen redelijk equivalent alternatief hebben. Hierdoor kan de mededinging in het gedrang komen. De voorwaarden beperken onnodig de autonomie &quot;Onbillijke contractuele voorwaarden&quot;&quot;De praktijken onderzocht in deze zaak hebben betrekking op onbillijke contractuele voorwaarden voor de suikerbietentelers die de&amp;nbsp;Tiense&amp;nbsp;Suikerraffinaderij bevoorraden&quot;, klinkt het in het persbericht. Ze creëren een situatie van algemene onzekerheid over de &amp;nbsp;inkomstenvooruitzichten van de teler. De voorwaarden beperken onnodig de autonomie bij het uitoefenen van hun landbouw- en commerciële activiteiten en ze verhogen tot slot onnodig zwaar de commerciële risico&#039;s van de suikersector.&quot;Er is een hele reeks complexe contractuele bepalingen die de relatie tussen suikerbietentelers en de suikerraffinaderij regelen&quot;, verduidelijkt auditeur-generaal Damien Gerard het lopende onderzoek. &quot;Het gaat dan zowel om prijsbepalingen voor bijvoorbeeld bieten en pulp, als aspecten die niet over tarieven gaan. Denk aan niet-tarifaire bepalingen over hoe telers hun gronden beheren, hoeveel ze produceren, wanneer ze moeten leveren tijdens de oogstcampagne, hoe ze vergoed worden in functie van het weer of het rendement van de suikerbiet. Over die bepalingen die de raffinaderij oplegt, gaat het onderzoek&quot;, legt hij uit.Twee maanden tijdTiense&amp;nbsp;Suikerraffinaderij en Südzucker hebben minstens twee maanden om te antwoorden, en bedrijven vragen vaak een verlenging. Het onderzoek zou volgens de auditeur-generaal nog zeker tot eind dit jaar duren. Daarna kan de betrokken partij ofwel de nodige aanpassingen voorstellen om de problemen te verhelpen, ofwel de analyse betwisten waarna de zaak voor het Mededingingscollege van BMA komt.Het gaat om de eerste keer dat BMA formeel een mededeling van grieven verstuurt in een dossier van economische afhankelijkheid, voegt hij toe. Economische afhankelijkheid behoort sinds 2020 tot de bevoegdheden van BMA, die ook zaken als misbruik van marktdominantie en kartels behandelt.In een reactie aan VILT reageert Erwin Boonen, directeur grondstoffen bij Tiense Suiker, akte te hebben genomen van de gerieven die de BMA heeft verstuurd. &quot;Wij verlenen van in het begin van de procedure onze volledige medewerking en verstrekken alle gevraagde informatie&quot;, reageert Boonen. &quot;Wij zullen de formeel gecommuniceerde grieven nu analyseren in overeenstemming met de toepasselijke procedures.&quot;</content>
            
            <updated>2026-02-08T12:50:35+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wallonië investeert in barometer voor mentale gezondheid bij landbouwers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wallonie-investeert-in-mentalegezondheisbarometer-voor-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/58604</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Waalse landbouwers krijgen een "mentalegezondheidsbarometer". Dat heeft de Waalse regering beslist. De Waalse overheid werkt hiervoor samen met Agricall. De vzw ondersteunt landbouwbedrijven niet alleen op zakelijk vlak, maar moet onder meer ook waken over de mentale gezondheid van landbouwers. Die kampen vaker dan vele andere beroepsgroepen met isolement en eenzaamheid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mentaal welbevinden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/826688d1-a039-4e2a-897d-c3502a080b89/full_width_mentaalwelzijn1.jpg</image>
                                        <content>De Waalse Regering heeft ondanks de krappe begrotingscontext zijn samenwerking met Agricall verlengd en versterkt, met een verhoogde jaarlijkse subsidie van 1,604 miljoen euro. Dat is 14 procent meer dan voordien. In ruil moet Agricall onder meer een mentalegezondheidsbarometer uitwerken die de psychosociale uitdagingen in de sector moet objectiveren. Zo kan het beleid zich afstemmen op de werkelijke noden van de sector.&quot;Agricall versterken, betekent erkennen dat achter elk landbouwbedrijf vrouwen en mannen staan die geconfronteerd worden met realiteiten die zowel de mensen als de bedrijven kwetsbaar kunnen maken”, zegt Anne-Catherine Dalcq (MR), Waals minister van Landbouw en Platteland. “De barometer voor geestelijke gezondheid zal het mogelijk maken om deze situaties beter te objectiveren en de reacties daarop aan te passen. Het is onze verantwoordelijkheid om de landbouwers op een globale manier te begeleiden, met menselijkheid en nabijheid.”Yves Coppieters (Les Engagés), Waals minister van Volksgezondheid, noemt de geestelijke gezondheid van landbouwers een “volwaardig volksgezondheidsprobleem.”“Economische, administratieve, klimatologische of gezondheidsdruk kan degenen die onze samenleving voeden duurzaam kwetsbaar maken”; zegt Coppieters. “Door Agricall te bestendigen, kunnen we situaties van breuk beter voorkomen en ons gezondheidsbeleid aanpassen aan de realiteit in het veld. Er is geen duurzame landbouw zonder gezonde boeren.&quot;Waals minister van Economie &amp;nbsp;Pierre-Yves Jeholet (MR) noemt de investering in geestelijke gezondheid ook een investering in “de economische duurzaamheid van de sector.”Opgenomen als wettelijke taakNaast de onmiddellijke verlenging van de overeenkomst heeft de Waalse regering ook besloten om de steun aan Agricall definitief vast te leggen door een wijziging van het Waalse landbouwwetboek voor te bereiden. Door deze wijziging worden de taken van Agricall in de wet opgenomen als wettelijke taken en is de regering verplicht om elke vijf jaar het bedrag van de subsidie vast te stellen. Dit kader biedt de vereniging meer stabiliteit, wat nodig is om zijn activiteiten op lange termijn voort te zetten, zijn teams te consolideren en de begeleiding in het veld ten behoeve van de landbouwers en hun gezinnen te versterken.</content>
            
            <updated>2026-02-06T16:48:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU legt certificeringskader voor permanente koolstofverwijdering vast, koolstoflandbouw volgt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-klopt-eerste-certificeringskader-voor-koolstofvastlegging-af" />
            <id>https://vilt.be/58605</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie wil tegen het einde van dit jaar drie kaders goedkeuren om vrijwillige koolstofvastlegging te kunnen certificeren. Vorige week werd alvast het certificeringskader voor permanente koolstofverwijdering afgeklopt. Tegen de zomer volgt normaal het kader voor koolstoflandbouw. “De certificeringsmethode daarvan wordt momenteel nog grondig besproken", duidt Anton Maertens van het Vlaams Actieplatform Carbon Removal &amp; Carbon Farming. "Op een aantal punten wijkt de Vlaamse visie nog af van het huidige ontwerp."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="koolstof" />
                        <category term="bodem" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c0eac29f-641c-4c23-b575-85172c662cd3/full_width_bodem-grond-koolstofopslag-aarde-1280.jpg</image>
                                        <content>Om de klimaatneutraliteits-doelstelling tegen 2050 te halen, zet de Europese Unie in op twee sporen. Zo wil ze de CO2-uitstoot verminderen en daarnaast resterende koolstof uit de atmosfeer verwijderen en opslaan. Om die tweede pijler te stimuleren, werkt de EU aan een certificeringssysteem dat onder meer de basis moet vormen voor een koolstofmarkt, waarin vraag en aanbod van koolstofvastleggende inspanningen elkaar kunnen vinden. Zo zal een landbouwer bijvoorbeeld zijn inspanningen kunnen certificeren en indien gewenst verhandelen op de markt aan bedrijven die op zoek zijn naar carboncredits.Het certificeringssysteem wordt opgesplitst in drie kaders, naargelang het type koolstofvastlegging. Het gaat om opslag in producten, koolstoflandbouw en permanente koolstofverwijdering. Voor de laatste werd inmiddels al een certificeringsmethodologie goedgekeurd. “Een mijlpaal dat de EU als wereldleider in koolstofverwijdering positioneert”, aldus de Europe Commissie.Het kader legt de regels en certificeringsmethoden vast voor drie soorten van permanente koolstofverwijdering. Het gaat om verwijdering via biochar en opslag na afvang van biogene emissie en directe luchtafvang. De regels zullen naar waarschijnlijkheid in april in werking treden waardoor projecten met deze activiteiten een EU-certificering kunnen aanvragen. Certificering voor koolstoflandbouw nog in steigersAfgezien van de beperkte toepassing van biochar in de land- en tuinbouw, biedt het kader voor permanente koolstofvastlegging de sector voorlopig nog weinig directe aanknopingspunten. Het is vooral uitkijken naar de certificering rond de koolstoflandbouw. “Dit wordt momenteel grondig besproken”, geeft Anton Maertens van het Vlaams Actieplatform Carbon Removal &amp;amp; Carbon Farming (VACRCF) mee. “De Europese Commissie verwacht tegen de zomer de certificeringsmethodologie definitief te kunnen afkloppen.” &amp;nbsp;Het kader staat nog in de steigers en op een aantal punten wijkt de Vlaamse visie nog af van het huidige ontwerp. Zo ligt momenteel het referentiejaar waarmee bodems vergeleken zullen worden op 2023. Daardoor dreigen heel wat Vlaamse koolstofpioniers hun eerdere inspanningen niet te kunnen verzilveren. Ze zullen ook meer moeite moeten doen om bijkomende koolstof in de bodem vast te leggen omdat ze het laaghangend fruit al geplukt hebben. “Wij pleiten ervoor om het referentiejaar op 2020 te zetten. Zij die het kunnen bewijzen dat ze al langer aan koolstofopbouw deden, zouden dan ook waardering kunnen krijgen voor hun inspanningen”, zegt Maertens.“We pleiten er ook voor dat landbouwers de mogelijkheid krijgen om tien jaar langer hun certificaten te vernieuwen. Momenteel is er een mogelijkheid om de certificaten van vijf jaar tot viermaal te hernieuwen. Wij vinden dat het uitgebreid kan worden naar 30 jaar”, duidt Maertens de Vlaamse visie. Meer inzetten op samenwerkenHet idee achter de koolstofmarkt is dat privaat geld ecologische inspanningen mee kan vergoeden. Een belangrijk discussiepunt daarbij is of maatregelen waarvoor al subsidies bestaan, zoals eco-regelingen, ook nog eens verzilverd mogen worden op de koolstofmarkt. “Voor de meeste maatregelen liggen de kosten veel hoger dan de subsidies”, legt Maertens uit. “In het begin zal de koolstofmarkt nog beperkt zijn en nog niet per se grote stimulans bieden om aan koolstoflandbouw te doen. Net daarom kan de combinatie van subsidies en private middelen wel een voldoende prikkel vormen.”Tot slot wijst Maertens op nog een ander heikel punt dat nadelig kan uitvallen voor Vlaamse landbouwers. Economisch dreigen zij het moeilijker te krijgen wanneer hun credits van kleine, versnipperde percelen moeten concurreren met credits afkomstig van veel grotere percelen elders in Europa. “Recent werden hierover tijdens de actiedag landbouwers en experts samengebracht. Daar kwam onder meer uit dat er nog veel potentieel zit in integrale samenwerking. Zo valt er winst te boeken via landbouwcoöperatieven waarin bijvoorbeeld grondstoffen samen aangekocht worden om de kosten te drukken. Ook het samen vermarkten van CO2-certificaten zou tot een meerwaarde kunnen leiden.”</content>
            
            <updated>2026-02-09T10:12:13+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns geeft stand van zaken over 5%-maatregel en piekbelasters]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-geeft-stand-van-zaken-bij-5-maatregel-en-piekbelasters" />
            <id>https://vilt.be/58606</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Net geen 2.000 veehouders zouden zich administratief al in regel hebben gesteld met hun reductie van vijf procent binnen de sectorale stikstofdoelstelling. Dat kwam Vlaams Parlementslid Bart Dochy (cd&amp;v) te weten via een parlementaire vraag aan Vlaams minister van Landbouw en omgeving Jo Brouns (cd&amp;v). Daarnaast gaf de minister hem ook een update over het piekbelastersdossier. Van de 11 betrokken bedrijven zou intussen een derde bedrijf zijn opgenomen in de stopzettingsregeling.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a1c43d70-2ab6-4dfb-948a-868b38124592/full_width_koepreiwestvlaanderen-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Uiterlijk tegen 31 december 2025 moesten veel rundveehouders een ingreep toepassen op hun bedrijf om een tussentijdse reductie van vijf procent te realiseren. Wie deze ingreep nog niet in de vergunning heeft opgenomen, krijgt de mogelijkheid om dit te melden of in een vergunningsaanvraag op te nemen tot de uiterste indiendatum van de Mestbankaangifte. Deze deadline is onlangs verschoven van 15 naar 31 maart.Uit de gegevens die Dochy opvroeg blijkt dat de overheid intussen van 1.342 meldingen akte heeft genomen. 1.090 meldingen zouden nog in behandeling zijn. “Daarnaast werden ook al 229 vergunningen verleend waarmee de tussentijdse 5%-reductie is gerealiseerd, en zijn nog 276 vergunningsaanvragen in behandeling”, geeft Dochy mee. “Per 1 januari 2026 werden bovendien aan 371 rundveehouderijen vrijstellingen van de generieke bronmaatregelen toegekend.” Vlaanderen telt zo’n 8.500 rundveehouderijen, maar niet elk bedrijf moet de vijfprocentmaatregel nog melden of in de vergunning opnemen. Hoeveel bedrijven zich dan exact nog in regel moeten stellen, is niet bekend. Vlaanderen beschikt namelijk niet over een vergunningsregister dat kan nagaan welke aanpassingen in het verleden in welke vergunningen zijn doorgevoerd. Uitgaande van de 8.500 rundveehouderijen zou dus ongeveer 40 procent al een melding of vergunning hebben ingediend.Controles op realisatie 5%-reductieWat controle en opvolging betreft, bevestigt de minister dat de Afdeling Handhaving van het Departement Omgeving deze verplichting meeneemt in de regulier geplande controles. Daarbij wordt nagegaan of de reductie die tegen eind 2025 moest gebeuren, ook effectief gerealiseerd werd. Bij niet-naleving wordt een handhavingstraject opgestart. Indien de reductie is gerealiseerd maar nog niet correct geformaliseerd werd, moet dit alsnog gebeuren voor 31 maart. Twee piekbelasters uitbetaald voor som van 2,3 miljoen euroDochy kreeg ook toelichting over de evolutie in het dossier van de piekbelasters. Deze zomer werd duidelijk dat 11 landbouwbedrijven op de zogenaamde rode lijst zijn terechtgekomen. Deze rode bedrijven hebben, op basis van de oude kdw’s, een impactscore van minstens 50 procent. Eerder gaf Brouns aan dat het “vaak om om kleinere, familiale landbouwbedrijven gaat die door hun ligging nabij natuurgebieden als piekbelaster worden aangemerkt”.Bij de bekendmaking van de lijst werd gecommuniceerd dat al twee bedrijven ingingen op de uitkoopregeling van de overheid. Volgens de opgevraagde cijfers van Dochy zou daar nu één bedrijf zijn bijgekomen. Twee bedrijven uit Antwerpen en Vlaams-Brabant zouden intussen ook hun veeteeltactiviteit hebben stopgezet en vergoed zijn. Het totaal aangeboden bedrag voor de twee dossiers samen bedraagt 2,3 miljoen euro. Het bedrag voor het derde dossier in Limburg is nog niet geweten aangezien het nog in behandeling is. De intekenprocedure op de stopzettingsregeling is echter nog niet voorbij. Bedrijven die bijvoorbeeld nog in beroep zijn gegaan, kunnen na hun uitslag nog steeds intekenen.Van de resterende acht bedrijven is niet bekend hoeveel er een bezwaarprocedure hebben opgestart. Ze konden een herberekening aanvragen op basis van bedrijfseigen informatie waarover de overheid niet beschikt, en die de impactscore onder de 50 procent kan brengen. Bedrijven die na bezwaar toch op de rode lijst blijven, kunnen alsnog intekenen op de stopzettingsregeling of het bedrijf transformeren zodat de impactscore tegen 30 september 2029 onder de 50 procent zakt.</content>
            
            <updated>2026-02-08T15:01:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU en Australië blazen handelsakkoord nieuw leven in na eerdere landbouwimpasse]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-en-australie-blazen-handelsakkoord-nieuw-leven-in-na-eerdere-landbouwimpasse" />
            <id>https://vilt.be/58607</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2023 struikelden de Europese Unie en Australië in de laatste rechte lijn bij de onderhandelingen over een handelsakkoord. Onder meer onenigheid over de quota voor rund- en schapenvlees deed het dossier toen zijn momentum verliezen. Nu lijken beide partijen elkaar opnieuw te vinden, net voor de meet.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f6fe32c2-218d-4537-8b7b-dcd7c2c6649a/full_width_internationalehandel-container-haven-1250.jpg</image>
                                        <content>Het handelsakkoord tussen de Europese Unie en Australië lag voor het eerst op tafel in 2018. Na vijf jaar onderhandelen belandde het dossier in 2023 in het diepvriesvak naast het grootste stuikelblok: schapen- en rundvlees. De twee partijen raakten het niet eens over de invoerrechtenvrije quota voor Australisch rund-, schapen- en lamsvlees.Daarnaast werd stevig gediscussieerd over een ruimere markttoegang voor Australische wijn, suiker, granen en rijst. En ook over geografische aanduidingen liep het vast. In Australië worden producten zoals wijn en kaas verkocht onder namen als prosecco en mozzarella. Om dat tegen te gaan, wilde de Europese Unie een brede lijst van beschermde geografische indicaties verankeren in het vrijhandelsakkoord.Tegen eind deze maand al beklonken?Maar nu lijkt er opnieuw ruimte te zijn ontstaan om zowel deze landbouwkwesties als andere knelpunten opnieuw te bespreken. Olof Gill, woordvoerder van de Europese Commissie, bevestigde aan EU-nieuwswebsite Euractiv dat er een ontmoeting zal plaatsvinden tussen de Europese Commissaris voor Handel, Maroš Šefčovič, en zijn Australische tegenhanger Don Farrell. Volgens de nieuwswebsite zouden de gesprekken al zodanig gevorderd zijn dat de deal afgeklopt zou kunnen worden tegen eind deze maand. Daarbij zou Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen (EVP) al een plaatsje in de agenda hebben gereserveerd om later deze maand nog naar Australië te trekken om de deal te bezegelen.Maar buiten de bevestiging dat er gesprekken zijn, heeft de Commissie inhoudelijk nog niets laten weten over het vernieuwde handelsakkoord. Op X waarschuwde de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca alvast dat geen enkel handelsakkoord afbreuk mag doen aan het Europese productiemodel en aan de Europese normen, met inbegrip van ons systeem van geografische aanduidingen.&quot;Nu de onderhandelingen tussen de EU en Australië worden hervat en vorderen, is het van essentieel belang om nogmaals te wijzen op de realiteit waarmee Europese boeren worden geconfronteerd&quot;, schrijft Copa-Cogeca. &quot;Gevoelige sectoren zoals rundvlees, schapenvlees, suiker en rijst staan al onder zware druk door stijgende kosten, interne beleidsdruk en het cumulatieve effect van meerdere handelsovereenkomsten, waaronder het vooruitzicht van Mercosur. Extra druk dreigt de productie, investeringen en de levensvatbaarheid van de Europese landbouwsector op lange termijn te ondermijnen.&quot;</content>
            
            <updated>2026-02-08T12:49:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen versoepelt vergunningen: pocketvergisters, schuilhokken en wateropslag voortaan zonder stedenbouwkundige vergunning]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-versoepelt-vergunningen-pocketvergisters-schuilhokken-en-wateropslag-voortaan-vergunningsvrij" />
            <id>https://vilt.be/58608</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering heeft een aantal vereenvoudigingen aan de regelgeving goedgekeurd. Landbouwers kunnen voortaan een aantal duurzame ingrepen op hun bedrijf doorvoeren zonder dat ze daarvoor een stedenbouwkundige vergunning moeten aanvragen. Het gaat onder meer om het plaatsen van pocketvergisters, schuilhokken en wateropslag. “Wat weinig impact heeft, maken we eenvoudiger. Wat belangrijk is voor milieu en veiligheid, blijft streng bewaakt”, aldus minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="open ruimte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/043a6cfc-cf9d-4b95-85b7-8267cf40cf53/full_width_laerhoeve-pocketvergister-1250.jpg</image>
                                        <content>Concreet gaat het om een aanpassing van het stedenbouwkundig vrijstellingenbesluit. Stedenbouwkundige handelingen zijn vandaag ofwel vergunningsplichtig, ofwel meldingsplichtig ofwel van vergunning vrijgesteld. Om de regeldruk te verminderen en de administratieve rompslomp te vermijden, heeft de Vlaamse regering op vraag van Brouns een aantal aanpassingen gedaan aan het vergunningenstelsel.De meldingsplicht was in het leven geroepen als slankere variant van de vergunningsplicht, maar in de praktijk leidde dit vaak tot een grote dossierlast met een hoge foutenmarge, aldus het persbericht van de minister. Daarom wordt de meldingsplicht afgeschaft, waardoor stedenbouwkundige handelingen ofwel zijn vrijgesteld ofwel opnieuw vergunningsplichtig worden. Enkel voor zorgwoningen blijft de melding behouden.De handelingen waarvoor de vergunningsplicht wordt opgeheven, hebben telkens een beperkte ruimtelijke impact, verzekert de minister. Ze doen ook geen afbreuk aan milieu- en veiligheidsregels. Het gaat zowel om handelingen in de woningbouw, bij bedrijven, als ook om een reeks maatregelen in de landbouw die worden aangepast. De versoepelingen gelden niet in archeologisch beschermde zones. Vereenvoudigingen voor landbouwersPocketvergistersLandbouwers die mest op hun eigen bedrijf willen omzetten in groene stroom en warmte, hebben geen stedenbouwkundige vergunning meer nodig voor het plaatsen van een kleinschalige pocketvergister. Er gelden wel een aantal duidelijke voorwaarden. Zo mag de maximum oppervlakte niet meer zijn dan 200 vierkante meter, geldt het enkel voor één pocketvergister per bedrijf en mag er uitsluitend eigen dierlijke mest in verwerkt worden. Er moet voldoende afstand zijn tot woningen van derden en er moet aan een aantal veiligheidsvoorzieningen voldaan worden, zoals een waterslot en fakkel. “Let wel, de milieuvergunning blijft gelden waar nodig, net als het stikstofkader”, zo waarschuwt Brouns. SchuilhokkenSchuilhokken tot 80 vierkante meter worden ook vrijgesteld van vergunningsplicht. Op die manier kunnen landbouwers gemakkelijker voldoen aan de nieuwe regels rond beschutting van weidedieren. Opnieuw zijn er enkele beperkingen om de ruimtelijke impact te beperken en moeten landbouwers schuilhokken die niet meer nodig zijn, verwijderen om zo het landschap te vrijwaren.WatermaatregelenOm landbouwers te wapenen tegen droogte en wateroverlast wordt ook in het kader van waterbeheer een paar drempels weggewerkt. Zo zal het voortaan eenvoudiger zijn om bestaande drainage om te vormen naar peilgestuurde drainage. Tot een bepaald volume en mits landschappelijke inpassingen zullen landbouwers ook zonder stedenbouwkundige vergunning water kunnen opslaan. Tot slot mogen ze zonder vergunning ook stuwen plaatsen en andere maatregelen nemen die water langer vasthouden in grachten en waterlopen. Voor bepaalde van die maatregelen zal wel een milieuvergunning nodig blijven. Vul- en spoelplaats voor spuittoestellenLandbouwers kunnen binnenkort ook een vul- en spoelplaats aanleggen zonder stedenbouwkundige vergunning. Het is belangrijk dat daarbij het spoelwater correct wordt opgevangen en dat er geen risico is op lozing naar het oppervlaktewater. Die vul- en spoelplaatsen laten toe om veiliger te werken met spuittoestellen, zowel voor de mens als het milieu.Toegang tot percelenWie een perceelsoprit wil aanleggen, vervangen of herinrichten zal ook vrijgesteld worden van stedenbouwkundige vergunning. Dat geldt ook voor de overwelving of inbuizing van grachten die daarbij noodzakelijk is, zolang die niet meer dan tien meter bedraagt. StalsystemenLandbouwers die duurzame technieken bij stallen willen plaatsen, zoals stofbakken, luchtwassers, warmtewisselaars of batterijen voor de opslag van hernieuwbare energie, hebben eveneens geen stedenbouwkundige vergunning meer nodig. Opnieuw is er een beperkende voorwaarde: de grondoppervlakte die ze in gebruik nemen, mag niet groter zijn dan 100 vierkante meter. &amp;nbsp;“Vlaanderen maakt bewust het onderscheid tussen wat weinig ruimtelijke impact heeft en wat grondig moet worden beoordeeld. Dit is landbouwbeleid met gezond verstand,” besluit minister Brouns. “Minder papier, meer vertrouwen en tegelijk duidelijke grenzen waar milieu en veiligheid dat vragen.” De versoepelingen gaan in vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad, deze is binnenkort voorzien. “Positief, maar nog hele weg af te leggen”Boerenbond reageert positief op de definitieve goedkeuring van deze maatregelen. “Het afschaffen van deze nodeloze verplichtingen zijn stappen vooruit om onze land- en tuinbouwbedrijven verder te verduurzamen, maar er is nog een hele weg af te leggen”, aldus de landbouworganisatie.Ze verwacht dat door verder in te zetten op minder administratie en de beperking van de vergunningsplicht, er meer duurzame investeringen kunnen volgen. “We hopen dan ook dat de Vlaamse regering op dit elan verder gaat. De kern van de problematiek rond vergunningverlening zit bovendien nog steeds in het stikstofdecreet én slechte Europese regelgeving. Dat maakt dat het vlot bekomen van een omgevingsvergunning tot vandaag onmogelijk”, zegt Boerenbond.</content>
            
            <updated>2026-02-11T19:43:06+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ILVO onderzoekt impact van stalbezetting op emissie van varkenshouderij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ilvo-onderzoekt-impact-stalbezetting-op-emissie-varkenshouderij" />
            <id>https://vilt.be/58609</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>ILVO is gestart met een onderzoek naar de impact van verschillende stalbezettingen op de ammoniakemissie. “Een lagere veebezetting betekent een groter 'besmeurbaar' oppervlak en theoretisch een grotere emissie per dier. Maar hoeveel groter? Dat is nog nooit gemeten”, klinkt het bij het onderzoeksinstituut. Het is één van de vele onderzoeken die momenteel lopen op de Varkenscampus in Merelbeke-Melle. VILT trok naar de ILVO-onderzoeksstal die zijn tiende verjaardag viert.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="varken" />
                        <category term="ILVO" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/19641f95-bdb8-4ed7-9775-250f600c5e08/full_width_bezetting-1-ilvo.jpg</image>
                                        <content>Eind vorig jaar vierde ILVO samen met partners UGent en HOGENT het tienjarige bestaan van de onderwijs- en onderzoeksstal Varkenscampus in Merelbeke. In de stal werden in tien jaar tijd 70 wetenschappelijke experimenten uitgevoerd naar onder meer diergezondheid, precisievoedering, dierenwelzijn en ammoniakemissies. Het gaat om publiek gefinancierde onderzoeksprojecten en privaat gefinancierde proeven, bijvoorbeeld voor bedrijven die een voeradditief willen onderzoeken.De Vlaamse agro-onderzoeksinstelling ILVO heeft in totaal ruim 700 mensen in dienst. In de Varkenscampus werken onder meer onderzoekers, deskundigen en dierverzorgers samen. West-Vlaming Thomas Martens is bedrijfsleider en samen met drie dierenverzorgers verantwoordelijk voor de verzorging van de 112 zeugen, bijbehorende biggen en maximaal 500 vleesvarkens op de site in Merelbeke-Melle. Verlegde focus naar emissie-onderzoekDe voorbije jaren is het onderzoek in de Varkenscampus steeds diverser geworden en vormt het in feite een afspiegeling van politiek-maatschappelijke ontwikkelingen. Enkele jaren geleden lag de focus van de proeven nog op het zoeken naar alternatieven voor onverdoofde castratie van mannelijke biggen, vleeskwaliteit en hittestress. Vandaag ligt die op het verlagen van ammoniakemissies, een hogere bigoverleving en precisievoederingDe Varkenscampus is opgedeeld in twee stallen: één voor de zeugen en biggen en één voor de vleesvarkens. In de emissiearme kraamafdeling wordt momenteel onderzoek uitgevoerd naar multisuckling, een techniek waarbij biggen vanaf ongeveer een week leeftijd bij meerdere zeugen kunnen zuigen. “Multisuckling kan ook toegepast worden bij vrijloopkraamhokken waar we in de toekomst toch heen gaan”, voorspelt Martens. We treffen de West-Vlaming in de zeugenstal nadat we eerst de hygiënestraat hebben doorlopen, wat neerkomt op een douche. “Er komen hier dagelijks tientallen mensen over de vloer en we kunnen en willen ons geen sanitaire risico’s veroorloven”, verduidelijkt Sarah De Smet. Zij is coördinator van de Varkenscampus en het aanspreekpunt voor onderzoekers, medewerkers en onderzoekspartners. Individuele varkens in realtime volgenDe voorbije jaren is sterk geïnvesteerd in camera’s, sensoren, artificiële intelligentie en een softwareapplicatie voor het verzamelen van proefdata. Zo wordt bijvoorbeeld het gedrag van de zeugen en biggen in de kraamstal continu gevolgd. “Op die manier kunnen we achterhalen wanneer biggen zuigen, eten en rusten, en verzamelen we ook soortgelijke informatie over het gedrag van de zeugen. Vroeger brachten we dat steekproefsgewijs in kaart, nu beschikken we over realtime-informatie.”Dit en het feit dat biggen op regelmatige tijdstippen worden gewogen en de voederopname nauwkeurig opgevolgd, maakt het mogelijk om behandelingen op individueel niveau van dichtbij op te volgen. “In de nabije toekomst willen we ook proeven uitvoeren waarbij zwaardere pasgeboren biggen na de eerste biestinname tijdelijk worden verwijderd, zodat zwakkere biggen meer toegang krijgen tot biest. Dat zou kunnen leiden tot een hogere bigoverleving en meer homogene groei”, vertelt De Smet.De vleesvarkensstal bestaat uit 16 identieke afdelingen die elk plaats bieden aan 40 vleesvarkens. De helft bestaat uit emissiearme stalsystemen met een combinatie van mestrooster en volle vloer. De andere helft bestaat uit compartimenten die niet emissiearm zijn en aangesloten zijn op een biologische luchtwasser. De afdelingen met gescheiden mestkelders zijn uitgerust met allerhande meetapparatuur. Zelf ammoniakemissie kunnen metenIn de compartimenten kunnen proeven worden uitgevoerd waarbij de emissies van ammoniak en broeikasgassen, zoals methaan, continu gemonitord worden met een nauwkeurig meettoestel voor gasconcentraties (FTIR) en meetwaaiers voor het ventilatiedebiet. Het onderzoek vergelijkt de compartimenten waarin de dagelijkse routine plaatsvindt met deze waarin bijvoorbeeld een aanpassing gebeurde van het voer. Zo kan de impact op de emissie worden gemeten. “Dergelijk onderzoek kan een eerste stap zijn om te bepalen of een maatregel de moeite waard is&amp;nbsp;voor uitgebreide praktijkmetingen om op termijn een erkenning te verkrijgen”, vertelt onderzoekster Laura Peeters.Sinds stikstof hoog op de politieke agenda staat, heeft het onderzoek naar ammoniakemissie een boost gekregen. Zo lopen er onderzoeken naar voeradditieven en mestadditieven. Daarnaast is er een studie bezig naar de mogelijkheid om ammoniakemissies van varkens- en pluimveestallen te monitoren met commercieel beschikbare, betaalbare sensoren. “De meetsystemen die momenteel gebruikt worden voor onderzoek zijn zeer duur en bovendien complex, waardoor veehouders hier zelf niet mee aan de slag kunnen”, vervolgt Peeters.Als veehouders met goedkopere technieken zelf hun ammoniakemissie zouden kunnen meten, kan dat op termijn nieuwe opties mogelijk maken op vlak van vergunningverlening. Zo is het bijvoorbeeld bruikbaar bij een systeem van doelsturing zoals men dat in Nederland plant. Daarbij krijgt de veehouder een stikstofplafond en kan hij zelf bepalen hoe hij daarbinnen blijft. Daarvoor is meetapparatuur onmisbaar. &amp;nbsp; Minder, veel of meer uitstoot per dier?Enkele weken geleden is ILVO in de vleesvarkensstal ook gestart met een onderzoek naar de impact van veebezetting op de ammoniakemissie. De hokken in één compartiment zijn bezet met 12 varkens (0,8 m² beschikbare vloeroppervlakte per varken), in andere compartimenten met tien (1,0 m² per varken) en acht varkens (1,2 m² per varken).“Een lagere veebezetting betekent een groter besmeurbaar oppervlak en theoretisch een hogere emissie per dier. Maar wat is dan precies het verschil? Dat is nog nooit gemeten in Vlaanderen. En wat met andere factoren die mogelijk een rol spelen, zoals het mestgedrag? Mogelijk verbetert dat bij een lagere bezetting en doen varkens hun behoefte meer geconcentreerd”, klinkt het.ILVO is ook bezig met onderzoek naar emissies bij varkensstallen met vrije uitloop. “Momenteel worden deze bedrijven qua emissie over dezelfde kam geschoren als traditionele, niet-emissiearme stallen, omdat het effect onvoldoende gekend is”, aldus Peeters. Daarom wordt er nu ingezet op de ontwikkeling van een meetmethode voor emissies bij dit type stallen.Dat kan de weg openen naar PAS-maatregelen voor deze sector. Momenteel zijn er nauwelijks tot geen maatregelen toepasbaar in de biologische veehouderij, waardoor dit verdienmodel onder druk staat. “Alle onderzoeken die we hier uitvoeren zijn vraaggedreven: vanuit de sector en in praktijkrelevante omstandigheden. De onderzoeksresultaten kunnen dan ook snel worden vertaald naar toepasbare praktijken op de Vlaamse varkenshouderijen”, besluit Sarah De Smet.</content>
            
            <updated>2026-02-09T18:12:19+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Het Franse agro-handelsoverschot daalt naar het laagste niveau in 25 jaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/het-franse-agro-handelsoverschot-daalt-naar-laagste-niveau-in-25-jaar" />
            <id>https://vilt.be/58610</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Franse handelsbalans voor landbouw- en agrovoedingsproducten is gedaald tot het laagste niveau in decennia. Dat blijkt uit de jaaranalyse van de Franse douane. De handelsbalans verslechterde door hogere invoerkosten, een zwakkere export en toenemende spanningen met belangrijke handelspartners. “Onze boeren moeten opnieuw de middelen krijgen om te produceren en te investeren", reageert de Franse landbouwminister Annie Genevard.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f47f96c3-66a8-4b64-b7cf-25241562c7cc/full_width_containerschip-handel.jpg</image>
                                        <content>De Franse handelsbalans voor landbouw- en agrovoedingsproducten verslechterde vorige jaar fors met vijf miljard euro. Het overschot bereikte daarmee slechts 200 miljoen euro. De terugval is vooral te wijten aan een sterk toegenomen invoer, hogere invoerkosten en stijgende prijzen van enkele producten, als gevolg van tekorten op de wereldmarkt. Volgens de douane wegen vooral de invoer van cacao, koffie, raapzaad en koolzaad zwaar op de handelsbalans. Ook de export steeg, maar niet genoeg om de importstijging te counteren. Frankrijk had een zwakkere uitvoer, onder meer van wijn en sterke dranken, door handelsspanningen met de Verenigde Staten en China.De douane lichtte ook kort de handelsrelatie met de Mercosur-landen toe in de analyse: “Als handelspartner vertegenwoordigde Mercosur de voorbije jaren slechts een zeer beperkt aandeel in de Franse handelsstromen. Het gaat om net geen één procent van de uitvoer en ongeveer 0,6 procent van de invoer.”Positieve algemene handelsbalansDe algemene Franse handelsbalans doet het anders wel goed en verbeterde vorig jaar zelfs. Het handelstekort nam verder af. Deze daling wordt gedreven door dalende energieproducten als geraffineerde aardolie, en aan betere exportprestaties in de transportsector, met name in de auto-industrie en de lucht- en ruimtevaart. “Frankrijk toont zijn vermogen om stand te houden in een veeleisende en gefragmenteerde handelswereld”, reageerde staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Nicolas Forissier. “In 2026 moeten we onze sterke punten consolideren, onze strategische sectoren ondersteunen en een ambitieuze agenda voor concurrentievermogen uitrollen.  Terwijl we blijven pleiten voor een veeleisende openheid in de handel.”Landbouwminister Annie Genevard pleitte op sociale media alvast voor meer middelen voor haar sector. “Ik roep op tot algemene mobilisatie. De achteruitgang (van de agrovoedingssector red.) is onmiskenbaar en Frankrijk moet onmiddellijk reageren door onze boeren weer de middelen te geven om te produceren en te investeren”, schreef ze.De regering werkt aan een &quot;noodwet voor de landbouw&quot;, die naar verwachting eind deze maand op de landbouwbeurs in Parijs wordt gepresenteerd.</content>
            
            <updated>2026-02-09T17:26:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[PIVA-leerlingen behalen negen keer goud op internationale slagerswedstrijd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/piva-leerlingen-behalen-9-keer-goud-op-internationale-slagerswedstrijd" />
            <id>https://vilt.be/58611</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Leerlingen van het zevende jaar Culinair Slager van PIVA (Provinciaal Instituut Antwerpen) wonnen negen gouden medailles op de internationale vakwedstrijd van de Confrérie des Chevaliers du Goûte Andouille de Jargeau. Dat is een prestigieus evenement dat het afgelopen weekend plaatsvond in Eindhoven. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2fa9fd08-445d-496a-9f87-72bebdfa7665/full_width_wedstrijd-vlees-piva.png</image>
                                        <content>De Confrérie des Chevaliers du Goûte-Andouille is een gastronomische broederschap met wortels in het Franse stadje Jargeau aan de Loire. De &#039;Confrérie&#039; waakt al decennialang over de kwaliteit en traditie van de bekende andouilleworst. Vanuit die traditie groeide een internationale vakwedstrijd, waarin negen officiële categorieën bestaan en meer dan 60 prijzen worden uitgereikt.PIVA nam vorig jaar voor het eerst deel met twee leerkrachten, vooral om kennis te maken met het wedstrijdverloop en de beoordelingscriteria. Die verkennende deelname leverde meteen vijf gouden en één zilveren medaille op. Dit jaar nam de school voor de eerste keer deel met leerlingen.&amp;nbsp;“Dit is een wedstrijd met een hoge moeilijkheidsgraad en een bijzonder sterk deelnemersveld,” zegt Bert Vogels, technisch adviseur slagerij bij PIVA. “Hier meten onze leerlingen zich met slagers uit onder meer Frankrijk, Denemarken en Duitsland. Dat alleen al maakt deelname enorm waardevol.” PIVA was de enige Vlaamse school die met leerlingen deelnam. Ambacht en productontwikkeling centraalDe voorbereiding op de wedstrijd gebeurt intensief en doordacht. “Leerkrachten en leerlingen gaan samen rond de tafel zitten,” legt Vogels uit. “De leerlingen mogen zelf recepten voorstellen. Wij bekijken samen of die technisch kloppen, wettelijk in orde zijn en voldoende uitdaging bieden. Zo leren ze zelfstandig nadenken over productontwikkeling, van grondstofkeuze tot afwerking.”Daarbij is ook duurzaamheid een aandachtspunt. “We werken veel met regionaal varkensvlees uit de Kempen en denken sterk na over foodpairing. Dat zijn waarden die we onze leerlingen bewust willen meegeven.” Jury bekroont ambachtelijk karakterDe resultaten mochten gezien worden: negen gouden medailles, waarvan zeven met een perfecte score. Bovendien kreeg de casselerrib van Thibeau Snelders een ster toegekend, een extra erkenning voor producten met een uitgesproken ambachtelijk karakter.Vogels trad zelf als jurylid op, met de duidelijke afspraak geen PIVA-producten te beoordelen. Hij benadrukt het belang van die ambachtelijke toets. “Er wordt niet alleen naar smaak gekeken, maar ook naar technieken. Hoe is een stuk vlees uitgebeend, is een worst ambachtelijk geknoopt of machinaal afgesloten? Wordt er gewerkt met natuurdarm of kunstdarm? Dat zijn vaardigheden die vandaag niet overal nog worden toegepast, maar die wij onze leerlingen bewust blijven aanleren.” Resultaten per rubriekRubriek A – Rauwe, gerookte of gedroogde snijbare worstsoortenPepersalami – Lian De Meyer: GOUD (50/50)Zuiderse salami – Sayaru Dils: GOUD (50/50)Rubriek C – Verduurzaamde vleeswarenBascote Ambiorixx (klassikaal werk): GOUD (49/50)Coppa (klassikaal werk): GOUD (50/50)Rubriek D – Gekookte vleeswarenCasselerrib – Thibeau Snelders: GOUD (50/50)*Gestoomd noothammetje – Ruben Van den Heuvel: GOUD (50/50)Rubriek E – Patés en terrinesPaté en croûte grand veneur – Tygo De Meirleir: Eervolle vermelding (41/50)Fazantenpastei in krokante korst – Tygo De Meirleir: GOUD (50/50)Rubriek G – Gekookte worstsoortenParijzerworst – Jonas Van Gestel: GOUD (49/50)Frankfurters (klassikaal werk): GOUD (50/50) Trots, zelfvertrouwen en toekomstperspectiefTot slot hoopt PIVA dat zulke prestaties het slagersvak opnieuw in de kijker zetten. “Slager zijn, is zoveel meer dan vlees versnijden,” besluit Vogels. “Het is creativiteit, vakkennis, productontwikkeling en ambacht. We zijn als school bijzonder trots op deze leerlingen en hopen dat nog veel jongeren voor dit mooie vak kiezen.”</content>
            
            <updated>2026-02-09T20:15:40+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Jeugdige minister moet Nederlandse landbouw uit stikstofcrisis loodsen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/jeugdige-minister-moet-nederlandse-landbouw-uit-stikstofcrisis-loodsen" />
            <id>https://vilt.be/58612</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De 34-jarige Jaimi van Essen van D66 is de beoogde nieuwe Nederlandse minister van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur (LVVN). D66 kwam als grootste partij uit de verkiezingen. Van Essen is sinds 2024 wethouder (vergelijkbaar met een schepen, red.) in Deventer en houdt zich daar bezig met Energie, Milieu en Economie. Aan hem de taak om de landbouw uit het stikstofmoeras te leiden. Hij heeft hiervoor een fonds van 20 miljard euro tot zijn beschikking.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="buitenland" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9c238ec3-cc0f-464c-b1c1-1ad95d613388/full_width_gf-wethouder-jaimi-van-essen-groot-formaat-def.jpg</image>
                                        <content>Nadat vorige week al bekend werd dat het ministerschap van Landbouw naar D66 zou gaan, is nu ook de naam bekend. Jaimi van Essen wordt door zijn partijgenoot en beoogd premier Rob Jetten voorgedragen als minister van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur (LVVN).Van Essen (34) groeide op in de plattelandsgemeente Losser (Overijssel) en studeerde politicologie in Nijmegen en European Studies in Twente. Nadat hij in 2014 zijn politieke loopbaan startte als wethouder in Losser, maakte hij in 2024 de overstap naar de stad Deventer. Daar had hij als wethouder heel wat in zijn portefeuille: Energie, Duurzaamheid en Milieu, Economie, Haven en Bedrijventerreinen, Binnenstad, Internationaal Beleid, Recreatie en Toerisme en Deventer Marketing. Van Essen krijgt de zware opdracht om de stikstofcrisis te helpen oplossen. Hij krijgt hiervoor een fonds van 20 miljard euro tot zijn beschikking, geld dat onder meer dient voor een vrijwillige uitkoopregeling van boeren in stikstofgevoelige gebieden.Landbouworganisatie LTO reageert voorzichtig positief op de aanstelling. “Afgelopen weekend heb ik een uitgebreid kennismakingsgesprek gevoerd met beoogd LVVN-minister Jaimi van Essen. Ook sprak ik een regionale bestuurder die eerder met Van Essen heeft samengewerkt. Op basis daarvan ben ik voorzichtig positief en kijk ik uit naar de start van een constructieve samenwerking”, laat voorzitter Ger Koopmans weten.Eerder werd al bekend dat Silvio Erkens namens het centrumrechtse VVD zitting zal nemen in het nieuwe kabinet als staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De 35-jarige Limburger zit sinds 2021 in de Tweede Kamer en heeft geen politieke ervaring met landbouw. Op zoek naar meerderhedenDe nieuwe regering in Nederland zal naar verwachting eind februari beëdigd worden. Het gaat om een minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA. Door die status zal het kabinet in de Eerste en Tweede Kamer op zoek moeten gaan naar wisselende meerderheden. Daarbij is ook de steun nodig van de BoerBurgerBeweging (BBB), die met Femke Wiersma momenteel de minister van Landbouw levert.BBB-partijleider Caroline van der Plas reageerde op X alvast kritisch op de aanstelling van Van Essen. “Geen tot amper ervaring in de landbouw. Wel op klimaat, afval, energie en circulaire economie. Riemen vast!”Ook de partijkleur van Van Essen wekt weinig vertrouwen bij de BBB. “D66 gaat de nieuwe minister van Landbouw leveren. De partij die pleitte voor halvering van de veestapel en zo de grootste boerenprotesten in onze geschiedenis ontketende. De partij die het intrekken van vergunningen op tafel legde. Terug naar het oude, ontwrichtende beleid. Boeren zijn kapot geschrokken. En ik met hen”, klonk het.</content>
            
            <updated>2026-02-09T20:08:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zijn uitbreidingen nog mogelijk in de glastuinbouwsector?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zijn-uitbreidingen-nog-mogelijk-in-de-glastuinbouwsector" />
            <id>https://vilt.be/58613</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Glastuinbouwers botsen vaak op grenzen wanneer ze willen uitbreiden. De ruimtelijke inpassing van serres vormt daarbij het grootste knelpunt. Voor veel bedrijven blijft een overname van een bestaand landbouwbedrijf dan ook de enige optie om de productie op te schalen. Een serre bijbouwen of een nieuw project opstarten, is in de praktijk nauwelijks nog mogelijk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="glastuinbouw" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ef51627d-45ba-4ee1-aefc-f0d084b521ec/full_width_serre-tuinbouw-glastuinbouw.jpg</image>
                                        <content>Een nieuw glastuinbouwbedrijf uit de Vlaamse grond stampen is theoretisch niet uitgesloten. Maar in de praktijk wordt het zo goed als niet meer gedaan. Dat bevestigen landbouworganisatie Boerenbond en adviesbureau SBB accountants en adviseurs. Het grootste struikelblok bij een opstart lijkt vooral de zoektocht naar een geschikte locatie om een serre te mogen bouwen.Formeel bestaat er geen algemeen verbod om een glastuinbouwbedrijf te starten in agrarisch gebied. Daarnaast zijn er in Vlaanderen ook specifieke gebieden met een aangepaste bestemming speciaal voor glastuinbouw, zij het in zeer beperkte mate. Maar het is niet omdat er locaties zijn, dat je er ook gemakkelijk een vergunning krijgt om er een serre te bouwen. De site en de buurt moeten geschikt zijn voor de bouw van serrecomplexen die onder de huidige evolutie steeds groter worden. “Dat is momenteel de grootste bottleneck die we zien rond vergunningsverlening van glastuinbouw; de omwonenden, natuurorganisaties of gemeentes die zich verzetten tegen de ruimtelijke inpassing van nieuwe serrecomplexen”, vertelt Bart Baets, agrarisch bedrijfsadviseur tuinbouw bij SBB.Minder bedrijven, maar wel groterBinnen de glastuinbouwsector tekent zich al langer een combinatie af van schaalvergroting en een dalend aantal bedrijven. In 2010 telde Vlaanderen nog 1.096 gespecialiseerde glastuinbouwbedrijven, in 2024 blijven er daarvan 685 over. Tegelijk groeiden de overblijvende bedrijven sterk in oppervlakte. Bij de gespecialiseerde glastuinbouwbedrijven verdubbelde de gemiddelde oppervlakte van 1,12 hectare in 2010 naar 2,48 hectare in 2024. “Het is belangrijk dat bedrijven kunnen groeien om het leefbaar te houden gezien er steeds strengere regelgeving is en de kosten ook stijgen”, aldus Boerenbond.Is groeien nog mogelijk?Omdat starten of groeien op een nieuwe locatie uiterst moeilijk is, proberen een aantal bedrijven te groeien vanuit een bestaande bedrijfssite. Daarbij nemen ze de bestaande site over en voeren ze vernieuwingen door. “Maar als dit ook gepaard gaat met een uitbreiding, duiken vaak opnieuw problemen op”, aldus Boerenbond. “Veel gehoorde argumenten zijn onder meer de ‘draagkracht van de open ruimte’, mobiliteit en de watertoets. Dat terwijl glastuinbouwbedrijven slechts 0,2 procent van de totale oppervlakte cultuurgrond gebruiken, maar wel liefst 7,6 procent van de totale productiewaarde van de Vlaamse land- en tuinbouw realiseren.”Complexe dossiersVorige maand zette Vlaams parlementslid Jurgen Callaerts (N-VA) de vergunningsverlening in de glastuinbouw ook op de agenda in de Commissie Landbouw. Hij sprak er over &quot;kafkaiaanse toestanden&quot; in de sector. “Het is zelfs moeilijk om aan een vergunning te geraken in de aangeduide concentratiezones voor glastuinbouw en in overleg met natuurverenigingen”, aldus Callaerts. De onzekerheid over de vergunningsprocedures knaagt bij landbouwers “Net als in andere landbouwtakken zijn de vergunningsdossiers zeer complex geworden en vergen ze veel technische onderbouwing. Maar als dit in orde is, merken we dat overheden doorgaans bereid zijn om gunstig te beslissen”, vertelt Baets. “Alleen stopt de procedure vaak niet bij een vergunningsbeslissing. Tegen een vergunningsbeslissing kunnen nog beroepen worden ingesteld. Als een dossier bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen belandt, kan het volledige traject jaren aanslepen.” Al zijn het niet alleen externen die zich kanten tegen een vergunningsbeslissing, ook de landbouwer die de vergunning heeft aangevraagd stapt wel eens naar de rechtbank als een overheid een vergunning weigert. Het resultaat is hoe dan ook hetzelfde: een jarenlange procedure en hoogoplopende kosten. Enx  dat zonder garantie op succes. “Die onzekerheid knaagt bij hen”, klinkt het. Hagewest kon wél uitbreiden: “Eerste aubergines verwacht in maart”Als één van de weinigen is het Jasper Haghedooren van glastuinbouwbedrijf Hagewest in Staden wel gelukt om uit te breiden. Het bedrijf kreeg vorig jaar “al bij al vrij vlot” een vergunning om een nieuwe serre van vier hectare te bouwen bij het reeds bestaand serrecomplex van ongeveer zeven hectare. “Als ik ons traject vergelijk met dat van collega’s uit de buurt, is onze uitbreiding eerder gemakkelijk verlopen”, vertelt Haghedooren. “Zo ken ik enkele glastuinbouwers in de omgeving die al verschillende jaren vastzitten in een procedure om een extra serre te mogen bouwen.” In maart worden de allereerste aubergines verwacht in de serre. Vlaanderen houdt geen vergunningscijfers bij voor glastuinbouwHoe hard de vergunningsverlening in de glastuinbouwsector in het slop zit, kunnen we echter niet staven met cijfers. Niemand, zo lijkt. Want Vlaanderen houdt geen vergunningenregister aan, apart voor de glastuinbouwsector. Dat antwoordde Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) op de vraag van Callaerts naar een evolutie in de aangevraagde omgevingsvergunningen. “Een vergunningsaanvraag voor glastuinbouw wordt in het omgevingsloket geregistreerd onder de algemene functie ‘landbouw’”, aldus de minister. “Er is geen gedetailleerde informatie over de aard van de landbouwactiviteiten die het voorwerp uitmaken van een vergunningsaanvraag.” Initiatieven tot verbeteringBrouns liet in de commissie ook weten dat “de gehele land- en tuinbouwsector, en bij uitbreiding meerdere economische sectoren, sinds vorige legislatuur worstelen met moeilijkheden bij vergunningverlening”. Hij verwees daarbij naar het actieprogramma dat daarom eind vorig jaar werd goedgekeurd om hervormingen door te voeren in het volledige vergunningenbeleid. &amp;nbsp;Wat betreft de glastuinbouwsector, kreeg hij nog geen signaal dat het specifiek voor de sector moeilijk is om vergunningen te verkrijgen. Hij toonde zich wel bereid om de vergunningsmogelijkheden te bekijken als verticale glastuinbouw teelttechnisch en economisch haalbaar wordt. Verticale glastuinbouw heeft verschillende teelten boven elkaar en omvat hogere gebouwen of serres. Door de bouw op een tot dan onbenut dakoppervlak wordt er geen nieuwe ruimte aangeboord en de beschikbare oppervlakte maximaal gebruikt. “Dergelijke ontwikkeling kunnen overwogen worden op haalbare locaties.” Glastuinbouw ontbreekt in toekomstig Beleidsplan Ruimte VlaanderenDe Vlaamse overheid is ondertussen bezig met de opmaak van het ‘Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV)’, de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Dit moet de krijtlijnen voor het ruimtelijk beleid in Vlaanderen bepalen voor de komende decennia. Binnen de opmaak is ook een beleidskader ‘Ruimte voor Landbouw’ in het vooruitzicht gesteld. “Op deze manier wordt erkend dat de land- en tuinbouwsector een sector is die de nodige ruimte nodig heeft en dat er wordt nagedacht hoe we die ruimte zo optimaal mogelijk kunnen inrichten”, aldus Boerenbond. “Maar in de conceptteksten ontbreekt momenteel de glastuinbouw als specifieke sector met haar specifieke uitdagingen.”Volgens Boerenbond zijn de glastuinbouwers nochtans ook erg op zoek naar rechtszekerheid binnen het agrarisch gebied. “Er moet aandacht besteed worden aan de uitdagingen van de glastuinbouwsector. We benadrukken daarbij dat de glastuinbouwsector ook zeer divers is. Er zijn zeer gespecialiseerde serrebedrijven, maar ook bedrijven die de serreteelt combineren met openluchtteelten. Er zijn bedrijven die weinig energie-intensief zijn, maar er zijn ook sterk energie-intensieve bedrijven met een WKK. Om de diverse keuzes aan groenten, fruit en sierteeltproducten te kunnen produceren, moeten glastuinbouwbedrijven kunnen meegroeien met nieuwe evoluties. Er moet een werkbaar kader zijn en de rechtszekerheid moet met het BRV vergroot worden.”</content>
            
            <updated>2026-02-09T17:49:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriep: West-Vlaamse zones slinken, regering ontwikkelt vaccinatiestrategie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriep-west-vlaamse-zones-slinken-regering-ontwikkelt-vaccinatiestrategie" />
            <id>https://vilt.be/58614</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De FOD Volksgezondheid heeft een werkgroep opgericht om een vaccinatiestrategie te ontwikkelen tegen vogelgriep. Dat zegt federaal landbouwminister David Clarinval (MR) in een reactie op een vraag van Irina De Knop (Anders). De centrale vraag is of de economische kosten van zo'n campagne opwegen tegen de voordelen. Intussen is in West-Vlaanderen het opheffen van vogelgriepzones volop bezig.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/39d31eb1-7b91-4917-84ba-a18ead0d0fd6/full_width_legkippen-vogelgriep.jpg</image>
                                        <content>In West-Vlaanderen is het opheffen van de zones volop aan de gang. Dat meldt Landsbond Pluimvee. Zo zijn de afgelopen week in de grote beperkingszone Veurne-Alveringem, op één na, alle beschermingszones omgezet in bewakingszone. In de bewakingszone Wingene zijn alle onderzoeken gunstig. Vanaf dinsdag 10 februari zijn daar nog enkel de landelijke maatregelen van kracht.In de grote bewakingszone Veurne-Alveringem worden de eindscreenings in de vijf deelzones georganiseerd tussen woensdag 11 en dinsdag 17 februari. Bij gunstige resultaten zullen deze zones dan stelselmatig vrijkomen tussen vrijdag 13 en donderdag 19 februari. In de beperkingszone Deerlijk zal de beschermingszone volgende week dinsdag 17 februari worden omgezet in bewakingszone. De eindscreening in de bewakingszone zal normaliter vanaf maandag 23 februari worden georganiseerd. Deze zone zal dan vrijkomen op donderdag 26 februari.Het FAVV waarschuwt dat deze gunstige evolutie niet betekent dat de problemen met vogelgriep van de baan zijn. “Hoewel de omgevingsdruk vanuit wilde vogels afneemt – het aantal besmettingen is verhoudingsgewijs lager dan enkele weken – is deze druk nog steeds zeer hoog. In de buurlanden is bijvoorbeeld het aantal uitbraken bij pluimvee en bij hobbyvogels opnieuw gestegen in de afgelopen weken. Elke winterprik kan dus opnieuw omstandigheden creëren, die gunstig zijn voor de verspreiding van het vogelgriepvirus. Aandacht voor bioveiligheid en voorzichtigheid bij activiteiten met pluimvee en vogels zijn dus nog steeds broodnodig.” VaccinatiestrategieVogelgriep bestrijden kost geld. Sinds 2022 worden de crisisreserves van het FAVV gemobiliseerd om de kosten in verband met vogelgriep te dekken. Tot op heden worden de uitgaven sinds 2022 geraamd op 12,7 miljoen euro. Een werkgroep van de FOD Volksgezondheid moet nu berekenen of het al dan niet gunstig is om te vaccineren. Ook zulke campagnes hebben immers een prijs.Op de Commissie Gezondheid van 21 januari waarschuwde federaal landbouwminister David Clarinval (MR) dat grootschalige vaccinatie in België geen sinecure is. De beschikbaarheid van geschikte en doeltreffende vaccins, de praktische haalbaarheid van zo’n campagne en de handelsbeperkingen die door derde landen worden opgelegd, zijn belangrijke obstakels. Ook binnen gevaccineerde bedrijven blijven er strenge controles nodig om te vermijden dat het virus binnendringt.Europa vereffent interne markt, maar externe handel kan sputteren met vaccinMaar onmogelijk is zo’n campagne niet. De Wereldorganisatie voor Diergezondheid (WOAH) en de Europese Commissie hebben hun codes bijgewerkt om vaccinatie tegen hoogpathogene aviaire influenza toe te staan en te reguleren. Op Europees niveau kunnen verplaatsingen van gevaccineerd pluimvee worden toegestaan. Het moet dan gaan om dieren bestemd voor onmiddellijke slachting, broedeieren of eendagskuikens van gevaccineerd pluimvee. Ook producten van gevaccineerd pluimvee tussen lidstaten kunnen worden toegestaan, mits er versterkt toezicht gebeurt op de herkomst, het klinisch profiel van de dieren en hun producten. Een verborgen economische kostprijs is de export buiten Europa, die moeizamer zou verlopen. Clarinval maakte erop attent dat derde landen vrij zijn om geen producten van gevaccineerd pluimvee toe te laten op hun grondgebied.Kosten en batenOf vaccineren wel of niet gunstig is, dat zal de werkgroep moeten uitmaken. Hoewel een vaccinatiecampagne allesbehalve evident is, hebben de uitbraken en de daarbij horende uitroeiingen van gevogelte ook hun prijs. In Frankrijk bleek vaccinatie uiteindelijk minder duur te zijn dan de bestrijding van eerdere uitbraken van hoogpathogene vogelgriep. Maar Irina De Knop (Anders) merkt op dat de situatie in België verschilt van die van Frankrijk. Een voorbeeld: Frankrijk heeft eenden gevaccineerd om de productie van foie gras te beschermen, wat een product is met een zeer hoge waarde.Minder Europese middelenClarinval merkte ook nog op dat de Europese cofinanciering sterk werd verminderd voor de strijd op het vlak van dier- en plantgezondheid, en wel van 50 procent naar 20 procent. “Als de lidstaten dat deel zelf moeten dragen, riskeren we minder opvolging, minder harmonisatie en verzwakking van de interne markt, bijgevolg meer sanitaire risico&#039;s voor dieren, planten en mensen”, meldt Clarinval. België wil Europa vragen om de cofinanciering te herwaarderen in een nieuw Europees meerjarig financieel kader vanaf 2027.</content>
            
            <updated>2026-02-09T18:34:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese Rekenkamer waarschuwt dat GLB-hervorming onzekerheid dreigt te vergroten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-rekenkamer-waarschuwt-dat-glb-hervorming-onzekerheid-voor-landbouwers-dreigt-te-vergroten" />
            <id>https://vilt.be/58615</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De voorgestelde hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Commissie dreigt voor nog meer onzekerheid te zorgen voor landbouwers. Daarvoor heeft de Europese Rekenkamer maandag gewaarschuwd in een nieuw advies over de Europese meerjarenbegroting van 2028 tot 2034.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bbb9a983-1541-4e18-825c-68003b61927d/full_width_melkveebedrijflandbouwer-colruytgroup.jpg</image>
                                        <content>De Europese Commissie wil de Europese begroting grondig hervormen. In haar voorstel voor de volgende begroting van 2028 wil ze graag het huidige afzonderlijke landbouwbudget in één grote pot van 865 miljard euro stoppen. Deze pot zou uiteindelijk gedeeld moeten worden met andere beleidsdomeinen, zoals de steun aan de regio&#039;s, sociale fondsen, migratie en grensbewaking. De besteding van het geld zou dan vastgelegd worden in nationale plannen waarover de Commissie met elke lidstaat afzonderlijk zal onderhandelen.Dit zou de eerste keer zijn, sinds de oprichting van het GLB in 1962, dat er geen afzonderlijk fonds voor landbouw wordt voorzien. Ook inhoudelijk betekent het een structurele hervorming van het beleid. De Commissie wil afstappen van de klassieke tweepijlerstructuur, met enerzijds directe inkomenssteun voor landbouwers en anderzijds middelen voor plattelandsontwikkeling. Wel zou het GLB een minimale begrotingstoewijzing van 293,7&amp;nbsp;miljard&amp;nbsp;euro ontvangen voor inkomenssteun aan landbouwers (het “geoormerkte” bedrag). Onlangs werd ook overeengekomen dat tien procent van het niet-geoormerkte bedrag naar plattelandsontwikkelingen moet gaan. Het voorstel van de Commissie stuit op veel verzet bij landbouworganisaties en kan ook in het Europees Parlement op weinig bijval rekenen. Zo bestaat de vrees dat het huidige gemeenschappelijke karakter van het GLB &amp;nbsp;uitgehold zal worden, omdat lidstaten hun eigen prioriteiten kunnen leggen bij de verdeling van de pot met geld. Dit zou kunnen leiden tot een ongelijk speelveld&amp;nbsp; op de eengemaakte markt. Daarnaast waarschuwt de internationale landbouworganisatie Copa-Cogeca dat het GLB-budget volgens de plannen 20 procent lager zou uitvallen dan vandaag. De ingewikkelde regeling en de complexere juridische structuur van het voorstel verhoogt het risico op onzekerheid en ondermijnt het eigen vereenvoudigingsdoel Gebrek aan duidelijkheidDe Rekenkamer, de financiële toezichthouder van de EU, voegt daar nog een extra kritische noot aan toe. Ze waarschuwt in haar advies dat het gebrek aan duidelijkheid de onzekerheid bij de landbouwers kan vergroten. Zo zullen landbouwers in hun planningsfase niet altijd zekerheid hebben op welk budget ze kunnen rekenen. De precieze omvang van de GLB-financiering zou pas duidelijk worden nadat een land zijn nationale plannen heeft laten goedkeuren.Daarnaast is de Rekenkamer kritisch over de ingewikkelde regeling voor zowel de vaststelling en planning van het budget als voor de complexere juridische structuur van het voorstel. Dat kan leiden tot vertragingen bij de uitbetaling van middelen en vergroot opnieuw het risico op onzekerheid. “Dit zou uiteindelijk het eigen vereenvoudigingsdoel kunnen ondermijnen”, klinkt het.Verdere onzekerheid zou voortvloeien uit een gebrek aan duidelijkheid over welke GLB-maatregelen op output moeten worden gebaseerd en welke op mijlpalen en streefdoelen. “Dit leidt mogelijk tot inconsistentie tussen EU-landen”, stelt De Rekenkamer. Ook hamert de instantie erop dat de grotere flexibiliteit van de landen, om zelf te beslissen over hun nationale plannen, geen afbreuk mag doen aan de gemeenschappelijke doelstellingen van het GLB. “Om dit risico te beperken, zal de Commissie haar versterkte sturende rol doeltreffend moeten vervullen”, aldus de Rekenkamer. Tot slot wijst de Rekenkamer op de nood aan &quot;verantwoordingsplicht&quot; en &quot;traceerbaarheid&quot; van de geldstromen, van de Europese rekening tot die van de landbouwers.</content>
            
            <updated>2026-02-09T21:51:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ICE legt Amerikaanse afhankelijkheid van illegale arbeid in de melkveehouderij bloot]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ice-legt-amerikaanse-afhankelijkheid-van-illegale-arbeid-in-de-melkveehouderij-bloot" />
            <id>https://vilt.be/58616</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De migratiepolitiek van de Amerikaanse president Donald Trump doet veel stof opwaaien in de Verenigde Staten. Niet alleen de agressieve werkwijze van de Amerikaanse immigratie- en douanedienst ICE oogst kritiek, ook het doel staat ter discussie. Veel economische sectoren draaien op buitenlandse arbeid. Dat geldt ook voor de melkveehouderij. “Sommige werknemers durven het melkveebedrijf zelfs niet te verlaten om boodschappen te doen”, vertelt Vlaming Miel Hostens vanuit de VS.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="seizoenarbeid" />
                        <category term="Donald Trump" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c3f7b997-6098-4b0d-8d49-26d4b14e06e9/full_width_pet-amerika-vs-trump.jpg</image>
                                        <content>Van de ene op de andere dag 38 van de 54 personeelsleden verliezen. Het overkwam de melkveehouders Rodney en Dorothy Elliott in de Amerikaanse staat South Dakota vorig jaar. Het bedrijf met 6.500 melkkoeien werd geviseerd door een federale audit van de Amerikaanse overheid. Hieruit bleek dat deze werknemers onjuiste, verouderde of onvolledige documenten hadden met betrekking tot hun Amerikaanse verblijfsstatus of werkvergunningen.De audit was een uitvloeisel van het strengere antimigratiebeleid van de Amerikaanse overheid. De Amerikaanse immigratie- en douanedienst ICE heeft vorig jaar de strijd tegen illegale migranten en arbeiders opgedreven. Het beleid haalde vorige maand ook in Vlaanderen de krantenkoppen. Het agressieve optreden van ICE had twee doden tot gevolg. Dat leidde tot een storm van kritiek.In de Verenigde Staten is er al langer kritiek op het optreden van ICE. Niet alleen de agressieve werkwijze staat ter discussie, ook het doel op zich. Veel economische sectoren zijn namelijk afhankelijk van illegale arbeiders. Dat geldt ook voor de landbouw en in het bijzonder voor de melkveehouderij. Tachtig procent melkproductie door Spaanstalige arbeidHet Amerikaanse vakblad Dairy Herd, dat recent berichtte over de inval op het melkveebedrijf van Elliott in South Dakota, schat dat immigranten de helft van de arbeidskrachten op melkveebedrijven uitmaken. Zij werken op grote melkveebedrijven die bijna 80 procent van de melk in de Verenigde Staten produceren. Een deel van deze migrantarbeiders, veelal uit Zuid-Amerika, beschikt niet over de juiste papieren.“De werkvergunning en andere documenten zijn een verantwoordelijkheid van de werknemer en niet van de werkgever. Die kan het niet weten als een werknemer niet over de juiste papieren beschikt”, vertelt Miel Hostens, professor Digital Dairy Management and Data Analytics aan de Cornell University in New York. De Vlaming werkt in de Verenigde Staten aan digitale modellen die de duurzaamheid van een melkveebedrijf in kaart brengt en staat dus dicht bij de sector.Hij geeft aan dat het ICE-optreden de melkveehouderij in zijn greep houdt. “Het gaat zelfs zo ver dat illegale migrantenarbeiders het melkveebedrijf niet durven te verlaten om naar de supermarkt te gaan, uit vrees onderweg opgepakt te worden. Hierdoor is er een illegale handel in boodschappen ontstaan. Mensen met de juiste papieren gaan voor anderen naar de supermarkt en rekenen hier een marge voor aan.”Het beleid legt een fundamenteel probleem bloot in de melkveehouderij: de afhankelijkheid van illegale Zuid-Amerikaanse arbeiders. “Bedrijven vinden geen native Americans om het werk te doen”, zegt een vertegenwoordiger van een landbouwbelangenorganisatie in Dairy Herd. Extra aandacht voor robotiseringVolgens Hostens heeft dit probleem de aandacht voor robotisering een boost gegeven. Daarbij ligt de focus volgens hem niet op de standaardmelkrobots. “Robots zijn geen oplossing voor grote bedrijven. Een bedrijf met 10.000 koeien heeft 200 robots nodig. Dat is praktisch niet haalbaar en bovendien zijn bedrijven bang om op deze manier afhankelijk te worden van robotleveranciers.”De automatisering van de toekomst betreft volgens hem robotarmen die het melkstel aanbrengen in een draaimelkstal, ook wel carrouselmelkstal genoemd. Bij het carrouselsysteem, dat ook door enkele Vlaamse landbouwers wordt gebruikt, zet een medewerker de melkbekers op de uiers van de koe. “Het dippen van de uier kan nu al door een robotarm worden gedaan en de ontwikkelingen op dat gebied gaan momenteel heel snel.” Extreme schaalvergroting in de VSHet is de vraag of deze techniek ook in Vlaanderen toekomst heeft. Hoewel de Verenigde Staten in veel gevallen als voorbeeld gelden voor de West-Europese melkveehouderij, zijn er ook grote verschillen. Zo kenden de VS de voorbije jaren een extreme vorm van schaalvergroting. “Waar bedrijven met 3.000 koeien tien jaar geleden nog groot waren, spreek je nu over bedrijven met 10.000, 20.000 of zelfs 50.000 koeien.”De Vlaming verklaart het contrast met Vlaanderen, waar er juist een rem staat op schaalvergroting, door de bevolkingsdichtheid. “In Nederland en Vlaanderen wonen er 300 mensen per vierkante kilometer; hier op het platteland van New York gaat het om 30 inwoners per vierkante kilometer. Doordat het Amerikaanse platteland veel minder dichtbevolkt is, is er onder andere veel minder frictie tussen de landbouw en de burger.”</content>
            
            <updated>2026-02-10T17:37:18+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sojaproject ImPuls moet soja op de kaart zetten bij retail en consument]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sojaproject-impuls-moet-soja-op-de-kaart-zetten-bij-retail-en-consument" />
            <id>https://vilt.be/58617</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>ILVO, Inagro en Boerenbond bundelen de krachten onder het sojaproject ImPuls. Dit initiatief moet van lokale soja in Vlaanderen op korte termijn een rendabele teelt maken. Soja op Vlaamse bodem is niet nieuw meer, maar het blijft zoeken naar een betrouwbare afzetmarkt. ImPuls zet dus in op ketenvorming en lokale afzet, via pilootprojecten en samenwerking tussen landbouwers, retailers, handelaars en voedingsbedrijven. Ook het delen van teeltkennis staat centraal, zodat het soja-areaal in Vlaanderen kan toenemen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatieve teelt" />
                        <category term="agrovoedingsketen" />
                        <category term="korte keten" />
                        <category term="ILVO" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4df787a6-fa8d-40b6-bb11-61e6826974f4/full_width_soja-groot.jpg</image>
                                        <content>Wie soja zegt, denkt eerder aan Zuid-Amerika dan aan onze Vlaamse akkers. Toch kan het waardevol zijn om de teelt naar hier te halen. Dankzij de symbiose met stikstof-fixerende bacteriën vraagt de teelt weinig bemesting, wat gunstig is voor bodem en waterkwaliteit. Bovendien onderscheidt soja zich van andere peulvruchten door zijn hoogwaardige eiwitsamenstelling: soja is de enige peulvrucht die alle essentiële aminozuren bevat die een mens nodig heeft.Telen is geen probleem, prijs en consumptie blijven vraagstukBovendien is het lokaal telen van soja allang geen sciencefiction meer. Onze bodem ontbreekt van nature een bodembacterie die cruciaal is voor de sojateelt. Maar door sojazaad met deze bacterie te coaten, kan het tropisch gewas ook bij ons gedijen. “De grootste drempel voor landbouwers vandaag is niet de teelt zelf, maar het ontbreken van een goed georganiseerde en rendabele keten voor verwerking en afzet”, zegt ILVO-onderzoeker Jarinda Viaene. Dat kan een reden zijn waarom het soja-areaal in Vlaanderen relatief beperkt blijft. Ondanks meer dan tien jaar onderzoek en opgebouwde teeltkennis, schommelt het Vlaamse soja-areaal al jaren tussen 20 en 100 hectare.Hoewel lokale soja niet kan concurreren met geïmporteerde soja op vlak van prijs, zijn er wel degelijk mogelijkheden voor lokale afzet. Het gaat dan met name om soja voor humane consumptie. “De interesse in lokaal geteelde soja lijkt bij de start van dit project groot, zowel bij de kleinere voedingsbedrijven als bij grotere spelers in de agrofood, handel en retail”, zegt ILVO-onderzoeker Joke Pannecoucque. Verwerkers, handelaars en afnemers rond de tafelVlaanderen telt veel voedingsbedrijven op KMO-schaal die actief op zoek zijn naar lokale, duurzame grondstoffen. ImPuls brengt deze verwerkers, maar ook hun handelaars en afnemers, rond de tafel om een antwoord te bieden op enkele cruciale vragen. Waar kunnen landbouwers hun oogst laten drogen, stockeren of verwerken? Welke handelaars en bedrijven zijn bereid lokale soja aan te kopen, onder welke voorwaarden? En hoe garanderen we een faire prijs doorheen de keten?Wie wil soja eten?Nog een belangrijke vraag: hoe kan men de vraag aanwakkeren bij de consument? ImPuls, zet samen met Vlaams Instituut Gezond Leven vzw in op sensibilisering en vraagcreatie. Campagnes zoals &#039;de Week van de Peulvrucht&#039; maken consumenten bewust van de gezondheids- en duurzaamheidsvoordelen van peulvruchten, met bijzondere aandacht voor lokaal geteelde soja.Het einddoel is om soja te laten uitgroeien tot een volwaardige teelt in de Vlaamse landbouw. Het nieuwe project ImPuls zal lopen tot 2029 en wordt uitgevoerd met financiële steun van VLAIO.</content>
            
            <updated>2026-02-10T11:39:18+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouw in Zuid-Spanje lijdt miljardenverlies na stormen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouw-zuid-spanje-lijdt-miljardenverlies-na-stormen" />
            <id>https://vilt.be/58618</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Onafgebroken neerslag en zware stormen hebben de voorbije weken een spoor van vernieling getrokken door de Zuid-Spaanse landbouw. Van watermeloenen tot de Iberische varkens, alle sectoren tekenen productieverliezen op. De totale schade wordt geraamd op minstens 3 miljard euro.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/715614e2-bec3-4e44-b91f-6756152c7fdb/full_width_regen-citrus-unsplash.jpg</image>
                                        <content>De schade aan de landbouw, door de stormen&amp;nbsp;Leonardo&amp;nbsp;en&amp;nbsp;Marta&amp;nbsp;van de afgelopen weken, zal volgens de regionale regering van Andalusië leiden tot een productiedaling van 20 procent, met een impact van drie miljard euro in Zuid-Spanje. Landbouworganisatie COAG (Coordinadora de Organizaciones de Agricultores y Ganaderos) waarschuwt dat de schade de schatting van de regionale overheid zal overtreffen.Kapotte serres en gewasziektenIn Almería richtten hevige regen en windstoten tot 100 kilometer per uur aanzienlijke schade aan. COAG meldt er onder meer beschadigde serres, ontwortelde gewassen, overstroomde percelen en zware verliezen bij pas geplante watermeloenen. In de regio Cádiz kwamen dan weer duizenden hectares onder water te staan, met schade aan onder meer kruidachtige teelten, avocado’s, citrusvruchten en olijfbomen.Ook in Granada is de schade groot. Avocado- en olijfbomen in volle oogst zijn er getroffen. Daarnaast liepen ook tomaten, paprika’s, courgettes en komkommers schade op. “De komkommerteelt was overigens nog niet helemaal hersteld van de hagelbuien in december”, aldus COAG. Algemeen merkt de landbouworganisatie in de hele regio ook schade op aan landelijke wegen. En er zijn gewasziekten zoals botrytis, rot en valse meeldauw. Verwoestende verliezen in het mekka van de olijfolieDe provincie Jaén, vanwaar ongeveer zo’n 20 procent van alle olijfolie ter wereld komt, kampt volgens COAG met één van de slechtste oogsten in haar recente geschiedenis. &quot;Anderhalve maand geleden namen we nog een reductie van 30 procent voor lief”, klinkt het. “De olijven zijn nu door wind en regen van de bomen gerukt. We moeten afwachten wat we zullen kunnen oogsten, of de olijven niet onder de grond liggen en of de olijven die nog aan de boom hangen niet verrot zijn.&quot; Volgens COAG zullen olijfboeren minstens 50 procent verliezen van hun productie. “In sommige gebieden zal het verlies oplopen tot 80 procent of praktisch totaal zijn.”“De mensen hier lopen tegen de muren op. De streek leeft voornamelijk van olijfolie”, klinkt het. “In deze tijd van het jaar is er een grote vraag naar arbeidskrachten, maar dit jaar kon daar nauwelijks aan worden voldaan. De impact op de werkgelegenheid is dramatisch.” Mager seizoenZuid-Spanje is niet alleen gekend voor zijn groenten en fruit, maar ook voor de veeteelt. Volgens COAG is de situatie bijzonder kritiek voor de schapen- en geitenhouderij, sectoren die slecht gewapend zijn tegen langdurige stormen. De sectoren kampen er met wateroverlast en moddervorming op landbouwgronden. Tegelijk is er minder voedsel beschikbaar op het veld en neemt het risico op ziekten toe.Bij de grote schapenbedrijven zijn er verliezen tot tien procent van de lammeren als gevolg van het langdurig slecht weer. Gemiddeld zouden er ook tussen de 40 en 50 schapen per boerderij sterven. Door een gebrek aan voldoende opvang en schuilplaatsen is het moeilijk om grote kuddes te beschermen.Ook de geitensector blijft niet gespaard. “Het regent al onafgebroken sinds 6 januari. Door de hoge luchtvochtigheid eten de dieren slechter en staan ze inmiddels al enkele dagen 24 uur per dag op stal. Dat vertaalt zich in een lagere melkproductie”, klinkt het.Tot slot ondervindt ook de grootschalige varkenshouderij op het Iberisch schiereiland de gevolgen van de storm. Door de weersomstandigheden eten ook varkens minder en raken percelen moeilijk bereikbaar voor vrachtwagens. Daardoor moeten kleinere voertuigen worden ingezet, wat de kosten voor landbouwers verhoogt. Verzekeringsclaims voor de geschiedenisboekenVolgens de Spaanse krant La Vanguardia hebben de extreme weersomstandigheden vorig jaar geleid tot een recordaantal schadeclaims. Die liepen op tot 804 miljoen euro, 15 procent meer dan in 2024. &amp;nbsp;Dit is het op één na hoogste nominale bedrag van landbouw-schadeclaims in Spanje, alleen overtroffen door de uitzonderlijke droogte in 2023. Het cijfer van vorig jaar wordt mogelijk nog overtroffen dit jaar. &amp;nbsp;De schade is omvangrijk in alle provincies en de sociaaleconomische gevolgen reiken veel verder dan de producenten. Ze treffen de werkgelegenheid in de landbouw, de verwerkende industrie en de gehele Andalusische plattelandseconomie”, vat COAG de noodsituatie samen. Ook in Portugal en Marokko schadeDe aanhoudende regen heeft ook grote akkers en weilanden van Noord-Marokko onder water gezet. Volgens de landbouworganisaties is het nog te vroeg om de schade vast te stellen. Zolang het overstromingsrisico blijft bestaan, ontbreekt een compleet beeld van de gevolgen voor gewassen en fruitbomen. Pas na stabilisatie kan de schade worden opgemeten. Het Portugese ministerie van Landbouw schat de schade in de landbouw- en bosbouwsector door de stormen voorlopig op ongeveer 750 miljoen euro.</content>
            
            <updated>2026-02-10T14:55:41+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kempense landbouwer dood na het inademen van mestgassen, geval staat helaas niet op zich]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kempense-landbouwer-dood-na-het-inademen-van-mestgassen-geval-staat-helaas-niet-op-zich" />
            <id>https://vilt.be/58619</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op een landbouwbedrijf in Meerle bij Hoogstraten is maandagnamiddag een man van 39 onwel geworden. De landbouwer werd naar het ziekenhuis overgebracht, waar hij ’s avonds overleed. Vermoedelijk werd hij het slachtoffer van mestgassen. Navraag bij Prevent Agri wijst uit dat er vaker ongelukken gebeuren met mestgassen. “Landbouwers zijn op de hoogte van de risico’s, maar vaak gaat het om haastklussen.”</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/aac8b982-83aa-4f63-be98-1c7e893fdaac/full_width_mestgassen.jpg</image>
                                        <content>Gazet van Antwerpen berichtte maandag over het droevige overlijden van een landbouwer in Meerle. De man werd door de brandweer uit de stal geëvacueerd en vervolgens naar het ziekenhuis gebracht, waar hij later overleed. De precieze omstandigheden worden onderzocht, maar vermoedelijk gaat het om een slachtoffer van mestgassen.Navraag bij Prevent Agri wijst uit dat ongevallen met mestgassen vaker gebeuren, maar dat hierover geen exacte cijfers bekend zijn. “Als het om werknemers gaat, worden arbeidsongevallen geregistreerd en daar zien we de laatste jaren geen ongevallen door mestgassen. Bij landbouwers zelf of bij hun gezinsleden worden gevallen niet gemeld, maar we weten dat het helaas wel eens voorkomt”, vertelt preventieadviseur Robin De Sutter.Mestgassen zijn samengesteld uit verschillende gassen die elk typische eigenschappen hebben en daardoor potentieel gevaarlijk zijn. “Ze zijn ontvlambaar, explosief en kunnen leiden tot vergiftiging en verstikking”, vertelt De Sutter. Hij geeft aan dat de gassen vrijkomen op elke locatie waar biologisch materiaal anaëroob (zonder zuurstof) kan rotten, zoals in mestkelders, waterputten en mestverwerkings- en biogasinstallaties.Mestgassen komen hoofdzakelijk vrij tijdens het verpompen en mixen van mest. Maar ook bij het openen en betreden van mestkelders of mestopslagen lopen veehouders een groot risico. “Landbouwers zijn zich steeds meer bewust van de risico’s van mestgassen, maar onderschatten die wanneer ze een dringende haastklus moeten oplossen”, klinkt het. Stalbranden vaak gelinkt aan mestgassenBij stalbranden, soms met verbrande dieren als gevolg, liggen mestgassen en de ontsteking ervan vaak mee aan de oorzaak. Op de website van Inagro lezen we een aantal aandachtspunten. “Een schuimende mestput kan bijvoorbeeld gevaarlijk zijn, omdat die vol mestgassen zit die plotseling kunnen vrijkomen. Dit schuim ontstaat onder andere door vers voer dat in de mest terechtkomt. Ook wanneer er een korst gevormd is op de mest, kunnen er bij het breken ervan door mixen of verpompen mestgassen vrijkomen.” Nooit alleen mest mixenOp de website van Inagro zijn een reeks voorzorgsmaatregelen beschreven om ongevallen met mestgassen te voorkomen. Zo mag je nooit een mestopslag of vergistingsinstallatie betreden, tenzij je volledige adembescherming draagt of de ruimte eerst gereinigd en geventileerd is. “Zorg er ook altijd voor dat er iemand aanwezig is om de wacht te houden, met een telefoon bij de hand.”Ook adviseert men om mest nooit alleen te mixen. “Mix enkel als er voldoende ventilatiemogelijkheden zijn, zoals voldoende wind in een open stal of ventilatoren op maximale stand in een gesloten stal. Probeer enkel te mixen als de dieren (melkvee) buiten zijn. Als de dieren niet naar buiten kunnen, plaats ze boven de voergang en geef ze vers eten. Zorg voor voldoende ventilatie, hou rekening met de windrichting en zet dode hoeken af.”Door het risico op brand- en explosiegevaar adviseert men om werkzaamheden in de stal zoveel mogelijk te vermijden. Preventieopleidingen West-VlaanderenDe provincie West-Vlaanderen is pionier op het gebied van ongevallenpreventie met mestgassen. Ze organiseert opleidingen voor landbouwers ter bescherming tegen mestgassen. Boeren die deze drie uur durende opleiding hebben gevolgd, kunnen bovendien beschermmateriaal (adembescherming) en meettoestellen lenen bij vier brandweerposten in de provincie.De Sutter van Prevent Agri laat nog weten dat het risico op mestgassen in oude stallen niet groter is dan in nieuwe stallen. “Integendeel. Oude stallen hebben vaak meer kieren, waardoor er natuurlijke ventilatie is. Nieuwe stallen zijn hermetischer gebouwd, waardoor er concentraties van mestgassen kunnen optreden.”</content>
            
            <updated>2026-02-10T13:20:12+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[INBO lanceert Vlaams Biodiversiteitsportaal: 30 miljoen datapunten voor natuurbeleid van de toekomst]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/inbo-lanceert-vlaams-biodiversiteitsportaal-30-miljoen-datapunten-voor-het-natuurbeleid-van-de-toekomst" />
            <id>https://vilt.be/58620</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op woensdag ging het Vlaams Biodiversiteitsportaal (VBP) online. Dit nieuwe platform werd ontwikkeld door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), en ontsluit in één klap meer dan 30 miljoen waarnemingen uit meer dan 300 datasets. Het biedt beleidsmakers en onderzoekers een gecentraliseerde tool voor analyses, monitoring van natuurdoelen en de bescherming van kwetsbare soorten. "Hoognodig", klinkt het. "Met de toenemende druk op de open ruimte en de Europese Natuurherstelwet, is de vraag naar geaggregeerde data groter dan ooit."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e2ca761f-643f-4cf7-a195-8407ef077927/full_width_heidenatuur.jpg</image>
                                        <content>Het portaal is gebouwd op de internationaal bekende technologie van de ‘Atlas of Living Australia’ (ALA). Waarom komt er nu een Vlaamse versie? Tot vandaag waren gegevens vaak versnipperd over wetenschappelijke meetnetten, citizen science data, museumcollecties en internationale databanken. Het VBP brengt hier verandering in door deze diverse bronnen - goed voor miljoenen records - te standaardiseren en te bundelen. Door ons aan te sluiten bij de internationale ‘Living Atlas’ community, halen we de beste tools naar Vlaanderen Internationale toonaangevende technologieVlaanderen kiest voor bewezen toptechnologie. &quot;De infrastructuur van ALA is wereldwijd een gouden standaard&quot;, verduidelijkt coördinator Dimitri Brosens. &quot;Door ons aan te sluiten bij de internationale ‘Living Atlas’ community, halen we de beste tools naar Vlaanderen. We combineren onze lokale wetenschappelijke data met wereldwijd gestandaardiseerde data via de Global Biodiversity Information Facility (GBIF).&quot;Cruciaal voor beleid en vergunningenHet portaal is in eerste instantie ontwikkeld ter ondersteuning van beleidsmakers. De toepassingen zijn direct inzetbaar. Denk aan milieueffect-rapportages (MER&#039;s): bij ruimtelijke projecten kan je via geospatiale analyses direct zien waar kwetsbare zones liggen. Of er zijn de area reports: met één klik wordt dan een analyserapport gegenereerd van een gebied. Neem bijvoorbeeld de Kalmthoutse Heide: welke soorten komen er voor volgens de beschikbar datasets en wat zijn de trends?Van INBO-meetnetten tot exotenHet portaal onderscheidt zich door wetenschappelijke diepgang. Het ontsluit waardevolle INBO-data zoals broedvogeltrends, soorteninformatie, meetnettendata, en resultaten die voorheen moeilijk toegankelijk waren. Daarnaast bevat het portaal via GBIF actuele data over invasieve exoten, cruciaal voor een snelle aanpak van deze soorten. Ook historische data zijn opgenomen. Collecties en specimens uit musea zijn gedigitaliseerd, waardoor onderzoekers tot eeuwen terug kunnen kijken om bijvoorbeeld trends op lange termijn in kaart te brengen.De lancering is een startpunt. &quot;Het VBP is een levend platform,&quot; aldus Brosens. &quot;We werken ‘open source’. Het portaal is zo gebouwd dat we in de toekomst eenvoudig nieuwe datastromen en platformen&amp;nbsp;van citizen science kunnen koppelen om de dataset nog fijnmaziger te maken.&quot;Het Vlaams Biodiversiteitsportaal kan hier geraadpleegd worden natuurdata.inbo.be.</content>
            
            <updated>2026-02-11T17:48:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Biotalys snoeit in personeel en onderzoeksactiviteiten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/biotalys-snoeit-in-personeel-en-onderzoeksactiviteiten" />
            <id>https://vilt.be/58621</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Gentse biotechbedrijf Biotalys dat biologische gewasbeschermers ontwikkelt, snoeit in zijn personeelsbestand en onderzoeksactiviteiten. "Waarbij de middelen zullen worden geconcentreerd op de programma's met de hoogste prioriteit", laat het bedrijf weten. Zo'n 30 personeelsleden dreigen hun baan te verliezen. Eerder was al bekend dat er cashflowproblemen bestonden.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/fff82fe0-1850-478b-8e97-bf1b9503f754/full_width_pesticidetractorgewasbeschermingsmiddelen.jpg</image>
                                        <content>Biotalys is in 2023 ontstaan als een spin-off van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). Het bedrijf heeft de voorbije tijd veel geïnvesteerd in onderzoek, maar goedkeuringen laten vaak op zich wachten. Hierdoor bleek eerder al dat het Biotalys op zoek was naar geld.In januari luidde het dat er nog cash was tot mei, en dat het bedrijf een nieuwe kapitaalronde overwoog. &quot;We zijn in gesprek met investeerders over mogelijke financieringsopties om de aangescherpte productpijplijn te ondersteunen&quot;, werd nog eens bevestigd in een persbericht.Maar door te snoeien in de onderzoeksprogramma&#039;s, zullen er wel &quot;aanzienlijk minder investeringen&quot; nodig zijn, klonk het. Activiteiten die zich nog in een vroege onderzoeksfase bevinden, worden opgeschort. Ook wil men de personeelskosten drukken door 30 mensen te ontslaan, ongeveer de helft van het totaal.Prioriteiten eerstDe prioriteit gaat nu naar de ontwikkeling en regelgevende vooruitgang van de belangrijkste biofungicide-activa. Ook commercieel zal&amp;nbsp;Biotalys&amp;nbsp;zich concentreren op markten met het grootste potentieel op korte termijn. Hierdoor zou het cashverbruik tot eind 2028 met 20 miljoen euro verminderen, schat men.&amp;nbsp;Eind vorig jaar kreeg&amp;nbsp;Biotalys&amp;nbsp;in de Verenigde Staten de goedkeuring voor zijn biologische gewasbeschermer Evoca. Dat is een middel op basis van eiwitten om groenten en fruit te beschermen tegen schimmelziektes. Denk aan komkommers, aardbeien, tomaten en blauwe bessen.Ook in de Europese Unie loopt een goedkeuringsaanvraag voor Evoca, waardoor er op termijn meer geld zou moeten binnenkomen. Daarnaast werkt&amp;nbsp;Biotalys&amp;nbsp;samen met de Gates Foundation nog aan het biofungicide-programma BioFun-7. Er is een samenwerking met Syngenta voor het insecticide-programma BioIns-2. Die onderzoeksprojecten blijven bestaan. Ook de samenwerking met AgroFresh voor de markt na de oogst wordt voortgezet. De eerste commercialiseringen verwacht Biotalys vanaf 2029.Hoewel Biotalys&amp;nbsp;zich toelegt op biologische gewasbeschermingsproducten, is de biologische landbouw geen (potentiële) doelgroep. “De biologische gewasbeschermingsproducten die Biotalys ontwikkelt, zijn op basis van gentechnieken. Die zijn niet toegelaten in de biologische landbouw”, klinkt het bij Bioforum.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-02-10T15:06:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boeren op een Kruispunt vraagt om structurele doorverwijzing bij noodgevallen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boeren-op-een-kruispunt-vraagt-om-structurele-doorverwijzing-bij-noodgevallen" />
            <id>https://vilt.be/58622</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hulporganisatie Boeren op een Kruispunt wil structureel opgenomen worden in de protocollen van hulpdiensten en dierenartsen. “Het begeleiden van getroffen landbouwers moet zo vroeg mogelijk opgestart worden”, vertelt Els Verté, directrice van Boeren op een Kruispunt. “De gevolgen van incidenten worden vaak onderschat. Stalbranden waarbij dieren omkomen kunnen bijvoorbeeld psychologisch zeer zwaar wegen. Niet alleen op de landbouwers zelf, maar ook op hun kinderen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mentaal welbevinden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/51553e23-33b2-46b9-80d7-86b6d2ec6015/full_width_boerenstress-1024.jpg</image>
                                        <content>Land- en tuinbouwers worden in hun bedrijfsvoering soms geconfronteerd met dramatische gebeurtenissen die een enorme impact hebben op hun gezin, hun bedrijf en hun toekomst. Denk aan arbeidsongevallen, een verwoestende stalbrand of een dierziekte waarbij het volledige veebestand moet worden geruimd. “Zulke crisissen brengen veelzijdige en vaak langdurige gevolgen voor landbouwers met zich mee. Het is daarom cruciaal dat er snelle, deskundige en mensgerichte ondersteuning is”, aldus Verté. “Hoe langer er gewacht wordt, hoe moeilijker het wordt om eventuele moeilijkheden opgelost te krijgen. Dit kunnen zowel administratieve als psychologische gevolgen zijn.Materiële schade, druk en een grote papierstapelNa een incident wachten er vaak heel wat financiële en administratieve taken. “Maar niet iedereen kent de te volgen procedures, begrijpt de ambtelijke taal of weet hoe een financiële vergoeding kan worden verkregen. Hoewel verzekeringen en overheden in bepaalde gevallen tussenkomen, dekken deze vergoedingen meestal slechts een deel van het totale verlies. De materiële schade bij stalbranden reikt vaak ook verder dan enkel de stallen en de dieren. Er is ook het verlies van jarenlang opgebouwde genetica of gespecialiseerde veestapels. Zulke verliezen zijn moeilijk te herstellen en raken aan de kern van het landbouwbedrijf”, vertelt Verté.Landbouwers blijven vaak achter met openstaande schulden, onzekerheid richting leveranciers en druk vanuit financiële instellingen. “Het herstellen van de bedrijfsvoering vergt extra ondersteuning en advies. Hoe sneller dit gebeurt, hoe beter en hoe kleiner de kans dat ze verstrikt raken in het papierwerk.” Mentale en emotionele impact wordt onderschatNaast economische gevolgen, zijn ook de psychologische gevolgen vaak enorm. “Professionele mentale ondersteuning is in deze situaties geen luxe, maar een noodzaak”, aldus Verté. “Het meemaken van een brand waarbij men zijn dieren niet kan redden, of moeten toezien bij de euthanasie van een veestapel door een dierziekte, laat diepe sporen na voor het hele gezin. &amp;nbsp;Het is een soort van rouwproces dat ze doormaken.”Landbouwers die na een dramatische gebeurtenis niet onmiddellijk de gepaste hulp krijgen, hebben vaak achteraf intensere begeleiding nodig. “Als er te lang gewacht wordt, kunnen slachtoffers in een vicieuze cirkel terechtkomen waaruit ontsnappen steeds moeilijker wordt. Vaak zijn dan ook meer psychologische sessies nodig.” Belangrijke rol voor erfbetreders en hulpdienstenVerté benadrukt dat boeren in nood er niet alleen voor hoeven te staan. Boeren op een Kruispunt is bereikbaar voor iedere Vlaamse land- of tuinbouwer die ondersteuning kan gebruiken na een ramp of ingrijpende gebeurtenis.Toch vindt niet iedereen die daar behoefte aan heeft de weg naar de organisatie. “Erfbetreders zoals dierenartsen, adviseurs, voerleveranciers en andere professionals die regelmatig op landbouwbedrijven komen, spelen hierin een sleutelrol”, aldus Verté. “Zij kunnen tijdig de signalen opvangen en actief doorverwijzen naar onze diensten.”Volgens Verté zou het nog beter zijn als een vrijwillige doorverwijzing in de toekomst structureel wordt opgenomen in de protocollen van onder meer brandweer, politie en dierenartsen. Kan de vzw, die de begeleiding volledig kosteloos aanbiedt, snel de slachtoffers helpen? “Geen wachtrijen bij ons, we helpen mensen onmiddellijk. Via een intakegesprek luisteren we eerst wat de noden zijn zodat ze toegang krijgen tot de juiste hulp.”</content>
            
            <updated>2026-02-10T15:00:38+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Één arbeidsongeval per dag in Vlaamse landbouwsector: "Bij één op de vijf met blijvende gevolgen"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gemiddeld-een-arbeidsongeval-per-dag-in-vlaamse-landbouwsector-bij-1-op-de-5-met-blijvende-gevolgen" />
            <id>https://vilt.be/58623</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2024 zijn er 364 arbeidsongevallen geregistreerd op Vlaamse landbouwbedrijven. Dat blijkt uit een rapport van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, gebaseerd op cijfers van het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s (FEDRIS). In 160 gevallen was de werknemer tijdelijk arbeidsongeschikt, terwijl 74 ongevallen zelfs leidden tot een blijvende onbeschikbaarheid.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Ongeval" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/70f7bab5-e079-41b2-94f3-ac44123d4f5e/full_width_gevaarongeval-preventagrigevilt.jpg</image>
                                        <content>Gemiddeld vindt er dagelijks één ongeval plaats in de Vlaamse agrarische sector. “De cijfers tonen aan dat het risico op arbeidsongevallen in de landbouw structureel hoog blijft”, zegt Mieke Sevenans, preventieadviseur bij Prevent Agri, dat instaat voor arbeidsveiligheid in de Vlaamse land- en tuinbouw.Bij ongeveer een derde van de gevallen blijft het ongeval zonder gevolgen, maar in de meerderheid zijn er – al dan niet blijvende – consequenties. Ruim vier op de tien slachtoffers waren tijdelijk arbeidsongeschikt, terwijl 20 procent van de ongevallen resulteerde in blijvende onbeschikbaarheid.Werkelijke cijfers waarschijnlijk hogerPrevent Agri benadrukt dat de werkelijke cijfers waarschijnlijk nog hoger liggen. Het rapport omvat enkel ongevallen waarbij een werknemer betrokken was; ongevallen met bedrijfsleiders of seizoenarbeiders zijn niet meegenomen. “Omdat vaak de bedrijfsleiders de risicovolle taken uitvoeren, leidt dit tot een onderschatting van het werkelijke risico”, aldus Sevenans. Veel ongevallen gebeuren bij dagelijkse taken. Omdat ze zo vertrouwd zijn, sluipt er vaak nonchalance in Oorzaken van ongevallenLandbouw behoort tot de sectoren met een bovengemiddeld risico, wat samenhangt met de aard van het werk. De meeste ongevallen gebeuren door verlies van controle over een machine, vervoermiddel, gereedschap, voorwerp of dier. Ook valpartijen door uitglijden of struikelen vormen een aanzienlijk risico.“Veel ongevallen gebeuren bij dagelijkse taken zoals werken met machines, verplaatsingen op het erf en onderhoudswerk. Omdat deze taken zo vertrouwd zijn, sluipt er vaak nonchalance in”, legt Prevent Agri uit. “Bij werknemers komt daar nog bij dat ze soms met onbekende machines of situaties werken. Tijd- en werkdruk, vermoeidheid, routine en onvoldoende instructies maken deze risico’s hardnekkig.” Preventie bij machines en dierenPrevent Agri benadrukt dat bij gebruik van machines een goed onderhoud, afschermingen en veilig gebruik cruciaal zijn, zeker bij oudere toestellen. “Voor werknemers liggen er bijkomende kansen in duidelijke instructies, opleiding en toezicht, bijvoorbeeld op het correct dragen van beschermingsmiddelen. Bij het omgaan met dieren draait preventie vooral rond opleiding, vaste routines en het juist inschatten van gedrag, zeker bij runderen.”‘Verkeerde bewegingen’ vaak onderschatDe top drie van meest voorkomende oorzaken wordt afgesloten door ‘verkeerde bewegingen’ of bewegingen zonder fysieke belasting. “Verkeerde bewegingen veroorzaken veel letsel en uitval”, zegt Prevent Agri. “Ze worden vaak gezien als onvermijdelijk, terwijl ze vaak samenhangen met ergonomie, werkorganisatie en vermoeidheid. Vooral bij repetitief werk of tijdens piekperiodes zoals oogst en planten zien we dat dit type ongeval snel toeneemt.” Veilig werken begint op de werkvloerRuim driekwart van alle ongevallen gebeurt op de onderneming zelf of op een vestiging ervan. “Kleine ingrepen en een veilige werkorganisatie kunnen soms al een groot verschil maken”, vertelt Sevenans. “Dat kan door het erf overzichtelijk en goed verlicht te houden, het werk te plannen, tijdsdruk en vermoeidheid te vermijden en consequent aangepaste persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken.”Prevent Agri benadrukt tot slot dat veilig werken een gedeelde verantwoordelijkheid is. “Werkgevers moeten zorgen voor veilige omstandigheden, werknemers voor veilig gedrag binnen die context.”</content>
            
            <updated>2026-02-11T12:50:34+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mercosur: Europees Parlement keurt uitbreiding beschermingsmechanisme goed]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mercosur-europees-parlement-keurt-uitbreiding-beschermingsmechanisme-goed" />
            <id>https://vilt.be/58624</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Europees Parlement heeft een uitbreiding van de beschermingsmaatregelen binnen het Mercosur-handelsovereenkomst goedgekeurd. Het moet Europese boeren een betere bescherming bieden tegen mogelijk marktverstoring of prijsdruk van Mercosur-landbouwproducten, als het handelsakkoord doorgaat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ff79aa33-2824-42bf-88c2-8e98f45852b7/full_width_europeesparlementstraatsburgstemmingbiolandbouwrapport3mei2022-2.JPG</image>
                                        <content>In oktober lichtte de Europese Commissie enkele extra beschermingsmaatregelen toe voor boeren die nadelige gevolgen zouden ervaren van het Mercosurakkoord. Deze werden nu door een meerderheid van de Europarlementsleden goedgekeurd.De extra maatregelen houden een verbeterde en proactieve monitoring in van de marktontwikkeling van gevoelige landbouwproducten zoals rundvlees, gevogelte, suiker, eieren en ethanol. Elke zes maanden zal de Commissie een verslag voorleggen met een beoordeling van de gevolgen van de import van deze producten.Als daaruit een signaal komt dat een Europese sector schade ondervindt door het Mercosurakkoord, zal de Commissie een onderzoek openen. Als uit dit onderzoek uiteindelijk blijkt dat dat er ernstige schade is, kan de EU de tariefverlaging in de overeenkomst tijdelijk opschorten. Volgens het Parlement is er sprake van ernstige schade bij twee gevallen: als de invoerprijzen opmerkelijk goedkoper worden, of wanneer de invoer sterk stijgt en goedkoper wordt. Wat is ernstige schade?In het eerste geval moet de gemiddelde invoerprijs van een bepaald Mercosurproduct meer dan vijf procent gedaald zijn tegenover het driejarig gemiddelde, waarbij die prijs ook vijf procent goedkoper moet zijn dan het Europese product. In het tweede geval is er pas sprake van ernstige schade als de invoer van een Mercosurproduct meer dan vijf procent gestegen is tegenover het gemiddelde van de afgelopen drie jaar. Tegelijk moet die invoer ook gebeuren tegen een prijs die minstens vijf procent lager ligt dan de gemiddelde prijs van vergelijkbare Europese producten. Oorspronkelijk had de Commissie deze drempels op tien procent gelegd.Naast dit automatisch beschermingsmechanisme, kan een onderzoek ook worden geopend wanneer iemand daarom vraagt, op voorwaard dat er voldoende eerste aanwijzingen zijn dat een sector ernstige schade oploopt. Mercosur on holdDe goedgekeurde beschermingsmaatregelen kunnen aangewend worden zodra het Mercosurakkoord van kracht is. Daarvoor moet het Europees Parlement het akkoord eerst nog goedkeuren. Omdat het Parlement vorige maand besliste om het akkoord eerst voor te leggen aan het Europees Hof van Justitie, is deze stemming alvast voor maanden uitgesteld. Het Parlement stemt namelijk niet voor het oordeel van het Hof.Toch heerst er zenuwachtigheid. Want de Commissie heeft de macht om het akkoord voorlopig in werking te laten treden zodra één van de Mercosurlanden het akkoord goedkeurt. Daarvoor heeft de Commissie de steun van het Parlement niet nodig. Hoewel dit juridisch mogelijk is, kan het buitenspel zetten van de Europese Parlementsleden riskant zijn. Parlementsleden die nog twijfelen over het akkoord zouden alsnog in het neekamp kunnen belanden. Dat verhoogt het risico dat het Mercosurakkoord bij de eindstemming volledig strandt.De Commissie heeft daarover de knoop nog niet doorgehakt, maar landen als Duitsland en Spanje, en ook de grootste christendemocratische fractie in het Parlement (EVP) roepen daartoe op. Ook Europarlementslid Hilde Vautmans (Anders) hoopt dat het akkoord voorlopig wordt ingevoerd. &quot;Want het creëert veel voordelen voor verschillende sectoren, ook voor de landbouw en de fruitteelt. Maar dan hebben we deze &#039;safeguards&#039; nodig om getroffen sectoren, zoals rundvlees en kippenvlees, te beschermen&quot;, voegt ze toe.Kathleen Van Brempt (Vooruit) is eveneens voorstander van het vrijhandelsakkoord. Net daarom vindt ze dat de EU de bezorgdheden die rond het akkoord leven ernstig moet nemen en moet aanpakken. &quot;Dankzij de versterkte maatregelen zal Europa sneller en doeltreffender kunnen optreden mochten Europese landbouwers onder druk komen te staan.&quot;Sara Matthieu (Groen) noemt het beschermingsmechanisme dan weer een pleister op een houten been. &quot;Zuid-Amerikaanse producenten kunnen onze strenge milieu-, klimaat- en voedselveiligheidseisen gewoon negeren&quot;, zegt ze. Daarnaast kunnen Mercosurlanden onder dit akkoord ook compensatie eisen als ze van mening zijn dat onze wetten hun export schaden&quot;.</content>
            
            <updated>2026-02-10T17:31:13+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Grondwaterstanden lager dan normaal: 2026 start met verhoogde kwetsbaarheid voor droogte]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/grondwaterstanden-lager-dan-normaal-2026-start-met-verhoogde-droogtekwetsbaarheid" />
            <id>https://vilt.be/58625</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door de droogte die begon in februari 2025 blijven de grondwaterstanden in Vlaanderen lager dan normaal. Januari 2026 was een normale neerslagmaand, maar dat was niet voldoende om de grondwaterstanden structureel te herstellen. Dat stelt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) in een rapport. Daardoor start het jaar met een verhoogde kwetsbaarheid voor droogte.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bodem" />
                        <category term="regen" />
                        <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a2989132-fe76-4fe5-b287-4542789b0954/full_width_regen-neerslag-overstroming-water-wateroverlas.jpg</image>
                                        <content>Op 1 februari 2026 was de grondwaterstand voor de tijd van het jaar&amp;nbsp;op 75 procent van de meetlocaties laag tot zeer laag. Op 16 procent was de&amp;nbsp;grondwaterstand&amp;nbsp;normaal en op negen procent was er sprake van een hoge tot zeer hoge&amp;nbsp;grondwaterstand&amp;nbsp;voor de tijd van het jaar.Hoewel het grondwater begin deze maand op 84 procent van de meetplaatsen gestegen was tegenover een maand eerder, gaat het nog steeds over een droge situatie omdat er de voorbije maanden weinig neerslag viel. Het afgelopen jaar viel er minder neerslag dan normaal. Terwijl 2024 in Ukkel nog het natste jaar was sinds de start van de metingen in 1833, was de periode van maart tot en met augustus 2025 de tweede droogste sinds 1892.Daardoor zijn ook de waterpeilen en afvoeren, in zowel bevaarbare als onbevaarbare waterlopen, relatief laag voor de tijd van het jaar. Op de onbevaarbare waterlopen zijn de debieten bijna overal in Vlaanderen gestegen tegenover begin vorige maand. Het gaat op 75 procent van de meetplaatsen om lage tot zeer lage debieten, tegenover 96 procent begin januari. Toch is er van een normalisering geen sprake, aldus de VMM. Omdat er geen voldoende aangevulde (grond)waterbuffer is, starten we het jaar met een verhoogde &#039;droogtekwetsbaarheid&#039;, klinkt het. Verwachtingen volgende maandBij droog weer verwacht VMM volgende maand op 62 procent van de meetplaatsen zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Bij normaal en nat weer wordt dat percentage respectievelijk 42 en 33 procent. Die meetplaatsen bevinden zich vooral in het westen en noorden van Vlaanderen. </content>
            
            <updated>2026-02-11T10:51:45+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: “Deblokkeer EU-beleid dat landbouw en industrie wurgt”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opinie" />
            <id>https://vilt.be/58626</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Donderdag komen de Europese regeringsleiders in het Limburgse Alden Biesen samen voor een informele top over de toekomst van de Europese competitiviteit. Volgens Lode Ceyssens, de voorzitter van landbouworganisatie Boerenbond, moet daar één thema bovenaan de lijst staan: de deblokkering van het Europese beleid dat landbouw en industrie wurgt. "Premier De Wever verwoordde het de voorbije weken al scherp: zonder een trendbreuk in Europa blijven we op drijfzand bouwen", aldus Ceyssens.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/45821f7a-caba-47db-a348-27295fa120e5/full_width_tractor-akkerbouw-overname-ploeg-1250.jpg</image>
                                        <content>Vandaag zit de Vlaamse landbouwsector, én bij uitbreiding het ganse Vlaamse economische weefsel, gevangen in een juridisch web van blokkerende Europese regelgeving. Goedbedoelde wetgeving met klinkende namen zoals de ‘Habitatrichtlijn’, de ‘Kaderrichtlijn Water’ en de ‘Nitraatrichtlijn’ zijn uitgegroeid tot een toolbox waarmee zowat elk project kan worden aangevallen. Voor wie wil is er altijd wel een reden te vinden om vergunningen tegen te houden.  Zo valt niet alleen de vernieuwing en modernisering van de stallen stil, ook investeringen in verdere verduurzaming en in de productie van energie zoals biogasinstallaties of windmolens zitten vast. Het plaatsen van waterbassins en irrigatie-infrastructuur of systemen voor hergebruik en zuivering is een lijdensweg waardoor landbouwbedrijven zich minder kunnen wapenen tegen droogte en wateroverlast.Het gevolg van deze onzekerheid is dat verduurzaming vertraagt en jonge landbouwers afhaken. Daar lijdt zowel de landbouw, en dus onze voedselvoorziening, als de natuur onder. Europa wil een groene koploper zijn, maar dreigt op deze manier het tegenovergestelde te bereiken: een beleid dat duurzaamheid eist maar investeringen onmogelijk maakt, over alle sectoren heen. Van fietssnelwegen tot duurzame investeringen op landbouwbedrijven, ontwikkelingen voor de productie van groene energie tot windmolens die al maanden stilliggen in de Antwerpse haven. Nieuwe generatie durft stap niet te zettenDe Vlaamse landbouw is een van de meest innovatieve ter wereld. Boeren produceren steeds meer met minder energie en met een lagere milieu-impact. De productiviteit steeg de voorbije decennia spectaculair: 0,5 procent van de Vlamingen produceert voedsel voor 99,5 procent van de bevolking. Door Europese blokkerende wetgeving wordt die verduurzamingswedloop nu gebroken terwijl de sector in sneltempo vergrijst. Een kwart van de bedrijfsleiders is ouder dan 65, van de bedrijfsleiders ouder dan 50 heeft maar 12 procent een opvolger, en slechts 15 procent van de bedrijfsleiders is jonger dan 40. Een nieuwe generatie staat klaar maar durft de stap naar het ondernemerschap niet te zetten zolang het beleid blijft schipperen tussen ambities, blokkering en onzekerheid.In Vlaanderen ontstaan er arrest na arrest voorbeelden van een onderliggend structureel probleem dat Europees wordt aangestuurd. De voorbije maanden zien we vernietigde vergunningen in industrie en energieprojecten zoals INEOS en de biomassacentrale van cementfabriek CBR in Wallonië. Daarnaast zijn er de stikstofarresten en tal van ruimtelijke uitvoeringsplannen die de schop op gaan. De rode draad is steeds dezelfde: gedateerde milieuwetgeving wordt gebruikt als blokkademechanisme waardoor verdere investeringen, modernisering en verduurzaming stopt. De Europese Commissie kondigt analyses en eventuele bijsturing aan, maar alles gaat tergend traag. De schade gaat sneller dan de Europese molen maalt Ontspoorde trein terug op de rails zettenDe premier legde al de vinger op de wonde en de Europese Commissie zelf erkent dat er een ontsporing is. In de Clean Industrial Deal, het Action Plan for Affordable Energy en het European Grid Package stelt ze dat het verslechteringsverbod en andere bepalingen voor drempels zorgen die investeringen verlammen. Ze kondigt analyses, stress-tests en eventueel bijsturing aan. Maar de realiteit is dat het allemaal tergend traag gaat. De schade gaat sneller dan de Europese molen maalt. Ondertussen is het aantal stoppende boeren een veelvoud van het aantal dat de stap naar het ondernemerschap nog kan of durft te zetten.Leg landbouw niet stilDe agrovoedingsketen is een industriële pijler van 60 miljard euro omzet en kan zich gemakkelijk naast de chemie of de farma zetten. Ons voedsel wordt nergens duurzamer en klimaatvriendelijker geproduceerd dan hier bij ons. Landbouw hier verloren laten gaan betekent dan ook dat we minder duurzaam voedsel van elders zullen moeten importeren.Bovendien is landbouw een belangrijke speler in de energieomslag. Warmtekrachtkoppelingen of WKK’s op glastuinbouwbedrijven produceren elektriciteit in de grootorde van een kleine kerncentrale waar vandaag al meer dan 600.000 Vlaamse gezinnen van energie voorzien worden. Ook op vlak van zonne-, wind- en bio-energie is er veel potentieel. Kleine vergisters op landbouwbedrijven kunnen door middel van biogas uit mest 24/7 energie leveren, dunkelflautes overbruggen én de emissies verlagen. Op deze manier draagt de land- en tuinbouwsector bij aan de stabiliteit en flexibiliteit van het elektriciteitsnet. Wie landbouw stillegt, legt niet alleen onze voedselproductie stil maar zet ook een rem op hernieuwbare energieprojecten. Ofwel blijven we gevangen in een juridisch kluwen dat innovatie en verduurzaming fnuikt, ofwel maakt het ruimte voor een beleid dat toekomst biedt aan landbouw en industrie Europa staat op een kruispunt. Ofwel blijft het gevangen in een juridisch kluwen dat innovatie en verduurzaming fnuikt, ofwel maakt het ruimte voor een beleid dat toekomst biedt aan landbouw én industrie. Dit heeft een rechtstreekse impact op de zekerheid, de kwaliteit, de duurzaamheid en de betaalbaarheid van ons voedsel. We weten allemaal welke richting de juiste is. The time to act is now. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurLode Ceyssens is de voorzitter van landbouworganisatie Boerenbond. Copa-Cogeca: &quot;Een ambitieuze concurrentieagenda moet Europese agrovoedingsketen tot kernprioriteit maken&quot;Ook de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca roept de Europese regeringsleiders op om doortastend op te treden via gerichte maatregelen en investeringen die de toekomstbestendigheid en competitiviteit van de hele agrovoedingssector garanderen.&quot;Vereenvoudiging, modernisering en investeringen in de concurrentiekracht van de landbouw en de volledige agrovoedingsketen moeten centraal staan op de Europese agenda&quot;, pleit Copa-Cogeca. &quot;De agrovoedingssector zorgt voor stabiliteit, voedselzekerheid, veerkracht, duurzaamheid, cultuur en vrede. Investeren in de Europese agrovoedingsketen betekent investeren in onze gemeenschappelijke veiligheid en geopolitieke veerkracht&quot;, aldus Copa-Cogeca.Investeer in de sector&quot;Meer dan ooit moet Europa zijn strategische onafhankelijkheid en veiligheid versterken door te investeren in landbouw en voeding. Dat betekent het veiligstellen van betrouwbare landbouwproductie, de garantie van betaalbare voeding voor consumenten, de hoogste kwaliteits- en veiligheidsnormen handhaven en bijdragen aan de algemene groei en paraatheid van Europa&quot;, schrijft de landbouwkoepel.&quot;Eerste stappen zijn gezet via enkele Omnibusvoorstellen. Maar er moet meer gebeuren. De EU-instellingen moeten verder gaan door wetgeving te moderniseren die innovatie ontmoedigt, vergunningsprocedures vertraagt en circulariteit beperkt. Europa moet de ambitie hebben om wereldleider te worden in slimme en gestroomlijnde regelgeving, zodat ondernemingen kunnen concurreren op wereldmarkten en de interne markt goed blijft functioneren&quot;, vindt Copa-Cogeca. &quot;Het moment is aangebroken om echt een verschil te maken.&quot;</content>
            
            <updated>2026-02-11T22:51:02+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw record voor voedselbanken: zo'n 28.000 ton voedsel bedeeld in 2025]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voedselbanken-verdeelden-28000-ton-voedsel-in-2025-een-nieuw-record" />
            <id>https://vilt.be/58627</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In 2025 is een recordhoeveelheid van 27.985 ton verdeeld door de Belgische voedselbanken en aangesloten verenigingen. Dat is 8,4 procent meer dan het jaar daarvoor. Gemiddeld 204.791 unieke personen in kwetsbare situaties konden zo elke maand een beroep doen op voedselnoodhulp. Dat meldt de Belgische Federatie van Voedselbanken (BFVB).</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/9a2ef565-aaba-4857-a3a4-d70298d47a6d/full_width_poverello-voedselbanken-voedselbedeling-antwerpen.jpg</image>
                                        <content>Vorig jaar zijn in totaal 56 miljoen maaltijden verdeeld, ter waarde van 106 miljoen euro. Voor het eerst overschrijdt dat bedrag de kaap van 100 miljoen euro.&amp;nbsp;De recordhoeveelheid van bijna 28.000 ton komt door een grotere bijdrage uit de distributie en een toegenomen aanbod van groenten en verse producten via de veilingen. Tegelijkertijd konden de voedselbanken voor het eerst rekenen op steun van voedselbanken uit Frankrijk en Nederland en van Waste Warriors. Die organisatie koopt vergeten oogst waarvoor boeren een eerlijke prijs krijgen. Waste Warriors maakt van lokale producten ook nieuwe voedingsproducten. Het beleid wordt minder genereus en de mazen van het net zullen groter worden Minder middelen verwacht&amp;nbsp;&quot;De combinatie van een lichte daling van het aantal begunstigden en een recordhoeveelheid ter beschikking gesteld voedsel heeft geleid tot een stijging van negen procent van de hoeveelheid voedsel per persoon, tot 136,65 kg per jaar&quot;, zegt Marc Mertens, gedelegeerd bestuurder van BFVB. &quot;Dat betekent concreet dat wij gemiddeld meer dan vijf maaltijdequivalenten per week konden voorzien.&quot;&amp;nbsp;Dat zou in 2026 en 2027 minder kunnen zijn. De voedselbanken verwachten minder middelen. De federale regering heeft beslist om een bedrag van tien miljoen euro uit het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) niet meer toe te kennen aan voedselhulp. Dat bedrag staat in voor ruim een derde van de bevoorrading van de Belgische voedselbanken. Er wordt nog overlegd met de gemeenschappen of zij een aanvullende rol kunnen spelen.Maar de inspanningen op het federale niveau voor 2026 en 2027 zijn bekend. De beschikbare voedselhulp daalt 40 procent: van meer dan 10.000 ton in 2025 tot minder dan 6.000 ton, wat overeenkomt met het niveau van 2016.&amp;nbsp;Tegelijkertijd verwachten de voedselbanken meer klanten. Ook door de beperking van de werkloosheid in de tijd.&quot;We helpen mensen die door de mazen van het net vallen&quot;, zegt Piet Vanthemsche, voorzitter van BFVB. &quot;Het beleid wordt minder genereus en de mazen van het net zullen groter worden.&amp;nbsp;Die evoluties zouden kunnen leiden tot een terugval naar gemiddeld drie tot vier maaltijdequivalenten per persoon per week. Om in te spelen op die nieuwe situatie worden verschillende initiatieven opgestart, die als doel hebben om minder afhankelijk te worden van overheidsfinanciering.&quot;Oprichting specifiek fondsZo worden voedingsbedrijven en de retailsector aangespoord gebruik te maken van de gunstige btw-regeling voor schenkingen aan goede doelen. Dat gebeurt met de hulp van de federatie van de Belgische voedingsindustrie (Fevia) en de retailfederatie Comeos. Binnen de voedselbanken komt er een specifiek fonds voor de aankoop van voeding, dat niet-voedingsbedrijven kunnen steunen.De voedselbanken dragen dankzij particuliere giften één miljoen euro bij. Ook wordt er een platform uitgebouwd om kleine schenkers met lokale verenigingen in contact te brengen. Verder willen de voedselbanken, in samenwerking met Waste Warriors, hun banden met land- en tuinbouwers versterken.Negen Belgische voedselbanken verdeelden via 688 aangesloten lokale verenigingen de voedselhulp in 2025. Dat waren er tien minder dan het jaar voordien, maar wel meer dan de jaren daarvoor. Een aantal verenigingen heeft zijn activiteiten stopgezet door een gebrek aan middelen, infrastructuur of vrijwilligers. Die daling heeft een invloed gehad op het aantal begunstigden. Vorig jaar hebben bijna 14.000 mensen zich vrijwillig ingezet voor de voedselbanken.</content>
            
            <updated>2026-02-11T22:59:27+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Komkommertelers profiteren van Spaans noodweer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/komkommertelers-profiteren-van-spaans-noodweer" />
            <id>https://vilt.be/58628</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Belgische en Nederlandse komkommertelers profiteren van het noodweer in Zuid-Europa. Het getroffen gebied is in bepaalde periodes van het jaar een concurrent voor Vlaamse vruchtgroenten. Het voordeel blijkt alleen te gelden voor belichte komkommertelers, die al weken een bijzonder goede prijs kennen. “Met paprika en aubergine zijn we nog niet in productie”, klinkt het bij BelOrta.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="groente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dd524fc5-a001-46ab-8d39-bbea8447992d/full_width_belorta-komkommerteelt.jpg</image>
                                        <content>Eerder berichtte VILT al dat aanhoudend noodweer in Spanje en Marokko, met zware regenval en overstromingen, de productie en het transport van tomaten en andere groenten ernstig heeft verstoord. Hierdoor zijn de schappen in Belgische en Nederlandse supermarkten minder goed gevuld en stijgen de prijzen door logistieke vertragingen en kwaliteitsproblemen.KomkommersOok lijkt er een impact te zijn op de prijsvorming in Vlaanderen. “Door het noodweer daar komen er aanzienlijk minder komkommers uit die regio en is er een onderaanbod, met goede prijzen als gevolg”, vertelt Benny Cuypers van BelOrta.Met een euro per stuk zijn de komkommers aan de veilingklok van BelOrta uitzonderlijk goed geprijsd. De veiling in Sint-Katelijne-Waver wordt bevoorraad door Vlaamse en Nederlandse komkommertelers, die in totaal tien hectare belichte teelt hebben. “Twee weken geleden lag de prijs nog een stuk lager”, aldus Cuypers. Aubergines en paprika&#039;sHet getroffen gebied specialiseert zich in zachtfruit en vruchtgroenten voor de export en is in bepaalde periodes van het jaar een concurrent voor Belgische producten. Zo is het, naast de komkommertelers, ook voor de aubergine- en paprikatelers in het voorjaar aftellen tot de productie in Spanje uitdooft door het warme weer.“Maar In paprika en aubergine hebben we op dit moment nog geen productie, dus deze telers kunnen niet profiteren van de noodtoestand in Zuid-Europa”, vervolgt Cuypers.Voor aubergineteler Jan Heulens uit Vremde is het maar de vraag of hij eind februari, wanneer hij in productie komt, zal profiteren van het noodweer in Spanje. Veel zal volgens hem afhangen van de vraag of plantages geruimd zijn. “Ik hoorde wel dat er veel schade is in het zachtfruit, maar in de aubergineteelt hoor ik deze signalen niet. Als er niet geruimd is en het weer trekt snel weer aan, dan komt ook de productie daar weer op gang.”Spanje is vooral voor Vlaamse auberginetelers een geduchte concurrent. “Er staat 1.500 hectare aubergine in Spanje. De productie is meestal niet zo hoog als hier, maar het gaat wel om grote hoeveelheden.”Nadat Heulens eind februari de eerste vruchten plukt, loopt de productie tegen eind maart snel op. April is vaak een moeilijke periode, omdat de Vlaams-Nederlandse productie piekt en er ook veel aanbod is uit Spanje. “Vanaf het moment dat het in Spanje te warm wordt en de teelt uitdooft, verbeteren hier de prijzen”, vertelt hij.</content>
            
            <updated>2026-02-11T22:57:26+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zorgkeukens krijgen handvaten om meer plantaardiger te koken en samen te werken met biolandbouwers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zorgkeukens-krijgen-handvaten-om-meer-plantaardiger-te-koken-en-samen-te-werken-met-biolandbouwers" />
            <id>https://vilt.be/58629</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Chefs in zorginstellingen kregen woensdag verschillende projecten aangereikt om hun aanpak een bio of plantaardige update te geven. Zo gaf Vlaams minister van Landbouw Jo&nbsp;Brouns (cd&amp;v) het startschot voor&nbsp;ZoBio&nbsp;2.0, een project dat biolandbouwers rechtstreeks matcht met keukens van zorginstellingen. Tegelijkertijd lanceerde vzw ‘Mosquito in The Room’, in opdracht van de Vlaamse overheid, de gratis toolkit ‘Plantkracht’, die koks moet ondersteunen in de eiwitshift.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="BioForum" />
                        <category term="eiwitshift" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/54761f55-9dc7-42be-9ae7-2716f284906a/full_width_kokenrestaurant.jpg</image>
                                        <content>Eind 2025 liep het eerste ZoBio-project ten einde, met al resultaat enkele succesvolle samenwerkingen tussen zeven bioboeren en vijf zorginstellingen. Onder ZoBio 2.0 willen de projectpartners BioForum, ILVO en Flanders&#039; Food het project nu verderzetten. “Het doel is om&amp;nbsp;de komende 2,5 jaar&amp;nbsp;minstens vijf&amp;nbsp;nieuwe&amp;nbsp;samenwerkingen op te starten&amp;nbsp;en&amp;nbsp;opportuniteiten en knelpunten&amp;nbsp;aan te pakken”, aldus BioForum, de sectororganisatie lanceert meteen een oproep naar geïnteresseerde zorginstellingen en bioboeren.Samenwerken loont&amp;nbsp;De lancering van het vervolgproject vond&amp;nbsp;niet toevallig&amp;nbsp;plaats bij zorginstelling&amp;nbsp;Sint-Kamillus&amp;nbsp;in Bierbeek. Door het eerste ZoBio-project loopt daar een succesvolle samenwerking met&amp;nbsp;bioboerderij&amp;nbsp;Herpendalvallei, die samenwerkt met verschillende&amp;nbsp;bioboerderijen.De bioboeren van Herpendalvallei zijn gekend in de streek, ze kunnen de zorginstelling vanop hun veld spotten. “We wilden al langer samenwerken met Sint-Kamillus en dankzij ZoBio is die samenwerking ook effectief gerealiseerd”, vertelt bioboerin Anne Martens. De keukenmanager van de zorginstelling was in eerste instantie bezorgd omdat de verwerking van verse groenten veel meer tijd in beslag neemt dan het gebruik van diepvriesproducten. Maar na onder meer groen licht van voedselagentschap FAVV is de samenwerking toch gestart. “De energie in dit project komt uit de echte samenwerking: boeren en koks die samen oogsten en die groenten omtoveren tot pure, lokale maaltijden”, reageert  keukenmanager Patriek Elebaut. “Het ZoBio-project bewijst dat zorginstellingen perfect kunnen samenwerken met lokale boeren.”Naast meer lokale bioproducten op het menu zit in de samenwerking nog een troef voor de zorginstelling. “Via het activiteitencentrum van de zorginstelling werken patiënten mee in de keuken”, klinkt het. “Het is de bedoeling om de patiënten in de toekomst nog meer te betrekken door hen bijvoorbeeld groenten te laten oogsten op het veld.” Versterken van vraag naar bioLaura van Selm, directeur van BioForum, hoopt dat de meerwaarde van het project ook de Vlaamse overheid warm maakt om deze ambitie te realiseren: tegen 2027 een overheidscatering hebben die voor vijf procent bio is.Vlaams landbouwminister Jo Brouns bevestigt alvast de meerwaarde van het project. “Het is een duidelijke win-win: lokale boeren krijgen een stabiele afzetmarkt en zorginstellingen werken met verse, lokale producten met een sterk verhaal”, klinkt het. “Om die succesvolle aanpak verder te zetten en nieuwe samenwerkingen te stimuleren, kennen we 120.600 euro aan subsidies toe voor het vervolg van het project.” Meer plantaardige ingrediënten op de menu van zorginstellingenWoensdag was ook de lancering van de gratis toolkit Plantkracht, dat zorginstellingen wil ondersteunen om vaker plantaardige ingrediënten op de menu te zetten. De toolkit werd gemaakt door ‘Mosquito in The Room’, in opdracht van de Vlaamse overheid.De toolkit moet zorgkeukens zin en vertrouwen geven om met plantaardige ingrediënten aan de slag te gaan. “De opzet is niet om vlees, vis of kaas volledig van het menu te schrappen, maar wel dat de balans meer verschuift van dierlijke producten naar plantaardige”, duidt het adviesbureau.De toolkit is gratis beschikbaar op de website www.smakelijkezorgvooru.be en omvat onder meer receptfiches, nutritionele achtergrond voor diëtisten, content voor communicatieverantwoordelijken en argumenten, cijfers en checklists om draagvlak te creëren voor managers. Wanneer je zorgvoorzieningen stap voor stap begeleidt, zie je hoe groot de bereidheid is om meer plantaardig te werken Vlaamse ambities waarmaken‘Plantkracht’ kadert binnen meerdere Vlaamse beleidsinitiatieven van het departement Omgeving, waaronder de ‘Green Deal: Eiwitshift op ons Bord’ en ‘Green Deal: Duurzame Zorg’. “Vandaag halen we nog een te klein aandeel uit een plantaardige bron”, aldus Ariane Louwaege, van Mosquito In The Room. “De Vlaamse ambitie is om de verhouding tegen 2030 te verschuiven naar 40 procent dierlijk en 60 procent plantaardig. De nieuwe toolkit maakt deze eiwittransitie haalbaar, stap voor stap.”Het bureau begeleidde al verschillende zorgvoorzieningen om meer plantaardige ingrediënten op te nemen in hun menu’s. “In AZ Herentals herwerkten we bijvoorbeeld de menucyclus. Een multidisciplinair kernteam paste de warme maaltijden aan, met per week minstens één plantaardige maaltijd en extra gemengde gerechten”, aldus Louwaege. “Via proefmomenten voor keuken, zorgpersoneel en directie werd een breed draagvlak gecreëerd. Ook patiënten werden bevraagd, met positieve feedback als resultaat. De aangepaste menu’s zorgen bovendien voor een meetbare CO₂-reductie, die het ziekenhuis inzet in zijn duurzaamheidsrapportage.”“Wanneer je zorgvoorzieningen stap voor stap begeleidt, zie je hoe groot de bereidheid is om meer plantaardig te werken. De succesvolle switch toont duidelijk dat smaak, gezondheid en duurzaamheid perfect hand in hand kunnen gaan”, besluit Louwaege.</content>
            
            <updated>2026-02-11T22:58:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Festival Gone Fishing zet Noordzeevis in de kijker in Oostende]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/festival-gone-fishing-zet-noordzeevis-in-de-kijker-in-oostende" />
            <id>https://vilt.be/58630</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De stad Oostende organiseert van 1 maart tot en met 31 mei het nieuwe culinaire festival 'Gone Fishing'. Daarmee wil 'de Koningin der Badsteden' de visserij, lokale chefs en Noordzeevis in de kijker zetten. Inwoners en bezoekers kunnen tijdens het festival genieten van menu's in lokale restaurants en verschillende culinaire activiteiten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4effe111-a714-4f4c-a2f0-d887723832d3/full_width_visserijschipnoordzee.jpg</image>
                                        <content>Met &#039;Gone&amp;nbsp;Fishing&#039; wil Toerisme Oostende de visserijsector een duw in de rug geven en het publiek bewust laten kiezen voor vis uit de Noordzee. Tijdens het festival bieden meer dan 30 restaurants een menu aan tegen een vaste prijs met minder bekende vissoorten.&amp;nbsp;Deze soorten spelen ook de hoofdrol in het&amp;nbsp;&#039;Gone&amp;nbsp;Fishing&amp;nbsp;kookboek&#039;, gelanceerd door 22 chefs uit Oostende.Op het programma van het non-fictie boekenfestival FAAR staan gesprekken en debatten met de lokale chefs. Zij gaan aan de slag met verrassende ingrediënten uit de Noordzee. Dat doen ze binnen het initiatief &#039;De Noordzee gaat vreemd&#039;. Het festival wordt afgerond met een slotevenement tijdens Oostende voor Anker.&amp;nbsp; We willen dat bezoekers weten dat de beste Noordzeevis hier te vinden is, van de boot tot op het bord. &quot;Met &#039;Gone&amp;nbsp;Fishing&#039; zetten we voluit in op het authentieke karakter van Oostende&quot;, zegt schepen van Toerisme Niko Geldhof (Vooruit). &quot;We willen dat bezoekers weten dat de beste Noordzeevis hier te vinden is, van de boot tot op het bord.&quot; Het evenement kan rekenen op 130.000 euro aan middelen vanuit Europa, Vlaanderen en de provincie West-Vlaanderen.Vlaams Minister van Zeevisserij Hilde Crevits (cd&amp;amp;v) benadrukt het belang van het festival. &quot;Het is goed dat een kuststad inspanningen levert om inwoners en bezoekers ook onbekende vissoorten te leren kennen. Mensen willen graag vaker lokale vissen eten, maar we zien dat nog niet in de praktijk&quot;, zegt Crevits. &quot;Daarom is dit initiatief belangrijk. We hebben uit vorige campagnes al gezien dat het daadwerkelijk de moeite waard is, zoals de campagne van Vis van het Jaar.&quot;Ook voor de sector is dit initiatief belangrijk, vindt Crevits. &quot;Het is natuurlijk goed voor onze vissers en onze economie dat we vissen eten die lokaal zijn gevangen en in onze visveiling terechtkomen&quot;, zegt de minister. &quot;Dat is een pak dichterbij dan wanneer de vis van de andere kant van de wereld moet komen.&quot;&amp;nbsp;Alle informatie en de deelnemende restaurants zijn terug te vinden op www.gone-fishing.be.</content>
            
            <updated>2026-02-12T17:35:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoorzitting fermettisering: administraties varen blind zonder duidelijk wettelijk kader]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoorzitting-fermettisering-administraties-varen-blind-zonder-wettelijk-kader" />
            <id>https://vilt.be/58631</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zolang Vlaanderen geen werk maakt van een duidelijk ruimtelijk beleid, weten de administraties niet van welk hout pijlen maken. Dat kan je besluiten uit de afgelopen hoorzitting over de 'fermettisering' van het Vlaamse landbouwlandschap in het Vlaams Parlement. Diensten zoals het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, de VVSG of lokale besturen en provincies spelen allemaal een rol in het adviseren of al dan niet toekennen van zonevreemdheid. Zij stellen vast hoe onduidelijk beleid een onherroepelijke impact heeft op het platteland.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="hoeve" />
                        <category term="grond" />
                        <category term="publieke gronden" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b827acfa-9a3e-4241-9a79-95e8355cc6af/full_width_zonevreemdpaardenhouderijbuitengebied-gevilt.jpg</image>
                                        <content>Van alle landbouwbedrijfshoofden die ouder zijn dan 50 jaar in 2023, geeft slechts 14,3 procent aan over een vermoedelijke opvolger te beschikken. Het gevolg van een sterk vergrijzende landbouwsector is dat steeds meer landbouwzetels leeg komen te staan. Veel van deze gebouwen worden een zonevreemde functie aangemeten, bijvoorbeeld als ruime privéwoning op het platteland. Het gevolg: ruimtelijke verrommeling en stijgende landbouwgrondprijzen. Zonevreemde olievlekPatricia De Clercq, administrateur-generaal bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, schetst een beeld van een versnipperd Vlaanderen. Van de 782.500 hectare bestemd agrarisch gebied, is slechts 76 procent aangegeven in de verzamelaanvraag. Het niet-aangegeven agrarisch gebied (24%) bestaat voor een kwart uit infrastructuur. “Wegen en waterlopen, dat is niet problematisch”, verduidelijkt De Clercq. Een ander aanzienlijk deel wordt ingevuld door zonevreemde woningen en bedrijven (29%). 46 procent gaat om ‘gebouwen zonder adrespunt’, een schuilhok of onbebouwde ruimte zonder landbouwgebruik. Denk aan tuinen, paardenweides, voetbalvelden enzovoort. Hoewel die laatste geen ‘harde’ functies zijn, gebeurt het bijna niet dat deze ruimte ooit zijn landbouwfunctie herwint.Zelfs als men louter kijkt naar de percelen met een ‘hard’ zonevreemd gebruik, komt men aan een totaal van 53.900 hectare. “Vergelijkbaar met het aardappelareaal in Vlaanderen”, zegt De Clercq. Een hoeve verkopen als zonevreemde woning is een goede zaak voor de landbouwer-eigenaar, die zo een mooie cent krijgt voor zijn bedrijfswoning. Zeker omdat de bedrijfswoning als hoofdzetel van een landbouwbedrijf vaak onverkoopbaar blijkt. Maar De Clercq waarschuwt dat zonevreemdheid ook druk legt op landbouwgebied. Enerzijds is er het verlies van vruchtbare landbouwgrond en strategische landbouwsites. Anderzijds is er de “indirecte druk” die wordt uitgevoerd op landbouwers, namelijk opgedreven grondprijzen door zonevreemd gebruik. De Clercq spreekt ook over het ontstaan van een uitbreidende ‘zonevreemde olievlek’. “Bijvoorbeeld wanneer een vergunde zonevreemde manège groeit en nieuwe percelen in de omgeving opkoopt”, stelt ze. De resultaten zijn reeds langer voelbaar op de grondenmarkt: de grondenprijzen stijgen jaarlijks met zes procent. “Landbouwgrond is een betere belegging dan een kasbon”, illustreert De Clercq. Ongunstige adviezen worden amper opgevolgdWat valt op? Het Agentschap formuleert steeds vaker een ongunstig advies voor vergunningsaanvragen met betrekking tot functiewijzigingen. Slechts in de helft van de gevallen geeft het een ongunstig advies. Dit advies is niet-bindend, en wordt amper opgevolgd. De vergunningverlenende besturen oordelen in nog geen vijfde van de gevallen ongunstig over een aanvraag. “Er worden 1,8 landbouwsites zonevreemd vergund per dag, voor onbepaalde duur. En die zonevreemde functies worden slechts heel zelden naar agrarische functies teruggezet”, zegt De Clercq.Klaarblijkelijk wordt er gretig gebruikgemaakt van het ontbreken van een duidelijk ruimtelijk kader. Bij ongewijzigd beleid voorspelt De Clercq dat het aantal aanvragen tot zonevreemde functiewijzigingen zal blijven toenemen, in anticipatie op strengere wetgeving in toekomst. Bovendien komt er nog een nieuwe golf van aanvragen aan. Die komen vanuit landbouwsites waar de landbouwer zonder opvolger de afgelopen jaren de activiteiten heeft stopgezet, en er op zijn oude dag is blijven wonen.De Clercq hamert op de nood aan een toekomstgericht agrarisch-ruimtelijk beleid, en een oplossing voor elke vrijgekomen site, met meer focus op agrarisch hergebruik of sloop. Anders werken zonevreemde functiewijzigingen sterk ontwrichtend in het landbouwgebied. Alternatief op fermettisering blijkt vaak leegstandDie visie wordt gedeeld door andere experts. Als case study kreeg Dieter Wouters (cd&amp;amp;v) het woord. Hij is burgemeester van Wuustwezel en voorzitter van de bestuurlijke commissie Kwaliteitsvolle Leefomgeving bij de VVSG. Als bestuurlijk hoofd van een landbouwgemeente, zijn zonevreemde cases voor Wouters niet vreemd. Hij illustreert de huidige tweespalt voor lokale besturen.In tegenstelling tot vele andere lokale besturen, weigert Wuustwezel consequent aanvragen tot zonevreemdheid. “De afgelopen jaren hebben we enkel negatieve adviezen gekregen van onze afdeling Landbouw. Daar gaan wij nooit tegenin”, zegt Wouters. Op zich is dat het beleid waar liefhebbers van een goede ruimtelijke ordening voor pleiten. Maar door consequent zonevreemdheid te weigeren, kampt Wuustwezel met een ander probleem. Niet fermettisering, wel structurele leegstand. “In 2024 telden we 963 adressen in landbouwgebied. Daarvan zijn er 246 landbouwbedrijven met productie. De rest zijn adressen zonder landbouwfunctie, waarvan 122 vermoedens van leegstand of verwaarlozing.”Die verkrotting is een doorn in het oog voor de inwoners van Wuustwezel. “We vinden niet dat je de ene dag een functiewijziging kan weigeren om de dag daarop leegstand te heffen”, zegt Wouters. Maar de leegstand is volgens hem structureel: er zijn te weinig startende landbouwers om deze verkrotte hoeves te doen heropleven. Als een hoeve niet verkrot, wordt er vaak een andere invulling aan gegeven zoals de huisvesting van seizoenarbeiders of stockage.“De druk wordt immens groot om meer functiewijziging toe te laten”, zegt de burgemeester. “Geen enkele functiewijziging geven is niet houdbaar als je leegstand, verwaarlozing, zonevreemd gebruik en misbruik wilt tegengaan.” Druk op landbouwgrond is symptoom van ruimer probleemXavier Buijs, stafmedewerker ruimtelijke ordening bij de VVSG, roept de regering op tot actie. “Ik hoor graag zeggen dat er al een conceptnota is goedgekeurd voor een Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, maar dat heeft geen enkele status”, zegt hij. “Terwijl de Vlaamse administratie blijkbaar wel al die soft law toepast. Wij zijn vragende partij voor een duidelijke Vlaamse visie, zodat we ook weten waar we aan toe zijn en we in lijn met een concreet beleidsplan kunnen vergunnen.” Buijs waarschuwt ook om de intiatieven van het ‘Plattelandspact’ en ‘Landbouwvisie 2030/2050’ niet afzonderlijk uit te werken. “Dat zijn veel Vlaamse ogen gericht op open ruimte, maar werk samen en niet naast elkaar.”Het landbouwgrondenprobleem leeft volgens Buijs niet in een vacuüm. “We kunnen de open ruimte slechts openhouden als er daardwerkelijk aanbod is aan woningen in de kernen, en ruimte voor bedrijvigheid. Vandaag blijkt bouwen in de kernen nog steeds moeilijker dan een nieuw green field aan te snijden. En ik stel vast: subsidies die er in het verleden waren om RUP&#039;s te maken vallen weg. Gemeenten kunnen daar dus niet meer op terugvallen voor een meer gedetailleerde inrichting van de kernen. Ook subsidies voor stadsvernieuwing zijn in de afgelopen periode afgeschaft. Hoewel iedereen het belang kent van kernverdichting, is het heel moeilijk om in die kernen kwaliteitsvolle projecten te realiseren.” Er is nog een ander obstakel. Woongebied herbestemmen tot landbouwgebied is voor een lokaal bestuur zeer duur. Facturen voor planschade lopen hoog op, zeker als Vlaanderen niet financieel bijspringt.Dan zijn er nog de publieke gronden, een niet-verwaarloosbaar deel van het landbouwareaal. Die kennen volgens Buijs te weinig flexibiliteit voor de besturen. De opbrengsten via pacht zijn heel laag, en gemeenten kunnen niet zomaar voorwaarden opleggen voor de pachter. Wordt een publieke landbouwgrond verkocht? Dan is een gemeente verplicht dit te doen aan de hoogste bieder, landbouwer of niet.Tot slot zit er volgens Buijs weinig lijn in waar zonevreemdheid wel of niet wordt toegelaten. Een Vlaams afwegingskader dringt zich op. Dat er zoveel geprocedeerd wordt, is een teken dat het niet stabiel is Dat is ook de visie van de provincies. Bart Naeyaert (cd&amp;amp;v) is gedeputeerde van de provincie West-Vlaanderen en voorzitter van de beleidscommissie Landbouw van de Vereniging van de Vlaamse Provincies. Hij benadrukt dat er elke week beslissingen en beroepen worden uitgesproken over ruimtelijke kwesties. “Dat er zoveel geprocedeerd wordt, is een teken dat het niet stabiel is”, zegt Naeyaert.Raad voor Vergunningsbetwistingen kampt met onduidelijke wettenKarin De Roo van de Raad voor Vergunningsbetwistingen ziet het resultaat van deze instabiliteit in de vorm van meerdere dossiers die passeren voor de raad. “Regelgeving zonevreemde functiewijzigingen is een afwijkingsregelgeving en moet dus restrictief worden toegepast”, zegt ze. “Maar dat neemt niet weg dat de wet soms onduidelijk is en er interpretatiemoeilijkheden zijn.”Een belangrijk criterium is dat een functiewijziging de normale bedrijfsvoering van vergunde of vergund geachte bedrijven in de omgeving niet in het gedrang mag brengen. “We moesten altijd al rekening houden met de functionele inpasbaarheid van een project, maar het is wel nieuw dat dit nu uitdrukkelijk zo benadrukt is”, zegt De Roo. “We zien in de rechtspraak dat overheden niet voldoende aandacht besteden aan dit criterium.” Nochtans is dit belangrijk. Een residentiële woning middenin landbouwgebied kan een impact hebben op de vergunbaarheid van omliggende bedrijven.De Roo merkt ook veel misverstanden over waarom de Raad een vergunning al dan niet afwijst. Volgens haar wordt vaak gedacht dat men de onverenigbaarheid met een goede ruimtelijke ordening kan ‘wegcontracteren’. “Het volstaat niet dat een aanvrager een overeenkomst voorlegt, waarin hij stelt met de aanpalende landbouwer te hebben afgesproken geen beroep in te stellen tegen toekomstige vergunningsaanvragen van het landbouwbedrijf. Of een overeenkomst waarin afspraken worden gemaakt inzake geurhinder. Zulke overeenkomsten zijn puur privaatrechtelijk, terwijl deze dossiers moeten bekeken worden in de context van het algemeen belang.”“Het volstaat ook niet om te motiveren dat er nooit klachten geweest zijn van omliggende landbouwbedrijven”, stelt ze nog. Bovendien wil de Raad ook een lappendeken aan functies vermijden, waarbij een landbouwbedrijf bijvoorbeeld slechts gedeeltelijk een woonfunctie wordt toegewezen. Wat is nu eigenlijk écht zonevreemd?De kern van de zaak is dat de Raad aan de slag moet met soms erg troebele regelgeving. Naeyaert hamert op het belang van een duidelijk en voorspelbaar Vlaams vergunningenkader met ruimte voor maatwerk. “Wat doen we bijvoorbeeld met een zorgboerderij? Dierentherapie? Hondenkennels? Dat zijn zaken die je niet kan doen in woongebied, maar men biedt hier ook geen agrarische producten aan. Paardenfokkerij behoort tot agrarisch gebied. Maar een manège heeft ook een weide nodig. Laten we dus eens nadenken over wat we nu zien als zonevreemd en wat niet.”Die onduidelijkheid leeft bij alle spelers van het veld. “Bij kopers, verkopers, notarissen, makelaars, lokale overheden. Er is nood aan betrouwbare administratieve bronnen”, stelt Christel Claes van de Vereniging van de Vlaamse Provincies. Nog een moeilijke discussie: wanneer is iemand landbouwer in bijberoep? “Als iemand tien of 20 runderen houdt, is dat dan louter een hobby? Dat moet worden meegenomen wanneer men de contouren bepaalt van het regelgevend kader”, zegt Naeyaert.Naeyaert en Claes pleiten ook voor het concretiseren van het concept ‘plattelandswoning’: een zonevreemde woning die redelijke hinder van zone-eigen activiteiten moet aanvaarden.Net als de VVSG vindt men ook dat er meer instrumenten moeten komen voor het weigeren van zonevreemde wijzigingen, met financiële instrumenten om kapitaalsvernietiging te compenseren. Anderzijds kan men ook financiële lasten verbinden aan het vergunnen van zonevreemdheid.Hoe dan ook is er voor de Vlaamse overheid veel werk aan de winkel. “De huidige situatie is onhoudbaar”, stelt de VVP. “Elke week worden er impactvolle beslissingen genomen zonder een goed kader.”</content>
            
            <updated>2026-02-12T20:43:45+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vijf Belgische voedingsbedrijven bekroond als ‘Factory of the Future’]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vijf-voedingsfabrieken-bekroond-als-factory-of-the-future" />
            <id>https://vilt.be/58632</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vijf Belgische voedingsbedrijven zijn deze week bekroond als ‘Factory of the Future’. Onder meer aardappelverwerker Pomuni Frozen, chocolademaker ChocDecor en producent van jongdiervoeding Nuscience gingen met de award aan de haal. Deze prijzen zetten de meest moderne en toekomstgerichte Belgische productiebedrijven in de bloemetjes.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="agrovoedingsketen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8454358e-cad3-4f6b-85bf-5f7c76c278c0/full_width_pomuni.jpg</image>
                                        <content>Pomuni Frozen (Ranst), Nuscience (Drongen), ChocDecor (Lokeren), Vandemoortele (Izegem) en Puratos (Andenne) zijn vijf van de 19 bedrijven die zijn bekroond tot ‘Factory of the Future’. Dit is een initiatief van technologiefederatie Agoria en onderzoekscentrum Sirris, in samenwerking met sectorfederaties zoals Flanders’ FOOD en essenscia. Het ging al om de twaalfde editie.De awards worden uitgereikt aan bedrijven die stappen zetten op het vlak van digitalisering, automatisering en het slimmer maken van hun productie. Het doel is om de efficiëntie te verhogen en verliezen te beperken. De titel is drie jaar geldig; daarna is een verlenging aanvragen nodig.Pomuni Frozen kreeg de prijs voor de tweede keer. Het bedrijf maakt deel uit van aardappelverwerker Pomuni uit Ranst en specialiseert zich in diepgevroren aardappelspecialiteiten. De voorbije drie jaar investeerde het sterk in digitalisering, procesoptimalisatie en duurzame productiemethoden. “Pomuni Frozen werkt aan een verantwoord groeitraject richting 2028, wanneer het bedrijf zijn honderdjarig bestaan viert. De zeven transformaties van Factory of the Future blijven daarbij een leidraad voor verdere groei in stabiliteit, duurzaamheid en wendbaarheid”, reageert CEO Ben Muyshondt.Veevoederbedrijf wint voor derde keerVeevoederproducent Nuscience, gespecialiseerd in functionele voederingrediënten en jongdiervoeding, kreeg de prijs voor de derde keer. Dankzij doorgedreven digitalisering garandeert Nuscience een optimale traceerbaarheid en kan het snel inspelen op veranderende marktvraag. Philippe Van Troost reageert enthousiast. Hij is &#039;Integrated Supply Chain Lead EMEA&#039; bij Nuscience. “Deze award bevestigt dat we op de juiste weg zijn en zet niet alleen Nuscience, maar ook onze sector in een positief daglicht. Onze site in Drongen ontvangt jaarlijks honderden bezoekers van over de hele wereld, die er kennismaken met hoe innovatie, digitalisering en vooral samenwerking en menselijk engagement hand in hand gaan.”Puratos is ook een bedrijf met een mondiale aanwezigheid. Met wereldwijd ongeveer 11.000 medewerkers en vijf productiesites in België focust Puratos zich in zijn Belgische vestigingen onder meer op de productie van enzymen en zuurdesem voor de bakkerijsector. De site in Andenne produceert daarnaast ingrediënten voor bakkerij, patisserie en chocolade en valt voor de tweede keer in de prijzen.Ook Vandemoortele won de titel ‘Factory of the Future’ voor de derde keer. Een mooie beloning voor de producent van margarines, frituurvetten en deegverbeteraars uit Izegem. ChocDecor, een chocoladeproducent uit Lokeren, won de prijs voor het eerst. “ChocDecor investeert sterk in opleiding, welzijn en een inclusieve werkcultuur, en zet tegelijk in op energie-efficiënte productie, afvalreductie en procesoptimalisatie”, klinkt het.Klaarmaken voor toekomst in turbulente tijdenDe Federatie van de Belgische Voedingsindustrie (Fevia) reageert enthousiast op de prijswinnaars. “In turbulente tijden staan voedingsbedrijven voor de uitdaging om competitief te blijven, innovatieve producten van hoge kwaliteit te ontwikkelen en tegelijk steeds duurzamer te produceren. Deze winnaars investeren en anticiperen vandaag al om morgen sterker te staan”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2026-02-12T12:27:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Alternatieve teelten in opmars: maakt zomerbrouwgerst een comeback?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/alternatieve-teelten-in-opmars-krijgt-zomerbrouwgerst-een-comeback" />
            <id>https://vilt.be/58633</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Kan zomerbrouwgerst opnieuw een bloeiende teelt worden in Vlaanderen? Onderzoekscentra Inagro en Proefhoeve Bottelare sluiten deze kans niet uit. “Veel akkerbouwers kijken momenteel uit naar een alternatieve teelt en bij afnemers groeit de vraag naar lokaal geteelde zomerbrouwgerst. Ons onderzoek toont ook aan dat de teelt werkt in Vlaanderen, mits enkele aandachtspunten.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkerbouw" />
                        <category term="graan" />
                        <category term="bier" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/84c0d2dd-f65c-4bf3-a3ae-529dce02a748/full_width_zomerbrouwgerst-inagro.jpg</image>
                                        <content>Veel akkerbouwers zoeken vandaag naar een alternatief door de situatie in de suikerbietteelt, de aardappelsector en de moeizame onderhandelingen in de vollegrondsgroenten. “Er wordt vaak naar nieuwe teelten gekeken, maar we mogen bestaande teelten niet uit het oog verliezen”, aldus Inagro en Proefhoeve Bottelare. Zo zien de onderzoekcentra potentieel in zomerbrouwgerst voor akkerbouwers die op zoek zijn naar een rustgewas om hun rotatie te verruimen.In Vlaanderen en Wallonië lopen ondertussen meerdere initiatieven die inzetten op de ontwikkeling van een lokale brouwgerstketen. In de praktijk blijken dergelijke initiatieven niet zonder uitdagingen. Met steun van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) onderzochten Inagro, Proefhoeve Bottelare (HOGENT-UGENT), IBF en Bodemkundige Dienst van Belgie teelt- en afzetmogelijkheden in het project Grow2Brew. “Het doel is om professionele graantelers te ondersteunen met onderbouwde kennis en praktische handvatten, zodat zij een kwalitatief hoogstaand product kunnen afleveren aan de mouterij. Op die manier kan zomerbrouwgerst opnieuw een duurzame en volwaardige plaats innemen binnen het teeltplan van graantelers en bijdragen aan een ruimere en robuustere vruchtwisseling”, luidt het. &quot;De teelt werkt&quot;En de resultaten zijn duidelijk volgens de onderzoekspartners. De teelt werkt&amp;nbsp;in Vlaanderen, op voorwaarde dat er&amp;nbsp;aandacht&amp;nbsp;is&amp;nbsp;voor rassenkeuze,&amp;nbsp;correcte bemesting&amp;nbsp;en een&amp;nbsp;doordachte teeltstrategie om de opbrengst en eiwitgehalte goed te sturen.In 2024 en 2025 werd telkens op twee locaties, door Proefhoeve Bottelare en Inagro, een rassenproef aangelegd met zomerbrouwgerst. Door de proeven over twee jaren en locaties te spreiden, kon ook het effect van weersomstandigheden en perceelsverschillen meegenomen worden in de interpretatie van de resultaten. “Over de twee jaar heen presteerden meerdere rassen sterk en bleken ze op verschillende locaties consistent te scoren”, duiden de onderzoekscentra. “2024 was wel een moeilijk jaar door de natte winter en late zaai. Het jaar was minder representatief voor het echte potentieel. 2025 gaf ons een correcter beeld&amp;nbsp;van wat zomerbrouwgerst in Vlaanderen kan betekenen.”Dankzij een vroege zaai, een droog voorjaar en een beperkte ziektedrukte druk werden in 2025 hogere opbrengsten dan in 2024 behaald. In Melle werd een gemiddelde opbrengst van ongeveer 7,0 ton/ha gerealiseerd. In Beitem lagen de opbrengsten nog hoger, met gemiddeld ongeveer 7,7 ton/ha.“Ook de eiwitgehalten zaten overwegend binnen of dicht bij de norm, wat bevestigt dat kwaliteitsvolle brouwgerst haalbaar is bij een correcte teeltstrategie”, aldus de onderzoekers. Ideaal rustgewasVolgens de onderzoekspartners is zomberbrouwgerst&amp;nbsp; een ‘low-input’ rustgewas, een teelt die weinig bemesting en gewasbescherming vraagt en de rotatie ontlast. Zomerbrouwgerst is ook goed inpasbaar na verschillende voorvruchten. Door de vroege oogst blijft tot slot voldoende tijd over om een&amp;nbsp;groenbedekker&amp;nbsp;in te zaaien.Teeltkansen in 2026Er is toenemende vraag, maar de markt is nog steeds vrij klein. Door de goeie oogst en kwaliteit in 2025 is er op dit moment een tijdelijk overaanbod. Toch zijn er concrete afzetmogelijkheden voor zomerbrouwgerst in 2026. “Een aantal afnemers uit de sector bieden toch teeltmogelijkheden aan”, geeft het projectconsortium mee. “Voor gerst die voldoet aan de kwaliteitseisen, zoals onder meer eiwitgehalte en kiemkracht, is bovendien een&amp;nbsp;premie bovenop de Fegra-prijs&amp;nbsp;voorzien.&quot;&quot;Voor enkel afzetkanalen dient opgemerkt te worden dat het mogelijks zelf tijdelijk kunnen stockeren de voorkeur geniet of zelfs noodzakelijk is&quot;, benadrukt het projectconsortium. &quot;Vanuit het Grow2Brew-project worden nog praktische handvaten hierover gepubliceerd.&quot;Geïnteresseerde telers kunnen hier meer informatie terugvinden. </content>
            
            <updated>2026-02-12T19:45:34+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dubbele verkoopcijfers in de sierteelt door Valentijnsdag]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/dubbele-verkoopcijfers-in-de-sierteelt-door-valentijnsdag" />
            <id>https://vilt.be/58634</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Valentijnsdag is voor de sierteelt traditioneel het eerste belangrijke verkoopmoment van het jaar. “In deze week ligt de verkoop dubbel zo hoog als normaal”, klinkt het bij Euroveiling. Op de coöperatieve veiling in Brussel waren de afgelopen dagen ruim 300 kopers in de zaal, veelal bloemenwinkels en kleine tuincentra. Ook de Vlaamse telers kijken uit naar Valentijnsdag. “Wij proberen de productie deze week met 30 procent op te trekken”, vertelt een tulpenteler.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/acf84fbc-8b07-4629-87e2-5c64d04f3d06/full_width_rozen-selecteren-bij-wimceco.jpg</image>
                                        <content>De rode roos is al jaren de meest verkochte snijbloem op Valentijnsdag, de dag waarop geliefden elkaar in de bloemetjes zetten. Dat is dit jaar niet anders. “Rood is de kleur tijdens Valentijnsdag. De roos is het populairst, maar ook andere rode bloemen vinden gretig aftrek”, vertelt Raf Moeyersoons, operationeel directeur van Euroveiling in Brussel.14 februari is de eerste belangrijke bloemenfeestdag voor de coöperatieve veiling in Brussel, die bevoorraad wordt door Belgische telers, aangevuld met ingevoerde bloemen en planten. “De hele week is het al flink druk op de veiling en liggen de volumes op het dubbele van een normale week”, vervolgt Moeyersoons, die donderdag 300 kopers mocht begroeten in de veilingzaal. “Daarnaast zijn er nog tal van verkopers die vanop afstand kopen”, klinkt het.Uit een consumentenenquête door VLAM blijkt dat 45 procent van de Vlamingen een cadeau koopt voor Valentijn. Bloemen of planten voeren de top aan van cadeaus die mannen rond die dag kopen.Dat de prijzen deze week stijgen, is voor leverancier Christoph Pieters geen overbodige luxe. De tulpenteler uit Laarne leverde enkele weken geleden ook de tulpen voor de VLAM-bloementuin in Antwerpen. Hij spreekt van een matige start van het seizoen. “In januari waren de prijzen ondermaats. Valentijnsdag heeft geholpen om betere prijzen te krijgen”, vertelt hij.De tulpenteler probeert in te spelen op de dag van de liefde door de productie op te voeren. “Maar veel kunnen we ook niet doen. We kunnen hooguit 20 tot 30 procent meer produceren door bijvoorbeeld warmer te gaan stoken”, vertelt hij.Hoewel de dag dus als geroepen komt voor de sierteler, moet je de impact volgens hem ook niet overdrijven. “Internationale Vrouwendag op 8 maart is onze absolute topdag. Valentijnsdag valt meestal samen met de krokusvakantie en dit jaar ook nog met het carnavalsweekend, waardoor de consument meerdere zaken heeft om zijn budget aan uit te geven.” Tweede grootste rozenkweker stopt ermeeEen Valentijnsweek zonder rozen: voor Jan Philippo uit Kalmthout is het even wennen. Jarenlang leefde de rozenteler naar deze feestdag toe, maar eind vorig jaar legde hij zijn activiteiten neer. “Er waren te grote investeringen nodig om de productie gaande te houden”, vertelt de teler, die voor een vervroegd pensioen koos.Met een serre van drie hectare was Philippo de tweede grootste teler van Vlaanderen. Hij schat dat ons gewest momenteel nog zo’n acht hectare rozenteelt telt. “Er zijn twee grote telers in het Antwerpse en daarnaast nog een paar kleinere telers.” De voormalige serre van Philippo wordt binnenkort ingericht voor de teelt van aardbeienmoederplanten. Met de nodige aanpassingen voldoet de sierteeltserre prima voor deze onverwarmde teelt.</content>
            
            <updated>2026-02-12T20:46:00+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Historische opening in het ggo-debat bij Groen?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/historische-opening-in-het-ggo-debat-bij-groen" />
            <id>https://vilt.be/58635</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“Ik ben niet tegen ggo’s, Groen heeft een open geest” Het mocht van Groen-politica Elke Van den Brandt de titel worden van haar recent interview met de krant De Morgen. Een uitspraak die werd bestempeld als een historische opening. Van den Brandt geeft aan dat de partij bereid is om de regelgeving rond genetische technieken bij te sturen. “Elk debat evolueert in de tijd.” Toch laat de partij vandaag verstaan dat ze het informele Europese akkoord over nieuwe genomische technieken niet zal steunen. Een korte analyse over het evoluerend ggo-debat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="genetische modificatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dd2ea0fb-ce37-4284-a821-e225aa95bcb6/full_width_aardappeloogst2.jpg</image>
                                        <content>Van den Brandt liet recent in De Morgen expliciet optekenen dat ze niet tegen ggo’s is. “Ik verdedig nog altijd het voorzorgsprincipe, maar als er genoeg bewijs is dat mens en milieu echt geen gevaar lopen, en dat&amp;nbsp;ggo&#039;s ons kunnen helpen, dan zeg ik: waarom niet?&quot; Met dat standpunt staat Van den Brandt niet alleen binnen haar partij. In het verkiezingsprogramma van 2024 gaf Groen al aan genetische wijziging van gewassen te kunnen accepteren, mits duidelijke voorwaarden worden gerespecteerd.Opmerkelijk, want Groen verzette zich jarenlang tegen ggo’s. In 2024 stemden de Europese parlementsleden nog tegen een nieuwe Europese regelgeving voor nieuwe genomische technieken (NGT’s). Hebben de groenen een bocht gemaakt?Volgens emeritus professor geografie en voormalig vicerector duurzaamheid van KU Leuven Gerard Govers zouden de uitspraken het einde kunnen betekenen van een lange periode radicaal verzet tegen ggo’s. “Dat verzet begon in de jaren 80, toen nota bene Vlaamse wetenschappers aan de UGent een fundamentele doorbraak realiseerden door de genen van een bacterie in te brengen in tabaksplanten. En het verzet werd massaal”, blikt Govers terug in een opiniestuk. “In 2010 was twee derde van de Europese bevolking bezorgd over&amp;nbsp;ggo’s. In Vlaanderen was de aardappelveldslag van Wetteren in 2011 het hoogtepunt.” De aardappelveldslag van Wetteren als symboolIn 2011 werd een proefveld aangelegd met aardappelen die via genetische modificatie resistent waren tegen de aardappelziekte phytophthora. Al gauw rees er protest over het proefveld. In die mate zelfs dat het volledig omheinde veld dag en nacht bewaakt werd door een beveiligingsfirma en door camera’s. Tijdens een protest met een paar honderd actievoerders geraakten enkelen door de politiebeveiliging. Ze vernielden het onderzoek door een derde van de aardappelplanten uit de grond te trekken. “Alle onderzoekers stonden met tranen in de ogen te kijken hoe de vernielers te keer gingen. Een zwarte dag voor de wetenschap”, reageerde een onderzoeker toen verslagen.Groen keurde de vernieling niet goed, maar liet wel optekenen “blij te zijn dat het debat weer opengebroken kan worden”. &quot;Burgers hebben het recht zich op vreedzame wijze te verzetten als een monopolistische industrie als de biotechindustrie bepaalde technologie aan samenlevingen wil opdringen&quot;, zei toenmalig Europarlementslid Bart Staes (Groen!), die de actie &quot;een vorm van democratische strijd&quot; noemde.Wijlen Groen-politicus Dirk Peeters reageerde dat “wetenschappelijk onderzoek minder waardenvrij is dan vaak wordt voorgesteld, omdat keuzes over financiering grote gevolgen hebben en alternatieven uitsluiten”. Hij pleitte voor meer middelen voor onderzoek in de biologische landbouw en een breder maatschappelijk debat met middenveld en consument. Evolutie in sentiment rond ggoVolgens Govers is tussen de ‘aardappelveldslag’ en nu heel wat veranderd. “De bezorgdheid van de Europese bevolking smolt in 15 jaar weg als sneeuw voor de zon. In 2025 was nog amper zes procent van de Europese bevolking bezorgd over&amp;nbsp;ggo’s. Daarnaast weten we nu dat ggo’s veilig zijn. Meer dan 100 miljard landbouwdieren hebben intussen&amp;nbsp;ggo’s gegeten en grondige studies hebben aangetoond dat die dieren daar niet onder geleden hebben. Daarnaast dragen ze (bijna) wereldwijd ook bij tot een meer duurzame landbouw. Door ggo’s daalt het pesticidegebruik en zijn er robuustere landbouwopbrengsten. Tot slot kunnen de planten gewijzigd worden zodat ze voedzamer en gezonder worden.”Veel van deze evoluties erkent Groen vandaag ook. “Ggo’s kunnen voordelen hebben voor het milieu, landbouw, klimaat of gezondheid en voor ons kunnen ze toegelaten worden als er geen directe of indirecte negatieve gevolgen zijn”, duidt de Groen-woordvoerder. Naast gezondheid moet ook gekeken worden naar eventuele impact op biodiversiteit en ecologie Voorstander van ggo’s mits..Toch houdt de partij vast aan enkele voorwaarden die ook in de periode van de aardappelvelslag golden. Zo kunnen genetisch gemodificeerde gewassen enkel toegestaan worden als dat het niet ten koste gaat van stimuli voor de transitie naar een agro-ecologisch landbouwsysteem. Ook moeten patenten maximaal vermeden worden en moet er een bescherming zijn van de biolandbouw tegen ggo’s. Tot slot moeten consumenten weten dat er gebruik is gemaakt van ggo-zaden in het eindproduct.Bij de vraag of Groen zich achter ggo’s schaart, staat het voorzorgsprincipe centraal. “De veilige ggo’s waar Govers naar verwijst hebben vandaag heel wat checks via de regulering ondergaan, waardoor de veiligheids-beoordeling voor consumptie onderbouwd is”, geeft Groen mee. “Maar wij kijken bij de beoordeling naar het groter plaatje. Het gaat ook om eventuele impact op biodiversiteit en ecologie. Sommige ggo’s hebben in het verleden geleid tot negatieve ecologische effecten, zoals een toename van onkruiden die resistent werden tegen glyfosaat. Daar vinden wij het verstandig om ook risicoanalyses te doen, alles goed op te volgen en toelating tot de markt daarvan afhankelijk te maken.” Wat met de moderne genoomtechnieken?Omdat de EU-wetgeving momenteel geen onderscheid maakt tussen de klassieke ggo’s en nieuwe genoom technieken (NGT’s), zijn NGT-gewassen onderworpen aan strikte, lange en dure toelatingsprocedures voor ggo’s. Al jaren woedt er daarom binnen de EU een discussie rond een aparte regelgeving voor NGT’s.&amp;nbsp;“Juist doordat de regelgeving zo streng is, kunnen alleen de grote bedrijven het zich permitteren om erin te investeren. Terwijl Groen juist wilde vermijden dat die industrie in handen van een paar grote spelers kwam”, zei Elke Van den Brandt hierover in De Morgen. “En dus moeten wij bereid zijn om die regelgeving bij te sturen. Elk debat evolueert in de tijd. We moeten het wel nauwkeurig in de gaten blijven houden.”Toch keerden de Europese groenen zich telkens tegen de voorstellen die op tafel kwamen. Eind vorig jaar bereikten Europese onderhandelaars uiteindelijk informeel een akkoord tussen het parlement en de lidstaten. Maar als dat akkoord binnenkort formeel gestemd wordt, zal Europarlementslid Sara Matthieu (Groen) het niet steunen. Dat geeft de partij vandaag mee. Voorzorgsprincipe niet gerespecteerd“Bijsturen van de wetgeving vinden we als principe goed, want de technologie ontwikkelt zich ook. In het Europees voorstel dat vandaag op tafel ligt zitten zaken die we kunnen steunen”, aldus de woordvoerder. “Voor ons is het wel belangrijk dat er voldoende en goeie regulering&amp;nbsp;blijft. Doordat het pakket deregulering in dit voorstel wat ver gaat, zal Sara het voorstel niet steunen.” De deregulering strookt volgens de partij niet helemaal met het voorzorgsprincipe die ze hanteert en houdt ook risico’s in op vlak van patenten. “Het dreigt een aartsmoeilijk kluwen te worden voor landbouwers om te kunnen bewijzen of ze NGT-gepatenteerd zaaigoed of gewoon zaaigoed gebruikt hebben.”</content>
            
            <updated>2026-02-12T18:41:20+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Varkenshaasje zo goedkoop als kipfilet: wat is er aan de hand?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/en-plots-is-varkenshaasje-zo-goedkoop-als-kipfilet-wat-gebeurt-er-met-de-prijzen" />
            <id>https://vilt.be/58636</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het valt op in de supermarkt: varkenshaasje is soms goedkoper dan kipfilet. Een regelmatig terugkerend gegeven, volgens Michael Gore van vleesfederatie FEBEV. “Deze periode van het jaar is traditioneel kalmer als het over varkensvlees gaat, wat de prijszetting wellicht zal beïnvloeden.” Maar er zijn ook ruimere trends. Zo spelen internationale dierziektes een rol en blijft de populariteit van varkensvlees  afnemen, terwijl de vraag naar kip steeds toeneemt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="varken" />
                        <category term="kip" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="prijs" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5f1939b7-35ec-4c60-9607-39c1bf0b3828/full_width_varkenshaasje.jpg</image>
                                        <content>Voor varkenshouders is dit geen goed nieuws, maar de consument die houdt van het betere stukje varken, kan vandaag gouden zaken doen. Een voorbeeld uit supermarktketen Colruyt: 500 gram kippendijfilet kost 13,99 euro per kilo. 450 gram kipfilet kost 14,73 euro per kilo. Varkenskoteletten kosten 6,79 euro per kilo. Zelfs varkenshaasje, niet bepaald de goedkoopste snede, kost slechts 12,98 euro per kilo. Nochtans is dit een exclusief stuk vlees: uit één varken haal je slechts twee &#039;haasjes&#039; van samen een kilo.Volgens Gore hebben de tanende varkensvleesprijzen deels te maken met de varkenspest in Spanje. Op zich lijkt dat onlogisch, want bij de pluimvee zorgt de vogelgriep er net voor dat de prijzen stijgen. Dat de varkenspest varkensvlees net goedkoper maakt, heeft te maken met de export naar China. Die verloopt moeizaam door de uitbraak van AVP, en dus blijft veel vlees hangen in de Europese markt, wat leidt tot een overaanbod. “Deze periode van het jaar is ook traditioneel kalmer als het over varkensvlees gaat, wat de prijszetting wellicht zal beïnvloeden”, zegt Gore. “Ik denk dat dit een jaarlijks dipje is na de eindejaarsperiode en de aanloop naar warmer weer met barbecue.”Varkensvlees minder populairDe cijfers van VLAM laten een systematische vermindering zien in de consumptie van varkensvlees. Voor varkensvlees zien we een licht dalende tendens in het thuisverbruik, bij gemengd vlees en zeker bij kip is de trend stijgend. De gemiddelde prijzen over de periode juli’24 – juni’25 tonen dat varkensvlees nog net duurder is dan gevogelte, al dateren deze cijfers nog van voor de Spaanse AVP-crisis. Varkensvlees kostte toen nog gemiddeld 10,65 euro per kilo, met onder andere 8,21 euro/kg voor spiering/schouderkotelet en 14,52 euro/kg voor varkenshaasje. Gemengd vlees kostte toen nog 10,68 euro/kg, kip 9,68 euro/kg.Koteletten versus gehaktNiet alle snedes varkensvlees zijn even populair. In de periode juli 2024 tot juni 2025 at de gemiddelde Vlaming 5,75 kilo varkensvlees, drie procent minder dan het jaar voordien. Koteletten waren ooit dagelijkse kost aan Vlaamse eettafels, vandaag bedraagt de jaarlijkse consumptie van koteletten en schouderkoteletten per capita slechts 0,71 kilo. Vooral gehakt blijft populair. Onderstaande grafiek van VLAM suggereert dat varkensgehakt met 0,89 kilo per capita slechts nipt populairder is dan koteletten, maar deze cijfers gaan&amp;nbsp; uitsluitend om puur varkensvlees. De totale consumptie van gehakt, waaronder varken en rund, is op een jaar tijd zeer sterk toegenomen. In 2016-2017 at de gemiddelde Vlaming nog 3,35 kilo gehakt op een jaar. In 2024-2025 is dat met een derde toegenomen: 4,49 kg per capita Geld en genotWaaraan dit te wijten is? Volgens VLAM valt consumentengedrag te verklaren aan de hand van de vijf G’s: genot, gemak, geld, gezondheid en geweten. Globaal genomen weegt genot het sterkst door en geweten het minst sterk. “Kip heeft over het algemeen een iets positiever imago van varkensvlees”, zegt Kris Michiels van VLAM. “Als je vanuit die vijf G’s naar kip en varkensvlees kijkt, dan scoren ze gelijkaardig op het vlak van prijsperceptie. Maar kip scoort wat hoger op het vlak van genot (lekker, mals, modern, …) en op het vlak van gezondheid (mager). Op het vlak van gemak scoren ze gelijkaardig.  Varkensvlees heeft iets meer het imago van makkelijk verkrijgbaar en te bereiden en het hoort  iets meer bij onze eetcultuur en gewoontes. Op het vlak van geweten scoort kip iets beter qua milieuvriendelijkheid, varkensvlees qua diervriendelijkheid.”Dit kan ook het succes van gehakt verklaren. Het is niet duur en eenvoudiger te bereiden dan pakweg een ribgebraad. Dat de algemene prijsdaling van varkensvlees zal leiden tot een boost in gebruik, is niet ondenkbaar. Zeker wanneer het tijd is voor de eerste barbecues.</content>
            
            <updated>2026-02-13T11:07:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Digitale land- en tuinbouw is sterk ingeburgerd, maar drempels blijven bestaan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/digitale-landbouw-ingeburgerd-1-op-5-gebruikt-robot" />
            <id>https://vilt.be/58637</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Digitalisering is sterk ingeburgerd bij land- en tuinbouwbouwbedrijven. Dat blijkt uit een bevraging van landbouworganisatie Boerenbond bij 500 landbouwers. 75 procent van de landbouwers gebruikt minstens één digitale tool in de bedrijfsvoering. Zo zet een op de vijf een robot in om hen te helpen in de dagelijkse taken. Ook een op de vijf gebruikt precisietechnologie om ziektes te bestrijden. Toch botsen landbouwers op drempels, vooral bij de digitalisering van de overheid. Ze verwachten meer inspanningen om het ‘only once-principe' waar te maken.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="technologie" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="mechanisatie" />
                        <category term="precisielandbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a16c6b64-ac11-4313-8ad0-a4fc22560105/full_width_precisielandbouw-landgenoten.jpg</image>
                                        <content>Uit de bevraging blijkt dat drie vierde van de Vlaamse landbouwbedrijven één of meerdere digitale tools in de bedrijfsvoering gebruiken. De bevraging bedoelt met digitale tools zowel de precisietechnologieën als automatische detectie of registratie en robotica. Daarbij horen ook managementtools die productie opvolgen en het feit of een bedrijf al dan niet aan online aan- of verkoop doet.Robothulp en precisietechnologieDe robotica en automatisering blijken het meest ingeburgerd te zijn (45%). Eén van de populairste systemen is de automatische klimaatsturing in stallen en serres. Een op de drie van alle bevraagde bedrijven past het toe. Ook robots en zelfrijdende voertuigen zijn geen sciencefiction meer. Een op de vijf landbouwers maakt er dankbaar gebruik van voor diverse taken zoals melken, voederen, reinigen en onkruidbestrijding. Iets minder populair is de automatische registratie van productie zoals bijvoorbeeld de plantengroei, voeding of melkproductie. Van deze tools maakt 15 procent van de landbouwbedrijven gebruik. Acht procent laat ziektes automatisch detecteren. Naast automatisering zijn ook veel landbouwbedrijven (39%) in de weer met precisietechnologie, waarvan de meeste het gebruiken voor het zaaien of planten (27%). 23 procent van de bedrijven die werken met precisietechnologie zetten het in om ziektes te bestrijden. 18 procent gebruikt het dan weer voor bemesting.Naast het implementeren van digitale tools op het bedrijf, zijn landbouwers ook intensieve gebruikers van digitale data. Bijna elke landbouwer maakt er gebruik van: 95 procent raadpleegt minstens één keer per maand online marktinformatie. Eén op vier gebruikt geen digitale toolsHoewel landbouwers over het algemeen goede digitale gebruikers zijn en geregeld een digitale tool inzetten of online gegevens raadplegen, is toch niet iedereen even vertrouwd met de digitale wereld. Een vierde van de landbouwers gebruikt helemaal geen digitale tools op hun bedrijf. &quot;We zien vooral dat de oudere leeftijdscategorieën (60+) aangaven geen digitale hulpmiddelen te gebruiken&quot;, aldus Boerenbond.&quot;Sommigen landbouwers gaven ook aan te ervaren dat ze niet helemaal mee zijn&quot;, gaat de landbouworganisatie verder. &quot;Vooral de tijd ontbreekt om nieuwe technologieën, programma’s of apps onder de knie te krijgen. Maar liefst 45 procent van de landbouwers zegt te weinig tijd te hebben om zich in alle digitale tools te verdiepen.&quot;Sommigen geven ook aan dat bepaalde programma’s nodeloos ingewikkeld zijn, te snel evolueren, of dat er te veel verschillende apps zijn die je moet kennen, in plaats van kennis te bundelen of info tussen de programma’s uit te wisselen. &quot;Ze vragen naar vereenvoudiging met meer intuïtieve, gebruiksvriendelijke programma’s die compatibel zijn, zodat ze niet dezelfde gegevens meerdere keren moeten ingeven&quot;, vertelt Boerenbond. Doordat er steeds meer gegevens worden opgevraagd zonder duidelijke meerwaarde, gaat elke efficiëntiewinst voor de landbouwer verloren Digitale overheid kan beterEén op vier landbouwers ervaart het delen van gegevens met de overheid als een belemmering. De overheid schiet volgens hen vaak tekort op het vlak van gebruiksvriendelijkheid of het koppelen van gegevens tussen toepassingen. “Er is te weinig doorstroming van gegevens tussen tools en overheidsdiensten. Daardoor moeten landbouwers dezelfde informatie meerdere keren invullen. Het zogenaamde ‘only once’-principe, waarbij je gegevens maar één keer en op één plaats moet invullen en zo meteen met alles in orde bent, is zeker nog geen realiteit in Vlaanderen,” weet Boerenbond.Daarnaast zorgt digitalisering bij de overheid vreemd genoeg voor meer in plaats van minder administratie. “Doordat er steeds meer gegevens worden opgevraagd zonder duidelijke meerwaarde, gaat elke tijdbesparing of efficiëntiewinst voor de landbouwer verloren. Sommige landbouwers voelen zich zelfs genoodzaakt om externe ondersteuning in te schakelen om alle administratie in orde te brengen&quot;, klinkt het.Boerenbond vraagt dat projecten zoals ‘Regelrecht’ van de Vlaamse overheid de administratieve lasten en regeldruk kan verlagen. “Digitalisering en artificiële intelligentie zouden net een hulpmiddel moeten zijn om de administratieve druk te verminderen in plaats van te verhogen.”</content>
            
            <updated>2026-02-13T10:31:44+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Test met hennep in Gentse haven om PFAS uit de bodem te zuiveren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gent-test-hennep-om-pfas-uit-de-bodem-te-zuiveren" />
            <id>https://vilt.be/58639</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In de Gentse haven is een proefproject gestart om PFAS-vervuilde grond met industriële hennep te saneren. De hennep-techniek bleek eerder al succesvol in openlucht. Maar in Gent zal de hennep groeien in een afgesloten serre van 100 vierkante meter. Zo kan de plant het hele jaar door groeien.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="PFOS" />
                        <category term="bodem" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/42ded7cf-d950-4aef-9648-4bef65a6847f/full_width_hennep.jpg</image>
                                        <content>Bij sanering met hennep wordt de grond zelf behouden en nemen de planten via hun wortels PFAS op, waarna ze die stoffen opslaan in hun bladeren. Wanneer de planten volgroeid zijn, worden de planten afgereden. Daarbij is er een scheiding van de planten en de stengels.  De bladeren van de plant worden veilig vernietigd. Zo zijn de PFAS-vrije stengels opnieuw bruikbaar als grondstof voor circulaire bouwmaterialen. Een hennep-saneringsproject van het bedrijf C-biotech was vorig jaar in Ranst een voltreffer. In Gent pakt het bedrijf het iets anders aan. Het experiment gebeurt in een volledig gesloten serre van ongeveer 100 vierkante meter. &quot;De gecontroleerde serre-omgeving maakt het mogelijk om het hele jaar door te werken en het saneringsproces sterk te versnellen&quot;, aldus Ingmar Nopens, managing director bij C-biotech.De serre is uitgerust met sensoren die onder meer vocht, temperatuur en CO₂ meten, zodat je de omstandigheden voortdurend kan bijsturen. Het systeem is volledig afgesloten zodat er geen vervuiling kan ontsnappen. Om het proces te versnellen voegen de onderzoekers ook bodemadditieven toe. Die bevorderen de opname van PFAS door de planten, dat werkte in het vorige experiment goed.Volgens Nopen zit er &quot;enorm veel potentieel&quot; in de natuurlijke techniek. &quot;De klassieke oplossingen zijn vaak duur en vragen dat je grond afgraaft en afvoert. Deze techniek is een duurzamer en goedkoper alternatief. Als de resultaten positief blijven, willen we het project later op grotere schaal toepassen.&quot;Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) was bij de opening van het proefproject. &quot;We weten dat PFAS vandaag alomtegenwoordig is in de Vlaamse bodem en we zijn op zoek naar nieuwe mogelijkheden om die bodem dan te saneren.&quot; Hij ziet in de techniek een mogelijke oplossing voor de sanering van de vervuilde gronden.</content>
            
            <updated>2026-02-12T18:54:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tien jaar Agridagen in Ravels: beurs wordt editie na editie groter]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tien-jaar-agridagen-in-ravels-beurs-wordt-editie-na-editie-groter" />
            <id>https://vilt.be/58640</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wat tien jaar geleden begon als een sprong in het diepe is intussen uitgegroeid tot een blijver. De zesde editie van Agridagen heeft plaats met een volledig gevulde beursvloer en een recordaantal exposanten. “Onze beurs is niet alleen een commercieel gebeuren, maar ook de plaats waar de landbouwgemeenschap samenkomt om elkaar te ontmoeten en kennis uit te wisselen”, zegt Joris Van Olmen, voorzitter van Agridagen. Van vrijdag 20 tot zondag 22 februari worden ruim 20.000 bezoekers verwacht in Ravels.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a198b2c9-9e3d-411f-a0f7-0eed9fec731a/full_width_agridagen-2024-sfeerbeeld.jpg</image>
                                        <content>Turbulente startDe Agridagen is gegroeid vanuit de Pluimveedagen in Geel. In 2016 nam AgriBevents, de organisatie achter Agriflanders en de Werktuigendagen, het roer van de beurs over en dat zorgde meteen ook voor een ommezwaai. Ondertussen werd de focus van de beurs breder. Er is aandacht voor pluimvee, varkens en rundvee, maar ook voor mechanisatie op erfniveau. De voormalige legerloodsen van Weelde Depot in Ravels vormen nu de locatie.Dat was geen evidentie, herinnert beurscoördinator Gunther De Mey zich. De loodsen waren niet meteen uitgerust om er een beurs in de winter te laten doorgaan. En het lokale netwerk was er nog niet. Daar kon de organisatie voor de andere beurzen in Oudenaarde en Gent wel op kan rekenen. “Maar we kregen meteen veel steun van de gemeente Ravels, van het Antwerpse provinciebestuur en van de trouwe sponsors. Zoals Crelan, dat al die jaren hoofdsponsor is gebleven en net nog een contract tot 2030 heeft afgesloten.” Elke editie groterDe vernieuwde aanpak was een schot in de roos. Editie na editie groeide het aantal exposanten en het aantal bezoekers. In 2016 werd gestart met 172 exposanten en 15.500 bezoekers. De editie van 2024 klokte af op 222 exposanten en 21.000 bezoekers, al was er een klein dipje tijdens de uitgestelde corona-editie van 2022.En nu de beurs haar tiende verjaardag viert, is een nieuw record bereikt. Maar liefst 234 exposanten zullen tijdens het tweede weekend van de krokusvakantie present zijn in Weelde Depot. Ruim driekwart van de aanwezige bedrijven komt uit België. Ongeveer 20 procent van de 234 exposanten komt uit Nederland. Wat niet hoeft de verwonderen, gezien de ligging vlak bij de Nederlandse grens. “Als we nu ook een recordaantal bezoekers halen, dan zal dat deze tiende verjaardag nog wat extra glans geven”, aldus De Mey. Pal in Turnhouts VennengebiedSinds de stikstofperikelen in 2021 is Ravels niet langer zomaar een plaats in Vlaanderen. De gemeente ligt pal in het Turnhouts Vennengebied, waar extra stikstofmaatregelen zijn opgelegd. Dat maakt dat de veebedrijven in de regio zwaar zijn getroffen. “Het is al de derde editie op rij dat stikstof een belangrijk thema is en de onzekerheid houdt nog altijd aan. Toch verwacht ik me niet meteen aan acties van de boeren. Daar hebben we tot nog toe geen signalen over opgevangen. Stuurgroep Turnhouts Vennengebied heeft wel een stand op de beurs”, stelt voorzitter Van Olmen.Kennisuitwisseling centraalIn een aparte tent vinden er ook drie seminaries plaats, telkens voor een andere veehouderijtak en met een specifiek technisch thema. Op vrijdag 20 februari wordt gestart met het seminarie voor rundveehouders om 11u. Thema’s die er aan bod komen zijn onder meer kalveropfok, data en ruwvoederefficiëntie. Na de beurs, om 18u30, is het de beurt aan de pluimveehouders met een seminarie over handelsakkoorden en voedselzekerheid. Zaterdag om 11u worden de varkenshouders verwacht in de seminarietent en worden onderwerpen als staarten couperen, vrijloopkraamhokken en CO2-reductie behandeld. Daarnaast organiseert Rikolto er op zaterdag om 13u ook een infosessie over koolstofboeren. Elk seminarie wordt afgesloten met een netwerkdrink. Opnieuw geen prijskampenToch is er ook een domper op de feestvreugde. Voor de tweede editie op rij zijn er geen prijskampen voor melk- en vleesvee. Dat besliste de organisatie half december al. “De huidige IBR-situatie dwingt ons om onze verantwoordelijkheid op te nemen. Het belang van de sector staat voorop. Wij willen het levenswerk van onze veehouders maximaal beschermen”, aldus Van Olmen. Door de knoop ruim twee maanden voor de start van de beurs al door te hakken, kon de organisatie extra standhouders een plaats geven op de vrijgekomen oppervlakte. Er werd ook ingezet op een randprogramma met een dierententoonstelling en een prijskamp voor miniatuurpaardjes.De beurs gaat door van vrijdag 20 tot en met zondag 22 februari in Weelde Depot in Ravels, telkens van 10u tot 18u. De toegangsprijs bedraagt 14 euro en tickets zijn online te bestellen. De parking is gratis.</content>
            
            <updated>2026-02-16T09:37:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU-parlement keurt plan goed om crisis in wijnsector aan te pakken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-parlement-keurt-plan-goed-om-crisis-in-wijnsector-aan-te-pakken" />
            <id>https://vilt.be/58641</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese wijnsector komt in gevaarlijk vaarwater. De wereldwijde wijnconsumptie daalt structureel en de klimaatverandering bemoeilijkt een consistente productie. Met een nieuw plan werpt de EU de sector nu een reddingsboei toe. “Een belangrijke stap voor de sector, maar de uitdagingen blijven”, reageert de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="wijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/70ff5351-2ae4-4164-b2ff-134fb8918c53/full_width_frankrijkwijn.jpg</image>
                                        <content>Vorig jaar legde de Europese Commissie een plan op tafel om het concurrentievermogen van de wijnsector te verbeteren en om tegelijk haar rol in het sociale en economische weefsel van plattelandsgebieden te versterken. In veel rurale regio’s hangt namelijk een groot deel van de werkgelegenheid af van de wijnsector. Het Europees Parlement heeft het steunplan nu met ruime meerderheid goedgekeurd. Zodra ook de Europese Raad instemt, kunnen de maatregelen van kracht worden. Wijnmarkt in onevenwichtSommige wijnregio’s hebben structurele wijnoverschotten zonder afzetmarkt. De lidstaten krijgen met het pakket aan maatregelen extra instrumenten om overproductie aan te pakken. Dat kan via het rooien van overtollige wijnstokken of het vroegtijdig verwijderen van onrijpe druiven. Voor het rooien van wijnstokken komen er Europese subsidies vrij. Daarnaast krijgen de regio&#039;s meer ruimte om aanplantvergunningen af te stemmen op hun eigen behoeften, op nationaal en regionaal niveau. Er komt ook een verhoogde cofinanciering om boeren te helpen zich sneller aan te passen aan de klimaatverandering Duidelijkheid etiketten en bevordering wijntoerismeDe EU ontwikkelde een geharmoniseerde etikettering voor alcoholvrije en -arme wijnen om zich aan te passen aan nieuwe consumptiepatronen en om consumenten transparant te informeren. Wijnen met minder dan 0,05 procent alcohol krijgen in heel de EU het etiket&amp;nbsp;‘alcoholvrij 0,0%’. Ook voor alcoholarme wijnen is een specifieke etikettering vastgelegd.De EU wil met extra subsidies de producenten ook stimuleren om wijntoerisme te bevorderen. Initiatieven die tegelijk de economische groei in plattelandsgebieden en kwaliteitswijnen promoten, komen in aanmerking voor een maximale 60 procent EU-financiering. Lidstaten kunnen nog tot maximaal 30 procent bijdragen. Onbeantwoorde aanbevelingenHet pakket met maatregelen vormt een belangrijke stap in de ondersteuning van een sector die met een diepe crisis kampt. Het moet het Europese wijnaanbod beter herstructureren in een veranderend landschap. &quot;Toch blijven verschillende kernaanbevelingen onbeantwoord”, reageert Copa-Cogeca. “Zo ontbreekt onder meer de mogelijkheid om niet-benutte wijnfondsen over te dragen naar het volgende jaar, en is de aanpak rond promotie op niet-EU-markten onvoldoende ambitieus.” Verder vindt Copa-Cogeca het spijtig dat er nog geen classificatie-oplossing gevonden is voor wijnen met een laag alcoholgehalte, een marktsegment dat aan aantrekkingskracht wint.</content>
            
            <updated>2026-02-13T17:01:03+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Organisatie Natuurlijk Boeren houdt het dossier Turnhouts Vennengebied warm]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nu-er-schot-zit-in-het-dossier-turnhouts-vennengebied-proberen-oprichters-nieuwe-landbouworganisatie-onder-de-aandacht-te-brengen" />
            <id>https://vilt.be/58642</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Natuurlijk Boeren VZW zag twee jaar geleden tijdens Agriflanders het levenslicht als nieuwe boerenorganisatie. Lange tijd opereerde de belangenvertegenwoordiging op de achtergrond, met de focus op het Turnhouts Vennengebied. Nu er door een intendant beweging zit in de vormgeving van de landbouwplannen in het maatwerkgebied, wil Natuurlijk Boeren VZW meer naar de voorgrond treden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bdc1fee7-9fd0-451f-ace3-7be0007eb7e8/full_width_turnhouts-vennengebied-natura2000.jpg</image>
                                        <content>In de apps van landbouwgroepen kwam de voorbije weken de oproep om lid te worden van Natuurlijk Boeren VZW, via het betalen  van 50 euro lidgeld. “Natuurlijk Boeren VZW is een nieuwe en onafhankelijke organisatie van en voor boeren. Wij zijn er om de belangen te behartigen van alle Vlaamse boeren, hun bedrijven, hun gezinnen en hun eigendommen”, klinkt het op de website.Navraag wijst uit dat de landbouwvereniging twee jaar geleden is opgericht tijdens de landbouwbeurs Agriflanders in Ravels. Het was de Stuurgroep Turnhouts Vennengebied, die de belangen van de boeren in het maatwerkgebied behartigt, die het initiatief nam voor de oprichting. “Het was nodig een vzw te hebben om een rechtszaak te kunnen indienen”, verklaart Jos Bols, voormalig varkenshouder uit Ravels en actief als belangenvertegenwoordiger in het Turnhouts Vennengebied.Sindsdien trok de vereniging naar het Grondwettelijk Hof om de stikstofplannen aan te vechten. Er werd ook een rechtszaak ingediend bij de rechtbank van Turnhout over de onrechtmatige afbakening van de habitatgebieden in Vlaanderen en in het Turnhouts Vennengebied in het bijzonder. Dit gebeurde omdat de onderliggende grondeigenaars (economische) schade zouden ondervinden door deze afbakening. “Door deze afbakening is hun grond minder waard geworden”, stelt Bols.De voorbije jaren maakten de bestuursleden weinig reclame voor de landbouworganisatie en bleef het ledental steken op 280. De afgelopen weken is de activiteit toegenomen en kijkt de vzw actief uit naar nieuwe leden. &quot;Intendant zet vaart achter plannen&quot;Deze hernieuwde activiteit hangt vooral samen met de recente ontwikkelingen in het dossier van het Turnhouts Vennengebied. Het gebied in de Kempen geldt als een maatwerkgebied in het stikstofdecreet. Een intendant moet in het gebied een plan opstellen dat landbouw en natuur verzoent. Met het terugtreden van Piet Vanthemsche in juni 2024 zat er weinig vooruitgang in het dossier. Daar is verandering in gekomen met de aanstelling van een nieuwe intendant eind vorig jaar.“De nieuwe intendant wil een versnelling hoger schakelen en op termijn meer duidelijkheid bieden”, vertelt Jos Bols. Zo zou deze intendant (Frank Smeets, red.) onder andere aansturen op de versnelde uitvoering van het hydrologisch onderzoek. Dat onderzoek vormt de basis voor de allocatie van de natuurdoelstellingen. “Nu er schot in de zaak komt, willen we de zichtbaarheid van onze belangenvertegenwoordiging vergroten”, vertelt Bols. “Extra ledenwerving is ook nodig om de aanhoudende juridische kosten te kunnen blijven betalen.&quot;</content>
            
            <updated>2026-02-15T20:51:07+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rundvlees in de vuurlinie bij onderhandelingen vrijhandelsakkoord tussen de EU en Australië]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rundvlees-in-de-vuurlinie-bij-onderhandelingen-eu-australie-vrijhandelsakkoord" />
            <id>https://vilt.be/58643</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De toegang voor Australisch rundvlees tot de Europese markt blijft één van de grootste struikelblokken in de vrijhandelsonderhandelingen tussen de Europese Unie en Australië. Europa wil de invoer beperken tot ongeveer 30.000 ton per jaar, terwijl Australië aandringt op een hoger quotum. De Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca vreest dat extra markttoegang vooral Australische exporteurs zou bevoordelen. Voor Europese veehouders betekent dit bijkomende concurrentie in een al fragiele markt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="vlees" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e31d2959-89f7-49bc-a128-dbf186f4050b/full_width_koe-rund-stal-european-union.jpg</image>
                                        <content>De EU heeft een jaarlijkse quota van 30.000 ton voor Australisch rundvlees voorgesteld. Dat is een aanzienlijke verhoging ten opzichte van eerdere niveaus, maar nog steeds onder de verwachtingen van Australië. Australische onderhandelaars, gesteund door de landbouwsector, streven naar hogere quota (mogelijk 40.000–50.000 ton) om een “gelijk speelveld” te creëren met andere landen. Ze hebben aangegeven dat ze geen akkoord zullen ondertekenen dat niet in het nationale belang is.&amp;nbsp;“Olie op het vuur”De Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca waarschuwt dat zelfs een geringe extra markttoegang de Europese markt aanzienlijk kan destabiliseren. “Belangrijke landbouwsectoren zoals rundvlees staan al onder extreme druk”, stelt Copa-Cogeca-voorzitter Massimiliano Giansanti. Hij wijst op de combinatie van stijgende productiekosten, strengere Europese klimaat- en dierenwelzijnsregels, geopolitieke onzekerheid en de opeenstapeling van eerdere handelsakkoorden – recent nog met Mercosur. “Zelfs een beperkte extra openstelling via tariefquota zou olie op het vuur zijn, met blijvende gevolgen voor productie, prijzen en de leefbaarheid van bedrijven”, klinkt het.“Onevenredige last voor Europese boeren”Volgens Copa-Cogeca is het structurele verschil in schaal niet te onderschatten: de EU telt ongeveer 450 miljoen consumenten, tegenover 28 miljoen in Australië. Extra markttoegang zou dus vooral Australische exporteurs bevoordelen. Voort Europese veehouders betekent dit bijkomende concurrentie in een al fragiele markt.&amp;nbsp;Cogeca-voorzitter Lennart Nilsson spreekt van een onevenwichtige aanpak. “Boeren en coöperaties moeten instaan voor voedselzekerheid, duurzaamheid en klimaatdoelen, terwijl ze tegelijk de cumulatieve impact van handelsconcessies moeten opvangen. Dat is niet coherent en niet houdbaar.” Volgens hem dreigt de Europese Commissie opnieuw landbouw als pasmunt te gebruiken om een handelsakkoord binnen te halen.Politieke druk in BrusselDe onderhandelingen zitten in een beslissende fase. Donderdag en vrijdag was er in Brussel een ontmoeting tussen Europees Commissaris voor Handel en Economische Veiligheid Maroš Šefčovič, Commissaris voor Landbouw en Voedsel Christophe Hansen en de Australische minister van Handel en Toerisme Don Farrell. Het doel was om verdere vooruitgang te boeken in de onderhandelingen. Farrell zet druk op de ketel: zonder verbeterde landbouwtoegang dreigt hij de gesprekken opnieuw te verlaten.Strategische afwegingTegelijk erkennen zowel Brussel als Canberra dat een akkoord strategisch belangrijk is. De EU wil haar afhankelijkheid van China voor kritieke grondstoffen verminderen en ziet Australië als betrouwbare partner. Maar voor Copa-Cogeca mag die geopolitieke logica niet ten koste gaan van de Europese veehouderij.De landbouworganisaties roepen de Europese Commissie daarom op om “strikte terughoudendheid” aan de dag te leggen bij marktopening voor gevoelige producten zoals rundvlees. Zonder duidelijke garanties dreigt de deal volgens hen investeringen en productiecapaciteit in de Europese rundvleessector te ondermijnen.Commissievoorzitter Ursula von der Leyen wil de deal afronden als onderdeel van haar bredere handelsagenda. Volgens verschillende mediabronnen zou Von der Leyen deze maand nog naar Australië vliegen in een poging om een ​​lang uitgesteld handelsakkoord te bezegelen, maar dat werd niet officieel bevestigd.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-02-13T16:44:16+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minder papierwerk voor ingevoerde tractoren door Europese typegoedkeuring]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minder-papierwerk-voor-ingevoerde-tractoren-door-europese-typegoedkeuring" />
            <id>https://vilt.be/58644</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een oogstmachine uit Nederland die een Belgische landbouwer zonder administratieve hindernissen hier kan gebruiken. Dat scenario komt opnieuw een stap dichterbij, zo meldt de federatie voor landbouw- en tuinbouwmechanisatie (Fedagrim). Met een nieuw voorstel boekt de EU vooruitgang richting een geharmoniseerde homologatie van landbouwmachines.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="mechanisatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bad01cae-c281-4f79-bca4-6023fa0f4f79/full_width_uitleenproject-rtc-amazone-zaaimachine-2018.jpg</image>
                                        <content>Eind januari publiceerde de Europese Commissie een voorstel van de verordening rond mobiele machines die niet voor de weg bestemd zijn. Denk aan oogst-, rooi- en spuitmachines. De regelgeving moet zorgen voor een eenmaking van technische en administratieve vereisten van deze machines. De huidige Europese versnippering aan nationale homologaties moet zo verdwijnen. Een homologatie is de officiële goedkeuring dat een machine voldoet aan alle wettelijke eisen, zodat die mag worden verkocht en ingeschreven. “Voor zowel fabrikanten en gebruikers betekent dit besluit een belangrijke stap richting meer uniformiteit, duidelijkheid en een eerlijker speelveld binnen Europa”, aldus Fedagrim.Versnippering“Nationale homologaties zorgen voor barrières in de interne markt. De huidige situatie is voor fabrikanten én gebruikers complex”, duidt Kalina Hadzhieva, verantwoordelijk voor productveiligheid en homologatie bij het bedrijf CNH. “Momenteel is de versnippering een grote hindernis om vlot machines te produceren, maar ook om ze naderhand te verhandelen. Voor fabrikanten zou een EU-homologatie veel voordelen hebben. Eén wetgevend kader betekent minder administratieve rompslomp, lagere kosten en meer duidelijkheid.”Ook voor de productie van specialere machines ziet Hadzhieva voordelen. “Mits een Europese homologatie, zullen specifieke machines voor bijvoorbeeld de Belgische groententeelt in de toekomst een veel bredere markt kunnen bereiken.” Boost voor tweedehandsmarktVoor consumenten wordt het dan weer gemakkelijker om tweedehandsmachines vanuit het buitenland in België te gebruiken. “Machines die in het buitenland aangekocht worden, hebben geen garantie dat ze in België hun homologatie zullen krijgen”, verduidelijkt Fedagrim. Ook is het goed nieuws voor de aanbieders van tweedehandsmachines. Zij zullen een grotere vraag hebben en de machines zullen in restwaarde stijgen.Momenteel maakt de tweedehandsaankoop ongeveer een derde uit van de totale aankoop van mobiele machines die niet voor de weg bestemd zijn. Volgens de cijfers van Fedagrim werden de afgelopen drie jaar zo’n 1.900 machines tweedehands gekocht, tegenover 5.300 nieuwe machines. Zo werden tussen 2023 en 2025 bijna evenveel rooimachines tweedehands (229) gekocht, dan nieuw (253).Van alle type toestellen zijn de wielladers en verreikers het populairst. “Al worden deze niet exclusief in de landbouwsector gebruikt”, benadrukt Fedagrim. “Toch geeft het totaal een indicatie mee van hoeveel machines er gemakkelijker zouden kunnen verhandeld worden onder het toekomstige wetgevend kader.” VervolgstappenDe wetgeving heeft sinds de eerste voorstellen in 2019 al een lange weg afgelegd, maar is er nog niet. De eerste Europese homologaties kunnen pas vanaf 2028 aangevraagd worden. Daarna verwacht men nog een transitieperiode van acht jaar waarin de constructeurs de tijd krijgen om de landbouwmachines aan te passen aan de nieuwe regelgeving.</content>
            
            <updated>2026-02-16T10:34:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Datingapp voor plattelandsbewoners Agrimatching breidt uit naar het buitenland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouw-datingapp-agrimatching-breidt-uit-naar-het-buitenland" />
            <id>https://vilt.be/58645</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het begon als een Instagramgrapje van drie landbouwstudenten en groeide uit tot een plattelandsdatingsapp met 26.000 leden. Agrimatching zal dit jaar twee kaarsjes uitblazen, en toont mooie vooruitzichten met Valentijn. De app breidt internationaal uit, van Nederland en België naar Duitsland. Later zullen ook Franse plattelandsbewoners, op zoek naar de liefde, hier hun gading kunnen vinden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw" />
                        <category term="platteland" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/630af86d-457f-469d-b5bf-05d12be5799c/full_width_agrimatching-oprichters-crop.jpg</image>
                                        <content>Akkerbouwers Rienck Waalkens (25), Scott van der Vlugt (23) en Gijs Staats (25) hebben niet alleen hun gewassen, maar ook duizenden plattelandsliefdes in bloei gezet. Alles begon met een Instagram-experiment onder studenten. Rienck, Scott en Gijs studeerden samen in de agrarische hogeschool van Leeuwarden in Friesland.Van een pint onder studenten tot een datingimperium“We zaten samen rond te tafel, een biertje te drinken en te kletsen”, zegt Waalkens. “We hadden het erover hoe er eigenlijk geen online plek is voor agrarische jongeren om elkaar te ontmoeten, en vooral in relationele zin. Dus maakten we voor de gein een Instagramaccount. We deelden foto’s en tekstjes waarin we vrienden van ons aanprezen – vooral vrienden die op die avond niet aanwezig waren. Een grapje onder elkaar, maar plots kregen we volgers van buitenaf. Mensen die wij niet kenden stuurden eigen inzendingen. Foto’s, tekstjes waarin ze hun hobby’s en interesses beschreven.&quot;De bal ging snel aan het rollen. Het trio besloot de inzendingen te publiceren, en daarop volgden nieuwe geïnteresseerden. Eén tot twee aanmeldingen per week werden er al snel tien per dag. Een te grote toevoer om langs één Instagrampagina te verwerken. “Ik plaatste ongeveer twee profielen per dag, maar dat was niet voldoende. Al snel hadden we een wachtlijst van zes weken”, zegt Waalkens. Ons Instagramaccount was een leuke bezigheid, maar het toonde vooral hoeveel plattelandsbewoners er nood aan hebben om iemand gelijkgestemd te vinden De vrienden hadden duidelijk iets bijzonders in handen. “Ons Instagramaccount was een leuke bezigheid, maar het toonde vooral hoeveel plattelandsbewoners er nood aan hebben om iemand gelijkgestemd te vinden&quot;, zegt Waalkens. Voor de vrienden werd het duidelijk: hier moesten ze meer mee doen.&quot;Plattelandsliefde is op Tinder een speld in een hooiberg&quot;Na voorzichtig wikken en wegen investeerde het trio in een eerste, eenvoudige versie van de Agrimatchingapp. Nederlanders, maar ook Belgen sloten zich aan. “In de eerste paar maanden na onze lancering kregen we veel media-aandacht, wat zeker heeft geholpen.”, zegt Waalkens. “Zij stelden zich de vraag waarom precies plattelandsbewoners een eigen app nodig hebben.” Als je via klassieke apps zoekt naar een partner die bewust kiest voor het boerderijleven, dan is dat een speld in een hooiberg Volgens Waalkens is het antwoord logisch. “Het leven op het platteland, en of dat nu binnen of buiten de agrarische sector is, loopt heel anders dan in de stad. Maar als je via klassieke apps zoekt naar een partner die bewust kiest voor het boerderijleven, dan is dat een speld in een hooiberg.&quot;Net zoals in Vlaanderen, zijn de sociale voorzieningen in een dorp niet altijd denderend. “Als je een stadsmens bent en je wil iemand ontmoeten, dan heb je een ruime keuze aan clubs, kroegen en bars waar dat kan. Op het platteland ligt dat anders. Bovendien: in de periode wanneer het mooi weer is en veel mensen sociale activiteiten doen, zijn landbouwers en loonwerkers volop aan het werk. Veel landbouwers ontmoeten op dagelijkse basis nu eenmaal heel weinig mensen. Als ik in de stad een straat oversteek, heb ik meer mensen gezien dan in een hele dag op het platteland.” Als je een stadsmens bent en je wil iemand ontmoeten, dan heb je een ruime keuze aan clubs, kroegen en bars waar dat kan. Op het platteland ligt dat anders Last but not least: de plattelandsmentaliteit. “Het is moeilijk om iemand te vinden die de passie voor de agrarische sector, het harde werk en de levensstijl met jou deelt.&quot;Zelf heeft Waalkens van zijn app nog geen gebruik kunnen maken: hij leerde zijn partner kennen nog voor de lancering van de online app. Maar vele anderen zijn dankzij Agrimatching wel aan een partner geholpen. “Precieze cijfers hebben we niet omdat we natuurlijk niet weten hoeveel matches uitmonden in een date of een relatie. Maar we krijgen wel e-mails of berichten van mensen die ons bedanken. Laatst hadden we zelfs iemand van 63 jaar die ons uit vreugde liet weten dankzij de app iemand te hebben gevonden.” Betere mannen- en vrouwenverhouding dan andere appsMomenteel telt de app naar schatting 1.300 Belgen met een actief account. Een tip voor wie wil meedoen: de app bevat een orangistisch schoonheidsfoutje. Wie een Belgisch profiel wil aanmaken, dient zich op te geven als inwoner van Nederland in de ‘provincie’ België’. Eens de voorkeuren zijn ingegeven, kan men contact leggen met mannen en/of vrouwen van alle leeftijden, ouder dan 18. “80 procent van onze gebruikers is tussen de 18 en 35 jaar”, zegt Waalkens. “Dat is op zich een logische verdeling, maar er zijn ook oudere mensen die via onze app een leuke match vinden.”Het succes van de app hangt voor een groot deel af van een gezonde ledenbalans. “Datingapps hebben traditioneel een overwegend mannelijk publiek: bij Tinder is 25 procent vrouw. Onze verhouding zit iets beter, met 70 procent mannen en 30 procent vrouwen. Het blijft natuurlijk een aandachtspunt om de app voor vrouwen aantrekkelijk te houden. We merken dat onze ledenaantallen zichzelf versterken. Hoe meer profielen, hoe meer kans op een leuke match, wat op zijn beurt de app aantrekkelijk maakt en nog meer gebruikers aantrekt.”De ontwikkeling en het onderhoud van de app is niet gratis, en dus moesten de heren ook op zoek naar een verdienmodel. Die is gelijkaardig aan andere apps in zijn genre: advertenties, premiumaccounts en merchandising. “Een basisaccount op de app is gratis omdat we het laagdrempelig willen houden”, zegt Waalkens. “Daar kan je 40 profielen per dag mee bekijken. Met een lidmaatschap van een paar eurootjes per maand, valt die begrenzing weg. Een gelijkaardig model als bij andere apps dus. We moeten natuurlijk omzet maken om onze ontwikkeling en marketing te blijven betalen. De premiumaccounts en de advertenties zijn onze voornaamste inkomstenbronnen.”Uitrol naar het buitenlandIn de verdere ontwikkeling, is een verdere uitrol van de app naar andere landen omvat. “Sinds 1 december zijn we ook in Duitsland actief. Daar hebben we nu 4.000 gebruikers”, zegt Waalkens. “Hoe zoiets groeit, is moeilijk te voorspellen. Even geleden heeft een regionale krant in Duitsland een TikTok-filmpje gedeeld in onze app en kregen we er plots 2.000 volgers bij op slechts drie dagen tijd. Er is dus een duidelijke behoefte voor onze app in Duitsland, en dus willen we wat dat betreft nog flink aan de weg timmeren. Zodra we in Duitsland een beetje gesetteld zijn qua uitrol, willen we de Franstalige landbouwers erbij betrekken. Ik verwacht dat ons bedrijf over een jaartje in staat zal zijn om deze stap te zetten.”</content>
            
            <updated>2026-02-16T09:53:32+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ILVO wint Europese Data Space Award met DjustConnect]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ilvo-wint-europese-data-space-award-met-djustconnect" />
            <id>https://vilt.be/58646</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Vlaamse agrifood-datadeelplatform DjustConnect van ILVO heeft in Madrid de prestigieuze European Data Space Award gewonnen. Dat gebeurde in de categorie ‘gebruikersbetrokkenheid en financiële duurzaamheid’. De prijs bekroont de inspanningen van ILVO om het vertrouwen in datadelen bij Vlaamse landbouwers en ketenpartners te versterken én om het platform voortdurend te verbeteren op basis van gebruikerservaringen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ILVO" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1ea8c059-76c9-491e-85ec-bf8dcbd88f05/full_width_ilvo-prijs.png</image>
                                        <content>DjustConnect werd in 2019 gelanceerd als datadeelplatform voor de Vlaamse agrovoedingssector. Het platform maakt het mogelijk voor land- en tuinbouwers om data te delen met applicaties en ketenpartners, waarbij zij zelf bepalen welke partijen toegang krijgen tot hun gegevens.De award werd in ontvangst genomen door Stephanie Van Weyenberg, coördinator van DjustConnect bij ILVO. Volgens Van Weyenberg is het succes vooral te danken aan de sector zelf: “De Vlaamse landbouwsector is innovatief en digitaal. Dat tonen we elke dag samen met onze eerste klanten, de Vlaamse landbouwers.” Volgens ILVO maakt ongeveer een kwart van de Vlaamse landbouwers gebruik van het systeem.Ook Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) benadrukt het belang van de erkenning:“Deze Europese erkenning bevestigt opnieuw waar Vlaanderen voor staat: innovatie die vertrekt vanuit sterke kennis. Onze nieuwsgierigheid, onderzoek en samenwerking leiden tot Vlaams vernuft met impact voor bedrijven en voor onze economie. In een snel evoluerende data-economie verstevigt dit onze rol als innovatieve topregio in Europa.”Europese samenwerkingHoewel DjustConnect eerst voet aan grond kreeg in de Vlaamse melkveehouderij, geldt het intussen als koploper in Europa en als katalysator van de groeiende, Europese data-economie. Sinds 2023 werkt DjustConnect ook samen met buitenlandse partners aan de koppeling van nationale datadeelplatformen.Daarnaast neemt het initiatief een coördinerende rol op in de uitbouw van de Gemeenschappelijke Landbouw Data Space, Ceads. Dit Europese project wil een interoperabel datadeelsysteem ontwikkelen waarop bestaande platformen kunnen aansluiten, met het oog op internationale data-uitwisseling in de agrovoedingssector.</content>
            
            <updated>2026-02-16T09:31:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe cijfers over beschermde natuur in Vlaanderen, Natuurpunt en Groen trekken aan de alarmbel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-cijfers-over-beschermde-natuur-in-vlaanderen-natuurpunt-en-groen-trekken-aan-de-alarmbel" />
            <id>https://vilt.be/58647</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>41 procent van de Europees beschermde plant- en diersoorten in Vlaanderen verkeert in een slechte staat van instandhouding. Dat blijkt uit nieuwe natuurrapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). De resultaten over zowel habitatsoorten als habitattypen doen bij Natuurpunt en bij de partij Groen de alarmbel luiden. "Het huidig beleid volstaat niet: in plaats van de kop in het zand te steken, of erger nog te pleiten om Europese beschermingsregels te versoepelen, zouden we beter eindelijk in actie schieten", aldus Natuurpunt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f9631932-71ec-4376-8d27-a0b1441f697a/full_width_nattenatuur-water-wijmeers-sigmaplan.jpg</image>
                                        <content>INBO heeft drie nieuwe rapporten uitgebracht over de staat van instandhouding van de Europese beschermde natuur in Vlaanderen. Uit het rapport over de 46 Vlaamse habitattypes, een natuurtype met specifieke kenmerken en soorten, blijkt dat er nog geen sprake is van een substantiële verbetering van de staat van instandhouding.&amp;nbsp;“Ondanks de geleverde inspanningen kan er hoogstens gewag gemaakt worden van een globale status quo: de overgrote meerderheid (40) van de habitattypen verkeren nog steeds in een zeer ongunstige staat van instandhouding”, aldus het rapport. “Twee habitattypen scoren matig ongunstig en twee zijn gunstig.” In vergelijking met het vorige rapport in 2019 gaan er vijf habitattypen op vooruit, maar gaan er tien globaal achteruit. 25 habitattypes blijven stabiel. Een continuering van het huidige instandhoudingsbeleid is onvoldoende om de achteruitgang te stoppen bij de habitattypes INBO benadrukt in het rapport dat deze graadmeter niet alles zegt, omdat de omslag van ongunstig naar gunstig vaak pas in een laat stadium zichtbaar is. Om te beoordelen of Vlaanderen momenteel vooruitgang boekt, wordt beter gekeken naar de trends van de deelcriteria, dan naar de huidige staat van instandhouding. De staat van instandhouding volgt namelijk het &#039;one‐out‐all‐out&#039; principe. Daarbij volstaat één ongunstige beoordeling op een deelcriterium om het volledige habitattype als ongunstig te classificeren.“Echter, ook bij de deeltrends is het beeld niet onverdeeld positief”, aldus INBO. “Er zijn 21 habitattypen waar één of meer deelcriteria positief evolueren, maar er zijn ook 13 habitattypen met één of meer negatieve deeltrends. Vier habitattypen vertonen zelfs tegengestelde trends bij verschillende deelcriteria. De achteruitgang is dus nog niet volledig gestopt. De impact van drukken en bedreigingen blijft bovendien hoog en wordt nog versterkt door klimaatverandering.”Een continuering van het huidige instandhoudingsbeleid is volgens INBO onvoldoende om de achteruitgang te stoppen of om te keren. “Een substantiële versterking en versnelde uitvoering van het instandhoudingsbeleid, ingebed in een ruimer bio‐ diversiteitsbeleid, is noodzakelijk en urgent”, aldus INBO. “Daarbij moet ook worden overwogen om, waar het bestaande beleid tekortschiet, aanvullend of nieuw beleid te ontwikkelen.” Een kwart van de beschermde soorten verkeert in goede staatNaast de habitattypes rapporteerde INBO ook over de 70 habitatsoorten. Dit zijn kwetsbare plant- of diersoorten, zoals vissen, insecten, mossen of zoogdieren die onder Europese bescherming vallen. 29 van deze habitatrichtlijnsoorten (41%) bevinden zich in een slechte staat van instandhouding. Ten opzichte van de vorige rapportage gaan zes soorten achteruit, blijven 14 stabiel en boeken vijf vooruitgang. Voor vier soorten blijft de trend onzeker.18 soorten (26%) bevonden zich in een gunstige staat van instandhouding. Evenveel soorten (26%) bevonden zich in een matig ongunstige staat van instandhouding.Boomkikker doet het goed, wilde kat nietDat een kleine helft in ongunstige staat van instandhouding verkeert, impliceert volgens INBO niet dat de inspanningen van de laatste decennia geen effect hebben gehad. “De uitgangssituatie bij het in werking treden van de Habitatrichtlijn moet daarbij expliciet worden meegewogen: veel soorten waren toen zeldzaam en uiterst bedreigd, of zelfs regionaal uitgestorven”, aldus het rapport. “Er is vandaag een gemengd beeld, waarbij sommige soorten opnieuw zijn kunnen heropleven.” Er is vandaag een gemengd beeld, waarbij sommige soorten opnieuw zijn kunnen heropleven Zo is de boomkikker geëvolueerd van een zeer ongunstige naar een gunstige staat van instandhouding. Ook de verbetering van de waterkwaliteit in de Scheldevallei heeft geleid tot de succesvolle terugkeer van de fint en tot herstel van diverse andere vispopulaties, wat mede de voorzichtige herkolonisatie door de otter mogelijk heeft gemaakt.Voor veel soorten verloopt het herstel van de populatie traag. Bij de insecten scoren onder meer de gaffellibel en de gevlekte witsnuitlibel zwak. Ook de vaatplant groenknolorchis en de vis grote modderkruiper staan onder druk. Tot slot scoren ook verschillende zoogdieren, waaronder de wilde kat, de hamster en enkele vleermuissoorten, slechte punten op het rapport.&quot;Het is essentieel om de huidige inspanningen door te zetten zodat de populaties en leefgebieden zich verder kunnen herstellen en kunnen evolueren tot een gunstige staat van instandhouding”, concludeert het rapport. Voor het herstel van aquatische soorten ziet INBO een grote bedreiging in de toenemende aanwezigheid van invasieve uitheemse soorten, die de effectiviteit van lopende herstelmaatregelen ondermijnt. Andere soorten gaan dan weer achteruit door toenemende milieudrukken, zoals intensivering van het landgebruik, verlies aan structuurrijke habitats en een afnemende voedselbeschikbaarheid. “Deze en andere stressoren, in combinatie met voortschrijdende klimaat- en milieuveranderingen, blijven de herstelkansen van deze populaties ernstig beperken”, klinkt het. “Geen tijd voor uitstel”Volgens natuurorganisatie Natuurpunt kan Vlaanderen de natuur nog herstellen, maar moet er nu gehandeld worden: “De cijfers zijn duidelijk: natuurherstel werkt. We hebben geen nood aan getreuzel of verzwakte wetgeving, maar aan concrete uitvoering op het terrein. We moeten de natuur niet alleen herstellen omdat het &#039;moet&#039; van Europa, maar vooral om onze eigen problemen op te lossen. Investeren in natuur is investeren in onze eigen veiligheid en economie. Het is onze goedkoopste verzekering tegen extremen als waterbommen of aanhoudende droogte.”Zowel Natuurpunt als Groen zijn kritisch over de houding van cd&amp;amp;v over de Europese milieuwetgeving. “Terwijl cd&amp;amp;v-voorzitter Sammy Mahdi en Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns pleiten voor het versoepelen van Europese milieuwetgeving, bewijst dit rapport hoe onverantwoordelijk die attitude is&quot;, stelt Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege (Groen). &quot;We moeten onze natuurgebieden juist uitbreiden, verbinden en versterken.”“De Europese regels zijn niet het probleem, maar het gebrek aan uitvoering van de Vlaamse plannen wél”, voegt Diemer Vercayie, beleidsadviseur natuurbeleid bij Natuurpunt, daar nog aan toe. “Het huidig beleid volstaat niet: in plaats van de kop in het zand te steken, of erger nog te pleiten om Europese beschermingsregels te versoepelen, zouden we beter eindelijk in actie schieten. Door regels af te zwakken los je het natuurprobleem niet op, je vergroot het.”</content>
            
            <updated>2026-02-16T08:50:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "We willen meer duurzame gewasbeschermingsmiddelen, maar blokkeren de route ernaar toe"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opinie-we-willen-meer-duurzame-gewasbeschermingsmiddelen-maar-blokkeren-de-route-ernaar-toe" />
            <id>https://vilt.be/58648</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nieuwe gewasbeschermingsmiddelen moeten sneller op de Europese markt komen. Hoe sneller die er zijn, hoe minder de landbouw- en industriesector zich moeten vastklampen aan de oude. Dat stelt Eva Van Hende, 'Hoofd regelgeving en duurzaamheid' bij Biotalys, in een opiniestuk. "Er wordt verwacht dat het nog tot 2050 zal duren alvorens het aandeel chemische pesticiden en biopesticiden even groot zal zijn."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fff82fe0-1850-478b-8e97-bf1b9503f754/full_width_pesticidetractorgewasbeschermingsmiddelen.jpg</image>
                                        <content>Hoe groot is jouw medicijnenkastje? In ons gezin is dat toch een goedgevulde Curverbox. De gezonde mens heeft precies af en toe toch wat hulp nodig. Voor planten die in weer en wind staan of in een vochtige serre groeien, is het dan ook vreemd te verwachten dat ze het telkens op eigen houtje volhouden tot het einde van de teelt. Een goedgevulde kast om plagen te kunnen beheersen, is daarom van groot belang voor de boer(in). Echter, de kast van de Europese boer(in) is ondertussen verontrustend leeg. Daar bestaan twee oorzaken van.Europa is streng en traagEnerzijds zijn we de regio die bepaalde bestaande stoffen als eerste (en vaak enige) verbiedt. Zo werden er sinds 2019 zo’n 84 chemische actieve stoffen van de markt gehaald in Europa, waarvan het leeuwendeel van die stoffen vandaag wel toegelaten is in bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Europa is de allerstrengste voor bestrijdingsmiddelen ter wereld. Anderzijds zijn we ook de allertraagste (7 tot 10 jaar) in het evalueren en toelaten van nieuwe middelen. In diezelfde periode dat 84 chemische actieve stoffen geschrapt werden, is geen enkele nieuwe chemische stof goedgekeurd. Ook heel wat innovatieve middelen zagen in Europa nog geen levenslicht. Zo zijn er nieuwe middelen op basis van peptiden die in de VS ondertussen al vele jaren beschikbaar zijn. Het probleem van de tijdslijn is kolossaal: zelfs als we er in Europa op miraculeuze wijze zouden in slagen om vanaf nu de evaluatietijd te halveren, dan zijn we nog steeds de allertraagste leerling in de wereld. Wettelijke tijdslijnen worden voortdurend overschreden door de overheid, zonder enige sanctie. Het systeem zit volledig strop Hoe komt het nu dat we zo traag zijn?Daar kan je een boek over schrijven, maar in kort zit het als volgt: de vereisten zijn gigantisch, het proces is ultra-complex, en er zijn veel experten en 29 partijen bij betrokken. Ook het het grote publieke debat speelt een rol. Zo&#039;n draak van een proces vraagt een strakke coördinering, maar dit laatste valt duidelijk tegen: dossiers liggen soms jaren stil op bureaus van overwerkte teams voor ze naar de volgende post gestuurd wordenHet gaat over wetenschap, maar ook een gevoelig politiek thema. Enkel door stoffen te verbieden, kan je applaus oogsten bij het grote publiek. Als je als wetenschapper-ambtenaar de taak op je bord krijgt om het risico van een stof in kaart te brengen, is het steeds een veilige keuze om extra vragen of zelfs bijkomende studies op te vragen aan de uitvinder of producent, alvorens jouw besluit op papier te zetten. En dat gebeurt dan ook, veelvuldig, met de gekende gevolgen op de tijdslijnen van de evaluatie. Wettelijke tijdslijnen worden zo voortdurend overschreden door de overheid, zonder enige sanctie. Het systeem zit volledig strop. De vereisten zijn zo ontspoord in Europa, dat slechts enkele innovators nog het geld en de moed bijeen harken om eraan te beginnen Nieuwe schoenenEn zo is de Europese boer(in) dus de pineut: die verliest bestaande stoffen, sneller dan de collega’s in andere continenten, maar nieuwe komen er veel trager bij.Als we uit deze impasse willen geraken, moeten we een manier vinden om de nieuwe generatie middelen sneller in de handen van de boer(in) te krijgen.En daar knelt het schoentje: oude én nieuwe gewasbeschermingsmiddelen vallen onder dezelfde Europese wetgeving. Ze moeten door dezelfde overbelaste teams worden geëvalueerd en gestemd. Wie dus ijvert voor nog strengere eisen voor de klassieke chemische pesticiden, verhoogt automatisch ook opnieuw de drempel voor de duurzamere alternatieven. Die vereisten, tijdslijnen en kosten zijn echter ondertussen zo ontspoord in Europa, dat slechts enkelingen van de innovators nog het geld en de moed bijeen geharkt krijgen om eraan te beginnen. En dat is zo’n zonde. In Brazilië zijn ondertussen meer dan 600 gewasbeschermingsmiddelen met een lage impact ter beschikking. Door  bijna de helft van de boeren worden ze ook gebruikt. Want zo gaat dat, eens we nieuwe schoenen hebben, zijn de oude niet meer zo interessant. Maar je doet toch ook je oude niet weg alvorens je nieuwe hebt? We hebben variatie en diversiteit nodig, zeker ook in het medicijnenkastje van de boer(in). Wereldwijd hebben biopesticiden een marktaandeel van slechts 5 procent. Er wordt verwacht dat het nog tot 2050 zal duren alvorens het aandeel chemische pesticiden en biopesticiden even groot zal zijn. Oud en nieuw zullen dus nog even hand in hand moeten gaan. Caesar is overalDe kans dat jij meer dan 80 jaar wordt in Vlaanderen, is ondertussen vrij waarschijnlijk. Dat heeft onder andere te maken met het gezonde, gevarieerde en betaalbare voedsel dat we zonder schimmels en andere plagen drie keer per dag op ons bord krijgen. Dat succes is mede te danken aan bestrijdingsmiddelen. Ook al kan het anders aanvoelen, de kans dat je sterft aan de gevolgen van pesticiden is bijzonder klein. Wellicht sterf je aan teveel zout, suiker of vet in je eten, of te weinig beweging. En ook al zitten er inderdaad sporen van pesticiden op onze appel: het kan echt geen kwaad. Jouw appel mét schil is veel gezonder dan zonder. Dat heeft Europa zeer strikt berekend en gecontroleerd.Lieven Scheire rekende het uit: elk glas water, waar ter wereld je dat ook opschept, bevat ongeveer 100 moleculen water die uit Caesar gevloeid zijn toen hij stierf. “Caesar is overal”, zo zei hij. Dat iedereen die zijn slaapkamerstof of persoonlijk biologisch afval laat analyseren daarin dus sporen van een pesticide terugvindt, hoeft dus ook niet perse te verwonderen. Het kan geen kwaad, het is bangmakerij. De weg naar vernieuwingMijn oproep naar mensen die actief zijn in dit thema en opstaan voor een beter leefmilieu is dan ook om volop te strijden voor snellere evaluatie voor innovatieve, duurzame middelen. Hoe sneller er nieuwe middelen zijn, hoe minder de landbouw en industrie zich moeten vastklampen aan de oude. De strijd tegen de gevaarlijkste pesticiden in Europa is ondertussen al enkele jaren gestreden. Petities om de oude nog strenger te reguleren, doen meer kwaad dan goed. Hoe contradictorisch het ook klinkt: in dit geval staat de strijd tegen het oude, het nieuwe in de weg. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurEva Van Hende is &#039;Hoofd regelgeving en duurzaamheid&#039; bij Biotalys. Biotalys is een agritechbedrijf dat biologische bestrijdingsmiddelen ontwikkelt. De middelen zijn gebaseerd op eiwitten die ontworpen zijn om plagen gericht aan te pakken.</content>
            
            <updated>2026-02-16T13:11:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Binnenkort Belgisch witblauw in Japanse sushi: Japan heropent grenzen voor ons rundvlees]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/binnenkort-belgisch-witblauw-in-japanse-sushi-japan-heropent-grenzen-voor-ons-rundvlees" />
            <id>https://vilt.be/58649</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na meer dan twee decennia van onderhandelingen heft Japan zijn importbeperkingen op Belgisch rundvlees op. Dat meldt federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR). “Belgische producenten krijg zo een extra kans om hun afzetmarkt te diversifiëren en hun producten te valoriseren op deze groeimarkt”, aldus Clarinval. “De Japanse markt is een veeleisende markt die producten van superieure kwaliteit waardeert, wat perfect overeenkomt met de troeven van onze rundveeproductie.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="export" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b894b785-e88b-4958-9f3d-6afa2542a90e/full_width_charcuterie-vlees-rund-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Nadat enkele slachthuizen Japanse controleurs op bezoek kregen eind vorig jaar, is het dan eindelijk zover: Japan heeft officieel zijn sanitaire beperkingen opgeheven die de toegang van Belgisch rund- en kalfsvlees op zijn markt verhinderde. “Een doorbraak”, aldus Clarinval. “Dit is het resultaat van de inspanningen van de Belgische autoriteiten in samenwerking met de actoren uit de sector, en heel wat onderhandelingen en dialoog met de Japanse overheden.” Volgens Clarinval bevestigt deze stap de erkenning van de kwaliteit en de strenge sanitaire normen van de Belgische rundveeproductie.Opportuniteiten voor Belgische veehouders?Vanaf nu kunnen Belgische bedrijven erkend worden om vlees te exporteren naar het land van de rijzende zon. Al staat het land ook alom bekend voor zijn eigen wagyu- en koberundsvlees. Is er een handelsopportuniteit voor Belgische veehouders op de Japanse markt? Volgens Clarinval is dit alvast het geval. “De Japanse markt is een veeleisende markt die producten van superieure kwaliteit waardeert, wat perfect overeenkomt met de troeven van onze rundveeproductie”, klinkt het. “Het biedt interessante ontwikkelingsperspectieven voor de Belgische rundveesector.”Dat bevestigde ook het Belgian Meat Office eerder aan VILT: “Japan is een grote netto-importeur van rundvlees.” De markt wordt momenteel gedomineerd door Australië en de Verenigde Staten. De EU loopt hard achter op deze twee spelers, onder meer doordat ze betere handelsvoorwaarden met Japan hebben.Maar daar komt stilaan verandering in. In 2019 trad het handelsakkoord tussen de EU en Japan in werking. “Dit versterkt de competitiviteit van Belgisch rundvlees op de Japanse markt dankzij een geleidelijke verlaging van de douanerechten”, aldus Clarinval. Tegen 2033 moeten de invoerrechten op rundsvlees gelijklopen met het tarief (9%) dat Australië en de VS hebben. Voor 2019 was dit voor de EU nog 38 procent.&amp;nbsp;Landbouworganisatie Boerenbond reageert tevreden op de opening van de Japanse markt: &quot;We verwachten dat dit potentieel afzetkansen biedt voor ons hoogwaardig Belgisch rund- en kalfsvlees.” &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-02-17T00:08:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederland treft in zes Braziliaanse rundvleesleveringen verboden hormoon aan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederland-treft-in-6-braziliaanse-rundvleesleveringen-verboden-hormoon-aan" />
            <id>https://vilt.be/58650</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Nederlandse overheid meldt dat eind vorig jaar via Nederland zes zendingen Europa zijn binnengekomen waarin rundvlees zat met het in de Europese Unie verboden hormoon oestradiol. Eén van de zendingen werd gelinkt aan een Belgische importeur. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) legt uit hoe geïmporteerd rundsvlees gecontroleerd wordt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="export" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dd75afbd-00cf-4fde-8007-1fd7876bb2da/full_width_prezdecheznouskwaliteitslabelrundvlees3-1250.jpg</image>
                                        <content>In november 2025 ontving Nederland en andere EU-lidstaten via het Rapid Alert System for Food and Feed (RASFF) van de Europese Commissie een waarschuwing. Het ging om zendingen rundvlees bestemd voor de export naar Europa die in Brazilië onterecht voorzien waren van een gezondheidscertificaat. In de zendingen zou vlees terecht zijn gekomen dat behandeld werd met het in de Europese Unie verboden hormoon oestradiol. De zes zendingen zouden via Nederland in de Europese Unie zijn gekomen.De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) kon via tracering twee zendingen linken aan twee Nederlandse importeurs. Deze partijen zijn op aanwijzing van de NVWA direct geblokkeerd en niet op de Nederlandse consumentenmarkt terechtgekomen.Oestradiol wordt bij rundvee hoofdzakelijk toegediend voor veterinaire (vruchtbaarheids) doeleinden en in sommige landen voor productiedoeleinden. Een eenmalige consumptie van vlees met deze hormonen zou niet tot risico&#039;s leiden voor de volksgezondheid.Belgische importeurDe vier andere zendingen werden gelinkt aan twee buitenlandse importeurs. Het ging om een Zwitserse importeur en een Belgische importeur. Van de Zwitserse importeur is een deel (5.000 kg van de 13.800kg) in Nederland gedistribueerd geweest. De Belgische importeur voerde 48.931 kilogram vlees in. Van die partij is niets in Nederland terechtgekomen. Of het rundvlees uiteindelijk op de Belgische markt is terechtgekomen, kon het FAVV maandagavond nog niet beantwoorden. Wel is het volgens de voedselautoriteit eerder uitzonderlijk dat rundvlees met verboden hormonen op de Belgische markt terechtkomt. Op dinsdag 17 februari bevestigde het FAVV dat het vlees niet terecht gekomen is op de Belgische markt. Het vlees werd naar andere landen gedistribueerd. Hoe gebeurt de controle op rundvlees?De controle op rundvlees vanuit Mercosur gebeurt in drie stappen. Eerst wordt een controle gedaan door de officiële autoriteiten van het exporterende land. &quot;Niet zomaar elk bedrijf mag exporteren naar de EU. Bedrijven moeten eerst erkend zijn voor export naar de EU. Vooraleer de zending van zo’n erkend bedrijf kan vertrekken uit een Mercosurland, wordt het vlees gecontroleerd door de officiële autoriteiten, zeg maar het FAVV van het betreffende Mercosurland&quot;, aldus de FAVV-woordvoerder. &quot;Zij verklaren dat het vlees voldoet aan de Europese regels. Dit gebeurt via officiële certificaten. De Europese Commissie voert ook telkens audits uit in deze landen om na te gaan of het controlesysteem ter plaatse voldoende borging biedt.&quot;De tweede controle gebeurt bij de grenscontrolepost in de lidstaat waar de zending aankomt. &quot;De zending vlees wordt bij aankomst aan de grens gecontroleerd door officiële dierenartsen&quot;, luidt het. &quot;Er wordt steeds een controle uitgevoerd waarbij wordt nagegaan of de documenten en verklaringen officieel en correct zijn. Daarnaast wordt ook gekeken naar de inhoud van de zending en of die werkelijk overeenkomt met wat werd aangemeld. Er wordt ook gekeken of de labels correct zijn.&quot; Zo&#039;n 15 tot 30 procent van de zendingen vlees, -producten of -bereidingen wordt fysiek onderzocht in ons land Een derde controle is afhankelijk van de productcategorie. Zo wordt 15 tot 30 procent van de zendingen vlees, -producten of -bereidingen ook fysiek onderzocht. &quot;De temperatuur wordt gemeten, er wordt gekeken of het vlees er goed uitziet, ruikt,… en er kunnen stalen worden genomen en getest op bijvoorbeeld ziekteverwekkers zoals salmonella, residuen van diergeneesmiddelen of andere verontreinigingen&quot;, aldus het FAVV.Als er in het verleden problemen waren met een bepaald land of bedrijf, worden de controles ook strenger. Zo kan het zijn dat daarna elke zending volledig wordt bemonsterd en geanalyseerd.In 2024 4 zendingen geweigerd&quot;In de controleposten in de Mercosurlanden is in 2024 één Argentijnse zending geweigerd omdat de temperatuur niet in orde was en drie Braziliaanse wegen etiketteringsfouten&quot;, aldus de woordvoerder van FAVV. &quot;Belangrijk om te vermelden is dat niet alle zendingen die via België binnenkomen ook voor de Belgische markt bestemd zijn. Omgekeerd kunnen zendingen die voor de Belgische markt bestemd zijn ook via grenscontroleposten in andere EU-lidstaten worden ingevoerd.&quot;</content>
            
            <updated>2026-02-18T11:50:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥  Grote aardappelvoorraad en lage prijzen: boer Carlo verkoopt rechtstreeks vanop tractor in Antwerpen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/grote-aardappelvoorraad-en-lage-prijzen-boer-carlo-verkoopt-rechtstreeks-vanop-tractor-in-antwerpen" />
            <id>https://vilt.be/58651</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In het hart van Antwerpen duikt een opvallend beeld op: geen marktkraam, maar een tractor. Landbouwer Carlo Vercammen uit Zandhoven brengt zijn aardappelen zelf naar de stad. Door een uitzonderlijk goede oogst kampen telers met een recordvoorraad, terwijl de prijzen kelderen en de industrie nauwelijks extra afneemt. Om zijn kwalitatieve aardappelen niet te zien verdwijnen als veevoeder of biogas, kiest Carlo voor rechtstreekse verkoop. Een noodoplossing die creativiteit vraagt, maar ook hoop biedt op een eerlijke prijs.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="prijs" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="oogst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5332ad8b-1776-4721-a908-be28259d7b93/full_width_vilt-boer-carlo-aardappelen00-00-01-17still001.png</image>
                        
            <updated>2026-02-16T18:32:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond verbindt landbouw en sociale sector met maatwerkgids]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-verbindt-landbouw-en-sociale-sector-met-maatwerkgids" />
            <id>https://vilt.be/58652</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Anne-Marie Vangeenberghe heeft een inspiratiegids ontwikkeld voor land- en tuinbouwers die willen samenwerken met de sociale sector. Zij is consulent coöperatief ondernemen bij Boerenbond. Dit moet landbouwbedrijven helpen om samenwerkingen aan te gaan met mensen die moeilijk terechtkunnen op de gewone arbeidsmarkt. Zowel landbouwer als maatwerker kunnen hierbij winnen. "Wat voor de ene een therapeutische dagbesteding is, is voor de ander een welkom paar handen", klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw" />
                        <category term="seizoenarbeid" />
                        <category term="groene zorg" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/82a42c3a-e832-4008-a0c8-c77773b9178e/full_width_anne-marie-vangeenberghe-vanhellemont-fruit.jpg</image>
                                        <content>Vangeenberghe portretteert in haar gids samenwerkingen tussen landbouwers, zorginstellingen en maatwerkbedrijven. De sociale sector kan voor buitenstaanders een ingewikkeld kluwen lijken, wat kan afschrikken om een samenwerking aan te gaan. Toch zijn er volgens Vangeenberghe voor alle partijen kansen te rapen.Verschil zorg en maatwerkEen eerste belangrijk onderscheid vindt men tussen zorginstellingen en maatwerkbedrijven. Maatwerkers hebben een profiel dat hen mindere toegang biedt tot de reguliere arbeidsmarkt, maar ze hebben wel hun vaardigheden. Wanneer een maatwerkploeg aan de slag gaat op een landbouwbedrijf, is dat met een begeleider die hen helpt om als team de kwaliteit, precisie en snelheid van een ‘gewone’ werknemer te bieden. “Zij werken dus ook voor een loon”, zegt Vangeenberghe.Bij zorggasten, afkomstig van een instelling, staat ‘zorg’ dan weer centraal. Deze mensen komen in de eerste plaats voor een dagbesteding, niet voor een job met een loon. “Vaak moet men vanuit hun zorgbudget betalen om aan dagbesteding te doen, dat is een heel andere logica&quot;, zegt Vangeenberghe.Hoewel zorggasten wel geschikt kunnen zijn voor creatieve of zeer eenvoudige taken, liggen de capaciteiten algemeen lager en is er dus vaak nood aan intensievere begeleiding. “Maatwerk gaat dus om arbeid met loon, bij zorgvoorzieningen is het zonder loon”, vat Vangeenberghe samen.Ze neemt ons mee naar twee bedrijven, Het Nijswolkje in Rillaar en Fruit Vanhellemont in Meensel-Kiezegem. Vanhellemont kiest voor een mix met zorggasten en vooral maatwerk. Die laatste zijn mensen die om een medische of psychosociale reden niet terechtkunnen in het reguliere arbeidscircuit, maar die tegen een vergoeding een waardevolle bijdrage kunnen leveren in het fruitbedrijf. Het Nijswolkje kiest voluit voor een samenwerking met zorggasten. Beter dan verwachtMet een winkel, een sorteerbedrijf en een kleine vijftig hectare aan boomgaarden, hoeft Mario Vanhellemont uit Rillaar zich zelden te vervelen. Werk is er genoeg. Het sorteerbedrijf vraagt een bezetting van 13 tot 14 man. Voor de rest van het bedrijf heeft Vanhellemont hulp van twee vaste werknemers, met 50 tot 60 seizoenarbeiders voor de piekperiodes.Maar zoals de sector al langer aanvoelt, zijn goede seizoenkrachten steeds moeilijker te vinden. Dankzij samenwerking met maatwerkbedrijf Entiris kan hij zich toch door de drukke periodes ook een weg banen.Vanhellemont was best nerveus voor zijn eerste samenwerking met een maatwerkbedrijf, al was de sociale sector hem niet onbekend. “We hadden al langer een zorggast die telkens een halve dag kwam meehelpen met het sorteren, en een andere zorggast die op zaterdagen de papieren klaarlegt in de fruitkistjes. Dat doet hij al meer dan 20 jaar”, zegt de fruitteler.Een samenwerking met een maatwerkbedrijf is echter andere koek. Een hele ploeg van werkkrachten die niet terechtkunnen in het reguliere circuit: kan dat wel goedkomen? “In het begin is er natuurlijk die bezorgdheid. Gaan ze de nodige snelheid halen? Gaan ze voldoende kwaliteit leveren? En ik moet zeggen: het is geweldig meegevallen. En dus werken we nu al voor het vierde jaar op rij samen met maatwerkers, aangevuld met seizoenarbeiders. Iedereen hier is welkom, als ze maar willen werken.” Voordelen versus seizoenarbeidMaatwerk biedt bovendien flexibiliteit die je niet altijd hebt bij seizoenarbeid. Maatwerkers kan je voor enkele weken inzetten, terwijl seizoenarbeiders liever voor meerdere maanden komen. Vanhellemont werkt met maatwerkers om onder meer zijn Sweet Sensation en Doyenné-peren te plukken. Bij deze taak is snelheid minder belangrijk, zolang ze kwalitatief geplukt worden. Dat is voor maatwerkers op het lijf geschreven.Nog een niet te onderschatten voordeel aan maatwerkers versus seizoenarbeiders, is dat de nood aan huisvesting wegvalt. Ook de prijs van maatwerkers is best competitief. “Dikwijls maakt men de vergelijking enkel op basis van uurloon, maar bij seizoenarbeid heb je ook een heel deel administratieve kosten zoals verzekeringen&quot;, zegt Vangeenberghe. “Bij een ploeg van een maatwerkbedrijf heb je één factuur en één betaling. Als je dat vergelijkt met de optelsom die je hebt bij seizoensarbeid, dan is dat zeer vergelijkbaar. Afhankelijk van sector tot sector, natuurlijk.”Nog een voordeel is dat de taalbarrière wegvalt, maar de psychosociale eigenschappen van maatwerkers zijn natuurlijk ook een aandachtspunt. “Zo hadden we een maatwerker met autisme die alleen opdrachten aanvaardde van één persoon, en anderzijds zelf opdrachten begon te geven aan het ander personeel”, zegt Vanhellemont. “Zulke zaken moet je dus wel uitklaren.”“Ik geloof nooit dat maatwerk seizoensarbeid helemaal zal vervangen: het wordt een combinatie”, zegt Vangeenberghe nog.Sectoren leren van elkaarVolgens Vangeenberghe hebben niet alleen landbouwbedrijven, maar ook de maatwerkbedrijven baat bij de gids. Want net zoals de modale landbouwer niet thuis is in de sociale sector, is de sociale sector niet altijd thuis in de landbouw. “We zijn nu eenmaal een atypische sector wat betreft het uur, locatie en weerafhankelijkheid”, zegt Vangeenberghe. “Bij de inloopperiode is het handig om ook de begeleider op te leiden, zodat hij weet wat er komt kijken bij een landbouwbedrijf, wat de aandachtspunten zijn en wat er van zijn ploeg wordt verwacht.”Volgens Stef De Cock van koepelorganisatie Groep Maatwerk biedt de landbouwsector kansen voor een breed spectrum aan arbeidsprofielen. “Ons doel is niet winstmaximalisatie, maar zoveel mogelijk mensen met een beperking tewerkstellen. Wij zoeken de match tussen hun talenten en een geschikte job. En we merken dat heel veel van onze mensen graag buiten werken en precisiewerk doen.&quot;De Cock raadt landbouwers aan om zeker geen schroom te hebben om maatwerkbedrijven te contacteren. “Ik denk dat we veel meer vragen positief dan negatief beantwoorden”, zegt hij. “Onze mensen hebben een zekere wendbaarheid. Dus stel je vraag, en we denken er mee over na.”“Ik hoor van begeleiders dat vele maatwerkers al in juni ongeduldig vragen wanneer ze eindelijk mogen komen plukken”, zegt Vanhellemont.Vangeenberghe wil met haar gids land- en tuinbouwers aan het denken zetten welke boerderij-jobs door de sociale sector kunnen worden ingevuld. “Klusjes die er al maanden of jaren liggen. Een schuurpoort verven bijvoorbeeld. Ik denk dat er 101 jobs zijn op land- en tuinbouwbedrijven waar we nu totaal niet aan denken”, zegt Vangeenberghe. “Iemand van de REO-veiling vertelde me hoe ze vroeger samenwerkten met maatwerkbedrijven om de kistjes te plooien en te wassen. Vandaag is dat allemaal geautomatiseerd, maar wat is het verschil? Het duurt soms zeer lang tot de loods wordt uitgeborsteld. Een maatwerker zal tussen het plooien door soms een borstel pakken om de boel bijeen te vegen, een machine niet. Het zijn zulke ‘vergeten’ taakjes die we opnieuw naar boven moeten halen.” Zorg op de schapenboerderijIn melkschapenbedrijf Het Nijswolkje in Rillaar hebben Tom Nijs en Ann Geys samen 80 melkschapen. Eigenlijk ietsje meer, want op de dag van ons bezoek zijn er net twee lammetjes geboren. Daarnaast doen ze in niet-alledaagse teelten zoals quinoa en pompoen, met de hulp van een 45-tal zorggasten. “Waarom 45? Omdat ik moeilijk ‘neen’ kan zeggen”, zegt Geys met een lachje.De capaciteiten van zorggasten mogen volgens Vangeenberghe niet worden onderschat. “Vaak ligt het tempo van maatwerkers een stuk lager, maar dat is niet altijd zo. Je hebt bijvoorbeeld mensen in psychiatrie die een issue hebben, maar die volledig valide zijn in hun motoriek .”De formule verschilt van maatwerk, in de zin dat Nijs en Geys een (beperkte) vergoeding krijgen voor het aanbieden van een dagbesteding. Gratis arbeid, dus? Zo simpel is het niet, legt Geys uit. Een zorgboerderij heeft bepaalde plichten en verantwoordelijkheden tegenover zijn gasten. Bovendien is er nood aan grondige coaching om zorggasten hun werk te laten doen. Economische afwegingenEen voorbeeld is het afwegen van yoghurtpotten. “Ik heb een meisje dat niet kan lezen en schrijven, toch is haar taak om potten te vullen tot 500 gram. Hoewel ze getallen kan herkennen, wist ze in het begin niet in welke mate 490 minder is dan 500 gram.”“Maar wat mijn gasten keigraag doen, is stickers plakken op de potten chocomousse. Niet altijd even gemakkelijk, want al het werk met voedsel vraagt aandacht voor hygiëne, dus je moet de zaken goed in het oog houden.”De opvang van zorggasten en het aanbieden van dagbesteding is een extra taak voor Het Nijswolkje, en daar staat ook een kleine vergoeding tegenover. “Van Groene Zorg krijg je 20 euro per dagdeel of 40 euro per dag voor iemand die je opvangt die noch op de gewone arbeidsmarkt, noch op een maatwerkbedrijf terechtkan. Dat zijn dus mensen waar je veel energie insteekt. Het kan dat je er op termijn een win-win uithaalt, maar een lucratief verhaal zal het niet worden. Daar moet je wel balans in zoeken, want uiteindelijk zijn we geen vzw. Als er enkel zorg is en we krijgen er niets voor terug, dan is dat niet duurzaam.” Telkens weer moeten Nijs en Geys dus afwegen of hun zorggasten de taken aankunnen. Maar anderzijds zijn ze een welgekomen hulp om de vele taakjes op dit kleinschalig en sterk gediversifieerde bedrijf tot een goed einde te brengen. Het planten en oogsten van pompoenen, de pitten drogen en verpakken, quinoa afwegen, schapen voederen, enzovoort.Zelfontplooiing“Je moet het doen vanuit een sociaal engagement”, zegt Geys. “Zo hadden we een zorggast met een heel zware vorm van autisme. Hij heeft hier eerst stage gedaan vanuit het buitengewoon onderwijs. Daarna is hij even gaan werken in andere bedrijven, maar hij liep overal vast. Hij heeft het ook heel moeilijk als je onvriendelijk bent met dieren. Zo werkte hij op een varkensbedrijf – geen bedrijf dat volgens mij iets verkeerd deed – maar varkens krijsen snel en daar had hij het moeilijk mee.”Ook overprikkeling is voor mensen met autisme een probleem. “Maar nu, zeven jaar later, kan hij hier schapen melken terwijl er 60 schoolkinderen door de stal lopen en volwassenen op zijn vingers kijken. Hij kan nu dingen die andere mensen niet kunnen, en daar mag hij trots op zijn.”Volgens Geys heeft het harde werk ook een heilzaam effect. “Elke mens heeft het nodig om zijn talenten in de verf te kunnen zetten”, zegt ze.“En rust, dat biedt een boerderij ook”, zegt Geys tot slot. “Op elke boerderij is het hard werken, maar elke boer die er niet aan onderdoor wil gaan, kent ook het belang van rust. En dan heb ik het niet over drie weken naar Spanje gaan, maar op zoek gaan naar de rustige plekjes op de boerderij. Tijd maken om te eten met het gezin. Dat is voor iedereen belangrijk om er niet aan onderdoor te gaan.”Vangeenberghe hoopt dat de succesverhalen binnen het sociaal werk ook andere landbouwers kan overtuigen om de link te maken met de maatwerk- en zorgsectoren. “We zullen onze bevindingen blijven delen via verschillende fora en communicatiekanalen”, zegt Vangeenberghe. “En we hopen dat we binnen enkele jaren nog veel meer getuigenissen kunnen uitdragen.”De inspiratiegids valt gratis te downloaden op de website van Boerenbond.</content>
            
            <updated>2026-02-18T10:18:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EFSA vraagt om ervaringen met Bovaer te delen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/efsa-vraagt-om-ervaringen-met-bovaer-te-delen" />
            <id>https://vilt.be/58653</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) roept onderzoekers, praktijkbedrijven en onderzoeksinstellingen op om al hun data te delen omtrent Bovaer. De aanleiding zijn de problemen die Deense melkveehouders vorig jaar meldden bij het toedienen van dit methaanremmend voederadditief. EFSA heeft dit middel goedgekeurd, maar wil aan de hand van nieuw onderzoek inschatten of het additief de gezondheid van runderen dan toch in gevaar brengt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="methaan" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="voeder" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f30cfa94-eba3-4837-a218-9893398e3e71/full_width_danonebovaermelkveemelkkoevoeder-1250.jpg</image>
                                        <content>Bovaer is een voederadditief ontwikkeld door het Nederlands-Zwitserse bedrijf DSM-Firmenich dat de methaanuitstoot van herkauwers, zoals koeien, met ongeveer 30 tot 45 procent vermindert. Het middel blokkeert specifiek het enzym in de pens dat verantwoordelijk is voor de productie van methaan, een krachtig broeikasgas.Het product kan dus zeer nuttig zijn in de strijd tegen klimaatopwarming, maar vooral in Denemarken worden er problemen gesignaleerd met Bovaer. Sinds het additief bij wet verplicht werd, signaleren Deense melkveehouders gezondheidsproblemen zoals diarree, verminderde eetlust, lagere melkproductie en zelfs sterfte bij hun koeien. Eind vorig jaar was dat het geval bij een kwart van de 1.600 Deense bedrijven die het middel hebben gebruikt.Geen problemen in VlaanderenMaar of dit effectief aan Bovaer te wijten is, moet nog bewezen worden. De producent benadrukt dat het product uitgebreid getest is en al drie jaar succesvol wordt ingezet in 25 landen. Ook in Vlaanderen, waar het middel is toegestaan, zijn nog geen meldingen van gezondheidsproblemen bij runderen door het gebruik van Bovaer. Het aantal melkveehouders dat het middel toedient aan het rantsoen ligt rond de 150.Seges Innovation, een onafhankelijk Deens onderzoeksbureau, vermoedt dat er een kwalijke interactie is tussen Bovaer en het hoge zwavelgehalte van Deens veevoeder. Zwavel komt vooral voor in koolzaad en koolzaadschroot. In het voorjaar van 2026 zal de universiteit van Aarhus een vervolgonderzoek opstarten, specifiek naar de interactie tussen Bovaer en zwavelrijke voederstromen.</content>
            
            <updated>2026-02-18T09:59:51+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Witloofteelt onder druk: “Afstemmen aanbod op vraag van cruciaal belang”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/witloofteelt-onder-druk-afstemmen-aanbod-op-vraag-van-cruciaal-belang" />
            <id>https://vilt.be/58654</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een goede wortelopbrengst en minder consumptie zetten de witloofteelt onder druk. Vorig jaar produceerden de Belgische witlooftelers onder de kostprijs en ook dit jaar zijn de vooruitzichten matig. Boerenbond luidt de noodklok en roept op tot publiekscampagnes en betere prijzen om de Vlaamse klassieker nieuw leven in te blazen. Witloofteler Daan Sarens blijft positief: “Door samen te werken en het aanbod op de vraag af te stemmen, kunnen we hier als witlooftelers sterker uitkomen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="witloof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/23591a56-0526-4971-8e8a-ac6d5842826f/full_width_witloof.jpg</image>
                                        <content>In de productiehal van Versalof in Steenhuffel heerst een bedrijvige sfeer. Vier medewerkers vullen bakken met verse witloofwortelen. Die komen na drie weken uit de kweekcel waarna een andere ploeg de witloofwortelen uit de kweekbakken haalt. Via een lopende band komen de kroppen dan bij sorteer- en verpakkingsafdeling terecht waar een tiental medewerkers de rest doet.“De winter is ons absolute topseizoen, dan ligt de productie dubbel zo hoog als in de zomer”, vertelt Daan Sarens (35) terwijl wij een rondje door de forcerie lopen. Daan is de vierde generatie op het groentebedrijf in Steenhuffel, in het noorden van Vlaams-Brabant. Met 100 hectare wortelen is Versalof een grote speler in de Vlaamse witloofsector, die de voorbije jaren steeds minder telers telt.Van 2020 tot 2025 is het aantal witlooftelers in Vlaanderen afgenomen van 139 tot 90 bedrijven, terwijl de productie op 15 jaar tijd daalde van 53 miljoen kilogram naar 31 miljoen kilogram. Dat blijkt uit cijfers van Boerenbond. De landbouworganisatie wijst voor een verklaring naar de arbeidsintensiviteit van de teelt. “Witloof is een tweejarige teelt die dus twee keer risico’s met zich meebrengt.” Ook zou de slechte prijsvorming de voorbije jaren tot weinig animo voor bedrijfsovername hebben geleid. Halvering middenprijs in 20242025 is zo’n jaar met slechte prijsvorming. Uit statistieken van het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT) bleek dat witloof in de veiling vorig jaar 39 miljoen euro opbracht, tegenover 63 miljoen euro in 2024. De gemiddelde jaarprijs zakte van 2,1 euro per kilo naar 1,1 euro vorig jaar, een daling van bijna 46 procent.Ook dit jaar zijn de vooruitzichten slecht, liet REO-directeur Filip Vanaken weten in een interview met VILT. Vanaken en anderen wijzen naar het grote aanbod. Door de goede groeiomstandigheden was de wortelopbrengst in 2024 goed. Deze wortels dienen als basismateriaal voor het witloof in 2025.Tegenover het aanbod, dat vorig jaar en ook dit jaar naar verwachting hoog is, staat een trend van dalende consumptie. Vooral jongeren laten de groente steeds vaker links liggen. Uit cijfers van VLAM blijkt dat de jaarconsumptie in België daalde van 4,3 kilo per hoofd van de bevolking in 2008 tot 2,2 kilo in 2024. Het voorbije jaar lijkt de daling wel te stabiliseren op 2,3 kilo per persoon. Ten opzichte van 2008 betekent dit wel een halvering van de consumptie in België. Daan Sarens erkent dat de sector uitdagende jaren achter de rug heeft. “Vorig jaar was de witloofteelt zeker verlieslatend, maar in vier generaties hebben we wel vaker moeilijke periodes doorgemaakt. Het komt er voor ons als telers op aan om de oorzaken te begrijpen en ons flexibel aan te passen aan nieuwe omstandigheden.”Promotie en productinnovatieVolgens Boerenbond moeten er dringend stappen gezet worden om de witloofteelt nieuw leven in te blazen. De belangenorganisatie wijst op het belang van publiekscampagnes om de consumptie aan te zwengelen. VLAM neemt hierin het initiatief met de organisatie van de &#039;Week van het Witloof&#039;. Terwijl het ook zomergerechten in de kijker zet, zodat de zomervraag toeneemt.Sarens benadrukt dat witloof een enorm veelzijdige en lokaal verankerde groente is waarvan het volledige potentieel nog niet benut wordt. “De vraag naar convenienceproducten en maaltijdpakketten blijft groeien. Witloof en witloofgerechten zijn in die evolutie wat achterop geraakt. Daar liggen kansen die we als sector kunnen grijpen.”Zelf is de familie Sarens sinds 20 jaar actief in de nichemarkt van vacuüm gestoomde groenten voor de horeca en grootkeukens. Behalve witloof stoomt Versalof ook andere groenten, die het aankoopt bij collega-telers. Meer dan de helft van de witloofproductie van het bedrijf gaat naar de eigen verwerking; de andere helft wordt rechtstreeks verkocht aan bijvoorbeeld supermarktketens. Kleinere krop en kistBehalve nieuwe toepassingen kan er ook nagedacht worden over het product zelf. Zo pleit Sarens voor de teelt van jonger geoogste, kleinere kropjes. “Een kleinere krop is langer houdbaar en presenteert bijzonder mooi op een bord”, aldus de Vlaams-Brabander.De standaardverpakking kan volgens hem eveneens moderner. “Traditioneel wordt witloof in bakken van vijf kilo aangeboden. Deze bakken nodigen de consument uit tot manueel selecteren in de winkel, waardoor de kwaliteit afneemt. Door het in kleinere bakken aan te bieden, kun je dat mogelijks verhelpen”, stelt de ondernemer, die op het ouderlijke bedrijf de verkoop voor zijn rekening neemt.Sarens is in gesprek met afnemers om meer in te zetten op promoacties. “Consumenten zijn gevoelig voor promoacties. Door witloof vaker onder de aandacht te brengen, krijgt het opnieuw de plaats die het verdient. In de veelheid van (exotisch) groenteaanbod in de supermarkten raakt witloof soms ondergesneeuwd”, verklaart hij. De witloofteler geeft aan dat er regelmatig overleg is met afnemers over de geplande volumes. “Dat maakt het mogelijk om doordacht te plannen.” In uitzonderlijke gevallen betekent dat ook dat wortelen niet worden opgekweekt. “Als de vraag ontbreekt, heeft het geen zin om te produceren. Dat is niet duurzaam en helpt niemand vooruit.”Vraag op aanbod afstemmenDat zou volgens hem ook op sectorniveau meer moeten gebeuren. “Misschien moeten we als sector nauwer kijken naar de verhouding tussen vraag en aanbod. Bij lagere vraag kan het zinvol zijn tijdelijk minder te produceren om zo tot een gezonder evenwicht te komen. Tegelijk moeten we voorbereid zijn op situaties waarin een misoogst net tot tekorten kan leiden. Het is belangrijk dat we als telers er alles doen om een stabiel aanbod te garanderen.”Tot slot ziet hij potentieel in meer contractteelt. “Contracten brengen duidelijkheid en stabiliteit, zowel voor telers als voor afnemers zoals supermarktketens.</content>
            
            <updated>2026-02-19T09:41:29+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Toomuniformiteit: onderzoek wijst de weg naar sterkere biggen en minder uitval]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/toomuniformiteit-onderzoek-wijst-de-weg-naar-sterkere-biggen-en-minder-uitval" />
            <id>https://vilt.be/58655</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Uniforme tomen bij varkens kunnen de biggensterfte doen afnemen en de keten efficiënter en duurzamer maken. Dat stelt doctoraatsonderzoeker Katrijn Hooyberghs (KU Leuven). “Uniformere tomen zijn mogelijk, maar alleen als we tegelijk kijken naar hoe we meten, welke dieren we selecteren en hoe we ze managen”, stelt ze. “Jarenlang lag de nadruk op méér biggen per worp. Dat heeft zijn grenzen bereikt.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a3759120-550a-428f-9bb7-c4b039e7eb29/full_width_varkenstoom.jpg</image>
                                        <content>Een toom bij biggen is de benaming voor een hele worp. De voorbije jaren is het aantal levend geboren biggen per zeug sterk toegenomen tot 15,5 dieren per worp. Grotere tomen gaan gepaard met lagere geboortegewichten, meer variatie en een hogere uitval. Lichte biggen sterven vaker en groeien trager. Ze hebben het moeilijk om hun temperatuur op peil te houden en kunnen minder goed concurreren om biest en melk. Ook voor de boer heeft dat gevolgen: trager groeiende dieren verhogen de kosten en bemoeilijken de planning. Slachthuizen belonen niet-uniforme groepen minder goed.“Jarenlang lag de nadruk op méér biggen per worp. Dat heeft zijn grenzen bereikt. Grotere tomen leveren niet automatisch grotere opbrengsten op wanneer steeds meer biggen te licht of te kwetsbaar zijn”, aldus Katrijn Hooyberghs over haar onderzoek op toomuniformiteit in de varkenshouderij, uitgevoerd aan KU Leuven in samenwerking met ILVO, binnen het VLAIO LA-project Unipig.De onderzoekster ging er in haar onderzoek van uit dat niet méér, maar sterkere en meer uniforme biggen de sleutel vormen tot een efficiëntere, duurzamere en diervriendelijkere keten. Spenen heeft grote impact op uniformiteitSelecteren op gewicht is volgens Hooyberghs alvast een goede manier om de uniformiteit van een toom te beoordelen. “Een van de meer praktische bevindingen uit het onderzoek is dat het percentage biggen onder 0,8 of 1 kg een bijzonder arbeidsvriendelijke en betrouwbare maat is om de uniformiteit in de kraamstal in te schatten. Dat maakt opvolging in de praktijk eenvoudiger en creëert een basis om gerichter te selecteren of bij te sturen”, klinkt het.In de praktijk worden zwakkere biggen vaak verzet om op krachten te komen. Deze strategie is volgens Hooyberghs geen garantie dat de uniformiteit toeneemt. Volgens haar is vaak een combinatie van maatregelen nodig om een bestaande toom te uniformeren. “Daarbij blijkt dat uniformiteit bij geboorte en uniformiteit na het spenen twee verschillende eigenschappen zijn. We zagen dat een uniforme toom minder uniform werd tegen het spenen, maar ook de omgekeerde ontwikkeling kwam voor.” Genetica en conditie van de zeugOm tot een uniforme toom bij geboorte te komen, kan onder andere genetica een bijdrage leveren. Ze onderzocht ook of de huidige fokwaardeschattingen van Piétrain-eindberen (VPF vzw) uniformere tomen kunnen voorspellen. De resultaten zijn genuanceerd. Sommige fokwaarden correleren met lagere variatie en stabielere groeitrajecten, maar de voorspellende waarde van de huidige cijfers blijft beperkt. Dat betekent niet dat genetica geen rol speelt – wel dat de beschikbare selectie-instrumenten verfijnd moeten worden.“Ook de conditie van de zeug speelt een rol. Eigenschappen zoals leeftijd bij eerste inseminatie, het aantal eerdere worpen (pariteit), borstomtrek, toomgrootte, conditieverlies tijdens lactatie en het aantal functionele spenen bepalen in hoge mate hoe uniform een toom uiteindelijk is.De onderzoekster zegt hierover: “Uniformiteit verbetert bij zeugen met voldoende functionele spenen, terwijl grotere tomen en oudere zeugen net meer variatie creëren. De overlevingskansen van lichte biggen stijgen wanneer er voldoende spenen beschikbaar zijn en wanneer de zeug in goede conditie is vóór en tijdens de lactatie – een teken dat ze effectief melk produceert voor de volledige toom.”Ondanks de genuanceerde conclusies ziet Hooyberghs hoopvolle aanknopingspunten in haar onderzoek. “Toomuniformiteit is een complex samenspel. We kunnen het verbeteren, maar alleen als we de puzzelstukjes juist combineren: de juiste zeugen, de juiste beren en het juiste management.”</content>
            
            <updated>2026-02-18T09:55:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kan Brazilië Europa’s honger naar duurzame cacao stillen?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kan-brazilie-europas-honger-naar-duurzame-cacao-stillen" />
            <id>https://vilt.be/58656</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Brazilië positioneert zich nadrukkelijk als strategische partner voor Europa in de transitie naar “ontbossingsvrije” en traceerbare cacao. Dat bleek maandag tijdens een bijeenkomst van de Braziliaanse ambassade in Brussel. Volgens de Braziliaanse vertegenwoordigers beschikt het land over miljoenen hectaren onderbenutte of gedegradeerde gronden die geschikt zijn voor grootschalige cacaoproductie in agrobosbouwsystemen — zonder bijkomende ontbossing.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boeren" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee742a51-d747-46fe-a55a-af5a8b7b3aed/full_width_cacaobonenchocolade.jpg</image>
                                        <content>Brazilië is momenteel de vijfde grootste cacaoproducent ter wereld, met een jaarlijkse productie van ruim 200.000 ton. Ter vergelijking: Ivoorkust en Ghana produceren samen ongeveer twee miljoen ton per jaar en domineren daarmee de wereldmarkt.Boslandbouw&amp;nbsp;Waar West-Afrikaanse productie grotendeels gebeurt in monocultuur, schuift Brazilië agrobosbouw naar voren als alternatief model. “ Hierbij is cacao niet alleen een gewas. Het wordt een levende infrastructuur, die landschappen kan herstellen, inkomsten kan diversifiëren en veerkrachtigere economische trajecten voor producenten kan creëren”, klinkt het.&amp;nbsp;Volgens Braziliaanse studies beschikt het land over minstens 28 miljoen hectare gedegradeerde weidegronden die potentieel kunnen worden omgevormd naar productieve landbouw. Sommige ramingen lopen op tot 128 miljoen hectare, afhankelijk van de gehanteerde definitie van “gedegradeerd”. Niet al die gronden zijn echter automatisch geschikt of economisch rendabel voor cacao. Europese regelgeving als hefboomDe positionering komt op een moment dat de Europese Unie strengere eisen oplegt via de EUDR (EU Deforestation Regulation). Die verplicht bedrijven om vanaf eind 2026 te garanderen dat cacao niet afkomstig is van recent ontboste percelen.Volgens sectorschattingen moet wereldwijd minstens 1,6 miljoen hectare cacao in &#039;agroforestry&#039; worden geïntegreerd om aan toekomstige duurzaamheidsverwachtingen van de Europese markt te voldoen. Brazilië presenteert zich als een van de weinige landen met ruimte voor significante uitbreiding zonder bijkomende bosdruk. Schaal en financiering blijven uitdagingHoewel het land over landreserves beschikt, blijft de effectieve opschaling een uitdaging. Agrobosbouw-systemen vragen hogere initiële investeringen en kennen langere terugverdientijden dan conventionele teelt. Of Brazilië een substantieel deel van Europa’s toekomstige duurzame cacaobehoefte kan invullen, hangt af van de snelheid waarmee investeringen worden gemobiliseerd en van de mate waarin Europese kopers bereid zijn langetermijncontracten aan te gaan.</content>
            
            <updated>2026-02-18T10:51:54+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Controverse over heffing op ingevoerde meststoffen nu de invoer met 80 procent keldert]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/controverse-over-heffing-op-ingevoerde-meststoffen-nu-de-invoer-met-80-procent-keldert" />
            <id>https://vilt.be/58657</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De internationale landbouwkoepel Copa-Cogeca waarschuwt dat de kunstmestprijzen binnenkort zullen stijgen. Aan de basis van deze inschatting ligt een historisch lage import van stikstofkunstmeststoffen. Dit is volgens de organisatie te wijten aan de inwerkingtreding van de CBAM-heffing op ingevoerde meststoffen. “De EU moet deze maatregel onmiddellijk opheffen om verdere marktverstoring te voorkomen en de Europese landbouw te beschermen.” Dat pleidooi stuit echter op stevige controverse.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ab9b6b27-7b5a-4cbd-ae9b-022828658d94/full_width_kunstmest-pibo-tongeren.jpg</image>
                                        <content>Het Carbon Border Adjustment Mechanism, kortweg CBAM, is een Europese importheffing op producten met een hoge uitstoot van broeikasgassen. Denk aan cement, staal, elektriciteit en meststoffen. De heffing is bedoeld om de Europese producenten te beschermen tegen goedkope en vervuilende concurrentie. Het gaat om producenten die verplicht zijn om in de EU te betalen voor elke ton CO2 die ze uitstoten. Hiermee wil de EU een gelijk speelveld creëren en haar handelspartners aanmoedigen om over te stappen op schonere productieprocessen.De importeurs betalen de CBAM-heffing. Zij kunnen de kosten daarna vrij doorrekenen aan de kopers. De verwachting is dat CBAM de kunstmestprijzen nog verder zal opdrijven. Die zijn sinds de energiecrisis in 2020 al sterk gestegen. Meststoffen vormen een aanzienlijk deel van de bedrijfskosten van landbouwbedrijven, en bedrijven in de EU produceren niet genoeg om aan de vraag te voldoen. Schattingen over de omvang van de prijsstijgingen lopen echter sterk uiteen.Terugval importSinds 1 januari betalen importeurs de CBAM-heffing. Copa-Cogeca waarschuwt dat er sindsdien een “dramatische en ongeziene terugval” van de invoer van stikstofmeststoffen in de EU is. Zo importeerde de EU slechts 179.877 ton stikstofmeststoffen, tegenover 1.183.728 ton in januari 2025. De invoer is daarmee teruggevallen tot minder dan 16 procent van het gebruikelijke niveau. “Deze cijfers bevestigen onze herhaalde waarschuwingen. Een toepassing van CBAM op meststoffen, zonder voldoende technische waarborgen en marktvoorbereiding? Dat zou de aanvoer verstoren en de kosten voor Europese landbouwers verhogen”, klinkt het. “Een daling van deze omvang blijft niet zonder gevolgen.”Copa-Cogeca wijst erop dat de meststoffenprijzen in januari 2026 25 procent hoger lagen dan het gemiddelde van 2024. “Aangezien meststoffen gemiddeld 15 tot 30 procent van de inputkosten van landbouwers uitmaken, en de akkerbouwsector al zwaar onder druk staat, kan deze situatie in meerdere lidstaten snel het kantelpunt bereiken&quot;, luidt het. De cijfers laten volgens Copa-Cogeca weinig ruimte voor twijfel: “De EU moet CBAM op meststoffen onmiddellijk opheffen om verdere verstoring te voorkomen en Europese landbouw te beschermen. Daarnaast zijn structurele maatregelen nodig om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van meststoffen op lange termijn te waarborgen. Maar zonder snelle kortetermijnmaatregelen nu dreigt de sector in een zware crisis te belanden.” Wetswijziging in gang gezet om uitzondering toe te kennenNa een bijeenkomst vorige maand van de EU-landbouwministers in Oostenrijk kreeg het herhaalde pleidooi van Copa-Cogeca steun van enkele lidstaten. Oostenrijk riep de Europese Commissie op om de CBAM-heffing onmiddellijk op te schorten. Maar de Commissie kan niet zomaar een uitzondering voor een bepaalde sector uitdelen. De Commissie kan wel via een wetswijziging zichzelf de bevoegdheid geven om dat in de toekomst te doen. Wanneer zich ernstige en onvoorziene omstandigheden voordoen die de interne markt van de EU schaden. De Commissie heeft intussen de eerste stappen gezet om de wet zo aan te passen. De lidstaten en het Europees Parlement moeten die wijziging wel nog stemmen, een proces dat nog maanden kan duren. Opschudding bij de industrieDe overweging van de Commissie om een uitzondering toe te staan, zorgt voor veel controverse. Vooral bij de Europese kunstmestproducenten stuit het op veel weerstand. Hun sectororganisatie, Fertilizers Europe, noemt de Europese intentie “totaal onaanvaardbaar”.“Jarenlang werden EU-producenten geconfronteerd met oneerlijke concurrentie. CBAM is precies bedoeld om dat recht te zetten en het speelveld gelijk te maken”, klinkt het. Nu van koers veranderen, zou volgens de organisatie tegenstrijdig zijn met de Europese doelstelling om externe afhankelijkheden te verminderen. Het zou de concurrentiekracht nog verder ondermijnen en de Europese kunstmestsector nog meer doen verzwakken.“We begrijpen de bezorgdheid van landbouwers over hoge meststoffenprijzen. Maar de grote verwarring die de Commissie nu creëert, zal dit probleem niet oplossen. Integendeel. Het verlies van de Europese meststoffenindustrie zou niet alleen betekenen dat emissies naar het buitenland worden geëxporteerd. Landbouwers lopen er in de toekomst ook het risico mee geen betrouwbare toegang meer te hebben tot kwalitatieve meststoffen”, luidt het. “Als Europa voedselzekerheid, klimaatleiderschap en concurrentiekracht ernstig neemt, kan het zich eenvoudigweg geen maatregelen veroorloven die de concurrentiekracht van zijn eigen industrie ondermijnen.” Ook in andere industriële sectoren en bij verschillende Europarlementsleden klinkt kritiek. Zij stellen dat een uitzondering op kunstmeststoffen een verkeerd signaal zou geven aan bedrijven die investeren in de Europese groene transitie. Zij waarschuwen dat het een domino-effect kan uitlokken waarbij ook andere CBAM-sectoren extra bescherming zullen vragen.Daarnaast benadrukken ze dat hogere importkosten voor kunstmest niet onder het argument “ernstig en onvoorzien” vallen om een uitzondering toe te kennen. &quot;De verhoging van de importprijzen is geen onbedoeld neveneffect, maar net een bewust ingebouwd onderdeel van het systeem&quot;, klinkt het.</content>
            
            <updated>2026-02-18T15:12:19+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgische aardappelvoorraad op hoogste niveau in vijf jaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-aardappelvoorraad-op-hoogste-niveau-in-vijf-jaar" />
            <id>https://vilt.be/58658</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De totale Belgische aardappelvoorraad bedroeg begin februari 3,28 miljoen ton, een stijging van 30 procent ten opzichte van vorig jaar en de hoogste voorraad in vijf jaar. Dat blijkt uit een enquête van onderzoeksinstellingen Viaverda en Inagro. Vooral contractaardappelen noteerden een forse toename, terwijl de vrije aardappelen stabiel bleven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b935a19a-0862-45ce-af5b-807d8e6faf08/full_width_bewaarloods-aardappelen.jpg</image>
                                        <content>Een vroeg plantseizoen en ideaal groeiweer zorgden in 2025 voor enorme opbrengsten, zowel in de vroege als in de late aardappelen. Viaverda schat de totale productie op 5,29 miljoen ton, bijna een kwart hoger dan het vijfjarige gemiddelde (4,25 miljoen ton). Door de uitzonderlijke oogst steeg ook de aardappelvoorraad naar ongeziene hoogtes. Recordvoorraad begin februariDe totale Belgische voorraad werd begin februari geraamd op 3,28 miljoen ton aardappelen. “Dit betekent dat 62 procent van de totale productie consumptieaardappelen nog in bewaarloodsen ligt”, vertelt Viaverda. De afgelopen vijf jaar&amp;nbsp;bleef&amp;nbsp;de voorraad in dezelfde periode stabiel; rond&amp;nbsp;2,5 miljoen&amp;nbsp;ton. Dat is goed voor 59 procent van de initiële productie.Het praktijkcentrum benadrukt dat de&amp;nbsp;vlotte afzet niet voldoende was om de hogere productie weg te werken. “De huidige voorraad begin februari blijft 30 procent hoger dan het vijfjarig gemiddelde en is zowel terug te vinden bij de vrije als bij de contractaardappelen”, aldus de organisatie. Hoewel de hoeveelheid vrije aardappelen quasi gelijk is met vorig jaar, ligt de hoeveelheid contract (+meeleveraardappelen) de helft hoger.&amp;nbsp; Drie kwart van de voorraad ligt momenteel onder contract. Die hoeveelheid van 2,41 miljoen ton is bijna evenveel als de totale voorraad (vrij + contract) van de afgelopen vijf jaar. Viaverda maakt bij de hoeveelheden vrije aardappelen wel een kanttekening. “Bij deze vrije aardappelen gaat het om bruto-kilo’s en bij de contracten om netto-kilo’s. Mogelijk moet het aandeel vrije aardappelen met vijf à tien procent verminderd worden om de vermarktbare hoeveelheid vrije aardappelen in te schatten.” Zo zorgen onder meer rotting en gewichtsverlies voor minder vrije aardappelen. Afzet voorbije maandenViaverda onderstreept dat de afzet tot half november sneller verliep dan de voorbije jaren. Tot nu toe werden totaal 2,01 miljoen ton aardappelen afgeleverd (afland + afzet vóór 1 februari). Dat is de hoogste hoeveelheid in de afgelopen vijf jaar. “De grootste afzet zagen we bij de contracten (+meeleveraardappelen) (+24%), aangezien de grootste stijging in de totale productie bij deze contractaardappelen zat”, klinkt het. “Ondanks een hogere productie vrije aardappelen bij de oogst, is de afzet van deze vrije aardappelen tot begin februari ‘slechts’ een evenaring van het vijfjarig gemiddelde”, besluit Viaverda.&amp;nbsp;Fontane neemt twee derde in van de totale voorraad aardappelen. Bintje, Challenger&amp;nbsp;en Innovator vertegenwoordigen elk vier procent of minder. De overige 26 procent wordt ingenomen door de grote groep aan andere rassen (Markies, SH C 909, Donata, …).&amp;nbsp;Deze procentuele verdeling is vergelijkbaar met de voorbije jaren&amp;nbsp;en met de initiële productie.</content>
            
            <updated>2026-02-18T09:52:10+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belastingvoordeel voor seizoensarbeid in de groente- en fruitteelt hersteld]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belastingvoordeel-voor-seizoensarbeid-in-de-groente-en-fruitteelt-hersteld" />
            <id>https://vilt.be/58659</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op een ministerraad van vorige week is de seizoensregeling opnieuw bekrachtigd. Het belastingvoordeel in de vorm van een vrijstelling op de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing werd vorig jaar door het Grondwettelijk Hof onrechtmatig verklaard. Bedrijven kregen daardoor naheffingen voor in totaal miljoenen euro’s. Dat bedrag moet vooralsnog worden terugbetaald.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="seizoenarbeid" />
                        <category term="tuinbouw" />
                        <category term="glastuinbouw" />
                        <category term="fruitteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fa46f504-d2db-41fb-837d-bf2e6ec333f3/full_width_seizoensarbeid.jpg</image>
                                        <content>Het systeem van seizoensarbeid kwam de voorbije maanden op losse schroeven te staan nadat werknemers en werkgevers in 2022 tot een vergelijk waren gekomen. Op vraag van de werkgevers werd de verlengde periode van 65 dagen verlengd naar 100 dagen. Op verzoek van de vakbonden werden de lonen boven op de indexering extra verhoogd. Als compensatie kregen de werkgevers een korting van 1,23 euro op de belastingen die zij moesten betalen voor seizoenarbeiders, per gepresteerd uur. Een vrijstelling op de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing.Dit stelsel stuitte op tegenstand van Federgon, de beroepsvereniging van uitzendkantoren, die sprak van oneerlijke concurrentie. De belangenorganisatie trok naar het Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Het Grondwettelijk Hof gaf de organisatie gelijk en verklaarde het fiscale voordeel nietig. De groente- en tuinbouwsector moest hierdoor het fiscale voordeel (21 miljoen euro in 2024 en 21 miljoen euro voor de hele sector) alsnog betalen.Ook de looptijd van de seizoensregeling zelf stond onder druk. Federgon noemde de uitbreiding van 65 naar 100 dagen voor de tuinbouw onrechtmatig en concurrentievervalsend en trok naar de Raad van State. Ook in dit dossier trok de organisatie vorige maand aan het langste eind, waardoor de verlengde termijnen voor de seizoensarbeid formeel niet langer bestonden.Dankzij fel lobbywerk van de landbouworganisaties zijn beide systemen in ere hersteld. Ditmaal valt ook de interimsector onder het gunstregime, een oplossing die Chris Botterman, hoofd sociale zaken bij Boerenbond, vorig jaar al opperde.Fiscaal voordeel met terugwerkende kracht hersteldHoewel een en ander nog door het federale parlement moet worden goedgekeurd, treedt het fiscale voordeel met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2026. Door de indexatie is het fiscale voordeel inmiddels opgelopen tot 1,30 euro per gewerkt uur in het stelsel van seizoensarbeid. De termijnen voor seizoensarbeid – 100 dagen tuinbouw, 50 dagen landbouw en 100 halve dagen in de dierlijke sector – krijgen eveneens retroactief uitwerking vanaf 1 januari 2024.De bekrachtiging van de oude regeling is goed nieuws voor de land- en tuinbouw. Wat wel resteert, is het fiscale voordeel over 2024 en 2025 dat de groente- en fruitbedrijven vooralsnog moeten terugbetalen. Deze terugbetalingstermijn stond aanvankelijk gepland voor januari van dit jaar, maar de landbouworganisaties hebben uitstel tot september kunnen regelen.“De deadline was aanvankelijk 31 januari 2026, maar dat is een moeilijk moment voor de fruitbedrijven, omdat zij het fruit nog in stock hebben liggen”, verklaart Botterman. Het hoofd sociale zaken bij Boerenbond heeft de voorbije maanden al honderden uren in het dossier gestoken, maar zijn werk zit er nog niet op. “Wij doen ons best om ook voor het probleem van de terugbetaling van de niet-doorgestorte bedrijfsvoorheffing voor 2024 en 2025 nog een oplossing uit te werken”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2026-02-18T09:46:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Een jaar voor deadline blijft doelstelling 5% bio-areaal veraf]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/een-jaar-voor-de-deadline-blijft-doelstelling-5-bio-areaal-veraf" />
            <id>https://vilt.be/58660</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tegen 2027 moet vijf procent van alle Vlaamse landbouwoppervlakte biologisch zijn. Volgens de meest recente cijfers is dat nog lang niet het geval. In 2024 was slechts 1,7 procent van het Vlaamse landbouwoppervlak bio. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) op een vraag van Lydia Peeters (Anders). Het is dus onwaarschijnlijk dat het vooropgestelde doel van het 'Strategisch Plan Bio 2023-2027' wordt gehaald, al geeft Brouns mee dat hij niet wil opgeven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e59fa7ce-f9f8-4c9f-af2b-b3100c969e96/full_width_suikermais-en-serre.jpg</image>
                                        <content>“We laten ons niet ontmoedigen door de cijfers, maar we gaan onverminderd door met de uitvoering van het plan”, zegt Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v). Toch lijken de doelstellingen van het Strategisch Plan Bio 2023-2027 nog veraf.In 2024 is het aandeel van de biologische oppervlakte in het totale Vlaamse landbouwareaal gestegen tot 1,7 procent. Het aandeel van de biolandbouwers in het totale aantal bedrijven met landbouwproductie bleef stabiel op 2,9 procent. Het globaal marktaandeel van bioproducten groeide naar 3,1 procent in 2024. De precieze cijfers voor 2025 zijn nog in opmaak.Minder nieuwe aanmeldingenPeeters neemt akte van het feit dat het bio-areaal momenteel onder de twee procent blijft, nog niet de helft van de doelstelling. “Het is belangrijk om ook nieuwe mensen aan te trekken die kiezen voor biologische landbouw. Helaas blijkt dat de bioboerderijen het ook niet altijd even gemakkelijk hebben om leefbare businessmodellen te realiseren”, stelt ze.Het aantal nieuwe aanmeldingen voor biolandbouw blijkt af te nemen. De laatste piek bevond zich in 2019, met 75 nieuwe aanmeldingen. In 2024 waren er dat slechts de helft, met 37 nieuwe bio-aanmeldingen. Sommige biolandbouwbedrijven geven er na minder dan vijf jaar al de brui aan. In 2017 was dat het geval voor 11 bedrijven. In 2021 waren dat er 22, in 2024 waren dat er 17.De meeste nieuwe biolandbouwbedrijven zijn gespecialiseerd in tuinbouw, waaronder groententeelt, fruitteelt en sierteelt. Ook akkerbouw heeft een significant aandeel. Dierlijke productie en gemengde bedrijven hebben een eerder beperkt aandeel van de nieuwe aanmeldingen. Een leuk weetje: het aandeel nieuwe aanmeldingen met een vrouwelijke zaakvoerder lijkt toe te nemen.Waarom stoppen bioboeren?Peeters vroeg ook naar de meest voorname redenen voor stopzetting. Daarvoor verwijst Brouns naar een studie van het Agentschap Landbouw &amp;amp; Zeevisserij, uitgevoerd in 2016. Bij een volledige stopzetting gaat het vaak om een faillissement, een teleurstellende ervaring of een pensioenboer zonder overnemer. Wanneer een biobedrijf niet op de fles gaat maar wel terugschakelt naar gangbare productie, ligt de oorzaak vaak bij een te kleinschalige werking om de kosten te dragen. Een gebrek aan klanten en de afhankelijkheid van vaste afnemers blijkt ook een probleem, net zoals het voldoen aan de wettelijke voorschriften.Vlaams minister Brouns wil de 5%-doelstelling nog niet opgeven, al geeft hij aan dat er nog een lange weg te gaan is. Het plan zal volgens Brouns nog steeds worden uitgevoerd. &quot;2027 is daarbij niet het eindpunt, ook nadien werken we verder aan een bloeiende biosector&quot;, aldus de minister.</content>
            
            <updated>2026-02-18T09:42:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[België wil met Nederland en Luxemburg pleiten voor gezamenlijk wolvenbeleid binnen de EU]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgie-wil-met-nederland-en-luxemburg-pleiten-voor-gezamenlijk-wolvenbeleid-binnen-de-eu" />
            <id>https://vilt.be/58661</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Benelux vraagt een aangepast wolvenbeleid binnen de EU. De wolf heeft een Europees beschermingsstatuut waarbij lidstaten moeten werken aan een gunstige staat van instandhouding. “Maar omdat wolven geen landsgrenzen kennen, roepen concrete doelstellingen per lidstaat vragen op in kleine, dichtbevolkte regio’s zoals de Benelux”, klinkt het bij het kabinet van Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v). In plaats van elk een eigen aanpak uit te werken, willen de Benelux-landen in de toekomst samen kunnen werken om een goede staat van instandhouding te bereiken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dbe7964f-bc1f-4349-a71a-ed22dd8d8814/full_width_wolf1.jpg</image>
                                        <content>België, Nederland en Luxemburg werken al structureel samen als het gaat over &amp;nbsp;grensoverschrijdende thema’s zoals de wolf. “Dit is uitermate nuttig gezien de verschillende regio’s gevat zijn door dezelfde wolvenpopulaties. Wolven leggen namelijk grote afstanden af en kennen geen landsgrenzen”, aldus het kabinet van minister Brouns. De doelstelling rond de goede staat van instandhouding per lidstaat roept volgens het kabinet daarom vragen op. “Er moet rekening gehouden worden met de realiteit op het terrein, zijnde de bevolkingsdichtheid of de dichtheid van het wegennet. Dit zijn immers twee belangrijke factoren die de geschiktheid van het leefgebied beïnvloeden”, luidt het. &amp;nbsp;Ook in Nederland is eenzelfde geluid te horen. &quot;Wij zijn drie dichtbevolkte en dun beboste landen. De vraag is of wij aan dezelfde criteria moeten voldoen als de andere landen&quot;, aldus ontslagnemend staatssecretaris van Landbouw Jean Rummenie (BBB). &quot;Hier willen wij over praten met de Europese Commissie.&quot;Het kabinet van Brouns laat weten dat er intussen verkennende gesprekken zijn gevoerd met de buurlanden om in Benelux-verband naar de Europese Commissie te stappen en een uitzondering te vragen voor een gezamenlijk wolvenbeleid. “Dit zullen we doen eenmaal er een concreet voorstel is dat gedeeld wordt door alle deelnemende landen en regio’s. Dat is er op heden niet”, is te horen.Onnodige angst vermijden door betere communicatieOndertussen pleit Vlaams parlementslid Mien Van Olmen (cd&amp;amp;v) voor betere overheidscommunicatie naar bewoners van buurten waar wolven gesignaleerd zijn. “Elk gerucht of waarneming, of het nu wel of niet om een wolf gaat, leidt tot ongerustheid bij buurtbewoners”, aldus Van Olmen. “Duidelijke en snelle communicatie die door iedereen vlot geraadpleegd kan worden op één plaats op het internet, zou heel wat onnodige angst kunnen vermijden.”Volgens cijfers die Van Olmen opvroeg, ontving de Vlaamse overheid vorig jaar 240 berichten via wolf@inbo.be. In de meeste gevallen ging het om vermoedelijke waarnemingen van wolven. Maar alle waarnemingen worden onderzocht door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Het resultaat wordt dan via mail gecommuniceerd aan de melders, eventuele benadeelden en lokale besturen. Pas wanneer een wolf meerdere keren in een nieuwe regio opduikt, wordt dit breder en actief gecommuniceerd. Meldingen over schade komen wel na enkele dagen op de website van ANB te staan.“De rechtstreeks betrokkenen van waarnemingen worden op de hoogte gesteld, maar voor de communicatie naar het brede publiek ontbreekt een duidelijk draaiboek”, stelt het parlementslid vast. “Ik begrijp dat men voorzichtig wil zijn om ongerustheid te voorkomen, maar te weinig communicatie kan ook een omgekeerd effect hebben.”Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) vindt dat de huidige communicatie voldoende is op bepaalde momenten, maar dat die inderdaad ontoereikend is op andere momenten. “Het gedrag van wolven is veelal onvoorspelbaar, zoals we bijvoorbeeld zagen bij de tijdelijke focus van aanvallen op pony’s. Dan zijn gerichte bijkomende communicatie-initiatieven nodig”, klinkt het.“Kinderen moeten zorgeloos buiten kunnen spelen, maar dat lukt natuurlijk niet wanneer geruchten de ronde doen over een wolf”, reageert Van Olmen. “Het is tijd voor één overzichtelijke plaats op het internet waar alle beschikbare informatie over waarnemingen en schadegevallen voor iedereen duidelijk, snel en overzichtelijk raadpleegbaar is. Zo ervaren buurtbewoners geen onnodige angst.”Franse afschotregels worden versoepeldDe wolf doet veel stof opwaaien, niet alleen in België maar ook in onze buurlanden. In Frankrijk worden ondertussen de regels rond het afschieten van wolven licht versoepeld.De Franse regering heeft aangekondigd de regels voor het afschieten van&amp;nbsp;wolven&amp;nbsp;te versoepelen. Tot nu toe mogen landbouwers wolven alleen als uiterste redmiddel afschieten wanneer ze vee binnen beschermde omheiningen aanvallen. Binnekort zal dat ook kunnen wanneer dieren buiten die omheiningen worden aangevallen.Volgens de Franse minister van Landbouw, Annie Genevard, valt zo’n ‘zelfverdedigingsschot’ door landbouwers binnen de regels die gelden onder het beschermde wolvenstatuut.</content>
            
            <updated>2026-02-18T09:35:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bayer betaalt 7,25 miljard dollar om Amerikaanse glysofaatzaken te schikken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bayer-betaalt-725-miljard-dollar-om-amerikaanse-glysofaatzaken-te-schikken" />
            <id>https://vilt.be/58662</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bayer trekt 7,25 miljard dollar of 8,29 miljard euro uit om Amerikaanse rechtszaken van kankerpatiënten rond de onkruidverdelger Roundup met glyfosaat te schikken. Dat maakte het Duitse chemieconcern dinsdagavond bekend.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e012de91-b377-456e-9030-ddca77b65dc4/full_width_bayer-monheim.jpg</image>
                                        <content>Het gaat om de schikking van een groepsvordering in de staat Missouri, waarvoor&amp;nbsp;Bayer&amp;nbsp;dinsdag een goedkeuringsaanvraag heeft ingediend in de rechtbank. Bayer zal in een periode van 21 jaar met geleidelijk dalende jaarlijkse betalingen in totaal tot 7,25 miljard dollar ophoesten. &quot;De langetermijnbetalingen bieden meer zekerheid en controle over gerechtelijke kosten voor huidige claims en mogelijke toekomstige eisers&quot;, luidt het.Daarnaast is&amp;nbsp;Bayer&amp;nbsp;ook schikkingen overeengekomen in andere zaken rond Roundup, waarvan het de details niet bekendmaakt. Eerder op dinsdag had financieel persbureau Bloomberg op basis van anonieme bronnen al geschreven over de schikkingen. Dat bericht sprak van alles samen 10,5 miljard dollar, waarvan 7,5 miljard voor de groepsvordering in Missouri en 3 miljard voor andere zaken. De langetermijnbetalingen bieden meer zekerheid en controle over gerechtelijke kosten voor huidige claims en mogelijke toekomstige eisers Als gevolg van de schikkingen trekt&amp;nbsp;Bayer zijn juridische provisies voor glyfosaatzaken op van 6,5 miljard naar 9,6 miljard euro. De totale juridische voorzieningen gaan van 7,8 miljard naar 11,8 miljard euro. Bayer&amp;nbsp;moet zich in de Verenigde Staten al jaren verweren tegen mensen die zeggen dat ze kanker hebben gekregen door Roundup te gebruiken. Dat is een onkruidbestrijder op basis van glyfosaat van het Amerikaanse biotechbedrijf Monsanto, dat in 2018 werd overgenomen door&amp;nbsp;Bayer.In totaal betaalde het Duitse conglomeraat al meer dan 10 miljard dollar aan door rechters opgelegde schadevergoedingen of schikkingen in verband met Roundup. Momenteel zijn nog steeds 67.000 claims in de VS lopende. Bayer&amp;nbsp;houdt steevast vol dat glyfosaat veilig is en wijst naar de inschatting van Amerikaanse regulatoren dat de stof niet kankerverwekkend zou zijn. Met de schikkingen hoopt het bedrijf een einde te maken aan de jarenlange juridische onzekerheid voor beleggers. Na het bericht van Bloomberg was het aandeel van&amp;nbsp;Bayer&amp;nbsp;dinsdag al met 7,6 procent de hoogte in geschoten.</content>
            
            <updated>2026-02-23T16:40:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe studie stelt zich vragen bij vleeskippentransport: hoe minder kippen, hoe meer kwetsuren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-studie-stelt-zich-vragen-bij-vleeskuikentransport-hoe-minder-kuikens-hoe-meer-kwetsuren" />
            <id>https://vilt.be/58663</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Hongaarse Universiteit van Debrecen stelt zich vragen bij de aanbevelingen voor vleeskippentransport uitgevaardigd door het EFSA, de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid. EFSA adviseert om de bezettingsdichtheid tijdens transporten te verlagen omwille van het dierenwelzijn. Maar volgens de studie van Debrecen, heb je bij minder kippen per vierkante meter net meer transportkwetsuren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="kip" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/404e0321-bef4-4db0-bcda-c4cacf21bf6d/full_width_vleeskip-pluimvee-kip.jpg</image>
                                        <content>De studie werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Animals. De onderzoekers hebben meer dan 176.000 zware Ross 308-vleeskippen over 19 kilometer vervoerd bij milde temperaturen in de lente. Het gaat om 33 transporten in totaal. Een deel werd vervoerd volgens de huidige EU-norm van 160 vierkante centimeter per kilo levend gewicht, versus een verlaagde dichtheid van 200 tot 210 vierkante centimeter per kilo. Concreet ging het om een bezetting van 5.610 dieren per vrachtwagen, vergeleken met een laadbak van 4.334 dieren.In de controlegroep volgens de huidige EU-standaard, lag de sterfte op 0,36 procent. In de groep met meer ruimte per dier, lag de sterfte bij aankomst op 0,61 procent. Dat is een relatieve stijging van 69 procent.Meer ruimte betekent niet alleen meer sterfte, maar ook meer verwondingen. Vleugelverwondingen in de laadbak met lage bezettingsdichtheid bedroegen 6,91 versus 4,28 procent. 6,76 procent van de kuikens had kneuzingen, versus 3,40 procent bij de controlegroep. Er werden 0,78 procent van de karkassen afgekeurd, versus 0,57 procent in de controlegroep.Minder kippen, meer botsingenHet antwoord laat zich raden: de onderzoekers vermoeden dat dieren met meer bewegingsvrijheid ook meer met de vleugels slaan, meer bewegen en meer botsen wanneer de vrachtwagen remt of scherpe bochten neemt. Om het dierenwelzijn tijdens kippentransporten te verbeteren, pleiten de onderzoekers voor een integrale benadering, en dus niet louter te kijken naar de beschikbare ruimte per dier. Factoren zoals temperatuur, ventilatie, transportduur, het gewicht van de dieren, de stabiliteit van de lading en de vakbekwaamheid van het personeel spelen een cruciale rol.Wil Europa een lagere bezettingsgraad op pluimveetransport, dan vragen onderzoekers om op zijn minst eerst verder onderzoek te doen naar de gevolgen hiervan. Zo moet er ook onderzoek gebeuren naar transport over langere afstanden en met andere types pluimveekratten.Hitte blijft de grootste dooddoenerDe test moet ook worden overgedaan in extremere temperaturen. Volgens de onderzoekers is hitte de oorzaak voor 95 procent van alle pluimveesterfte tijdens het transport. Een slecht geventileerde vrachtwagen met een hogere bezettingsdichtheid vergroot de kans hierop, zeker bij warm weer. Volgens de onderzoekers is het dus best mogelijk dat een lagere bezettingsdichtheid bij kippen een goede zaak is op hete zomerdagen, maar niet wanneer het kouder is. Bovendien tast transportstress het kippenvlees aan, wat niet interessant is voor de eindconsument.De lagere bezettingsdichtheid betekent ook dat er meer ritten nodig zijn om dezelfde hoeveelheid kippen te vervoeren. Zo daalt de winstgevendheid van het transport met meer dan 12 procent, zonder aantoonbare verbetering voor het dierenwelzijn. Daarbovenop komt ook nog eens de economische kost van de hogere sterftegraad.Volgens de onderzoekers moeten EU-regelgevers rekening houden met al deze factoren, om te komen tot een flexibele regelgeving die rekening houdt met de omstandigheden op het terrein. Louter kijken naar bezettingsdichtheid, zonder rekening te houden met andere welzijnsfactoren zoals temperatuur en ventilatie? Of geen rekening houden met klimaat- en economische factoren zoals de benodigde hoeveelheid vrachtwagenritten? Dat zal volgens hen geen antwoord bieden.</content>
            
            <updated>2026-02-18T13:18:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwers sluiten opnieuw meer beheerovereenkomsten voor meer biodiversiteit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwers-sluiten-opnieuw-meer-beheerovereenkomsten-af-voor-meer-biodiversiteit" />
            <id>https://vilt.be/58664</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouwers tekenen opnieuw vaker in op beheerovereenkomsten om de biodiversiteit in het Vlaamse landbouwgebied te versterken. In de provincie Limburg neemt het areaal zelfs met de helft toe. Dat blijkt uit cijfers van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). De stijging is opvallend, want de beheercontracten verloren de voorbije jaren sterk aan populariteit. Volgens Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) symboliseert dit kantelpunt het herwonnen vertrouwen tussen landbouw en natuur.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beheerovereenkomst" />
                        <category term="Vlaamse Landmaatschappij" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="landbouw" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="platteland" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/24ab9ad2-4480-4cbe-98b3-61ae43a14819/full_width_akkerrand-natuurbeheer-regionaal-landschap-rivierenland.jpg</image>
                                        <content>Dit jaar sloten 2.822 landbouwers één of meer beheerovereenkomsten met de Vlaamse Landmaatschappij, een stijging van 11 procent ten opzichte van 2025. Met zo’n beheercontract verbinden boeren zich vrijwillig tot extra inspanningen voor de biodiversiteit. In ruil ontvangen ze een vergoeding. Het gaat bijvoorbeeld om het verbeteren van leefgebieden voor soorten zoals de veldleeuwerik en de grutto, of om het onderhoud van kleine landschapselementen zoals hagen, heggen en knotbomen. Het areaal landbouwgrond met extra aandacht voor biodiversiteit stijgt met 20 procent tot 7.114 hectare.Duidelijke kentering na jaren van terugvalDe toename van het aantal landbouwers met een beheerovereenkomst betekent een opvallende kentering na een forse terugval in de afgelopen vijf jaar. In 2020 sloten nog 3.749 landbouwers beheerovereenkomsten af, goed voor 12.755 hectare. In 2025 was dat gedaald tot 2.549 landbouwers en 5.948 hectare. Om die dalende trend te keren paste de VLM vorig jaar enkele beheerovereenkomsten aan, zodat ze beter inpasbaar werden in de bedrijfsvoering. Zo is een alternatief ingevoerd voor landbouwers zonder maaibalk of met problemen om het maaisel af te voeren. Dat is de beheerovereenkomst voor de aanleg en het onderhoud van een kruidenrijke akkerrand (15 juli – gefaseerd klepelen). In 2026 sloten zestig landbouwers deze beheerovereenkomst af, goed voor meer dan 50 hectare. De cijfers van 2026 tonen opnieuw een duidelijke groei. Minister Jo Brouns reageert tevreden: “Dat landbouwers opnieuw kiezen voor beheerovereenkomsten, is voor mij een duidelijk signaal van het herwonnen vertrouwen tussen landbouw en natuur.”Alle types beheerovereenkomsten in de lift in 2026Elk type beheerovereenkomst kende in 2026 een duidelijke toename:De beheerovereenkomsten voor ‘soortenbescherming’ groeiden met 14 procent, van 2.557 hectare in 2025 naar 2.915 hectare in 2026.De beheerovereenkomsten ‘bufferen en verbinden’ (perceelsranden) namen toe met 20 procent, van 2.050 hectare naar 2.467 hectare.De beheerovereenkomsten voor ‘botanisch beheer’ stegen met 29 procent, van 1.328 hectare naar 1.715 hectare.Ook bij het ‘onderhoud van kleine landschapselementen’ is er een sterke groei. Het aantal knotbomen onder beheerovereenkomst steeg van 14.000 naar bijna 20.000 in één jaar tijd. Het areaal houtkanten nam toe tot 16 hectare, heggen tot 95 kilometer en hagen tot 433 kilometer.“Onze landbouwers tonen hiermee dat ze niet alleen instaan voor lekker en kwaliteitsvol voedsel, maar tegelijk ook actief meewerken aan oplossingen voor biodiversiteit”, zegt minister Brouns. “Met die inspanningen maken landbouwers een wezenlijk verschil voor de toekomst van onze landbouw en onze leefomgeving. Daarvoor verdienen ze alle waardering.” Limburg sterkste stijgerHet totale areaal onder beheerovereenkomst stijgt met 1.166 hectare. Limburg kent de grootste groei: van 959 naar 1.440 hectare (+481 hectare of +50%). Vooral de beheerovereenkomsten voor botanisch beheer (+49%) en soortenbescherming (+66%) namen er sterk toe.Ook Oost-Vlaanderen laat een opmerkelijke stijging optekenen, van 482 naar 682 hectare (+200 hectare of +41%). Vlaams-Brabant blijft met 2.219 hectare voortrekker, op de voet gevolgd door West-Vlaanderen (2.191 hectare). Optimistisch voor de toekomstDe Vlaamse Landmaatschappij verwacht de komende jaren een blijvende toename van beheerovereenkomsten, vooral langs waterlopen. Vorig jaar was er nog onduidelijkheid over de beschermingsstroken langs VHA (Vlaamse Hydrografische Atlas)-waterlopen, maar die is intussen weggewerkt.“Nu is duidelijk dat de verplichte beschermingsstrook gecombineerd kan worden met heel wat beheerovereenkomsten in beheergebied, én dat die voortaan langs alle VHA-waterlopen in beheergebied gesloten mogen worden”, klinkt het. Landbouwers kunnen zo beschermingsstroken ecologisch opwaarderen en tegelijk rekenen op een interessante vergoeding.Daarnaast verhoogde VLM de jaarlijkse vergoeding voor de beheerovereenkomst ‘kruidenrijke akkerrand’ met ongeveer 300 euro per hectare. Die verhoging geldt ook voor lopende contracten. Bovendien bieden beheerovereenkomsten vijf jaar lang inkomenszekerheid.“Zeker nu de prijzen van landbouwproducten gedaald zijn, vormen beheerovereenkomsten met vergoedingen van gemiddeld 2.000 euro per hectare een interessante aanvulling op het inkomen”, aldus VLM.Landbouwers die interesse hebben in een beheerovereenkomst kunnen zich aanmelden via het e-loket beheerovereenkomsten.</content>
            
            <updated>2026-02-18T15:09:51+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Verraad of drukmiddel? Argentinië sluit akkoord met Trump en zet Mercosur voor schut]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/verraad-of-drukmiddel-argentinie-laakt-gi-bescherming-mercosur-met-trumpdeal" />
            <id>https://vilt.be/58665</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Mengen Argentijnen binnenkort Amerikaanse ‘feta’ door hun papaja-salade? De Amerikaanse president Donald Trump en zijn Argentijnse collega Javier Milei sloten een akkoord. Hierbij geven ze niet om de beloofde bescherming van Europese producten in de handelsovereenkomst tussen de EU en Mercosur. Binnen de EU zijn geografische productnamen zoals gorgonzola of feta beschermd. Volgens het Mercosurakkoord geldt dat weldra ook voor over de oceaan. Maar de deal tussen Trump en Milei spreekt dat tegen. Argentinië mag niet langer Amerikaanse ‘feta’ of ‘gorgonzola’ weigeren omwille van de naam. Dat meldt het magazine Politico.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="streekproduct" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/186d6cde-73ed-48f3-83f8-57c050ed9b7d/full_width_feta.jpg</image>
                                        <content>In Europa zijn diverse kaassoorten zoals gorgonzola, feta en parmezaan beschermd als geografische aanduiding (GI). Wil je parmezaan maken? Dan heb je dus producten nodig uit die regio en moet je vaste productiemethoden volgen.Aan wie zal Argentinië belofte breken?De VS zien kaassoorten als ‘cheddar’, ‘mozzarella’ of ‘parmezaan’ als generieke productnamen. Als een Texaanse zuivelboer een kaasproduct maakt dat op parmezaan lijkt, mag hij dat in eigen land zo verkopen. En dankzij de deal tussen Milei en Trump, mag hij dat nu ook doen in Argentinië. Niet langer mag dat land Amerikaanse producten weren, louter op basis van de naam.Onder de EU-Mercosur-overeenkomst zouden nochtans meer dan 300 EU-voedingsmiddelen en dranken in Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay worden beschermd tegen namaakproducten. De vraag rijst aan welke belofte Argentinië zich zal houden als het Mercosur-akkoord er komt. Trouw aan Trump of aan de EU?Het team van Trump kreeg garanties dat Amerikaanse imitaties van sommige Europese traditionele producten in Argentinië zouden worden toegelaten. Denk aan Gorgonzola, Fontina en Roquefort. Nu de prijzen voor Griekse feta stijgen, ligt het bedje gespreid voor Amerikanen die zoute schapenkaas onder dezelfde naam verkopen als goedkoper alternatief. Een signaal om te haasten, of om af te blazen?Volgens Politico zien voorstanders van het EU-Mercosur-handelsakkoord de Amerikaanse deal als een signaal. Europa mag niet langer treuzelen om de Mercosurdeal te ondertekenen. Italiaans Europarlementslid Stefano Bonaccini wil de race tegen de Amerikanen winnen. “Als we de Mercosurdeal eerst goedkeuren, zou de overeenkomst tussen Trump en Milei niet meer van toepassing zijn”, zei de socialist in de landbouwcommissie van het Parlement.Tegenstanders van de deal geloven niet dat er sprake is van een race, maar van verraad. Voor hen bewijst Milei’s samenwerking met Trump dat de Mercosur-overeenkomst nooit te betrouwen was. “Deze situatie maakt duidelijk hoe oneerlijk de Mercosur-overeenkomst is”, zegt Céline Imart, een Franse centrumrechtse wetgever en landbouwer. Volgens haar ondergraven deze gebeurtenissen ook de geloofwaardigheid van andere beschermingen die beloofd worden in het Mercosur-akkoord.Noch de Mercosur-handelsdeal, noch de deal tussen Milei en Trump zijn op dit moment geratificeerd. Het is niet ondenkbaar dat de ‘laatste’ in deze race te horen zal krijgen dat Argentinië al een toezegging heeft gedaan over deze kwestie.John Clarke, voormalig onderhandelaar voor de EU op het gebied van landbouwhandel, sprak met Politico. Hij zegt dat deze stap van Argentinië bewijst “hoe dom de EU is geweest door de Mercosur-overeenkomst steeds maar uit te stellen.” Volgens hem ligt de bal nu bij Argentinië, dat de VS en de EU nu tegen elkaar uitspeelt. Geraldo Vidigal, een Braziliaanse hoogleraar internationaal handelsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, zegt aan Politico dat Argentinië hoe dan ook niet aan beide overeenkomsten kan voldoen. Hij noemt de bescherming van de termen voor speciale kaas en vlees uit de EU &quot;een van de grote overwinningen” voor de Europese landbouw in de overeenkomst tussen de EU en Mercosur. En dit staat nu op losse schroeven.Mercosurdeal moet nog enkele hordes doorlopenMaar hoe zit het nu met de Mercosurdeal? Voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen heeft het Mercosurakkoord aan het begin van het jaar ondertekend en voldoende EU-lidstaten steunen de ratificatie. Maar een meerderheid van het Europees Parlement heeft ervoor gestemd de handelsdeal met de Zuid-Amerikaanse landen naar het Europees Hof van Justitie te sturen voor beoordeling. Deze beoordeling kan tot twee jaar duren.Om jarenlang wachten te voorkomen, zal de Commissie de overeenkomst naar verwachting voorlopig toepassen zodra een van de Mercosurlanden de overeenkomst heeft geratificeerd. Dit zal wellicht binnen enkele weken gebeuren. Waarbij Argentinië, samen met Uruguay, het voortouw neemt om binnen Mercosur de overeenkomst ter stemming te brengen.</content>
            
            <updated>2026-02-18T15:46:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FrieslandCampina heeft positief jaar achter de rug, maar geen zorgeloos vooruitzicht voor nieuwe Vlaamse leden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/groene-2025-jaarcijfers-voor-frieslandcampina-maar-geen-zorgeloos-vooruitzicht-voor-nieuwe-vlaamse-leden" />
            <id>https://vilt.be/58666</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor de voormalige Milcobel-melkveehouders die dit jaar volwaardig lid werden van FrieslandCampina was het uitkijken naar de 2025-jaarcijfers van het zuivelconcern. Ondanks de uitdagende marktomstandigheden kregen ze geruststellende groene resultaten voorgeschoteld. Zo steeg de nabetaling van de leden in 2025 met 10 cent naar 1,31 euro per 100 kilogram melk. Toch waarschuwt de zuivelgroep nu al dat de winstgevendheid in de eerste helft van 2026 “significant achter zal blijven”. Voor de tweede helft van 2026 wordt wel verbetering verwacht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="melk" />
                        <category term="zuivel" />
                        <category term="coöperatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/87d38d01-e0cf-49fe-a312-67b6ad89949a/full_width_melkvee.jpg</image>
                                        <content>In 2025 realiseerde FrieslandCampina een netto-omzet van 13,4 miljard euro, een half miljard euro meer dan het jaar voordien. De nettowinst kwam uit op 328 miljoen euro, goed voor een stijging van 7 miljoen euro tegenover 2024. “FrieslandCampina heeft in 2025 zijn veerkracht laten zien&quot;, vertelt CEO Jan Derck van Karnebeek tijdens de voorstelling van de jaarcijfers. &quot;Het was een jaar met twee gezichten, met een goed eerste halfjaar en een moeilijker tweede halfjaar. Ondanks uitdagende marktomstandigheden, geopolitieke ontwikkelingen en een scherpe daling van de basiszuivelprijzen in de tweede helft van het jaar, hebben we over heel 2025 goede resultaten geboekt.&quot;De goeie cijfers vertalen zich ook naar een goede contante nabetaling voor de leden-melkveehouders. Deze steeg met 10 cent naar 1,31 euro per 100 kilogram melk in 2025. In de jaarresultaten die het zuivelconcern woensdag voorstelde, zijn geen cijfers over de fusie met Milcobel opgenomen. Hogere melkaanvoer en prijsIn 2025 steeg de melkaanvoer van de FrieslandCampina-leden met 2,4 procent naar 9.268 miljoen kilogram. Niet alleen bij FrieslandCampina nam de melkproductie in de tweede helft van 2025 sterk toe. Ook bij andere zuivelproducenten was een productiestijging, wat de melkmarkt onder druk zette.Ondanks het overaanbod nam de garantieprijs wel toe bij FrieslandCampina. Die kwam uit op 53,77 euro per 100 kilogram melk in 2025, een stijging van 8,7 procent in vergelijking met het jaar ervoor. De uiteindelijke melkprijs die de leden van het zuivelconcern kregen in 2025 bedroeg 56,93 euro. Hoe winst neerschrijven in dalende zuivelmarkt?Het zuivelconcern won vorig jaar toch aandeel op enkele markten. Zo groeide FrieslandCampina onder meer in de markt van ‘natuurkaas’ met eigen merken en retailhuismerken, onder meer door een versterkte positie op de Zuidwest- Europese retailmarkt en groei van kaashandel Velder. Ook contracten met retailers zoals Aldi en Lidl droegen bij aan winstgevendheid.Daarnaast groeide onder meer ook de bedrijfstak ‘gespecialiseerde voeding’, zoals melkpoeder, in marktaandeel en volumes. Het zuivelconcern werd gespaard van het Chinese schandaal rond babyvoeding omdat FrieslandCampina het betreffende ingrediënt zelf produceert en de volledige keten &#039;van gras tot glas&#039; zelf in handen heeft. &quot;Toch is het niet goed voor het imago van de zuivelsector&quot;, aldus de CEO.Ook door de in 2023 opgestarte kostenbesparingen, gericht op algemene uitgaven en de toeleveringsketen, hield het resultaat in 2025 goed stand. &quot;Dankzij meer dan 500 miljoen euro aan kostenbesparingen (voor inflatie) tegenover 2023, konden we gericht blijven investeren in groei, innovatie, productontwikkeling en duurzaamheid&quot;, klinkt het. Voorbeelden hiervan zijn een upgrade van het SAP-systeem en investeringen in de productielocaties om emissies te verlagen en hergebruik van water te verhogen. Uitbreiding ledenbestandIn 2025 telde FrieslandCampina 8.781 leden-melkveebedrijven. Er werden vorig jaar zo&#039;n 182 leden geworven, maar er stopten ook 203 bedrijven en 17 bedrijven vertrokken. Door de fusie met Milcobel wordt de coöperatieve basis in 2026 erg versterkt met ongeveer 1.250 nieuwe leden-melkveehouders.Vooruitzichten“Zoals verwacht is 2026 best uitdagend van start gegaan als gevolg van de aanhoudende druk op de basiszuivelprijzen&quot;, klinkt het. &quot;Marktherstel zal pas zichtbaar worden zodra melkaanvoer en marktvraag weer in balans komen, naar verwachting in de tweede helft van 2026. Maar naast de ontwikkelingen op het gebied van vraag en aanbod en lagere basiszuivelprijzen zullen (geo)politieke ontwikkelingen naar verwachting leiden tot valutaschommelingen, mogelijk hogere handelstarieven en gerelateerde margedruk.”Als gevolg verwacht FrieslandCampina dat de winstgevendheid in de eerste helft van 2026 significant achter zal blijven op de resultaten in het eerste halfjaar van 2025, waarna in de tweede helft van 2026 verbetering wordt verwacht.</content>
            
            <updated>2026-02-18T16:51:28+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wijnbouw boomt het sterkst in West-Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wijnbouw-boomt-in-west-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/58667</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>West-Vlaanderen kende de voorbije vijf jaar de sterkste groei binnen de Vlaamse wijnsector. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams volksvertegenwoordiger Jasper Pillen (Anders.) opvroeg bij Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v). Zowel het aantal wijnbouwers als het areaal aan wijnstokken nam in de provincie opvallend toe. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wijn" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f69ab90d-c610-4c53-846c-bbe993511254/full_width_colruyt-wijnbouw2.jpg</image>
                                        <content>De Vlaamse wijnbouw zit al twee decennia in de lift, zowel op het vlak van productie als kwaliteit. De voorbije vijf jaar nam het aantal wijnbouwers in Vlaanderen met maar liefst twee derde toe. In 2020 telde Vlaanderen 111 wijnbouwers; in 2025 zijn dat er al 184.De meest uitgesproken stijging werd genoteerd in West-Vlaanderen. Daar groeide het aantal producenten van 27 naar 63 — een toename met 133 procent in amper vijf jaar tijd. Daarmee ontpopt de provincie zich, naast haar reputatie als landbouwprovincie, steeds nadrukkelijker tot een volwaardige wijnbouwregio.Ook in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant is een duidelijke groei zichtbaar. Limburg volgt op de tweede plaats in absolute cijfers, al verloopt de groei daar stabieler.Areaal groeit sneller dan aantal wijnbouwersNiet alleen het aantal producenten stijgt, ook de oppervlakte aan wijnstokken breidt sterk uit. In 2020 bedroeg het Vlaamse wijnbouwareaal 269 hectare; tegen 2025 liep dat op tot 468 hectare.Opnieuw springt West-Vlaanderen eruit. Het areaal groeide er van 57 hectare naar 155 hectare, een stijging van 171 procent. Volgens Pillen toont dit aan dat niet alleen meer wijnbouwers actief zijn, maar dat ook de schaalgrootte van de bedrijven toeneemt.Een belangrijk deel van de West-Vlaamse wijndomeinen bevindt zich in Heuvelland, dat sinds 2005 beschikt over een officieel BOB-label (Beschermde Oorsprongsbenaming).Investeringssteun fors omhoogOok de investeringssteun via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) zit in stijgende lijn. De toegekende steun groeide van 455.000 euro in 2020 naar meer dan 1,6 miljoen euro in 2024. Meer dan de helft van dat bedrag ging naar West-Vlaamse wijnbouwers.</content>
            
            <updated>2026-02-18T17:15:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van A.V.V. tot Arvesta: “Meerwaarde voor de boer staat ook na 125 jaar voorop”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-avv-tot-arvesta-meerwaarde-voor-de-boer-staat-ook-na-125-jaar-voorop" />
            <id>https://vilt.be/58669</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Arvesta speelt al 125 jaar een prominente rol in het Belgisch land-&nbsp; en tuinbouwlandschap. Arvesta is gegroeid uit en verankerd in de Boerenbond-groep, via holding MRBB. “Net die verankering zorgt ervoor dat we als Belgisch bedrijf de noden en verwachtingen van de Belgische boer centraal stellen. Want de context waarin ons bedrijf opereert, mag dan steeds wijzigen, ons DNA blijft hetzelfde: landbouwers ondersteunen en hen een toekomst bieden. En nee, dat is geen verkooppraatje. In alles wat we ondernemen, staat de meerwaarde voor de boer voorop”, zegt CEO Niek Depoorter.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="geschiedenis" />
                        <category term="toelevering" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1724f704-e61d-4285-b508-056d816b4902/full_width_niek-depoorter.jpg</image>
                                        <content>Weinig bedrijven in België kunnen terugblikken op 125 jaar geschiedenis. Arvesta bereikt die mijlpaal dit jaar en wil dat niet onopgemerkt laten voorbijgaan: 2026 wordt een feestjaar. Het bedrijf is vandaag de grootste toeleverancier aan de Vlaamse land- en tuinbouw. Het werd opgericht op 19 januari 1901. In de schoot van de Belgische Boerenbond zag toen de Aankoop- en Verkoop Vennootschap, kortweg A.V.V., het levenslicht. Het doel? Door samen zaden, veevoeder en andere benodigdheden aan te kopen wilden boeren zich beter wapenen tegen economische onzekerheid en betere prijzen onderhandelen.Volgens CEO Niek Depoorter zit dat oorspronkelijke idee nog altijd in het DNA van Arvesta. “Dit jubileum is in de eerste plaats een moment om stil te staan bij waar we vandaan komen én waar we naartoe willen. We willen niet enkel met nostalgie terugblikken, maar vooral ook vooruitkijken. Wat is vandaag en morgen onze rol in een sector die onder grote druk staat? Hoe zorgen we ervoor dat we ook de komende 125 jaar succesvol blijven?” Toch nog even terug naar het verleden, want 125 jaar geschiedenis betekent heel wat belangrijke mijlpalen. Welke momenten hebben Arvesta volgens u gevormd tot het bedrijf dat het vandaag is?Niek Depoorter: In de eerste 20 jaar lag de focus op het samen aankopen: door krachten te bundelen, konden boeren meer power ontwikkelen en betere prijzen onderhandelen. A.V.V. was in die periode in feite een aankoopcentrale. Vanaf 1920 kwam daar eigen productie en verkoop bij, onder meer van veevoeder en zaden. Met onze veevoederfabriek in Merksem waren we pionier, zeker op die schaal. En via veredeling en vermeerdering van zaden wilden we Vlaamse boeren variëteiten aanbieden die aangepast waren aan ons lokaal klimaat en onze markt. Tegelijk ontstonden overal in Vlaanderen de Boerenbondwinkels, die je in bijna elk dorp terugvond. In de jaren ’80 volgde een professionalisering van die winkels. Een deel evolueerde naar pure retailactiviteiten, de Aveve-winkels, terwijl een ander deel zich volledig op de landbouwsector richtte.In de jaren ’90 kenden we een sterke groei. Een volgende belangrijke mijlpaal was 2007, toen beslist werd om de focus terug te brengen naar landbouw. Aveve had toen ook retailwinkels in het diepvriessegment en activiteiten in industrial engineering, onder meer voor de farmaceutische en brouwerijsector. Die activiteiten werden afgebouwd, terwijl we via gerichte overnames in landbouw verder groeiden, zoals met Sanac en Dumoulin. De laatste belangrijke stap was de beslissing om onze structuur te professionaliseren. In 2018 brachten we al onze activiteiten samen onder één naam: Arvesta. Sindsdien groeiden we verder van &amp;nbsp;een omzet van 1,2 miljard naar ongeveer twee miljard. Onze groei loopt in binnen- en buitenland gelijk. Je kan dus niet zeggen dat onze thuismarkt minder belangrijk wordt in het geheel Arvesta is niet alleen in België actief, maar ook in Nederland, Duitsland en Frankrijk. Hoe belangrijk is de Belgische markt vandaag?Ongeveer 72 procent van onze omzet wordt in België gerealiseerd. Dat aandeel is vrij stabiel in de tijd. De overige 28 procent halen we uit Nederland (16%), Frankrijk (8%) en Duitsland (4%). Al zijn we via onze Nederlandse activiteiten, vooral in de glastuinbouw, actief in heel de wereld. Het is niet zo dat we vandaag meer groei zien in de buitenlandse activiteiten. De groei loopt in binnen- en buitenland vrij gelijk. Je kan dus zeker niet zeggen dat onze thuismarkt minder belangrijk wordt in het geheel. Tussen 2021 en 2025 werd 250 miljoen euro geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Komt er een nieuw investeringsprogramma?Het is zeker de bedoeling om aan hetzelfde tempo te blijven investeren. Jaarlijks gaat het om 40 tot 50 miljoen euro. Daarmee moderniseren we onze productiesites en zetten we in op digitalisering. We willen niet alleen de eigen systemen performanter maken, maar ook tools voor landbouwers ontwikkelen. En voor onze Aveve-winkels hebben we vorig jaar een ambitieus plan goedgekeurd.Wat houdt dat in?Tussen 2026 en 2030 willen we jaarlijks twee tot drie nieuwe winkels openen. Tegelijk zetten we sterker in op e-commerce. Vanuit onze retailactiviteiten gaan we bovendien nadrukkelijker de brug slaan naar de landbouwsector. We willen de consumptie van lokaal en duurzaam voedsel stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan onze bakmixen waarin we het aandeel Belgische granen willen maximaliseren. Dat creëert extra afzet voor Belgische landbouwers, maar het draagt ook bij aan een positiever beeld van de sector. Als we dat verhaal explicieter naar de markt brengen en ons daar sterker mee profileren, zien wij daar zeker groeikansen in.Bij uw aantreden op 1 januari 2024 had de groep een heel moeilijk jaar achter de rug. Waren 2024 en 2025 beter?Toch wel. De coronajaren waren absolute topjaren voor Arvesta, maar in 2023 keerde dat door de evolutie van de grondstoffenprijzen. Net als voor veel bedrijven was dat voor ons een uitdagend jaar. In 2024 zagen we een stuk herstel, ook omdat we een aantal zaken efficiënter hebben aangepakt op de grondstoffenmarkt. Voor 2025 zijn de definitieve resultaten er nog niet, maar we verwachten dat die in lijn liggen met 2024. Door de geopolitieke toestand heeft ons glastuinbouwsegment, dat wereldwijd actief is, het moeilijk gehad met een aantal grote projecten die on hold zijn gezet. Tegelijk presteerden onze kernactiviteiten in België beter dan het jaar voordien. De missie van Arvesta is om meerwaarde te creëren voor landbouw. Wat betekent dat concreet?Dat betekent dat we denken vanuit de boer. In alles wat we doen, gaan we kijken wat de boer nodig heeft. Maar dan wel zonder blind te zijn voor wat bijvoorbeeld de industrie of de retail nodig hebben. Als onze oplossingen of innovatie niets bijbrengen voor de landbouwer, dan stopt het.De afgelopen jaren heeft Arvesta heel wat overnames gedaan. Is dat een weg die de groep wil blijven bewandelen?Groot worden is zeker geen doel op zich. Maar wie expertise wil uitbouwen en een betekenisvolle rol in de markt wil spelen, heeft nu eenmaal schaal nodig. De voorbije jaren hebben we een paar belangrijke overnames gerealiseerd. De komende periode ligt de focus daarom in de eerste plaats op het verzilveren van de synergieën die daaruit voortvloeien. Groei moet onze expertise versterken. De grootste zijn om de grootste te zijn, daar wordt de landbouwer niet noodzakelijker beter van Maar uiteraard houden we onze ogen open voor opportuniteiten in de markt. Of we het expliciet nastreven of niet, groei zal altijd deel uitmaken van onze strategie. Maar die groei moet onze expertise versterken. De grootste zijn om de grootste te zijn, daar wordt de landbouwer niet noodzakelijk beter van.Wat zijn de grootste kansen en bedreigingen voor de land- en tuinbouw en hoe anticiperen jullie daarop?De grootste bedreiging is vandaag zonder twijfel de onzekerheid. Daar kunnen wij als bedrijf maar beperkt op wegen. Die onzekerheid speelt op vlak van vergunningen, maar ook geopolitiek. Op het terrein zie je nochtans dat er een jonge generatie klaarstaat om in de landbouw te stappen. Maar een landbouwbedrijf overnemen is heel kapitaalsintensief. Als je als jonge twintiger of dertiger zo’n beslissing moeten nemen zonder de zekerheid dat je in de toekomst nog een vergunning krijgt… Dat is een enorme drempel. Het blijft fundamenteel belangrijk dat onze overheid gaat inzien dat niet alleen defensie en energie belangrijke sectoren zijn voor onze toekomst, maar ook landbouw en voeding. Er wordt wel veel over gesproken, maar in de praktijk zien we dat administratieve vereenvoudiging en rechtszekerheid nog steeds een probleem zijn.Vrezen jullie de gevolgen van het stikstofdecreet?Dat is iets wat de we de komende maanden en jaren nauwgezet moeten opvolgen. Tot midden vorig jaar hebben we in de meeste veehouderijsectoren goede prijzen gekend waardoor de gevolgen nog niet onmiddellijk zichtbaar zijn. Maar op de achtergrond zien we wel landbouwers stoppen of geen opvolging vinden. Tegelijk blijven heel wat bedrijven investeren. Maar een neerwaartse trend is onvermijdelijk.Ziet u ook kansen?Ik zie veel zaken die me hoopvol stemmen. We hebben in Vlaanderen hoogopgeleide landbouwers met een sterk ondernemerschap, er is specialisatie en expertise, ook bij de toeleveranciers en in het onderzoek. In vergelijking met landen als Frankrijk of Duitsland, is dat een groot verschil. Als we uitgaan van onze eigen sterktes, ben ik ervan overtuigd dat onze landbouwsector kan uitgroeien tot een belangrijke Europese speler. Voor ons zijn partnerships het model van de toekomst: samenwerkingen op lange termijn waar iedereen beter van wordt Daarnaast hebben we ook heel wat logistieke voordelen. Net als we een belangrijke kern van Belgische retailers en een voedingsindustrie hebben die met lokale, kwalitatieve producten willen werken. Je kan niet verwachten dat ze het dubbele van de prijs betalen, maar als ze zeker zijn van kwaliteit en een continue aanvoer, dan zijn ze wel degelijk bereid om daar een surplus voor te betalen. Dat merken we ook in de partnerships die we met Arvesta trachten op poten te zetten, zoals met Cristal (Alken-Maes), Lu Harmony (Mondelez) of met Dossche Mills. Voor ons is dat het model van de toekomst: samenwerkingen op lange termijn waar iedereen beter van wordt. Al geldt hier opnieuw: schaal is belangrijk. Zulke trajecten kan je niet uitrollen voor een handvol hectares. Eén van die partnerships was met Alpro om een sojaketen te ontwikkelen. Dat heeft echter niet gebracht wat ervan verwacht werd. Ondertussen zijn jullie een project gestart rond gele erwten. Heeft dit meer kans op slagen?Er zijn verschillende redenen waarom het sojaproject mislukt is. Eerst en vooral waren er te weinig erkende gewasbeschermingsmiddelen en daarnaast waren er ook onvoldoende variëteiten die zijn aangepast aan de lokale teeltomstandigheden. Daardoor bleven de kwaliteit en het rendement ondermaats. We mikten op een opbrengst van 3,5 tot 4 ton per hectare, maar dat werd niet gehaald. Dan moet je eerlijk zijn, want finaal is het de bedoeling dat de boer er beter van wordt. Daarom hebben we het project stopgezet.We hebben nadien geëxperimenteerd met andere vlinderbloemige teelten en de teelt van gele erwten is wat ons betreft veelbelovend. Dat we erin geloven, blijkt ook uit de nieuwe fabriek de we in Mettet hebben neergezet. Dit jaar zullen landbouwers ongeveer 1.000 ha gele erwten voor ons inzaaien. Die capaciteit kan op termijn verveelvoudigen, maar we willen organisch groeien, zowel op vlak van teelt als van afzet. Want zonder werk te maken van de ketenontwikkeling komt zo’n nieuwe teelt niet van de grond.Hoe kijkt Arvesta naar het Europese beleid en de recente versoepeling van de ontbossingswet en de duurzaamheidsrapportering?Het beleid is te veel gebaseerd op ideologie. Onder meer de Green Deal is tot stand gekomen vanuit een dogmatisch standpunt. Europa wilde een voorbeeld zijn voor de wereld. Op basis van Excel-sheets en beweringen, al dan niet ondersteund door de wetenschap, heeft men vervolgens een aantal doelstellingen geformuleerd zonder naar de haalbaarheid op het terrein te kijken. Vandaag is de wetgeving in Europa volledig doorgeschoten waardoor het ondernemers heel moeilijk wordt gemaakt om echt duurzaam te werken Ik wil niet beweren dat duurzaamheid niet belangrijk is. We moeten daarin zeker stappen vooruit zetten, maar vandaag is de wetgeving in Europa volledig doorgeschoten en dat heeft voor een cascade-effect gezorgd naar Vlaanderen, waardoor het ondernemers heel moeilijk wordt gemaakt om echt duurzaam te werken.Het uitstel van de ontbossingswet en de doelstellingen rond CSRD zijn vervelend, maar het gaat onze toekomst niet bedreigen. Het klopt dat we al heel wat stappen hadden gezet rond bijvoorbeeld ontbossingsvrije soja. Dat wordt nu niet opgeschaald zoals was voorzien.Wat heeft Arvesta nodig om er nog eens 125 jaar bij te doen?Dat is heel eenvoudig: succesvolle landbouwers. Zonder hen heeft Arvesta geen bestaansreden. Daarnaast mogen we nooit blijven stilstaan. We zijn vandaag een sterk bedrijf, maar we moeten de focus blijven leggen op pragmatische innovatie en concrete oplossingen voor de uitdagingen van morgen. Ook 125 jaar geleden waren er heel belangrijke uitdagingen. Die zijn er vandaag opnieuw en over 125 jaar zal het niet anders zijn. Wat hetzelfde moet blijven, is ons DNA: landbouwers ondersteunen en hen toekomstperspectief bieden. Maar de context en de tools mogen dan voortdurend evolueren, onze kernopdracht, meerwaarde voor de landbouw creëren, blijft dezelfde. &amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-02-19T16:40:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[SALV: “Vijfde Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling mist participatie”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/salv-vijfde-vlaamse-strategie-duurzame-ontwikkeling-mist-participatie" />
            <id>https://vilt.be/58670</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het ontwerp van de vijfde Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO5) blijft te sterk steken in louter administratieve logica. Dat stellen adviesraden SALV, SERV, Minaraad, SARC en VARIO. Het plan moet staan voor een ambitieus duurzaamheidsbeleid, maar volgens de raden ontbreekt het onder meer aan participatie met de maatschappelijke stakeholders.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="duurzaam" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/95dae5e1-76eb-4da9-8686-31d99af05a04/full_width_bodem-sol-maraichage.jpg</image>
                                        <content>De raden onderschrijven het belang van het Vlaamse duurzaamheidsplan, maar stellen vast dat het ontwerp vandaag weinig strategische waarde heeft. Het blijft te sterk steken in een louter administratieve logica, met focus op rapportering en internationale vergelijking. Zonder scherpe analyse van de uitdagingen en zonder duidelijk pad richting de realisatie van de duurzame ontwikkelingsdoelen of SDG’s. Bovendien ontbreekt een volwaardig participatief traject met maatschappelijke stakeholders, waardoor het ontwerp onvoldoende gedragenheid, richtinggevend vermogen en beleidsimpact heeft.Te abstract en te weinig participatieDe link met de SDG’s is onvoldoende expliciet en de missies blijven te abstract geformuleerd, met weinig concrete doelstellingen en tijdspaden. De raden vragen om samen met stakeholders de huidige missies te herbekijken en bijkomende prioriteiten te bepalen waar de kloof met de SDG’s het grootst is. Ook is er de vraag om sterker in te zetten op sector-overschrijdend werken, interbestuurlijke samenwerking en een transparante monitoring van de voortgang.De SALV vult dit gemeenschappelijk advies aan met specifieke aanbevelingen voor landbouw en visserij. Dit kader vertrekt vanuit vier samenhangende fundamenten: het socio-economische, het ecologische, de voedselsysteembenadering en het beleidsmatige. Met het beleidsmatige doelt SALV op het maken van coherente, toekomstgerichte en stabiele beleidskeuzes. Met een ‘voedselsysteembenadering’ doelt SALV op het creëren in samenhang in de volledige keten, van productie tot consumptie. Daarbij is aangewezen om voldoende oog te hebben voor de bredere Europese consumentenmarkt als kernregio, waarop de gehele Vlaamse agrovoedingssector is afgestemd. SALV vraagt ook om oog&amp;nbsp;te hebben voor de Europese marktcontext en de veerkracht van het voedselsysteem op lange termijn. Zeker in tijden van klimaatverandering en geopolitieke instabiliteit.</content>
            
            <updated>2026-02-19T13:28:07+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgen en Nederlanders begonnen later aan landbouw dan rest van Europa, blijkt uit DNA-studie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgen-en-nederlanders-begonnen-later-aan-landbouw-dan-rest-van-europa-blijkt-uit-dna-studie" />
            <id>https://vilt.be/58671</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De prehistorische bewoners van de Lage Landen maakten pas duizenden jaren later de overstap naar landbouw dan andere Europese regio’s. Dat blijkt uit grootschalig DNA-onderzoek naar 112 individuen uit de periode 8.500–1.700 voor Christus. Archeoloog Quentin Bourgeois (Universiteit Leiden) lichtte de resultaten toe in <em>Nieuwe Feiten</em> op Radio 1.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="geschiedenis" />
                        <category term="landbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fd3d5885-3c03-4435-8e37-6355070d0107/full_width_jager-verzamelaar.jpeg</image>
                                        <content>De studie toont aan dat de bevolking in het Rijn-Maasgebied – het huidige Nederland, België en delen van West-Duitsland – veel langer vasthield aan een bestaan als jager-verzamelaar. Opvallend: vrouwen speelden vermoedelijk een sleutelrol in de uiteindelijke overgang naar landbouw.Europa in bewegingTussen 6.500 en 4.000 voor Christus verspreidden landbouwers uit het Nabije Oosten zich over Europa. In veel regio’s leidde dat tot een snelle genetische omwenteling. “Op het moment dat landbouw in Europa wordt geïntroduceerd, zien we een grote genetische omslag”, zegt Bourgeois. “De vroege boeren waren waarschijnlijk talrijker dan de lokale jager-verzamelaars, die gingen geleidelijk op in de landbouwsamenlevingen.&quot; Binnen enkele eeuwen werd boerenafkomst in grote delen van Europa dominant.Een hardnekkige jager-verzamelaarscomponentIn de Lage Landen verliep die transitie opvallend trager. DNA-analyses tonen aan dat hier een populatie bleef bestaan met ongeveer 50 procent jager-verzamelaarsafkomst – en dat zo’n 3.000 jaar langer dan elders in Europa. Waarom hield de regio zo lang vast aan het oude levensmodel?Volgens Bourgeois ligt een deel van de verklaring in het landschap. De grote rivieren – Rijn, Maas en Schelde – creëerden een gevarieerd ecosysteem met overvloedige voedselbronnen. Jagen en verzamelen bleven daardoor rendabele strategieën. Bovendien sloeg landbouw aanvankelijk minder snel aan in het Noorden. Zelfs op de vruchtbare &#039;lössgronden&#039; in Limburg duurde het nog duizenden jaren voor landbouw echt doorbrak.Gedurende lange tijd bestonden beide levenswijzen naast elkaar. Jager-verzamelaars en boeren leefden parallel, maar stonden niet volledig los van elkaar. Er vond geleidelijk genetische uitwisseling plaats tussen beide groepen.Vrouwen als drijvende krachtEen van de meest opvallende bevindingen betreft de rol van vrouwen. Het vroege boeren-DNA dat in het Rijn-Maasgebied opduikt, blijkt voornamelijk via vrouwelijke lijnen te zijn binnengekomen.“Je zou kunnen stellen dat het de vrouwen zijn die landbouw hebben binnengebracht in onze regio”, zegt Bourgeois. “Dit genetisch onderzoek wijst erop dat vrouwen mogelijk cruciale kennis en praktijken rond landbouw introduceerden in de lokale gemeenschappen.De landbouwrevolutie verliep in de Lage Landen dus minder abrupt dan elders in Europa. Het was geen snelle vervanging van jager-verzamelaars door boeren. Maar een langdurig proces van naast elkaar bestaan, vermenging en geleidelijke verandering – met vrouwen als onverwachte sleutelfiguren in dat verhaal.</content>
            
            <updated>2026-02-19T17:03:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wordt tuinboon de nieuwe soja? ‘Protein Project’ vindt gewas ernstig ondergewaardeerd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wordt-tuinboon-de-nieuwe-soja-protein-project-vindt-gewas-crimineel-ondergewaardeerd" />
            <id>https://vilt.be/58672</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>63.000 ton minder mest, 209 ton minder chemische gewasbescherming, 7 miljoen ton minder broeikasgas en 42 miljoen euro minder medische kosten. Dat is volgens non-profitorganisatie The Protein Project het vooruitzicht als we favabonen of tuinbonen opwaarderen tot een centraal gewas. Volgens de onderzoekers worden tuinbonen voor zowel veevoer als humane consumptie ernstig onderschat. Zeker in de eiwitshift zouden ze een belangrijke rol kunnen spelen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="eiwitshift" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d85650f6-33ca-4688-889e-69d16139c025/full_width_we-o-rd35kicxaf8kuycch-beans-9400505-1920.jpg</image>
                                        <content>The Protein Project wil op EU-niveau tuinbonen promoveren van een “minder belangrijk gewas” naar een concurrentiële waardeketen. Daarvoor heeft de organisatie een concreet actieplan ontwikkeld. Dit is tot stand gekomen in samenwerking met diverse organisaties en deskundigen op het gebied van landbouw, verwerking, detailhandel uit de academische wereld en het maatschappelijk middenveld.“Het eiwitsysteem in Europa staat onder druk door verschillende factoren. Denk aan risico&#039;s voor de strategische autonomie door de afhankelijkheid van import en toenemende gezondheidsproblemen als gevolg van voedingsgewoonten. Ook is er de aantasting van het milieu en aanhoudend lage inkomens voor landbouwers”, duidt The Protein Project. “Onze routekaart is bedoeld als input voor beleidsbeslissingen op korte termijn. Met name de komende alomvattende EU-eiwitstrategie en de openingsfase van de onderhandelingen over het GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) na 2027.”Het actieplan ziet tien knelpunten waarom de productie van tuinbonen achterblijft. Zo zijn er tekortkomingen op het gebied van veredeling en gewasbescherming, verwerkingsbeperkingen en een beperkte vraag en afzetmarkt. Om deze uitdagingen te tackelen ontwierp het project concrete beleidsinstrumenten om daar verandering in te brengen. UitdagingenEerst de uitdagingen. Verschillende door de EU gefinancierde onderzoeksprojecten rond peulvruchten, zoals VALPRO Path en Giant Leaps, hebben veelbelovende resultaten opgeleverd. Toch blijven tuinbonen en andere peulvruchten structureel ondervertegenwoordigd in de financiering. In vergelijking met granen is er beduidend minder geïnvesteerd in veredeling en innovatie.Nog een probleem: de ontwikkeling van een nieuwe variëteit duurt doorgaans 10 tot 12 jaar. De looptijd van publieke onderzoeksprojecten is vaak korter, waardoor veelbelovende rassen de stap naar commerciële toepassing niet halen. Bovendien worden industriële partners vaak pas in een late fase betrokken, wat de valorisatie bemoeilijkt.De beperkte omvang van de huidige waardeketen vormt een bijkomende rem. Particuliere zaadbedrijven zien onvoldoende economische prikkels om substantieel te investeren. Daardoor blijft het aanbod van competitieve commerciële rassen achter.Bovendien zijn er weinig plantbeschermingsmiddelen afgestemd op peulvruchten. De toegelaten middelen verschillen per lidstaat, waardoor de markt versnipperd raakt. Peulvruchten hebben vaak baat bij het gebruik van dezelfde gewasbeschermingsmiddelen als belangrijke gewassen. Maar dit voordeel keert zich snel om wanneer deze producten plotseling van de markt worden gehaald zonder een doordacht alternatief. Bovendien is er onvoldoende onderzoek gebeurd naar het gebruik van tuinbonen in veevoer, terwijl dit volgens het rapport wel interessant kan zijn. De weinige proeven zijn immers veelbelovend. Maar er zijn geen grootschalige en gerichte studies om dit definitief te bevestigen. Zeker wat betreft varkens en kippen is er veel onduidelijkheid. Moest onderzoek duidelijk bewijzen dat tuinbonen goed verteerbaar zijn voor deze dieren, zullen distributeurs ook het vertrouwen krijgen om hun areaal tuinbonen verder uit te breiden.Voordelen van tuinbooneconomieVolgens de vzw ligt een groot deel van de oplossing dus bij meer onderzoek. Zodat ook nieuwe afgeleide producten op basis van tuinbonen snel een goedkeuring kunnen krijgen voor humane en dierlijke consumptie. Promocampagnes met een focus op gezondheid en lekkere recepten moeten ook helpen om tuinbonen vaker op de borden te krijgen.Als de aanbevelingen worden gevolgd, schat het actieplan in dat de totale vraag naar tuinbonen in 2040 kan verdubbelen. 48 procent zou gaan naar diervoeder, 32% naar humane voeding en 20 procent naar export.De humane consumptiegroei van 250 procent baseert men op basis van bestaande succesvolle initiatieven in publiek-private samenwerking. Zoals het Deense volkorenpartnerschap, dat de consumptie van volkorenproducten in tien jaar tijd heeft verdubbeld. Dat moet volgens The Protein Project ook voor tuinbonen haalbaar zijn. De stijging komt neer op ongeveer één extra tuinboon per persoon per dag in de hele EU. Met een groeiende vraag voor veevoer en export erbij gerekend, zou er 360.000 hectare extra tuinboonproductie nodig zijn.  Zo kunnen mogelijk ongeveer 30.000 nieuwe landbouwers tegen 2040 een positieve businesscase met tuinbonen opbouwen. Het project voorziet hierbij een aanzienlijke verbetering van de bodemgezondheid en de menselijke &amp;nbsp;gezondheid, lagere kosten voor de invoer van meststoffen en veevoer, en een geringere afhankelijkheid van geopolitiekVele doelen in één klapEen overstap naar tuinbonen zou meerdere EU-doelen in één klap aanpakken. Zoals eerder aangegeven zou de afhankelijkheid van kunstmest en ingevoerde eiwitten significant minderen, net zoals de behoefte voor gewasbescherming. The Protein Project voorspelt dat het inkomen van landbouwbedrijven tot 20 procent zou toenemen in een tuinboon-centrale landbouweconomie.Dat een tuinboonfocus de behoefte aan kunstmest met 63.000 ton per jaar zou verminderen, komt omdat tuinbonen een goed vermogen hebben om stikstof in de bodem vast te leggen. Tegelijkertijd zou een verhoogde productie van tuinbonen voor veevoer de invoer van krachtvoer uit Amerika met 350.000 ton verminderen. Dit beschermt de Europese landbouw tegen geopolitieke volatiliteit en prijsschokken op de wereldwijde grondstoffenmarkten. Dat de kosten voor gezondheidszorg zouden dalen met 42 miljoen euro per jaar, komt door een verhoogde vezelconsumptie uit tuinbonen. Tuinbonen bevatten aanzienlijk meer vezels dan de gemiddelde eiwitbron die momenteel in het Europese dieet wordt geconsumeerd. Deze vermindering van vezelarme voeding zou de incidentie van hart- en vaatziekten en diabetes type 2 verlagen, wat zou leiden tot kwantificeerbare besparingen op de gezondheidszorg.Bovendien wordt de milieu-impact verminderd met zeven miljoen ton CO2-equivalent, 209 ton minder chemische gewasbeschermingsmiddelen per jaar. Tuinbonen hebben immers een lagere gemiddelde uitstoot van broeikasgassen dan de huidige eiwitmix in de EU. De uitstootvermindering weegt nog sterker door aangezien we zo ook soja en tarwe in veevoeder vervangen.Op naar Europa“Aangezien de aanbevelingen in deze roadmap grotendeels ten goede zouden komen aan de bredere sector van eiwithoudende gewassen in de hele EU, zullen de totale effecten van de systemische transformatie naar verwachting aanzienlijk groter zijn”, stelt de vzw.“We hebben contact gelegd met belangrijke directeuren en adjunct-directeuren van DG AGRI en DG SANTE en gesproken met het kabinet van commissaris Hansen. We hebben ook een evenement georganiseerd met permanente vertegenwoordigers van de Europese Raad en een bijeenkomst gehouden met 20 geaccrediteerde parlementaire assistenten uit het hele politieke spectrum. Met als doel om te bespreken hoe de EU eiwithoudende gewassen beter kan ondersteunen”, aldus de vzw.</content>
            
            <updated>2026-02-20T12:38:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Trump verklaart glyfosaat tot nationaal strategisch belang]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/trump-verklaart-glyfosaat-tot-nationaal-strategisch-belang" />
            <id>https://vilt.be/58673</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Amerikaanse president Donald Trump vaardigde woensdag een presidentieel decreet uit ter bescherming van glyfosaathoudende onkruidverdelgers in de Verenigde Staten. Trump doet hierbij beroep op de ‘Defense Production Act’ om de binnenlandse productie en bevoorrading van de herbicide veilig te stellen. “Cruciaal voor de voedselzekerheid”, klinkt het.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="Donald Trump" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dbfaccab-da32-46af-acf0-3902b80d6de1/full_width_gewasbeschermingsproeien-cofabel.jpg</image>
                                        <content>Glyfosaat is het actieve bestanddeel van Roundup, een van ’s werelds meest gebruikte onkruidverdelgers. Het middel speelt een sleutelrol in de Amerikaanse teelt van soja, maïs en tarwe. “Het gebrek aan toegang tot herbiciden op basis van glyfosaat zou de landbouwproductiviteit ernstig in gevaar brengen”, aldus Trump. Tegelijk is eenzelfde maatregel genomen voor de productie van fosfor. Een stof die niet alleen wordt gebruikt voor allerhande defensietoepassingen, maar ook nodig is om glyfosaat te produceren. De maatregel speelt zich af tegen de achtergrond van handelstarieven op meststoffen en herbiciden, die volgens boeren de kosten hebben opgedreven.&quot;Cruciaal voor nationale veiligheid&quot;De president beroept zich met zijn decreet op de &#039;Defense Production Act&#039;, een wet uit de jaren &#039;50 die doorgaans wordt gebruikt in nationale noodsituaties. Met als doel om bedrijven te verplichten bepaalde materialen of benodigdheden te produceren die de president noodzakelijk acht voor de nationale veiligheid. Trump gaf minister van Landbouw Brooke Rollins, in overleg met het ministerie van Defensie, de opdracht om prioriteiten vast te leggen. En om zo nodig productie af te dwingen om een continue bevoorrading te garanderen. Door glyfosaat en fosfor als strategische grondstoffen te bestempelen, wil hij zowel de defensie-industrie als de landbouwsector beschermen tegen buitenlandse afhankelijkheid.Slechts één producentOpvallend is dat er volgens het Witte Huis slechts één producent in de VS is die zowel elementair fosfor als glyfosaat vervaardigt: Bayer. Het Duitse concern nam in 2018 Monsanto over, de oorspronkelijke fabrikant van Roundup. Bayer benadrukte dat het decreet het belang onderstreept van binnenlands geproduceerde gewasbeschermingsmiddelen en verklaarde zich bereid eraan te voldoen. Persbureau Reuters wijst erop dat Bayer in augustus verklaarde dat het bedrijf de productie in de VS mogelijk zou moeten stopzetten als er geen oplossing komt voor de stroom juridische claims. Dit is een gevolg van veronderstelde gezondheidsproblemen die worden toegeschreven aan glyfosaat. Glyfosaat is een omstreden product dat al lange tijd aan kanker en hormoonverstoring bij mensen wordt gelinkt. Sinds de overname betaalde Bayer al meer dan 10 miljard dollar uit aan schadevergoedingen en schikkingen. Recent kondigde het bedrijf aan tot 7,25 miljard dollar uit te trekken om een grote groepsvordering in Missouri te schikken. Momenteel zijn nog steeds 67.000 claims in de VS lopende.GezondheidscontroverseHet besluit leidde tot onrust binnen de “Make America Healthy Again”-beweging van minister van Volksgezondheid Robert F. Kennedy Jr.. Kennedy trad in het verleden als advocaat op in rechtszaken tegen Monsanto. Hij hielp in 2018 bij het behalen van een baanbrekend juryvonnis van 289 miljoen dollar tegen het bedrijf.Toch schaarde hij zich achter het decreet. In een verklaring stelde hij dat nationale veiligheid en voedselvoorziening prioriteit hebben. Milieuorganisaties en sommige van zijn aanhangers reageerden woedend en spraken van een “geschenk aan de chemische industrie”.De controverse rond glyfosaat is al jaren fel. In 2015 classificeerde het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek het middel als “waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens”. Twee jaar later concludeerde de Environmental Protection Agency (EPA) dat glyfosaat “waarschijnlijk niet kankerverwekkend” is bij correct gebruik. Veel wetenschappers stellen dat de risico’s voor de algemene bevolking laag zijn, maar het wantrouwen blijft groot.</content>
            
            <updated>2026-02-19T17:17:51+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Symposium belicht positie van boerin: “De rol van de vrouw wordt nog altijd onderschat”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/symposium-belicht-positie-van-boerin-de-rol-van-de-vrouw-wordt-nog-altijd-onderschat" />
            <id>https://vilt.be/58674</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vrouwen maken ongeveer een derde uit van de landbouwsector. Toch blijft hun bijdrage vaak onder de radar. Een spanningsveld dat als een rode draad liep door het symposium ‘Sterk Geworteld’, georganiseerd door hogeschool Odisee en Women in Ag Foundation. “Het zijn vaak vrouwen die eerlijker durven nadenken, rekenen en minder vasthouden aan de dagdagelijkse bedrijfspraktijk dan hun mannelijke collega’s, en dat is nu nodig”, aldus Greet Riebbels, directeur communicatie van ILVO, op het symposium.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vrouw" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c322b578-c940-4f9d-ae2d-24963a3fe5d7/full_width_vrouwensymp-2.jpg</image>
                                        <content>Naar aanleiding van het Internationaal Jaar van de Boerin van de Verenigde Naties, organiseerde de faculteit Agro- en Biotechnologie van hogeschool Odisee een symposium op de campus in Sint-Niklaas. Het was een samenwerking met de Women in Ag Foundation, een nieuw platform waar vrouwen hun verhaal kwijt kunnen, opgericht door Kim Schoukens. “Het doel is om te bouwen aan een wereldwijde ‘sisterhood’ van vrouwen in de landbouw. Een platform waar vrouwen zichtbaar kunnen zijn, problemen kunnen aankaarten en elkaar inspireren”, aldus Schoukens, die ook het gezicht is van het magazine en de awards ‘Women in Ag’.Volgens Schoukens blijft extra aandacht voor de positie van vrouwen in de sector noodzakelijk. Die boodschap klonk ook tijdens het symposium. Aan de hand van getuigenissen werd duidelijk dat vrouwen in de sector jarenlang werden weggecijferd, en dat dit nog steeds gebeurt. “Ik ken boerinnen die 40 jaar meer dan een dubbele fulltime werkten en nu maar 200 euro pensioen ontvangen”, aldus Schoukens.Een situatie die gepensioneerd landbouwster Lut Bellegeer niet vreemd is. “Toen ik startte als boerin wilde de boekhouder me zelfs niet inschrijven als fulltime-medewerker, terwijl ik meer dan 35 uur werkte én het huishouden en de kinderen deed”, beaamt ze. “Volgens de papieren had ik geen beroep.” Haar advies aan jonge vrouwen: “Reken goed voor je begint en zorg dat je een spaarboek hebt op je eigen naam in geval van een scheiding. Financiële onafhankelijkheid is zo belangrijk.”Ook vandaag wordt de rol van de vrouw nog onderschat, zo getuigt boerin Vanessa Serlet. “Wanneer ik ‘s morgens en ‘s avonds melk, heb ik vier uur gewerkt. Maar niemand heeft mij gezien tijdens de werkzaamheden”, duidt ze. “Iedereen ziet daarentegen wel mijn man op de tractor rijden.” Ook haalt ze aan dat vooral het het fysieke werk op de boerderij zichtbare resultaten oplevert. “De kinderen verzorgen, naar school brengen, de sociale taken voor het gezin, dat is allemaal zogezegd geen werk. Maar ik vind van wel. Bovendien neem je er als vrouw vaak ook nog eens de boekhouding en administratie bij”, getuigt Serlet. Blinde vlek in dataVrouwen blijken ook letterlijk weggecijferd te worden. Zo zijn ze afwezig in de data en statistieken van de sector. &quot;Een pijnlijke vaststelling”, gaf Riebbels toe. “Specifieke data over de aanwezigheid van vrouwen en hun rollen in de landbouw zijn schaars. Toch maken vrouwen een derde van de populatie uit in onze sector. Het is tijd om dit gat in onze kennis aan te vullen.”Riebbels geeft mee dat ILVO samen met Ferm, de grootste vrouwenorganisatie van Vlaanderen, een onderzoeksproject heeft ingediend dat het belang van vrouwen in de landbouw en hun impact op de sector wil onderzoeken. &quot;Naar ons aanvoelen zijn vrouwen heel vaak de driver van innovatie en investeringen op het landbouwbedrijf&quot;, aldus Ferm. &quot;We willen graag dat gevoel kunnen kwantificeren. Het zou een belangrijke rol kunnen spelen in het toekomstig beleid van de sector.&quot; Een sector in transitie“Ik zoek elk jaar de vrouwencijfers op”, lacht Corazon De Raeymaecker van CSA-boerderij Grondsmaak. “Ik behoor tot de 20 procent bedrijfsleiders in Vlaanderen die vrouw is.” Nochtans merkt ze heel wat meer vrouwen op in de CSA-wereld. “Maar toch komen mannen nog steeds meer op de voorgrond als het gaat over bedrijfsleiders. Het is als vrouw ook moeilijk om te blijven staan als je geen netwerk hebt om op terug te vallen. Ik ben twee keer mentaal onderuitgegaan toen ik kinderen kreeg, ondanks de hulp van mijn man.”Volgens Riebbels klopt de vaststelling van De Raeymaecker dat vrouwen vaak meer actief zijn op CSA-boerderijen en in de korte keten. “Vergeleken met het doorsneeprofiel van de landbouwer, met een gemiddelde leeftijd van 56 jaar, zijn in deze takken opvallend meer jonge vrouwen actief. Dat heeft te maken met de vaardigheden die je nodig hebt om in CSA of korte keten succesvol te zijn: creativiteit, sociale vaardigheden, aanleg voor marketing en commercieel aangelegd zijn. Dat is een feeling die er van nature vaker is bij vrouwen. Ook op de conventionele landbouwbedrijven zie je dat het vaak de mannen zijn die alleen en met de machines werken. Contact met de buitenwereld, klanten en de verkoopstrategie is dan weer vaker een vaardigheid van vrouwen.&quot;Ondertussen verdwijnen meer landbouwbedrijven dan er starten of opvolgen. “Het is tijd om over te schakelen naar een ander model, één waarin we nog steeds voedsel produceren, maar waarin de risico&#039;s wat beter verdeeld zitten in de keten&quot;, besluit Riebbels. Bondgenoten, geen reddersOok docent en moderator Antoon Vanderstraeten nam op het podium even het woord. Hij richtte zich expliciet tot de mannen in de zaal. “We moeten vrouwen niet redden”, aldus Vanderstraeten. “Wat wij moeten doen, is hen ruimte geven in de sector. Dat kunnen we doen door hen te betrekken in beslissingen, door open te staan voor een andere kijk. Door echt te kijken en te luisteren. Mannen moeten er als bondgenoot zijn voor vrouwen in de sector.”Dat de sector niet altijd geleid moet worden door een mannenbastion toont Fedagrim aan. Dat is de federatie voor landbouw- en tuinmechanisatie met Isabelle Huyghe als CEO en Gracienne Geennens als voorzitter. Zo kreeg de organisatie voor het eerst in haar 70-jarig bestaan een vrouwelijke leiding. Volgens hen gaat het niet om een toevallige statistiek, maar een signaal dat het landschap verandert. Ze wijzen daarbij ook op de volledige lichting vrouwen die dit schooljaar aan een landbouwopleiding begon.De vrouwen van Fedagrim willen mee helpen bouwen aan de zichtbaarheid van vrouwen in de sector. “Op onze volgende Agribex-beurs willen we daarom een ‘Agro Lady of the Year’ naar voren schuiven, hiermee zullen de projecten van landbouwsters een heel jaar rond in de picture komen te staan.”</content>
            
            <updated>2026-02-22T18:58:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tussen akker en bos groeit een nieuw landbouwmodel in Vlaams-Brabant]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tussen-akker-en-bos-groeit-een-nieuw-landbouwmodel-in-vlaams-brabant" />
            <id>https://vilt.be/58675</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Al ruim vijf jaar lang wordt in Herent op een demoperceel van het Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant boslandbouw gemonitord en gedemonstreerd aan bezoekers. De combinatie van bomen en akkerbouw bracht het praktijkpunt al veel kennis op. “Wintergranen zijn ideaal, bieten en aardappelen iets minder”, klinkt het. “Met boslandbouw kan de landbouwer zijn inkomensstromen diversifiëren. Niet alleen door de vruchten of het hout die de bomen met zich meebrengen, maar ook via koolstofcertificaten.”&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="agroforestry" />
                        <category term="Vlaams-Brabant" />
                        <category term="diversificatie" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1887b002-60e6-41dc-b0eb-207de2448194/full_width_boslandbouw-bio-praktijkpunt-vl-brabant.JPG</image>
                                        <content>Boslandbouw&amp;nbsp;of&amp;nbsp;agroforestry&amp;nbsp;is een&amp;nbsp;verzamelterm&amp;nbsp;voor allerlei&amp;nbsp;landbouwsystemen&amp;nbsp;waarin&amp;nbsp;één of meerdere&amp;nbsp;meerjarige houtige gewassen gecombineerd worden met éénjarige gewassen en/of dieren. Dit kan gaan van een eenvoudige windsingel of voederhaag aan een graasweide, tot&amp;nbsp;meerdere&amp;nbsp;rijen bomen in een akker&amp;nbsp;of&amp;nbsp;complexe voedselbossen.&amp;nbsp;In Herent&amp;nbsp;staat geen&amp;nbsp;complex voedselbos, maar evenwijdige bomenrijen met een tussenruimte van 15 meter. “Zo kunnen we nog gemakkelijk onze akkerbouwstroken bewerken”,&amp;nbsp;vertelt Niels Vanhoudt, onderzoeker bij het Prakijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant.&amp;nbsp;Sinds eind 2020 wordt de&amp;nbsp;combinatie van bomen en akkerbouw er al gemonitord, maar ook gedemonstreerd aan bezoekers. “Bezoekers kunnen hier leren wat boslandbouw precies&amp;nbsp;is&amp;nbsp;en&amp;nbsp;welke mogelijkheden er in de praktijk zijn”,&amp;nbsp;klinkt het.&amp;nbsp;“Tegelijkertijd doen we ook&amp;nbsp;zelf&amp;nbsp;ervaring op. We monitoren de&amp;nbsp;groei van de gewassen en de bomen, maar ook&amp;nbsp;van&amp;nbsp;verschillende&amp;nbsp;microklimaatparameters zoals bodemvocht,&amp;nbsp;bodemtemperatuur,&amp;nbsp;windsnelheid.”&amp;nbsp;Walnoten- en houtproductie&amp;nbsp;&amp;nbsp;Een deel van het&amp;nbsp;demoperceel is beplant met walnootbomen. “Deze zijn&amp;nbsp;zeer geschikt voor&amp;nbsp;boslandbouw&amp;nbsp;omdat ze&amp;nbsp;zeer laat in het blad&amp;nbsp;komen. Hierdoor is er slechts een minimale&amp;nbsp;overlap met het groeiseizoen van de tussenliggende teelt”, legt Vanhoudt uit.&amp;nbsp;Op de strook ernaast&amp;nbsp;waar de walnotenbomen wat last&amp;nbsp;lijken&amp;nbsp;te&amp;nbsp;hebben van de overheersende&amp;nbsp;noordwestenwind,&amp;nbsp;lijken&amp;nbsp;de vrijstaande populieren en de wintereiken&amp;nbsp;er zich net wel goed te amuseren.&amp;nbsp;“Dat is de strook met bomen gericht op houtproductie”, aldus Vanhoudt. “Ook de trilpopulier groeit goed hier. De peerlijsterbes heeft&amp;nbsp;daarentegen&amp;nbsp;last van kankeraantasting op de stam.”&amp;nbsp; Koolstofopbouw&amp;nbsp;&amp;nbsp;Met steun van de provincie kon het&amp;nbsp;praktijkpunt&amp;nbsp;ook een gedetailleerde&amp;nbsp;koolstofopbouw-&amp;nbsp;en microklimaatmonitoring opzetten.&amp;nbsp;Via gerichte bodemstalen en projecties van de bomengroei&amp;nbsp;kon het&amp;nbsp;praktijkpunt&amp;nbsp;een schatting&amp;nbsp;maken&amp;nbsp;van de koolstofopbouw voor de komende 30 jaar,&amp;nbsp;in zowel de bodem als de houtige biomassa. “Wat hierbij opvalt is dat de grootste opbouw van koolstof zich in de houtige biomassa zal bevinden”, vertelt Vanhoudt. “Na dertig jaar zal&amp;nbsp;de houtige biomassa bijna twintig keer meer koolstof bevatten&amp;nbsp;als&amp;nbsp;de bodem.&amp;nbsp;De opname van koolstof in de bodem komt door blad- en&amp;nbsp;takval&amp;nbsp;en&amp;nbsp;wortelexudaten.&amp;nbsp;Daardoor concentreert de&amp;nbsp;bodemkoolstofopbouw&amp;nbsp;bij boslandbouw&amp;nbsp;zich vooral in de bodem van de bomenrij.”&amp;nbsp;Microklimaat&amp;nbsp;Bomen&amp;nbsp;hebben&amp;nbsp;ook&amp;nbsp;een directe invloed op&amp;nbsp;het microklimaat&amp;nbsp;van&amp;nbsp;het perceel.&amp;nbsp;Zo&amp;nbsp;werpen ze&amp;nbsp;onder meer&amp;nbsp;schaduw op de akkerbouwstroken&amp;nbsp;maar zijn het ook&amp;nbsp;windbrekers.&amp;nbsp;“Wanneer bomen&amp;nbsp;de windsnelheid&amp;nbsp;breken,&amp;nbsp;beïnvloeden ze ook&amp;nbsp;de luchtvochtigheid.&amp;nbsp;Aan de windluwe zijde van de bomenrij is&amp;nbsp;de luchtvochtigheid&amp;nbsp;normaal&amp;nbsp;iets&amp;nbsp;hoger”, legt Vanhoudt uit. “Maar uit onze meetgegevens&amp;nbsp;bleek dit effect niet eenduidig te zijn. Vermoedelijk omdat de bomen nog vrij jong zijn. Wel is al duidelijk&amp;nbsp;dat een lagere windsnelheid gepaard gaat met hogere&amp;nbsp;luchtvochtigheid.”&amp;nbsp;&amp;nbsp;Bomen staan ook gekend om veel water op te slorpen,&amp;nbsp;wat concurrentie kan geven voor&amp;nbsp;de tussenliggende gewassen. “Tegelijkertijd nemen ze ook een&amp;nbsp;positieve&amp;nbsp;rol op als&amp;nbsp;herverdeler&amp;nbsp;van de waterhuishouding. Ze pompen namelijk grondwater op en geven deze vrij&amp;nbsp;in ondiepere lagen”, aldus Vanhoudt. “Uit de gegevens van onze bodemvochtsensoren kwam&amp;nbsp;echter&amp;nbsp;nog&amp;nbsp;geen eenduidig beeld&amp;nbsp;hiervan&amp;nbsp;naar voren.&amp;nbsp;Daarom voorzien we om&amp;nbsp;de schikking en de diepte van de sensoren te&amp;nbsp;optimaliseren,&amp;nbsp;naarmate&amp;nbsp;de bomen verder&amp;nbsp;groeien&amp;nbsp;zullen de&amp;nbsp;resultaten&amp;nbsp;ook meer uitgesproken worden.”&amp;nbsp;In de toekomst plant het&amp;nbsp;praktijkpunt&amp;nbsp;ook om de vogelpopulatie in kaart te brengen via geluidsmetingen en vliegende insecten te inventariseren met behulp van lichtemmers.&amp;nbsp; Wat zegt de oogst?&amp;nbsp;Omdat de bomen nog te klein zijn om veel invloed te hebben op de oogst van de tussenliggende akkerbouwstroken, kan Vanhoudt nog niet veel kennis uit ervaring delen. &quot;Uit onderzoek van UGent weten bijvoorbeeld wel dat wintergranen goed gedijen tussen bomenrijen omdat de granen ook in de winter groeien wanneer er geen schaduw van de bomen&amp;nbsp;is”, aldus Vanhoudt. “Bieten&amp;nbsp;en aardappelen in combinatie met bomen is dan weer niet aangeraden,&amp;nbsp;omdat een&amp;nbsp;grotere overlap in groeiseizoen meer opbrengstverlies&amp;nbsp;zal geven.”&amp;nbsp;In het voorjaar zal&amp;nbsp;het praktijkpunt&amp;nbsp;gele erwt&amp;nbsp;inzaaien,&amp;nbsp;waarna&amp;nbsp;een gedetailleerde opvolging van de groei en kwaliteit zal gebeuren op verschillende afstanden van de bomen.&amp;nbsp; Competitie tegengaan&amp;nbsp;&amp;nbsp;“Boslandbouw&amp;nbsp;kan veel voordelen bieden voor landbouwers”, besluit Vanhoudt. “Zo is er&amp;nbsp;verhoogde koolstofopbouw en biodiversiteit,&amp;nbsp;een&amp;nbsp;efficiënter gebruik van licht en water,&amp;nbsp;en een&amp;nbsp;diversifiëring van inkomensstromen.&amp;nbsp;Daar zullen in de toekomst ook directe verdienmodellen bijkomen via koolstofcertificaten. Deze staan op dit moment nog in hun kinderschoenen, maar de eerste stappen worden al gezet door onder meer Claire en&amp;nbsp;Soil&amp;nbsp;Capital.”&amp;nbsp;Om de voordelen te kunnen maximaliseren raadt Vanhoudt aan om steeds&amp;nbsp;goed&amp;nbsp;na&amp;nbsp;te&amp;nbsp;denken over de aanleg van de bomen. “Een doordachte soortenkeuze&amp;nbsp;en aanleg&amp;nbsp;zijn essentieel&amp;nbsp;om&amp;nbsp;competitie&amp;nbsp;tussen&amp;nbsp;bomen en&amp;nbsp;gewassen tegen te gaan.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-02-20T13:06:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriep: laatste beperkingszone in de Westhoek wordt opgeheven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriep-laatste-beperkingszone-in-de-westhoek-wordt-opgeheven" />
            <id>https://vilt.be/58676</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Goed nieuws voor de pluimveehouders in de Westhoek. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) rondde de laatste onderzoeken af in de beperkingszone Veurne-Alveringem. Door een gunstig resultaat wordt nu ook de laatste deelzone in Diksmuide opgeheven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boeren" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f76fcf80-67fc-441e-a905-db28beb22527/full_width_pluimvee-kip-ophok-vogelgriep.jpg</image>
                                        <content>Vanaf 20 februari zijn in West-Vlaanderen enkel nog de nationale maatregelen van kracht, met uitzondering van de beperkingszone Deerlijk in de regio Kortrijk. Die beschermingszone (van 3 km) is ondertussen wel omgezet in een bewakingszone. Het FAVV organiseert daar begin volgende week een laatste onderzoek. Op het hoogtepunt van de besmettingen lagen er 14 gemeenten van de Westhoek en de Westkust in een zone met extra maatregelen.De onderzoeksinstelling Sciensano voerde bij elk getroffen bedrijf een &#039;genotypering&#039; uit van het vogelgriepvirus. Dit gebeurde om een goed zicht te hebben op de manieren waarop het vogelvirus de stallen binnenkomt. Door de kleine mutaties in het virus te analyseren, kunnen onderzoekers zien of het virus via een primaire besmetting is binnengekomen of via overdracht tussen de bedrijven onderling. Bij de meeste besmette bedrijven in de Westhoek gaat het om hetzelfde virus. Dit bewijst dat de bron van de Vlaamse vogelgriepbesmettingen naar alle waarschijnlijkheid ligt bij het grote Franse leghennenbedrijf met 310.000 kippen in Warhem. Het bedrijft ligt net over de grens met West-Vlaanderen en werd op kerstavond getroffen door vogelgriep.De Franse overheid zou volgens Vlaamse pluimveehouders te laks hebben gehandeld. Het duurde nog tot 5 januari voor alle kippen op het bedrijf werden verwijderd. Zo kon het virus zich in de regio massaal verspreiden. Omdat de wind voor West-Vlaanderen letterlijk niet meezat, was de impact het grootst in de Westhoek. Het gevolg was onnoemelijk veel dierenleed en een enorme economische schade voor de sector. De wetgeving schrijft namelijk voor dat pluimvee op bedrijven waar het dodelijke en besmettelijke virus circuleert, geruimd moet worden. Landbouworganisatie Boerenbond onderzoekt daarom of de kosten kunnen verhaald worden op de Franse overheid. We verwachten dat er tot ongeveer half april nog nieuwe haarden kunnen ontstaan Gevaar is nog niet voorbijToch is het gevaar nog lang niet voorbij. Dat liet FAVV-woordvoerder Hélène Bonte weten aan VRT NWS. &quot;We verwachten dat er tot ongeveer half april nog nieuwe haarden kunnen ontstaan. Er is nog altijd infectiedruk door wilde vogels die het virus verspreiden. Daarnaast kunnen weersomstandigheden, zoals een nieuwe winterprik, de herintroductie van het virus op bedrijven bevorderen. Waakzaamheid blijft dus absoluut noodzakelijk&quot;, aldus Bonte&quot;Zolang het warm genoeg is en er voldoende voedsel is, blijven vogels meestal op dezelfde plaats. Bij koude ontstaat er voedselschaarste, waardoor vogels verder trekken en het virus met zich meedragen. Dat zorgt voor een grotere circulatie van het virus. Ook wind is een factor die de verspreiding aanzienlijk bevordert&quot;, besluit Bonte.Mensen die gewoon kippen in de tuin houden, blijven die dus best afschermen. Daarnaast is het verplicht om de kippen en vogels binnen of op een afgeschermde plek te voederen en te laten drinken. Al 1,3 miljoen vogels lieten sinds oktober het leven door de vogelgriep.</content>
            
            <updated>2026-02-19T18:39:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Deze drie melkveehouders winnen de prijs voor duurzaamheid van MilkBE]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/deze-drie-melkveehouders-winnen-de-milkbe-duurzaamheidsawards" />
            <id>https://vilt.be/58677</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Drie melkveebedrijven uit Lierde, Sint-Lievens-Esse en Hasselt hebben een duurzaamheidsprijs van MilkBE gewonnen. Het is de eerste keer dat de brancheorganisatie deze awards uitreikt. <br>"We willen de vele Vlaamse melkveehouders belonen voor hun inspanningen richting een duurzamere toekomst", aldus Jolien Willems, secretaris van MilkBE. "Bovendien is het ook een stimulans voor verdere verduurzaming." De drie winnaars kregen hun prijs op de Agridagen in Ravels overhandigd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="melk" />
                        <category term="duurzaam" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7ec356f3-36a8-4d57-b120-35ffdad5d918/full_width_whatsapp-image-2026-02-20-at-130839.jpeg</image>
                                        <content>Deze prijzen van MilkBE bekronen inspanningen binnen drie domeinen: dierenwelzijn en -gezondheid, milieu en voeder, en klimaat en energie. Volgens de brancheorganisatie zijn de winnende bedrijven een aangewezen toonbeeld van hoe een uitgekiende en geïntegreerde aanpak van duurzaamheid er in de praktijk uitziet. Tijdens de jurybezoeken werd duidelijk hoeveel deze boeren al ondernemen op het vlak van duurzaamheid, vaak zonder het zelf te beseffen. &quot;Ze zijn soms gewoon te bescheiden”, klinkt het. &quot;De winnaars blinken uit in een combinatie van motivatie, visie en concrete acties om te blijven bouwen aan een toekomstgericht melkveebedrijf.&quot;Dit zijn de drie winnaarsFamilie Poisson uit Lierde, winnaar in de categorie ‘Dierenwelzijn en –gezondheid’Stijn Poisson runt samen met zijn vrouw Annelies een melkveebedrijf met zo’n 100 koeien in het Oost-Vlaamse Lierde. De melkveehouders zijn al de vierde generatie. Hun drijfveer is dierenwelzijn. “Koeien die zich goed voelen, presteren beter”, vertelt Stijn. “Die visie begint al bij de kalveren.” De jonge boer besteedt uitzonderlijk veel aandacht aan hun start in het leven. Via een melktaxi krijgen ze melk met altijd de juiste temperatuur, hoeveelheid en samenstelling. Na twee à drie weken worden ze in groep gehuisvest, zodat hun natuurlijk gedrag wordt gestimuleerd. “Een gezonde, stressvrije jeugd vormt hier de basis voor sterke melkkoeien”, vertelt de melkveehouder. “Ook de volwassen dieren krijgen diezelfde zorg met oog op preventie. Er is een doordachte aanpak rond klauwgezondheid, hygiëne en bioveiligheid, onder meer via een strikt vaccinatieschema.” Het bedrijf focust op een hoge kwaliteit van het eigen voeder en camera’s in de stal helpen om het welzijn en gedrag van de dieren continu te monitoren.&amp;nbsp;Duurzaamheid gaat bij Stijn bovendien verder dan alleen dierenwelzijn, met bijvoorbeeld zonnepanelen en een bewust beleid rond minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het is deze duidelijke visie, zijn preventieve en gestructureerde manier van werken en de sterke toekomstgerichtheid die de jury overtuigden. Familie Bauwens uit Sint-Lievens-Esse, winnaar in de categorie ‘Milieu en voeder’Peter Bauwens runt een melkveebedrijf met 125 dieren in Sint-Lievens-Esse, Oost-Vlaanderen. De landbouwer besteedt bijzondere aandacht aan respect voor dier, bodem, milieu en mens. Een absolute troef op het bedrijf is de sterke focus op eigen voederproductie. Gras, pulp, veldbonen en lijnzaad vormen de basis van het rantsoen. Moet er toch extern worden aangekocht, dan kiest Peter bewust enkel voor grondstoffen uit Europa en geen soja. Ook zijn keuze voor het robuuste ras Brown Swiss sluit perfect aan bij deze manier van voederen. Milieubewust werken draagt hij hoog in het vaandel. Zo ploegt hij sinds 2010 zijn velden niet meer om de bodemgezondheid te verbeteren. Hij gebruikt ecologische bestrijdingsmiddelen en zaait systematisch stikstofvangende gewassen om de bodem te optimaliseren.Daarnaast zijn er nog andere duurzaamheidsinitiatieven te vinden op zijn bedrijf. Peter liet een klimaatscan uitvoeren, focust sterk op mestkwaliteit met minder uitstoot en hecht bijzonder veel belang aan goed veemanagement. Dat vertaalt zich in uitzonderlijk sterke cijfers, zoals een hoge leeftijd van zijn kudde en een laag vervangingspercentage. Ook op vlak van energie kijkt hij vooruit. Met een windmolen zet hij al stappen richting energie-onafhankelijkheid, en in de toekomst wil hij die lijn doortrekken met zonnepanelen en een batterijsysteem. Familie Vandebrouck uit Vliermaalroot, winnaar in de categorie ‘Klimaat &amp;amp; energie’Ludo Vandebrouck runt samen met zijn vrouw en zijn zoon een melkveebedrijf met bijna 200 Fleckvieh-koeien in Vliermaalroot, in het Limburgse Diepenbeek. Hij verkoopt zijn eigen hoeve-ijs via een automaat. De melkveehouder investeert voluit in op zowel energie als klimaat.Met zonnepanelen en een batterij zet hij grote stappen richting zelfvoorziening. Daarnaast deed hij tal van ingrepen om zijn energieverbruik structureel te verlagen, zoals een voorkoeler, warmterecuperatie en een frequentie-gestuurde melkpomp. Ook op klimaatvlak scoort hij volgens de organisatie bijzonder sterk. Door het voederadditief Bovaer te gebruiken, reduceert hij de methaanuitstoot van zijn koeien aanzienlijk. Hij zet maximaal in op eigen voederproductie met grasklaver-luzerne, maïs en bieten. Hij gebruikt systematisch groenbemesters en ploegt al vier jaar niet meer. Al deze ingrepen resulteren in een lage klimaatimpact.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-02-20T14:20:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Juridisch robuust of risicovol? Brouns verdedigt emissiemodel bij parlementsleden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/juridisch-robuust-of-risicovol-brouns-verdedigt-emissiemodel-bij-parlementsleden" />
            <id>https://vilt.be/58678</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) wil Vlaanderen na 2030 laten overstappen van een depositiegericht naar een emissiegericht stikstofbeleid. In een schriftelijke vraag aan de minister vraagt Vlaams parlementslid Dries Devillé (Vlaams Belang) om dat op te helderen. “Zowel in Vlaanderen als in Nederland groeit de kritiek dat emissiesturing geen grotere zekerheid biedt voor de natuur, maar wél grote financiële en juridische risico’s inhoudt voor de landbouwsector”, stelt Devillé. Volgens minister Brouns is een emissiemodel wel degelijk de juiste weg om in te slaan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="emissie" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ec53ef25-5951-4ba9-8d44-cd867f45b3f0/full_width_brouns-in-parlement.jpg</image>
                                        <content>Devillé ziet meerdere obstakels bij een emissiemodel. Om te beginnen betwist hij eerdere studies die aantonen dat ongeveer 95 procent van de ammoniakemissies afkomstig zijn uit de veeteelt, waarop Vlaanderen zich baseert. Brouns verdedigt deze cijfers en geeft aan dat dit cijfer in lijn ligt met wat andere Europese landen rapporteren.Verder vraagt Devillé zich af hoe een reductie van ammoniakemissies op bedrijfsniveau fysisch kan worden gelinkt aan een verbetering of verslechtering van een concreet natuurgebied, soms op meerdere kilometers afstand. “Die relatie is niet rechtstreeks meetbaar. Zelfs na jaren van onderzoek is het niet gelukt om emissies uit stallen betrouwbaar en reproduceerbaar te meten”, stelt hij. “De bijdrage van individuele bedrijven aan de stikstofbelasting van natuurgebieden kan alleen worden afgeleid via modellen, met aanzienlijke onzekerheidsmarges.”Devillé vraagt zich ook af hoe doeltreffend zo&#039;n beleid zal zijn om de natuur te beschermen. Hij wijst erop dat de toestand van natuurgebieden beïnvloed wordt door een veelheid aan factoren, zoals bodemleven, weersomstandigheden, achtergronddepositie en natuurlijke stikstofcycli, “waarvan een groot deel geen directe relatie heeft met landbouwemissies.”“Dat maakt het causale verband tussen emissiereductie en natuurherstel wetenschappelijk uiterst moeilijk aantoonbaar”, stelt hij. “De praktijkervaring in Nederland leert bovendien dat emissiesturing kan leiden tot een opeenstapeling van technische verplichtingen, administratieve lasten en controlemechanismen, zonder dat vaststaat of die investeringen ook effectief leiden tot meetbare natuurwinst.”Devillé vraagt zich dus af hoe emissiesturing juridisch robuuster zou zijn dan het huidige depositiebeleid, wanneer ook dat systeem steunt op modellen en niet op concrete metingen. “De Nederlandse PAS (Programma Aanpak Stikstof)-ervaring toont aan dat beleidsconstructies die politiek logisch lijken, maar wetenschappelijk en juridisch wankel zijn, vroeg of laat door de rechter worden vernietigd.”Wetenschappelijke onderbouwingBrouns verklaart dat de ammoniakemissies van de landbouwsector worden ingeschat op basis van het wetenschappelijk EMAV-model. Deze zijn volgens hem wel degelijk onderbouwd. “De kwaliteit en de volledigheid van de emissie-inventaris wordt bovendien jaarlijks geaudit door een internationaal expert reviewteam”; stelt hij. “Bijkomend worden de binnen de VMM gehanteerde modellen op regelmatige basis geactualiseerd.” Om specifiek te berekenen hoe een vermindering van ammoniakemissies op bedrijfsniveau gelinkt kan worden aan een verbetering of verslechtering van een specifiek natuurgebied, berust Vlaanderen op diverse modellen. Zo berekent de VMM (Vlaamse Milieumaatschappij) depositie via het VLOPS-model. Dat is een rekenprogramma dat berekent hoe schadelijke stoffen zich in de lucht verspreiden en hoeveel van die stoffen op de bodem, op planten en in water terechtkomen. Deze gegevens worden niet blind vertrouwd maar ook nog eens vergeleken met actuele meetgegevens. In 2022 berekende de VMM dat 46 procent van de stikstofdepositie (dus stikstofoxiden en ammoniak samen) van buiten Vlaanderen komt. Nog eens 46 procent van de stikstofdepositie komt van de landbouw.“Om macro-evoluties op te volgen hoeft het geen probleem te zijn om de, daarvoor opgemaakte, modellen te gebruiken”, stelt Brouns. “Het probleem vormt zich wanneer individuele vergunningverlening op basis van die macro-modellen vorm krijgt. Daarom geloof ik dat een emissiebeleid die modellen mag gebruiken, en de inherente flexibiliteit in zo’n beleid dit ook werkbaar maakt.”“Emissies worden momenteel ook op niveau van het individuele dier en bedrijf ingeschat in het kader van vergunningverlening en het zijn ook die inschattingen die gebruikt werden om het huidige beleid uit te tekenen, in combinatie met depositiemodellering”, geeft Brouns nog mee.&quot;Meer duidelijkheid en rechtszekerheid&quot;Op de vraag of het nieuwe systeem niet zou leiden tot een toename aan administratieve lasten, antwoordt Brouns dat hij deze voor landbouwers zo beperkt mogelijk wil houden. “Dat zal een leidend principe zijn wanneer ik aan de slag ga met het advies van de Wetenschappelijke Interdisciplinaire Commissie Stikstof”, stelt Brouns.Brouns is het niet eens met de stelling dat een emissiebeleid onvoldoende meetbaar en juridisch risicovol is. “Als we emissiesturing implementeren, dan zal dit leiden tot meer duidelijkheid en rechtszekerheid voor de landbouwer die zich dan immers kan focussen op hetgeen waarover hij controle heeft, zijnde de geëmitteerde emissies”, verklaart de minister. “Zowel Vlaanderen als Nederland bekijken deze optie momenteel. Ik heb daarom academische experten met verschillende achtergronden uit zowel Vlaanderen als Nederland samengebracht om mij hierover te adviseren. Deze experten hebben een interdisciplinaire samenstelling, net om de juridische, praktische, economische en ecologische elementen allemaal aan bod te laten komen.”</content>
            
            <updated>2026-02-20T13:53:02+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Cameratoezicht moet wantoestanden in slachthuizen voorkomen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-legt-laatste-hand-aan-uitvoering-cameratoezicht-slachthuizen" />
            <id>https://vilt.be/58679</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Vlaams Regeerakkoord bepaalt dat er in alle 45 Vlaamse slachthuizen verplicht cameratoezicht komt. “Een belangrijke ingreep, die ervoor moet zorgen dat wantoestanden in de slachthuizen vermeden worden”, zegt parlementslid Gianna Werbrouck (Vooruit). Webrouck vraagt zich echter af of er voldoende handhaving is van de dierenwelzijnswetgeving. Volgens de cijfers van het kabinet Weyts zijn de structurele controles door dierenartsen met opdracht (DMO’s) fors toegenomen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="slachthuis" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee5e3a10-997b-4cb2-8da4-0fc9847c3470/full_width_varkensvleesslachthuis-vlambmo.jpg</image>
                                        <content>Volgens Michael Gore van Febev is cameratoezicht al even gangbaar bij slachthuizen. “Al onze leden die FEBEV-gecertificeerd zijn doen het al sinds 2018”, zegt hij. “Dit is een formalisering van wat toen is uitgewerkt tussen de minister en de sector.&amp;nbsp; Enkel hele kleine slachthuizen deden dit nog niet.”Hoe dit cameratoezicht concreet moet gebeuren, komt in een uitvoeringsbesluit opgesteld door de minister. “Het is de bedoeling om duidelijk vast te leggen hoe de plaatsing van de camera’s moet gebeuren en welke activiteiten gefilmd moeten worden, zodat de slachthuizen de nodige duidelijkheid hebben”, zegt Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA). “Ik pleeg hierover ook overleg met de slachthuisorganisaties. Het ontwerp zal ook nog juridisch afgetoetst worden om overeenstemming te garanderen met de regelgeving over de bescherming van persoonsgegevens. Ik wil dit besluit in de eerste helft van dit jaar ter goedkeuring voorleggen aan de Vlaamse Regering.DMO-controles meer dan verdrievoudigdDe afgelopen jaren is er wel meer veranderd aan de controlemechanismen binnen de slachthuizen. Sinds 2020 gebeuren er structurele controles door dierenartsen met opdracht (DMO’s) en voeren inspecteurs van de Afdeling Dierenwelzijn enkel nog algemene controles uit. Dit type controle is sinds 2023 gehalveerd, van een honderdtal naar een vijftigtal controles per jaar.De DMO-controles zijn dan weer fors toegenomen, In 2020 vonden deze slechts 1.611 keer plaats. In 2021 gebeurden er 5.096 DMO-controles, en sindsdien blijft dit cijfer zweven rond de 5.000 tot 5.500 controles. Volgens het kabinet Weyts zijn zij het dus die in de eerste plaats toezien op het dierenwelzijn in de slachthuizen. “Dit betekent in de praktijk dat slachthuizen veel vaker en grondiger gecontroleerd worden dan vroeger”, stelt Weyts.Aantal inbreuken lijkt gedaaldAls een slachthuis niet in regel is, krijgt het voorwaarden opgelegd naargelang de aard en de ernst van de inbreuk. Werbrouck vraagt zich af hoeveel zulke inbreuken er de afgelopen jaren gepleegd zijn, maar dat is niet duidelijk. Als een slachthuis niet in regel is, stelt de DMO een informatieformulier op, maar één formulier kan meerdere inbreuken bevatten. In 2021 werden zo 94 inbreuken vastgesteld, in 2022 ging het om 132 formulieren. In 2023 ging het om 139 formulieren, en in 2024 waren het er slechts 51. Het lijkt alsof het aantal inbreuken in slachthuizen dus is afgenomen, al kunnen de cijfers dat niet met zekerheid zeggen.Bij een vastgestelde inbreuk, gaat het meestal om problemen tijdens het slachtproces of om een incorrecte behandeling van een dier. Ook het lossen van dieren zonder toezicht, dieren die zonder drinkwater worden gezet of een probleem met de infrastructuur van het slachthuis komen voor.</content>
            
            <updated>2026-02-23T11:21:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ontwerp van het drinkwaterplan verlengt verhoogde norm voor triazolen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-ontwerp-drinkwaterplan-verlengt-verhoogde-norm-voor-triazolen" />
            <id>https://vilt.be/58680</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na de problemen met verhoogde concentraties van triazolen in West-Vlaanderen ligt er een ontwerp van een nieuw drinkwaterplan op tafel. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) wil daarin de tijdelijke verhoging van de drinkwaternorm voor langere tijd verlengen, zo blijkt uit documenten die VRT NWS kon inkijken. Oppositiepartij Groen reageert scherp en noemt het plan “complete waanzin”.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/96228f49-b40d-4e16-926d-08febb5f169f/full_width_dam-drinkwater-water-natuur.jpg</image>
                                        <content>Sinds begin 2024 kampt West-Vlaanderen met verhoogde concentraties van 1,2,4-triazolen in het drinkwater. Die stof is een afbraakproduct van schimmelbestrijders die worden gebruikt in de landbouw en in de geneeskunde. De problematiek speelt het sterkst in waterproductiecentrum De Blankaart in Diksmuide, waar regelmatig overschrijdingen werden gemeten tot 0,7 microgram per liter. Dat is zeven keer hoger dan de Europese drinkwaternorm van 0,1 microgram per liter. Tijdelijke normverhoging Om een mogelijk drinkwatertekort te vermijden, gaf minister Brouns toestemming aan De Watergroep om gedurende twee jaar meer triazolen in het drinkwater toe te laten dan volgens de Europese norm is toegestaan. De norm werd tijdelijk verhoogd van 0,1 naar 1 microgram per liter. Volgens de minister was die maatregel noodzakelijk omdat anders in de getroffen gebieden geen drinkwater meer zou mogen worden gewonnen.Tegelijk kondigde Brouns een structureel drinkwaterplan aan om schadelijke stoffen in het drinkwater te beperken. Dat plan had normaal al in december klaar moeten zijn. Een definitieve versie is er nog niet, maar VRT NWS kon het ontwerp inkijken. Daaruit blijkt dat de minister de tijdelijke verhoging van de norm met een factor tien wil verlengen voor langere tijd. Volgens de Vlaamse regering en de drinkwatermaatschappij blijft het drinkwater ook met de verhoogde norm veilig. &quot;De wereld op zijn kop&quot;Oppositiepartij Groen reageert scherp op het ontwerp en noemt het gelekte plan “complete waanzin”. Groen-fractieleidster Mieke Schauvliege noemt het plan gevaarlijk voor de volksgezondheid en bekritiseert het ontbreken van een verbod op PFAS en andere zorgwekkende stoffen. “In plaats van de vervuiler aan te pakken, wil de minister de norm gewoon tien keer hoger kunnen leggen. Dat is de wereld op zijn kop”, klinkt het. Volgens Schauvliege is het plan bovendien in strijd met het regeerakkoord, dat een verbod op moeilijk verwijderbare stoffen beloofde. Bron van vervuiling Volgens de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) ligt het zwaartepunt van de problematiek bij industriële lozingen. Zeven voedselverwerkende bedrijven en drie rioolwaterzuiveringsinstallaties zouden de grootste bijdrage leveren aan de vervuiling in het onttrekkingsgebied van De Blankaart. Ook gewasbeschermingsmiddelen uit de landbouw en het gebruik van farmaceutische producten door particulieren en ziekenhuizen dragen in beperktere mate bij aan de verhoogde concentraties. Minister Brouns wil voorlopig niet inhoudelijk reageren om “niet vooruit te lopen op de inhoud”. In een korte schriftelijke reactie laat hij aan VRT NWS weten te willen komen tot een “sterk en gedragen plan dat zowel de bevoorradingszekerheid als de kwaliteit van ons drinkwater – dat vandaag aan de hoogste kwaliteitseisen voldoet – ook in de toekomst garandeert.”</content>
            
            <updated>2026-02-20T18:08:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Strijdbaar na vier jaar oorlog: Vlaamse boer richt belangenorganisatie op voor buitenlandse boeren in Oekraïne]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/strijdbaar-na-vier-jaar-oorlog-vlaamse-boer-richt-belangenorganisatie-op-voor-buitenlandse-boeren-in-oekraine" />
            <id>https://vilt.be/58681</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De oorlog in Oekraïne gaat dinsdag het vijfde jaar in. Het was 24 februari 2022 toen Russische troepen hun buurland binnenvielen. Na vier oorlogsjaren is er geografisch nauwelijks wat veranderd aan het front, maar sterven er nog dagelijks honderden soldaten. “De Oekraïense families zijn er vreemd genoeg aan gewend geraakt en blijven strijdbaar”, vertelt Tom Van Goey, die er een akkerbouwbedrijf runt. Met de Vlaming blikken we terug.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Oorlog Oekraïne" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f02b120b-4221-4d27-8595-7e55b9c6429f/full_width_tomvangoeyboerinoekraine-1250.jpg</image>
                                        <content>VILT volgt de Antwerpenaar Tom Van Goey sinds het begin van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland. Kort na de Russische invasie ontvluchtte Van Goey het Slavische land. Niet veel later keerde hij er terug. Nu pendelt hij, zoals voor de oorlog , heen en weer tussen zijn landbouwbedrijf en zijn gezin in Antwerpen. Hoe kijk je terug op de vier oorlogsjaren?In het begin was het grote probleem dat er geen handel werd gedreven, omdat de zeehavens met zeemijnen waren geblokkeerd. Daardoor konden we onze oogst niet verkopen en ontstonden er problemen met de opslag. Met de zogenaamde grain corridor werd dit probleem in het eerste oorlogsjaar verholpen en lopen handel en transport eigenlijk zoals voordien. Qua prijsvorming zijn we ook afhankelijk van de wereldmarkt.Is de oorlog nooit tot op je bedrijf geraakt?We zijn gelukkig nooit het slachtoffer geworden van een raketaanval, als je dat bedoelt. Wel hebben we natuurlijk hinder ondervonden van de Russische aanvallen op de Oekraïense infrastructuur, maar met de aanschaf van generatoren kunnen we ons wel redden. Ook hebben we er in de loop der jaren acht medewerkers naar het leger zien vertrekken. Een deel daarvan is al teruggekeerd en gelukkig is er niemand van ons gesneuveld. Voor de rest: Cherkasy is minder strategisch dan bijvoorbeeld Kyiv, Dnipro of de frontsteden, vandaar dat het hier relatief rustig is. Heeft de oorlog impact op je bedrijfsplanning? Ik kan me voorstellen dat investeringen on hold staan?Nee, zeker niet. De plannen die we voor de oorlog hadden, zetten we voort. Geplande investeringen gaan gewoon door. In 2023 hebben we een nieuwe maïsdrooginstallatie gebouwd. Vorig jaar en dit jaar hebben we ons irrigatieproject uitgebreid tot een kleine 600 hectare. In de loop der oorlogsjaren hebben we ons areaal uitgebreid van 3.000 tot 3.800 hectare.Geen schrik dat de Russen binnenvallen?In het begin was er veel chaos. De kans dat de frontgrens nu valt, acht ik klein. Er zijn ook enorme verdedigingswerken opgeworpen achter de frontlinies, dus zo vlot als vier jaar geleden passeren ze daar niet met troepen. Daarnaast blijft de Oekraïense defensie weerbaar en hebben zich inmiddels sterke structuren ontwikkeld die Oekraïne ondersteunen in de strijd tegen Rusland. Een overwinning van Oekraïne is in het belang van Europa. Het tegenovergestelde dan: als Oekraïne levend uit de oorlog komt, gloort het lidmaatschap van de Europese Unie. Dat zijn goede vooruitzichten voor de landbouw in het land?Zelenskyi spreekt van 2027. Het is natuurlijk niet duidelijk wanneer, of en onder welke voorwaarden Oekraïne onderdeel zal uitmaken van de Europese Unie. Als het lid wordt van de Europese Unie zal dat ongetwijfeld een grote impact hebben op het landbouwbeleid binnen de EU.Waar ben je op dit moment mee bezig?Ik ben de laatste maanden bezig met de oprichting van de International Farmers Association of Ukraine, een belangenvertegenwoordiging voor buitenlandse boeren in Oekraïne. Als buitenlandse boeren kennen we elkaar al lang, maar een echte formele structuur ontbreekt. Daar probeer ik nu verandering in te brengen. Op 14 maart staat de oprichtings- en lanceringsceremonie gepland in Kyiv. Waarom moet iemand juist de belangen van buitenlandse boeren vertegenwoordigen?Er zijn bepaalde zaken waar wij als buitenlanders toch anders behandeld worden dan Oekraïense eigenaars van landbouwbedrijven.Heb je daar voorbeelden van?Onze grootste grief is dat buitenlandse boeren, of buitenlanders in het algemeen, geen landbouwgrond kunnen kopen in Oekraïne. Oekraïense boeren mogen dat zelf wel sinds 1 juli 2021, toen het moratorium op de verkoop van landbouwgrond werd opgeheven. Buitenlandse boeren vangen dit bijvoorbeeld op door land aan te kopen via hun personeelsleden, maar dat is natuurlijk geen gezonde situatie. Er zijn bepaalde zaken waar wij als buitenlanders toch anders behandeld worden dan Oekraïense eigenaars van landbouwbedrijven. Wat zijn nog meer lobbyplannen?Ook willen we regelgeving rond ruilverkaveling. Na de val van de Sovjet-Unie werd het land onder de kolchoz-medewerkers verdeeld. Meer dan 10 miljoen mensen kregen elk een “blokje” grond (twee tot drie hectare in onze streek) in velden tot 200 hectare. Buitenlandse, maar ook lokale landbouwbedrijven, pachten rechtstreeks van deze landeigenaars. Daarna wordt er normaal gezien “gepuzzeld” zodat over het algemeen de typische grote blokken land behouden blijven. Enkele jaren geleden besloot een buurman zes meter hoge betonnen hoekpalen op een stuk van twee hectare midden in één van onze irrigatievelden te plaatsen, met als doel dat wij maar de helft van de 160 hectare konden beregenen.Waarom deed hij dat?Dit deed hij als wraak op onze uitbreidingen, mensen die hun stuk grond aan ons wilden verhuren en niet meer aan hem. Dit, maar ook andere kwesties, dienen aangepakt te worden. Een eigen associatie zal hopelijk helpen om gehoord te worden in Brussel en Kyiv.Hoeveel potentiële leden hebben jullie?We tellen 61 buitenlandse investeerders die tussen 300 en 22.000 hectare bewerken. In totaal gaat het om ongeveer 300.000 hectare. Dat is minder dan één procent van het Oekraïense landbouwareaal. (300.000 hectare is ongeveer de helft van het landbouwareaal in Vlaanderen, red.) Ben jij de enige Vlaming?Nee, er zijn nog twee Vlaamse akkerbouwers actief in Oekraïne, maar dan meer in het westen van het land.Hoe staat Oekraïne er over een jaar bij?Als je doelt op de oorlog, is het moeilijk te zeggen hoe de situatie zich zal ontwikkelen. Je hoort wisselende berichten. Feit is dat de bevolking strijdbaar blijft en dat vermoedelijk de EU ons niet snel zal laten vallen. Voor de landbouw hangen we af van het weer en de conflicten. Dat zal zo blijven.</content>
            
            <updated>2026-02-23T17:20:26+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Agridagen 2026 lokt recordaantal bezoekers: "Hier zouden alle politici naartoe moeten komen"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/agridagen-2026-lokt-recordaantal-bezoekers-hier-zouden-eigenlijk-ook-alle-politici-aanwezig-moeten-zijn" />
            <id>https://vilt.be/58682</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met 24.000 bezoekers en 234 exposanten noteerde de landbouwbeurs Agridagen in Ravels een nieuw record. “Hier zouden eigenlijk alle politici aanwezig moeten zijn”, aldus Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) op de opening. “Er is nog veel onwetendheid over hoe vooruitstrevend de landbouw vandaag werkt. Hierdoor ontbreekt vaak nuance in het debat over de sector.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/708b6eb2-87c2-4a05-a00d-8e5695ef77b7/full_width_agridagen2026.jpeg</image>
                                        <content>Agridagen heeft een vierledige doelstelling, lichtte voorzitter Joris Van Olmen toe bij de officiële opening van de beurs. Het moet mensen samenbrengen, het brede publiek tonen waar de sector voor staat, landbouwers inspireren en uiteraard kennis en expertise delen. “Landbouwer zijn, is soms een eenzaam beroep. Daarom vinden we het essentieel dat Agridagen een echte ontmoetingsplek is, waar landbouwers en leveranciers elkaar in een informele sfeer treffen”, zegt Van Olmen. “Daarnaast willen we ook het positieve imago van de sector zoveel mogelijk uitdragen naar een zo ruim mogelijk publiek. We verwelkomen dus ook graag veel geïnteresseerden en sympathisanten.” Van lokale naar regionale beursDat er een recordaantal van 234 exposanten intekenden, toont volgens Van Olmen dat het geloof in de dynamiek en veerkracht van de landbouwsector groot blijft. “Dat is niet vanzelfsprekend. De sector staat voor tal van uitdagingen, zeker in deze regio: midden in het Turnhouts Vennengebied.”Uit de bezoekerscijfers blijkt dan weer dat niet alleen lokale landbouwers de vierledige doelstelling van de beurs weten te waarderen, maar ook collega’s uit heel Vlaanderen. In vergelijking met de vorige editie kwamen er zo&#039;n 2.200 bezoekers bij. Opvallend is het grotere aandeel Oost- en West-Vlamingen die de verplaatsing naar het Kempense Ravels maakte. Brouns &amp;amp; Beels op officiële openingDe beurs ontving op de eerste dag Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) en Antwerps gedeputeerde van Landbouw&amp;nbsp;Jinnih&amp;nbsp;Beels (Vooruit). Beiden maakten tijd om met exposanten in gesprek te gaan, maar ook met elkaar. Brouns sprak zijn appreciatie uit voor de inspanningen die Beels het afgelopen jaar leverde om zich in de sector te verdiepen. “Voor ik gedeputeerde werd had ik amper affiniteit met de landbouw en waren er bij mij veel vooroordelen”, aldus Beels. “Ik heb veel geleerd door te luisteren naar mensen op het terrein. Wat me daarbij het meest is bijgebleven, is dat beleidsmakers vaak falen in het luisteren naar wie echt kennis van zaken heeft in de praktijk. Er is een grote kloof tussen theorie en praktijk. Landbouwers worden door de media of de publieke opinie vaak geframed als de grote zondebok. Nochtans zijn ze allemaal bezig met waar wij vandaag over wakker liggen: verduurzaming en een onzekere toekomst.” Er verdwijnt heel vaak nuance in het landbouwdebat, dat maakt mij zeer opstandig Dat landbouwers volgens Beels te snel met de vinger worden gewezen voor allerlei zaken die misgaan, hoefde Brouns geen tweede keer te horen. Nog zichtbaar geërgerd over het debacle rond het drinkwaterplan reageerde hij scherp: “Ik hoop dat de collega’s bij Vooruit goed luisteren naar haar. Er wordt onterecht heel vaak druk gelegd bij de landbouwsector. Het maakt me bijzonder boos om in de media te moet lezen dat de landbouwsector zogezegd iedereen aan het vergiftigen is met gewasbeschermingsmiddelen. Dit getuigt opnieuw van onwetendheid en een gebrek aan empathie om zich te verdiepen in de sector. Er verdwijnt heel vaak nuance in het landbouwdebat, dat maakt mij zeer opstandig.”“Veel mensen hebben vaak de mond vol van het strategisch belang van de sector in een veranderende wereld. Het is op beurzen zoals deze waar eigenlijk alle politici aanwezig zou moeten zijn, om te zien hoe de sector ervoor staat. Er leeft nog veel onwetendheid over hoe vooruitstrevend en duurzaam de landbouw vandaag werkt. Het milieu zal er weinig bij winnen als we voeding moeten invoeren uit het Zuiden, waar nog gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt die al jaren verboden zijn hier. Premier Bart De Wever (N-VA) zei het onlangs nog: als we hier industrie wegjagen dan wordt de wereld warmer, en wij armer.” Bij sommige boeren is er ondertussen al enige gelatenheid omdat de waarheid en het gezond verstand niet voldoende aan bod komen in het beleid en de media Onzekere toekomst opnieuw gesprekonderwerpGelegen midden in het Turnhouts Vennengebied is het geen verrassing dat stikstof en een onzekere toekomst opnieuw twee veelbesproken thema’s waren op de beurs. Veel aanwezigen kijken gespannen uit naar de uitspraak van het Grondwettelijk Hof over het stikstofdecreet. Tussen de landbouwmachines en technologische innovaties viel echter geen glazen bol te bespeuren waardoor het wachten blijft op duidelijkheid.“Wat de uitspraak ook wordt, ze zal geen dag te vroeg komen”, aldus Beels. “Met de uitspraak zal opnieuw verder aan de slag gegaan kunnen worden. Er zal werk gemaakt kunnen worden van een robuuste landbouwvisie op lange termijn; een perspectief dat landbouwers verdienen.”Ook Brouns vond de glazen bol niet op de beurs. “Wat voor mij wel al vaststaat, is dat we ons vast zullen blijven rijden zolang we de kritische depositiewaarden als exclusieve barometer blijven hanteren. Landbouwers zijn bereid om inspanningen te doen, maar het wringt bij de manier waarop die vandaag worden opgelegd. De inspanningen die nu gevraagd worden, steunen op computermodellen met onzekerheden. Ongeacht de uitspraak, moet er omslag gemaakt worden naar een ander beleid dat meer zekerheid biedt.”“Ik zie en hoor twee mensen die begaan zijn met de landbouw”, reageert melkveehouder Leo Beyens van de vzw Natuurlijk Boeren, de landbouworganisatie met een focus op het Turnhouts Vennengebied. “Ik ga akkoord met wat ze beiden zeggen, de vraag is of ze hun speeches ook zullen kunnen waarmaken. Bij sommige boeren is er ondertussen al enige gelatenheid omdat de waarheid en het gezond verstand niet voldoende aan bod komen in het beleid en de media.” Beyens heeft alvast zijn hoop nog niet laten varen. Samen met enkele andere leden van de vzw ontvingen ze de hele beurs lang ook collega-landbouwers op hun stand. “Dit deden we vorig jaar ook al. Het blijft belangrijk om hen een luisterend oor te bieden en correcte informatie te geven.”</content>
            
            <updated>2026-02-22T19:25:45+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Btw op gewasbescherming stijgt vanaf 1 maart van 12 naar 21 procent]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/btw-op-gewasbescherming-stijgt-vanaf-1-maart-van-12-naar-21-procent" />
            <id>https://vilt.be/58683</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vanaf 1 maart stijgt het btw-tarief op gewasbeschermingsmiddelen van 12 naar 21 procent. De btw op meststoffen blijft zes procent. Voor landbouwers die werken onder de forfaitaire btw-landbouwregeling betekent dit een kostenstijging van negen procent, zegt Boerenbond. Voor wie werkt met een gewone btw-boekhouding heeft dit weinig tot geen impact omdat de hogere btw kan verrekend worden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9b660815-83bc-42f8-86a1-8e58fd28d820/full_width_gewasbeschermingsmiddelenpesticide.jpg</image>
                                        <content>In december bereikte de federale regering een akkoord over de begroting. Daarin werden een aantal belastingverhogingen aangekondigd. Hoewel de Raad van State intussen een deel van de btw-hervormingen terugfloot, onder meer die voor meeneemmaaltijden, zijn er toch een aantal aanpassingen in btw-tarieven die vanaf 1 maart 2026 wel al ingaan.De aanpassing van het btw-tarief voor gewasbeschermingsmiddelen is daar één van. Vanaf 1 maart moeten landbouwers 21 procent btw betalen op de bestrijdingsmiddelen die zij aankopen. Het gaat om alle gewasbeschermingsmiddelen die door de federale landbouwminister zijn erkend en ook zijn terug te vinden op Fytoweb. Over het algemeen gaat het om de middelen die voordien onderworpen waren aan het tarief van 12 procent.Meststoffen vallen niet onder die tariefverhoging. Zij blijven belast aan zes procent. Al geldt er wel een uitzondering voor meststoffen die vermengd zijn met een bestrijdingsmiddel. In het verleden waren die producten ook belast aan 12 procent. Zij vallen vanaf 1 maart onder het tarief van 21 procent.Er wordt verwacht dat deze maatregel de staatskas jaarlijks zo’n 53 miljoen euro gaat opleveren.</content>
            
            <updated>2026-02-23T12:04:36+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse boer in bijberoep wordt voltijds vleesveehouder in Frankrijk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-boer-in-bijberoep-wordt-voltijds-vleesveehouder-in-frankrijk" />
            <id>https://vilt.be/58684</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Floris Arnauts, die momenteel 20 vleeskoeien in bijberoep kweekt in Glabbeek, ziet zijn agrarische toekomst in Frankrijk. Binnen twee maanden emigreert de Vlaams-Brabander naar Zuid-Frankrijk, waar hij op termijn een vleesveebedrijf met 200 koeien wil uitbaten. “De grond is er veel goedkoper en het wettelijke kader is er soepeler”, verklaart hij.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="runderras" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1821b300-d289-46f7-ba01-e02cbd016693/full_width_img-floris-arnauts.jpg</image>
                                        <content>Floris Arnauts van Blonde d&#039;Aquitaine-fokkerij Arnauts stal het voorbije weekend de show op de landbouwbeurs Agridagen in Ravels. Hij was daar één van de weinige standhouders met landbouwdieren: een handvol Blonde d&#039;Aquitaines. Het was een van de laatste keren dat de dieren van de fokker in Vlaanderen te bewonderen waren. Hij neemt regelmatig deel aan prijskampen. De Vlaams-Brabander verhuist naar de bakermat van de Blonde d’Aquitaine in Zuidwest-Frankrijk en neemt zijn koeien mee.Bij onze zuiderburen ziet hij kansen om zijn landbouwdromen na te streven en voltijds boer te worden. Sinds 2002 combineert hij een kleinschalige kwekerij van zo’n 20 Blonde d&#039;Aquitaine-runderen met loonwerk, waaronder melken bij een melkveehouderij. “De toekomst voor de vleesveehouderij ziet er positief uit. Er is vraag en steeds minder aanbod”, vertelt hij.Goedkopere grond in FrankrijkIn Glabbeek, waar Arnauts 20 hectare grond bezit, zijn er geen uitbreidingsmogelijkheden. Vandaar zijn emigratie naar Frankrijk. “Daarnaast is de grond in Frankrijk veel goedkoper, waardoor de productiekosten lager zijn. Bovendien is het wettelijke kader er soepeler en is er nog ruimte om te boeren”, zegt hij.In eerste instantie huurt de 45-jarige boer een landbouwbedrijf van Vlamingen die zo’n 20 jaar geleden naar Frankrijk emigreerden. Het bedrijf is gelegen in Foulayronnes, in het zuidwesten van Frankrijk. “Dat is het hart van de Blonde d&#039;Aquitaine”, vertelt Arnauts, die 20 jaar geleden zijn hart verloor aan het Franse ras. De afgelopen jaren haalde hij regelmatig een stier uit Frankrijk, maar binnenkort keren zijn dieren dus terug naar hun thuisland. Het landbouwbedrijf dat de Vlaams-Brabander huurt, staat al een tijdje leeg. De stallen wil Arnauts vullen met zijn Vlaamse veestapel. Op termijn wil hij doorgroeien naar een bedrijf met 200 vleeskoeien.</content>
            
            <updated>2026-02-26T18:43:34+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Arla kondigt tijdelijke ledenstop aan in Vlaanderen, war for milk is niet voorbij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/arla-kondigt-ledenstop-aan-in-vlaanderen-war-for-milk-gaat-door" />
            <id>https://vilt.be/58685</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Deense zuivelverwerker Arla werft niet langer actief nieuwe leden in Vlaanderen. Dat heeft het bedrijf in september vorig jaar beslist. Op die manier wil het Deense bedrijf dalende melkprijzen voor de leden voorkomen. Nieuwe leden kunnen zich wel nog steeds melden, maar zij komen dan op een wachtlijst terecht. De tijdelijke ledenstop wil niet zeggen dat de 'war for milk' ten einde is. Andere zuivelaars blijven nieuwe melk zoeken.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f8c77314-7f07-4620-a121-e13f365203b3/full_width_arla.jpg</image>
                                        <content>De komende periode zullen er geen tijdelijk nieuwe Vlaamse boeren bijkomen bij Arla. “We willen onze leden garanderen dat we al hun melk blijven ophalen. Er is een grote toename van de melkaanvoer en die melk willen we goed kunnen verwerken, zonder dat we in een situatie van overschot komen”, vertelt Sylvain Vanderheyden, hoofd melkaanvoer België en Nederland van het zuivelbedrijf. Nieuwe leden mogen zich nog steeds melden, benadrukt hij. Zij worden op een wachtlijst gezet en zodra er opnieuw ruimte is voor nieuwe leden zullen ze benaderd worden. Bij Arla zijn er ook grote veranderingen op til. Samen met de Duitse zuivelverwerker DMK maakte het vorig jaar fusieplannen bekend. Inmiddels hebben de ledenraden hun goedkeuring verleend en is het afwachten op groen licht van de Europese mededingingsautoriteit. Na de vermoedelijke fusie ontstaat een coöperatie die meer dan 12.000 melkveehouders verenigt.  Aantal nieuwe Vlaamse leverancier-ledenDe voorbije jaren heeft de Deense zuivelverwerker Arla een aantal nieuwe Vlaamse melkveehouders verwelkomd, maar er waren ook leden die vertrokken. Het gaat dan vooral om boeren die met pensioen gingen en hun melkveebedrijf stopzetten. “Het volume is de voorbije jaren toegenomen”, benadrukt het hoofd melkaanvoer België en Nederland. Het bedrijf telt nu 450 leveranciers in België, waarvan de helft Vlaamse bedrijven en de helft Waalse bedrijven.De Belgische melk gaat naar de Duitse fabriek in Pronsfeld, nabij de Oostkantons. Daarnaast heeft Arla een uitwisselingscontract met FrieslandCampina in Vlaanderen, waarbij de zuivelbedrijven melk uitwisselen om de logistieke kosten te beperken. War for milk nog niet ten eindeDe tijdelijke ledenstop bij Arla betekent niet dat de ‘war for milk’ in Vlaanderen achter de rug is. Door vergrijzing en strengere milieu- en klimaatwetgeving is de verwachting dat de melkproductie in Vlaanderen en Noordwest-Europa haar piek heeft bereikt. Dit was enkele jaren geleden aanleiding voor Europese zuivelaars om actief op zoek te gaan naar meer melk. Symbolisch hiervoor was onder andere de komst van Royal A-ware, dat de voorbije jaren veel leveranciers aantrok in België, ten koste van andere zuivelverwerkers.Begin 2026 is de strijd om meer melk nog steeds gaande. Symbolisch hiervoor was onder andere de aanwezigheid van alle zuivelverwerkers op de landbouwbeurs Agridagen in Ravels het voorbije weekend. “Wij zijn hier om potentiële leveranciers te ontmoeten en de contacten met bestaande leveranciers aan te halen”, vertelt Toon van de Rijt van Farmel, een Nederlandse speler die melk van eigen leveranciers verkoopt aan zuivelfabrieken zonder eigen melk, zoals bijvoorbeeld Kaasmakerij Passendale uit Zonnebeke.Het Nederlandse zuivelbedrijf Vreugdenhil had op zijn beursstand een grote affiche met opschrift “leveranciers gezocht”. Het bedrijf, dat enkele jaren geleden de overstap naar Vlaanderen maakte en vooral melk ophaalt in het grensgebied rond Essen (Noorderkempen), telt zes Vlaamse leveranciers. “Momenteel zijn we met een tiental Vlaamse boeren in gesprek om leverancier te worden”, klinkt het op de beursstand.Het familiebedrijf Vreugdenhil specialiseert zich vooral in (op maat gemaakte) melkpoeders en ziet groeimogelijkheden. De directeur Milk Supply beaamt dat andere zuivelbedrijven hun poederactiviteiten juist terugschroeven door lage marges en zich meer op kaasproductie richten. “Maar wij zitten met onze poeders in een nichemarkt en het feit dat andere bedrijven stoppen, vergroot onze markt.”Zowel Farmel en Vreugdenhil beamen dat het op de zuivelmarkt op dit moment wat slechter gaat. “Maar je moet op de lange termijn kijken”, klinkt het. Feit is dat de melkproductie in Vlaanderen, Nederland en geheel Noord-West Europa onder druk staat en fabrieken vrezen voor slinkende aanvoer.</content>
            
            <updated>2026-02-27T15:26:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onderwijshervorming dreigt tekort aan vissers te vergroten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/salv-waarschuwt-voor-tekort-aan-vissers-door-hervorming-duaal-visserijonderwijs" />
            <id>https://vilt.be/58686</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De geplande onderwijshervorming van Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) dreigt de instroom van jonge vissers verder te ondermijnen. Daarvoor waarschuwt de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij (SALV) in een advies op eigen initiatief. Volgens de raad raakt de hervorming aan het duaal visserijonderwijs, dat cruciaal is voor de opleiding van nieuwe bemanningsleden in een sector die al kampt met een structureel tekort. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="visserij" />
                        <category term="vis" />
                        <category term="onderwijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dbfa1ce1-22a6-444c-a9f5-06e2c502d0ff/full_width_visserij-nederland-vissersboot-wikicommons-joost-bakker.jpg</image>
                                        <content>De hervorming voorziet in de opheffing van de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs (CDO’s) als aparte instellingen. Ze worden geïntegreerd in de structuur van reguliere secundaire scholen. Die inkanteling heeft ook gevolgen voor het duaal visserijonderwijs, dat vandaag binnen zo’n CDO-structuur georganiseerd wordt.Volgens de SALV is de hervorming geen evidentie. Het visserijonderwijs heeft immers een uniek organisatiemodel dat moeilijk inpasbaar is in het klassieke schoolsysteem. Aan het Maritiem Instituut Mercator in Oostende werken leerlingen in een rotatiesysteem van zes weken praktijk op zee, afgewisseld met zes weken les op school. Door de onvoorspelbare en seizoensgebonden aard van de visserij is een wekelijkse combinatie van werken en leren onmogelijk.Duaal systeem cruciaal voor instroomNet dat systeem is bijzonder effectief. Uit cijfers van de school blijkt dat 69 procent van de afgestudeerden uit het duaal traject effectief instroomt in de zeevisserij. In het voltijds onderwijs is dat slechts 7 procent. Een recente bevraging bij leerlingen toont bovendien aan dat een aanzienlijk deel zou afhaken of elders onderwijs zoeken mocht het duaal traject verdwijnen. Dat zou niet alleen de instroom in de sector verder onder druk zetten, maar ook het voortbestaan van de school zelf bedreigen.&quot;Meer voorbereidingstijd nodig&quot;De SALV vraagt daarom dat de hervorming zorgvuldig wordt voorbereid en ingebed in een langetermijnvisie op duaal leren, met bijzondere aandacht voor de specifieke noden van het visserijonderwijs. De adviesraad pleit onder meer voor voldoende personeelsomkadering en werkingsmiddelen, het behoud van de huidige arbeidsregeling voor duale leerlingen en een goede beleidsafstemming tussen de ministers bevoegd voor Onderwijs en Visserij.Omdat de definitieve goedkeuring van het decreet dicht bij de start van het nieuwe schooljaar wordt verwacht, dringt de SALV aan op meer voorbereidingstijd. Zonder gerichte waarborgen dreigt een onderwijstechnische hervorming volgens de raad uit te monden in een bijkomende klap voor een sector die al kampt met een nijpend tekort aan jonge vissers.</content>
            
            <updated>2026-02-24T09:45:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Verzamelaanvraag indienen kan nog tot en met 30 april]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/verzamelaanvraag-indienen-kan-nog-tot-en-met-30-april" />
            <id>https://vilt.be/58687</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nog tot donderdag 30 april kunnen land- en tuinbouwers het gebruik van hun percelen en hun steunaanvragen aangeven in de verzamelaanvraag. Die is vanaf nu beschikbaar op het e-loket van Landbouw en Zeevisserij. Vanaf dit jaar zijn er ook een aantal nieuwigheden. Zo is bijvoorbeeld de teelt van kikkererwten en gele mosterd erkend als eenjarige ecoteelt, terwijl voorjaarsbraak niet langer erkend is als ecoregeling.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eaa523c7-b9b0-442f-9ee8-8ea40c8090af/full_width_laptop-computer.jpg</image>
                                        <content>Elk jaar opnieuw moeten land- en tuinbouwers in het voorjaar aangeven welke teelten ze op elk van hun percelen gaan zaaien of planten. Daarnaast moeten ze aanduiden voor welke maatregelen uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid ze steun willen aanvragen. Het gaat onder meer om ecoregelingen en agromilieu-klimaatmaatregelen. &amp;nbsp;DeadlinesVia het e-loket kunnen ze dat vanaf nu doen voor het komend teeltseizoen. De uiterste deadline is donderdag 30 april 2026. Bepaalde wijzigingen kunnen nadien nog aangebracht worden tot uiterlijk 31 mei 2026. Voor steun voor ecoregelingen of agromilieu-klimaatmaatregelen krijgen landbouwers meer tijd. Ze kunnen die aanvragen tot de uiterste wijzigingsdatum van 31 mei.Zowat alle steun is voorbehouden aan actieve landbouwers. Uitzonderingen vormen onder meer de agromilieu-klimaatmaatregel ‘behoud van lokale veerassen’ en beheerovereenkomsten. Naast de basisinkomenssteun kunnen landbouwers opnieuw een herverdelende inkomenssteun en steun voor duurzame zoogkoeienhouderij aanvragen. Specifiek voor jonge landbouwers is er ‘aanvullende steun voor jonge landbouwers’. NieuwighedenDoor de bijsturing van het Vlaams beleid zijn er een aantal wijzigingen in 2026. Een aantal ecoregelingen en agromilieu-klimaatmaatregelen werden op vraag van de sector vereenvoudigd. Zo maken de regels rond de beschermingsstroken deel uit van de conditionaliteit. Dit is de nieuwe term voor de randvoorwaarden in het vorige GLB. Het omvat de duurzaamheidsverplichtingen waaraan landbouwers moeten voldoen om steun te krijgen.Nieuw is ook het verdwijnen van de ecoregelingen ‘bufferstrook plus graskruiden’, ‘voorjaarsbraak’ en ‘faunavriendelijke nateelten’. Binnen de eenjarige ecoteelten zijn er dan weer nieuwe teelten toegelaten, zoals kikkererwten en gele mosterd als productieve teelt. Bij de niet-productieve teelten is de steun hoofdzakelijk gericht op mengsels van groenbedekkers.Daarnaast zijn er binnen de ecoregeling ‘bufferstroken’ twee nieuwe acties toegelaten die het mogelijk maken om beschermingsstroken langs VHA-waterlopen (waterlopen opgenomen in de Vlaamse Hydrologische Atlas, red.) beter te onderhouden. Bij de ecoregeling ‘verhogen organische koolstofgehalte – stalmest’ wordt de minimumhoeveelheid stalmest verhoogd van tien naar 15 ton per hectare. Landbouwers moeten vanaf 2026 geen foto’s meer maken van de percelen waarop stalmest is aangebracht.Meer informatie: Ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen</content>
            
            <updated>2026-02-23T16:35:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Recordaantal kippen geslacht in 2025, historisch weinig runderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/recordaantal-kippen-geslacht-in-2025-historisch-weinig-runderen" />
            <id>https://vilt.be/58688</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nog nooit werden in België zo weinig runderen geslacht als vorig jaar. In vergelijking met het jaar ervoor zakte het aantal met ruim zeven procent naar 750.000 runderen. Tegelijk bereikten de kippenslachtingen een record, met een stijging van twee procent. Dat blijkt uit nieuwe data van het Belgische statistiekbureau Statbel. Het totale gewicht van alle geslachte dieren samen bleef vrijwel stabiel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="veeteelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fdea77d3-414a-4b07-894b-48876a6e2837/full_width_vionadriaens-slachthuis-slachtproces-1250.jpg</image>
                                        <content>Tussen 2022 en 2024 steeg het totaal aantal runderslachtingen nog, maar in 2025 volgde een duidelijke terugval van 7,3 procent. Vorig jaar werd zo’n 229 miljoen kg rundvlees verwerkt in de Belgische slachthuizen, het laagste gewicht sinds de eerste metingen in 1980. Toen bedroeg het totale slachtgewicht 302 miljoen kg, een derde meer. In vergelijking met 20 jaar geleden bedraagt de krimp ruim 15 procent.Het aanbod van rundvlees staat al langer onder druk. Naast de constante trend van stoppende rundveehouders, teisteren ook dierziekten de sector. “Door de zware insleep van het blauwtongvirus in 2024 kampten veel bedrijven met vruchtbaarheidsproblemen. In 2025 werden de gevolgen daarvan zichtbaar”, zegt landbouworganisatie Boerenbond. “Ook de hoge melkprijs speelde mee. Heel wat melkveehouders hielden hun koeien langer aan, wat de vleesproductie afremde.” Daling rood vlees, stijging wit vleesDe gevogelteslachtingen volgen een tegenovergestelde trend. Met 549,5 miljoen kg werd een record bereikt, goed voor 315,6 miljoen dieren. Dat is 1,7 procent meer dan vorig jaar. Het aantal gevogelteslachtingen ligt daarmee op het hoogste niveau sinds de eerste registratie in 2008 (+24%). Binnen de categorie gevogelte nemen kippen de absolute meerderheid in (314,9 miljoen) in. In vergelijking met 2024 doet de kippensector het nog beter(+2%), terwijl in dat jaar al een recordaantal kippenslachtingen werd geregistreerd.De pluimveeproductie zit al enkele jaren in de lift en kent momenteel gouden tijden. Er is een duidelijke groeiende vraag van consumenten naar wit vlees, waarbij rood vlees terrein verliest. Volgens Boerenbond is de stijging van het aantal geslachte dieren in 2025 eerder het gevolg van een lagere druk van vogelgriep dan van een uitbreiding van de productiecapaciteit. Slachtgewicht varkens stabielNa een sterke daling van 11 procent van het aantal geslachte varkens in 2023, bleef het aantal van 2024 in 2025 quasi behouden. Zo werden er in 2025 opnieuw 9,4 miljoen varkens geslacht, goed voor 951 miljoen kilo vlees. In gewicht nemen de varkens nog steeds het grootste aandeel in (55%) van het totaal geslacht gewicht. Kippen volgen met 31 procent, runderen zijn goed voor 13 procent.Daarnaast zijn vorig jaar ook voor 2,6 miljoen kilogram aan konijnen, 1,4 miljoen kilogram aan schapen, 530.104 kilogram aan paarden en 402.323 kilogram aan geiten geslacht.</content>
            
            <updated>2026-02-23T23:22:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[ILVO wil met AI bijdragen aan professionalisering van de vleesveehouderij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ilvo-wil-met-ai-bijdragen-aan-professionalisering-van-de-vleesveehouderij" />
            <id>https://vilt.be/58689</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door regelmatig het gewicht van jongvee en vleesvee te meten, kan de opfok en afmest in de vleesveehouderij gevoelig verbeteren. “Zo kan een veehouder sneller bijsturen als er bijvoorbeeld tijdens de opfok iets verkeerd loopt”, vertelt Matthieu Frijlink, ILVO-adviseur rundveehouderij. Hij diende recent een projectaanvraag in waarmee hij op basis van AI, camerabeelden en een slimme weegschaal het gewicht van rundvee wil inschatten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="ILVO" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1ae99a0f-69bb-4fce-a737-9198ab61a9e3/full_width_wegen-veehouderij-aangepast.jpg</image>
                                        <content>In de vleesveehouderij worden dieren vaak maar één keer gewogen. “Als ze aan de haak in het slachthuis hangen”, vertelt Matthieu Frijlink. Hij is adviseur rundveehouderij en coördinator van het ILVO Rundveeloket. Volgens hem zou je kalveren, koeien en stieren in de groei- of afmestfase regelmatig moeten wegen. Om zo de groei in beeld te krijgen en waar nodig te kunnen ingrijpen of bijsturen. “Als de rundveehouder op deze manier constateert dat de groei in een bepaalde levensfase van het rund achterblijft, kan hij bijvoorbeeld het voermanagement of de huisvesting aanpassen om zo de groei te verbeteren.”Een moeilijkheid bij het wegen van vleesvee is dat de typische stallen geen vlotte mogelijkheid tot wegen bieden. Bovendien is het wegen van runderen tijdrovend en potentieel gevaarlijk werk. “In de melkveehouderij gaan de koeien frequent naar de melkput of -robot en kan je ze makkelijk over een weegschaal laten passeren. Dat is anders in de vleesveehouderij, waar runderen in groepen in stroboxen of potstallen gehouden worden”, vertelt Frijlink. Alternatieve weegsystemen op basis van AI en voorpotengewichtDaarom bedacht hij twee alternatieve weegsystemen om ook in de vleesveesector makkelijker gewichten op te volgen. Een eerste systeem maakt gebruik van camerabeelden en AI. Een alternatief systeem is gebaseerd op registratie en extrapolatie van het voorpootgewicht. “Er wordt in de veehouderij al veel geëxperimenteerd met AI om de beweging en dus het gedrag van koeien te analyseren. Om zo meer te weten te komen over bijvoorbeeld de gezondheid of de vruchtbaarheid. De inzet van AI om gewicht te monitoren is in de rundveehouderij echter nog braakliggend terrein”, aldus de coördinator van het Rundveeloket. Op basis van ijkpunten op het lichaam van de koe, die met een camera gemonitord worden, zou het gewicht van het dier nauwkeurig geschat kunnen worden. “Voor dieren gehuisvest in hokken of stallen, waar cameratechnieken minder geschikt zijn, kan een weegschaal gebruikt worden die het voorpootgewicht bepaalt”, benadrukt Frijlink. Volgens hem wordt in Nieuw-Zeeland een dergelijk meetsysteem al ingezet om het voorpootgewicht van dieren in de weide te meten. “Dat meetsysteem zou je kunnen ombouwen zodat je het in een stal aan het voerhek kan plaatsen, waar de runderen komen eten. In het project zullen we het voorpootgewicht koppelen aan het totaalgewicht om zo de omrekening ook voor rundvee van het Belgisch Witblauw ras te kunnen doen”.Ook potentieel in melkveehouderijBeide systemen zouden in de melkveehouderij potentieel hebben. &quot;Ook daar is een goede opvolging van groei bij het jongvee immers belangrijk voor een duurzame en rendabele bedrijfsvoering&quot;, aldus Frijlink.Hij diende in november vorig jaar een projectaanvraag in bij het Agentschap Innoveren &amp;amp; Ondernemen (VLAIO) en hoopt binnenkort op positief nieuws.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-02-25T11:52:13+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe AER-techniek voor kalverhouders]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-aer-techniek-voor-kalverhouders" />
            <id>https://vilt.be/58690</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) breidt de lijst met ammoniak-emissiereducerende technieken uit met een extra maatregel voor kalverhouders. Zij kunnen voortaan bij vleeskalveren tot acht maanden drijvende ballen op het mestoppervlak gebruiken om de ammoniakuitstoot te beperken. "Die techniek was hoognodig, gezien de beschikbare technieken voor kalverhouders tot op heden beperkt waren tot verlengde leegstand", aldus minister Brouns.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/05ccd7cc-8c28-4c23-9334-f25ed7057336/full_width_kalf.jpg</image>
                                        <content>De techniek van drijvende balansballen in het mestoppervlak wordt reeds toegepast voor de varkenssector bij onder meer vleesvarkens en zeugen. De emissies van ammoniak worden beperkt door het mestoppervlak in de kelder grotendeels af te dekken door een laag van drijvende ballen. De balansballen hebben ook een &#039;zelfreinigend effect&#039;. Telkens er verse mest op een bal terechtkomt, kantelt die licht door het gewicht zodat de mest onder de bal in de kelder terechtkomt. Daarna draait de bal terug in positie waardoor de afdekking intact blijft. In de varkenssector is voor deze techniek een ammoniak-emissiereductie erkend van 29 procent. Voor de kalverhouders ligt het reductiepercentage iets lager.11 procent reductieOp basis van het advies van het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV), kregen de balansballen een reductiepercentage van 11 procent toegekend. &quot;De geadviseerde emissiereductie van 11 procent is gebaseerd op expertinschatting waarbij rekening werd gehouden met de onzekerheden verbonden met de beschikbare informatie&quot;, aldus WeComV. Van zodra informatie uit praktijkmetingen beschikbaar is, adviseert het comité om de reductiefactor opnieuw te evalueren. Tot dan kunnen kalverhouders alvast een ammoniak-emissiereductie van 11 procent in rekening brengen als ze de techniek toepassen.“Onze landbouwers willen inspanningen leveren om hun emissies te verminderen, maar hebben daarvoor nood aan rechtszekerheid en werkbare oplossingen. Door deze bestaande, bewezen techniek ook voor vleeskalveren te erkennen, geven we&amp;nbsp;hen&amp;nbsp;extra keuzevrijheid om maatregelen toe te passen die passen bij hun bedrijf&quot;, besluit de minister. &quot;Met deze uitbreiding blijft Vlaanderen inzetten op het verbreden van de AER-lijst met technieken die wetenschappelijk onderbouwd, juridisch verankerd en praktisch toepasbaar zijn.&quot;</content>
            
            <updated>2026-02-23T19:59:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Cd&v wil voedselzekerheid in de grondwet: “Verdwijnen van landbouwgrond is een bedreiging”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/cdv-wil-voedselzekerheid-in-de-grondwet-verdwijnen-landbouwgrond-is-bedreiging" />
            <id>https://vilt.be/58691</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wordt het recht op voedselzekerheid binnenkort verankerd in de grondwet? Als het van cd&amp;v-senator Stijn De Roo en partijvoorzitter Sammy Mahdi afhangt wel. Concreet wil de partij het “recht op voedselzekerheid” toevoegen aan artikel 23 van de grondwet. Maar hoe eenvoudig valt zoiets te bewerkstelligen? En wat zouden de gevolgen zijn?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wetgeving" />
                        <category term="voedselzekerheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/021fea8c-84e4-4607-8052-0148fa367df7/full_width_melkkoe-koe-melk-stal-vee.jpg</image>
                                        <content>Cd&amp;amp;v motiveert het initiatief door te verwijzen naar de huidige instabiele geopolitieke context. België is afhankelijk van Russisch aardgas en op het vlak van defensie rekent de Europese Unie sterk op de militaire arm van de VS. Tijdens de tweede ambtstermijn van Trump is ons bondgenootschap met de Verenigde Staten lang niet vanzelfsprekend. In die context vindt Mahdi dat&amp;nbsp; België op het vlak van voeding op zichzelf moet kunnen staan. “Onze voedselproductie uit handen geven, is een speelbal van de wereld worden. Dat mogen we nooit laten gebeuren&quot;, stellen initiatiefnemers De Roo en Mahdi.Als de grondwetswijziging er komt, zal de overheid geen maatregelen kunnen nemen die ingaan tegen het moeten voorzien van onze eigen voedselzekerheid. Door voedselzekerheid als grondrecht te verankeren, krijgt de overheid een duidelijke opdracht. Dat is zorgen dat er in ons land altijd voldoende voedsel van hoge kwaliteit wordt geproduceerd. Met bijzondere aandacht voor het beschermen van landbouwgrond, het veiligstellen van water en het behoud van onze eigen landbouwkennis.Concreet zou voedselzekerheid verankerd worden in artikel 23 van de Grondwet, dat stelt dat iedereen het recht heeft op een menswaardig leven. Hierbij horen verschillende economische, culturele en sociale grondrechten zoals het recht op arbeid, sociale zekerheid en degelijke huisvesting.Naar Zwitsers modelMaar een grondwet laat zich niet zomaar wijzigen. De Roo bevestigt dat een voorstel hiervoor is ingediend, maar hiervoor moet er zowel in de Kamer als in de Senaat een tweederdemeerderheid zijn. Komt voedselzekerheid in de grondwet, dan zal dit een nieuwe toetssteen zijn voor alle beleid.“We baseren ons op het Zwitserse model, waar voedselzekerheid al in de grondwet staat”, zegt De Roo. Door te toetsen aan dit principe, zal een beleid dat voedselzekerheid hoog in het vaandel draagt progressief worden vormgegeven. “Een landbouwbeleid waar onder andere de beschikbaarheid van grond als productiebasis in wordt opgenomen”, zegt De Roo. “Voedselzekerheid wordt zo mee opgenomen als economisch beginsel.” Of we hier eten hebben of niet, moeten we niet overlaten aan zotten in de wereld België zou dus lang niet het eerste land zijn dat voedselzekerheid opneemt in de grondwet. De Zwitserse overheid is verplicht om actief te zorgen voor de voedselvoorziening van haar bevolking door onder andere landbouwgrond te beschermen, binnenlandse productie te stimuleren en duurzame handelsrelaties te waarborgen. “Een land als China beschouwt voedselzekerheid expliciet als een kernonderdeel van haar nationale veiligheidsstrategie en gebruikt het ook geopolitiek als instrument. Of we hier eten hebben of niet, moeten we niet overlaten aan zotten in de wereld. Dat zou pas oerdom zijn in deze geopolitieke tijden. Niet met cd&amp;amp;v”, zegt partijvoorzitter Sammy Mahdi.Wordt afname landbouwgrond onwettig?Maar wat betekent zo’n verankering van voedselzekerheid concreet? Cd&amp;amp;v verwijst onder meer naar het verdwijnen van landbouwgrond als bedreiging voor de voedselzekerheid. Wordt het dus illegaal om zonder compensatie bos aan te planten op landbouwgebied? “Neen, dat zou heel verregaand zijn en ook een heel brede interpretatie van dit artikel”, zegt De Roo.“Wel wordt voedselzekerheid een principe waaraan een rechter van het Grondwettelijk Hof zaken zal toetsen. Dit zal leiden tot een meer evenwichtige besluitvorming”, zegt De Roo. “Vandaag kan er slechts in beperkte mate aan economische grondrechten worden getoetst.”Voedselzekerheid begint bij landbouwVolgens cd&amp;amp;v begint het beschermen van voedselzekerheid bij onze eigen landbouw. “Vandaag staat die basis onder druk: Vlaanderen verloor de voorbije jaren landbouwgrond, terwijl de vraag naar voedsel blijft stijgen”, stelt de partij in een mededeling. “En binnenkort is er amper nog iemand te vinden die wil boeren. Negen op de tien oudere landbouwers vinden geen opvolger voor hun bedrijf, terwijl beginnende boeren het moeilijk hebben om een nieuw bedrijf op te starten. Wie die basis niet beschermt, ondergraaft op termijn zijn eigen voedselzekerheid, zijn strategische autonomie en zelfs de toekomst van zijn land.” Een scenario van een land zonder boeren is al lang geen illusie meer. Als dit zo doorgaat, wordt dat gewoon werkelijkheid “Een scenario van een land zonder boeren is al lang geen illusie meer. Als dit zo doorgaat, wordt dat gewoon werkelijkheid”, zegt De Roo. “Onze landbouwers worden weggepest, onder meer door een onhaalbaar stikstofbeleid en te strenge Europese regels. Maar dit gaat over onze strategische autonomie als land. Willen we zelf beslissen over wat er op ons bord ligt, of laten we andere landen mee bepalen over het leven van onze kinderen en kleinkinderen?”De Roo nuanceert wel dat het niet de bedoeling is om al onze voeding louter op Belgische bodem te kweken. &quot;Het is perfect mogelijk om open te staan voor handel en tegelijkertijd onze onafhankelijkheid te bewaren op enkele fundamentele punten”, verduidelijkt hij. Het is perfect mogelijk om open te staan voor handel en tegelijkertijd onze onafhankelijkheid te bewaren op enkele fundamentele punten Standstill voor voedselzekerheid?Nog een laatste vraag die rest. Komt er dus ook een standstill-verplichting inzake voedselzekerheid? De standstill-verplichting in artikel 23 van de Belgische Grondwet verbiedt de overheid om de geboden bescherming van sociale, economische en culturele rechten aanzienlijk te verminderen zonder rechtvaardiging in het algemeen belang.Dit zou verregaande implicaties hebben, maar zo ver zal het niet komen. Want in de wandelgangen klinkt dat cd&amp;amp;v ook de standstill-verplichting wil wijzigen.Landbouworganisatie Boerenbond staat gunstig tegenover het initiatief: &quot;Wij staan positief ten opzichte van elk initiatief dat de strategische rol van onze land- en tuinbouwers als voedselproducent ondersteunt.&quot;</content>
            
            <updated>2026-02-23T21:12:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 #Veldvloggers: Maak kennis met Mieke Vander Schueren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veldvloggers-maak-kennis-met-mieke-vander-schueren" />
            <id>https://vilt.be/58692</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In deze aflevering van de #Veldvloggers maak je kennis met een nieuw gezicht: Mieke Vander Schueren. Samen met haar mama Regina en broer Pieter runt ze het gemengde familiebedrijf 'Den Ighemkouter' in het Oost-Vlaamse Idegem.</p><p>Op het bedrijf vind je een zestigtal melkkoeien, vleesvee én akkerbouw. Den Ighemkouter is sterk zelfvoorzienend: ze zorgen voor hun eigen mestafzet en telen hun voedergewassen volledig zelf. Mieke neemt je mee in het dagelijkse reilen en zeilen op de boerderij en toont hoe het eraan toegaat binnen een hecht familiebedrijf waar samenwerking centraal staat.</p><p>Maar hun visie reikt verder dan de erfgrenzen. Ze zetten bewust in op verbreding en ontvangen jaarlijks zo’n 4.000 bezoekers op het bedrijf. Hun missie? De landbouw dichter bij de burger brengen en mensen opnieuw verbinden met waar hun voedsel vandaan komt.</p><p>Kijk mee en ontdek het verhaal achter Den Ighemkouter.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="VILT" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/71df071b-1062-4415-83bd-00b52934f8cd/full_width_schermafbeelding-2026-02-24-om-101112.png</image>
                        
            <updated>2026-02-24T10:58:25+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onzekerheid troef in handel tussen EU en VS, toch blijven internationale ambities lonen voor voedingsbedrijven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/onzekerheid-troef-in-vs-eu-handel-toch-blijven-internationale-ambities-lonen-voor-voedingsbedrijven" />
            <id>https://vilt.be/58693</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het 'geflipflop' in de Amerikaanse handelspolitiek creëert een onzeker economisch klimaat voor Belgische voedingsbedrijven. “Stabiliteit en voorspelbaarheid blijven essentieel”, aldus Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie. Maar zelfs in deze woelige tijden zijn er nog veel kansen voor de voedingssector om internationaal te groeien. “Innovatieve producten verkopen altijd”, klinkt het. Zo ziet de sectorfederatie onder meer kansen in aangepaste voeding voor gebruikers van medicatie zoals Ozempic. Ook producten met een hoger vezelgehalte hebben een toekomst.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="export" />
                        <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="Donald Trump" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8c50e4a4-ba02-4df4-b162-942598a42e0f/full_width_voeding-appel-verwerker-industrie-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Vorig jaar werden heel wat nieuwe Amerikaanse invoertarieven uitgerold. Het Amerikaanse Hooggerechtshof oordeelde recent dat een groot deel daarvan onwettig zou zijn. Als reactie op deze beslissing vaardigde de Amerikaanse president Trump nieuwe tijdelijke tarieven uit van 10 procent op verschillende goederen. En dit voor een periode van 150 dagen. Deze tarieven zijn dinsdag van kracht gegaan. Trump gaf ondertussen ook aan dat hij binnenkort de 10%-heffing wil optrekken naar 15 procent. Die intentie is nog niet omgezet naar wetgeving, al zou er volgens de VS wel aan gewerkt worden. Handelsdeal in de koelkast&amp;nbsp;Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en Trump sloten vorige zomer nog een deal. De VS zou onder meer een betere Europese markttoegang krijgen voor industriële goederen en enkele vis- en landbouwproducten. Deze afspraken zitten vandaag nog in een goedkeuringsproces. De Europarlementsleden hadden de stemming al een eerste keer in de koelkast gestoken nadat Trump had gedreigd met&amp;nbsp;tarieven&amp;nbsp;voor EU-landen die militairen naar Groenland sturen.Een nieuwe stemming was dinsdag voorzien, maar die zal opnieuw niet doorgaan. De onderhandelaars willen eerst meer duidelijkheid van de VS. &quot;We willen stabiliteit. Dat is belangrijk voor de handelsrelaties, maar vooral ook voor investeringen”, klinkt het. &quot;In de gezamenlijke verklaring zijn voorwaarden voorzien voor stabiele en voorspelbare handel en investeringen. Beide partijen hebben de plicht om het akkoord na te leven. De VS moeten nu aangeven welke weg zij zullen inslaan om het akkoord te respecteren.&quot;Ook Fevia herhaalt dat stabiliteit en voorspelbaarheid essentieel blijven voor ondernemingen. “Het verlagen van tarieven en kosten voor bedrijven aan beide zijden van de Atlantische Oceaan blijft onze prioriteit”, klinkt het. “Onze voedingsbedrijven voelen als geen ander dat het internationale speelveld complexer dan ooit is. Toch blijven internationale ambities lonen. Meer nog, ze zijn essentieel voor duurzame groei.” Er is vandaag extra complexiteit, maar de VS blijft open voor innovatieve en gedifferentieerde producten Kijk naar buitenland, maar versterk eerst thuismarktDe grootste groeicijfers bij de Belgische voedingsbedrijven worden buiten de EU gemaakt. De Verenigde Staten blijven daarbij een sleutelmarkt. “Er is vandaag extra complexiteit, maar het land blijft open voor innovatieve en gedifferentieerde producten”, duidt Fevia. “Om er succesvol te zijn, hebben de voedingsbedrijven wel een duidelijke marktpositionering, lokale partners en een engagement op lange termijn nodig.”Voor de Atlantische Oceaan over te steken, raadt Fevia haar leden ook aan om eerst hun Europese basis goed te versterken. “Europa is en blijft de natuurlijke uitvalsbasis voor onze voedingsbedrijven: maar liefst driekwart van onze export is bestemd voor de interne Europese markt. Maar er zijn kapers op de kust”, aldus Fevia. “Belgische voedingsbedrijven verliezen marktaandeel aan andere Europese spelers en ook binnen de EU zijn er verschillende handelsbelemmeringen.” Om de basis niet te verliezen is voor de Belgische voedingsbedrijven een blijvende investering, scherpe positionering en differentiatie cruciaal.Daarnaast tipt Fevia ook het Verenigd Koninkrijk aan als groeimarkt. Die is vandaag goed voor tien procent van de totale export van de voedingsbedrijven. En dat aandeel blijft groeien. Ook Saoedi-Arabië wint aan belang als verre exportmarkt. Tegelijk faciliteren nieuwe vrijhandelsakkoorden, zoals met Mercosur en India, deuren naar nieuwe markten. “Export naar deze zijn geen quick wins, maar kunnen strategische groeitrajecten op lange termijn zijn”, geeft Fevia mee. Ondanks woelige tijden, blijft altijd één constante altijd overeind: innovatie verkoopt Drie nieuwe trends en kansen voor Belgische voedingsbedrijvenTot slot is ook diversificatie een sleutel in internationaal ondernemen anno 2026. Niet enkel door nieuwe exportpijlers uit te bouwen, maar ook door in te spelen op onderliggende maatschappelijke trends. “Ondanks woelige tijden, blijft altijd één constante overeind: innovatie verkoopt. Retailers en consumenten wereldwijd blijven hongerig naar vernieuwende producten”, aldus de sectorfederatie.Fevia ziet vandaag drie evoluties die kansen creëren voor onze voedingsbedrijven. Zo worden huishoudens steeds ouder en kleiner. Dit vertaalt zich enerzijds in meer individuele porties, maar ook in een verschuiving van klassiek ‘snacking’ naar ‘functional snacking’. Daarbij evolueren klassieke tussendoortjes steeds meer naar een volwaardig consumptiemoment, waarbij gemak samengaat met een voedingsmeerwaarde. Voeding compatibel met OzempicOok kaart de federatie aan dat 12 procent van de volwassenen in de VS ondertussen GLP-1-medicatie neemt voor gewichtsbeheersing, zoals Ozempic. “Die beweging heeft een structurele impact op consumptiepatronen. Mensen eten minder, maar verwachten meer voedingswaarde per hap”, klinkt het. “Nutriëntendensiteit wordt een sleutelbegrip. Hierbij bevat een voedingsproduct veel essentiële voedingsstoffen in verhouding tot het aantal calorieën of de portiegrootte.” Voor Belgische bedrijven ligt daar een R&amp;amp;D-opportuniteit. Tegelijk is er een bredere beweging richting minder sterk bewerkte voeding. “In het VK spelen retailers al in op deze evolutie met aangepaste assortimenten.”Tot slot ziet de sectorfederatie de vezel naar voren komen als nieuwe rijzende ster. Jarenlang stond proteïne centraal, maar nu blijkt eiwit veel minder &#039;ondergeconsumeerd&#039; dan werd aangenomen. Vezels daarentegen zijn structureel ondervertegenwoordigd in het voedingspatroon. “Integratie van vezels in bakkerij, snacks en convenienceproducten biedt duidelijke groeikansen, mits smaak en textuur behouden blijven”, aldus Fevia.Volgens de sectorfederatie heeft de Belgische voedingssector alvast alle troeven in handen om te blijven groeien dankzij haar innovatiekracht, kwaliteitsreputatie, flexibiliteit en unieke combinatie van traditie en technologische excellentie.</content>
            
            <updated>2026-02-25T07:31:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Newcastle Disease voor het eerst in 20 jaar aangetroffen in Duitsland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/newcastle-disease-voor-het-eerst-in-20-jaar-aangetroffen-in-duitsland" />
            <id>https://vilt.be/58694</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Duitsland is voor het eerst in ruim 20 jaar een geval van Newcastle Disease (NCD) vastgesteld. De virusziekte werd aangetroffen op een kalkoenbedrijf van ongeveer 23.000 dieren in het district Oder-Spree, in de deelstaat Brandenburg. De laatste uitbraak van deze pluimveeziekte in ons land dateert van 2018.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cab58ed3-32c8-41e9-a6b9-7ce6fbb863a4/full_width_kalkoenpluimvee.jpg</image>
                                        <content>Verplichte vaccinatieNet als bij ons is vaccinatie tegen Newcastle Disease in Duitsland al jaren verplicht. In België is dit enkel verplicht voor pluimveebedrijven met meer dan 100 stuks en voor pluimvee dat deelneemt aan wedstrijden, tentoonstellingen of prijskampen. In Duitsland geldt de vaccinatieplicht zowel voor professionele pluimveehouders als voor hobbyhouders.Ook het getroffen bedrijf in Oder-Spree had de dieren correct gevaccineerd, maar er wordt aangenomen dat de basisimmunisatie van de jonge dieren nog niet volledig voltooid was, waardoor ze vatbaar waren voor infectie. Volgens ons eigen voedselagentschap FAVV biedt een vaccin een goede, maar geen 100 procent bescherming tegen de ziekte. Beperkende maatregelenHoe het virus het bedrijf precies heeft kunnen bereiken, is op dit moment niet bekend. Er werden wel beperkende maatregelen ingevoerd rond het betrokken bedrijf. Zo komt er een beschermingszone met een straal van minimaal drie kilometer en een bewakingszone van minstens tien kilometer rond het kalkoenbedrijf. Deze maatregelen zijn vergelijkbaar met die bij uitbraken van vogelgriep en moeten verdere verspreiding van het virus voorkomen.De uitbraak van Newcastle Disease komt op een moment dat de Duitse pluimveesector, net als die in de buurlanden, zwaar wordt belast door de verspreiding van vogelgriep. Het risico op besmetting door wilde vogels neemt nu toe omdat trekvogels in grote aantallen terugkeren naar Europa. Omdat NCD vergelijkbare transmissieroutes kent als vogelgriep, wordt opgeroepen om maximale zorgvuldigheid op gebied van bioveiligheid, hygiëneprotocollen en vaccinatie. Eerder al uitbraken in PolenIn onder meer Polen werden de afgelopen maanden meerdere uitbraken van Newcastle Disease vastgesteld. Duitsland bleef tot nu toe gespaard dankzij het verplichte vaccinatieprogramma. De huidige besmetting is de eerste officiële bevestiging in meer dan 20 jaar en wordt door de autoriteiten zeer serieus genomen.In ons land dateert de laatste besmetting met NCD van 2018. Toen werd de ziekte op drie professionele pluimveebedrijven en bij 17 hobbyhouders vastgesteld. Het Voedselagentschap stelde toen meteen beschermingsmaatregelen in en sinds eind 2018 is ons land vrij van de ziekte. De mildere variant van de ziekte paramyxovirose, die enkel duiven treft, duikt elk jaar nog wel op in België.</content>
            
            <updated>2026-02-25T09:26:31+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Proces 3M zoekt gerechtigheid voor omwonenden, maar veel landbouwers blijven gedupeerd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/proces-3m-zoekt-gerechtigheid-voor-omwonenden-veel-landbouwers-blijven-gedupeerd" />
            <id>https://vilt.be/58695</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dinsdag is in Antwerpen de zaak van burgercollectief Darkwater 3M van start gegaan tegen het gelijknamige chemiebedrijf, 3M. Maar liefst 1.400 buurtbewoners eisen een schadevergoeding van in totaal 28 miljoen euro voor het schenden van hun grondrecht op een gezond leefmilieu. Hoewel deze rechtszaak louter draait om particulieren, volgen ook landbouwers uit de streek deze rechtszaak met veel belangstelling. Zij voelen immers nog steeds de gevolgen van grootschalige bodemvervuiling met PFAS.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="PFOS" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cef6d74b-cea6-43ff-bf8d-5adaf84d27c1/full_width_koen-doggen-moesland-copyright-teja-de-prins.jpg</image>
                                        <content>De massaprocedure van burgercollectief Darkwater 3M eist een schadeprocedure van alle burgers die getroffen zijn door PFAS-vervuiling. Het is inmiddels drie jaar geleden dat 9.000 omwonenden van de site hun bloed hebben laten onderzoeken op PFAS. Ongeveer de helft van de deelnemers kende ‘te hoge’ PFAS-waarden in het bloed. Wat dit concreet betekent voor hun gezondheid is niet duidelijk. Ze kunnen een effect hebben op het immuunsysteem, cholesterol, de lever en nier- en testiskanker veroorzaken. Maar de langetermijngevolgen van te hoge PFAS-waarden zijn nog niet allemaal geweten.De eisers vragen samen tot 28 miljoen euro, of 20.000 euro per persoon. Advocaat Geert Lenssens, die het collectief vertegenwoordigt, zegt aan VRT NWS dat het gaat om een ‘provisior bedrag’ of een voorschot op mogelijke kosten die er nog aan komen. Dit zou dienen als compensatie voor bijvoorbeeld saneringswerken of toekomstige gezondheidsklachten. Wantrouwen blijftIn het verleden heeft 3M ook landbouwers uit de streek een compensatie toebedeeld. Maar ook zij zullen de gevolgen van het PFAS-schandaal nog jaren voelen. Koen Doggen van korteketenboerderij Moesland in Zwijndrecht moet nog steeds opboksen tegen het met PFAS besmeurde imago van de streek. Op zijn logo prijkt nu ook een zegel met de woorden ‘PFAS-vrij’, maar het wantrouwen bij vele potentiële kanten blijft.Zich aansluiten bij de rechtszaak doet Doggen niet. “Dat wilde ik wel, maar deze procedure richt zich op particulieren, niet op bedrijven”, zegt hij. “En voor ons als individueel bedrijf is he theel moeilijk om een zaak aan te spannen tegen zo’n grote multinational. Er zijn een paar biobedrijven die hebben overwogen om collectief te procederen tegen 3M, maar dat is niet doorgegaan.”“Het is niet meer zo erg als in het heetst van de PFAS-crisis, maar we hebben zwarte sneeuw gezien”, zegt hij. “We zijn een biologisch korteketenbedrijf dat volledig gebaseerd is op vertrouwen en zuiverheid. Zo weinig mogelijk externe inputs, vervuiling en chemie.” Bodem vervuild, groenten nietWanneer Doggen ontdekte dat de bodem vervuild bleek, gingen hij en zijn bedrijf even door een existentiële crisis. Een test op de groenten zelf bleek echter hoopgevend: hoewel de bodem PFAS bevat, bleek er nul microgram aanwezig in de geteelde groenten. “Het was een opluchting dat we nog steeds achter onze producten konden staan”, zegt Doggen. “Maar de vraag bleef of we wel commerciële toekomst zouden hebben. Groentjes uit Zwijndrecht, krijgen we dat nog wel verkocht?”Toch weigert Doggen de associatie met zijn gemeente te verbreken. “De slagzin van ons bedrijf luidt ‘Moesland: groentepakketten uit Zwijndrecht’. We hebben besloten die te houden omdat we transparant willen zijn naar onze klanten toe.”Doggen besloot zijn levenswerk niet op te geven, gesterkt door het vertrouwen van vele klanten. Maar niet alle klanten behielden hun vertrouwen in het project. “Het eerste seizoen na de affaire hebben wij een zware terugval gehad in abonnees.”“Na lange tijd hebben we weer nieuwe leden gevonden, maar het blijft drie keer moeilijker om een abonnement te verkopen dan voor de PFAS-crisis”, zegt Doggen. “Telkens weer moeten we uitleggen dat er niets mis is met onze groenten. Sommigen noemen ons het Tsjernobyl van Vlaanderen, terwijl ons concept net deel is van de oplossing. PFAS zit in pesticiden, en die gebruiken wij niet.“ Wij analyseren minstens één keer per jaar onze groenten en zetten de resultaten op onze website “Wij analyseren minstens één keer per jaar onze groenten en zetten de resultaten op onze website. Dat maakt dat wij onze groenten kunnen aanprijzen als ‘PFAS-vrij’”, zegt Doggen. “Een deel van onze klanten zijn mensen die wantrouwig zijn om wat er in onze voedselketen circuleert. Zij weten dat er in Vlaanderen zo’n 2.000 PFAS-hotspots zijn, en dat er in tegenstelling tot melk, eieren, vis en vlees geen normen zijn voor groenten.”Tachtig runderen onverkoopbaarGroenten en fruit van landbouwbedrijven lijken voor alle duidelijkheid ook minder vatbaar voor PFAS. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) onderzocht in 2021 de aanwezigheid van PFAS in plantaardige en dierlijke landbouwproducten over heel Vlaanderen. Er werden geen PFAS gemeten in groenten en fruit, met uitzondering van een laag gehalte PFOA in één staal bloemkool. Voor dierlijke producten (vlees, melk, eieren) werden in een beperkt aantal stalen meetbare concentraties PFAS gevonden, maar alleen in producten van dieren die buiten lopen.Het probleem is dus extra groot voor zij die handelen in zulke producten. Veehouders Geert Meersschaert en Kris Van Royen van Hoevevlees Saeftingherhof hebben een jaar lang niet één biefstuk mogen verkopen. Tachtig van hun witblauwrunderen blijven voorgoed onverkoopbaar, de dieren hebben bij het grazen in het natuurgebied Verdronken Land van Saeftinghe een te hoge dosis PFAS geconsumeerd.Wanneer 3M een compensatie gaf aan 39 gedupeerde landbouwers, maakten Geert en Kris daar geen deel van uit. Hun bedrijf is “te ver” van de site, maar door PFAS-lozingen in het Scheldewater is het graasgebied in Saeftinghe net zo goed geïmpacteerd. Organiseren tegen 3M is niet eenvoudigVandaag blijft de economische- en reputatieschade reëel. “In deze regio zitten we met vier veehouders en één schapenhouder in hetzelfde schuitje, twee Nederlanders en drie Belgen”, zegt Kris. “De Nederlanders hebben zich kunnen aansluiten bij een procedure die de Nederlandse staat heeft aangevat tegen 3M. Wij konden als Belgen niet aansluiten bij die Nederlandse procedure, en een procedure vanuit de Belgische staat is er niet.&quot; Tachtig onverkoopbare runderen, ik moet u niet vertellen dat dit gaat om een gigantisch bedrag “Tachtig onverkoopbare runderen, ik moet u niet vertellen dat dit gaat om een gigantisch bedrag”, zegt Van Royen. De veehoudster werkt nu samen met de Nederlandse Stichting Het Zeeuwse Landschap voor een nieuw verdienmodel, waarbij ze gecompenseerd wordt om haar onverkoopbare runderen de gewraakte zone verder te laten begrazen. “Die begrazing is nu eenmaal nodig, wil men voorkomen dat deze habitat overwoekerd wordt door riet. Dit gebied moet voldoen aan de Natura 2000-richtlijnen.”De compensatie die men krijgt voor deze begrazing helpt, maar is niet vergelijkbaar met de misgelopen inkomsten nu de runderen niet meer kunnen worden geslacht. Bovendien moet er onderhandeld worden voor het stabiel houden van deze kudde, want de PFAS-runderen worden ouder, en elke aanvulling voor de kudde betekent een nieuw onverkoopbaar rund. “We zijn natuurlijk niet zo gek om nieuwe dieren er te laten grazen als we er geen compensatie voor krijgen”, zegt Van Royen. Voor een buitenstaander lijkt het dat onze boerderij weer normaal kan functioneren, maar wat we intern hebben meegemaakt, dat ziet niemand HeropbouwenNa een jaar volledige stilstand hebben Meersschaert en Van Royen een doorstart gemaakt met een nieuwe kudde, die in tegenstelling tot de PFAS-dieren louter zones begrazen waar geen PFAS-vervuiling is vastgesteld. Toch merken de veehouders dat een deel van hun oude cliënteel wegblijft. “Onze merknaam en ons verdienmodel zijn in één klap weggevallen”, zegt Van Royen. “Dat moeten we allemaal opnieuw opbouwen. Voor een buitenstaander lijkt het dat onze boerderij weer normaal kan functioneren, maar wat we intern hebben meegemaakt, dat ziet niemand.”Een precies overzicht van de economische en gezondheidsschade in de nasleep van dit PFAS-schandaal is anno 2026 nog steeds niet duidelijk. Eind dit jaar starten de afgravingen voor alle tuinen voor wie binnen een straal van vijf kilometer rond de site woont. Dat meldt VRT NWS.Wat de procedure van Darkwater 3M betreft krijgen alle betrokken partijen nog tot donderdag de kans om hun argumenten te verdedigen in de rechtbank. Een uitspraak volgt normaal gezien binnen de eerstkomende vier weken, al kan dat bij een complexe zaak als deze ook langer duren.</content>
            
            <updated>2026-02-25T08:32:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese Commissie wil invoerheffing op bepaalde kunstmeststoffen een jaar opschorten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-commissie-wil-invoerheffing-op-bepaalde-kunstmeststoffen-een-jaar-opschorten" />
            <id>https://vilt.be/58696</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Commissie heeft haar belofte om douanerechten op kunstmest te schrappen, concreter uitgewerkt. De maatregel werd op tafel gelegd tijdens de laatste Mercosuronderhandelingen om tegemoet te komen aan de grieven van landbouwers over de hoge kunstmestprijzen. Deze zijn sinds 2020 verdubbeld. De Commissie wil de douanerechten nu tijdelijk met één jaar opschorten om de prijs te drukken. De opschorting zou niet voor kunstmest uit Rusland of Wit-Rusland gelden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ffb73b91-2343-4d8f-ab64-e590e546c4ee/full_width_kunstmest-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Met het uitbreken van de energiecrisis gingen de prijzen van kunstmest, die zeer energie-intensief zijn, fors omhoog. De markt is intussen wat afgekoeld, maar het herstel van de prijspieken in 2023 en 2024 bleef beperkt. Ook de nieuwe CBAM-heffing op kunstmest zet extra druk op de markt.Om de prijzen te drukken stelt de Europese Commissie nu een schorsing voor van de MFN-douanerechten op een bepaald invoervolume van verschillende stikstofmeststoffen en grondstoffen voor de productie ervan. De tijdelijke schorsing zou één jaar duren en niet gelden op invoer vanuit Rusland en Wit-Rusland. Europese kunstmestmarktDe Europese markt is voor bepaalde stikstofmeststoffen en grondstoffen in sterke mate afhankelijk van invoer uit derde landen. In 2024 voerde de Unie 2 miljoen ton ammoniak en 5,9 miljoen ton ureum in voor de productie van stikstofmeststoffen. Daarnaast werd in totaal 6,7 miljoen ton stikstofhoudende meststoffen en mengsels met stikstof ingevoerd. Rusland is al jarenlang de grootste leverancier van deze producten, niet enkel voor de EU maar wereldwijd.Europa produceert ook eigen kunstmeststoffen maar de industrie werd zwaar getroffen door de energiecrisis. Een heropbouw verloopt niet van vandaag op morgen. De sector kan daarbij ook niet altijd rekenen op steun van de EU zelf. Terwijl Russisch gas in 2022 bijvoorbeeld werd geboycot en de energieprijzen hier de hoogte inschoten, bleven handelssancties op Russische stikstofkunstmest nog tot juli 2025 uit. Zo heeft Rusland nog veel goedkoop gas in de vorm van kunstmest op onze markt kunnen afzetten, terwijl sommige Europese producties stillagen vanwege de torenhoge energieprijzen. Ook vandaag blaast de Commissie warm en koud tegelijkertijd. Zo overweegt ze om een uitzondering op de CBAM-taks toe te passen voor kunstmeststoffen. CBAM is een Europese importheffing op producten met een hoge uitstoot van CO2, zoals kunstmest. De heffing is bedoeld om de Europese producenten te beschermen tegen goedkope en vervuilende concurrentie. Door een uitzondering in te voeren, zullen Europese kunstmestproducenten opnieuw moeten concurreren in een minder gelijk speelveld. Tot op heden is het slechts een intentie van de Commissie, en is de uitzondering er nog niet. Douanerechten schrappenLandbouwers zijn vandaag dus nog steeds afhankelijk van geïmporteerd kunstmest. Ook de kunstmestnoden van landbouwers diversifiëren via renure bijvoorbeeld, vraagt tijd. Daarom acht de Commissie het gepast om nu de douanerechten (mfn-tarieven) op bepaalde stikstofmeststoffen, en -mengsels tijdelijk te schorsen tot een bepaald invoervolume. Deze variëren vandaag tussen de 6,5 en 5,5 procent. Het nultarief zou niet op alle ingevoerde volumes gelden, maar via een quotasysteem ingevoerd worden.“Stikstofmeststoffen zijn essentieel. Landbouwers hebben een zekere en regelmatige aanvoer nodig tegen concurrerende prijzen om de landbouwproductie en de voedselzekerheid binnen de Unie en op de wereldmarkt te waarborgen”, aldus de Commissie. Naar schatting zou de maatregel 60 miljoen euro aan invoerrechten besparen. Door Rusland en Wit-Rusland uit te sluiten van de regel, hoopt de Commissie ook de afhankelijkheid af te bouwen en diversificatie van andere landen aan te moedigen. “Dit voorstel moet bijdragen aan de voedselzekerheid en strategische autonomie van de Europese Unie in een steeds instabielere en onzekerdere wereld”, aldus de Commissie.</content>
            
            <updated>2026-02-25T10:55:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tussen graanmarkten en grootmachten: "De nieuwe wereldorde heeft onvermijdelijk gevolgen voor landbouw"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouw-in-een-geopolitieke-context" />
            <id>https://vilt.be/58697</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De veranderde geopolitieke realiteit toont aan dat het globalisme voorbij is en dat Europa zich moet voorbereiden op meer economische én militaire autonomie. Die boodschap bracht Marc Ballekens tijdens zijn jaarlijkse State of the Union eind januari in Oudenaarde. Volgens hem zal die omwenteling onvermijdelijk gevolgen hebben voor de landbouw, denk aan een verschuiving van Europese budgetten richting defensie of nieuwe handelsakkoorden met bevriende machtsblokken. “Maar als Europa komaf maakt met de regelneverij, is er zeker nog een toekomst voor onze landbouw,” klinkt het. “Al moeten we beseffen dat die toekomst er één zal zijn met minder landbouwers.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wereld" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f923a2e3-0cfa-4ec3-a453-d1fd6731bd2f/full_width_mark-ballekens.jpg?t=1772098956</image>
                                        <content>De laatste donderdag van januari is intussen een vaste afspraak voor wie de landbouwactualiteit op de voet volgt. Dan geeft Marc Ballekens, directeur van het opleidingscentrum PCLT en manager van zaadfederatie Seed@Bel, zijn analyse van de landbouwmarkten en de internationale machtsverhoudingen. Ook dit jaar zakten zo’n duizend landbouwers en andere stakeholders af naar Oudenaarde om zijn visie te horen.Elk jaar geef je op je State of the Union in Oudenaarde een overzicht van de markten. Vorig jaar fileerde je ook de geopolitieke situatie. Ik moet vaststellen dat veel van wat je toen voorspelde, is uitgekomen. Had je dat verwacht?Marc Ballekens: Ik had inderdaad wel een gevoel dat één en ander de realiteit zou worden. Zo had ik de hele Mercosur-story voorspeld zoals het ook werkelijk is gelopen. Ik besef maar al te goed dat Mercosur niet aanvaardbaar is voor de landbouwsector, ook ik vind dat. Maar als je zoals Ursula von der Leyen Europees Commissievoorzitter bent, dan is er in deze snel veranderende wereld niet veel andere keuze dan het vliegtuig te nemen en Mercosur te gaan ondertekenen. Met de nieuwe op til zijnde wereldorde zag ik politiek en diplomatiek niet veel andere mogelijkheden dan wat het geworden is, hoe onaanvaardbaar dit voor de Europese boeren ook is.Waarom is Mercosur zo belangrijk voor de Europese Unie?De Mercosurlanden zijn een soort EEG (een economische unie, geen politieke unie) aan het worden in Zuid-Amerika, waarmee we maar best op goede voet leven. Dit is zeker het geval nu sinds 2024 ook Bolivië als geassocieerd lid is toegevoegd aan de club met Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay. Hiermee worden de Mercosurlanden de grootste lithiumclub in de wereld. En dat zeldzame aardmetaal hebben we nodig in quasi onze volledige apparatuur voor de energietransitie. We zijn trouwens met de EU niet zo goed bedeeld als het over de zeldzame aardmetalen gaat. We hebben er in Zweden en in Finland, maar deze zijn diffuus in de ondergrond aanwezig en dus zeer moeilijk en duur om te ontginnen. Ook China, Rusland en Midden-Afrika hebben een lucratieve ondergrond. Maar de twee eerstgenoemde landen zullen ons niet zomaar plezieren en in Midden-Afrika zijn we door ons koloniaal verleden ook niet meer zo welkom. Komt daarbij nog de onvoorspelbaarheid van de VS en dan kom je erop uit dat we met Zuid-Amerika best niet lichtzinnig omgaan. Het beeld dat je dit jaar in januari schetste over de wereldorde is niet veel positiever. Vertel eens, waar mogen we ons aan verwachten?Van de voorspellingen die ik in 2025 deed, zijn er een aantal sneller dan verwacht realiteit geworden. Dat Trump een isolationistische extreemrechtse&amp;nbsp; en anti-Europese koers zou varen, stond in de sterren geschreven. Toch heeft de snelheid en de intensiteit ervan mij met verstomming geslagen. Vooral het dossier Groenland lijkt mij helemaal van de pot gerukt. Maar als je de wereld vanop de Noordpool bekijkt, behoort de helft van het omliggende vasteland tot Rusland. Canada heeft ook een stevige brok en met Groenland heeft ook Europa een stevige voet aan de grond in het arctische gebied. De VS moeten het stellen met de staat Alaska, terwijl de klimaatverandering op termijn leidt tot belangrijke vaarroutes in het hoge Noorden. En als we intussen weten dat vandaag al ijsbrekers actief zijn die door vier meter dik ijs varen, dan kunnen we ervan uitgaan dat de komende decennia heel wat goederen door het noordpoolgebied van het ene continent naar het andere zullen getransporteerd worden. Dus is het de VS menens met Groenland. Maar er is meer aan de hand: de match VS – China voor de wereldbeker is bezig. Elke internationale beweging die we zien, kan je in dat kader plaatsen. We moeten er als EU wel voor zorgen dat onze rol niet beperkt blijft tot toeschouwer. Als Oekraïne de oorlog verliest, hebben we in de toekomst te maken met een heel sterke agro-ontwrichtende macht op ons continent Welke gevolgen kan de wijzigende wereldorde hebben voor de Vlaamse en Europese landbouw?Alle draden hangen aan elkaar als een web. Vooreerst is het uiterst belangrijk dat Oekraïne de oorlog met Rusland niet verliest. Gebeurt dit wel, dan krijgen we een vijandige landbouwgrootmacht. Rusland en Oekraïne samen, aan onze achterdeur met een potentieel van 70 miljoen hectare voor zetmeelhoudende (granen, korrelmais en aardappelen), eiwithoudende (soja) en oliehoudende (koolzaad en zonnebloemen) gewassen. Vergeet niet dat Oekraïne en Rusland zowat 500 à 600 kilo graan per inwoner produceren en daarmee de grootste exporterende landbouwgrootmacht van de wereld worden, voor een significant deel specifiek naar die delen in de wereld naar waar wij ook exporteren. Als Oekraïne de oorlog verliest, hebben we in de toekomst te maken met een heel sterke agro-ontwrichtende macht op ons continent. Ook om een militaire redenen mag Oekraïne de oorlog niet verliezen. Met Hongarije, Slovakije en Tsjechië hebben we drie afvallige lidstaten binnen de EU waarlangs Rusland op zijn minst een economische toegang kan krijgen tot zowat halfweg Duitsland. Ik ben dan ook heel benieuwd naar de uitslag van de Hongaarse verkiezingen op 12 april eerstkomend.Maar er is meer. We kunnen maar hopen dat Iran in de komende periode militair geneutraliseerd wordt. Zij zijn voor een groot stuk de dronefabriek van de Russen en blijven een grote bedreiging van de wereld op nucleair vlak. Je mag er niet aan denken dat de Hamassen, de Hezbollahs en de IS-ers straks over een kernwapen beschikken. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Dus daar verwacht ik in de eerstkomende periode een diplomatieke of wellicht een militaire oplossing. &amp;nbsp; Gaat er nog voldoende budget zijn voor landbouw? Defensie lijkt bij de Europese beleidsmakers te winnen van landbouw. Terecht?De basis van onze sociale welvaartstaat is een goed geoliede economie. Van daaruit betalen we onze voedselzekerheid en voedselveiligheid, onze sociale zekerheid en onze defensie. We kunnen anno 2026 niet zeggen dat Europa de landbouw vergeten is. Maar onze Europese defensie staat er niet omdat we onze verzekeringspolis bij de NAVO 40 jaar lang onvoldoende betaald hebben. De verleiding zal dus groot zijn om aan onze landbouw -en voedselpoot te zagen. Uiteraard vind ik dit niet leuk, als felle pleitbezorger van onze Europese strategische voedselautonomie, maar wat ik ervan vind doet eigenlijk niet ter zake. De EU heeft met Andrius Kubilius voor het eerst een Eurocommissaris van Defensie en die man zal geld nodig hebben om geleidelijk te evolueren naar meer Europese militaire autonomie, een verhaal dat wellicht minstens een halve generatie zal duren. Heeft de landbouwsector nog andere handelsakkoorden te vrezen? Met India bijvoorbeeld?Met het verschuiven van de wereldorde komt er sowieso nog een nieuwe serie handelsakkoorden, maar we moeten ze niet altijd vrezen. Met India is intussen al een beperkte nieuwe handelsovereenkomst gesloten. Het gaat hier over twee machtsblokken die samen goed zijn voor een kleine twee miljard mensen. Maar in die handelsovereenkomst gaat het niet over landbouwproducten en voedsel, hoewel het voor suiker niet veel gescheeld heeft. Hier is het de Europese textielsector die de meeste pijn voelt.En intussen wordt er na een pauze van zowat drie jaar terug onderhandeld tussen Australië en de EU. Hier zijn wel landbouwproducten bij betrokken, zoals rund- en schapenvlees. De details van dit aankomende akkoord zijn voorlopig nog onvoldoende bekend. Een aantal geluiden bereiken ons wel en vlees staat wel terug op het menu van deze aankomende handelsovereenkomst. We zouden blij kunnen zijn dat het globalisme voorbij is, mochten we daar als Europa (landbouw)economisch en militair klaar voor zijn. Maar dat is niet het geval Het globalisme is voorbij, zei je tijdens jouw State of the Union. Wat betekent dat? Moeten we daar niet juist blij om zijn?Ja, inderdaad, we zouden daar blij kunnen om zijn mochten we daar als Europa (landbouw)economisch en militair klaar voor zijn. Maar dat is niet het geval. Door de oorlog in Oekraïne zitten we met de hoogste energiekost ter wereld. Terzelfdertijd zullen we straks 3,5 procent van ons bruto nationaal product aan militaire uitgaven besteden en blijven we met het F35-programma nog minimum 30 jaar afhankelijk van de VS. Bestaat de kans dat we ook afhankelijk worden voor onze voedselvoorziening?We mogen het zeker niet zover laten komen. En dat kan perfect lukken. We hebben ondanks alles nog behoorlijke klimaatvooruitzichten, de beste gronden, de meest geavanceerde technologie en de best opgeleide boeren. Maar we moeten de hand nu wel echt wel aan de ploeg slaan. We rollen al 40 jaar lang een eiwitstrategie uit en hebben nog steeds een totaal ondermaatse productie van geconcentreerd eiwit, zoals 40 jaar geleden toen ik nog student was. Soja en andere eiwithoudende gewassen gaan er niet komen met een paar slogans. Omwille van het gebrek aan rendabiliteit hebben eiwithoudende gewassen (soja, erwten, veldbonen) de komende tien jaar nog een stevige financiële ondersteuning nodig. Zoniet komen ze er niet. Daarom pleit ik al enkele jaren om de premie voor faunabraak van 1500 euro per hectare en deze voor soja, veldbonen en erwten van 600 euro per hectare om te wisselen. Met de teelt van eiwithoudende gewassen en een steun van 1500 euro per hectare slaan we immers drie vliegen in één klap. We telen een duurzaam gewas met lage input van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en terzelfdertijd verminderen we onze afhankelijkheid van Noord- en Zuid Amerika, waar 85 procent van de wereldwijde soja geteeld wordt. Bovendien blijven we dan niet langer de speelbal van de importheffingen waarmee de VS en China elkaar om de haverklap om de oren slaan.&amp;nbsp;Ook in geval van suiker moeten we niet naïef zijn. De Europese suikersector davert op zijn grondvesten voornamelijk door de huidige giga-productie wereldwijd, vaak vanuit landen zoals Brazilië, India alsook door de vijfmaal hogere import vanuit Oekraïne sinds het uitbreken van de oorlog. Dus is het noodzakelijk om in 2026 wat op de productierem te staan opdat de suikerindustrie hier in Europa kan stand houden. Je was scherp voor de Europese beleidsmakers in je speech. Je zei onder meer dat de VS innoveert, China kopieert én innoveert, Rusland militariseert en de EU reglementeert. Hoe komt Europa er opnieuw bovenop?Zoals bekend is, ben ik een totale EU-believer. Ik vind de Europese Unie onze economische verzekering en de NAVO onze militaire verzekering. Ik vind de Europese Unie overigens het mooiste politieke project ooit, maar het komt niet goed als de EU een regelgevingsmachine zonder voorgaande blijft. Dit geldt niet alleen voor de landbouw. Via familie en vrienden heb ik nogal wat affiniteit met de bouwsector en daar is het desgevallend nog erger. We moeten dus zo snel mogelijk af van de alles ontwrichtende regelneverij in Europa. De andere continenten steken ons langs links en langs rechts voorbij qua arbeidsproductiviteit en qua economische groei. Intussen schieten wij met een regelbazouka permanent in eigen voet. Steeds meer stapelen we duurzaamheidsregels op die geen enkele bijdrage leveren tot een meer duurzame landbouw en gezonder voedsel Maar ik ben gemeend hoopvol dat er verandering komt. Nu onder andere de automobielindustrie en de petrochemie in de EU onder heel zware druk komen, is een bocht in het beleid nakende. Wat men voor de landbouw na het Frans Timmermans-debacle en zijn Green Deal niet deed, zal men voor de andere cruciale sectoren wel doen. En dus kan de landbouw wellicht mee profiteren van het momentum van deregulering dat voor de deur staat in andere sectoren. Vandaar dat ik na de informele top in Alden-Biezen van 14 februari al sterk uitkijk naar de volgende formele EU-top in maart. Daar moet het gebeuren. Onze arbeidsproductiviteit moet snel terug aansluiting vinden met deze van de grootmachten. Ook met ons streven naar duurzame strategische voedselautonomie moeten we terug naar de essentie. Steeds meer stapelen we duurzaamheidsregels op die geen enkele bijdrage leveren tot een meer duurzame landbouw en gezonder voedsel. Het is niet omdat er de jongste vijf jaar geen enkele actieve stof meer toegelaten is in de gewasbeschermingsmiddelen en terzelfdertijd 84 actieve stoffen naar de prullenmand verwezen werden, dat je gezonder voedsel dichterbij brengt. Integendeel, planten worden ziek en die eten we dan nog op ook.Een andere reden waarom ik geloof dat we naar minder regelgeving gaan, is omdat onze sociale welvaartstaat deze onzin niet meer kan betalen. In België hebben we een overheidsbeslag van bijna 56 procent, op Frankrijk na zowat het hoogste van de EU. Maar dat land is allerminst een sociaal-economisch voorbeeld.Terzelfdertijd vind ik dat minister Brouns van Omgeving en Landbouw goed op dreef is. Met de regelmaat van de klok zwiert hij zowel voor bouw als landbouw onzinnige regels in de prullenmand. Ik steun hem daar voor de volle 100 procent in.Ik vind het totaal onverantwoord om boeren en tuinders met overdreven regelgeving naar de ziekenboeg te knuppelen en op die manier de vzw Boeren op een Kruispunt op te zadelen met een gigaberg aan intensieve en palliatieve zorgen in de sector. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat landbouw nog een toekomst heeft in Europa?De landbouw heeft sowieso een toekomst in Europa. We zitten niet in een steenkoolscenario zoals 60 jaar geleden waarbij plots geen markt meer was voor steenkool. We hebben economische ups en downs, maar daartegen heeft de landbouw wel voldoende weerbaarheid. We hebben met 450 miljoen EU-burgers de grootste consumentenmarkt van de wereld en we zitten in een aanvaardbare klimaatzone. Dus ja, door de aard van de randvoorwaarden is er een toekomst voor onze Europese landbouw, met uitzondering van Zuid-Europa, waar de klimaatverandering de zelfvoorzieningsgraad nu reeds ondermijnt. &amp;nbsp;De vraag lijkt mij veel pertinenter of er een toekomst is voor de landbouwer zelf. En daar knelt precies het schoentje waarvoor geen eenduidige oplossing kan naar voor geschoven worden. Er zal dus veel creativiteit voor nodig zijn. De korte keten kan helpen, maar dit brengt enkel soelaas voor een beperkt aantal actoren. Anders krijgen we een nieuw concurrentieel model.&amp;nbsp;Ik heb weet van succesvolle landbouwbedrijven die intussen goed gekend zijn in mijn streek. Eén voor één waardevolle initiatieven. Bart Dochy noemt deze in zijn nieuwe boek vanaf nu de buurtboeren.We zullen er moeten mee leven dat veel minder mensen hun brood zullen verdienen met voedselproductie dan vandaag en in het verleden het geval was. En dat zullen dan kapitaalkrachtige mensen zijn, liefst met een heel degelijke opleiding en nascholing en omkaderd met de beste technologie. We hebben hier dus te maken met een ernstig sociaal probleem, eerder dan met een economisch probleem.De markt hebben we niet in de handen. De regulatoren zijn in de jaren ‘80 en ‘90 van de vorige eeuw in conflict gekomen met de GATT, later de WHO. We concurreren dus grotendeels in een vrije markt, maar dan wel met hoge lonen en hoge energieprijzen als handicap. De regelgeving daarentegen hebben we wel in handen. Daar moet het mes in, willen we onze landbouwers in een turbulente wereld de kans geven die ze verdienen.&amp;nbsp;En daar moet het mes zeker in als we ooit nog durven dromen van een level playing field. We kunnen een geïdealiseerde droomwereld voor ogen hebben, bijvoorbeeld zonder het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, maar dat is enkel mogelijk als we op een totaal geïsoleerd eiland zouden leven. Dat is natuurlijk niet de realiteit.</content>
            
            <updated>2026-02-26T10:33:14+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: Privatiseringsgolf of geen privatiseringsgolf? That’s not the question]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/privatiseringsgolf-of-geen-privatiseringsgolf-thats-not-the-question" />
            <id>https://vilt.be/58698</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Onderzoek van de krant De Standaard naar de geplande uitgaven en inkomsten van lokale besturen ziet bewijs voor een “uitverkoop” van publiek vastgoed. “Geen privatiseringsgolf, wel scherpe keuzes”, repliceert de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Maar privatiseringsgolf of geen privatiseringsgolf? Dat is niet de vraag, vindt Hans Vandermaelen, wetenschappelijk onderzoeker aan het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO). </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boeren" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fb3457b3-633b-40cc-b18e-4c2556cb584f/full_width_landbouwbedrijf-turnhouts-vennengebied-screenshot-pano.png</image>
                                        <content>Feit is dat lokale besturen patrimonium verkopen om met de opbrengst andere beleidsdoelen te financieren. Daarbij gaat ook veel publieke landbouwgrond over de toonbank. Hoeveel? Wie gehoopt had in de meerjarenplannen concrete info te vinden over het verlies van publieke landbouwgrond in Vlaanderen komt helaas terug van een kale reis. Daar is geen vaste rubriek aan toegewijd. In sommige meerjarenplannen valt er wat info te rapen onder rubriek 0050 met titel “Patrimonium zonder maatschappelijk doel” (sic), maar doorgaans niet. Wat landbouwgrond betreft beperkt het huidig debat zich dus noodgedwongen – alweer – tot anekdotes.Wat wel kan, is achteromkijken. Onderzoek van ILVO toonde aan dat het OCMW-patrimonium in Vlaanderen en Brussel (grotendeels landbouwgrond) de afgelopen 20 jaar met maar liefst 30 procent daalde. We weten dat een heel groot deel daarvan geprivatiseerd werd.Het onderzoek legde ook een grote variatie bloot in hoe OCMW’s met hun patrimonium omgaan. Sommige OCMW’s zoals dat van Ieper en Tienen verkochten de afgelopen 20 jaar bijna niets. Andere OCMW’s lieten grote hoeveelheden grondbezit los, waaronder Antwerpen (-82,8%), Leuven (-70,2%), Brugge (-62,6%), Diksmuide (-60,9%) of Mechelen (-48,9%). In Gent vlakte het verlies van OCMW-grond vanaf 2019 volledig af na een zelf ingesteld moratorium. Ook in de curve van OCMW Brussel zat de laatste jaren een duidelijke afvlakking. Het onderzoek ontkrachtte het beeld dat álle OCMW’s hun historisch landbouwpatrimonium in de etalage gooien. Er bleken meerdere en erg uiteenlopende realiteiten te bestaan. Dat is nog steeds zo. Een wrange smaakIk benijd de lokale besturen niet een sluitende begroting te moeten maken. Toch smaakt het betoog van hun ledenorganisatie ook wrang. Wrang omdat we weten dat één op vijf beroepslandbouwers in Vlaanderen erg afhankelijk is van publieke landbouwgrond. Om nog maar te zwijgen van jonge en nieuwe boeren op zoek naar grond in een bijna onmogelijke landbouwgrondmarkt. Als je weet dat lokale besturen alleen al via hun OCMW’s nog 16.304 hectare landbouwgrond bezitten, is het dan niet normaal dat landbouwers ook die richting opkijken? Wie de vraag stelt wat de visie op de toekomst van al die gronden is, wordt in een groot deel van Vlaanderen helaas op een oorverdovende stilte getrakteerd. Dat geeft echt geen fraai beeld van de overheidsinstanties. Wat moet een jonge landbouwer die een familiaal landbouwbedrijf wil overnemen met pakweg 25 procent publieke grond in het areaal daar mee aanvangen?Wrang wanneer de waarde van publieke landbouwgrond tot in den treure wordt herleid tot de pachtinkomsten. Ja, die zijn laag. Maar daarmee heb je niets gezegd over de gebruikswaarde van die grond. Over hoe uitvoerbaar je beleidsdoelen nog zijn wanneer er geen publieke grond meer rest. Over hoe zeker je bent dat grond houden en inzetten uiteindelijk niet goedkoper zou kunnen blijken.Wrang wanneer lokale besturen hun landbouwgrond op eigen grondgebied behouden (“robuuste open ruimte”, “lokaal voedselbeleid”), maar hun eigendommen bij de buurgemeenten wel verkopen (“geen kerntaak”, “niet verkozen om beleid te voeren in de buurgemeenten”). Waarmee ze actief fenomenen aanzwengelen die ze op het eigen grondgebied niet wensen: beroepslandbouwers die toegang tot grond verliezen, meer zonevreemde ontwikkelingen, meer hobbylandbouw en vertuining. De publieke landbouwgronden zijn collectief eigendom. De vraag is wat wij daar als samenleving van denken. Die vraag blijft vooralsnog onbeantwoord Wrang als op dezelfde dag waarop het verlies van publieke landbouwgrond verdedigd wordt, de Europese Wetenschappelijke Adviesraad voor Klimaatverandering een waarschuwing uitstuurt dat we niet klaar zijn om klimaatrampen op te vangen. Met&amp;nbsp;risico’s voor voedselzekerheid en landbouwers in de top. Waarbij je je afvraagt hoe we in die nabije toekomst solidariteit gaan tonen met getroffen landbouwers. En bedenkt hoe strategisch en goedkoop het zou zijn om die solidariteit ook in toegang tot grond te kunnen uitdrukken. Met grond die al in publieke handen is (!) dankzij een historische toevalligheid.Achter de façadeAchter de façade gaat steeds vaker een andere werkelijkheid schuil. Steeds meer lokale bestuurders, beleidsmedewerkers en financieel directeurs nemen niet met de glimlach afscheid van hun historisch landbouwpatrimonium. Misschien moeten we daar geen façades voor optrekken. Misschien moeten we even wat harder benoemen dat het pijnlijk is onszelf nog steeds in deze situatie te bevinden. Waarin we ons iets door de vingers laten glippen waarvan we intussen goed beseffen het een barslecht idee is.De publieke landbouwgronden zijn collectief eigendom. De vraag is niet alleen wat de makers van meerjarenbegrotingen daar van denken. De vraag is ook wat wij daar als samenleving van denken. Die vraag blijft vooralsnog onbeantwoord. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteurHans Vandermaelen is wetenschappelijk onderzoeker aan het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en gastprofessor verstedelijking en landbouw aan de Universiteit Gent.</content>
            
            <updated>2026-02-26T14:39:19+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[INBO zoekt mensen die hoornaar in de val willen lokken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/inbo-zoekt-mensen-die-hoornaar-in-de-val-willen-lokken" />
            <id>https://vilt.be/58699</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Agentschap voor Natuur en Bos zoeken mensen die de Aziatische hoornaar in de val willen lokken. Op 1 maart wordt het burgeronderzoek naar de voorjaarsvallen voor koninginnen van de Aziatische hoornaar opnieuw opgestart. 2026 is het derde en het laatste jaar dat het onderzoek loopt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="invasieve exoten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f1986668-ef01-48b3-a5fe-ef5c946107e5/full_width_aziatische-hoornaar-bestrijding-5-provincie-oost-vlaanderen.jpg</image>
                                        <content>De onderzoekers vragen aan mensen die zo&#039;n voorjaarsval of lenteval hebben, om hun vangsten vanaf 1 maart tot en met 31 mei te registreren op MijnTuinlab.be. In 2024 hebben burgers 1.628 vallen en 3.984 gevangen koninginnen gerapporteerd. In 2025 is het aantal vallen toegenomen tot 4.067 en hebben burgers 15.880 gevangen koninginnen gemeld. De onderzoekers hopen dat dit jaar nog meer mensen deelnemen aan het burgeronderzoek.Een val lokt koninginnen van Aziatische hoornaars door middel van een commerciële lokstof of een zelfgemaakt mengsel van een derde witte wijn, een derde bier en een derde honing of suikerwater. De lokstof moet worden afgeschermd, zodat insecten er niet in kunnen verdrinken. De andere insecten die de val betreden, moeten zo snel mogelijk worden vrijgelaten.Te laat om uit te roeienHoewel het burgeronderzoek altijd koninginnen kan strikken, blijft het een moeilijk werk om de invasieve Aziatische hoornaar terug te dringen. Het insect blijft een zware druk uitoefenen op zowel de biodiversiteit als de imkerij. In Oost-Vlaanderen verwerkte RATO vzw tussen eind mei en half oktober vorig jaar 6.064 meldingen, bijna vijf keer zoveel als in 2024. “De Aziatische hoornaar uitroeien zal niet meer lukken, maar met gericht beheer blijven we de impact beperken”, vertelt Joop Verzele, voorzitter van RATO, eerder aan Vilt.Elk nest dat zich ongemerkt kan ontwikkelen, heeft een hoge kostprijs voor onze natuur. Per nest dat niet geruimd wordt, zouden er vijf nieuwe ontstaan.</content>
            
            <updated>2026-02-25T11:46:38+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe subsidie maakt elk kievitsnest 50 euro waard]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-subsidie-maakt-elk-kievitnest-50-euro-waard" />
            <id>https://vilt.be/58700</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De kievit is niet langer een vogel <em>qui vit</em>. De akkervogel is op amper 20 jaar tijd 75 procent van zijn populatie verloren. Eén van de belangrijkste oorzaken is dat nesten op akkers vernield worden tijdens het voorjaar. De Regionale Landschappen in Midden- en Zuid-West-Vlaanderen lanceren een subsidie voor landbouwers die kievitsnesten op hun akkers beschermen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkervogel" />
                        <category term="vogel" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d0353063-ea5e-4670-a13f-d0f09f730cb1/full_width_kievit-1024.jpg</image>
                                        <content>De kievit broedt van nature op graslanden, maar in Midden- en Zuid-West-Vlaanderen vind je hem vooral op akkers. De nesten zijn goed gecamoufleerd. Het is een trucje waarmee ze roofdieren verschalken, maar indirect leidt het tot hun ondergang. Ook veel landbouwers vernielen onbedoeld nesten wanneer ze hun akkers bewerken.Nochtans kunnen eenvoudige maatregelen een groot verschil maken voor het broedsucces. De Regionale Landschappen Leie &amp;amp; Schelde en West-Vlaamse Hart loven een subsidie uit van 50 euro voor elk nest dat door een landbouwer wordt beschermd.Wie kan de subsidie aanvragen en wat moet je ervoor doen?&amp;nbsp;Er is geen maximum per aanvrager. De subsidie vergoedt inspanningen zoals het (gedeeltelijk) uitstellen van werken tot kuikens voldoende mobiel zijn. Maar ook eenvoudigere maatregelen zoals het aanduiden van nesten of het tijdelijk afdekken van nesten bij bemesting of sproeien zijn goed voor de subsidie. Komt nog in aanmerking: simpelweg rond nesten rijden, of het tijdelijk verplaatsen van een nest, al moet dit wel gebeuren in overleg met een vrijwilliger.Om aanspraak te maken op de subsidie, moet het landbouwperceel in kwestie gelegen zijn binnen het werkingsgebied van de Regionale Landschappen West-Vlaamse Hart en Leie, aangetoond op onderstaande kaart. Aanvragen gebeuren voor 31 augustus via het formulier op de website van het Regionaal Landschap.</content>
            
            <updated>2026-02-25T16:20:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond lanceert laatste oproep voor PAS-innovatiesteun]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-lanceert-laatste-oproep-voor-pas-innovatiesteun" />
            <id>https://vilt.be/58701</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouworganisatie Boerenbond lanceert een nieuwe oproep naar alle onderzoekers en bedrijven met een praktische, betaalbare en duurzame innovatie om ammoniak te reduceren op landbouwbedrijven. Via financiële en inhoudelijke steun helpt Boerenbond binnen het project ‘PAS-innovatiesteun’ de systemen klaar te maken voor gebruik. Het is de vierde en meteen ook de laatste oproep binnen het project. De drie voorgaande resulteerden in 16 geselecteerde projecten, waarvan twee vandaag op de erkende AER-lijst staan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boerenbond" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3322c97f-6fc6-45b7-a5da-2548c3251d72/full_width_vleesveekalveren-op-bedrijf-van-danny-matthysen.jpg</image>
                                        <content>Landbouwers die hun stikstofuitstoot willen reduceren via technieken vinden niet altijd een gepast erkend systeem op de AER-lijst. Daarom lanceerde Boerenbond drie jaar geleden het project ‘PAS-innovatiesteun’. “Technologische innovatie is nodig om de stikstofuitdagingen aan te pakken. Technieken ontwikkelen is één zaak, ze erkend krijgen zodat landbouwers ze effectief kunnen inzetten, is een andere”, klinkt het bij Lode Ceyssens, voorzitter van Boerenbond. “Dat proces willen we vooruithelpen. Op die manier willen we boeren in staat stellen om op een haalbare en betaalbare manier de stikstofemissies te laten dalen.”Boerenbond zoekt vooral technieken die vernieuwend zijn voor de veehouderij, die financieel en technisch haalbaar zijn en die de Vlaamse landbouwer op korte termijn kan inzetten. Het kan gaan om technische systemen, managementsystemen of installaties die al in andere sectoren gebruikt worden en potentieel hebben om op landbouwbedrijven ammoniak te reduceren. ​Projecten op weg naar erkenningDe drie voorgaande oproepen resulteerden in 16 geselecteerde projecten. Twee technieken daarvan zijn ondertussen erkend: de Lely Sphere bij melkkoeien en de drijvende mestballen bij vleeskalveren. De andere projecten zitten momenteel in de meetfase of doorlopen het erkenningstraject.Zo ondersteunt Boerenbond momenteel een project van Agro Heugebaert rond sensorgestuurde dagontmesting in de varkenshouderij, waarbij mest sneller uit de stal wordt verwijderd om emissies aan de bron te beperken. PVL, Animal Welfare Solutions en Arvesta starten in juni dan weer met metingen rond aangepaste voeders en sensortechnologie.Volgens Boerenbond zijn bijkomende technieken ook absoluut noodzakelijk in de kalverhouderij en tipt de nitraatwasser met geurtrap van Circlair als een techniek met potentieel. “Het systeem zuivert uitgaande lucht”, klinkt het. “De praktijkmetingen zijn in februari gestart. De metingen moeten uitwijzen welke reductie haalbaar is in reële omstandigheden.&quot;Iedereen met een goed idee of techniek kan nog een projectaanvraag indienen tot 24 april 2026.</content>
            
            <updated>2026-02-25T16:34:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kempense bioboeren bundelen krachten met ‘De Grondgenoten’]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kempische-bioboeren-bundelen-krachten-met-de-grondgenoten" />
            <id>https://vilt.be/58702</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Kempense bioboeren in en rond Turnhout bundelen de krachten als ‘Grondgenoten’. Met dit collectief willen de landbouwers inwoners van de Kempen aansporen om lokaal en biologisch te eten. Zo vormen ze een collectief blok voor behapbare samenwerkingen met middelgrote afnemers zoals scholen en ziekenhuizen. &nbsp;“Als je voor 20 euro winkelt in de supermarkt, zal niemand dat voelen”, zegt landbouwer Dirk Hendrix van Groentegeweld. “Spendeer 20 euro in korte keten, en dan voelt de boer dat wel.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/24876ea6-279d-485c-865f-2d136c02f29e/full_width_grondgenoten.jpg</image>
                                        <content>“Tijd om een beetje rumoer te maken in de stille Kempen”, zo motiveert Hendrix de oprichting van De Grondgenoten. De streek kent veel kleinschalige biologische landbouwbedrijven, maar die blijven vaak onder de radar en ook de onderlinge contacten waren beperkt. “Dat vonden we zonde”, zegt Hendrix. “Dus wilden we, hoe klein we ook zijn, eens naar buiten treden. Drie jaar geleden hebben we dat voor het eerst gedaan.”Overzichtelijk en herkenbaarGrondgenoten groeide zo uit een netwerk van een vijftiental bioboeren uit de Noorderkempen. “Een groep kan meer bereiken dan een individuele boer”, zegt Hendrix.“We zijn geen concurrenten, maar concullega’s. Door samen te werken, winnen we tijd, vertrouwen en zichtbaarheid. Dat is goed voor ons als boer, maar ook voor wie bewust wil eten.”De nood aan een collectief als dit, was volgens Hendrix al langer duidelijk. “Steeds meer mensen willen weten waar hun eten vandaan komt, maar vinden de weg naar lokale bio niet altijd vanzelfsprekend”, klinkt het. Grondgenoten moet die drempel dus verlagen. Het collectief brengt samen wat vandaag al bestaat: boerderijen waar je zelf kan oogsten, boerderijwinkels, groentepakketten en rechtstreekse verkoop. Zo wordt lokaal en biologisch eten overzichtelijk, herkenbaar en concreet voor inwoners van de Kempen. Scholen en ziekenhuizenZelf is Hendrix zij-instromer en medezaakvoerder van Groentengeweld, een biogroentebedrijf uit Weelde. “Dankzij de subsidie voor Voedselregisseur van VLM hebben we ons kunnen ontwikkelen tot een volwaardig collectief. Op korte termijn zie ik in mijn dorp alleen al veel mogelijkheden voor particulieren om bij bioboeren hun voedsel te kopen. Maar op de heel korte termijn willen we ook een b2b (business to business)-aanbod uitbouwen, waarmee we collectief klanten zoals ziekenhuizen, rusthuizen of scholen kunnen benaderen.”Volgens Hendrix ligt er bij deze middelgrote spelers veel onontgonnen potentieel. “Er zijn al wat ziekenhuizen die met mondjesmaat de lokale bioboerderijen verkennen voor hun voedselbedeling. Meestal begint dat met een eenmalige bestelling van bijvoorbeeld wat biopompoenen, maar vaak groeit dat uit tot een meer robuuste samenwerking.”“We zijn niet meteen klaar om met ons collectief industriegroenten te gaan leveren, maar zulke middelgrote klanten zijn voor ons zeker interessant. Want we hebben best wat leden die op een zekere schaal werken, en dat dus niet meer allemaal verkocht krijgen aan particulieren.” We hopen zeker ook de universiteiten uit hun kot te krijgen om bij ons te komen kijken, want dat gebeurt nu veel te weinig Het collectief biedt ook bedrijfsbezoeken aan. “Hierbij richten we ons op een brede waaier. Onder meer tot scholen, van de lagere school tot het middelbaar en hogescholen. En we hopen zeker ook de universiteiten uit hun kot te krijgen om bij ons te komen kijken, want dat gebeurt nu veel te weinig.”Website en &#039;Korte Ketel&#039;Tegelijk met de voorstelling van het collectief van Grondgenoten werd ook de nieuwe website gelanceerd. Daar vinden inwoners van de Kempen een overzicht van alle aangesloten bioboeren. Met per boerderij duidelijke informatie over wie ze zijn, welke producten ze aanbieden en hoe je die kan kopen: via zelfoogst, boerderijwinkel, pakketten of rechtstreekse verkoop. De Grondgenoten heeft ook al enkele dochterinitiatieven uitgewerkt. Eén daarvan is De Korte Ketel, een initiatief in ontwikkeling dat onderzoekt hoe ingrediënten van Kempense bioboeren kunnen worden verwerkt tot verse, lokale maaltijden voor bedrijven en organisaties in Turnhout en omgeving. Dit gebeurt in samenwerking met Bedrijventerrein Campus Blairon en de Open Manufacturing Campus.Onder de naam Grondgenoten werken vandaag volgende Kempense biobedrijven samen: Groentegeweld (Weelde – Ravels), Kempische Hoeve (Meer – Hoogstraten), Hofmark (Merksplas), ’t Land van Rhoode (Oud-Turnhout), Talander (Arendonk), Wieltjeshoeve – Legumas (Turnhout), Stadsboerderij Turnhout (Turnhout), DOBA Bio-eieren (Retie), Eieren Jef Dries (Weelde – Ravels), Het Troetelhof (Meerle – Hoogstraten), Bari Bessen (Weelde-Ravels), Van der Veken LV (Weelde) en De Witte Liereman (Oud-Turnhout).Nieuwe leden gezochtAndere bioboeren uit de regio die willen meebouwen aan dit verhaal, zijn welkom om kennis te maken met het collectief en te verkennen of Grondgenoten ook voor hun bedrijf een meerwaarde kan betekenen. Ook traditionele landbouwers in de Kempen, die nadenken over een overstap naar bio, zijn van harte welkom. “We zoeken nog volop naar nieuwe leden om zich bij ons aan te sluiten, zodat we een mooi aanbod hebben.”, zegt Hendrix tot slot. “We hebben al veel groentekwekers, maar ook dubbeldoelrunderen en eieren. Een biovarkenshouder hebben we bijvoorbeeld nog niet, dat is een gemis in de Noorderkempen, vleeskippen ook. Misschien moeten we daarvoor een tikkeltje verder kijken dan louter de Noorderkempen om ons aanbod te vervolledigen.”</content>
            
            <updated>2026-02-25T16:49:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sterk staan als familiaal bedrijf in de vleesketen: Vlaams Hoeverund bewijst dat het kan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sterk-staan-als-familiaal-bedrijf-in-de-vleesketen-vlaams-hoeverund-bewijst-dat-het-kan" />
            <id>https://vilt.be/58703</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams Hoeverund verenigde zich oorspronkelijk met zeven vleesveehouders in een coöperatie, maar is ondertussen uitgegroeid tot een producentenorganisatie met een honderdtal familiale rundveebedrijven. Het samenwerkingsverband is populair, toch zijn er slechts twee producentenorganisaties in de vleesveehouderij in Vlaanderen.<strong> </strong>“Niet alle retailers staan te popelen om samen te werken met een groep landbouwers die zich sterker organiseert en meer gewicht in de keten heeft”, aldus Johan Pattyn, vleesveehouder en voorzitter van Vlaams Hoeverund.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="supermarkt" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/95e6e4d6-ec3e-4823-8bc4-6277b52fd895/full_width_dikbilwitblauwweidekoevleesvee.jpg</image>
                                        <content>Zes jaar geleden richtten enkele West-Vlaamse vleesveehouders de coöperatie Vlaams Hoeverund op en lanceerden ze hun eigen label voor kwaliteitsvol rundvlees. Een jaar later volgde een expansie van leden en de erkenning als producentenorganisatie. Intussen leveren de leden samen ongeveer 3.000 runderen van het Belgisch witblauw ras.“In tegenstelling tot vandaag, was de markt in 2018 zeer zwak. Na het schandaal bij Veviba, het slachthuis dat fraudeerde met vlees, waren we het met enkelen beu en wilden we meer grip krijgen op de afzet van ons kwaliteitsvol vlees”, legt Pattyn het ontstaan uit. Voor die afzet konden de vleesveehouders vrijwel onmiddellijk rekenen op supermarktketen Colruyt. “Zij stonden van bij de start achter ons verhaal.” Knip in de ketenDoor de samenwerking met Colruyt kunnen de veehouders van de coöperatie hun runderen rechtstreeks aan het slachthuis leveren. Een tussenhandelaar of verwerker komt er niet aan te pas. “Zo houden we de keten kort en winnen we aan transparantie en kosten”, legt Peter Haagen uit, veehouder en bestuurslid van Vlaams Hoeverund.Voor Haagen is die transparantie zeer belangrijk. Het tilt volgens hem de kwaliteit van het vlees naar een hoger niveau. “We komen uit een tijd waarin je de dieren meegaf met een handelaar zonder te weten waar ze terechtkwamen. Feedback over de kwaliteit van je karkassen kreeg je evenmin. Vandaag kunnen we naar het slachthuis gaan en duidelijk zien welke standaard er minimum gehaald moet worden. Doordat we in een coöperatie zitten, kunnen we ook gemakkelijk vergelijken en leren we van elkaar. Op deze manier kunnen we onze gezamenlijke productie verbeteren, krijgt Colruyt betere kwaliteit en wij een betere prijs.”Haagen ziet een duidelijk kwaliteitsverschil tussen dieren van zes jaar geleden en de runderen die vandaag naar het slachthuis vertrekken. Dat komt niet alleen door de verbeterde transparantie en het samenwerken, maar ook door de inzet van een marktmanager. De coöperatie stelt namelijk iemand aan die op het bedrijf beoordeelt welke dieren slachtrijp zijn en effectief kunnen vertrekken. Onderhandeling over prijzenDoor zich te verenigen kon Vlaams Hoeverund niet alleen de kwaliteit verbeteren, de organisatie creëerde ook een betere onderhandelingspositie. “De voorzitter doet de prijsonderhandelingen voor de coöperatie. Die gebeuren telkens in een sfeer van wederzijds vertrouwen en respect met Colruyt”, duidt Haagen. “Ook als er eens issues zijn bij de aanlevering blijft dit aangehouden. Door ons IT-systeem kunnen we de supermarkt ook vroegtijdig inlichten als er moeilijkheden zouden zijn. Het systeem houdt bijvoorbeeld bij hoeveel dieren er telkens potentieel op de markt kunnen komen.” Samenwerking met ColruytColruyt beaamt dat de samenwerking positief verloopt. &quot;Door de rechtstreekse samenwerking kunnen we snel en direct in overleg gaan met de boeren over de kwaliteit die we aangeleverd willen krijgen voor de afgesproken prijs. Hierdoor kan een optimaal rendement in onze eigen versnijzaal bekomen worden&quot;, aldus An Huau, afdelingschef Aankoop FF Meat. &quot;De directe samenwerking stelt ons ook in staat om de vinger aan de pols te houden over hetgeen er leeft in de sector.&quot;De retailer, die als enige nog in Belgische handen is, gelooft sterk in de meerwaarde van de samenwerking met de coöperatie.“Wij krijgen homogene kwaliteitsproducten, zijn zeker van de aanlevering en we leggen traceerbaarbeer vlees in onze winkels, van boer tot bord&quot;, vult Jessica Amendolara, hoofd van de afdeling Landbouw, aan. “98 procent van ons vers vlees komt van een Belgische producent. Daarvan komt niet alles van het Vlaams Hoeverund. In totaal werken we samen met vier coöperaties; twee Waalse rundveecoöperaties, één Vlaamse rundveecoöperaties en nog een samenwerking met een Waalse coöperatie van pluimveehouders. Daarnaast wordt het aanbod Belgisch vlees aangevoerd via het klassieke circuit: aankoop bij Belgische vleesgroothandelaren waarmee we al een jarenlange relatie hebben.&quot;Kostenbesparing per dierDe financiële meerwaarde voor coöperanten zit niet alleen in een beter onderhandelde prijs, maar ook in de kostenbesparing per dier. Zo zijn de slachtkosten veel minder en wordt onder meer voeder en genetisch materiaal samen aangekocht. “We krijgen ook het vijfde kwartier terug van het slachthuis dat we dan zelf kunnen vermarkten”, legt Haagen uit. Het kan je ego serieus krenken als de marktmanager bepaalt dat jouw dieren nog niet naar het slachthuis mogen Waarom zijn er niet meer producentenorganisaties?Meer transparantie, meer vertrouwen tussen de ketenpartners en een sterke en stabielere prijs: in een klimaat waar gezinsbedrijven onder druk komen te staan lijkt een producentenorganisatie het ideale model. Waarom zijn er dan niet meer in Vlaanderen?“Een samenwerking beheren tussen allemaal zelfstandigen is niet altijd even gemakkelijk”, duidt Haagen. “Er moeten veel beslissingen gemaakt worden en iedereen moet overeenkomen. Dat kan soms moeilijk zijn aangezien iedereen zijn eigen financieel plan heeft, zowel op het bedrijf als in de coöperatie.”Ook een coöperatieve mindset is een must volgens Haagen. “Als de marktmanager bijvoorbeeld langskomt en bepaalt dat je dieren nog niet slachtrijp zijn, dan kan dat je ego serieus krenken. Op zo’n moment moet je het groter plaatje voor ogen kunnen houden. Je moet openstaan om met zijn allen een standvastige en kwaliteitsvolle productie op te bouwen. Ook moet je de teamspirit hebben om je sterke runderen niet alsnog elders te verkopen. Dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend.”Niet alleen het beheer, ook de opstart van een producentenorganisatie kan het enthousiasme bij starters temperen. “Er komt een hele administratieve mallemolen bij kijken”, geeft de voorzitter mee. “Het heeft ons een dik jaar gekost om dit rond te krijgen. Gelukkig had ik al wat ervaring met coöperaties uit mijn veiling-verleden en hebben we ons goed laten begeleiden.”Dat de vleesveesector maar twee producentenorganisaties kent, heeft volgens Pattyn ook te maken met de retailers en handelaars. “Er wordt vandaag veel liever onderhandeld over een scherpe prijs apart met de boeren, dan in een groep. Al kan daar in de toekomst verandering in komen. Bedrijven worden vanuit de EU gestimuleerd om in te zetten op meer duurzamere en traceerbare producties. Dat creëert kansen om samen te werken met Belgische coöperaties.”</content>
            
            <updated>2026-02-26T10:40:16+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[LDA wil productie aanpassen om de melkprijs op te drijven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/lda-wil-met-aanpassingen-in-de-productie-de-melkprijs-op-korte-termijn-opdrijven" />
            <id>https://vilt.be/58704</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het is onrustig bij Laiterie des Ardennes (LDA). De Waalse zuivelcoöperatie met 650 Vlaamse leden, die 46 procent van de melk leveren, bungelt al maanden onderaan met de melkprijs. De leden twijfelen over de toekomst. LDA heeft een plan opgesteld om op korte termijn het tij te kunnen keren. “Binnenkort komt onze WPC-lijn in productie en ook in de boter- en UHT-lijn gaan we op korte termijn extra meerwaarde creëren. Daarbij zien we dat de zuivelnoteringen bijtrekken en de markt mogelijk herstelt”, vertelt melkveehouder en LDA-ondervoorzitter Herman Beke. In een interview met VILT legt hij uit hoe de fabriek op korte en lange termijn wil doorontwikkelen naar een wendbare zuivelproducent.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="melk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/edfd002c-9e56-40fe-9acc-44949b0f3cf3/full_width_lda-herman-beke.jpg</image>
                                        <content>Waar ook andere zuivelverwerkers de voorbije maanden de melkprijs naar beneden toe bijstelden, is het verval bij LDA groter. Sinds augustus vorig jaar is de melkprijs bij de Waalse zuivelverwerker met bijna 20 cent gedaald. “De aanzienlijke toename van de melkproductie heeft onze flexibiliteit op onze productielijnen verminderd en ons, net als anderen, ertoe aangezet om vloeibare producten in tanks tegen zeer lage prijzen te verkopen”, vertelt Beke.&amp;nbsp;Om het grotere prijsverval te verklaren, wijst hij op het portfolio. “Ons portfolio heeft een focus op bulkproducten (boter, melkpoeder, red.). We zijn heel afhankelijk van de zuivelnoteringen. Als deze zakken, kennen we een snelle dip. Als de zuivelnoteringen goed staan, draaien we mee met de beste bedrijven. Dat hebben we de voorbije jaren bewezen.” Door een hoge melkproductie is er volgens hem al tijden sprake van een overaanbod waardoor de prijs van bulkproducten onder druk staat.De boer stelt dat is er sprake van een perfecte stom in zuivelland. “2025 was een uitstekend ruwvoerjaar en door goede melkprijzen hebben veehouders veel vee aangehouden. Daarbij is door blauwtong de periode van afkalving opgeschoven van het voorjaar naar het najaar, waardoor we voorbije maanden een constante piek in melkleveringen hebben, een piek die zich normaal in mei concentreert.”We spreken de ondervoorzitter van LDA op zijn melkveebedrijf in Hensies, aan de Franse grens. Beke emigreerde in 2000 vanuit Overijse naar Wallonië, omdat de familie in de rand van Brussel de landbouwtoekomst somber inzag. Hij krijgt aan de keukentafel op zijn bedrijf gezelschap van Hendrik van der Valk, een Nederlandse melkveehouder die in 1989 naar Wallonië trok. Omdat ook hij op het ouderlijke bedrijf geen toekomstperspectief zag. Van der Valk zetelt eveneens in het bestuur.LDA kende het voorbije decennium een sterke groei en wist ook veel Vlaamse melkveehouders aan zich te binden. De coöperatie telt 1.950 leden-leveranciers, waarvan 650 Vlaamse bedrijven. Enkele jaren geleden nam ze in Vlaanderen nog meer dan 300 leden over van verschillende zuivelbedrijven. Deze Vlaamse bedrijven leveren 46 procent van de melk die verwerkt wordt in twee fabrieken. “LDA is groot geworden met leden die bij andere melkerijen niet meer welkom waren”, constateert Beke. Op dit moment dreigt een omgekeerde beweging. Onder de LDA-leden heerst ongerustheid over de grotere prijsval en sommige boeren denken aan een overstap naar een andere melkerij. Door de &#039;war for milk&#039;, die ondanks de slechtere zuivelconjunctuur doorgaat, heerst er grote concurrentie onder melkverwerkers. Denk aan Nederlandse zuivelverwerkers die actief leden werven, vooral in Vlaanderen.Hoeveel bedrijven zullen hun opzeg indienen? “Daarvan hebben we nog geen overzicht”, vertelt Beke. Om per 1 januari 2027 aan een ander bedrijf te leveren, moeten leden-leveranciers vóór 1 juli hun opzeg hebben gedaan. “Er zijn al wat brieven binnen, maar dat gaat voor een deel om protestbrieven waarmee de boeren de druk op betere melkprijzen willen opvoeren. De komende maanden zullen bepalend zijn”, beaamt Van der Valk. De boeren-bestuursleden hebben er alle vertrouwen in dat ze de twijfelende boeren kunnen overtuigen om te blijven. Onder een nieuw leiderschap, nadat de samenwerking met Louis Ska eindigde, is een nieuwe strategie ingezet die op korte en lange termijn de melkprijs moet stutten. Het gaat om een snellere uitrol van diversificatieplannen. “Op korte termijn gaat een Whey Protein Concentrate (WPC)-lijn in productie”, geeft Van der Valk als voorbeeld.In de fabriek in Baudour leggen technici de laatste hand aan deze WPC-lijn. De wei gaat als restproduct van de mozzarellaproductie dan niet meer naar de diervoederindustrie, maar kan gevaloriseerd worden in bijvoorbeeld sportdrankjes. Het bedrijf schat hierdoor op termijn 1,75 euro meer melkgeld te kunnen genereren. Andere diversificatie-oplossingen op korte termijn, die het bedrijf minder afhankelijk maken van bulkproducten en B2B-handel, zijn aanpassingen aan de UHT-lijn om room van 18 en 35 procent te kunnen maken. &amp;nbsp;De afgelopen jaren werd er ook geïnvesteerd in machines om verschillende formaten boter in pakjes en bladerdeegboter te produceren. “We gaan ook onze verkoop van deze producten versterken. Enerzijds in de horeca en bakkerijen met verpakkingen van 500 gram, en een intensivering van de verkoop van bladerdeegboter. Anderzijds gaan we pakjes voor de grootdistributie onder hun merknaam te produceren”, klinkt het.Deze en andere ingrepen zouden zich op korte termijn al vertalen in een betere melkprijs. Binnen twee jaar moet een nieuwe kaaslijn nog meer toegevoegde waarde bieden. Deze kaaslijn is gepland naast de nieuwe mozzarellalijn die twee jaar geleden in productie kwam. Waar op de mozzarellalijn 28.000 ton per jaar geproduceerd kan worden, is de capaciteit van de tweede lijn berekend op 45.000 ton halfharde kaas. Hiervoor is 400 miljoen liter melk nodig. Het bedrijf schat hierdoor op termijn minimum twee euro meer melkgeld te kunnen genereren.Tot voor kort wilde de zuivelcoöperatie deze tweede kaaslijn nog vullen met nieuw aan te werven melk. &amp;nbsp;Inmiddels zijn de plannen afgestemd op de huidige melkplas van 1,5 miljard liter melk en worden minder renderende activiteiten afgestoten. “We zullen minder melkpoeder produceren en ons productassortiment diversifiëren en zo meer een product met een hogere toegevoegde waarde produceren”, aldus Van der Valk.De aanpassingen en de focus op de huidige melkplas geven de Waalse zuivelverwerker de mogelijkheid om in functie van de prijs en de vraag te schuiven in de productie. “Op deze manier zijn we flexibeler en veel minder afhankelijk van de marktprijzen voor bepaalde producten”, vertolkt de Nederlander de kernfilosofie van het zuivelbedrijf.Met de aanpassingen op korte termijn en de nieuwe kaaslijn is een investering van 146 miljoen euro gemoeid. Met een huidige solvabiliteit van 38 procent (Milcobel had ter vergelijking in 2024 een solvabiliteit van 26,7 procent, red.) kan het bedrijf deze investering volgens de boeren probleemloos verteren. Daarmee wijzen ze ook resoluut de geruchten van de hand dat het bedrijf in financiële moeilijkheden zou verkeren.De boeren en LDA-bestuursleden hebben er alle vertrouwen in het gros van de LDA-leveranciers te kunnen overtuigen om te blijven. Ze wijzen daarbij op de goede prijszetting over een periode van vijf en tien jaar. Daarbij heeft een coöperatie volgens hen ontegenzeggelijke voordelen. “Wij zijn ten alle tijden bereid om onze leden nader te informeren over onze plannen”, aldus Beke. De melkveehouder bezette eerder deze maand al de LDA-beursstand in Weelde om Vlaamse boeren te woord te staan.</content>
            
            <updated>2026-02-27T17:35:35+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse boeren leren Mercosur beter kennen in Brazilië]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-boeren-zien-op-agrotrip-naar-brazilie-dat-sommige-mercosur-cliches-overtrokken-zijn" />
            <id>https://vilt.be/58705</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een groep van acht landbouwers, onder wie vijf Vlaamse boeren, is deze maand op agro-excursie geweest in Brazilië. Tijdens een tiendaagse trip bezochten ze verschillende landbouwbedrijven. Zo konden de deelnemers de Braziliaanse landbouwpraktijken leren kennen. Daaruit bleek een genuanceerder beeld dan we de voorbije maanden tijdens de Mercosur-discussie hebben gehoord. “Het is echt niet zo dat men lukraak met alle middelen spuit.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veeteelt" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eeb9773a-109d-450a-ae57-9609b3317d9b/full_width_vlaamse-boeren-in-brazilie-op-reis.jpeg</image>
                                        <content>Er worden in Zuid-Amerika à volonté gewasbeschermingsmiddelen gebruikt die in Europa al lang niet meer toegestaan zijn. Of Braziliaanse runderen worden met hormonen volgespoten en vetgemest. Het zijn enkele oordelen over de kwaliteit van de Zuid-Amerikaanse landbouw die de voorbije maanden vaak te horen waren in de discussie rond het Mercosur-handelsverdrag.Dat verdrag tussen de Europese Unie en een aantal Zuid-Amerikaanse landen leek in kannen en kruiken. Ook onder druk van de Europese landbouworganisaties pleitte het Europees Parlement ervoor om het handelsverdrag eerst te laten toetsen door het Europees Hof van Justitie. Daarmee is het verdrag, dat volgens Europese boeren leidt tot oneerlijke concurrentie, voor tenminste een jaar uitgesteld. &quot;Selectieve verontwaardiging&quot;Zuivelexpert Karel Rutten van Bovigen Dairyconcept verkoopt niet alleen genetica voor melkkoeien. Hij organiseert ook agroreizen voor Vlaamse en Nederlandse boeren. Rutten heeft zich geërgerd aan de discussie en stelt dat er sprake is van selectieve verontwaardiging. “We importeren al jarenlang soja uit Zuid-Amerika. Daarbij wordt zelden gesproken over gewasbeschermingsmiddelen die hier niet zouden zijn toegestaan.”De Limburger is net terug van een tiendaagse agro-excursie naar Brazilië. Hij had een groep van acht boeren onder zijn hoede: twee Nederlandse boeren en een handvol Vlaamse boeren uit de Kempen. Op het programma stonden bezoeken aan melkvee-, akkerbouw- en varkensbedrijven. Ook een leverancier van gewasbeschermingsmiddelen en de belangrijkste landbouwbeurs van Brazilië werden bezocht.Melkproductie hoger dan in Vlaanderen en NederlandDe Nederlander Cris Timmermans runt niet ver van de Belgische grens in Noord-Brabant een akkerbouw- en melkveebedrijf. Hij is onder de indruk van het landbouwniveau in het Zuid-Amerikaanse land. “We zijn op vijf melkveebedrijven geweest, waarvan de kleinste 60 koeien had en de grootste 1.000 koeien. Op elk van deze bedrijven werd gemiddeld meer gemolken dan in Nederland en Vlaanderen.”Hij verklaart dit door onder meer het goedkopere krachtvoer, waardoor boeren harder kunnen melken. “Ook het koecomfort is er zeer hoog. De stallen zijn allemaal goed geventileerd.”De melkveehouder en de Vlaamse boeren hadden zich ingeschreven voor de agrotrip om nieuwe indrukken op te doen. “Het is altijd nuttig om bij andere bedrijven en in andere landen te kijken om kennis op te doen.” Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gereguleerdZijn indrukken in Brazilië stroken niet met het geschetste beeld in de westerse media. “Het is echt niet zo dat er in het wilde weg met allerhande gewasbeschermingsmiddelen wordt gespoten. Bedrijven houden een stringente voorraadlijst aan en er wordt volop gecontroleerd. Daarbij wil men in regel zijn met de mondiale eisen om te mogen exporteren naar het buitenland.”Dat is ook de mening van Rutten. “Bedrijven hebben er alle baat bij om volgens de regels van het land van bestemming te spelen, anders komen hun exportmogelijkheden in het gedrang”, stelt hij.Volgens Rutten is de vrees voor Zuid-Amerikaanse concurrentie bovendien ongegrond. “Het is echt niet zo dat er meteen massaal naar Europa geëxporteerd zal worden. De afzet van veel landbouwproducten is gewaarborgd. Waarom zou men de bestemming plots willen veranderen? Daarnaast is er ook geen enorm overschot aan landbouwproducten. Voor zuivel is men bijvoorbeeld ternauwernood zelfvoorzienend in Brazilië.”Suikerindustrie in Europa moet wel vrezenDe enige landbouwcommodity die volgens hem wel de dupe zou kunnen worden van het vrijhandelsakkoord, is suiker. “Er wordt hier massaal suikerriet geteeld. Daarvoor zou in het verdrag inderdaad aandacht mogen zijn.”Of Cris Timmermans de opgedane landbouwkennis in Brazilië in de praktijk zal brengen, is sterk de vraag. “Door de regelgeving is het in Nederland niet zo makkelijk om stalaanpassingen te doen die het koecomfort verhogen”, vertelt hij. De Brabander denkt al na over een volgende agro-studiereis. “Die gaat mogelijk naar Australië.”</content>
            
            <updated>2026-02-26T15:15:07+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Natuurpunt: "Bijna één op twee Vlamingen wil natuurvrijwilliger worden"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/1-op-de-2-vlamingen-wil-natuurvrijwilliger-worden-natuurpunt-lanceert-campagne-kom-eens-meedoen-met-dieter-coppens" />
            <id>https://vilt.be/58706</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bijna de helft van de Vlamingen wil de handen uit de mouwen steken in een natuurgebied in de buurt. Dat blijkt uit een studie in opdracht van Natuurpunt. Naar aanleiding van de Week van de Vrijwilliger lanceert de natuurvereniging de campagne ‘Kom eens meedoen’. Tv-maker Dieter Coppens is het gezicht van de campagne: "Je ziet de natuur onder je handen groeien en je krijgt er een bende vrienden bij."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="Natuurpunt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/140efd36-8a82-4451-bb16-da870424ae8f/full_width_dieter-vrijwilliger.jpg</image>
                                        <content>Uit het Ivox-onderzoek dat Natuurpunt liet uitvoeren in 2024 blijkt dat 48 procent van de Vlamingen&amp;nbsp;één of meerdere keren de handen uit de mouwen wil steken in een natuurgebied in de buurt. “Mensen voelen een sterke verbondenheid met de natuur in hun buurt en willen hier ook graag iets voor doen. Zo doen ze niet alleen iets terug voor de samenleving, maar komt het ook hun mentale en fysieke gezondheid ten goede”, aldus Natuurpunt. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat 68 procent van de Vlamingen de natuur nodig heeft om zich goed te voelen.Dieter Coppens campagnegezichtNatuurpunt telt vandaag al zo’n 36.000 actieve vrijwilligers. “Maar het potentieel ligt veel hoger”, klinkt het bij de organisatie. Met de campagne&amp;nbsp;‘Kom eens meedoen’&amp;nbsp;wil Natuurpunt de drempel om vrijwilliger te worden verlagen.&amp;nbsp;Televisiemaker en fervent natuurliefhebber Dieter Coppens steekt zelf regelmatig de handen uit de mouwen in de natuur. Voor hem is dat de ideale combinatie van fysieke actie en sociaal contact. “Je ziet de natuur onder je handen groeien, je krijgt er een bende vrienden bij en je kan iets teruggeven aan de samenleving. Via Natuurpunt kan dat op een leuke manier. En lekker buiten!”, aldus de tv-maker.&amp;nbsp;In de&amp;nbsp;campagnevideo&amp;nbsp;roept Dieter heel Vlaanderen op om eens te komen meedoen bij Natuurpunt.&amp;nbsp; Wat doen vrijwilligers?&amp;nbsp;In bijna elke Vlaamse gemeente heeft Natuurpunt een groep vrijwilligers die zich inzet voor de natuur. “Om hier bij aan te sluiten hoef je trouwens niets van de natuur te kennen. Ervaren Natuurpunters leggen alles uit”, vertelt Natuurpunt. Het engagement kan vele vormen aannemen: graslanden maaien, wandelpaden onderhouden, zwerfvuil opruimen of bomen planten. Maar ook gidsen, natuuronderzoek doen of helpen in een bezoekerscentrum behoren tot de mogelijkheden.Meer info op: www.komeensmeedoen.be</content>
            
            <updated>2026-02-27T08:43:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Duo's van landbouwers gezocht om impact van bodembeheer concreet te maken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/duos-van-landbouwers-gezocht-om-impact-van-bodembeheer-concreet-te-maken" />
            <id>https://vilt.be/58707</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant slaan de handen in elkaar om landbouwers te helpen bij het verbeteren van het bodemleven. Ze gaan op zoek naar duo’s van landbouwers uit dezelfde streek, maar met een verschillende aanpak in bodembeheer. Om zo concreet te maken wat agro-ecologische praktijken kunnen betekenen voor het bodemleven. De resultaten worden vertaald in concrete handvaten voor op het veld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bodem" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7372d89f-6146-44b1-bf2c-07ecbd15f74b/full_width_bodem-bodemleven-provincie-antwerpen.jpg</image>
                                        <content>Duo&#039;s gezochtAgro-ecologische praktijken focussen vaak op een beter bodemleven. Voorbeelden zijn minimale grondbewerking, vruchtwisseling, groenbedekking en organische bemesting. “Een sterke en veerkrachtige landbouw bouw je van onderuit op: bij een gezonde bodem”, aldus Antwerps gedeputeerde Jinnih Beels (Vooruit). Ook volgens haar Vlaams-Brabantse collega Tom Dehaene (cd&amp;amp;v) is het belang onmiskenbaar. “Een actief en divers bodemleven is belangrijk voor nutriëntenkringlopen, bodemstructuur en zorgt voor weerbaarheid tegen ziekten en plagen”, stelt hij.Toch stellen ze vast dat het voor veel landbouwers niet eenvoudig is om dat bodemleven tastbaar te maken. Om die reden starten de Hooibeekhoeve, Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant en de Bodemkundige Dienst van België een nieuw tweejarig demonstratieproject op: ‘Landbouw start bij de bodem’.De projectpartners zijn daarom op zoek naar duo’s van landbouwers uit dezelfde geografische streek. Ze hebben een gelijkaardig bedrijfstype (melkvee of akkerbouw), maar met een verschillende aanpak in bodembeheer. “Denk daarbij bijvoorbeeld aan een landbouwer die al langer niet-kerend werkt en een buur die ploegt. Een ander voorbeeld is een bedrijf dat met compost werkt en een collega die daar nog niet mee aan de slag is gegaan of landbouwers die verschillende vruchtwisseling of bodembedekking hanteren”, verduidelijken de praktijkcentra.Op basis van staalnames en analysesWie kan zich aanmelden voor het project? Dat zijn melkveehouders of akkerbouwers die meer inzicht willen krijgen in de gezondheid en het bodemleven van hun percelen. Komen nog in aanmerking: landbouwers die hun bodembeheer willen vergelijken met dat van een buur, vriend of collega of die willen leren van elkaar. Willen bijdragen aan praktijkgerichte kennis voor de sector is een voorwaarde voor het project. Eens de duo’s gevormd, zetten de Hooibeekhoeve, Bodemkundige Dienst van België en Praktijkpunt Landbouw verschillende meetmethodes in om te onderzoeken hoe verschillende teelt- en bodembeheerstrategieën doorwerken op het bodemleven.“Landbouwers die zich aanmelden, mogen zich verwachten aan staalnames en analyses van hun percelen, een gezamenlijke bespreking en interpretatie van de resultaten. Onze praktijkcentra en onderzoekers begeleiden hen daarbij en zorgen voor inspiratie en kennisuitwisseling en dat zonder verplichtingen of kosten”, aldus gedeputeerde Dehaene.Volgens Beels is het niet evident voor landbouwers om te weten wat de keuzes op vlak van agro-ecologische praktijken écht bijdragen aan het bodemleven. “Maar het samen analyseren en vergelijken van de resultaten helpt om kennis tastbaar en toepasbaar te maken. Dat is voor mij de essentie: praktijkcentra die naast de boer staan en helpen om onderbouwde keuzes te maken”, zegt de Antwerpse gedeputeerde.Wie interesse heeft om deel te nemen of wie meer informatie wil, kan contact opnemen met Ellen Truyers van de Hooibeekhoeve (ellen.truyers@provincieantwerpen.be) of Jasper Somers van Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant (jasper.somers@vlaamsbrabant.be).</content>
            
            <updated>2026-02-26T16:14:59+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Kunstmestfabrikant Yara over mogelijke opschorting importtaks: “Dit zet druk op Europese voedselautonomie"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kunstmestfabrikant-yara-over-mogelijke-opschorting-importtaks-dit-hield-ons-net-competitief" />
            <id>https://vilt.be/58708</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese kunstmestfabrikant Yara is niet tevreden met het initiatief van de Europese Commissie om douanerechten op kunstmest te schrappen. De kunstmestprijzen zijn sinds 2020 verdubbeld, en dus overweegt Europa een tijdelijke opschorting van de douanerechten (CBAM) om de prijs te drukken. Momenteel is CBAM van kracht sedert 1 januari 2026, maar discussies binnen Europa zijn lopende. Kunstmestfabrikant Yara wil dat CBAM behouden blijft. “CBAM is in het leven geroepen om een gelijk speelveld te creëren tussen Europese producten en producten van buiten de EU.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ab9b6b27-7b5a-4cbd-ae9b-022828658d94/full_width_kunstmest-pibo-tongeren.jpg</image>
                                        <content>De dure kunstmestprijzen zijn een stevige kostenpost voor Europese landbouwers. Door CBAM een jaar op te schorten moeten de prijzen beter behapbaar worden voor de gebruiker. Pieter De Prycker van kunstmestfabrikant Yara beaamt dat de huidige kunstmestprijzen prijzig zijn als je deze afzet tegenover de opbrengstzijde van de landbouwer. Maar de handelstarieven afschaffen, leidt volgens hem tot verdere oneerlijke concurrentie met buitenlandse concurrenten.“Bedrijven die in Europa CO2 uitstoten, betalen nu al ETS of koolstoftaks”, zegt De Prycker. “Die taks geldt uiteraard niet voor productie buiten Europa.”Ook de productieprocessen zijn in Europa veelal duurder. &amp;nbsp;“In Europa wordt ammoniak de laatste twintig jaar gemaakt via een katalysatortechniek. Dat is een techniek waarmee je niet enkel CO2, maar ook lachgas gevoelig kan reduceren. Buiten Europa wordt bijna altijd zonder die katalysatortechniek gewerkt. Daar ligt de uitstoot van de sector dus heel wat hoger. Bovendien werken we bij Yara aan ons CO2-opslagproject CCS, en produceren we bepaalde producten via hernieuwbare energie.&quot;KoolstoflekVolgens De Prycker is CBAM een manier om het gelijke speelveld te bewaren. Men wilde immers vermijden dat buitenlandse producenten die niet onderhevig zijn aan allerhande milieuwetgeving en -taksen de markt zouden overspoelen met een goedkoper product. “Door CBAM mogelijk op te schorten, wordt de Europese industrie onder druk gezet”, zegt hij. “Terwijl we zeker in geopolitiek onzekere tijden onze Europese industrie moeten ondersteunen, zodat deze op termijn behouden blijft. Een onduidelijke wetgeving zal er ook voor zorgen dat investeringen in de Europese kunstmestindustrie zullen afnemen.”Bovendien zou een afbreuk aan de eigen kunstmestproductie de planeet niet ten goede komen. “Of CO2 nu wordt uitgestoten in Iran, Rusland, Amerika of Europa: dat komt voor de planeet op hetzelfde neer. We kunnen er wel voor zorgen dat we in Europa minder CO2 uitstoten, maar als dat ertoe leidt dat we goedkopere en minder milieuvriendelijke producten importeren van buiten de EU, dan worden die inspanningen teniet gedaan.” Oneerlijke concurrentieDe bezwaren van Yara tegen de opschorting van CBAM, doen denken aan de gerieven van onder meer de suikersector in het licht van Mercosur: Europese productie die bedreigd wordt door minder groene en goedkopere concurrentie. “Zeven jaar geleden kwam CBAM in beeld, en heeft ons bedrijf daarnaar gehandeld en bepaalde investeringen gedaan. We vinden het vervelend dat nu op slechts zeven dagen tijd de spelregels compleet veranderd zijn. Het is zeer moeilijk om een privaat bedrijf te runnen met zo’n instabiele politieke context.”De Prycker benadrukt dat hij de bekommernissen om de hoge kunstmestprijzen begrijpt. “De aardgasprijzen blijven nu eenmaal structureel hoger dan voor 2022, en dat heeft een impact. Ik denk dat een gebruiker vooral de kortetermijnvisie bekijkt en een einde wil maken aan de hoge prijzen.”“Maar CBAM wil niet zeggen dat importproducten niet meer welkom zijn, het wil er louter voor zorgen dat ze op dezelfde manier getaxeerd worden als Europese producten.”“Ik denk dat we er vooral voor moeten zorgen dat Europa zijn kunstmestproductie kan behouden. Kunstmest is van strategisch belang. Als Europa de eigen industrie onder druk zet, dan zal je deze zien wegebben. Zo stellen we ons op lange termijn veel kwetsbaarder op. Als we afhankelijk worden van buitenlandse spelers en ze draaien de kraan toe, dan hebben we een groot probleem. Want hoe je het ook draait of keert: kunstmest blijft essentieel om ons van onze voedselbehoefte te voorzien.”</content>
            
            <updated>2026-02-26T18:16:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Betere sensibilisering voor particulieren is nodig tegen uitbraken en verspreiding van het vogelgriepvirus]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/betere-sensibilisering-private-kippenhouders-om-uitbraken-en-verspreiding-vogelgriepvirus-te-voorkomen" />
            <id>https://vilt.be/58709</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse overheid wil meer inzetten op sensibilisering van private pluimveehouders om de uitbraak en verspreiding van het vogelgriepvirus te voorkomen. Dat zei Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v) deze week in de commissie Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid. Hij reageerde hiermee op Vlaams Parlementslid Jeremie Vaneeckhout (Groen), die suggereerde dat particulieren de bioveiligheids- en preventiemaatregelen rond de verspreiding van vogelgriep niet kennen of negeren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="vogelgriep" />
                        <category term="vogel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e8736711-4b64-4d1e-8b68-a2c44bc1ac03/full_width_kippen-met-meisje.jpg</image>
                                        <content>“Tijdens de afgelopen krokusperiode bleek dat bij veel particulieren de instructie om afgeschermd te voederen niet gekend is of toch genegeerd wordt”, vertelde Jeremie Vaneeckhout in de commissie Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid van het Vlaams Parlement.Het parlementslid van Groen is bang dat deze particuliere kippenhouders zo indirect een rol kunnen spelen bij de verspreiding van het vogelgriepvirus. “Kan de urgentie om dat allemaal te doen, in het belang van onze landbouwers, in het belang van dierenwelzijn, in het belang van allerlei aspecten, niet doortastender gecommuniceerd worden door de lokale besturen?”Landbouwminister Jo Brouns reageerde dat de Vlaamse overheid meer wil inzetten op preventie op alle niveaus. “En zeker op het niveau van de particulieren, die veel meer bewustgemaakt mogen of moeten worden van de potentiële impact”, aldus de minister. Hobbyhouders worden momenteel geïnformeerd over hygiëne, afscherming en meldingsplicht via onlinekanalen en socialemediacampagnes. Zo wordt gestreefd naar het beperken van verdere verspreiding, ook tijdens de huidige actieve uitbraak.De vraag is of deze communicatie de private kippenhouder bereikt. Hoe Brouns de extra sensibilisering van particulieren wil vormgeven, liet hij niet weten.Hoe de private eigenaar bereiken?Ine Kempen van het Proefbedrijf Pluimveehouderij in Geel heeft een aantal suggesties om de burger te bereiken en te sensibiliseren. “Naast lokale besturen en VVSG dacht ik ook aan dierenartsen, hobby- en tuinwinkels die ook kippen verkopen, en een nieuwsbrief van bijvoorbeeld IOK (Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen) of andere intercommunales.”Landsbond Pluimvee heeft in het verleden al eens een registratieplicht voor particuliere pluimveehouders voorgesteld. “Als alle particulieren zo ingeschreven staan, is het makkelijker om hen in geval van een besmetting in de regio te waarschuwen”, stelt woordvoerder Martijn Chombaere. “Maar we hebben destijds van het FAVV te horen gekregen dat dit praktisch onhaalbaar was.”Risicofactor verspreiding vogelgriep kleinDe belangenorganisatie juicht meer sensibilisering van de hobbyboer toe, maar benadrukt dat de risicofactor van particuliere pluimveehouders niet overdreven moet worden. “Bij twee kippen in de achtertuin is de besmettingsdruk veel lager dan bijvoorbeeld bij een kudde wilde ganzen in een weiland”, klinkt het. Landsbond Pluimvee uitte zich eerder ook zeer kritisch over de aanpak van het vogelgriepvirus. Waar in Vlaanderen op één dag een besmet bedrijf geruimd wordt, sleepte de ontruiming van een bedrijf in Noord-Frankrijk zo’n twee maanden geleden een week aan. Experts suggereerden toen dat de trage ruiming, waardoor zich in de stal een virusbom had ontwikkeld, mogelijk had bijgedragen aan de reeks besmettingen in de Westhoek. Het was ook naar aanleiding van deze opstoot dat Jeremie Vaneeckhout zijn vragen stelde in de commissie Landbouw.Sinds enkele weken is de virusverspreiding tot stilstand gekomen en sinds donderdag zijn er in West-Vlaanderen geen bewakingszones meer tegen vogelgriep.</content>
            
            <updated>2026-02-27T09:25:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Antwerpse veehouders betalen prijs voor politieke onenigheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/antwerpse-veehouders-betalen-prijs-voor-politieke-onenigheid" />
            <id>https://vilt.be/58710</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Antwerpse rundveehouders zullen hun dieren niet tijdelijk buitengebruik kunnen stellen om aan de verplichte 5%-reductiedoelstelling te voldoen. Dat liet de Antwerpse deputatie vandaag weten in de provincieraad. De beslissing zet het debat over de interpretatie van het stikstofdecreet terug op scherp, waardoor politieke verdeeldheid opnieuw tevoorschijn komt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Antwerpen" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/631ff1ad-78bc-40ac-9d87-e671302e785f/full_width_landbouwer-boer-vee.jpg</image>
                                        <content>Om tegen 2030 de reductiedoelstellingen uit het stikstofakkoord te halen, hebben rundveebedrijven eind vorig jaar al een tussentijdse stikstofreductie van vijf procent moeten doorvoeren. Volgens het stikstofdecreet kunnen veehouderijen hun ammoniakuitstoot reduceren door een AER-maatregel te implementeren, hun veestapel te verminderen, of een combinatie van beiden.Eind vorig jaar lichtte Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) ook nog een andere mogelijkheid toe. Tot veehouders structurele maatregelen op hun bedrijf doorvoeren om de reductieverplichting tegen 2030 te halen, kunnen ze hun veestapel ook tijdelijk verkleinen. Veehouders die van deze mogelijkheid gebruikmaken, hebben bij de start van dit jaar dus niet al hun dierplaatsen ingevuld. Zodra voor hun bedrijf een passende AER-maatregel beschikbaar is en ze die implementeren, zullen ze uiteindelijk de dierplaatsen terugkrijgen. Zonder die tijdelijke piste zouden ze de dierplaatsen definitief verliezen en opnieuw een vergunningsprocedure moeten opstarten om ze terug te krijgen. Antwerpen weigertWaar vier Vlaamse provincies deze tijdelijke piste aanvaarden bij hun veehouders, houdt Antwerpen de boot af. De deputatie neemt officieel geen akte van meldingen van rundveehouders voor een tijdelijke buitengebruikstelling. Dat vertelde de deputatie in een interpellatie van provincieraadslid Ward Kennes (cd&amp;amp;v) en mondelinge vraag van provincieraadslid Kinga Pajak (Vlaams Belang).De beslissing in Antwerpen legt een groot spanningsveld bloot. Zo komt duidelijk een wrijving in de deputatie tussen Vooruit en N-VA naar voren, en toont het opnieuw de spanning tussen rechtszekerheid en een pragmatische omgang met het stikstofdecreet. We nemen onze verantwoordelijkheid op en kiezen bewust voor een aanpak die landbouwers maximale rechtszekerheid biedt Kiezen voor maximale rechtszekerheidDe essentie van de spanning lijkt opnieuw bij interpretatie van het stikstofdecreet te liggen. In de communicatie van het kabinet van Brouns wordt de tijdelijke buitengebruikstelling benoemd als louter een toelichting of verduidelijking bij de betreffende reductiebepaling uit het stikstofdecreet.Maar volgens eerste gedeputeerde Luk Lemmens (N-VA) heeft deze toelichting geen enkele ‘normatieve kracht’. “Het ontbreken van een decretale verankering van de tijdelijke buitengebruikstelling is de juridische reden waarom de provincie geen akte neemt van meldingen”, aldus Lemmens. Volgens hem is er in het stikstofakkoord nergens expliciet verwezen naar een tijdelijke buitengebruikstelling en kan die daarom niet worden aanvaard als een rechtsgeldige invulling van de reductieverplichting.&amp;nbsp;“We nemen onze verantwoordelijkheid op en kiezen bewust voor een aanpak die juridisch correct is en landbouwers maximale rechtszekerheid biedt”, klinkt het.Daarmee biedt de deputatie duidelijkheid na maanden van onzekerheid over de mogelijkheid van buitengebruikstelling. Volgens Lemmens zal de beslissing niet noodzakelijk tot een andere situatie op het terrein leiden dan wanneer er wel ingegaan zou worden op de vraag naar tijdelijke buitengebruikstelling. &quot;Van de 288 meldingen die werden ingediend waren er eind vorige maand slechts 17 dossiers die een tijdelijke buitengebruikstelling vroegen&quot;, klinkt het. Ik heb gepleit om binnen die interpretatieruimte de pragmatische lijn te volgen Kiezen voor pragmatiekEen andere interpretatie is te horen bij gedeputeerde Jinnih Beels (Vooruit). Volgens haar stelt het decreet duidelijk dat een combinatie van een vermindering van dierplaatsen en een AER-maatregel mogelijk is. “Het decreet preciseert niet hoe die combinatie concreet moet worden ingevuld. Noch of die maatregelen gelijktijdig en permanent moeten gelden, of als ze gefaseerd in de tijd mogen toegepast worden”, aldus Beels. “Ik heb gepleit om binnen die interpretatieruimte de pragmatische lijn te volgen. Dit deed ik niet om de reductiedoelstelling te ondermijnen, want tegen 2030 zullen de reducties gehaald moeten worden. Maar wel om kleinere familiale landbouwbedrijven de kans te geven de reductie te realiseren, zonder hen vandaag al tot onomkeerbare beslissingen te dwingen.”De interpretatie van Lemmens lijkt ook haaks te staan op de eerder pragmatische visie van premier Bart De Wever (N-VA). Hij liet recent in De Standaard optekenen dat “een afbouw van de veestapel onvermijdelijk moet zijn in het dichtbevolkte gebied dat Vlaanderen is&quot;, maar dat Vlaanderen “dit moet doen op een ritme dat toch ook nog een businessmodel mogelijk maakt&quot;. Had de vorige regering een robuust decreet gemaakt, dan stonden wij hier vandaag niet te discussiëren op de kap van onze landbouwers Drie tegen éénDat de interpretatie van Beels uiteindelijk het onderspit moet delven, is volgens Beels pure wiskunde. In de Antwerpse deputatie is ze de enige Vooruit-gedeputeerde tegenover drie N-VA gedeputeerden. “Politiek is geven en nemen, langs twee kanten. We hebben telkens op een correcte en professionele manier met elkaar kunnen overleggen, maar we zijn niet tot een akkoord kunnen komen”, aldus Beels in de provincieraad. “Ik ben dan ook niet koppig om toe te geven dat ik hierin als gedeputeerde voor Landbouw heb gefaald.”Volgens haar zou het wel onterecht zijn om “de schuld op Lemmens te steken”. “Ik heb begrip voor Lemmens dat hij zijn interpretatie naar voren schuift. Het is de schuld van de vorige Vlaamse regering die er niet in geslaagd is om een robuust en sluitend decreet te maken”, aldus Beels. “Was dit wel het geval, dan stonden wij hier vandaag niet te discussiëren op de kap van het welzijn van onze landbouwers.” Anders spelregels voor Antwerpse boer dan voor LimburgseProvincieraadslid Kennes gaat niet akkoord met de beslissing van de deputatie. “Niet het decreet is het probleem, maar de wil om het op een bepaalde manier te interpreteren”, klinkt het bij hem. “Ik stel vast dat vier deputaties in Vlaanderen hierin meegaan, maar de Antwerpse niet. Ik stel vast dat wanneer creatief gezocht moet worden naar oplossingen voor bedrijven, gedeputeerde Lemmens daartoe bereid is, maar als het gaat over landbouwbedrijven hij vasthoudt aan één rigide interpretatie. Hierdoor zijn de spelregels niet gelijk in de provincies.”Ook provincieraadslid Wouter Bollansée (Vlaams Belang) gaat niet akkoord met de uitspraken van Lemmens. “Ik vind het ongehoord dat u kabinetten, de Antwerpse oppositie en andere provinciedeputaties als onverantwoordelijk wegzet. In die deputatie zitten ook leden van uw eigen partij”, aldus Bollansée. “Zijn die dan ook onverantwoordelijk? En wat als de tijdelijke buitengebruikstelling juridisch niet aangevochten wordt, en stel dat die uiteindelijk wel overeind zou blijven? Welke verantwoordelijkheid neemt u dan naar de bedrijven waarvan je de tijdelijke buitengebruikstelling hebt ontzegd?”&quot;Trieste vaststelling&quot;Landbouworganisatie Algemeen Boerensyndicaat, die de onduidelijkheid in Antwerpen eerder al aankaartte, spreekt van een “trieste vaststelling dat veehouders richting gedwongen afbouw worden geduwd”. “De veehouders die kiezen voor een tijdelijke buitengebruikstelling zijn overwegend kleinere familiale bedrijven. Net voor hen moest dit wat ademruimte creëren om verschillende toekomstscenario’s te overwegen”, aldus Mark Wulfrancke van ABS. Hij vraagt zich af hoe dit besluit rijmt met de Antwerpse landbouwvisie.</content>
            
            <updated>2026-02-26T22:28:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mercosur: Europese Commissie laat vrijhandelsakkoord voorlopig in werking treden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mercosur-europese-commissie-laat-vrijhandelsakkoord-voorlopig-in-werking-treden" />
            <id>https://vilt.be/58711</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie heeft besloten om het vrijhandelsakkoord met het Latijns-Amerikaanse handelsblok Mercosur voorlopig in werking te laten treden. Dat heeft voorzitter Ursula von der Leyen aangekondigd. Landbouworganisatie Boerenbond is niet te spreken over de beslissing. “Ze gaat hiermee duidelijk voorbij aan de bezorgdheden en de stem van het Europees Parlement”, zegt Boerenbond voorzitter Lode Ceyssens.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ebfcda61-2504-445f-9f0c-c301e814aa7b/full_width_img-20251228-wa0018.jpg</image>
                                        <content>De Europese Commissie laat het Mercosurakkoord voorlopig in werking treden. Een controversiële beslissing aangezien het vrijhandelsakkoord nog niet officieel is goedgekeurd door het Europees Parlement. Parlementsleden stuurden vorige maand het akkoord&amp;nbsp;door naar het Hof van Justitie, waardoor de definitieve ratificatie met minimum een jaar opgeschort is. Door het akkoord voorlopig toe te passen, dreigt de Commissie Europarlementsleden tegen zich in het harnas te jagen. Hiermee vergroot ze het risico dat de overeenkomst bij de uiteindelijke stemming alsnog definitief wordt weggestemd.In een persbericht liet Commissievoorzitter Ursula von der Leyen (EVP) weten alvast intensief overlegd te hebben met de lidstaten en met leden van het Europees Parlement. &quot;Op basis daarvan gaat de Commissie nu over tot de voorlopige actie&quot;, klinkt het. De Commissie kon het akkoord pas voorlopig implementeren zodra minstens één Mercosurland het had geratificeerd. Uruguay en Argentinië rondden donderdag de ratificatie af, Brazilië en Paraguay zouden snel volgen. Met de inwerkingtreding één dag later geeft de Commissie het signaal dat ze geen tijd wil verliezen.&quot;We wisten dat dit de consequentie kon zijn&quot;, vertelt Europarlementslid Wouter Beke (cd&amp;amp;v/EVP). &quot;Net daarom vond ik het niet verstandig dat we als Europees Parlement naar het Europees Hof zijn gestapt. Hiermee hebben we onszelf buitenspel gezet. De beslissing van de Commissie is het gevolg van de positie die het Parlement toen heeft aangenomen. Het was beter geweest als we de bespreking al ten gronde in het Parlement hadden kunnen voeren.&quot; Nu niets doen voor de eigen landbouwers zou de schaamte ver voorbij zijn &quot;Versterk competitiviteit onmiddellijk&quot;Landbouworganisatie Boerenbond is niet te spreken over de beslissing van de Commissie. “Ze gaat hiermee duidelijk voorbij aan de bezorgdheden én de stem van het Europees Parlement”, zegt Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens.Met deze démarche is het voor Boerenbond duidelijk dat er nu op zeer korte termijn op alle fronten aan competitiviteit moet gewerkt worden om de land- en tuinbouwsector toekomstperspectief, werkbare oplossingen en rechtszekerheid te bieden. “De Europese Raad, de Commissie en het Parlement moeten nu onmiddellijk actie ondernemen om rechtszekerheid te bieden en onze boeren toe te staan concurrentieel te blijven in een volatiele wereldmarkt”, zegt Ceyssens. “Als men nu blijft dralen, zal de landbouwpopulatie verder achteruitgaan. Elke boer of boerin die vandaag beslist te stoppen omwille van rechtsonzekerheid, komt nooit meer terug.”De EU moet volgens Boerenbond de nodige aanpassingen doen om de Europese vergunningenknoop te ontwarren. &quot;Zo kunnen onze boeren verduurzamen en moderniseren&quot;, klinkt het. &quot;Ook de wetgeving voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is cruciaal. Een aanpassing is nodig om de toolbox aan duurzame gewasbescherming van onze Vlaamse land- en tuinbouwer voldoende gevuld te houden. Nu niets doen voor de eigen landbouwers, terwijl de deur wordt opengezet voor goedkopere en minder kwalitatieve buitenlandse producten, zou de schaamte ver voorbij zijn.”&quot;Zoveelste kaakslag&quot;Landbouworganisatie Algemeen Boerensyndicaat (ABS) schrikt niet van de beslissing. &quot;Het was te verwachten dat von der Leyen zou doorduwen&quot;, reageert de organisatie. &quot;Ze had al aangekondigd de vele signalen uit de maatschappij en het Europees Hof te negeren. Het is de zoveelste kaakslag voor de EU-burger en onze vele KMO&#039;s actief in de voedingssector.&quot;Volgens ABS blijft het ook afwachten of diegene die vandaag mogelijk voordeel haalt uit het Mercosurakkoord, daar op langere termijn ook iets zal uithalen. &quot;Vlaamse landbouwers kunnen, en willen ook niet, concurreren op prijs met de Mercosurlanden&quot;, aldus ABS. &quot;Europa zegt dan wel dat voedsel strategisch is, maar wie gelooft die boodschap nog als het tegelijk de eigen productie uitverkoopt?&quot;&quot;De Europese regelgeving legt veel landen stil met allerlei onverantwoorde rechtszaken van onbesuisde ngo&#039;s. De Europese Commissie kijkt toe en doet er niks aan, buiten nog meer naïeve regelgeving over de maatschappij uit te storten. Je zou verwachten dat Europa zelf de rechtsregels naleeft, maar niet dus.&quot;Partnerschap moet EU voorsprong gevenVon der Leyen benadrukt in haar communicatie dat de Mercosur-overeenkomst een markt van 720 miljoen mensen creëert en talloze mogelijkheden opent. “Mercosur is één van de meest belangrijke handelsakkoorden van de eerste helft van deze eeuw. Het vormt een platform voor diepgaande politieke samenwerking met partners die de wereld bekijken zoals wij dat doen. Partners die geloven in openheid, samenwerken en wederzijds vertrouwen. En die begrijpen dat vrije handel, gebaseerd op regels, positieve resultaten oplevert voor iedereen.”Die voorsprong wordt nu genomen door de handelsovereenkomst al uit te rollen. Vorige maand kreeg de Commissie via een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten groen licht om met het akkoord door te gaan en eventueel een voorlopige inwerkingtreding te kunnen doorvoeren. De handelsmaatregelen zullen echter niet van vandaag op morgen ingaan, volgens de overeenkomst kan dit pas twee maanden nadat een Mercosur-lidstaat het akkoord heeft geratificeerd. Concreet betekent dit dat de inwerkingtreding ten vroegste in mei 2026 kan starten.Europarlementslid Kathleen Van Brempt (Vooruit/S&amp;amp;D) steunt de Commissie in de beslissing om snel vooruitgang te willen boeken door het Mercosur-akkoord voorlopig al te implementeren. &quot;De handelsovereenkomst met Mercosur is een opportuniteit die we moeten grijpen&quot;, luidt het. &quot;Europa heeft er alle belang bij om zich vandaag te presenteren als een betrouwbare en loyale partner op het geopolitieke toneel.&quot; Al stelt ze ook dat er tegelijk gebouwd moet worden aan het democratisch draagvlak. &quot;Daar is nog werk aan de winkel. We mogen de vele bezorgdheden die nog leven niet zomaar negeren. Wij staan klaar om samen met de Commissie en alle betrokken stakeholders te werken aan dat draagvlak en de bestaande bezorgdheden weg te werken.&quot;</content>
            
            <updated>2026-02-27T18:45:25+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA["Een derde ging niet naar landbouw en amper resultaat": Europees Rekenhof vernietigend voor innovatieprogramma EIP-AGRI]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/een-derde-ging-niet-naar-landbouw-en-amper-resultaat-europees-rekenhof-vernietigend-voor-innovatieprogramma-eip-agri" />
            <id>https://vilt.be/58712</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Europees investeringsprogramma EIP-AGRI heeft met bijna 1 miljard euro aan middelen amper resultaten geboekt. Dat blijkt uit een vernietigend rapport van de Europese Rekenkamer (ERK). De aanzienlijke EU- en nationale financiering om innovatieve landbouwpraktijken te bevorderen, leverde zelden innovaties op die nuttig en praktisch toepasbaar waren of breed werden ingevoerd. Bijna een derde van de projecten had nauwelijks of niets te maken met landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ed9f97ca-72cd-4e21-ae35-1d474d750cd0/full_width_europa-vlaggen-nb.jpg</image>
                                        <content>Tussen 2014 en 2022 werd er bijna 1 miljard euro aan Europese en nationale middelen geïnvesteerd in EIP-AGRI, maar dat leverde amper resultaten op. Dat stelt de ERK. De auditors bevelen aan de focus meer te richten op de praktische behoeften van landbouwers, de projectselectie te verbeteren en de resultaten effectiever te verspreiden.Het innovatieprogramma werd in 2012 gelanceerd en gefinancierd vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en het Europese Horizonprogramma. Binnen het GLB voor 2014-2022 werden met dit instrument meer dan 4.000 innovatieprojecten ondersteund. Deze projecten moesten door samenwerking tussen boeren, onderzoekers, adviseurs en agrovoedingsbedrijven de productiviteit en duurzaamheid van de landbouw vergroten. Maar de praktijkresultaten zijn nu niet naar wens.Projecten hadden vaak niets met landbouw te makenDe auditors merkten ook op dat bijna een derde van de onderzochte projecten nauwelijks of niets te maken had met de landbouw. Sommige projecten waren gericht op bijvoorbeeld industriële voedselverwerking of retailbranding. Zo richtte een project in Polen zich op de industriële productie van boter en leverde het een beperkte bijdrage aan de economische duurzaamheid van lokale zuivelproducenten. Een ander project in Spanje betrof uitsluitend het versterken van het merk van een supermarktketen.Meer dan de helft van de projecten leverden volgens de auditors geen succesvolle innovaties op. In veel gevallen hadden projecten geen praktisch resultaat, speelden zij in op nichebehoeften of kwamen zij vooral particulieren ten goede. De auditors troffen ook gevallen aan waarin geld werd gebruikt voor investeringen die waarschijnlijk anders ook zouden zijn gedaan, zonder duidelijke voordelen voor de bredere sector.Nog een opmerking van de ERK is dat de projectresultaten vaak niet werden gedeeld, terwijl dat wel de bedoeling was. Slechts bij ongeveer de helft van de projecten werd de opgedane kennis gedeeld, en maar zes van de 18 projecten met bruikbare resultaten leidden tot innovaties die op grote schaal zijn toegepast. Hoe minder landbouwers betrokken, hoe slechter de resultatenDe EU-lidstaten stimuleerden zelden veelbelovende innovaties op lokaal niveau en bij landbouwers. Terwijl het GLB juist financiering bood voor trainingen, opleidingen en adviesdiensten. Tot slot stelden de auditors vast dat er geen synergieën werden benut met onderzoeks- en innovatieprogramma’s van de EU, zoals Horizon 2020. Geen van de 70 onderzochte projecten maakte gebruik van deze financiering, hoewel voor de periode 2014-2020 meer dan 1,5 miljard euro was uitgetrokken voor landbouw- en bosbouwonderzoek.“Innovatie is onmisbaar als de landbouwsector haar economische, ecologische en sociale duurzaamheid wil versterken”, zegt João&amp;nbsp;Leão, het ERK-lid dat verantwoordelijk is voor de controle. “Het EU-instrument voor innovatie bij boerenbedrijven had meer waar voor zijn geld kunnen opleveren. Kansen werden gemist doordat niet werd ingespeeld op de praktische behoeften van landbouwers.&quot; Kansen werden gemist doordat niet werd ingespeeld op de praktische behoeften van landbouwers Het rapport werd opgesteld op basis van een steekproef van 70 projecten in Spanje, Frankrijk, Nederland en Polen. De onderzoekers constateerden dat innovatiepotentieel zelden doorslaggevend was bij de projectselectie. Ook was de betrokkenheid van landbouwers doorgaans beperkt en was er onvoldoende aandacht voor hun innovatiebehoeften.Dat is zonde, want uit de controle bleek wel dat actieve betrokkenheid van boeren bij projecten niet alleen de slaagkans vergrootte, maar ook de kwaliteit van de ontwikkelde innovaties verbeterde. Zo leidde een project voor droogzaaien in de rijstteelt ertoe dat deze techniek in een hele regio in Spanje werd ingevoerd.</content>
            
            <updated>2026-02-27T15:04:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Pluk hopscheuten gestart: delicatesse uit Poperinge vraagt twee uur arbeid per kilo]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pluk-hopscheuten-gestart-delicatesse-uit-poperinge-vraagt-twee-uur-arbeid-per-kilo" />
            <id>https://vilt.be/58713</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het seizoen van de hopscheuten is opnieuw gestart. In de regio rond Poperinge, hét hopcentrum van België, is de oogst volop aan de gang. Maar achter het ‘witte goud’ op het verfijnde bord bij toprestaurants schuilt een bijzonder arbeidsintensieve nicheteelt. “Reken toch twee uur werk per kilo”, zegt teler Benedikte Coutigny van ’t Hoppecruyt.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="streekproduct" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2c9b6a25-84cd-494e-9c1e-b8a348a47015/full_width_thoppecruyt-hopscheuten3.jpeg</image>
                                        <content>Hopscheuten zijn de jonge, witte ondergrondse uitlopers van de hopplant in het vroege voorjaar. “Die eerste uitlopers groeien op het oude hout van vorig jaar”, legt Coutigny uit. “Tijdens het snoeien snijden we dat oude, houterige deel af. Van hieruit groeien de nieuwe hopscheuten. Of je de scheuten nu verkoopt of niet: ze moeten er sowieso af.”Seizoen goed gestart&amp;nbsp;Waar veel hoptelers ze gewoon laten liggen, oogst een kleine groep ze als exclusieve groente. Door de planten aan te aarden en af te dekken blijven de scheuten wit. “Bij hopscheuten is dat essentieel”, zegt ze. “Rode of groene scheuten zijn anders van textuur. Als ze wit blijven, zijn ze mooi krokant.” Het seizoen 2026 ziet er volgens Coutigny goed uit. “We hebben binnen- en buitenteelt gecombineerd en zijn al volop bezig met de oogst. Door het gunstige weer is het seizoen goed gestart. We zijn heel tevreden.” Binnen- én buitenteelt&#039;t Hoppecruyt is in de eerste plaats gespecialiseerd in hop voor Belgische brouwerijen. De hopscheuten zijn een neventeelt, maar wel een bewuste keuze. Er wordt zowel binnen als buiten geteeld. Bij de Poperingse hopkwekerij blijft de hopplant 15 jaar in het veld staan.&amp;nbsp;Na deze periode is de wortel te oud om voldoende rendement te hebben van bloemen. Daarom wordt in januari telkens tien procent van de wortels gerooid en in een warme ruimte gelegd.&amp;nbsp;“De oude wortels gaan we intafelen in een oude varkensstal”, legt Coutigny uit. “We leggen de wortels op de vloer, doen er aarde over en stoken tot 13 graden. Na drie weken hebben we de eerste hopscheuten.” Zo kan het bedrijf al vanaf half februari leveren, onder meer voor Valentijn. De buitenteelt gaat nu van start, waarbij de planten in het veld worden aangeaard en afgedekt, vergelijkbaar met asperges.Niet elke grond is geschikt voor hopscheuten. Het bedrijf teelt op zand-leemgrond, die goed draineert. “Te veel vocht is nefast”, benadrukt Coutigny. “Op zware kleigrond worden ze bruin en kunnen ze rotten. Liever te droog dan te nat.” Het seizoen loopt bij hen van begin februari tot eind maart, soms begin april. In andere regio’s wordt nog iets langer geoogst, maar het blijft een kort en intens venster. Nootachtig en verfijndHopscheuten staan bekend om hun fijne, licht bittere en nootachtige smaak. “Ze hebben een nootachtige toets”, zegt Coutigny. “In gerechten worden ze vaak gecombineerd met noten en olie.” Een perfecte hopscheut is volgens haar vooral krokant en correct gesneden. “Zodat de chef er bijna geen werk meer aan heeft.”Volgens Coutigny is er wel degelijk een smaakverschil tussen de buiten- en binnenteelt. “De hopscheuten van buiten zijn voller van smaak. Dat is een beetje zoals bij tomaten: wat buiten groeit, heeft gewoon meer smaak.” Twee uur arbeid per kiloDe exclusiviteit van hopscheuten heeft veel te maken met de arbeidsintensiteit. Alles gebeurt manueel.“Dat is uitgraven en afknippen, allemaal met de hand”, zegt Coutigny. “Eén scheutje weegt maar één à twee gram. Met vijf mensen kunnen we nooit meer dan tien kilo per dag plukken.”Per kilo mag je rekenen op ongeveer twee uur werk, inclusief wassen. “Het klinkt weinig als je zegt dat we vorig jaar 200 kilo hebben geoogst, maar dat is geplukt over zes weken.”De productie is bovendien volledig vraaggestuurd. “Wij hebben dat niet liggen zoals aardappelen. We plukken op bestelling. Die 200 kilo was eigenlijk gewoon onze vraag.” Streekproduct met beperkte spelersHopscheuten gelden als een typisch streekproduct uit Poperinge. Toch zijn er maar weinig producenten. “In Poperinge zijn we met 15 hoptelers”, zegt Coutigny. “Daarvan zijn er maar drie die ook hopscheuten telen. Dat bewijst hoe arbeidsintensief het is.”De verkoop verloopt rechtstreeks aan toprestaurants in de streek, maar ook in Brussel, Leuven, Limburg en aan de kust. Door de beperkte houdbaarheid – slechts enkele dagen – is een korte keten essentieel.&amp;nbsp;Via de website van het hopteler is het witte goud te koop aan 160 euro per kilogram.Wat voor chefs een exclusieve lentegroente is, blijft voor de teler vooral een kwestie van vakmanschap en doorzettingsvermogen. “Het is hard werken”, besluit Coutigny, “maar het blijft een mooi product van hier.”</content>
            
            <updated>2026-02-27T16:22:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "West-Vlaamse drinkwaterkwestie heeft nood aan betrouwbare fundamenten"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/spanoghe-over-drinkwaterheisa-laat-ons-eerst-zeker-zijn-dat-de-metingen-waarop-alles-steunt-correct-reproduceerbaar-en-onafhankelijk-bevestigd-zijn" />
            <id>https://vilt.be/58714</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>"Burgers hebben recht op duidelijkheid, wetenschappers op degelijke data, en beleidsmakers op betrouwbare fundamenten", stelt professor Pieter Spanoghe (UGent) over de de West-Vlaamse drinkwaterkwestie. Volgens hem is er nog veel onduidelijkheid over de aanwezigheid van 1,2,4-triazole in West-Vlaams drinkwater. Bijkomende analyses zijn volgens hem op zijn plaats.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a41f21b4-1819-46b2-b171-c4add98e3ffc/full_width_pieter-spanoghe.JPG</image>
                                        <content>Mijn dochter vroeg me een documentje voor één van haar schooltaken af te drukken. Tijdens het printen trok volgende passage in de tekst, over Socrates die het had over het al of niet populair zijn, mijn aandacht: De waarde van een idee of daad kan niet worden afgemeten aan het feit of het algemeen aanvaard of algemeen bespot wordt, maar wel of het aan de regels van de logica voldoet. Dat een bepaald argument door de meerderheid wordt gehekeld wil nog niet zeggen dat het niet deugt, net zomin als het wél deugt…&amp;nbsp;Het debat over triazolen in het drinkwater van West-Vlaanderen lijkt ontspoord. Ik mis heldere uitleg en hoop door kennis te delen bij te dragen aan de argumentatie en communicatie. Het probleem oogt logisch en eenvoudig, maar is dat helaas niet. Uiteraard begrijp ik de stelling dat controles op onze waterkwaliteit waterdicht moeten zijn, maar waren die in het geval van 1,2,4 triazolen wel degelijk zo? Graag roep ik op tot diepgaand onderzoek dat uitwijst of mijn bezorgdheid rond de kwaliteit van de gegenereerde data, waarrond het debat vandaag draait, al dan niet gegrond is.Maakt de dosis het vergif?Gewasbeschermingsmiddelen worden op de markt gebracht na jarenlange evaluatieprocedures. Het verantwoord landbouwkundig gebruik van moedermoleculen, in dit geval triazole schimmelwerende verbindingen, én metabolieten of afbraakstoffen wordt zorgvuldig afgewogen. Door regelmatige herzieningen van erkenningen van werkzame middelen op Europees niveau wordt op basis van vooruitschrijdend inzicht extra veiligheid voor mens en milieu gegarandeerd. In 2018 rapporteert het Europees Voedselagentschap (EFSA) 1,2,4 triazole als een belangrijke en relevante metaboliet in planten. Dat een metaboliet als residu belangrijk is in de plant betekent niet automatisch dat deze metaboliet belangrijk is voor ons drinkwater. De procedure om dat te bepalen is dat de informatie van Europa doorstroomt naar onze Belgische overheid. Deze Belgische overheid deelt vervolgens de EFSA-lijst in Vlaanderen met de VMM en haar drinkwatermaatschappijen. In samenspraak voeren deze laatste instanties een éénmalige analyse op het drinkwater uit. Bij een positieve analyse in drinkwater volgen drinkwatermaatschappijen dat resultaat samen met de VMM verder op.Tot zover lijkt mij deze wijze van werken volkomen te verantwoorden. Het legt de verantwoordelijkheid bij de betreffende instanties die conform hun opdracht nazien of de wet nageleefd wordt. De relevantie van het opvolgen van een stof kan zijn omdat ze toxisch is voor mens of milieu; maar in feite kan een stof ook relevant zijn omdat wij een gebrek aan gegevens hebben op dat vlak. We weten het dan gewoon niet. Door het classificeren als relevant zet de overheid druk op de industrie en dwingt hen extra toxiciteitsstudies te verrichten. De centrale vraag die zich vandaag lijkt te stellen is of deze triazolen nu echt een effect op de menselijke gezondheid hebben. Een feit is dat triazoleverbindingen evengoed in geneesmiddelen voorkomen. Geldt voor de eenvoud nog steeds de basis van de toxicologie, namelijk de dosis maakt het vergif? De hoeveelheden waarover wij te horen krijgen zijn nanogrammen en microgrammen per liter drinkwater. Als mens kunnen we deze extreem lage hoeveelheden niet vatten. We kunnen ze niet visualiseren met een gewicht op onze weegschaal, noch vergelijken met een proportie van een suikerklont.Wat is de basis voor de gezondheidsnorm?Of Belgie het land in Europa is, waar de problematiek van de triazole het eerst op tafel kwam, is nog niet geweten. In Europa lijkt het vooralsnog een lappendeken, het ene land voert controles uit, een paar andere landen waarschijnlijk niet. Mogelijks inspireren landen mekaar om stalen te bemonsteren: Vlaanderen doet dat, dus gaan wij dat ook doen. Voor Belgie stelde het VITO de gezondheidslat op 4,5 µg/L. Dit is een norm waar wij mensen levenslang zonder enig nadelig effect aan blootgesteld mogen worden. Dat de discussie niet eenvoudig is, blijkt uit het feit dat naargelang het land en de expert, er verschillende veilige gezondheidsnormen worden gehanteerd. Wij kunnen ons dan logischerwijze de vraag stellen of wij deze zomer niet beter thuisblijven om zo mogelijks hogere concentraties aan triazolen in drinkwater van onze reisbestemmingen te ontlopen.U kan zich afvragen als een voorgestelde gezondheidsnorm van 4,5µg/L van toepassing is in drinkwater, waarom er dan een maatschappelijk debat ontstaat. Er gelden bovendien nog eens andere gezondheidsnormen voor voeding. Ik geloof zelfs dat de hoeveelheid die wij (en ik woon in West-Vlaanderen) binnenkrijgen via drinkwater een onooglijke fractie is van wat via groenten en fruit tot ons komt. Herinner u, EFSA catalogeerde 1,2,4 triazool als relevant en op te volgen metaboliet in planten. Het antwoord op de bovenstaande vraag is, dat de norm voor drinkwater historisch niets te maken heeft met de gezondheid van de mens of het milieu. De 0,1 µg per liter norm is rechtstreeks gelinkt aan de analytische haalbaarheid van de jaren 1980. De norm is 40 jaar geleden opgesteld als voorzorgsprincipe. De overheid liet aanwezigheid van pesticiden in drinkwater niet toe en de analytici van die tijd waren toen niet in staat om gevoeliger te meten.Recht op een B-staalWaar knelt dan volgens mij het schoentje bij de 1,2,4-triazole, de reden waarom ik deze tekst schrijf? De resultaten van de Watergroep kennen we intussen allemaal. Open communicatie is de pijler van de geloofwaardigheid in het gezondheidssysteem van onze samenleving. Toen drinkwatermaatschappijen met het triazolevraagstuk werden geconfronteerd, botsten zij op het feit dat deze stof niet op het 0,1µg/L niveau in water kon worden gemeten. Geen enkel Vlaams analyselab was op dat ogenblik in staat deze lage gehaltes betrouwbaar te meten. Dit heeft te maken met natuurlijke achtergrondruis die het identificeren van een positief signaal op dat lage bepaalbaarheidsniveau van 0,1 µg/L onzichtbaar maakt. Niet getreurd, zal iemand toen gedacht hebben, wij kunnen dit navragen bij collega’s in Duitsland. Naar verluidt liet ook Duitsland weten voor deze opdracht te passen en wees het naar een labo in Denemarken door. Dat laatste labo reikte anderhalf jaar lang als enige labo voor ons in Vlaanderen analyseresultaten aan. In heel dit triazoleverhaal voel ik mij onzeker omdat wij het monopolie van dat ene labo hebben aanvaard, zonder de mogelijkheid te hebben om bij positieve resultaten, een extra bevestiging bij een ander labo aan te vragen. De basisprincipes van kwaliteitszorg voor chemische analyses werden op die wijze gebruuskeerd. Als een sportman of -vrouw op mogelijk gebruik van doping positief test, heeft die recht op een tegenanalyse van een B-staal. Zo wordt aan waarheidsbevinding gedaan.Ik schrijf dit niet om het debat te verengen, maar om het te verbreden. Burgers hebben recht op duidelijkheid, wetenschappers op degelijke data, en beleidsmakers op betrouwbare fundamenten. Wanneer één van die bouwstenen wankelt, ontstaat verwarring en wantrouwen. Mijn oproep is eenvoudig: laat ons eerst zeker zijn dat de metingen waarop alles steunt correct, reproduceerbaar en onafhankelijk bevestigd zijn. Pas daarna kunnen we het gesprek voeren dat onze gezondheid, onze landbouw en ons milieu verdienen. Dat lijkt mij de meest redelijke manier om het vertrouwen in ons drinkwater én in onze instellingen te versterken. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;De auteur&amp;nbsp;Professor Pieter Spanoghe is expert gewasbescherming en verbonden aan de UGent.</content>
            
            <updated>2026-03-01T22:52:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onderzoek toont kloof tussen wat landbouwers vragen en wat beleid levert]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/onderzoek-toont-kloof-tussen-wat-landbouwers-vragen-en-wat-beleid-levert" />
            <id>https://vilt.be/58715</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er gaapt een kloof tussen de brede waaier aan bezorgdheden van landbouwers die in 2024 internationaal op straat kwamen en de beleidsmaatregelen die daarop volgden. Dat blijkt uit een studie die de individuele motieven van landbouwers in vier landen in kaart bracht. Opvallend is dat milieumaatregelen en de beleidsreacties prominent aanwezig waren in het debat, terwijl ze in geen enkel onderzocht land de meest genoemde klacht vormden van landbouwers. Het verzet tegen milieuregels groeide uit tot een symbolisch strijdpunt, strategisch versterkt door politieke partijen en belangengroepen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="boerenprotest" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dada24ae-7b72-42fb-8e7c-9af16ae286a1/full_width_protest-gent-symposium2.jpg</image>
                                        <content>Met scherpe slogans en veel zichtbaarheid kwamen landbouwers in heel Europa begin 2024 op straat. In zowel nationale als Europese boerenprotesten maakten ze aan het brede publiek duidelijk dat de onvrede in de sector zeer diep zat. Door de diversiteit aan bezorgdheden werd het debat al snel teruggebracht tot een beperkt aantal dominante grieven, zowel door Europese landbouwkoepelorganisatie Copa-Cogeca als door de media.Een team van zes onderzoekers toont nu aan dat beleidsmakers vooral op die gegeneraliseerde onvrede reageerden, en minder op de concrete motieven die landbouwers zelf naar voren schoven. &amp;nbsp;Een vaak aangehaald thema in discussies was bijvoorbeeld dat landbouwprijzen te laag zijn om een eerlijk inkomen te garanderen. “Onze bevindingen bevestigen deze zorg bij Franse en Belgische landbouwers, maar niet bij Duitse en Nederlandse landbouwers”, klinkt het. Ook concurrentie van goedkope import en milieumaatregelen werden frequent genoemd in media. Hoewel dit thema in alle vier de landen opdook, was het nergens de meest genoemde klacht.Individuele beweegredenen in kaart gebrachtDe onderzoekers brachten de individuele protestmotieven van landbouwers in Duitsland, Frankrijk, België en Nederland in kaart. De motieven werden verzameld via een open vraag, om te vermijden dat respondenten in een bepaalde richting werden gestuurd via antwoordopties. Gemiddeld gaven de landbouwer 2,4 verschillende redenen aan waarom ze op straat kwamen. Belgische landbouwers vermeldden gemiddeld het grootste aantal argumenten.De resultaten tonen dat verschillende thema’s terugkeerden in alle landen. Dat geldt voor bureaucratie, regelgeving, financiële druk, gebrek aan toekomstperspectief, oneerlijke marktvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. De dominante protestredenen verschilden echter per land en onderwerpen kregen vaak ook een eigen nationale invulling. Zo uitte beleidsontevredenheid zich in Duitsland en België vooral als kritiek op de nationale regering, terwijl Franse landbouwers hun pijlen vaker op het Europese beleid richtten.Grootste frustratiebron verschilt per landIn Duitsland was bureaucratie de meest vernoemde klacht (53%). En hoewel het Duitse boerenprotest oorspronkelijk werd uitgelokt door besparingen op landbouwdiesel en een belasting op landbouwmachines, behoorde die financiële druk niet tot de drie meest genoemde klachten. Het werd slechts in 28 procent van de antwoorden genoemd. In Frankrijk domineerde financiële druk dan wel weer. In 53 procent van de Franse antwoorden kwam deze klacht terug. De Franse media hadden het ook heel vaak over milieumaatregelen, maar die speelden opvallend minder een rol bij de landbouwers zelf. In Nederland was beleidsontevredenheid (52%) de voornaamste klacht. Daarna volgden maatschappelijke kritiek en algemene onvrede (beide 33 procent).Belgische landbouwers uitten breedste waaien aan klachtenDe onderzoekers stelden voor België een breed spectrum aan klachten vast, de ontevredenheid viel niet te herleiden tot één dominante frustratie. Financiële druk werd in 53 procent van de antwoorden genoemd, maar ook regelgeving kwam met 49 procent bijna even vaak terug als klacht. Volgens de onderzoekers is het opvallend dat er bij de klacht van financiële druk geen verschillen zijn naargelang bedrijfsomvang of productiesysteem. “Dit wijst erop dat het een breed gedragen probleem is”, klinkt het. De onderzoekers wijzen er wel op dat in de steekproef veel grotere bedrijven zaten. Over het algemeen verdienen Belgische landbouwers wel gemiddeld minder dan de Duitse en Nederlandse landbouwers, maar gemiddeld net iets meer dan hun Franse collega’s.Andere klachten bleken dan weer vrij specifiek voor België te zijn. Zo kwamen een gebrek aan toekomstperspectief (44%), klachten over milieu-, dierenwelzijn- en klimaatmaatregelen (43%) en beleidsontevredenheid (42%) erg naar voren. Deze werden gevolgd door bureaucratie, maatschappelijke kritiek en oneerlijke marktvoorwaarden.In ons land kregen financiële druk, milieu en bureaucratie elk aanzienlijke beleidsaandacht. Regulering en toekomstperspectief kregen relatief minder aandacht. Nochtans beschouwden Belgische landbouwers deze thema’s als belangrijk, met respectievelijk 49 procent en 44 procent van de antwoorden. Milieumaatregelen prominent bij beleid, maar niet bij landbouwersOverkoepelend zagen de onderzoekers dat enkele kernklachten, zoals bureaucratie en financiële druk, zowel nationaal en Europees beleidsmatig vrij snel werden opgepikt. “Dit ondersteunt de stelling dat samenhangende eisen effectiever zijn in het afdwingen van beleidsverandering en dat brede steun de kans op succes vergroot”, besluiten de onderzoekers.Tegelijk zien de onderzoekers ook een mismatch tussen de grieven en het beleid. Hoewel landbouwers milieubeperkingen doorgaans minder belangrijk vonden dan andere thema’s, kregen deze maatregelen relatief veel beleidsaandacht. “Dat suggereert dat beleidsmakers mogelijk onevenredig sterk inzetten op het versoepelen van milieuregels, ondanks het feit dat bevraagde landbouwers daar relatief weinig nadruk op legden”, aldus onderzoekers.Verzet tegen milieuregels strategisch uitvergrootVolgens de onderzoekers groeide de oppositie tegen milieuwetgeving uit tot een symbolisch strijdtoneel, onder andere omdat het een verbindend narratief is tussen de diversiteit aan klachten. De focus op milieubeperkingen past ook in strategische framing van het debat. “Hierdoor verschuift de aandacht onder meer van andere, mogelijk fundamentelere kwesties, zoals de herverdeling van GLB-steun, naar wie die het meest nodig heeft”, stellen de onderzoekers. “Een thema dat sommige belangengroepen, die grotere landbouwbedrijven vertegenwoordigen, liever vermijden.” Ook politieke partijen spelen hier doelbewust op in. Partijen die klimaatbeleid scherp bekritiseren, kunnen zo aanhaken bij het landbouwverhaal en hun eigen agenda versterken. Minder agressieve woede dan de media doen vermoedenNaast de inhoud analyseerden de onderzoekers, met behulp van artificiële intelligentie, ook de emotionele toon van de landbouwers. Geërgerde boosheid bleek de dominante emotie bij landbouwers in Duitsland, Frankrijk en Nederland.  Belgische landbouwers formuleren hun protestredenen het vaakst in een neutrale toon. Opvallend is dat agressieve woede minder vaak voorkomt dan mediabeelden van boze landbouwers en acties doen vermoeden. Volgens de onderzoekers mobiliseerden populistische actoren selectief agressieve woede om boerenprotesten in te passen in bredere rechtse narratieven.Wanneer agressieve woede voorkomt, richt die zich meestal op bredere en algemenere klachten, die moeilijker via afzonderlijke maatregelen kunnen worden opgelost. Optimisme kwam dan weer nauwelijks voor. En ook verdriet en angst werden slechts sporadisch geuit.Niet goed luisteren houdt frustratie in stand“Beleidsmakers vallen vaak terug op kant-en-klare of gemakkelijker implementeerbare oplossingen, ook wanneer die niet volledig aansluiten bij de grieven van landbouwers”, concluderen de onderzoekers. “Huidige beleidsmaatregelen volstaan daardoor mogelijk niet om frustraties te verminderen, en kunnen zelfs nieuwe politieke en economische neveneffecten uitlokken.” Volgens de onderzoekers kunnen de geïdentificeerde motieven daarom bijdragen aan effectiever beleid.</content>
            
            <updated>2026-03-02T09:40:23+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Slechts halve procent aanvragen schadevergoeding everzwijn effectief uitbetaald]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aantal-geschoten-everzwijnen-op-tien-jaar-verzesvoudigd" />
            <id>https://vilt.be/58716</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal geschoten everzwijnen in Vlaanderen is op tien jaar tijd verzesvoudigd. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Anders.) opvroeg bij minister Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v). “Limburg blijft met voorsprong het epicentrum van de problematiek. Van de vier everzwijnen die worden afgeschoten, komen er drie uit Limburg. Tegelijk weten we dat de schadevergoeding een lege doos is”, zegt Peeters.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="everzwijn" />
                        <category term="jacht" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/38ac13dd-5b2e-4264-8e44-3ff259546886/full_width_everzwijn-nieuwsbrief.jpg</image>
                                        <content>In 2015 werden in Vlaanderen 564 everzwijnen geschoten. In 2024 waren dat er 3.415, dus een verzesvoudiging. Het aantal gemeenten waar afschot plaatsvond, steeg van 36 naar 68. Op jaarbasis is het afschot echter licht gedaald. Afgelopen jaar werden er zo&#039;n 2.500 everzwijnen geschoten. Dat zijn er 900 minder dan het jaar voordien, toen het om 3.400 dieren ging.Limburg everzwijnprovincieVooral in Limburg is het everzwijn sterk aanwezig. In 2024 alleen al werden 2.582 everzwijnen geschoten in de provincie, een driekwart van het totaal. De schade loopt intussen hoog op. Volgens het INBO werden in 2025 al 1.025 schadegevallen gemeld. Ter vergelijking: in 2014 waren dat er amper 17. In 2024 piekte het aantal meldingen zelfs op 2.078. Het gaat vooral om zware wroetschade in graslanden en vraatschade aan maïs en tarwe. Voor landbouwers betekent dat al snel 5.000 tot 10.000 euro schade per jaar.Schadedossiers worden amper beantwoordSinds de invoering van de regeling voor schadevergoeding werden 294 dossiers ingediend. Slechts één dossier, uit 2022 in Limburg, werd effectief uitbetaald. Het ging om 269,32 euro. “Je maakt dus minder dan een halve procent kans op een vergoeding. Een regeling die op papier bestaat maar in de praktijk onbereikbaar is, is geen beleid. Dat is landbouwers een rad voor de ogen draaien”, aldus Lydia Peeters.In januari ijverde Peeters bij minister Brouns voor een nieuwe vergoedingsregeling bij schade, wat volgens de minister bespreekbaar was. Al stelde Brouns vooral te willen inzetten op het inperken van de populaties.Hommeles in SterrebeekHet everzwijn wordt vanouds druk bejaagd, al is ook die jacht vaak voer voor discussie. In Sterrebeek (een deelgemeente van Zaventem, red.) vindt momenteel een gecontroleerde jacht plaats op everzwijnen en vossen, tegen overpopulatie van de soorten. In VRT NWS stelt N-VA die motivering in vraag. &quot;Onder het mom van natuurversterking heeft de gemeente eerst het Zavelbos aangekocht en extra bomen aangeplant met Vlaamse subsidies. Wanneer de natuur herstelt, laat men het toe er te jagen.&quot;</content>
            
            <updated>2026-03-01T17:39:38+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vrees voor verlies stikstofsteun na 2027 is volgens Brouns niet nodig]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vrees-voor-stikstofsteun-na-2027-volgens-brouns-niet-nodig" />
            <id>https://vilt.be/58717</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op het terrein leeft er bezorgdheid dat er na 2027 mogelijk onvoldoende middelen zouden zijn om acties in de stikstoftransitie verder te ondersteunen. Landbouwers haasten zich daarom om nog snel VLIF-dossiers in te dienen. Maar minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) ontkent dat de geldkraan dichtgaat. Volgens hem zijn de middelen gegarandeerd tot en met 2030 en daarna.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e3f19241-a125-4223-86a5-11fbde3c98db/full_width_koeien-stal-hoeve-talkeveld.jpeg</image>
                                        <content>Vlaams Parlementslid en commissievoorzitter Bart Dochy (cd&amp;amp;v) kaartte in de commissie Landbouw de ongerustheid aan rond het budget om landbouwers te ondersteunen in de transitie naar ammoniak-emissiearme stalsystemen. “Op het terrein is er een vrij grote verwarring omdat de vrees bestaat dat 2027 het laatste jaar zou zijn dat de Europese Unie vergoedingen voorziet in het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), en er een einde wordt gesteld aan uitbetaling via de PAS-provisiemiddelen”, aldus Dochy.Volgens Dochy leidt die veronderstelling ertoe dat landbouwers hun dossiers versneld indienen, om nog zeker te zijn van steun via VLIF. Adviesbureau SBB Accountants &amp;amp; Adviseurs bevestigt dat de bezorgdheid leeft, en de vraag naar VLIF-advies toeneemt, voornamelijk bij West-Vlaamse veehouders. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij kan de evolutie voorlopig nog niet met cijfers onderbouwen, omdat een analyse pas mogelijk is na 31 maart. Dan moeten alle vergunningen voor VLIF-dossiers voor de eerste blokperiode 2026 ingediend zijn.Verschil tussen gegarandeerd budget en update instrumentEen effectief toenemend aantal VLIF-aanvragen of niet, de bezorgdheid rond het budget bereikte afgelopen maanden ook minister Brouns. Dat gaf hij in de commissie aan. Om de onduidelijkheid weg te nemen, benadrukt hij het onderscheid tussen het beschikbare budget en het instrument waarmee de steun wordt toegekend.Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en het VLIF vormen het kader waarbinnen steun wordt toegekend. “Zolang het huidige GLB loopt, blijft dat wat het is”, legt hij uit. “Bij de opmaak van een nieuw GLB, en wanneer dat nieuwe GLB start in 2028, zal moeten worden nagegaan op welke manier het bijkomende flankerend beleid hierin het best kan worden geïntegreerd.”Het instrumentarium verandert maar de budgetten blijven volgens Brouns gegarandeerd tot 2030, en zelfs daarna. “Het budgettaire zwaartepunt ligt zelfs eerder in de periode na 2030”, klinkt het. Brouns geeft mee dat er tussen nu en 2030 alvast één miljard euro is voorzien voor steun en compensatie aan landbouwers. Voor extra natuurherstel zou zo’n 750 miljoen euro vrijgemaakt zijn. “Deze middelen zijn gegarandeerd beschikbaar voor het besproken transitietraject”, aldus Brouns.</content>
            
            <updated>2026-03-03T09:37:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voedselhulporganisatie “Resto’s Du Coeur” zoekt 30 ton niet-bederfelijke voeding]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voedselhulporganisatie-restos-du-coeur-zoekt-30-ton-niet-bederfelijke-voeding" />
            <id>https://vilt.be/58718</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De 'Resto's du Cœur' lanceren hun jaarlijkse inzamelactie ter ondersteuning van de meest kwetsbare Belgen. De inzameling gebeurt op 6 en 7 maart in tal van winkels. De organisatie zoekt 30 ton niet-bederfelijke voeding, zes ton meer dan in 2026. Om zo het hele jaar door steun te kunnen bieden aan mensen die het moeilijk hebben.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/a471e30b-86cd-4d09-9441-6eef8884cf99/full_width_blik.jpg</image>
                                        <content>De vraag naar voedselhulp in België is stijgende. Steeds meer mensen doen een beroep op extra hulpmiddelen om in voeding of hygiëne te voorzien. In zes jaar tijd is de voedselhulp van de Resto&#039;s met 134 procent toegenomen, meer dan een verdubbeling van de nood aan voedselhulp in ons land.In 2025 liep 16,5 procent van de Belgische bevolking - bijna 1,9 miljoen mensen - het risico op armoede of sociale uitsluiting. Dat blijkt uit de gegevens van Statbel. Onder hen leefde 10,9 procent onder de monetaire armoedegrens en kampte 4,9 procent met ernstige materiële en sociale deprivatie. Voor hen was het onmogelijk om hun essentiële uitgaven te dekken.Minder middelen, gestegen vraagEen versoepeling van de btw-regelgeving moet het eenvoudiger maken, voor bijvoorbeeld retailers, om voedingsmiddelen te doneren. Maar de Belgische federatie van de Voedselbanken signaleerde begin dit jaar al hoe de fors middelen voor 2026 fors zijn teruggeschroefd. De federale regering heeft beslist om een bedrag van tien miljoen euro uit het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) niet meer toe te kennen aan voedselhulp, terwijl dit bedrag instond voor ruim een derde van de bevoorrading van de Belgische voedselbanken. Bovendien daalt de beschikbare voedselhulp vanuit het federale niveau aanzienlijk, van meer dan 10.000 ton in 2025 tot minder dan 6.000 ton in 2026. Om de gestegen vraag naar voedselhulp te behartigen, moeten de Resto&#039;s du Cœur aanzienlijk meer zelf inkopen. Deze ontwikkeling brengt een verhoogde financiële last met zich mee voor de voedselbanken, die rechtstreeks weegt op de voedselhulp aan de begunstigden. &quot;Het aantal mensen dat een beroep doet op Resto&#039;s du Cœur blijft hoog, maar de hoeveelheid gratis goederen die we ontvangen, neemt af&quot;, klinkt het.&quot;Het is onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat we waardige hulp bieden, aangepast aan de noodsituatie van de begunstigden, en tegelijk een visie op de middellange termijn behouden&quot;, duidt ook Frank Duval, de voorzitter van de Federatie van de Resto du Cœur van België.InzamelactieVia inzamelacties wil men zowel de voedsel- als hygiënevoorraden aanvullen. De voedselinzameling vindt plaats op 6 en 7 maart in 34 inzamelpunten, verspreid over Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Daarnaast blijft de actie de hele maand online toegankelijk op de website www.restosducoeur.be. Een lijst van de inzamelpunten valt te bekijken op deze link.</content>
            
            <updated>2026-03-02T15:46:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onderzoek WUR: kan lager eiwitrantsoen melkvee helpen in stikstofcrisis?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wur-kan-lager-eiwitrantsoen-melkvee-helpen-in-stikstofcrisis" />
            <id>https://vilt.be/58719</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een gematigde verlaging van het eiwitgehalte in een runderrantsoen heeft nauwelijks invloed op de melkproductie en voeropname. Dat tonen de eerste resultaten van onderzoek aan de Wageningen Universiteit (WUR), in samenwerking met de Vereniging Diervoederonderzoek Nederland (VDN), LVVN en het Melkveefonds. Een te grote verlaging heeft wel duidelijk negatieve effecten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="voeder" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bca0c5ae-38f4-4cab-93a1-313a06ecb604/full_width_runderen-voer-voeder-melkvee-koe.jpg</image>
                                        <content>Minder eiwit in het &amp;nbsp;runderrantsoen brengt verschillende voordelen met zich mee. De melkveehouderij staat onder druk om de uitstoot van stikstof te verminderen, en het aandeel ruw eiwit in hun rantsoen draagt tot die uitstoot bij. Dat komt omdat runderen met eiwitrijke voeding ook meer stikstof uitscheiden via urine en mest. Aan de andere kant zijn eiwitten voor runderen – net als bij mensen – een belangrijk onderdeel van het voedselpatroon. Zowel voor de melkproductie als diergezondheid mag eiwit dus absoluut niet gebannen worden van het rantsoen, maar een juistere balans in de voersamenstelling zou wel voordelen kunnen bieden voor zowel het milieu als de melkveehouder.Het onderzoek werd uitgevoerd in het Hoge Noorden van Nederland, op de Dairy Campus in het Friese Leeuwarden. De studie volgde 64 melkkoeien gedurende twee volledige lactaties. De dieren kregen één van drie rantsoenen met een verschillend eiwitniveau: laag, midden en hoog. Voor de rest kregen alle koeien hetzelfde basisrantsoen, bestaande uit graskuil, maiskuil en raapzaadschroot. Dit werd aangevuld met krachtvoer in verschillende verhoudingen om zo de verschillen in eiwitgehalte te realiseren. Amper verschil in melkproductieDe resultaten van de eerste lactatie zijn nu gekend en geanalyseerd, ook qua voeropname. Zelfs de ‘hoge’ eiwitgroep zit met 15,4 procent ruw eiwit lager dan het Nederlandse praktijkgemiddelde van 16,1 procent. Alle uitkomsten kennen dus een relatief laag eiwitniveau.De koeien in de laagste eiwitgroep aten minder (21,7 kg droge stof per dag) en produceerden minder melk (gemiddeld 29,9 kg/d). De middengroep at 23,9 kilo droge stof per dag en produceerde 33,8 kilo melk per dag. De ‘hoge’ eiwitgroep at evenveel kilo droge stof en produceerde 34,4 kilo melk per dag. Ook de vet- en eiwit gecorrigeerde melkproductie was lager in de laag-eiwitgroep (31,3 kg per dag) dan in de midden-eiwitgroep (35,8 kg per dag) en de hoog-eiwitgroep (36,8 kg per dag).De belangrijkste conclusie uit deze cijfers is dat er eigenlijk geen significante verschillen zitten tussen de midden- en hoog-eiwitgroep qua opname of productie, al lag de melkproductie bij de hoog-eiwitgroep gemiddeld iets hoger. Voor de stikstofproductie zijn de verschillen wel significant. De ureumconcentratie in melk bleek duidelijk samen te hangen met het eiwitniveau in het voer: hoe lager het eiwitgehalte, hoe lager het melkureum. Melkureum is een indicator die de stikstofbenutting van melkvee meet. Het toont aan of koeien hun voereiwit efficiënt gebruiken of dat er een overmaat is. Gezondheidseffecten op lange termijn moeten worden onderzochtEen verlaging van het ruw eiwitniveau van 15,4 naar 14,3 procent blijkt dus mogelijk zonder significant verlies in melkproductie of voeropname, wat perspectief biedt voor stikstofreductie in de melkveehouderij. Maar deze oefening kan dus niet té ver worden doorgedreven, want een verdere verlaging naar 13,3 procent ruw eiwit leidt tot een duidelijk lagere voeropname en melkproductie.WUR stelt dat de uitkomsten melkveehouders en beleidsmakers aanknopingspunten bieden om de balans te vinden tussen milieuwinst en economische haalbaarheid. Toch is het nog te vroeg om al te zware conclusies te trekken. De onderzoekers wachten nog op de resultaten van de tweede lactatie. Bovendien is er nog geen langetermijnanalyse gebeurd van de effecten op diergezondheid. Die volgen later in het onderzoek.</content>
            
            <updated>2026-03-02T16:08:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwers in de problemen door digitale facturatie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwers-in-de-problemen-door-digitale-facturatie" />
            <id>https://vilt.be/58720</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een groep landbouwers is nog altijd niet op de hoogte van de verplichte e-facturatie. De landbouwers dreigen forse boetes te krijgen als zij tegen 1 april niet in orde zijn. Boeren op een Kruispunt roept de overheid, erfbetreders en leveranciers op om deze onwetende landbouwers actief te informeren. Volgens directeur Els Verté gaat het om de meest kwetsbare landbouwers. Net voor deze boeren komt een zware boete bijzonder hard aan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a21e08d2-7886-42fb-81b8-d5af14348f00/full_width_computer-administratie.jpg</image>
                                        <content>Vanaf 1 januari 2026 geldt de verplichting tot elektronische facturatie voor alle landbouwers. Een factuur per post of e-mail volstaat niet langer. Zowel bedrijven onder het forfaitaire btw-stelsel als onder het gewone btw-stelsel moeten hun B2B-facturen elektronisch versturen en ontvangen via het Peppol-netwerk.Omdat in de loop van vorig jaar bleek dat nog heel wat bedrijven niet op de hoogte waren, heeft de overheid een overgangsperiode ingevoerd waarin nog niet werd gehandhaafd. Die periode loopt af op 1 april. Vanaf dan zal er actief gecontroleerd en gehandhaafd worden. Landbouwers die niet in orde zijn, en niet via een digitaal platform zoals itsme of Doccle Pro aangesloten zijn op Peppol, riskeren een boete van 1.500 tot 5.000 euro. Geen computer, geen laptop, geen smartphoneBoeren op een Kruispunt waarschuwde al in het najaar van 2025 dat deze kwetsbare groep in de problemen kon komen. De agrarische hulporganisatie organiseerde toen webinars en laagdrempelige infosessies waar landbouwers met hun laptop terechtkonden. Adviseurs installeerden ter plaatse de nodige toepassingen, zoals itsme en Doccle Pro, en gingen waar nodig zelfs langs op de boerderij om landbouwers individueel te begeleiden.Ondanks die inspanningen merken de adviseurs, twee maanden na de inwerkingtreding, dat nog veel landbouwers niet op de hoogte zijn van de verplichting of niet weten welke stappen ze moeten zetten. “Landbouwers die weinig sociale contacten hebben, geen digitale kanalen gebruiken of de landbouwpers niet volgen, lopen het grootste risico op boetes. Net die kwetsbare groep heeft het financieel vaak al moeilijk”, zegt directeur Els Verté van Boeren op een Kruispunt. Oproep aan overheid, erfbetreders en leveranciers Boeren op een Kruispunt doet daarom een oproep aan verschillende partijen om onwetende landbouwers beter te informeren. Zo vraagt de organisatie aan de overheid om alle landbouwers actief en persoonlijk op de hoogte te brengen van de verplichting. Erfbetreders kunnen landbouwers tijdens een bedrijfsbezoek aanspreken over Peppol. Leveranciers die hun facturen nog niet via Peppol kunnen versturen, zouden de betrokken landbouwer rechtstreeks moeten informeren over de reden en over de verplichting.Els Verté kan geen inschatting maken van het aantal boeren dat nog niet in regel is, maar het kan om een behoorlijke groep gaan. Bedrijven die met een boekhouder werken, lijken zich sneller in orde gesteld te hebben. SBB Accountants &amp;amp; Adviseurs liet midden januari nog weten dat begin dit jaar 82 procent van hun klanten aangesloten was op Peppol. “Maar dat cijfer loopt elke dag verder op.”Boeren op een Kruispunt biedt kosteloze begeleiding bij elektronische facturatie aan landbouwers die geen beroep kunnen doen op een boekhouder.</content>
            
            <updated>2026-03-02T16:50:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onbekende volumes voor industriegroenten zorgen voor onzekerheid bij telers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/onbekende-volumes-in-industriegroente-brengen-onzekerheid-bij-telers-kort-voor-plantseizoen" />
            <id>https://vilt.be/58721</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Enkele weken voor de start van het zaai- en plantseizoen in de industriële groenteteelt, is er veel onzekerheid onder telers. Na weken van moeizame onderhandelingen, waarbij telers prijsdalingen van vijf tot tien procent moeten slikken, is het nu nog wachten op de contracten. Telers weten hierdoor niet hoeveel zaai- of plantgoed ze moeten bestellen. “Om in april te kunnen planten, moet je nu plantgoed bestellen”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente van de maand" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/df68bd6e-62c1-4266-a877-0b4946135061/full_width_bloemkool.jpg</image>
                                        <content>Er heerst grote onzekerheid in de industriële groentesector. “Enkele afnemers-verwerkers sluiten nog geen contracten af, waardoor we enkele weken voor de start van het zaai- en plantseizoen nog niet weten waar we aan toe zijn. Dit terwijl het zaaigoed of plantgoed voor sommige gewassen al besteld moet worden of zelfs al had moeten worden”, vertelt groenteteler en ABS-bestuurslid Danny Metsu.Deze onzekerheid is ook tastbaar bij plantentelers die zich specialiseren in industriële groenten. “Telers weten niet wat en hoeveel plantgoed zij moeten bestellen”, vertelt een plantenkweker in de regio Roeselare, die daardoor zelf ook geen teeltplanning kan maken.Dit kwam voor het eerst aan het licht bij de eerste vrucht bloemkool, die begin april geplant wordt en zeven weken op voorhand gezaaid door de plantenkweker. “Ardo heeft eind vorig jaar al aangegeven dat het geen eerste vrucht bloemkool wenste, maar andere verwerkers waren rijkelijk laat. Groentetelers hebben hierdoor bestellingen geannuleerd of verminderd”, klinkt het.Momenteel doet dezelfde twijfel zich voor bij spruiten en knolselder. Om tijdig plantgoed te kunnen leveren, moeten de plantenkwekers nu hun zaad bestellen en inzaaien. “Normaal contacteren telers ons met bestellingen, maar nu bellen wij telers proactief op. Zij bellen vervolgens naar hun fabriek om duidelijkheid te krijgen”, klinkt het. Helft minder bloemkool, terugval het grootst bij spruitenMetsu weet dat de terugval in de spruitenteelt het grootst zal zijn. “Een aantal spelers wil veel minder of zelfs niets contracteren, omdat ze de prijs te hoog vinden.” Volgens de West-Vlamingen gokken ze hiermee op de vrije markt. “In Nederland wordt er veel voor de vrije markt geteeld.”De onduidelijkheid over volumes volgt op langdurige, late en moeilijke onderhandelingen tussen de industrie en de groentetelers. Ingro, de coöperatie van industriële groentetelers, voert onderhandelingen met de zes grote fabrieken in Vlaanderen. Het openingsbod van sommige verwerkers was volgens Ingro onacceptabel, waarbij prijsdalingen van 15 tot 20 procent werden genoemd. Prijsdalingen tot tien procentUiteindelijk heeft de telerscoöperatie de verliezen kunnen beperken, maar deze blijven aanzienlijk. Voor de meest arbeidsintensieve teelten (zoals bloemkool, spruitkool en courgette) is er een algemene prijsdaling van drie tot vijf procent. Voor bladselder daalt de contractprijs met vijf tot zeven procent. Prei ontloopt de neerwaartse spiraal en blijft geprijsd zoals vorig jaar.Voor de akkerbouwmatige teelten, zoals bonen en wortelen, daalt de contractprijs gemiddeld met tien procent. Spinazie is hierop een uitzondering, met een daling van drie tot vijf procent, afhankelijk van de afnemer en de specifieke contractafspraken. “Door de moeilijke marktsituatie kon een daling niet vermeden worden”, klinkt het bij Ingro.Oogstverlies in Spanje en Portugal door hevige regenDe telers brachten in de onderhandelingen ook de teeltomstandigheden in Spanje en Portugal ter sprake. Deze Zuid-Europese landen zijn belangrijke producenten van sommige industriële groenten. Het noodweer van enkele weken geleden lijkt aanzienlijke schade aan de teelten te hebben veroorzaakt. “Als het voorbije noodweer de teelt impacteert, kan de situatie snel keren en ontstaan hier opnieuw tekorten”, vertelt Johan Vanneste van Ingro.Danny Metsu van ABS heeft signalen opgevangen van schade bij bonen en erwten door de overstromingen. “Om de totale impact van het noodweer in Europa te kennen, is het nog even wachten”, aldus de belangeverdediger.</content>
            
            <updated>2026-03-03T08:45:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU-audit legt gebreken bloot in hormonencontrole Braziliaans rundvlees]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-audit-legt-gebreken-bloot-in-hormonencontrole-braziliaans-rundvlees" />
            <id>https://vilt.be/58722</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een EU-auditrapport toont aan dat het controlesysteem voor Braziliaans rundvlees voor de EU-markt niet aan de Europese vereisten voldoet. De communicatie tussen Brasília en Brussel vertoont bovendien duidelijke hiaten. Zo wisten de Braziliaanse autoriteiten dat verboden vlees recent in de EU was beland, maar waarschuwden ze de Europese importeurs niet. Ook brachten ze de EU niet op de hoogte van de vervroegde invoering van het afgesproken controlesysteem en het opheffen van de exportopschorting.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="export" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                        <category term="mercosur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9bf695d7-f62a-4e16-b5f5-dbfdb859a3bf/full_width_mercosur-koe-argentinie-brazilie.jpg</image>
                                        <content>In 2024 stelde een Europese audit tekortkomingen vast in de Braziliaanse voedselveiligheidscontroles rond hormoongebruik bij runderen bestemd voor EU-export. De Europese Commissie verzocht het Braziliaanse ministerie van Landbouw, Veeteelt en Voedselvoorziening (MAPA) een actieplan uit te werken om de vastgestelde problemen aan te pakken. De kern van het actieplan was een nieuw exportprotocol voor vrouwelijke runderen die met hormonen worden behandeld. In de EU zijn groeibevorderende hormonen zoals oestradiol immers al sinds 1989 verboden. Het protocol moet garanderen dat enkel dieren die nooit met groeihormoon zijn behandeld, in aanmerking kunnen komen voor export naar de EU.CommunicatieblunderRecent publiceerde de EU het rapport van de audit die in oktober 2025 werd doorgevoerd om de voortgang van de Europese aanbevelingen na te gaan. Het rapport legt herhaalde tekortkomingen bloot in de afstemming tussen Brazilië en de Europese Commissie. Zo keurden de Braziliaanse autoriteiten in januari 2025 een protocol goed dat volgens het ministerie voldoet aan de EU-vereisten rond groeihormonen. In afwachting van de volledige implementatie van het protocol, legt MAPA in februari 2025 een volledige opschorting op van de export van vrouwelijk rundvlees naar de EU. In het actieplan was voor de uitrol een voorlopige termijn van 12 maanden voorzien. Maar de Brazilianen bleken die tijd niet nodig te hebben, want enkele weken na de aankondiging verklaarden ze het protocol al volledig operationeel. De Europese Commissie werd van deze vorderingen echter niet op de hoogte gesteld.Pas wanneer de EU-auditeurs in oktober 2025 samenzitten met de Braziliaanse autoriteiten, delen deze laatste mee dat het protocol al sinds april operationeel is. Ook komt de melding dat de export van producten van vrouwelijke runderen naar de EU sindsdien werd hervat. “Een aanzienlijke afwijking van de in het actieplan gemaakte toezeggingen, dat niet aan de Europese Commissie werd meegedeeld”, staat te lezen in het rapport.Inmiddels waren al 150 bedrijven in het Braziliaans protocolsysteem ingeschreven die vrouwelijke runderen voor de EU-markt aan slachthuizen mochten leveren. In oktober bezochten twee Europese auditeurs uiteindelijk vijf bedrijven van deze 150. Er werd nagegaan of Brazilië de controles zoals afgesproken doorvoert en de Europese voedselveiligheid respecteert. Labo’s op EU-niveauDe auditeurs stelden ter plaatse vast dat de Braziliaanse labo’s ondertussen volgens de EU-methoden werken. Dit was in de voorgaande audit nog niet het geval. “Alle aanbevelingen werden doeltreffend en tijdig uitgevoerd in het laboratoriumnetwerk”, klinkt het.Het tweede punt, de uitrol van het protocol, konden de auditeurs evenwel niet zo positief beoordelen.Tekortkoming niet op radar van Braziliaanse autoriteitVan de vijf bezochte bedrijven verklaarden drie dat zij het in Europa verboden hormoon oestradiol gebruiken op hun boerderij. Daarmee doen de veehouders volgens het protocol niets fout, er mogen behandelde en niet-behandelde runderen aanwezig zijn op eenzelfde boerderij. De Europese auditeurs constateerden positief dat op deze bedrijven uitgebreide behandelingsdossiers aanwezig waren die voldeden aan de eisen van het protocol. Echter kon geen enkel bedrijf voorschriften voorleggen van de diergeneesmiddelen met oestradiol die ze gebruiken. “Dit is niet in overeenstemming met de gemaakte afspraken in het actieplan”, schrijven de rapporteurs. “Dit werd bovendien noch door de Braziliaanse certificerende instanties, noch bij de controles van MAPA als tekortkoming opgemerkt.” Boerderijbezoek leidt tot terugroepactie in de hele EUEén van de vijf boerderijbezoeken in oktober leidde ook onmiddellijk tot een terugroepactie in de hele EU, waarbij België betrokken was. Op één bedrijf stelde het auditteam vast dat bij een eerdere MAPA-controle 179 met hormonen behandelde runderen geverifieerd werden. Toch kregen daarvan 174 dieren een certificaat waardoor ze in aanmerking kwamen voor EU-exportvlees. Dit zou volgens MAPA het gevolg geweest zijn van een administratieve fout van het bedrijf zelf. Maar volgens de Europese auditeurs zou de certificerende instantie de administratieve fout opgemerkt moeten hebben door het behandelingsregister naast de certificaten te leggen. Wat niet werd gedaan. “Dit strookt niet volgens de EU-wetgeving rond de gescheiden productiesystem”, aldus het rapport. “Ook werd geen enkele poging ondernomen om de producten te traceren en de EU-importeurs te informeren over de niet-toegelaten producten die in de zendingen waren opgenomen, wat een schending van de EU-wetgeving betekent.”Op verzoek van het Europese auditteam werd tijdens de audit alsnog de traceerbaarheid van de 174 dieren vastgesteld. In totaal waren er 15 zendingen naar de EU geëxporteerd met verboden vlees. “Op het moment van de audit verstrekte MAPA geen informatie over verdere maatregelen met betrekking tot de 15 betrokken zendingen”, aldus de auditeurs. Volgens gegevens bedroeg het aandeel producten van vrouwelijke runderen in EU-zendingen in het algemeen niet meer dan drie procent. Certificaten toegekend zonder controlesHet auditteam bezocht ook vier slachthuizen die bij het protocolsysteem zijn aangesloten. Ze constateerden dat in de korte periode waarin Brazilië de export van vrouwelijke runderen had opgeschort, in afwachting van de uitrol van het protocol, toch zendingen naar de EU werden uitgevoerd. “Hoewel er inspanningen werden geleverd, bevatte een aanzienlijk aantal zendingen toch vlees van vrouwelijke runderen.”Ook stelde het auditteam vast dat de eerste MAPA-controle op een bedrijf om de werking van het protocol te verifiëren pas 4,5 maanden na de volledige invoering van het systeem plaatsvond. “Dit roept de vraag op of MAPA-ambtenaren in die periode op betrouwbare wijze gezondheidscertificaten konden ondertekenen.&quot; Gezamenlijk ondermijnen deze tekortkomingen het vertrouwen in het Braziliaans vermogen om afspraken adequaat uit te voeren Het rapport besluit dat hoewel het protocol werd opgesteld zoals beloofd, de werking ervan in de beginfase niet verhinderde dat niet-toegelaten producten een certificaat kregen voor export naar de EU. “De voorgestelde maatregelen zijn niet volledig uitgevoerd zoals toegezegd&quot;, aldus de EU. “Bovendien heeft de bevoegde autoriteit de Commissie niet geïnformeerd over niet-toegelaten producten die aan de EU werden geleverd. Gezamenlijk ondermijnen deze tekortkomingen het vertrouwen in het vermogen van MAPA om de in het actieplan aangegane verbintenissen adequaat uit te voeren.”Nieuwe maatregelen aangekondigdDe Braziliaanse autoriteiten hebben in een reactie op de EU-audit verklaart dat het protocol een update zal krijgen, met verschillende extra instrumenten en verplichtingen die de certificering van bedrijven met EU-dieren zal versterken. Het biedt volgens hen “robuustere garanties dat oestradiol niet zal worden gebruikt bij de gecertificeerde dieren”. Eén van de nieuwe verplichtingen is dat jaarlijks 20 procent van de bedrijven die verklaren oestradiol te gebruiken, zal worden gecontroleerd. Dat komt bovenop de algemene minimumverplichting om tien procent van alle bedrijven in het protocol jaarlijks te auditeren.</content>
            
            <updated>2026-03-03T22:59:50+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Slimme technologie luistert mee in boomgaard om vogelschade te voorspellen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/slimme-technologie-luistert-mee-in-boomgaard-om-vogelschade-te-voorspellen" />
            <id>https://vilt.be/58723</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Onderzoekers ontwikkelen een model dat het risico op vogelschade in de fruitteelt kan voorspellen. In Limburgse boomgaarden brengen ze via geluidsopnames in kaart welke vogelsoorten aanwezig zijn en koppelen die gegevens aan gemeten schade aan de gewassen. Daarnaast testen ze slimme afschrikmethoden die enkel worden ingezet wanneer schadelijke soorten effectief aanwezig zijn. Zo krijgen telers gerichte en efficiënte tools om hun oogst tijdig te beschermen tegen vogelvraat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="boomgaard" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7fb5eacb-010d-4455-828d-d5c2805d48f6/full_width_kauw.jpg</image>
                                        <content>Het Proefcentrum Fruitteelt (pcfruit) start samen met het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), UHasselt en UCLouvain een project dat de vogelschade in de Haspengouwse fruitteelt wil meten en beperken. Vogels zijn verlekkerd op (bijna) rijpe vruchten, maar kunnen ernstige oogstschade veroorzaken.Houtduiven en spreeuwen zijn bijvoorbeeld sterk aangetrokken tot kersen, terwijl appel- en perenbomen populair zijn bij kraaiachtigen. “De dieren pikken met hun snavel in de vruchten, waardoor ze voor fruittelers onbruikbaar worden”, vertelt Dany Bylemans, algemeen directeur van pcfruit, aan Het Belang van Limburg.Tijdelijke oplossingen en overlastDe schade aan de gewassen leidt tot inkomstenverlies. Fruittelers nemen daarom al langer maatregelen om vogels te verjagen. Ze plaatsen netten, schrikballonnen of bewegende vogelverschrikkers in de boomgaard. Veel telers gebruiken ook geluidskanonnen, die met luide knallen vogels op afstand houden.Die techniek zorgt echter vaak voor overlast bij omwonenden en blijkt bovendien slechts tijdelijk effectief. “Er treedt gewenning op bij de vogels”, zegt Bylemans. “Daarom combineren boeren verschillende maatregelen, maar een dag of tien later keren de vogels vaak terug.”Vogelsoorten in kaart via geluidsmonitoringBinnen het LEADER-project willen onderzoekers niet alleen de schade meten, maar ook het gedrag van vogels analyseren. Eerst brengen ze in kaart welke vogelsoorten aanwezig zijn in de boomgaarden. Dat gebeurt onder meer via passieve akoestische monitoring (PAM).INBO plaatst opnameapparatuur op de percelen die continu omgevingsgeluid en vogelgeluiden registreert. Een algoritme herkent automatisch de verschillende soorten. Naast deze digitale registratie volgen ook fysieke tellingen van vogels in de boomgaarden.Na de identificatie meten onderzoekers de schade aan het fruit. Door al die gegevens te combineren, ontwikkelen ze een model dat het risico op vogelschade kan voorspellen. Daarbij worden ook omgevingsfactoren onderzocht die bijdragen aan de aanwezigheid van vogels en schade.“Door die data te combineren, kun je zien welke risicofactoren bijdragen aan de schade”, klinkt het bij INBO. “Dat kan gaan om bossen, steden of akkers die vogels aantrekken, maar bijvoorbeeld ook om de afwezigheid van natuurlijke voedselbronnen, waardoor fruit aantrekkelijker wordt.”Gerichter afschrikkenIn een volgende fase testen de onderzoekers slimme afschrikmethoden die alleen worden ingezet wanneer schadeveroorzakende soorten effectief aanwezig zijn. Ook daarbij spelen geluidsopnames een belangrijke rol.“Als we kunnen registreren wanneer bepaalde vogelsoorten in de boomgaard aanwezig zijn, kunnen we pas vanaf dat moment de geluidskanonnen inschakelen. Daardoor wennen vogels minder snel aan het geluid en daalt de overlast voor de buren”, aldus INBO.De studie wil fruittelers ondersteunen met innovatieve en praktische tools voor een doeltreffend preventief beheer van vogelschade. Het project gaat deze zomer van start en ontvangt meer dan 200.000 euro subsidie via het LEADER-programma.</content>
            
            <updated>2026-03-02T20:43:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[VLAM trekt met aardappelverwerkers naar Azië in zoektocht naar nieuwe exportkansen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlam-trekt-met-aardappelverwerkers-naar-azie-in-zoektocht-naar-nieuwe-exportkansen" />
            <id>https://vilt.be/58724</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De komende maanden verkent VLAM samen met een aantal aardappelverwerkende bedrijven nieuwe exportmogelijkheden in Azië. Samen nemen ze onder meer deel aan een voedingsbeurs in Tokio, Singapore en Bangkok. Momenteel gaat de aardappelsector door een zeer moeilijke periode, onder meer door een krimp van de export. “Het aanzwengelen van de export op relatief nieuwe markten kan onze aardappelsector vooruit helpen”, klinkt het bij VLAM.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="export" />
                        <category term="VLAM" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1febe50b-577d-49e4-9c39-770c08422131/full_width_aardappelen-frieten-vlam.jpg</image>
                                        <content>Azië als snelgroeiende marktDeze beursdeelnames passen in het kader van het Europees programma ‘Processed Potatoes Asia’ dat nog tot 2027 loopt in Japan, Maleisië, Singapore en Thailand. De slogan van de campagne is ‘Big things come in small sizes’, waarbij ingezoomd wordt op verschillende producten als frieten, kroketten en hash browns (aardappelkoekjes die vaak als ontbijt worden gegeten, red.). De campagne komt op een goed moment nu de Belgische export van diepgevroren aardappelproducten moeilijk gaat.België loopt al lange tijd voorop in de aardappelexport binnen Europa, maar heeft zijn wereldwijde aanwezigheid ook gestaag uitgebreid. Vandaag gaat bijna de helft (45%) van de Belgische export van verwerkte aardappelproducten naar landen buiten Europa, benadrukt VLAM. “Azië heeft zich daarbij ontpopt als een snelgroeiende markt. Alleen al in Oost- en Zuidoost-Azië exporteert België naar vrijwel alle belangrijke markten. Acht procent van de wereldwijde export van verwerkte aardappelen is nu bestemd voor deze regio.” Vierde grootste exporteur in JapanDe eerste beurs waar VLAM aan deelneemt, samen met bedrijven als Clarebout Potatoes, Agristo, Ecofrost, Global Fries en Pomuni, heeft van 10 tot 13 maart plaats in het Japanse Tokio. Op het programma staan onder meer een showcooking, een PR-event voor pers en influencers en een netwerkreceptie op de Belgische ambassade in Tokio.Japan is een markt waar de import van diepgevroren aardappelproducten al meer dan tien jaar gestaag groeit, al is de markt wel competitiever en diverser geworden. “Maar ondanks de toenemende concurrentie is België nog steeds een belangrijke exporteur. In 2024 werd in totaal voor 775 miljoen euro aan diepgevroren aardappelen naar Japan geëxporteerd, waarbij België de vierde grootste exporteur was.”In totaal ging bijna 43.000 ton verwerkte aardappelproducten uit België naar Japan, goed voor een waarde van 68 miljoen euro. “Dat is wel een daling tegenover het jaar voordien en die is vooral een gevolg van de toegenomen concurrentie vanuit India en China”, vertelt VLAM-promotiemanager Katrien De Nul. Het aandeel van beide landen naar Japan neemt sinds 2022 gestaag toe en loopt gelijk met het dalend marktaandeel van de VS, maar ook van Canada en Europa.“We zien dat de Japanse markt de laatste jaren steeds competitiever is geworden. Er wordt meer naar prijs gekeken dan in het verleden het geval was. Maar de Belgische aardappelverwerkers zijn ervan overtuigd dat hun focus op smaak, kwaliteit en vakmanschap het verschil kan maken, waardoor het partnership met Japanse importeurs kan verdergezet worden”, aldus De Nul. Ook naar Singapore en ThailandNa de voedingsbeurs Foodex in Tokio gaan VLAM en een aantal Belgische aardappelverwerkers ook deelnemen aan FHA in Singapore van 21 tot 24 april en aan Thaifex in Bangkok van 26 tot 30 mei. Vooral dat laatste land kan potentieel interessant worden, want momenteel hanteert Thailand hoge importtarieven. Er zijn geruchten dat die in de toekomst zullen dalen, maar dat valt vooralsnog moeilijk te voorspellen.</content>
            
            <updated>2026-03-03T23:03:59+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Biodiversiteitscoalitie roept in campagne op tot ambitieus natuurherstelplan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/biodiversiteitscoalitie-roept-in-campagne-op-tot-ambitieus-natuurherstelplan" />
            <id>https://vilt.be/58725</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische Biodiversiteitscoalitie, een samenwerkingsverband van acht natuurorganisaties, roept de regionale regeringen op om een ambitieus&nbsp;natuurherstelplan&nbsp;in te dienen bij de Europese Unie. "De klok tikt: Vlaanderen dreigt 28 procent van zijn soorten te verliezen", zo zegt de coalitie in een persbericht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="natuurherstelwet" />
                        <category term="Natuurpunt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/52d50830-3038-4e9c-b7e3-b509f71c4d9f/full_width_libelle-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Niet toevallig op World Wildlife Day, lanceert de Biodiversiteitscoalitie dinsdag de campagne ‘Breng de natuur terug’. “In Vlaanderen dreigt 28 procent van de soorten opgenomen op de Rode Lijst te verdwijnen, van kikkers en akkervogels tot bijen en libellen”, klinkt het. De Rode Lijst geeft aan hoe de dier- en plantensoorten er wereldwijd voorstaan en wordt bijgehouden door de International Union for Conservation of Nature (IUCN). “Door verdroging, versnippering en vervuiling verliezen planten en dieren hun leefgebied, met een zichtbare verarming van het landschap tot gevolg”, aldus de Biodiversiteitscoalitie.“De klok tikt. Elk jaar dat we talmen, verliezen we soorten. Tegelijkertijd verdwijnt ook onze natuurlijke klimaatbescherming en wordt de volksgezondheid gehypothekeerd”, zegt Benjamin Clarysse, algemeen directeur van Bond Beter Leefmilieu.Ambitieus natuurherstelplanIn 2026 moet België een&amp;nbsp;natuurherstelplan&amp;nbsp;indienen om te voldoen aan de Europese Natuurherstelwet. De drie gewesten werken elk hun deel van dit plan uit, maar de natuurorganisaties zijn vernietigend in hun tussentijdse balans. &quot;Geen ambitie, geen structurele investeringen en geen concreet pad naar herstel&quot;, klinkt het.&quot;Dit is een kantelmoment&quot;, stelt Noah Janssen, algemeen directeur bij Natuurpunt. &quot;Er ligt een gigantische kans om onze natuur gezond en minder kwetsbaar te maken, waardoor ons landschap weer biodivers, klimaatrobuust, leefbaar en werkbaar wordt. Nu treuzelen of een zwak&amp;nbsp;natuurherstelplan&amp;nbsp;indienen zou een historische vergissing zijn.&quot;&quot;We verwachten van onze regeringen dat ze hun verantwoordelijkheid nemen en ambitieuze doelen zetten voor meer bossen en veengebieden, meer vrijstromende rivieren en overstromingsvlaktes, meer groen in steden en meer bestuivers in landbouwgebied&quot;, klinkt het verder.Van 19 naar 30% gezonde natuurDe coalitie vraagt de Vlaamse regering om een ambitieus&amp;nbsp;natuurherstelplan&amp;nbsp;uit te werken om tot 30 procent gezonde natuur in Vlaanderen te komen. Vandaag zitten we ongeveer aan 19 procent natuur, waarvan een groot deel in slechte staat verkeert. &quot;Om de verplichte doelen tegen 2030 te bereiken, moet de schop dringend in de grond en moet er voldoende financiering voorzien worden&quot;, klinkt het. De Biodiversiteitscoalitie vraag een verdubbeling van het budget voor natuur: “Dat is geen kost, maar een investering die zich ruimschoots terugbetaalt.”Aan de campagne hebben de acht natuurorganisaties ook een petitie gehangen. De teller van de handtekeningen staat ondertussen op meer dan 13.000 handtekeningen.</content>
            
            <updated>2026-03-03T12:18:35+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen trekt dit jaar 51 miljoen euro uit om waterweerbaarheid te verhogen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-trekt-dit-jaar-51-miljoen-euro-uit-om-waterweerbaarheid-te-verhogen" />
            <id>https://vilt.be/58726</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse overheid trekt dit jaar 51 miljoen euro uit voor projecten die Vlaanderen moeten wapenen tegen wateroverlast, droogte en problemen met de waterkwaliteit. Op een landbouwperceel in Bocholt, waar een stuw het water langer vasthoudt, maakte Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) de toewijzing van de middelen bekend. Zo gaat 24 miljoen euro naar prioritaire strategische gebieden bij rivieren als de Demer, Dender, IJzer en Kleine Nete, waar onder meer hermeanderingen de waterafvoer moeten vertragen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="regen" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b3f401a6-3622-4f61-9a52-96e52a263455/full_width_peilgestuurde-drainage-bocholt-west-vlaamse-boeren.jpg</image>
                                        <content>Melkveehouder Gerard Vangerven legde vier jaar geleden zijn eerste stuwtje aan en plant dit jaar een vierde exemplaar te installeren. “Sinds de aanleg van de stuwtjes en de peilgestuurde drainage hoeven we niet meer te beregenen en hebben we een betere opbrengst”, vertelt hij op een perceel van 2,5 hectare in Bocholt, op wandelafstand van zijn bedrijf. De landbouwer denkt met de stuw, in combinatie met peilgestuurde drainage, zo’n 400 tot 500 euro per hectare per jaar te besparen.De melkveehouder deelde dinsdag zijn ervaringen met het watersysteem met een groep toehoorders, onder wie medewerkers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v). Brouns had het perceel van Vangerven uitgekozen als symbolische locatie om zijn Blue Deal-plannen voor dit jaar toe te lichten. Water als bondgenootVlaanderen staat voor grote uitdagingen op het vlak van droogte, wateroverlast en waterkwaliteit. De verwachting is dat periodes van zomerdroogte en winterneerslag langer zullen aanhouden. Het winterwater langer vasthouden om het in de zomer te gebruiken, is daarbij het credo. Om Vlaanderen weerbaarder te maken tegen extreme weersomstandigheden krijgt de Blue Deal een belangrijke rol toebedeeld in het Vlaams Regeerakkoord.“Water is geen probleem dat we moeten wegwerken, maar een bondgenoot die we beter moeten benutten. Met de Blue Deal investeren we in 2026 meer dan 51 miljoen euro in projecten die Vlaanderen beschermen tegen droogte en overstromingen én die zorgen voor gezondere waterlopen en valleien”, aldus Brouns, die dinsdag de concrete verdeling van de middelen bekendmaakte. Hermeandering, overstromingsgebieden en natte natuurDit jaar gaat zo’n 24 miljoen euro naar prioritaire strategische gebieden bij rivieren als de Demer, Dender, IJzer, Leie, Maas, Kleine Nete, Voer en Berwijn. Ook de kustzones horen hierbij. In deze gebieden worden ingrepen gecombineerd op het vlak van waterveiligheid, waterbeschikbaarheid en waterkwaliteit. Het gaat onder meer om de hermeandering van waterlopen en het herstel van natuurlijke oevers, zodat water trager kan afstromen en beter infiltreert.Ook de aanleg en uitbreiding van gecontroleerde overstromingsgebieden, bijvoorbeeld in de valleien van de Demer en de Dender, staan op de planning. Daarnaast moet het herstel van natte natuur en valleigebieden de waterbuffering verbeteren en tegelijk de biodiversiteit versterken. Waar nodig koopt de overheid gronden en gebouwen op strategische locaties aan, om ruimte voor water te creëren en toekomstige risico’s te beperken. Bufferbekkens, vijvers en samenwerkingBuiten deze strategische gebieden trekt Brouns ook middelen uit om de waterweerbaarheid te versterken in andere gebieden in Vlaanderen. Er wordt 10 miljoen euro voorzien voor lokale projecten die inspelen op wateroverlast, droogte of waterkwaliteit. Brouns benadrukte het belang van samenwerking tussen onder meer waterbeheerders, gemeenten en landbouwers.&amp;nbsp;Maatregelen die hieronder vallen, zijn onder meer de inrichting van bufferbekkens en vijvers die piekregen opvangen en water langer vasthouden. Denk verder nog aan de ontharding en herinrichting van valleien, zodat regenwater opnieuw in de bodem kan infiltreren, en aan de heraanleg van beken of vallei-inrichtingsprojecten.De overige middelen gaan in 2026 naar investeringen in waterkwaliteit (6 miljoen euro). Voor gebiedscoalities — lokale samenwerkingsverbanden voor een klimaatrobuuster landschap —  is 5 miljoen euro voorzien. Subsidies voor Natuur op School en beleids- en wetenschappelijke ondersteuning zijn respectievelijk goed voor 3 miljoen euro en 2,96 miljoen euro.</content>
            
            <updated>2026-03-03T15:10:11+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe tool moet landbouwers wegwijs maken in toekomstgerichte verdienmodellen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-tool-moet-landbouwers-wegwijs-maken-in-toekomstgerichte-verdienmodellen" />
            <id>https://vilt.be/58727</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Inagro, ILVO, Groene Kring, Jong ABS en Boeren op een Kruispunt lanceren samen het innovatieproject 'Bedrijfsopties in Beeld'. Hiermee willen ze landbouwers perspectief bieden op toekomstgerichte verdienmodellen. Dit moet hen het hoofd helpen bieden aan uitdagingen zoals leegkomende stallen, soms moeilijke generatiewissels en de aangepaste stikstofwetgeving.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Inagro" />
                        <category term="ILVO" />
                        <category term="toekomst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/113d0cfb-c3f0-4d42-a948-ee95965369dd/full_width_inagro-groepsfoto.jpg</image>
                                        <content>De cocreatiesessie van dit nieuwe project bracht een diverse groep experts samen. Die kwamen uit de bankenwereld, het beleid of het ging om sectorverenigingen en ondernemersnetwerken van binnen en buiten de landbouw. Ook Flanders Make, business developers, onderzoekers en creatieve denkers waren van de partij. Die brede mix zorgde voor een open blik op de toekomst van landbouwbedrijven. “We kijken ruimer dan de klassieke verbreding, korte keten of natuurinclusieve landbouw”, meldt Inagro. “Ook technisch georiënteerde profielen krijgen aandacht. Dit in lijn met de Europese studie &#039;Farmers of the Future&#039;, die wijst op de toenemende diversiteit onder landbouwers.”De ideeën uit deze sessies moeten de basis vormen voor een reeks optiefiches die landbouwers inzicht geven in mogelijke toekomstpistes. Hierbij wordt een tool opgemaakt als hulpmiddel om het gesprek tussen landbouwer en adviseur te ondersteunen. Zaken zoals de persoonlijkheidskenmerken van de landbouwer, investeringsbereidheid, personeelsinzetbaarheid en de marktcontext worden mee in deze tool opgenomen om geschikte verdienmodellen uit te stippelen. Na afloop van het project worden de tool en optiefiches vrij beschikbaar gesteld via de websites van Inagro en ILVO.&quot;Uniek vertrekpunt&quot;De tool zal zo als basis dienen voor de nieuwe versie van de VerdienWijzer van ILVO. Waar de huidige VerdienWijzer vooral focust op het bestaande bedrijf en voornamelijk opties rond korte keten en verbreding aanbiedt, zal de vernieuwde tool een veel bredere blik hanteren.“Landbouwers weten dat verandering nodig is, maar missen vaak overzicht en perspectief. Door verschillende expertises samen te brengen, creëren we een uniek vertrekpunt dat echt nieuwe deuren opent,” zegt Evelien Lambrecht, business developer bij Inagro. &quot;We kunnen concluderen dat het een heel vruchtbare middag was, dat iedereen met veel goesting heeft mee nagedacht, maar dat het toch zo eenvoudig niet is om de puzzel te leggen.&amp;nbsp;In de komende twee jaar bouwen we dat verder uit: we vertalen de inzichten uit de cocreatie naar concrete, bruikbare tips die landbouwers helpen om met meer vertrouwen en duidelijkheid hun toekomstpad te kiezen.”</content>
            
            <updated>2026-03-03T16:54:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Moeilijk aardbeiseizoen in Spanje leidt tot hoge prijzen: zegen of vergiftigd geschenk?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/moeilijk-aardbeiseizoen-in-spanje-leidt-tot-hoge-prijzen-zegen-of-vergiftigd-geschenk" />
            <id>https://vilt.be/58728</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het moeizame aardbeiseizoen in het zuiden van Europa heeft weerslag op onze contreien. Door noodweer kent Spanje problemen op het gebied van volumes, opbrengst en kwaliteit. Op de korte termijn biedt dit kansen voor onze telers, die door een gebrek aan aanbod betere prijzen kunnen verwachten voor hun product. Maar mogelijk is deze meevaller van korte duur, want de late productie in Spanje zou wel eens kunnen concurreren met onze voorjaarsproductie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardbei" />
                        <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e30d67ce-10b9-417f-9eae-be185ffbc5e0/full_width_aardbeien-pluk-oogst-seizoenarbeid-1260.jpg</image>
                                        <content>Volgens het prijzenobservatorium van het Spaanse Andalusië zou onder normale omstandigheden al 20 procent van de Spaanse aardbeienoogst moeten zijn binnengehaald. Door hevige regenval is dat niet gebeurd. De productie is zwaar verstoord. Het aanbodtekort heeft de prijzen zowel ter plaatse als internationaal opgedreven. Goed nieuws voor onze telers, of is het te vroeg om te feesten?“Als je kijkt naar de prijsvorming van de afgelopen weken; zie je inderdaad de positieve invloed van het gebrek aan zuidelijk aanbod”, zegt directeur Hans Vanderhallen van Coöperatie Hoogstraten. “Maar als je vooruitkijkt naar de periodes waarin we onze topproductie verwachten- wat ook weersafhankelijk is – dan kan de situatie snel veranderen. Aardbeien zijn erg weersafhankelijk, dus het is moeilijk voorspelbaar.”Op verkenning in het buitenlandDe coöperatie trekt in de tweede helft van maart naar het zuiden voor een stand van zaken. Op deze manier wil men inschatten of en wanneer de Spaanse productie zal herstellen. Dat zal bepalen of de gunstige prijzen die onze aardbeientelers vandaag kennen, zullen aanhouden. “Hoe snel gaan wij er zijn met onze grote volumes? Begin april? Half april? Hoe zal Spanje er dan voor staan? Dan wordt het spel gespeeld en daar moeten we ons op voorbereiden, onze commerciële strategie wendbaar op aanpassen. Dit betekent de juiste mix van verkoopsystemen inzetten en in gesprek gaan met onze kopers en partners om tot een optimale prijsvorming te komen.”Spanje is overigens niet het enige land dat aardbeien naar België exporteert, maar wel de grootste concurrent. “Je hebt ook nog Marokko, dat aan de weg timmert, en ook Griekenland is de laatste jaren opgekomen” zegt Vanderhallen. “De productie van Egypte zien we eerder in de late herfst en de tweede helft van december. Tot slot is er ook productie in Italië, maar zij zijn minder relevant op de internationale markt want zij kennen een serieuze binnenlandse consumptie.”Langer seizoenVolgens de recentste ontwikkelingen lijkt de Spaanse oogst weer aan te trekken. Volgens de Spaanse media ligt de productie voor zowel aardbeien als frambozen ongeveer 17 procent lager dan in dezelfde periode in het seizoen 2024/25. Dat is nog steeds een aanzienlijke vermindering, maar aanvankelijk waren de geschatte cumulatieve volumes 38 procent lager voor aardbeien en 35 procent lager voor frambozen.Door de slechte start lijkt de sector ook van plan te zijn om de oogst te verlengen om de impact op de productie te verminderen en een deel van het verloren volume terug te winnen als de omstandigheden verbeteren.</content>
            
            <updated>2026-03-03T19:38:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Krak in het vak: Ambachtelijk kaasmaker]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/krak-in-het-vak-ambachtelijk-kaasmaker" />
            <id>https://vilt.be/58729</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In deze aflevering van Krak in het vak duiken we in de wereld van het kaasmaken. Hans Michiels is ambachtelijk kaasmaker en bestuurder bij 't Hinkelspel in het Oost-Vlaamse Sleidinge. Hij neemt ons mee achter de schermen van de kaasmakerij. Hans toont hoe verse koe- en geitenmelk wordt omgezet tot drie unieke kaastypes met elk hun eigen karakter.</p><p>Wat houdt de job van een ambachtelijk kaasmaker precies in? Welke kennis, precisie en passie schuilen achter elke kaas? Ontdek hoe traditie, vakmanschap en innovatie samenkomen in één bijzonder beroep.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7940f9aa-641f-407a-9f4c-07bb21c0f591/full_width_thumb-2.jpg</image>
                        
            <updated>2026-03-03T17:28:30+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Wie neemt de honderdduizenden ton vrije aardappelen nog af?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/te-koop-honderdduizenden-ton-bewaaraardappelen-op-vrije-markt" />
            <id>https://vilt.be/58730</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met nog enkele honderdduizenden ton vrije industrieaardappelen in de Belgische bewaarloodsen en een weinig aantrekkelijk vrije markt, dreigen heel wat telers met onverkochte partijen te blijven zitten. Van diepvries tot distilleerderij: waar kunnen vandaag de overtollige aardappelen heen?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/df5f0883-453e-4425-9949-7c8e1367159b/full_width_aardappelen-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Volgens een raming van onder meer proefcentra Inagro en Viaverda lag er vorige maand nog 3,3 miljoen ton aardappelen in de Belgische bewaarloodsen. De totale voorraad ligt 30 procent hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Van de totale voorraad is ongeveer een kwart niet-gecontracteerde aardappelen (860.000 ton). De vrije voorraden liggen daarmee 21 procent boven het gemiddelde van de voorbije drie jaar.“De voorraden van de gecontracteerde aardappelen worden zoals afgesproken afgenomen door de industrie”, duidt Christophe Vermeulen, CEO van de sectorfederatie van de aardappelhandel en -verwerking Belgapom. “Hoe de voorraden voor de vrije markt zullen evolueren is nog afwachten. Maar afgaande op de trend van de laatste vijf maanden, zie ik momenteel geen signalen dat de diepvriesmarkt meer aardappelen nodig zal hebben dan de contractvolumes.” Gratis mee te nemen: aardappelberg van 860.000 tonVolgens Vermeulen zullen veel telers hun industrieaardappelen die ze niet meer kwijt kunnen op de vrije markt, afvoeren naar het veld. Ook Kürt Demeulemeester, afdelingshoofd akkerbouw bij proefcentrum Inagro, acht dat scenario reëel. “In het verleden werd dit ook gedaan, al zijn de voorraden nu wel ongezien.” Maar de aardappelen op het veld uitstorten is een oplossing die verre van ideaal is, haar grenzen heeft en risico’s met zich meebrengt. “Afvalhopen met aardappelen zijn een bron vormen van Phytophthora infestans, de aardappelplaag die je als teler absoluut wil vermijden”, duidt Demeulemeester. Kwaliteitsproblemen bij exportVoor telers die hun laatste kans op opbrengst nog niet letterlijk willen begraven, kan export via een handelaar nog een uitweg zijn. “Er is zeker nog mogelijkheid op de exportmarkt, al komen alleen de beste aardappelen in aanmerking”, duidt een West-Vlaamse aardappelhandelaar. “Er is internationale vraag naar Belgische aardappelen. We zijn vandaag nog gestart met chipsaardappelen te exporteren naar Zuid-Europa.”Voor hem ligt de grootste uitdaging niet bij het vinden van exportmarkten, maar bij het vinden van aardappelen die aan de kwaliteitseisen voldoen. “We zien nu al aardappelen met een conditie die we normaal pas in mei verwachten.” Hij constateert dat veel telers door de goeie markt van voorbije jaren iets te nonchalant zijn geworden in stockage en oogst. “Niet enkel telers trouwens, ook wij zijn er schuldig aan”, vertelt hij. “Er is de laatste jaren hard ingezet geweest op kwantiteit in plaats van kwaliteit. Aardappelen werden in grote hoeveelheden hoog opgestapeld, wat de kwaliteit geen goed doet. Zo ontstaan onder meer drukplekken. Ook een bewaring die niet stabiel rond zeven graden blijft, te ruw rooien of ze onzorgvuldig in de loods kieperen spelen mee. Vandaag kopen we ook aan bij handelaars die de beste partijen selecteren, omdat we bij onze telers zelf tegen kwaliteitsgrenzen aanlopen.” Kansen in de biogassector nu gasprijzen de lucht inschieten?Bij aardappeloverschot wordt ook steevast gekeken naar een afzet in de dierenvoeding- of biogassector. “Helaas zijn de winstmarges beperkt door het hoge aanbod”, aldus Demeulemeester. “In sommige gevallen wordt slechts de transportkosten betaald.” Een beeld dat een biogasproducent bevestigt. “Het kan zijn dat er inderdaad 0 euro wordt voor gegeven, maar sommige landbouwers zijn al blij dat ze hun voorraden kwijt kunnen.”De producent kijkt met vertrouwen naar de nabije toekomst van de sector, zeker nu de vraagzijde kan aantrekken omdat de gasprijzen opnieuw erg stijgen. Al betekent dit niet dat de afzetmarkt voor aardappelen plots zal boomen. Biogasinstallaties draaien op een brede mix van reststromen en niet uitsluitend op aardappelen. Omdat aardappelen voor ongeveer 80 procent uit water bestaan, hebben ze een relatief laag productiepotentieel en zijn andere afvalstromen vaak interessanter. Naar de stokerij ermeeIn Frankrijk en Nederland vinden landbouwers met hun aardappelen soms nog een afzet in de zetmeelindustrie. “Voor zetmeelproductie zijn specifieke rassen nodig, en die telen we in België niet”, haalt Demeulemeester de piste onderuit.Zou de oplossing deze keer toch in een glas alcohol kunnen liggen? “Ik krijg momenteel telefoontjes van landbouwers die vragen of ze hier 30 ton aardappelen mogen leveren”, getuigt Manu De Cort van distilleerderij De Cort in het Pajottenland. “Wij maken vodka van aardappelen, maar omdat aardappelen doorgaans te duur zijn, werken we met afvalfrietjes van frietfabrieken. Dat is voor ons ook praktischer. Ze zijn al verwerkt en hebben geen schil meer. Dit laatste geeft tijdens het stoken anders een uitgesproken aardse toets aan de vodka.”Maar zelfs nu de aardappelen gratis voor zijn deur kunnen liggen, moet De Cort de landbouwers teleurstellen: “Op jaarbasis verwerk ik amper vier ton aardappelen. Voor die grote voorraden is dit dus geen oplossing. Tenzij iedereen plots massaal aardappelvodka begint te drinken. Dan wil ik mijn productie gerust onmiddellijk opschalen!” Uitzonderlijke situatieDat er momenteel weinig opties zijn voor telers op de vrije markt is ook Vermeulen niet ontgaan. “Het is ooit anders geweest, een tweetal jaar geleden stond de vrijemarktprijs voor bewaaraardappelen op 600 euro, terwijl de contractprijs op 300 euro lag. Dat was uitzonderlijk. Maar ook de omgekeerde situatie vandaag is zeldzaam. De contractprijs bedraagt nu 250 euro en ligt daarmee 235 euro boven de vrije markt”, duidt Vermeulen. “Voor de vrije voorraden zullen we binnenkort binnen Belpotato bekijken of we samen eventueel een actieplan kunnen opzetten om toch nog afzetkanalen te vinden.”</content>
            
            <updated>2026-03-04T09:18:49+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gents bedrijf Rainbow Crops krijgt zeven miljoen dollar van Bill Gates]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gentse-biotech-spinoff-rainbow-crops-krijgt-7-miljoen-dollar-van-bill-gates" />
            <id>https://vilt.be/58731</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Gents biotechbedrijf Rainbow Crops heeft een subsidie van zeven miljoen dollar of ruim 6 miljoen euro ontvangen van de Gates Foundation. Rainbow Crops is een spin-off van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie VIB. Met behulp van AI en genetica wil het bedrijf gewassen ontwikkelen die beter bestand zijn tegen onder meer hitte- en droogtestress. De Gates Foundation wil de gewassen die voortkomen uit dit onderzoek ook ter beschikking stellen van kleine boeren in ontwikkelingslanden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="genetische modificatie" />
                        <category term="droogte" />
                        <category term="innovatie" />
                        <category term="klimaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/64f7fb1e-ccc3-42c5-a508-f1aaf98788c7/full_width_rainbow-crops-automated-phenotyping2.jpg</image>
                                        <content>De financiering van de Gates Foundation wordt ingezet voor het Trait Foundry-platform van Rainbow Crops. Vrij vertaald: een smederij voor planteigenschappen. Het doel is om via ‘multiplex genoombewerking’ planten te ontwikkelen die genetisch weerbaar zijn tegen ziektedruk en moeilijke klimaatomstandigheden. Traditionele veredelingsmethoden werken op basis van één gen. Maar het platform van Rainbow Crops wil planteigenschappen aanpakken die worden bepaald door meerdere op elkaar inwerkende genen, zoals droogtetolerantie en plantkracht. Hoe dat precies in zijn werk gaat, werd eerder belicht in Vilt.Europa is traditioneel terughoudend wanneer het gaat om genetische technieken in voeding, maar eind vorig jaar zijn de regels versoepeld. In december stemden de Europese lidstaten voor versoepelde toelatingsvoorwaarden voor gewassen die met ngt’s worden gekweekt. Via ngt’s wordt het genetisch materiaal van gewassen aangepast op een manier die ook via de natuur of via conventionele veredelingstechnieken kan voorkomen. In tegenstelling tot ggo’s, wordt geen vreemd gen geïntroduceerd. Ook Rainbow Crops doet aan genbewerking zonder de introductie van vreemde genen. Het gaat dus om processen die ook in de natuur kunnen voorkomen, maar dan sneller en gericht op een bepaald resultaat. Gratis voor derde wereldHet onderzoek waarvoor Rainbow Crops nu steun krijgt, zal zich in eerste instantie richten op maïs, sorghum en rijst. Dat zijn gewassen die belangrijk zijn voor de wereldwijde voedselzekerheid, met name in Sub-Sahara Afrika en Zuid-Azië. Het project legt sterk de nadruk op de prestaties van zaailingen onder hitte- en droogtestress. Rainbow Crops is een commercieel bedrijf en zal dus ook zijn producten vermarkten via licenties. Maar in het kader van deze subsidie heeft het met de Gates Foundation afgesproken om deze licenties gratis te verlenen aan ontwikkelingslanden.De Italiaanse CEO Giacomo Bastianelli leidt het bedrijf, maar eigenlijk kent Rainbow Crops zijn basis in Gent. Het technologieplatform bouwt voort op jarenlang onderzoek bij VIB. Rainbow Crops blijft samenwerken met het laboratorium van professor Hilde Nelissen en met de VIB Transformation Facility &amp;amp; VIB Agro-Incubator.“Deze subsidie stelt ons in staat om ons technologieplatform verder te versterken en fundamentele vooruitgang te boeken die klimaatbestendigere gewassen mogelijk maakt, met relevantie voor regio&#039;s die het meest kwetsbaar zijn voor veranderingen in het milieu”, aldus Bastianelli in een persbericht.</content>
            
            <updated>2026-03-04T12:49:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Welke waterloop is geschikt voor het plaatsen van een stuw? Onlinekaart geeft het antwoord]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/drietal-projectpartners-lanceren-stuwpotentiekaart" />
            <id>https://vilt.be/58732</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Welke waterloop is geschikt voor het plaatsen van een stuw? Boeren in de Vlaamse Zandstreek en de Kempen kunnen het antwoord krijgen via een recent gelanceerde stuwpotentiekaart. De onlinekaart vormt de afsluiting van het VLAIO-onderzoeksproject ‘Stuwviewer met impact’, waaraan de Bodemkundige Dienst, Boerennatuur Vlaanderen en de KU Leuven de voorbije jaren hebben gewerkt. Ook de impact van stuwen op waterconservering en gewasopbrengst wordt in beeld gebracht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="droogte" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/640b2517-031e-42a1-90b7-ade3e33e5286/full_width_stuwtjeravelsantwerpen.jpg</image>
                                        <content>Melkveehouder Gerard Vangerven schat de meeropbrengst van maïs op zijn percelen, na de aanleg van stuwtjes, op een ton droge stof per hectare. De landbouwer uit het Limburgse Bocholt gaf aan Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) uitleg over de werking van de stuwtjes met peilgestuurde drainage. Die houden niet alleen water vast in de waterloop zelf, maar dankzij de combinatie met peilgestuurde drainage kan het oppervlaktewater via subirrigatie het perceel intrekken.Het doel van stuwtjes is oppervlaktewater langer vast te houden. “De komende decennia zal het klimaat drastisch veranderen. In de zomer zullen de droogteperiodes langer aanhouden en in de winter zal er significant meer neerslag vallen. Het is zaak deze neerslag zo lang mogelijk vast te houden, zodat die de lokale grondwatertafels kan aanvullen en beschikbaar blijft voor de zomermaanden”, vertelt Steve Meuris van Boerennatuur Vlaanderen.Boerennatuur Vlaanderen is een van de partners in het project ‘Stuwviewer met impact’, dat vier jaar geleden gelanceerd werd en de aanleg van stuwen wil bevorderen. Het project heeft recent een stuwpotentiekaart gelanceerd. Daarop kunnen boeren in de Kempen en de Vlaamse Zandstreek achterhalen of hun waterloop en de aanpalende percelen geschikt zijn voor het plaatsen van een stuwtje in de beek. “De ideale gebieden zijn zones met een goed doorlatende bodem die bovendien erg vlak zijn”, verklaart Meuris de geografische afbakening.Voor de totstandkoming van de kaart hebben de projectpartners zich gericht op de beschikbare waterloopkaarten van de Vlaamse Milieumaatschappij. Hierop zijn algoritmes losgelaten die het potentieel van een stuw berekenen. “Hoe meer helling in het landschap hoe minder het potentieel voor een stuw”, geeft Meuris mee.Zowel de waterlopen zelf als de percelen in de regio krijgen een kleurcode. Het perceel van Vangerven in Bocholt heeft de kleur groen en is daarmee volgens de stuwpotentiekaart uiterst geschikt voor het plaatsen van een stuwtje. In het geval van de melkveehouder blijkt dat zeker te kloppen. “Door het gebruik van mijn stuwtjes in combinatie met de peilgestuurde drainage hoef ik niet langer te beregenen. Dat scheelt veel geld en tijd”, aldus de boer, die denkt zo per hectare tussen 400 en 500 euro te kunnen besparen. Impactberekening van plaatsen stuwMeuris geeft aan dat de stuwpotentiekaart al geraadpleegd kan worden, maar de komende maanden nog enkele upgrades krijgt, onder andere via een zoekfunctie. Tot de afsluiting van het project in de zomer leggen de projectpartners ook nog de laatste hand aan een studie naar de impact van stuwen op waterconservering en gewasopbrengst. Op basis hiervan wordt een rekentool ontwikkeld die de impact van een stuw op de grondwatertafel en de gewasopbrengst voorspelt. Onder andere het reliëf en de doorlaatbaarheid van de bodem, maar ook de teeltkeuze en de ligging in het bredere landschap hebben hier invloed op.Melkveehouder Gerard Vangerven plant dit jaar de aanleg van een volgend stuwtje. Hij ziet nog meer potentieel om het oppervlaktewater van de Zuid-Willemsvaart te benutten. Deze waterloop ligt hoger dan de meeste landbouwpercelen in de omgeving waaronder zijn huiskavel. “Door het plaatsen van een tap in de dam van de Zuid-Willemsvaart zou ik perfect water kunnen ophouden rond mijn huiskavels, maar het is niet eenvoudig om hiervoor een vergunning te krijgen.” Versoepeling vergunningverlening en subsidieSteve Meuris merkt de voorbije jaren een grote interesse in stuwtjes. “Rond 2000 liep het Interreg II-project “Watermanagement in het Benelux-Middengebied”. Toen werden in de provincies Antwerpen en Limburg 423 stuwtjes geplaatst op grachten en kleine waterlopen. 20 jaar later wordt het concept van gebiedsgerichte stuwplaatsingen terug leven ingeblazen. Sinds 2018 zijn er in de Noord-Limburgse gemeenten Peer, Bocholt, Hamont-Achel en Pelt opnieuw tientallen stuwen bijgekomen en we hopen dat aantal nog op te drijven. Een versoepeling van het vergunningskader is wat dat betreft meer dan welkom.”Met dat laatste doelt Meuris op de recente afschaffing van de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor stuwtjes. Met deze vrijstelling en het volledig subsidiëren van de aanleg ervan, probeert ook de Vlaamse overheid de opmars van stuwtjes te bevorderen. “We zijn er nog niet helemaal, naast het stedenbouwkundig aspect zijn er ook nog barrières rond het milieuluik van de vergunningsplicht”, aldus Meuris.“Maar laat duidelijk zijn dat dit al een belangrijke stap in de juiste richting betreft.”</content>
            
            <updated>2026-03-04T14:07:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Tomatenteler in afwachting van oogstrobot: “Vind ik deze zomer nog personeel?”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tomatenteler-in-afwachting-van-oogstrobot-vind-ik-deze-zomer-nog-personeel" />
            <id>https://vilt.be/58733</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Olbrechts Tomaten is in afwachting van een tomatenoogstrobot. De robot zal deze zomer een maand proefdraaien in de serre in Onze-Lieve-Vrouw-Waver, waar Patrick en Jeroen Olbrechts snoeptomaten telen. Met de robot hopen de telers de krapte op de arbeidsmarkt op te vangen. “Het is nog afwachten of we dit jaar voldoende personeel vinden. Recent is een asielcentrum in de buurt gesloten, waar we veel medewerkers vandaan kregen”, vertelt Jeroen Olbrechts.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6216dd93-8865-4c90-b1ce-b390a092677d/full_width_inaho1-plukrobot.jpg</image>
                                        <content>UV-robots tegen witziekte in de aardbeienteelt hebben de voorbije jaren een sterke opmars gemaakt in Vlaanderen. Automatisering en robotisering hebben een rooskleurige toekomst in de Vlaamse serreteelt. VILT sprak met Joris Bogaerts, directeur van Bogaerts Greenhouse Logistics, dat onder andere UV-robots maakt. Hij vertelde dat tomatenoogst-robots binnen vijf jaar gemeengoed zullen zijn in de glastuinbouw.Jeroen Olbrechts van Olbrechts Tomaten in Onze-Lieve-Vrouw-Waver verwacht deze zomer een tomatenoogstrobot. Die zal een maand proefdraaien op het bedrijf. Op basis van sensoren en AI analyseert de robot welke tomaten plukrijp zijn en voor welke tomaten hij later moet terugkomen. “De tomaatjes achter stengels of bladeren kan de robot niet zien”, vertelt Jeroen Olbrechts. Daardoor zou het oogstpercentage op 45 procent liggen, waardoor arbeiders alsnog door de rijen moeten.Gezocht: plukkers voor de zomer“Maar hierdoor hebben we aanzienlijk minder personeel nodig”, vervolgt de tomatenteler, die zich op zo’n zes hectare specialiseert in snoeptomaatjes. Het is juist deze specialisatie die als het meest arbeidsintensief te boek staat in de tomatenteelt. “Het zijn kleine, losse tomaatjes die allemaal met de hand geplukt moeten worden”, vertelt de teler, die tijdens de piek zestig seizoensarbeiders in dienst heeft.De voorbije jaren lukte het steeds om voldoende plukkers te vinden, waarbij het tomatenbedrijf ook beroep deed op het plaatselijke asielcentrum. “Maar dat is recent gesloten, waardoor we nog niet zeker zijn dat we deze zomer voldoende werknemers hebben.”Voor dit jaar zal de robot nog geen soelaas bieden. Olbrechts geeft aan dat het om een test gaat, waarbij hij de robot in de praktijk wil uitproberen. Vorig jaar is de teler regelmatig in Nederland geweest, waar de robot in een ander snoeptomatenbedrijf werd getest. “Dat zag er toen wel goed uit”, vertelt hij. Navraag wijst uit dat Olbrechts niet de eerste tomatenteler in Vlaanderen is met een robot. Tomato Masters in Deinze experimenteerde twee jaar geleden al met een plukrobot.Veel belangstelling bij de telersHet blijkt ook dat andere tomatentelers reikhalzend uitkijken naar de plukrobot, die niet alleen de afhankelijkheid van personeel vermindert, maar ook de personeelskosten verlaagt. “Ik hoop op termijn dat de robots alle soorten tomaten kunnen plukken”, aldus Charlotte Wils van tomatenbedrijf Den Boschkant uit Vremde.Wils geeft aan dat de robotiseringsmogelijkheden sterk verschillen per variëteit tomaat. “Snoeptomaten zijn altijd los en komen iets sneller los van de plant.” De gerobotiseerde pluk van grote tomaten of trostomaten is volgens haar dan weer wat complexer. Ook zaadhuizen kunnen volgens haar een rol spelen. Zo hangt het van de variëteit snoeptomaat af of deze makkelijk loskomt van de plant.Ook Mitch Vermeiren, tomatenteler in Meer, kijkt reikhalzend uit naar een plukrobot. “Wij volgen het op de voet. De ontwikkelingen gaan razendsnel, maar wij hebben het idee dat de plukrobot voor onze tomaten nog niet commercieel inzetbaar is”, vertelt hij.</content>
            
            <updated>2026-03-04T14:40:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eieren voor Pasen: prijzen bereiken een recordhoogte]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eierprijzen-breken-record-richting-kaap-van-19-cent" />
            <id>https://vilt.be/58734</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nog nooit eerder waren eieren zo duur als vandaag. Een bruin scharrelei van 62,5 gram, de referentie op de markt, is op een haar na verwijderd van de kaap van 19 cent. Vorig jaar kostte een ei meer dan twee cent minder. Volgens Kris Naenen, vertegenwoordiger van Landsbond Pluimvee bij de eiercommissie in Kruisem, gaat het vooral om een samenspel van vogelgriep en de drukke paasperiode. Maar ook de uitbreidingsmoeilijkheden in de pluimveehouderij én een algemene verhoogde vraag spelen volgens hem een rol.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ei" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cdbeb52e-63a0-471b-8470-e579fc159a76/full_width_gekookt-ei-eieren.jpg</image>
                                        <content>De eierprijzencommissie van drie maart klokte af op nieuwe records. Een bruin scharrelei van 62,5 gram bedraagt nu 18,91 cent. Op het eerste gezicht is dat goed nieuws voor de pluimveehouders, die nu meer geld krijgen voor hun product. Maar de achterliggende reden is minder positief. “Door de vogelgriep die over heel de wereld huishoudt, hebben we constant minder productie gehad”, zegt Naenen. “In West-Europa komt daar nog een daling bij omwille van de wetgeving: moeilijke vergunningverlening en uitbreidingen die niet meer mogelijk zijn.”Gestegen vraag en verminderd aanbodVolgens Naenen zijn er meerdere redenen waarom eieren nu zo in trek zijn. “Vroeger werden eieren eerder negatief belicht, dat ze ongezond zouden zijn. Dat imago is vandaag eigenlijk helemaal weg. Het wordt vaak zelfs gepromoot. Bovendien blijft het een goedkoop product, ondanks de gestegen prijzen. Zeker als je eieren vergelijkt met vlees.”Hoewel de paasperiode traditioneel een hoogseizoen is voor de eiermarkt, denkt Naenen dat de prijzen ook in de maanden daarna hoog zullen blijven. “We zitten met structurele schaarste, dus de eerstkomende twee maanden zullen de prijzen aanhouden. Na Pasen kunnen de prijzen inderdaad licht dalen, de zomermaanden zijn traditioneel moeilijker voor de eieren. Maar slechte prijzen zullen het zeker niet worden. En zodra de winter aanbreekt, zwengelt de vraag weer aan.” Zoals traditioneel het geval is, blijven bruine eieren nog steeds duurder dan witte. “Dat is puur vraag en aanbod, want eigenlijk is dat identiek hetzelfde product”, zegt Naenen.Zelfvoorzieningsgraad gedaaldIn april vorig jaar schatte Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) onze zelfvoorzieningsgraad voor eieren rond de 100 procent, maar volgens Naenen zijn we daar inmiddels onder gedoken. We berusten dus op import om ons van eieren te voorzien. “Bovendien mag je niet vergeten dat de eierconsumptie vijf jaar op rij met ongeveer vier procent gestegen is.”Volgens Naenen ligt onze zelfvoorzieningsgraad qua eieren momenteel om en bij de 92 procent. “De eieren die je koopt in een karton – tafeleieren – zullen voor het overgrote merendeel van Belgische origine zijn”, zegt hij. “Maar wat onze import betreft komt er een heel deel uit Oost-Europa, richting de brekerijen voor verwerkende bedrijven. De koekjes, de sauzen,… geproduceerd door kippen die gehouden worden in zeer verouderde systemen. Dat blijft natuurlijk een frustratie binnen de sector.”Een volledig overzicht van de eierprijzen vindt u hier.</content>
            
            <updated>2026-03-04T15:26:26+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Glyfosaatzaken duwen Bayer dieper in het rood]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/glyfosaatrechtszaken-duwen-bayer-dieper-in-het-rood" />
            <id>https://vilt.be/58735</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bayer is in 2025 opnieuw dieper in de rode cijfers beland door miljardenkosten in verband met glyfosaatrechtszaken in de Verenigde Staten. Het agrochemisch en farmaceutisch concern boekte een nettoverlies van 3,62 miljard euro, tegenover 2,55 miljard euro een jaar eerder. Alleen al vorig jaar betaalde het bedrijf meer dan zes miljard euro aan juridische kosten rond de glyfosaathoudende onkruidverdelger Roundup.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="glyfosaat" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/56d8055b-75fb-4848-9c6b-c27b2e2cbabb/full_width_roundup-glyfosaat-monsanto-foodtank-com.jpg</image>
                                        <content>De juridische problemen slepen al aan sinds 2018, na de overname van Monsanto, de Amerikaanse producent van Roundup. Sindsdien wordt Bayer in de VS geconfronteerd met tienduizenden claims van gebruikers die stellen kanker te hebben gekregen door blootstelling aan het middel. Vorige maand nog reserveerde Bayer 6,67 miljard euro voor een nieuwe schikking in een groepsvordering van duizenden Amerikanen in de staat Missouri. In totaal gaf het bedrijf sinds de overname al circa 9,2 miljard euro uit aan schikkingen rond Roundup.De juridische lasten drukten de operationele winst met 4,5 procent tot 9,67 miljard euro. De omzet daalde met ruim twee procent tot 45,58 miljard euro. Momenteel lopen in de VS nog ongeveer 67.000 claims. Door de aanhoudende onzekerheid liet Bayer eerder al verstaan dat het overweegt de productie en verkoop van Roundup in de VS stop te zetten.Hoop op het HooggerechtshofBayer mikt nu op een definitieve doorbraak via het Amerikaanse Hooggerechtshof. Het concern stelt dat federale wetgeving voorrang moet krijgen op staatswetgeving. Omdat de Amerikaanse milieudienst Environmental Protection Agency (EPA) glyfosaat niet als kankerverwekkend classificeert en daarom geen kankerwaarschuwingen op etiketten toestaat.Het hof moet oordelen of individuele staten toch rechtszaken mogen toelaten op basis van ontbrekende waarschuwingslabels. Als een hof van beroep Bayer in dit standpunt volgt, kan dat een groot deel van toekomstige claims blokkeren. Politieke steun uit WashingtonOpvallend is dat president Donald Trump glyfosaat onlangs bestempelde als strategisch belangrijk voor nationale veiligheid en voedselzekerheid. Hij riep daarvoor de Defense Production Act in, die de binnenlandse productie van glyfosaatbevattende gewasbeschermingsmiddelen moet beschermen. Dat zou fabrikanten mogelijk meer juridische bescherming kunnen bieden tegen claims over gezondheidsrisico’s en waarschuwingslabels. Vooruitblik: stabilisatie en besparingenVoor 2026 rekent Bayer op stabiele verkoop- en winstcijfers. Daarnaast verwacht het concern vanaf 2026 jaarlijks twee miljard euro aan besparingen te realiseren dankzij een ingrijpende herstructurering die in 2024 van start ging.Positief is ook dat Bayer zijn schuldenlast in 2025 met 8,5 procent wist te verlagen tot 29,8 miljard euro. Toch blijft de financiële impact van de glyfosaatdossiers voorlopig zwaar wegen op de resultaten.</content>
            
            <updated>2026-03-05T10:49:25+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Methaan- en stikstofregels botsen en blokkeren onnodig extra verduurzaming]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/methaan-en-stikstofregels-botsen-en-blokkeren-onnodig-extra-verduurzaming" />
            <id>https://vilt.be/58736</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Veehouders die stikstof willen reduceren via beweiding en tegelijk methaan willen verminderen met het voederadditief Bovaer, botsen op een regelconflict. Beide maatregelen zijn in de huidige regelgeving niet combineerbaar. Nochtans toont een studie van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) aan dat het ene het andere niet hoeft uit te sluiten. Sterker nog, samen zorgen ze zelfs voor een groter effect op de methaanreductie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="methaan" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fa4a6c04-6f50-41b4-ae92-aaea159d9932/full_width_koeienindeweide.jpg</image>
                                        <content>Voor melkveehouders kan beweiding een haalbare maatregel zijn om de uitstoot van ammoniak te verlagen, en zich zo in regel te stellen met de stikstofwetgeving. Maar naast de doelstellingen opgenomen in het Stikstofdecreet worden rundveehouders ook geconfronteerd met de doelen van het Convenant Enterische Emissies (CEER). In dit convenant is afgesproken om tegen 2030 de enterische emissies van methaan (CH4) door rundvee met 14 procent te verminderen ten opzichte van de emissie in 2005. ILVO onderzocht of beweiding ook op dit vlak een bijdrage kan leveren. Beweiding biedt rundveehouders perspectief om zowel ammoniak- als methaanemissies te reduceren Dat onderzoek leert dat beweiding een verlagend effect heeft op de methaanuitstoot. “Begrazen leidde tot een reductie van de absolute methaanuitstoot met 14 procent per koe per dag”, aldus Matthieu Frijlink, coördinator Rundveeloket bij ILVO. Beweiding kan rundveehouders dus helpen om zowel de doelstellingen in het kader van de stikstof- als de CEER-regelgeving te halen.Al benadrukt Frijlink wel dat een nauwgezette opvolging van het grasland- en stalmanagement absoluut noodzakelijk is om de melkproductie en de voederopname op peil te houden bij beweiding.Wanneer de methaanuitstoot wordt bekeken per kilogram vet- en eiwitgecorrigeerde melk (FPCM), toont het ILVO-onderzoek enkel een significante daling bij koeien in midden- of eindlactatie, en dan alleen wanneer beweiding werd gecombineerd met extra kuilmaïs in het stalrantsoen. “De melkproductie lag in ons onderzoek mogelijk lager als gevolg van de variërende graskwaliteit en beschikbaarheid. Het onderzoek werd uitgevoerd in twee droge en warme jaren waardoor het verse gras niet altijd optimaal was. Maar dit is ook inherent aan beweiden. In de praktijk zullen melkveehouders dit ook meemaken”, aldus Frijlink. Beweiden botst met BovaerIn een andere proef werd in 2023 in de ILVO-proefstal ook de combinatie beweiding en het additief Bovaer onderzocht. Daaruit bleek dat Bovaer de methaanuitstoot fors verlaagde. Bij koeien die op stal bleven, daalde de methaanuitstoot met 25 procent per koe en met 26 procent per kilogram FPCM. In combinatie met beweiding zorgde Bovaer voor een extra verlaging van de methaanuitstoot tot 34 procent per koe en tot 29 procent per kilogram FPCM. Ook werd in deze proef de methaanuitstoot van beweide koeien, zonder Bovaer, onderzocht. &quot;Het leverde in deze proef een verlaging op van acht procent per koe en geen verlaging per kg FPCM&quot;, duidt Frijlink.Door het voederadditief te combineren met beweiding kan een landbouwer dus extra duurzaam werken. Zij het niet dat deze maatregelen met elkaar botsen vandaag. De PAS-maatregel voor beweiding vereist namelijk dat de toegang tot de stal wordt afgesloten. De ammoniakreductie in de stal treedt immers maar op wanneer er geen dieren aanwezig zijn.Het additief Bovaer is als reductiemaatregel voor methaanemissie evenwel (voorlopig) enkel erkend als koeien continu toegang hebben tot het voeder waarin het additief in verwerkt is. “Maar ons onderzoek toont aan dat het effect van Bovaer niet negatief wordt beïnvloed wanneer koeien zes uur in de weide staan, en dus niet voortdurend toegang hebben tot het stalrantsoen”, duidt Frijlink. “Dit onderzoek kan dus het pad effenen om beweiding als maatregel te erkennen zowel voor reductie van ammoniak- als van methaanemissie”</content>
            
            <updated>2026-03-04T18:15:12+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Cd&v lanceert actieplan voor jonge landbouwers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ners-en-jongeboerentoets-cdv-lanceert-actieplan-voor-jonge-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/58737</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Cd&amp;v maakt een actieplan om te vermijden dat jonge mensen de landbouwstiel de rug toekeren. Een kernpunt is een geplande toetsing van beleidsvoorstellen aan de impact op jonge boeren. De organisatie voor jonge landbouwers Groene Kring ziet muziek in het plan, en hoopt onder meer op een aanpak van het knelpunt van de nutriëntemissierechten (NERs). Bij een eerste installatie of familiale overname worden deze rechten momenteel afgeroomd, wat een zware impact heeft op de opvolger.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="jonge boeren" />
                        <category term="Groene Kring" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4bf09d04-d2e8-49f1-bcf0-fa10ae540b92/full_width_geetbets-natuurgebied-aronst-hoek-familie-es.jpg</image>
                                        <content>&quot;Zonder maatregelen doet straks de laatste jonge landbouwer het licht uit. In een context van internationale conflicten waarbij strategische autonomie almaar belangrijker wordt, is dat problematisch&quot;, zegt cd&amp;amp;v-Vlaams parlementslid Bart Dochy (foto).Er is wel degelijk systematische vergrijzing in de landbouwsector. De gemiddelde landbouwer is 56 jaar oud. Slechts 15 procent is jonger dan 40 jaar. Gemiddeld heeft slechts 12 procent van de bedrijfsleiders die ouder zijn dan 50 jaar een vermoedelijke opvolger.‘Jongeboerentoets’Cd&amp;amp;v stelt het plan voor als maatregel om leegloop te voorkomen. Zo moeten toekomstige beleidsvoorstellen worden getoetst op de gevolgen voor het inkomen en welbevinden van jonge landbouwers. Die &#039;jongeboerentoets&#039; moet in overleg met hen worden uitgewerkt.Bovendien ijvert cd&amp;amp;v voor een bredere toegang tot het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). De lasten voor de verdere verduurzaming van de sector moeten volgens cd&amp;amp;v ook beter worden verdeeld over de hele voedingsketen.Een ander vraagstuk is de grondenmarkt. Ruimte is een opgave voor quasi elk Vlaams beleidsdomein, en dat ligt bij landbouw niet anders. Om de toegang tot gronden veilig te stellen, zou het Vlaams Pachtobservatorium de grondprijzen moeten bewaken, vindt Dochy. &quot;Daarnaast moeten er vernieuwde regels worden uitgewerkt om de belemmeringen voor de toegang tot grond weg te werken. Dat is cruciaal voor jonge boeren.&quot; ImagoAls bezieler van het meldpunt ‘Agribashing’ voegt Dochy ook nog toe dat hij iets wil doen aan de beeldvorming rond landbouwers. &quot;Jonge boeren mogen niet worden afgeschilderd als vervuilers, maar moeten worden benaderd als landbouwers, landschapsbeheerders, plattelandsontwikkelaars, gemeenschapsvormers, voedselvoorzieners, ondernemers en medeburgers&quot;, aldus het parlementslid.Groene Kring bejubelt initiatiefDe organisatie voor jonge landbouwers Groene Kring verwelkomt het initiatief en roept op om snel concrete beleidsinitiatieven te koppelen aan de conceptnota. “Het stikstofdecreet beperkt de ontwikkelingsmogelijkheden. De financiering vanuit het Europees Gemeenschappelijke Landbouwbeleid staat op de helling en landbouwgronden worden steeds onbetaalbaarder”, meldt de organisatie.Voor Groene Kring zijn de NER&#039;s een belangrijk knelpunt. Die bepalen namelijk hoeveel dieren een landbouwer mag houden. Bij een eerste installatie of familiale overname worden deze rechten momenteel afgeroomd. Volgens Groene Kring maakt dat een overname voor veel zij-instromers bijna onmogelijk. De organisatie pleit ervoor om deze afroming op de schop te doen. Het stikstofdecreet beperkt de ontwikkelingsmogelijkheden, de GLB-financiering staat op de helling en landbouwgronden worden steeds onbetaalbaarder “Door deze drempel weg te werken, krijgen jonge boeren opnieuw een reële kans om een bedrijf over te nemen en komt men tegemoet aan één van de vele uitdagingen van generatiewissel”, zegt Justine Arkens, voorzitter bij Groene Kring.Voordeliger ervenOok &#039;erven erven&#039; moet voordeliger worden. De conceptnota pleit voor een aanpassing in de regelgeving rond schenkings-, registratie en de erfenisrechten op landbouwgronden. “Groene Kring is al langer vragende partij om werk te maken van fiscale stimuli die het voor jonge boeren haalbaarder en betaalbaarder maken om grond te verwerven aan redelijke prijzen of om grond op de lange termijn te gebruiken”, aldus Arkens. Ook zonevreemde functiewijzigingen worden hiermee in rekening gebracht, door ernaar te streven dat deze geen negatieve impact hebben op zone-eigen landbouwactiviteiten.Het idee van de ‘jongeboerentoets’ vindt Groene Kring een mooi initiatief. “Het idee van de &#039;jongeboerentoets&#039; werd eerder al door Groene Kring geïntroduceerd in zijn toekomstvisie Boer &amp;amp; Toekomst, zegt Arkens. “Wij zijn ervan overtuigd dat veel nevenschade voor jonge boeren vermeden kan worden wanneer men de impact van nieuw beleid toetst.”Ook sectororganisatie Boerenbond is enthousiast over het actieplan. “We zijn positief over elk initiatief dat de problemen waar jonge boeren mee te kampen hebben onder de aandacht brengt”, zegt Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens. “Het is goed dat er wordt nagedacht over mogelijke oplossingen. De uitdagingen in de sector zijn bijzonder groot waardoor we zonder ingrepen een generatie dreigen te verliezen. Het is positief dat er aandacht is voor een aantal zeer belangrijke knelpunten. De volgende stap is deze goede intenties omzetten in daadwerkelijk beleid. We rekenen hier op de steun van alle meerderheidspartijen om onze jonge boeren toekomst te geven.”</content>
            
            <updated>2026-03-04T21:24:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Spanningen in Iran bedreigen cruciale handelsroute voor kunstmest]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/spanningen-in-iran-bedreigen-cruciale-handelsroute-voor-kunstmest" />
            <id>https://vilt.be/58738</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Analisten signaleren dat het conflict in het Midden-Oosten de wereldwijde kunstmestmarkt mogelijk kan verstoren. De cruciale vaarroute langs de Straat van Hormuz verwerkt ongeveer een derde van de wereldwijde kunstmesthandel. “De voorraden ureum, de meest gebruikte stikstofmeststof, zijn nu al krap. Een langdurige onderbreking van de leveringen zal de prijzen fors verder opdrijven”, stelt onder meer het Amerikaanse nieuwsagentschap&nbsp;Bloomberg.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="export" />
                        <category term="wereld" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5c098ce6-adcb-4f96-bb7c-09a7393b8005/full_width_boot-container-schip-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Het conflict in Iran dreigt een belangrijk knooppunt voor de productie en het transport van kunstmest te ontwrichten, waardoor het risico op hogere gewasprijzen en voedselinflatie toeneemt.&amp;nbsp;De Golfregio huisvest enkele van de grootste kunstmestfabrieken ter wereld. Ongeveer een derde van de wereldwijde kunstmesthandel verloopt via de Straat van Hormuz. Vorig jaar kaartte RaboResearch, het kenniscentrum van Rabobank, al het knelpunt aan dat de maritieme corridor vormt voor de kunstmesthandel. Toen dreigde Iran om de waterweg te sluiten na Israëlische en Amerikaanse militaire acties.Bottleneck voor ureumVooral voor de wereldhandel in ureum is de Straat van Hormuz een cruciale transportpunt. Iran is met 5,5 miljoen ton per jaar de grootste ureumexporteur in de regio die gebruikmaakt van de vaarroute. Ook Qatar (5 miljoen ton) en de Verenigde Arabische Emiraten (2 miljoen ton) spelen een belangrijke rol in de ureumexport. Volgens RaboResearch is ongeveer 30 tot 35 procent van de wereldwijde ureumexport afkomstig uit de Golfregio. Als ook Egypte wordt meegerekend, en de rest van het Midden-Oosten, kan de potentiële impact oplopen tot ongeveer 45 procent.Daarnaast verloopt via de Straat van Hormuz ook een aanzienlijk deel van de wereldhandel in fosfaten en zwavel, twee andere belangrijke grondstoffen voor de kunstmestsector. Sector onder spanningDe nieuwe spanningen komen bovenop de Europese onrust over invoerheffingen op kunstmest en -grondstoffen. “Een sluiting van de zeestraat zou de wereldwijde kunstmestprijzen ongetwijfeld opdrijven, maar vooral Brazilië en India zouden het zwaarst getroffen worden. Zij hebben de grootste structurele tekorten van kunstmest”, klinkt het in het rapport van vorig jaar. Maar timing speelt ook een rol, schrijft Justin van der Sluis, global head van RaboResearch Food &amp;amp; Agribusiness deze week op LinkedIn. “In deze periode van het jaar hebben Amerikaanse landbouwers bijvoorbeeld een grotere importvraag. Het is nog te vroeg om conclusies te trekken, paniek is nog niet nodig Volatiele olie- en gasprijsmarktNaast de kunstmestprijzen is het ook afwachten wat de olie- en gasprijzen zullen doen en wat dat betekent voor de energie-intensieve glastuinbouwsector. Dreigt er voor de sector opnieuw een energiecrisis zoals in 2022? “Neen”, zegt Herman Marien duidelijk, hij is energie- en glastuinbouwexpert. “Eerst en vooral, om van een nieuwe crisis te spreken, moet de vorige crisis voorbij zijn. En dat is ze nog niet. De energieprijzen zijn nog steeds herstellende, ze liggen nog altijd boven het niveau van vóór 2022.”Volgens Marien is het bovendien te vroeg om al conclusies te trekken. “De markt is nog erg volatiel. Paniek is dus niet nodig. De verstoringen die we nu zien, kunnen volgende week al opgelost zijn en dan merken we er niets meer van.”Ook de aard van een eventuele schok zou anders zijn dan in 2022. “Toen hadden we te maken met een volledige afsluiting van de energietoevoer, zonder concreet noodplan. Vandaag hebben we meer alternatieve leveranciers die een vangnet vormen wanneer er één wegvalt. Dat verkleint het risico op een abrupte en langdurige ontwrichting.”Als er toch gevolgen komen, zouden volgens Marien vooral sierteeltbedrijven en bedrijven met een licht verwarmingsregime de impact sneller voelen. “Zij zijn vaker aangewezen op aardgas of stookolie voor de warmtevoorziening, zeker op dagen met weinig zon en lagere temperaturen”, geeft hij mee. “De energie-intensieve glastuinbouw werkt met warmtekrachtkoppeling (WKK) waarbij gas omgezet wordt naar elektriciteit. Dat biedt in veel gevallen extra weerbaarheid door gelijkaardige prijsschommelingen op de elektriciteitsmarkt.”</content>
            
            <updated>2026-03-04T21:11:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Provincie Antwerpen start valleiherstel van de Aa]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/provincie-antwerpen-start-valleiherstel-van-de-aa" />
            <id>https://vilt.be/58739</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Om bij hevige regenval de regio Turnhout te beschermen tegen wateroverlast vanuit de Aa, is de provincie Antwerpen gestart aan een valleiherstel van 20 hectare van de woonkern Oud-Turnhout. Een overstromingsgebied en natte natuur moeten de omgeving in de toekomst beschermen tegen wateroverlast en droogte.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="Antwerpen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/541e35d2-c370-4945-9ae9-6c1e233281a4/full_width_valleiherstel-aa-provincie-antwerpen.jpg</image>
                                        <content>Een belangrijk onderdeel van de herstelmaatregelen is de aanleg van een overstromingsgebied aan de Aa. Daarvoor worden er percelen afgegraven en zal er meer gebruik gemaakt worden van het historische grachtenstelsel om het hemelwater te bufferen. Naast het overstromingsgebied zal ook natte natuur in de vallei hersteld worden. “De vallei kan zo bij hevige regenval veel water opnemen en vasthouden, waardoor de omgeving beter bestand is tegen zowel droogte als wateroverlast. We werken aan een ecologisch ingericht landschap dat de komende generaties kan doorstaan”, aldus gedeputeerde Jan De Haes (N-VA).In september 2025 werd in dit kader al naaldbos gekapt om plaats te maken voor een inheems en gevarieerd loofbos. Nu is de inrichting van de vallei aan de beurt. Fase één omvat de aanleg van een overstromingsgebied aan de oostzijde van Schuurhovendijk. Dit betekent afgraving met veel grondverzet, de aanleg van dijkjes en het plaatsen van een knijpconstructie die de waterafvoer vertraagt of ophoudt.Natuur en landbouw in evenwichtIn deze omgeving loopt ook het natuurinrichtingsproject ‘De Liereman’. Samen met onder meer de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) en Natuurpunt werd bij de provincie gekeken om de beschikbare ruimte evenwichtig in te richten voor landbouw en natuur. VLM voerde de nodige grondverwerving uit. &quot;In de loop van 2018 tot 2023 hebben we verschillende aankopen gedaan. In totaal gaat het om 17,7 hectare, waarvan 9,4 hectare bos en 8,3 hectare landbouwgrond.&quot; Ook werd één landbouwer met twee hectare grond door de VLM uitgeruild uit het overstromingsgebied naar andere landbouwgrond, gelegen buiten het overstromingsgebied.&amp;nbsp;&quot;Op die manier kon deze landbouwer zijn landbouwgebruik behouden. Dit noemen wij flankerend beleid&quot;, aldus VLM.“Met dit project tonen we hoe waterveiligheid, natuurherstel en samenwerking hand in hand gaan. Door rivieren opnieuw ruimte te geven, maken we onze provincie weerbaarder tegen de extremen van morgen. Dit is investeren in veiligheid, biodiversiteit en levenskwaliteit voor de regio”, besluit De Haes.</content>
            
            <updated>2026-03-05T23:51:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voorzitter jagersvereniging zwaar mishandeld in eigen jachtgebied]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voorzitter-jagersvereniging-zwaar-mishandeld-in-eigen-jachtgebied" />
            <id>https://vilt.be/58740</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Rudi Van Decraen, de voorzitter van Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV), is slachtoffer geworden van een gewelddadig incident in zijn jachtgebied in Balen. Volgens de vereniging werd hij vermoedelijk aangevallen door tegenstanders van de jacht toen hij vandalisme aan zijn infrastructuur wou voorkomen. “De jacht is een legitieme vorm van natuurbeheer en -behoud. We verwachten een krachtig signaal van de politiek richting anti-jachtgroepen om verdere escalatie en intimidatie te voorkomen”, klinkt het bij HVV.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="jacht" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3b34d44d-a956-4882-820c-b99c3fdead38/full_width_jacht-jager.jpg</image>
                                        <content>Rond 21 uur woensdagavond ontving de HVV-voorzitter een melding van zijn wildcamera. Er bleken twee gemaskerde en donker geklede mannen in de buurt te zijn van zijn hoogzit, een verhoogde hut waar jagers wild kunnen observeren en neerschieten. Omdat de voorbije maanden al meerdere gevallen van vandalisme aan jachtinfrastructuur werden vastgesteld, ging Van Decraen een kijkje nemen.Toen hij bij de hoogzit aankwam, werd hij hardhandig tegen de grond gewerkt en vervolgens ernstig mishandeld. “Hij werd in allerijl opgenomen in het ziekenhuis, met zeer ernstige verwondingen: rechterschouder uit de kom, verschillende hechtingen in het aangezicht en een drietal breuken. Rudi zal morgen een eerste keer geopereerd moeten worden”, aldus Christophe Rutsaert, communicatieverantwoordelijke bij HVV.Wat de motieven van de geweldplegers zijn, is niet bekend. De daders zijn nog op vrije voeten. Omdat er veel spullen uit de hut beneden lagen, wordt ook de optie van dieven niet uitgesloten. Volgens HVV gaat het alvast niet om kwajongensstreken. De vereniging wijst eerder richting anti-jachtgroepen. “Het waren twee volwassen mannen met een duidelijk intentie tot vandalisme. We hopen dat ze snel gevat worden en er strafrechtelijke maatregen komen”, duidt Rutsaert.Jagers worden in het vizier genomenHet incident staat volgens HVV op zichzelf, maar past in een breder patroon van vandalisme en vijandigheid tegenover jagers. “Jachtattributen zoals hoogzitten, aanzitladders en voedertonnen worden geregeld vernield. Groepen zoals Animal Rights organiseren soms ook acties om de jacht te verstoren, bijvoorbeeld door veel lawaai te maken. Ook een opgestoken middelvinger of uitgescholden worden voor moordenaar komt voor. Die pesterijen richting jagers en de sector zijn we gewoon. We gaan er ook niet op in, net om verdere escalatie te vermijden”, aldus Rutsaert.Wederzijds respect en verantwoordelijk gedragDat de pesterijen nu vermoedelijk overgegaan zijn in geweld baart de vereniging zorgen. &quot;We vrezen ervoor dat geweld gebruiken om persoonlijke afkeer te uiten geen uitzondering zal blijven”, klinkt het. De vereniging vraagt daarom een krachtig signaal van de politiek dat jacht een legitieme vorm van natuurbeheer en -behoud is. “De voltallige jachtsector is diep geschokt”, vertelt Rutsaert “Dergelijk geweld kan in onze samenleving nooit getolereerd worden, ook niet wanneer er meningsverschillen bestaan over jacht en/of natuurbeheer.”De vereniging wil dat het vizieren van de jachtsector stopt en dat geweld ondubbelzinnig wordt afgewezen. “Jagen maakt deel uit van de Vlaamse cultuur, het is een jarenlange traditie en we doen dit op een legitieme manier”, stelt Rutsaert duidelijk. Hij roept alle tegenstanders van jacht op tot sereniteit en respect voor elke gebruiker van het buitengebied. “Boeren, jagers, wandelaars, ruiters, fietsers en natuurliefhebbers maken allemaal gebruik van dezelfde open ruimte. Alleen met wederzijds respect en verantwoordelijk gedrag kunnen we ervoor zorgen dat het buitengebied een veilige plaats blijft voor iedereen”, aldus HVV.De politiezone Balen-Dessel-Mol is intussen met een opsporingsonderzoek gestart onder leiding van het parket.</content>
            
            <updated>2026-03-06T00:13:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[45 West-Vlaamse landbouwers gestrand in Dubai]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/45-west-vlaamse-landbouwers-gestrand-in-dubai" />
            <id>https://vilt.be/58741</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De West-Vlaamse Fokkerij- en studievereniging vzw Westhoek Holsteins haalt overal de krantenkoppen, maar niet om een fijne reden. 45 leden zijn bij hun studiereis in het Midden-Oosten gestrand in Dubai. De terugvlucht op maandag is geannuleerd, en nu nog blijft het onduidelijk hoe ze weer in België zullen geraken. Gelukkig kunnen de veehouders wel rekenen op solidariteit aan het thuisfront: alle koeien worden door vrienden en familie verzorgd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c6c09a7d-6e6f-4e50-98fd-966f9e7590ae/full_width_whatsapp-image-2026-03-05-at-115220.jpeg</image>
                                        <content>Veehouder Luc Callemeyn van Baliehof in Jabbeke zit in de hotellobby wanneer we hem contacteren. Veilig en comfortabel, maar niet zonder zorgen. Hun terugvlucht op maandag is geannuleerd, en nu nog is het onduidelijk hoe ze huiswaarts zullen keren. Donderdag had een deel van de groep felbegeerde plaatsen bemachtigd op een commerciële vlucht, maar ook deze werd op het laatste nippertje geannuleerd. “Een deel van de groep neemt alle dagen medicatie, en was niet voorzien om hier langer te blijven. Helaas is het niet eenvoudig om er nieuwe te bemachtigen”, zegt Callemeyn. “Een doktersvoorschrift uit België aanvaardt men hier niet, en een afspraak maken met een dokter in Dubai is niet eenvoudig.” Alle koeien krijgen etenDaarbij komt nog eens het thuisfront. Niet enkel de families, maar ook de dieren moeten het even zonder de landbouwers doen. Gelukkig kunnen de meesten rekenen op solidariteit. “Mijn dochter is nog herstellende van haar bevalling in januari, dus zij kan de boerderijtaken thuis niet volledig op zich nemen”, zegt Callemeyn. “Maar gelukkig is er onze schoonzoon Matthias, die eigenlijk 100 procent bestuurder was van de boerderij. Dus bij ons is er geen probleem. We staan ook versteld van de spontane hulp die ons is aangeboden.”Andere veehouders hebben minder geluk. “Bij sommigen moeten de kinderen verlof nemen om op de boerderij te werken, terwijl hun ouders op reis zijn. Er gaan geen drama’s gebeuren: het is niet zo dat iemands dieren thuis nu geen eten krijgen, maar leuk is het niet. We gaan het nog even voelen.”HittestressCallemeyn en de collega-landbouwers zijn in Dubai voor een studiereis van de Fokkerij- en studievereniging vzw Westhoek Holsteins, een vereniging van melkveehouders en fokkers van de gelijknamige melkkoe. Vorige jaren stonden landen als Finland, Estland en Litouwen op de agenda, dan eens naar Turkije, de VS en Canada. Dit jaar was Dubai aan de beurt, maar door het onvoorspelbare oorlogsconflict in Iran, is de reis anders uitgedraaid dan verwacht. “Het Midden-Oosten leek ons een interessante bestemming omdat we wilden kijken hoe men hier omgaat met hittestress. Onze koeien lijden onder hittestress vanaf 21 graden Celsius. Hier is het natuurlijk nog veel warmer, en toch heb je in naburige zoals Israël enorme boerderijen met grote productieresultaten. We vroegen ons al langer af hoe zoiets kon.”Prat gaan op zelfvoorzieningDe kans om een melkbedrijf te bezoeken in Dubai, lieten de West-Vlaamse veehouders niet liggen. “Het is frappant om vast te stellen hoe de overheid hier kijkt naar landbouw. Men wil niet afhankelijk zijn van toelevering van het Westen. Ongeacht kosten en moeite wil men zelfvoorzienend zijn. Een interessante filosofie, wanneer je dat vergelijkt met hoe de overheden in Vlaanderen onze productie aan het nekken zijn.” Men wil niet afhankelijk zijn van toelevering van het Westen. Ongeacht kosten en moeite wil men zelfvoorzienend zijn Melkvee houden in Dubai is duur, maar toch blijft het een lokaal commercieel haalbaar verhaal. “We hebben hier de grootste melkveehouderij bezocht, met 24.000 koeien. Alles wordt meteen verwerkt tot flessenmelk en langer houdbare producten zoals melkpoeders, yoghurt en platte kaas. Wat hittestress betreft, werken sommigen met andere rassen. Ze proberen de slick gene in te fokken in hun Holsteinkoeien. Dat is een gen dat ervoor zorgt dat de koe een korte haarsoort heeft waarmee het beter tegen de hitte kan.” Om de woestijnhitte geen kans te geven, investeerde de Arabische melkveehouder in de Burj Khalifa (beroemd torengebouw in Dubai, red.) van de koelsystemen. “Een extreme uitvoering van een koelsysteem met waterdamp, waarmee ze stallen van bijna 45 graden afkoelen tot zo’n 25 graden. De nevelsystemen vragen bijna duizend liter water per dag, per koe. Dat gebeurt met ontzilt zeewater. Er zit een hele techniek achter, maar wetende dat ook wij in Vlaanderen de stijgende temperaturen voelen, is het wel interessant om deze zaken te bestuderen.”Reisbezoeken blijven voor de groep ook een manier om zich even af te leiden van de onzekerheid over hun terugvlucht. “Gisteren hebben we een paardenhouderij bezocht, vandaag is een deel van de groep naar een ander melkveebedrijf”, zegt Callemeyn. “We proberen nog buiten te komen, want hele dagen in de lobby zitten, levert niet veel op.”Veilig zolang het budget dat toelaatCallemeyn gokt op twee paarden om thuis te geraken. Enerzijds heeft hij opnieuw een commerciële vlucht geboekt. Veel vertrouwen heeft hij er niet in, want elke dag ziet hij hoe vluchten worden geannuleerd. “Telkens weer ben je je geld kwijt. Probeer maar eens om dat in tijden van oorlog te recupereren.Een andere mogelijke uitweg is de Belgische ambassade. “We hebben ons allemaal aangemeld met een verzoek om gerepatrieerd te worden. Maar dat is een moeilijke piste. Als het zover is zullen we met een of ander transport vanuit Dubai naar de grens van Oman vervoerd worden. Daar moeten we de grens zien over te steken. Normaal vereist dat een visum, al belooft men dat het vereenvoudigd zal worden. Eens we aan de grens van Oman staan – op 150 kilometer van ons hotel, zullen we een bus of taxi moeten nemen naar de hoofdstad Masqat. Daar zal de ambassade ons per vliegtuig naar Egypte vervoeren, en van daaruit kunnen we dan een vlucht zoeken naar Duitsland, Parijs, Schiphol of naar Brussel, afhankelijk van de mogelijkheden.”Hoewel de landbouwers in de eerste plaats denken aan hun veiligheid, belooft het financiële plaatje erg duur te worden. “Nu maakt het ons niet uit wat het kost, zolang we maar thuis geraken”, zegt Callemeyn. “We hebben zelf gekozen om naar Dubai te gaan, en zullen nu zelf de gevolgen moeten dragen. Elk van ons heeft een reisbijstandsverzekering, maar in de overeenkomst staat dat tussenkomst is uitgesloten bij oorlogen en oproer.” Zodra de limiet van onze kredietkaart is bereikt, zegt het hotel salut en goodbye Hoe langer het duurt om Dubai te ontkomen, hoe hoger het kostenplaatje oploopt. “We hebben gelukkig plaats in het hotel: nieuwe toeristen komen er niet meer bij. Maar elke dag extra moeten we bijbetalen. Zodra de limiet van onze kredietkaart is bereikt, zegt het hotel salut en goodbye. Maar zolang we hier zitten, is het eigenlijk comfortabel. Een goede slaapplaats en eten ter beschikking.”Steun bij elkaar“De chaos zal er pas zijn wanneer we het hotel verlaten voor repatriëring. Eens we aan de grens met Oman staan zullen we taxi’s en bussen moeten zoeken, maar we weten niet hoe en aan welke prijs ze ons zullen vervoeren. Ze zullen ook wel weten dat we koste wat het kost weg willen, en daarvan kan men profiteren.”“Het is niet leuk allemaal, maar de sfeer in de groep zit nog goed”, zegt Callemeyn. “Ondanks de tegenvallers door vluchten die gecanceld worden. We proberen elkaar zo goed mogelijk te ondersteunen, en zolang we in de stad zitten, hebben we geen onveiligheidsgevoel.”Vrijdagochtend is één van de landbouwers kunnen vertrekken met een militair transport. Voor de overigen blijft het afwachten.</content>
            
            <updated>2026-03-06T09:14:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Delhaize zweert nu ook in VS legbatterijen af]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/delhaize-zweert-nu-ook-in-vs-legbatterijen-af" />
            <id>https://vilt.be/58742</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ahold Delhaize, de multinational achter de gelijknamige supermarkt, belooft om in de VS niet langer tafeleieren aan te bieden afkomstig van legbatterijen. In België en Nederland zijn de eieren van Delhaize al lang legbatterij-vrij, maar over de oceaan blijkt dat een moeilijker gegeven. De groep wilde aanvankelijk tegen 2025 niet meer berusten op leveranciers die werken met zulke systemen, maar dat is door diverse factoren niet gelukt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="supermarkt" />
                        <category term="ei" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="kip" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/64210c03-2c04-4821-a660-0a7a1ae62b02/full_width_legbatterij-gaia.jpg</image>
                                        <content>In de Europese Unie zijn legbatterijen al sinds 2012 verboden, maar in de VS niet. Een aantal dierenrechtenorganisaties viseerden de Belgisch-Nederlandse groep het voorbije jaar, omdat het bedrijf zijn beloftes over het uitfaseren van legbatterij-eieren niet zou zijn nagekomen. Dit leidde tot protestacties in verschillende landen.&quot;Eén van de wreedste landbouwpraktijken&quot;In een reactie op dierenorganisaties, zoals Animal Equality en International Council for Animal Welfare, deelt Ahold Delhaize een nieuwe tijdlijn waarin het bedrijf belooft tegen 2032 de legbatterij-eieren te bannen. “Ahold&amp;nbsp;Delhaize&amp;nbsp;toont verantwoordelijkheid door een van de wreedste landbouwpraktijken in de industriële landbouw uit te schakelen&quot;, zegt Sharon Núñez, voorzitter van Animal Equality in een mededeling. Ze roept concurrenten Kroger en Target op om het voorbeeld te volgen. In een reactie aan Vilt zegt woordvoerder Isabelle Meltzer blij te zijn met de overeenstemming die met Animal Equality is bereikt. “Wij zijn altijd gecommitteerd geweest aan het verbeteren van dierenwelzijn door middel van inzichtelijke en meetbare acties. De reeds eerder gecommuniceerde doelstellingen blijven bestaan, en worden aangevuld met rapportage over tussentijdse voortgang”, zegt ze. Daarvoor verwijst ze naar een publieke webpagina waar geïnteresseerden deze voortgang kunnen volgen.Beschikbaarheid en betaalbaarheidDat Delhaize de beloofde deadline van 2025 niet zou halen, werd al duidelijk gemaakt in het jaarverslag van 2023. Daarin werd uitgelegd waarom de overstap naar 100 procent legbatterijvrije eieren voor de Amerikaanse merken niet haalbaar bleek binnen de vooropgestelde termijn. “Dit komt door verschillende factoren, zoals de beperkte beschikbaarheid van deze producten, betaalbaarheid voor consumenten, de impact van de vogelgriep, consumentenvraag en de Amerikaanse wet- en regelgeving. We hebben daarom nieuwe doelen opgesteld”, zegt Meltzer.“Het is overigens goed om te weten dat het merendeel van de eieren van onze merken in Amerika reeds legbatterij-vrij zijn”, sluit Meltzer nog af. “Het gaat dus om het laatste gedeelte van het assortiment waarvoor bij onze Amerikaanse merken, maar ook bij hun concurrenten, nog een aantal uitdagingen in de keten zijn.”</content>
            
            <updated>2026-03-05T18:07:54+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[België krijgt meer slagkracht om landbouwers te beschermen tegen internationale oneerlijke handelspraktijken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgie-krijgt-meer-slagkracht-om-landbouwers-te-beschermen-tegen-internationale-oneerlijke-handelspraktijken" />
            <id>https://vilt.be/58743</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De EU heeft nieuwe regels goedgekeurd om grensoverschrijdende oneerlijke handelspraktijken in de agrivoedingsketen aan te pakken. Hierdoor zullen lidstaten in staat zijn om hun landbouwers beter te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken van supermarkten of verwerkers die in het buitenland gevestigd zijn.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="agrovoedingsketen" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ca60b7da-f704-497e-a6f4-39380c593ee1/full_width_tomaatveiling.jpg</image>
                                        <content>De voedselketen is kwetsbaar voor oneerlijke handelspraktijken door de grote machtsverschillen tussen grote bedrijven en kleinere spelers zoals landbouwers, die doorgaans minder onderhandelingsmacht hebben. Zo kunnen ze zich moeilijker verdedigen tegen praktijken zoals lastminute-annuleringen van bederfelijke producten, eenzijdige contractwijzigingen, misbruik van bedrijfsgeheimen of commerciële vergeldingsacties.Om landbouwers beter te beschermen voerde de Europese Unie in 2019 een richtlijn (de UTP-richtlijn) in die bepaalde oneerlijke handelspraktijken verbiedt en lidstaten verplicht een handhavingsautoriteit aan te wijzen. In de praktijk blijkt de regelgeving echter vast te lopen in de internationale context waarin de keten opereert. Zo blijkt handhaving zeer moeilijk bij grensoverschrijdende dossiers wanneer bijvoorbeeld de hoofdzetel van een supermarktketen of verwerker in een andere lidstaat ligt.Daarom versterkt de Europese Commissie de samenwerking tussen nationale autoriteiten met nieuwe regels binnen de richtlijn. Die moeten het voor de verschillende nationale handhavingsdiensten onder meer gemakkelijker maken om informatie op te vragen en uit te wisselen. Ook wordt vastgelegd hoe de kosten van grensoverschrijdende handhaving worden verdeeld.Daarnaast komt ook een mechanisme voor gecoördineerde actie bij grootschalige praktijken waarbij minstens 3 EU-landen betrokken zijn. In zulke gevallen zal een coördinator worden aangeduid om het optreden te stroomlijnen. Er zijn ook afspraken gemaakt om de samenwerking te vergemakkelijken wanneer kopers buiten de EU gevestigd zijn.Nog minstens 18 maanden wachten“De nieuwe maatregelen moet de handhavingskloof dichten en landbouwers beter beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken. Het maakt onderdeel uit van onze inspanningen om de positie van de landbouwers in de voedselketen te versterken en hun een eerlijke inkomensverdeling te garanderen”, reageert de Europese Commissie.Nadat het Europees Parlement de nieuwe regels al had goedgekeurd, geeft nu ook de Raad groen licht. Landbouwers zullen wel nog even moeten wachten op extra bescherming, want de regels treden pas in 2028 in werking. Die termijn moet de lidstaten de tijd geven om het nieuwe juridische kader voor te bereiden en om te zetten.</content>
            
            <updated>2026-03-05T21:51:40+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwbedrijf uit Zaventem stuit bij vergunningsaanvraag op buurtprotest uit vrees voor geurhinder]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwbedrijf-uit-zaventem-stuit-bij-vergunningsaanvraag-op-buurtprotest-uit-vrees-voor-geurhinder" />
            <id>https://vilt.be/58744</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het composteerbedrijf Sabgro uit Zaventem krijgt bij een vergunningsaanvraag, om zijn site verder te ontwikkelen, te maken met verzet van buurtbewoners. Volgens enkele omwonenden veroorzaakt het bedrijf geurhinder en vrezen zij dat een uitbreiding de overlast zal verergeren. Ze startten daarom een petitie. Volgens bedrijfsleider Bruno Sablon is de aanvraag net bedoeld om mogelijke hinder verder te beperken.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/cdded42e-6eb0-4de1-b349-875bfdb4d3ed/full_width_sabgro-bruno.jpeg</image>
                                        <content>In de Zaventemse deelgemeente Nossegem klagen enkele buurtbewoners over een “ondraaglijke stank” die volgens hen afkomstig is van het landbouwbedrijf. Sabgro verwerkt organische stromen zoals groenafval tot compost en bodemverbeterende producten. Volgens schepen Wim Driesen (Anders.Zaventem) ontving de milieudienst de voorbije maanden een honderdtal meldingen van geurhinder.Intussen heeft Sabgro bij de provincie Vlaams-Brabant een vergunningsaanvraag lopen om zijn site verder te ontwikkelen. Dat zorgt voor extra ongerustheid in de buurt. Enkele omwonenden startten een petitie tegen het project en verzamelden bijna honderd handtekeningen. Er zouden ook acht formele bezwaren zijn ingediend.Extra stockageSabgro erkent dat er in uitzonderlijke gevallen geurhinder kan optreden. Volgens Sablon gebeurt dat slechts sporadisch en vooral onder specifieke weersomstandigheden. “In tien jaar tijd is geurhinder maar enkele keren voorgekomen, en dat had te maken met extreme weersomstandigheden,” zegt hij. “Wanneer na een natte periode plots een sterke temperatuurstijging optreedt, kan de compost beginnen dampen. Als we die op dat moment moeten omzetten en de wind staat in een bepaalde richting, kunnen omwonenden tijdelijk geur waarnemen.”Volgens de bedrijfsleider is de vergunningsaanvraag net bedoeld om dergelijke situaties beter te beheersen. “Tot in tegenstelling tot wat sommige buurtbewoners vrezen, is dit eigenlijk geen echte uitbreiding van onze capaciteit,” legt hij uit. “Het gaat vooral om extra stockage, zodat we compost kunnen opslaan wanneer landbouwers door de weersomstandigheden tijdelijk niet kunnen bemesten.”Volgens Sablon is die opslagcapaciteit belangrijk omdat compostproductie een proces van meerdere maanden is en het aanbod van groenafval continu blijft binnenkomen. Wanneer landbouwers door nat weer niet op het land kunnen werken, moet het afgewerkte product tijdelijk opgeslagen kunnen worden. Kleinere composthopen en overkappingConcreet wil het bedrijf de inrichting van de site aanpassen. De huidige vier grote composthopen zouden worden vervangen door acht kleinere hopen. Daardoor kan de compost vaker en efficiënter worden omgezet, wat volgens het bedrijf de kans op geurhinder verkleint.Daarnaast wil Sabgro een overkapping plaatsen boven de composteerzone, waarbij één zijde open blijft. “Door de overkapping hebben regen en wind minder invloed op het proces,” zegt Sablon. “Daardoor kunnen we de compostering beter controleren en eventuele geurhinder verder beperken.”Belang voor landbouwVolgens Sablon speelt groencompost een belangrijke rol voor landbouwbodems in de regio. In Vlaams-Brabant is relatief weinig veehouderij aanwezig, waardoor er minder drijfmest beschikbaar is voor akkerbouwers. “We willen het organisch stofgehalte in de bodem verhogen om de bodem beter te beschermen tegen droogte en overvloedige regen,” zegt hij. Compost helpt volgens hem om water beter vast te houden en de bodemstructuur te verbeteren.De compost wordt gemaakt van onder meer groenafval van lokale besturen en plantaardige reststromen uit de landbouw, zoals aardappelloof en andere gewasresten. Volgens Sablon past dat in een circulair model waarbij lokale reststromen opnieuw op landbouwgrond worden gebruikt. Wateropvang en zonne-energieDe geplande overkapping moet ook toelaten om hemelwater op te vangen. Dat water zal worden opgeslagen in een groter reservoir. “Het huidige bassin is te klein. In periodes van droogte hebben we soms een tekort aan water,” aldus Sablon.Het opgevangen water kan worden gebruikt voor irrigatie van de eigen akkerbouwpercelen, goed voor ongeveer 400 hectare. Volgens het bedrijf zal het reservoir bij noodsituaties ook ter beschikking staan van de lokale brandweer. Op het dak van de overkapping wil Sabgro bovendien zonnepanelen plaatsen om hernieuwbare energie op te wekken.“NIMBY-principe”De vergunningsaanvraag loopt al vier jaar. Volgens Sablon is de goedkeuring belangrijk voor de toekomst van het bedrijf en voor landbouwers in de regio. “We willen allemaal meer duurzame en circulaire landbouw, maar zodra je zo’n project concreet wil uitvoeren, bots je vaak op het NIMBY-principe: not in my backyard.”Sablon benadrukt dat hij openstaat voor dialoog en dat buurtbewoners welkom zijn om de site te bezoeken en het composteerproces te bekijken. De gemeente gaf al een gunstig advies voor de vergunningsaanvraag, maar de uiteindelijke beslissing ligt bij de provincie Vlaams-Brabant.</content>
            
            <updated>2026-03-06T08:13:12+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU-audit van Chinese pluimvee-import wijst op problemen met voedselveiligheid en dierenwelzijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-audit-van-chinese-pluimvee-import-wijst-op-problemen-met-voedselveiligheid-en-dierenwelzijn" />
            <id>https://vilt.be/58745</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De huidige officiële controles in China bieden onvoldoende garantie dat naar de EU geëxporteerde pluimvee- en konijnenvleesproducten volledig voldoen aan EU-regels. Dat besluit de Europese Commissie na een audit bij Chinese producenten van pluimvee- en konijnenvlees, bestemd voor de Europese markt. De inspectie rapporteert belangrijke tekortkomingen rond traceerbaarheid, voedselveiligheid en significante niet-nalevingen op het gebied van dierenwelzijn in slachthuizen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/82138c28-c5b8-4492-8595-b21467fbeb6a/full_width_kippenvlees.jpg</image>
                                        <content>China heeft in principe wetgeving en controlesystemen die grotendeels overeenkomen met de EU-regels voor voedselveiligheid. De audit richtte zich op de volledige productieketen van pluimvee- en konijnenvleesproducten bestemd voor EU-export. Hierbij werden de officiële controle- en certificeringssystemen onderzocht die van toepassing zijn op de goederen die naar de EU worden geëxporteerd.De Europese inspecteurs bekeken daarbij zowel de werking van de bevoegde autoriteiten als de praktische toepassing van de regels in slachthuizen en verwerkingsbedrijven. In China zijn verschillende overheidsinstanties betrokken bij deze controles. De douaneautoriteiten staan in voor exportcertificering en het ministerie van Landbouw is verantwoordelijk voor diergezondheid en toezicht op slachthuizen. Volgens de audit is de samenwerking tussen deze instanties echter niet altijd optimaal, waardoor informatie niet altijd tijdig of volledig wordt gedeeld.Tekortkomingen bij controles en certificeringEen belangrijke vaststelling van de audit is dat de officiële controles niet altijd voldoende doeltreffend zijn. Inspecteurs stelden vast dat sommige controleurs onvoldoende vertrouwd zijn met specifieke EU-vereisten. Daardoor kunnen zij niet altijd correct nagaan of bedrijven effectief aan alle voorwaarden voor export naar de EU voldoen. Dit heeft ook gevolgen voor de betrouwbaarheid van de exportcertificaten, die moeten bevestigen dat producten voldoen aan de Europese voedselveiligheids- en dierenwelzijnsregels.Problemen met traceerbaarheid en dierenwelzijnTijdens de audit bleek dat traceerbaarheid van dieren en producten niet altijd gegarandeerd is en dat slachthuizen soms dieren van zowel EU-goedgekeurde als niet-goedgekeurde bedrijven ontvangen. Procedures om deze stromen strikt gescheiden te houden zijn niet overal duidelijk uitgewerkt of consequent toegepast. Daarnaast werden concrete tekortkomingen vastgesteld op het vlak van dierenwelzijn, denk aan onjuiste elektrische verdoving  De tekortkomingen werden niet altijd opgemerkt of gecorrigeerd door de officiële inspectiediensten.Hygiëne en voedselveiligheidDe inspecteurs stelden ook tekortkomingen vast in de hygiënische omstandigheden in bepaalde slacht- en verwerkingsbedrijven, zoals onvoldoende onderhoud van installaties of vervuiling die niet tijdig werd vastgesteld.Aanbevelingen en sectorreactieOp basis van de audit concludeert de Europese Commissie dat het huidige Chinese controlesysteem onvoldoende garanties biedt voor naleving van de EU-regels bij export van pluimvee- en konijnenvlees naar de EU. Het rapport bevat aanbevelingen voor de Chinese autoriteiten. Het gaat onder meer om verbetering van traceerbaarheidssystemen, versterking van samenwerking tussen autoriteiten en aanscherping van controles op dierenwelzijn en hygiëne. De Europese pluimveesector, vertegenwoordigd door AVEC, noemt de auditresultaten ernstig. AVEC roept de EU op een voorzorgsmaatregel te nemen en de import van pluimvee uit China tijdelijk te schorsen totdat robuuste garanties voor voedselveiligheid en dierenwelzijn zijn gewaarborgd. AVEC benadrukt dat consumentenvertrouwen en eerlijke concurrentie afhankelijk zijn van consistente naleving van EU-normen, zowel binnen als buiten Europa.</content>
            
            <updated>2026-03-06T08:44:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Administratieve vereenvoudiging bij nieuwe versie IKM lastenboek]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/administratieve-vereenvoudiging-bij-nieuwe-versie-ikm-lastenboek" />
            <id>https://vilt.be/58746</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het lastenboek voor de melkveehouderij “Integrale Kwaliteitszorg Melk” (IKM) krijgt volgende maand een nieuwe versie. De update zet in op administratieve vereenvoudiging door het lastenboek beter af te stemmen op Codiplan, het lastenboek primaire dierlijke productie. Hierdoor worden tien borgingspunten in IKM geschrapt en voor negen borgingspunten de gradatie gewijzigd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/884c8ebf-6222-45ca-a710-64b3aedc417b/full_width_administratieve-overlast-administratie-computer.jpg</image>
                                        <content>Wat is IKM?IKM is een interprofessioneel kwaliteitssysteem dat de engagementen van de melkveehouders naar de maatschappij vertaalt, mits een lastenboek van goede praktijken. Het lastenboek is opgedeeld in acht modules: dierengezondheid, dierenwelzijn, melkwinning, reiniging, hygiëne, milieu, meldingsplicht en de duurzaamheidsmonitor. MilkBE beoogt zo de knowhow van de leden te valoriseren. Met een IKM-certificatie krijgt iedere melkveehouder de kans zich individueel in te schrijven in een vooruitgangsdynamiek die onmisbaar is voor een duurzame zuivelketen. MilkBE beheert het IKM-lastenboek, terwijl MCC-Vlaanderen en Comité du Lait de rol vervullen van certificeringsinstelling in respectievelijk Vlaanderen en Wallonië. In 2000 heeft de zuivelsector ervoor gekozen om vragen van afnemers over de kwaliteit van de melkproductie te bundelen in het private lastenboek IKM (Integrale Kwaliteitszorg Melk). Dat is gebaseerd op de wensen van de consument. Op regelmatige basis wordt een nieuwe versie van het lastenboek gelanceerd. “Dit om ervoor te zorgen dat de vooruitgangsdynamiek in de zuivelketen gekend is en wordt overgedragen naar alle deelnemende melkveehouders”, klinkt het bij MilkBE, dat het lastenboek beheert. Ook veranderingen in het wettelijk kader zijn vertaald in de nieuwe versies van het lastenboek.In de inmiddels twaalfde editie van het IKM-lastenboek, dat in april van kracht wordt, ligt de focus op administratieve vereenvoudiging. “De meeste melkveehouders kiezen ervoor om audits voor verschillende lastenboeken gecombineerd te laten uitvoeren. In de praktijk zorgde het soms voor verwarring dat verschillende lastenboeken dezelfde borgingspunten op een andere manier beoordeelden. Om hier verbetering in te brengen, werden de lastenboeken van IKM en Codiplan (primaire dierlijke productie) met elkaar vergeleken”, klinkt het.De vergelijking met Codiplan resulteerde in de schrapping van tien borgingspunten in IKM. Bovendien werd voor negen borgingspunten de gradatie gewijzigd en verschillende punten verplaatst of herschreven. Zo werd de gradatie van het borgingspunt rond de bewaring van geneesmiddelen afgestemd op Codiplan en de vereisten rond de koeling van de melk gegroepeerd. Verder zijn enkele punten geschrapt die elders al worden geborgd, zoals de verwijzing naar de te volgen procedures bij ongunstige kwaliteitsresultaten.Bovendien is het lastenboek nu beter aangepast aan de praktijk. Zo is het voortaan niet meer vereist dat de bedieningsruimte van de melkrobot voorzien is van wanden tot aan het plafond. Hoewel deze aanpassingen volgens MilkBE geen grote inhoudelijke veranderingen betekenen, verhogen ze de duidelijkheid en verminderen ze de administratie en bewijslast tijdens (gecombineerde) audits.</content>
            
            <updated>2026-03-06T14:53:51+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU-compromis over vleesnamen: spek verboden, burger wel oké voor vegetarische producten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-compromis-over-vleesnamen-spek-verboden-burger-wel-oke-voor-vegetarische-producten" />
            <id>https://vilt.be/58747</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Europees Parlement en de Raad vonden een voorlopig compromis om vleesnamen te beschermen. Zo zouden 31 vleesnamen, zoals steak en bacon, niet gelinkt mogen worden met vegetarische en veganistische producten. Benamingen zoals &nbsp;‘vegetarische burgers’ en ‘vleesvrije worstjes’ zouden wel toegestaan kunnen blijven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vegetarisch" />
                        <category term="vlees" />
                        <category term="kweekvlees" />
                        <category term="vleesvervanger" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e5313691-398c-45c5-9513-429804cba3a6/full_width_vleesvervangerveggievegan.jpg</image>
                                        <content>Het debat over benamingen voor plantaardige producten woedt al jaren in de EU. Onderhandelaars van de twee wetgevende EU-instellingen lijken nu een wapenstilstand gevonden te hebben rond vleesbenamingen. Ze stellen voor om 31 termen die doorgaans met vlees worden geassocieerd te verbieden voor vegetarische en veganistische producten. Denk aan ‘rundsvlees’, ‘drumstick’, ‘ribben’, ‘kotelet’ en ‘spek&#039;.Geen lijst voor burgers“Die benamingen worden voorbehouden voor producten die vlees bevatten. In een labo celgekweekte voedingsmiddelen vallen daar niet onder”, luidt het. Termen als burgers, filets, worstjes of gehakt werden dan weer niet opgenomen in de lijst en zouden voor plantaardige producten dus geen rebranding vereisen. Over visproducten communiceerde de EU nog niet.Wachten op groen licht van lidstatenVolgens de onderhandelaars moeten deze regels de transparantie op de interne markt vergroten en consumenten in staat stellen weloverwogen keuzes te maken. Het compromis kadert in een bredere herziening van de regelgeving voor de gemeenschappelijke marktorganisatie (GMO). Voor het in werking kan treden, moet het eerst wel nog worden aangenomen door alle lidstaten binnen de Raad en alle Europarlementsleden.</content>
            
            <updated>2026-03-10T20:44:16+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU zet stappen om onderhandelingspositie landbouwers te verbeteren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-zet-stappen-om-onderhandelingspositie-landbouwers-te-verbeteren" />
            <id>https://vilt.be/58748</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Raad en het Parlement bereikten een voorlopig akkoord om boeren een sterkere onderhandelingspositie te geven in de agrovoedingsketen. De nieuwe regels moet onder meer producentenorganisaties versterken, schriftelijke contracten als algemene regel stellen en claims als ‘eerlijk’ en ‘korte keten’ beter definiëren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="agrovoedingsketen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eb839680-1259-4c34-9fe9-b295a8e7b5ca/full_width_korteketen-groenten-markt-1250.jpg</image>
                                        <content>De EU wil de positie van landbouwers in de agrovoedingsketen versterken en neemt daarvoor verschillende initiatieven. Zo werd de richtlijn over oneerlijke handelspraktijken al aangescherpt om landbouwers beter te beschermen tegen grensoverschrijdende wanpraktijken. Daarnaast wil de EU ook hun onderhandelingspositie in de keten versterken.“De sterk gestegen energie- en productiekosten zorgden voor een lange periode van inflatie en duurdere voedingsmiddelen. Veel consumenten pasten hun koopgedrag aan en kiezen nu vaker voor goedkopere voeding. Tegelijk blijven landbouwers inspanningen leveren om milieuvriendelijker te produceren. Daardoor raakte de verdeling van de meerwaarde in de voedselketen uit balans en werken landbouwers in steeds onzekerdere omstandigheden”, stelt het Europees Parlement en de Raad. “Het is daarom nodig om passende maatregelen te nemen en het vertrouwen te herstellen.”Die passende maatregelen wil de EU onder meer nemen door de wetgeving rond de gemeenschappelijke marktorganisatie voor landbouwproducten aan te passen. Onderhandelaars van het Parlement en de Raad bereikten daarover een voorlopig akkoord.Schriftelijke contracten als de normEr werd onder meer voorlopig overeengekomen dat schriftelijke contracten tussen landbouwers en kopers een algemene vereiste worden, op bepaalde uitzonderingen na. Langetermijncontracten van meer dan zes maanden moeten ook telkens een herzieningsclausule bevatten. Dit moet landbouwers of producentenorganisaties meer slagkracht geven wanneer de marktomstandigheden veranderen. Aanmoedigen van producentenorganisatiesDe EU wil ook de regels voor de juridische erkenning van producentenorganisaties vereenvoudigen. Jonge en startende landbouwers moeten bovendien sterker worden aangemoedigd om zich bij zo’n organisatie aan te sluiten. Lidstaten zouden in de toekomst ook extra financiële steun kunnen toekennen aan producentenorganisaties, in het kader van sectorale acties binnen het GLB. Tot slot zouden ook niet-erkende producentenorganisaties, zoals coöperaties, in staat moeten zijn om namens hun leden te onderhandelen over contractvoorwaarden.Meer transparantie rond vleesbenamingen en ‘korteketen’-claimsHet voorstel wil ook meer duidelijkheid creëren voor zowel producenten als consumenten rond termen zoals ‘eerlijk’ en ‘korte keten’ door er minimumvoorwaarden aan te koppelen. Tot slot wil de EU ook benamingen van vlees en bepaalde vleesproducten beschermen:“Om de transparantie op de markt te vergroten en consumenten beter in staat te stellen weloverwogen keuzes te maken”. Nog niet ingevoerdDe maatregelen maken deel uit van een voorlopige overeenkomst. Alle lidstaten binnen de Raad en alle Europarlementsleden moeten de overeenkomst eerst nog bekrachtigen, voor deze formeel kan worden aangenomen en in werking treden.</content>
            
            <updated>2026-03-10T20:42:49+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vroeg voorjaar leidt tot drukte in tuincentra en bij siertelers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vroeg-voorjaar-leidt-tot-drukte-in-tuincentra-en-bij-siertelers" />
            <id>https://vilt.be/58749</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De zon is al enkele dagen in het land. Dat merken tuincentra en plantenkwekers. Vroeger dan in veel andere jaren is de voorjaarsdrukte losgebarsten. “In de laatste week van februari hadden we 40 procent meer bezoekers dan vorig jaar en ook de eerste helft van maart verwachten we zeer veel klanten”, klinkt het bij een West-Vlaams tuincentrum. Ook bij de plantentelers is het hoogseizoen. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="sierteelt" />
                        <category term="voorjaar" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2db9e164-a6d1-4d38-a147-059015f4b913/full_width_tuincentrum.jpg</image>
                                        <content>“Er zitten 24 uur te weinig in een dag”, vertelt Stijn Devriendt op zijn plantenkwekerij in Tielt-Wingene. De West-Vlaming nam vorig jaar samen met Nayana Willemyns het sierteeltbedrijf over van Luc en Marie-Rose Yde. De overname kwam tot stand via Landmobiliteit, een begeleidingstraject waarmee Groene Kring overlaters aan overnemers wil koppelen. Deze eerste match van Landmobiliteit werd eind vorig jaar feestelijk aangekondigd met een bezoek van Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v).Enkele maanden later is het bezoek aan de plantenkwekerij commerciëler van aard. Vorige week donderdag was het een komen en gaan van vrachtwagens voor de ophaling van planten. Devriendt en Willemyns leveren voor de tuinaanlegmarkt. Door het mooie weer in de eerste maanden van het jaar is het een drukte van jewelste. “Al het werk komt nu samen”, vertelt Stijn. Ook in de tuincentra is het een drukte van jewelste. “In de laatste week van februari hadden we 40 procent meer klanten dan vorig jaar en in de eerste week van maart zaten we al op 15 procent extra bezoekers. Dit terwijl de drukste dagen nog moeten komen”, vertelt Tineke Van Paemel van Plantencentrum Wilgenbroek in Oostkamp.De voorjaarsdrukte in de tuincentra is een terugkerend fenomeen wanneer het zonnetje haar gezicht laat zien. Dat is dit jaar dus eerder dan in vorige jaren. “Als het zonnetje schijnt, gaat het kriebelen bij de mensen om in hun tuin te werken”, aldus Van Paemel, die benadrukt dat de emotie de ratio soms verdringt. Voor sommige sierteeltproducten, bijvoorbeeld bomen, is het najaar immers de beste plantdatum. Groot contrast met het natte voorjaar van 2024De vroege voorjaarsdrukte had ook een impact op de Florall-sierteeltbeurs in Waregem en stond in groot contrast met de editie twee jaar geleden. Toen smachtten de deelnemende siertelers naar mooi weer. Het voorjaar van 2024 ging als een van het natste de geschiedenis in en bemoeilijkte ook het voorjaarswerk in de akkerbouw en tuinbouw.“Door het mooie weer is de handel vroeg op gang gekomen. Standhouders konden daarom al de nodige nabestellingen noteren van tuincentra”, vertelt Miet Poppe, secretaris van de Vlaamse siertelersvereniging AVBS. De beurs trok wel iets minder bezoekers dan tijdens vorige edities. Dit omdat tuincentra alle zeilen moeten bijzetten om de consument te bedienen. Op de Florall-voorjaarseditie van dit jaar presenteerden 60 producenten en tien toeleverings- en exportbedrijven hun voorjaarsaanbod. Agapanthus-veredelaar vernoemt nieuwe soort naar echtgenoteOp de beurs werden de traditionele Florall Awards uitgereikt, waarmee beursorganisator AVBS nieuwigheden in de sector in het zonnetje wil zetten. De jury liet zich bij de beoordeling van nieuwe variëteiten onder andere leiden door klimaat- en toekomstbestendigheid, het uitzonderlijke karakter, de meerwaarde binnen het bestaande assortiment en de visuele aantrekkelijkheid.Het goud was voor Phillyrea angustifolia ‘Grand Prix’ van de Nederlandse boomkwekerij Huijbregts. “Deze van oorsprong mediterrane plant vertakt gemakkelijk en heeft korte internodiën, waardoor ze uitstekend geschikt is als wintergroene haag. Ze heeft een dichte, opgaande groeivorm en glanzende, diepgroene bladeren. Haar droogte-tolerantie maakt dat deze ‘steenlinde’ meer aangeplant wordt in onze tuinen”, klinkt het lovend. Zilver ging naar de ‘Lady Lauren’, een witbloeiende, bladhoudende Agapanthusplant. Deze variëteit van de zomerplant is genoemd naar de echtgenote van veredelaar Tim Wyckstandt uit Aalter.Met de uitreiking van de “Florall-award voor de beste stand” wil AVBS ook het belang van marketing benadrukken. In deze rubriek ging sierteler Decadt-Verhelst uit Staden met de hoofdprijs naar huis. Een ronddraaiende display en de duidelijke segmentatie van de producten op de stand dwingen de bezoekers volgens de jury tot halt houden. Floraliën vanaf 1 meiNa de afronding van Florall maakt AVBS zich op voor Floraliën, de meerdaagse historische bloemententoonstelling die om de vier jaar plaatsvindt in Gent. AVBS heeft samen met 50 aangesloten leden-siertelers een stand op Floraliën geboekt. Net zoals vier jaar geleden zal een bloemenarchitect een sierteelttuin ontwikkelen waarin producten van de deelnemende AVBS-leden verwerkt zijn. Vrouwendag is topdagHet zonnige voorjaarsweer, dat mensen naar hun tuin lokte, viel afgelopen zondag samen met Internationale Vrouwendag. Dat is traditioneel een hoogtepunt in de verkoop bij snijbloementelers, zoals tulpen- en rozentelers. “Internationale Vrouwendag op 8 maart is onze absolute topdag”, liet tulpenteler Christoph Pieters uit Laarne weten.</content>
            
            <updated>2026-03-09T21:39:29+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minder dan de helft Vlaamse tieners eet dagelijks groenten en fruit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minder-dan-de-helft-vlaamse-tieners-eet-dagelijks-groenten-en-fruit" />
            <id>https://vilt.be/58750</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Slechts 44 procent van de tieners eet bijna dagelijks verse groenten. Dat blijkt uit een studie van VLAM naar de eetgewoonten van Vlaamse tieners. Voor vers fruit ligt dat aandeel op veertig procent. Tieners eten zo minder fruit en groenten dan volwassenen. Ook vis, kaas en yoghurt zijn bij hen minder populair, al staat daartegenover dat tieners gemiddeld genomen vaker aardappelen, eieren, melk, vlees en vleeswaren eten dan volwassenen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="consument" />
                        <category term="voeding" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="VLAM" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e15c5a3c-83d0-45e4-b0d3-eeaa135bbed1/full_width_pixabay-restaurant-2602736-1280.jpg</image>
                                        <content>Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) nam de eetgewoonten van 600 Vlaamse tieners tussen 12 en 18 jaar onder de loep. Volgens VLAM zien tieners smaak als absolute prioriteit. Eten moet voor tieners in de eerste plaats gewoon lekker zijn. Slechts 18 procent geeft aan dat ze enigszins stilstaan bij de manier van produceren.De tieners konden qua belangrijkheid verschillende criteria een score geven op tien punten. Met 8,8 op 10 is smaak veruit de meest bepalende factor voor wat tieners eten. Gezondheid volgt met 6,5, terwijl milieu (4,8) en Belgische herkomst (4,1) minder belangrijke drijfveren zijn bij de voedselkeuze. “In tegenstelling tot wat soms wordt aangenomen, spelen gezondheids- en duurzaamheidsfactoren in hun dagelijkse keuzes dus minder een rol dan smaak en vertrouwdheid”, zegt Liliane Driesen, woordvoerder van VLAM.Bewondering voor landbouw, maar voedselkennis kan beterDe houding tegenover landbouw en Belgische producten is overwegend positief, maar minder uitgesproken dan bij volwassenen. Zo geeft 72 procent aan bewondering te hebben voor landbouwers. 65 procent vindt dat we meer voeding zouden moeten kopen die in België geproduceerd wordt. Die houding is duidelijk positief, al is ze iets minder uitgesproken dan bij volwassenen. Op 13 kennisvragen over voeding behalen tieners gemiddeld 7,7 op 13, goed voor 59 procent correcte antwoorden. Volwassenen doen het slechts lichtjes beter met een score van 64 procent. De basiskennis over voeding is dus aanwezig bij tieners, maar blijft vaak intuïtief en minder verdiept. Zo weet minder dan de helft dat aardappelen geen dikmakers zijn of dat plantaardige drinks niet dezelfde voedingsstoffen bevatten als koemelk.Slechts 16 procent van de tieners zoekt vaak actief informatie of inspiratie over eten en drinken, hoe dan ook passeert dat regelmatig op hun tijdlijn, met TikTok als topper, gevolgd door YouTube en Instagram.Frietjes aan de topWanneer men vraagt naar de favoriete gerechten, liggen de antwoorden grotendeels in dezelfde lijn als bij volwassenen. Maar hier en daar zit een opmerkelijk verschil. Sushi staat op een mooie vijfde plaats bij Vlaamse tieners, maar is nergens te bespeuren in het lijstje bij de volwassenen. Het omgekeerde zien we bij stoofvlees: op de vijfde plaats bij volwassenen, maar de Belgische klassieker haalt zelfs niet de top tien bij tieners. Wellicht minder verrassend is dat witloof – zevende plaats bij volwassenen – nergens te bespeuren is in de ranking bij tieners. Tieners verkiezen vooral eenvoudige, bekende en koolhydraatrijke gerechten. Frietjes staan op één, gevolgd door Italiaans geïnspireerde maaltijden zoals spaghetti, pizza en pasta en ruimere internationale invloeden zoals sushi en kebab. In vergelijking met volwassenen kiezen jongeren vaker voor snelle en informele eetmomenten. Volwassenen hebben eerder een voorkeur voor klassieke Belgische gerechten en volwaardige maaltijden. Toch geeft nog 38 procent van de tieners aan dat ze vooral houden van typisch Belgische gerechten. 37 procent houdt vooral van gerechten uit andere landen en 25% is neutraal. Het zijn eerder jongens en tieners met enkel inlandse roots die een voorkeur hebben voor Belgische gerechten.Tieners geven de hoogste smaakscore als pasta, en beoordelen het dus ook als lekkerder dan aardappelen. Pasta is trouwens het enige product uit de lijst waar tieners een hogere smaakscore gaven dan volwassenen. Net als volwassenen vinden tieners gemiddeld kip en vlees lekkerder dan vis en plantaardige alternatieven voor vlees. Tieners geven vis en de plantaardige alternatieven bovendien lagere smaakscores dan volwassenen. Binnen zuivel wordt melk meer gesmaakt door tieners dan door volwassenen, terwijl volwassenen in verhouding tot tieners plantaardige drinks, kaas en yoghurt lekkerder vinden. Zes op de tien tieners geven aan dat ze ‘veel lusten’, terwijl één op de drie zichzelf als kieskeurig beschouwt. Bijna de helft eet het liefst dingen die ze al kennen, terwijl 43 procent graag nieuwe dingen proeft. Vooral meisjes worden betrokken bij winkelen en koken. En uiteraard zijn het in grote mate de volwassenen die thuis bepalen wat er gegeten wordt. Ouders blijken veruit de belangrijkste beïnvloeders van het eetgedrag van tieners.Minder dan de helft eet dagelijks groenten en fruitDe studie keek niet alleen naar voorkeuren, maar ook naar eetgedrag. In vergelijking met volwassenen eten tieners vaker aardappelen, eieren, melk, vlees en vleeswaren, maar minder vaak vis, yoghurt en kaas. De consumptie van groenten en fruit door jongeren ligt lager dan bij volwassenen. Slechts 44 procent eet (bijna) dagelijks verse groenten en 40 procent vers fruit. Tieners eten gemiddeld slechts 5,1 keer per week groenten of fruit, tegenover 5,4 keer voor groenten en 5,3 keer voor fruit bij volwassenen.De intentie om minder vlees te eten is verdeeld: 31 procent zegt dat in de toekomst te willen doen, 39 procent niet en 30 procent blijft neutraal. Bij volwassenen ligt de intentie om minder vlees te eten hoger (39%).Verder blijkt dat drie op de vier tieners meer dan vier keer per week vlees of vis eten. Hoewel vegetarisme of veganisme vaak als groeiende trend bij jongeren wordt gezien, tonen de onderzoeksresultaten een genuanceerder beeld: 19 procent is flexitariër, één procent pescotariër en vijf procent eet vegetarisch of veganistisch.Volgens VLAM toont de studie aan hoe het beeld dat we hebben van tieners en voeding niet altijd strookt met de realiteit.</content>
            
            <updated>2026-03-06T16:15:37+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Oost-Vlaanderen zoekt bezoekboerderijen voor klassen en groepen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oost-vlaanderen-zoekt-bezoekboerderijen-voor-klassen-en-groepen" />
            <id>https://vilt.be/58751</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het netwerk 'Beleef de boerderij' zoekt kandidaat-bezoekboerderijen voor de periode van 1 september 2026 tot 31 augustus 2029. Land- en tuinbouwers kunnen zich kandidaat stellen tot 15 april. De provincie wil zo meer landbouwkennis verspreiden, en ook het draagvlak voor de sector vergroten bij het ruime publiek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderwijs" />
                        <category term="imago" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/aacacd32-3bf9-4f98-8b37-ba9d641478ad/full_width_bezoekboerderij-provincieoostvlaanderen.jpg</image>
                                        <content>‘Beleef de boerderij’ is opgericht door de provincie Oost-Vlaanderen die het coördineert, begeleidt en verbindt. “We willen de Oost-Vlaamse land- en tuinbouw in al zijn facetten tonen aan het grote publiek en zo het draagvlak voor de land- en tuinbouwsector vergroten in onze provincie”, zegt gedeputeerde Joke Schauvliege (cd&amp;amp;v), bevoegd voor Landbouw &amp;amp; Platteland.Wie zich kandidaat wil stellen als bezoekboerderij, vult het formulier in op oost-vlaanderen.be/beleef-de-boerderij. De Provincie neemt nadien contact op. Wie wil meedoen vanaf het schooljaar 2026-2027, dient zich in te schrijven voor 15 april.Voor wie twijfelt of hij wel in aanmerking komt heeft de provincie een leidraad uitgewerkt. In deze brochure vindt men info over hoe men zich kan aansluiten, voor welke waarden het netwerk staat en wat de provincie biedt. De kwaliteitsrichtlijnen vertalen wat men van de bezoekboerderij verwacht op vlak van veiligheid, verzekering, educatief aanbod en communicatie.</content>
            
            <updated>2026-03-08T14:25:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brazilië geeft groen licht voor EU-Mercosur, Europese Raad stemt voor extra marktbescherming]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brazilie-geeft-groen-licht-voor-eu-mercosur-europese-raad-stemt-voor-extra-marktbescherming" />
            <id>https://vilt.be/58752</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Brazilië heeft het vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en de Mercosurlanden goedgekeurd. Als het akkoord ook nog groen licht krijgt in Paraguay, is de overeenkomst door alle landen van het Zuid-Amerikaanse blok goedgekeurd. Donderdag heeft de Europese Raad gestemd voor extra economische beschermingsmechanismen om de Europese landbouwmarkten te beschermen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/56f7dc91-8af8-4932-bf40-3a0bcd84842f/full_width_samuel-costa-melo-rjz9xmro1fc-unsplash.jpg</image>
                                        <content>De Braziliaanse Senaat stemde woensdag in met het akkoord, een week na het Huis van Afgevaardigden. Argentinië en Uruguay hadden dat vorige week al gedaan. Nu is alleen nog Paraguay aan de beurt.De Europese Commissie en de Mercosurlanden sloten in december 2024 na meer dan 25 jaar onderhandelen een vrijhandelsakkoord. De Commissie kreeg pas in januari dit jaar een mandaat van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten om het akkoord daadwerkelijk te ondertekenen. Het akkoord is omstreden, mede vanwege grote bezorgdheden voor de impact van het akkoord op landbouwers.Ook het Europees Parlement moet dit akkoord nog officieel goedkeuren, maar dat besliste in januari om het akkoord naar het Europees hof van Justitie te verwijzen. Daardoor loopt de stemming maanden vertraging op. De Europese Commissie besloot wel om het vrijhandelsakkoord met het handelsblok voorlopig in werking te laten treden.Europa kiest uitbreiding beschermingsmechanismeDe bezorgdheden van landbouwers kaderen vooral rond oneerlijke concurrentie. Om het risico hierop te verkleinen, heeft de Raad donderdag via een verordening formeel een bilaterale vrijwaringsclausule aangenomen. Deze clausule moet landbouwers in de EU meer bescherming bieden door de snelle toepassing van beschermende maatregelen, wanneer invoer uit Mercosur-landen ernstige schade dreigt te berokkenen aan EU-producenten.“Wij hebben beloofd onze boeren te beschermen. Vandaag wordt die belofte waargemaakt”, deelt Michalis Damianos mee in een persbericht. Hij is minister van Energie, Handel en Industrie van Cyprus. “Landbouwers in de EU zullen beter worden beschermd tegen plotselinge marktschokken en invoerstijgingen. Met deze clausule kunnen we snel en doeltreffend reageren om onze landbouwbelangen te behartigen, en tegelijk de handelsbetrekkingen met Mercosur verdiepen.” Landbouwers in de EU zullen beter worden beschermd tegen plotselinge marktschokken en invoerstijgingen De verordening bouwt voort op bestaande beschermingsmechanismen van de EU, maar met snellere en vereenvoudigde procedures. Specifiek wordt er een onderzoek naar gevoelige producten geopend zodra de invoer met vijf procent daalt of stijgt ten opzichte van een driejaarlijks gemiddelde. Deze onderzoeken worden binnen vier maanden afgerond, en in dringende gevallen kunnen binnen 21 dagen voorlopige maatregelen worden genomen.De Commissie zal ook proactief toezicht houden op de invoer van gevoelige landbouwproducten en regelmatig verslag uitbrengen over de marktontwikkelingen.Deze maatregel is in februari al goedgekeurd door het Europees Parlement. Nu ook de Raad zijn fiat heeft gegeven, zal het niet lang meer duren voor dit uitgebreide beschermingsmechanisme officieel van kracht wordt. De aangenomen verordening wordt weldra bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en zal 20 dagen later in werking treden. De verordening zal gelden voor de huidige ‘interim-handelsovereenkomst’ met Mercosur. Die blijft ook van toepassing wanneer de definitieve handelsovereenkomst volledig is geratificeerd.</content>
            
            <updated>2026-03-06T15:09:32+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Veilingen trekken seizoen op gang: daar zijn de eerste aardbeien]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veilingen-trekken-aardbeienseizoen-op-gang" />
            <id>https://vilt.be/58753</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bij verschillende coöperatieve veilingen van aardbeientelers is de oogst stilaan klaar. BelOrta trapte het seizoen vorige week vrijdag af met aardbeien van Meyers Softfruit uit het Limburgse Riemst. Door de zonnige dagen kenden deze de voorbije weken een groeispurt. Over tien dagen lanceert Coöperatie Hoogstraten haar formele seizoenstart. Feitelijk heeft Hoogstraten jaarrond aardbeien beschikbaar.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardbei" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/af1e7c98-d84f-4f83-817f-e34687332a33/full_width_aardbei-pluk-seizoensarbeid.jpg</image>
                                        <content>“Meyers Softfruit uit Riemst levert de eerste Belgische aardbeien van het jaar”, kopte Het Belang van Limburg maandag. “Een ietwat ongelukkige communicatie. Wij zijn niet de eersten in België. Coöperatie Hoogstraten heeft jaarrond aardbeien beschikbaar”, vertelt Wim Meyers van Meyers Softfruit uit Riemst.De aardbeien van Meyers Softfruit blijken de eerste aardbeien van BelOrta. “De aanvoer neemt de komende weken verder toe. Dankzij een spreiding in rassen en teeltperiodes kunnen we onze klanten gedurende een lange periode kwaliteitsvolle aardbeien aanbieden&quot;, vertelt Miguel Demaeght, verantwoordelijke zachtfruit bij BelOrta.Jaarrond productie bij HoogstratenDe afgelopen tien jaar is er eigenlijk geen echte stop meer in de productie van aardbeien. Coöperatie Hoogstraten, de belangrijkste aardbeienveiling van België, heeft rond de tien telers met belichte en verwarmde serres. De veiling biedt jaarrond aardbeien aan, ook in januari en februari. Wim Meyers past ook belichting toe, maar dan gaat het om ondersteunende belichting. “Tijdens donkere dagen gaan de lampen aan”, vertelt de Limburger. Hij deed twee jaar geleden mee aan de Dag van de Landbouw en kreeg toen bezoek van provinciegenoot en landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v). RechtzettingIn dit artikel stond initieel dat een deel van de aardbeienproductie van Coöperatie Hoogstraten in Marokko gebeurt. Dit klopt niet. Geen enkele aardbei die door Coöperatie Hoogstraten in de markt wordt gezet, wordt geproduceerd in Marokko. Goede eerste oogst en goede vooruitzichtenDoor de zonnige dagen van de voorbije weken is de teelt in een versnelling geraakt, vertelt Meyers. “In januari en begin februari was het donkerder dan vorig jaar en verwachtten we een verlate seizoenstart. Dat is door het mooie weer volledig omgedraaid. De eerste aardbeien zijn op dezelfde datum geplukt als vorig jaar, maar nu hadden we veel meer productie.”Meyers schaalt het personeelsbestand de komende dagen op naar 20. Dat aantal loopt gedurende het seizoen op tot 45. Het aardbeienbedrijf telt 7,1 hectare, waarvan 3,1 hectare glas. Door te telen in een belichte serre, een onbelichte serre, tunnels en stellingen kan hij zijn productie uitsmeren tot kerst. Behalve aardbeien is Meyers Softfruit ook een van de weinige bedrijven in Vlaanderen met braambessen en rode bessen. De bramen staan in bloei en komen in de laatste week van april in productie, de rode bessen volgen een week later.Doordat de gewassen er goed bijstaan, ziet Wim Meyers het seizoen met vertrouwen tegemoet. Ook de prijs voor de eerste aardbeien: 7,8 euro per doosje, stemde hoopvol. Hoewel deze prijs snel zal zakken naarmate de productie in Vlaanderen aantrekt. “Elk jaar zijn we positief gestemd bij de seizoenstart. Naarmate het seizoen vordert, moeten we dat wel eens bijstellen”, zegt hij met een glimlach.Hoogstraten trapt het aardbeienseizoen volgende week af. Dat gebeurt traditiegetrouw met de symbolische veiling van de eerste kist. De opbrengst daarvan gaat naar een goed doel.</content>
            
            <updated>2026-03-10T09:43:25+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gloednieuwe serre wacht op bestellingen van industriegroentetelers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gloednieuwe-serre-wacht-op-bestellingen-industriegroente" />
            <id>https://vilt.be/58754</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Enkele weken geleden namen Jolien Nollet en Thomas Spruytte een gloednieuwe serre in gebruik in het West-Vlaamse Westrozebeke . De nieuwe serre van een hectare komt bovenop de bestaande serre van vier hectare waar de ondernemers plantgoed kweken voor groentetelers. Door de kwakkelende markt en het uitblijven van contracten in de industriegroenten is de serre minder goed gevuld dan gepland. “Het zal vermoedelijk een minder jaar worden, maar uiteindelijk zal de markt aantrekken”, zijn ze vol vertrouwen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="industrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9bb298a4-999f-4652-945c-83eddbad5f10/full_width_s-dsc03046.jpg</image>
                                        <content>Jolien Nollet en Thomas Spruytte zijn beiden van landbouwafkomst. Vijf jaar geleden namen ze plantenkwekerij D&#039;Hondt-Willaert over in Westrozebeke, een deelgemeente van Staden. Het bedrijf, dat zich specialiseert in de plantenkweek voor de groentesector, telde aanvankelijk vier hectare.Vorig jaar bouwden de ondernemers er een hectare bij. De nieuwe serre, die begin februari in productie ging, is uitgerust met een grote loods waar een gloednieuwe trayplantlijn staat. De serre zelf is inmiddels voor de helft gevuld met overwegend bloemkoolplanten en slaplanten in verschillende groeifases. In een normaal scenario had de serre al voller gestaan. Dit jaar is er echter geen sprake van een normaal scenario. “Door het uitblijven van contracten in de industriegroenten is er onzekerheid onder de telers over wat te telen en hebben wij minder bestellingen gekregen”, klinkt het.&amp;nbsp;De jonge plantenkwekers ervaren zo de kwakkelende markt in de industriegroenten aan den lijve. Door een overtollige productie in West-Vlaanderen en in onze buurlanden zitten de stocks van de verwerkers overvol. De voorbije weken zijn er stevige prijsonderhandelingen gevoerd met telersvereniging Ingro, waarbij telers prijsdalingen tot tien procent moesten slikken. Behalve een lagere prijs contracteren de fabrieken ook een kleinere hoeveelheid. Sommige fabrieken talmen daarnaast met het afsluiten van contracten. Teeltplanning is puzzel door uitblijven contractenD&#039;Hondt-Willaert, dat werkt op bestelling, heeft hierdoor tot de helft minder bloemkoolplanten opgezet. “Telers hebben bestellingen afgezegd of verminderd omdat contracten met de fabrieken uitbleven”, vertelt Jolien. Momenteel doet een soortgelijke situatie zich voor bij spruiten en knolselder, die vanaf medio april geleverd moeten worden en nu dus opgekweekt moeten worden. “Wij moeten de zaden bestellen en vervolgens nog zes weken kweken”, aldus Thomas, voor wie de teeltplanning zo een hele uitdating vormt.Omdat de contractonderhandelingen met een aantal resterende fabrieken in een afrondende fase zitten, verwachten de kwekers dat de terugval over de hele groentelijn minder groot zal zijn dan in de bloemkool. “Maar het ziet er wel naar uit dat we een minder jaar of zelfs twee mindere jaren tegemoet gaan”, vervolgt Thomas.Ook de versmarkt loopt stroever dan andere jaren door de matige prijsvorming, vertelt hij. 60 procent van de afzet van D&#039;Hondt-Willaert gaat naar de industriegroentetelers en 40 procent naar de versmarkt. De plantenkweker is Vlaams marktleider in de slaplanten en levert ook aan Nederlandse en Noord-Franse groentetelers.&amp;nbsp; West-Vlaanderen als bakermatHet bedrijf in Westrozebeke is één van de acht plantenkwekers voor de tuinbouw in Vlaanderen. Het verbaast niet dat vijf van deze acht plantenkwekers gevestigd zijn in West-Vlaanderen, in de regio Roeselare. De regio staat bekend als de groentetuin van Europa en huisvest alle grote diepvriesgroenteverwerkers, zoals Horafrost en Ardo, maar ook REO, de coöperatieve veiling die zich specialiseert in groenten.De groenteplantenkwekers zijn een aantal decennia geleden opgekomen. “Vroeger zaaiden de tuinders zelf, maar dan is de opkomst veel kleiner en dat is bij het dure zaaigoed niet voordelig”, verklaart Jolien. Onder geconditioneerde omstandigheden behalen de plantenkwekers een opkomst van 90 procent. De afgeleverde planten hebben een slaagkans bij de boer van bijna 100 procent. “De akkerbouwmatige (industrie)groenten, zoals wortelen, erwten en spinazie, worden nog door de boeren zelf gezaaid, de rest wordt geplant”, vult Thomas aan.Vooraan aan de productielijn worden potgrond en kisten aangeleverd. De kisten worden gereinigd en trays of perspotten met potgrond gevuld. Waarna er een zaadje wordt ingelegd en een pers de grond aandrukt. De potjes gaan vervolgens voor enkele dagen de donkere kiemkamer in. Daarna worden de potjes en trays in de serres uitgezet. Na zes weken (in de zomer) tot zeven weken (in de winter) wordt het plantgoed in trays uitgeleverd aan de telers. Verdwijning gewasbeschermingsmiddelenNet zoals bij de kwakkelende vraag naar groenten, voelen plantenkwekers het eerst trends en uitdagingen in de groenteteelt. Zo kreeg het bedrijf dit jaar veel extra vraag naar planten met een phytodrip-behandeling. Deze behandeling is ingebouwd in de productielijn. Nadat de zaadjes in de potjes zijn gedrukt, worden ze bedruppeld met een phytoproduct. “Dat is een soort coating die ervoor zorgt dat de plantjes in het begin van de groei beschermd zijn tegen plagen zoals luizen”, vertellen ze.Het verdwijnen van gewasbeschermingsmiddelen is volgens hen één van de belangrijkste uitdagingen voor de groenteteelt in Vlaanderen. In de slateelt constateren ze daarnaast dat er beperkte opvolging is. Waar veel andere telers bedrijfsopvolging kennen, ligt dat moeilijker in de slateelt. Mogelijk heeft dat te maken met de overstap naar hydroteelt. “De investeringskosten hiervoor zijn torenhoog en veel jongeren hebben door de grote risico’s geen zin meer om die stap te zetten.”Met een nieuwe serre hebben Jolien en Thomas de sprong zelf wel gewaagd. “Misschien dat we nu een moeilijke periode tegemoet gaan, maar uiteindelijk trekt de vraag aan. Mensen blijven groenten eten, de consumptie van plantaardige producten zal vermoedelijk zelfs stijgen in de toekomst”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2026-03-09T17:35:02+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond hekelt onduidelijkheden over kaartlagen in verzamelaanvraag 2026]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-hekelt-onduidelijkheden-over-bufferstroken-in-verzamelaanvraag-2026" />
            <id>https://vilt.be/58755</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouworganisatie Boerenbond vindt dat de twee nieuwe kaartlagen bij de verzamelaanvraag 2026 onnodig verwarring scheppen. Deze kaartlagen duiden kwetsbare groepen en dito gebieden aan, inclusief bijhorende bufferzones. Maar de organisatie merkt op dat hier vandaag nog geen wetgevend kader rond is. Bovendien tonen de lagen volgens hen fouten en inconsistenties. Vlaams minister van Landbouw Brouns (cd&amp;v) zegt dat men eventuele technische onduidelijkheden of fouten zal aanpakken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ecologie" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/529aa706-433e-4bfb-a681-e7b16bc6134c/full_width_extensief-grasland.JPG</image>
                                        <content>Boerenbond spreekt over fouten en inconsistenties in de nieuwe kaartlagen. “Zo lijken aannames over toekomstige bufferzones reeds te zijn geïntegreerd, terwijl de juridische basis hiervoor ontbreekt.” De landbouworganisatie gelooft ook dat er fouten staan in de tool. De afbakening is in bepaalde gevallen overdreven ruim. De interpretatie van wat wel of niet tot een kwetsbaar gebied behoort, is onvoldoende transparant”, stelt Boerenbond in een bericht op haar website.Volgens de organisatie wordt nu, bij percelen die overlappen, met deze kaartlagen de indruk gecreëerd dat gewasbeschermingsmiddelen al verboden zijn. “Deze signalering is voorbarig, leidt tot verwarring op het terrein en ondermijnt het vertrouwen in de administratieve procedures”, meldt het.&quot;Onaanvaardbare fouten&quot;“De betrokken kaartlagen zijn ook niet op dezelfde manier opgebouwd”, zegt de organisatie nog. “Bij de kaartlaag betreffende kwetsbare groepen is het duidelijk dat de toekomstige bufferstrook vrij van gewasbeschermingsmiddelen mee opgenomen is. Die is zeer ruim ingetekend en niet enkel rond de betrokken voorziening voor kwetsbare groepen. Dit zijn fouten die onaanvaardbaar zijn.”Boerenbond heeft aan Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) gevraagd om de betrokken kaartlagen en de bijhorende automatische opmerkingen uit de verzamelaanvraag 2026 te verwijderen. “Totdat het regelgevend kader volledig is uitgewerkt, officieel is goedgekeurd en helder is gecommuniceerd.”“Een correcte en gedragen implementatie van de toekomstige bufferzones vereist bovendien een passend flankerend beleid”, klinkt het nog. “De huidige maatregelen via ecoregelingen en beheersovereenkomsten bieden hiervoor onvoldoende mogelijkheden.”Brouns reageertDe landbouwminister neemt akte van deze opmerkingen. “De bijkomende bescherming van kwetsbare groepen en kwetsbare natuur tegen gewasbeschermingsmiddelen en andere pesticiden is een duidelijke beleidskeuze die is afgesproken in het regeerakkoord en vastgelegd in het Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik in december 2024”, zegt hij in een reactie aan VILT. “Het is belangrijk dat plekken waar kwetsbare groepen (zoals kinderen of bewoners van zorginstellingen) vaak samenkomen, nog beter beschermd worden.”“Ik wil dan ook zorgen dat betrokken landbouwers hier proactief over geïnformeerd worden via de verzamelaanvraag”, zegt de minister. “Ik begrijp dat er vragen zijn over de praktische uitwerking en de kaartlagen. Als daar technische onduidelijkheden of fouten in zitten, zullen we die uiteraard grondig nakijken en rechtzetten. Dat is ook normaal bij de uitrol van nieuwe instrumenten.”</content>
            
            <updated>2026-03-10T09:38:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[NEPG roept op tot meer dialoog in aardappelketen om markt opnieuw in evenwicht te brengen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nepg-roept-op-tot-meer-dialoog-in-aardappelketen-om-markt-opnieuw-in-evenwicht-te-brengen" />
            <id>https://vilt.be/58756</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er moet dringend opnieuw een evenwicht komen tussen vraag en aanbod in de aardappelmarkt. Als dat niet gebeurt, dan kunnen we terechtkomen in een vraagcrisis waarbij telers niet langer de economische capaciteit hebben om te blijven produceren. Dat zegt NEPG, de North-Western European Potato Growers, in een persbericht. De organisatie roept de keten op om meer in dialoog te treden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b935a19a-0862-45ce-af5b-807d8e6faf08/full_width_bewaarloods-aardappelen.jpg</image>
                                        <content>Sinds eind februari vorig jaar verkeert de Belgische aardappelmarkt in crisis. Nochtans was er eind 2024 nog geen vuiltje aan de lucht. Er werd volop bijgebouwd door de verwerkers. De contractprijzen die toen bekend werden bekendgemaakt, lagen op hetzelfde hoge niveau als het jaar voordien. In vergelijking met veel andere akkerbouwteelten, werd de aardappelteelt beschouwd als zeer rendabel.Deze situatie zorgde ervoor dat in 2025 opnieuw meer aardappelen werden geplant. Gecombineerd met zeer goede groeiomstandigheden zorgde dit voor recordoogsten. Dat blijkt ook uit de cijfers. De aardappeltelers in de NEPG-zone (België, Duitsland, Frankrijk en Nederland) plantten in 2025 40.000 extra hectare, goed voor een totaalareaal van 608.000 hectare. Dat is een stijging van zeven procent tegenover 2024, toen er eveneens al zeven procent meer aardappelen werden geplant. Dat leidde tot een recordoogst van ongeveer 27,3 miljoen ton, ofwel 2,65 miljoen ton (+11%) meer dan de oogst van 2024. Wat met overschotten?Tegelijk werd ook steeds meer duidelijk dat de slabakkende export geen tijdelijk gegeven was. Al voor de oogst van 2025 werd gerooid, maakten de aardappelverwerkers duidelijk dat ze zich zouden focussen op de gecontracteerde aardappelen. Lange tijd werd er door Belgapom geen prijsnotering bekendgemaakt omdat er te weinig transacties waren op de vrije markt. Nadien ging het om prijzen van 15 euro per ton, terwijl vorig jaar nog vlot 300 euro per ton werd betaald. Afgelopen vrijdag, na de aanval van de VS op Iran, ging die lage prijs nog verder naar beneden: tien euro per ton.Het resultaat is dat al een deel van de oogst is omgeleid naar veevoeder, biogasinstallaties of composteerinstallaties. Maar dit is nog steeds ruimschoots onvoldoende om de overschotten op de markt weg te werken. Vorige week liet Christophe Vermeulen, CEO van Belgapom, optekenen dat er binnen de brancheorganisatie Belpotato een actieplan zou opgezet worden om bijkomende afzetkanalen te vinden. Naar een vraagcrisis?Deze uitzonderlijke situatie, die zich voor een groot deel in dezelfde mate voordoet in Nederland, Frankrijk en Duitsland, doet ook NEPG aan de alarmbel trekken. “De realiteit is dat de productiekosten voor de aardappelteler in 2026 niet zullen dalen, integendeel. In deze context, en zeker als je de economische verliezen meetelt waarmee veel landbouwbedrijven dit jaar geconfronteerd worden, wordt verwacht dat het areaal het komende seizoen aanzienlijk zal dalen”, klinkt het. “Wel is het nog onduidelijk hoe groot die daling zal zijn en hoe de verwerkers hier tegenover staan.”Volgens NEPG is er dan ook sprake van een echte groeicrisis. “In 2025 was er duidelijk een aanbodcrisis, maar die kan al in 2026 omslaan in een vraagcrisis als telers niet langer de economische capaciteit hebben om te blijven produceren. Het onevenwicht tussen vraag en aanbod is dit jaar begonnen en het wordt essentieel om vanaf volgend jaar het evenwicht opnieuw te herstellen”, luidt het. Meer dialoog en minder productieOm dat te realiseren wordt in twee richtingen gekeken. Eerst en vooral moet er meer dialoog komen in de aardappelketen. “De productie moet aansluiten bij de vraag en er niet op vooruitlopen. Daarvoor zijn meer samenwerking en communicatie in de keten nodig. De verwerking moet zijn ontwikkelingsperspectief verduidelijken en delen met de telers, als men een verstoring van het aanbod wil vermijden”, zo stelt NEPG.Tegelijk moeten ook de aardappeltelers verantwoordelijkheid nemen. Net als ABS eerder al deed, doet het NEPG ook een oproep om de productie te beperken. “Produceer enkel wat je duurzaam kunt produceren. Telers moeten ernstig overwegen om enkel het economische haalbare te produceren in plaats van wat verwerkers verwachten dat zij leveren. Met de klimaatverandering die verder doorzet, wordt de aardappelteelt alleen maar risicovoller en duurder. Bovendien zet de teelt ook druk op de natuurlijke hulpbronnen waarvan die afhankelijk is: bodem, water en biodiversiteit. Het behoud van dit natuurlijke kapitaal is een essentiële voorwaarde om ook in de toekomst succesvol te kunnen blijven”, besluit de organisatie.</content>
            
            <updated>2026-03-09T21:29:27+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[‘Koetoilet’ officieel erkend als emissiereducerende staltechniek]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/koetoilet-officieel-erkend-als-emissiereducerende-staltechniek" />
            <id>https://vilt.be/58757</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De lijst met ammoniakemissie-reducerende maatregelen voor melkveehouders wordt uitgebreid met een nieuwe innovatieve staltechniek: het CowToilet. Dit systeem stimuleert de natuurlijke plasreflex van koeien en vangt urine gescheiden op. De techniek realiseert een emissiereductie van 35 procent en is voortaan officieel erkend als AER-maatregel voor melk- en kalfkoeien ouder dan twee jaar.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="emissie" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/773c710c-711c-493b-b6b8-ccb135edad1a/full_width_cowtoilet-op-agribex.jpg</image>
                                        <content>Het CowToilet kan een aanzienlijk deel van de dagelijkse urineproductie van melkkoeien opvangen voordat die in contact komt met de stalvloer of met mest in de mestkelder. Daardoor wordt de vorming van ammoniak al bij de bron voorkomen. Dankzij de erkenning krijgen melkveehouders er een bijkomende, juridisch verankerde optie bij om hun ammoniakuitstoot te beperken.Plasreflex Het systeem combineert een krachtvoerbox met een urinoir dat ervoor zorgt dat de koe ter plaatse plast. Een lokmiddel, zoals krachtvoer, moedigt de dieren aan om het urineopvangstation vrijwillig te bezoeken. Zodra de koe in de box staat, wordt de natuurlijke plasreflex gestimuleerd. “Door een zachte mechanische massage gaat de koe spontaan plassen”, zegt de Nederlandse bedenker en producent Hanskamp. “Dat gebeurt via een geautomatiseerde op- en neergaande beweging die het huidgedeelte tussen de vulva en de uier aanraakt.” De urine wordt vervolgens opgevangen en met behulp van een pomp naar een aparte, luchtdichte opslag gepompt. “Een melkkoe urineert gemiddeld 25 tot 30 liter per dag. Met de techniek kunnen we ongeveer tien liter per koe per dag opvangen”, aldus de producent. “Eén CowToilet heeft een capaciteit van 25 koeien en kost ongeveer 30.000 euro.” Door de snelle afvoer en de afgedekte opslag buiten de stal kan de ammoniakemissie vanuit de melkveestal aanzienlijk worden beperkt. Ammoniak ontstaat namelijk wanneer enzymen in mest het ureum in urine afbreken. Hoe minder urine in contact komt met mest, hoe lager de ammoniakuitstoot. Urine als kunstmestvervangerIn Nederland werd het CowToilet al in 2025 erkend als emissiereducerende techniek. De opgevangen urine kan in de toekomst volgens Hanskamp ook dienen als kunstmestvervanger. “Daarmee past het systeem perfect binnen de ontwikkeling richting kringlooplandbouw”, klinkt het. “Door nutriënten slimmer te benutten en reststromen te valoriseren, zetten we een stap richting een meer circulaire melkveehouderij.”De toelating om Renure als kunstmestvervanger te gebruiken is begin dit jaar definitief goedgekeurd op Europees niveau. Die regelgeving geldt echter enkel voor mest en niet voor urine. In Nederland loopt wel het project &#039;Reinventing Circular Dairy Farming&#039;, waarin het gebruik van koeienurine als kunstmestvervanger wordt onderzocht. Derde uitbreiding van AER-lijstHet CowToilet is al de derde uitbreiding van de Vlaamse AER-lijst in korte tijd. “Met deze innovatieve techniek geven we melkveehouders extra keuzevrijheid om maatregelen toe te passen die passen bij hun bedrijf”, zegt Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v).“Het verbreden van het aanbod aan emissiereducerende technieken blijft een duidelijke ambitie. Onze landbouwers willen inspanningen leveren om te verduurzamen, maar hebben daarvoor nood aan rechtszekerheid en werkbare oplossingen.”Eerder werden onder meer drijvende ballen op het mestoppervlak bij vleeskalveren, verlengde leegstand bij kalveren en de uitbreiding van beweiding — onder meer in potstallen — officieel erkend.</content>
            
            <updated>2026-03-10T09:07:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[West-Vlaamse melkveehouders terug uit Dubai: “Het was een rollercoaster”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/west-vlaamse-melkveehouders-terug-uit-dubai-het-was-een-rollercoaster" />
            <id>https://vilt.be/58758</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na dagen van spanning was het zondagavond een blij weerzien op de luchthaven van Zaventem. Een veertigtal in Dubai gestrande melkveehouders, zijn dankzij een repatriëringsvlucht geland op Belgische bodem. Eerdere pogingen om te vertrekken via een commerciële vlucht liepen telkens weer mis, maar uiteindelijk kwam er dan toch een oplossing.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="buitenland" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ec80c551-ccf5-4c6e-b6d0-9587c54ab1f3/full_width_whatsapp-image-2026-03-05-at-115218.jpeg</image>
                                        <content>Moe en opgelucht is melkveehouder Luc Callemeyn, samen met zijn vrouw Krista, veilig aangekomen bij zuivelbedrijf Baliehof in Jabbeke. Dat runt hij met dochter Sofie en schoonzoon Matthias Deloddere. Het was lang niet zeker hoe en wanneer Callemeyn en zijn collega-landbouwers thuis zouden geraken. “We hadden na onze geannuleerde vlucht een andere, commerciële vlucht geboekt. Maar men heeft onze stoelen doorverpatst aan andere reizigers”, zegt Callemeyn. “Toen was er natuurlijk even paniek. We dachten een plek te hebben en plots was die weg. We hebben ons nooit onveilig gevoeld, maar er was veel onzekerheid. Op dat moment heb je een goeie reisleider nodig.” We hadden na onze geannuleerde vlucht een andere, commerciële vlucht geboekt, maar men heeft onze stoelen  doorverpatst aan andere reizigers Gelukkig was de commerciële vlucht niet de enige piste waarop Callemeyn en zijn collega-boeren hadden gewed. De beloftes van de Belgische ambassade werden zondagavond waargemaakt, met een repatriëringsvlucht rechtstreeks van Dubai naar België. “Ik kan niet genoeg benadrukken hoeveel lof we hebben voor de ambassadeur en zijn team”, zegt Callemeyn. “Hij heeft ons persoonlijk opgewacht aan de luchthaven van Dubai en de tijd genomen om iedereen persoonlijk aan te spreken. Hij heeft misschien wel tien of 20 keer hetzelfde verhaal aangehoord. Toch nam hij de tijd om iedereen te vragen naar hun noden en hun toestand. Hij was zeer betrokken.”Callemeyn is opgelucht dat alle collega-landbouwers van de West-Vlaamse Fokkerij- en studievereniging vzw Westhoek Holsteins nu veilig en wel zijn. “We zijn heel blij dat we als één groep konden vertrekken”, zegt hij. “Dat vonden we belangrijk. Zeker omdat sommigen onder ons medisch kwetsbaar zijn en zorg nodig hadden om ergens te geraken.” Of het gezelschap het geld van de geannuleerde vluchten nog zal terugzien, is voorlopig nog onduidelijk. “Dat weet ik niet, maar de kost kon ons ook niet schelen. Het belangrijkste is dat we terug zijn geraakt”, zegt Callemeyn. “Op het vliegtuig waren er naast onze groep nog vele andere Belgische lotgenoten: gestrande reizigers, enzovoort. Op een gewone vlucht praat niemand met elkaar, maar hier was iedereen met elkaar in de weer. Verhalen uitwisselen, oudere mensen die de kleine kindjes entertainen,… dat was wel mooi om te zien.”DankbaarheidNu het avontuur achter de rug ligt, herstart het dagelijkse leven op de boerderij. “De winkel is vorige week een paar dagen gesloten omdat mijn dochter een kindje heeft van een paar maanden oud. Maar de markten zijn blijven doorgaan dankzij spontane hulp van de mensen om ons heen. We zijn hen zeer dankbaar. Wat onszelf betreft zullen we er morgen weer invliegen om kaas te maken. We hebben nu twee weken in te halen in plaats van één, dus het zal gebeuren met een andere intensiteit. Er is wel wat in te halen, voor we beginnen aan het voorjaarswerk.”Callemeyn kan zijn dankbaarheid voor de ambassade en de vele mensen die geholpen hebben op het bedrijf niet genoeg benadrukken. “Van de mensen om ons heen, en van de kinderen. Want zeker de eerste dagen is het een rollercoaster geweest. Bovenal zijn we blij dat niet alleen wijzelf, maar de hele groep is thuisgeraakt zonder accidenten.”</content>
            
            <updated>2026-03-09T18:38:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe code voor vul- en spoelplaatsen en punten voor watercaptatie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-code-voor-vul-en-spoelplaatsen-en-watercaptatiepunten" />
            <id>https://vilt.be/58759</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er is een nieuwe code rond de aanleg en het gebruik van vul- en spoelplaatsen voor spuittoestellen en watercaptatiepunten. Dit omvat ook de nieuwe vergunningsregelgeving. De code biedt landbouwers richtlijnen om via aangepaste infrastructuur en correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen de waterkwaliteit te verbeteren. Puntvervuiling met gewasbeschermingsmiddelen is immers de belangrijkste oorzaak van verontreinigingen met chemische stoffen in de land- en tuinbouwsector in Vlaanderen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c27396bb-78fe-43a0-b098-518876c46b16/full_width_vul-en-spoelplaats-inagro.jpg</image>
                                        <content>Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij heeft voor het eerst duidelijke richtlijnen opgesteld over de aanleg van een vul- en spoelplaats en een watercaptatiepunt. Dat gebeurde in samenwerking met het Departement Omgeving, OVAM en VMM en met medewerking van Inagro, pcfruit, Viaverda en ILVO.Op een overdekte vul- en spoelplaats kan men alle werkzaamheden met het spuittoestel verrichten zonder dat er risico is voor het milieu.  Dat kan dankzij een zuiveringssysteem voor restvloeistoffen of afvoer via een vergund verwerker. Op een watercaptatiepunt kan men het spuittoestel vullen met water, maar alle handelingen met gewasbeschermingsmiddelen gebeuren dan op het veld. Volgens de codex is het sowieso ook een goede landbouwkundige praktijk om het spuittoestel na de behandeling te spoelen op het behandelde veld. Op die manier blijven de gewasbeschermingsmiddelen waar ze bedoeld zijn.De volledige code valt te raadplegen op de website van de Vlaamse overheid. Deze code beantwoordt aan de huidige wetgeving en wordt ook geüpdatet bij een mogelijke toekomstige wijziging van de wetgeving. Vrijstelling stedenbouwkundige vergunningDe &#039;Code van Goede Praktijk&#039; gaat ook in op de huidige wetgeving en stappen die al dan niet noodzakelijk zijn om een omgevingsvergunning aan te vragen. Wanneer is een vrijstelling van de aanvraag tot het stedenbouwkundig luik van de omgevingsvergunning mogelijk? Dat kan als er een overdekte vul- en spoelplaats wordt aangelegd op het bedrijf, volgens de voorwaarden uit het vrijstellingsbesluit stedenbouwkundige handelingen dat is ingegaan op 1 maart 2026.Het Vlaams Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij belooft dat er in de toekomst ook verdere stappen  worden gezet om de wetgeving te laten evolueren. Huidige knelpunten, zoals de mogelijkheid om gezamenlijke vul- en spoelplaatsen aan te leggen, worden eveneens bekeken.Vanuit het Agentschap Landbouw en Zeevisserij is er bovendien VLIF-steun mogelijk om een overdekte vul- en spoelplaats aan te leggen, al dan niet met een zuiveringssysteem voor restvloeistoffen. Wie kiest voor een overdekte vul- en spoelplaats, in combinatie met een zuiveringssysteem, komt bovendien in aanmerking voor vijf procent extra steun via de IPM-claim. Als jonge landbouwer kan daar nog tien procent bij komen. Het Agentschap herinnert er ook aan dat men bij de aanleg advies op maat kan krijgen van instellingen zoals pcfruit, Viaverda en Inagro via de Kennisportefeuille. &quot;Zeven jaar voor gepleit&quot;Boerenbond is tevreden dat deze code er eindelijk is. &quot;Dit geeft landbouwers een duidelijk kader hebben om in te werken. We hebben hier als landbouworganisaties gedurende zeven jaar voor gepleit. Onderzoek toont aan dat tot 90 procent van de verontreiniging van het oppervlaktewater door gewasbeschermingsmiddelen afkomstig is van puntvervuilingen&quot;, klinkt het.Volgens Boerenbond kunnen met deze Code van Goede Praktijk stappen vooruit gezet worden om de waterkwaliteit verder te verbeteren. &quot;Voor ons mag deze code geen eindpunt zijn. Het is belangrijk dat er in de toekomst ook verdere stappen genomen worden om knelpunten die ervaren worden op te lossen en dat er een voldoende gewasbeschermingsmiddelen voor handen blijven.&quot;</content>
            
            <updated>2026-03-10T17:55:29+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Oorlog in Iran doet tarweprijzen toenemen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oorlog-in-iran-doet-tarweprijzen-toenemen" />
            <id>https://vilt.be/58760</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Opnieuw leidt oorlog tot duurdere tarweprijzen. In de Verenigde Staten staat het maartcontract voor tarwe op de derivatenbeurs CBOT op 6,30 Amerikaanse dollar per bushel (ca. 27 kg). Dat meldt de Nederlandse landbouwnieuwssite Nieuwe Oogst. De notering is ruim drie procent hoger dan de slotkoers van afgelopen vrijdag. De gestegen prijzen zijn te wijten aan de energiemarkt. Sinds de oorlog in Iran heeft de prijs van ruwe olie de symbolische kaap van 100 dollar per vat overschreden. Wie zijn kunstmestvoorraden heeft ingeslagen voor de uitbraak van de oorlog, kan echter gouden zaken doen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="graan" />
                        <category term="tarwe" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/43522e93-7068-49ce-8d33-397eb994823f/full_width_moslem-daneshzadeh-unsplash-iran-oorlog.jpg</image>
                                        <content>Tarwe heeft op de CBOT haar hoogste notering sinds juni 2025. Ook de termijncontracten voor het komende seizoen 2026-2027 kennen hogere prijzen hoger dan de contracten tot en met aankomende zomer. Duurdere energie betekent duurdere graanprijzen, omdat de productie- en logistiekkosten verhogen. Volgens de huidige vooruitzichten zullen de prijzen nog blijven stijgen.&quot;Dood, vuur en razernij&quot;De Amerikaanse president Donald Trump stelde eerder dat de oorlog in Iran hoogstens enkele weken zou duren, maar zoals wel vaker het geval is bij een militair conflict, zijn er signalen dat dit een grove onderschatting was. Maandag verklaarde Trump aan het Amerikaanse CBS dat de oorlog met Iran voorbij was. Maar niet veel later, op een event met partijgenoten in Miami, stelde Trump dat er nog een weg te gaan was tot de ‘ultieme overwinning’. In een laatavondpost op de sociale netwerksite Truth Social dreigde Trump in drukletters om Iran “nog 20 keer harder” te raken. En het land onherstelbaar te vernietigen tot er niets overblijft dan “dood, vuur en razernij.” Het verbaast niet dat beleggers in de graanmarkt de verdere escalatie vrezen, &amp;nbsp;met alle gevolgen voor de markten. Naast de oplopende logistieke kosten, worden ook de kunstmestprijzen voor een groot deel bepaald door energie. Deze duurdere kunstmestprijzen zullen worden doorgerekend in de prijs van tarwe. Volgens marktanalisten is het mogelijk dat landbouwers zuiniger zullen omspringen met kunstmest om de kosten te drukken, maar ook dan zullen de prijzen stijgen door de wet van vraag en een lager aanbod. Minder mest betekent immers minder oogst.De grote winnaars in dit conflict zijn dus akkerbouwers die hun kunstmest hebben aangekocht nog voor het uitbreken van de oorlog in Iran. Zij hebben relatief lagere voorjaarskosten, en kunnen profiteren van de duurdere prijzen.Klimaat blijft parten spelenNu het nieuws wordt beheerst door internationale conflicten zou men het bijna vergeten, maar ook klimaatopwarming blijft zijn rol spelen. Amerikaanse graanregio’s worden geteisterd door droogte, met alle gevolgen van dien voor de opbrengst.Ook maïs, een typisch Amerikaans gewas, kent een prijsstijging. Het heeft veel bemesting nodig. En door de stijgende olieprijzen stijgt ook de vraag naar maïs voor de productie van biobrandstof. Bovendien kent de Amerikaanse ‘corn belt’ nu problemen door te natte weersomstandigheden. Door aanhoudende neerslag verloopt het plantseizoen moeizaam.</content>
            
            <updated>2026-03-10T15:15:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaams Belang dient motie in om Antwerpse deputatie tot herziening stikstofregel aan te zetten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaams-belang-dient-motie-in-om-antwerpse-deputatie-tot-herziening-stikstofregel-aan-te-zetten" />
            <id>https://vilt.be/58761</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams Belang gaat een motie indienen tegen de beslissing van de Antwerpse deputatie over de interpretatie van de regelgeving rond de tijdelijke buitengebruikstelling van dierplaatsen, om de vijf procent reductiedoelstelling te behalen in de rundveehouderij. “Het kan niet dat landbouwers in Antwerpen anders behandeld worden dan hun collega’s in de andere Vlaamse provincies”, zegt provincieraadslid Wouter Bollansée (Vlaams Belang). Volgens hem bestaat de kans dat er een meerderheid wordt gevonden voor deze motie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fc34fd22-ba0d-456d-8534-f67fc083e831/full_width_melkveestal.jpg</image>
                                        <content>Het was een bewogen provincieraad in Antwerpen eind februari. De deputatie liet er weten dat Antwerpse veehouders niet de mogelijkheid zullen kunnen benutten waarbij dierplaatsen tijdelijk buiten gebruik worden gesteld, om zo aan de tussentijdse ammoniak-emissiereductie van vijf procent te voldoen. Dat was een optie die Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) naar voor had geschoven voor veehouders die nog geen structurele maatregelen konden nemen op hun bedrijf.Volgens eerste gedeputeerde Luk Lemmens (N-VA) ontbreekt er een decretale verankering voor deze tijdelijke buitengebruikstelling. Daarom besliste de deputatie om deze tijdelijke piste niet te aanvaarden. Dat de vier andere Vlaamse provincies dit wel doen, zorgde voor gemor bij oppositiepartijen cd&amp;amp;v en Vlaams Belang. Ook landbouwgedeputeerde Jinnih Beels (Vooruit) gaf aan dat ze ervoor gepleit had om de pragmatische lijn van de andere provincies te volgen, maar haar mede-gedeputeerden van N-VA wilden die piste niet volgen. &quot;Geen gelijke behandeling&quot;Vlaams Belang heeft beslist om zich niet zomaar neer te leggen bij die beslissing van de deputatie. De partij zal op de eerstkomende provincieraad van 26 maart een motie indienen. Vlaams Belang vraagt hierin om deze rigide interpretatie te herzien en gelijk te stellen met die van de vier andere provincies. “Landbouwers hebben het recht op een gelijke behandeling”, zegt Wouter Bollansée. “Wanneer de Vlaamse overheid duidelijk stelt dat tijdelijke buitengebruikstelling van dierplaatsen een mogelijke maatregel is om de ammoniakreductie te behalen, dan moet ook de provincie Antwerpen dat respecteren.”Vlaams Belang roept de provincieraad dan ook op om deze motie goed te keuren. Het kijkt daarvoor vooral richting cd&amp;amp;v en Vooruit. “Tijdens de raad van februari verklaarde bevoegd gedeputeerde Beels dat ze het niet eens is met de visie van N-VA. Maar ze moest wiskundig vaststellen dat drie gedeputeerden van N-VA het overwicht hebben tegenover één gedeputeerde van Vooruit. Via de provincieraad heeft ze met haar fractie nu de kans alsnog te zorgen voor een wiskundige meerderheid&quot;, aldus Bollansée. Meerderheid haalbaar?Volgens hem bestaat de kans dat er een meerderheid wordt gevonden voor deze motie. “Als Vooruit en cd&amp;amp;v hun standpunt van de provincieraad aanhouden en de motie goedkeuren, dan is er een kans.” VILT polste bij gedeputeerde Beels, maar zij laat weten zich nog over de kwestie te beraden.Bollansée erkent dat de motie niet juridisch bindend is, als ze toch zou worden aangenomen. “Maar als de deputatie beslist om die motie dan naast zich neer te leggen, dan kan dat wel een gevaarlijk precedent zijn. In feite zegt de deputatie dan: ‘Fijn dat jullie hier elke maand samenkomen in de provincieraad, maar eigenlijk heb je niks te zeggen’. Het is niet de bedoeling om een politiek spel te spelen, ik wil de Antwerpse veehouders vooruithelpen. Moest er geen kans op slagen zijn, had ik deze motie niet ingediend.”Krappe timingAl beseft hij dat de timing niet echt in het voordeel is. Willen veehouders gebruikmaken van de tijdelijke buitengebruikstelling van dierplaatsen? Dan moeten ze dit aangeven in hun Mestbankaangifte en die heeft als uiterste indieningsdatum 31 maart 2026. De motie wordt ingediend op de provincieraad van 26 maart, aangezien er maar één provincieraad per maand is. Dat betekent dat landbouwers maar een paar dagen de tijd hebben om hun administratie in orde te brengen. “Ik kan alleen maar hopen dat er voordien al een signaal komt van de deputatie nu ze weten dat deze motie is ingediend”, besluit Bollansée.</content>
            
            <updated>2026-03-10T16:48:31+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mooie prijzen voor de eerste zomerse tomaten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mooie-prijzen-voor-vroege-tomaten" />
            <id>https://vilt.be/58763</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Samen met de eerste zonnige dagen start bij Belorta traditioneel het zomergamma tomaten. De eerste Coeur de Boeuf, San Marzano, Velvet Roze en Heirloom liggen in onze rekken. De prijzen voor tomaten staan bovendien zeer gunstig, door tegenvallende oogsten in Spanje en Marokko.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tomaat" />
                        <category term="tuinbouw" />
                        <category term="glastuinbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d79a99ff-0dd9-45c8-9b18-a42c7903a699/full_width_belorta-velvet-rose.jpg</image>
                                        <content>De prijzen van tomaten liggen internationaal zeer hoog door een verminderd aanbod. De teeltomstandigheden in Spanje en Marokko zijn dit jaar eerder slecht. “In Marokko heeft men na het slechte weer een soort van zandstorm over zich gekregen, waarbij kassen zijn beschadigd geraakt”, zegt Maarten Verhaegen van BelOrta. “In Spanje hebben ze kil en vochtig weer in de teeltregio’s, waardoor ze last hebben van plantziekten zoals botrytis en phytophthora. Dat heef tot stress geleid bij de retail waardoor men snel geschakeld is naar lokaal geteelde tomaten.”Door de regenval hebben in Spanje sommige plastic serres het zelfs begeven. “De verschillende factoren betekenen &amp;nbsp;– misschien een ongelukkige uitdrukking – een perfecte storm voor de tomatenprijzen”, zegt Verhaegen. “In België kennen we momenteel een goede kwaliteit, wat maakt dat we op deze tijd van het jaar mooie prijzen ontvangen.”2,8 euro per kiloDoor de warme zomer in 2025 en de grote productieproblemen in het Zuiden, is de vraag naar meer uitgesproken tomatentypes sterk toegenomen. Consumenten, die op zoek zijn naar variatie en smaak, komen vaak bij specialiteiten terecht zoals de Velvet Rose. Ook voor het nieuwe seizoen verwacht BelOrta opnieuw interesse vanuit de retail, waar retailers zich steeds vaker willen onderscheiden met een meer divers tomatenassortiment.Of die mooie prijzen ook later in het seizoen zullen aanhouden, is volgens Verhaegen te vroeg om te zeggen. “De verwachting is dat de prijzen terug zullen normaliseren”, zegt hij. “Dat is afwachten.” “We hebben op dit moment rond de 15 verschillende tomaten in productie. Voor de ronde tomaten en vleestomaten liggen de prijzen rond de 2,8 euro per kilo. De trostomatenprijzen kennen een vergelijkbare prijs.”“Het is heel spijtig voor de telers in Spanje en Marokko, maar hun ongeluk zorgt er inderdaad voor dat Belgische telers nu betere prijzen krijgen”, zegt Verhaegen nog. “Hou er natuurlijk wel rekening mee dat de kosten om tomaten te telen ook gestegen zijn, door al hetgeen er in de wereld is gebeurd”, zegt Verhaegen tot slot, verwijzend naar onder meer de gestegen energieprijzen.Eerste tomaten gepluktVoor de familie Vertommen van Den Overkant in Sint-Katelijne-Waver zijn het nu hoogdagen. Bij hen zijn de eerste Coeur de Boeuf-tomaten geplukt. Ze hebben als familiebedrijf al meer dan 15 jaar ervaring met het telen van Coeur de Boeuf en al meer dan 30 jaar met het telen van tomaten. Dankzij deze jarenlange expertise vragen ook steeds meer Zuid-Europese klanten naar de Coeur de Boeuf tomaten van BelOrta, meldt de coöperatie. Het seizoen van de Coeur de Boeuf loopt van begin maart tot eind november. In 2025 werd via BelOrta ongeveer 2,4 miljoen kilogram van deze tomaat afgezet.Ook de San Marzano maakt opnieuw deel uit van het assortiment. Deze langwerpige tomaat staat bekend als een uitgesproken sauzentomaat met een typisch zuiders aroma en een zeer goede houdbaarheid. Het seizoen loopt van midden maart tot eind november.Daarnaast zijn er de d’Antan-tomaten; zeer vlezige vintage rassen met een uitgesproken smaak en veel vruchtvlees. Ze zijn beschikbaar als kleurrijke mix of per kleur en lopen van eind maart tot midden november. In 2025 werd ongeveer 700.000 kilogram van de d’Antan-mix verkocht via BelOrta.</content>
            
            <updated>2026-03-10T18:06:59+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU brengt landbouw, natuur en watersector samen rond impact van milieuregels]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-brengt-landbouw-natuur-en-watersector-samen-rond-impact-van-milieuregels" />
            <id>https://vilt.be/58764</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>EU-commissarissen Christophe Hansen (EVP) en Jessika Roswall (EVP) brachten een twintigtal organisaties samen om de impact van Europese milieuwetgeving op het terrein te bespreken. “Van elke aanwezige partij hoorden we dezelfde boodschap: er is nood aan stabiliteit, duidelijke regels en eerlijke vergoedingen voor milieuprestaties”, stelt IFOAM Organics Europe, de internationale koepelorganisatie voor biologische landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="bio" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/762ee703-ba0d-4a8d-9cad-3136ebbcdcfd/full_width_hansen-roundtable.jpg</image>
                                        <content>EU-commissarissen Christophe Hansen (EVP) en Jessika Roswall (EVP) organiseerden onlangs een gesprek over de gecombineerde impact van Europese milieuwetgeving op actoren op het terrein. De gesprekken focusten op de praktische moeilijkheden en lasten die betrokkenen ervaren bij de uitvoering van de Nitraatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water en de Vogel- en Habitatrichtlijnen. In totaal namen een twintigtal vertegenwoordigers deel uit de landbouw- en bossector, de watermaatschappijen en de milieuorganisaties. Ook een Cypriotische en Ierse vertegenwoordiger waren aanwezig om in het kader van het Europees voorzitterschap de lidstaten te vertegenwoordigen.Voor de landbouwsector namen Copa-Cogeca, Ceja, Via Campesina en IFOAM deel aan het overleg. Voor deze laatste is het duidelijk: “Bescherm de Europese milieuwetgeving en creëer stabiliteit in het beleid.” De regelgeving nu openbreken en de doelen aanpassen, zou een verkeerd signaal zijn volgens de organisatie. “Frequente wijzigingen ondermijnen de investeringszekerheid, maar ook de voedselproductie. De milieuwetgeving heeft tot doel een gezonde bodem, water en natuur te verkrijgen. Deze natuurlijke hulpbronnen zijn essentieel voor de voedselproductie”, klinkt het.Volgens Eric Gall van IFOAM vond dat standpunt gehoor aan tafel. “Niet iedereen pleitte ervoor om de milieuregels ongewijzigd te laten, maar er was wel brede steun: dat er meer stabiliteit, gemeenschappelijke basisregels en een gelijk speelveld nodig zijn. Vanuit de klassieke landbouworganisaties klonk vooral de vraag naar duidelijke, administratief werkbare regels en naar garanties: dat investeringen die boeren al hebben gedaan niet worden gedevalueerd. Niemand in de landbouwsector wil pioniers bestraffen en hun vertrouwen definitief verliezen.”Jessika Roswall luisterde volgens hem ook aandachtig naar het verhaal van de watermaatschappijen. Niet enkel in Vlaanderen, maar in verschillende Europese landen kampen ze met grote problemen om drinkwater te winnen door vervuiling. Het wordt economisch steeds moeilijker om het water te zuiveren.Meer verdienmodellen voor milieuprestatiesIFOAM benadrukte ook dat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) landbouwers beter moet belonen voor hun milieuprestaties. “IFOAM pleit voor duidelijke doelstellingen, maar ook voor een eerlijke vergoeding voor landbouwers om die te bereiken.” Volgens Gall kreeg die oproep brede steun, zowel van andere deelnemers als van Roswall en Hansen zelf. “Er werd benadrukt dat er meer succesverhalen gedeeld moeten worden van landbouwers die levensvatbare verdienmodellen hebben ontwikkeld in natuurgebieden.” Directe inkomsteun komt niet volledig bij landbouwersOm landbouwers beter te vergoeden voor klimaat-, water- en natuurprestaties moet het GLB aangepast worden voor IFOAM. “Vandaag gaat slechts 30 procent van het GLB-budget naar dergelijke inspanningen. Wij stellen heel duidelijk: verschuif de focus van directe inkomenssteun naar het principe ‘public money for public good’. Wie een publieke dienst levert, moet daarvoor worden beloond”, luidt het.Valt voedselproductie dan niet onder een publieke dienst? “Onderzoek toont aan dat directe steun eigenlijk niet volledig bij boeren terechtkomt. Het wordt grotendeels gekapitaliseerd in landbouwgrond. Zo verdwijnt een deel van de subsidies naar grondeigenaars die hogere grondprijzen vragen. Ook andere schakels in de keten profiteren mee. Omdat ze weten dat boeren sowieso hectaresteun ontvangen, voeren ze de prijsdruk bij hen op”, aldus Gall. “Betalingen voor ecosysteemdiensten verschillen sterk van bedrijf tot bedrijf en laten zich daardoor moeilijk door de markt absorberen. Net daarom kunnen landbouwers via zulke systemen gerichter worden beloond voor hun publieke prestaties.” Boeren willen niet per se van regels afVolgens Gall luisterden Hansen en Roswall aandachtig naar de uiteenlopende standpunten aan tafel. Wat ze uiteindelijk uit het gesprek zullen meenemen, kan hij moeilijk voorspellen.“Wat voor ons voor Vlaanderen opviel, is dat er vaak de perceptie leeft dat boeren vooral van milieuregels af willen en uitzonderingen vragen. Dat heb ik bij de aanwezige landbouworganisaties niet gehoord. Er werd benadrukt dat de lat voor iedereen gelijk moet liggen en dat er duidelijke, haalbare en consistente regels nodig zijn. Daarbij staat een eerlijke prijs voor de geleverde prestaties centraal.”</content>
            
            <updated>2026-03-10T18:49:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Contractvolumes aardappelen kelderen, Brouns dringt aan om positie telers te versterken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/contractvolumes-aardappelen-kelderen-brouns-dringt-aan-om-positie-telers-te-versterken" />
            <id>https://vilt.be/58765</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na jaren van sterke prijzen blijven de loodsen vandaag tot aan de nok gevuld met onverkochte aardappelen. De vrije markt ligt stil en nieuwe contractvolumes liggen volgens Boerenbond momenteel tot 50 procent lager dan vorig jaar. Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;v) wil de positie van telers in de keten versterken via producenten- en brancheorganisaties. Landbouworganisaties zijn voorzichtig positief over het initiatief, maar vragen zich af of de politiek die plannen ook echt zal doorzetten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/631d3748-4729-47cf-a1d6-f7524c56739e/full_width_aardappelen-loods-markt-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Vandaag is er een recordoveraanbod aan aardappelen. Daar spelen verschillende factoren in mee. Nadat ze enkele ‘gouden aardappeljaren’ kenden, plantten veel landbouwers vorig seizoen extra aardappelen op hun veld. Maar toen de vraag begon te slabakken en verwerkers en handelaren plots op de rem gingen staan, liep het mis. Sommige handelaren kwamen mondelinge afspraken niet na en sloten uiteindelijk contracten af voor veel kleinere volumes. Eén handelaar zou vermoedelijk zelfs schriftelijke contracten vervalst hebben, al loopt het onderzoek hier nog over.De combinatie van een dalende vraag, een recordaantal geplante aardappelen en nog eens uitstekende teeltomstandigheden, leidde tot de situatie van vandaag: volle loodsen met aardappelen die op de vrije markt nauwelijks nog afzet vinden. Daarbovenop steeg ook de productie in het buitenland, wat de exportvraag extra onder druk zet. &amp;nbsp;Volgens een raming van onder meer proefcentra Inagro en Viaverda lag er vorige maand nog 860.000 ton aan vrije aardappelen in de Belgische loodsen, zo’n 21 procent meer dan het gemiddelde van de voorbije drie jaar. In totaal werd de aardappelvoorraad vorige maand op 3,3 miljoen ton geschat, wat 30 procent meer is dan het voorbije vijfjarig gemiddelde. Aardappelen betaald, maar niet opgehaaldBelgapom, de sectorfederatie van de aardappelhandel en -verwerking, benadrukte vorige week dat gecontracteerde aardappelen volgens afspraak zullen worden afgenomen. In de sector klinkt dat deze schriftelijke afspraken doorgaans worden nageleefd, maar dat sommige afnemers na betaling de volumes niet komen ophalen. Telers blijven dan zitten met grote voorraden aardappelen waar ze weinig mee kunnen aanvangen en waarvoor ze mogelijk ook nog de kosten moeten dragen om ze te laten afvoeren. We merken dat telers verplicht zijn om pootgoed af te nemen, dat zou resulteren in productievolumes die ver boven de gecontracteerde volumes liggen Rentabiliteit dubbelcheckenOndertussen ziet Boerenbond dat bij zijn leden momenteel tot ongeveer 50 procent minder aardappelvolume wordt gecontracteerd dan vorig jaar, tegen een contractprijs die bovendien ongeveer 20 procent lager ligt. “Ook merken we op dat telers verplicht zijn om een hoeveelheid pootgoed af te nemen, die zou resulteren in productievolumes die ver boven de gecontracteerde volumes consumptieaardappelen liggen. We roepen de telers dan ook op om de economische puzzel goed te leggen alvorens te planten”, aldus Pieter Van Oost, adviseur plantaardige productie van Boerenbond. Hoe werkt de aardappelmarkt?Aardappeltelers kunnen hun aardappelen verkopen via contracten of op de vrije markt. Contracten worden voor het seizoen afgesloten met een verwerker of handelaar en leggen onder meer hoeveelheid, kwaliteitseisen en een prijs vast. Dat geeft telers gedeeltelijk zekerheid over afzet en inkomen.Aardappelen zonder contract worden verkocht op de vrije markt. Verwerkers kopen daar extra volumes wanneer hun hoeveelheid contractaardappelen niet volstaan. De prijs wordt bepaald door vraag en aanbod en kan sterk schommelen. Bij een groot aanbod en een zwakke vraag valt de vrijemarktprijs erg laag, zoals vandaag.Veel telers combineren beide systemen. Ze contracteren een deel van hun productie voor zekerheid en houden een deel vrij om eventueel van hogere marktprijzen te profiteren. Zo spreiden ze het risico tussen zekerheid en marktkansen. Evenwicht in de sector vindenOm de huidige situatie in de toekomst te vermijden, zijn al verschillende initiatieven genomen en luidt voornamelijk het signaal: vraag en aanbod moeten dringend op elkaar afgestemd worden. NEPG, de North-Western European Potato Growers, kijkt daarvoor zowel richting de telers als de afnemers. “Er is meer samenwerking en communicatie in de keten nodig. De verwerking moet zijn ontwikkelingsperspectief verduidelijken en delen met de telers. En tegelijk moeten ook de aardappeltelers verantwoordelijkheid nemen en de productie beperken”, klinkt het.Ondertussen werd ook het pijnpunt aangepakt van de lange periode tussen een mondelinge overeenkomst en de uiteindelijke ondertekening van het contract. Binnen Belpotato.be, en in samenwerking met de FOD Economie, kwamen afnemers en telers tot nieuwe afspraken in een wijziging van de gedragscode van contracten.In opdracht van federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) opende de economische inspectie vorig jaar ook een onderzoek naar ondernemingen in de sector die eenzijdig contracten hebben gewijzigd, of schuldig zouden zijn aan agressieve handelspraktijken en laattijdige betalingen.Brouns roept federale regering en EU op om tandje bij te steken &amp;nbsp;Volgens Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) tonen de huidige overschotten hoe kwetsbaar landbouwers zijn in de voedselketen. “Wanneer de markt kantelt, blijft het risico vaak bij de boer liggen”, klinkt het in een persbericht.Hij wijst erop dat de EU de voorbije jaren regels heeft ingevoerd tegen oneerlijke handelspraktijken (de UTP-richtlijn) en deze recent nog werden versterkt. Ook lanceerde de EU een voorstel om boeren een sterkere onderhandelingspositie te geven door onder meer de producentenorganisaties te versterken en schriftelijke contracten als algemene regel te stellen.Maar volgens Brouns brengt dit voor veel Vlaamse landbouwers vandaag weinig soelaas. “Veel landbouwers durven hun rechten nog altijd niet te claimen omdat ze afhankelijk zijn van een beperkt aantal verwerkers en vrezen hun contract te verliezen. Tegelijk staan producentenverenigingen vaak nog te zwak tegenover grote internationale verwerkers”, zegt Brouns. “De vraag is of de recente Europese voorstellen voldoende zullen zijn.”Zelf wil de minister in het volgende GLB (gemeenschappelijk landbouwbeleid) inzetten op een sterkere ondersteuning van producentenorganisaties zodat landbouwers collectief beter kunnen onderhandelen. Hij wil ook brancheorganisaties versterken om zo overschotten en extreme prijsschommelingen te vermijden. Verder roept hij de EU en de federale overheid op om “door te pakken zodat landbouwers eindelijk sterker staan tegenover grotere spelers in de voedselketen”. Hij had graag een strengere handhaving van de regels tegen oneerlijke handelspraktijken gezien en meer transparantie in contracten en prijzen in de voedselketen. Brancheorganisaties moeten versterkt worden om zo overschotten en extreme prijsschommelingen te vermijden Nood aan versterking van brancheorganisatie?Bij de brancheorganisatie van de aardappelsector, Belpotato.be, zijn ze blij met de politieke aandacht voor hun werking. “We brengen ondertussen al vijf jaar de aardappeltelers en -verwerkers samen met een sterke focus op transparantie en communicatie”, aldus Mathieu Vrancken, voorzitter van Belpotato.be. “Maar de realiteit is dat vraag en aanbod nooit op éénzelfde lijn zullen zitten. Er zal altijd naar een compromis gezocht moeten worden tussen de verschillende schakels.”Dat Belpotato.be zijn nut heeft en al mooie verwezenlijkingen op zijn naam heeft staan, erkennen zowel landbouworganisatie Algemeen Boerensyndicaat als Boerenbond. “Sinds de oprichting van Belpotato.be is er al veel positief veranderd. We zitten inderdaad nog niet in een ideaal scenario; hier en daar wordt al eens geprobeerd om buiten de lijntjes te kleuren”, aldus Mark Wulfrancke, communicatiemedewerker bij ABS. De organisatie versterken wordt dan ook aangemoedigd. We zijn er tot nu toe niet in geslaagd om een financieringsmodel uit te werken voor de brancheorganisatie. Er ontbrak telkens politieke moed Weinig politieke moedAl klinkt er bij Boerenbond enig scepticisme. “Ik hoor al jaren dat brancheorganisaties versterkt moeten worden. Maar de politieke moed om dit ook echt concreet te maken, heb ik nog niet veel gezien”, stelt Van Oost. “Een brancheorganisatie opbouwen, vraagt veel tijd en inspanning. Vandaag gebeurt dat werk vooral door individuele leden die het bovenop hun eigen job doen. We zijn er tot nu toe niet in geslaagd om daarvoor een financieringsmodel uit te werken.&quot;Zo’n model zou vergen dat alle aardappeltelers een bijdrage leveren. Daarvoor heeft de brancheorganisatie de gegevens van alle Belgische of Vlaamse telers nodig. “Het kost ons al zes jaar bloed, zweet en tranen om die informatie van de overheid te krijgen”, klinkt het. “Maar telkens wordt de paraplu opengetrokken: de data kunnen niet gedeeld worden.&quot; Volgens Van Oost ontbreekt het in België nog altijd aan politieke moed om de brancheorganisaties daadwerkelijk te versterken door iedere aardappelteler een kleine bijdrage te laten betalen. &quot;Hopelijk komen we na zes jaar in de laatste meters van deze marathon te zitten&quot;, klinkt het.“De deur staat momenteel op een kier om de nodige informatie toch van de overheid te krijgen”, zegt Vrancken. Hij kijkt hoopvol uit naar de steun van de overheid om zo een financieringsmodel uit te werken. “Er zijn niet zoveel brancheorganisaties. Daarom moeten we zelf telkens uitzoeken hoe we ons organiseren, terwijl zowel het beleid als andere sectoren vanop de zijlijn kijken of het ons lukt en of er toekomst in zit”, aldus Vrancken. Alle steun vanop de zijlijn is dus welkom. Landbouwers zullen nooit prijzetters worden Een olifant eet men hap voor hap opEen brancheorganisatie brengt verschillende schakels uit de keten samen en legt onderlinge afspraken vast. Een producentenorganisatie heeft een andere doelstelling en wil telers sterker maken in de verkoop van hun producten.Van Oost ziet voor de sector mogelijk wel kansen in het model van een producentenorganisatie. “Zoals we die kennen uit de groenten- en fruitsector bestaan er verschillende vormen van producentenorganisaties, elk met hun eigen voor- en nadelen. Het is in elk geval goed dat dit openligt voor discussie.” Volgens Wulfrancke zal er ook gekeken moeten worden naar een subsidie die de opstartkost van een producentenorganisatie dekt. “Vroeger bestond die, maar dat is ondertussen weggevallen”, klinkt het. Hij waarschuwt wel dat landbouwers, met of zonder producentenorganisaties, in veel sectoren prijsnemers zullen blijven, zeker wanneer de prijzen op de wereldmarkt worden bepaald. “Maar door het aanbod te bundelen staan de telers wel sterker en kan de productie beter afgestemd worden op de vraag.” Die afstemming is voor Wulfrancke zeer belangrijk. “We hebben onze telers in het voorjaar van 2025 opgeroepen om minder te telen, maar konden niet aangeven hoeveel minder nodig is, omdat afnemers niet in hun kaarten laten kijken. Eigenlijk is dat niet helemaal eerlijk: afnemers weten bijna alles over de telers, maar omgekeerd niet.”Ook Vrancken ziet toegevoegde waarde in het opzetten van producentenorganisaties maar tempert meteen hoge verwachtingen. “Daarmee zullen niet onmiddellijk alle problemen opgelost zijn voor aardappeltelers, maar het kan zeker een optie zijn om tot een evenwichtigere keten te komen en telkens de grote verschillen tussen teler en afnemer weg te werken. Een olifant eet je nu eenmaal hap voor hap.”</content>
            
            <updated>2026-03-10T23:56:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Podcast: "Beleid rond oude hoeves zorgt enkel voor verliezers"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/podcast-beleid-rond-oude-hoeves-zorgt-enkel-voor-verliezers" />
            <id>https://vilt.be/58766</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het beleid rond oude hoeves heeft gezorgd voor alleen maar verliezers. Dat zeggen ILVO-experten Anna Verhoeve en Elke Vanempten in de podcast ‘Komt het goed met ons eten?’. Maar volgens hen kunnen duidelijke keuzes het tij keren. “Voor elke vrijgekomen site moet een grondige afweging worden gemaakt en beslist welke toekomst die heeft: agrarisch hergebruik, zonevreemde functiewijziging of sloop? Want ook die laatste optie moet een te overwegen piste zijn”, luidt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="open ruimte" />
                        <category term="hoeve" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/020b8d38-ee54-4a3c-b75c-b0085ddfe5cb/full_width_pocast-ruimte-om-te-boeren-1.jpg</image>
                                        <content>In een nieuwe aflevering van de podcast ‘Komt het goed met ons eten?’ gaat het over de zogenaamde fermettisering van het platteland. Wat doen we met oude hoeves die hun landbouwfunctie verliezen? De recente aandacht voor dit thema, onder meer in het Vlaams Parlement, is het gevolg van twee sterke bewegingen. Dat zeggen Anna Verhoeve en Elke Vanempten van de eenheid Landbouw &amp;amp; Maatschappij van ILVO, waar ze al heel wat jaren onderzoeken hoe het Vlaamse platteland verandert.Pendelbeweging“De uitstroom in de landbouwsector is al even aan de gang en zal door de vergrijzing in de sector nog versnellen. In de toekomst zullen er dus nog veel hoeves vrijkomen”, duiden Verhoeve en Vanempten. Ze stellen vast dat er de afgelopen decennia een soepele regelgeving rond zonevreemde functiewijzigingen was, waardoor veel van die oude hoeves vrij eenvoudig een woonfunctie hebben gekregen. “Dat heeft een negatieve impact gehad op landbouw waardoor er een verstrenging van het beleid is gekomen”, klinkt het.Die verstrenging van het beleid betekende dat het Agentschap Landbouw en Zeevisserij veel grondiger is gaan bekijken wat de impact is van een zonevreemde functiewijziging op landbouw. “Als het agentschap van oordeel is dat die impact er is, dan is het veel systematischer dan vroeger een negatief advies gaan geven. Dat advies is niet bindend. Maar als lokale besturen dit advies volgen, dan zit de eigenaar met een hoeve waarvoor eigenlijk vandaag, naast landbouw en landbouwverbrede functies, geen perspectief voorhanden is”, meent Verhoeve.Deze pendelbeweging van soepel naar streng beleid heeft volgens haar helaas niet geleid tot een antwoord op de vraag van vele eigenaars: Wat doen we met een site die zijn landbouwfunctie verliest? “Als er geen alternatief is, leidt die verstrenging enkel tot stilstand, onzekerheid en conflict”, luidt het. Duidelijke keuzesHet resultaat is dat er alleen maar verliezers zijn. “Landbouwers verliezen omdat dit beleid geleid heeft tot druk op grond en vergunningsonzekerheid. Startende landbouwers verliezen omdat ze weggeconcurreerd worden op de vastgoedmarkt. Eigenaars van hoeves verliezen omdat ze geen perspectief hebben en kapitaalsverlies dreigen te lijden. Maar ook de open ruimte verliest omdat ze verder versnippert en kwaliteitsverlies kent”, stellen de ILVO-wetenschappers. “Nu staan al die groepen vaak tegenover elkaar terwijl ze in feite allemaal vastlopen in een te weinig samenhangend beleidskader.”Ze wijzen erop dat de toekomst van de landbouw ook afhangt van de manier waarop omgegaan wordt met de plekken waar de landbouwactiviteit nu en de komende jaren stopt. “Simpele oplossingen zijn er niet, maar het kan wel goedkomen”, concluderen Vanempten en Verhoeve. “Maar dan moeten we duidelijke keuzes durven maken binnen een samenhangend beleidskader. Vandaag staat elke vrijgekomen hoeve op een kruispunt. Bij elk van die hoeves moet de vraag gesteld worden: Willen we een landbouwtoekomst? Willen we zonevreemde functies of is net sloop op die specifieke plek de beste optie?”</content>
            
            <updated>2026-03-10T20:08:38+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Netcongestie rukt op in Vlaanderen: fruittelers krijgen voorlopig geen verzwaring van stroomcabine]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/netcongestie-rukt-op-in-vlaanderen-fruittelers-krijgen-vooralsnog-geen-verzwaring-van-stroomcabine" />
            <id>https://vilt.be/58767</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het oprukken van datacentra en de elektrificatie van bedrijven en het wagenpark drijven het stroomnetwerk tot het uiterste. In Nederland wachten bedrijven jaren op een verzwaarde aansluiting of zelfs een nieuwe aansluiting. Nu lijken ook in Vlaanderen de gevolgen van netcongestie hun tol te eisen. “Wij krijgen geen toestemming voor een verzwaring wegens voorziene congestie van het elektriciteitsnet”, vertelt Jan Van der Velpen, fruitteler in Bierbeek.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="energie" />
                        <category term="groene energie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/aeb247ba-7b88-4adb-a5b7-0abe45191bd2/full_width_elektriciteitenergie.jpg</image>
                                        <content>“Je dossier bevindt zich in een zone die momenteel als congestiegevoelig wordt beschouwd. Dit betekent dat het elektriciteitsnet in jouw regio nu maximaal belast is, mede door eerdere aanvragen waarbij al capaciteit is gereserveerd. Hierdoor is de operationele limiet van het lokale aansluitpunt tussen Elia en Fluvius bereikt.” Dat liet netbeheerder Fluvius enkele weken geleden weten aan de fruittelers Jan en Patrick Van der Velpen in Bierbeek.De fruittelers wonnen vorig jaar de publieksprijs klimaatkoploper van Boerenbond. Ze gebruiken hun eigen groene energie voor hun koelinstallaties. Daarbij heeft hebben zij echter niet het ideale energieprofiel. “De frigo’s draaien in de winter als er weinig zonne-energie wordt opgewekt. Als het zomer is en de energiebehoefte vermindert door de leeglopende koelloodsen, dan ligt onze stroomproductie op zijn piek.”Verhoging capaciteit nodig voor deelname aan de noodstabilisatie marktenDe fruittelers hadden daarom een aanvraag ingediend om hun stroomcabine met middenspanning te verhogen van 250 naar 400 kVA. Deze verhoging van de capaciteit was nodig om hun boerderijbatterij in te kunnen zetten voor stabilisatie van het hoogspanningsnet, naast de consumptie van eigen opgewekte groene stroom. “In dat geval staat de batterij tijdelijk (30 seconden tot een minuut, red.) ter beschikking van Elia om het hoogspanningsnet op vlak van frequentie (FCR up-down, red.) te stabiliseren”, zegt Brecht Debruyne van Farmpower.Farmpower is een energiecoöperatie van boeren die onder andere onderhandelt over energiecontracten, maar ook het zelfgebruik van de batterij optimaliseert en bemiddelt met netbeheerders voor de inschakeling van de boerderijbatterij op de FCR-markt. “Onze leden hebben zo’n 150 boerderijbatterijen”, vervolgt Debruyne.Volgens Debruyne is het niet het enige landbouwbedrijf dat tegen het elektriciteitsnetplafond aan botst. “Bij het uitvoeren van energiestudies krijgen we in bepaalde postcodes steeds vaker te horen dat een uitbreiding van de capaciteit niet mogelijk is.” De energieconsulent van Farmpower wijt dit onder meer aan de vele aanvragen voor elektriciteit slurpende datacentra en de elektrificatie van het wagenpark in Vlaanderen.Fluvius: “Net overvol in bepaalde gebieden”Fluvius erkent dat netcongestie een steeds grotere dreiging is in ons land. “Het klopt dat we in bepaalde gebieden niet alle aanvragen voor hoge en zeer hoge vermogens op de traditionele manier kunnen aansluiten. Dat komt omdat de elektrificatie van bedrijven, de komst van datacenters en industriële batterijen extra druk leggen op de koppelpunten van ons distributienet en het hoogspanningsnet van Elia.”De netbeheerder ontkent dat dit al tot weigeringen heeft geleid. Ook de brief aan Van der Velpen moet niet als een weigering gezien worden. Het gaat om de laatste alinea in de brief: Er is meer analyse en tijd nodig alvorens we een offerte kunnen aanbieden. “Dat betekent dat we op korte termijn geen offerte kunnen uitsturen. De klant geven we dan de optie om het dossier stop te zetten of te wachten. Dit is geen brief waarbij we de aanvraag weigeren”, klinkt het.Fluvius stelt dat het aantal aanvragen voor een elektriciteitsaansluiting vanuit bedrijven sterk steeg het voorbije jaar, wat leidt tot een langere wachtrij. “Een groot deel van de aanvragen kan wel klassiek aangesloten worden”, benadrukt het bedrijf nog. Landbouworganisatie Boerenbond heeft weet van &quot;enkele&quot; landbouwbedrijven die in een wachtrij staan om een verzwaring te krijgen van het net. &quot;We merken dat distributienetten op het platteland vaak onvoldoende zijn uitgerust voor decentrale productie op te vangen. We vragen als Boerenbond om het elektriciteitsnetwerk op het platteland te verbeteren want tegelijk helpen decentrale productie-installaties net om netcongestie te verminderen.&quot; Netcongestie staat verdere vergroening landbouw in de wegDebruyne van Farmpower stelt vast dat netcongestie de vergroening van de land- en tuinbouw afremt. “Eigen consumptie van opgewekte groene energie is de belangrijkste motivatie om te investeren in een boerderijbatterij. Maar het verder valoriseren van de batterij door onbalansen op het net op te vangen, is een belangrijke bijkomstigheid.” Als dat niet mogelijk is, wordt de batterij ook minder snel terug verdiend en is het dus een minder interessante investering.Trees Loncke, de CEO van Kioz, hoort steeds vaker dat landbouwers bij hun aanvragen stoten op de limieten van het elektriciteitsnet. Het bedrijf ondersteunt landbouwbedrijven om een maximaal zelfgebruik van eigen opgewekte energie te behalen en zet daarbij ook batterijen en waterstof in. “Met ons Kioz Ecosysteem behaalden we in de wintermaand februari bij klanten een zelfvoorzieningsgraad van meer dan 97 procent voor elektriciteit”, vertelt Loncke. Om het eigen gebruik op te krikken zijn meer zonnepanelen en het opdrijven van de capaciteit van de stroomcabine nodig. “Maar landbouwbedrijven krijgen regelmatig te horen van Fluvius dat een uitbreiding niet mogelijk is omdat de maximale capaciteit van het stroomnet bereikt is, zonder zicht op een oplossing”, stelt Loncke.Van zonne-energie naar waterstof voor de landbouwmachinesDe overtollige stroom die het grote zonnepanelenpark in de zomer opwekt, benut Kioz in de vorm van waterstof, dat op termijn ingezet kan worden als brandstof op het landbouwbedrijf. “Elektriciteit maakt maar 20 procent uit van het energiegebruik op landbouwbedrijven. Om verder te decarboniseren moet ook iets gedaan worden aan het 80%-restant, dat bestaat uit molecules, bijvoorbeeld gas of diesel”, aldus Loncke.&amp;nbsp;In de bedrijfsfilosofie van Kioz kan waterstof dienen om energieoverschotten weg te werken als groene molecule: als brandstof voor mobiliteit, verwarming of elektriciteit in de winter. “Maar hiervoor is een verzwaring van de aansluiting vaak noodzakelijk. Als dat niet kan, stopt ook de verduurzaming op het landbouwbedrijf”, besluit zij.</content>
            
            <updated>2026-03-11T14:35:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mestbank wil met infofiches en autocontrole fouten bij mestverwerking voorkomen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mestbank-wil-met-infofiches-en-autocontrole-fouten-bij-mestverwerking-voorkomen" />
            <id>https://vilt.be/58768</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met bijkomende sensibilisering en een verplicht autocontrolesysteem wil de Mestbank mestverwerkingsbedrijven helpen om inbreuken te vermijden. “Tijdens gezamenlijke controles met het Departement Omgeving stelden we vast dat er op een aantal punten nog ruimte voor verbetering was. Via overzichtelijke fiches willen we mestverwerkende bedrijven praktische tips aanreiken om veelvoorkomende inbreuken en emissies te vermijden”, licht de Mestbank zijn preventieve aanpak toe.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7c8ea427-e8b9-42b4-8352-aa2ca6b50c98/full_width_biogas2.jpg</image>
                                        <content>Het correct onderhouden van een mestverwerkingsinstallatie is een belangrijk aandachtspunt voor mestverwerkende bedrijven. De Mestbank en het Departement Omgeving stelden onder meer vast dat de mestopslag soms te vol zit. Debietmeters werken niet altijd goed of poorten en deuren zijn onvoldoende gesloten om emissies te vermijden. Ook luchtwassers functioneren niet altijd naar behoren. “Nochtans is dat nodig om emissies naar bodem, lucht en water te voorkomen”, klinkt het.Fiches met praktische tipsOm mestverwerkers te helpen om herhaling van problemen te voorkomen, heeft de Mestbank praktische fiches ontwikkeld met daarin tips om mest correct en veilig te verwerken. Die worden bezorgd aan alle 157 mestverwerkers in Vlaanderen.Er is een aparte fiche beschikbaar voor de biologie, de compostering en vergisting. “Bij&amp;nbsp;biologieën&amp;nbsp;en&amp;nbsp;vergisters, waar vooral met vloeibare meststromen wordt gewerkt, is het risico op lekken naar grond- en oppervlaktewater groter. En is de verplichte debietmeting een belangrijk instrument voor&amp;nbsp;toezicht op de goede werking van de installaties”, klinkt het.&amp;nbsp;“Bij compostering ligt de aandacht vooral op luchtemissies,&amp;nbsp;die&amp;nbsp;bijvoorbeeld&amp;nbsp;ontstaan&amp;nbsp;wanneer een poort openblijft&amp;nbsp;of de luchtwasser niet goed werkt.” Verplicht autocontrolesysteemTegen eind 2026 moeten alle mestverwerkers volgens het mestdecreet beschikken over een autocontrolesysteem. Dat is een systeem dat alle wettelijke verplichtingen vertaalt naar concrete procedures op bedrijfsniveau. “Elke mestverwerker legt in een autocontrolesysteem vast hoe ze hun processen zullen opvolgen om mestverliezen en andere inbreuken te voorkomen”, legt de Mestbank uit. Het Vlaams Coördinatiecentrum (VCM) schreef daarvoor in overleg met VLM een autocontrolegids.De afgelopen jaren werden een aantal mestverwerkingsbedrijven begeleid om een eigen autocontrolesysteem op poten te zetten. “Tussen 2022 en 2024 heeft VCM jaarlijks vijf mestverwerkers geholpen om op basis van de autocontrolegids een eigen systeem op poten te zetten. De deelnemende bedrijven evalueren het systeem werkbaar en haalbaar”, vertelt Greet Ghekiere, voorzitter van VCM.Ook de komende maanden mogen de mestverwerkingsbedrijven op steun rekenen van VCM bij de invoering van hun autocontrolesysteem. Er staan onder meer webinars, rondetafelgesprekken en een lerend netwerk op de planning.</content>
            
            <updated>2026-03-11T16:19:49+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Een maand sinds de uitbraak van NCD al meer dan één miljoen besmettingen in Duitsland]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ongerustheid-neemt-toe-met-meer-dan-miljoen-besmettingen-newcastle-in-duitsland" />
            <id>https://vilt.be/58769</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Al meer dan een miljoen kippen zijn in Duitsland getroffen door de ziekte van Newcastle (NCD). Het virus verspreidt zich aan een razendsnel tempo. Het is nog geen maand geleden dat het voor de eerste maal in zo’n 20 jaar werd aangetroffen in Duitsland. Net als bij ons is vaccinatie tegen Newcastle Disease in Duitsland al jaren verplicht. Landsbond Pluimvee vermoedt dat deze uitbraak de eierprijzen nog sterker zal doen stijgen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2143fe5b-08d2-45bf-aee6-eaf147a2b346/full_width_kip-pluimvee-hok-ophokplicht-leghen-1280.jpg</image>
                                        <content>De nieuwe uitbraken situeren zich in de oostelijke regio&#039;s Brandenburg en Beieren. Vooral leghennenbedrijven zijn getroffen. In het hele land worden nu uitgebreide maatregelen genomen, zoals verplaatsingsbeperkingen en ruimingen bij besmette dieren.Sinds de uitbraak op 20 februari bij een kalkoenbedrijf in de gemeente Oder-Spree, in Brandenburg vlakbij de Poolse grens, hebben vele nieuwe uitbraken de kop opgestoken. Op 4 maart was er een uitbraak in een stal met 375.000 leghennen in de gemeente Dahme-Spreewald. Als ook in twee andere stallen het virus wordt aangetroffen, zullen in totaal zo’n miljoen dieren hier worden geruimd. In diezelfde regio is op zes maart ook nog een pluimveehouderij in Spree-Neisse getroffen. Hier gaat het om ongeveer 270.000 leghennen.In Beieren zijn momenteel een tiental NCD-uitbraken bevestigd. Acht hiervan liggen in Erding, waar de eerste uitbraak was. In deze stad zijn in totaal al meer dan 200.000 leghennen geruimd. Er is binnen Erding ook een verdenking op een bedrijf met leghennen en eenden. Polen zwaar getroffenOok elders in Europa steekt Newcastle Disease de kop op. Polen blijft het zwaarst getroffen land, Tussen 26 januari en 2 maart hebben er 17 nieuwe uitbraken plaatsgevonden bij commerciële houderijen. In andere landen worden sporadisch kleinere uitbraken gedetecteerd, maar meestal lukt het goed om deze in te dijken. Spanje bijvoorbeeld telde in januari vijf uitbraken op commerciële boerderijen. Maar sindsdien is de situatie verbeterd, met slechts één nieuwe uitbraak op een niet-commerciële boerderij.Landsbond Pluimvee volgt de besmettingen in de landen met argusogen op. In België dateert de laatste uitbraak van Newcastle van 2018. Toen werden drie professionele pluimveebedrijven en 17 hobbyhouders getroffen. Het Voedselagentschap stelde toen meteen beschermingsmaatregelen in en sinds eind 2018 is ons land vrij van de ziekte. De mildere variant van de ziekte paramyxovirose, die enkel duiven treft, duikt wel nog jaarlijks op.De een zijn dood...“Momenteel zie ik nog geen grote bezorgdheid bij onze leden, maar Duitsland is dicht bij de deur en de impact is er gigantisch groot”, zegt Martijn Chombaere van Landsbond Pluimvee. “De uitbraak valt ook middenin een periode waarbij er al serieuze tekorten zijn door vogelgriep.”De prijzen van eieren en gevogelte blijven inmiddels stijgen. Vorige week bedroeg de prijs van het een bruin scharrelei van 62,5 gram nog 18,91 cent. Een ongezien record, dat op 10 maart alweer verbroken werd. Vandaag staat de eierprijs op 19,05 cent. “Het is heel cru om te zeggen, maar zolang we zelf niet getroffen zijn, zijn deze tekorten eigenlijk een opsteker. De een zijn dood is de ander zijn brood”, zegt Chombaere. “De markt werkt volgens vraag en aanbod, en de uitbraak van Newcastle Disease in Duitsland en Polen hebben hun weerslag op de productie. Maar natuurlijk geeft de situatie ons een dubbel gevoel, want wat daar gebeurt, wens je niemand toe.”Net als in Duitsland wordt er in België tegen Newcastle gevaccineerd. Dat geeft geen 100 procent garantie dat de ziekte wegblijft, maar het helpt om verspreiding te voorkomen. “Vaccineren doe je in de eerste plaats om symptomen te verminderen en de overdracht naar derden te reduceren”, zegt Chombaere.Dat vaccinatie tegen Newcastle Disease in Polen tot voor kort niet verplicht was, wordt gezien als één van de redenen waarom dit land in het bijzonder zo getroffen wordt. Polen heeft vaccinatie tegen Newcastle pas verplicht in mei 2025, veel later dan andere Europese landen. Het virus had toen al veel pluimveebestanden besmet. Het land blijft zwoegen om het virus in te dijken. Geen extra maatregelen in ons landIn België blijft voedselagentschap FAVV de situatie monitoren. &quot;De recente meldingen over Newcastle Disease bij pluimvee in Duitsland geven op dit moment geen aanleiding tot bijkomende beschermingsmaatregelen in ons land&quot;, meldt Hélène Bonte van FAVV. Ze wijst erop dat de huidige maatregelen die gelden voor hoogpathogene vogelgriep ook volstaan om pluimvee te beschermen tegen Newcastle Disease.&quot;Een belangrijk verschil met vogelgriep is wel dat tegen Newcastle Disease al jarenlang routinematig wordt gevaccineerd in de volledige commerciële pluimveesector (en in de hobbysector die deelneemt aan verzamelingen, red.). Die vaccinatieplicht vormt een doeltreffende en bewezen bescherming tegen insleep van het virus&quot;, zegt Bonte. &quot;Net als vogelgriep is Newcastle Disease een virus dat regelmatig voorkomt bij wilde vogels, die het natuurlijke reservoir vormen en het grootste besmettingsrisico inhouden. Uitbraken in landen zoals Duitsland of Polen zijn daarom op zich weinig relevant voor de situatie in België, want die zijn nog ver van ons verwijderd.&quot; Uitbraken in landen zoals Duitsland of Polen zijn daarom op zich weinig relevant voor de situatie in België, want die zijn nog ver van ons verwijderd Haarden van ND bij pluimvee worden systematisch geruimd, met vergoeding door het Sanitair Fonds, zoals bij hoog pathogene vogelgriep. Er bestaan criteria waarmee men een uitzondering kan vragen op de ruiming van vogels, maar in de praktijk is het onwaarschijnlijk dat een commercieel pluimveebedrijf daaraan kan voldoen. Vaak is het vanuit economisch oogpunt zelfs niet wenselijk om van die uitzondering gebruik te maken. De derogatie om te ruimen gebeurt wel quasi systematisch bij hobbyhouders en bij bv. houders met zeldzame rassen en vogels in dierentuinen. “Dat maakt het voor het FAVV gemakkelijker om in de sporadische uitbraken waar dat wettelijk kan (hobbyhouders, dierentuinen, zeldzame rassen) niet te ruimen, maar gebruik te maken van vaccinatie om de besmetting onder controle te krijgen&quot;, zegt Bonte. &quot;Zeker bij hobbyhouders, waar het verloop van de ziekte dikwijls milder is en de sterfte en de impact beperkter blijven, is dit een valabele optie.”</content>
            
            <updated>2026-03-16T11:29:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoeveproducten van kaasmakerij Catharinadal erkend als Vlaamse streekproducten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoeveproducten-kaasmakerij-catharinadal-erkent-als-vlaamse-streekproducten" />
            <id>https://vilt.be/58770</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Drie zuivelproducten van kaasmakerij Catharinadal uit Hamont-Achel zijn erkend als Vlaams streekproduct. Het gaat om de Kempense hoeveboter, hoevebotermelk en hoeveplattekaas van het Limburgse korteketenbedrijf. De kaasmakerij, die zo’n 100 MRIJ-koeien melkt, valoriseert ongeveer de helft van haar melk in eigen zuivelproducten. Catharinadal is ook bekend om de Achelse Blauwe kaas.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/95f6f02a-dbda-4399-a48c-8f1dc82a4cdd/full_width_kempense-hoevebotermelk.jpg</image>
                                        <content>“Kempense hoeveboter, hoevebotermelk en hoeveplattekaas zijn pure traditie en eenvoud. Het is prachtig dat de Limburgse kaasmakerij Catharinadal de rauwe hoevemelk verwerkt tot hoogwaardige en smaakvolle producten. Het Vlaamse label is een mooie bekroning voor het vakmanschap van de familie Boonen, die al vier generaties lang deze traditie met passie verderzet”, aldus Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v).Brouns reageert hiermee op de erkenning als streekproduct voor drie zuivelproducten van de kaasmakerij. De hoeveverwerker kreeg deze erkenning van het Steunpunt Streekproducten van het Vlaams Centrum voor Agro-en Visserijmarketing (VLAM). Elk jaar voorziet het Steunpunt twee à drie erkenningsrondes voor Vlaamse traditionele streekproducten. In de erkenningsronde van maart 2026 kregen de al vermelde producten het gegeerde label. Andere bedrijven motiveren“VLAM hoopt dat deze erkenningen ook andere producenten warm maken voor een erkenning van hun hoevezuivel. Al eeuwen getuigen onze oudste kookboeken, schilders zoals Bruegel en zelfs getuigenissen van buitenlandse reizigers over onze liefde voor boter en andere hoevezuivel”, vertelt woordvoerder Liliane Driesen van VLAM.Kaasmakerij Catharinadal mag voortaal het label STREEKPRODUCT.be gebruiken op de drie producten en in de communicatie. “Dit is een hele erkenning voor ons werk”, vertelt&amp;nbsp; Jan Boonen. Hij staat als vierde generatie in de startblokken staat om op termijn het bedrijf van zijn ouders over te nemen. “Wij maken deze zuivelproducten volgens het recept van onze voorouders en zoals andere boeren het vroeger in de streek deden”, vertelt de Limburger. Oude recepten, oud runderrasDe familie Boonen zweert niet alleen al generaties lang bij haar oude recepten, maar ook bij de MRIJ-koeien die minimaal 120 dagen minstens zes uur per dag in de weide lopen. Deze runderen komen oorspronkelijk uit het gebied tussen Maas, Rijn en IJssel (vandaar: MRIJ-ras). Volgens de Stichting Levend Erfgoed werd dit ras al sinds de 19de eeuw ingezet om het Kempische ras te verbeteren. De dieren worden bijgevoederd met veevoeder van eigen teelt. “MRIJ-koeien geven vettere melk dat rijker is aan eiwitten”, vertelt Boonen. Toch staat het “ideale” ras voor rauwe hoevezuivelproducten ter discussie op het landbouwbedrijf. “Er zijn nog weinig MRIJ-koeien over, waardoor het moeilijk is juiste stieren te vinden en de bloedlijn gezond te houden”, klinkt het.Kaasmakerij Catharinadal melkt ruimt 100 koeien. Ongeveer de helft van de melk gaat naar de zuivelverwerker Limelco, de rest verwerkt het bedrijf zelf. In de boerderijwinkel verkoopt Catharinadal jaarrond 80 eigen zuivelproducten, dat gedurende het jaar aangevuld wordt tot 150 producten. De kaasmakerij geniet ook faam om haar Achelse Blauwe blauwschimmelkaas&amp;nbsp; die meermaals de titel van beste blauwe kaas ter wereld in de wacht sleepte.</content>
            
            <updated>2026-03-11T16:18:43+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Al bijna 4.000 landbouwers geholpen: Vlaanderen hernieuwt samenwerking met Boeren op een Kruispunt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/al-bijna-4000-landbouwers-geholpen-vlaanderen-hernieuwt-samenwerking-met-boeren-op-een-kruispunt" />
            <id>https://vilt.be/58771</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) hernieuwt de samenwerking met vzw Boeren op een Kruispunt. De organisatie is het centrale aanspreekpunt voor land- en tuinbouwers die kampen met financiële, bedrijfstechnische of psychosociale moeilijkheden. Momenteel krijgen 486 landbouwbedrijven begeleiding door de organisatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mentaal welbevinden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fc4651fb-10d8-48d4-b3e8-ea0291071632/full_width_boerenopeenkruispunt.jpg</image>
                                        <content>Hoewel het aantal nieuwe aanmeldingen bij Boeren op een Kruispunt voor het derde jaar op rij is gedaald, blijft het aantal hulpvragen aanzienlijk. Dat vindt ook minister Brouns, die oproept om waakzaam te blijven voor psychosociale problemen in de landbouwsector. “Daarom blijft een sterk vangnet absoluut noodzakelijk”, zegt hij. “Boeren op een Kruispunt zorgt ervoor dat landbouwers op een discrete en laagdrempelige manier ondersteuning krijgen wanneer het moeilijk gaat.”Vorig jaar klopten 220 landbouwers aan bij de organisatie, tegenover 246 in 2024, 247 in 2023 en 302 in 2022. &quot;Het aantal nieuwe aanmeldingen daalt op jaarbasis, maar met 486 lopende begeleidingen en onze blijvende inzet op preventie hebben we nog altijd bijzonder veel werk om handen&quot;, zegt Els Verté, directeur voor Boeren op een Kruispunt. Het aantal nieuwe aanmeldingen daalt op jaarbasis, maar met 486 lopende begeleidingen en onze blijvende inzet op preventie hebben we nog altijd bijzonder veel werk om handen 440.000 euro subsidieSinds de oprichting in 2007 begeleidde de organisatie al 3.863 land- en tuinbouwers. De samenwerking wordt nu opnieuw verlengd. De organisatie krijgt een subsidie van 440.000 euro. Met dat geld bieden ze kosteloze en vertrouwelijke begeleiding aan landbouwers en hun gezinnen. Dat kan gaan van een eerste advies tot intensieve begeleidingstrajecten en nazorg. Landbouwers kunnen er terecht met vragen over onder meer schulden, de rendabiliteit van hun bedrijf, juridische problemen, familiale spanningen of mentaal welzijn. De organisatie zamelt naast subsidies ook eigen middelen in, onder andere met de verkoop van de jaarlijkse boeren- en boerinnenkalender.Verdere uitbouwMet de vernieuwde samenwerking wil Vlaanderen de werking van Boeren op een Kruispunt verder versterken. Men richt op een verdere uitbouw van de individuele begeleiding, meer preventie en sensibilisering rond mentaal welzijn. Een versterking van de vrijwilligerswerking, psychosociale ondersteuning en het laagdrempelig houden van het hulpaanbod komen eveneens aan bod. Ook de digitale bereikbaarheid wil men verbeteren, zodat landbouwers sneller hulp vinden.“Wie elke dag zorgt voor ons voedsel, verdient zelf ook zorg en ondersteuning. Investeren in het welzijn en de weerbaarheid van onze landbouwers is investeren in de toekomst van onze Vlaamse landbouw,” aldus de minister.</content>
            
            <updated>2026-03-11T16:30:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boekvoorstelling ‘Je bord ontrafeld': Vijf opvallende inzichten over landbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/5-opvallende-inzichten-over-landbouw-uit-boekvoorstelling-je-bord-ontrafeld" />
            <id>https://vilt.be/58772</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wat ligt er echt op ons bord, en wat denken we dat erop ligt? In het nieuwe boek ‘Je bord ontrafeld’ ontrafelen Tessa Avermaete, Wannes Keulemans en Barbara De Coninck feiten, fabels en emoties rond voedsel en landbouw. Tijdens de boekvoorstelling gingen de auteurs, wetenschappers en gasten in gesprek over enkele hardnekkige discussies uit het voedseldebat. Dat leverde scherpe inzichten en enkele opvallende uitspraken op.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedingsindustrie" />
                        <category term="agrovoedingsketen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b2985d2f-67c4-47ef-b450-577a426b5024/full_width_tractor-veld-akkerbouw-tomdedecker.jpg</image>
                                        <content>1. “Theorieën rond de reductie van de veestapel baseren zich te vaak op landbouwproductie. Wat met consumptie?”Om 100 kilocalorieën rundvlees te produceren, is ongeveer 18 keer meer land nodig dan voor dezelfde hoeveelheid kip. Bij groenten ligt dat nog eens dubbel zo laag. Vleesproductie vraagt dus aanzienlijk meer land dan plantaardige voeding. Wie zijn landgebruik zo laag mogelijk wil houden, zou theoretisch gezien best een dieet van uien volgen. Al was dat gelukkig niet de conclusie die auteur en professor plantgezondheid en -bescherming Barbara De Coninck aanreikte om het debat hierop verder te laten gaan. Het gesprek met Chris Claes, directeur Rikolto International, en de Nederlandse wetenschapsjournalisten Joost Van Kasteren en Hidde Boersma ging verder over de veestapelreductie. “De grafiek spreekt boekdelen, een veestapelreductie is noodzakelijk. Maar veel theorieën en studies hierrond vertrekken vanuit de productie, niet vanuit de consumptie”, stelt Claes. “De vraag naar vlees blijft hoog. Als we hier minder produceren, zal de import gewoon toenemen.” Volgens hem mag de consumptiezijde in dit vraagstuk niet vergeten worden. “Bewustmaking en educatie helpen, maar leiden niet automatisch tot een gedragswijziging. Kijk naar fairtrade. Bijna iedereen steunt het principe, maar slechts een minderheid koopt het effectief.”Ook Boersma ziet de uitstoot van broeikasgassen en het landgebruik van vee als argumenten om de veestapel te verkleinen. Die reductie biedt volgens hem tegelijk een kans om het beleid te veranderen, samen met de veehouders die nog overblijven en mee willen in de beleidswending. “Veel boeren kunnen en willen de maatschappelijke uitdaging aangaan. Wel moeten we oppassen dat we die welwillende en vooruitstrevende landbouwers niet kwijtspelen”, luidt het. “In Nederland zijn bij de stikstofuitkoopregeling veel moderne bedrijven gestopt, terwijl oudere bedrijven vaak nog even verder willen doen. Terwijl het net die moderne boeren zijn die je zou willen houden.” Als je de veiligheidsmarge van gewasbescherming zou toepassen op de weg, moeten auto’s voortaan 6 tot 7 kilometer afstand van elkaar houden om een eventuele botsing te voorkomen 2. “Waar komt die heisa rond gewasbeschermingsresidu op voeding plots vandaan?”De auteurs laten heel wat collega-wetenschappers en experts aan het woord over feiten en fabels in de sector. Zo interviewde bio-econome Tessa Avermaete de jonge komkommerteler Willem Derynck, ook ondervoorzitter van Groene Kring. Hij vertelde het niet te verstaan dat mensen in de supermarkt hun kar volleggen met ultrabewerkte kant-en-klare maaltijden, maar in de versafdeling zich de vraag stellen of er op hun tomaten of appels een residu van gewasbeschermingsmiddelen terug te vinden is.“Bij gewasbescherming wordt niet gerekend met gevaar, maar met risico”, bracht De Coninck de zaal bij. “Een risico is het gevaar vermenigvuldigd met blootstelling. In de EU zijn de regels zodanig streng dat er in dat risico een veiligheidsmarge ingewerkt is van 100. Je kan de analogie maken met een auto op de snelweg. Om een eventuele botsing te vermijden, hou je best een afstand van 60 tot 70 meter. Als je de veiligheidsmarge van gewasbescherming zou toepassen op deze wegcode, moeten we in het vervolg zes tot zeven kilometer afstand houden. In veel sectoren worden innovatie en sommige risico&#039;s toegelaten, maar zodra het over bepaalde dossiers in de landbouw gaat, valt op hoe weinig ruimte daarvoor is in het debat.” De uitzonderingen die gebracht worden in de media verdienen meer context. Want het uitzonderlijke wordt snel de norm bij het brede publiek “Ik versta het gewoon niet”, zegt wetenschapsjournalist Van Kasteren tijdens het panelgesprek. “Vanwaar komt die plotse heisa? We weten al jaren dat het niet de stof, maar de dosis is die toxisch is. Soms heb ik zin om mijn schoen naar de tv te gooien.”Boersma heeft er wel een verklaring voor. “Het hele agrovoedingsdebat kan wel wat nuance gebruiken. De media spelen hierin een grote rol. Journalisten brengen vaak het ‘uitzonderlijke’, wat ook hun taak is om dit te rapporten. Maar het gewone verhaal komt zelden in beeld. Daardoor wordt het uitzonderlijke voor het publiek al snel de norm. Die uitzonderingen verdienen meer context.” Wie biodiversiteit wil sparen, moet zo weinig mogelijk grond in gebruik nemen 3. “Biologische landbouw heeft geen milieu- en gezondheidsvoordeel”Volgens de Nederlandse panelleden is bij het brede publiek ook te weinig bekend dat biologische landbouw volgens hen geen duidelijke milieu- of gezondheidsvoordelen heeft ten opzichte van gangbare landbouw.Volgens Boersma zijn de Europese biodoelstellingen gebaseerd op onderzoek van zo’n 30 jaar geleden. “Daaruit bleek dat een hectare biologische landbouw iets meer biodiversiteit had dan gangbare, maar de biodiversiteit rond de percelen werd toen niet meegenomen. Pas in de voorbije 15 jaar werden ook die factor en de opbrengst in het onderzoek betrokken. Daaruit blijkt duidelijk dat wie biodiversiteit wil sparen, zo weinig mogelijk grond in gebruik moet nemen.”Omdat bio ongeveer een derde meer land nodig heeft, plaatst hij vraagtekens bij de doelstelling. “Maar nu veel actoren op bio hebben ingezet, is het niet eenvoudig om te zeggen dat we er de voorbije 30 jaar naast zaten.” “Meer landbouw op zo weinig mogelijk grond om ruimte te laten voor natuur, dat verhaal klopt. Maar niet alle maatschappelijke factoren worden in die theorie meegenomen”, biedt Claes een ander inzicht. “De economische opbrengst van landbouwproductie wordt tenietgedaan als je alle ecologische- en gezondheidskosten zou meerekenen.” Hij wijst er ook op dat biolandbouw een belangrijke rol heeft gespeeld voor de gangbare landbouw. “Veel duurzame innovaties vinden via de biosector hun weg naar de gangbare landbouw. Als bio zich blijft vernieuwen, kan ze die rol blijven spelen.”“Ik ben er ook van overtuigd dat verschillende systemen naast elkaar moeten kunnen bestaan”, verduidelijkt Boersma. “Een zekere competitie tussen systemen is nodig, want één systeem in monopolie werkt nooit.”Volgens onderzoek blijkt ook dat biodiversiteit herstellen niet lukt door landbouw ‘een beetje’ terug te schroeven. “Er zal hard moeten omgeslagen worden, ten koste van oogst”, klinkt het. In dat opzicht zal op sommige plaatsen geëxtensiveerd moeten worden, en op andere net geïntensiveerd. Dat vraagt volgens Van Kasteren een herdenking van het huidige versnipperde natuurbeleid, met natuurgebieden die soms maar een hectare groot zijn. De drie panelleden verwezen daarbij naar het zogenoemde driecompartimentensysteem waar ze fan van zijn. Dat verdeelt het landschap in drie zones: intensieve landbouw, natuurgebieden en een overgangszone met extensieve landbouw, waar productie en biodiversiteit samen kunnen gaan. 4. &quot;Dilemma: een voedselsysteem dat lokaal en authentiek is, of liever globaal en industrieel?&quot;“Ik heb liever niet lokaal, ik ben een grote voorstander van handel”, schopt Boersma tegen een ander heilig huisje. “Wat maakt landbouw zo schadelijk? Niet de transportkosten. Het gaat vooral om de efficiëntie van de productie. Als aardappelen hier onder gunstige omstandigheden groeien, kan dat duurzamer zijn dan ze lokaal ergens anders te telen met veel meer middelen.” Daarnaast wijst hij ook op de vredestheorie bij handeldrijven. “Landen die economisch met elkaar verweven zijn, voeren minder snel oorlog.” Meer zelfvoorziening kan volgens hem wel op continentaal niveau, maar is niet bevorderlijk per land. “Anders beginnen we opnieuw te vechten met Frankrijk en Duitsland.”Claes ziet het anders. “Ik ben me ervan bewust dat lokale productie niet de oplossing is voor het voedselprobleem. Maar voor landbouw die enkel op export gericht is, bestaat weinig maatschappelijk draagvlak. We hebben een evenwicht nodig tussen lokaal en globaal. Europa kan daarbij als lokaal worden gezien.” &amp;nbsp;Hij stipt ook aan dat lokale landbouw een belangrijke sociale en educatieve functie heeft. “Bij een lokale boer passeren, versterkt het gemeenschapsgevoel en brengt mensen opnieuw in contact met voedselproductie.” 5. “Het boek bundelt drie jaar aan onderzoek over de uitdagingen binnen de agrovoedingssector”Het boek ‘Je bord ontrafeld’ vloeit voort uit de interdisciplinaire dialoog over gezond en duurzaam voedsel voor de toekomst, binnen de KU Leuven. De verschillende perspectieven uit die dialoog zijn de basis voor het boek. Het boek&amp;nbsp;scheidt feiten van fabels en duidt de emoties die onze blik op het voedseldebat vertroebelen. Daarnaast tonen verhalen over honger en overvloed of marktmacht en onmacht de menselijke kant achter de statistieken. Het doel van de auteurs is het voedseldebat te nuanceren, zodat consumenten weloverwogen keuzes kunnen maken over wat op hun bord belandt. “Het boek richt zich enerzijds tot iedereen die op een laagdrempelige manier meer wil weten over voedsel. Anderzijds dient het voor ons als leidraad om het gesprek aan te gaan met de voedingsindustrie. Zo hopen we mee te bouwen aan een rechtvaardig en duurzaam voedselsysteem.”</content>
            
            <updated>2026-03-12T21:55:01+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese productie van rundvlees zakt naar het laagste peil in 15 jaar]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-rundvleesproductie-zakt-naar-laagste-peil-in-15-jaar" />
            <id>https://vilt.be/58773</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal geslachte runderen in de Europese Unie is vorig jaar gedaald tot het laagste niveau in 15 jaar. Volgens cijfers van Eurostat werden in 2025 nog ongeveer 21,1 miljoen runderen geslacht, 14 procent minder dan in 2010. Die daling blijft niet zonder gevolgen voor de rundvleesmarkt, waar prijzen stijgen, import toeneemt en consumenten hun gedrag aanpassen. Ook in België bereikt de productie een historisch dieptepunt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="markt" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/48b74813-36af-455b-989a-5c5b2dd0a7bd/full_width_rundvleesslachthuiskarkas-febevgevilt.jpg</image>
                                        <content>De Europese rundvleesproductie vertoont al langer een dalende trend. In 2010 werden nog 24,5 miljoen runderen geslacht in de EU. Na een relatief stabiele periode tussen 2015 en 2018 zet zich sinds 2019 opnieuw een duidelijke daling in. Ondanks die daling blijft de Europese Unie een belangrijke speler op de wereldmarkt. Met gemiddeld ongeveer 600.000 ton rundvlees per maand staat de EU nog steeds op de derde plaats wereldwijd, na de Verenigde Staten en Brazilië. Structurele daling van de rundveestapelVolgens Joris Coenen, manager van The Belgian Meat Office bij VLAM, ligt de verklaring vooral bij een structurele krimp van de rundveestapel. “In Europa daalt het aantal runderen al meer dan tien jaar, en dat vertaalt zich nu steeds duidelijker in lagere productiecijfers. Minder koeien betekent minder kalveren en uiteindelijk minder slachtrijpe dieren”, zegt Coenen. In totaal werden in 2025 ongeveer 3,5 miljoen runderen minder geslacht dan 15 jaar geleden. Daarnaast spelen ook tijdelijke factoren een rol. Zo zorgde de virusziekte blauwtong in 2024 voor vruchtbaarheidsproblemen op rundveebedrijven, waarvan de gevolgen in 2025 zichtbaar werden. “Deze factoren versterken vooral een structurele ontwikkeling die al langer aan de gang is”, aldus Coenen.&amp;nbsp; Economische druk en regelgevingNaast de krimp van de veestapel gaat de rundveehouderij al jaren gebukt onder strengere regelgeving, economische druk en vergrijzing van de sector. “De kosten voor voer, energie, arbeid en investeringen zijn hoog”, vertelt Coenen. “Daarnaast spelen strengere milieunormen, stikstofregels en bijkomende eisen rond dierenwelzijn een rol. Dat maakt het voor bedrijven complexer om te investeren of uit te breiden.”Ook demografische factoren spelen mee. “De landbouwpopulatie vergrijst en opvolging is niet altijd verzekerd. Daardoor stoppen sommige bedrijven of bouwen ze hun veestapel af.”Daarnaast hangt een belangrijk deel van de rundvleesproductie samen met de melkveesector. “Twee derde van de vrouwelijke rundveestapel in Europa is melkvee. Reformekoeien uit de melkveehouderij vormen dus een belangrijke bron van rundvlees.” Belgische slachtcijfers op historisch dieptepuntOok in België volgt de rundvleesproductie dezelfde neerwaartse curve. Het piekjaar was 2017, toen nog 920.000 runderen werden geslacht. Sindsdien daalt de productie geleidelijk. In 2025 werden nog ongeveer 750.000 runderen geslacht, zo’n 18 procent minder dan op het hoogtepunt en het laagste niveau in 15 jaar. “België volgt dezelfde trend als Europa. De rundveestapel is de voorbije jaren duidelijk afgenomen en dat zien we nu ook in de slachtcijfers terug”, zegt Coenen. Productie blijft waarschijnlijk verder dalenVolgens Coenen lijkt het niet om een tijdelijke dip te gaan, maar eerder om een structurele ontwikkeling. “De onderliggende factoren – een kleinere rundveestapel, strengere regelgeving en demografische evoluties in de landbouw – verdwijnen niet op korte termijn”, vertelt hij. “De rundveecyclus is bovendien traag, veel trager dan bij varkens of pluimvee.” Coenen verwacht dat de Europese rundvleesproductie de komende jaren geleidelijk verder zal dalen met ongeveer één procent per jaar.Impact op prijzen en handelEen lager aanbod heeft ook gevolgen voor de markt. Minder runderen betekenen doorgaans hogere prijzen. “Wanneer er minder runderen beschikbaar zijn, stijgt logischerwijze de marktprijs voor rundvlees. Maar tegelijk blijven de kosten voor producenten hoog en blijft de sector geconfronteerd met onzekerheid rond regelgeving en investeringen”, zegt Coenen.Sinds 2018 is de Europese rundvleesproductie volgens cijfers van Eurostat met ongeveer 700.000 ton gedaald. Tegelijk importeerde de EU in 2025 een recordvolume van ongeveer 320.000 ton rundvlees, vooral om de sterke vraag op de Europese markt op te vangen.&amp;nbsp; Tegelijk heeft de hoge prijs ook een effect aan de zijde van de consumptie. In 2025 daalde de Europese rundvleesconsumptie met ongeveer 2,5 procent tot 6,2 miljoen ton. “Consumenten geven weliswaar meer geld uit aan rundvlees, maar kopen gemiddeld kleinere volumes. Daardoor wijken sommigen vaker uit naar goedkopere eiwitbronnen zoals varkens- en pluimveevlees”, aldus Coenen. “De lagere productie heeft dus meerdere effecten tegelijk: ze ondersteunt de prijzen, stimuleert extra import, en zorgt er tegelijk voor dat rundvlees in het consumptiepatroon een relatief duur premiumproduct wordt”, besluit hij.&amp;nbsp; Frankrijk blijft grootste Europese producentBinnen de Europese Unie blijft Frankrijk de grootste producent van rundvlees. Het land is goed voor ongeveer een vijfde van de totale Europese productie. In 2025 werden er 3,8 miljoen runderen geslacht, een daling van 3,8 procent tegenover een jaar eerder.Duitsland volgt op de tweede plaats met 2,8 miljoen runderen, maar kende een sterkere terugval van 7,6 procent. Italië sluit de top drie af met 2,5 miljoen geslachte runderen, een daling van 2,9 procent.De cijfers bevestigen een bredere evolutie: de Europese rundveesector krimpt geleidelijk, terwijl economische druk en structurele veranderingen het productieniveau blijven beïnvloeden.</content>
            
            <updated>2026-03-12T07:56:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Veldleeuwerik is de Vogel van het Jaar 2026]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veldleeuwerik-is-de-vogel-van-het-jaar-2026" />
            <id>https://vilt.be/58774</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vogelbescherming Vlaanderen maakte op de boerderij Ferme&nbsp;Neelke in Zoersel de Vogel van het Jaar bekend. De stemming verliep de afgelopen weken via de site van Vogelbescherming Vlaanderen en was zelden zo spannend.&nbsp;Hoewel de patrijs (26% van de stemmen) en de boerenzwaluw (25% van de stemmen) flink weerwerk boden, wist de veldleeuwerik de meeste stemmers (27%) te overtuigen.&nbsp;&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="akkerbouw" />
                        <category term="platteland" />
                        <category term="akkervogel" />
                        <category term="vogel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dff854b7-bd7b-47cb-8ee8-2312cebb326e/full_width_veldleeuwerik-akkervogel-alpsdake-groot.jpg</image>
                                        <content>“Zijn plek op het hoogste schavotje is meer dan verdiend”, zegt&amp;nbsp;Julie Van Houtryve&amp;nbsp;van Vogelbescherming Vlaanderen. “Generaties lang was de veldleeuwerik het symbool van het Vlaams boerenlandschap en voor velen is zijn sprankelende, jubelende gezang pure nostalgie. Dat merken we aan de vele mooie en vaak emotionele getuigenissen die we van stemmers mochten ontvangen. Weet je dat er zelfs iemand is die een gedicht heeft geschreven in de stijl van Guido Gezelle?”Opvallende vogel met opvallende stemDe veldleeuwerik is een vogel die je allicht eerder hoort dan ziet. Niet verwonderlijk, want met zijn bruingrijs fijn gestreept verenkleed en korte, bijna onzichtbare kuif gaat hij perfect op in zijn omgeving. “Deze camouflage is belangrijk want de veldleeuwerik leeft en broedt op de grond”, aldus Van Houtryve. “Op zonnige dagen in het voorjaar stijgt het mannetje op voor een spectaculaire zangvlucht. Tierelierend vliegt hij tot wel 100 meter hoog, tot hij nog slechts een stipje aan de hemel is. Minutenlang blijft hij daar uitbundig en gevarieerd zingend hangen, om uiteindelijk, nog steeds zingend, weer naar de grond terug te keren.”&amp;nbsp; Sinds de jaren 1960 is de populatie met maar liefst 95 procent verminderd Prachtige, maar kwetsbare soort in het boerenlandschapWaar de veldleeuwerik vroeger één van de meest algemene broedvogels van het boerenland was, is zijn aantal in Vlaanderen sterk afgenomen: sinds de jaren 1960 is de populatie met maar liefst 95 procent verminderd. “Hij is enorm gesteld op een open landschap met een afwisseling van braakliggende percelen, lage kruidenvegetatie en insectenrijke zones”, legt Van Houtryve uit. “Variatie is essentieel voor de veldleeuwerik, want in een&amp;nbsp;gevarieerd landbouwgebied vindt hij voedsel, rust en geschikte nestplaatsen.”&amp;nbsp;&amp;nbsp;En daar wringt voor de veldleeuwerik het schoentje, zo stelt Vogelbescherming Vlaanderen.&amp;nbsp;&quot;De voorbije decennia maakten kleinschalige akkers met hagen, bloemenranden en ruige hoekjes namelijk plaats voor grootschalige, strak beheerde en eentonige percelen. Akkers werden groter, houtkanten en onverharde wegen verdwenen en er werd intensiever geploegd en gemaaid. Monoculturen zoals maïs verdrongen gevarieerde teelten. Het areaal zomergraan en grasland nam af en braakliggende percelen en winterstoppelvelden verdwenen, waardoor geschikte rust- en broedplaatsen schaars werden. Bovendien zorgde intensief pesticidegebruik voor een sterke afname van insecten. Minder insecten betekent minder voedsel voor volwassen vogels en hun jongen.”&amp;nbsp;Werk maken van ambitieus natuurherstelplanMet de veldleeuwerik als Vogel van het Jaar vraagt Vogelbescherming Vlaanderen in 2026 niet enkel meer aandacht voor de prachtige soort, maar ijvert het voor het duurzaam herstel van de boerennatuur. “De veldleeuwerik geldt als een indicatorsoort voor de kwaliteit van het boerenland”,&amp;nbsp;besluit Van Houtryve. “Gaat het slecht met hem, dan is dat een duidelijk signaal dat het hele ecosysteem onder druk staat.&amp;nbsp;We zetten dus niet enkel de veldleeuwerik in de kijker, maar pleiten tegelijkertijd voor&amp;nbsp;een sterk en ambitieus Vlaams natuurherstelplan, met&amp;nbsp;voldoende financiële middelen voor de uitvoering&amp;nbsp;ervan.”&amp;nbsp;Wat vraagt Vogelbescherming Vlaanderen specifiek voor alle boerenlandvogels? &quot;Gebruik het natuurherstelplan als hefboom om het leefgebied van de veldleeuwerik te herstellen, samen met landbouwers. Zorg ervoor dat minstens tien procent van het boerenland uit kwaliteitsvolle natuur bestaat. Boerenlandvogels hebben een mozaïek van natuurlijke structuren, zoals bijvoorbeeld houtkanten,&amp;nbsp;nodig&amp;nbsp;om te schuilen, broeden, rusten en&amp;nbsp;voedsel te vinden. Om aan die tien procent wilde natuur te komen&amp;nbsp;ijveren we voor gebiedsgerichte en collectieve samenwerking tussen landbouwers.&quot;&amp;nbsp;Daarnaast pleit de natuurorganisatie ervoor om in te zetten op specifieke soortgerichte maatregelen zoals de soortbeschermingsprogramma’s en deze voor lange tijd vol te houden. &quot;Ook de effectiviteit van de genomen maatregelen moet gemonitord worden. Daarnaast vragen we dat de veldleeuwerik voldoende voedsel vindt. Om die reden pleiten we voor een pesticidenvrije landbouw. Dat is goed voor ons, maar ook voor de akkervogels.&quot;</content>
            
            <updated>2026-03-12T15:47:10+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Afrikaanse varkenspest bereikt Barcelona: nieuwe besmettingshaard ontdekt bij wilde zwijnen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/afrikaanse-varkenspest-bereikt-barcelona-nieuwe-besmettingshaard-ontdekt-bij-wilde-zwijnen" />
            <id>https://vilt.be/58775</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Afrikaanse varkenspest heeft nu ook de stadsgrenzen van Barcelona bereikt. Dat bevestigt het plaatselijke ministerie van Landbouw. De ontdekking van een besmet wild zwijn in de Catalaanse hoofdstad betekent een nieuwe fase in de verspreiding van het virus, dat sinds november al honderden dieren heeft getroffen in de Spaanse regio. De Catalaanse overheid scherpt haar bestrijdingsstrategie aan om de verder verspreiding van het virus in te dammen en de varkenssector te beschermen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="afrikaanse varkenspest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/6d157e73-da9e-47e7-a493-bcf8c3bcec28/full_width_everzwijnavpafrikaansevarkenspest.jpg</image>
                                        <content>Het nieuwe positieve geval gaat om het eerste besmette dier dat officieel binnen de stad Barcelona zelf is aangetroffen. Volgens de Catalaanse minister van Landbouw Òscar Ordeig maakt het wilde zwijn deel uit van dezelfde cluster die recent is vastgesteld in Sant Just Desvern, net ten zuiden van Catalaanse hoofdstad. Daar werden al meer dan 200 besmettingen bij wilde varkens vastgesteld. De virusziekte werd voor het eerst ontdekt eind november, waarna de bevestigde besmettingen snel toenamen.Nieuwe uitbraak&amp;nbsp;Die uitbreiding heeft gevolgen voor de manier waarop de autoriteiten de epidemie aanpakken. Volgens Ordeig vereist de detectie van het virus in de hoofdstad een “schaalverandering” in de bestrijdingsstrategie.&amp;nbsp; Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, werkt de Catalaanse regering aan een uitbreiding van de maatregelen in het getroffen gebied. Daarbij ligt de focus op het beperken van contact tussen mensen en wilde zwijnen en op het terugdringen van de populatie in de regio. Volgens verschillende media wil de overheid voor de zomer alle wilde zwijnen in het gebied afschieten.De overheid benadrukt dat samenwerking met bewoners en lokale besturen essentieel is om de uitbraak onder controle te krijgen. Tegelijk probeert men te voorkomen dat de ziekte overslaat naar de landbouwsector, die een belangrijke economische pijler vormt in Catalonië. Hoewel het virus momenteel enkel bij wilde dieren wordt vastgesteld, blijft de varkenssector waakzaam. Een overslag naar commerciële varkensbedrijven zou namelijk zware economische gevolgen hebben voor de regio.Volgens de meest recente cijfers zijn inmiddels meer dan 216 wilde zwijnen positief getest op Afrikaanse varkenspest in Catalonië. De ontdekking van nieuwe gevallen wijst erop dat het virus zich nog steeds verspreidt onder de populatie wilde zwijnen in en rond Barcelona.</content>
            
            <updated>2026-03-12T16:02:43+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brouns brengt meer dan 7.000 hectare onder actief natuurbeheer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-brengt-meer-dan-7000-hectare-onder-actief-natuurbeheer-groen-vraagt-extra-inspanning" />
            <id>https://vilt.be/58776</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) voorziet 747 miljoen euro voor vijf jaar stikstofsanering en heeft sinds de zomer van 2024 voor 7.131 hectare natuurbeheerplannen goedgekeurd. Dat blijkt uit cijfers die hij heeft toegelicht in het Vlaams Parlement. Oppositiepartij Groen vindt echter dat er nood is aan meer actie, en herinnert aan het INBO-rapport dat stelt dat 40 van de 46 habitats in Vlaanderen in slechte staat zijn.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="natuurherstelwet" />
                        <category term="water" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f9631932-71ec-4376-8d27-a0b1441f697a/full_width_nattenatuur-water-wijmeers-sigmaplan.jpg</image>
                                        <content>In de Commissie voor Leefmilieu werd ingegaan op het recente INBO-rapport over de staat van de Vlaamse natuur. Daaruit blijkt dat de gedane inspanningen onvoldoende zijn om onze natuur erbovenop te helpen. 41 procent van de Europees beschermde plant- en diersoorten in Vlaanderen verkeert in een slechte staat van instandhouding, en het overgrote merendeel van de habitats zijn in slechte staat. “Het rapport bevestigt het gekende beeld: er is vooruitgang op het terrein, maar de uitdagingen blijven groot”, meldt het kabinet Brouns in een persbericht. Sinds de zomer van 2024 zijn 121 natuurbeheerplannen goedgekeurd, goed voor 7.131 hectare onder natuurbeheer. Welk aandeel van dit gebied agrarisch is, is bij de administratie niet bekend. Wel is het zo dat eventuele nieuwe landbouwgebieden enkel nog per uitzondering opgenomen worden.&quot;Meer ambitie nodig&quot;Groen-fractieleider Mieke Schauvliege vindt dat er meer inspanningen nodig zijn in het licht van het slechte INBO-rapport. In de commissie Landbouw verwijt ze de minister dat de huidige inspanningen onvoldoende zijn. Volgens haar is er meer ambitie nodig om een vergunningenstop te vermijden.“De afbraak en de afbouw van onze natuur is een van de grote economische bedreigingen die er op dit ogenblik zijn. Dat zeg ik niet, dat zegt het World Economic Forum”, stelde ze in de Commissie. “Als u geen stappen vooruit zet, dan zal Europa zeggen dat u niet voldoet aan de voorwaarden van de Natuurherstelverordening. U wordt hiervoor gestraft, de vergunningsprocedure komt in het gedrang.”Ook Bieke Verlinden (Vooruit) stelde zich vragen bij het tempo van de huidige aanpak. “Vlaanderen behoort opnieuw tot de regio’s in Europa waar de staat van instandhouding van habitats het slechtst is”, zegt ze. “Dat is geen abstract probleem dat enkel natuurgebieden aanbelangt. De kwaliteit van onze natuur bepaalt ook hoe goed we bestand zijn tegen droogte en wateroverlast, hoe sterk onze bodems blijven en hoe gezond onze leefomgeving is. Net daarom heeft Europa de Natuurherstelverordening goedgekeurd. Die verplicht de lidstaten om tegen 2030 minstens 30 procent van de gegarandeerde natuur effectief in herstel te brengen, met concrete herstelmaatregelen op het terrein.&quot; Brouns geeft in een persbericht aan dat Vlaanderen het tempo van natuurherstel verder wil verhogen. “Daarbij zal vooral worden ingezet op de gebieden waar de natuur het meest onder druk staat”, meldt het kabinet. “Tot 2030 ligt de prioriteit bij het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen binnen de Natura-2000-gebieden, het netwerk van Europees beschermde natuurgebieden.”VooruitgangBrouns benadrukt bovendien dat het rapport vooruitgang aantoont dankzij grootschalige herstelprojecten zoals Sigma, soortgerichte maatregelen en verbeteringen in de waterkwaliteit. “Die hebben onder meer bijgedragen aan de terugkeer van soorten zoals de fint en de otter. Ook het ecologisch bosbeheer in Vlaanderen werpt zijn vruchten af”, meldt het kabinet.Een belangrijk instrument hiervoor zijn de natuurbeheerplannen. Via deze plannen worden gronden op lange termijn beheerd met duidelijke natuurdoelstellingen. Ook zijn er concrete beheers-&amp;nbsp;en herstelmaatregelen, zoals aangepast maaibeheer, begrazing, bosbeheer, ingrepen in de waterhuishouding en het versterken van ecologische verbindingen.Naast natuurbeheer wordt ook verder geïnvesteerd in de uitbreiding van natuurgebieden. In 2024 is 710 hectare aangekocht met Vlaamse steun, goed voor 22,26 miljoen euro aan subsidies. In 2025 kwam daar 532 hectare bij, met 14,97 miljoen euro aan bijkomende steun. StikstofDe minister kaartte op de Commissie ook nog aan hoe in 2026 en 2027 wordt ingezet op het sanerings- of herstelbeleid dat deel uitmaakt van de Programmatorische Aanpak Stikstof (PAS) en het Stikstofdecreet. “Voor deze stikstofsanering is in de periode 2025-2030 een provisioneel budget van 747 miljoen euro vastgelegd, waarvan respectievelijk 118 miljoen euro en 153 miljoen euro in 2026 en 2027”, verklaarde hij.Blue DealAndy Pieters (N-VA) merkte op dat het INBO-rapport ook vraagt om een versnelling en schaalvergroting van de Blue Deal. Brouns benadrukte hoe er eind vorig jaar 100 miljoen euro extra is vrijgemaakt voor de Blue Deal, ondanks moeizame budgettaire tijden. Bovendien wijst hij op de recent ingevoerde vrijstelling van stedenbouwkundige vergunningsplicht voor het omvormen van bestaande gravitaire drainage naar peilgestuurde drainage. Ook het plaatsen van stuwen en andere ingrepen die de afstroom van water vertragen in onbevaarbare waterlopen en grachten zijn van groot belang.“De uitdagingen voor onze natuur zijn groot, daar moeten we eerlijk over zijn. Maar tegelijk tonen deze nieuwe cijfers ook dat we vooruitgang boeken. Op vele duizenden hectaren werken we vandaag effectief aan herstel van natuur en biodiversiteit”, aldus nog de minister.</content>
            
            <updated>2026-03-13T10:06:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Dreigen pluimveeprijzen in te storten door groeiende productie?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zullen-pluimveeprijzen-vallen-door-overproductie" />
            <id>https://vilt.be/58777</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De braadkippenmarkt heeft de voorbije jaren vleugels gekregen, maar net als een kip kan ze niet eeuwig vliegen. Met de forse uitbreiding van pluimveestallen, vooral in het westen van het land, vreest de sector voor overproductie. “De prijzen zijn nu al niet zo hoog als vorig jaar, ze staan een beetje onder druk”, zegt Danny Coulier van Landsbond Pluimvee. “Terwijl we de mooie prijzen net nodig hebben om de gestegen productiekosten te dragen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="kip" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="prijsvorming" />
                        <category term="vlees" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/90f34186-f1ae-4f91-b1ad-efbbd6c721e7/full_width_braadkip-ilvo-gevilt.jpg</image>
                                        <content>Braadkippen doen het al een tijd goed. Volgens VLAM eet de Vlaming steeds meer kip, en dat is logisch. Het vlees is gezond, milieuvriendelijker dan vele andere diersoorten en het wordt gegeten door alle religies. Toch dreigt de aanbodzijde de vraag in te halen. Volgens Coulier telt West-Vlaanderen 10 miljoen braadkippenplaatsen. “In 2025 jaar zijn er in de provincie 1,3 miljoen nieuwe plaatsen vergund. Als het dit jaar hetzelfde zal zijn, wat men ook verwacht, betekent dit op twee jaar tijd een stijging van dertig procent met West-Vlaanderen.&quot;Volgens Coulier is de stijging in West-Vlaanderen deels te wijten aan de grote hoeveelheid rundvee- en varkenshouders die overschakelen naar pluimvee, omwille van de lagere stikstofuitstoot of pluimveehouders die hun aantal plaatsen willen uitbreiden. “Als we het landelijk bekijken, spreken we over een stijging van tien procent op twee jaar tijd”, zegt hij. Hoewel de vraag naar kippenvlees de afgelopen twee jaar ook is toegenomen, is dat van een andere grootorde.Rendement verlaagtDe marktsituatie van braadkippen doet denken aan die van de eieren. Al zijn de prijzen van kippenvlees volgens Coulier al niet meer zo gunstig als vorig jaar, terwijl de eierprijzen records blijven breken. “Het rendement op eieren is ook van een heel ander kaliber dan het rendement op vlees”, zegt hij.De productiekosten zijn volgens Coulier ook gestegen. “De kostprijs per kilo is toegenomen”, zegt hij. “Enerzijds door energie, maar vooral de bouwkosten zijn spectaculair geworden. Daarom zeggen we aan slachterijen dat vooral nieuwbouwers de gunstige prijzen van vandaag nodig hebben. Maar als je alles wat vandaag vergund wordt ook effectief produceert, dan kan tot overproductie leiden. Bovendien zitten er nog vele vergunningsdossiers in de pijplijn.”Er is een kleine nuance nodig. Volgens Coulier zal de werkelijke productie hoe dan ook lager liggen dan de vergunde productie, deels door het tekort aan NERs. “Maar overproductie op de braadkippenmarkt blijft wel realistisch”, zegt Coulier.Dat heeft ook gevolgen voor de slachtcapaciteit. “Zomaar tien procent extra slachtcapaciteit creëren is niet evident. En het vlees moet ook nog verkocht geraken, natuurlijk. Slachters zeggen nu al dat we te duur zijn tegenover productie uit Polen en andere Oost-Europese landen.” Druk uit Oost-EuropaWie ‘Polen’ zegt, zegt ook ‘Newcastle Disease’. Het land wordt momenteel hevig getroffen door de pluimveeziekte. Toch is dat voor ons economisch geen goede zaak. “Neen, want door het virus gelden er exportbeperkingen voor de niet-Europese markt, en dus wordt hier alles aan dumpingprijzen aangeboden”, zegt Coulier. “Dus dat vormt wel degelijk een probleem voor ons. Polen zit net als ons op de versmarkt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Mercosurlanden, waar het vooral om diepvries gaat.”“Dat zijn dus twee zaken die spelen bij de braadkippen. Enerzijds kan een gebrek aan slachtcapaciteit leiden tot een overvloed en dus lagere prijzen voor levende dieren, anderzijds is er de druk uit Oost-Europa. Het staat in de sterren geschreven dat de mooie prijzen van vandaag niet zullen blijven duren.” Het staat in de sterren geschreven dat de mooie prijzen van vandaag niet zullen blijven duren Productie minderen?De vraag rest hoe pluimveehouders zich kunnen wapenen tegen de marktfenomenen. “Ik zit al meer dan 30 jaar in de sector en ik geloof in de vrije markt. In de prijzencommissie van Deinze proberen wij altijd het maximum daaruit te halen. Maar anderzijds bepleiten wij heel vaak om de productie af te stemmen op de vraag. Stel dat alle pluimveehouders in België een week extra leegstand inbouwen, dan heb je 15 procent minder productie.”“We kunnen natuurlijk niemand dwingen om dat te doen, maar in het verleden hebben pluimveehouders dit al gedaan. Als het maar slecht genoeg gaat, dan zullen mensen op de rem gaan staan. Het feit dat wij die sleutel in handen hebben, is ook een drukkingsmiddel naar de slachterijen toe. We hebben een sector die zich daartoe leent. De aardappelsector heeft cyclussen van een jaar. Varkens hebben er 2,3 tot 2,6 cyclussen op een jaar, en wij hebben er zes of zeven. Bij ons duurt een cyclus ook zeven weken: zes weken voor de kip om te groeien en dan een week leegstand. Als het moet kunnen we dus snel schakelen.”</content>
            
            <updated>2026-03-12T22:51:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[BCZ ziet voorzichtig herstel op de zuivelmarkten ondanks geopolitieke onzekerheid]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bcz-ziet-voorzichtig-herstel-op-de-zuivelmarkten-ondanks-geopolitieke-onzekerheid" />
            <id>https://vilt.be/58778</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De eerste tekenen van herstel van de zuivelmarkten zijn in zicht, zo stelt de Belgische Confederatie van de Belgische Zuivel (BCZ). “Ondanks de recente Chinese importheffingen en de oorlog in het Midden-Oosten, die voor de nodige onzekerheid zorgen, zijn de verwachtingen voor 2026 toch voorzichtig positief”, klinkt het. BCZ benadrukt dat handelsovereenkomsten steeds belangrijker worden in een onvoorspelbare internationale omgeving zoals we die nu kennen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melk" />
                        <category term="zuivel" />
                        <category term="wereld" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ccf52ad4-e377-4a25-859b-9f33757d6dd4/full_width_glas-melk.jpg</image>
                                        <content>Uitdagende tweede jaarhelft 2025De tweede jaarhelft van 2025 was bijzonder uitdagend voor de Belgische zuivelverwerkers waardoor de melkprijzen ook daalden. Volgens BCZ woog de zware uitbraak van het blauwtongvirus eind 2024 in de eerste helft van 2025 nog door. “De Belgische melkleveringen lagen -4,6 procent lager dan in 2025”, staat te lezen in de nieuwsbrief van BCZ. In de tweede helft van 2025 volgde dan een forse inhaalbeweging van de melkveehouders.“Zeer goede melkprijzen, lage kosten en een verschuiving van de kalvingscyclus zorgden voor een hoge productie”, klinkt het. In december 2025 werd maar liefst 12 procent meer melk geproduceerd dan het jaar voordien, waardoor de zuivelverwerkers alle zeilen moesten bijzetten om alle melk verwerkt te krijgen.” Ook in verschillende andere Noordwest-Europese landen steeg de productie fors. Melkprijzen namen duikOp die manier ontstond er, enigszins onverwacht, een onevenwicht tussen vraag en aanbod op de Europese en wereldwijde zuivelmarkten. Dat onevenwicht werd versterkt doordat ook de productie in de grote exporterende regio’s, zoals de VS, zeer hoog was en een sterke euro de export van zuivel bemoeilijkte. De zuivelnoteringen namen dan ook een duik. “Door de zeer lage marges voor de zuivelindustrie (1,03% in 2022) is het voor zuivelverwerkers niet mogelijk om melkprijzen boven de marktwaarde te betalen zonder hun eigen rentabiliteit in gevaar te brengen”, aldus BCZ.De eerste maanden van 2026 zette die prijsdruk zich door, met verder dalende melkprijzen tot gevolg. Tegelijk wijst de zuivelfederatie erop dat de afgelopen jaren uitzonderlijk rendabel zijn geweest voor de melkveehouderij. Vooral 2022, eind 2024 en begin 2025 waren bijzonder gunstig. Dat heeft melkveehouders toegelaten om buffers aan te leggen voor mindere tijden. Minder grillige melkaanvoer in 2026?Voor 2026 is BCZ voorzichtig positief. Eerst en vooral wordt verwacht dat de melkplas niet zal blijven toenemen. “2026 is het eerste jaar waarin de sectordoelstelling voor de reductie van de stikstofuitstoot moet gerealiseerd worden. Bovendien zullen de gedaalde melkprijzen zich ook laten voelen. Onder meer door een inhaalbeweging van uitgestelde slachtingen en melkveehouders die stoppen met melken, nadat ze dit enkele maanden hadden uitgesteld omwille van de hoge melkprijzen.” Een nog onzekere factor zijn de dierziekten. Voornamelijk de uitbraak van Lumpy Skin Disease in Frankrijk zorgt voor bezorgdheid.Ook wordt verwacht dat de melkaanvoer minder grillig zal verlopen dan in 2025, wat hopelijk leidt tot een stabilisering van de zuivelnoteringen. De eerste tekenen daarvoor zijn er alvast, want de Belgische noteringen voor boter en magere melkpoeder haalden begin 2026 niveaus van respectievelijk 450 en 230 euro per ton. Handelstarieven en geopolitieke instabiliteitToch zijn er nog heel wat onzekerheden. Wat met de productie in andere exporterende regio’s? Wat met de sterke euro? Welke invloed gaan de recente Chinese importheffingen hebben op de Europese export? En het is volgens BCZ nog afwachten wat de impact zal zijn van geopolitieke evoluties, zoals de oorlog in het Midden-Oosten.“Zeker de sluiting van de Straat van Hormuz heeft directe gevolgen voor de Belgische export van zuivelproducten naar Irak, Koeweit, Qatar, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Deze laatste twee staan respectievelijk op de vijfde en de tiende plaats van de belangrijkste markten buiten de EU.” Er wordt gevreesd dat verzonden ladingen hun eindbestemming niet zullen bereiken en dat komende zendingen naar deze landen worden geannuleerd, omdat het risiconiveau als te hoog wordt beschouwd.Dat komt bovenop de tariefconflicten die de Europese Unie vandaag treffen. Zo zijn er de tariefmaatregelen die China opgelegd heeft voor kaas en room. In 2024 was dat land nog de derde belangrijkste markt buiten de EU voor de export van Belgische zuivelproducten, met een waarde van ongeveer 85 miljoen euro. Recent hebben ook de Verenigde Staten, de achtste belangrijkste markt buiten de EU, een extra algemene heffing van tien procent ingevoerd, bovenop de geldende belasting van 15 procent. Handelsovereenkomsten als oplossing?In deze onzekere internationale omgeving waarin de wereldhandel met steeds meer obstakels wordt geconfronteerd, pleit BCZ ervoor dat de Europese Unie meer inzet op partnerschappen, om zo de stabiliteit en het concurrentievermogen van haar economie te behouden. Het ziet onder meer heil in de Mercosur-handelsdeal. BCZ benadrukt wel dat de basis van elke handelsovereenkomst in overeenstemming moet zijn met “eerlijke handel en eerlijke concurrentievoorwaarden”. Vooral de export van Belgische zuivel naar Brazilië, die momenteel al een waarde heeft van 2,8 miljoen euro, zou door het wegvallen van tarieven tot 28 procent kunnen aantrekken. &amp;nbsp;Daarnaast wijst BCZ ook naar het handelsakkoord dat tussen de EU en Indonesië werd afgesloten in 2025. Dat land is de vierde belangrijkste exportmarkt buiten Europa voor Belgische zuivelproducten, met een waarde van ongeveer 73 miljoen euro in 2024. Vooral kaas en boter zijn er in trek. Ook voor groeimarkten als de Filippijnen en Maleisië, die respectievelijk de 7de en 16de belangrijkste markt buiten de EU vertegenwoordigen, hoopt de zuivelfederatie dat er verder wordt onderhandeld over een vrijhandelsakkoord. Ook de start van de onderhandelingen met de Verenigde Arabische Emiraten juicht BCZ toe.</content>
            
            <updated>2026-03-12T18:47:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Inagro toont parlementsleden oplossingen, maar vraagt ook aanpassing van regels]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/parlementsleden-op-bezoek-bij-inagro-onderzoekers-tonen-innovaties-en-knelpunten" />
            <id>https://vilt.be/58779</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De leden van de landbouwcommissie kregen vorige week de kans om hun zitje in het Vlaams Parlement in te ruilen voor een plaatsje in een rondleiding op de site van onderzoeks- en adviescentrum Inagro in Roeselare. Gepassioneerde West-Vlaamse onderzoekers toonden hun nieuwe innovaties, legden pijnpunten in de sector bloot en pleitten bij de parlementsleden voor beleidsoplossingen. “Waarom is het niet mogelijk dat landbouwers samen een vul- en spoelplaats mogen gebruiken?”, klinkt het. “En zouden erkenningen voor gewasbeschermingsmiddelen in precisietoepassingen geen oplossing zijn voor de bestrijdingscrisis waarin landbouwers momenteel zitten?”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="West-Vlaanderen" />
                        <category term="Inagro" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7200b28c-9739-4576-b4e5-c48cb50a870f/full_width_bezoek-commissie-landbouw-vlaams-parlement-inagro.jpg</image>
                                        <content>Zes van de 15 vaste commissieleden tekenden present op het werkbezoek aan Inagro. Drie parlementsleden van cd&amp;amp;v, twee van Vlaams Belang en één van N-VA trokken naar het onderzoeks-en adviescentrum, gelegen in het hart van de West-Vlaamse groenteteelt.Inagro werd in 1956 opgericht door de West-Vlaamse deputatie om landbouwers te ondersteunen in industriële teelten die in crisis zaten, zoals vlas en tabak. In de beginjaren lag de focus op akkerbouw. Pas later kwam ook de groentesector erbij, die in de regio sterk groeide door de aanwezigheid van zowel de vers- als diepvriesindustrie. Sinds 2000 is Inagro ook actief in de varkens- en melkveehouderij. Eigen onderzoeksstallen telt de site niet, de onderzoeksinstelling werkt daarvoor samen met andere centra of met veehouders op hun bedrijf.Voor de toekomst koestert Inagro ook de ambitie om zich sterker te richten op de mechanisatiesector. Samen met het Praktijkcentrum voor Land- en Tuinbouw (PCLT) wil Inagro een ‘agromechanica hub’ opstarten. In dat gebouw wil Inagro niet alleen de ontwikkeling, het testen en de validatie, maar ook de demonstratie en de opleiding rond landbouwmachines samenbrengen. Niet toevallig zijn in West-Vlaanderen heel wat prominente constructeurs gevestigd, waarvan twee op een boogscheut van het onderzoekscentrum. Zodra machines marktrijp zijn, zou PCLT landbouwers ermee vertrouwd maken via gerichte opleidingen.“Dit is voor de middellange termijn. Voorlopig bestaat het project nog maar uit een masterplan”, aldus Mia Demeulemeester, directeur van Inagro. “Veel concreter zijn de plannen voor een nieuwbouw om onder meer het onderzoek rond openluchtteelten in te huizen. Daarvan is de bouw nu gestart. Het moet de onderzoekers meer ruimte geven om er onder andere de openluchtteelten voor te bereiden, kwaliteitsanalyses uit te voeren, het uitvoeren van experimenten in klimaatruimtes en bewaaropties te testen.” Van het ene naar het andere onderzoeksprojectDoorheen de dag kregen de commissieleden veel nieuwe innovaties te zien. Zo werd eerst gestopt bij de onderzoeksserre ‘Agrotopia’ waar verticale landbouw in de schijnwerper stond. Twee jaar geleden werd er een innovatief meerlagensysteem gebouwd van meer dan tien meter hoog, met 18 bewegende tafels per toren. Door op verschillende lagen te telen, wordt het gebruik van de ruimte meer optimaal benut dan bij gewone glastuinbouw.De tweede stop was enkele kilometers verder op de hoofdsite van Inagro, tussen de akkers maar ook naast huizen en een groot shoppingcentrum. Zo gaat dat nu eenmaal in Vlaanderen. Maar veel tijd hadden de parlementsleden niet om rondom zich te turen. Want zoals dat gaat in West-Vlaanderen, moest het flink vooruitgaan. De agenda stond vol.Zo brachten twee onderzoekers de parlementsleden bij hoe ze trachten oplossingen te zoeken voor de toolbox aan gewasbeschermingsmiddelen die steeds lichter wordt. “We zitten in een lastige overgangsperiode. Veel actieve stoffen verdwijnen van de markt en fabrikanten investeren steeds minder in chemische gewasbescherming, terwijl volwaardige alternatieven nog ontbreken. Ons onderzoek is intussen verschoven van 25 procent chemische middelen naar 75 procent alternatieve oplossingen. Toch hebben we tot vandaag nog maar weinig even effectieve alternatieven gevonden”, klinkt het. Landbouwers zullen nu dubbel zo vaak moeten spuiten met een veel minder effectief insecticide, waarbij de nuttigen geen overlevingskansen meer hebben “Met wat zijn we bezig?”Claude Vanderschelden, ongetwijfeld de meest gepassioneerde witloofadviseur van heel Vlaanderen, drukte de parlementsleden op het hart dat veel landbouwers vandaag delen van hun oogsten verliezen door plagen. Hij gaf mee dat de witloofsector momenteel in crisis zit en toonde aan waar voor de witloofboeren de grootste kosten zitten. “De weinige telers die nog overblijven, moesten hun witloof vorig seizoen met verlies verkopen. Met wat zijn we eigenlijk bezig?”, vroeg hij aan de parlementsleden. “Op deze manier kunnen we echt niet doorgaan. Anders doen ook de laatste grote witloofboeren straks de boeken toe.”Hij begrijpt niet dat we het middel Movento zijn verloren in Europa. “Het is nochtans zeer doeltreffend tegen plagen en spaart tegelijk de nuttige insecten”, vertelt hij. “Ik voorspel nu al wat er zal gebeuren. Landbouwers zullen dubbel zo vaak moeten spuiten met een veel minder effectief insecticide, waarbij de nuttigen geen overlevingskansen hebben. Beleidsmakers steken zich steeds weg achter de paraplu van Europa. ‘Wij kunnen er niets aan doen’, klinkt het dan. Maar wie is Europa? Dat zijn wij toch?”Een andere onderzoeker geeft mee dat voor sommige producten nog een noodtoelating van 120 dagen wordt erkend. Maar dat blijft telkens een tijdelijke noodoplossing. “Wij zijn vragende partij voor meer erkenningen voor gewasbeschermingsmiddelen in precisietoepassingen. Veel producten worden uitgesloten voor gebruik als volle veldtoepassing. Maar precisietoepassingen hebben een lager risicoprofiel. Er wordt slechts 20 procent van de dosis gebruikt en het middel kan heel gericht, pleksgewijs op het veld worden aangebracht”, klinkt het. “Momenteel telt Vlaanderen maar één erkenning in precisietoepassing.” Sommige wetgeving werkt verdere verduurzaming tegen Bad vol preiEen gewas dat ook onder druk staat maar nog steeds veel geteeld wordt in de omstreken van Roeselare, is prei. “De preiteelt is een zeer arbeidsintensieve teelt en kent klimatologische uitdagingen met droge zomers en nattere winters die het rooien moeilijk maken. Daarbovenop ondervindt de teelt ook last van het wegvallen van gewasbescherming en de strengere mestnormen”, legt onderzoeker Tim Decuypere uit. “De vele uitdagingen bracht ons tien jaar geleden tot het onderzoeken van een toekomstgerichter teeltsysteem, met een focus op de hydroteelt.”Het resultaat van het onderzoek is vorig jaar voor de eerste keer op grotere schaal uitgerold. Er werd zo’n 3.000 vierkante meter aan prei geplant op dragers die in een productiebassin drijven met voedingswater. Doordat de teelt niet in de bodem staat, maar werkt met een gesloten en recirculerend watersysteem, is er geen uitspoeling van nutriënten. Dat systeem zorgt ook voor een efficiënter en lager gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. En dankzij mechanisatie en hightech is de teelt bovendien veel arbeidsvriendelijker geworden.Toch zijn nog niet alle prei-problemen opgelost met het nieuwe systeem. Trips en roest vormen nog steeds een bedreiging. De hydroprei moet voorlopig ook nog op grote schaal aangelegd worden om rendabel te zijn. “Het zal de grondteelt niet vervangen, maar misschien deels wel bijkomen”, vertelt Tim. Vooral voor de export ziet hij kansen. “Deze prei is absoluut vrij van gronddeeltjes, wat zeer belangrijk is voor export naar bijvoorbeeld Canada en Japan.” Snelcursus code vul- en spoelplaatsenDe parlementsleden kregen ook een snelcursus in de nieuwe code rond de vul- en spoelplaatsen voor spuittoestellen en watercaptatiepunten. “Er zijn belangrijke stappen gezet met de nieuwe code”, vertelt  onderzoeksleider gewasbescherming, Ellen Pauwelyn, naast een fytobak. “Dat kunnen we alleen maar toejuichen. Tegelijk horen we bij landbouwers veel interesse voor een gemeenschappelijke vul- en spoelplaats. Zo kunnen ze de aanlegkosten delen. Alleen laat de wetgeving dat vandaag niet toe. Wie door anderen restwater op zijn plaats laat lozen, moet als afvalverwerker erkend zijn. Ook VLIF-steun voor loonwerkers zou mogelijk moeten zijn. Zij spuiten tenslotte veel hectares.” Er is veel dynamiek en veerkracht om elke dag te zoeken naar oplossingen om tegemoet te komen aan de vele maatschappelijke uitdagingen Prominente rol voor onderzoekscentra in zoektocht naar oplossingenHet bezoek werd afgerond op het proefbedrijf biologische landbouw. Daar zet Inagro al 25 jaar in op biologische en regeneratieve teelttechnieken. Onder meer de mogelijkheden en uitdagingen van mechanische onkruidbestrijding, niet-kerende systemen en landschappelijke integratie werd er toegelicht.“Met dit bezoek konden we de commissieleden meenemen in onze onderzoeksthema’s en de rol die Inagro speelt in het ondersteunen van landbouwers en beleidsmakers”, vertelt Demeulemeester achteraf. Maar is de betrokkenheid van de landbouwsector wel voldoende verankerd in alle onderzoeksprojecten van Inagro? Het Europees Rekenhof stelde onlangs in een onderzoek dat bijna één derde van de EIP-landbouwprojecten nauwelijks of niets te maken had met landbouw. “Dat resultaat verbaasde me sterk. Ik merk wel op dat België niet tot de onderzochte landen behoorde. In Vlaanderen is betrokkenheid van de landbouwsector een vereiste en het Agentschap Landbouw en Zeevisserij ziet daar nauw op toe”, licht ze toe.“Ik hoop dat we de parlementsleden hebben kunnen tonen dat er veel inspanningen worden geleverd om de land- en tuinbouwsector vooruit te helpen. Er is veel dynamiek en veerkracht om elke dag te zoeken naar oplossingen om tegemoet te komen aan de vele maatschappelijke uitdagingen. Hopelijk hebben we ook concreet kunnen aantonen dat sommige wetgeving verdere verduurzaming tegenwerkt, of dat het beleid soms te snel bepaalde dingen wil. Wetenschappelijk onderzoek vraag tijd, bovendien werkt de landbouw in seizoenen. Gun de sector de tijd om oplossingen te vinden en de transitie door te maken.”</content>
            
            <updated>2026-03-12T20:59:40+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eerste snijbonen op de markt: areaal krimpt ondanks stabiele vraag]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eerste-snijbonen-op-de-markt-traditionele-groente-vooral-nog-in-serres-gekweekt" />
            <id>https://vilt.be/58780</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De coöperatieve groente- en fruitveiling BelOrta heeft het peulvruchtenseizoen afgetrapt met snijbonen. De eerste kisten snijbonen werden deze week afgeleverd door de familie Van Hoof uit Lier. Het is een van de weinige overgebleven telers van snijbonen in Vlaanderen. Het gros van de snijbonen wordt in serres geteeld. Door de arbeidsintensiviteit neemt het areaal al jaren af, maar de groente blijft in trek, vooral bij oudere Vlamingen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="seizoensgroente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8beb1555-fd83-45ca-8857-b7584a9dcf23/full_width_snijbonen.jpg</image>
                                        <content>In grootmoeders tijd had iedereen snijbonen in de tuin staan. Met het verdwijnen van de traditie van tuinieren zijn veel van de snijbonen en andere peulvruchten naar de serre verhuisd. BelOrta telt vijf serretelers waarvan de familie Van Hoof uit Lier de grootste is. Het is deze familie Van Hoof die deze week de eerste snijbonen aanleverde op de veiling in Sint-Katelijne-Waver. De productie loopt tot november en piekt in juli, augustus en september, wanneer ook de vollegrondsproductie piekt. Naast de serre wordt de peulvrucht ook nog op een klein areaal in de volle grond geteeld.“Snijbonen zijn vooral populair in Vlaanderen, waar ze al generaties lang een vaste plaats hebben in de keuken. Het is een groente met een duidelijke traditie die bij veel mensen herinneringen oproept aan klassieke, huiselijke gerechten. We merken ook dat snijbonen vaak meer gewaardeerd worden naarmate consumenten ouder zijn,” zegt Guy Jennes, supervisor verkoop bij BelOrta.Teruglopend teeltoppervlakte, stabiele marktNiet alleen de consumenten zijn op leeftijd, ook in de teelt is er sprake van vergrijzing. “Hierdoor loopt het areaal al jaren terug”, aldus Jennes. “Het zijn vooral oudere telers die het telen. Jonge telers pakken het zelden op,” vertelt hij. Dat zou volgens hem onder andere samenhangen met de arbeidsintensiviteit van de teelt. “Er komt veel arbeid bij kijken en bovendien moet er ook in het weekend geplukt worden. Dat maakt het moeilijk en duur om geschikt personeel te vinden.” Doordat de productie wat achteruitloopt, is er een goede balans tussen vraag en aanbod. Dat resulteert volgens Jennes in een goede prijszetting voor de telers. “Onze afnemers zijn bereid goede prijzen te betalen voor snijbonen.”&amp;nbsp;BelOrta omschrijft de peulvrucht als een rijke bron van vezels, die bovendien verschillende vitaminen en mineralen bevat. “Ze zijn bekend om hun lange, platte vorm en frisse smaak. Het is een veelzijdige groente die zowel in klassieke als moderne gerechten tot haar recht komt. In de Belgische keuken worden ze vaak geserveerd bij aardappelen en vleesgerechten, maar ze passen ook perfect in salades, wokgerechten of vegetarische maaltijden.”Binnenkort ook andere peulvruchten op de marktNaast snijbonen verschijnen later dit seizoen nog andere lokale bonensoorten op de veilingklok. Het verse bonenareaal bij BelOrta is zo’n 45 hectare waarvan zo’n zesde snijbonen betreft. Anderen peulvruchten zijn princessenbonen (sperziebonen) die van juni tot en met oktober beschikbaar zijn. </content>
            
            <updated>2026-03-12T22:45:21+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[3.000 kinderen leren een land- en tuinbouwbedrijf kennen via Boerendagen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/3000-kinderen-leren-land-en-tuinbouwbedrijf-kennen-met-boerendag" />
            <id>https://vilt.be/58781</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De helft van de Vlamingen zette nog nooit voet op een landbouwbedrijf. Met een nieuwe editie van ‘Boerendagen’ wil landbouworganisatie Boerenbond daar verandering in brengen. “Tegen het einde van dit jaar willen we 3.000 leerlingen in contact brengen met een lokale boer, zodat ze van elkaar kunnen leren”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="imago" />
                        <category term="Antwerpen" />
                        <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="onderwijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4ad2ac23-9ebc-4a90-9315-5fb9126ca707/full_width_boerenbond-boerendagen.png</image>
                                        <content>De landbouworganisatie trapte vrijdag in Berlaar de ‘Boerendagen’ van 2026 af. Met het initiatief wil Boerenbond ervoor zorgen dat kinderen en jongeren tijdens hun schoolloopbaan minstens één keer op een landbouwbedrijf zijn geweest. Zo wil de landbouworganisatie samen met de betrokken gemeenten en scholen misverstanden over landbouw uit de wereld helpen.“De kennis van jongeren over de lokale voedselproductie daalt en het beeld over de sector is vaak verouderd”, vertelt Lode Ceyssens, voorzitter van Boerenbond. “Door jongeren op een landbouwbedrijf te verwelkomen kunnen ze zien hoe innovatief de sector is, hoe voedsel echt tot stand komt en hoeveel werk en zorg er elke dag kruipt in lokaal, kwaliteitsvol eten.”Via workshops leren ze ook de verschillende landbouwsectoren en landbouwers uit de regio kennen. In totaal organiseert Boerenbond dit jaar 20 ‘Boerendagen’ om 3.000 leerlingen een blik achter de schermen te gunnen op een landbouwbedrijf. Paprikabedrijf verwelkomt 101 leerlingenIn Berlaar ontdekten vrijdag 101 leerlingen van het zesde leerjaar het reilen en zeilen op een landbouwbedrijf. Ze werden ontvangen op het paprikabedrijf van Bart Ceulemans. De paprikateler liet de kinderen zien welke weg de groente aflegt voor het op hun bord komt, van de serre over de verpakkingsruimte tot de opslagplaats.Niet enkel Ceulemans bracht de kinderen iets bij. Via een doorschuifsysteem maakten ze kennis met nog zeven andere lokale landbouwers. Zo ontdekten ze bij de workshop van slateler Guy Tielemans wat een slaplantje nodig heeft om te groeien. De slaplantjes die ze zelf hadden geplant, mochten ze mee naar huis nemen om verder te verzorgen en zo fotosynthese in actie te zien.Bij Marnik Pieters kregen de leerlingen een inkijk in de wereld van melk en zuivel. Ze ontdekten verschillende soorten veevoeders en leerden hoe een dier van kalf tot koe wordt grootgebracht en verzorgd. De leerlingen gingen ook het veld op. Akkerbouwer en melkveehouder Wim Van Tomme liet hen verschillende landbouwmachines en hun functies verkennen. De leerlingen leerden ook gewassen herkennen en welke teelten uiteindelijk als voedzame veevoeders dienen. Bij loonwerker Vercammen mochten ze ook eens echt plaatsnemen in een landbouwvoertuig. Terwijl werden ze gesensibiliseerd om aandacht te hebben voor landbouwvoertuigen in het verkeer. Ze konden zelf ervaren wat een chauffeur wel en niet ziet in het verkeer.Verder leerden ze ook nog over het nut van bijen voor de natuur en landbouw, hoe asperges groeien en wat de opleiding Landbouw inhoudt in het Atheneum van Heist-op-den-Berg.Verbinding met lokale landbouwers“In een landelijke gemeente als Berlaar leven we letterlijk tussen de velden”, aldus schepen van Landbouw Ann Van Loock (cd&amp;amp;v). “Landbouwers spelen daardoor niet alleen een belangrijke rol in onze voedselproductie, maar maken deel uit van onze identiteit. Ze zorgen mee voor ons dorpsgezicht. Voor ons is het heel fijn dat kinderen op een toegankelijke manier een blik achter de schermen kunnen krijgen bij die vele landbouwers. We hopen alvast dat enkele onder hen geïnspireerd geraken om deze mooie stiel later op te nemen.”“Het enthousiasme bij de leerlingen was zeer groot”, blikt&amp;nbsp;Peter De Donder, coördinator Landbouweducatie Boerenbond,&amp;nbsp;tevreden terug. “Het was duidelijk dat onze praktische aanpak werkt. De leerlingen moesten niet alleen luisteren, ze konden ook doen, voelen en beleven wat resulteerde in veel interactie tussen de landbouwers en de jongeren.”</content>
            
            <updated>2026-03-15T22:58:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Frigo’s met knolselder, witte en rode kool puilen uit, maar hoop op afzet blijft]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/frigos-met-knolselderij-witte-en-rode-kool-puilen-uit-maar-hoop-op-afzet-blijft" />
            <id>https://vilt.be/58782</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Honderden tonnen witte en rode kolen en knolselder liggen gekoeld opgeslagen bij vooral West-Vlaamse groentetelers en wachten op kopers. Maar de vraag stagneert al maanden. “In voorgaande jaren was er altijd wel een misoogst ergens in Europa waar we naartoe konden exporteren. Dit jaar is de oogst overal gelukt en zijn er weinig exportkansen”, klinkt het bij de REO. Het recente noodweer in Zuid-Europa doet hopen. “In sommige gebieden is er later geplant, waardoor we misschien langer kolen kunnen exporteren naar deze landen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c7aab551-0166-4114-b22d-122b97772f70/full_width_img-20260313-wa0023.jpg</image>
                                        <content>Groentetelers Henk en Kevin Stevens haalden de voorbije dagen de kranten met hun knolselder. De landbouwfamilie uit Alveringem had 60 ton knolselderij op het land liggen waarvoor zij geen afzet vonden. Uiteindelijk werd het restant aangeboden aan een organisatie die de groenten in groentepakketten te koop aanbiedt aan particulieren en ook doneert aan de voedselbank.In de berichtgeving wordt gesuggereerd dat de veiling de partij niet langer wilde afnemen, omdat de kwaliteit niet zou voldoen. “Dat is misleidende informatie”, vertelt Jurgen De Braekeleer, fieldmanager bij de REO Veiling in Roeselare. “Deze knolselderij is voor de industrie geteeld en de industrie neemt boven contractvolume niet af, omdat de opslagloodsen overvol zijn. Zelfs voor een gekoeld product uit koelhuizen van perfecte kwaliteit loopt de export tot op vandaag stroef.“ De situatie in de industriegroenten is al eerder besproken in VILT-artikelen. De groenteverwerkers kampen met grote voorraden en een moeilijke afzetmarkt. Deze situatie vertaalde zich in harde onderhandelingen met de telers de voorbije weken. De telers moesten stevige prijsverlagingen slikken (tot 10 procent minder) en ook zal er aanzienlijk minder gecontracteerd worden.Opslaghuizen versmarkt ook overvolWaar de knolselder van de familie Stevens op het veld ligt opgeslagen, ligt knolselder voor de versmarkt in gekoelde opslagloodsen, waardoor de kwaliteit gewaarborgd blijft. Datzelfde geldt voor witte en rode kolen. De vollegrondsgroenten komen in het najaar van het land. Een deel wordt in de eerste maanden verkocht. Het gedeelte dat in gekoelde opslag ligt, komt vanaf februari tot juli op de markt. Medio maart zijn de opslagfaciliteiten voor kolen en knolselderij nog overvol. “Bij ons is nog maar tien procent verkocht, terwijl dat in de voorbije jaren rond deze periode al minstens 20 procent was”, vertelt Dirk Cardoen (62), die op zijn gemengd bedrijf in Dadizele (gemeente Ledegem, red.) op zo’n vijf hectare al jaren rode en witte kolen teelt en deze opslaat voor de versmarkt.In zijn carrière als kolenteler heeft hij de sector sterk zien veranderen. Waren kolen van drie kilo vroeger geen uitzondering, dan teelt hij tegenwoordig meer kleinere exemplaren. “Families zijn kleiner geworden en de consumenten bewaren de kool niet langer in de diepvries na gebruik.”Ook de huidige markt, waarbij veel telers zich zorgen maken of zij hun oogst nog kwijtraken, is voor hem niet nieuw. “De voorbije jaren waren zeer goed, maar in het verleden hebben we vaker slechte periodes gekend en moesten we onze kolen voor ‘zes Belgische frank per stuk’ verkopen. Inmiddels ligt de kolenprijs op zo’n acht tot tien cent per kilo, wat nog maar een fractie is van de correcte prijs van vorig jaar.” Inmiddels ligt de kolenprijs op zo’n acht tot tien cent per kilo, wat nog maar een fractie is van de correcte prijs van vorig jaar. De reden van deze prijsval is dezelfde als bij de industriegroenten: een succesvolle en overtollige oogst in heel Europa. “In andere jaren was er altijd wel een tekort ergens in Europa, waar onze kolen naartoe gingen. Vorig jaar zijn er veel kolen naar Polen en Kroatië gegaan, waar de telers na een droge zomer met een extreem nat najaar te kampen hadden. Hierdoor ontbraken toen de kilo’s op de Europese markt en konden we naar daar exporteren”, analyseert Cardoen de markt.Weinig export door overproductie op bestemmingDe Braekeleer van REO beaamt dat de export momenteel moeilijk draait. Toch heeft hij er nog vertrouwen in dat de witte en rode kolen die in koelhuizen liggen in de loop van het jaar nog een bestemming vinden. Voor knolselder is dat maar de vraag. “Door het noodweer in Zuid-Europa eerder dit jaar hebben telers daar veel later kunnen planten. Daardoor is de teelt vertraagd en komen er in mei tot juli misschien nog mogelijkheden om naar Zuid-Europa of elders in Europa te exporteren.”Waar de kolen vermoedelijk toch nog hun weg naar de markt vinden, zal het zeker geen boerenjaar worden voor de producenten. Dat geldt voor de vollegrondsgroenten in brede zin. De Braekeleer: “Alle teelten kampen met hoge opbrengsten in heel Europa.” Door het noodweer in Zuid-Europa eerder dit jaar hebben telers daar veel later kunnen planten. Daardoor is de teelt vertraagd en komen er in mei tot juli misschien nog mogelijkheden om naar Zuid-Europa of elders in Europa te exporteren. Uitwisseling industrie en versmarkt in goede jarenDeze situatie staat in schril contrast met de voorbije jaren, toen de versmarkt ook de industriegroentetelers aan goede marges hielp. “In de contractteelt worden witte en rode kolen aan pakweg 8 à 10 cent per kg in grote afzetcontainers verkocht. In voorbije jaren hebben wij overschotten van de industriemarkt — hetgeen boven contract geteeld was — kunnen vermarkten voor aanzienlijk hogere prijzen”, vertelt De Braekeleer.Behalve de kolen, was er in het verleden ook regelmatig uitwisseling tussen de versmarkt en industriemarkt met prei, knolselders, spruiten en courgettes. In vorige jaren konden industriegroentetelers als Henk en Kevin Stevens hun overschotten knolselder regelmatig kwijt aan REO. “Maar dit seizoen is er ook op de versmarkt overproductie en kunnen we dit surplus aan onze coöperanten, die ook voor de industrie telen, helaas minder bieden. Zeker nu na zoveel maanden&amp;nbsp;ongeconditioneerde opslag&amp;nbsp;de kwaliteit onvoldoende is voor de versmarkt”, herhaalt De Braekeleer.Volgens de fieldmanager is er momenteel helaas sprake van een ‘perfect storm’ in de groentemarkt. Door de moeilijke afzetmarkt van het moment en de dalende contractvraag door de industrie staan telers voor lastige keuzes. Wat moeten zij telen? Ook de aardappel- en bietenmarkt draaien vierkant. “Daarbovenop stijgen de kosten momenteel, net wanneer boeren ook al het zaai- en plantgoed moeten kopen. Stijgende energiekosten door de oorlog in Iran en Oekraïne leiden ook tot hogere brandstof- en kunstmestkosten”, besluit hij.</content>
            
            <updated>2026-03-15T22:55:24+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sanitair Fonds pluimvee onder druk door vogelgriep: “Uitbraken teren reserves uit”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sanitair-fonds-pluimvee-onder-druk-door-vogelgriep-uitbraken-teren-reserves-uit" />
            <id>https://vilt.be/58783</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De vele vogelgriepuitbraken sinds het najaar van 2020 hebben de financiële reserves van het Sanitair Fonds voor pluimvee sterk onder druk gezet. Vorig jaar keerde het fonds meer dan 4,3 miljoen euro uit aan pluimveehouders voor de compensatie van geruimde dieren. Dit jaar staat de teller al op ongeveer 2,8 miljoen euro.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="vogel" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/27666889-dfc3-4649-b5e4-785bd78675c2/full_width_pluimvee-kip-kippen.jpg</image>
                                        <content>Om de slinkende reserves opnieuw aan te vullen, betalen pluimveehouders intussen al voor het derde jaar op rij een verdubbelde verplichte bijdrage. De FOD Volksgezondheid&amp;nbsp;overweegt&amp;nbsp;na recent overleg met de sector&amp;nbsp;om die maatregel ook na 2026 te verlengen, zodat het fonds toekomstige uitbraken kan blijven opvangen.&amp;nbsp;Vergoeding bij verplichte ruimingen&amp;nbsp;Het Sanitair Fonds vergoedt pluimveehouders wanneer hun dieren verplicht geruimd worden bij uitbraken van dierziekten zoals vogelgriep, Newcastle&amp;nbsp;disease&amp;nbsp;of&amp;nbsp;besmettingen&amp;nbsp;met&amp;nbsp;wettelijk&amp;nbsp;bestreden&amp;nbsp;zoönotische&amp;nbsp;salmonella’s (vermeerderingspluimvee).&amp;nbsp;“Op basis van officiële&amp;nbsp;waardetabellen&amp;nbsp;voor pluimvee&amp;nbsp;wordt de&amp;nbsp;compensatie&amp;nbsp;van het pluimvee bepaald, afhankelijk van het aantal dieren&amp;nbsp;en&amp;nbsp;het&amp;nbsp;soort pluimvee”, legt de FOD Volksgezondheid uit. “Bij een uitbraak vergoedt het Sanitair Fonds&amp;nbsp;90&amp;nbsp;procent van de economische verliezen.”&amp;nbsp;Reserves onder druk&amp;nbsp;Sinds 2020 hebben opeenvolgende vogelgriepuitbraken de reserves van het fonds echter sterk aangetast. “De jaarlijkse uitbraken&amp;nbsp;kost het fonds miljoenen&amp;nbsp;euro’s”, aldus de FOD Volksgezondheid. “De vergoeding voor de&amp;nbsp;getroffen&amp;nbsp;pluimveebedrijven kunnen sterk uiteenlopen:&amp;nbsp;van zo’n&amp;nbsp;100.000 euro tot nagenoeg één miljoen euro,&amp;nbsp;bijvoorbeeld voor grote vermeerderingsbedrijven.&amp;nbsp;Daardoor zijn de reserves de voorbije jaren snel geslonken en dreigde het fonds zelfs tijdelijk uitgeput te raken.”&amp;nbsp; Nieuwe uitbraken&amp;nbsp;kunnen&amp;nbsp;opnieuw zwaar doorwegen op de financiële reserves. Het blijft koffiedik kijken. Ook recente besmettingen blijven zwaar doorwegen op het budget. Begin dit jaar beschikte het fonds nog over een reserve van ongeveer 10,4 miljoen euro, maar dat bedrag is inmiddels gehalveerd.&amp;nbsp;“Alleen al in 2025 bedroegen de vergoedingen ongeveer&amp;nbsp;4,3 miljoen euro, waarvan 3,8 miljoen euro voor vogelgriep.&amp;nbsp;Dit jaar zitten we nu al aan zo’n 2,8 miljoen euro”, klinkt het. Een aanzienlijk deel daarvan is het gevolg van ernstige vogelgriepuitbraken bij een tiental pluimveebedrijven in West-Vlaanderen,&amp;nbsp;voornamelijk&amp;nbsp;in de Westhoek.&amp;nbsp; Het fonds wordt hoofdzakelijk gefinancierd via verplichte bijdragen uit de sector. Volgens de FOD zal de inning van die bijdragen de reserves opnieuw doen stijgen tot&amp;nbsp;ongeveer acht&amp;nbsp;à negen miljoen&amp;nbsp;euro. Toch blijft er bezorgdheid.&amp;nbsp;“Een reserve van acht tot negen miljoen euro is&amp;nbsp;werkbaar, maar&amp;nbsp;niet echt&amp;nbsp;comfortabel”,&amp;nbsp;zegt de FOD.&amp;nbsp;“Zeker omdat het jaar nog maar net begonnen is. Nieuwe uitbraken&amp;nbsp;kunnen&amp;nbsp;opnieuw zwaar doorwegen op de financiële reserves.&amp;nbsp;Niemand kan voorspellen hoeveel nieuwe haarden er nog zullen opduiken. Het blijft koffiedik kijken.”&amp;nbsp;Verlenging van hogere bijdrage?&amp;nbsp;Om de financiële buffer op&amp;nbsp;een voldoende hoog niveau te houden, werd beslist om de verplichte bijdrage van pluimveehouders tijdelijk te verdubbelen. Die maatregel loopt normaal drie jaar, tot en met 2026. De bijdrage aan het fonds wordt berekend per dierplaats op een bedrijf en verschilt naargelang het type pluimvee, zoals legkippen, vleeskippen of vermeerderingsdieren. Met de huidige&amp;nbsp;verdubbelde&amp;nbsp;bijdragen zamelt het fonds jaarlijks ongeveer 3,4 miljoen euro in.&amp;nbsp;Het is echter onzeker of de bijdragen opnieuw zullen dalen. Omdat vogelgriep steeds vaker een jaarlijks terugkerend probleem lijkt te worden, is binnen de sector al besproken of de verhoogde bijdrage mogelijk langer moet worden aangehouden. Een definitieve beslissing daarover is nog niet genomen.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-03-13T17:24:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Clarebout pauzeert productielijn in Nieuwkerke: wat betekent dit voor de toekomst?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/clarebout-pauzeert-productielijn-in-nieuwkerke-wat-betekent-dit-voor-de-toekomst" />
            <id>https://vilt.be/58784</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Aardappelverwerker Clarebout legt de productie 12 dagen stil in de fabriek in Nieuwkerke. De export van verwerkte aardappelproducten loopt mank, en daar zijn diverse redenen voor. De duurdere export naar de Verenigde Staten en de groeiende concurrentie in India en China laten zich steeds harder voelen, sinds kort komen daar verhoogde energieprijzen bij en verstoord exportverkeer door de oorlog in Iran. Enkele honderden arbeiders zijn tijdelijk werkloos.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="productie" />
                        <category term="export" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e0fdf449-3bc2-4585-a5ee-a7ea9c0aad29/full_width_aardappelverwerking-vlokken-puree-lutosa.jpg</image>
                                        <content>Clarebout bevestigt het nieuws maar weidt verder niet uit over de situatie. Volgens vakbond ABVV is ook een lijn in Warneton (Komen-Waasten) tijdelijk stilgelegd, al wordt dat ontkend door de woordvoerder van het bedrijf.“Lijn zeven in Warneton draait de komende twee weken niet meer”, zegt Dario Gouwy, secretaris bij ABVV Horval West-Vlaanderen. “Dat wordt mij bevestigd door de afgevaardigden in de ondernemingsraad. Maar misschien gaat het bedrijf ervan uit dat het stilzetten van de lijn in Warneton in een andere context moet worden gezien dan die in Nieuwkerke. Hoe dan ook is het incorrect wanneer men zegt dat de bedrijven buiten Nieuwkerke niet zijn geïmpacteerd.” Het is incorrect wanneer men zegt dat de bedrijven buiten Nieuwkerke niet zijn geïmpacteerd. Op de site van Nieuwkerke zitten een tweehonderdtal arbeiders tijdelijk zonder werk. “Normaal van 11 tot 23 maart, maar wij houden uiteraard de vinger aan de pols”, zegt Gouwy. Er leeft immers de vrees dat de site in Nieuwkerke wel vaker geviseerd zal worden. “In Warneton heb je stockageruimtes, in Nieuwkerke niet. Dat maakt dat alle productie in Nieuwkerke met de navette naar Warneton vervoerd moet worden. Ik geloof dat men daarom qua kostenbeperking besloot om Nieuwkerke tijdelijk uit te doven.”“Maar we mogen ons gelukkig prijzen dat er een systeem bestaat als tijdelijke werkloosheid&quot;, zegt Gouwy. &quot;Al vallen de arbeiders nu terug op slechts 60 procent van hun loon. Gelukkig is er binnen de voedselnijverheid een extra vangnet gecreëerd waarbij de werkgever nog een extra vergoeding toekent, rond de tien tot 15 euro per dag.”“De arbeiders zijn opgeleide mensen met ervaring. Ik denk dat bij de firma toch een beetje de vrees leeft dat ze tijdens hun tijdelijke werkloosheid in staat zijn om van job te veranderen zonder een lange opzegtermijn te respecteren. Als de stopzetting van tijdelijke aard is, zal men willen vermijden dat mensen het schip verlaten. Er is ook vraag naar hun profielen, al is de situatie in de Belgische aardappelsector niet echt rooskleurig. De situatie van Clarebout kan je transponeren naar de andere Belgische frietbedrijven, die ook worden geconfronteerd met overcapaciteit.”OverproductieDat de verwerkers hun werking moeten terugdringen, leek enkele jaren geleden nog vrij onwaarschijnlijk. Aardappelverwerkers hebben jarenlang fors geïnvesteerd in uitbreiding. In 2022 stelde de sector 5.912 arbeiders en bedienden te werk. Dat is 41 procent meer dan in het coronajaar 2020 en 12 procent meer dan in 2019. De investeringen in de aardappelverwerking namen toen ook toe, met 300 miljoen euro.De recentste jaren waren minder gunstig voor de aardappelsector. In 2024 behaalden de zetmeelrijke goudklompjes nog een piekprijs op de Belgapomnotering van 300 euro per ton (Fontane). Vandaag ligt de vrije aardappelprijs om en bij de 12 euro per ton. België is de grootste exporteur van verwerkte aardappelproductie ter wereld, maar te midden van geopolitieke strubbelingen stokt de vraag.Export daaltChristophe Vermeulen, CEO van de beroepsvereniging&amp;nbsp;voor de Belgische aardappelhandel en –verwerking Belgapom, noemt een tijdelijke sluiting van de lijnen op zich niet zo uitzonderlijk. “Dat gebeurt wel vaker. Meestal heeft dat te maken met efficiënter personeelsinzet en capaciteitsbuffering. Dat laatste is zeker het geval bij Clarebout, men zit er met volle diepvriezers en de wereldwijde afname of vraag loopt trager. België verliest al enige tijd zijn wereldwijd marktaandeel.”Vermeulen verwijst hiervoor onder meer naar de terugvallende Aziatische exportmarkt. “Die wordt beconcurreerd door de Aziaten zelf”, zegt hij. “China en India zijn meer beginnen produceren, eerst voor henzelf, en nu in een zodanige mate dat ook zij exporteren. We zijn met hen in een prijzenoorlog beland die we voorlopig verliezen.”De Belgapom-CEO wijst erop dat ook de exportmarkt in het Midden-Oosten steeds meer wordt overgenomen door India en China. “En in de VS beginnen we de gevolgen te ondervinden van Trumps importtarieven”, zegt Vermeulen. “Het gaat dus om een cumulatie aan oorzaken die ons nu in de verdediging hebben gedwongen.” In de VS beginnen we de gevolgen te ondervinden van Trumps importtarieven Wat niet heeft geholpen, is dat België in 2024 over het algemeen een lagere kwaliteit aardappelen heeft aangeboden. “Begin 2024 was een moeilijk pootseizoen. Er zijn veel aardappelen geteeld die niet echt frietgeschikt waren. Door de grote vraag zijn deze toch verwerkt geweest, en dat heeft wat parten gespeeld bij sommige klanten. De aardappelen van het huidige seizoen zijn van uitstekende kwaliteit, maar eens je het vertrouwen van een klant bent verloren, krijg je dat niet meteen terug. Dus de sector heeft wat tijd nodig om te heroriënteren - &amp;nbsp;niet enkel Simplot-Clarebout – na de tien succesvolle jaren die we hebben gehad.”Volgens Vermeulen heeft de overname van Simplot wel een rol gespeeld. “Die was wat disruptief, in de zin dat West-Europa plots een nieuwe speler kende met een markt die weinig voeling had met de Europese manier van werken. Dat is hun goed recht, maar de Amerikaanse aanpak is een nieuwe aanpak. En hoewel ze een fantastisch bedrijf hebben overgenomen voor een goede prijs, moet die prijs natuurlijk wel betaald worden. Ik denk dat het op orde zetten van de kostenstructuur nu prioriteit nummer één is.”Nieuw conflict betekent nog meer instabiliteitDie kosten zijn er niet alleen in de aankoop van de grondstof, maar ook in de verwerking en bewaring. “En daar speelt energie een grote rol”, zegt Vermeulen. “Inpakken en invriezen is heel energie-intensief, en dat voelt heel de sector. De stijgende prijzen door de problemen in het Midden-Oosten dragen daartoe bij.”Vermeulen hoopt dat de agrovoedingssector beroep zal kunnen doen op ondersteuning van de federale overheid voor energie-intensieve bedrijven. “Die is eind vorig jaar aangekondigd”, herinnert Vermeulen. “Maar of we ervoor in aanmerking komen is niet helemaal zeker, omdat onze manier van energie verbruiken verschilt met bijvoorbeeld de chemische sector. Dus daar moet het gesprek nog over worden aangegaan.”Het conflict in het Midden-Oosten betekent overigens meer dan dure energie. “Saoedi-Arabië en de golfstaten zijn onze vierde grootste exportmarkt. Bovendien is er een disruptie in het internationaal vaartverkeer, waardoor de containeraanvoer verstoord is en veel duurder is geworden. Ook de verzekeringen zijn duurder geworden. En voor een exportmarkt par excellence als de Belgische aardappelindustrie, die naar 120 landen uitvoert en veelal over zee, is dat een kost die moet doorgerekend worden.” Saoedi-Arabië en de golfstaten zijn onze vierde grootste exportmarkt. Bovendien is er een disruptie in het internationaal vaartverkeer &quot;Sector zal heropleven&quot;Vermeulen gelooft dat ook deze storm ooit zal klaren. “Never waste a good crisis, luidt de boutade: ik denk dat onze sector flexibel genoeg is om zich aan te passen aan de nieuwe realiteit. Dat zal tijd vergen, maar ik geloof in beterschap. De wereldwijde vraag naar aardappelverwerkte producten stijgt elk jaar met gemiddeld zes procent. Dat zijn een hoop frieten. Ten tweede sluit de EU preferentiële handelscontracten en zet daarop in, in tegenstelling tot de States die heel protectionistisch zijn. Maar Europe is still in business.”“En Mercosur: wij zijn één van de weinige sectoren die daar niet over hebben geklaagd”, voegt Vermeulen toe. “Omdat Latijns-Amerika een groeimarkt is voor ons. 300 miljoen consumenten die ook hun frietjes moeten hebben. En oorlog blijft niet altijd duren: zo vlug als de markt gedraaid is in negatieve zin, kan ze ook weer heropleven. We hebben een robuuste industrie, en nergens ter wereld is meer geïnvesteerd in innovatie dan bij ons. Dus ik zou nog niet onmiddellijk spreken van het einde van de Belgische frietindustrie, zoals sommigen propageren.”Van kilocontracten naar hectarecontracten?De Belgische frietindustrie blijft dus overeind, maar aardappelboeren zonder buffer hebben het dit jaar moeilijker. Guy Depraetere van landbouworganisatie ABS pleit voor een hervorming van de afnamecontracten. “Ik ben al langer voorstander van afnamecontracten per hectare, en niet per gewicht”, zegt hij. “De fabrieken leveren meestal het pootgoed, en ze weten hoeveel hectare een landbouwer heeft. En toch kan je maar pakweg 35 ton per hectare vastleggen aan een vaste prijs. De overschot, of dat nu 15 ton is, zijn dan vrije aardappelen.”Dit systeem kan voor sommige telers echter heel gunstig uitpakken. Zo waren vrije aardappelen in 2024 meer waard dan contractaardappelen. Maar die vrije markt werkt in twee richtingen: vandaag zijn ze bijna niets meer waard.Bovendien kan de oogst ook tegenvallen, en wordt het beloofde tonnage niet behaald. “Heeft een landbouwer minder opbrengst, dan is het ‘gedeelde schade’ en schuiven ze alles af op de schouders van de boer.”“Daarom ben ik dus altijd tegen dit type contracten geweest”, zegt Depraetere. “In Nederland is dit nochtans de standaard, en in Frankrijk meestal ook. Al zijn de typisch Belgische kilocontracten nu ook in Noord-Frankrijk aan het doorbreken.”Veel landbouwers zijn het overigens niet eens met Depraetere, dat een hectare-systeem gunstiger is. “Men is altijd in de waan dat men het grote lot kan winnen”, zegt Depraetere, verwijzend naar de goede prijzen van 2024. “En je kan inderdaad een keer heel goed zitten. Er zijn landbouwers die daarop speculeren. Maar dan moet je een goede buffer hebben als het misloopt.”Wie kan minder aardappelen planten?Depraetere pleit bij landbouwers om hun aardappelareaal te minderen. “Bij overaanbod sta je zwak. Nu zijn de verwerkers in een machtspositie omdat er zo weinig contracten zijn. De boeren smeken om een contract. Als het aardappelareaal mindert, verschuiven de verhoudingen weer ten voordele van de boer”, zegt Depraetere. Bij overaanbod sta je zwak Landbouwers overtuigen tot een areaalvermindering, is makkelijker gezegd dan gedaan. Depraetere herinnert zich een campagne in 2008 waarnaar amper werd geluisterd. “Na 11 vergaderingen in Vlaanderen en vier in Wallonië voor een aanbodbeheersing, heb ik moeten besluiten dat Belgische boeren er niet klaar voor zijn. Het is ieder voor zich.”Natuurlijk is zo’n switch makkelijker gezegd dan gedaan: aardappelboeren die zoeken naar een alternatief, hebben weinig opties. “Dat is inderdaad een probleem”, zegt Depraetere. “Maar het is toch interessant als je jouw areaal tijdelijk mindert, al is het maar met 20 procent. Als de zaken normaliseren, kan je altijd weer uitbreiden. Maar nu zijn we de pedalen kwijt, en we moeten ze terugvinden.”Ook Christophe Vermeulen van Belgapom pleit voor een areaalvermindering. “Al twee maanden roep ik daarvoor”, zegt hij. Het is de verstandigste manier om opnieuw een overproductie te vermijden. Nu is 75 procent van de aardappelen door contracten afgedekt en goed betaald geweest, maar we zitten inderdaad met een overschot van 800.000 ton vrije aardappelen, voornamelijk industrieaardappelen. Verwerkers contracteren immers enkel wat ze nodig hebben. Ik zou landbouwers aanraden om zich aan die hoeveelheden te houden, en minder te speculeren op een plotse groei van de vrije markt. Al weten we natuurlijk nog niet of we in 2026-2027 met even lage prijzen zullen zitten.”</content>
            
            <updated>2026-03-15T22:48:23+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "Eerst de patatten dan de kiekens? De industrie oogst de schaalvoordelen ten nadele van de boer"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eerst-de-patatten-dan-de-kiekens-de-industrie-oogst-de-schaalvoordelen-ten-nadele-van-de-boer" />
            <id>https://vilt.be/58785</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Overproductie van landbouwgoederen is geen toevalligheid, maar een systeemfout. Dat stelt milieuactivist en schrijver Peter Bossu. Een overaanbod heeft de vrije aardappelmarkt doen kelderen, en ook bij pluimvee dreigt overproductie. Volgens Bossu zijn deze crisissen vooral een waarschuwing dat een landbouwmodel dat volledig steunt op schaalvergroting en industriële vraag, boeren structureel kwetsbaar maakt. In een opinie geeft hij zijn blik op de feiten weer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="productie" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/70f1b344-41dd-4b55-b45a-fa743a28e90b/full_width_nestborncolruytwelzijnskipdierenwelzijnpluimvee-2-1250.jpg</image>
                                        <content>In Vlaanderen liggen momenteel 860.000 ton aardappelen opgeslagen zonder afzet. Ook pompoenen en knolselderij stapelen zich op. Het klassieke verhaal van overproductie: wanneer het aanbod groter is dan de vraag, zakken de prijzen. Dat is hoe een vrije markt werkt. Alleen: die lage prijzen gelden bijna uitsluitend voor de producent. De consument merkt er in de winkel nauwelijks iets van.De industrie oogst de schaalvoordelen ten nadele van de boerVoor boeren betekent overproductie vaak een financiële ramp. Ze investeren maandenlang in teelt, arbeid en machines, maar wanneer de markt verzadigd raakt, kelderen de prijzen onder de productiekost. De keten daarentegen – verwerkers, handel en retail – slaagt er meestal in haar marges te beschermen.Die overproductie komt niet zomaar uit de lucht vallen. Ze is het resultaat van een landbouwmodel dat boeren in een bepaalde richting duwt. Neem de aardappelindustrie. Bedrijven zoals Clarebout Potatoes hebben enorme hoeveelheden grondstof nodig om diepvriesfrieten voor de wereldmarkt te produceren. Boeren worden aangemoedigd om massaal aardappelen te telen voor die industrie. Het resultaat is voorspelbaar: wanneer veel landbouwers tegelijk dezelfde teelt volgen, ontstaat al snel een overschot.Vandaag de patatten, morgen de kiekensDe gevolgen zijn bekend: lage prijzen voor de boer, risico’s en schulden bij de producent, terwijl de rest van de keten relatief veilig blijft. De boer draagt het marktrisico, de industrie oogst de schaalvoordelen.Net daarom zou de huidige situatie een waarschuwing moeten zijn voor wat zich vandaag in West-Vlaanderen aftekent in de pluimveesector. Overal duiken aanvragen op voor stallen met tienduizenden vleeskuikens (vorig jaar voor circa 1.000.000 miljoen kippen). De vleesindustrie stimuleert die groei, want elke extra kip betekent extra vraag naar voeder. En daar zit een belangrijk economisch mechanisme.Voor de voederindustrie maakt het immers nauwelijks uit of de kippenprijs hoog of laag staat. Kippen eten elke dag ongeveer evenveel.Bij hoge prijzen verdienen de pluimveehouders misschien goed, maar bij lage prijzen blijft de voederindustrie evenveel verkopen. Het risico ligt opnieuw bijna volledig bij de boer.Het scenario staat eigenlijk al in de sterren geschreven. Wanneer veel bedrijven tegelijk uitbreiden, volgt onvermijdelijk een overproductie. De marktprijs zakt. De consument merkt daar weinig van in de winkel, maar de pluimveehouder ziet zijn marges verdampen.Overproductie is geen toeval, maar een systeemfoutDe overschotten aan aardappelen, pompoenen en knolselderij zijn dus meer dan een tijdelijk marktprobleem. Ze zijn een signaal. Een waarschuwing dat een landbouwmodel dat volledig steunt op schaalvergroting en industriële vraag, boeren structureel kwetsbaar maakt.Misschien is het moment gekomen om de vraag anders te stellen: niet hoeveel we nog méér kunnen produceren, maar voor wie en onder welke voorwaarden we produceren. Want zolang de risico’s bij de boer liggen en de winsten elders in de keten terechtkomen, blijft overproductie geen uitzondering maar een systeemfout.Laat dit nu een probleem zijn want wat was een van de grote kritieken op de landbouwprotesten van de voorbije maanden? Juist ja, een overheid die ingrijpt in het landbouwsysteem. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp; Peter Bossu is milieu-activist en schrijver van diverse boeken en theaterstukken.</content>
            
            <updated>2026-03-19T10:22:57+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Anders vraagt meer zicht op rol van vrouwen in landbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/anders-vraagt-meer-zicht-op-rol-van-vrouwen-in-landbouw-en-versterking-van-ondernemerschap" />
            <id>https://vilt.be/58786</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen moet meer data voor en over vrouwen in de land- en tuinbouwsector verzamelen en het ondernemerschap bij hen aanmoedigen. Daar pleit Anders, het vroegere Open Vld, voor in een voorstel van resolutie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vrouw" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c0e956c7-b63f-48d4-bbe2-f943f676f2a8/full_width_vrouw-landbouw-boerin-unsplash.jpg</image>
                                        <content>In 2024 telde de Vlaams land- en tuinbouwsector 6.183 vrouwelijke zaakvoerders. Daarmee vertegenwoordigen vrouwen 21 procent van het totale aantal zaakvoerders. Een aandeel dat een lichte stijging vertoont, in 2018 was het aandeel nog 19 procent.“Sectorale verschillen wijzen echter op specifieke drempels en kan­sen voor vrouwelijk ondernemerschap”, schrijven de indieners van het het voorstel van resolutie (Lydia Peeters, Jasper Pillen, Marianne Verhaert en Eva De Bleecker, red.). Zo staan vrouwen vooral aan het hoofd van pluimveebedrijven en bedrijven met andere graasdieren, zoals schapen en geiten. In die sectoren bedraagt hun aandeel respectievelijk 27 procent en 31 procent. Ook in de varkenshouderij en in de groentetuinbouw is ongeveer een kwart van de ondernemingen in vrouwelijke handen. Bij rundveebedrijven ligt de vertegenwoordiging van vrouwen duidelijk lager. Daar bedraagt het aandeel 14 procent bij melkveebedrijven en 12 procent bij gemengde bedrijven met melk en vleesvee. Als Vlaanderen alleen vrouwelijke bedrijfsleiders zou tellen, was de vooropgestelde ambitie nu al bereikt om vijf procent biolandbouwbedrijven te hebben Sterke vertegenwoordiging in bioVrouwen zijn ook sterk vertegenwoordigd in de biosector. Terwijl in de gangbare landbouw 20,7 procent van de bedrijfsleiders een vrouw is, loopt dat aandeel in de biosector op tot 28,2 procent. In totaal kiest vijf procent van de vrouwelijke zaakvoerders voor bio. “Als Vlaanderen alleen vrouwelijke bedrijfsleiders zou tellen, had de minister van Landbouw nu al de vooropgestelde ambitie bereikt om vijf procent biolandbouwbedrijven te hebben in Vlaanderen”, merken de vier liberale parlementsleden op.Over het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiders in landbouwbedrijven met een korte keten, hoeveverkoop en andere vormen van verbrede landbouw bestaan vandaag geen publiek beschikbare cijfers. Maar de Anders-parlementsleden nemen aan dat ook in die bedrijfsvormen vrouwen bovengemiddeld aanwezig zijn. Te weinig data Buiten het feit dat er in Vlaanderen in 2024 welgeteld 6.183 vrouwelijke zaakvoerders en 3.011 vrouwelijke meewerkende echtgenotes waren, tast men in het duister als het gaat over de totale arbeidsparticipatie van vrouwen op landbouwbedrijven. “Door het gebrek aan genderspecifieke cijfers blijft een belangrijk deel van de bijdrage van vrouwen aan de dagelijkse werking van landbouwbedrijven statistisch onzichtbaar”, schrijven Peeters en co. &amp;nbsp;Volgens hen mag je aannemen dat veel vrouwen in de sector geen formele juridische status hebben, terwijl ze wel een substantiële en vaak onmisbare rol spelen in de werking en continuïteit van landbouwbedrijven. Drijvende kracht achter investeringen?Volgens de parlementsleden vervullen landbouwersvrouwen op het bedrijf vaak een centrale rol in de administratie, bedrijfsfinanciën en innovatie. In welke mate zij doorwegen op investeringsbeslissingen binnen landbouwbedrijven is vandaag niet zichtbaar in de beschikbare gegevens.Uit VLIF-cijfers blijkt wel dat van de 16.477 productieve investeringen die in 2024 VLIF-steun kregen, er 5.241 plaatsvonden op bedrijven met een vrouwelijke bedrijfsleider. Vergeleken met de gemiddelde investeringen van 2020 en 2021 is dit een stijging van 54 procent. Daarmee stijgt het aantal investeringen bij vrouwelijke bedrijfsleiders veel sterker dan bij mannelijke. Bij mannelijke bedrijfsleiders stijgt het slechts met 19 procent. Het aandeel van vrouwelijke bedrijfsleiders bij niet-productieve milieu-investeringen werd niet opgenomen in de resolutie.De indieners van de resolutie merken daarnaast op dat vrouwen ook een belangrijke rol spelen voor het mentale welzijn binnen het gezin, en problemen doorgaans sneller aankaarten bij gespecialiseerde organisaties zoals de vzw Boeren op een Kruispunt. Die rol mag volgens de parlementsleden niet als vanzelfsprekend worden beschouwd.Landbouwersvrouwen zouden een interessante doelgroep kunnen zijn voor beleidsinitiatieven rond biologische landbouw, transitie-investeringen en mentaal welbevinden. De vier parlementsleden willen met hun resolutievoorstel de Vlaamse regering vragen om de aanwezigheid, impact en concrete bijdrage van vrouwen aan de Vlaamse land en tuinbouw beter in kaart te brengen. Ondersteun landbouwvrouwenDaarnaast roepen de parlementsleden de regering op om mentor- en coachingprogramma’s voor vrouwelijke landbouwondernemers te ondersteunen, met aandacht voor financieel beheer, strategische besluitvorming en bedrijfsontwikkeling. Ook vragen ze om vrouwelijke ondernemers in de biolandbouw, korte keten en verbrede landbouw expliciet te ondersteunen.Verder pleiten ze voor initiatieven die vrouwen aanmoedigen om actiever deel te nemen aan adviesraden en raden van bestuur in de land-en tuinbouwsector. Door in zulke raden te zetelen kunnen ze sterker wegen op het beleid. “Maar door hun hoge werkbelasting en brede takenpakket worden heel wat vrouwen afgeremd om er nog bestuursmandaten bij te nemen. Dat is een gemiste kans”, klinkt het. De rechtspositie van vrouwen is een structureel aandachtspuntLandbouwersvrouwen zouden volgens de indieners ook actief en laagdrempelig geïnformeerd moeten worden over statuten, sociale bescherming, pensioenopbouw, eigendom en vennootschapsvor­men. “De rechtspositie en het statuut van vrouwen op landbouwbedrijven zijn een structureel aandachtspunt”, klinkt het. “Voor velen biedt het statuut van meewerkende echtgenoot onvoldoende zekerheid op het vlak van onder meer inkomen, sociale bescherming en pensioenopbouw.”De parlementsleden zien kansen in de toenemende &#039;vervennootschappelijking&#039; van landbouwbedrijven. “Die juridische vorm sluit vaak beter aan bij de maatschappelijke realiteit en moderne samenlevingsvormen. De land- en tuinbouw vormen immers geen uitzondering op de maatschappelijke evolutie, waarbij het traditionele gezin niet langer de overheersende norm is.”Het voorstel van resolutie ligt momenteel nog ter bespreking in de landbouwcommissie. Daar moet nog worden gestemd of het naar de plenaire vergadering van het Vlaams parlement gaat.</content>
            
            <updated>2026-03-19T08:50:12+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meer dan gras en maïs: vruchtwisseling versterkt melkveebedrijven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meer-dan-gras-en-mais-vruchtwisseling-versterkt-melkveebedrijven" />
            <id>https://vilt.be/58787</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Gras en maïs blijven vaste waarden op elk melkveebedrijf. Ze leveren veel en kwalitatief goed voeder en zijn vertrouwd in teelt en gebruik. Toch wijst onderzoek op het provinciaal praktijkonderzoekscentrum Hooibeekhoeve in Geel erop dat vruchtwisseling een slimme strategie kan zijn om vandaag al te anticiperen op de uitdagingen van morgen. “De bodemkwaliteit kan verbeteren, opbrengsten worden stabieler en het bedrijf wordt weerbaarder tegen extreme weersomstandigheden”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="gras" />
                        <category term="maïs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e7721cfb-fa8a-4b88-b6e1-7977814a76b9/full_width_ruwvoedermelkvee-hooibeekhoeve.jpg</image>
                                        <content>Vruchtwisseling doorbreekt de monocultuur van maïs, wat leidt tot een lagere onkruiddruk en minder specifieke onkruiden. Dat vereenvoudigt de bestrijding en verlaagt vaak de bestrijdingskosten. Daarnaast brengen verschillende teelten ook verschillende wortelsystemen met zich mee die de bodemstructuur verbeteren. Sommige gewassen verhogen ook het organische stofgehalte. Dat vertaalt zich beiden in een betere waterhuishouding, meer beschikbare nutriënten en een gezondere bodem die de opbrengst ondersteunt.Door in te zetten op verschillende teelten spreidt een landbouwer ook het risico op misoogsten. “Niet elk gewas reageert hetzelfde op droogte, overvloedige regen of temperatuurverschillen. Wintergranen of mengsels van vlinderbloemigen met wintergranen vullen hun vochtbehoefte perfect in vóór de zomerdroogte, en voederbieten kunnen droge periodes met groeistilstand nadien compenseren. Maïs is minder goed bestand tegen extreme weersomstandigheden”, aldus de provincie Antwerpen.Een bijkomend voordeel van vruchtwisseling is dat gewassen als granen of voederbieten een nutritionele meerwaarde in het rantsoen bieden. Granen kunnen als krachtvoedervervanger dienen of kunnen structuurrijk ruwvoeder aanbrengen, op voorwaarde dat ze als hakselgraan geoogst worden. Voederbieten in het rantsoen krikken dan weer de gehaltes op en verzekeren een hoge melkproductie.Bekijk rendabiliteit op zijn geheelEen klassiek misverstand is dat elke teelt afzonderlijk rendabel moet zijn. “In de praktijk is het beter om de rotatie als geheel te bekijken. In regio’s zoals de Kempen wordt graan vaak als verlieslatend beschouwd, maar de teelt biedt heel wat praktische voordelen”, klinkt het. Door het andere groeiseizoen ontstaat ruimte voor bekalking en variatie in bemesting of gewasbescherming, wat bijdraagt aan een betere bodemgezondheid.Zelf aan de slag?“Vruchtwisseling vraagt planning, maar betaalt zich terug in gezondere bodems, stabielere opbrengsten en een betere voederkwaliteit”, aldus provincie Antwerpen. “Door verder te kijken dan gras en maïs bouwen melkveehouders aan een duurzamer en robuuster bedrijf, klaar voor de uitdagingen van morgen.”Teeltplannen opmaken is niet altijd eenvoudig. Er moet rekening gehouden worden met allerlei factoren. Provincie Antwerpen herinnert de landbouwers eraan dat ze de gratis ‘Vruchtwisselingstool’ kunnen gebruiken. Met de tool kan je aan de slag op basis van je eigen verzamelaanvraag, de behoefte aan ruwvoeder en teeltgebonden randvoorwaarden.“Door slim te variëren in teelten versterken landbouwers hun bodem en hun bedrijfszekerheid. Dat is precies waar we met het provinciaal praktijkonderzoek op inzetten: kennis ontwikkelen die landbouwers vandaag al kunnen toepassen,” besluit gedeputeerde Jinnih Beels (Vooruit).</content>
            
            <updated>2026-03-15T21:24:22+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minister Beenders: "Albert Heijn brak niet de wet met 2+5-actie"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/beenders-albert-heijn-brak-niet-de-wet-met-25-actie" />
            <id>https://vilt.be/58788</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Albert Heijn brak de wet niet bij de controversiële ‘2+5 gratis-actie’. Dat bevestigt minister van Consumentenbescherming Rob Beenders (Vooruit). De actie van Albert Heijn deed grote vragen rijzen in de retailsector, omdat het bij wet verboden is om te verkopen met verlies. Beenders heeft de zaak laten onderzoeken, maar er zijn geen onwettigheden vastgesteld.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="prijsvorming" />
                        <category term="prijs" />
                        <category term="supermarkt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7282af5b-2153-462f-b714-bc235c042801/full_width_albert-heijn-ghelamco.jpg</image>
                                        <content>Fervente koopjesjagers herinneren zich vast nog het najaar van 2025. De Nederlandse supermarktketen Albert Heijn pakte uit met een ongeziene ‘2+5 gratis’-actie, wat gevolgd werd door concurrent Colruyt.Op het eerste gezicht een grote ‘win’ voor consumenten, maar kritische stemmen binnen de retailsector merkten op dat zulke acties niet zomaar kunnen plaatsvinden. Michon van Doorn, &#039;Head of pricing &amp;amp; promotions&#039; bij Colruyt, vermoedde al voor het onderzoek dat Albert Heijn zich juridisch goed had ingedekt. Maar ondanks de legaliteit, merkte ze op dat ‘gratis’ nog steeds niet bestaat. “En dan bedoel ik niet onze kost voor het volgen op deze promo door onze prijs te verlagen. Ik verwijs naar de kost van het product. De kost ergens in de keten die iemand betaalt. De retailer, de leverancier, de producent, de klant? Met dan de vraag: hoe houdbaar is dit?” Kopen in Nederland, verkopen in BelgiëRetailexpert Silvie Vanhout van Gondola had er ook een duidelijke mening over: “Dit maakt de markt kapot”, stelde ze. In een artikel eerder in Vilt kaderde ze hoe ook fabrikanten meebetalen aan zulke acties. In Frankrijk mag er bij wijze van marktbescherming nooit een promoactie gebeuren van meer dan 34 procent.Vanhout had ook haar vermoeden hoe Albert Heijn deze actie wettelijk kon houden. “Albert Heijn mag niet verkopen met verlies, tenminste, als ze hun aankopen in België doen”, stelde Vanhout. “Maar ze doen hun aankopen in Nederland en daar mag je wél met verlies verkopen. Het is dus volkomen wettelijk, maar je kan erover discussiëren.”Promo&#039;s gecompenseerd met elders duurdere prijzen?Hoewel het onderzoek geen onwettigheden heeft vastgesteld bij Albert Heijn, zegt minister Beenders in een persbericht dat hij waakzaam wil blijven: dat de promoacties uiteindelijk niet zullen leiden naar duurdere supermarktprijzen. “Ik wil vermijden dat grote kortingen op bepaalde producten worden gecompenseerd door andere producten in de winkel stiekem duurder te maken. Consumenten moeten erop kunnen vertrouwen dat promoties eerlijk en transparant zijn”, stelt hij.“Daarom zal ik in de toekomst onderzoeken blijven vragen naar prijszetting en promoties in de supermarktsector. Mijn prioriteit blijft dat consumenten correct worden behandeld. Kortingen zijn positief, maar ze moeten altijd eerlijk en duidelijk zijn.”</content>
            
            <updated>2026-03-16T12:42:47+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voorzichtig optimisme in biosector: vraag groeit opnieuw, nieuwe kansen voor landbouwers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voorzichtig-optimisme-in-biosector-vraag-groeit-opnieuw-nieuwe-kansen-voor-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/58789</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na enkele moeilijke jaren stabiliseert de biomarkt. Zowel in Vlaanderen als in de buurlanden herneemt de vraag naar bioproducten. Die hernieuwde dynamiek biedt perspectief voor landbouwers die een omschakeling overwegen, al blijft een goede marktverkenning cruciaal. Dat was één van de centrale conclusies op de zesde trefdag biologische landbouw, georganiseerd door onderzoeks- en adviescentrum Inagro, in samenwerking met de Vlaamse overheid en landbouworganisaties Bioforum, Boerenbond en Algemeen Boerensyndicaat.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bio" />
                        <category term="BioForum" />
                        <category term="Inagro" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1dfa3791-0fe2-4646-8f25-fc6ebc35ad28/full_width_bio-akkerbouw-inagro.jpg</image>
                                        <content>Toen de koopkracht onder druk stond bij het begin van de oorlog in Oekraïne en de productiekosten tegelijk stegen, kreeg de vraag naar bioproducten een duidelijke klap. Maar die dip lijkt nu voorbij te zijn. “Volgens de marktanalyse van 2024 en de eerste helft van 2025 groeit de vraag opnieuw gestaag. In 2024 steeg de Belgische besteding aan bioproducten met ongeveer tien procent, begin 2025 met zo’n zes procent”, zegt Paul Verbeke, ketenmanager bij Bioforum. “Op de totaalcijfers voor 2025 is het nog even wachten, maar die van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zijn al bekend en ook daar zien we een stijgende vraag.”“Duitsland is de belangrijkste biomarkt in Europa”, duidt Verbeke. “Als die markt het goed doet, dan is dat ook voor ons eigenlijk een goeie zaak. Als daar de vraag aantrekt, is dat meestal bij ons ook zo. Bovendien vloeit een deel van de bioproducten uit onze buurlanden dan vaker naar de Duitse markt in plaats van naar de onze. Dat laat hier meer ruimte voor binnenlandse bioproducten en kan de prijzen voor bioboeren stuwen.” Overschot bij stijgende vraagOndertussen ligt de vraag naar bioproducten hoger dan voor de crisis van 2022, toch hebben bioproducenten vaak nog veel overschot. “Dit heeft meer te maken met een zeer groot aanbod, dan een tegenvallende vraag dit jaar”, aldus Verbeke. “Net als de gangbare landbouw kende ook de biolandbouw vorig jaar een zeer goede oogst. Dat geldt voor bio-akkerbouw, maar ook voor de biofruitteelt. De telers met gecontracteerde volumes zijn vrij tevreden, maar de volumes op de vrije markt raken minder vlot verkocht.”Verbeke benadrukt dat het overaanbod niet wil zeggen dat de prijzen van bioproducten in supermarkten plots veel goedkoper zullen komen. Hij waarschuwt ook dat de huidige supermarktoorlog op langere termijn zeer nefast kan zijn. &quot;Ook in biosector is er een harde concurrentie bezig tussen verschillende groothandels en winkelketens&quot;, aldus Verbeke. Vandaag is er opnieuw ruimte voor groei, maar enkel als die afgestemd is op reële afzetkansen Kansen voor biolandbouwers, mits afstemmingBinnen verschillende biologische subsectoren is opnieuw voorzichtig optimisme merkbaar. Dat stelt Lieven Delanote, adviseur sectorontwikkeling bio bij Inagro. &quot;In de biologische melkveehouderij, varkenshouderij en pluimveesector ontstaat opnieuw ruimte voor uitbreiding. Al is die ruimte er enkel als die afgestemd is op reële afzetkansen”, luidt het. “Marktverkenning is geen bijzaak meer, maar een essentieel onderdeel van het omschakelproces.”Volgens Delanote heeft de sector geleerd uit het recente verleden. “Biologische landbouw blijft pionierswerk. Wie vandaag instapt, moet vooruitkijken: waar ligt de vraag, welke keten past bij mijn bedrijf en hoe kan ik mijn productie daarop afstemmen?” Ketenregie als sleutelfactorIn sectoren zoals biologische groenten en aardappelen wordt ketenregie steeds bepalender. De Nederlandse handelaar Green Organics werkt vandaag samen met ongeveer 150 telers en verhandelde in 2023 ruim 75.000 ton biologische groenten, fruit en aardappelen. “Van teeltplanning tot oogst en levering: hoe beter vraag en aanbod op elkaar afgestemd zijn, hoe duurzamer het systeem wordt”, aldus de CEO Jan Groen. Die nood aan afstemming klinkt steeds luider in de sector. Volgens hem vraagt een duurzame ontwikkeling van de biomarkt duidelijke afspraken, transparantie en vertrouwen tussen telers, verwerkers en afnemers.Omschakelen vraagt voorbereiding en begeleidingTijdens de trefdag klonk ook dat omschakelen naar bio meer vraagt dan ketenregie en technische aanpassingen alleen. Het betekent een ingrijpende verandering in bedrijfsvoering en denkwijze, die een goede voorbereiding en begeleiding vraagt. Biologische melkveehouder Johan Boussemaere, die in 2016 omschakelde, bevestigt dat. “Omschakelen is ook een mentale keuze. Je kiest bewust voor een ander bedrijfsmodel”, zegt hij. Om daarin te slagen is volgens hem wel een markt nodig die die keuze ondersteunt. “Ik merk dat de maatschappelijke waardering groeit. Die erkenning, van collega’s tot consumenten, doet deugd.”Voor begeleiding en advies kunnen landbouwers onder meer terecht bij Inagro. “Al meer dan twee decennia hebben we een verbindende rol tussen onderzoek, praktijk en markt in de biosector&quot;, duidt Delanote. &quot;Wij willen landbouwers objectief ondersteunen om onderbouwde beslissingen te nemen.&quot; Volgens Delanote heeft bio zeker een toekomst in Vlaanderen, maar alleen als passie, kennis en markt hand in hand blijven gaan.</content>
            
            <updated>2026-03-16T14:26:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen neemt financiering Wolf Fencing Team over na stopzetting Limburgse subsidies]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-neemt-financiering-wolf-fencing-team-over-na-stopzetting-limburgse-subsidies" />
            <id>https://vilt.be/58790</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse overheid neemt tijdelijk de financiering van het Wolf Fencing Team over. Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) besliste dat nadat de provincie Limburg eind vorig jaar haar subsidies voor het initiatief stopzette. Met de maatregel wil Vlaanderen voorkomen dat de wachttijden voor het plaatsen van wolfwerende omheiningen oplopen. Dat moet schade door wolvenaanvallen bij veehouders beperken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                        <category term="Limburg" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/cf6333c6-674f-4925-85b5-e9ed9f316e0f/full_width_wolffencingteam-diemervercayie.jpg</image>
                                        <content>Tijdens een recent overleg tussen Limburgse burgemeesters, het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Wolf Fencing Team Belgium (WFTB) benadrukten experts opnieuw het belang van preventie. Volgens hen werken wolfwerende omheiningen effectief en blijven investeringen in bescherming noodzakelijk. Door vee beter te beschermen, daalt het aantal schadegevallen en worden wolven gestimuleerd zich meer op hun natuurlijke prooien te richten. Vlaanderen maakt daarom 85.000 euro vrij zodat het Wolf Fencing Team zijn werking kan voortzetten en versterken. Minister Brouns vroeg het team ook om meer in te zetten op kennisdeling, zodat gemeenten, landbouwers en andere betrokkenen beter geïnformeerd zijn over preventieve maatregelen.Provinciale steun stopgezetDe provincie Limburg besliste eind vorig jaar om de subsidie voor het Wolf Fencing Team definitief stop te zetten. Daardoor valt een jaarlijkse bijdrage van 60.000 euro weg, na drie jaar ondersteuning. Die beslissing komt op een moment dat de vraag naar advies en ondersteuning net toeneemt. In de zomer van 2025 deden zich in Limburg verschillende wolvenaanvallen voor, onder meer op pony’s en een paard. Meer dan 500 veehouders en hobbyboeren namen daarna contact op met het team voor inspecties en advies. Door het wegvallen van de provinciale steun dreigde het team zijn capaciteit te moeten terugschroeven. Zonder bijkomende middelen zou het volgens oprichter Diemer Vercayie moeten terugvallen van twee inspecteurs naar één, wat langere wachttijden voor landbouwers zou betekenen. “Na het grote aantal aanvallen afgelopen zomer kregen we een recordaantal aanvragen”, zegt Vercayie. De extra financiering is volgens hem dan ook noodzakelijk om de werking op peil te houden. De organisatie reageert opgelucht dat de middelen nu toch worden vrijgemaakt. Bijkomende maatregelenNaast de tijdelijke financiering neemt Vlaanderen nog andere maatregelen om vee beter te beschermen. Zo mogen schuilhokken voortaan volledig afgesloten worden; de eerdere verplichting vervalt, om minstens één zijde open te laten.Daarnaast wil minister Brouns de procedures vereenvoudigen zodat particulieren sneller subsidies kunnen krijgen voor het plaatsen van omheiningen, en schadevergoedingen sneller worden uitbetaald.Rustige wolvenzomer?&amp;nbsp;Voor de komende zomer verwacht WFTB minder drukte. Volgens Vercayie lijkt het erop dat er dit jaar in Vlaanderen geen wolvenwelpen zullen worden geboren, wat het risico op aanvallen kan verkleinen. De Limburgse mannetjeswolf Maurice is namelijk van de radar verdwenen en wordt als dood beschouwd. Daardoor is de Limburgse wolvin Noëlla waarschijnlijk niet drachtig. Ook de Antwerpse wolvin Emma zou volgens de laatste berichten geen partner hebben.&amp;nbsp;Nieuwe zwervende wolf gespot in de Vlaamse ArdennenIntussen is wel het zwerfseizoen gestart. Jonge wolven - zowel welpen van tien maanden oud als jaarlingen van 22 maanden oud - verlaten overal in Europa de roedel van de ouders en gaan op zoek naar een eigen leefgebied. Zo werd zaterdagavond in de Vlaamse Ardennen een zwervende wolf gespot. Het dier werd gefilmd op een akker in Brakel. Volgens Welkom Wolf is het erg onwaarschijnlijk dat het dier in de regio zal blijven. “De kans dat de Vlaamse Ardennen de toets als geschikt wolventerritorium doorstaan, is quasi nul”, vertelt Jan Loos. “Het gaat weliswaar om een zeer aantrekkelijk landschap, maar zeer versnipperd qua natuur en behoorlijk volgebouwd, met weinig echt hele grote natuurkernen en vooral heel weinig echt rustige plaatsen waar geen mensen komen.” Het meest waarschijnlijke scenario is dan ook dat deze zwerver maar kort in de streek zal blijven om daarna zijn zoektocht naar een geschikt leefgebied verder te zetten. Loos adviseert veehouders om maatregelen te nemen en hun dieren tijdelijk &#039;s nachts op te hokken.</content>
            
            <updated>2026-03-16T13:22:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Snelle start aspergeseizoen weer geremd door de koude]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/snelle-start-aspergeseizoen-weer-geremd-door-de-koude" />
            <id>https://vilt.be/58791</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aspergeseizoen is voor sommige telers wat vroeger gestart. De warme periode van de vorige weken heeft tijdelijk tot een grotere aanvoer geleid bij de veiling. “Telers met verwarmde tunnels hebben twee weken geleden de eerste asperges afgeleverd en door het warme weer was de start heviger dan normaal”, klinkt het bij BelOrta. Door de koude van de voorbije dagen is de aanvoer weer geremd en zijn ook de prijzen teruggevallen. Vanaf volgende week zullen de volumes toenemen in aanloop naar Pasen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="serre" />
                        <category term="seizoensgroente" />
                        <category term="groente" />
                        <category term="Pasen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/afa22223-b0b5-4871-9909-21451b1a5997/full_width_asperge-den-akker-brecht-jeromrozendaal-20.jpg</image>
                                        <content>De eerste asperges van de volle grond, uit verwarmde tunnels, zijn twee weken geleden aangevoerd bij de coöperatieve groente- en fruitveiling BelOrta. “De start was wat heviger dan tijdens voorgaande jaren door het mooie weer van de voorbije weken”, vertelt Benny Cuypers van BelOrta.Door de koude van de voorbije dagen is deze aanvoer echter weer afgeremd. Behalve de volumes, die bij de start van het seizoen nog zeer beperkt zijn, heeft ook de prijs klappen gekregen. Ook dat heeft met het weer te maken. “Voor de aspergeconsumptie is het belangrijk dat het wat warmer is. Mensen associëren asperges met het voorjaar”, vervolgt Cuypers. Verwarming aanpassen op paasfeestBij aspergeteler Fons Nooyens in Poppel is het nog een week wachten op de eerste asperges van de volle grond, uit verwarmde tunnels. De teler heeft zijn warmtemanagement afgestemd op Pasen, dat dit jaar op 5 april valt. “We stellen de verwarming zo af dat we vanaf volgende week volop in productie komen, zodat we voldoende aanbod hebben tijdens Pasen”, vertelt de teler.Serre, verwarmde tunnel, volle grondDat zal dan zijn tweede teeltmethode zijn die in productie komt. Iets later volgt de productie van vollegrondsasperges zonder verwarming. Eerder dit jaar is hij gestart met asperges uit de serre. Het bedrijf verkoopt een deel van de productie in de korte keten via hoeve- en marktverkoop. Aspergeteler Lavrijsen uit Herk-de-Stad verwacht pas rond 25 maart de eerste asperges te hebben. In tegenstelling tot voorgaande jaren hebben ze geen verwarmde tunnels. “Dat komt omdat we nieuwe velden in gebruik genomen hebben. We willen deze velden eerst op kracht laten komen voordat we ze gaan vervroegen”, vertelt zaakvoerder Luc Lavrijsen.Ook Lavrijsen constateert dat een veelbelovende vroege start door de recente koude weer wat afgeremd is. Door de warme dagen eerder in maart waren er volgens hem zelfs telers in Noord-Limburg, waar men traditioneel wat vroeger is, die al productie hadden van onverwarmde tunnels.Alhoewel hij de eerste productie voorziet rond 25 maart, zal de opbrengst nog beperkt zijn. In april zal de teelt in alle hevigheid losbarsten.</content>
            
            <updated>2026-03-16T15:46:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Stad Veurne brengt getroffen pluimveehouders en het FAVV samen na vogelgriep: ‘Lessen trekken voor de toekomst’]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stad-veurne-brengt-getroffen-pluimveehouders-en-favv-samen-na-vogelgriep-lessen-trekken-voor-de-toekomst" />
            <id>https://vilt.be/58792</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na de reeks recente uitbraken van het vogelgriepvirus in de Westhoek heeft het stadsbestuur van Veurne een rondetafelgesprek georganiseerd met het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) en de vier Veurnse getroffen pluimveehouders. Met dit overleg wil de stad lessen trekken uit de recente crisis en bekijken hoe de aanpak bij toekomstige uitbraken nog efficiënter kan verlopen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="West-Vlaanderen" />
                        <category term="vogelgriep" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/af271662-e818-40f5-af43-b7ec33d3ae30/full_width_pluimveeleghenvogelgriep.jpg</image>
                                        <content>De voorbije maanden werd in de provincie West-Vlaanderen verschillende keren vogelgriep vastgesteld bij pluimveebedrijven. Rond de getroffen bedrijven werden uitgebreide beschermings- en bewakingszones ingesteld. In die zones gelden strikte maatregelen, zoals een afschermplicht voor pluimvee en bijkomende controles, om verdere verspreiding van het virus te voorkomen.Debriefing na de crisisHet stadsbestuur wilde na de uitbraken vooral luisteren naar de ervaringen van de betrokken landbouwers. Burgemeester Peter Roose (Veurne Plus) en schepen van Landbouw Frédéric Devos (VoeVeurne) brachten daarom de pluimveehouders en vertegenwoordigers van het FAVV samen in het stadskantoor.“Wanneer vogelgriep toeslaat, is de impact voor de betrokken pluimveehouders enorm”, zegt Devos. “Bedrijven worden stilgelegd en volledige pluimveestapels moeten worden geruimd. Als stadsbestuur vonden we het belangrijk om dicht bij de getroffen landbouwers te staan. Nadat de acute crisis voorbij was, hebben we alle betrokken partijen rond de tafel gebracht voor een debriefing.”Tijdens het overleg konden de pluimveehouders hun ervaringen delen en vragen stellen over de aanpak van het FAVV zodra een besmetting wordt vastgesteld. “Bij de getroffen bedrijven leefden vooral vragen over de praktische organisatie van de maatregelen na een besmetting: de ruiming, het transport van kadavers, de ontsmetting van stallen en de algemene opvolging”, klinkt het. “De pluimveehouders kregen uitgebreid de kans om hun ervaringen te delen en concrete voorbeelden te geven uit de praktijk. Het FAVV heeft op zijn beurt toelichting gegeven bij de huidige procedures en bij de wetenschappelijke inzichten rond de verspreiding van het virus. Dat directe gesprek bleek bijzonder waardevol voor alle betrokkenen.” Economische impactNaast de praktische aanpak kwam ook de financiële impact van de uitbraken uitgebreid aan bod. Wanneer een besmetting wordt vastgesteld, moet al het pluimvee op het bedrijf worden geruimd om verdere verspreiding te voorkomen. Dat betekent voor de landbouwers een zware economische klap.De vergoedingen verlopen via het Sanitair Fonds voor Pluimveehouders. Tijdens het overleg leefden nog veel vragen over de timing en de omvang van de uitbetalingen. Intussen zouden de getroffen bedrijven daar meer duidelijkheid over hebben gekregen. “De landbouwers hebben nu termijnen en bedragen ontvangen”, zegt Devos. “Die informatie biedt toch wat rust in het hoofd, ook al dekt de vergoeding niet altijd de volledige economische waarde.” Blik op de toekomstHet overleg leverde ook enkele aandachtspunten op voor de toekomst, onder meer rond logistiek en communicatie tijdens een uitbraak. “Daarnaast wordt in de sector steeds vaker gekeken naar vaccinatie als mogelijke structurele oplossing”, klinkt het. Tegelijk werd bevestigd dat de regio door haar open landschap en de aanwezigheid van trekroutes voor watervogels extra gevoelig is voor vogelgriep. “Hoezeer je ook je best doet, hoe secuur je ook tewerk gaat, het is nooit waterdicht. Soms kan je vogelgriep gewoon niet tegenhouden”,&amp;nbsp; zegt het FAVV.De reeks uitbraken in de Westhoek volgden op een bevestigde besmetting bij een pluimveebedrijf op enkele kilometers van de grens in Warhem, Noord-Frankrijk. Getroffen pluimveehouders in de regio Veurne-Alveringem vermoeden dat het virus uit Frankrijk is komen overwaaien. De sector reageerde bijzonder kritisch op de trage Franse aanpak.&amp;nbsp;De stad Veurne benadrukt tijdens het rondetafelgesprek het belang van internationale samenwerking om bij een uitbraak in de grensstreek het virus in te dammen. “Het virus stopt niet aan de grens. Vogelgriep is een grensoverschrijdend probleem”, aldus Devos. “Daarom blijft een goede samenwerking met de Franse autoriteiten belangrijk om de verspreiding van het virus te voorkomen.”&amp;nbsp;Voor het stadsbestuur van Veurne blijft het belangrijk om het overleg tussen de verschillende partijen te faciliteren. “We willen de bezorgdheden van onze landbouwers blijven doorgeven aan de bevoegde instanties”, besluit Devos. “Als stadsbestuur zullen we dus blijven bemiddelen. Deze aanpak loont.”</content>
            
            <updated>2026-03-16T15:52:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Rikolto: “Duurzame en gezonde voeding op school werkt, maar beleid blijft achter”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/rikolto-duurzame-en-gezonde-voeding-op-school-werkt-maar-beleid-blijft-achter" />
            <id>https://vilt.be/58793</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen investeert jaarlijks 70 miljoen euro in gezonde voeding op school, maar het geld kan efficiënter worden besteed. Dat besluit Rikolto uit een Europese studie bij 600 scholen in 12 landen. De scholen hebben de ‘Whole School Food Approach’ deels gebaseerd op de visie van Rikolto. Hierbij werd onder meer werd ingezet op lokale, biologische of plantaardige maaltijden. Volgens Rikolto zijn voedingsstrategieën als deze nodig: één op vier Europese kinderen heeft vandaag overgewicht of obesitas. Voedinggerelateerde ziekten kosten Europa jaarlijks 464 miljard euro.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeding" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="lokaal" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ba428637-5b47-418c-bd8f-2d6762be2135/full_width_schoolmaaltijd-lunch-schoolkeuken-favv.jpg</image>
                                        <content>Het project pleit voor een totaalaanpak voor voeding op school. In 150 gedocumenteerde ‘best practices’ schakelden scholen over op lokale, biologische of plantaardige maaltijden, in combinatie met schooltuinen, kooklessen en boerderijbezoeken. Samenwerkingen tussen boeren en scholen brachten leerlingen rechtstreeks in contact met lokale boeren, wat zowel leereffecten als lokale economische voordelen opleverde. “Maar ook eenvoudige ingrepen — van drinkwater tot aangenamere refters — maken gezonde keuzes zichtbaar en toegankelijk voor élke leerling”, meldt Rikolto.Gezonder en meer kennis over voedingZowel het voedingsaanbod als kennis rond voeding gingen erop vooruit. Het rapport meldt een blijvende verandering op vlak van gezonde eetgewoonten en sterke betrokkenheid van leerlingen, ouders en leerkrachten. “Onze resultaten tonen dat scholen die op deze manier werken, grote vooruitgang boekten op slechts drie jaar tijd”, zegt Jelle Goossens, woordvoerder van Rikolto.Het rapport legt ook het grootste obstakel voor duurzame verandering bloot: gebrek aan structurele coördinatie en duidelijk beleid. ”Scholen willen wel, maar verdwalen in werkdruk, versnipperde verantwoordelijkheden en tijdelijke projecten, waarvan de resultaten verdwijnen als de financiering stopt”, zegt Jelle Goossens. Financiering bevoordeelt centrumstedenHet onderzoek formuleert dus ook aanbevelingen voor een beter beleid, van Europees tot Vlaams niveau. Onderdelen zijn Europese minimumstandaarden voor schoolmaaltijden en het verankeren van voedselvaardigheden in de leerdoelen. Bovendien vindt men dat tijdelijke projecten vervangen moeten worden door structurele financiering. “De grootste succesfactor blijkt de aanwezigheid van een voedingscoördinator bij de gemeente of stad die zorgt dat scholen niet alle administratie en logistiek zelf moeten uitzoeken”, zegt Jelle Goossens.Daar loopt het verkeerd, want veel besturen hebben niet zo’n coördinator. In april vorig jaar kondigde Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) aan dat de Vlaamse regering jaarlijks 70 miljoen euro zou vrijmaken om het aanbod van gezonde voeding op kleuter- en basisscholen uit te breiden. Rikolto verwelkomt die investering als een cruciale stap, maar vindt ze voor verbetering vatbaar. Op vijf maanden tijd ging meer dan tien procent van de Vlaamse besturen ermee aan de slag, maar dat zijn vooral de centrumsteden. Besturen die dus ook de middelen hebben om zo&#039;n voedingsbeleid op poten te zetten. De huidige regels vragen namelijk dat minimum 90% van het Vlaamse budget naar het voedingsaanbod zelf gaat. Slechts maximum tien procent kan gaan naar ondersteuning, en dat is volgens Rikolto een knelpunt. “Daarmee worden onbedoeld steden bevoordeeld die de administratieve slagkracht al hebben”, zegt Goossens. “Voor kleinere besturen is het vormgeven van een financieel ondersteuningsbeleid voor voeding op school een grote uitdaging. Geef gemeenten de vrijheid om middelen strategisch in te zetten voor deze lokale regie en voor sociale correctiesystemen die kwetsbare gezinnen ondersteunen. Het klinkt niet sexy, maar het resulteert uiteindelijk in meer scholen die een goed voedingsaanbod hebben.”Geen randactiviteitHet rapport klaagt bovendien aan dat schoolvoeding te vaak wordt gezien als een logistieke last of randactiviteit. Nochtans zou het een strategische hefboom zijn om Europese en nationale doelstellingen te halen. “Een totaalaanpak rond voeding op school is onze goedkoopste gezondheidszorg door kinderen gezonde eetgewoonten aan te leren. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat elke euro die in schoolvoeding wordt geïnvesteerd drie tot negen euro aan voordelen oplevert.”, zegt Goossens.Naast de gezondheidsvoordelen, verminderen scholen die kiezen voor lokale gezonde voeding hun ecologische voetafdruk. Bovendien is het een boost voor de korte keten. Scholen die bewust kiezen voor lokale voeding, bieden de landbouwers in de schoolregio een stabiele afzetmarkt.Lees het volledige rapport hier.</content>
            
            <updated>2026-03-16T20:37:51+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Daling bietenareaal brengt loonwerkers in de problemen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/daling-bietenareaal-brengt-loonwerkers-in-de-problemen" />
            <id>https://vilt.be/58794</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De federatie van loonwerkers Landbouwservice vraagt aandacht voor de kwetsbare en afhankelijke positie van loonwerkers die gespecialiseerd zijn in de bietenteelt. Zij zijn rechtstreeks de dupe van de daling van het bietenareaal. Hierdoor hebben ze minder werk hebben dat bovendien in een kortere periode moet worden uitgevoerd. Waar landbouwers in theorie nog kunnen kiezen voor een andere teelt, kunnen loonwerkers dat niet. “Wij zijn een onmisbare schakel in de keten, maar we worden nauwelijks gehoord.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="suiker" />
                        <category term="biet" />
                        <category term="loonwerk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/254c750f-a2f1-4f4a-85d2-da648013b538/full_width_bietenteelt-tiensesuikerraffinaderij.jpg</image>
                                        <content>De suikersector kampt al enige tijd met een zeer slechte prijsvorming en luidde vorig jaar meermaals de alarmbel. Als gevolg van de lage bietenprijs heeft Tiense Suikerraffinaderij het gecontracteerde areaal dit jaar met 25 procent verminderd en ook Iscal Sugar heeft haar telers geadviseerd om minder bieten te zaaien.De crisis in de suikersector wordt misschien wel het hardst gevoeld bij de loonwerkers. Hoewel er momenteel weinig rendabele alternatieven zijn, kunnen landbouwers in theorie kiezen voor een andere teelt. “Wij kunnen dat niet”, vertelt Koen Vanderroost van loonwerkbedrijf AGRI Vanderroost. Het bedrijf uit Herne is gespecialiseerd in suikerbieten en granen. “Wij hebben ons machinepark afgestemd op de suikerbieten. We kunnen niet zomaar overschakelen naar maïs of industriegroenten”, vervolgt hij. Minder werk, zelfde kostenEen verlaging van het areaal wordt door AGRI Vanderroost door het jaar meermaals gevoeld. “We hebben minder zaaiwerk, minder sproeiwerk en minder rooiwerk. De vaste lasten blijven echter hetzelfde. We hebben twee mensen in dienst en de financiering van de machines gaat door.”Voor bedrijven zoals AGRI Vanderroost komt Landbouwservice op, de federatie voor loonwerkers. De belangenorganisatie stelt dat de financiële stabiliteit van deze bedrijven in gevaar komt en dat daardoor op termijn ook de bietensector zelf in de problemen kan komen. “Wij zijn een onmisbare schakel in de sector. Als je een schakel uit een ketting haalt, breekt de ketting.”Volgens Landbouwservice vereist het beroep niet alleen zeldzame technische expertise, maar ook zeer specifieke en dure machines. “Een bietenrooier kost vandaag meer dan 750.000 euro. Daar komen nog eens tienduizenden euro’s bij om de machine aan te passen voor het rooien van cichorei. Dat zijn investeringen die een afschrijvingstermijn van minstens zeven jaar vereisen. Het is dus essentieel om productiegaranties te hebben voor een lange periode.”Die financiële stabiliteit komt echter onder druk te staan door de daling van het areaal. “Machines kunnen daardoor niet langer de volumes halen die bij de aankoop werden ingecalculeerd”, klinkt het. Afhankelijkheid in bietenteelt groter dan in aardappelteeltDe gespecialiseerde loonwerkbedrijven bevinden zich in een afhankelijke positie. Er zijn in Vlaanderen twee verwerkers: Tiense Suikerraffinaderij en Iscal. Zij bepalen via contracten het areaal. In sommige regio’s zijn de loonwerkers zelfs afhankelijk van één van deze twee afnemers.Ook in de aardappelteelt zijn verwerkers en hun contracten bepalend voor het areaal, maar daar kunnen landbouwers nog kiezen om voor de vrije markt te telen. “Daardoor is in de suikerbietteelt elke industriële beslissing van structureel belang, en zelfs bepalend voor het voortbestaan van hun activiteit”, klinkt het bij Landbouwservice.Naast de financiële druk neemt ook de organisatorische druk toe. “Doordat het suikerbietenareaal afneemt, worden de campagnes korter. Dat betekent dat wij hetzelfde werk in een kortere periode moeten uitvoeren, wat problemen kan geven met onze planning”, legt Vanderroost uit. Meer betrokken bij planningDoor de grote afhankelijkheid van de industrie zouden loonwerkers volgens Landbouwservice meer gehoord moeten worden. De organisatie stelt dat de algemene coördinatie beter kan. “Bij de planning van suikerbieten en cichorei en bij de regionale spreiding ontbreekt het nog aan structureel overleg met de loonwerkers. Daardoor komt het geregeld voor dat bietenrooiers in een bepaalde regio op volle capaciteit draaien, terwijl in een naburige regio meerdere machines ongebruikt blijven.”De belangenorganisatie pleit voor een constructieve dialoog met de industrie, de telers en de overheid. “Ons doel is om het beroep veilig te stellen en bij te dragen aan een efficiëntere organisatie van de sector.&quot; Landbouwservice somt op wat nodig is: een betere coördinatie van het rooien tussen regio’s en tussen gewassen, een officiële erkenning van de rol van loonwerkers in de waardeketen, een evenwichtig kader voor compensatie bij mislukte oogsten en een reële rekening met de stijgende kosten van materiaal, arbeid en energie.” “Subsidie verstoort markt en impacteert hele keten”Koen Vanderroost sluit zich aan bij de vraag van Landbouwservice om meer gehoord te worden en wijst op de kwetsbare positie van loonwerkers in het algemeen. Waar voor landbouwers beschermingsmechanismen bestaan, zoals bijvoorbeeld het rampenfonds, geldt dat voor loonwerkers veel minder. Daarnaast krijgen loonwerkers geen subsidies, zoals bijvoorbeeld de VLIF-steun, waarmee boeren zich kunnen aanpassen aan de veranderende markt of de wet- en regelgeving.De loonwerker benadrukt dat hij niet per se pleit voor een uitbreiding van het subsidiesysteem naar loonwerkers. “Maar subsidies kunnen wel leiden tot een verschuiving van de markt, waar toeleveranciers de dupe van kunnen worden.” Als voorbeeld verwijst hij naar gesubsidieerde faunamengsels waarmee de overheid de biodiversiteit wil verhogen. “Dat is een prikkel voor landbouwers om faunamengsels te zaaien, maar dat gaat ten koste van andere gewassen waarvan een hele waardeketen afhankelijk is”, besluit ze.</content>
            
            <updated>2026-03-17T08:38:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meer dan 100 organisaties vragen Belgisch eiwitplan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meer-dan-100-organisaties-vragen-belgisch-eiwitplan" />
            <id>https://vilt.be/58795</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een brede coalitie, getrokken door Proveg Belgium en Bond Beter Leefmilieu, heeft het federaal parlement gevraagd om een Belgisch eiwitplan. In een gezamenlijk 'position paper' pleit de coalitie om naast dierlijke ook plantaardige eiwitten alle kansen te geven. Het doel is om de Vlaamse eiwitstrategie en Waalse initiatieven op elkaar af te stemmen, om zo een plan te ontwikkelen voor heel België.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="eiwitshift" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/20774b1a-c26b-4a92-b74f-5ff0780bf8a5/full_width_bbl-eiwitplan.jpg</image>
                                        <content>Meer dan 100 bedrijven, universiteiten, burgerverenigingen en landbouworganisaties uit het hele land geven ruggensteun aan dit nieuwe eiwitplan. Volgens hen worden plantaardige eiwitten nog te sterk achtergesteld in het beleid. “Producten van dierlijke oorsprong bevatten eiwitten, maar het is belangrijk om ook die van plantaardige oorsprong alle kansen te geven: van peulvruchten als linzen en bonen, over noten en tofu, tot veggieburgers en zoveel meer.”, stelt Karolien Byttebier van BBL namens de coalitie. “Ook de hybride producten die onze supermarkten vandaag veroveren, passen in dit plaatje. Nieuwe eiwitbronnen die volop in ontwikkeling zijn,&amp;nbsp; zoals precisie fermentatie, microalgen en andere innovatieve processen, doen ons ook uitkijken naar morgen.”Die focus op eiwitten is er niet toevallig. Volgens de organisaties zijn eiwitten een cruciale bouwsteen, maar wordt de productie en consumptie van eiwitten steeds meer beïnvloed door mondiale en lokale uitdagingen. Een goede mix van eiwitbronnen is dus niet alleen belangrijk voor de volksgezondheid, maar ook voor de uitbouw van een voedselsysteem dat bestand is tegen een veranderend klimaat en geopolitieke instabiliteit.Hoewel landbouwers, onderzoekers en bedrijven al duurzame dierlijke, plantaardige en hybride eiwitproducten produceren, is er nog geen nationaal eiwitactieplan dat deze ‘nieuwe’ eiwitten helpt introduceren in ons voedingspatroon. Volgens de initiatiefnemers is er dus nood aan een gecoördineerde beleidsondersteuning. Vertegenwoordigers van Bond Beter Leefmilieu, Proveg en vertegenwoordigers van verschillende schakels van de voedselketen deelden hun inzichten. Volgens beleidsexpert Thierry Van Hentenryk van UNAB (Union des Agriculteurs.ices Bio de Wallonië) is het belangrijk dat er economische kansen voor landbouwers worden gecreëerd: “Als de productie en verwerking lokaal plaatsvinden, en idealiter biologisch zijn, is dit soort teelt agronomisch en economisch voordelig voor de producenten. Een coherent beleid op dit gebied kan biologische boeren versterken en de agro-ecologische transitie van onze hele landbouw bevorderen, terwijl het volledig verenigbaar is met het behoud van graslanden en een meer zelfvoorzienende en duurzame veeteelt, zoals die al in de biologische landbouw wordt toegepast.”Vlaamse en Waalse strategieën verzoenenNicolas Vamvas Ferrandez van ProVeg pleit voor een coherent beleid dat de Vlaamse eiwitstrategie verzoent met Waalse initiatieven. Ook Danone Benelux en Sodexo delen die mening. “We zijn voorstander van een gecoördineerd actieplan”, zegt Sami Hemdane, Senior Public Affairs Manager bij Danone. “Door synergieën te vinden tussen zo’n federaal actieplan en de regionale strategieën, bereiken we veel meer dan enkel de som van de individuele acties. Denk maar aan rechtszekerheid voor onze boeren, aan het stimuleren van meer plantaardige eiwitten in openbare aanbestedingen en scholen, of aan een grotere sensibilisering in het belang en de waarde van duurzame eiwitbronnen.”Emmanuel Vanzeveren, co-director van het Waals innovatieplatform Wagralim, stelt dat men vaak zelfs beter op de hoogte is van wat Franstalige collega’s doen dan wat Vlaamse collega&#039;s doen. “Er is ruimte om de samenwerking op federaal en interregionaal niveau verder te versterken. We werken momenteel al nauw samen met onze collega’s van Flanders’ Food. Zeker bij een strategisch thema als de eiwittransitie zou het erg zinvol zijn om de regionale strategieën op elkaar af te stemmen en onze middelen te bundelen.&quot;Minder import en minder afhankelijkheidOok enkele parlementsleden spraken hun steun uit voor het Belgisch eiwitplan. Meyrem Almaci (Groen): “Er gaat in Europa nog altijd vier keer zoveel subsidie naar dierlijke productie dan naar plantaardige. Het is nog altijd gebaseerd op verouderde rekenmodellen. We mogen de boot niet missen. In het belang van onze landbouw en voedselzekerheid is het urgent dat we in innovatie investeren.” Er gaat in Europa nog altijd vier keer zoveel subsidie naar dierlijke productie dan naar plantaardige Mien Van Olmen (Vlaams Parlement, cd&amp;amp;v) benadrukt dat een eiwitshift alleen maar kan slagen met een goed lokaal beleid. “We moeten ervoor zorgen dat onze eigen landbouwers en voedselverwerkers zich kunnen richten op diverse eiwitbronnen, zodat veranderende consumptiepatronen niet leiden tot méér import en méér afhankelijkheid.”Lees de volledige position paper hier.</content>
            
            <updated>2026-03-18T17:01:20+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Waalse studie: drempels voor vrouwen remmen duurzame akkerbouw af]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/studie-uclouvain-drempels-voor-vrouwen-remmen-duurzame-akkerbouw-af" />
            <id>https://vilt.be/58796</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Om de implementatie van duurzame landbouwpraktijken te stimuleren, moeten beleidsmaatregelen sterker inzetten op het wegwerken van drempels voor vrouwen en hen actief aanmoedigen om voor een landbouwcarrière te kiezen. Dat stellen onderzoeksters Sophie Henrotte en Goedele Van den Broeck van de UCLouvain, met hoofdcampus in Louvain-la-Neuve. Uit hun onderzoek blijkt dat Waalse landbouwvrouwen in de akkerbouw vaak zelfvertrouwen en kennis missen om duurzame landbouwpraktijken toe te passen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="duurzaam" />
                        <category term="akkerbouw" />
                        <category term="vrouw" />
                        <category term="onderzoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e08c6b55-7cd4-4374-8021-1ad4d786e441/full_width_vrouwlandbouwboerin-1280.jpg</image>
                                        <content>Hoewel veel Europese studies focussen op de implementatie van duurzame landbouwpraktijken, blijft gender vaak een onderbelichte factor. “Opmerkelijk, aangezien vrouwen een aanzienlijk en groeiend deel van de landbouwarbeidskrachten uitmaken”, stellen Henrotte en Van den Broeck in hun onderzoek. “Wij pakken deze onderzoekskloof aan in onze studie binnen de akkerbouwsector in Wallonië.”De onderzoeksters interviewden 29 landbouwers, onder wie 11 vrouwen en 18 mannen, afkomstig van 22 bedrijven waarvan zeven biologisch. De landbouwers pasten duurzame landbouwpraktijken in verschillende vormen en mate toe, gaande van een verminderd gebruik van meststoffen en synthetische gewasbeschermingsmiddelen, tot praktijken zoals minder mechanische bodembewerking of meer gewasdiversiteit. Ook de beslissingsposities van de geïnterviewden verschilden binnen hun bedrijf.Take-aways uit voorgaande studiesDe onderzoeksters doken eerst in het beperkte aantal bestaande studies en identificeerden daarbij vier belangrijke verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke landbouwers. Ten eerste ondervinden vrouwen meer moeilijkheden om toegang te krijgen tot landbouwgrond in gangbare landbouwsystemen, omdat erfenispraktijken vaak mannen bevoordelen. Daardoor beheren zij doorgaans kleinere landbouwbedrijven.Ten tweede zijn vrouwen traditioneel minder betrokken bij gemechaniseerd werk en het bedienen van zware machines. Zij verrichten vaker handmatig werk. Ten derde zijn vrouwelijke landbouwers, door hun traditionele rol in het huishouden als kok en verzorger, vaak gevoeliger voor gezondheidskwesties die samenhangen met synthetische inputs, in het bijzonder gewasbeschermingsmiddelen. Ten vierde nemen vrouwen vaker deel aan korteketenactiviteiten, omdat zij het directe sociale contact met klanten vaak meer waarderen.“Deze verschillen zouden kunnen bijdragen aan een hogere implementatie van duurzame praktijken. Want duurzame praktijken vragen doorgaans minder mechanisatie en minder synthetische inputs, maar zijn arbeidsintensiever. Ook wordt korteketenverkoop vaak geassocieerd met duurzame praktijken. De beperkte internationale onderzoeken wezen ook aan dat bedrijven met vrouwelijke bedrijfsleiders vaker maatregelen rond agrobiodiversiteit toepassen, vooral landschapselementen”, klinkt het.Waalse resultatenDe bevindingen van de onderzoeksters over de Waalse akkerbouwsector bevestigen enkele conclusies van de voorgaande onderzoeken. Zo toont het onderzoek aan dat vrouwelijke landbouwers vaker betrokken zijn bij diversificatie-activiteiten, zoals verkoop in korte keten, en dat vrouwen doorgaans meer nadruk leggen op voedingskwaliteit en -veiligheid. “Dit wil niet per definitie zeggen dat ze milieubewuster zijn”, klinkt het. “Wel leidt het tot een negatieve houding tegenover gewasbescherming. Om die houding ook te vertalen naar duurzame landbouwpraktijken, ervaren ze echter veel barrières.”Veldwerk is werk geworden die mannen doenDe eerste fundamentele vaststelling over deze barrières is dat op alle deelnemende bedrijven aan de steekproef mannen het gemechaniseerde werk op het veld uitvoeren. “Alle vrouwelijke landbouwers in onze steekproef noemden de werktuigen de grootste drempel om zelf veldwerk te doen”, stellen de onderzoeksters. Vroeger was het nochtans anders. Toen stonden ook vrouwen op het veld, maar sinds de mechanisatiegolf zijn het voornamelijk mannen. Bij drie van de zeven bedrijven die voor overdracht aan zonen bestemd zijn, had ook een dochter interesse getoond. Maar zodra de zonen interesse toonden, werd de overname automatisch naar hen gericht Dit verschil tussen mannen en vrouwen wordt al vaak gestimuleerd in de opvoeding. Jongens gaan vaker mee met hun vader op het veld, terwijl meisjes uit de buurt van grote machines worden gehouden.Verschillende deelnemers gaven ook aan dat het voor een landbouwfamilie erg belangrijk is om zonen te hebben. Dit hangt samen met de overdracht van landbouwbedrijven en landbouwgrond, die traditioneel van vader op zoon gebeurt. Van de 22 bedrijven in de steekproef is het de bedoeling dat zeven door zonen worden overgenomen en slechts vier door dochters. Bij drie van de zeven bedrijven die voor overdracht aan zonen bestemd zijn, had ook een dochter interesse getoond. Maar zodra de zonen interesse toonden, werd de overname automatisch naar hen gericht.Uitbesteding is niet altijd goed voor duurzame praktijkenDe onderzoeksters stellen vast dat de vrouwelijke bedrijfsleiders het veldwerk uitbesteden. Met gevolg voor de implementatie van duurzame praktijken. Want uitbesteding leidt vaak tot minder gewasdiversiteit, minder landschapselementen, minder inspanningen rond bodembehoud en een meer preventief gebruik van inputs.“Toch deden sommige van de meest duurzame landbouwbedrijven in onze steekproef ook sterk een beroep op uitbesteding van arbeid”, luidt het. “Het verschil is dat die mannelijke bedrijfsleiders uitgebreide ervaring en opleiding hebben, en dat de loonwerkers worden aangestuurd door hen.” Ik heb minder vertrouwen in mijn beslissingen omdat ik geen basislandbouwopleiding heb gehad. Mijn leveranciers adviseren mij Vrouwen nemen bedrijf later over en met beperktere opleidingHet feit dat vrouwen niet vaak op het veld terug te vinden zijn, heeft ook deels te maken met hun opleiding. De meeste mannelijke landbouwers volgen eerst een informele opleiding binnen de familie, daarna een formele landbouwopleiding en vervolgens een vroege overname van het familiebedrijf. Dit traject gold voor 14 van de 18 mannelijke landbouwers in de steekproef en voor slechts één van de 11 vrouwelijke landbouwers.De vrouwelijke landbouwers werden meestal aangemoedigd om een niet-landbouwcarrière te volgen en om pas later in hun leven terug te keren naar een landbouwbedrijf. Opvallend in de Waalse studie is dat alle vrouwelijke bedrijfsleiders het bedrijf pas overnamen na een overlijden in de familie of wanneer een familielid met pensioen ging.De manier waarop vrouwen aan het hoofd van een bedrijf komen te staan is niet onbelangrijk. “In een Franse casestudy werd eveneens vastgesteld dat vrouwelijke landbouwers het bedrijf overnamen na een eerdere carrière. Deze vrouwen kiezen dan vaak voor duurzame projecten. Maar in hun geval gebeurde dit op vrijwillige basis. Dit contrasteert met onze steekproef”, stellen de onderzoeksters. Voor de Waalse vrouwelijke landbouwers was het eerder een noodzaak om de bedrijfsleiding over te nemen. Naast het uitbesteden van veldwerk doen vrouwen met een beperkte opleiding of ervaring vaker beroep op commerciële adviesdiensten, die doorgaans het gebruik van inputs aanmoedigen. “Soms moet je het gewoon aandurven om op jezelf te vertrouwen. Maar ik heb geen landbouwstudies gedaan”, getuigt een deelneemster. “Die verplichte cursussen om landbouwer te worden zijn goed, maar twee jaar avondonderwijs vervangt geen bachelor- of masteropleiding. En het vervangt ook niet meer dan 50 jaar praktijkervaring op het veld.”Dit wordt bevestigd door nog een andere deelneemster: “Ik heb minder vertrouwen in mijn beslissingen omdat ik geen basislandbouwopleiding heb gehad. Mijn grote probleem is dat ik niet weet welk insect bijvoorbeeld welk insect is”, vertelt ze. “Ik heb technici die mij adviseren, maar in mijn model zijn die technici ook mijn leveranciers.”Seksisme en discriminatie in landbouwgroepenDat vrouwen vaker een beroep doen op commerciële adviseurs, hangt niet alleen samen met een gebrek aan kennis van thuis uit of een formele opleiding. Ook hun beperkte deelname aan landbouwgroepen speelt daarin een belangrijke rol. Bij landbouwers met een hoge implementatie van duurzame praktijken werd de overstap van traditionele commerciële adviesdiensten naar onafhankelijke adviesdiensten gezien als een sleutelelement. Die onafhankelijke adviesdiensten worden via verschillende kanalen aangeboden, maar meestal via landbouwgroepen. Vrouwen gaan niet naar bijeenkomsten van landbouwgroepen en missen zo toegang tot adviesdiensten, netwerken en gespecialiseerde machines voor duurzame praktijken Tijdens de interviews kwamen landbouwgroepen onder meer naar voren als de belangrijkste plek waar vrouwelijke landbouwers seksisme en discriminatie ervaren. “Ik ben bijna altijd de enige vrouw”, vertelt een deelneemster. “Ik ken vrouwelijke landbouwers die nochtans interesse hebben, maar niet naar bijeenkomsten gaan omdat ze zich daar niet op hun gemak voelen, en soms ook omdat hun man niet wil dat ze gaan.” Deze drempel beperkt ook hun netwerken met collega-landbouwers, toegang tot adviesdiensten en gespecialiseerde machines voor duurzame praktijken. Want landbouwgroepen zijn ook een manier om toegang te krijgen tot machineringen. Jagers implementeren meer duurzame praktijkenDe Waalse onderzoeksters stootten ook op een opvallend element, dat in voorgaande onderzoeken amper aan bod kwam. Ze zagen een sterke link tussen de jacht en een milieubewuste houding, en de implementatie van duurzame landbouwpraktijken. “Landbouwers die jagen, vaak mannen, erkennen de impact van landbouw op biodiversiteit en stellen de traditionele visie in vraag waarin landbouw en natuur tegenover elkaar worden geplaatst”, aldus Henrotte en Van den Broeck. “Wij stellen dat niet de jacht op zich het milieubewustzijn versterkt, maar eerder de deelname aan vrijetijdsactiviteiten buitenshuis die de band tussen mensen en fauna versterken.” Grotere inclusie kan zelfvertrouwen en vaardigheden versterkenIn de steekproef bestond consensus dat de sector evolueert naar meer inclusie van vrouwelijke landbouwers. De deelnemers gaven herhaaldelijk aan dat vrouwen steeds vaker bedrijfsleider worden, omdat de sociale normen rond landbouw stilaan veranderen. “Tegelijk sturen beleidstrends in Europa aan op een grotere implementatie van duurzame landbouwpraktijken, maar gebeurt dit zeer traag. Daarom moeten beleidsmaatregelen sterker inzetten op genderinclusieve landbouwomgevingen”, klinkt het.Een grotere inclusie kan meer vrouwen aanmoedigen om voor een landbouwcarrière te kiezen, wat hun vaardigheden, opleiding en zelfvertrouwen versterkt. Daarnaast bevordert inclusie ook toegang tot middelen, technische ondersteuning en kennisdeling, allemaal cruciale factoren voor een bredere toepassing van duurzame landbouwpraktijken.Meer onderzoek nodigTot slot geven Hernrotte en Van den Broeck ook aan dat gender-gesegregeerde data nodig zijn om meer inzicht te krijgen in sociale en ecologische duurzaamheid. Ze benadrukken ook dat het belangrijk is om niet enkel onderzoek uit te voeren bij vrouwen in duurzame landbouwsystemen, maar ook bij vrouwen in de gangbare landbouw. “Gangbare systemen domineren de landbouw en bieden het grootste potentieel om de milieu-impact te verminderen. Bovendien kunnen conclusies uit de duurzame systemen niet zomaar worden veralgemeend naar andere contexten. Dat zou het risico inhouden dat vrouwelijke landbouwers in de gangbare systemen onderbelicht blijven en dat stereotypes blijven bestaan, zoals het idee dat vrouwelijke landbouwers van nature milieubewuster zijn.”</content>
            
            <updated>2026-03-17T17:03:40+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Drones helpen bij het opsporen van knolcyperus]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/drones-helpen-bij-het-opsporen-van-knolcyperus" />
            <id>https://vilt.be/58797</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Automatische herkenning van knolcyperus is vandaag technisch haalbaar, maar enkel onder de juiste omstandigheden wat betreft gewas, perceel en weer. Zo luidt de uitkomst van het onderzoeksproject “Automatische onkruidherkenning ter optimalisatie van landbouwteelten”, waarin drie Vlaamse kennisinstellingen drones en artificiële intelligentie inzetten om knolcyperus te detecteren. Vanaf dit jaar kunnen landbouwers drone-detectie en analyse aanvragen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onkruid" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f7b54c14-db25-4008-843c-67d5ec0b2689/full_width_drones-in-de-landbouw.jpg</image>
                                        <content>Bestrijding lastig, detectie steeds belangrijkerKnolcyperus vormt een steeds groter probleem in de Vlaamse land- en tuinbouw. Sander Palmans, coördinator van het Proef- en Vormingscentrum voor Landbouw (PVL) in Bocholt, schatte in een eerder artikel van VILT dat in sommige gemeenten tien tot 15 procent van het areaal besmet is. Dat is vooral het geval in Limburg. Zodra een perceel besmet is, mogen er geen aardappelen, bieten, wortelen of andere knolgewassen meer geteeld worden.De plant, die op gewoon gras lijkt, vormt ondergronds talloze knolletjes waarmee die zich voortplant. Daardoor verloopt de verspreiding razendsnel en is het moeilijk om het onkruid te bestrijden. Deze bestrijding wordt nog eens bemoeilijkt doordat er steeds meer gewasbeschermingsmiddelen van de markt verdwijnen. Daardoor verschuift de focus naar preventie en vroege detectie. “Maar dit is in de praktijk vaak arbeidsintensief en beginnende haarden kunnen over het hoofd gezien worden”, klinkt het bij PVL. Vanuit deze problematiek bundelden PVL, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) en het praktijkonderzoekscentrum Hooibeekhoeve in Geel de krachten, om een detectiemodel te ontwikkelen op basis van dronebeelden. Het project “Automatische onkruidherkenning ter optimalisatie van landbouwteelten” liep van 2023 tot 2025.De onderzoekers gebruikten hierbij het door VITO ontwikkelde drone-dataplatform Mapeo, waarop beelden werden geanalyseerd en modellen getraind om knolcyperus automatisch te herkennen. De drones vlogen op een hoogte van ongeveer tien meter, wat haarscherpe beelden opleverde met een resolutie tot één millimeter. Validatienauwkeurigheid van 92 procentHet project kende een veelbelovende start in 2023. “Goede weersomstandigheden leverden kwalitatieve dronebeelden op, wat resulteerde in een model met een validatienauwkeurigheid van 92 procent”, klinkt het. Wel werd vastgesteld dat latere vluchten in het seizoen minder accuraat waren, mogelijk door veranderingen in gewasontwikkeling en minder beschikbare trainingsdata.In 2024 gooiden de weersomstandigheden roet in het eten. Door de natte omstandigheden waren de beelden donkerder en minder homogeen. Gewassen ontwikkelden zich anders en knolcyperus vertoonde een atypisch uiterlijk. De nauwkeurigheid van een jaar eerder werd bij lange na niet bereikt. De onderzoekers concluderen dat AI-modellen gevoelig zijn voor variatie in beeldkwaliteit en omgevingsfactoren. “Daarnaast werd duidelijk dat herkenning in zwaarbedekkende teelten, zoals grasland en granen, niet haalbaar is: het gewas bedekt de knolcyperus te sterk.”Bij goede weersomstandigheden vorig jaar waren de resultaten opnieuw veelbelovend en vergelijkbaar met die van 2023. De onderzoekers stellen op basis hiervan dat automatische herkenning van knolcyperus vandaag de dag technisch haalbaar is, maar enkel onder de juiste omstandigheden van gewas, perceel en weer.In de praktijk inzetbaarHierdoor is het project dit jaar ook van het onderzoeksterrein naar de praktijk uitgerold en kunnen landbouwers het preventiesysteem inzetten. “Landbouwers kunnen een dronevlucht aanvragen via een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat een afgeschermde Mapeo-omgeving beheert. De beelden worden verwerkt en geanalyseerd, waarna de landbouwer een rapport ontvangt met detectieresultaten en gericht advies”, klinkt het.De richtprijs voor een aanvraag met bijhorende advisering bedraagt circa 410 euro per hectare bij beeldmateriaal met een resolutie van 2 mm, exclusief de inzet van een dronepiloot. Vlaamse landbouwers kunnen via de Kennisportefeuille tot 70 procent van dit bedrag laten subsidiëren. Hierdoor daalt de effectieve kostprijs tot ongeveer 123 euro per hectare. In dat bedrag is de inzet van een dronepiloot niet inbegrepen.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-03-17T12:48:05+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Blauwtong rukt opnieuw op in Europa: “Vaccinatie blijft sterk aanbevolen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/blauwtong-rukt-opnieuw-op-in-europa-vaccinatie-blijft-sterk-aanbevolen" />
            <id>https://vilt.be/58798</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In verschillende Europese landen duiken opnieuw uitbraken van het blauwtongvirus op. Dat blijkt uit recente gegevens van de Europese Commissie. Met de lente in aantocht stijgt ook in België het risico op nieuwe besmettingen. De knutten — kleine, stekende muggen die het virus overdragen — worden immers actief zodra de temperatuur boven de 10 graden uitkomt. Schapen- en rundveehouders krijgen daarom de duidelijke aanbeveling om hun dieren tijdig te beschermen via (her)vaccinatie.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="blauwtong" />
                        <category term="schaap" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d7fb4eac-7fd9-4f5d-a925-ee3efb0439cf/full_width_schaaplamblauwtong.jpg</image>
                                        <content>Sinds het begin van het jaar zijn in meerdere lidstaten besmettingen vastgesteld met zowel serotype 3 (BTV3) als serotype 8 (BTV8). Het blauwtongvirus is een virale infectie die herkauwers treft, vooral schapen, maar ook runderen en geiten.Uitbraken van BTV3 werden onder meer gemeld in Ierland, Polen en het Verenigd Koninkrijk. BTV8 circuleert dan weer in landen als Duitsland, Griekenland en Hongarije. De voorbije jaren werd het virus — in één of meerdere varianten — in vrijwel heel Europa vastgesteld, wat wijst op een blijvende circulatie.Zware impact in BelgiëBelgië werd in 2024 zwaar getroffen, met meer dan 3.600 besmettingshaarden. De gevolgen waren aanzienlijk: zieke dieren, miskramen, misvormde kalveren en lammeren, vruchtbaarheidsproblemen en een verhoogde sterfte. Naast dierenleed leidt dit tot aanzienlijke economische schade voor veehouders, onder meer door productieverlies en handelsbeperkingen.Blauwtong wordt niet rechtstreeks van dier op dier overgedragen, maar via knutten (Culicoides-muggen). Die nemen het virus op wanneer ze een besmet dier steken en geven het vervolgens door aan andere dieren. De activiteit van deze insecten is sterk afhankelijk van de temperatuur. Zachte winters en vroege lentes vergroten de kans op een snelle heropflakkering van het virus.  Immuniteit is geen garantieIn 2025 volgde een verplichte vaccinatiecampagne tegen BTV3, BTV8 en EHD (epizoötische hemorragische ziekte). Volgens federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) zorgde die voor een zeer hoge vaccinatiegraad. Het resultaat: slechts een beperkt aantal uitbraken, met overwegend milde symptomen. Uit winterscreening blijkt volgens landbouworganisatie Boerenbond dat het merendeel van de Belgische runderen en schapen al in contact kwam met het virus. Toch betekent dat niet dat ze beschermd zijn tegen nieuwe infecties of andere serotypes. “Daarom blijft het sterk aanbevolen om dieren nu te (her)vaccineren”, klinkt het.  Geen verplichting meer, wel dringend adviesIn 2026 is vaccinatie niet langer verplicht. Veehouders beslissen dus zelf of ze hun dieren blijven vaccineren. Er is ook geen federale tussenkomst meer voor de aankoop of toediening van vaccins.Toch blijft de boodschap van de overheid duidelijk: zet de vaccinatie-inspanningen voort. Jonge en niet-gevaccineerde dieren worden best alsnog ingeënt, terwijl eerder gevaccineerde dieren een herhalingsprik nodig hebben om beschermd te blijven. Het advies luidt om zo snel mogelijk de nodige vaccins te bestellen bij de dierenarts voor de vaccinatie van het beslag. </content>
            
            <updated>2026-03-17T15:58:32+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese agro-exportwaarde gestegen terwijl die van de VS en China daalt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-agro-exportwaarde-gestegen-terwijl-die-van-vs-en-china-daalt" />
            <id>https://vilt.be/58799</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De agrovoedingssector van de Europese Unie kende in 2025 opnieuw een recordjaar. Het handelsoverschot is ongeveer vier keer zo groot als in 2002 en de EU blijft in de meeste agrovoedingscategorieën een netto-exporteur. Tegenover 2024 is het handelsoverschot echter gedaald, te wijten aan de recordprijzen voor onder andere koffie en cacao. Vergeleken met andere sectoren blijft agrovoeding een van de belangrijkste voor de Europese economie: de sector was in 2025 goed voor 37 procent van het totale EU-handelsoverschot.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="export" />
                        <category term="economie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/64925dd2-0930-4bde-b69f-1251cc9d99c6/full_width_haven-antwerpen-export-vlam.png</image>
                                        <content>De EU is wereldwijd de grootste exporteur van agrovoedingsproducten. Bovendien is de EU de enige exporteur in de wereldwijde top vijf  die de totale waarde van de export in de loop van het jaar heeft zien groeien. De EU wordt gevolgd door de VS, Brazilië, China en Canada. De Europese agrovoedingssector kent dus ook een ruim handelsoverschot. Dat betekent dat het meer van deze goederen exporteert dan importeert. De export van agrovoedingsproducten steeg in 2025 tot 238,4 miljard euro, een stijging van één procent ten opzichte van 2024. De export was het hele jaar door sterk en overtrof in elke maand, behalve augustus en november, het niveau van 2024. De totale exportprijzen blijven hoog, met een piek begin 2025, waarna ze geleidelijk afvlakken. Gemiddeld bleven de exportprijzen stabiel ten opzichte van vorig jaar.De belangrijkste bestemming voor agrovoedingsproducten buiten de EU, gaat richting het Verenigd Koninkrijk, een ex-lid. De export naar de VS en China daalde daarentegen. De export van agrovoedingsproducten vertegenwoordigde in 2025 negen procent van de totale EU-export (2.600 miljard euro), wat het strategische economische belang van de sector onderstreept.Specifiek voor België kan men hieronder onze grootste export- (links) en importlanden raadplegen voor agrovoeding. De Europese agrovoedingsproducten die we exporteren zijn zeer divers. Granen, zuivelproducten en wijn voerden de exportlijst aan. Hogere wereldprijzen zorgden voor een aanzienlijke stijging van de waarde van de export van cacaoproducten, koffie, chocolade en zuivel. Daarentegen daalde de waarde van de olijfolie-export als gevolg van lagere prijzen. Olijfolie komt dan ook van een ongeziene piek: uit gegevens van Eurostat blijkt dat de consumentenprijzen voor olijfolie tussen 2022 en 2024 met in totaal 78 procent zijn gestegen. Door betere oogsten in 2024 en 2025 zijn die nu weer getemperd. Verder zijn de exportvolumes van wijn en granen afgenomen.Hogere prijzen verhogen de totale waarde van de invoerHet is belangrijk om steeds het verschil tussen ‘exportwaarde’ en ‘exportvolumes’ indachtig te houden. Ook niet-Europese producten zijn duurder geworden. Wat maakt dat de invoerwaarde van vele producten is gestegen, hoewel er niet noodzakelijk een groter volume werd ingevoerd. De invoer van agrovoedingsproducten in de EU groeide en bereikte een recordbedrag van 188,6 miljard euro, een stijging met negen procent ten opzichte van 2024.Dit is dus voornamelijk te wijten aan de stijgende invoerprijzen, die in de loop van het jaar gemiddeld met tien procent zijn gestegen. De invoer van agrovoedingsproducten vertegenwoordigde in 2025 7,5 procent van de totale EU-invoer, zo’n 2.500 miljard euro.Onze meest geïmporteerde agrovoedingsproducten zijn zaken die de Europese landen niet of heel moeizaam kunnen telen. Zo staan er misschien wel koffieplanten in België, maar grootschalige koffieproductie gebeurt hier uiteraard niet. Koffie, thee, cacao en specerijen bleven in 2025 dus ook de meest geïmporteerde productcategorie door de EU. Dit verklaart meteen waarom de invoerwaarde zo gestegen is, want de prijzen van cacao en koffie hebben recordniveaus bereikt. Ook de prijzen voor geïmporteerd fruit en noten stegen.Daarentegen daalden de importprijzen van oliehoudende zaden en eiwithoudende gewassen, net zoals de geïmporteerde volumes van granen. De herkomst van de EU-import bleef in 2025 goed gediversifieerd. De invoer uit Sub-Sahara Afrika, Canada, Vietnam en de VS nam toe, terwijl die uit Oekraïne daalde.Overschot neemt af maar blijft sterkOmdat onze totale invoerwaarde zo gestegen is, zien we ondanks de exportgroei toch een inkrimping van het overschot op de agrovoedingshandel van de EU. Het daalde tot 49,9 miljard euro, zo&#039;n 13,3 miljard euro lager dan in 2024.In een persbericht stelt de Europese Commissie dat de handel met partners met een vrijhandelsovereenkomst cruciaal blijft voor de prestaties. 61 procent van de EU-uitvoer van agrovoedingsproducten en 57 procent van de invoer gebeurden in 2025 via partners met een vrijhandelsovereenkomst. Dit toont “het essentiële karakter en het toenemende belang van deze overeenkomsten aan”, aldus de Commissie.</content>
            
            <updated>2026-03-17T16:53:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fiscus viseert forfaitaire landbouwers, Agrofront: "Niet volgens de afspraak"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fiscus-viseert-forfaitaire-landbouwers-agrofront-vraagt-bijsturing" />
            <id>https://vilt.be/58800</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Momenteel voert de fiscus talrijke controles uit op land- en tuinbouwbedrijven. Volgens de landbouworganisaties binnen Agrofront gebeuren die niet willekeurig, maar zijn ze vooral gericht op bedrijven in het forfaitair stelsel die bovengemiddeld presteren. “Samen met de andere landbouworganisaties roepen we de fiscus op om het controlebeleid bij te sturen”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d1c55a41-047b-4e23-9a11-5df616b96edf/full_width_geld-euro-rekenmachine.jpg</image>
                                        <content>Voor een grote groep van land- en tuinbouwers worden belastingen geïnd op basis van het landbouwforfait of de zogenaamde landbouwbarema’s. “Deze landbouwbarema’s zijn geen nattevingerwerk, maar zijn vastgelegd in een akkoord na onderhandelingen tussen de fiscus en landbouworganisaties”, aldus Guy Vandepoel, lid van het hoofdbestuur van Boerenbond.Maar ondanks de constructieve samenwerking bij de opmaak van de barema’s stellen de landbouworganisaties vast dat er niet wordt gehandeld in de geest van het akkoord. Naar verluidt zou ongeveer tien procent van de landbouwers met een forfaitaire aangifte een fiscale controle krijgen. Dat is zwaar bovengemiddeld ten opzichte van andere sectoren. De landbouwers worden volgens de landbouworganisaties daarbij niet willekeurig geselecteerd.“De fiscus selecteert landbouwers die bovengemiddeld presteren en daardoor met hun werkelijke inkomsten afwijken van het forfait”, zegt Vandepoel. “De controles beperken zich ook niet tot de correcte toepassing van de barema’s. De controleurs stellen bij die groep een hoger belastbaar inkomen voor, op basis van andere gegevens. Vervolgens moet de landbouwer het tegendeel bewijzen met bewijsstukken die hij niet heeft, omdat die volgens het forfaitair systeem net niet vereist zijn. De huidige controles gaan over inkomsten uit 2022 en 2023, waardoor de landbouwer nu onderworpen wordt aan een ingrijpende en tijdrovende reconstructie van de inkomsten van voorgaande jaren.” Hoe komen de landbouwbarema’s tot stand?Landbouwers kunnen in België in de personenbelasting belast worden volgens twee systemen. Via het boekhoudkundig belastingsysteem gebeurt de belasting op basis van de werkelijke winst, waarbij inkomsten en kosten worden geregistreerd. In het forfaitair stelsel wordt het inkomen geschat op basis van vaste barema’s per teelt of activiteit, zonder dat een volledige boekhouding nodig is.“Het landbouwforfait is destijds opgezet als een eenvoudig en werkbaar systeem”, aldus Vandepoel. De forfaitaire grondslagen van aanslag worden jaarlijks in overleg tussen de fiscus en de landbouworganisaties vastgelegd. Dit gebeurt telkens op basis van een uitgebreide dataset met economische gegevens en tendensen van opbrengsten en kosten van het betrokken aanslagjaar. Deze barema’s, die uit concreet cijfermateriaal en duidelijk omschreven toepassingsregels bestaan, vormen zorgvuldig onderhandelde berekeningskaders die landbouwers in staat stellen hun inkomen op een transparante en administratief eenvoudige manier te bepalen. Hierbij is de voorbije jaren ook rekening gehouden met de toenemende diversiteit binnen sectoren. Oproep bijsturing controlebeleidVoor Boerenbond kan deze manier van controleren absoluut niet door de beugel. “Wij hebben daarom samen met de andere landbouworganisaties van het Agrofront de fiscus opgeroepen om het controlebeleid bij te sturen”, klinkt het. “We gaan niet akkoord met de systematische controles en de verwerping van het forfait. Daarnaast vragen we ook aandacht voor de impact op administratieve kosten en verplichtingen.”Agrofront vroeg een dringend onderhoud, voor de aanvang van de baremaonderhandelingen in juni. “Het kan niet kan dat we afspraken maken over de barema’s die nadien door de controlediensten niet worden opgevolgd”, luidt het.</content>
            
            <updated>2026-03-17T21:11:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Colruyt schenkt tonnen aardappeloverschotten aan Voedselbanken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/colruyt-schenkt-tonnen-aardappeloverschotten-aan-voedselbanken" />
            <id>https://vilt.be/58801</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Colruyt Group zal de komende maanden tonnen aardappelen schenken aan de Voedselbanken. Door een uitzonderlijk sterke oogst en een dalende verkoop blijft de retailer met een ongeziene voorraad zitten. Met de schenking wil de keten voedselverspilling tegengaan én mensen in nood ondersteunen. Tegelijk behouden de telers uit het aardappelproject van Colruyt hun vaste afnameprijs, ondanks het overschot.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c15bb746-8a22-48f0-b2c0-f7b868e3cb97/full_width_agristo-aardappelverwerking-agristo.jpg</image>
                                        <content>België bevindt zich momenteel in een uitzonderlijke aardappelcrisis. Vorig jaar bereikte het Belgische aardappelareaal een record van 107.000 hectare. Gunstige weersomstandigheden zorgden bovendien voor uitzonderlijk hoge opbrengsten. Tegelijk is de vraag met vijf tot tien procent gedaald. Vorige maand lag er nog 3,3 miljoen ton aardappelen in Belgische loodsen — zo’n 30 procent meer dan het vijfjarig gemiddelde.Ook Colruyt kampt met een grote voorraad die tegen de volgende oogst moeilijk verkocht raakt. “De oogst was bijzonder ruim, terwijl de verkoop de afgelopen maanden tot zes procent lager lag dan verwacht,” klinkt het bij de retailer. “Consumenten passen hun koopgedrag aan en kiezen vaker voor alternatieven zoals pasta, rijst, couscous en quinoa.” Daarom start Colruyt vanaf volgende week met wekelijkse schenkingen aan de Voedselbanken, en dat tot de zomer. Hoe groot de totale schenking zal zijn, is nog niet vastgelegd. “We werken volledig op maat van de Voedselbanken. Zij bepalen hoeveel ze nodig hebben.”De aardappelen zijn afkomstig uit het partnerschap van Colruyt met 18 Belgische telers. Dit aardappelproject garandeert een constante kwaliteit, een stabiele prijs voor de boeren en een verlengd aardappelseizoen in België. “Dankzij dit model krijgen telers zowel bij tekorten als bij overschotten een eerlijke, vaste prijs — zelfs wanneer het aanbod groter is dan de vraag.” Om de voorraad verder te verkleinen, zet Colruyt ook in op extra promoties. Zo biedt de keten voor het eerst zakken aardappelen van tien kilo aan.</content>
            
            <updated>2026-03-17T17:20:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FAVV onderschept 180 postpakketten zaaizaden besteld via buitenlandse webshop]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/favv-onderschept-180-postpakketten-zaaizaden-besteld-via-buitenlandse-webshop" />
            <id>https://vilt.be/58802</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) heeft samen met de douane eind vorige week 180 postpakketten met zaaizaden onderschept op de luchthaven van Brussels Airport. De zaden waren online besteld door particulieren via een buitenlandse webshop.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="invasieve exoten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9b1a4908-f671-4556-ae47-7aff535c4b03/full_width_zaden-pakketten-favv.jpg</image>
                                        <content>Volgens het FAVV houdt dit incident vermoedelijk verband met het naderende lente-&amp;nbsp; en zaaiseizoen, wanneer meer mensen zaden aankopen om te tuinieren.Hoewel zaaizaden onschuldig lijken, kunnen ze drager zijn van schadelijke organismen. Die kunnen ernstige schade veroorzaken aan landbouwgewassen, tuinen en natuur. Daarom gelden binnen de Europese Unie strikte invoerregels voor planten en plantaardige producten. Voor de handhaving in ons land werd het voedselagentschap FAVV ingeschakeld. Hoewel het FAVV vooral gekend is voor de controles doorheen de voedselketen, is het ook bevoegd voor de preventie en de bestrijding van plantenziekten en plagen.&quot;Kies voor officiële verkopers&quot;“Wanneer je zaaizaden aankoopt, afkomstig van landen buiten de Europese Unie, moeten deze worden aangeboden aan de grenscontrolepost. Controleer dus of de webshop, post- of koerierdienst je pakket aanbiedt voor controle. Tuinliefhebbers doen er goed aan om zaden, planten of andere plantaardige producten aan te kopen bij officiële verkopers binnen de EU. Zo beschermen we samen onze landbouw en ons leefmilieu.” Dat meldt Hélène Bonte, woordvoerder van het FAVV in een persbericht.&quot;We weten momenteel nog niet of het over schadelijke zaden gaat, maar het mag gewoon niet&quot;, verduidelijkt ze nog. Het FAVV vraagt tuiniers daarom om eerst op hun website te controleren welke zaden zijn toegestaan in België, alvorens ze online te bestellen. &quot;Het gezonde zaaizaad wordt verkocht door officiële verkopers binnen de EU of komt vergezeld met een gezondheidscertificaat.&quot;</content>
            
            <updated>2026-03-18T14:20:51+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aardbeienseizoen Hoogstraten van start gegaan met kistje aardbeien aan 5.000 euro]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aardbeienseizoen-hoogstraten-van-start-getrapt-met-kistje-aardbeien-aan-5000-euro" />
            <id>https://vilt.be/58803</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met de veiling van de symbolische eerste kist aardbeien is woensdag het nieuwe seizoen officieel gestart bij Coöperatie Hoogstraten. De Belgische supermarktketen Colruyt kocht de rode vruchten voor 5.000 euro per doos (8 x 500 gram). Coöperatie Hoogstraten verdubbelt dat bedrag en maakt een cheque van 10.000 euro over aan Child Focus. Tijdens de ceremoniële opening stond Hoogstraten ook stil bij de uitdagingen en kansen van de aardbeienteelt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardbei" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bd0f49d2-e42e-45af-a428-0202f3d0d12f/full_width_opening-aardbeienseizoen-hoogstraten-2026.jpg</image>
                                        <content>De voorbije jaren is het areaal aardbeien bij Coöperatie Hoogstraten gegroeid tot 900 hectare. De veiling zet ook de komende jaren in op verdere groei. “Hoe groter het areaal dat de coöperatie vertegenwoordigt, hoe groter onze marktkracht. Dat is de kracht van de coöperatie”, verklaart veilingdirecteur Hans Vanderhallen.Een deel van de groeimogelijkheden ligt in Nederland, terwijl ook Vlaamse telers uitbreiding zoeken. Het aandeel van Nederlandse telers in de productie is de voorbije jaren al gestegen van 30 naar 35 procent. “In Nederland zijn behoorlijk wat bedrijven in omschakeling naar aardbeienteelt en minder gebonden aan een coöperatie. Met ons merk, dat wijd bekend is, hebben we sterke troeven in handen”, vervolgt Vanderhallen. Tienduizend euro voor Child FocusOnder de 125 aardbeientelers bevinden zich een tiental telers met belichting. Zij zijn de reden dat Hoogstraten al enige jaren jaarrond aardbeienproductie heeft. Toch houdt Hoogstraten vast aan de traditie van de seizoenopening waarbij de “Ghesellen van de Aardbei” het eerste kistje aardbeien voor de veilingklok brengen. Bovendien zullen vanaf nu ook de volumes gestaag groeien als de verschillende teeltsystemen in productie komen.Dit jaar werd de eerste kist geveild voor 5.000 euro en was het supermarktketen Colruyt die de veilingknop indrukte. “Als Belgische retailer bieden we zoveel mogelijk lokale producten aan in onze winkelrekken. We werken al jaren samen met Coöperatie Hoogstraten en doen dat sinds vorig jaar exclusief voor ons premiummerk aardbeien. Zo zetten we nog meer in op lokale verankering en kwaliteit, in combinatie met de laagste prijzen voor onze klanten”, vertelt Liesbet Mesdom, verantwoordelijke aankoop groenten en fruit bij Colruyt Laagste Prijzen. De ceremoniële veilingopbrengst wordt door Coöperatie Hoogstraten verdubbeld en gaat traditioneel naar een goed doel. Dit jaar gaat de opbrengst naar Child Focus, een organisatie die zich inzet voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen en die werkt aan de online- en offline-veiligheid van jongeren. “Het aantal kwetsbare jongeren dat vermist raakt of slachtoffer wordt van (online) seksuele uitbuiting blijft stijgen. Dankzij de steun van partners kunnen we deze hulp gratis blijven aanbieden aan wie die het meest nodig heeft”, reageert Nel Broothaerts, CEO van Child Focus.Europese groente- en fruitproductie moet omhoog, kansen voor telersOok Coöperatie Hoogstraten zet zich actief in voor het welzijn van kinderen. Met initiatieven zoals het Hopsabees-project stimuleert de coöperatie beweging en gezonde eetgewoonten bij kleuters. Naast aardbeien heeft Hoogstraten ook een sterke positie in paprika’s en tomaten. De drie teelten genereren respectievelijk 42,5 procent, 6,5 procent en 44 procent van de omzet.Op het gebied van consumptie liggen er volgens Coöperatie Hoogstraten zowel uitdagingen als kansen. “Europeanen eten gemiddeld zo’n 350 gram groenten en fruit per dag, ongeveer de helft van de aanbevolen hoeveelheid. Bovendien eet 35 procent van de Europeanen dagelijks geen enkele portie groenten of fruit, vooral kinderen. Net daar ligt een belangrijke opdracht én kans voor de sector. Meer groenten en fruit op het bord betekent winst voor zowel gezondheid als duurzaamheid.”Tegenover de kansen staan ook tal van uitdagingen, onder andere op het gebied van energie, klimaatverandering, arbeid, beschikbare gewasbeschermingsmiddelen, wet- en regelgeving en kostendruk. Dat resulteert onder meer in een vergrote concurrentie uit het buitenland, waar de kosten aanzienlijk lager liggen. Belgen kunnen meer aardbeien consumerenWat betreft de aardbeienafzet is er volgens Vanderhallen zelfs in Vlaanderen nog een wereld te winnen. Hoewel de aardbeien van Hoogstraten tot in het buitenland bekend zijn, blijft de consumptie in eigen land achter. “In bijvoorbeeld Groot-Brittannië ligt de consumptie veel hoger dan hier in Vlaanderen.”Van de 34,6 miljoen kilo Hoogstraten-aardbeien van vorig jaar blijft 35 tot 40 procent in Vlaanderen. “Maar dat percentage fluctueert sterk doorheen het jaar. In het voorjaar blijft 60 tot 70 procent in Vlaanderen, maar in het najaar gaat 80 procent naar het buitenland”, vervolgt de veilingdirecteur.Zo’n 80 procent van de productie wordt via de klok verkocht, maar Vanderhallen voorziet dat dit percentage zal dalen, omdat afnemers steeds meer stabiliteit zoeken. “Sinds twee jaar zijn voedselzekerheid en een stabiele bevoorrading steeds belangrijkere items bij onze klanten”, klinkt het. Seizoen goed begonnenRadio 2 zond de start van het seizoen live uit vanop het bedrijf van aardbeiteler Frank Boeren. Presentatoren Ann Reymen en Daan Masset brachten hun uitzending tussen de aardbeienplanten, waardoor luisteraars vanop de eerste rij konden meegenieten. Voor het oog van de presentatoren knipte Frank Boeren tussen de aardbeienplanten een ceremonieel lintje door als symbool voor de start van het seizoen.Boeren heeft een teeltoppervlakte van zo’n acht hectare, waarvan één hectare belichte serreteelt. Hij is sinds 5 maart in productie. “Het ziet er op dit moment goed uit. We hebben meer kilo’s dan vorig jaar rond deze tijd en ook over de prijsvorming mogen we niet klagen”, vertelt hij.</content>
            
            <updated>2026-03-18T15:46:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[N-VA wil met resolutie onderhandelingspositie van landbouwers in de keten versterken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/n-va-wil-met-resolutie-onderhandelingspositie-van-landbouwers-in-de-keten-versterken" />
            <id>https://vilt.be/58804</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>N-VA heeft een resolutie ingediend in de Commissie Economie van het federaal parlement om de positie van landbouwers in de voedselketen structureel te versterken. “Wij geloven in markten en vrijhandel”, zegt Charlotte Verkeyn die de resolutie indiende. “Maar we mogen de belangen van onze eigen landbouwers niet uit het oog verliezen. Daarom vragen wij duidelijke flankerende maatregelen.” Ze roept de federale regering op om een reeks beleidsmaatregelen te nemen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="prijsvorming" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="supermarkt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ccbd58b1-4d33-49bd-8560-b47021212d0e/full_width_voedselhubkorteketen-facbioingenieurswetugent.jpg</image>
                                        <content>Structureel zwakke onderhandelingspositieDe partij stelt vast dat Belgische landbouwers vandaag gemiddeld slechts 12 procent van de toegevoegde waarde in de voedselketen ontvangen, terwijl het Europese gemiddelde op 26 procent ligt. “Dat remt de inkomenszekerheid en investeringen af”, klinkt het. Verkeyn ziet een grote machtsconcentratie bij retail en industrie en die neemt zelfs toe. Ze wijst erop dat vandaag vier supermarktketens ruim 80 procent van de markt beheersen.“Omdat landbouwers vaak individueel onderhandelen en maar een beperkte schaalgrootte hebben, zitten zij in een structureel zwakke onderhandelingspositie. Zij hebben geen actieve invloed op de prijszetting, maar moeten de aangeboden prijs aanvaarden”, constateert N-VA. De partij benadrukt dat deze&amp;nbsp;resolutie&amp;nbsp;niet tegen de retail of industrie is gericht. “Integendeel, we willen dat alle schakels in de keten op een eerlijke en transparante manier kunnen samenwerken.” De federale overheid beschikt over belangrijke instrumenten om de economische positie van landbouwers te verbeteren Volgens Verkeyn gaan competitiviteit en&amp;nbsp;landbouw&amp;nbsp;samen. “Een sterke agro-industrie vergt sterke&amp;nbsp;landbouwers aan het begin van de keten,” meent zij. Om die reden vraagt N-VA aan het federaal parlement om een aantal maatregelen te nemen, want “de federale overheid beschikt over belangrijke instrumenten om de economische positie van landbouwers te verbeteren”, zo luidt het. Strengere controlesOm eerlijke concurrentie te garanderen, pleit de resolutie onder meer voor strengere controles op vervalste of niet-conforme producten, zoals nephoning. “Dit leidt tot een ongelijk speelveld en dit zet Belgische landbouwers onder druk, zeker in sectoren met hoge productiestandaarden of kostenniveaus”, aldus N-VA.Ook op vlak van prijsvorming loopt één en ander verkeerd. “Zo zien we dat de producentenprijzen voor landbouwproducten recent sterk gedaald zijn, terwijl de consumentenprijzen voor voeding opvallend hoog blijven. Dit wijst op structurele problemen in de prijstransmissie binnen de voedselketen.” In dat kader pleit de resolutie ervoor dat het verbod op verkoop met verlies en de Europese richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken in de landbouw- en voedselketen, de zogenaamde UTP-wet, aan een evaluatie worden onderworpen. Ook de werking van het Prijzenobservatorium moet versterkt worden, luidt het. Fear factor als probleemOok het probleem van “fear factor” wordt besproken in de resolutie. Al in 2009 erkende de Europese Commissie dat probleem in de agrovoedingssector. Het gaat om de angst die leveranciers in een situatie van economische afhankelijkheid ervan weerhoudt om hun contractuele of wettelijke rechten te doen gelden. Zij doen dat uit angst voor mogelijke negatieve weerslag ervan op de commerciële relatie met de afnemer. “Het dreigen met represailles moet daarom onder alle omstandigheden verboden worden.”Sterkere producentenorganisatiesDaarnaast vraagt de resolutie ook meer aandacht voor het versterken van producentenorganisaties en coöperaties, die&amp;nbsp;landbouwers meer marktmacht geven. “De oprichting van een producentenorganisatie wordt bovendien bemoeilijkt door complexe procedures, administratieve lasten en een gebrek aan ondersteuning. Er is nood aan vereenvoudiging en gerichte ondersteuning om samenwerking tussen landbouwers effectief mogelijk te maken”, zegt Charlotte Verkeyn, wiens resolutie de steun kreeg van haar partijgenoten Michael Freilich, Lieve Truyman en Frieda Gijbels. Korte keten in aanbestedingenN-VA wil ook dat korte ketens juridisch mogelijk worden gemaakt in openbare aanbestedingen, binnen het Europees kader.&amp;nbsp;“In aanbestedingen kan de focus verschuiven van enkel prijs naar een brede kijk op meer waarde, zoals sociale, ecologische en lokale impact. Op zich is het verboden om geografische restricties op te nemen in een lastenboek, maar door de korte keten op te nemen als technische specificatie in de aanbestedingsprocedure kan dit verholpen worden”, klinkt het.Tot slot roept de&amp;nbsp;resolutie&amp;nbsp;op om actief bijdragen aan de Europese&amp;nbsp;landbouwvisie richting 2040, met focus op competitiviteit, rechtszekerheid en innovatie. “Landbouwers zijn ondernemers die nood hebben aan administratieve vereenvoudiging om te kunnen focussen op ondernemen en innovatie. Overregulering verzwakt onze&amp;nbsp;landbouw&amp;nbsp;en dus ook onze economie” besluit Verkeyn.</content>
            
            <updated>2026-03-18T17:05:29+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Klimaatproces Farmer Case ontvankelijk verklaard, maar rechter wacht op uitspraak in Parijs]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/klimaatproces-farmer-case-ontvankelijk-verklaard-maar-rechter-wacht-op-uitspraak-in-parijs" />
            <id>https://vilt.be/58805</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De ondernemingsrechtbank van Doornik heeft de klimaatzaak van landbouwer Hugues Falys tegen TotalEnergies ontvankelijk verklaard, maar stelt een uitspraak tot 9 september uit in afwachting van een gelijkaardig proces in Parijs. De zaak geldt als een primeur in België, waarbij een landbouwer een multinational aansprakelijk stelt voor klimaatschade.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="gerecht" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ebf28f4b-2529-4379-9612-23e3f53b8703/full_width_hugo-falys-farmer-case-totalenergies.jpeg</image>
                                        <content>Na een storm in 2016 en periodes van droogte in 2018, 2020 en 2022 besloot biolandbouwer Falys om een zaak aan te spannen tegen TotalEnergies. Volgens hem is dit oliebedrijf een spil in de klimaatverandering. De ngo&#039;s Greenpeace, FIAN en La Ligue des droits humains hebben zich bij Falys aangesloten. TotalEnergies betwist dat individuele bedrijven juridisch verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor mondiale klimaatverandering.Volgens Greenpeace is het de eerste keer dat een burger in ons land een multinational aanklaagt wegens klimaatschade. De ngo’s willen de multinational ertoe dwingen meer te doen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen: ze eisen 60 procent reductie tegen 2030 en een vermindering van de olie- en gasproductie met 75 procent tegen 2040.De rechtbank in Doornik oordeelde woensdag dat de zaak, die &#039;Farmer Case&#039; werd gedoopt, ontvankelijk is en dat de landbouwer wel degelijk een belang heeft in het dossier. Falys eist een schadevergoeding en wil dat geld doneren aan ‘Farm for Good’, een ngo die zich inzet voor de duurzame transitie in de landbouw. Wachten op ParijsDat de zaak werd uitgesteld, zou komen omdat de rechtbank nog een uitspraak in eerste aanleg afwacht van een gelijkaardig proces tegen TotalEnergies in Parijs. De Franse multinational wordt daar voor de Rechtbank van Eerste Aanleg van Parijs vervolgd door Sherpa, Notre Affaire à Tous, France Nature Environnement en de stad Parijs, wegens het niet nakomen van zijn zorgplicht betreffende het klimaat. Daar wordt een uitspraak verwacht op 25 juni 2026.&quot;Dat betekent niet dat de rechtbank van Doornik gebonden is aan de beslissing in Parijs; de rechtbank wil gewoon over bijkomende elementen beschikken voor haar uitspraak&quot;, zegt een van de advocaten van Falys. &quot;We hebben vandaag geen volledige overwinning behaald, maar de rechtbank heeft ons belang bij de zaak al erkend.&quot;“Belangrijk precedent”Dat de zaak ontvankelijk is verklaard, vinden Falys en de ngo’s een belangrijke erkenning. En “een belangrijk precedent”, stelt Joeri Thijs van Greenpeace aan Vilt. “Er is al een gedeeltelijke uitspraak over de ontvankelijkheid van de zaak”, zegt hij. “Hij heeft heel duidelijk beargumenteerd dat burgers, landbouwers, maar ook ngo&#039;s in ons land multinationale bedrijven aansprakelijk kunnen houden voor de Belgische rechtbank. Ook als het gaat om een bedrijf als TotalEnergies, gevestigd in Frankrijk, of een bedrijf als Shell met zijn hoofdkwartier in het Verenigd Koninkrijk.”Volgens Thijs is het uitstel er onder meer om de precieze bepalingen van de schadevergoeding vast te leggen. “Als Falys die krijgt, zet dat nog een extra precedent voor landbouwers en burgers in dit land”, zegt hij. “Voor iedereen die te maken heeft gehad met extreem weer. Denk maar aan de overstromingen in 2021. Dat zijn zaken die de komende decennia jammer genoeg nog zullen gebeuren.” Als Falys een schadevergoeding krijgt, zet dat nog een extra precedent voor landbouwers en burgers in dit land Bij het verlaten van de rechtbank waren Hugues Falys, de drie ngo&#039;s en hun advocaten dan ook opgetogen. Volgens Falys erkent de rechter nu dat justitie een rol te spelen heeft “om de verantwoordelijken van deze crisis ter verantwoording te roepen.”“Het tij is aan het keren”, reageert Hugues Falys. &quot;Er is nog geen uitspraak, maar we zien dat onze argumenten steek houden.&quot; Klimaatzaken in de rest van de wereldOf Farmer Case na TotalEnergies ook andere multinationals voor de rechter zal dagen? “We hebben nog geen concrete plannen in die richting”, zegt Thijs. “Maar we willen met deze rechtszaak wel de weg plaveien voor burgers en landbouwers die schadevergoedingen kunnen gaan eisen van fossiele bedrijven.”Volgens Thijs sluit dit ook aan bij internationale rechtszaken waar niet alleen overheden, maar ook bedrijven aansprakelijk worden gesteld om de klimaatcrisis in te perken. Al gebeurt dat met wisselend succes. In Nederland werd Shell in 2021 in eerste aanleg veroordeeld en kreeg het uitstootreducties opgelegd. Maar na jaren procederen heeft Shell dat vonnis in beroep tenietgedaan.Vilt contacteerde TotalEnergies, maar kreeg geen reactie. TotalEnergies liet vóór de start van de pleidooien in november 2025 aan Belga weten de zaak niet legitiem te vinden. Volgens het bedrijf wordt ten onrechte één onderneming verantwoordelijk gesteld voor een wereldwijd probleem, terwijl het slechts een beperkte rol speelt in de olie- en gassector.</content>
            
            <updated>2026-03-18T21:51:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minister Brouns werkt aan oplossing voor botsende methaan- en stikstofregels in melkveehouderij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minister-brouns-werkt-aan-oplossing-voor-botsende-methaan-en-stikstofregels-in-melkveehouderij" />
            <id>https://vilt.be/58806</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er wordt gewerkt aan een pragmatische oplossing zodat veehouders in de toekomst zowel methaan- als stikstofreducties kunnen laten meetellen wanneer ze hun melkvee weiden in combinatie met het voederadditief Bovaer. Dat liet Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) weten in de landbouwcommissie in het Vlaams parlement.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="methaan" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/40a05716-24e4-4749-83c8-06cd7daddd15/full_width_koe-weide-deplv-event.jpg</image>
                                        <content>De huidige beweidingsmaatregel voor melkveehouders om stikstof te reduceren, is vandaag niet combineerbaar met het gebruik van voederadditief Bovaer om methaan te verminderen. De technieken botsen omdat koeien volgens de methaanregels continu toegang tot het voederadditief moeten hebben, maar volgens de stikstofregels niet in de stal mogen komen. Nochtans toont onderzoek van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) aan dat zowel stikstof- als methaanemissies kunnen dalen, ook al hebben koeien geen permanente toegang tot hun rantsoen. Op vraag van Vlaams parlementslid Arnout Coel (N-VA) liet de minister weten dat het ILVO-onderzoek al even wordt opgevolgd door zijn administratie. Ook het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV)&amp;nbsp;boog zich al over het onderzoek. De experten binnen het comité adviseerden dat de verplichting van de permanente toegang tot het voederadditief 3-NOP (Bovaer) kan vervallen wanneer melkvee maximaal 6 uur per dag weidt. Voorwaarde is wel dat tijdens de staluren een hogere dosis wordt toegediend, om het gebrek aan opname tijdens de weidegang te compenseren. In dat scenario is het advies een methaanreductie van 24,7 procent, iets lager dan de huidige 26 procent.“Mijn diensten en de sector zullen met dit advies ongetwijfeld tot een pragmatische toepassing komen”, geeft Brouns mee. “Eens die er is, hoe sneller hoe liever, zal ik die met plezier beschikbaar maken.&quot; Hij benadrukte ook dat andere methaanmaatregelen vandaag wel al combineerbaar zijn met beweiding, zoals het gebruik van nitraat of geëxtrudeerd lijnzaad. Ik kijk uit naar volgende stappen zodat ook systemische reducties erkend kunnen worden Nieuwe regels in de toekomst voor combinatie-aanpakken?Voorts gaf Brouns nog mee uit te kijken naar bijkomende nieuwe oplossingen voor stikstof en methaanreductie. Dit hoeven voor hem niet alleen technieken en technologieën te zijn. “Daar mogen ook heel wat zogenaamde managementmaatregelen bijzitten die eenvoudig en goedkoper zijn, of systeeminnovaties die een holistische aanpak kennen”, aldus Brouns.Zo’n systeemaanpak kan volgens hem een belangrijke aanvulling zijn voor toekomstige landbouwmodellen. “Daarover zouden we met experts moeten kunnen vastleggen welke reductiepercentages dergelijke bedrijfsvoeringen kunnen krijgen”, aldus Brouns. “Een interessant debat dat zeker de moeite is om in de landbouwcommissie te voeren.”Een debat dat Coel alvast graag op de agenda zou zien staan. “Ik ben bijzonder verheugd om te horen dat we niet alleen op dure technieken moeten inzetten, maar dat we ook moeten durven te kijken naar een meer holistische en systemische benadering. Ik kijk uit naar volgende stappen zodat ook systemische reducties erkend kunnen worden in de vergunningverlening.”</content>
            
            <updated>2026-03-19T08:48:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Provincie Antwerpen spoort besturen aan tot agro-ecologie op publieke gronden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/provincie-antwerpen-wil-lokale-besturen-aansporen-om-publieke-gronden-in-te-zetten-voor-agro-ecologiscche-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/58807</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met een inspiratieboek over agro-ecologie wil de provincie Antwerpen lokale besturen aanzetten om hun publieke gronden op een andere manier in te zetten. “Publieke gronden zijn geen passief patrimonium. Je kan er als overheid echt richting mee geven. Met een inspiratieboek, maar ook met begeleiding, kennisdeling en advies, willen we lokale besturen aanzetten om hun publieke gronden in te zetten voor een eerlijk en veerkrachtig voedselsysteem”, zegt landbouwgedeputeerde Jinnih Beels (Vooruit).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="publieke gronden" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2dcc62aa-8f39-4b92-bbca-9de092bf313f/full_width_agro-ecologische-landbouw-op-perceel-van-provincie-antwerpen-in-kontich-aan-de-kerk.jpg</image>
                                        <content>Toegang tot grond is één van de grootste knelpunten voor landbouwers. Ook andere knelpunten zorgen ervoor dat landbouw onder druk staat. Denk maar aan klimaatverandering, waterbeschikbaarheid, bodemkwaliteit en economische haalbaarheid. “Dat vraagt om slimme keuzes en lokale besturen beschikken daarbij over een belangrijke troef: hun publieke gronden”, benadrukt de provincie Antwerpen.Hefboom voor landbouwMaar willen ze die op de juiste manier inzetten, dan vraagt dat om een visie die inzet op voedselzekerheid, lokale productie en afzet, ecologische regeneratie, klimaatadaptieve landbouwlandschappen en eerlijke arbeidsvoorwaarden, aldus de provincie. “Met andere woorden: via hun grondenbeleid kunnen besturen mee richting geven aan hoe landbouw zich in hun gemeente ontwikkelt”, klinkt het. &amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp; Zowel kleine als grotere landbouwbedrijven, biologisch of conventioneel, kunnen met agro-ecologie aan de slag “Publieke gronden kunnen een echte hefboom zijn voor de landbouw van morgen”, vertelt Beels. “Ze laten toe om landbouw, natuur en open ruimte beter met elkaar te verbinden en tegelijk landbouwers perspectief te geven. Met onze inspiratiegids over agro-ecologie willen we lokale besturen helpen om die kansen ook effectief te benutten.”Geen uniform modelDe Antwerpse landbouwgedeputeerde wijst erop dat agro-ecologie geen uniform model is. “Het is een richtinggevend kader dat ruimte laat voor maatwerk. Zowel kleine als grotere landbouwbedrijven, biologisch of conventioneel, kunnen ermee aan de slag. Het verbindt ecologische principes met sociale rechtvaardigheid en economische realiteit. Het gaat over waterbeheer, biodiversiteit en gesloten kringlopen, maar ook over eerlijke verloning voor landbouwers, kennisdeling en betrokkenheid van de omgeving.”Agro-ecologie vertrekt volgens haar vanuit een eenvoudige gedachte. “Landbouw staat nooit los van zijn omgeving. Door ruimte te geven aan biodiversiteit, water en samenwerking met de buurt, ontstaat een landbouw die niet alleen produceert, maar ook bijdraagt aan een sterker landschap en meer draagvlak in de samenleving”, zegt Beels. Komen tot concrete realisatiesHet inspiratieboek kreeg de naam Agro-ecologie krijgt ruimte – Inspiratiegids om agro-ecologie te laten floreren op publieke gronden. Het biedt lokale besturen een praktisch kader om mee aan de slag te gaan. Er is aandacht voor terrein- en omgevingsanalyse van beschikbare gronden en voor het in kaart brengen van stakeholders en mogelijke partners. Maar ook kunnen lokale besturen er inspiratie vinden om scenario’s uit te werken of om te bepalen hoe gronden kunnen worden uitgegeven. “Het uiteindelijke doel is om te komen tot concrete realisaties op het terrein”, aldus de provincie.</content>
            
            <updated>2026-03-18T22:13:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Niet natuur maar gezondheid zwaarste kost van mest]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/niet-natuur-maar-gezondheid-zwaarste-kost-van-mest" />
            <id>https://vilt.be/58808</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De gezondheidskosten gelinkt aan mest liggen bijna dubbel zo hoog als de natuurkosten door depositie. Dat stelt dr. Ruben Vingerhoets in zijn doctoraatsonderzoek aan UGent en UAntwerpen. Om deze te verlagen, ziet hij potentieel in de nieuwe renure-wetgeving. “De productie van renure kan de economische kosten van mestverwerking verlagen, waardoor meer mest verwerkt wordt en overschotten en emissies afnemen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="renure" />
                        <category term="onderzoek" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d904d43e-c2f7-4ed5-a3ce-d5688454fd7e/full_width_stad-platteland-domtoren.jpg</image>
                                        <content>In zijn doctoraatsonderzoek nam Vingerhoets onder meer de economische gevolgen en milieu-impact van de renure-wetgeving onder de loep. Door de Vlaamse stikstof- en fosforstromen in kaart te brengen stelde Vingerhoets vast dat de nutriëntenkringloop in Vlaanderen slechts deels circulair is: 55 procent van de recupereerbare reststromen wordt vandaag hergebruikt. Nochtans zou een verdere nutriëntenrecycling het potentieel hebben om de helft van de stikstof uit kunstmeststoffen te vervangen. &amp;nbsp;De nieuwe renure-wetgeving moet deze circulariteit opkrikken. Renure is een meststof met eigenschappen van kunstmest, gemaakt uit stikstof die uit dierlijke mest wordt teruggewonnen. Dankzij recent goedgekeurde regels zullen landbouwers binnenkort renure kunnen inzetten als alternatief voor kunstmest, bovenop de huidige hoeveelheid dierlijke mest die ze mogen uitrijden.Economische kostenreductieNaast een lagere afhankelijkheid van kunstmest kan de renure-wetgeving ook de economische kosten voor mest- en bemestingsbeheer met één tot vijf procent doen dalen in de Europese Unie. Voor de landbouwsector in Vlaanderen bedragen de economische kosten van mestverwerking en -beheer ongeveer 306 miljoen euro, kosten die met de invoering van de renure-wetgeving volgens Vingerhoets kunnen dalen tot 300 miljoen euro. Hij berekende ook de impact van mest op de maatschappelijke kosten. Die lopen momenteel op tot 2.050 miljoen euro. Mest brengt hoge gezondheidskosten met zich meeTot de maatschappelijke kosten behoren onder meer broeikasgasuitstoot, stikstofdepositie, watervervuiling en gezondheidseffecten. “Gezondheidskosten wegen bijna dubbel zo zwaar als de kosten van depositie”, zegt Vingerhoets.Die hoge gezondheidsimpact hangt samen met fijnstof. “Ammoniak uit mest reageert in de lucht met stikstofoxiden uit onder meer industrie en verkeer, en vormt zo fijnstof”, legt hij uit. Blootstelling hieraan wordt gelinkt aan een verhoogd risico op uiteenlopende aandoeningen, van kanker tot luchtwegproblemen. In tegenstelling tot stikstofdepositie in natuurgebieden vallen de grootste gezondheidskosten in dichtbevolkte regio’s “Vlaanderen en buurland Nederland kennen zowel een sterke landbouw- als industriesector. Net die combinatie van emissies zorgt voor fijnstof en zorgt in onze regio voor hoge kosten”, klinkt het. “In tegenstelling tot stikstofdepositie in natuurgebieden vallen de grootste kosten hierbij in dichtbevolkte regio’s. Want hoe hoger de populatie, hoe hoger de gezondheidskost. Noord-Antwerpen is bijvoorbeeld een kritische zone door de combinatie van landbouw, veel inwoners en veel NOx.”Gezondheidskosten geen prominente in het maatschappelijk debatDe hoge gezondheidskosten gelinkt aan mest zijn volgens Vingerhoets onderbelicht in het maatschappelijk debat, waarin voornamelijk het depositie-vraagstuk heerst. Dit komt volgens Vingerhoets deels omdat Vlaanderen de ecologische normen rond stikstofdepositie overschrijdt, met Europese sancties tot gevolg. De fijnstofnormen worden daarentegen wel gehaald, waardoor de urgentie lager ligt. Bovendien is depositie binnen de landsgrenzen politiek eenvoudiger aan te pakken dan fijnstof. Het is zeer moeilijk om de precieze herkomst van lokaal fijnstof te bepalen en aan te pakken Zowel bij depositie als bij gezondheidsimpact dragen landbouw, industrie en mobiliteit bij aan de kosten. “Het verschil is dat depositie relatief eenvoudig gelinkt kan worden aan ammoniak en stikstofoxiden (NOx), waarbij de moleculen zich verschillend gedragen in de lucht”, legt Vingerhoets uit. “Ammoniak slaat sneller neer en draagt vooral lokaal bij aan depositie. NOx blijft langer in de lucht, wordt over grotere afstanden getransporteerd en kan pas honderden kilometers verder neerslaan. Daardoor heeft de Vlaamse NOx-uitstoot minder impact op de lokale depositie. Voor de vorming van fijnstof zijn beide stoffen nodig. En omdat NOx zo mobiel is, is het moeilijk om de precieze herkomst van lokaal fijnstof te bepalen en aan te pakken.” Renure kan kosten drukkenGoed nieuws is dat de renure-wetgeving ook de maatschappelijke kosten kan verlagen, volgens Vingerhoets. Die zouden met 41 miljoen euro kunnen dalen tot 2.009 miljoen euro. “Vandaag zit er een duidelijke tegenstrijdigheid in onze nutriëntenstromen”, duidt de onderzoeker. “Landbouwers mogen maar een beperkte hoeveelheid dierlijke mest uitrijden en vullen hun gewasbehoefte daarom aan met kunstmest. De productie kunstmest vraagt veel energie, maar leidt wel tot minder ammoniakuitstoot en uitspoeling tijdens opslag en toepassing op land. Maar tegelijk blijft er een mestoverschot bestaan dat verwerkt en gezuiverd moet worden, wat opnieuw veel energie vraagt en bijkomende uitstoot van lachgas (N₂O) veroorzaakt.”Renure probeert die contradictie te dichten door stikstof uit dierlijke mest op te waarderen tot een meststof met eigenschappen van kunstmest. Dat gebeurt via een stripping-scrubbingsysteem, waarbij stikstof uit de mest wordt losgemaakt en opgevangen. “Daardoor wordt de belasting op de verwerking en zuivering kleiner, daalt het energieverbruik en komen er minder schadelijke lachgasemissies vrij. De gerecupereerde stikstof kan vervolgens als renure worden ingezet. Zo kunnen landbouwers een groter deel van hun nutriëntenbehoefte invullen met een meststof die minder druk op het milieu zet.” Veel bedrijven wachten eerst op meer rechtszekerheid en zullen kijken hoe het renure-systeem bij de eerste gebruikers presteert Grote investeringskostMoest strippen-scrubben in alle veedichte regio&#039;s in Europa worden toegepast, zouden de maatschappelijke kosten aanzienlijk verlaagd worden volgens Vingerhoets. De investeringskost voor zo’n systeem is wel groot momenteel. Al kan die op termijn wel teruggewonnen worden. Hoe snel hangt af van bedrijf tot bedrijf. “Bedrijven met een vergister hebben het beste economische verhaal”, zegt Vingerhoets. “Zij kunnen de restwarmte van de vergister gebruiken als energie voor het stripping-scrubbingsysteem en zo hun kosten met ongeveer 40 procent verlagen.”Maar de markt staat ook nog in de kinderschoenen en de renure-wetgeving is pas recent goedgekeurd op Europees niveau. Vingerhoets verwacht dan ook niet dat landbouwers morgen massaal zullen investeren. “Veel bedrijven wachten eerst op meer rechtszekerheid en zullen kijken hoe het systeem bij de eerste gebruikers presteert.”Rekening houden met maatschappelijke kosten loontDe renure-wetgeving zou eerder een beperkte kostenbesparing opleveren in Vlaanderen. Maar wanneer naast de economische kosten, ook de maatschappelijke kosten zouden meegenomen worden in het beleid rond mestbeheer, dan wordt de wetgeving pas echt relevant volgens Vingerhoets.Dan zou Vlaanderen de maatschappelijke kosten van 2.050 tot 990 miljoen euro kunnen terugdringen. “In zo’n scenario stijgen de private economische kosten sterk, tot ongeveer 744 miljoen euro. Om dit te compenseren zal er veel meer mest verwerkt worden tot renure. Die circulariteit zal dan helpen de private kosten én milieukosten drukken”, aldus Vingerhoets.Prijzengeld om onderzoek verder te zettenVoor zijn doctoraatsonderzoek kreeg hij recent de ‘Award Rudi Verheyen’. Deze reikt de Universiteit Antwerpen jaarlijks uit, in samenwerking met het departement Omgeving en VITO. De prijs is een eerbetoon aan wijlen professor baron Rudi Verheyen voor zijn grensverleggend werk en inzet voor het Vlaamse natuur- en milieubeleid. Het prijzengeld zal Vingerhoets gebruiken om zijn Vlaams onderzoek en model op te schalen naar Europa.&quot;Ik heb een model gemaakt om alle maatschappelijke kosten door te rekenen&quot;, vertelt hij. “Zo’n model is uniek in Europa en kon worden ontwikkeld dankzij de uitgebreide en ruimtelijk gedetailleerde emissiedata in Vlaanderen. Ook voor andere regio’s met een gelijkaardige mestdruk, zoals Catalonië, kan het waardevol zijn. In mijn nieuwe project wil ik daarom het model nu opschalen naar Europees niveau, zodat regio’s met hetzelfde kader kunnen werken en beter vergelijkbaar worden. En waar ik in mijn vorige onderzoek focuste op mestbeheer, neem ik nu ook andere factoren mee, zoals voedselverwerking en consumentengedrag.”</content>
            
            <updated>2026-03-19T12:06:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 #Veldvloggers: Mee op stalronde met Mieke]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veldvloggers-mee-op-stalronde-met-mieke" />
            <id>https://vilt.be/58809</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De dag start vroeg op het melkveebedrijf van boerin Mieke in Geraardsbergen. Na een stevig ontbijt gaat ze meteen aan de slag. Vandaag neemt ze je mee in haar dagelijkse routine: voeder aanschuiven, een controle aan de melkrobot en aandacht voor diergezondheid staan centraal. Ook bij de kalfjes in de iglo’s wordt alles nauw opgevolgd. Tussendoor zorgt ze voor een propere en comfortabele stal: ligboxen krabben en de stal voorzien van vers stro. Kijk mee hoe vakmanschap en zorg samenkomen op een modern melkveebedrijf.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a0e9207a-fce5-4395-8dfb-3c981b7cd846/full_width_thumb-3.jpg</image>
                        
            <updated>2026-03-19T13:38:31+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Worden onze antibiotica minder doeltreffend door voedselafval?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/studie-worden-onze-antibiotica-minder-doeltreffen-door-voedselafval" />
            <id>https://vilt.be/58810</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Onze antibiotica kunnen minder doeltreffend worden door voedselverlies en -verspilling. Dat blijkt uit een studie van wereldvoedselorganisatie FAO. Antimicrobiële resistentie is het fenomeen waarbij bacteriën minder gevoelig worden voor medicijnen. Toegeschreven aan overmatig gebruik van antibiotica bij mensen, maar ook bij landbouwdieren. Dat gebeurt slechts uitzonderlijk bij ons, maar is wel gangbaar wereldwijd. Nu blijkt ook voedselafval een belangrijke katalysator voor dit probleem.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="antibiotica" />
                        <category term="afval" />
                        <category term="reststromen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c37b486e-bf21-4a79-8ee8-8bebee7d0a4b/full_width_afval.jpg</image>
                                        <content>De laatste jaren wordt er zowel in de landbouw als in de humane geneeskunde sterk ingezet op het terugdringen van antimicrobiële resistentie. Preventief gebruik van antibiotica bij landbouwdieren is vandaag in België verboden. Antibiotica worden enkel nog gericht en onder strikte voorwaarden ingezet, voornamelijk bij zieke dieren.Maar die les is nog niet in alle landen geleerd. Wereldwijd blijft antibioticagebruik bij landbouwdieren stijgen. In 2025 voorspelde FAO dat antibioticagebruik bij vee tegen 2040 met zo’n 29,5 procent zal toenemen.Soms meer dan in rioolslib of varkensmestOpmerkelijk is dat nu ook voedselverlies en -verspilling veel sterker blijken toe te dragen aan antibioticaresistentie dan aanvankelijk gedacht. Voedselafval kan een reservoir zijn voor resistente bacteriën en resistentiegenen. Zo bevordert dat dus ook het voortbestaan van microben en genen die resistent zijn tegen bestaande antimicrobiële middelen. Studies uitgevoerd op monsters van keukenafval, voedselafval op scholen en in ziekenhuizen tonen hoge concentraties aan van genen die resistent zijn tegen een breed scala aan antibiotica. Sommige studies toonden zelfs een grotere hoeveelheid resistente genen aan in voedselafval dan in rioolslib of varkensmest. Vooral voedselafval van dierlijke oorsprong, zeker visafval, brengt een behoorlijk risico met zich mee. Volgens de onderzoekers wijst dat op het belang van snelle inzameling en beheersing van voedselafval.Hoe correct verwerken?Ook compostering kan, afhankelijk van het proces, resistentiegenen verminderen of net verhogen. Volgens de auteurs is het dus zeer belangrijk om de composteringsprocessen te optimaliseren en eventueel te behandelen met hoge temperaturen. Anaerobe vergisting is een voorbeeld van een proces dat antimicrobiële resistentie kan verminderen. Dit proces gebruikt men bij de productie van biogas.Maar in de meeste landen belandt een groot deel van het voedselafval op stortplaatsen. Een bijkomend risico is dat voedselafval op deze stortplaatsen vermengd kan worden met chemisch afval uit industriële, agrarische en medische bronnen. Deze mix vergroot ook de verspreidingsrisico&#039;s als aaseters en trekvogels hun weg vinden naar de afvalberg, of als er verontreiniging plaatsvindt in oppervlakte- of grondwaterbronnen.Het rapport stelt overigens dat het nog onvoldoende gegevens heeft uit de lage- en middeninkomenslanden. Daar is het gebruik van antimicrobiële middelen minder gereguleerd dan in Europa en zal het naar verwachting de komende jaren toenemen. Bovendien dringen de auteurs aan op meer onderzoek naar resistentie tegen antischimmelmiddelen.Lees de volledige studie hier.</content>
            
            <updated>2026-03-19T14:50:12+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Coöperatie Hoogstraten gaat in Spanje schade door noodweer opmeten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/cooperatie-hoogstraten-gaat-in-spanje-schade-door-noodweer-opmeten" />
            <id>https://vilt.be/58811</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Coöperatie Hoogstraten zendt volgende week een delegatie experts naar Zuid-Spanje om daar poolshoogte te nemen van de schade door het noodweer. Spanje, Portugal en Marokko werden eerder dit jaar getroffen door noodweer, waarbij ook de aardbeienteelt klappen opliep. “Maar er zijn signalen dat de schade hersteld kan worden en dat Spaanse aardbeien in de loop van april massaal op de markt komen.”</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/86221a26-63d0-4715-a623-61e8cf880015/full_width_hoogstraten-aardbeien-logo.jpg</image>
                                        <content>Het winterse noodweer in Zuid-Europa eerder dit jaar houdt de Belgische groente- en aardbeientelers al weken in de greep. Spanje, Portugal en Marokko zijn goed voor tienduizenden hectares groente- en fruitteelt. Zware regenval en overstromingen in januari en februari hebben grote schade aan de land- en tuinbouw teweeggebracht. De export naar Europa stokte hierdoor.De mindere aanvoer vanuit Zuid-Europa kwam een aantal Vlaamse telers goed uit. Zo kenden komkommers bijvoorbeeld betere prijzen. Ook de belichte aardbeientelers voeren er wel bij. “De prijs was dit jaar goed en de lagere aanvoer uit het Zuiden speelde hier ongetwijfeld een rol bij.” Dat vertelde aardbeienteler Luc Krijnen woensdag, tijdens de officiële opening van het aardbeienseizoen bij Coöperatie Hoogstraten. Vrees voor grotere Spaanse importBij de ceremoniële seizoenstart klinken er wat zorgen uit de aardbeiensector. “Aanvankelijk gingen de geruchten dat een fors percentage van de Spaanse aardbeienteelt door regen en storm verwoest was, maar nu zijn er signalen dat de Spanjaarden hun productie hebben kunnen voortzetten”, vertelt aardbeienteler Lu Adriaensen.De teler heeft een verwarmde aardbeienteelt onder glas en verwacht eind maart in productie te gaan. Omdat hij een verwarmde teelt voert, liggen zijn kosten hoger. Deze meerkost hoopt hij te compenseren door betere prijzen, voordat de onverwarmde telers met grote producties op de markt verschijnen. Spaanse concurrentie kan hij daardoor missen als kiespijn. “Er wordt in Spanje gewerkt met doordragende rassen die in plastic tunnels geteeld worden. Als de planten geen schade hebben opgelopen, kan men er een nieuwe folie over trekken en kan de productie doorgaan”, vertelt hij. “Omdat ze eerder dit jaar een ronde gemist hebben, moeten ze nog geld verdienen en zijn ze gemotiveerd om hun aardbeien naar hier te exporteren. Normaal blijven Spaanse aardbeien tegen het seizoenseinde meestal op de binnenlandse markt.”Met eigen ogen kijkenDe onzekerheid over een mogelijke Spaanse ‘invasie’ heeft Coöperatie Hoogstraten doen besluiten om volgende week met een delegatie experts naar het land af te reizen. “Het is beter om de schade met eigen ogen te aanschouwen en te kijken wat er in april naar hier zou kunnen komen”, vertelt veilingdirecteur Hans Vanderhallen. “Als we zien dat er binnenkort veel Spaanse aardbeien op de markt komen, dan kunnen we daarop inspelen door bijvoorbeeld met retailers in gesprek te gaan over mogelijke extra acties, bovenop hetgeen reeds gepland staat.” Goede oogstprognose ook in Vlaanderen van belangIn het algemeen ziet Coöperatie Hoogstraten ook in Vlaanderen veel potentieel voor een betere oogstprognose. Waar men voor een voorspelling van de Spaanse productie aangewezen is op een fysiek bezoek of info van derden, bewandelt men lokaal een gesofisticeerder pad. Sinds vorig jaar heeft men een AI-tool in ontwikkeling die de productie voor de komende zeven weken kan voorspellen.De tool is gevoed met informatie die de coöperatie de voorbije 20 jaar heeft verzameld, en hiermee is een AI-model ontwikkeld. Vervolgens wordt huidige data ingegeven over bijvoorbeeld het gebruikte teeltsysteem, de variëteit, het moment van planten en de weersvoorspelling. Waarna de AI-tool een prognose maakt. “Vorig jaar hadden we een nauwkeurigheid van 89 procent”, vertelt Vanderhallen, die deze nauwkeurigheid in de nabije toekomst verder hoopt op te krikken. Het beter voorspellen van de oogst heeft volgens hem niet alleen commerciële voordelen. Ook zaken als logistiek kunnen efficiënter geregeld worden. Seizoen voortvarend begonnenDe AI-modellen voorspellen dat de productie in week 16 (medio april, red.) voor de eerste maal dit seizoen zal pieken. “Dat is twee weken eerder dan normaal”, klinkt het. Het mooie weer van de voorbije weken is hier verantwoordelijk voor. Op dit moment ligt de aanvoer van aardbeien op de veiling op zo’n 30 ton per dag. Ook dat is hoger dan normaal rond deze periode van het jaar.</content>
            
            <updated>2026-03-19T15:12:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Experiment mislukt: Jumbo hervat stuntprijzen voor vers vlees]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/experiment-mislukt-jumbo-hervat-stuntprijzen-voor-vers-vlees" />
            <id>https://vilt.be/58812</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Supermarktketen Jumbo heeft beslist om opnieuw promoties met vers vlees in te voeren in Nederland. Twee jaar geleden stopte Jumbo daarmee om de transitie naar plantaardige voeding alle kansen te geven. “We hebben vastgesteld dat de markt niet meebeweegt en dus is het initiatief in de huidige vorm niet houdbaar”, aldus Jumbo.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="vleesvervanger" />
                        <category term="supermarkt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3946e000-6082-4451-899e-eae464cdcb24/full_width_jumbo-supermarkt-lage-prijzen.jpg</image>
                                        <content>Sinds mei 2024 waren er in Nederland geen promoties meer op vers rund-, varkens- en kippenvlees bij Jumbo. In de Vlaamse supermarkten van Jumbo gold deze maatregel niet. Daarmee wou de supermarktketen de consument aanmoedigen om de stap te zetten naar plantaardige voeding. Tegelijk trachtte Jumbo ook het aanbod aan vleesvervangers uit te breiden. Verlies marktaandeelDat leverde volgens de supermarktketen onvoldoende resultaat op. Het was de doelstelling dat tegen 2025 de helft van alle verkochte eiwitproducten de helft plantaardig moest zijn, maar dat aandeel bleef steken op 44 procent. “We zijn tot de conclusie gekomen dat het resultaat van onze maatregel om geen vers vlees meer aan stuntprijzen aan te bieden, onvoldoende was”, aldus Jumbo.De supermarktketen noemde de stop op stuntprijzen in de huidige vorm niet houdbaar als de markt niet mee evolueert. “Helaas zijn andere supermarkten ons initiatief niet gevolgd, waardoor de verkoop van vlees enkel verschuift tussen supermarkten”, stelt Jumbo. De supermarktketen heeft naar eigen zeggen minder vlees verkocht waardoor het miljoenen euro’s is misgelopen. Om die reden gaat het opnieuw over tot promoties op vers vlees in Nederland. &quot;Commerciële botste met intenties&quot;Retailexpert Pierre-Alexandre Billiet was van het begin af aan kritisch over de beslissing van Jumbo. “Ik zeg niet dat Jumbo geen goede intenties heeft, maar in de moeilijke commerciële situatie waarin de winkel zit, primeert overleven op nobele intenties. Ik sluit de kans niet uit dat de supermarkt hier nog op zal moeten terugkeren”, zei hij aan VILT toen Jumbo het initiatief in maart 2024 aankondigde.</content>
            
            <updated>2026-03-19T14:15:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[500 bezwaren tijdens tweede openbaar onderzoek over Ventilus-hoogspanningslijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/500-bezwaren-tijdens-tweede-openbaar-onderzoek-over-ventilus-hoogspanningslijn" />
            <id>https://vilt.be/58813</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er zijn zo'n 500 bezwaarschriften ingediend tegen het nieuwe&nbsp;Ventilus-traject. Dat gebeurde tijdens het tweede openbare onderzoek van 6 februari tot en met 7 maart. Het gaat om 280 digitale bezwaren en 220 bezwaren op papier. De bezwaren worden nu onderzocht en beoordeeld, zo bevestigt Ann Heylens, de woordvoerder van het Departement Omgeving. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="open ruimte" />
                        <category term="ruimtelijke ordening" />
                        <category term="energie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7ec70a49-9568-4edf-b5e6-e2a590882e75/full_width_ventilusprotest.jpg</image>
                                        <content>Ventilus&amp;nbsp;is de hoogspanningslijn die netbeheerder Elia wil bouwen in West-Vlaanderen. De lijn moet elektriciteit van de nieuwe windparken op zee aan land brengen en daar verder transporteren. In november werd al een openbaar onderzoek gehouden. Toen werden 2.500 inspraakreacties ingediend.Het tweede onderzoek handelde alleen over de aanpassingen die Elia heeft doorgevoerd naar aanleiding van de bezwaarschriften tijdens die eerste inspraakronde. In eerste instantie kwamen er op dat tweede openbare onderzoek 283 digitale bezwaren. Daar zijn nog 220 bezwaren op papier bijgekomen. Dat is slechts een vijfde van het aantal van de eerste inspraakronde, maar dat is logisch omdat deze inspraakronde enkel ging over de aanpassingen die Elia heeft doorgevoerd. Beslissing ten laatste op 27 aprilDe bezwaarschriften en adviezen worden bewerkt en samen met de informatie uit het eerste onderzoek  opgenomen in het&amp;nbsp;Ventilus-dossier. Dat dossier zal eind maart worden besproken tijdens de Gewestelijke Omgevingsvergunningscommissie (GOVC). Op basis van die informatie wordt dan een advies gegeven aan bevoegd minister Jo Brouns (cd&amp;amp;v). De minister heeft tot 27 april om een beslissing te nemen over de vergunning voor&amp;nbsp;Ventilus.&amp;nbsp;Elia blijft vasthouden aan het plan om dit jaar nog met de bouw van de hoogspanningslijn te starten. De netbeheerder wil de lijn tegen 2029 à 2030 in dienst nemen.</content>
            
            <updated>2026-03-19T14:35:56+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Noëlla, oermoeder van de Vlaamse wolven overleden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oermoeder-van-het-vlaamse-wolvenpopulatie-overleden" />
            <id>https://vilt.be/58814</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Donderdagochtend is een wolf  aangereden en overleden; het gaat vermoedelijk om Noëlla. De moederwolf werd in 2019 voor het eerst gezien in ons land en bracht meer dan dertig welpen voort. “Ze heeft het lang uitgehouden in een omgeving die niet eenvoudig is voor wolven”, klinkt het bij INBO. Welkom Wolf! is laaiend en spreekt van schuldig verzuim door de Vlaamse overheid. De natuurvereniging claimt dat de betreffende bewaakte oversteekplaats voor groot wild onvoldoende beveiligd is.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/456c675d-ceab-4350-874c-b9ba86ce36ed/full_width_wolf-wolvin-noella-inbo-anb.jpg</image>
                                        <content>“Noëlla was de stammoeder van alle wolven die op Vlaamse bodem zijn geboren”, reageert Joachim Mergeay van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) voor VRT NWS op de dood van een wolf. Het dier – volgens INBO zo goed als zeker moederwolf Noëlla – werd aangereden aan de wildoversteekplaats op de N76 in Oudsbergen.Noëlla verscheen in 2019 in Limburg en vormde al snel een koppel met wolf August. Na de dood van August vormde Noëlla een roedel met Maurice. De wolvin kreeg naar schatting zo’n 35 welpen in Vlaanderen. Commotie onder de boerenDe terugkeer van de wolf in Vlaanderen ging gepaard met veel commotie. Vooral onder landbouwers bestaat er veel ongenoegen. De roofdieren brachten de voorbije jaren tientallen landbouwdieren om het leven, van schapen tot geiten en pony’s. Vooral op het moment dat welpen overschakelen van moedermelk naar vlees, maar nog niet zelf kunnen jagen, zijn landbouwdieren een interessante en makkelijke prooi voor wolven.De Vlaamse overheid vindt dat de wolf een plaats in het Vlaamse ecosysteem verdient en voorziet sinds enkele jaren in middelen om de wolf weg te houden bij landbouwdieren. Zo verstrekt ze bijvoorbeeld subsidies voor de installatie van wolfwerende omheiningen en subsidieert ze organisaties die boeren adviseren over wolfwerende maatregelen. &quot;Schuldig verzuim door Vlaamse overheid&quot;Natuurvereniging Landschap vzw, trekker van de pro-wolfcampagne Welkom Wolf!, zet vraagtekens bij de oprechtheid van het Vlaamse beleid. De vzw stapte vorige zomer al naar de rechtbank om de Vlaamse regering te laten veroordelen wegens schuldig verzuim. De dood van Noëlla zou daar een voorbeeld van zijn. De wolf liet het leven aan de wildoversteekplaats op de N76 in Oudsbergen. Zes weken geleden werd op dezelfde plek een wolvin aangereden. Toen bleek dat er al lange tijd problemen waren met de wilddetectie aan de oversteekplaats. “Bestuurders worden niet altijd gewaarschuwd als er dieren in de oversteekzone zijn, terwijl dat net de bedoeling is”, klonk het toen bij INBO.Ook donderdag zouden de borden, die waarschuwen om snelheid te minderen bij overstekend wild, niet gewerkt hebben. Welkom Wolf!  claimt dat  de voorbije jaren al 18 wolven bij aanrijdingen om het leven kwamen. De vereniging reageert cynisch op de haperende, dynamische wegborden. “Als het de bedoeling is om de laatste wolf in Limburg van de weg te maaien, dan is het wel efficiënt. De Vlaamse regering kan trots zijn op haar georganiseerde doodrijplek.”Bij het Agentschap Wegen en Verkeer zijn andere geluiden te horen. “Wij krijgen signalen dat het detectiesysteem wel naar behoren werkt, maar uiteraard gaan we dit voorval onderzoeken”, meldt een woordvoerder aan VRT NWS. “Men vergeet hier dat we al heel wat andere dieren hebben geholpen met het systeem; het is er namelijk niet alleen voor de wolf.”</content>
            
            <updated>2026-03-20T15:29:27+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Studie UGent: Europese planten reageren ongelijk op klimaatverandering]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/studie-europese-planten-reageren-ongelijk-op-klimaatverandering" />
            <id>https://vilt.be/58815</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Koudeminnende planten zoals de boterbloem en het lelietje-van-dalen gaan erop achteruit. Dat blijkt uit een internationale studie geleid door onderzoekers van het Forest &amp; Nature Lab aan UGent, waar ook het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) sterk bij betrokken was. De studie legde voor het eerst bloot hoe diverse gebieden ongelijk reageren op klimaatopwarming. Bergen verliezen koudeminnende soorten in sneltempo, terwijl bossen en graslanden rijker worden aan warmteminnende soorten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="ecologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/093a69fe-06f7-4b96-ac17-a5e6ffa1ba1f/full_width_lelietje-van-dalen.jpg</image>
                                        <content>Het onderzoek, dat gepubliceerd werd in Nature, analyseerde een databank met meer dan 6.000 vegetatieplots verspreid over bossen, graslanden en bergtoppen in Europa, met observaties over een periode van 12 tot 78 jaar.De onderzoekers beschrijven de ‘thermofilisatie’ van onze vegetatie: warmteminnende soorten nemen toe in verhouding met koudere soorten. De meest uitgesproken resultaten zijn zichtbaar in de bergen. Plantsoorten die aangepast zijn aan koude omstandigheden sterven er sneller uit dan in grasland of bos. Hoewel in graslanden en bossen er wel een vooruitgang is bij warmteminnende plantensoorten, gaan ook deze erop achteruit in de bergen.Meer generalisten, minder specialistenVolgens UGent-professor Pieter De Frenne kennen onze contreien een sterke toename van soorten die eerder Zuid-Europese temperaturen prefereren. “In de bossen zien we een sterke toename van klimop, bramen en bosanemoon”, zegt De Frenne. “Ook de jonge esdoorn zien we in heel Europa toenemen in de bossen.”Opvallend: de ‘soortenrijkdom’ blijft in de afzonderlijke bosbiotopen min of meer gelijk. Maar deze biotopen lijken wel steeds meer op elkaar. “We zien een ‘homogenisatie’ waarbij er een grote toename is aan generalisten. Dat zijn planten die op heel diverse locaties kunnen overleven. De ‘specialisten’ gaan er in sneltempo op achteruit.&quot;Bye bye boterbloemIn de graslanden bijvoorbeeld zijn er veel bekende plantjes die erop achteruit gaan. De scherpe boterbloem, de dotterbloem en de echte koekoeksbloem komen nog veel minder voor op graslanden. In de bossen wordt het lelietje-van-dalen steeds zeldzamer.‘Tot nu toe was het niet geweten of de vegetatie in Europese bossen anders reageert dan bijvoorbeeld in de bergen”, duidt De Frenne nog. “Dat hebben we nu voor het eerst kunnen vergelijken. Waarom precies ‘thermofilisatie’ vooral optreedt in de bergen weten we nog niet, daarvoor is meer onderzoek nodig. Maar onze hypothese is dat het te maken heeft met de bufferende werking van bossen, omdat de bomen schaduw bieden en een koel microklimaat creëren, zodat planten die op de bosbodem groeien de opwarming van het algemene klimaat minder voelen.”“In de bergen heb je die bufferende werking niet”, zegt De Frenne nog. “Er werd vaak verondersteld dat je een verschil hebt tussen noordelijke en zuidelijke hellingen, met kleine microklimaatjes gecreëerd door de topografie, maar eigenlijk zien we dat hier niet. We zien in alle onderzochte bergpercelen een sterke afname van soorten die van koude houden.”Domino-effectAls deze planten definitief uitsterven, kan dat een domino-effect betekenen voor de verdere omgeving. “Denk maar aan bestuivers die deze uitgestorven plantjes nodig hadden voor voedsel. Maar ook voor andere ecosysteemdiensten, zoals koolstofopname, beperking van overstromingsrisico en microklimaatbuffering. Dat zijn enkele van de vele mogelijke fenomenen die kunnen optreden als deze trend zich verderzet.”De effecten op de lokale flora zullen sowieso nog even blijven duren. Het onderzoek spreekt van een ‘climatic debt’ of klimaatschuld: in alle ecosystemen reageren planten trager dan klimaatverandering zelf. Dat is een risico voor de biodiversiteit en de ecosysteemstabiliteit: de planten zijn niet meer in evenwicht met het klimaat op die plaats.</content>
            
            <updated>2026-03-19T17:34:10+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Grote aardappelactie om overschotten weg te werken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aardappelketen-slaat-handen-in-elkaar-met-grote-aardappelactie-om-overschotten-weg-te-werken" />
            <id>https://vilt.be/58816</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met een grote aardappelactie slaat de aardappelketen de handen in elkaar om de overschotten in de voorraadschuren weg te werken. Op 18 april kunnen consumenten eenmalig aardappelen kopen bij aardappeltelers die nog overschotten hebben. Ze betalen daarbij twee euro voor vijf kilo, de helft van dat bedrag wordt doorgestort naar de Voedselbanken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2c38e2f9-f8a2-4226-8bdb-1c47621b05fb/full_width_aardappelen.jpg</image>
                                        <content>In de bewaarloodsen van de Belgische aardappeltelers zouden volgens praktijkcentrum Viaverda nog zo’n 860.000 ton vrije aardappelen liggen. Dat zijn aardappelen die niet meer worden afgenomen door de aardappelhandel en -verwerking. Onder meer een bijzonder grote oogst en een sputterende afzet zorgen ervoor dat er een ongezien grote overschot aan aardappelen is. Lokale aardappel in de kijkerAlternatieve afzetkanalen voor deze aardappelen zijn er nauwelijks. Een deel komt terecht in de veevoeding en ook afzet richting biogasinstallatie is mogelijk. Maar het gaat om relatief kleine volumes en het levert de aardappeltelers nauwelijks geld op. Daardoor is de kans groot dat heel wat aardappeloverschotten opnieuw op het veld zullen belanden, al houdt dat risico’s in voor de plantgezondheid.Boerenbond, ABS, Belgapom, brancheorganisatie Belpotato.be, Viaverda en VLAM hebben besloten om samen met de Voedselbanken en Waste Warriors de handen in elkaar te slaan voor een grote aardappelactie. “We willen de troeven van lokale aardappelen in de kijker zetten, waardoor ook op langere termijn consumenten bewuster kiezen voor lokale aardappelen”, klinkt het. De initiatiefnemers mikken naar eigen zeggen op eerherstel voor de aardappel. Deelnemers gezochtNog tot en met 29 maart kunnen aardappeltelers die willen deelnemen aan de actie zich melden bij hun landbouworganisatie. Alle deelnemende landbouwers met aardappelstocks zullen via een platform van VLAM terug te vinden zijn. Op zaterdag 18 april van 9u tot 16u kunnen consumenten dan eenmalig en voordelig aardappelen kopen bij de deelnemende aardappelbedrijven in heel Vlaanderen. “Wij zullen ervoor zorgen dat de actie de nodige bekendheid krijgt bij het grote publiek”, klinkt het bij de initiatiefnemers.De landbouworganisaties benadrukken dat de deelnemende landbouwers de aardappelen niet moeten verpakken. Het is de bedoeling dat de consumenten zelf hun portie oprapen in de bewaarloods en in zakjes leggen. Van de twee euro die zij betalen voor vijf kilo aardappelen gaat er telkens één euro naar de Voedselbanken.</content>
            
            <updated>2026-03-22T13:29:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Internationale fruitconferentie in Sint-Truiden pakt uit met nieuwe rassen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sint-truiden-host-internationale-fruitconferentie-met-nieuwe-rassen-sterker-en-droogteresistent" />
            <id>https://vilt.be/58817</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een 80-tal onderzoekers, veredelaars, licentiehouders en variëteitsmanagers zijn deze week bijeengekomen in Sint-Truiden om resultaten van de nieuwste rassen van appel en peer en van nieuwe onderstammen uit te wisselen. De aandacht ging vooral uit naar ziekte- en plaagresistentie en droogtetolerantie. “Zeker voor de appel zijn er doorbraken gebeurd”, zegt Danny Bylemans van pcfruit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="appels" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/32394c75-0431-4b02-a459-c0c10365a733/full_width_foto-pcfruit.jpg</image>
                                        <content>De bijeenkomst werd georganiseerd door het Proefcentrum Fruitteelt pcfruit en kadert in de activiteiten van het European Fruit Research Institute Network, kortweg Eufrin. &quot;Er waren 18 nationaliteiten, vooral uit Europa maar ook uit bijvoorbeeld Zuid-Afrika”, zegt Dany Bylemans van pcfruit. “Die wisselen elk jaar gegevens uit over de nieuwe rassen geteeld op diverse plaatsen. Zo worden in alle Europese landen variëteiten en onderstammen geëvalueerd.”Volgens Bylemans is het zeer waardevol om deze ervaringen samen te leggen. “Zo krijg je in één keer inzichten over de teelt bij heel wat verschillende bodemtypes, weers- en klimatologische omstandigheden”, zegt Bylemans. “Op bodems waar al boomgaarden zijn geweest of op maagdelijke bodems.”Plantenveredeling is een lang proces, maar door te leren uit onderzoek uit het buitenland krijgen de deelnemers een schat aan informatie op zeer korte tijd. Zo wordt sneller duidelijk welke fruitrassen beloftevol zijn in België en welke niet.Beter bestand tegen droogte en plagenDe grote opkomst heeft niet enkel te maken met de drang voor vernieuwing en productinnovatie, maar ook met de uitdagingen van de internationale fruitsector. Vooral bij de appelrassen is er veel interessante vooruitgang geboekt. Er zijn steeds meer kwalitatief goede variëteiten die een resistentie of tolerantie hebben tegen belangrijke ziekten zoals schurft of witziekte. Werken met dit type appels zou ook de nood aan chemische gewasbeschermingsmiddelen aanzienlijk kunnen verminderen.Sommige rassen in het onderzoek hebben zelfs een dubbele resistentie, dat wil zeggen dat twee genen verantwoordelijk zijn voor de resistentie tegen de ziekte, waardoor de schimmels zich veel moeilijker kunnen aanpassen aan deze resistentie en ze dus veel minder snel wordt doorbroken.Naast plaagresistentie wordt er ook gekeken naar droogteresistentie. Volgens Bylemans hebben de gangbare laagstammige fruitbomen een beperkt wortelsysteem. “Deze zijn droogtegevoeliger, omdat de wortels niet diep genoeg groeien om tot bij het water te geraken”, zegt hij. “Daarom gaat men op zoek naar onderstammen die minder droogtegevoelig zijn.”Risico minderen met goede informatieOmdat het even duurt voor fruitbomen volgroeid zijn, is het voor fruittelers wel een risico om over te stappen op een nieuw ras. Daarom willen de onderzoekscentra de voor- en nadelen van deze rassen zo goed mogelijk documenteren. “Het is heel belangrijk voor een teler dat we de juiste adviezen en bevindingen meedelen”, zegt Bylemans. “Want een teler die een nieuw appelras aanplant, zal drie tot vijf jaar moeten wachten op zijn eerste vruchten. Bij een peer duurt dat vijf tot zeven jaar. Stel dat het dan toch niet de juiste variëteit blijkt om technische of commerciële redenen, is dat een ramp. De teler zou dan de bomen moeten uittrekken en een nieuw ras planten, en voor je het weet ben je tien jaar verder. De return of investment duurt heel lang in de fruitteelt. Dat is voor een stuk ook de reden waarom men in Vlaanderen vooral bij de Conference en de Jonagold blijft.” Dit is de reden waarom ook het commerciële aspect van de rassen wordt bekeken. Een appel mag nog zo robuust en lekker zijn: die moet ook kunnen verkopen. “Het moet er goed uitzien want de consument koopt nog altijd in belangrijke mate met zijn ogen”, zegt Inge Moors, voorzitter van pcfruit. “Daarnaast moet het lekker en knapperig zijn, en moet het een voldoende hoge productie kennen. Tenslotte zou het ook goed bewaarbaar moeten zijn, want we kunnen natuurlijk niet alle appelen tegelijk in oktober opeten”.Meer dan 100 nieuwe rassen per jaarOm al deze eigenschappen onder Vlaamse omstandigheden te evalueren, spenderen de provincie Limburg en de producentenorganisaties van de fruitsector heel wat geld en moeite aan de rassenevaluatie. Op de proefterreinen van pcfruit staan elk jaar meer dan 100 nieuwe appelrassen en een 30-tal nieuwe perenrassen om al deze eigenschappen te evalueren“Het is niet per se de bedoeling Jonagold als appel of Conference als peer volledig te vervangen”, zegt Moors nog. “Maar het is wel belangrijk de diversiteit in ons rassenaanbod te verhogen. De keuze voor een nieuwe variëteit is voor een teler een belangrijke keuze, want pas na een tiental jaar zal hij ervaren of dit een juiste keuze was. Via het onderzoek willen we hen daarbij zo goed mogelijk informeren zodat de kans dat een succesvol ras wordt aangeplant, zo hoog mogelijk is. Dat is essentieel voor de rentabiliteit van onze Limburgse fruitteeltbedrijven.”</content>
            
            <updated>2026-03-20T17:04:32+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mest uitrijden in hogedrukgebied veroorzaakt fijnstof: “Grootste oorzaak deze tijd van het jaar”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mestuitrijding-in-hogedrukgebied-veroorzaakt-fijnstof-grootste-oorzaak-deze-tijd-van-het-jaar" />
            <id>https://vilt.be/58818</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Dankzij het mooie weer zijn de houtkachels goed en wel gedoofd, maar toch is er een fijnstofalarm. De Europese aardobservatiedienst Copernicus waarschuwt de komende dagen voor een hogere concentratie in Noordwest-Europa, ook in ons land. De boosdoener deze tijd van het jaar is vooral de combinatie van de uitstoot van ammoniak door het uitrijden van mest en een stabiel weerbeeld. Dit zorgt voor een chemisch proces waarbij fijnstof wordt gecreëerd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="luchtkwaliteit" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fc1ae01a-f644-456e-aa84-825e56092284/full_width_bemestingdrijfmest-vlm.jpg</image>
                                        <content>Copernicus linkt de huidige verhoogde fijnstofconcentraties met het mestseizoen, wat ook wordt bevestigd door professor Roeland Samson (UAntwerpen), een expert in luchtkwaliteit. Wanneer ammoniak zich mengt met stikstofoxide, uitgestoten door onder meer het wegverkeer, worden er ammoniumzouten gecreëerd. Deze partikels fungeren als fijnstof in de omgeving. Volgens Samson kan dit een argument zijn om het uitrijden van mest onder bepaalde klimatologische omstandigheden te heroverwegen.Samson deelt fijnstof op volgens twee processen. Enerzijds is er het primair fijnstof: kleine deeltjes die onmiddellijk worden gevormd bij bijvoorbeeld houtstook. Secundair fijnstof is fijnstof dat indirect gevormd wordt. Waar in de wintermaanden het gros van fijnstof primair is en dus afkomstig is van onder andere houtstook, zien we deze periode vooral secundair fijnstof.Lente is goede mestperiode voor de akkers, maar niet voor de atmosfeerVolgens Samson zijn de huidige klimatologische omstandigheden zeer slecht als men de creatie van fijnstof wil vermijden. “We zitten in atmosferisch stabiele omstandigheden, wat betekent dat de koudere lucht onderaan zit en de warmere lucht bovenaan, met relatief weinig menging van de luchtlagen. Wat we uitstoten blijft dus hangen in de onderste laag van de atmosfeer, waardoor de concentraties groter worden. Zo vergroot ook de kans dat ammoniak in vermenging komt met de vervuilende uitstoot van het verkeer.”Die vermenging leidt tot de creatie van ammoniumzouten. “Dit type fijnstofdeeltjes zijn meestal zeer klein”, zegt Samson. “Dat is een probleem, want hoe kleiner een fijnstofdeeltje is, hoe dieper je het kan inademen in je longen en hoe gevaarlijker het wordt. Het deeltje zal makkelijker door de longbarrière gaan en eventueel zelfs in het bloed terechtkomen. &amp;nbsp;In Vlaanderen zijn er jaarlijks ongeveer zesduizend vroegtijdige sterftes te wijten aan luchtverontreiniging, waarvan het merendeel aan fijnstof. Maar toch heb ik het gevoel dat de problematiek in België wordt onderschat.Volgens Samson zou het nuttig zijn om het uitrijden van mest te vermijden bij klimatologische omstandigheden als deze. “Niet alleen voor de gezondheid van de omgeving, maar ook voor degene die de mest uitrijdt”, zegt hij.Hoewel ammoniakbronnen zoals koeienstallen net zo goed actief zijn in de winter als in de zomer zorgt het uitrijden van mest, volgens Samson, ervoor dat ammoniak veel feller wordt uitgestoten dan in andere periodes van het jaar.Traditioneel gezien is het voorjaar dus de ‘ergste’ periode voor ammoniak om onze lucht te betreden, maar dit is nu eenmaal de periode dat er mest wordt uitgereden. In de zomermaanden zou het risico op secundaire fijnstofvorming substantieel lager liggen. “Omdat in die periode de zon de bodem zodanig opwarmt dat de stabiliteit van de luchtlaag doorbroken wordt”, zegt Samson. “Dus hoe verder we zijn in het seizoen, hoe minder ammoniak een rol speelt.”Ook wind zou een rol spelen. Enerzijds stimuleert wind dat bepaalde partikels met elkaar in contact komen, anderzijds kan het de fijnstofwolk ‘wegblazen’. Dat kan in ons voordeel spelen, maar ook in ons nadeel. “Want we kunnen net zo goed vervuiling over ons heen krijgen van omliggende regio’s”, zegt de professor.Cumul-effectTot slot zal het fijnstof door het stabiele weerbeeld, met koude temperaturen in de ochtend en warmere temperaturen tijdens de dag, ook langer blijven hangen. Daar komt dan nog eens een verwachte stijging in berken- en elzenpollen bovenop. “Geen gezonde combinatie”, zegt Samson. “Luchtvervuiling is ook een van de redenen waarom we in België zoveel mensen hebben met een pollenallergie. Al deze factoren versterken elkaar”, zegt de professor.Luchtvervuiling kan pollen doen fragmenteren waardoor de deeltjes nog fijner worden. Bovendien komt er een cumul-effect van irritaties door luchtvervuiling en hooikoorts. Copernicus verwacht een slechte luchtkwaliteit in onder andere België, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.</content>
            
            <updated>2026-03-24T16:28:08+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Colombia heropent markt diepvriesfriet voor EU-exporteurs, inclusief België]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/colombia-heropent-markt-diepvriesfriet-voor-eu-exporteurs-inclusief-belgie" />
            <id>https://vilt.be/58819</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Colombia heeft alle antidumpingrechten op de invoer van EU-diepvriesfriet uit België, Duitsland en Nederland ingetrokken. Hierdoor is de volledige markttoegang hersteld voor 85 procent van de EU-uitvoer van diepvriesfriet die door deze rechten werd getroffen. Colombia voerde in 2018 invoerheffingen in op Europese frieten en beschuldigde België, Nederland en Duitsland van prijsdumping. De drie Europese landen kaartten dit aan bij de Wereldhandsorganisatie (WTO) en kregen gelijk.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="export" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b288da26-c880-408d-a190-c043987915ad/full_width_frieten3.jpg</image>
                                        <content>Het herstel van de volledige markttoegang betekent het einde van een zes jaar durend handelsgeschil tussen de EU en Colombia. Belgische aardappelen zijn in Zuid-Amerika erg goedkoop, zelfs rekening houdend met de transportkosten. Toch is er volgens Christophe Vermeulen van de Belgische aardappelfederatie Belgapom van dumping geen sprake. “Onze sector werkt bijzonder kostenefficiënt. We hebben een kwalitatief, hoogstaand product voor een relatief lage prijs”, reageerde hij eerder aan VILT.De Colombiaanse regering zag het klaarblijkelijk anders. Zij vonden dat België, Nederland en Duitsland zich schuldig maakten aan dumping. Dat zou betekenen dat deze landen de markt zouden overspoelen met aardappelen aan spotgoedkope of zelfs verlieslatende prijzen om de Colombiaanse markt te schaden.Colombia kreeg ongelijk van het WTO. De antidumpingrechten op de uitvoer van diepgevroren frieten uit de EU naar Colombia zijn ingetrokken op 11 maart 2026. De waarde van de EU-uitvoer waarop de maatregel betrekking had, bedroeg ongeveer 19,3 miljoen euro per jaar.&quot;Veel tijd en geld gekost&quot;Vandaag reageert Christophe Vermeulen opgetogen dat de heffingen officieel zijn weggevallen. Volgens hem stond de uitspraak van WTO in de sterren geschreven. “We wisten al lang dat Colombia in fout was, maar het is een goede zaak dat we eindelijk verlost zijn van deze kwestie. Ik hoop dat we zulke zaken niet te vaak meer moeten meemaken. Het heeft heel veel tijd en geld gekost. En dat is jammer want Latijns-Amerika blijft voor ons een goede potentiële markt.”</content>
            
            <updated>2026-03-20T17:13:46+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Recordaantal leerlingen genieten van gezonde tussendoortjes]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/recordaantal-leerlingen-genieten-van-gezonde-tussendoortjes" />
            <id>https://vilt.be/58820</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er neemt dit jaar een recordaantal Vlaamse scholen deel aan Oog voor Lekkers, het project dat gezonde voedingsgewoontes bij kinderen wil ondersteunen. “56 procent van de Vlaamse kinderen uit het kleuter-, lager en secundair onderwijs kunnen zo genieten van lokaal fruit, groenten en/of zuivel”, zegt Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gezondheid" />
                        <category term="voeding" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f8247635-9dd1-448e-a4b6-edc0156b3d2a/full_width_rikolto-gezondeten-kinderen-meerdankassaticket.jpg</image>
                                        <content>Met Oog voor Lekkers willen de Vlaamse overheid en de Europese Unie gezonde voedingsgewoonten stimuleren bij kleuters en leerlingen van het lager, buitengewoon lager en secundair onderwijs. Voor een periode van 20 weken, krijgen kinderen op een vaste dag in de week een gezond en lokaal tussendoortje, al dan niet biologisch. Dat kan een stuk fruit, hapklare groente, een glas melk of portie yoghurt zijn. Ook de ouders worden betrokken in het initiatief, zij krijgen gezonde tips en ideeën mee via de kinderen.De deelnemende scholen worden voor hun gezonde inspanningen beloond via terugbetaling van die tussendoortjes. Jong geleerd, oud gedaanFruit, groenten en zuivel lijken voor de hand liggende tussendoortjes binnen een evenwichtig voedingspatroon, maar bij tieners is dat niet zo vanzelfsprekend. Uit recent onderzoek van VLAM blijkt dat slechts 44 procent van de 12- tot 18-jarigen dagelijks verse groenten eet en 40 procent fruit. Ook yoghurt scoort laag. Er blijft dus nog duidelijke groeimarge om gezonde tussendoortjes bij jongeren tot een vaste gewoonte te maken. 62 procent van de scholen doen meeDit schooljaar nemen 1.692 scholen deel aan Oog voor Lekkers. Vier jaar geleden waren dat er nog 1.331, wat wijst op een groeiend enthousiasme voor het project. “62 procent van de scholen doet dit schooljaar mee, goed voor 56 procent van de Vlaamse leerlingen die gezonde tussendoortjes krijgen”, zegt Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns.De meeste deelnemende scholen bevinden zich in de provincie Oost-Vlaanderen (418), gevolgd door Antwerpen (400), West-Vlaanderen (343), Limburg (277) en Vlaams-Brabant (255).Landbouw centraalDit jaar staat het thema ‘landbouw’ centraal in het programma. Minister Brouns wijst op de sterke educatieve component als een belangrijke reden voor het succes:&amp;nbsp; “Oog voor Lekkers gaat verder dan enkel gezonde tussendoortjes. Met gratis en inspirerend lesmateriaal ondersteunen we scholen om kinderen bewust te maken van gezonde voeding. Daarnaast is het belangrijk dat kinderen weten waar hun eten vandaan komt”, zegt minister Brouns. “Daarom geven we de komende maanden ook vijf boerderijbezoeken weg, zodat leerlingen op een speelse en laagdrempelige manier kunnen ontdekken welke weg voedsel aflegt, van bij de boer tot op hun bord.”</content>
            
            <updated>2026-03-21T23:30:11+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[KU Leuven: “Hoogwaardige boerenland-biodiversiteit herstel je enkel met drastische maatregelen”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-visietekst-over-biodiversiteit-hoogwaardige-boerenland-biodiversiteit-herstel-je-enkel-met-drastische-maatregelen" />
            <id>https://vilt.be/58822</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Als Vlaanderen naar een niveau van hoogwaardige biodiversiteit in het landbouwlandschap wil evolueren, zal het verder moeten gaan dan de huidige maatregelen. Dat stellen 11 onderzoekers van KU Leuven in een nieuwe visietekst over biodiversiteit. “Blijf het gebruik van schadelijke bestrijdingsmiddelen verder terugdringen, verminder de consumptie van dierlijk eiwit en draai in bepaalde zones de landbouwintensivering drastisch terug”, luidt hun advies aan beleidsmakers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="natuurherstelwet" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bbe88df8-90f6-420b-8a7a-ff7751b0f669/full_width_koeien-weide-natuur-weiland-bomen.jpg</image>
                                        <content>In hun visietekst tonen 11 onderzoekers van KU Leuven hoe biodiversiteit niet enkel op zich waardevol is, maar dat de staat ervan mee bepalend is voor gezondheid, klimaat, voedselzekerheid en economie. “Door biodiversiteit te benaderen als een werkend systeem waarvan we afhankelijk zijn, wordt duidelijk dat investeren in natuur geen luxe is, maar een noodzakelijke voorwaarde voor een leefbare samenleving”, stellen de onderzoekers. “Om die ecosysteemdiensten die biodiversiteit leveren te waarborgen, is het daarom cruciaal de negatieve trend te keren.”En dat vergt volgens de onderzoekers meer dan ‘vergroenen’. Biodiversiteit moet eerst en vooral in een brede zin van de definitie worden benaderd. Er moet aandacht gaan naar zowel ecosystemen, individuele habitatsoorten, als genetische diversiteit. “Hoe beter deze laatste, hoe hoger de kans is dat populaties zich aanpassen aan veranderende milieuomstandigheden en overleven”, duiden de onderzoekers. Meer natuur betekent niet automatisch meer biodiversiteit Het versterken van biodiversiteit vraagt verder ook om gerichte, doortastende keuzes met een duidelijke visie. “Bescherming en herstel werken vooral wanneer ze op voldoende schaal worden toegepast, eerder dan als losse, tijdelijke ingrepen. Meer natuur betekent bovendien niet automatisch meer biodiversiteit. Een groot soortenarm park kan ecologisch minder betekenen dan een klein soortenrijk beekvalleitje.”Landbouw, klimaat en ruimtelijke ordening als belemmeringOndanks diverse inspanningen blijft het behoud van de bestaande biodiversiteit een grote uitdaging. “De huidige situatie in Vlaanderen vertoont een gemengd beeld. Hoewel sommige soorten herstellen, blijven veel leefgebieden en soortgroepen onder zware druk staan”, schetsen de onderzoekers. Ze verwijzen naar een hoge verstedelijkingsgraad, intensieve landbouw, versnippering van leefgebieden en toenemende impact van klimaatverandering als grote belemmeringen voor het herstel en het behoud van biodiversiteit in Vlaanderen.De onderzoekers hebben hun focus vooral gelegd op landbouw, gezondheid en klimaat. “Deze thema’s zijn zowel bijzonder relevant binnen de Vlaamse context en sluiten ook aan bij de in de werkgroep aanwezige wetenschappelijk expertise”, klinkt het. Ruimtelijke ordening blijft grotendeels buiten beschouwing. Huidig biodiversiteitsbeleid schiet tekortLandbouw zet biodiversiteit onder druk, onder meer door stikstofvervuiling, nutriëntenverliezen, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de schaalvergroting van het landschap. Nochtans levert biodiversiteit ook ecosysteemdiensten aan landbouwproductie. Denk aan bestuiving in boomgaarden of natuurlijke bestrijding van gewasziekten en -plagen. Al zijn deze ecosysteemdiensten soms onvoorspelbaar en contextafhankelijk. “In de huidige markt- en beleidscontext zijn de kosten voor landbouwers ook vaak groter dan de verwachte baten van biodiversiteit”, stellen de onderzoekers.Gezien de manier waarop onze ruimte in Vlaanderen is ingericht, hangt natuurbehoud en -herstel sterk af van hoe er aan landbouw gedaan wordt. Het beleid om de biodiversiteit in landbouwgebied te behouden, maakt deel uit van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU. En dat Europese beleid slaagde er volgens de onderzoekers niet in om de achteruitgang van biodiversiteit in landbouwgebieden te stoppen. “Maatregelen bleken te vrijblijvend, te beperkt in schaal en onvoldoende afgestemd op wat biodiversiteitsherstel werkelijk vraagt”, klinkt het. “Kleine ingrepen op bedrijfsniveau leveren onvoldoende resultaat op zolang ze niet gecoördineerd worden op landschapsniveau. Bovendien vormen de rigiditeit van een reeks maatregelen en de administratieve overlast een belangrijke hinderpaal.”Het Vlaamse stikstofdecreet vormt volgens de onderzoekers een goede basis om de lokale en regionale stikstofdepositie aan te pakken. Maar tegenover het zevende mestactieplan (MAP7) zijn ze kritischer. “Het is onzeker of MAP7 zal leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater, zolang de ratio nutriëntopname ten opzichte van uitspoeling niet sterk verbetert”, klink het. “Een echte verbetering vereist dat riooloverstorten worden ontkoppeld zodat lozingen bij hevige regen uitblijven, en dat nutriëntenverliezen uit landbouwbodems drastisch dalen.”Het herstel van ecosystemen zal volgens de onderzoekers sterk afhangen van de manier waarop Vlaanderen de Europese Natuurherstelwet zal aanpakken. Om die doelstellingen te realiseren zal alvast een breder maatschappelijk en politiek draagvlak nodig zijn. Zolang er geen werk gemaakt wordt van grootschalig habitatherstel, is biodiversiteitsherstel in landbouwgebied kansloos Drastische maatregelen voor hoogwaardig biodiversiteit nodigVoor het herstel van een basismilieukwaliteit in het landbouwgebied kunnen ecologische maatregelen zoals teeltrotaties en mengteelten veel betekenen. “Maar ze volstaan niet om een stabiele en hoogwaardige biodiversiteit te herstellen, noch de typische biodiversiteit van landbouwlandschappen zoals die historisch aanwezig was”, aldus de onderzoekers. “Denk dan aan het herstel van soorten zoals de hamster of wulp. Daarvoor zijn meer drastische maatregelen noodzakelijk.&quot;&quot;Ecologische intensivering levert geen herstel van hoogwaardige boerenland-biodiversiteit. Zo&#039;n niveau vraagt verregaande extensivering van de landbouwpraktijken, waarbij een halvering van de bemesting niet zal volstaan. Dit zou een enorm grote impact betekenen op de landbouwbedrijfsvoering, productie en rendabiliteit.”De onderzoekers stellen bovendien dat zolang er geen werk gemaakt wordt van grootschalig habitatherstel, biodiversiteitsherstel in landbouwgebied kansloos is, inclusief de herintroducties van soorten zoals hamsters. Onrealistisch in huidige contextVolgens de onderzoekers is het zonder meer onrealistisch om zo’n drastische maatregelen uit te rollen over het hele landbouwareaal, in de huidige socio-economische context. “De vraag naar land voor voedselproductie lijkt niet fors af te nemen, lokaal noch mondiaal”, klinkt het. “Maatschappelijke transities naar een minder vleesrijk dieet verlopen in het beste geval traag en mondiaal blijft de vleesconsumptie toenemen.”Deze grensoverschrijdende effecten mogen volgens de onderzoekers in het beleid niet genegeerd worden. “Zo kan het reduceren van de vleesproductie in Vlaanderen op korte termijn positief lijken voor onze open ruimte en biodiversiteit. Maar als de vraag naar vlees in Vlaanderen en de EU niet daalt, verschuift de productie gewoon naar het buitenland, waar de ecologische impact doorgaans nog groter is.” Het is verstandig en noodzakelijk om hoogproductieve duurzame landbouw te behouden, om te voorkomen dat de productie zich verplaatst naar elders Hoe kunnen landbouw en hoogwaardige biodiversiteit dan wel samengaan?Wat vandaag onrealistisch lijkt, hoeft dat volgens de onderzoekers niet te blijven. Met 29 aanbevelingen in hun visietekst willen ze het beleid inspireren. Binnen de aanbeveling om meer en grotere natuurgebieden te realiseren, behoudt landbouw ook een plaats, al wordt die in de ruimtelijke ordening verschoven. “Het is verstandig en noodzakelijk om hoogproductief maar duurzamer beheerd landbouwland te behouden om te voorkomen dat de productie zich verplaatst naar elders”, klinkt het. Om dit te verzoenen met de hoogwaardige biodiversiteitsdoelstellingen zien de onderzoekers in hun toekomstbeeld heil in het concept van een driecompartimentensysteem. Er bestaat momenteel geen enkel geloofwaardig verdienmodel voor landbouwers die aan natuurinclusieve landbouw willen doen. In dat systeem wordt de landbouwruimte afgebakend in drie zones: een zone waar er hoogproductieve en duurzame landbouw is, een bufferzone waar biodiversiteit voorrang krijgt, en waar drastisch moet worden geëxtensiveerd. En tot slot natuurgebieden. “Het is een stuk realistischer om het herstel van hoogwaardige biodiversiteit in landbouwgebied te concentreren in beloftevolle natuurinclusieve landbouwzones, rond geselecteerde natuurgebieden”, klinkt het. Al stuit deze zone op een groot probleem.&quot;Er bestaat momenteel geen enkel geloofwaardig verdienmodel voor landbouwers die aan natuurinclusieve landbouw willen doen.” De vergoeding voor het leveren van ecosysteemdiensten kan nooit concurreren met de inkomsten van het vermarkten van landbouwproducten in een vrijemarkteconomie. “Daarom zal een nieuw verdienmodel opgemaakt moeten worden”, stellen de onderzoekers. Dit kan onder meer gaan om extra subsidies, hogere vergoedingen voor beheerovereenkomsten of een extra prijs die de consument wil betalen voor de producten van natuurinclusieve landbouwers.Verder pleiten de onderzoekers ervoor om het gebruik van schadelijke bestrijdingsmiddelen in heel het landbouwgebied verder terug te dringen en zowat alle soorten onderzoek, biologisch, ecotoxicologisch, wetenschappelijk en praktijkgericht, in het kader van bestrijdingsmiddelen te versterken. &quot;Zorg er ook voor dat zowel jonge landbouwers als milieuexperten kennis hebben van landbouw én biodiversiteit&quot;, klinkt het nog. &quot;En heb aandacht voor de evolutie naar een totale nul-bemesting in VEN-gebied en groene bestemmingen.&quot;Coherent effectief en efficiënt beleidOm dit alles mogelijk te maken is vanuit de overheid een coherent totaalbeleid nodig met een langetermijnvisie en beleidsevaluatie, met grondige impactanalyses en strategieën met evalueerbare mijlpalen. “Doeltreffend biodiversiteitsbeleid vraagt meer dan alleen inzet of goede bedoelingen. Beleidsmaatregelen moeten zowel effectief als efficiënt zijn. Effectief, omdat ze echt het verschil moeten maken op het terrein, voor soorten en ecosystemen. Efficiënt, omdat middelen schaars zijn en keuzes onvermijdelijk”, klinkt het.Verder is het volgens de onderzoekers essentieel dat boeren niet uitgesloten worden bij biodiversiteitsbeleid. “Landbouwers hebben vaak een sterke interesse in natuur en kunnen overtuigd worden om in hun bedrijfsvoering meer rekening te houden met biodiversiteit”, concluderen ze. “Daarvoor moeten ze voldoende en juist geïnformeerd worden over de mogelijkheden, moeten administratie en controles beperkt blijven en moet er een correcte vergoeding staan tegenover de geleverde inspanningen en inkomstenverlies.”</content>
            
            <updated>2026-03-22T13:18:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[EU lanceert actieplan voor sterkere economie, Boerenbond vraagt snelle uitvoering]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-lanceert-actieplan-voor-sterkere-economie-boerenbond-vraagt-snelle-uitvoering" />
            <id>https://vilt.be/58823</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Tijdens een Europese top in Brussel hebben de Europese regeringsleiders een actieplan voorgesteld om de economie te versterken. Daarin staan onder meer maatregelen voor een verdere vereenvoudiging van de regels en administratieve lasten, het aanpakken van goldplating en het drukken van de energieprijzen. Boerenbond reageert hoopvol op het plan en rekent nu op een snelle concretisering ervan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="economie" />
                        <category term="energie" />
                        <category term="groene energie" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/837eb770-ce80-4ffe-99ed-43efa565453d/full_width_europese-raad-maart-2026-european-council.jpg</image>
                                        <content>De top in Brussel van afgelopen donderdag volgt op de Europese industrietop in Antwerpen en de informele bijeenkomst over competitiviteit in Alden Biesen. Het doel van de Europese Raad, waarin de staatshoofden en regeringsleiders van de verschillende lidstaten zetelen, was om structurele concurrentienadelen van de Europese economie weg te werken.Hoewel de bijeenkomst in Brussel overschaduwd werd door de stijgende elektriciteitsprijzen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten en het ‘njet’ van de Hongaarse premier Victor Orban voor een lening aan Oekraïne, werden toch een aantal afspraken gemaakt om de concurrentiekracht van de EU te verbeteren. “Door de crisis in het Midden-Oosten is het versterken van de Europese concurrentiekracht alleen maar urgenter geworden”, zo stelde commissievoorzitter Ursula von der Leyen in een brief aan de staatshoofden en regeringsleiders op de EU-top. Actieplan ‘One Europe, One Market’Dat actieplan, dat de naam ‘One Europe, One Market’ kreeg, moet snel uitgerold worden. Zoveel mogelijk actiepunten moeten in 2026 nog uitgevoerd worden en het volledige plan met uiterlijk eind 2027 geïmplementeerd zijn. Concreet houdt dit plan onder meer in dat er een ‘once-only’-principe komt om administratieve procedures te vereenvoudigen. Er moet ook gezorgd worden voor een regelgevend kader dat gunstig is voor innovatie en voor kleine en middelgrote bedrijven. Ook moet de consumentenbescherming versterkt worden met toezicht op de Europese normen en extra waarborgen voor producten uit derde landen.Daarnaast roept de Europese Raad ook op om alle lopende ominbus-pakketten nog dit jaar af te ronden en vergunnings- en planningsprocedures te versnellen en te vereenvoudigen. De Europese regels moeten ook grondig bekeken worden om eventuele verouderde, overlappende of overbodige regels te schrappen. Als er nieuwe initiatieven worden genomen, dan wil de Raad dat die simpel van opzet zijn en niet voor extra regeldruk zorgen. Tot slot worden lidstaten opgeroepen om goldplating te vermijden en geen buitensporige nationale eisen op te leggen. ETS-systeem op de schop?De oorlog in het Midden-Oosten maakte ook dat de stijgende energieprijzen een belangrijk gespreksonderwerp waren. Volgens de Europese Raad tonen de recente stijgingen van geïmporteerde fossiele brandstoffen aan dat de energietransitie cruciaal blijft&amp;nbsp;om strategische autonomie en lagere energieprijzen te realiseren.Op korte termijn beseffen de regeringsleiders wel dat er gerichte oplossingen nodig zijn om energie betaalbaar te houden. Er werden daarom ook kanttekeningen gemaakt bij het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Omdat Europa weinig echte instrumenten heeft om de energieprijzen te verlagen, zagen sommige leiders hun kans om het ETS-systeem te beperken of uit te hollen. Maar zover kwam het niet. Als compromis werd beslist dat er “op maat gemaakte, gerichte en tijdelijke” maatregelen kunnen genomen worden om de lidstaten enige ruimte te geven om het ETS-systeem aan te passen. Boerenbond dringt aan op snelle aanpakIn een reactie laat Boerenbond weten dat het tevreden is met de beslissingen die de Europese Raad heeft genomen. “Het is goed dat het energievraagstuk, administratieve vereenvoudiging en het vermijden van gold plating hoog op de agenda staan, maar er moet vooral een bijsturing op het blokkerend beleid in vergunningverlening komen”, zegt voorzitter Lode Ceyssens. Hij hoopt dat de ambitie om dit aan te pakken snel concreet wordt.“Voor de landbouw blijft het ontwarren van de vergunningenknoop, een gevolg van slechte Europese wetgeving, prioritair. De Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn en Kaderrichtlijn Water zijn in de praktijk uitgegroeid tot een juridische toolbox om vergunningen aan te vallen, waardoor investeringen worden vertraagd, stilgelegd of teruggefloten. Dat zet een rem op de verdere ontwikkeling van landbouw en bij uitbreiding de ganse economie. Het belemmert de verdere verduurzaming en is nefast voor de toekomst van de sector”, benadrukt Ceyssens. Landbouw als energieproducentHet pleidooi van de Europese leiders om hernieuwbare energie sneller uit te rollen, doet Boerenbond de mogelijke rol van landbouw daarbij in de kijker zetten. “Landbouw heeft een groot potentieel als lokale en duurzame energieleverancier, maar ook daarvoor is een rechtszeker vergunningenkader noodzakelijk”, benadrukt de voorzitter.“Landbouw is zowel een energiegebruiker als een energieproducent. Vergunningen en financiering kunnen investeringen in biogasinstallaties, mestvergisting en zonnepanelen op bedrijfsgebouwen versnellen. Warmtekrachtkoppelingen of wkk’s op glastuinbouwbedrijven produceren elektriciteit in de grootorde van een kleine kerncentrale, waar vandaag al meer dan 600.000 Vlaamse gezinnen van energie voorzien worden. Ook op vlak van zonne-, wind- en bio-energie is er veel potentieel. Kleine vergisters op landbouwbedrijven kunnen door middel van biogas uit mest 24 op 7 energie leveren, dunkelflautes overbruggen én de emissies verlagen”, somt Boerenbond het potentieel op.Tot slot waarschuwt de landbouworganisatie ook voor de impact van de geopolitieke instabiliteit op de prijzen en beschikbaarheid van kunstmeststoffen. “De nood om meer circulair te werken is nu groter dan ooit”, klinkt het. In dat kader pleit Boerenbond ervoor om de inzet van dierlijke mest als kunstmestvervanger te faciliteren en reststromen als grondstof te beschouwen.</content>
            
            <updated>2026-03-22T21:37:11+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meer boer dan je denkt: nieuwe campagne van Boerenbond wil verbinding met consument versterken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meer-boer-dan-je-denkt-boerenbond-lanceert-nieuwe-campagne-die-verbinding-met-consument-wil-versterken" />
            <id>https://vilt.be/58824</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met een nieuwe imagocampagne wil Boerenbond de verbinding tussen landbouwers en maatschappij versterken. De campagne ‘Meer boer dan je denkt’ toont landbouwers in situaties die voor veel mensen herkenbaar zijn. “De beelden tonen hoe het dagelijks leven van landbouwers sterk lijkt op dat van andere werkende mensen. Op die manier willen we met een knipoog en een glimlach in tijden van polarisatie inzetten op verbinding”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="imago" />
                        <category term="boer" />
                        <category term="binnenkijken bij boeren" />
                        <category term="Boerenbond" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2ff0b8a0-63a4-4a0b-aa60-b67ee8371b65/full_width_boerenbond-imago-styling-fotoselectie-021.jpg</image>
                                        <content>Boerenbond vindt het belangrijk dat de zichtbaarheid, herkenbaarheid en verbinding van landbouwers verbeteren. “Landbouwers voorzien ons elke dag van voedsel en de sector is ook belangrijk voor onze economie”, zo schetst de landbouworganisatie. Ze verwijst daarbij naar cijfers uit 2024. Toen leverde de Vlaamse land- en tuinbouw een meerwaarde van 7,6 miljard euro, creëerde de sector 36.000 directe jobs en ruim 157.000 jobs in de volledige agrovoedingsketen. Herkenbaar en licht humoristischMet de nieuwe campagne wil Boerenbond dat in de kijker zetten en tegelijk de band met de Vlaming aanhalen. “We zijn ervan overtuigd dat het leven van landbouwers veel gelijkenissen vertoont met dat van andere werkende mensen. Door die gelijkenissen op een positieve, herkenbare en toch licht humoristische manier te tonen, willen we de band hechter maken”, legt Elisabeth Mertens uit, directeur communicatie bij Boerenbond.Zij benadrukt dat achter elk glas melk en elke tomaat een ondernemer zit met visie. “In publieke discussies gaat het vaak over cijfers en regelgeving en wordt er minder stilgestaan bij de mensen en gezinnen achter de landbouwbedrijven. Achter elk familiebedrijf staan mensen en gezinnen die vaak onzichtbaar blijven. Ze zijn de drijvende krachten achter onze dagelijkse voeding en die verhalen brengt deze campagne in beeld”, aldus Mertens. Verhaal van echte boerenDe campagne toont vijf land- en tuinbouwgezinnen, leden van Boerenbond, uit verschillende sectoren en generaties. Deze gezinnen geven een inkijk in hun uiteenlopende taken, van de zorg voor dieren, natuur en administratie tot ondernemerschap, technologie en innovatie. In een volgende fase van de campagne gaan ze zelf ook consumentenvragen beantwoorden over waar hun eten vandaan komt en welke factoren een impact hebben in de land- en tuinbouwsector.Zus en broer Bo en David De Maesschalk, jonge geitenhouders in Zele, zijn twee van de gezichten van de campagne. “Landbouwers komen nog altijd stereotiep in beeld terwijl de boerenstiel ondertussen een heel moderne activiteit geworden is, met veel technologie. De sector telt veel jonge mensen boordevol passie voor het werk, en daar zijn wij elke dag trots op”, getuigen ze.Via artikels, video&#039;s en events wil de campagne tonen hoe modern, divers en verrassend de Vlaamse landbouw vandaag is. Vier thema’s staan daarbij centraal: duurzaamheid, innovatie, ondernemerschap en voedselzekerheid. De verhalen van de landbouwers worden verspreid via een website, op sociale media en ook doorheen het jaar op events, zoals de Vlaamse koersen in het voorjaar, Rock Werchter in de zomer of tijdens Dag van de Landbouw in september.</content>
            
            <updated>2026-03-23T14:58:25+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Financiële steun en gelijk speelveld: Europees Parlement wil sterke veehouderijsector]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europees-parlement-wil-sterke-veehouderijsector" />
            <id>https://vilt.be/58825</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Europees Parlement pleit niet voor een verplichte afbouw van de veestapel, maar legt de nadruk op verduurzaming en efficiëntie. Dat staat in een initiatiefverslag van de Europese landbouwcommissie, dat op 18 maart werd goedgekeurd met 40 stemmen voor en acht tegen. De tekst roept op tot een versterkt Europees beleid ter ondersteuning van de veehouderijsector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="veeteelt" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="melkvee" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/021fea8c-84e4-4607-8052-0148fa367df7/full_width_melkkoe-koe-melk-stal-vee.jpg</image>
                                        <content>De Europarlementariërs dringen aan op een wetenschappelijk onderbouwde strategie en robuuste (financiële) steunmaatregelen om het concurrentievermogen te versterken in een tijd waarin het veebestand en het aantal veehouders afnemen.Volgens de Italiaan Carlo Fidanza, de rapporteur van deze visietekst, is de nood hoog aan een bijgestuurde aanpak. “De Europese veehouderijsector is niet alleen de ruggengraat van onze voedselzekerheid en plattelandseconomie, maar ook een hoeksteen van onze identiteit, cultuur en milieu”, stelt de centrumrechtse politicus in het rapport. “Naast haar economische rol levert de veehouderij essentiële milieudiensten, zoals landschapsbeheer, koolstofopslag en waterregulering.”Financiële steunIn de tekst pleit men voor een wetenschappelijk onderbouwde veeteeltstrategie gericht op innovatie en productiviteit. Een eerste belangrijk punt is het op peil houden van de GLB-steun, wetende dat de werkingskosten en de druk op het inkomen alleen maar toenemen. Men dringt aan op “de handhaving van het GLB-budget in reële termen, het waarborgen van voortgezette gekoppelde steun voor herkauwers zonder extra milieueisen, en het actualiseren van de referentieprijzen voor marktinterventies”, aldus het verslag.Startsteun voor jonge landbouwers, genderinclusieve maatregelen en betere toegang tot grond en financiering noemt men essentieel om nieuwkomers aan te trekken.Nitraatrichtlijn en alternatieve meststoffenDe parlementsleden pleiten voor een actualisering van de nitraatrichtlijn, in functie van wetenschappelijke vooruitgang en nieuwe technieken, waaronder het gebruik van alternatieve meststoffen zoals digestaat en renure. De visietekst stelt dat op grasland gebaseerde systemen, zoals veehouderij, centraal staan in de circulaire landbouw en dus bijdragen aan ecosysteemdiensten zoals biodiversiteit, waterkwaliteit en koolstofopslag. “De integratie van akkerbouw en veeteelt bevordert de recycling van nutriënten en de bodemgezondheid”, klinkt het.Verder pleit men voor een sterkere inzet op precisielandbouw-technologieën. Er moeten digitale hulpmiddelen en systemen komen die landbouwers helpen om hun middelen efficiënt te gebruiken met minimale milieu-impact.Ook vragen ze adequate compensatie voor landbouwers die schade ondervinden van grote carnivoren, en een aanpassing van de Habitatrichtlijn om onder meer wolvenpopulaties te beheren.Eerlijke handelDe Europarlementsleden dringen er ook op aan dat de EU-normen inzake dierenwelzijn, gezondheid en milieuprestaties in alle handelsovereenkomsten worden weerspiegeld, om eerlijke concurrentie te waarborgen.Bovendien steunen zij een krachtigere promotie van EU-veeteeltproducten in het buitenland, met inbegrip van duidelijkere etikettering en bescherming van geografische aanduidingen, zoals parmaham. In diezelfde lijn pleit het rapport om de voedingskundige, culturele en economische rol van vlees, zuivel en eieren te erkennen. “De algemene promotie van voedingskundig inferieure vervangingsproducten” moet volgens de visietekst worden vermeden. Nieuwe voedseltechnologieën zoals cellulaire landbouw – denk bijvoorbeeld aan kweekvlees - moeten &amp;nbsp;volgens het beleidsdocument “strenge veiligheids-, milieu- en marktbeoordelingen ondergaan om ervoor te zorgen dat ze traditionele systemen niet ondermijnen.”DiergezondheidWat diergezondheid betreft, roepen de Europarlementariërs op tot betere EU-coördinatie op het gebied van vaccinatiestrategieën, systemen voor vroegtijdige opsporing en het delen van gegevens. Denk bijvoorbeeld aan een gecentraliseerde vaccinatiedatabank en compensatieregelingen voor boeren die door uitbraken van ziekten worden getroffen. Nieuwe aanpakDe nood voor een nieuwe aanpak is volgens het rapport zeer hoog. De EU is de op één na grootste vleesproducent ter wereld en de grootste melkproducent. Maar de sector wordt geconfronteerd met een afnemende veestapel en een dalende consumptie van vlees en zuivelproducten, met uitzondering van pluimvee. Tegelijkertijd verlaten veel boeren de sector vanwege economische moeilijkheden of vinden ze geen opvolging voor hun bedrijf. Eiwitshift-strategieën ten spijt zal de wereldwijde vraag naar dierlijke eiwitten naar verwachting tegen 2050 aanzienlijk blijven stijgen. Het strategisch belang van de sector mag volgens het rapport dus niet worden onderschat.Het rapport is opgesteld met input van belangenorganisaties zoals Copa-Cogeca. Landbouworganisatie Farm Europe is lovend over het initiatief. “Deze stemming betekent een belangrijke stap voorwaarts bij het bevorderen van een veehouderijsector in de EU die veerkrachtig, concurrerend, duurzaam en divers is”, aldus de organisatie.Groenen vragen strengere milieumaatregelenHet initiatiefverslag is niet bindend, maar geeft wel een duidelijke politieke richting aan voor toekomstig Europees landbouwbeleid. Niet alle fracties staan echter achter de gekozen insteek. Zo pleiten leden van de Greens/European Free Alliance voor sterkere maatregelen om de milieu-impact van de veehouderij te beperken, onder meer via een verdere afbouw van de veestapel.De tekst wordt op een later moment nog voorgelegd aan de plenaire vergadering van het Europees Parlement.</content>
            
            <updated>2026-03-23T14:59:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[De Grote Linde maakt de transitie naar biologische melkveehouderij ondanks onzekerheden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stikstofregels-en-klimaat-remmen-transitie-naar-biologische-veehouderij" />
            <id>https://vilt.be/58826</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er zijn gangbare landbouwers met interesse in biologische landbouw, maar door de stikstofregels is het aantal boeren dat daadwerkelijk de overstap maakt beperkt. “Er zijn tot op heden maar weinig erkende maatregelen voor de biologische veehouderij, waardoor er een grote onzekerheid is”, klinkt het tijdens een bedrijfsbezoek aan boerderij De Grote Linde in Oostkamp, waar de zaakvoerders wél de omschakeling maken naar biologische melkveehouderij.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boeren" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/edba161d-8da9-491d-9b2b-6a40ec0815e8/full_width_informatiedag-op-boerderij-de-grote-linde-over-rantsoen-en-teelt-in-biologische-melkveehouderij.jpg</image>
                                        <content>“De beschikbaarheid van ruwvoer is onze grootste angst. Maïs zaai je en ongeacht de droogte is er altijd wel een opbrengst. Dat is een ander verhaal bij gras-klaver”, vertelt Koen Gheleyns, die samen met zijn vrouw Leen Declercq het melkveebedrijf De Grote Linde uitbaat in het West-Vlaamse Oostkamp. Behalve melkvee hebben de boeren ook een aantal vakantiewoningen die zij verhuren.Boerderij De Grote Linde ontving vorige week een groep boeren voor een werkbezoek met de titel “Rantsoen in de praktijk bij omschakeling naar bio-melkvee”. Het betrof een initiatief van Bio Zoekt Boer, een Vlaams platform dat de transitie naar biologische landbouw tracht te faciliteren.Ruwvoeropbrengst onzeker elementOnder de aanwezigen waren vooral gangbare melkveehouders met een sterke focus op regeneratieve landbouw, zoals bijvoorbeeld Benny De Meyer van het gemengde bedrijf met hoeveverkoop Van Eigen Kweek uit Lembeke. De Meyer investeert dit jaar in een wiedeg en gaat stripbeweiding toepassen bij zijn melkvee. “Daardoor zou de grasopname door de koeien moeten toenemen”, vertelt hij.Bij het bedrijfsbezoek aan De Grote Linde wilde hij vooral zijn kennis uitbreiden over het teelt- en rantsoenmanagement binnen een biologische bedrijfsvoering. Een transitie naar een biologisch landbouwmodel ziet hij vooralsnog niet zitten. “Op ons bedrijf lopen we het risico dat we onvoldoende (ruw)voer hebben en niet kunnen ingrijpen in het rantsoen met gangbare elementen.”Een andere deelnemer aan de informatiedag gaf aan dat hij de stap naar bio niet durfde zetten door de klimaatverandering. “Langere periodes van droogte hebben een grote impact op de teelt en de ruwvoervoorziening”, klonk het.“Het veevoeder- en teeltmanagement is een van de grootste uitdagingen in de omschakeling naar biologische veehouderij”, beaamt Bart Thoelen van Bio Zoekt Boer. Een belangrijk onderdeel van het biologische lastenboek is namelijk dat ook het rundvee rantsoen 100% bio-gecertificeerd moet zijn. “Vooral op het gebied van krachtvoer zijn de biologische alternatieven beperkt en duur, waardoor de veehouder qua eiwit meer op eigen land is aangewezen.” De teelt van eigen voer heeft de nodige uitdagingen. Het gemis aan kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen moet worden gecompenseerd door meer aandacht te besteden aan de bodem en een preventieve aanpak met de teeltplanning. Door bijvoorbeeld grasklaver te telen kan hij het gemis aan kunstmest compenseren. “Klavers fixeren zo’n 50 kg stikstof per ton droge stof per hectare per jaar”, vertelt adviseur Wim Govaerts van Wim Govaerts en co. “Bij tien tot 12 ton droge stof grasklaver per hectare en een aandeel van 30-40 procent droge stof klaver, bekom je met 4 ton klaver zo’n 200 kg stikstof in de bodem. Met 1 kg stikstof maakt een plant vervolgens 6,25 kg eiwit aan”, verklaart hij de basis onder de kringloopgedachte van bio. Stikstofdecreet brengt onzekerheidOndanks deze uitdagingen en risico’s kende de biologische melkveehouderij zes à zeven jaar geleden een behoorlijke opstoot. Doordat een aantal gangbare bedrijven de omschakeling maakten naar een biologisch bedrijfsmodel, ligt het aantal biologische melkveebedrijven in Vlaanderen op zo’n 40.Hoewel de post-corona-energiecrisis de biologische landbouw in Vlaanderen pijn deed (hogere energiekosten deden de consument besparen op duurdere, biologische nicheproducten, red.), viel de schade in de biologische melkveehouderij mee. “Anders dan in Frankrijk of Duitsland, hebben we in Vlaanderen geen grote golf aan terugschakelaars met melkvee gezien. De relatief kleine markt is redelijk stabiel gebleven”, verklaart Thoelen. Volgens hem zijn er maar twee melkveebedrijven teruggeschakeld naar gangbare landbouw.In tegenstelling tot zeven jaar geleden is de interesse in omschakeling naar biologische melkveehouderij vandaag beperkt onder gangbare bedrijven. “Dat komt vooral door de onzekerheid en het stikstofdecreet. In het stikstofdecreet gelden geen officiële reductiemaatregelen voor de veeteelt”, verklaart Thoelen. West-Vlamingen wagen toch de sprongOndanks de onzekerheid rond het stikstofdecreet en de veevoerproductie besloten Koen Gheleyns en Leen Declercq de sprong te wagen. “Leen speelt al jaren met het idee en is ideologisch bevlogen. Vorig jaar hebben we het traject ingezet”, vertelt Koen, die samen met zijn vrouw 60 koeien melkt en daarnaast ook buitenshuis werkt.De transitieperiode naar biologische melkveehouderij kan in principe op anderhalf jaar. Anticiperend op een grotere veevoerbehoefte van eigen land neemt het melkveebedrijf voer af van de nabijgelegen Damse Kaasmakerij, die over biologische gronden beschikt. Damse Kaasmakerij maakt ambachtelijke kaas van biologische melk die het inkoopt bij Biomilk, een coöperatie van biologische melkveehouders. Vanaf 1 januari 2027, wanneer de omschakeling voltooid is, zullen Gheleyns en Declercq ook aan Biomilk leveren. “FrieslandCampina, onze huidige melkafnemer, verwerkt wel biologische melk in Nederland, maar haalt nog geen biologische melk op in België”, klinkt het.Eind maart zijn de vooruitzichten op boerderij De Grote Linde goed. “De gras-klaver- en triticale-veldbonen mengteelt staat er op dit moment goed bij. Laten we hopen op vruchtbare teeltomstandigheden dit jaar”, besluit Gheleyns. Interesse in biologische rundveehouderij vooral bij kleinschalige groentetelersWaar het aantal gangbare landbouwers in omschakeling momenteel nog beperkt is, zijn er volgens Bart Thoelen wel kleinschalige biologische groentetelers (veelal CSA-bedrijven, red.) die een kleine dierlijke tak willen opstarten. Deze nieuwe trend past volgens hem in de filosofie van kringlooplandbouw, die de voorbije jaren aan populariteit wint.Hij verklaart: “Door herkauwers te integreren in je rotatie heb je als groenteteler een bestemming voor rustgewassen. De dierlijke tak produceert op haar beurt ook weer kwalitatieve mest waar de groenten van kunnen profiteren. Deze nieuwe generatie zij-instromers toont zich erg creatief in verdienmodellen rond gemengde landbouw.”Ook de groeiende beschikbaarheid van natuurgebieden voor begrazing opent volgens Thoelen mogelijkheden voor een kleinschalige biologische melkveehouderij met eigen verwerking. “Momenteel hebben we zo’n vijf adviestrajecten lopen van bedrijven die willen opstarten met een beperkte veestapel.”</content>
            
            <updated>2026-03-23T22:00:59+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Spaanse varkensstapel groeit in 2026 met maar liefst 12 procent]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/spaanse-varkensstapel-groeit-in-2026-met-maar-liefst-12-procent" />
            <id>https://vilt.be/58827</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De varkensstapel in Spanje zal in 2026 groeien met maar liefst 12 procent. Daarmee zal het land een kwart van de Europese varkensproductie voor zijn rekening nemen. Dat blijkt uit prognoses van Eurostat, het Europees statistiekbureau. Ook de totale Europese varkensstapel zal stijgen. Daarmee vormen varkens de uitzondering in de EU, want voor de rest van de veestapel – runderen, schapen en geiten – wordt dit jaar een daling verwacht.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="varken" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3f969397-e6d0-4c54-87f5-7c0ef02e56b4/full_width_varkensonderzoek.jpg</image>
                                        <content>VarkensEurostat gaat ervan uit dat de varkensstapel in de Europese Unie zal stijgen tot 61,2 miljoen stuks in het laatste kwartaal van 2026 tegenover het laatste kwartaal van 2025. Dat is een stijging van 3,2 procent.Die stijging is voor een groot deel toe te schrijven aan Spanje. Het land zal naar verwachting 15,8 miljoen varkens produceren in het vierde kwartaal van 2026. Dat is een stijging van 12 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Daarmee stijgt het aandeel van Spanje in Europa verder tot 25,7 procent van de totale varkensstapel.Ook in andere belangrijke varkensproducerende landen wordt een stijging van de varkensstapel verwacht. In Duitsland zou het gaan om een stijging met 3,8 procent tot 9,5 miljoen varkens in het laatste kwartaal van 2026. In gaat het Denemarken om een verwachte stijging met 3,1 procent tot acht miljoen varkens en de Franse varkensstapel zou stijgen met 2,3 procent tot 5,6 miljoen dieren in diezelfde periode.We moeten hier opmerken dat het om een tijdelijke heropleving gaat. De varkenssector staat al een aantal jaren sterk onder druk. Ten opzichte van tien jaar geleden was het aanbod in 2025 7,7 procent lager, zo blijkt uit cijfers van de Europese Commissie. Dat er nu een stijging is, dat is het gevolg van de goede prijzen de afgelopen twee jaar.  RunderenAls het om runderen gaat, verwacht Eurostat dat het aantal dieren in de tweede helft van 2026 4,2 procent lager zal liggen dan in diezelfde periode in 2025. Het gaat in totaal om 11,4 miljoen runderen of een daling van een half miljoen stuks. Frankrijk blijft ondanks een kleine afname van de veestapel (0,4%) het land met de grootste rundveestapel, met een aandeel van 23 procent in de totale Europese rundveeproductie. Het Europese statistiekbureau verwacht dat het land 2,63 miljoen dieren zal tellen in de tweede helft van 2026.Andere belangrijke rundveelanden zijn Duitsland, Spanje en Ierland. Net als voor de varkensstapel wordt verwacht dat de Spaanse rundveestapel zal stijgen, al is de stijging met 2,7 procent wel een stuk kleiner. De verwachting is dat het land in de tweede helft van 2026 1,1 miljoen runderen telt. In Duitsland (-0,6% en 1,7 miljoen runderen) en Ierland (-5,2% en 0,9 miljoen dieren) gaat het om een daling van de rundveestapel.Schapen en geitenDe scherpste daling van het aantal dieren in Europa tekent zich af bij schapen (-17,8%) en geiten (-17,1%). Verwacht wordt dat er in het tweede semester van 2026 12,2 miljoen schapen en 1,9 miljoen geiten in de EU zijn. Net als voor de varkens, is Spanje ook de grootste schapenproducent in 2026 met 2,3 miljoen dieren. Voor geiten neemt Griekenland de leiding in de EU met 800.000 stuks.</content>
            
            <updated>2026-03-25T08:58:53+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Acht Nederlandse experts zien oplossing voor stikstofcrisis in emissiemodel en vertrouwen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/acht-nederlandse-experts-formuleren-oplossing-voor-stikstofcrisis-emissiemodel-en-vertrouwen" />
            <id>https://vilt.be/58828</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De stikstofcrisis die Nederland al jaren in haar greep houdt, is niet onoplosbaar. Dat stellen acht experts verbonden aan Wageningen University &amp; Research (WUR). In een recente studie pleiten zij voor een omschakeling van het huidige depositiebeleid naar een gebiedsgericht emissiebeleid, dat volgens hen meer rechtszekerheid kan bieden aan zowel landbouw als andere sectoren.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="beleid" />
                        <category term="emissie" />
                        <category term="natuurherstelwet" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/124f41b3-f7ec-4aec-a3d4-bb4e8fd924ed/full_width_nederland.jpg</image>
                                        <content>De vergunningverlening in Nederland loopt sinds 2019 grotendeels vast door de stikstofproblematiek. Projecten in onder meer de bouw, infrastructuur en landbouw botsen op strenge regels rond stikstofneerslag in beschermde natuurgebieden. Volgens de onderzoekers is die impasse het gevolg van een vermenging van milieukundige, ecologische en beleidsmatige vraagstukken.Volgens de onderzoekers zijn de juridische en beleidsmatige problemen te wijten aan hoe de Europese Habitatrichtlijn is geïmplementeerd in de Nederlandse wet. De richtlijn verplicht lidstaten om de biodiversiteit in beschermde Natura 2000-gebieden te beschermen en te herstellen. Ze mogen zelf wel kiezen hoe ze dit verwezenlijken.In de praktijk wordt stikstof gezien als een belangrijke drukfactor op natuurgebieden. Aanvragers van een vergunning moeten dus bewijzen dat hun stikstofuitstoot aanvaardbaar is, maar dat is volgens de onderzoekers complex en “bijna onmogelijk” in het huidige vergunningensysteem. In Nederland geldt het voorzichtigheidsprincipe waarbij elk vermoeden dat een activiteit bijdraagt aan een verslechtering van natuurkwaliteit, voldoende is om een project te weigeren. Dit vermoeden kan volgens de onderzoekers moeilijk worden weerlegd. Zelfs projecten die stikstofemissies vergaand reduceren worden volgens de onderzoekers moeilijk vergund.Van depositie naar emissieNederland mag zijn systeem aanpassen. Europa legt geen verplichte rekenmethode of zelfs drempelwaarde op. Nederland kiest voor het rekenmodel AERIUS en baseert zich op een lage drempelwaarde van 0,05 mol stikstof per hectare per jaar op een heel grote afstand (omgerekend 0,0007 kg stikstof). AERIUS is volgens het rapport zeker geschikt op landelijke en regionale schaal, maar niet op lokale schaal. Terwijl dat het niveau is waarop veel vergunningverlening gebeurt. Volgens de onderzoekers zit er hiervoor te veel speling op de berekening in welke mate een emissiebron bijdraagt aan depositie op de lokale natuur. Vlaanderen kiest voor andere modellen en andere drempels. Maar net als in Nederland wordt vergunningverlening er bepaald volgens depositie, niet emissie. Ook hier kijkt men dus niet louter naar de uitstoot van een bedrijf, wel naar de voorspelde neerslag van de stikstof die het bedrijf heeft uitgestoten. Ook de betrouwbaarheid van de depositiemodellen waar Vlaanderen op berust, wordt door tegenstanders fors betwist.De onderzoekers pleiten voor een shift van een depositie- naar een emissiebeleid, iets waar ook Vlaams Landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) hevig pleitbezorger van is. Hierbij zijn ondernemers niet langer afhankelijk van complexe en onzekere modelberekeningen op bedrijfsniveau, en kan er dus meer rechtszekerheid worden geboden met concreet haalbare doelen.In een emissiemodel verschuift de focus naar de concrete uitstoot, terwijl de impact op natuur op systeemniveau wordt opgevolgd. “Door de koppeling met de onzekere depositieberekeningen met AERIUS op bedrijfsniveau los te laten en te sturen op een aantoonbare bijdrage aan de emissiereductiedoelen in een gebied krijgt iedere ondernemer een duidelijk doel. Daardoor is het mogelijk om actief een bijdrage te leveren aan natuurherstel én bedrijfsontwikkeling”, stellen de onderzoekers.Milieudoelen opvolgen met concrete doelstellingenNatuurlijk mogen de milieudoelen niet vergeten worden. Willen we de natuur, het water, de lucht en het klimaat gezond houden, dan moet de uitstoot van stikstofverbindingen zoals ammoniak, stikstofoxiden, nitraat en lachgas structureel omlaag. De Nederlandse wet zou dus duidelijk moeten vastleggen in welke mate de stikstofuitstoot per gebied moet minderen. Op basis daarvan kan men concreet bepalen hoeveel emissieruimte men precies kan bieden aan bedrijven, stellen de onderzoekers. Welke maatregelen de ondernemers nemen om binnen deze emissieruimte te blijven, is voor rekening van de ondernemer. Die bepaalt of hij bijvoorbeeld wil extensiveren met minder dieren per hectare, of liever kiest voor een reductie via bijvoorbeeld technologische innovatie. Zo blijft er ruimte voor bedrijfsontwikkeling en worden ondernemers gestimuleerd om te innoveren voor minder uitstoot.Bovendien moet de schade worden hersteld die aan natuurgebieden is aangericht door decennialange stikstofdepositie, verdroging en achterstallig beheer. De onderzoekers pleiten voor ambitieuze beheerplannen voor elk Natura 2000-gebied, gericht op actieve herstelmaatregelen zoals het verbeteren van de waterhuishouding en bodemkwaliteit. Hier moet ook een stikstofparagraaf in worden opgenomen, die verwijst naar de concrete vermindering van de totale stikstofuitstoot die men in en rond het gebied moet behalen. Ook dit is volgens de onderzoekers een belangrijke bouwsteen voor een rechtszeker en coherent beleid.Controles, maar ook vertrouwenBovenal pleiten de onderzoekers om professionals de ruimte en het vertrouwen te bieden om zelf te bepalen hoe ze aan de voorschriften voldoen, met de nodige controlemechanismen. “Zo maken we de transitie van een cultuur van wantrouwen naar een van ‘geborgd vertrouwen’”, stellen de onderzoekers in het rapport. “Alleen dan ontstaat een toekomst waarin een vitale natuur en een duurzame economie elkaar niet uitsluiten, maar versterken.”Lees het volledige rapport hier.</content>
            
            <updated>2026-03-23T18:27:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond wil duidelijk kader voor beverschade in provincie Antwerpen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-wil-duidelijk-kader-voor-beverschade-in-provincie-antwerpen" />
            <id>https://vilt.be/58829</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De dammen van bevers zetten de laatste tijd veel Antwerpse akkers onder water. Omdat de bever een beschermde diersoort is, worden dammen niet zomaar verwijderd. Dat leidt tot economische schade voor landbouwers. Boerenbond vraagt dat de provincie Antwerpen dringend werk maakt van een efficiënte aanpak van die schade, met een duidelijk kader voor financiële tussenkomsten. Tegelijk wordt gepleit voor een degelijk Vlaams beverbeleid. “Anders blijft het dweilen met de kraan open”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="schade" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/61ec37d4-fb76-44e7-8be4-07b2e5903186/full_width_bever2.jpg</image>
                                        <content>Begin deze eeuw was het nog een zeldzame soort, intussen is de bever op veel plaatsen een vaste bewoner langs waterlopen. Waar in 2015 in België volgens Waarnemingen.be nog 1.243 waarnemingen van de bever werden gemeld, is dat aantal in 2025 gestegen naar 5.847. ​De beschermde diersoort duikt de laatste jaren steeds vaker op in de provincie Antwerpen. Maar ook in Limburg, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen timmeren bevers gestaag aan hun opmars.En dat doen ze zodanig ijverig dat er ook heel wat schade bij komt kijken. “Bevers knagen bomen om, knagen aan gewassen zoals maïs en bieten, ondergraven oevers en bouwen dammen die water opstuwen. Daardoor komen percelen onder water te staan met grote opbrengstverliezen tot gevolg. Ook de drainage geraakt geblokkeerd en toegangswegen of infrastructuur geraken beschadigd”, vertelt Iris Janssens, regioconsulent bij Boerenbond. “Ook de ondergravingen van de oever zijn een probleem voor landbouwers. Ze leiden geregeld tot gevaarlijke situaties waarbij landbouwmachines die te dicht bij de oever komen, kunnen wegzakken.”Afgelopen weken kreeg de landbouworganisaties een stijgend aantal meldingen van Antwerpse landbouwers die schade lijden door de bever.Trage proceduresDe bever is volgens de Vlaamse en Europese wetgeving een streng beschermde soort. Daardoor mogen landbouwers niet zomaar ingrijpen. Bij vaststelling van de schade moet een melding gemaakt worden bij de bevoegde waterloopbeheerders. In Antwerpen is dit in veel gevallen de provincie zelf of de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). &amp;nbsp;Zij beoordelen dan de situatie en gaan na welke maatregelen wettelijk zijn toegelaten. Zo kan er enkel ingegrepen worden wanneer de openbare veiligheid in het gedrang komt of om belangrijke schade te voorkomen. In bepaalde gebieden is voor enkele maatregelen ook een toelating nodig van het Agentschap voor Natuur en Bos.“Maar ondertussen willen onze landbouwers vooral hun werkzaamheden uitvoeren op hun akkers”, klinkt het bij Janssens. “We willen dat de waterloopbeheerders hierin hun verantwoordelijkheid nemen en schade beperken.” ​ Hoofdzorgen bij landbouwers en waterloopbeheerdersBevers bezorgen ook de waterloopbeheerders veel hoofdzorgen. Voor hen betekent het huidig beleid veel opvolging en extra kosten. Vorig jaar al trokken ze aan de alarmbel en gaven ze aan dat de situatie niet langer houdbaar was. Ze vroegen bij Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) om een aanpassing van het beleid of bijkomende middelen. ANB kreeg toen de opdracht om versneld werk te maken van de afbakening van kern- en maatwerkgebieden voor de bever. Dat beleid zou er onder meer voor zorgen moeten zorgen dat de beheerkosten onder controle blijven. Maar tot op heden is deze afbakening er nog niet. Boerenbond bepleit beter beverbeleidAan de provincie Antwerpen vraagt Boerenbond om dringend werk te maken van een efficiënte aanpak van de schade door bevers en van een duidelijker kader voor snelle tussenkomsten wanneer landbouwpercelen onder water komen te staan. ​“Het is belangrijk dat landbouwers niet alleen blijven staan met de gevolgen van de toenemende beverpopulatie”, aldus Boerenbond. “Bevoegde overheden moeten hun rol opnemen om schade te voorkomen.” Niet alleen de provincie heeft volgens de landbouworganisatie hierin een rol te spelen, ook de Vlaamse overheid. “Een evaluatie en langetermijnvisie inzake de aanwezigheid van de bever op Vlaams niveau is ook dringend nodig”, klinkt het. “Anders blijft het dweilen met de kraan open en zullen de landbouwers steeds meer hinder ondervinden.”</content>
            
            <updated>2026-03-23T18:23:15+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoe haalbaar en nodig is een driecompartimentenmodel in Vlaanderen?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoe-haalbaar-en-nodig-is-een-driecompartimentenmodel-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/58831</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Vlaanderen hangt biodiversiteitsbehoud en -herstel sterk samen met de manier waarop landbouw wordt georganiseerd. In een visietekst schoven recent 11 onderzoekers van KU Leuven het driecompartimentenmodel naar voren als piste om landbouw en biodiversiteitsdoelstellingen te verzoenen. Maar hoe haalbaar is zo’n model in de praktijk en waarom achten onderzoekers het noodzakelijk? Olivier Honnay is medeauteur van de visietekst en hoogleraar conservatiebiologie en landbouwecologie. Hij licht toe.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="landbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/087f2541-27de-4ac5-8d0c-f1d8be1e8032/full_width_durmevallei-sigmaplan-nattenatuur-1200.jpg</image>
                                        <content>Het driecompartimentenmodel verdeelt het natuur- en landbouwlandschap in drie vormen van landgebruik die met elkaar gecombineerd worden. In een eerste vorm van landgebruik wordt ingezet op duurzame hoogproductieve landbouw. De bescherming van biodiversiteit is er van ondergeschikt belang, maar er wordt wel gestreefd om meer algemene soorten te herstellen. Soorten die onder meer ecosysteemdiensten aan landbouw leveren zoals bestuiving.Een tweede vorm van landgebruik zet in op natuurinclusieve landbouw. Een zeer extensieve landbouwvorm die ondergeschikt is aan biodiversiteit en tot doel heeft om de soorten te behouden die afhankelijk zijn van deze extensieve praktijken. Tot slot is er nog een compartiment waar volop voor natuur gekozen wordt. Idealiter sluiten deze zones op elkaar aan in dezelfde volgorde, zodat inspanningen in natuurgebieden niet worden ondermijnd door het gebruik van aangrenzende hoogproductieve landbouwpercelen.Is zo’n model haalbaar in Vlaanderen, waar natuur erg versnipperd is en de vraag naar ruimte vanuit verschillende sectoren groot is?Honnay: “Het is niet de bedoeling om rigoureus rond elk natuurgebied dergelijke bufferzones aan te leggen. Dit is niet realistisch. Ik zie in dit model vooral potentieel om een aantal verwevingzones te realiseren met natuurinclusieve landbouw, waar zowel een landbouwer als hoogwaardige natuur aanwezig kan zijn. Bijvoorbeeld op locaties rond natuurgebieden waar nu nog veel lineaire landschapselementen aanwezig zijn, zoals bomenrijen, beken en hagen.” Het gaat om soorten zoals de hamster, wulp of de geelgors, die niet zijn aangepast aan de huidige landbouwpraktijken Werkt Vlaanderen al niet via zo’n model? Er zijn natuurgebieden en gebieden waar aan intensieve en extensieve landbouw gedaan wordt.“Nergens in Vlaanderen is momenteel zo’n zone te vinden die tot doel heeft om echt die soorten te behouden die afhankelijk zijn van deze extensieve praktijken. Het gaat om soorten zoals de hamster, wulp of de geelgors, die niet zijn aangepast aan de huidige landbouwpraktijken. Dit zijn diersoorten die hier al 100.000 jaar aanwezig waren, lang voor er sprake was van landbouw. Sinds de middeleeuwen hebben ze een habitat gevonden in landschappen met zeer extensieve vormen van landbouw&amp;nbsp;met nagenoeg geen bemesting, zonder bestrijdingsmiddelen en zonder druk op het milieu. Een landschap met kleine perceeltjes, met veel houtkanten en waar 10 tot 20 verschillende soorten gewassen op de akkers staan.”Moeten we per se soorten behouden die enkel floreren in een landschap zoals dat van de middeleeuwen? Is dit een Europese doelstelling?“Voor een reeks vogelsoorten die floreren in dergelijke landschappen en voor bijvoorbeeld de hamster zijn doelstellingen opgelegd. In Vlaanderen zijn er bijvoorbeeld specifieke instandhoudingsdoelstellingen voor de grauwe klauwier vastgesteld, wat inhoudt dat het leefgebied actief moet worden beheerd en uitgebreid om de populatie te versterken. De reden dat we zo’n concept van driecompartimentenmodel naar voren schuiven, is omdat het in Vlaanderen niet haalbaar is om de natuurdoelen te halen in de huidige natuurgebieden. Moesten we de ruimte en de middelen hebben om dit te realiseren, zouden we geen zo&#039;n tussencompartiment nodig hebben.” We doelen op landbouw zoals die hier tot net na de Tweede Wereldoorlog werd bedreven In de visietekst staat dat het belangrijk is om hier een hoogproductieve en duurzame landbouw te behouden. Als de productie in bufferzones wordt teruggeschroefd naar middeleeuwse niveaus, moet er dan in andere zones sterker worden geïntensiveerd?“Middeleeuwse productieniveaus zijn wat overdreven. Laat ons zeggen dat we op landbouw doelen zoals die hier tot net na de Tweede Wereldoorlog werd bedreven.&amp;nbsp;Maar neen, er moet zeker niet meer worden geïntensiveerd. We zitten volgens mij ongeveer aan de top van wat mogelijk is. Dat niveau moeten we blijven behouden terwijl we verder verduurzamen. Als we echter zo’n tweede compartiment willen, zonder dat productie naar elders verschuift, dan moet er gelijktijdig een verandering in de eetgewoontes bij consumenten komen. Dan moet de eiwitshift gerealiseerd worden. Daarom is het ook geen goed idee om dit compartiment over heel het landbouwareaal uit te rollen. Wel moet er ruimte zijn om het op bepaalde plekken in het landschap toe te passen.”“Naast een eiwitshift is bovendien ook een verdienmodel nodig om zo’n extensieve landbouwvorm mogelijk te maken in Vlaanderen. Tot op vandaag is dat er niet. Het verdienmodel zal moeten steunen op een combinatie van instrumenten en vergoedingen in ruil voor geleverde ecosysteemdiensten.” In 2024 bedroeg het aandeel plantaardige eiwitten in het dieet van de Vlaming slechts 42,6 procent. Als we moeten wachten op die omslag richting 60 procent, duurt het nog wel even voor we biodiversiteit via een compartimentensysteem kunnen realiseren.“Ik heb het gevoel dat er sinds enkele jaren toch iets meer rond aan het gebeuren is. Maar ik ben er niet naief in, het gaat heel traag. En ik maak mij niet te veel illusies dat we veel gehoor zullen krijgen met onze visietekst. Ik was de coördinator van de Metaforum visietekst biodiversiteit in 2010, sindsdien is de algemene kwaliteit van biodiversiteit er niet op verbeterd. Er zijn wel een aantal soorten er overtuigend op vooruit gegaan zoals de wolf, de bever en de otter. Maar tegelijk zijn andere soorten achteruitgegaan. De verbeteringen zijn het gevolg van beleidsmaatregelen, wat aantoont dat verandering via beleid mogelijk is. Maar weinig politici beschouwen biodiversiteit vandaag als een echte prioriteit.” De natuurherstelwet zal een grote impact hebben op de landbouwsector na 2030 “Er is vandaag wel één belangrijk verschil ten opzichte van 2010: de Europese natuurherstelwet. Dit is een stok achter de deur om biodiversiteit op de agenda te plaatsen, anders zullen we veroordelingen oplopen. We zullen aan habitatherstel moeten doen. Na 2030 zal dit ook een grote impact hebben op de landbouwsector. Tot dan ligt de focus van habitatherstel op de Natura 2000-gebieden, maar nadien zullen ook maatregelen buiten die zones nodig zijn om de doelstellingen tegen 2050 te halen. Die gebieden zijn nog niet afgebakend, al is duidelijk dat veel habitattypes die moeten worden hersteld in landbouwgebied liggen.”Hoop je dat tegen 2050 veel van de middelste compartimentzones in Vlaanderen gerealiseerd zijn?“Ik hoop vooral dat we tegen 2050 minstens de verbintenissen inzake habitatkwaliteit, die we vandaag voor onze natuurgebieden zijn aangegaan, ook effectief hebben gerealiseerd. Als dat ook ingrepen in landbouwgebied vraagt, moeten we nu nadenken over hoe we dat aanpakken. Daarvoor moeten we alvast niet rekenen op het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Dat beleid faalt over de hele lijn wat betreft herstel van biodiversiteit. We zullen dus een andere weg moeten vinden. Het driecompartimentenmodel kan daarbij een piste zijn, maar dat zal politieke wil vergen.”</content>
            
            <updated>2026-03-24T01:44:33+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Oorlog in Iran verhoogt veevoederprijs op korte en lange termijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/oorlog-in-iran-verhoogt-veevoederprijs-op-korte-en-lange-termijn" />
            <id>https://vilt.be/58832</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De komende weken zal de veevoederprijs stijgen als gevolg van de oorlog in Iran. Vooral de stijgende energiekosten wegen door. “Grondstoffen als soja en graan zijn op vijf weken tijd al met bijna tien procent duurder geworden”, klinkt het bij de Belgian Feed Association (BFA). Doordat ook kunstmest en energiekosten duurder worden, gebruikt voor de komende teelten, zal de oorlog op termijn tot een grotere stijging van de veevoederprijzen leiden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeder" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/08189856-67a7-4d09-8124-74b819bb64f6/full_width_veevoeder.jpg</image>
                                        <content>“De tarweprijs was vorig jaar licht dalend, maar de voorbije vijf weken is die met zo’n tien procent gestegen”, vertelt Katrien D’hooghe, managing director van de Belgian Feed Association, de Belgische federatie van veevoerproducenten. Ook de prijs van sojaschroot, een andere belangrijke grondstof voor veevoeder, is fors gestegen.De prijsstijging is een gevolg van de oorlog in Iran, die eind februari uitbrak met Amerikaanse en Israëlische bombardementen. “In tegenstelling tot de oorlog in Oekraïne is er nu geen impact op de beschikbaarheid van grondstoffen en gaat het vooral om de stijging van de energieprijzen”, aldus D’hooghe. Hogere transportkosten, meer vraag naar bio-ethanolHogere gas- en vooral olieprijzen leiden onder andere tot stijgende transportkosten om veevoedergrondstoffen en voeders te vervoeren. “De gestegen energieprijzen zorgen ook voor stijgende productiekosten. Veevoeders produceren is een energie-intensief proces, dus de productiekost neemt sterk toe.” Daarnaast is er volgens D’hooghe een aanzuigend effect van bio-ethanol, dat als alternatieve brandstof geldt en geproduceerd wordt uit onder andere maïs. Doordat er vanuit deze sector meer vraag is naar graan, stijgt de prijs. “Verder zit er ook een speculatief element in. In principe is er voldoende graan en soja op de markt”, klinkt het.BFA verwacht dat de prijsstijging van de grondstoffen binnen enkele weken ook merkbaar zal zijn in de veevoederprijzen. Een ander effect van de hogere energieprijzen is een prijsverhoging van kunstmest en brandstof voor landbouwvoertuigen. Ook dat zal op termijn zijn effect hebben op de veevoederprijzen. “Dat leidt tot een verhoging van de teeltkosten, wat de telers zullen doorrekenen in de prijzen”, aldus D’hooghe. Dreiging minder groot dan bij Oekraïne-oorlogWat er verder zal gebeuren, is volgens haar en andere experts sterk afhankelijk van de geopolitieke ontwikkelingen. De prijsstijging is aanzienlijk minder extreem dan tijdens het eerste jaar van de oorlog in Oekraïne. “Destijds was er een directe impact op de beschikbaarheid van grondstoffen. Rusland en Oekraïne zijn belangrijke graanproducenten. Dat geldt niet voor Iran.”Twan van de Moosdijk, verkoopmanager grondstoffen bij Voergroep Zuid, nuanceert in het Nederlandse vakblad Nieuwe Oogst de dreiging van hogere voederkosten. Volgens hem zijn er wereldwijd voldoende voorraden. Dat wordt bevestigd door recente statistieken van het Amerikaanse landbouwministerie (USDA). Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat de wereldwijde eindvoorraad van tarwe met 277 miljoen ton op het hoogste niveau in vijf jaar ligt.Geopolitiek probleem, geopolitieke oplossingVan de Moosdijk roept op om door het marktsentiment heen te kijken. “Het nieuws over de Amerikaanse president Donald Trump en de situatie in het Midden-Oosten verandert met de dag. De grondstoffenmarkten reageren daar volatiel op. Daardoor is de prijs nu vooral op sentiment gebaseerd. Premies lopen hierdoor meteen op om kosten in de markt te dekken, maar de hoogte daarvan is meer sentiment gedreven dan gebaseerd op een gedegen fundamentele analyse.”Wat de prijs verder zal doen, is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen van de oorlog in Iran. Komt deze snel ten einde, dan kan het marktsentiment op korte termijn normaliseren en ligt een normalisering van de graan- en sojaprijzen voor de hand. Mocht de oorlog langer doorgaan en de sluiting van de Straat van Hormuz aanhouden, dan kunnen de energieprijzen verder stijgen en hun effect hebben op de teelt van graan en het transport ervan. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) zei hierover enkele dagen geleden dat de “grootste energiecrisis in decennia” dreigt.</content>
            
            <updated>2026-03-24T09:34:28+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Grootste witloofteler van Nederland failliet, ook in Vlaanderen is situatie ernstig]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/grootste-witloofteler-nederland-failliet-ook-in-vlaanderen-is-situatie-ernstig" />
            <id>https://vilt.be/58833</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Nederlandse witloofbedrijf Frysk-Witlof, naar verluidt het grootste witloofbedrijf in Nederland, is enkele dagen geleden failliet verklaard. Aanleiding voor het faillissement zijn de slechte witloofprijzen die al anderhalf jaar aanhouden. Ook in Vlaanderen gaan de witlooftelers gebukt onder slechte verkoopprijzen en oplopende kosten, en is de financiële situatie “ernstig”.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="witloof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1f7a59d7-d326-4959-a711-c01563c0fc2d/full_width_witloof.jpg</image>
                                        <content>Frysk Witlof is niet meer. Het witloofbedrijf met 18 verwerkingslijnen trekt witloof en roodloof van 300 hectare. Een deel van de witloofpennen wordt in Vlaanderen opgekweekt. Met een jaarproductie van bijna zeven miljoen kilo is het naar verluidt de grootste witloofkweker van Nederland. Vorige week is het bedrijf failliet verklaard door een Nederlandse rechtbank.Directeur-eigenaar Dennis Blankendaal wijt het faillissement aan de slechte prijsvorming van witloof. &quot;Tegelijkertijd zijn de kosten voor grondstoffen en arbeid de laatste jaren sterk gestegen, wat de marges aanzienlijk onder druk heeft gezet. Daarnaast waren er aanzienlijke investeringen nodig vanwege achterstallig onderhoud, waardoor de liquiditeitspositie verder is verslechterd. Deze samenloop van factoren heeft uiteindelijk geleid tot de huidige situatie.&quot; Hoewel er van faillissementen nog geen sprake lijkt, hebben Vlaamse witlooftelers het eveneens moeilijk. REO-directeur Philip Vanaken uitte eerder dit jaar al zijn zorgen over de situatie in de Vlaamse witloofteelt, waarbij hij op korte termijn geen verbetering ziet.“Ook hier is de situatie ernstig”, analyseert Stefaan Kint, adviseur groenten&amp;nbsp;en fruit bij Boerenbond. “De voorbije anderhalf jaar is de prijsvorming ondermaats en maken witloofbedrijven verlies&amp;nbsp;aangezien ook de gemiddelde productiekost stijgt.” Het zijn volgens hem alleen de niche-spelers, die zich bijvoorbeeld richten op de korte keten, die zich aan de malaise onttrekken.&amp;nbsp; Geld vrijmaken voor promotieDe adviseur wijt de huidige&amp;nbsp;marktsituatie aan de overproductie door het goede weer en de gunstige prijsvorming in voorgaande jaren. “Hierdoor hebben telers meer wortels gezaaid. Tegenover het overaanbod staat een vraag die achteruit hobbelt. Vooral jongeren laten de traditionele witte lekkernij steeds meer links liggen.&amp;nbsp;Om hier wat aan te doen, wil de sector bijkomende promotie-inspanningen doen. Daartoe is vorige week besloten tijdens een vergadering van Vlaamse witlooftelers, horen we van Kint. “VLAM wil een aanvraag doen&amp;nbsp;bij de Europese Unie voor de promotie van de groente. Als Europa dat goedkeurt, zal het 70 procent van het budget financieren. De rest moet komen van de telers, en deze hebben vorige week in een vergadering ingestemd om dat geld vrij te maken”, aldus de Boerenbond-adviseur. Zes procent minder penneninzaai bij BelOrtaTegenover een poging om de vraag aan te zwengelen, is een vermindering van de productie een mogelijke oplossing. Daar speelt wel het probleem dat het om een tweejarige teelt gaat. “Een vermindering van het areaal dit voorjaar zullen we pas volgend jaar in de productie merken”, stelt Kint.&amp;nbsp;Volgens hem stelt zich de vraag of de telers minder witloof zullen uitzaaien dit jaar. &quot;Maar dan is het weer alsnog een belangrijke factor. Bij goede teeltomstandigheden kan de productie alsnog hoog uitvallen,&amp;nbsp;bij slecht weer lager.” De teeltplannen van de BelOrta-telers lijken te duiden om een aanzienlijke vermindering van het areaal.&amp;nbsp;Bij een&amp;nbsp;areaalenquête&amp;nbsp;in oktober vorig jaar gaven de witlooftelers aan dit jaar zes procent minder te gaan inzaaien.&amp;nbsp;Als zowel de vraag wat toeneemt en de productie wat afneemt, kan het tij in de witloofsector volgens Kint ook weer keren. “Dan zou de balans tussen vraag en aanbod weer in evenwicht komen en trekken de prijzen weer aan.”&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-03-24T13:59:58+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[BelOrta ziet dit jaar minder telers en minder areaal]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/acht-procent-minder-telers-vier-procent-minder-areaal-bij-belorta-dit-jaar" />
            <id>https://vilt.be/58834</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het aantal telers bij BelOrta zakt dit jaar voor het eerst onder de duizend. In een areaalenquête bij de coöperatieve groente- en fruitveiling gaf acht procent van de huidige telers aan dit jaar te stoppen. Volgens BelOrta ligt deze neergang in lijn met voorgaande jaren en weerspiegelt die de demografie van het telerbestand. Ook het areaal zal dit jaar afnemen, al is deze daling met vier procent minder groot.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="tuinbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c1319ada-b571-4d6a-b01f-1548d7ddc170/full_width_belorta-belorta.jpg</image>
                                        <content>In een areaalenquête die BelOrta vorig jaar oktober naar haar telers heeft gestuurd, en waarmee het een schatting van de verwachte productie wil maken, hebben zo’n 80 telers aangegeven te stoppen. Het gaat om acht procent van het totaal aantal telers, dat hiermee voor het eerst onder de 1000 zal vallen. De verdeling van telers per productgroep is 50 procent groenten en 50 procent fruit.Volgens BelOrta ligt het percentage stoppers in lijn met de voorgaande jaren en weerspiegelt dit de demografie van haar telers. “De komende jaren zullen meerdere telers die in de jaren 80 gestart zijn, de pensioengrens bereiken en stoppen met het telen van vruchtgroenten”, klinkt het. Deze pensioenplannen leiden voor sommige niche-specialisaties, bijvoorbeeld bladgewassen onder glas, tot een grote daling van de aanvoer van groenten. Zo verwacht de veiling voor spinazie 62 procent minder aanvoer en voor rucola maar liefst 82 procent.In algemene zin is de daling van het beteelde areaal dit jaar minder groot. Bij de groenten daalt de totale serreoppervlakte met 4,8 procent. Het gaat daarbij om het glasareaal zonder belichting. Dit resulteert onder andere in een areaaldaling bij tomaten van zes procent. Ook het paprika-areaal daalt licht met vijf procent, terwijl het komkommerareaal gelijk blijft. Aubergine blijft vrijwel gelijk. Courgettes dalen met twee procent, terwijl snijbonen een aanzienlijke groei van 13 procent laten zien.14 procent minder sla door luizendrukBij de openluchtgroenten verwacht BelOrta dit jaar een lichte daling van 2,7 procent. Dat schrijft de veiling grotendeels toe aan een lager areaal witloofwortelen in 2026 (-6%). Wat de andere teelten betreft: een aantal vollegrondstelers heeft aangegeven te stoppen, maar de areaaldaling wordt gecompenseerd door uitbreidende en nieuwe telers. De veiling voorziet drie procent minder asperges, iets meer prei en evenveel bloemkool. Opvallend is de daling in bladgroenten, waaronder alternatieve slasoorten, ijsbergsla en (krul)andijvie. Deze groenten kennen dit jaar een sterke achteruitgang van 14 procent. “Naast de slechte prijsvorming in 2025 is het ontoereikende middelenpakket voor de bestrijding van luis de belangrijkste reden voor deze daling”, klinkt het.Voor de overige, minder grote openluchtgroenten zijn dit de belangrijkste uitschieters wat areaalwijzigingen betreft: broccoli +33 procent, biet +20 procent, pompoen +14 procent, raap -acht procent, knolvenkel -11 procent, zoete aardappel -14 procent en Chinese kool -25 procent.Vier procent minder appel- en perenbomenOok in het fruit is er sprake van een lichte areaaldaling. “Het totale areaal pitfruit (peer en appel) daalt in 2026 met 4 procent. De tendens van de afgelopen jaren zet zich onverminderd voort. Deze daling is groter bij appel (-5%) dan bij peer (-4%). Er worden meer appelpercelen dan percelen met peren gerooid. De nieuwe aanplantingen compenseren het gerooide areaal niet volledig”, klinkt het.In het steenfruit wordt dit jaar rekening gehouden met een areaalinkrimping van zes procent. Deze daling is vooral toe te schrijven aan een twintigtal telers die er dit jaar mee stoppen. Dat leidt tot twee procent minder krieken, zes procent minder kersen en maar liefst 21 procent minder pruimen.In het zachtfruit wordt dit jaar een areaaldaling van zes procent verwacht. De veiling houdt rekening met minder aardbeien en diverse bessen. De prijsvorming van bijvoorbeeld blauwe bessen staat al een aantal jaren onder druk, waardoor telers hun areaal afbouwen of de teelt stopzetten. “De sterke daling bij blauwe bessen is deels toe te schrijven aan de overgang van gangbare naar biologische teelt bij één teler. Ook frambozen gaan – vooral door de teleurstellende prijsvorming in 2025 – met 15 procent achteruit”, klinkt het.Een kleiner areaal betekent, vooral in de fruitteelt en vollegrondsgroenteteelt, niet per se een dalende aanvoer. In deze sectoren is men sterk afhankelijk van het weer. Zo kan een late vorstprik in het najaar de productie van hardfruit sterk drukken.</content>
            
            <updated>2026-03-24T15:43:49+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Factcheck: PAN trekt aan alarmbel over snoepgroenten, maar is dat terecht?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/pan-trekt-aan-alarmbel-over-snoepgroenten-maar-is-dat-terecht" />
            <id>https://vilt.be/58835</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een steekproef van Pesticide Action Network (PAN), in opdracht van het Nederlandse consumentenprogramma Kassa, toont aan dat snoepgroenten meer residu van gewasbeschermingsmiddelen bevatten dan wettelijk toegestaan is in babyvoeding. “Als dezelfde normen zouden gelden als voor verpakte babyvoeding, hadden 11 van de 20 snoepgroenten uit de schappen gemoeten”, stelt de omroep <a href="https://www.bnnvara.nl/kassa/artikelen/pfas-in-populaire-snoepgroenten-voor-jonge-kinderen" target="_blank" target="_self">BNNVARA</a>. Experts zijn kritisch voor deze boodschap, gezien de producten nog steeds conform zijn met de maximale residulimieten (MRL’s) en een zeer hoge veiligheidsmarge kennen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/32eac03d-e815-40c6-a05d-a7d22e16275d/full_width_snoepgroente-unsplash.jpg</image>
                                        <content>De studie van PAN doet ook in de Vlaamse media stof opwaaien. De kranten Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws berichten genuanceerd over de studie met duiding van professor en expert gewasbescherming Pieter Spanoghe (UGent). Het magazine Knack laat uitsluitend PAN aan het woord. “Sommige soorten die bekendstaan om hun hoge pesticidegehalten, zoals tomaten, paprika&#039;s, aardbeien, frambozen en blauwe bessen, kun je inruilen voor minder vervuilde groenten”, schrijft Knack. “Zo bevatten veel koolsoorten, zoals bloemkool, doorgaans weinig pesticiden. Bij fruit is de banaan een goede keuze.”Weg met lokaal fruit, leve bananen?Een kanttekening bij het advies van Knack: bananenplanten worden gedurende het gehele jaar wekelijks bespoten, onder meer tegen de schimmelziekte Black Sigatoka. Deze producten hebben een niet-verwaarloosbare impact op het milieu. Bovendien wordt de teelt in Zuid-Amerika veelal gelinkt aan ontbossing en sociale uitbuiting. De banaan als voorgesteld alternatief is dus een ietwat bizarre keuze, al is het wel zo dat bij alle gepeld (of geschild) fruit minder middelenresidu aanwezig is. Residulimieten en de gezondheidsnormConsumentenprogramma Kassa waarschuwt kijkers voor ze snoepgroenten consumeren. “Ze zien er lekker uit, maar denk toch goed na”, zegt de presentatrice met een potje kleine groentjes in de hand. In de montage horen we onheilspellende muziek terwijl de kinderen in beeld snoepgroenten eten.Maar hoe terecht is deze bezorgdheid? Want geen enkele van de geteste groenten overschrijdt de MRL’s, de Europees geldende maximale residulimiet van gewasbescherming die aanwezig mag zijn op groenten en fruit. Deze MRL’s kennen een gulle veiligheidsmarge. “MRL’s zijn geen toxicologische limieten”, zegt Hélène Bonte van voedselagentschap FAVV. “Een overschrijding van de MRL betekent dus niet noodzakelijk - en zelfs zelden - een potentieel risico voor de consument, maar is het teken van verkeerd gebruik van de gewasbeschermingsmiddelen.”Professor Pieter Spanoghe (UGent), expert gewasbescherming, werd door de krant De Morgen gevraagd om te reageren op de studie. Uiteindelijk besloot de krant niet over de PAN-studie te berichten. Op sociale media deelt Spanoghe zijn antwoord voor wie het lezen wil. “Ik zou niet weten waarom die snoepgroenten aan de norm van babyvoeding moeten voldoen”, zegt Spanoghe. “De norm van babyvoeding is een voorzorgsmaatregel waar de overheid één vast getal kleeft op groenten en fruit dat ervoor wordt aangewend. Het getal is geen gezondheidsnorm.” Moet babynorm gelden voor snoepgroenten?Wat PAN betreft, zou de norm voor gewasbeschermingsmiddelen voor snoepgroenten identiek moeten zijn aan die voor babyvoeding. Dat vindt ook de Nederlandse toxicoloog Paul Scheepers van de Radboud Universiteit, aan het woord gelaten door Kassa. Zo werd de stof acetamiprid aangetroffen op een snoeppaprika van Albert Heijn, weliswaar binnen de wettelijke norm voor groenten maar te veel voor potjesvoeding. “Dat is een insecticide, daarvan weten we dat die stof in het brein is aangetroffen van kinderen, in de hersenvloeistof. Die stof staat onder verdenking dat deze schadelijk kan zijn bij de ontwikkeling van het brein&quot;, stelt Scheepers.“Uiteindelijk wil je natuurlijk dat de producten schoon zijn, ook de verse producten. Dat betekent dus dat de regels die nu gelden voor de potjes, ook moeten gaan gelden voor de verse groenten”, vindt de toxicoloog. Spanoghe meldt dat geldende MRL’s – waar ook snoepgroenten zich aan houden - zo laag zijn in toxiciteitsproeven dat zij nauwelijks tot geen effect hebben op onze menselijke gezondheid. “Dit komt omdat bij de menselijke gezondheid steeds wordt gekeken hoeveel de mens ervan eet”, zegt hij. PAN Europe merkt op dat het lichaamsgewicht van een kind ettelijke malen lager is dan van een volwassene, maar Spanoghe meldt dat kinderen ook minder eten. “Bij snoepgroenten vermoed ik dat dit geen kilogrammen per dag zijn en al zeker niet bij kinderen”, schrijft hij.Hoewel alle producten in onze supermarkten zich aan de MRL’s dienen te houden, geïmporteerd of niet, is het achtergebleven residu op lokaal geteelde groenten door de band genomen een stuk lager dan bij importgroenten en fruit. Acht van de negen Nederlandse producten waren volledig vrij van residuen, blijkt uit de PAN-studie. &quot;Van de elf buitenlandse producten, afkomstig uit Spanje, Portugal en Marokko, was er slechts één &#039;schoon&#039; &quot;, meldt BNNVARA.Lokaal versus buitenland“We weten dat we lokaal steeds meer onze landbouwproductie afstoten. Het resultaat is dat andere landen het gebruik van middelen anders bekijken en wij dan natuurlijk deze zaken op ons bord krijgen. We vliegen ze met plezier tot hier”, reageert Spanoghe op de studie. Volgens hem blijft de kernvraag of de MRL is gerespecteerd. “Als dat zo is, dan stopt elk ander vervolgverhaal.”FAVV herinnert eraan dat de controles op voedselveiligheid en MRL’s in België zeer grondig gebeurt. Tijdens een staalanalyse wordt er op 400 tot 600 moleculen gecontroleerd. In 2024 bleken 97% van de 5.323 stalen conform, na analyse op residuen van bestrijdingsmiddelen in levensmiddelen. De zeldzame overschrijding betekende quasi nooit een gezondheidsrisico, vanwege de hoge veiligheidsmarges.Hoe dan ook raadt FAVV wel aan om – los van gewasbescherming – een zo gevarieerd mogelijk eetpatroon aan te houden. &quot;Consumptie groenten en fruit ontraden is net schadelijk voor de gezondheid&quot;Ook gewasbeschermingsmiddelen-federatie Belplant neemt akte van de PAN-studie. Belplant is scherp voor het ontradende effect van de reportage. “Dit soort “studies” komt zowat jaarlijks terug en zijn, in de mate dat ze de consumptie van groenten en fruit doen dalen, schadelijk voor de gezondheid”, zegt Peter Jaeken van de organisatie.Jaeken wijst erop dat alle degelijke wetenschappelijke studies aantonen dat het eten van groenten en fruit gezond is, ongeacht of ze afkomstig zijn van geïntegreerde of biologische teelt. “Eventuele minieme sporen van gewasbeschermingsmiddelen vormen een veel kleiner risico voor de menselijke gezondheid dan het eten van onvoldoende fruit en groenten”, zegt Jaeken.Jaeken wijst er ook op dat de gezondheidsnorm ADI, de aanvaardbare dagelijkse inname van een product, met een factor 100 boven de MRL’s ligt. “Dus zelfs als de MRL wordt overschreden, is de relevantie voor de gezondheid verwaarloosbaar klein.”“De voedselkwaliteit binnen Europa kan dankzij de vakbekwaamheid van duizenden landbouwers, en het toezicht van diverse Europese en Belgische instanties, tot de beste en meest veilige van de wereld beschouwd worden”, aldus Jaeken.Ook Spanoghe toont zich geen fan van de aanpak van PAN. “Het is een lobbygroep die tot doelstelling heeft alle chemische gewasbeschermingsmiddelen van de markt te halen”, stelt hij. “Ze krijgen steeds ruime aandacht in de media met hun strategie tot bangmakerij. De studie van de eigenschappen van bestrijdingsmiddelen en hun giftigheid is complexer dan enkel één getal van maximale dosis voor alles.&quot;</content>
            
            <updated>2026-03-25T14:58:42+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opinie: "Een visietekst zonder voeling met realiteit op het terrein is ronduit schadelijk"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/opinie-een-visietekst-zonder-voeling-met-realiteit-op-het-terrein-is-ronduit-schadelijk" />
            <id>https://vilt.be/58836</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>"Opnieuw ligt er een visietekst op tafel die pretendeert de toekomst van onze biodiversiteit uit te tekenen, en opnieuw dreigt de rekening bij de Vlaamse landbouwer te belanden. Mooie woorden, stevige analyses en grote ambities verhullen een fundamenteel probleem: de mensen die deze plannen bedenken, dragen zelf geen enkel risico voor de gevolgen ervan. Zonder voeling met de realiteit op het terrein en zonder verantwoordelijkheid voor de impact, dreigt dit soort beleid niet alleen onrealistisch, maar ook ronduit schadelijk te worden." Dat schrijft Vlaams Belang-parlementslid Stefaan Sintobin in een opiniestuk over een nieuwe visietekst over biodiversiteit die is opgesteld door wetenschappers van KU Leuven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c035da39-0359-4149-9fb1-85b1556523aa/full_width_boerennatuur-ecokwadraat-biodiversiteit-bloem-akker.jpg</image>
                                        <content>Op 20 maart 2026 presenteerde een werkgroep van de KU Leuven haar visietekst &quot;Een robuuste biodiversiteit in Vlaanderen&quot;. 29 aanbevelingen, 75 pagina&#039;s, en één gemeenschappelijke noemer: de Vlaamse boer moet opnieuw betalen voor een verhaal dat anderen schrijven. Nu is er een vervolg: één van de opstellers gaf een interview aan VILT. Het is een verfrissende illustratie van het probleem.Laat ik beginnen met te zeggen wat de tekst is: intellectueel verzorgd, academisch gestaafd en in veel opzichten goed bedoeld. Maar er is één fundamenteel probleem en dat vat alles samen: niet één van de negen auteurs draagt ook maar één gram van de risico&#039;s van de maatregelen die zij voorstellen. Geen van hen wordt wakker om vijf uur &#039;s morgens met de vraag of de oogst van dit jaar de schulden van vorig jaar zal kunnen delven. Geen van hen heeft zijn levenswerk moeten afbouwen omdat een modellenberekening van zijn veeteeltbedrijf een stikstofvervuiler maakte. Ze dragen geen enkel risico. Ze hebben, zoals men in het Engels zo treffend zegt, geen enkele&amp;nbsp;skin in the game. En precies dat maakt dit soort visieteksten gevaarlijk. Niet om wat ze zeggen, maar om wat ermee gedaan wordt. &quot;Niet realistisch&quot; zegt de auteur zelfIn een interview dat gisteren op de website van VILT verscheen, legt medeauteur en hoogleraar conservatiebiologie Olivier Honnay het driecompartimentenmodel toe. En meteen in de eerste serieuze vraag geeft hij toe: &quot;Het is niet de bedoeling om rigoureus rond elk natuurgebied dergelijke bufferzones aan te leggen. Dit is niet realistisch.&quot;&amp;nbsp;Ik citeer even de eigen inleiding van de visietekst ter vergelijking:&amp;nbsp;&quot;Hoogwaardige boerenlanddiversiteit herstel je enkel met drastische maatregelen.&quot;&amp;nbsp;Drastische maatregelen die, zo blijkt nu, zelf niet realistisch zijn. Dat is geen beleidsvisie. Dat is academische bezigheidstherapie. Maar het wordt beter. Op de vraag of er al een verdienmodel bestaat om extensieve landbouw in de bufferzones te vergoeden, antwoordt Honnay eerlijk: &quot;Tot op vandaag is dat er niet.&quot; En over de eiwitshift die nodig is om zijn model werkbaar te maken zonder productieverlies elders, zegt hij: het aandeel plantaardige eiwitten in het Vlaamse dieet bedraagt vandaag 42,6 procent terwijl 60 procent nodig is en &quot;het gaat heel traag.&quot; Kortom: het model werkt enkel als consumenten hun eetgewoonten radicaal veranderen, maar dat lukt niet. En het verdienmodel dat boeren moet compenseren, bestaat niet. En de bufferzones zijn eigenlijk toch niet realistisch. Maar de visietekst werd wel gepubliceerd. 16 jaar later, nul resultaatDan nog dit. Honnay vertelt in hetzelfde interview dat hij in 2010 al de coördinator was van een gelijkaardige Metaforum-visietekst over biodiversiteit. Sindsdien, geeft hij zelf toe, is de algemene kwaliteit van biodiversiteit er niet op verbeterd. Buiten de wolf, de bever en de otter die er zijn bijgekomen. Daar zaten landbouwers nu niet bepaald op te wachten.16 jaar later schrijft hij een nieuwe tekst, met gelijkaardige aanbevelingen en voegt eraan toe: &quot;Ik maak mij niet te veel illusies dat we veel gehoor zullen krijgen met onze visietekst.&quot; Ik citeer letterlijk, want dit zegt meer dan ik ooit zou kunnen schrijven. De man heeft zelf geen illusies. Zijn vorige tekst haalde niets uit. En toch schrijft hij een nieuwe. In welke sector buiten de academische wereld is dat een aanvaardbaar resultaat? De stok achter de deurWat Honnay wel met enig optimisme benoemt, is de Europese Natuurherstelwet. Die noemt hij expliciet &quot;een stok achter de deur.&quot; Na 2030 zal die wet een grote impact hebben op de landbouwsector, ook buiten de Natura 2000-zones. De gebieden zijn nog niet afgebakend, maar &quot;het is duidelijk dat veel habitattypes die moeten worden hersteld in landbouwgebied liggen.&quot; Dit is de echte kern van de zaak. De visietekst presenteert zichzelf als een wetenschappelijk advies, maar de reële hefboom is Europese dwang. Niet overtuiging, niet vrijwilligheid, maar juridische veroordelingen als stok. Dat is een eerlijk antwoord, maar ook een veelzeggend antwoord. Wanneer je eigen voorstel niet werkt zonder externe dwang en je zelf geen illusies hebt dat politici het zullen omarmen, wat is de visietekst dan nog? Een document dat beleidsmakers dekking geeft om Europese verplichtingen door te voeren die ze democratisch nooit hadden kunnen verdedigen.Wie moet er aan tafel zittenOnze boeren staan dag in dag uit in rechtstreeks contact met de natuur. Zij begrijpen beter dan wie ook wat een gezonde bodem, een schoon waterlichaam of een levende akkerrand betekent. Zij dragen de risico&#039;s. Zij zijn geen probleem dat opgelost moet worden. Zij zijn de oplossing. Als men beleid wil maken over de Vlaamse landbouw, dan moeten de Vlaamse landbouwers aan tafel zitten, niet als aanhoorders van kant-en-klare conclusies, maar als volwaardige partners. Zij weten wat werkt op het terrein en zij zullen ook de rekening betalen als het niet werkt. Dat laatste geldt voor de schrijvers van visieteksten uitdrukkelijk niet. Het is tijd om te stoppen met over de boeren te praten. Het is tijd om met de boeren te praten. Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.&amp;nbsp;Stefaan Sintobin zetelt voor Vlaams Belang in het Vlaams Parlement. Hij volgt er ook de Commissie Landbouw op.</content>
            
            <updated>2026-03-24T18:20:23+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Opnieuw een handelsakkoord: wat betekent de Australische marktoegang voor landbouw?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eu-en-australie-sluiten-handelsakkoord-wat-is-de-impact-op-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/58837</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie en Australië hebben een akkoord bereikt over nieuwe handelsmaatregelen. Volgens de Commissie moet het vrijhandelsakkoord economische kansen bieden voor bedrijven, consumenten, maar ook voor landbouwers. Waar liggen die kansen, en hoe verhoudt deze deal zich tot het Mercosur-akkoord?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="export" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0c214a18-32a5-4245-9226-0f9116a35b44/full_width_zonnebloemen-australie.jpg</image>
                                        <content>De onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst met Australië begonnen in 2018. In 2023 strandden ze omdat er geen akkoord werd gevonden over hoeveel rundvlees Australië invoerrechtenvrij naar de EU zou mogen uitvoeren. Ook over andere landbouwproducten, zoals suiker en wijn, bleven de meningsverschillen groot.Onder impuls van de Amerikaanse invoertarieven en de verschuivende geopolitieke verhoudingen vonden de EU en Australië opnieuw de weg naar de onderhandelingstafel. De impasse uit 2023 bleek snel doorbroken, met een akkoord dat dinsdag werd ondertekend. Dit akkoord betekent echter nog niet dat de nieuwe handelsmaatregelen binnenkort al in werking zullen treden. Eerst moeten de lidstaten in de Raad en het Europees Parlement de deal nog goedkeuren. De tekst moet bovendien ook nog groen licht krijgen bij de Australische parlementsleden. De export van de EU zou door de deal tot 33 procent kunnen groeien in de volgende tien jaar Het vrijhandelsakkoord moet volgens de Commissie economische kansen bieden aan Europese bedrijven, consumenten en boeren.&amp;nbsp;De goederenexport van de EU zou hierdoor tot 33 procent kunnen groeien in de volgende tien jaar. De belangrijkste sectoren met een sterk groeipotentieel zijn onder meer de zuivelindustrie (verwachte groei tot 48%), de auto-industrie (52%) en de chemische industrie (20%).Een andere belangrijke pijler in de deal zijn de afspraken rond kritieke grondstoffen. Australië is een belangrijke producent van onder meer aluminium, mangaan en lithium. Grondstoffen die cruciaal zijn voor defensie en de energietransitie, maar waarvoor de EU sterk afhankelijk is van import. De overeenkomst moet de toegang tot die Australische grondstoffen vergemakkelijken en betrouwbaarder maken. De EU importeert uit Australië vooral oliehoudende zaden en eiwitgewassen binnen de agrivoedingsproducten Wat betekent het handelsverdrag voor de agrovoedingssector?De topproducten die de EU naar Australië exporteert zijn graanproducten zoals pasta (€ 573 miljoen in 2024), fruit- en groentebereidingen (€ 443 miljoen) en varkensvlees (€ 334 miljoen). Ook wijn, bier, chocolade en zuivelproducten zoals kaas staan in de top tien. Momenteel betaalt de EU op deze producten een invoertarief tussen de vier en 11 procent. Met het handelsakkoord zouden deze tarieven naar nul herleid worden.In ruil zal ook de EU de invoertarieven op de meest Australische landbouwproducten laten vallen. De EU importeert uit Australië voornamelijk oliehoudende zaden en eiwitgewassen (€1,1 miljard in 2024), wijn (€ 161 miljoen), rund- en kalfsvlees (€96 miljoen) en andere dierlijke producten (€ 222 miljoen). Wat met rundvlees en suiker?Bij het Mercosur-akkoord botste vooral de voorziene toegang voor gevoelige landbouwproducten zoals rundvlees en suiker op verzet. Net zoals in dat akkoord kiest de Europese Commissie ervoor om ook nu die producten slechts in beperkte volumes toe te laten aan verlaagde tarieven.In totaal kwam in 2024 &amp;nbsp;8.352 ton Australisch rundvlees op de Europese markt, in 2025 wast dit 9.382 ton. Daarvan heeft Australië 4.400 ton kunnen uitvoeren tegen gunstigere invoerrechten (Hiltonquota van ongeveer 20%). Aanvankelijk mikten de Australische onderhandelaars om een een extra quotum van 50.000 ton aan nieuwe verlaagde tarieven te verkrijgen van de EU. Maar dit werd in het uiteindelijke akkoord teruggebracht tot 30.600 ton, waardoor de totale toegang nu 35.000 ton is. Ongeveer de helft van de extra markttoegang zal vrij van heffingen zijn, terwijl op de rest een tarief van 7,5 procent zal gelden. Deze volumes zouden geleidelijk worden ingevoerd over een periode van tien jaar. Volgens de Commissie komt dat extra quotum overeen met ongeveer 0,5 procent van de consumptie van rundvlees in de EU.De EU stemde er ook mee in om de invoertarieven te schrappen voor een extra 25.000 ton Australisch schapen- en geitenvlees, goed voor ongeveer vier procent van de Europese consumptie. Daarmee stijgt de totale toegang tot 30.851 ton per jaar. In 2025 exporteerde Australië 4.874 ton naar de EU. Ook bij deze rechtenvrije volumes wordt het quotum geleidelijk ingevoerd over een periode van zeven jaar.Voor suiker wordt de deur geopend voor een hoeveelheid van 35.000 ton rechtenvrije ruwe rietsuiker. In het productiejaar 2023-2024 exporteerde Australië daarvan twee ton naar de EU. Ook op onder meer boter en rijst komen handelsbeperkingen. Hoe verhoudt Australië zich als EU-handelspartner tot Mercosur?De EU is de derde belangrijkste handelspartner van Australië voor goederen, goed voor 8,6 procent van de Australische handel. In 2025 exporteerden we voor 36,9 miljard euro naar Australië en importeerden we 10,2 miljard euro aan Australische goederen.Mercosur is een veel grotere handelspartner voor de EU dan Australië, en voor import veel belangrijker. Zo bedroeg de export naar het Zuid-Amerikaans handelsblok 55,2 miljard euro, en werd tegelijk voor 56 miljard euro aan Mercosurproducten geïmporteerd.Voor landbouwproducten heeft de EU een positieve handelsbalans met Australië, ter waarde van 2,3 miljard euro in 2024. Zo exporteerden we voor 4,2 miljard euro en importeerden voor 1,9 miljard euro.Met Mercosur oogt het handelsplaatje voor agrovoeding helemaal anders. De EU exporteerde er voor 3,3 miljard euro, maar importeerde voor 23,9 miljard euro, goed voor een handelstekort van 20,6 miljard euro in 2024. De volumes landbouwproducten die de EU uit Mercosur importeert liggen in een andere grootteorde. Waar de EU in 2025 bijvoorbeeld voor 109 miljoen euro aan Australisch runds- en kalfsvlees invoerde, ging dit over 1,94 miljard euro uit de Mercosurlanden. Cumulatieve effectenMet het handelsakkoord krijgt Australië wel extra speelruimte om zijn rundvleesexport op te voeren tot 30.600 ton aan gunstigere invoertarieven, dat is bijna acht keer meer dan de eerdere toegang. Ook de Zuid-Amerikaanse veehouders krijgen sinds het Mercosur-akkoord extra marge. Voor hen wordt 99.000 ton rundvlees toegelaten tegen een invoerrecht van 7,5 procent, terwijl voordien slechts 60.000 ton onder een tarief van 20 procent de EU-markt kon betreden.Het zijn die cumulatieve effecten die de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca zorgen baren. &quot;Een verdere liberalisering van deze gevoelige sectoren via vrijhandelsakkoorden vergroot de bestaande kwetsbaarheden en zal Europese familiebedrijven tot het breekpunt brengen&quot;, klinkt het. &quot;Het ontbreken van een allesomvattende aanpak om de cumulatieve impact te beheren, roept fundamentele vragen op over de coherentie en duurzaamheid van het Europese handelsbeleid. Europese landbouwers kunnen niet blijven opdraaien voor de kosten van bilaterale handelsliberalisering zonder voldoende en echt doeltreffende beschermingsmechanismen.&quot;De Commissie stelt nochtans dat ze, net als bij het Mercosur-akkoord, zal ingrijpen wanneer een plotse toename van gevoelige landbouwproducten de markt ernstig dreigt te verstoren. De Commissie laat ook weten dat een afzonderlijk hoofdstuk is voorzien over duurzame voedselsystemen en dierenwelzijn met nauwe samenwerkingen over onder meer voedselfraude en gewasbeschermingsmiddelen. Australische Parmezaanse kaas nog steeds mogelijkEen ander heikel punt in de onderhandelingen was de bescherming van geografische aanduidingen. In Australië worden tal van Europese producten geproduceerd en mogen ze verkocht worden onder hun traditionele benamingen. Zo komen wijn en kaas er op de markt als prosecco, mozzarella of feta. Voor Europese producenten is dat al langer een doorn in het oog.In het akkoord werd afgesproken om 165 geografische aanduidingen voor landbouw- en voedingsproducten te beschermen, evenals 231 voor sterke dranken. Ook alle EU-wijnen met een geografische aanduiding zouden voortaan onder die bescherming vallen.De regeling bevat wel tal van uitzonderingen. Voor producten zoals pecorino en ouzo geldt een overgangsperiode. Voor andere, zoals feta en gruyère, mogen de producenten die de naam al vijf jaar gebruiken dat blijven doen, zolang de herkomst voortaan duidelijk wordt vermeld. Ook Australische producenten van prosecco mogen die benaming blijven gebruiken op de binnenlandse markt, de export ervan zal na 10 jaar wel moeten stoppen. Parmezaanse kaas blijft dan weer volledig buiten de regeling, waardoor Australische producenten die naam vrij kunnen blijven gebruiken, ook voor export.</content>
            
            <updated>2026-03-25T07:58:04+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwsector reageert verdeeld op EU-Australië-akkoord]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwsector-reageert-verdeeld-op-eu-australie-akkoord" />
            <id>https://vilt.be/58838</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De reacties op het nieuwe handelsakkoord tussen de EU en Australië lopen uiteen. Volgens Boerenbond hebben de onderhandelaars een evenwicht gezocht binnen de agrovoedingssector en is de kloof in productiestandaarden kleiner dan bij Mercosur. Het Algemeen Boerensyndicaat reageert dan weer een pak forser. “Von der Leyen zal zichzelf op de borst kloppen, maar elk klein kind kan zo’n akkoord realiseren door enkel toe te geven en geen enkel gevolg zelf te dragen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="export" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/631ff1ad-78bc-40ac-9d87-e671302e785f/full_width_landbouwer-boer-vee.jpg</image>
                                        <content>Volgens Boerenbond lijkt het handelsakkoord tussen de EU en Australië afgetoetst aan drie zaken: gelijke productiestandaarden, balans tussen sectoren en impact op de gevoelige sectoren. &quot;Al is dit een analyse op basis van informatie die we tot op heden hebben&quot;, benadrukt de landbouworganisatie. &quot;Het akkoord is alvast van een andere orde dan het handelsakkoord met de Mercosur-landen.&quot;Op vlak van productiestandaarden merkt Boerenbond op dat de kloof tussen de EU en Australië minder groot is dan de kloof met de Mercosur-landen. &quot;Bovendien zitten er in het akkoord kapstokken om de kloof verder dicht te maken&quot;, luidt het. &quot;We vinden het belangrijk dat die wel degelijk gaan gebruikt worden. Hormonenvlees mag niet op onze markt belanden en de Europese residulevels moeten gerespecteerd worden.&quot; Boerenbond heeft ook meer vertrouwen in de Australische controles hierop.Geen pasmunt voor landbouw, wel bezorgdhedenBoerenbond heeft niet de indruk dat de landbouwsector als pasmunt werd gebruikt voor de industrie. &quot;De onderhandelaars hebben naar een evenwicht gezocht binnen de agrovoedingssector&quot;, luidt het. &quot;Europa heeft vandaag een positieve agrohandelsbalans met Australië. Dit akkoord laat toe dit verder uit te diepen door de volledige liberalisering van de Australische markt voor Europese producten. Langs de Europese kant blijven onze kwetsbare sectoren wel bescherming genieten.&quot; Het is in kleinere hoeveelheden en met een gelijker speelveld, maar het komt wel bovenop hetgeen via andere handelsakkoorden ook binnenkomt Maar de landbouworganisatie wijst er wel op dat rundvlees en suiker weer opnieuw makkelijker onze richting uitkomen, terwijl via het Mercosur-handelsakkoord de deur al wagenwijd werd opgezet. &quot;Het is in kleinere hoeveelheden en met een gelijker speelveld op vlak van productiestandaarden, maar het komt wel bovenop hetgeen via andere handelsakkoorden ook binnenkomt&quot;, aldus Boerenbond. &quot;De optelsom voor deze sectoren weegt zwaar door. Dat in combinatie met Europese regelgeving die onze suikersector – en meer algemeen de plantaardige sector - middelen ontneemt om de productie te beschermen tegen ziekten en plagen. En een Europese regelgeving die het onze dierlijke sectoren moeilijk, zo niet onmogelijk, maakt om met rechtszekerheid te investeren in duurzaamheid en het versterken van haar concurrentiekracht.&quot; Dierlijke sectoren staan te wachten en te kijken om verder te verduurzamen en concurrentieel te blijven terwijl ze geen vergunningen krijgen Europa moet volgens Boerenbond vooral blijven investeren in de eigen landbouwproductie. &quot;Dit wil zeggen: sneller veilige gewasbeschermingsmiddelen goedkeuren en werk maken van een Europees deblokkerend beleid. Dierlijke sectoren staan te wachten en te kijken om verder te verduurzamen en concurrentieel te blijven terwijl ze geen vergunningen krijgen en de oorzaak is vaak terug te brengen tot de Europese regelgeving&quot;, luidt het.  Geen winsten voor Belgische landbouwersEchte winsten voor Belgische landbouwers ziet de landbouworganisatie op dit moment nog niet. &quot;Een daling van de handelstarieven van 5 procent naar 0 procent is positief voor wie exporteert, maar hiermee gaan we geen nieuwe markt aanboren&quot;, klinkt het. &quot;Al is de versoepeling welgekomen voor de aardappel- en industriegroentensector. Bovendien moeten we het ook in perspectief zien. De Australiërs krijgen toegang tot een markt met 450 miljoen consumenten, wij naar een Australische markt met 28 miljoen consumenten.&quot;Holle beloftes, reële gevolgenBij ABS is iets forsere kritiek te horen. &quot;We horen het Von Der Leyen nog zeggen hoe strategisch de landbouwsector wel is. Maar zo te zien behoren zowel suiker-, schapen- of vleesveeboeren dan niet tot de landbouw&quot;, klinkt het. De landbouworganisatie vindt de beloftes van bescherming &#039;nog holler klinken dan bij Mercosur&#039; en gelooft niet dat beloofde regulatie en kwaliteitscontroles in realiteit uitgevoerd zullen worden. Ook waarschuwt ABS dat het cumulatieve effect van de vele invoercontingenten voor derde landen, waarbij tegen nul of zeer lage tarieven kan worden ingevoerd, niet zonder gevolgen zal blijven. Europa kan maar beter direct zowat alle regels overboord gooien, die zijn toch overbodig gelet op Mercosur en wat nu getekend is De landbouworganisatie hekelt dat de EU de kosten van strengere regels en toenemende concurrentie afwentelt op de landbouwers. &quot;Je eigen producenten allerlei zware, kosten opdrijvende maatregelen opleggen is gemakkelijk als je de rekening ook door diezelfde producent laat betalen&quot;, aldus ABS. &quot;Om te kunnen verduurzamen heb je inkomsten nodig. Deze komen niet uit onvoorspelbare Europese subsidies, maar uit de markt. Nu datzelfde Europa duidelijk maakt dat ze er alles aan zal doen om te verhinderen dat het uit de markt zal komen via dergelijke goedkope import, wordt het Europese duurzaamheidsverhaal wel heel ongeloofwaardig. Europa kan maar beter direct zowat alle regels overboord gooien, die zijn toch overbodig gelet op Mercosur en wat nu getekend is.&quot;&quot;Von der Leyen zal zichzelf op de borst kloppen met zoveel dadendrang, maar elk klein kind kan zo’n akkoord realiseren door enkel toe te geven en geen enkel gevolg zelf te dragen&quot;, concludeert de landbouworganisatie.</content>
            
            <updated>2026-03-24T23:12:11+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Recordaantal klachten over voedselveiligheid bij het FAVV]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/recordaantal-klachten-voedselveiligheid-bij-favv" />
            <id>https://vilt.be/58839</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) heeft in 2025 een recordaantal klachten ontvangen. Zo’n 25 klachten per werkdag of 6.268 op een jaar werden ingezonden naar het Meldpunt voor de Consument. Dat is 20 procent meer dan in het jaar 2024.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="consument" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ae7606ac-d3b2-452f-9127-d0b2d5a8c791/full_width_favvcontrolevismijnoostende.jpg</image>
                                        <content>De helft van de meldingen resulteerde in concrete maatregelen. Ook het aantal vragen dat het Meldpunt behandelde, steeg met 14 procent. Volgens het FAVV toont de stijging vooral aan dat voedselveiligheid meer dan ooit leeft bij consumenten. Ongeveer een derde (32%) van de klachten valt binnen de categorie hygiëne. &quot;Dat gaat over de algemene netheid van een zaak. Een plakkerige vloer, tafels, stof of vuil&quot;, zegt Hélène Bonte van het FAVV. &quot;Het kan ook gaan om hygiëne van het personeel, zoals roken of de handen niet wassen, en zelfs het zien van ongedierte zoals muizen, vliegen of kakkerlakken.&quot; De tweede grote groep klachten (25%) komen van mensen die ziek werden en daarbij vermoeden dat dit kwam door het eten van een bepaald levensmiddel. Klachten over de bewaarmethode zoals temperaturen en houdbaarheidsdata (18%) vervolledigen de top drie. &quot;Dat gaat dan om iemand die bijvoorbeeld een steak koopt en thuis merkt dat die al twee dagen over datum is, of over de aankoop van rot fruit&quot;, zegt Bonte.Meeste klachten in winkels en horeca55 procent van de klachten hebben ook effectief geleid tot maatregelen op het terrein. Volgens het FAVV worden alle klachten met prioriteit behandeld door controleurs die ter plaatse gaan om de nodige vaststellingen te doen. 92 procent van alle klachten werden afgehandeld binnen de 30 dagen. Bij vijf op tien controles, die naar aanleiding van een consumentenklacht worden uitgevoerd, blijken de aangehaalde problemen daadwerkelijk gegrond. Daarnaast werden bij vijf procent van deze controles andere overtredingen vastgesteld dan deze die in de klacht werden vermeld.Klanten van winkels of horeca dienen de meeste klachten in. B2B (Business-to-Business, red.) is een minderheid. Volgens het FAVV wil dat niet zeggen dat B2C-bedrijven (Business-to-Consumer, red.) het minder goed doen op vlak van voedselveiligheid dan B2B. Maar problemen in B2C worden wel eerder gerapporteerd. “Consumenten komen nu eenmaal vaker met deze sector in contact,&quot; zegt Bonte.Recordaantal vragen gesteldNaast klachten behandelt het meldpunt van het FAVV ook vragen van consumenten. Ook hier spreken we van hallucinante cijfers. In 2025 werden 4.920 vragen gesteld aan het FAVV, ofwel 20 vragen per werkdag. Dit is een stijging van bijna 14 procent tegenover 2024. De vragen die het FAVV ontvangt? Het gaat onder meer over de informatie op etiketten, maar er zijn ook veel vragen over de risico’s wanneer je een teruggeroepen product hebt geconsumeerd. Ook vragen over voedselhygiëne passeren de revue.Federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) ziet de gestegen klachtencijfers vooral als een signaal van toegenomen waakzaamheid bij de consument. &quot;Waakzame consumenten en een slagvaardig agentschap dragen zo elke dag bij tot een veilige voedselketen”, aldus de minister.</content>
            
            <updated>2026-03-25T16:45:16+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwers zijn vragende partij voor snelcursus agro-ecologie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-buzzwoord-naar-praktijk-landbouwers-zijn-vragende-partij-voor-snelcursus-agro-ecologie" />
            <id>https://vilt.be/58840</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Nationaal Agrarisch Centrum (NAC) geeft dit najaar snelcursussen agro-ecologie in drie uur. “De term agro-ecologie is een containerbegrip geworden waar sommige landbouwers in verdwalen”, duidt Bart Declercq, directeur van het NAC.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderwijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8e0f33d5-f71d-43c5-a8fd-2ae48ae1241c/full_width_2020-agro-ecologisch-proefplatform-hansbeke-1.jpeg</image>
                                        <content>Agro-ecologie is al een tijd een veelgebruikte term in de hele voedingsketen. Maar elke schakel heeft zo zijn eigen definitie van het begrip, van de overheid tot de verwerkers en de consument. “Met de cursus willen we deelnemers tonen wat agro-ecologie concreet voor hen kan betekenen en hoe ze ermee aan de slag kunnen”, duidt Declercq. “De nood aan zo’n duiding kwam naar voren uit een enquête die we deden.”Maar wat kan je leren in drie uur? “Het zal geen diepgaande cursus zijn, deze bestaan reeds voor de geïnteresseerden. Er zal algemene informatie gegeven worden over bijvoorbeeld niet-kerende bodembewerking en koolstoflandbouw. Wat zijn de voor- en nadelen ervan? Met welke technieken kunnen ze morgen aan de slag?”, vertelt Declercq. “Wij willen landbouwers vooral stimuleren om kleine maar praktisch haalbare stappen te zetten binnen hun bedrijf.” We zien liever dat 99 procent van de landbouwers een kleine stap zet op hun bedrijf, dan 5 procent die zeer ingrijpende veranderingen doorvoert Hij hoopt dat het containerbegrip agro-ecologie op deze manier iets meer behapbaar wordt voor de deelnemers. “We zien liever dat 99 procent van de landbouwers een kleine stap zet op hun bedrijf, dan 5 procent die zeer ingrijpende veranderingen doorvoert. En wie weet wordt de interesse bij sommige deelnemers gewekt om erna een verdiepende cursus te volgen.”Het NAC organiseert ook deze verdiepende trajecten, maar het blijft lastig om voldoende landbouwers te verzamelen. “Zonder een heldere basisuitleg over agro-ecologie is die stap niet evident. We hopen dat deze cursus een mooie doorstroom oplevert”, vertelt Declercq. Nood aan opleiding voor zij-instromersDe agro-ecologiecursus maakt deel uit van een nieuw aanbod aan praktijkgerichte avondopleidingen voor landbouwers en zij-instromers. “Het aanbod voor deze laatste groep is twee jaar geleden sterk ingeperkt”, duidt Declercq. “Om landbouwopleidingen te volgen binnen het reguliere overheidsaanbod moet je actieve landbouwer zijn. Zij-instromers, starters of ouders die nog meewerken op het bedrijf van hun kinderen en tijd hebben om bij te leren, komen niet meer aanmerking.”Het nieuwe aanbod aan praktijkgerichte cursussen zit vervat in het Leader-project &#039;Investeren in kennis: de sleutel tot agrarisch succes’. Hierdoor kan iedereen deelnemen. Het gaat voornamelijk over zeer technische cursussen zoals elektriciteit, lassen en landbouwmachines, maar er wordt dus ook aandacht besteed aan agro-ecologie en aan ‘smart farming’. “Artificiële intelligentie zorgt ervoor dat de sector van smartfarming razendsnel evolueert. Heel wat toepassingen vinden nu hun ingang in de praktijk waardoor dit ook opgenomen is in het project”, luidt het. “Aan de hand van verschillende bedrijfsbezoeken kan je van dichtbij kennismaken met innovatieve technieken zoals spot-spraying.”Spot-spraying is een spuitmachine uitgerust met een camerasysteem. Op basis van artificiële intelligentie herkent het camerasysteem het verschil tussen gewas en onkruid waardoor zeer gerichte bespuitingen kunnen uitgevoerd worden. Op die manier worden er minder gewasbeschermingsmiddelen gebruikt.“Om het Leader-project te lanceren, organiseren we in juni twee kick-off meetings op een landbouwbedrijf, in de Westhoek”, geeft Declercq nog mee. “Geïnteresseerden kunnen zich daar ook aanmelden voor een cursus.”</content>
            
            <updated>2026-03-26T17:15:18+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minister Brouns investeert 2,4 miljoen euro in vijf Vlaamse landschapsparken, ook landbouw profiteert]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/brouns-investeert-24-miljoen-in-vijf-vlaamse-landschapsparken-ook-boeren-profiteren" />
            <id>https://vilt.be/58841</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering trekt dit jaar 2,4 miljoen euro uit voor vijf Vlaamse landschapsparken, waarvan er drie in Limburg liggen. Met die middelen kunnen de parkbureaus acties rond landschapsbeheer, natuurverbinding en sponslandschappen verderzetten. Tegelijk versterken ze de streeklandbouw, lokale voedselproductie, streekidentiteit én de lokale samenwerking en cohesie. In tegenstelling tot de nationale parken staat bij landschapsparken niet alleen de natuur centraal, maar zijn alle functies in het landschap evenwaardig.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="landschap" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eaaef37e-c1f2-4cd5-8bae-0af203ade8b9/full_width_brouns-lanschapparken.jpg</image>
                                        <content>Landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) koos woensdag voor RivierPark Maasvallei als locatie voor de bekendmaking van de subsidies voor de vijf Vlaamse landschapsparken. Sinds hun erkenning in oktober 2023 zijn dat: de Zwinstreek, de Vlaamse Ardennen, Grenzeloos Bocageland, Landschapspark Haspengouw en RivierPark Maasvallei. De laatste drie liggen in de provincie Limburg. Brouns droeg als toenmalige burgemeester van Kinrooi bij aan het dossier van RivierPark Maasvallei, dat ook in Kinrooi ligt. Voor dit jaar trekt hij zo’n 2,4 miljoen euro uit (489.000 euro per park, red.) om de werking van de landschapsparken te continueren. Met deze middelen kunnen de landschapsparken hun werking in 2026 verder versterken, met focus op concrete projecten op het terrein. “Door lokale samenwerking tussen lokale besturen, landbouw- en natuurverenigingen en bewoners bouwen we van onderuit aan sterke landschappen waarin natuur, water en landbouw elkaar versterken”, stelt hij.Toerisme als verdienmodel, ook voor de boerenLandschapsparken zijn grote, waardevolle openruimtegebieden waar wordt ingezet op de versterking van landschappelijke identiteit en kwaliteit. En dit in combinatie met landbouw, natuur, erfgoed, recreatie en lokale economie. Brouns spreekt in dit verband van &quot;de economie van de vrije tijd.&quot; Hij legt uit: &quot;Wij hebben hier geen grote industrie, maar we hebben wel ongelooflijk veel mogelijkheden voor toerisme die welvaart en zekerheid bieden voor de toekomst&quot;, aldus de minister. In tegenstelling tot de nationale parken staat bij landschapsparken niet alleen de natuur centraal, maar zijn alle functies in het landschap evenwaardig. Elk van de vijf landschapsparken heeft zijn eigen gebiedstypische ontwikkeling uitgewerkt, waarbij lokale besturen, landbouwers, middenveldorganisaties en bewoners samenwerken bij de totstandkoming van de plannen en de uitrol ervanDrie van de vijf landschapsparken liggen dus in de provincie Limburg. Dat is niet vreemd, want deze provincie herbergt maar liefst 40 procent van de Vlaamse natuur. De coördinatoren van de verschillende Limburgse parken waren woensdag aanwezig op de plechtige bekendmaking en reageren enthousiast op de nieuwe subsidie, toegekend door de minister.Lerende netwerken niet-kerende bodembewerkingGrenzeloos Bocageland, rond de Vlaamse gemeente Voeren, zal de middelen onder andere gebruiken voor het uitrollen van lerende netwerken rond regeneratieve landbouwpraktijken, en voor begeleiding bij onder meer niet-kerende bodembewerking met 30 landbouwers, inclusief demonstratieprojecten op hun bedrijven. “Niet-kerende bodembewerking verbetert de sponswerking van het landschap, waardoor de waterweerbaarheid groter wordt”, vertelt coördinator van het park Ann-Sophie Debergh.Korte keten als publiekstrekkerIn RivierPark Maasvallei ligt de landbouwfocus van de ontwikkelingsplannen bijvoorbeeld ook op de ontwikkeling van een voedsellandschap, waarbij er wordt ingezet op meer korteketenverkoop. “Daarbij kun je onder andere denken aan communicatie over korteketenverkooppunten”, vertelt Katrien Schaerlaekens van RivierPark Maasvallei.Een enquête wees vorig jaar uit dat de aanwezigheid van meer lokaal voedsel de toeristische aantrekkingskracht vergroot, vertelt ze. “We hebben vervolgens ook een enquête gehouden onder landbouwers met de vraag welke korteketenactiviteiten ze wel en minder zien zitten. Binnenkort communiceren wij de resultaten hiervan.”Nieuw-Zeelandse appels vervangen door lokale appelsLandschapspark Haspengouw ziet eveneens een belangrijke rol weggelegd voor de ontwikkeling van een voedsellandschap om de waarde van het landschap te vergroten. “Wij willen de lokale consumptie van lokaal fruit aanzwengelen. In supermarkten in onze regio worden appels uit Nieuw-Zeeland verkocht, terwijl wij zelf over talloze clubrassen beschikken. Het zijn deze rassen die we naar de winkels willen brengen en onder de aandacht van de consument willen brengen”, vertelt Wim Appeltans, coördinator van het park. Meer consumptie van lokale appelen is goed voor de landbouwer en dus de economie en komt bovendien het landschap ten goede. Fruitbomen maken hier immers integraal onderdeel van uit. In supermarkten in onze regio worden appels uit Nieuw-Zeeland verkocht, terwijl wij zelf over talloze clubrassen beschikken. Het zijn deze rassen die we naar de winkels willen brengen en onder de aandacht van de consument willen brengen Streekproductenmarkt en deelsysteem voor landbouwmachinesIn de Zwinstreek wordt de subsidie dit jaar ingezet voor de organisatie van een streekproductenmarkt die lokale producenten en ondernemers samenbrengt. In de Vlaamse Ardennen is het landbouwluik praktischer&amp;nbsp;van aard. Hier komt dit jaar een deelsysteem voor landbouwmachines. Met zo&#039;n deelsysteem hoeven landbouwers niet zelf alle machines aan te kopen. En samen kunnen ze, in overleg met fabrikanten van landbouwmachines, ook de ideale machines helpen ontwikkelen voor de bodem in de Vlaamse Ardennen.&amp;nbsp;&quot;Dat is uniek in Vlaanderen&quot;, vertelt Lieven De Stoppeleire, coördinator van het Landschapspark Vlaamse Ardennen aan VRT NWS. &quot;We hebben al een eerste deelmachine aangekocht. En de landbouwers in de regio kunnen die vanaf nu gratis gebruiken.&quot; Via een app kunnen ze de landbouwmachine reserveren en meteen ook hun ervaringen delen met collega-landbouwers. Zo leren de landbouwers nieuwe technieken kennen. En samen met fabrikanten van landbouwmachines, kunnen ze de ideale machines voor deze regio helpen ontwikkelen.De Stoppeleire &amp;nbsp;verklaart het belang voor het landschap: &quot;Er wordt in de Vlaamse Ardennen al veel aan goede bodemzorg gedaan, maar we willen die versterken met een eigen machinepark voor de regio. Nu zijn de dure machines voor veel landbouwers nog altijd een financieel struikelblok. En met dit deelsysteem willen we hen daarbij helpen.&quot;</content>
            
            <updated>2026-03-25T18:59:29+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[1,2 miljoen euro voor plattelandsprojecten die droogte- en wateroverlast tackelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/12-miljoen-euro-voor-plattelandsprojecten-die-droogte-en-wateroverlast-tackelen" />
            <id>https://vilt.be/58842</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor 14 lokale initiatiefgroepen liggen extra middelen klaar om in hun regio een sponslandschap uit te bouwen of het waterbeheer en de landbouw klimaatrobuuster te maken. De initiatieven kaderen binnen het landinrichtingsproject Water+Land+Schap. “Uit eerdere projecten hiervan kunnen we besluiten dat werken met lokale coalities tot heel mooie resultaten kan leiden. Met een nieuwe projectoproep wil ik de kansen voor een toekomstbestendige landbouw in Vlaanderen nog verder stimuleren”, aldus Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/73b1aa32-715e-46d4-8ac3-628ffa58b08d/full_width_installatie-stuw-water-ilvo.jpg</image>
                                        <content>De eerste initiatieven in het project dateren al van 2019. Toen zijn 14 lokale coalities in hun eigen streek aan de slag gegaan rond duurzame landbouw, integraal waterbeheer en landschap. “Het doel van Water+Land+Schap is om problemen met water in landelijke gebieden op te lossen in nauwe samenwerking met de gebruikers van het gebied zoals landbouwers en bedrijven, bewoners en landschapsbeheerders”, verduidelijkt de coördinator van het project, Vlaamse Landmaatschappij (VLM).De realisaties van deze projecten lopen sterk uiteen. “Er werden onder meer stuwtjes en afwateringsgrachten geplaatst om regenwater vast te houden en bufferzones aangelegd via nieuwe vormen van beheerovereenkomsten. Andere projecten concentreerden zich dan weer op het bevorderen van biodiversiteit van graslanden of namen preventieve maatregelen tegen erosie en pesticiden”, somt VLM op. Door het budget van 1,2 miljoen euro komt dit jaar ruimte vrij om een tweede reeks van uitvoeringsinitiatieven te realiseren. “Met deze tweede oproep wil ik de kansen voor een toekomstbestendige landbouw in Vlaanderen nog verder stimuleren”, duidt minister Brouns. “Ik denk bijvoorbeeld aan maatregelen die voor een beter bodembeheer en een betere waterkwaliteit kunnen zorgen of waarmee water opgespaard wordt voor hergebruik. De coalities kunnen ook bijdragen aan een sponslandschap via maatregelen in valleien, langs beeksystemen of grachten.”Via de gebiedscoalities wordt zo verder gewerkt aan een “veerkrachtig en waterwijs Vlaanderen”.</content>
            
            <updated>2026-03-25T17:23:40+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Conflict in Midden-Oosten kan honger in de wereld naar recordhoogte stuwen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/conflict-in-midden-oosten-kan-honger-in-de-wereld-naar-recordhoogte-stuwen" />
            <id>https://vilt.be/58843</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Als het conflict in het Midden-Oosten aanhoudt, dan kan de voedselonzekerheid in de wereld een nieuw record bereiken, waarschuwt het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Bovenop de 318 miljoen mensen die vandaag al honger lijden, zouden nog eens 45 miljoen mensen in acute voedselonzekerheid kunnen terechtkomen. Dat zou leiden tot een triest record van 363 miljoen mensen die honger lijden, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="honger" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3dbd9361-5147-4df7-91db-cc4cc827c1a8/full_width_honger-midden-oosten-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Op de vluchtEr zijn drie redenen waarom het conflict in het Midden-Oosten leidt tot meer honger in de wereld, zo stelt het Wereldvoedselprogramma (WFP). Enerzijds zorgt het geweld in de regio ervoor dat mensen hun huis moeten ontvluchten. Wanneer gezinnen moeten vluchten, verliezen ze hun toegang tot werk of tot akkers. Op die manier wordt het van de ene dag op de andere moeilijker om aan voedsel te raken.“Dit komt vaak bovenop jaren van economische druk, conflicten en eerder ontheemding”, schrijft WFP in een nieuw rapport. Het verwijst daarbij naar Libanon waar mensen massaal hun huizen ontvluchten, terwijl er al een zware economische crisis in het land was. Verstoorde aanvoerlijnenEen tweede reden waarom het conflict de honger in de wereld doet toenemen, is omdat aanvoerlijnen verstoord geraken. Wanneer situaties onveilig zijn of wanneer infrastructuur beschadigd raakt, dan wordt het moeilijker om voedsel in winkels te krijgen. WFP verwijst ook naar de virtuele stilstand in de Straat van Hormuz en de grotere risico&#039;s voor de scheepvaart op de Rode Zee. “Die leiden nu al tot hogere kosten voor energie, brandstof en meststoffen.”Stijgende prijzenEn dat is volgens WFP meteen ook de derde reden waarom de honger toeneemt. Prijsstijgingen van onder meer energie, brandstof en meststoffen werken door in het hele voedselsysteem en drijven wereldwijd de voedselprijzen op. Voor de mensen in Iran is dat een probleem, zeker omdat er al een hoge voedselinflatie was en gezinnen weinig ruimte hebben om nieuwe schokken op te vangen. Impact ver buiten de regioMaar gezien de cruciale rol die het Midden-Oosten speelt in wereldwijde energie-, transport- en handelssystemen heeft dit ook impact tot ver buiten de regio, zo constateert WFP. Landen die sterk afhankelijk zijn van import van voedsel, brandstoffen of meststoffen zijn dan ook bijzonder kwetsbaar voor prijsstijgingen.“In delen van Sub-Sahara-Afrika riskeren boeren tijdens het plantseizoen lagere opbrengsten omdat ze hun gewassen niet kunnen behandelen. Zelfs kleine prijsstijgingen kunnen gezinnen in crisis duwen”, aldus het WFP-rapport. Maar ook in delen van Azië waar economieën afhankelijk zijn van import en huishoudens al weinig koopkracht hebben, laat het conflict zich voelen. In Afghanistan komt deze crisis dan weer bovenop andere problemen, zoals conflicten en natuurrampen. &amp;nbsp; Snelle actie nodig“De meest kwetsbare mensen in de wereld zullen het meest blootgesteld zijn, zeker als de crisis blijft aanhouden&quot;, waarschuwt WFP dat naar eigen zeggen snel gereageerd heeft op deze noodsituatie. Er werd in voedselhulp voorzien, waar de markten nog functioneren, wordt geld ter beschikking gesteld van de bevolking zodat zij lokaal voedsel kunnen aankopen. Daarnaast tracht WFP ook de logistiek draaiende te houden, bijvoorbeeld door transporten om te leiden of alternatieve routes te zoeken om voedselhulp te blijven leveren.Als het conflict aanhoudt en de olieprijzen hoger dan 100 dollar per vat blijven, zou de honger in de wereld tot een recordniveau kunnen stijgen. WFP verwacht dat er dan nog eens 45 miljoen mensen in acute voedselonzekerheid terechtkomen. Tegelijk stelt de VN-organisatie vast dat hulporganisaties vandaag al onder druk staan door stijgende kosten en een tekort aan financiering. “Als er niet snel actie komt om de toegang tot voedsel te beschermen, ontheemde gezinnen te ondersteunen en logistieke ketens te garanderen, dan zal onze eerdere vooruitgang in de strijd tegen honger opnieuw verloren gaan”, besluit WFP.</content>
            
            <updated>2026-03-25T18:13:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bietenplanters niet te spreken over nieuw handelsakkoord: “onaanvaardbaar en zorgwekkend”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-bietenplanters-niet-te-spreken-over-nieuw-vrijhandelsakkoord-onaanvaardbaar-en-zorgwekkend" />
            <id>https://vilt.be/58844</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door het nieuwe vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Australië dreigt de Europese suikermarkt opnieuw een extra volume invoerrechtenvrije suiker te moeten verwerken. “Dit is een nieuwe onaanvaardbare concessie”, reageert de Confederatie van de Belgische Bietenplanters (CBB). “Het akkoord volgt in een zorgwekkende reeks van handelsakkoorden en voert de druk op in een reeds kwetsbare sector. Dit veroordelen we met grote kracht.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="suiker" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b065beb4-a03e-48e1-ba46-35ea993fc5d1/full_width_tiensesuikerbietencampagne22-1.jpg</image>
                                        <content>Het recent afgesloten vrijehandelsakkoord geeft Australië een invoerrechtenvrije toegang van 44.925 ton ruwe rietsuiker op de Europese markt. Hierdoor zou het invoertarief binnen het huidige WTO-quotum van 9.925 ton ruwe rietsuiker verdwijnen en komt daarbovenop een extra invoerrechtenvrije toegang van 35.000 ton. Dat liet de Australische overheid weten bij de bekendmaking van de overeengekomen details. Daarnaast zou er ook een invoerrechtenvrije toegang van 4.000 ton zijn voor verwerkte suikerproducten en extra quotum voor ethanol.In vergelijking met de grote spelers zoals Brazilië, Oekraïne en Mauritius is Australië vandaag geen grote handelspartner voor de EU op vlak van suiker. Terwijl de EU in 2023–2024 slechts 312 ton Australische suiker invoerde, waarvan 2 ton ruwe rietsuiker, liep de invoer uit Oekraïne op tot 566.000 ton. Optelsom van individuele akkoordenHet zijn echter de cumulatieve effecten die de grote doorn in het oog zijn voor de bietentelers. “Elke verdere handelsconcessie, hoe beperkt ook, verergert de druk op onze telers en bedreigt de overleefbaarheid van onze sector”, verduidelijkt de voorzitter van de CBB, Hendrik Vandamme. “Met het recente goedgekeurde contingent van 180.000 ton voor Brazilië en 100.000 ton voor Oekraïne, zal het nieuwe gesloten akkoord het totale volume aan nultarief-importen op 1,13 miljoen ton brengen. Als daar nog eens de quota onder verlaagde rechten bijgerekend worden, dan loopt de toegang op tot bijna 1,7 miljoen ton. En ondertussen blijft de suikerconsumptie in de EU dalen.”De CBB benadrukt dat het cumulatieve effect van handelsakkoorden absoluut in rekening moet worden gebracht. De optelsom van individuele concessies, hoe beperkt ook, brengt het globale evenwicht van de sector in gevaar. De Commissie toont hiermee een flagrant gebrek aan consideratie voor de duurzaamheid en rentabiliteit van de Europese suikerbietensector Naast de volumes betreurt de confederatie vooral dat de Europese Commissie het gevoelige karakter van suiker in haar handelsbeleid niet respecteert. “De Europese Commissie toont hiermee een flagrant gebrek aan consideratie voor de duurzaamheid en rentabiliteit van de Europese suikerbietensector, die reeds jarenlang door opeenvolgende crises en een snelle daling van de rentabiliteit wordt geteisterd&quot;, klinkt het.De CBB roept de Belgische autoriteiten op om actie te ondernemen. &quot;Wij vragen de Belgische en regionale ministers van Landbouw om bij de Europese instellingen aan te dringen op een herziening van dit akkoord. Daarnaast pleiten we voor een effectieve erkenning van suiker als gevoelig product, met de nodige beschermingsmaatregelen&quot;, sluit CBB af.</content>
            
            <updated>2026-03-25T21:01:51+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[IBR-uitbraak in Duitsland: 1.100 runderen geruimd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ibr-uitbraak-in-duitsland-1100-runderen-geruimd" />
            <id>https://vilt.be/58845</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Duitsland is niet langer IBR-vrij. De ziekte is vastgesteld op een groot rundveebedrijf nabij Kleef, vlakbij de Nederlandse grens. Alle 1.100 runderen van het bedrijf zijn uit voorzorg geruimd. Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis, ook wel Canadese griep genoemd, is een virale luchtweginfectie bij runderen. De ziekte is zeer besmettelijk, maar vaak niet dodelijk en niet overdraagbaar op de mens. België is niet IBR-vrij, maar wil deze status verkrijgen tegen 2030.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierziekten" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c873b95e-514b-40f7-9ed9-1f058518683a/full_width_koe-rund-vaccinatie-european-union-2018.jpg</image>
                                        <content>Officieel is Duitsland IBR-vrij, maar volgens de website van het district Kleef zijn er de afgelopen maanden meerdere besmettingen vastgesteld in de regio. Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, zijn er strikte bioveiligheidsmaatregelen op het bedrijf genomen.IBR wordt veroorzaakt door het Boviene Herpesvirus BHV1. Eenmaal een dier besmet is met de ziekte blijft het levenslang virusdrager. Zelfs dieren die gezond lijken kunnen onder bepaalde omstandigheden, zoals in stresssituaties bij het kalven of bij stalwisseling, het virus opnieuw uitscheiden en verder verspreiden. Dat maakt het heel moeilijk om BHV1 en bijgevolg IBR te bestrijden.Volgens het district Kleef is het risico op verdere verspreiding van het virus momenteel beperkt, maar niet uitgesloten. Veehouders en anderen die in contact komen met runderen worden opgeroepen tot waakzaamheid. Naast Kleef zijn ook de regio’s rond Wesel, Viersen, Heinsberg, Borken en Aken risicogebied.Hoewel de symptomen van BHV1 vrij mild lijken tegenover andere dierziekten, wordt het virus vooral gezien als een “handelsziekte”. Besmette dieren verliezen hun afzetmogelijkheden wat leidt tot economische verliezen. Het district Kleef meldt dat men daarom er alles aan moet doen om Duitslands officiële IBR-vrije status te behouden.Situatie in BelgiëMaar het virus is er dus wel degelijk aanwezig, hetzij in beperkte mate. Ondanks de nabijheid bij de Belgische grens, is er nog geen sprake van grote bezorgdheid. België is vandaag niet officieel IBR-vrij. “Er komt geen wijziging in beleid in België naar aanleiding van de uitbraak in Duitsland”, zegt Annelies Wynant van de FOD Volksgezondheid aan Vilt. “België heeft momenteel het statuut van ‘EU goedgekeurd programma’ en het huidige beleid is erop gericht het IBR-vrije statuut te behalen.”België werkt via een verplicht bestrijdingsprogramma sinds 2012 hard aan het doel om officieel IBR-vrij te zijn. De aanvraag voor het officiële IBR-vrije statuut bij de Europese Unie is uitgesteld tot april 2030 om veehouders meer tijd te geven de laatste besmettingen aan te pakken“Gezien het virus nog niet volledig uitgeroeid is in België, is vaccinatie nog toegelaten op niet-EU vrije beslagen”, geeft Wynant nog mee. “Een algemeen vaccinatieverbod werd eind 2025 uitgesteld gezien de ongunstige epidemiologische situatie op het terrein.”</content>
            
            <updated>2026-03-26T20:40:48+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[KU Leuven ontwikkelt 'controleerbare' bacterie, en dat is ook voor landbouw interessant]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ku-leuven-ontwikkelt-controleerbare-bacterie-en-dat-is-ook-voor-landbouw-interessant" />
            <id>https://vilt.be/58846</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Onderzoekers van KU Leuven hebben in hun labo een techniek ontwikkeld waarmee genetisch gemodificeerde bacteriën niet langer exponentieel, maar gecontroleerd en tijdelijk groeien. Dit heeft implicaties voor de medische wetenschap, maar ook voor de landbouw. De techniek zou immers toestaan om genetisch gemodificeerde bacteriën in te zetten tegen schimmels en insecten met minimaal risico voor de omgeving. Ook voor diergeneeskunde zijn er mogelijkheden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatie" />
                        <category term="genetische modificatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fdf8248c-c687-4fc8-a8b4-107105e8dfb8/full_width_screenshot-2026-03-19-113226.jpg</image>
                                        <content>Bacteriën zijn niet alleen ziekmakers. Er bestaan ook ‘goede’ bacteriën. Die worden vandaag al op grote schaal ingezet in diverse sectoren. In de medische wetenschap zijn er bijvoorbeeld probiotica die je kan innemen om je darmgezondheid te herstellen. In de landbouw helpen ze gewassen beschermen tegen schimmels en insecten. Ze worden ook ingezet bij waterzuivering en het saneren van vervuilde gronden.Bacteriën groeien van nature exponentieel. Eén cel wordt twee, twee worden vier, enzovoort. In een ongecontroleerde omgeving, zoals op een akker, brengt dat een inherent risico met zich mee. “Je wil niet dat genetisch gemanipuleerde bacteriën zich zomaar ongebreideld kunnen voortplanten op een akker”, zegt onderzoeker Ronald Van Eyken aan Vilt. “Ze kunnen mogelijk de lokale ecologie verstoren. Dat wil je absoluut vermijden, en dat kan door de bacteriepopulatie trager en meer gecontroleerd te laten groeien, en de cellen zichzelf te laten verwijderen uit het ecosysteem zodra hun werk gedaan is.”In de ‘proof of concept’-studie hebben de onderzoekers een techniek ontwikkeld om de groei van E. colibacteriën te herprogrammeren. Deze techniek wil men later ook toepassen op andere bacteriën. “De gebruikte stam van E. coli is het typische modelorganisme dat in labosettings wordt gebruikt, maar in principe kan de techniek ook geïmplementeerd worden in andere bacteriën. Al is dat nog nooit formeel getest.”Van exponentieel naar één plus éénDe techniek werkt als volgt: de wetenschappers bouwden een genetisch systeem waarbij een molecule die nodig is om bepaalde voedingsstoffen te benutten, uitsluitend wordt aangemaakt vanuit een speciaal ontworpen eiwitcomplex in de cel. Dat complex wordt telkens aan slechts één van de twee dochtercellen doorgegeven. Enkel deze cel is dan nog in staat om zich voort te planten, in plaats van allebei. “In plaats van een explosieve groei, vermeerdert de bacteriecel van één naar twee, drie, vier, enzovoort”, zegt Van Eyken.Kortweg: geen exponentiële vermenigvuldiging maar een optelsom. Bovendien wordt het eiwitcomplex van de ‘voortplantende’ cel geleidelijk aan afgebroken. De gecontroleerde groei kent dus een ingebouwde einddatum. “We schakelen bacteriën niet uit, maar veranderen hun groeilogica,” zegt onderzoeker Ronald Van Eyken. “In plaats van achteraf nog in te moeten grijpen, zoals de tot nu toe gebruikte methodes voornamelijk doen, kunnen wij vooraf bepalen hoeveel keer een bacterie zich kan delen. Dat maakt het systeem veel veiliger.”Door de bacteriën ‘voorspelbaar’ te maken, worden ze inzetbaar in moeilijk controleerbare omgevingen zoals het menselijk lichaam of een akker. In de medische wetenschap kunnen ze bijvoorbeeld geprogrammeerd worden om een medicijn lokaal te produceren in de darm, of zelfs om specifiek bepaalde tumoren aan te vallen. In de veehouderij opent de techniek mogelijkheden om vaccins te ontwikkelen, op basis van bacteriën die een immuunrespons triggeren, om daarna weer vanzelf te verdwijnen.Extra veiligheid“Wanneer zulke micro-organismen in open veld of in dieren worden toegepast, is volledige controle onmogelijk. Onze techniek die de groei al vooraf begrenst, biedt dan een extra veiligheid”, zegt onderzoeker Ronald Van Eyken.“Het mooie is dat alles hieraan op voorhand kan worden voorbereid”, zegt Van Eyken nog tot slot. “Het systeem werkt dus volautomatisch en gecontroleerd.”“Door een van de meest fundamentele eigenschappen van bacterieel leven te herprogrammeren, kunnen we ze beter aan de leiband houden,” voegt coauteur professor Abram Aertsen nog toe, verbonden aan het Departement Microbiële en Moleculaire Systemen. “Onze techniek opent de weg naar nieuwe mogelijkheden en veilige toepassingsgebieden voor bacteriën.”De ‘proof-of-concept’ studie werd gepubliceerd in Nature Communications. Op de technologie loopt momenteel een patentaanvraag.</content>
            
            <updated>2026-03-26T09:28:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Spanje wil varkenspest bestrijden “naar Belgisch model”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/spanje-wil-varkenspest-bestrijden-naar-belgisch-model" />
            <id>https://vilt.be/58847</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>50 euro verlies per varken en zes miljard van het Bruto Binnenlands Product (BBP) dreigt te verdampen: dat is de kostprijs van Afrikaanse Varkenspest (AVP) in Spanje. Met name de regio Catalonië, het hart van de Spaanse varkenssector, wordt geteisterd door de dierziekte. De nationale belangenorganisatie van de Spaanse varkenshouders Anprogapor vraagt de overheid om de ziekte uit te roeien “naar Belgisch model.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="afrikaanse varkenspest" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b9042bf8-d449-4665-ba3c-f76b6a36674d/full_width_foto-varkens.JPG</image>
                                        <content>In een interview met het Spaanse vakmedium Cárnica pleit Miguel Ángel Higuera, directeur van Anprogapor, voor het “Belgisch model”. Hij wijst erop dat ons land erin slaagde de ziekte binnen twee jaar in te dammen en uit te roeien met een beperkte impact. Doet Spanje dat niet, dan dreigt men te vervallen in het zogenaamde “Duitse model”, waarbij AVP na vijf jaar strijd nog steeds in het land aanwezig zal zijn, en Spanje aanzienlijke markttoegang verliest. In dit scenario zou de sector volgens Higuera de veestapel doen inkrimpen met twintig procent.De gevolgen van de Catalaanse AVP-uitbraak zijn 119 dagen na de eerste besmetting niet min. Cárnica bericht over een dagelijks miljoenenverlies dat een historisch gat in de nationale economie dreigt te slaan. De sector kent een verlies van ongeveer 50 euro per varken. Als men bedenkt dat er in Spanje per kwartaal bijna 16 miljoen varkens worden geproduceerd, landt men op een astronomisch bedrag. Het tij is nog niet gekeerd: nog steeds ziet men elke week nieuwe gevallen opdoemen. Hoewel Higuera gevraagd wordt naar een vooruitblik op de verre toekomst, is de situatie zelfs op “korte termijn niet houdbaar”, stelt hij.2,5 procent van BBP gaat verlorenIn concrete cijfers: de Spaanse varkens-, vee- en vleessector vertegenwoordigt momenteel ongeveer 30 miljard euro, wat neerkomt op ongeveer 2,5 procent van het Spaanse Bruto Binnenlands Product. “Een verlies van 20 procent van die 30 miljard euro betekent een verlies van zes miljard euro aan Spaans BBP, louter en alleen door een ziekte”, waarschuwt Higuera. Volgens hem moeten er kosten noch moeite bespaard worden om Duitse scenario’s te vermijden.Volgens Higuera slagen de bedrijven er lang niet in om de productiekosten te dekken. Gezien de onvermijdelijke problemen als gevolg van het gebrek aan liquiditeit bij de bedrijven, ziet Higuera een harde realiteit: “Het zou niet vreemd zijn als in deze situatie een boerderij moet sluiten omdat deze economisch instort”. De Spaanse beleidsmakers beloven aan Cárnica dat ze financiële middelen voorzien om zulke sluitingen te voorkomen, maar de vraag blijft of en wanneer de sector zich zal herstellen.Pover vooruitzichtBovendien kon de AVP-uitbraak niet slechter vallen. Volgens Higuera gebeurde deze net op het moment dat de markt optimisme begon te tonen en de sector “expansieve plannen” had. Nu zijn de verwachtingen van de producenten veranderd en zijn de prognoses voor het jaar 2026 “zeer negatief”, wat erop wijst dat 2027 ook een moeilijk jaar kan worden als de situatie niet wordt aangepakt.</content>
            
            <updated>2026-03-26T15:24:13+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[“Uniek in zijn soort”: Britten kweken verse scampi in vismijn van Oostende]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/uniek-in-zijn-soort-britten-kweken-verse-scampi-in-oostendse-vismijnj" />
            <id>https://vilt.be/58848</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Deze zomer draaien we verse scampi in de pasta diabolique. Three-Sixty Aquaculture, de Britse specialist in garnalen legt een scampikwekerij aan in de Oostendse Vismijn. Het bedrijf vestigt zich in de loodsen van Marifish.Inc, de hub voor start-ups in de aquacultuur. De verwachte productie is 30 ton scampi vanaf de nazomer. Later wordt dit opgeschroefd naar 100 ton per jaar.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aquacultuur" />
                        <category term="antibiotica" />
                        <category term="vis" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/498900dc-68da-493f-a785-b663bc8c5777/full_width_scampi.jpg</image>
                                        <content>De kwekerij ligt binnen het complex van de Vlaamse Visveiling. Directeur van de Visveiling Tom Premereur noemt de kwekerij “uniek in zijn soort.” “Er wordt bitter weinig scampi gekweekt in Europa”, zegt Premereur aan VILT. “De meeste scampi die je hier vindt, zijn de ingevroren exemplaren, vooral import uit Azië. Dit project zal een van de enige zijn die verse scampi aanbiedt op de Europese markt.”De Vlaamse Visveiling biedt de kweeklocatie aan via de incubator voor startups Marifish.Inc. Deze werd eind 2023 officieel gelanceerd en biedt onder andere zeewatertanks aan voor kwekerijdoeleinden. Maar de Brits-Vlaamse samenwerking gaat verder dan louter het aanbieden van een kweeklocatie. “We staan ook mee in voor de vermarkting, de promotie en de verpakking van de producten”, zegt Premereur. Voor Vlaanderen en EuropaDankzij de permanente opstelling van Marifish moet er niet veel meer gebeuren voor de Britse kwekers aan de slag kunnen. “De tanks staan er nu. Er gebeuren tests of alles goed waterdicht is, om dan stilaan te starten met de eerste productie met het oog op de nazomer. De Europese handel heeft toegang tot onze veiling, dus de afzet zal in België maar ook verder gebeuren.”De keuze van Three-Sixty Aquaculture om samen te werken met Marifish.Inc. stoelt zich niet alleen op de Europese ligging. “Je hebt ook het voordeel dat je als bedrijf hier snel kan beginnen”, zegt Premereur. “Als je een businessunit hebt, krijg je onmiddellijk toegang tot zeewater. Terwijl als je van nul begint, moet je eerst wachten op vergunningsaanvragen en dergelijke. Hier kan je veel sneller opschalen en krijg je onmiddellijk toegang tot de Europese markt.”Geen antibioticaDe kwekers zullen gebruik maken van recirculerende aquacultuursystemen (RAS), die het waterverbruik tot een minimum beperken door het water te filteren, aan te passen en te hergebruiken. In tegenstelling tot de traditionele aquacultuur in open water blijven de kweekomstandigheden gecontroleerd en wordt afval opgevangen. Dat maakt het systeem duurzamer. Bovendien verhindert dit de externe overdracht van ziekten en parasieten. Premereur wijst erop dat er in dit systeem dus geen antibiotica worden gebruikt. “Bovendien volgt de productie de strenge EU-regelgeving, die in Azië natuurlijk wat losser is”, zegt Premereur. Het gaat om een vers product in korte keten met Oostends stadswater, wat dus toch wat voordelen biedt tegenover de scampi’s die men importeert.”Three-Sixty Aquaculture belooft dankzij dit innovatief systeem het hele jaarrond Europese klanten te voorzien van verse garnalen van hoge kwaliteit.OesterkweekDe Vlaamse expertise in de aquacultuur werd deze week ook nog eens duidelijk binnen de oesterkweek. VRT NWS meldt dat oesterkwekerij De Oesterput in Oostende een proefproject is gestart om een deel van de kweek te automatiseren. Dit moet de werklast met 60 procent verminderen. Het proefproject krijgt ruim 50.000 euro steun van ZeeBONK, een initiatief van Europa, Vlaanderen en de provincie West-Vlaanderen.</content>
            
            <updated>2026-03-26T15:09:36+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond waarschuwt telers voor het storten van aardappelen op akkers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-waarschuwt-telers-voor-regels-bij-storten-aardappelen-op-akkers" />
            <id>https://vilt.be/58849</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Landbouworganisatie Boerenbond waarschuwt aardappeltelers dat ze de fiscus vooraf moeten inlichten wanneer ze aardappelen op het bedrijf vernietigen. Ook herinneren ze de telers eraan dat het uitstorten van aardappelen op de akkers niet zomaar mag. Hiervoor moet een grondstoffenverklaring ondertekend worden. “Dit moeten telers individueel in orde maken, maar we werken eraan om dit op sectorniveau mogelijk te maken”, duidt Pieter van Oost, adviseur plantaardige productie van Boerenbond.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ef67d0cd-d95a-428f-b7fc-f2abb1d16d8f/full_width_aardappel.jpg</image>
                                        <content>De volledige aardappelketen doet zijn best om oplossingen te zoeken voor een bestemming van de aardappelberg. Een gezamenlijk initiatief ‘Ode aan de patat’ van Boerenbond, VLAM, ABS, Belgapom, Belpotato.be en Waste Warriors tracht volgende maand om zoveel mogelijk aardappelen tot de consument te krijgen.Hoewel het een waardevol initiatief is, is de aardappelberg momenteel te groot om die volledig bij de consument te krijgen. Daarom roept Boerenbond telers op om ook pistes richting energieproductie en veevoeding grondig te verkennen. “Op basis van wetenschappelijke adviezen hebben we onze veehouders hierover ingelicht, ook de rundveehouders&quot;, luidt het. Maar ook deze verwerkingsopties zullen niet volstaan om de aardappelcrisis bij de telers op te lossen. Velen zullen hun overtollige aardappelen terug naar het land moeten brengen. Al mogen landbouwers dit niet zomaar doen. Daar hangen voorwaarden aan vast, die landbouwers via een grondstoffenverklaring moeten regelen.Normaal moeten landbouwers dit individueel afhandelen, maar dit vraagt veel administratieve en wetenschappelijke onderbouwing. “Daarom zijn we in gesprek met OVAM en de Mestbank om zo’n grondstoffenverklaring op sectorniveau te regelen”, duidt Pieter van Oost. “Die gesprekken lopen vlot, elke partij zoekt mee naar werkbare oplossingen. We verwachten dat dit in de loop van volgende week in orde komt. Zo zullen alle telers, ook niet-Boerenbondleden, laagdrempelig online de verklaring kunnen ondertekenen.” De natuur komt momenteel tot leven, hetzelfde geldt bij aardappelen. Er bestaat veel kans dat ze in het veld zullen kiemen Plant- en bodemrisco&#039;sBoerenbond vraagt aan de getroffen landbouwers om bij deze allerlaatste oplossing grote aandacht te hebben voor alle aspecten van plantgezondheid. “Aardappelen terug naar het veld brengen, zijn niet alleen een bron voor de aardappelplaag, ook typische aardappelaaltjes blijven zo aanwezig in de bodem. Het is belangrijk om hiermee rekening te houden in de teeltplanning van de komende jaren”, duidt van Oost.Hij raadt aan om de aardappelen zo lang als mogelijk in de loodsen te bewaren, mits een goeie verluchting, zodat het geen broeihaard van schimmels wordt. “Eens de kiemkracht uit de aardappelen zijn, kunnen ze dan deze zomer op de graanstoppels uitgereden worden”, geeft van Oost mee. Landbouwers die de aardappelen niet kunnen bewaren in de loodsen zullen ze moeten uitrijden voor het inzaaien van de voorjaarsteelten. “Dit brengt heel wat risico met zich mee. De natuur komt momenteel tot leven, hetzelfde geldt bij aardappelen. Er bestaat veel kans dat de aardappelen in het veld zullen kiemen.” Om dit tegen te gaan, raadt van Oost aan om de aardappelen zo goed als mogelijk te frezen zodat de kiemkracht gereduceerd wordt. “Als de aardappelen toch kiemen, moeten deze zo snel als mogelijk op een correctie manier bestreden worden.”“Het is duidelijk dat er voor deze crisis geen enkele oplossing sluitend is. Iedereen zal op zijn eigen bedrijf enkele afwegingen moeten maken en stappen moeten zetten die de situatie op het individuele bedrijf oplossen”, aldus van Oost. We raden aan om de vernietiging van aardappelen vooraf kenbaar te maken bij de fiscus zodat ze dit kunnen komen vaststellen Opgepast met de fiscusBoerenbond waarschuwt de telers die hun aardappelen moeten vernietigen ook voor de fiscale gevolgen. “De fiscus kan een oorzaak zoeken voor een dalende opbrengst ten opzichte van je productieareaal of je aangegeven inkomsten of verkopen”, aldus de landbouworganisatie. “In de fiscale barema’s is een clausule voorzien waarbij uitzonderlijke verliezen van teelten kunnen in rekening gebracht worden als aftrekbare beroepsverliezen. Om dit te kunnen aftrekken moet de taxatieambtenaar echter formeel met&amp;nbsp;een aangetekend schrijven&amp;nbsp;worden uitgenodigd om vernietiging te komen vaststellen. De landbouwer moet hierbij bewijzen welke volumes vernietigd werden. Voor dit laatste zijn we aan het werk om het proces te vereenvoudigen zodat alle landbouwers die intekenen op de grondstoffenverklaring, dit attest ook kunnen gebruiken als fiscaal bewijs.”</content>
            
            <updated>2026-03-26T14:59:07+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe tool helpt moestuiniers om juiste dosis gewasbescherming te gebruiken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-tool-helpt-moestuiniers-om-juiste-dosis-gewasbescherming-te-gebruiken" />
            <id>https://vilt.be/58850</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De producenten van gewasbeschermingsmiddelen schakelen een tandje hoger in de sensibilisering van consumenten over het gebruik van gewasbescherming. “We stellen vast dat het niet altijd eenvoudig is voor particulieren om de correcte dosis van een middel te bepalen. Daarom hebben we een dosiscalculator uitgewerkt die zeer snel kan berekenen hoeveel gewasbeschermingsmiddel je exact nodig hebt”, zegt Anneleen De Zutter van Belplant.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="moestuin" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/71dcc8e4-2925-4acb-a3fb-78d7c589b3fc/full_width_moestuin.jpg</image>
                                        <content>De dosis maakt het vergif, is een vaak gehoorde uitspraak in landbouwmiddens als het gaat over gewasbeschermingsmiddelen. Land- en tuinbouwers die op hun landbouwbedrijf met gewasbeschermingsmiddelen werken, moeten dan ook een opleiding volgen om een licentie te behalen om met die middelen te mogen omgaan, de zogenaamde fytolicentie. Elk jaar moeten ze ook bijscholingen bijwonen om die licentie te behouden.Voor particulieren geldt die voorwaarde niet. Toch zetten Belplant, Comeos en de Belgische Tuincentra Vereniging (BTV), in overleg met de FOD Volksgezondheid, al tien jaar in op het sensibiliseren van de particuliere gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen. Dat doen ze via een website ‘Handig in de tuin’ en een callcenter, waar onafhankelijke vakmensen particulieren met raad en daad bijstaan om bestrijdingsmiddelen in de tuin correct en veilig te gebruiken.Nieuw dit jaar is de dosiscalculator. “Wil je onkruid- of mosverdelger, insecticide, slakkenkorrels of een fungicide correct gebruiken, dan moet je via de dosiscalculator aangeven welk product je wil gebruiken. Vervolgens kan je aangeven waar je het wil gebruiken, bijvoorbeeld op een verhard oppervlak of voor bepaalde planten, en welk probleem je ermee wil aanpakken. Tot slot voer je nog de oppervlakte in die je wil behandelen en vervolgens krijg je de juiste dosis, samen met het aantal mogelijke behandelingen”, klinkt het.Ook andere waarschuwingen als de minimaal te hanteren bufferzone ten aanzien van het oppervlaktewater worden meteen vermeld. De website voorziet ook in handige tips over hoe je een spuitoplossing moet klaarmaken of hoe je een spuittoestel correct vult. Wie toch nog vragen heeft, kan in de lente zeven dagen op zeven terecht bij het callcenter op nummer 0800/62.604.</content>
            
            <updated>2026-03-26T22:57:02+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europees Parlement stemt nieuwe voorwaarden voor handelsakkoord EU-VS]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europees-parlement-stemt-nieuwe-voorwaarden-handelsakkoord-eu-vs-landbouwluik-blijft-troebel" />
            <id>https://vilt.be/58851</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Europees Parlement heeft donderdag met ruime meerderheid diverse clausules gesteund in het kader van het handelsakkoord tussen de EU en de VS dat vorig jaar werd afgesloten. Dat meldt de journalistieke onderneming <a href="https://www.politico.eu/article/eu-parliament-backs-us-trade-deal-with-strings-attached/" target="_blank" target="_self">Politico</a>. Nieuwe amendementen moeten ervoor zorgen dat de regering-Trump zich aan de overeenkomst houdt. De deal omvat ook een landbouwluik, dat eerder al kritisch werd onthaald door de Europese landbouwfederatie Copa-Cogeca. Zo krijgen Amerikaanse landbouwproducten betere markttoegang terwijl er op Europese agrovoeding heffingen blijven gelden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a79f82d2-1f34-4099-be33-3b31f7646915/full_width_trump-2546104-1280.jpg</image>
                                        <content>Tijdens een plenaire stemming steunden de Europarlementsleden een opschortingsclausule die ervoor zorgt dat de deal vervalt zodra de VS nieuwe tarieven invoeren. Er komt ook een vervalclausule: de overeenkomst stopt op 31 maart 2028 en kan enkel worden verlengd met expliciete goedkeuring.De opschortingsclausule stelt bovendien dat de deal wordt afgebroken als de Amerikaanse president de territoriale soevereiniteit van de EU bedreigt, zoals hij eerder dit jaar deed toen hij aandrong op de annexatie van Groenland, een deel van Denemarken.“We zijn de dreigementen en de chantage van Groenland niet vergeten”, zegt de Zweedse Europarlementariër Karin Karlsbro aan de nieuwssite Euractiv. Zij is hoofdonderhandelaar van Renew. Hoewel Karlsbro toegaf dat de overeenkomst nauwelijks als evenwichtig kan worden beschouwd, voegde ze eraan toe dat haar fractie de deal toch zou steunen als deze “voorspelbaarheid en stabiliteit” biedt.In de deal belooft de EU onder meer om de huidige heffingen op Amerikaanse industriële producten te herzien. De VS moeten de tarieven op Europese staalderivaten verlagen tot maximaal 15 procent. Verdere tariefdreigingen betekenen einde dealDe handelsovereenkomst werd afgelopen juli gesloten in Trumps golfresort Turnberry in Schotland. Na een potje golf werd de deal beklonken tussen de president en voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen. Maar die handdruk was slechts het begin. Voor die realiteit is, zal de deal in april met de Europese Raad worden afgetoetst.&quot;We hebben nu een sterk mandaat voor onderhandelingen met de Raad dat we optimaal zullen benutten”, zegt de Duitse rapporteur Bernd Lange in een persbericht. “Het Parlement kan de handelsvoorwaarden van de overeenkomst alleen ondertekenen als de regels zeer sterke en duidelijke waarborgen bevatten, en pas zodra de VS de voorwaarden van de overeenkomst volledig hebben nageleefd. Ik ben van plan dit mandaat tijdens de onderhandelingen krachtig te verdedigen.”“Eventuele verdere tariefdreigingen, of als de overeenkomst geen resultaten oplevert voor EU-producenten en -consumenten, zullen leiden tot het verstrijken van de wetgeving&quot;, verduidelijkt hij nog. Eventuele verdere tariefdreigingen, of als de overeenkomst geen resultaten oplevert voor EU-producenten en -consumenten, zullen leiden tot het verstrijken van de wetgeving Aanvankelijk hadden de Europarlementariërs het goedkeuringsproces van de deal vertraagd nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof vorige maand Trumps oorspronkelijke tarieven had verworpen. De in Turnberry gesloten overeenkomst stelde oorspronkelijk een tariefplafond van 15 procent vast voor de meeste EU-exporten. Er is nu een tijdelijk Amerikaans tarief van 10 procent van kracht.Zijn Europese landbouwers de dupe?De Amerikaanse tarieven zijn dus lager dan verwacht: oorspronkelijk wilde Trump tarieven van 30 procent heffen. Toch blijft de vraag hoe de landbouw zal varen bij dit handelsakkoord. Er zou sprake zijn om bepaalde duurzaamheids- en fytosanitaire regels te versoepelen voor Amerikaanse producten, maar in ruil lijken de VS weinig te bieden aan de Europese landbouwsector. De Europese landbouworganisatie Copa-Cogeca vreest dus voor een ongelijk speelveld. Over het landbouwluik van deze deal zijn de officiële bronnen voorlopig eerder vaag. De overeenkomst belooft de VS betere markttoegang voor bepaalde visproducten, noten, zuivelproducten, verse en verwerkte groenten en fruit, verwerkte levensmiddelen, granen en zaaigoed, sojabonen, varkensvlees en bizonvlees. Producten zoals rundvlees, gevogelte, rijst of ethanol noemt de EU ‘gevoelig’ en dus vallen ze hier niet onder.Over het algemeen zullen deze tariefverlagingen worden doorgevoerd via productspecifieke tariefcontingenten (TRQ&#039;s). De specifieke producten en de bijbehorende TRQ&#039;s en tariefniveaus zijn nog niet bekend.De EU belooft dat er ondanks de liberalisering van diverse Amerikaanse exportproducten “geen afbreuk wordt gedaan aan de gevoeligheden van de EU.” De VS zijn nu al een belangrijke leverancier van noten, Alaska-koolvis en sorghum. De EU wil de invoer vergroten van producten zoals noten, sojabonenolie, bepaalde visserijproducten of verwerkte voedingsmiddelen, waaronder ketchup.Europese voedingsexporteurs zouden in ruil “zekerheid en voorspelbaarheid” krijgen over de voorwaarden voor export naar de VS. De VS zijn de op één na grootste markt voor de export van agrovoedingsproducten uit de EU. Maar “zekerheid en voorspelbaarheid” betekent niet dat de tarieven worden verlaagd. Wat dat betreft, is er weinig duidelijkheid.De bezorgdheid van Copa-Cogeca is dus niet onbegrijpelijk. Zo beloofde de Europese leiding aanvankelijk dat het enkel een deal zou accepteren als de Amerikaanse tarieven op wijn en sterke drank worden opgeschort, maar uiteindelijk is dat niet opgenomen in de deal.</content>
            
            <updated>2026-03-26T16:05:36+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwprotest kan tij niet keren: Antwerpse N-VA herziet visie over stikstofregel niet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/motie-verbod-op-tijdelijke-5-maatregel-weggestemd-ik-voel-mij-gediscrimineerd-ten-opzichte-van-andere-boeren-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/58852</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een motie tegen het verbod op het gebruik van tijdelijke buitengebruikstelling van dierplaatsen om aan de vijf procent reductiemaatregel te voldoen, is in de Antwerpse provincieraad verworpen. Protest van landbouwers en een voor-stem van Antwerps landbouwgedeputeerde Jinnih Beels (Vooruit) konden het tij niet keren. Antwerpen is en blijft de enige Vlaamse provincie waar tijdelijke buitengebruikstelling van dierplaatsen niet geaccepteerd wordt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/787e75f8-2d95-455b-b172-5c524dae016c/full_width_kempense-boeren-in-antwerpse-provincieraad.jpg</image>
                                        <content>Een handvol Kempense boeren had zich donderdag verzameld in het provinciehuis in Antwerpen, waar de provincieraad samenkwam. Op de planning stond de motie van oppositieleden van Vlaams Belang en cd&amp;amp;v tegen het provinciale verbod op tijdelijke buitengebruikstelling als één van de maatregelen om aan de vijf procent reductie-eis te voldoen.Elk rundveebedrijf moest tegen eind vorig jaar een ammoniakemissiereducerende ingreep toepassen met een rendement van vijf procent. Landbouwers hebben echter nog tijd om deze administratief door te geven tot de deadline van de Mestbankaangifte, die momenteel op 31 maart ligt.Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;amp;v) maakte in november duidelijk dat veehouders de mogelijkheid kregen om hun veestapel te verminderen door dierplaatsen tijdelijk buiten gebruik te stellen, in afwachting van bijvoorbeeld een nieuwe ammoniakemissiereducerende (AER) maatregel op het bedrijf. Op deze manier komt er geen definitieve schrapping van het aantal dierplaatsen en kunnen de lege dierplaatsen opnieuw worden ingevuld zodra het bedrijf zich tegen 2030 in orde zet door een emissiereducerende maatregel door te voeren. Brouns stuurde hierover een omzendbrief naar de provincies. Gedeputeerde Beels steunt motieAlle provincies volgden de redenering van Brouns, behalve Antwerpen, waar N-VA en Vooruit de coalitie vormen. Volgens de deputatie is de uitzonderingsregel van Brouns een interpretatie van de wet zonder decretale verankering. “Vergunningen die op basis hiervan worden gegeven, zijn voer voor gekende organisaties om naar de rechter te stappen”, klinkt het bij N-VA.Niet alleen oppostiepartij Vlaams Belang diende een motie tegen deze beslissing in. Ook cd&amp;amp;v deed dat. Opvallend genoeg kreeg die motie ook de steun van de Antwerpse gedeputeerde voor Landbouw Jinnih Beels (Vooruit). Daarmee nam ze standpunt in tegen de beslissing van haar N-VA-collega&#039;s in de deputatie. “Iedereen gelijk voor de wet. Dit betekent een ongelijke behandeling van de Vlaamse boeren. Of een motie nu komt vanuit de meerderheid of de oppositie, ik moet daarin consequent zijn zodat ik de landbouwers in de ogen kan blijven kijken. Zeker als het raakt aan iets wat volledig buiten het bestuursakkoord valt, waar ik voor alle duidelijkheid altijd loyaal aan ben geweest”, aldus Beels. 11 stemmen voor, 18 tegen en vier onthoudingenHaar pleidooi om ook voor Antwerpse boeren de tijdelijke buitengebruikstelling als optie te voorzien, kon op applaus rekenen van de boeren in de zaal. Een handvol boeren en een delegatie van de boerenorganisatie Algemeen Boerensyndicaat (ABS) waren naar de provincieraad afgezakt om hun kritiek op het Antwerpse beleid te uiten.De voor-stem van Beels en de aanwezigheid van de landbouwers konden het tij evenwel niet keren. Uiteindelijk stemden 11 raadsleden voor de motie, 18 tegen en vier onthielden zich. “Met dit besluit zorgen we juist voor rechtszekerheid en een duurzame vergunning”, herhaalde N-VA het standpunt van de partij na de stemming. Volgens de grootste partij in de Antwerpse provincieraad heeft tijdelijke buitengebruikstelling überhaupt geen juridische meerwaarde. “Of je nu definitief vijf procent van de dierplaatsen inlevert of onder het mom van tijdelijke buitengebruikstelling: om nadien opnieuw uit te breiden, moet je in beide gevallen een nieuwe vergunning aanvragen.” Dat betekent dat wij als Antwerpse boeren in het nadeel zijn ten opzichte van de boeren in andere provincies Boeren voelen zich benadeeldDe argumenten van N-VA konden de boeren niet overtuigen. “Als je nu definitief dierplaatsen inlevert, denk ik niet dat je ze ooit nog terugkrijgt. Bij een tijdelijke buitengebruikstelling ligt dat anders”, vertelt melkveehouder Tom Leenaerts uit Loenhout. Leenaerts vroeg tijdelijke buitengebruikstelling aan als emissiereducerende maatregel voor de vijf procent. Dat dit in Antwerpen niet mogelijk blijft, blijft op zijn onbegrip stuiten. &quot;Dat betekent dat wij als Antwerpse boeren in het nadeel zijn ten opzichte van de boeren in de andere provincies.&quot;Zoals Leenaerts zijn er nog 20 boeren in Antwerpen die tijdelijke buitengebruikstelling als maatregel wilden gebruiken. “Dat is niet veel op een totaal van 472 meldingen”, argumenteerde Luk Lemmens. “Dat betekent dat het gros van de rundveehouders in Antwerpen wel een oplossing heeft gevonden.” Deze redenering kreeg veel kritiek rekenen van de oppositie. “Boeren weten al een half jaar dat Antwerpen tijdelijke buitengebruikstelling als reductiemaatregel niet toestaat. Dat is ook de reden waarom ze beslist hebben niet van deze maatregel gebruik te maken.”</content>
            
            <updated>2026-03-26T23:04:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Limburgse melkveehouder buigt natuurdruk om in zijn voordeel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/melkveehouder-buigt-natuurdruk-om-in-zijn-voordeel-en-start-natuurbegrazing-en-hoeveslagerij" />
            <id>https://vilt.be/58853</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het melkveebedrijf van Joris Willems uit Maasmechelen telt 150 koeien en ligt dicht bij een natuurgebied. Wat maakt dat de ontwikkelingskansen beperkt zijn. Maar de natuurdruk bood de landbouwer ook de ingrediënten voor een nieuwe nevenactiviteit. Hij startte vier jaar geleden met natuurbegrazing door Black Angus-dieren. Het vlees verkocht hij lange tijd in een hoeveslagerij, maar een maand geleden nam hij zijn intrek in een lokale slagerij. “Een win-winsituatie voor iedereen”, klinkt het bij RivierPark Maasvallei.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/15bda72f-6d7c-41aa-8993-30dbae84766f/full_width_joris-willems-met-black-angus.jpg</image>
                                        <content>“Ekoelogisch” heet de ambachtelijke hoeveslagerij van Joris Willems uit Maasmechelen. “Wij doen aan natuurbegrazing met koeien”, verklaart de 38-jarige Limburger de naam. Hoewel het plakkaat nog op de boerderijgevel hangt, is de hoeveslagerij inmiddels verhuisd. “Een maand geleden hebben we onze slagerij verhuisd naar een slagerij in het dorp die we konden overnemen”, vertelt de ondernemer.Terwijl Willems in de bedrijfskantine zijn verhaal doet, brengt zijn vader een paar balen hooi naar de weide om de kudde Black Angussen bij te voederen. Het Schotse ras is sinds vier jaar te bewonderen in Noord-Limburg. “Wegens natuurdruk moesten we onze melkveestapel inkrimpen van 230 naar 150 dieren, waardoor we op zoek moesten naar alternatieve verdienmodellen”, vertelt de rundveehouder in de potstal, waar zojuist het eerste Black Angus-kalf is geboren. Tender van Agentschap Natuur en BosIn deze zoektocht stuitte de melkveehouder op een tender van Agentschap Natuur en Bos (ANB) voor natuurbegrazing in de Mechelse heide, een deelgebied van Nationaal Park De Hoge Kempen. De boer won de tender en beschikt er nu over 300 hectare. Ook in andere gebieden past hij natuurbegrazing toe, terwijl hij ook over een grote huiskavel beschikt waar de dieren vanaf april grazen.”In vier jaar tijd bouwde hij een vleesveestapel op van 180 dieren, goed voor 80 afkalvingen per jaar. Het zijn alleen de moederdieren die hij naar het slachthuis brengt. De stierkalveren worden verkocht aan de handel en gaan naar de kalverhouderij.&amp;nbsp; Extra locatie verder van Natura 2000-gebiedMet de vleesveestapel keerde hij terug naar de familiale roots. Zijn ouders en grootouders combineerden lange tijd een melkveehouderij met de kweek van Belgische witblauw, maar deze arbeidsintensieve activiteit werd door tegenvallende resultaten in de jaren 2000 afgestoten. “In tegenstelling tot Belgisch witblauw kalven de Black Angus-koeien natuurlijk in de weide af, waardoor het veel minder arbeidsintensief is”, klinkt het.&amp;nbsp;Om de snelgroeiende veestapel te huisvesten, nam Willems een tweede locatie in gebruik: een voormalige Belgisch witblauw-kwekerij op twee kilometer van zijn melkveebedrijf. “Deze locatie ligt ook wat verder van Natura 2000-gebied, waardoor we hier op termijn meer ontwikkelingsruimte hebben. Mogelijk verhuizen we hier op termijn het melkvee naartoe. Momenteel wordt hier al een deel van het Holstein-jongvee gehuisvest”, vertelt de boer.Na de snelle uitbouw van zijn vleesveeactiviteiten heeft de landbouwer voorlopig geen grote plannen. “Nu is het voornamelijk consolideren van de veeteelt en optimaliseren, en daarnaast de verkoop uitbouwen”, vertelt hij. Naast de slagerij en een aantal plaatselijke markten verkoopt de Limburger ook aan twee lokale Jumbo-filialen. Pionier in RivierPark MaasvalleiDe ontwikkeling van het korteketenmodel van Joris Willems, waarbij hij optimaal gebruikmaakt van het lokale landschap, is symbolisch voor het economische model dat RivierPark Maasvallei voor ogen heeft. Het landschapspark, één van de vijf landschapsparken van Vlaanderen, ontving vorige week zo’n 500.000 euro Vlaamse subsidie voor de werkingskosten van dit jaar.Met deze middelen wil het onder meer een voedsellandschap opbouwen. Het gaat om een initiatief om de korteketenverkoop in de regio te stimuleren. “Een enquête onder consumenten wees vorig jaar uit dat de aanwezigheid van meer lokaal voedsel de toeristische aantrekkingskracht vergroot”, vertelt Katrien Schaerlaekens van RivierPark Maasvallei. Er zal dan ook ingezet worden op actieve communicatie om de korteketenproducten onder de aandacht van de consument te brengen.Op die manier komen verschillende voordelen bij elkaar. “Met zijn rundveeras onderhoudt Willems de Limburgse natuur en levert de verkoop van rundvlees een alternatief verdienmodel op. Beide aspecten vergroten ook de toeristische aantrekkingskracht van de regio, waardoor het potentieel voor de vleesafzet toeneemt. Het is een win-winsituatie voor iedereen”, benadrukt Schaerlaekens.</content>
            
            <updated>2026-03-29T22:04:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fruittelers overwegen opties tegen vorstschade met vuur, kanonnen en beregening]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vuur-kanonnen-en-beregening-fruittelers-overwegen-opties-tegen-nachtvorstschade" />
            <id>https://vilt.be/58854</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De lente is begonnen met een valse start. Afgelopen week kende het weer een flinke dip, met zelfs vriestemperaturen ’s nachts. Een lichte ergernis voor terrasjesgangers, maar voor fruittelers staat er meer op het spel. “Bij fruitsoorten waar de bloemen openstaan zal er wel wat schade zijn”, zegt Dany Bylemans, algemeen directeur van pcfruit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="vorst" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/72fc7e58-6f3f-4933-a41a-c563029261b3/full_width_verbranding-pcfruit.png</image>
                                        <content>Koude temperaturen in maart zijn niet nieuw, maar vele fruitsoorten zijn er gevoeliger voor dan vroeger. “Door klimaatopwarming begint de plantontwikkeling gemiddeld drie weken vroeger dan in de jaren ‘90”, zegt Bylemans.De periode waarin planten schade kunnen ondervinden, is dus ook een stuk langer dan vroeger. “Eén nacht is voldoende om schade te hebben”, meldt hij.Wanneer de bloesems van een fruitboom openen, is vrieskou een extra risico. “Bij sommige vroege peren, kersen en pruimen staan de bloemen open en zal er dus wel schade zijn. Die is nooit meteen duidelijk na nachtvorst, maar na een paar uur wordt het gekwetst weefsel bruin. Zelfs bij de conferenceperen, waar meestal de bloemen nog niet helemaal openstaan, zien we bij min 2,5 graden al wat schade aan de bloemstructuren.&quot; Er is nog geen ramp gebeurd, maar plaatselijk kunnen telers ernstige schade ondervinden Bij sommige fruitsoorten betekent één nacht ongecontroleerde vorstschade einde verhaal. Bij andere soorten gaat het om een – soms aanzienlijk – kwaliteitsverlies. “Je kan bijvoorbeeld conferenceperen hebben die wel nog tot een vrucht komen, maar in plaats van een mooie peer met een bolvormige buik krijg je een lang en dun exemplaar zonder pitten&quot;, aldus Bylemans.Er zijn verschillende factoren die bepalen hoe kwetsbaar een fruitboom is. “De positie van het fruit in de boom en zelfs de sterkte van de bloembol spelen een rol&quot;, zegt Bylemans. &quot;Op de grote schaal van de fruitsector verwacht ik dat de schade relatief beperkt is. Er is nog geen ramp gebeurd, maar plaatselijk kunnen telers ernstige schade ondervinden, bijvoorbeeld bij bepaalde fruitsoorten of bij laaggelegen, koudegevoelige percelen.” BeschermingsmethodenFruittelers beschikken over enkele mogelijkheden om het risico op schade te beperken. Volgens Bylemans is het aangeraden om te zorgen voor ‘zwarte grond’ rond de bomen, dus naakte grond die niet begroeid is met bijvoorbeeld onkruid. “Zwarte grond zal de warmte overdag opvangen en terug vrijgeven gedurende de nacht. Dat kan een graad of twee schelen. Dat lijkt weinig, maar het kan het verschil maken tussen wel of geen schade lijden.” Een andere optie is het plaatsen van vuurpotten. Een haast romantisch tafereel, ware het niet dat het zeer arbeidsintensief is en niet goedkoop. “Het is duur dus je zal het enkel met bijvoorbeeld kersen of druiven doen”, vindt Bylemans.Een andere optie is de bomen behandelen met een ‘frostbuster’ of warmtekanon. Maar misschien wel de meest opmerkelijke beschermingsmethodiek is beregening. Het klinkt contra-intuïtief, maar water kan een puike bescherming bieden tegen vorst. Via een constante beregening krijg je een ijslaag die de vrucht of bloem beschermt tegen de kou. “Bij de vorming van een ijslaag komt er stollingswarmte vrij die ervoor zorgt dat de bloemen niet bevriezen”, zegt Bylemans. Wel is het belangrijk om de ijslaag continu te blijven besproeien: met een constante aanvoer van nieuw, stromend water blijft de ijslaag in de faseovergang tussen water en ijs, en zal de temperatuur in het bloemweefsel boven de luchttemperatuur blijven.Hoewel er beschermingsmethoden bestaan, zijn deze niet altijd even doeltreffend. De fruittelers hopen dat de vriestemperaturen snel zullen keren. Zondag voorspelt het KMI een minimumtemperatuur van nul graden. De eerste weken van april wordt er beterschap verwacht.</content>
            
            <updated>2026-03-29T17:18:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse Dierenwelzijnsprijs voor onderzoek naar traansporen bij varkens]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zoe-23-wint-vlaamse-dierenwelzijnsprijs-met-onderzoek-naar-traansporen-bij-varkens" />
            <id>https://vilt.be/58855</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Is er een link tussen tranen en geluk? Bij mensen uiteraard wel, maar bij varkens is dat niet geweten. Zoë Vandekerkhove (23) uit Izegem, doctoraatsstudente bij UGent, onderzocht hoe men traansporen bij varkens betrouwbaar kan analyseren op dierenwelzijn. Ze ontving daarvoor de Vlaamse Dierenwelzijnsprijs van bevoegd Vlaams minister Ben Weyts (N-VA).</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="varken" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bacfa494-4615-4daa-a9da-b149fd6abb06/full_width_traansporen-varkens-biggen-2.png</image>
                                        <content>Traansporen bij varkens worden niet gevormd door ‘gewone’ tranen, maar door een olieachtige vochtafscheiding geproduceerd door de klier van Harder. Dit resulteert in donkere strepen onder de binnenste ooghoek van het dier. Deze vetklier in de oogkas is afwezig bij mensen, maar komt naast bij varkens ook voor bij bijvoorbeeld ratten en konijnen. Traansporen zouden bij varkens een teken van stress kunnen zijn en dus mogelijk een aanwijzing voor het dierenwelzijn, al moet dat nog verder onderzocht worden. Vandekerkhove onderzocht samen met ILVO (het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek, red.) of mensen deze strepen gemakkelijk kunnen herkennen en hoe de beoordeling kan verlopen.Uit onderzoek bleek dat de evaluaties door mensen met een beperkte training niet erg betrouwbaar zijn. Gelijke traanstrepen kregen een zeer variabele score toegewezen. Als volgende stap wordt er dus gezocht naar een manier om aan neutrale waarneming te doen. “ILVO is hiervoor onder meer aan het kijken naar AI-algoritmes. In slachthuizen hangen camera’s die via een AI-programma scores kunnen geven aan diverse welzijnsfactoren. Dat willen we ook mogelijk maken voor traanstrepen.” Volgens Vandekerkhove staat het onderzoek naar de harderklier in de kinderschoenen. “Bij veel landbouwdieren is het zelfs onduidelijk of ze die hebben of niet”, zegt ze. “Maar muizen en ratten hebben deze klieren dus wel, en bij laboratoriumonderzoek worden deze strepen gebruikt als stressindicator voor deze dieren.”Het is nog niet duidelijk of deze tranen ook bij varkens een aanwijzing zijn van stress. “Er is bij varkens simpelweg nog minder onderzoek naar de harderklier gebeurd dan bij muizen”, zegt Vandekerkhove.Bijkomstig onderzoek nodigEen extra moeilijkheid is dat deze vlekken niet permanent zijn. “Als er contact is met water of als de biggen tegen elkaar wrijven, kunnen de traanvlekken weggeveegd worden”, zegt de studente.Volgens Vandekerkhove hebben traansporen eerder potentieel als een acute stressindicator dan een chronische. “Als de dieren grote sporen hebben in het slachthuis, kan dat liggen aan stress tijdens de wachttijd of het transport. Maar dat wil niet zeggen dat het dier in de stal een laag welzijn had”, zegt ze.Bovendien is het nog niet helemaal geweten in welke omstandigheden varkens traanvocht produceren. “Dat we zo weinig weten over de fysiologie van de harderklier bij varkens blijft dus een struikelpunt om het te gebruiken als welzijnsindicator”, zegt Vandekerkhove. “Op het eerste gezicht zou je denken dat het eenvoudig is, want de sporen zijn visueel duidelijk en hun grootte is weinig subjectief. Maar er is nog zoveel onderzoek dat moet gebeuren.” Prijzen voor vogel- en varkenwelzijnVlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) looft sinds 2022 de Vlaamse Dierenwelzijnsprijs uit aan de beste bachelorproef en de beste masterthesis met diervriendelijk onderzoek. De jury van de prijs bestaat uit vertegenwoordigers van Dierenwelzijn Vlaanderen en de stuurgroep van de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn. De minister was lovend voor het werk van Vandekerkhove. &quot;Hoe meer we weten over dieren, hoe beter we kunnen waken over hun welzijn”, zegt de minister. “Maar daarvoor hebben we kennis nodig, en dus ook onze wetenschappers.”Bij de prijsuitreiking werd ook de bachelorproef gehuldigd van Angel Molendijk, studente Dierenzorg aan de Vives-hogeschool in Roeselare. Zij deed onderzoek naar raamslachtoffers bij vogelpopulaties. Voor haar onderzoek bekeek Angel 3.804 gevallen van zulke botsingen op basis van een dataset van het Vogelopvangcentrum in Oostende, die teruggaat tot 1984. Ze ontdekte dat het aantal botsingen in de loop van de jaren is gestegen. Ze komen het vaakst voor in de herfst, en vooral trekvogels vliegen vaker tegen ramen. In verhouding tot het aandeel in de volledige vogelpopulatie is het de houtsnip die het meest tegen ramen lijkt te vliegen, gevolgd door de goudhaan en de zanglijster. Van de opgenomen vogels wordt in Oostende uiteindelijk 55,7% weer vrijgelaten.Vandekerkhove en Molendijk werden samen in de bloemetjes gezet in het vogelopvangcentrum in Oostende. “Proficiat aan Angel en Zoë en een dikke dankjewel aan alle studenten die zich toeleggen op dieren en hun welzijn”, aldus de minister.</content>
            
            <updated>2026-03-27T16:06:00+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aardappeloverschot als fastfood voor meelwormen, maar regels houden het tegen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aardappeloverschot-als-fastfood-voor-meelwormen-maar-regels-houden-het-tegen" />
            <id>https://vilt.be/58856</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zijn er nog afzetkanalen die momenteel niet benut worden om aardappelen kwijt te raken? Ja, zo blijkt. “Meelwormen worden vandaag nog niet ingezet”, vertellen onderzoeksters Lotte Frooninckx en Isabelle Noyens van de Thomas More Hogeschool. “Ze zijn nochtans een mooi voorbeeld van circulaire bio-economie. Maar ondernemers die ermee aan de slag willen, botsen op regelgeving die niet is afgestemd op insecten.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="innovatieve teelt" />
                        <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4a44495f-10fc-4df6-805f-8f7e0083285f/full_width_meelwormen-frooninckxnoyens.jpg</image>
                                        <content>Een weetje om mee uit te pakken bij je volgende frituurbezoek: gefermenteerde aardappelresten zijn voor meelwormen pure fastfood. Het is het ideale voeder om hen vet te krijgen, met nog steeds een hoog eiwitgehalte. “Vervolgens kan uit de meelwormen een heldere, zuivere olie worden geëxtraheerd die als grondstof dient voor diverse toepassingen”, vertelt Lotte Frooninckx. “Denk aan hydraterende cosmetica, maar ook aan smeer-, ontvettings- of schoonmaakmiddelen. Twee kilogram aardappelen kan in combinatie met droogvoer 1,5 kilogram meelwormen produceren.”Toch is er vandaag niemand die aardappeloverschotten opkoopt bij boeren om er meelwormen op los te laten. Frooninckx en Noyens halen de ongebruikte opportuniteit aan om een hiaat in de huidige regelgeving aan te kaarten. “Er is al veel onderzoek naar insecten geweest, praktisch alles is al in kaart gebracht. Maar de drempels om er echt mee aan de slag te gaan, zijn nog niet weggewerkt”, luidt het.Gebrek aan verbindend algemeen kader“Insecten en reststromen zijn de perfecte combinatie voor circulaire bio-economie. Vlaanderen beschikt vandaag al over de nodige kennis, ervaring en technologie om van die afvalberg hoogwaardige grondstoffen te maken”, vertelt Frooninckx. “We hebben alles in huis om de brug te slaan tussen ondernemers, consumenten en beleid.”Maar die brug blijkt vandaag niet de verschillende partners te verbinden. “Er is een verstikkende en tegenstrijdige regelgeving die deze innovatie in de weg staat”, klinkt het. “De regelgeving is niet gemaakt voor kleine pioniers, en al zeker niet voor pioniers van insecten. Daar hebben we tientallen voorbeelden van. Een klassieker zijn de emissieregels bij de vergunningsprocedures. Er zijn bijvoorbeeld geen standaardwaarden voor emissies bij insecten. Aangezien het een vereiste is om te weten hoeveel ammoniak een productie teweeg zal brengen, is het voor de vergunningverlenende instanties moeilijk om zonder bewijs een vergunning te verlenen. Dan wordt er vaak gekozen voor de veiligste optie en geraken de enthousiaste starters niet verder.” “Ze botsen vaak op administraties die niet goed weten hoe ze met deze vorm van landbouw om moeten. De wetgeving is niet gemaakt voor insecten”, gaat Froonickx verder. “Een ander voorbeeld hiervan is de omzetting van een reststroom naar een diervoeder voor insecten. Daar zijn heel veel randvoorwaarden voor. Eén daarvan is de track-en-traceregel. Zo hebben we in een vorige studie onderzocht of we de producten die overtijd zijn in supermarkten konden gebruiken als voeding voor insecten. Dit leek perfect te werken. Administratief was dit echter verre van perfect, want alle producten die in de diervoeding zitten, moeten traceerbaar zijn. Een heus werk aangezien het over een zeer flexibele stroom gaat met telkens andere producten en hoeveelheden.” Veerkracht bij de pioniersToch hebben we enkele pioniers die zich niet laten doen. “Ondanks alle moeilijkheden zijn er nog steeds ondernemers die trekken en sleuren. Ze geloven erin en willen het ook waarmaken”, klinkt het. &amp;nbsp;Ook de pioniers die er ondertussen niet meer zijn, mogen in de bloemetjes gezet worden, vindt Frooninckx. “Mede dankzij hen is er veel kennis opgedaan.” Voor diegene die vandaag wel nog bezig zijn, hoopt ze dat er binnenkort een regelgevend kader komt dat de transitie naar een circulaire bio-economie mogelijk maakt. “Als we meer lokale grondstoffen willen gebruiken, moeten we ook durven te pushen om insecten als afzetkanaal te gebruiken. In het kader van duurzaamheidsdoelstellingen zijn met insecten verworven grondstoffen een hefboom naar een betere, eerlijke maatschappij met respect voor onze planeet.&quot;</content>
            
            <updated>2026-03-27T16:20:39+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Weet wat je koopt: “De ene aardappel is de andere niet”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/weet-wat-je-koopt-de-ene-aardappel-is-de-andere-niet" />
            <id>https://vilt.be/58857</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door het huidige aardappeloverschot vinden sommige aardappelen hun weg naar de consumenten via de korte keten. Maar bij het bakken in de pan kan het resultaat tegenvallen. Aardappelen voor de industrie zijn namelijk niet hetzelfde als tafelaardappelen. En ook binnen die laatste categorie bestaan duidelijke verschillen. “Wij roepen alle landbouwers op om enkel aardappelen te verkopen waar consumenten effectief iets mee kunnen. Zo wordt vermeden dat ze teleurgesteld afhaken”, klinkt het bij VLAM.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="consument" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fc78a0b7-63ce-41df-9968-554198131f31/full_width_aardappelhoeveverkoop.jpg</image>
                                        <content>De meeste aardappelen die vandaag de Vlaamse loodsen vullen, zijn industrie-aardappelen. “Als je daar gebakken aardappelen mee bereidt, kan dit tegenvallen. Ook de puree zal anders smaken”, aldus Katrien De Nul, promotiemanager akkerbouw bij het&amp;nbsp;Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). “Industrie-aardappelen zijn een andere variëteit en hebben een andere smaak en textuur.”Informeer goedHoewel de meeste aardappelen voor de industrie bestemd waren, hebben telers ook nog veel overtollige consumentenaardappelen. Consumenten kunnen dus zeker langsgaan bij hun lokale teler om een zakje aardappelen te kopen. “We roepen de telers op de consumenten te informeren en enkel aardappelen te verkopen waar ze effectief iets mee kunnen. Zo wordt vermeden dat ze teleurgesteld afhaken&quot;, aldus De Nul. &quot;Bij aardappelen in de supermarkt is het kooktype steeds duidelijk op de verpakking aangeduid en worden variëteiten gebruikt die bestemd zijn voor thuisconsumptie.&quot;Het verschil tussen vastkokende en bloemige aardappelenVastkokende aardappelen onderscheiden zich door het behouden van hun perfecte vorm na het koken. De bekendste variëteiten zijn Charlotte en Nicola. Ze zijn uitermate geschikt om te koken, bakken, stomen en voor bereiding van salades.Bloemige aardappelen zijn dan weer veel losser van structuur en vallen tijdens het koken gemakkelijker uit elkaar. Ze lenen zich goed voor de bereiding van puree, frietjes, soep en soufflés. De bekendste soort is Bintje.&amp;nbsp;“Onze nationale trots”, aldus De Nul. “Ze hebben een neutrale smaak en zijn zeer veelzijdig. Bintjes kan je ook koken en frituren.”“In onze communicatie en recepten op lekkervanbijons.be gebruiken we geen rassennamen omdat consumenten zich daar soms op vastpinnen. Als de supermarkt dan net dat ras niet heeft, wil dit niet zeggen dat het recept niet klaargemaakt kan worden met een andere variëteit”, vertelt De Nul. “Daarom worden steevast de termen vastkokend en bloemig gebruikt.”Hoe kan je het verschil tussen de soorten zien? “Als leek is dat uiterst moeilijk”, vertelt De Nul. Thuis kan je wel een simpel proefje doen om te weten of je een bloemige of een vastkokende aardappel hebt. Een bloemige aardappel zal zinken in zoutwater (100 gr zout/liter water), een vaste zal blijven drijven. BewaartipsEens thuis aangekomen, is het ook belangrijk dat de aardappelen goed bewaard worden. Aardappelen die te koud bewaard worden, krijgen een zoetere smaak en worden snel bruin bij het frituren. Te warm bewaarde aardappelen kunnen dan weer uitlopers krijgen die de aardappel taaier maken en het vitaminegehalte verlagen.Aardappelen bewaren, doe je best in de verpakking waarin je ze gekocht hebt. Ook een papieren zak, een net of een open mand zijn prima. Ze gaan het langste mee als ze in een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats liggen, zoals een kelder of berging. De ideale temperatuur ligt er tussen 7&amp;nbsp;en 10°C. Een koelkast kan een alternatief zijn als je de aardappelen achterna niet meer wil frituren of bakken.Bij grote hoeveelheden aardappelen is het dan weer goed om ze af en toe voorzichtig om te schudden. Voorzichtigheid is daarbij essentieel. Want al zien ze er zo niet uit, aardappelen zijn wel degelijk kwetsbaar. Gooi ze daarom niet te ruw in de bewaarbak. Anders krijgen ze stootplekken. Deze hebben geen invloed op de smaak en zijn niet schadelijk, maar ze worden bij het koken wel bruin-zwart, wat minder aantrekkelijk is.</content>
            
            <updated>2026-03-30T14:06:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse regering geeft fiat voor renure: "Stijgende kunstmestprijzen maken snelle invoering noodzakelijk"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaamse-regering-geeft-fiat-voor-renure-stijgende-kunstmestprijzen-maken-snelle-invoering-noodzakelijk" />
            <id>https://vilt.be/58858</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering heeft het licht op groen gezet om renure te gebruiken als kunstmestvervanger. “Met deze stap willen we de stijgende kunstmestprijzen temperen en de afhankelijkheid van import verminderen om op die manier de voedselprijzen onder controle te houden”, zegt Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v). Als ook het Vlaams Parlement instemt met renure, kan de nieuwe regeling definitief worden ingevoerd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="renure" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ffb73b91-2343-4d8f-ab64-e590e546c4ee/full_width_kunstmest-loonwerkdefour.jpg</image>
                                        <content>Logisch, maar niet evidentDoor de oorlog in het Midden-Oosten zijn de kunstmestprijzen de laatste weken sterk gestegen. “Dit zal zich onvermijdelijk vertalen in de prijs van ons voedsel. Door kunstmest te vervangen door gelijkaardige producten op basis van dierlijke mest, kunnen we die prijs drukken”, klinkt het. “Want vandaag doen we iets dat moeilijk uit te leggen is: we hebben zelf waardevolle voedingsstoffen uit mest, maar laten die verloren gaan, om daarna met veel energie kunstmest te produceren.” Daarom vindt de minister het ook belangrijk dat renure versneld wordt ingevoerd.Renure staat voor ‘Recoverd Nitrogen from Manure’. Het gaat om meststoffen die uit dierlijke mest worden gehaald en vervolgens bewerkt tot een product dat dezelfde eigenschappen heeft als kunstmest. Dat kan op grote schaal, maar ook op het niveau van landbouwbedrijven zelf. “Het is dus een product op basis van circulaire dierlijke mest dat toch even nauwkeurig kan toegepast worden als kunstmest”, verduidelijkt de minister. Richting circulaire landbouwExperts zien dit dan ook als een belangrijke stap richting een meer circulaire landbouw, maar toch was het geen vanzelfsprekende stap. Vandaag mogen landbouwers maar een beperkte hoeveelheid dierlijke mest op hun akkers brengen. Hoewel Vlaanderen een mestoverschot heeft, moeten ze dit aanvullen met een gedeelte kunstmest. Vandaag komt ongeveer 45 procent van de stikstofbemesting in ons land uit kunstmest. Dat komt omdat kunstmest andere eigenschappen heeft dan dierlijke mest en minder snel uitspoelt naar het oppervlaktewater.Nochtans heeft renure dezelfde eigenschappen als kunstmest. Maar omdat het gewonnen wordt uit dierlijke mest, bleef de Europese Unie dit juridisch bestempelen als mest van dierlijke oorsprong. Vlaanderen was één van de grote voortrekkers binnen de EU om de status van renure te wijzigen. In het najaar van 2025 keurde het Europees Nitraatcomité renure eindelijk goed als kunstmestvervanger. Voor landbouwers is het daardoor mogelijk om maximaal 80 kilo renure-stikstof per hectare te gebruiken.Maar dat mogen ze pas doen wanneer ook de lidstaten renure opnemen in hun nationale regelgeving. Binnen de Vlaamse regering is de eerste stap daarvoor gezet. Na een stemming in het parlement kan de regeling definitief worden ingevoerd. “We hebben de voorbije jaren op de barricaden gestaan in Europa voor deze erkenning. Nu die toelating er is, moeten we ze ook zo snel mogelijk kunnen benutten. Dat is een absolute prioriteit. Hoe sneller dit gebeurt, hoe sneller we onze landbouw minder afhankelijk kunnen maken”, benadrukt Brouns. Strategische autonomie vergrotenVolgens hem is dat geen overbodige luxe. “De recente geopolitieke spanningen, van Oekraïne tot het Midden-Oosten, tonen hoe kwetsbaar we vandaag zijn. Net zoals voor onze energie,&amp;nbsp;zijn we ook te afhankelijk van ingevoerde kunstmest, die gemaakt wordt met aardgas uit landen zoals Rusland. Als daar iets misloopt, voelen landbouwers dat meteen. En als de kunstmestprijzen stijgen heeft dit ook gevolgen voor de voedselprijzen en dat voelt elke Vlaming.”De minister benadrukt dat het gaat om meer dan alleen landbouw. “Dit is ook een strategische keuze. We kunnen de wereldmarkt niet controleren, maar we kunnen wel slimmer omgaan met onze eigen grondstoffen. Door renure versneld in te voeren, versterken we onze landbouw, drukken we de kosten en maken we ons voedselsysteem robuuster”, besluit hij.Boerenbond: &quot;Ook vergunningen voor technologie en infrastructuur nodig&quot;Boerenbond reageert tevreden op de beslissing van de Vlaamse regering. “Het is goed dat op Vlaams niveau snel werk wordt gemaakt van de implementatie van renure. Deze toelating zet de deuren op en naar de verdere uitbouw van circulaire landbouw met duurzame mestverwerking en het afbouwen van de afhankelijk van buitenlandse kunstmest”, zegt voorzitter Lode Ceyssens.De landbouworganisatie benadrukt dat renure-meststoffen geen extra risico voor ammoniakemissies of de waterkwaliteit inhouden. “We rekenen nu op een snelle afhandeling van de procedure”, klinkt het. Daarnaast wijst ze erop dat het produceren van circulaire meststoffen ook technologie en infrastructuur vragen die vergunningplichtig zijn. “We verwachten dat alle bestuursniveaus hun verantwoordelijkheid nemen om een snelle en vlotte uitrol mogelijk te maken”, aldus Ceyssens. Hij geeft ook nog mee dat Boerenbond vragende partij blijft voor derogatie zodat in specifieke situaties opnieuw rechtstreeks dierlijke mest kan ingezet worden als circulaire meststof.</content>
            
            <updated>2026-03-27T16:52:18+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[West-Vlaanderen test mobiele waterkeringen om boeren te beschermen tegen wateroverlast]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/west-vlaanderen-test-mobiele-waterkeringen-om-boeren-te-beschermen-tegen-wateroverlast" />
            <id>https://vilt.be/58859</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De provincie West-Vlaanderen wil modulaire mobiele beschermingssystemen tegen wateroverlast bij landbouwbedrijven gaan testen. “Deze systemen moeten landbouwbedrijven in watergevoelige gebieden tijdelijk en doeltreffend beschermen. Zo verhogen we de zelfredzaamheid van landbouwers en bouwen we tegelijk kennis op over toekomstige toepassingen”, zegt Bart Naeyaert, gedeputeerde voor Integraal Waterbeleid en Landbouw.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="regen" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/afe10873-1001-4646-854d-67b7d489157b/full_width_watersnoodwesthoek-brouns-en-boerenbond-5.jpg</image>
                                        <content>De testcase met mobiele beschermingssystemen kadert in het gebiedsprogramma IJzer- en Handzamevallei en wil landbouwbedrijven in de Zuidijzerpolder beschermen. “Mobiele waterkeringen worden gezien als een concrete kortetermijnoplossing in afwachting van structurele ingrepen in het watersysteem. Ze moeten helpen de schade te beperken”, legt de provincie uit.De provincieraad keurde het bestek goed voor een raamovereenkomst van maximum 130.000 euro voor dergelijke modulaire mobiele beschermingssystemen. “De systemen moeten robuust en duurzaam zijn, sneller inzetbaar dan klassieke zandzakken en bruikbaar op ruwe en oneffen ondergrond”, somt de provincie de eigenschappen op waaraan de systemen moeten voldoen. Voor de opdracht wordt toegewezen aan een leverancier zal er ook een demo-opstelling komen waarbij een overstroming wordt gesimuleerd, bij voorkeur in de Zuidijzerpolder.Met deze testcase wil de provincie situaties zoals in het najaar van 2023 vermijden. Aanhoudende regen deed de IJzer toen buiten zijn oevers treden en zette heel wat velden en landbouwbedrijven in de Westhoek blank. Op sommige bedrijven moesten zelfs de dieren geëvacueerd worden.</content>
            
            <updated>2026-03-27T17:26:52+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Duitsland grijpt in: wolven mogen sneller worden afgeschoten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/duitsland-grijpt-in-wolven-mogen-sneller-worden-afgeschoten-na-aanvallen-op-vee" />
            <id>https://vilt.be/58860</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Duitsland mogen&nbsp;wolven&nbsp;in de toekomst makkelijker neergeschoten worden. De Duitse Bundesrat, het Duitse parlement, heeft het dier als jachtwild opgenomen in de federale jachtwet en wil zo het vee beter beschermen. Er zwerven naar schatting zo'n 1.600&nbsp;wolven&nbsp;rond in Duitsland. De dieren, die beschermd zijn, veroorzaken veel problemen bij boeren en hun vee.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wolf" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c8736640-1b2d-4362-8b44-acbb56f26ca1/full_width_wolf.jpg</image>
                                        <content>Nu de wolf als jachtwild is opgenomen in de Duitse jachtwet kunnen de deelstaten de jacht op het dier toelaten. Het jachtseizoen bij onze oosterburen loopt van 1 juli tot en met 31 oktober. Als een wolf in die periode een dier van een landbouwer doodt, mag het dier worden afgeschoten. Bovendien kunnen de deelstaten zelf gebieden aanwijzen waar de jacht op&amp;nbsp;wolven&amp;nbsp;noodzakelijk is omdat ze een reëel gevaar vormen voor grazende dieren.De Duitse minister van Landbouw&amp;nbsp;Alois Rainer en de Duitse landbouworganisaties hebben de nieuwe maatregel al toegejuicht. &quot;Niemand wil de wolf uitroeien. Het dier heeft zich hier gevestigd als onderdeel van onze fauna. Maar als veeteelt op veel plaatsen simpelweg niet meer mogelijk is, hebben we een duidelijk mandaat om in te grijpen&quot;, benadrukte Rainer.Ook de Franse regering heeft recent de regelgeving rond het afschieten van wolven versoepeld. Tot voor kort mochten boeren wolven alleen afschieten bij een aanval op vee in beschermde omheiningen, maar door de beleidswijziging mag dat nu ook wanneer ze vee aanvallen buiten die omheiningen.</content>
            
            <updated>2026-03-27T17:52:55+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[UHasselt en VIB onderzoeken hoe landbouwgewassen omgaan met klimaatstress]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/uhasselt-en-vib-onderzoeken-hoe-landbouwgewassen-omgaan-met-klimaatstress" />
            <id>https://vilt.be/58861</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>UHasselt en VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie) bundelen hun krachten om na te gaan welke impact klimaatverandering heeft op de teelt van tarwe, peer en soja. “Het doel van het onderzoek is om de weerbaarheid van de onderzochte gewassen te verhogen en de gezondheid van de landbouwecosystemen te versterken”, zeggen prof. dr. Nadia Soudzilovskaia (CMK UHasselt) en prof. dr. Ive De Smet (VIB-UGent) die het onderzoek zullen leiden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onderzoek" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="innovatieve teelt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8dc24a66-ed04-443f-a559-94e1b8ec90a9/full_width_ecotron.jpg</image>
                                        <content>UHasselt en VIB onderzoeken de komende drie jaar hoe peren, tarwe en soja reageren op klimaatstress zoals hitte of droogte, en hoe ze zich daaraan aanpassen. Daarbij wordt niet alleen de plant zelf onderzocht, maar ook de impact op het volledige ecosysteem. Zo wordt er onder meer gemonitord hoe micro-organismen in de bodem reageren, maar ook hoeveel koolstof en stikstof er vrijkomt bij de interactie tussen plant en bodem.Om verschillende klimaatscenario’s na te bootsen, wordt gebruik gemaakt van &#039;Ecotrons’. Dit zijn doorzichtige koepelvormige systemen waarin heel wat factoren gemoduleerd en gemeten kunnen worden. “In deze unieke infrastructuur kan telkens een ecosysteem groeien. Er zijn verschillende technieken en sensoren om dit in goede banen te leiden”, legt De Smet uit. “In onze experimenten gaan we ook gebruikmaken van kleinere versies, de rapid assessment units.”Het doel van het onderzoek is om de weerbaarheid van de onderzochte gewassen te verhogen en de gezondheid van de landbouwecosystemen te versterken. “Eens geweten is hoe de gewassen reageren op de klimaatverschillen, kunnen er aanpassingen aan het ecosysteem voorgesteld worden. Ook kan er verder gekeken worden naar klassieke verdeling of genome editing”, aldus De Smet. “VIB heeft veel expertise in plantenfysiologie en genetische mechanismen.”Het project kreeg 800.000 euro vanuit de Impulsfinanciering van de Vlaamse regering en zal drie jaar lopen. Ook soja wordt meegenomen in het onderzoek. Tot op heden is dit echter een nicheteelt in vergelijking met de tarwe- en perenproductie. “Maar er zit toekomst voor soja in Vlaanderen, en in Europa”, vertelt De Smet. “Als we onafhankelijker willen worden van onze soja-import, moeten we er hier meer laten groeien. Maar daarvoor moet het gewas beter aangepast worden aan de huidige en toekomstige groeiomgeving. Het project is een verderzetting van een eerder project met de Verenigde Staten. Daarin onderzochten we hoe soja reageerde op blootstelling aan hogere en lagere temperatuur. We beperkten het telkens tot een verschil van een paar graden. Nu willen we de volgende stap zetten, en nagaan wat de impact is van een toekomstig klimaatscenario.”</content>
            
            <updated>2026-03-30T16:20:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Belgische wijnproductie bereikt recordhoogte]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgische-wijnproductie-bereikt-recordhoogte" />
            <id>https://vilt.be/58862</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische wijnproductie is in 2025 gestegen tot 4,3 miljoen liter, een absoluut record. Dat meldt de FOD Economie. Daarmee ligt de opbrengst een kwart hoger dan de vorige piek in 2023.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f69ab90d-c610-4c53-846c-bbe993511254/full_width_colruyt-wijnbouw2.jpg</image>
                                        <content>Na een moeilijk jaar in 2024, toen nachtvorst en aanhoudend slecht weer de oogst halveerden, herstelt de sector zich opvallend sterk. De gunstige weersomstandigheden in 2025 speelden daarin een sleutelrol.Groei in aantal wijnboeren en wijngaardenDe Belgische wijnbouw zit al enkele jaren duidelijk in de lift. In 2025 telt ons land 350 wijnboeren, tegenover 321 in 2024 en 290 in 2023. Zowel professionele producenten als hobbyisten dragen bij aan die groei. Vooral in Vlaanderen kwamen er nieuwe wijnbouwers bij: 43 tegenover 17 in Wallonië. West-Vlaanderen spant de kroon met 15 nieuwe wijnboeren. De algemene verhouding blijft stabiel, met 64 procent van de wijnbouwers in Vlaanderen en 36 procent in Wallonië.Ook het areaal blijft toenemen. In 2025 werd voor het eerst de grens overschreden van 1.000 hectare beplant met wijnstokken. Die uitbreiding wijst op verdere groei in de toekomst, al duurt het enkele jaren voor nieuwe wijnstokken hun volle productie bereiken. &quot;Jonge wijnstokken leveren in hun eerste jaren nog maar een beperkte oogst. Pas na vijf jaar zijn ze matuur genoeg voor een volledige opbrengst&quot;, aldus de FOD.Wallonië produceert meer met minder grondOpvallend is dat Wallonië meer wijn produceert dan Vlaanderen, ondanks een kleinere oppervlakte aan wijngaarden. In Vlaanderen wordt op 551 hectare zo’n 1,83 miljoen liter wijn geproduceerd. Wallonië haalt op 490 hectare een opbrengst van ongeveer 2,44 miljoen liter. Volgens de FOD Economie ligt dat verschil vooral aan het type wijn. In Wallonië ligt de focus sterk op mousserende wijn, waarbij wijnstokken dichter op elkaar worden geplant en de opbrengst per hectare hoger ligt. Vlaanderen produceert een breder gamma, met een groter aandeel stille wijnen.</content>
            
            <updated>2026-03-30T16:39:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[FreshAlliance definitief erkend: BelOrta en The Greenery beginnen samenwerking]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/freshalliance-definitief-erkend-belorta-en-the-greenery-beginnen-samenwerking" />
            <id>https://vilt.be/58863</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Belgische groente- en fruitcoöperatie BelOrta en de Nederlandse telerscoöperatie The Greenery hebben hun erkenning binnen als TUPO (Transnationale Unie van Producentenorganisaties). Daarmee kan de samenwerking tussen de twee producentenorganisaties onder de naam FreshAlliance definitief starten. Met deze samenwerking denken ze sterker te staan in de Europese retailmarkt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="groente" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ab9c54a7-4f5e-40d5-a2d4-766aa6b4d542/full_width_belorta-1024.jpg</image>
                                        <content>BelOrta en haar Nederlandse evenknie The Greenery zijn sinds 2024 in gesprek over een samenwerking. Nadat ze hun plannen in de vorm van een Transnationale Unie van Producentenorganisaties (TUPO) vorig jaar bekendmaakten, startte een formele erkenningsprocedure. Deze erkenning is nu binnen, waardoor de samenwerking officieel van start kan gaan. De samenwerking richt zich op thema’s waar dit meerwaarde biedt. BelOrta-directeur Philippe Appeltans reageert verheugd op de erkenning. “Dit is goed nieuws voor onze telers en onze klanten.” Hij ziet onder andere meerwaarde in een gezamenlijke marktbenadering richting de grote Europese retailketens. “Samen hebben we een groter en breder aanbod dan elk afzonderlijk. Dat kan voor sommige producten een meerwaarde bieden.”Ook op het gebied van duurzaamheid, innovatie, data en licenties liggen er synergievoordelen in het verschiet. Appeltans: “Denk bijvoorbeeld aan toegangslicenties voor bepaalde groenten of fruit. Dat is zeer duur. Door de licentie onder de vlag van FreshAlliance aan te gaan, kunnen we de kosten over meerdere telers verdelen. Ook digitalisering en big data-analyse kunnen we samen oppakken om zo de kosten te spreiden en te drukken voor onze telers.” Beide producentenorganisaties behouden hun coöperatieve roots en onafhankelijkheid. Als samenwerking geen synergie biedt voor bepaalde onderwerpen of productgroepen, doen we het gewoon niet De BelOrta-directeur benadrukt dat de samenwerking geen fusie betekent. “Beide producentenorganisaties behouden hun coöperatieve roots en onafhankelijkheid. Als samenwerking geen synergie biedt voor bepaalde onderwerpen of productgroepen, doen we het gewoon niet.”Nu de erkenning van TUPO een feit is, volgt de verdere praktische uitwerking stap voor stap en per onderwerp. “Nu gaan we kijken voor welke zaken en productgroepen we kunnen samenwerken”, verduidelijkt Appeltans.</content>
            
            <updated>2026-03-30T17:24:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Zakenman Nicolas Saverys dagvaardt Vlaanderen voor subsidies aan natuurverenigingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nicolas-saverys-eist-bij-rechtbank-subsidiestop-terreinbeherende-natuurorganisaties" />
            <id>https://vilt.be/58864</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse Vereniging Gelijkberechtiging Natuur (VVGN), voorgezeten door zakenman Nicolas Saverys, dagvaardt de Vlaamse regering. De eis is een onmiddellijke opschorting van het uitbetalen van subsidies aan natuurverenigingen zoals Natuurpunt. De organisatie heeft ook bij de Europese Commissie klacht ingediend. VVGN vindt dat de subsidies aan terreinbeherende natuurorganisaties discriminerend zijn ten opzichte van private eigenaars.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="Natuurpunt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/53389aa4-995a-41ab-91d0-21d4e6351ce0/full_width_nicolas-saverys-horizontaal.jpg</image>
                                        <content>Nicolas Saverys, hoofd van scheepvaartgroep Exmar, vindt dat private natuureigenaars worden gediscrimineerd in de toekenning van aankoopsubsidies. Natuurorganisaties zoals Natuurpunt kopen bijvoorbeeld met subsidies en schenkingen jaarlijks heel wat gronden op en herstelt of beheert er de natuur. Saverys vindt dat dat ten koste gaat van landbouwers, jagers en eigenaars en meent dat die praktijk neerkomt op concurrentievervalsing.&quot;Monopolie voor Natuurpunt&quot;“Door in de regelgeving en in de praktijk een beperkt aantal spelers te bevoordelen werd in Vlaanderen een quasi monopolie voor natuurbehoud gegeven aan één enkele organisatie: Natuurpunt”, zo klinkt het mission statement van Saverys’ organisatie VVGN. De organisatie pleit voor “een gelijke behandeling van alle rechtspersonen.&quot;De organisatie heeft hierrond al twee klachten ingediend bij Europa. De tweede klacht betreft het subsidieregime dat sinds 2017 werd hervormd. “Hoewel de hervorming op papier meer inclusie suggereerde, blijkt in de praktijk dat het systeem nog steeds sterk in het voordeel speelt van enkele terreinbeherende organisaties”, vindt de organisatie.Volgens VVGN worden private eigenaars geweerd door “complexe en beperkende” voorwaarden. Zo mogen alleen eigenaars van een type 4-natuurreservaat met een goedgekeurd beheersplan een aanvraag indienen, wat volgens VVGN voor de meeste private landeigenaars onhaalbaar is. Bovendien worden ze onderworpen aan eeuwigdurende publiekrechtelijke erfdienstbaarheden, wat volgens VVGN de autonomie van private eigenaars beperkt. Zij zien de huidige regelgeving als “een systematische uitsluiting van private natuureigenaars en een obstakel voor hun waardevolle bijdrage aan het natuurbehoud in Vlaanderen.”De pijlen op Vlaanderen“Ondanks onze gegronde klachten, de kentering in de publieke opinie en herhaaldelijke pogingen om het kabinet van Vlaams Minister Jo Brouns (cd&amp;amp;v) te overtuigen om in gesprek te gaan, blijft de Vlaamse overheid lustig subsidies uitdelen aan natuurverenigingen. Dit is niet verantwoord in deze financieel turbulente tijden”, stelt de VVGN.VVGN zegt daarom de Vlaamse overheid te dagvaarden. In eerste instantie wil men dat alle subsidies aan terreinbeherende organisaties worden stopgezet zolang er geen uitspraak is over hun eerste klacht bij Europa. “In Nederland werden alle subsidies aan de terreinbeherende organisaties stopgezet zodra de klacht bij Europa ontvankelijk werd verklaard. Waarom kan dit bij ons niet?”, vraagt de VVGN zich af. Naast een stopzetting van de subsidies vraagt VVGN aan de rechtbank om de Vlaamse overheid een dwangsom op te leggen van 25.000 euro per individueel uitgekeerde subsidie. Bovendien eist VVGN &amp;nbsp;dat de overheid hen verplicht moet informeren over elke subsidie die na het opgelegde verbod nog wordt uitbetaald.Natuurpunt reageert kort op de aanklacht van VVGN. “De heer Saverys heeft een missie en put hiervoor alle rechtsmiddelen uit, zo blijkt”, zegt woordvoerder Natalie Sterckx. “Dat is zijn beslissing. Wij werken intussen verder aan onze eigen missie, die gedeeld wordt door veel medeburgers. En dat is het beschermen van onze natuur in Vlaanderen.”Het kabinet Brouns wenst niet te reageren op de lopende procedure.Niet het eerste dispuutHet zit al langer scheef tussen Saverys en de Vlaamse natuurorganisaties. De miljardair en jachtliefhebber bezit het kasteel van Sombeke in Waasmunster en ook de natuurdomeinen ernaast, zoals een groot moerasgebied. De Vlaamse Waterweg onteigende hem in 2012 van dat moerasgebied om werken uit te voeren tegen wateroverlast. In ruil kreeg Saverys onder andere het jachtrecht op zijn voormalige grond. Maar met een voorwaarde: tijdens de duur van de werken mag hij er niet jagen.Omdat hij niet kon onderhandelen over uitzonderingen, diende hij een klacht in tegen de Vlaamse Waterweg. In het licht van die zaak, daagde Vogelbescherming Vlaanderen Saverys en de Vlaamse Waterweg voor de rechter. Hij zou de jachtrechten in natuurdomein Groot Broek illegaal verkregen hebben. De rechter verklaarde de vordering uiteindelijk onontvankelijk en veroordeelde Vogelbescherming Vlaanderen tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 1.883 euro aan zowel Saverys als aan De Vlaamse Waterweg.</content>
            
            <updated>2026-03-30T18:10:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Overheid adviseert: zo verlaag je onkruiddruk bij faunamengsels]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/agentschap-adviseert-zo-verlaag-je-onkruiddruk-bij-faunamengsels" />
            <id>https://vilt.be/58865</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Samen met de Vlaamse Landmaatschappij en het Agentschap Natuur en Bos, geeft het Agentschap Landbouw en Zeevisserij landbouwers tips om de onkruiddruk bij faunamengsels en -voedselgewassen te beperken. “Zaai op een geschikt moment, zorg voor een goed aangelegd zaaibed en voor voldoende bedekking gedurende het volledige seizoen”, klinkt het onder meer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b9f53b56-40e3-4a7d-bd9f-d699ebffe139/full_width_faunamengsel.jpg</image>
                                        <content>Om een geslaagde ecoregeling met faunamengsel te hebben, raadt het Agentschap in de eerste plaats aan om het juiste moment te kiezen voor de inzaai. “De weersomstandigheden maken die keuze niet altijd eenvoudig. Zo kenden we in 2025 een droog voorjaar, waardoor er te vaak werd ingezaaid in ongunstige omstandigheden”, blikt het Agentschap terug. “Zaai op een geschikt moment: wacht eventueel op komende neerslag, zodat de kieming en startgroei ideaal zijn.”“Zorg ervoor dat het zaaitijdstip zo gekozen wordt dat de granen in het najaar voldoende zaadrijp zijn en gedurende de hele winter maximaal zaden aanbieden. Hiervoor is het aangewezen in te zaaien ten laatste vóór eind april”, klinkt het. Moest dit niet lukken, staat de ecoregeling ook nog inzaai in mei of juni toe. “Ook een inzaai in het voorafgaande najaar is toegelaten en biedt heel wat voordelen op vlak van verlaging van de onkruiddruk”, aldus het Agentschap.Verder is ook een goed aangelegd zaaibed essentieel om de onkruiddruk laag te houden. “Pas eventueel het principe van een vals zaaibed toe om de onkruiddruk te verminderen”, klinkt het. “En gebruik waar mogelijk gecertificeerd zaaizaad.” Als er probleemonkruiden aanwezig zijn op het perceel of op naastliggende percelen, raden we af een faunamengsel in te zaaien Niet voor alle percelen geschiktOp percelen met een hoge onkruiddruk of met probleemonkruiden, zoals knolcyperus en doornappel, is het risico op onkruidproblemen bij faunamengsels groter. “Als er probleemonkruiden aanwezig zijn op het perceel of op naastliggende percelen, raden we af een faunamengsel in te zaaien”, klinkt het. Ook is het belangrijk dat er nagegaan wordt in welke mate aaltjes aanwezig zijn in de bodem.Zo bestaan er faunamengsels met plantsoorten die aaltjes onderdrukken of die geen waardplant zijn voor ziekten en plagen, wat bepalend kan zijn voor de volgteelt. “Zorg ook voor een geschikt volggewas”, aldus het Agentschap.BedekkingVerder geeft het Agentschap als tip mee om voor voldoende bedekking van het perceel te zorgen gedurende het volledige seizoen. “De regelgeving laat dit ook toe”, klinkt het. Zo zorgen rode en witte klavers bijvoorbeeld voor een goede bodembedekking later op het seizoen. Ook haver is een goeie optie door de brede bladeren. “Respecteer wel steeds de voorwaarden voor de samenstelling. Andere soorten dan degene die op de toegelaten lijst staan, zijn niet toegestaan”, aldus het Agentschap. “Zaai ook aan voldoende hoge zaaidichtheid in functie van de weersomstandigheden. Bij vochtig, groeizaam weer kan dit lager zijn dan bij droge omstandigheden. De minimale zaaidichtheid is 50 kg/ha.”Het Agentschap herinnert de landbouwers er ook aan dat de samenstelling van faunamengsels recent aangepast is, er hoeven geen kruisbloemigen meer in het mengsel te zitten. Wintervoedsel is belangrijk voor akkervogelsMet het oog op voedselvoorziening in de winter voor akkervogels, kleinwild en andere fauna is het niet toegelaten om het perceel te maaien. Pleksgewijze mechanische verwijdering van probleemonkruiden, zoals bijvoorbeeld akkerdistel, is wel mogelijk.“Wintervoedsel is belangrijk voor alle akkervogels, maar vooral voor soorten die afhankelijk zijn van zetmeelhoudende zaden. Denk aan de geelgors, grauwe gors, veldleeuwerik, maar ook ringmus”, benadrukt het Agentschap. “Zetmeelhoudende zaden zijn steeds schaarser in de winter. Daarom is het belangrijk om een hoog aandeel granen te hebben in het mengsel. Voorzie ook best granen waarbij de korrel lang in de aar blijft (tarwe, triticale), zodat er ook in het vroege voorjaar nog voedsel is.”“Soorten die afhankelijk zijn van oliehoudende zaden zoals de vink en groenling worden in het huidige landschap al ruimschoots bediend door de inzaai van groenbedekkers (mengsels) met gele mosterd, bladrammenas, zonnebloem.” Beheerovereenkomst faunavoedselgewasOok voor landbouwers die een beheerovereenkomst faunavoedselgewas met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) sloten, zijn er een aantal mogelijkheden om veronkruiding tegen te gaan. De tips voor de ecoregeling faunamengsel zijn voor deze beheerovereenkomst ook van toepassing. Daarnaast kan de landbouwer bij ernstige onkruidproblemen in de beheerovereenkomst faunavoedselgewas een mengsel van vlinderbloemigen inzaaien. Dat mengsel blijft tot twee jaar aanwezig en onderdrukt ongewenste soorten. De jaarlijkse vergoeding blijft dezelfde: 2.053 euro per hectare. &quot;Indien de onkruidproblemen zouden blijven aanhouden, dan kan de landbouwer de beheerovereenkomst tijdens de looptijd verplaatsen naar een ander perceel.&quot;Meer tips voor faunavoedselgewas kan op de site van VLM gevonden worden.</content>
            
            <updated>2026-03-31T15:11:24+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voka wil weilanden langs Albertkanaal omzetten in industriegrond]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voka-wil-weilanden-langs-albertkanaal-omzetten-in-industriegrond" />
            <id>https://vilt.be/58866</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voka Mechelen-Kempen wil tot 135 hectare graslanden langs het Albertkanaal in de provincie Antwerpen herbestemmen tot industriegrond. Volgens de werkgeversorganisatie is dat nodig om een dreigend tekort aan ruimte voor bedrijven in de regio op te vangen. “Een koe op strategische grond aan het water? Die luxe hebben we niet meer”, zegt Tom Laveren van Voka.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="landbouw" />
                        <category term="grond" />
                        <category term="industrie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/906fbb75-64e0-4f0f-8f4f-9b5e4e38a3d1/full_width_koeien-opde-weide-nb-1500.jpg</image>
                                        <content>Volgens de organisatie bedraagt de jaarlijkse vraag naar bedrijventerreinen in de regio Mechelen-Kempen zo’n 45 hectare tot 2040. “Dit jaar is er nog aanbod, onder meer door de gronden van Van Hool (in Lier, red.). Maar vanaf volgend jaar dreigt de direct beschikbare industriegrond op te raken”, klinkt het. Tegen 2040 zou de vraag zelfs tien keer groter zijn dan het huidige aanbod.Studie wijst ‘strategische percelen’ aanDe plannen steunen op de Voka-studie Roadmap 2040, waarin 1.100 strategisch gelegen percelen langs het Albertkanaal werden geïdentificeerd. Samen zijn die goed voor 542 hectare. Ongeveer een kwart daarvan – zo’n 135 hectare – bestaat uit weiland. De overige gronden zijn akkerbouw (41%), bos (21%) en bebouwing (7,5%).Voka richt zich voorlopig enkel op de graslanden. “We kijken uitsluitend naar weiland. Bos en akkerbouw laten we in deze analyse buiten beschouwing”, aldus Laveren.Herbestemming en compensatieVoor de betrokken percelen is een bestemmingswijziging nodig, aangezien ze vandaag geen industriegrond zijn. Voka wijst erop dat daarbij ook ruil- en compensatiemechanismen mogelijk zijn, waarbij weilanden eventueel verder van het Albertkanaal worden ingericht. De werkgeversorganisatie pleitte eerder al voor het deblokkeren van 509 hectare industriegrond, maar die blijkt om verschillende redenen niet onmiddellijk inzetbaar.Volgens Voka is bijkomende ruimte cruciaal om economische groei te behouden. “De regio Mechelen-Kempen was tien jaar lang de sterkste groeiregio van Vlaanderen. Richting 2040 staat die groei onder druk. Grond is essentieel”, aldus Voka. De ontwikkeling van de betrokken weilanden zou volgens de organisatie een potentieel van 4,2 miljard euro aan economische bedrijvigheid vertegenwoordigen.Boerenbond waarschuwt voor druk op landbouwgrondBoerenbond reageert kritisch en wijst op de toenemende druk op landbouwgrond in Vlaanderen. “In een ideale wereld ligt industrie langs een kanaal, staan woningen in dorpskernen en heeft landbouw haar plaats in het buitengebied. Maar Vlaanderen heeft een historisch gegroeide ruimtelijke ordening, en die realiteit moeten we respecteren.”De landbouworganisatie benadrukt dat het behoud van agrarisch gebied essentieel blijft. “We staan erop dat de 750.000 hectare agrarisch gebied in Vlaanderen behouden blijft. In de provincie Antwerpen zien we bovendien dat slechts de helft van de 121.000 hectare landbouwgrond vandaag niet onder druk staat van herbestemmingsplannen of andere ingrepen. Het wordt steeds moeilijker om onze kostbare landbouwgrond te vrijwaren.”</content>
            
            <updated>2026-03-30T18:35:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Plan van Brouns voor soepelere Europese milieuregels botst op weerstand binnen Vlaamse regering]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/plan-van-brouns-voor-soepelere-europese-milieuregels-botst-op-weerstand-binnen-vlaamse-regering" />
            <id>https://vilt.be/58867</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een plan van Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) om milieuregels te versoepelen valt niet in goede aarde bij de coalitiepartners in de Vlaamse regering. Dat schrijft de krant De Standaard die het plan kon inkijken. “Een dichtbevolkte regio als Vlaanderen moet soepeler kunnen omgaan met de doelstellingen”, meent Brouns. Hij viseert vooral de Kaderrichtlijn Water, de Habitatrichtlijn en de Nitraatrichtlijn.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ec53ef25-5951-4ba9-8d44-cd867f45b3f0/full_width_brouns-in-parlement.jpg</image>
                                        <content>Onderdeel van Make 2025-2030Het plan staat in de zogenaamde ‘non-paper’ die Brouns schreef naar aanleiding van de Make 2025-2030-agenda. Dat is het overleg tussen de federale regering en de deelstaten over het industriebeleid. Bart De Wever (N-VA) heeft sinds zijn aantreden als premier het industrieel beleid en de maakindustrie als een expliciete prioriteit genoemd. Binnen dat overleg is er ook een aparte werkgroep voor het vergunningenbeleid die door Vlaanderen wordt geleid.Die keuze voor Vlaanderen is niet toevallig, want sinds de start van de legislatuur werkten Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) en minister Brouns al zij aan zij aan een actieplan om het vergunningenbeleid in Vlaanderen opnieuw op de rails te krijgen. Dat actieplan, dat gebaseerd is op een adviesrapport van academische en juridische experts, kreeg eind december vorig jaar groen licht van de Vlaamse regering en wordt stilaan uitgerold. Europese richtlijnen als struikelblokkenNaast dit actieplan voor het vergunningenbeleid schreef Brouns ook een intern document met daarin alle onderwerpen die in de ‘Make 2025-2030-werkgroep vergunningen&#039; aan bod moeten komen. Volgens De Standaard staan daarin een aantal punten die de minister eerder al naar voor schoof, zoals een versoepeling van de Kaderrichtlijn Water, de Habitatrichtlijn en de Nitraatrichtlijn. Dat zijn de belangrijkste pijlers van het Europese milieubeleid.Brouns ziet een aantal problemen met deze richtlijnen omdat ze volgens hem leiden tot disproportionele economische en maatschappelijke kosten, met beperkte meerwaarde voor het leefmilieu. Hij ziet ook dat te strenge interpretaties ervoor zorgen dat het niet mogelijk is om sociaal-economische ontwikkelingsruimte op een kostenefficiënte manier te verzoenen met een gezond leefmilieu. Ook Verdrag van Aarhus en standstill-principeHoewel de Europese Commissie eerder al liet verstaan dat er weinig manoeuvreerruimte is binnen deze richtlijnen, legt de minister die nu toch opnieuw op tafel. Maar hij gaat ook nog een stapje verder. Zo wil hij ook dat het standstill-principe, dat stelt dat er geen achteruitgang mag zijn van de milieukwaliteit, herbekeken wordt omdat het onwenselijke proporties heeft aangenomen.Een andere aanpassing die hij vraagt is het Verdrag van Aarhus. Dat verdrag voorziet in een ruime toegang tot de rechter in milieuzaken. Maar volgens Brouns heeft dit geleid tot strategisch procederen waarbij rechtszaken worden aangespannen om tot beleid te komen. Hiervoor is eigenlijk onvoldoende draagvlak  om het via de democratische weg te bewerkstelligen. Kritiek van oppositie én coalitieOppositiepartij Groen is er niet over te spreken. Maar ook binnen de regering lijkt er weinig draagvlak voor de non-paper van Brouns. N-VA en Vooruit stellen dat die non-paper eigenlijk overbodig is omdat de minister met het actieplan rond vergunningen naar de onderhandeling van de werkgroep kan. Daarin staan al suggesties rond het Verdrag van Aarhus en het standstill-principe, maar de Europese versoepelingen worden in het actieplan niet meegenomen.Daarnaast stellen Vooruit en N-VA dat het nieuwe document van minister Brouns niet afgedekt is door de regering. “De minister speelt soloslim”, zegt Vooruit-parlementslid Simon Bekaert aan omroep VRT. “Wat hij vraagt, gaat niet uit van de regering. Het gaat zelfs in tegen het regeerakkoord.” Bekaert verwijst daarbij naar dat regeerakkoord waarin staat dat Vlaanderen de Europese doelstellingen zal respecteren en zal zoeken naar een haalbare uitvoering. Ook N-VA-parlementslid Andy Pieters noemt het bestaan van de Europese tekst “nieuw” voor hem.&quot;Mandaat is er wel&quot;De woordvoerder van Brouns stelt dan weer dat de minister het mandaat heeft om versoepelingen te vragen aan Europa. Volgens hem is er binnen de coalitie beslist dat daar geen aparte formele goedkeuring voor nodig is. “De minister heeft dat mandaat eigenlijk al, via het goedgekeurde actieprogramma en het regeerakkoord”, klinkt het.Cd&amp;amp;v verwijst ook naar inconsequenties bij N-VA. De partij stelt dat De Wever eerder ook al suggereerde om naar de Europese richtlijnen te kijken. “Volgens hem zijn de doelstellingen goed, maar de manier waarop ze worden nagestreefd, legt de concurrentiekracht van onze bedrijven aan banden en is niet uitvoerbaar in dichtbevolkte regio’s zoals Vlaanderen”, citeert cd&amp;amp;v De Wever. &quot;Vergunningenknoop verhindert verduurzaming&quot;De landbouwsector is al langer vragende partij om het vergunningenbeleid bij te sturen. Zeker Boerenbond hamert al maanden op een andere aanpak. “Bedrijven worden verplicht te verduurzamen en gevraagd om meer circulair te werken, maar ze krijgen geen stabiel kader om te investeren in die verduurzaming”, aldus voorzitter Lode Ceyssens.Volgens hem blijft het ontwarren van de vergunningenknoop, “een gevolg van slechte Europese wetgeving”, een prioriteit. “De Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn en Kaderrichtlijn Water zijn in de praktijk uitgegroeid tot een juridische toolbox om vergunningen aan te vallen, waardoor investeringen worden vertraagd, stilgelegd of teruggefloten”, meent Boerenbond. Het maakte daarover al meermaals zijn bezorgdheden over aan Europees commissievoorzitter Ursula von der Leyen en aan premier Bart De Wever.</content>
            
            <updated>2026-03-30T18:56:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[België stuurt EU richting crisismaatregelen voor zuivel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/belgie-stuurt-eu-richting-crisismaatregelen-voor-zuivel" />
            <id>https://vilt.be/58868</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ons land vraagt de Europese Commissie om een crisismechanisme te onderzoeken om de zuivelmarkt tijdelijk bij te sturen. Het gaat om een systeem naar het voorbeeld van 2016, waarbij melkveehouders worden gestimuleerd om minder te produceren. Daarmee wil België het groeiende onevenwicht tussen vraag en aanbod aanpakken en een verdere daling van de melkprijs voorkomen. Opvallend is dat de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ) voorlopig geen crisis ziet en net wijst op eerste signalen van herstel.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8f976aa2-d26d-438f-9e4b-995dcc6ac8a4/full_width_melkkoezuivelrobot-1280.jpg</image>
                                        <content>België heeft op de Europese Raad Landbouw en Visserij de Europese Commissie opgeroepen om zo snel mogelijk een geactualiseerde analyse van de zuivelmarkt te maken, en de mogelijkheid te onderzoeken van een tijdelijk en vrijwillig programma voor melkproductievermindering. De oproep kreeg steun van Bulgarije, Hongarije, Litouwen, Slowakije en Slovenië.De Europese zuivelsector vertoont volgens de lidstaten momenteel verschillende tekenen van onevenwicht, die bijzondere aandacht vereisen. Volgens recente gegevens van het EU Milk Market Observatory zijn de melkleveringen in de Europese Unie in 2025 blijven stijgen, tot ongeveer 135 miljoen ton tegen november 2025. In dezelfde periode in 2024 was dit 133,7 miljoen ton. “De toename van het aanbod komt op een moment dat de wereldwijde vraag trager groeit”, wordt geduid.Tegelijk zijn de melkprijzen gedaald. Na relatief hoge niveaus in 2025 daalde de gemiddelde melkprijs in de Europese Unie van ongeveer 53 euro per 100 kg in september 2025 naar ongeveer 49 euro in december. Voor begin 2026 zouden er aanwijzingen zijn dat de neerwaartse trend zich voortzet.België bij laagste prijzen“In België is de situatie bijzonder zorgwekkend. De gemiddelde melkprijs die aan producenten werd betaald, bedroeg 38,8 euro per 100 liter in januari 2026, tegenover 54,63 euro per 100 liter in januari 2025. Dit komt neer op een daling van 30 procent in één jaar. Het is één van de laagste prijsniveaus in de Europese Unie”, klinkt het. Groeiend onevenwicht tussen vraag en aanbodDeze evolutie illustreert volgens de lidstaten het groeiende onevenwicht tussen vraag en aanbod op de wereldwijde zuivelmarkt en het risico op een snelle verslechtering van de inkomens van producenten.“Tegelijk blijft de internationale geopolitieke context gekenmerkt door aanzienlijke onzekerheid, met negatief effect op de exportvooruitzichten”, klinkt het. “Het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten zal vrijwel zeker de productiekosten beïnvloeden. Daarnaast heeft China recent beschermingsmaatregelen ingevoerd die de invoer van bepaalde zuivelproducten treffen, wat weegt op de exportvooruitzichten van de sector. Ook handelsspanningen en hogere invoertarieven met de Verenigde Staten dragen bij tot een verzwakking van het internationale handelsklimaat. Gezien de geglobaliseerde zuivelmarkt kunnen deze ontwikkelingen de komende maanden de druk op de markten verder verhogen.” Ervaring zuivelcrisis 2016De ervaring van de zuivelcrisis in 2016 toonde volgens de lidstaten aan dat Europese marktinstrumenten kunnen helpen om de situatie te stabiliseren. De vrijwillige Europese regeling voor melkproductievermindering gaf toen een signaal aan de markt en hielp het evenwicht tussen vraag en aanbod te herstellen.“In een mondiale en volatiele zuivelmarkt moet de Europese Unie kunnen anticiperen op marktontwikkelingen en ermee werken, in plaats van ze louter te ondergaan”, klinkt het. “In deze context is België van mening dat de huidige situatie een onderzoek naar Europese maatregelen rechtvaardigt om een verdere verslechtering van de zuivelsector te voorkomen.” De forse daling van de melkprijs lijkt achter ons te liggen Belgische oproep niet in lijn met analyse Belgische zuivelfederatieHet stevige statement van België sluit niet volledig aan bij de marktanalyse die de Belgische Confederatie van de Belgische Zuivel (BCZ) twee weken geleden maakte. Volgens BCZ zijn er net eerste signalen van herstel op de zuivelmarkt te zien.De organisatie steunt de Belgische oproep dan ook niet om crisismechanismes te onderzoeken en te implementeren. Ook vanuit de Europese Commissie ontvangt de federatie geen signalen dat er sprake is van een crisis op de zuivelmarkt.“Het klopt dat de melkprijs eind vorig jaar een scherpe daling heeft gekend. De combinatie van hoge melkprijzen, lage kosten en een verschuiving van de kalvingscyclus door de blauwtonguitbraak in de tweede helft van 2025 zorgden voor opvallende stijgingen in de leveringen, die deze daling heeft geïnitieerd.”, duidt Lien Callewaert, directeur bij Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ). “Maar ondertussen zien we dat de Belgische en internationale noteringen voor onder meer boter en room opnieuw stijgen. De forse daling van de melkprijs lijkt ook achter ons te liggen.” FrieslandCampina verhoogde dinsdag zelfs voor het eerst zijn garantieprijs met een stevige 2,50 euro per 100 kg melk. De stijging is volgens de coöperatie te danken aan het aantrekken van de marktvraag.&amp;nbsp;In haar marktanalyse van begin deze maand wijst BCZ er ook op dat de voorbije jaren (2022 en eind 2024, begin 2025) uitzonderlijk rendabel waren voor melkveehouders. “Dat heeft melkveehouders de kans gegeven om buffers op te bouwen voor minder gunstige periodes”, aldus de analyse. Inzet structurele instrumentenNaast een tijdelijk Europees programma om de vermindering van melkproductie te stimuleren, raadt ons land aan om ook te kijken of de landbouwcrisisreserve ingezet kan worden om de meest kwetsbare bedrijven te ondersteunen.“Meer algemeen toont de huidige situatie ook aan dat bepaalde structurele instrumenten van het marktvangnet herbekeken moeten worden”, klinkt de oproep naar de Europese Commissie. “De interventieprijzen voor zuivelproducten werden vastgelegd in 2003 en weerspiegelen vandaag noch de inflatie, noch de evolutie van de productiekosten in de voorbije twee decennia.”</content>
            
            <updated>2026-03-31T15:16:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Geen risico op tekort aan kunstmest in Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/geen-risico-van-kunstmestgebrek-in-vlaanderen-wel-oplopende-kostprijs-voor-late-beslissers" />
            <id>https://vilt.be/58869</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Er dreigt in Vlaanderen geen tekort aan kunstmest door de oorlog in Iran. Fabrikanten zijn de productie voor dit seizoen al gestart en hebben voorraden opgebouwd. “Daarbij komt het feit dat CAS of CAN, de basis voor kunstmest in Europa, niet uit de Straat van Hormuz komt”, klinkt het bij BELFertil. Uit deze regio komt vooral ureum, dat als basis gebruikt wordt in andere werelddelen, zoals Azië. Daar zijn wel bevoorradingsproblemen waardoor die landen alternatieven zoeken op de wereldmarkt. “En dat drijft de prijs hier op, samen met stijgende transport-, verzekerings- en personeelskosten”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ab9b6b27-7b5a-4cbd-ae9b-022828658d94/full_width_kunstmest-pibo-tongeren.jpg</image>
                                        <content>Niet alleen de olie- en gasprijzen rijzen de pan uit sinds het uitbreken van de oorlog, dat geldt ook voor kunstmest. Dat heeft alles te maken met de blokkade van de Straat van Hormuz door Iran. Een derde van de grondstoffen voor de mondiale kunstmestproductie, waaronder ureum, zou via deze nauwe zeestraat passeren. In de media gonst het van berichten dat een gebrek aan kunstmest hierdoor op de loer ligt.“In Vlaanderen zal het op korte termijn zo’n vaart niet lopen”, stelt Peter Jaeken van BELFertil, de federatie van de minerale meststoffenindustrie. “Ter voorbereiding op het bemestingsseizoen zijn er al grote voorraden aangelegd en wat nog niet geproduceerd is, is al een tijdje onderweg naar Europa. Het grootste vraagteken blijft de duur van het conflict en de (oplopende) schade aan infrastructuur. Dat zal de impact op middellange en lange termijn bepalen.” Vlaamse boeren hebben al ingekochtOok bij landbouworganisatie Boerenbond komen er geen signalen van dreigende tekorten. “Wij horen bij onze leden dat veel landbouwers eind vorig jaar al kunstmest ingekocht hebben en daardoor nu vaak geen acuut probleem hebben.”De Nederlander Thijs Geijer, agro-econoom bij ING, stelt dat vooral kleinere boeren in ontwikkelingslanden in de problemen kunnen komen. “In Europa zijn de boeren wat kapitaalkrachtiger dan in de rest van de wereld. Kleinere boeren in ontwikkelingslanden hebben daarvoor minder mogelijkheden. Daar is de voedselzekerheid wel echt een zorg”, vertelt hij aan Nu.nl.Daarbij speelt volgens Jaeken ook de geografische locatie een rol. “Globaal wordt er veel gewerkt met kunstmest op basis van ureum, waarbij het Midden-Oosten een belangrijke leverancier is. Als de bevoorrading stokt, kan dat in sommige gebieden wel tot problemen leiden. In Europa wordt veelal kunstmest geproduceerd met calciumammonium-nitraat en is de afhankelijkheid van het Midden-Oosten kleiner”, aldus Jaeken. Prijsverhogingen wel gevoeld Dat betekent overigens niet dat de Vlaamse boeren het niet zullen voelen. De gebrekkige doorvoer van grondstoffen door de Straat van Hormuz heeft tot gevolg dat het globale aanbod daalt en de concurrentie naar de beschikbare kunstmest groeit. “Daardoor zien we de laatste weken al een prijsstijging van 20 tot 30 procent”, vertelt Jaeken.De boeren die vorig jaar besteld hebben, zullen deze prijsstijging nog niet voelen. Maar er zijn ook landbouwers, de late beslissers, die nog niet besteld hebben. “Deze krijgen wel te maken met de verhoogde prijzen”, aldus Boerenbond, dat stelt dat de prijs voor ureumkunstmest gestegen is van 368 dollar per ton in december tot 680 dollar per ton nu.Door de volatiliteit komt het zelfs voor dat handelaren geen prijs kunnen garanderen. “We horen van enkele landbouwers dat handelaars niets meer aankopen omdat prijzen constant veranderen. Als landbouwers erop staan dat ze meststoffen krijgen, gaan handelaars die wel ophalen, maar zonder prijs door te geven: je krijgt de prijs op het moment dat ze geladen zijn”, klinkt het bij Boerenbond.Volgens de landbouworganisatie kan dit in enkele gevallen wegen op het bemestingsgedrag van de Vlaamse landbouwer. “De boer zal kijken naar de kost van de kunstmest en de meeropbrengst van het gewas. In functie hiervan zal hij zijn bemestingsgedrag aanpassen.” Minder graan, meer soja door hoge kunstmestprijzenIn andere werelddelen kan de impact van de prijsstijging op korte termijn al grote gevolgen hebben. Niet alleen kunnen kleine boeren in ontwikkelingslanden in de problemen komen, ook in landen als de Verenigde Staten staan boeren op dit moment voor strategische teeltkeuzes. Het ministerie van Landbouw in de Verenigde Staten voorziet bijvoorbeeld dat Amerikaanse boeren de overstap zullen maken van graan naar soja, dat veel minder kunstmest vergt.De verwachting is verder dat ook consumenten de mondiale prijsstijgingen van kunstmest zullen voelen. “De gewassen moeten nog groeien, geoogst en verwerkt worden. Het kan ook per gewas verschillen. Over zes tot negen maanden stijgen de prijzen in winkels waarschijnlijk wat harder dan gewend”, aldus Geijer. Het is belangrijk om op de gevolgen te anticiperen en op langere termijn voedselzekerheid te behouden. Daarom is het een goede zaak om minder afhankelijk te worden van kunstmest Bij aanhoudende prijsstijgingen zou de impact in Vlaanderen op termijn, bij het volgende seizoen, groot zijn. “Het is dan ook belangrijk om op de gevolgen te anticiperen en op langere termijn voedselzekerheid te behouden. Daarom is het een goede zaak om minder afhankelijk te worden van kunstmest”, klinkt het bij Boerenbond.De landbouworganisatie pleit ervoor om dierlijke mest meer te kunnen inzetten. “Hiervoor moet de toegelaten norm voor dierlijke mest per hectare verhoogd worden, zonder de totale toegelaten hoeveelheid mest te verhogen. Dit leidt ook tot een meer circulair landbouwmodel en komt de koolstofvoetafdruk van de plantaardige productie ten goede.”In dat kader juicht Boerenbond ook de goedkeuring voor het gebruik van renure door de Vlaamse overheid toe. “We rekenen hier op een snelle afhandeling van de procedure om een snelle en vlotte uitrol mogelijk te maken.”</content>
            
            <updated>2026-03-31T22:14:02+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Liesbeth Lambrecht oogst eerste kleurrijke paprika's: "Dit is nog altijd handwerk"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/liesbeth-39-oogst-eerste-kleurrijke-paprikas-in-familiebedrijf-dit-is-nog-altijd-handwerk" />
            <id>https://vilt.be/58870</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Rode en gele paprika’s bengelen in de serres van familiebedrijf Gemapa in Nevele. Het seizoen is officieel begonnen, en dus krijgen ook de groenterayons van de supermarkt kleur van eigen bodem. De uitdagingen voor de sector zijn echter niet min. Resistentie en een inkrimpend bestrijdingsgamma maakt het moeilijk om het hoofd te bieden aan ziektes en plagen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="binnenkijken bij boeren" />
                        <category term="rijp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2693632e-44b0-4786-a454-a65bdb85bb64/full_width_liesbeth-gemapa.jpg</image>
                                        <content>Zaakvoerder Liesbeth Lambrecht (39) rijdt met een oogstkar langs de eindeloze paprikarijen. Per plant worden drie hoofdstengels omhooggehouden met elk drie fijne witte draadjes. Wanneer de mobiele schaarlift van de oogstkar stijgt, zien we hoe de 196.000 plantjes worden rechtgehouden door een fijnmazig dradennetwerk, waar zelfs een doorwinterde poppenspeler bleek van wordt. Men rekent op een jaarlijkse productie van 30 kilo per vierkante meter.Voor Lambrecht en haar team zijn de komende maanden cruciaal. Sinds oktober vorig jaar is er naarstig gewerkt om de paprika’s tot groei te brengen. In welke mate dat werk zal lonen, zal pas na de oogst duidelijk worden. Door klimaatopwarming is er de laatste jaren steeds meer overlap tussen het Belgische en het Spaanse teeltseizoen, al hebben de stormen in Almeria de lokale tuinbouwsector er een flinke klap toegedeeld. Een drama voor de telers ter plaatse, al geeft de wet van vraag en aanbod zo een nodig voordeel aan Belgische telers. Door een internationaal overaanbod waren de prijzen in 2025 rampzalig voor Belgische paprikateler. “Landbouw is de enige sector die met verlies mag verkopen”, zegt Lambrecht. Een beter 2026 moet soelaas bieden. Sinds de oprichting van Gemapa in 1991, gesticht door Liesbeths ouders Gerda en Marc, is zowel de sector als het bedrijf onherkenbaar veranderd. Gerda en Marc begonnen met sla en tomaten, maar als teeltvoorlichter voor een zadenbedrijf leerde hij snel de paprika kennen. Zo besloot hij het roer om te gooien. De groente was toen al redelijk gekend in Vlaanderen, maar werd er amper geteeld. “In heel België had je er nog maar twee of drie”, zegt Lambrecht.Buitenleven in de serreEen gat in de markt, zo bleek. Vandaag bedraagt de serre 8,7 hectare, aangevuld met een indrukwekkende sorteerinstallatie. Maar hoezeer de teeltinstallatie ook is geëvolueerd: oogsten blijft handwerk. Met een fijn mesje worden geschikte paprika’s van de planten gesneden. De jonge groenten zijn allemaal groen, en verkleuren later naar een gele of rode kleur. De paprika’s worden geoogst wanneer ze voor 85 procent hun definitieve kleur hebben. “Er zitten drie dagen tussen de oogst en wanneer ze in de rekken liggen, dus zodra ze in de schappen liggen zijn ze helemaal rood”, zegt Lambrecht. Een paprikaweetje: groene paprika’s zijn rode paprika’s die vroeg worden geoogst. “Met Pasen in aantocht zijn het vooral de gele die het goed doen”, zegt de teler nog.Een serre mag dan wel een gecontroleerde omgeving lijken, maar ze is niet hermetisch afgesloten en de buitenwereld blijft een factor. Soms is dat positief. Vogels die binnenvliegen langs de opening boven, zijn voor Lambrecht welkome gasten. “Hoe meer, hoe liever. De meest vogels blijven van de paprika’s af, maar ze eten wel de schadelijke insecten op”, zegt de teler. “Een uitzondering zijn merels, die kunnen de paprika’s beschadigen.” Ziekten en plagenDe grootste uitdaging voor de telers komt ook van buitenaf: ziekten en plagen. Beestjes zoals spint of bladluis zijn steeds hardnekkiger te bestrijden, en richten zware schade aan bij de planten. “90 procent van onze bestrijding is biologisch”, zegt Lambrecht. “Veel middelen zijn vandaag niet meer toegelaten, en de plagen zijn ook resistent aan diverse producten. Daarom moeten we nog voor de start van het seizoen natuurlijke bestrijders zoals sluipwespen en lieveheersbeestjes opkweken.”De natuur moet dus ook in deze kassen haar diensten bewijzen, al is dit makkelijker gezegd dan gedaan. Sommige bestrijders blijven enkel in leven als de plaag in kwestie aanwezig is, dus preventief uitzetten is niet mogelijk. Andere bestrijders zijn slechts beperkt effectief, en zowat alle bestrijding gaat ook gepaard met een economische kostprijs. “Reken maar vijf euro per vierkante meter voor al onze bestrijdingsmiddelen samen”, zegt Liesbeth. Die bestrijdingsmiddelen doorrekenen naar de eindconsument is volgens haar geen optie, want ze blijven onderhevig aan de veilingprijzen.Tegen andere dieren zoals de stinkmijt, bestaat er geen bestrijdingsmiddel. “Ze zijn zo’n halve duimnagel groot, en de enige manier om ze te bestrijden; is door de dieren met de hand dood te pitsen”, zegt ze.Bovendien moet er voortdurend worden gescout op nieuwe plagen. Dit lijkt onbegonnen werk, al zegt Lambrecht dat een geoefend oog schade al van enkele rijen verderop kan herkennen.” Er gebeuren ook geregeld sapanalyses. “Wij telen onze planten op substraat en weten heel goed wat onze plant opneemt”, zegt ze. “Het calciumgehalte is zo een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit.” Imago van glastuinbouwHoewel Liesbeth Lambrecht werkt in een letterlijk glazen huis, is er ook nog het imagoprobleem van grootschalige landbouw. “Buren hebben ons zien evolueren van een bedrijf van 1.000 vierkante meter naar dit”, zegt de teler. “Voor hen is dit geen landbouw meer, maar industrie. Alsof er geen groene vingers meer aan te pas zouden komen. Zo krijgen we commentaar als we aan het spuiten zijn met NeemAzal. Dat is een biologisch bestrijdingsmiddel &amp;nbsp;gebaseerd op zaden van de Neemboom, maar buren denken dat we met ‘vergif’ aan het sproeien zijn.”Volgens haar is het niet evident om de werking van het bedrijf bij de buren te duiden. “Het is erg, zij wonen zonevreemd in landbouwgebied. Onze boerderij bestaat langer dan deze huizen. Toch doet men alsof wij de “indringers” zijn die overlast veroorzaken. Terwijl alles wat we doen binnen de normen valt voor dit type gebied. SeizoensarbeidLiesbeth wil het niet aan haar hart laten komen. Moeilijke jaren of makkelijke jaren: bovenal wil ze elk teeltjaar afsluiten met een product waar ze fier op kan zijn. Met 28 man in totaal wordt het werk binnen en buiten de serre gebolwerkt. “Op vlak van seizoensarbeid mogen we niet klagen”, zegt ze. “We hebben veel hulp van Oekraïners. Vroeger mochten we geen niet-Europeanen hier laten werken, maar dat is sinds de oorlog veranderd.Het werk gebeurt met twee ploegen. “De eerste ploeg komt hier in december. Zij weten perfect hoe ze de koordjes moeten aanbrengen aan de planten en hoe ze zich goed ontwikkelen. Vanaf april komt de oogstploeg. We werken tot 50 uren per week, maar ze zouden het niet anders willen. Deze mensen komen naar hier om zoveel mogelijk uren te werken om met een mooi spaarpotje naar huis te gaan. Moesten onze werkdagen korter zijn, er zou niemand meer langskomen.”EnergieprijzenEen ander heet hangijzer in deze oorlogstijden is energie. De temperatuur wordt geregeld door twee WKK’s van 2 en 2,5 Megawatt. “Elektriciteit wordt op het net gestoken, grotendeels. De warmte die we overdag niet buiten hebben, wordt buiten in buffertanks gestoken van rond de 3.000 tot 4.500 kubieke meter aan warm water.” Alle water voor de planten wordt hergebruikt. “We vangen regenwater op via ons dak. Onze planten krijgen altijd ongeveer 30 procent te veel water, omdat we er rekening mee houden dat de ene meer drinkt dan de andere. Het restwater wordt opgevangen in kelders. Daar wordt de zuurtegraad weer geregeld en het water ontsmet zodat het opnieuw kan gaan naar de plant. Geen druppel gaat verloren.”“Wat de stookkosten betreft, liggen onze contracten vast voor de komende drie jaar. Maar we houden natuurlijk ons hart vast voor hoe de situatie zal evolueren.”Kleur of smaak?“Als er iets is wat ik anders zou willen zien in de paprikateelt, is het een grotere focus op de smaak”, zegt Lambrecht tot slot. “Vandaag liggen alle paprikarassen door elkaar. Ik zie het verschil in de supermarkt, maar de meesten niet. Er wordt niet gekeken naar de smaak of Brix-waarde zoals bij tomaten.”De verkoopbaarheid van paprika wordt vandaag vooral bepaald door kleur en grootte. Een geschikte blokpaprika is tussen 85 tot 95 millimeter diameter, niet groter en niet kleiner, en bevat voldoende kleur. “Misschien dat er in de toekomst ook naar andere zaken word gekeken. Ik zou het niet erg vinden moest smaak een grotere factor worden.”</content>
            
            <updated>2026-03-31T15:07:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Brits boerenkoor vraagt aandacht voor mentaal welzijn in Britain's Got Talent]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-boerderij-naar-podium-brits-boerenkoor-vraagt-aandacht-voor-mentaal-welzijn-in-britains-got-talent" />
            <id>https://vilt.be/58871</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een koor van Britse landbouwers heeft de jury van Britain’s Got Talent volledig verrast. Het 32-koppige Hawkstone Farmers Choir bracht de jury tot tranen en kreeg de felbegeerde ‘golden buzzer’: een rechtstreeks ticket naar de halve finale. Met hun optreden wilden de landbouwers aandacht vragen voor het mentaal welzijn in hun sector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="imago" />
                        <category term="mentaal welbevinden" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/717253a2-8b6e-4c89-b8ca-a37cc37868fa/full_width_britains-got-talent-hawkstone-farmers-choir.png</image>
                                        <content>Ontsproten uit het brein van Jeremy ClarksonHet idee komt van tv-persoonlijkheid Jeremy Clarkson. Hij zocht via sociale media een koor van zingende landbouwers dat Britse pubs en boerderijen kon steunen en de vraag naar artisanale bieren kon stimuleren. Uit meer dan honderd kandidaten werden uiteindelijk 32 boeren gekozen om het Hawkstone Farmers Choir te vormen, vernoemd naar Clarksons eigen bieren.Clarkson is vooral bekend als presentator van het autoprogramma Top Gear. Sinds hij in 2008 een boerderij in de Cotswolds kocht en vanaf 2019 voor tv-camera&#039;s zelf begon te boeren, is hij uitgegroeid tot het boegbeeld van de Britse landbouw. Zijn programma Clarkson’s Farm is inmiddels toe aan het vijfde seizoen en laat op humoristische wijze zien hoe complex het boerenleven en de bijhorende regels zijn. Dankzij zijn invloed werd al een wetswijziging doorgevoerd waardoor lege stallen makkelijker een nieuwe bestemming kunnen krijgen. Hij stond ook op de voorgrond bij protesten over erfbelasting. Van verboden liedjes naar de gouden buzzerHet Hawkstone Farmers Choir begon onder impuls van Clarkson met het zingen van liedjes zoals ‘F**k Me It’s Good’ en ‘It’s The Dog’s Nuts’ voor reclamecampagnes. Deze werden vrijwel nergens uitgezonden vanwege hun grove taal. Uiteindelijk werden de nummers uitgebracht op een single, waarvan de opbrengst ging naar de mentale gezondheid van de landbouwgemeenschap.Het koor bestaat uit 32 leden tussen 27 en 75 jaar, allemaal actieve boeren. “Landbouwer zijn is vaak een eenzaam beroep,” vertelt een koorlid aan de BBC. “Je moet in je eentje moeilijke beslissingen nemen die soms verregaande gevolgen hebben, dus samenkomen met het koor geeft je het gevoel dat je er niet alleen voor staat.” Emotioneel optreden bij Britain&#039;s Got TalentOm mentale gezondheid breder onder de aandacht te brengen, besloot het koor deel te nemen aan Britain’s Got Talent. Koorlid Katrina legde hun deelname als volgt uit aan de jury: “We werken meestal alleen, dag in dag uit. Dit koor heeft ons samengebracht. Landbouw verbindt ons, en we houden van wat we doen, maar het kan zwaar en eenzaam zijn. Samen zingen betekent heel veel voor ons.”Ze kozen voor het nummer One Day Like This van Elbow. Hun optreden begon nerveus, maar al snel kwam de energie los toen het publiek enthousiast reageerde en de jury tot tranen toe werd bewogen. Jurylid Amanda Holden drukte zonder aarzelen op de golden buzzer. “Zodra jullie begonnen, kreeg ik tranen in mijn ogen. Ik voelde zoveel kracht. Ik hou van de landbouwgemeenschap. Jullie werken elke dag zo hard,” zei ze emotioneel. Opbrengst naar hulplijn voor boeren in noodNog geen week later kondigde het koor een limited-edition (beperkte oplage, red.) vinylplaat aan. “We willen van de aandacht gebruikmaken om steun te mobiliseren voor de halve finale, maar vooral willen we het gesprek over mentale gezondheid in landbouwgemeenschappen gaande houden,” zegt het koor. Alle opbrengsten gaan naar de organisatie Shout die rond mentale gezondheid werkt.Uit recente statistieken blijkt dat 95 procent van de Britse boeren onder de 40 jaar mentale gezondheid als een groot probleem ziet in de sector. Shout benadrukt: “Het Hawkstone Farmers Choir heeft een ongelofelijke stem gegeven aan de uitdagingen waarmee boeren te maken hebben. We zijn enorm dankbaar dat we partner mogen zijn in dit project.”De opbrengsten van de vinylplaat worden gebruikt om meer vrijwilligers op te leiden, die een 24/7 sms-hulplijn bemannen. Boeren in nood kunnen op elk moment van de dag of nacht een vertrouwelijk gesprek voeren met een getrainde vrijwilliger door ‘HAWKSTONE’ te sms’en naar 85258.</content>
            
            <updated>2026-03-31T16:31:51+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[TFA voor het eerst in Europese waternormen opgenomen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/tfa-voor-het-eerst-in-europese-waternormen-opgenomen" />
            <id>https://vilt.be/58872</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Unie breidt zijn waterkwaliteitsnormen uit in een actualisatie. Zo wordt trifluorazijnzuur (TFA) voor het eerst opgenomen als te reguleren stof en ook duidelijker vastgelegd wanneer sprake is van achteruitgang van een waterlichaam.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="water" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="PFOS" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c70daae9-1e3a-4d92-b4f0-f60ef8f2269f/full_width_grachtbeekwaterloopdenderbelle.jpg</image>
                                        <content>Het Europees Parlement en de Raad actualiseert drie richtlijnen om de vervuiling van grond- en oppervlaktewater beter te kunnen terugdringen. Hier vonden ze vorig jaar al een compromis over, maar de actualisatie werd pas vorige week finaal goedgekeurd. Het gaat om de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn en de Oppervlaktewaterrichtlijn (Richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen).De nieuwe regels passen onder meer de lijst van verontreinigende stoffen aan die gemonitord en gecontroleerd moeten worden om de Europese waterkwaliteitsnormen te halen. Wat zeggen de regels over PFAS?Voor PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) zal de somnorm in grondwater worden afgestemd met de Drinkwaterrichtlijn, daar is een kwaliteitsnorm voor de som van 20 PFAS vastgelegd. Dit betekent dat toekomstige aanpassingen voor drinkwater automatisch ook voor grondwater gelden. Daarnaast zou ook een kwaliteitsnorm ingevoerd worden voor de som van 4 PFAS die als bijzonder risicovol worden beschouwd voor de menselijke gezondheid en milieu.Ook voor het oppervlaktewater geldt een somnorm van 25 PFAS. Daar zal trifluorazijnzuur (TFA) voortaan in meegenomen worden. “Bij de volgende herziening moet de Commissie nagaan of TFA al dan niet een aparte milieukwaliteitsnorm moet krijgen”, aldus de Raad en het Parlement. Voor grondwater zit TFA nog niet in de somnorm. Ook daar vinden de Raad en het Parlement dat de Commissie bij een volgende herziening moet bekijken of de stof moet worden opgenomen, rekening houdend met de meest recente wetenschappelijke kennis. Wat is TFA?TFA wordt gebruikt als proceshulpstof in onder meer de farmaceutische sector en bij de productie van verf en werkkledij. De stof ontstaat ook als bijproduct wanneer aircogassen in auto’s in de atmosfeer afbreken of wanneer fluorhoudende gewasbeschermingsmiddelen afgebroken worden in de bodem. TFA breekt niet af in het milieu en bleef lange tijd grotendeels onopgemerkt, omdat het om een zeer kleine PFAS-verbinding gaat. Recente studies tonen aan dat de kleine stof inmiddels wijdverspreid in het milieu aanwezig zou zijn. Wat zeggen de regels over gewasbescherming?De lijst met te controleren stoffen in oppervlaktewater wordt uitgebreid met werkzame stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen, waaronder glyfosaat. Daarbovenop wil de EU ook de cumulatieve impact reguleren met een somnorm. In de somnorm werd glyfosaat niet meegenomen.Voor grondwater moet de Commissie een lijst opstellen van metabolieten van gewasbeschermingsmiddelen en aangeven of ze relevant zijn of niet, om mee te nemen in de kwaliteitsnormen. Die lijst moet binnen 24 maanden na de inwerkingtreding van de wijzigingsrichtlijn worden vastgesteld. Achteruitgang van één element, is achteruitgaan volledige waterloop“Er wordt een definitie van achteruitgang van de toestand van waterlichamen ingevoerd die aansluit bij bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie”, aldus de Raad en het Parlement. Nu zal in de Kaderrichtlijn Water expliciet vermeld worden dat de achteruitgang van één kwaliteitselement ook moet worden beschouwd als een achteruitgang van de toestand van het waterlichaam, ook al leidt dit niet tot een lagere klassering van het waterlichaam.Om projecten met bijvoorbeeld grondverzet bij waterloopbeheer en renaturatie niet te onmogelijk te maken, zijn twee uitzonderingen voorzien. Tijdelijke achteruitgang zonder blijvende impact en achteruitgang door verplaatsing van verontreiniging zonder toename van de totale hoeveelheid worden niet als een inbreuk beschouwd.Termijnen en nalevingNa publicatie van de definitieve richtlijn in het EU-publicatieblad zullen de lidstaten tot eind december 2027 de tijd krijgen om de nieuwe regels om te zetten in nationale wetgeving. Voor grondwater krijgen ze tijd tot 2039 om een goede chemische toestand te bereiken voor de nieuwe ingevoerde stoffen, met mogelijke verlengingen tot 2045. Voor oppervlaktewater krijgen ze tijd tot 2033, met mogelijke verlenging tot 2039.Voor zowel grond- als oppervlaktewater kunnen lidstaten de termijnen verder verlengen wanneer natuurlijke omstandigheden maken dat de doelstellingen binnen deze periode niet haalbaar zijn.</content>
            
            <updated>2026-03-31T17:37:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Provincie Antwerpen vraagt meer duidelijkheid rond aanpak van bevers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/antwerpen-vraagt-meer-duidelijkheid-rond-aanpak-van-bevers-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/58873</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De groeiende beverpopulatie veroorzaakt overlast in de provincie Antwerpen, waarbij ook de landbouw niet gespaard blijft. Vorig jaar werden er maar liefst 1.000 interventies uitgevoerd door de waterbeherende instantie. Op een overstroomd perceel in Geel doet landbouwgedeputeerde Jinnih Beels (Vooruit) een oproep. De provincie Antwerpen wil een helder en werkbaar kader rond de aanpak van bevers, met afbakening van duidelijke kernleef- en maatwerkgebieden én meer duidelijkheid over schadevergoeding voor landbouwers.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="wild" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8ebbfc89-328a-49af-b2a9-f50dda145c86/full_width_beverdam-in-kinrooi.jpg</image>
                                        <content>“De terugkeer van de bever is een positief verhaal voor de biodiversiteit. Als echte landschapsbouwer houdt hij water vast, creëert hij natte natuur en draagt hij bij aan een veerkrachtiger watersysteem”, begint de provincie Antwerpen haar oproep aan de Vlaamse overheid. Een delegatie van de provincie, waaronder gedeputeerde Beels, verzamelde dinsdag op een landbouwperceel in Geel dat was overstroomd door de gevolgen van een beverdam.Ondanks de voordelen veroorzaakt het knaagdier ook veel overlast. Vooral voor landbouwers kan die overlast zwaar doorwegen. Wanneer percelen onder water staan op het moment dat de voorjaarswerkzaamheden starten, heeft dat directe gevolgen voor de bedrijfsvoering. Ook ondergravingen van oevers kunnen schade en gevaarlijke situaties veroorzaken.Problematiek neemt toe“Wij zien op het terrein heel duidelijk dat deze problematiek toeneemt”, zegt gedeputeerde voor Waterbeleid Jan De Haes (N-VA). “De provincie neemt haar verantwoordelijkheid als waterloopbeheerder en treedt, na afweging van verschillende factoren, op waar dat mogelijk en verantwoord is. Maar tegelijk merken we dat het huidige kader te vaak op zijn grenzen botst. Daarom blijven wij vragen om duidelijke kernleefgebieden waar de bever ruimte krijgt, en maatwerkgebieden waar kan worden ingegrepen wanneer de schade oploopt.”De Haes en zijn Antwerpse ambtenaren benadrukken geen tegenstander te zijn van de bever. “Het gaat niet over de vraag of de bever er mag zijn, maar wel waar en onder welke voorwaarden. Een groeiende populatie vraagt nu eenmaal duidelijke keuzes over waar de bever maximaal ruimte krijgt en waar andere belangen zwaarder moeten kunnen doorwegen. Alleen zo kan het samenleven tussen mens en bever op lange termijn werkbaar blijven”, klinkt het. Kostprijs is vervijfvoudigdEind 2025 waren in de buurt van de provinciale waterlopen in de provincie Antwerpen 29 beverburchten bekend en 495 locaties met beveractiviteit geregistreerd, voornamelijk dammen. Alleen al in 2025 voerde de dienst Integraal Waterbeleid ongeveer 4.500 controles uit en meer dan 1.000 interventies, voornamelijk het aftoppen of verwijderen van dammen. De kostprijs van die opvolging en ingrepen is sinds 2021 vervijfvoudigd en liep in 2025 op tot meer dan 100.000 euro.Door de groeiende populatie lijken de huidige beheermaatregelen niet voldoende. “Dammen die worden afgetopt of verwijderd, worden vaak snel heropgebouwd, soms al de volgende dag. Bovendien moet bij elke tussenkomst rekening worden gehouden met de beschermde status van de soort, de ligging van de dam en de mogelijke gevolgen stroomopwaarts en stroomafwaarts. Dat vraagt een integrale aanpak die juridisch correct is, maar ook werkbaar blijft op het terrein”, klinkt het.Naast werkbare regels vraagt de provincie ook meer rechtszekerheid voor landbouwers die schade lijden. Vandaag is het in de praktijk te vaak onduidelijk wanneer schade wel of niet in aanmerking komt voor vergoeding, onder welke voorwaarden, en of dit ook kan in gebieden waar de provincie toelating heeft om in te grijpen. Dweilen met de kraan openVolgens Beels ervaren landbouwers daardoor veel onzekerheid. “Ze zien hun percelen onder water lopen, terwijl het onduidelijk blijft wat kan, wat mag en of schade vergoed wordt. Intussen grijpen we in waar mogelijk, maar dammen worden vaak snel opnieuw opgebouwd. Zonder een duidelijk en werkbaar kader is dat dweilen met de kraan open. Zo hou je dat niet vol. Er is nood aan heldere afspraken en rechtszekerheid, zodat mensen weten waar ze aan toe zijn en effectief kunnen blijven boeren.”Provincie Antwerpen wijst naar het soortenbeschermingsprogramma voor de Europese bever. “Hierin zijn zaken opgenomen zoals de afbakening van duurzame kernleefgebieden, een structurelere aanpak van terugkerende schade en bijkomende instrumenten voor preventie en compensatie. Die maatregelen zijn vandaag echter nog onvoldoende operationeel.” Schade door bever in GeelSymbolisch voor de problemen die provincie Antwerpen ervaart, is een geval van beverschade op een landbouwperceel van Ben Van Looveren in Geel. In de zomer van 2025 kwam er een eerste melding van een beverdam die ervoor zorgde dat er stroomafwaarts geen water meer was. De dam werd toen door de provincie verwijderd, maar werd snel opnieuw opgebouwd.Twee weken geleden kwamen er nieuwe meldingen binnen over overlast. Doordat een beverdam het water ophield, waren percelen van Van Looveren deels overstroomd. Bij terreincontrole werd ook een beverburcht vastgesteld vlak naast de dam. Ingrijpen is hier bijzonder moeilijk: de burcht is beschermd en ingrepen aan de dam verstoren de bever, zeker in deze periode met vermoedelijk jongen.De dienst Integraal Waterbeleid (DIW) verwees Van Looveren door naar het Agentschap Natuur en Bos voor een schadevergoeding, maar daar werd zijn dossier geweigerd omdat DIW op deze waterloop een toelating heeft om in te grijpen.</content>
            
            <updated>2026-03-31T22:06:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond in de clinch met natuur- en milieuorganisaties over “falend mestbeleid”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-in-de-clinch-met-natuur-en-milieuorganisaties-over-falend-mestbeleid" />
            <id>https://vilt.be/58874</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering is voor de derde keer veroordeeld voor haar falend mestbeleid. Dat hebben milieuorganisaties Bond Beter&nbsp;Leefmilieu, Dryade, Greenpeace, Natuurpunt en WWF gemeld in een persbericht. Ze hekelen ook het “beperkte aantal maatregelen” dat genomen is in het nieuwe mestactieplan (MAP7). Boerenbond reageert bijzonder verontwaardigd op dat persbericht. “Dit is een slag in het gezicht van alle landbouwers”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d8cc83f2-aff2-4cf7-9f3f-ee44e2023068/full_width_mest.jpg</image>
                                        <content>Dwangsommen die oplopen tot 500.000 euroDe milieuorganisaties hadden de Vlaamse regering in het najaar van 2022 gedagvaard. De rechter stelde toen dat de overheid onvoldoende maatregelen nam om de waterkwaliteit te verbeteren en gaf de Vlaamse regering zes maanden de tijd om verscherpte en aanvullende maatregelen te nemen. Dat gebeurde echter niet, waardoor de milieuverenigingen opnieuw naar de rechtbank stapten. In juni 2024 volgde dan een nieuwe veroordeling, op straffe van een dwangsom van 1.000 euro per dag.&amp;nbsp;“De regering liet beide uitspraken zonder gevolg”, zeggen de milieuorganisaties. Ze zette wel een gerechtelijke procedure op om de uitbetaling van de dwangsommen te verhinderen, maar kreeg afgelopen dinsdag van de beslagrechter in Brussel, deel van de rechtbank van eerste aanleg, opnieuw ongelijk. Hij oordeelde dat de dwangsommen, die intussen zijn opgelopen tot zo&#039;n 500.000 euro, wel degelijk verschuldigd zijn. Er is nog beroep mogelijk. “Ook nieuwe MAP7 is ontoereikend”De Europese Nitraatrichtlijn schrijft een drempelwaarde van 50 miligram nitraat per liter voor. In Vlaanderen wordt die grens nog bij meer dan één op vijf meetpunten overschreden, zeggen de milieuorganisaties op basis van cijfers van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) over het winterseizoen 2025-2026.Het vorige mestactieplan (MAP6) liep vier jaar, van 2019 tot en met 2022. “Begin 2025 werden een beperkt aantal bijkomende maatregelen genomen, maar het is nog wachten op het finale mestactieplan (MAP7)”, zegt landbouwexperte Sofie Bracke van Bond Beter&amp;nbsp;Leefmilieu. Zij&amp;nbsp;benadrukt dat &quot;het ontwerp van dit MAP7 dit jaar door de Vlaamse administratie als ontoereikend bestempeld werd. Toch lijkt de Vlaamse regering dat ontoereikende mestactieplan ongewijzigd te willen laten tot eind dit jaar. Onverantwoord.&quot; “Natuur- en milieuorganisaties zaten mee aan tafel”Boerenbond is bijzonder boos om het persbericht van de natuur- en milieuorganisaties. “Dit is bijzonder grof en totaal losgekoppeld van de realiteit op het terrein”, klinkt het. “Wat deze organisaties in hun communicatie gemakshalve verzwijgen, is dat de zogenaamde ‘beperkte bijkomende maatregelen’ waar ze naar verwijzen, exact de maatregelen zijn die in 2023 gezamenlijk werden onderhandeld tussen de landbouw-, milieu- en natuurorganisaties. Sinds begin 2025 passen landbouwers deze maatregelen ook effectief toe op het terrein, conform de afspraken binnen MAP7.”Volgens Boerenbond is dat juridisch nog niet definitief vastgesteld. “Het is betreurenswaardig dat Vlaanderen nalaat dit juridisch definitief vast te stellen, terwijl het wel al in voege is sinds begin 2025. Maar dat is vandaag louter een juridische formaliteit, geen gebrek aan uitvoering. Dit persbericht is een slag in het gezicht van duizenden landbouwers die elke dag inspanningen leveren om de waterkwaliteit te verbeteren”, reageert Boerenbond bijzonder scherp.“Zonder nuance wordt landbouw opnieuw aan de schandpaal genageld. De vraag dringt zich op of het hier nog gaat over degelijk milieubeleid dan wel over het laten oplopen van dwangsommen”, aldus de organisatie. “Wie echt begaan is met de waterkwaliteit, zou moeten erkennen dat er op het terrein grote stappen vooruit zijn gezet.” “Cijfers spreken voor zich”Bovendien stelt Boerenbond vast dat één van de cruciale afspraken uit het akkoord van 2023, namelijk een grondige evaluatie van het MAP-meetnet waarop de impact van landbouw wordt beoordeeld, tot op vandaag nog niet is opgestart. “Het is onaanvaardbaar zware conclusies te trekken en extra druk te legen op landbouwers, terwijl de objectieve meetbasis zelf niet geëvalueerd wordt.”Tegelijk wijst de landbouworganisatie erop dat in het voorbije winterjaar de overschrijding nog maar op 11,5 procent van de meetpunten. Het spreekt van een zeer sterke daling tegenover het begin van MAP6, toen nog ongeveer 32 procent van de meetpunten een overschrijding vertoonde. “Deze trend bewijst dat het ingezette beleid werkt en dat verdere vooruitgang tijd en stabiliteit vergt, geen publieke afrekeningen.”Boerenbond benadrukt dat echt werk maken van betere waterkwaliteit moet gebeuren samen met de landbouwers, “niet door hen telkens opnieuw publiek te viseren”. “Onze landbouwers doen wat van hen gevraagd wordt, vaak meer zelfs. Het minste wat ze mogen verwachten, is respect voor hun inspanningen en een eerlijk debat op basis van feiten,”&amp;nbsp;besluit voorzitter Lode Ceyssens.</content>
            
            <updated>2026-04-01T08:33:30+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerenbond deelt bloesemtips voor paasweekend]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerenbond-deelt-bloesemtips-voor-paasweekend" />
            <id>https://vilt.be/58875</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De bloesems aan de fruitbomen staan deze week en tijdens het paasweekend in volle bloei. Een mooi uitzicht voor fietsers en wandelaars, al waarschuwt Boerenbond dat dagjesmensen deze respectvol moeten behandelen. De landbouworganisatie geeft vijf tips voor wie van de bloesems wil genieten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="toerisme" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ad3c72fe-b51f-409f-86dd-799c7e5df97b/full_width_bloesems-fruitbomen-copyright-boerenbond.JPG</image>
                                        <content>Met de verwachte zonnige dagen trekken opnieuw veel toeristen, wandelaars en fietsers naar het platteland om de bloesempracht te beleven. “De bloei van peren en appelen bereikt deze week en tijdens het paasweekend een hoogtepunt,” zegt Boerenbond. “Het is fijn om te zien hoe het platteland leeft met landbouwers die aan het werk zijn en bezoekers die de bloesems komen bewonderen.”1. Let op de vroege perenbloesemsDoor het milde weer staan de Conferenceperen dit jaar tien dagen eerder in bloesem dan normaal. De bloemknoppen staan nu zo’n dertig procent open, tijdens het paasweekend staan ze in volle bloei. De appelen bloeien iets later dan de peren, al verwacht men ook daar tegen het paasweekend bloesems.2. Welke bloem hoort bij welk fruit?De perenbomen kan je herkennen aan de typisch witte bloesems. De appelbloesems hebben een roze kleur.3. Verken minder gekende fruitregio’sBij bloesems denk je meteen aan de bloesemstreken Haspengouw en Hageland. Ook in het Waasland, de Kempen, de Westhoek en elders in Vlaanderen, zoals in Dentergem en Deinze, kan je genieten van de bloesempracht. Op veel locaties zijn er uitgestippelde fiets- en wandelroutes.4. Kijk uit op de wegLandbouwers en toeristen delen intensiever dezelfde wegen. Wees geduldig en hou voldoende afstand, zowel langs als voor- en achter elkaar. Toon zowel begrip voor de landbouwers die hun werk doen als voor de voetgangers en fietsers die de bloesems bewonderen.5. Blijf op je padDe bloesems zijn de eerste stap naar knapperige appels, sappige peren en zoete kersen deze zomer. Het is dan ook belangrijk om op de voorbehouden wandel-, fiets- en ruiterpaden te blijven, honden aangelijnd te houden en afval mee te nemen naar huis. Zo kunnen de bloesems ongestoord uitgroeien tot een heerlijke vrucht.</content>
            
            <updated>2026-04-01T13:29:11+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Registratiesysteem beweiding is klaar, maar vraagtekens over borging]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/registratiesysteem-beweiding-gereed-maar-vraagtekens-over-borging" />
            <id>https://vilt.be/58876</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Limburgse melkveehouder Johan Schouteden stelde zijn bedrijf het voorbije jaar open voor de ontwikkeling van een registratiesysteem voor beweiding. Het systeem dat werkt met sensoren en getraind is door AI, is klaar voor de praktijk. Daarmee is een belangrijke horde voor de implementatie van de stikstofreducerende maatregel weidegang genomen. “Maar er is nog onduidelijkheid over de borging. Als de boer camerabeelden vijf jaar moet bijhouden, loopt de meerkost voor dataopslag op tot 15.000 euro.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Boeren" />
                        <category term="platteland" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9b4c5ca8-6f45-4155-a83c-9fb1f46eebfb/full_width_autodetect-vee-ai-beweidingregistratie.jpg</image>
                                        <content>Een aantal Vlaamse melkveehouders wilde dit jaar weidegang als PAS (Programmatische Aanpak Stikstof)-maatregel toepassen, maar ze stuitten daarbij op de praktische uitvoerbaarheid. “Je moet de weidegang registreren met een logboek zodat het bewijs sluitend is, maar wij vonden geen passende technologie”, vertelde Kathleen Janssens vorig jaar aan VILT. De melkveehoudster uit Hove koos daarom uiteindelijk voor een mestrobot om te voldoen aan de PAS-reductie-eis van vijf procent voor dit jaar.Officieel heet de PAS-maatregel ‘beweiden in groep’. Dat betekent dat effectief de hele melkveestapel buiten moet staan. De weide-uren beginnen te lopen vanaf het moment dat de laatste koe de stal heeft verlaten, tot de eerste koe de stal opnieuw betreedt. Afhankelijk van het type stal (rooster of dichte vloer) en het aantal beweidingsuren kan het reductiepercentage binnen 15 beweidingsklassen oplopen van vijf tot 20 procent. Ook beweiding van jongvee kan als PAS-maatregel worden ingevoerd, maar hier liggen de reductiepercentages lager.2.800 uur beweiding goed voor 20 tot 26 procent reductieOm voor het volwassen melkvee aan 20 procent (26% bij een dichte vloer, red.) te geraken, moet er 2.800 uur per jaar beweid worden. 700 uur volstaat om een reductie van vijf procent (6,5% bij een gesloten vloer, red.) te verkrijgen.Als de rundveehouder deze maatregelen in zijn vergunning laat opnemen, moet er ook een registratietechniek voorzien zijn waarmee de melkveehouder kan aantonen dat hij aan de voorwaarden voldoet. In veel gevallen kan dat met een manueel logboek. In sommige gevallen (bijvoorbeeld bij vrouwelijk jongvee) is digitale registratie vanaf 1.400 uur verplicht. Omdat er nauwelijks geschikte registratiesystemen op de markt waren, besloot Bert Driessen, directeur-eigenaar van het studiebureau Animal Welfare Solutions (AWS), zich te richten op de ontwikkeling van zo’n systeem onder de naam Autodetect Vee. Voor de ontwikkeling van de registratietool gebruikte hij het voorbije jaar de melkveestal van Johan Schouteden als praktijkbedrijf.Training registratiesysteem tijdens melkrondesVier camera’s staan opgesteld onder de nok van de melkveestal in Houthalen-Helchteren en brengen de volledige melkveestapel van 150 koeien in beeld. Het digitale platform, dat met AI getraind is, vertaalt de beelden. Het registreert waar de koeien zich bevinden en kan zo ook vaststellen wanneer de stal volledig leeg is. In het geval van Schouteden zijn de koeien nooit buiten, maar gaan ze twee keer per dag naar de melkcarrousel om gemolken te worden. Als de koeien zich in de wachtruimte bevinden, is de stal leeg. “Daarmee voldoet deze stalsituatie prima om het systeem te ontwikkelen en te testen”, benadrukt Driessen.De onderzoeker ontving onder andere een PAS-subsidietoelage van Boerenbond voor de ontwikkeling van zijn tool. Samen lanceerden ze het EIP-project Weide-PASpoort, waarin de noden en verwachtingen van melkveebedrijven in beeld worden gebracht. Hierin polst een enquête ook naar de interesse in ‘beweiden in groep’ bij Vlaamse veehouders en de registratie ervan. Onli)ne bevraging - WeidePASpoort&amp;nbsp; Medio maart is het potentieel van Autodetect Vee wel wat verminderd. Door een aanpassing van de PAS-maatregel ‘beweiden in groep’ per ministerieel besluit volstaat vanaf 26 november 2025 ook een manueel logboek als bewijslast, en is digitale registratie niet langer verplicht. Bedrijven die de PAS-melding vóór die datum deden en meer dan 1.400 uur beweiden, moeten nog wel digitaal registreren. Ook voor beweiding met jongvee geldt dus die plicht.Beweiden in groep tegen 2030Melkveehouder Schouteden vertelt dat weidegang op dit moment geen optie is voor hem. De boer beschikt over 13 hectare huiskavel en deed tot enkele jaren geleden wel degelijk aan beweiding. Maar nadat de wolf  zijn comeback maakte in Vlaanderen, ook in het gebied rond het melkveebedrijf van Schouteden, haalde hij zijn koeien naar binnen.De Limburger investeerde in een mestrobot om zo aan de minimale reductie-eis van vijf procent van begin dit jaar te voldoen. “Maar misschien dat weidegang tegen 2030, als we meer moeten reduceren, wel weer een optie is”, vertelt de melkveehouder, die ook schapen houdt. Hij slaagde er het voorbije jaar behoorlijk in om met behulp van kuddebeschermingshonden de roofdieren buiten zijn kudde te houden. Laat de koe zelf kiezenSchouteden hoopt dat de PAS-maatregel ‘beweiden in groep’ op termijn evolueert naar individuele beweiding. “Het zou ook beter zijn voor het dierenwelzijn als een koe kan beslissen of zij al dan niet naar buiten gaat. Op zeer warme dagen zie je bijvoorbeeld dat de dieren liever binnen blijven. Als de helft van de veestapel buiten graast, zie ik niet in waarom er dan niet alsnog een gedeeltelijke reductie zou kunnen gelden”, vertelt hij.Bert Driessen geeft aan dat het technisch perfect mogelijk is om het individuele beweidingsgedrag van koeien afzonderlijk te registreren. Door individuele registratie heeft het gebruik van camera en AI nog veel meer toepassingsmogelijkheden, aldus de Limburgse onderzoeker. “Met het systeem konden we bijvoorbeeld vaststellen dat een koe opvallend lang aan het voerrek verbleef. Nadat we poolshoogte namen bij Johan, bleek dat deze koe met haar hoofd vastzat.”Monitoring dierengezondheid met camera&#039;s en AIOp deze manier ziet Driessen, die zich met zijn onderzoeksbureau vaak ook richt op dierenwelzijnsprojecten, nog veel meer nuttige toepassingsmogelijkheden voor zijn detectiesysteem. Zo zou een afwijking van de standaardverblijfspatronen in de stal kunnen duiden op bijvoorbeeld mankementen aan de ligboxen. “Ook op het gebied van gezondheid kun je met activiteitenregistratie veel bereiken”, aldus Driessen.De onderzoeker geeft aan dat het systeem op punt staat en de beweidingsgraad van het melkvee kan registreren. Maar er zijn nog onduidelijkheden over de bewijslast die een veehouder moet kunnen voorleggen voor de voorbije vijf jaar. “Als dat moet aan de hand van camerabeelden die lokaal op de site moeten worden opgeslagen en niet in de cloud, dan is daar enorm veel dataopslag-capaciteit voor nodig. De investering hiervoor kan oplopen tot 15.000 euro”, aldus Driessen. Hij zit binnenkort samen met de overheidsdiensten om de wijze van borging te bespreken.</content>
            
            <updated>2026-04-01T22:38:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese Landbouwraad ontwerpt plan tegen mestcrisis]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-landbouwraad-werkt-aan-meststoffenactieplan" />
            <id>https://vilt.be/58877</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie werkt aan een ‘meststoffenactieplan’ dat dit voorjaar resultaten moet opleveren. Dat meldt landbouworganisatie Boerenbond na afloop van de derde AgriFish-Raad onder het Cypriotische voorzitterschap. Het debat richtte zich initieel op het volgende GLB, maar door de huidige geopolitieke crisissen werden ook het milieubeleid en de problematiek rond meststoffen besproken. De mestprijzen staan bijzonder hoog.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="milieu" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e7b7e318-f2ac-41e6-af0e-1100db759e0c/full_width_mestakkerbouw.jpg</image>
                                        <content>Volgens Boerenbond volgt er op 13 april een high-level stakeholderbijeenkomst om verdere maatregelen te bespreken. Daarbij ligt de optie op tafel om een deel van de CBAM-inkomsten te gebruiken om boeren te helpen met prijsstabiliteit of schadebeperking. CBAM is een door de EU ontworpen ‘koolstoftaks’ om een eerlijke CO₂-prijs te heffen op specifieke invoerproducten zoals cement, staal, elektriciteit, en dus ook meststoffen uit niet-EU-landen.Binnen de landbouwsector wordt gepleit om deze koolstoftaks tijdelijk niet te laten gelden op meststoffen. Onder meer Boerenbond steunt deze vraag. Europese kunstmestfabrikanten kanten zich hiertegen, omdat CBAM voor hen net een belangrijke tool is om het gelijke speelveld te bewaren. Volgens Boerenbond heeft Europees Commissaris voor Landbouw Hansen (EVP) op de AgriFish-raad benadrukt dat de Commissie voorlopig geen plannen heeft om een uitzondering voor CBAM op meststoffen te voorzien, wat de organisatie betreurt.De Raad zou wel een sterkere inzet op organische meststoffen en circulariteit overwegen om zo minder afhankelijk te worden van import. Boerenbond pleit al langer om het gebruik van dierlijke mest als kunstmestvervanger te faciliteren en reststromen als grondstof te beschouwen. In het kader daarvan heeft de Vlaamse regering recent nog het licht op groen gezet voor de invoering van Renure.&quot;Beklemmende regelgeving&quot;Ook regelgeving zoals de Vogel- en Habitatrichtlijnen werd besproken. Volgens Boerenbond is deze “beklemmend” en ondermijnt ze de concurrentiekracht van Europese landbouwers. “Vanuit Boerenbond voeren we, samen met onze Europese koepel Copa-Cogeca, al langer strijd tegen de blokkerende Europese wetgeving die aan de basis ligt van de vergunningenknoop en zo verdere investeringen en innovatie afremt”, meldt de organisatie op zijn website. “Dat meer en meer lidstaten zich in dit debat roeren, stemt alvast hoopvol.”</content>
            
            <updated>2026-04-01T12:58:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Aardbeien van Hoogstraten zoeken de kunst op]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/aardbeien-van-hoogstraten-zoeken-de-kunst-op" />
            <id>https://vilt.be/58878</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Coöpereratie Hoogstraten en het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) kondigen op 1 april een opvallende samenwerking aan. Nee, het ging niet om een grap. De samenwerking wil kunst en vakmanschap met elkaar verbinden. Maar hoe vonden de aardbeien van Hoogstraten hun weg naar het statige Antwerpse museum?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="marketing" />
                        <category term="aardbei" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/1b4b2212-a648-4119-bca8-49d18a40e1b1/full_width_hoogstraten-x-kmska.jpeg</image>
                                        <content>Luk Lemmens (N-VA) is niet alleen eerste gedeputeerde van de provincie Antwerpen. De politicus is ook voorzitter van het KMSKA. Die pet droeg hij toen hij woensdag in het museum het woord nam. &quot;Coöperatie Hoogstraten en het KMSKA hebben een gedeelde passie: via vakmanschap aan verbinding werken. Deze samenwerking ontstond in september vorig jaar tijdens het aardbeiencongres dat plaatsvond in Antwerpen. Het kunstwerk &#039;Aardbeien en Champagne&#039; was aan restauratie toe. Hoogstraten stelde zich daarvoor als partner voor. Dat was de eerste stap in een project dat kunst op een toegankelijke manier wil delen met een breed publiek.&quot; &quot;Past in de filosofie van de coöperatie&quot;Hans Vanderhallen, directeur van Coöperatie Hoogstraten, duidde de logica achter deze samenwerking. &quot;Ik kom hier liever niet vertellen dat we vanochtend 60 ton aardbeien hebben verkocht. Mensen uit de de Noorderkempen zijn bescheiden, maar Hoogstraten heeft wel een internationale reputatie. Het is een echte naam geworden en dat is zeldzaam voor fruit. Die reputatie is er ook voor ons praktijkonderzoek. In 2028 vindt het wereldcongres voor aardbeien niet voor niets in Antwerpen plaats. Nu, Coöperatie Hoogstraten staat voor samenwerking of zorgzaamheid en op deze manier impact hebben. We willen nu ook vakmanschap met kunst hand in hand laten gaan.&quot; Dit project wil kunst op een toegankelijke manier delen met een breed publiek Artistieke make-over voor de punnetsSinds maart is het gerestaureerde schilderij van Henri de Braekeleer te bewonderen in het KMSKA. Maar de samenwerking heeft veel meer in petto, zo vertelde Jan Engelen, manager sustainability, innovation &amp;amp; branding van Coöperatie Hoogstraten. &quot;We lanceren vandaag een Europese campagne waarbij negen kunstwerken centraal staan. Want onze kartonnen aardbeienpunnets krijgen een artistieke make-over. Een afbeelding van de werken komen op de flanken van de aardbeibakjes, de zogenaamde punnets. De consumenten kunnen die zo ontdekken en ook verzamelen. Heb je de negen werken verzameld? Op een speciale website kan je dan een code ingeven en een mooie prijs winnen.&quot; Engelen noemt een verblijf in een Antwerps luxehotel of uiteraard gratis tickets voor het KMSKA. Aardbeien met Ensor en RubensNaast &#039;Aardbeien en Champagne&#039; kan je nog acht andere schilderijen op de punnets tegenkomen. Daar zitten een paar meesterwerken tussen, zoals &#039;Madonna omringd door serafijnen en cherubijnen&#039; (Jean Fouquet), &#039;De Intrige&#039; (James Ensor), &#039;Aanbidding door de koningen&#039; (Peter Paul Rubens) of &#039;Herfst&#039; (Rik Wouters). Kortom, naast suiker of slagroom komen aardbeien nu ook met kunst.Meer info: The Finest Artberries</content>
            
            <updated>2026-04-01T15:12:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europa werkt aan verbod op doden eendagshaantjes]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europa-werkt-aan-verbod-op-doden-eendagshaantjes" />
            <id>https://vilt.be/58879</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Eurocommissaris voor Gezondheid en Dierenwelzijn Olivér Várhelyi wil tegen eind 2026 met concrete plannen komen om het doden van eendagshaantjes te verbieden. Voorwaarde is wel dat zogenoemde in-ovo-sekstechnieken voldoende praktisch en betaalbaar blijken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="ei" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e83c4d55-80da-4846-954c-810dd21d33ed/full_width_bak-eendagskuikens.jpg</image>
                                        <content>Tijdens een werkbezoek aan de Nederlandse pluimveesector kreeg Várhelyi demonstraties van innovatieve methoden om het geslacht van kuikens al in het ei te bepalen. Het bezoek aan de bedrijven Vencomatic Group en Pluriton werd georganiseerd door BBB-Europarlementariër Jessika van Leeuwen.MRI en AI als oplossingEen van de getoonde technieken is Genus Focus, ontwikkeld door Vencomatic. Daarbij wordt met behulp van MRI-scans en kunstmatige intelligentie het geslacht van het embryo in het broedei vastgesteld. Omdat er geen gaatje in het ei hoeft te worden geprikt, blijft het ei intact en is er geen risico op beschadiging. “Wat ik heb gezien, suggereert dat we dichter bij een schaalbare oplossing komen om het systematisch doden van eendagskuikens geleidelijk uit te faseren”, aldus Várhelyi. “Het lijkt erop dat dit zowel technisch als economisch haalbaar kan zijn.”Voorwaarden: haalbaar en betaalbaarDe Eurocommissaris benadrukt wel dat dierenwelzijn moet worden verbeterd met methoden die ook praktisch en economisch uitvoerbaar zijn. Hij onderzoekt momenteel alle beschikbare technieken om kuikens al in het ei te seksen. Indien die oplossingen voldoende rijp blijken, wil hij nog dit jaar voorstellen presenteren voor een Europees verbod. Hoe lang de uiteindelijke uitfasering zal duren, is nog onduidelijk. “Het moet haalbaar zijn op alle vlakken. Dat zal bepalen hoe snel dit kan gebeuren,” klinkt het.Verschillen binnen EuropaIn landen als Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk geldt al een verbod op het doden van eendagshaantjes, of is het alleen onder strikte voorwaarden toegestaan. Ook Vlaanderen onderzoekt de invoering van een verbod, al is er nog geen concrete datum vastgelegd. Volgens het Vlaamse regeerakkoord zal die datum afhangen van het moment waarop geslachtsbepaling in het ei economisch haalbaar wordt vóór dag 12 van de incubatie. De Vlaamse regering houdt daarbij wel de mogelijkheid open om uitzonderingen toe te staan.</content>
            
            <updated>2026-04-01T14:38:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Onderzoek: Supermarkten doen te weinig tegen onrecht in toeleveringsketens]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/onderzoek-supermarkten-doen-te-weinig-tegen-onrecht-in-toeleveringsketens" />
            <id>https://vilt.be/58880</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Supermarkten zijn te vaak blind voor onrecht in hun toeleveringsketens. Dat stelt Rikolto op basis van het rapport Superlijst Sociaal, dat het mensenrechtenbeleid van Belgische en Nederlandse supermarkten analyseert. Risico’s op misstanden zoals kinderarbeid worden vaak genegeerd. “Alle supermarkten, van hekkensluiter Carrefour tot aan koploper Lidl, moeten aan de slag”, aldus Rikolto.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="supermarkt" />
                        <category term="consument" />
                        <category term="wereld" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee742a51-d747-46fe-a55a-af5a8b7b3aed/full_width_cacaobonenchocolade.jpg</image>
                                        <content>De focus op eerlijke handel lijkt zich te beperken tot een aantal producten. In de ketens van bananen en cacao maken supermarkten wel werk van eerlijk inkomen, maar een integrale aanpak voor alle risicoproducten ontbreekt. Dat stelt Rikolto op basis van het rapport op initiatief van de denktank Question Mark.Het onderzoekt vergelijkt de vijf grootste Belgische en zes grootste Nederlandse supermarkten in wat ze doen tegen misstanden in hun toeleveringsketen. Lidl doet het met voorsprong beter dan de andere Belgische supermarkten. “Het brengt namelijk gedetailleerd zijn ketens met hoge risico’s in kaart, zoals cashewnoten uit Ivoorkust en sinaasappels uit Brazilië, en adresseert die risico’s met actieplannen”, stelt Rikolto.Ook de supermarkt Colruyt heeft een inhaalslag gemaakt in de ranglijst, mede dankzij projecten in zijn toeleveringsketens om de leefomstandigheden van landbouwers te verbeteren. Maar zelfs bij de beter scorende supermarkten blijft er veel werk aan de winkel. Kennis is er, maar de aanpak blijft beperkt&amp;nbsp;“Supermarkten hebben mede de verantwoordelijkheid om mensenrechten te waarborgen, waaronder een eerlijke betaling aan boeren en arbeiders, voor álle producten die in hun schappen liggen”, zegt Charlotte Linnebank, directeur bij Questionmark. “Zolang dat niet gebeurt, houden ze oneerlijke handel in stand. Niet willens maar wel wetens.”Onwetendheid is volgens het rapport steeds minder een excuus. Zo zouden supermarkten steeds beter op de hoogte zijn van de risico’s die in hun toeleveringsketen bestaan, maar wordt er niet altijd naar gehandeld. Zo houden veel supermarkten te weinig rekening met kleine landbouwers. Het rapport vraagt supermarkten om de inkooppraktijken te organiseren op een wijze die kleinschalige landbouw niet schaadt, en dat supermarkten bij lokale overheden pleiten om kleine landbouwers te ondersteunen.Hoopgevende signalenIn sommige gevallen leidt die kennis effectief tot actie bij de supermarkten. Zo rapporteert Colruyt actief over risico’s op schendingen van mensenrechten in ketens, zoals rijst uit Pakistan. “De Belgische supermarkten hebben gezamenlijk toegezegd om een leefbaar inkomen te realiseren voor cacaoboeren en arbeiders op bananenplantages”, meldt Rikolto. “Die gezamenlijke aanpak lijkt voorzichtig effect te hebben op cacaoproducten. Lidl en Colruyt verkopen nu chocoladerepen die boeren verzekeren van een leefbaar inkomen. Lidl heeft in februari toegezegd dit jaar alleen nog chocoladerepen in de schappen te hebben liggen waar de boer eerlijk voor betaald wordt.”“Deze stappen geven hoop,” zegt Jelle Goossens van Rikolto. “Het is cruciaal dat de supermarkten de geleerde lessen ook toepassen op alle andere risicoketens, zoals koffie.”Ook op andere domeinen is er werk aan de winkel. Zo hebben supermarkten weinig oog voor vrouwenrechten in hun ketens. Geen enkele supermarkt pakt actief de loonkloof aan in zijn toeleveringsketens, terwijl ze allemaal erkennen dat vrouwen gemiddeld aanzienlijk minder verdienen dan mannen. De uitzondering is Lidl, dat als enige actieplannen heeft om geweld tegen vrouwen te voorkomen en komaf te maken met de loonkloof.Naast Rikolto steunen ook Oxfam Novib en Solidaridad uit Nederland dit onderzoek. Lees het volledige rapport hier.</content>
            
            <updated>2026-04-02T08:10:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Felle discussie in Vlaams Parlement rond voorstel Brouns om Europese milieuregels te herzien]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/felle-discussie-in-vlaams-parlement-rond-voorstel-brouns-om-europese-milieuregels-te-herzien" />
            <id>https://vilt.be/58881</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De non-paper die Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) schreef met voorstellen om de Europese milieuregels te versoepelen, heeft nu ook voor een flinke discussie gezorgd in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement. De minister verdedigde zijn nota met vuur. “Dit betekent niet dat we de doelstellingen gaan laten varen. Maar als de regels niet doen wat ze moeten doen en de slinger doorslaat, dan moeten wij onze politieke verantwoordelijkheid nemen”, stelde hij.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/27caf541-892d-40a4-80ae-201336d2e656/full_width_jo-brouns-vlaams-parlement-april-2026.png</image>
                                        <content>Maandag schreef de krant De Standaard over een “nieuwe demarche” van minister Brouns om de milieurichtlijnen te versoepelen. In de krant reageerden ook coalitiepartners Vooruit en N-VA op deze zogenaamde non-paper. Zij waren niet te spreken over zijn aanpak en stelden dat in het regeerakkoord niets staat over de ontmanteling van het milieu- en natuurbeleid. Kritiek én steun van oppostieTijdens de actuele vragen in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement mocht Brouns meteen tekst en uitleg geven bij zijn non-paper. Al kwam er ook steun en opvallend, die kwam niet van de coalitiepartners. Twee van de vier oppositiepartijen juichten het initiatief van de minister toe. “Toen ik hoorde van uw nota, dacht ik: eindelijk gaan we iets doen aan dat moeras van vergunningen en eindelijk gaan we verder dan louter een aankondigingspolitiek”, sprak Lydia Peeters van Anders. Ze was dan ook bijzonder ontgoocheld dat de nota geen steun kreeg van de rest van de coalitie.Ook Vlaams Belang toont zich tevreden met de non-paper van Brouns. “U maakt in uw nota de juiste analyse. De Europese milieuregels leiden inderdaad tot disproportionele economische en maatschappelijke kosten, met beperkte meerwaarde voor het leefmilieu. Dat zeggen wij al jaren, maar wij zijn steeds weggezet als klimaatontkenners. Wij zijn blij dat u erkent dat deze regels niet doen wat ze moeten, maar u en alle andere partijen hier hebben ze wel mee gemaakt”, zo sprak Chris Janssens. Telkens gebeurt hetzelfde: grote vervuilers bespelen zwakke politici en breken mee het milieubeleid af De twee andere oppositiepartijen schuwden de kritiek niet. Mieke Schauvliege van Groen vindt het onbegrijpelijk dat de minister naar Europa trekt “om de gezondheid van de Vlaming te ondergraven in plaats van te zoeken naar oplossingen om de gezondheid van de Vlaming te garanderen”. Telkens gebeurt volgens haar hetzelfde: “Grote vervuilers bespelen zwakke politici en breken mee het milieubeleid af.” Ook Debby Burssens van PVDA reageerde fors. “We hebben te veel PFAS in de bodem en het water, we hebben teveel stikstof in de lucht en te veel mest in het water en u wil de regels versoepelen? Ik vind dit een minister van leefmilieu onwaardig.”Frontale aanval op Europees milieubeleid?Stijn De Roo (cd&amp;amp;v) steunde zijn minister. “Vlaanderen is een zeer dichtbevolkte regio en het is zeer moeilijk om doelstellingen op vlak van economie en ecologie met elkaar te verzoenen. Vlaanderen is vijf keer dichter bevolkt dan het Europese gemiddelde en groeit vijf keer sneller dan dat gemiddelde. Dat we aan Europa gaan vragen dat we de doelstellingen kunnen uitvoeren op maat van onze regio is dan ook niet meer dan logisch, en daar staan we met cd&amp;amp;v volledig achter. De doelstellingen op zich stellen we niet in vraag, maar wel over de manier waarop we die doelstellingen moeten behalen”, sprak hij. Rechtszekerheid is geen luxe, maar een basisvoorwaarde voor de welvaart in Vlaanderen Het was vooral de forse kritiek uit de eigen coalitie die in het oog sprong. Vooruit-parlementslid Kris Verduyckt noemde de nota die naar het Europees Parlement werd gestuurd “een frontale aanval op het Europese milieubeleid. In de woorden van Brouns die hij eerder uitsprak in de Commissie Leefmilieu zag hij “een middelvinger naar een gezonde leefomgeving”.Pleidooi voor herijking niet voor loslatenDe minister wees erop dat pleiten voor een herijking van Europese regels niet gelijkstaat aan pleiten tegen natuur, tegen de milieubescherming of tegen de gezondheid. “Integendeel, dat is pleiten voor een bescherming die werkt op het terrein. Exact daar knelt het schoentje”, stelde hij. Het is volgens hem geenszins de bedoeling om de Europese doelstellingen te laten varen. “Die staan niet ter discussie en Vlaanderen is zelfs heel ambitieus. Voor de uitfasering van PFAS zijn we bijvoorbeeld voorloper. Maar ambities zonder uitvoerbaarheid leiden tot stilstand en dat is precies wat we op het terrein opmerken.”Brouns stelt vast dat ondernemers willen investeren en verduurzamen. “Maar telkens opnieuw botsen ze op goedbedoelde regels die in de praktijk niet blijken te werken. En vaak zijn dat regels die voortvloeien uit al die Europese richtlijnen. Het is onze politieke verantwoordelijkheid om de regels beter te maken, te zorgen dat ze de bescherming die ze beogen kunnen waarmaken op het terrein.” Volgens de minister moet Vlaanderen weg uit het moeras van eindeloze procedures die aangespannen worden tegen vergunningen. “Rechtszekerheid is geen luxe, maar een basisvoorwaarde voor de welvaart in Vlaanderen”, benadrukte hij. Regeerakkoord als leidraadN-VA reageerde initieel niet, maar Sanne Van Looy nam dan toch het woord om haar partij te verdedigen, die door de andere sprekers op de korrel werd genomen. Zij noemde de cd&amp;amp;v-nota ‘Input from Flanders’ op zich niet verkeerd, maar ze wees er wel op dat wat telt, het regeerakkoord is. “Meneer de minister, wij verwachten dat u dat met opgeheven hoofd in Europa zal verdedigen”, aldus Van Looy. Zij herhaalde ook nog eens wat er in dat regeerakkoord staat: “Dat we gaan voor meer natuur, voor gezonder water en ook voor een vlottere vergunningverlening. En ja, dat mag met meer flexibiliteit, maar dat betekent niet dat wij ons milieubeleid overboord gooien.”Brouns antwoordde geruststellend op de vraag om het regeerakkoord te volgen. “Geen zorgen, collega’s, ik ben van plan om mij te houden aan het regeerakkoord. Maar vergeet niet, in dat regeerakkoord staat ook dat we met zijn allen hebben afgesproken om een impactanalyse te voorzien van al deze Europese regels op onze competitiviteit en vergunningverlening. Maar dat kan hand in hand gaan met de milieudoelen die gesteld zijn”, benadrukte hij.De minister gaf ook een voorbeeld om het concreet te maken. “Vandaag kunnen scholen niet gebouwd worden omdat er bij de bemaling grondwater met PFAS wordt opgepompt, want overal in Europa zit PFAS in de bodem. Maar wat doen wij? Wij zuiveren dat&amp;nbsp;water, tot wel tien keer. Dan gaat dat gezuiverde grondwater wat verderop in de waterloop. Maar wat zegt Europa? Dat kan niet, want dat is een nieuwe vervuiling. Dus water dat wordt opgepompt met 500 microgram PFAS, mag verderop met 50 microgram van Europa niet in de waterloop, terwijl het een significante verbetering van de waterkwaliteit is. Exact dit is wat ik in Europa wil gaan doen, het herijken van de regels”, aldus Brouns. Hij haalde ook nog het voorbeeld van renure aan en de moeilijke weg om dat te laten erkennen door Europa door de Nitraatrichtlijn aan te passen, terwijl het de landbouw wel meer circulair maakt.</content>
            
            <updated>2026-04-01T22:50:16+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Loont een faunamengsel als alternatieve akkerbouwteelt?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/loont-een-faunamengsel-als-alternatieve-akkerbouwteelt" />
            <id>https://vilt.be/58882</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Waar veel akkerbouwers dit jaar worstelden met hun teeltplan, hakte Bert Geurts uit Riemst vrij snel de knoop door. Op zijn gemengd landbouwbedrijf zal hij vasthouden aan de formule van de voorbije jaren: een brede waaier aan verschillende teelten en faunamengsels op zijn minderwaardige percelen. Deze laatste levert zekerheid van een goede opbrengst, maar de ecoregeling roept ook vragen bij hem op.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="GLB" />
                        <category term="akkerbouw" />
                        <category term="biodiversiteit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/58b71713-5dd9-415a-a8d3-04fd994c9454/full_width_bert-geurts-jozefien.png</image>
                                        <content>Tussen de eerste bloesems in de fruitplantages van Zuidoost-Limburg maakt Bert Geurts zich klaar om binnenkort, als het droog blijft, zijn maïs en suikerbieten in te zaaien. Geurts heeft een gemengd landbouwbedrijf met 150 zeugen. Op de vruchtbare leemgronden zet hij een brede waaier aan gewassen. “Ik kies vooral voor klassieke teelten zoals tarwe, gerst, suikerbieten, chicorei, erwten en bonen, maïs en een beetje aardappelen”, zegt Geurts. Helaas zijn niet al zijn gronden van de beste kwaliteit. Daarom zaait hij ook een alternatief gewas: een faunamengsel. Per toeval op de radarVoor Geurts is de keuze voor dit alternatief geen reactie op het moeilijke jaar dat veel akkerbouwgewassen achter de rug hebben. “Ik heb mijn teeltplan niet veel gewijzigd. Ik doe verder zoals ik bezig ben. Er zullen altijd magere en betere jaren zijn. Vorig jaar heeft mijn chicorei veel opgebracht, en ik kan ook niet klagen over mijn aardappelen onder contract”, zegt Geurts.De inzaai van faunamengsels kwam drie jaar geleden, eerder per toeval, op Geurts zijn radar. “In 2023 had ik gras gezaaid op een perceel dat zeer veraf gelegen is. Wanneer bleek dat de vergoeding rond braaklegging veranderde en economisch minder voordelig zou zijn, had ik geen tijd meer om er een teelt op te plaatsen. Het was toen een uiterst nat jaar, en ik had mijn handen vol met de inzaai van mijn goeie akkers. Nadat ik dit tot een goed einde had gebracht, zag ik dat ik er nog een faunamengsel op kon plaatsen. De inzaaitijd is vrij flexibel bij faunamengsels”, vertelt Geurts. “Dit vind ik een groot voordeel. Bij beheerovereenkomsten is er een vrij strikte datum en heb je in zo’n drukke periodes niet de marge om uit te stellen en eerst je hoofdteelten op te starten.” Het is spijtig dat er een minimumoppervlakte bestaat voor faunamengsels. Op kleine restpercelen is de ecologische kost net zeer hoog, in verhouding tot de teeltopbrengst Enkel op minderwaardige percelenSindsdien heeft Geurts enkele kleine percelen met een faunamengsel. Hij is fan van de ecoregeling mits één grote kanttekening: enkel op minderwaardige percelen. “Ik zaai enkel faunamengsels in op mijn minderwaardige percelen die ofwel een slechte bodemkwaliteit hebben, zeer klein in oppervlakte zijn, veraf liggen of een combinatie van de drie”, aldus Geurts. Hij zal dit jaar drie hectare met faunamengsel inzaaien. “Op die percelen zet ik anders maïs maar dit is nooit echt rendabel. De kosten zijn telkens zeer hoog. Ofwel omdat de opbrengst laag is omdat de grond weinig vruchtbaar of slecht bewerkbaar is, ofwel omdat ik er veel tijd in moet steken om telkens op en af te rijden. 95 procent van mijn percelen ligt op twee kilometer. Maar ik heb ook enkele kleinere percelen liggen op 15 kilometer.”Hij vindt het spijtig dat er een minimumoppervlakte van 30 are bestaat voor de ecoregeling. “Ik begrijp dit niet zo goed. Faunamengsels zijn toch bedoeld om het milieu te verbeteren? Net op die minderwaardige restpercelen ligt de ecologische kost om er nog iets te telen hoog, zeker in verhouding tot wat ze opleveren.” De overheid is met deze ecoregeling een grote concurrent voor landbouwgrond Overgesubsidieerde teelt?Al twee jaar kreeg Geurts 1.500 euro per hectare voor zijn faunamengsels. Door ook nog enkele andere ecoregelingen toe te passen, zoals niet-kerende grondbewerking en effectieve organische koolstofopbouw, komt hij uit op 1.750 euro per hectare. Dat levert hem financieel meer op dan maïs.De vraag of de ecoregeling overgesubsidieerd is, laat zich volgens Geurts niet met ja of nee beantwoorden. “Het is dubbel. Moesten de subsidies verminderen, en ik kan de perceeltjes niet in beheerovereenkomst steken, dan zou ik er waarschijnlijk weer maïs op zetten. Wat noch een extra verdienste geeft voor mij, noch voor de biodiversiteit. Maar ik wil op die percelen ook geen geld verliezen, liefst van al verdien ik er iets aan. Wie niet?”Tegelijk ziet hij de ecoregeling ook als een vorm van concurrentie. “In dit geval is de overheid opnieuw een grote concurrent voor landbouwgrond”, zegt Geurts. Voor verpachters is het soms financieel interessanter om een faunamengsel op hun akkers te zetten, dan het te verpachten aan een boer die er een teelt op zet. “Ik heb er alle begrip voor, maar vind het soms wel wat spijtig als ik goeie vruchtbare grond verloren zie gaan aan faunamengsels.”Minimum uit de regelgeving, maximum erin“Ik ben een landbouwer in hart en nieren, ik zie faunamengsels niet als een alternatieve hoofdteelt. Het heeft zeker wel een plaats op minderwaardige grond. Daarom vind ik dat de overheid de minimumperceelgrootte uit de regeling moet halen, en er ook een maximum op zou moeten zetten. De druk op de pachtgronden zou minder worden als de steun beperkt wordt tot een deel van het areaal.” In tijden waarin de onkruidbestrijding steeds schaarser wordt, wil ik die onkruiddruk nu niet verhogen Onkruiddruk is grootZelfs bij nog lagere prijzen voor zijn akkerbouwgewassen zou Geurts geen faunamengsels inzaaien op zijn beste percelen. “Het grote voordeel van de ecoregeling is dat je zekerheid hebt. Je weet dat er op het einde van de rit een opbrengst is. Dat heb ik momenteel niet bij al mijn andere teelten. Maar ik heb weinig controle over de onkruiddruk die achterblijft”, zegt hij. “In tijden waarin de onkruidbestrijding steeds schaarser wordt, wil ik die onkruiddruk nu niet verhogen.”Het onkruid dat het meest opduikt in zijn percelen is melganzevoet of melde. Ook distels komt hij veel tegen. “In de granen en mais is melde geen probleem. Ik zou er wat kosten moeten insteken om opnieuw onkruidvrij te maken, maar dat zou goed komen als het een jaar met veel vocht en goede temperaturen is. In een droog en schraal jaar zou het heel wat moeilijker worden. Maar dat weet je niet op voorhand. Een volledig ander verhaal is wanneer ik na mijn faunamengsels chicorei zou plaatsen. Doordat de onkruidbestrijdingsmiddelen flink verminderd zijn in de laatste twee jaar, is melde een hardnekkig onkruid geworden dat je absoluut wil vermijden in de chicoreiteelt. Voor suikerbieten zou het momenteel ook geen probleem zijn, omdat we ALS-resistente bieten hebben. Maar op termijn zal die resistentie afnemen.” Door het gebrek aan bestrijdingsmiddelen en een groeiende onkruiddruk, zou Geurts daarom niet het risico nemen om faunamengsels op zijn betere percelen te zaaien.Om de onkruiddruk zo laag mogelijk te houden, zitten in zijn mengeling veel bedekkers en zaait hij ook zeer dicht. “Ik zaai dikker dan de aanbevolen 50 kilo per hectare”, aldus Geurts. “Plaatselijk mechanisch met een bosmaaier het onkruid wegdoen is toegelaten, maar dat is niet zo effectief. Ik vind het spijtig dat er niet plaatsspecifiek chemisch bestreden mag worden.” Kortdurende verbintenisNaast een gegarandeerde opbrengst vindt Geurts het ook een voordeel dat de faunamengsel-ecoregeling maar een kortdurende verbintenis is. “Ik heb ook een beheerovereenkomst met VLM voor een perceel van vier hectare. Dat levert iets meer op dan de ecoregeling, maar het is onmiddellijk een verbintenis van vijf jaar. Loopt de onkruiddruk te hoog op, kan ik met faunamengsels ten minste het jaar erop iets anders doen. Bovendien telt het perceel ook mee voor mijn bemesting”, aldus Geurts.Geurts is in zijn omgeving niet de enige die faunamengsels in zijn teeltplan heeft staan. Hij zaait ook faunamengsels in loonwerk bij andere akkerbouwers en merkt een stijging op in de percelen in zijn omgeving. “Dat vind ik goed, ik weet dat we moeten werken aan biodiversiteit. Al blijf ik in de eerste plaats een akkerbouwer en zal ik altijd akkerbouwgewassen verkiezen boven een faunamengsel op mijn productieve percelen.”</content>
            
            <updated>2026-04-01T23:02:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Straffe Streekproducten: waterkers uit Haspengouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/straffe-streekproducten-waterkers-uit-haspengouw" />
            <id>https://vilt.be/58883</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In deze aflevering van ‘Straffe streekproducten’ nemen we je mee naar de oorsprong van een bijzonder erkend Vlaams streekproduct: waterkers uit Haspengouw. Fris, pittig en boordevol smaak – maar wist je dat er achter dit groene plantje een heel verhaal schuilt? We bezoeken Frank Vansimpsen van Sint-Lucie, het grootste waterkersbedrijf van de Benelux, waar vakmanschap en natuur hand in hand gaan. Hoe wordt waterkers precies gekweekt? Wat maakt deze teelt zo uniek? En waarom verdient dit product een plek in elke keuken? Ontdek het recht van bij de bron.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="VILT TeeVee" />
                        <category term="VILT" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ff8e26f6-14d3-472b-9455-c0888caaf823/full_width_thumb.jpg</image>
                        
            <updated>2026-04-02T15:12:54+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Grootschalige subsidiefraude in Griekenland: Europees parket viseert nu ook parlementsleden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/grootschalige-subsidiefraude-in-griekenland-europees-parket-viseert-nu-ook-parlementsleden" />
            <id>https://vilt.be/58884</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De saga over de fraude met landbouwsubsidies in Griekenland is nog niet ten einde. Het Europees parket heeft aan het Griekse parlement gevraagd om de immuniteit op te heffen van 11 parlementsleden die verdacht worden van betrokkenheid bij grootschalige fraude met Europese landbouwsubsidies. Ook vijf voormalige parlementsleden riskeren vervolging.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c7914f09-fb52-4227-b847-dd3694e908a4/full_width_griekenland-landbouw.jpg</image>
                                        <content>Het is het Europees Openbaar Ministerie (EPPO) menens om de schuldigen van de subsidiefraude in Griekenland voor de rechter te brengen. Zowat 100 personen, waarvan de meesten geen echte banden hebben met de landbouwsector, worden ervan verdacht om zes jaar lang systematisch Europese steun te hebben opgestreken. De fraude vond plaats tussen 2016 en 2023 en zou gebaseerd zijn op valse verklaringen over eigendom of pacht van weidegrond, om zo illegaal landbouwsteun te ontvangen. Ook zouden ze de omvang van veestapels kunstmatig hebben opgeblazen om zo meer subsidies te krijgen. In totaal zou het gaan om bijna 23 miljoen euro aan subsidies die onterecht zijn uitbetaald. Onderzoek naar parlementsleden én ministersOm het onderzoek voort te kunnen zetten en bewijsmateriaal te kunnen verzamelen, heeft het Europees Openbaar Ministerie aan het Griekse parlement gevraagd om de parlementaire onschendbaarheid van 11 zittende parlementsleden op te heffen. Zij worden verdacht van onder meer misbruik van vertrouwen, computerfraude en het afleggen van valse verklaringen. De feiten zouden zich in 2021 hebben voorgedaan. Ook vijf voormalige parlementsleden worden verdacht.Daarnaast laat EPPO ook aan het Griekse parlement weten dat er informatie aan het licht kwam over de mogelijke betrokkenheid van een voormalige minister van Plattelandsontwikkeling en Voedsel en zijn staatssecretaris. Volgens de Griekse grondwet is het verplicht om onderzoeken naar mogelijke strafbare feiten gepleegd door ministers terwijl ze hun ambt uitoefenen, ook als ze die functie hebben neergelegd, meteen te melden aan het parlement. Boete, ministers opgestapt en betalingsinstantie ontbondenHet schandaal had al verregaande gevolgen in Griekenland. Vorig jaar legde de Europese Commissie het land een boete op van bijna 400 miljoen euro voor de systematische tekortkomingen op de manier waarop de subsidies werden toegekend. Daarnaast hangt Griekenland de komende jaren ook een dreiging boven het hoofd van het verlies van vijf procent van de landbouwsteun.Maar dat is niet alles. Een voormalige landbouwminister en drie viceministers stapten eerder al uit de regering. Zij worden gelinkt aan misbruik van de Europese subsidies. Het verwijt is dat ze de subsidies onvoldoende controleerden en zelfs gunsten verleenden aan politieke bondgenoten. Ook de Griekse betalingsinstantie OPEKEPE is intussen ontbonden. Die was verantwoordelijk voor de subsidies. Het overheidsagentschap zou een interne auditor aan de kant hebben geschoven toen het gesjoemel werd ontdekt.</content>
            
            <updated>2026-04-02T14:01:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Forse methaanreductie mogelijk door mest te koelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/forse-methaanreductie-mogelijk-door-mest-te-koelen" />
            <id>https://vilt.be/58885</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Door mest af te koelen kun je een methaanreductie realiseren tot wel 89 procent. Dat blijkt uit een onderzoek van Wageningen University &amp; Research (WUR) bij een Nederlandse boer. Het systeem is het tegenovergestelde van een pocketvergister: door mest te verkoelen, vertraagt het afbraakproces van organische stoffen door bacteriën.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="methaan" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f7f96fc4-7abd-49aa-ae96-c71eed721fb4/full_width_mestverwerking-nieuwsbrief.jpg</image>
                                        <content>Uit wetenschappelijke literatuur was al bekend dat het verlagen van de temperatuur van drijfmest een positief effect heeft op de methaanemissie. Het idee erachter is simpel, aldus Matthieu Frijlink, ILVO-coördinator van het Rundveeloket. “Bij de afbraak van organische stoffen in de mest door bacteriën komt methaan vrij. Door de temperatuur te verlagen, kunnen deze bacteriën niet optimaal groeien en neemt het vergistingsproces, en dus de methaanproductie, af.”Frijlink merkt nog op dat mest afkoelen feitelijk het tegenovergestelde is van wat er in een pocketvergister gebeurt. “In een pocketvergister wordt de mest juist opgewarmd om het vergistingsproces te versnellen”, stelt hij. Reductie tot 89 procentOnderzoekers van Wageningen University &amp;amp; Research hebben deze theorie nu ook in de praktijk getoetst. Op een Nederlands melkveebedrijf hebben zij drie koelingstechnieken getest, waarbij bij één systeem 89 procent methaanreductie werd behaald. Het ging daarbij om een externe container waar de mest naartoe gepompt werd. Onder geconditioneerde omstandigheden werd de normale temperatuur van mest (13,5 graden) teruggebracht naar 10,3 graden, waarna de hoge reductie werd behaald.De andere koelsystemen bevonden zich in de mestput. Bij het ene systeem ging het om koelingsbuizen op de bodem van de mestkelder. De buizen waren gevuld met een koelmengsel van water en glycol. Bij het andere systeem in de mestkelder waren de buizen aan boeien verbonden en bleven ze net onder het oppervlak van de mest. In beide gevallen werd door middel van een waterpomp warmte aan de mest onttrokken.Bij deze proeven lagen de resultaten lager: 45 procent reductie met de buizen op de bodem en 69 procent met de drijvende buizen. De deelnemende boer was het meest enthousiast over het bodemsysteem. “Bij de andere systemen ligt de methaanreductie misschien hoger, maar qua uitvoering past dit systeem het beste bij mijn bedrijfsvoering. Ik kon namelijk gewoon mixen en uitrijden zonder dat de buizen in de weg lagen, wat wel het geval was bij het systeem met de drijvende buizen.” Systeem met minste reductie meest praktisch inpasbaarVolgens de betrokkenen is er nog verdere ontwikkeling nodig om de techniek praktijkrijp te maken. Om dit ontwikkelingstraject te versnellen, zou het volgens de Nederlandse melkveehouder nuttig zijn als het systeem als methaanreducerend erkend zou worden in bijvoorbeeld de KringloopWijzer (Klimrek in Vlaanderen, red.). “Op dit moment past het niet in de KringloopWijzer. Ik ga de mest koelen en het is allemaal netjes onderzocht, maar niemand betaalt mij.”Oplossing voor derogatie?De betrokken WUR-wetenschappers zien nog andere economische stimulansen om de ontwikkeling voort te zetten. “Veel boeren kampen met een mestoverschot en er zijn verschillende systemen die fracties scheiden. Misschien is mest koelen dan niet de kern van een systeem, maar het kan wel een belangrijke schakel zijn om te voorkomen dat er methaan ontstaat bij een bepaalde fractie”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2026-04-02T22:21:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Minister Brouns lanceert nieuwe oproep voor asbestinzameling bij landbouwbedrijven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/minister-brouns-lanceert-nieuwe-oproep-voor-asbestinzameling-bij-landbouwbedrijven" />
            <id>https://vilt.be/58886</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&amp;v) en de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) hebben een nieuwe oproep gelanceerd voor landbouwbedrijven die werk willen maken van asbestveilige stallen en loodsen. Volgens Brouns blijft de vraag vanuit de sector groot. Met deze zesde oproep krijgen opnieuw 600 land- en tuinbouwers de kans om hun verwijderde asbestdaken gratis te laten ophalen via het sectorprotocol.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7cfdc1e9-56ae-4559-b80d-238a2d22c5fd/full_width_asbest.jpg</image>
                                        <content>De maatregel speelt in op de aanhoudend grote vraag vanuit de sector. In eerdere rondes werd al 3.779 keer gebruikgemaakt van de ondersteuning. Ook de afgelopen maanden gaven al zo’n 500 landbouwers aan geïnteresseerd te zijn. Volgens minister Brouns toont dat duidelijk aan dat landbouwers stappen willen zetten richting asbestveiligheid. “Dankzij de gratis ophaling kunnen ze sneller en op een veilige manier stappen zetten naar duurzame en toekomstbestendige bedrijfsinfrastructuur”, klinkt het. De oproep kadert binnen de bredere ambitie van de Vlaamse regering om tegen 2040 het risico op asbestblootstelling weg te werken. Land- en tuinbouwbedrijven vormen daarbij een belangrijke doelgroep, gezien de grote hoeveelheid asbestcement in de open ruimte. Daarom werd in 2021 het sectorprotocol opgericht om Vlaamse land- en tuinbouwers te ondersteunen om asbestdaken op agrarische gebouwen versneld te verwijderen en asbestveilig te maken.&amp;nbsp;De afgelopen vijf jaar werd bijna 2,5 miljoen vierkante meter asbestdaken verwijderd, maar de weg om een volledig asbestvrije sector te worden is nog lang.&amp;nbsp;In 2025 schatte OVAM die hoeveelheid op 219.900 ton, goed voor ongeveer 11 miljoen vierkante meter. Volgens Brouns zal deze oproep dan ook niet de laatste zijn. &quot;De oproepen worden gespreid in tijd om het werkbaar te houden&quot;, stelt hij.ProcedureDeelnemende landbouwers staan zelf in voor de verwijdering van hun asbestdak en de plaatsing van een nieuw dak. Daarbij kunnen ze gebruikmaken van steunmaatregelen, zoals het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) of een premie van Fluvius bij renovatie of herbouw. OVAM ondersteunt hen met duidelijke veiligheidsinformatie.Aanmelden gebeurt via het webformulier op de website van OVAM. Landbouwers kunnen daarbij een voorkeurperiode aangeven voor de ophaling. De inzameling moet plaatsvinden binnen het jaar na toewijzing van een inzamelaar. Wie niet meteen kan deelnemen, kan zich via de website inschrijven op een contactlijst om op de hoogte te blijven van toekomstige oproepen.</content>
            
            <updated>2026-04-02T22:28:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese milieuorganisaties dienen klacht in tegen erkenning van renure]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-milieuorganisaties-dienen-klacht-in-tegen-totstandkoming-renure-erkenning" />
            <id>https://vilt.be/58887</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Diverse Europese milieuorganisaties hebben een klacht ingediend bij de Europese Ombudsvrouw over de manier waarop de zogenaamde renure-wetgeving tot stand is gekomen. Volgens het Europees Milieubureau (EEB), waarin deze organisaties verenigd zijn, is er sprake van wanbeheer over de manier waarop de mestlimieten in de Nitraatrichtlijn zijn aangepast.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="renure" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/874d31d9-cf4b-4a2d-b44c-19cd374cff08/full_width_drijfmest-copy-bodemkundige-dienst-belgie.png</image>
                                        <content>&quot;Essentiële waarborgen niet nageleefd&quot;Die beslissing om renure te erkennen als kunstmestvervanger is een doorn in het oog van het Europees Milieubureau, dat 190 milieuorganisaties uit 41 landen verenigt. “De nieuwe regels laten lidstaten toe om het gebruik van renure toe te staan boven de limiet die door de richtlijn is vastgelegd. Daardoor kan jaarlijks tot 80 kilo extra stikstof per hectare uit dierlijke mest op landbouwgrond worden uitgereden. Dat is een stijging tegenover de huidige limiet van bijna 50 procent”, klinkt het.Volgens EEB heeft de Commissie verschillende essentiële waarborgen bij de uitwerking van het voorstel niet nageleefd. De milieuorganisaties zeggen onder meer dat niet is aangetoond dat het gaat om een echte noodsituatie die een versnelde procedure rechtvaardigt. Ook is er geen uitgebreide effectbeoordeling en geen klimaatconsistentietoets uitgevoerd en ook de openbare raadpleging was ontoereikend. Tot slot hekelen ze ook de beleidsinconsistentie. “De wijzigingen werden doorgevoerd vóór de eigen evaluatie van de Nitraatrichtlijn is afgerond”, stellen ze. &quot;Veedichtheid dreigt verder op te lopen&quot;“Meer mest op het land toelaten helpt landbouwers niet”, zegt Sara Johansson, beleidsmedewerker water bij EEB. “Financiële steun om over te schakelen naar praktijken met minder input is de meest efficiënte manier om hen te beschermen tegen schommelende kunstmestprijzen.” Volgens EEB is het verminderen van de veedichtheid en de overstap naar landbouwpraktijken met agro-ecologische principes het enige alternatief.“De beslissing van de Commissie om renure toe te laten op basis van één beperkte studie wijst op een gebrekkige en roekeloze beleidsaanpak. Die dreigt Europa op te zadelen met een te hoge veedichtheid en ondermijnt de belangrijke doelstellingen rond waterbescherming”, klinkt het. Circulariteit van landbouw vergrootRenure zijn meststoffen gemaakt uit stikstof die uit dierlijke mest wordt teruggewonnen. Het grote voordeel is dat renure zich gedraagt als kunstmest. Het wordt efficiënter door gewassen opgenomen en de kans op stikstofuitspoeling richting oppervlakte- en grondwater is kleiner dan bij dierlijke mest. Nog een voordeel is dat het verwerkingsproces kleinschalig op het landbouwbedrijf kan plaatsvinden. Hierdoor wordt een reststroom tot een nuttige grondstof opgewaardeerd. De circulariteit van de landbouw wordt dus verhoogd.Vlaanderen, dat een mestoverschot heeft, is al lang vragende partij om renure mogen te gebruiken in plaats van kunstmest. Vandaag komt ongeveer 45 procent van de stikstofbemesting bij ons uit kunstmest. Dat zorgt voor een grote afhankelijkheid van het buitenland, voornamelijk Rusland, en een grotere CO2-voetafdruk, want kunstmest wordt geproduceerd op basis van aardgas.Renure was in het verleden niet toegelaten door Europa omdat de Nitraatrichtlijn het ziet als dierlijke mest. Het toedienen van dierlijke mest is vandaag beperkt tot 170 kilo stikstof per hectare. Daar kwam recent verandering in door een aanpassing van die Nitraatrichtlijn. Nu is het toegelaten om jaarlijks tot 80 kilo extra stikstof per hectare in de vorm van renure-meststof uit te rijden op landbouwgrond, ter vervanging van kunstmest. Al is het wachten op de lidstaten die dit moeten omzetten in eigen regelgeving voor landbouwers renure kunnen toepassen. Snelle erkenning als interim-oplossingDe Europese Commissie stelt wel dat het gaat om een interim-oplossing. De Nitraatrichtlijn wordt sinds 2023 onderworpen aan een evaluatie, onder meer om na te gaan of de richtlijn voldoende rekening houdt met de recyclage van nutriënten uit verschillende bronnen. In afwachting van het finaliseren van die evaluatie vond de Commissie het nodig dat er een tijdelijke oplossing was voor het gebruik van renure-meststoffen.Al zijn er ook voorwaarden gesteld. Zo mag de veestapel niet groter worden in de landen die renure erkennen. Volgens de Commissie kunnen op deze manier “de kosten voor landbouwers verlaagd worden en de strategische autonomie van de Europese landbouwsector versterkt, zonder de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn in gedrang te brengen”.</content>
            
            <updated>2026-04-02T17:21:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Jaarlijkse keuring voor snelle tractoren verdwijnt, maar beperkende regelgeving blijft]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/jaarlijkse-keuring-voor-snelle-tractoren-gaat-op-de-schop-maar-veel-beperkende-regelgeving-blijft" />
            <id>https://vilt.be/58888</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse regering versoepelt de regelgeving rond technische keuringen. Er is een principiële goedkeuring om vanaf 1 september 2026 snelle landbouwvoertuigen niet meer jaarlijks te keuren, maar slechts één keer om de twee jaar. Het gaat om alle voertuigen in categorie Tb. Dit zijn tractoren die sneller kunnen rijden dan 40 kilometer per uur.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tractor" />
                        <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f37f4bcb-6de0-4159-8e6f-76391547c125/full_width_akkerbouwtractor.jpg</image>
                                        <content>Vlaanderen heeft sinds 2024 enkele versoepelingen ingevoerd voor technische keuringen bij personenwagens, en nu wil men dit vanaf 1 september 2026 ook voor bepaalde landbouwvoertuigen verwezenlijken. Heuglijk nieuws, vindt Hans Verstreken van Fedagrim. “Uit de conceptnota van minister Annick De Ridder (Vlaams N-VA-minister van Mobiliteit, red.) blijkt dat ze dit ook voor snelle karren (type Rb) wil doorvoeren, maar meegenomen bij de huidige versoepelingen, al zijn deze zeldzaam.”Met de versoepeling wil het beleid komaf maken met ‘goldplating’: geen strengere eisen opleggen dan door Europa wordt gevraagd. Voorlopig kent de hervorming een eerste principiële goedkeuring van de Vlaamse regering. Het dossier moet wel nog de advies- en proceduretrajecten doorlopen, waaronder behandeling via het CAIN (raadgevende commissieadministratie-nijverheid, red.) en het wetgevend advies van de Raad van State.GOCA is niet tevreden, dit is de sectorfederatie van autokeuring en rijbewijsexaminering. GOCA gelooft dat de versoepeling een impact zal hebben op de verkeersveiligheid, het milieu- en de consumentenbescherming. Minder administratieHans Verstreken vindt het een positieve zaak dat de jaarlijkse controles worden versoepeld. Bovendien wil men ook de eerste keuring van deze voertuigen schrappen. Verstreken verduidelijkt dat dit niet betekent dat deze voertuigen zonder enige inspectie de baan op gaan. “Al deze voertuigen zijn al Europees gehomologeerd”, zegt hij. “De eerste keuring gebeurt in een centrum waar je ook naar toegaat met je personenwagen. Het is louter een administratieve controle van een tractor, alvorens die op de openbare weg komt. Technisch wordt er bijna niets nagekeken, behalve het wegen van het voertuig. Veel draagt dit niet bij tot de verkeersveiligheid, aangezien er al een pre-delivery inspection is gebeurd door je lokale verdeler van landbouwmachines.”Landbouwers zelf zullen er weinig van merken: de eerste keuring wordt meestal uitgevoerd door de handelaar. Voor verdelers van tractoren is dit wel een last die wegvalt. Wie kan een snelle tractor gebruiken?Nog een kanttekening: snelle tractoren zijn vrij zeldzaam in Vlaanderen. Op dit ogenblik is slechts één tractor per vijf nieuw ingeschreven tractoren in België een snelle tractor. “Ze worden vooral gebruikt in Wallonië, waar er wel eens meer afstand is tussen de percelen”, zegt Verstreken. “In Vlaanderen is slechts 12 procent van de inschrijvingen een snelle tractor.”In België kennen snelle tractoren veel beperkingen. “Je mag er geen ‘trage karren’ (type Ra) aan hangen, wat in praktijk erop neerkomt dat je er bijna niets aan mag hangen”, zegt Verstreken. “Eigenlijk is dat geen logische regel, want je zou evengoed aan bestuurders van snelle tractoren kunnen vragen om zich gewoon aan de maximumsnelheid van het traagste onderdeel van hun trekkend voertuig en kar&amp;nbsp;te houden, wanneer ze met zo’n trage kar rijden. Zoals we doen bij personenwagens: als je een remorque trekt met een MTM van meer dan 3,5 ton, mag je slechts 90 kilometer per uur rijden op de snelweg. Daarvoor hoef je geen nieuw voertuig te kopen, je rijdt gewoon wat trager met het voertuig dat je hebt.”Volgens Verstreken is er technisch geen wezenlijk verschil tussen een snelle en trage tractor. “De capaciteiten van de machines verschillen amper. Dat zijn simpelweg tractoren die in de fabriek worden begrensd”, zegt hij.Tractoren duurder door regelgevingVoor die begrenzing betalen Belgische boeren dubbel. “Enerzijds zitten Belgen met het probleem dat de doorverkoopwaarde van tragere tractoren lager ligt, omdat men in het buitenland meestal met snelle tractoren mag werken. En natuurlijk ligt de aankoopprijs hoger. Want het kost wel iets om een snelle tractor, geproduceerd in een Duitse fabriek, te limiteren tot 40 per uur en al het bijbehorende papierwerk in orde te brengen. De mensen staan er niet bij stil, maar de extra regelgeving betekent impliciete kosten voor de Belgische markt.”</content>
            
            <updated>2026-04-03T01:29:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van veld tot rek: hoeveel werk zit er in één asperge?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/van-veld-tot-rek-hoeveel-werk-zit-er-in-een-asperge" />
            <id>https://vilt.be/58889</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Drie jaar wachten op één asperge. En dan begint het echte werk pas. Steken, spoelen, koelen, sorteren en inpakken. Het “witte goud” passeert langs heel wat handen en machines voor dat het paasmenu van veel Vlamingen kan opfleuren. Aspergeteler Marc Goossens kent het proces door en door en legt het graag uit.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Pasen" />
                        <category term="seizoensgroente" />
                        <category term="seizoensproduct" />
                        <category term="supermarkt" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e6630c3c-4bce-4b8d-9a69-0b7e98094161/full_width_asperge-aldi.jpeg</image>
                                        <content>De familie Goossens teelt al sinds 1989 asperges in Malderen, een deelgemeente van Londerzeel. Pater familias Marc Goossens richtte het bedrijf op en gaf enkele jaren geleden het roer volledig door aan zijn zonen Dominiek en Vincent. Sindsdien staat hij minder op het veld, maar kan hij wel tijd vrijmaken om gepassioneerd uit te leggen hoe een zaadje omgetoverd wordt tot een portie van het witte goud.Drie jaar wachten tot de eerste aspergeZoals bij veel landbouwbedrijven start het aspergeverhaal van de familie Goossens bij een plantenkweker. Die koopt zaadjes aan bij een zaadhuis en kweekt ze vervolgens op. Dit kan één jaar tot twee jaar duren. Eens aangekocht door Dominiek en Vincent worden ze in sleuven in de zandleemgronden geplant. Daar groeien ze nog één jaar verder. In deze fase moet de wortel sterk groeien en moet de onkruid- en insectendruk zo laag mogelijk gehouden worden. “Dit wordt steeds moeilijker door het verdwijnen van bestrijdingsmiddelen”, vertelt Marc. “En hoe meer druk op de plant, hoe meer de productie geremd wordt.”Een volgroeide plant kan je herkennen aan de bruine kleur, alle energie gaat namelijk naar de wortelstukken. “Zodra die voldoende reserves hebben opgebouwd en de plant is afgestorven, leggen we winterbedden aan”, zegt Marc. “In het voorjaar vormen we die om tot ruggen waarin de asperges verder groeien.”Op de ruggen wordt vervolgens een wit-zwarte folie gespannen. Dat houdt de temperatuur in de rug stabieler. In koude periodes ligt de zwarte zijde bovenaan om warmte op te nemen. Bij warmer weer draaien ze de folie om, zodat de witte kant de zon afremt. “Naast folieteelt zijn er ook nog veel andere methodes om asperges te laten groeien”, geeft Marc mee. “Zo worden asperges ook vaak geteeld in tunnels of in verwarmde grond.” Aspergesteken vraagt ervaring en finesseOogstklare asperges herken je aan kleine signalen. Ze duwen mini-molshoopjes losse grond omhoog, veroorzaken barstjes in zwaardere gronden of steken simpelweg hun kop net boven de grond. Om de paar dagen gaat de folie omhoog en worden de rijpe asperges uit de ruggen gehaald met een steker.&amp;nbsp;“Goede werkkrachten steken ook de onzichtbare oogstklare asperges. Deze blind steken zonder schade aan te richten, vraagt kennis en ervaring”, merkt Marc op. Omdat niet alle seizoenarbeiders ervaring hebben gaat er soms wat productie verloren.Aangezien asperges meerjarig zijn, blijven de planten na het seizoen in de ruggen zitten. Op het bedrijf van Dominiek en Vincent hebben de planten er al zeven jaar opzitten. De opbrengst ligt momenteel tussen zeven en tien ton per hectare. Uren onder een koude doucheEens van het veld gaan de asperges naar een loods waar ze ‘koopklaar’ worden gemaakt. “Hier zit het grote verschil met andere groenten zoals bloemkool. Deze worden van het veld gehaald en rechtstreeks naar de veiling gebracht. Asperges vragen nog veel extra arbeidsintensieve handelingen”, aldus Marc. “Die weerspiegelen zich ook in de prijs. Of dat zou toch moeten.”In de loods worden ze eerst grondig gespoeld om de meeste aarde te verwijderen. Daarna moeten ze vier tot zes uur gekoeld worden in koud water. “Er bestaan verschillende systemen hiervoor. Bij ons worden de asperges in cellen onder een constante koude douche gezet van ongeveer één graad. Het systeem werkt circulair, het water wordt hergebruikt en gekoeld via een radiator die koude afgeeft in plaats van warmte”, duidt Marc, voor een hydrobox waar een pallet verse asperges ingeladen wordt. 30 soorten aspergesNa de hydrobox gaan de asperges op de band. Daar worden ze nog eens gewassen, op 22 cm afgesneden, gescand en machinaal gesorteerd. De sortering gebeurt op kleur van het kopje, dikte en kwaliteit. Dat levert in totaal 30 sorteerklassen op. “De beste asperges zijn pijlrecht, hebben een gesloten kopje, zijn langer dan 18 cm en hebben geen holle kern”, aldus Marc. Eens in de juist sorteerbakjes, worden eventuele verkleuringen ook nog eens weggesneden.Na het sorteren gaan ze opnieuw de hydrobox in, waar ze worden bewaard tot het verpakken. Dat gebeurt om de twee dagen, in het weekend om de drie dagen. In de loods van Dominiek en Vincent staan verschillende inpaklijnen, want asperges worden op meerdere manieren verpakt. “Vroeger bonden we alles in bussels. Dit wordt nog amper gedaan. Wij leggen ze meestal in schaaltjes met daarrond een plastic verpakking. Dat werkt efficiënter en verlengt de houdbaarheid”, klinkt het. Binnen de 48 uur in de winkelNa levering aan de veiling van BelOrta zijn de asperges uit handen van Dominiek en Vincent. De asperges worden dan ofwel rechtstreeks opgekocht door een inkoper van een supermarkt, of door een toeleverancier. Dat laatste is het geval bij supermarktketen ALDI. “We hebben 445 winkels in België. Om de logistiek efficiënt te organiseren, werken we met partners die leveren aan onze zeven regionale distributiecentra. Deze logistieke partners worden naar de veilingen gestuurd door mijzelf”, aldus Maksim Van Herck, Category Manager Fruit and Vegetables bij ALDI België.Vanuit de distributiecentra gaan de asperges naar de winkels, waar ze in de rekken belanden. “Binnen de 48 uur komen de asperges van het veld in onze winkels terecht. Zo blijven versheid en kwaliteit behouden”, gaat Van Herck verder. “Doorheen de hele keten voeren we trouwens ook kwaliteitscontroles uit. Ze gaan langs bij telers en in de winkels om na te gaan of alles correct verloopt.”Vanaf volgende week liggen er alleen maar asperges van Belgische telers in de ALDI-winkels. Maar dat is niet het hele jaar door zo. “Als het aanbod te beperkt is voor de vraag van de klant, dan gaan we over de grens heen aankopen. Telkens zo dichtbij als mogelijk, maar zo ver als nodig. We blijven wel altijd binnen Europa. We kopen geen asperges uit Mexico of Peru in.&quot; Op de paasbrunchZo belanden asperges uiteindelijk op de paasbrunch van heel wat Vlaamse gezinnen. “Vroeger werden asperges eigenlijk niet zo gelinkt met Pasen”, vertelt Marc nog. “Dat is er maar gekomen wanneer de verwarmde teelten hun ingang vonden in Vlaanderen. Hierdoor is het aspergeseizoen ook veel langer geworden. Toen ik begon met asperges telen, startte het seizoen maar begin april. Nu zitten we al op het hoogtepunt van het seizoen. Supermarkten zijn vervolgens beginnen inspelen op het ruime aanbod en pakten al graag eens uit met een promotie in die periode. Zo is de link tussen Pasen en asperges ontstaan.” TIP: Hoe kan je zien dat asperges vers zijn, en hoe bewaar je ze best?Om te checken of je asperges vers zijn, moet je kijken naar de snijzijde onderaan. “Het kontje mag niet uitgedroogd zijn”, geeft Marc mee. “Verse asperges maken bovendien muziek. Ze piepen als je ze tegen elkaar wrijft.”De gekochte asperges bewaar je best in de originele verpakking in de frigo. Haal je ze uit de verpakking, of koop je ze los? Dan wikkel je ze best in een vochtige handdoek om vervolgens in de koelkast te bewaren. “Asperges bewaren trouwens ook uitstekend in de diepvriezer”, tipt Marc. “Blancheren hoeft hiervoor niet. Enkel schillen en bewaren in een afgesloten potje.”</content>
            
            <updated>2026-04-03T10:37:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Beels clasht met ANB over aanpak van schade door bevers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/beels-clasht-met-anb-over-bevers" />
            <id>https://vilt.be/58890</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een uitspraak van de Antwerpse landbouwgepeduteerde Jinnih Beels is in het verkeerde keelgat geschoten bij het Agentschap Natuur en Bos. In een interview met de regionale zender ATV stelt de Vooruit-politica voor om in gevallen van zeer ernstige overlast enkele bevers uit te schakelen. ANB vindt dit niet kunnen. Beels vindt de reactie ongenuanceerd en benadrukt dat ze geenszins pleit voor een totale uitroeiing van het dier.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wild" />
                        <category term="schade" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/938b83fd-6159-4e8a-9b19-a6a5aa39a4be/full_width_bever.jpg</image>
                                        <content>De bever is een Europees beschermde diersoort. Hoewel Beels erkent dat het dier een belangrijke rol vervult in het ecosysteem, verklaart ze op ATV dat Antwerpse landbouwers veel overlast ervaren. Bevers bouwen dammen, en die zorgen voor wateroverlast of net een tekort op bepaalde akkers. De dammen verwijderen kost niet alleen mankracht, het is volgens Beels geen duurzame oplossing. In geen tijd bouwen de bevers immers een nieuw exemplaar. “Wij als provincie hebben de limiet bereikt”, zegt Beels op ATV. Ook de bever vangen en elders uitzetten zou maar een tijdelijke oplossing zijn, want niet veel later staat het dier er weer.Beels kijkt naar Vlaanderen voor een oplossing. “We weten dat de richtlijnen vanuit Europa heel strikt zijn. Het kader is nogal strikt afgebakend. Maak een duidelijk onderscheid voor de kernleefgebieden waar de bever vrij spel heeft, maar geef ons ook de ruimte om tussen te komen in maatwerkgebieden. Als ze overlast veroorzaakt voor de landbouwer of de burger, moeten we in staat zijn om tussen te komen.” Die overlast leidt soms tot honderdduizenden euro&#039;s aan schade. Dat was vorig jaar het geval in het Limburgse Kinrooi. Door beverdammen kwamen hele akkers onder water te staan. Waar in 2015 in België volgens Waarnemingen.be nog 1.243 waarnemingen van de bever werden gemeld, is dat aantal in 2025 gestegen naar 5.847. ​Naast de indirecte maar grote schade die ze aanrichten door damwerk, gebeurt het ook dat de dieren aan gewassen knagen.Ruimere vergoedingen nodigBeels vraagt Vlaanderen om structurele tussenkomsten. Landbouwers die schade lijden door de bever worden door ANB vergoed, maar volgens Beels zijn er lacunes in dat beleid. Zo krijgen landbouwers geen vergoeding als de provincie de landbouwer een vergunning heeft geboden om de dammen te verwijderen. “Maar dat is geen oplossing want die komt telkens weer terug”, zegt Beels. Bovendien vindt de politica dat de definitie voor ‘teeltschade’ te eng is. Vergoedingen zijn er voor wie schade lijdt aan al aangeplante teelten, maar volgens Beels zou die er ook moeten zijn voor wie door beveroverlast geen aanplantwerken heeft kunnen uitvoeren. “Ook dat is schade”, zegt ze.Op de vraag of de bever in sommige gevallen moet  worden gedood, reageert Beels als volgt: “Als u het aan mij vraagt: ja. En daarmee bedoel ik niet dat we hele soorten moeten uitroeien. Ze hebben hun goeie eigenschappen en dragen bij aan natuur en landbouw. Maar als je ziet dat het structureel weghalen van dammen geen oplossing is, dan moet je beseffen dat het overbeschermen van een bepaalde diersoort kan leiden tot overpopulatie en dus ook een plaag.” “Als er te veel bevers zijn in een provincie, zoals de onze, dan moet je overwegen om daar permanent over te gaan tot het uitschakelen van een aantal van die bevers”, zegt Beels nog. “Op een uiteraard diervriendelijke en professionele manier. Dit zou, denk ik, de enige permanente maatregel kunnen zijn, Al het andere is niet structureel, niet duurzaam en dweilen met de kraan open.”&quot;Zeer wereldvreemde reactie&quot;Het Agentschap Natuur en Bos fluit Beels terug voor deze uitspraak. In een reactie aan VRT NWS bevestigt woordvoerder Jeroen Denaeghel van ANB dat de bever in aantal fors is toegenomen, maar het doden van het dier acht hij niet realistisch. “De huidige wetgeving verbiedt momenteel het doden, vangen of verstoren van de bever”, stelt hij. Over de Europese bescherming zegt hij het volgende: “Ik zeg niet dat het nooit zal veranderen. Maar als dit er ooit doorkomt, dan zal het echt pas het allerlaatste middel mogen zijn. Ik acht het niet waarschijnlijk dat het snel zal gebeuren.” Beels reageert op het antwoord van ANB. “Een zeer wereldvreemde reactie, die bovendien verkeerdelijk insinueert dat ik zou oproepen tot het massaal uitroeien van de bever. Van de pot gerukt, om mee te beginnen. Uiteraard kan het uitschakelen van zulke dieren alleen maar het laatste redmiddel zijn. Maar zelfs los daarvan hoor ik bij al die verontwaardiging nog altijd geen enkel ernstig alternatief om de massale overlast aan te pakken die vandaag wordt veroorzaakt.”BedreigingenWaar ANB de bezwaren beleefd meedeelt, zijn er volgens Beels ook reacties die een stapje verder gaan. &quot;Moord en brand. Verschillende bedreigingen aan mijn adres. Blijkbaar is het vandaag al controversieel om nog te benoemen wat voor velen gewoon gezond verstand is: dat het menselijk belang, als het erop aankomt, in zulke situaties moet primeren op dat van dier en natuur&quot;, stelt ze. In een opiniestuk neemt ze de beverhetze op als voorbeeld van een groeiend ecofundamentalisme in de samenleving.&quot;Naar mijn aanvoelen wordt verregaand eco- of natuurfundamentalisme vooral gedragen door een bepaald elitair deel van de samenleving, dat zich die positie ook kan permitteren&quot;, stelt ze. &quot;De gevolgen van dat soort denken worden zelden gevoeld door wie het verkondigt. Ze komen terecht bij landbouwers, bij gezinnen en alleenstaanden, bij mensen die de gevolgen ervan betalen met hun oogst, hun inkomen of hun job. Dat maakt ecofundamentalisme niet alleen wereldvreemd, maar ook sociaal blind.&quot;</content>
            
            <updated>2026-04-03T15:52:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boeren op een Kruispunt ziet “zorgwekkend hoog” aantal aanmeldingen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boeren-op-een-kruispunt-ziet-zorgwekkend-hoog-aantal-aanmeldingen" />
            <id>https://vilt.be/58891</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>“Meer doen met minder lukt niet”, dat besluit Boeren op een Kruispunt uit haar jongste jaarverslag. De organisatie biedt hulp aan landbouwers die het moeilijk hebben. De voorlopige cijfers van 2026 lijken geen rust te beloven: eind maart noteerde de organisatie al 91 nieuwe aanmeldingen, waarvan 49 in één maand tijd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mentaal welbevinden" />
                        <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/826688d1-a039-4e2a-897d-c3502a080b89/full_width_mentaalwelzijn1.jpg</image>
                                        <content>In het jaarverslag van 2025 staat dat de organisatie iets minder nieuwe aanmeldingen heeft ontvangen dan in 2024. Maar 2025 behoort – net zoals de vier jaren ervoor – tot de top zes jaren met de meeste nieuwe aanvragen sinds de oprichting. Terwijl het totale aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen blijft dalen. Het aantal lopende begeleidingen bedraagt meer dan 500. “Het is duidelijk dat onze ondersteuning structureel nodig blijft.” klinkt het.Drie adviseurs tekort“Als ik heel eerlijk ben, komen we drie adviseurs te kort”, zegt directeur Els Verté van Boeren op een Kruispunt. Om het werk naar behoren te doen, zou geen adviseur meer dan 40 dossiers tegelijk mogen behandelen. Maar volgens Verté doet men er in praktijk meer dan 50. Veel hulpvragen worden dus trager afgehandeld dan men zou willen. “We hebben een mooi bedrag aan subsidies natuurlijk, maar we kunnen onmogelijk meer en meer aanmeldingen en begeleidingen doen met het team dat we nu hebben.”De samenloop van nieuwe aanmeldingen en lopende begeleidingen maakt dat er vaak meer ruimte zit tussen het eerste contact, de intake en het opvolggesprek dan men zou willen. “De dossiers worden dus niet altijd afgehandeld in het tijdsbestek dat we voor ogen hebben”, zegt Verté. “We zouden ook graag meer mensen hebben om in te zetten op het preventieve luik.”De beweegredenen waarom mensen aankloppen bij Boeren op een Kruispunt, blijven vrij gelijk. “Het financiële luik, de onzekerheid, vergunningen, maatschappelijke of relationele problemen,… dat komt altijd wel terug”, zegt Verté.Peppol en digibetenOok het Peppol-systeem heeft tot nieuwe aanmeldingen geleid. Een indirect signaal van eenzaamheid, ziet Verté. “Het komt vooral van mensen die niet aangesloten zijn bij landbouwverenigingen en weinig contacten hebben. Zij zijn soms nu pas op de hoogte van Peppol. Veelal zijn het landbouwers die niet digitaal onderlegd zijn, waardoor ze de nodige info niet gekregen hebben.”Naast psychologische ondersteuning is praktische ondersteuning, zoals leren werken met het Peppol-systeem, een dienst die Boeren op een Kruispunt aanbiedt. “Samen met onder andere digipunt hebben we workshops opgestart waarbij men van nul leert werken met de laptop. Dat kan bij wijze van spreken beginnen met het insteken van de stekker, aan- en uitknoppen lokaliseren en mailtjes sturen. Belangrijke projecten, maar er kruipt tijd en middelen in.”In maart kreeg de organisatie 49 aanmeldingen, dubbel zoveel als normaal. “Als die trend zich voortzet is dat niet houdbaar”, zegt Verté. “Eerst dacht ik dat het vooral zou gaan om hulpvragen rond Peppol. Dossiers die we vrij snel kunnen afwerken. Maar zelfs zonder zulke dossiers meegerekend, zitten we ver boven het maandgemiddelde.&quot;Schaamte is nergens voor nodig&quot;Toch heeft het team van Boeren op een Kruispunt het afgelopen jaar mooi werk verricht. Brand, ziekte-uitbraken met ruimingen, instortende marktprijzen, gezondheidsproblemen, geopolitieke onzekerheden of relationele moeilijkheden: elke landbouwer kan plots in zwaar vaarwater terechtkomen. “Wanneer landbouwers de grip dreigen te verliezen — financieel, bedrijfstechnisch, relationeel, mentaal of toekomstgericht — zijn wij er om mee te denken, zonder oordeel,” benadrukt Boeren op een Kruispunt. Toch merkt de organisatie dat hulp vaak veel te laat wordt ingeroepen. Als het kalf al verdronken is, kunnen ook zij geen mirakels verrichten. “Hulp zoeken is oké. Schaamte is nergens voor nodig”, stelt de organisatie.Het jaarverslag legt dus ook een sterke nadruk op preventie, een pijler die steeds prominenter wordt binnen de werking. Maar het huidige financiële kader staat onder druk: “Meer doen met minder lukt niet. Extra helpende handen zijn broodnodig, vandaag is het niet haalbaar met de huidige middelen”, zegt Verté. De cijfers en tendensen van de voorbije jaren maken volgens de organisatie duidelijk dat de ondersteuning van landbouwers geen tijdelijke opdracht is.Het volledige jaarverslag vindt u hier.</content>
            
            <updated>2026-04-03T20:14:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Drones in de landbouw: VIVES Hogeschool toont potentieel tijdens studiedag]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/drones-in-de-landbouw-vives-hogeschool-toont-potentieel-tijdens-studiedag" />
            <id>https://vilt.be/58892</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De VIVES Hogeschool liet haar graduaatstudenten Productiebeheer Land- en Tuinbouw kennismaken met de mogelijkheden van drones in de landbouw. Tijdens een studiedag kregen de landbouwers in spe niet alleen inzicht in de toepassingen, maar ook in de beperkingen van de technologie. Via praktijkcases en een debat werden studenten aangezet om kritisch na te denken over wanneer en hoe drones echt een meerwaarde bieden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="technologie" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/550dd50c-7bb0-4793-9eed-970f23ca477d/full_width_drone-vives.jpeg</image>
                                        <content>Met de studiedag wil VIVES studenten vooral inspireren om drones te zien als een belangrijke tool voor de landbouw van morgen. “Zij zullen, met zekerheid, met deze technologie te maken krijgen tijdens hun loopbaan, en waarschijnlijk eerder vroeger dan later”, zegt Micheline Verhaeghe, senior onderzoeker Smart Farming. “Als we willen dat ze deze digitale innovaties later omarmen, moeten we hen er nu al vertrouwd mee maken.” Tijdens een workshop mochten de studenten zelf aan de slag met drones. “We tonen hen dat het minder complex is dan het lijkt”, klinkt het.Praktijkcase: lekdetectie met dronesDe meeste aandacht ging naar het project &#039;DripControl&#039;, waarbij drones worden ingezet om lekken in druppelirrigatie bij uienteelt op te sporen. Binnen dit project werd een methode ontwikkeld waarmee binnen het uur na aankomst op het perceel een GPS-bestand beschikbaar is, zodat lekken snel gelokaliseerd kunnen worden. “Het opsporen en herstellen van lekken is erg arbeidsintensief”, zegt landbouwer Michiel Vercruysse, bij wie het project werd uitgevoerd. “Drones kunnen hier zorgen voor een duidelijke tijdswinst en efficiëntie.”Toch benadrukt hij dat drones niet altijd de beste oplossing zijn. “De technologie is vooral interessant wanneer er slechts enkele lekken zijn op een groot perceel. Bij veel lekken moet je het hele veld door, en dan biedt een drone weinig meerwaarde.” Naast deze case kwamen ook andere toepassingen aan bod, zoals het in kaart brengen van invasieve onkruiden, zieke bomen en de hoogte van fruitbomen.Op zoek naar haalbare toepassingenVolgens Verhaeghe ligt de sleutel tot succes in realistische toepassingen. “Als drones echt ingang willen vinden in de landbouw, moeten we inzetten op haalbare businesscases. Door samenwerking tussen landbouwers en dronepiloten kunnen we bepalen waar de technologie echt rendeert.”De onderzoeksgroep Smart Farming focust daarbij op hoe digitale technologie concrete landbouwproblemen kan oplossen en praktisch geïntegreerd kan worden in de bedrijfsvoering.Wetgeving als struikelblokHoewel de mogelijkheden groot zijn, blijft regelgeving een belangrijke drempel. Voor het vliegen met drones gelden strikte regels rond registratie, vlieghoogte, gebruik van camera’s en locaties. Maar ook voor toepassingen in de landbouw laat de wetgeving voorlopig weinig opening. Zo is het momenteel niet toegestaan om met drones te spuiten, en dat zal de komende jaren niet veranderen.“De wetgeving rond de mogelijkheid om drones in te zetten in de landbouw evolueert heel traag”, stelt Griet Van de Steene, die tijdens het debat de loonwerkers vertegenwoordigde. “Terwijl de nood aan precisietechnieken alleen maar zal toenemen.”Ze wijst onder meer op het verdwijnen van gewasbeschermingsmiddelen, waardoor alternatieven noodzakelijk worden. “Precisietechnologie kan helpen om bijvoorbeeld invasieve onkruiden zoals knolcyperus gericht aan te pakken.” Van de Steene roept beleidsmakers en onderzoekers op om werk te maken van een beter kader voor toepassingen zoals variabel spuiten op basis van dronebeelden.</content>
            
            <updated>2026-04-03T20:25:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[100% West-Vlaams erkent negen nieuwe streekproducten en vier lokale producenten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/100-west-vlaams-erkent-negen-nieuwe-streekproducten-en-vier-lokale-producenten" />
            <id>https://vilt.be/58893</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De provincie West-Vlaanderen heeft negen nieuwe streekproducten, vier producenten en vijf streekhoekjes erkend met het label 100% West-Vlaams. Met die erkenningen zet de provincie opnieuw sterk in op lokale kwaliteit, vakmanschap en de korte keten.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/e487b9aa-0bf6-4df9-8e54-d723864c75dd/full_width_streekproducten-west-vlaanderen.png</image>
                                        <content>Negen streekproducten krijgen een officiële erkenning. Het gaat om een mix van klassieke en vernieuwende producten, zoals bioappelsap van oude rassen, pannenkoeken, advocaat en bokkenpootjes. Maar ook specialiteiten zoals wijnijs, pralines op basis van chardonnay en een sherbet op basis van oud bruin bier zijn nu een West-Vlaams streekproduct. Stuk voor stuk zijn het producten die lokaal geteeld of ambachtelijk gemaakt worden met grondstoffen uit de streek.Vier producenten erkendOok vier producenten ontvangen het label: Tuinsappen Lombarts-Calville uit Heuvelland, DaLiJo uit Oostrozebeke, Wijndomein La Vérité uit Sint-Eloois-Winkel en De Aardappelautomaat uit Beernem. Zij onderscheiden zich door hun ambachtelijke aanpak en sterke verankering in de regio, met een aanbod dat rechtstreeks bij de consument terechtkomt.Nieuwe streekhoekjesDaarnaast worden vijf nieuwe streekhoekjes erkend. Dat zijn verkooppunten waar consumenten een zorgvuldig geselecteerd aanbod van 100% West-Vlaamse producten vinden. Onder meer in Aartrijke, Tielt, De Haan, Dadizele en Kortrijk komt er zo extra aandacht voor lokale voeding en korte keten.Focus op lokale kwaliteitHet label 100% West-Vlaams bekroont producten en initiatieven die inzetten op kwaliteit uit eigen regio. Producten moeten lokaal geteeld of ambachtelijk gemaakt zijn met grondstoffen uit de streek. Het initiatief is een samenwerking tussen de provincie West-Vlaanderen en verschillende partners en wil de lokale economie versterken en consumenten bewuster doen kiezen voor duurzame, lokale producten.</content>
            
            <updated>2026-04-06T22:48:21+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerin Eline gaat voor tijdelijke buitengebruikstelling en hoopt op nieuwe PAS-technieken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/jonge-antwerpse-boerin-gaat-voor-tijdelijke-buitengebruikstelling-en-hoopt-op-nieuwe-pas-technieken" />
            <id>https://vilt.be/58894</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De keuzes van melkveehoudster Eline Boden (26) waren beperkt. Een vermindering van de jongveestapel? Kiezen voor beweiding? Of toch maar tijdelijke buitengebruikstelling? Ze koos voor de laatste optie om voor het PAS-decreet aan de stikstofreductie-eis van vijf procent te voldoen. Voor het volwassen melkvee waren er meer mogelijkheden en zette Eline een mestrobot in.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/22e88951-20bd-4a4d-9237-d134553957da/full_width_eline-boden.jpg</image>
                                        <content>Op een boerderijperceel van ruim een hectare graast een dozijn droge koeien op het malse gras. Vanuit de weide kunnen de koeien de stal in lopen, waar ze op zacht stro kunnen liggen. De weidegang wordt niet toegepast om stikstof te reduceren; weidegang in groep is een PAS-maatregel. “Dat doen we voor het welzijn van de dieren. De koeien komen zo tot rust”, vertelt Eline Boden.In Essen, aan de grens met Nederland, houdt de boerin 250 koeien en 1.500 vleesvarkens. Sinds het overlijden van haar vader in 2017 runt zij het bedrijf samen met haar moeder en broer. Op een tweede locatie in Kalmthout, tien kilometer verderop, heeft de familie nog een vestiging. “Daar wonen mijn grootouders en hier houden we hoofdzakelijk jongvee.”Twee bedrijfszetels betekenden dat Boden twee keer de stikstofuitstoot moest beperken. Het PAS-decreet schrijft een stikstofreductie van vijf procent voor op bedrijfsniveau. De maatregel moest tegen het einde van vorig jaar gerealiseerd zijn, maar boeren kregen tot 31 maart uitstel om de maatregelen in hun vergunning op te nemen. “Wij hebben via SBB eind vorig jaar een melding gedaan, maar hebben nog geen uitsluitsel”, vertelt de boerin. Mestrobot op melkveelocatieOp de locatie met het melkvee koos de boerin voor een mestrobot. Sinds twee jaar rijdt de robot tien keer per dag door de stal. De robot wordt gecombineerd met waterbesproeiing. Daarom geldt deze maatregel volgens de PAS-lijst voor zeven procent reductie voor het melkveebedrijf. Boden schat dat in de regio 90 procent van de boeren heeft gekozen voor een mestrobot. Naast beweiden, is het de goedkoopste en praktisch meest haalbare techniek. Voor de jongveelocatie had de boerin nog minder keuze. “Het was ofwel het verminderen van de veestapel, beweiding, of tijdelijke buitengebruikstelling”, vertelt ze. De laatste maatregel werd eind vorig jaar gecommuniceerd door Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&amp;amp;v), die hierover berichtte naar de lokale besturen. Rundveehouders kunnen — als er nieuwe technieken op de markt komen — hun tijdelijke reductie terugschroeven en inwisselen voor een andere maatregel.Boden zag het als jonge boerin niet zitten om vee in te leveren. “Mijn leningen en terugverdientijd zijn berekend op de bestaande veestapel.” Beweiding is in haar geval ook niet evident. 20 jaar geleden graasden de koeien van haar familie nog buiten, maar de intensivering van de sector maakt dat moeilijk. “We hebben al ons land nodig om veevoer te winnen. Beweiding, hoe gezond ook voor de dieren, betekent opbrengstverlies”, aldus de boerin.Dreiging van wolf maakt beweiding extra moeilijkEen tweede reden waarom de familie het jongvee niet meer beweidt, is de wolf. Sinds enkele jaren is die terug in Vlaanderen. Hoewel het roofdier zijn bakermat heeft in de Limburgse bossen, duikt er ook regelmatig een wolf op in de Noorderkempen. “Wij zitten vlak bij de Kalmthoutse Heide. De voorbije jaren heeft de wolf al verschillende keren landbouwdieren gedood. Dat durven wij niet aan”, aldus Eline.Dus koos ze voor tijdelijke buitengebruikstelling op de jongvee-locatie. “Hopelijk komen er tegen 2030 nog andere maatregelen op de markt”, zegt ze. Ook op de melkveehouderij-locatie wacht ze op nieuwe maatregelen. “Er zijn een beperkt aantal maatregelen beschikbaar, zoals het koeientoilet en de Lely Sphere, maar dat zijn grote investeringen. Misschien komen er op termijn betere oplossingen op de markt.”Voorlopig is wachten op nieuwe technieken het credo. Enthousiasme om andere investeringen op het bedrijf uit te voeren, heeft de boerin op dit moment niet. Het enige wat ze nu kan, is haar bedrijf optimaliseren. Het stikstofdecreet en de reductiemaatregelen zorgen nog voor veel onzekerheid. “Ik wil eerst afwachten hoe dat verder loopt, voordat we verder kijken.” Klasse 2-bedrijf is een gemeentelijke aangelegenheidMet een jongveestapel van 100 dieren is haar bedrijf in Kalmthout een klasse 2-bedrijf. “Daarmee is de vergunning een zaak van de gemeente”, zegt Gert Van Thillo. Hij is business manager van het agro-adviesbureau SBB Accountants &amp;amp; Adviseurs, dat Boden als klant heeft. Dat is een verklaring voor sommige Antwerpse veehouders die wel in aanmerking komen voor de maatregel tijdelijke buitengebruikstelling.Klasse 1-bedrijven, die door de provincie vergund worden, mogen de maatregel niet toepassen. De provincie Antwerpen is de enige van de Vlaamse provincies die de maatregel niet erkent en daarmee ingaat tegen het advies van de landbouwminister. Tijdens een zitting in de Antwerpse provincieraad uitten een aantal boeren hun ongenoegen over het Antwerpse standpunt, dat hen benadeelt ten opzichte van andere Vlaamse boeren. 21 Antwerpse klasse 1-bedrijven meldden tijdelijke buitengebruikstelling.</content>
            
            <updated>2026-04-07T09:41:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Sector pootaardappelen waarschuwt: plant geen illegaal pootgoed, verwerkers weigeren aardappelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/sector-pootaardappelen-waarschuwt-plant-geen-illegaal-pootgoed-verwerkers-weigeren-aardappelen" />
            <id>https://vilt.be/58895</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met de moeilijke aardappelmarkt op dit moment kan de verleiding groot zijn om illegaal pootgoed te gebruiken. Maar telers realiseren zich niet dat zij daarmee een groot risico nemen. Dat stelt Breeders Trust, de organisatie van Europese pootaardappelkwekers. “Verwerkers weigeren aardappelen van telers die niet kunnen bewijzen als ze legaal pootgoed hebben gebruikt”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ecd4fa89-ac7c-476e-9acc-05df2f27a8ee/full_width_aardappelen-planten-agri-vandamme.jpg</image>
                                        <content>Volgens Breeders Trust zou een Belgische aardappelverwerker partijen aardappelen geweigerd hebben omdat de teler geen geldig bewijs kon voorleggen van legaal pootgoed. Over het exacte aantal getroffen telers wil Corné van Beers, algemeen directeur van Breeders Trust, niets kwijt. Noch landbouworganisatie Boerenbond, noch het Algemeen Boerensyndicaat kunnen dit bevestigen. Bij hen zijn geen klachten binnengekomen van telers. “Telers zullen er ook niet mee te koop lopen, want die hebben onjuiste zaken gedaan”, aldus van Beers.Hij is tevreden dat verwerkers meer controleren. Enkele jaren geleden werd gesjoemeld met pootgoed, met kwaliteitsproblemen bij aardappelen tot gevolg. Of dat de aanleiding was voor verwerkers om te beginnen controleren? “Op een congres van Europatat (sectororganisatie van handel in aardappelen red.) is dit ter sprake gekomen, ik heb het gevoel dat dit het startschot was”, vertelt van Beers.Volgens hem zijn er steeds minder telers die illegaal pootgoed gebruiken. “Ik heb het gevoel dat de sector wel mee is in het gevaar ervan en met alles in orde wil zijn”, geeft hij nog mee. &quot;We zijn in 2011 gestart met het innen van royalty&#039;s voor het gebruik van pootgoed van beschermde rassen. Intussen melden zich jaarlijks zo’n 220 bedrijven aan en dat aantal blijft groeien. Dit jaar kwamen er opnieuw 50 nieuwe aanmeldingen bij.”Toch kan de verleiding groot zijn in economisch onzekere tijden. Maar Breeders Trust wijst op de ketenverantwoordelijkheid van de telers. “De hele aardappelsector heeft het op dit moment moeilijk”, klinkt het. “Maar bewustwording en naleving van het kwekersrecht zijn essentieel voor een gezonde aardappelsector. Innovatie op het gebied van veredeling is alleen mogelijk als het kwekersrecht wordt gerespecteerd. De handel in illegaal pootgoed werkt ondermijnend en dat kunnen we niet gebruiken in een tijd dat de sector economisch onder druk staat.”</content>
            
            <updated>2026-04-04T13:36:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[🎥 Bloesemwandeling bij LemBi Fruit in cruciale periode voor telers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/bloesemwandeling-bij-lembi-fruit-in-cruciale-periode-voor-telers" />
            <id>https://vilt.be/58896</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De lente is in aantocht, en dat betekent: bloesems in de boomgaard. In Ranst zet fruitbedrijf LemBi Fruit de deuren open voor een bijzondere bloesemwandeling. Bezoekers kunnen er genieten van de eerste tekenen van het nieuwe seizoen, tussen de fruitbomen in bloei. Tegelijk is dit voor de fruittelers een cruciale periode: met alle middelen proberen ze de tere bloesems te beschermen tegen de dreiging van nachtvorst. Hoewel de bloei nog niet overal op haar hoogtepunt is, lokken de zon, het landschap en de kleurrijke taferelen al heel wat nieuwsgierige bezoekers. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3f3b5674-07c5-4899-825c-80c574b92021/full_width_vilt-bloesemwandeling-lembi-fruit00-00-05-03still001.png</image>
                        
            <updated>2026-04-06T18:39:58+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ontgrassing gaat vier keer zo snel als ontbossing]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ontgrassing-gaat-vier-keer-zo-snel-als-ontbossing" />
            <id>https://vilt.be/58897</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ontbossing staat al jaren op de agenda van natuurbeschermers én de politiek. Met resultaat, want vanaf eind dit jaar moeten grote en middelgrote bedrijven in Europa voldoen aan de <a href="https://www.foodlog.nl/gespot/2024-09-27" target="_self">EUDR</a> of de 'ontbossingswet'. Naast ontbossing is ook graslandverlies geen sinecure.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="milieu" />
                        <category term="gras" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b31ef749-13d7-40d1-b12a-025aa155ab00/full_width_graslandnatuurbos.jpg</image>
                                        <content>Voor het eerst is in kaart gebracht waar, met welk doel en in welk tempo ecosystemen zoals graslanden en&amp;nbsp;wetlands&amp;nbsp;wereldwijd omgezet worden in landbouwgrond. Verlies van graslanden is een minder zichtbare, maar minstens zo dringende kwestie. Dat ontdekte een internationaal team van onderzoekers. De wereldwijde vraag naar voedsel, veevoer en biofuels doet grasland verdwijnen. Dat gaat vier keer zo snel als ontbossing.Het gaat razendsnel, dat blijkt uit een recent&amp;nbsp;onderzoek,&amp;nbsp;gepubliceerd in&amp;nbsp;Proceedings of the National Academy of Sciences&amp;nbsp;(PNAS). Een internationaal team van onderzoekers bracht de conversie in kaart van niet-bosrijke ecosystemen in landbouwgrond, aan de hand van satelliet- en statistische landbouwdata en -modellen. Ze keken wereldwijd naar de landbouwdruk op graslanden en&amp;nbsp;wetlands&amp;nbsp;(moerassen, veengebieden,&amp;nbsp;wetlands&amp;nbsp;langs rivieren, red.). Meer specifiek brachten ze in kaart welke markten verantwoordelijk zijn voor het omploegen van grasgronden om er veevoer, granen en oliehoudende zaden op te gaan telen.Het belang van graslandGrasland speelt een essentiële rol in het opslaan van koolstof. Graslanden herbergen ongeveer 20 tot 35 procent van de wereldwijde koolstofopslag, en bovendien ongeveer 33 procent van de wereldwijde biodiversiteits-hotspots. Naast het vastleggen van koolstof biedt grasland nog andere ecosysteemdiensten. Denk aan waterbeheer, bescherming tegen bodemerosie en het bieden van een habitat voor verschillende soorten flora en fauna. Het verlies van grasland heeft dus vergelijkbare gevolgen voor het milieu als ontbossing, met het risico op een verhoogde uitstoot van broeikasgassen en verlies van biodiversiteit.GraslandverliesTussen 2005 en 2020 is circa 95 miljoen hectare aan natuurlijke niet‑bosgebieden, graslanden, savannes en&amp;nbsp;wetlands&amp;nbsp;omgezet naar akkerland en intensieve weidegrond. In diezelfde periode vond naar schatting 375 miljoen hectare aan ontbossing plaats (25 miljoen hectare per jaar). In absolute cijfers is er dus meer ontbossing dan ontgrassing, maar het wereldwijde bosareaal is significant groter dan het areaal grasland. Wanneer we kijken naar de verhoudingsgewijze afname, verloor gras drie tot vier keer sneller terrein dan bos. Vooral de vraag naar vlees, granen, noten en oliehoudende zaden drijft de omzetting van grasland in landbouwgrond,&amp;nbsp;constateren&amp;nbsp;de onderzoekers. Bijna de helft van de omgezette graslanden werd gebruikt voor de uitbreiding van veeteelt door omzetting naar weidegrond voor vee. Ongeveer 27 procent ging naar akkerland voor voedselgewassen, rond de  17 procent naar akkerland voor veevoer (zoals mais en soja) en ongeveer  zes procent vooral voor gewassen voor bio‑energie.&amp;nbsp;De markt vraagtBrazilië vertegenwoordigt ongeveer 13 procent van de wereldwijde conversie van grasland en&amp;nbsp;wetlands. Gevolgd door landen als Rusland, India, China en de Verenigde Staten, die elk goed zijn voor zes procent. Grasland verdwijnt vooral in gematigde klimaten, zoals Noord-Amerika, Rusland en Australië, terwijl ontbossing veelal in tropische gebieden plaatsvindt.Ontbossing wordt vooral gedreven door de vraag naar landbouwproducten zoals palmolie, cacao, koffie en soja. Bij ontgrassing gaat het om de vraag naar veevoer (zoals soja en mais), gewassen voor bio-energie en voedselproductie. Bij grasland is het verlies nauw verweven met de vleesproductie en het intensiveren van de landbouw. Het verlies van grasland gebeurt vaak in landen die ook een grote rol spelen in de wereldhandel van deze landbouwproducten, zoals Brazilië, Argentinië, China en de VS.Ongeveer 32 procent van de veevoedergewassen die op geconverteerde graslandgebieden groeien, is voor de export bestemd. In landen als Brazilië en Argentinië ligt het exportaandeel in sommige sectoren zelfs tussen 70  en 80 procent. Dat laat zien hoe sterk de internationale marktvraag bijdraagt aan de ontgrassing.Graslanden zijn van net zo groot belang voor klimaat en biodiversiteit als bossen, maar worden vaak over het hoofd gezien in beschermingsmaatregelen. Dat komt doordat graslanden niet zo spectaculair zijn als bossen en daarom wetenschappelijk en beleidsmatig minder in de schijnwerpers staan.</content>
            
            <updated>2026-04-08T10:07:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Steden en gemeenten krijgen meer steun voor gezonde schoolmaaltijden]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/steden-en-gemeenten-krijgen-meer-steun-voor-gezonde-schoolmaaltijden" />
            <id>https://vilt.be/58898</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Lokale besturen die intekenen op het project ‘gezonde voeding op school’ zullen voortaan een lagere financiële bijdrage moeten leveren. Dat heeft Vlaams minister van Welzijn en Armoedebestrijding Caroline Gennez (Vooruit) dinsdag aangekondigd. Met die maatregel wil de minister de financiële drempel verlagen en zo meer scholen en leerlingen bereiken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeding" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/baa4494c-b23b-4fea-9230-5e862326eeff/full_width_schoolmaaltijdlunchlef-wervel.png</image>
                                        <content>Het gaat om een grondige hervorming van het project dat gezonde maaltijden aanbiedt aan leerlingen in het kleuter- en lager onderwijs. Momenteel maken zo’n 90.000 leerlingen gebruik van het aanbod, minder dan oorspronkelijk werd gehoopt.Hervorming moet bereik vergrotenVolgens Gennez bleken vooral kleinere gemeenten af te haken door de kostprijs. Daarom verhoogt Vlaanderen zijn eigen bijdrage van 97 euro naar 136 euro per kind, waardoor de lasten voor lokale besturen bijna halveren. Concreet daalt de bijdrage van steden en gemeenten van 73 euro naar 34 euro per kind. “Voor veel meer steden en gemeenten wordt het nu haalbaar om in te stappen”, zegt Gennez. “Ook de 29 lokale besturen die al deelnemen, zullen profiteren: zij kunnen met hetzelfde budget dubbel zoveel kinderen bereiken.”Gezonde voeding als basisvoorwaardeIn Vlaanderen zitten ongeveer 720.000 leerlingen in het kleuter- en basisonderwijs. “Gezonde voeding op school is geen luxe, maar een basisvoorwaarde”, benadrukt de minister. “Het draagt bij aan een betere gezondheid, betere leerprestaties en meer gelijke kansen. Bovendien leren kinderen zo gezonde eetgewoonten aan die ze hun hele leven meenemen.”Gratis schoolmaaltijden voor alle leerlingen was een belangrijk speerpunt van Vooruit tijdens de verkiezingscampagne van 2024. Dat plan bleek financieel niet haalbaar, waarna werd gekozen voor een systeem met gerichte ondersteuning via subsidies. Lokale besturen kunnen nog tot midden mei intekenen op de nieuwe projectoproep. De gezonde maaltijden starten vanaf september.</content>
            
            <updated>2026-04-07T13:46:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[China legt landbouwkoers tot 2030 vast: meer oogst uit eigen grond]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/china-legt-landbouwkoers-tot-2030-vast-meer-oogst-uit-eigen-grond" />
            <id>https://vilt.be/58899</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>China heeft een nieuw vijfjarenplan goedgekeurd dat de sociaaleconomische koers tot en met 2030 vastlegt. Voor landbouw worden de pijlen opnieuw gericht op het verhogen van de voedselonafhankelijkheid, maar deze keer met een duidelijke klemtoon op efficiëntie, innovatie en een sterkere integratie in de keten. China wil de komende jaren onder meer de commercialisering van biotechnologische veredeling en de ontwikkeling van strategische zaaizaadrassen versnellen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="wereld" />
                        <category term="handel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/85d9f420-56e5-42e2-8ae9-704adc0349fa/full_width_china-mais-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Elke vijf jaar legt de Chinese Communistische Partij vast wat de grote doelen zijn voor onder meer de economie, technologie, landbouw en de samenleving. Het nieuwste vijfjarenplan kreeg in maart groen licht op het grote Nationale Volkscongres.Volgens analisten houdt het plan vast aan de strategische koers richting technologische vooruitgang en meer zelfvoorziening. Op dit laatste lijkt China duidelijk een versnelling hoger te willen schakelen om zo min mogelijk afhankelijk te zijn van andere landen. Deze algemene koers weerspiegelt zich ook in de doelstellingen voor het toekomstige landbouw- en plattelandsbeleid. “De traditionele nadruk op voedselzekerheid via een hogere binnenlandse productie blijft er de hoogste prioriteit. Maar de focus is verschoven van kwantiteit naar meer efficiëntie en kwaliteit”, rapporteert het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA FAS). “China benadrukt de inzet van ‘nieuwe productiekrachten’ zoals artificiële intelligentie en robotica. Het land wil de landbouw uitbouwen tot een gemoderniseerde grootschalige sector, gedragen door nieuwe technologieën.”Daarnaast wordt de noodzaak om importbronnen te diversifiëren herhaald en het belang onderstreept van een beter evenwicht tussen import en de bescherming van de binnenlandse productie. China wil het tempo en de invoervolumes actiever sturen om de voedselzekerheid te garanderen, maar ook om de binnenlandse sector te beschermen. Parallel wordt ingezet op de uitbouw van internationaal competitieve landbouwbedrijven om sterker door te wegen in de mondiale waardeketens. Productie opschalen met nieuwe wijzenHet vijfjarenplan verhoogt de productiedoelstelling van 650 miljoen ton graan naar 700 miljoen ton. De Chinese provincies zullen de opbrengst per hectare moeten verhogen door meer productie te hebben op kwalitatieve landbouwgrond, beter zaaizaad en geavanceerdere machines. “Opvallend is dat het plan ook inzet op een optimalisatie van teeltplannen en op rassen waarvoor de markt bereid is meer te betalen”, aldus USDA FAS. &amp;nbsp;“De agrobedrijven worden ook aangemoedigd om de verwerkingscapaciteit voor granen verder uit te bouwen.”Voor oliehoudende gewassen is de specifieke vraag om de productiecapaciteit van soja te verhogen, samen met een uitbreiding van de teelt van koolzaad, pinda’s en theezaad.Meer productie op landbouwgrond van hoge kwaliteit wil men realiseren door gronden van lagere kwaliteit te ruilen voor beter geschikte percelen. Tegelijk moet er een renovatie van de irrigatiesystemen komen om de percelen en landbouwers te ondersteunen. Ook zouden nieuwe initiatieven gestart worden om zoute, alkalische en verzuurde gronden beter in te zetten voor de landbouwsector. Het land wil voor zijn landbouwdoelstelling niet meer extra landbouwgrond aansnijden als vastgelegd in eerdere plannen. “Het document scherpt de toon aan rond de handhaving van de ‘rode lijn’ van 120 miljoen hectare bouwland, met strengere sancties voor illegaal grondgebruik en een hardere aanpak van vernietiging van landbouwgrond”, aldus het Amerikaanse ministerie van Landbouw. Modernisering van het landbouwsysteemWaar vroegere plannen voornamelijk de nadruk legden op industriële ontwikkeling op het platteland en de uitbouw van nicheactiviteiten, wordt nu voor de eerste keer gesteld dat de landbouwsector een modern gezicht moet krijgen. De focus ligt onder meer op het versnellen van de ontwikkeling van strategische zaaizaadrassen en het commercialiseren van biotechnologische veredeling, aangevuld met een verdere uitrol van drones, robotica en AI-toepassingen in de landbouw.Daarnaast ziet China de landbouwsector niet meer als een op zichzelf staande primaire sector. Er moet de volgende jaren een diepere ketenintegratie komen met betere verwerking, opslag en gekoelde logistiek. Ook moet er meer waarde gecreëerd worden met verbeterde rassen, gestandaardiseerde productie en merkontwikkeling. Landelijke inventarisVolgens de Nederlandse agronieuwswebsite Nieuwe Oogst zou China dit jaar ook beginnen aan een grootschalig project om landbouw en klimaat in kaart te brengen. De landelijke inventaris moet inzicht geven in welke gewassen het best passen per regio en waar de risico&#039;s het kleinst zijn. Zo zullen boeren en bedrijven gerichter kunnen produceren en beter inspelen op klimaatverandering.Deze hernieuwde en versterkte focus op de optimalisatie van de eigen productie moet de importbehoefte van China drukken, die vandaag tot de grootste importeurs van landbouwproducten behoort. Dat kan gevolgen hebben voor de wereldmarktprijzen en de exportkansen van Europese landbouwers.</content>
            
            <updated>2026-04-07T18:02:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Versheid als strijdtoneel: woedt er een ‘versoorlog’ tussen supermarkten?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/versheid-als-strijdtoneel-woedt-er-een-versoorlog-tussen-supermarkten" />
            <id>https://vilt.be/58900</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Wie de promofolders van supermarkten doorbladert, kan er moeilijk naast kijken: vers, verser, verst. Van “verse asperges 1+1 gratis” tot “dagvers aan de laagste prijs” en “smakelijke promo’s uit de versmarkt”. Groenten en fruit worden haast letterlijk naar de consument gesmeten. Dat is geen toeval. Achter die nadruk op versheid schuilt een duidelijke strategie, en volgens experts zelfs een groeiende concurrentiestrijd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="marketing" />
                        <category term="consument" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c39ae9b7-9c57-47da-a8cc-15cedd103125/full_width_supermarkt-shop-1024.jpg</image>
                                        <content>Volgens supermarktexpert Els Breugelmans (KU Leuven) is de focus op verse producten geen tijdelijke marketinggimmick, maar een structurele evolutie. “Supermarkten voelen dat ze zich steeds meer moeten onderscheiden, en versheid is een van de weinige domeinen waarin dat nog echt kan,” vertelt ze in een interview met Het Laatste Nieuws. &quot;Waar prijs en assortiment vaak vergelijkbaar zijn, biedt versheid een unieke kans om zich te profileren. Het benadrukken van lokale producten en samenwerkingen met boeren uit de buurt spelen daarin een belangrijke rol.&quot;ConcurrentiestrijdDie strategie is niet zonder reden. Enerzijds voelen traditionele supermarkten de druk van onlinespelers zoals Bol en Amazon, die vooral inzetten op voorverpakte producten. Deze concurrentie dwingt supermarkten zich te onderscheiden door in te zetten op verse producten. Anderzijds verandert ook de consument. &quot;Gezondheid, duurzaamheid en bewust eten zijn de voorbije jaren steeds belangrijker geworden. Supermarkten spelen daarop in door hun aanbod en communicatie aan te passen&quot;, klinkt het.Vers als lokaasVersproducten blijken bovendien een krachtig lokmiddel. Onderzoek toont aan dat klanten die voor verse voeding een winkel binnenstappen, vaak ook de rest van hun boodschappen daar doen. Met andere woorden: wie klanten overtuigt met kwaliteit en versheid, wint vaak de volledige winkelkar.Dat vertaalt zich ook in de inrichting van winkels. Groenten en fruit krijgen steeds meer ruimte en worden meestal prominent aan de ingang geplaatst. Die visuele strategie is geen toeval: een aantrekkelijke, kleurrijke versafdeling straalt gezondheid en kwaliteit uit, en zet meteen de toon voor de rest van de winkelervaring. &quot;Het creëert een positief gevoel bij de klant, nog vóór die één product in zijn mandje heeft gelegd&quot;, klinkt het.Hoge margesToch is versheid geen evident terrein. &quot;Het vraagt specifieke expertise, logistiek en kwaliteitscontrole, en is moeilijker te standaardiseren dan droge voeding&quot;, aldus Breugelmans. &quot;Net daarom biedt het kansen, vooral voor zelfstandige uitbaters die zich kunnen onderscheiden met een sterk lokaal en kwalitatief aanbod. Bovendien liggen de marges op verse producten vaak hoger, wat het voor supermarkten extra interessant maakt om hierop in te zetten.&quot;Alles wijst er dus op dat de strijd om versheid nog maar net begonnen is. In een markt waar prijsconcurrentie steeds scherper wordt en onlinespelers terrein winnen, lijkt ultravers de nieuwe frontlinie.</content>
            
            <updated>2026-04-07T17:03:12+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Stikstofuitstoot van veehouderij daalt verder: 12 procent minder dan in 2015]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stikstofuitstoot-van-veehouderij-daalt-verder-tot-12-procent-maar-inspanningen-blijven-nodig" />
            <id>https://vilt.be/58901</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De stikstofemissies en -deposities blijven verder dalen in Vlaanderen. Dat blijkt uit het tweede Voortgangsrapport PAS dat Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v) zonet heeft bekendgemaakt. Tussen 2015 en 2023 is de uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak respectievelijk met 39 procent en 12 procent afgenomen. In de veehouderij evolueert de varkenssector in de goede richting om de vooropgestelde doelstelling te halen. De vleesveesector heeft zijn reductiedoelstelling al behaald.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e7721cfb-fa8a-4b88-b6e1-7977814a76b9/full_width_ruwvoedermelkvee-hooibeekhoeve.jpg</image>
                                        <content>Het lijvige document bevat heel wat gegevens over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in Vlaanderen. Het is het tweede document waarmee de evolutie van de stikstofuitstoot en -neerslag in Vlaanderen in kaart wordt gebracht. Het vorige rapport dateert van vorig jaar. Toen werd de evolutie tussen 2015 en 2022 in kaart gebracht, nu worden ook de cijfers van 2023 mee in rekening gebracht. Dat betekent dus dat het gaat over de periode voor de effectieve inwerkingtreding van het stikstofdecreet in februari 2024. Daarnaast beschrijft het rapport ook de voortgang van het PAS-programma en de maatregelen die in het stikstofdecreet staan. Hier gaat het over de periode februari 2024 tot eind januari 2026. StikstofemissieUit die analyse blijkt dat de uitstoot van stikstofoxiden tussen 2015 en 2023 gedaald is met 39 procent. De uitstoot van ammoniak nam in diezelfde periode af met 12 procent. Dat betekent dat de af te leggen weg voor ammoniak, die voornamelijk uit de veehouderij komt, nog groter is dan voor stikstofoxiden, die voornamelijk door industrie, energie en transport worden uitgestoten. Een vergelijking met het eerste voortgangsrapport leert ons dat er nog een verdere reductie is gerealiseerd, want tussen 2015 en 2022 bedroeg de reductie nog 35 procent voor stikstofoxiden en 9 procent voor ammoniak.Evoluties in de veehouderijLandbouw, en dan vooral de veehouderij, is voor 96 procent verantwoordelijk voor de uitstoot van ammoniak in Vlaanderen. Daarnaast stoot de sector ook stikstofoxiden uit, maar dat is beperkt. Het gaat onder meer om uitstoot door landbouwvoertuigen of de verwarming van serres. Als we naar de verschillende veehouderijsectoren kijken, dan zien we dat de ammoniakuitstoot door varkens al met 32 procent gedaald is. Daarmee evolueert het richting de decretale doelstelling van – 60 procent in 2030. De gerealiseerde daling is niet alleen het gevolg van technische maatregelen, maar vooral ook door een sterke daling in dierenaantallen (-20%). Die zet zich al vier jaar op rij door. Met een aandeel van bijna 26 procent heeft de varkenshouderij het grootste aandeel van alle veehouderijsectoren in de totale landbouwuitstoot.In de pluimveesector, dat eenzelfde doelstelling moet realiseren, is de ammoniakemissie de laatste jaren stabiel gebleven. Dat is vooral het gevolg van een combinatie van ammoniakreducerende maatregelen met een groei in de pluimveestapel. Die doet voor een stuk het effect van emissiereducerende staltechnieken teniet. Ook voor de rundveesector is er nauwelijks een daling vast te stellen tussen 2015 en 2023. De vleesveesector scoort wel goed. Die heeft een daling van de uitstoot met 21 procent gerealiseerd. Daarmee is de doelstelling van 15 procent al ruimschoots behaald. Dat staat in contrast met de melkveehouderij. Die zag de uitstoot stijgen met 16 procent. Ook de sector van mestkalveren stoot meer uit dan in 2015. Het gaat om een stijging van vijf procent. Dat betekent dat de daling van de ammoniakuitstoot bij vleesvee dus voor een stuk teniet wordt gedaan door de andere rundveecategorieën.Evolutie in de transportsectorAls we naar stikstofoxiden kijken, dan gaat het vooral over uitstoot door de transportsector, de industrie en de energiesector. Vooral de transportsector kan een goed rapport voorleggen. Tussen 2015 en 2023 daalde de uitstoot er met 61 procent. Toch lijkt de doelstelling die is opgelegd voor het wegverkeer nog niet echt haalbaar. Volgens het Voortgangsrapport is de vergroening van het wagenpark al goed gevorderd, maar toch rijden er nog steeds een groot aantal benzine- en dieselwagens rond. Bovendien neemt ook het aantal voertuigkilometers niet af.De uitstoot van de scheepvaart daalde met 32 procent, maar toch blijft de sector een grote bron van stikstofoxiden. Ook de luchtvaart zag geen daling van de uitstoot, al moet wel opgemerkt worden dat voor deze sector enkel de uitstoot tot 3.000 voet in rekening wordt gebracht.Evolutie in industrie en energiesectorDe uitstoot van stikstofoxiden door de industrie en energiesector is tussen 2015 en 2023 gedaald met 24 procent. De daling in de energiesector (-45%) is daarbij groter dan die van de industrie (-17%). Die laatste is verantwoordelijk voor ruim een vijfde (22%) van de totale Vlaamse uitstoot van stikstofoxiden. Vooral de (petro)chemische industrie en de ijzer- en staalindustrie zijn grote uitstoters. StikstofdepositieNaast stikstofuitstoot is ook stikstofneerslag of stikstofdepositie een belangrijke graadmeter. Volgens het Voortgangsrapport daalde de totale stikstofneerslag op stikstofgevoelige habitats binnen speciale beschermingszones in Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H’s) gemiddeld van 21,5 naar 17 kilo stikstof per hectare per jaar. Dat is een daling van 21 procent. Voor ammoniak is er nog een extra inspanning nodig, zo staat in het rapport. Want als de huidige depositietrend (2015-2023) aanhoudt, dan zal de ammoniakdepositie nog steeds boven de beoogde depositiewaarde liggen. Voor stikstofoxiden is er wel al sprake van een dalende depositietrend.Ruimtelijke variatieEr is ook ruimtelijke variatie in de stikstofneerslag. Zo zijn er lokaal hoge stikstofdeposities vast te stellen in het centrum van West-Vlaanderen, het noorden van Antwerpen en in het noordoosten van Limburg. Deze regio’s komen overeen met plaatsen waar het dierenaantal pluimvee, varkens en ook runderen per hectare tot de hoogste in Vlaanderen behoren, aldus het rapport. Kritische depositiewaardeDe kritische depositiewaarde (KDW) wordt in 2023 op 35 procent van de stikstofgevoelige habitatoppervlakte in SBZ-H’s niet langer overschreden. Dat betekent dat op 65 procent van de habitatoppervlakte er nog steeds een overschrijding is. In ongeveer vijf procent is er sprake van een dubbele overschrijding van de KDW. Al is er wel een evolutie merkbaar: voor zes op de tien stikstofgevoelige habitattypen is de overschrijding van de KDW tegenover 2015 al gehalveerd in 2023.Niet alleen binnenlandse bronnen bepalen de stikstofdepositie. Ook vanuit het buitenland komt er stikstof ons land binnengewaaid. Toch concludeert het rapport dat de Vlaamse depositie gemiddeld genomen minder gunstig evolueerde dan de niet-Vlaamse. Daarnaast wordt er ook op gewezen dat er voor ammoniak een versnelling nodig is. De depositiekaart als gevolg van de Vlaamse uitstoot van ammoniak kleurt roder dan de kaart die de totale depositie, inclusief niet-Vlaamse emissiebronnen, toont.&amp;nbsp;Het Voortgangsrapport PAS bevat nog een hele reeks interessante informatie. De komende dagen bespreken we onder meer het flankerend beleid, de verleende vergunningen, de tussentijdse reductie voor rundveebedrijven, de evolutie van het natuurherstel en de voortgang in de maatwerkgebieden.</content>
            
            <updated>2026-04-07T18:24:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gezamenlijke grondstofverklaring maakt uitstorten van aardappelen op akkers mogelijk]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gezamenlijke-grondstofverklaring-maakt-uitstorten-van-aardappelen-op-akkers-mogelijk" />
            <id>https://vilt.be/58902</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Telers die hun overtollige aardappelen nergens meer kwijt kunnen, hebben nu de mogelijkheid om via een grondstofverklaring hun aardappelen op hun akkers uit te storten. Ze kunnen zich registreren via de website van Boerenbond, die de verklaring voor alle Vlaamse telers verkreeg. Veel telers zullen er naar verwachting gebruik van maken, want de loodsen blijven vol. Intussen is ook de prijs op de Belgische vrije markt officieel naar nul euro gezakt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="akkerbouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/631d3748-4729-47cf-a1d6-f7524c56739e/full_width_aardappelen-loods-markt-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Wie genoodzaakt is om de overtollige aardappelvoorraad opnieuw naar de akkers te brengen, moet daarvoor een grondstofverklaring zien te regelen. Normaal moeten landbouwers dit individueel afhandelen, maar dit vraagt veel administratieve en wetenschappelijke onderbouwing. Landbouworganisatie Boerenbond regelde daarom met de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en de Mestbank een grondstoffenverklaring op sectorniveau. Zo kunnen alle telers, ook niet-Boerenbondleden, nu laagdrempelig online de verklaring ondertekenen. Verwerking onder voorwaardenBoerenbond benadrukt dat telers eerst andere afzetmogelijkheden moeten zoeken voordat ze aardappelen uitstorten. “Gebruikers van de grondstofverklaring moeten kunnen aantonen dat ze voldoende inspanningen hebben geleverd om de overschotten te valoriseren in voeding, veevoeder of het vergistingscircuit”, staat te lezen in de voorwaarden.De verwerking van de overschotten op de akkers mag ook in geen geval leiden tot een overschrijding van het nitraatrisidu in het najaar. Elke teler moet het Mestdecreet nakomen. Opslag mag niet voor hinder zorgenDe overschotten kunnen worden ondergewerkt op twee momenten: voor de inzaai van de voorjaarsteelt, of op de graanstoppels na de zomeroogst. Om overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen te vermijden, moet bij het aanbrengen op de akker de kiemkracht van de aardappelen worden gereduceerd door mechanische verkleining en onderploegen. &amp;nbsp;Wanneer opslag buiten de bewaarloods noodzakelijk is, moet dit gebeuren op het perceel waar het gebruik is voorzien of op een aangrenzend perceel. Als de opslag langer zou duren dan zeven dagen, moet de hoop worden afgedekt met een luchtdoorlatend en waterdicht zeil. &amp;nbsp;Boerenbond benadrukt dat langdurige opslag op de akker aanleiding kan geven tot verhoogde fytosanitaire risico’s en hinder voor de omgeving. “Het moet daarom zoveel mogelijk worden beperkt”, klinkt het. Wanneer er hinder voor de omgeving zou vastgesteld worden, zoals ongedierte, sapverliezen of geurhinder, moet de teler onmiddellijk gepaste maatregelen nemen. De wereldwijde vraag blijft groeien, en een groot deel van die aardappelen zal uit ons kroonland blijven komen Aardappelprijs vrije markt verder gezakt naar nul euroDrie weken lang noteerde Belgapom geen vrijemarktprijs omdat de markttransacties volledig stil lagen. Verwerkers en handelaars hebben ruim voldoende aan hun gecontracteerde aardappelen en kopen niets meer op de vrije markt. Sommige halen de aardappelen zelfs niet langer op, ook al hebben ze die betaald aan de teler. Vorige vrijdag viel de prijs uiteindelijk officieel terug naar nul euro voor Fontane en Challenger, na een transactie met verwaarloosbare volumes. In een vlogpost stelde Christophe Vermeulen, CEO van Belgapom, dat de aardappelsector vandaag verder evolueert naar een volledig dekkende contractteelt, nu ook de termijnmarkt in Leipzig definitief sluit.Maar de malaise op de vrije markt is volgens hem geenszins een teken dat de aardappelsector voorgoed begraven mag worden in Vlaanderen. “De huidige heroriëntatie is nodig, en ook niet helemaal onverwacht na een decennia van groei”, werpt hij een blik op de situatie. “Op korte termijn moet de kostenstructuur op orde komen, maar we hebben een robuuste en flexibele industrie met een topproduct dat niet zomaar zal verdwijnen. Het herwinnen van vertrouwen en van de markt gaat traag, maar wereldwijd blijft de vraag naar frieten groeien met zes procent. Om aan deze vraag te voldoen zal een groot aandeel blijven komen uit ons kroonland.”</content>
            
            <updated>2026-04-07T20:17:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Natuurpunt en Gentse landbouwers slaan handen in elkaar voor akkervogelbrood]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/natuurpunt-en-gentse-landbouwers-slaan-handen-in-elkaar-voor-akkervogelbrood" />
            <id>https://vilt.be/58903</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Samen met lokale landbouwers wil de Gentse afdeling van Natuurpunt het akkervogelbrood in de markt zetten. Zowel in natuur- als landbouwgebied zal biologisch graan worden geteeld, waarna een lokale bakker er brood van bakt. Tien procent van de oogst blijft staan op het veld als voedsel voor de akkervogels. “Voor het deel dat blijft staan, vergoeden we de landbouwer”, zegt Natuurpunt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="Natuurpunt" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="akkervogel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/a547d5d0-5d4b-4db3-bac3-5538db372848/full_width_akkervogelgrauwegors-freekverdonckt.jpg</image>
                                        <content>In het natuurgebied Bourgoyen-Ossemeersen, vlakbij het centrum van Gent, wil Natuurpunt graan gaan telen. “Het is de bedoeling dat dit gebeurt op enkele hoger gelegen gronden. Ook op andere gronden in ons natuurgebied de Assels en op landbouwgronden van bioboerderij Goedinge in Afsnee willen we inzetten op natuurinclusieve graanteelt”, aldus Natuurpunt Regio Gent.Er wordt bewust gekozen voor biologische graanteelt. “In de natuurgebieden gebruiken we geen pesticiden en zelfs geen meststoffen. We gebruiken groenbemesters die natuurlijke voedingsstoffen aanleveren. Bovendien gaan we werken met graanrassen die goed groeien op armere gronden”, klinkt het. Lokale landbouwers, zoals Maarten Cools van bioboerderij Goedinge, worden ingeschakeld voor deze natuurinclusieve graanteelt.Een lokale molenaar zal het graan malen, daarna gaat een Gentse bakkerij ermee aan de slag om brood te bakken. De eerste broden worden verwacht in het najaar van 2027.Maar niet alle graan kent als eindproduct brood. &quot;We laten tien procent van de oogst op het veld staan. Daar kunnen akkervogels zich in de winter aan tegoed doen. Wat niet geoogst wordt, vergoeden we aan de landbouwer. De broden zullen daarom ietsje duurder zijn dan vergelijkbare broden”, is te horen bij Natuurpunt. Niet alleen de akkervogels moeten daar voordeel van plukken, Natuurpunt hoopt ook dat er interessante akkerkruiden en insecten zullen opduiken op de graanpercelen.De natuurorganisatie heeft verschillende partners enthousiast kunnen maken voor het project. Onder meer Stad Gent, ILVO, de IJzerkotmolen, bakkerij Morgen en lokale landbouwers zullen zich engageren. “In onze natuurgebieden werken we voor het graslandbeheer al langer goed samen met landbouwers, voor het beheer van onze akkers zijn we dat minder gewoon”, aldus Natuurpunt. Voor dit project ontvangt het een startsubsidie van het Agentschap Natuur en Bos in het kader van de ‘Win-winoproep natuur en landbouw’.</content>
            
            <updated>2026-04-07T19:48:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gezocht: melkveebedrijf met dichte vloer]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gezocht-melkveebedrijf-met-dichte-vloer" />
            <id>https://vilt.be/58904</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ooit al gehoord van het SMILE-project? Dat is een samenwerking tussen ILVO, de Hooibeekhoeve in Geel en VITO. Het project onderzoekt of een melkveestal minder uitstoot veroorzaakt wanneer daar een dichte vloer in plaats van een traditionele roostervloer ligt, met als doel dit als een nieuwe ammoniak- en methaan-reducerende maatregel te laten erkennen in Vlaanderen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="klimaat" />
                        <category term="stikstof" />
                        <category term="methaan" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bbb9a983-1541-4e18-825c-68003b61927d/full_width_melkveebedrijflandbouwer-colruytgroup.jpg</image>
                                        <content>Om dit onderzoek uit te kunnen voeren, is er momenteel een zoektocht bezig naar geschikte meetlocaties in België of Nederland. Concreet gaat het om melkveehouders die een melkveestal met dichte vloer ter beschikking willen stellen. Emissies uit zowel de stal met dichte vloer als de externe mestopslag, als die al aanwezig is, worden dan gemeten.Meedoen is kosteloos en de deelnemers blijven anoniem. Wat kan de deelnemers motiveren? SMILE belooft een stap richting een techniek voor emissiereductie. En er kan inzicht komen in de emissies van het eigen bedrijf. De meetcampagne omvat het bemeten van de stal en externe opslag. Ook het verzamelen van de diergegevens komt aan bod. De metingen duren een jaar en hebben geen invloed op bedrijfsactiviteiten.Wie vragen of interesse heeft, kan contact opnemen met Quinten Peeters van ILVO: quinten.peeters@ilvo.vlaanderen.be. Alle gegevens worden vertrouwelijk behandeld.</content>
            
            <updated>2026-04-08T14:34:18+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen vraagt inspanning tegen exoten met campagne “Deze Soort Verstoort”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-vraagt-gezamenlijke-inspanning-tegen-exoten-met-campagne-deze-soort-verstoort" />
            <id>https://vilt.be/58905</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen lanceert een nieuwe campagne tegen invasieve uitheemse soorten. “Deze soort verstoort” moet niet alleen de impact zichtbaar maken, maar ook tonen welke rol iedereen kan spelen om hun verspreiding tegen te gaan.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="invasieve exoten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5d59a00a-34a4-4e3e-8e25-bb0ec45afc66/full_width_doornappel-grote-plant-inagro.JPG</image>
                                        <content>Van verstekelingen in auto’s tot souvenirs in reiskoffers, van achtergelaten groenafval tot het inrichten van de vijver: soms kan de kleinste, alledaagse handeling grote gevolgen hebben voor de natuur. De campagne maakt deze boodschap visueel tastbaar. Affiches en digitale visuals tonen hoe invasieve soorten letterlijk het beeld overnemen en zo ecosystemen verdringen. Die overwoekering staat symbool voor wat er in realiteit gebeurt. Tegelijk benadrukt de campagne dat er oplossingen bestaan. Van bewuste keuzes in tuin en vijver tot het reinigen van je uitrusting na watersporten: iedereen kan zijn steentje bijdragen. De campagne is een initiatief van de federale overheid en de drie gewesten en wordt uitgerold in de drie landstalen.Niet alle uitheemse soorten worden per definitie invasief. Maar sommige soorten, zoals bijvoorbeeld de Aziatische hoornaar, hebben een grote impact op onze natuur. Meestal hebben ze geen natuurlijke vijanden en nemen ze voedsel en ruimte van andere inheemse soorten. In het geval van de hoornaar eten ze rechtstreeks andere soorten op. Andere soorten brengen ziektes mee waar lokale soorten niet tegen bestand zijn. Ook planten kunnen invasief zijn. Denk bijvoorbeeld aan waterplanten die waterlopen overwoekeren of soorten die het zuurstofgehalte in het water verlagen. Het gevolg is dat ecosystemen uit balans raken en soorten verdwijnen. Wereldwijd behoren invasieve uitheemse soorten dan ook tot de belangrijkste oorzaken van biodiversiteitsverlies.meer info op dezesoortenverstoren.be.</content>
            
            <updated>2026-04-08T11:14:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ammoniakuitstoot door het uitrijden van mest voor het eerst gedaald]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ammoniakuitstoot-door-het-uitrijden-van-mest-voor-het-eerst-gedaald" />
            <id>https://vilt.be/58906</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Ruim een derde van alle ammoniakuitstoot door de landbouw komt van emissies buiten de stal. Binnen deze categorie is het uitrijden van mest verantwoordelijk voor ongeveer twee derde van de totale uitstoot. Tussen 2022 en 2023 werd er voor het eerst een daling vastgesteld van deze uitstoot, van zo’n acht procent. De uitstoot door kunstmest steeg dan weer met een kwart. Dat blijkt uit het tweede Voortgangsrapport PAS.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/dc966494-eaa2-425a-876d-a188cf98e2c7/full_width_mestinjectie-vlm.jpg</image>
                                        <content>In dat rapport wordt de evolutie van de stikstofuitstoot en -neerslag in Vlaanderen in kaart gebracht. Het is de tweede keer dat dit gebeurt, het vorige rapport dateert van vorig jaar. Toen werd de evolutie tussen 2015 en 2022 in kaart gebracht, nu worden ook de cijfers van 2023 mee in rekening genomen. Dat betekent dus dat het gaat over de periode voor de effectieve inwerkingtreding van het stikstofdecreet in februari 2024.In 2023 werd 37,5 procent van de ammoniakemissies uit de landbouw buiten de stal geproduceerd. Concreet gaat het dan om het uitrijden van dierlijke mest, beweiding, toediening van kunstmest en het verwerken van mest. In het stikstofdecreet staan geen specifieke reductiedoelstellingen voor deze categorieën, enkel voor mestverwerking. Ze worden vooral geregeld via het Vlaams mestbeleid. Ook het luchtkwaliteitsbeleid speelt een rol in de regulering van ammoniakemissies buiten de stal. Zo legt onder meer het luchtbeleidsplan 2030 voorwaarden vast voor emissiearme aanwending van dierlijke mest en andere meststoffen. Uitrijden van dierlijke mestRuim 65 procent van de ammoniakuitstoot van buiten de stallen komt van het uitrijden van mest. Tot 2022 steeg die uitstoot nagenoeg elk jaar, maar in 2023 is voor het eerst een daling van acht procent vastgesteld. Daarmee wordt terug het niveau van referentiejaar 2025 benaderd. De verklaring voor die daling moet volgens het Voortgangsrapport gezocht worden in een daling van de dierlijke mestproductie en een vermindering van het aantal varkens in 2023. Maar ook het wegvallen van derogatie en het natte najaar spelen een rol. Natte weersomstandigheden hebben het uitrijden van mest bemoeilijkt, waardoor er dat jaar meer mest opgeslagen of verwerkt is. BeweidingOok de beweiding is afgenomen. Dat heeft ervoor gezorgd dat de jaarlijkse uitstoot door dieren in de wei met gemiddeld 50 ton stikstof is gedaald. In 2023 is er op deze manier 21 procent minder ammoniak vrijgekomen in vergelijking met referentiejaar 2015. Dit komt omdat runderen steeds minder buiten grazen. Schommelingen in de kwaliteit van het grasrantsoen en gebrek aan voldoende weides in de buurt van het bedrijf zijn redenen waarom koeien langer op stal worden gehouden. Deze tendens weerspiegelt zich ook in de toename van het areaal intensief gemaaid grasland.MestverwerkingKijken we naar de uitstoot door mestverwerking, dan zien we dat die tussen 2015 en 2023 is gedaald met 28,5 procent. Er zijn wel schommelingen tussen de jaren. De laatste drie jaren werd aanzienlijk minder mest verwerkt en geëxporteerd. Opnieuw is de kleinere varkensstapel de belangrijkste oorzaak.KunstmestgebruikMinder goed nieuws is er over de ammoniakuitstoot door kunstmestgebruik. In vergelijking met 2022 is die in 2023 met 24,5 procent gestegen. Toch is er in vergelijking met het referentiejaar 2015 wel een significante daling van de uitstoot uit kunstmest waar te nemen. De gemiddelde jaarlijkse daling bedraagt 56 ton stikstof. Volgens het Voortgangsrapport is de stijging tussen 2022 en 2023 het gevolg van de daling van de kunstmestprijzen. Sinds 2021 zijn landbouwers en handelaars van kunstmest verplicht om een digitaal kunstmestregister bij te houden.</content>
            
            <updated>2026-04-08T12:04:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe administratieve vereenvoudigingen voor landbouwers]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-administratieve-vereenvoudigingen-voor-landbouwers" />
            <id>https://vilt.be/58907</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;v)&nbsp;kondigt enkele nieuwe administratieve vereenvoudigingen aan. Voortaan krijgen landbouwers onder andere meer flexibiliteit via de Kennisportefeuille en minder administratieve rompslomp bij het aanvragen van agroforestry-subsidies. "We zetten vanuit Vlaanderen nog meer&nbsp;in&nbsp;op een&nbsp;klantvriendelijke en efficiënte&nbsp;dienstverlening", klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="administratieve rompslomp" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f0236ae7-c314-4dec-89d9-0a095f830ca7/full_width_dossier-mappen-documenten1.jpg</image>
                                        <content>Landbouwers die steun voor boslandbouw aanvragen, moeten niet langer standaard een eigendomsbewijs indienen. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij zal deze gegevens zoveel mogelijk zelf trachten op te halen uit bestaande overheidsbronnen. Er wordt enkel nog bijkomende informatie opgevraagd wanneer dit niet mogelijk is.Ook voor&amp;nbsp;bio-gecertificeerde&amp;nbsp;leghennenbedrijven komt er een administratieve vereenvoudiging. Zij hoeven in de toekomst geen aparte erkenningsprocedure meer te doorlopen, aangezien de overheid ze acht als erkend voor de&amp;nbsp;houderijmethode. &amp;nbsp;“Bovendien zal de overheid voortaan geen afzonderlijke bevestiging meer versturen”, klinkt het bij minister Brouns. “Bedrijven mogen ervan uitgaan dat hun erkenning in orde is. Parallel zal het Agentschap meer inzetten op een vlottere gegevensuitwisseling.” In&amp;nbsp;het kader van het AKIS-beleid (Agricultural Knowledge&amp;nbsp;and&amp;nbsp;Innovation&amp;nbsp;System) worden meerdere vereenvoudigingen doorgevoerd.&amp;nbsp;De landbouwer krijgt in de Kennisportefeuille meer flexibiliteit. De huidige termijn van zes maanden, waarin&amp;nbsp;die&amp;nbsp;advies&amp;nbsp;moet krijgen&amp;nbsp;of vorming moet&amp;nbsp;volgen, wordt&amp;nbsp;afgeschaft.&amp;nbsp;De landbouwer kan dat nu tot een jaar na zijn aanvraag doen. Ook zelfstandige helpers kunnen voortaan een gesubsidieerde vorming volgen. Dit stond ook al open voor gezinsleden die bij een landbouwer inwonen. “Zo wordt het voor hen eenvoudiger om zich continu bij te scholen en voor te bereiden op een eventuele overname van het bedrijf”, geeft Brouns mee.&amp;nbsp;Verder worden de voorwaarden rond stages&amp;nbsp;voor startende landbouwers&amp;nbsp;versoepeld. In de toekomst kan een stage volledig bij één stagebedrijf worden gevolgd, in plaats van verplicht bij&amp;nbsp;minstens&amp;nbsp;twee. Starters kunnen bovendien al met hun stage beginnen, voor ze de volledige starterscursus hebben afgerond.&amp;nbsp;Zo zijn ze niet gebonden aan bepaalde periodes om de stage te volgen,&amp;nbsp;en kunnen ze zo snel mogelijk het starterstraject afronden.&amp;nbsp;&amp;nbsp;“Met deze maatregelen zet ik samen met het Agentschap Landbouw en Zeevisserij&amp;nbsp;verder in op efficiëntere procedures, minder papierwerk en een&amp;nbsp;efficiënter gebruik&amp;nbsp;van beschikbare&amp;nbsp;overheidsgegevens”, aldus minister Brouns. “Zo willen we&amp;nbsp;landbouwers meer ruimte geven om zich te focussen op hun&amp;nbsp;bedrijfsvoering.”</content>
            
            <updated>2026-04-08T15:12:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[100 euro extra kosten per hectare door hogere brandstofprijs]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/100-euro-extra-kosten-per-hectare-door-hogere-brandstofprijs" />
            <id>https://vilt.be/58908</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De stijging van de brandstofprijs als gevolg van de oorlog in Iran komt op een ongelegen moment. Juist nu de boeren hun land opgaan voor de voorjaarswerken, is de dieselprijs in enkele weken verdubbeld. “Dat betekent al gauw een stijging van de kostprijs met 100 euro per hectare”, vertelt een akkerbouwer die 800 hectare bewerkt. De sector hoopt vurig op een daling van de dieselprijzen nu veel sectoren ook nog eens slecht renderen. Door het staakt-het-vuren in het Midden-Oosten dient een voorzichtige eerste prijsdaling zich aan.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tractor" />
                        <category term="loonwerk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fb5dcf99-3fe0-4bf3-9f70-540ff5083102/full_width_akkerbouw-ploeg-tractor-veld.jpg</image>
                                        <content>De brandstofprijzen aan de pomp gaan sinds de oorlog in Iran door het dak. De dieselprijs bereikte eerder deze week een recordniveau van 2,489 euro. Voor benzine 95 (E10) steeg de maximumprijs met 4,4 eurocent tot 1,945 euro per liter. Dat is het hoogste niveau sinds november 2022.Niet alleen de automobilist wordt in de portemonnee geraakt, ook de boer is het slachtoffer. De (maximum)prijs van rode diesel steeg op vier weken tijd van 83 eurocent per liter naar 1,60 euro en bereikt daardoor een recordprijs. Allemaal het gevolg van de oorlog in Iran en de blokkade van de Straat van Hormuz, de strategische zeestraat in het Midden-Oosten waar 20 procent van de mondiale olie doorheen gaat.Akkerbouwer Jean-Pierre Van Puymbrouck uit het Waals-Brabantse Walhain schat dat de duurdere dieselprijs de kostprijs per hectare met 100 euro doet stijgen. “En dan hebben we het nog niet eens over de duurdere meststoffen en fytoproducten”, vertelt de akkerbouwer.Bij de start van de voorjaarswerken kan Van Puymbrouck de prijsstijging missen als kiespijn. Met 800 hectare behoort hij tot de grootste akkerbouwers van België. “In het voorjaar gebruiken we toch al gauw 1.000 liter op een dag”, vertelt de boer, die voorlopig nog uit oude voorraden tapt. Hij heeft een opslagcapaciteit van 30.000 liter op zijn bedrijf. Guido Willemse, akkerbouwer-melkveehouder uit Weelde, heeft een opslagtank van 13.000 liter. “Drie dagen na de oorlog hebben we deze gevuld, toen de prijsstijging nog beperkt was”, vertelt de Kempenaar. Met deze dieselvoorraad kan de akkerbouwer, die zo’n 400 hectare bewerkt, een kleine maand toekomen.Na hamsteractie kijken boeren nu kat uit de boomZoals Willemse hebben meer boeren gehandeld. “Kort na de uitbraak van de oorlog zagen onze leden een piek in bestellingen van boeren die rekening hielden met een stijging van de dieselprijzen”, vertelt Johan Mattart van de Belgische Federatie der Brandstoffenhandelaars (BRAFCO). Nadien werd het juist stil onder de landbouwers. “Als men de diesel niet direct nodig heeft, wacht men af tot de prijs daalt”, vervolgt Mattart. Mattart is hoopvol dat de prijs de komende weken zal dalen. “Nadat er woensdagnacht een staakt-het-vuren is afgekondigd, zien we dat de olieprijs daalt. Dat vertaalt zich al naar een daling van de rode dieselprijs tegen donderdag met zes procent. Hopelijk zet deze daling verder door.”Grootste dieselkosten bij beregening in zomerDat hoopt ook Guido Willemse. De Kempenaar maakt zich nog meer zorgen over de zomer. “Als het een droge zomer wordt en we moeten beregenen, dan wegen de hogere brandstofkosten nog verder door.” De akkerbouwer heeft acht beregeningsinstallaties (dieselgeneratoren). &quot;Als deze draaien en we ook nog veldwerk verrichten, dan ligt het gebruik op 10.000 liter per week.&quot; Als de beregeningsinstallaties draaien en we ook nog veldwerk verrichten, dan ligt het gebruik op zo&#039;n 10.000 liter diesel per week. De duurdere dieselprijzen komen niet alleen op een ongelukkig moment in het seizoen, ook de conjunctuur in de akkerbouw maakt de timing zeer onfortuinlijk. “De contractprijzen voor aardappelen en industriegroenten liggen twintig procent lager dan in voorgaande jaren”, vertelt Willemse.In de eerste week heeft hij een deel van zijn uienpercelen ingezaaid. Volgende week start hij met de aardappelen, waarbij hij 100 hectare op contract teelt. De akkerbouwer was vorig jaar te laat met het tekenen van een aardappelcontract en teelde 150 hectare aardappelen voor de vrije markt. 5.000 ton van deze productie ligt nog opgeslagen in zijn loods. Dat probeert hij mondjesmaat te leveren aan melkveehouders in de buurt. Loonwerkersprijzen stijgen met tien procentDe loonwerkers worden mogelijk nog harder getroffen door de stijging van de dieselkosten. “Zo&#039;n 19 procent van de uurprijs van een tractor bestaat uit dieselkosten. Over een jaar genomen heeft een tractor een gemiddeld gebruik van 16 tot 17 liter per uur, alhoewel dat bij zware machines zoals een hakselaar kan oplopen tot 50 liter per uur”, vertelt Jan Haveneers, bestuurslid van Landbouwservice, de Belgische federatie van loonwerkers.Het tarief van een loonwerker bestaat meestal uit een tractoruurprijs van gemiddeld 85 euro per uur en een stukprijs (per hectare of kuub mest). De verdubbeling van de brandstofkosten resulteert volgens Haveneers in een stijging van de tarieven met zo’n tien procent. Landbouwservice bereidt een conceptbrief voor de leden voor. “Deze kunnen zij gebruiken om hun klanten te informeren over prijsstijgingen”, vervolgt hij.Haveneers beseft dat dit geen prettige boodschap is voor de landbouwers-klanten, van wie vele te maken hebben met de slechte conjunctuur. “Maar we kunnen niet anders. Als we de kosten niet doorberekenen, kunnen we het niet lang uithouden.”Hij heeft zelf een loonwerkersbedrijf in het Limburgse Bree, en verbruikte vorig jaar zo’n 100.000 liter. “Als je dat vermenigvuldigt met de dieselprijsstijging van zo’n 60 cent, kom je uit op een kostprijsstijging van 60.000 euro per jaar. Dat betekent 5.000 euro extra dieselkosten per maand.”</content>
            
            <updated>2026-04-08T19:01:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Supermarkten lossen beloftes niet in: pluimveehouders blijven achter met de rekening]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/supermarkten-lossen-dierenwelzijnsbeloftes-niet-in-pluimveehouders-blijven-achter-met-rekening" />
            <id>https://vilt.be/58909</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>2026 zou het jaar moeten zijn waarin supermarkten alleen nog kip verkopen volgens de dierenwelzijnsnormen van het Better Chicken Commitment (BCC). Die belofte klonk vijf jaar geleden luid, maar is intussen in alle stilte bijgesteld. “Ik voel me misleid”, getuigt een BCC-pluimveehouder. “Ik moet opnieuw overschakelen naar het gangbare circuit, maar ben intussen een vierde van mijn nutriëntenemissierechten kwijt. Deze opnieuw aankopen is onbetaalbaar.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="dierenwelzijn" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/af873b43-03fe-4c35-b64d-6c316150b249/full_width_kippen-1024.jpg</image>
                                        <content>Het Better Chicken Commitment is een internationale dierenwelzijnsstandaard voor braadkippen, gelanceerd door een dertigtal Europese ngo’s in 2017. De criteria houden onder meer in dat de kippen van een traaggroeiend ras zijn, ze 30 procent meer plaats hebben, er extra verrijking is zoals zitstokken, dat er daglicht aanwezig is in de stallen, en er geen antibiotica wordt gebruikt.Nadat enkele grote spelers in de voedingswereld, zoals Unilever, Nestlé en KFC, hun naam verbinden aan het initiatief, springen in 2021 ook alle supermarkten op de kar in België. Zowel supermarktketens Lidl, ALDI, Delhaize, Carrefour, Albert Heijn als Colruyt laten één voor één in de pers optekenen dat ze tegen 2026 enkel nog vers- en diepvrieskippenvlees zullen verkopen, dat voldoet aan de dierenwelzijnscritera van het Better Chicken Commitment. Maar onderweg stokte de omschakeling en werden de duurzaamheidsdoelstellingen ongemerkt bijgestuurd.Wat liep fout? In reacties leggen supermarkten de verantwoordelijkheid bij verschillende factoren. Maar één iets blijkt steevast terug te komen bij iedereen: “dierenwelzijn ligt ons nauw aan het hart, maar de consument wil niet mee”. Aanbod te weinig, geen eigen BCC-labelCarrefour werkt rechtstreeks samen met eigen producenten voor de BCC-kippen. Maar op dit moment zijn er volgens de supermarkt niet genoeg BCC-pluimveehouders om over te schakelen naar een heel assortiment. “Ze worden afgeschrikt door de investeringen en het risico”, klinkt het. Carrefour haalt daarbij een punt aan dat ook Delhaize stelt: er is nog geen officiële erkenning van een BCC-label, omwille van de Europese Handelsnormering. Dit zorgt ervoor dat het BCC-label niet zomaar op de product-etiketten aangebracht mag worden. “We hebben momenteel onvoldoende duidelijkheid over wat er gecommuniceerd mag worden om de aandacht van de consument beter te trekken”, klinkt het bij Delhaize. Prijsgevoelige consumentenEn zonder communicatie over de meerwaarde van de kip, raakt ze moeilijk verkocht, zo blijkt. “De prijs blijft nog steeds doorslaggevend in de winkel. Door de inflatie kiezen veel klanten voor de goedkoopste producten”, aldus Carrefour. Pas als de braadkippen in promotie staan, merkt de Franse supermarkt een stijging in verkoop op. “Zo’n acties zullen ons helpen om de nieuwe doelstelling van 25 procent BCC-kip in de winkels te realiseren”, laat Carrefour weten. Vandaag voldoet 18 procent van kip aan de BCC-criteria via twee eigen labels. Want waar een uniek BCC-label problemen oplevert, kunnen supermarkten de criteria wel naleven via andere erkende labels. Bij Carrefour gaat het over de BIO-kip en de Kwaliteitsketen Carrefour-kip. “Een aandeel dat nog niet zo hoog is als we hadden gehoopt, maar de economische en operationele realiteit nopen ons tot pragmatisme”, aldus Carrefour.Ook Delhaize heeft haar doelstelling aangepast. Delhaize streeft nu naar een aandeel van minimaal 50 procent. “We hebben het aantal BCC-producten geleidelijk uitgebreid, maar de vraag van consumenten bleef onvoldoende om een rendabel en kwalitatief BCC-assortiment aan te bieden”, aldus Delhaize. Momenteel zou dit in de supermarkten zelfs leiden tot overschotten van onverkochte producten. “Wat nog minder wenselijk is in termen van voedselverspilling”, klinkt het. “Consumenten zijn prijsgevoelig en de producten van BCC zijn duurder dan de conventionele producten die voldoen aan de normen voor dierenwelzijn.” De klant bepaalt mee het aanbod en helaas blijft  interesse in BCC-producten uit Ook bij ALDI is een soortgelijke reden te horen. “We hebben ons BCC-engagement alle kansen gegeven en meerdere producten in verkoop gebracht. Van kippenblokjes tot -dijen. Maar onze klanten bepalen mee het aanbod en helaas moeten we vaststellen dat hun interesse in BCC-producten uitblijft”, luidt het. De pluimveedoelstelling van ALDI luidt vandaag dat het kippenvlees-assortiment aan de criteria van het Belgische kwaliteitssysteem Belplume moet beantwoorden. Prijzenslag op kippenBij Belgische supermarktgroep Colruyt liggen de BCC-kippen onder het label ‘Kip van Eigen Bodem’ in de rekken. Ook Colruyt werkt rechtstreeks samen met veehouders. Zo’n vijftien Waalse braadkippenhouders hebben exclusiviteitscontracten met de supermarktgroep. Vandaag voldoet 30 procent van het standaard kippenassortiment van de Colruyt- en Okaywinkels aan de BCC-criteria. Voor Colruyt geldt de nieuwe doelstelling om op termijn enkel nog de standaardkippen in de beenhouwerijen van Colruyt, en alle diepvrieskippen van het huismerk Boni te laten voldoen aan de BCC-criteria.“Vandaag houden onze verkochte volumes stand en willen we ons verhaal met de Belgische pluimveehouders verder versterken naar onze klanten toe, zodat ze heel bewust voor dit assortiment kunnen blijven kiezen”, aldus Colruyt. Maar dat aandeel behouden, is niet gemakkelijk. “De intensiteit van promoties op de standaardkip is heel groot en de bijhorende commerciële reacties van concurrenten zijn een realiteit”, klinkt het.Lidl en Albert Heijn kiezen ervoor om niet mee te geven hoeveel kippenvlees momenteel aan de BCC-criteria voldoet en in welke context hun engagement voortaan verder loopt. “Omdat we midden in gesprekken en evaluaties zitten met betrokken partijen, kunnen we op dit moment geen specifieke details geven”, klinkt het bij Lidl. “We willen eerst het volledige plaatje helder hebben.” Te voortvarendVolgens Wouter Wytynck, beleidsadviseur pluimvee bij Boerenbond, is het Vlaamse BCC-verhaal geen kwestie van gebroken beloftes, maar één over een te voortvarende aanpak en een consument die niet volgt. “Bovendien is er sinds de belofte in 2021 veel veranderd”, geeft Wytynck mee. Want naast een inflatiegolf, is er intussen ook het stikstofverhaal. “De sector zit daarbij tussen hamer en aambeeld. BCC-kippen stoten, volgens het Optwel-Emis project van het Proefbedrijf Pluimveehouderij in Geel, namelijk drie keer meer ammoniak uit dan de standaardkip. Dit is problematisch voor de Vlaamse pluimveehouder die in dat verhaal wil stappen.&quot;&quot;Boerenbond is voorstander van een gedifferentieerd kippenaanbod, op voorwaarde dat de pluimveehouder daar ook financieel beter van wordt”, licht hij toe. “Met andere woorden: wanneer het een meerwaardelastenboek is en dus vraaggedreven.&quot; Ze hebben ons overtuigd om in dit verhaal te stappen, zonder zelf goed na te denken. Nu blijven wij met de gebakken peren zitten Verplicht moeten stoppenEen pluimveehouder, die liever anoniem wil blijven, bevestigt dat er te voortvarend is gehandeld. Hij werkt samen met Plukon Food Group, de grootste tussenleverancier van kippenvlees aan supermarkten in België. “Omdat supermarkten hadden beloofd om vanaf 2026 enkel nog BCC-kippen aan te bieden, ging Plukon op zoek naar pluimveehouders die zich wilden engageren”, vertelt hij. Hij stapte mee in het verhaal, maar moet drie jaar later noodgedwongen zijn BCC-hoofdstuk afsluiten. “Plukon heeft &amp;nbsp;onze samenwerking stopgezet nu alle warenhuizen hun beloftes hebben ingetrokken”, klinkt het. De tussenleverancier handelt daarmee op zich niet fout, het contract van de pluimveehouder liep voor minimum zes rondes. “Maar door de BCC-beloftes van de supermarkten en de mondelinge beloftes van Plukon, had ik in 2022 helemaal niet gedacht dat 2026 het einde ging zijn”, klinkt het.Hij voelt zich misleid. “Ze hebben ons overtuigd om in dit verhaal te stappen, zonder zelf goed na te denken en nu blijven wij met de gebakken peren zitten”, klinkt het. Met ‘wij’ doelt hij op enkele tientallen pluimveehouders in dezelfde situatie. “Alle pluimveehouders die destijds op de kar gesprongen zijn, vinden vandaag geen afzet meer voor hun BCC-kippen en moeten opnieuw omschakelen. Alleen het kleine groepje Waalse pluimveehouders met een samenwerkingscontract met Colruyt kan voortdoen.”Hij is erg teleurgesteld in zowel de supermarkten als de dierenwelzijnsorganisaties. &quot;Deze laatste hebben hun mond vol over dierenwelzijn, maar waar zijn zij nu? Ik hoor helemaal niets van hen&quot;, vertelt hij. &quot;Dit is te gek voor woorden. Ook vind ik dat supermarkten niet genoeg hun best gedaan hebben. De belofte was om helemaal over te schakelen naar een BCC-assortiment zodat de consument geen keuze meer had om andere kip te kopen, zoals in Noorwegen. Bovendien heeft de consument nooit de tijd gekregen om zich aan te passen, doordat de supermarkten zo vroeg teruggekrabbeld zijn.&quot; Mijn ongebruikte NER&#039;s heeft de overheid intussen afgenomen waardoor ik niet terug kan naar mijn originele productiecapaciteit Onmogelijk om naar scenario van drie jaar geleden terug te gaanDe pluimveehouder moest enkele grote investeringen doen om naar het BCC-lastenboek over te schakelen. &quot;Plukon is daar wel deels in tussen gekomen&quot;, vertelt hij. De terugkeer naar het gangbare circuit brengt voor hem echter economische gevolgen van een andere orde mee. De prijs voor gangbare kip ligt een stuk lager. Om hetzelfde inkomen te halen, zou hij opnieuw moeten opschalen naar zijn vroegere dierenaantallen. Dat lijkt vandaag onmogelijk, ook al beschikt hij nog over zijn oude stallen en een vergunning. “Ik had 84.000 kippen, maar met de BCC-kippen ben ik geslonken naar 60.000. Mijn ongebruikte nutriëntenemissierechten (NER’s) heeft de overheid intussen van mij afgenomen”, getuigt hij. “Het is onbetaalbaar om dit aantal NER’s opnieuw bij te kopen.Hij is niet de enige die economische verliezen lijdt bij een nieuwe omschakeling. Sommigen deden zeer grote investeringen om hun stal BCC-conform te maken, of zitten nu klem met hun vergunning die intussen aangepast is aan het nieuwe scenario. Door de stikstof- en afstandsregels is het vandaag allerminst eenvoudig om een nieuwe vergunning met extra productiecapaciteit aan te vragen.Dat is te horen bij een andere pluimveehouder die ook liever anoniem wil blijven. Hij vindt het spijtig dat de beloftes niet werden nagekomen, maar is hoopvol voor de toekomst van zijn bedrijf. “Ik had het liefst van allemaal verder BCC-kippen willen kweken. Voor mij en mijn bedrijf was dit een goed model”, klinkt het. Hij is ervan overtuigd dat er vroeg of laat opnieuw een soortgelijk concept op de markt zal komen. “En dan heb ik al de nodige investeringen gedaan”, vertelt hij. “Die waren bovendien niet van die grootte dat mijn balans de komende jaren in het rood zal blijven. Voor sommige andere kwekers ligt dat anders, en begrijp ik dat dit einde een bitterdere nasmaak heeft.”</content>
            
            <updated>2026-04-10T14:40:19+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Drempels bij ruggenteelt: wanneer is het verplicht?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/drempels-bij-ruggenteelt-wanneer-is-het-verplicht" />
            <id>https://vilt.be/58910</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Drempels aanleggen in ruggenteelten, zoals aardappelen, is een eenvoudige maar doeltreffende manier om bodemerosie te beperken. Afhankelijk van de erosiegevoeligheid van het perceel en het type teelt kan deze maatregel verplicht zijn. Ook waar dat niet het geval is, blijft het een sterk aanbevolen praktijk, ondersteund via ecoregeling. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bodem" />
                        <category term="aardappel" />
                        <category term="water" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ef6e7862-2001-48ad-b40c-d56dd6ff866d/full_width_drempels-goed-voorbeeld.jpg</image>
                                        <content>Ruggenteelten zijn van nature erosiegevoelig. Water kan zich tussen de ruggen concentreren en versneld afstromen, waarbij het bodemdeeltjes, nutriënten en gewasbeschermingsproducten meesleurt. Dit leidt tot verlies van vruchtbare bodem, lagere opbrengsten en een slechtere waterkwaliteit. Vooral in het voorjaar, wanneer akkers nog onbedekt zijn, en in heuvelachtige gebieden is het risico op erosie groot.Wanneer zijn drempels verplicht?Drempels vertragen de waterafvoer. Het zijn kleine dammetjes van ongeveer tien tot 15 cm hoog die om de 0,75 tot 1,5 meter worden aangelegd. Daardoor krijgt water meer tijd om in de bodem te infiltreren, wat zowel de bodemkwaliteit als de beschikbaarheid van water voor de teelt ten goede komt. Om die reden worden drempels beschouwd als een goede landbouwpraktijk.De verplichting om drempels aan te leggen, hangt af van zowel de teelt als de erosiegevoeligheid van het perceel. Bij de teelt van aardappelen zijn sinds 2015 drempels verplicht op zeer hoog erosiegevoelige percelen (paarse percelen). Sinds 2016 is er die plicht op hoog erosiegevoelige percelen (rode percelen). In de biologische aardappelteelt mogen schoffelen en wieden als alternatief worden toegepast. Bij andere ruggenteelten geldt op percelen met een hoge of zeer hoge erosiegevoeligheid ook een verplichting. Landbouwers kunnen daar kiezen tussen het aanleggen van drempels of het toepassen van een diepe tandbewerking.Steun en stimulansenOp percelen met een gemiddelde, lage of zeer lage erosiegevoeligheid geldt geen verplichting. Toch blijft de aanleg van drempels ook daar een aanbevolen maatregel. Landbouwers die op percelen zonder verplichting toch drempels aanleggen, kunnen hiervoor steun krijgen via de ecoregeling ‘Teelttechnische erosiebestrijdende en bodemverbeterende technieken’. Binnen ruggenteelten is dit de enige teelttechnische maatregel die in aanmerking komt voor steun. Het steunbedrag bedraagt 25 euro per hectare.Aandachtspunten bij de aanlegVoor een goede werking is de kwaliteit van de drempels cruciaal. Onderzoek toont aan dat grotere, voldoende hoge en stevige drempels het meest effectief zijn. Te lage drempels laten water ongehinderd doorstromen, waardoor het effect grotendeels verloren gaat.&amp;nbsp;Drempels worden aangelegd door grond dwars tussen de ruggen op te aarden met specifieke machines. Daarbij wordt de grond opgetrokken zonder gegraven putten. Machines die enkel kleine putten maken, zijn niet toegestaan binnen de ecoregeling en voldoen ook niet aan de verplichtingen rond erosiebestrijding.</content>
            
            <updated>2026-04-08T16:34:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Van gewasbescherming tot de bizarre link met roken: het risico op Parkinson uitgelegd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/wereld-parkinson-dag" />
            <id>https://vilt.be/58911</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>11 april is Wereld Parkinson Dag. De organisatie Stop Parkinson meldt dat de ziekte in opmars is in ons land. België telt ruim 65.000 patiënten. De oorzaak van de ziekte is in veel gevallen onduidelijk. Wie intensief in contact komt met bepaalde gewasbeschermingsmiddelen, loopt meer kans. Rokers lopen dan weer vier tot zes keer minder risico. VILT ging in gesprek met twee experts.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="gezondheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/8ce08c6f-fd7a-4dca-b693-04be1b23509c/full_width_oude-hand-parkinson-ouderdom-unsplash-2.jpg</image>
                                        <content>Jaarlijks zijn er meer dan 6.000 nieuwe diagnoses in België. Tegen 2025 dreigen wereldwijd ruim 25,2 miljoen mensen aan Parkinson te lijden. Voor Stop Parkinson is dit een signaal dat er dringend meer moet worden geïnvesteerd in wetenschappelijk onderzoek, want nog altijd kent de ziekte veel geheimen. Slechts bij vijf procent van de patiënten is de oorzaak genetisch, bij de meeste gevallen is het niet duidelijk wat de ziekte heeft veroorzaakt. Ook de behandeling beperkt zich voorlopig tot symptoombestrijding.VILT ging in gesprek met neuroloog Wim Vandenberghe (UZ Leuven) en professor Hans Kromhout (Universiteit Utrecht), gespecialiseerd in arbeidshygiëne en epidemiologie.Verband met gewasbescherming“De epidemiologische data zijn overtuigend: er is een verband tussen Parkinson en chemische gewasbescherming. Maar welke pesticiden dat dan exact zijn, is niet heel duidelijk”, zegt Vandenberghe. Volgens Vandenberghe is het onzeker of dit verband enkel geldt voor professionele gebruikers van pesticiden of ook voor de consument. Het blootstellingsniveau van een landbouwer die zulke producten op de akker verspreidt, is natuurlijk ettelijke malen hoger dan dat van een consument die niet-biologische groenten en fruit eet. Er is een verband tussen Parkinson en chemische gewasbescherming. Maar welke pesticiden dat dan exact zijn, is niet heel duidelijk Middelen waarbij de toxiciteit zeer duidelijk is, zoals Paraquat, Rotenon en Benomyl, zijn al decennialang verboden in de EU. Elders, zoals in de VS, is Benomyl verboden maar wordt bijvoorbeeld Paraquat wel gebruikt. Van nieuwere middelen is het minder duidelijk in welke mate ze toxisch zijn.Landen als Frankrijk erkennen Parkinson als beroepsziekte bij landbouwers. Zij lopen vijftig procent meer risico om de ziekte te ontwikkelen. Expert arbeidshygiëne Kromhout zegt dat professionele gebruikers hun blootstelling aanzienlijk kunnen beperken door voorzichtig te werk te gaan. “Je kan jezelf prima beschermen tegen blootstelling aan pesticiden door beschermende kleding te dragen en bepaalde middelen niet te gebruiken”, zegt hij. “Je moet ook niet gaan spuiten op momenten dat het heel hard waait. Een andere goede praktijk is precisielandbouw, met spuitmethodes waarbij er minder product verspild wordt en je alleen de gewassen behandelt waar nodig.”“Dit geldt trouwens ook voor andere mensen die met zulke middelen in contact komen. Mensen die ongedierte bestrijden of metaalbewerkers”, zegt Kromhout. “Er worden namelijk biocides toegevoegd aan metaalbewerkingsvloeistoffen om bacteriegroei tegen te gaan.” Zijn huidige producten gevaarlijk?Of de middelen die landbouwers vandaag gebruiken risicovol zijn, is vandaag eigenlijk niet erg duidelijk. “De patiënten die we nu zien, zijn blootgesteld geweest aan producten van 30 of 40 jaar geleden”, zegt Kromhout. “Of de stoffen die gebruikt worden door de huidige generaties ook dit soort effect zullen hebben, weten we nog niet.”Wordt het dus afwachten tot de huidige generatie in het rusthuis zit? “Liever niet”, zegt Kromhout. “Daarom klinkt er een sterke oproep om testsystemen te ontwikkelen die het risico op Parkinson kunnen voorspellen. Testsystemen waaraan nieuwe middelen moeten voldoen voor ze op de markt komen om neurologische effecten te voorkomen.”Verder onderzoek zou ook klaarheid kunnen scheppen over de vraag of biologische voeding noemenswaardige bescherming biedt bij de consument. “Maar de vraag is ook of de consument wel keuze heeft”, zegt Kromhout. “Zowel in België als in Nederland zijn biologische groenten veel duurder dan conventioneel geteelde gewassen. En dat kan niet iedereen betalen.”To bio or not to bio?Er is vandaag ook geen bewijs dat de consumptie van gangbare of biologische voeding het Parkinsonrisico beïnvloedt. “Ik denk niet dat we al genoeg wetenschappelijke argumenten hebben om biovoeding te promoten ter preventie van Parkinson”, zegt Vandenberghe. Wil je het echt kunnen aantonen of biologisch eten je risico vermindert, dan moet je op zoek naar een grote groep mensen die uitsluitend bio eten. Maar dat zijn vaak mensen met een behoorlijk inkomen, vaak hoogopgeleid, en zo krijg je dus veel andere nevenfactoren die de resultaten beïnvloeden Hoewel diverse Parkinson-organisaties pleiten om biologisch te eten, lijkt dit dus een voorzorgsprincipe te zijn. “De niveaus in voeding zijn zo laag en je hebt zo’n grote populaties nodig dat je dit heel moeilijk kan onderzoeken”, zegt Kromhout. “Het blijft vaag vanaf welke hoeveelheid en bij welke types pesticiden je een hoger risico loopt. Wil je het echt kunnen aantonen of biologisch eten je risico vermindert, dan moet je op zoek naar een grote groep mensen die uitsluitend bio eten. Maar dat zijn heel speciale groepen. Dat zijn mensen met een behoorlijk inkomen, vaak hoogopgeleid, en zo krijg je dus veel andere nevenfactoren die de resultaten beïnvloeden. Zulke mensen roken bijvoorbeeld minder, wat hun risico op Parkinson net verhoogt.”Rokers lopen minder risicoHet is opmerkelijk, maar waar: wie geregeld een sigaret opsteekt, loopt vier tot zes keer minder kans om de ziekte te ontwikkelen. “Het is heel bizar en er is geen duidelijk mechanisme dat dit zou verklaren”, zegt Kromhout. “Er zijn hypotheses dat dit niet komt door het roken zelf, maar wel door het profiel van de gemiddelde roker. Ondanks het verminderde risico op Parkinson rook je uiteraard beter niet: je krijgt er hart- en vaatziekten en longkanker van.” De aandacht is nu heel sterk gevestigd op pesticiden, maar er zijn een heleboel andere zaken die wellicht Parkinson veroorzaken “De aandacht is nu heel sterk gevestigd op pesticiden, maar er zijn een heleboel andere zaken die wellicht Parkinson veroorzaken. Bovendien is de stijging van het aantal mensen met Parkinson in Nederland te wijten aan het feit dat de bevolking ouder wordt en patiënten door betere behandeling langer leven: het aantal nieuwe diagnoses per jaar is stabiel.”Beide experten beamen dat vooral vergrijzing een rol speelt in de stijgende cijfers, maar Vandenberghe merkt op dat ook het dalende aantal rokers en toenemende toxische invloeden uit de omgeving in mindere mate ook mee kunnen spelen.Zuivel en luchtvervuilingDat gewasbescherming een bewezen, maar lang niet de enige risicofactor is, wordt gesterkt door een recente studie van Radboudumc uit Nijmegen. Zo komt de ziekte in landelijke gebieden niet meer voor dan in steden. Een mogelijke verklaring? Dorpelingen komen misschien meer in contact met bestrijdingsmiddelen, maar ze ondervinden minder luchtvervuiling. Bij stedelingen is het vice versa. De onderzoekers vermoeden dat hierdoor het risico op Parkinson voor dorpelingen en stedelingen vrij gelijkloopt. Het verband met gebruik van zuivelproducten is zwakker dan dat met pesticiden Landbouwers zullen het niet graag horen, maar er zou ook een lichte correlatie zijn tussen Parkinson en de consumptie van zuivelproducten. Neuroloog Vandenberghe benadrukt dat het gaat om een zwakke link. “Het verband met gebruik van zuivelproducten is zwakker dan dat met pesticiden. Ik vermijd zelf geen zuivelproducten. &amp;nbsp;Wel gebruik ik uit voorzorg zelf nooit pesticiden in mijn tuin. Ik denk dat het verstandig en voorzichtig is om je blootstelling aan pesticiden te beperken.”Rozen en de hondHet mag ook gezegd worden dat voedingsmiddelen die behandeld zijn met gewasbeschermingsmiddelen, niet bepaald giftig zijn. Alle voeding die op de markt komt, moet aan zeer strikte veiligheidsnormen voldoen. Is er dan wel een risico voor de consument? “Dat is een heel lastige vraag”, zegt Kromhout. “Ik denk dat het sterk afhangt van je voedingspatroon. Dat zijn heel ingewikkelde berekeningen met heel verschillende middelen.” Ik zou me sneller zorgen maken om de producten in de vlooienband van je hond of kat, dan om het boeket Ethiopische rozen dat je thuis op tafel zet Kromhout merkt op dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij niet-eetbare landbouwproducten veel hoger is. “Bij de rozenteelt in Ethiopië bijvoorbeeld worden middelen gebruikt die in Europa allang verboden zijn, maar als men de rozen naar hier wil exporteren kan men niet anders. Als die rozen immers bepaalde plaaginsecten bevatten, mogen ze in Europa niet worden ingevoerd. Alles moet er dus platgespoten worden. Maar dan nog zou ik me sneller zorgen maken om de producten in de vlooienband van je hond of kat, dan om het boeket Ethiopische rozen dat je thuis op tafel zet.”Doeltreffende medicatie bestaat (nog) nietVolgens de organisatie Stop Parkinson moet er niet alleen meer onderzoek gebeuren naar de oorzaken van de ziekte, maar ook naar mogelijkheden om de ziekte te bestrijden. De behandeling beperkt zich voorlopig tot symptoombestrijding. Een echt geneesmiddel bestaat niet. &quot;De ziekte beïnvloedt het dagelijkse leven van patiënten, maar evenzeer dat van hun partner, kinderen en naaste omgeving”, meldt de organisatie. “Achter elke diagnose staat vaak een gezin dat mee de praktische, emotionele en psychologische gevolgen draagt. Parkinson is dus niet alleen een ziekte van patiënten, maar van hele families.&quot; Wetenschap evolueert, inzichten verdiepen en er zijn veelbelovende pistes Voorzitter van Stop Parkinson en ervaringsdeskundige Ivo De Bisschop is hoopvol dat het ooit beter wordt. “Wetenschap evolueert, inzichten verdiepen en er zijn veelbelovende pistes. Alleen gaat het niet snel genoeg zonder bijkomende middelen”, zegt hij aan Belga. “Daarom blijven wij samen met patiënten, families, artsen, onderzoekers en donateurs strijden voor vooruitgang.&quot;</content>
            
            <updated>2026-04-09T15:51:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Hoe beïnvloeden internationale conflicten ons winkelgedrag?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoe-beinvloeden-internationale-conflicten-ons-winkelgedrag" />
            <id>https://vilt.be/58912</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De coronacrisis, Oekraïne, de oorlog in Iran,… Dit decennium biedt geen tekort aan internationale crisissen, en dat laat zich ook voelen in de winkelkar. Een nieuwe studie van  YouGov, een bureau voor marktonderzoek, kijkt hoe een globale schok ons koopgedrag beïnvloedt. Eerst hamsteren, dan sparen, dan zelftroost.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="consument" />
                        <category term="voedselprijzen" />
                        <category term="prijs" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c6474245-d393-4390-8702-f44c039242fc/full_width_winkel-supermarkt-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Energie, kunstmest en logistiek: de heilige drievuldigheid voor een gezonde agrovoedingsketen staat onder druk. De oorlog in Iran heeft een gevoelig effect op de prijs van diverse consumentengoederen. In een nieuw rapport tekenen onderzoekers van Yougov uit hoe deze nieuwe crisis zich vertaalt in de winkelkar, wetende dat eerdere crisissen nog niet volledig zijn verteerd. Zo is het aantal huishoudens dat moeite heeft om basisvoorzieningen te betalen fors gestegen sinds de Russische inval in Oekraïne, en nooit meer gedaald naar het vooroorlogse niveau.Meer winkelbezoeken, kleinere aankopenVolgens Nederlandse data betalen consumenten tegenwoordig 43 euro meer voor een gemiddeld winkelmandje dat 100 euro zou hebben gekost in 2021. De periode 2020/2021 werd gekenmerkt door een toename in het aantal winkelbezoeken en zelfs grote aankopen als gevolg van het ‘thuisblijven’. Tijdens de coronacrisis zorgden de stijgende kosten van het levensonderhoud op langere termijn voor een omkering van deze trend. Aanvankelijk zagen we kleinere winkelmandjes en een hogere frequentie van winkelbezoeken, wat verklaard wordt door shoppers die diverse winkels afschuimen op zoek naar de beste koop.Het marktaandeel van huismerken is de afgelopen jaren in Europa sterk gestegen, gemiddeld met drie procentpunten over alle categorieën op het continent. Aangezien dit een typisch verschijnsel is in tijden van economische neergang, voorspelt het rapport dat deze trend zich zal voortzetten wanneer de crisis in het Midden-Oosten steeds meer zijn stempel drukt op de prijzen. Besparen is niet alleen voor de armenOok wie de financiële buffer heeft om de prijsstijgingen te dragen, zal kiezen om te besparen. Hoewel de effecten van de oorlog nog niet helemaal zijn doorgerekend in de consumentenprijzen, wordt er nu al bespaard om te anticiperen op duurdere voeding en energie. Het geloof in beterschap is gering. In de meeste Europese landen geeft een derde tot de helft aan zijn boodschappenbudget te hebben aangepast. Een groot deel van huishoudens die nog niet besparen, denken dat in de nabije toekomst te doen.Niet-essentiële aankopen moeten er als eerste aan geloven. De studie ziet een opmerkelijke daling in de verkoop van servetten en tissues, popcorn en geurkaarsen. Zaken zoals vlees, alcohol en kuisproducten worden wel nog verkocht, maar shoppers kiezen vaker voor goedkopere varianten of wachten op promoties. Hoewel vis en wijn minder inflatiegevoelig zou zijn dan vlees, worden ook deze producten aanzienlijk minder verkocht. Alleen op basisvoeding zoals zuivel en graanproducten wordt er qua volume niet beknibbeld, al laat men ook in deze categorie de A-merken vaker links liggen.De consument betaalt, de producent ookHet zijn niet alleen de consumenten die een hoge prijs betalen voor de oorlog. Producenten worden driemaal getroffen door de verstoorde aanvoer van grondstoffen en energie en de logistieke uitdagingen. Energie-intensieve productcategorieën zijn structureel kwetsbaar wanneer de olie- en gasprijzen stijgen. Aangezien de kosten &amp;nbsp;voor verwerking, koeling, transport en verpakking snel stijgen. Dit is het duidelijkst zichtbaar bij zuivel, diepvriesproducten, gekoelde maaltijden en dranken, waar de margedruk onmiddellijk voelbaar is. Verstoringen in de meststoffenvoorziening verhogen de kosten voor granen, fruit en groenten, wat leidt tot het kiezen van goedkopere alternatieven en kleinere verpakkingen.Wanneer men consumenten bevraagt op welke producten ze zullen bezuinigen, staan alcohol, snoep en cosmetica in de top drie. Bevroren voeding en vleeswaren staan op de vierde en vijfde plaats. Consument heeft geleerd uit vorige crisissenWat de onderzoekers opvalt, is dat de consument deze crisissen steeds methodischer benadert. Een nieuwe voedsel- of energiecrisis lijkt amper nog te verbazen. Veel consumenten hebben al sinds eerdere crisissen een aankoopstrategie uitgewerkt om moeilijke tijden de overbruggen. Ze komen met strikte boodschappenlijstjes en wachten promo’s af voor bulkaankopen. Al kiest men niet blindelings voor de goedkoopste producten: ook de kwaliteit moet ernaar zijn.TroostmomentenBovendien ziet men een doorgedreven zoektocht naar ‘emotionele efficiëntie’. De consument stelt zich actief de vraag of producten de prijs waard zijn. Dat wil niet zeggen dat ‘onnodige’ aankopen niet meer gebeuren. De onophoudelijke crisissen maken mensen emotioneel vermoeid, en dus zien experts hoe het initieel zuinige shopgedrag op termijn wordt aangevuld met extraatjes. De verhoogde nood aan troostmomentjes zorgt ervoor dat mensen na een periode van bezuiniging toch weer ruimte maken voor luxeaankopen, zelfs al zijn de prijzen gestegen. Zo bleef men tijdens de cacaocrisis toch chocolade kopen.Tot slot is de winkelkar eigenlijk niet de grootste kopzorg sinds de oorlog. Vooral de prijzen van energie en benzine beroeren de hoofden. Ook de huurprijzen zijn gestegen, wat leidt tot een cumul, waardoor steeds meer huishoudens aangeven te worstelen met hun basisbehoeften. De oorlog in Iran is al aan zijn zesde week toe, en ook met het recente staakt-het-vuren weet niemand hoe het verder zal gaan.</content>
            
            <updated>2026-04-09T15:39:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mobiliteit sleutel tot diergezondheid in nomadische veehouderij]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mobiliteit-sleutel-tot-diergezondheid-in-nomadische-veehouderij" />
            <id>https://vilt.be/58913</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Mobiliteit is essentieel voor de gezondheid van dieren in de rondtrekkende veehouderij. Dat benadrukt Dierenartsen Zonder Grenzen naar aanleiding van het ‘Internationale Jaar van Graslanden en Herders’. Door kuddes voortdurend te verplaatsen, behouden dieren toegang tot voedsel en daalt het risico op langdurige blootstelling aan ziekteverwekkers of vervuilde omgevingen. Volgens de organisatie is mobiliteit niet alleen van belang voor het vee, maar ook voor lokale gemeenschappen en het herstel van gedegradeerde graslanden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="veeteelt" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e8fbf284-2915-4b39-89ed-2d1206fcd867/full_width_vee-afrika-droogte.jpg</image>
                                        <content>Miljoenen herders trekken wereldwijd dagelijks met hun kuddes vee rond om dieren te laten grazen op natuurlijk gegroeide struik- en graslanden. Deze extensieve vorm van veeteelt is eeuwenoud en blijft in verschillende Afrikaanse landen, zoals Soedan, Tanzania en Somalië, de norm. Voor deze gemeenschappen zijn gezonde kuddes en toegang tot kwalitatieve graslanden van primordiaal belang.Mobiliteit als sleutel tot gezonde dierenHet rondtrekken met vee is gebaseerd op kennis die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Herders verplaatsen zich met kamelen, runderen of kleine herkauwers zoals schapen en geiten wanneer voedsel- en watervoorraden ontoereikend worden. “Nieuwe weidegronden bieden verse voedzame planten en waterbronnen”, klinkt het bij Dierenartsen Zonder Grenzen. “Zo zorgen herders voor de best mogelijke voeding voor hun dieren, wat hun immuunsysteem bevordert.”Preventie van ziektenMobiliteit is ook een belangrijke preventiestrategie voor diergezondheid. “Door voortdurend rond te trekken blijven dieren niet lang aanwezig op plaatsen die een negatieve invloed kunnen hebben op hun gezondheid”, stelt de organisatie. “Dit vermindert langdurige blootstelling aan epidemieën, ziekteverwekkers zoals teken of tseetseevliegen en verontreinigde waterbronnen.” Belang voor graslanden en klimaatMobiliteit draagt niet alleen bij aan de gezondheid van dieren, maar ook aan het herstel van gedegradeerde graslanden. “Graslanden beslaan meer dan de helft van het mondiale landoppervlak en spelen een cruciale rol in voedselzekerheid, biodiversiteit en klimaatbestendigheid”, aldus Dierenartsen Zonder Grenzen.Wanneer bodems degraderen, verliezen ze hun vermogen om water vast te houden, CO₂ op te slaan en vruchtbare graslanden te ondersteunen. Dat versterkt de klimaatcrisis, verzwakt ecosystemen en zet voedselsystemen wereldwijd onder druk. Meer dan 500 miljoen herders zijn direct afhankelijk van gezonde graslanden. Nood aan diergeneeskundige ondersteuningDe rondtrekkende veehouderij is echter niet immuun voor ziekten. In veel gevallen is er een gebrek aan toegang tot diergeneeskundige diensten, vooral in afgelegen gebieden. “Zonder preventie of zorg kunnen ziekten ernstige gevolgen hebben voor de dieren en de gezinnen die ervan afhankelijk zijn”, klinkt het.Daarom ondersteunt Dierenartsen Zonder Grenzen België de ontwikkeling van lokale diergeneeskundige diensten. Gemeenschapsmedewerkers voor diergezondheid worden opgeleid om basiszorg, behandelingen, vaccinaties, medicijndistributie en monitoring van ziektedruk te verzorgen, zelfs in de meest afgelegen regio’s. Dankzij deze lokale diensten blijft het vee gezond, worden herdersgemeenschappen versterkt en blijven graslanden behouden. </content>
            
            <updated>2026-04-09T18:54:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Na jaren procederen: zalmkwekerij in haven van Oostende komt er niet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/na-jaren-procederen-zalmkwekerij-in-haven-van-oostende-komt-er-niet" />
            <id>https://vilt.be/58914</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Noorse&nbsp;zalmkwekerij&nbsp;van Columbi Salmon in Oostende komt er niet. De Raad van State heeft het cassatieberoep van het bedrijf verworpen. Die beslissing maakt definitief een einde aan de procedure van de vergunning voor de bouw van de&nbsp;zalmkwekerij&nbsp;in de haven van Oostende, die zes jaar geleden startte. Het is dierenrechtenorganisatie GAIA die de vergunning heeft aangevochten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aquacultuur" />
                        <category term="omgevingsvergunning" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/92f5c165-cf3d-4cb3-8c59-2e9b6f2a9b79/full_width_zalm-kwekerij-unsplash.jpg</image>
                                        <content>In 2024 werd de omgevingsvergunning van de&amp;nbsp;zalmkwekerij&amp;nbsp;al vernietigd na een beroep van GAIA tegen de plannen. De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelde dat de&amp;nbsp;zalmkwekerij&amp;nbsp;in strijd is met de bestemmingsvoorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP). Daarop trok het Noorse bedrijf Columbi Salmon naar de Raad van State om cassatieberoep aan te tekenen. De Raad heeft dat beroep nu verworpen en maakt zo een einde aan de procedure.Grootste bovengrondse zalmkwekerij in EuropaDe plannen voor de kwekerij dateren al van 2020. Toen maakte het Noorse bedrijf bekend dat het een bovengrondse zalmkwekerij in de haven van Oostende wou opstarten. Het zou de grootste worden in Europa. Er zouden zo&#039;n drie miljoen zalmen per jaar worden gekweekt. Het ging om een investering van ongeveer 400 miljoen euro. Ook zou de komst van het bedrijf naar de haven van Oostende minstens 200 jobs creëren.&amp;nbsp;Columbi Salmon had voor een vestiging in Oostende gekozen om “dichter bij de consumenten te produceren”. Een tweedaags transport vanuit Noorwegen zou hierdoor overbodig worden. Het ging om een zogenaamde ‘land-based salmon farm’, waarbij de kooien niet in de zee worden geplaatst, maar in tanks op het land. Zo zou ook de ziektedruk dalen en er minder kans zijn op ontsnappingen van zalmen. Want dat laatste is slecht voor de overleving van wilde zalmen. Als die laatste paren met kweekzalmen kan de wilde zalm zijn natuurlijke kenmerken verliezen, bijvoorbeeld het instinct om te jagen op voedsel. Protest van milieu- en dierenrechtenorganisatiesAls snel kwam er protest van milieu- en dierenrechtenorganisaties tegen de plannen van het Noorse zalmbedrijf. Onder meer GAIA, Animal Rights, Sea First Foundation, Climaxi, Bite Back, Sea Shepherd, de West-Vlaamse Milieufederatie, de Bond Beter Leefmilieu, Greenpeace, Natuurpunt en WWF-België dienden bezwaar in. Volgens hen zouden de zalmen in de kwekerij opgesloten worden in overbevolkte bassins. Naast zorgen over dierenwelzijn, waren er ook zorgen over de negatieve effecten van het project op het milieu.Ondanks het protest werd de omgevingsvergunning toegekend, eerst door de provincie West-Vlaanderen en vervolgens door toenmalig minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA). Maar daar legde GAIA zich niet bij neer. De dierenrechtenorganisatie trok eerst naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen en kreeg daar gelijk: de zalmkwekerij zou in strijd zijn met de bestemmingsvoorschriften van het ruimtelijke uitvoeringsplan (RUP). De Raad oordeelde dat er enkel activiteiten zijn toegestaan die nauw verbonden zijn met de zeehaven en haar infrastructuur. Het zag visteelt in watertanks op het land als een vorm van agrarische productie en dat zou uitdrukkelijk verboden zijn in die zone. Verhuist de zalmkwekerij naar Frankrijk?In een poging van Columbi Salmon om het project nog te redden, tekende het cassatieberoep aan tegen deze beslissing bij de Raad van State. Maar die verwierp het cassatieberoep begin april. Na zes jaar komt er zo een einde aan de plannen voor een zalmkwekerij in de haven van Oostende. De kans bestaat dat het project verhuist naar Boulogne-sur-Mer, zo’n 120 kilometer verderop aan de Franse kust. Daar is dergelijke vorm van aquacultuur wel toegestaan.</content>
            
            <updated>2026-04-09T16:00:36+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Gaia over verbroken belofte van supermarkten over kippenwelzijn: “Ook wij voelen ons misleid”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/gaia-over-verbroken-dierenwelzijnsbelofte-supermarkten-ook-wij-voelen-ons-misleid" />
            <id>https://vilt.be/58915</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Supermarkten komen hun beloftes niet na om dit jaar over te schakelen naar een assortiment met enkel kip die voldoet aan de dierenwelzijnsnormen van het Better Chicken Commitment (BCC). Pluimveehouders die hierdoor genoodzaakt zijn om opnieuw om te schakelen naar een ander productiemethode, blijven achter met kosten en een bitter gevoel. “Zij zijn niet de enigen, ook wij voelen ons misleid”, reageert dierenwelzijnsorganisatie Gaia. “Sommige supermarkten hadden ons dit jaar nog verzekerd dat ze de stekker er niet zouden uittrekken.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/404e0321-bef4-4db0-bcda-c4cacf21bf6d/full_width_vleeskip-pluimvee-kip.jpg</image>
                                        <content>Gaia is één van de dertig Europese ngo’s die in 2017 het internationale dierenwelzijnsstandaard ‘Better Chicken Commitment’ voor vleeskippen lanceerde. In 2021 tekenden ook de supermarkten in België in op de belofte om tegen 2026 enkel nog vers- en diepvriesvlees van BCC-kippen te zullen verkopen. Enkele tientallen pluimveehouders speelden daarop in en startten met het BCC-lastenboek of schakelden hun productie om. Net op het moment dat de verkoop dit jaar moest doorbreken, kregen de pluimveehouders bericht dat hun afzet wegvalt. De grootste leveranciers van kippenvlees aan supermarkten hebben hun samenwerking met deze pluimveehouders stopgezet nadat supermarkten hun ambities terugschroefden naar een toekomstig assortiment waarin 25 tot 50 procent BCC-kip.Hierdoor zijn de pluimveehouders gedwongen om opnieuw van koers te veranderen. Maar intussen hebben ze al geïnvesteerd, nutriënten-emissierechten (NER’s) ingeleverd of beschikken ze slechts over een vergunning voor een aantal kippen, wat enkel rendabel is binnen het BCC-systeem. “Ik voel me misleid”, getuigde een pluimveehouder eerder.“Wij ook”, reageert Gaia nu. “Sommige supermarkten zeggen dat ze nauw inzitten met dierenwelzijn, maar dat zie ik niet in hun acties.” Labelproblemen“Er waren problemen met de labeling van BCC-producten”, vertelt Gaia-directeur Ann De Greef. “Maar ALDI, Lidl en Delhaize hebben ons nog beloofd door te zetten met hun oorspronkelijk engagement als dit van de baan zou zijn.”Tot twee maanden geleden konden supermarkten op de etiketten van BCC-kip niet communiceren over de specifieke dierenwelzijnscriteria waarmee de kip is opgekweekt. “Anderhalf jaar geleden ontvingen de supermarkten van de FOD Economie boetes omdat er een klacht was binnengekomen dat de supermarkten dit deden. Sindsdien mogen winkels niets van communicatie meer doen over deze criteria. Dit geldt zowel voor communicatie op het product als promo-materiaal in de winkel.”Achter deze boetes schuilt Europese regelgeving die communicatie verbiedt over productiemethoden die niet in de wet zijn opgenomen. Toch slaagden onder meer Colruyt en Carrefour erin hun BCC-kippen te verkopen onder een eigen ander label. “Zolang over dat specifieke label geen klacht binnenkwam, was dit inderdaad ook een optie. De kippen konden ook verkocht worden onder een label met een productiesysteem dat wel in de EU geregistreerd staat, zoals het bio-productiesysteem. Als de BCC-kippen ook voldoen aan het bio-lastenboek, dan kon dit ook.”Omdat die Europese etiketteringsregels in volle hervorming zaten, voerden veel landen ondertussen een gedoogbeleid. “Waar veel buitenlandse overheden het toelieten om te communiceren aan de consument dat de kippen zijn opgekweekt aan hogere dierenwelzijnsnormen, was dit niet het geval in België”, aldus De Greef. “Acht maanden lang zijn we van het kastje naar de muur gestuurd om dit ook in ons land geregeld te krijgen. Samen met de winkelfederatie Comeos, kippenleverancier Plukon Food Group, broederijen, slachthuizen en BCC-pluimveehouders hebben we uiteindelijk twee maanden geleden aan de alarmbel getrokken bij federaal minister David Clarinval (MR), die er tot dan zijn handen van aftrok. Uiteindelijk heeft hij ons toen op papier bevestigd dat ook in ons land een gedoogbeleid ging komen. Het heeft zeer lang geduurd, maar we waren er wel heel blij mee.” Het moment van opluchting duurde volgens De Greef niet lang. “Nu dat er toestemming is om te communiceren in de winkels en labels, trekken de supermarkten alsnog hun staart in. Dit was helemaal niet volgens onze afspraak.”België zou het enige land zijn waar de beloftes van een volledige switch naar een BCC-assortiment niet worden nagekomen. “Onze buurlanden schakelen volop over en liggen ver voorop. Dat heeft er ook mee te maken dat zij al die tijd wel vlot konden communiceren in hun winkels.”, klinkt het. De Greef is teleurgesteld. “De supermarkten stellen dat de consumenten niet bereid zijn om meer te betalen voor BCC-kippen, maar wij zijn ervan overtuigd dat dit niet waar is. Het moet gewoon duidelijk gemaakt worden waarom de kip meer geld kost.”</content>
            
            <updated>2026-04-09T16:25:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Les Engagés wil verbod op reclame voor producten met Nutri-Score D of E]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/les-engages-wil-verbod-op-reclame-voor-producten-met-nutri-score-d-of-e" />
            <id>https://vilt.be/58916</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Les Engagés heeft een wetsvoorstel ingediend om reclame te verbieden voor voedingsmiddelen met een Nutri-Score D of E, de slechtst scorende categorieën. Dit voorstel is een aanvulling op het initiatief van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit), die een verplichte vermelding wil van de Nutri-score bij reclame. Niet iedereen loopt warm voor het idee.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gezondheid" />
                        <category term="consument" />
                        <category term="voeding" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d397bad9-b5d7-4883-ba74-d6d10088b10c/full_width_snoep-snack.jpg</image>
                                        <content>Dokter en parlementslid Jean-François Gatelier (Les Engagés) diende een wetsvoorstel in om reclame voor ongezonde voeding te verbieden, zoals al het geval is voor tabak en gokken. “We kunnen niet enerzijds de volksgezondheid bevorderen en anderzijds toestaan dat marketing op grote schaal aanzet tot de consumptie van producten die obesitas, diabetes of bepaalde vormen van kanker in de hand werken”, verklaart het parlementslid in een persbericht.Voorlopig is het de bedoeling van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) om het stap voor stap aan te pakken. Er zijn gesprekken gaande met de industrie en de distributiesector om de Nutri-Score ook weer te geven bij reclame, zo kondigde hij vorige maand aan. De minister wil ook een proefproject lanceren met gezonde producten bij de kassa&#039;s, in plaats van snoep en zoetigheden.De Nutri-score is geen verplicht Europees label. Het is een systeem waarop verschillende landen zoals België, Frankrijk, Duitsland en Nederland op hebben ingetekend, maar verschillende lidstaten verzetten zich tegen het verplicht maken van zulke etikettering, met Italië voorop.Is Nutri-Score de juiste graadmeter?Sarah Dries van Het Vlaams Instituut Gezond Leven kijkt met gemengde gevoelens naar het voorstel. “Op zich denk ik dat het een mooie aanvulling zou zijn om het reclame-aandeel van de D- en E-producten, dus vooral de sterk bewerkte en ongezondere producten, te verminderen”, zegt ze. “We weten dat mensen zeer beïnvloedbaar zijn door reclame. In Frankrijk zijn al wat onderzoeken lopende die aantonen dat het vermelden van de Nutri-Score bij reclame het koopgedrag enigszins beïnvloedt. Naar het verbieden van reclame voor D- of E-producten is niet veel onderzoek gebeurd, maar de inschatting is dat het ook zo&#039;n effect zal hebben.”Niet alle E- of D-producten zijn echter gelijk. Volgens het wetsvoorstel zouden niet alleen snoep en frisdrank, maar ook bepaalde basisproducten, zoals olijfolie en boter, een reclameverbod krijgen. “En daar zou wat ons betreft toch nuance mogen zijn. Liever kijkt men eerst en vooral naar de categorie van producten die wordt gepromoot. Het kan interessant zijn om reclame te weren voor kant-en-klare producten en ultrabewerkte voeding zoals koekjes, ontbijtgranen en bewerkte vleesspreads. Maar bij producten zoals olijfolie en boter is dat veel minder interessant, omdat dit eigenlijk basisproducten zijn.” Het kan interessant zijn om reclame te weren voor kant-en-klare producten en ultrabewerkte voeding zoals koekjes, ontbijtgranen en bewerkte vleesspreads. Maar bij producten zoals olijfolie en boter is dat veel minder interessant, omdat dit eigenlijk basisproducten zijn Dat beaamt landbouw- en voedingsexpert Tessa Avermaete. “De Nutri-Score bestraft erg zwaar voeding die bepaalde voedingsstoffen (zoals vet) bevat. Op zich is daar niets mis mee, het is eigen aan de tool die gebaseerd is op een wetenschappelijk rekenmodel. Het maakt echter wel dat bepaalde producten bijzonder slecht scoren, terwijl ze eigenlijk perfect deel kunnen uitmaken van een gezond dieet.&quot;Ongezond verbieden of gezond stimuleren?Dries merkt wel op dat het systeem van de Nutri-Score niet in steen gebeiteld staat: het scoresysteem blijft onderhevig aan verandering om de werkelijke gezondheid van producten beter te weerspiegelen. “Die aanpassingen zijn nodig om betere nuances te kunnen maken naar gezondheid toe”, zegt ze.Zij hoopt vooral dat het verbod zou leiden tot een marketingtrend waarbij gezonde producten extra in de kijker worden gezet. “We hopen dat er niet alleen wordt gekeken naar het negatieve effect. Meer aandacht voor gezonde voeding lijkt ons interessanter dan een focus op het verbannen van bepaalde zaken.” Niet zonder kostprijsVolgens Tessa Avermaete past een zwart-wit-aanpak niet bij iets complex als voeding. “We denken graag in goed en kwaad, zeker als het om voeding gaat”, zegt ze. “Lokaal, kleinschalig en onbewerkt valt onder die eerste categorie. Iets wat vanuit de andere kant van de wereld komt, grootschalige productie en bewerking vallen veelal onder de tweede categorie. De nuance in het debat is steeds vaker helemaal zoek. Het gaat voorbij aan de economische realiteit en aan het feit dat we als mens nu eenmaal variatie in ons dieet nodig hebben.”“Het gebrek aan nuance biedt ruimte voor populistische beleidsmaatregelen. Een ban van de reclame voor producten met Nutri-Score D of E hoort daaronder thuis. Baat het niet, dan schaadt het ook niet? Toch wel. Het invoeren van maatregelen komt wel degelijk met een kost, die niet altijd rendeert. In het verleden experimenteerden andere lidstaten al met een &#039;Nutella-taks&#039; en een &#039;vet-taks&#039;. Het idee klinkt aantrekkelijk. Belasten wat niet goed is. De realiteit toont aan dat dergelijke goed bedoelde maatregelen niet altijd het gewenste effect hebben. Integendeel zelfs.”Weg met ‘Kazen van bij ons’?“Onbezonnen taksen invoeren doet meer kwaad dan goed”, concludeert Avermaete. “Bovendien rijst de vraag of de overheid niet beter eerst in eigen boezem kijkt vooraleer ze bedrijven gaat afstraffen. Wat gaan we bij de invoering van zo&#039;n verbod op reclame voor voeding met score D en E doen met promofilmpjes voor Belgische kazen en vlees? Mogen die in de toekomst dan ook niet meer?”</content>
            
            <updated>2026-04-10T14:29:05+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaanderen heeft er een nieuw maatwerkgebied bij, Boerenbond reageert verbaasd]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-heeft-er-een-nieuw-maatwerkgebied-bij-boerenbond-reageert-verbaasd" />
            <id>https://vilt.be/58917</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Frank Smeets, de intendant voor de Vlaamse maatwerkgebieden stikstof, heeft in zijn eerste driemaandelijkse rapportering een nieuw maatwerkgebied aangeduid. Het gaat om de streek in Hoogstraten rond het natuurgebied Heesbossen en de vallei van de Marke en het Merkske. “Het betreft kleine veengebieden, met een beperkte impact van de landbouw”, stelt Smeets gerust. In de bestaande maatwerkgebieden klinken positieve geluiden voor de landbouw. De “doelafstand” voor veel gebieden is verminderd en de generieke inspanningen volstaan om de doelstellingen in drie van de vijf gebieden te bereiken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="natuur" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bdc1fee7-9fd0-451f-ace3-7be0007eb7e8/full_width_turnhouts-vennengebied-natura2000.jpg</image>
                                        <content>In het stikstofdecreet is er sprake van vijf maatwerkgebieden: gebieden waar bovenop generieke maatregelen bijkomende inspanningen nodig zijn om de KDW-waardes te bereiken. Deze maatwerkgebieden betreffen het Turnhouts Vennengebied, de Kalmthoutse Heide, de Mechelse Heide, De Maten en de Voerstreek.Volgens nieuwe berekeningen moet daar een bijkomend gebied aan worden toegevoegd: de streek in Hoogstraten rond het natuurgebied Heesbossen en de vallei van de Marke en het Merkske. “Het gaat om bepaalde soorten veen die gevoelig zijn voor stikstofdepositie en waar vooral maatregelen van hydrologisch herstel aan de orde zijn. De impact van landbouw op deze gebiedjes is verwaarloosbaar”, vertelt Frank Smeets. Impact van landbouw op deze gebiedjes is verwaarloosbaar Boerenbond: &quot;gebieden schrappen en niet bijcreëren&quot;Landbouworganisatie Boerenbond reageert desondanks verbaasd op het voorstel om een nieuw maatwerkgebied &amp;nbsp;aan te duiden. “De intentie moet zijn om gebieden te schrappen, en niet om er bij te creëren. Het kan absoluut niet de bedoeling zijn dat er weer extra landbouwbedrijven in onzekerheid geduwd worden. &amp;nbsp;Boerenbond blijft het stikstofdecreet met zijn modellering, alsook de aangeduide maatwerkgebieden in vraag stellen. De modellen die de stikstofdepositie berekenen, en hun parameters, wijzigen te pas en te onpas wat zorgt voor extra onzekerheid op het terrein.”Frank Smeets nam eind vorig jaar de rol van intendant maatwerkgebieden op zich bij de Vlaamse overheid. Waar zijn voorganger Piet Vanthemsche, die in juni 2023 zijn opdracht neerlegde, alleen een maatwerkplan voor het Turnhouts Vennengebied moest uitwerken, is Smeets verantwoordelijk voor alle maatwerkgebieden. Donderdag presenteerde hij zijn eerste driemaandelijkse rapportering.Uit dat rapport blijkt ook dat de “doelafstand” van veel gebieden verkleind is. “Er is een gewenste stikstofdepositie genoteerd. Wat we met de generieke maatregelen niet kunnen bereiken, noemen we de doelafstand”, legt Smeets uit. Door een aangepaste berekeningsmethode van VITO, in navolging van Europees onderzoek, blijkt dat de stikstofbelasting minder groot is dan gedacht.Geen bijkomende inspanningen in drie gebieden tot 2030Voor de Mechelse Heide, de Voerstreek en De Maten is de verwachting nu dat de doelstelling voor 2030 haalbaar wordt met de bestaande maatregelen. In de stikstofaanpak werd afgesproken dat tegen 2030 de eerste helft van de reductie moet worden gehaald en tegen 2045 de tweede helft.Hoewel de doelafstand daar ook verkleind is, blijven er voor de Kalmthoutse Heide en het Turnhouts Vennengebied nog aanvullende maatregelen nodig. In het Turnhouts Vennengebied is de stikstofproblematiek het grootst. De komende jaren zal onder meer worden ingezet op concrete acties rond waterkwaliteit, riolering langs de N119 en de aanpak van zomerganzen.Stoppers brengen stikstofdoelen Turnhout 20 procent dichterbijZes landbouwbedrijven in de buurt van het gebied hebben een voorstel tot stopzetting van de veehouderij aanvaard. Nog 17 andere bedrijven hebben een aanvraag ingediend; hun dossiers lopen nog. Binnen het maatwerkgebied tekenden ook vier bedrijven in op de varkenscall. Zij hebben hun veestapel volledig of gedeeltelijk stopgezet.Een eerste inschatting geeft aan dat het streefdoel voor 2030 in Turnhout 20 procent dichterbij komt door de stopzetting van tien bedrijven. Maar die reductie is niet van die aard dat de doelstelling voor 2030 gehaald zal worden. In het gebied wacht de intendant ook nog op een eco-hydrologisch onderzoek, op basis waarvan de concrete allocatie kan worden bepaald. “Daarna wordt het ook mogelijk om concrete maatregelen te bepalen”, aldus Smeets. Boerenbond wil duidelijk kaderDe Limburger Smeets voerde tussen november 2025 en januari 2026 uitgebreide kennismakingsgesprekken met lokale besturen, landbouworganisaties, natuurverenigingen en grondeigenaars. Uit deze gesprekken blijkt dat er een brede, gedeelde overtuiging leeft dat landbouw en natuur samen moeten kunnen blijven bestaan in het gebied.Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v), aan wie de driemaandelijkse rapportering gericht was, zegt hierover: “Landbouw en natuur zijn eeuwenoude bondgenoten. In onze maatwerkgebieden kiezen we resoluut voor een harmonieus samengaan van landbouw en natuur, met respect voor de mensen die hier ondernemen en leven.”Boerenbond vraagt tot slot nog om een “duidelijk kader met een heldere aanpak rond de maatwerkgebieden, waarbij voldoende aandacht gaat naar ontwikkelingskansen voor bestaande landbouwbedrijven.” Het wijst in relatie tot de stikstofdoelstellingen naar het tweede Voortgangsrapport stikstof, dat eergisteren werd gepubliceerd. Dat rapport toont aan dat de uitstoot van stikstof en ammoniak in Vlaanderen verder is gedaald. “Het is dus niet het moment om extra maatregelen te nemen.”</content>
            
            <updated>2026-04-10T10:05:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Pluimvee het vaakst weggehaald bij eigenaars in Vlaanderen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/kippen-het-vaakst-weggehaald-bij-eigenaars-in-vlaanderen" />
            <id>https://vilt.be/58918</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De diensten van Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) hebben vorig jaar 6.563 dieren in bescherming genomen omdat ze door hun eigenaars mishandeld of verwaarloosd werden. Pluimvee vormt met 40 procent de grootste groep, gevolgd door honden met 20 procent. Ook werden onder meer 89 runderen, 12 varkens en 152 vissen meegenomen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c5e4a092-25d7-4522-8632-3f18064b994e/full_width_kippen-tuin.png</image>
                                        <content>Vorig jaar waren er 7.415 klachten over dierenleed in Vlaanderen. Bij 822 inbeslagnames werden uiteindelijk 6.563 dieren weggehaald. Dit zijn een pak meer inbeslagnames dan vijf jaar eerder, toen waren er 534 inbeslagnames. “Het is niet zo dat er in Vlaanderen steeds meer dierenleed is”, reageert Weyts. “Vlamingen zijn er wel steeds gevoeliger voor en vinden ook sneller de weg naar de Vlaamse overheid. Niet alleen de meldingspunten zijn daarbij duidelijker geworden, ook de bewustwording bij de politiediensten is sterk toegenomen.”Bij het recordaantal inbeslaggenomen dieren werd ook een recordaantal boetes uitgeschreven. Het ging om 566 boetes en 841 processen-verbaal. Ook in de slachthuizen was er controle: in 2025 maakten dierenartsen 244 keer een melding over aan Dierenwelzijn Vlaanderen.Geen opdeling tussen particulieren en landbouwbedrijvenBij vier op de tien inbeslaggenomen dieren ging het om pluimvee. Of die dieren in beslag zijn genomen bij particulieren of bij landbouwbedrijven is niet geweten op het kabinet van minister Weyts. Na kippen werden honden (20%), katten (11%) en vogels (10,5%) het meest in beslag genomen.Ook werden 156 paarden en pony’s meegenomen, 153 kleine herkauwers, 89 runderen en 12 varkens. Opvallend zijn ook de verwaarloosde vissen, vorig jaar ging het om 153 exemplaren. Van alle inbeslaggenomen dieren werd uiteindelijk 91,5 procent ondergebracht in een asiel, waar vrijwilligers op zoek gingen naar een nieuw thuis voor de dieren.</content>
            
            <updated>2026-04-10T15:45:43+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nederlandse onderzoekers ontwikkelen ziekteresistente aardappelen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederlandse-onderzoekers-ontwikkelen-ziekteresistente-aardappelen" />
            <id>https://vilt.be/58919</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Nederlandse onderzoekers hebben proefvelden aangeplant met genetisch aangepaste aardappelen. Door meerdere genen toe te voegen of uit te schakelen, hebben de gewassen een resistentie tegen ziekten en plagen zoals Phytophtora infestans. De nieuw ontwikkelde resistente rassen behoeven naar verwachting aanzienlijk minder chemische middelen. Er  wordt onderzocht hoe goed de resistenties werken, al blijft het onzeker of de aardappelen ook hun toegang zullen vinden tot de algemene markt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="genetische modificatie" />
                        <category term="Wageningen Universiteit" />
                        <category term="aardappel" />
                        <category term="innovatie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4ff1b242-6ae0-4d71-b800-cc204d7d0177/full_width_shutterstock-105010166-aardappel-plant.jpg</image>
                                        <content>Het project is een samenwerking van Wageningen University &amp;amp; Research (WUR) en het Nederlandse ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). De start van de veldproef is een volgende stap in de ontwikkeling van genetisch gemodificeerde aardappelen.Eén van de belangrijkste resistenties die men wil ontwikkelen is tegen Phytophthora, een hardnekkige aardappelziekte die grote schade aan de oogst kan veroorzaken, en daardoor zeer intensief bestreden wordt met chemische gewasbescherming.De start van de veldproef is een volgende stap in de ontwikkeling van genetisch gemodificeerde aardappelen. De laatste veldproef, die in het kader van het DuRPh-project werd uitgevoerd, dateert van 11 jaar geleden. De aardappelen uit dit project zijn niet als aardappelras op de markt gekomen, wat kwam door de manier waarop het resistentie-gen was ingebouwd. Dit was niet gedaan door klassieke veredeling, maar via transformatie. Het gebruik van genetisch gemodificeerde planten valt in de Europese Unie onder regelgeving die leidt tot een langdurig, kostbaar en onzeker toelatingsproces. Bovendien is na een goed doorlopen toelating, de marktacceptatie nog steeds onzeker.NGT&#039;s of ggo&#039;s?Het huidige project betreft NGT’s of nieuwe genomische technieken. Deze verschillen van de klassieke ggo’s. NGT’s bewerken voornamelijk de bestaande genen van een organisme, terwijl ggo&#039;s genen van de ene soort naar de andere overbrengen. Aardappelrassen die ontwikkeld worden via NGT’s, zijn variëteiten die ook in de natuur zouden kunnen ontstaan. Maar waar klassieke veredeling willekeur kent en een proces is van vele jaren, kan men via NGT’s op relatief korte termijn gericht nieuwe planten ontwikkelen. Omdat er geen vreemd DNA wordt geïntroduceerd, zijn er volgens WUR geen nieuwe veiligheidsrisico’s voor deze planten.De Europese wetgeving maakt voorlopig geen onderscheid tussen NGT’s en de klassieke ggo’s, maar dat zou kunnen veranderen. Er loopt een Europees wetgevingstraject om planten gemaakt met NGT’s vrij te stellen van de toelatingsprocedure voor genetisch gemodificeerde planten. De onderzoekers van WUR hopen dat deze nieuwe proeven de praktische beloften van NGT-planten duidelijk maken aan een groter publiek. Door aardappelen te kweken die resistente genen bevatten, kunnen landbouwers minder afhankelijk worden van chemische gewasbeschermingsmiddelen die schadelijk zijn voor het milieu.</content>
            
            <updated>2026-04-10T14:41:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Slachthuis Kortenaken bijna klaar om uit de startblokken te gaan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/slachthuis-kortenaken-bijna-klaar-om-uit-de-startblokken-te-gaan" />
            <id>https://vilt.be/58920</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met enkele maanden vertraging staat het slachthuis van Kortenaken op het punt om zijn deuren te openen. De renovatiewerken zijn intussen afgerond. “Momenteel bereiden we ons voor op een bezoek van het FAVV, dat de volledige site zal controleren. Indien alles conform wordt bevonden en er geen opmerkingen zijn, kan de opstart snel volgen”, laat zaakvoerder Bert Van Asbroeck weten. De ondernemers mikken met het slachthuis op veehouders die inzetten op korteketenverkoop.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vlees" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b63e55b6-b9ce-4001-a30d-1b71a7a03bb4/full_width_slachthuis-vlees.jpg</image>
                                        <content>De voorbije jaren hebben steeds meer kleine slachthuizen de deuren gesloten. Door deze toestand in de sector moeten veehouders hun dieren over steeds grotere afstanden vervoeren. Dat stelt vooral korteketenboeren en veehouders met hoevevleesverkoop voor uitdagingen.Met deze problematiek in het achterhoofd besloten ondernemers Bert en Dries Van Asbroeck een doorstart te maken met het slachthuis in het Vlaams-Brabantse Kortenaken. Na een lange zoektocht slaagden zij er vorig jaar in om de financiering rond te krijgen, met hulp van 17 lokale veehouders die een win-winlening verstrekten. &quot;Vertraging opgelopen&quot;Het plan voor een opening eind vorig jaar werd uitgesteld naar eind februari. “Helaas hebben we de vooropgestelde opstarttermijn van eind februari niet kunnen halen, omwille van verschillende factoren”, laat Dries Van Asbroeck weten.De opening is echter in aantocht. “De renovatiewerken zijn intussen afgerond. Momenteel bereiden we ons voor op een bezoek van het FAVV, waarbij de volledige site en faciliteit gecontroleerd zullen worden op conformiteit met de geldende regelgeving. Indien alles conform wordt bevonden en er geen opmerkingen zijn, kan de opstart snel volgen”, klinkt het.In afwachting van de FAVV-controle kan de ondernemer nog geen exacte opstartdatum meegeven. “Wat we wel met zekerheid kunnen zeggen, is dat alles klaarstaat om van start te gaan en dat we er alles aan doen om dit zo snel mogelijk te realiseren. We voelen dat er veel vraag en interesse is”, klinkt het. In eerste instantie zullen runderen, schapen, varkens en geiten geslacht kunnen worden in het slachthuis van Kortenaken.</content>
            
            <updated>2026-04-10T15:04:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw Interreg-project sluit kringloop tussen aquacultuur, insecten- en plantenteelt]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuw-interreg-project-sluit-kringloop-tussen-aquacultuur-insecten-en-plantenteelt" />
            <id>https://vilt.be/58921</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Interreg-project AEP-Pulse ontwikkelt een geïntegreerd circulair voedselproductiesysteem, door reststromen uit aquacultuur (A), insectenteelt (E van het Engelse entomology) en plantenteelt (P) met elkaar te verbinden en valoriseren. 11 Vlaamse en Nederlandse partners onderzoeken hoe water-, energie- en nutriëntenstromen tussen deze sectoren slim kunnen worden hergebruikt. Zodat wat vandaag als afval geldt voor de ene, morgen een grondstof wordt voor de andere. De kick-off vond plaats bij Inagro in Rumbeke, waar meteen ook een eerste demonstratie-opstelling werd voorgesteld.&nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aquacultuur" />
                        <category term="insect" />
                        <category term="voedsel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/491c3284-f427-41d4-8f8e-a4ebf266581a/full_width_inagro-aquacultuur-snoekbaars-1024.jpg</image>
                                        <content>De kern van het project is eenvoudig, maar ambitieus: reststromen uit de ene productieschakel opnieuw inzetten in een andere. Plantaardige resten vormen voeding voor insecten die als eiwitbron dienen voor vissen, en het nutriëntenrijke water uit de visteelt is voor de plantenteelt.&amp;nbsp;Op die manier ontstaat een gesloten kringloop waarin water, energie en nutriënten maximaal worden gevaloriseerd.&amp;nbsp;Antwoord op economische en ecologische druk&amp;nbsp;Landbouw- en aquacultuurbedrijven moeten afrekenen met stijgende grondstofprijzen, strengere milieuregels en een sterke afhankelijkheid van ingevoerde grondstoffen. Volgens projectcoördinator Stefan&amp;nbsp;Teerlinck&amp;nbsp;van&amp;nbsp;Inagro&amp;nbsp;kan circulariteit daarop een antwoord bieden.&amp;nbsp;“Het AEP-systeem zien we als kapstok om te onderzoeken hoe afvalstromen kunnen worden omgezet in meerwaarde, zowel binnen als tussen sectoren. Afvalstromen zijn vandaag een kost in onze productie. Door ze om te zetten naar een grondstof krijgen ze een waarde, wat het potentieel voor lokale, minder importafhankelijke productie reëel maakt.”&amp;nbsp;AEP-Pulse&amp;nbsp;fungeert daarbij als een experimenteel kader waarin verschillende sectoren samen zoeken naar praktische en economisch haalbare oplossingen.&amp;nbsp;Pilootopstelling toont potentieel&amp;nbsp;Op de site in&amp;nbsp;het West-Vlaamse Rumbeke&amp;nbsp;draait inmiddels een eerste demonstratie-opstelling. Daar kweekt men steur en forel in combinatie met insecten zoals meelwormen en de zwarte soldatenvlieg. De kringloop wordt gesloten met&amp;nbsp;hydroteelten, waaronder prei en aardbeien.&amp;nbsp;De opstelling moet aantonen dat reststromen effectief opnieuw ingezet kunnen worden zonder verlies aan kwaliteit of rendement. Tegelijk biedt ze inzicht in de technische uitdagingen die gepaard gaan met het koppelen van verschillende productiesystemen.&amp;nbsp;In de loop van het project volgen nog bijkomende demonstratiesites in Vlaanderen en Nederland, telkens aangepast aan andere bedrijfsmodellen en schaalniveaus.&amp;nbsp;Extra kansen in&amp;nbsp;bio-stimulanten&amp;nbsp;Naast hergebruik van nutriënten onderzoekt AEP-Pulse&amp;nbsp;ook de mogelijke meerwaarde van reststromen als&amp;nbsp;bio-stimulanten. Dat zijn stoffen die de groei, weerbaarheid of kwaliteit van&amp;nbsp;bodem,&amp;nbsp;planten en aquacultuurdieren kunnen verbeteren.&amp;nbsp;Eerder onderzoek toonde al aan dat het gebruik van visafvalwater in tomatenteelt leidt tot meetbaar betere resultaten. Binnen het project wordt nu verder onderzocht hoe reststromen uit&amp;nbsp;de AEP-productie deze effecten kunnen versterken.&amp;nbsp;Complexe regelgeving remt opschaling&amp;nbsp;Toch is de weg naar toepassing in de praktijk niet zonder hindernissen. Tijdens de kick-off werd duidelijk dat regelgeving een van de grootste uitdagingen vormt. Verschillende soorten reststromen vallen onder uiteenlopende juridische kaders, wat hergebruik bemoeilijkt.&amp;nbsp;“Circulaire oplossingen zijn veelbelovend, maar de implementatie in de praktijk is vaak complexer dan de initiële plannen suggereren”, vertelt Tessa&amp;nbsp;Avermaete,&amp;nbsp;bio-econoom&amp;nbsp;(KULeuven) en oprichter&amp;nbsp;van Run &amp;amp;&amp;nbsp;Harvest, een platform voor&amp;nbsp;gezonde voeding, beweging en duurzame landbouw.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Ook vanuit beleidszijde klinkt de nood aan duidelijkheid. Zo stelt Gil Gram van&amp;nbsp;de&amp;nbsp;Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij&amp;nbsp;(OVAM):&amp;nbsp;“Frass&amp;nbsp;(restproduct uit insectenteelt dat bestaat uit&amp;nbsp;insectenuitwerpselen, voederresten en beperkt aantal dode insecten, red.)&amp;nbsp;valt buiten het mestdecreet en ressorteert onder OVAM, terwijl visreststromen wél als mest kunnen worden geclassificeerd, afhankelijk van het productieproces en het hergebruik van water.”&amp;nbsp;Daarnaast wijst Heleen De&amp;nbsp;Norre&amp;nbsp;van de FOD Volksgezondheid op de strikte Europese regels:&amp;nbsp;“Wie een reststroom als&amp;nbsp;bio-stimulant&amp;nbsp;op de markt wil brengen, doorloopt een conformiteitsbeoordeling die tot&amp;nbsp;één jaar kan duren. Bovendien bepalen de claims van de producent welk kader van toepassing is. Een detail dat in de praktijk vaak over het hoofd wordt gezien.”&amp;nbsp;Ook in de praktijk blijken technische details een rol te spelen, zoals Willy&amp;nbsp;Verdonck&amp;nbsp;van Aqua Bio aangeeft:&amp;nbsp;“Omdat steuren geen schubben hebben, blijven er na filtratie geen harde dierlijke resten achter in de meststroom. Moesten steuren schubben hebben, zouden ze blijven plakken.”&amp;nbsp;De sector is het erover eens dat duidelijke en werkbare regelgeving essentieel is om de stap naar een volledig circulair systeem mogelijk te maken.&amp;nbsp;Kennisdeling als hefboom&amp;nbsp;Om die kloof tussen theorie en praktijk te verkleinen, zet AEP-Pulse&amp;nbsp;sterk in op opleiding en kennisdeling. Onderwijsinstellingen zoals Universiteit Gent en de Nederlandse HZ University of&amp;nbsp;Applied&amp;nbsp;Sciences werken aan nieuwe opleidingsmodules rond circulaire voedselproductie.&amp;nbsp;Daarmee wil het project niet alleen innovatie stimuleren, maar ook de volgende generatie professionals voorbereiden op een sector in transitie.&amp;nbsp;Met AEP-Pulse&amp;nbsp;krijgt het concept van circulariteit zo een concrete invulling op het terrein. Of het model ook op grote schaal doorbreekt, zal afhangen van de technische haalbaarheid én de ruimte die regelgeving biedt. Eén ding is duidelijk: afval is in dit verhaal niet langer het eindpunt, maar het begin van een nieuwe productieketen.&amp;nbsp;&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-04-11T09:09:06+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Startende insectenteelt in Europa komt tot stilstand]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/startende-insectenteelt-in-europa-komt-tot-stilstand" />
            <id>https://vilt.be/58922</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De insectenteelt in Europa en Vlaanderen staat nog in de kinderschoenen, maar lijkt al ten dode opgeschreven. Grote Europese verwerkers leggen bij bosjes de boeken neer en telers volgen in hun kielzog. “De teelt is niet rendabel voor toepassingen in dierenvoeding en humane voedingsbedrijven hebben hun interesse verloren”, klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="insect" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/855893a0-754a-4127-8255-5987a2ba3225/full_width_insectenkweek.png</image>
                                        <content>De jonge varkenshouder Wouter Mertens uit Hoogstraten startte 2,5 jaar geleden samen met zijn broer met de teelt van meelwormen, in de hoop een alternatief voor de varkensteelt uit te bouwen. “Net als iedereen zitten wij door de aankomende wetgeving en onzekerheden met de handen in het haar. In dat licht zijn we opgestart met de insectenteelt”, zei hij destijds.De teelt van insecten, zoals treksprinkhanen, meelwormen en huiskrekels, gold enkele jaren geleden als een duurzaam, circulair alternatief voor eiwitproductie. Minder landgebruik, minder uitstoot en meer efficiëntie was de slogan. Enkele Europese ondernemers sprongen in dat gat in de markt en lanceerden fabrieken voor de kweek en verwerking van insecten. De verwerkers richtten zich aanvankelijk op de feedindustrie en verlegden later de focus naar de voer voor viskweek- en de petfoodindustrie.Vooral in de wereld van de gezelschapsdieren sprak het alternatieve eiwit aan en diverse merken hondenbrokken op basis van insecten werden gelanceerd. Zo ook Imby, dat op de Belgische markt actief is. “Ons insectenhondenvoer is compleet, gebalanceerd en vrij van dierenleed. Het is hypoallergeen en wordt aanbevolen door dierenartsen”, is de reclametekst. Ons insectenhondenvoer is compleet, gebalanceerd en vrij van dierenleed. Het is hypoallergeen en wordt aanbevolen door dierenartsen “In de petfoodindustrie ligt de waarde van het eindproduct hoger en valt er makkelijker te concurreren met andere eiwitbronnen”, vertelt Dave van der Pasch van M-Food Natural Ingredients uit Turnhout, een start-up die zich toelegt op de verwerking en vermarkting van insecten.Verwerkers met bosjes faillietIn 2026 ziet de wereld er anders uit. Eerder dit jaar ging Agroloop failliet, een grote Hongaarse verwerker van insecten voor diervoeding, nadat het net een nieuwe fabriek had gebouwd. Rond de jaarwisseling viel ook het doek voor het Franse bedrijf Ynsect, dat gold als het grootste insectenbedrijf van Europa, en in de loop van enkele jaren maar liefst 500 miljoen euro ophaalde. Eind vorig jaar sprak een Deense rechter het faillissement uit over Enorm, dat zich met insectenproteïne eveneens op de diervoedingsmarkt stortte.“Er zijn nog een aantal industriële spelers over in Europa, maar ook die hebben het erg zwaar. Hierdoor is er ook voor de kwekers nauwelijks afzet meer en zie je dat velen ermee stoppen. De uitzondering zijn kwekers die insecten levend of diepgevroren, onbehandeld dus, verkopen als voeding voor vogels en reptielen. Denk aan Nusect en De Smedt Insects”, vertelt Van der Pasch, die met M-Food onder andere samenwerkt met deze spelers. Door de faillissementen is een deel van de afzetmarkt van M-Food weggevallen. “Wij hebben hierdoor onze activiteiten naar een laag pitje geschroefd”, vervolgt hij. Het bedrijf uit Turnhout verwerkte op hoogdagen één ton insecten per week. Bijna de helft van deze productie kwam van de familie Mertens uit Hoogstraten. Doordat M-Food haar activiteiten terugschroefde en de bestellingen stopzette, moesten de ondernemers zelf de markt op. In de onderhandelingen met de feed- en  de petfoodindustrie stuitten ze keer op keer op lage prijsvorming. “Op 2,5 jaar is de vraag ingestort. De teelt is niet rendabel”, aldus Mertens.“Wij hebben vanaf het begin niet geloofd in insecten als alternatieve eiwitbron in de feed- of petfoodindustrie. Er zijn goedkope eiwitalternatieven en de productiekosten voor insecteneiwit liggen hoog”, vertelt Van der Pasch, die daarvoor ook de Europese wetgeving verantwoordelijk stelt. “In landen in Azië worden insecten gekweekt met organische reststromen uit bijvoorbeeld de horeca. De kosten liggen hierdoor lager en de insectenteelt geldt daardoor ook als een soort afvalverwerker en heeft extra toegevoegde waarde.” In Europa is dat niet toegestaan. “Insecten worden gezien als landbouwdieren en moeten daardoor ook geteeld worden met veevoer. Daardoor liggen de productiekosten hoog en kan insectenproteïne qua prijs niet op tegen soja of vismeel”, verklaart hij. Hoewel de markt momenteel op zijn gat ligt, ziet de mede-oprichter op termijn nog wel potentieel voor insecteneiwit als additief in diervoeding. Al zal er ook onderzoek nodig zijn om eventuele gezondheidsclaims officieel te staven. “Chitine heeft een gezondheidsbevorderende werking op huisdieren”, noemt hij als voorbeeld.Voor humane consumptie ziet hij op termijn wel toepassingsmogelijkheden voor eiwit of andere insectengrondstoffen. Waar Aziatische landen bijvoorbeeld een traditie hebben in de consumptie van insecten, ontbreekt die cultuur in Europa. De acceptatie van insecten voor humane consumptie heeft tijd nodig. &amp;nbsp;&quot;Complotdenkers besmeuren imago insectenvoeding&quot;Begin 2021 werden de eerste stappen gezet en werd de gedroogde gele meelworm als eerste insectenvorm toegelaten als ingrediënt voor humane voeding. Meelwormen zijn rijk aan vetten, vezels en proteïnen, en kunnen opgediend worden als snack. Of ze vormen een ingrediënt voor bijvoorbeeld worstjes, en kunnen in poedervorm verwerkt worden in koekjes, smoothies of pastaproducten.De culturele kloof is volgens Van der Pasch nog groot. En bij een nieuw voedingsmiddel voor humane consumptie helpt het niet dat complotdenkers de zaak zo hebben geframed alsof Europa haar burgers zou dwingen om insecten te eten. Hierdoor durven voedingsbedrijven zich niet meer te richten op de ontwikkeling van nieuwe toepassingen en staat dit in belangrijke mate stil. Het plantje van insectenproteïne als circulaire en duurzame voedingsbron heeft hierdoor nog geen kans gekregen om zich te ontwikkelen”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2026-04-14T09:08:29+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Niet elke sector vertrok van dezelfde startpositie richting stikstofdoel 2030]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/niet-elke-sector-vertrok-van-dezelfde-startpositie-richting-stikstofdoel-2030" />
            <id>https://vilt.be/58923</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De reductiedoelstellingen voor stikstof liggen al even vast, maar de startpositie verschilde sterk per sector. Dat blijkt uit het tweede Voortgangsrapport PAS. Waar de varkenssector bij de inwerkingtreding van het stikstofdecreet al halfweg de reductie zat, had de pluimveesector die voorsprong nog niet. Een overzicht van de ambities en uitgangsposities per sector.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="veehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/890ef365-851f-4c8d-b91c-53ee6bea9495/full_width_varkens-europeanunion2013jozefjakubco.jpg</image>
                                        <content>Een groot luik van de doelstellingen in het stikstofdecreet bestaat uit het terugdringen van de stikstofuitstoot. Zo moet tegen uiterlijk eind 2030 de ammoniakuitstoot in Vlaanderen met 40,3 procent afgenomen zijn ten opzichte van 2015. Voor de uitstoot van stikstofoxiden gaat het over een daling van 45 procent.In het recent uitgebracht tweede Voortgangsrapport PAS wordt nog geen voortgang geduid waar de sectoren vandaag staan in deze doelstellingen. Wel wordt een inzicht gegeven over de situatie in 2023, vlak voor het stikstofdecreet in februari 2024 in werking trad.Met welke cijfers stond de varkenssector aan de startlijn?De varkenssector heeft als enige sector een dubbele doelstelling gekregen in het stikstofdecreet. Zo moet er enerzijds 60 procent stalemissies gereduceerd worden, maar moet de sector ook 30 procent afslanken in aantal dieren.Een reductie van 60 procent betekent dat uitstoot in de varkensstallen in 2030 beperkt wordt tot 4.695 ton NH3-N (ammoniak in stikstof uitgedrukt). In 2023 stond de uitstootteller op 8.040 ton NH3-N, wat al een reductie is van 31,8 procent ten opzichte van 2015. Daarmee tekent de sector de grootste voorsprong op van alle andere sectoren. “Het evolueert richting de doelstelling”, staat in het rapport. “Het toekomstige emissieverloop zal verder moeten uitwijzen of deze trend zich voortzet, wat nodig zijn zal om de reductiedoelstelling in 2030 te halen.”Factoren zoals de verdere evolutie in varkensaantallen, maar ook de evolutie naar ammoniak-emissiereducerende (AER) technieken in stallen zullen van groot belang zijn. Zo was nog 55 procent van alle Vlaamse varkens in 2024 gehuisvest in een traditionele stal, zonder luchtwasser. 18 procent werd wel al in emissiearme stallen gehouden en 27 procent heeft een stal met een AER-luchtwasser. Een biologische of chemische luchtwasser heeft een reductiepercentage van 70 procent. Veestapel al 20 procent geslonkenOok een vermindering van de veestapel met 30 procent zal bijdragen aan het behalen van de reductiedoelstelling. In 2024 was de sector al 20 procent gereduceerd ten opzichte van 2015. Daarmee telde de varkensstapel in 2024 4,99 miljoen varkens. In 2015 waren dit er 6,2 miljoen. Om aan het doel van 4,38 miljoen varkens te geraken, moet de sector dus nog ongeveer 610.000 dieren loslaten. Naast bronmaatregelen voorziet het stikstofbeleid ook verschillende flankerende maatregelen om die afname mee te helpen realiseren. Kippen moeten inhaalmanoeuvre makenNet als varkens moet ook de pluimveesector 60 procent reduceren in ammoniakuitstoot. Dat komt neer op een emissieplafond van 1.720 ton NH₃-N. In tegenstelling tot de varkenssector bleef de ammoniakuitstoot tussen 2015 en 2023 nagenoeg uit (-1%), waardoor de sector zeven jaar kreeg om de reductie van 60 procent te realiseren. De emissiereductie bij pluimvee zal niet bereikt worden zonder trendbreuk van de huidige evolutie Nochtans werd in die periode sterker ingezet op AER-technieken dan in de varkenshouderij. Waar in 2015 nog 43 procent van de kippen in een AEA-stal zat, was dat in 2024 al 66 procent. Maar de impact hiervan werd grotendeels tenietgedaan door de stijging van het aantal pluimvee in dezelfde periode. Sinds 2015 is er een gestage maar significante stijging van 23 procent tot 41,1 miljoen stuks in 2024. “De evolutie van de pluimveestapel hangt nauw samen met de economische realiteit: het inkomen van pluimveehouders is het hoogst van alle types veehouderijen”, duidt het rapport. “Aangezien de vooropgestelde daling van de ammoniakuitstoot van pluimvee momenteel uitblijft, zal de emissiereductie in 2030 niet bereikt worden zonder trendbreuk van de huidige evolutie.” Reductiepercentages runderen kunnen dit jaar nog aangepast wordenVoor de rundveesector zijn de doelstellingen anders dan de pluimvee- en varkenssector. Als gevolg van de uiteenlopende evoluties tussen 2015 en 2021 in de drie subsectoren (melkvee, vleesvee, mestkalveren), zijn er reductievereisten opgenomen ten opzichte van 2021. Zo moet melkvee een ammoniak-emissiereductie van 25 procent bewerkstelligen tegen 2030, voor mestkalveren ligt dit op 28 procent. De vleesveesector is de voorbije decennia al sterk afgebouwd en kreeg geen reductiedoelstelling opgelegd, maar verdere stijging is niet toegestaan. Dit jaar is belangrijk voor de doelstellingen van de rundveesector. Niet alleen moest elke veehouder al een reductie van vijf procent realiseren, tegen eind 2026 wordt ook geëvalueerd hoever elke subsector staat in het behalen van de doelstelling. Als blijkt dat de uitstoot van het melkvee of mestkalveren al gehalveerd is (12,5% en 14%), kunnen de reductiepercentages voor die of een andere deelsector bijgesteld worden. Als de deelsectoren in 2026 de doelstellingen niet halen, kan een opkoopregeling van nutriëntenemissierechten (NER) opgestart worden. Vanaf 2026 zal de Vlaamse regering de reductiepercentages jaarlijks evalueren en aanpassen.Bij melkvee was er nog geen grote uitstootdaling in de stalemissies op te merken tussen 2021 en 2023. In tegendeel, deze steeg licht van 4.110 ton NH3-N naar 4.150 ton NH3-N. Het aantal melkkoeien groeide in die periode ook licht, al nam de melkveestapel wel voor het eerst voorzichtig af in 2024 (-1,4%).De uitstoot bij mestkalveren daalde wel licht, van 530 ton NH3-N naar 520 ton NH3-N in 2023. Ook de uitstoot bij vleesvee bleef verder dalen van 2.320 naar 2.240 ton NH3-N. Welke sector stootte het meest ammoniak uit in 2023?In 2023 waren de stalemissies van alle landbouwdieren samen goed voor 49,6 procent van de totale ammoniakuitstoot van de landbouwsector. Varkens namen met 25,8 procent het grootste deel in, gevolgd door melkvee (13,3%) en pluimvee (10,6%). Vleesvee was in 2023 goed voor 7,2 procent en mestkalveren 1,7 procent.Een andere grote bijdrage aan de totale ammoniakuitstoot van de landbouwsector komt onder meer nog uit het uitrijden van mest en toepassing van kunstmest.</content>
            
            <updated>2026-04-10T22:40:28+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Eerste Europese geval van vogelgriep bij de mens vastgesteld in Italië]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/eerste-europese-geval-van-vogelgriep-bij-de-mens-vastgesteld-in-italie" />
            <id>https://vilt.be/58924</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>In Italië is eind maart het eerste Europese geval van vogelgriep bij de mens vastgesteld. Dat heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vrijdag gemeld in een persbericht. Het gaat om het eerste bevestigde geïmporteerde geval in Europa.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="pluimveehouderij" />
                        <category term="wereld" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/67ee5070-a7b5-4f72-ad1a-da969ac75828/full_width_vogelgriepuitbraaknederlandsesterns-twitterroelfhovinga-1250.jpg</image>
                                        <content>Een volwassen man die terugkwam uit Senegal liep het virus op. Er was geen sprake van blootstelling aan gevogelte of aan personen met gelijkaarde symptomen. De man is intussen aan de beterhand.Het gaat om de A(H9N2)-variant, die nauwe gelijkenissen vertoont met eerdere varianten die werden vastgesteld bij gevogelte in Senegal.Vogelgriep komt regelmatig voor bij vogels, maar kan ook mensen infecteren. Meestal is er dan sprake van rechtstreeks contact met een besmet dier of onrechtstreeks contact met een besmette omgeving. Besmetting van mens op mens is nog niet vastgesteld. Bij de mens lokt vogelgriep meestal een mild ziektebeeld uit, maar in uitzonderlijke gevallen kan de ziekte ook dodelijk zijn.</content>
            
            <updated>2026-04-11T09:15:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuw Nederlands advies: eet minder vlees en kaas]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nederlanders-krijgen-advies-vlees-en-kaasconsumptie-te-halveren" />
            <id>https://vilt.be/58925</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Nederlandse Voedingscentrum adviseert om de vleesconsumptie te beperken tot hooguit 300 gram per week en die van kaas tot 20 gram per dag. Dit betekent bijna een halvering ten opzichte van de vorige Nederlandse Schijf van Vijf (de Vlaamse voedingsdriehoek, red.). In plaats daarvan komen vooral meer peulvruchten. De Vlaamse richtlijnen liggen in lijn met die van de Schijf van Vijf, maar zijn minder strikt. “Het lijkt erop dat duurzaamheidsaspecten in de nieuwe Schijf van Vijf in Nederland zwaarder wegen dan pure gezondheid”, reageert het Vlaamse kenniscentrum voedingsinformatie NICE.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voeding" />
                        <category term="voedingsdriehoek" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f7dcb5c9-7bed-48ab-9f85-e62260e10cc6/full_width_voedingsdriehoek.jpg</image>
                                        <content>Eet niet langer 500 gram vlees per week, maar hooguit 300 gram, waarvan maximaal 100 gram rood vlees (van runderen, kalveren, varkens, schapen en geiten). Schroef de consumptie van kaas terug van 40 gram naar 20 gram per dag. Dat staat in de nieuwe Schijf van Vijf, de Nederlandse richtlijn om gezond, duurzaam en veilig te eten. Die is al sinds 1953 richtinggevend en wordt opgesteld door het Nederlandse Voedingscentrum.Daarnaast komt het advies om het verlies aan dierlijke eiwitbronnen sterker te compenseren met meer plantaardige eiwitbronnen. Volwassenen van 18 tot 50 jaar zouden vooral meer peulvruchten moeten eten. Voor peulvruchten, zoals linzen en bonen, geldt een advies van 250 gram per week, ongeveer een verdubbeling ten opzichte van de vorige Schijf van Vijf uit 2016. Er wordt ook aangeraden om de aanbevolen hoeveelheid zuivel af te wisselen met een verrijkt plantaardig zuivelalternatief.De voedingsaanbevelingen in de Schijf van Vijf zijn een vertaalslag van de Richtlijnen Goede Voeding van de Nederlandse Gezondheidsraad en houden rekening met gezondheid, milieu-impact en voedselveiligheid. “Het lijkt erop dat duurzaamheidsaspecten in deze nieuwe Schijf van Vijf zwaarder wegen dan pure gezondheid”, reageert Inge Coene, voedingsdeskundige van het Vlaamse kenniscentrum voedingsinformatie NICE (Nutrition Information Center).Plantaardige drankenAls voorbeeld wijst zij op het advies uit Nederland om af te wisselen tussen zuivel en verrijkte zuivelalternatieven. “Hoewel de gezondheidseffecten van de bovendien zeer diverse groep plantaardige alternatieven voor zuivel op de lange termijn nog onvoldoende zijn onderzocht, krijgen zij vanwege duurzaamheidsoverwegingen, en op basis van nutritionele criteria (door verrijking), momenteel toch het voordeel van de twijfel. Er is wel wetenschappelijke consensus over het feit dat enkele porties zuivel per dag (melk, yoghurt en kaas) samenhangen met een lager risico op diverse welvaartsziekten (darmkanker, beroerte, diabetes type 2 en coronaire hartziekten)”, aldus Coene.Zij vervolgt: “Onderzoeksresultaten over de gezondheidsaspecten van melk en melkproducten kunnen niet zomaar worden doorgetrokken naar plantaardige dranken. Een nutritionele gelijkenis door verrijking met onder meer calcium, vitamine B2 en B12 impliceert geen gelijke gezondheidseffecten. Het Voedingscentrum stelt wel criteria waaraan goede zuivelalternatieven moeten voldoen, maar de kans is groot dat die niet door de consument zullen worden gecheckt en dat alle zuivelalternatieven in de praktijk ter afwisseling zullen dienen.” Soortgelijk advies in BelgiëIn België komt de Hoge Gezondheidsraad met voedingsaanbevelingen. De laatste, herziene versie dateert van juni 2025. Die ligt in lijn met de richtlijnen van de voedingsdriehoek, het Vlaamse voedingsmodel. Volgens Coene liggen de Belgische voedingsadviezen in dezelfde lijn als de Nederlandse, maar zijn de Nederlandse strikter dan bij ons. Wat betreft de vleesconsumptie luidt het Belgische advies als volgt: “Eet niet meer dan 300 gram niet-bewerkt rood vlees (bv. biefstuk, varkenshaas) per week. Vervang het door peulvruchten, vis, gevogelte of eieren. Beperk de consumptie van bewerkt rood vlees (bv. charcuterie en andere bereide vleeswaren) tot 30 gram per week. Voor zuivel wordt aangeraden om elke dag tussen 250 en 500 ml melk of melkproducten te gebruiken.Dat komt neer op zo’n 2 tot 3 porties (melk, yoghurt, kaas) per dag. Enkel verrijkte alternatieven voor zuivel op basis van soja kunnen volgens de voedingsdriehoek een glas melk nutritioneel vervangen. Daarnaast blijft zowel in België als in Nederland het advies ongewijzigd om veel groenten, fruit, een handje noten, volkorenproducten en niet te veel zout, verzadigd vet en suiker te nemen. Ook dat draagt bij tot een gezonde plantaardige basis en wordt soms vergeten. Hoewel de recente voedingsadviezen het belang van meer plantaardig eten benadrukken, bevestigen zij volgens Coene ook wel degelijk de rol van dierlijke producten in een gezond en milieuverantwoord voedingspatroon. “Ook dierlijke voedingsmiddelen zoals zuivel, vlees, vis en ei leveren belangrijke voedingsstoffen en hebben specifieke gezondheidseffecten die niet zomaar door plantaardige voedingsmiddelen kunnen worden vervangen. Denken we hier bijvoorbeeld ook aan de essentiële omega-3-vetzuren die vis aanbrengt. Dierlijke producten vullen de plantaardige basis in de juiste verhoudingen goed aan.”Smaak en traditie staan het gezondste menu in de wegDaarnaast blijven ook aspecten zoals smaak en traditie belangrijk. De kennis en gewoonten rond koken en eten zijn verweven met onze cultuur en sociale achtergrond. De Hoge Gezondheidsraad wijst er daarom op dat veranderingen in eetgedrag best geleidelijk verlopen, in harmonie met bestaande tradities.Wat dat betreft verschilt het advies van de Nederlandse en Belgische voedingsautoriteiten behoorlijk van de realiteit. De gemiddelde Nederlander eet maar twee keer per maand bonen of peulvruchten. Dat is nog geen 50 gram per week tegenover de aanbevolen hoeveelheid van 250 gram. In Vlaanderen ligt de consumptie van niet-bewerkt rood vlees volgens VLAM-statistieken op 430 gram per week, terwijl het advies in ons land op 300 gram ligt.Voor kaas bedraagt het thuisverbruik in België 12 kg per persoon per jaar in 2024, wat overeenkomt met ongeveer 230 gram per week per volwassene, of ruim 30 gram per dag. “Deze kaasinname komt min of meer overeen met de aanbeveling. Er wordt aangeraden om twee tot drie porties zuivel per dag te nemen en af te wisselen (melk, yoghurt, kaas). Een portie kaas komt overeen met ongeveer 25 gram”, verduidelijkt Coene.</content>
            
            <updated>2026-04-12T21:15:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Giftige bloemen en zieke dieren: vlooienmiddel bevat stoffen die allang in landbouw verboden zijn]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fipronil-zieke-dieren-en-dode-vlinders-vlooienmiddel-bevat-stoffen-die-allang-in-landbouw-verboden-zijn" />
            <id>https://vilt.be/58926</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Permethrin, imidacloprid, foxim, fipronil en flumetrine. Neen, dit is niet de chemische cocktail die Nederlandse onderzoekers hebben aangetroffen op een akker, maar wel in een stadspark. Want vlooienbanden bevatten producten die in de landbouw allang verboden zijn. Volgens onderzoeker Jelmer Buijs is dat lang niet onschuldig. Misvormde vlinders, massale insectensterfte en gezondheidsproblemen bij de mens en zijn trouwe viervoeter, zijn naar deze producten te herleiden: "De doses die een hond krijgt bij een vlooienbehandeling, liggen duizenden malen hoger dan wat toegestaan is bij mensen."</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="gezondheid" />
                        <category term="insect" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/96946325-94c4-4568-86f7-3dcc38139509/full_width_vlooienband-hond.jpg</image>
                                        <content>Het was een griezelige ontdekking van de Nederlandse fotograaf Marlonneke Willemsen. De vrouw kweekt rupsen die ze grootbrengt met paardenbloemen, geplukt in het lokale stadspark van het Zeeuwse Nieuwerkerk. De rupsen leken normaal, maar bij het ontpoppen kwamen de vlinders zwaar misvormd tevoorschijn. Sommigen stierven in hun cocon, gestikt voordat ze hun vleugels konden uitslaan. Hoewel het park mijlenver verwijderd is van landbouwgebied, bleken de paardenbloemen vergiftigd met in de landbouw verboden insecticiden. Dat we deze producten toch vinden in de natuur komt niet door clandestien landbouwgebruik, wel door honderden viervoeters die dagelijks door het park ravotten. Via hun ontlasting of urine komt het product van hun vlooienband terecht in de natuur.In elk park werd een nieuwe samenstelling aangetroffen. De chemische waslijst bevat namen die bij het grote publiek onbekend zijn, maar onschadelijk zijn ze niet. De bekendste in het rijtje is fipronil, de stof die leidde tot een van de grootste voedselschandalen in recente jaren. Eén vlooienband bevat volgens Buijs dosissen insecticide die de menselijk toegestane dosis met een duizendvoud overschrijden. Hetzelfde geldt voor vlooienshampoos. Hoewel de impact van een individuele vlooienband op het milieu mogelijk beperkt is, geldt dat niet voor dichtbevolkte regio’s met heel veel huisdieren. De impact op de volksgezondheid, en die van de dieren, is reëel.Welke verantwoordelijkheid draagt de producent?Omdat de maatstaven voor diergeneesmiddelen bijzonder laks zijn, vergeleken met landbouwproducten, kunnen bedrijven veiligheidsclaims maken die niet stroken met de realiteit. Wanneer we online op zoek gaan naar een vlooienmiddel, claimen zowat alle fabrikanten dat er bij correct gebruik geen risico is voor mens en dier. Als een klein deel van de dieren acuut ziek wordt, dan heeft dat voor de verkoper geen consequenties &quot;Dat klopt niet&quot;, zegt Buijs. Gevolgen voor mens, dier en milieu zijn er wel degelijk. “Een producent van vlooienbanden maakt gebruik van de officiële beoordeling door de Commissie Diergeneesmiddelen, die verklaart of het al of niet veilig is”, zegt hij. “Als een klein deel van de dieren acuut ziek wordt, dan heeft dat voor de verkoper geen consequenties. Als een dier na vijf jaar na de blootstelling Parkinson ontwikkelt, dan is het heel moeilijk om de link met het middel te bewijzen. Er is ook geen enkele instantie die onderzoek doet naar gezondheidseffecten van anti-vlooienmiddelen bij huisdieren en ook niet naar de effecten op het milieu.De verwijzing naar Parkinson is sprekend, want ook landbouwers lopen een verhoogd risico op de ziekte. Niet door producten die ze gisteren hebben gebruikt, wel door middelen waar ze decennia geleden mee in contact zijn gekomen.Huisstofpesticiden“We hebben miljoenen eieren vernietigd omdat ze gecontamineerd waren met fipronil”, zegt Buijs. “Maar fipronil en andere insecticiden komen via huisdieren alsnog in het oppervlaktewater terecht. In de kanalen waar we zwemmen en in de voeding die we consumeren.”“Kleine kinderen die intensief contact hebben met huisdieren, zijn ook een potentieel slachtoffer van die vervuiling”, zegt Buijs. “Ze raken de dieren aan en stoppen vervolgens de vingers in de mond.” Kleine kinderen die intensief contact hebben met huisdieren, zijn ook een potentieel slachtoffer van die vervuiling Het contact hoeft niet eens rechtstreeks te zijn. “Kinderen ademen ook de lucht en het stof in dat in het huis aanwezig is. Volgens recent onderzoek is het huisstof in vrijwel alle onderzochte woningen zwaar vervuild, ook met deze middelen. Zelfs bij huishoudens waar men geen huisdieren heeft vond men pesticiden op het stof. Permethrin bijvoorbeeld is een bekend insecticide dat men niet alleen gebruikt bij huisdieren, maar ook om motten op kleding tegen te gaan. Op die manier zijn er verschillende blootstellingsroutes.”&quot;Een honderdste gram per hectare is al desastreus&quot;“Als er in een dorp drie honden zijn, dan zullen die vlooienbanden geen rol van betekenis spelen”, zegt Buijs. “Maar aangezien we miljoenen huisdieren hebben in dichtbevolkte landen als Nederland of België, is dat niet verwaarloosbaar. Als we waarde hechten aan het voortbestaan van de insectenfauna, dan zullen we ook op dit soort dossiers onze aandacht moeten richten.” Iedereen vindt vlinders mooi. Maar we doen er alles aan om ze uit te roeien De toelatingskaders voor diergeneesmiddelen houden volgens Buijs geen steek, zeker niet wanneer men ze vergelijkt met de landbouw. “Van stoffen zoals fipronil en imidacloprid – verboden in de landbouw maar toegelaten als diergeneesmiddel – zijn een honderdste of een duizendste van een gram per hectare al desastreus. Het is geen wonder dat we massale insectensterfte zien in dorpen, steden en natuurgebieden. Iedereen vindt vlinders mooi. Maar we doen er alles aan om ze uit te roeien.”Indirect leiden deze producten ook tot plantensterfte. “Veel planten hebben de bestuivers nodig”, zegt Buijs. “Een plant die geen zaad kan vormen, betekent zijn doodsvonnis.”Twee maten, twee gewichtenBuijs stoort zich aan de twee maten en twee gewichten in de regelgeving. “De mens denkt graag in hokjes”, zegt hij. “Bij landbouwbestrijdingsmiddelen hebben we ecologische bekommernissen. Bij de beoordeling van dierengeneesmiddelen, speelt ecologie geen rol.” Bij landbouwbestrijdingsmiddelen hebben we ecologische bekommernissen. Bij de beoordeling van dierengeneesmiddelen, speelt ecologie geen rol De onderzoeker voegt wel toe dat hij ook de toelatingsprocedures voor bestrijdingsmiddelen in de landbouw te laks vindt. Zo verwijst hij naar Tectonik Pour-On, een vliegendodend product dat wordt aangebracht op runderen. “Ook hier zit permethrin in die we niet meer toelaten op gewassen”, zegt Buijs. “Maar de stof komt wel terecht in rundermest, dat we nadien uitrijden op onze akkers.” Vaak vinden we de permethrin terug in het gras, dat weer door de koeien gegeten wordt.&quot;Denk aan je dier&quot;Volgens Buijs is er politieke moed nodig om de vlooienbanden en andere anti-vlooeienmiddelen te verbieden of om het gebruik te ontmoedigen. “De politiek is hier aan zet, maar gezien het grote aantal hondenliefhebbers heeft dit geen hoge prioriteit”, zegt hij. “Geen beleidsmaker wil zich hier onpopulair mee maken.” De politiek is hier aan zet, maar gezien het grote aantal hondenliefhebbers heeft dit geen hoge prioriteit Zolang het niet verboden is, raadt Buijs baasjes aan om de vlooienband en -druppels links te laten liggen. “Zelfs al geef je niets om de insecten, denk dan aan je dier. De doses die een hond krijgt bij een vlooienbehandeling, liggen duizenden malen hoger dan wat toegestaan is bij mensen. Het zenuwstelsel van een hond of poes verschilt in wezen niet met dat van een mens. Wat schadelijk is voor ons, is ook schadelijk voor hen.” De meeste insecticiden die in anti-vlooienmiddelen zitten hebben tot doel het zenuwstelsel te verstoren.Maar is er ook een alternatief voor de vlooienband? “We hebben het duizenden jaren lang gesteld met vlooienkammen. De wereld zal niet vergaan als deze middelen niet meer bestaan.”</content>
            
            <updated>2026-04-13T13:26:48+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Voedsellandschap kan aantrekkingskracht RivierPark Maasvallei vergroten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/voedsellandschap-met-lokale-producten-kan-toeristische-aantrekkingskracht-rivierpark-maasvallei-vergroten" />
            <id>https://vilt.be/58927</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De uitbouw van een voedsellandschap met lokale producten kan de toeristische aantrekkingskracht van het RivierPark Maasvallei vergroten. Dat is de conclusie van een marktonderzoek waaraan meer dan duizend respondenten deelnamen. Ook boeren zien heil in het concept: meer toerisme naar de Maasvallei resulteert ook in een grotere afzetmarkt voor korteketenproducten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/7b8acb9b-63d2-491c-afac-182e3744246b/full_width_2025-rivierparkmaasvallei-fotobencreemers-dsc1000-2048x1367.jpg</image>
                                        <content>Het grensoverschrijdende RivierPark Maasvallei staat niet alleen bekend voor de Maas en de grote waterplassen. Er zijn ook de vele authentieke Maasdorpjes, de struinnatuur met grote grazers, en de veerpontjes op de grens tussen Belgisch en Nederlands Limburg. Minder geassocieerd met de regio is de voedselproductie. Er is fruit in het zuiden,  groenten in het noorden en melkvee in de hele vallei, waarvan het grootste deel op de Vlaamse oever.In een recent onderzoek, in opdracht van onder meer Boerenbond en de Provincie Limburg, hebben onderzoekers gekeken naar de mogelijke rol van voedsel om de populariteit van het gebied als toeristische attractie te vergroten. Uit dit onderzoek blijkt dat er een breed draagvlak bestaat voor het idee om een ‘voedsellandschap’ verder te ontwikkelen aan de Maas. Zowel bewoners, bezoekers, toeristische ondernemers als landbouwers zien duidelijke kansen in beleefbare combinaties van landbouw, landschap, lokale producten en recreatie.Toeristische rustplekken met info over landbouwAfgelopen zomer werden 1.178 bewoners en bezoekers bevraagd op drukke plaatsen aan de Maas en via online enquêtes. Maar liefst 80 procent voelt zich aangesproken door voedsel uit de streek. De grootste interesse gaat uit naar verse groenten en fruit (82%), zuivel (66%), eieren (62%), boerenmarkten (62%) en rustplekken met info over landbouw (59%). De meeste respondenten zijn bereid zich hiervoor maximaal een half uur te verplaatsen, vaak met de fiets.Ook de toeristische sector ziet potentieel. Van de meer dan 70 bevraagde ondernemers voelt 74 procent zich aangesproken door dit concept. Zij zien vooral mogelijkheden in het doorverwijzen van hun gasten naar activiteiten, in marketing en communicatie en in het zelf aanbieden van meer lokale producten. Meer toeristen, meer afzet voor korteketenboerenDaarnaast staan ook de landbouwers positief tegenover het idee. Afgelopen winter werden ruim 30 landbouwers bevraagd. De grootste interesse gaat uit naar laagdrempelige en praktisch haalbare initiatieven, zoals rustplekken tussen de velden, een voedsel-leerpad en hoeves met mooie erfbeplanting.Recent ging VILT op bezoek bij melkveehouder en korteketenboer Joris Willems uit Maasmechelen.&amp;nbsp; Zijn korteketenproject dient als voorbeeld voor de toekomstige uitbouw van een voedsellandschap. De melkveehouder startte enkele jaren geleden met natuurbegrazing in het natuurgebied van RivierPark Maasvallei en verkoopt het vlees in de korteketen. Dat lokaal voedsel meer toeristen naar de vallei lokt, is volgens hem een win-winsituatie. “Dat betekent meer potentiële afzet voor onze producten.”&amp;nbsp; Subsidie Vlaamse overheidHet onderzoek werd mogelijk gemaakt dank zij een subsidie van de Vlaamse overheid. RivierPark Maasvallei is een van de vijf landschapsparken die Vlaanderen rijk is. Landschapsparken zijn grote, waardevolle openruimtegebieden waar wordt ingezet op de versterking van landschappelijke identiteit en kwaliteit. Landbouw, natuur, erfgoed, recreatie en lokale economie moeten elkaar versterken. De landschapsparken ontvingen eerder dit jaar 2,4 miljoen euro subsidie van de Vlaamse overheid.</content>
            
            <updated>2026-04-13T13:05:44+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Boerinnen in de kijker: wie wordt Agro Lady 2026?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/boerinnen-in-de-kijker-wie-wordt-agro-lady-2026" />
            <id>https://vilt.be/58928</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Boerinnen spelen al generaties lang een cruciale rol in de landbouw. Vandaag treden ze steeds nadrukkelijker op de voorgrond als innovatieve ondernemers en drijvende krachten achter toekomstgerichte landbouwbedrijven. Met de nieuwe wedstrijd Agro Lady of the Year 2026 wil Fedagrim die evolutie zichtbaar maken én waarderen.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/e08c6b55-7cd4-4374-8021-1ad4d786e441/full_width_vrouwlandbouwboerin-1280.jpg</image>
                                        <content>De landbouwsector vraagt vandaag meer dan ooit passie, vakkennis en doorzettingsvermogen. Toch blijft het klassieke beeld hardnekkig: dat van de mannelijke boer als bedrijfsleider, met de vrouw op de achtergrond. Volgens Fedagrim is dat beeld achterhaald. “Het cliché ‘achter elke boer staat een sterke boerin’ klopt niet meer,” klinkt het. “Vandaag staan vrouwen naast de landbouwer — of leiden ze het bedrijf gewoon zelf.”Dat vrouwen steeds meer hun plaats opeisen, blijkt ook uit cijfers. Het aantal subsidieaanvragen voor innovatieve landbouwprojecten door vrouwen steeg in drie jaar tijd van 19 naar 39 procent. “De sector verandert razendsnel door ondernemerschap en innovatie, en vrouwen spelen daarin een sleutelrol,” benadrukt Fedagrim. “Met deze award willen we hun inzet, professionaliteit en vernieuwingskracht zichtbaar erkennen.” Verhalen vanop het veldDe wedstrijd gaat gepaard met een podcastreeks waarin boerinnen hun verhaal delen. In de eerste aflevering getuigen twee Vlaamse landbouwsters openhartig over hun werk en leven. Mieke Vander Schueren runt samen met haar moeder en broer een melk- en vleesveebedrijf in Idegem. “Toen mijn vader 14 jaar geleden overleed, nam mijn moeder alles over”, vertelt ze. “Ze werd tegelijk boerin, ondernemer én zorgde voor het gezin. Mijn broer en ik hielpen waar we konden.” Daarnaast biedt technologie en innovatie ook veel kansen. “Nieuwe tools kunnen arbeid verlichten en het werk beter combineerbaar maken. Zo is de melkrobot op het bedrijf een grote winst in arbeidstijd. Dat opent ook deuren voor vrouwen in de sector.” Vandaag staat Mieke voor een belangrijke keuze: de mogelijke overname van het bedrijf. “Een overname is vandaag niet evident. Torenhoge grondprijzen, regelgeving en een onzeker toekomstperspectief maken het bijzonder moeilijk.” Toch blijft ze hoopvol. “Hoewel een onzeker kader en hard werken en veel uren. Wat ik mijn kind kan meegeven, is onbetaalbaar. Opgroeien op een boerderij is iets heel bijzonders.”Ook varkenshoudster Justine Arkens is gestart met een overnameproces, maar botst meteen op grote uitdagingen. “De (her)vergunningen, het stikstofkader, de financiële druk… alles wordt complexer”, zegt ze. “Je vraagt je soms af: is dit nog haalbaar richting 2030? We hebben nood aan rechtszekerheid en steun.” Ze pleit voor beleid dat rekening houdt met jonge landbouwers én landbouwsters: “Nieuwe regels moeten getoetst worden aan hun impact op instroom, inkomen en mentaal welzijn. Alleen zo krijg je beleid dat gedragen wordt.” Arkens pleit bovendien voor een vereenvoudiging van administratieve last, wat meer ruimte biedt voor een betere work-lifebalance. “Mijn moeder zat constant in de administratie. Dat moet eenvoudiger. Een vrije zondagnamiddag zou geen luxe mogen zijn.”Een podium voor ondernemende boerinnenMet Agro Lady of the Year 2026 wil Fedagrim vrouwen in de landbouwsector letterlijk en figuurlijk een podium geven. “Deze award is een eerbetoon aan hun dagelijkse inzet, hun vakmanschap en hun innovatiekracht,” aldus de organisatie.Elke boerin kan deelnemen door een project in te dienen voor 31 mei dat haar ondernemerschap of vernieuwing illustreert. Een professionele selecteert nadien een shortlist, waarna het publiek kan stemmen tot 1 november. Begin november kiest een vakjury de winnaars. Begin december worden de twee Agro Ladies of the Year bekendgemaakt tijdens AgribexDe wedstrijd sluit aan bij een bredere evolutie waarin vrouwen steeds zichtbaarder worden in de landbouw. Het initiatief onderstreept niet alleen hun rol vandaag, maar ook hun belang voor de toekomst van de sector. De Verenigde Naties riepen 2026 uit als het &#039;Internationaal Jaar van de Boerin&#039;.</content>
            
            <updated>2026-04-13T18:42:13+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Meer preventie, minder chemisch: LCV deelt onkruidadviezen voor 2026]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/meer-preventie-minder-chemisch-lcv-deelt-onkruidadviezen-voor-2026" />
            <id>https://vilt.be/58929</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het landschap kleurt opnieuw groen, maar niet al wat naar boven komt is welkom. Het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV) deelt nieuwe adviezen om hardnekkige onkruiden zoals doornappel, knolcyperus en gierstgrassen te bestrijden. Hoe vroeger men in actie treedt, hoe makkelijker het is om de velden onkruidvrij te houden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="onkruid" />
                        <category term="gewasbescherming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5d59a00a-34a4-4e3e-8e25-bb0ec45afc66/full_width_doornappel-grote-plant-inagro.JPG</image>
                                        <content>Gangbare landbouwers hebben zowel mechanische als chemische gewasbescherming in hun arsenaal om onkruid te bestrijden, maar zeker die laatste moet met de nodige voorzichtigheid worden aangebracht. LCV hamert erop om bufferzones te respecteren en driftreducerende doppen te gebruiken. Bovendien verliezen producten zoals flufenacet binnenkort hun erkenning. Middelen als Aspect T, Andes en Promess kunnen nog tot 31 juli 2026 toegepast worden, maar daarna niet meer. Voor stoffen als terbuthylazin en de combinatie isoxaflutool+thiencarbazon-methyl (Adengo) zijn eveneens beperkingen opgelegd. Ook de maximale dosering van mesotrione (o.a. Callisto) is verlaagd. GierstgrassenEen eerste onkruid waarop LCV inzoomt, is gierstgrassen. Voorkomen is hier beter dan genezen. Uit proeven op de Hooibeekhoeve in Geel bleek dat het doorbreken van een monocultuur maïs al direct kan leiden tot een veel lagere onkruiddruk. Mechanische onkruidbeheersing zal in droge jaren zeker een positieve bijdrage leveren, maar vooral combinaties van chemische en mechanische onkruidbeheersing lijken de meest bedrijfszekere aanpak. Uit de proeven kwam wiedeggen voor opkomst in het droge voorjaar van 2023 naar voren met de beste resultaten, gevolgd door een bandbespuiting en schoffelen na opkomst (drie passages). Beter nog dan de puur chemische schema’s.In de praktijk wordt vandaag nog meestal gekozen voor een volledig chemische aanpak. In dat geval is vooral een vroege behandeling van tel. De meest zekere strategie bestaat hier uit een tweeledige aanpak. Waarbij gestart wordt met een toepassing in voor opkomst of een vroege na-opkomst, in het eerste of tweede bladstadium, aangevuld met een correctiebehandeling in het derde of vierde bladstadium. De toepassing voor opkomst gebeurt het best onmiddellijk na het zaaien wanneer het zaaibed er nog vochtig bijligt.Na het tweede bladstadium van de maïs wordt de beheersing zo goed als onmogelijk. Indien de vooropkomstbehandeling niet werd uitgevoerd, is het belangrijk om zo vroeg mogelijk na opkomst van de maïs te behandelen. KnolcyperusTegen knolcyperus kan je dit voorjaar de handelsproducten Frontier Elite of Arundo of Grometa aan 1,2 l/ha voor zaai toepassen en inwerken tot 10 cm. Deze toepassing voorziet in een afdoding van de kiemen op de knollen. Deze toepassing voor zaai mag wel maar één maal in een termijn van 36 maanden gebeuren.Ook hier is bestrijding van tel. Er geldt een verbod op het telen van een wortel-, knol- en bolgewassen op percelen die besmet zijn met knolcyperus. Een perceel besmet met knolcyperus is een perceel met meer dan 10 m² aantasting op het perceel.Dankzij LCV en Inagro is vanaf 1 april 2026 een 120-dagen erkenning bekomen&amp;nbsp; voor de toepassing&amp;nbsp; van dimethenamid-p in de handelsproducten Frontier Elite of Arundo of Grometa aan 1.2 L/Ha vóór zaai, gevolgd door inwerken tot 10cm.&amp;nbsp; Deze toepassing voorziet in een afdoding van de kiemen op de knollen. Deze toepassing voor zaai mag wel maar één keer in een termijn van 36 maanden gebeuren. DoornappelDoornappel of Datura is een giftig onkruid en het bestrijden is verplicht. Controleer steeds je velden in juni of begin juli: of planten die mogelijk aan de bestrijding ontsnapten. Enkel planten die nog geen bolsters hebben, kunnen pleksgewijs chemisch behandeld worden met clopyralid. Zijn de planten al in een verder stadium of kom je ze tegen in fytovrije stroken? Dan geldt maar één advies: met handschoenen uittrekken en afvoeren via restafval, waar ze verdwijnen in de verbrandingsoven.Meer advies over onkruidbestrijding is raadpleegbaar op de website van LCV.</content>
            
            <updated>2026-04-13T15:50:56+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Landbouwers zijn minder tevreden over hun economische situatie]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/landbouwers-zijn-minder-tevreden-over-hun-economische-situatie" />
            <id>https://vilt.be/58930</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaamse land- en tuinbouwers hebben beduidend minder vertrouwen in de economische situatie van hun bedrijf dan vorig jaar. Dat blijkt uit de Vlaamse landbouwconjunctuurindex. Na het recordpeil een jaar geleden is het sentiment in bijna alle deelsectoren gekeerd. “De terugval hangt vermoedelijk samen met afzetproblemen”, aldus het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Het aandeel landbouwers dat daarmee kampt, ligt op het hoogste niveau in tien jaar. Ook geopolitieke spanningen en stijgende energieprijzen wegen vermoedelijk op de dalende index.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="veehouderij" />
                        <category term="akkerbouw" />
                        <category term="groente" />
                        <category term="veeteelt" />
                        <category term="fruitteelt" />
                        <category term="economie" />
                        <category term="landbouwrapport" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/631ff1ad-78bc-40ac-9d87-e671302e785f/full_width_landbouwer-boer-vee.jpg</image>
                                        <content>Uit een nieuwe enquête onder Vlaamse land- en tuinbouwers blijkt dat de conjunctuurindex in het voorjaar van 2026 gedaald is van 86 naar 75. Deze daling is voornamelijk te verklaren door de tevredenheid van de voorbije zes maanden. Die is afgenomen van 91 naar 74. Daarbovenop kijken land- en tuinbouwers ook met minder vertrouwen naar de nabije toekomst dan vorig jaar. Voor de komende zes maanden is een lichte vertrouwensdaling merkbaar in de index , die van 80 naar 77 ging. “De afgelopen maanden werden gekenmerkt door verschillende geopolitieke spanningen, waaronder de aanhoudende oorlog in Oekraïne, de Amerikaanse invoertarieven en recent ook het escalerende conflict in Iran”, analyseert het Agentschap Landbouw en Zeevisserij de daling. “Deze ontwikkelingen hebben zichtbaar invloed op de wereldwijde energieprijzen en lijken bovendien een belangrijke rol te spelen in het gedaalde vertrouwensniveau bij onze land- en tuinbouwers.”Melkveehouders hebben het minste vertrouwenMet uitzondering van de varkenssector en de glasgroenten noteren alle landbouwdeelsectoren een daling in tevredenheid over de economische situatie. Vooral de melkveesector neemt een forse duik, met een dalende index van 91 naar 64. Deze daling is voornamelijk te verklaren door de afnemende tevredenheid in de afgelopen zes maanden. Volgend op een uitzonderlijk goede periode in 2024-2025, zagen de melkveehouders hun melkprijs eind 2025 kelderen. De index voor die periode zakte van 113 naar 65. &amp;nbsp;Ook de index voor de komende maanden daalde, zij het minder sterk, van 69 naar 63. Zo&#039;n 48 procent van de melkveehouders verwacht dat de melkprijs volgende maanden zal dalen, terwijl 24 procent dan weer een licht stijging verwacht.Ook de conjunctuurindex voor vleesvee vertoont een daling. Tijdens de vorige bevraging in het najaar piekte deze nog naar een nieuw record. Nu is er een daling van 115 naar 98. Voor de toekomst verwacht ongeveer de helft van de bevraagden noch een verandering in productievolumes, noch in prijs. Ook binnen de akkerbouwsector en de openlucht-groenteteelt is het sentiment negatief. De tevredenheid in deze laatste sector is de afgelopen zes maanden erg gedaald, van 86 naar 60. De groenteverwerkers kampten met grote voorraden en een moeilijke afzetmarkt. Deze situatie vertaalde zich in moeilijke contractuele onderhandelingen. De telers moesten stevige verlagingen in prijs en gecontracteerde volumes slikken. Over de toekomst zijn de telers ietwat positiever. Daar steeg de index van 73 naar 86. Varkenssector herwint vertrouwenIn tegenstelling tot de rundveesector stijgt het vertrouwen in de varkenssector licht van 78 naar 81. “Opvallend is dat de afgelopen zes maanden niet zo goed waren met een daling van 92 naar 67, maar dat de inschatting voor de komende zes maanden dan weer toeneemt van 63 naar 95”, aldus het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. 70 procent van de ondervraagde varkenshouders verwacht geen verandering in hun productievolume, 55 procent denkt wel dat de prijs zal stijgen.Ook de index van groenten onder glas stijgt van 81 naar 89. De stijging wordt vooral aangezwengeld door de zeer positieve inschattingen voor het komend half jaar. Het vertrouwen klimt er van 81 naar 99, wat meteen de hoogste score is na 2018. De vooruitzichten voor de toekomstige productie lopen onder de bevraagden nochtans uiteen. 47 procent denkt dat de productie niet zal wijzigen, terwijl een andere 40 procent toch een productiestijging verwacht. Ook zijn ze onzeker over de prijs, de helft van de telers denkt dat de prijs zal dalen. “Een onzekere factor is de evolutie van de energieprijzen als gevolg van de aanhoudende oorlog in Iran. Veel respondenten hebben mogelijk vaste energiecontracten, wat de directe impact van prijsstijgingen op hun kosten kan beperken”, klinkt het. 31 procent kampt met afzetproblemenDe afgelopen zes maanden heeft 78 procent van de land- en tuinbouwers belemmeringen ervaren. Overheidsbeperkingen vormen met 47 procent de grootste uitdaging en worden vooral gemeld binnen de dierlijke sectoren. “De aanhoudende onzekerheid rond het stikstofdecreet en de impact van het mestactieplan, inclusief de bijkomende administratieve lasten, wegen daar duidelijk zwaar op de bedrijfsvoering”, duidt het Agentschap. “Opvallend is dat de sector groenten onder glas zich het minst geremd voelt door dergelijke overheidsbeperkingen.”Niet geheel verrassend is dat het aandeel van landbouwers met afzetproblemen is gestegen. De meest gekende problemen bevinden zich momenteel in de aardappelsector en de groententeelt in openlucht. Maar ook de sierteelt onder glas en fruitteelt kampen met het vinden van een afzetmarkt. In totaal heeft 31 procent van de land- en tuinbouwers afzetproblemen, het hoogste aandeel sinds 2015.Naast afzetproblemen melden landbouwers ook vaker financiële moeilijkheden dan in eerdere bevragingen. Zo geeft 34 procent van de varkenshouders aan hiermee te kampen, gevolgd door 31 procent van de siertelers en 28 procent van de vleesveehouders. Investeringsbereidheid daalt, maar blijft hoogHet aandeel land- en tuinbouwers dat het komende jaar wil investeren, daalt van 40 procent naar 36 procent. “Dit is een hoge investeringsbereidheid, rekening houdende met de dalende conjunctuurindex”, stelt het Agentschap. Opvallend is dat vooral de melkveehouders, ondanks de tegenvallende markt, investeringsplannen hebben. 50 procent van hen plant een investering volgend jaar. Vermoedelijk hangt dit samen met de noodzakelijke investeringen om te voldoen aan de stikstofreductiedoelstellingen. De sector heeft ook een goede conjunctuur in de afgelopen jaren gekend.In de openluchtgroenteteelt wordt dan weer op de rem gestaan op vlak van investeringen. In het algemeen daalt de investeringsbereidheid van 49 procent naar 32 procent. Terwijl vorig jaar nog 16 procent aangaf te willen investeren in grond, is dat teruggevallen tot acht procent. Tegelijk is er wel een stijgende interesse in investeringen in gebouwen en installaties, van 13 procent naar 20 procent. Geplande investeringen in werktuigen en machines blijven stabiel op 28 procent. Wat is de landbouwconjunctuurindex?Deze index geeft het gevoel van de landbouwers weer: hoe beschouwen ze de economische situatie van hun bedrijf in de afgelopen periode en wat verwachten ze van de toekomstige periode. Het gemiddelde van die twee vormt de conjunctuurindex. De index kan gaan van 0 (alle landbouwers zeer negatief) tot 200 (alle landbouwers zeer positief). Bij een waarde van 100 zijn er evenveel negatieve als positieve antwoorden. Om de conjunctuurindex op te stellen werd een enquête gehouden waaraan 485 landbouwers uit het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN) deelnamen.</content>
            
            <updated>2026-04-14T10:05:52+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bouwer van e-tractoren ontmanteld: ook overheid is de dupe]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/veelbelovende-bouwer-van-e-tractoren-ontmanteld-antwerpse-droom-spat-uiteen" />
            <id>https://vilt.be/58931</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De droom van het Amerikaanse Monarch Tractor, dat plannen had om met een productie te starten in Antwerpen, lijkt voorbij. De producent van zelfrijdende e-tractoren ontslaat bijna al het personeel in het Amerikaanse Livermore. Het bedrijf zet de onderzoeks- en ontwikkelingsvestiging te huur en veilt zijn activa. Daarmee dreigt ook de belastingbetaler de dupe te worden. De Vlaamse overheid investeerde via de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) en het Welvaartsfonds 40 miljoen euro in Monarch Tractor.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tuinbouw" />
                        <category term="tractor" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/10717c33-b91b-4769-91d4-892fc0e63bfe/full_width_fruitteler-wolfcarius-en-colruyt-group-testen-zelfrijdende-elektrische-tractor2.jpg</image>
                                        <content>In mei 2024 introduceerde het Amerikaanse Monarch Tractor zich aan het Belgische publiek. Het bedrijf claimt de eerste elektrische zelfrijdende tractor te hebben. In samenwerking met supermarktketen Colruyt voerde het tests uit met een elektrische tractor op het fruitbedrijf van Wolfcarius in Gottem, bij Deinze. De tractor werd ingezet bij het maaien, spuiten en transporteren van fruit in een boomgaard.“De elektrische aandrijving drukt de klimaatafdruk van het landbouwbedrijf en de autonome functie maakt de afhankelijkheid van (seizoens)arbeiders kleiner”, zei Kim Vancauwenberghe, hoofd van Colruyt Group Smart Innovation, bij de presentatie van de test. De Amerikanen hadden toen plannen om de Europese markt via België te veroveren. Op tafel lagen ook plannen om met een productie in Antwerpen te starten. Deze plannen spraken de nodige investeerders aan, waaronder Belgen. In mei haalde de Amerikaanse startup in totaal 240 miljoen dollar op om de beoogde groei te financieren. Onder de investeerders bevonden zich een aantal Belgische families en de Vlaamse regering. Die investeerde via PMV en het Welvaartsfonds 40 miljoen euro in de onderneming.In de winter van 2024 kwam het effectief tot de oprichting van een Europese tak in Antwerpen, maar de ambitieuze plannen kwamen verder niet van de grond. Bergafwaarts vorig jaarVorig jaar leek het al slecht te gaan met het bedrijf. “De verkoopcijfers vallen tegen, ontevreden afnemers spannen rechtszaken aan, het bedrijf voert enkele ontslagrondes door en de productie van tractoren onder de eigen merknaam wordt stopgezet”, schreef De Tijd eerder dit jaar.Die tegenslag was de aanleiding om de strategie aan te passen. De start-up besloot zich om te vormen van producent van zelfrijdende e-tractoren tot een technologieleverancier voor andere bedrijven, en zich te focussen op de verkoop van zijn technologie en kennis. De Antwerpse productieplannen vielen daarmee in duigen.Medio april lijkt de toekomst van het bedrijf nog onzekerder en lopen de Belgische investeerders, waaronder dus de belastingbetalers, het risico hun geld te verliezen. Volgens de laatste berichten heeft het Amerikaanse bedrijf namelijk de meerderheid van zijn werknemers ontslagen, is de onderzoeks- en ontwikkelingsvestiging te huur gezet en zijn tientallen tractoren en de inboedel per opbod verkocht. Techniek bevindt zich in te vroeg stadium Colruyt Group betreurt in een reactie aan VILT de situatie bij Monarch. De samenwerking met de zelfrijdende tractorbouwer is bij enkele testen gebleven. “De technologie is veelbelovend, maar nog niet voldoende toepasbaar voor wat wij vandaag precies nodig hebben. Alles bevond zich nog in een iets te vroeg stadium om nu al voor een echte toepassing te gaan. Uiteraard volgen we de ontwikkelingen op de voet”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2026-04-14T13:25:08+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[800 veebedrijven kregen vergunning sinds stikstofdecreet]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/800-veehouderijen-kregen-vergunningen-sinds-stikstofdecreet" />
            <id>https://vilt.be/58932</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De vergunningsverlening is sinds de inwerkingtreding van het stikstofdecreet terug op dreef gekomen. In twee jaar tijd kregen 807 veehouderijen en mestverwerkingsinstallaties een vergunning. Dat blijkt uit het tweede Voortgangsrapport PAS. Van alle vergunningen gingen er zeven op de tien naar bedrijven met een impactscore boven de drempelwaarde van 0,025 procent, waarvan 268 al voldoen aan hun PAS-referentie 2030.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e32a6959-7e81-4eda-906f-90415416d427/full_width_veeteeltkalverenkoeweide-1280.jpg</image>
                                        <content>Sinds de inwerkingtreding van het stikstofdecreet in februari 2024 tot 1 januari 2026 werden 813 vergunningen afgeleverd aan 807 veehouderijen en mestverwerkingsinstallaties. De meeste vergunningen waren voor veehouderijen met rundvee of paarden (441), gevolgd door varkenshouderijen (201), pluimveehouderijen (54) en gemengde veehouderijen (97).Van alle vergunningen werden er 50 verleend aan nieuwe exploitaties of exploitaties met een nieuwe activiteit. In de meeste gevallen ging het om vergunningen voor een bestaande exploitatie waarvoor een hernieuwing (62), een verandering (120) of een combinatie van een hernieuwing en verandering (581) werd aangevraagd.268 exploitaties realiseren PAS-referentie 2030De vergunningverlening hangt sinds het stikstofakkoord af van de individuele impactscores van de veehouderijen. Die score geeft de maximale stikstofdepositie weer die een exploitatie bijdraagt aan de kritische depositiewaarde (KDW) op de beschermde natuurgebieden (SBZ-H). Veehouders die een impactscore hebben onder of gelijk aan de drempelwaarde van 0,025%, hoeven geen verplichte stikstofmaatregelen te nemen om een vergunning van onbepaalde duur aan te vragen.Als de impactscore hoger dan de 0,025%-drempel ligt en de veehouder wil een vergunning die loopt tot na 2030, dan moeten er ammoniakemissie-reducerende maatregelen genomen worden om aan de PAS-referentie 2030 te voldoen.Van de 813 vergunningen gingen 221 vergunningen (27,5%) naar exploitaties met een impactscore lager of gelijk aan 0,025%. 592 waren vergunningen voor exploitaties boven de drempel, daarvan werden er 269 (33%) verleend met realisatie van de PAS-referentie 2030. Het grootste deel van de vergunningen (323, 39,5%) werd verleend zonder dat de PAS-referentie werd gerealiseerd. Maar waarbij werd wel aangetoond dat de depositie niet stijgt ten opzichte van de vergunde toestand. Dit is bijvoorbeeld mogelijk voor tijdelijke vergunningen tot eind 2030. Vier vergunningen daarvan gingen voor onbepaalde duur naar exploitaties die konden aantonen dat het project de gebiedsspecifieke neerwaartse trend niet hypothekeerde. Bepaalde of onbepaalde vergunning?In totaal werden volgens voortgangsrapport 401 (49,3%) vergunningen voor een onbepaalde duur verleend sinds de inwerkingtreding van het stikstofakkoord. Toch voldoen maar 360 exploitaties aan de PAS-referentie 2030. Het realiseren van de PAS-referentie 2030 is echter niet voor elke exploitatie de sleutel naar een vergunning van onbepaalde duur. Zo vallen geiten-, schapen- en paardenhouders bijvoorbeeld niet onder de regels van een PAS-referentie. Het departement Omgeving laat weten dat er geen opdeling gemaakt is van de duurtijd van de vergunningen op vlak van de diersoorten rundvee, pluimvee en varkens. Redenen om (nog) niet aan de PAS-referentie te voldoenVan alle vergunde exploitaties die niet (nog) voldoen aan hun PAS-referentie 2030 - 319 boven de 0,025%-drempel en 128 onder de drempel - geven er zes aan dat het realiseren van de PAS-referentie niet nodig was aangezien hun drempelwaarde kleiner was dan 0,025%. Ruim een kwart (120) van de 447 exploitaties geeft aan dat hun vergunningsaanvraag ging over diercategorieën die buiten het toepassingsgebied van het decreet vallen zoals geiten, schapen en paarden.229 exploitaties (51,3%) geven aan dat het voldoen aan de PAS-referentie niet van toepassing was aangezien het over een hernieuwing van de exploitatie ging tot eind 2030. Voor 26 exploitaties ging het over een hernieuwing tot 2025. De rest geeft aan dat de PAS-referentie niet van toepassing is bij hen, omdat ze nog geen vergunning hadden voor de inwerkingtreding van het stikstofdecreet (30) of om een andere reden (36). Varkens- en pluimveebedrijven kiezen vooral technieken, rundveebedrijven voor vermindering veestapelOm aan de PAS-referentie 2030 te voldoen, moeten bedrijven hun ammoniakuitstoot verminderen. Dit kunnen ze doen door hun veestapel te verminderen, een AER-maatregel toepassen, of een verandering van diersoort.Van de exploitaties die vergund werden in de periode 2024-2026 en ammoniak reduceren, blijkt dat een AER-techniek over alle types rundveebedrijven heen het meest gekozen is als bronmaatregel (176 keer). Het verminderen van dieren en een verandering in diersoort/-categorie wordt respectievelijk 154 en 120 keer aangekruist als bronmaatregel, om te voldoen aan de PAS-referentie 2030. Die verandering kan gaan om een omslag van varkens naar pluimvee, maar evengoed van vleesvee en mestkalveren naar melkvee. Bij elke type veeteeltbedrijf is deze maatregel populair, maar het meest bij rundveebedrijven (51,4%) en gemengde (60%) bedrijven.Bij varkensbedrijven is bij één op drie een vermindering van dieren de gekozen bronmaatregel. Bij pluimveebedrijven is dit één of vijf. In respectievelijk 90 procent en 82,6 procent van de bedrijven wordt gekozen voor een techniek om de ammoniakemissies van de vergunde exploitatie te reduceren.Voor runderen is dit beeld iets anders. Bijna driekwart (72,3%) van de gekozen bronmaatregelen op rundveebedrijven is gericht op het verminderen van dieren. De beperktere set aan erkende AER-maatregelen en emissiereductiepotentieel voor rundvee speelt hier wellicht mee.</content>
            
            <updated>2026-04-16T22:47:22+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vlaamse voedselbossen: lang niet zo zeldzaam als men zou denken]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/hoe-populair-zijn-voedselbossen" />
            <id>https://vilt.be/58933</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voedselbossen winnen fors aan populariteit in Nederland. In vijf jaar tijd is de oppervlakte toegenomen van 36 naar 367 hectare. Waar in 2020 slechts 29 bedrijven zich aan deze landbouwvorm waagden, waren dat er 231 in 2025. Dat blijkt uit cijfers van het Nederlandse statistiekbureau <a href="https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/14/oppervlakte-voedselbossen-in-vijf-jaar-tijd-vertienvoudigd" target="_self">CBS</a>. Vergeleken met het totale landbouwareaal blijft de teeltvorm wel een kleine niche. Ook in Vlaanderen hebben de voedselbossen hun intrede gemaakt, maar wederom kleinschalig. Omdat voedselbossen een onduidelijke administratieve status hebben, bestaan er geen cijfers die het precieze areaal duidelijk weergeven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselbos" />
                        <category term="agroforestry" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/0d553b0d-78ec-4526-b1e1-3f080a3c5fb4/full_width_ilvo-voedselbos-daalkouter1.jpg</image>
                                        <content>Een voedselbos is een door mensen ontworpen landbouwsysteem dat lijkt op een natuurlijk bos, maar gericht is op de productie van voedsel. De focus ligt hier op meerjarige planten of struiken en bomen die eetbare vruchten, noten of bladeren leveren. Indien het goed beheerd wordt, is het een zeer duurzame vorm van landbouw die weinig input behoeft.Ook in Vlaanderen hebben velen zich al gewaagd aan de aanplant van een voedselbos, van gangbare landbouwers tot privépersonen en burgercollectieven. Maar een concreet overzicht van het Vlaams voedselbossenlandschap bestaat niet.Rendabel of romantisch?Volgens Agroforestry Vlaanderen is het geen sinecure om deze oefening voor onze regio te maken. Het scala aan systemen dat als voedselbos wordt aangeduid, is zeer divers. Bovendien is er geen registratie van een aanzienlijk deel van deze systemen. “Veel voedselbossen worden aangelegd als gemeenschapsproject, bijvoorbeeld op publieke terreinen, vaak in samenwerking met Velt”, zegt Lieke Moereels van Agroforestry Vlaanderen.Velt is een non-profitorganisatie voor iedereen die ecologisch aan de slag wil. Velt biedt een overzicht van de voedselbossen die bij hen zijn geregistreerd. Het overzicht is niet volledig, maar de 125 locaties tonen aan dat dit type landbouwproject lang niet zo zeldzaam is als men zou denken. In deze voedselbossen mogen alle bezoekers vrij oogsten. Ook vrijwilligers die in het voedselbos werken, mogen dat.De meeste projecten van particulieren zijn kleinschalig en niet gericht op rendabiliteit. “Het is typisch dat in deze voedselbossen - aangelegd en beheerd door gemeentes, groepen vrijwilligers of particulieren - veel aandacht gaat naar andere functies naast voedselproductie. Denk aan educatie, beleving en biodiversiteitsondersteuning. Het ontwerp van het voedselbos is hieraan aangepast”, zegt Moereels. “Dat ontwerp is dan vaak in mindere mate gericht op efficiënt beheer en efficiënte oogst en wordt vaak ‘romantisch’ genoemd.”Vooral korte ketenWanneer professionele landbouwers zich aan voedselbossen wagen, gaat het ook bijna altijdom een nevenproject, verduidelijkt Moereels. “In veel gevallen gaat het slechts om een deel van het landbouwbedrijf dat wordt omgevormd”, zegt zij. “Er bestaat ook redelijk wat zij-instroom in de voedselbosbouw, van mensen die na hun carrière overstappen naar het uitbaten van een voedselbos als landbouwonderneming. Deze sterker productiegerichte systemen zullen wat eenvoudiger zijn in opbouw, met een ontwerp dat meer lijnvormige elementen bevat en beter toelaat om efficiënt te oogsten.”De afzetketens voor voedselbossen blijven relatief beperkt. Volgens Agroforestry Vlaanderen kiezen uitbaters vooral voor verkoop in eigen hoevewinkels en afzet bij kleinschalige biowinkels. Er is ook de zelfpluk door bondgenoten of verkoop van bessen en nicheproducten aan brouwerijen en restaurants. Het project FoodForward brengt deze ketens duidelijker in beeld. Afname in Vlaanderen?Willen we weten hoeveel areaal voedselbos zich in Vlaanderen bevindt, dan moet er eerst een duidelijke afbakening komen van welke systemen we als voedselbos beschouwen. Het Nederlandse statistiekbureau CBS vermeldt expliciet voedselbossen in een landbouwcontext, en daar is geen teeltcode voor in Vlaanderen. In Vlaanderen worden voedselbossen, uitgebaat als landbouwonderneming, aangegeven in de verzamelaanvraag als &#039;permacultuur&#039;, &#039;andere meerjarige fruitteelten&#039; en &#039;andere bessen&#039;.Kunnen deze cijfers ons dan iets leren? In 2025 bedroeg het areaal aangegeven als ‘permacultuur’ 55,14 hectare. In 2021 was dat 25,61 hectare, in 2020 was dat nul. Maar permacultuur staat dus niet noodzakelijk gelijk aan een voedselbos. In de categorie ‘andere meerjarige fruitteelten’ zien we een daling: van 209,36 hectare in 2020 naar 158,85 hectare in 2025. De categorie ‘andere bessen’ is nagenoeg gelijk gebleven: van 17,37 hectare in 2020 naar 17,38 hectare in 2025. Het zou echter onvoorzichtig zijn om hieruit te besluiten dat het professionele areaal voedselbos in Vlaanderen afneemt. Want deze categorieën in de verzamelaanvraag omvatten een waaier aan teelten en landbouwsystemen.</content>
            
            <updated>2026-04-14T16:34:35+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[42 procent van de ammoniak op beschermde natuur komt niet uit Vlaamse landbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/42-van-de-ammoniak-op-beschermde-natuur-komt-niet-uit-vlaamse-landbouw" />
            <id>https://vilt.be/58934</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaanderen heeft zijn stikstofdoelstellingen niet volledig zelf in de hand. Een aanzienlijk deel van de stikstof die op onze natuur neerkomt, komt uit het buitenland. In 2023 ging het om 42 procent van de ammoniakdepositie en 76 procent van de stikstofoxiden-depositie. Dat blijkt uit het tweede Voortgangsrapport PAS. Gelukkig zitten ook onze buurlanden niet stil en wordt ook daar de uitstoot teruggedrongen. Tijd voor een nadere blik op het stikstofdeken boven Vlaanderen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/5b760deb-242c-41b7-8347-9e03eb6f98b1/full_width_platteland-jozefien.jpg</image>
                                        <content>Of Vlaanderen slaagt in de doelstelling om stikstofgevoelige natuurgebieden te beschermen, hangt erg nauw samen met de evolutie van niet-Vlaamse emissiebronnen. De twee stikstofverbindingen ammoniak en stikstofoxiden kunnen zich namelijk over grote afstanden verspreiden, waardoor Vlaanderen de depositie niet altijd zelf in eigen handen heeft.Stikstofpluimen hebben grote reikwijdtesDe Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) berekende dat 80 procent van de stikstofoxiden verder dan 80 kilometer van de bron neerslaat. Voor een ammoniakpluim is dit 50 procent. Een deel van de NOx-depositie in Antwerpse natuurgebieden is zo niet uitsluitend toe te schrijven aan de eigen Antwerpse industrie. Die kan evengoed afkomstig zijn van West-Vlaamse industrie, afhankelijk van onder meer de windrichting.Voor afstanden verder dan 20 kilometer gaat het om 89 procent van de stikstofoxidenuitstoot en 70 procent van de ammoniakuitstoot. Ammoniak slaat dus dichter neer bij de bon. Een aanwijzing daarvoor is dat de grootste veehouderijstreken zoals het midden van West-Vlaanderen, de Noorderkempen en het noordoosten van Limburg ook de grootste ammoniakdepositie vertonen.Welke stikstofbron zorgt voor grootste stikstofbijdrage in beschermingszones?Waar in 2015 de verdeling van de totale stikstofuitstoot van Vlaamse en niet-Vlaamse bronnen nog 57 procent ammoniak en 43 procent stikstofoxiden was, levert ammoniak in 2023 met 64 procent de grootste bijdrage aan de totale depositie op stikstofgevoelige habitats in Vlaamse SBZ-H’s (Speciale Beschermingszone van de Habitatrichtlijn, red.). Er zijn meer bronnen van ammoniak dan stikstofoxiden, doorgaans liggen ze ook dichter bij natuurgebieden Drie factoren verklaren de grotere bijdrage van ammoniak in vergelijking met stikstofdioxide in 2023. Ten eerste daalde de uitstoot van stikstofoxiden in de voorgaande periode veel sneller dan die van ammoniak. PAS-maatregelen waren toen ook nog niet van kracht. Daarnaast is ook het depositiegedrag, waarbij ammoniak sneller neerslaat, een reden waarom ammoniak de grootste stikstofbron is op SBZ-H’s. “Bovendien liggen de ammoniakbronnen doorgaans dichter bij de natuurgebieden dan industriële of verkeersbronnen, die typisch zijn voor stikstofoxiden. Er zijn ook meer ammoniakbronnen dan bronnen voor stikstofoxiden”, duidt het departement Omgeving.Heeft ammoniak een grotere stikstofimpact dan stikstofoxiden?In de beoordeling van de impact van stikstofdepositie op natuur wordt geen onderscheid gemaakt tussen stikstof afkomstig van ammoniak en stikstof afkomstig van stikstofoxiden. “Er bestaat niet zoiets als ammoniakgevoelige habitats of stikstofoxidegevoelige habitats”, aldus het departement Omgeving. “De natuur is in de beoordeling ofwel stikstofgevoelig ofwel niet stikstofgevoelig. Uit een onderzoek van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek blijkt wel dat één eenheid ammoniak schadelijker is voor de natuur dan één eenheid stikstofoxiden. Maar daar houden de kritische depositiewaarden in de beoordeling geen rekening mee.” Een kleine helft van de ammoniakdepositie niet afkomstig van Vlaamse landbouwAmmoniakdepositie vormt dus met 64 procent de grootste bijdrage van stikstof op de stikstofgevoelige natuur. Maar van waar komt die stikstofdepositie exact? Uit het tweede ‘Voortgangsrapport PAS’ blijkt dat 42 procent van de ammoniakdepositie op Vlaamse SBZ-H’s afkomstig is van ammoniakuitstoot door niet-Vlaamse bronnen. Dit percentage bleef gedurende de periode 2015-2023 relatief constant. De bijdrage van Vlaamse emissiebronnen (55%) weegt wel nog steeds het sterkst door. &amp;nbsp;De verhouding Vlaamse, niet-Vlaamse emissiebronnen op onze SBZ-H’s is anders voor stikstofoxiden. Buitenlandse NOx-uitstoot verklaart voor 76 procent de depositie. Dit wil zeggen dat een groot deel van de daling in stikstofoxiden-depositie op Vlaamse SBZH’s wordt bepaald door de afname in emissie en depositie van buitenlandse bronnen in de periode 2015-2023.Het aandeel van het buitenland op de gehele stikstofdepositie (NHx+NOx) in de Vlaamse SBZ-H’s komt neer op 54,4 procent: 36,3 procent is landbouw, 5,8 procent transport, 2,2 procent energie/industrie en 1,3 procent overige. Al staan deze cijfers niet letterlijk in het Voortgangsrapport. Het departement Omgeving laat weten liever de opsplitsing te rapporteren tussen NOx en NHx omdat de herkomst ervan sterk is gekoppeld aan de bronnen. Herkomst per land blijft voorlopig onbekendIn de rapportage heeft men het vaak over ‘buitenlandse’ depositie, maar daarmee wordt ook de uitstoot van Brussel, Wallonië en vaarroutes in internationale wateren bedoeld. Waar komt de depositie uit het buitenland dan vandaan? Momenteel is er geen rekentijd en budget om een verdere opsplitsing per land te maken. We nemen dit wel mee in de volgende rapportering Voor stikstofoxiden zou volgens het Voortgangsrapport ongeveer een vijfde van de buitenlandse bronnen afkomstig zijn uit Nederland. De resterende vier vijfde wordt niet nader gespecifieerd. Ook de herkomst van het aandeel van 42 procent aan ammoniakdepositie is niet verder uitgespit. Het departement Omgeving geeft mee dat een verdere opsplitsing per land mogelijk is, maar dat er daarvoor momenteel geen rekentijd en budget zijn. “We nemen dit wel mee in de volgende rapportering”, klinkt het. Betekent (buitenlandse) depositie ook automatische KDW-overschrijding?Voor de evaluatie van de stikstofdoelstellingen binnen de SBZ-H’s kijkt men niet enkel naar de depositie zelf, maar ook naar de mate waarin de kritische drempelwaarden (KDW) worden overschreden. Een KDW wordt overschreden wanneer een bepaalde habitattype is blootgesteld aan een concentratie stikstofdepositie die mogelijk tot significante schade kan leiden.Als de totale depositiekaart op de overschrijdingskaart gelegd wordt, dan is er grote overlapping. “Hoe hoger de depositie, hoe groter de kans dat de kritische depositiewaarde in een gebied overschreden wordt”, staat te lezen in VORA 2026. “Al is dit geen één op één correlatie. Niet alle SBZ-H’s hebben evenveel vegetatie met dezelfde stikstofgevoeligheid. Zo kan een gebied met lagere depositieniveaus toch rood kleuren op de overschrijdingskaart door een hogere gevoeligheid voor stikstof (lage KDW).”In het Voortgangsrapport staan alle SBZ-H’s opgesomd met de totale stikstofdepositie (NOx+NHx), opgesplitst in Vlaamse bronnen. Zo is te zien dat een SBZ-H in de Voerstreek bijvoorbeeld een grotere stikstofdepositie te verduren krijgt van buitenlandse bronnen (12,23) dan van Vlaamse (3,67). Maar of dit ook een overschrijding van de KDW met zich meebrengt, is niet verder gespecifieerd. Vlaanderen is netto exporteur van stikstof naar het buitenlandBinnen zowel de NHx-bijdrage als de NOy-bijdrage is het buitenland dus belangrijk. Een grote kanttekening daarbij is dat het omgekeerde uiteraard ook telt. Ook wij dragen bij aan de depositie in de buurlanden. Uit de meest recente import-exportbalans van 2022 blijkt dat Vlaanderen bijna dubbel zoveel (1,98 keer) vermestende depositie exporteert dan importeert. Stikstofuitstoot omringende buurlanden daaltEen Vlaams stikstofbeleid heeft dus niet alleen impact op de eigen doelstellingen, maar ook op die van de buurlanden. Maar hoe groot is de groepsinspanning in onze buurlanden? Uit het Voortgangsrapport blijkt dat niet alleen België een inspanning levert om de stikstofemissies te laten dalen.Tussen 2015 en 2024 realiseerde Luxemburg met 45 procent de grootste daling van de stikstofuitstoot. Duitsland, België en Frankrijk volgen, met reductiepercentages van respectievelijk 30 procent, 26 procent en 22 procent. De totale stikstofuitstoot in Nederland daalde met 20 procent. In absolute cijfers liggen Duitsland en Frankrijk voorop met respectievelijk 42 en 25 kton per jaar. Bij België en Nederland is de gemiddelde jaarlijkse afname ongeveer 4,5 kton.Net zoals in Vlaanderen wordt deze afname in stikstofuitstoot vooral gestuurd door een sterke daling van de emissie van stikstofoxiden (- 37%). De ammoniakuitstoot daalde minder snel (-18%) en heeft grote verschillen tussen landen onderling. Duitsland liet in de periode 2015-2024 de grootste afname zien (-24%), gevolg door Frankrijk (-14%). Nederland verlaagde de ammoniakemissies met 10 procent, België met 12 procent en Luxemburg met 9 procent.</content>
            
            <updated>2026-04-14T14:23:42+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Nieuwe bepalingen rond kantstrooi- en driftreducerende technieken voor kunstmest]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/nieuwe-bepalingen-rond-kantstrooi-en-driftreducerende-technieken-voor-kunstmest" />
            <id>https://vilt.be/58935</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) roept landbouwers op om te kijken of hun bestaande strooiers voldoen aan de nieuwe bepalingen rond kantstrooien. De Vlaamse regering heeft recent regels vastgelegd rond systemen die landbouwers kunnen gebruiken.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f2240a91-4ccc-41d7-9bd0-d8cb11719d3b/full_width_kunstmeststrooier-met-kantstrooier-vlaamse-landmaatschappij-annemieke-dhaese.jpg</image>
                                        <content>Kantstrooien is een bemestingstechniek waarbij vaste kunstmest gestrooid wordt langs de randen van een perceel. Dit bespaart kunstmest en beperkt het risico op verliezen naar het milieu. Sinds het gewijzigd mestdecreet begin 2025 is het verplicht om vaste kunstmest te strooien met een kantstrooier bij de buitenste werkgang van het perceel. Ook moet de bemesting met vloeibare kunstmeststoffen gebeuren met driftreducerende technieken.Nu is er door de Vlaamse regering duidelijkheid gekomen. Over welke systemen voldoen aan de wetgeving en die landbouwers kunnen gebruiken. &quot;Met de nieuwe bepalingen geven we landbouwers duidelijkheid en de juiste instrumenten om gerichter te bemesten&quot;, aldus Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v).&amp;nbsp;“Kantstrooi- en driftreducerende technieken beperken het verlies van meststoffen naar waterlopen en dragen zo concreet bij aan een betere waterkwaliteit. We begeleiden landbouwers daarbij maximaal, met VLIF-steun en praktische informatie, zodat zij deze maatregelen correct en haalbaar kunnen toepassen.”De Vlaamse overheid voorziet ondersteuning voor landbouwers via VLIF-steun, de kennisportefeuille van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en via B3W.De Vlaamse Landmaatschappij roept landbouwers alvast op om te kijken hoe zij hun bestaande strooiers kunnen aanpassen. &quot;Het is niet altijd nodig om een nieuwe strooier te kopen. De constructeurs en verdelers zijn op de hoogte en kunnen gericht advies geven&quot;, klinkt het.</content>
            
            <updated>2026-04-14T14:34:03+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Koeien mogen Verdronken Land van Saeftinghe niet op wegens olievervuiling]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/koeien-mogen-verdronken-land-van-saeftinghe-niet-op-wegens-olievervuiling" />
            <id>https://vilt.be/58936</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Hoewel de schade van het olielek in de haven van Antwerpen zich aanvankelijk tot de haven leek te beperken, is er ook impact op de natuur en in beperkte mate op de landbouw. Zo is er olievervuiling in het Verdronken Land van Saeftinghe, waar rundveehouder Geert Meersschaert uit Kieldrecht zijn koeien laat grazen via natuurbegrazing. Totdat de olie is opgeruimd, moeten de koeien op stal blijven.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="natuur" />
                        <category term="Natuurpunt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b1303b42-1aba-45c6-ad10-bf2dc22b9e28/full_width_saeftinghe-koeien-wildbegrazing.jpg</image>
                                        <content>April is traditioneel de periode waarin rundveehouders Geert Meersschaert en Kris Van Royen uit Kieldrecht hun runderen naar het Verdronken Land van Saeftinghe sturen voor natuurbegrazing. De vleesveehouders, die hun vlees in de korte keten verkopen, nodigen dan klanten uit om gezamenlijk de kudde naar het natuurgebied te begeleiden over een afstand van zeven kilometer.Deze weidegang is gepland voor komende zaterdag, maar die planning is hoogst onwaarschijnlijk. Stichting Het Zeeuwse Landschap uit Nederland, die het grootste brakwaterschor van Europa beheert, heeft de rundveehouders de toegang tot het gebied ontzegd. Aanleiding zijn de oliesporen die dit weekend werden aangetroffen in het Land van Saeftinghe en de Hedwigepolder. Dit is het gevolg van een olievlek afkomstig van een containerschip in het Deurganckdok in de haven van Antwerpen.Toen VILT de veehouder sprak, was hij net onderweg naar het natuurgebied om poolshoogte te nemen. “Op dit moment zijn er verschillende teams in het schor aanwezig om de schade op te meten en eventuele olieresten te verwijderen.” Volgens de boer valt de schade evenwel mee. “Ik heb geen olieresten kunnen aantreffen in het schor.” Extra kosten bij uitstel weidegangDe boer hoopt dat ook de reinigingsploeg van Het Zeeuwse Landschap niets aantreft en het gebied spoedig vrijgeeft. Een Vlaamse collega-landbouwer heeft zijn runderen eerder naar het gebied gebracht en heeft niet de opdracht gekregen ze terug te halen. “Want anders moet ik mijn dieren nog langer op stal houden en heb ik extra voerkosten, kosten die niemand vergoedt”, vertelt hij.Ook diverse opruimdiensten draaien overuren om olieresten in de omgeving van de Antwerpse haven op te ruimen. De Scheldestad maakt zich op voor springtij later deze week. Dan zouden de olieresten in de watergeulen van het schor ook de graslanden kunnen bereiken. “Of de olieresten zouden in het riet terecht kunnen komen waar veel vogels nu broeden”, vertelt een woordvoerder van Natuurpunt. Aan Vlaamse zijde geen impact op landbouwVolgens de organisatie blijft de natuurschade aan Vlaamse zijde beperkt tot het Galgenschoor op de rechteroever en het Schor van Ouden Doel op de linkeroever, en is er geen impact voor de landbouw. Dat wordt bevestigd door ANB. “Hier vindt geen natuurbegrazing plaats”, aldus de ANB-woordvoerder.Op dit moment zijn tussen de 10 en 20 vrijwilligers van Natuurpunt in het Galgenschoor bezig om olieresten te verwijderen. De woordvoerder van de natuurorganisatie heeft er alle vertrouwen in dat dit lukt voordat het springtij toeslaat.</content>
            
            <updated>2026-04-14T14:40:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Groep boeren ontwikkelt AI-tool voor tocht en afkalfdetectie melkvee]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/groep-boeren-ontwikkelt-ai-tool-voor-tocht-en-afkalfdectie-melkvee" />
            <id>https://vilt.be/58937</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een groep Nederlandse en Vlaamse rundveehouders heeft CowCatcher AI gelanceerd, een gratis digitale tool waarmee melkveehouders tocht- en afkalfdetectie kunnen doen. Het systeem werkt op basis van camerabeelden en AI. Tocht wordt bepaald aan de hand van het springgedrag van de koe. Ook is het programma getraind om afkalving te signaleren en kunnen mogelijke sterftes voorkomen worden.</p>]]>
            </summary>
                                                    <image>https://vilt.be/storage/files/3a5e5d70-6ec8-4f44-8c70-969e8ff4db02/full_width_best3.jpg</image>
                                        <content>Onder leiding van de Nederlander Jan Jaap Verweij heeft een groep melkveehouders een AI-systeem ontwikkeld waarmee tocht en afkalven van de melkveestapel gedetecteerd kan worden. Dit gebeurt aan de hand van analyse van camerabeelden door een AI-getraind systeem. “De melkveehouder wordt gealarmeerd als het systeem een springende koe in de melkveestapel detecteert. Tussen de tien en 16 uur na de eerste sprong is het ideale moment van inseminatie”, vertelt Verweij.Het was de Vlaamse melkveehouder Jonas Vanneste die de Nederlander op het idee bracht. “Jan Jaap had al een systeem om met camerabeelden het spenen te herkennen in een melkrobot. Toen heb ik hem voorgesteld om met camerabeelden het springen van melkvee vast te leggen”, vertelt de melkveehouder uit Diksmuide. Een vaars die op een andere vaars springt, is meestal een teken van tochtigheid. Van boeren voor boerenVanneste gebruikt het systeem voor zijn jongvee en bereikt hiermee naar eigen zeggen een hogere drachtigheidsgraad na eerste inseminatie. Het betreft &#039;een open source systeem&#039;, waardoor het gebruik gratis is. “De enige kost was de aanschaf van een beveiligingscamera van 80 euro”, vertelt de melkveehouder. Hij geeft aan dat bestaande systemen die vaak werken op basis van activiteitsmonitors in zijn geval duizenden euro’s zouden hebben gekost. Verweij geeft aan dat het een tool is van boeren voor boeren en daarom gratis. “Maar gebruikers kunnen bij tevredenheid wel een donatie doen. Daarmee kunnen we ook nog andere toepassingen ontwikkelen.”Een van die andere toepassingen is ook afkalfdetectie. De camera’s zijn getraind om afkalvingen te detecteren en dat in vier stappen. “Als de afkalving begint, wordt de boer gealarmeerd en als het kalf geboren is ook. Als de boer ziet dat het afkalven te lang duurt, kan hij assisteren en zo mogelijk sterfte bij geboorte voorkomen”, aldus de Nederlander.Inmiddels maken zo’n 40 boeren gebruik van het systeem, zowel Nederlandse als Vlaamse bedrijven.</content>
            
            <updated>2026-04-15T10:37:38+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Miscanthus als brandstof: “Veruit mijn beste teelt nu”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/miscanthus-als-brandstof-veruit-mijn-beste-teelt-nu" />
            <id>https://vilt.be/58938</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De oplopende brandstofkosten en dus duurdere teeltkosten betekenen slecht nieuws voor boeren. Niet voor Peter Coucke van Hof ter Vrijlegem in Asse. De korteketenboer startte samen met zijn partner Ann Saerens vijftien jaar geleden met de teelt van miscanthus, een rietachtig gewas dat hij gebruikt voor de verwarming van zijn bedrijf. Van één hectare haalt hij een equivalent van 6.000 liter stookolie. Coucke geldt ook als pionier op het gebied van koolzaad en meer recent mosterdzaad, dat hij op de boerderij verwerkt tot olie, mayonaise en mosterd.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="landbouw algemeen" />
                        <category term="korte keten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/3ab8e1e8-14b4-4d40-aa65-772bd5c18855/full_width_peter-coucke-miscanthus-en-koolzaad.jpg</image>
                                        <content>Een grote stofwolk rijst op boven het perceel van korteketenboer Peter Coucke uit Asse. De loonwerker is met een maïshakselaar bezig het miscanthusperceel van Coucke te maaien. Het betreft een rietachtig gewas dat tot drie meter hoog wordt. In het najaar sterft dit af om vervolgens in nieuwe scheuten door te groeien. “De oude miscanthus wordt dan in het voorjaar droog gemaaid”, vertelt Coucke.Hij gebruikt het gewas voor de verwarming van zijn bedrijf. “Wij verwarmen hiermee onze woning, de woning van mijn schoonfamilie, ons gastenverblijf (verhuurd via Airbnb, red.) en de boerderij”, legt hij uit. Hof ter Vrijlegem is niet alleen de naam van de boerderij en het gastenverblijf. Het prijkt ook als logo op de koolzaadolie, mosterd, mayonaise en enkele andere producten die de familie Coucke-Saerens van hun eigen teelten maakt. Potentiële teelt bij vernattingVerwarming is één van de toepassingen van miscanthus, dat op zowel droge als natte ondergronden uit de voeten kan en daardoor gezien wordt als een potentieel waardevolle teelt in Vlaanderen. “In veel landbouwgebieden wil de overheid vernatten, waardoor de landbouw op zoek moet naar alternatieve teelten. Miscanthus zou zo’n teelt kunnen zijn”, vertelt Patrick Pasgang van Boerenbond.Coucke geeft aan dat deze teelt momenteel zijn beste is. “Van een hectare win je 15 ton. Dat is het equivalent van 6.000 liter stookolie. Bij de huidige prijs van 1,6 euro betekent dat een opbrengst van 9.600 euro per hectare”, rekent Coucke voor. Maar dit is slechts het bedrag dat de korteketenboer bespaart door geen stookolie te moeten kopen.In de praktijk wordt er veel minder betaald voor miscanthus. “De prijzen liggen momenteel rond de 100 euro per ton, waarmee de opbrengst per hectare op 1.500 euro uitkomt”, aldus Coucke, die dat wijt aan de beperkte afzetmarkt. Het is ook de reden waarom de teelt volgens hem in Vlaanderen nog maar beperkt van de grond komt. Coucke ziet evenwel veel kansen voor het gewas dat veel koolstof opslaat, zowel boven als onder de grond. Hij wijst op alternatieve, hoogwaardige toepassingen die in andere landen ontplooid worden. “Vooral in Nederland wordt er veel geëxperimenteerd met het gebruik van miscanthusvezels in bouwmaterialen en ook wc-papier.&amp;nbsp; Ook liggen er mogelijkheden als vervanging van veen in de tuinbouw.”Hoge valorisatie van koolzaadMiscanthus is niet de enige lagekost- en lageopbrengstteelt die Coucke slim weet om te zetten in een rendabel gewas. Datzelfde geldt voor koolzaad, dat feitelijk de basis vormt voor zijn kostwinning. “Wij zijn de vierde generatie landbouwers op het bedrijf. Na de overname hebben wij de witloofteelt en de teelt van Belgisch witblauw afgestoten, omdat er grote investeringen nodig waren om deze rendabel te houden. Daarbij hadden we hier, in de rand van Brussel, te maken met dure grond en zijn we gaan kijken naar teelten die we in eigen producten konden verwerken en vermarkten”, vertelt hij. Daarbij kwamen de ondernemers 15 jaar geleden op het idee van koolzaad, een gewas dat gebruikt wordt voor de productie van biobrandstof. “Door de Vlaamse landbouwminister Yves Leterme (cd&amp;amp;v) werd de teelt destijds door de hoge olieprijzen gepromoot”, weet de ondernemer. In plaats van brandstof belandde het koolzaad van Coucke echter in zijn eigen koolzaadolie.Van koolzaad tot koolzaadolie, mayonaise en tartaarIn de loop der jaren heeft de ondernemer deze boerderijproductie van koolzaadolie weten uit te breiden naar een hele reeks producten op basis van olie. Denk aan mayonaise, tartaarsaus en honing-mosterddressing, het best verkochte product van Hof ter Vrijlegem. Behalve op de hoeve verkopen de boeren hun olie en sauzen aan zo’n 120 winkels in een brede regio rond het bedrijf, van hoevewinkels van collega-korteketenboeren tot lokale supermarkten. Door het succes van de boerderijproducten is het koolzaadareaal inmiddels opgelopen tot 12 hectare. Om een gebalanceerde teeltrotatie te hebben, heeft Coucke ook aardappelen en graan in zijn teeltplan staan. Recent is daar ook mosterdzaad bij gekomen. Ook in dit nichegewas, dat hij tot eigen mosterd verwerkt, ziet de ondernemer veel potentieel.Twee jaar geleden is Coucke gestart met een VLAIO-project om kennis te maken met de teelt van mosterd. Dat deed hij samen met acht andere boeren, vier verwerkers en met ondersteuning van Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant. In totaal bewerken de deelnemende boeren 20 hectare, wat de verwerkers vervolgens tot mosterd verwerken. Ook deze mosterd is opgenomen in het gamma van Hof ter Vrijlegem. Meer potentieel voor mosterdzaadCoucke geeft aan dat het project is afgelopen, maar dat de partijen verder willen. “Momenteel hebben we een projectaanvraag ingediend waarbij we kijken of we door inkruising van een koolzaadgen het mosterdzaad winterhard kunnen maken. Dat zou betekenen dat we al in het najaar kunnen zaaien en in de zomer mogelijk een betere opbrengst hebben dan nu”, legt hij uit.Volgens de boer wordt er in België zo’n 20.000 ton mosterdzaad verwerkt in onder andere mayonaise. Canada, maar ook Oekraïne en Rusland zijn belangrijke leveranciers. De afhankelijkheid van deze twee Oost-Europese landen bleek bij het uitbreken van de oorlog, toen er plotseling een tekort aan mosterdzaad was. “Van een hectare kun je ongeveer 1.000 kilo mosterdzaad halen”, schetst Coucke het potentieel van lokaal mosterdzaad.Waar de boer zich de voorbije jaren vooral focuste op de ontwikkeling van koolzaadverwerking, wil hij zich nu meer op mosterdzaad richten. Getuige daarvan is een gloednieuwe verwerkingsmachine op de site van het bedrijf, de voormalige witloofloods. “Deze machine hebben we uit China geïmporteerd en zij zuivert de mosterdzaden nog beter, waardoor ons zaad hoogwaardiger verwerkt kan worden”, besluit hij.</content>
            
            <updated>2026-04-15T10:52:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Drie Europeanen in de race voor FAO-topjob, landbouwbelangen op het spel]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/drie-europeanen-in-de-race-voor-fao-topjob-landbouwbelangen-op-het-spel" />
            <id>https://vilt.be/58939</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Na een pijnlijke nederlaag tegen China in 2019 aast&nbsp;Europa opnieuw op de topfuncie van directeur-generaal bij De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) . Momenteel zijn er drie EU-kandidaten in de running voor één van de machtigste functies in het mondiale voedsel en landbouwbeleid. Voor de landbouwsector staat er dus veel op het spel. Alleen: door interne verdeeldheid dreigt Europa deze topjob opnieuw mis te lopen. &nbsp;</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e2aed328-0f2d-467c-babd-d1047cfa2a47/full_width_landbouwgrondgrootschalig-cofabel.jpg</image>
                                        <content>De strijd om het leiderschap van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) is opnieuw geopend. In 2027 krijgt de organisatie een nieuwe directeur-generaal. Europa ziet daarin een uitgelezen kans om opnieuw invloed te verwerven op het wereldwijde landbouw- en voedselbeleid.&amp;nbsp;De FAO bepaalt internationale normen voor voedselveiligheid, zet de krijtlijnen uit voor visserij en ontbossing, en adviseert landen over hun voedselvoorziening. Voor een exportgerichte landbouwregio als de Europese Unie is dat strategisch van groot belang.&amp;nbsp;Toch is het al meer dan 50 jaar geleden dat een Europeaan de organisatie leidde.&amp;nbsp;De schaduw van 2019&amp;nbsp;De laatste poging van de EU om daar verandering in te brengen, liep in 2019 mis. Europese verdeeldheid en versnipperde steun onder westerse landen maakten de weg vrij voor de Chinees&amp;nbsp;Qu&amp;nbsp;Dongyu.&amp;nbsp;Sindsdien is de invloed van China binnen de FAO&amp;nbsp;volgens critici&amp;nbsp;merkbaar toegenomen. Volgens westerse donoren zijn sleutelposities vaker ingevuld door Chinese functionarissen en is de koers van de organisatie verschoven. Dat voedt de bezorgdheid, zeker nu voedselzekerheid en geopolitiek steeds nauwer verweven raken.&amp;nbsp;Met het einde van&amp;nbsp;Qu’s&amp;nbsp;mandaat in zicht, wil Europa het tij keren. Maar opnieuw dreigt interne verdeeldheid roet in het eten te gooien.&amp;nbsp;&amp;nbsp;Drie kandidaten, geen favoriet&amp;nbsp;Momenteel liggen er drie Europese namen op tafel — zonder duidelijke consensus.&amp;nbsp;De Ier Phil Hogan, voormalig Europees commissaris voor Landbouw en Handel, geldt als de zwaargewicht. Hij kent het Europese landbouwbeleid door en door en heeft ervaring met internationale onderhandelingen. Tegelijk blijft zijn gedwongen vertrek uit de Europese Commissie na een coronaschandaal een smet op zijn blazoen.&amp;nbsp;De Italiaan&amp;nbsp;Maurizio&amp;nbsp;Martina heeft dan weer een ander profiel. Als huidige plaatsvervangend directeur-generaal van de FAO kent hij de organisatie van binnenuit. Maar precies die nabijheid tot de huidige leiding wordt door sommige lidstaten als een nadeel gezien.&amp;nbsp;De Spaanse minister van Landbouw Luis&amp;nbsp;Planas&amp;nbsp;is de derde optie. Een ervaren diplomaat met een lange staat van dienst, maar minder uitgesproken op het internationale toneel. Zijn grootste troef: hij zit nog steeds mee aan de Europese onderhandelingstafel, terwijl zijn concurrenten vanop afstand lobbyen.&amp;nbsp;Belang voor de landbouw&amp;nbsp;Voor de Europese landbouwsector is de uitkomst allesbehalve symbolisch. De FAO heeft invloed op normen en regels die rechtstreeks doorwerken in handel, productie en duurzaamheidseisen.&amp;nbsp;Bovendien komt de organisatie onder toenemende druk te staan. Budgetten staan onder spanning en geopolitieke tegenstellingen wegen steeds zwaarder door. De volgende directeur-generaal zal dus niet alleen inhoudelijk, maar ook politiek sterk in de schoenen moeten staan.&amp;nbsp;Tijd dringt&amp;nbsp;De verkiezing zelf gebeurt achter gesloten deuren, via geheime stemming door 194 leden. In dat diplomatieke spel zijn allianties cruciaal — en is brede internationale steun vaak doorslaggevender dan interne eensgezindheid.&amp;nbsp;&amp;nbsp;De EU heeft nog enkele maanden om één kandidaat naar voren te schuiven en internationale steun te verzamelen. Maar de les van 2019 is duidelijk: zonder eenheid én zonder een breed gedragen profiel wordt het moeilijk.&amp;nbsp;Wat op het spel staat, is niet alleen een prestigieuze functie, maar ook invloed op de toekomst van het mondiale landbouw- en voedselbeleid.&amp;nbsp;</content>
            
            <updated>2026-04-14T16:28:23+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Karkasclassificatie onder de loep: hoe betrouwbaar zijn de cijfers voor rundveehouders?]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/karkasclassificatie-onder-de-loep-hoe-betrouwbaar-zijn-de-cijfers-voor-rundveehouders" />
            <id>https://vilt.be/58940</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Voor rundveehouders is karkasclassificatie een cruciale schakel tussen het slachthuis en de uiteindelijke uitbetaling. De indeling en het gewicht van een karkas bepalen immers mee de opbrengst van het dier. Daarom besteedt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij veel aandacht aan een transparante en betrouwbare karkasclassificatie. “Dat doen we met een combinatie van duidelijke regelgeving, strikte controles en data die vlot toegankelijk zijn”, vertelt Sven Vrints van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="slachthuis" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c22cf9ff-a4e8-4306-8d72-bf24fc3c6e8d/full_width_runderslachthuis-febev.jpg</image>
                                        <content>Europese regels, Vlaamse uitvoeringDe regelgeving rond karkasclassificatie is gebaseerd op Europese wetgeving, die in Vlaanderen vertaald wordt naar eigen regels en controles. Slachthuizen die meer dan 75 runderen per week slachten, zijn indelingsplichtige slachthuizen en verplicht om de karkasgegevens door te sturen naar de centrale databank. IVB beheert die centrale databank, maar de data zijn eigendom van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.De classificatie zelf gebeurt in het slachthuis door erkende classificeerders. Zij volgen een opleiding en worden jaarlijks geëvalueerd. “Daar leren ze karkassen indelen op basis van de indeling en het gewicht. Bij dat eerste gaat het onder meer over de diercategorie, de bevleesdheid en de vetheid van het karkas en de presentatie van het karkas”, vertelt Vrints. Hij wijst erop dat het agentschap erkenningen kan schorsen of intrekken als dat nodig zou zijn. Datastromen: van slachthuis tot veehouderWanneer runderen geslacht zijn, worden ze gewogen en in het slachthuis zelf nog ingedeeld. “Die gegevens moeten binnen de 24 uur doorgestuurd worden naar de centrale databank. Wettelijk is ook bepaald dat het slachthuis de classificatiegegevens bezorgt aan de leverancier”, verduidelijkt Vrints.Via IVB krijgen rundveehouders toegang tot hun eigen gegevens. Dat kan via e-mail, via de IVB-website of – indien digitaal niet mogelijk – per brief. “Naast deze wettelijke datastromen bestaan er ook informele stromen, bijvoorbeeld via handelaars, maar die vallen buiten de controles van het agentschap”, klinkt het. Onaangekondigde en onafhankelijke controlesBetrouwbaarheid van de data is essentieel, weet het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. “Daarom voeren wij onaangekondigde en onafhankelijke controles uit in de slachthuizen. Elk indelingsplichtig slachthuis wordt minstens twee keer per kwartaal gecontroleerd. Bij verhoogd risico kan dat oplopen tot zes keer per kwartaal”, aldus Vrints.Tijdens zo’n controle worden minstens 40 karkassen beoordeeld. Daarbij kijkt de controleur onder meer naar de indeling, de presentatie, de merking van het karkas en het blootleggen van het spierweefsel bij vetverwijdering. Beoordelingsverschillen worden niet meteen bestraft. We houden rekening met kleine verschillen. Een afwijking van één subklasse wordt niet als fout beschouwd, dit gebeurt pas bij een verschil vanaf twee subklassen”, luidt het. Hoge correctheidsgraadDe resultaten van de controles tonen aan dat de karkasclassificatie in Vlaanderen over het algemeen zeer correct verloopt, zo benadrukt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Meer dan 93 procent van alle gecontroleerde karkassen wordt correct ingedeeld. Bij de karkassen met een betere bevleesdheid loopt dat zelfs op tot ongeveer 95 à 96 procent. Die cijfers zijn de voorbije jaren opvallend stabiel gebleven.“Ook de presentatie van karkassen wordt strikt gecontroleerd. Ontvetten is toegelaten, maar enkel binnen bepaalde grenzen. Het verwijderen van spierweefsel is niet toegestaan, tenzij er een duidelijke veterinaire reden is”, stelt Sven Vrints. Wegen onder toezichtNaast de indeling is ook het gewicht een cruciaal gegeven. De weegschaal in het slachthuis moet gekoppeld zijn aan een beveiligd registratiesysteem, vaak omschreven als een ‘black box’. “Alle wegingen worden hierin automatisch opgeslagen en kunnen niet worden aangepast”, klinkt het. Controleurs van het agentschap kijken onder meer na of de weegschaal correct geijkt is, de juiste tarra wordt gebruikt, en het karkas binnen de wettelijk vastgelegde termijn van 60 minuten na het slachten wordt gewogen. Alle gewichten moeten overeenkomen met de gegevens in de centrale databank.Inzicht via cijfers en grafiekenNaast individuele gegevens kunnen rundveehouders ook sectorcijfers raadplegen via de cijferwebsite van het agentschap. Die cijfers laten toe om de eigen resultaten te vergelijken met het Vlaamse gemiddelde en trends in de sector beter te begrijpen. Ook beschikbaar op de cijferwebsite zijn actuele prijzen en marktinformatie. Zij helpen om de ontwikkelingen op de markt op te volgen. Er zijn heel wat cijfers beschikbaar over de rundveesector, zoals de prijzen van slachtkalveren en nuchtere kalveren, maar ook van runderkarkassen van jonge stieren, koeien en vaarzen. Wekelijks worden deze prijzen van de vorige week op donderdag gepubliceerd.Meer transparantie voor de sector“Met een combinatie van duidelijke regelgeving, strikte controles en toegankelijke data wille we bijdragen aan een transparante en betrouwbare karkasclassificatie”, legt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij uit. “Voor rundveehouders betekent dat meer inzicht en meer vertrouwen.”</content>
            
            <updated>2026-04-14T18:55:27+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Celstraffen voor Veviba-top acht jaar na fraude met vleesetiketten]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/celstraffen-voor-veviba-top-acht-jaar-na-fraude-met-vleesetiketten" />
            <id>https://vilt.be/58941</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De correctionele rechtbank van Neufchâteau heeft de twee voormalige leidinggevenden van het vleesbedrijf&nbsp;Veviba&nbsp;veroordeeld tot gevangenisstraffen van een jaar en tien maanden. Het&nbsp;Veviba-slachthuis in Bastenaken kwam in 2018 in opspraak wegens fraude met de invriesdata op de etiketten.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="slachthuis" />
                        <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d8389f62-a1eb-4c00-80b2-eb2fe9d687b7/full_width_rundvleestraceerbaarheidveviba-youtube.jpg</image>
                                        <content>Diederik en Lodewijk Verbist hebben gevangenisstraffen gekregen van respectievelijk een jaar en tien maanden. Ze moeten ook 16.000 en 12.000 euro schadevergoeding betalen. Een andere leidinggevende, de voormalige verkoopverantwoordelijke, is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een boete van 8.000 euro. Een slager, de verantwoordelijke van de ingewandenafdeling, en een IT-medewerker zijn vrijgesproken.De vijf bedrijven die in deze zaak werden aangeklaagd, zijn veroordeeld tot voorwaardelijke boetes variërend van 4.000 tot 64.000 euro. De rechtbank heeft ook bijna 550.000 euro aan opbrengsten en voorraden verbeurdverklaard. Bij drie van de veroordeelden werden ook bedragen tussen 100.000 en 250.000 euro verbeurdverklaard. Melding uit KosovoDe&amp;nbsp;Veviba-affaire ging aan het rollen na een melding uit Kosovo over bedorven diepvriesvlees van een bedrijf in Bastenaken. In 2018 vielen inspecteurs binnen in het slachthuis van Verbist. Toen bleek dat het bedrijf gesjoemeld had met etiketten op ingevroren vlees en vlees verwerkt zou hebben dat niet geschikt is voor menselijke consumptie, werd de erkenning ingetrokken door de toenmalige minister van Landbouw.Verschillende leidinggevenden en medewerkers van het bedrijf moesten vervolgens voor de rechter verschijnen. De beklaagden stonden terecht voor het brengen van afval in de voedselketen, valsheid in geschrifte en het gebruik van valse documenten. Ook het niet nakomen van de verplichtingen op het gebied van hygiëne en de traceerbaarheid van producten werd hun ten laste gelegd.</content>
            
            <updated>2026-04-14T18:46:49+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Terwijl Europa investeert in afbouw, neemt Mercosur-veehouderij de vlucht vooruit]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/terwijl-europa-investeert-in-afbouw-neemt-mercosur-veehouderij-de-vlucht-vooruit" />
            <id>https://vilt.be/58943</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een veebedrijf met 5.000 runderen is niet ongewoon in Argentinië, maar zelfs deze megabedrijven denken aan een opschaling met 30 tot 40 procent. Dat bericht landbouwjournaliste Rachel Martin in <a href="https://www.irishexaminer.com/farming/arid-41820560.html?fbclid=IwdGRjcARBvQxjbGNrBEG8_2V4dG4DYWVtAjExAHNydGMGYXBwX2lkDDM1MDY4NTUzMTcyOAABHlFGVZoi8UWtpB7IulCwY0t88qoPEqxNrxaJ2rzauRj8cAD_6gsSsKlhFhXM_aem_uyA6K8m1QEmYEcbs-v-3og" target="_self">The Irish Examiner</a>. De Mercosurlanden zwengelen hun productie aan in aanloop naar het vrijhandelsakkoord met Europa, terwijl Europese landen grof geld investeren in een afbouw van de veestapel. Zo heeft de Nederlandse regering 627 miljoen euro vrijgemaakt voor subsidies om de melkveehouderij te extensiveren. </p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="rundveehouderij" />
                        <category term="veehouderij" />
                        <category term="klimaat" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="emissie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/71132be0-a132-44fd-aca1-6f4ab2ef9b8e/full_width_ontbossingbrazilieamazoneregenwoud-greenpeacefabiobispo.jpg</image>
                                        <content>De taferelen aan de overkant van de oceaan staan in schril contrast met Vlaanderen, waar een gespecialiseerd vleesveebedrijf gemiddeld 156 runderen telt. Vlaanderen verwacht dat de rundveestapel tegen 2030 zal dalen met 7 à 9,4 procent.Europa pleit niet uitdrukkelijk voor een afbouw van de veestapel, al is het voor vele landen één van de gekozen maatregelen om de emissiedoelstellingen te behalen. Nederlands landbouwminister Jaimi van Essen (D66) heeft in een Kamerbrief de details over de &#039;Subsidieregeling extensivering melkveehouderij&#039; (SEM) bekendgemaakt, een subsidieregeling voor veehouders die bewust minder koeien willen houden.1.606 euro per koeVeehouders kunnen intekenen op de regeling tussen 1 juni en 29 juli 2026. Melkveehouders die meedoen, zullen drie jaar lang tien tot 20 procent minder koeien houden. De subsidie moet de bijhorende financiële klap opvangen. De jaarlijkse vergoeding voor de inkomstenderving bedraagt 1.606 euro per koe.De verwachting is dat met het beschikbare budget het aantal melkkoeien met maximaal 64.000 kan afnemen. Dit gaat om ongeveer vier procent van het aantal melkkoeien in Nederland. Bovendien kunnen veehouders fosfaatrechten afstaan voor 110 euro per recht. Deze verdwijnen dan definitief van de markt. De rechten zijn vergelijkbaar met, maar niet identiek aan de Vlaamse NER&#039;s (nutriëntemissierechten). Bovendien houdt de extensivering in dat het areaal grasland op het bedrijf drie jaar lang niet mag afnemen. Het is dus niet de bedoeling dat deelnemende landbouwers hun kleinere veestapel houden op kleinere weides. Het aantal andere graasdieren, zoals schapen, mag evenmin toenemen. Als een melkveehouder na de periode van drie jaar terug wil gaan naar het oorspronkelijk aantal koeien, zal die nieuwe fosfaatrechten moeten kopen of leasen uit een kleinere pot.Europa bouwt af, Brazilië breidt uitDie grote inzet op reductie staat in schril contrast met onze handelspartners. Waar de EU streeft naar klimaatneutraliteit tegen 2050, zitten Argentinië en Brazilië hiervoor lang niet op koers. Dat laat zich ook zien in de veehouderij, waar vooral Brazilië de productiecapaciteit fors wil opdrijven.De klimaatimpact van de Zuid-Amerikaanse veehouderij valt niet te onderschatten. De uitstoot van Braziliaans rundvlees schommelt tussen de 41 en 48,5 kg CO2-equivalenten per kg vlees. Dat van Belgisch witblauw bedraagt minder dan de helft, namelijk 17,7 CO2-equivalenten per kilo karkas of 21,9 CO2-equivalenten per kg ontbeend vlees.De wereldwijde uitstoot van alle veehouderij, dus inclusief varkens en kippen, bedraagt 6.18 gigaton CO2-equivalent. Wanneer we inzoomen op één diersoort en één werelddeel, namelijk Zuid-Amerikaanse runderen, komen we in 2020 op een uitstoot van 0,67 gigaton CO2-equivalent. Dat is bijna 11 procent van het wereldwijde totaal. Wellicht bieden deze gedateerde cijfers een onderschatting, want de afgelopen jaren is de veestapel op dit continent fors toegenomen. In 2025 werd een kwart van alle rundvlees ter wereld geproduceerd in Zuid-Amerika. De FAO acht de wereldwijde veehouderij verantwoordelijk voor 12 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Andere studies rapporteren een aandeel van 19,6 procent. De klimaatimpact van de Zuid-Amerikaanse landen is dus significant. Wat misschien wel verklaart waarom landen als Argentinië en Brazilië zich hebben ontpopt tot experten in het hittebestendige Brangus-ras, een kruising tussen de welbekende Britse Angus en het Indiase Brahman-ras. Door deze twee soorten te kruisen, zoekt men een evenwicht tussen klimaatbestendigheid en vleeskwaliteit. De dieren zijn niet immuun voor warme temperaturen, maar kunnen er wel beter mee om dan Belgisch witblauw.OntbossingSantigo Goldstein, rundveehouder en vicevoorzitter van de Argentijnse Vereniging van Brangus-veehouders, stelt in The Irish Examiner dat Europa de ecologische kwaliteiten van Argentijns rundvlees onderschat. De Europese ontbossingswet wordt gezien als een protectionistische maatregel die volgens hem weinig bijdraagt tot het milieu. “Europa zegt dat we misschien alleen vlees mogen leveren uit gebieden waar geen ontbossing heeft plaatsgevonden. Wij hebben bossen gekapt om grasland aan te leggen, en onze productie is ecologisch verantwoord en koolstofnegatief. De wereld profiteert van de manier waarop wij produceren,” zegt hij. De claims over milieuvriendelijkheid vallen echter met een korrel zout te nemen. Gran Chaco is het op één na grootste woud van Zuid-Amerika na het Amazonegebied. Dat heeft met de toename van de veehouderij een aanzienlijk deel van zijn oppervlakte verloren. Volgens de ngo The Nature Conservancy gaat er elke maand 344,47 vierkante kilometer van dit bos verloren. 90 procent van deze ontbossing gebeurt voor landbouw, waarvan het merendeel veehouderij. Op 20 jaar tijd is een kwart van Gran Chaco in Argentinië gerooid, voornamelijk voor vee en voedergewassen, met alle gevolgen van dien voor de bodem en biodiversiteit. De regering-Milei staat evenmin bekend om een beleid dat klimaat en milieu vooropzet. KoolstoflekHet contrast tussen de Europese afbouw en Zuid-Amerikaanse aanzwengeling van de veeproductie is deels gemotiveerd door Europa als afzetmarkt. Het doet critici vrezen voor een carbon leak of koolstoflek. Dat is het principe waarbij klimaatmaatregelen binnen Europa, zoals een afbouw van de veestapel, leiden tot een grotere productie van methaangassen elders. Wat over de hele wereld leidt tot een verstoord klimaat.Het Mercosurakkoord bevat wel enkele afspraken over de voorwaarden waaraan producten moeten voldoen. Zo mag het naar de EU geëxporteerde vlees niet afkomstig zijn uit recent ontbost gebied. De EU nuanceert ook de bijdrage van het akkoord op de Zuid-Amerikaanse veeproductie. De tariefvrije quota bedragen slechts 0,6 procent van de totale rundvleesproductie in Zuid-Amerika. Toch is er veel ongenoegen bij de Europese veehouders over de dubbele houding van de EU tegenover eigen producenten en de handelspartners.</content>
            
            <updated>2026-04-15T16:49:55+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Labneh van De Zuivelarij floreert door samenwerking met lokale schapenboer en ligt nu bij Delhaize]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/zuivelverwerker-floreert-door-samenwerking-met-lokale-schapenboer-en-ligt-nu-ook-bij-delhaize-in-de-schappen" />
            <id>https://vilt.be/58944</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Zuivelverwerker De Zuivelarij uit Berlare maakt een enorme groei door met labneh, een schapenyoghurt afkomstig uit het Midden-Oosten. Zo’n vier jaar geleden werd de productie kleinschalig opgestart, maar inmiddels lonkt een uitbreiding van de productielijn. “We hebben een aantal grote klanten erbij gekregen, waaronder recent Delhaize”, vertelt zaakvoerder David De Coster. Op de verpakking pakt de verwerker uit met de lokale origine van de schapenmelk: “Van de boerderij van Gert en Leen.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f145c5c9-95f9-4dab-a2f8-495d58230a13/full_width_labneh2.jpg</image>
                                        <content>De meeste mensen kennen zuivelverwerker De Zuivelarij uit Berlare van zijn Berloumi. De grillkaas van koeienmelk maakte een stormachtige opmars, en is inmiddels in alle Belgische supermarkten terug te vinden. Sinds kort timmert de lokale zuivelverwerker, met tien mensen in dienst, ook aan de weg met labneh. Het betreft een lang uitgelekte en licht gezouten yoghurt op basis van schapenmelk.De Zuivelarij startte ruim drie jaar geleden kleinschalig met labneh. Voor de melk deed het een beroep op schapenhouder Gert De Brandt, met 400 schapen de grootste en enige schapenmelkleverancier van Vlaanderen. Aanvankelijk ging de schapenmelk ook in de Berloumi-kaas, waarmee De Zuivelarij een reddingsboei bood voor de startende schapenhouder. “Gert was net zijn grootste afnemer van schapenmelk kwijtgeraakt door een faillissement”, vertelt De Coster over de start van de samenwerking.Omdat de schapenmelk in het koeienmelkproduct Berloumi een relatief laagwaardige valorisatie had, ging de ondernemer op zoek naar nieuwe toepassingen. Hij stuitte daarbij op het idee van labneh. “Ik zag dat in culinaire tijdschriften verschijnen. Ook door de Israëlisch-Britse kok en schrijver van kookboeken Ottolenghi werd labneh hier plots populair, net zoals humus, granaatappel en za’atar.”Productie explodeert met enige grote nieuwe klantenIntussen gaat alle schapenmelk van De Brandt naar de labneh-verwerkingslijn van De Zuivelarij. Met onder andere  Foodmaker en Foodbag werden vorig jaar een aantal grote klanten binnengehaald. Daar kwam recent ook Delhaize bij, waardoor de lokale schapenyoghurt nu nationaal verkrijgbaar is. Ook traditionele Libanese restaurants behoren tot de afnemers.Door de sterke toename van klanten is de productie geëxplodeerd. “Vorig jaar ging er tot 1.000 liter schapenmelk per week naar de verwerking van labneh, inmiddels is dat 3.000 liter en meer”, vertelt De Coster, die de nodige groeistuipen op het bedrijf ervaart. “Deze zaterdag en zondag zullen we moeten werken om de productie rond te krijgen.” Een uitbreiding van de capaciteit ligt dan ook voor de hand, waarbij De Zuivelarij hoopt dat De Brandt mee kan groeien. Zuivelproduct aan boer verbondenDe Coster hecht volgens eigen zeggen veel waarde aan de band met de leveranciers. “Aanvankelijk was De Zuivelarij een hobbyproject in bijberoep, met het idee om van enkele bevriende boeren hoevezuivelachtige producten te maken. Daarbij telkens één product van één specifieke boerderij. Dat concept staat nog steeds. Onze Berloumi-grillkaas wordt gemaakt van de melk van Koen &amp;amp; Annick uit Berlare, en de cacioricotta-kaas van de geitenmelk van Dirk &amp;amp; Karlien uit Lede.”In de marketing pakt De Zuivelarij ook uit met haar samenwerking met lokale boeren. Zo maakt het zuivelbedrijf op haar website bij de uitleg over labneh melding van de afkomst van de melk. Ook op de verpakking van het product benadrukt het bedrijf de origine: “Van de boerderij van Gert en Leen”, staat er te lezen. Productieproces LabnehLabneh wordt gemaakt door yoghurt lang uit te laten lekken. &quot;De gekoelde basisyoghurt doen we in zakken van 30 liter, zo lekt hij gedurende 60 uur uit. Dat is een redelijk&amp;nbsp;ambachtelijk&amp;nbsp;proces. Er bestaan weliswaar dure machines die het proces verkorten, maar daar zullen we nog heel veel labneh voor moeten maken (en verkopen ook natuurlijk)&quot;, klinkt het op de website van De Zuivelarij.Om ervoor te zorgen dat de labneh altijd even dik is wordt hij, afhankelijk van het seizoen, nog 12 tot 24 uur gestapeld. Uiteindelijk zal er dan ongeveer 60 procent van de schapenmelk overblijven. Het eindproduct is&amp;nbsp;vervolgens acht weken houdbaar.</content>
            
            <updated>2026-04-15T23:35:20+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[B3W lanceert brochure om landbouwers aan te zetten tot regeneratieve landbouw]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/b3w-lanceert-brochure-met-gezonde-bodempraktijken" />
            <id>https://vilt.be/58945</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Begeleidingsdienst voor Betere Bodem- en Waterkwaliteit B3W lanceert een nieuwe brochure met tips voor landbouwers om hun bodem sterker en veerkrachtiger te maken. Door in te zetten op regeneratieve landbouw wil B3W hen helpen het hoofd bieden aan droogte, hevige regen, stijgende kosten en minder voorspelbare opbrengsten. "Met eenvoudige stappen kan je al veel resultaat boeken", klinkt het.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="bodem" />
                        <category term="agro-ecologie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c0eac29f-641c-4c23-b575-85172c662cd3/full_width_bodem-grond-koolstofopslag-aarde-1280.jpg</image>
                                        <content>Een goed landbouwbedrijf begint bij de bodem, maar veel landbouwers ervaren problemen. Percelen worden moeilijker berijdbaar, water blijft staan of loopt net te snel weg, en gewassen reageren gevoeliger op stress, ziekten en plagen. “Er is zeker werk aan de winkel en er is ook wel veel verschil tussen percelen”, zegt Saartje Degelin van B3W. “Sommige landbouwers investeren heel veel in hun bodem en bij andere zou er wel wat extra aandacht mogen zijn.”De brochure vertaalt regeneratieve landbouw naar vijf duidelijke principes: beperk de bodemverstoring, houd de bodem bedekt, werk aan diversiteit, zorg voor levende wortels en integreer dieren waar mogelijk. De brochure biedt niet één hapklare oplossing, maar biedt verschillende methodes die landbouwers kunnen toepassen. Voor de ene landbouwer vertaalt zich dat in niet-kerende bodembewerking en teeltrotatie, terwijl de andere misschien meer heil ziet in begrazing, boslandbouw of compostering.UitwisselingenDe brochure is aangevuld met getuigenissen van landbouwers, die hun praktijkervaring meedelen. Wie nog dieper in het thema wil duiken, wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de thematische uitwisselingsmomenten rond bodem en regeneratieve landbouw van B3W. De agenda staat in de brochure of is op de website te raadplegen.De volledige brochure lees je hier.</content>
            
            <updated>2026-04-15T23:33:25+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Vogelgriepsituatie evolueert gunstig: afschermplicht wordt opgeheven]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/vogelgriepsituatie-evolueert-gunstig-afschermplicht-wordt-opgeheven" />
            <id>https://vilt.be/58946</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Pluimveehouders moeten vanaf donderdag 16 april hun dieren niet langer afschermen. Dat heeft het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) laten weten. Sinds oktober was die afschermplicht van kracht, maar nu de situatie “gunstig is geëvolueerd”, worden alle beperkende voorwaarden opgeschort.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="vogelgriep" />
                        <category term="dierziekten" />
                        <category term="pluimveehouderij" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/d9c4fa12-191e-43e2-b4ac-ba97428f4bf8/full_width_biologischekippenweideweelde-1920.jpg</image>
                                        <content>23 vogelgriepuitbrakenNa enkele gevallen van hoogpathogene vogelgriep waren professionele pluimveehouders sinds oktober verplicht om hun dieren af te schermen. Toch kon dit niet verhinderen dat er 23 vogelgriepuitbraken waren in België. Het ging om uitbraken bij 20 commerciële pluimveebedrijven en bij drie hobbyhouders. Daarnaast werden er ook 320 besmettingen met het virus vastgesteld bij wilde vogels.Sinds half februari zijn er geen nieuwe uitbraken meer vastgesteld en bij wilde vogels is de viruscirculatie sinds midden maart sterk afgenomen. Er worden momenteel nog maar “sporadisch” besmette dieren gevonden. Het FAVV spreekt van een “gunstige evolutie” en heeft daarom aan de federale minister van Landbouw David Clarinval (MR) gevraagd om de beperkende maatregelen op te heffen.Die heeft daar gehoor aan gegeven waardoor de afschermplicht vervalt: pluimvee mag opnieuw zonder netten in de openlucht gehouden worden. Ook moeten vogels niet langer verplicht binnen drinken krijgen en mag daarvoor opnieuw onbehandeld grondwater gebruikt worden. “Het is wel nog steeds verplicht om de voeding binnen of afgeschermd aan te bieden aan de dieren, ook voor particulieren&quot;, benadrukt het FAVV. Opnieuw ziektevrije status voor BelgiëBovendien heeft de Wereldorganisatie voor Diergezondheid (WOAH) op 14 april de ziektevrije status voor hoogpathogene&amp;nbsp;vogelgriep&amp;nbsp;bij pluimvee in België goedgekeurd. &quot;Daardoor kunnen handelsembargo&#039;s worden opgeheven en onze export van pluimvee en pluimveeproducten kan worden hervat&quot;, licht Clarinval toe. &quot;Bepaalde voorzorgsmaatregelen blijven echter van kracht, zoals het verstrengd toezicht op commerciële pluimveebedrijven.&quot;FAVV benadrukt tot slot wel dat waakzaamheid geboden blijft, omdat het vogelgriepvirus nog altijd circuleert bij wilde vogels. &quot;We kunnen een klein aantal nieuwe besmettingen tijdens de lente en zomer niet uitsluiten. Dieren afschermen met netten blijft daarom nog steeds sterk aanbevolen, ook voor particuliere houders&quot;, zegt woordvoerder Hélène Bonte. Als de viruscirculatie weer toeneemt, kunnen opnieuw beperkende maatregelen worden opgelegd.</content>
            
            <updated>2026-04-15T17:07:59+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Fruitteler Karel Vaes krijgt een rol in nieuw Kiekeboe-album]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/fruitteler-krijgt-prominente-rol-in-nieuw-kiekeboe-album" />
            <id>https://vilt.be/58947</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Deze week is het 168e stripalbum van Kiekeboe uitgekomen met als titel 'Pittig gestoord'. Het verhaal speelt zich af in Haspengouw, met een centrale rol voor de cultuur van de lokale fruitteelt. Als voorbereiding van de strip sprak illustrator Charel Cambré onder andere met fruitteler Karel Vaes uit Borgloon. “Tot mijn eigen verbazing werd ik vervolgens opgevoerd in het verhaal”, aldus Vaes.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="korte keten" />
                        <category term="Haspengouw" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/4658afe1-5b67-4091-8417-b16b56ad00e9/full_width_kiekeboe-karel-vaes.jpg</image>
                                        <content>Een fruitteler bevindt zich op een bloesemfeest en heeft een fruitkist vast met de initialen K.V. “Een sprekende gelijkenis van mij”, zegt appel- en kersenteler Karel Vaes, over zijn bijrol in het nieuwste stripalbum van Kiekeboe. Vaes is trots op die rol. “Je maakt als Limburgse fruitteler heel wat mee hier. Op een manier zijn die verhalen nu vereeuwigd in dit stripverhaal”, aldus de trotse teler.Tekenaar Charel Cambré en scenarist Mike Beyers deden voor dit nieuwe verhaal inspiratie op in de fruitstreek zelf. Cambré kwam in gesprek met een teler die vertelde over de fruitteelt en de handel in Oost-Europa. “Dat ging er volgens die man soms louche aan toe. Zo is de inspiratie ontstaan om dit verhaal te schrijven.”Deze fruitteler is Karel Vaes uit Borgloon. Hij kreeg vorig jaar bezoek van de stripmakers. Nadat ze weer vertrokken waren, was zijn verbazing groot dat hij een bijrol kreeg in de strip. “De makers hebben met veel mensen gesproken, maar niet iedereen wordt realistisch afgebeeld. Dit is een hele eer.”&amp;nbsp; Kersensap voor coureursIn het verhaal staat de denkbeeldige fruittelers-familie Thijnen centraal en wordt de Ronde van Haspengouw gereden. Een renner wint deze koers omdat hij van een appel at met buitengewone krachten. “Het was mooier geweest als de winnaar van de koers van mijn kersensap gedronken had”, grapt Vaes. De appel- en kersenteler verwerkt zijn producten in eigen sap. Volgens hem wordt kersensap gretig gedronken in de koers. “Daarom hebben we vorig jaar ook een speciale editie gemaakt van kersensap met een afbeelding van een coureur.”</content>
            
            <updated>2026-04-16T10:04:17+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Helft grondstoffen voor biobrandstof komt van buiten EU: ngo's vragen uitfasering tegen 2030]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/helft-grondstoffen-voor-biobrandstof-komt-van-buiten-eu-ngos-vragen-uitfasering-tegen-2030" />
            <id>https://vilt.be/58948</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>13 ngo's roepen de federale regering op om het gebruik van voedsel- en voedergewassen als&nbsp;biobrandstoffen&nbsp;te bannen. Volgens de ngo’s duwen biobrandstoffen “de voedsel- en brandstofprijzen omhoog” en richten ze “grootschalige sociale en ecologische schade” aan. In 2023 kwam de helft van de grondstoffen voor biobrandstoffen van buiten de EU, aldus de ngo’s.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="energie" />
                        <category term="groene energie" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/64f5bc77-6d1c-46df-9610-0d77ad73fa4b/full_width_brandstof-biobrandstof-benzine-tanken.jpg</image>
                                        <content>Het is één van de aanbevelingen uit een rapport dat ze naar buiten brengen nu de federale regering werkt aan de omzetting van de Europese hernieuwbare energiedoelstellingen (REDIII). Daarbij zou volgens de ngo&#039;s een voorstel op tafel liggen om het percentage&amp;nbsp;biobrandstoffen&amp;nbsp;in de transportsector opnieuw te verhogen. De ngo’s vinden dat onbegrijpelijk omdat dit de elektrificatie afremt en ons voor onze energiebevoorrading afhankelijk houdt van mondiale import.Wel erkennen de milieuorganisaties dat België al stappen zette naar een minder schadelijk biobrandstoffenbeleid. &quot;De negatieve gevolgen van de verschillende generaties biobrandstoffen, rechtstreeks en onrechtstreeks, worden meer en meer erkend. Maar het verbranden van voedsel, wijdverspreide fraude en het ondermijnen van klimaatdoelen gaan nog steeds door&quot;, klinkt het. &quot;Er is dringend meer daadkracht nodig. De omzetting van de Europese RED III-Richtlijn biedt dé kans om hier werk van te maken.&quot; &quot;Zorgwekkend record van 1,1 miljard liter&quot;Het gebruik van&amp;nbsp;biobrandstoffen&amp;nbsp;in ons land neemt jaar na jaar toe. In 2023 werd afgeklokt op 1,1 miljard liter. “Een zorgwekkend record”, aldus het rapport. België produceert maar tien procent van de grondstoffen voor biobrandstoffen zelf. Het gaat vooral om tarwe en zetmeelslurrie. 90 procent is afkomstig van geïmporteerde grondstoffen. De drie belangrijkste niet-EU-landen in 2023 zijn Australië, Indonesië en Argentinië. Bij de EU-landen zijn Duitsland, Frankrijk en Polen de belangrijkste leveranciers.De ngo’s stellen vast dat de geavanceerde en afvalgebaseerde biobrandstoffen in opmars zijn, maar driekwart van de biobrandstoffen is nog steeds afkomstig van voedsel- en voedergewassen, zoals tarwe, maïs en koolzaadolie. “Dat soort&amp;nbsp;biobrandstoffen&amp;nbsp;leidt in de praktijk echter tot meer CO2-uitstoot en is ook slecht voor onder meer de voedselzekerheid en luchtkwaliteit”, klinkt het. “Alleen al het verbruik van bio-ethanol uit tarwe deed in 2023 345.000 ton brood verloren gaan in de tank. Het verbruik van bio-ethanol uit Braziliaans suikerriet is sinds 2018 zelfs vertienvoudigd.” Risicovolle grondstoffen en fraudeDe 13 ngo&#039;s, waaronder Bond Beter Leefmilieu, Greenpeace en Natuurpunt, noemen de hernieuwbare diesel voor vrachtwagens problematisch, omdat die de import van risicovolle grondstoffen aanzwengelen. Denk daarbij aan gebruikte frituurolie uit China en afvalwater van palmolie. Ze wijzen erop dat het gebruik van palmolie sinds 2023 in ons land is verboden wegens de sterke link met ontbossing en de negatieve klimaatimpact. De milieu-ngo’s willen dat fraude in de sector wordt aangepakt met strenge controles. Ook dierlijke vetten en gebruikte frituurolie moeten minder vaak gebruikt worden als biobrandstof.Ze pleiten voor een volledige uitfasering van biobrandstoffen tegen 2030. In de plaats moet er verder ingezet worden op e-fuels, synthetische brandstoffen op basis van groene waterstof en afgevangen CO2, in moeilijk te elektrificeren sectoren. Bovendien zouden ook privélaadpalen bij mensen thuis credits moeten opleveren. Die kunnen brandstofleveranciers dan aankopen om aan hun verplichtingen te voldoen. Toelating voor geavanceerde&amp;nbsp;biobrandstoffen&amp;nbsp;zou in de toekomst enkel nog mogen wanneer er een grondige impactanalyse aan voorafgaat.Om de hernieuwbare energiedoelstellingen te halen, moet de regering volgens de ngo&#039;s vooral inzetten op energie-efficiëntie.</content>
            
            <updated>2026-04-15T19:20:41+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Stuurgroep Vennengebied voelt zich niet gehoord door intendant: “Dit is een slag in het gezicht en komt hard aan”]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/stuurgroep-vennengebied-voelt-zich-ongehoord-door-intendant-dit-is-een-slag-in-het-gezicht-en-komt-hard-aan" />
            <id>https://vilt.be/58949</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Met “verbazing” en “verontwaardiging” heeft de Stuurgroep Turnhouts Vennengebied kennisgenomen van de eerste officiële rapportering van intendant Frank Smeets aan de Vlaamse overheid. De leden van de regionale belangenorganisatie voor boeren kunnen zich inhoudelijk niet vinden in het rapport. “We vragen ons af of de intendant eigenlijk wel iets heeft meegenomen of onthouden van wat we met hem hebben besproken.”</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="stikstof" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/295a3f99-312a-468d-bcaf-5b04e8522d87/full_width_turnhoutsvennengebied3.jpg</image>
                                        <content>Eerder deze maand raakte bekend dat Vlaanderen er mogelijk een nieuw maatwerkgebied bijkrijgt. In de bestaande vijf maatwerkgebieden gaat de “doelafstand” echter achteruit. De doelafstand is het verschil tussen de gewenste stikstofdepositie en wat er met de generieke maatregelen bereikt wordt.Door deze verlaagde doelafstand verwacht de vorig jaar aangestelde intendant Frank Smeets dat in drie van de vijf bestaande maatwerkgebieden de generieke maatregelen zullen volstaan om het doel van 2030 te behalen. Het gaat dan om de Mechelse Heide, de Voerstreek en De Maten. Voor het Turnhouts Vennengebied en de Kalmthoutse Heide is er nog werk aan de winkel. Dit alles bleek uit het eerste Voortgangsrapport dat Smeets eerder deze maand presenteerde. Dat de doelafstand plotseling met twee derde verandert, toont het ridicule en de onvoorspelbaarheid van de stikstofdiscussie aan Hoewel het voorlopig gaat over de 2030-doelstellingen, waarbij de helft van de reductie van 2045 behaald moet worden, lijkt het toch goed nieuws voor de boeren. Stuurgroep Turnhouts Vennengebied (STV) interpreteert dit anders. “De verlaging van de ‘doelafstand’ is alleen en louter het gevolg van een aangepaste berekeningsmethode van VITO. Dat de doelafstand plotseling met twee derde verandert, toont het ridicule en de onvoorspelbaarheid van de stikstofdiscussie aan”, aldus Gunter Klaassen, STV-bestuurslid en braadkippenhouder uit Ravels. Gevraagde inspanningen blijven immens en onrealistischVolgens hem verandert er met de lagere doelafstand weinig aan de immense inspanningen die de landbouw moet maken. Inspanningen die volgens hem ook weinig uithalen. Doordat de KDW’s (Kritische Depositiewaarde, red.) die aan de natuurdoelstellingen verbonden zijn in het gebied “onhaalbaar” zijn. “Onderzoek heeft uitgewezen dat de stikstofdepositie die uit het buitenland komt reeds voor een grote overschrijding van de KDW zorgt. Al schrap je de volledige landbouw in dit gebied, dan nog kunnen de KDW’s niet behaald worden.”De STV ziet weinig positieve aanknopingspunten in het rapport en voelt zich niet gehoord. De voorbije maanden zaten Smeets en de boeren enkele keren samen en werden verschillende landbouwbedrijven bezocht. “We vragen ons af of de intendant eigenlijk wel iets heeft meegenomen of onthouden van wat we met hem hebben besproken”, klinkt het. &quot;Geen noodzaak meer om landbouwgrond op te kopen&quot;De belangenvertegenwoordigers lezen onder andere dat de intendant wil inzetten op het opkopen van landbouwgronden, om de natuurdoelstellingen in het gebied te realiseren. “Ik zal bekijken of het nodig is om het aantrekkelijker te maken om, bij toepassing van flankerend landbouwbeleid, ook meteen de bijhorende gronden aan de overheid te verkopen”, geeft Smeets als voorbeeld.Maar de boeren vrezen voor de beschikbaarheid van landbouwgronden in het gebied. “Wij hebben de intendant, met cijfers van het ANB, aangetoond dat er momenteel reeds zo’n 2000 hectare in beheer is van natuurorganisaties in het gebied. Dat is ruim voldoende voor de ruimtelijke doelen die men nog zou moeten realiseren. Daarvoor is 1.300 hectare nodig. Dat wil zeggen dat men reeds een overschot van 700 hectare heeft”, aldus de boeren.Ook het feit dat alle actoren, waaronder de boeren, zo snel mogelijk duidelijkheid willen hebben over de allocatie van doelgebieden, is een pijnpunt. De allocatie van bepaalde locaties voor de realisatie van de instandhoudings-doelstellingen is een cruciaal element in het maatwerkgebied. Het INBO voert momenteel een hydrologisch onderzoek dat de basis moet vormen voor de allocatie in het gebied. Voor allocatie plaatsvindt, eerst naar Europa“Wij willen snel duidelijkheid, maar geenszins een versnelde allocatie”, benadrukt Klaasen. “Indien de allocatie moet gebeuren, dan moet dat zeer doordacht gebeuren. Maar voordat de allocatie plaatsvindt, moet Vlaanderen eerst naar Europa. In het landbouwakkoord is afgesproken dat we naar Europa gaan voor een wijziging van de habitatsoorten en beoordeling. Als blijkt dat de instandhoudings-doelstellingen niet gehaald kunnen worden – en dat kan voor habitatsoorten zoals 3110 en 3130 aangetoond worden – dan is een wijziging perfect mogelijk.”  Maar voordat de allocatie plaatsvindt, moet Vlaanderen eerst naar Europa. In het landbouwakkoord is afgesproken dat we naar Europa gaan voor een wijziging van de habitatsoorten en beoordeling. Ook moet het onderliggende hydrologische onderzoek volgens Klaasen zeker geen haastklus worden. “Destijds is gezegd dat dit onderzoek drie jaar zou duren. Logisch, want men dient alle seizoenen in rekening te brengen, en dit over langere tijd. Het ene jaar kan immers droog zijn, het andere dan weer nat.”Daarnaast zouden de boeren meegenomen worden in de voortgang van dat onderzoek, zo staat ook in het Voortgangsrapport van Frank Smeets. Klaasen meent echter dat dit niet gebeurt. “Nu lezen we plots dat voor de meest gevoelige habitatsoort (3110) reeds een veertigtal vennen onderzocht zijn en de fiches al enkele maanden klaar zijn. Hoe kan dit wanneer de hydrologische studie nog niet is afgerond?”Op basis hiervan besluit Klaasen namens de Stuurgroep Turnhouts Vennengebied dat de boeren in het gebied “compleet genegeerd worden en dat er een achterliggende, vastgelegde agenda wordt uitgevoerd.” “Het verslag van de intendant maakt ons duidelijk dat het overleg met de stuurgroep op een andere basis moet gebeuren, wil men het vertrouwen van de stuurgroep niet verkwanselen.”</content>
            
            <updated>2026-04-16T14:27:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Slatelers halen opgelucht adem: luizenmiddel is weer een jaar toegestaan]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/slatelers-halen-opgelucht-adem-enige-luizenmiddel-is-weer-een-jaar-toegestaan" />
            <id>https://vilt.be/58950</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Een aantal luisbestrijdingsmiddelen, waaronder Movento, hebben vanaf woensdag een tijdelijke noodtoelating gekregen in ons land. Dat betekent goed nieuws voor sla- en andijvietelers. Toen het enige gewasbeschermingsmiddel vorig jaar van de markt werd gehaald, konden velen de luizendruk niet meer aan en dachten ze aan stoppen. “Dit is zeer goed nieuws, maar ook logisch. Er is geen alternatief”, vertelt een slateler.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="gewasbescherming" />
                        <category term="groente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/e70afa4b-d2e3-432a-9e13-dd402b215f36/full_width_sla-moestuin-compost.jpg</image>
                                        <content>“Slatelers denken aan stoppen nu het Movento-tijdperk ten einde loopt”, schreef VILT eind oktober vorig jaar. Aanleiding voor de neerslachtige stemming in de slateelt was het verdwijnen van het gewasbeschermingsmiddel Movento op 1 november. Gazelle, een ander luizenmiddel, was sinds mei van dat jaar al niet meer toegestaan.“Als er voor maart 2026 geen alternatieve bestrijdingsmiddelen bijkomen, stop ik met de teelt. De kosten zijn enorm en zonder gewasbeschermingsmiddelen is het risico op uitval door bladluis nog groter. Dat risico wil ik niet nemen”, vertelde slateler Wim Van Bulck toen.Het was juist vorig jaar dat de luizendruk erg hoog was en slatelers in de openluchtteelt grote delen van hun oogst verloren zagen gaan door luizenaantasting. “Zonder Movento hadden we dit jaar nog meer uitval gehad en waren de cijfers nog roder geweest”, vervolgde Van Bulck. Toch maar niet gestoptMedio april hebben Van Bulck en vele andere slatelers het bijltje er toch niet bij neergelegd. Het zinderde al een tijdje rond. Movento, en ook alternatieve luizenmiddelen op basis van de actieve stof spirotetramat, hebben een tijdelijke noodtoelating gekregen in ons land. Vanaf 15 april zijn ze gedurende 120 dagen toegestaan.Dat betekent zeer goed nieuws voor de sla- en andijvietelers, vooral voor degenen die in de openlucht telen, aldus Ilse Leenknegt. Zij is adviseur sla bij het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver. Volgens haar is de noodtoelating het gevolg van een sterke lobby van de sector. “Daarnaast waren er in andere Europese landen al noodtoelatingen, waardoor er sprake was van ongelijke concurrentie.” Een van deze lobbyorganisaties was Boerenbond. De landbouworganisatie en het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT) stuurden in oktober 2025 een brandbrief naar federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR). “Hierin wijzen we op de risico’s voor de voedselzekerheid en vragen we om een noodtoelating voor de actieve stof spirotetramat voor het seizoen 2026. Op deze manier hebben veredelaars, onderzoeksinstellingen en boeren nog even de tijd om alternatieven te ontwikkelen”, klonk het toen.“Proefondervindelijk vastgesteld dat er geen alternatief is”Boerenbond reageert verheugd op de noodtoelating. “Het gezond verstand heeft gezegevierd en bij gebrek aan een waardig alternatief staat men de actieve stof nog een jaartje toe”, reageert Bert De Keyser, provinciaal voorzitter van Boerenbond in Antwerpen en tevens slateler.Vanuit eigen ervaring weet De Keyser dat er nog geen volwaardige alternatieven zijn. “Ik heb vorig jaar zeven plantingen andijvie gedaan, waarvan ik bij één nog Movento kon toepassen en bij de andere in mindere mate of niet. Het verschil was enorm. De teelt met Movento was luisvrij, de andere teelten waren dat niet. Hierbij heb ik een biologisch luizenmiddel ingezet. Dit terwijl ik ook nog dubbel zoveel heb moeten spuiten.”Ook slateler Stefaan Verstraete reageert tevreden op het nieuws: “Dat was noodzakelijk.” In Oostnieuwkerke (Staden) teelt hij onder glas en in de openlucht alternatieve slasoorten zoals Lollo Rossa, Lollo Biondo en eikenbladsla. Hoewel vorig najaar de luizendruk extreem hoog was en Movento ook nog van de markt verdween, heeft hij nooit aan stoppen gedacht. “Vorig jaar was de luizendruk wel extreem in vergelijking met andere jaren”, relativeert hij. Combinatie met phyto-drippenVerstraete nam ook zijn voorzorgsmaatregelen en laat zijn sla phyto-drippen door plantenkwekerij D’Hondt-Willaert in het nabijgelegen Westrozebeke. Bij een phytodrip-behandeling wordt het zaad behandeld met een phytoproduct, waardoor een soort beschermende coating ontstaat. Daardoor is de plant de eerste twee weken beschermd tegen luizendruk.Navraag bij D’Hondt-Willaert wijst uit dat phytodrip dit jaar gangbare praktijk is geworden onder sla- en andijvietelers. “We zijn drie jaar geleden gestart met een test bij een aantal telers, toen Movento nog toelating had. Vorig jaar liet zo’n 20 procent van onze klanten hun product phytodrippen. Inmiddels is dat nagenoeg 90 procent of zelfs meer”, vertelt zaakvoerder Jolien Nollet. Bij de noodlating mag Movento maar een keer per teelt worden gebruikt, dat zal in veel gevallen niet volstaan. Vroeger konden telers het twee keer inzetten per teelt Het feit dat Movento een noodtoelating heeft, betekent niet dat phytodrippen geen nut meer heeft. Leenknegt: “Een beperking van de noodtoelating is dat je het maar één keer per teelt mag toepassen en niet twee keer, zoals gebruikelijk. Daarom is de combinatie met phytodrip interessant. Dat werkt de eerste twee weken, waarna Movento bescherming kan bieden.”Leenknegt waakt echter voor te veel enthousiasme en nuanceert. “Vroeger mocht je twee of in enkele gevallen zelfs drie keer movento toepassen. De combinatie phytodrip en movento zal voor sommige snelgroeiende slasoorten volstaan, maar voor veel slasoorten biedt ze geen bescherming tijdens de volledige groei.”</content>
            
            <updated>2026-04-16T14:39:57+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Europese Begrotingscommissie vraagt 139 euro miljard extra landbouwbudget]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/europese-begrotingscommissie-vraagt-139-euro-miljard-extra-landbouwbudget" />
            <id>https://vilt.be/58951</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Begrotingscommissie van het Europees Parlement wil dat de Europese Unie het landbouwbudget (GLB) met 139 miljard verhoogt tot 433 miljard euro. Bovendien moet dit landbouwbudget worden afgeschermd en mag het niet, zoals eerder voorgesteld, deel uitmaken van een ruimere pot, verdeeld met andere domeinen. Op deze manier wil men een “redelijke levensstandaard voor landbouwers en vissers waarborgen”, klinkt het in de conceptnota. Over alle domeinen heen wil men voor de periode 2028-2034 tien procent extra budget voorzien.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="europa" />
                        <category term="GLB" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/bf2190c6-75f2-42b8-a9ed-f6e0ba8683ae/full_width_europeseuniecommissie.jpg</image>
                                        <content>De parlementsleden van de Begrotingscommissie schaarden zich woensdag met 26 tegen negen stemmen (vijf onthoudingen) achter het rapport dat de Roemeense conservatieve politicus Siegfried Muresan (EVP) en de Portugese socialiste Carla Tavares (S&amp;amp;D) hebben voorbereid. Concreet willen de Europarlementsleden dat de Europese meerjarenbegroting van 2028 tot 2034 1,27 procent van het bruto nationaal inkomen van de 27 lidstaten zal bedragen. Rekening houdend met de inflatie komt dat overeen met zo&#039;n 2.000 miljard euro aan financiële verbintenissen over de hele periode.Begrotingscommissie verwerpt besparing met 20 procentHet voorgestelde GLB-bedrag van 433 miljard euro is uitgedrukt in lopende prijzen, wat betekent dat het de impact van de inflatie dekt. Uitgedrukt in constante prijzen zou die financiering in 2025 een waarde hebben van 385,12 miljard euro.Voor landbouwers is dit voorstel van de Begrotingscommissie een opsteker. De eerste voorstellen voor het volgende GLB, die afgelopen zomer zijn gepubliceerd door de Europese Commissie, hadden immers een GLB-bezuiniging voor ogen van 20 procent. De Begrotingscommissie verwerpt dit in zijn tegenvoorstel. De Begrotingscommissie staat hiermee niet alleen. Begin dit jaar heeft de Europese Rekenkamer nog gewaarschuwd hoe de eerder voorziene besparingen op het GLB voor nog meer onzekerheid zouden zorgen bij landbouwers.De Europese Begrotingscommissie stelt dat het verhoogd financieringsbedrag nodig is om voedselzekerheid en -soevereiniteit, concurrentievermogen en een eerlijke levensstandaard voor boeren te waarborgen. En om hen in staat te stellen over te stappen op duurzamere praktijken.De Europese begroting voorzag aanvankelijk grote besparingen om de terugbetaling van leningen voor het corona-herstelfonds te bekostigen. Maar de parlementsleden pleiten ervoor om die terugbetaling buiten de huidige budgettaire plafonds te regelen. Dit komt erop neer dat de Europese begroting tien procent extra budget zal moeten voorzien. Volgens Muresan is dit nodig, aangezien de aflossingen volgens hem “niet ten koste mogen gaan van landbouwers, kmo&#039;s, onderzoekers of Erasmus-studenten.” “in een snel veranderende wereld waarin mensen terecht meer van de Unie verwachten en de Unie met een toenemend aantal crises wordt geconfronteerd, moet het volgende MFK (meerjarig financieel kader, red.) worden voorzien van meer middelen dan die voor de periode 2021-2027”, stellen Muresan en Tavares in hun conceptnota. De voorgestelde bezuiniging op de financiering van het GLB na 2027, wordt uitdrukkelijk betreurd. “Wij pleiten voor versterkte, specifieke financiering voor boeren en regio&#039;s, en verwerpen resoluut elke poging om deze kernprioriteiten samen te voegen of af te zwakken”, aldus Muresan in een persbericht.Ook de steun voor plattelandsontwikkeling moet volgens Muresan worden verdergezet, net als de investeringen in de visserij. Wij pleiten voor versterkte, specifieke financiering voor boeren en regio&#039;s, en verwerpen resoluut elke poging om deze kernprioriteiten samen te voegen of af te zwakken Afgeschermd budgetHet voorstel om de budgetten voor landbouw, steun aan de regio&#039;s, sociale fondsen en migratie in één grote pot te beheren, wordt eveneens verworpen door Muresan en Tavares. Als dit erdoor kwam, zou het immers de eerste keer zijn, sinds de oprichting van het GLB in 1962, dat er geen afzonderlijk fonds voor landbouw wordt voorzien.Muresan en Tavares vinden dit onaanvaardbaar, en pleiten om de bovengenoemde portefeuilles elk een afgeschermd budget te bieden. Zo kan men meer zekerheid bieden aan de begunstigden. De uitgaven zouden vastgelegd worden in nationale plannen waarover de Commissie met elke lidstaat onderhandelt. Geld gezochtHet voorstel van de Begrotingscommissie wordt niet automatisch aangenomen, maar het zal wel doorwegen op het standpunt van het Parlement wanneer het met de Europese Raad (de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, red.) gaat onderhandelen over de vorm van het volgende MFK en het GLB.Volgens Muresan en Tavares is landbouw lang niet het enige domein waarvoor de budgetten in het eerste begrotingsvoorstel ontoereikend waren. De huidige geopolitieke instabiliteit biedt bijkomende prioriteiten die elk een stevig kostenplaatje hebben, zoals defensie en de versterking van de concurrentiekracht van de EU. Naast het verhoogde landbouwbudget zou dus ook het nieuwe concurrentiefonds moeten aandikken van 234 tot 264 miljard euro, en het budget voor onderzoekers (Horizon Europe) van 175 tot 200 miljard euro. De cohesiefondsen zouden toenemen van 228 tot 306 miljard euro. Dit fonds moet de economische, sociale en territoriale cohesie van de EU versterken en duurzame ontwikkeling stimuleren. Het GLB, de cohesiefondsen, het Europees Sociaal Fonds vormen de ruggengraat van de Europese solidariteit &quot;Het GLB, de cohesiefondsen, het Europees Sociaal Fonds vormen de ruggengraat van de Europese solidariteit&quot;, zegt Tavares nog in een persbericht. &quot;Nieuwe uitdagingen mogen verantwoordelijkheden niet tenietdoen.&quot;Het geld moet uiteraard wel ergens vandaan komen. De Europarlementsleden en de Commissie zijn op zoek naar nieuwe eigen Europese inkomsten, die losstaan van wat de lidstaten bijdragen. Onder meer inkomsten uit de verkoop van uitstootrechten (ETS), de koolstofgrenstaks (CBAM) en een bijdrage op elektronisch afval liggen op tafel. Ze zouden samen ongeveer 60 miljard euro per jaar in het laatje moeten brengen.Onderhandelingen voor de boegLater deze maand stemt het Europees Parlement in plenaire zitting over de meerjarenbegroting. Dan kunnen de onderhandelingen met de lidstaten in principe beginnen, maar dat zal nog niet voor meteen zijn. Het Cypriotische voorzitterschap wil later dit semester de lidstaten een eerste becijferd voorstel voorschotelen.Dit becijferd voorstel is traditioneel de aftrap voor de onderhandelingen onder de lidstaten. Zij zijn immers de grote geldschieters van de Europese begroting. En elke regering wil het onderste uit de kan halen. Liefst met een zo klein mogelijke bijdrage, met als doel zoveel mogelijk geld naar het eigen land te laten terugvloeien. De Europese Raadsvoorzitter Antonio Costa hoopt dat de staatshoofden en regeringsleiders tegen het einde van het jaar op één lijn raken.</content>
            
            <updated>2026-04-16T16:03:14+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[60 aardappeltelers nemen deel aan grote aardappelactie op 18 april]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/60-aardappeltelers-nemen-deel-aan-grote-aardappelactie-op-18-april" />
            <id>https://vilt.be/58952</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Op 60 landbouwbedrijven in heel Vlaanderen kunnen consumenten op zaterdag 18 april tegen een voordelige prijs aardappelen kopen. De actie is op touw gezet door ABS, Belgapom, Belpotato.be, Boerenbond, Viaverda en VLAM. Zo willen ze boeren helpen van hun overschotten af te geraken en tegelijk de voedselbanken steunen. Ondertussen klinkt er ook kritiek op de weggeefacties. “Dit ondermijnt de prijsperceptie en creëert verwarring over het product zelf”, klinkt het onder meer.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="aardappel" />
                        <category term="prijsvorming" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/26b5197f-3a6d-46ba-86aa-452abb96923f/full_width_aardappelen-bewaring-vochtmeters.jpg</image>
                                        <content>Het is intussen in zowat elke binnenlandse krant of nieuwswebsite verschenen: de Belgische aardappeltelers kampen met een bijzonder groot overschot aan aardappelen waar ze geen afnemers voor vinden. Dat is het gevolg van een uitzonderlijk goede oogst in 2025 en een sputterende afzet van verwerkte aardappelproducten. Volgens schattingen zou er nog ruim 800.000 ton onverkochte en niet-gecontracteerde aardappelen in de Belgische bewaarloodsen liggen.Verschillende aardappeltelers deden zelf al een oproep naar omwonenden om gratis aardappelen te komen afhalen. Zo bijvoorbeeld ook het bedrijf van Lies Sampers uit Ieper, die in 2022 nog uitgeroepen werd tot Strafste Boerin van Vlaanderen. Haar kinderen stelden heel de paasvakantie de aardappelloods open om aardappelen uit de delen. Het zorgde ervoor dat cameraploegen en journalisten van heinde en ver naar de boerderij kwamen. Aardappelactie in heel VlaanderenVanuit de aardappelketen werd ook een gezamenlijk initiatief gelanceerd. Samen met het Antwerpse Waste Warriors werd de Week van onze Aardappel in het leven geroepen. Een oproep richting aardappeltelers heeft intussen 60 inschrijvingen opgeleverd. Deze 60 bedrijven, verspreid over heel Vlaanderen, zetten komende zaterdag hun poorten open voor de consument. Die kan er voordelig aardappelen kopen aan twee euro voor vijf kilo. De helft van de opbrengst gaat naar de voedselbanken. Op de website van Lekker Van Bij Ons zijn alle deelnemende bedrijven terug te vinden.Waste Warriors, een organisatie die strijdt tegen voedselverspilling, zorgt ook voor een aantal centrale afhaalpunten in steden, om zo de aardappelen korter bij de consument te brengen. Het gaat om Antwerpen, Kortrijk, Gent, Leuven en Hasselt. In Antwerpen zal Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&amp;amp;v) zaterdagmiddag aanwezig zijn om het startschot te geven. Hij zal er meehelpen de eerste aardappelzakjes uit te delen. Structureel falen van het systeem?Een sympathieke actie, is op vele plaatsen te horen. Toch worden er ook kanttekeningen bij gemaakt. Joost Dessein, hoofddocent aan het Departement Landbouweconomie van de UGent, ziet een structureel falen in de huidige problemen bij de aardappelafzet. Dat is niet de schuld van de landbouwers, maar van het systeem. “Dat systeem is gebouwd op globalisering en export, en heeft de boer daarin een bijrol gegeven”, zegt hij in Het Laatste Nieuws.Volgens hem drijven de grote verwerkende bedrijven in West-Vlaanderen, wereldspelers in diepvriesaardappelen, dat systeem. “Het zijn die bedrijven die het systeem creëren, handhaven en in stand houden. Ze stuwen de vraag naar&amp;nbsp;aardappelen. Maar als er schokken komen op de wereldmarkt, zijn de gevolgen meteen zwaar voor de boeren. En die bedrijven hebben dan ook niet heel veel medelijden met lokale producenten”, meent hij.Dessein ziet maar één echte uitweg. “We zijn te afhankelijk van een geglobaliseerde markt die zeer volatiel en kwetsbaar is. Landbouwers zullen zich opnieuw meer moeten richten op productie voor de eigen regio: Vlaanderen en de buurlanden, een West-Europese context. Meer op onszelf terugvallen is beter om geopolitieke, milieu- én economische redenen. Zo krijgt de boer een stabieler en hoger inkomen”, stelt de UGent-docent. Wordt debat te simplistisch gevoerd?In een opiniestuk in De Tijd waarschuwt Jan de Keyser, head of Agri &amp;amp; Food bij BNP Paribas Fortis, op zijn beurt voor een te simplistisch debat rond het aardappeloverschot. “De beelden van ‘gratis aardappelen’ scoren goed, maar tegelijk vertekenen ze de realiteit van een complexe en performante sector”, aldus de Keyser.“Laat ons beginnen bij de feiten. Achter elke aardappel schuilt een keten van investeringen: pootgoed, bemesting, gewasbescherming, mechanisatie, arbeid en bewaring. Het gaat om een kapitaalintensieve teelt met een hoog risicoprofiel. Dat een deel van de vrije aardappelen vandaag geen markt vindt, is zonder meer een probleem, maar het is niet hét verhaal van de sector”, meent hij. Hij wijst erop dat er daarnaast nog een volwaardige versmarkt bestaat met tafelaardappelen, met andere rassen, andere afzetkanalen en een andere economische logica. “Telers die zich specialiseren in kwaliteit, verpakking en korte keten bouwen daar aan een eerlijke prijszetting.” Moeten we voedsel devalueren om een tijdelijk marktevenwicht te herstellen? Voedselproductie is geen restcategorie. Het is de uitkomst van ondernemerschap, vakmanschap en risico En het is zeker daar dat de gratis aardappelen schade kunnen berokkenen. “Het beeld van gratis aardappelen snijdt door dit verdienmodel”, meent de Keyser. Het gratis weggeven van overschotten ondermijnt volgens hem de prijsperceptie. “Als de consument hoort dat er gratis aardappelen worden weggegeven, waarom zou hij er nog voor betalen? Dat zet druk op de volledige markt.” Maar het creëert ook verwarring over het product zelf. “Bij de overschotten gaat het om industriële rassen, zoals Fontane. Die zijn geschikt voor de verwerking, maar niet voor elk gebruik. Als consumenten teleurgesteld zijn in de smaak, straalt dat af op de aardappel als geheel.”De derde vraag die rijst, is volgens de Keyser fundamenteler: moeten we voedsel devalueren om een tijdelijk marktevenwicht te herstellen? “Voedselproductie is geen restcategorie. Het is de uitkomst van ondernemerschap, vakmanschap en risico”, benadrukt hij. Daarom roept hij op tot nuance, respect voor contracten en inzicht in de diversiteit van de markt. “En correcte communicatie”, klinkt het. “Laat ons duidelijk zijn: gratis aardappelen bestaan niet. De rekening wordt altijd betaald, door de teler, de keten of uiteindelijk de consument.”</content>
            
            <updated>2026-04-16T17:51:09+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Besmeurde vogels en minder vissen waargenomen na olielek in Deurganckdok]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/besmeurde-vogels-en-minder-vissen-waargenomen-na-olielek-in-deurganckdok" />
            <id>https://vilt.be/58953</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) telt minder vissen in de Schelde sinds het olielek in het Deurganckdok, dat in de Waaslandhaven ligt. Bovendien zijn er in de ruime omgeving talrijke met olie&nbsp; besmeurde vogels waargenomen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="milieu" />
                        <category term="vis" />
                        <category term="natuur" />
                        <category term="Natuurpunt" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/f04a7056-fefc-4362-a290-e28bf09558bd/full_width_kokmeeuwvogelgriep2.jpg</image>
                                        <content>Vooral het Galgeschoor op rechteroever is zwaar getroffen. Maar de vervuiling verspreidde zich over het volledige estuarium: van voorbij de Potpolder van Lillo tot het Verdronken Land van Saeftinghe, en mogelijk nog verder richting Noordzee. Dat meldt INBO na twee grootschalige tellingen langs de Zeeschelde, op maandag en woensdag.Tijdens de eerste telling op maandag 13 april, langs het Vlaamse deel van de brakke rivier en zowel te water als te land, werden 275 besmeurde vogels waargenomen. INBO wilde de dieren helpen, maar op het telmoment waren de meeste vogels nog te mobiel om ze veilig te kunnen vangen. De zwaarst getroffen soorten zijn de bergeend, die ongeveer de helft van de waargenomen slachtoffers uitmaakt, gevolgd door de grauwe gans en de kokmeeuw.Op woensdag 15 april gebeurde een nieuwe telling vanop het land. Natuurpunt telde de olieslachtoffers buitendijks op de rechteroever. INBO nam zowel de binnen- als buitendijkse linkeroever voor zijn rekening. In totaal werden 45 besmeurde vogels waargenomen, met dezelfde soorten het zwaarst getroffen. Op de rechteroever werden twee dode olieslachtoffers gevonden. Totale schade niet waarneembaarINBO benadrukt dat de waargenomen aantallen met zekerheid een onderschatting zijn. Oliebesmeuring is niet op alle soorten eenvoudig vast te stellen. Bovendien zijn vele vogels wellicht naar verder afgelegen gebieden gevlogen. Ze hebben hun migratie naar het Noorden verdergezet, of zijn gestorven op niet-zichtbare plekken.Het INBO, Natuurpunt, het Agentschap voor Natuur en Bos en de Vogelopvangcentra (VOC) volgen de situatie nauwgezet op, en staan klaar om in te grijpen zodra verzwakte dieren kunnen gevangen worden.Beduidend minder visDe slachtoffers van het olielek bevinden zich ook onder de waterspiegel. Vrijwilligers van het vismonitoringsnetwerk van het INBO en Natuurpunt Waasland voerden een afvissing uit op hun vaste locatie in het getroffen gebied. Opvallend genoeg viel de vangst bijzonder laag uit, terwijl de aantallen in het voorjaar normaal net toenemen. De totale ‘buit’ bedroeg slechts 14 vissen en enkele garnalen, beduidend minder dan een maand geleden. Hoewel het wateroppervlak op het eerste gezicht schoon leek, toonde inspectie van de netten aan dat zich in de waterkolom aanzienlijke hoeveelheden olie bevonden.De situatie kan verder verslechteren door het nakende springtij dit weekend. Dat is voorlopig niet erg duidelijk. &quot;Enerzijds heb je een film die boven het water drijft, dat is de lichte olie. Die kunnen we modelleren en daarna voorspellen hoe die zich zal voortbewegen. Anderzijds heb je de zwaardere fractie in de waterkolom, die ongeveer dezelfde dichtheid heeft als water en die we niet kunnen zien&quot;, duidt Wim Mertens, senior scientist bij INBO. &quot;Hoe deze olie zich zal verplaatsen weten we niet, want er zijn veel onbekende factoren. De temperatuur, zoutgehalte en het type olie kennen we niet. De angst is dus dat bij springtij deze vervuiling zich verder zal verspreiden op de oever en de vegetatie, maar momenteel blijft het onvoorspelbaar.&quot;</content>
            
            <updated>2026-04-16T19:57:31+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Jaarverslag DGZ: Vogelgriep, blauwtong en IBR drukten stempel op 2025]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/jaarverslag-dgz-vogelgriep-blauwtong-en-ibr-drukten-stempel-op-2025" />
            <id>https://vilt.be/58954</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Vlaamse veehouderij en de dierengezondheidssector werden in 2025 opnieuw geconfronteerd met een reeks ernstige dierziekten die een zware wissel trokken op landbouwers, bedrijven en ondersteunende verenigingen. Dat meldt Diergezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) in zijn jaarverslag. IBR en blauwtong hebben de herkauwerssector zwaar getroffen. Bij pluimveehouders bleef de dreiging van vogelgriep nadrukkelijk aanwezig.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="dierenwelzijn" />
                        <category term="dierziekten" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/fb81b393-4db9-4925-8fb5-bdc2abd2d3a4/full_width_vaccinatie-blauwtong.jpg</image>
                                        <content>De aanhoudende IBR-problematiek bleef een belangrijke bekommernis in de veehouderij. De ziekte bracht een blijvende nood aan opvolging, monitoring en begeleiding van bedrijven met zich mee. Herhaaldelijke uitbraken van blauwtong leidden tot verplichte vaccinaties in 2025, maar dat kon niet verhinderen dat heel wat dieren verloren zijn gegaan. DGZ tekent op dat dit naast de economische verliezen en productiedalingen ook een aanzienlijke druk oplegde bij de veehouders.Bij pluimveehouders was vogelgriep de grote bekommernis. Zelfs bij bedrijven die niet getroffen zijn door de ziekte en bijhorende ruimingen, bleef het virus meespelen in het achterhoofd. DGZ noteert “verstrekkende gevolgen voor de pluimveesector en voor de manier waarop bioveiligheid, monitoring en crisisbeheer moeten worden georganiseerd”. Ziektedruk is druppel in volle emmerDGZ stelt dat deze gezondheidsuitdagingen niet los mogen worden gezien van de bredere context waarin de Vlaamse veehouderij zich vandaag bevindt. De ziektedruk was een extra schep bovenop de regelgeving, maatschappelijke verwachtingen, milieudossiers en economische onzekerheden die het toekomstperspectief van veehouders vertroebelen. “In dat kader bleef ook in 2025 het Mercosurdossier als een zwaard van Damocles boven de hoofden van de landbouwers hangen. De mogelijke gevolgen van internationale handelsakkoorden blijven een bron van grote bezorgdheid, zeker wanneer de Europese markt verder wordt opengesteld voor producten die niet altijd aan dezelfde normen voldoen”, meldt DGZ. Volgens de organisatie blijven Vlaamse veehouders achter met het gevoel dat hun inspanningen voor duurzaamheid, voedselveiligheid en dierenwelzijn onvoldoende worden gewaardeerd en beschermd.Over een langere periode constateert DGZ een gestage daling in de gemiddelde runderbezetting in Vlaanderen. In de periode maart 2020 tot en met maart 2026 is de gemiddelde runderbezetting gedaald met maar liefst 10,56 procent. Ook het aantal actieve varkensbeslagen is fors afgenomen. Alleen de pluimveehouderij blijft stabiel, nadat het aantal beslagen met twee derde is vermeerderd kort voor de coronacrisis. Nieuwe voorzitterIntern klokt DGZ af op positieve financiële resultaten. Naast de kerntaken blijft DGZ investeren in data-analyse en monitoring en kennisdeling via workshops en bedrijfsbezoeken. Ook het verminderen van antibioticagebruik ziet de organisatie als belangrijke prioriteit. De organisatie belooft de tarieven voor 2026 slechts beperkt te laten stijgen. Tot slot kent het team van DGZ een nieuwe voorzitter. Het bestuursorgaan wordt voortaan voorgezeten door Els Vermeulen, varkenshoudster uit het West-Vlaamse Schore.</content>
            
            <updated>2026-04-17T15:33:45+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Ierland moet natuurtoets koppelen aan mestderogatie: duizenden Ierse veehouders in zelfde schuitje als Vlaamse]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/ierland-moet-natuurtoets-koppelen-aan-mestderogatie-duizenden-ierse-veehouders-in-hetzelfde-schuitje-als-vlaamse" />
            <id>https://vilt.be/58955</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Passende beoordeling. Voor Vlaamse veehouders ondertussen een ingeburgerde term, voor Ierse collega’s gloednieuw. Al zal dat niet lang zo blijven. Binnen twee jaar zullen ook duizenden Ierse veehouders moeten aantonen dat hun bedrijf de Europese natuurdoelstellingen niet schaadt. Wie daar niet in slaagt, zal zijn mestderogatie verliezen en hoogstwaarschijnlijk genoodzaakt zijn om zijn veestapel te verkleinen. Hoe komen Ierse veehouders plots in hetzelfde schuitje terecht als hun Vlaamse collega’s?</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mest" />
                        <category term="europa" />
                        <category term="beleid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/884a21df-2a0d-4fc2-86a2-f4e5b469c6b0/full_width_ierse-koeien-weide-unsplash.jpg</image>
                                        <content>Wie door het Ierse platteland rijdt, ziet meteen welke landbouwtak het land domineert. Uitgestrekte weides met opvallend groen gras bepalen er het landschap en de landbouw. Dat is geen toeval. Ierland combineert zachte winters en koele zomers met veel neerslag. Na Slovenië behoort het tot de natste landen van de Europese Unie. Gras groeit er daardoor bijna het hele jaar, met een groeiseizoen van 300 tot 330 dagen. In Vlaanderen blijft dat beperkt tot ongeveer 240 dagen. Ook de bodem speelt mee. De leem- en kleigronden bevorderen er de hoge productie van al dat groen.Het Ierse landbouwsysteem draait op veehouderij waarbij de schapen en koeien bijna het hele jaar rond op de weide blijven. Het land telt 133.174 landbouwbedrijven die samen 65 procent van de totale oppervlakte van Ierland (7 miljoen hectare) beheren. Daarvan is maar liefst 92 procent grasland. Ter vergelijking: Vlaanderen is ongeveer 1,36 miljoen hectare groot, waarvan zo’n 45 procent landbouwgrond is. Grasland maakt bij ons ongeveer een derde van het landbouwareaal uit.De meeste Ierse landbouwbedrijven zijn rundveebedrijven (56%), gevolgd door schapenbedrijven (13%). Melkveehouderij vertegenwoordigt 11 procent. Slechts 3,7 procent van de boerderijen zijn akkerbouwbedrijven. Uniek grasgebonden landbouwsysteem, unieke derogatieIerland kreeg vorig jaar als enige Europese lidstaat nog een nitraatderogatie tot en met 2028 van de Europese Commissie. Daardoor mogen Ierse landbouwers in plaats van 170 kg per hectare dierlijke mest tot 220 of 250 kg uitrijden.Hun unieke, op buitenbegrazing gebaseerde veehouderij rechtvaardigt volgens Ierland de nitraatderogatie. Mestmanagement is moeilijker te controleren in een systeem waar koeien tien maanden op de weide staan. Bovendien kent Ierland amper akkerbouw waar men overtollige mest kwijt kan. “Gras neemt sowieso veel stikstof op, en daarbovenop hebben de typische Ierse natte leembodems ook een uitzonderlijk hoog denitrificatiecapaciteit waarbij er niet veel nitraat uitspoelt naar grond- en oppervlaktewater”, klinkt het. Dubbele beoordeling: impact ammoniak en nitraatAan de derogatie hangen wel enkele voorwaarden. Eén daarvan is om tegen eind 2028 de impact van individuele derogaties in kaart te brengen. Zo zal de Ierse overheid de impact van de derogatiebedrijven moeten beoordelen of ze de doelstellingen van zowel de Kaderrichtlijn Water als de Habitatrichtlijn niet ondermijnen.Deze dubbele beoordeling verschilt sterk van Vlaanderen. Vlaamse veehouders moeten aantonen dat hun ammoniakuitstoot de doelstellingen van de Habitatrichtlijn in speciale beschermingszones niet in gevaar brengt. Maar in Ierland zal daarnaast ook de impact van nitraat op grond- en oppervlaktewater moeten worden aangetoond.Een ander groot verschil tussen Vlaanderen en Ierland is dat de Ieren enkel de beoordeling zullen moeten doen als ze van de derogatie gebruikmaken. In Vlaanderen heeft elk rundvee-, melkvee- en pluimveebedrijf een PAS-referentie 2030 gekregen waaraan voldaan moet worden als ze verder willen boeren na 2030.Op vlak van absolute omvang van het aantal getroffen veehouders kunnen wel parallellen getrokken worden. Als de derogatie wegvalt en familiebedrijven hun veestapel moeten verkleinen om aan de norm van 170 kg te voldoen, kan hun inkomen tot 39 procent dalen 7.000 veehouders in onzekerheidVorig jaar maakten zo’n 7.100 Ierse veehouders gebruik van de nitraatderogatie. Dit is slechts een klein deel van de Ierse landbouwsector, maar wel van dezelfde grootteorde als alle gespecialiseerde Vlaamse melkvee-, vleesvee- en varkensbedrijven samen.Het wegvallen van de derogatie zou voor de Ierse economie neerkomen op een exportverlies van maar liefst één miljard euro aan zuivelexport. “De derogatieboeren vormen een economische zeer belangrijke minderheid”, klinkt het bij het Ierse ministerie van Landbouw. “Als de derogatie wegvalt en familiebedrijven hun veestapel moeten verkleinen om aan de norm van 170 kg te voldoen, kan hun inkomen tot 39 procent dalen. Op nationaal niveau zou de melkproductie hierdoor ook met 15 procent afnemen.” Waar staat Ierland momenteel met zijn waterdoelen?De Kaderrichtlijn Water legt als doel vast dat tegen 2027 alle oppervlaktewaterlichamen, minstens een goede ecologische toestand moeten bereiken. Momenteel zijn de nitraatconcentraties in veel delen van het land te hoog om de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water te halen. “Nutriëntenverliezen uit de landbouw zijn één van de belangrijkste oorzaken waarom waterlichamen hun milieudoelstellingen onder de Kaderrichtlijn Water niet halen. De nutriëntenverliezen moeten verder worden teruggedrongen om de toestand te verbeteren”, staat te lezen in het meest recente waterrapport.Kijkend naar alle kwaliteitsparameters was 48 procent van de Ierse oppervlaktewaterlichamen in 2024 niet zo ecologisch gezond als zou moeten volgens de Kaderrichtlijn Water. Geen enkele behaalde daarnaast een goede chemische toestand. Het Ierse grondwater doet het daarentegen veel beter, in totaal voldoet 92 procent aan de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water.Ter vergelijking, in België haalt 72,6 procent van het oppervlaktewater in 2021 geen goede ecologische status. Net als Ierland behaalt geen enkel waterlichaam de parameters om in een goede chemische toestand te verkeren. Van de Belgische grondwaterlichamen bevindt 87,7 procent zich dan weer in een goede kwantitatieve staat, 53 procent had een goede chemische status. Derogatiebedrijven dichtbij natuurgebieden in de problemenNaast de impact op de doelen van de Kaderrichtlijn Water zullen derogatiebedrijven ook moeten aantonen dat hun activiteiten de gunstige staat van instandhouding van habitatsoorten in beschermde gebieden niet ondermijnen, noch de evolutie naar zo&#039;n gunstige staat. In Ierland liggen er ongeveer 600 gebieden onder de bescherming van de Habitat- en de Vogelrichtijn. De grootte van deze gebieden varieert van 1 tot 76.000 hectare.&amp;nbsp;Het ministerie zou een eerste screening houden waarbij vastgesteld zou worden of een project al dan niet een significant effect zou hebben op een aangewezen gebied of soort. Onder deze projecten wordt onder meer het grazen van vee en/of het gebruik van meststoffen gerekend. Het wordt zeer uitdagend Als een project mogelijk effecten heeft, moet een passende beoordeling worden opgesteld die de gevolgen voor het gebied in kaart brengt. Blijkt daaruit dat er nadelige effecten zijn voor de beschermde natuur, dan kan de derogatie worden geweigerd.Ierland is ondertussen bezig met het uitzoeken en opzetten van een systeem om dit tegen 2028 in goede banen te kunnen leiden. “Het is veel werk, we hebben al veel nieuwe personeelsleden moeten aanwerven”, is te horen vanuit het ministerie. “Het wordt zeer uitdagend.”</content>
            
            <updated>2026-04-17T19:50:04+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Historische vervuiling speelt landbouw parten: FAVV stelt vooral overschrijdingen in Wallonië vast]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/historische-vervuiling-speelt-landbouw-parten-favv-stelt-vooral-overschrijdingen-in-wallonie-vast" />
            <id>https://vilt.be/58957</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Kunnen historische industriële activiteiten een probleem veroorzaken voor de teelt van groenten? Met die vraag in het achterhoofd ging het Federaal Voedselagentschap FAVV heel gericht gewassen controleren in vooraf afgebakende zones. Daaruit bleek dat in Wallonië in 11 van de 30 monsters een te hoog gehalte aan zware metalen aanwezig was. In Vlaanderen ging het om 1 van de 18 monsters. Van een algemeen probleem voor groenten op de Belgische markt is er geen sprake, verduidelijkt FAVV.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="voedselveiligheid" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/eb839680-1259-4c34-9fe9-b295a8e7b5ca/full_width_korteketen-groenten-markt-1250.jpg</image>
                                        <content>Europa heeft in 2021 de maximaal toegestane gehalte van zware metalen in levensmiddelen verlaagd. Sinds dan stelt het FAVV een lichte maar constante toename vast van overschrijdingen van cadmium in bepaalde lokaal geteelde groenten. “We vonden het daarom noodzakelijk om het risico van de consumptie van deze gewassen te onderzoeken”, legt FAVV uit.Onderzoek in afgebakende risicogebiedenOp basis van kaarten waarop de waarschijnlijke cadmiumgehaltes in de bodem zijn afgebeeld, werden een aantal risicogebieden afgebakend. Het ging vooral over gebieden waar in het verleden industriële activiteiten hadden plaatsgevonden die de bodem mogelijk gecontamineerd hadden met cadmium.In totaal werden 48 stalen genomen van groenten afkomstig van teelten in deze risicogebieden. Daaruit bleek dat 11 van de 30 monsters in Wallonië en 1 op 18 monsters in Vlaanderen een te hoog cadmiumgehalte bevatten. “Hoewel het om een verkennende controle gaat, bevestigen deze resultaten dat er een verhoogd risico bestaat in bepaalde specifieke gebieden langs de Samber- en Maasvallei rond Luik en in het Land van Herve, waar ook de gehalten aan zware metalen in de bodem hoger liggen”, aldus FAVV.Cadmium is een zwaar metaal dat bij herhaaldelijke blootstelling in het lichaam kan opstapelen, vooral in de nieren, en op lange termijn de werking ervan kan verstoren. Het komt van nature voor in de bodem en kan door planten worden opgenomen, bijvoorbeeld granen en groenten. “Om de consumenten te beschermen, zijn er op Europees niveau strenge grenswaarden vastgelegd voor cadmium in voeding”, verduidelijkt FAVV. Van de 1.559 stalen die het FAVV in 2024 analyseerde op zware metalen, voldeed 99 procent aan de wettelijke norm. Er is dus geen algemeen probleem voor groenten op de Belgische markt Geen algemeen probleem“We voeren al jaren een controleprogramma uit voor zware metalen in levensmiddelen, zowel producten geproduceerd in België als geïmporteerd uit andere landen. De resultaten van deze steekproeven zijn geruststellend”, klinkt het. &quot;Van de 1.559 stalen die het FAVV in 2024 analyseerde op zware metalen, voldeed 99 procent aan de wettelijke norm. Er is dus geen algemeen probleem voor groenten op de Belgische markt&quot;,&amp;nbsp;zegt FAVV-woordvoerder Hélène Bonte.&amp;nbsp;&quot;Aangezien het gaat om een risico op lange termijn bij herhaaldelijke blootstelling, doen consumenten er goed aan om hun eetpatroon zoveel mogelijk te variëren, zowel in wat ze eten als waar de voeding vandaan komt.&quot;Het Voedselagentschap is naar aanleiding van deze extra controleactie in overleg gegaan met de regionale en gezondheidsautoriteiten. Ook met vertegenwoordigers van de landbouwsector wordt gekeken of er maatregelen moeten genomen worden en of de betrokken telers begeleid moeten worden. “Enkel door een combinatie van maatregelen zal de overdracht van zware metalen uit de bodem naar de geteelde gewassen kunnen beperkt worden”, meent FAVV. Het wijst er ook op dat telers zelf verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de producten die zij op de markt brengen. “Zij moeten de risico’s die verband houden met een mogelijke verontreiniging in de bodem meenemen in hun autocontrolesysteem”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2026-04-18T21:45:01+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Royal A-ware overweegt bouw van nieuwe kaasmakerij op Olympia-site in Pajottegem]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/royal-a-ware-overweegt-bouw-van-nieuwe-kaasmakerij-op-olympia-site-in-pajottegem" />
            <id>https://vilt.be/58958</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Het Nederlandse zuivelconcern Royal A-ware onderzoekt of een nieuwe fabriek op de locatie van de voormalige Olympia-site in het Vlaams-Brabantse Pajottegem haalbaar is. Een klein jaar geleden sloot Royal A-ware deze fabriek nog, maar nu bestaan er plannen om er een moderne kaasmakerij te bouwen. Na de zomer zou de haalbaarheidsstudie klaar zijn en wordt de knoop doorgehakt.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="zuivel" />
                        <category term="melkvee" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/ee2ba8a1-bb70-4bc6-8526-00950020da47/full_width_olympia-en-vakbonden-bereiken-akkoord-over-sociaal-plan.jpg</image>
                                        <content>Tot 2022 opereerde Olympia als onafhankelijk zuivelbedrijf, met aan het hoofd de broers Luc en Marc Van Impe. Maar het bedrijf verkeerde in moeilijkheden. In 2022 volgde de overname door het Nederlandse Royal A-ware. Dat bedrijf wou zijn activiteiten in België verder uitbouwen nadat het eerder al de melkpoederactiviteiten van FrieslandCampina en de failliete Hollebeekhoeve had overgenomen. Met een eigen fabriek in Merchtem kwam na de overname van Olympia de teller op vier productievestigingen in België te staan. Van investeringsprogramma naar sluitingAanvankelijk kondigde het Nederlandse zuivelbedrijf een investeringsprogramma aan voor de site van Olympia, maar in 2025 liet het management weten dat de infrastructuur in Pajottegem te verouderd was en dat het zou overgaan tot sluiting. Zo’n 170 personeelsleden zouden daarbij hun job verliezen. De definitieve sluiting was voorzien voor begin april 2026.Maar die datum is nog maar net verstreken of Royal A-ware heeft de opdracht gegeven om de bouw van een nieuwe fabriek op de site te onderzoeken. “Dat zou betekenen dat alle oude gebouwen verdwijnen en er een moderne en geautomatiseerde zuivelfabriek gebouwd zou worden die voldoet aan alle hedendaagse vereisten op vlak van milieu en omgeving, kwaliteit en rentabiliteit”, zegt Royal A-ware aan lokale tv-zender Ring.&amp;nbsp;Het meest waarschijnlijke scenario is de uitbouw van een kaasmakerij, een activiteit waarin Royal A-ware gespecialiseerd is. De plannen zitten wel nog in een voorbereidende fase. De haalbaarheidsstudie rond de vergunning moet eerst worden afgerond. Er wordt verwacht dat die na de zomer klaar zou zijn. Pas daarna zal duidelijk worden of het project effectief kan doorgaan. Goed nieuws voor landbouwersDe komst van een nieuwe zuivelfabriek in Pajottegem zou ook goed nieuws zijn voor de landbouwers in de buurt. “Het zou betekenen dat de lokale melk vanuit de weidse omgeving op een duurzame en efficiënte wijze gevaloriseerd zou kunnen worden, en dat er een blijvende verankering zou ontstaan tussen de melkproductie op de boerderij en de verwerking en commercialisering naar de eindklanten”, zegt Royal A-ware nog.</content>
            
            <updated>2026-04-18T21:47:00+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[1.500 euro beloning voor gouden tip rond diefstalbeveiliging voor gps-systemen in tractoren]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/1500-euro-beloning-voor-gouden-tip-rond-beveiliging-diefstal-gps-systeem" />
            <id>https://vilt.be/57861</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Vlaamse en ook Nederlandse landbouwers kampen regelmatig met inbraak of diefstal waarbij boeven het gemunt hebben op gps-systemen in tractoren. Alhoewel er antidiefstalmaatregelen bestaan, is de gouden oplossing nog niet gevonden. De Nederlandse landbouworganisatie ZLTO en Platform Veilig Ondernemen organiseren daarom een wedstrijd waarbij ideeën kunnen ingestuurd worden om diefstal van gps-systemen op tractoren te voorkomen. De winnaar krijgt 1500 euro.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="tractor" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/2a00a6ee-db8c-4a10-a05a-6bfbbe003c19/full_width_smart-farming-gps.jpg</image>
                                        <content>Schade loopt op tot tienduizenden euro&#039;sUit een recent onderzoek van de Nederlandse landbouworganisatie ZLTO en het Platform Veilig Ondernemen blijkt dat 61 procent van de boeren in Brabant en Zeeland al te maken kreeg met inbraak of diefstal. Vooral gps-systemen zijn een geliefkoosd doelwit, met schade die kan oplopen tot tienduizenden euro’s.Ook in Vlaanderen duiken dergelijke diefstallen geregeld op, bevestigt Hans Verstreken van Fedagrim, de belangenorganisatie voor landbouwmechanisatie. “We hebben geen exacte cijfers, maar we merken dat de diefstallen in golven komen en vaak regiogebonden zijn.” Dat lijkt het vermoeden te staven dat dit vaak het werk is van georganiseerde bendes.Eind vorig jaar werd in België nog een 34-jarige Litouwer tot 37 maanden cel veroordeeld voor de diefstal van gps-systemen. Camerabeelden toonden hoe hij in het voorjaar van 2023 twee tractoren van een mechanisatiebedrijf in Kanegem leeghaalde. De buit, voornamelijk gps-toestellen van het merk John Deere, was zo’n 20.000 euro waard. Volgens het parket ging de man bijzonder georganiseerd te werk. Dieven opsporen is geen prioriteitDie veroordeling was uitzonderlijk. “Meestal worden de dieven niet gevat of berecht”, zegt Verstreken. Ook een track-and-trace-functie in gps-systemen biedt weinig zekerheid. In theorie kan de fabrikant de toestellen traceren en de politie verwittigen, maar in de praktijk levert dat zelden resultaat op.Verstreken raadt boeren en loonwerkers daarom aan om gps-schermen na gebruik uit de tractor te halen en veilig binnen te leggen. Ook een inboedelverzekering kan helpen. “Zo verklein je het risico aanzienlijk en komt de verzekering doorgaans tussen als er toch ingebroken wordt.”De Oost-Vlaamse politie, die vorig jaar een reeks gps-diefstallen onderzocht, geeft gelijkaardige tips: zet tractoren op een beveiligde plek, liefst achter afsluiting, en verwijder de gps-installatie telkens wanneer je niet rijdt, zelfs bij een korte pauze. Geldprijs voor gouden ideeHoewel leveranciers al extra maatregelen nemen, blijft gps-diefstal een hardnekkig probleem. Daarom schrijven ZLTO en het Platform Veilig Ondernemen een wedstrijd uit voor het beste idee tegen diefstal. “Boeren en loonwerkers zijn vindingrijk. We horen vaak dat er op landbouwbedrijven al creatieve oplossingen bestaan. Die willen we verzamelen en delen met de sector”, klinkt het bij de organisatoren.Boeren, loonwerkers en andere geïnteresseerden kunnen tot 31 oktober 2025 een praktisch, creatief of technisch idee indienen om gps-diefstal tegen te gaan. De winnaar ontvangt later dit jaar een geldprijs van 1.500 euro.</content>
            
            <updated>2025-09-08T11:25:10+02:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Danone trapt internationaal opleidingsprogramma voor melkveehouders af in Antwerpen]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/danone-trapt-internationale-opleidingsprogramma-af-in-antwerpen" />
            <id>https://vilt.be/58294</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Danone, dat ook in Vlaanderen zuivel verwerkt, heeft een internationale academie gelanceerd voor melkveehouders. Ruim 40 melkveehouders uit negen landen zijn afgelopen week voor het eerst bij elkaar gekomen in Antwerpen voor een meerdaags opleidingsprogramma. Met het wereldwijde initiatief wil Danone haar melkveehouders in de diverse landen helpen om hun bedrijf toekomstbestendig te maken door wetenschappelijke inzichten, praktische kennis en handige tools te delen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="melkvee" />
                        <category term="melk" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/9cf4bfd8-29c3-4757-a9d7-bd9bce0456e6/full_width_danone-dairy-academy.jpeg</image>
                                        <content>Een week geleden verzamelden 48 Danone-melkveehouders uit negen landen zich voor een uitgebreid opleidingsprogramma. Het voedings- en drankenbedrijf had een programma samengesteld van trainingen door Wageningen University &amp;amp; Research (WUR) en workshops van verschillende technische partners.Op het driedaagse programma stonden onder andere dierenwelzijn en dierengezondheid, voerefficiëntie, hittestress en klimaatimpact, regeneratieve landbouw en automatisatie en robotica op melkveebedrijven. Ook bezochten de melkveehouders uit landen als Mexico, Roemenië en Spanje twee Vlaamse melkveebedrijven die bekendstaan om hun sterke prestaties in dierenwelzijn, duurzame landbouw en technologische innovatie. Van elkaar lerenDe boeren verzamelden in Antwerpen in het kader van de International Academy die Danone gelanceerd heeft. Het gaat om een meerjarig opleidingsprogramma waarmee de zuivelverwerker melkveehouders wereldwijd wil helpen om hun bedrijf toekomstbestendig te maken via praktische kennis en handige tools. Danone claimt de eerste zuivelorganisatie te zijn met een dergelijke academie.Wereldwijd (Danone haalt in meer dan 20 landen melk op, red.) zijn drie “Centres of Excellence” aangeduid op basis van de grootte van de melkveebedrijven en vergelijkbare uitdagingen. In onze regio worden de “middelgrote” bedrijven vertegenwoordigd. “Doel is om melkveehouders van middelgrote bedrijven te inspireren en concrete handvatten te geven om hun bedrijf te versterken en duurzamer te maken”, vertelt Marion Bloemendal, Head of Milk bij Danone in België. Ons land werd gekozen als locatie voor de eerste opleidingsronde omdat onze melkveehouderij binnen Danone geldt als best practice. “De melkveehouderij scoort hier op alle indicatoren goed”, aldus Bloemendal. “Er is een hoge dierenwelzijnsstandaard, sterke focus op duurzaamheid, een lage CO₂-uitstoot en verregaande automatisatie”, verduidelijkt zij. Naast fysieke ontmoetingen wordt er ook een digitale leeromgeving opgetuigd waar melkveehouders hun kennis kunnen bijspijkeren.België al langer bezig met kennisdelingInspiratie voor de internationale academie haalde Danone, met hoofdvestiging in Parijs, ook uit België. “Wij hebben sinds 2019 een soort opleidingsprogramma waarbij we de uitdagingen van onze leveranciers in kaart brengen en op basis hiervan een informatieprogramma samenstellen.”In dit kader gingen 24 jonge Vlaamse melkveehouders vorig jaar bijvoorbeeld op een tweedaagse studiereis naar Spanje. Hier werden ze bij Spaanse melkveehouders ondergedompeld in de wereld van hittestress. “Waar hittestress hier pas sinds enkele jaren begint te spelen, is het al langer aan de orde in Spanje. De oplossingen van veehouders in Spanje kunnen inspirerend werken voor onze boeren”, klinkt het.Zoals Belgische boeren zich op deze manier leren wapenen tegen hittestress, kunnen melkveehouders uit landen als Polen en Roemenië bij ons veel leren over automatisatie. “Doordat hier moeilijk arbeiders te vinden zijn, hebben Belgische veehouders ingezet op automatisatie en robotisering. Het probleem van arbeid begint ook in veel Oost-Europese landen te spelen. Daarnaast biedt automatisatie, bijvoorbeeld in het geval van de voeraanschuifrobot, ook voordelen voor dierenwelzijn en melkproductie”, aldus Bloemendal. Mexicaanse boer wil automatisering versnellenNiet alleen het management van Danone blikt terug op een succesvolle lancering van de International Danone Milk Academy in België, ook deelnemers getuigen enthousiast. “Deze week heeft mijn kijk op de toekomst van mijn boerderij echt veranderd. Zien hoe Belgische boerderijen technologie integreren zonder het dierenwelzijn te verliezen, heeft mijn aannames echt uitgedaagd. Ik zag robotica vroeger meer als een luxe, maar nu begrijp ik het als een hulpmiddel voor efficiëntie, consistentie en levenskwaliteit, zowel voor de koeien als voor de boeren. Het heeft me doen heroverwegen wat mogelijk is, en eerlijk gezegd heeft het een vuur in mij aangewakkerd om sneller te moderniseren dan ik had gepland”,&amp;nbsp;aldus&amp;nbsp;Melkveehouder Jaime uit Mexico.</content>
            
            <updated>2025-12-01T23:24:02+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Bieten laden in volle winter: "De koude maakt het zwaar"]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/koude-handen-bij-bieten-afdekken-in-winterweer" />
            <id>https://vilt.be/58430</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>Bieten laden bij winterse temperaturen is niet evident. “De sneeuw, wind en koude maken het zwaar”, vertelt Gauthier Winckel. De loonwerker is al enkele maanden in de weer met zijn gespecialiseerde machine en wordt ingehuurd door bietentelers. Waar hij vóór januari de hopen bedekte, wordt hij nu ingeschakeld voor het vrijmaken en het verwijderen van de zeilen voor de bieten op de vrachtwagen richting suikerfabriek worden geladen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="winter" />
                        <category term="biet" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/b8249454-7f1c-4c88-858f-b35e8fc2b794/full_width_bieten-laden-bij-sneeuw.jpg</image>
                                        <content>Zo’n 30 vrachtwagens rukten begin deze week uit om bieten te laden bij akkerbouwer Pieter van Wilderode uit Roosdaal. Een dag op voorhand werd het dekzeil van de stapel verwijderd. Gauthier Winckel voerde dit werk uit, een Waalse boerenzoon die in de winter bijverdient met het bedekken en terug vrijmaken van bietenhopen.Telers voor de Tiense Suikerraffinaderij moeten voor 1 december hun bietenhoop bedekken met een zogenaamd toptex-zeil om zo vorstschade te voorkomen. Telers namen het vroeger niet zo nauw met deze regel. Maar de voorbije jaren zijn ze zich steeds meer bewust van de gevolgen van het niet bedekken. “Niet alleen is er kans op vorstschade, maar bovendien blijft het suikergehalte beter bewaard wanneer er minder temperatuurschommelingen zijn”, vertelt Erwin Boonen, directeur grondstoffen bij Tiense Suiker.Afdekken gebeurt steeds vaker door loonwerkersSinds enkele jaren zijn er ook loonwerkers actief die bietenhopen afdekken. Het gaat om mensen die over machines beschikken waarmee ze mechanisch dekzeilen kunnen plaatsen en verwijderen, en daardoor veel tijd besparen. Vooral in Wallonië, waar de temperaturen vaak lager liggen, hebben gespecialiseerde loonwerkers voet aan de grond gekregen, vertelt Boonen. “Daar zijn de hopen ook wat groter en loont het sneller om het werk uit te besteden. In Vlaanderen doen boeren het veelal nog zelf.” Toch heeft Winckel ook klanten in Vlaanderen. Tot 1 december was hij bezig met het bedekken van bietenhopen. De voorbije maand verwijderde hij de dekzeilen. Daags vóór de bieten door de fabriek worden opgeladen, wordt de boerenzoon geïnformeerd en gaat hij met zijn machine ter plaatse. De afgelopen dagen voerde hij zijn werkzaamheden uit in winterse omstandigheden. “De koude wind, vorst en sneeuw bemoeilijken het werk”, vertelt hij.Vertraging bij Tiense, bij Iscal alles volgens planningNormaal gezien zou hij aan zijn laatste werkdagen bezig zijn, maar een vertraging bij de fabriek heeft zijn werkperiode verlengd. “We hadden wat problemen met de filtering van het sap in de fabriek in Wanze, maar dat is nu opgelost. Inmiddels draaien we weer op volle toeren en verwachten we op 20 of 21 januari klaar te zijn met de campagne”, legt Erwin Boonen uit.Bij Iscal loopt de campagne volgens planning en zal ze op 15 of 16 januari aflopen. Dit terwijl de opbrengst één à twee ton hoger zal uitvallen dan aanvankelijk gepland. “Het is een droom van een campagne. Zowel op het veld als in de fabriek loopt alles zeer goed en er zijn ook geen signalen van vorstschade”, aldus Stefaan Van Haecke, secretaris en woordvoerder van Coco-Vlaanderen, de aan Iscal verbonden telersvereniging.Van Haecke is zelf bietenteler in Oudenburg, maar heeft zijn bieten al in september afgeleverd bij de fabriek. In zijn hele carrière heeft hij zijn bieten nog maar twee keer moeten afdekken voor bescherming tegen de vorst. “Zonder de inzet van professionele machines kun je zoiets zeker niet alleen doen.”Ook nu ervaren Iscal-telers in de kustregio minder hinder door het winterweer. “Er ligt pas sinds gisteren wat sneeuw”, aldus Van Haecke. Hij beaamt dat het bedekken en terug vrijmaken van bietenhopen een tijdrovend karwei is voor de boeren. “Het is ook daarom dat de landbouwers hiervoor een vergoeding krijgen.”</content>
            
            <updated>2026-01-06T18:25:09+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Overaanbod zorgt voor vijf procent minder omzet bij BelOrta]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/overaanbod-zorgt-voor-5-procent-minder-omzet-belorta" />
            <id>https://vilt.be/58439</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>2025 is een jaar om snel te vergeten voor de meeste BelOrta-telers. Door de weersomstandigheden lag de productie weliswaar hoger, maar door een overaanbod in Europa zakte de omzet met vijf procent ten opzichte van 2024 en kwam die uit op 631 miljoen euro. Wel waren er grote verschillen tussen de telers. Tomaten- en aardbeientelers kenden een goed jaar, terwijl telers van vollegrondsgroenten, vooral wintergroenten, slecht scoorden. Ook de omzet uit peren en appelen viel sterk tegen.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="fruitteelt" />
                        <category term="fruit" />
                        <category term="groente" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/c1319ada-b571-4d6a-b01f-1548d7ddc170/full_width_belorta-belorta.jpg</image>
                                        <content>Uit de jaarcijfers van REO Veiling bleek eerder al dat de fruit- en vooral groentetelers een slecht jaar achter de rug hebben. De jaarcijfers van BelOrta bevestigen dit. De grootste coöperatieve groente- en fruitveiling van België eindigde vorig jaar op een omzet van 631 miljoen euro, vijf procent minder dan in het recordjaar 2024. Door de goede weersomstandigheden waren de opbrengsten voor bepaalde groenten nochtans zeer goed. Dat gold in het voorjaar voor serregroenten en in het najaar voor vollegrondsgroenten.“Het voorbije jaar bewees opnieuw hoe bepalend het klimaat is voor onze telers en onze sector,” zegt Philippe Appeltans, CEO van BelOrta. “De combinatie van droogte en warmte zorgde voor sterke producties, maar zette tegelijk de markt onder druk”, vat hij het jaar samen.BelOrta genereerde vorig jaar 395,6 miljoen euro van haar inkomsten uit groenten. Glasgroenten waren goed voor 289,5 miljoen euro, vollegrondsgroenten voor 85,6 miljoen euro en biogroenten brachten 20,5 miljoen euro in het laatje. De omzet uit fruit bedroeg 235,5 miljoen euro, waarvan 142,5 miljoen euro uit hardfruit, 83,8 miljoen euro uit zachtfruit en 9,2 miljoen euro uit biofruit, een kleine vijf procent van het totaal. In 2024 bedroeg de omzet uit fruit nog 251 miljoen euro, bijna zes procent meer. Moeilijk jaar voor witloof, bloemkool en preiEr bestonden grote verschillen tussen de verschillende productgroepen. Zo bracht witloof (de wortelen worden in vollegrond geteeld, red.) vorig jaar 29,6 miljoen euro in het laatje, tegenover 45,6 miljoen euro in 2024. “Ondanks vele inspanningen met verkoopacties bleven de prijzen slecht”, klinkt het bij BelOrta. Dat wijst op de grote beschikbaarheid in Vlaanderen en Europa. “Dit en de dalende consumptie van deze traditionele groente zorgen voor een groot overaanbod op de markt.”Ook bloemkool en prei kenden een slecht jaar. Door een klein aanbod noteerden deze groenten in het voorjaar van 2025 nog behoorlijke prijzen, maar in het najaar gingen ze flink onderuit. Dat had alles te maken met de warme weersomstandigheden in het najaar. Die deden de productie pieken, maar de consumptie juist dalen. Goed jaar voor tomaten en komkommersIn warme omstandigheden ligt de vraag naar tomaten traditioneel wat hoger. Deze glasgroente kende dan ook een goed jaar. Ondanks de hogere productie (vooral in het voorjaar piekte de opbrengst door een &#039;abnormaal hoge&#039; lichtintensiteit, red.) bleef de vraag tijdens het traditionele seizoen voldoende stevig. Ook de export naar Zuid-Europa en het Verenigd Koninkrijk verliep vlot. De tomatenspecialiteiten deden het globaal genomen goed, al waren er sterke verschillen tussen de segmenten onderling.Ook de komkommertelers kenden een goed jaar. “Er was in 2025 een mooi evenwicht tussen vraag en gestegen aanbod”, klinkt het. Paprika- en auberginetelers kwamen er dan weer minder goed vanaf. Mede door een areaaluitbreiding in Nederland en hoge producties in Zuid-Europa kwam er druk op de prijzen.Hardfruit scoort slecht, zachtfruit goedIn tegenstelling tot de groenten was het aanbod van vooral hardfruit eerder beperkt. Het appel- en perenseizoen 2024–2025 (pluk in najaar 2024, red.) werd gekenmerkt door lage producties door vorst en natte omstandigheden. De beperktere beschikbaarheid van appels en peren zorgde vorig jaar voor een stabiele prijsvorming. Omdat ook de buurlanden een goede hardfruitproductie kende, viel in het najaar de prijs van peren en vooral appels terug Later in het jaar kwam de oogst van 2025-2026 op de markt. Door de goede groeiomstandigheden lagen de volumes appels en peren daarom een stuk hoger. “Omdat ook de buurlanden, onze belangrijkste afzetlanden, een goede hardfruitproductie kende, viel in het najaar de prijs van peren en vooral appels terug”, vertelt Kris Jans, directeur fruit bijBelOrta. Dit zorgde er al met al voor dat de omzet uit peren vorig jaar met 14 procent daalde tot 113 miljoen euro, terwijl de omzet uit appels met 13 procent terugviel.Dat de totale omzet uit fruit bij BelOrta desondanks met &#039;maar&#039; zes procent daalde, heeft het te danken aan het zachtfruit. Bij bramen, frambozen, rode bes, stekelbes en blauwe bessen waren de prestaties licht positief, maar aardbeien scoorden zeer goed. Het volume nam met zeven procent toe tot 11,2 miljoen kilo en de omzet uit aardbeien met vier procent. Recordproductie kersen en perenNog beter scoorde de kers. Door de goede oogstomstandigheden lag de productie vorig jaar maar liefst 90 procent hoger dan in 2024. De kersentelers genereerden 65 procent meer omzet.&amp;nbsp; De nieuwe, gecentraliseerde sortering in Sint-Truiden zorgde volgens BelOrta voor een efficiënte vermarkting.Ook pruimen kenden in 2025 een recordoogst, met een opbrengst die meer dan dubbel zo groot was als vorig jaar. “De vraag naar een lokale, kwalitatieve pruim toont dat de consument toch belangstelling heeft voor lokale producten. De volumes die we op de lokale markt konden afzetten, lagen echter ver onder het totale geoogste volume, wat de prijzen onder druk zette”, klinkt het bij BelOrta. Dalende groente- en fruitconsumptieIn het verlengde hiervan merkt de veiling een dalende fruitconsumptie op in ons land. “Fruit is vandaag minder vanzelfsprekend in het dagelijkse eetpatroon. Zo blijkt uit consumptiecijfers dat in 2024 slechts 60 procent van de Belgen op een gemiddelde dag fruit at,” aldus Philippe Appeltans, CEO van BelOrta.BelOrta stelt dat de consumptie van groenten en fruit de afgelopen 20 jaar sterk is gedaald. “In vergelijking met 2005 kopen Belgen vandaag jaarlijks bijna 16 kilogram minder verse groenten en fruit per persoon. Waar het thuisverbruik toen nog rond 95 kilogram per capita lag, schommelt dat vandaag rond 78 kilogram.”Met promotiecampagnes wil BelOrta deze trend helpen keren. In 2025 startte de coöperatie al met initiatieven zoals de campagne &#039;10 uur? Fruituur!&#039;, die consumenten opriep om tien uur als vast fruitmoment te nemen. Ook het komende jaar zijn tal van promotiecampagnes voorzien en lanceert BelOrta haar merkcampagne. “Die campagne zet niet alleen onze producten centraal, maar vooral wat ze mogelijk maken: echte, warme momenten tussen mensen”, klinkt het.</content>
            
            <updated>2026-01-07T17:58:17+01:00</updated>
        </entry>
            <entry>
            <title><![CDATA[Mercosurdeal: Vanaf 1 mei handel onder nieuwe regels]]></title>
            <link rel="alternate" href="https://vilt.be/nl/nieuws/mercosurdeal-vanaf-1-mei-handel-onder-nieuwe-regels" />
            <id>https://vilt.be/58830</id>
            <author>
                <name><![CDATA[vilt]]></name>
            </author>
            <summary type="html">
                <![CDATA[<p>De Europese Commissie heeft de laatste procedurele stap gezet voor de voorlopige inwerkingtreding van het vrijhandelsverdrag met het Latijns-Amerikaanse handelsblok Mercosur. De regels van de Mercosurdeal zullen vanaf 1 mei voorlopig van toepassing worden.</p>]]>
            </summary>
                                    <category term="mercosur" />
                        <category term="handel" />
                        <category term="europa" />
                                        <image>https://vilt.be/storage/files/18f92e24-b32b-48fc-a2d0-1865007ca467/full_width_haven-handel.jpg</image>
                                        <content>Het handelsakkoord zal voorlopig vanaf 1 mei worden toegepast tussen de EU en alle Mercosur-landen die hun ratificatieprocedures hebben afgerond en de EU voor eind maart hiervan hebben verwittigd. Argentinië, Brazilië en Uruguay hebben dat al gedaan. Paraguay heeft het akkoord recent geratificeerd en zal naar verwachting binnenkort zijn kennisgeving versturen.&quot;De voorlopige toepassing zorgt ervoor dat invoertarieven op bepaalde producten vanaf 1 mei verdwijnen en dat er voorspelbare regels komen voor handel en investeringen&quot;, aldus de Europese Commissie. &quot;Europese bedrijven, consumenten en landbouwers kunnen zo meteen de voordelen van het akkoord beginnen te benutten, terwijl gevoelige sectoren van de EU-economie beschermd blijven door stevige garanties.&quot;De Commissie geeft mee dat de voorlopige toepassing ook moet zorgen voor een nauwere samenwerking tussen de EU en Mercosur rond prioritaire mondiale thema’s zoals arbeidsrechten en klimaatverandering. &quot;Ze zal bijdragen aan meer veerkrachtige en betrouwbare toeleveringsketens, wat vooral belangrijk is voor een stabiele aanvoer van kritieke grondstoffen&quot;, klinkt het.“Vandaag zetten we een belangrijke stap om onze geloofwaardigheid als belangrijke handelspartner te tonen&quot;, voegt Eurocommissaris voor Handel Maroš Šefčovič daaraan toe. &quot;Ik kijk ernaar uit dat dit akkoord zijn potentieel benut, onze economie versterkt en onze positie in de wereldhandel verder uitbouwt, terwijl de democratische procedures worden afgerond.”De Slowaakse politicus raakt daarmee een gevoelig punt aan bij heel wat Europese parlementsleden. Eind januari besliste het Europees Parlement om de wettigheid van het verdrag eerst te laten toetsen door het Europees Hof van Justitie, voor zich finaal uit te spreken over de Mercosur-deal. De Commissie koos ervoor om die uitkomst niet af te wachten en het verdrag al voorlopig toe te passen. Juridisch kan dat, maar de stap stuit op weerstand omdat het Parlement zo niet wordt betrokken bij de eenzijdige beslissing.</content>
            
            <updated>2026-03-23T18:44:50+01:00</updated>
        </entry>
    </feed>
